Inventory 3364
Japan · 931 pages · 397 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
From Java's East Coast The 3rd June 1772. — From Java's East Coast the 8th June 1772. — to return to Europe whenever your High Nobilities would kindly please to consent to such for the petitioner and to release him from here with permission to come up to the main place of the Indies for the aforementioned purpose. The signatory begs your High Nobilities for this favor and shall always remain grateful to your High Nobilities for it /:underneath stood:/ Which doing etcetera /:signed:/ Ian Daniel Gondelagh /: in the margin:/ Passourouang the 11th May Anno 1772. — High Noble, Valiant, Highly Esteemed, Very And Right Noble Sirs The humble signatory Fredrik Soestman of Bukberg, having been appointed in the year 1770 through your High Nobilities' high favor as ordinary fireworker of the artillery at the main place, and subsequently having been sent on an expedition to Java, most humbly begs to be allowed, through the favor of your High Nobilities, to be appointed in the place vacant here of the discharged Captain-Lieutenant titularis Frans Haak, who has been released to the Netherlands, To the Right Noble Lords Councilors of the Netherlands Indies etcetera To His High Nobility The High Noble, Valiant, Most Highly Esteemed Lord Governor General Petrus Albertus van der Parra To released And 357. From Java's East Coast The 3rd June 1772. — From Java's East Coast The 5th July 1772. released Captain-Lieutenant titularis Frans Haak, as Engineer and overseer of works on this Coast, which singular benefit he shall attempt to answer with gratitude and vigilance in the service /:underneath stood/ Which doing etcetera To his High Nobility The High Noble, Valiant, Highly Esteemed Lord Petrus Albertus van der Parra Governor General together with the Right Noble Lords Councilors of the Netherlands Indies High Noble, Valiant, Highly Esteemed Lord Right Noble Sirs. After the dispatch of my respectful latest letter of the 8th of June last, having had the honor to receive your High Nobilities' respected letter of the 30th of May prior, I express herewith my obligation and thanks for the desired approval of my acts by the same, under respectful assurance that I shall constantly, according to duty and possibility, apply all my faculties and strive to answer to your High Nobilities' favorable opinion regarding me. To The 359 From Java's East Coast The 5th July 1773. — From Java's East Coast The 5th July 1772. — The recommendations of your High Nobilities regarding what must be taken into account and observed concerning Pangerang Aria Mancoenagara and also concerning Pangerang Aria Coesoema Judo, shall be strictly observed as well as attempted by me to procure for the first, in accordance with your High Nobilities' intention, the districts Pandjealan and Pamaadin from the Emperor, but not arranged with the Sultan of Kamagettan, and that in hope of approval I also shall not act on the Pangerang's claim for the daughter of the former Paccalongang regent, the recently deceased Pangerang Notto Coessoemo, previously surrendered by him to the Sultan, because the concession between these two Muslims would cause the foundation for association or, on the contrary, the refusal would stir the Pangerang to wrongful designs. Of the Cramans who showed themselves some time ago on the boundary division of Damak and Grobogang, nothing has been heard since the appearance of the chiefs and their dispersal; the Pangerang Dipo Sono, captured on that occasion by the Sultan's forces, having been torn apart by a tiger at Djoopocarta. Regarding the affairs in the Balemboang district, I refer in respect to what was reported thereof in my obedient latest separate letter of the 3rd of June, while the reports received since from the East Hook do indeed confirm the bad outcome of the latest attack on the hiding place Bajoe, but make no mention of any further adverse consequences resulted therefrom or that the rebels have used the opportunity to their advantage; appearing on the contrary from the copy extract letters of the Commander Heinrick and provisional resident at Oeloepampang Schophof, dated the 12th and 16th of June, transmitted under Appendix Lit. A, that several commandos have done the enemy much damage by destroying negorijen, paddy, and corn fields and have made several prisoners, as well as that even the notorious Rampak or self-proclaimed leader was wounded in the last attack, torn apart, and the cruising prau mayang stranded on Bali with the Europeans and Javanese, not yet returned by Guste Moera Djambij, but being reclaimed under promise of gunpowder and lead, I still await the outcome thereof. torn apart being
Dutch transcription
355 Van Iavas oostkcust Den 3: Junij 172. — Van Iavas oostkcust den 8.:' Junij 172. — Europa te returneeren wanneer uw hoog Edelheedens den suppliant sulks goedgunstiglijk geliefde te Consenteeren en van hier te verlossen met permissie van ten Eijnde voorsz nae Indiasche hooftplaats op te koomen. Den teekenaar smeekt uw hoog Edelheedens om deese gunste en sal uw hoog Edelheedens daar voor altoos dankbaar blyven /:onderstond:/ 'T welk doende Utsilt: /:geteekend:/ Ian Daniel Gondelagh /: in margine:/ Passourouang den 11: meij A:o 172. — Hoog Edele Gestr: Hoog Achb: seere En Wel Edele Heeren Den nedrigen teekenaar Fredrik Soestman van Bukberg, door uw hoog Edelheedens hooge gunste in den jaare 1770 tot ordinaire vuurwerker der arthillerij ter hoofd plaatse aan„ gesteld en vervolgens in Expiditie naar Java gesonden sijnde smeekt aller ootmoedigst om door de gunt van uw hoog Edelhee„ „dens in de alhier raceerende plaats van de naar Nederland De wel Edele heeren Raaden van Nederlands Jndien k: b: H: Aan zijn hoog Edelhed Den hoog Edelen Gestr: Groot Seltb: Heer Gouverneur Generaal Pittus Albertus van der Parta Aan verlosten En 357. Van Iavas oostkust Den 3: Junij 172. — Van Iavas oostkust Den 5: Julij 1772. verlosten Capitein Luitenant titulaia Frans Haak als Jngenieur en opsiender der werken te deeser Custe te mogen werden aangesteld welke singuliere weldaat denselven met dankerkentenis en visilantie in den dienst sal tragten te beantwoorden /:onderstond/ Twelk Doende &:a Aan zijn Hoog Edelheid Den hoog Edelen Gestrengen Got Achtb heer Perus Albertus van der Sarra Gouverneur Generaal nevens de wel Edele Heeren Raaden van Nederlands Jndie Hoog Edele Gestr: Groot Achtb Heer Wel Edele Heeren. Na de afsending myner Eerbiedige Jongste van den 8:' Juni Jongstleeden de Eere gehad hebbende te ontvangen uwer hoog Edelheeden gerespecteerde van den 30 mei bevoorens betui„ „ge ik bij deesen mijne verpligting en dank voor de gewenste goed„ keuring mijner verigtingen door hoogst deselven onder Eerbie„ dige verseekering dat ik steeds na plicht en mogelijkheid alle mijne vermogens aanwenden en tragten sal te beantwoorden aan uwer hoog Edelheedens gunstig gevoelen omtrent mij. Aan De 359 Van Iavas oostkust Den 5: ' Julij 1773. — Van Iavas oost cust Den 5:' Iulij 1772. — De recommandatien ewer hoog Edelheeden wat omtrent pan„ gerang Aria Mancoenagara en ook omtrent pangiraong Aria Coesoema Judo moet worden in acht genomen en geobserveert sal so wel stip nagekomen als door mij getragt wordenden Eersten Conforen uwer hoog Edelheden intentie de discricten pandjealan en pamaadin: van den ketser te besorgen doch bij den sulthan van kamagettan niet geregt en dat ik in hoope van approbatie ook niet doen sal van des pange rangs poestentie voor de door hem wel eer aan den sulthan overgelaten doster van den voormalige paccalongangs re„ „gent den onlangs overleeden pangerang Notto Coessoemo wijl de in„ williging tusschen deese beide missileem de grond tot assopiatie of daar en tegen de weigering den pangerang tot verkeerde ontwerpen gaande maaken soude Ian de Cramans die haar voor Eenigen tijd op de Limietschij„ ding van damak en grobogang vertoond hebben is sedert de apparentie der hoofden en hunne verstrooijing niets vernomen sijnde den bij die gelegentheid door des sulthans volkeren ge„ vangen pangerang Dipo sono te Djoopo carta door een tijger De saaken in het balemboangsche betreffende gedraage ik mij in Eerbied aan het daar van gemelde bij mijne gehoor„ „zame jongste aparte van den 3: Junij ter wijl de sedert uit den oosthoek ontvangen berigten den slegten uitslag der Jongste attacque op het sluijlnest Bajoe wel Confirmeeren maar van geen verdere daar uit geresulteerd nadeelige gevolgen ge„ wag maaken of dat de rebellen sich van de gelegentheid in hun voordeel hebben bediend blijkende integendeel bij de onder de bijlagen L=a A. overgaande Copia Extract brie„ ven van den Commandant Heinrick en p:l resident te oeloe „ pampang Schophof de dato 12. en 16: Juni dat verscheijde Commandos door het vernielen van negorijen padijen jagou velden den vijand veel nadeel gedaan en verscheijde gevangenen gemaakt hebben so meede dat selfs den berugten Ram„ „pak of opgeworpen maas willes inde laatste attacque gequest verscheurd ende op balij gestrande kruispraumajang met de Eutopeesen en Javaanen door guste Moera Djambij nog niet gerestitueerd maar onder belofte van kruijt en Lood getecla„ „meerd sijnde wagt ik den uitslag daar van nog af„ verscheurd sijnde
English
From Java's northeast coast, 5 July 1730. From Java's northeast coast, 1 July 1732. having according to the sayings and assurances of various defected rebels died, and their power around Banyuwangi is by no means as great as was recently reported, which, however, and especially the death of their aforementioned principal chief, still needs confirmation. Because the remaining power there seems to me as little strong enough as those of whom it presently still consists are to be trusted to undertake anything decisive with them, I have ordered for the time being to act defensively again, provided however that the enemy is continuously kept in motion by strict patrols under good officers and inflicted all possible damage and harm. But as by that means the intended end will not be achieved, and whatever the situation of these rebels may be, the importance of the matter in my opinion, subject to Your High Excellencies' wiser judgment, requires attacking them with a new and considerable force the sooner the better and forcing them into submission, I have, in the hope of Your High Excellencies' approval, written to, requested, and demanded of the authority Luzae the assembly, and from the Prince of Madura alongside the respective Regents in the eastern salient the provision, of over 3000 good warriors and fully 1000 battoors, according to the division made since then as appears from the enclosure marked B, with further orders to the honorable Luzac, because a sea transport of so many people is too difficult and also ordinarily proceeds too slowly at this time of year, to set the rendezvous of these troops near Panarukan in order to simultaneously, with the addition of the 102 soldiers sent from here to the eastern salient, first-line, mostly old hands or as many Europeans as will be possible, undertake the march under Ensign Miea, as being acquainted there and knowledgeable in the language and the country, and also subsequently thus together attack the enemy before the people disperse or are overcome by sicknesses. That all this and whatever further I have deemed necessary on this subject has been given as instructions to the frequently mentioned authority Luzas appears from my separate letters to the same dated 9, 16, 21, and 29 June of this year, added hereto under letter C, and to which I therefore respectfully request to be allowed to refer. From Java's northeast coast, 1 July 1732. From Java's northeast coast, 1 July 1732. The Emperor having sent me, under cover of his missive attached hereto in copy and translation under letter B, the wives of Pangeran Danu Poyo and Raden Merto Sono, who were recently sent up to the capital, named Raden Ayu Soentoel and Raden Ayu Sisie, each accompanied by a young son, and the first also by two women and a panakawan, together seven persons, specifically named in the enclosed roll, with the request to send them to Batavia so that they might join their husbands in accordance with their wish, I have granted those women with their small retinue transport on the ship Holland. Being unable to persuade the only minister here, Cornelis Coetsier, to stay any longer in the Indies, but he having urgently pressed me to submit his application for discharge and release separately to Your High Excellencies on the basis of his advanced age and failing memory, I take the most humble liberty to present the petition of that teacher himself to Your High Excellencies. I also take the boldness to present to Your High Excellencies a request from the Captain of the Chinese here, Tan Lecco, wherein, having taken over the lease of the import and export duties on birds' nests, pearl banks, and trepang in Blambangan, Samadjang, the island Nusa Malang, and Panarukan after the death of his predecessor Tan Yanko for 4800 Spanish reals, he requests discharge from those leases and a remission for the present year on the basis of the reasons cited in his petition. And because these correspond with the truth, I could not refuse to submit that application to Your High Excellencies and to request a favorable decision upon it, the more so because accommodation in cases like this must keep the leaseholders, and with them the leases, in good standing. I venture, with the purest sentiments of honor, to offer herewith for your favorable disposition, see letter D, and to add to it my prayer that, whenever it pleases Your High Excellencies to condescend to the petition of the Reverend Coetsier, the congregation of this coast may, if possible, be favored with another teacher in his Reverence's place.
Dutch transcription
361 Van Iavastoost kust Den 5:' Julij 1730. — Van Iavas oostCust den 1:' Julij 1732. — sijnde volgens gesegde en verseekering van onderscheijde over„ gekomen rebellen overleden in hunne magt na een buiten bajoe in verre na soo groot niet soude syn als nog Jongst is opgegeven 't geene echter en insonderheid en dood van opgem: hun voornaam„ ste hoofd: nog Confirmatie nodig heeft Ik ben om dat de daar overgebleven magt myj so min sterk genoeg over komt als de geene waar uit deselve actueel nog bestaat te vertrouwen sijn om met hem iets des is iefs te ondernemen ordre gesteld om voor eerst maar weder defensive te ageeren mits echtere den vij„ and door strekte patrouilles onder goede officieren steeks in be weeging te houden en alle mogelyke schaade en afbreuk toe te brengen dan dewijl door dien weg het Eijnde in oogmaak niet sal worden bereikt maar hoe dere rebellen toestand ook wee„ sen mag het belang der saak mijns bedunkens onder ovrr hoog Edelheeden wijser oordeel vorderd hen hoe eerder soo biter met eene nieuwe aansienlijke magt aan te lasten en tot onderwerping te dwingen heb ik in hoope op hoogst derselver goedkeuring den gesaghebber Luzae de bij een bren„ ging en den prins van Madura nevens de respective Regen„ „ten in den oosthoek de fourneering van ruijm 3000 goede krijgers en groote 1000 Battoors aangeschreeven versogt en ge de„ mandeert na de sedert daar op gemaakte verdeeling blijkens de bijlage L:a B: met verdere last aan den E: Luzac om de wijl een vertransport over see van soo veel volk te moei„ „lijk is en ook ordinair in dit Jaar gelij te langwijlig voort„ gaat de Rendevous deeser troupen bij panaroekan te be„ paalen ten Eijnde te gelijk met bijvoeging der van hier na den oosthoek gesonden 102 militairen primo plan meest oude gasten of soo veel Europpeesen als mogelijk sal sijn de optogt onder den vendrig Miea op als daar bekent entaal en Land kundig sijnde aantenemen en ook vervolgens soo gesamentlyke den vijand aan te tasten voor dat het volk verloopt of door siektens overvallen worden invoegen dit een en ander en wat ik verder ten deesen sujetten noodig geoordeelt hebbe den gesaghebber Luzas meermeld in man„ „tatis te geeven Consteert bij mijne aparte brieven aan densel„ „ven de datis 9: 16:' 21: en 29:' Junij deeser onder L:drae C: bijge voegd en waar aan ik my oversulx versoeke in Eerbied te mogen gedragen. vrijgers De 363 Van Iavasostkus dn 1 ulij 172 — Van Iavasoost kust den 1„' Iulij 173. — De keijser mij onder geleijde van sijne onder L:ta 3. deesen in Copia Translaat bij gevoegde missive toegesonden, hebbende de vrouwen van de Jongst naar de hooftplaats opgesonden pangerang Danoe Poijo en Radeen Merto, Sono genaamd ra„ deen Nijoe soentoel en Radeen Aijoe sisie ieder verseld van een soontje en den eersten ook van twee vrouwen en een pana„ kawang te samen seven persoonen bij inleggende naar rol„ „le specificq: genoemd met versoek, om ten Eijnde sij Conform hunne inclinatie haare mans souden kunnen voldaan deselve naar Batavia te senden heb ik die vrou„ wen met hun klein gevolg transport met het schip Holland verleend. Den Eenigen predikant alhier Cornelis Coetsier tot geen langer verblijf in Jndie te persuadeeren maar mij met nadruk aangeweest synde om op fundament synere hoogea Jaaren en verseakkende memorie desselfs instan„ tie tot ontslag en verlossing vwe hoog Edelheeden by deesen apart voor te dragen gebruik ik de modigste de vrijheid het suplicq van dien Leeraa Selfs uwe Hoog Edelheeden Ook verstouwte ik mij uwe hoog Edelheeden te presentee„ ven een request van den Capitain der Chineesen alhier Ian Lec„ „co. waar bij hij als de pacht den in en uit gaande regten de vogel„ nessen paarlaheeven en Tripangs te palembrangang Samadjang 't Eiland Noessa Malang en Panaroekan na het overlijden van sijn predecesseua Ian I-anko aanvaard hebbende voor 4800 pp:s realen versoek om ontslag van die pagten en re„ mis voor het presente jaar op fundament der reedenen bij sijn supplicqa gealegueerd en dewijl die met de waarheid quadreesen heb ik met kunnen wiigeren die instantie vwe hoog Edelheden voor te dragen en er een gunstig apastil op te versoeken te meer wijl te gemoet koming ingevallen als dit de pagters en met hun de pachten in stand houden moet. Ik verstouwte mij met de suijverste gevoelens van Eer hier neevens vide L:ra / ter gunstige despositie aan te bieden en er bij te voegen mijn beede om wanneer het hoogst deselven behaagd in het suplicq van d' Coetsier te Condescendeeren dat aan de gemeen„ „te te deeser kuste in sijn Eerwaarde plaats met een ander seeraa is het mogelijk mag begunstig worden. hier bied
English
365. From Java's East Coast the 5th of July 1772. — From Java's East Coast the 5th of July 1772. — respect and high esteem, was signed, Honorable, Valiant, Right Honorable Lord and Honorable Sirs, lower, Your High Honors' most humble and dutiful servant, was signed, J. R. van der Burgh, in the margin, Samarang the 5th of July 1772, below that, P.S. After drafting this, still receiving a letter from the Honorable Luzac dated the 29th of June with its attachments, I take the liberty to annex it hereto under Lit. A and to refer to it, respectfully requesting to know whether it pleases Your High Honors that action be taken with the so-called and here already arrived prisoners of war, mostly old, infirm, or quite emaciated men, women, and children. With most obedient reference to my previous letters of the 18th and 14th of this month, I have the honor, in further reply to Your Honorable Respected Lordships' honored missive of the 16th and the submissive one of the 9th, to serve with respect to the newly projected forces and measures regarding Balemboangan and the continuing troubles there. That in conformity with the highly revered orders of Your Honorable Respected Lordships, I have arranged the distribution over the regencies in the East Hook according to the calculation of their tjadjas in such a manner as I have the honor to submit to your most favorable consideration, upon which I have received answers from Grissee, Sidaijoe, Passourouang, Banger, and Bangil that they would promptly comply with their orders, to which the letters from Your Honorable Respected Lordships sent to them by this mail for further exhortation will greatly contribute; but the Prince of Madura, as copy of a separate letter from the Commander in the East Hook, Mr. Pieter Luzac, dated Sourabaija the 23rd of June 1772. — out the 365 From Java's East Coast the 1st of July 1772. — From Java's East Coast the 5th of July 1772. — from the copy of His Highness's letter to me will appear to Your Honorable Respected Lordships, raises many difficulties, whereupon I have most emphatically and amicably urged that Pangeran to make timely provisions regarding one thing and another; and what further concerning his proposed march route for his troops, as well as their augmentation and his allocation regarding a certain Palembang Juragan Said, I have taken the liberty to bring to His Highness's attention, having the honor at the same time to present the copy of my answer for Your Honorable Respected Lordships' esteemed attention. Furthermore, submitting my modest considerations regarding those forces and their advance to Balemboang, I have the honor to state that in order to observe the greatest speed, I also judge the rendezvous at Panaroekan to be best, so as to await each other there and subsequently advance together along the land road, as I have also proposed to the Prince and do not doubt that the regents from these districts will also dutifully comply, because taking the march route via Passourouang would result in nothing but significant ruin and often many unpleasant encounters that could hinder the common cause. Thus, the native force being assembled there, I would ensure by the prescribed time that it is marched up to Balemboang under an officer with 60 to 70 private European soldiers, of whom, in accordance with Your Honorable Respected Lordships' honored instructions, I have already had some exchanged by Lieutenant Imhof at Grissie and Bancallang, and I intend to complete the aforesaid number from this garrison and that of Passourouang; however, I shall be obliged to command a capable officer from Oeloepanpan or Cottana to Panaroekan for the march of those troops thither, since with the continuing illness of Ensigns Ostrouwskij and Matthourne I only have Lieutenant Imhoff available, unless it might please Your Honorable Respected Lordships to commission Ensign Mira for the same; and so I consider, subject to superior judgment, that the march route of those troops would be most expeditious from and
Dutch transcription
365. Van Iavasoostkust den 5:' Iulij 1772. — Van Iavas oost kust Den 5: Iulij 178. — „bied en hoog achting te blijven /:onderstond:/ wel Edelen Gestrengen Groot Achtbaren Heer en wel Edele heeren /:la„ „ger:/ uwer hoog Edelheedens onderdanigste en aller Trouw„ „schuldigsten Dienaar /:was geteekent:/ I: R: van der Burgh, /:in margine:/ Samarang Den 5:' Iulij 1772. /:daar onder:/ L: S: na het Concepieeren deeses nog ontvangende een briev van den E. Suzac gedat:d den 29: Juni met dies bijlagen so gebruik ik de vriheid die onder L:a A deesen bij te voegen en er mij aan te gedragen met eerbied versoek om te mogen weeten hoofd het uwe hoog Edelheeden behaagd dat met de daar bij soo genaamde en hier ook reeds aangeko„ men krijgsgevangene meest oude gebrekkige of genoegsaam uitgeteerde mans vrouwen en kinderen sal gehandeld wor„ Onder gehoorsaamste referte aan mijn voorige van den 18: en 14: deeser soo hebbe ik d' Eere ten supelte uwel Edele Achtb: ge„ honoreerde missive van den 16: submissie nadere beantwroa„ ding aan dien van den 9 ten opsigte der opnieuw geprojecteerde volkeren en maatregulen met opsigte tot balemboangan ende daar nog al aanhoudende troubelen te dienen. Dat ik Conform de hoog gevenereerde beveele van iwel Edele Achtb: de verdeeling over de regentschappen in den oosthoek na Calculatie hunner Tjatjas sodanig heb ingerigt als ik de eere heb hoogst derselver gunstig oog aan te bieden waar op ik van grissee Sidaijoe passourouang Banger en Bangil antwoord heb ingekreegen dat aan derselver or„ „dre promptelijk soude komen te voldoen tot het welke de brieven van wegen uwel Edele Achtb: aan hun bij deese ontfangen en versonden ter nadere adhortatie grotelijks sullen meede werken dog de prins van Madura, gelijk C„ opia asparte brief van den gezaghebber in den oosthoek M:r Pieter Luzac gedateerd Sourabaija den 23: Iunij 1772. — uit den 365 Van Iavasoost kust den 1„' Iulij 1723. — Van Iavas oost Cust Den 5 Iulij 172. — uit Copia van sijn hoogheijd brief aan mij uwel Edele Sett„ „baare sal te voren komen komt veele swarigheeden te opa„ „ren waaren ik dan dien pangerang op 't nadrukkelijk„ „ste in minsaamste heb voorgehouden om omtrent het een en ander bij tijds te willen voorsien en wat verder over desselfs geproponeerde maasch route sijner volkere als de vermeerdering derselver en desselfs bedeling omtrent sekere Palembangs Juragan said de vrijheid heb gebruik sijn hoogheijt onder het oog te brengen bij Copia mij„ „ner antwoord de eere heb teffens uwel Edele Acht„ „baare g'eerde attentie aan te bieden. Verders dan mijne geringe Consideratien over die volkeren en derselver optogt na Balemboang suppedit eer„ „de heb ik de dere te dienen dat ter betragting van de meeste spoed de rendevous meede oordeele te panaroekan het beste te sijn om aldaar elkander inwagtende langs der landweg„ te gelijk vervolgens op te rukken gelijk ik ook den prins heb voorgedraagen en ook niet twijffele op de regenten uit deese districten, sullen daar aan ook pligtig beantwoor„ „den, want de marsh route over passourouang nemende niet dan tot merkelijke ruine en dikwerf veele onaangenaame ren Contres welke de gemeene saak soude kunnen tegenhou„ den soude strekken dus dan d' Jnlandsche magt aldaar versa„ „mett sijnde soude is tegen voorgeschreeven tijd sorgen dat de„ selve daar opgevoerd wierd na Balem boangang onder een of„ ficier met 60 a 70 gemeene oude gasten van welke ik na„ volgens uwel Edele Achtbaare gehounoreerde aanschrijvens door den Luitenant Imhof te Grissie en bancallang al Eenig heb laten verwisselen en meene uit dit en passou„ rouangse guarnisoen tot voorsz getal wel te sullen accompleteeren dog sal ik genoodsaakt syn van oe„ loepanpan of Cottana panatoekan ter opvoering van die volkeren derwaarts een bekwaam officier te Com„ mandeeren wijl ik bij d'aanhoudende siekte van de vaandrigs ostrouwskij en Matthourne alleen de Lieu„ „tenant Imhoff over heb ten sij het uwel Edele Acht„ „baare mogte behoge vaandrig Mira tot het selve te Committeeren en soo vermein ik onder hoog wijser oor„ „deel dat de marsch route dier-volkeren het Expeditioste van en
English
From Java's East Coast, the 5th of July 173. — From Java's East Coast, the 5th of July 173 — 367 and most securely can be arranged, since the remainder of the provisions, ammunition, and further baggage, beyond what is necessary for the march from there for eight to ten days, remaining in the vessels, will then have to sail from there to Oeloepanpan, for which, in this present season, I allow half a month of calm weather. We have taken the liberty herewith to present our respectful demand of what we learn to be most urgently needed here in the eastern corner and for the expedition, for the favorable fulfillment of which I herewith further insist, wherein I also take the liberty to repeat my highest concern mentioned in the previous humble presentation of my letters, namely rice for the expedition troops, as I foresee that, given the present scarcity everywhere, the lack of this grain will hardly be supplied within the aforesaid time of one month; thus I most humbly request that a favorable consideration be given to my humble presentation regarding the purchase and conveyance of this grain from Soerakarta, as the scarcity of dried fish here is also becoming an article for whose favorable accommodation we request, and the situation is likewise regarding the oil and tamarind, which also cannot be obtained here except with great difficulty and heavy expense, and even then only very scarcely. Regarding the deliveries on the requisitions to Oeloepanpan, I shall most obediently observe the orders communicated by Your Right Honourables, and above all regarding the cash, which, remaining here as a balance above the stipulated amount, has also already been dispatched. I have received no further reports concerning Commander Heinrich nor the affairs of Balambangan other than those which I have the honor to offer Your Right Honourables in the extract of their letters, since I am still daily expecting the further report from Resident Schophoff concerning Commander Heinrich, as the request, the same 369 From Java's East Coast, the 5th of July 1722. — From Java's East Coast, the 5th of July 172. — having been written to him repeatedly, and since the sloop De Taxusboom, according to the statement of the commander, is unfit for the voyage to Balambangan, and that skipper has taken it upon himself to carry along the most urgently needed oil for Semarang, he is expected to arrive tomorrow, together with his papers, before Your Right Honourables for further accountability, just as the chief mate of the bark Het Zeepaard will also be sent over under arrest for his misconduct. The extract from the ordinance on the small seal having been duly received and also resting here, making no clear mention of Bali, I have taken the liberty to request from Your Right Honourables a favorable elucidation as to whether the passes thither should also be written on a seal of 2 rixdollars, since upon my arrival and thereafter they have been written on a seal of 6 stivers, wherefore I continue to await Your Right Honourables' further honored understanding in that regard. To have the Semarang pantchiallangs and cruising prahus replaced by similar vessels from the eastern corner would indeed be possible if Your Right Honourables would be pleased to authorize me to hire such vessels, as well as to equip and ration them with whatever might be lacking to such vessels, and for which I await Your Right Honourables' especially defined, venerated arrangements and orders, seeing that some might be needed not only to replace similar vessels, but also for the transport of the newly projected troops and provisions; for I learn from the side that the sea in the Strait of Bali is subjected to bold and violent squalls during this monsoon, that some vessels have already lost their anchors and ropes and have become disabled and unfit, yea, that even the bark Het Zeepaard was supposedly forced to return home for those reasons, but as I have not yet received any reports regarding this from the resident there, I mention it only in passing, and I shall nonetheless write to the resident Your Right Honourables' respected orders concerning the Semarang vessels. How very urgently we are in need here of some experienced sailors, and being destitute of the same, most humbly would please
Dutch transcription
Van Iavasoost Kust Den 5:' Iulij 173. — Van Iavas oost kust Den 5:' Iulij 173 — 367 en sekerste sal kunnen werde geschickt daar 't overige der provisien ammunitie en verdere bagage meerder dan tot de opmatsch van daar voor agta tien dagen be„ noodig is in de vaartuigen verblijvende als dan van daar na oeloepanpan sullen diene te stevenen waar voor ik bij deese teegenwoordige saisoen een halve maandstille. Wij hebben de vrijheid gebruikt bij deese onse Eer„ „biedige Eijsch voor te dragen het geen wij vernemen alhier in den oosthoek en voor de Expeditie hoogst be„ noodigst te sijn om welkers gunste voldoening ik dan bij deese nader insteere bij het welke ik dan me„ „de mijn hoogste bekommernisse bij voorige submis„ „se vooodragt mijner brieven aangehaalt de vry„ heid gebruikt te herhaalen namentlyk rijst door de Expeditie volkeren wijl ik voorsien dat aange„ „sien de presente schaarsheijd alomme het gebrek van dien korl binnen voorsz tijd van een maand beswaarlyk sal in bekomen dus dan ootmoedigst versoeke omtrent mijn submisse voordragt ter in„ „koop en afvoer van dien Corl van Saera Carta eene guns„ tige reflextie te staan daar de schaarsheijd aan droge vis alhier meede een articul word om welkers gunstige te gemoed koning wij versoeken en sodanig is het mee„ „de gelegen omtrent die olie en Tammerinde welke ook niet dan met grote moeijte en swaar geld en dan nog heel schaars hier te krijgen is Omtrent de verstrekkinge op de Eisschen na oeloepan„ „pan sal ik gehoorsaamst in agt nemen uwel Edele Acht„ baare aangeschreeven beveelen en wel boven al ten su„ Jectte der Conttanten welke alhier boven de bepaling per restant gebleeven ook bereets sijn versonden. Ik heb geene nadere berigten soo omtrent de Com„ mandant heinrich als de balemboangse belan„ gens ontfangen dan dewelke ik de eere heb uwel Edele Achtbaere bij Extract hunner brieven aan te bieden daar ik selfs de nadere opgaave vanden Resident Schophoff omtrent den Commandant Heijn„ „rich dagelijks nog ben te gemoed siende alsoo het versoeke selve 369 Van Iavas oost kust Den 5:' Iulij 1722. — Van Iavasoost kust Den 5:' Julij 172. — selve hem bij herhaling als is aangeschreeven en wijl de sloep de Taxcisboom volgens opgave van den gesaghebber voor de reijse na balembrangan onbe„ „kwam is en die gesagvoerder op sig genomen heeft de hoogst benoodigde olie voor samarang mede te nemen soo staat hij op moogen beneffens sijn papiere ter nadere verantwoording tot uwel Edele Achtbaare te arriveren, gelijk als mede de opperstuurman van de barcq het zeepaard om sijn wan ge„ drag in arrest meede overgaan sal. Het Extract uit het ordonnantie van het kleijn segul wel ontfangen en ook alhier berustende geen duidelijke melding ma„ „kende van balij heb ik de vrifeet gebruikt uwel Edele Achtb: mn guns„ „tige elucidatie te versoeken of de passen derwaarts mede op een segul van 2 rd„s soude geschreeven worden wijl deselve alhier bij mijn komst en soo voorts op een segul van 6 stve:s beschreeven sijn geweest waaren ik dan nader hoogst derselver g'eerd begrip daar omtrent blijve te gemoed sien. In de Samarangse pantjallangs en kruisprauwenajangs door sontgelijke vaartuigen uit den oosthoek te laten vervangen soude wel mogelijk sijn indien uwel Edele Achtbaare mij geliefde te qualificeeren tot het in huur nemen van sodanige vaartuigen soo wel als het Equippeeren en randsoenieren van deselve met het geen aan sodanige vaartuigen mogte komen te ontbreeken en waar toe ik wel speciaal en bepualt uwel Edele Achtb: gevenerendeerde schikkinge en ordres inwagte aangesien niet alleen tot het vervangen van soortgelijke vaar„ tuigen maar teffens tot transport der nieuw geprojecteerde volkeren en provisien eenige soude benodigt kunnen sijn want ik van Ter seijde verneem dat de seen in de straat balij bij dese moussen stoute en hevige buien onderworpen al Eenige vaartuigen hunne ankers en touwen verloren haveloos en onbekwaam geworden sijn Jadat selfs de barcq het seepard soude genoodsaakt sijn om die redenen thuis te keeren dog wijl ik daar omtrent geen berigten van den re„ „sident aldaar nog heb ontfangen haal ik het selve maar in Cursico aan en sal ik met te min den resident uwel Edele Achtbare gerespecteerde ordres omtrent de sama„ „rangse vaartuigen aan schrijven. Hoe seer wij alhier eenige see bevaaren mattroosen hoogst benoodigt hebben en bij ontset van deselve seer oot„ geliefde „moedig
English
From Java's East Coast The 1 July 1772. From Java's East Coast The 5 July 1772. boldly requesting as well as some provisions and an assistant surgeon, I shall, upon the arrival of the two vessels and sailors and having some goods in satisfaction of our general demand, let the same return immediately, and retain here the twelve soldiers stationed upon them. I shall assign Your Right Honourable's favorable disposition regarding the envoy to Banyumas, Manong Resoemo, to the resident of Gresik, and have a small piece of land pointed out to him near Mount Giri, though no larger than what he can make a living from. Passing over in silence the account given by the former regent of Malang, Soeta Nagara, I shall most obediently report on its contents, that the gongs mentioned therein were not sent to me by Regent Nitinagara, but indeed by Commander Gondefagh, from whom I demanded them, and have kept and preserved them in my custody until further orders, which I am now sending, sealed and in the custody of Sergeant Corenromp, upon receipt of Your Right Honourable's highly revered order. And I would by no means have failed dutifully to inform Your Right Honourable thereof and to send them along, if they could have in any way satisfied the diligence applied with all effort to obtain such as correspond to the royal heirlooms, which would have served as the highest honour and pleasure to myself; yet because they in no way meet the requirement, much less being suitable for use by the princes, being merely ordinary and at most ornaments for a tumenggung, I deemed it better to keep and preserve them under my own eyes rather than those of subordinate servants, until the highly esteemed arrival of Your Right Honourable in the eastern quarter, in order to then enjoy the honour of being allowed to present them to Your Right Honourable in person. Regarding the search for the gongs or heirlooms belonging to the princes of Java, I have, after all possible inquiry, been told by many that upon the overthrow of old Kartasura, they were obtained as booty by the then Pangeran of Madura, and were later said to have been allocated to that prince, who in turn was said to have sold them to a juragan of Palembang; others say to the commander Van der Bruggen, who was said to have sent them to Batavia; and this is all that I have been able to discover concerning the heirlooms of the princes, although I have privately offered a handsome reward from my own pocket to those who could point out or send to me the same or any genuine heirlooms of the princes. I have already secretly had some easterners chosen for service, in order to be ready upon the first further order from Your Right Honourable. Furthermore, I have the honour to present to Your Right Honourable's view a copy of a letter from the postholder of Lumajang, Steenbergen, which mentions the new arrival of three prahu gunting at Nusa, whose movements, as well as those of the island of Nusa, have been recommended to the ceaseless vigilance of our servants; and I now come, to my greatest dismay, to learn concerning the Pamekasan people previously planned for Blambangan, that they have returned home on their own accord from Besuki, about which I have made my displeasure known in no small measure not only to the bupati there but also to their chiefs, and have sternly warned them not to make themselves guilty of such disobedience a second time, also sternly charging the bupati there to ensure that nothing is lacking regarding the new people assigned and planned for him, if he does not wish to draw upon himself the rightful displeasure of Your Right Honourable. And lastly, I still have the honour to request Your Right Honourable's favorable authorization for the payment of the separate small account sent to me for approval by Commander Hinrich for extraordinary or necessary expenses, and most obediently to communicate that the ship Goden Zulpenburg, Captain David Mulder, set sail today from Gresik for the capital Batavia, with a cargo of all that had remained of products, besides the oil, from Gresik and here. Wherewith I respectfully subscribe myself as, below stood: title, lower: Your Right Honourable's obedient and faithful servant, was signed: P. Luzac, in the margin: Surabaya the 23 June 1772, below stood: Agrees, was signed: J. R. van der Burgh. That I am very sorry myself to be wounded in such a grave circumstance, and on account of this injury was at once unable to move or sit up, which compelled me to transfer the command to Ensign Rood, while Ensign Eenigen stood posted at Songo; however, my injured foot is improving from day to day, so that I hope to get out of bed again in 8 to 10 days; regarding the cowardly conduct of the Madurese during the attack of the rebels, who burst in with violence upon our Europeans, so that those rearmost Madurese were forced to defend themselves with violence, while on account of the strong troop they could not fall back so quickly; meanwhile it has been reported that in this attack among others Copy Extract letter from Captain Lieutenant Joan Gustaaf Willem Heinrich written by himself at Kota to the commander at Surabaya the 12 June Anno 1772. Copy the
Dutch transcription
371 Van Iavasoostkuut Den 1: Iulij 172. — Van Iavas Oostkcust Den 5: Iulij 172. — „moedig ben versoekende soo wel als Eenig permisten en ondermeester sal ik bij arrivement van de twee vaar„ „tuijgen en mattrose en hebbende Eenige goederen in aoldoe„ „ning van onze generalen Eijsch dezelve ten eerste te rug laten keeren, ende daar op geplaatste twaalf militairen alhier aanhouden Ik zal uwel Edele Achtbaare gunstige dispositie omtrent den zendeling na bajoe Maas Manong Resoemo, den Gris„ „seese resident op dragen, en hem een stukje land na bij den berg Giri niet groter Egter, dan dat hij er zijn be„ staan bij vinden kan laten aanwijsen. Het door den gewesen Malangs regent Soeta Nagara oprgegeven relaas in stilswijgen passeerende zal ik op derzelver inhoud gehoorsaamst dienen, dat de daar bij vermelde gongs mij niet door regent Nitinagara zijn toegesonden maar wel door den Commandant Gonde„ fagh dewelke ik dezelve heb afgevragd, en onder mijn berusting gehouden en bewaart tot nader ordres welke dan nu op ontfange hoog gevevereerde - bevel van uwel Ed: Achtb: ver segult en onder berusting van den sergeant Co„ renromp oversende: Een zoude ik geensints in gebreeken ge„ „waest zijn uwel Ed Achtbaere daar van schutpligtig ken„ nisse te geeven en deselve toe te zenden zoo eenigzints hadde kunnen voldoen aan de met alle moeite aangewende vlijf tot bekoming van de sulke welke aan 'T rorsten poesakas beantwoorden 't welke mij zelfs tot hoogste eere en genoegen moeste verstrekken, dog dewijl deselve in geenen deele aan het requisit voldoen, veel minder omer bij de vorsten ge„ bruik van te kunnen maken als maar gemeen en hoogst genomen tommongongs Cieraad zijnde heb ik gemeent de„ „selve lieft onder mijn oog als die van subatteeren diena„ „ren in berusting en bewaaring te houden, tot de hoog g'eerde komst van uwel Edele Achtb: in den oosthoek om als dan de eere te genieten deselve persoonelijk hoogst denselve te mo„ gen aanbieden. Zogten supetten der gongs of poesaka de vorsten van Java toebehoorende, heb ik na alle mogelijke enqueste van veele mij laaten verhalen, dat dezelve bij overzom„ „peling van oud Carta soera, door den toenmalige pange Achtb: vang 373 Van Iavas Oostkust Den 5: Julij 172. — Van Javas Oostkust den 5 Julij 172. — rang van Madura als buit verkreegen nader hand aan dien prins zoude toegewesen geweest zijn welke dezelve weder zoude hebben verkogt aan een Juragan van Palem„ „bang andere zeggen neder aan den gezaghebber vandia Bruggen, die dezelve na Batavia zoude hebbe overgezon„ „den en dit is al wat ik omtrent de poesakas der vorste kel kunnen ontdekken daar ix ondershands een aansienely„ „ke beloning uit mijn prive beurse heb loten aanbieden den zulke, die mij deselve of eenige egters poesakas der vor„ „sten westen aan te wijzen of toe te schikken. Ik heb bereets onder de hand al Eenige oosterlinge ter dienste laaten uitkokken om bij eerste nadere ordoe van uwel Edele Achtb: in gereedheid te zyn: Vervolgens dan heb ik d' eere uwel Edele Achtbaare oog aan te bieden een Copia brief van den samadjangs posthouder Steenbergen welke melding maakt van daar t Noessa op nieuw g'arriveerde drie sprauw gontings welkers beweginge zoo wel als van 't Eiland Soesa d'onophoudelijke waaksaamheid onzer dienaren is aanbevolen en kome ik nu tot mijn maste ontstigting van wegen de pamaCassangse volkeren voor heen na balem„ boangan geprojecteerd te vernemen, dat dezelve van besoe„ „ki op hun eige houtje weder waren thuis gekeert, waar over ik niet weinig niet alleen den bepattij aldaar maar teffens de hoofden derzelve mijn misnoegen het te ken„ „nen gegeven en hun ernstelijk gewaarschouwt hun voor de tweede maal aan zodanige ongehoorzaamheid niet schuldig te maken, ook den bepattij aldaar wel eenste„ „lijk belast, omtrent de nieuw hem opgelegde en gepro„ „jecteerde volkeren te zorgen dat daar aan niets kwam te manqueeren zoo hij niet de regtmatige misnoegen van uwel Edele Achtbaare op zig laden wil; En Laastelijk heb ik d' eere nog uwel Edele Acht„ „baare gunstige qualificatie te versoeken, ter afbetaling van het door den Commandant Hinrich, mij ter appro„ „batie toegezonde apart reekeningtje over Extra ordinaire of noodwendige uitgaave en gehoorsaamst te bedeelen dat den Godem Zulpenburg schip heer David Mul„ „der huiden van Grissee na Batavia hoofdplaats is on„ „der seil gegaan met lading van al het geen aan van producten 375 Van Iavas Oostkust den 5:' Iulij 172. — Van Iavas Oostkust Den 5:' Iulij 173. — producten /: buiten d' olie / van grissee en hier per„ restant was verbleven. Waar mede mij reverentelijk onder schrijve als /onderstond:/ titul /:lager:/ uwel Edelens Achtb: gehoorsame en getrouwe dienaar /:was geteekend:/ P: Luzac /:in margine/ Sourabaija den 23: Junij 1772 /:onderstond:/ Accordeert /:was getekend/ J: R: van der Burgh. Dat het mijn zelfe zeer leed ot bij zoo een gewigtigen omstant gebesseert te worden en wigens deze quetsuur met een buiten staat nas mijn te verroeren of op te rigten 't welk mijn noodsaakte om het Commando aan den vendrig Rood op te dragen, terwijlen den vaandrig Eenigen op songo geposteerd stond; Edog betert mijn quetseerde voet van dage tot dage zoo dat ik hope in 8 a 10: dagen wederom uit de kooij te koomen, wegens den madureese lacheus gedragen bij attacquering van de rebellen, dewelke in onse Euoopesen met geweld in bralten, dat die agter„ „ste madureesen genoodsaakt waren met geweld zig te defendeeren, ter wijlen zy wegens den sterken troup niet zoo spoedig te rug konden; intusschen is gerela„ „teert worden dat bij deesen attacque onder ande Copia Extract missive van den Capitain Luitenant Ioan Gustaaf Willem Hein„ rich geschreeven door denselve te Cotta aanden gezaghebber te sourabaija den 12:' Junij A=o 1772.— Copia de
English
From Java's East Coast, the 5th of July 172. From Java's East Coast, the 5th of July 172. that among the wounded with pikes a rebel chief found himself, learned a few days ago through newly arrived men who voluntarily offered their heads if they were not reporting the truth that the wounded chief was Rampak, namely that arrogant Mas Willes, who died of that wound yesterday. I shall inquire more closely into this point, which because of its consequences seems very advantageous to us, and report thereof to Your Noble Worships upon further confirmation. Three commandos have been conducted from here since our return from Bajoe: the first by Ensign Jenigen to Beirjer, being a settlement not far located from Bajoe. There was encountered in the houses about 20 bundles of paddy along with a ripe paddy field, which the natives cut down and brought along here, as was also found a large field with unripe paddy which was cut down and destroyed, and the houses were collectively burned. The said Ensign encountered about 30 heads of the enemy there, who fled into the woods upon his approach, and obtained as prisoners of war 2 small boys and 2 girls, who were sent over to the Resident at Oeloepampang. The second commando, conducted by Ensign Kregel to the settlements Kabat, Sejang, Poedijang, and Jagonang, Further extract from the aforementioned letter, written separately by Lieutenant Heinrick. From Java's East Coast, the 5th of June 172. From Java's East Coast, the 5th of July 172. which last three mentioned consisted only of some empty, ruined houses, and encountered people hiding in that wilderness in some huts near a spacious maize field, which must already have been planted for some months since ripe, half-ripe, and young maize were found both in the houses and on the field, all of which was entirely devastated and destroyed by Ensign Kregel. He took prisoner of war 10 persons, consisting of women and children, who were sent over to the Resident. The third commando was conducted by Ensign Guttenberger to the west towards Campierang and surrounding settlements. His vanguard met about 40 heads near Cambierang, who however fled into the woods; and this commando having marched closer, about 10 men of those rebels came at our troops and ran amok, during which two of the Sumenepers were wounded with pikes and three of the rebels remained dead on the spot, the remainder having taken flight into the thick brushwood. In Campiran and the settlements situated in that vicinity, some ripe paddy was found in the houses, which our natives also brought back here, and Ensign Guttenberger burned and destroyed all settlements there, and also brought here 18 prisoners of war, among whom a young strong man and 17 women and children, who were sent to the Resident. Your Noble Worships can firmly trust that the natives are treated with all leniency, yet one is compelled, upon refusal against the Company's orders when one requires men, to press for it with force, with some threats to the chiefs of reporting it to Your Noble Worships. I shall consult with Resident Schophoff concerning those letters of amnesty and try whether these people will at last come to their senses; I shall hope for the best, yet I doubt that these stubborn and hardened rebels will subordinate themselves other than through force and conquest. It is certainly the truth that I cannot firmly assure that 7,000 heads are in Bajoe, meanwhile it remains grounded that the rebels there are still strong, as evidenced by the situation of the vast area.
Dutch transcription
377. Van Iavas Oostkust den 5: Iulij 172. — Van Iavas Oostkust Den 5. Julij 172.— „re gequetste met de pieken een rebelles hoofd zig de„ vonden, voor eenige dagen door opkomelingen vernomen dewelke haare koppen vrijwillig presenteerden indien zij niet de waarheid berigten dat die gequetsete hoofd ram„ „pak was, namentlijk die verwaande Maas willes dewelke gisteren aan die quetsuur overleden was, ik zal na dezen punct dewelke wegens die gevolgen zeer voor de lig voor ons scheuit nauwkeuriger inquireeren en aan uwel Edele Achtb: bij nadere Confirmatien daar van beregt doen. Het zijn van hier uit arie Commandos gedaan sedert onze te rug komst van bajoe als het eerste door den vaan„ „drig Ienigen na Beirjer als eene niet verre gelegen nego„ „rij van Bajoe aldaar is aangetroffen in de huisen om„ „trent 20. bosch padij benevens een rijt padij veld, dwelke de Jnlanders afgesneden en mede die heen gebragt hebben zoo als ook bevonden een groot vel met onrijpe padij dewelke te samen afgesneden en vermilt is onde huisen gesamentlijk verbrand zijn, gem: vaandrig heeft om„ „trent 30 koppen van den vijanden aldaar aangetroffen dewelke bij zijne aannadering in den bosch gevlugt zijn en krijgs gevangenen bekomen: 2. kleene Jongens en 2. meide, dewelke naar oeloepampang aan den resident overgesonden zijn; Het twede Commando door den vaandrig kreegel ge„ daan na de negorijn kabat, sejang, poedijang en Iagonang Nader Extract uit onmegem: missive apart geschreeven door den Luitenant Heinrick Nader welke 379 Van Iavas Oostkust Den 5:' Iunij 172. — Van Iavas Oostkust Dden 5:' Iulij 172. — welke drie laastgem: maar in eenige ledige verworste huisen, hebben bestaan en in die wildemisse schuillende volkeren aangetroffen in eenige gepedakken bij een ruim Jagongs veld, het welke reets eenige maanden moet aan„ „geplant zijn geweest dewijl rijpe kalfrijpe en Jonge Jagongs zoo wel in de huisen als op het reld zijn gevonden, alles door den vaandrig kregel ten eenemaal verwoest en vernielt is; bij heeft krijgs gevangen gemaakt 10 perzonen, be„ „staande in vrouwen en kinderen, dewelke aan den resi„ „dent zijn overgesonden; — Het derde Commando is gedaan door den vendrig Gut„ „tenberger, om de west na Campierang en omleggende negorijp, zijne avangarde dead omtrent 40 koppen bij Cambierang ontmoet, dog den welke in den bosch ge„ vlugt en dus Commando nader aangemaakcheert zijnde omtrent 10. man van die rebellen op de onse afgekomen en amok gemaakt, waar bij van de Sumanappers twee met de pieken gequest zijn en drie van de rebellen op den plaats dood gebleven d' overige hebbende vlugt in de dik„ „ke bosschagie genomen het is op Campiran, en die om„ streeks gelegene negorijen eenige rijpe padij gevonden worden, in de huisen dewelke onse Jnlanders mede herwaart gebragt en heeft den vaandrig Guttenberger aldaar alle negorijen ver„ „brand en vernielt, en hier ook mede gebragt. 10 krijgs gevan„ „gen, waar onder een Jong sterk man en 17 vrouwen als kin„ deren; dewelke aan den resident gezonden zijn uwel Edele Achtbare kan vast betrouwen dat de inlanders met alle minsaamheid behandelt worden, dog is men genoodsaakt bij weigering tegens 's Comp:s ordre aan wanneer men volk op bruikt met eenige dreigementen aan de hoofden om uwel Edele Achtbaare daar van melling te doen, met geweld daar toe aan te dringen. ik zal met den resident schophoff wegens die brieven van amnestie Consuleeren en probeden of deses volk eens tot in keer komen wil, zal het beste daar van hopen, dog twijffele dat deeze kaat„ nekkige en verstokte rebellen niet anders als door magt en overwinning zig subordoneeren: het is zeekerlijk de waarheid dat ik niet vast versekkeren kan, dat 7000 koppen in bajoe zijn in wijlen blijft 't gesundeert dat de rebellen aldaar nog sterk zijn blijkens de situatie van d' uitgestrekt, streeks „heid.
English
381 From Java's East Coast, the 5th of July 172. — From Java's East Coast, the 5th of July 172. — the vicinity of their dwellings, planted paddy, cornfields and sweet potato fields, all of which are situated on their terrain across those valleys, which we cannot destroy with our commandos except by attacking Bayu simultaneously with a sufficiently strong force. Reliable information regarding their strength cannot be obtained from spies, even if one wished to spend a great deal of money for that purpose, since no one dares risk their life going to Bayu, and the prisoners, as newcomers, always vary in their statements and can be brought to the truth just as little by threats as by beatings or promises. I assume and estimate that even if there were only between 3000 and 4000 head in Bayu, a force of between 5000 and 6000 proper head ought to march against them, for an enemy such as these rebels has never been seen, who charge so obstinately and fiercely blind. I take the humble liberty to propose to Your Honorable Excellencies, with your kind permission, that I judge our present force to be far too small to make movements against Bayu, because of the Madurese who have mostly deserted here, as well as some Sumenepers, so that the entire strength of Madurese and Sumenepers, counting healthy and sick, amounts together to 550 head today. And regarding the Europeans who remained behind at that time to garrison Ulu Pambang and Kota, they are for the most part sickly with fevers or sore legs, which still continues, and the number is further diminished by mortality. Thus I think it best to wait until about 5000 proper men are gathered, at which time the Prince of Madura should provide 3000 men, and 800 to 900 Sumenepers, 600 Pamekasaners, and from Batavia 2 to 3 Company's Malay companies along with 60 to 70 fresh European men, so that one can fully attack Bayu offensively, provided that the native chiefs urge their people to advance, so that one can rely upon them somewhat; thus I hope, under God's blessing, to finally restore that country to peace. The situation of Bayu is now fully known to me, which I was unable to obtain through any spies. From the front, left, and right, nothing complete can be accomplished even with the greatest force, since one can indeed for the most part bombard them, 383 From Java's East Coast, the 5th of July 172. — From Java's East Coast, the 15th of July 173. — bombard them, but because of those valleys cannot advance sufficiently. However, posts ought to be placed there on the left and right, with 800 men to each post, and the main attack must be made straight from the rear via a wide detour with the remainder of the entire force under good leadership, upon approaching against the enemy in the most furious manner, with the choicest and best troops arranged in the vanguard. This, I firmly assume, must throw the enemy into confusion and force them to give way due to the flanking fire they will also receive; and besides this, I judge that all the Company's expense and effort without this strength and the aforesaid proposition will be in vain. Calculation of the extra expenditures that were used and provided here in the expedition, and for which favorable approval is very humbly requested. The 11th of May, provided to the Madurese 2 catties of opium. ditto, provided to the Sumenepers 1 ditto opium. Total 3 catties of opium. One catty calculated according to purchase price at 18 6/8 rixdollars amounts to a sum of 56 1/4 rixdollars. At the bottom was written: Kota, the 12th of June 172. Was signed: J: G: W: Huinrick. That the further our men advanced on their march toward a position before Bayu, as the number of rebels was perceived from the rear and little resistance was encountered, I was astonished at the cowardice of the natives, especially the Madurese, as I shall cite in its proper place in this document. The greatest cause for the bad conduct of the Madurese is and remains to be attributed to Alap Alap and his fellow chiefs; I was also secretly assured that the respective Madurese were sent back in entire troops by Alap Alap as well as other chiefs, rather than having run away of their own accord. Alap Alap himself set a bad example of this upon his arrival at Panarukan, with some Madurese who had previously run away from here, whom the postholder Kramer had caused to be apprehended, by having made arrangements, instead of taking them hither and punishing them exemplarily, in Copy extract separate letter written by the titular junior merchant and Resident Schophof at Ulu Pambang to the Commander at Surabaya, the 16th of June, anno 172. — Copy, presence
Dutch transcription
381 Van Iavas Oostkust den 5:' Julij 172. — Van Iavas Oostkust den 5:' Iulij 172. — „heid hunner woningen geplante padij, Jagongs velde en pattatlers 't welke alles op haren terram over die ra„ leis gelegen het welke wij niet onze Commandos niet vernielen kunnen behalven met eene toerijkende sterke magt Bajoe te gelijk te attacqueeren, van spions is wegens haar geene sterkte rigtig te bekomen en als men ook nog zoo veel geld wilde daar toe aanwen„ den, vermits zig geene wegen zijn leven naar Ba„ „joe betrouwt, en die gevangene als opkomelingen varieeren altijd in deze opgave en zijn zoo weinig door dreigementen als slagen of beloften ter waarheid te bren„ „gen: ik veronderstelle en bepale dot in Bajoe maar tusschen de 3: en 4000 koppen waren zoo dient eene magt tegens haar te marcheeren tusschen de 5. en 6000 koppen regters want zoo een vijand als deeze rebellen of heeft men nooit gezien dewelke zoo verstokt en branig blind oploppen; gebruikt te nedrige vrijheid uwel Edele Achtbaare onder gunstig welnemen voor te stellen, dat ik oordeele onze magt tegenswoordig veel te klijn te zijn, om mouvements op Bajoe te maken, wegens der merendeels hier verlopene madureesen, als ook eenige su„ „manappers zoo dat die geheele sterkte van madureese en su„ „manappers met gezonde en zieken gerekent, heden te samen 550. koppen uitmaakt, en aangaande de Europeesen dewelke dier tijd tot bezettinge van oeloepan pan en Cotta terug ge„ „bleeven waaren; meesten deel ziekelijk met Coors of zeere beenen, 't welke nog aanhoudende en 't getal door sterfte nog verminderen zoo gedenk ik heb beste te zijn, zoo lan„ „ge te wagten tot omtrent 5000 regters vergadert zijn, als wanneer die prins van madura 3000. man geeft en 8 a 900 sumanappers, 600 pamacassangers, en van Bata„ „via 2 a 3. Comp.:s maleiers benevens 60 a 70. man fressee Europeesen, zoo kan men ten volle Bajoe ofsensive aan„ „tasten mits dat de inlandse hoofden hun volk aandrijven tot avvanceeren, daar mede men eenige staant daar op ma„ „ken kan, zoo hope onder gods zegen eens dat land in ruste te stellen. De situatie van Bajoe is mijn thans ten vollen bekent, 't geen ik door geene spions hebbe erlangen kunnen, van voornelinks en regts is met de goootste magt niets volkomen uit te voeren vermits men haar wel meerendeels besclieten 383 Van Iavas Oostkust den 5:' ulij 172. — Van Iavas Oostkust Den 15:' Julij 173. — beschieten kan, maar wegens die valleis niet genoeg. advanceren, dog dienen daar linkes en regts posten ge„ steld te worden, a 800 man tot elve post, ende hoofd attac„ „que moet grade van agteren door een grooten onweg met den overrest van die gehele magt onder goed be„ leid bij aannadering tegens den vijand op het fourieuste met de uitgesogtste beste troupen in den voortogt geran„ geert, gedaan worden, 't welke ik vast veronderstelte den vijand in Concusie en tot wijking wegens de mede krijgen„ „de flanken vuur brengen moet, en buiten deeze oordele dat alle Comp:s kosten en moeite zonder deze sterkte en voor„ staande proppositie zal te vergeeft zijn. Berekening der Extra uitgave, dewelke hier in Ex„ peditie verwent en verstrekt zijnde, en om welkers gun„ „stige approbatie zeer nedrig versogt word. Den 11: Meij aan de mandureesen verstrekt 2. kattjes amph: „„ dito „ „ „ Sumanappers „ 1 dito „ „ somma 3 katjes amph: Een Catje getekent volgens inkoop rd:s 18: /8 bedraagt een somma van - - - r„s 56¼ /: onderstond/ Cotta den 12:' Iuni 172. /:was getekend:/ J: G: W: Huinrick. Dat hoe meer de onze haar opmarsche na een stantplaats voor Bajoe als 't getal der rebellen van agteren ontware ge„ „weest, ende geringe tegenstant gevonden mij over de lafheid der Jnlanders: als bijsondert der maduree in mij doet verstelt staan als in desen op zijn plaats zal aanhalen; is en blijft wel de grootste oorzake wegens het bageus gedrag der madureesen aan Mlap Alap toe te bigenen, en dies verdere hoofden, mij onderhands ook versekert werd dat degermene madureesen zoo wel door slap slap als verdere hoofden met geheele trou„ „pen waren te gezonden, niet uit Eigen weg gelopen te zijn waar van ook Alap slap zelfs een quaad voorbeelt bij zijn komst te Panaroekan, al aan eenige van hier voor heen weg geloopen madureesen die den posthouder kra„ „mer had laten opvangen, heeft gemaakt van die in stede herwaarts te nemen en Exemplaar te straften in Copia Extracte sparte Brief gescreeven door den Tit: onderkoopman en Resident schophof te oeloepanpang, aan den ge„ „zaghebber te sourabaija den 16 Juni A:o 172. — Copia, presentie
English
From Java's East Coast the 5th July 172. — From Java's East Coast the 5th July 172. — presence of his soldiers, they publicly and quietly sent home as benefactors, and now those chiefs want to accuse one another, though no thorough investigation can be conducted here any longer regarding the deserters, which could best take place through those who have returned home to Madura. Mr. Heinrick gave the 1000 men from the troubled brain of Alap Alap, but put to paper as carelessly as is now claimed, since it is now reported from behind by all newcomers from Bajoe that the number of rebels in that hideout upon the arrival of our forces did not exceed 600 men, none of those who had previously defected to the villages and wildernesses had returned to Bajoe, and that immediately all fled on the side where they were fired upon by the cannon, those hideouts stood open without people before our forces, and since they had been utterly destitute of powder, the chiefs had finally resolved all together with their desperate followers to take a chance with the pikes against our forces. Upon the repulse with the wounding of their emperor Rampak, they immediately, with women and children, took to headlong flight into the wildernesses; and the rest had been so dejected as to leave Bajoe as well, had the retreat not been undertaken so quickly by our forces. And the death of that presumed Mas Willes or Rampak, who long bore the name of emperor among the rebels, was confirmed as having perished on the 26th ultimo of his three wounds, and that Bappa Lavat as first chief alongside the old Centong woman named by them Ratoe Soesoehoenang has assumed supreme authority over the rebels, under assurance to the common folk that Rampak would rise again at a certain time, having to die and rise again in such a manner up to seven times before remaining dead once and for all, which was also accepted as true by most of the common folk. And I cannot give Your Right Honourable with any further certainty the strength of the rebels in Bajoe as aforementioned, since it is also discovered everywhere by our detachments that their people keep hidden both in the villages and in the wildernesses, as with the detachment of Ensign Guttenberger made on the 7th of this month from Cotta to Cambieran, who encountered twenty-one villages, from which all people had fled, with some foodstuffs still found therein, all of which he had ruined to the ground, yet nowhere women any 387 From Java's East Coast the 5th July 172 From Java's East Coast the 5th July 172. — found any resistance, except before the main village of Cambieran, meeting a troop of rebels all armed with pikes; six of whom ran amok against our forces, the 140 Madurese men with him having, after their old fashion as at Bajoe, taken to the retreat or rather headlong flight without looking back, yet through some Balamboangers, namely those recently arrived from Bajoe, and some Sumenepers, they were received so well that five of those amok runners were killed; but a single one escaped into the forest with two wounds, among which dead was found the chief of their hundred men who had been in garrison at Cambieran, having for a time among the rebels borne the name of Tangerang Sepoe and played the second leading role among them. The remainder of the rebels had taken flight into the forests, whereupon that ensign, having sacrificed to the fire that village, in which he had still found a fair supply of paddy, sago, and chickens, along with all supplies, had not seen the fleeing Madurese reappear. Seeing his force thereby so greatly weakened, having eleven prisoners of war with him, he made his way hither, arriving here on the 9th of this month to provide a report as has been related above. — On the 13th of this month I proceeded to Cotta, where finding Mr. Heinrich still abed with his wound, unable to concern himself with the interests, I mustered the Sumenep and Madurese troops and found among the former no more than 118 pike-bearers and 68 musket-bearers healthy, and of the latter 57 pikemen and 35 musket-bearers, also finding fully a third of our native soldiers sick, and the Europeans in general in no less distressed condition, so that nothing more of consequence can be carried out with our weak force at hand than to send light daily patrols in the vicinity, garrison and protect the forts, until new forces have arrived. I have placed those who arrived from Bajoe here in Poenassem under our faithful chiefs under the closest observation. Further extract from the last-mentioned separate letter Further placed
Dutch transcription
385 Van Iavas Oostkust den 5:' Iulij 172. — Van Iavas Oostkust den 5: Iulij 172. — presentie zijner voldieren zij publiquelijk en gerut als wel doenders te huis gezonden, en nu willem die hoofden hun de eene voor den ander beschuldigen, egter geen nauwkeurig on der zoek hier meer kunnende gedaan werden wegens de weg lopers door die thuis gekomen te madura best zouw kun „nen geschieden. Heer Heinrick heeft de r0o0 koppen uit de ontstelde har„ senen van Alap Alap opgegeven, maar zoo lost als nu voor„ geeft te pampiere gebragt daar men nu van agteren van alle opkomelingen uit Bajoe berigt werd, het getal der rebellen in dat schuilnest met de komst aldaar van de onze niet stoken aan boe koppen geweest is, hun geene van de bevoorens afgeweekene na de negorijen en wilden„ nissen wederom na bajoe vervoegt hadden, en dat ten eersten alles aan de zijde alwaarze door het Canon be„ schoten gevlugt was die schuilnesten zonder volk voor de onze hadden op in gestaan en wijlse van kruit ten eene„ „maal ontbloot waren geweest de hoofden voor 't laatste geresolveert hadden alle gesamentlijk met hunne wan „hope aanhangers met de pieken op de onze een kans te wagen op de te rug demissinge met de quetsuuren van hun keizer rampak ten Eersten de zelf hun met vrouwen en kinderen halfs over kop de vlugt na de wilder nissen hadde begeven; ende rest zoo neerslagtig was geweest om bajoe meede te verlaten, indien de afmaasch zoo spoedig door de onze niet was ondernomen en werd de dood van dien gewaande Maas willes of lange de naam van keizer bij de rebellen gevoert rampak den 26: passato aan zijn drie quet„ suuren gecrepeert geconfirmeert en dat bappa Lavat als eer„ ste hoofd beneffens 't Centongse oude wijf bij haar genaamt Ratoe soe soehoenang het oppergezag over de rebellen heeft aangevaart, onder verzekering aan het gemeen dat rampak op zekere tijd wederom zoude op staan tot sven maalen op dusdanige wijze moeste sterven en wederom op staan voor en al eer eens voor al dood bleeff door het meeste gemeen al voor waar ook aangenomen, en kan ik uwel Edele Acht„ „baare met geen verdere zeekerheid opgeven de sterkte der rebellen in Bajoe als voormeld, daar door onze Com„ mandos ook alomme ontdekt werd, zoo in de negorijen als in de weldernissen hun volkeren schuilhouden ge„ „lijk bij het Commando van vendrig Guttenberger den 7: dezer uit Cotta na Cambieran gedaan Een en twin„ „tig negorijen heeft aangetroffen, waaren alle volkeren ontdekt met nog Eenige levensmiddelen daar in gevonden die alle tot de grond heeft laten ruinreeren, egter nergens vrouwen eenige 387 Van Iavas Oostkust Den 5:' Julij 172 Van Iavas Oostkust Den 5: Julij 172. — eenige tegenstand gevonden als voor de hoofd negorij Cam„ bieran een troup rebellen ontmoet alle gewapent met pie„ „ken; door ses van deselve amok op d' onze hadden gemaakt de 140 koppen Bij zig hebbende madureesen na hum oude wijse als te Bajoe de reticade of liever de vlugt hals over kop hadden genomen zonder om te zien, egter door eenige balemboangers en wel door Jongst uit bajoe opkome en eenige sumanappers zoo wel onthald dat er vijf van die amok makers gesneuvelt; maar een enkelde met twee quetsuuren in 't bosch ont vlugt is onder welke doden zig het hoofd van de hun hondert koppen te Cambieran ter besetting geweest zijnde, bij de rebellen een tijd lang den naam van Tangerang Sepoe gevoert ende tweede vortelijke personagien onder haar gespeelt heeft bevonden de overrest van de rebellen de vlugt na de bosschen hadden genomen, waar op dien vendrig die negorij waar in nog een tamelijke voorraad van Padij Sagoe en hoenders had gevonden aan 't vuua, met alle voorraad opgeoffect hebbende, de vlugtende maaureesen niet wederom te voorschein had zien komen zijne magt daar door zoo zeer verswakt gezien daar bij elf krijgs gevangene gehead zijn maaste herwaarts heeft genomen in den 9:' dezer alhier aan„ gekomen van berigt te dienen als voor verhaalt is. — Heb ik mij den 13: deeser na Cotta begeven, alwaar heer Heinrich nog met zijn quetsuur te bedde vinden„ „de leggen buiten staat om zig niet de belangens te kun„ „nen mocien heb ik de sumanapse en madureesen volke„ ren gemonsterd en bij Eerstgem: niet meer dan 118 piek en 68 snaphaan dragers gesond gevonden, en van laast„ gem: 57 piekeniers en 35 snaphaan dragers ook wel een derde van onse inlandse militairen ziek gevonden en in geen mindere bedroefde staat d' Europeesen in 't gemeen zoo dat er niets meer van gewigt met on„ „ze aan handen haden hebbende swakke magt kan uit„ gevoert werden, dan dagelijks ligte pattrouillis in de na bijheid te zenden, de fortressen te bezetten en dekken, tot dat er nieuwe magt aangekomen is jk heb d' opgekomene uit Bajoe alhier te Poenassem onder onze getrouwe hoofden ter nauwste observantie Nader Extract uit laastgem: apar„ „te brief Nader„ gesteld
English
389 From Java's East Coast the 5th of July 1732. — From Java's East Coast the 5th of July 1732. — arranged; however, those members appear externally to be as well-pleased with their unexpected pardon as could be wished, and it indeed promises success as far as what is perceived outside Bayu and has been found to be true. Further Extract of this last-mentioned separate letter. And just as urgently needed were the clerks, since among the military here I can find no one capable of being employed in clerical duties; and while the soldier De Vrij now seeks to qualify himself with persistent zeal, and moreover seems to acclimatize fairly well here in the unhealthy climate, I take the liberty of proposing him to Your Honorable Respects, that through your most favorable approval he may be promoted to assistant, being unprovided with a ship's account, so I include herewith on a slip of paper his first and last name and whatever else may serve for drawing up his commission; wherein at the same time I most respectfully propose again, because of the great shortage of non-commissioned officers, that Corporal Van Haalen, as the only non-commissioned officer one has here capable of being employed for all duties, be promoted to sergeant, and the soldiers Further Maurits _ 391 From Java's East Coast the 1st of July 1772. — From Java's East Coast the 1st of July 1772. — Madura Surabaya - - - - - - - - - - - - - - Pasuruan - - - - - - - - - - - - Sumenep - - - - - - - - - - - - - Pamekasan - - - - - - - - - - - - - - Sidayu - - - - - - - - - - - - - - Banger - - - - - - - - - - - - - - 60 35 Bangil - - - - - - - - - - - - - - 25 10 In total 3665 1283. to be ready to depart by the middle of the coming month of July. Below stood: Surabaya, the 23rd of June 1772. Was signed: P. Luzac. Signed: J. R. van der Burgh. Maurits, Negele and Muller may once again be nominated to be promoted to Corporals. Below stood: Agrees. Was signed: P. Luzac. Below stood: Agrees. Was signed: J. R. van der Burgh. — General distribution of the newly projected troops from the Eastern Salient in the Expedition to Balambangan, as follows: Rowers Baggage-bearers 2000 500 600 200 300 200 340 160 90 48 90 50 Gresik - - - - - - - - - - - - 140 70 Lamongan - - - - - - - - - - - 20 10 Since my latest separate letter of the 4th of this month I have received yours of the 30th and 31st of May with their attachments, the first the day before yesterday, the last just recently. The further Balambangan reports supplied therewith, not only confirming that the latest undertaking against the rebels' hideout Bayu ended fruitlessly through the laxity of the Europeans and the bad conduct of the Madurese chief Alap-Alap, together with the unwillingness of his commoners, but also maintaining that mistaken judgment, poor management, and bad leadership by the Captain Lieutenant Commander Heinrich contributed greatly thereto, one must lament it all the more. Copy of a separate letter from the undersigned to the Governor of the Eastern Salient, Mr. Pieter Luzac; dated Semarang the 9th of June in the year 1772. — Copy lament. . . . . . . . . . . . 393 From Java's East Coast the 5th of July 1732. — From Java's East Coast the 5th of July 1772. — lament, the more so now that three consecutive undertakings, to little glory for us and to the advantage of the rebels, have failed due to causes resulting from our side. For since the accusations of a single person are not sufficient; especially not in such a strange manner as has never occurred to me in the Company's papers, namely by an unsigned piece of paper or so-called cartel concerning the charges in this matter against Captain Lieutenant Heinrich, so as to immediately place another commander over the expedition, Your Honor will need to point out his neglect and reproach the Resident Schophof, whose duty it was to immediately make the most precise search into reports of that nature and to produce sufficient proof thereof, and you will also have to give orders to investigate the charges against the said Heinrich and his conducted advance during the march to and the recent attack on Bayu, and if confirmed, to obtain and provide sufficient proof thereof as soon as possible, with repeated orders in the meantime to Heinrich to undertake nothing against the enemy except after taking counsel, mutual agreement of his officers, with mature deliberation, caution, and good leadership. In my separate letter of the 30th of May I provisionally approved the orders issued by Your Honor to Balambangan for the guarding and defense of Ulupampang and the fortress, for the security of the force, and in the meantime to harm the enemy according to ability and to bring the rebels to peace and subjection; but with Your Honor's proposal to Captain Lieutenant Heinrich in the letter of the 25th of May to make a second attempt on Bayu, I cannot agree, because the remaining force will be as little sufficient for that as that of which the present march consists.
Dutch transcription
389 Van Iavas Oostkust den 5: Julij 1732. — Van Iavas Oostkust Den 5 Julij 1732. — gesteld, egter houden hun die leeden voor 't uitterlijke zoo zeer vergenoegt over hun onverwagte gratie als te wenschen is en geeft wel een successie op voor zoo verre van 't geene men buiten bajoe bespeurt en ondervonden is waar te zijn. Nog Nader Extract deser Laastgen: aparte brief. En Even hoog nodig waren de pennisten geweest daar ik hier onder de militairen niemand kan vin„ „den bequaam aan de pennedienst te gebruiken en terwijl den soldaat de vrij zig thans bij aanhoudentheid ijver zoekt te bequamen, daar bij tamelijk hier in 't ongesonde Climaat scheint te aarden neem ik de vrijleid den„ selve uwel Edele Achtb: voor te dragen, dat door hoogst derzelver gunstige adjuse tot adsistent mag bevordert werden, zijnde van geen scheeps reeckening voorzien taat ik hier in versellen op een billetje zyn voor en toenaam en wat meer tot het opmaken zijner acte kan dienen waar bij teffens nogmaals eer biedigst in„ Heere wegens 't groote geboek van onder officieren, om den Corporaal van haalen als d' eenigste onder officicr die men hier heeft tot alle diensten ben kwaam te kunnen gebruiken, tot sergeant ende soldaten Nog Maurits _ 391 Van Iavas Oostkust den 1:' Julij 172. — Van Iavas Oost rust den 1 Iulij 172. — Madura sourabaija - - - - - - - - - - - - - - Passourouang - - - - - - - - - - - - sumanap - - - - - - - - - - - - - Pamacassang - - - - - - - - - - - - - - Sidaijoe - - _ _ _ _ - - - - - - - Banger - - - - - - - - - - - - - - 60 35 Bangil - - - - - - - - - - - – 25 10 Ingeneraal 3665 1283. om teegens medic van de aanstaande maand Julij in gereetheid te zijn te vertrekken /:Onderstond Sourabaija den 23:' Junij 1772 /:was geteekend:/ P:s Sizac /:getekend/ J: R: van der Burgh. Maurits, Negele en Muller tot Corporaals ander„ maal moge werden voorgedragen bevordert te wer„ den /:onderstond/ Accordeert /:was geteekend:/ P:r Luzac /:onderstond/ Accordeert /:was geteekend/ J: R: van der Burgh. — Generale verdeling der nieuw geprofecteerde volkeren uit den oosthoek in Expeditie voor Balemboangen als „Reijgers Battoors 2000 500 600 200 300 200 340 160 90 48 90 50 Grissee - - - - - - - - - - - _ 140 70 Lamoengan - - - - - - - - - - - 20 10 Sedert mijn jongste aparte van den 4: dezer heb ik ont„ vangen de uwe van den 30:' en 31. meij met dies byjlagen den eersten het laatste of niet voorgisteren. De daar bij gesuspediteerde nadere Balembo„ „angsche berichten, niet alleen bevestigende dat de laatste onderneming op der rebellen schuilnest baijoe door Lacieusheid des Europeers en slegt gedrag van het madureesche hooft Alap slap, met de onwillig„ „heeid fijner gemeene vragteloos is afgelopen, maar ook willende, dat verkeert overleg slegte directie en quaad beleid van den Capitain Luitenant Com„ „mandant Heinrich, daar toe ook veel zoude hebben gecontribueerd, moet men zich des te meer beklaa„ Copia aparte briev van den ondergetee„ „kende aan den gezaghebber in den oost„ „hoek M„r Pieter Luzac; g'datteerd sa„ marang den 9:' Iunij A„o 1772. — opia „gen. . . . . . . . . . . . 393 Van Javas Oost kust den 5:' Julij 1732. — Van Iavas Oostkust den6: ulij 172 gen, te meer nu drie op elkander gevolgde on„ dernemingen tot weinig roem voor ons, en voordeel der Rebellen niet gereusseerd zijn, door oorzaaken van onze zijde geresulteerd. Wan nadien de beschuldigingen van een enkel per zoon niet voldoen; voor al niet op eene zoo sonderlinge wij„ „ze als mij nog nooit bij sComp:s papieren voorgekomen is namentlyk bij een ongetekend stuk papier of zo genaamd Cartabel die ten lasten van den Capitain Luitenant Heinrich in deezen, om zoo maar aanstonds een an„ „der hooft over de Expeditie te stellen zal uwE: den p„r resident schophof wiens plicht mede bragt aan stonds de nauwkeurigste recktagie te doen na rapporten van die nateur en om daar van voldoende bewijzen te produceeren, zijn verzeim dienen voor te houden en deswegen te reprocheeren mitsgaders als nog moe „ten ordre stellen, om de beschuldigingen ten lasten van gem: Meinrict en zijn gehouden acrestie bij de opmarsch na, en attacque Jongst voor Bajoe te onder„ zoeken, en geconfirmeerd wordende daar van voldoender bewijzen ten spoedigsten in te winnen en te suppediteeren met herhaalde bevel in tusschen aan hem Heinrich om niets tegen den vijand te ondernemen, dan na ingeno„ „men advisen onderling goed vinden zijner officieren met rijp beraad, voor zigtigheid en goed beleed. Bij mijne aparte van den 30 mei heb ik bij provi„ „sie geapprobeerd de door uw E: naar Balem boangang af„ „gevaardigde ordre, ter bewaaking en de defensie van oe„ „loepampang en Cotta, ter beveiliging der magt, en om in tusschen den vijand na vermogen afbreuk te doen mitsg:s de rebellen tot rust en onderwroping te brengen maar met uwE voorstel aan den Capitain Suitenant Heinrich bij brief van den 25: meij, om een twee tentame op Bajoe te doen kan ik mij niet Conformeeren, om dat de overgebleeven magt daar toe zoo min sterk genoeg zal weezen als de geene waar uit dezelve actueel opmaasch bestaat
English
395 From Java's East Coast, the 5th of July 1712. From Java's East Coast, the 5th of July 1712. can be trusted to risk anything decisive with them for the time being, and therefore your Honor will have to write to the head of the expedition that, until his force is reinforced and brought back into a proper state, he must act solely on the defensive, provided, however, that he constantly keeps the enemy in motion by strong patrols under good officers and inflicts as much damage and disadvantage from time to time as will be possible. The estimate of the enemy's force at 7,000 heads is just as groundless as Captain-Lieutenant Heinrict unreasonably argues that 8,000 heads under commissioners would be necessary to overpower Bajoe, on which, however, your Honor's proposal in a separate letter of the 23rd of May to call in help from Macassar, Malacca, and thus, seems to be founded. But your Honor's further statement that namely 150 Europeans with 3,000 native warriors and 1,000 battoors were deemed sufficient to bring the rebels to submission or exterminate them during the present good season, agreeing with my thoughts, I have also beforehand, as I reported in my latest of the 4th of this month, requested and written to the Prince of Madura and the regent of Sumanap, the former to ready 2,000 and the latter 500 heads under a new, brave chief, with the necessary vessels for transport, in order to cross over upon my further orders. And if your Honor now kindly urges him thereto in my name, and likewise gives orders to the bupati of Pamacassang to take care that 500 Pamacassang, including all those who have already arrived at Balemboangang and remained there, are ready, as well as making a proportional distribution of 1,000 to 1,100 heads throughout the entire eastern corner, Sidaijoe included, according to the size of each district, so that all are ready by mid-July in order to cross over all together at the same time, one will easily assemble the deemed necessary 4,000 heads. While the still sufficient, there 397 From Java's East Coast, the 5th of July 1712. From Java's East Coast, the 5th of July 1712. Europeans present there, with the 50 who departed for the eastern corner a few days ago and the 50 that I still hope to be able to send shortly, also amply make up the stated number. And in order to have experienced men, it will now only depend on your Honor exchanging both the disheartened soldiers already in the Balemboang district and the inexperienced levies for old hands from the garrisons of Sourabaija, Grissee, Bancallang, Sumanap, and other places, just as I shall also do to add as many good soldiers as will be possible for me to the 50 Europeans promised to be sent up to your Honor. When these Europeans have all arrived with your Honor, I consider it most advisable that no more of them are sent to Balemboangang and remain there than are necessary to act on the defensive as said above, but that the remainder be stationed closer at Passourouang or at another healthy place until the bulk of the newly projected native force is ready to depart together with them. While I shall expect to learn from your Honor at the first opportunity not only when the aforementioned natives can all be ready, in order to give orders when, and at the same time to be able to ensure that one does not depart before the other and the first have already deserted before the last arrive, but also your Honor's consideration regarding the transport of the auxiliary troops in this season and whether it would not be best, in order to achieve the greatest speed, to make Panaroekan the rendezvous place and await one another there, in order to then advance together along the land route, along which there is nothing left to ruin anyway. In order not to let the troops suffer any shortage, and so that nothing comes to be lacking, your Honor will meanwhile have to take care of a sufficient supply of provisions, ammunition, artillery, and weapon goods, likewise other necessities. European provisions for up to [illegible]
Dutch transcription
395 Van Iavas Oostkust den 5: Iuly 172. — Van Iavas Oostkust den 5: Julij 172. — bestaat te vertrouwen zijn, om met hun voor eerst iets decisiefs te wagen en daarom zal uw het hoofd der Expeditie moeten aanschrijven, om tot zoo lange zijn mogt niet versterkt, en in eene behoorlijke staet weder gebragt is niet anders dan defensive te ageeren, mits echter den vijand door sterke patrouilles onder goede officieren steeds in beweeging houdende en zoo veel schaade en afbreuk mogelijk zal zijn van tijd tot tijd toebrengende. De begrooting van der vijanden mogt op 7000. koppen is even zoo ingegrond gedaan als den Capitain Luitenant Heinrict onberaisonneerd betoogd, dat er 8000. koppen onder Commissarissen zoude nodig zijn om bajoe te overmeesteren, en waar op echter uw poopositie bij aparte van den 23. meij om hulp van Macassar Ma„ „lacca en aldus in te roepen schijnt gefundeerd te zijn maar uwE nadere op gave, dat namentlijk 150. Eeiro„ „peesen met 3000 Jnlandsche krijgers, en 1000 battoors toe rijkende geoordeelt wierden, om nog in het presente goede pi„ soen de Rebbellen tot onderwerping te brengen of uit teroeijen met mijne gedagten over een komende heb ik ook al bevoo„ rens, gelijk ik bij mijn Jongste van den 4. deser melden den Prins van Madura en den regent van Sumanap verzogt en aangeschreeven de eerste om onder een nieuw braav hoofd 2000. en den laatsten 500 koppen, met de nodige vaartuigen tot Transport in gereedheid te brengen, om op mijne nadere or„ „dre overte sterken, on als uwE: hem daar toe nu vriendelijk uit mijne naam aanzet, en zoo mede den bepattij van Pa„ macassang last geeft om zorge te dragen dat er 500: pamacas„ „sang, daar onder van alle gereekend, die reeds te batemboangang aangekomen en daar verbleeven zijn, mitsg=s over den gant„ schen oosthoek sidaijoe mede geteekend: eene, na de grootheid van elk district even reedige verdieling van 1000 a 100. koppen maakt om alle met medio Iuli gereed te zijn, ten Einde al te zamen te gelijk te kunnen oversteeken, zal men ruim de nodig geoordeelde 4000. koppen bij een krijgen Terwijl de nog toerijkende, daar 397 Van Iavas Oost kust den 5:' Julij 172. — Van Javas Oostkust dn 5 Julij 1712 daar present zijnde Europeesen, met de 50. die voor wei„ „nig dagen na den oosthoet vertrokken zijn ende ro die ik eerstdaags nog hoop te zullen kunnen zenden, ook ruim het opgegeven getal tut maaken, en het om bedreeven volk te hebben, er nu maar op aankomen zal dat uwE: zoo wel de reeds in het Balemboangsche zijnde moedeloose militai„ ren als de onbedreeven baaten doet verwisselen tegens oude gasten, uit de guarnisoenen van Sourabaija Grissee Bancallang Sumanap en andere plaatzen invoegen E ik ook doen zal om uwE onder de opwaarts beloovde nog te voegen 50 Europeers zoo veel goede soldaaten toe te voegen, als, my mogelijk zal zijn. Als deeze Europeesen alle bij uw E: aangekomen zijn achte ik het raadsaamst dat er niet meer van naar Balemboangang gesonden worden en daar ver„ „blijven als noodsaakelijk zijn, om als boven gezegt defen„ „sive te ageeren, maar dat de overige te Passourouang of op een andere gezonde plaats nader bij gelegt worden tot dat het gros der nieuw gepropcteerde jnlandsche magt in gereedheid is om met dezelve gelijk te vertrekken; Terwijl ik bij eerste gelegentheid niet alleen van uwe verwagten zal te vernemen wanneer de Jnlanders voorm: alle ingereedheid kunnen weezen, om ordre te geven wanneer en teffens te kin„ nen zorgen dat den een niet voor den andere vertrekt, ende eerste al verlopen zijn voor dat de laatste komen, maar ook uwE Consideratie omtrent het Transport den hulp trou„ pen in dit saisoen en of dat met best zoude zijn ter betrag ting van de meeste spoed te panaroekan de rende„ rous plaats te maaken en daar elkander in te wagten ten Einde longs den land weg waar doeh niets meer te ruineeren valt, te gelijk vervolgens op te rukken Om d' troupes geen gebrek te doen tijden / en er ook niets kome te ontbreeken zal uwE intusschen hebbe zorge te dragen voor eene toerijkende voorraad van pro„ visien, Ammunitie Arthillerij en wappen goederen, item andere benodigdheden. vaderlandsch provisien voor tot do
English
From Java's East Coast, the 5th of July 1732. From Java's East Coast, the 5th of July 1732. I have once again requested the Europeans from Batavia. Arrack will be dispatched from here at the first opportunity, and since it is now the time to think upon it, I shall expect to know what more is lacking, as well as a distinct statement of what might still be wanting to satisfy Your Honour's requisition. The dispute between the Captain of the Chinese, Hang Boeijko, and the tax farmer there concerning the levying of half-toll on vessels that do not unload or break their cargo and only put in for water, must be decided according to the contents of Article 511 of the enclosed tax lease condition, it being well understood that such vessels do not provide themselves with a new pass from Your Honour, as that would alter the matter. I can by no means consent to Your Honour's request to purchase rice for the Company on the markets, because that could very easily cause a monopoly and, besides that, would be the means to make it difficult for the regents to satisfy their contingents, for which Your Honour must take care. The intention to demand a written defense from the commander of the Tapisboom agrees with my requisition in previous letters, but if there are no other reasons to send that sloop hither than to fetch Arrack, I consider that unnecessary, since we shall indeed make use of another opportunity for the transport of that beverage, and it would even be imprudent to entrust that sloop any longer to a commander who is accused of misconduct and sent for that reason; should that nevertheless occur, it is left to Your Honour's account. As the Bepattij of PamaCassang can well make known whatever he might have to say through letters or envoys, I am satisfied with Your Honour's order to him to stay his journey hither. I 401 From Java's East Coast, the 5th of July 1732. From Java's East Coast, the 5th of July 1732. I remain, after greetings, [underneath:] Your Honour's good friend, [was signed:] J. A. van der Burgh [in the margin:] Samarang, the 9th of June 1732. In response to Your Honour's latest separate letter of the 6th of this month, received the day before yesterday, I refer to my dispatch sent in the meantime on the 9th of this month, because therein, with regard to Balemboangang and the troubles still continuing there, the measures are prescribed to you which I judge ought to be undertaken at present to obtain, with the cooperation of Heaven's goodness, a certain and speedy end to affairs; for which purpose, or first to gather the necessary force, I have already conferred with the Prince of Madura and the Regent of Sumanap, and the enclosures serve to exhort the remaining regents in the Eastern Salient to assist in getting ready and supplying such good warriors and battoors as have been or will be ordered from them for the aforementioned end. Concerning the satisfaction of the Ouloepampang requisition, To the same, dated the 16th of June Anno 1732. To the same, Requisition, 402 From Java's East Coast, the 5th of July 1732. From Java's East Coast, the 5th of July 1732. requisition, I have only to remark repeatedly that whatever is necessary and not superfluous may and must be dispatched and furnished, provided that the cash trusted beyond the determination shall, in any unexpected event, run and be left to Your Honour's account, as also the presently again considerable remainder of silver coin that is in the treasury at Sourabaija and is expected here. I know not whether I must hold to the pretext of Alapaklap concerning the supplies promised to him, or to Your Honour's assurance to the contrary, before the matter is investigated further and he is also heard, for as I have repeatedly encountered erroneous statements in Your Honour's letters, I also fall into doubt in this matter. I look forward with eagerness to the further reports demanded from the Commandant Heinrich and the provisional Resident Schophof, as well as the defense of the commander of the Taxisboom, and likewise Regarding the granting of passes to Bali, or rather the size of the seal for the same, the stipulations and order of Their High Excellencies in the enclosed Article 36 from the Regulation for the use of the seal must be observed. Since the pirates in these parts become bolder from day to day and very much obstruct the coastal trade because I am unprovided with cruising vessels, I recommend Your Honour to have the Samarang pantjallangs and cruising prau-mayangs that are still to the east replaced, if possible, by similar vessels from the Eastern Salient, and to ensure that the Sourabaija regents will fulfill their promises to provide men; meanwhile Your Honour may indeed secretly try to entice some Easterners, but the recruitment or enlistment itself must remain postponed until further authorization.
Dutch transcription
Van JIavas Oostkust den 5: Julij 172. — Van Iavas Oostkust den 5:' Julij 1732. — de Europees heb ik op nieuw reeds weder van Batavia verzogt. Arak zal bij eerste gelegentheid van hier verzon den worden en ik zal ter wijl het nu de tijd is daar op te denken zoo wel verwagten te weeten wat meer ontbreekt als eene distincte op gave wat nog aan de voldoening van uw E: Eisch zoude moncqueeren. Het different van den Capitain der Chineesen Hang Boeijko in den pachter aldaar over het heffen van hal„ „ve pagt van vaartuigen, die hunne lading niet lossen of breeken en alleen aangieren om water moet gedeci„ „deerd worden na den inhoud van art=l 5 511. van ne„ „vens gaande pagt. Conditie wel verstaande dat zul„ ke vaartuigen zich bij uwE: van geen nieuwe pas voorzien al zoo dat de zaak zoude veranderen. — In uwE verzoek ten inkoop van Rijst voor de Comp:es op de passers kan ik geensints bewilligen wijl dat veel ligt een monopolie te weeg brengen en be„ halven dien de-weg weezen zoude om de regenten de voldoening hunner Contingen waar voor uwE zorgen moetingg bezwaarlijken te maaken. Het voornemen om den gezaghebber van de Tapis„ borm eene schriftelijke verantwoord af te Eisschen komt met mijn requisit bij voorige over een maar als er geen andere redenen zijn die sloep her„ „waarts te zenden dan ten afhaal van Arak achte ik dat onnodig, dewijl wij tot Transport van dien drank wel eene andere gelegentheid waar„ nemen zullen en zelfs zoude het on voorzegtig zijn die sloep aan een gezaghebber die van wandevoir beschuldigd en daar op gezonden word, langer toe te vertrouwen 't geen over zulks echter geschieden„ de voor uw E reekening gelaten word. Den Bepattij van PamaCassang 't geen hij te zeggen mogte hebben, wel door brieven of zendelingen kunnende te kennen geven neeme ik genoegen in uwE ordre aan hem om zijne reize heerwaards te staaken. — IK 401 Van Iavas Oost kust den 5:' Iulij 172. — Van Iavas Oostkust den 5: Julij 173. — Ik blijve naar groete /:onderstond:/ uwE goe„ „de vriend /was geteekend/ I: A:t van der Burgh /:in margine:/ Samarang den 9:' Iuny 172. — In antwoord op uw E: Jongste aparte van den 6: deezer Eer„ gisteren ontvangen refereere ik mij aan mijn in tusschen afgezonden schrijven van den 9: hujus dewijl daar bij met op zigte tot Balem boangang ende daar nog al aanhouden„ „de troubelen uwe voorgeschreeven zijn de maatregulen die ik oordeele dat tans bij der hand genomen dienen te worden om met mede werking van 's hemels goedheid een geweest en spoedig binde van zaaken te krijgen; waar toe of om eerst de nodige magt bij een te krijgen, ik den prins van Madura en den regent van sumanap reeds hebbe onderhouden, ende inleggende dienen om de overige re„ „genten in den oosthoek te adhorteeren tot het mede inge„ „reedheid brengen en leveren van zodanige goede krijgers en battoors, als van hun ten Einde voorsz zullen geoor„ „derd zijn of worden. Omtrent de voldoening van den ouloepam pangschen Ad. jdem aan voormede uzae gedat„ „teerd, den 16: Iunij A=o 173. — Ad. Jdem Eisch, 402 Van Iavas Oostkust den 5:' Iulij 172. — Van Iavas Oostkust den 5. Iulij 172. — Eisch heb ik maar alleen bij herhaaling te remarquee„ ren dat al wat noodzakelijkhij niet over bodig is, mag en moet worden afgezonden en verstrekt mitsgaders dat de Contanten die daar boven de bepaaling worden ver„ trouwd bij eenig onverhoopt voorval voor uwE reeke„ ning loppen en gelaten worden zoo mede het tans we„ der importante restant aan silvere munt dat te sourabaija in kassa is en hier word verwagt. Ik. wat niet of ik mij aan het voorgeven van Alapaklap wegens de hem beloofde verstrekkingen, dan aan uwE ver„ zeekering daar tegen moet houden voor dat de zaak nader is onderzogt en sig mede gehoord is want dewijl ik al meermale abusive opgave in uwE: brieven ont„ moet hebbe verzeele ik in deezen ook in twijffel De nadere van den Commandant Heinrich en prov:r „Resident schophof gevorderde berichten zie ik met verlangen te gemoet ook de verantwoording van den gezaghebber van de Taxisboom en zoo meede Omtrent het verleenen van possen naar Ralij of eigentlijk de groote van het segul tot de zelve, moet geobserveerd worden de bepaalingen ordre hunner hoog Edelheden bij nevens leggende art:la 36 uit het Reglement tot gebruik van het zegul. Dewijl de zeerovers hier omstreeks van dag tot dag stouten worden, en den smallen handel zeet belemme„ ren, door dat ik van de vaartuigen ter bekruissing on voorzien ben, recommandeere uwE: om de sama„ rangsche pantjallangs en kruisprauwmaijangs die nog om de oost zijn, door zoort gelijke vaartuigen uit oosthoek bij mogelijkheijd te laten vervangen en zoo dat de sourabaijasche regenten aan hunne beloften ter bezorging van volk beantwoorden zullen terwijl uwE: onder de hand wel tragten moogt eenige oosterlin„ gen bij een te lokken maar de aanwerving of in dienst neming zelve, moet tot nadere qualificatie blijven uit„ dat daar, „gesteld.
English
405 From Java's East Coast, the 5th of July 1772. — From Java's East Coast, the 5th of July 1772. as soon as it can be, to be mindful of the return mission hither. The goods still lacking from your annual requisition are being fulfilled as far as possible and insofar as appears necessary, and are now dispatched with two native vessels under the supervision of two sailors, who must return at the earliest opportunity; however, the 12 soldiers also placed on those vessels for reinforcement may be retained in the eastern corner. The former envoy to Banyumas, Manong Kesumo, I have allowed to return to Surabaya, with a gratuity of 25 rixdollars, which is now charged to the eastern corner to be written off to the account of Balambangan, and the promise of a piece of land near Mount Giri, not larger, however, than for him to find his livelihood there. I therefore charge you to favor him with this, as I could not find it advisable to entrust him with the pusaka kris in question, but indeed to have it returned in due time to the place where it belongs and from where it was summoned by you. While I make every possible effort to obtain gongs for the princes, and to that end—as cannot be unknown to you—have maintained correspondence with all the Company's regents on this coast by missive, I have been informed on good authority, as the enclosed report of the former regent of Malang, Suta Nagara, partly shows and other evidence further demonstrates, that two pairs of gongs have been demanded and received by you from the regent of Pasuruan, which were previously found in the Malang district by the aforementioned Suta Nagara and his bupati; and since you have given me not the least knowledge thereof, and still less sent those gongs to me, I must express my astonishment thereat, while I hereby demand the same on behalf of the Company, with 408. From Java's East Coast, the 5th of July 1772. — From Java's East Coast, the 5th of July 1773. — orders to be able to make use of them on my upcoming journey to the princes. I remain, after greetings, below stood your good friend, was signed S. R. van der Burgh, in the margin Samarang, the 16th of June Anno 1772. Aa. The same to the aforementioned Luzac, dated the 21st of June Anno 1773. — I have duly received your separate letters of the 13th and 14th of this month; and that the Madurese, Sumenepers, Pamekasaners, and other natives present in the Balambangan area kept themselves daily occupied, under an officer with some Europeans, in alarming the enemy through patrols, doing all possible damage, and ruining and burning the villages and places where the rebels might still find provisions, is completely well and accords with the intention in my written instructions. But that the provisional Resident Schophoff makes no mention of Captain-Lieutenant Heinrich in his latest letters, and that the latter does not even write himself, astonishes me greatly and makes me long to know the required reason thereof, with approval of what was written to the former, Ab. The same 409 From Java's East Coast, the 5th of July 1772. — From Java's East Coast, the 5th of July 1773. — to proceed if possible to Kota to assess the situation, and to confer on the necessary matters with Heinrich, and also subsequently to send over a written report thereof, which I look forward to receiving from you as soon as possible. Regarding the force to be assembled for Balambangan, I persist with what was written to you on the matter in the separate letter of the 9th of this month; and not doubting that Madura will meet the requirement to supply 2,000, and Sumenep and Pamekasan over 500 men each, the remaining 1,000 to 1,100 men still lacking for the project can very easily, I believe, be furnished from the other regencies in the eastern corner in proportion to the number of their cacahs, and thus the force can be brought to a total of 4,000 men in auxiliary troops alone, excluding the easterners, if you only determine in time with the Prince of Madura when his people will be ready for departure, and ensure that the others are also ready by that time. And since I am very much in favor of following the general custom regarding the native, I recommend the same to you; but since, on the other hand, there is more of a political reason, which I trust cannot, or at least ought not to be unknown to you, to employ in the first place mostly Madurese, and in the second place Sumenepers and Pamekasaners, and by contrast to excuse the others, especially the Surabayans, as much as possible for the present, you might also be somewhat more mindful of this than has seemed to be the case until now and even in the present instance, as I cannot fathom upon what custom or principle it rests that the Surabayan regents, pursuant to your requisition from them, must alone deliver 600 warriors and as many baturs toward furnishing the aforementioned 1,000 to 1,100 men,
Dutch transcription
405 Van Iavas Oostkust den 5:' Julij 172. — Van Iavas Oost kus dn 5:' ulij 172 draa het weezen kan op de terug zendeling der her„ „waards verdogt te zijn. De op uwE: Jaarlijkschen Eisch nog gemanqueerd hebben„ „de goederen worden na mogelijkheid en zoo verre het no„ dig voorkomt voldaan, en tans afgezonden met twee Jn„ landsche vaartuigen onder op zieht van twee matroosen die ten eer sten te rug keeren moeten maar de ook op die vaartuijgen ter versterking geplaaste 12 militairen kunnen in den oost hoek aangehouden worden. Den geweezen sendeling naar Bajoe Maas Ma„ nong kesoemioe, heb ik naar sourabaija laten te rug keeren, met een douceur van rd:s 25:' die tans den oost „hoek aangerekend om ten lasten van Balembrangang afgeboek te worden:/ en belofte van een stukje Land na bij den berg geri, niet groote echter, dan dat hij er zyn bestaan vinden kan Ik gelaste uwE over zulks hem door mede te favoriseeren, dewijl ik niet raadzaam hebbe kunnen vinden hem de bewuste pozak„ ken krist toe te vertrouwen, maar wel om die op zijn tyd weder te doen bezorgen ter plaatze waar die hoord en door uwE van daan ontbodem is. Terwijl ik alle mogelijke moeite aanwende om gongs voor de vorsten te bemagtigen, en ten dien Einde /:gelijk uwE niet onbekend kan zijn:/ alle s Comp:s Regenten op deeze kust daar toe bij missiev onderhouden hebbe, ben ik van goeder hand onderrigt geworden, invoegen het in„ „leggende relaas van den geweesen Malangs regent soe„ „ta Nagaraa gedeeltelyk en andere bewijzen nadia aantoonen, dat door uwe van Passourouangs regent op geEischt en ontvangen zyn twee paren Gongs, door gem: soeta Nagaira en zijn bepattij bevoorens in het Malangsche gevonden; Ende wijl uwE: mij daar van geen de minste kennisse gegwin, en nog minder die Gongs toegezonden hebt moet ik my„ „ne verwondering, desweegen te kennen geven terwijl ik dezelve bij deezen sComp=s weege op Eissche met ken Last 408. Van Iacas Oostkust den 5:' Julij 172. — Van Iavas Oostkust den 5:' Iulij 173. — Last om mij aanstaande reise naar de vorsten gebruik van te kunnen maaken Ik blijve naar groete /:onderstond/ uwE goede vriend /was geteekend/ S: R: van der Burgh /:in margine / Samarang den 16: Iuni Ao 1772. Aa- Jdem aan voormelde Luzac gedat„ „teerd den 21:' Iuni A„o 173. — Te gelijk zijn my wel geworden uwE aparte van den 13 en 14: duzer en dat de zich in het balem boangsche bevindende Madureesen sumanappers pamacas sangers en andere Jnlanders, haar dagelijks bezig hiel„ „den, onder een officier met eenige Europees door pat„ torulles den vijand te ontrusten alle mogelijke af„ bruik te doen, inde negoryen en plaatzen daar de Rebellen nog levens middelen zoude kunnen vinden ruineeren en verbranden is ten vollen wel en komt met de intentie in mijn aanschrijven over een maar dat den p:l Resident schophoff, bij zijn jongste brieven van den Capitain Luitenant Heinrich geen gewagt maakt, en deeze zelfs niet schrijft verwonderd mij zeer en doet mij verlan„ gen en daar van gevorderde reden te weeten, onder opprobatie van het den eersten aangeschreeven Ab. Jdem 409 Van Iavas Oostkust den 5: Julij 172. — Van Iavas Oostkust Den 5: Iulij 173. — om zich bij mogelijkheid naar Cotta te begeven de zaaken op te neemen, en met Heinrich het nodige te overleggen, mitsg=s daar van vervolgens over te zen den een schriftelijk bericht dat ik na ontvangst bij uwE op het spoedigste te gemoete zie. Omtrent de bij een te brengen magt voor balem„ boangang persisteere ik bij het uw E: daar toe aan„ geschreevene bij aparte van den 9: hujus en niet twijf„ felonde of Madura zal aan het requisit om 2000 su„ manap en pamacassang om ieder ruim 500 koppen daar te bezorgen voldoen, zullende dan nog aan het pro„ „jelt manqueerende 1000 a. 100. koppen zeer fociel, mee„ „ne ik uit de andere Regentschappen in den oosthoek na rato het getal hunner Tjatjas te fourneeren en dus de magt op groote 4000 koppen alleen aan hulp troupen, buiten de oosterlingen te brengen zyn als uwE nu maar in tijds met de prins van Madura be„ „paald wanneer zijne volkeren ingereedheid tot va„ „trek zullen zijn en zorge draagd dat de andere tegen die tijd ook klaar zijn; En dewijl ik en zeer voor ben de algemeene usantie omtrent den Jnlander te volgen recommandeere ik uwE: zulks ook aan doch nadien er aan de andere zijde meer aan eene politicque reden is die ik vertrouwe dat uwE niet on„ „bekend kan, ten minsten niet behooren te zijn, om in de eerste plaats meest Madureesen en in de twee„ „de sumanappers en Pamacassangers te Emploijeeren en daar en tegen de andere inzonderheid de sourabaij„ „ers, en voor altans, zoo veel geschieden kan te Excusee„ „ren mog uw E ook daar op steeds, wel wat meer ver„ dagt zyn dan tot heben en zelfs in het presente ge„ val schijnt te zyn geschied alzoo ik niet kanpene„ treeren op nat usantie of grondregel rust dat de soura baijasche regenten tot fournissement van de opgemelde 1000 a 1100 koppen, alleen, ingevolge uwE requisit van hen 600. krijgers en zoo battoors moeten „trek leveren,
English
411 From Java's East Coast, the 5th of July 1772. From Java's East Coast, the 5th of July 1772. to deliver and which, according to your previous letter, they were said to have solemnly promised to have ready within a month, but against which their objections have, on the contrary, been presented to me from another side. I shall await further clarification from you regarding this, and desire at the same time at the first opportunity a statement of the distribution that will have been made by you after the date of each cacah for the furnishing of men across the respective regencies, besides Madura, Sumenep, and Pamekasan, as aforesaid, as well as how many men the Surabayan Regents are obliged to deliver daily for the service of the Company's lodge and how many are now actually demanded of them, because it has also appeared to me that the demand far surpasses the obligation, and this not only conflicts with custom, but moreover cannot fail to make the native unwilling and averse in other matters. For which reasons I cannot consent to your proposal to have rice purchased at Surakarta for the eastern corner, as appears from today's general letter to you and the Council, just as one has conditionally prohibited the export for some time to prevent distress; I adhere to that, noting that the rice cannot be so very scarce in the eastern corner now that private individuals still carry that grain from there to Batavia, and I also cannot imagine that towards the harvest the fear of a shortage of what is necessary for distribution can be so great unless the crop has failed entirely, which God forbid. So that you, in such an unexpected circumstance, will have to bear the brunt, that quantity can always be supplied 413 From Java's East Coast, the 5th of July 1772. From Java's East Coast, the 5th of July 1742. supplied, the principal place having been saved from its great distress and the crop around here having already partly succeeded so well, while the rest looks so favorable, that one thinks to be able to assist the eastern corner in case of well-founded necessity. Under an officer with the necessary non-commissioned officers, the soldiers promised in the previous letter, of whom twelve have already departed, are to follow in the next few days, and with the further letter promised by you I await further reports from the Blambangan region, and also concerning the seven jungkungs that had retreated before our cruisers under the Balinese shore, as well as the confirmation of the news that the renowned Mas Wilis has died of a wound received, while the rebels are weakening and from time to time some are coming over to our side, as can be gathered from the letter of the provisional Resident Schophoff dated the 7th of this month. The postillion who had delivered my separate letter of the 4th of this month at Sidayu, and went ahead with other letters to Madura and returned via Surabaya, having properly obeyed my order to him, has therefore done well, which I wished to note here for your information. Since to my surprise I still do not know the outcome of the ordered reclamation by the titular Junior Merchant Schophoff of the perahu mayang and crew stranded on Bali Badung and detained by Gusti Ngurah Jambe, you must, pursuant to the accompanying venerated missive from Their High Nobilities by separate letter of the 30th of May last and my letter to him, reclaim that vessel and that crew from him on the Company's behalf, with the promise of assistance with powder and lead upon the immediate restitution of both. The Still From Java's East Coast, the 5th of July 1772. From Java's East Coast, the 5th of July 1772. Still not having received all the goods of Rongo Lawe, nor the proceeds of that which was to be sold there and transferred, I desire to know what is amiss with that. While awaiting both, I remain after greetings, at the bottom stood, your good friend, was signed, J. R. van der Burgh, in the margin, Semarang, the 21st of June, Anno 1772. My latest separate letter to you is dated the 21st of this month, and having yesterday received yours of the 23rd, I approve therewith, in so far as the arrangements and settlements made on the foundation of my earlier letter of the 9th for assembling the newly projected force for Blambangan, in expectation that if the Pangeran of Madura together with the other Regents fulfill the promises and requisitions for the provision of men, the difficulties raised by you can be cleared out of the way without delaying the work, and that the expedition, following the prescribed plan as soon as possible, will finally reach the desired end, for which the latest reports again give hope, if one Another separate letter to Mr. Luzac, dated the 29th of June 1772. Still himself 415
Dutch transcription
411 Van Iavas Oostkust den 5: Iulij 172. — Van Iavas Oostcust den 5 Julij 172. — leverens en die zij volgens uwE vorig schrijven hei„ lig zouden hebben beloofd binnen een maand in gereed „herd te brengen dan waar tegen mij van eene ande„ „re kant ter Contradie hunne bezwaarnissen zijn voor gekomen. Jk zal hier omtrent nadere illucidatie van uwE verwagten, en begeere teffens bij eerste ge„ gelegentheid zo wel eene opgave van de verdeeling die tot fournissement van volk over de respective regentschappen, buiten Maduca Sumanap en pa, ma cassang door uw E als voorzeyd na dato van een ieder Tjatjas zal weezen gemaakt als hoe veel volk de sourabaijsche Regenten dagelijks gehouden zijn ten dienste der logie van de Comp:e te leveren en hoe veel en tans weezentlijk van hun gevergd word, om dat my almede voorgekomen is dat de verging de verpligting verpligting virre surpassecad en zulks niet alleen tegen de usantie strijd, maar boven dien niet anders dan den Jnlander in andere zaaken onwillig en avers maaken kan Om welke redenen ik in uwe voorstel om ryst te souracarta te doen in koopen voor den oosthoek met bewilligen kan bij gemeene driev van heden aan uwE en den Raad, zoo wel blijkende als dat min om verlegentheid te prevenieeren den uitvoer Conditioneel voor Eenige tijd heeft g'interdiceerd, gedraage mij daar aan onder remarque dat de ryst zoo heel schraal in den oosthoek niet weezen kan nu particuliere dien Corlvan daar nog naar ba„ tavia voeren en ik mij ook zoo men verbeelden kan dat tegen den oogst de bedugting voor gebrek aan het nodige tot de verstrekking zelfs zoo groot weezen kan of het gewas moet in het geheel niet zijn geslaagd, dat godt verhoede. als dat uwE zich in zulken onverhoop te omstandigheid zult het zwaar„ „ste blijven moeten die quantiteit altoos kan worden gesuppleerde 413 Van Iavas Oostkust den 5:' Juliy 172. — Van Iavas Oost Cust den 5: Julij 1742. — gesuppleerde zijnde de hoofdplaats uit haare groo„ „te verlegentheid gered en het gewasch hier omstreeks reeds voor een gedeelte zoo wel geslaagde mitsgaders het overige nog zoo favorabel staat, dat men in staat denkt te zullen zijn den oosthoek in Cas van gegron„ „de noodzakelijkheid te kunnen assisteeren. — Onder een officier met de noodige onder officieren staan de bij voorige beloofde militairen waar van reeds twaalf vertrokken zijn, eerst daags te volgen en bij het door uw gepromitteerde nadere schrijven wagte ik na„ dese berigten uit het balemboangsche, en ook omtrent de seven gontings die zich voor onze kreuisses onder de Balijsche wal hadden geretireerd, zoo meede de Con„ firmatie der tijding dat den gewaarde maas wil„ „les aan een ontvangen quetzuure zoude overleeden zijn, mitsg=s de rebellen verzwakken mner van tijd tot tijd eenige tot de onze overkomen, gelyk uit de briev van den p„l Resident Schophoff de dato 7: deezer op te maaken is. De postiljen den mijne aparte van den 4: hu„ „jus te sidaijoe afgegeven hadt, en met andere brieven na madura voerigestorken mitsg=s over sourabaija te rug gekomen is mijne ordre aan hem behoorlijk geobo„ dieerd hebbende heeft overzulks wel gedaan 't geen ik tot uwE naricht bij deesen wel hebbe willen no„ „teeren. Dewijl ik tot verwondering nog al den uitslag niet weete van de geordonneerde, op Eissching door den onder koopman titulaia schaphof der prauw„ maijang en manschappen op balij Badong gestaand endoor gijste Moeta Djambij aangehouden, zal uw E. ingevolge het nevens gaande gevenereerde aanschrijven hunner hoog Edelheden bij aparte van den 30 meij Jongstleden en mijn briev aan hem, dat vaartuig en die manschappen van hem 's Comp wegen moeten rela„ „meeren onder belefte van assistentie met kruit en lood na de dadelijke restitutie van het een en ander. De Nog Van Iavas Oost kust den 5: ulij 172. — Van Iavas Oost cust Den 5 Julij 172. — Nog al de goederen van Rongo Lawe zoo min als het provenue van het geene daar zoude worden ver„ kogt en overgemen met ontvangen hebbende begeene ik te weeten waar aan dat haperl Terwijl ik ondre in wagting van het een en andere naar groete blij„ „ve /:onderstond:/ uwE goede vriend: /: was geteekend:/ I: R: van der Burgh /: in margine/ Samarang Den 21:' Iunij: A„o 1772. — Mijne Jongste aparte aan uw is gedateerd den 21: hu„ „jus en gisteren ontvangen hebbende den uwe van den 23:' daar aan approbeere ik. in zoo verre de op fundament van mijn vroeger schrijven van den 9. gemaakte schik„ kingen en arrangementen, tot het bij een brengen der nieuw geprojecteerde magt voor Balemboangang in ver„ wagting dat als den pangirang van Madura nevens de verdere Regenten aan de beloften en requisiten ter bezorging van volk komen te volk komen te voldoen de door uwE gemoveerde zwaarigheden, zonder ver„ „traaging van het werk zullen uit den weg te rui„ men zijn, en dat de Expeditie na het voorgeschree„ „ven plan zoo spoedig mogelijk gevolg nemende En„ „delijk het gewenste Einde berijken zal waar toe de Jongste berigten alweder hoope geven, als men Nog een Aparte aan de heer Lu„ Zac, gedatteerd den 29:' Junij 1772. — Nog zich 415
English
417 From Java's East Coast, the 1st of July 1772. From Java's East Coast, the 6th of August 1772. may rely on the letters from Captain Lieutenant Heinrich and the provisional resident Schophof dated the 12th and 16th of June respectively. In the meantime, you ought to dissuade the prince of Madura from putting his people ashore at Passourouang, and in the event of a sufficient number of vessels for transport, in order to prevent unpleasant encounters and further ruin of the land, set the assembly place for the troops not west of Panaroekan. And since I have now, with Ensign Bischarmer who departed the day before yesterday on two native vessels, in addition to four artillerymen, two sergeants, two corporals, and 35 privates sent to you shortly after one another, 102 first-rate military men, mostly old hands, must indeed also send as many European warriors as is ever possible with the native force to Balemboangang. Meanwhile, I consider it not only advisable, but even a matter of great necessity, to have the force to be assembled led by a capable officer versed in the language and the country, and accordingly to command Ensign Mierop thereto and under him Ensign Bischarmer, the more so as the former is known to the Madurese and will best know how to lead and hold those people together. As for the provisions, artillery, and baggage, no more than is strictly necessary must be taken over land, and the remainder directly transported by sea to Oeloepampang. Heretofore I have indeed approved your implemented and drafted arrangements, but since the aforementioned distribution over the respective regencies, Madura, Sumanap, and Pamacassang in this being excluded, does not appear to me proportionate to the number of each one's tgatjas, I shall expect elucidation and clarification in this regard, as well as concerning the 1200 pieces of beams which the deceased Panembahan of Madura was said to have bought from 419 From Java's East Coast, the 5th of July 1772. From Java's East Coast, the 8th of July 1772. from a Palembang Juragan Said, who has since also died, and which the Pangerang requests to be allowed to deliver to these his authorized representatives; furthermore, what the truth of the matter is, and to which contract on this subject you referred the prince. The requisition for what you say is most urgently needed for the eastern salient and the expedition, and for the satisfaction of which you insist, I have again not found among the papers. Meanwhile, regarding your proposal for the purchase of rice at Souracaata, I refer to separate and general letters of the 21st and 24th of this month; and upon observing from the papers not yet received regarding the lading of Tulpenburg that one has nonetheless been incautious enough at your end, without proper regard for embarrassment, to divest oneself of all supplies of rice, one will try from here to provide the eastern salient with that grain and also with dried fish. Having already made a request to the capital for seafarers, who are also lacking here, these will upon receipt also be sent to the eastern salient. And if their High Excellencies' ordinance on the small seal is not clear enough to you, you should address the Political Council by general letter for elucidation in that regard, since matters of that nature require no secrecy or merit no separate treatment. I persist in the conditional recall of the Samarang cruising pantjallangs, and if vessels are needed for the transport of people or victuals and they cannot be obtained otherwise than by means of hire, I can indeed give my consent thereto, the rent being stipulated accordingly, and also to equip and victual the same as needed, but no further, because whatever is necessary and unavoidable may and ought to take place. But your further request to also provide such vessels with everything that is lacking is too indefinite to enter into, because one already to a,
Dutch transcription
417 Van Iavas Oostkcust Den 1:' Iulij 172. — Van Javas Oostcust den 6: Augi 172. — zich op de brieven van den Capitain Luilenant Hein„ „rich en den provisioneel resident schophof de dato 12:' en 16 Junij respective verlaten mag. Intusschen diend uwE den prins van Madura te diver„ „teeren, om zijne volkeren te passourouang aan land te zetten, en bij een toerijkend getal vaartuigen tot Transport, om onaangenaame den Contres en verdere rui„ „ne van het land voor te komen de verzamel plaats aan troupen niet bewesten panaroekan te bepaalen endewijl ik uwE nu, met de eergisteren twee Jnlandsche vaar„ tuigen buiten vier arthilleresten vertrokken vendrig Bischarmer twee Sergeant, twee Corporaals en 35. gemeene kort op Elkander toegesonden hebbe 102 militairen primo plan, meest oude gasten, zul„ ten ia ook zoo veel Europeesche krijgers als maar immers mogelijk is, met de Jnlandsche magt na Balem boangang moeten gesonden worden terwijl ik het niet alleen raadsaam, maar zelfs een poinct van veel noodsaakelijkheid achte de bij een te brengen magt door een bekwaam taal en landkundig officier te doen gelijden en overzulks daar toe den vendrig Mie„ „rop in onder hem den vendrig Bischarner te Com„ mandeeren te meer den eersten bij de madureesen bekend zijnde, dat volk nog best zal weeten te leij„ „den en bij een te houden doel van de provisien arthel„ „terij en bagagie moet niet meerder aan noodsaake„ „lijk is voor land, en het verdere oversedirect naar oeloe„ „pampang getransporteerd worden. Hier vooren heb ik wel geapprobeerd uwE te werk gestelde en beraamde schikkingen doch dewijl de volzs ver„ „deeling over de respective regentschappen /: nadura sumanap en pamacassang in deezen uitgezondert / my niet geevenoedigd na het getal van een ieders tgatjas voor komt zal ik deswegens zoo wel Elucidatie en opheldering verwagten; als omtrent de 1200: p:s bal„ ken die den overleden panembahan van Madura van voor 419 Van Iavas Oostkust den 5:' Iulij 172. — Van Iavas Oostkust den 8: Iulij 172. — voor een sedert meede overleden palembangs Juragan Said zoude hebben gekogten welke den pangerang verzoekt aan deeze zijne gemagtigden te mogen afgeven wijders wat van de zaak is en tot welk Contract. ten deezen su„ „jette uwE: den prins overgeweesen hebt. Den Eesche van het geene uwe zegd voor den oosthoek ende Expeditie hoogst benobigd te zijn, en om welkers voldoening uwE insteerd, heb ik weder onder de papie„ „ren niet gevonden; terwijl ik mij omtrent uwe voordragt ten inkoop van rijst te souraCaata referere aan aparte en gemene Letteren van den 21 en 24 deezer en bij ontwaaring uit de nog niet ontfangen papieren wegens de belading van Tulpenburg, dat men in gegoonde bedagting voor verlegentheid, bij uwE: al echter onvoorzigtig genreg„ geweest is; zich van allen voorraad van rijst te ontdoen den oosthoek van heer met dien korl en ook met drooge visch zal tragten te voorzien. Om zeevarende, die men hier ook manqueerd reeds verzoek van de hoofplaats gedaan hebbende zullen die bij bekoming ook na den oosthoek gezonden worden, en als de ordonnantie hunned hoog Edelheden op het kleinzegel uwE niet duidelijk genoeg is diend uwE zich om eluci„ „dutie deswegen bij gemeene briev aan den politicque raad te addeesseren dewijl zaaken van die natuur geen secre„ „tesse vorderen of geen agaate bedeeling meriteeren. Bij het Conditioneele op ontbod der samarangsche kruis„ „pantjallangs persisteere ik en indien er vaartuigen tot transport van volk ofte vivres nodig en die niet anders dan bij wijze van huur te bekoomen zijn, kan ik daar toe ende huur er na bedongen wordende, ook om dezelve na benodigheid /: doch niet verder:/ te Equipeeren en te vie„ „tualieeren, mijne toe stemming wel geven, omdat wat noodsaakelijk en niet te menageeren is, mag en behoor„ plaats te vinden, maar uw verder verzoek om aan zodanige vaartuigen ook alles te verstrekken wat ont„ „breekt, is te onbepaald om er in te treeden wijl men aan reeds een,
English
From Java's East Coast, the 5th of July 1772. From Java's East Coast, the 5th of July 1772. a defective or unrigged vessel could often cost considerably more than it is worth itself, and much less in rent, which does not suit the Company. I approve the orders given to observe the island of Hoessa with the three prahu gunting that are staying there again, as well as the appropriate recommendation to the bupati of Pamekasan to prevent the absconding of the people from that district. However, I cannot accede to your request for the payment of some extra expenses made by Captain-Lieutenant Heinrich, since, after all, the orders of their High Excellencies—sent to you in extract and already repeated by me once—dictate that you yourself must keep a separate account of all extra expenses and expenditures, and send them monthly for approval by the same. I am surprised that you have not complied with this until now, but, without seemingly reflecting upon it, make requests contrary to it. After greetings, I remain, underneath was written, your good friend, was signed, J. R. van der Burgh, in the margin, Samarang, the 29th of June 1772, underneath, agrees, was signed, J. R. van der Burgh. Since the wives of the recently sent Pangeran Danu Paja and Raden Merta Sana have most urgently requested me to be allowed to follow their husbands, I did not wish to refuse them this and am sending them now to Samarang, accompanied by the son of Danu Paja named Raden Mastik Kiman, his nurse Nyai Kudus, an aunt of the same named Ungkuwati, as well as a son of the Raden Merta Sana named Raden Sukardi, with the very kind request that it may please the Right Honourable to ship those persons away as soon as possible. After the customary preface: Copy. Translation of a Javanese missive written by the Susuhunan Pakubuwana etc. to the Noble Lord Governor and Director of this coast, Johannes Robbert van der Burgh, received at Samarang on the 23rd of June Anno 1772. Written From Java's East Coast, the 8th of July 1732. From Java's East Coast, the 5th of July 1772. Written on Friday the 19th of the month of Rabi' al-awwal 1698. Underneath, translated by me, was signed, C. P. Boltze, Translator, lower, agrees, was signed, C. P. Boltze. Since my submissive communication of the 27th, that I would arrange with the Prince of Madura when his people will be ready for departure, and thus take care that the others are also ready by that time, I have the honour respectfully to propose to the Right Honourable, for most favourable approval, regarding their arrangement and for the fulfillment of what is lacking: His Highness sent me his emissaries today, with whom I have settled the following in so far as possible, upon the Prince's request, that His Highness would have ready by the 27th of the upcoming new moon, which would be by the end of the upcoming month of July, two thousand Madurese warriors and two thousand battoors for the commoners and eight hundred battoors for the mantris and other chiefs; that of those two thousand battoors, for the service of the Company to carry the Company's artillery, ammunition, and further provisions in Balambangan, would be Copy. Separate missive written by the undersigned Commander, dated the 29th of June Anno 1772. Copy. given From Java's East Coast, the 5th of July 1712. From Java's East Coast, the 5th of July 1772. given five hundred battoors; to which I replied whether two Madurese warriors could not manage with one battoor for them, because such an encumbrance of so many battoors might often be disagreeable to the Right Honourable. However, those emissaries remained by their opinion and further gave me to understand that, for the transport of the aforementioned people by the appointed time, the Prince would have ready for three thousand two hundred heads thirty large vessels of various sorts and three hundred kramans, and that His Highness very humbly requested rice for his people, since he was and would be completely destitute of it, with an urgent request to provide for this in accommodation of His Highness. Whereupon I replied that I would report to the Right Honourable both regarding the vessels still lacking and the statement regarding the rice, but that it would cause the utmost dissatisfaction to learn that His Highness's statement implied a complete provision of rice for his people; to which the aforementioned emissaries also proposed to me to have the horses for the chiefs and other mantris, to the number of two hundred and twenty-five, escorted overland to Panarukan. They persisted in their request, notwithstanding that I presented to them whether they could not conveniently be distributed among the transport vessels. And to their further discussions and concerns that, in crossing over to Panarukan, some vessels might often become separated, or whether they could not touch at Bangil, Besuki, etc., and that the Prince would leave a mantri at each of those places for supervision, I gave them as an answer that if His Highness indeed gave good orders and under strict prohibition thereof, as well as appointing a capable chief on each vessel to be accountable, those people would not dare to undertake such measures, which run aside from and against the highly venerated intentions of the Right Honourable, because the general gathering place at Panarukan must, after all, be kept in mind, and that I indeed trusted that the chiefs over them to the Right Honourable...
Dutch transcription
921 Van Iavas Oost kust den 5: Iulij 1772. — Van Iavas Oostkust Den 5:' Julij 172. — een defect of onopgetuigd vaartuig dikwils vrij meer zoude kunnen te kosten leggen als het zelfs, en veel minder in huur waardig is 't geen de maatschappij niet Convenieerd De gestelde ondre om het Eiland Hoessa met de op nieuw zich daar onthoudende drie prauw gontings te observeeren approbeere ik zoo wel als de g'ppaste recommandatie aan den bepatti te pamacassang, om tegen de verloping der volkeren van dat district te zorgen, maar in uwE verzoek ter afbe„ taaling van eenige Extra uitgave, door den Capitain Suitenaant Heinrich gedaan kan ik met treeden terwijl immers de uwE in Extract toegezonden en door mijn al Eens herhaalde oa„ „dre hunner hoog Edelheden dicteerd dat uwE zelfs van al„ „le Extra uitgave en spendatien een aparte reekening, moet houden en die zelfs smaandelijks ter approb door hoog de„ zelven overzenden. Ik verwondere mij dat uwE: daar aan tot leden niet hebt voldaan, maar zonder zoo het schijnt daar op te reflecteeren verzoeken dien tegenstrijdig doet. Ik blijve naar groete /:onderstond:/ uwE: goede vriend /:was geteekend:/ J„s R„k van der Burgh /:in margine:/ Samarang den 29:' Iuni 1772. /:onderstond/ Accordeert /:ismar /:was geteekend:/ I: R: van der Burgh. — Dewijl mij de vrouwen van de laatst versondene Pang: Danoe Poijo en Radeen Merto Sono op het instantigste vra„ „sogt hebben om hunne Mannen te moogen volgen heb ik haar lieden zulks niets willen wijgeren en sinde desel„ „ve thans na Samarang, verseld van de zoon avan Danoe Poije genaamt Radeen Mastikk kiman desselfs opvoedster Ajaij koedoes in een Moeij van denselven gen:t onko watti, als meede een soon van den Radeen Merto sono genaamt Radeen soekardi, met zeer vriendelijk versoek, het uwel Ed G:t Agtb: behaagen mooge, die perzoonen hoe een hoe liever af te scheepen. Na gewoone voorreeden Copia Translaat Jav: Missive gesz: door den soesoehoenang Paloeboeana etc:a Aan de Edele Hier Gouverneur en directeur deeser kuste Io„ „hannes Robbert van der Burgs ontfangen te Samarang den 23: Junij A:o 1772: — Geschreeven 423 Van Iava Oostkcust Den 8: Juli 1732. — Van Iavas Oostkust den 5:' Iulij 172. — Geschreeven op vrydag den 19.:' der maand Rabioelawal 1698 /:onderstont /: getranslateerd door mij /: was geteekend:/ C: P: Boltze. Transtateur /: lager / Accordeert / was geteekend/ C: P: Boltze F„r Sedert mijne submisse bedelinge van den 27: dat met de prins van Madura bepalen zoude, wanneer zijne volkeren in gereedheid tot vertrek zullen zijn, en dus zorge te dragen, dat de andere tegen die tijd ook klaar zijn, zoo heb ik d'eere uw wel Edele Achtb: eerbiedig voor te dragen ter gunstigste approbatie over derselver schikkinge en ter vervulling van het gebreekende zijn hoogheid heeft mij huijden zijne zendelingen toegezonden met dewelke ik aan in zoo vere het navolgende het be„ paalt op desprincen versoek dat zijn hoogheid tegen den 27: van 't aanstaande nieuw ligt 't welk tegen uld:o van d' aanstaande maand Juli zoude in gereedheid hebben Twee duijzend maduree„ „se krijgers en twee duizend battoors voor de gemeene en agt hon„ dert battoors voor de mantries en andere hoofden, dat van die twee duizend battoors ten dienst van de Comp:e om 's Comp:s geschut, am„ munitie en verdere provisien in het Balamboangse zoude ge„ Copia Aparte missive geschreeven door den ge„ zaghebber ondergeteekende gedatteerd den 29: Iuni Copia geven/ Ao 1772. 425 Van Iavas Oostkust Den 5:' Iulij 1712. — Van Iavas Oost kust den 5:' Iuliy 172. — „gevende vijf hondert battoors, op het welke ik repliceerde of twee madureese krijgers met een battoor voor hun niet bestaan konde want dat dikwer f een gesleep van zoo vee battoors uwel Edele Achtb: mnaangenaam mog te zijn zoo bleven egter die zendelingen bij hun sentement en gaven my wyders te kennen dat de prins tot Transport van voorsz volkeren tegen bepaalde tijd voor drie duisend Twee hondert koppen zoude in gereedheid hebben der„ „tig grote vaartuigen in zoort en drie hondert Cramans en dat zijn hoogheid omtrent de rijst voor zijn volk zeer ootmoedig Eyj luus verzogt, vermits geheel daar van distituut was en zoude zijn met instandig versek daar in te willen voor zien ter gemoed koming van zyn hoogheid waard op ik zoo omtrent de nog ont breekende vaartuigen als het opgegeve omtrent de rijst uwel Edele Achtb: zoude voordragen dog dat het hoogst den selve geen genoege zoude geven te vernemen dat zijn hoogEed op gave een geheele restitutie van rijst voor zijn volk in zig dehels de, waar bij nog voorschreeve zendelingen mij voor droogen om de paarde voor de hoofde en verdere mantries ten getalle van Twee hondert vijf en twintig over den land wig te laten ge„ leide na Panaroekan, zoo persisteerde zij bij hem verzoek niet tegenstaande ik hun voor heelt of dezelve niet gevoege„ „lijk in de vaartuigen ter transport konde verdeelt worden en op hunne verdere discoursse en beswaarnisse dat dikwerf by het oversteken na Panasoekan eenige vaartuigen mogte komen te verwijderen of dezelve niet op banger, besoeke &=a konde aangieren, en dat de prins op ieder dieaplaatsen een mantrie tot toesigt zoude laten, gaf ik hun lieden tot antwoord dat zoo zijn hoogheid immers goede vrdre stelde en onder strengelijk verbod van het zelve zoo wel als om op iedir vaartuig een bekwaam hoofd ter zijnen verantwoor„ ding stelde die volkeren zodanige bezijde en tegens de hoog gevenereerde intentie van uwel Edele Achtb: aanloopende maat regulen niet zoude durven onderstaan want dat im„ „mers degeneraale versamel plaats te Tanaroekan in het oog diende gehouden te worden, en dat ik immers vertrouwde dat de hoofde over deselve aan uwelEdeele Achtb: Twa
English
From Java's East Coast the 5th of July 1732. From Java's East Coast the 5th of July 1772. in this marching expedition and further conduct would endeavor to give greater satisfaction, and to the fame and renown of the Prince's Highness would observe his strictly to be given orders better than had yet happened; thus remaining as an encumbrance is the procurement of transport for sixteen hundred Madurese heads and the rice for the total number of heads, being 2000 warriors 2000 battoos 800 battoors of the mantris and chiefs 4800, of which the prince has undertaken to provide transport vessels for 3200 and requested the Company's assistance for the transport of 1600 heads, the necessary vessels, and rice for 4000 heads, regarding which, as aforesaid, I then take the liberty to solicit Your Right Honorable's highly wiser judgment, venerated disposition, and authorization as to whether I shall hire or press the vessels for the aforesaid peoples, and whether the rice for the peoples by us The sailors their goods and embarked, soldiers having properly accounted here return herewith, while I, with humble expression of thanks for their favorable dispatch, respectfully remain, underwritten, title, lower, Your Right Honorable's obedient faithful servant, was signed, P:r Luzac, in the margin, Sourabaija the 29th of June 1772, still lower, P:S: After the closing of this I receive the enclosed communication from Oeloepampang, which I have the honor to present to Your Right Honorable shall be delivered. However much I have made known to the aforesaid emissaries that the aforesaid proposition and multiple raised difficulties would certainly displease Your Right Honorable, I have nevertheless been scrupulous about disposing of the same finally, in order not to bring myself into suspicion with Your Right Honorable frequently through contrary reports from another side. shall From Java's East Coast, the 5th of July 1772. From Java's East Coast the 5th of July 1772. to offer, besides 25 Balambangan prisoners of war from Adirogo sent by Ensign Fisscer, who today, on the occasion that the Petronella returns, departed thither with the vessel of the Chinese who died at Bancallang for the greatest speed, as we had no other vessel at hand, underwritten, Agrees, was signed, J: R: van der Burgh. In dutiful reply to Your Right Honorable's honored letter of the 8th of this month, it serves to state that to date no PamaCassangers have yet arrived, nor have I heard anything as to whether they are indeed on their way. And I would have already given satisfaction to the requisition of their High Honors and the Honorable Governor regarding the provisions of Captain Copy of a separate missive from the Titular Junior Merchant and Resident at Oeloepampang, Hendrik Schophoff, to the Commander at Sourabaija, Mr. P:r Luzac. Copy Lieutenant From Java's East Coast the 5th of July 1773. From Java's East Coast the 8th of July 1772. Lieutenant Rijgers. if I had not already been afflicted by sicknesses for two months now, and now once again already the 6th day with a new fit, namely a paralysis in the legs, have had to keep to the bed through great hurt and pain. Expressing my thanks for the information regarding the return of the Jagis boom there, the Petronella has come in very handy here because of the highly necessary provisions brought here, and I am sorely longing for native seafaring men in order to be able to man the vessels, even though nothing has been discovered of the Balinese movements for a long time, but whereon we cannot rely that they will keep quiet. Mr. Heinrich not yet being cured of his wound, affairs with Ensign Jenigen, God be praised, have up to now been handled with good success. The assembly I used with Mlap Max has nevertheless had the effect that the commoners who had absented themselves have partly reappeared again, though they have acted with no less cowardice than before, as was evident to Ensign Guttenberger at Cambiron in his command recently. When that force of 3000 heads shall have arrived here, then From Java's East Coast the 5th of July 1717 From Java's East Coast the 5th of July 1772. then I do hope to see an end to all these troubles, which I not only long for, but so that those rebels without mercy, having burned everything, may be dealt with and brought under according to their deserts, wherein the 100 Europeans, under an attentive, capable, and courageous officer, along with the Company's Malays, are most to be relied upon. Herewith I let the Petronella return, which however I needed very much here, but have returned for the transport of rice, as it is the most necessary thing here; with which little vessel such prisoners of war, according to the enclosed muster roll, have been transferred as were captured actually belonging to the rebels, the same going under escort of a corporal and four private Malays of the company of Waijahan Boejong, who must be returned at the first opportunity. The daily continuous rains have prevented the patrols, which according to custom are sent out daily, from going out. For the securing of six men among the prisoners of war, I have returned two of the shackle bolts brought by the Petronella, with their locks, to that little vessel, which I request may be sent back again at the first occasion; the two Madurese Loeras Barrat Ketiega Soeke prisoners going.
Dutch transcription
427 Van Iavas Oostkust den 5:' Iulij 1732. — Van Iavas Oostkust Den 5:' Julij 172. — in deeze opmaasch Exppeditie en verdere gedrag meerder ge„ noege zoude tragten te geeven en tot roem en naam vande prim hoogt desselfs stipt te gevene ordre bitea zoude ob„ serveeren als nog wel geschiet was; dus dan tot beswaar nisse overblijft de bezorging tot transport van sestien hondert madureese koppen En de rijst voor het totaal ge„ tal der koppen als 2000. krijgers 2000. battooas 800 battoors van de mantris en hoofde 4800. , waar van de prins voor 3200. transport vaartuigen aangenomen heeft te besorgen en versogt voor 1600. koppen Comp:s assistentie tot transport de benodigde vartuigen ende rijst voor 4000 koppen over het welk als voors ik dan de vrijheid: gebruike uwel Edele Achtb: hoog wijzer oordeel gevenereerde dispositie en qualificatie off te vragen of de vaartuigen voor voorsz volkeren zal in huur aannee„ men dan wel pressen en of de rijst voor de volkere door oms De mattroos hun goedere en ingescheept, mili„ „tairen alhier behoorlyk verantwoord hebbende retour„ „neren bij dezen, terwijl ik onder ootmoedige dank„ betuiging voor derselver gunstige toe sending reveren„ telijk verblijve /:onderstond:/ titul /:lager:/ uwel Ed: Achtb: gehoorsame getrouwe dienaar /:was getee„ „kend:/ P:r Luzac /:in margine:/ Sourabaija den 29:' Iuni 1772. /:nog lagers:/ P: S: Na het sluit„ „ten deeses ontfang ik in Close bedeling van oeloe„ „pan pan welke d' eere heb uwel Ed: Achtb: aan zal werden geleverd: hoe zeer ik nu voorz: zendelingen wel te kennen gegeven heb, dat voorst: propositie en veel„ vuldige g' opperde zwarigheden uwel Edele Achtbaare zeker„ lyke mishagen zoude, zo ben ik egter scrupuleus ge„ „weest om over het zelve ten finale te disponneeren om mij dikwerf door rapporten van een andere kant ten Con trarie met bij uwel Edele Achtb: in verdenking te brengen. zal 429 Van Iavas Oostkust, Den 5:' Julij 172. — Van Iavas Oostkust den 5 Julij 172. — te bieden beneffens 25: krijgs gevangen balembo„ „angers van Adirogo door den vaandrig Fisscer afgesonden, welke huiden bij gelegentheid dat de pe„ „tronella weder retourneert is met het vaartuig van den tot Bancallang overleden Chinees om de meeste spoed derwaards vertrekken alzoo bij ons geen on„ „der vaartuig aan handen was /:onderstond/ Accor„ „deert /:was geteekend:/ J: R: van der Burgh: — In verschuldigde rescriptie op uwel Ed: Achtb: gehonoreerde van den 8:' deeser, „dient, dat tot heeden nog geen PamaCas„ „sanger is aangekomen, ook niets ver„ „nomen heb of deselve wel op weg zijn. En zoude reets al voldoening„ hebben gegeven aan 't requisiet van haar hoog Ed:s en d' Edel Heer Gouverneur, omtrent de verstrekkingen van den Cap=n Copie a Copia Aparte missive van den Titulair onder„ koopman en Resident te oeloepam„ „pang Hendrik Schophoff, aan den Gezaghebber te Sou„ rabaija M:r P=l Luzac Copie Lieutenant 431 Van Iavas Oostkust den 5: Julij 173. — Van Iavas Oostkust den 8: Julij 172. — Lieutenant Rijgers. z:, indien nu niet al twee maanden lang door ziektens was bezogt en nu andermaal reets de 6: dag met een nieuw toeval namentlijk een verlamming in de beenen door grote smert en pijn het led heb moeten hou„ „den. Bedankende mij voor het bedeelde wegens de te rug komst van de Iagis„ „boom aldaar zijnde de Petronella heer zeer van Pas gekomen wegens de hoog nodige provisien hier aangebragt en ben ik met smerte verlangende na Jnlandse zievarende om de vaartuigen te kunnen bemannen, of schoon van der baliers beweginge en lange niets ont„ dekt heeft kunnen worden Edog waar op wij ons met vertrouwen kunnen dat zij zig stil sullen houden. De Heer Heinrich van zijne quet„ „suur nog niet genesen zijnde de za„ „ken met den vaandrig Ienigen Gode zij dank tot nog toe met goed succes is be„ handelt De vergadering die met Mlap Max gebruik hebbe is egter van dat Effect geweest, dat de gemene die zig ge„ absenteerd hadden weder voor een gedeel„ te zijn te voorschein gekomen, egter met geen minder Lafher„ tigheid als te voren g'ageerd heb„ „ben, gelijk den vaandrig Gutten„ „berger te Cambiron gebleeken is in zijne Commando laastleeden. Wanneer die magt van 3000. kop„ „pen alhier zal g'arriveerd zijn zoo 433 Van Iavas Postcust Den 5 uij 1717 Van Iavas Oostkust den 5: Julij 172. — zoo hope dog een Einde van alle die troubelen te zullen zien, waar na niet alleen verlange, maar op dat die rebellen zonder gena„ „de /: als dat alles verbrand hebben„ „de :/ mogen behandelt en t en onder gebragt werden na merites waar bij de 100. Europeese, onder een attent, bekwaam en moedig officier met de Comp:e Maliers of de meeste staat te maaken is. Bij dezen late de Petronelle retourneren die egter hier zeer wel benoodigt hadde, maar ter transportering van rijst, als hier het allernoodsakelijk„ „ste hebbe laten retourneren: met welk bodemptje zodanige krijgs gevangene na luit inClose naam rollet„ „tje laaten overgaan als weezentlijk tot de rebellen behorende zijn op gevangen gaande dezelve onder escorte van een Corporaal en vier gemeene maleiers van de Comp:e van waijahan Boejong, wel„ „ke ten eerste bij gelegentheid te rug ver„ e dagelijkse onophoudelijke regens hebbende Pattrouilles die volgens gewoonte dage„ „lijks werden uitgesonden tegen gehouden om uit te gaan, tot het secureren van ses mannen onder de krijgs gevangenen heb ik van de door de Pe„ „tronella aangebragte boeybouts, twee met hun sloten wederom aan dat bodemptje af„ gegeven, die versoeke bij eerste occagie we„ derom te rug mogen gezonden werden; gaan de twee madurees Loeras Barrat ketiega soeke. gevangene
English
From Java's North East Coast, the 5th of July 1772. and Soera Diradja herewith for further examination to Your Honorable Worships, wherewith I enjoy the honor to call myself with due veneration: Title: Your Honorable Worships' very submissive servant, was signed: H:k Schophoff, in margin: Oeloepanpang, the 23rd of June 1772, below stood: Agrees, was signed: J: R: van der Burgh. Right Honorable, Valiant, Highly Esteemed Lord and Honorable Sirs On the foundation of Your High Noble Honors' honored authorization and order by respected separate missive of the 4th of May last, having undertaken on the 7th of the past month of July the journey to the princely courts of the Emperor and of the Sultan, and having returned on the 16th of this month, I consider myself obliged to make a report of my proceedings to Your High Noble Honors, with excuses however, in order not to trouble Your High Noble Honors' highest attention with all the ordinary matters that are further observed on such occasions, besides being known to Your High Noble Honors, the more so because I can say in general terms and may assure Your High Noble Honors that I was received by each prince in particular in the most gracious manner, entertained most kindly with marks of goodwill, and that I parted from them full of peace-loving thoughts, in the most favorable disposition toward the Company, while the splendor, pomp, and luster which shone through in everything at both courts demonstrated the increasing wealth of the princes from the flourishing of their subjects and lands, and their inclination to settle amicably the ngoris disputes and other differences, of which I shall speak in more detail presently, are in my opinion speaking proofs that they, penetrating more and more the pleasantness of rest and peace, apply themselves to maintaining it. To His High Nobility, the Right Honorable, Valiant, Highly Esteemed Lord, Petrus Albertus van der Parra, Governor-General, together with the Honorable Gentlemen Councillors of the Netherlands Indies. From Java's North East Coast, the 28th of August 1772. To the From Java's North East Coast, the 28th of August 1772. From Java's North East Coast, the 20th of August 1772. In the first conference that I had with the Emperor two days after my arrival, the prince made known to me his displeasure against Pangeran Ario Mankoenagara, because he did not show him the due honor as Emperor, having not appeared at the court nor on the Paseban on the ordinary court days for over seven years, and that when coming on extra occasions into the Kraton or into the Company's Lodge, he was always provided with a multitude of armed men, exceeding his retinue in rank by far, desiring that I might bring the Pangeran to his duty and to better thoughts, as he had now harbored hatred for some time. I did not delay in speaking with the Pangeran the following day about these matters, but seeing that he sought to justify his conduct by pretending that the Emperor and just as little his first ministers, meaning the prime minister Sasra Diningrat and the courtier brother-in-law Raden Tommongong Tjotro Nagara, did not respect his status, descent, nor years, yielded to him in nothing, did him many petty slights, and brought him into low esteem among the common people, and that my friendly remonstrances to bring him to another frame of mind found no entrance, I tacked about and held before him in earnest terms his sworn oath of submission to the prince, his so often repeated promise of obedience to the Company, and his duty, and asked him whether he, having received considerably more from time to time than was promised him upon his rise and submission, was not also more than obliged to fulfill all that I demanded of him and advised him to do. Whereupon he first touchingly lamented the loss of the Ratoe Bendoro, his and his family's misfortune, adding to his further excuse that never had any of the points that now served to his grievance been presented to him, but that even shortly after the loss of his wife it had been permitted to him to appear at court or not at his pleasure, and subsequently declared with warmth that he relied fully on the Company and would never undertake anything against it, but even at the time of his wandering would much rather have submitted to it and not to one of the princes, had he not been held back and misled successively by the Sultan and by his brother, ending with the request that he might retain the liberty to appear at court or not on the ordinary imperial days and to continue living in quiet, or, which he preferred above all, still be placed directly or solely under the Company. I had very great difficulty in making the Pangeran understand the unreasonableness of his request and in dissuading him from it, but after much exchange of arguments back and forth, seeing that I would give no credence to the alleged permission to come to court or not at his pleasure, and lending an ear to my statement that Your High Noble Honors desired that he fulfill the promises solemnly sworn upon his rise and submission and made later, for otherwise he would make himself guilty of breach of oath and ingratitude, he yielded himself to me, desiring that I should then instruct him how he must behave henceforth, with the urgent request that I would effect the Company's protection, affection, and favor more and more for him and especially for his children; and if it could not be now, then if it ever became possible, to have the Ratoe Bendoro back; that
Dutch transcription
435 Van Iavas Oost kust den 5 ulij 1732. — en soera diradja bij deesen ter nadere Examina„ tie aan uwel Ed: Achtb: mede over waar mede d'eere geniet mij met verschuldigde venera„ „tie te noemen /:onderstond:/ Titul /:lager:/ uwel Edele Achtb: zeer submissen dienaar /:was geteekend:/ H:k Schophoff /:in mar„ „gine:/ oeloepanpang Den 23:' Iuni 1772. /:on„ „derstond:/ Accordeert /:was geteekend:/ I: R: van der Burgh: — Hoog Edelen Gestr: Goot Achtb: Heer En Wel Edele Heeren Op fundament orwer hoog Edelheden g'eerde qualificatie en ordre bij gerespecteerde aparte missive van den 4: mei Jongst„ leden den 7: der gepasseerde maand Iuli, de reise naar de vors„ telijke hoven van den keijzer en van den Sulthan aange„ nomen en den to deezer te rug gekomen zijnde, agte ik mij verptigt vwer hoog Edelheeden verslag van mijne verrig tingen te moeten doen met Excuseering echter, om hoogst Aan zijn Hoog Edelheijd Den hoog Edelen Gestr: Grot Achtb: Heer. Petrus Albertus van der Parra. Gouverneur Generaal, nevens de wel Edele Heeren Raaden van Neder„ landsch Indie. Van Iavas oostkcust Den 28:' Aug:s 173. — Aan der 437 Van Iavasoostkust den 8: Aug:s 1733. — Van Iavas oostkust Den 20: Aug:s 172. — derzelver attentie niet te vermoeilijken van al het ordinaire wat bij dier gelijke gelegentheden meer in agt genomen ongeobser„ „veert, mitsgaders vwer hoog Edelheden bekend is te meer dewijl ik in generaale termen zeggen kan en uwe hoog Edelheeden verzeekeren mag, dat ik door ieder vorst in het bizonder op de gratieuse wijze gerecipieerd, met blijken van welme„ nendheid op het vriendelijkste onthaalden van hun geschieden ben vol vrede lievende gedagten, in de favorabelste dispositie om„ trent de Comp:e terwijl de pragt praat en luister dewelke aan beide de hoven in alles doorstraalde der vorsten toenemend vermogen, uit de floriscance, hunner onderdanen en Landen aantoonden en hunne genegentheid om de ngorijs verschillen en andere differenten /:waar van ik aanstonds nader spree„ ken zal (in het vriendelijke uit den weg te ruimen, mijns er agtens spreekende bewijzen zijn dat zij moer en meer het aan„ genaame van de ruest en vreede ponetreerende zich zelfd er op toeleggen om die te blijven behouden. In de eerste Conferente die ik met den keizer twee oogen na mijn aankomst hadt gaf op den vort mij zijn ongenoe„ „gen tegen pangerang Arie Mancoenagara, te kennen, om dat hij hem als keijzer de verschuldigde eere niet bewees al sedert ruim seven Jaaren op de ordinaire tegew: dogen met aan het hof nog op de Passebaan verscheenen was, en dat hij bij Extra gelegentheden in de Craton of in sComp:s Logie ko„ mende altoos was voor sien aan een menigte gewapende volk zyn gevolg in staat verde te bovengaande, begeerende, ik mogte den pangerang tot zijn pligt en betere gedachten brengen als hij nu al eenigen tyd haat gevoed. Ik draalde niet den pangerang sdaags daar aan over het een en ander te onderhouden maar ziende dat hij zyn gedragt tragte te billijken met voor te wenden den kei„ zer en even min zijne eerste ministers /: meenende den rijksbestierder Casta Diningrat en Tronsten zwager Radien Tommongong Tjocoo Nagara / met reflectee„ „rende op zijn staat afkomst nog Jaaren, hem in niets zenden, veel kleinigheden aandeeden, en in min agting bij het gemeen bragten, en dat mijne vriendelyjke ver„ togen om hem in een ander den kleed te brengen geen in gang vonden wenden ik het over eene andere boeg en hield hem in hartelijke termen zijnen gedanen Eed hij van 439 Van Iavas oostkust den 28. Aug:s 173. — Van Iavas oostkust Den 20 Aug:s 172. — van onderwerping aan den vorst, zijne zo dikwerf her„ haalde belofte van gehoorzaamheid aan de Compagnie en zynen perligt niet alleen voor maar vroeg hem, of hij im„ portant meer van tyd tot tyd gekregen hebbende, als hem by zyn op komst en onderwerping was beloofd ook niet meer dan verpligt was al wat ik van hem vergde en hem aan rade na te komen. waar op hij eerst aandoenlyk het gemis van de Ratoe Bendore zijn en families ongelukkig tot beklagende tot zyn verdere verschoning bij bragt dat nog nooit een der poincten die nu tot zijn beswaar strekken hem voor„ gehouden hadt, maar dat hem zelfs kort na het ver„ „lies van zijne vrouw was gepermitteerd geworden, na wel gevallen al of niet ten hove te verschijnen en vervol„ gins met dreeft verklaarde dat hij zich ten vollen verliet op de Compagnie en nooit iets tegen haar ondernemen zou„ „de maar zelf ten tijde van zijn omswerving zich veel eer„ „der aan haar en niet aan een der vorsten zoude onder„ worpen hebben was hy niet naElkander door den sul„ than, en door zijnen broeder tegen gehouden en mis„ leit, Eindigende met verzoek tot hij de vrijheid mogt behou„ „den, om op de ordinaire keijzers dagen al of niet aan het hof te verschijnen en in stilte te blijven leven, aan wel /: dat hy boven alles verkoos / als nog direct of alleen onder de Compagnie gesteld worden. Ik hadt zeer veel moeite om den pangirang de onge„ remndheid van zijn verzoek te doen begrijpen en hem daar van te diverteeren doch na veel reden wisseling over en weer ziende, dat ik geen geloof aan de voorgewende per„ missie, om na welgevallen al of niet ten hove te komen wilde slaan en het oor leenende aan mijn gezegde dat uwe hoog Edelheden begeerde, dat hij de bij zijn opkomst en on„ derwerping plegtig beswooren, en nog laaten gedaane belof„ „ten nakwaam, want dat hij zich bij het tegendeel aan led„ breuk en ondankbaarheid zoude schuldig maaken gaf hij zich aan mij als over begeerende dat ik hem dan onder„ rigten zoude hoe hij zich voortaan moest gedraagen, met instantie dat ik wilde bewerken 's Compagnies protester„ toegenegentheid en gunst meer en meer voor hem en inzon„ derheid voor zijne kinderen; om konde het nu niet zijn dan als het eens mogelijk wierd de Ratoe Bendoro terug te hebben; „den dat
English
From Java's east coast The 28 Aug:st 173. — From Java's east coast The 20. Aug:st 172. — that the emperor and his ministers show him somewhat more distinction, that the former alongside the chief might also always candidly confront him with his faults if he committed anything that deserved reproach, without drawing disadvantageous consequences from it beforehand, that the emperor being inclined to appear in public on ordinary imperial days or on other days, or to speak with him separately whenever, so as to have some privilege above others, might let him know through one of his servants, and also then that he might obtain the districts of Panjerlan and Pamardijn to augment his rather meager revenues. I was fully assured of the emperor's inclination toward the latter and also sufficiently assured that he would be satisfied with the other points, and therefore promised the pangerang to do my best for the one as well as for the other, provided he solemnly assured me that he would behave in all things toward the Company and the emperor according to duty and obligation; that he would obey their orders, that at the first announcement that the emperor would appear in public or wished to speak to him, he would pay his respects just like other court grandees without demanding a request for that purpose or more than a bare notice; that he would follow ancient Javanese custom and equity in all things, and also henceforth bring no more people within the emperor's Craton or court, nor within the Company's Lodge, than was required for his cortege according to the custom of the country, especially no armed men without special permission; that through my intercession, receiving the requested two villages from the emperor as wedono /: but not otherwise :/, he would once and for all be content with that and would desist from his petition for the sultan's village kamagetten and for the /: according to his claim : / 200 pieces of reals per year formerly promised to him by this monarch for the surrender of the daughter of paccalongang's former regent; and finally that he would fulfill the promise I demanded of him and repeat it in the presence of the Emperor, of the chief Straalendorf, of the Empire's Administrator Sasra Diningrat, and of the Samarang Head Regent Adipattij Soera Dimongollo. Everything was well and to his satisfaction, except for From Java's east coast The 28: Aug:st 173. — From Java's east coast the 28. Aug:st 172. — my last requirement, as he could not understand why this had to take place in the presence of so many. However, he allowed himself to be persuaded and also fulfilled both, when a few days later, the emperor with his court retinue came to pay me a return visit for the entire day in the Lodge and shortly after their arrival I seized the opportunity to go into a separate room with the monarch, the pangerang, and other persons. The pangerang there promised everything that I had presented to him in the Javanese language, stood up and showed his respect for the emperor, and repeated several times that he was inclined to do nothing other than what was equitable and dutiful, whereupon the well-meaning monarch also immediately gave orders to his first minister to hand over the districts of Panjalan and Pamardijn to the Prince in the capacity of wedono, I having, on the special request of the emperor, caused a sort of certificate of what occurred in this meeting to be furnished by the persons who were present there, which accompanies this in copy under Letter A: and was delivered in duplicate to the monarch and to the Pangerang; while I may add that the Prince has since fulfilled his promise and has appeared at court on all imperial days to the satisfaction of the monarch, and I also hold it as proof of his good intentions that he even directly informed me that the daughter of Radien Ronge Prowrosodiridjo, the sultan's brother-in-law and head of the Mantjanagaras, having run away from her husband, a son of the Pangerang of Madiun, accompanied only by two maidservants, had come to seek refuge with him, with a petition to know how he ought to behave regarding that woman; and since I was also informed that he had refused this fugitive to the emperor's Empire's Administrator, who claimed the same at the request of the sultan's first minister without the knowledge of either monarch, and had replied that he did not intend to surrender her without my prior knowledge, I have encouraged him to do so, as Your High Noblenesses may please see from the pangerang's letters and my answer added hereto in copy under Letter B and C, and of which I expect to learn the outcome at any moment.
Dutch transcription
441 Van Javas oostkust Den 28 Aug:s 173. — Van Iavas ostkust Den 20. Aug: s 172. — dat den keijzer en zijn ministers hem wat meer distinctie bewezen, dat den eersten nevens het opperhoofd, hem ook al„ toos Cordaat zijn fauten mogten voorhouden indien hy uets dat reproche verdiende beging, zonder er alvorens na„ „deele Consequentien uit te trekken, dat den roost gene„ gen zijnde op de ordinaire keijzers of op anderen dagen in het publicq te verscheinen of om hem, wanneer ook afzonderlijk te spreeken zulks om eenig voorregt boven andere te hebben, door een zijner bedienden mogte laaten weeten, on dan ook dat hij de districten van Panjerlan en Pamardijn mogte bekomen tot vermeerdering zyner maar sobere jnkomsten. Ik was van 's keijzers genergdheid tot het laatste ten vollen en ook genoegzaam verzekerd, dat hy in de andere poincten genoegen nemen zoude, en beloofde daarom den pangerang mijn best tot het een, zoo wel als tot het ander te zullen doen mits hij mij plegtig verzekerde omtrent de Compagnie en den keijzer zich malles na pligt en gehoudenisse te zullen gedraagen; de ordre derzelver te zullen obedieeren, op de Eerste aankun„ „diging dat de keijser in het publicq zoude verschijnen of hem wil„ „de spreeken, zijn opwagting even als andere hof grooten te zul„ „len maaken zonder verzoek daar toe of meer dan eene bloote waar„ schouwing te begeeren; Dat hij in alles de oude Javasche ge„ woonte ende billijkheid zoude volgen, en ook voortaan nog binnen des keijzers Craton of hof nog binnen s Comp:s Logie geen meer volk brengen dan tot zijn statie na 's lands wijze verlischt wierd, voor al geen gewappende buiten speciale permissie dat hij door mijne voorspraak de verzogte Tue negorijen van den keijker als wedono /: doch anders niet:/ krijgende, zich eens voor al daar mede te vreeden houden en van zijn instan„ „tie om 's sulthans Negorij kamagetten en om de /: volgens zijn voorgeven door deesen vorst:/ hem wel eer beloofde 200 p:s realen 's jaars voor de overgaer aes doelters van paccalon„ „gangs voorige regent afzien zoude; en lindelijk dat hy de belofte die ik van hem vergde gestand deed en herhaalde in presentie van den Keijzea, van het opperhoofd Straalen„ „dorf van den Rijx bestieadrea Sasva Diningrat en van den Samarang Hoofd Regent Adipattij Soera Dimongollo Alles was wel en na zijne genoegen be„ diging halven 443 Van Iavasoostkust Den 28: Aug:s 173. — Van Iavas oostkust den 28. Aug:s 172. — „halven mijn laatste requisit, als niet kunnende begrijpen waar„ om zulks in zoo veeler tegenwoordig geschieden moest, Echter liet hij er zich toe overhalen en heeft ook aan het een en ander vol„ daan, waneer weirig dagen daar aan, den keijzer met zijn hofstoot mij een Contra visite voor den ganschen dag in de Logie kwam geven en ik kort na hun komst de gelegentheid Capteer„ „den, met den vorst den pangerang ende andere perzoonen in een apaat vertrek te gaan. De pangerang beloofde daar al wat ik hem in de Javansche spraak liet voorhouden, stond op en bewes zijn eerbied voor den keijzer, en herhaalde verschei„ „den- maale dat hij niet anders gezind was als om te doen wat „billijk en pligtelijk was waar op de welmeenende vorst rok direct aan zijnen eersten minister ordre gaf om de dis„ tricten van Panjalan en Pamardijn aan den Prins in qualiteit van wedono over te geven hebbende ik op spe„ „ciaal requisit des keijzers, van het geene in deeze bij een komst voorgevallen is, door de daar bij tegenwoordig ge„ „weest zijnde perzoonen een zoort van getuig schrift doen verleenen dat onder L=ra A: deezen in Copia verzeld en in afschrift, aan den vorst, en aan den Pangerang af„ „gegeven is; ter wijl ik er bijvoegen mag, dat den Prins sedert zijne behofte nagekomen en op alle keijzers dagen tot genoegen van den voorst aan het hoff verscheenen is mitsga„ ders voor een bewijs zijner goede intentie houde, dat hy my zelfs direct kennisse gegeven heeft, dat de dochter van Ra„ „dien Ronge Frowvisodiriajo 's sulthans Zwager en hoofd der Mantjanagaras van haar man een zoon van den Pangerang van Madion weg gelopen zijnde, eenlijk verzeld van twee meeden schuilplaats bij hem was komen zoeken, met instan„ „tie om te mogen weeten hoedanig hij zich met die vrouw zoude te gedragen hebben en dewijl ik ook wierd geinfor„ maat dat hij aan's keijzers: Rijks bestier der deeze vlugte„ „lingen, die de zelve op verzoek van s sulthans eersten mi„ nisters, buiten weeten van een der vorsten reclameerden geweigerd en geantwoord hadt, niet ooornemens te zyn haar fuuten mijn voorkennisse over te geven, heb ik hem daar toe aangespoort gelijk vwe hoog Edelheden gelieven na te zien bij des pangerang brieven mijn antwoord onder L=a Den C. deezen in Copia bygevoegd, en waar van ik het susles alle ogenblikken verwagte te vernemen. gegeeven De
English
From Java's East Coast, 28 August 172. — From Java's East Coast, 28 August 172. — The sultan has let no opportunity pass to make known to me in an engaging and friendly manner his heartfelt wish, desire, and longing, even once in the presence of all his sons and court dignitaries, that the succession of the Mataram Empire might be established upon his son, the pangeran Adipati Anom, to whom he has also given the name of Mankoenogoro and whom he seems to love as the apple of his eye, and who is already held in great esteem and honor by high and low with much distinction as crown prince. But as I was not equipped with any authorization or order regarding this matter, but know that your High Noble Lordships have, for weighty reasons, resolved to reserve to yourselves the declaration on the point of the succession, I did not express myself further on this subject than to renew that assurance, on the basis that your High Noble Lordships, by secret resolution of 21 June 1765, were pleased to attach the seal of approval to the assurance given on that subject to the ruler by the late Councillor Extraordinary of Ossenberch by letter of 11 July 1763, and to flatter him with the hope that if he perseveres in his good intentions, and his son behaves well, the choice of your High Noble Lordships in due time would likely fall on no one else. The ruler was so well pleased and satisfied with this answer that, after publicly declaring that he owed everything he possessed to the guidance of God and the Company, he recommended that his son always remain attached to it, adding: it is no more than fair that if you do not behave well in due time, the Company will reject you, for then you are also not worthy of the Mataram Throne. Meanwhile, from this declaration of the sultan, his frankness in other matters, and no less from the emperor's esteem, attachment, and evident trust in and toward the Company, I believe I may deduce their peace-loving goodwill, and I would dare to assure your High Noble Lordships that neither of the two will easily undertake anything against the company, nor readily against each other, were it not that, as your High Noble Lordships recently observed with good reason in the respected separate missive of 27 March, the instability and discontent of the Javanese princes, especially when they think they have been harmed or insulted, often leads them to matters of which one can hardly foresee the appearance, and which have repeatedly influenced the general peace and tranquility and will likely do so again if something human should befall one of the two rulers, now that they both have legitimate heirs, before pangeran Aria Mancoenogoro. For this Prince, who possesses so much power that he is more or less feared by them, or at least regarded as the one who could tip the balance, will then apparently, as the rulers themselves are visibly afraid, raise his horns and try his fortune with weapons once more if he is not promptly forestalled through the intervention of the Company. To this end, in my opinion, which remains always submitted to the wiser judgment of your High Noble Lordships, it would be very useful if your High Noble Lordships were pleased to make some determination regarding the succession, to serve in the event of an unexpected death for the instruction of whoever is entrusted with the authority here on the coast, especially because the emperor possesses a weak bodily constitution and his only legitimate son has reached only four to five years of age, while if such a determination were ever to leak out, it could not have such dangerous consequences now, because in the event of opposition from one or the other, the rulers themselves would certainly take care of their own. I pray your High Noble Lordships forgive me this digression. However well-disposed I have found both rulers, and although they even requested my assistance to settle and decide the still existing village disputes, I have nevertheless been just as unable to persuade the emperor to cede part of Passerenang, which he has given to his son as an appanage, for the disputed part of Samman that pangeran Aria Mancoenagora unlawfully possesses, as I have been unable until the very last moment to convince the sultan to relinquish those two districts and to content himself with [illegible] the
Dutch transcription
445 Van Javas oostkust Den 28: Aug„s 172. — Van Iavasoost kust Den 28: Aug:s 172. — De sulthan heeft geen gelegentheid laaten passeeren om mij op eene inneemende vriendelijke wijze zynen wensch hartelijk verlangen en begeerten zelff eens in presentie van alle zijne zoons en hof- grooten te kennen te geeven dat de successe van het Mattarnissee Rijk mogt ge„ vestigd worden op zijnen zoon, den pangerang Adipat„ „tij Anom, die hij ook de naam van Mankoenogoro gege„ ren heeft, en als zijn oog appel scheijnt te berinnen, mitsg=s reeds bij groot en klemn als kroomprins met veel distinc„ tie word geacht en ge-eerd Dan dewijl ik met geen qualificatie of ordoe hier omtrent was gemunieerd, maara weete dat uwe hoog Edelheden de verklaring over het po„ met der successie, om wigtige redenen aan zich hebben geresolveerd gehouden, heb ik mij deswegen niet verder uitgelaten, als op fundament, dat uwe Hoog Edelhe„ „den bij secreete resolutie van den 21. Junij 1765. het ze„ „gel van goedkeuring hebben gelieven te handen aan de verzeekering door wijlen Den heer Raad ordinair van ossenbesch bij biev van den 11: July 1763. den vorst op dat sutjet gegeven die verzekering te vernieuwen en hem te vlijen met de hoop, dat als hij bij zijne welmenend„ „heijd volherd, en zijnen zoon zich wel gedraagd, de keuse ower hoog Edelheden in der tyd ook waarschynelijk op niemant anders vallen zoude, met welk antwoord den vorst ook zoo wel in zijn schik en voldaan was dat hij na opent„t lijke betuiging dat hij alles wat bezat door de bestierings Gods aan de Compagnie verpligt was, zyn zoon recomman„ deerde zich altoos aan haar te houden, met bijvoeging het is niet meer dan billijk, dat als gij u in der tijd niet wel gedraagd, de Comp:e u verwerpt, want dan zijt gij ook den Matarmschen Throon niet vaardig. Ik meen ondertusschen uit deeze betuiging van den sulthan, zijne openhartigheid in andere zaaken, en niet minder uit des keijzers agting attachement en blijkbaar„ vertrouwen voor, aan en op de Compagnie, hunne rrede„ „lievenden welmenendheid te mogen opmaaken en ik zoude ower hoog Edelheden wel durven verzeekeren, gee„ „ne van beide minner iets tegen de maatschappije, en ook niet ligt tegen elkander ondernemen zal, was het niet dat, gelijk ower hoog Edelheden, nog jongst met grond te bij 447 Van Iavas oostkust Den 28. Aug:s 172. — Van Iavas oostkust Den 28: Aug=s 172. — bij gerespecteerde aparte missive van den 27: maart aange„ merk hebben, de wankelbaar en misnoegheid der Javasche princen voor al wanneer zij meenen benadeeld of beledige te zijn hen dikwils tot zaaken brengd, waar van men zich den schijn nauwlijks voorspellen kan en dewelke te meer„ malen invloed op de algemeene rust en vreede hebbend gehad en waarschijnelijk weder hebben zullen wanneer een der misten nu zy beide wettige erven hebben, voor pangerang Aria Mancoenogoro iets menschelijks mogte over komen. want deeze Prins, die zoo veel vermogen heeft, dat hij min of meer bij hun gevreesd, ten minsten gehouden word voor den geene die de balans zoude kunnen doen overslaan, zal dan apparent zoo als de vorsten zelfs blijkbaar bedugt zijn de hoorens opsteeken en zijn fortuin andermaal met de wapens beproeven in„ „dien hij dan niet spoedig door tusschen komst der Comp:e worde geprevenieerd, waar toe na mijn gevoe„ „len dat altoos aan uwer hoog Edelheden wijzer oordeel blijve gesubmitteerd, het zeer nuttig zoude zijn, wan„ neer hoogst dezelven, omtrent de Successie eenige be„ „paaling gelievde te maaken, om bij een onverwagt sterf geval te dienen tot na rigt van den gene die het gezag hier ter kuste word toevertrouwde, bizonderst om dat den keijzer een zwak Lighaams gestel omdraagd en zijn eenig„ ste echte zoontje, nog maar vier a vijf Jaaren bereikt terwijl als zodanige bepaaling al eens kwam uit te lec„ ken tans zulke dangereuse gevolgen niet hebben zou„ de kunnen wijl bij oppositie van den een of ander, de vor„ „sten ieder voor de zijne zelfs wel zorgen zoude voer Hoog Edelheden bidde ik, vergeve mij deeze uitwijding. Hoe genegen ik ook beide de vorsten gevonden, en of schoon zij zelfs mijne adjude verzogt hebben; om de nog subsisteerende Negorijs verschillen af te doen en te beslissen heb ik Echter zoo min den keijzer kunnen ee„ suadeeren om voor het questieuse gedeelte van Samman dat pangerang Aria Mancoenagora onwettig be„ „zit, iets van Passerenang dat hij zijn zoon tot eene appennage gegeven heeft afte staan als den sul„ than voor op het laatste ogenblik, kunnen overhalen om van die beide districten af te zien en zich met. paaling het
English
From Java's East Coast, the 28th of August 1772. From Java's East Coast, the 28th of August 1772. to satisfy with the situated exactly between both Petjes, whereby, since the emperor has directly consented to the surrender thereof, this principal point has been removed out of the way thus far; while also some other negorijen, after I, with the chief Lapro, had convinced the Grand Vizier Danoeredja that he, or at least his servants, by scraping and striking through in the so-called book of Cleppoe, according to which the first division of the lands occurred, did not proceed in good faith, have been divided to mutual satisfaction. And after both princes also embraced my proposal to properly surrender both the lands that each other's subjects have actually robbed and those previously divided but not delivered, and to leave the further places in dispute, which are not known in the book and therefore cannot be decided, under the prince by whose peoples the same are currently possessed; as well as to have accurate new registers drawn up by the Grand Vizier Danoeredja with the chief Lappo of the lands that the Sultan currently possesses, whether known or unknown, and to subsequently examine them here at Samarang against each other under my supervision, and after direct decision of the errors or disputes to mutually seal them, I hope not only to see an end to this unpleasant affair, but also that disputes of that nature will be prevented once and for all, although it is certain that the compilation of these new registers will cost much trouble and time. The Emperor and the Sultan have shown themselves equally willing for the construction and completion of the lodges at their expense. That at Soura Carta not having been started yet, a place has been selected for it on the main road, right across from the prince's Dalm, which I shall shortly have surveyed by the engineer Soestman in order, if found suitable, to draw up a plan for a defensive lodge and begin the construction; and at Djocjo Carta, according to a plan by the former engineer Haak, From Java's East Coast, the 28th of August 1772. From Java's East Coast, the 28th of August 1772. Haak not having progressed any further than that the moat has been dug and the outer wall erected with four openings for gates, whereby, while all the servants must make do in bamboo houses, there is also not the least security either for him or for the Company's effects and goods, the first-mentioned engineer is also to depart thither to mark out the inner wall so that it may be raised and completed with the gates, for which the Sultan, since my departure from there, has already ordered his subjects to gather the necessary bricks and lime. Regarding the increase of the collection and delivery of the country's products, and especially of fine cotton yarn and cardamom to the Company, the most favorable promises were indeed made to me, but it was also testified that no proof of willingness could be given this year, considering that due to the heavy rains in the past and even up to July of this year, the crop of kapas, cardamom, long pepper, and cubeb pepper was poor or failed entirely; and since the fierce rains had no less influence along the coasts on the indigo plant as well, I must make known to Your High Excellencies the impossibility of meeting the demands for cotton yarn, indigo, and cardamom this year, neither in quantity nor in quality, while I even find myself obliged to solicit Your High Excellencies that this, for this time, may be taken into favorable consideration on behalf of the suppliers. The Emperor being very inclined to make the delivery of cotton yarn, long and cubeb pepper, likewise cardamom from his districts Banjoemaas, Pandjealan, and Daijloe at Tagal again as before, because the purpose for which it has been done at Soura Carta for some years now, namely increase and improvement in quantity and quality, is nevertheless not answered, and it serves very much to the burden of the common man to transport these products over mountain and dale first to Soura Carta and subsequently from there to Samarang, I have, in hope of Your High Excellencies' approval, consented thereto, the more so as it will serve greatly to the benefit of the small trader
Dutch transcription
449 Van Iavas oostcust den 28: Aug:s 1772. — Van Iavasoostkust den 28: Aug=s 1712. — het juist tusschen beide gelegen Petjes te vergenoegen waar door, wijl den keijzer in de afgave daar van direct bewilligd heeft, dit voornaame poinctin zoo ver„ „re is uit den weg geruimd terwijl ook eenige andere ne„ „gorij nadat ik met het opperhoofd Lapro, den Rijksde„ Hteerdea Danoeredja overtuigd had, dat hij of ten minsten zijn bedienden door schapen en door halen in het zoo genaamde boek van Cleppoe, waar na de eerste ver„ deeling der Landen is geschied niet ter goeder trouw te werk ging tot wederzijds genoegen zijn verdeeld; En na dien de vorsten beide ook geamplecteerd hebben mijn voor„ stel om zoo wel de landen, die elk anders onderdanen reel geroofd hebben al die bevoorens verdeeld doch niet geleverd zyn rigtig te doen overgeven en om de ver„ „dere plaatzen in verschil, die niet in het boek be„ „kend staan en dus ook niet te decideeren zijn te laaten onder de vorst door wiens volkeren dezelve actuceel worden gepossideerd, mitsg=s om door den Rijks bestier„ „den Danoeredja met het opperhoofd Lappo van de Lan„ „den die den Sulthan tans actueel 't zij bekend of on„ „bekend in possissie heeft, te doen formeeren accura„ tie nieuwe Registers en die vervolgens hier te sama„ rang tegen Elkander, onder mijn opzigt te Exami„ neeren en na directe beslissing der fauten of verschil„ „len over en weder te verzegelen hoop ik niet alleen Een Einde deezes onaangenaame affaire te zien maar dat ook eens voor al verschillen van die natuur zul„ „len worden geprevenieerd, al hoe wel het zeker is dat het formeeren van die nieuw Registers veel moeeten en tyd kosten zal. Den keijzer en den Sulthan hebben zich even bereidwillig getoond tot de Extructie en voltooijing der Logies op hunner kosten. Aan die te souda Carta nog niet begonnen zijnde, is er eene plaats toe uit„ gekozen aan de groote weg, regt over 's vorsten Dalm welke ik eerst daags door den Jngenieur Soestman zal laaten opneemen om goed bevonden wordende een plan tot een defensive Logite formee„ „ren en met de Extructie te beginnen en te Droejo„ „Carta na een plan van den geweesen Jngenieur bekend Haak 451 Van Iavas oostkust Den 20 Aug=s 1732. — Van Iavas oostkcust Den 28: Aug=s 172. — Haak nog niet verder gevorderd zijnde, dan dat de gragt ge„ graven en de buuten muur met vier openingen voor poorten op„ getrokken is waar door er terwijl alle de Bediendens zich in bamboesen huisen moeten behelpen ook geen de minste ze„ kerheid nog van hem, nog voor s Comp:s effecten en goederen is staat eerst gemelden Jngenieur ook derwaarts te vertrek„ ken om de binnen nuur afte steeken ten Eijnde met de poorten opgehaald en voltooyd te worden, waar toe den sul„ „than zedert mijn vertrek van daar aan zijne onderdaanen reeds ordre gegeven heeft, de nodige steenen en kalk bij een te brengen. Tot de vermeerdering van den Jnzaam en Leverantie van 's lands proaucten, en inzonderheid van sijn Catoen garen en Car„ damon aan de Maatscappije heeft men mij wel de favorabelste beloften gedaan doek ook betuigd dat daar van in dit Jaar geen blyk van bereidwilligheid te geven was gemerkt door de zwaa„ „re regens in het voorleden en tot zelfs in Juli van dit Iaar, het gewas der Capas Caraamon, lange en staat-peeper slegt of wel in het geheel niet was geslaagd endewijl de felle regens geen mindere in fluentie langs de stranden, ook op de judigo plant hebben gehad moet ik vrwe Hog Edel„ heden de onmogelijkheid te kennen geven, om in dit Jaar aan de Eisschen van Catoen-garen Jndigo en Cardamon zoo min in quant als inqualiteit te kunnen voldoen, terwijl ik mij zelfs verpligt vinde hoogst. dezelven te solli„ „citeeren dat dit voor deeze keer, in faveur der Leveranticus in gunstige Consideratie komen mag. Den keijzer zeer inclineerende om de Leverantie van Catoen garen Lange en staaot peeper item Cardiamon uit zijne distracten Banjoemaas, Pandjealan en Daijloa weder gelyk bevoorens te Tagal te doen om dat aan het oogmerk, waarom die nu eenige Jaa„ ren te soura Caata is geschied, namentlyk vermeerdering en verbeetering in quantiteit in deugd, doch niet beant „woord word en het zeer tot bezwaar van den gemeenen man staekt, die producten langs bergen daal, eerst naar soura Carta en vervolgens vandaar naar sa„ marang te transporteeren heb ik in hoope van uwer hoog Edelheden goedkeuring daar in toegestemt te meer het zeer strekken zal tot bevoordeling van den smallen han„ op „delaar