Inventory 3364
Japan · 931 pages · 397 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
33: the 16th of April 1772. further order on the cited deed of purchase, an extract of which is granted. given by Captain van den Brink on the role of the Shopkeeper Houque. surrender of the deed of purchase of the aforesaid house ordered; opposition of the said Captain against the same. den Brink considered himself not obliged to surrender the deed of purchase pledged to him on the grounds that he had not paid the money to the Junior Merchant Houque, but to the previous owner of the house, being Bookkeeper Bangeman who departed for Batavia in the past year; but which contention the meeting unanimously judged entirely groundless, since it is all the same whether he paid it to Houque and the latter paid it in turn to Bangeman, or whether van den Brink, as he testifies, handed over the purchase money to the previous owner, given that the Junior Merchant Houque as the buyer of the house pledged the same to van den Brink at an interest of 5/8 rd:s p:r C:o per month by judicial acknowledgment, and as the receiver of the funds and the one who also passed the judicial acknowledgment of debt as such, must notoriously be regarded as the principal debtor, without a third party who is not even mentioned in that document being able to come into consideration in this regard; for which reasons the said van den Brink was also ordered by the Governor in the name of the meeting to deliver the deed of purchase in question into the hands of the Secretary of this meeting, who opposed this once again by saying that he would not deliver the same to the Secretary, but rather to two members of the meeting; which, however, was refused him as improper, and it was recommended to him to submit to the resolution and, in conformity therewith, to surrender the deed of purchase to the Secretary as a sworn person; which the same finally accepted, and having simultaneously requested to be permitted to obtain an extract of this resolution for the sale of the house, it was agreed to condescend thereto. improper table conversation of Captain van den Brink at the house of the Governor to the detriment of Junior Merchant Houque. after which, the said Captain van den Brink being confronted with the conversation he conducted last Sunday afternoon at the table of the Governor in the presence of the Honorable Secunde de Villeneuve, the Skippers de Beukelaar and Holjes, the Secretary of Police Beynon, and likewise the Bookkeeper Bourghelles, among other things and in substance amounting to this: that the Junior Merchant Houque had presented Company linens to his concubine by corsets, and that in her house as much as half a pack consisting of guineas must still be found; furthermore, that when the Governor was on the Hongi in the past autumn, the said Houque caroused every evening and poured wine and beer freely, and on those occasions also repeatedly had music played, and each the 16th of April 1772: reproached for it; his excuse in that regard. statement of the Governor and Secunde to keep a record thereof. four reports received on the recently completed cruises. time paid the musician Abraham Louis five Rixdollars, which in one month alone amounted to a sum of one hundred and fifty Rixdollars, with more other tales to the detriment of the said Houque, contrary to Christian duty and the nature of love, of which he, when the Junior Merchant Houque was his daily table guest and had been with him several times on an excursion in his dusun or garden, did not mention a single word, and thus the more inexcusable, all the more because the entire discourse was not conducted with a Christian compassion for the misfortune of his neighbor, but rather with a sort of pleasure, and one seems to take delight therein, as well as the more condemnable since the greater part is contrary to the truth; so that Captain van den Brink now, upon the question of the Governor as to why he, in accordance with his duty, had not informed His Honor of such illicit actions and way of life of a servant who owns nothing of his own and holds such an important administration, so that it could be provided for, had to testify with blushing cheeks that he only had it all from hearsay; so, after Captain van den Brink was reprimanded by the Governor, as His Honor testified to have done all too many times, to spare such improper and lascivious tales for the future, it was decided both to keep this record thereof and that the Governor and the Honorable Secunde declared that they had never before heard, directly or indirectly, anything of the aforesaid way of life and dealings of the Junior Merchant Houque, openly related by Captain van den Brink as the truth. Underneath stood: Thus done and resolved in Amboina at Castle Victoria, date as aforesaid. Signed: I: A: van der Voort, I: A: De Villeneuve, H: van den Brink, I: A: Schilling, C: F: Treno, J: H: van Santen, R: Houque, and I: D: Beynon, Secretary. Produced by the Governor and thereupon read the submitted reports of the Lieutenants Tecke Tosseling, Johannes August van Eerten, as well as the Ensigns Johannes Diderich Gronardt and Willem August Delius, regarding their cruising carried out during the recently ended Tagul harvest with the paduakang vessels. Wednesday the 20th of May Anno 1772: in the forenoon at nine o'clock, meeting of Police, all present. 6
Dutch transcription
33: den 16e: April 1772. nader bevel aan van „pen geciteerde koopbrief daarvan Extract 't welk g'accordeert word door Capitain van den „le van den Winkelier Houque gegeeven. d'overgave der koopbrief van voorsz: huijs gelast oppositie van gem: C:api„ „tain teegen het zelve. den Brink vermeende tot de afgave van de onder hem verbondene koopbrief niet gehouden te weezen uijt hoofde hij het geld niet aan den onderkoopman Houque maar aan den voorigen eijgenaar van het Huijs, zijnde den in A:o pass„o na Batavia vertrockene Boekhouder Bangeman betaald had; dog welke sustenu de vergadering unani: „miter geheel ongegrond oordeelde, nademaal het om het eeven is of hij het aan Houque en deese het weeder aan Bangeman voldaan, dan wel of van den Brink gelijk hij betuijgd de kooppenningen aan den voorigen Eijgenaar afgegeeven heeft, mitsgad:s den onderkoopman Honque als kooper van het huijs het zelve teegens den Intrest van 5/8: rd:s p„r C„o 'smaands onder van den Brink bij Justitieele kennis verbonden hebbende als den ontfanger van de Penningen en die ook de Justitieele schuld kennis als de zodanige heeft gepasseert no„ „toir als den principalen debiteur moet aan= „gemerkt worden, sonder dat hier omtrend een derde die bij dat Papier niet eens ge= „noemd is, in reflexie kan koomen; om wel„ Capitain van den Brink „ ke reedenen dan ook meerm: van den Brink door den Heer Gouverneur uijt naam van de Vergadering wierd gelast de koopbrief in questi aan den Secretaris deeser vergadering ter hand te stellen, die zig daarteegen alwee- „der opponeerde met te zeggen dat dezelve niet aan den Secretaris maar wel aan twee hee„ „den van de vergadering zou ter hand stellen; dog het welk hem als oneijgen gerefuseert en na„ den Brink om zig aan der aanbevoolen wierd om zig aan het besluijt het besluijt te onderwer: te onderwerpen en dien Conform de koopbrief aan den secret:s over te geaan den Secretaris als een b'eedigd Perzoon afte geeven; het gunt denzelven eijndelijk van den Brink verzoekt aangenoomen en teffens versogt hebbende om van dit besluijt tot den verkoop van het huijs extract te moogen erlangen, is verstaan daarinne te Condescendeeren. onbehoorlijk tafel dis cou„ waarna meerm: Capitain van den Brink Brink ten huijse van de voorgehouden zijnde desselfs op Jongst gepas Heer Gouverneur ten nadee, seer de Sondag middag aan de tafel van den Heer Gouverneur in presentie van den E: Se= cúnde de villeneúve, de Schippers de Beu¬ „kelaar en Holjes, den Secretaris van Politie Beijnon, item den Boekhouder Bourghelles gevoerd discours, onder ander en in Substantie hier op uijtkomende dat den onderkoopman Houque aan zijne Concubine 's Comp„s Lij „waten bij Corsjes vereerd had en dat ten haa: „ven Huijse nog wel een half Pak bestaande in guinees moest te vinden zijn; voorts dat wanneer den Heer Gouverneur in het gepasseer„ „de najaar op de Hongij geweest was gem: Hou „que alle avonden geguastreert, en fris op wijn en bier geschonken, mitsgad:s bij die geleegend„ heid telkens ook had laten musiciren, en ie„ „den „der „„ven. den 16: april 1772: daarover onderhouden. zijne Verschooning dientwee „gen. „te bekruijssingen. betuijging van den Heer Gouverneur en Secunde aanteekening daar van te der reijse aan den Speelman Abraham Louis vijf Rijxd:s betaald had, dat in eene maand al„ „leen beliep een Somma van Eenhondert en vijftig rijxd:s met meer andere Vertellingen in nadeele van meerm: Houque strijdig teegens de Christen pligt en liefdens aard, waarvan hij toen den onderkoopman Houque meest dagelijx zijn tafel gast was en met hem verscheide veij„ „sen op een plaisiertje in zijn dousson of tuijn geweest is geen enkeld woord gerept heeft en dus te onverschoonbaarder te meer om dat het geheele discours niet met een Christelijk mede „lijden over het ongeluk van zijn eevennaas- „ten maar veel eer met een zoort van genoe„ „gen, en dat men daar in behagen schijnt te scheppen gevoerd is, mitsg:s te Condemnabeler nademaal het meerendeel teegens de waarheid Capitain van den Brink strijdende is, invoegen Capitain van den Brink nú selfs op de Vrage van den Heer Goú¬ „verneur, waarom hij zijn Ed: van diergelijke ongeoorloofde handelingen en levenswijse van een dienaar welke van zig selfs niets be „zit en zo een importante administratie heeft volgens zijn pligt geen kennis heeft ge= „geeven, ten einde daarin kon worden voorsien, met beschaamde kaken moest betuijgen, dat hij het een en ander maar van hooren zeggen had; zo is na dat Capitain van den Brink door den Heer Gouverneur, gelijk zijn Ed: be¬ Door den Heer Gouverneur geproduceert en ingekoomen Vier rapporten er volgens geleesen zijnde de ingediende Rap„ weegens de jongst volbragporten van de Lieutenants Tecke Tosseling, Johannes August van Eerten, item de Vendrigs Johannes Diderich Gronardt en Willem August Delius, weegens hunne gedaane be¬ „kruijssing geduurende den jongst afgeloopen Tagul oogst met de Patjallings de voort woensdag den 20:e Maij A=o 1772: voordemiddagten Neegen uuren verga¬ „dering van Politie, alle Present. tuijgde al te meermalen gedaan te hebben gere¬ „commandeert was, diergelijke onbetamelijke en lasive vertellingen voor het vervolg te menageeren, verstaan daar van zo wel deese aanteekening te houden als dat den Heer Gouverneur en den E: Se„ cunde verklaarden van de voorsz: door Capitain van den Brink opentlijk voor de waarheid vertelde Leevens en handelwijse van den Onderkoopman Houque direct nog indirect nimmer voor heen iets gehoord te hebben /:Onderstond:/ Aldus Ge„ „daan en Geresolveert te Amboina in 't Cas= „teel Nieuw victoria dato voorsz: /: was getee. „kend:/ I: A: van der Voort, I: A: De Villeneuve H: van den Brink, I: A: Schilling, C: f: Treno J: H: van Santen, R: Houque, en I: D: Beij. „won Secret:s tuijgden „vaarendheijd houden. dientweegen. 6
English
May 20, 1772. Vessels, the Catharina Geertruijda, the Saparoea, and the Lassum, the first along Ceram's inner coast or from the corner of Samariang to past the Negorij Caijboba, the second also along Ceram's inner coast from the islands of the Three Brothers in the west to the corner of Liang and above that in the east, the third between Saparoua and Hatuano, and above that into sight of Latoe and Hoealooij on Ceram's inner coast, and the last along the south side of the Leijtimor mountains from Hoetoemoerij in the east to the corner of Nussanive in the west; thus, from the aforesaid reports it is seen that the said officers during their aforesaid cruisings had no peculiar encounters, except the first mentioned, after he had rowed with two cruising orembaais of Haroeko from the patjalling to the Hitoe Coast pursuant to the order granted for that purpose by the Lord Governor to Haroeko's head Cruijpenning by letter of March 30 past, with two Ceram junks, which on April 2 were anchored past the Duivelsklip close to the Negorij Mamala. Concerning this, the aforesaid Lieutenant Gosseling states in his report that upon receiving report thereof he immediately rowed close under the shore to stalk them, but that the Corporal postholder of Mamala had already dispatched two soldiers from his post together with a native named Oemarela thither, and the Cerammers, through their untimely shooting, had obtained the opportunity to save themselves by flight. However, regarding this case, the Lord Governor has received entirely contrary reports, and that not so much the untimely shooting of those two soldiers, but rather the bad maneuver of the said officer, if not his laxity, is the cause of the escape of the aforesaid two Ceram junks. Thus it is understood to keep this note of both matters and to offer to Their High Noble Excellencies the copies of the above-mentioned reports, citing the necessary parts therefrom in the separate letter, for their speculation. The Lord Governor having thereafter proposed to the meeting the necessity, at this time when the Cerammers, in spite of all cruisings, continue to roam in the vicinity of the clove-producing offices and districts, to re-establish a post as formerly at the northwest corner of the middle island of the Three Brothers, and to have the same occupied by a Corporal and six, or at least four, common soldiers, because from there all vessels wishing to cross from the Hitoe Coast to the corner of Liang can not only be seen, but also everything passing along the Hitoe Coast from the corner of Assaloeloe to Negorij Lima can be observed, and whereby also the Ceram roamers will be deprived of the opportunity to seek one of the three aforesaid islands as a rendezvous and hiding place, as well as the natives of Asseloeloe and Oering of the means to bring spices to them there, as those of the first-mentioned Negorij have done according to the report by letter of Laricque's head Huijgens dated March 23 past; this having also been judged by the Assembly to be no less necessary than useful, it is approved and resolved to request Their High Noble Excellencies' esteemed qualification for placing a post on the northwest corner of the middle island of the Three Brothers aforesaid. Whereas the Lord Governor has received report that some Ceram junks are again about to come down, but are apparently deterred by the smallpox raging severely here, of which the Cerammers are extraordinarily afraid, it is resolved to order the heads of the four spice-producing offices not only to depart each to his own as quickly as possible, but also immediately to make ready and constantly keep prepared two well-armed cruising orembaais each, in order that upon the appearance of one or more of the aforesaid junks, they may be able to set out after them without the least loss of time, either in person or under the supervision of the clerk or sergeant with some armed soldiers, with orders to pursue and overpower them, without confining themselves strictly to their own districts, as each of the aforesaid heads is hereby granted freedom to track down and seek out that rabble wherever and under whose jurisdiction soever they might happen to stay. Underneath stood: Thus done and resolved at Amboina at Castle Nieuw Victoria, date aforesaid. Was signed: I: A: van der Voort, I: A: De Villeneuve, H: v: d: Brink, M:s Hartog, I: W: van Blijdenbergh, I: A: Schilling, I: C: Cruijpenning, C: F: Treno, J: H: Huijgens, J: H: van Santen, R: Houque, and I: D: Beijnen, Secretary. Monday, July 27, Anno 1772, in the morning at 9 o'clock, meeting of the Council of Policy, absent the heads of the four spice offices. The Lord Governor opened this meeting.
Dutch transcription
— den 20:e Maij 1772:. slegte manoeuwre van den mamala g'ankert gelegen Voorstel van den Heer Gou„ op het middelste Eijland „schriften der voorm: rap„ „tebieden. vaarendheijd, de Catharina Teertruijda, de Saparoea en de Lassum, de eerste langs Cee- „rams binnen bust off van de hoek van bamariang tot voor bij de Negorij Caijboba, de tweede meede langs berams binnen Cust van de Eijlanden de drie gebroeders in het westen tot de hoek van Liang en daar boo „ven in het Oosten, de derde tusschen Saparoua en Hatuano, en daar booven tot in het ge= „sigt van Latoe en Hoealooij aan Cerams binnen Cust en de laatste langs de zuijd „kant van het Leijtimorse gebergte van Hoetoemoerij in het Oosten tot aan de hoek van Nussanive in 't westen, zo is uijt voorsz: Rapporten gezien zijnde dat de ged: officieren geduurende hunne voorsz: Bekruijssingen geen sonderlinge ontmoe„ „tingen gehad hebben; behalven den eerst „gem: na dat hij van de Patjalling met twee kruijs orembaijen van Haroeko was geschept na de Cust Hitoe /:ingevolge de Ordre daar toe door den Heer Gouverneur aan Haroekos Hoofd Cruijpenning verleend bij brief van den 30:' Maart pass=to. / met twee Ceramse jonken, welke op den 2:e Lieutenant Gosseling om april geleegen hebben voorbij de duijvels klip „trent twee digt bij de negorij digt bij de Negorij Mamala, waar omtrend „hebbende Ceramse Ionken: voorsz: Tosling bij zijn Rapport opgeeft dat hij op het bekoomen berigt diesweegen ten eersten digt onder de wal is heen geschept om deselve te bekruijpen, dog dat den Corpo¬ „raal posthouder van Mamala reeds twee sol„ „daaten van zijn Post neevens een Inlander genaamt Oemarela derwaards afgezonden hebbende de Cerammers door derzelver ontij¬ „dig schieten geleegendheid gekreegen hadden om zig met de vlugt te sauveeren, dog van welk geval den Heer Gouverneur geheel Contrarie Rapporten gekreegen heeft, en dat niet zo, zeer het ontijdig schieten van die twee soldaaten als wel de verkeerde Manoeu¬ „vre van meerm: Officier zo niet zijne lachi„ „teit oorsaak is, dat voorsz: twee Ceramse jonken ontsnapt zijn; zo is verstaan van het een en ander deese notitie te houden en hun Hoog Edelens de af: hun Hoog Edelens de afschriften der bo. „porten ter speculatie aen „ en gem: Rapporten onder aanhaling van het noodige uijt deselve bij de aparte brief ter speculatie aantebieden. Den Heer Gouverneur hier na aan de Zee„ „den voorgesteld hebbende de noodsakelijk „verneur om een bezettingheid om in deesen tijd, dat de Crammers der drie gebroeders te leg in weerwil van alle bekruijssingen in de nabijheid der nagul geevende Comptoiren en districten blijven swerven aan de noordwest hoek van het middelste Eijland de drie Gebroeders weeder, gelijk voor heen een Post te leggen, en dezelve te doen be¬ „setten met een Corporaal en Ses of ten minsten vier gemeene militairen, nade om „maal „gen 0 99 den 20:' Meij 1772: Hun Hoog Edelens daar „soeken. de opperhoofden der Vier spece„ ten eersten na hunne ook ten eersten elk twee verdere ordre in cas Van se Swervers. maal van daar alle vaartuijgen, die van de bust Hitoe na de Hoek van Liang willen oversteeken niet alleen kunnen gezien, maer ook alles g'observeert worden wat langs de Hi¬ „toese Cust van de Hoek van Assaloeloe tot Negorij Lima passeert, en waar door teffens aan de Ceramse Swervers de Occagie zal benoomen zijn om een der drie voorn: Eij„ „landen tot een rendevous en schuijlplaats te zoeken midsgaders aan de Inlanders van Asseloeloe en Oering het middel om hun daar de specerijen te brengen, gelijk die van eerstgem: Negorij gedaan hebben, na het verm: bij brief van Laricques hoofd Huijgens de dato 23: Maart pass=to, zo is zulx bij de Vergadering meede niet min necessair dan nuttig g'oordeeld zijnde, Goed„ „toe qualificatie te ver:gevonden en verstaan hun hoog Edel:sg „eerde qualificatie te versoeken tot het plaat= sen van een Post op de Noord Westhoek van het middelste Eijland de drie gebroeders voormelt. Nademaal den Heer Gouverneur berigt ge. „rij Comptoir en toegelasten „ kreegen heeft, dat 'er weeder eenige Ceramse Comptoiren te vertrecken Ionken staan aftekoomen, dog die apparent wel gemonteerde kruijs ovendor de hier sterk grasseerende kinder pock- „baijen in gereedheid te bren, jes, waar voor de Cerammers ongemeen be= „vreest zijn, weederhouden worden, is verstaan de opperhoofden der vier specerij geevende Maandag Den 27:e Iulij Anno 1772: 's morgens ten 9uiren vergadering van Politie, absent de Hoofden der Vier specerij Comptoiren ƒ Den Heer Gouverneur betuijgde deese ver¬ Comptoiren te gelasten om niet alleen ten spoedigs „ten weeder een ieder na het zijne te vertrekken, maar ook ten eersten elk twee wel g'armeerde kruijs Orem= „baijen in gereedheijd te brengen en altoos klaar te houden ten einde bij verschijning van een of meer verscheijning der Cerander voorsz: Ionken in staat te weesen daar op 't zij in Persoon dan wel onder opsigt van den Scriba of sergeant met eenige gewapende militairen sonder het allerminste tijd versuijm te kunnen afgaan met ordre dezelve na te zetten en te over„ „meesteren; sonder zig juist te bepalen aan hun „ne eijgene districten, also een iegelijk van de voorsz: Opperhoofden bij desen vrijheid gegeven word om dat gespuijs na te spooren en opte zoe„ „ken waar en onder wiens resort zij zig ook mog„ „ten komen te onthouden /:Onderstond:/ Aldus gedaan en Geresolveerd te Amboina aan 't Casteel Nieuw Victoria dato voorsz: /: was ge„ „teekend:/ I: A: van der Voort, I: A: De Ville „neuve, H: v: d: Brink, M:s Hartog, I: W: van Blijdenbergh, I: A: Schilling, I: C: Cruijpenning, C: f: Treno, J: H: Huijgens J: H: van Santen, R: Houque, en I: D: Beij „non secret:s: Comptoiren. =gadering. . gen.
English
39: 39: the 27th July 1772. received news concerning the invasions of the Papuans into the hinterland of Bouro. violent acts committed there by the same. and their treatment of the people being there. regarding this case. further report concerning newly begun post by large Corre Corren. measures put into effect by the Resident with five to six Corre Corres was the Post. having convened the assembly solely with that purpose, in order to give notice of the altogether fatal contents of two letters handed to His Honour yesterday evening, written by the Residents at Bouro and Manipa, the bookkeepers Ian Hendrik Knop and Joachim Adriaan Benot, both dated the 18th of this month, which were presented by His Honour for reading, and having seen from that of the mentioned Resident Knop in the first place, that he had received news from the hinterland on the 16th beforehand that several Papuan vessels or corracorras were roaming about there and that the Chinese Liekho and Tjiwatko had been ambushed and stripped empty by two Corre Corre coming from the sea and presumably from Oebij, at the latitude of Lelialij or Samalagie, as well as the vessels of those navigators subsequently burned, whereby they had been forced to take flight, and thus luckily had still escaped alive from the hands of those predatory folk; furthermore that likewise at Djiko marassa, as reported to him the Resident, there were four to five Corra Corras that committed many acts of violence there, both by abducting people, plundering the gardens, and ruining their plantations of sago and coconuts, with the addition that the audacity of that aforementioned rabble had gone so far that the evening beforehand they had shown themselves with five to six Corra Corres in front of the bay of Caijelie and thus in sight of the Company's post, as well as necessitated him, the Resident, to dispatch several prahus, each with two good marksmen, under the command of the Postholder of Amblauw, Fredrik Willem Roeland, together with some Orangkaijs provided with gunpowder and lead, likewise some burghers pressed by him, to Sjiko Marassa aforesaid in order, if possible, to drive off that predatory rabble. that he the Resident had in the meantime received report by some Orangkaijs and natives coming over the overland route from the new post Waijkoessa, that the mentioned post had been overrun by six large Papuan Corra Corras on the 13th of this month at around nine o'clock in the morning, without the vessels of the same having been seen beforehand, but that it was only noticed afterwards that those robbers had lain one mile to the east side of the post and from there had proceeded landwards through the woods with a mighty number of people, and suddenly while the people were busy at work had leaped forth from the woods and seized them unawares, whereby our people were thrown into confusion, and that rabble had abducted some of them, and several who had tried to [illegible] with [illegible]
Dutch transcription
39: 39: den 27:e Julij 1772:/. ontfangene tijding wee„ „gens d' invasien der Pa„ „poein aan het agterland Van Bouro. geweldenarijen door de zelve aldaar gepleegd. sa en hunne behandeling met zijnde Volk. omtrent dit geval. verder berigt weegens nieuw begonne post op „te Corre Corren. middelen door den Resi¬ zijn met Vijf â ses Corre de Post geweest. „gadering alleen met dat oogmerk geconvo„ „ceert te hebben, ten eijnde dezelve kennis te geeven van de allesints fatalen inhoud van twee gisteren avond aan zijn Ed: inhandigde brieven geschreeven door de Residenten te Bou„ „do en Manipa de boekhouders Ian Hen= „drik knop en Joachim Adriaan Beno„ beijde gedateerd 18:e deeser, welke door zijn Ed: ter lectuure overgelegd, en bij die van gem: Resi„ „dent knop in de eerste plaats gesien zijnde, dat hij den 16:e bevoorens van het agterland tijding ontfangen had dat er verscheijde Pa„ „poese vaartuijgen of Corra botra aldaar swor„ „ven en dat de Chineesen Liekho en Tjiwatko door twee Corre Corre, koomende uijt zee en pre„ „sumtief van Oebij op de hoogte van Lelialij of Samalagie door dezelve waaren overrom¬ „peld en leedig geplundert, mitsgad:s de vaartuij„ „gen van die Naviganten vervolgens verbrand waar door zij de vlugt hadden moeten neemen, en dus geluckig nog leevendig uijt handen van dat Roofvolk ontkoomen waaren; Voorts dat zo meede op Djiko maras: o p Djiko marrassa zo als hem Resident berigt was, zig vier â vijf Corra Corras bevonden, die aldaar veel geweldenarijen pleegden, zo met men „schen te rooven, de thuijnen te spolieeren, en haar plantagien van Sagoe en Clappus te rui „neeren, met bijvoeging dat de stoutmoedigheid van dat voor gespuijs zo verre gegaan was, dat zij een Avond bevoorens met vijf â ses Corra Corres in 't gezigt van Corra zig voor de baaij van Caijelie en dus in het gezigt van 's Comp:s post vertoond mitsg:s hem resident genecessiteert hadden eenige prauwen „dent knop in 't werk ge:ijder met twee goede schutters onder het gezag van den Posthouder van Amblauw Fredrik willem Roeland, neevens eenige Orangkaijs voorzien van kruijt en loot item eenige door hem gepreste Burgers aftezenden na Sjiko Marassa voormeld om des mogelijk zijnde, dat roofgespuijs te verjaagen. de dat hij Resident intusschen door eenige Orang¬ „overrompeling van de Kaijs en Inlanders koomende over de Landweg waijkoessa door ses groo van de nieuwe Post waijkoessa berigt ontfan- „gen had, dat gem: gespuijs door ses groote Pa= „poese Corra Corras op den 13:e deeser 's morgens omtrend Neegen uuren was afgeloopen, sonder Sinister beleijd der Roovers dat de vaartuijgen van deselve voor af gezien waaren maar dat na dato eerst ontwaard was, dat die roovers een mijl aan de Oostkant van de post hebben geleegen en zig van daar met een magtig getal volk landwaards door de bosschen heen begeeven en eens klaps /:terwijl het volk druk aan het werk was:/ uijt het bosch te voor„ „schijn gesprongen en hun onvoorsiens vervast hadden waar door d' onse in Concusie gebragt het aldaar aan 't werk zijnde dat gespuijs eenige daar van weggeroofd, en verscheijde welke zig hadden tragten met van „steld.
English
the 27th of July 1772. have thereby perished. missing burning of ten vessels by that rabble. together with the mentioned goods robbed and taken away. the Gunner and three the same plundered by those Robbers mentioning the capture of provisions on Ceram's north Coast. contents of the letter written by the same had tried to save themselves by flight had been wounded with assegais and arrows; furthermore, that on that occasion also unfortunately fell and lost their lives the Corporal Jurgen Vlijsman of Crimbagnee, One Corporal and two privates together with the soldiers Daniel Waxmoet of Allendorf, and Johannes van der Meulen of Kl: will, who had been sent along by him, the Resident, as assistance to the Natives in the work to be performed, but that of the Sergeant Dirk Stephanus van and the sergeant of Aar Aarden, who had also been there for better supervision of the work, no one knew to say whether he had saved himself by flight or had fallen into the treacherous hands of the Papuan; further, that besides the two Chiampangs mentioned hereinbefore, according to further news brought to him, the Resident, also the gonting of the citizen Captain Lieutenant Lodewijk Melchior Knop together with the Chiampangs of fellow citizens David Ver Elst, and Marcus Abrahams, along with several others whose owners are not yet known, up to ten pieces in number, were burned to ashes by the aforementioned Robbers. Finally, that in the aforementioned surprise attack, besides the three weapons of the fallen soldiers, there are still missing and certainly robbed and taken away by that rabble: Four flintlocks, twelve dozen live cartridges, Eight pounds of Gunpowder, thirty pieces of cook's or wood axes, One Auger, One iron crowbar, One claw hammer, which had been given to the aforementioned sergeant both for defense and for the work to be performed. The aforementioned letter from the aforementioned Manipas Resident Trend contained no less distressing news, namely that the cruising Orembaij of Bonoa, manned with 24 hands, the Bonoa Cruising orembai with Cash and Massawaijers under the supervision of the gunner Michiel Gabriel, provided with the soldiers Guilliam Bottel, Pieter Lemena, and Jacob Kien, leaving from there on the last of June last to Sawaij for the transport of Pay, board money, and Rations for the garrison stationed there, was unexpectedly ambushed, attacked, and plundered by four Corracorras and two Mahoelis with Papuan Robbers off Lamana on Ceram's North Coast in a certain bay called Laboeang Papoea; and on that occasion the aforementioned Gunner together with three Massawaijers lost their lives, the aforementioned Massawaijers having lost their lives therein, three soldiers and seven more Natives were severely wounded, and together with two Female persons
Dutch transcription
den 27:e Julij 1772:/ „ne zijn daarbij om hals gekoomen. „den vermist „branden van tien vaartuij= gespuijs. neevens vermelde goederen „roofd en meede genoomen. den Busschieter en drie dezelve door die Roovers gespolieert vermeldende 't afloopen van provisien aan Cerams noord Cust. inhoud van de brief door „no geschreeven de vlugt hadden tragten te salveeren met asse„ „gaijen en Pijlen gequetst hadden voorts dat bij die geleegendheid ook nog ongeluckig gesneuveld en om 't leeven geraakt waaren den Corporaal Iurgen Vlijsman van Crimbagnee„ Een Corporaal en twee gemeevens de zoldaaten Daniel Waxmoet van Alens „dorth, en Iohannes van der Meulen van Kl: will= die tot secours der Inlanders in het te verrigtene werk door hem resident waaren meede gezonden, maar dat van den Zergeant Dirk Stephanus van en den zergeant van aar- Aarden, die tot een beeter toesigt over het werk zig aldaar meede bevonden had, niemand wist te seggen, of hij door de Vlugt gesalveert dan wel, in de voorzieke handen van de Papoin ge¬ nader berigt van het ver„raakt was; wijders dat behalven de hier voren „gen aan diverse traficquan=teds vermelde twee Chiampangs, ingevolge de na„ „ten toebehoorende door dat „ der aan hem Resident gebragte tijding ook de gonting van den burger Capitain Lieute„ „nant Lodewijk Melchior Knop neevens de Chiampangs van den meede burger David Ver Etst, en Marcus Abrahams, neevens meer andere waarvan d' eijgenaars nog niet be¬ „kend zijn tot tien stux in 't getal door meerged:e Roovers tot Assche verbrandwaaren . eijndelijk dat bij voorsz: overrompeling buij zijn door dezelve weg ge=ten de drie wapens der gesneuvelde mili¬ tairen nog vermist en zeekerlijk door dat gespúijs geroofd en meede genoomen waa¬ „ren Vier snaphaanen twaalf dousain scherpe Patroonen Agt Hb: Buskruijt dertig stux kox of houtbijlen, Een Avegaar, Een ijzere koevoet Een spijkerhamer, zo tot defensie als tot het te verrigtene werk aan voorsz: zergeant meede gegeeven. Bewelsende de voorsz: brief van voorm: Manipas Resident Fre Manipas Resident Trend geen minder fachi„ „eus berigt, namentlijk dat de kruijs Orembaij van Bonoa bemand met 24: Coppen Massa„ de Bonoase Kruijs orem=t ayers onder opsigt van den busschieter Mic „ban met Contanten en „ hiel bapriel verstrekt met de soldaaten Guilliam Bottel; Pieter Lemena en Iacob kien, van daar op den laasten Iunij I:o leesen naar Sawaij ter overbrenging van Gagie, kostgelden en Randsoenen voor d' aldaar be„ „scheijdene bezettelingen, door vier Corra Cor„ „ras, en twee Mahoelis met Papoesche Roo= „vers op de hoogte van Lamana aan be= „rams Noord Eust in zeekere bogt Laboeang Papoea genaamt onverwagt overvallen, g' „attaqueert en gespolieerd mitsg:s bij die Occa. „gie den voorm: Busschieter met drie was- „sanaijers om 't leeven geraakt de voorsz: Massewaijers hebben daer drie soldaten en nog seeven Inlanders „bij 't leeven verlooren. Swaar gequest en neevens twee Vrouws per zoo vene „nen 41:— Ed
English
13 the 27th of July 1772. as well as the cash, rice, and goods. On account of this unfortunate event, an impediment that hindered the crew. Twelve persons managed to escape. To add to this. Item, to employ the local paduakang the Canneelboom for cruising around Bouro. and by the Assembly To that end, some points of reasoning regarding this matter were proposed by the Governor to be put into effect. wounded and carried off: with and alongside the Company's cash and the further adjacent rice and other goods that were carried off, consisting of: 304 Rds and 37 stuijvs in cash, 3180 lbs Rice, 1 piece swivel gun, 3 flintlocks, 3 cutlasses, 3 bayonets, 3 cartridge pouches, 12 swivel gun balls, 12 cartridges with gunpowder, 36 live cartridges, 1 powder horn with gunpowder, and 1 metal bell. all of which appears in greater detail from the forwarded declaration sent by Resident Frenc, from two declarations attached by the aforementioned Treno to his aforesaid missive, made by Pattij Siwa, Orangkaij of Lissabatta, and Malokko, Orangkaij of the Island of Bonoa, in which, among other things, it is stated that during that attack, the crew of the orembaai fired five times with the flintlocks and twice with the swivel gun, but on that occasion their further defense being prevented by a heavy downpour of rain, they had to try to save themselves by jumping overboard, whereby twelve persons, although partly wounded, nevertheless arrived safely in Lissabatta; the other people partly, and the child of the said soldier Bottel. And after deliberating upon these unexpected as well as fatal events, and taking into consideration what means could and should best, but at the same time most promptly, be employed in order to check and counter, as far as possible, the further progress and sorrowful consequences that the plundering and murdering of the aforesaid murderous and predatory rabble bring in their wake: there were subsequently produced by the Governor some points of remarks drafted by His Honor, which the assembly, after reading, considered in all respects to be the best and most plausible to be followed and embraced in this matter; it was therefore approved and agreed to conform in all respects thereto, and consequently unanimously resolved: to dispatch the paduakang the Canneelboom, lying at Bouro, with which the elected Banda Secunde Seijdelman arrived there from Ternaten and who cannot continue his journey thither before the turn of the monsoon, which is not to be expected before mid or late October, together with the paduakang De Concordia, for the cruising of the north and south coasts of Bouro, and to place on each one officer, two non-commissioned officers, and twelve common European soldiers. To write to Resident Knop to add thereto all the cruising orembaais of Bouro and Amblauw.
Dutch transcription
13 den 27: Julij 1772. zomede de Contanten, rijst goederen. weegens deese gebeurten isse ongeluckig betetzel dat bij het volk verhindert heeft. twaalf perzoonen zijn het daar bij te voegen. item de hier 't huijs hooren „se Patjalling de Canneel- „boom tot de bekruijssing van Bouro te emploijeeren. en door de Vergadering daar toe wierden door den Heer Gouverneur eenige poinc„ raisonnement over deese ga= „hoorden in 't werk gesteld te worden gequetst en meede gevoert: met en beneevens 's Comp:s Contanten en verdere neevenstaande rijst en andere goederen meer meede gevoerd zijn bestaande in 304: Rd:s en 37: stuijv:s aan Contant 3180: lb: Rijst, 1: p:s draaij bas, 3: „ Snaphaanen 3: „ houwers, 3: „ bajonnetten, 3: „ Pattroontassen, 12: „ Bas koogels 12: „ Cardoesen met busks uijt 36: „ scherpe Pattroonen. 1: „ kruijthoorn met buskruijt en 1: „ Metale klock. overgezondene Verklaring het een en ander omstandiger blijkende door den Resident Frenc uijt twee door gem: Treno bij zijn voorm: mis¬ „sive gevoegde Verklaringen door Pattij Siwa Orangkaij van Lissabatta en Malokko Orangkaij van 't Eijland Bonoa, waarbij dit onder anderen nog voorkomt dat bij die attacque, het volk der Orembaij vijf maa. „len uijt de snaphaanen en tweemaal uijt de draijbas gevuurd hebben, dog door die occagie de Defensie van aare stortreegen in hun verdere defensie verhindert geworden zijnde zig miet buijten boort springen hebben moeten tragten te sauveeren waardoor dan ook twaalf per zoo „nen hoe wel gedeeltelijk geblesseert nog be„ „houden te Lissabatta zijn aangekoomen. het ander volk gedeeltelijk: wen en het kind van ged:e soldaat Bottel En over deese zo onverwagte als fatale gebeur= „tale gebeurtenis, en de mid„tenissen gedelibereert en in overweeging genoo„ „delen die daar teegen be„men zijnde wat middelen het beste maar ook teffens het gereedste zoude kunnen en dienen aangewend te worden, ten eijnde zo veel immers mogelijk de verdere voortgang en droevige gevol= „gen die het plunderen vooren en moorden van het voorsz: moord en Roofziek gesprijs na zig sleepen te stuijten en teegen te gaan: zo wierden vervolgens door den Heer Gouverneur geproduceert eenige door zijn Ed: ontworpene Poincten van re: „ten van Remarques gep„o marques welke de vergadering na lectura in allen opsigten als 't beste en plausibels te voor- „koomende om in deesen te werden opgevolgd en g'amplecteert is over zulx goedgevonden en ver„ „staan zig daarmeede in allen deele te conformee„ „ven en dienvolgende un animiter beslooten. de op Bouweleggende Ter n a de op Bouro leggende Patjalling de Canneel„ „boom waarmeede den g'eligeerd Bandas Secun„ van de noord en Zuijekand „ de Seijdelman aldaar van Ternaten g'arri„ „veert is en die zijne reijse derwaards niet kan voortsetten voor de kentering der Mousson die niet te wagten is voor medio of het laast van October neevens de Patjalling De Concot„ „de Patjalling de Concor„dia aftezenden ter bekruijssing van de Noord en Zuijd kant van Bouro, en op ijder te plaatsen, Een Officier, twee Onder officiers en soilitie daarop te plaatsen twaalf gemeene Europesche Militairen. alle de kruijs orembaije d=o Den Resident knop aanteschrijven om van Bouro en Amblauts daarbij alle de kruijs Orembaijen van En Bouro „duceert. „gekeurt. „dia. nog ontkoomen
English
45. the 27th of July 1772. item the two largest cruising district of Manipa Lieutenant Gosseling and commanders of the Expedition named. Division of the Fleet and de- termination of their route. reasons for the necessity thereof. to make a Proposition to Their High Mightinesses to attack the Papuan Pirates and those of Maba- the heads of the outer Trading- recommended. to adapt the instruction according to that for Ensign Rolbag in the month of March 1771. Bouro and Amblauw to join, in order to seek out the Papuan Pirates in their hiding places under their Chiefs, well-armed and provisioned, and if possible overpower them or otherwise drive them away from there. To order the Manipa Resident Treno to send two of the most sufficient and largest cruising orembaais from his district, properly armed and provisioned under their chiefs, with the utmost speed to Bouro, in order to join with the cruising orembaais of Bouro and Amblauw, and thus, under the protection of the aforesaid two paduakang, to be better able to face the Papuans upon encounter, and when attacked by that scum, to be able to resist them rigorously. 4thly. To appoint as commanders over the aforesaid Expedition Lieutenant Tecke Gosseling and Ensign August Willem Delius, and to furnish them with a written Instruction, as well as to give in mandates thereby: That Lieutenant Gosseling with the Ternate paduakang the Kaneelboom and half of the cruising orembaais shall cruise around the South of Bouro. And Ensign Delius aboard the Concordia with the remaining half of the orembaais around the North of the aforementioned Island. Furthermore, to adapt the cited Instruction mutatis mutandis according to that drafted in the Month of March 1771 for Ensign Rolbag, which however remained unexecuted because of the poor condition of the paduakang the Paarl d'Amour, since dismantled, which had arrived for the cruising of the backcountry of Bouro, by secret resolution of the 7th of the aforementioned month. weda and Pattani in their own hiding places. 5thly. To write to the Chiefs of the respective outer Trading Posts, and also to the postholder at Sawai, instructing vigilance, to be everywhere on guard and watchful without making much commotion or an untimely stir among the natives, or intimidating them unnecessarily, against all attempts that might occasionally be undertaken by the Papuan robber scum within their respective districts. 6thly. To submit for Consideration to Their High Mightinesses in Batavia whether it would not be expedient and necessary to attack the Papuan Pirates, and principally the Maba, Weda, and Pattani people, in their own nests, whether with or against the wishes of the Court of Tidore, since it appears not to be in earnest about taking measures against them with its own force, but merely leaves it at empty promises, while such and other rogue practices 47— the 27th of July 1772. military men. condition of the Garrison at the Main Castle. A quartermaster and to dispatch. garrison perform their service. Bouro and Manipa each to provide. practices of the aforesaid predatory and murderous nation increase more and more, and it is to be feared that they will proceed from bad to worse without one being able to check the same in this extensive province, as the mere name of Papuans has already provoked such fear in the naturally cowardly Native that at the mere sight of that scum they take to flight just like whole flocks of sheep at the arrival of one or two wolves. It having furthermore been reflected that, not only by the aforementioned accident six Military men and one Gunner were lost, but also, as further reported by the letter of Resident Knop, the decease of two Soldiers and the quartermaster stationed there, and that there are not ten healthy Military men to be found, both garrisons are very weakened and thus in these critical circumstances necessarily ought to be reinforced, as was also requested by Resident Knop in his aforementioned letter; and considering in that regard that, notwithstanding the continuous and daily mortality both here at the main Castle and at the other outer Trading Posts, the large number of disabled who are incessantly brought to the hospital, the number of old and decrepit soldiers, as well as the valetudinary condition of many others who still keep on their feet and going, does not allow this severely weakened garrison to be stripped any further so as not to fall into difficulty ourselves, the aforesaid Trading Posts, being the most remote, nevertheless ought to be reinforced to the best of our ability above others in this critical state of affairs; it is therefore, in accordance with the proposition of the Governor, approved and resolved to assist Bouro and Manipa each with 4 additional common Military men, and furthermore, for the relief of the Military men still remaining here in the Garrison who, through ceaseless guard duty, run more and more risk of losing their health, to revoke for the present the day-laborers of the Garrison, and to have all perform duty without distinction until such time as relief shall have been obtained from Batavia, with orders to Captain Commandant van den Brink for a prompt and immediate execution of this order. Furthermore, it has been approved to dispatch to Bouro a quartermaster and a Sailor to remain on duty there. 1760. By
Dutch transcription
45. den 27: Iulij 1772:. item de twee grootste kruijs district van Manipa den Lieutenant Gosseling en hoofden der Expeditie be Verdeeling der Vloot en be „paling hunner route reedenen van dies noodsake- „lijkheid. te doen Propositie aen Hun Roovers en die van Maba= de hoofden der buijten Comp„ aanbevoolen. de instructie na die voor den Vendrig Rolbag in de maand maart 1771: te schicken. Bouro en Amblauw te voegen om onder hun¬ „ne Hoofden wel g'armeert en geproviandeert de= Papoesche Roovers in haare Schuijlnesten op te zoeken en des doenlijk te overmeesteren of anders van daar te drijven. = Den Manipas Resident Treno te gelasten om orembaijen van onder het twee der sufficantste en grootste kruijs Orem- „baijen van onder zijn district na behooren g'armeert en geproviandeert onder derzelver hoofden ten alderspoedigsten na Bouro te zen„ „den om zig te conjungeeren met de kruijs Orembaijen van Bouro en Amblauw, mitsg. s dus onder bescherming der voorsz: twee Pat„= „jallings te beeter in staat te zijn de Papoen bij rencontre het hoofd te bieden, en van dat gespuijs g'attacqueert wordende, dezelve rigou- „reuselijk te kunnen teegenstaan. 4=o Tot hoofden over voorsz: Expeditie te benoemen den Venorig Delius als den Lieutenant Tecke Gosseling en den vendrig August willem Delius, en deselve te muniee¬ „ven met een schriftelijk Instructie mitsg:s daarbij in mandatis te geeven. Dat den Lieutenant Gosseling met de Ter= „naatse Patjalling de Canweelboom en de helfte der kruijs Orembaijen zal moeten kruijssen om de Zuijd van Bouro. En den vendrig Delius per de Concordia met de overige helfte der Otembaijen om de 5=e de Hoofden der respective buijten Comptoiren, „toiren de waaksaamheid en ook den posthouder te sawaij aanteschrij„ „ven om sonder veel beweeging of een ontijdige op „schudding onder den inlander te maaken dan wel dezelve buijten noodzakelijkheid te intimidee„ „ven alomme op hoede en waakzaam te zijn tee„ „gens alle attentaten die somwijlen door het Pa„ „poesch roof gespuijs onder haare respective dis „tricten zoude moogen ondernoomen worden. hun Hoog Ed:s te Batavia in Consideratie te Hoog Ed:s om de Papoesche geeven of het niet dienstig en noodsakelijk zou„ weda en Pattany in hunde weesen om de Papoese Roovers en voornaa„ eijgen schuijlnesten aan=mentlijk de Maba-weda- en Pattaniveesen 't zij met af teegen den Sin van Tidors Hoff dat het dog geen ernst schijnt te weesen om daar teegen met eijgen magt te voorsien, maar het slegts bij de bloote promesse laat berusten in hun eijgen notten te doen aantasten, wijl diergelijke en meer andere schelmse prac„ Noord van het evengem: Eijland. voorts de geciteerde Instructie mutatis mutandis te schicken na die voor den ven„ „drig Rolbag in de Maand Maart 1771: in Concept gebragt dog buijten Executie gebleeven is, om de slegte gesteldheid van de seedert gesloopte Patjalling de Paarl d' A„ „mour welke tot de bekruijssing van het agterland van Bouro aangeland was, bij secreete resol: van den 7: der eeven geci= „teerde maand: Noord „tijcquen „noemd. Instructie voor deselve te tasten. 6d 47— den 27:e Julij 1772./ militairen te versterken. „heid van het Guarnisoen aan t Hoofd Casteel. Een quartiermeester en afte zenden. guarnisoen hun dienst ^te laten doen. Bouro en Manipa ieder te voorsien.. tijcquen van de voorsz: Raaf en moord zieke na„ „tie, hoe langs hoe meer toeneemt, en het te vreesen is, dat zij van boos tot erger zullen over„ „gaan, sonder dat men in deese uijtgestrekte provintie vermoogens zal zijn het zelve te stuijten, alzo d' enkelde naam van Papoën reeds zo eene vreese in de buijten des lacharti „gen Inbander heeft verwekt, dat zij op het enkelde gezigt van dat gespúijs eeven ge¬ „lijk heele troupen met schapen op d' aan „komst van een â twee wolven zig op den loop begeeven. noodsakelijkheid om Bouj Alverder gereflecteert zijnde dat niet alleen en Manipa met eenige door het voorsz: ongeluk ses Militairen en een Busschieter overgekoomen maar 't bij missive van den resident knop nog nader vermelde overleijden van twee Soldaaten en den aldaar bescheijdenen. quartiermeester, mitsg:s dat 'er geen tien gezonde Militairen te vinden zijn, die beijde besettingen zeer verswakt en dus in deese weetelige tijds omstandigheeden noodsakelijk dienen versterkt te worden, invoegen Zulx door den Resident knop bij Zij „ne meerm: missive ook versogt werd en daar omtrend in overweeging genoomen weesen niet jeegenstaande neevensde dat niet jeegenstaande de geduurige en vermelde swacke gesteld= dagelijkje sterfte zo hier aan 't hoofd Casteel als op de andere buijten Comptoiren het groot getal impotenten die onophoudelijk na het hospitaal gebragt worden de in eenig= „te van oude en afgeleefde militairen, midsg:s de valetudinaire gesteldheid van veele ande¬ „ven die het nog al op de been en gaande hou= „den niet toelaat dit zo zeer verzwakt quar„ „nisoen meer te ontblooten om niet zelfs daar door in ongeleegendheid te raaken de voorsz: Comptoiren als het verste van de hand ge „leegen, egter booven anderen in deese Criteique tijds gesteldheid na vermoogen dienen versterk t te worden; zo is conform de propositie van den Heer Gouverneur goedgevonden en ver„ staan Bouro en Manipa ider met nog met nog 4: Militairen Vier gemeene Militairen te assisteeren, en voorts ter gemoedkoming der alhier nog in het Guarnisoen verblijvende Militairen die door 't onophoudelijk op de wagt trekken nog meer en meer gevaar loopen hunne ge„ de Vrijwerkers van het Zondheid te verliesen de vrijwerkers van het Guarnisoen voor eerst in te trekken midsg:s alle zonder onderscheid dienst te doen presteeren tot zo lange men ontzet van Batavia zal erlangd hebben met last aan den Capitain Commandant van den Brink tot een prompte en imme„ „diate executie deser ordre wijders is nog goedgevonden na Bouro af¬ Een Matroos na Bouro te zenden Een quartiermeester en een Mat= „troos om daar te blijven dienst doen. 1760. Door
English
49: the 27th of July 1772: The Residents of Bouro and Manipa authorized to write off cash and goods to Profit and Loss. The wages of the deceased and missing persons to be written off, but that of the missing sergeant van Haarden to be continued for the present. The aforementioned Residents of Bouro and Manipa having requested by their aforementioned letters that authorization might be granted to them to write off, for the first-named, that which went missing during the surprise attack on the newly established Post at Waijkoessa by the Papuan Pirates, consisting of, besides three full sets of weapons of as many fallen soldiers: 4 flintlocks 12 dozen live cartridges 8 lb gunpowder 30 pieces cooks' or wood axes 1 auger 1 iron crowbar 1 claw hammer. Furthermore, for the last-named, on account of what was overwhelmed by the pirates during the capture of the cruising orembaij of Bonoa, consisting of: 304 rds 37 stuijvs in cash 3180 lb rice 1 piece swivel gun 3 flintlocks 3 cutlasses 3 bayonets 3 cartridge pouches 12 swivel gun balls 12 paper cartridges with gunpowder 36 live cartridges 1 powder horn with gunpowder 1 metal bell. Thus it has been decided to authorize them to have the one and the other written off to profit and loss in the books of their office. In like manner, it has been decided to have written off the wages of the killed, missing, as well as deceased persons, namely of the corporal who had been stationed at Bouro, together with the soldiers Iurg Heijsman of Crimbag, Daniel Waxmoet of Alensdorth, and Iohannes van der Meulen of Klein Willem, as of the 13th of this month; of the soldier Iohan Bussing of Verseveld since the 7th instant, and of the soldier Jacob Albert Deselius as of the 13th aforementioned, item of Todocus Timmerman of Genth, quartermaster, since the 18th of this month; but the wages of the missing sergeant van Haarden to be continued for the present, until further report in this regard shall have been received from Bouro. Furthermore, also to have written off the wages of Michiel Capriel of Livorno, gunner, item the soldiers Guilliam Bottel, Pieter Lemena, and Iacob Kien, all having been stationed at Manipa, and this as of the 13th of this month. Underneath stood: Thus done and resolved at Amboina in Castle Nieuw Victoria, date as above. Was signed: I: A: van der Voort, I: A: De Villeneuve, H: v: I: Brink, I: A: Schilling, C: F: Treno, and I: H: van Santen. 51: the 7th of August 1772. Report of Lieutenant Military van Eerten and Ensign Delius regarding the cruising carried out around Ceram. Essential contents of the same. Friday the 7th of August Anno 1772, in the forenoon at nine o'clock, Council of Policy, absent the Heads of the spice offices. Having been read a report from the Lieutenant Military Iohannes August van Eerten, who, with the ensign Iacob Bartholomeus Rolbag, per the paduakang vessels de Lassum and de Toezigt, in conformity with the decision taken thereto by secret resolution of the 6th of March last, carried out the cruising around Ceram, and returned from that expedition on the 30th of July last with the first-named vessel alone, while the ensign Rolbag with de Toezigt has apparently been driven off to Bouro by the heavy squalls from the southeast and westerly currents, essentially containing: That upon their departure from here they first directed their prow toward Saparoua and from there crossed over to Repa, in order to be assisted by the Regents of that and the eastward-situated negorijen Familou, Haija, Toeloetij, Leijmoe, Toelesaij, Hatiahoe, Weriwama, and Hatoemetten with as many sailing and rowing vessels as they could possibly gather together, so that with the help of the same they might better attack and inflict damage upon the Bugis, Macassars, and other foreign rovers and smugglers. That the Orangkaij of Haija notified the other negorijen thereof, and they, having waited in vain for two days for the requisitioned vessels, sailed with the said Orangkaij of Haija alone toward Keffing, without having encountered any foreign rovers in the course taken along Ceram's south coast. That pursuant to what had been further ordered them by instruction upon arrival at Keffing, having requested the Commander Hamba to be assisted with some junks or other rowing and sailing vessels, the same had stalled them for almost an entire month with idle promises, and finally told them that they could just depart for Rarakit, where the requisitioned vessels within
Dutch transcription
49: den 27:e Julij 1772: de Residenten van Bouroen „leend ter afschrijving van Contanten en goederen op Winst en Verlies. vermelde. dog die van den vermiste sergeant van aarden persoonen te laaten afschrijven Door voormelte Residenten van Bouro en Manipa qualificatie ver: Manipa bij hun voormelde brieven ver= de door de Papoeen geroofde zolk gedaan zijnde dat aan hun quali„ „ficatie mogte verleend werden ter afschrij„ „ving der eerstgen: van het geene bij de overrompeling der nieuw begonne Post op Waijkoessa door de Papoese Roovers, is vermits geraakt en bestaat in bestaande in het neevens drie volle wapens van so veel gesneuvelde Militairen. 4: snaphaanen 12: dousain scherpe Pattroonen 8: lb: buskruijt 30: stux kox of hout beijlen 1: Avegaar 1: Eijzere koevoet 1: Spijker hamer. voorts den laastgenoemde weegens het bij overmeestering der kruijs Orembaij van Bonoa door de Roovers overweldigt bestaen „de in Es 304: rd:s 37: stuijv:s aan Contant. 3180: lb: rijst 1: p:s draaijbas 3: „ snaphaanen 3: „ houwers 3: „ bajonnetten 3: „ pattroontassen 12: „ bas kogels 12: „ Cardoesen met buskruijt 36. „ scherpe Pattroonen 1: „ kruijthoorn met Buskruijt 1: „ Metaale klok de gagien der om 't leven Zo is verstaan dezelve te qualificeeren het gekoomene en vermiste een en ander bij de boekjes van hun Comp. „toir op winst en verlies te laaten afschrijven. Inselvervoegen is verstaan te laaten afschrij¬ „ven de gagien zo der om 't leeven geraakte vermiste als overleedene persoonen als van de te Bouro bescheijden geleegen hebbende Corporaal neevens de soldaten Iurg Heijsman van Crimbag, Daniel wax moet van Alensdorth en Iohannes van der Meulen van kl: will: met den 13: dee= „ser; van den soldaat Iohan Bussing van Verseveld seedert den 7: Courant en van den soldaat Jacob Albert Deselius met den 13:e voormeld item van Todocus Timmerman van Genth quartiermees¬ „ter Seedert den 18:e hujus, dog de gagie van den vermisten sergeant van Har„ Voor eerst te laaten voort„ den voor eerst tot dat 'er nader berigt dierweegens van Bouro zal ontfangen weesen te laten voortloopen. voorts almeede te laaten afschrijven de gagie van Michiel Capriel van Livor „no busschieter item de zoldaaten Guilliam Bottel, Pieter Lemena en Iacob Kien al„ „le te Manipa bescheijden geleegen hebben „de en zulx met den 13: deeser /:Onderstond:/ Aldus Gedaan en Geresolveert te Am¬ Z0 „boina loopen. 51. den 7e: Augustus 1772, Rapport van den Lieutenant „drig Delius weegens de ge„ Ceram. zakelijken inhout van het zelve. „boina in't Casteel Nieuw victoria da„ „to voorsz: /:was geteekend:/ I: A: van der voort, I: A: De Villeneuve, H: v: I: Brink, I: A: Schilling, C: f: Treno en I: H: van Santen. Vrijdag den 7:e Augustus A:o 1772: 'S voordemiddag te Neegen uuren, Ver¬ „gadering van Politie, absent de Hoofden der specerij Comptoiren. Geleesen zijnde Een Rapport van den Lieu„ Militair van Eerten en Verstant Militair Iohannes August van „daane bekruijssing rondsonherten, die met den vendrig Iacob Bar„ „tholomeus Rolbag, per de Patjallings de Lassum en de Toezigt in Conformite van het daartoe genoomen besluijt bij Se„ „creete resol: van den 6: Maart pass=o de Be„ kruijssing heeft gedaan rondsom Ceram, en van die togt op den 30:e Iulij I:o leeden met eerstgen:t vaartuijg alleen is gereverteerd, ter¬ „wijl den vendrig Rolbag met de Toezigt ap „parent met de swaare buijen uijt den Zuijd¬ Oosten en westelijke stroomen zal verdreeven, zijn na Bouro, hoofdzakelijk behelsende dat zij bij hun vertreck van hier de stee¬ „ven eerst gewend hebben na Saparoua en van daar overgestooken zijn na Repa, ten einde door de Regenten van die en de Oost- „waards geleegene Negorijen Familou, Haija Toeloetij, Leijmoe, Toelesaij, Hatiahoe, Weri „wama en Hatoemetten met zo veel zeijl en schepvaartuijgen te worden g'assisteert als zij maar bij den anderen zouden kunnen krijgen, om met behulp derzelve de Bougi= „neesen, Maccassaren en andere vreemde swervers en Lorrendraijers te beeter te kun„ „nen aantasten en afbreuk doen. dat den Orangkaij van Haija de overige Negorijen daarvan verwittigt en zij na de gerequireerde vaartuijgen twee daagen te vergeefs gewagt hebbende, met ged:e Orangkaij van Haija alleen gesteevend zijn na ketsing, sonder in de genoomene roúte langs Cerams Zuijd Cust eenige vreemde swervers ontmoet te hebben. dat zij ingevolge het hun al verder gordon „neerde bij Instructie bij aankomst op keg„ „fing den Commandant Hamba versogt hebbende, om met eenige Ionken off ande= „ve schep en roeij vaartuijgen g'assisteert te moogen worden, denselven hun bij na een geheele Maand met ijdele beloften opgehou„ „den en eijndelijk teegens hun gezegt had, dat zij maar na Rarakit konden vertrecken, alwaar de gerequireerde vaartuijgen bin¬ van x e
English
53 the 7th of August 1772. Resolution to consider oneself satisfied with the proceedings of those officers and to send the report among the separate annexes. would be within three days, but that the said Hambahen has likewise eluded them in this, since they have seen not a single vessel from him, so that the presenters have also not been able to carry out their commission at Ravakit or to get into their hands the Orangkaij of Kelibat Balawine and the Captain of Guaus, being the principal actors in the murder committed on the Orangkaij of Rarakit Codjisa, according to what was recorded in the common Resolutions of the 21st of June of the past year, all the less because the last-mentioned Abar was in the service of Hamba and was employed by him to procure timber for his new residence, which, however, had been denied by Hamba in a manner that made it much more difficult for the presenters to conclude anything from it other than that they could and must reasonably attribute the failure of the task assigned to them with regard to Rarakit to the conduct of the frequently mentioned Hamba, for whom it was not enough to detain them with futile and idle promises, but who was also the cause that no vessels from the above-mentioned Ceram villages had appeared for their assistance, out of fear of Hamba's threats, who had even dared to express himself against Lieutenant van Eerten: that he would send the Orangkaij of Haija in chains on board, since he, Hamba, being Commander of Ceram, nothing was allowed to happen without his order or prior knowledge, and it had been his affair to order the Orangkaij of Haija to warn the other villages to make themselves ready with their vessels. Furthermore, that on Ceram's north coast, in accordance with what was required of them by instruction, they also inquired whether any Bugis vessel had called at Hatilen, having discovered or heard nothing of that, nor of the appearance around that region of any foreign nations, except only that about seven English ships lay near the Papuan Islands and the British had constructed a fort on one of them, etc. Thus, after resumption of the aforesaid report, it is understood in the first place to consider oneself satisfied with the proceedings of the aforesaid officers 55. the 7th of August 1772. and to bring to the attention of Their High Noble Lordships the points charging Hamba that appear therein, as well as what is mentioned in that regard in the report of Pattij of Sila and associates, demonstrating the harmful and dangerous consequences to be expected from Hamba's conduct. For getting into their hands the principal actors of the murder committed on the Orangkaij of Ravakit, the Governor will devise the necessary measures during the Hongi. Reduction of some guard posts to reinforce the Castle. and to present Their High Noble Lordships at Batavia their report among the annexes to the separate letter, but with relation to the points appearing therein to the charge of Commander Hamba and his far-reaching arrogance, which may serve to corroborate what the Pattij of Sila and associates recorded in their report concerning their encounters on the Island of Goram with regard to the said Hamba, to bring the necessary information from both those papers to the attention of the well-mentioned Their High Noble Lordships in the separate letter, with a respectful representation of the harmful and dangerous consequences to be expected from the far-reaching, arrogant, and punishable conduct of the frequently mentioned Hamba; and finally to note herein that the Governor has taken it upon himself to devise the necessary means during the forthcoming Hongi to get into their hands the Orangkaij of Kelibat Balewine and the Captain of Quaus Abar, who played the principal role or were the main actors regarding the murder committed on the Orangkaij of Rarakit Codjisa. In view of the present weak state of the garrison at this main Castle, consisting of only eighty privates who effectively mount guard inside the Castle, which has already forced the Governor to excuse the sentinels on the Bastions Utrecht and Vriesland by day, it is approved and understood upon his proposal to reinforce the same from the following guards and posts and therefore draw them inside the Castle: 2 privates from the guard of the Sultan of Cheribon. 6 ditto from the 18 at the fortifications. 2 ditto at the Laboratory. 1 ditto at the post of Alang, as running there beyond the regulation. 1 ditto at the post of Berie. 1 ditto at Nussanive. 4 ditto serving the garrison. Six in the armory being employed to clean the muskets. 17 military privates altogether. Thus done and resolved at Amboina at Castle Nieuw Victoria, date as above. Was signed: I: A: van der Voort, J: A: De Villeneuve, H:k van den Brink, J: A: Schilling, C:s f: Freno, and I:n H:k van Santen, etc. Agrees: J: A: Schilling, Secretary.
Dutch transcription
53 den 7:e Aug:s 1772. besluijt om zig met de Ver„ „rigtingen dier officieren Rapport onder de aparte zenden. nen drie daagen weesen zouden, dog dat ged:e Hambahen daar in almeede g'eludeert heeft, also ze geen enkeld vaartuijg van hem vernoomen hebben, invoegen de vertoon¬ „ders ook niet vermoogens waaren geweest hunne Commissie op Ravakit ter uijtvoer te brengen of den Orangkaij van Kelibat Balawine en den Capitain van Guaus zijnde de Hoofd actents der gepleegde Moord aan den Orangkaij van Rarakit Codjisa, na het aangeteekende bij de ge„ „meene Resolutien van den 21:e Junij anni passati in handen te krijgen te minder den laatstgem: Abar in dienst van Hamba was en door hem g'emploij¬ „eert wierd tot het besorgen van Houtwerken voor desselfs nieuwe wooning, dog het geen door Hamba ontkent was geworden op eene wijze die voor de vertoonders veel moeijlijker viel wat daaruijt te moeten be„ „sluijten, als dat het misluiken van de aan hen opgedragene last met betrecking tot Rarakit met reeden konden en moesten toeschrijven aan het gedrag van den meer melden Hamba, die het niet genoeg ware geweest, haar met nietige en ijdele belof „ten op te houden, maar die ook oorsaak was, dat 'er geene Vaartuijgen van de bo¬ „ven genoemde Ceramse Negorijen ter hun. „ner assistentie waaren opgedaagd, uijt vreese voor Hambas dreijgementen, die zig selfs teegens den Lieutenant van Eerten had derven uijten. dat Hij den Orangkaij van Haija in de ketting aan boord zou zenden, nadier hij Hamba Commandant van Ceram zijnde, niets zonder zijn Ordre of voorker„ „nis mogt geschieden, en het zijn zaak was geweest den Orangkaij van Haija te gelasten d'andere Negorijen te waar „schouwen zig met hunne vaartuijgen gereed te maken. voorts dat zij aan Cerams noord Cust ingevolge het hun gedemandeerde bij Instructie zig ook g'informeert hebben of 'er op Hatilen geen Bouguinees Vaar „tuijg aangeweest is, daarvan zo min als van de verschijning om die streek van eenige vreemde Natien iets ontdekt of vernoomen hebben, dan alleen dat à Seeven Engelse Scheepen bij de Papoesche Eijlanden lagen en de Britten op een der„ „selve een Fort aangelegd hadden. enz: zo is na resumtie van het voorsz: Rap. voldaan te houden en het port verstaan zig met de verrigtingen der bijlagen na Batavia te voorm officieren in de eerste plaats voldaen „vengenoemde te 55. den 7:e Aug:s 1772:/ en de Poincten ten laste koomende hun hoog Ed:s onder het oog te brengen zo wel als het dientwegen van Sila C: S: vermelie. „delijke Consequenties uijt Hambas gedrag. tot het in handen krijgen gepleegde moord aan den zal den Heer gouverneur „dige beraamen. redúctie van sommige wagt „posten tot versterking van het Casteel. te houden en Hun Hoog Edelens te Bata„ „via derselver Rapport onder de Bijlagen tot de aparte brief aantebieden, dog met rela„ „tie tot de Poincten daarbij tot laste van van Hamba daarbij voor den Commandant Hamba en zijne verre gaande arrogantie voorkomende, die tot staving kunnen dienen van het geen den Pattij van Sila C: S: bij hun Rapport weegens bij het Rapport van Pattij derselver ontmoetingen ten Eilande Goram met betrecking tot gen:e Hamba genoteert hebben, welm: hun Hoog Edelens uit die beide Papieren het noodige bij de aparte brieff onder het oog te brengen, met eerbiedi: „ge vertooning van de schadelijke en dan¬ onder Vertooning der schagereuse Consequentien uijt het verre gaend arrogant en strafwaardig gedrag van meer„ „melde Hamba te wagten en eijndelijk nog in deesen te noteeren dat den Heer Gouverneur der hoofdacteurs van de op zig genoomen heeft tot het in handen krij„ Orangkaij van Ravakit„ gen van den Orangkaij van kelibat Balewi„ onder de Hongij het noee en den Capitain van Quaus Abar, die de voornaamste Rol gespeeld hebben of de Hoofd Acteurs geweest zijn omtrend de gepleegde moord van den Orangkaij van Rarakit Codjisa onder de aanstaande Hongij de nodige middelen te zullen beraamen. — Mits de presente Swacke gesteldheid van het Guarnisoen aan dit Hoofd Casteel als maer bestaande in tagtig gemeenen, die effective binnen het Casteel op de wagt trekken, het geen den Heer Gouverneur reeds genoodsaakt, heeft de Schildwagten op de Bastions U„ „trecht en vriesland bij dag te excuseeren, is op zijn Ed:e Propositie goedgevonden en ver„ staan het zelve van de ondervolgende wag. „ten en Posten te versterken en oversulx bin¬ „nen het Casteel te trecken. 2: gemeenen van de wagt, van den sulthan van Cheribon. „aan het Laboratorium „ Post, Alang als daar boo„ „ven de bepaaling lopende „ „ Nussanive dienst doende Ses in de Wapenkamer tot het schoonmaken der geweiren gebruijk t wordende 17: gemeene Militairen te saamen. Aldus Gedaan en Geresolveerd tot Am. „boina aan 't Casteel Nieuw Victoria Dato voorsz: /:was geteekend:/ I: A: van der Voort J: A: De Villeneuve, H„k van den Brink 6: d=o „ „ 18: bij de Fortificatien „ „ berie Guarnisoen J: A: Schilling 0 2: _=o 1: _=o „ 1: _=o 1: d=o „ „ „ „ 4: d=o 5 van J: A: Schilling, C:s f: Freno en I:n H:k van Acordeert o Secret:s: santen. &:
English
Instruction for Lieutenant Iohannes August van Eerten and Ensign Iacob Bartholomeus Roldag, departing from here with the patjallangs the Lassum and the Toesigt to cruise the South and North Coast of Ceram. In order not only to obtain as much information as possible regarding the activities of the Cerammers, especially those of the south coast, as well as whether foreign rovers, be they Bugis, Macassars, Boutoners or other western nations, are residing there, but also to accost and overpower both them and the Cerammers upon encounter, should the latter not be provided with proper passes, it having been approved in the Council of Policy on the 6th of the past month of March to dispatch you from here with the vessels mentioned in the heading of this document, on each of which has been stationed a corporal and six common soldiers, we shall herewith briefly prescribe to you how you must conduct yourselves in this cruising mission. Having then obtained your dispatch, you shall first steer towards Saparoua, in order to cross from there to Hoxa after having taken in necessary water and firewood beforehand. The Regent of Hoxa, as well as those of the negorijs situated eastwards thereof—Familou, Haija, Toeloetij, Leijmoe, Foelesaaij, Hatiahoe, Werinama and Hatoemetten—have been ordered in writing by the undersigned Governor to assist you with as many orembaijs or similar rowing and sailing vessels as they will be able to assemble together. You shall consequently have to demand these from them further in my name, and having obtained them, keep them under your command. With the aid of these, you are to pursue, overpower, or sink the Bugis, Macassars and other rovers and smugglers, and in a word all vessels that you might encounter and are not provided with proper passes. Consequently, no effort or diligence must be spared in this, but all duties must be exerted, since the destruction of these smugglers is utterly necessary for the eradication of the evil they commit to the prejudice of the Company's precious spice trade. In the event it should happen that you should overtake any vessel, be it of the Cerammers or of other rovers and smugglers, and upon search—which must be carried out in the most accurate manner—should discover any spices therein, you shall punish the crew sailing thereon as spice thieves, that is, with death. And in order that you may apply yourselves all the more to overtaking and overpowering the aforementioned rovers, it is promised that everything seized on the same shall belong to the captors, provided that the spices are delivered to the Company against the purchase price, and the ammunition of war according to appraisal. Since it could happen that the Cerammers received or already have knowledge that you are being sent from here to cruise their coasts and trace their doings, and thus on account of the chastisements inflicted upon them in anno passato as well as principally because of the capture of a junk of Davang, will leave no means untried to take reprisals in this regard and endeavor to ambush you treacherously, I recommend that you be on your guard and vigilant in all respects, especially to have good watch kept at night and unseasonable hours. To the search of which mention is made above, all free traders who belong here shall likewise be subjected, and with respect to them it must be accurately investigated by you not only whether they carry any contraband or prohibited goods, but also whether they have not gone further than their pass specifies. You must keep clear record of all this, as well as of the names of the Anachodas or Surragans, and of everything that might occur during these cruising voyages. Having continued your cruising up to Keffing, you shall demand there from Commander Hamba such junks or other native rowing and sailing vessels as the undersigned Governor has ordered him, just as the above-mentioned Regents of Ceram's inner coast, to assign to you for assistance. You must then also make proper use of these against the rovers and smugglers that you might encounter at that latitude, in such manner as has already been prescribed to you above; without however lingering long at this latitude and particularly off Keffing, where it is extremely perilous for the vessels to remain anchored in both the west and east monsoon; but at a convenient opportunity between that island and Pouto Gisser, to turn the bow towards Rarakit on Ceram's north coast, whose orangkaij Codjisa was killed during the past year by those of Kelibat, assisted by the Captain of Quaus. Wherefore it would be a desirable matter if you, either by ruse or with force, could get into your hands both the head of the aforementioned small negorij Kelibat named Baliwine, and the Captain of Quaus named Abar, without however overly exposing the small force you have at hand, since I have been informed that the aforementioned Baliwine has assembled several large vessels and is resolved, when attacked, to resist the Company's force.
Dutch transcription
19 Om niet alleen zo veel morelijk informatie te krijgen van de bedrijven der Cerammers speciaal die van de zuijt Cust, mitsgaaders of zig daar ook vreemde zwevers, 't zij Bouguineesen, Maccassaren, Boutonders of andere westesche Natien op houden maar ook de„ zelve zo wel als de Cerammers indien de laatste van geen behoor„ „lijke passen voorzien zijn bij ontmoeting aan te lasten en te over„ „meesteren, in Raade van Poutie op den 6: der Iongst verleedene maand Maart. goedgevonden zijnde uE: van hier afte zenden met de vaar„ tuijgen in den hoofde deeses gemelt op ieder van de welke geplaast is een Corporaal en ses geneene militaire, zo zullen wijz: UE: bij desen kortelijk voorschrijven hoedanig zij zig in dese be„ kruijsing moeten gedraagen, EE: dan hare depeche erlangt hebben„ „de, zullen eerst de steeven moeten wenden na Saparoua om van daar na alvorens hij benodigtheid water en branthoud ingenoomen te hebben overtteeken na Hexa, welkers Regent zo wel als die van de daar aan oostwaarts gelegene Negorijen Familou, Haija, Toeloetij, Leijmoe, Foelesaaij, Hatiahoe, werinama en Hatoemetten door den ondergetekende Gou„ „verneur schriftelijk gelait zijn UE: met zo veel orembaijen of diergelijke schep= en zeir vaartuijgen te assisteeren als zij maar bij den anderen zullen kunnen krijgen; welke UE: gevolgelijk nader uijt mijnen name van hun zullen moeten afvragen en Instructie voor den Lieute„ „nant Iohannes August van Eerten en den vendrig Iacob Bartholomeus Roldag gaande van hier met de Pat„ „jallings de Lassum en de Toesigt ter bekreijsing van de zuijden Noord Cust van Ceram. deselve De zelve gekreegen hebbende onder UE: moeten houden, om met be„ hulp derzelve Bouguineesen, Macassaren en andere swervers en lorrendraijers en met een woord alle vaartuijgen die UE: mogt ontmoeten en van geen behoorlijke passen voorsien zijn agter na„ „te zetten te overmeesteren of in de gront te booren; waar toe gevolgelijk geene moeijte of vlijt gespaart maar alle devoiren moeten aangewent worden, dewijl de verdelging dier smokkelaars tot uijtroeijing van het quaat dat zij plegen in prejuditie van 's Comp=s dierbaaren spe„ cerij handel ten uijtersten noodsakelijk is. Ingevalle het mogte gebeuren; dat UE eenig vaartuijg, het zij van „de cerammers dan wel van andere swervers en lorrendraijers mogt agterhaalen en daar in bij visitatie die op het aller nauwkeurigste zal moeten geschieden eenige specerijen quamen te ontdekken, zullen UE: de daar op vaarende Manschappen als specerij dieven dat is met de dood moeten straffen. — En op dat UE: tot agterhaling en overmeestering der meerm: Swervers zig te meer mogen bevlijtigen word belooft dat al wat op de zelve agter„ „haald word voor de agterhaalers zal zijn, mits de specerijen teegens den inkoops prijs en de ammunitie van oorlog volgens taxatie aan de Comp: overleeverende. —. Nademaal het zoude kunnen gebeuren dat de Cerammers kennis kreegen of reets hebben, dat UE: van hier afgesonden word om hunne Custen te bekruijsen en haar doen na te speuren en zo uijt hoofde van de kastijdingen haar in anno passato toegebragt als wel principaal om het overmeesteren van een Ionk van Davang geene middelen onbezogt zullen laten diesweegen represaille te nemen en tragters UE: verradelings te overvallen, recommandere ik UE: in allen op zigte op hoede en waaksaam te zijn, speciaal om bij nagt en ontijden Goede wagt te doen houden. — De visitatie waar van hier boven gesprooken is, zullen alle vrije handelaars die hier thuijs hooren desgelijx onderworpen zijn en ten aan„ „zien van dezelve door UE: nauwkeurig ondersogt moeten worden niet alleen of zij geen Conta Banda of verbodene wharen in hebben, maar ook of zij niet verder gegaan zijn dan hun Pas is luijdende, van al het welke en zo meede van de name der Anachodas, of Surragans door UE: zo wel duijdelijk aanteekening zal moeten gehouden worden als van al het geene geduurende dese bekruijsingen mogt komen voor te vallen, die UE: tot keffing voortgeset hebbende zullen zij al„ „daar van den Commandant Hamba moeten vorderen zodanige Ionken of andere inlandse schep=en=zeil vaartuijgen, als hem den ondergeteekende Gouverneur even als de bovenstaande Re„ „genten van Cerams binnen Cust gelast heeft UE: ter adsistentie toe te voegen en waar van UE: dan ook teegens de swervers en Cor„ „rendraijers welke UE: op die hoogte mogten komen te ontmoeten naar verEijsch gebruijk moeten maaken zo en in diervoegen als uE hier booven reets voorgeschreeven is; sonder nogtans op dese hoogte en voornamentlijk voor keffing daar het zo wel in de west als oost, mou„ „son voor de vaartuijgen ten uijterste periculeus is te blijven leggen lange te vertoeven; maar bij een bequame geleegendheid tusschen dat Eijlanden pouto Gisser door de steeven te wenden na Rarakit aan Cerams Noord Cust, welkersorangkaij Codjisa door die van kelibat, g'adsisteert door de Capitain van quaus in het gepasseerde Iaars is om het leeven gebragt, weshalven het een gewenste zaak zou zijn, dat UE: zo wel het hoofd van het voorsz: Negorijtje Kelibat in name Baliwine als den Capitain van quaus gen=t Abar 't zij door list of met geweld in handen kon krijgen, sonder daar toe egter de geringe magt die UE: aan handen heeft te zeer te exponeeren, nademaal ik g'informeert „ben dat de voorsz: Baliwine verscheide groote vaartuijgen bij een versaameld 'z heeft en geresolveert is om 's Comp: magt wanneer g'at„ goede „tacqueerd —. 1 ƒ 21
English
23 examined Saringarus attacked, to offer resistance; for this reason prudence will require that you, being assisted by the Commandant Hamba with some vessels, keep them with you, so that in case you see that any movement is made to act hostilely, whether on the shore at Rarakit or on the vessels which might lie before that settlement, you will be the better able to offer resistance to the ill-disposed, using in all respects the required circumspection and prudence. Should it happen that you get the aforesaid two persons into your hands, you shall bring them hither under secure custody and take care that they do not manage to escape. Taking the route along the north coast for your return home, you shall have to inform yourself there whether any ships or vessels of foreign nations have been heard of or have called anywhere, and if so, of what nation they are and what they have carried out there; also specially whether at Hatilen, according to the news received thereof, any Bugis vessel or vessels have arrived or were yet to arrive, as well as with what intention, along with whatever you might further be able to ascertain in this regard. For the rest, each of you is handed a sealed packet, with which, upon encountering foreign European ships and vessels, you must act as the superscription indicates. In conclusion, I wish you God's blessing on your journey as well as happy success in all your undertakings and remain, after greetings, at the bottom was written: Your Friend was signed: I: A: van der Voort in the margin: Amboina in the Castle Nieuw Victoria, this 6th of April 1772. Since, both from recent examples and from several reports received, there is not without reason fear that the East Cerammers will not only descend upon the spice districts to carry on their harmful illicit trade with the Company's faithless subjects in the cloves of the recent harvest possibly clandestinely withheld or concealed here and there, but will also perhaps seek to take reprisals for the capture of a junk from Avang under the district of Larieque by the head of that station, Iacob Huga Huijgens, at least if the fear of the smallpox so severely raging in this province does not for the present deter or frighten them from doing so; I have, on the one hand taking into consideration the interest of the Company, and on the other hand considering that this rabble, having become more cautious through the aforesaid mishap that befell them, will try to carry out and execute their enterprises with even greater calculated sinister intent, deemed it of the highest necessity to provide against this in good time. To this end, you are now ordered to cruise with the vessel named in the heading hereof between Hatuaro and the corner of Coack on Ceram's inner coast, and thus upon receipt of this to set sail immediately and direct your prow straight to the place of your destination, and continue cruising the same until the last of the coming month of July, or until such time as you shall be provided with contrary orders from me. The true objective of your dispatch therefore consisting in both for Instruction for the commander of the patchiallang De Voortvarentheid, Hendrik de Lange, departing from here to cruise between Hatuaro and the corner of Coack on Ceram's inner coast. Agrees Surck Instruction security.
Dutch transcription
23 nagezien Saringarus tacqueerd word het Hoofd te bieden, uit dien hoofde zal de voorsigtigheid vereijschen dat UE: door den Commandant Hamba met eenige vaartuijgen g'assisteerd wordende dezelve bij zig houd om ingevalle UE: ziet dat 'er 't zij aan de wal op Rarakit dan wel op de vaartuijgen welke voor die negorij mogten leggen eenige beweeging gemaakt word om vijandelijk te ageeren „des te beter in staat te weesen de quaatwillige het hooft te bieden, gebruijkende in allen op zigte de vereijschte om=en voorsigtigheid: „ zo het mogte gebeuren dat UE: de voorsz: twee perzoonen in handen kreeg zullen uE: de zelve in goede verseekering herwaarts moeten brengen en Zorge dragen dat ze niet komen te echappeeren. —. De route langs de Noordkust na huijs neemende zullende UE: zig daar moeten informeeren of 'er geen scheepen dan wel vaartuijgen van vreemde Natien ergens vernoomen of aangeweest zyn en zo Ia van wat Natie die zijn en wat daar verrigt hebben ook speciaal of er op Hatilen volgens de tijding die daar van ingekomen is geen Bouguinees vaartuijg of vaartuijgen aangekomen is of nog stont aan te komen, zo meede met welke intentie met het geene UE: diesweegen verder mogt kunnen verneemen. —. voor het overige word aan UE: ieder een gesloote pacquet ter hand gesteld, waar meede bij ontmoeting van vreemde Europische scheepen en vaar„ „tuijgen zo danig moet gehandelt worden als de superschriptie komt aan te wijsen. — Ten besluijte wensch ik UE: Godes Zeegen op hare reijse mitsgaders een gelukkig Succes in alle haar onderneemingen en blijve na groete /:onder stont:/ UE: Vriend /:was geteekend:/ I: A: van der Voort /:in margine:/ Amboina in 't Casteel Nieuw Victoria desen 6: April 1772: Nadien men zo uijt de Jongste voorbeelden, als verscheijdene inge„ komene berigten, niet zonder reeden te vreesen heeft dat d' oost Ceram„ mers, niet alleen tot het pleegen van hunnen schadelijken mooshan„ del, met Comp=s ontrouwe onderdaanen in de mogelijk hier en daar van den Jongsten oogst Clande stin agtergehoudene of verborgene Na„ gulen op de specerij Districten zullen afzakken, maar ook misschien represa ille zoeken te neemen weegens het overmeesteren, van een Ionk van avang, onder het district van Larieque door het hoofd van dat Comptoir Iacob Huga Huijgens inmers wanneer de vreese voor de in deese Provintie so sterk Grassierende kinderziekte hun daar inne voor eerst niet weder„ „houd of afschrikt zo hebbe ik aan de eene zijde het belang der maat„ schappij in overweeging neemende, en van d' andere kant dit gespueijs door het voorsz: hun overgekomene ongeval omsigtiger geworden hunne entreprisel met nog meerder overlegen sinesterheid zullen „tragten in het werk en ter uijtvoer te stellen van de hoogste nood„ sakelijkheijd g'agt daar teegen bij tijds het noodige te voorsien, tot deesen eijnde werd UE: tans gelast met het in den hoofde deses ge„ noemde vaartuijg te kruijsen tusschen Hatuaro en de hoek van Coack aan Cerams binnen Cust en dus na den ontfangst deeser ten eersten onder zeijl te gaan en de steeven direct na de plaatse uwer destinatie te wenden en deselve blijven becruijsen tot ult=o der aanstaande maand Iulij of tot sa: lange UE: door Contrarij ordre van mij zal werden voorsien. Het waare oogmerk uwer afzending dan bestaande om zo wel ter„ Instructie voor den gesaghebber van de Patjalling de voortvarentheid Hendrik de Lange vertrekkende van hier om te tusschen kruijssen „ Htatuano en de hoek van Coack aan Cerams binnen Cust. accordeert Surck Instructie beveijliging. -.
English
25 serve for the protection of the Company's precious spice trade, as well as to overpower and lay hands upon the aforementioned interlopers, you shall, particularly with regard to the latter, employ all possible means and discretion that can be expected of a prudent and vigilant servant; continual vigilance and oversight regarding the places where there might be opportunity for those roamers both for a hiding place and for the execution of their harmful designs is especially and most highly recommended to you, no less than depriving them of any opportunity to make you feel, out of revenge in one secret and treacherous manner or another, the disadvantage that their comrades, as said before, had to suffer. But this alone shall not suffice; upon the appearance of both these Ceram smugglers and all other interlopers, all efforts guided by prudence paired with courage must be made to overpower and capture them and their vessels. In which case, you are ordered to inspect the said vessel most thoroughly, and discovering any spices therein, to punish the crew sailing upon it as spice thieves, that is, with death. Besides my hope that your own ambition will naturally urge you to fulfill the charge now given to you, it shall nevertheless serve as a reward that everything overtook and captured from the aforementioned rovers and illicit traders shall belong to the captor, with the exception that the spices shall be surrendered to the Honorable Company at purchase price and the war equipment according to appraisal; of which the military personnel and crewmen assigned under you must be informed, so that each of them, adding their zeal and courage to your leadership, may look forward to and expect a desired outcome of this undertaking. Instructions for guidance for the All of the same content as above. —. Instructions for the commander of the Catharina Geertruijda, Andries Bherends, departing from here to cruise along the inner coast between the Drie Gebroeders in the west to the point of Liang and beyond in the east; Instructions for the commander of the patchallang the Saparoua, Hendrik Orange, departing from here to cruise between Honimoa and Nussalant. In addition to these instructions, you are now handed a sealed packet containing protests written in the Dutch and French languages, of which use must be made in the unexpected encounter with a foreign European ship or lesser vessel, and then the same opened, and subsequently one of the protests, after filling in the date, delivered onto such a foreign vessel by a non-commissioned officer armed only with a sidearm. The successful execution of the principal matter will earn you the satisfaction of your commanders. For this I wish you God's blessing in all undertakings, while I remain, underneath was written, your friend, signed, A: van der Voort, Lieutenant. In the margin: Amboina, Nieuw Victoria, the first of June, in the year 1742.
Dutch transcription
25 beveijliging van 's Comp:s dierbaaren specerij handel te strekken als de voorm: onderkruijpers meester te worden en in handen te krijgen, zal UE: voornamentlijk tot het laatste alle mogelijke middelen en beleid die van een voorsigtig en wacker dienaar kunnen verwagt worden moeten in het werk stellen; geduurige waaksaamheid en toeligt, omtrent de plaatsen alwaar voor die swer„ vers, geleegentheid zo tot schuijlplaats, als volvoering hunner Scho„ „delijke oogmerken zoude kunnen zijn werd UE: boven al ten hoogsten aanbevoolen niet minder van hun alle geleegentheid te beneemen om uijt een weeder wraak uE: op d' een of andere heij„ melijke en verraderlijke wijse te doen gevoelen, het nadeel dat hun „ne mackers gelijk voorsegt hebben moeten ondergaan, dog dit zal niet alleen genoeg zijn maar bij de verschijning, zo wel van dese Ce„ ramse smokkelaars als alle andere Lorrendraijers zullen alle pogingen die de voorsigtigheid gepaard met manmoedigheid, tot bestierders hebben moeten aangewend worden om de sodanige er hunne vaartuijgen meester te worden en te bemagtigen; in welken gevalle, UE: gelast werd het zelve vaartuijg op het aller nauwkeurigste te visiteeren en daar inne eene specerijen ontdekken„ „de de daar op vaarende manschappen, als specerij dieven dat is met de dood straffen Buijten dat ik verhoopen dat uE: eijgen ambitie uE: van zelfs zal aansetten om aan de UE tans gegeven wordende lastte vol„ doen; zal even wel tot een belooning strekken dat al het geene op de voorm: schuijmers en morshandelaars agterhaald en over„ meesterd word voor den overmeesteraar zijn zal uijtgenoomen dat de specerijen inkoops en het oorlogs tuijg volgens taxatie aan d' E: Comp: afgestaan werden; waar van d' onder uE: bescheidene Militaire, en scheepelingen kennisse zullen moeten hebben op dat een ieder van hun zijne ijver en kloekmoedigheid bij uE beleijd Instructie tot narigt voor den Alle van een inhoud als boven. —. Instructie voor den gesaghebber van de Cahari„ „na Geertruijda Andries Bherends vertrekkende van hier om te kruijssen aan de binnen Cust tussschen de Drie Gebroeders in 't westen tot de hoek van Liang en daar boven in't oosten; Instructie voor den Gezaghebber van de patjal„ „ling de Saparoua Hendrik Orange vertrekkende van hier om te kruijsen tusschen Honimoa en Nussalant. voegende een gewenschten uijtslag van deese onderneeming kan te ge„ „moet geezien en verwagt worden. - buijten deese Instructie werd UE tans inhandigt een gesloote paquet vervaltende een nederduijtsch en een in de fransche taalen geschreevene protesten daar van bij onverhoopte ontmoeting van een vreemd Eu„ „ropesch schip of minder vaartuijg zal moeten gebruijk gemaakt T en als dan het selve g'opend, vervolgens een der protesten na de in„ vulling der datum op zodanig een vreemden bodem door een onder officier alleen met een zijd geweer gewaaperd besteld werden. De gelukkige volvoering van het voornaamste zal UE: het genoegen uwersge bieders doen wegdragen hier toe wensche ik uE: in alle ander„ neemingen Godes zeegen, ter wijl ik blijve /:onder stont :/ UE: vriend:/ „/:geteekend. A: van der Voort ^/:in margine:/ Amboina Nieuw Victoria den Eersten Iunij a„o 1742: Lieutenant voegen -
English
27 Lieutenant Tecke Gosseling and Ensign August Willem Delius, departing from here for Bouro, the former to cruise around the south with the pajalang de Caneel Boom, which lies at that island and belongs under the Government of Ternaten, and the latter to sail directly from here by the pajalang de Concordia to cruise around the north of the aforementioned island. For the security of the navigation of the petty traders to and behind the land of Bouro, as well as to protect the poor inhabitants of that island against further invasions, robberies, marauding, and murders by the bloodthirsty and predatory Papuans, it was resolved in the meeting of the 27th of this month to equip you with the vessels mentioned in the heading hereof for the cruising, and to have you cross over together by the Concordia to Bouro, furthermore to provide you, for reinforcement, with two sergeants, two corporals, and twenty-four common soldiers, and to supply you with a proper instruction for their guidance and observance. Therefore, after receiving the same, you shall betake yourselves as soon as possible with the aforementioned men under your command onto the said pajalang de Concordia, and having weighed anchor, steer your course directly for the Bay of Caijelie, and upon arrival there Lieutenant Gosling, together with a sergeant, a corporal, and twelve soldiers, shall transfer to the Ternate pajalang de Canneel boom lying there, while Ensign Delius, with the other equal division of soldiers, shall remain on the Concordia; subsequently, together with all the cruising orembaais of Bouro and Amblauw, likewise two well-armed similar vessels from under the district of Manipa, which the Residents of those posts have been instructed to have prepared under their chiefs as soon as possible, you shall divide them in equal number between the two pajalangs, and thus Lieutenant Gosseling with the Canneel boom and the one division must go cruising around the south, and Ensign Delius with the Concordia and the other half of the orembaais around the north side of the said island of Bouro. Furthermore, in order to fulfill the intended purpose in this matter, upon your arrival at Bouro aforesaid you must inform yourselves accurately where the Papuans are staying, and then without long delay make a start with cruising the beaches, being mindful always to keep the prow as much as possible along the shore so that no vessels escape you. You are also very expressly ordered to run down, attack, and overpower all vessels that you encounter on this cruise, whether Papuans, Javanese, Buginese, Macassars, Mandharese, or other foreign rovers and smugglers, to be subsequently brought in here, or if they should be an impediment to you, scuttled and the crew sailing on them, in case they offer resistance, treated as unauthorized rovers and robbers, that is, punished with death, but otherwise brought here in safe custody. In the same manner must also be treated all vessels that are not provided with proper passes, or seek to evade inspection, or have spices on board, wherefore it shall be your duty to have all vessels, of whatever name or wherever they come from, inspected exactly in order to discover what they are laden with, provided care is taken that those sailing with good passes are not under any pretext hindered.
Dutch transcription
27 Lieutenant Tecke Gosseling en vendrig August Willem Delius gaande van hier na Bouro den Eerstgenoemde, omme met de ten dien Eijlande leggende en in het Gouvernement Ternaten thuijs„ hoorende Patjalling de Caneel Boom te kruijsen, om de zuijd en den laastgem: p=r de patjalling de Concondia van hier direct naar derwaards te steevenen om te Cruijsen om de noord van het Even gem: Eijland Ter beveijliging van de vaart der smalle handelaars na en agter het land van Bouro mitsg„s om de arme bewoonders van dat Eijland te beveijligen voor verdere invasien, Roverijen, strooperijen en moorderijen van de moord en Roof zugtig papoen ter ver„ gadering van den 27: deeser beslooten zijnde UE met de in den hoofde deses gem: vaartuijgen ter bekruijsing uijt te rusten en te saamen p=r de Concordia na Bouro te doen overgaan voorts ter versterking uE: meede te geeven, twee zergeants, twee Corpo„ raals en vier en twintig gemeene militairen mitsg„s UE= met eene behoorlijke Instructie ter hunner na rigt en obser van t te voorsien; zo zullen UE: zig dierhalven na den ontfagst derselve met voorsz: onder hebbende manschap ten Eersten op de gem: Patjulling de Concordia moeten vervoegen, en het anker geligt heb„ „bende de Cours direct na de Baij van Caijelie stellen mitsg„s bij arrive„ „ment aldaar den Lieutenant Gosling neevens een zergeant een Corporaal en twaalf soldaaten moeten overgaan op de aldaar leggende Ternaatse Patjalling de Canneel boom, dog den ven„ „drig Delius met d' andere gelijke divisie militairen blijven op de Concordia, vervolgens neevens alle de Cruijs orem¬ baijen van Bouro en amblauw, item nog twee wel g'armeerde d=o vaartuijgen van onder het district van Manipa welke de Residenten dier Comptoiren aangesehreeven is onder hunne hoofden ten Eersten in gereedheid te doen brengen over de twee patjallings in gelijke getal verdeelen en dus den Lieutenant Gosseling met de Canneel boom en d' eene divisie moeten gaan kruijsen om de zuijd. —. en den vendrig Delius met de Concordia en d'andere helft orem„ baijen om de Noordkant van het gem: Eijland Bouro - Terwijl UE: verders om in deesen aan het bedoelde oogmerk te voldoen zig bij hun arrivement op Bouro voorm:, nauwkeurig zullen moeten informeeren waar de Papoeen zig ophouden voorts zonder lang vertoeven een aanvang maaken met het bekruijsen der stranden verdagt zijnde de steeven altoos zo veel doenelijke langs de wal heen te houden dat UE: geen vaartuijgen ontslip„ Ook werd UE: wel Expresselijk gelast alle vaartuijgen die op deese bekruijsing ontmoeten, het zij Papoeën, Iavane, Bougineesen, Maccassaren, Mandhareesen, dan wel andere vreemde swer„ „vers en Lorrendraijers op steeven te loopen aan te tasten en te over„ „meesteeren, om vervolgens alhier opgebragt of zo ze uE: kin„ „derlijk mogten zijn in de grond geboord en de daar op vaarende manschappen ingevalle zig te weer stellen, als ongepermitteerde Swervers en Roovers behandelt dat is met de dood gestrapt dog anders in goede verseekering dit heen gebragt te worden. Inselver voegen moet meede gehandelt worden met alle vaarthuijgen, die van geen behoorlijke passen voor sien zijn, of de visitatie tragten te ont„ wijken dan wel specerijen in hebben, waar om het van UE: pligt zijn zal alle vaartuijgen hoe genaamt of van waar die koomen Exact te laaten visiteeren, ter ontdekking wat de zelve gelaaden hebben mits zorg dragende dat die met goede passen vaarens onder prelexct „pen kunnen. baijen van
English
29 that no harm be done during the inspection, either through the theft of their goods or otherwise, since you shall be held primarily responsible for the committing of vexatious and wanton treatments, and upon discovery of anything of the sort, shall be punished according to the exigency of the matter. All free merchants who belong here shall likewise be subject to the aforesaid inspection, and with regard to the same, you must not only pay close attention and record, along with the announcement of the names of the anachodas, whether they carry any forbidden wares, but also whether they have gone further than their pass specifies. And so that everyone may apply themselves all the more toward intercepting and doing all possible damage to the rovers and pirates, you are promised that whatever is intercepted from them shall remain for the interceptors, provided that the spices are delivered to the Company at cost price, and the ammunition of war according to appraisal. Should it happen that you encounter one or more ships or smaller vessels of foreign European nations, you must secretly try to ascertain whither such a vessel is destined, what it is named, from what place it comes, as well as how it is manned and equipped, and inform me of all this without delay by an express letter; furthermore, without entering into any further discourse with these foreign Europeans, you shall have the petty officers placed under you, armed only with their sidearms, deliver into the hands of the authorities of such a vessel one of the two protests which have been given to you in the packets accompanying this, and which, if not used, must be brought back fully sealed and handed over again to the undersigned Governor alongside this instruction; while on all occurring occasions you must observe good soldiership paired with the necessary circumspection and prudence, keep an accurate record of all occurrences, and upon return here deliver a true and pertinent report in writing concerning your operations. Should anything noteworthy occur, either by the capturing of one or more enemy vessels or anything of that nature, you shall immediately give me notice thereof via Bouro by a sealed letter. Agreed, J. Beinon Secretary The ever-increasing boldness of the East Cerammers, who shortly after the return of the expedition fleet fitted out against them this spring under the military command of Captain van den Brink have appeared again with several junks in the vicinity of the spice-yielding offices and districts, and have also managed to obtain some cloves from the Company's treacherous subjects, making it urgently necessary during the approaching clove harvest to close the avenues everywhere as much as possible and to deprive the aforesaid rovers and smugglers of the opportunity to obtain any cloves, for which they will, as usual, not fail to seize all practicable means at night and unseasonable hours in order subsequently to trade them to the Buginese, Macassars, and other western nations who appear annually on Ceram for that purpose; it has therefore been approved and agreed in the Council of Policy on 16 August last, in order to provide against the one and the other as much as is ever feasible, to employ the four patjallings currently on hand with the necessary orembaais during the aforesaid Instruction for the information and observance of the Military Lieutenant Johannes August van Eerten and the commander of the patjalling the Catharina Geertruijda, Andries Bherinds, departing from here for the coast of Hitoe to cruise the fairway from the islands of the Three Brothers in the west to the negorij Liang in the east. The time that you shall have to continue in this cruising is set at the latest until the ultimate of October next, or longer or shorter after you shall be further ordered from here by the one who, after wishing a safe journey and successful execution of the task assigned to you, remains /:was written below:/ your friend /:was signed:/ I. A. V. der Voort /:in the margin:/ Amboina at Castle Nieuw Victoria, 29 July A=o 1772.
Dutch transcription
29 van visitatie geen leed aangedaan worde, zo door ontvreemding, van der„ zelver goederen als andersints, dewijl UE: over het pleegen van vexatoire en baldadige behandelingen in d' eerste plaats responsabel gehouden, en bij antdekking van ielts diergelijks na Exigentie van zakens gestraft zullen worden Alle vrije handelaars die hier thuijs hooren, zullen voorsz: visitatie desgelijks onderworpen zijn, en ten aanzien van de selve niet alleen nauwkeurig gelet, en door UE: met bekend stelling der namen van de anachodas aangeteeken moeten worden of zij geen verbooden whaaren in hebben maar ook of zij niet verder gegaan zijn dan hun pas is luijdende. —. En op dat tot agterhaaling en het doen van alle afbreuk aan de swer„ „vers en Roovers, een ieder zig des te meer bevlijtigen mag werden UE: belooft dat al wat van deselve agterhaald word, voor de agterhadlen zal blijven, mits de specerijen teegen inkoops prijs en d'ammonitie van oorlog teegen taxatie aan de Comp: overleeverende. — wanneer het mogt gebeuren dat UE: een of meerder scheepen dan wel mindere vaartuijgen van Vreemde Europeesche Natien quam„ te rencontreeren, moeten UE: in secretesse zien uijt te vorschen werwaards sodanig een bodem gedestineerd, hoe genaamt, van wat plaats komt, midsg„s hoedanig bemand en g'Equipeert is, en mij van dat een en ander zonder uijtstel bij een Expresse brief kennisse geeven, voorts sonder verder eenige morgen spraak met desselve de vreemde Europeesen te maaken, door de onder UE: ge„ stelde onder officiers enkeld met der zelver zijd geweer gewaapend aan d' overheeden van zulk een bodem doen ter hand stellen een der twee protesten die UE in de deesen verzellende pacquetten meede gegeeven en die wanneer niet gebruijkt zo wel vergult te rug gebragt, en neevens deese instructie aan den ondergeteeken„ de Gouverneur weeder inhandigt moet worden, als uE: in De tijd dat UE: in deese bekruijsing zullen moeten Continueeren, is bepaald uijterlijk tot ult„o october aanstaande dan wel langer of korter na dat UE: zulx van hier nader zal werden gelast door den geenen die na toewensching van een behoude reijse en gelukkige uijtvoering der UE: opgedragene last blijft /:onderstont:/ uE: vriend„ /:was geteekend:/ I: A: V: der voort /:in margine:/ Amboina aan't Casteel Nieuw Victoria den 29: Iulij A=o 1772: alle voorkomende geleegendheeden een goede soldaat schap gepaard met de noodige om en voorsigtigheid in agt neemen, en van aller voorvallen een accurate aanteekening houden en bij retour alhier noopens der zelver verrigtingen over leeveren moeten en waar en per„ „tinent Rapport in geschrifte iets merkwaardigs, 't zij door het vervveren van een of meer vijandelijke vaartuijgen dan wel iets diergelijx voorvallende, zullen UE daar van dadelijk over Bouro aan mij moeten kennisse geeven bij een gesloten Accordeert J Beinon Secret.:s alle brief. —. De meer en meer toeneemende stoutheid der oost Ceram„ „mers, welke zig kort na de te rug komst der in dit voorjaar teegens deselve uijtgeruste Expeditie vloot onder Commando militaio van den Capitain van den Brink met verscheijde Jonken weeder in de na bijheid der specerij geevende Comp„ „toiren en districten hebben vertoont mitgaaders eenige nagulen van 's Comp„s trouwloose onderdaanen weeten magtig te worden, noodsakelijk vereijschende om geduurende den ophan„ „den zijnde nagul oogst de avenuen alomme zo veel mogelijk te sluijten en de voorsz: pwerrers en Lorrendraijers, de geleegend„ heid te beneemen om eenige nagulen magtig te worden, waar toe zij na gewoonte niet nalaaten zullen bij nagt in ontij: „den alle practicabele middelen te erripieeren, ten eijnde die vervol„ gens aan de Bouguineesen macassaaren en andere westersche natien welke daar om Jaarlijx op Ceram verschijnen te verhan„ „delen; zo is omteegens het een en ander zo veel immer doenlijk te voorsien in Raade van Politie op den 16: Aug=s Juleeden goed„ gevonden en verstaan de thans maar aan handen hebbende e vier Patjallings met de noodige orembaijen geduurende dan Instructie tot narigt en ter observantie van den Lieutenant Militair Iohannes August van Eerten en den gesaghebber van det Patjalling de Catharina Geertruijda Andries Bherinds vertrekkende van hier na de Cust Hitoe om het vaarwaater van de Eijlanden de drie gebroeders in 't westen tot de Negorij Liang in 't oosten te bekruijsen. voorsz E
English
33 aforesaid clove harvest to cruise for the security of the waterway, the closing of the avenues, and the covering of the beaches against all enterprises or undertakings of the frequently mentioned smugglers, to which end you are dispatched with the vessel named in the heading of this, properly provided with ammunition of war and, in addition to the seafarers, further reinforced with a Corporal and six common Soldiers, all provisioned for four months, to cruise as aforesaid and keep the waterway clear from the islands of the Three Brothers in the west to the settlement Liang in the East. You must therefore, upon receipt of this, immediately set sail and proceed to the place of your destination as mentioned above, to remain stationed there until ult=o February or thereabouts, being above all attentive and watchful that no East Cerammers, nor any other foreign nations, whomever and however named, slip through the passage cruised by you. On the contrary, as soon as you perceive a strange sail, you must bear down upon it immediately and spare no effort to overtake and inspect it, which inspection must be carried out by you in the most meticulous manner, and upon discovering therein any of the three principal spices, you shall scuttle such vessel or vessels, and punish its crew with death as spice thieves, in order to deprive others of the desire to undermine the Company in its exclusive spice trade. And so that no vessels may slip past you at night and at unseasonable times, when the Cerammers are accustomed to proceed toward the shore upon the signal given by fire from land there, you shall constantly keep a good lookout for their detection, and instead of sleeping, make the rounds at night with the boat by turns, and upon discovering a vessel, immediately give chase to it, and upon overtaking it, act in the manner stated above. For your guidance, a copy of the instruction handed to the native chiefs for the cruising of the beaches is annexed hereto, from which you will see, among other things, that they are ordered to assist you in the undertakings against the aforesaid rovers and smugglers, as well as that you must provide rations to the orembaais twice, namely in the middle and at the ultimo of each month, which is received by the commander of that vessel for his further accountability. It being noted herewith for your information that the navigation from Amboina to the spice-yielding offices has already been closed since primo 7ber: last and must remain closed until ult=o February or longer, until the cloves are stored in the barns; likewise that, as is partly known to you yourself, no vessels, however large or small they may be, from the respective settlements may depart—the aforementioned cruising orembaais excepted, along with those that wish to depart to fetch sago to Zoehoe, whither the navigation, both from here and from the spice offices, remains open throughout the year, and the latter on the condition that not one alone, but a group together under the supervision of a Native Chief must sail thither, solely excepted that no vessels may put to sea in the morning before six o'clock, or stay out longer than until six o'clock in the evening, when, arriving home, they must be pulled up in the settlement and the paddles removed from them, so that no spices may be carried out with them at night and supplied to the Cerammers.
Dutch transcription
33 voorsz Nagul oogst te laaten kruijsen tot beveijliging van het vaarwaater, het sluijtin der avennen en het dekkender stran en teegens alle entreprises af onderneemingen der meerm: moolkan„ delaars, ten welken eijnde uE met het vaartuijg in hoofde deses genoemt worden afgezonden, behoorlijk voorsien van ammo„ nitie van oorlog en buijten de zeevaarende nog versterkt met een Corporaal en ses gemeene Militairen, alle geproviandeert voor vier maanden omgelijk voorsegt te kruijssen en het vaarwaater schoon te houd en van de Eijlanden de drie gebroeders in't westen tot de negorij Liang in 't Oosten. UE: moeten overzulx na den ontfangst deses ter stont onder„ „zeijl gaan en zig begeeren naar de plaats hunner destinatie zo eerengen=t om aldaar te blijven post ratten tot ult=o febr: af daar omtrent voor al attent en waaksaam zijnde, dat in de passagie door UE bekruijst wordende geen oost Cerammers, nog ook andere vreemde natien, wie en hoe gen=t komen door te slippen In teegendeel moeten UE: zo haast een vreemd: zeijl gewaar word daar op ten eersten afgaan en geen moeite spaaren om het selve te agter haalen en te visiteeren welke visitatie door UE: op het allernauwkeurigste moet geschieden ende daar in eenige der drie hooft specerijen ontdekkende zodanigen vaartuijg of vaartuijgen in de grond booren mitsg=s d dies manschap als specerij dieven met de de dood straffer, ten eijnde andere daar door de lust te beneemen de Comp: specerij in haaren prirativen ^ handel te ondermijnen. En op dat UE, bij nagt en ontijden wanneer de Corammers gewoon zijn zig op het zeijn dat met ruwe van land aldaar word na de wal te begeeren geen vaartuijgen, mogen ont„ „slippen zullen uE tot dies antdekking gestadig wel moeten doen uijtsien mittg„s in steede van slaapen 's nagt de ronde met de schuijt bij beurten don en bij ontdekking van een vaartuijg daar op ten eersten Iagt maaken, mitsg=s bij agterhaaling daar meede in maniere als booven gesegt is, handelen. —. Tot UE: speculatie is hier neevens gevoegt Copia van de instructie de inlandse hoofden ter bekruijsing van de stranden ter hand gesteld, waar uijt UE onder andere zien zullen dat zij gelast zijn UE in de onderneemingen teegens de voorsz: swervers en morshandelaars te assisteeren gelijk ook dat UE: twee maal of met de heft en ultimo van ieder maant aan de orembaijen rand joen sal moeten verstrekken, het welk door den gesaghebber van dat vaartuijg tot zijne nadere verantwoording ontfangen is. wordende hier bij ter uwer narigt genoteert dat de vaart van Amboina naar de specerij geevende Comptoiren reets seedert primo 7ber: pass„o geslooten is en geslooten moet blijven tot ult„o febr: of langer tot dat de nagulen ingeschuard zijn; desgelijx dat gelijk UE ten deele selfs bekent is van de respecti„ „ve negorijen geen vaartuijgen hoe groot of kleijn die ook wesen moogen voornoemde kruijs orembaiji met de sulke die ter afhaal van sagoe na zoehoe willen vertrekken, werwaards de vaart, zo van hier als de specerij Comptoiren het geheele Iaar door open blijft en de laatste onder die Conditie dat niet een alleen, maar een partij te samen onder opsigt van een Inlands Hoofd derwaards moetin steevenenen, alleen uijt gesondert dat des morgens voor ses uuren geen vaartuijgen in zee mogen steeken of langer uijt blijven dan tot ses uuren des avonds wanneer zij thuijs komende in de negorij opgehaald en de Nadjos daar af moeten genoomen worden op dat daar meede des nagts geen specerijen uijt en de Ceerammers toegevoert Hip Hipper worden ..
English
so that whenever any vessel is encountered at sea before or after the aforesaid time, it must be regarded as suspect, and therefore all diligence must be employed toward its interception and inspection. Now, in order that everyone may exert themselves all the more toward the detriment of the aforesaid robbers and smugglers, as well as their capture, you are promised that whatever is seized from those rovers and illicit traders shall belong to the captor, provided that the spices are delivered to the Company at cost price and the munitions of war by valuation. In the event that you should happen to encounter on this cruising expedition a ship or ships, or lesser vessels of foreign European powers, you must endeavor in the best possible manner to ascertain from where such vessel comes, whither destined, what its name is, and how it is manned and equipped; of which you must subsequently give me notice without the slightest delay by an express letter via the nearest post, in the meantime having a non-commissioned officer, armed only with a sidearm, deliver into the hands of the commanding officer of the foreign ship or vessel one of the two protests, along with its translation into the French language, which are provided to you in the enclosed packet accompanying this, and which, if not used, must be brought back thus sealed. For the rest, I recommend to you in all cases the required soldiery and seamanship, paired with proper caution and discretion, so that this expedition may in every respect fulfill the purpose for which it is undertaken. A distinct record must be kept of everything that might occur to you during this cruise worthy of note, and upon your return a written report thereof must be made to the undersigned Governor, who wishes to trust that you, together with your subordinates, will acquit yourselves of your duty as men of honor in this commission, without using the slightest connivance, much less allowing yourselves to be corrupted by those who are caught in piracy or illicit trade in spices, since upon discovery this will be punished without the least indulgence by dismissal or even more severely according to the exigency of the matter. Wherewith, after wishing a safe voyage and return in good health, I remain. Was undersigned. Your friend. Was signed. I. A. van der Voort. In the margin. Paumahoe, the 2nd of November in the year 1771. Instruction for Ensign Iohan Wilhem Delius and the commander of the pantjalling De Lassum Instruction for Ensign Iohan Diederich Geonard and the commander of the pantjalling De Saparoua, Hendrik Prange, cruising between Nussalaut and Saparoua back and forth to Hatuano and beyond within sight of Latoe and Hoealooij. Instruction for Military Lieutenant Tekke Gosseling and the commander of the pantjalling De Voortvarendheid, cruising between Camariang on Ceram's inner coast back and forth to Pelauw on the island of Oma. to Arend P . Arend Been, cruising from the corner of Samet on Oma to the corner of Nussanive. all being of the same content as mentioned hereinbefore. The continuous roaming of the East Cerammers in the vicinity of the clove-producing posts and districts, in spite of the constant cruising and the fitting out of costly expeditions against them, necessarily requiring that those illicit traders be deprived as much as possible, by suitable means, of the opportunity to obtain any cloves during the currently ongoing harvest through the help of certain faithless Company subjects; it was thus approved in the Council of Policy on 16 August last to have the cruising of the shores take place again during the harvest and to continue until the entire crop shall have been gathered, as well as to employ thereto: four pantjallings and twenty-four orembaaien divided in this manner: the pantjallang De Catharina Geertruijda to cruise along Ceram's inner coast from the Three Brothers in the west to the corner of Siarig and beyond in the east. the pantjallang De Voortvarendheid to cruise between Camariang on Ceram's inner coast back and forth to Pelauw on the island of Oma. the pantjalling De Saparoua to cruise between Nussalaut and Saparoua back and forth to Hatuiano and beyond within sight of Satoe and Hoealooij. Instruction for the information and observation of the native chiefs of Poorto, Thial, Akoon, and Saparoua, to cruise from the corner of Siang in the east to the negorij Sima in the west, under the authority of the first-mentioned. Agrees. Leijnon Surf. 37 the
Dutch transcription
35 worden, zo dat wanneer eenig vaartuijg voor of na voorsz: tijd in zee ontmoet word, het selve als suspect aangesien en daar „om tot desselfs agterhaling en visitatie alle vlijt moet aange„ „went worden. —. Op dat nu tot afbreuk der voorsz: Roovers en Lourendraijers, mitsg=s derselver agterhaaling een ijder zig des te meer b'ijvere moge, word UE: beloofd dat alwat op die swervers en morshandelaars agter„ „haald word voor den agter haaler zal zijn, mits de specerijen teegens inkoops prijs en de ammonitie van oorlog p=r taxatie aan de Comp„e overleeverende. In gevalle het mogte gebeuren dat UE: op dese bekruijsing een schip of scheepen, dan wel mindere vaartuijgen van vreem„ „de Europeesche Mogentheeden quamen te ontmoeten, moe„ „ter uE op de best doenelijkste wijse tragten uijt te vorschen, van waar sodanigen booden komt, werwaards gedestineert, hoe genaamt en hoedanig bemant en g'Equipeert is: van welk een en ander mij vervolgens sonder het minste uijtstel bij een Expresse brief over het naaste Comptoir moet kennisse geeven intusschen door een onder officier alleen met een zijd„ „geweer gewaapend aan den Commandeerenden officier van het vreemde schip of vaartuijg ter hand gesteld een der twee protesten met dies translaat in de fransche taale dewelke UE: in het deesen versellende geslooten pacquet worden meede gegeeven en die wanneer niet gebruijkt zodanig verseegeld te rug moeten gebragt worden. —. voor het overige recommandeere ik UE in alle gevallen de vereijschte soldaat en zeemanschap, gepaard met eene be„ „tairelijke voorsigtigheid en beleid, op dat dese Expetitie alle „sints moge voldoen aan het oogmerk, waar om die ondernomen word. —. van al het geen UE gedurende dese bekruijsing van eenige Instructie voor den vendrig Iohan Wilhem Delius e en den gesagvoerder van de patjalling de Lassum Instructie voor den vendrig Iohan diederich Geo„ „nard en den gesagvoerder van de patjalling de Sapa „roua Hendrik Prange kruijssende tusschen Nussa„ „laut en Saparoua tot af en aan hatuano en daar booven tot in't gesigt van Latoe en Hoealooij. —. Instructie voor den Lieutenant militair Tekke Gosseling en den gesagvoerder van de patjalling de voort varendheid kruijsende tusschen Camariang aan Ceerams binnen Cust tot af en aan Pelauw aan't Eijland oma. —. aan merking mogt voorkomen moet een distincte aanteekening gehouden en bij UE retour daar van in geschrifte Rapport gedaan worden aan den ondergeteekende Gouverneur, die van UE: wil ver„ trouwen dat zij sig in deze Commissie neevens hunne ondergstel„ de als mannen van Eer van hunnen pligt zullen quijten, sonder de allerminste oogluijking te gebruijken veel min zig te laaten Corrumpeeren door de sulke die op roverij of moshan„ „del in specerijen g'attrappeerd worden, aangesien dit bij ont„ dekking sonder de minste Connirentie met deportement dan wel swaarder zal gestraft worden na Exigiitie van zaken. waar meede na toewensching van een behouden reijse en retour in gesontheid blijve /. onderstont. /. UE: Vriend:/ /. was geteekend. /. I: A: van der voort. /. in margine. /. Paumahoe den 2: November a„o 1771:— aan Arend P - . Arend Beenkruijsende van de hoek van Samet op Oma tot aan de hoek van Nussanive. zijnde alle van inhoud als bij de hier voorenstaande gem: is Het aanhoudende swerven der oost Cerammers in de nabij „heid der nagul geevende Comptoiren en districten in weerwil van de geduurige Bekruijssingen en het uitrusten van kostbare Expeditien teegens dezelve, nood zakelijk vorderende om die Morshandelaars door bequame middelen zo wel mogelyk de geleegendheid te beneemen door behulp van sommige trouw„ „loose Comp:s onderdanen eenige Nagulen mogtig te worden onder de tans op houden zijnde oogst, zo is in Rade van Politie op den 16: Aug„s I„o Leeden goedgevonden de Bekruijssingen der Stranden geduurende dezelve weeder te laten geschieden, en door staan tot dat het geheele gewasch zal ingesamelde zijn, mitsgaders daar toe te emploijeeren; vier Pantjallings en vier- en Twintig orembaeijen in deeser voegen verdeeld de Pantjallang de Catharina Geertruijda om te kruijssen aan Cerams binnen Cust van de drie gebroeders in't westen tot de hoek van Siarig en daar boven in't oosten. - de Pantjallang De voortvarentheid om te kruijs sen tusschen Camariang aan Cerams binnen Cust tot aff en aan Pelauw op 't Eijland oma. de Pantjalling de Saparoua om te kruijssen tusschen Nus„ salaut en Saparoua tot af en aan Hatuiano en daar boven tot in 't gezigt van Satoe en Hoealooij Instructie ter narigt en observan „tie voor de Inlandse Hoofden van Poorto, Thial, Akoon, en Saparoua om te kruijssen van de hoek van Siang in 't oosten tot de negorij Sima in't westen onder het gezag van den eerstgenoemde. Accordeert -. Leijnon Surf . 37 de
English
The pantjalling De Sassum to cruise from the corner of Sameth on the island of Oma as far as the corner of Nassanie. The orembaaien of the negorijen: Poorto Akoon Thial and Saparoua under their negorij chiefs and reinforced with two soldiers, to cruise under the authority of Lieutenant van Eerten along the coast of Hitoe from the negorij Siang in the east to the negorij Sima in the west. The orembaaien of: Pelauw Crieuw Wassoe Tenga Tenga and Toelehoe likewise provided with their chiefs and reinforced with two soldiers, to cruise under the command of Ensign Gronard on the north side of Honimoa from the corner of Hatuano in the east to the negorij Poorto in the west. The orembaaien of: Itawaka Nallahia Chamahoe and Paperoe each provided with its negorij chief and reinforced with two soldiers, to cruise the south and north sides of the island of Oma under the authority of Lieutenant Gosseling. The orembaaien of: Leijnitoe Ceith Caiteto, and Siang each likewise as above provided with its negorij chief and reinforced with two soldiers, to cruise under command of Ensign Delius along the south coast of Leijtimor from Hoetoemoerij in the east to the corner of Nassauwe in the west. The orembaaien of: Halong Hila Hitoelamma, and Mamala each with its negorij chief and reinforced with two soldiers, to cruise under the authority of Ensign Pronard along the south side of Honimoa and around Nussalaut. The orembaaien of: Sirrij Sorrij Ouw Hoelalieuwen Baoij as above reinforced with two soldiers, to cruise back and forth under command of Lieutenant van Eerten from the corner of Alang in the south to the negorij Assaloeloe in the north. The regents to whom the command over the aforesaid six divisions is entrusted must, upon receipt of this, proceed with the orembaaien placed under them to the previously designated places, namely: The Radja of Poorto and his assigned division to the coast of Hetoe. The Radja of Pelauw and his assigned division to the north side of Honimoa. The Patty of Itawaka and his assigned division to the island of Oma or Boeangbessij. The Pattij of Seijnitoe and his assigned division to the south side of Seijtimor. The Pattij of Halong and his assigned division to the south side of Honimoa and Neissalaut; and The Radja of Sirrij Sorrij and his assigned division to the corner of Alang. In order to cruise back and forth against each other two by two until the ultimo of February next, or as much longer until all the cloves are brought to the scales, as well as the negorijen and doussons shall be inspected according to orders, and to keep the waterways around their designated places clear; not only to ward off all vagrants and petty smugglers as well as other interloping smugglers sailing without passes, but also to spare no effort or diligence in overtaking and overpowering them upon encountering them, and to employ every effort toward that end, especially the vessels of the East Cerammers, as well as all Javanese, Buginese, Makassarese, Mandharese, Balinese, and in a word those of all western nations, which upon being overpowered by your honors must be brought to the nearest office, even if they should possess passes from their kings, since no navigation of the aforesaid nations to these regions is permitted. In like manner must be dealt with all Ceram vessels that steer further west than the Amboinese islands, since navigation further west than Amboina and further south than Banda is likewise prohibited to the Cerammers. And so that no vessel may slip by your honors at night or during foul weather, when the Cerammers are accustomed, upon the signal given to that end from shore, to come down to the spice-producing districts, a sharp lookout must constantly be kept for their detection and the time must not be spent sleeping or anchoring here and there, or venturing outside the designated area, but cruising must be conducted steadily, especially at night and toward the early morning hours, in order that upon detecting a vessel, it may if possible be overhauled, inspected, and if carrying spices, scuttled, and the crew sailing thereon punished with death; whereas, on the other hand, those who possess valid passes and carry no prohibited wares, as well as do not attempt to evade inspection, shall be left unmolested so that they may continue their course. Furthermore, it is noted for your honors' information that the navigation from Amboina to the spice offices, according to yearly custom, has been closed since the first of the past month of September and shall remain closed until the ultimo of February next, or as much longer until all the cloves are stored in the warehouses; but on the other hand, navigation both from here and from the respective clove-producing offices to Loehoe for the fetching of sago remains open, under this condition: that several vessels must always go together under the supervision of a native chief.
Dutch transcription
de Pantjalling de Sassum om te kruijssen van de hoek van Sameth op 't Eijland oma tot aan de hoek van Nassanie de orembaijen van de Negorijen Poorto Akoon Thial en Saparoua onder hunne Negorijs Hoofden en versterkt met twee Militairen om onder het gezag van den Sieutenant van Eerten te kruijs„ „sen langs de Cust van Hitoe van de Negorij: Siang in he toosten tot aan de Negorij Sima in't westen. de orembaijen van Pelauw Crieuw, wassoe Tenga Jenga en Toelehoe! om inzelvervoegen met hunne Hoofden voorsien en twee militairen versterkt onder het bevel van den vendrig Gro„ nard te kruijssen aan de noordkant van Honimoa van de Hoek van Hatuano in het oosten tot aan de negorij Poorto in het westen de orembaijen van Jtawaka Nallahia Chamahoe en Paperoe ieder met zijn Negorijs Hoofd voorsien en met twee Militai„ „ren versterkt om onder het gezag van den Lieutenant Gosseling de Zuijd en Noordkant van het Eijland oma :te bekruijssen, „de orembaijen van Leijnitoe Ceith Caiteto, en Siang. ieder invoegen als booven met zijn Negorijs hoofd voorsien en versterkt met twee Militairen om onder Commando van den vendrig Delius te kruijssen langs de Zuijd Cust van Leijtimor van Hoetoemoerij in het oosten tot aan de hoek van Nassauwe in't westen. de orembaijen van Halong, Hila Hitoelamma, en Mamala ieder met zijn Negorijs Hoofd en versterkt met twee Melitairen om onder 't gezag van den vendrig Pronard te kruijssen langs de Zuijdkant van Honimoa en rondsom Nussataut de orembaijen van Sivrij Sorrij ouw, Hoelalieuwen Baoij als boven met twee Militairen versterkt om onder bevel van het Lieutenant van Eerten over en weeder te kruijssen van de hoek van Alang in het zuijden tot aan de Negory Assaloe loe in het noorden! de Regenten aan wien het bevel over de voorsz ses divisien is opgedragen moeten zig op den ontfangst deeses met de onder hen gestelde orembaijen na de voorwaards aangeweesene plaatsen begeeven namentlijk de Radja van Poorto en zijn ondergestelde divisie na de Cust van Hetoe.- de . . . „ 39 41 de Radja van Pelauw en zijn onder gestelde divisie naar de Noordkant van Honimoa. de Patty van Stawaka en zijn ondergestelde divisie naar het Eijland oma of Boeang bessij de Pattij van Seijnitoe en zijn ondergestelde divisie naar de zuijdkant van Seijtimor de Pattij van Halong en zijn ondergestelde divisie naar de Zuijd kant van Honimoa en Neissalaut; en de Radja van Sirrij Sorrij en zijn ongestelde divisie na de hoek van Alang.! om tot ult„o februarij aanstaande of zo veel langer tot dat alle de Nagulen ter schale gebragt, mitsg=s de negorijen en dous„ „songs na de ordre gevisiteert zullen zijn over en weeder twee aan twee teegens elkanderen intekruijssen en het vaarwater omstreeks de hen aangeweesene plaatsen zuijver te houden alle swervers en Morshandelaars mitsg:s andere sonder passen vaarende Lorrendraijers niet alleen te weeren, maar ook tot dies agterhaaling en overmeestering bij ontmoeting geen moeijte of vlijt gespaard maar door toe alle devoiren aantewenden, voornamentlijk de vaartuijgen der oost Ceram „mers, zo meede alle Iavaanse, Bougineesen Maccassaarse, Mandhareese Balijse en met een woord die van alle westerse Natien, welke voor uE: overmeestert wordende aan het naaste Comptoir moeten opgebragt worden: of schoon zij ook van Pas„ „sen van hunne koningen waren vermits geene vaart der voorsz: Natien na dese Contrijen gepermitteert is. Inzelvervoegen moet gehandeld worden met alle Ceramse vaartuijgen die westelijker als de Amboinase Eijlanden steevenen, nademaal de Cerammers de vaart westelijker als Amboina en Zuijdelijker als Banda almeede g'inter„ diceert is En op dat uE: geen vaartuijg bij nagt of onlijden, wanneer de Het is uE: wijders niet ontekend dat geen vaartuijgen 't zij groot of: klein des morgens voor ses uuren van de Negorijen in zee moo„ „gen steeken om te vissen of andersints ook dat dezelve niet. laater moogen uitblijven dat tot ses uuren des avonds, wanneer zij thuijs komende in de Negorijen opgehaald en de Madjas daar af moeten genoomen worden om te beletten dat met dezelve des nagts geen Nagul vervoerd en de Cerammers toegebragt worden; invoegen dat zo wanneer eenig vaartuijg voor of na voorsz: bepaalde tijd in zee ontmoet word, het zelve als suspect aangezien en tot dies agterhaaling en visitatie alle Cerammers gewoon zijn op het zein dat daar toe van de wal gegeeven word, na de specerij geevende districten aftekomen mag ontslippen, moet er geduurig tot dies ontdeeking wel uitgezien en de tijd niet met slapen of hier en daar ten anker te leggen, of zig buijten het bestek te begeeven doorgebragt, maar gestadig insonderheid des nagts en teegens den vroegen morgen stond gekruijst worden ten einde een vaartuijg ont„ „deckende het zelve des doenlijk opte loopen te visiteeren en specerijen in hebbende in de grond te booven en de daar op vaaren„ „de manschap met de dood te straffen; waar en teegen de zulke die goede Passen en geen verbooden wharen in hebben, mitsg=s de visitatie niet tragten te ontwijken ongemolesteert gelaten worden, om hun cours te kunnen vervolgen. voorts wort tot uE: narigt genoteert dat de vaart van Amboina na de specerij Comptoiren na Iaarlijxe gewoonte van Primo der I„o gepasseerde maand jber: geslooten is en geslooten zal blijven tot ult„o februarij aanstaande of zo veel langer tot dat alle de nagulen ingeschuurt zijn maar daar en tegen blijft die zo van hier als de resp:e nagul geevende Comptoiren na Loehoe ten af„ haal van Sagoe open; onder deese Conditie dat altoos eenige vaar„ tuijgen onder opzigt van een Inlands hoofd te Gelijk moeten Cerammers vlijt gaan
English
41 the Radja of Pelauw and his assigned division to the north side of Honimoa. the Patty of Stawaka and his assigned division to the island Oma or Boeang bessij. the Pattij of Seijnitoe and his assigned division to the south side of Seijtimor. the Pattij of Halong and his assigned division to the south side of Honimoa and Neissalaut; and the Radja of Sirrij Sorrij and his assigned division to the corner of Alang. in order to cruise back and forth in pairs against one another until the ultimate of February next, or as much longer until all the cloves shall have been brought to the scales, as well as the negorijen and songs inspected according to order, and to keep the fairway around the places assigned to them clear; not only to keep off all rovers and illicit traders, as well as other smugglers sailing without passes, but also upon meeting them to spare no trouble or diligence toward their pursuit and capture, but to employ all possible means thereto, particularly the vessels of the Easterners, as well as all Javanese, Bugis, Macassarese, Mandarese, Balinese, and in a word those of all Western nations, which, being overpowered before your Honour, must be brought up to the nearest office, even if they were provided with passes from their kings, since no navigation of the aforesaid nations to these regions is permitted. In the same manner must be dealt with all Ceramese vessels steering more westerly than the Amboinese islands, since navigation more westerly than Amboina and more southerly than Banda is likewise interdicted to the Cerammers. It is furthermore not unknown to your Honour that no vessels, whether large or small, may put to sea from the negorijen in the morning before six o'clock to fish or otherwise, and also that the same may not remain out later than until six o'clock in the evening, at which time, upon coming home, they must be pulled up into the negorijen and the oars must be taken off them in order to prevent cloves from being transported by them at night and delivered to the Cerammers; so that whenever any vessel is encountered at sea before or after the aforesaid appointed time, the same shall be regarded as suspect, and all diligence must be employed toward its pursuit and inspection. And in order that no vessel may slip by your Honour at night or in untimely hours, when the Cerammers are accustomed to come down to the spice-producing districts upon the signal given thereto from the shore, a good lookout must constantly be kept for their discovery, and the time must not be spent in sleeping or lying at anchor here and there, or venturing outside the prescribed area, but cruising must take place continuously, especially at night and toward the early morning hours, so that upon discovering a vessel, it may if possible be overtaken, inspected, and if carrying spices, scuttled, and the crew sailing upon it punished with death; whereas on the contrary such as have valid passes and contain no forbidden goods, and also do not seek to evade inspection, shall be left unmolested to pursue their course. Furthermore, it is noted for your Honour's information that the navigation from Amboina to the spice offices is, according to annual custom, closed from the first of the recently passed month of November, and will remain closed until the ultimate of February next, or as much longer until all the cloves are stored in the barns; but on the other hand, navigation both from here and from the respective clove-producing offices to Loehoe for the fetching of sago remains open, under this condition, that several vessels must always go together under the supervision of a native chief. 43 diligent effort must be employed. In addition to the live cartridges provided to the two soldiers stationed on each orembaij, the necessary powder and shot are also furnished by the Regents for defense under accountability, besides eight dozen live cartridges for the service of each vessel that is armed with two small pieces of cannon and four muskets. The soldiers belonging to the orembaijen combined into one division shall stand directly under the command of the first non-commissioned officer present among them, without thereby curtailing the authority of the Regent who is the head of the division. In case it should happen that the orembaijen come into the vicinity or within the reach of one of the cruising pantjallings, which must occur at least twice, or at the middle and the end of each month, for the fetching of rations—which, in order not to encumber the orembaijen therewith, have been shipped for the first and second division in the pantjalling the Catharina Geertruijda, for the third and fourth division in the pantjalling the Saparoua, for the fifth division in the pantjalling the Lassum, for the sixth division in the pantjalling the Voortvaarendheid—and should be requisitioned by their commanders to undertake something for the detriment or capture of the smugglers, they shall then immediately betake themselves to them for that purpose and ask for their orders. And so that each of you may apply himself all the more diligently thereto, he is promised that whatever is overtaken from the smugglers and rovers shall belong to the captor, provided that the spices are delivered to the Company at the purchase price, and the ammunition of war by valuation. Lastly, I recommend your Honour to behave in all respects as faithful Regents and vassals of the Company pursuant to the oath by which your Honour is bound to the same, without practicing the least connivance or indulgence toward those who are caught in piracy or clove smuggling; whilst this instruction must be handed back to the undersigned governor after the cruising has ended. Wherewith, wishing Heaven's blessing, I remain, underneath stood, your friend, signed, I. H. van der Voort. In the margin, Pamahu the 2nd November Anno 1771. Agrees JSeijnon clerk
Dutch transcription
41 de Radja van Pelauw en zijn onder gestelde divisie naa Noordkant van Honimoa. de Patty van Stawaka en zijn ondergestelde divisie na het Eijland oma of Boeang bessij de Pattij van Seijnitoe en zijn ondergestelde divisie no de zuijdkant van Seijtimor de Pattij van Halong en zijn ondergestelde divisie naa zuijd kant van Honimoa en Neissalaut; en de Radja van Sirrij Sorrij en zijn ongestelde divisie de hoek van Alang. om tot ult„o februarij aanstaande of zo veel langer tot d alle de Nagulen ter schale gebragt, mitsg=s de negorijen en songs na de ordre gevisiteert zullen zijn over en weeder e aan twee teegens elkanderen inte kruijssen en het vaarwa omstreeks de hen aangeweesene plaatsen zuijver te hou alle swervers en Morshandelaars mitsg:s andere soude passen vaarende Lorrendraijers niet alleen te weeren, ma ook tot dies agterhaaling en overmeestering bij ontmoete geen moeijte of vlijt gespaard maar door toe alle bevoir aantewenden, voornamentlijk de vaartuijgen der oost mers, zo meede alle Iavaanse, Bougineesen Maccassa Mandhareese Balijse en met een woord die van alle wesi Natien, welke voor uE: overmeestert wordende aan het naa Comptoir moeten opgebragt worden: of schoon zij ook van sen van hunne koningen waren vermits geene vaart. voorsz: Natien na dese Contrijen gepermitteert is. Inzelvervoegen moet gehandeld worden met alle Ceram vaartuijgen die westelijker als de Amboinade Eijland steevenen, nademaal de Cerammers de vaart westelijk als Amboina en Zuijdelijker als Banda almeede g'in diceert is En op dat UE: geen vaartuijg bij nagt of onlijden, wanneer Het is uE: wijders niet ontekend dat geen vaartuijgen 't zij groot of: klein des morgens voor ses uuren van de Negorijen in zee moo„ „gen steeken om te vissen of andersints ook dat dezelve niet. laater moogen uitblijven dat tot ses uuren des avonds, wanneer zij thuijs komende in de Negorijen opgehaald en de Madjas daar af moeten genoomen worden om: te beletten dat met dezelve des nagts geen Nagul vervoerd en de Cerammers toegebragt, worden; invoogen dat zo wanneer eenig vaartuijg voor of na voorsz: bepaalde tijd in zee ontmoet word, het zelve als suspect aangezien en tot dies agterhaaling en visitatie alle Cerammers gewoon zijn op het zein dat daar toe van de wal gegeeven word, na de specerij geevende districten aftekomen mag ontslippen, moet er geduurig tot dies ontdeeking wel uitgezien en de tijd niet met slapen of hier en daar ten anker te leggen, of zig buijten het bestek te begeeven doorgebragt, maar gestadig insonderheid des nagts en teegens den vroegen morgen stond gekruijst worden ten einde een vaartuijg ont„ „deckende het zelve des doenlijk op te loopen te visiteeren en specerijen in hebbende in de grond te booven en de daar op vaaren„ „de manschap met de dood te straffen; waar en teegen de zulke die goede Passen en geen verbooden wharen in hebben, mitsg=s de visitatie niet tragten te ontwijken ongemolesteert gelaten worden, om hun cours te kunnen vervolgen. voorts wort tot uE: narigt genoteert dat de vaart van Amboina na de specerij Comptoiren na Iaarlijxe gewoonte van Primo der I„o gepasseerde maand jber: geslooten is en geslooten zal blijven tot ult„o februarij aanstaande of zo veel langer tot dat alle de nagulen ingeschuurt zijn maar daar en tegen blijft die zo van hier als de resp:e nagul geevende Comptoiren na Loehoe ten af„ „haal van Sagoe open; onder deese Conditie dat: altoos eenige vaar„ tuijgen onder opzigt van een Inlands hoofd te Gelijk moeten Cerammers v.lijt gaan 43 vlijt moet aangewend worden. Behalven de scherpe Patroonen die de twee Militairen op ieder orembaij geplaats, verstrekt zijn word ter verandwoor„ „ding door de Regenten nog meede gegeeven tot defensie het noo„ „dige kruijt en scherp, buijten nog agt douzain scherpe Patroo„ „nien ten dienste van ieder vaartuijg dat g'armeert is met twee stukjes Canon en vier snaphanen! de militairen van de bij den anderen tot een divisie gehoorende orembaaijen, zullen direct staan onder het Commando van den eersten onder officier, die zig daar bij bevind, sonder dat daar door nog tans den Regent die hoofd voor de divisie is, in zijn gezag verkort word. Bij aldien het mogte gebeuren dat de orembaijen in de nabij heid of onder het bereijk van een der kruijs Patjallings qua„ men, dat ten minsten tweemaal of met de helft en het laatste van ieder maand zal moeten geschieden, ten afhaal van de randcoenen, die om de orembaaijen daar meede niet te belem„ meren voor de eerste en tweede devisie in de Pantjalling de Catharina Geertruijda, voor de derde en vierde devi„ sie in de Pantjalling de Saparoua voor de vijfde devisie in de Pantjalling de Lassum voor de sesde devisie in de Pantjalling de voortvaarendheid afgescheept zijn en voor dies gezaghebbers gerequireert wierden om het een of ander te onderneemen tot afbreuk of agterhaaling der smoekelaars, zullen dezelve zig als dan ten eersten tot dat eijnde bij haar moeten vervoegen en hunne ordres vra En op dat een ieder uwer zig des te meer daar toe bevlijti„ „gen mag, word hem beloofd: dat al wat van de Lorrendraijers en swervers agterhaald word voor den agterhaler zijn zal, mits de specerijen teegens den inkoops prijs en de ammunitie van oorlog, per taxatie aan de Comp overleverende, Laastelijk recommandeere ik uE zig in alleen opzigte te gedragen als getrouwe Regenten en vassallen van de Maat„ schappij agtervolgens den Eed, waarmeede uE aan de dezelve verbonden zijt, sonder de allerminste Conniventie of oogluijking te gebruijken omtrend de geene die op roverij of nagul sluijkerij g'attrappeert worden; terwyl deese Jnstruc„ „tie na het afloopen der Dekruijssing weeder aan den ondergeteekende gouverneur zal moeten worden terhand gesteld: waar meede na toewinsting van 's Heemels Zeegen verblijve /:onderstond:/ us: vriend /:getekend:/ I: H: van der voort. /:in margine:/ Pamahu den 2:' November A„o 1771: —. Accordeert JSeijnon crit: Laastelijk „gen
English
Instruction for the Pattij of Sila, Anthonij Sosilisa, and the Commissioner of Matrimonial Affairs on the inner coast of Ceram, Anthonij Sopahelawakang, to serve for guidance and observance in their commission to the island of Goram. Article 1. You shall, as soon as possible, set sail with the pantjalling of the burgher Anthonij Sieger, residing at Saparoua, to the island of Goram mentioned in the heading of this document. Article 2. Both of you shall, pursuant to the resolution taken on the date of 14 November last past in the Hongi assembly held at Saparoua, conduct an exact investigation on the said island as to whether a certain native of Goram named Saloe, who came to us on that day requesting to be appointed as head or regent over seven native villages situated on the aforesaid island, named: Amar, Buran, Haijneka, Oesson, Oelogowa, Hinalaij, and Amaleen, claiming to be entitled thereto, is genuinely legitimate to that regency or not. Whereof you are once again recommended to gather the most accurate information as much as possible, and you shall then have to serve me with a report of your findings. Article 3. Likewise, you must try to fish out from the native inhabitants there on Goram, in a covert yet friendly manner, in which districts of this island the most spice trees are standing. With this indication, however, you may not content yourselves, but with all zeal and diligence you must personally traverse the forests hither and thither and extirpate and destroy all aromatic trees that are discovered, and whatever might resemble them. You shall also be mindful to keep a pertinent record of the number of trees eradicated by you, and deliver the same to me after the completed commission, together with a written report signed by both of you, in order to subsequently swear to it according to orders. Further wishing you good success, I expect that you will conduct yourselves in your entrusted commission as faithful and honor-loving subjects of the Company. In which expectation I remain, was written beneath, your friend, was signed, I. A. van der Voort, in the margin, Amboina at Castle Victoria, 28 December Anno 1771. Addressed to the Right Honorable Lord Joan Abraham van der Voort, Governor and Director of this province, with its jurisdiction. Right Honorable Lord, In obedience to your Right Honorable esteemed order, the undersigned, having strictly interrogated in the presence of committee members and the secretary from the Council of Justice the Batchian prince calling himself Kandhar Alim, who arrived here a few days ago having been sent here under arrest from Sawaij, and having inquired both concerning his suspicious arrival by mahoelij and a prahu at the post of Sawaij, and on what grounds and orders that prince called there, as well as with what intention, has the honor hereby to report to your Right Honorable: That according to the account of the said Kandhar Aliem, for the most part agreeing with that of his traveling companions, he is effectively a born prince of Batchian, and a brother's son of the present king of that realm, being married to a granddaughter of His Highness the king of Tidor; and that in the month of December last past, intending to sail from Oebi to Micoal to have sea cucumbers boiled there, as he had also taken along 4 iron pans for that purpose, he fell near the Seven Islands due to heavy squalls and counter-currents; and then, both out of a lack of provisions and water and primarily at the request of the five matzanaijers or rowers he had with him, who were born in Sawaij and the villages subordinate thereto, but in their childhood years, at least according to statement, were brought from there to Batchian by their relatives and raised there, he sailed to the aforementioned post of Sawaij with the intention, having obtained the necessary provisions and water, to further his journey to Micoal, without in the least
Dutch transcription
zullen uE: zo spoedig mogelijk met de Pantjalling van de te Saparoua domicilieerenden burger Anthonij Sieger moeten stevenen na 't Eiland Goram in hoofde deese genoemt! zullen uE: beide ingevolge het in dato 14. ' November I„s S: in de te Saparoua gehoudene Hongij vergadering ge„ „nomen Besluijt ten gem: Eelande Een Exact ondersoek hebben te doen of zekeren Sorammer in naame Saloe dewelke bij ons tendien dage is komen, verzoeken om als hooft of regent over seven op meerm Eiland ge „legene negorijen zijnde genaamd. Amar Buran Haijneka, oesson: oelogowa Hinalaij, en Amaleen te werden aangesteld als voorgevende daar toe geregtigt te zijn, wesentlijk tot dat regentschap gewettigt is of niet. Een waar van UE: nogmaalen Instructie voor den Pattij van Sila, Anthonij Sosilisa en den Commissaris van Howelijxe zaken, aan Cerams binnen Cust Anthonij Sopahelawakang omme te strecken ter Narigt en ob= servantie in hunne Commissie na 't Eiland Foram aan 1: Art: 1: 2. 45 47 aanbevoolen werd zo veel maar immers moogelijk d'al der nauwkeurigste Jnformatie te neemen en van uE. bevinding als dan aan mij zullen moeten dienen van berigt. Teijkerwijs uE: op Toram op eene bedekte des niet te min vriendelijke wijse van den Inlander aldaar moeten tragten uitteversschen op welke Landstree„ „ken van dit Eiland wel de meeste specerij boomen staan; met welke aanwijsing egter uE: zig niet mogen te vrede houden; maar met allen ijver en vlijt de bosschen zelfs ginds en herwaards door kruijsen en alle ondekt wordende aromaticque boomen en wat daarna sweemen mogt extirpeeren en ver„ „nielen moeten ook zullen uE: van 't getal der boomen door uE uitgeroeijd almede verdagt zijn Een pertinente aanteekening te houden en dezelve aan mij na vol„ „bragte Commissie benevens een zodanig door uE beide onderteekend schriftelijk Rapport overleeveren, om het zelve vervolgens na d'ordre te b'eedigen voorts uE een goed succes toewenschende, zoo ver„ „wagte ik uE: zig in hunne aanvertrouwde Commissie als getrouwe en Eerlievende onder „danen van de Maatschappij gedragen zullen In welke verwagting blijve /:onderstond:/ uE: vriend /:was getekend:/ I: A: van der voort /:in margine:/ Amboina aan 't Cas„ „teel victoria den 28. ' December A„o 1771: ordeert non Secret=s uE 3. In obedientie uwer wel Ed:e Agtb:s g'eerde ordre, den on„ dergeteekende ten bijwezen van gecommitteerde leeven en secretaris uijt den Raad van Justitie op het efacte ondervragt hebbende den voorwijnige dagen alhier aan gekomenen en van Sawaij dit heen in arrest op ge zondanen Batchianse pains zig noemende kant har Alim, en gevogt zo weegens desselvs nadenkelijke aan„ komst per mahoelij en Een prauw ter poste Sawoij als op welk fundament en ordre dien priens aldaar is aangegiert, mitsgaders met welke intentie heeft d' Eere uwel Ed: Agtb: bij dezen te berigten dat na volgens re„ laas van gem: Kandhar Aliem, ten meerendeele Accor„ deerende met die zijner reijstgenooten, hij effective Een ge„ booren prins van Batchian, en een broeders zoon des pre„ senten kooning van dat rijk is getrouwd zijnde niet een klijndogter van zijn Hoogheijd den kooning van Tidor en dat hij inde maand december Jongst leeden van Oebi willende scheppen na Micoal, en aldaar Tripangs te laten koken; gelijk hij ten dien Eijnde ook 4: eijzere pannen, heeft meede genoomen, door swaare buijsen, en teegen stroomen is vervallen bij de seven Eijlande, en als toen zo uijt geboek aan levensmiddelen en water als voornament: lijk ten versoeke der bij zig gehad hebbende vijff ma„ zanaijers of roeijers, te sawaij ende daar onder fortee rende dorpen gebooren, dog in hunne kinds Jaaren immers volgens opgave, van daar naar Batthian door hunne nabestaand overgebragt en op gevoed, is geschapt na de voorsz: post Iawaij met voornemende noodige mondbehoeftens en water bekoomen hebbende, zijne reijze van micoal te vervorderen, zonder in 't Wel Edele Agtbaare Heer Gerigt Aan den wel Edelen Agtbaaren Heer. Ioan Abraham van der voor't gouverneur en directeur dezer pro„ vintie, met den resorte van dien. minste No 8. 48 E
English
at least to take into consideration the consequences that must notoriously result to his disadvantage from this licentious conduct, being provided with no pass, and on account of which and the repeated orders given to the sergeant of that post, based upon Their High Noble Honors' revered letter on this subject, the said postholder has with good right placed under arrest that prince together with his traveling companions, consisting of 4 native Batchians, 3 male slaves and One female slave, likewise 5 of the natives belonging under Sawaij, and has sent him up hither, so that he may be dealt with as shall be deemed expedient according to the findings of the case, unless successive orders of Their High Noble Honors should dictate to the contrary. However, whether the execution of the order of the said High Indian Government contained in the letter to this ministry of 23 December 1766, with respect to the envoys of the King of Batchian who might proceed to Ceram, would be properly applicable to the aforesaid prince, and he consequently ought to be sent to Batavia, in that regard the humble subscriber, under correction, considers that those orders require some reflection and are not to be stretched so far as to also have their relation to this prince, since they speak solely of envoys and not of princes who are so closely related to His Highness of Batchian as this one is, and also do not speak of such envoys who, through maritime distress and other disasters, have fallen or been forced to put in at Sawaij, but rather of those who must be suspected of coming there deliberately to incite and persuade the Company's subjects to rebellion, or also to collect gifts by virtue of the old pretensions that the kings of Batchian have repeatedly made to the nine negorijen situated around Sawaij, although a dutiful renunciation thereof was already made long ago in favor of the Noble Company by the contract concluded between King Almadins and the Company on 9 May A.D. 1682. Furthermore, as the aforesaid prince did not come there by design and as an envoy, but merely by chance through a lack of provisions, and also since not the slightest suspicions have occurred to the subscriber in interrogating him, and consequently that the statement regarding his departure from Oebij to Micool and his having encountered heavy squalls along the way, likewise the lack of provisions, would be feigned and taken merely as a cloak to conceal and mask the true purpose of the arrival at Sawaij, seeing that the accounts of his companions are in all parts conformable to the narrative he gave thereof, as appears from the said accounts annexed hereto; but that, on the contrary, it appears very probable and credible to the memorialist what one of his subordinates, being a Batchian by birth named Mandijola, testifies of the repeatedly mentioned prince, namely, that he is still very inexperienced and wanton, which is why his uncle the King of Batchian also did not trust him with his own apparel but kept it in custody so that he might not ruin and give it away, as he was very much inclined to do, and that His Highness had also let him depart for Oebij without any princely badges of honor and state. For all which reasons the humble subscriber, for his part, finds no difficulty in concluding to maintain that, since the repeatedly mentioned prince appears to have been forced by distress to put in at Sawaij without having had any intention of doing evil, but only to provide himself with provisions and water in order subsequently to be able to continue the journey to Micool with peace of mind, he might also, together with his retinue, be granted transport at the first opportunity to Ternate with a private or other vessel that is about to depart thither shortly, with the mahoelij and prahu with which the prince arrived at Sawaij and is still being detained there, likewise the same
Dutch transcription
50 minste in bedenking teneemen de gevolgen die uijt deze licentieuse handelwijze, als van geen pos voorzien zijnde, notoir ten zijnen nadeele moeten voor toloeijen en om welkers wille ende herhaalde ordres aan den sergiant dier post gegeven, stummende op Hun Hoog Ed:s ge„ venereerd aan schrijven op dit subjact gem: posthouder dien prins dan ook nevens desselfs reijst gesellen in 4. geboorne Batchianders, 3. mans en Een vrouw slaaf, item 5. van de onder sawaij gehoorende jnlanders bestaande, met goed regt in arrest: genomen en dit heen opgezonden heeft, op dat met hem zo: danig gehandelt kan worden als na bevinding van zaken dienstig g'oordeelt werd ende successive ordres Hunner Hoog Ed:s in't Contrarieerde. maar of de executie der ordre van welm: Hoog Jn„ diese reegering vervat bij brieve aan dit ministerieum van den 23: december 1766: ten opzigte der afgezanten van Batchians kooning die zig na Ceram mogten begeven, wel te applicheeren zoude wesen aan voorsz: prins, en hij mits dien na Batavia dienen versonden te worden, daar omtrent de nedrige lakenaars onder Correctie dat die ordres Eeniger bedenking vereijsch en niet zo verre te trekfen is dat dezelve ook haare relatie zoude kunnen hebben tot dezen pois, dewijl dezelve eeniglijk gewaagt van afgezanten en niet van princen die zo na aan zijn Hoogheijd van Batchian gepermitteerd zijn, als deze, en ook niet van zulke afgezanten sprukt, welke door zee nood, en andere rampan aldaar vervollen of gedrongen worden Sawaij aan te doen, maar die gesusponeert moeten worden op zettelijk daar te koomen om Comp„s onderdanen tot weder sanigheijt op te rokkenen en te overleeden of ook om geschenken op te halen, uijt kragte der oude pretentien die de kooningen van Batchian te meer malen gemaakt hebben op de negen negorijen om: trend Sawaij gelegen, schoon door van reeds lange pligtelijk afstand en gedaan ten behoeve der Edelen mat„ schappij bij het Contract dat tusschen den koning Al„ madin:s en de Comp:e geslooten; is den 9. Meij A„o 1682. mitsgaders om vol voorsz: prins ook aldaar niest gekomen is â dessaien en als afgezont maar slegts bij toevael niets geboek van vivres en ook doms dat den teekenaar geen deminste suspecien voorgekoomen zijn; in't ondervragen aan den zelven, en dies gevolg, dat de opgave weegens desselfs vertrek van oebij na Micool ende onderweegen gehad hebbende swaere boijsen, item gebrek van Lee vens middelen gefingeert en Eenelijk tot een dek man„ tel genoomen zoude zij om het waare oogmerk der aan„ komste te sawoij te vermissen en aon te bedekfen, aan„ gezien de Reelasen zijner lotgenooten in allen deelen Conform zijn met het verhaald dat hij daar van ge„ daan heeft, invoegen Consteert uijt gem: relaasen hier nevens g'annexeerd, maar dat in tegendeel hem vertooner zeer waarscheijnelijk en geloofwaar voorkomt het geen een zijner onderhoorige Een to:t chiander van geboorte zijnde, genaamt Mandijola van meerm: prins getuijgt, teweeten, dat hij nog zeer on„ ervaren en wulps is, waarom hem ook desselfs oom den kooning van Batchian, desselfs eijgene klederagie met vertrouwde maar dezelve in bewaring hielde op dat hij se niet mogte verolineeren en wagschenken zo als hij daar toe seer genegen was, en dat gem: zijn hoog heijd hem ook zonder Eenige princelijke Eere teekenen en statie na oebij hadde laten vertrekken Om alle welke reedenen don nedrigen subscribent voor zijn aandeel ook geen swaarigheijt vind ten besluij„ te te sustineeren dat nademaal meerm: prins door nood schijnt gedwongen geweest te zijn om Sawaij aan te doen zonder voorneemen gehod te hebben tot eenig quaad, maar alleen om zig van levensmiddelen en water te voorsien om vervolgens de reijse met ge„ rusheijt na Micoal voortte kunnen zetten hij ook met desselfs gevolg bij eerste gelegentheijt na ternoten transport zoude kunnen worden verleend met Een particulier of andere voortuijgen dat derwaars eerlang staat of zal vertrecken met de Mahoelij en prauw, waarmede den prins te Sawoij aange: komen is en aldoor nog aangehouden word, zo de„ mitsgar=s zelve
English
Respectful Report itself, in the midst of which it might be sent. Trusting herewith to have fulfilled my dutiful obligation and your Right Honourable's respected intention, I style myself with the deepest respect. Below stood: Right Honourable Sir. Lower: Your Right Honourable's humble and faithful servant. Was signed: I: A: Schelling. In the margin: Amboina, the 7th of January, Anno 1772. In obedient compliance with your Right Honourable's most venerated order, the undersigned has the honour hereby to report to your Right Honourable with the deepest respect the following: That the Island of Keffing lies at the south-east corner of Ceram, about one mile off the shore, and that in front of the same no suitable anchoring ground is to be found for chaloups and other similar Company vessels, on account of the fact that at low water one falls dry and runs aground there, as well as runs the risk of losing one's anchors, without any prospect of ever being able to fish them up or recover them again, this island being further overgrown with woods and trees; along the south side of the said island stretches a reef of coral stones and heavy sharp rocks about one mile seaward from the shore, which also falls dry here and there in various places with the falling of the water. On the east and the entire north side of the said island lies a reef of coral stone stretching fully a quarter of a mile seaward from the shore, which reveals itself and emerges when the water falls or becomes low; near this reef is a steep rising ground everywhere strewn with coral stones at depths of 50, 30, 20, and 10 fathoms, at which above-mentioned depths one can indeed come to anchor with a southerly and westerly wind, though not without being exposed to the danger of losing anchors and cables, for the cables chafe through on the rocks, Right Honourable Sir. To the Right Honourable Sir Joan Abraham van der Voort Governor and Director of this Province. Agrees. Reijnon Secretary. as I have experienced and can humbly report to your Right Honourable for certain; and seeing that this is a completely dead lee shore, should the cables happen to break, such a vessel will inevitably have to be lost and sometimes not a single soul of the crew aboard will get away. When one reaches the west corner of the said island, lying to the south-west by south and a full mile in distance, then the opening or the channel reveals itself between the island and the aforesaid woods or trees, at which time one is also close against the reefs. These reefs run in a direct line across from the north side of this island to the east side of Ceram; between the outermost and the second reef there is a small place 3 fathoms deep, with sandy ground mixed with sharp rocks or round stones, for the length of a cable in circumference; now to get here there is an opening in the outermost reef about 5 fathoms wide and 11 feet deep at high water, whereinto I was towed with the chaloup the Taxisboom in the month of March, Anno 1769, in completely dead and calm weather. This channel, to get inside there, does appear to have been made suitable by the removal of some coral stones, and therefore one must also arrive there with northerly and easterly winds, which here generally cause the breakers of the reefs to crash right over the vessels, so that it would be very dangerous to lie there with a vessel, for if an anchor cable should break or chafe through on the sharp rocky coral ground, then inevitably such a vessel would have to be lost; furthermore, the Island of Keffing is completely surrounded by rocks and fully enclosed, as it were. Also, at the Keffing roadstead, or where the anchorage actually is, one must always lie well moored to 3 anchors, which anchors must be laid out upon the reefs, which then come above water again at low water, when the cables also continuously chafe and break along the rocks; through this I also lost two cables in the aforesaid year 1769, which chafed through and broke on the sharp ground, but the third cable having fortunately held, this was the preservation of my vessel, whereupon I departed from there to Pulau Gisser at the first opportunity. Around or near this place there is also no drinking water to be obtained, unless one fetches it in the west monsoon from the village of Quaus and in the east monsoon from Ceram Laut. This is all that I have experienced concerning that reef and the Island of Keffing. Wherewith I have the honour to remain with the greatest submission and profound reverence. Below stood: Right Honourable Sir. Lower: Your Right Honourable's very humble and faithful servant. Signed: I: Bladt. In the margin: Amboina, the 3rd of March, Anno 1772. Agrees. Reinon
Dutch transcription
52 Eerbiedig Berigt selve, in middens dit heen gezonden mogte worden Hier mede vertrouwende aan mijne schuldige ge„ houdenisse, en uwer welEd: Agtb: g'eerde intentie voldaan te hebben, zo noeme ik mij met diepste Eerbied. /:onderstond:/ Wel Edele Agtb: Heer /:lager/ uwer wel Edele Agtb: oodmoedige en trouwschuldige dienaar /:was geteekent:/ I: A: Schelling /:in margine:/ Amboina den 7. Januarij A„o 1772. In gehoorsame naarkoming Uwer wel Edele Agtb: zeer gevenereerde ordre heeft den ondergeteekende d' eer, bij deesen aan Uwel Ed: Agtb: met de diepste Eerbied 't volgende te Berigten Dat het Eyland Keffing, legt aan de zuijd Oost hoek van Ceram, omtrend Een mijl uijt de wal en dat voor het zelve geene bequame Anker grond te vinden is voor chialoupen en andere diergelijke Comp„s vaartuijgen, uijt hoofde men aldaar met laag water droograakt en vast koomt te zitten, mits„ „gaders gevaar loopt om zijne om zyne Ankers te verliesen, zonder appe„ „rentie om die oijt weeder op te kunnen vissen of te krijgen, zijnde dit Eijland voorts bewassen met bossen en Bomen, langs de zuijdkant van gem: Eijland strekt zig een Rif van coraal steenen, en sware scherpe Klippers omtrent Een mijl van de wal zeewaards uijt, het welke almeede met het vallen van het water hier en daar op verscheide plaatsen droogkomt te Aan de Oost en de geheele Noord kant van gem: Eijland, legt een slif van coraal steen zig wel Een quart mijl uijt de wal zeewaards uytstreckende het welke als het water valt of laag word zig vertoond en boven komt, omtrent dit Rif is een stijle opgaande grond over al bezaaijd met Co„ „raal steenen ter diepte van 50: 30: 20: en 10: vademen, op welke Leeven gem: dieptens men wel kan ten Anker komen met met een zuydelijke en westelijke wind dog niet zonder aan gevaar g'exponeerd te zijn van Ankers en Touwen te verliesen; want de Touwen op de Kilippen afveylen, Wel Edele Agtbare Heer. Aan den Wel Edelen Agtbaren Heer Joan Abraham van der Voort Gouverneur en Directeur deeser Provintie Accordeert. Reijnon Secret:s vallen 5 4 ondervonden hebbe, en voor seekerheid Uwel Ed: Agtb: nedrig kan be„ en gemerkt het hier een bot hooger wal is de Touwen komende te bree„ „ken, onvermijdelyk zulk een lodein zal moeten verlooren gaan en somtijds geen sterveling van de opvarende manschap er afkomen. Als men de westhoek van gem: Eijland leggende in het Z: W: ten Zuijden en wel een Mijl in zyn distantie heeft, bereikt, als dan vertoond zig de opening of het canaal, tusschen het Eijland en voorm: Bossen of Bomen wanneer men ook kort aan teegens de Reeven is: Dese Heeren loopen streeks gewijse over van de Noord kant van dit Eijland tot de Oostkant van Ceram, tusschen het buijtenste en het Tweede Rif is in een plaatsje 3: vadems diep, en zand grond, vermengd met scherpe klippen of kats„ „koppen, ter lengte van een cabel in de ronde, om nu alhier te komen is een opening in het buijtenste stif breed circa 5: vadem, en diep bij hoog water W1: voet, waar heen ik met de chialoup de Taxisboom in de maand Maart A„o 1769: met gansch dood en stil weer ben heenen gebougseert gen Dit Canaal om daar binnen te komen, gelijkt wel dat door het wegneemen van eenige coraal steenen dus geschikt te weesen en dierhalven men ook daar aankomen moet met Noordelyke en oostelijke winden die hier door„ „gaans de Brandings vant de Reven tot over de vaartuijgen heen doen slaan„ zo dat het zeer gevaarlijk zoude zijn met een vaartuijg daar te leggen, want bij aldien een Anker touw kwame te breeken of door de scherpe klippen kraal grond afveijlen; dan onvermijdelijk zulk een vaartuijg zoude moe„ „ten verlooren gaan; zijnde wijders het Eyland Keffing geheel met klip„ „pen omgeven en volkomentlyk als beslooten. Ook moet men ter Rheede Keffing of waar de Ankerplaats eigentlijk is altoos voor 3: Ankers wel vertuijd leggen, en welke Ankers op de sleven moeten uytgebragt worden, die dan met laag water weder boven komen, te leggen, als wanneer ook de Touwen langs heen op de klippen gedu„ „rig afschuuren en breeken; Hier door heb ik ook in voorgemelde Jaar 1769: Twee Touwen verlooren, die op de scherpe gronden afgeveeld en gebrooken zijn, dog het derde Touw bij geluk hebbende gehouden heeft zulx tot behoudenis van mijne Bodem geweest, zijnde ik voorts met de eerste geleegendheid van daar naar P„lo Gisser vertrocken. Nier omtrent of deese plaatse is er ook geen drinkwater te bekomen of men moet dat in de west mousson van de Negorij quaus en in de Oostmousson van Ceram Laut haalen Dit is al het geene, wat ik omtrnt dien dird en het Eijland keffing Waar meede mij d' eere geve met de meeste onderdanigheid en een diep ontsag te verblijven. — /:onderstond:/ wel Ed: Agtb: Heer. /:lager/ Uwel Ed: Agtb: zeer deemoedigen en Trouwschuldigen Dienaar. — /:geteekent:/ I: Bladt. /:in margine:/ Amboina den 3:' Maart A„o 1772. Accordeert Reinon het. onder„ „worden. „rigten