VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3373

Coromandel · 580 pages · 213 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3373_0433 view scan ↗

English

grinning that he had never heard of decisions being taken without planning what to do in case the resolution turned out badly or failed, since such was the true essence of a well-founded resolution of council, further declaring upon our repeatedly and earnestly made requests to grant the requested postponement and in the meantime to let the Company's trade etc. continue its usual course in the lands of the Souba in general and in the Tanjore Kingdom in particular, that since they would not grant him his desire, he could therefore not do so either, but would remain at Naoer until then, and since the rainy season was at hand, quarter his troops, who until now lay in the field, in the houses in the village, and even stay there, if we so desired, meaning thereby if we did not grant his desire, for fully 4. years instead of the requested two months, since we could easily understand that it was all the same to him where he paid them, though he was sorry to have to cause the inhabitants that inconvenience, protesting at the same time against all the detrimental consequences arising therefrom, accompanied by very many threats and veiled expressions of that nature, all essentially amounting to what the Souba and he have made known in their ample letters, and to which we therefore respectfully refer for the sake of brevity, without paying the slightest reflection to our representations that, since we wished to settle everything amicably and give His Excellency as much satisfaction as possible, he therefore had no need of an army there, but could easily have spared the trouble, costs, and fatigues, and could also still withdraw without exposing himself to the bad weather, since the proximity of such a force indicated no friendship, from which it was most evidently apparent to us that in case of refusal of his desire he certainly had something evil in mind against this city, saying furthermore also that he knew very well that the commissioners sent to the Souba at Madraspatnam would obtain no other answer from him, so that, seeing the aforesaid concerning the third article also end fruitlessly, we finally proceeded to the fourth and last, without however directly revealing to him that this Government would proceed to the cession of the Lands, for the reason that, if after having stood our ground for so long we had done so, he would certainly have taken it amiss and would immediately have concluded from it that we were merely trying to divert him from his pretension by roundabout ways, as can easily be deduced from his quibbling amply described hereinbefore; wherefore we then requested him to be allowed once more to make known and submit all the aforementioned negotiated matters to Your Right Honourable, and after he had granted this while holding some other indifferent discourses not worthy of attention, but solely serving to detain us somewhat, we finally requested him whether it was permitted to us to ask him something further of our own accord, in order to be able to supply more elucidation to the Meeting if necessary, and this being granted, we presented to him in private, in a doubtful manner, the content of the fourth point, whereto he replied that although it was only time to speak of the payment of the moneys after the Government should have taken a final resolution for the cession of the lands, he nevertheless, since we asked him this in private, also answered thereto in particular that those moneys would be paid to the satisfaction of the Government, and in such a manner that their higher Rulers would be completely contented therewith, without further specifying in what manner and in what way, although upon making this proposal we immediately noticed that he changed his posture and became much friendlier, making at the same time very many protestations of affection which the Hon. Company, us

Dutch transcription

415 grimlaggende nooijt gehoord te hebben, dat er besluijten genomen wierden, waarbij men niet beraamde wat te doen, inge„ valle het gearresteerde, qualijk uijt„ viel of misluckte, vermits sulx het waare weesen van een wel gefundeerd raadslot was, onder verdere verklaa„ ring op onse bij herhaling ernstige gedaane versoeken, om het g'insteerde uijtstel te verleenen, en middelenwijlen 'sComp:s handel etc: in de landen van den Souba in't generaal, en in't sansjoerse Rijk in't bijsonder, na gewoonte te laa„ ten Coers houden, dat vermits men hem sijne begeerte niet toestaan wilde, hij sulx dierhalven ook niet doen kon„ de, maar tot dus lange op Naoer blijven, en vermits de reegen-tijd op handen was, sijne troupen, die tot nog toe in't veld lagen, in het dorp in de huijsen plaatsen, en aldaar selvs, in„ dien wij sulx begeerde /:denoteeren„ de daarmeede soo wij sijn begeerte niet toestonden:/ wel 4. Jaaren, in plaats van de versogte twee maanden blij„ ven soude, vermits wij ligt begrijpen konde, dat het hem eeven veel was, waar hij deselve betaalde, dog dat het hem leed deed, de Jngeseetene die over„ last te moeten doen, met protestatie tef„ fens tegens alle de nadeelige gevolgen daaruijt te ontstaan, verseld van Seer veel bedreijgingen en bedekte spreekwijsen van dien aart, alle saake„ lijk uijtkomende, op het geene den sou„ ba en hij in haare ample brieven bekend gesteld hebben, en waaraan wij ons oversulx om de kortheijd te be„ tragten, Eerbiedig refereeren, sonder op onse vertoogen als dat vermits wij alles in der minne afmaaken, en sijn Excell: so veel mogelijk genoegen geeven wilde, hij oversulx aldaar met geen leeger nodig hadde, maar de moeijte, kosten en fatiques ligt gespaard hebben, en ook nog sonder sig aan het quaad weer te exponeeren, aftrecken konde, vermits de nabijheijd van soo een magt geen vrindschap te kennen gaf, eenige de minste reflexie te slaan, waar uijt ons ten evidensten gebleeken is, dat hij in Cas van refus van sijne begeerte, seekerlijk iets quaads teegens deese Stad in't Zin waar hadde 416 hadde, seggende voorts ook nog, dat hij seer wel wist, dat de na Madraspat„ nam aan den Souba gesondene Gecom„ mitteerdens van den selven geen ander ant¬ woord bekomen soude, invoegen wij het voorgeschreevene bij het derde articul meede vrugteloos afgeloopen siende, eijn„ delijk tot het vierde en laaste over„ gingen, sonder hem egter direct te open„ baaren, dat deese Regeering tot de af„ stand der Landen treeden soude, om reeden, dat, indien wij na soo lang op ons stuk gestaan te hebben, sulx ge„ daan hadden, hij het selve seekerlijk qualijk geduijd, en daaruijt al ten eersten opgemaakt soude hebben, dat wij hem door ommewegen van sijn pretentie maar hadde tragten te diverteeren, soo als dat uijt sijne woorde fitterijen hier vooren ampel beschreeven, ligt af te leijden is; wes„ halven wij hem dan versogte, om alle de voorsz. verhandelde saaken nog eens aan uwel Edele Gestr: te mogen te kennen geeven, en voordragen, en na dat hij sulx onder het houden van eenige andere onverschillige discoursen, geen attentie waardig, maar eenelijk dienende, om ons wat op te houden, geaccordeerd, hadde versogten wij hem eijndelijk of het ons gepermitteerd was, hem nog iets uijt ons selvs te vragen, ten eijnde des nodig te meerder elucidatie aan de Vergadering te kunnen suppediteeren, en sulx toege„ staan weesende, hielden wij hem in het particulier, op een twijffelagtige wijse, den inhoud van het vierde poinct voor, waarop hij diende, dat of schoon eerst tijd was om van de betaaling der gelden te spreeken, na dat de Regeering een finaal besluijt tot afstand der landen genomen Soude hebben, hij egter, vermits wij hem sulx in't particulier vroegen, ook in't bijsonder daarop antwoordede, dat die gelden ten genoegen der Regee„ ring, en soodanig, dat derselver hoogere Gebieders daarmeede volkomen ver„ genoegd waren, voldaan werden soude, sonder sig verder te specialiseeren, hoe„ danig en op wat wijse, schoon wij bij het doen van deese voorslag al aanstonds bespeurde, dat hij van houding veran„ derde, en veel vrindelijker wierd, als doende ter selfder tijd seer veel betuijgin„ gen van genegendheijd, die D' E. Comp:, ons wan

NL-HaNA_1.04.02_3373_0435 view scan ↗

English

if this request of his were granted, would be enjoyed in the lands of the Subah, under the promise that he would not only confirm all old matters according to custom, but that he even wished and would also immediately endeavor to increase them, just as he, upon our representations made in that regard, also immediately promised to punish according to their merits the sepoys who caused trouble in the Company's village of Porwalacherij as soon as they were sent to him—which we promised would happen the next morning—and to take the necessary care regarding what was requested concerning the limits of the Company's old villages; namely, that his men should not be stationed within them as soon as the Honorable Company had complied with his aforementioned desire and we had brought him a desired answer regarding it, with the wish that this should even take place the next day; and this having been undertaken by us to be done as soon as possible, he gave us, at our request, permission to depart, it being already eleven o'clock, the same ceremonies being observed on that occasion as the previous time. However, after we had reached our palanquins and had spoken a little with the Englishman in Portuguese, Goelamalichan came to us in haste, saying that His Excellency let it be known that he had at first not intended to accept the elephant, but that he was doing so now solely because of the friendship we had shown him during the negotiation, for which we expressed our pleasure, although one could very well notice that this was nothing other than a trick by that deceitful fellow. While we furthermore consider ourselves obliged to note in this regard that, among other discourses that occurred between them, he also asked us that if the Honorable Company had such firm confidence that the Subah would grant Their Honors' request for a delay, as we said, why they were then reinforcing themselves here to such an extent and having ships and men brought in daily, since he was a friend of Their Honors and there was therefore no fear of danger, stating that he had to deduce from this that there was no intention to fulfill his desire, or that there was an intention to undertake something else; which was denied by us as best as possible and answered that, since it was the same to the Honorable Company where they paid their troops—as His Excellency had previously stated regarding himself, whether at Batavia, on Ceylon, here, or elsewhere—they had therefore had them brought over here because they found themselves so close to the fire of war and thus could neither know nor foresee what consequences might result from it, quite apart from the fact that a greater force than before was required for the garrisoning of the new lands. Just as, in the same manner, when the sworn clerk Adam Johan Tchewiaam interpreted something to the Brahmin and spoke and consulted quietly with the second signatory, he was also asked by him what position he held and whether he also had a seat in the council, whereupon the Brahmin answered that he was as good as the second secretary of this place and had knowledge of all secrets, but did not belong to the council, with which he seemed to be content. In the hope and trust that the Right Honorable and Esteemed will be pleased to be satisfied with what has been negotiated by us thus far, we have the honor to subscribe ourselves with deep respect. It was undersigned: Right Honorable and Esteemed Sir and Gentlemen, Your Right Honorable and Esteemed Humble and Obedient Servants. It was signed: J. b van Tessel, J. D. Simons, and Cornelis Obdambl. In the margin: Nagapatnam, the 22nd of October 1773. Thus, after reconsideration of that paper, it has been approved and agreed to persist still in the resolution taken yesterday, and therefore still to offer back the aforementioned purchased new lands to His Excellency, which was not done by the aforementioned delegated members for reasons cited in their aforesaid report, but was suspended until further disposition by this Government, provided that he pays the funds disbursed for them, as he has repeatedly offered to satisfy the same and to indemnify the Honorable Company in that regard, since he would not let himself be persuaded by any reasons or representations to desist from it; and to that end, to send the delegates to him again tomorrow afternoon to make that offer, under the express representation to be made that this occurred purely and solely because of the old friendship existing between the Subah and the Honorable Company, and on which he insists so strongly in all his letters as well as speeches, provided that the said delegates must once more use and bring forward all practicable demonstrations serving the matter to dissuade him from his unjust demand, demonstrating the legality of the purchase and that, according to the precedents thereof, the Prince of Tanjore was entitled to sell and alienate his lands, etc. And since the question regarding the amount for which those lands were purchased will follow that offer to be made: It is agreed to have the following demonstration made to him, namely: that for the province of Kuwaloer, although the deed of purchase reads for a sum of 360000 pagodas, nevertheless, as was demonstrated at large in the letter to the Subah, no more was paid for it than an amount of Pagodas 330,000. In the same manner the province of Tripondi, for which, instead of 24000 pagodas, was only paid: Carried forward Pagodas 330000.

Dutch transcription

417 wanneer in deese Sijne begeerte geconsen„ teerd wierd, in de landen van den souba genieten soude, onder belofte, dat hij niet alleen alle de oude saaken, na ge„ woonte Confirmeeren, maar dat hij selfs wenschte en ook dadelijk betragten soude, om deselve te doen vermeerderen, gelijk hij op onse gedaane vertoogen dierweegens ook al aanstonds beloofd heeft, de Sipaijs, die overlast in 'sComp:s dorp Porwalacherij gedaan hebben, soo dra se hem gesonden wierden, dat wij beloofden 't anderen daags morgens te sullen geschieden, na merite te sullen straffen en de nodige sorge dragen omtrend het versogte ten opsigte van de limiten van 's Comp:s oude dorpen; te weeten dat sijn volk niet binnen deselve gepos„ teerd stonden, soo dra D' E. Comp: aan Sijn voorsz. begeerte voldaan, en wij hem daar van een gewenscht antwoord, gebragt soude hebben, met begeerte, dat sulx 's anderen daags selvs moeste geschieden, en sulx door ons aangenomen sijnde; soo spoedig moge„ lijk te sullen doen, gaf hij ons op ons versoek daarom, permissie tot vertrek, wanneer het reeds Elf uuren was sijnde bij die occagie deselvde Ceremonien als de voorige reijse in agt genomen, dog na dat wij bij onse palenquins gekomen waren en een weijnig met den Engelsman in het portugeesch gesprooken hadde, quam Goe„ lamalichan, in der haast bij ons, seggende„ dat sijn Excett: weeten liet; dat hij eerst niet voorneemens geweest was, de Eliphant te accepteeren, maar dat sulx tans eenelijk deed uijt hoofde van de vrindschap, die wij hem in de onderhandeling betoond had„ de, waarover ons genoegen betuijgde schoon seer wel merken konde, dat sulx niet anders als een streek, van dien ar„ gulistigen Knaap was. Terwijl wij ons voorts nog verpligt agten in deesen almeede te noteeren, dat hij ons onder anderen tusschen beijden voorgevallene discoursen ook nog gevraagd heeft, dat indien D' E. Comp: soo een vast vertrouwen hadde, als dat den sou„ ba haar Edele versoek om uijtstel in„ willigen soude /: soo als wij zeijden:/ waarom men sig dan alhier soodanig ver„ sterkte, en dagelijx scheepen en volk lieten aanbrengen, daar hij een vrind van haar Edele, en 'er dus geen vreese voor 118 voor gevaar was, onder betuijging, dat hij daaruijt opmaaken moest, dat men geen intentie hadde, aan sijn begeerte te voldoen, of van voorneemen was, iets eenders te onder neemen, het welk door ons soo goed mo„ gelijk ontkend en geantwoord is, dat de„ wijl het D' E: Comp: het selfde was, waar ze haar troupen betaalden, soo als sijn Excell: dat ten sijnen opsigte hier vooren selvs reeds betuijgd hadde, het sij te Batavia, op Ceijlon, hier of elders, men deselve mits dien dit heen hadde laaten overkomen, om dat men sig soo na aan het Vuur des oorlogs bevond, en oversulx niet weeten nog voorsien kon„ de, wat gevolgen daar uijt stonden te resulteeren, ongeagt nog dat men een meerder magt als bevoorens tot de be„ setting der nieuwe landen benodigd had„ de. — Zoo als inselvervoegen bij geleegend „ Gesworen clercq aldam heijd dat den neig Juhan Tehe„ niaam, iets aan de bramine vertolkte, en met den tweeden teekenaar in der stil„ te sprak en Consuleerde, door hem ook nog gevraagd is, wat qualiteijt den„ selven bekleede, en of hij ook sessie vergadering hadde, waarop wanij in den bramin dat hij soo veel als twee„ etraarteno memden de secretaris deeser plaatse was, en kennisse van alle de geheijmen hadde, dog niet tot den raad behoorde, met het welke hij sig scheen vergenoegd te houden. In hoope en vertrouwen, dat ouwel Edele Gestr: in het door ons tot dus verre verhandelde genoegen sullen gelieven te neemen, geeven wij ons de Eere, met diep respect te onderschrijven. /:onderstond:/ Wel Edele Gestr: Heer, en Heeren, uwel Edele Gestrenge Onderdanige en Gehoorsame Dienaa„ ren /:was geteekend:/ I:b van Tessel, J: D: Simons en Corn:s Obdambl /: in mar„ gine:/ Nagapatnam den 22:' October 1773. Soo is na resumptie van dat papier goedgevonden en verstaan, bij het geno„ men besluijt van gisteren, als nog te blijven persisteeren, en mits dien de voorsz. gekogte nieuwe landen; als nog aan sijn Excellentie te rug aantebieden, het geen door voorsz. Gecommitteerde Leeden, om in reedenen 119 reedenen bij hun voormeld rapport aange„ haald, niet gedaan, maar tot nader dispo„ sitie deeser Regeering gesupersedeert is, mits dat hij betaald, de daar voor uijtge„ schootene penningen, gelijk hij te meer„ maalen gepresenteerd heeft, deselve te willen voldoen, en daar omtrend D'E. Comp:e schadeloos stellen, alsoo door geene reedenen nog vertoogen sig wilde laaten overhaalen, om daarvan af te sien, en ten dien eijnde de Gecommitteerdens morgen nademiddag weder aan denselven te senden, om die aanbieding te doen, onder expresse te doe„ ne vertooning, dat sulx enkel en alleen geschiedede, uijt hoofde van de oude vrindschap tusschen den Souba en D' E. Comp: subsisteerende, en waarop hij bij alle sijne brieven soo wel, als reedenvoe„ ringen so seer aandringt, mits dat de gedag„ te Gecommitteerdens nog eens alle practi¬ cable en ter materie dienende demonstra¬ tien sullen moeten gebruijken en bij brengen, om hem van sijn onbillijke begeerte af te brengen, met aantooning van de wettigheijd van den koop en dat na de daar van sijnde voorbeelden den Vorst van Tansjoer gewettigd is, sijne landen te kunnen verkoopen en veraliëneeren etc. En dewijl op die te doene aanbieding de vraag volgen sal omtrend het bedragen, waarvoor men die landen gekogt heeft: Soo is verstaan, hem de ondervolgende demon„ stratie te laaten doen, namentlijk: dat voor de provintie van Kuwaloer, schoon de koopbrief luijde„ de op een somma van 360000. pagjooden, egter daar voor, gelijk bij de brief aan den souba in't breede aangetoond was gewoorden, niet meer be„ taald was, dan een montant van Pop: 330'000. — Insel vervoegen de provintie van Tri„ pondi, voor de welke, in steede van 24000 pagooden, maar betaald Transporteere Pp: 330000. — tien

NL-HaNA_1.04.02_3373_0438 view scan ↗

English

reasons cited in their aforesaid report, not done, but is superseded until further disposition by this Government, provided that he pays the monies advanced for it, as he has repeatedly offered to want to settle the same, and to indemnify the Honorable Company in that regard, since he would not let himself be persuaded by any reasons or representations to desist from it; and to that end to send the Commissioners to him again tomorrow afternoon to make that offer, under the express presentation to be made that this was done solely and exclusively by virtue of the old friendship existing between the Souba and the Honorable Company, and on which he insists so strongly in all his letters as well as speeches, provided that the said Commissioners will once more have to use and put forward all practicable demonstrations serving the matter to dissuade him from his unjust desire, with proof of the legality of the purchase and that, according to the precedents thereof, the Prince of Tansjoer is entitled to sell and alienate his lands, etc. And since upon that offer to be made the question will follow concerning the amount for which those lands were bought: it is agreed to have the following demonstration made to him, namely: that for the province of Kiwaloer, although the deed of purchase read for a sum of 360000 pagodas, yet for it, as was shown at large in the letter to the souba, no more was paid than an amount of Pagodas 330000. In like manner the province of Tripondi, for which, instead of 24000 pagodas, was only paid Carried forward Pagodas 330000. Brought forward Pagodas 330000. 20000. and for Naoer and Topotorre 75000. Together Pagodas 425000. the manner and way in which the payment and disbursement of that amount should take place having been prescribed to the commissioners yesterday, it is agreed to order them to conform thereto and to regulate themselves accordingly; furthermore, it having been taken into consideration that His Excellency will demand the deeds of purchase granted by the prince of Tansjoer; which, however, it has been written have been sent to Batavia: it is agreed to persist therein, as it was deemed not advisable to deliver the same, partly so as not to contradict what has been written, and partly because one could not know or foresee how this vexing matter and forced surrender of those places and lands, so legally purchased and of such great importance to the Honorable Company, will be regarded and received by their High Excellencies; and in confirmation of that assertion to have it presented and shown that Batavia being the headquarters of the Dutch Company in India, according to the order and custom thereof, all original papers of that nature had to remain in the Archives there, but that this Government would request the same back from their High Excellencies, who were to be informed of the proceedings of this Government and the agreement in that regard with His Excellency; and meanwhile, instead thereof, in case the Commissioners should see and find it necessary to come to that point, to offer him a Certificate, both with respect to recalling them and that one, according to the agreement struck with His Excellency, retrocedes the purchased land to the Company, provided that he in return fully guarantees and secures the Honorable Company for the prompt payment of the purchase money by a counter-deed, if the satisfaction should not be made in cash immediately. If anything should be brought up regarding the Jewels, which has not happened so far, it is agreed to have it stated that the Commissioners could answer nothing to that before and until something concrete had been established and settled regarding the payment of the purchase money of the lands; yet the Commissioners might well say in private, without any consequences being drawn from it, that the same will be delivered as soon as the purchase money shall have been paid, and a receipt for the delivery of the Jewels was granted, with all those precautions that no claim whatsoever could be formed, and for which His Excellency will have to provide surety. Pursuant to the resolution of the session of The Merchant and Fiscal Marthinus Koning, The Merchant, Trade Bookkeeper and First Warehouse Master Hendrik Ambrosius Johnson, and The Titular Merchant, Adigaar and Mintmaster Cornelis Pietersz., the first and last due to indisposition, and the second on a mission to Madraspatnam. Council of Policy excused Tuesday the 26th of October 1773 in the forenoon at half past ten o'clock. Thus Done and Resolved In the Castle at Nagapatnam, date as aforesaid. signed: Cils Vooren.

Dutch transcription

119 reedenen bij hun voormeld rapport aange„ haald, niet gedaan, maar tot nader dispo„ sitie deeser Regeering gesupersedeert is, mits dat hij betaald, de daar voor uijtge„ schootene penningen, gelijk hij te meer„ maalen gepresenteerd heeft, deselve te willen voldoen, en daar omtrend D' E. Comp:e schadeloos stellen, alsoo door geene reedenen nog vertoogen sig wilde laaten overhaalen, om daarvan af te sien, en ten dien eijnde de Gecommitteerdens morgen nademiddag weder aan denselven te senden, om die aanbieding te doen, onder expresse te doe„ ne vertooning, dat sulx enkel en alleen geschiedede, uijt hoofde van de oude vrindschap tusschen den Souba en D' E. Comp: subsisteerende, en waarop hij bij alle sijne brieven soo wel, als reedenvoe„ ringen so seer aandringt, mits dat de gedag te Gecommitteerdens nog eens alle practi cable en ter materie dienende demonstra¬ tien sullen moeten gebruijken en bijbrengen, om hem van sijn onbillijke begeerte af te brengen, met aantooning van de wettigheijd van den koop en dat na de daar van sijnde voorbeelden den Vorst van Tans joer gewettigd is, sijne landen te kunnen verkoopen en veraliëneeren etc. En dewijl op die te doene aanbieding de vraag volgen sal omtrend het bedragen, waarvoor men die landen gekogt heeft: Soo is verstaan, hem de ondervolgende demon„ stratie te laaten doen, namentlijk: dat voor de provintie van Kiwaloer, schoon de koopbrief luijde„ de op een somma van 360000. pagjooden, egter daar voor, gelijk bij de brief aan den souba in't breede aangetoond was gewoorden, niet meer be„ taald was, dan een montant van Pop: 330'000. - Insel vervoegen de provintie van Tri„ pondi, voor de welke, in steede van 24000 pagooden, maar betaald Transporteere Pp: 330000. — tien 420 Pa/o 330000. — Per Transport - -„ 20000. – en voor Naoer en Topotorre. - - „ 75000. — Tesaamen . . Ppo: 425000. — de maniere en wijse, hoedanig de betaaling en uijtkeering van dat montant geschieden soude, de gecommitteerdens gisteren voorge„ schreeven weesende, is verstaan, haar te „te gedragen en er na gelasten, sig daar aan „ te reguleeren; voorts in bedenking genomen weesende, dat sijn Excell: de koopbrieven, door den vorst van Tansjoer verleend, sal afvorderen; dog die men geschreeven heeft, naar Ba„ tavia gesonden te weesen: Soo is verstaan daar bij te blijven persisteeren, alsoo niet raadsaam geoordeeld wierd, deselve afte„ geeven, eensdeels om het geschreevene niet te Contradiceeren, en ten anderen niet weeten, nog voorsien konde, hoedanig deese ver„ drietige saak en genoodsaakte afgave dier soo wettig gekogte en voor d' E. is Maatschappij soo seer aangeleegene plaatsen en landen, bij haar hoog Edelens sal werden aangemerkt en opgenomen, en tot bevestiging van dat voorgeeven te laa„ ten bijbrengen en vertoonen, dat Batavia de hoofdplaats van de hollandsche Compagnie in Jndia Sijnde, volgens de ordre en ge¬ woonte derselve, alle origineele papieren van die natuur in de Archiven aldaar berusten moesten, dog dat deese Regeering deselve van haar hoog Edelens, aan de„ welke van de behandeling deeser Regeering, en de overeenkomste dienaangaande met sijn Excell:, kennisse gegeeven stond te werden, te rug soude versoeken, en hem intusschen in steede van dien, ingevalle de Gecomitteerdens Sien, en ondervinden mog„ te, daartoe te sullen moeten komen, een Certificaat aan te bieden, soo ten opsigte van dies terug ontbieding als dat men het ge„ kogte land volgens getroffen accoord, met Maat Sijn . 421 ledeerde, mits dat hij daar Sijn Excell:, en teegen D' E. Comp: ten vollen guarandeerd en seeker steld, voor de prompte betaaling der koop-penningen, bij een Contra geschrift, soo de voldoening niet ten eersten in Con„ tant geschiedede. Ten belange van de Juweelen iets ten voorschijn gebragt werdende, het geen tot nog toe niet geschied is, is verstaan, te laaten seggen, dat de Gecommitteerdens daarop niets antwoorden konde, voor en al eer om„ trend de betaaling van de koop-pennin„ gen der landen iets reels vast gesteld en gereguleerd was; dog de Gecommitteerdens soude wel in het particulier, sonder dat er Consequentien uijtgetrocken kunnen werden, wel mogen seggen, dat deselve sullen werden afgegeeven, soo dra de Koop-penningen betaald sullen weesen, en een quitantie voor den ontfangst van de Juweelen verleend wierd, met alle die pre„ Ingevolge het geresolveerde ter sessie Den Koopman en Fiscaal Marthinus Koning Den Koopman, Negotie Boekhouder en Eerste Pakhuijsmeester Hendrik Ambrosius Johnson, en Den Koopman Titulair, Adigaar en Munt„ meester Cornelis Pietersz. , de eerste en laaste mits indispositie, ende tweede in Com„ missie na Madraspatnam. Vergadering van Politie demptis Dingsdag Den 26. ' October 1773. des voormiddags te half Elf uuren Aldus Gedaan en Gearresteerd In't Casteel tot Nagapatnam dato voorsz. /:geteekend:/ Cils Vooren. Cautien, dat 'er geene pretentie, hoe genaamd geformeerd konde werden, en waarvoor sijn Excell: sal moeten Caveeren. cautien van

NL-HaNA_1.04.02_3373_0441 view scan ↗

English

422 of the 23rd of this month, the Commissioned Members Jacob van Tessel and Joan Daniël Simons, having been with the Lord Macarroeb Moelk, to confer further regarding the dispute that has arisen between the Subah and the Honorable Company with respect to the newly purchased lands etc., and having upon their return, alongside the report of what was transacted and occurred with and before His Excellency, also delivered a letter written by the Subah the Lord Mahometh Alichan to the Lord Governor under date of the 21st of this month, and sent hither with an open flap to his aforementioned son Madarroel Moelk for further forwarding; thus the well-mentioned Lord Governor submitted the translation thereof, reading as follows: Report made to the Right Honorable and Venerable Lord Reijnier Van Vlissingen, Governor and Director of this Coast of Coromandel with the jurisdiction thereof, alongside the Council at Nagapatnam, by the Commissioned Members from the same, Jacob van Tessel and Joan Daniel Simons, alongside the Sworn Clerk and Translator Cornelis Ebdam, added to them for their assistance in their mission to His Excellency Amiroel Oemra Madarroel Moelk Haphies Machamadoe moenewarchan Bahadoer, second son of the Subah of the Carnatic, His Highness Mahometh Alijchan, and conqueror of the Principality of Tansjoer with his army, the [blank] stationed at Naoer. 423 Right Honorable and Venerable Lord, and Gentlemen. Having been requested again by resolution of yesterday morning to go to His Excellency for the third time, in order to treat with the same concerning the further framed points delivered to us in writing, we thus departed from here this afternoon at half past four o'clock, in the manner as stated in the two previous respectful reports, and arrived at His Excellency's tent at around 6.5 o'clock, and a quarter of an hour thereafter were admitted to an audience, where all the previous persons were present again, except Mijnawaschan, whom we did not see that day; the compliments on both sides having taken place in the same manner as before, so that we could now immediately proceed to give an account of our proceedings, were it not that we, in order to be as accurate as possible in everything and as far as our weak memories permit, deemed it necessary, with the favorable permission of Your Right Honorable and Venerable Lordship, to note here: — That notwithstanding that His Excellency had been informed beforehand of our arrival by one of our peons, and having awaited the same at the choultry with the message that we were welcome to him, we were stopped by the sepoys stationed near the so-called Great Man, and indeed on this side thereof, and told that there was as yet no permission to let us pass, without wanting to listen to our statement that we had already sent someone to His Excellency and had also received an answer thereto; for instead of granting us passage thereupon, they, who at first stood in a single front, immediately closed into three ranks deep, so that we resolved to turn back, as we then did, and told them that we were returning to the city, and left the consequences thereof to their account, with the threat that we would not fail to complain to His Excellency about this brutality of theirs, and to demand a striking satisfaction for it; while we, being a few paces away from them, sent another peon with the aforementioned message to His Excellency, whom they nevertheless would not let pass, but then let us know that they had received orders and we could go; which, however, is not quite possible to have occurred in that short time, the less so as we in the meantime saw no one come to them who could have brought them any order to that effect; wherefore we ordered the peon to proceed with his message, and in the meantime betook ourselves to the Triwasel at Papanacherij, and remained there until first our dispatched peon and thereafter a horseman from His Excellency came to us, who made His highest excuses for the aforementioned detention, and requested us to go with him, with which, however, while expressing our sensitivity about it, we delayed a little, until a second appeared before us with the same compliment, whereupon we undertook the journey and, upon passing the aforementioned post, then saw an officer, who however had not been there during the detention, or at least had not shown himself; finding upon our appearance in the camp the same under arms, and in front of the tent a corporal with six common Europeans posted, who presented arms to us; and although His Excellency, after the audience had been opened with the usual compliments, and he had stated beforehand that he had already expected us the day before, and that he could not conclude much good from that delay, for which we made our excuses as best as possible, and said that we on the contrary hoped that everything would be to his satisfaction, without our bringing up anything of it, indeed expressed his regret over the aforementioned detention, and promised to punish the officer, whom he said he had already ordered to be taken into arrest, in the most rigorous manner for it, whereafter

Dutch transcription

„ 422 van den 23. '. deeser, de Gecommitteerde Leeden Jacob van Tessel en Joan Da¬ niël Simons, bij de Heer Macarroeb Moelk geweest sijnde, om nader over het ontstaan geschil tusschen den souba en D' E. Comp: met betrecking tot de nieuwe gekogte landen etc: te Confereeren, en bij hun terug komst neevens het rapport van het verhandelde en voorgevallene met en bij sijn Excett:, teffens overgegee¬ ven hebbende, een brief door den souba de Heer Mahometh Mlichan aan den Heer Gouverneur onder dato 21.:' deeser maand geschreeven, en met een openslip aan sijn voormde Soon Ma„ darroel Moelk ter verdere voort„ schicking dit heen gesonden; soo leijde welm:de Heer Gouverneur het Trans„ laat daarvan over, aldus luijdende; Rapport gedaan aan den Wel Edelen Gestr: Heer Reijnier Van Vlissingen, Gouverneur en Directeur deeser Custe Cormandel met den Resorte van dien, nee„ vens den Raad te Naga„ patnam, door de Gecom„ mitteerde Leeden uijt de„ selve Jacob van Tessel en Joan Daniel Simons, neevens den Geswooren Clercq en Translateur Cornelis Ebdam, haar tot derselver adsistentie toegevoegd in haare besending aan sijn Excellentie Amiroel Oemra Madarroel Moelk Ha„ phies Machamadoe moene warchan Bahadoer, twee„ de Soon van den Souba van Carnatica Sijn Hoog„ heijd Mahometh Alij„ chan, en overwinnaar van het Vorstendom Tansjoer met sijn Leeger den te 423 Wel Edele Gestrenge Heer, en Heeren. Bij besluijt van gisteren morgen ons weder gedemandeerd sijnde, ten der„ den maale na sijn Excellentie te gaan, om met denselven over de nadere beraam„ de poincten, ons schriftelijk overgegee„ ven te handelen, soo sijn wij heeden ag„ ter middag om half vijf uuren, inge„ voege, als bij de twee voorige Eerbiedige rapporten vermeld staat van hier ver„ trocken, en om streeks 6. 5uuren in de tent van sijn Excellentie aangeko„ men, mitsg:s een quartier daarna ter audientie geadmitteerd, alwaar sig alle de voorige persoonen weder bevonden, excepto Mijnawaschan, dewelke wij dien dag niet gesien hebben; sijnde de Complimenten van weder sijde op deselff¬ de wijse als bevoorens geschied, invoe„ gen wij tans ten eersten tot het doen van verslag van onse verrigtingen sou„ de kunnen overgaan, was het niet te Naoer geposteerd staande dat wij om in alles, soo veel mogelijk is, en onse swacke memorien toelaaten accuraat te sijn, nodig oordeelden, met gunstig verlof van ouwel Edele Gestr: alhier te noteeren; — Dat wij niet teegenstaande aan sijn Excell: door een van onse pions vooraf van onse komst kennisse gegeeven, en deselve met het berigt als dat wij hem aangenaam waaren, aan de sjauderij afgewagt hadde, door de bij de soo ge„ naamde groote man, en nog wel aan deese seijde derselve geposteerde sipaijs teegenge„ houden, en aangesegt sijn, dat 'er nog geen permissie was, om ons te laaten passeeren, sonder na ons gesegde, als dat wij reeds iemand aan sijn Excellentie gesonden, en ook antwoord daarop bekomen hadde te willen luijsteren, want in steede van„ ons daarop den doortogt te vergun„ nen, slooten sijlieden, die eerst en„ keld front stonden, sig aanstonds in drie geleederen hoog, invoege wij re„ solveerden, weder terug te keeren, gelijk wij dan ook deeden, en haar aanseijde, dat wij weder na de stad gin„ gen, mitsg:s de gevolgen daarvan voor dat haar 425 haar reecq: lieten, met bedreijging, dat wij niet nalaaten Souden, over deese haare brutaliteijt aan sijn Excell: te klagen, en daar over een edatante satisfactie te eijsschen, terwijl wij eenige schreeden van haar af sijnde, weeder een pion met de voorsz. bood„ schap aan sijn Excell: afsonden, die sij egter niet wilden laten passeeren, maar ons toen weeten lieten, dat se ordre bekomen hadde, en wij gaan konden; het geen egter niet wel moge„ lijk is, in die korten tijd te kunnen sijn geschied, te minder alsoo wij in„ tusschen niemand bij haar hebben sien komen, die haar eenig bevel daartoe gebragt hebben kan; wes„ halven wij den pion ordonneerden met sijn boodschap voorttegaan, en ons intusschen na de Triwasel te Pape„ nacherij begaven, mitsg:s aldaar verbleeven, tot dat eerst onse afge„ sondene pion en daarna een Ruijter van sijn Excellentie bij ons quam, die over de voormelde aanhouding Hoogst desselvs excuus maakte, en ons versogt met hem meede te gaan, waarmeede wij egter onder het betuij„ gen van onse gevoeligheijd daarover, een weijnig tardeerde, tot dat een tweede met het selfde Compliment bij ons verscheen, wan„ neer wij de reijse ondnaamen en bij het pas„ seeren van de voorsz. post als toen een Offi„ cier zagen, die egter bij de aanhouding 'er niet geweest was, of sig ten minsten niet ver„ toond hadde, vindende bij onse verscheijning in het leeger het selve in de wapenen en voor de tent een Corporaal met ses gemeene Europeesen geposteerd, die het geweir voor ons presenteerden; En ofschoon sijn Excell:, na dat de audientie door de gewoone Com„ plimenten geopend was, en zij vooraf ge„ segd hadde, ons daags bevoorens reeds ver„ wagt te hebben, en dat hij uijt die tar„ clance niet veel goeds opmaaken konde, waar over wij so goed mogelijk ons ex„ cuus maakten, en seijden, dat wij in teegendeel verhoopte; dat alles na sijn genoegen weesen soude, sonder dat wij 'er iets van ophaalden, Sijn Leedweesen over de voorsz. aanhouding wel betuijgde, en beloofde den Officier, die hij zeijde reeds in arrest te hebben laten neemen, daar over ten rigoureusten te sullen straffen, waar ver

NL-HaNA_1.04.02_3373_0444 view scan ↗

English

since everything that was done to his friends (meaning us by that) happened to him in person, and more other sought-after compliments of that nature; so we can nevertheless consider the said delay as nothing other than having occurred on his orders, in order to have time to put the army in formation, to the end of showing the same to us, and thereby, if possible, instilling some fear in us, the same being estimated by us at circa 3000 men, though among them no Europeans except for some English officers, although we were told that they were lying in the tents at the rear. After the aforementioned compliment, with which a good half hour was spent, had ended, we offered His Excellency, upon his demonstrated desire to know what news we had brought for him, the newly purchased lands, under such stipulations as Your Honorable Worship was pleased to prescribe to us in that regard, with a specification of the amount paid for them by the Honorable Company; to wit: For the Province of Kiwaloer, instead of the 360000 pagodas known by the deed of sale: 330000 pagodas. For the Mahanam Triponclij, instead of the known 24000 pagodas: 20000 pagodas. For Naoer and Topotorre: 75000 pagodas. Or together: 425000 pagodas. And showing the reasons why for the first two aforementioned items together 34000 pagodas less was paid than the deeds of sale contained; to wit, that this arose through the cunning of the envoys, and was also caused thereby, that for Kuwaloer, instead of the 310000 pagodas for which that Province had really been bought, as much as 330000, or 20000 too much, had been paid; all of which he noted down in his own hand and also had written down by the Englishman in his language, expressing great satisfaction over that offer without objecting anything against the sums of money, while saying that he attributed the good outcome of this matter to us, since we, being sensible people and at the same time his friends, had presented the same well and had sought to bring him satisfaction and the Honorable Company advantage, whereby his friendship for the Honorable Company and its interests in general, and with regard to our persons in particular, would increase more and more, which we, having answered with a brief counter-compliment fitting thereto, requested His Excellency with very great urgency to give a final answer with respect to the payment of the moneys advanced by the Honorable Company for those lands, and to regulate this on a firm footing, since he had promised more than once to pay all that was advanced for it to the last duit, and this was also the principal point of the negotiation, but instead of replying to this with anything of substance, he tried in a cunning manner to lead us away from that chapter, bringing out to that end a letter written by his father the Subah to the Honorable Worshipful Lord Governor and sent to him with an open slip, the entire content of which he made known to us in a dilatory manner and as if by intervals, containing essentially a credential for him, whereby he was authorized and empowered to settle all matters with the Honorable Company, with the intimation that the commissioners sent to Madraspatnam to the Subah would not be admitted to an audience as long as matters were not brought to a settlement here with him, which letter he then subsequently also handed over to us for delivery, just as we have the high honor to present the same to Your Honorable Worship alongside this; proceeding, after dealing with the same, without giving us time or opportunity to urge further on the essentials or the payment, directly to the article of the redeemed recognition moneys and the same elephants, which he desired, since one was renouncing the lands, one also had to relinquish, as being a matter of one and the same nature, because if this were not done as well, the whole affair would then remain unsettled, and it would be just as if one in

Dutch transcription

425 vermits alles wat sijn vrinden (:meenende ons daar meede :/ aangedaan wierd, hem selfs in persoon geschiedede en meer andere ge sogte Complimenten van dien aart; soo kunnen wij gedagte ophouding egter als niet anders Considereeren, dan op sijn ordre geschied te sijn, om tijd te hebben van het leeger in postuur te kunnen doen stellen, ten eijnde ons het selve te vertoonen, en ons daardoor, des mogelijk, eenige vreese aantejaagen, sijnde het sel„ ve door ons geschat op C. C. 3000. man dog daar onder geen Europeese als eeni„ ge Engelse Officiers, hoe wel men ons gesegt heeft, dat deselve agter aan in de tenten laagen. Na dat het voorsz. Compliment, waar„ meede wel een half cuur doorgebragt wierd, afgeloopen was, booden wij sijn Excell: op desselvs betoonde begeerte om te weeten, wat tijding wij voor hem meede gebragt hadden, de nieuwe gekog„ landen aan, onder sodanige bepaaling, als vuwel Edele Gestr: ons dierwegens hebben gelieven voor te schrijven met specificatie van het daar voor door D' E. Comp: betaalde; te weeten: Voor de Provintie Kiwaloer in steede van de bij de koop-brief bekend staan„ Pr: 360000. –. Pr: 330000. –. Voor de Mahanam Tripon„ clij in steede van de bekend staande 24000. pagooden. . „ 20000. –. Voor Naoer en Topotorre. „ 75000. — Of tesaamen. . P/: 425000. –. en aantooning der reeden, waarom voor de twee eerstgem:e posten te samen 34000. pagooden minder voldaan was, daen de koop„ brieven inhielden, te weeten, dat sulx door de listigheijd der afgesanten ontstaan, en daar door ook veroorsaakt was, dat men voor Kuwaloer in steede van 310'000. pagor den, waarvoor men die Provintie reël gekogt hadde, wel 33'0'000. of 20'000. te veel betaald waren; Cille het welke hij eijgenhandig annoteerde en door den En„ gelsman in sijn taal ook opschrijven liet, betuijgende over dat aanbod sonder iets te„ gens de geld Sommas intebrengen een groot genoegen, onder het seggen, dat hij den goeden uijtslag van deese Saak aan ons toeschreef, dewijl wij als verstandige Lieden en teffens sijne vrinden weesende, de. Voor deselve 1752 . 426 deselve wel voorgedraagen en getragt hadden hem genoegen, en D' E. Comp: voor„ deel toete brengen, waar door sijne vrind„ schap voor D' E. Maatschappij en dersel„ ver belangens in't generaal, en nopens onse persoonen in't bijsonder meer en meer toeneemen soude, het welke wij met een kort Contra- Compliment daarop passende beantwoord hebbende, versogten wij sijn Excellentie met seer veel aandrang, om ten opsigte van de betaaling der door D' E. Comp: voor die landen geschootene gelden, een finaal antwoord te geeven, en sulx op een vasten voet te reguleeren, alsoo hij meer als eens beloofd hadde, al het daar voor uijtgeschootene tot een duijt toe te sullen betaalen, en sulx ook het voornaamste poinct der onder„ handeling was, dog in steede van daar op saakelijk iets te repliceeren, tragte„ de hij ons op een liftige wijse van dat Chapiter af te brengen, ten dien eijnde voor den dag haalende een brief door sijn Vader den Souba aan den wel Edelen Gestrengen Heer Gouverneur geschree„ ven en met een open slip aan hem geson„ den, welkers gansche inhoud hij ons op een dralende wijse en als bij tempos te verstaan gaf, saakelijk een Cre„ dentiaal op hem behelsende, waarbij hij geauthoriseerd en gewettigd werd, alle de saaken met D' E. Comp: afte„ doen, onder te kennen geeving, dat de na Madraspatnam aan den Souba afgesondene Gecommitteerdens, soo lange de saaken alhier met hem tot geen effenheijd gebragt waren, niet ter au„ dientie geadmitteerd soude werden, de„ welke hij ons vervolgens dan ook ter bestelling overgaf, gelijk wij de hooge Eere hebben, deselve neevens deesen ruwel Edele Gestrenge aantebieden; gaande na verhandeling van het selve sonder ons tijd of geleegendheijd te geeven, om op het weesentlijke of de betaaling verder te urgeeren, direct over, tot het articul van de afgekogte recognitie-penningen en dito Eliphanten, die hij begeerde, dat vermits men van de landen renunciatie deed, ook afstaan moest, als een saak van een en deselvde natuur sijnde, vermits sulx meede niet geschiedende, de gansche affaire dan onvereffent blijven, en het even eens weesen soude, als of men een in

NL-HaNA_1.04.02_3373_0446 view scan ↗

English

had entered into no negotiation whatsoever, asking at the same time how much the Honorable Company had paid for the redemption of those servitudes. We thereupon testified—after having first requested that the sentinels might retire, as on the previous evening, which was also done—with very great emphasis that, since His Excellency had mentioned nothing of it in the two preceding conferences, we were consequently not provided with the slightest order in that regard. But we noted that the government as well as ourselves, through this silence of his with respect to this point, had been under the firm impression that His Excellency consented to it on the grounds of the equity of the matter, being convinced that no change could be made therein, nor could that matter brook any further contradiction. This was because this was not a sale or alienation of lands, but only a redemption of servitudes, the like of which the ancestors of the defeated Prince had also ceded for a fixed equivalent without it ever having been disputed by anyone, and this never-contradicted custom therefore constituted a firm law and convincing proof of the competence of the defeated Prince to make such a cession, as well as the sale of the lands—which the Honorable Company had surrendered solely for the sake of the friendship existing between Her Honors and the Souba, and to contribute every possible satisfaction to His Highness—with further other reasons and representations such and in such manner as had been prescribed to debate that point to the commissioners sent to Madraspatnam in Her Honors' instructions, the contents of which are perfectly known to us. And although we lingered very long on this article, and earnestly requested him to leave the same as it was, we could nevertheless gain nothing from him, since he on the contrary expressed his astonishment in an indignant manner that we, who had the qualification to offer him the lands, should not be provided with any charge to treat concerning that affair, which he stubbornly maintained to be of the same nature. In this respect, he made us a very sensitive reproach under veiled terms through the recounting of an historical event concerning the restricted nature of our commission, whereby he intimated not obscurely that he harbored the idea that we indeed had broader qualification than we let on and did not wish to make use of it. This having been refuted by us with a suitable answer to that story, we finally found ourselves compelled to say that we would report to the government on this matter as well as on any further claims that His Excellency might consider still having against the Honorable Company, if he pleased to state them, and would then bring him a formal answer regarding everything, provided that he would then also express himself without the slightest reserve, since according to the contents of the aforementioned letter delivered to us he had full power to settle and regulate directly everything that was related to this matter. This was accompanied by a further demonstration that between parties who are in negotiation something had to be yielded and conceded from the one side as well as the other, as it could not otherwise be called a friendly meeting, but coercion. This he not only seemed to acknowledge with a smile, but in order to draw us all the more into his interests, he also promised in the same manner that he would fully concede and confirm everything that the Honorable Company had possessed and enjoyed at the time of the father of the defeated Prince, named Pretappa Singaje Raasja, in the Principality of Pansjoer, provided that everything done by the defeated Prince during his reign was first restored and brought back to its previous state, and that one could then make a further request to his father with respect to the point of recognition, concerning which he even promised us his assistance and intercession. Having obtained another opportunity through this promise to insist once more on the stance

Dutch transcription

427 in geen de minste onderhandeling ge„ treeden was, met afvrage teffens, hoe veel D' E. Comp: voor den afkoop dier Servituiten betaald hadde: Wij betuijgden daarop (:na al voo„ rens versogt te hebben, dat de schildwag„ ten, gelijk de voorige avond aftreeden mogten, en sulx ook geschied was :/ met seer veel nadruk, dat vermits. sijn Excell: in de twee voorige Conferentien, niets daar van gerept hadde, wij over„ sulx ook met geen de minste ordre dien„ aangaande voorsien, maar dat de regee„ ring soo wel als wij door deese sijne stil swijgendheijd, ten opsigte van dit poinct in een vast denkbeeld geweest waren, dat dewijl dit geen verkoop of veraliëneering van landen, maar al„ leen een afkoop van servituiten was, welkers soortgelijke, de Voorsaaten van den overwonnen Vorst meede voor een vast gesteld equivalent afgestaan hadden, sonder dat het haar manges ooijt door iemand was bedisputeerd geworden, en deese nooijt wedersprookene gewoon„ te oversulx een vaste wet, en Convin„ cant bewijs uijtmaakte van de bevoegt„ heijd van den overwonnen Vorst, tot dies afstand, soo wel, als de verkoop der lan„ den, /: van dewelke D' E. Comp: alleen om de wille der vrindschap tusschen haar Edele en den Souba Subsisteerende, en om sijn Hoogheijd alle mogelijke genoe„ gen te Contribueeren, afstand gedaan hadde :/ met meer andere reedenen en ver„ toogen sodanig en in diervoegen, als de na Madraspatnam gesondene Gecom„ mitteerdens bij haar E:s Instrucie, /:welkers inhoud ons volkomen bekend is :/ voorgeschreeven sijn, dat poinct te debatteeren; sijn Excell: uijt hoofde van de billijkheijd der saake daarinne consenteerde, als overtuijgd sijnde, dat daarinne geen verandering gemaakt konde werden, nog die saak ook geen verdere teegenspraak leed; — En ofschoon wij op dit articul seer lang staan bleeven, en hem ernstig versogten, het selve in sijn geheel te laaten, Soo konden wij egter niets op hem gewinnen, vermits hij in teegendeel op een verontwaardigende wijse sijne ver„ wondering betuijgde, over dat wij quali„ ficatie hebben, om hem de landen aante„ heijd bieden - 428 bieden, met geen last voorsien soude sijn, om over die affaire /: dewelke hij halsterrig staande hield, van deselvde natuur te weesen:/ te handelen, doende ons ten dien opsigte onder bedekte termin door het verhaalen van een histories ge„ val, een seer gevoelig verwijt over de be„ paaldheijd onser Commissie, waardoor hij niet duijster te kennen gaf, dat hij in een denkbeeld verseerde dat wij wel ruijmer qualificatie hadde, dan wij ons uijtlieten, en daar van geen gebruijk maaken wilde, het welk door ons met een gepast antwoord op dat verhaal weder„ legt sijnde, vonden wij ons eijndelijk wel genoodsaakt, te seggen, dat wij van deese saak soo wel, als de verdere pre¬ tentien, die sijn Excell: vermeenen mogt, nog ten laste der E. Comp: te hebben, indien hij deselve geliefde opte„ geeven, aan de Regeering verslag doen, en hem dan nopens alles een formeel antwoord brengen soude, mits dat hij sig dan ook sonder eenige de minste re„ serve uijttede, dewijl hij volgens den in„ houd der voormelde aan ons overgegeeve„ ne brief, volle magt hadde, om direct al„ les aftemaaken en te reguleeren, wat tot deese saak betreckelijk was, onder verdere aantooning, dat omtrend, ot in onderhandeling weesende parthijen, so wel van de een als andere sijde iets toegegee¬ ven, en ingewilligd werden moest, alsoo het anders geen vrindelijke t' samen komst konde, maar dwang genaamt moeste werden, het welk hij niet alleen grim„ leggende scheen te advoueeren, maar om ons te meer in sijne belangens te krijgen, op deselvde wijse ook beloofde, alles wat D' E. Comp: ten tijde van de vader van den overwonnen Vorst in naame Pre¬ tappa Singaje Raasja in't Vorsten„ dom van Pansjoer gehad en genooten hadde, ten vollen te Sullen inwilligen en Confirmeeren, mits dat alles, wat door den overwonnen Vorst, geduurende Sijn Regeering gedaan was, eerst in de voori„ ge staat hersteld en gebragd wierd, mitsg:s men dan ten opsigte van het poinct der re„ cognitie een nader versoek aan sijn vader doen konde, waaromtrend hij ons selvs sijn hulpe en voorspraak beloofde, door welke belofte wij weder geleegendheijd ge„ kreegen hebbende, om nog eens op de stand„ les houding

NL-HaNA_1.04.02_3373_0448 view scan ↗

English

to urge the maintenance of the redemption of that servitude, we further presented to him in that regard that, since he had full power and authority to regulate everything according to his pleasure, he could also readily grant this small request, and one would not need to address the Souba about it again afterwards, because otherwise, contrary to the intention of the authorization granted to him, the matter would not be entirely concluded; yet he flatly refused this, saying that the order to restore everything to its former state was so strict that he was not allowed to deviate from it in the least. Consequently, being obliged to answer his repeated question as to what the Honourable Company had disbursed for the one and the other, we stated that we could not say this exactly, or with any firm certainty, but presumed that 30,000 Portonovo Pagodas had been paid for the tribute elephants, and 65,000 Pardaus for the said monies, namely including therein the three years which the Prince was in arrears. After this, without making any remarks on the stated sums, His Excellency said that if we wished to hear his pretensions or the points that were to be negotiated, he would present them distinctly, which he then did upon our expressed readiness, giving the Brahmin pen and ink to note them down, consisting of: 1: That he would not fail in the least to confirm and uphold all matters, whatsoever they may be called, nothing excepted, both contracts, privileges, ceded servitudes, villages, and whatever else it may be, in the same manner as had been the case in the time of the father of the currently conquered Prince, by the name of Pretappa Singaji Raja. 2: That the Honourable Company, on the other hand, must contribute and, for its part, strictly comply with and deliver everything that had taken place in that time, namely: the tribute monies, elephants, and all other obligations of that nature, whatsoever they may be called. 3: That therefore the lands sold by him or his ministers under the reign of the conquered Prince Tulaja Raja, and the redeemed tribute monies and elephants, as well as the pawned jewels, and whatever else it may be, must be restored and annulled, under the promise that he would pay what had been advanced for them, after the settlement of the accounts thereof. 4: That three or four kinds of bills of sale for various matters had been given to the Prince's former ambassadors, Narsinga Rauw Bosale and Cannagasawea Poele, and that the Prince was said to have declared after the conquest that he did not know whether they had been delivered to the Honourable Company before the fall of Tanjore or not; and that therefore, in view of His Excellency paying the advanced money, all the bills of sale residing under the Government must be returned. 5: That all the marks of honor and whatever else of that nature that had taken place toward Prince Pretappa (whom he on this occasion, in order to demonstrate the Souba's sovereignty, said to have been a tributary of the same) must henceforth also be observed according to custom toward whomever His Highness might assign the governance of the Principality of Tanjore, whether it be one of his sons or someone else. 6: That the military force which had arrived here recently from Colombo and elsewhere must be sent back, and no more should be retained than was required for the garrison, since the Honourable Company did not need all those troops here, peace being already concluded (as he said). 7: That the 5 elephants which were sent by the King of Kandy as a gift to the conquered Prince must also be handed over to him as Conqueror of that realm, under the promise that he would indemnify against all claims on that account. 8: That the mutual deserters must be handed over, just as was the practice between a Souba and the English and French. 9: That that which the former Kings of Trichinopoly and the Theuver Lord had in

Dutch transcription

429 houding der afkoop van dat servituit aan„ te dringen, Leijden wij hem ten dien opsigte nog, dat vermits hij volle magt en autho„ riteijt hadde, om alles na sijn welgevallen te reguleeren, hij deese geringe Jnstantie over„ sulx ook wel inwilligen konde, en men sig daar over naderhand niet weeder bij den souba behoefde te addresseeren, dewijl de saak teegens de intentie van de op hem verleende qualificatie, dan ook niet geheel afgedaan was, dog hij sloeg sulx plat van de hand, onder het seggen, dat de ordre, om alles in de voorige staat te brengen, soo bepaald was, dat hij in't minste daar van niet afwijken mogte, invoege wij op sijn her„ haalde vrage, dat D' E. Comp: voor het een en ander uijtgegeeven hadde, moeten„ de antwoorden, te kennen gaven, dat sulx niet regt, of met geen vaste seekerheijd seggen konde, maar voor onderstelde, dat voor de recognitie Eliphanten 30'000. portonovose pagooden en voor dito pennin„ gen 65000. pardauws betaald waren, te weeten: de drie Jaaren, die den Vorst ten agteren stond, daar onder gereekend. Hierna Zeijde zijn Excell: son„ der over de opgegeevene Sommas eenige 1: Dat hij in't minste niet manqueeren soude, om alle saaken, hoe genaamt, niets uijtgesondert soo wel Contracten, privilegien, afgestaane Servituiten, Dorpen en wat dies meer sij, soodanig te Confirmeeren, en te doen stand houden, als ten tijde van den Vader van den tans overwonnen Vorst in Naame Pretappa Singaji Raasja hadde plaats gehad. 2. Dat D' E. Comp: daar en teegen Contri„ bueeren en van haare Sijde stipt nakoo„ men en opbrengen moest, alles wat in die tijd was geschied, namentlijk: de re„ cognitie-penningen, Eliphanten, en alle andere verpligtingen van die Natuur, hoe genaamt. 3. Dat oversulx de onder de Regeering van den overwonnen Vorst Toelaasja remarques te maaken, dat indien wij sijne pretentien of de poincten, waar over gehandeld werden moest, geliefde aantehoo„ ren, hij deselve dan distinct opgeeven sou„ de, gelijk hij op onse betoonde bereijdvaar digheijd daar toe dan ook deed, geevende de bramine pen en Jnkt, om ze te no„ teeren, bestaande in: remar Caasja 1742 430 Raasja door hem of sijne Ministers verkogte landen en de afgekogte recognitie penningen en Eliphanten, mitsg:s de ver„ pande Juweelen, en alles wat dies meer Sij, wee der gerestitueerd en te niet gedaan moeste werden, onder belofte, dat hij het daar voor uijtgeschootene, na liquidatie der reecq: daar van betaalen soude. —. 4. Dat 'er aan 's Vorstens geweesen Cim„ bassadeurs Narsinga Rauw Bosale en Cannagasawea Poele, drie of vierderleij soort van koop-brieven van het een en ander gegeeven weesen, en den Vorst na de over„ winning verklaard soude hebben, niet te weeten, of deselve voor de overgang van Tansjoer aan D' E. Comp: g'in„ trageerd waren, of niet, en dat men over sulx uijt hoofde sijn Excell: het geschoo„ ten geld betaalde, alle de koop-brieven, die onder de Regeering berustede, te rug geeven moest. — Dat alle de Eerbewijsingen en wat dies meer van die natuur sij, welke omtrend den Vorst Pretappa /:die hij te deeser geleegendheijd om den Soubas Sou„ verainiteijt aantetoonen, seijde, een tri„ butair van denselven geweest te sijn:/ haedde plaats gehad, voortaan omtrend den geene, die sijn Hoogheijd de bestiering van het Verstendom Tansjoer mogte opdra„ gen, het sij een van desselvs soons, of iemand anders, meede na usantie soude moe¬ ten werden geobserveerd. 6. Dat de magt van Militaire, die t see„ dert eenige tijd van Colombo en elders, alhier aangekomen was, weder te rug gesonden, en niet meerder aangehouden soude moeten werden, dan tot de besetting vereijscht wierd, vermits D' E. Comp:, alsoo de vreede /: soo als hij zeijde nu reeds getroffen was;:/ al dat volk alhier niet benodigde. 7. Dat de 5. Eliphanten, die door den Koning van Candlia aan den overwonnen Vorst tot geschenk gesonden waren, hem als Overwinnaar van dat Rijk meede overgegeeven moeste werden, onder be„ lofte, dat hij voor alle aanspraak dierweegens Caveeren Soude. 8. Dat de wedersijdsche Deserteurs over„ geleeverd moeste werden, gelijk sulx tus„ schen een Souba en de Engelsche en Fran„ een plaats heedde. — 9. Dat het geene de voorige Koningen van Tritjenapalij, en den Theuver Heer hadde in— -

NL-HaNA_1.04.02_3373_0450 view scan ↗

English

had belonged in the Mannar and Tuticorin pearl and chank fisheries, had to be surrendered and paid out to him according to custom. 10. That with respect to the monies which he would have to pay to the Honourable Company on account of one thing and another, he would issue orders to all the district governors of the Thanjavur Kingdom, so that each would promptly pay the share assigned to him within a certain time to be limited, which he nevertheless did not name; Ceasing with this, we asked him expressly, before replying to all those claims, whether he had anything else to demand beyond this, demonstrating that if he were later to desire something else or more, we would then again be unable to give a final answer thereto, and the matter would only be delayed, causing much trouble to him as well as to us; and upon his declaring No to this, we requested his permission to reply to his claims in so far as it was feasible for us; and this having been granted by him, we thanked him beforehand, with reference to the first point, for his goodwill toward the Honourable Company, requesting that he would always persist therein, affirming that it would be very agreeable to us if we might have the good fortune to bring everything to an adjustment with his Excellency; And with respect to the second and third articles, which come down to almost one and the same thing, we, as the sold lands had already been ceded, renewed with great earnestness what had previously been negotiated regarding the recognition monies and elephants, and urged it for a very long time, without, however, being able to persuade him to renounce them, notwithstanding that to our question, whether the conquered Prince had not been just as much a lawful King as his father and other ancestors, who had also ceded lands and servitudes without it ever being disputed, he could answer nothing else than that, the same having acted despotically, all his acts had to be annulled, to which we nevertheless presuppose that he might well have agreed, as he began now and then to speak somewhat more affably, had not the deceitful Goelam Alijchan been involved, who, as soon as he wished to express anything favourable, prevented him therein by interrupting his speech and dictating to him what he had to say, although he gave us reason to hope that he would obtain this later from his father and at the same time promised his assistance in that regard. Concerning the second clause of the third article, namely, that he would pay the money after liquidation of the account in that regard, a certain obscurity having appeared to us, which we feared might in time have consequences, as a reservation which he kept for himself seemed to be enclosed therein, in order to begin anew therewith after the granting of all his desires, which also appeared from the attitude of Goelam Celijchan on that occasion; we therefore pointed out to him that the Honourable Company had not the slightest account with the conquered Prince in that regard, but that the deeds of sale and the receipt issued for the receipt of the money, in the manner we had already specified to him, served as proof of payment, asking him therefore what he meant by those words; to which, after some discourse back and forth, not worthy of note, he finally declared himself without the least reservation, that he would pay according to the tenor of the receipt, if we were provided with it. Regarding the fourth point, we assured him that although it might well be that the envoys of the Conquered Prince had had more than one kind of deeds of sale with them for each matter, in order to make use of them according to the circumstances, as we acknowledged appeared clearly from the higher sums stated in those of Kiwaloer and Tripondij than had actually been agreed upon, the Government nevertheless knew of no more than one of each kind, namely, the ones specified, nor had received any more, with an ample demonstration of how the matter actually stood, and such

Dutch transcription

431 in de Manaarse en Tutucorijnse paarl- en Chiancos-visserij hadde gecompeteerd, na gewoonte aan hem afgegeeven en uijtge„ keerd werden moest. — 10. Dat hij ten opsigte van de gelden, die hij wegens het een en ander aan D' E. Comp:e soude moeten betaalen, ordre op alle de Land regenten van het Tansjoerse Rijk verleenen soude, om ieder het hem daar van op te dragene aandeel binnen seekere te limiteerene tijd, die hij egter niet noemte, prompt te voldoen; Hier meede ophoudende vroegen wij hem, al voorens op alle die pretentien iets te ant„ woorden, speciaal af, of hij buijten dien ook nog iets te vorderen hadde, met aantoo„ ning, dat indien hij naderhand weder wat anders off meerder begeerde, wij dan alwee„ der, in't onvermoogen weesen Soude, om daarop finaal te antwoorden, mitsg:s de saak daar door maar getraineerd, en hem so wel, als ons daar door veel moeije„ lijkheijd veroorsaakt wierd, en door hem daarop verklaard sijnde van Neen, ver„ sogten wij hem verlof voor soo verre. het voor ons doenelijk was op sijne pre„ tentien te mogen antwoorden, en sulx door hem ingewilligd weesende, bedankten wij hem vooraf, met betrecking tot het eer„ ste poinct, voor sijne geneegendheijd tot D' E. Comp:, met versoek, daarinne steeds te wil„ len volharden, onder betuijging, dat het ons seer aangenaam weesen Soude, indien wij het geluk hebben mogten, alles met sijn Excell: tot effenheijd te brengen; En ten opsigte van het tweede en derde articul, dat bij na op een en het selfde uijtkomt, hebben wij, als van de ver„ kogte landen reeds afstand gedaan sijnde, het hier vooren ten opsigte van de Recognitie penningen en Eliphanten reeds verhandelde, met seer veel ernst gerenoveerd en seer lange daar op g'urgeerd, sonder hem egter te hebben kunnen persuadeeren, daar van te renuncieeren niet teegenstaande hij op onse vrage, of den overwonnen Vorst niet soo wel een wettig Koning geweest was, als sijn vader andere voorsaaten, die ook landen en Servituiten afgestaan hadde, sonder dat het ooijt bedis„ puteerd was, niets anders antwoorden konde, als dat deselve dispoticq: gehandeld hebbende, alle sijne verrigtingen vernietigd moesten werden, waartoe wij egter voor onderstellen¬ dat hij mogelijk wel getreeden soude sijn, door vermits 135 432 vermits hij nu en dan al wat minsaam begon te spreeken, indien den argulistigen Goelam Alijchan niet in't spel was geweest, die soo dra hij maar iets ten voordeele wilde uijtten, hem daarinne door in sijn reeden te vallen; en hem voor te dicteeren; wat hij seggen moest, prevenieerde, hoewel hij ons reeden tot hoope gegeeven heeft, sulx na der hand van sijn vader te sullen verwer„ ven en teffens sijne hulpe dier wegens be„ loofd. Nopens het tweede lid van het derde articul, te weeten, dat hij het geld na liquidatie der reecq: dierweegens betaalen soude, ons eenige duijsterheijd, die wij vreesden in der tijd van gevolgen te sullen kunnen worden, te vooren gekomen sijnde, alsoo daarinne een reserve, die hij voor sig behield, opgeslooten scheen te leggen, ten eijnde na het inwilligen van alle sijne begeer„ tens daarmeede de novo te beginnen, te vooren gekomen, en uijt de houding van Goelam Celijchan bij die geleegendheijd gebleeken weesende; soo vertoonden wij hem, als dat D' E. Comp:e geen de minste reecq: met den overwonnen Vorst dien„ aangaande hadde, maar de Koop-brieven, en de weegens den ontfangst van het geld verleende quitantie, indiervoegen, als wij hem reeds gespecificeerd hadden, tot bewijs van de betaaling strekte, met af„ vrage dierhalven; wat hij met die woor„ den bedoelde, op het welke hij na eenige over en weeder gevoerde reedenen, geen aanteekening waardig, sig finaal sonder de minste voorbehouding declareerde, na luijd van de quitantie, indien wij daar„ van voorsien waren, te sullen betaalen. Ten belange van het vierde poinct, hebben wij hem betuijgd, dat opschoon het wel weesen konde, dat de afgesanten van den Overwonnen Vorst, meer als een soort van Koop-brieven voor ieder saak bij sig hadde gehad, om haar daar van na de omstandigheijd te bedienen, gelijk wij bekenden uijt de meerdere gestelde sommas in die van Kiwaloer en Tri„ pondij, dan 'er weesentlijk voor geaccor„ deerd was, niet duijster te blijken, de Regeering egter niet meer als van een van ieder soort, te weeten, de opgegeevene wist, nog ook niet meerder gekreegen hadde, met ampele aantooning, hoedanig het daar meede in der daad gesteld en en sulx

NL-HaNA_1.04.02_3373_0452 view scan ↗

English

such had taken place, as also that the originals of those writings had already been sent to Batavia as the main office of India, and thus being the place where such important charters were kept, with several other reasons relating to that subject, offering that, when he should come to pay the money that was paid on the lands, the Government would then, instead of those bills of sale, hand over to him a proper certificate regarding this, with which, after some arguments exchanged back and forth, he was satisfied, and at the same time requested that copies of the bills of sale should also be given to him. Concerning the fifth and eighth articles, these being matters that have always subsisted regarding the rulers of Sansjoer, namely: the customary honors and the extradition of mutual deserters, we answered that we did not doubt that the Government would certainly agree to this. But the sixth and seventh points, namely: the sending away of the military force and the handover of the elephants of the Candian envoys, were kept by us entirely reserved for your Right Honorable's disposal, giving it to be known that, as the Government could not have foreseen that His Excellency would bring up those matters, it had given us not the least orders in that regard, and we would therefore propose the same. And since His Excellency, when proposing the ninth article, first asked us whether the claim regarding the pearl and chanks fishery could also be settled here, or whether he had to address himself concerning this to Ceylon or Batavia, with an added declaration that he was very inclined to dispose of everything at once with us (whom on this occasion and also repeatedly he called his friends) and to place everything on a firm footing: we thereupon answered that, since this was a matter concerning another government, we therefore did not know with what orders and power the Right Honorable Lord Governor might be specifically provided in that regard, and that we therefore could not answer definitively on it either, but would likewise make a proper report of one thing and another. With relation to the tenth article, upon our strong insistence for cash payment and the final rejection of the means proposed by him in that regard, after many discourses conducted back and forth, he finally declared, just as if he were saying this to us in private, that we should only make this known first, but that he would subsequently comply with such arrangements as the Government should make in that regard. Promising, upon our representations made that, according to custom, some money had been advanced to the inhabitants of the newly purchased lands to enable them to sow the same, with the request to cause the same to be recovered, that he, if the promissory notes thereof were handed to him, would arrange for its payment. Just as he, upon our repeated complaint about the molestations committed by his people in the Company's old possessions, also promised us to prevent the same, indicating that this arose because they did not know the borders, but that once these were shown, nothing more of that nature would happen. Whereupon he complained that the corporal by whom the letter from the Right Honorable Lord Governor, accompanying the sepoys mentioned in our respectful report of the 22nd, was brought, and who with some men had escorted those native warriors, had absolutely insisted that he must deliver that missive into His Excellency's own hands, saying that this conflicted with his customs, with the request that this might be provided for in the future, since such matters tended to slight him, and several other reasons not worthy of note; to which it having been answered by us that the same undoubtedly occurred from

Dutch transcription

433 sulx in sijn werk gegaan was, mitsg:s dat de origineelen dier geschriften reeds na Batavia gesonden waren als het hoofd- Comptoir van India, en dus de plaats sijnde, waar diergelijke aange„ leegene Chartres beweeard wierden, met meer andere reedenen, tot dat sujet relatie hebbende, onder aanbieding, dat de Regeering, wanneer hij het geld dat op de landen betaald, was, quam te voldoen, hem dan in steede, dier koop-brie„ ven een behoorlijk Certificaat dierweegens ter hand stellen soude, waar meede hij sig na eenige over en weder gewisselde reede„ nen te vreeden hield, en teffens begeerde, dat hem dan de Copijen der Koop-brieven meede afgegeeven souden werden. Nopens het vijfde en agtste articul aels saaken sijnde, die omtrend de vorsten van Sansjoer altoos hebben, gesubsisteerd, te weeten; de gewoone Eerbewijsingen, en de uijtleevering van de wedersijdse weg loopende persoonen, is door ons ge„ antwoord, dat wij niet twijffelden of de Regeering soude sulx wel accordeeren: Dog het sesde en Seevende poinct naementlijk: de wegsending der Militaire magt, en de overgave der Eliphanten van de Candiase gesanten, is door ons geheel en al aan uwel Edele Gestrenge dispositie gereserveerd gehouden, onder te kennen geeving, dat de Regeering niet hebbende kunnen voorsien, dat sijn Excell: op die saaken komen soude, ons geen de minste beveelen dienaangaande gegeeven hadde, en wij deselve over„ sulx voordragen Screde. — En dewijl sijn Excell: bij het proponeeren van het Negende articul ons eerst vroeg, of de pretentie weegens de paarl en Chiancos visserij alhier ook afgedaan konde werden, dan wel of hij sig daar over na Ceijlon of Bata„ via addresseeren moest, met een bijge„ voegde betuijging, dat zeer inclineer de, om alles ter eener Klaps met ons /: die hij bij deese occagie en ook te meermaalen sijne vrinden noemden: uijt de wereld te helpen, en alles op eenen vasten voet te brengen: soo hebben wij daarop geantwoord, dat ver„ mits sulx een saak was, een ander Gouvernement betreffende; wij dierhal„ ven niet wisten, met welke ordre den magt Wel 434 Wel Edelen Gestrengen Heer Gou„ verneur daar omtrend in't bijsonder voor„ sien konde sijn, en dat wij over sulx daarop ook niet finaal antwoorden konden, maar van het een en ander meede behoorlijk verslag doen Serede. Met relatie tot het thiende articul, heeft hij op onse sterke aan„ drang, om de Contante betaaling ende finaale van de handwijsing van het door hem ten dien opsigte voorgesteld. middel, na veele over en weder gevoer¬ de discoursen eijndelijk, even als of hij sulx teegens ons in't particulier zeijde, sig gedeclareerd, dat wij sulx maar eerst te kennen geeven moesten, dog dat hij naderhand aan soodanige schickingen, als de Regee„ ring dierweegens quam te maaken, voldoen soude. Beloovende op onse gedaane vertoo„ gen, als dat w aan de Jnwoonders der nieuw gekogte landen na den gebruijke eenig geld vooruijt verstrekt was, om haar tot de besaaijing derselve in staat te stellen, met versoek, om het selve te rug te doen er„ langen, dat hij, indien men hem de obligaties daarvan ter hand stelde, dies betaaling besorgen Soude. Gelijk hij op onse andermalige klag„ te over de molesten, die door sijn volk in 'sComp:s oude besittingen. gepleegd wierden, ons meede toegesegt heeft, deselve te sullen beletten, onder te kennen geëving, dat het selve daardoor ontstond, dat ze de limiten niet wisten, maar dat deselve aan„ getoond weesende, 'er niets meerder van die natuur gebeuren soude. — Waarna hij doleerde, over dat den Corporaal, door wien de brief van den Wel Edelen Gestr: Heer Gouverneur, ten geleijde van de sipaijs, bij ons Eerbie„ dig rapport, van den 22. ' vermeld, gebragt, en met eenige manschaeppen die Jnlandsche krijgers g'excorteerd waren, absolut be„ geerd hadde, dat hij die missive eijgen„ handig aan sijn Excell: overgeeven moest, seggende, sulx tegens sijne gewoontens te strijden, met versoek, dat daarinne voor het vervolg voorsien werden mogt, dewijl diergelijke saaken hem tot een kleenag„ ting strekten, en meer andere reedenen, geen annotatie waardig; Op het welke door ons geantwoord sijnde, dat het selve daarvan Seeker -

NL-HaNA_1.04.02_3373_0454 view scan ↗

English

certainly caused by the ignorance of that man, and would not have happened intentionally, and moreover, that such things could not be held against such people, but that care would nevertheless be taken henceforth that it should not happen again, he appeared to be satisfied therewith, and said that, in order to furnish the Government with all possible tokens of his friendship and to give the same satisfaction in all respects from his side, he had placed the aforementioned sepoys in the hands of the Court-Martial to investigate the matter and punish them according to its merits. Wherewith His Excellency, after having requested that we ourselves should bring him an answer the next day, broke off the negotiation and requested us, since he found himself in a position to entertain us after the manner of our Nation, that we would do him the honor of having supper in his tent with some English Gentlemen; and although we attempted to decline this as many as three times under the pretext that time did not permit it, as it was then already past eleven o'clock, we could nevertheless not excuse ourselves from it, because we perceived that this would have displeased him greatly and might have been detrimental to the further negotiations; wherefore, having taken leave of him in the customary manner and having been presented with rose oil and betel, we were guided to the tent by the Englishman, Goelamalij Chan, and Sadiechan, and were outwardly received very kindly by the English Gentlemen present there, departing from there at around two o'clock, and being conducted to our palanquins by all the English officers, among whom we discovered during conversation that the son of the Lord Governor at Madraspatnam was present; but as for the Brigadier General of the English Company, Joseph Smith, who was also present at Nader, we do not know whether he was in company with us or not, since he is personally known to none of us, and we were also unable to discover it from the conversations that took place, although we nevertheless respectfully believe that, as proof that there are officers of the English Company among the troops of the Subah, the statement of a certain officer upon the question of the second signatory as to whether he was in the service of the English Company or in that of the Nawab is sufficient, namely, that he served them both as a lieutenant. While, after having requested a favorable approbation of our proceedings, we do ourselves the honor to be with deep respect, Right Honorable, Fierce Lord, and Gentlemen, Your Right Honorable Fiercenesses' humble and obedient servants, signed J:b Van Pessel, I: D: Simons, and C:s Obdamgh. In the margin: Nagapatnam, the 24th of October 1773. Translation of a Persian letter written to the Right Honorable, Fierce Lord Reijnier van Vlissingen, Governor and Director of this Coast of Coromandel with its dependencies, by His Highness the Carnatic Subah Mahometh Alijchan, dated the 4th of the month of Shaban, that is the 21st of October 1773. I have already written to Your Right Honorable Fierceness in a previous letter that I had sent my son Madarroel Moelk with full powers to settle all matters regarding the disputes that have arisen between us concerning the lands formerly belonging to the now conquered Prince of Sansjoer, namely: Necoer and several other places; and therefore I now request Your Right Honorable Fierceness to send envoys to him in order to settle these matters, which he will also do according to equity, for I have at the same time also qualified him to determine terms for the payment of the remaining money that Your Right Honorable Fierceness is to receive from that Prince. The friendship between Your Right Honorable Fierceness and me is so great that I do not doubt in the least that Your Right Honorable Fierceness will, for the sake of it, readily return the aforementioned Lands; but should any disputes arise in this respect, I have further ordered him to take possession of the said places, in whatever manner it may be, and therefore I request Your Right Honorable Fierceness with a good heart to give orders that the troops stationed there and the flags planted by Your Right Honorable Fierceness be removed, whereby Your Right Honorable Fierceness shall enjoy my friendship, and I shall wish for that of the same. After he, namely Madarvoel Moelk, shall have settled all these matters with Your Right Honorable Fierceness, I shall receive the congratulations from Your Right Honorable Fierceness, and give satisfaction to the envoys sent to Madraspatnam; but before and until all this is decided, I have no inclination to meet them. What more shall I write. Subscribed: For the translation according to the interpretation of the Brahmin Wengeta Souberaijer Aijen from the Malabar language, to whom it was made understood from the Persian by the Persian writer Sijboedien. Nagapatnam, the 26th of October 1773. Was signed: C:s Obdam G: Translator.

Dutch transcription

435 seekerlijk door onkundigheijd van die man veroorsaakt, en met geen opset geschied soude weesen, mitsg:s sulx dier ge„ lijke menschen niet qualijk genomen Konde, dog voortaan egter sorge gedragen soude werden, dat het niet meer geschiedede„ scheen hij daarmeede vergenoegd te weesen, en seijde, dat hij om de Regeering alle mogelijke blijken van sijn vrindschap te suppediteeren, en deselve van Sijne zijde in allen opsigte satisfactie te gee„ ven, de voormelde sipaijs hadde gesteld in handen van den Krijgsraad., om de saak te ondersoeken, en haar na exegentie der„ selve te straffen. — Waar meede sijn Excell: na be„ geerd te hebben, dat wij hem 's anderen daags selvs antwoord brengen Soude, de onderhandeling afbrak en ons ver„ sogt, dewijl hij sig in staat bevond, ons op de wijse onser Natie te ont„ haalen, dat wij hem de Eere geliefde aantedoen, om in sijn tent met eenige Engelsche Heeren het avondmaal te ver„ houden, en of schoon wij sulx onder voor wendsel, dat de tijd het selve niet toeliet, als weesende toen reeds over Elf uuren tot drie verscheijde reijse tragtede te refuseeren; soo hebben wij ons egter daar van niet kunnen ontdoen, vermits wij bespeurde, dat sulx hem seer verstoord en somtijds nadeel aan de verdere onderhandeling gedaan hebben soude, wes„ halven wij na gewoonte afscheijd van hem genomen hebbende, en met roosen olij en betel beschonken sijnde, door den Engelsman, Goelamalij Chan en Sadiechan na de tent geleijd, en door de aldaar sijnde Engel„ se Heeren voor het uijtterlijke seer vrindelijk gerecipieerd wierden, sijnde omstreeks twee uuren van daar vertroc„ ken, en door alle de Engelse Officiers tot onse palenquins geconduiseerd, onder dewelke wij onder het discoureeren ontdeckt hebben, dat den Soon van den Heer Gouverneur te Madras„ patnam sig bevind, dog den Briga„ dier Generaal van de Engelse Compe: Joseph Smith, die meede op Nader present was, weeten wij niet, of bij ons in gesellschap geweest is, of niet, vermits hij niemand van ons, personneel be„ kend is, en wij sulx uijt de voorgeval„ lene reedenen ook niet hebben kunnen Elf ont„ 436 ontdecken, hoewel wij egter in Eer„ bied vermeenen, dat tot bewijs, dat 'er Officieren van de Engelsche Comp:s on„ der des Soubas troupen sijn, voldoen„ de is, het gesegde van seeker officier, of de vraag van de tweeden teekenaar, of hij in dienst van de Engelsche Comp: of in die van den Nabab was, na„ mentlijk, dat hij se beijde als luijte„ nant diende. Terwijl wij na een gunstige approbatie op onse verrigtingen versogt te hebben, ons de Eere geeven met diep respect te sijn /:onderstond:/ Wel Edele Gestrenge Heer, en Heeren, uwel Edele Gestr: Onderdanige en gehoorsame Dienaaren /:geteekend:/ J:b Van Pessel, I: D: Simons en C:s Obdamgh: /:in margine:/ Nagapat„ nam den 24 ' October 1773. Translaat eener Persiaan„ se brief, geschreeven aan den wel Edelen Gestrengen Heer Reijnier van Vlis¬ singen; Gouverneur en Ik heb ouwel Edele Gestrenge bij een voorige brief reeds geschreeven, dat ik mijn Soon Madarroel Moelk met volle magt gesonden hadde, om alle saaken ten opsigte van de tus„ schen ons ontstaane verschillen, omtrend de aan de thans overwon„ nen Vorst van Sansjoer gecompe„ teerd hebbende landen, te weeten: Necoer en meer andere plaatsen; En dierhalven versoeke ik cuwel Edele Gestr: tans om geseenten aan hem te senden, ten eijnde, die saaken af te maaken, dat hij ook na billijk heijd doen sal, want ik heb hem Waar voor afgaande Complimenten Directeur deeser Custe Corman„ del, met den resorte van dien, door sijn Hoogheijd den Carnaticaschen Souba Mahometh Alijchan gedateerd den 4'. van de maand. Sjabaan, dat is den 21. ' October 1773. directeur teffens 437 teffens ook gequalificeerd, om nopens het restant geld, dat 5 uwel Edele Gestr: van dien Vorst hebben moet, ter„ mijnen tot dies betaaling te bepaalen. De Vrindschap tusschen 5. uwel Edele Gestrenge en mij is soo groot, dat ik geensints twijffele, of cuwel Edele Gestr: sal om de wille van dien, de voormelde Landen wel te rug geeven, dog So 'er ten deesen opsigte eenige verschillen ontstaan mogte, heb ik hem alverder gelast, om gedagte plaat„ sen, op wat wijse het ook sij, na sig te neemen, en dierhalven versoeke ik uwel Edele Gestr: met een goed hart, ordre te stellen, dat de door uwel Edele Gestrenge aldaar geplaat„ ste manschappen en geplante vlag„ gen weggenomen werden, waardoor uwel Edele Gestr: mijn vrindschap genieten en ik na die van hoogst„ denselven wenschen sal. — Na dat hij /: te weeten, Madar„ voel Moelk :/ alle deese Saaken van uwel Edele Gestr: sal hebben afge„ maakt, sal ik de felicitatie van we„ gen uwel Edele Gestr: ontfangen, En dewijl den Souba daarbij betuijgd, dat hij de afgesondene Gecommitteerdens niet admittee„ ren Soude, voor en al eer de verschillen tus„ schen hem en d' E. Comp: ten opsigte sijner geformeerde pretentie op haar Edele met sijn voormelde Soon, die hij daartoe vol„ le magt gegeeven, en dit heen gesonden hadde, afgemaakt soude weesen: Soo is Goedgevonden en verstaan, daar van niet alleen, maar ook dat men tans reeds wer„ en de na Madraspatnam gesondene Gecommitteerdens genoegen toebrengen, dog voor en al eer dit alles gedecideerd is, heb ik geen geneegendheijd, om haar te ontmoeten. Wat sal ik meer schrijven /:onder„ stond:/ Voor de Oversetting volgens vertaaling van den bramine Wengeta Souberaijer Aijen uijt het Mallabaars, die het uijt het persiaans te verstaan gegeeven is door den Persiaans schrijver Sijboedien. Nagapatnam den 26. October 1773. /:was Geteekend:/ C:s Obdam G: Transl:t en kelijk

NL-HaNA_1.04.02_3373_0457 view scan ↗

English

is currently in negotiations with him, without it yet being possible to know or foresee what the outcome thereof will be, to notify the aforementioned Commissioners, and because it is certain and sure that their departure for and arrival at Madras will be of little use and will by no means answer the purpose of their mission, to order them, if they have not yet departed upon receipt of the letter to be sent, to suspend the journey for now, or until further orders from this Government, and to deliver the Protest against the English Ministry at Madras sent to them under a brief covering letter to the same; but in case they should already be on their way or at Madras before the receipt of this order, then to manage the meeting with the Subah in such a manner that no affront or any disrespect in one way or another is done to them, in suffering refusal or otherwise, and to that end, for the avoidance thereof, they should pretend that they still had to await the further orders of this government in that regard; but the order regarding the delivery of the protest is, in that case, understood to be executed immediately in due form, and thereupon to retire from there for a time, should they deem such necessary. The Governor further submitted an English letter written by Brigadier Smith, dated in the Camp close to Naoer, the 25th current, to His Honour, both in answer to the letter dispatched to him under date of the 22nd of this month, mentioned in the resolution of that day, by which he was notified of the arrival of an English deserter here, and a request for the sending of the witnesses against the three sepoys of the army, who were apprehended for the violence committed in the villages of the Honourable Company, and sent to the Young Nabob to obtain punishment; of which the translation was understood to be inserted herein. To the Right Honourable Sir, Reijnier Van Vlissingen, President and Governor At Nagapatnam. Right Honourable Sir! I have been honoured with Your Honour's letter, which informs me that one of my Europeans had strayed from the road and come under your district, and that this man, being sick, had been sent to your Hospital until the time of his recovery. I am very much obliged to Your Honour, Sir, for the attention shown to that soldier, although he has deserved a severe punishment for his indiscretion. The Nabob's son has made known to me the contents of a Persian letter from Your Honour, relating to the bad conduct of three sepoys, who, contrary to positive orders, had come into some of your villages, and not only molested the inhabitants thereof, but also committed various acts of violence, contrary to good order and military discipline. As these men are under arrest in order to be interrogated, it is necessary that witnesses should appear against them; therefore I request Your Honour, Sir, that it may please you to give orders that some of the people of the village where the sepoys were apprehended come into the Camp to prosecute them. I am, Right Honourable Sir! Your Honour's Very Obedient Servant, signed Joseph Smith. In the margin: Camp close to Naoer, the 25th October 1773. After this, having deliberated upon the aforementioned Report of the Commissioners, it was in the first place resolved and agreed regarding the payment of the purchase money of the lands offered back, to reject the offer or proposal that orders would be granted to all the regents of the Tanjore Kingdom to pay, each of them, the share to be assigned to him within certain terms to be determined, which, however, had neither been named nor limited by him, as not being secure enough to cause the Honourable Company to obtain its money, but on the contrary to have it proposed to him that this payment should take place within the space of six months, or at the most, one year; for which it was agreed to authorize the aforementioned Commissioners, after they shall first have made every effort to fix it at the first-mentioned time of six months; likewise, that this payment should take place in new Nagapatnam Pagodas, through the sowcar Dewe Boekenies Casiedaas and associates, or their factors, who should then bind themselves by a bond for this to the Company, against which he could advance nothing, nor raise any difficulties in that regard, because it is a very well-known matter, and there are examples enough at hand, that all contracts where money must be paid always took place through such bankers, and was practiced by the Subah himself, and in the latest peace made in the year 1771 with the now conquered Prince of Tanjore, was done and performed in the same manner for the greatest part regarding the money payment contracted therein; and

Dutch transcription

438 kelijk met hem in onderhandeling is, sonder dat men egter weeten nog voorsien konde, van wat uijtslag deselve nog weesen sal, de voorsz: Gecommitteerdens kennisse te geeven, en haar uijt hoofde het seeker en vast is, dat hun vertrek na= en komste te Madras, van weijnig nut, en geensints beantwoorden sal, aan het oogmerk hunner besending, te gelasten, soo op den ontfang van de af„ te sendene brief nog niet vertrocken mogte weesen, de reijse voor eerst, of tot nader ordre deeser Regeering maar te staaken, en het haar toegesondene Protest, tegens het Engels Ministerium te Madras, onder een klijn geleijde lettertje aan het selve te doen toekomen; Dog ingevalle zij voor de re„ ceptie deeser ordre reeds op weg of te Ma„ dras mogte sijn, alsdan de ontmoeting van den Souba soodanig te dirigeeren, dat haar geen affront of eenig kleenagting in het een of ander werde toegebragt, in het lijden van refuus als andersints, en ten dien eijnde tot vermijding derselve, voorgeeven moesten, dat daar omtrend nog de nadere beveelen deeser regeering moesten afwagten; dog de ordre omtrend de overgave van het protest„ is in dat geval verstaan, ten eersten in behoorlijke forma ter executie te brengen, en sig van daar voorts voor een tijd te reti„ reeren, soo zij sulx noodsaakelijk oor„ deelen mogten. — Nog leijde den Heer Gouverneur over een Engelsch brief door den Brigadier Smits, gedagteekend in het Camp. digt bij Naoer, den 25. ' Ceurant aan sijn Edele geschreeven, soo in antwoord van de aan hem onder dato 22. ' deeser maand, ter resolutie van dien dag vermeld, afgevair„ digde brief, waarbij hem kennisse gegee¬ ven is, van de aankomst eener Engelsch deserteur alhier, als versoek ter sending van de getuijgen, tegens de drie sipaijs van van het 439 het leeger, welke over het gepleegd geweld in de dorpen der E. Comp: opggevat, en aan den Jongen Nabab ter erlanging van strae„ fe toegesonden sijn; waar van het Trans„ laat verstaan wierd in deesen te infereeren. Aan den Wel Edelen Heer, Reijnier Van Vlissingen, President en Gouverneur He:r Te Nagapatnam. Wel Edelen Heer! Ik ben met uwel Edele brief vereerd ge„ weest, dewelke mij informeerd, dat een mijner Europeesen van de weg afgedwaalt, en onder cuw district gekomen was, en dat dien man ziek sijnde naar uw Hospitaal was gesonden tot de tijd sijner weder herstellinge. — Ik ben uwel Edele seer verpligt Mijn Heer voor de attentie aan dien sol„ daat beweesen, schoon hij een strenge straf voor sijn indiscretie verdiend heeft. Den Nababs zoon heeft mij den inhoud van eene Persiaanse brief van uwel Edele bekend gemaakt, relatie heb„ bende tot het slegt gedrag van drie si„ paijs, dewelke Contrarie tegens de positi„ ve ordres, in eenige ouwer dorpen gekomen waren, en niet alleen de Inwoon¬ ders derselve gemolesteerd, maar meede diverse geweldenarijen gepleegd hadden, strijdende tegens de goede ordre en Mili„ taire discipline. Alsoo deese menschen in arrest sijn, ten eijnde verhoord te worden, soo is, het nood„ saakelijk, dat 'er getuijgen tegens haar ten voorschijn komen, daarom versoek ik ouwel Edele, Mijn Heer, dat het denselven behage ordres te geeven, dat eenige van het volk van het dorp, daar de sipaijs opgevat sijn, in het Camp komen, om haar te profequeeren. Ik ben /:Onderstond:/ Wel Edelen Heer! uwel Edele Seer Gehoorsame Dienaar. /:geteekend:/ Ioseph Smith /:in margine:/ Camp digt bij Naoer den 25. ' October 1773. — A Hijn Hier 440 Hierna gedelibereerd weesende, over het voorsz. Rapport der Gecommitteerdens, soo wierd in de eerste plaatse omtrend de betaling van de koop-penningen der terug aangeboodene Landen, Goedgevonden en Verstaan, de aanbieding of propositie, dat op alle de regen„ ten van het Tansjoerse Rijk ordre ver„ leend seude werden, om ieder het hem aan„ te beveelene aandeel binnen zeekere te be„ palene termijnen, dog die door hem egter niet genoemd, nog gelimiteerd waren gewor„ den, te betaalen, van de hand te wijsen, als niet Secuur genoeg sijnde, om D' E. Comp: aan haar geld te doen geraaken, maar daar en tegen hem te laaten voorstellen, dat die betaaling soude moeten geschieden binnen den tijd van ses maanden, of op sijn hoogst genomen, een Jaar; Waartoe verstaan wierd, de voorsz. Gecommitteerdens te qua„ lificeeren, na dat sij eerst alle pogingen aan„ gewend sullen hebben, om het op eerst gemelde tijd van ses maanden te bepaalen; soo meede, dat die betaaling soude moeten geschieden in nieuwe Nagapatnamse Pa„ gooden, door wegen van den Saukaar Dewe Boekenies Casiedaas C. S. , of derselver factoors, die dan bij een ob„ ligatie sig daar voor aan de Comp:e soude moeten verbinden, waar teegens hij niets in„ brengen, nog eenige difficulteijten dien„ aangaande maaken konde, om dat het een seer bekende zaak is, en 'er exempelen genoeg voor handen sijn, dat alle Contrac„ tatien, daar geld bij betaald moeten werden, altoos door wegen van diergelij„ ke bankiers geschiedede, en door den Souba Selve gepractiseerd werd, en bij de Jongste of in anno 1771. met den tans overwonnene Vorst van Tansjoer gemaak„ te vreede, inselver voegen omtrend de daar„ bij gecontracteerde geld betaaling, voor het grootste gedeelte geschied en gedaan is; tijd en

NL-HaNA_1.04.02_3373_0460 view scan ↗

English

as soon as that bond should be approved and accepted by the Governor and Council, a certificate signed by the Governor and Council would also be granted, in proof that the Honorable Company cedes to the Souba the aforesaid lands purchased by Her Excellency from the dethroned Prince of Tansjoer; and that further, in the same manner, the moneys advanced to the head and other moradores of those newly purchased, but now ceded lands, according to custom for the sowing of the same, should be refunded, up to an amount of 15. to 16000. paerd:s on the province of Kiwaloer and 1000. on the lands of Tripondi, according to the bonds thereof, which it was agreed the Commissioners should also be given to show to his Excellency. With regard to the jewels, it was agreed to announce to his Excellency that the same will also be surrendered as soon as a fixed determination is made regarding the payment of the purchase money, and the Honorable Company should be fully secured in that respect, just as those jewels, sealed in chests, sent from sansjoer, have been pawned to the Honorable Company as well as to private individuals, according to the lists of the valuation thereof to be found therein. With respect to the aforementioned Prince of Tansjoer having allegedly given three or four kinds of bills of sale for various things to his emissaries or ambassadors Narsinga Rauw Bosaele and Cannagasawea Poele, it was agreed to confirm and abide by what was answered or refuted regarding this by the Commissioners. Concerning the recognition monies and elephants, it was resolved to have the redemption thereof urged with all seriousness and emphasis, and to insist upon it for as long as is ever possible, in order to move and persuade him to respect and confirm that redemption; but should it be perceived that this will not succeed, it was agreed to announce to him that this will also be waived if he would also pay the money given for it. Furthermore, his desire for the surrender of the four elephants which the so-called Candian envoys had left here was regarded as very absurd and unfounded; which, accordingly, it was agreed to have shown to him in detail, as well as his unreasonableness in claiming anything from the Honorable Company that was beyond Her Excellency's power to give away or hand over, to which she had not the slightest title of ownership; aside from and besides the fact that those animals, as was said or claimed, were indeed brought as a gift to the defeated Prince of Tansjoer, yet they had not been offered and presented to him, as that embassy had made no progress, and it was thus still to be investigated regarding the legitimacy or illegitimacy of that mission, since the emissaries, having arrived here with them, had not, so far as was known or had come to the notice of this Government, done the least work or made any effort to carry out the intent of their mission, but on the contrary, since the month of May of this year, when they had come here from Jaffanapatnam, had sat idle, and had successively sold and consumed their gift goods, brought with them, for their own subsistence; but if all these and other reasons and representations, to be brought forward according to the circumstances of the matter and in the discourses to occur during the conference to be held, should not avail, and he should persist in his obstinacy and remain just as stubbornly inclined, it was, since one is after all in the regrettable circumstance of having to comply with practically all his unreasonable desires in order not to bring the Company's trade and affairs into further regrettable complications, and one is thus forced to lean toward leniency as much as possible, approved and agreed to offer him the surrender of the same as well, should the Commissioners notice that the refusal to cede them would cause the settlement of the remaining matters to fail, but on the condition that he must provide a receipt for the delivery thereof and indemnify the Honorable Company from all claims in that regard; that it was furthermore believed that by granting all that he has desired, the matters had been managed in the most friendly and advantageous manner for the Souba, wherefore it was not doubted that the Souba would, for his part, also out of friendship, upon which he continued so strongly to insist and take as a basis to settle and regulate everything in a friendly manner, contribute everything that could serve to the advantage of the Honorable Company, and accordingly also confirm in proper form all the prerogatives granted to the Honorable Company by the successive ruling Princes of Tansjoer; and that further, when he should...

Dutch transcription

441 soo dra die obligatie bij den en dat wijders „geapprobeerd en geaccepteerd zoude weesen, dan ook een Certificaat Door, den Gouverneur den Raad Gouverneur en Raad „ onderteekend, ver„ leend soude werden, ten bewijse, dat D' E. Comp: aan den Souba afstand doet van de voorsz. door Haar Edele van den gedetroneerden Vorst van Tansjoer ge„ kogte Landen, dat voorts in selver voegen gerestitueerd soude moeten werden, de gelden aan de hoofd en andere mora„ dores dier nieuw gekogte, dog tans ge„ cedeerd werdende landen, na den gebruij„ ke ter besaaijing derselve vooruijt ver„ strekt, tot een montant van 15. â 16000. paerd:s op de provintie van Kiwaloer en 1000. op de landen van Tripondi volgens daar van sijnde obligatien, die verstaan wierden de Gecommitteerdens meede te geeven, om aan sijn Excellentie vertoond te kunnen werden. — Ten opsigte van de Juweelen is verstaan sijn Excell: aantekundigen, dat deselve meede overgegeeven sullen werden, soo dra omtrend de betaaling van de Koop-penningen een vaste bepaa„ ling gemaakt, en D' E. Comp: daar„ omtrend ten vollen gesegureerd soude weesen, soodanig als die kleijnodien in kisten verseegeld, van sansjoer gesonden, onder D' E. Comp: soo wel, als de particu„ lieren verpand geweest sijn, volgens de lijsten van de taxatie derselve daarin te vinden Met betrecking, dat den voormelden Tansjoersen Vorst aan Sijne Sendelingen of Ambassadeurs Narsinga Rauw Bo„ saele, en Cannagasawea Poele drie of vierderleij Soort van Koop-brieven van het een en ander gegeeven soude weesen, is verstaan sig te Confirmeeren met het geantwoorde of wederlegde dienaan„ gaande door de Gecommitteerdens. Omtrend de Recognitie-penningen dat en 66 442 en Eliphanten wierd beslooten, op de ge„ daane afkoop derselve, met alle ernst en nadruk te laaten urgeeren en 'er soo lang op te staan, als maar immers mogelijk is, ten eijnde hem tot het respecteeren en be„ vestigen van dien afkoop te beweegen en over te haalen, dog bespeurd werdende, daar¬ in niet te sullen reuseeren, is verstaan, hem aantekundigen, dat men daarvan meede afstand doen sal, indien hij het daar voor gegeeven geld meede betaalen wilde. Wijders wierd sijne begeerte ter overgave van de vier stux Eliphanten, die de soo genaamde Candiasche gesan„ ten hier gelaaten hadden, voor seer ab„ surd en ongefundeerd aangemerkt, het gee„ ne dan ook verstaan wierd, denselven in het breede te laaten vertoonen, als mee„ de sijne onreedelijkheijd, om van D'E E. Comp: iets te pretendeeren, dat buijten Haar Edele magt was, om weg= of over„ te geeven, het geene, waaraan deselve geen de minste eijgendom hadde; Buijten en behalven dat die animalen soo ge„ segd wierd, of voorgegeeven was geworden, wel gebragt waren tot geschenk aan den overwonnen Tansjoersen Vorst, dog desel„ ve egter aan hem nog niet aangebooden, en geoffereerd waren, alsoo die ambassade geen voortgang gehad hadde, en het dus wijders nog te ondersoeken was, na de wettig- of onwettigheijd van die besending, nadien de sendelingen daar meede alhier gearriveerd sijnde, geen het minste werk voor soo verre men wist, 'er ter kennisse deeser Regeering gekomen was, gemaakt, en in het werk gesteld hadde, om de in„ tentie hunner besending te volvoeren, maar in teegendeel t' seedert de maand Meij deeses Jaars, wanneer ze hier van Jaffanapatnam gekomen waren, stil ge„ seeten, en successive hun meede gebragte geschenk 443 Geschenk goederen, tot derselver sub„ sistentie verkogt en verteerd hadden; dog soo alle die en meer andere na de ge¬ leegendheijd der saake, en dierwegens bij de te houdene Conferentie voor te valle„ ne discoursen bij te brengene reedenen en vertoogen niet helpen wilden, en densel„ ven bij sijn halsterrigheijd mogte blij„ ven staan, en even hartneckig begeeven, soo is, dewijl men tog in het verdrietig geval is, om genoegsaam in alle sijne onreedelijke begeertens te wille te moeten weesen, ten eijnde 'sComp:s handel en saa„ ken in geen verder verdrietiger omstan„ digheeden te brengen, en men dus genood„ saakt is, soo veel mogelijk tot de sagt„ heijd te overhellen, goedgevonden en ver„ staan, de overgave derselve almeede aan denselven aantebieden, indien de Gecommitteer„ dens bemerken mogte, dat het niet afstaan derselve de afdoening der overige saaken, Dat men wijders vermeende door het in„ willigen van alle het geene hij begeerd heeft de saaken op de vrindelijkste en voordeelig„ ste wijse voor den Souba betragt hadde, dierhalven niet getwijffeld wierde, of den Souba. Soude van sijn kant meede uijt hoofde de vrindschap, waarop hij soo sterk bleef aandringen, en tot den basis neem; om alles in het vrindelijke bijte leg„ gen en reguleeren, alles Contribueeren; wat tot voordeel van D' E. Comp: strec„ ken konde, en dienvolgens meede in de behoorlijke forma bevestigen alle de pre„ rogativen door de successive geregeerd hebben„ de Tansjoerse Vorsten, aan D' E. Comp: verleend; en dat voorts, wanneer hij alles op in het riet soude komen te lopen, dog onder die mits, dat hij van dies ontfangst een quitantie sal moeten verleenen; en D' E. Comp: van alle aanspraak dien aangaande pre„ caveeren. in een

NL-HaNA_1.04.02_3373_0463 view scan ↗

English

indemnified, arranged on a good footing, and the Honorable Company restored, as well as had confirmed, as of old, the parwannas and Cauls of the Honorable Company in the Tansjoer Empire, and their Honors were left in that same liberty as before, then also from the side of the Honorable Company all honors that were observed regarding the Tansjoer Princes would be rendered to him; likewise that they were also not disinclined to mutually agree regarding the extradition of each other's deserters etc., but it was deemed proper to request further explanation from him whether this would take place only with respect to the Europeans who were in his service, or would also be extended to the native warriors; but concerning his pretended demand for the return not only of the troops that arrived here from Colombo and elsewhere, but also that no more men should be stationed here than was necessary for the garrisoning of this place, it was resolved to leave the same unanswered as being very unjust and ridiculous, since neither to him nor to anyone else, whosoever it might be, did one need to give an account of the actions of the Honorable Company in that regard. And lastly, with respect to his pretension concerning the Manaar and Tutucorijn pearl and Chiankos fisheries, it was resolved to let him be notified that this could also be settled if His Excellency would embrace the proposal made by His High Nobility the Lord Governor General at Batavia to the Lord Souba by letter of 26 July 1771, with further demonstration that the reasons cited by His said High Nobility were the causes that the Dutch Company could not grant the unprecedented pretensions that His Highness makes to the fisheries along the Madura and Aripo shores, but nevertheless, in order to show His Highness the Souba how very much the Honorable Company was still inclined to avoid every occasion that could cause estrangement, the necessary orders on their behalf had been given to the Lord Governor of Ceylon to negotiate with His Highness concerning the means to settle the entire matter of the pearl fishery, which had caused so many difficulties from time to time, and to place it once and for all on a firm and unshakable footing, both for the present and future times, and to establish the same by a written treaty in such a manner that His Highness the Souba would once and for all enjoy half of the lease revenue of the Tutucorijn pearl banks, provided that His Highness then also for always, without the least exception, would renounce the right presumed by him to the Aripo pearl banks up to 20 thonijs and 96½ stones, and all other pretensions, as well as all further advanced so-called prerogatives on the boat fishery at Madure, which would then be forfeited forever, and would further bind himself to permit both the departure of the thonijs and divers from His Highness's states, and that these peoples, according to the ancient custom, shall be and remain subject to the conditions and regulations upon which the leases of the fisheries shall be concluded in due time, and that this being the utmost to which the Honorable Company would ever agree, and also the best that squared with mutual interests, one therefore, according to the hope of His said High Nobility, expected His Highness, taking satisfaction therein, would proceed to the establishment of the points by a written contract, and thereby at the same time confirm the gratitude which he had declared he wished to preserve for the friendship and assistance shown by the Dutch Company to His Highness in earlier days, and would also proceed, in accordance with the request already made previously, to cede the villages belonging under Tutucorijn in perpetual lease to the Honorable Company for the same price as is yielded by the manigaars, as His Highness would thereby suffer not the slightest disadvantage, but on the contrary would have a fixed income from it. Thus done and resolved. At the opening of this Meeting, the Lord Governor submitted the report of the Commissioned Members of this Council of Policy, Absent: The Merchant and Fiscal Marthinus Koning, The Merchant, Trade Bookkeeper, and First Warehouse Master Hendrik Ambrosius Johnson, and The Merchant Titular, Adigaar, and Mint Master Cornelis Pietersz, The first and the last due to indisposition, and the second on commission to Madras. Thursday, 28 October 1773, in the forenoon at nine o'clock, in the Castle at Nagapatnam, on the date aforesaid. Signed: as above.

Dutch transcription

444 schadeloos een goeden voet geschikt en D' E. Comp:, gesteld, mitsg:s de parwannas en Cauls van D' E. Comp: in het Tansjoersche Rijk, gelijk van ouds geconfirmeerd hadde, en haar Edele in die selfde vrijheijd als bevoorens gelaaten wierde, men dan ook van de sijde der E. Maatschap„ pije hem alle Eerbewijsingen, die omtrent de Tansjoerse Vorsten in agt genomen sijn, soude toebrengen; soo meede dat men ook niet onge„ neegen was te bumneten motmum, om omtrend de uijtleevering van de wedersijdsche deserteurs etc: meede te Contracteeren, dog men vond goed van denselven nader explicatie te laaten versoeken, of sulx alleen ten opsigte van de Europeesen die in sijn dienst waren, plaats soude hebben, dan wel tot de In„ landsche krijgers meede g'extendeerd soude werden; dog ten belange van de door hem gepretendeerde terugsending van de al¬ hier aangekomene manschappen van Colom„ bo en elders niet alleen, maar ook dat al„ hier niet meer volk soude mogen leggen, dan tot de besetting deeser plaatse nodig was, is verstaan, het selve als seer inica en belachelijk sijnde, onbeantwoord te laaten, dewijl nog hem, nog niemand, wie het ook weesen mogte, men reekenschap behoefde te geeven van het doen en laaten der E. Compagnie daar ontrend. En laastelijk ten opsigte van sijn pre„ tentie ontrend de Manaarse en Tutuco„ rijnse paarl en Chiankos visserije, is ver„ staan, denselven te laaten aankundigen, dat meede afgedaan konde werden, indien sijn Excell: amplecteeren wilde de pro„ positie door sijn Hoog Edelheijd den Heere Gouverneur Generaal te Bata¬ via, bij brieve van den 26. ' Julij 1771. aan den Heer Souba gedaan, met wij„ dere aantooning, dat de reedenen door Hoogst gedagte sijn Hoog Edelheijd aangehaald de oorsaaken waren, dat de hier Neder 445 Nederlandsche Maatschappij niet toe„ staan konde, de nooijt gehoorde pretentien, die sijn Hoogheijd op de visserije langs de Madureesche en Ariposche stranden maakt, dog egter om sijn Hoogheijd den Souba te toonen, hoe seer D' E. Comp:e nog geneegen was, om alle geleegendheijd, die oorsaak tot verwijdering geeven konde te vermijder, van wegens deselve de nodige or„ dres aan den Heer Gouverneur van Ceij„ lon gegeeven waren, om met sijn Hoog„ heijd over de middelen, om het geheele werk van de paarl visserij, dat van tijd tot tijd soo veele moeijelijkheeden veroor„ saakt hadde, te handelen, en eenmaal te brengen op een vasten en onwrikbaaren voet, soo voor de teegenswoordige als toe„ komende tijd, en deselve bij een schrifte¬ lijk verdrag sodanig vast te stellen, dat sijn Hoogheijd den Souba eens voor al ge„ nieten soude, de helft der pagt schat van de Tutucorijnsche paarl-rheeven, mits dat Sijn Hoogheijd dan ook voor altoos sonder de minste Exceptie kome te renun¬ cieeren, van het door denselven vermeend regt, op de Ariposche paarl rheeven tot 20. thonijs en 96½. steenen, en alle an„ dere pretentien, soo meede van alle verdere voortgebragte soo genaamde prerogativen op de vaartvisserij te Madure, dewelke dan voor altoos soude weesen vervallen, en sig al verder moeten verbinden, om soo wel het vertrek van de thonijs en duijkers uijt de staten van sijn Hoogheijd te sullen permitteeren, als dat die volkeren, navol„ gens het al oud gebruijk Subject sullen sijn en blijven, aan de Conditien en regle„ menten, waarop de verpagtingen der vis„ scherijen in der tijd sullen werden gedaan, en dat dit het uijtterste sijnde, waartoe d' E. Comp: ooijt komen soude, en ook het biste was, dat met het wedersijds belang quadreerde, de men, 162 446 men dierhalven na de hoop van Hoogstge„ dagte sijn Hoogheijd n Verwagtede, sijn Hoogheijd daarin genoegen neemende, tot het veest stellen van poincten bij een beschree„ ven Contract overgaan, en daardoor teffens bevestigen soude de erkentenisse, die den„ selven betuijgd hadde, wel te willen Con¬ serveeren, voor de vrindschap en hulpe door de Nederlandsche Comp: in vroege„ re dagen aan sijn Hoogheijd bewee„ sen, mitsgaders ook treeden soude, om naar volgens het bevoorens bereeds ge¬ daan versoek, de dorpen onder Tutuco„ rijn gehoorende, in Eeuwige pagt aan D' E Comp:e aftestaan voor deselvde prijs, als door de manigaars werd opge„ bragt, alsoo sijn Hoogheijd daarbij geen het minste nadeel lijden, maar ter Contrarie daar van een vast inkomen hebben Aldus Gedaan en Gearresteerd Bij opening deeser Vergadering leijde den Heer Gouverneur over, het rapport van de Gecommitteerde Leeden deeser Den Koopman en Fiscaal Marthinus Koning Den Koopman, Negotie Boekhouder en Eerste Pakhuijsmeester Hendrik Ambrosius Johnson, en Den Koopman Titulair, Adigaar en Munt„ meester, Cornelis Pietersz: De eerste en de laaste mits indispositie, en de tweede in Commissie na Madras p:m Vergadering van Politie Demptis Donderdag den 28. ' October 1773. Des voormiddags te Negen uuren In't Casteel tot Nagapatnam Dato voor„ schreeven /:was Geteekend:/. Cels Vooren. Int verga Soude.

NL-HaNA_1.04.02_3373_0466 view scan ↗

English

Meeting Jacob van Tessel and Joan Daniel Simons, which they, upon their return from Naoer, whither they had gone pursuant to the resolution taken at the session of the day before yesterday, had delivered to His Honour, concerning what occurred and was transacted with His Excellency Madarroel Moelk, which document subsequently being read, was found to be of the following contents. Report made to the Right Honourable Reinier van Vlissingen, Governor and Director of this Coast of Coromandel and its dependencies, together with the Council at Nagapatnam, by the commissioned members from the same, Jacob van Tessel and Joan Daniel Simons, together with the sworn clerk and translator Cornelis Ebdam, assigned to them for their assistance, in their mission to His Excellency Amiroel Oemra Madarroel Moelk Haephies Machamadoe moene warchan Bahadoer, second son of the Subah of Carnatica, His Highness Mahometh Alijchan, and conqueror of the Principality of Tanjore, stationed with his army at Naoer. Right Honourable Gentlemen. Seeing that Your Honours have instructed us for the fourth time to proceed to His Excellency mentioned in the heading of this document, in order to announce to him the resolutions passed by the government on the points of negotiation presented by him and inserted in our respectful report of the 24th, according to the memorandum handed to us in writing regarding this, and if possible to bring matters to a final settlement or agreement, we departed from here this morning at seven o'clock and, on account of having to delay somewhat here and there because of the rain, arrived at His Excellency's tent only at eight o'clock, where at that time no one but some servants was present, although shortly thereafter the Moor Alijnawaschan appeared there and conveyed the usual compliments of His Excellency, he being also accompanied by a brahmin unknown to us by name, with the son of the Madraspatnam Governor Wynch and another English officer also appearing with us shortly thereafter, from where we were requested to an audience by Sadiechan at around nine o'clock and received according to custom. Apart from the usual ceremonies that are always observed upon our arrival, just past the great man stood a corporal with 6 Europeans ready, who divided themselves there on both sides of our palanquins, and thus first escorted us to the tent, and upon our stepping out of the palanquins presented arms, full military honors being rendered to us when we went to the audience by the guard of the choultry, the march being beaten, and saluted by the officers. After His Excellency, in the same manner as mentioned in our previous report, had expressed his astonishment that we had not arrived earlier, and this was answered by us as best as possible, he declared himself very eager to know what agreeable answer we had brought with us for him, whereupon we replied that once a firm arrangement had first been made regarding the settlement of the funds advanced by the Honourable Company, we then did not doubt in the least that everything would be to his satisfaction, for which reason we then also initially made known to him that the proposal made by him in that regard, to have this done in installments by the regents of the Tanjore Principality, was deemed unsatisfactory, with the request therefore that His Excellency, conformable to his promise made in the last conference, would please devise another means regarding this and declare himself finally thereupon, without however disclosing to him what had been prescribed to us by Your Honours in this regard, because we judged it best to first ascertain what he had in mind, since if he yielded regarding that point, in which we found the greatest difficulty, we could immediately flatter ourselves with a good outcome, but without even asking us what the intention of the government was regarding this, he desired first to hear all the answers to his proposed points one by one, saying he would then declare himself accordingly. And although we insisted most strongly and as much as was possible for us to regulate first the manner of payment as being the principal matter, with the protestation that everything else would then decide itself and arrange itself to his satisfaction, we could however not succeed therein, so that, although very reluctantly and contrary to all our representations, in order not to break off the conference completely, we found ourselves indeed necessitated to follow his inclination therein, although from this we immediately perceived that with respect to that important point he would make cavils at the end. He then first came to the recognition money and elephants, asking whether the government had consented to renounce the redemption thereof according to his desire, on the maintenance of which we urged in every conceivable way and stood for fully an hour, without the same having been able or permitted to avail anything, as he to all our representations in that regard as well as concerning the legality of the redemption and the difference that exists therein between and the 1721

Dutch transcription

447 Vergadering Iacob van Tessel en Ioan Daniel Simons, het welke sij bij hun te rugkomst van Naoer, werwaards sij in„ gevolge het geresolveerde ter sessie van eergisteren geweest waren, aan sijn Edele overgegeeven hadden, nopens het voorge„ vallene en verhandelde bij en met sijn Excetl: Madarroel Moelk, welke ge„ schrift vervolgens geleesen sijnde, van de volgende inhoud wierd bevonden. Rapport gedaan aan den Wel Edelen Gestrengen Heer, Reijnier van Vlissingen, Gouverneur en directeur dee„ ser Custe Cormandel met den besorte van dien, nevens den Raad te Nagapatnam, door de Gecommitteerden Leeden uijt deselve Iacob van Tessel en Joan Daniel Si„ mons, nevens den geswooren, Clercq en Translateur Cornelis Ebdam, Aangesien uwel Edele Gestr: ons ten vierden maale gelast hebben, om sig na sijn Excell: in den hoofde deeses gemeld, te begeeven, ten eijnde hem de besluijten op de door hem opgegeevene poincten van onderhandeling in ons Eerbiedig Rapport van den 24. ' g'insereerd, bij de regee„ ring gevallen, volgens de ons dierwegens schriftelijk ter handen gestelde me„ morie aante kundigen, en des mogelijk Wel Edele Gestrenge Heer, en Heeren. haar tot derselver adsistentie toegevoegd, in haare besending aan Sijn Excellentie Amiroel Oemra Macarroel Moelk Haephies Machamadoe moe„ ne warchan Bahadoer, tweede Soon van den Souba van Carnatica, sijn Hoogheijd, Mahometh Alijchan en over winnaar van het Vorsten dom sansjoer, met sijn leeger te Naoer gepsteerd staande haar de 163 448 de saaken tot een finaal accomodement of verdrag te brengen, soo sijn wij heeden morgen om Seeven uuren van hier vertrocken en uijt hoofde, dat wij ons om de wille der reegen hier en daar wat hebben moeten ophouden, eerst om agt uuren in de tent van sijn Excel¬ lentie aangekomen, alwaar sig toen nog niemand, dan eenige bediendens bevonden, hoewel kort daarop den Mhoor Alijnawaschan aldaar ver„ scheen, en het gewoone Compliment van sijn Excell: afleijdede, sijnde denselven nog verseld geweest van een bramine ons bij naame onbekend, ver„ scheijnende kort daarop ook nog bij ons, den Soon van den Madras„ patnamsche Gouverneur Wijnch, en een ander Engels Officier, van waar wij omstreeks Neegen uuren door Sadiechan ter audientie versogt, en na gewoonte gerecipieerd wierden. Buijten de gewoone Ceremonien, die altoos bij onse komst geobser„ veerd sijn, stonden eeven voor bij de groote man een Corporaal met 6. Euro„ peesen klaar, die sig aldaar aan wedersijde van onse Palenquins verdeelt, en ons dusdanig eerst na de tent begeleijd, en bij het treeden uijt de Palenquins het geweir gepresenteerd hebben, sijnde toen wij ter audientie gingen door de wagt van de sjauderie ons het volle mili„ tair honneur aangedaan, de marsch ge„ slagen, en door de Officiers gesaluteerd. Nadat sijn Excell: op deselvee wijse als bij ons voorig rapport vermeld, sijn verwondering betuijgd had, over dat wij niet eerder gekomen waren, en sulx door ons soo goed mogelijk beaent„ woord was, verklaarde hij seer begee„ rig te sijn, om te weeten, wat aange„ naam antwoord wij voor hem meede ge„ bragt hadden, waarop wij dienden, dat wanneer eerst omtrend de voldoening van de door D' E. Comp: uijtgeschootene gelden een vaste bepaaling gemaakt was, wij dan geensints twijffelde, of alles soude na sijn genoegen weesen, welkendweegen wij hem dan ook aan„ vankelijk te kennen gaven, dat de door hem dienaangaande gedaane pro„ wedersijde positie 449 positie, om sulx door de regenten van het Tansjoerse Vorstendom in ter„ mijnen te laaten geschieden, niet vol„ doende geoordeeld was, met versoek dierhalven, dat sijn Excell: Con„ form desselvs gedaane belofte in de laaste Conferentie, daaromtrend een ander middel geliefde te beraamen, en sig daarover finaal te declaree„ ren, sonder ons egter uijt te laaten wat ons door uwel Edele Gestr: dierweegens voorgeschreeven was, uijt hoofde wij oordeelde, best te sijn, eerst te onderlasten, wat hij dierwegens in sijn schild voerde, vermits hij om„ trend dat peinct, waar inne wij de meeste swaarigheijd vonden, aan de hand komende, wij ons al aanstonds met een goeden uijtslag vlijen konde, dog son„ der ons eens te vragen, wat de intentie van de Regeering dien aangaande was, begeerde hij eerst alle de antwoor„ den op sijne voorgestelde poincten een voor een te hooren, seggende sig dan daarop gereguleerd te sullen deca„ reeren; En of schoon wij ten sterksten en soo veel ons mogelijk was, aandron„ gen, om eerst de wijse van de betaa„ ling, als het voornaamste sijnde, te regulee„ ren, onder betuijging, dat al het andere sig dan van selvs decideeren, en na sijn ge„ noegen schicken Soude, soo hebben wij daar„ inne egter niet konnen reusseeren, invoege wij ons schoon hoe ongaarne ook, en tegens alle onse vertoogen aan, om de Conferentie niet geheel en al aftebreeken, wel geneces„ siteerd vonden, daarin sijn sin te vol gen, schoon wij daaruijt al ten eersten be speurde, dat hij ten opsigte van dat im„ portante poinct, op het laast Captie maa„ ken Soude. Hij kwam dan al ten eersten op de Recognitie-penningen, en Eliphanten, vragende, of de Regeering geconsenteerd hadde, om van dies afkoop na sijn be„ geerte te renuncieeren, welkentwegen wij op dies standhouding op alle bedenkelijke wijse g'urgeerd, en ruijm een uur ge„ staan hebben, sonder dat het selve iets heeft kunnen off mogen baaten, dewijl hij aan alle onse vertoogen dierwegens soowel, als nopens de wettigheijd der af„ koop en het verschil, dat daar in tusschen en de 1721

NL-HaNA_1.04.02_3373_0469 view scan ↗

English

the purchase of the lands resided, as well as the authority of the Prince thereto, which we have very sufficiently demonstrated on the basis that he offered on this occasion to let stand and confirm all matters done by the father of the defeated Prince, to wit, that since he approved everything that had been done by the same, he therefore recognized him, as well as his ancestors, to be authorized both to sell lands and privileges and whatever else there may be, and accordingly, if he wished to observe fairness, he also could not dispute whether his son, who lawfully succeeded him and whose succession to the realm was not contested by the Subah, had during his reign possessed the very same power, along with several other emphatic arguments applicable to this subject, he would not give the slightest credence, but amidst several very far-reaching threats declared that he would not desist therefrom, since the order of his father absolutely dictated that everything of that nature done by the defeated Prince be annulled, repeating all that had been put forward by him in that regard at the last meeting of the 24th and is respectfully mentioned in the report of that day, saying further in a very biting manner that if we insisted so strongly on this and cited his own kindness in leaving intact the matters done by the Prince Pretappa as proof of the authority of the defeated King, he would then completely annul all contracts, privileges and whatever else had existed in respect of the Principality of Tanjore, take possession of our old villages as well, and if the Honourable Company then desired a new contract or came to apply to him for one, he would grant no more than what pleased him, since this was entirely up to him and no one could compel him in this, accompanied by several other insolent expressions and similar gestures in order, if possible, to intimidate us, to which the movements made in the army during this meeting and the firing of some artillery at intervals undoubtedly also served, since whenever the latter occurred, he also bore down very heavily on us, so that, after having declared to him that if he were to act in such a manner and, as it were, compel us to satisfy all his pretensions, we could then no longer negotiate or speak with him, and this having been answered by him with some irrelevant excuses, mainly consisting of his being obliged to obey the order of his father, under whom he stood, but that he nevertheless wished for nothing more than to see the friendship between the Subah and the Honourable Company renewed and confirmed, and that he for his part wished to contribute everything toward that end, we were indeed forced to resort to the utmost, and, in order to return to the main point or the payment of the money, to tell him that when this had first been settled on a firm footing, the Honourable Company would then also not fail to conduct itself in this respect in such a way that he would have reason to be satisfied therewith, and experience with how much zeal Her Excellencies sought to preserve the friendship of the Subah; but instead of returning to the point of payment now, although we insisted upon it, he began to speak about the elephants of the Candian envoys and refuted our argument concerning the Government's lack of authority to hand them over to him, in accordance with what had been prescribed to us and the arguments on that account fallen in Council yesterday, without, however, formally conceding that point or declaring ourselves finally upon it, to which promise we proceeded all the sooner because His Excellency repeatedly said that once everything had first been settled on the old footing or as it had been at the time of the Prince Pretappa, this article could then be solicited anew from his Lord Father, without being willing to listen in the least to our remonstrances made in response thereto, namely that having full power to settle everything with the Honourable Company, he was also fully authorized to renounce this point, and that in a friendly negotiation such as this, something had to be conceded by both sides in order to arrive at a formal treaty.

Dutch transcription

450 de koop der landen resideerden, mits„ gaders de bevoegdheijd van den Vorst decar„ toe, die wij op fundament, dat hij bij dee„ se geleegendheijd aanbood, alle de saaken door den Vader van den overwonnen Vorst gedaan, te sullen laaten stand grij pen, en Confirmeeren, seer Suffiçant be„ toogd hebben, te weeten, dat vermits hij alles wat door denselven geschied was, goedkeurde, hij dierhalven soo wel, als sijne Voorsaaten, soo tot den verkoop van Landen als privilegien, en wat dies meer sij, bevoegd erkende, en over sulx, in„ dien de billijkheijd betragten wilde, ook niet bedisputeeren. Konde, of sijn soon, die hem wettig opgevolgd, en de successiev van het rijk door den Souba niet be„ twist was, hadde geduurende desselvs Re„ geering de eijgenste magt gehad, en meer andere nadruckelijke reedenen op dit sujet applicabel, geen de minste ingang verlee„ nen wilde, maar onder verscheijdene seer verre gaande bedrijgingen, betuijgde, daarvan niet te sullen desisteeren, vermits de last van sijn Vader absolut dicteerde, om alles, wat den overwonnen Vorst van die natuur gedaan hadde, te vernietigen, met her„ haaling van al het geene door hem dierwee„ gens in de laaste bij eenkomst van den 24. ' bijgebragt was, en in't rapport van dien dag Eerbiedig vermeld staat, zeggende al verder op een seer bitse wijse, dat indien wij hier op soo sterk staan bleeven, en sijn Eijgen goedheijd, dat hij de saaken door den Verst Pretappa gedaan, in weesen liet tot bewijs van de bevoegdheijd van den overwonnen Koning allegueerden, hij dan alle de ten opsigte van het Vorstendom Tansjoer ge„ subsisteerd hebbende Contracten, privilegien en wat dies meer Sij geheel en al vernie„ tigen, onse oude dorpen meede in besit nee„ men, en indien D' E. Comp:e dan een nieuwe Contract begeerde, of hem daar toe quam aante soeken, niet meer toestaan soude, dan het geen hem behaagde, vermits sulx ge„ heel en al aan hem stond, en niemand hem daarin dwingen konde, verseld van meer andere brutale expressien en Soortge¬ lijke gebaardens, om ons des mogelijk vervaard te maaken, waartoe ook see¬ kerlijk gediend hebben sal, de geduuren„ de deese bij een komst gemaakte beweegin„ gen in't leeger, en het lossen bij tusschen posingen van eenig geschut, vermits hij healing telkens 165 451 telkens, wanneer het laaste geschiede, het ook seer sterk op ons had, invoegen wij, na hem betuijgd te hebben, dat indien hij dus„ danig ageeren, en ons als het waare nood„ saaken wilde, om aan alle sijne pretentie te voldoen, wij dan niet meer met hem hande„ len nog spreeken konde, en sulx door hem met eenige niets ter saake doende excuusen, wel voornamentlijk daarinne bestaande dat hij verpligt was, de last van sijn Va„ der, onder wien hij stond, te gehoorsamen, dog dat hij egter niet meer wenschte, als de vrindschap tusschen den Souba en D' E. Comp: hernieuwd en bevestigd te sien, mitsg:s dat hij van sijne sijde daartoe alles Con„ tribueeren wilde, beantwoord was, wel ge„ noodsaakt waren, tot het uijtterste te ko„ men, en hem om weder tot de hoofdsaak, of de betaaling van het geld te geraa„ ken, te seggen, dat wanneer sulx eerst op een vasten voet gereguleerd was, D' E. Comp: dan ook niet manqueeren soude, sig in dit opsigt meede sodanig te gedragen, dat hij reeden hebben soude, om daarover vergenoegd te sijn; en ondervinden, met hoe veel iever haar Edele de vrindschap van den Souba tragtede te Conserveeren; Dog insteede van nu weder op het peinct der betaaling te komen, schoon wij daar op aandrongen, begon hij over de Eliphanten van de Candiasche gesanten te spreeken, en wederleijde ons betoog van de onbe„ voegdheijd der Regeering tot dies over„ gave aan hem, na luijd van het ons voorgeschreevene, en de op gisteren dier„ weegens in Raade gevallene raison„ Sonder dat poinct egter formeel intewilligen of ons daar over finaal te declareeren, tot welke belofte wij te eerder overgegaan sijn om dat sijn Excell: bij her haa„ ling zeijde, dat eerst alles op den ouden voet, of sodanig, als het ten tijde van den Vorst Pretappa geweest was, gereguleerd sijnde, dit articul dan de novo bij sijn Heer Vader besolliciteerd konde werden, son„ der na onse daarop wederom gedaane ver„ toogen, als dat hij volle magt hebbende, om alles met D' E. Comp: aftemaaken, ook wel bevoegd was, van dit poinct te renun„ cieeren, en dat in een vrindelijke onder„ handeling als deese, van beijde sijde iets toe„ gegeeven werden moest, om tot een formeel verdrag te komen, in't minst te willen Luijsteren. Sonder nementen

NL-HaNA_1.04.02_3373_0471 view scan ↗

English

452 sentiments, with a request that those envoys might be sent to him, from which it is very clearly evident that his utmost intention aims at entering into some negotiation with the Candian court as well, and then, joined with the English, to execute the designs forged for so long against the important island of Ceylon; desiring, upon our reply that those people had already departed long ago, that one should then at least send him those who might have remained behind here from among them to look after the elephants, and that he would then settle the matter directly with them, in such a manner that the Honorable Company would have no reason to fear the slightest claim on that account. Consequently, in order to cut off all dangerous correspondence between his Excellency and the Candian court, we then also promised him those elephants, while informing him that they consisted not of 5, but of 4 head, provided that he indemnified the Honorable Company against all claims that might arise in time on that account and took them upon himself, as he, after some further arguments back and forth regarding what this should consist of, then also accepted. With respect to the marks of honor to those whom the Writer might come to place in the administration of the Tanjore kingdom, and the extradition of deserters from both sides, nothing noteworthy occurred, other than that he expressed satisfaction with it, and upon our requested clarification as to how far this should be extended, namely, to European servants in his service alone, or also to native soldiers, he declared that since there were Europeans with us and black people with him, he must therefore extradite the European deserters to us, and we the black people to him, under the promise that if any of our black people who were connected with the Honorable Company or were debtors to their Honors should run away, he would also not fail to hand them over. Regarding the article on the pearl fishery, nothing else occurred than that, 453 after his inquiry about it, we stated that there was only a single stipulation on which that matter could be concluded, and that if his Excellency was pleased to consent to it, we were then authorized to negotiate about it, but if he wished to deviate from it in the least, he must then address himself regarding it to Batavia or Ceylon; whereupon he, without asking about that stipulation, informed us that the Tuticorin ministers had written to the Regent of Tinnevelly that there was an intention to hold a fishery there, with a request to send his people for that purpose, declaring that it would consequently be a desirable thing if the dispute regarding this could first be settled. And without further asking us in the least about the manner in which we were authorized to contract with him, he immediately moved from this chapter to that of the forces currently present here, concerning which we informed him that their dispatch was a matter that did not depend on the government, but that troops were sometimes sent by the Supreme Authorities without it yet being known here for what purpose, since those orders only followed later; regardless also of the fact that troops sometimes arrived and then were sent away again to these places, and thus one never had a fixed determination here, while furthermore it was free to everyone to reinforce themselves in proportion to the danger that was at hand, alongside several other reasons fitting that subject. Over this he openly expressed his displeasure, both through words and demeanor, saying that people were only trying to drag out the negotiations, and meanwhile ships were arriving from all sides and troops were being put ashore, and that this had no other intention than to wage war against him as soon as one deemed oneself strong enough; but that before undertaking such a thing, one ought to consider well what disasters war would bring in its wake, principally for a nation like

Dutch transcription

452 nementen, met een versoek, dat hem die Sendelingen toegestuurd mogten werden, waaruijt seer klaar doorstraald, dat sijn uijtterste betragting daar heenen strekt, om met het Candiasche hof, al„ meede in eenige onderhandeling te komen, en dan geconjungeerd met de Engelschen, de solang gesmeede desseijnen tegens het important Eijland Ceijlon uijttevoeren, begeerende op ons antwoord, als dat die menschen reeds lange vertrocken waren, selvs, dat men hem dan ten minsten de geene, die van haar alhier overgebleeven weesen mogt, om op de Eliphanten te pas„ sen, senden, en hij dan de Saak di„ rect met deselve afmaaken soude, soda„ nig, dat D' E. Comp: dierweegens voor geen de minste aanspraak te vreesen haedde, invoegen wij om alle gevaarlij„ ke Correspondentie tusschen sijn Excell: en het Candiasche Hof aftesnijden, hem die Eliphanten, onder te kennen geeving, dat deselve in geen 5. maar in 4. stux bestonden, dan ook toegesegd hebben, mits dat hij D' E. Comp: voor alle aan„ spraak in der tijd dierweegens te ontstaan, dekte, en deselve op sig nam, soo als hij na nog eenige over en weder gevoerde reedenen, waarin sulx bestaan soude, dan ook aangenoomen heeft. Ten opsigte van de Eerbewijsingen, aan de geene, die den Scriba in't bestier van het Tantjoerse Rijk, mogt komen te plaatsen, en de uijtleevering der we„ dersijdse deserteurs, is niets aanmer„ kings waardig voorgevallen, doen dat hij sig daarmeede te vreede gehouden, en op onse begeerde elucidatie, hoe verre sulx g'extendeerd soude moeten werden, te weeten, tot Europeese dienaaren in sijn dienst weesende alleen, dan wel ook tot Inlandsche krijgers, ver„ klaard heeft, dat dewijl bij ons Euro„ peesen en bij hem swarten waren, hij dierhalven de Europeese Overloopers van ons, en wij de swarten van hem Extradeeren moesten, onder belofte, dat indien eenige swarten van ons, die tot D' E. Comp: betrecking hadden, of debi„ teuren van haar Edele waren, quamen weg te loopen, hij ook niet manqueeren soude deselve over tegeeven. — Nopens het Certicul van de paarl„ visscherij is niets anders g'exteerd, dan na dat 453 dat wij op sijne vraag daarna gesegd hebben, dat 'er maar een enkelde bepa„ ling was, op dewelke die saak afgemaakt konde werden, en dat indien sijn Excell: daarinne geliefde toetestemmen, wij dan g'authoriseerd waren, daar over te hande„ len, dog soo hij daarvan in't minst wil„ de aftwijken, hij sig dan daar over na Batavia of Ceijlon addresseeren moest; waarop hij ons sonder na die sti„ pulatie te vragen, te kennen gaf, als dat de Tietucorijnsche Ministers aan den Regent van Tinnevillij geschree„ ven hadden, dat men voorneemens was aldaar een visscherij te houden, met versoek, om ten dien fine sijn volk te senden, onder betuijging, dat het oversulx een gewenschte saak sijn Soude, indien het verschil dierwegens eerst tot effenheijd gebragt werden kon„ En sonder ons verder in't minst te vragen na de wijse, hoedanig wij be„ voegd waaren, met hem te contracteeren, qquam hij van dit Chapiter aanstonds op dat van de alhier aan handen sijnde magt, welkentweegen wij hem te kennen de. gaven, dat dies wegsending een saak was die van de Regeering niet dependeerde, maar dat door de Hooge Gebieders som¬ tijds krijgsvolk gesonden wierd, sonder dat men alhier nog wist, ten wat eijnde, vermits die ordre naderhand eerst volgde„ ongeagt nog dat 'er dan eens volk qquam en dan weder naar deese plaatsen weggesonden wierd, en men dus alhier nooijt een vaste bepaaling hadde, mitsg:s het boven dien een ieder vrijstond sig na mate van het gevaar, dat op han„ den was, te versterken, neevens meer andere reedenen, op dat Sujet passende„ waar over hij soo door woorden, als hou„ ding sijn misnoegen opentlijk betuijgde seggende, dat men de onderhandeling maar tragtede uijtterecken, en 'er in„ tusschen van alle kanten scheepen aan„ qquamen en volk aan de wal geset wierd, en dat sulx geen andere intentie hadde, dan om soo dra men sig sterk genoeg oordeelde, tegens hem te oorlo„ gen, dog dat men alvoorens sulx te onderneemen, wel overweegen moest, wat rampen de oorlog na sig soude sleepen, principaal voor een Natie, ge„ gaven lijk 166

NL-HaNA_1.04.02_3373_0473 view scan ↗

English

like the Dutch, whose sole aim and business was trade and a quiet life, in order to gather their profits thereby, against such a mighty monarch as the Souba, whose territory, he said, stretched northward from the river Kistna all the way to around the south at Caab Commorijn, with the further spiteful remark that we should not flatter ourselves that if the Honourable Company got into a war with him, which he said he nevertheless did not hope, the Europeans, meaning thereby the English, would abandon him, but that we on the contrary could be assured that they would assist him in the strongest manner; on account of which we in turn made it known that such was by no means the intention of the Honourable Company, but much rather always to maintain friendship with the Souba, and that he had seen convincing proof of this in our entire conduct and the granting of almost all his pretensions, principally regarding his invasion of the newly purchased lands, which, if we had intended to resist him, we would not otherwise have permitted without offering resistance, which was answered by him with nothing other than a smirk. Finally, at around twelve o'clock, having returned to the essential part of the matter, namely the payment of the money, the snake that had kept itself hidden for so long came into the open, for His Highness, after reviewing the bills of sale and the receipt of the Tansjoer envoys Narsinga Rauw Bosale and Cannagasawea Poele, demanded that a specific account and demonstration be presented to him of how much had first been advanced on the pledge of jewels as well as lands, in what manner the interest thereon had been calculated, and in what way this had subsequently been liquidated, as well as how the purchase money had been paid, showing the day and date of the delivery and settlement; and upon our replying to this that we knew of no other account than the aforesaid receipt, which was satisfactory in all respects, he finally declared that this matter could not possibly be settled without those men being brought before him, and that as long as this did not happen, even if it took another ten years, he would not pay the money, since the Government could well understand, and must have considered from the very beginning, that this matter, being of very great weight, could not nor would be settled without their presence, and that he had therefore also expected that we, coming to liquidate the account, would have brought them along; saying further, in response to our expressed astonishment that he had not mentioned this in any of the previous meetings, and on the contrary in that of the 24th, upon our repeated questions as to whether he had anything more to claim, had finally declared no, that this had not been brought forward by him as it was a matter of course, since no actual receipt from the Prince from whom the items had been purchased was in our possession, one must then prove it through those who had received the money, while further expressing his surprise that bills of sale had been taken from the Prince himself, yet the money had been handed over without a receipt from him, asking why one could not just as well have been satisfied with bills of sale from them, namely the envoys. And although we argued to him at length that there was a great difference between the bills of sale and the receipt, and that the envoys had not been authorized in the least to grant the former, since what was sold did not belong to them, but were indeed authorized to issue the receipt in the Prince's name, having been provided with proper credentials for that purpose, all the more because it went without saying that the Prince in person neither would nor could come here to receive the money, and that consequently, even if the Honourable Company had been provided with a receipt from the Prince, fault could also be found with that,

Dutch transcription

455 lijk de hollandsche, wiens eenigste but en bedrijf den handel en een geruste Leet was, om daar door haare voordeelen te versamelen, tegens soo een magtige Monarch, als den Souba, wiens gebied hij seijde Noordwaards, van de revier Kistna al, tot om de Zuijd aan Caab Commorijn toe te strecken met verdere spijtige aanhaaling, dat wij ons maar niet ferlatteeren moesten, dat indien D' E. Comp: met hem in oorlog geraakte /:dat hij egter zeijde niet te verhoopen:/ de Europeesen, meenende daarmeede de En„ gelschen, hem verlaaten, maar dat wij inteegendeel verseekerd sijn konde, dat ze hem ten kragtigsten adsisteeren soude, welkentweegen wij weder te kennen gaven, sulx gansch de intentie der E. Comp: niet te weesen, maar veel meer, om steeds de vrindschap met den souba te onderhouden, en dat hij daarvan overtuijgende blij„ ken gesien hadde, in onse gansche be„ handeling, en het inwilligen van meest alle Sijne pretentien, principaal omtrend sijne invasie in de nieuw gekogte lan„ den, het geen wij, indien voorneem ens geweest waren, hem het hoofd te bieden, sonder resistentie te doen, anders niet toegelaaten soude hebben, het welk door hem niet anders, dan met een grim„ lag beantwoord wierd. Eijndelijk of omtrend twaalf uuren, wederom tot het Essentieele van de saak, of de betaaling van het geld gekomen sijnde, quam den adder„ die sig dus lange verscholen gehouden hadde, voor den dag, want sijn Hoog„ heijd begeerde na resumptie der Koop„ brieven ende quitantie van de Tans„ joerse gesanten Narsinga Rauw Bosale en Cannagasawea Poele, dat men hem een Specificque reekening en aantooning doen soude, hoe veel 'er eerst soo op pand van Juweelen als landen verstrekt, op wat wijse den Jntrest daarop bereekend, en in wel„ kervoegen sulx vervolgens geliqui„ deerd, mitsg:s hoedanig het geld der koop betaald was, met aantooning van dag en datum der afgave en voldoe„ ning, en door ons daar op gediend sijnde, dat men van geene andere Reecque„ ning van de voorsz: quitantie, die in „cellen opsigte Satisfactoir was, wist, Sonder verklaar 456 verklaarde hij finaal, dat die saak onmogelijk afgedaan konde werden, sonder dat die menschen bij hem ge„ bragt wierden, en dat hij soo lang sulx niet geschiedede , al duurde het ook nog thien Jaaren, het geld niet betaa„ len soude, vermits de Regeering wel begrijpen konde, en het selve van den beginne aan, ook reeds geconsidereerd hebben moest, dat die saak als van seer veel gewigt sijnde, sonder haare te„ genswoordigheijd niet afgemaakt kon„ de, nog soude werden, en dat hij dier„ halven ook verwagt hadde, dat wij, ko„ mende om de reecq: te liquideeren, haar meede gebragt soude hebben, seggende al verder op onse betuijgde bevreemding, dat hij in alle de voorige bij een kom„ sten daarvan niet gerept, en inte„ gendeel in die van den 24 ' op onse herhaalde vragen, of ook nog iets meerder wist te pretendeeren, finaal verklaard hadde van Neen, dat sulx door hem niet g'allegueerd was, als een saak sijnde, die van selfs sprak, dat 'er geen reël aequit van den Vorst, van wien het een en ander gekogt, was onder ons berustende, men dan door haar, die het geld ontfangen hadde, sulx bewijsen moest, onder wijdere betuijging van sijne verwondering, over dat men koopbrieven van den Vorst selfs genomen, en het geld sonder quitantie van hem afgegeeven hadde, met afvrage, waarom men dan niet even goed sig met koopbrieven van haar te weeten de afgesanten, had konnen vergenoegen. — En of schoon wij hem daarop in het breede betoogde, dat 'er tusschen de koop„ brieven en de, quitantie, een groot verschil was, en dat de afgesanten tot het ver„ leenen van de eerste in't geheel niet bevoegd geweest waren, vermits haar het geene verkogt wierd, niet toebehoorde, maar tot het geeven der quitantie uijt 's Vorstens naame wel, als daartoe met behoorlijke Credentiaalen voorsien geweest sijnde, te meer om dat het van selvs spraak, dat den Vorst in persoon het geld alhier niet soude nog konde komen ontfangen, en dat over sulx al was D' E. Comp:e met een quitantie van den Vorst voorsien geweest, daarop ook Captie gemaakt konde werden, gekogt met 167

NL-HaNA_1.04.02_3373_0475 view scan ↗

English

with more other reasons serving to that end, he nevertheless would not listen to it in the least, but said in response to our declaration that it was an absolute impossibility to deliver those persons, as they had already departed from here long ago, or shortly after the surrender of Santjoer, without even taking leave in person of the Right Honorable Valiant Lord Governor; that the Government, if it had allowed those persons to depart with approval, must also immediately have thought that it had seen three lakh pagodas of the Honorable Company be lost; but that he knew very well that they had still been in the city 20 to 22 days after the conquest of Tansjoer, and even when his ambassadors were here, and that they had previously come with torches to the Right Honorable Valiant Lord Governor in the garden and had acted as if they were taking leave, but had later gone back to the city in the dark, moreover that he could confirm this by oath if necessary, citing as proof thereof that long after the surrender of Tansjoer, a letter from the Prince having been brought to their residence, their people had told the bearer that they were not at home, without however denying that they were in the city or lived therein, rather than having already departed from here; and that although they might be gone now, this could also not be without the prior knowledge of the Government, and it would thus also well know whither they had gone, and consequently that the impossibility we came to profess did not reside in their extradition, since he himself well knew when and in what manner they had undertaken the journey from here, saying furthermore that in their departure two matters were implied, namely: 1. That the lands had been sold for less money than the bills of sale stated, or 2. That all the monies had not been properly paid to them according to the receipt, as had been declared by the Prince and several others, of which only a part had been received by him, with the offer nevertheless that if they were brought forward and declared to have received everything properly, he would then, even if it amounted to 5 or 6 lakh pagodas instead, pay everything properly, without however expressing how or in what manner, but that if they said the contrary, the Government could then also not demand that which they had not received, offering furthermore, so that one need not be afraid that they would be mistreated or that any harm would come to them, to grant repeatedly a letter of assurance under his seal regarding this matter, and thereby bind himself to send them back after the settlement of the account, or to let them go their way, accompanied by a multitude of bitter reproaches and threats, which indicated clearly enough that if this desire of his, which he called utterly reasonable, were not fulfilled, he would then not fail to attack this city, adding among other things also that, since it had appeared to him from our answer with regard to the pearl fishery in the meeting of the 24th that the Right Honorable Valiant Lord Governor had the power to keep some matters to himself or outside the Council, it might therefore also well be possible that this case was known to his Right Honorable Valiant alone. And although we thereupon once again demonstrated to him in the most serious terms the impossibility of surrendering those persons, and alongside that testified that since the gates of Neegapatnam stood open to everyone, and anyone could go out and come in at their pleasure, one could therefore also for no reason have prevented the departure of those people, who since the granting of the receipt had nothing more outstanding with the Honorable Company, further submitting that if His Excellency came to demand impossible things, of which nothing had been spoken before, the negotiations would then never

Dutch transcription

457. met meer andere reeden daar toe dienende, soo wilde hij egter in't minste daar na niet luijsteren, maar seijde op onse be„ tuijging, dat het een absolute onmoge„ lijkheijd was, om die persoonen te leeveren, als reeds voor lange, of kort na de over„ gang van santjoer van hier vertroc„ ken sijnde, sonder eens in persoon af„ scheijd van den wel Edelen Gestren¬ gen Heer Gouverneur te neemen, dat de Regeering, wanneer Ze die persoonen met goede oogen hadde laaten vertrec„ ken, ook al immediaat gedagt hebben moest, dat ze drie Lak pagooden van D' E. Comp: had zien verlooren gaan, maar dat hij seer wel wist, dat Le 20. â. 22. dagen na de overwin„ ning van Tansjoer en selvs toen sijne Embassadeurs sig alhier bevonden, nog in de stad geweest, en dat Sij bevoorens wel met toortsen bij den Wel Edelen Gestrengen Heer Gouverneur in de thuijn gekomen sijnde, en sig aange„ steld hebbende, als of se afscheijd namen, dog naderhand in donker weder na de stad gegaan waren, mitsg:s dat hij sulx de noods met Eede bevestigen konde, haa„ lende tot een bewijs daar van aan, dat er lang na de overgang van Tansjoer een brief van den Vorst, aan haar woon¬ huijs gebragt sijnde, haar volk te„ gens den brenger gesegd hadde; dat se niet t'huijs waren, sonder egter te ont„ kennen, dat se sig niet in de stad be„ vonden, of daarin woonde, dan wel dat se reeds van hier vertrocken waren; En dat ofschoon se tans weg weesen mogten, sulx ook niet sonder voor ken„ nisse der Regeering konde sijn, en deselve dus ook wel weeten soude, wer„ waards sij gegaan waren, mitsg:s in haare overleevering, mits dien die on„ mogelijkheijd niet resideerde, dewelke wij quamen optegeeven, dewijl hij selvs wel wist, wanneer en op wat wijse Se de reijse van hier ondernomen hadden, seggende al verder, dat in haar vertrek twee saaken opgeslooten lagen, te weeten: 1. Dat de landen voor minder geld als de koop brieven luijdede verkogt waren, of 2. Dat men haar alle de penn: volgens de quitantie niet rigtig voldaan hadde, gelijk door den Vorst en meer andere verklaard was, daar van maar een ge„ lende deelte 188 458 deelte bij hem ontfangen te sijn, met aanbod nogtans, dat zij te voorschijn gebragt wordende en verklarende, alles wel ontfangen te hebben, hij dan, al be„ droeg het, in steede van 5. , 6. lak pagooden, alles rigtig betaalen soude, sonder sig egter uijt telaaten, hoedanig of op wat wijse, maar dat indien Sij het teegendeel seijde, de Regeering dan het geene se niet gekreegen hadden, ook niet eijsschen konde, presenteerende al„ verder op dat men niet bevreesd behoef„ de te weesen, dat zij mishandeld werden, of haar eenig quaad weder vaaren soude, tot verscheijden maalen een verseeke„ rings-brief onder sijn segul dierwee„ gens te sullen verleenen, en hem daar¬ bij verbinden, om haar naar afmaa„ king der Reekening te rug te senden, of haares weegs te laaten gaan, ver„ seld van een meenigte bitse verwij tingen en drijgementen, die niet on„ duijdelijk te kennen gaven, dat hij indien aan deese sijne begeerte, die hij ten uijttersten billijk noemde niet vol¬ daan wierd, hij dan niet nalaaten soude, deese stad te attacqueeren, voe„ En alhoewel wij hem daarop an„ dermaal de onmogelijkheijd tot de overgave dier persoonen, ten ernstig„ sten aantoonden, en daar neevens be¬ tuijgden, dat vermits de Poorten van Neegapatnam voor een ieder open stonden, en elk na welgevallen daaruijt en in„ gaan en komen konde, men oversulx het vertrek van die menschen, dewelke t' seedert het verleenen der quitantie niets meer met D' E. Comp: uijtstaande hadden, ook met geen reeden hadde kunnen belet„ ten, onder verdere voorhouding, dat indien sijn Excell: onmogelijke Saaken, waar„ van bevoorens niets gesprooken was, quam te pretendeeren, de onderhandeling dan gende onder anderen ook nog daarbij dat vermits hem uijt ons antwoord ten opsigte van de paarl visscherij in de bij eenkomst van den 24. ' gebleeken was, dat den wel Edelen Gestr: Heer Gouverneur de magt hadde, eenige saaken op sig selfs of buijten den Raad te houden, het over sulx ook wel mogelijk weesen konde, dat dit geval sijn wel Edele Gestr: alleen bekend was. gende, nooijt

NL-HaNA_1.04.02_3373_0477 view scan ↗

English

could never end well, he nevertheless would not lend the least ear to it, but became increasingly vehement, so that we, in order to be rid of him, seeing that nothing more could be done about it, were forced to request permission for our departure, with the promise to present his desire to your Right Honorable Sir, after having first argued, however, that the Hon. Company was not concerned with the alleged statement of the Prince, namely that he supposedly had not received all the money, but that it was enough that the Government could demonstrate that it had been provided on his orders, and also that malicious people and those envious of the friendship between the Subah and the Hon. Company could say a great deal to break it thereby, or to cause a dissension, but that it was not good that his Excellency lent an ear to it; but instead of answering us on this, he further said that whenever anyone of his people came into the villages or lands of the Hon. Company, a vigorous complaint was immediately made about it, but that notwithstanding the fact that the lands had already been surrendered to him, the people of the Hon. Company had nevertheless not yet departed from Adia Kamangalam and Topotorre, and that besides this, parties of 4 to 5 persons were also still found here and there in other places, and that in some places paddy was also being harvested by the Company's people, all of which we again promised him to make known to your Right Honorable Sir, but he answered thereto that he would send his people everywhere the next day, and would await no further answer on it, since the lands belonged to him, with the further bitter remark that even though we had not willingly ceded the same to him, he would nevertheless not have failed to make himself master thereof. And as he ceased speaking with this, we once again requested our dismissal, which he nevertheless delayed once more with a compliment, saying that everything that had been spoken had no reference to our private persons, but indeed to the Hon. Company in general, and that we in particular were his friends, and also that he held himself assured that everything that was said by us was not from ourselves, but on behalf of the Hon. Company, further requesting that the friendship between him and us might remain permanent and constantly increase, which being answered by us with a counter-compliment of that nature, he finally, upon our third instance, gave us our dismissal, saying that we had to bring him a desired answer on the one and the other as soon as possible and at the latest the next day, which we having promised to do as quickly as possible, we took our leave with the customary ceremonies, with this difference only, that today, instead of rose oil, he put sandalwood oil into our handkerchiefs; requesting at the same time that we go to his tent to drink a glass of wine, as we then also did, the customary ceremonies having been observed on going thither, and the same honor being shown to us as when we entered; but when we departed from there to the city, with which we made the utmost haste, it being already half past one o'clock at the end of the audience, no one accompanied us. The transaction of the material business being concluded herewith, we consider ourselves obliged to note in this also that His Excellency, while taking our leave, also said in a mocking manner that he was intending to come into the garden China, and which having been answered by us in like manner, that this would be very agreeable, provided that he came as a friend with a small retinue, and left the army there, he then, without saying anything further about it, began to laugh heartily, seeming to infer from this answer of ours that we were afraid of his power. Must furthermore also make known here that this morning we found the post of sepoys, which previously always stood near the great man, in the triwasel of the Company's village Papenacherij, with an Englishman with them who seemed as good as their head, and also that since we could not reach an agreement concerning the satisfaction of the money paid by the Hon. Company for the lands, there has thus not single answer

Dutch transcription

459 nooijt wel afloopen konde, soo wilde hij egter daar aan geen het minste gehoor verlee„ nen, maar wierd hoe langer, hoe driftiger, invoegen wij, om van hem ontslagen te ge„ raaken, als siende, dat 'er niets meer aan te doen was, genoodsaakt wierden, permissie tot ons vertrek te versoeken, met belof„ te van sijn begeerte aan uwel Edele Gestr: te sullen voordragen, na egter alvoorens betoogd te hebben, dat D' E. Comp: het pretens gesegde van den Vorst, als dat hij alle de penningen niet gekreegen soude hebben, niet aanging, maar het genoeg was, dat de Regeering aantoonen konde, dat ze op sijn ordre verstrekt waren, mitsg:s dat qquaadaardige menschen en benijders van de vrindschap tusschen den Souba en D' E. Comp: seer veel seggen kon„ de, om deselve daardoor te verbreeken, off een twee spalt te verwecken, dog dat het niet goed was, dat sijn Excell: het oor daaraan leende, maar in steede van ons daarop te antwoorden, zeijde hij al verder dat wanneer 'er iemand van sijn volk in de dorpen of Landen der E. Comp: quam, daarover ten eersten kragtig gedoleerd wierd, dog dat niet teegenstaande men hem de Landen reeds overgegeeven hadde, het volk der E. Comp: egter nog niet van Adia„ Kamangalam en Topotorre vertrocken was, en sig buijten dien op andere plaatsen ook nog hier en daar parthijen van 4. â 5. persoonen bevonden, en dat 'er op som„ mige plaatsen door 's Comp:s volk ook — Nelij gesneeden wierd, al het welke wij hem weder beloofde aan uwel Edele Gestr: te sullen te kennen geeven, dog hij antwoordede daarop, dat hij 's anderen daags over al sijn volk senden, en geen verder antwoord daarop verwagten soude, vermits de landen hem toebehoorde, onder verdere bitse aanhaaling, dat of schoon wij hem deselve niet goedwillig afgestaan hadde, hij egter niet nagelaaten soude heb„ ben, sig daar van meester te maaken. En dewijl hij hiermeede ophield te spreeken, soo versogten wij andermaal onse depeche, die hij egter alweder trai„ neerd, met een Compliment, dat al het ge„ sprookene geen betrecking tot Onse parti„ culiere persoonen hadde, maar wel op D' E. Comp:e in't generaal, en dat wij in't bij sonder sijne vrinden waren, mitsgaders hij sig ook verseekerd hield, dat alles, wat de door 460 door ons gesegt wierd, niet uijt ons selvs, maar van wegen D' E. Comp: was, versoe„ kende voorts, dat de vrindschap tusschen hem en ons bestendig blijven en steeds toe„ neemen mogt, het welk door ons met een Contra-Compliment van die natuur beant„ woord sijnde, gaf hij ons op onse derde In„ stantie eijndelijk onse depeche, onder het seggen, dat wij hem op het een en ander ten Spoedigsten en ten uijttersten 's anderen daags een gewenscht antwoord brengen moesten, het geen wij beloofd hebbende, soo ras mogelijk, te sullen doen, namen wij met de gewoone plegtigheeden ons af„ scheijd, met dit verschil alleen, dat hij heeden in steede van roosen-Elij, sandel dito in onse Neusdoeken deed; versoe„ kende teffens na sijn tent te gaan, om een glas wijn te drinken, gelijk wij daen ook deeden, sijnde int gaan daarna toe, de gewoone Ceremonien betragt, en ons het selfde honneur, als toen we bin„ nen quamen aangedaan, dog wanneer wij van daar na de stad vertrocken, waarmeede wij de uijtterste haast maak„ ten, als weesende bij het scheijden der audientie reeds half twee suurer„ heeft ons niemand vergeseld. De verhandeling van het saakelijke hier meede afgeloopen sijnde, agten wij ons verpligt, in deesen ook te noteeren, dat sijn Excellentie onder het neemen van ons afscheijd, ook nog op een spottende wijse gesegd heeft, dat hij in de thuijn China stond te komen, en het welk door ons inselvervoegen beantwoord sijnde, dat sulx seer aangenaam weesen soude; mits dat quam hij als vrind met een klijn gevolg, en het Leeger daar blijven liet, soo begon hij son„ der iets verder dierwegens te seggen, harte„ lijk te laggen, schijnende uijt dit ons ant„ woord opteneemen, dat wij voor sijn magt bevreesd waaren. Moetende wijders alhier ook nog be„ kend stellen, dat wij heeden morgen de post van sipaijs die bevoorens altoos bij de groote man gestaan heeft, in de triwasel van 'sComp:s dorp Papenacherij gevonden hebben, met een Engelsman, die soo veel als hoofd 'er van scheen, bij sig, mitsg:s dat vermits wij over de voldoening van het door D' E. Comp: voor de Landen betaald geld geen accord hebben kunnen treffen, 'er dus ook geen enkeld ant„ heeft woord —

NL-HaNA_1.04.02_3373_0479 view scan ↗

English

461 word has been spoken regarding the monies advanced to the farmers of those districts. Although this Commission has now not concluded in such a manner as we had cordially wished, we nevertheless flatter ourselves that our conduct will receive the esteemed approval of Your Honorable and Stern Highnesses, and for the rest we give ourselves the high honor to subscribe with deep veneration. was signed below: Honorable and Stern Sir and Sirs! Your Honorable and Stern Highnesses' Humble and Obedient Servants was signed: Iac:s Van Tessel, J:n D:l Simons, and C:s Obdam in the margin: Nagapatnam the 27th of October 1773. Whereby, not without annoyance, the unreasonable and brusque behavior of the same came to the fore, both in putting forward all kinds of far-fetched and unfounded pretensions, insolent expressions in making threats, particularly now coming out into the open demanding that the former Envoys of the dethroned Tanjore Prince, Narsinga Rauw Bhosale and Cannagasawea Poele, should be surrendered, with the declaration that before and until that requisition was fulfilled, he would not engage in any the least negotiation further, as he said he needed to have those two persons in order to interrogate and examine them on what terms and in what manner the purchase monies were paid, and how that account was accounted for and liquidated by them, desiring to that end that a specific account should be given to him and proof should be shown of how much was first advanced both on pledge of jewels and lands, or in what manner the interest thereon was calculated, and in what way such was subsequently liquidated, together with how the money of the purchase was paid, with an indication 462 of the day and date of the delivery and satisfaction, without wanting to listen to any demonstration in that regard as well as to the unreasonableness of his desire, especially regarding the surrender or the bringing forward of those two former envoys who have absented themselves from here, declaring under the production of all kinds of frivolous exceptions that care should have been taken that those two persons had not gone missing, with more other such excuses, more broadly mentioned in the aforementioned Report: Thus it was deliberated upon this, and sending the aforementioned Commissioners with the refutation of this Government of all those sought-out and cobbled-together pretensions would be of little use, and thus would come to no settlement of affairs as long as he did not come to desist from the aforesaid newly formulated pretensions, especially regarding the oft-mentioned former envoys, it was unanimously approved and agreed not to send the Commissioners for now, but to show him in a letter the unreasonableness of his conduct, and further to wait and see how he will conduct himself in the meantime. — It was also resolved to insert herein the translation of an English letter written from Nagoor yesterday by the Brigadier of that Nation, Mr. Joseph Smith, in response to the letter from the Governor which served to accompany four deserters from the Army; Honorable Sir! I have been favored this evening with Your Honor's letter, accompanying four Frenchmen of the troops 463 belonging under my Command, as well as the inhabitants who were molested in their villages; I will keep these people until tomorrow, so that they may be presented to prosecute the three Sepoys who are under arrest. I send Your Honor's guard back and express thanks to the same for the trouble taken in these matters. — I am. was signed below: Honorable Sir! Your Honor's most Obedient Servant. was signed: Joseph Smith. in the margin: In the Headquarters Nagoor the 27th of October 1773. Thus done and decided in the Castle at Nagapatnam on the date aforesaid was signed: as before. After the prayer was said, the letter was presented by the Governor and subsequently read, which was written pursuant to the resolution of the 28th of October last to His Excellency Madarroel Moelk, The Merchant and Fiscal Marthinus Koning, The Merchant, Trade Bookkeeper and First Warehouse Master, Hendrik Ambrosius Johnson, and The Merchant Titular, Adigaar and Master of the Mint Cornelis Pietersz. The first and the last absent due to illness, and the second on commission to Madraspatnam. Council of Policy Absent Wednesday the 3rd of November 1773. In the morning at eight o'clock.

Dutch transcription

461 woord ten opsigte van d'vooruijt verstrekte penningen aan de landbouwers dier distric„ ten gesprooken is. Alhoewel deese Commissie nu niet soda„ nig afgeloopen is, als wij van herten ge„ wenscht hadden, soo flatteeren wij ons egter, dat onse behandeling de g'eerde goedkeure van ouwel Edele Gestrenge wegdragen sal en geeven ons voor het overige de hooge Eere, met diepe veneratie te onderschrijven. /:on„ derstond:/ Wel Edele Gestrenge Heer, en Heeren! uwel Edele Gestrenge Onderdanige en Gehoorsaame Dienaaren /:was Geteekend:/ Iac:s Van Tessel, J:n D:l Simons, en C:s Obdangf„r in margine:/ Nagapatnam den 27:' October 1773. Waarbij niet Sonder ergernisse te vooren is gekomen, het onreedelijk en bruscq ge„ drag van denselven, soo in het voortbren„ gen van allerhande vergesogte en onge„ fondeerde pretentien, brutale expressien in het doen van dreijgementen, in sonder„ heijd als nu voor den dag komende, dat de geweese Sendelingen van den ontthroonden Tansjoersen Vorst Narsinga Rauw Bho„ Sale en Cannagasawea Poele overgegeeven soude werden, onder betuijging, dat voor en al eer aan dat requisit voldaan wier„ de, in geen de minste onderhandeling meer sig soude inlaaten, alsoo hij seijde, die beijde persoonen te moeten hebben, om hun te ondervragen en examineeren, hoedanig, en op wat wijse de Koop-penningen be„ taald waren, en hoedanig die reekening door haar verantwoord en geliquideerd was, begeerende ten dien eijnde, dat hem een Specificque Reecquening gegeeven en aantooning gedaan Soude werden, hoe veel eerst soo op pand van Juweelen als landen verstrekt, of op wat wijse den Intrest daar op bereekend, en in welkervoegen sulx ver„ volgens geliquideerd, mitsg:s hoedanig het geld van den Koop betaald was, met aan„ heijd wijsing 462 wijsing van den dag en datum der afga„ ve en voldoening, sonder na eenige demon„ stratie dien aangaande soo wel, als de on„ reedelijkheijd van sijn begeerte, insonderheijd ter overgave, of het ten voorschijn brengen van die beijde sig van hier geabsenteerde geweese sendelingen te willen hooren, be„ tuijgende onder het voortbrengen van aller„ hande frivele exceptien, dat gesorgd moeste sijn geworden, dat die beijde persoonen sig niet te soek hadde gemaakt, met meer ande„ re diergelijke uijtvlugten, breeder bij het voorm:te Rapport vermeld: Soo is daar over gedelibereerd, en het senden van de voormelde Gecommitteerdens met de wederlegging deeser Regeering, van alle die opgesogte, en bij een gebragte pretentien, maar van weijnig nut weesen, en dus tot geen afdoening van saaken komen soude; soo lang hij van de voorsz. op nieuw geformeerde pretentien niet quam te desisteeren, insonderheijd ten Wel Edele Heer! Ik ben deesen avond begunstigd met uwel Edelens Letteren, ver„ sellende vier franschen van de opsigte van de meergewaagde geweesen sende„ lingen, eenparig goedgevonden en verstaan, de Gecommitteerdens voor eerst niet te senden maar hem bij een brief de onreedelijkheijd sijner handelwijse aantetoonen, en voorts afftewagten, hoedanig hij intusschen sig sal komen te schicken. — Nog wierd verstaan in deesen te inseree¬ ren, het Translaat eener Engelsche brief door den Brigadier dier Natie M:r Joseph Smith uijt Naoer op gisteren geschreeven, in antwoord op de brief van den Heer Gouverneur ge¬ diend hebbende ten Geleijde van vier deserteurs uijt het Leeger; opsigte troupen, 463 troupen onder mijn Commando behoo„ rende, als meede de Jnwoonders die in haare Dorpen gemollesteerd sijn; Ik sal deese menschen tot morgen aanhouden, op dat se gepresenteerd worden, om de drie in arrest sijnde Sipaijs te prosequeeren. Ik send uw Ed: wagt terug en betuijge denselven dank voor de genoomene moeijte in deese Saa„ ken.— Ik ben. /: onderstond:/ Wel Edele Heer!uwel Edele seer Gehoorsaame Dienaar. /: was geteekend:/ Joseph Smith. /:in margine:/ In't Hoofd-guar„ tier Nagoer den 27' October 1773. Gedaan en Gear¬ Aldus resteerd In het Casteel tot Na„ gapatnam Dato voorschreeven (:was geteekend:/ Eels Vooren. Het gebed gedaan zijnde, wierd door den Heer Gouverneur over„ gelegd en vervolgens geleesen, de brief, dewelke ingevolge besluijt van den 28. ' October Jongst Leeden geschreeven is aan Sijn Excellentie Madarroel Moelk, Den Koopman en fiscaal Marthinus Koning, Den Koopman, Negotie Boekhouder en Eerste Pakhuijs-meester, Hendrik Am„ brosius Johnson, en Den Koopman Titulair, Adigaar en Munt„ meester Cornelis Pietersz. De Eerste en de laaste mits Siekte en de tweede in Commissie na Madras P=m Vergadering van Politie Demptis Woensdag Den 3:' Novemb:r 1773. Smorgens ten Agt uuren Woensdag aldus 1773 -

← previousnext →