Inventory 3364
Japan · 931 pages · 397 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
From Java's East Coast the 1st of April anno 1772. From Java's East Coast the 1st of April 1772. Copy of a copy written by the Ensigns Futtenberger, Eenigen, and Chatteauvieux to the Resident at Oeloepampang Hendrik Schophoff from Cotta under date of 20 March 1772, namely: Herewith we have the honor to inform Your Honor that this morning at 6 o'clock the enemy attacked us on all corners, the same being, according to our estimate, easily 1500 men strong; however, according to a report by a deserter from the aforementioned party, who declares the chief of Pattang Waijang to be his true brother and is going thither herewith, they were well 2000 and more men, consisting of 600 Balinese, 200 Sentongers, and the remainder Bajoers, commanded by the chiefs Gusti Moera, Bappa Endee, Lara, and Rappo, whereby we in the fort had one European and one Malay wounded by small arms. Sorties we could not undertake due to insufficient strength, and thus we had to watch the village of Pattang be set on fire and reduced to ashes. We fired copiously though not uselessly at them with the cannon from the curtain and with small arms, but I cannot yet give Your Honor the number of shots, while in haste, with all high esteem, I remain, (below:) titled, (was signed:) Jacob Juttenberger, J. P. Jenigen, C. P. A. G. J. De Chatteauvieux. (Lower:) From 6 to 10 o'clock we were under fire. (Still lower:) Agrees, (was signed:) Hk. Schophoff. (Below:) Agrees, (was signed:) P. Luzac. (Below:) Agrees, (was signed:) J. B. van der Burgh. Account of the sailor Matthijs Elbers stationed at Oeloepampang. Account. A fishing prahu having been fitted out by the Oeloepampang Resident Hendrik Schophoff, manned by two sailors, 2 soldiers, and 9 Javanese seamen, with orders to the same to keep cruising and watching past the utmost south point at and around Slokko, a ruined village situated in the Balemboangan district, against the clandestine correspondence between the Balinese and Balemboangers, for which duty I, Matthijs Elbers, belonging among the number of the two aforementioned sailors, was also appointed; and pursuant to the said orders of Resident Schophoff, I sailed from Oeloepampang on the morning of the 22nd of December of the past year. And as we, according to our thoughts, could not manage with 1 rope for the two anchors with which we had been provided at Oeloepampang, we put into Kikies Bay that same day, and having stayed there for two days, made a rope, and prepared some needed wooden floats, we left that bay on the 25th following, continuing our voyage until the next day when we arrived at the utmost south point, where we remained at anchor between two large reefs until the following day, or the 27th, at 6 o'clock in the morning, when a terrible storm accompanied by the most frightful heavy westerly winds arose, which continued in such a manner that we were forced to weigh our anchor in order, by rowing as much as possible, to back away to the west. But since the sickly condition of our crew rendered them unable to work against the aforementioned heavy wind, and all efforts were thus in vain, we were forced to come to anchor again on two anchors thereabouts at circa 7 o'clock; however, the tempestuous weather increased so rapidly that one anchor rope broke and the other was unable to hold, wherefore we together, both Europeans and natives, exerted all our strength in order to prevent drifting away as much as possible and even to strand somewhere on the Javanese shore. However, we could gain nothing by this either, and we became so exhausted that none of us was able to row any longer. Thus, as we had only one mainsail, which could be of no use in such a heavy squall, and no small sail with which we could avoid the heavy running sea, we had to let ourselves drift upon hope and mercy, so that on the 28th of December last, notwithstanding that we attempted to avoid that coast by casting the anchor, we stranded at circa 3 o'clock in the morning on Bali Badong, where we were immediately surprised and plundered by a large number of Balinese, leaving us with nothing but the clothes upon our bodies, after which the chief of that people, Bappa Semanka, brought us all to his dwelling and presented us the next day to the King, who had the customs house assigned to us as a dwelling and had us provided there with the necessary food for subsistence, only one soldier among us having died in that intervening time. In which circumstance I, the deponent, remained there until the 19th of the recently passed month of March, when the said Prince sent us, together with one of the abovementioned Javanese, under escort of a letter to the Right Honorable Lord Governor and Director of this Coast, hither with a Chinese trader from Batavia, by whom the said Javanese and I were set ashore at Oeloepampang, and I subsequently departed alone for Sourabaija, from where I have then finally arrived here. All this I, the undersigned, declare to be the sincere and pure truth, and I am prepared, if necessary, to confirm the same with an oath. (Below:) Samarang, the 1st of April 1772. (Was signed:) Matthijs Elbers. (Below:) Agrees, (was signed:) A. C. Mom, Secretary. Translation of a Balinese letter written by the King Toeste Moera Djambi at Bali Badoeng to the Honorable Lord Governor at Samarang, received the 1st of April anno 1772. Herewith I communicate to Your Right Honorable that a Company vessel manned with 4 Europeans and other natives, intending to go to Balemboangan, has come ashore here at Badoeng due to heavy winds, which vessel, with the aforementioned crew, I secured.
Dutch transcription
445 van Javas oost ust den 1: April Ao 1772:— Van Iavas oost Cust Den 1: April 1772: Copia a Copia Geschreeven door de vaandrigs Futtenberger Eenigen en chatteauvieur, Aan den Re„ „sident te oeloepanpangang Hendrik schop hof uit cotta sub dato 20 Maart 1772 Nam: bij deese hebben de eere uu Ed: te bedeelen, dat ons morgen ten 6 uuren de vijand op alle woeken g'attacqueerd heeft sullende deselve na onse gis„ sing wel 1500 oman sterk geweest sijn egter verslag door een overloper van d opgedagte die 't hoofd van Pattang waijang voor sijn ware broeder verklaart, en hier nevens derwaarts gaat, dat 't wel 2000 en meer mannen geweest waren, bestaande in 600 balier 200 senton„ „ger en derett Bajoers aangevoerd door de hoofden gusti moera Bappa Endee, Lara en Rappo waar bij wij in 't fort een Europees en een Maleijer door kleen geweer hebben blesseert gekreegen, uitvallen hebben wij wegens niet toerijkende sterkte kunnen onder„ nemen en dus hebben moeten sien dat de negorij Pattang in de wij hebben rijkelijk dog niet onnut se met t Canon vanr de solateer en kleen geweer gevuurt, dog kan 'er het getal van de scholen uw Ed: nog niet opgeven terwijle in haast met alle hoog agting verblijve (onderst:) titul /was geteekend/ Iacob Iuttenberger, I: P: Jenigen C: P: A: G: I: De Chatthe auvieur /lager/ van 6: tot 10 uur sijn wij in 't vuur ge„ weest /:nog Lager:/ Accordeert /was geteekend:/ A„k Schophoff /ondorst:/ Accordeert /was geteekend/ P: Luzac /onderstond/ Accordeert /was geteekend:/ I: B: van der Burgh, brand gestoken en in asch geset is. Door den oeloepampangs Resident Hendrik Schophoff aangelegt sijnde een prauwmaijang bemand met twee Mattroo„ sen 2: soldaaten en 9 javaanse seevarende, met ordre aan deselve om voor bij de uiterste suijdhoek bij en omtrend slokko /een ver„ valle negorij geleegen in 't Balemboangse district / te blijven kruissen en waaken, teegens de Clandestine Correspondentie tus„ sen de balijers en Balemboangers, tot welke verrigting ik Matthijs Elbers als onder het getal der twee voorsz: mattroosen gehoorende meede benoemd was, mitsgaders in gevolge de getegde ordre van den resident schophoff den 22: december ao passato des 's morgens van oeloepampang geteijlt ben, en alsoo wij met 1. touw tot de twee ankers waar meede men ons te oeloepampang voortien had tona onse gedagten niet konden goedmaaken beliepen wij nog dien selfden dog de kikiesbaaij en al„ daar na twee dagen vertoevens een touw geslaagen en eenige benoodigde houte drijongs aangemaakt hebbende, te verlieten wij die baaij den 25 daar aan vervolgende voorts onse reijse tot dat wij 's anderen daags bij de uittertte suidhoek quamen alwaar wij tusschen twee groote reeven g'ankert bleeven leggen tot den volgenden dag of den 27 Smorgens, om 6 uuren, wan„ „neer er een verschrikkelijk onweder verseld van de ijsselijkste Relaas van den Mattroos Matthijs Elbers bescheijden tot oeloepampang Relaas Zwaare 14 447 Van Javasoosthut Den 1: April A„o 172: Van Iavas oosthust den 1 April 1772— swaare westelijke winden op quam, dat soodanig bleef aanhouden dat wij genootsaak waaren ons anker te ligten, ten eijnde met roeijen soo veel omoogelijk om de west te rug te wijken dog vermits de diekelyke gesteld heijd van ons op hebbend manschap hun buiten staat stelden teegen voortegde twaare wind in te werken, en alle googingen dus te vergeef waaren sijn wij daar omtreeks Circa 7: uuren weeder voor twee ankers ten ankermoezen komen doch 'te onstuimig weer nam soodanig hand over hand toe, dat 't eene anker touw brak, en't andere niet in staat te hregten, waarom wij ge zamentlijk soo Europeesen als Inlanders alle kragten inspanden ten einde soo veel moogelijk 't afdrijven teegen te gaan enselvs om hier of daar op de Iavasche wal te stranden, Echter hebben wij hier meede ook niets mogen winnen den dat wij soodanig afgemat wierden, dat geene van onsomeer in staat was te roeijen, Dus hebben wij wijl omaar een grootteijl hadden dat in sulk een swaare Travaat van geen dienst kondeweesen en geen kleynseijl waar meede wij de swaar op loopende teekonden ontloopen, ons op hoop en genade wel moeten laten drijven, dat wij den 28 December poL: niet teegenstaande wijo met het werpen van't anker die kust getwagt hebben te ontwijken, des'T mor„ „gens Circa 3 uuren op balie badong sijn gestrand Alwaar wij te stond door een groot aantal balijers verrast, en geplundeert sijn ge„ worden, onso niets laatende behouden dan de om 't Licham hebbende kleederen waar na 't hoofd van dat volk Bappa Semanka ons alle aan sijn wooning bragt en 's anderdaags aan den koning presen„ teerde dewelke ons de Bandherij tot een wooning liet aanwijsen en aldaar Hier nevens Communiceere ik uwel Ed: G: Achtb: dat een Comp: vaartuig bemant met 4: Europeesen en andere inlanders, de wil na Ba„ lemboangan hebbende, door swaare winden alhier te Badoeng is op strant gekoomen welk vaartuijg met voorn: manschap ik Translaat Balijse Brief gesz: door den koning Toeste Moera Djambi te Balij Badoeng aan de Edele Heer Gouverneur te Samarang ontfangen den 1 April Ao 1772. ons liet besorgen t noodige voedsel tot leevens onderhoud, zijnde van ons eenlijk in die tusschen tijd een soldaat overleeden in welke omstandigheijd ik re„ latant aldaar gebleeven ben tot den 19 der Iongst gepasseerde maand Maart, wanneer gem: vorst wij neevens een der bovengem: Javaanen onder geleijde van een briev aan den wel Ed achtb: heer gouverneur en direc„ „teur deser Custe met een Chineese handelaar van Batavia herwaarts gesonden heeft, van wie gem: Javaan en ik op oeloepampang sijn afgeset en ik vervolgens alleen na sourabaija vertrokken van waar ik dan eijndelijk hier aangekoomen ben. Dit alles verklaare ik ondergeteekende de opregte en suijvere waarheijd te sijn en ben bereijd sulx des onoods sijnde met Eede te bekragtigen /onderst: / Samarang den 1 april 1772: /was get::/ Matthijs Elbers /onderst:/ Accordeert / was geteek:/ A. C: Mom secretaris geborgen
English
From Java's East Coast the 1st of April 1772 Examined D Fran Haak Sworn clerk 13th of March salvaged what was sent by the ship, sending 3 Europeans back herewith; while the fourth has since passed away. Your Right Honorable Worships will please excuse me for not attending to my duty in that regard sooner, as my country was invaded by the King of Bali Mangies, through which I suffered great loss, and on which account I very kindly request Your Right Honorable Worships to please provide me, through your messenger, with some gunpowder and lead, to which messenger I will then deliver the vessel with the remaining crew and goods. And as I have verbally requested Your Right Honorable Worships through Intje Mida for a gold pondok, I take the liberty to remind you of this herewith, as it might sometimes be forgotten. Below stood: translated by me. Was signed: C. P. Boltze, Translator. Below stood: Agrees. Signed: C. P. Boetze. Secret Incoming Cb 1772 Second Part Expression of thanks for the approval of the cruising arrangements as well as others. Batavia To His High Mightiness! The Right Honorable, Valiant, Highly Esteemed Lord Petrus Albertus van der Parra Governor-General together with The Right Honorable Lords Councillors of the Dutch Indies. Right Honorable, Valiant, Highly Esteemed Lord, and Right Honorable Valiant Lords. In answering Your High Honors' very esteemed secret missive of the ultimate of December 1771, we shall, after having first expressed our humble gratitude to the same for the general approval of our conduct, both with regard to the cruising and other arrangements made, as well as communicating the principal events since the dispatch of our last secret advices of the 24th of September of the past year, make a beginning with the The Governor will leave no means untried to check the continuous, worrisome roaming of the Cerammese. The regulation of the cruising of the shores under the clove harvest can be seen in the Governor's account of the hongi. Stationing two patjallangs on guard before Kellimoeri is impossible in both the east and west monsoon. and to capture not only the notorious Radja of Kellimoeri but also the other chiefs. Cerammese residing along the southeast side of that coast and the cruising against them, along with what relates thereto; regarding which it has appeared to us from the transmitted copy of Your High Honors' secret resolution of the 26th of November past that you have been pleased to embrace the considerations inserted therein of the Extraordinary Councillor Mr. Breton, or rather the measures proposed therein as to the manner in which not only to punish suitably the inhabitants of the native villages situated on the aforementioned south coast of Ceram for colluding with foreigners and undermining the Company's spice trade, but also to oppose the smuggling with vigor, as well as recommending to the Governor the implementation of the same in so far as they shall be found acceptable and practicable according to the circumstances of time and matters; who assures Your High Honors herewith that he, as an honor-loving servant of the interests of his Lords and Masters, as will be demonstrated below, will leave no means untried and will further employ everything to suppress the still continuous and worrisome roaming of the East Cerammese in the vicinity of the clove-producing trading stations and districts, as well as apply everything possible to master, in accordance with Your High Honors' desire, not only the notorious Radja of Killemoeri, but also the other chiefs of those roamers and smugglers. And since Your High Honors, with regard to the cruising, expect from the attention of the first-signed that he will further proceed with that work as required, we take the liberty in this respect to refer to the account regarding what occurred on the recently performed Hongi visit, inserted in the general resolution of the 19th of December 1771; wherein can be seen how the cruising of the shores and the closing of the approaches with four patjallangs and twenty-four orembaais, the latter divided into six divisions, was regulated by the Governor. However, since we have seen from Your High Honors' aforementioned missive that you do not seem disinclined to assist Ceram's Commandant Hamba with one or two patjallangs on occasion, according to his proposal, and Your High Honors were pleased to explain yourselves further in that respect in the general rescript of the ultimate of December past, ordering therein to station, if practicable, two patjallangs on guard off Keffing during the east monsoon against the smuggling of the Cerammese; we respectfully submit in reply that this cannot be done without the very utmost danger to the vessels; as will be pleased to appear to Your High Honors from the enclosed reports of the Master Attendant Hogerscheid and the Chief Mate Jan Blad, demonstrating the impossibility of stationing a vessel on guard off Keffing in both the east and west monsoon.
Dutch transcription
Van Javas oosthrust den 1: April 172:— Nagezien D Fran Haak Gezw. klerk 13: mart: surpes gezonden geborgen hebbe, sendende 3 Europeesen bij deesen te rug; terwijl den vierde aanstrekte overleeden is. uwel Ed: E: Agtb: sal mij wel gelieven te excuteeren dat daar omtrend met eerder mijn pligt betwagt nebe, als mijn land door den koning van Balij Mangies is g'einvadeert geworden waar door ik groot onadeel geleeden hebbe, en weshalven ik seer vriendelijk versoeke uwel Ed G:t achtb mij door desselfs sondeling wil gerieven met wat kruijt en Loot, welke sendeling ik als dan het vaartuig met de overige manschap en goederen sal ter hand stellen En dewijl ik uwel Ed: g:t achtb: door intje mida mondeling hebbe laaten versoeken om een goude Pondok helpoelik dit bij deese her inneren als somtijds kunnende vergeeten weesen /:onderstond:/ getranklateert door mij /was geteek:/ C: P: Boltze Translateur /onderstond/ Accordeert /geteekend :/ C: P: Boetze Secreet Inkomend Cb 1772 Tweeden Deel dankbetuijging voor de goedkeuring der bekruijssingen als andersints. Batavia Aan zijn Hoog Edelheijd! Den Hoog Edelen Gestrengen Groot Agtbaaren Heere Petrus Albertus van der Larra Gouverneur Generaal beneevens De Wel Edele Heren Raden van Nederlands Jndia. Hoog Edele Gestrenge Groot Agtbaren Heere, en wel Edele Gestrenge Heeren. In de b'andwoording uwer Hoog Edelens seer gevene„ gemaakte schikkingen zo omtrend de, neerde Secreete missive van ult:o December 1771: zullen wij na alvoorens Hoog dezelve onse needrige dankbaarheijd afgelegt te hebben voor de generale goedkeuring onser behandelingen, zo ten aansien der Bekruijssingen als andere schikkingen, onder bedeeling teffens van het voornaamste seedert 't af„ „gaan onser laatste secreete advisen van den 24=te September e onbesogt laten tot fnuijking van het aanhoudent sorgelijk swerven der ce„ „rammers. stranden onder den nagul oogst is bij 's gou„ „verneurs vertoog over de hongij te zien Het leggen van twee patjallings voor is zo wel inde oost als west mousson van kellimoerij maar ook de verdere hoofden magtig te worden. September A:o p=to g'exsteert, een aanvang maaken met de den gouverneur zal geene middelen Cerammers langs de zuijd oost kant van die Cust woonagtig en de Bekruijssingen tegens dezelve met het geene daar toe relatie heeft; waar om„ „trend ons uijt de overgesondene Copia uwer Hoog Edelens secreete Resolutie van den 26:' November pass=o te vooren gekoomen is dat Hoog deselve heb„ „ben gelieven te amplecteeren de daar bij g'insereer„ „de Consideratien van den Heer Raad Extra ordinair Breton of eigentlijk de daar in voorgestelde midde„ „len op wat wijse niet alleen de inwoonders van de aan voorn: zuijd Cust van Ceram geleegene negorijen over het konkelen met vreemdelingen en de onder kruijping van 's Comp=s specerij-Handel naar ver „diensten te straffen, maar ook om de sluijkerijen selfs ketting op brandwagt met vigeur teegen tegaan, mitsg:s de opvolging der„ „zelver voor zo verre die naar de omstandigheijd van tijd en zaken aanneemelijk en executabel zul„ „len bevonden worden: den Gouverneur aanbeveelen die uw Hoog Edelens bij deesen verseekert dat hij als een eerlievend dienaar voor de belangen van zijne Heeren en Meesters, invoegen hier onder staat betoogt te worden geene middelen onbesogt laaten verder in 't werk stellen zal tot knuijking van het nog al aanhoudend sorgelijk swerven der oost Ce„ „rammers in de nabijheid der Nagul geevende Comptoiren en districten, mitsg:s ook alles wat mo„ en tragten niet allen den berugten Radja „ gelijk is aanwenden zal om volgens Hoog derzelver begeerte niet alleen den berugten Radja van Kille „moerij, maar ook de verdere Hoofden dier swervers en morshandelaars meester te worden het reguleeren van de bekruijssing dern En dewijl uw Hoog Edelens ten aanzien der Bekruijssin „gen van de attentie van den eerstgeteekende verwag„ „ten dat hij dat werk verder na vereijsch zal voort „setten, neemen wij op dit respect de vrijheid ons te refe „reeren aan het vertoog wegens het voorgevallene op de jongst gedaane Hongij visite, g'insereert bij de gemee „ne Resolutie van den 19:' december 1771: daar bij te zien is hoedanig de Bekruijssing der stranden en het sluij„ „ten der avenuen met vier patjallings en vier en twintig orembaijen, de laatste verdeeld in ses divi„ „sien door den Gouverneur is gereguleert; Maar na demaal wij bij voorm: uw Hoog Edelens missive gezien hebben dat Hoog deselve niet ongeioli„ „neert schijnen om Cerams Commandant Hamba, volgens zijn voorstel bij gelegendheijd met een â twee batjallings te assisteeren en uw Hoog Edelens zig op dat respect nog nader gelieven te expliceeren bij de gemeene rescriptie van ult:o December pass=to, alsoo daar bij be „veelen om geduurende de oost mousson des doenlijk voor ketfing twee patjallings op brandwagt te leg„ „gen tegens de sluijkerijen der Cerammers; dienen wij hier op in eerbied dat zulx sonder het aller uijterste gevaar voor de vaartuijgen en het ook niet geschieden kan; gelijk uw Hoog Edelens bij geliefte zal blijken uijt de overgaande berigten van den Equipagie op ziender Hogerscheid en den opperstuurman Ian Blad; aantoonende de onmoogelijkheijd om zo wel in de Oost als west mousson voor Keffing een vaartuig moerij te @ onmogelijk. F
English
not to proceed. cannot be achieved thereby. patjallings dispatched from here cruising off Ceram's south assisted with some weapons and. drinking water. to station, since absolutely no suitable anchor ground is to be found there and that island is surrounded on all sides by heavy reefs and shoals, upon which the cables constantly chafe through, the anchors are lost, and the vessels run the utmost risk of being wrecked, yes, even the souls aboard losing their lives; the aforementioned reports being accompanied by some extracts from the report in the form of a journal delivered by the ordinary fireworker Johannes Jansz to the governor's predecessor, the Gentleman Extraordinary Councilor Hendrik Breton, regarding the expedition conducted by the same in the spring of 1769 with the sloop De Taxisboom and the patjalling De Liefde to the south coast of Ceram; in which it can be seen in detail what peril both of those vessels were in at that time off Keffing and that they were compelled to leave that island and seek a safe anchorage and shelter off Poulo Gisser; We have therefore, after reconsideration of the aforementioned reports and extracts at the secret committee meeting of 6 March past, unanimously resolved not to proceed with stationing two patjallings off Keffing, the more so even if such were practicable without exposing the vessels to the inevitable danger of being shattered or smashed to pieces upon the reefs, the more so because the intended purpose could not be achieved thereby, namely the purpose that Your Right Excellencies intend therewith, specifically to observe the smuggling traders; because those patjallings from Keffing can see just as little as from Poulo Gisser what is practiced and carried out by the smugglers on Ceram's southeast coast, also what vessels of foreign rovers and interlopers sail to and fro there; seeing that Keffing is situated north of the easternmost corner of the high land of Ceram, and by the same the view of the entire stretch along the south coast where the smugglers are settled and have their negorijen or villages is obstructed. Besides all this, it also opposes the stationing of one or more vessels off Keffing that that island, just like the opposite-lying Poulo Gisser, suffers from a lack of good drinking water, which must be fetched entirely from Ceram Laut. Furthermore, pursuant to Your Right Excellencies' esteemed authorization to provide Hamba now and then in case of need with a modest supply of gunpowder, flintlocks, and musket balls, we have sent him from here: 12 musketeer flintlocks, 12 dozen live cartridges, and 1 small barrel of gunpowder; as well as, in order subsequently not to sit idle this entire spring, but to obtain as much information as possible regarding what is transpiring not only around the south but also around the north of Ceram, resolved on the aforementioned day to dispatch from here towards mid-April or earlier two patjallings, and to place on each an officer, a corporal, and six common soldiers, and to order the officers by instruction to attack them upon encountering Buginese, Macassars, or other rovers and illicit traders. given.
Dutch transcription
niet te treeden. niet meede bereijkt kan worden. llings van hier gedepe„ bekruijssing van Cerams 2d et eenige wapenen en g'asssisteert. drink water. te posteeren, nademaal aldaar in het geheel geen bequaame anker grond te vinden en dat Eijland alom„ „me beset is met swaare klippen en katskoppen; waar op de touwen geduurig afvijlen, de ankers verlooren gaan en de vaartuijgen het uijterste gevaar loopen van te verongelucken, Ia selfs de daar op zijnde zielen om er het leeven bij te verliesen; gaande de voorsz: Rappor „ten g'accompagneert van eenige Extracten uijt het Rapport bij forma van Dag- register door de ordinair vuurwerker Iohannes Iansz: aan des gouverneurs pradecesseur den Heer Raad Extraordinair Hen„ „drik Breton overgelevert, wegens de door denselven in het voorjaar 1769: met de Chialoup de Taxis= boom en de patjalling de Liefde gedaane expeditie na de zuijd Cust van Ceram; waar bij omstandig te zien is in wat pericul die beijde vaartuigen te dier tijd voor keffing geweest en dat zij genoodsaakt geworden zijn dat Eijland te verlaaten en een veijlige leg en schuil „plaats voor Poulo Gisser te zoeken; nog, heet over zulx beskoten aar toe Wij hebben oversulx na resumtie der voorsz: Berig„ „ten en Extracten ter secreete Besoigne van den 6:' maart pass=to unanimiter beslooten tot het posteeren van twee patjallings voor Ketting niet te treeden, temeer ge„ „steld zulx doenlijk was afsonder de vaartuijgen aan een onvermijdelijk gevaar van op de klippen verbrij„ „seld of stuckend geslagen te worden geschieden kon, te meer het bedoelde oogmerker daar meede dog niet zou kunnen bereijkt worden het oogmerk dat uw Hoog Edelens er meede bedoelen namentlijk de Sluijkerijen Crammers te observee¬ „ren; wijl die Patjallings van Keffing zo min als Poulo Gisser kunnen zien door de sluijkers op Voorts hebben wij op uw Hoog Edelens g'eerde qua„ „lificatie om Hamba nu en dan in cas van verleegend„ „heijd met een medioere voorraad van kruijt snapha„ „nen en musquet kogels te voorsien den zelven van hier toe„ „gesonden. 12: musquettiers Snaphanen 12: dousain scherpe pattronen en 1: vatje Buskruijt, mitsg:s om vervolgens dit geheele voor„ jaar niet stil te zitten, maar zo veel moogelijk infor„ „matie te krijgen, wat er niet alleen om de zuijd maar ook om de noord van Ceram omgaat, ten voorsz: dage g'arresteert teegens medio April of vroeger van hier te depecheeren twee patjallings en op ieder te plaatsen een officier, een Corporaal en ses gemeene Militairen en de officieren bij instruc mitsgaders de officieren bij Instructie te gelasten om bij ontmoeting van Bougineesen, Maccassaren of andere Swervers en Morshandelaars deselve te attacqueeren Cerams zuijd oost cust bedreeven en uijtgevoerd word. ook met welke vaartuijgen van vreemde swervers en lorrendraijers daar af en aan vaaren; gemerkt Kef„ „fing benoorden de oostelijkste hoek van het hooge land van Ceram geleegen is en door het zelve het gezigt van de Gantsche streek langs de zuijd lust daar de smok„ „kelaars gezeeten zijn en hunne negorijen of dorpen heb„ oulo gisse hebben ook ge„ben benomen word. buijten dit alles obsteert nog tee„ „gens het doen postvatten van een of meer vaartuijgen voor keffing dat dat eijland eeven als het daar teegen over geleegene Poulo Gisser gebrek heeft aan goed drinkwater, het geen geheel van Ceram Laut moet gehaald worden. Cerams gegeeven. F
English
not to proceed. the more so as the intended objective cannot be achieved by it. also given by instruction. two patjallings dispatched from here to cruise Ceram's south and north coast. Hamba assisted with some weapons and gunpowder. Keffing and Poulo Gisser also have a shortage of drinking water. to station, because absolutely no suitable anchor ground is to be found there and that island is everywhere beset with heavy reefs and cat-heads; on which the cables constantly fray through, the anchors are lost, and the vessels run the utmost danger of being wrecked, yea even the souls aboard losing their lives thereby; the aforesaid reports being accompanied by some extracts from the report in the form of a daily register delivered by the ordinary fireworker Iohannes Jansz to the Governor's predecessor, the Extraordinary Councillor Hendrik Breton, concerning the expedition undertaken by him in the spring of 1769 with the sloop de Taxisboom and the patjalling de Liefde to the south coast of Ceram; in which it is detailed in what peril both those vessels were off Keffing at that time, and that they were forced to leave that island and seek a safe anchorage and sheltering place off Poulo Gisser; We have thereupon, after resumption of the aforesaid reports and extracts at the secret committee of the 6th of March past, unanimously resolved not to proceed with stationing patjallings off Keffing, the more so as—supposing such were feasible without exposing the vessels to an inevitable danger of being smashed or broken to pieces on the reefs—one still could not achieve thereby the objective that Your Right Honourables intend with it, namely to observe the smuggling peddlers; because those patjallings can see just as little from Keffing as from Poulo Gisser of the smuggling carried out and conducted along Ceram's southeast coast, also of what vessels of foreign rovers and smugglers sail to and fro there; seeing that Keffing is situated north of the easternmost corner of the high land of Ceram, and by the same the view of the entire region along the south coast where the smugglers are settled and have their settlements or villages is obstructed. Besides all this, it further militates against stationing one or more vessels off Keffing that that island, just like Poulo Gisser situated opposite it, lacks good drinking water, which must be fetched entirely from Ceram Laut. Furthermore, pursuant to Your Right Honourables' esteemed authorization to provide Hamba now and then in case of need with a modest supply of powder, flintlocks, and musket balls, we have sent him from here: 12 musketeers' flintlocks, 12 dozen live cartridges, and 1 small barrel of gunpowder; as well as, in order not to sit idle for this entire spring, but to obtain as much information as possible about what is going on not only around the south but also around the north of Ceram, resolved on the aforesaid day to dispatch from here towards the middle of April or earlier two patjallings, and to place on each an officer, a corporal, and six private soldiers, as well as to charge the officers by instruction that, upon encountering Buginese, Macassars, or other rovers and illicit traders, they shall attack them.
Dutch transcription
niet te treeden. te meer het bedoelde oogmerk er niet meede bereijkt kan worden. „tie meede gegeeven. twee patjallings van hier gedepe„ „cheert, ter bekruijssing van Cerams 2d en noord Cust Hamba is met eenige wapenen en buskruijt g'asssisteert keffing en Poulo gisser hebben ook ge „brek aan drink water. te posteeren, nademaal aldaar in het geheel geen bequaame anker grond te vinden en dat Eijland alo „me beset is met swaare klippen en katskoppen; waa op de touwen geduurig afvijlen, de ankers verlooren gaan en de vaartuijgen het uijterste gevaar loopen ver te verongelucken, Ia selfs de daar op zijnde zieleno er het leeven bij te verliesen; gaande de voorsz: Rapp „ten g'accompagneert van eenige Extracten uijt het Rapport bij forma van Dag: register door de ordinai vuurwerker Iohannes Jansz: aan des gouverneu pradecesseur den Heer Raad Extraordinair Her „drik Breton overgelevert, wegens de door denselven in het voorjaar 1769: met de Chialoup de Taxis boom en de patjalling de Liefde gedaane expedit na de zuijd Cust van Ceram; waar bij omstandig te is in wat pericul die beijde vaartuigen te dier tijd voor keffing geweest en dat zij genoodsaakt gewor zijn dat Eijland te verlaaten en een veijlige leg en sc „plaats voor Poulo Gisser te zoeken; na heet over zulx besloten daar toe Wij hebben oversulx na resumtie der voorsz: Be„ „ten en Extracten ter secreete Besoigne van den 6:' maa pass=to unanimites beslooten tot het posteeren vant patjallings voor Ketting niet te treeden, temeer g „steld zulx doenlijk was afsonder de vaartuijgen a een onvermijdelijk gevaar van op de klippen verbo „seld of stuckend geslagen te worden geschieden kon daar meede dog niet zou kunnen bereijkt worden het oogmerk dat uw Hoog Edelens er meede bedoe namentlijk de Sluijkerijen Crammers te observ „ren; wijl die Patjallings van Keffing zo mina Poulo Gisser kunnen zien door de sluijkers d Voorts hebben wij op uw Hoog Edelens g'eerde qua„ „lificatie om Hamba nu en dan in cas van verleegend„ „heijd met een medioere voorraad van kruijt snapha„ „nen en musquet kogels te voorsien denzelven van hier toe„ „gesonden. 12: musquettiers snaphanen 12: dousain scherpe pattronen en 1: vatje Buskruijt, mitsg:s om vervolgens dit geheele voor„ jaar niet stil te zitten, maar zo veel moogelijk infor„ „matie te krijgen, wat er niet alleen om de zuijd maar ook om de noord van Ceram omgaat, ten voorsz: dage g'arresteert teegens medio April of vroeger van hier te depecheeren twee patjallings en op ieder te plaatsen een officier, een Corporaal en ses gemeene Militairen ordre zeaande officieren bij instruc mitsgaders de officieren bij Instructie te gelasten om bij ontmoeting van Bougineesen, Maccassaren of andere Swervers en Morshandelaars deselve te attacqueeren Cerams zuijd oost cust bedreeven en uijtgevoerd word. ook met welke vaartuijgen van vreemde swervers en lorrendraijers daar af en aan vaaren; gemerkt Kef„ „fing benoorden de oostelijkste hoek van het hooge land van Ceram geleegen is en door het zelve het gezigt van de Gantsche streek langs de zuijd lust daar de smok„ „kelaars gezeeten zijn en hunne negorijen of dorpen heb„ „ben benomen word. buijten dit alles obsteert nog tee„ „gens het doen postvatten van een of meer vaartuijgen voor keffing dat dat eijland eeven als het daar teegen over geleegene Poulo Gisser gebrek heeft aan goed drinkwater, het geen geheel van Ceram Laut moet gehaald worden. Cerams F
English
as written to Hamba, item the regents of the adjacent negorijen, the instructions also given to the officers and the letters written to Hamba, Ceram's inner coast were employed in this cruising. The Ceram residents are still roaming around the clove offices and districts; one refers in this regard to the accompanying declarations; Avang captured under his district, strong 30 heads, with recommendation to capture the roamers, especially to be attentive to the regents and their subordinates, who were commanded to vigilance, item the letters of the chiefs, and to overpower or sink them; furthermore not only to order Commandant Hamba to assist the aforementioned patjallings in case of necessity with as many junks or other native sailing and rowing vessels as he will be able to muster, but also to order the same to the Regents of the Ceram negorijen Repa, Familouw, Haija, Toeloetij, Foelesaij, Hatiahoe, Leijmoe, Werinama, and Hatoemetten, so that in the event of encountering any foreign vessels they may be all the sooner able to pursue them and gain control of them. The outcome will be communicated in the autumn. What the outcome of this cruising will be, we hope to be able to inform Your High Nobilities this autumn. Meanwhile, copies of both the instructions given to the aforementioned officers, being Lieutenant van Eerten and Ensign Rolbag, and of the letters written to Commandant Hamba and the above-mentioned Ceram Regents, are sent herewith for the honored perusal of Your High Nobilities. Purpose why the regents of Ceram are employed in this cruising. The purpose why the latter have been employed in this cruising is to bring about thereby a diversion between them and the upper Ceram residents, who, in spite of all cruising operations, persistently continue to linger along the clove-producing offices and districts, as has already been touched upon briefly above, in order to be able to carry on their harmful illicit trade with some of the Company's treacherous subjects. In order not to lapse into a lengthy account of the encounters that some Postholders and also some native regents have had with that rabble during the clove harvest, we will respectfully refer to the declarations granted on that account, which accompany the appendices of this letter, as well as to what is found mentioned regarding the aforementioned roamers in the currently also accompanying letters of the chiefs of the spice offices, such as from Hila dated 28 March and 4 April, from Saparoua and Crussalaut dated 13 and 15 February, item 4 March, from Haroeko dated 14 April, and from Laricque dated 29 January, 23, 25, 26, 27, and 29 March, 2 and 11 April. Upon those unpleasant reports, the first undersigned instructed the aforementioned chiefs by circular letter of 25 March, repeating the orders repeatedly given to them in this respect, not only to watch carefully against all enterprises of the aforementioned Ceram residents, but also especially to be attentive to the Regents and their subordinates, so that the latter might be prevented as far as possible from withholding any cloves and selling them to the aforementioned roamers; with the recommendation to seek to master them and their vessels, leaving no means unattempted to get hold of and capture them along with their vessels, under the promise to those who overtake and overpower one or more vessels, as a reward, not only the vessels themselves, but also everything found therein, provided that they deliver the spices to the Company at purchase price, item the ammunition and weaponry according to appraisal. Laricque's chief has captured a native junk. This recommendation has not been entirely fruitless, as through the praiseworthy zeal and vigilance of...
Dutch transcription
als aan Hamba aangeschreeven 1 item de regenten der nevenstaande negorijen worden. de instructie aan de officieren meede gegeeven en de brieven aan Hamba gesz: „rams binnen cust in deese bekruijssing zijn g'emploijeert. de Cerammers swerven nog al on„ „trend de nagul Comptoiren en districten men gedraagd zig dien aangaande aan de overgaande declaratoiren Avang onder zijn district veroverd, sterk 30: koppen. met recommandatie om de swervers te worden. inzonderheijd om attent te zijn op de regenten en haare onderhoorigen die de waaksaamheijd aanbevoolen. item de brieven der opperhoofden. en te overmeesteren of in de grond te booren; voorts niet al „leen den Commandant Hamba aante beveelen om de voorsz: patjallings bij benoodigtheijd met zo veel Jonken of an„ „dere jnlandse zeil en schep vaartuigen te assisteeren als hij maar bij een zal kunnen krijgen; maar het zelve ook te ordonneeren aan de Regenten der Ceramse nego„ „rijen Repa, Familouw, Haija, Toeloetij, Foelesaij, Hatiahoe, Leijmoe, Werinama en Hatoemetten, ten eijnde bij recontre van eenige vreemde vaartuigen te eer„ „der in staat te zijn deselve na te zitten en magtig te wor„ de uijtslag zal in het najaar bedeeld van wat uijtslag deese bekruijssing weesen zal, hoopen wij uw Hoog Ed:s in dit najaar te zullen kunnen bedeelen, Jn middens gaande afschriften zo van de Jnstructie aan de voorsz: officieren zijnde den lieutenant van Eerten en vendrig Rolbag meede gegeven als van de brieven aan den commandant Hamba en de bovengem: Ceramse Re„ „genten geschreeven ter g'eerde speculatie van uw Hoog Edel:s hier neevens. oogmerk waarom de regenten van Ce, Het oogmerk waarom men de laatste in deese Bekruijssing heeft g'emplojeert is om daar door een diversie tusschen dezelve en de boven Cerammers te wege te brengen; die in weerwil van alle bekruijssingen zig bij aanhoudentheijd langs de nague gevende Comptoiren en districten, zo als hier voren reeds met een enkeld woord is aangeroerd blij„ „ven onthouden; om haaren schadelijken morshandel met sommige van 's Comp:s trouwloose ondersaaten te kunnen pleegen. Wij zullen om niet te vervallen in een wijdloopig verhaal van de rencontres die sommige Posthouders en ook enige Jnlandse regenten met dat geboefte geduurende den Na„ „gul oogst gehad hebben ons eerbiedig gedraagen aan de dies„ „weegen verleende declaratoiren, welke de Bijlagen van deesen versellen; zo meede aan het geen omtrend de voorsz: swervers vermeld gevonden word bij de tans meede over„ „gaande brieven der opperhoofden van de specerij Comptoi„ „ren, als van Hila de datis 28:' Maart en 4:' April, van Saparoua en Crussalaut gedagteekend 13:' en 15:' febr:, item 4:' maart; van Haroeko de dato 14:' april en van Laricque gedagteekend. 29:' Ianuarij, 23:' 25:' 26:' 27:' en 29:e Maart, 2: en 11:' April op die onaangenaame berigten gelaste den eerst geteekende de voorsz: opper„ „hoofden bij Circulaire brief van den 25:' Maart bij repe„ „titie van de aan hun te meermalen Gegeevene ordres op dit respect om niet alleen zorgvuldig te waken teegens alle entreprises de voorsz: Cerammers, maar ook in „sonderheijd attent te zijn op de Regenten en hunne onderhoorigen, op dat de laatste zo veel immers doen„ „lijk belet wierden eenige Nagulen agter te houden, en die aan de meerm: swervers te verkoopen; met recomman en haare vaartuijgen te tragten meester „ datie om geene middelen onbesogt te laten tot het in handen krijgen en bemagtigen derzelve met haare vaartuigen, onder, belofte aan de geene die een of meer vaartuigen agterhaald en overmeestert tot een premie niet alleen de vaartuijgen zelve, maar ook alles wat daar in gevonden word, mits de specerijen inkoops prijs item de ammunitie en wapen goederen per taxa „tie aan de Comp:e overleeverende. Laricques hooft heeft en jnk van Deese recommandatie is niet geheel vrugteloos ge„ weest alsoo door de prijselijken ijver en vigilantie inlandse F van & „den. gaan over.
English
Of those, only 15 persons saved themselves and the rest drowned. The 15 have been handed over to the fiscal. Cargo of the aforesaid junk given. By Laricques' Chief Huijgens in person, within his district, or rather the middle of the islands The Three Brothers, a junk from the settlement of Avang was surprised and subsequently overpowered, without him being able to lay hands on any more of the crew who were aboard than fourteen individuals, including three wounded, caught alive, five having jumped overboard, even though that vessel was manned by close to thirty heads, who, due to the continuous firing of our men upon them, all jumped overboard, and must have partly died from their wounds or, having become unable through them to save themselves by swimming, have drowned, except for five persons who, saved by means of a prahu, are said to have arrived safely back at their settlement, according to a letter written by one Jacobus Frans Pikaulij to Saparouas' Chief van Blijdenbergh, and one more who saved himself on the Hitoe Coast and was brought bound here from there, and who, just like the above-mentioned fourteen individuals, was handed over to the fiscal to proceed against them according to the placarts as spice thieves, as would also have happened with the casisie or Moorish priest of Ascaloeloe named Sapalatoe if he had not died in his detention by inflicting several wounds upon himself and refusing to consume any food; by which he forestalled the well-deserved punishment for delivering the cloves to the Cerammers. In the aforesaid junk were found: 541 pounds of clove spices 4 ditto of mother-cloves. Account by the captured Cerammers. The aforesaid fifteen Cerammers, among whom are also two natives of Sirrij sorrij, one of Latoe on Ceram's inner coast, and one of Goram, having first been examined extrajudicially by Chief Huijgens and afterwards before the fiscal and members of the Court of Justice, have confessed among other things that the aforesaid cassisie had informed them by a letter that they could obtain cloves when the weighing of those spices was concluded. That they had been accustomed to sell the cloves which they obtained annually from the natives in the spice-producing districts not only to the Mandarese, who picked them up from them, but also on Ceram itself, namely at Ceijlor, Kellibon, and Kellimoerij: that the radja of Killemoerij and the orangkay of Ceijlor are the principal firebrands who instigate the remaining settlements on Ceram and draw them away from obedience to the Honorable Company. That upon their departure from Avang, two Mandarese vessels had been lying at Killemoerij, one ditto at Kellibon, and two ditto at Ceijlor: 1 iron half-pounder piece 1 brass swivel gun 2 flintlocks of English manufacture, as can be seen from the names of Sadheir and Wilsooij engraved on them. Furthermore, besides some gunpowder and shot: 3 pieces of dark blue Moeris and 2 ditto mixed bleached Guinees, all of a foreign assortment, likewise some more trifles specified at length in the inventory compiled thereof and attached hereto for Your Right Honorables' esteemed inspection. 1 iron furthermore
Dutch transcription
daar van zijn maar 15: persoonen zig gesauveert en de rest zijn ver „dronken. de 15: zijn aan den fiscaal overge„ „geeven. Lading van de voorsz. jonk gegeeven. van Laricques Hoofd Huijgens door hem in persoon onder zijn district of eijgentlijk het middelste van de Eij„ „landen de drie gebroeders een jonk van de negorij Avang is verrast en vervolgens overmeestert geworden, sonder dat hij van de daar op geweest zijnde manschappen meer in handen heeft kunnen krijgen dan veertien stux, daar on„ leevendig gekreegen, vijf hebben „ der drie geblesseerdt niet tegenstaande dat vaartuijg niet wel dertig koppen is bemand geweest, die door het continueel vuuren der onsen op deselve alle overboord gesprongen, gedeeltelijk aan hunne quetsuuren gestor „ven of daar door onmagtig geraakt zig met swem„ „men te kunnen redden verdronken zullen zijn, behal„ „ven vijf persoonen, welke door middel van een Prauw gereden op hunne negorij weeder behouden aangekoomen zouden zijn, volgens een brief door eenen jacobus frans Pikaulij aan Saparouas hoofd van Blijdenbergh ge„ „schreeven en nog een die zig op de Cust Hitoe gesauveert heeft en van daar geboeijd herwaards opgebragt, mits„ „gaders zo wel als de bovengen: veertien stux aan den fiscaal overgegeeven is om tegens deselve volgens de plac„ „caten als specerij dieven te procedeeren, gelijk ook ge„ „schied zou zijn met den casisie of moors: priester van Ascaloeloe met name Sapalatoe indien hij door zig selven verscheide wonden toe te brengen en het weigeren van eenige spijse te nuttigen in zijne detentie niet ge„ „storven was; waar door hij de wel verdiende straffe over het leeveren der nagulen aan de Cerammers voor„ „gekoomen is Jn de voorsz: jonk zijn gevonden 541: ponden Garioffel Nagulen 4: d=o koernagulen. relaas door de gevangene Cerammers De voorsz: vijftien Cerammers waar onder zig ook be„ „vinden twee inlanders van Sirrij sorrij een van Latoe aan Cerams binnen cust en een van Goram eerst extra Ju„ „dicieel door het opperhoofd Huijgens en naderhand voor fiscaal en leeden van de Iustitie g'examineert zijnde, hebben onder anderen beleeden dat de voorsz: cassisie hun bij een brief te kennen heeft gegeven dat zij Nagulen kon den bekoomen wanneer den inweeg dier specerij zou af„ „geloopen zijn. dat zij gewoon geweest waren de Nagulen die zij van de Jnlanders op de specerij geevende distric„ „ten Jaarlijx bequamen, niet alleen aan de Mandhareesen welke ze van hun afhaalden maar ook op Ceram zelve en wel te Ceijlor, Kellibon en Kellimoerij te verkopen: dat den radja van Killemoerij en den orangkaaij van Ceijlor de voornaamste stooke branden zijn, welke de overige negorijen op Ceram ophitsten en van de gehoorsaamheijd aan d' E: Comp:e aftrecken. dat bij hun vertrek van Avang twee Mandhareese vartuijgen op Killemoerij een dito op kellibon en twee dito op Ceijlor gelegen hadden: 1: ijser half ponder stukje 1: kopere rantak 2: snaphanen van een Engels maaksel, gelijk aan de daar in gegraveerde namen van sadheir en wilsooij te zien is. voorts behalven eenig Buskruijt en scherp 3: stucken Moeris bruijn blauw en 2: d=o Guinees gem: gebl: alle van een vreemd sorte„ „ment, item nog eenige kleenigheeden in 't breede gespe „cificeert bij de daar van geformeerde en ter g'eerde spe„ „culatie van uw Hoog Edelens hier bij overgaande Jnventaris. 1: ijser v voorts
English
The wrong maneuver of Gosling is the reason that two junks escaped. ... fall. more and more encouraged to frequent the navigation to Ambon. nevertheless with the necessary precaution. Furthermore, some of the detainees declared that they buy the guns and the gunpowder from the Mandarese, and others again that the Bandanese supply them with various items; meanwhile, we must attribute it to the wrong maneuvers, if not laxity, of Lieutenant Gosseling—whom the first undersigned had sent out after them alongside Ensign Gronard and twelve soldiers with four orembaais—that we have not yet captured two other Ceram junks which lay at anchor under the so-called Duivelsklip near Mamala; because instead of advancing upon them himself, he sent out a small prahu with two soldiers; through whose untimely firing the Cerammers got the opportunity to save themselves by flight to Poulo Cassa, on which island they left behind two persons, whom the radja of Caijbobo massacred there and brought their heads to Haroeko's chief Cruijpenning. Disposition over the aforesaid junks. Deciding in the session of the [illegible] of this month concerning the aforesaid junk and its cargo, we have, in accordance with the arrangement made by Your High Noblenesses in the secret missive of 31 December 1763, agreed to let the chief of Laricque, Huijgens, keep that vessel with all its tackle, as well as the textiles found therein, and also to have paid out to him and the co-sharers in the booty from the treasury 97: 20:— Rijksdaalders in cash, both for the purchase amount of the spices and the appraised value of the ammunition and weaponry, of which the English flintlocks are sent herewith for the examination of Your High Noblenesses, along with some native weaponry. On the same day, it having been demonstrated by the Governor that it is necessary, in these times when the Cerammers continue to roam everywhere in the vicinity of the clove-yielding offices and districts, to establish once again as before a post at the northwest corner of the middle island of the Three Brothers and to man the same with a corporal and six private soldiers; because from there, all vessels that wish to cross from the Hitoe coast to the corner of Liang can not only be observed, but everything can also be seen that passes along the Hitoe coast from the corner of Asseloeloe to the settlement of Lima; and thereby also the means will be taken away from the aforesaid roamers to seek one of the aforesaid three islands as a rendezvous, as well as from the natives of Oering and Assaloeloe or any other settlements of the Hitoe coast to bring them spices there, as those of Assaloeloe have recently done. Thus we take the liberty to request Your High Noblenesses' honored authorization for the placement of the cited post on the middle of the Three Brothers aforesaid. The North and East Cerammers are [illegible]. Regarding further Your High Noblenesses' recommendation to encourage the East and North Cerammers more and more to frequent the navigation to this head office and thereby divert them from all confederacies, whether covert or overt, with those of Tobo, Kellimoerij, and other such declared enemies; we respectfully state that we shall take this as our dutiful instruction and observation, with such precautions as are necessary, so that their vessels, both upon arrival and departure, here as well as at the outer offices they visit, are also inspected exactly according to the orders.
Dutch transcription
de verkeerde maneuvre van Gosling is oorsaak dat er twee jonken ontsnapt zijn ding gevallen. tot het frequenteeren der vaart na Am „bon meer en meer g'animeert. nogtans met de nodige precautie„ Voorts hebben sommige der gedetineerdens verklaart dat zij de geweeren en het kruijt van de Mandhareesen koopen en andere weeder dat de Bandaneesen hun het een en ander aanbrengen; ondertusschen moeten wij aan de ver „keerde maneuvres, zo niet lachiteit van den lieutenant Gosseling welke den eerstgeteekende neevens den vendrig Gronard en twaalf soldaten met vier orembaijen daar op uijt gesonden had toeteschrijven dat wij nog niet van twee andere Ceramse gonken, welke onder de zo genaamde duijvels klip bij Mamala ten anker lagen meester ge„ „worden zijn; also hij insteede van daar op selfs afte„ „gaan een prauwtje met twee soldaten uijtsond; door welker ontijdig schieten de Cerammers geleegendheijd gekree „gen hebben zig met de vlugt te sauveeren, na Poulo Cassa op welke Eijland zij twee Persoonen agtergelaaten hebben, die den radja van Caijbobo aldaar gemassacreert en derselver koppen aan Haroekos hoofd Cruijpenning gebragt heeft. dispositie over de voorsz: Jonken laa„ ter sitting van den -. deeser over de voorsz: Jonk en dies lading disponeerende, hebben wij conform de schicking door uw Hoog Edelens gemaakt bij secreete missive van den 31:' December 1763: verstaan dat vaartuig met zeil en treil item de lijwaaten daar in gevonden aan Laricques hoofd Huijgens te laten behouden midsg:s aan hem en de meede deel genooten in de buijt uijt Cassa doen afgeeven Rijx„ „daald=s 97: 20:—: in contant, zo voor het inkoops bedra„ „gen der specerijen als de getaxeerde waarde van de ammo„ „nitie en wapen goederen, waar van de Engelse snaphanen ter speculatie van uw Hoog Ed=s hier neevens overgaan, met eenig inlands wapentuig. Ten eevengem: dage door den Gouverneur aangetoond zijnde de noodsakelijkheijd om in deesen tijd dat de Ceram „mers alomme in de nabijheid der nagul geevende Comp„ „toiren en districten blijven swerven aan de noordwesthoek van het middelste Eijland de drie gebroeders weeder ge „lijk voorheen een post te leggen en deselve te doen belitten met een corporaal en ses gemeene Militairen; wijl van daar alle vaartuijgen die van de cust Hitoe na de Hoek van Liang willen oversteeken niet alleen kunnen worden geobserveert; maar ook alles gezien wat langs de Hitoeese Cust van de hoek van Asseloeloe tot nego„ „rij Lima passeert mitsg:s daar door teffens zo aan voorm: swervers het middel benoomen worden om een der voorsz: drie Eijlanden tot een rendevous te zoeken als aan de jnlanders van oering en Assaloeloe of eeni „ge andere negorijen van de cust Hitoe om hun daar de specerijen te brengen, gelijk die van Assaloeloe jongst gedaan hebben. zo neemen wij de vrijheijd uw Hoog Edelens g'eerde qualificatie te versoeken tot het plaat „sen van de geciteerde post op het middelste der drie ge„ „ broeders voornoemt. de noorden ooft Crammers worden B. etreffende wijders uw Hoog Edelens recommandatie om de oost en Noord Cerammers tot het frequenteeren der vaart na dit hoofd Comptoir meer en meer te ani „meeren en daar door van alle confaderatien, 't zij bedekt of opentlijk met die van Tobo, kellimoerij en verders soortgelijke verklaarde vijanden te diverteeren; dienen wij in eerbied dat ons zulx ter schuldige na„ „rigt en observantie zullen laten strecken met die prae„ „cautien welke noodsakelijk zijn, invoegen hunne vaar „tuijgen ook bij aankomst en vertrek zo hier als op de buijten Comptoiren die ze aandoen na de ordre exact worden zijnde gevisiteert & „
English
of orembaaien in expeditions or to contribute. The ordered post on Bouro will be placed at Lissela of the hinterland, as being preferable to Balbeto. Two iron 2-pounders and four brass one-pounders will be placed there. Moreover, the dwellings for the officer and privates will be fenced with palisades. 100 flintlocks were provided to the regents of Bouro. Inspected to deter the roaming of the Papuans. Proposal to contribute 50 rixdollars to the owners upon the wrecking of orembaaien during expeditions or cruising: Before we conclude this ample article on the Ceram people and the cruising operations against them, we take the liberty, in accordance with our secret resolution of the 6th of March mentioned before, to propose to Your Right Honourables that, since an expedition or cruising operation is seldom conducted without some orembaaien being wrecked by heavy weather (which Your Right Honourables greatly lamented regarding the multitude of those vessels lost on Ceram in the past year) and that a similar fate once again befell the orembaaien of Hitoelamma and Poorto during the recently concluded clove harvest, both of which were dashed against the rocks by heavy weather; to these poor people, who not only must purchase the aforesaid vessels themselves, as Mr. Breton kindly noted in his considerations cited hereinabove, and often spend the little that their cloves yield toward that end, but are also driven to despondency thereby; henceforth, as some compensation for the damage, fifty rixdollars be contributed for every orembaai that happens to be wrecked on an expedition or cruising operation, or in other services of the Company, by currents or sea peril, but not through malice or negligence of the crew sailing on it; a douceur that, in our opinion, is not too much, since eighty to one hundred rixdollars and often even more is generally paid for a new orembaai of the designated length, that is fifty feet. Expression of thanks for the order given: For Your Right Honourables' communication that both the Ternate ministers and the ruler of that realm, as well as the courts of Tidor and Batchian, would be emphatically admonished regarding the frequent roaming of the Papuans, we give our most respectful thanks, and upon Your Right Honourables' desire to place, at the most suitable location on the island of Bouro, an additional 25 soldiers under an ensign in addition to the occupation currently situated in the bay of Caijelie, we have decided, following what was recorded in the secret resolution of the 6th of March mentioned before, to establish such a post at Lisella on the back side of that island, between Wasoeta and Waijtela, since this place is preferable to Balfetoe, where the former corporal's post stood which was overrun and burned by the Papuans in the year 1761, because it is not only provided with good drinking water, of which there is a shortage on Balfeto, but also has the same view of the land of Xula, and moreover lies closer to the Residency so that it can be assisted by the same in case of need; it having been decided on the aforesaid day to place two iron two-pounders and four brass one-pounders at the aforesaid post, with which we judged that matters will be well managed and the garrison will be able to ward off the Papuans; while, in order to protect them all the better against an attack by those robbers, it was decided to have both the dwelling for the officer and the guardhouse and further adjoining rooms, which Resident Knop is already having made of gabba-gabba with sills of nani wood, surrounded with a palisade of the same poles or palisades sharpened at the top ends to a height of 5 to six feet. Furthermore, pursuant to Your Right Honourables' honored command to distribute among the village chiefs of Bouro one hundred flintlocks.
Dutch transcription
van orembaijen in expeditien of be toeteleggen. d' g'ordonneerde Post op Bouro zal op als te prefereeren zijnde boven Bal„ twee ijsere 2: en vier metale een ponders zullen daar geplaast. mitsg:s de wooningen voor officier en gemeenen ompaggert worden. Aan de regenten van Bouro zijn 100: snaphaanen verstrekt. tot weering van het swerven der papoin gevisiteert. voorstel om bij het verongelucken Bevoorens wij dit ampel articul der Cerammers en kruijssingen aan de eijgenaars 50: w=d de Bekruijssingen tegens deselve fineeren; gebruijken wij de vrijheijd uw Hoog Edelens conform ons secreet be„ „sluijt van den 6:' maart meerm: voor te dragen om, ter zake er selden eene expeditie of Bekruijssing gedaan word dat er niet eenige orembaijen door swaar weer komen te verongelucken; (: het geen hoog deselve ten aan„ „sien van de meenigte dier vaartuijgen in A:o pass=to op ceram verlooren geraakt seer beklagen:) en dat een diergelijk lot onder den jongst afgeloopen nagul oogst weeder is te beurt gevallen van de orembaijen van Hi„ „toelamma en Poorto, welke beide door swaar weer teegens de klippen verbrijsseld zijn; aan deese arme menschen; die de voorsz: vaartuijgen niet alleen zo als den Heer Breton bij zijn Ed: hier booven geciteerde con„ „sideratien gelieft aantemerken zelfs moeten inkoopen en daar toe het weijnigje dat hunne nagulen afwerpen dikwils daar bij inbrocken; maar daar door ook moe„ „deloos gemaakt worden voortaan tot eenig de doma ge„ „ment der schade toeteleggen vijftig rd=s voor ieder orembaaij welke op een expeditie of Bekruijssing dan wel in andere diensten van de Comp=e door stroom off zeenood, maar niet door moedwil of negligentie der daar op vaarende manschappen komt te verongeluk „ken; een douceur dat onses er agters niet te veel is, nademaal voor een nieuwe orembaaij van de be„ „paalde lengte dat is vijftig voeten doorgaans tagtig tot Hondert rijxd=s en ook wel meer betaald word. dankbetuiging voor de gestelde ordre Voor de Communicatie uwer Hoog Edel:s dat zo wel de Ternaatse ministers als den vorst van den Rijk item de Hooven van Tidor en Batchian met nadruk zouden onderhouden weegen het meenigvuldig swerven der Papoeën; bedanken wij op het eerbiedigste en hebben op Hoog densel Lissela van het agterland gelegt worden „ ver begeerte om aan de bequaamste oird van het Eijland Bouro, boven de bezitting die tans in de baaij van Caijelie legt nog 25: Militairen onder een vendrig te plaatsen na het aangeteekende bij secreete resol: van den 6:' Maart meerm: beslooten op Lisella aan de agter kant van dat Eijland tusschen wasoeta en waijtela zodanigen Post aan „te leggen, nademaal dese plaats te prefereeren is boven Bal „fetoe door de voorige corporaals post welke in Ao 1761: door de Papoeën afgeloopen en verbrand is gestaan heeft also die niet alleen van goed drink water daar men op Balfeto gebrek aan heeft voorsien zij maar ook het selfde gesigt van het land van Xula heeft en daar en boven nader aan de Residentie legt om in cas van nood van deselve g'assisteert te kunnen worden; zijnde ten voorsz: dage g'arresteert op voorsz: Post te plaatsen twee ijzere twee ponders en vier metale Een ponders waarmede wij g'oordeelt hebben dat het wel te stellen zal weesen en de be „settelingen in staat zullen zijn de Papoen aftekeeren; terwijl om deselve des te beeter te decken voor een aanval dier Roovers beslooten is zo wel de wooning voor den officier als de wagt en verdere bij vertrekken die den Resi„ „dent knop reeds laat vervaardigen van Gabba Gabba met onderleggers van Nanij hout te laaten ompaggeren met dito paalen of pallisaden aan de booven enden gescherpt ter hoogte van 5: â ses voeten. Voorts zijn op uw Hoog Ed:s g'eerd bevel om onder de negorijs Hoofden van Bouro te distribueeren Een hondert snaphanen „beto. 13 F
English
for some time nothing was heard. which we wish may be of long duration. and Batchianese on Ceram is guarded. to send back to Ternate. at Sawaij prince at Sawaij who was sent hither under arrest. flintlocks with the necessary powder and lead for that purpose, delivered to the resident Knop for that end the aforementioned number of firearms with a dozen sharp cartridges for each firearm, with the recommendation to ensure as much as possible that these are not alienated by them and thus of the Papuas has since there fall into the wrong hands; meanwhile we have the pleasure of being able to inform your High Nobles that although according to the Report of the aforementioned Resident Knop noted in our resolution of 23 February last concerning the work carried out and the visit made by him to the hinterland according to the orders obtained by Instruction from the governor, the negorij peoples of Lissella, Foogij and Massavooij, due to the continuous invasions and robberies of the Papuas, as well as the abduction and death of a considerable number of their fellow companions, inquiry into the reason for his appearance have been forced immediately to abandon their negorijs and flee deep into the forest, have now for some time had peace and heard nothing from those robbers, which we heartily wish may be of long duration and is also not without reason to hope for once the necessary lodgings, guardhouse for the officer and soldiers at Lissella, on which all possible haste is being made, are so completed that one can detach them thither. against the illicit navigation that, regarding furthermore the illicit navigation of the Tidorese and especially of the Batchianese on Ceram, we assure your High Nobles that we shall leave no means untried upon the reappearance of those rogues on the aforementioned coast, to overpower them and, according to the order, send them well-secured to Batavia at the disposal of your High Nobles; to which end the first signatory has most carefully recommended, both to the resident of Manipa, Treno, and to the postholder at Sawaij, Brandis, by transmitting an Extract from your latest missive regarding this matter, the execution of your High Nobles' old order renewed therein in that respect, which we have considered nevertheless does not have, nor can have, arrival of a Batchian application with regard to a certain prince of the Batchian Empire named Kandhar Alim, who, having arrived there in the month of December last with his vessel and a large prahu, manned by fourteen heads large and small, provided with some ammunition goods, was placed under arrest by the aforementioned postholder Brandis at Sawaij aforesaid and sent hither as such; whereas result of the investigation made it has appeared here upon examination that this prince, wishing to sail from Obij to Mixoual to have sea cucumbers boiled there, fell off near the Seven Islands due to heavy squalls and counter-currents, and thereupon, as well as from a lack of provisions and water, put into Sawaij in order, having provided himself there with the necessities, to continue the voyage to Mixoual; wherefore we, both because of the probability of this statement and that it agrees with the declaration of his retinue, as well as the kinship of this prince not only to the king of Batchian, but also to that of Tidor through the marriage of the same with a granddaughter of the last-mentioned monarch, for whom we have considered that, in view of his good and gentle character, as the Governor of Ternate, Mr. Valkenaar, describes him in a separate missive to the first signatory of 17 May 1771, one may well show this complaisance; and most particularly that from all the [illegible] gathered hereupon and transmitted for the honored speculation of your High Nobles
Dutch transcription
eenigen tijd niets vernomen. het geen wenschen dat van duur mag zijn „reesen en Batchianders op Ceram word gewaakt. ternaten te rug te zenden. op Sawaij prins op Sawaij die in arrest her„ „waarts gesonden is. snaphaanen met het daar toe benoodigde kruijt en lood, aan den resident Knop ten dien eijnde afgegeeven het voorsz ge „tal geweeren met een dousaijn scherpe patroonen voor ider geweer, met recommandatie om zo veel mogelijk te sor„ „gen dat deselve door hun niet veralineert worden en dus van de Papoien is aldaar sedert in verkeerde handen geraken; ondertusschen hebben wij het genoegen uw Hoog Ed:s te kunnen berigten dat of schoon vol„ „gens het Rapport van den voorn: Resident Knop geno„ „teert staande bij onse resolutie van den 23:' febr: pass=to weegens het verrigte en de door hem volgens de daar toe bij Jnstructie erlangde ordre van den gouverneur gedane visite na het agterland de negorijs volkeren van Lissel „la, Foogij en Massavooij. door de geduurige invasien en roverijen der Papoeën mitsg:s het wegvoeren en sneuves „len van een merkelijk getal hunner meede makkers ge„zoik na de reeden van zijn verschijning „noodsaakt zijn geworden hunne negorijen aanstaand te ver„ „laten en diep boschwaards in te vlugten, nu seedert enigen tijd rust gehad en van die roovers niets vernoomen hebben, het geen wij hertelijk wenschen dat van langen duur mag zijn en ook niet reeden te hoopen is als de noodige wonin „gen wagt voor de officier en militairen op Lissella waar Gevallen besluijt om den zelven na meede alle moogelijke spoed word gemaakt eens zo verklaar zullen zijn dat men deselve derwaards kan detacheeren. teegens de clidite vaart den sido, dat verder de elicite vaart der Tidoreesen en voorna„ „mentlijk der Batchianders op Ceram betreft, verseekeren wij uw Hoog Edelens dat wij geene middelen onbesogt zul „len laten om bij weeder verschijning van dat geboefte op voorsz: cust, deselve magtig te worden en die volgens de ordre wel verseekert na Batavia zenden ter dispositie van uwe Hoog Edelens; ten welken eijnde den eerst getekende zo wel Manipas resident Treno als den posthouder te Sawaij Brandis, onder toesending van een Extract uijt Hoog derselver jongste missive deesen aangaande op het aller soigneuste heeft gerecommandeert de executie uwer Hoog Ed:s daar bij gerenoveerde oude ordre op dat respect die wij vermeend hebben dat nogtans geen applicatie heeft aankomst van een Batchians of hebben kan ten aansien van seekeren prins van het Bat chianse Rijk in name Kandhar Alim, die door den voorsz: posthouder Brandis te sawaij voorm: in de maand Decemb:r pass=to met zijn vaartuig en een groote prauw, bemand met veertien koppen klein en groot voorsien met eenige ammonitie goederen aldaar g'arriveert in arrest genoomen en zodanig herwaards gesonden is; nademaal al„ resultaat van het gedaan onder „hier bij ondersoek gebleeken is dat dien prins van Obij na Mixoual willende scheppen om aldaar tripangs te laaten kooken, door swaare buijen en teegenstroom is vervallen bij de seven Eijlanden en als toen, zo uijt gebrek aan vivres en water is geschept na Sawaij om aldaar zig van het nodige voorsien hebbende de reijse na Mixoual te ver„ „vorderen; weshalven wij zo om de waarschijnlijkheijd van dit voorgeeven en dat zulx concordeert met de opgaave van zijn gevolg als ook de verwandschap deesen prins niet alleen aan den koning van Batchian, maar ook aan die van Tidor door het huwelijk van denselven met een klein dogter van laast gen: vorst, voorwien wij vermeend hebben dat men uijt hoofde van desselfs goed en Sagtsinnig Caracter, zo als den Heer Ternaats gouverneur Valkenaar die be„ „schrijft bij aparte missive aan den eerst geteekende van den 17:' Maij 1771: wel deese complaisance mag over „hebben; en wel voornamentlijk dat uijt alle de hier van ingewonne en ter g'eerde speculatie uwer Hoog Edelens zo overgaande & de 15
English
to request the King of Batchian to insist that all correspondence of his subordinates with the Ceram people be conducted. The order concerning the foreign nations will be strictly observed. their activities at that island, where they were still expecting three ships, and so forth. are located. had to conduct illicit trade with the Papuas. the appearance of a ship and a bark at the latitude of Tafoere and Bijauw. no foreign ship or vessel heard of. transmitted declarations it is evidently clear that the King of Batchian himself was entirely unaware of the intention of this Prince to go to Micoual, since he had only granted him permission to go pound sago on Obij, and that therefore, as previously said, his appearance on Ceram must be regarded not as intentional, but merely as accidental, we resolved in the Secret Meeting of 7 January last to send the aforementioned Prince and his retinue not to Batavia, but back to Ternaten, except for five persons who belong at Sawaij and who have therefore been sent back thither; and furthermore, by a separate letter to the Ternate Governor, the aforementioned Mr. Valkenaar, to request him to inform the King of Batchian of this incident and to insist anew with that monarch to prevent and oppose to the utmost of his ability all correspondence of his subordinates with the Cerammers of the North Coast. In the meantime, during the aforementioned Prince's stay here, we accommodated him in the Castle at the house of the Equipage Master Hogerscheijd and permitted no one any access to him without the special prior knowledge of the Governor, and also granted him ten rixdollars per month for his maintenance, to be charged to Ternaten along with what his retinue consumed in provisions. In accordance with Your High Noblesse's recommendation, upon the appearance of foreign European nations in these regions, we shall show them not the slightest assistance, except solely in case of maritime distress, and in such a case deliver the necessities on board using our own vessels and people, but by no means with theirs, in order thereby to prevent any of them from going ashore, or having any communication with the natives. For two years, under this jurisdiction, that is since the spring of 1770, when the French brigantine L'Etoile du Matin was mentioned in our dispatches sent in that year, not a single foreign ship or vessel has been heard of under the jurisdiction of this Government; but the Governor of Ternaten, Mr. Valkenaar, in his separate letter to the first-signed dated 6 March last, reported that in the preceding month of February a three-masted ship and a two-masted bark had been seen at the latitude of the islands of Tafoere and Mijauw, which His Honour maintained were probably English interlopers who had intended once again to conduct illicit trade with the Papuas, the more so since those vessels had turned their bows toward the southeast, very apparently (His Honour continues) with the aim of thus sailing through the Patientie Strait to the Papuan islands. But entirely different reports, and of considerably greater concern if one may give credence to them, were recently communicated to the first-signed by Saparoua's Chief, van Blijdenberg, with the transmission of a report addressed to him by Iacobus Frans Pikaulij, Commissioner of Marital Affairs at Nussalaut, containing among other things that he had learned on Ceram, or rather at Watumetting, from the Orang Kaya Ianavare—who is said to have heard this from a Keffing man named Assan Anachoda, who had recently returned from the Papuan Islands—that two English ships were located on Gebe, one of the aforementioned islands, which had already built three houses there, and a
Dutch transcription
versoeken bij Batchians koning te insteeren om alle correspondentie van zijne onderhoorige met de Cerammers te voeren. de ordre ten aanzien van de vreemde „den. haare verrigtingen aan dat eijland, daar ze nog drie scheepen verwagtende waren en sz: bevinden. hadden met de papoen morshandel te drij„ „ning van een schip en eenbark op de hoogte van tafoere en Bijauw geen vreemd schip of vaartuig vernomen overgaande declaratoiren evident consteert dat Batchians koning zelve geheel onkundig is geweest van het voornee„ „nen van desen Prins om na Micoual te gaan nadien hem maar alleen permissie verleend heeft om op Obij sa„ „goe te gaan kloppen en dat het dus gelijk voorsegt met a dessein maar slegts bij toeval aangemerkt moet wor„ „den dat op Ceram verscheenen is ter secreete Besoigne van den 7. ' Ianuarij pass=to beslooten hebben meerm: Prins en zijn gevolg niet na Batavia, maar na Ternaten te rug te senden, excepto vijf persoonen die op sawaij thuijs hooren en welke overzulx derwaards te rug gesonden zijn en mitsg:s den ternaats gouverneur te voorts den Heer Valkenaar voorm=t bij een aparte brieff te versoeken den koning van Batchian van dit geval ken „nisse te geeven en bij dien vorst op 't nieuw te insteeren om alle correspondentie van zijne onderhoorigen met de Ceram „mers van de Noord Cust na uijterste vermoogen te weiren en teegen te gaan, ondertusschen hebben wij geduurende het verblijff van den meerm: Prins alhier denselven ten huijse van den Equipagie opsiender Hogerscheijd binnen het Cas„ „teel gelogeert en aan niemand eenig alles tot den zelven ge „accordeert buijten speciaal voorkennis van den Gouver„ „neur, mitsg. s denselven tot onderhoud toegelegd tien rijxd:s permaand, om met het geen zijn gevolg aan mondkost ge„ „nooten heeft Ternaten aangereekend te worden, De Vreemde Europeesche Natien, zullen wij ingevolge „ratien zal stipt g'observeert wor„ uw Hoog Ed=s recommandatie bij derselver verschijning in deese contrijen geen de geringste adsistentie bewijsen, ten waare alleen bij zee nood en in zo een geval het be„ „noodigde met onse eijgene vaartuigen en volk, dog geen „sints met de haare aanboord doen besorgen, ten eijnde hier door voor te koomen dat niemand van hen zig aan de wal begeeve, nog ook met den inlander eenige Communica „tie hebbe; seedert twee jaren is onder dit resort zijnde seedert het voorjaar 1770: dat de fransche Brigan „tijn L'Etoile du Matin, waar bij onse in dat jaar afgeson„ „dene advisen gewag gemaakt is geen een vreemd schip off vaartuig onder het resort van dit Gouvernement verno„ „men dog heeft den Heer Gouverneur van Ternaten Val„ „kenaar bij zijn Ed: aparte brief aan den eerst geteekende maar van ternaten bedeeld de verschij„ de dato 6:' maart j:t leeden bedeeld dat er in de maand fe„ „bruarij bevoorens een drie mast schip en een twee maste Bark op de hoogte van de Eijlanden Tafoere en Mijauw gesien waaren, die gem: zijn Ed: sustineerde dat Engelse dat apparent Engelsen waren en intentie lorrendraijers zouden geweest zijn, welke de intentie ge„ „had hebben om weederom met de Papoeën morshandel te duijven, te meer vermits die kielen de steeven na het Z:d O:t had „den gewend, seer apparent /:vervolgd zijn Ed:/ met dat oogmerk om dus door de straat Patientie de papoese Eijlanden te bezeilen; maar geheel andere berigten en van vrij meer be„ op gebe zouden zig 2: Engelse scheepen „ denking indien men daar aan geloof mag defereeren zijn, den eerstgeteekende door Saparouas opperhoofd van Blijdenberg onlangs gecommuniceert onder toesending van een rapport door Iacobus Frans Pikaulij, Commissaris van Huwe „lijxe zaken te Nussalaut, aan hem gerigt behelsende onder anderen dat hij op Ceram of eijgentlijk op watu„ „metting van den orangkaaij Ianavare, die zulx van een keffinger genaamt Assan Anachoda welke onlangs van de Papoesche Eijlanden was te rug gekoomen, zou ge „hoord hebben vernoomen had dat zig twee Engelsche scheepen op Gebe een der gem: Eijlanden zouden bevinden, welke aldaar reeds drie huijsen gebouwd hadden en een hier Zee F „ven. d 17
English
To the Right Honourable, Right Worshipful Governor-General Petrus Albertus van der Parra and the Right Honourable Members of the Council of the Dutch Indies at the Castle in Batavia. Per the ships Castendijke etc. ... constructed a jetty, as well as laid out a fort or stronghold; that the British were expecting another three ships and some boats there; furthermore, that they had given around one hundred muskets and some linens to four Papuan Rajas, who had distributed them across a large number of kora-koras in order to profit everywhere with them, and that those vessels had also departed for Hottij on the north coast of Ceram. We respectfully present to Your Honours the original report concerning this by the aforementioned Pikaulij, written in Malay, accompanied by a translation into Dutch, of which the first signatory shall also send a copy for information by the next opportunity to the Governor of Ternate, Valkenaer. Meanwhile, subscribing ourselves with profound due respect, Right Honourable, Right Worshipful Sirs and Most Noble Sirs, Your Honours' humble and dutiful servants, signed: J: A: van der voort, I: A: de Villeneuve, H: v: d. Brink, M:r Hartog, I: W: v: Blijdenbergh, I: A: Schilling, C: F: Treno, J: C: Cruijpenning, J: H: Huijgens, J: H: van Santen, and R: Houque. In the margin: Amboina, in Castle Nieuw Victoria, the 20th of May Anno 1772. Right Honourable, Right Worshipful Sirs and Most Noble Sirs. It is not without our particular regret that we must address this separate letter to bring humbly to Your Honours' notice what has occurred in the handover of the administration of the shop. In accordance with our resolution of the 22nd of February last, a transfer was made by the outgoing shopkeeper, Junior Merchant Reinier Houque, appointed by Your Honours as Resident of Gorontalo, to his successor, Junior Merchant Carel Fredrik Treno, in the presence of Fiscal Iohan Adam Schilling and Pay Bookkeeper Ian Hendrik van Santen. From the report submitted concerning this matter by the aforementioned commissioners and incorporated into a separate resolution of the 10th of April last, it has appeared to our greatest astonishment that the said Houque, in his said administration, has a considerable deficit amounting to six thousand rixdollars etc. Agrees, C. Reijnon
Dutch transcription
19 Heere Petrus Albertus van der Tarra. Gouverneur Generaal. Den Hoog Edelen Gestrengen Groot Agtbaren 't slot P„r de Scheepen Castendijke in de Gouverneur Generaal. zee hoofd vervaardigden, mitsg:s een fort of sterkte aan„ „leiden; dat de Britten daar nog drie scheepen en eenige boots waren verwagtende; voorts dat zij wel hondert snaphanen en eenige lijwaten aan vier Papoesche Ra„ „djas zouden afgegeeven hebben welke deselve over een groot getal corre Corren hadden verdeeld, om daar meede over al voordeel te doen en dat die vaartuijgen ook na Hottij aan Cerams noord Cust vertrocken waren. het rapport dies wegen gatover wij bieden uw Hoog Edelens het rapport van voorsz: Pikaulij zijnde in het maleids geschreeven in origi„ „nali eerbiedig aan met bijvoeging van een translaat in het Neederduijtsch waar van den eerstgeteekende dat ook gezonden zal worden naternaten bij de naaste occagie ook een afschrift ter narigt zal senden aan den heer Ternaats gouverneur valke„ Jn middens dat wij ons met diep schuldig respect onderschrijven /:onderstond:/ Hoog Edele Gestrenge Groot Agtb: Heere, en wel Edele Gestrenge Heeren /:lager:/ uw Hoog Edelheedens onderdanige Trouw schuldige dienaaren /:was geteekend:/ J: A: van der voort, I: A: de Villeneuve, H: v: d. Brink, M:r Hartog, I: W: v: Blijdenbergh, I: A: Schilling, C: f: Treno, J: C: Cruijpenning, J: H: Huijgens, J: H: van Santen en R: Houque /:in margine:/ Amboina in 't Casteel Nieuw Victoria den 20:' Maij Anno 1772: „naer; Het is niet zonder ons bij zonder Leedweesen deesen apart te moete rigten om uw Hoog Edelheedens onderdaanig ter kennisse te brengen hoe het bij d' overgaave der administratie van de winkel waar van ingevolge onse resolutie van den 22:' febr: Jongstleeden door den afgegaande winkelier en door uw Hoog Edelheedens tot Resident van Gorontalo benoemden onderkoopman Reinier Houque aan desselfs vervanger den onderkoopman Carel Fredrik Treno, ten overstaan van den fiscaal Iohan Adam Schilling en den soldij boekhouder Ian Hendrik van Santen onder utt„o daar aan Transport gedaan is, uijt het dientweegen door voorsz: Gecommitteerdens gediende en bij aparte Resolutie van den 10:' April Jongst leeden ingelijfde Raport tot onse grootste verbarsing is koomen te blijken dat gem: Houque op gem: zijne administratie een aanmerkelijk bedragen van rijsd:s Ses Hoog Edele Gesteenge Groot Agtbaren Heere en wel Edele Gestrenge Heeren. benevens De wel Edele Heeren Raden van Nederlands India. Aan zijn Hoog Edelheid Batavia Accordeert CReijnon duijsent ec.
English
one thousand six hundred eighty-two and four stuivers was short; serving not a little to increase this our astonishment, that such could have occurred in spite of all possible precautions taken against it, since the first undersigned on the one hand incessantly exhorted the mentioned servant, now in friendly and then in serious terms, to set aside all looseness and carelessness and attend to his administration entrusted to him according to his duty and obligation, and on the other hand assigned him a capable clerk in the person of the bookkeeper Iacob Knop, not only to assist him in the performance of duty, mainly in the disbursals of wages and other matters wherein one might easily cause oneself harm through mistake or otherwise, but also to be able to obtain knowledge all the sooner if Hougue were not to deal properly with the Company's monies or goods; yet notwithstanding all this, such a considerable amount has been mislaid in a short space of six months or since the end of August 1771, when the general inventory was taken in the respective administrations and the shop was virtually balanced, and the difference that was then found was of no account; as a proof of how the aforementioned Hougue has known not only how to mislead us in an unpardonable manner and keep the aforesaid important shortage hidden, but also how to divert and hoodwink the said bookkeeper Knop by all kinds of frivolous pretenses, so that the latter was thereby unable to obtain any grounded knowledge of his true circumstances and unfaithful conduct. In our meeting of the 10th of April, the aforementioned Hougue being questioned by the first undersigned concerning the cause of this considerable shortage in such a small space of time, it served to no less astonishment that his answer consisted in so unsatisfactory as well as culpable a pretense that he was not able to give the slightest reason for it, and thus could only presume those monies to have been stolen from him. Even as this denoted the most unpardonable nonchalance, it appeared no less from the notes handed over by him and presented at the just-mentioned meeting, both of outstanding monies from sales at diverse auctions and of what was moreover due to him from various persons for private sales of linens, as well as monies lent and advanced in cash, that on account of his kept bad, confused, nay, even completely neglected records of receipt and expenditure, not the slightest reliance could be placed thereon; because, among others, the Chinese Limsoeiko stood debited for an amount of two hundred forty-seven rixdollars and twelve stuivers, and by a receipt signed by Hougue in his own hand it was shown that he had already discharged that debt, and thus it was also subsequently found to have been the case with many and various persons listed by him as debtors. In the uncertainty, therefore, whether such a sordid manner of dealing might not perhaps also have crept into his books through the occasionally neglected taking in of some warrants, we deemed it most advisable on that day, before finally disposing of this troublesome affair, regardless of the examination and confrontation of the shop books already made by the commissioners mentioned hereinbefore, to commission anew for that purpose the senior merchant
Dutch transcription
duijsent Ses hondert Twee en tagtig en vier sluijverste korl quam; strekkende niet weinig tot vergrooting van deese onse verwondering, dat zulx heeft kunnen ontstaan in weerwil van alle moogelijke proe„ „cautien daar teegen in het werk gestelt nademaal den eerstgeteekende aan d'eene zijde gem: bediende onophoudelijk heeft g'adhorteert, dan in vriendelijke en dan in ernstige termen om met postpositie van alle los en onagtsaamheijd, zijne hem toebetrouwde administratie volgens zijn pligjt en gehoudenis te behartigen, en aan d'andere zijde hem een bequaam pennist in de persoon van den boekhouder Iacob knop heeft toegevoegd om denzelven niet alleen in de waarneeming van dienst behulpsaam te zijn, voornamentlijk bij de verstreklingen van Gagien en andere gevallen waar inne men door vergissing als andersints ligtelijk zig schade zoude kunnen toebrengen, maar ook om daar door des te eerder kennis te kunnen krijgen bij aldien er door Hougue met 's Comp„s gelden of goederen niet na behooren gehandelt wierd; dog onaangezien dit alles iser zulk een aanzienelijk bedraagen in een kort bestek van ses maanden of zeedert ult„o Aug„s 1771: dat den generaalen op neem in de respective administratien gedaan en de winkel genoegsaam op een offen bodem geweest; mitsg:s het defferent dat er toen gevon„ „den is van geen naam geweest zijn, 't zoek gebragt; tot een blijk hoe voorm: Hougue ons niet alleen op een onvergeetelijke wijse heeft weeten te wislijden en de voorsz: importante te kort kooming ver„ „borgen te houden maar ook door allerhande frivoole voor wendsels gemel„ „den boekhouder knop te diverteeren an te blind pokken dat denzelven daar door buijten staat is geweest van zijne waare omstandigheeden en ontrouwe handelwijse eenige gegronde kennisse te krijgen In onse bij eenkomst van den 10: April meerm: Houque weegens d'oorsaak deeser Consideratie te kort kooming in zo een klemn tijd bestet door den eerstgeteekende ondervraagd zijnde strekte't tot geen minder verwondering dat zijn andwoord bestond in eene zo onvoldoende als strafbaare voorwending dat niet instaat was eenige de minste reeden daar van te geeven, en dus alleen moest veronderstellen die gelden hem ontstoolen te zijn. Eoven gelijk nu dit d'aller in pardonnabelste nonchalance denoteerde niet minder bleek het uijt de door hem overgegevene en ter even Ged„e bij een komst gediende notities zo van nog uijtstaande pen„ „ningen over verkoop op diverse vendities als het geene hem van verscheidene perzoonen daar en boven nog zoude Competeeren, wee„ „gens uijt de hand verkogte Lijwaaten, mitsg„s in Contant geleende en verschootene penningen dat weegens zijne gehouden slegte ver„ „waarde Ja zelfs ten eenemaale versuijmde aanteekeningen van ontfangst en uijtgaave geen de minste staat te maaken was; door dien onder anderen den Chinees Limsoeiko voor een bedraa„ „gen van twee hondert seeven en veertig rijs d:s en twaalf stuijv=s gedebiteert stont, en bij eene door hem Houghie eijgenhandig ge„ „teekende quitantie vertoond wierd die Schuld bereeds voldaan te hebben, en zo heeft men ook naderhand bevonden dat het met veele en verscheijde door hem als debiteuren opgegevene persoonen geleegen is geweest. In d' onseekerheid dierhalven of eene zodanige sordige handel„ „wijse ook niet misschien bij zijne boeken konde zijn ingesloo„ „pen, door de Tomwijlen versuijmde inneeming sommiger or„ „donnanties, hebben wij ten dien daage het raadsaamst g'oor„ „deelt, alvoorens over deese fachieuse affaire finaal te dispon„ „neeren ong'agt de reeds door de hier vooren vermelde gecom„ „mitteerdens gedaane examinatie en Confrontatie der winkel boeken daar toe op nieuw te committeeren den opperkoopman besteken de 21
English
de Villeneuve in the capacity of Chief Administrator, and to attach to him the first commissioners Schilling and van Santen, reinforced by the Cashier Galloo and the trade transferrer Dinksz, with orders to compare exactly the shop Journal and Ledger against the granted warrants, both for the provisioning of pay and linens, item the auction rolls and further documents, and to submit as soon as possible an accurate written report of their findings, while it was at the same time further resolved, in order to secure the Company provisionally as much as possible, to have the members Schilling and van Santen, assisted by the Secretary of our meeting Jan Daniel Beynon, make an accurate inventory of all the goods, effects, bondsmen, etc. to be found there at the house of the frequently mentioned Hougue after the adjournment of the meeting, provided also that the said Hougue point out everything that belonged to him in ownership besides that, with further orders to the Fiscal to look after the interests of the Honorable Company in this matter. Subsequently, at our meeting of 16 April, on the grounds that leaving the estate unsold for a long time could be detrimental rather than advantageous to the debtor, especially the bondsmen who were held in custody at the expense of the estate, we resolved to have the same sold publicly, and to include therein his house mortgaged to Captain van den Brink, although this officer, on the basis of a judicial deed of debt by which the same was mortgaged to him, opposed the decision of the meeting in an indecent manner and maintained that he was not obliged to surrender the deed of purchase for the same, notwithstanding that this our decree was founded on the Placard approved by the Gentlemen Lords in their Noble High Mightinesses' General Missive of 2 November 1655 of the Noble High Indian Government concerning the right of preference given thereby to the Honorable Company with regard to its personal debts, even above all other mortgage creditors, and further on the 58th article of the Batavian Statutes under the title of Desolate and Insolvent Estates, item Preference and Concurrence in words expressed in our aforesaid resolution of 16 April, and which aforesaid article also harmonizes with the clause contained in the advertisement decreed by the Noble High Indian Government on 13 August 1762, and thus could in no way be interpreted in favor of the mentioned van den Brink, even if he also, as he claims, paid the money to the previous owner, being the Bookkeeper Bangeman who departed for Batavia in the past year, because according to the deed of purchase Houque is recorded as the buyer of the house, and thus no third party who is not named in the judicial deed of debt can come into consideration. Furthermore, in our session of the [blank] of this month, the general report of all the foregoing having been received, it appeared therefrom that the deficit at the shop still amounted to 4462 rixdollars 8 3/4 stuivers, after deduction of what had already been received or was still to be received in favor of him, Houque, both from the sale of the aforesaid house and the rest of the estate, as well as what has been paid by various persons for the receipt of linens from the shop as otherwise, item the amounts of four pay accounts on account of monthly wages earned by him, Houque, amounting together to 1690 guilders 15 stuivers 10 pennings in pay money or 528 rixdollars 6 stuivers, adding together with each other 3999 rixdollars 9 stuivers, besides which there are still outstanding debts on account of linens sold at auction and by private sale, approved, provided, 23.
Dutch transcription
de villeneure inqualiteit van Hoofd administrateur en den zelven te adjungeeren d'eerste gecommitteerdens Schilling en van Santen, gesterkt met den Cassier Galloo en negotie overdrager Dinksz: met ordre om het winkel Journaal en Groot Boek teegens de verleende or„ „donnantien, zo tot de verstrekking van Soldijen als Lijwaaten item de vendu rollen en verdere documenten exact te confronteeren, en ten spoedigste van hunne bevinding een accuraat Rapport in geschriefte te dienen, terwijl men teffens om de Comp: bij provisie zo veel mooge„ „lijk te secureeren alverder besloot door de Leeden schilling en van Santen g'assisteert van den Secretaris onser vergadering Ian Daniel Beijnon na het scheijden der bij eenkomst ten huijse van veel gem: Hougue naauwkeurig te laaten inventariseeren alle de goederen, effecten, Lijfeigen &„a daar te vinden mitsgad:s door hem Hougue aanwijsing te laaten doen van alle het geene hem buijten dien in eijgendom toebehoorde met verdere Last aan den fiscaal om in deesen voor het interest van d' EComp: te vigileeren. Vervolgens hebben wij dan ook ter onser bij eenkomst van den 16: Appril uiyt hoofde dat het lange onverkogt laaten des boedels meerend dan voordeelig voor den debiteur konde zijn, principaal de Lijfeijgenen die ten kosten van den boedel gegijsselt zaten beslooten dezelve publicq te doen verkoopen en daar onder ook te begrijpen desselfs onder Capitain van den Brink verbonde„ „ne huijs, hoewel egter dien officier op fundament van eene Justiti„ „eele kennis waar bij het zelve onder hem verbonden is op een indecente wijse zig teegen het besluijt der vergadering g'oppo„ „neert en gesustineert heeft, niet verpligt te zijn de koop brief van het zelve afte geeven niet Jegenstaande dit ons ar„ „rest gefundeert was op het door de Heeren Majores bij haar Ed:e Hoog Agtb: Generaale Missive van den 2:' 9ber: 1655: g'approbeert Placcaat der Edele Hooge Indiasche Regeering kaa„ „kende het regt van praeferentie aan de EComp: daar bij gegeven in reguard van haare personeele schulden, selfs voor alle andere Hijpothecale Crediteuren en nog nader op het 58: articul van de Bataviasche Statuten onder den titul van desolate en insolvente Boedels, item praferentie et Concurrentie in verbis bij onse voorsz: resolutie van den 16: April uijtgedrukt en welk voorsz: articul ook harmonieert met de clausule vervat in het advertissement bij d'Edele Hooge Jndiasche Regeering G'arresteert op den 13: Aug„s 1762: en dus in geenen deele in faveur van gem: van den Brink konde uijtgelegd worden of schoon hij ook, gelijk voorgeeft het geld aan den voorigen eijgenaar zijnde den in A„o pass„o na Batavia vertrokke„ „ne Boekhouder Bangeman betaalt heeft, dewijl bij de koopbrief Houque als den kooper van het Huijs bekent staat en dus geen derde die bij de Iustitieele schuld kennis niet genoemd is in reffec„ „tie kan koomen. Voorts in onse setting van den . . deeser het geneaale verslag van alle het voorenstaande binnen gekoomen zijnde bleek daar uijt dat de tekort kooming op de winkel nog beliep rd„s 4462: 8¾ na aftrek van het geene ten voordeele van hem Houque reeds ingekoomen was of nog moeste inkoomen, zo weegens den ver„ „koop van het voorsz: huijs en verderen boedel, midsgad:s het geen door diverse Perzoonen weegens genot van Lijwaaten uijt de winkel als andersints is betaalt geworden, item het bedraa„ „gen van vier stux zoldij reekeningen weegens door hem Houque verdiende maandgelden met den anderen bedragende ƒ1690:15:10: aan zoldij geld of rijsd:r 528: 6:—: met den anderen addeeren, „de Rd„s 3999: 9:—: buijten dewelke er nog aan uijtstaande Schulden weegens per venditie en uijt de hand vrogte Lijwaten g'approbeerte midsg=rs 23
English
de Villeneuve in the capacity of Chief Administrator and to join with him the first commissioners Schilling and van Santen, strengthened by the Cashier Galloo and trade transferrer Dirk, with orders to confront the shop Journal and Ledger exactly against the issued ordinances, both for the disbursement of salaries and linens, the muster rolls and further documents, and to submit an accurate Report in writing on their findings at the earliest opportunity, while at the same time, in order to secure the Company provisionally as much as possible, it was further resolved to have the members Schilling and van Santen, assisted by the Secretary of our assembly Daniel Beynon, after the dismissal of the meeting, accurately inventory at the house of the frequently mentioned Houque the goods, effects, slaves etc. to be found there, and also to have Houque indicate all that belonged to him in ownership besides that, with further orders to the Fiscal to remain vigilant in this matter for the interest of the Honorable Company. Subsequently, we also decided at our meeting of 16 April, on the grounds that leaving them long unsold could be rather disadvantageous than advantageous for the debtor, particularly regarding the slaves who were detained at the expense of the estate, to have them sold publicly, and to include under that his house under Captain van den Brink, although that officer, on the basis of a judicial acknowledgement whereby the same was mortgaged to him, opposed the decision of the assembly in an indecent manner and maintained that he was not obliged to surrender the deed of the same, notwithstanding that this arrest was founded on the Placard of the Noble High Indies Government approved by the Gentlemen Majors in the Noble Highly Esteemed general Missive of 2 November, regarding the right of preference granted thereby to the Honorable Company in respect of its personal debts, even before all other hypothecary creditors, and further on the 58th article of the Batavian Statutes under the title of desolate and insolvent Estates, item preference and concurrence in words expressed in our aforesaid resolution of 16 April, which aforesaid article also harmonizes with the clause contained in the advertisement decreed by the Noble High Indies Government on 13 August 1762, and thus could in no way be interpreted in favor of the mentioned van den Brink, even though, as he claims, he paid the money to the previous owner, being the Bookkeeper Bangeman who departed for Batavia in the past year, because according to the deed of sale Houque is known as the buyer of the house, and thus no third party who is not mentioned in the judicial acknowledgement of debt can come into consideration. Furthermore, in our session of the 23rd of this month, the general report of all the above having come in, it appeared therefrom that the shortage on the shop still amounted to 4462:8¼ rixdollars, after deduction of what had already been received or was still to be received in favor of him, Houque, both on account of the sale of the aforesaid house and further estate, as well as what has been paid by diverse persons on account of the receipt of linens from the shop or otherwise, item the amount of four salary accounts on account of monthly wages earned by him, Houque, amounting together to 1690:15:10 guilders in salary money or 528:6:— rixdollars, adding together to 3999:9:— rixdollars, besides which there are still outstanding debts on account of linens sold by auction and by private contract, appraised as well as
Dutch transcription
de Villeneure inqualiteit van Hoofd administrateur en den zo te adjungeeren d'eerste gecommitteerdens Schilling en van Sa gesterkt met den Cassier Galloo en negotie overdrager Dirk. ordre om het winkel Journaal en Groot Boek teegens de verleen „donnantien, zo tot de verstrekking van soldijen als Lijwaaten de ven Eu rollen en verdere documenten exact te confronteeren, spoedigste van hunne bevinding een accuraat Rapport in ge te dienen, terwijl men teffens om de Comp: bij provisie zoveel „lijk te secureeren alverder besloot door de Leeden Schilling en santen g'assisteert van den Secretaris onser vergadering Daniel Beijnon na het scheijden der bij eenkomst ten hu„ veel gem: Houque naauwkeurig te laaten inventariseeren goederen, effecten, Lijfeigen &„a daar te vinden mitsgad:s doo„ Hougue aanwijsing te laaten doen van alle het geene hem b dien in eijgendom toebehoorde met verdere Last aan den fisca in deesen voor het interest van d' EComp: te vigileeren. vervolgens hebben wij dan ook ter onser bij eenkomst va„ 16: April uit hoofde dat het lange onverkogt laaten de meeren dan voordeelig voor den debiteur konde zijn, pr de Lijfeijgenen die ten kosten van den boedel gegijsselt beslooten dezelve publicq te doen verkoopen en daar ont te begrijpen desselfs onder Capitain van den Brink 2 „ne huijs, hoewel egter dien officier op fundament van eene„ „eele kennis waar bij het zelve onder hem verbonden is indecente wijse zig teegen het besluijt der vergadering „neert en Gesustineert heeft, niet verpligt te zijn de„ brief van het zelve afte geeven niet Jegenstaande dit „rest gefundeert was op het door de Heeren Majores Ed:e Hoog Agtb: generaale Missive van den 2:' 9ber: g'approbeert Plarcaat der Edele Hooge Indiasche Regeering raa„ „kende het regt van praeferentie aan de EComp: daar bij gegeven in reguard van haare personeele schulden, selfs voor alle andere Hijpothecale Crediteuren en nog nader op het 58: articul van de Bataviasche Statuten onder den titul van desolate en insolvente Boedels, item praferentie et Concurrentie in verbis bij onse voorsz: resolutie van den 16: April uijtgedrukt en welk voorsz: articul ook harmonieert met de clausule vervat in het advertissement bij d' Edele Hooge Jndiasche Regeering G'arresteert op den 13: Aug„s 1762: en dus in geenen deele in faveur van gem: van den Brink konde uijtgelegd worden of schoon hij ook, gelijk voorgeeft het geld aan den voorigen eijgenaar zijnde den in A„o pass„o na Batavia vertrokke„ „ne Boekhouder Bangeman betaalt heeft, dewijl bij de koopbrief Houque als den kooper van het Huijs bekent staat en dus geen derde die bij de Iustitieele schuld kennis niet genoemd is in reffec„ „tie kan koomen. Voorts in onse setting van den deeser het geneaale verslag van alle het voorenstaande binnen gekoomen zijnde bleek daar uijt dat de tekort kooming op de winkel nog beliep rd„s 4462:8¼ na aftrek van het geene ten voordeele van hem Houque reeds ingekoomen was of nog moeste inkoomen, zo weegens den ver„ „koop van het voorsz: huijs en verderen boedel, midsgad:s het geen door diverse Perzoonen weegens genot van Lijwaaten uijt de winkel als andersints is betaalt geworden, item het bedraa„ „gen van vier stux zoldij reekeningen weegens door hem Houque verdiende maand gelden met den anderen bedragende ƒ1690:15:10: aan zoldij geld of rijsr:r 528: 6:—: met den anderen addeeren, „de Rd„s 3999: 9:—: buijten dewelke er nog aan uijtstaande Schulden weegens per venditie en uijt de hand verogte Lijwaaten g'appi midsg=s 23
English
25 Furthermore, according to the said Houque, from various soldiers, craftsmen, and some other persons—wholly unqualified and directly contrary to orders—to some upon a private bond and to others again without any proof, advanced moneys should still be received to the amount of Rds 3466: 7:—. However, since the commissioners in their aforesaid report indicated that it was not possible for them to investigate whether all those entries amounting to the just-mentioned sum are indeed still unpaid, because many debtors were at the outer stations and they consequently could not vouch for the authenticity, the less so because, as has already been stated hereinbefore, several persons reported as debtors had already settled their debit as appeared from the receipts granted by Houque and shown to them; and also that besides all this, much trouble and time would still have to be spent before everything could be brought to a settlement or liquidation; proceeding to the final decision concerning this hateful and greatly vexatious affair, it has in the first place been resolved to have liquidated by the present shopkeeper Treno the five percent deducted in the shop accounts to the account of cash, which was granted to the Governor and Second in the regulations concerning the provisions of the servants for the risk of the moneys from the linens sold at auction, and which is still due to them from the public auction held on the 4th and 5th of December last, amounting to Rds 512: 31½ for the Governor and Rds 119: 9¼ for the Chief Administrator. 2nd. To still debit each of the various soldiers, seafarers, and craftsmen explicitly named in our said resolution—for whom the often-mentioned Houque, among others who have already departed for Batavia and thus can no longer be charged, paid upon several warrants for extra hours ƒ 192:- - or Rds 60:—, which was however neglected to be entered in the pay receipt book—to the account of accruing monthly wages with ƒ 16:— pay money or Rds 5:—, making together as above ƒ 192:— or Rds 60:—:—. 3rd. To have repaid by the assistant Adolph Fiers, who by warrant of the last day of March of the past year was entered for wages at ƒ 48:— and only charged with ƒ 44:—, the overdrawn ƒ 4:—:— or Rds 1: 12:—. 4th. In like manner, to debit the pay account of the soldier Isaac Hagedoorn of The Hague with ƒ 6:—:— or Rds 1: 42:—, who on the receipt wage roll of the last day of June 1771 was entered with ƒ 28:—, and according to the warrant was only charged for ƒ 22:—, thus in excess ƒ 6:—:—. 5th. Concerning the outstanding auction moneys and other outstanding debts, both on account of the private sale of linens and for unqualifiedly advanced and credited cash to the persons likewise nominally expressed alongside their debit in our resolution, to enjoin the fiscal to be vigilant for the interest of the Company, and if necessary to constrain the unwilling or bad payers to the satisfaction of their debit by means of coercion. 6th. Furthermore, to charge various persons to the account of accruing monthly wages for that which they received from the more-cited Houque on private bonds and also without any proof, and which has remained in arrears, all to the amount of Rds 15: 14:—. 7th. To have retained by the cashier Galloo from the earned and still to be earned monthly wages of the schoolmaster of the village of Roetong, Cornelis Latoeassang, a sum of eight rixdollars, or as much as he received from Houque on a private bond.
Dutch transcription
25 matsg„s door dal gewagde Hougue aan divens Militairen Ambagts luden en eenige andere persoonen gantsch ongequalificeert, en direct teegens d'ordre, aan sommige op een onderhandse obligatie en aan andere weeder sonder eenig bewijs voorgeschootene penningen nog zoude moeten inkoomen Rijst d:s 3466: 7:—. Dan aangesien de gecommitteerdens bij hun voorsz: rapport te kennen gaaven dat het hun niet mogelijk geweest is te ondersoeken, of alle die posten tot het even gem: bedraagen nog werkelijk onvoldaan zijn; nademaal veele debiteuren zig op de buijten Comptoiren bevonden en zij Consequentelijk voor de egtheid niet konde instaan, te minder wijl gelijk hier vooren reeds gezegt is verscheijdene persoonen als schuldenaars opgegeeven blijkens de door Houque verleende en aan hun vertoonde quitantien reeds haar bebet voldaan hadden ook dat er buijten dit alles nog veel moeijte en tijd besteed zoude moeten worden eer alles tot vereevening of bequiditeit zoude kunnen gebragt werden heeft men treedende tot het finaale besluijt over deese hatelijke en grootelijks verdrietende affaire in d'eerste plaats beslooten de bij de winkel boekjes op reeke„ „ning van Cassa Contant afgeboekte vijf pro centos den Gouverneur en Secunde bij het Reglement noopens de provisien der Dienaaren voor de resico der penningen van de per venditie verkogte Lijwaaten toe„ „gelegd en hun nog Competeerende uijt de op den 4: en 5:' xber: passato gehoudene publicque verkooping tot een bedraagen van rd„s 512: 31½: voor den Gouverneur en Rd:s 119: 9¼: voor den Hoofd administrateur door den presenten winkelier Treno te doen lequideeren. 2:e diverse Militairen, zeevaarende en ambagtslieden ter gem: onse Resolutie met naamen g'expresseert, waar voor den veel ged:e Houque onder meer anderen die reeds na Batavia vertrokken zijn en dus niet meer belast kunnen worden op verscheide ordonnantien voor extra uuren betaalt heeft ƒ 192:- -. of Rd:s 60: —. dog dat versuijnd is bij 't soldij quitantie boek in te schrijven ieder als nog op reekening van winnende maand gelden te dren debiteeren met ƒ 16: Polbij geld of rd„s 5: — dan wel te saamen als booven met ƒ 192: of rd„s 60:—: — 3„o Door den assistent Adolph Fiers die bij ordonnantie sub u Et=o Maart à p„s voor Gagie is opgebragt a- ƒ 48: en maar belast met - - - - — po 44: -: de te veel genootene- of rd„s 1: 12: weeder te doen uijtkeeren. 4:e Inselver voegen met ƒ 6:—:— of rd„s 1: 42:—: te doen debiteeren de zoldij reekening van den soldaat Isaac Hagedoorna van Hhage die bij de quitantie Gagie rol van ult„o Iunij 1771: opgebragt is met ƒ28:—:, en volgens ordonnantie maar belast voor ƒ 22:- dus te veel ƒ 6: —:—. 5o omtrent de agterstallige ven dupenningen, en andere uijtstaande schulden zo weegens den verkoop uijt de hand van Lijwaaten als on„ „gequalificeert voor geschootene en gefieerde Contanten aan d' al„ „meede bij ons besluijt nominatin neevens hun debet uijtge„ „drukte perzoonen. den fiscaal te insungeeren om voor het interest van de Comp: te vigileeren en d'onwillige of quaade betaalders des noods door middelen van Owang tot de voldoening van hun debet te Constringeeren. 6„o nog diverse persoonen op reekening van winnende maand gelden te doen belasten voor het geene zij van meer geciteerde Houque op onderhandse obligatien en ook zonder eenig bewijs genooten hebben en nog ten agteren gebleeven zijn alles ten bedrage van rd:s 15: 14:— 7„o Door den Caspier Galloo van de verdiende en nog te verdienene Gagie door den Leermaester van de Negorij Roetong Cornelis Latoeassang te laaten inhouden een Sommetje van agt rijxd=r of zo veel den zelven op een onderhandse obligatie van Hougue genooten heeft. . . . . ƒ 4: —: maand
English
Eighth: To cause to be withdrawn for the benefit of the Honorable Company four pay accounts of monthly wages already mentioned hereinbefore, and Ninth: Also to have withheld for the Company and transferred to the Treasury, through the secunde De Villeneuve, who is tasked with the distribution of the means of subsistence for the servants, the share that is due to Houque for the first half of the financial year, or from the first of September 1771 to the end of February last, amounting to circa two hundred rix-dollars; all of which can be seen in greater detail in the enclosed Extract and from our aforementioned Resolutions and the Reports inserted therein. Finally, or in conclusion, concerning the actual arrears of the junior merchant Houque to the Honorable Company up to the aforementioned amount of Rds 4462: 8 3/4, we have strongly deliberated on sending this servant up to Batavia, with his salary struck off and to be placed at the disposal of Your High Noble Excellencies, as an unfaithful servant, according to the ancient orders of Your High Noble Excellencies and those of the Lords Majors with respect to servants who act in so punishable a manner with the funds and goods of the Company entrusted and commended to their administration, as the aforementioned Houque has done in spite of all admonitions and precautions employed against it. But on the other hand, it having been taken into consideration by us again that, with his being sent up, there remained less likelihood for the Company to obtain its guarantee than if he were allowed to depart for Ternate in order to obtain transport from there further to Gorontalo, with which residency Your High Noble Excellencies have been pleased to favor him, since that office is indeed held to be the most profitable in the Moluccas, and he would thus be in a position sooner to compensate the Company from the profits he has to expect from it, we, in the trust that the latter will also be quite as agreeable to Your High Noble Excellencies, have proceeded to the Resolution to carry the same into effect, and thus to let him pursue his voyage to Ternate with the first opportunity and to have his pay account debited for the repeatedly mentioned arrears of 4462: 8 3/4 rix-dollars; Furthermore, to request the Governor of Ternate, Mr. Valkenaar, by a separate letter to take care, as far as is at all possible, that the aforementioned amount is settled and paid by him to the Company in installments, and subsequently credited in favor of this Government. We trust that however unpleasant this case must appear to Your High Noble Excellencies, nevertheless our conduct pursued therein may receive the highly favorable approval of Your High Noble Excellencies, whom we venture to assure freely yet no less respectfully that not the slightest neglect of duty has on this occasion given reason for that servant boldly to undertake the dissipation of this aforementioned deficient sum, since even the shrewdest could have been misled and hoodwinked by such covert squandering, had he employed such precautions as have been taken in this respect; but in order to be all the more certain for the future, we hope that Your High Noble Excellencies will be pleased to ratify with your supreme approval the decision taken at the settlement of this vexatious affair, namely to have the shopkeeper show, in his monthly account which he must submit to the Governor and Secunde: the remainders both in Linens and Cash remaining under his charge each time, with an indication of how much in vendue proceeds is still outstanding under each month, and an explicit prohibition against advancing any money to any military personnel, seafarers, and artisans on account of monthly wages yet to be earned, or otherwise under whatever name or pretense it might be. Ending this in this trust, may it be permitted to us to sign with the deepest veneration. Underneath stood: High Noble Severe Right Honorable Lord and Well Noble Severe Lords, lower: Your High Noble Excellencies' humble and faithfully dutiful Servants, was signed: I: A: van der Voort, I: H: De villeneuve, H: van den Brink, Mr. Hartog, I: W: van Blijdenbergh, I: A: Schilling, C: f: Treno, I: C: Cruijppenning, I: H: Huijgens, I: H: van Santen, and R: Hougue. In the margin: Amboina in the Castle Nieuw Victoria, the 20th of May Anno 1772. To His High Nobility The High Noble Severe Right Honorable Lord Petrus Albertus van der Parra Governor-General beneath The Well Noble Lords Councillors of Dutch India High Noble Severe Right Honorable Lord and Well Noble Severe Lords at Batavia The affair, which has undoubtedly displeased Your High Noble Excellencies to the utmost, concerning the deficit of the former shopkeeper, the junior merchant Reijnier Seijnon Houque amounting to the sum of f 29 Agrees.
Dutch transcription
8:e Ten voordeele van d' E: Comp: te laaten in trekken vier stuks zoldij reekeningen van maandgelden hier vooren reeds vermeld en 9=e almeede door den secunde de villeneuve die de repartitie van het middel van bestaan voor de dienaaren incumbeert voor de Comp: te laaten inhouden en in Cassa overbrengen. het aandeel dat 'Houque competeert voor het eerste halve boekjaar of seedert primo 7ber: 1771: tot ultimo febr: pass=o Circum Circa zullende bedraagen twee hondert rijlt d:s alles omstandiger te zien bij de g'incloseerde Extract en uijt onse voorsz: Resolutien en daar in g'insereerde Rapporten. Eijndelijk of ten besluijten het weesendelijk agterstal van den onder„ „koopman Hougue aan d' EComp: tot het boven gemelde bedraagen van Rd„s 4462: 8¾: Concerneerende hebben wij grootelijks in beraad gestaan deesen bediende na d' oude ordres uwer Hoog Edelhee„ „dens en die der Heeren Majores met relatie tot dienaaren welke op so eene strafwaardige wijse met de gelden en goederen van de maat„ „schappij hunne administratie aan en toe vertrouwd handelen, ge„ „lijk den voorm: Houque gedaan Heeft in weerwil van alle vermaaningen en precautien daar teegen in het werk gesteld als een ontrouw die„ „naar met afgeschreeven Gagie na Batavia ter dispositie uwer Hoog Edelheed:s op te zenden, dog daar en teegen bij ons weeder in Consideratie genoomen zijnde dat er met zijne opsending minder apparentie voor de Comp: overbleef om aan haar Guarand te geraaken dan wanneer men hem na Ternaten liet vertrekken om van daar verder na Goron„ „talo met welke residentie uwer Hoog Edelens hem hebben gelieven te begunstigen transport te erlangen nademaal die bediening wel voor de profitabelste in de Mollucoos gehouden word, en hij dus te eerder instaat zoude weesen uijt de voordeelen welke hij daar van te wagten heeft de Comp: te dedomageeren zijn wij in het vertrouwen dat het laastgem: ook uw Hoog Edelheedens wel zo behagelijk zijn zal getreeden tot de Resolutie om het zelve ook effect te doen sorteeren en dus den zelven met d'eerste geleegendheid na Ternaten te laaten rijs vorde„ „ren en voor het meer gem: agterstal van rijsrd:s 4462: 8¾: zijne zoldij reekening te doen belasten; Voorts den Heer Ternaats Gouverneur Valkenaar bij een apart briefje te verzoeken om zo veel immers doenelijk zorge te draagen dat het voorsz: montant bij paaijen door hem aan de maatschappij afgelegd en betaald, en vervolgens dit Gouvernement ten faveure ge„ „bragt werde. Wij vertrouwen dat hoe onaangenaam ook dit geval uw Hoog Edel„ „heedens zal moeten voorkoomen egter onse daar inne gehoudene handel wijse zal moogen weg draagen de hoog gunstige goedkeuring van uw Hoog Edelheedens die wij vrijmoedig dog niet min eerbiedig derven verzeekeren dat geen het aller minste pligt versuijm, in deesen aanlijding gegeeven heeft om dien bediende Schroomloos het discipeeren deeser voorm: te kort gekoomene somma te doen on„ „derneemen, nadien d'aller schranderste selfs door eene sodanige bedekte verquisting zoude hebben kunnen mistijd en geblindhokt worden wanneer hij sodanige voor sorge in 't werk gesteld had als ten deesen opsigte gedaan is; dog om voor het vervolg nog des te zeekerder te sijn hoopen wij dat uw Hoog Edel Heedens met hoog derzelver goedkeurig zullen gelieven te bekragtigen het bij d' afhan„ „deling deezer verdrietige affaire genoomene besluijt omme door den winkelier bij zijne maandelijkse reekening die hij aan den Gouverneur en Secunde moet overgeeven te doen vertoonen: de restanten zo aan Lijwaaten als Contanten telken reijse onder zijne berusting blijven„ „de, met aanwijsing hoe veel er aan vendupenningen onder ieder maand nog uijtstaat en uijtdrukkelijk verbod om aan geene mili„ tairen, zeevaarende, en Ambagtslieden op reekening van nog te ver„ tot „dienene apart „dienene maandgelden van wel andersints onder wat naam of preteent het ook zoude mooge weesen eenige penningen uijt te schieden. In dit vertrouwen deese eijndigende zij het ons vergund met de dipste veneratie te onderschrijven. /:onderstond:/ Hoog Edele Gestrenge Groot Agtb: Heere en wel Edele Gestrenge Heeren, /:lager:/ uw Hoog Edelheedens onderdanige en Trouw schuldige Dienaaren /:was getekend:/ I: A: van der Voort, I: H: De villeneuve, H: van den Brink, M„r Hartog, I: W: van Blijdenbergh, I: A: Schilling, C: f: Treno, I: C: Cruijppenning, I: H: Huijgens, I: H: van Santen, en R: Hougue. / in mar„ „gine:/ Amboina n 't Castel Nieuw Victoria, den 20:' Maij A„ „no 1772: Aan zijn Hoog Edelheid Den Hoog Edele Gestrenge Groot Agtbaaren Heere Petrus Albertus van der Parra Gouverneur Generaal De Wel Edele Heeren Raaden van Nederlands India Hoog Edele Gestrenge Groot Agtbaaren Heere en Wel Edele Gestrenge Heeren D' ongetwijffeld uw Hoog Edelhedens ten uijterste mishaagd hebbende affaire concerneerende de te kort kooning van den geweesene winkelier den onderkoopman„ Batavia Accordeert. Seijnon Reijnier ƒ beneevens 29
English
31 Reijnier Hougue regarding his former administration in this Government having been brought to Your High Excellencies' attention by our separate letter of 20 May last, we now take the liberty to let this separate letter likewise serve for that which it remains our duty to report in continuation of this altogether troublesome affair, and consequently to bring respectfully to Your High Excellencies' knowledge that, pursuant to our resolution in the meeting of 19 May last, a written report was presented by Fiscal Schilling at our meeting of the last of August past, showing that for the benefit of the aforesaid Houque and in reduction of his debit upon the surrender of his administration, Rds 3525: 31: 1/8 has been collected by the said officer, and thus Rds 250: 8: 5/8 more than he was ordered to collect by the aforesaid resolution; notwithstanding that one of the debtors listed by Houque, being the Chinese Tjanseeng, declared under offering of an oath that he had already long ago satisfied his debt amounting to Rds 48: 12 in the presence of credible witnesses, and it was therefore resolved to let that suffice, since the extreme and already by us reported slovenly conduct of the frequently mentioned shopkeeper was all too convincing to make any difficulty in this regard; while at the same time, with relation to an almost completely desperate small balance amounting to Rds 25, we have once again enjoined Fiscal Schilling to leave no means unattempted to collect the same as well. For the aforesaid greater collected amount of Rixdollars 250: 8: 5/8, we have resolved to credit the arrears of Houque—which, after deduction of the mentioned Rds 250: 8: 5/8, then still amounts net to Rds 4212: — 1/8—in our books, furthermore to have the same credited in favor of the Government of Ternate, and since otherwise nothing more is to be done in this fatal matter, to consider ourselves satisfied with the proceedings of the often-mentioned officer in the case at hand; so that Your High Excellencies, if it pleases, may be pleased to observe this in more detail from a copy of the mentioned report and the extract from our aforesaid resolution, which we take the liberty to append hereto for Your High Excellencies' consideration, in the confidence that it will appear to Your High Excellencies from this that everything has been done that could possibly happen in order to reduce the Company's suffered loss as much as possible. Wherewith may it be permitted to us to end this and to subscribe ourselves with the most considerable respect and dutiful high regard, Right Honourable, Right Worshipful, Highly Respected Sir and Most Worshipful Sirs, Your High Excellencies' most humble and obedient servants. Was signed: I: A: van der Voort, I: A: de Villeneuve, H: van den Brink, J: A: Schilling, Cf Treno, I: H: van Santen. In the margin: Amboina, at Castle Nieuw Victoria, 7 September Anno 1772. The Military Captain van den Brink having requested of us to be allowed to dispatch a petition to Your High Excellencies tending to the restitution of the amount of Rds 700 advanced by him upon the house of the frequently mentioned Houque, we could not refuse him this, but let the same thus pass along with this for Your High Excellencies' honored judgment. Agrees: Leinon, Secretary. Satisfied. Secret. Batavia. To His Excellency, The Right Honourable, Right Worshipful, Highly Respected Sir, Petrus Albertus van der Parra, Governor-General, together with The Most Worshipful Members of the Council of Dutch India. Right Honourable, Right Worshipful, Highly Respected Sir, and Most Worshipful Sirs, Although, upon the dispatch of our last respectful secret letters of the 20th and 22nd of May past, we had flattered ourselves not to occupy Your High Excellencies this autumn with an extensive third separate missive, we nevertheless find ourselves with regret necessitated thereto, and placed in the vexatious necessity of having to burden Your High Excellencies in your more weighty occupations with reports that cannot be less unpleasant than an extensive detail regarding them would be tedious to us; partly with respect to the Cerammers and their Commander Hamba, and on the other hand with regard to the renewed and very unexpected invasions made and robberies and murders committed by the Papuans, both in the hinterland of the island of Bouro and on the north side of Ceram, with the means immediately employed by us to halt the further threatening calamities and to protect the inhabitants of the unfortunate Bouro, against which the aforesaid predatory rabble principally seems to be directed. 33 Secret. 33 Batavia. To His Excellency, The Right Honourable, Right Worshipful, Highly Respected Sir, Petrus Albertus van der Parra, Governor-General, together with The Most Worshipful Members of the Council of Dutch India. Right Honourable, Right Worshipful, Highly Respected Sir, and Most Worshipful Sirs, Although, upon the dispatch of our last respectful secret letters of the 20th and 22nd of May past, we had flattered ourselves not to occupy Your High Excellencies this autumn with an extensive third separate missive, we nevertheless find ourselves with regret necessitated thereto, and placed in the vexatious necessity of having to burden Your High Excellencies in your more weighty occupations with reports that cannot be less unpleasant than an extensive detail regarding them would be tedious to us; partly with respect to the Cerammers and their Commander Hamba, and on the other hand with regard to the renewed and very unexpected invasions made and robberies and murders committed by the Papuans, both in the hinterland of the island of Bouro and on the north side of Ceram, with the means immediately employed by us to halt the further threatening calamities and to protect the inhabitants of the unfortunate Bouro, against which the aforesaid predatory rabble principally seems to be directed.
Dutch transcription
31 Reijnier Hougue op desselfs gehad hebbende administra tie ten desen Gouvernemente, door ons bij aparte brief van den 20. Maij passato onder Hoog derzelver Oog gebragt zijnde, neemen mij tans de vrijheid, omtrend het geene ons ten vervolge deeser allesints fachieuse zaak nog pligt schuldig te melden staat daar toe deese almede by zon„ der te laaten dienen, en dienvolgende uw Hoog Edelens eerbiedig ter kennisse te brengen dat ingevolge ons besluijt ter vergadering van den 19: Maij Joleeden door den fiscaal schilling, ter onser bij eenkomst van den laatsten aug: passato gedient is van een schriftelijk berigt, vertoonen de dat ten voordeele van voorm: Houque en in minde ring van zijn debet bij d' overgaave zijner administratie door hem officier g'incasseert is Rds 3525: 31: 1/8: en dus meer als hem bij voorm: besluijt gelast is inte palmen Rds 250. 8 5/8: onaangesien, een der door Houque opge geevene debiteuren zijnde de Chinees Tjanseeng onder pre„ „sentatie van Eede verklaard heeft zin debet groot rd=s 48:12: in presentie van Geloofwaardige getuijgen reeds lange vol„ „daan te hebben, en men dierhalven daar meede beslooten heeft te laaten volstaan, nademaal de verre gaande en bereeds door ons vermelde slordige handelwijse van meer„ gen: winkelier al te overtuijgend was om hier omtrend eenige swaarigheid te maaken; Terwijl wij teffens met rela „tie van een bij na ten eenemaal disperaat postje groot rd=s 25: den fiscaal schilling nogmaals g'injungeerd hebben geene middelen onbesogt te laaten om dezelve almeede in te pal Voor het voor: meerder g'incasseerde bedragen van Rijx daalders 250: 8: 5/8: hebben wij beslooten het agterstal van Houque 't welk na detractie van gem rds 250:8:/8 dan nog suijver monteert rd:s 4212:— 1/8: bij onse boe„ ken te Crediteeren, voorts het zelve het Gouvernement Ternaten ten faveure te laaten aan reekenen, en overigen als niets meerders in dit fatale geval te doen zijnde ons met de verrigtingen van meerged: officier in cas subject Waarmeede het ons vergund zij deese te eijndigen en met de bedenkelykste elrbied en schuldige hoogagting ons te on derschrijven /onderstond/ Hoog Edele Gestrenge Groot Agtbare Heere en WelEdele Gestrenge Heeren /lager. /. uw Hoog Edelens aller onderdanigsteen Ge hoorsaamste dienaaren. /. was getekend. /. I: A: van der voort, I: A: de Villeneuve, H: van den Brink, J: A: Schilling, Cf Treno, I H van Santen /:in margine /. Amboina aant Casteel Nieuw Victoria den 7=e September Ao 1772: Den Capitain militair vanden Brink aan ons versogt hebbende een request aan uw Hoog Ed:s te moogen laaten of gaan tendeerende restitutie van het bedragen van rd. s 700: op het huijs van meergemelde Houque door hem verschoo ten, hebben wij hem zulx niet kunnen weijgeren, maar laten dus het zelve bezijden deeses ter g'eerde boordeeling van uw Hoog Edelens overgaan. voldaan te houden, in voegen uw Hoog Edelens zulx des behagende omstandiger gelieve te b'oogen uijt een Copia van het gem Berigt en het Extract uyt onse resolutie voorm dewelke wij de vriheid neemen tot Hoog derzelver speculatie dese bij te voegen; in dat ver„ „trouwen dat hier uijt uw Hoog Edelens zal mooge blijken dat alles gedaan is, wat maar heeft kunnen geschieden om 'sComp:s geleeden nadeel, zo veel mogelijk te verminderen Accordeert Leinon Secret=s vold aan men. secreet. Batavia. Aan zijn Hoog Edelheijd /. Den Hoog Edelen Gestrengen Groot Agtbaren Heere. Petrus Albertus van der Parra! Gouverneur Generaal Benevens De Wel Edele Heeren Raden van Nederlands India! Hoog Edele Gestrenge Groot Agtbaren Heere, en wel Edele Gestrengen Heeren! Hoewel wij op het afgaan onser laaste eerbiedige Secreete Letteren van den 20:e en 22:e Maij pass=to ons gevleed hadden uw Hoog Ed:s in dit najaar, met geen ampele derde aparte missive te zullen occupeeren, vinden wij met leedweesen ons daar toe egter generessiteerd, en in de verbrietige noodzakelijkheijd gebragt om hoog dezelve in hare gewigtiger occupatien te moeten obru„ „eeren, met berigten die niet min onaangenaam kunnen zijn dan een breedvoerig detail diesweegen ons ennuiant zou vallen, deels met betrecking tot de Cerammers, en derzelver Comman„ „dant Hamba, en ten anderen ten aansien van de op nieuw en zeer onverwagt gedane invasien en gepleegde roverijen en moorden door de Papoen, zo aan het agterland van het Eijland Bouro als de Noord kant van Ceram, met de middelen door ons dadelijk te werk gesteld om de verdere dreijgende onheilen te stuijten, en de bewoonders van het ongelukkige Bouro, waarop het voorsz: Roof gespuijs het voornamentlijk Schijnt 33 Schreet. 33 Batavia. Aan zijn Hoog Edelheijd/. Den Hoog Edelen Gestrengen Groot Agtbaren Heere! ri Petrus Albertus van der Tarra! Gouverneur Generaal Benevens De wel Edele Heeren Raden van Nederlands India! Hoog Edele Gestrenge Groot Agtbaren Heere, en wel Edele Gestrengen Heeren! Hoewel wij op het afgaan onser laaste eerbiedige Secreete Letteren van den 20:e en 22:e Maij pass=to ons gevleed hadden uw Hoog Ed:s in dit najaar, met geen ampele derde aparte missive te zullen occupeeren, vinden wij met leedweesen ons daar toe egter generessiteerd, en in de verbrietige noodzakelijkheijd gebragt om hoog dezelve in hare gewigtiger occupatien te moeten obru„ „eeren, met berigten die niet min onaangenaam kunnen zijn dan een breedvoerig detail diesweegen ons ennuiant zou vallen, deels met betrecking tot de Cerammers, en derzelver Comman„ „dant Hamba, en ten anderen ten aansien van de op nieuw en zeer onverwagt gedane invasien en gepleegde roverijen en moorden door de Papoen, zo aan het agterland van het Eijland Bouro als de Noord kant van Ceram, met de middelen door ons dadelijk te werk gesteld om de verdere dreijgende onheilen te stuijten, en de bewoonders van het ongelukkige Bouro, waarop het voorsz: Roof gespuijs het voornamentlijk Schijnt
English
The heads of the spice trading posts must always keep two armed orembaais ready to set out immediately after them, and to track down those rovers everywhere. Three pajalangs have cruised after them, noting their increasing audacity in this regard. They managed to seize a good quantity of cloves, but were only driven off. Despite this, those interlopers appeared with several junks. It seems to have been intended to protect against this as much as possible. In order to follow the order in which we are accustomed to handling matters in our Secret Letters, we shall first speak of: The Cerammers and the Cruisings Against Them, respectfully noting in that regard that the first signatory, having been informed by a letter from the orang kaya of Hatu Meting, Janevare, that those smugglers were about to descend again with several junks, it was thereupon resolved at the Secret Meeting of 20 May last to order the heads of the four spice trading posts each to prepare two well-armed cruising orembaais, and to keep them always ready in a suitable state for service. This was so that, upon the appearance of one or more of the aforementioned junks, they would be able to set out after them immediately, either in person or under the supervision of the clerk or sergeant with several armed soldiers, with orders to pursue them and spare no means to overpower them, without restricting themselves precisely to their own districts. For that purpose, by the aforementioned Resolution, permission was granted to the respective chiefs to track down and seek out that rabble wherever and under whose jurisdiction they might find themselves. In addition, the first signatory also had the pajalangs Catharina Geertruijda, Voortvarendheid, and Saparoua made ready, the first of which was to cruise along the Hitu coast of the islands of the Three Brothers in the west up to the Cape of Liang and beyond to the east, the second between Hatuano and the Cape of Coack on Ceram's inner coast, and the third between Honimoa and Nusa Laut, whereby the approaches to the spice trading posts and districts were thus closed to the aforementioned rovers. The audacity of that rabble is the more remarkable because one might reasonably have expected that the public death penalty applied according to the Edicts to some of their compatriots from the settlement of Avang—who, as communicated in our humble letter of 20 May last, were intercepted with one junk laden with cloves—would have struck fear into them, and would at least for a time have restrained them from paying another visit to the clove-yielding districts. Yet the above-cited evidence shows, to our regret, the contrary: through the perfidy of our subjects, that riffraff have again managed to seize a good quantity of cloves. Despite these precautions taken, those smugglers and turncoats have dared to approach the spice trading posts again with several junks. Your High Excellencies will be pleased to see this both from the forwarded report of the commander of the Catharina Geertruijda, who sighted them on two different occasions and gave chase, though in vain, and from the letters of the chiefs of Larike and Saparoua of 14 and 16 August. Upon this, the first signatory ordered them, as well as those of Hila and Haruku, to seek out the aforementioned rovers with the orembaais—which, pursuant to the above-cited Secret Resolution, must always remain in readiness at their trading posts—and to leave no means untried to capture them. Yet, to our regret, this bore no other fruit than that they were again driven off and returned to their settlements, without however being intercepted. According to what was reported in his later letter of 23 August, the chief of Larike, Huijgens, had one of their junks almost within reach of his artillery off Makanoppel on Ceram's north coast, when misfortune would have it that the foresail yard of his orembaai broke, whereby that smuggler gained the opportunity to escape, having already been brought by the pursuit to such a state that he threw several pieces of linen overboard.
Dutch transcription
35 de hoofden der specerij Comp„ g'armeerde orembaijen klaar houden dadelijk op deselve afgaan mitsg:s die swervers over al na Spooren drie Patjallings hebben op dezelve gekruijst toeneemende stoutheid marques diesweegen een soet partijtje nagulen weeten magtig te worden maar alleen verjaegt zijn des ongeagt hebben die Lor„ verscheide Ionken vertoond schijnt gemund te hebben, na vermoogen daar teegens te bevrij„ „gen. wij zullen om de ordre te volgen, waar in gewoon zijn de zaaken bij onse Secreete Brieven te verhandelen eerst spreeken van. De Cerammers en de Bekruijssingen teegens deselve, „toiren moeten altoos twee daar omtrend eerbiediglijk noteerende dat den eerstgeteekende door den orangkaeij van Hatoemetting Ianevare bij een brieff verstendig geworden zijnde dat die smokkel handelaars weeder met eenige Ionken stonten af te koomen, daarop ter Secreete Besoigne van den 20:e Maij pass=to beslooten is de Hoofden der vier specerijen Comptoiren te gelasten om elk twee wel g'ar„ „meerde kruijs orembaeijen in gereedheijd te brengen, en deselve en bij verscheijning van altoos in een bequaame staat van gebruijk klaar te houden, Cerammers daar mede ten einde bij verscheining van een of meer der voorsz: Jonken in staat te weesen, daar meede dadelijk 't zij in persoon, dan wel onder opzigt van den Scriba of Sergeant met eenige gewapende militairen op dezelve te kunnen afgaan, met ordre die na te zetten, en geene middelen te spaaren om se magtig te worden, sonder zig Juijst te bepaalen aan hunne eijgene districten, ten welken einde bij de voorsz: Resolutie aan de respective opperhoofden vrijheid gegeeven is om dat gespuijs na te Spooren en op te zoeken, waar en onder wiens ressort hij hen ook mogte bevinden. Booven des liet den eerstgeteekend ook nog in gereedheid brengen de Patjallings de Catharina Geertruijda, de voortvarendheid en de Japaroua, en daar van d' eerste kruijssen onder de Hiloeese Cust van de Eijlanden de drie gebroeders in het westen tot aan de Hoek van Liang en daar boven in het oosten, de tweede tusschen Hatuano en de hoek van Coack aan Cerams binnen Cust, en de derde tusschen Honimoa en Nussalaut, waar door dus d'avenuen tot de specerij Comptoiren en districten voor de voorsz: Swervers geslooten wierden. Die stoutheid van dat gespuijs is te aanmerkelijker om dat men van dat gespuijs en re met reeden had moogen verwagten dat de volgens de Placcaten g'appliceerde openbaare doodstraffe aan sommige haare Lands genooten van de negorij Avang die na het bedeelde bij onse erbiedige van den 20:' Maij pass=o met en 1 onk geladen met Nagulen agterhaald zijn in haar een Schrik ver¬ wekt, en hun ten minsten voor een tijd zou weeder hou „den hebben de nagul gevende districten eene andere visi„ de Cerammers hebben weeder te koomen geven, dog het boven aangetogene bewijs tot ons leetweesen het teegendeel hebbende dat geboefte door de trouwloosheid onser onderdaanen weeder een goed Ingeagt deese gebruijkte precautien hebben die smokkelaars rendraeijers zig weeder met zig verstout de specerij Comptoiren weeder met verscheide Ion„ ken tenaderen, gelijk uw Hoog Edelens bij gelief te zien zullen zo uijt het overgaande Rapport van den gezaghebber van de Catharina Geertruijda, die tot twee diffirente maalen dezelve gezien en daarop hoewel vrugteloos sagt gemaakt heeft, als uijt de Brieven der opperhoofden van Lavicque en Saparoua van den 14:e en 16:e Augustus, waar op den eerstge„ „tekende dezelve en ook die van Hila en Havoeko gelaste om met de orembaijin, die ingevolge de boven geciteerde Secree„ „ te Resolutie althoos op hunne Comptoiren in gereedheid moe„ „ten blijven, de voorsz: Swervers op te zoeken, en geene middelen de egter niet agterhaald, onbezogt te laaten om dezelve magtig te worden, dog tot ons leedweesen als meede met geen andere vrugt dan dat dezelve weeder verjaagt en na hunne negorijen te rug gekeert zijn, hebbende Laricques Hoofd Huijgens na het vermilde bij zijn laater Schrijvens van den 23:e aug=o een harer Jon„ „ken op de hoogte van Makanoppel aan Cerams Noord Cust bij na onder het bereijk van zijn geschut gehad, wanneer het ongeluk wilde dat de breefocke raa van desselfs orembaeij quam te breeken, waar door die smokkelaar gelegendheid kreeg om het te ontkoomen, zijnde reets door het najoegen in zulken gelegendheid gebragt dat verscheide stucken Lij„ „waat overboord wierp. Ongeagt partijtje 6 8
English
yet will partly have been gathered on Ceram. promised to point out spice trees if mitigated. an investigation after them will be made during the hongi. could fulfill the objective. exceeds all bounds. far-reaching arrogance and presumptuous language of the same. of the Commandant Hamba. to manage to seize a small batch of cloves, for according to the enclosed report of the Pati of Sila Pieter Anthonij Iosilisa and associates, who, according to what was noted in our general advices of today, have been on a commission to the island of Goram, three Buginese and Mandarese paduakans laden with cloves from Kellemoerij and Ceijlor are said to have returned home, which, however, need not all have been smuggled, but must partly have been gathered on Ceram itself, as it is certain that that coast also yields cloves. Regarding this, one has been further informed on the occasion when the aforesaid apprehended clove smugglers, the executed Cerammers, were notified of their death sentence, whereupon they made promises to point out clove and nutmeg trees growing behind the negorij Avang on the mountain, if that death penalty were mitigated and changed into a lesser one; about which, the members of the court of justice having made a report to the governor, His Honour ordered them to question the delinquents closely about the details, and subsequently to submit a written report of the outcome of their commission, which was done, disclosing the name of the mountain where the nutmeg and clove trees were said to be found, for the discovery of which the first-signed will spare no effort during the upcoming hongi and subsequently have them extirpated. Meanwhile, the cruisers of the south and north coast of Ceram have not accomplished their expedition. We had dispatched Lieutenant van Eerten and Ensign Rolbag, who, as mentioned in our humble letters of the 20th of May, were sent from here by the paduakang boats the Lascum and the Toesigt to cruise the south and north coast of Ceram, and were also instructed among other things to gather as much information as possible about the activities of the Cerammers and the foreign rovers who harbored on their coast, and also, pursuant to the orders of Your High Nobilities, to attempt to capture the orangkaya of Kelibat, Baluvine, and the captain of Guaus, Abar, as the principal actors in the murder committed in the spring of 1771 upon the orangkaya of Rarakit, Coajiesa; upon their return to the secret meeting of the 7th of August past, they submitted a written report, which we respectfully let accompany the enclosures of this, and from which, as well as from the attached sworn statement of Lieutenant van Eerten, Your High Nobilities will kindly see that the aforementioned objective of the aforesaid expedition could not be fulfilled due to the reprehensible conduct displayed therein by Commandant Hamba, for whom it was not enough to detain the aforementioned officers pointlessly for almost an entire month under the promise of assisting them with vessels for the execution of the said commission to Rarakit, but who even dared to express himself in very far-reaching, arrogant and presumptuous language to Lieutenant van Eerten, namely that he would send the orangkaya of Haija bound on board, since it had been his affair to give orders to the regents of Ceram's inner coast; not to mention more broadly his in every way insulting and offensive expressions in the presence of the commissioners to Goram, the Pati of Sila Pieter Anthonij Fosilisa and the commissioner of marital affairs of Ceram's inner coast Anthonij Sopaheluwakan, described at large in their re-examined declaration under oath, to the scorn not only of this entire administration, but especially with regard to the character that the first-signed has the honor to hold in this province, and to the illusion of the authority that Your High Nobilities were pleased to confer upon him by open commission over it, in so far that the Governor supposedly would not have the power to send anyone to Ceram or Goram without him, Hamba's, prior knowledge, because he had been elevated by His High Nobility to govern over the land of Ceram and Goram, just as if there were no governor, which in our humble opinion means as much as if he had been qualified by His aforesaid High Nobility to do and refrain with impunity whatever he thinks fit, without caring about the Governor, a presumption that exceeds all bounds, and
Dutch transcription
37 dog zullen gedeeltelijk op Ceram ingezameld zijn beloofden aanwijsing van specerij boomen tedoen wan „tigeert wierd na dezelve zal onder de hongij onderzoek ge„ „daan worden hebben aan het oogmerk kunnen voldaan gaat alle paalen te buijten verre gaan de arrogantie en assurante taal van den zelven van den Command:t: Hamba parteitje Nagulen weeten magtig te worden want volgens het inleggende Rapport van den Pattij van Sila Pieter Anthonij Iosilisa C: S: die na het geno„ „teerde bij onse gemeene advisen van heeden in Commissie na het Eijland Goram geweest zijn zoude drie Bougineese en Mandhareese, Paduakans met Nagulen beladen van Kelle„ moerij en Ceijlor na huijs gekeert zijn, dog die Juijst alle niet moeten geslooken maar gedeeltelijk op Ceram zelve ingesamelt weesen, wijl het zeeker is dat die Cust ook Na„ gulen uijtleeverd. Hier van is men nog naader g'informeert geworden bij geleegendheid dat de voorsz: agterhaalde Nagul Smockelaers de g'executeerde Cerammers de dood wierd aangezegt wanneer beloften deeden aanwijsing te zullen doen van Nagul en Nooten boomen agter de Negorij „neer de dood straffe gem: Avang op het gebergte groeijende indien die straffe gemiti„ „geert en in den mindere wierd verandert; van het welke den gouverneur door de leeden van Justitie Rapport gedaan zijnde ordonneerde zijn E: dezelve de delinquanten het een en ander naaukeurig af te vraegen, en vervolgens van den uitslag hunner Commissie te dienen van Schriftelijk Rapport, het geen geschied is met bekentstelling van de naam van het gebergte daar de Nooten en Nagul boomen zoude te vinden zijn, tot welkers ontdekking den eerstgetekende onder de aanstaande Hongij geen moeijte zal Spaaren en de kruijssers der zuijd en die vervolgens doen extirpeeren; ondertusschen hebben noord Cust van Ciram wij den Lieutenant van Eerten en vendrig Rolbag, hunner expeditie niet welke na het bedeelde, bij onse onderdanige Letteren van den 20:e Maij per de Patjallings de Lascum en de Toesigt van hier afgezonden waaren ter bekruijssing van de zuijd en Noord Cust van Ceram, mitsg:s bij Instructie onder anderen gelast om zo veel mogelijk informatie te neemen na de bedrijven der Cerammers en de vreemde Swerders die zig op hunne Cust ontheelden, mitsg:s ingevolge d'ordre uwer Hoog Edelens te tragten in handen te krijgen den orangkaij van kelibat Ba„ luvine en den Capitain van Guaus Abar als de hoofd acteurs der in 't voorjaar 1771. gepleegde moord aan den orangkaij van Rarakit Coajiesa bij hun retour ter secreete besoigne van den 7:e aug:s pass=to gedient van Schrif„ „telijk Rapport, het geen wij de Bijlaagen deeses eerbiediglijk laaten versellen en waar uijt uw Hoog Edelens bij geliefte zo wel als uijt de daar bij gevoegde beedigde verklaring van den Lieutenant van Eerten zullen zien dat aan het voornoemd oogmerk der voorsz: expeditie niet heeft kunnen worden door het strafwaardig gedrag voldaan door het daar inne gehouden gedrag van den Commandant Hamba, die het niet genoeg geweest is de voorm: officieren bij na een geheele maand nodeloos op te houden onder belofte van hun met vaartuijgen te zullen assisteeren tot het uijtvoering der ged=e Commissie op Ravakit, maar die zig selfs in een zeer verre gaande arrogante en assurante taal teegens den Lieutenant van Eerten heeft, derven uijtlaaten, namentlijk dat hij den orangkaij van Haija geteekend aan boord zou zenden, dewijl het zijn zaak was geweest de Re„ „genten van Cerams binnen Cust ordres te geeven; om niet breeder te waagen van zijne allesints lasier en konnende expressien bij het aanweesen van de Commissi „anten op Goram den Pattij van Sila Pieter Anthonij Fosilisa en Commissaris van Huwelijkse zaaken van Cerams binnen Cust Anthonij Sopaheluwakan, in het breede bij hunne onder Eede gerecolleerde verklaaring beschreeven, tot de Chin niet alleen van dit gantsche Mi„ nistering, maar wel voornamentlijk met betrecking tot het Caracter dat den eerstgetekende d'eere heeft in dese provintie te bekleeden en tot illusie van het gezag. dat uw Hoog Edelens denzelven bij ovene Commissie daar over hebben gelieven op te draegen, in zo verre dat den Gouverneur de magt niet zou hebben iemand na Ceram of Goram te zenden buijten hem Hambas voorweten, dewijl hij door zijn Hoog Edelheid verheeven was om over het land van Ceram en Goram te regeeren, eeven off 'er geen gouverneur was, het gunt onses gering eragtens zo veel wil te kennen geeven als off hij door Hoog gemelde zijn Edelheid gequalificeerd was gewor„ „den om Straffeloos te doen en te laaten wat hem maar goed dunkt, zonder zig aan den Gouverneur te stooren zijne laatdunkentheid eene laatdunkendheid die alle paalen te buijten gaat, aan en
English
39 go over grossly abused further investigation concerning Europeans in the Papuan islands and the weapons sold to them the result thereof described and offends the high character of India's illustrious supreme ruler no less than it aggrieves the noble sentiments of His High Honour to the utmost, as the papers concerning this testify; we thought it best to take no decision regarding all this, but deemed it more advisable to bring the matter before Your High Honours by sending the papers concerning it, as we do herewith in the most respectful manner, in full confidence that Your Honours, in accordance with your renowned, deliberate equity and noble way of thinking, will be pleased to maintain this administration and especially the first undersigned in the character of Governor and the authority over this province attached thereto, which has been injured in the highest degree by the aforementioned conduct of Hamba, and to deliver from such unpleasant insults, which sorely affect a faithful and ambitious minister, in the future from a man such as the repeatedly mentioned Hamba, who, instead of living up to the trust placed in him, makes such a criminal abuse of the authority assigned to him over Ceram; request for support against aforementioned Hamba punishable conduct of Hamba Yet that Your High Honours yourselves never had the best opinion of that rascal is evident, since in the esteemed secret missive of 23 December 1766 you ordered that a watchful eye be kept on him as a scoundrel, and urged this even further on account of the smuggling trade in spices conducted by him with the Buginese in the secret missive of 8 December 1787, while in the general letter of 26 December 1769, by which the commandership assigned to him was approved in the confidence that the illicit trade could be prevented by that expedient, you renewed the remaining recommendation to keep a watchful eye on this Hamba at all times so that he would not abuse the greatness entrusted to him; which proves that Your High Honours feared this from the very first moment, and as experience teaches, with as much foundation as was all too well grounded. Your Honours' remark in that very same letter concerning Hamba's offer to forfeit his life if, after his appointment, any of the Cerammers should dare to engage in the illicit spice trade, namely that this could not be relied upon on any ground; since they now carry on their smuggling trade as boldly as ever before him, and no wonder, since he colludes with those very smugglers, The foreign European nations and, in continuation the reinforcement of the foreign of what we noted regarding them in our humble letter of 20 and 22 May last, we set down herewith that the first undersigned, in order to obtain greater certainty regarding the reinforcement of the English on Gebe, one of the Papuan islands, dispatched the native soldier Philip Davids, who is shrewd yet faithful and also linguistically skilled, in the month of June overland to Sawai, in order to proceed from there, disguised as a common native together with another trusted person, to Rumasoal and, if possible, even to Gebe, to inform himself in the most accurate manner about the activities of the British on that island, as well as the size and number of their ships and smaller vessels, their crew, armament, also whether they conduct any trade there with the Papuans or other nations and what that trade consists of, finally whether they also barter for spices such as nutmegs and cloves there, or purchase them from Papuans or others trading on those islands. The aforementioned Philip Davids returned to this Castle on 9 August with a native from the village of Natilen on Ceram's north coast named Phalaing, and reported that according to the account given to them colludes with the smugglers and sells to them the weapons given to him by the Company to do them all damage, as he did with one of the twelve grenadier muskets furnished to him by the Honourable Mr. Breton in the year 1770, of which, during the hongi conducted in that year, he returned only six pieces, as will further appear to Your High Honours from the accompanying sworn declaration of the Patti of Sila, to which, in order not to weary you further with this tedious history, we respectfully refer and pass over. account sold
Dutch transcription
39 de gaan over dig misbruikt nader onderzoek nopens europeers in de Papoen en de geweerg aan hun ver„ het resultaat diesweegen beschreeven en het hooge Caracter van Indias Illustren oppergebieder niet minder quest als se de edelmoedige Sentimenten van de Papieren daar van spreken zijne Hoog Edelheijd ten hoogsten aggraveeren; wij hebben best gedagt omtrent dit alles geene dispositie te neemen, maar raadsamer g'oordeelt het een en ander met over„ zending der Papieren daar van spreekende uwe Hoog Edelens onder het oog te brengen, gelijk wij op het aller„ eerbiedigste doen bij desen, in volkomen vertrouwen dat Hoog deselve na haare beroemde beramede equiteit en edel„ moedige wijse van denken dit ministerium en insonderheit den eerstgeteekende als in het Caracter van Gouverneur verzoek om manctenu en het gezag over dese Provintie daar aan geaccrocheert teegens voorm: Hamba door het voorwaarts beschreeven gedrag van Hamba ten hoogsten geledeert wel zullen gelieven te mainctineeren en voor diergelijke ongenaame mitsg=s een trouw en am„ belieus ministers gevoelig treffende Smaadheeden van het vervolg bevrijden van een man als meerm: Hamba die in steede van te b'antwoorden aan het vertrouwen zijn gezag strafwaar in hem gesteld met het opgedragene gezag over Ceram van het zelve zo een strafwaadig misbruijk maakt; Dog dat uw Hoog Edelens zelve nimmer het beste gevoelen van dien knaap gehad hebben blijkt, dewijl bij ge„ „venereerde Secreete missive van den 23:e dec: 1766: beveelen om op hem als een deugeniet een wrakend oog te houden, en zulx weegens de door hem gedreeven smokkel handel in specerijen met de Bougineesen nog nader aandringen bij secreete missive van den 8:e xber: 1787. , terwijl bij gemee„ „ne van den 26:' xber: 1769. waar bij het aan hem opge „dragene Commandantschap is g'approbeert en vertrouwen dat den morshandel door dat expedient zou kunnen worden belet de overige recommandatie om op deesen Hamba altoos een waakend oog te houden vernieuwt hebben op dat hij de hem aanbetrouwde grootheid niet quame te nisbruijken, ten bewijse dat uwe Hoog Edelens daar voor al in den eersten opslag gedugt geweest zijn, en gelijk d'ondervinding leerd met zo veel fondament als maar al te gegrond geweest is, Hoog der zelver remar„ „que bij die selve brief op Hamba aanbod van zijn leeven te zullen verliesen zo na zijne aanstelling iemand De vreemde Europeesche Natien en ten vervolge de versterking der vreemde van het geene wij omtrent dezelve genoteert hebben bij onse needrige Letteren van den 20:e en 22:e Maij I=o leeden hier bij ter needer stellen dat den eerstgeteekende om meerder zee„ „kerheijd te erlangen noopens de versterking der Engelschen op Gebe een der Papoesche Eijlanden den Inlands zoldaat Philip Davids, die door Sleepen dog trouw en teffens taal kundig is in de maand Iunij over den Landwegs na Sawaij heeft afgesonden om van daar als een gemeen Inlander verklees nevens nog een vertrouwt persoon na Roemasoal en des doenelijk zelfs na Gebe over te gaan, ten einde zig op het aller naauwkeurigste te informeeren na de verrigtingen der Britten op dat Eijland, mitsg:s na de groote en het getal haerer Scheepen en mindere vaar„ tuijgen, derzelver bemanning monture ook of zij daar eenige handel drijven met de Papoen, dan wel andere Natien en waar in dien handel bestaat, eindelijk of zij daar ook Specerijen als Nooten en nagulen inruijlen, dan welze Papoen of andere op die Eijlanden handel drijvende volkeren en koopen, de voorn: Philip Davidsz: is op den 9:e Aug=o weeder aan dit Hoofd Casteel gereverteert met een Inlander uijt de Negorij Natilen aan Cerams Noord Cust gen=t Phalaing en hebben ge„ relateert dat 'er reets volgens het aan hun gedaan der Cerammers zig zou derven onderstaan morshandel in specerijen te drijven namentlijk dat daar op met geen grond kan werden vertrouwt; dewijl zij haaren smokkel handel tans zo stout pleegen dan ooijt voor hem, en geen met de smokelaars heuld wonder, nademaal hij met die Smockelaars zelve heuld in de geweiren die hem van de Comp: gegeeven worden om haar alle afbreuk te doen aan dezelve verkoopt invoegen gedaan heeft met een van de twaelff granadiers geweiren hem door D' Edele Heer Breton in Ao 1770: verstrekt waar van onder de Hongij in dat Iaar gedaan maar ses stux gerestitueert heeft, gelijk uw Hoog Edelens bij de overgaande b'eedigde verklaring van den Pattij van Sila C: P: breeder sal voorkomen, waar aan om met dit verdrie„ tig historiael niet verder te verveelen ons met eerbied refereerende overstappen. verhaal „koopt