VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3373

Coromandel · 580 pages · 213 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3373_0113 view scan ↗

English

had to bear, at the same time ordering her, regarding the purchased lands etcetera, to refer entirely to the letters written both to him and to his father the subah. And in order not to be tedious, and also not to delay Your High Nobilities with any unnecessary detail of all that was negotiated and occurred on that occasion, as well as what was written back and forth, and thus not to tire the same by recitations of that which was recorded each time in the successive reports handed over by the said commissioners concerning their proceedings, I shall, after having referred with much respect in general to those writings inserted in the separate resolutions of 22, 23, 26 and 28 October, 7 and 8 November last, as well as to those and the further decisions taken in that regard on 3, 6, 13 and 21 November just mentioned, under Your High Nobilities' favorable interpretation, only keep myself busy bringing succinctly to your attention the claims brought forward by the Nabob, consisting principally of: The annulment of the purchase made of the lands and the redemption of the recognitions, as well as the surrender of the recognitions; Furthermore, the surrender of the four pieces of elephants sent by the Kandyan King as a gift to the King of Tanjore, but remained here undelivered, the arrival and abandonment of which in this place have already been mentioned in my respectful letters of 10 September and 20 October past; and furthermore how that distressing affair was settled in nine meetings and conferences held in that regard at Nagoor between the aforesaid dispatched commissioners and His Excellency Madarul Mulk, and the Honorable Company was indemnified. The main point of the negotiation was then the cession of the purchased lands, and the surrender of the deeds of sale concerning them, and the receipt for the monies paid for the same; Item, the extradition of the jewels that had been pledged to the Company as well as to private individuals, but redeemed with a part of the purchase money and remained here; As well as the extradition of the former envoys of the dethroned King of Tanjore, named Narsinga Rauw Bhosale and Cannagasawea Poele; on which the Nabob remained so unyielding that no representations nor demonstrations were capable of dissuading him from it, but on the contrary, with very great earnestness and emphasis, accompanied by all kinds of threats, he demanded and insisted that the same should absolutely be returned, and thus everything had to remain and be brought to the footing as it had been here in the time of King Pretappa Singa, or the father of the currently dethroned King Toellaja, professing that he could not and would not at all respect the doings and actions of and by this latter; and therefore disapproved of all his dealings on the grounds that he had been his tributary and thus owed allegiance to him. Seeing that by insisting on the purchase no ground would be gained due to the violent manner of proceeding, I, together with the Council, therefore found myself compelled to resolve upon the demanded cession of the aforesaid lands and places so very important to the Honorable Company here on the Coast, as well as the burdensome servitudes of the recognition monies and elephants; all the more because he was far less willing to accept the proposal made to him that the final settlement of this matter might remain suspended until I should be honored with Your High Nobilities' orders regarding this, to whom I had beforehand not only sent the deeds of sale, but also communicated his desire for the regaining of those lands etcetera, and requested orders. The revered order given to me by Your High Nobilities in secret letter of 16 October 1772, dictating that if, contrary to hope and expectation, Tanjore should have passed into the power of the subah, or into that of his son, without the debt regarding the monies advanced to the King having been settled, all practicable means should then be employed to obtain the same; has, although it only had regard to the loaned monies, nevertheless made me judge it necessary to be able and obliged to make the same applicable to the aforementioned purchase, which, however lawful it is, the oppressor nevertheless did not wish to respect; and so much the sooner proceed to that cession in order thereby to become empowered to get back and recover the monies spent for those lands etcetera to the sum of 484545 pagodas, including the money advanced by private individuals to the

Dutch transcription

100 tedragen hadde, haar teffens gelastende, omtrent de gekogte Landen etc:, sig ten eenemaal te Refereeren aan de brieven, soo aan em als desselfs vader den souba geschreeven; En om niet langwijlig te sijn, en ook uw Hoog Edelens met geen onnodig detail van al het geene bij die geleegendheijd verhandelt en voorgevallen, mitsga„ ders over en weder geschreeven is, op te houden, en alsoo „Hoogst deselve door recitatien van het geen bij der succes„ sive overgegevene Rapporten der gemelde gecommitteer„ dens van derselver verrigting telkens ter neder gesteld werd gevonden, te vermoeijelijken, sal ik na mij aan die geschriften ter apparte resolutien van den 22: 23: 26 en 28: October, 7. en 8: november J„o Leeden, geinsereerd, met veel eerbied in het generaal gerefereerd te hebben, als mede aan die en de verdere dien aangaande gevallene besluijten van den 3: 6: 13: en 21: november soo Even gemeld, onder uw Hoog Edelens gunstige welduijding, maar beesig hou„ den „ Hoogst deselve beknopt onder het oog tebrengen des Nababs voortgebragte pretentien, bestaande voor na„ mentlijk in De vernietiging van den gedanen koop der Landen, en den affkoop der Recognitien, mitsgaders overgave Voorts de overgave van de vier stuks door den Can„ diasen Vorst, aan die van Tansjoer tot geschenk gesondene, dog onaffgegeven alhier verbleevene Eliphan„ ten, van welkers aanbreng en agterlating te deser steede, bij mijne Eerbiedige letteren van den 10: september en 20=e october passato reeds melding gemaakt is; en Voorts hoedanig die verdrietige affaire in negen dierwegens te Naoer gehoudene bij een komsten en conferentien tusschen de voorsz: affgesondene gecommitteerdens en zijn Excellentie Madaroel Moelk bij gelegd, en de E: Comp=e schadeloos gesteld is; Het hoofd poinct van de onderhandeling is dan geweest, de affstand van de gekogte Landen, en de der daar van sijnde koopbrieven, en de quitantie van de voor deselve betaalde penningen, Item de extraditie van de onder de Comp=e soo wel als particulieren verpand geweest sijnde, dog met een gedeelte der kooppenningen geloste en alhier verblee= vene Iuweelen; Als meede intrageering van de geweese sendelingen van den gedetroneerden Tansjoersen Vorst, in namen Narsinga Rauw Bhosale en Cannagasawea der recog„ Poele, 101 recognitien, waar op den Nabab soo onversettelijk is blijven staan, dat geene Vertoogen nog Demonstratien in staat geweest sijn, om Hlem daar van aff tebrengen, maar in teegendeel met seer veel Ernst en nadruk, ver„ seld van allerhande drijgementen begeerden aengedron„ gen heeft, dat deselve absolut te rug gegeven soude wer„ den, en dus alles op dien voet blijven, en gebragt werden moeste, als hiet geweest is, ten tijde van den Vorst Pretap„ pa singa, off de vader van den tans gedetroneerden Vorst Toellaja met betuijging dat slij de gedoentens en het verrigte van en door deesen laatsten, in het geheel niet konde, nog wilde respecteeren; en dierhalven alle sijne behandelingen, uijt Hoofde Hij zijn tributaris ge= weest is, en dus onderdanigheijdt aan hem verschuldigt, sijnde, als onder vindende, dat met het blijven staan op den koop, geen veld te winnen sal weesen, door de geweldadige handelwijse, dis approbeerde; Ik heb dierhalven mij neevens den Raad gedrongen gevonden, tot de begeerde affstand van voorschreeve voor de E: Maatschappij hier ter Custe soo seer aangeleegene Landen en plaat„ sen, mitsgaders de lastige servituuten van de recog= nitie penningen en Eliphanten, te moeten resolvee„ ren; te meer Hij veel minder heeft willen amplecteeren, het voorstel aan hem gedaan, dat de finale affdoening deeser sake, dus lange uijtgesteld mogte blijven, tot dat ik met uw Hoog Edelens beveelen deesen aangaande, ge= honoreerd soude weesen, aen wien ik voor aff, de koopbrie„ ven niet alleen gesonden; maar ook sijne begeerte der te rug erlanging dier Landen etc: bedeeld, en ordre ver= sogt te hebben; Het gevenereerde bevel van uw Hoog Edelens bij secreete brieff van den 16: october 1772. aan mij gegeven, dictee„ rende dat wanneer teegens hoope en verwagting Tans„ joer in des soubas magt, off wel in die van sijnen zoon, mogte weesen overgegaen, sonder dat de schuld, weegens de aan den Vorst gefieerde penningen, verevend was, als dans ter obtenu derselver, alle practicable middelen te moes„ ten aanwenden; Heeft mij, schoon maar sijn op sigt hadde, omtrent de beleende gelden, egter noodsakelijk geoordeelt, het selve omtrent de voorm: koop, die hoe wet„ tig deselver ook is, nogtans den geweldenaar niet respectee„ ren wilde, te kunnen en moeten applicabel maken; soo veel te eerder tot dien affstand doen treeden, ten eijnde daar door magtig te werden, en dus weeder gerecouvreerd te krijgen, de voor die Landen etc, uijtgegevene pen„ ningen ter somma van 484545. pagoden, /: waar onder begreepen is, het geschotene Geld door de particulieren het. aan

NL-HaNA_1.04.02_3373_0115 view scan ↗

English

to the Prince, in the sum of 100000 pagodas, together with the accrued interest, the same as well as what was due to the Company on its money in part, or since the settlement made with the prince's envoy, which His Excellency Madaroel Moelk, after first having made many difficulties in that regard, and having raised various unfounded exceptions both regarding the illegality of the bills of sale and receipt, and the non-payment of as much money as was acknowledged therein, as is treated at large in the aforesaid reports of the commissioned members, has undertaken to satisfy, and the sowcar of this place Hellabheram Tarwadi for and on behalf of his master Boederje Dewe, and Comaroo, or otherwise named in business Collende Appa Moddelij, in the name and on behalf of his principal Mr Paul Benfield, who is a very wealthy English banker and directs an important business house at Madraspatnam, have bound themselves to account to the Honorable Company for the aforesaid contracted amount, with interest at 4 per cent per month since 21 October last, or the day that the Nabob invaded the lands, in the following manner, namely: 180000 pagodas on 20 April next 100000 pagodas in the month of June 100000 pagodas in the month of August, and the remaining 104545 pagodas in the month of October following, with the condition that upon payment of the first installment there should be handed over to those two bankers the jewels previously mentioned as having been pawned, and in the month of June or July next there should be placed in the hands of the said Comaroo the five original bills of sale of the lands and recognitions, together with the original receipt granted by the former Tanjore envoys Narsinga rauw Bhosale and Cannagasawea Poele, until which time, on the other hand, a certificate has been issued on behalf of the Honorable Company to His Excellency Madaroel Moelk regarding the cession made of those lands and the recognitions, in respect of which latter, or rather the elephants, I have stipulated that the same shall be brought annually by the Company's people to Triwaloer and there delivered to the subah or his officials present there who should be qualified for that purpose, in order thereby not only to avoid the difficulties which might anew cause an obstruction to the elephant trade at Jaffanapatnam, and now even more than before with those of the Tanjore Prince, but also to keep the people of the subah away from the island of Ceylon as much as possible; however, the recognition moneys should, according to custom, be paid here to whoever was sent with the receipt for the same; just as one has likewise had to resolve upon the surrender of the 4 Candia elephants, however unreasonable and unfounded that demand was, and has granted receipts for them as well as for the jewels, and has thereby bound oneself to warrant against all claims arising in time in that regard, and thus to indemnify the Honorable Company against all present and future demands in that regard; just as he has also, by a granted cowl and dastak, confirmed and ratified all the privileges and prerogatives that the Honorable Company has always had and enjoyed in the principality of Tanjore; further, that no flag other than that of the subah should fly in the seaports situated in the Tanjore principality; all to be seen more closely and in greater detail in the contract concluded with him and the aforesaid papers granted back and forth, inserted in the separate resolution of the 8th of this month, after the drafts thereof were previously resumed at an earlier session of 21 November, these having been drawn up by His Excellency Madaroel Moelk himself, instead of those which I submitted at the resolution of 13 November, against his previous ridiculous and intricate models sent over, which are also inserted in the just-cited resolution, but which were entirely rejected because of the improprieties and absurdities occurring therein, demanding among other things that one should be a friend to those who lived in friendship with the subah, and an enemy to those who were at war with the subah; furthermore, that if it should happen that the former Tanjore envoys come forward and indicate to the subah that they had not received as much money as the receipt mentions, and this being proved by them, then the lesser amount paid should have to be disbursed by the Honorable Company; together with the condition that no more military personnel etc. should be kept or remain here than had always been here, thus all the rest, aiming thereby at the reinforcement obtained from Ceylon, should have to be sent away to

Dutch transcription

102 aan den Vorst, ter somma van 100000 pagoden, nee„ vens den verlopen Jntrest, deselve soo wel, als de Comp=e op derselver geld voor een gedeelte, off 't leedert de gehou„ dene affreecq: met des vorstens sendeling Compe„ teerende :/ die sijn Excellentie Madaroel Moelk, na eerst veele difficulteijten dien aangaande gemaakt, en verscheijde ongefondeerde Exceptien soo nopens de on„ wettigheijd der koop brieven, en quitantie, als non be„ taling van soo veel geld, als daer bij bekend stonden, voort„ gebragt te hebben, gelijk sulks bij de voorsz: Rapporten van de Gecommitteerde Leeden in het breede verhandelt werd, aangenomen heeft te voldoen, en den saukaar deser plaatse Hellabheram Tarwadi voor en van weegen sijn meester Boederje Dewe, en Comaroo, off anders in de Handeling genaamt Collende Appa Moddelij, uijt name en van weegen sijn principaal M=r Paul Benfield, die een seer vermogend Engels Ban„ kier is, en een voornaam Comptoir te Madraspat„ nam bestierd, sig verbonden hebben, om het voorsz: gecon„ tracteerde montant, met den Jntrest van 4 p„r Cento 's maands 't seedert den 21: october J=o leeden, off den dag dat den Nabab de Landen geinvadeert heeft, aan de E: Comp=e in deser voegen te verandwoorden, als 180000 pagoden den 20: april naast komende 100'000 pagoden in de maand Iunij _=o Augustus, en 100'000. de overige 104545. pagoden in de maand october daar aan vol„ gende, met beding dat bij de betaling van het eerste ter„ mijn aan die beijde Bankiers geintrageerd soude werden, de hier vooren vermelde verpand geweest zijnde Juwee„ len, en in de maand Iunij off Iulij aanstaande gedagte Comaroo ter handen werden gesteld, de vijff stuks origi„ neele koop Brieven der Landen en Recognitien, mitsgaders de origineele verleende quitantie van de geweese Tansjoerse sendelingen Narsinga rauw Bhosale en Cannagasawea Poele, tot hoe lange daar en teegen, aen sijn Excellentie Madaroel Moelk een Certificaat van weegen de E: Comp=e affgegeven is, wee„ gens den gedanen affstand dier Landen, en de Recogni„ tien, ten opsigte van welke laaste off wel de Eliphanten bedongen hebbe, dat deselve Jaarlijks door 's Comp:s volk op Triwaloer gebragt, en aldaar aan den souba, off sijne daar sijnde bediendens, die daar toe gequalificeerd soude weesen, overgegeven werden soude, om daar door niet alleen te ontgaan, de moeijelijkheeden, die op nieuw op Jaffanapatnam tot stremming van den Eli= phiants Handel, en nu nog meer soude konnen 100'000 pag=a ver„ _=o 103 veroorsaken, dan te vooren, met die van den Tans„ joersen Voust, maar ook om het volk van den souba soo veel mogelijk van het Eijland Ceijlon te weeren, dog de recognitie penningen soude na ge„ woonde hier betaald werden, aan de geene die met de qui„ tantie derselve affgesonden wierde; soo als men insel„ vervoegen heeft moeten Resolveeren tot de overgave van de 4 stuks Eliphanten van Candia, hoe onbillijk en ongefondeerd ook die begeerte was, en heeft daar voor soo wel, als voor de Iuweelen, quitantien ver„ leend, en daar bij verbonden voor alle in der tijd op ko= mende pretentien dien aangaande, te sullen Caveeren, en dus de E: Comp„e voor alle aan en na maning dien aangaande indemneeren; soo als ook bij een verleend caul en Dastek, bevestigt en geconfirmeerd heeft, alle de voorregten en privelegien die de E: Comp=e steeds in het vorstendom van Tansjoer gehad en geno„ ten heeft, dat wijders, geen andere dan des soubas Vlaginde in het Tansjoers Vorstendom, geleegene zee haven, soude waaijen; alles nader en breeder te be„ oogen, bij het met denselven geslootene Contract, en voorschreeve over en weder verleende papieren, bij de apparte resolutie van den 8:e deeser maand geinsereerd, na dat de Concepten daar van bij een vroegere sitting bevorens/ van den 21: november geresumeerd sijn, weesende de„ selve, door sijn Excellentie Madaroel Moelk selve opgemaakt, in steede van die, die ik ter resolu„ tie van den 13:' November overgelegd hebbe, teegens. sijne voorige bespottelijke, en intricate overgesondene Modellen, dewelke almeede ter soo even aangehaal„ de resolutie geinsereerd staan, dog die ten eenemaal om de daar in voorkomende ongeschiktheeden, en ab„ surditeijten, van de hand geweesen sijn, als onder anderen begeerende, dat men een Vriend soude sijn, van die, die met den souba in Vrindschap leefde, en Vijand van die, dewelke miet den souba Oorlog hadde; Voorts dat wanneer het gebeuren mogte, dat de geweesen Tan„ sjoerse sendelingen ten voorschijn komen, en den souba aangeeven mogte soo veel Geld; als de quitantie vermeld, niet ontfangen te hebben, en sulks door haar be„ weesen werdende, als dan het mindere betaalde, door de E: Comp„s uijtgekeerd soude moeten werden; Mitsgaders dat alhier geen meer militairen etc: soude mogen wer„ den aangehouden, off verblijven, dan altoos hier geweest sijn dus al het overige, doelende daarmede op de van Ceijlon bekomene versterking versonden soude moeten na werden

NL-HaNA_1.04.02_3373_0117 view scan ↗

English

would be; just as His Excellency insisted upon with much emphasis during several conferences; besides many other unreasonable and vexatious matters which accompanied those negotiations to such an extent that I had to break them off for several days, and in order to present the same to Your High Nobilities in proper order, I will have to retrace my steps a little in this matter; for after everything had been planned and regulated, and according to what had been resolved at the session of 26 October, virtually all that had been demanded by His Excellency with an unyielding obstinacy had been granted, in order thereby to bring the Company's trade and affairs here into no further distressing circumstances, in which they had already completely fallen immediately after the fall of Tansjoer; and thus only the drawing up and drafting of the papers remained, His Excellency declared finally at the conference of 27 October that he would not enter into the slightest negotiation anymore, until and before the aforesaid Tansjoer envoys Harsinga Rauw Bhosale and Cannagasawea poele were handed over to His Excellency; expressing his astonishment that they had not been sent along with the commissioners, behaving on that day so unreasonably and abruptly that it was almost intolerable, while making many enormous threats and reproaches, and using insolent expressions, as well as putting forward all kinds of far-fetched and unfounded claims, and particularly concerning the aforesaid two envoys, namely that he had to have them in order to question and examine them, how and in what manner the purchase monies had been paid, and that account had been liquidated, desiring to that end that a specific account should be delivered to him, showing how much was first advanced, both on the security of jewels and lands, in what manner the interest thereon was calculated, and in what way this was subsequently liquidated, as well as how the money of the purchase was paid, with an indication of the day and date of the delivery and settlement thereof; without wanting to lend an ear in the least to the demonstrations and refutations of his improper conduct; so that at the session of 28 October it was resolved not to send the commissioners, until and before he should desist from his aforementioned newly broached claims; but to point out the unreasonableness of his conduct by a letter, and further to await how he would conduct himself further; as was persisted in by that resolution by a further decision of 3 November following. Meanwhile, inquiring into this sudden and unexpected turn for the worse of His Excellency, I soon became aware, and was also informed on good authority, that he was incited to harshness by malicious advisors, and other self-interested court grandees, and ill-intentioned people, with whom he was surrounded, among whom were even some Tansjoer courtiers, therefore considering that since through the sending back and forth of commissioners no settlement or conclusion of affairs would be reached, as long as His Excellency was not diverted or dissuaded from the aforesaid newly formed claims, I resolved to make use of the sowcar of this town, mentioned here before, on the occasion that he requested my permission to be allowed to pay his respects to His Excellency at Naoer, on account of such an obligation as is set down in the resolution of 6 November, to let him sound out and probe what the said His Excellency Madaroel Moelk as well as his malicious advisors and instigators had in mind, principally the sinister and foul-natured Poelam Allichan, repeatedly mentioned in the separate resolutions, who appeared to be the wheel upon which the whole affair turned, just as the commissioners had to experience his obstinacy in many respects, and who has been the sole and principal cause that the Nabob was unwilling to agree to the requested postponement for the conclusion of this affair, which he would otherwise have done, and from all his demeanour it could clearly have been perceived that he had already been inclined to do so, had not the said Poelam Allichan, having noticed this, managed to overthrow it; and thus whether it might not be possible to bring the same into a more favourable mood with respect to the Honourable Company; The sowcar succeeded in that commission in such a manner that, returning from Naoer, he reported and gave assurance that all difficulties would be cleared out of the way if Poelam Allichan

Dutch transcription

104 werden; soo als sijn Excellentie bij verscheijde confe„ rentien met veel nadruk daar op heeft aangedrongen; buijten meer andere onreedelijk en verdrietelijkheeden, welke die onderhandelingen verseld hebben gegaan in soo verre, dat deselve voor eenige dagen hebbe moe„ ten affbreeken, en om het selve uw Hoog Edelens in or„ dre te versoonen, sal ik in deesen een weijnig moeten te rug treeden; want na dat alles beraamd en gereguleerd was, en men volgens het geresolveerde ter sessie van den 26: October genoegsaam, al het geen door sijn Excellentie met een onversettelijke halsterrigheijd begeerd was ge„ worden, ingewilligd hadde, ten eijnde daar door, 's Comp„s handel en saken alhier in geen verder verdrietiger om„ standigheeden, waar in deselve reeds onmiddelijk na de overgang van Tansjoer te eenemaal geraakt waren, te brengen; en dus eenelijk, het inrigten en opmaken der papieren overbleeven, de clareerde sijn Excellentie, bij de Conferentie van den 27: october finaal, dat in geen de minste onderhandeling meer soude inlaten, voor en aleer de voorsz: Tansjoerse sendelingen Harsinga Rauw Bhosale en Cannagasawea poele aan sijn Excellentie overgeleeverd wierden; onder betuij= ging van sijne verwondering over dat deselve met de gecommitteerdens niet meede gesonden waren, zig gedragende ten dien dage soo onreedelijk en bruscq, dat bij na niet te verdragen is, geweest, onder het doen van veele Enorme Drijgementen en verwijtingen, en gebruij„ ken van brutale expressien, mitsgaders voortbrengen van allerhande verre gesogte en ongefondeerde pretentien, en wel insonderheijd omtrent de voorsz: twee sendelin„ gen, namentlijk dat hij deselve moeste hebben, om Haar te ondervragen en examineeren, hoedanig, en op wat wij„ se de koop penningen betaald waren, en die reecquening geliquideerd wal, begeerende ten dien eijnde, dat Hem een specifique reecquening overgegeven soude werden, met aantooning hoe veel eerst soo op pand van Juweelen, als Landen verstrekt, op wat wijse den Jntrest daar op bereekend, en in welker voegen sulxs vervolgens geliqui= deert, mitsgaders hoedanig het geld van den koop be= taald was, met aanwijsing van den dagen datum der affgavet en voldoening derselve; sonder na de Demonstra„ tien en weder leggingen sijner ongeschikte gedoente, in het minst het oor heeft willen Leenen; In voegen ter sitting van den 28: october beslooten wierd, de Gecom„ mitteerdens niet te senden, voor en al eer hij niet quam te desisteeren, van sijne voorm: op nieuw te berde ge„ gecom. bragte 105 bragte pretentien; dog bij een Brieff de onreedelijkheijd sijner Handelwijse aantetoonen, en voorts aff te wagten, hoedanig hij sig verder soude komen te gedragen; ge„ lijk bij die resolutie gepersisteerd is bij een nader be„ sluijt van den 3:e november daar aan„ Ondertusschen mij, na die schielijke en onver„ wagte verandering van sijn Excellentie ten quaden, informeerende, wierd ik wel haast gewaar, en ook van goeder hand berigt, dat denselven door quaadaardige Raadslieden, en andere baatsugtige Hofsgrooten, en qualijk geintentioneerde menschen, waar van Hij om„ ringt was, waar onder selfs sig eenige Tansjoerse Hlovelingen bevonden, tot hardigheijd op gestookt wier„ de, dierhalven in overweeging neemende, dat dewijl door het over en weeder senden van Gecommitteerdens, tot geen vergelijk off affdoening van saken komen soude, soo lang sijn Excellentie van de voorsz: op nieuw gefor„ meerde pretentien niet gederiveerd off affgebragt wierden resolveerde ik mij te bedienen van den saukaar deser steede, hier vooren vermeld, ter gelegendheijd dat hij mij permissie versogtede, om sijn Excellentie op Haoer te mogen gaan opwagten, uijt Hoofde van soodanige ver„ pligting als bij de resolutie van den 6: november ter neder is gesteld, om door denselven te laten polsen en ondertasten, wat gedagte sijn Excellentie Madaroel Moelk soo wel als sijne quaadaardige Raadslieden en opstokers in hun schild voerden principaal den bij de aparte resolutien meermaals aangehaalden finisteren en vuijl aardigen Poelam Allichan, die het Rad scheewte weesen, waar op het gansche werk draaijde, gelijk de Gecommitteerdens in veele op sigten sijne dwarsdrijverijen hebben moeten ondervinden, en de eenigste en principaalste oorsaak is geweest, dat den Na„ bab in het versogte uijtstel tot de affdoening deeser af„ faire, niet heeft willen inwilligen, het geen hij anders wel soude gedaan hebben, en uijt alle sijne houding duij„ delijk hadde konnen ontwaar werden, dat daar toe reeds geinclineerd is geweest, ingevalle gedagte Poelam Allichan sulks bemerkt hebbende, het niet om verre heeft weeten te werpen; en dus off het niet mogelijk soude weesen, deselve in een favorabelder Luijm ten opsigte van de E: Comp„e te brengen; Den saukaar slaagde in die Commissie in dier„ voegen, dat denselven van Naoer terug komende, ver„ slagen verseekering deed, alle swarigheeden uijt den weg geruijmd te sullen weesen, indien Poelam neder Alli„

NL-HaNA_1.04.02_3373_0119 view scan ↗

English

Allichan, a certain Sadichan, and many others who could cause some impediments in this matter, and who indeed actively obstructed everything, were corrupted by a gift in cash, and thereby mollified or softened. This he undertook to do, provided that in the meantime the nabob's desire to send deputies was complied with, in order to resume the broken off or suspended negotiations, with the assurance that His Excellency might well bring up the surrender of the aforementioned Tanjore envoys, but would not press it further, since he, upon the representation of the saukars that such a thing was an impossibility and therefore could not and would not happen, had completely desisted therefrom. The dispatch of deputies followed upon this, according to the resolution of 6 November cited above, with such success that in three conferences that followed, the matter was brought to such maturity that he agreed to virtually all conditions prescribed to him according to the resolution of 8 November, except that he altered the papers thereof according to his taste, and in the manner of the Moorish writing style, as well as in accordance with his arrogance and grandiosity; nevertheless, the sense of the contract remained the same. Likewise, regarding the marks of honor to be paid to his father, or to him, or to one of his brothers who might be in the administration of Tanjore, he did not wish to have this stipulated in the contract, because one had defined oneself too strictly in that respect; therefore, he thought it best that the same should be arranged according to the circumstances of the time, holding himself assured that the Honorable Company would not deviate from their customary maxim, yet giving it to be understood for his distinction that, the Tanjore rulers having been his tributaries, he was consequently more and higher than them. In the same way, one could not persuade him to pay higher interest than 7 1/4 per cent on the aforementioned principal of 484545 pagodas, desiring moreover that the same should not even be inserted into the contract, as he maintained that making the same known tended to his disparagement, on the grounds that he had consented to this not as an obligation, but out of friendship to the Honorable Company, and besides that, it was a matter that had to be settled between him and the saukars; just as the latter have bound themselves by a separate paper for that, as well as for the terms limited by the resolution of 8 November for the payment of the aforementioned contracted amount, at whose special request the latter, namely the aforementioned stipulation, was also left out of the contract, and thus no disclosure thereof was made to the nabob either, because he would then put off the promised provisions to enable them to pay the Honorable Company, or try to drag it out to the very extreme of the stipulations made, to their damage and great inconvenience, to which they might otherwise very easily become subject. Regarding the expenditure that, as said before, one was forced to make to render the ill-disposed courtiers and others more manageable, and thereby direct the matter so that no further damage would be inflicted upon the Honorable Company, especially not concerning the payment of the purchase money promised and accepted by the Nabob; and furthermore to obtain confirmation of the old privileges, I found myself, according to what was recorded in the separate resolution of 13 November, in that utmost necessity to make use of Your Excellencies' granted authorization by your most secret missive of 16 October 1772. Yet, whatever effort was made and set to work, I could buy it off for no less than a sum of 15000 new Nagapatnam pagodas, therefore twelve thousand guilders more than Your Excellencies were pleased to determine for that necessity. Although that amount can very suitably be found out of the aforementioned contracted interest with the souba circa 10000 pagodas, and the interest monies received on the principal amounts lent to the Tanjore ruler amounting to the sum of more than 18000 pagodas, or amounting together to more than 28000 pagodas, I nevertheless wished with all my heart that I had not had to proceed to that; but my efforts in that regard have turned out to be as fruitless as my endeavor—which I reverently assure Your Excellencies in the most solemn manner upon everything dear to me, I aimed at with a true zeal and loyalty for the Company's interests in the purchase of the aforementioned lands etc.—but it has been of an absolute impossibility to retain the same, by reason of

Dutch transcription

106 Allichan, eenen Sadichan, en nog veele andere, die in deesen eenige empechementen toebrengen kon„ den, en ook werkelijk in alles dwars boomden, door een geschenk in Contant gecorrumpeerd, en daar meede ge„ mollieerd, off week gemaakt wierden; het geen Hlij aan= nam te doen, dog dat intusschen aan de begeerte van de nabab, tot het senden van gecommitteerdens vol„ daan moeste werden, ten eijnde de affgebrooke off ge„ surcheerde onderhandeling te hervatten, met verseeke„ ring, dat sijn Excellentie van de overgave van de be„ wuste Tansjoerse sendelingen wel op halen, dog daer niet op verder urgeeren soude, alsoo hij, op des saukaars vertooning, dat sulx een onmogelijke saak was, oversulks niet konde, nog soude geschieden, daar van ten vollen gedesisteerd hadde; De sending van Gecommitteerdens volgde hier op, volgens het hier vooren aangehaald besluijt van den 6: november, met dat succes, dat bij drie daar op gevolgde Conferen„ tien, de saak tot die maturiteijt gebragt is geworden, dat hij genoegsaam in alle Conditien, die hem volgens besluijt van den 8: november voorgeschreeven sijn, bewilligt heeft, alleen dat hij de papieren daar van na sijn smaak, en na de manier van de moorsche schrijffstijl mitsgaders met sijne verwaand en grootshertig„ heijd over eenkomende, heeft verandert, egter de sin van de Contractatie het selfde is gebleeven, soo meede dat hij omtrent de te doene Eer bewijsingen, aan zijn va„ der, off aan Hem, dan wel aan een sijner Broeders, die in het bestier van Tansjoer soude weesen, niet bij het Contract heeft willen gesteld hebben, om dat men sig ten dien op sigte te seer bepaald hadde, dierhalven oor„ deelde hij het beste, dat deselve na tijds omstandigheijd geschikt wierde, als sig verseekerd houdende, dat de E: Comp„e niet affgaan soude van hun gewoone maxime, nogtans ter sijner distinctie te kennen geevende, dat de Tansjoersche Vorsten sijne tributarissen ge„ weest sijnde, hij dus meer en hooger dan deselve was; Jnselver voegen heeft men hem niet kunnen beweegen, om hooger jntrest dan 7¼ p:r Cento te betaalen op het voormeld Capitaal van 484545 pagooden, daar en boven begeerende, dat het selve, selfs bij het Contract niet ingevloeijd soude moeten werden, dewijl Hij susti„ neerde het bekend stellen derselve tot klijn agting strekte, uijt hoofde sulks niet als een verpligting, maar uijt vrindschap aan de E: Comp=e ingewilligt hadde, en buijten dien het een saak was, die tusschen Hlem, ende mits„ sau„ 107 saukaars gevonden werden, moeste; Gelijk desel„ ve daar voor soo wel als de bij resolutie van den 8: no„ vember gelimiteerde ter mijnen, ter betaling van het voorsz: gecontracteerde montant, sig bij een appart papier sig ook verbonden hebben op welkers speciaal Versoek ook, het laaste, namentlijk de voorsz: bepaling, meede uijt 't Contract gelaten, en dus den nabab ook daer van geen opening gedaen is, om dat denselven dan de toegesegde fournissementen, ter hunner in staat stel„ ling om de E: Comp„e te betalen, op de Lange Bankschuij„ ven, off tragten soude, daar meede tot op het uijtterste van de gemaakte bepalingen te traineeren, ter hunner schade, en groote ongeleegendheijd, waar aan sij anders veel ligt souden konnen subject werden; Belangende de spendatie, die men, gelijk voorsegt, genoodsaakt geweest is te doen, om de quaadwillige Hove„ lingen en andere, Handelbaarder te maaken, en de saak daer door daar heen te dirigeeren, dat de E: Comp„e geen verdere schade werde toegebragt, insonderheijd niet om„ trent de door den Nabab beloofde en aangenomene vol„ doening van de koop penningen; en voorts de oude voor„ regten geconfirmeerd te krijgen, heb ik mij na het aenge„ teekende ter apparte Resolutie van den 13:' November in die uijtterste noodsakelijkheijd gevonden, gebruijk te moeten maken, van uw Hoog Edelens verleende quali„ ficatie bij hoogst derselver secreete missive van den 16=e october 1772, dog ik heb, wat moeijte ook aengewend is, en in het werk hebbe laten stellen, het met niet minder dan een somma van 15000. nieuwe Nagapatnamse pagooden konden affkopen, over sulks twaalff duijsend Guldens meerder, dan uw Hoog Edelens, voor die nood„ sakelijkheijd hebben gelieven te bepalen, Al hoe wel dat montant seer gevoegelijk uijt het voorm: gecontracteerd Jntrest met den souba C: C: 10'000 pagoden, en op de ge„ leende Capitaalen aen den Tansjoersen Vorst, inge„ kreegene Jntrest penningen ter somma van ruijm 18000 pagoden, ofb te samen 28000 pagooden ruijm, uijtmakende gevonden kan werden: soo wenschte egter van harten, dat ik daar toe niet had behoeven overtegaen, dog mijne pogingen dien aangaande, sijn alsoo vrugte„ loos uijtgevallen, als mijne betragting, die ik uw Hoog Edelens reverentelijk op alles wat mij dierbaar is, op de plegtigste wijse verseekere, met een waare iever, en trou„ we voor 's Comp„s belangen, beoogd hebbe, in den koop der voorsz: Landen &=a, dog alles is van de volstrekte on„ mogelijkheijd geweest, om deselve te behouden, uijt hoofde in van

NL-HaNA_1.04.02_3373_0121 view scan ↗

English

108 of the weak condition in which one finds oneself here, and the consequences that this matter might at times have brought in its wake, had one not proceeded to the cession, having had to deal with a tyrant who, glorying in the support of his allies and the conquest of Tanjore, was capable of proceeding to all manner of extremes. Besides this, I could neither foresee nor fathom what the English were plotting, for just as they were willing to join with him during the Nabob's intrusion into the lawful possessions of the Honourable Company, they would just as little have hesitated to support the Nabob in his further evil designs against the Honourable Company or this city. At least, one could gather nothing else from their entire conduct and movements than detrimental designs. At the very least, I hold this for certain: that had the English not gone so far astray by marching into the territories of the Honourable Company, the Nabob would not have tuned his strings so high either. I am therefore by no means insensitive to the unfavourable turn of that affair, and the frustration of all well-reasoned measures regarding it, trusting furthermore that Your High Nobilities will graciously please to view my conduct and management in such a light, that in those precarious circumstances I could not have done or accomplished anything other than what prudence demanded of me and the Council, and especially to take care that the Company's advanced money should be recovered again; and it was also the main objective of my endeavours to direct matters to that end, as soon as the Nabob made a promise and offer to be willing to restitute the same. Just as all humanly possible care and precautions have been taken for the receipt thereof, so it shall also be paid in due time, the aforesaid Mr. Paul Benfield, for my greater assurance, having confirmed in the most emphatic terms, in a letter dated 12 November of the past year addressed to me and inserted into the separate resolution of the 8th of this month, the bonds and other obligations which his aforesaid factor, Comaro Modeliar, would grant in the settlement of the matter between the Subah and the Honourable Company; which he has further confirmed in a later letter of the 5th of this month, a copy of which accompanies this. So that I flatter myself with the firm hope that Your High Nobilities will graciously please to crown my aforementioned conduct with your most 109 venerated approval, which I hereby with all respect implore, testifying anew that in those fickle circumstances there was no possibility of keeping them lingering thus long until the receipt of Your High Nobilities' venerated orders, with which I had so dearly wished to be honoured, both regarding my actions in the purchase of those lands etc., and which could have served me as a guide in the doubtful circumstances in which I found myself, regarding the maintenance of the purchase, or else in the making of the cession thereof. As soon as I received news of the movement of the Nabob's army to invade the land of the Honourable Company, and that the English auxiliary troops were with it, I immediately had a protest prepared, addressed by me and the Council to Brigadier General Smith, and sent by a courier to Kivalur or Havur, wherever he might be, to be delivered to him; as was done at the last-mentioned place, but the courier was sent back without an answer. But the day thereafter, I received a letter from him, having served solely to accompany an oriental soldier who, having fallen behind during the retreat from the Kivalur district, was captured by the cavalry of the Nabob and brought to Havur. Which letter, as well as two others that I received from him, both in reply to the deserters from the army extradited to him, and the requested disciplinary punishment for the acts of violence committed by some of the army people in the Company's old villages, are inserted into the separate resolutions of the 22nd, 26th, and 28th of October of the past year, as proof that he was actually with his troops in the army of the Nabob at Havur. Just as in the same manner, into the resolution of 6 November are incorporated three successive letters received from Lieutenant Colonel John Bellingham, who since the departure of General Smith to Madras has held command over the aforesaid troops, likewise dealing with the requested disciplinary punishment regarding the robberies committed in the villages of the Honourable Company, and the requested return of three soldiers who deserted from here, of whom, however, only two were surrendered, and regarding the third it was objected that he was not in the army, although I have reason to believe the contrary, as there are proofs that the English do not adhere as strictly to the cartel in the extradition of deserters as they should.

Dutch transcription

108 van de swakke toestand waar in men hier sig bevind, en de gevolgen, die deese saak, somtijds na sig hadde konnen sleepen, indien men tot de affstand niet getreeden hadde, als te doen gehad hebbende met een geweldenaar, die op de ondersteuring sijner geallieerden, en de overwinning van Tanspoer glorieerende in staat was, tot allerhande uijt„ terstens overtegaan, buijten dien kon ik niet voorsien, nog door gronden, wat de Engelschen in hun schild voerden, want soo als sij, bij het indringen in de wettige besittingen van de E: Comp=e door den Nabab, met hem hebben willen conjungeeren, souden sij al soo min geschroomt hebben, den nabab in sijn verder quaad op set teegens de E: Comp=e off deese stad te ondersteunen, ten minsten men kon uijt haare gansch gedragen beweeging 'er niets anders opmaken, dan nadeelige Desseijnen, ten minsten ik stel dit voor seeker, dat soo de Engelschen, sig daar omtrent met het inrucken binnen de staten van de E: Comp=nie soo verre niet hadden vergreepen, den Nabab meede sijn snaren soo hoog niet zoude hebben gespannen; Ik ben dierhalven gants niet ongevoelig over de ongunstige Loop van die saak, ende ver„ ijdeling van alle beraisonneerde maatregulen dien aan„ gaande, vertrouwende wijders dat uw Hoog Edelens goedertierendlijk behagen sullen, mijne verrigting en behandeling in een sodanig ligt te beschouwen, dat ik in die netelige omstandigheijd, niet anders hebbe konnen doen, off bewerkstelligen, dan het geen de voorsigtigheijd van mij en den Raad vorderde, en wel voornamentlijk sorge te dragen, dat 's Comp:s uijtgeschooten geld weder gerecou„ vreerd werde; en ook het hoofd oogmerk mijner betrag= ting geweest is, om het daar heenen te dirigeeren; soo dra den Nabab beloffte en aanbieding deed, van het selve te willen restitueeren Gelijk voor dies inkoming dan ook alle mensch mogelijke sorge en precautien genomen sijn, en op sijn tijd ook betaald werden sal, hebbende voorsz: M„r Paul Benfieldt ter mijner meerder verseekering bij een Brieff onder dato 12:' november J=o Leeden, aan mij ge„ rigt, en ter apparte resolutie van den 8:e deeser geinsereert, in de aller nadruckelijkste bewoordingen bekragtigt, de obligatien en andere verbintenissen die sijn voorsz: fac„ toor Comaro modeliaar, in de affdoening van de saak tusschen den souba en de E: Comp„e verleenen soude; het geen hij bij een latere brieff van den 5=e deeser, waar van het affschrift deesen verseld, nader bevestigt heeft; invoegen dat ik mij met die vaste hoope vlije, dat uw Hoog Edelens gunstiglijk behagen sullen, mijne voor„ melde behandeling te bekeroonen met Hoogst derselver behan. geve„ 109 gevenereerde goedkeure, het geen ik bij deesen met alle Eer„ bied affsmeeke, als betuijgende bij renovatie dat in die Wis„ selvallige gesteldheijd van saken, geen mogelijkheijd geweest is, om deselve dus lange draalende te houden, tot den ont= fangst van uw Hoog Edelens gevenereerde beveelen, waar meede ik soo seer gewenscht hadde, gehonoreert te mogen wer„ den, soo omtrent mijne verrigting in den koop dier Landen etc: als mij tot een streek wijser hadde kunnen dienen, in de twijffelagtige omstandigheijd waar in ik mij, omtrent het maintineeren van de koop, dan wel in het doen van aff„ stand derselve bevonden hebbe; soo dra ik tijding kreeg van de beweeging van 's nababs leeger om het Land van de E: Comp:e in te dringen, en dat de Engelsche Hulptroupen sig daar bij bevonden, heb ik ten eersten een protest, door mij en den Raad aen den Brigadier Generaal Smith gerigt, in gereedheijd laten brengen, en door een Post- Bode naar kiewaloer off Haoer, waar sig mogte bevinden, aan denselven laten bestellen; gelijk op laast gemelde plaats geschied dog den bestelder sonder andwoord terug gesonden is, dog daags daar aen, ontfing ik een Brieff van hem, eenelijk gedient hebbende ten geleijde van een oostersche soldaat, die bij de retirade uijt het kiewaloerse, agter uijt geraakt sijnde, door de Cavallarij van den Nabal, op gevat te Haoer over„ gebragt is, welke brieff soo wel, als nog twee stuks die ik van denselven soo in antwoord van de aan denselven geexradeerde Deserteurs uijt het Leeger; als versogte staaff oeffening over de geweldenarij, door eenige van het Leeger Volk in 'sComp„s oude Dorpen gepleegd, gein„ sereerd sijn bij de apparte resolutien van den 22, 26. en 28:' october J„o leeden, ten blijke dat hij werkelijk met sijn troupen in het Leeger van den Nabab op Haoer geweest is, soo als inselver voegen, bij de resolutie van den 6:e November ingelijft staan, drie na den anderen ontfan„ gene brieven van den Luijtenant Collonel John Bel„ lingham, die 't seedert het vertrek van den Generaal Smith naar Madras het gesag over de voorsz trou„ pen gevoerd heeft, almeede roulleerende over de versogte staaf oeffening omtrent de in de Dorpen der E: Comp=e gepleegde Roverijen, en versogte te rug gave van Drie van hier gedeserteerde soldaten, dog waar van maar twee over„ gegeven zijn, en omtrent de derde g'excipieert is, dat den„ selven sig in het Leeger niet bevond, Hoe wel ik reeden heb het Contrarie te moeten geloven, alsoo 'er preuves sijn, dat de Engelschen sig soo stipt niet houden aan het Cartel in het extradeeren van Deserteurs, als wel de dienen

NL-HaNA_1.04.02_3373_0123 view scan ↗

English

ought to do so, because there are three deserters of ours in Madraspatnam, by names Tam Bormeester of Hijstad, Hendrik Beerman of Drakenburg, and Frans Dirksz: struijk of Langebroek, who absented themselves from here in March of this year, without giving notice of their arrival there, so that they could be fetched, whereas Governor Wijnsch had been so very astonished that no communication had been given to him of the arrival here of one of their deserters named Fredrik Schols, mentioned in the joint resolution of 16: June last and respectful advices dispatched on 15: October following. The aforementioned three deserters have secretly addressed the commissioners at Madraspatnam by two short letters, copies of which accompany this, and made known their inclination to return to the Honourable Company if they would be free from punishment and at the same time released from the payment of their transport, but I have ordered the commissioners to let them be assured in general terms that upon returning they shall undergo no punishment, for I did not find it advisable to claim them having received knowledge of their presence there, since it will not only be objected that they are not there, but those people could also be made unfortunate for having exposed themselves. By the previously mentioned protest that was made to General Smith as well as that sent to the Governor and Council at Madraspatnam, both inserted in our separate resolution of 21: October, while demonstrating that notwithstanding the existing friendship and alliance between His Britannic Majesty and Their High Mightinesses, and thus the two High Sovereigns in Europe lived in full tranquility and peace, and observed the sacred compliance with the treaties, they nevertheless in these regions broke and nullified the same, and commenced open warfare, by rendering public assistance to the Moors against the Dutch Company, in such manner as has been done by them, by helping to invade the Company's lands and possessions so lawfully acquired by purchase, thus acting explicitly contrary to the secret article of the Treaty concluded at Westminster on 19 February 1673/4 and confirmed on 6: February 1715/16, held them accountable and as the essential Causa Movens of the insult done to the Dutch flag, and for the damage that has already been caused to the Honourable Company thereby, and is still further to be caused, leaving all the damages and further consequences for their account and responsibility, with reservation of the right of summons to render assistance which, by virtue of the aforementioned treaties, they were obliged to provide to the Dutch nation in this case, with further notification that in the meantime the Sovereign would be informed of everything; but to which by the aforementioned English Ministry, to whom the protest was delivered by the commissioners, who were expressly ordered to do so by letter of 21: October, it was only answered that they would examine the same, and send such answer as they should deem fit, according to the commissioners' letter of 31: October, but instead of that, the same, by a short letter of the following day, addressed to the commissioners, and to be found among the enclosures to this, merely replied that Governor Wijnch had presented the delivered protest in their meeting, without more. Concerning the commission to Madraspatnam, I have the honour to inform Your Right Honours that a few days after the departure of the trade bookkeeper Hendrik Ambrosius Johnson to Sadraspatnam, the Nabab Madaroel Moelk, through the commissioners van Tessel and Simons, had delivered to me a letter from his father the subah Mahometh Allichan, dated 21: October, in which he wrote to me that he would not admit the dispatched commissioners before and until the differences between the Honourable Company and his aforementioned son, to whom he had given full power for that purpose and sent him hither, should be settled and decided. I immediately gave notice thereof to the said commissioners, and ordered them, both on account of that and also because one was already in negotiation about it with the said Madaroel Moelk, although one had as yet no prospect of its outcome, and thus their departure to and arrival at Madras would be of little use, and would by no means answer the purpose of that mission if the subah persisted in his intention, that if upon receipt of the letter dispatched on that account they had not already departed, they were to suspend the journey for the present until further orders from the Government here, and to send the protest against the English Ministry at Madras that was sent to them, under their covering letter, to the same; but before the receipt of that order

Dutch transcription

110 dienen te doen, want daar bevinden sig drie Deserteurs van ons in Madraspatnam, in namen Tam Bor„ meester van Hijstad, Hendrik Beerman van Dra„ kenburg, en Frans Dirksz: struijk van Langebroek, die in Maart deeses Jaars sig van hier geabsenteerd hebben, sonder van derselver aankomst aldaar kennisse te geeven, op dat affgehaald konde werden, daar den Gouver„ neur Wijnsch soo seer verwondert geweest was, over dat hem geen Communicatie gegeven is geworden, van de aan„ komst alhier van een hunner Deserteurs in name Fre„ drik Schols, ter gemeene resolutie van den 16: Junij J„o leeden en Eerbiedige affgegane advijsen van den 15:e octo= ber daar aan vermelt, Voormelde Drie Deserteurs hebben sig onder de hand bij Twee briefjes, waar van de Copijen deesen versellen, aan de Gecommitteerdens te Madraspatnam geaddres= seerd, en hunne genegendheijd te kennen gegeven tot te rug komst bij de E: Comp=e indien vrij van straffe en teffens gelibereerd soude sijn, van de betaling hunner Trans„ port, dog ik heb de Gecommitteerdens gelast haar in gene„ rale termen te laten verseekeren, dat se terug koomende, geen straffe ondergaan sullen, want om haar, als ken„ nisse derselver aanweesen aldaar gekreegen hebbende, te reclameeren, vond ik niet raadsaam, dewijl niet alleen g'excipieerd sal werden dat se daar niet sijn, maar ook die menschen ongeluckig soude kunnen gemaakt werden, over datse sig hebben ontdekt; Bij het hier Vooren gemelt protest dat aan de Gene„ raal Smith gedaan is soo wel, als dat aen den Gouver„ neur en Raad te Madraspatnam is gesonden, beijde ter onser apparte resolutie van den 21: october geinsereerd, heeft men haar onder aantooning dat niet teegenstaande de subsisteerende vrind en Bondgenootschap tusschen sijn Brittannische Maijesteijt en Haar Hoog Mo„ gende en dus de beijde Hooge souverainen in Europa in volle Rust en Vreede Leefden, mitsgaders de heijlige nakoming der Tractaten betragteden, sij egter in dese gewesten deselve verbreeken, en te niete deden, mitsgaders openbare Oorlogen aanvongen, door het bewijsen van publicque adsistentie aan de Mooren, teegens de Hol„ landsche Comp=e sodanigen in diervoegen als door haar gedaan is, met het helpen invadeeren van 'sComp=s zoo wettig door koop bekomene Landen en besittingen, dus uijtdruckelijk ageerende teegens het secreet articul van het Tractaat in dato 119 februarij 167¾. te Westmuns„ ter geslooten, en den 6: febr: 171/16. geconfirmeerd, aenspree„ kelijk 111 kelijk, en voor de Weesentlijke Causa Movens gehouden van de Hoon de Hollandsche Vlagge aangedaan, en voor het nadeel dat daar door de E: Comp=e reeds is toegebragt ge„ worden, en nog verder staat te werden toegebragt, met la„ ting van alle de nadeelen en verdere gevolgen voor derselver reecquening en verandwoording, met reservatie van het Regt der sommatie tot het bewijsen van adsistentie waar toe sij uijt kragte der voorschreeve verbonden, verpligt ge= weest waren, de Hollandse Natie in dit geval toe te brengen, onder wijdere bekendmaking dat intusschen van alles den souverain kennisse gegeven soude werden; dog op het welke door het voorsz: Engels Ministerium aen wien het protest de Gecommitteerdens, die daar toe bij brieve van den 21: october expres gelast sijn, overgegeven heb„ ben, eenelijk geandwoord is, het selve te zullen nasien, en sodanig antwoord laten toekomen: als goed vinden sou= de, na luijd der Gecommitteerdens brieff van den 31:' october, dog insteede van dien, heeft het selve, bij een brieffje van 'sdaags daar aan, aen de Gecommitteerdens gerigt, en onder de bijlagen deses te vinden, eenelijk geantwoord, dat het overgegeven protest, den Gouverneur Wijnch in hun ver„ gadering overgelegd hadde sonder meer, Ten Belange van de Commissie na Madras„ patnam, heb ik de Eere uw Hoog Edelens te bedeelen, dat eenige dagen naar het vertrek van den Negotie Boekhouder Hendrik Ambrosius Johnson naar Sadraspatnam, den Nabab Madaroel Moelk door de Gecommitteerdens van Tessel, en Simons, aan mij heeft laten bestellen een brieff van des„ selfs vader den souba Mahometh Allichan, de dato 21:' october, waar bij mij schreeff, dat de affgesondene Gecommitteerdens niet admitteeren soude, voor en al eer de verschillen, tusschen de E: Comp=e met sijn voormelde zoon, die hij daar toe volle magt gegeven, en dit heen geson„ den hadde, afgemaakt en beslist soude weesen, Ik gaff daar van ten eersten kennisse aan gedagte Gecommit„ teerdens, en ordonneerde haar, soo uijt hoofde van dien, als ook om dat men reeds met gedagte Madaroel Moelk werkelijk daar over in onderhandeling was, schoon men van dies uijtslag nog geen voor uijt sigt hadde, en dus der„ selver vertrek na en komste te Madras van weijnig nu't weesen, en geensints beantwoorden soude, aan het oogmerk dier besending, indien den souba bij sijn voornemen bleeff, dat wanneer op den ontfangst van de dierweegens affgeson„ dene brieff niet reeds vertrocken mogte weesen, de reijse voor eerst tot nader ordre van de Regeering alhier, te sta= ken, en het haar toegesonden protest teegens het Engels Ministerium te Madaas, onder hun geleijde letteren aan het selve te doen toekomen, dog voor de receptie dier Boek„ ordre 8.

NL-HaNA_1.04.02_3373_0125 view scan ↗

English

orders being already on the way to Madras, to then direct the meeting with the souba in such a manner that no affront or slight in one way or another should be brought upon them, by suffering a refusal or otherwise; and to that end, in order to avoid the same, to pretend that they had to await further orders from here, and in the meantime to carry out nothing concerning their mission to the souba other than merely to execute what had been recommended regarding the protest in proper form, and thereafter to retire from there for a time, should they deem such necessary, but not otherwise; Yet before this order, which was given to the Commissioners by letter from here of 27 October, was received by them, they had already set out on their way by virtue of the command in earlier letters of the 21st of that month, and had arrived on the 30th at Madraspatnam. There they were first courteously waited upon in the name of the souba at the garden of the English East India Company by a servant, and subsequently by the personal physician of the souba, Mr. Bosevall, and two prominent Brahmins, and were further escorted to a house appropriated for their dwelling by His Highness, and furthermore provided and supplied with all necessary provisions etcetera; all of which, as well as the meeting and reception with the English Governor, Mr. Alexander Wynch, are related at length in the Commissioners' two missives, both dated 31 October, and the annexes pertaining thereto, accompanying this in copy together with the other letters and papers received from them; wherefore, to avoid all unnecessary prolixity, I take the humble liberty of referring to them. Furthermore, as soon as the dispute between the souba and the Honorable Company was settled, they were immediately informed thereof and instructed to urge their admission to an audience, and having paid the compliment of congratulations on the victory at Tanjore, to depart from there at once, each to his designated post, since, on account of the aforementioned agreement concluded here, there was nothing further for them to accomplish there; just as, while writing this, news was received by a letter of the 7th of this month that on the 5th instant they obtained not only an audience, but also permission for departure, first with His Excellency Madaroel Moelk—which the souba particularly desired should take place earlier—and thereafter, or the day following, with His Highness himself, and were preparing themselves each to depart for his designated post; just as the fellow commissioner Johnson arrived back here on the 22nd instant. The report of the same, together with the daily journal of what occurred and was accomplished on that commission, I shall have the honor, if those papers still come in before the dispatch of this letter, to present to Your High Nobilities in all respect. To the further request of the Commissioners to obtain a satisfactory answer to the protest delivered by them, the English Ministry merely replied that it did not appear necessary to them to give any answer thereto, as they would otherwise have done the same long ago, as further appears from their letter of the 7th of this month sent to the Commissioners in that regard. According to the tenor of the Commissioners' aforementioned letters of the 7th instant, the souba as well as his aforementioned son made known on that occasion that, although all the disputes here on the Coast that had arisen between him and the Dutch Company were now cleared out of the way, something nevertheless remained with respect to the pearl fishery on Ceylon; wherefore His Excellency Madaroel Moelk had declared that he gladly wished to enter into negotiations with them; Concerning the aforementioned dispute regarding the pearl fishery, His Excellency Madaroel Moelk declared to the Commissioners during his presence at Nagoor that, if one wished to treat with him in that respect as well as concerning the chank diving, he would then listen to the demand of the Honorable Company. Upon this, as appears from the separate resolution of 26 October, I had it represented to him that when and the souba, that whenever it pleased the Company to settle that matter by some negotiation, he would always be found ready for it. But to the latter it was answered by the Commissioners that for the present they were not qualified at all for any negotiation whatsoever, and in response to his specific question to what purpose their mission had actually been arranged, they stated that their commission solely concerned the matters decided by him and the Government here, and thus, through that settlement, nothing remained for them but to pay the compliment of congratulations regarding the victory of Tanjore to the souba.

Dutch transcription

112 ordre reds op wegenste Madras sijnde, als dan de ont„ moeting van den souba indiervoegen te dirigeeren, dat haar geen affront, off klijn agting in het een off ander wierde toegebragt, in het lijden van refuus als andersints, en ten dien eijnde, tot vermijding derselve voor te geeven, dat nader ordre van hier affwagten moeste, en intusschen niets hunne besending, aan den souba belangende, werkestellig te maken, dan eenelijk het aanbevolene omtrent het pro= test in behoorlijke forma ter Executie te stellen, en sig van daar voorts voor een tijd te retireeren, soo sij sulks noodsa= kelijk oordeelen mogte, dog anders niet; Dog voor dat deese ordre, die de Gecommitteerdens bij brieve van hier van den 27: october gegeven is, bij haar ontfangen was, waeren se uijtkragte van het bevel bij vroe„ gere Letteren van den 21: dier maand, reeds op weggetoogen sijnde, den 30: te Madraspatnam gearriveerd, daar se eerst door een bediende, en vervolgens door de Lijff medicus van den souba De Heer Bosevall, en twee voorname Bramineesen, beleefdelijk aan de Thuijn van de En„ gelsche Oost Indische Compagnie uijt naam van den souba opgewagt, en voorts geleijd wierden, naar een door sijn Hoogheijd voor haar ter bewooning geappropri„ eerd sluijs, en Voorts met alles wat van provisien &=a nodig waaren voorsien; en toegesonden geworden, gelijk al het selve soo wel, als de ontmoeting en receptie bij den Heer Engels Gouverneur Alexander Wijnch, in het breede vermeld staan, bij der Gecommitteerdens twee missives, beijde gedateerd 31: october, ende daar toe spec= teerende bijlagen, desen neevens de verdere van haar ont„ fangene brieven en papieren in Copia versellende, dier„ halven om alle onnodige wijdlopigheijd te vermijden, de nedrige vrijheijd neeme, mij daar aan te gedragen, sijnde wijders soodra het geschil tusschen den souba ende E: Comp=e bijgelegd is, haar ten eersten daar van kennisse gegeven, en gelast, om op derselver admissie ter audien„ tie te urgeeren, en het Compliment van de felicitatie met de overwinning op Tansjoer affgelegd hebbende, ten eersten van daar, ider na sijn bescheijden post te ver„ trecken, dewijl door de voormelde getroffene over een komste alhier, voor haar aldaar niets meer te verrig= ten viel, gelijk onder het schrijven deeses bij een brieff van den 7: deeser maand tijding bequam, dat sij op den 5:' courant eerst bij sijn Excellentie Madaroel Moelk, het geen den souba in het bijsonder begeerde, dateerder ge„ schieden soude, en daar na, off 'sdaags daar aan, bij zijn Hoogheijd selve, niet alleen Audientie, maar ook per„ nodig missie 113 permissie tot vertrek kreegen, en sig gereed maakten ider na sijn bescheijden post te vertrecken: gelijk den mede gecommitteerden Iohnson den 22. ' deser al: hier te rug gearriveerd is het Rapport van denselven, neer„ vens het Dag verhaal van het voorgevallene en verrigte in die Commissie, sal ik, soo die papieren voor het aff= senden deses nog inkomen, de Eere hebben uw Hoog Edelens in alle Eerbied aan te bieden; Het Engels Ministerium heeft op het nader requisit der Gecommitteerdens om een voldoenend antwoord te erlan„ gen, op het door haar overgeleeverd protest, maar eenelijk gerepliceerd, dat haar niet noodsakelijk voorquam, om daar op eenig antwoord te geeven, dewijl sij anders het selve al over= lang gedaen soude hebben, nader blijkende bij hun dierwee„ gens aan de Gecommitteerdens gesondene brieff van den 7: deser maand; Den souba soo wel, als desselfs voormelde zoon hebben na Luijd van den Gecommitteerdens voormelde letteren van den 7:e deeser, bij die geleegendheijd te kennen gegeven, dat schoon nu alle de geschillen hier ter Custe, tusschen hem en de Hollandsche Comp=e ontstaan, uijt den weg geruijmd waren, egter ten opsigte van de paarl visscherije op Ceijlon, iets overbleeff, dierhalven sijn Excellentie Madaroel Moelk betuijgt hadde, hij gaarne Ten Belange van voorsz: geschil omtrent de Paarl visscherij heeft sijn Excellentie Madaroel Moelk bij sijn aanweesen te Naoer, aan de Gecom„ mitteerdens betuijgd, dat indien men ten dien opsigte soo wel, als omtrent de Chiankos Duijkerij, met hem handelen wilde, als dan den Eijsch van de E: Comp:e aan„ hooren soude; Jk hieb hem daar op, blijkens het appart be„ sluijt van den 26: October laten voorhouden, dat wanneer met Haar in onderhandeling wenschte te treeden; en den souba, dat wanneer het de Compagnie behaagde door eenige onderhandeling, die saak aff te doen, hij sig daar toe althoos gereed soude laten vinden, dog daar is door de Gecommitteerdens aan den Laast gemelden op geandwoord, dat sij voor het tee„ genswoordig in het geheel tot geene onderhandeling, hoe genaamd, gequalificeerd waren, en op sijne speciale tra„ ge, tot wat eijnde hunne besending dan eijgentlijk ges„ rigt was, gediendt hebben, hunne Commissie eeniglijk opsigt hadde, op de saken, door hem ende Regeering al„ hier beslist, en dus door die affdoening voor haar niets overbleefs, dan het Compliment van gelukwensching wee„ gens de overwinning van Tansjoer aan den souba affte leggen; met zijn.

NL-HaNA_1.04.02_3373_0127 view scan ↗

English

His Excellency wished to embrace the propositions made to the subah by His Honour, the Right Honourable Lord Governor-General, by letter of 26 July 1771, so that an agreement could be reached at the earliest opportunity, and at the same time, on that occasion, clearly present the proposed points upon which a lasting settlement could be reached and concluded in that regard. However, nothing came of it, because in the meantime His Excellency, having been summoned to Madraspatnam by his father through letter upon letter as soon as the matter of the lands, etc., was settled, departed thither without expressing himself further on the matter. It is said that the aforementioned summons took place because the subah has for some time found himself sickly and from time to time begins to decline in strength, and moreover is full of anxiety over the rumored arrival of the Marathas, joined, as it is said, with the army of the Golconda subah Nizam Ali Khan, and to which the notorious Hyder Ali Khan would also join himself; consequently, to confer with him about this and about the further affairs and government of these lands, as it is said, and also held as certain, that it is the subah's desire, and he had also already decided, that this son of his, being his favorite, should succeed him in the administration of the subahship of these Carnatic Lowlands, though this is something that time will have to show when the subah might come to depart this life. In the meantime, this is certain: that the eldest son cannot harmonize so well with the father, nor with his brother, as the close relation they bear to one another indeed requires. It will, if it pleases Your Right Honours, have already appeared from the separate Resolution of 11 October past, presented in copy to the same by the ship Den Tempel alongside my humble letters of the 20th of that month, concerning the rejected project to entrench at Kivalur, and thereby not only cover the new lands, but also the old. Since then, or on the 21st thereafter, a further project was presented at the session of that day, drafted by Captain Christiaan Constantijn Wohlfaarth, with whom, as well as with Major Hazelman, I conferred several times in order to prevent this city from a formal siege or blockade, in case His Excellency Madar-ul-Mulk might take a desire to come and encamp before this place. In consequence of the proposals made therein, which appeared to me to rest on very good grounds, I had him, pursuant to the resolution passed thereon, march outside on the very day of the invasion of Nagore, with as many men and all the necessities required thereto as were demanded and proposed by him, and caused them to encamp and entrench there under the cannon of the city. This precaution employed and movement made has had such a fortunate influence not only on the mind of the Nawab, but also on that of the English, as I subsequently experienced, that the first-mentioned, seeing our resolution for a vigorous resistance in case of an attack or approach into our old limits, abandoned his intention to actually come and besiege us or at least encamp closer under the city and in our villages—with which intention he had broken camp from Tiruvarur if we gave no satisfaction to his demands—and in time was made more manageable. It is otherwise certain, and I dare freely assure Your Right Honours, that he would otherwise have prescribed, and perhaps also extorted from us, much harsher and more disadvantageous conditions. On that account, I very humbly pray Your Right Honours to also agree to these my actions, and to crown them with a favorable approval, the more so as, viewed in retrospect, it appears that demanding troops, etc., from Ceylon for the reinforcement of this place was not in vain, but also in the highest degree necessary. By that arrangement made for the defense of this place, the officers on hand not having been sufficient to manage everything in proper order and to man the posts properly, I found myself under the necessity of proceeding to the appointment of some new officers, namely: among the received Ceylon auxiliary troops, as Captain-Lieutenant, Lieutenant Jan Fredrik Maus; as Lieutenant in his place, Ensign Johan Willem Weerman; and as Ensigns, the Under-Adjutant Frans Sigfried Werner van Wulffen, the Sergeants Jan Hendrik Trip, Fredrik Godlieb Kornman, and Fredrik Raaijt; as well as Adjutant, the fellow Sergeant Jan Willem Ulmbeek; and further, as Lieutenant in place of the deceased Frans [illegible]

Dutch transcription

114 zijn Excellentie de propositien door sijn Edelheijd, den Hoog Edelen Heere Gouverneur Generaal bij brieve van den 26: Julij 1771. aan den souba gedaan, amplecteeren wilde men ten Eersten tot een accoord komen konde en teffens bij die geleegendheijd duijdelijk laten voorhouden, de voorgeslage poincten, waar op men tot een bestendig vergelijk dien aangaande komen en treffen konde, dog daar is niets van gekomen, alsoo in tusschen sijn Excellentie, door desselfs vader bij Brieve op Brieven naar Madraspatnam ontboden sijnde, soo dra de saak van de Landen etc: bij gelegd was, naar derwaards vertrocken is, sonder sig daar over verder uijttelaten; Alen segd dat het voormeld op ontbod ge„ schied is, om dat den souba sig seedert eenigen tijd sie„ kelijk bevind, en van tijd tot tijd in kragten begind affte„ neemen, en booven dien vol sorge is, op de gerugte afkomst der Marattijs, soo men segd, geconjungeerd met het leeger van den Golcondasen souba Hisam Al„ lichan, en waar bij sig ook voegen soude, den berugten Hlaijder Allichan; dierhalven daar over, en over de verdere saaken en Regeering deeser Landen, met hem te beramen, alsoo men segt, en ook voor vaststeld, dat den souba sijn begeerte is, en ook reeds beslooten had, dat deesen sijn zoon, als sijn Lieveling sijnde, hem in het bestier van het soubaschap deeser Carna„ ticase beneede Landen succedeeren soude, dog het geen den tijd sal moeten Leeren, wanneer den souba het tijdelijke mogte komen aff te leggen; ondertusschen is dit seeker, dat de oudste zoon met den verder soo wel, als sijnen Broeder, soo wel niet Haermonieeren kan, als wel de nauwe besrecking die se tot malkanderen hebben, het wel vereijscht; Het sal uw Hoog Edelens des behagende, bij de apparte Resolutie van den 11:' october passato. reeds met het schip Den Tempel Hoogst deselve in Copia neevens mijne nedrige Letteren van den 20:e dier maand, aangeboden, gebleeken, hebben, het affgekeurd project om in het Kiewaloerse sigte verschansen, en daar meede de nieuwe Landen niet alleen, maar ook de oude te decken; 't seedert ofs op den 21:' daar aan, heeft een nader project ter sitting van dien dag gedient, door den Capitain Chris„ tiaan Constantijn Wohlfaath ontworpen; met wien soo wel als met den Maijoor Hazelman diverse malen geconfereerd hebbe, om dese stad voor een formeel beleg, off blocquade te verhoeden, ingevalle sijn Excellen„ die Madaroel Moelk het gelusten mogte, voor deese dat. plaatse 115 plaatse te komen leegeren; Jngevolge de voorstel„ lingen daar bij gedaan, als op seer goede gronden steu„ nende, mij te vooren gekomen sijnde, heb ik hem vol„ gens het besluijt daar op gevallen, met soo veel Man„ schappen, en alle de benoodigtheeden daar toe vereijs„ schende, als door hem geEijscht en geproponeert is, dien selfden dag van de Jnvasie van Haoer, naar buijten laten trecken, en aldaar onder het geschut van de stad doen Campeeren en verschansen; Deese gebruijkte voor sorge en gemaakte beweeging is van dat geluckig invloed, op het gemoed van den Nabab niet alleen, maar ook dat van de Engelschen geweest, gelijk ik naderhand ondervonden hebbe, dat den Eerst gemelde onse Resolutie tot een wackere Resistentie in Cas van aanval, off nadering in onse oude Limiten„ siende, van sijn voorneemen, om ons waarlijk te komen beleegeren off ten minsten nader onder de stad, en in onse dorpen te Campeeren, met welke op set hij van Triwaloer opgebroken is, soo wij aan sijne Eijsschen geen voldoening geeven, affgesien heeft, en door den tijd Handelbaarder gemaakt is geworden; het is anders see„ ker, en ik Durff uw Hoog Edelens vrijmoedig verasu„ reeren, dat hij ons anders veel harder en nadeeliger conditien voorgeschreeven, en ook misschien aff„ geperst zoude hebben; uijt dien hoofde, bid ik uw Hoog Edelens seer nedrig deese mijne gedoende mede te aggreeren, en met een gunstige goedkeuring te bekroo„ nen, te meer nu van agteren beschout sijnde, blijkt, dat het Eijsschen van Volk etc: van Ceijlon tot ver„ sterking deeser plaatse, niet te vergeefsch, maar ook ten hoogsten noodsakelijk geweest is; Door die gemaakte schicking ter defentie deeser plaatse, de aan handen weesende officieren, niet toe= rijkende geweest sijnde, om alles in een behoorlijke ordre te beheeren, en de posten naar behooren te besetten, ben ik in de noodsakelijkheijd geweest, tot de aanstelling van eenige nieuwe officieren te treeden, te weeten onder de bekomene Ceijlonse Hulptroupen, tot Capitain Luijtenant, den Luijtenant Ian Fredrik Maus, tot Luijtenant in sijn plaats, den Vendrig Johan Wil„ lem Weerman; en tot Vendrigs den onder adjudant Frans Sigfried Werner van Wulffen, de sergeants Ian Hendrik Trip; Fredrik Godlieb Kornman, en Fredrik Raaijt; mitsgaders tot adjudant den meede sergeant Ian Willem Ulmbeek; en voorts tot Luijtenant in steede van den overleedene Frans condi„ van 10.

NL-HaNA_1.04.02_3373_0129 view scan ↗

English

van Bishausen, Ensign Philip Andreas Rooth, and as ensign in his place Sergeant Christoffel Hoffman; and furthermore among the garrison here, as ensign the Adjutant Pieter Smith, the Sergeants Hendrik Willem Arnout and Michiel Thoorn, and as adjutants the fellow sergeants Ian Lagoes and Adolph Sell; all of which appointments I take the liberty, with great respect, very humbly to request Your High Nobilities favorably to crown with Your High Nobilities' desired approval, to which end these promotees, being all brave and vigilant military men and chosen persons of ambition and promise, turn with their humble petitions to Your High Nobilities' benevolence. Of the 8 elephants as recognition for the Tansjoer prince brought over here in the month of May of this year by the dispatched Mahaldaar and Cornai of Jaffanapatnam, one collapsed and died during the unloading, as I had the honor to inform Your High Nobilities in my respectful letter of 10 September, and since then two more of them have collapsed and died; thus leaving five of those animals standing here. His Excellency Madaroel Moelk, although they lawfully belong to the dethroned Tansjoer prince, has nevertheless made not the slightest claim to them, possibly because he has not been able to obtain proper information on how the matter truly stands. I am looking for ways to sell them in the best possible manner in order to avoid further expenses, as there is no possibility of getting them from here back to Jaffanapatnam. As an addendum to the aforementioned Tansjoer affair, I still consider it my duty respectfully to bring to Your High Nobilities' knowledge that on the day the repeatedly mentioned nabob Madaroel Moelk behaved so intractably and threatened to force us by violence to satisfy his demands, fearing disasters and it also having been impossible to foresee what might happen because of the negotiations broken off on that day, I considered it best to secure in time the Company's available cash and other precious effects, spices, linens, and other goods, along with the four sloops, the pantjalling, and a thonij that were here at that time, as well as a Jaffanapatnam sloop, and to that end had all of them transported to Jaffanapatnam. Regarding the lease of Bimilipatnam and subordinate villages, about which I had the honor fully to inform Your High Nobilities in my previously cited respectful letter of 10 September past, concerning the resolved taking in lease of the same for 3 years at 18220 rupees per year, to be deducted annually beforehand or subtracted from the 100000 rupees that have been agreed upon as a loan to the princes of Visianagaram at 12 percent interest per month, along with what was further regulated and determined on that occasion with respect to the settlement or liquidation of what the princes might still remain indebted upon the aforementioned 100000 rupees to be received as a loan once the aforementioned three-year lease period had expired or ended; I must now respectfully bring to Your High Nobilities' attention that in the chiefs' letter of 17 August in reply to the missive dispatched from here on 28 April previously, received here after the dispatch of my aforementioned humble advices of the repeatedly mentioned 10 September, entirely the opposite was communicated regarding the aforementioned contracted lease sum of 18220 rupees, namely that the same would not serve as a deduction from the 100000 rupees to be loaned, but would have to be paid each time in advance, or at the start of the lease year; And that the Honorable Company, moreover, under such conditions as are described in the report of the servant Moetoe Ananda, would have to lend 100000 rupees at the interest of ½ percent per month; That the princes would issue a bond for this, and the saukaar Wannamalidas would moreover give a certificate of the following content: That the said amount be delivered to him, the saukaar, and he would repay the same, with the interest accruing thereon, within the time to be determined in the contract; and whenever the princes might need money again, the chiefs would be notified two months in advance, and they would be obliged to provide the same, or an equal amount of 100000 rupees, as a loan; And that if the saukaar did not pay the money within the stipulated time, the Honorable Company would then collect it,

Dutch transcription

116 van Bishausen, den Vendrig Philip Andreas Rooth, en tot vendrig in sijn plaets den sergeant Christoffel Hoffman; en Voorts onder het Guar„ nisoen alhier tot Vendrigh den adjudant Pieter Smith, de Sergeanten Hendrik Willem Arnout en Michiel Thoorn, en tot adjudanten de meede sergeanten Ian Lagoes, en Adolph Sell; alle welke aanstellingen, ik met veel Eerbied de vrijheijd neeme, uw Hoog Edelens seer nedrig te versoeken, gunstiglijk te willen bekronen met Hoogst derselver gedesidereerd goedkeure, ten welken eijnde die bevorderders, als alle wackere en Vigilanse militairen en uijtgesogte Per„ soonen van ambitie en verwagting sijnde, met hunne nedrige supplicatien sig tot uw Hoog Edelens goedertie„ rendheijd wenden; Van de 8. stuks Eliphanten tot recognitie voor den Tansjoersen Vorst in de maand Meij deses jaars, door de affgesondene Mahaldaar en Cornai van Jaffa„ napatnam alhier overgebragt, is een bij de ontschee„ „ping neder gesakten gecreveerd, gelijk de Eere gehad hebbe uw Hoog Edelens bij mijne eerbiedige Letteren van den 10: september te bedeelen, en 't seedert zijn nog twee der„ selve needergesakt en gecreveerd; blijvende 'er dus nog dijff dier animaalen hier staan; zijn Excellentie Ma„ daroel Moelk heeft, schoon deselve den gedetroneerden Tansjoersen Vorst wettig toekomen, egter daar om„ trent geen de minste aanspraak gedaan, mogelijk dat hij geen regt narigt heeft konnen erlangen, hoedanig het daar meede weesentlijk geleegen is; Ik sie na middelen om, om deselve ter vermijding van de meerdere ongelden op de best mogelijkste wijse te verkopen, dewijl 'er geen moge„ lijkheijd is, om ze van hier weder op Iaffanapatnam te krijgen; Tot een aanhangsel van de hier vooren verhandelde Tansjoerse affaire, agt ik mij nog verschuldigt uw Hoog Edelens eerbiedig ter kennisse te brengen; dat ten dage den meermaals genoemden nabab Madaroel Moelk sig soo onhandelbaar gedroeg, en dreijgde ons met geweld te sullen dwvingen tot de voldoening sijner Eijsschen, voor= onheijlen vreesende, en ook niet te voorsien geweest sijnde, wat er konde gebeuren door de ten dien dage affgebroke onderhandeling, heb ik het beste geoordeelt, 's Comp„s aan handen hebbende Contanten en andere dierbare Effecten, specerijen, Lijwaten, en andere Goederen, met de als toen sig alhier bevonden hebbende vier Chialoupen, de pantjal„ ling, en een thonij, mitsgaders een Jaffanapatnamse dier chia„ 117 Chialoup, bij tijds te segureeren, en ten dien eijnde alle deselve naar Iaffanapatnam doen over brengen, Nopens de pagt van Bimilipatnam ende on= derhoorige Dorpen, welkend weegen ik de Eere hadde uw Hoog Edelens bij mijne hier vooren reeds aange„ haalde Eerbiedige Letteren van den 10:' september passato ampel te bedeelen, de geresolveerde in pagtneeming der„ selve voor 3 Jaren teegens 18220. Ropijen 'sjaars, om Jaarlijks voor uijtgenooten off affgekort te werden van de 100'000 Ropijen, die aan de prinsen van Visiana„ garam tegens 12 p:r Cento Jntrest 'smaands ter leen in„ gewilligd sijn, met het geen wijders bij die geleegentheijd met betrecking tot de afflegging off liquidatie van het geen de princen, de voorsz: drie jaarige pagt tijd ver„ lopen off g'expireerd weesende, op de voorsz: ter leen te genie„ tene 100'000 Rop=s nog debet soude komen te blijven, gere„ guleerden bestemt is; moet ik als nu uw Hoog Edelens eerbiedig onder het oog brengen, dat bij der opperhoofden letteren van den 17: Aug:ts in andwoord van de van hier affgevairdigde missive van den 28: april bevoorens, na het affgaan mijner voormelde nedrige advijsen van den 10: 7ber: meermeld; alhier ontfangen, gants het teegendeel bedeeld werd, omtrent de voorsz: Gecontrac„ teerde pagtpenningen van 18220 Rop:s, nament„ lijk dat deselve niet soude dienen in affscorting van de te leenene 100000 rosoijen, maar telkens voor uijt, off met den aanvang van het pagtjaar voldaan soude moeten werden; En dat de E: Compagnie daar en boven op sodanige Conditien, als bij het Rapport van den Dienaar Moe„ toe Ananda beschreeven staen, 100000. ropijen teegens den Jntrest van ½ percento smaands soude moe„ ten Leenen; Dat de Prinsen daar van, een obligatie verleenen, en den saukaar Wannamalidas daar en bo„ ven een Certificaat geeven soude van de volgende inhoud: Dat gemelde montant aan hem saukaar affge„ geven werden, en hij het selve, met de daar op te ver„ „lopene Intrest binnen de bij het Contract te bepa„ lene tijd, weder betalen, en wanneer de prinsen wee„ der Geld benodigen mogte, twee maanden voor uijt, de opperhoofden aangekundigt werden, en deselve verpligt weesen soude, het selve, off een gelijke mon„ tant van 100000 ropijen ter leen te besorgen; En dat wanneer den saukaar het geld in de be„ paalde tijd niet quam te voldoen, de E. Comp„e sulx als dan soude invorderen, teerde. condi„ 11.

NL-HaNA_1.04.02_3373_0131 view scan ↗

English

118 Conditions directly conflicting with what was communicated by the chief in his letter of the 7th of July past, cited in my aforementioned humble recommendations of the 10th of September, which served as the basis for the decision taken to accept the prolongation of that lease for three years and to condescend to the requested new loan; but the chiefs now report, in their aforementioned letter of the 17th of August concerning the aforementioned annual lease money to be paid in advance, that upon the occasion when Moetoe Ananda had returned back and forth from the princes, he had verbally reported to the chief that the same would be deducted from the capital to be borrowed; but when he arrived back at Visianagaram, the princes had refused to agree to this; which the chiefs allege as proof of how variable the princes were in their sentiments. Concerning this, as well as in relation to the period of the loan, the chiefs amply remark in their aforementioned letter of the 17th of August that it appeared that those princes were not at all inclined to prolong the lease, but had merely invented the same as a pretext to regard the Company practically as one of their sowcars or bankers, in order thereby, under the semblance of right, to achieve their unreasonable aim, and that furthermore under the condition that this would have to be granted without awaiting the consent of the government here; further demonstrating that this proposal was not only highly disadvantageous to the Honorable Company, but also extremely dangerous for the chiefs of that factory, since the intention of the princes appeared to be to keep that sum always in their possession, and although paying it off annually, nevertheless to ask for it back shortly thereafter, and thus to remain perpetually indebted; While notice of this change was given here and further orders were requested, the chiefs at the same time solicited a further prolongation of the lease for another three months or until the end of November past, because the first prolongation of three months, which had been granted during the first negotiation, was due to expire at the end of August; the princes meanwhile being brought by necessity to dispatch their aforementioned diwan to Madraspatnam; in order to mediate and settle the dispute that had arisen between them and the English vice-governor at Visagapatnam, Mr. Stratton, over and regarding the fact that the princes, having occupied and seized the lands of some minor regents and land-renters who are tributary to him, held them detained in the fort of Visianagaram without being willing to release them upon the remonstrances of the said Mr. Stratton, because those minor regents offered to pay much larger contributions directly to the English than the princes did on their behalf; they wrote to the chiefs under dates of the 18th and 30th of August last that, since they needed the requested loan of 100,000 rupees not at Visianagaram but at Madraspatnam, the same might therefore not only be made available there to Ienpenne Iaggoenadoe Rasoe, but also that the servant Moetoe Ananda might be sent along, so that, matters at Madraspatnam being concluded, he might undertake the further journey hither together with the aforementioned diwan, to speak directly and further with me concerning the lease and the money requested on loan as aforesaid, adding at the same time that nevertheless not the slightest change would be made to what had been agreed and settled with the said servant Moetoe; furthermore, according to the chiefs' letter of the 16th of October, those princes in the meantime dispatched two of their court grandees, by name Ienpenne Padmanaboe Rasoe and Cotichina Panteloe, to Bimilipatnam to settle the account of the previous loan of 100,000 rupees advanced on the five-year lease contracted in the year 1768, and to pay off in cash what they still owed at the conclusion thereof, after deduction of the one- and three-year gift moneys retained by them to their credit for Bimilipatnam and the Nawabship of Sicacol, according to the account accompanying this in copy, as indeed happened, to an amount of 38,821½ rupees; on which occasion, in order to gain time for concluding a formal contract concerning that lease and the terms stipulated in that regard by the princes, that lease was prolonged as customary until the end of May 1774, provided that the lease money for it due from the princes

Dutch transcription

118 Conditien direct strijdende teegens het bedeelde door het opperhoofd bij sijn Brieff van den 7:' Iulij passato, bij mijne voorwaards aengehaalde nedrige advijsen van den 10: 7ber: geciteerd, en gedient heeft, tot den grondslag van het genoomen besluijt om de pro„ longatie van die pagt voor drie Iaaren te accepteeren, en in de versogte nieuwe Geldleening te Condescendeeren; dog de opperhoofden bedeelen als nu, bij hare voorm: letteren van den 17:' aug„s ten belange van de voorsz: voor uijt de betalene Jaarlijkse pagt penningen, dat bij occagie Moetoe Ananda eens heen en weeder van de prinsen terug gekomen was, aan het opperhoofd mondeling ge„ rapporteerd hadde, als dat deselve, van het te Leenene Capitaal affgetrocken soude werden; maar toen hij weeder te Visianagaram te rug quaam, de princen daar toe niet hadden willen verstaan; Het geen de opper„ hoofden tot een bewijs allegueeren, hoevarieerende de princen in derselver sentimenten waren, Waar omtrent soo wel, als met relatie tot de periode van de geldLeening, de opperhoofden bij haare voormelde letteren van den 17: Aug=ts ampel remarqueeren, dat het scheen, dat die vorsten, gantschelijk niet geinclineerd waren, om de pagt te prolongeeren, maar het selve eenelijk tot een uijtvlugt versonnen hadden, om de Comp„e soo veel, als voor een van hunne saukaar off Bankier aantemerken, om daar door, onder schijn van regt haar onreedelijk oogmerk te berijken, en dat nog wel onder die bepaling, dat sulks sonder affwag„ ting van het consent van de Regeering alhier, ingewil„ ligd soude moeten werden; onder vertooning wijders, dat dat voorstel niet al„ leen ten hoogsten nadeelig voor de E: Comp:e, maar ook ten uijttersten gevaarlijk was, voor de opperhoofden van die factorij, dewijl de Jntentie der prinsen scheen te weesen, om dat montant altoos onder haar te hebben, en het selve, schoon Jaarlijks affbetaalden, egter kort daar na, weder te rug te vragen, en dus Eeuwig duurend schuldig te sijn; Terwijl van die verandering dit heen kennisse gege„ ven en de nadere ordre versogt is, mitsgaders de opper„ hoofden, een nadere prolongatie van de pagt voor nog drie maanden off tot ultimo november J„o leeden, besol„ liciteerden, uijthoofde de Eerste prolongatie van drie maanden, die geduurende de eerste onderhandeling ver„ waren leend verleend was, onder ult„o augustus stond te expireeren; de prinsen intusschen ende noodsakelijk gebragt sijnde, om slunnen voormelden Duan naar Madraspat„ nam te Depecheeren; ten eijnde het geschil tusschen haar, en den Engels vice Gouverneur te Visiaga„ patnam M=r Stratton, over en ter sake de prinsen, de Landen van eenige mindere Regenten en Landpag„ ters, die aan hem Cijnsbaar sijn, geoccupeerd en wegge„ nomen hebbende, deselve in het fort van Visianaga„ rain gearresteert hielden, sonder op de remonstratien van gedagte M„r Stratton te willen largeeren, ontstaen; te bemiddelen en beslissen, dewijl die mindere Regenten aanbiededen, veel meer Contributien, direct aan de En„ gelsen te Willen opbrengen, dan de Prinsen voor haar deeden; schreeven aan de opperhoofden onder datis 18 en 30: augustus lestleeden, dat vermits de versogte 100'000 ropias ter Leen, niet te fisianagaram, maar Ma„ draspatnam benodigden, deselve dierhalven aldaar aan Ien penne Iaggoenadoe Rasoe niet alleen gesteld; maar ook den Dienaar Moetoe Ananda mede gesonden mag werden, om de saken te Madras„ patnam afgedaan sijnde, neevens den voorm: Duan verder de Reijse naar herwaards te onderneemen, om over de pagten voorsz: ter Leen versogte penningen met mij direct nader te spreeken, met bij voeging tef„ fens, dat egter geen de minste verandering gemaakt sal werden, in het geen met genoemde Dienaar Moetoe geaccordeert en over een gekomen is; Hebbende voorts die prinsen intusschen, na luijd der opperhoofden letteren van den 16: october, twee hunner Hofs groo„ ten in namen Ienpenne Padmanaboe Rasoe en Cotichina panteloe, naar Bimilipatnam aff„ gesonden, om de reecquining van de voorige off op de in den Jaare 1768. gecontracteerde Vijffjarige pagt, ter leen verschotene 100'000 Ropijen, te verevenen, en het geen sij per slot derselve, na de Tractie van de door haar te goed behoudene een en drie Jaarige schenkagie penningen, voor Bimilipatnam en het Nabab„ schap van Sicacol, conform reecq:, in Copia deesen versellende, nog schuldig bleeven, in Contant aff te leg„ gen, gelijk ook geschied is, met een montant van Ro„ pijen 38821½, bij die geleegendheijd, om tot het treffen eener formeel contract weegens die pagt, en het be„ dongene dien aangaende door de prinsen, tijd te win„ nen, die pagt â uzo tot ult„o Meij 1774. geprolongeerd is, mitsgaders de pagtpenningen daar voor de over prin„

NL-HaNA_1.04.02_3373_0133 view scan ↗

English

princes have deducted from their aforementioned remaining debt, according to the documents executed thereof, and the aforementioned letters of the servants of 16 October; said settlement having occurred in the following manner; namely: for the lease monies of the now prolonged lease of the year 177¾. - - - - - - - - Rop:s 18000. – To Custimado regarding that . . . . 198. — For the annual present of the financial year 177¾. - - - - - - - - - - - 325. — Paid in cash by the princes according to the receipt granted to them thereof. . . - - - - - - - - . - 20298. ½ Total as above.- - Rop:s 38821½. Thus Bimilipatnam and its dependencies have been left under the Honorable Company for another year on that footing as they have been up to now and were managed, yet nevertheless under this condition, that whenever the prince's proposals should be rejected here, and thus no means might remain to reach an accommodation regarding that, the princes shall then immediately pay the 18198 rupees, after deduction of the revenues that will have been collected since June of this year, and shall take back Bimilipatnam and its dependencies under themselves in accordance with the old contract; and in order to avoid all disputes that could result in case of the aforementioned return with regard to the collected revenues, the Brahmin Ramadas, stationed at Bimilipatnam by the princes since May of this year, should remain there for so long. Some months or until next May having been gained or won by this, I shall await here the Duan senpenne Tagoenadoe Rasoe from Madraspatnam, and try to conclude with him as good a new contract of the lease for three years as possible, since the princes are by no means willing to agree to a longer period, if the princes will waive the requested loan of money in the manner agreed upon with Moetoe; as well as the Duan his demand to be allowed to participate for one third in the collection of cloths there, which request Prince Sjettaramarasoe also recommends in his letter to me; for the chiefs declare not only that they consider the saukaar wannamalidaas by no means so solvent that they can recommend him for so considerable an amount as a guarantor, but also that they did not dare venture to present the entire project to the Government of making an advance of money to the princes as something secure or profitable, or to take any responsibility upon themselves in that regard for the future; but rather, that if, as inevitable, the disbursement thereof might or had to be undertaken, they would, in accordance with their duty, make every effort to recover the loaned amount for the Honorable Company. On account of these, and other difficulties arising, it seems to me, subject however to the higher wise judgment of Your Excellencies, the most salutary to lease only the villages of Bimilipatnam, Commerpalium, and Nagamaloepalium, together with the mouth of the river, and whatever is further annexed thereto, just as was done recently for three months while negotiating a new contract of the lease with the princes, or the first prolongation obtained as mentioned hereinbefore, and were leased out to the Company's merchants, in conformity with the lease conditions thereof, accompanying this in copy, for an amount of 2000 rop:s, thus amounting for one year to rop:s 8000; and although some loss will be suffered by leasing the aforementioned separate villages and annexed rights, that detriment will nevertheless not be of such importance that one will not be able to bear it, and if the chiefs are vigilant, it can well be managed in such a way that in time it will yield just as much as has been agreed with the princes for it, and must be paid; for the Honorable Company does not need the outer villages, since the primary objective of taking the lease is principally to have Bimilipatnam, and thus also the mouth of the river, under the Honorable Company, in order to be free from all kinds of chicanery and thwarting regarding Her Honorable affairs and operations, to which one is otherwise subject if, as of old or before taking the lease, it were governed by a Havildar of the princes; whereby I, with well-meaning intent, maintain that not only the loss to the Honorable Company is thereby made more bearable, but also all irregularities regarding the collection of the lease monies from the villages etc., and the payment of liquidating the same, with the lease of the current or latest, for that of the preceding

Dutch transcription

120 prinsen van derselver voorsz: Restant schuld ge„ decourteerd hebben, volgens daar van gepasseerde ge„ schriften, en voorsz: Letteren der bediendens van den 16: october; sijnde die verevening in volgender ma„ niere geschied; te weeten: voor de pagtpenningen van de nu geprolongeerde pagt van't Jaer 177¾. - - - - - - - - Rop„s 18000. – Aan Custimado dien aangaande . . . . 198. — Voor het Jaarlijks geschenk van het Boekjaar 177¾. - - - - - - - - - - - „ In Contant door de prinsen affge„ legd volgens daar van aan deselve verleen„ de quitantie. . . - - - - - - - - . - „ 20298. ½ Te samen als Boven.- - Rop:s 38821½. dus is Bimilipatnam en dies onderhoorigheeden op dien voet als tot nu toe geweest, en gedirigeerd sijn, voor nog een Jaar onder de E: Comp„e gelaten, dog onder deese mits nogtans, dat wanneer des prinsens voor„ slagen alhier affgekeurd werden, en dus geen middel overblijven mogte om dier weegens tot een accomode„ ment te geraken, als dan de prinsen de 18198 ropijen, naar afftrek van de Revenuen, die van Iunij deeses jaarl aff, ingepalmd sullen weesen, ter stond affleggen, 325. — en Bimilipatnam en dies onderhoorigheeden, in over eenkomste van het oude contract, weeder on„ dersig sullen neemen, en om alle disputen in Cas van voorm: te rug gave die ten opsigte van de ingekomene revenuen, resulteeren kunnen te vermijden, den door de Prinsen 't seedert Meij deeses jaars te Bimili„ patnam geplaatste Bramine Ramadas, al„ daar dus lange vertoeven soude; Hier door eenige maanden off tot Meij aanstaende tijd verkreegen off uijtgewonnen sijnde, sal ik den Du„ „an senpenne Tagoenadoe Rasoe, van Madras„ patnam hier affwagten, en met denselven, soo goed mogelijk een nieuw Contract van de pagt voor drie Jaren, vermits de prinsen in geenen deele tot een lan„ ger tijd verstaan willen, tragten te sluijten, indien de princen van de versogte Geld Leening, op die wijse als met Moetoe over een gekomen is; soo meede den Duan van sijn Eijsch, om voor een derde in den Jnsaam van Lijwaten aldaar te moogen participeeren en welk versoek den Prins Sjettaramarasoe bij sijn brieff aan mij, meede aanbeveeld, affsien willen, want de opper„ hoofden verklaren niet alleen den saukaar wanna„ malidaas geensints soo solvabel te houden, dat sij hem is„ 121 hem voor soo een aansienelijk montant als Cautionair aenprijsen kunnen, maar ook dat sij niet dorsten on„ derwinden, om de Regeering het gants project om een voor uijtschot van geld aan de prinsen te doen, als iets seekers off profitabels voor te dragen, off diend wegen voor den volgtijd eenige verandwoording op haar te neemen, maar wel, dat wanneer, als onvermeijdelijk tot dies affgave getreeden mogte, off moeste werden, sij vol¬ gens hun pligt alles aanwenden souden, om het geleen„ de voor de E: Comp=e te recouvreeren; uijt hoofde van dese, en meer andere op doenende swarigheeden, komt mij, met onderwerping egter aan het hoog wijser oordeel van uw Hoog Edelens, het salutairs„ te voor, om alleen de Dorpen Bimilipatnam, Com„ merpalium en Nagamaloe palium, mitsgaders de mond van de Revier, en het geen verder daar aan annex is, in pagt te neemen, sodanig als jongst, ter= wijl men over een nieuw Contract van de pagt met de princen in onderhandeling was, voor drie maanden, off de hier vooren vermelde geobtineerde eerste prolonga„ tie, geschied is, en aan 'sComp„s Cooplieden, Conform daar van sijnde pagt Conditien, desen in Copia versellende, verpagt sijn geworden, voor een montant van 2000. rop=s uijtmakende dus voor een Jaar rop„s 8000:, en schoon bij de in pagtneeming van de voormelde affgesonderde Dorpen, en annexe geregtigheeden eenig verlies gelee„ den werden sal, soo sal egter dat nadeel, van die impor„ tantie niet weesen, off men sal het selve wel konnen dra„ gen, en wanneer de opperhoofden Vigilant sijn, wel soda„ nig kunnen dirigeeren, dat door den tijd even soo veel ko„ men op tewerpen, als men daar voor met de prinsen veraccordeert heeft; en betalen moet; want de E: Comp=e heeft de buijten Dorpen niet nodig, alsoo het voornaems„ te doelwit van liet in pagt neemen, ten principalen is, om Bimilipatnam en dus ook de mond van de Ri„ vier onder de E: Comp=e te hebben, ten eijnde bevrijd te wee„ sen, van allerhande Chikanes en dwarsboomingen, omtrent Haar Edele saken en verrigtingen, waar aan men anders onderhavig is, ingevalle, gelijk van ouds, off voor de inpagtneeming, door een Haweldaar van de prinsen geregeerd wierd; waar bij ik onder welduij„ ding sustineere, niet alleen de schade der E: Comp„e daar door dragelijker gemaakt, maar ook alle morserijen om„ trent de inning van de pagt penningen uijt de Dou„ pen etc, en het betalen van Liquideeren derselve, met de pagt van het lopende = off Jongste, voor die van het voor= uijt„ gaande

NL-HaNA_1.04.02_3373_0135 view scan ↗

English

current year, as I think not without reason that such is taking place there, from the violent disputes arisen between the chief Pfeiffer and secunde Brouwer both concerning the outstanding lease monies of the concluded trading year of 177 2/3 and the preceding year 177 1/2, to the amount of Rop=s 26225: mn which would still have to be collected, as well as over the insolvent lessees and several other matters touching the Honourable Company and the management thereof at that office, I have sent them the copies of the letters and papers written and sent back and forth by them to me in private regarding this, according to the resolution in general council of the 8: of this month, and under severe reproach over those disputes and altercations arisen between the two of them, ordered them to answer satisfactorily in the margin of those papers; Although the rumor of the descent of the Marathas is great, and that they would join with the notorious Hyder Ali Khan, as well as bring along the great subah of Golconda Nizam Ali Khan, no reliance can yet be placed upon this so long as they have not crossed the Krishna River and penetrated through the pass or the narrow mountain paths; one can also have no accurate idea as yet of the conduct that Hyder Ali Khan will maintain if the Marathas should actually penetrate into these lands; they must march through the greatest part of his land or that of Mysore before they can be in these low countries, thus he is first in line to suffer the brunt of the plundering of those marauders; an envoy or ambassador of his is currently with the subah, but the essential purpose of his arrival or mission is not known, it is said the subah is cajoling him strongly to get him on his side, or to have him choose his party or project, in order not only to keep the gentoos or their government out of these lands, but to destroy them completely, but the envoy, it is said, having been ordered not to express himself on any matters, it is believed that Hyder Ali Khan intends to choose the strongest party in due time, and meanwhile laments greatly to the subah over the ruin to be feared for his lands if the Marathas should pass the Krishna; it is also divulged that there might be a secret project between him and the French, but what it essentially contains or has as its objective, nobody can properly penetrate, in general it is said, not only to thwart the subah in his far-reaching designs and prosperity, but also to restore his, namely Hyder Ali Khan's friends, the French, who were very narrowly restricted by the subah regarding their affairs, and to revive their decayed trade etc., as well as to that end to install the son of the well-known Chanda Sahib, Reza Ali Khan, who has now become a son-in-law of Hyder Ali Khan, and is constantly found now with him, now with the Marathas, into the nabobship of Arcot; but whatever the case may be, time will have to tell, and the coming spring will have to show whether the news is true that the French are to receive ships and men to execute the project; meanwhile the government of the French has been handed over to the royal officers and servants, and it is believed, and also taken for granted, that as long as their decayed affairs here in this country are not brought into a better state, no improvement is to be expected in those of Europe either; meanwhile the subah is full of care and deliberation over the movement of the Marathas, and the conduct to be maintained by Hyder Ali Khan, as much money is required to buy off the descent of the Marathas, since he had imagined finding untold treasures in Tanjore, whereas he has now experienced the contrary, the administration of the lands of Tanjore so far as the harvest thereof is concerned, he has assigned to the former Dabir Naro Pandit, and it is said that the killedar or castellan office of Tanjore itself will be assigned to Harsinga Gade Rao, as he had been under the prince, and the subah pretends only to have conquered Tanjore in order to get the contributions that are still due to him paid in full, and this having been done, will hand the same over again, and will only keep or separate some lands from it, to get his tribute monies, which he simultaneously wants to stipulate higher, paid completely annually henceforth; surely in order through this or by this pretext to appease the Marathas and others somewhat, Meanwhile the expectation and hope of the Tanjore Prince to be helped back onto the throne by the Marathas with the cooperation of Hyder Ali Khan is very great, he as well as his imprisoned prime minister Manoji Rao

Dutch transcription

122 gaande Jaar, gelijk niet sonder reeden denke sulx daar omtrent plaats te hebben, uijt der heevige Disputen tus„ schen het opperhoofd Pfeiffer en secunde Brouwer soo aangaande de agterstallige pagt penningen van het affgelegde Handeljaar van 177 2/3 en het voorgaande Jaar 17712, ten bedragen van Rop=s 26225: mn die nog g' in casseerd soude moeten werden, als over de Jnsolvente pag„ ters en meer andere saken de E: Comp=e en de Huijshou„ ding derselve daar ten Comptoire toucheerende gereesen, Ik hebde Copijen der Brieven en papieren door haar daar over aan mij in het particulier over en weder ge= schreeven en toegesonden, volgens besluijt ter gemeene resolutie van den 8: deeser maand, Haar doen toekomen, en onder ernstige reproche over die tusschen haar beijde gereesene geschillen en hacquetten, geordonneert, Sa¬ disfactoir in margine dier papieren sig te verandwoorden; Schoon het geroep van de affkomst der Marrat„ tijs groot is, en dat zij sig met den berugten Hlaijder Allichan Conjungeeren, mitsgaders den groot souba van Polcanda Nisam Allichan, mede brengen soude, soo kan egter daar op als nog geen staet gemaekt werden, soo lange sij de Rivier kistna niet overges„ toogen, en door de Cannawaijs, off de nauwe bergweegen, doorgedrongen sijn; Meurkan als nog ook geen regt denk„ beeld hebben, van het gedrag dat Haijder Allichan, indien de Marattijs werkelijk in dese Landen mogte komen door te dringen, houden sal; sij moeten sijn Land off dat van Maijsoer voor het grootste gedeelte door trecken, eer in deese benede Landen kunnen weesen, dus legd hij eerst aan de Beurt, om aanstoot van de Rooff dier stroopers, te lijden; daar bevind sig tans een sende„ ling off ambassadeur van denselven bij den souba, dog het wesentlijk oogmerk sijnen komst off besending is niet bekend, soo men segt den souba Capoleerd hem sterk om aan sijn sijde te krijgen, off sijn Parthij off project te doen kiesen, om de Heijdenen off derselver Regeering niet alleen uijt deese Landen te weeren, maar in het ge= heel te verdelgen, dog den sendeling soo men segd, gelast sijnde, sig over geene saken uijt te laten, vermeend men, dat Haijder Allichan van voorneemen is, om op sijn tijd, de sterkste parthij te kiesen, en doleerd intusschen sterk bij den souba, over de te vreesene ruine sijner Landen, indien de Marattijs de Kistra passeeren mogte; Min divulgeerd ook, dat 'er een geheijme pro„ ject tusschen Hem, en de franschen soude weesen, dog wat het wesentlijk behelst, off ten doelwit heeft, weet door niemand 123 niemant regt te penetreeren, in het algemeen werd ge„ segt, om den souba in sijn verre gaande Desseijnen en voorspoed niet alleen te fruijken, maar ook sijne te weten Haijder Alichans vrindende francen, die door den souba omtrent hunne saken seer naauw bepaald wierden, te herstellen, en hunne vervallene Handel etc: weder op te beuren, mitsgaders ten dien eijnde den soon van den bekenden Sanda Sahib, Rasallichan, die nu een schoon soou van Haijder Allichan gewor„ den is, en sig geduurig dan bij hem, dan bij de Marattijs bevind, in het Nababschap van Arcadoe te installee„ ren; dog wat daar van sij, sal den tijd moeten leeren, en in het aanstaande voorjaar, moeten uijtwijsen off de tyding waar is, dat de Fransen scheepen en Volk staan te krijgen, om het project uijttevoeren; Jntusschen is de Regeering der francen aan de koninklijke officieren en Bediendens over gedragen, en men meend, en steld„ ook voor vast, dat soo lang haare vervallene saaken hier te Landen, niet in een beeter staat gebragt werden, ook in die van Europa geen beterschap de verwagten is; onder„ tusschen is den souba volsorge en overweeging, over de beweeging der Marattijs, en het te houdene Conduite van„ Haijder Allichan, alsoo daar veel geld vereijscht werd, om de affkomst der Marattijs aff te koopen, alsoo hij gedagten sig voorgesteld heeft onnoemelijke schatten in Tansjoer te vinden, daar hij nu het Contrarie heeft ondervonden, het bestier der Landen van Tansjoer voor soo verre de recolte derselve aangaat, heeft hij aan den geweesen Dabhier Naro pandidaar opgedragen, en men segd dat het killedaar off slotvoogdschap van Tanspoer selve, aan Harsinga Gade Rauw op gedra„ gen sal werden, gelijk hij onder den vorst geweest is, en den souba geeft voor Tansjoer eenelijk veroverd te hebben, om de Contributien die hem nog Competeeren, ten vollen betaald te krijgen, en sulks geschied weesende, het selve weeder overgeeven, en eenelijk eenige Landen hou„ den off van deselve onderschijden sal, om voortaan sijne tribut penningen, het geen hij teffens hooger bedingen wil, Compleet Jaarlijks betaald te krijgen; seekerlijk om hier door off door dit voorgeeven, de Marattijs en andere wat te paaijen, ondertusschen is de verwagting en hoop van den Tansjoersen Vorst, om door de Marattijs met meede werking van Hlaijder Allichan, weederom op de throon geholpen te worden, seer groot, hij soo wel, als sijn gevangene premier Minister Manoji om Rauw

NL-HaNA_1.04.02_3373_0137 view scan ↗

English

Rauw Iagataph have, through an envoy sent here named Gopala Rauw, made a secret request to me and begged that the said Prince in his present circumstances not be abandoned at all, but that such assistance be rendered to him as should be necessary and required to regain his lost domains, with assurances of his gratitude and acknowledgment for the service that would be rendered to him in this matter; which I, however, as well and as properly as possible, turned away with a declining answer; just as happened in response to the letter written by the great Prince of the Marattas named Ragoenada Rauw, which his wakil or envoy Wenkat Rauw, in view of the presence of the Nabab Madaroel Moelk at Naoer, forwarded through the French Commandant at Carcal, Monsieur Slocquart, containing a request for assistance of troops and money, not only to reconquer Tansjoer, but also all other lands and places successively conquered by the Moors, with the promise that both the lands purchased by the Honorable Company from the conquered Prince of Tansjoer would be returned, and that even more other lands that the Honorable Company might need would be ceded; as well as an offer to pledge the lands of Tansjoer, those of the Catta Theuver, and Haal Cottei Oedearteuver, together with Tianewillij situated in the Madurese country, in order that from their revenues the war expenses to be incurred could be recovered, all of which appears more fully both from the aforesaid letter and the separate writing found therein, and from the paper drawn up from the message of the said Gopala Rauw and inserted in the separate resolution of 21 October, just as my given answer to the aforesaid great prince is incorporated in that of the 8th of this month, to all of which papers I take the humble liberty to refer with great respect; as I may also be permitted to do regarding what was recorded in the separate Resolution of the 8th of this month, concerning the repeated very earnest applications made by the Nabab Madaroel Moelk that I should pay him a visit at Naoer, and my rejection thereof; which refusal I hope Your Right Excellencies will be pleased to approve, as well as favorably deign to crown with your highly esteemed approval the addition made by that Council resolution to the previously mentioned saukaar Nellabheraam Tarwadi, and the Company's Brahmin here, Oddeijawargam Wenketta Soebaraijer Aijen, for their expended trouble and demonstrated zeal in helping to settle the dispute between Her Right Excellency and the Souba, as these are matters or things from which the Honorable Company will suffer no disadvantage or bear any burden; Herewith concluding this, I commend the illustrious persons of Your Right Excellencies, together with the state of the General Company, to the merciful protection of the Almighty, and remain with profound respect, below stood, Right Honorable, Highly Esteemed, Widely-Ruling Lord and Well-Born Gentlemen, Your Right Excellencies' humble and obedient servant, was signed, R. van Vlissingen, in the margin, Nagapatnam in the Castle, Ultimo December Anno 1773. P.S. After what is mentioned hereinbefore regarding the five remaining recognition elephants was dealt with and this was already prepared and concluded, the opportunity having arisen to dispose of those animals, they were, pursuant to what was resolved in the Ordinary Resolution of the 27th of this month, sold in order to avoid further expenses for 2200 new Nagapatnam pagodas, to be paid half in cash and the other half in Calliatour wood; which I also hope may receive the esteemed approval of Your Right Excellencies. Agrees. A. V. Vlissingen J. P. S. Number 2 Wednesday, 1 July 1773. In the morning at 7:30 hours. Council of Policy. Absent: The Merchant and Fiscal Marthinus Koning, and The Titular Merchant, Adigaar of this outer city and Mintmaster here, Cornelis Pietersz, both due to indisposition. The prayer having been performed, the Lord Governor said that he had convened this meeting principally to inform the members of the receipt of a letter from the Prince of Tansjoer and from his Regent Narsinga Gaderauw, brought by an extraordinary embassy filled by one of the court grandees, Narsinga Rauw Bhosale, and the well-known Havildar of Naoer, Cannagasawea Poele; the same containing, according to the wording of the Prince's letter, an urgent request to be assisted with 100000 pagodas on the pledge of lands, with further reference to what those envoys would verbally present in the name of His Highness, as appeared more clearly from the translations of those letters, reading as follows: Translation of a Maratta letter written to the Well-Born, Right Honorable Lord Reijnier Van Vlissingen, Governor and Director of this Coromandel Coast with its dependencies, by Maha Raasja Raasja Srie Toelaasja Raasja Sahib, Prince of Tansjour. Maharaasja Raasja Srie Toelaasja Sahib writes this letter to the Well-Born, Right Honorable Lord Reijnier Van Vlissingen, Governor and Director of the Coromandel Coast at Nagapatnam. The letter sent to me by Your Right Honorable has been well received by me, and from it I have understood that Your Right Honorable will kindly write a letter to His Right Excellency, the Right Honorable, Highly Esteemed, Widely-Ruling Lord Governor-General, and transmit the letter addressed by me to the same, with the gifts belonging thereto, by the ship departing from there, alongside the same, and obtain for me the answer to be received thereon

Dutch transcription

124 Rauw Iagataph hebben door een affgesondene dit heen in name Topala Rauw in secretesse bij mij aansoek laten doen, en versoeken, gedagte Vorst in sijne teegenswoordige omstandigheijd in het gehieel niet te verlaten, maar sodanige bijstand te bewijsen, als nodig weesen, en vereijsschen soude, om sijne verloorene sta„ ten weder te bekomen, met verseekering van sijn dank„ baarheijd en erkentenisse voor den dienst die hem in dee„ sen beweesen soude werden, dog het geen ik al soo wel, soo goed mogelijk met een declineerend andwoord affgewee„ sen hebbe; als geschied is, in andwoord van de Brieff, door den groot Vorst der Marrattijs in name Ragoenada Rauw geschreeven, die sijn wackiel off sendeling wen„ het Rauw, mits het aanweesen van den Nabab Ma„ daroel Moelk, te Haoer, door weegen van den frans Commandant te Carcal Mons=r slocquart toe„ gesonden heeft, in houdende versoek om adsistentie van volk en Geld, niet alleen om Transjoer, maar ook alle andere door de Mooren successive veroverde Landen en plaatsen, te heroveren, met belofte soo ter te rug gave van de door de E: Comp=e van den over„ wonnene Tansjoersen Vorst gekogte, als nog meer andere Landen gecedeerd soude werden, die de E: Comp=e nodig mogte hebben; mitsgaders aanbieding ter ver„ panding der Landen van Tansjoer, die van den Cat„ ta theuver, en Haal Cottei Oedearteuver, mitsga„ ders Tianewillij in het Madureesche geleegen, ten eijnde uijt de revenuen derselve, de te doene oorlogs on„ gelden weder gevonden te konnen werden, alles breeder blijkende soo bij voorsz: brieff en het daar inne gevon„ dene appart geschrift, als het papier, dat uijt de bood= schap van gedagte Gopala Rauw op gemaakt is, en bij de apparte resolutie van den 21: october geinsereerd, gelijk bij die van den 8:e deeser ingelijft, is mijn gegeven andwoord aan voorsz: groot vorst, aan alle welke papieren ik de nedrige vrijheijd neeme, mij met veel eerbied te refereeren, soo als mij ook gepermitteerd sij te mogen doen, aan het aangeteekende ter apparte Resolutie van den 8: deser maand, met relatie tot de diverse malen seer ernstige gedane aansoekingen door den Nabab Madaroel Moelk dat hem een visite op Naoer soude ko= men geeven, en mijne gedane van de hand wijsing derselve; Het geen off welk Refuus ik hoope uw Hoog Edelens al soo wel sullen gelieven te aggreëren, als gunstiglijk behagen, met Hoogst derselver gevene„ nodig e reerde „„ 125 reerde approbatie te bekroonen, het toegevoegde bij dat Raadslot, aan den hier vooren vermelden saukaar Nellabheraam Tarwadi, en 'sComp=s bramine alhier oddeijawargam wenketta soebaraijer Aijen, voor derselver geadhibeerde moeijte en betoonde iever in het Helpen beslissen van het geschil tusschen Haar Edele en den souba, alsoo deselve saken off dingen sijn, daar de E. Comp=e geen nadeel komt te Lijden, off eenig Last daar van hebben sal; Hier meede deesen fineerende, beveel ik de Jllustre persoonen van uw Hoog Edelens, beneevens den staat van de Generaale Maatschappij inde genadige bescherminge des Allerhoogsten, en verblijve met pro„ funt Respect, /:onderstond:/ Hoog Edele Groot Agt„ bare wijdgebiedende Heere en welEdele Heeren; uw Hoog Edelens ootmoedige en Gehoorsame Dienaar /:was geteekend:/ R= van Vlissingen, /:in margine:/ Nagapatnam In't Casteel Ulti= mo December A=o 1773; / P. S. / Na dat het vermelde hier vooren, omtrend de Vijff overgeblevene recognitie Eliphanten verhan„ deld en deesen reeds vervaerdigd en afgeslooten was, oc„ cagie te vooren gekomen weezende, die ammiaalen van de hand te zetten; zoo heeft men ingevolge het gere= solveerde ter Gemeene Resolutie van den 27:e deeser, de„ zelve, ter vermijding van verdere ongelden verkogt voor 2200 nieuwe Nagapatnamse pagooden, om de helft in Contant en de andere helft in Calliatourhout vol„ daan te werden; het geen ik almeede hoope de gevenereer„ de goedkeure van uw Hoog Edelens zal mogen wegdragen, Accordeert. A V: ossingen J: P: S. / ƒ N„o 2 Woensdag den Eersten Julij 1773. S morgens te Seven 5 uuren Vergadering van Politie Demptis Den Koopman en Fiscaal Marthinus Koning, en Den Koopman Titulair, Adigaar deeser buijten stad en Muntmeester alhier Cornelis Pietersz Beijde mits indispositie. Het Gebed gedaan sijnde, zeijde den Heer Gouverneur, deese Vergade„ ring ten principaalen geconvoceerd te hebben, om de Leeden kennisse te geeven van den ontfangst eener brief van den Jans joersen Vorst, en van desselvs Al¬ beschik Narsinga Gaderauw, door een extra gesandschap, bekleed door een der Hofs Hofs Grooten Narsinga Rauw Bho„ sale, en den bekenden Naoersen Ha„ weldaar Cannagasawea Poele; behelsen„ de het selve na Luijd van de brief van den Vorst een instantig versoek, om op pand van Landerijen met 100000. pa„ gooden geadsisteerd te werden, met refer„ te wijders aan het geen die Sendelingen uijt naame van zijn Hoogheijd bij mon„ de voordragen souden, gelijk zulks nader kwam te blijken bij de Translaa„ ten dier brieven, aldus Luijdende: Translaat eener Marat„ tijse brief, geschreeven aan den Wel Edelen Gestr: Heer Reijnier Van Vlissingen, Gouverneur en Directeur dee¬ ser Custe Cormandel met den resorte van dien door Maha¬ Maharaasja Raasja Prie Toelaas, ja Sahib schrijft deesen brief aan den Wel Edelen Gestrengen Heer Reij„ nier Van Vlissingen, Gouverneur en Directeur der Custe Cormandel te Naga„ patnam. De brief door uwel Edele Ge„ strenge aan mij gesonden, heb ik wel ontfangen, en daaruijt verstaan, als dat uwel Edele Gestrenge aan sijn Hoog„ Edelheijd, den Hoog Edelen Groot Agt„ baaren Wijd-Gebiedende Heer Gouver¬ neur Generaal, geneegendlijk een brief schrijven en de brief van mij aan Hoogst¬ denselven gerigt, met de geschenken daar bij gehoorende, per het van daar vertreckend schip, neevens deselve over„ senden, en mij het daarop te bekoomen raasja Raasja Srie Toelaasja Raasja Sahib, Vorst van Tansjour. raasja antwoord 127.

NL-HaNA_1.04.02_3373_0144 view scan ↗

English

128 would communicate an answer regarding everything, over which my heart is very pleased. Your Right Honorable is a gentleman who always wishes the best for this realm and provides help to the same if the circumstances of affairs require it, just as His Honor has done previously in some matters, and therefore I also trust that in the future help will be granted to me through Your Right Honorable regarding many matters. I am currently sending, with respect to some matters, Narsinga Rauw Bhosale and Cannagasawea poele to Your Right Honorable, and I request His Honor to send me on loan in one way or another a lakh of pagodas, for which money I will give lands in pledge, and will return the principal together with the interest within the time to be determined, and if this happens, I shall be very content because help has been shown to me by Your Right Honorable in the matters that I have requested. Translation of a Marathi letter written to the Right Honorable Gentleman, Reijnier Van Vlissingen, Governor and Director of this Coast of Coromandel and its dependencies, by Narsinga Ghadderauw, Prime Minister at the Court of Tanjore. After preceding compliments. I have duly received the letter sent to me by Your Right Honorable and understood its contents. His Highness is very pleased that Your Right Honorable wrote that His Honor would send His Highness's letter, with the gifts belonging thereto, by the ship departing from there to His High Nobility, the High Noble, Highly Esteemed, Widely Ruling Lord Governor General, and would share the answer to be received with His Highness. Your Right Honorable is a gentleman who always wishes the best for this realm, and considers and takes to heart the affairs of the King as his own, just as His Honor has previously shown and contributed help to this principality if circumstances required it, on which grounds I also trust that Your Right Honorable will continue to do so in the future regarding many matters. His Highness is now sending, with respect to some matters, Narsinga Rauw Bhosale and Cannagasawea poele to Your Right Honorable, with the request to send the Dewan on loan in one way or another a lakh of pagodas, for which money lands will be given in pledge, and the principal along with the interest paid within the time to be determined. If Your Right Honorable gives effect to this, the heart of His Highness will be very rejoiced thereat, and the friendship between the Honorable Company and His Honor will increase more and more. I have spoken of all the rest to the above-mentioned two persons, from whom Your Right Honorable will understand it, and what more, therefore, shall I write. Below stood: The King's Seal impressed in black ink. Below stood: For the translation according to the translation of the Brahmin Wengeta Soubaraijer aijen, Nagapatnam the 4th of June anno 1773. Was signed: Corn:s Abdam, Sworn Translator. 130 All the other matters Your Right Honorable will be able to understand from Narsinga Rauw Bhosale and Cannagasawea poele. What more shall I write. Below stood: the ordinary seal of the Prime Minister. Below stood: For the translation according to the translation of the Brahmin Wengeta Souberaijer Aijen; Nagapatnam the 4th of June anno 1773. Was signed: Corn:s Obdam, Sworn Translator. That the said envoys, at a further meeting that followed a few days after their arrival, had made known that, although in the letter of the King 100000 pagodas were requested, they had nevertheless been instructed by His Highness to request in addition to that another 100000, or together 200,000 pagodas, because the first-mentioned sum was not sufficient to settle the outstanding affairs of His Highness, wherewith he was still burdened on account of the hostilities recently committed by the Subah of the Carnatic, the Lord Mahometh Mlijchan, and that for that requested sum of 200,000 pagodas, the provinces of Triwaloer and Catjanam, alongside still other lands, would be pledged; but that His Honor, having found the proposition unacceptable and the distance of the aforesaid lands offered in pledge to be not acceptable, immediately rejected it in a categorical manner, thus without using any evasions, and to that end first pointed out to those envoys, as had happened repeatedly, that the Honorable Company did not

Dutch transcription

128 antwoord Communiceeren soude over alle het welke mijn hart seer vergenoegd uwel Edele Gestrenge is een Heer die steeds het beste voor dit Rijk wenscht, en het selve, indien de omstandigheeden van saaken sulx vereijscht, hulpe be„ wijst, gelijk Hoogst denselven, dat be„ voorens in eenige saaken heeft gedaan, en dierhalven vertrouwe ik ook dat mij in het vervolg door wegen van uwel Edele Gestrenge omtrend veele saaken adjude geschieden Sab. Ik Sende thans ten opsigte van eenige saakelijkheeden Narsinga Rauw Bho„ sale en Cannagasawea poele tot uwel Edele Gestrenge, en versoeke Hoogst„ denselven, mij op de een of andere wijse een Lak pagooden ter Leen te senden, voor welk geld ik Landen in pand geeven, en het Capitaal neevens den Jntrest, binnen de te bepalene tijd wederom besorgen sal, en indien sulx Translaat eener Ma„ rattijse brief, geschreeven aan den Wel Edelen Gestrengen Heer, Reijnier Van Vlissingen, Gouverneur en Directeur dee„ ser Custe Cormandel met den Ik heb al het overige aan de boven„ gemelde twee persoonen gesegt, van wien uwel Edele Gestrenge sulx verstaan sult, en wat sal ik dierhalven meer schrijven /:onderstond :/ 'S Vorsten Zegul in swarte Jnkt gedrukt /:onderstond:/ Voor de oversetting volgens vertaaling van den bramine Wengeta Soubaraijer aijen, Nagapatnam den 4. ' Iunij anno 1773. /: was Geteekend:/ Corn:s Abdam G: Transl:t: geschied, sal ik seer Content sijn, om dat mij door uwel Edele Gestrenge hulp be„ weesen is, in de saaken, die ik versogt hebbe. geschied Resorte is. Resorte van dien door Nar¬ singa Ghadderauw, Albe„ schik aan het Tansjourse Hof. Naar voor afgaande Complimenten. De brief door uwel Edele Gestrenge aan mij gesonden, heb ik wel ontfangen, en dies inhoud verstaan, zijn Hoogheijd is seer vergenoegd over dat uwel Edele Gestrenge geschreeven heeft, als dat Hoogst denselven Sijn Hoogheijds brief met de daar bij gehoorende geschenken, per het van daar vertreckend schip aan sijn Hoog Edelheijd, den Hoog Edelen, Groot Agtbaaren, Wijd Gebiedende Heer Gouverneur Generaal senden, en het te bekoomen antwoord aan sijn Hoog„ heijd bedeelen zoude. uwel Edele Gestrenge is een Heer, die steeds het beste voor dit Rijk wenscht, en de saaken van den Vorst als als eijgen betragt, en ter herten neemt, soo als Hoogst denselven bevoo„ rens dit Vorstendom, indien de omstan„ digheeden sulx vereijschten, hulpe be„ weesen, en toegebragt heeft, uijt wel„ ken hoofde ik dan ook vertrouwe, dat uwel Edele Gestrenge Sulx in't ver„ volg nog omtrend veele saaken doen sal. Thans Send Zijn Hoogheijd ten opsigte van eenige Sakelijkheeden Nar„ singa Rauw Bhosale, en Cannagasa„ wea poele tot uwel Edele Ge„ strenge, met versoek, den Duan op de een of andere wijse een Lak Pa„ gooden ter leen te senden, voor welk geld Landen sullen werden in pand ge„ geeven, en het Capitaal neevens den Intrest binnen de te bepalene tijd be„ taald: Jndien uwel Edele Gestrenge sulx van gevolg doet zijn, sal het hart van sijn Hoogheijd daar over seer verheugd wee„ sen, en de vrindschap tusschen D' E. Comp:e en Hoogst denselven meer en meer toenee„ als men 130 men; Alle de overige zaaken zal uwel Edele Gestrenge van Narsinga Rauw Bhosale en Cannagasawea poele kunnen verstaan. Wat sal ik meer schrijven. /:onderstond:/ het ordinair Zegul van den Albeschik. /: onderstond:/ Voor de oversetting volgens vertaaling van den bramine Wengeta„ Souberaijer Aijen; Nagapatnam den 4. ' Iunij anno 1773. /:was Geteekend:/ Corn:s Obdam, G: Transb:n Dat gemelde afgesanten bij een nadere bij eenkomste, die eenige dagen naar hun arrive gevolgd was, te kennen hadden gegeeven, dat, schoon bij de brief van den Vorst om 100000. pagooden versogt wierd, egter door zijn Hoogheijd gelast waaren geworden, boven dien noch 100000. of te saamen 200'000. pagooden te versoeken, om dat de eerstgemelde som niet toerijkende was, om de uijtstaande saaken van zijn Hoogheijd, waarmeede uijt hoofde van de Jongst gepleegde vijandelijk heeden door den Souba van Carnatica den Heer Mahometh Mlij„ chan, als nog geobrueerd was, tot essen„ heijd te brengen, en dat voor die gevraag„ de Som van 200'000. pagooden, de Pro„ vintien Triwaloer en Catjanam, neevens nog meer andere Landen verpand zoude werden; dog dat zijn Edele uijt hoofde van de onaanneemelijkheijd van die Propositie, en om de afgeleegendheijd van de voorsz. tot pand aangeboodene Landen niet acceptabel te vooren geko„ men weesende, ten eersten op een Catha„ gorische wijse, dus sonder sig van eenige omweegen te bedienen van de hand gewee¬ sen, en ten dien eijnde die gesanten in de eerste plaatse, gelijk te meermalen ge„ schied was, vertoond hadde, dat D' E. Comp:e niet geen

NL-HaNA_1.04.02_3373_0147 view scan ↗

English

held no cash in reserve to lend it out at interest, besides and above that the requested sum of 200'000. pagodas was so exorbitant that it could not and would not be provided by the Honorable Company, since a considerable sum of 115000. pagodas had already been loaned by the same, both on the pledge of jewels and lands; That furthermore previously on various occasions great promises had indeed been made in favor of the Honorable Company, in compensation for the affection and help shown to and for the Prince, but until now nothing had come of that, with several other relevant excuses and indications of the little or slight attention paid thereto by the Court; wherefore His Honour would not enter into the least negotiation concerning affairs of that nature, which was the purpose of their embassy, before and until it was firmly assured that one or another advantage would be obtained for the Honorable Company. That, that conference having thus ended, after the lapse of some time thereafter, without His Honour deeming it necessary to treat item by item everything that had occurred meanwhile during the period of a month in various meetings, those envoys had made known that, having reported what occurred here and the circumstances of the matters to the Prince, they had been authorized to negotiate with His Honour concerning the cession of the recognition elephants, offering at the same time that in case the Honorable Company could provide the Prince with the requested sum of 200'000. pagodas, His Honour would then be left the choice to choose which lands one wished to take in pawn for it. That His Honour, perceiving from this the Prince's great embarrassment for money, and at the same time considering the impossibility of advancing that sizable sum from the Company's treasury, as well as it being no matter for the Company to take in pledge the already offered lands of Triwaloer and Catjanam, because they are situated somewhat too far from this capital place to be able to keep an eye on the management of the same properly and as was required, so that regarding the harvest of the produce from them no deceptions or dishonest treatment might take place, although otherwise those two provinces were not among the least, yielding in a good crop easily 300'000. pardaus per year, had rather chosen the seaside places Naoer and Sopotorre, as being situated very close by, and in case of unexpected emerging disasters any enterprise that one might wish to undertake could easily be repulsed from here; as thereupon, after many arguments and objections made back and forth with those envoys, it was agreed to leave both those places to the Honorable Company in pledge for an amount of 50'000. pagodas, but not without this express condition, that His Honour should add thereto what was lacking from the requested sum, or else that pledge would not take effect, and they would turn elsewhere to be saved from their distress. This threat, however improper at this time, His Honour had nevertheless let pass unremarked, and had promised them to see to it that the remaining money would be advanced by private individuals on the lands of the aforesaid provinces Triwaloer and Catjanam, as His Honour, having succeeded according to wish in the efforts made in that regard, had obtained a commitment to a sum of 110000. pagodas, but nevertheless under this condition, that that loan and the bond thereof would be made and done directly in the name of the Honorable Company, and also that they would be maintained therein in all things by Their Honours; which was also promised by His Honour, on the grounds that the Company's flag would be planted there just as had been done in the other lands taken in pledge, and was also to be done with respect to Naoer and Topotorre, because they otherwise could not have been persuaded thereto, and the envoys likewise did not want to know of private individuals, declaring that, they having been dispatched to the Honorable Company, everything that was negotiated and procured must therefore be done in the name of Their Honours. The pledging of Naoer and Topotorre being herewith then nearly established, no more than 40000. pagodas were lacking from the full demand, for which the Prince had authorized his envoys to cede the right to the recognition elephants to the Honorable Company, but that sum appearing too important to His Honour, first half, or 20. and afterwards

Dutch transcription

geen Contanten in voorraad hielde, om deselve op intrest uijt te setten, buijten en behalven, dat de gevraagde Som van 200'000. pagooden soo exhorbitant was, dat door D' E. Comp:e niet konde, nog soude gefourneerd werden, dewijl door deselve reeds een aanmerkelijke somma van 115000. pagooden soo op pand van Ju„ weelen, als Landerijen beleend was gewor„ den; Dat wijders bevoorens bij diverse geleegend heeden wel groote beloften ge¬ daan waaren geworden, ten faveure van D' E. Comp: in recompensatie van de betoonde genegendheijd en hulpe aan= en voor den Vorst, dog tot nog toe daar niets van geworden was, met meer andere ter saake dienende ver„ schooningen, en aanwijsing van de weijnige, of geringe attentie, die bij het Hof daar omtrend in agt wierde genomen; oversulx zijn Edele in geen de minste onderhandeling over zaaken van die natuur, welke het oog„ merk hunner Ambassade was, inlaa„ ten soude, voor en al eer vast versee„ kerd was, het een of ander voordeel voor D' E. Comp:e te zullen verkrijgen. Dat daar meede die conferentie afge¬ loopen weesende, na verloop van eenigen tijd daarna, sonder dat sijn Edele nodig agtede, van stuk tot stuk te ver„ handelen, al het geen intusschen ge„ duurende den tijd van een maand in di¬ verse bijeenkomsten voorgevallen was, die sendelingen te kennen hadde gegee„ ven, dat van het voorgevallene alhier, en de omstandigheeden der saaken aan den Vorst verslag gedaan hebbende, ge„ qualificeerd waaren geworden, om over den afstand van de recognitie Eliphan„ ten met sijn Edele te handelen, onder genomen aanbieding 131 132 aanbieding teffens, dat ingevalle D' E. Comp:e de gevraagde somma van 200'000. pagooden den Vorst besorgen konde, als„ dan aan sijn Edele de keuse gelaaten wierd, om te kiesen, welke landen men daar voor in pand neemen wilde. Dat sijn Edele hier uijt 's Vorstens groote verleegendheijd om geld bespeuren„ de, en teffens overweegende, de onmoge„ lijkheijd tot de verschieting van die aan„ sienlijke Somma uijt 'sComp:s Cassa, mits„ gaders het geen saak voor de Compagnie was, om de bereeds aangeboodene Lan„ den van Triwaloer en Catjanam in pand te neemen, om de wille, deselve wat te ver van deese Hoofd-plaatse geleegen sijn, om na behooren en sodanig, als het vereijschte, het oog over de directie derselve te kunnen laaten gaan, dat omtrend de recolte der producten uijt deselve geen fourberijen of ontrou„ we behandeling plaats quam te heb„ ben, schoon anders die beijde Provin„ tien niet van de geringste waaren, als bij een goed gewasch wel 300'000. pardauws 'sjaars opbrengende, liever de Zeeplaatsen Naoer en Sopotorre verkosen hadde, als seer na bij geleegen sijnde, bij opkomende onverhoopte desas„ tres ligtelijk van hier gerepousseerd konde werden, de een of ander entrepri„ se, die men soude willen doen; gelijk daarop met die afgesanten na veel over en weder gevoerde reedenen en te„ genwerpingen overeengekomen was, om die beijde plaatsen voor een montant van 50'000. pagooden aan D' E. Comp:e in pand overtelaaten, dog niet sonder dit expres beding, dat zijn Edele het man„ queerende aan de gevraagde Som, daar„ bij soude moeten voegen, of dat anders die verpanding geen stand grijpen, en sig elders we wenden 133 wenden souden, om uijt haar nood ge„ red te worden. Dit drijgement, hoe ongepast ter dee„ ser tijd, sijn Edele sulx egter ongeremar„ queerd hadde laaten passeeren, en haar beloofd hadde te sullen besorgen, dat de overige penningen door particulieren verschoten wierde, op de landen van de voorsz: Provintien Triwaloer en Catja„ nam, gelijk sijn Edele in de pogingen daaromtrend aangewend, naar wensch ge„ reusseerd weesende, toesegging hadde ge„ kreegen, tot een Somma van 110000. pagooden, dog onder deese mits nogtans, dat die leening, ende obligatie daar van, direct op de naam van D' E. Comp:e ge„ schieden en gedaan, mitsgaders daarin, in alles door Haar Edele gemaintineerd werden zoude; Het geen door sijn Edele ook beloofd was, uijt hoofde 'sComp:s vlag„ ge daar soo wel geplant soude werden, als in de andere in pand genomene Landen geschied was, en ten opsigte van Naoer en Topotorre meede stond te ge„ schieden, dewijl sij anders daar niet toe te beweegen geweest waaren, en de Sendelin„ gen meede van geen particulieren hebben willen weeten, onder betuijging, dat sij aan D' E. Compagnie afgesonden weesende, dus al het geen verhandeld en besorgd wierde, op de naam van Haar Edele geschieden moeste. Hier meede dan de verpanding van Naoer en Topotorre ten naasten bij vastgesteld weesende, quamen niet meer, dan 40000. pagooden aan den vollen Eijsch te manqueeren, waarvoor den Vorst desselvs afgesanten gequalificeerd hadde, het regt op De E. Comp:e wegens de Recognitie-Eliphanten aftestaan, dog die Som sijn Edele te important te voo¬ ren komende, eerst de helft, of 20. en als naderhand

NL-HaNA_1.04.02_3373_0150 view scan ↗

English

subsequently offered 25000. pagodas, and after several days had been spent with asking and bidding, the matter had finally been settled for an amount of 30'000. pagodas, without those envoys being willing to hear of a lower price, and in addition having most expressly stipulated that the still missing 2. elephants of, or up to the year 1772. together with the 3. animals still due to the Court for this current financial year 1773., as the same is almost at an end, should be delivered to the Prince, with the promise that they in return would provide an irrevocable deed of renunciation thereof confirmed with the Prince's seal, all of which matters were the reasons that had prompted His Honour to convene this special meeting, in order to inform the Members thereof, and to deliberate with them, and to decide what would agree with the Company's true interests: Thus this was deliberated upon, and in the first place, with regard to the recognition elephants, it was considered that the three head of the same could be estimated annually at 2000. pagodas, indeed even generously so, especially if they remained standing here for a long time before being collected by the Court, which commonly happens, and thus the Honourable Company would have that sum paid off in fifteen years' time, along with the advantageous prospect that the Honourable Company from now on could carry on its trade in elephants on Ceylon undisturbed, and the merchants would be encouraged anew to come to trade at Jaffanapatnam with greater pleasure and tranquility, knowing well that the best animals would no longer be selected for the Prince of Tanjore, since as often as the emissaries have been sent for this dispatch, they have each time caused so much trouble, and concerning which so many complaints and grievances have arisen, and most recently in the past year, from the Ministers of Ceylon, and furthermore Their High Honours, in their highly respected dispatch of 12. June 1740., were pleased to judge it a very necessary article if the Honourable Company could be freed from this, and even on that occasion ordered that whenever an opportunity of that nature might arise to relieve Their Honours of such harmful servitudes, namely of the recognition moneys and elephants, in that case the latter must be preferred over the former, considering that with regard to the money, no dispute or agitation could arise, since one was free simply by paying; just as Their said High Honours most recently in the respected secret dispatch of 31. December 1772., addressed to the Governor alone, and communicated by His said Honour to the Assembly for deliberation, were pleased to approve what had been done by the said Governor in the past year toward the redemption of the recognition moneys and elephants: It was resolved and agreed to redeem the said obligation or servitude of the recognition elephants for the said sum of 30000. pagodas, upon a binding deed or gift-letter to be granted by His Highness, thereby renouncing it both for himself and his successors in the realm of Tanjore, and upon the very strong urging made by the envoys, to promise that in the future, should the Prince need elephants, his emissaries would be sent with the necessary letters of recommendation to Jaffanapatnam to render all possible assistance, in order to be provided with elephants just like other merchants; as well as to deliver in due time to His Highness the aforementioned five outstanding recognition elephants: Just as in the second place it was also decided with unanimity of votes to take Naoer and Topotorre into pawn for the sum of 50000. pagodas on a bond confirmed with the Prince's seal, since Their said High Honours, according to the tenor of the aforementioned cited respected secret dispatch, were likewise pleased to approve the promise previously made by the Prince's co-envoy Cannagasawea Poele that the coastal villages of Naoer and Topotorre, in case of mortgaging, would be given to none other than the Dutch Company, in order thereby to prevent falling into those straits into which one would fall if they were ceded to the English as security, as the Assembly firmly maintained; one would fall into them should those places come into the power of the English, and it would undeniably be subject to all manner of chicanery and

Dutch transcription

134 naderhand 25000. pagooden geboden hadde, en daar op eenige dagen met loren en bieden door gebragt weesende, eijndelijk, die saak voor een montant van 30'000. pagooden afgemaakt was ge„ worden, sonder dat die afgesanten van een minder prijs hebben willen hooren, en daar en boven nog wel expresselijk bedongen hebben, dat de nog man„ queerende 2. Eliphanten van, of tot het jaar 1772. nevens de het Hof nog Competeerende 3. animalen voor dit lo„ pende boekjaar 1773. , als het selve ten naasten bij g'eijndigt sijnde, aan den Vorst afgelangd soude werden, met belofte, dat zij daar en teegen een met 'S Vorstens Zegul bekragtigde onher„ roepelijke Caul van dies afstand besor„ gen souden, alle welke zaaken de ree„ denen waaren, die sijn Edele gepermo„ veerd hadde, om deese expresse bij eenkom„ ste te beleggen, ten eijnde de Leeden daar van Kennisse te geeven, en met deselve te overleggen, en te besluijten, het geen met 'sComp:s waare belangen Concordeeren Soude: Soo is daar over gedelibereerd, en in de eerste plaatse ten opsigte van de Recognitie-Eli„ phanten geconsidereerd, dat de Drie stuks derselve Jaarlijx op 2000. pa„ gooden, ja wel ruijm gereekend wer„ den konden, insonderheijd, als deselve hier lang bleeven staan, eer door het Hof afgehaald wierden, het geen ge„ meenelijk geschied, en dus D' E. Comp: in vijfthien Jaaren tijds die som betaald zoude krijgen, met dat voor„ deelig uijtsigt teffens, dat D' E. Comp: van nu aan desselvs handel in Eli¬ phanten op Ceijlon ongeturbeerd voe„ ren, ende Kooplieden op nieuw geani„ meerd werden souden, om met meerder ste lust 135 lust en tranquiliteijt op Jaffanapat„ nam ten handel te komen, als wel wee¬ tende, dat nu niet meer, van de beste beesten voor den Tansjoersen Vorst souden werden uijtgesogt, dewijl soo meenigmaalen, als de Sendelingen tot dies sending gesonden sijn, telkens soo veel spuls hebben veroorsaakt, en waar over soo meenigvuldige klagten en do„ leantien, en nog jongst in anno pass=o te vooren gekomen sijn, van de Mi¬ nisters van Ceijlon, en daar en boven Haar Hoog Edelens bij Hoogst- der„ selver gevenereerde missive van den 12. ' Iunij 1740. , als een seer nood„ saakelijk articul hebben gelieven te oordeelen, indien D' E. Comp:e daar„ van bevrijd konde werden, en selvs bij die geleegendheijd geordonneerd, dat, wanneer occagie van die natuur voor„ komen mogte, om haar Edele van dier„ gelijke schadelijke Servituten, te weeten, van de recognitie-penningen en Eliphanten te ontheffen, in dat geval de laaste voor de eerste moeste werden gepre„ fereerd, gemerkt ten opsigte van het geld, geen verschil nog mouvementen vallen konden, alsoo men met betaalen vrij was; soo als Hoogst gemelde Haar Hoog Edelens nog jongst bij gevenereerde secree„ te missive van den 31. ' December 1772. aan den Heer Gouverneur alleen gerigt, en door welmelde sijn Edele ter deli„ beratie aan de Vergadering wierd meede gedeeld, hebben gelieven te approbeeren, het verrigte door welmelde Heer Gouver„ neur in anno pass=o ter vrijkooping van de Recognitie-penningen en Eliphanten: Goedgevonden en Verstaan, gemelde ver„ pligting of Servituijt van de recog nitie Eliphanten voor de gemelde somma van 30000. pagooden vrij te koopen, op gelijke een 136 een door sijn Hoogheijd te verleenene bondige Caub of gift-brief, daarbij soo voor hem, als sijne Successeurs of opvolgers in het rijk van Tansjour, daar van renuncieerende, en op het door de afgesanten seer sterk gedaane instan„ tie toe te seggen, dat den Vorst in het vervolg Eliphanten benoodigende, men sijne Sendelingen met de noodige voorschrijvens naar Jafsanapatnam sen„ den soude, ter bewijsing van alle moge„ lijke behulpsaamheijd, om even gelijk andere Cooplieden met Eliphanten voor„ sien te werden: mitsgaders op sijn tijd aan sijn Hoogheijd te laaten toeko„ men, de voorsz: te vooren staande vijf-Recognitie Eliphanten: Soo als in de tweede plaatse ook met eenparig heijd van stemmen beslooten wierd, Naoer en Topotorre voor de somma van 50000. pagooden in pand te neemen op een obligatie met 's Vorstens segel be„ kragtigt, dewijl welmelde Haar Hoog Edelens na den teneur van voorsz: aangehaalde gerespecteerde Secreete missive in selvervoegen hebben gelieven te laten welgevallen, de belofte door 's Vorstens meede afgesant Cannaga„ Sawea Poele bevoorens gedaan, dat de Zeedorpen Naoer en Topotorre in Cas van verpanding, aan geen andere, dan aan de Nederlandsche Maat„ schappij soude werden gedaan, op dat daar door voorgekomen werde, dat men niet geraake in die engte, waarinne men, indien aan de Engelschen op onderpand wierde afgestaan, komen soude, ge„ lijk de vergadering vast stelde; men daar in soude geraaken, wanneer die plaatsen in de magt der Engelschen ver„ vielen, en onweederspreekelijk Subject weesen sal, aan aller hande Chicanes een en

NL-HaNA_1.04.02_3373_0153 view scan ↗

English

and vexations which they cause in many respects, and can raise disputes over all occurrences that presently cannot be foreseen, or are impossible to mention, even over trifles, and for that reason has always, or from a very long time since, been noted and recorded as one of the most harmful consequences not only for the Company's seat and trade here, but also with respect to Ceylon and this Coast, if those places were to fall into the power of one of the European nations, particularly the English, who are known as the greatest antagonists of the Honorable Company concerning its trade and seat in India as well as elsewhere in other regions; the Meeting further conforming entirely with what was arranged by the Governor with the private individuals with respect to the advancing of the aforementioned sum of 110,000 pagodas, since without the same one could not even have come to the contract for the taking in pledge of Naoer and Topotorre, and the redemption of the recognition elephants; on which grounds it was also further resolved to have the bond for that money drawn up separately in the name of the Honorable Company, under the mortgaging of the provinces of Triwaloer and Catjanam, and as soon as the bonds should be granted and the money disbursed, to plant the flags and place the necessary personnel there, as well as at Naoer and Topotorre, as evidence of the Company's temporary ownership of the same, in the very same manner as was practiced at the taking in pledge of Kiewaloer. Thus done and resolved in the Castle at Nagapatnam on the date written above. Was signed: R. van Vlissingen, H.s Leembruggen, I.n E.t G.s Haselman, Appengh, I.s van Tessel, W.m Duijnevelt, and I.b D.l Simons. H. A. Sohnson. Wednesday the 14th of July 1773, in the forenoon at eleven o'clock, Council of Policy. Absent: The Merchant and Fiscal, Marthinus Koning, The Merchant Titular, Adigar of this outer city and Mintmaster here, Cornelis Pietersz, and The Junior Merchant and Dispenser, Jan Appengh, all due to indisposition. The members having taken their seats, the Governor stated to them that several matters concerning the Court of Tanjore had moved His Honour to convene this meeting at an extraordinary hour, in order to give notice thereof to the members and to request them to deliberate thereon and to submit their advice regarding this in writing at the next meeting, so as to take such a decision thereon as would correspond with the present delicate circumstances; His Honour presenting to them to that end the proposals made by the envoys of that Court, Narsinga Rauw Bhosale and Cannagasawea Poele, consisting in substance of their offer to provide, for the security of the lands mortgaged to the Honorable Company, a bill of sale confirmed with the Prince's seal for the provinces of Kiewaloer, and one for both the maritime places Naoer and Topotorre, and that for the amount advanced to the Prince at various times, both on account of the Company and that of the private individuals, amounting to 235,000 pagodas, or to make an even sum of 250,000 pagodas, namely: 200,000 pagodas in the bill of sale for Kiewaloer, and 50,000 pagodas in that of Naoer and Topotorre, on the condition that if the Prince should succumb to the power of the Subah of the Carnatic, Mahometh Michan and associates, the aforementioned lands should belong to the Honorable Company in full ownership, but if the Prince defeats his enemy and remains master of his kingdom, the aforesaid bills of sale shall be returned, and the lands and places considered again as at present, as mortgaged lands, according to the bonds already granted for them. Likewise, in the second place, they had offered in the same manner the renunciation and abolition of the recognition monies that the Honorable Company had hitherto paid annually to the Prince up to a sum of 5,000 pardaus, asking as compensation for this an important sum of 100,000 pardaus, or approximately 45,000 pagodas, constituting nearly as much as the Company would have to pay in the span of twenty years, after deduction, however, of three years which the Prince still owed on account of the advance received in the year 1770, according to the secret resolution of this council of the 10th of February of the aforementioned year. And in the third place, they desired to know the sentiment of this Government as to whether, if the Prince should have the misfortune of succumbing, or if he should judge it best before Tanjore were captured by the Subah to send his wife and family here and secure them here, one would then receive them and take them under the protection of the Company; the Governor therefore further submitted the following three questions to the deliberation of the members: Whether one should, or can, accept the bills of sale that are offered, or not. How much one should offer for the redemption of the recognition monies, in proportion to the amount already paid to the Prince for the renunciation of the recognition elephants up to 30,000 pagodas. Whether one could receive the wife and other family of the Tanjore Prince without danger,

Dutch transcription

137 en vexatien, het geen Sij in veele opsig¬ ten toebrengen, en over alle voorvallen, die tans niet te voorsien sijn, of on„ mogelijk opgenoemd kunnen werden, selvs over bagatellen disputen movee„ ren kunnen, en daarom altoos, of van seer langen tijd af, voor een van de allerschadelijkste Sequeelen voor 's Comp:s Zeet en Handel alhier niet alleen, maar ook met betrecking tot Ceijlon en dee„ se Custe opgemerkt, en te boek ge„ steld is, soo die plaatsen in de magt van een der Europeese Natien qua„ men te geraaken, insonderheijd de En¬ gelschen, die bekend sijn voor de groot¬ ste antagonisten van D' E. Maat„ schappij, omtrend haaren handel en Zeet in India soo wel als elders in andere gewesten; Conformeerende de Vergadering Sig voorts ten vollen met het gereguleerde door den Heer Gouver„ neur met de particulieren, met betrec„ king tot het verschieten van voor„ melde Somma van 110'000. pagooden dewijl sonder deselve men tot de Con„ tractatie van het in pand neemen van Naoer en Topotorre, ende afkooping van de Recognitie Eliphanten niet eens heeft konnen werden;— uijt wel„ ken hoofde dan ook alverder besloo„ ten wierd, de obligatie van dat geld appart op de naam van D' E. Comp:e te laaten passeeren, onder verpan„ ding van de Provintien van Triwa¬ loer en Catjanam, mitsgaders soo dra de obligatien verleend soude weesen, en het geld afgegeeven sijnde, aldaar soo wel, als op Naoer en Topotorre, #temporeele ten blijke van 's Compagnies „ Eijgen„ dom op deselve, de vlaggen te plan„ ten, en het nodige volk te plaatsen, even en in diervoegen, als bij het in pand neur neemen 138 neemen van Kiewaloer gepractiseerd geworden is. Aldus Gedaan en Gearresteerd In het Casteel tot Nagapatnam Dato voorschreeven. /:was Geteekend:/ R: van Vlissingen; H:s Leembrug„ gen; I:n E:t G:s Haselman;.. Appengh; I:s van Tessel; W=m Duijne„ velt, en I=b D:l Simons. — H: A: Sohnson;. . . . .. De Leeden geseeten weesende, ver„ toonde den Heer Gouverneur, deselve, dat eenige zaaken het Hof van Tansjour betreffende sijn Edele geper„ moveerd hadden, deese vergadering op een extra-ordinaire uur te beleggen, Woensdag Woensdag den 14:' Julij 1773. des voormiddags te Elf uuren, Vergadering van Politie Demplis Den Koopman en Fiscaal, Marthinus Koning, Den Koopman Titulair, Adigaar deeser buijten stad en Munt-meester alhier Cornelis Pietersz, en Den OnderCoopman en Dispencier, Jan Appengh, Alle door indispositie. ten . Jn S: E 1/39 ten eijnde daar van aan de Leeden kennisse te geeven, en haar te versoe„ ken, sig daarover te beraaden, en hun advijs dienaangaande bij de eerstvolgen„ de Vergadering in Scriptis binnen te brengen, om daarop een sodanig besluijt te neemen, als met de teegenswoordige netelige omstandigheeden soude over een„ komen; Dragende ten dien eijnde Sijn Edele deselve voor, de propositien door de afgesanten van dat Hof Narsinga Rauw Bhosale, en Cannagasawea Poe„ le gedaan, en Saakelijkheijd behelsende, hun presentatie, om tot securiteijt van de aan D' E. Comp:e verbande Landen te sullen besorgen, een met 'S Vorstens Zegul bekragtigde koop-brief van de Provintien van Kiewaloer, en een van de beijde Zeeplaatsen Naoer en sopo torre, en dat voor het bedragen, dat aan den Vorst in diverse reijsen, soo voor reekening van de Comp:, als die der par„ ticulieren verschooten montant van 235000. Pagooden, dan wel om een essen Som te maaken van 250000. pagooden, te weeten: 200000. pagoden in de koop-brief van Kiewaloer, en 50'000. pagoden in die van Naocr en Topotorre. met beding, dat wanneer den Vorst onder de magt van den Souba van Carnatica Mahometh Michan C. S. mogte komen te beswijken, de voormelde Landen D' E. Compagnie in eijgendom souden toebehoo„ ren, dog den Vorst sijnen vijand over„ winnende en meester van sijn Rijk blij„ vende, de voorsz: koopbrieven terug ge¬ geeven, en de Landen en plaatsen weder gelijk thans, als verpande Landen, vol„ gens de daarvan bereeds verleende obli„ den gatien 140 gatien geconsidereerd souden werden. Gelijk Sij in selver voegen in de tweede plaats aangeboden hadden, den afstand en vernietiging der Recognitie penningen, die D' E. Compagnie tot nog toe Jaarlijks tot een somma van 5000. par„ dauws aan den Vorst betaald had, daar„ voor tot een recompens vragende een im„ portante somma van 100000. pardauws, off Circum Circa 45000. pagoden, uijtmaa„ kende ten naasten bij, soo veel, als de Comp:e in den tijd van Twintig Jaaren soude moeten betaalen, naar detractie egter van drie Jaaren, die den Vorst weegens de vooruijtgenotene in den Jaare 1770. volgens secreete Resolutie deeser tafel van den 10 . Februarij des evengemelde Jaars, nog ten agteren stond. En in de derde plaats begeerden sij te weeten het sentiment deeser Regeering, dat, wanneer den Vorst het ongeluk mogte hebben, van te succumbeeren, dan wel, dat deselve voor dat Tansjoer door den Souba overmeesterd wierde, best oordeelde; sijne vrouw en Familie dit heen te senden, en alhier te secureeren, of men deselve dan ontfangen, en onder de bescherming van de Compagnie neemen soude, stellende dierhalven den Heer Gouverneur alverder ter deliberatie van de Leeden voor, de on„ der staande drie vragen. Of men de koopbrieven, die aan„ geboden werden, accepteeren soude, of kan, dan wel niet. Hoe veel men tot de afkooping van de recognitie-penningen bieden soude? in evenreedigheijd van het bedragen, dat bereeds aan den Vorst betaald is voor de renunciatie van de Recognitie Eliphanten tot 30000. pagoden. Of men de Vrouw en verdere Familie van den Tansjoersen Vorst wel sonder ge„ hebben, vaar

NL-HaNA_1.04.02_3373_0157 view scan ↗

English

could accept danger to the Company's interests under the protection of its flag in this city. While at the same time it was resolved to communicate the foregoing to the absent members, in order likewise to express their opinion thereon in writing as well. The aforementioned Lord Governor further communicated to the meeting that he had provisionally sent to Naoer, as head, the Company's interpreter Nagamalloe Chinaija Naijker, in order to have oversight of everything; as Adigaar of the mouth of the river Seesappa Aijen, and as its Cannecappel Tjewendapada Chittij; along with Moetoe samia Poele as adigaar of the tollhouse, and Dassappa Aijen as its Cannecappel; and as Adigaar at sopotorre, the native Welce poele, where another Cannecappel, and furthermore at Naoer two or three more Cannecappels, ought to be stationed along the passages of the toll collections; to which His Honour had already given the necessary orders, and had assigned the necessary Sepoys to the aforesaid officials for guarding the Flag. Likewise, he had provisionally continued for another year Waijtinada Aijen, appointed in the past year as Haweldaar of Kiewaloer, together with the officials of Manigaars etc. present there and in the remaining Mahanams. And that furthermore, for greater security, beyond the flag already planted east of, or on the seaside of Naoer, another had been placed west of that place; as well as that, in addition to the 16 small flags still in stock that were used in the year 1771, another 40 pieces had been made, so that they could be planted on the boundaries or limits of the lands taken in pledge by the Honourable Company, at a distance of an hour's walk from each other. With all of which arrangements made by the Lord Governor it was unanimously resolved to conform entirely, and furthermore, upon the further proposal of the aforesaid His Honour, it was decreed that the expenses incurred for the aforementioned flags, masts, and further accessories thereof of ropes, blocks, etc. should be charged to that account on which the matured interest on the capital lent to the Prince was settled. Thus done and decreed in the Castle at Nagapatnam, the date aforesaid. Was signed: K: van Vlissingen, H:s Leembruggen, I: E: G: Haselman, A: Johnson, I:s van Tessel, W:m Duijnevelt, and I: D:l Simons. Saturday 24 July 1773. In the morning at eight o'clock. Meeting of the Council of Policy, except the Titular Merchant, Adigaar of this city and Mint Master Cornelis Pietersz, due to indisposition; After the matters handled in today's general resolution had been concluded, the Lord Governor reminded the meeting of the reasons they had had, with the prior knowledge and consent of all the members, to have a detachment of military personnel and Sepoys under a Captain and an Ensign take up a post at Naoer, on account of the report that had been received that the two ships that had taken on men and war ammunition etc. at Madraspatnam were about to disembark the same at Naoer, to be transported further from there by land, or through the river, as far as was possible, towards or against Tansjoer; which landing was judged cannot or must not be tolerated, because that place, through the loan of money that was made upon it, has come into the possession of the Honourable Company, and as proof thereof, Her Honour's Flag having been planted there, it must not only be regarded and held as a neutral place and seaport, but also, the Prince of Tansjoer being an ally of the Honourable Company, it would have been acting directly against neutrality if any landing were to take place there to the detriment of the Prince; just as all this was found treated in more detail in the Instruction which, in order to lose no time—it being unforeseeable what might happen or at times become of that report—was immediately prepared and handed over for their information to Captain Gijsbert Zeegelaar and Bookkeeper Iacob Adriaan Dormieux, after the members, to whom it had first been sent for reading, had agreed with it and confirmed such with their signatures. Which paper having then been reconsidered and read in detail in this meeting, it was unanimously approved and agreed that all the

Dutch transcription

14. 1 vaar voor 's Comp:s belangen, onder de be„ scherming van derselver Vlag in deese stad accepteeren konde?. Terwijl teffens beslooten wierd, het voorenstaande de absent sijnde Leeden mee¬ de te deelen, om insgelijks hun gevoelen daarover al meede schriftelijk te uijtten. Communiceerende wel melde Heer Gouverneur wijders de Vergadering, dat bij provisie naar Naoer als hoofd ge„ sonden hadde, 's Comp:s Tholk Nagamalloe Chinaija Naijker, ten eijnde het opsigt= over alles te hebben; tot Adigaar van de mond der revier Seesappa Aijen, en tot Cannecappel derselve Tjewendapada Chit„ tij, mitsgaders tot adigaar van het Thol„ huijs Moetoe samia Poele, en tot Canne„ cappel derselve Dassappa Aijen, en tot Adigaar op sopotorre, den Jnlander Welce poele, alwaar nog een Cannecappel, en voorts op Naoer nog twee â drie Can„ En dat wijders tot meerder securiteijt buijten de bereeds beoosten, of aan de Seekant van Naver geplante vlag, nog een bewesten die plaatse geset was geworden, soo meede, dat bij de nog in voorraad sijnde 16. kleene vlaggetjes, die in het Jaar 1771. gebruijkt sijn, nog 40. stux waren aangemaakt geworden, ten eijnde deselve geplant te kunnen werden, necappels op de passagien der tholhessin„ gen behoorden geplaatst te werden, waartoe sijn Edele reeds de nodige ordre gesteld, mitsgaders de voorsz: bedien„ dens de nodige Sipaijs ter bewaaking van de Vlag toegevoegd hadde. Soo meede bij provisie nog voor een Jaar hadde laaten Continueeren, den in anno pass=o tot Haweldaar van Kiewa„ loer aangestelde Waijtinada Aijen, ne„ vens de aldaar, en in de overige Maha„ nams sig bevindende bediendens van Ma„ nigaars etc. necappels op 142 op de Grensscheijdingen of Limieten van de door d' E. Compagnie in pand genomene Landen, ter distantie van een uur gaans, van elkanderen, met alle welke gemaakte schickingen door den Heer Gouverneur een„ stemmig beslooten wierd, sig ten vollen te Con¬ formeeren, en wijders op den verderen voor¬ dragt van wel melde zijn Edele gear„ resteerd, de gemaakt werdende ongelden tot de voorschreeve Vlaggen, masten, en dies verder toebehooren van touwen, blocken etc: te doen brengen ten las¬ te van die reekening, waarop de ver„ scheene rhenten, op de aan den Vorst beleende Capitaalen verevend wierden. Aldus Gedaan en Gearres„ teerd Jn het Casteel tot Nagapat„ nam, Dato voorschreeven /:was Geteekend:/ C K: van Vlissingen, H:s Leembruggen; Et @6 J: E: G: Haselman . . . Na dat de saaken ter gemeene Resolutie van heeden verhandelt, afge„ loopen waren: Wierd door den Heer Gou„ verneur de vergadering herinnerd, de ree„ denen, die men gehad hadde, om met voor„ kennisse en toestemming der gesamentlijke Saturdag Den 24. ' Julij 1773. 'S morgens ten Agtc uuren Vergadering van Politie dempto Den Koopman Titulair, Adigaar deeser stad en Munt-meester Cornelis Pietersz, mits indispositie; Hr: A: Johnson . . . .; I:s van Tessel; W:m Duijne„ Jn velt; en I: D:l Simons: — H:k Leeden, E . . . . 143 Leeden op Nader door een Commando Mili¬ tairen en Sipaijs onder een Capitain, en een Vendrig te laten post vatten, uijt hoof¬ de van het berigt, dat men hadde erlangd, als dat de twee scheepen, die op Madras„ patnam volk en ammonitie van oorlog etc. ingenomen hadden, deselve op Naoer stonden te komen te ontscheepen, om van daar voorts te lande, of door de revier, voor soo verre het geschieden konde, naar of teegens Tans„ joer opgevoerd te werden; het geen of die Landing geoordeelt was, niet te konnen of getolloreerd moeste werden, door dien die plaats, door de beleening van geld, dat daar op gedaan is, in possessie der E. Comp:e geraakt, en tot bewijs van dien haar Edele Vlag aldaar geplant weesende, niet alleen voor een neutrale plaats en seehaven aangemerkt en gehouden moeste werden, maar ook den Vorst van Tansjoer een bondgenoot van D' E. Comp:e sijnde, regtsdraads teegens de onsijdigheijd ge„ handeld soude weesen, ingevalle daar eeni„ ge Landing geschiedede, ten nadeele van den Vorst; gelijk al het selve met meer„ der omstandigheeden verhandeld wierd gevonden, bij de Instructie, die men, om geen tijd te verliesen, als niet te voor„ sien geweest sijnde, wat al gebeuren of van dat berigt somtijds worden konde, ten eersten in gereedheijd gebragt, den Capitain Gijsbert Zeegelaar, en den Boekhouder Iacob Adriaan Dormieux ter hunner narigt ter handen gesteld was geworden, na dat de Leeden, bij dewelke deselve eerst ter Lectura gesonden, weesende, sig daar meede geconfirmeerd, en sulx met derselver handteekeningen bekragtigd hadden. Welk papier dan nader, als nu in deese Vergadering geresumeerd en geleesen sijnde, eenparig Goedgevonden en verstaan is, alle regts het

NL-HaNA_1.04.02_3373_0160 view scan ↗

English

to consider what has been executed and decreed therein as settled, as well as the requisition made that same day to Iassanapatnam for 1. to 200. military personnel, based on such motives as are set down in the letter dispatched regarding this to the Ministers there, which, as well as the aforementioned Instruction, it was further resolved to insert herein; reading as follows: Iassanapatnam To the Honorable Christiaan Rose Commander, together with the Council there Honorable Sir, and Special Good Friends! The critical circumstances in which we find ourselves, and might sometimes fall even further into, on account of the invasion into the principality of Tansjoer by the Carnatic Subah, Lord Mahometh Alichan, conjoined with the English, especially if the same were to bow before the power of the Subah and company, and the English, who dare to undertake and execute anything after all, might proceed to disturb our seat and trade here, and most particularly disturb us regarding the ownership of the lands obtained in possession by the Honorable Company: Thus we have thought proper, and judged not only most advisable but also necessary for the esteem and the true interest of the Honorable Company, to maintain ourselves therein as well as possible, and consequently resolved to request Your Honor, as is hereby earnestly and kindly done, to send us at once, even if by hired thonijs, a relief of 1. to 200. European military men; but if Your Honor cannot reinforce us with such a number from your own garrison alone, we then request that what is lacking may be supplied, either from the reinforcement stationed at Manaar, or from the garrison of Ceijlon, whose Ministers Your Honor will meanwhile please inform in our name of the dangerous state of affairs here. We shall demonstrate and maintain what is necessary on this urgent point to Their Honors tomorrow or the day after tomorrow, as the precarious state of affairs and the adverse consequences that we foresee from this in an unexpected surrender of Tansjoer, as a resultant effect of the rumors and movements that we perceive, grant us no time to delay a single moment in devising the means that law and nature grant us; awaiting here the desired effect of our entreaty for the well-being of the Honorable Company, we remain, after friendly greetings, with all respect. It was signed: Honorable Sir and Special Good Friends! Your Honors' Obedient Friends and Servants; was signed: R. van Vlissingen; H. Leembruggen; I. E. G. Haselman; M. Koning; H. A. Schnison; C. Pietersz; I. Appengh; J. van Tessel; W. Duijnevelt; and I. D. Simons. In the margin: Nagapatnam, in the Castle, 16 July 1773. Secret Instruction for the Military Captain Gijsbertus Zeegelaar, and the Bookkeeper Jacob Adriaan Dormieux, to serve for their guidance concerning the taking possession of Naoer. Since the Honorable Company now holds possession of the coastal village of Naoer, and the Dutch flag has consequently been planted there as proof thereof; so, on account of the critical circumstances in which one currently finds oneself here due to the rumored departure of the troops of the Carnatic Subah Mahometh Alichan and company to make themselves master of the nearby principality of Tansjoer, we have thought proper to have you take post there on behalf of the Dutch Company to cover Their Honors' flag, to which end you are assigned for your assistance and the maintenance of the Company's authority: One military ensign, together with 25. European soldiers, and 50. Sepoys, with the corresponding non-commissioned officers, etc., all properly provided with rifles and weapons, as well as live cartridges; And since it could very easily happen that the said Carnatic Subah, being hitherto unaware of the legal possession by the Dutch of this harbor of Naoer, which is so important to us—which occurred recently, but nevertheless before the rumor of His Excellency's arrival had spread here—might sometimes send some ships or other vessels thither, not only to overpower and take possession of this place, upon which he has his eye so much on account of the prominent Moorish Temple located there, under the assumption that it still belonged to his enemy, the Prince of Tansjoer, but also to use the same for the unloading of men and ammunition, to subsequently be brought up to the capital city of Tansjoer; you must therefore, if any ships or other vessels should arrive there in the name of His Excellency and wish to make a landing, upon their arrival in the river—on the bank of which the troops under your command must in that case be stationed according to military custom—immediately inform them in the most friendly manner that the Dutch Company now holds lawful possession there, and that the same, being accustomed to observing a strict neutrality, can therefore neither allow nor permit that enemies of such a close ally as the Prince of Tansjoer has been of Their Honors since ancient times, although the Subah is also in alliance with the Honorable Company, make use of that place to their advantage and to the disadvantage of another ally, since such is not only against

Dutch transcription

144 het geen 'er verrigt en daar bij geordon„ neerd is, in deesen voor gearresteerd te hou„ den, als meede de gedane Eijssching ten dien Zelfden dage van Iassanapatnam van 1. â 200. Militairen op sodanige motiven, als bij de dien aangaande afgevairdigde brief aan de Ministers aldaar, ter neder gesteld sijn, die soo wel, als de Jnstructie voormeld, alverder beslooten wierd, in deesen te insereeren; aldus luijdende: Jassanapatnam Aan den E. Heer Christiaan Rose Commandeur, neevens den Raad aldaar E: Heer, en Bijsondere Goede Vrinden! De Criticque omstandigheeden, waarinne wij ons bevinden, en somtijds nog verder soude kunnen geraaken, mits de inva„ sie in het Tansjoers Vorstendom, van de Carnaticasen Souba den Heer Ma„ hometh Michan, geconjungeerd van de Engelsen, insonderheijd, als het selve voor de magt van den Souba C. S. mogte komen te bucken, en de Engelsen, die tog alles durven onderneemen, en uijtvoe¬ ren, overgaan mogten, om onsen seet, en handel alhier te ontrusten, en wel voor„ namentlijk ons turbeeren, omtrend den Eijgendom van de door D' E. Comp:e in be„ sit gekreegene Landen: Soo hebben wij Goedgevonden, en voor de agting en het waare belang der E. Maatschappij niet alleen raadsaamst, maar ook noodsa„ kelijk geoordeeld, ons soo goed mogelijk daarin te maintineeren, en mits dien beslooten, uEdele te versoeken, ge„ lijk bij deesen ernst vrindelijk geschied ons ten eersten, al was het met ge„ huurde thonijs te doen toekomen, een ontset van 1. â 200. man Europeese Militairen, dog soo uEdele uijt der„ selver Guarnisoen alleen met soodanig een getal ons niet renforteeren kun„ nen, dan versoeken wij, dat het ontbree„ kende gesuppleerd mag werden, het sij sie uijt 145 uijt de versterking die te Manaar geplaatst is, dan wel uijt het guarni„ soen van Ceijlon, welkers Ministers uEdele intusschen de dangereuse ge„ steldheijd der saaken alhier uijt onsen name gelieven te vertoonen; Wij sullen haar Edelens morgen of overmorgen over dit aangeleegen poinct het nodige demonstreeren en onderhouden, alsoo de netelige gesteldheijd van Saaken, en de nadeelige gevolgen, die wij daar uijt bij een onverhoopte overgang van sansjoer te gemoed sien, als een vrugtgevolg van de gerugten en beweegingen, die wij bespeuren, ons geen tijd gund, om 'er een moment meede te dralen, ter beraming van de middelen, die het regt en de natuur ons geeft; hier op het gewenscht effect onser instantie tot welweesen van D' E. Comp: te gemoed siende, verblijven wij na vrindelijke groete met alle agting. /:onderstond:/ E. Heer en Bijsondere Goede Vrinden! UEdelens Dienstwil„ lige Vrind en Dienaaren; /: was, geteekend:/ R„r van Vlissingen; H:s Leembruggen; I. E. G. Haselman; M„s Koning; H„k A:s Schnison; C:s. Pietersz; I:n Appengh; Dewijl D' E. Compagnie tans het besit van het See-dorp Naoer heeft; en dienvolgende de Hollandse vlagge tot een bewijs van dien aldaar geplant geworden is; soo hebben wij om de wille van de Criticque omstandigheeden, waarinne men sig tans door de gerugten afmarsch van de trou„ pen van den Carnaticasen Souba Ma„ hometh Alichan C. S. , om sig meester van Goede Vrinden. Secreete Jnstructie voor den Capitain Militair, Gijsbertus Zeegelaar, en den Boekhouder Iacob Adriaan Dormieux, om„ me te dienen tot haarlieder narigt, omtrend het neemen van possessie te Naoer J„b van Tessel; W„m Duijnevelt; en I. D:o Simons /: in margine:/ Nagapatnam Jn't Casteel den 16. ' Julij 1773. Gb het ed 146 het nabij geleegen Vorstendom Tansjoer te maaken, alhier bevind, Goedgevonden, UE:s van wegen de Hollandsche Comp:e, tot dekking van Haar Edeles vlagge, aldaar te laaten post neemen, ten welken eijnde UE. tot derselver adsistentie en maintenue van 'sComp:s aansien werden toegevoegd Een vendrig Militair, neevens 25. Europeese Soldaten, en 50. Sipaijs, met de daar bij gehoorende onder„ Officieren etc. alle van behoorlijk geweir en wapenen, mitsgaders scherpe patroonen voorsien; En dewijl het seer ligt soude kunnen gebeuren, dat gedagte Carnaticasen Souba als tot nog toe onbekend sijnde, van het wettig besit der Hollanders van dee„ se voor ons soo aangeleegene zeehaven van Naoer, als binnen korten, dog egter voor dat sig het gerugt van sijn Excel„ lenties afkomst alhier verspreijd had, geschied sijnde; Somtijds eenige scheepen of andere vaartuijgen derwaards quam te senden, niet alleen om deese plaats, waar„ op hij, om de wille van de aldaar sijnde voornaame Moorse Tempel soo seer het oog heeft, in suppositie, dat deselve sijn vijand, den Tansjoersen Vorst, nog toe„ behoorden, te overmeesteren, en in besit te neemen, maar ook, om deselve te ge„ bruijken tot ontlossing van volk en am„ monitie, om vervolgens na de Hoofd¬ stad Tansjoer opgevoerd te werden; soo moeten UE. , indien aldaar eenige schee„ pen, of andere vaartuijgen op naam van Sijn Excellentie mogten aankomen, en landing wilden doen, haar bij dersel„ ver komst in de revier, aan welkers kant UE. onderhebbende manschappen, in dat geval na krijgs-gebruijk moeten werden geplaatst, al ten eersten op het vrindelijkste kennisse geeven, als dat de Hollandse Compagnie, tans aldaar het wet„ tig besit heeft, en dat deselve, als gewoon sijnde, een stipte neutraliteijt te obser„ veeren, dus ook niet toelaaten, nog per„ mitteeren kan, dat vijanden van een soo nauwe bondgenoot, als den Tansjoersen Vorst, van oude tijden herwaards, van Haar Edele is, /:Schoon den Souba mee„ de in alliantie met D' E. Comp:e sijnde:/ van die plaats tot haar voordeel, en ten nadeele van een ander bondgenoot, gebruijk maaken, aangesien sulx niet alleen tee„ vijand gens

NL-HaNA_1.04.02_3373_0163 view scan ↗

English

conflicts with the law of nations, but His Excellency the Subah of the Carnatic, finding himself in such a case, would claim the very same from our Company. Yet if, contrary to our hope and expectation, it should happen that they, notwithstanding this and without paying any regard to it, should wish to proceed with their landing there by force and push through, Your Honours must, provided no open violence is committed by them, under vigorous verbal protest against it on behalf of and in the name of Their High Mightinesses the Lords States General of the United Netherlands, the Noble and Right Honourable Lords Directors of our Company, Their Right Excellencies the Noble High Indian Government at Batavia, and this Government, leaving to their account and responsibility all the adverse consequences that might arise therefrom in time, merely betake yourselves to their proper place, and to the commander who also comes ashore, renew the said protest in writing, which the second named at the head of this can prepare in proper form and style in the English language and always keep ready, and hand the same to him, requesting him, if there is a higher Commander on the ships or vessels, to forward the same, very emphatically leaving everything to their account and responsibility that could or might in time result from this enterprise, namely: as well with respect to the aforementioned Subah as to the troops of his allies, the English gentlemen, who will occasionally and undoubtedly be present; for although that nation is indeed allied with the aforementioned Subah against the King of Tanjore, it is entirely contrary to the close friendship and alliance subsisting between the English Crown and Their High Mightinesses to assist him, the Subah, in committing any injustice against our flag; to which end the protest must be directed in duplicate, namely one to the Subah's Commander, and one to the head of the English troops, in which latter the point just mentioned must be urged and expressed most vigorously. But if they should perchance, which is not to be hoped, upon Your Honours' first notice immediately begin to act hostilely and attack Your Honours, then they must conduct themselves according to the customs of war and in such manner as they deem themselves best able to justify, and if the danger is there and it cannot be otherwise, provided they consider themselves capable thereof, repel force with force. Furthermore, continuous information must be given to the undersigned Governor without regard to the time regarding what occurs, in order to be able to assist Your Honours with our further orders and dispositions in that respect in case of necessity; for which purpose, besides the aforementioned men, two cavalrymen are also added to Your Honours, who are to be relieved daily by two others. For the rest, we commend everything to Your Honours' good management and prudence, and remain after cordial greetings, underneath stood Your Honours' Good Friends, was signed as before. Whereupon, in pursuance of the resolution of the 14th instant, first by the Lord Governor and subsequently by the Members, one by one, their written opinions were submitted regarding the propositions made by the Tanjore emissaries and presented by the well-mentioned Lord Governor at the aforesaid session, concerning the admission or acceptance of deeds of sale of the lands of Kiewaloer and the coastal places Naoer and Topotorre taken in pledge by the Honourable Company; the redemption of the recognition moneys for a certain sum of money to be agreed upon; and the admission here of the consort and further family of the King, in case His Highness should resolve to secure the same in this city and under the protection of Nagapatnam in the Castle, the 16th of July 1773 the Company's flag; which writings having subsequently been read with attention one by one, were found to contain the following. Address Gentlemen! In our meeting held on the 14th of this month, I presented to Your Honours the propositions made to me by the envoy Narsinga Rauw Bosale and the Subedar of Mannargudi Cannagasawea Poele in the name of the King of Tanjore; namely: Firstly, to grant deeds of sale to the Company for its security of the lands and places of Naoer, Topotorre, and Kiewaloer already pledged to it, under such conditions as I at that time presented to Your Honours in detail, and as recorded in the secret resolution of that day. Secondly, to cede forever to the Company the recognition moneys enjoyed from the Company by the King since the year 1741, when the same was fixed at 5,000 pardauws per year, and to pay for that a substantial sum of 100,000 pardauws or circa 45,000 new Nagapatnam pagodas. Thirdly, the question of the King, as to how this Government would act if His Highness were in danger of having to succumb to the power of the Nawab, by whom he was threatened with a dangerous war, and he found it advisable to send his wife and family here and secure them, whether one would take the same into this city and under the protection of the Company. Pursuant to Their Right Excellencies' honoured decision dated the 4th of August 1772, containing that matters which ought to be kept secret, if not always, at least for some time, should remain confined solely to the knowledge of

Dutch transcription

147 gens het regt der Volkeren strijd, maar sijn Excellentie den Souba van Carnatica, in een dusdanig geval sig bevindende, even het selfde van onse Maatschappij pre„ tendeeren zoude. — Dog indien het teegens onse hoope en verwagting exteeren mogt, dat ze des niet teegenstaande, en sonder daarop eenig re„ guard te slaan, met kragt haare Landing aldaar wilde voortsetten, en doordringen, soo moeten UE. , indien door haar geen opentlijk geweld gepleegd werd, onder mondelinge kragtige protestatie daar tee„ gens, uijt naam ende van wegen Haar Hoog Mogende de Heeren Staaten, Generaal der Vereenigde Nederlanden, de Edele Hoog Agtb:e Heeren Bewind„ hebberen, van onse Maatschappij, Haar Hoog Edelens de Edele Hooge Indiase Regeering te Batavia, en deese Regeering, en laating voor derselver reekening en verantwoording van alle de nadeelige ge„ volgen, die daar uijt in der tijd ontstaan mogten, sig maar ter haarer behoorlijker plaats vervoegen, en aan het hoofd, dat meede aan de wal komt, een schriftuur, dat den tweede genoemde in den hoofde deeses in behoorlijken forma, en na stijl in de Engelse taal vervaardigen, en al„ toos klaar houden kan, gedagte protesta„ tie renoveeren, en sulx aan hem ter hand stellen, met versoek het selve, indien er een hooger Gesaghebber op de scheepen of vaartuijgen is, voort te senden, daarbij seer nadruckelijk alles voor haar reeke„ ning en verantwoording laatende, wat in der tijd uijt deese entreprise soude kunnen of mogen resulteeren, te weeten: soo wel ten opsigte van den voorsz: Souba, als het volk van sijne geallieerdens de Heeren Engelsen, dat sig somtijds en ongetwijffeld daarbij bevinden sal, want of schoon die natie wel met den voorsz: Souba geallieerd is, teegens den Tansjoer sen Vorst, soo strijd het immers direct tee„ gens de nauwe vrind- en bondgenoot schap, welke tusschen de Engelsche Kroon en Haar Hoog Mogende subsisteerd, om hem Souba in het pleegen van eenige on„ reedelijkheijd teegens onse vlag te adsisteeren, ten welken eijnde het protest dubbeld, als een aan des Toubas Gesaghebber, en een aan het hoofd der Engelsen trouwen sal moeten werden gerigt, bij welke laaste de soo deeses even 148 even gemelde post ten kragtigsten moet werden aangedrongen en uijtgedruckt. Maar zoo sij somtijds /: het geen niet te hoopen is:) op UE. eerste aansegging al aanstonds vijandelijk beginnen te ageeren, en UE. aantetasten, soo sullen deselve sig na krijgs gebruijk en soodanig, als sij voor haar selve best verantwoordelijk oordee„ len, moeten gedragen, en indien het gevaar daar is, en het niet anders kan, mitsgaders sij sig daartoe in staat oordeelen, geweld met geweld te keer gaan. Moetende wijders geduurig en onaan¬ gesien de tijd, van het geene 'er voorvalt, aan den ondergeteekende Gouverneur bij Continuatie kennisse gegeeven werden, om UE. in Cas van noodsaakelijkheijd met onse nadere ordre en dispositie dierweegens te kunnen adsisteeren, ten welken fine U6E. buijten de voorsz: Manschappen nog werden toegevoegd twee ruijters, die da„ gelijx door twee andere staan verwisseld te worden. Voor het overige beveelen wij alles aan UE. goed beleijd en voorsigtigheijd, en blij„ ven na Cordiale groete /:onderstond:/ UE. Goede Vrinden /:was geteekend:/ als Vooren Waarna, in naarvolging van het ge„ arresteerde ter Resolutie van den 14:' Courant eerst door den Heer Gouverneur, en vervolgens door de Leeden, een voor een overgelegd wierden derselver schrifte¬ lijke advijsen, nopens de door de Tans„ joerse Sendelingen gedaane, en door wel„ melden Heer Gouverneur ter Sessie voor„ meld voorgedragene propositien, ter admis„ sie of acceptatie van Koopbrieven van de door D' E. Comp:e in pand genomene Landen van Kiewaloer, en de Zee-plaatsen Naoer en Topotorre; het afkoopen van de Recognitie gelden, voor zeekere daar voor te accordeerene Somma gelds, en admis¬ sie alhier van de Gemalinne en verdere familie van den Vorst, ingevalle zijn Hoogheijd resolveeren mogte, deselve in deese stad, en onder de bescherming van /:in margine:/ Nagapatnam In't Casteel den 16. ' Iulij 1773. (: in— 's Comp:s 1/49 'sComp:s vlag te segureeren; Welke schriftuuren vervolgens een voor een met aandagt geleesen sijnde, bevonden wierden in deeser voegen te behelsen. Aanspraak Mijn Heeren! In onse gehoudene Vergadering op den 14:' deeser, heb ik UEdelens voorgesteld de propositien, die door den afgesant Narsinga Rauw Bosale en Manaar„ coilsen Soubedaar Cannagasawea Poele uijt naam van den sansjoersen Vorst aan mij gedaan sijn; te weeten:— P=mo Om aan de Compagnie tot derselver securiteijt te verleenen koopbrieven van de onder deselve bereeds verpande Landen, en plaatsen van Naoer, Topotorre en Kiewaloer, onder soodanige Conditie, als ik te dier tijd uw Edelens breedvoerig voorgesteld heb, en ter Secreete resolutie van die dag aangeteekend is. 2:e Om aan de Comp:e voor altoos aftestaan de door den Vorst t'seedert den Jaare 1741. /: wanneer het selve op 5000. par„ dauws 's jaars bepaald is:/ van de Comp:e genotene Recognitie-penningen, en daar voor een aansienlijke Somma van 100'000. pardauws of C. C. 45000. nieuwe Naga„ patnamse pagooden te betaalen. — 3:e De vrage van den Vorst, hoedanig sig deese Regeering soude gedragen, bij al„ dien sijn Hoogheijd in gevaar stond, om voor de magt van den Nabab /:door wien hij met een gevaarlijke oorlog gedreijgd wierde :/ te moeten beswijken, hij geraaden vond, sijn Vrouw en familie dit heen te zenden en te Secureeren, of men deselve in deese Stad, en onder de be„ scherming van de Compagnie neemen zoude. Ik heb uwel Ed:s ingevolge Haar Hoog Edelens g'eerde besluijt in dato 4: ' Augustus 1772., behelsende, dat saaken, die soo niet althoos, ten minsten eenige tijd behoorden te werden gesecreteerd, be„ paald zouden blijven tot de kennis een„ voor lijk

← previousnext →