Inventory 3375
Coromandel · 304 pages · 185 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
The 18th May 1773. 229. Reduced Charges The 18th May 1773 Account of Condemnation and Confiscation ƒ 7. higher, due to a lower crediting on account of received fines and defaults and the gauging of weights and measures. Land wages ƒ 3649. 18:8: higher, arising from the higher charges entered on account of goods under-accounted for by the commanders of the sloops, as well as by the higher submitted accounts of persons who in previous years had accumulated some pay, and also through the wage increases of some servants who had served out their contracted time with the Honorable Company. Ship wages ƒ 7970. 15. 8. higher, originating from a higher disbursement in cash on account of earned monthly wages, as in anno passato only ƒ 317. 15. 8. was issued to the crew of one ship, and in this year ƒ 4311:2:8: to those of three ships, as well as from a greater charge on the wage account of the ship officers, who in anno passato were charged no more than ƒ 1650. 14. –, compared to ƒ 6155:3:—: in this year, due to which two causes this account has run so high this year. Monthly wages of native warriors or sepoys ƒ 2622: 15:8. higher, arising from a greater number of these servants whom they were obliged to take into service this year for the protection of the Company's villages, to prevent the frequent thefts which are presently very prevalent in those villages. Account of gifts ƒ 3865: 5:—: higher; in anno passato the gifts presented amounted to ƒ 7650. 14. -, and this year to only ƒ 1533. 10. 8., and nevertheless this expense item appears higher this year, for the reason that in anno passato ƒ 7596: 4. —: was credited, both in counter-gifts and in what was credited from Batavia, and this year no more than ƒ 613. 15. 8., and also through improper bookkeeping here regarding the gift goods sent to Bimilipatnam for the Prince Regent there upon the renewal of the five-year lease, which was written off to the debit of gifts in the specification, whereas it ought to have been charged to Bimilipatnam itself. Ship expenses ƒ 1933: 7:8: higher, having its source in the greater requirements of the ships that were present here, the provisions having been made at the request of the ship officers and upon demonstration of their high necessity. Ordinary provisions ƒ 1580. 2. 8. lower, originating because in anno passato there was charged here from Batavia the rations supplied for making the voyage hither of the Right Honorable Severe Sir Reinier van Vlissingen as governor and director of this Coast of Coromandel and its dependencies, to an amount of ƒ 1198: 10: —; likewise last year ƒ 241: 15:8: was charged from Palicol on account of rations supplied there to some men during the construction of a new dhoni there; also the rations at Cuddalore are ƒ 86:8:-: lower, as presently only one resident is stationed there, the remaining difference of ƒ 53. 19. —: likewise arising from various lower charges from the outer offices. The Hospital ƒ 1024:11:—: lower, this decrease being solely attributable to a lower number of patients who were accommodated there throughout this entire year. Expenses of sloops and other vessels ƒ 10166: 13:—: lower, having as its cause not only the lower charges entered for refitting, but especially the fewer equipment goods supplied, because the sloops are provided with everything every two years, and this having taken place in anno 1771/2, one did not require it this year. Native servants monthly wages ƒ 1318: 17:—: lower, arising from a lower number of native sailors on the sloops and fewer coolies in the ropewalk. Carpentry and repair ƒ 694. 6. —. lower, on account of the smaller expenditure on bricks, lime, etc., whereby this account has come out that much lower this year. Extraordinary expenses ƒ 1743. 10:8: lower; in anno passato there was charged to this account the provisions made to the Right Honorable and Highly Respected Sir Pieter Haksteen, outgoing governor and director of this Coast, for his voyage to Batavia, amounting to ƒ 1179. —. etc., as well as what was issued to the Reverend Minister for his voyage to the outer offices during the church visitation, and also on account of less gunpowder fired. Fortifications ƒ 55:9:8: lower, which mainly has its cause in the complete renewal of the Castle bridge in anno passato, whereby this year not so much woodwork was entered. Nagapatnam, the last of March 1773. For the last of August 1772. /signed/ H. M. Johan van Wezel Reduced
Dutch transcription
Den 18. Meij 1773. 229. Verminderde Lasten Den 18e. Meij 1773 Reekening van Condemnatie en Confiscatie ƒ 7. meerder door een minder ten goede brenging weegens de Ontrangene boetens en defaulten en het lijken van maaten en gewigten. zoldijen aan Land ƒ 3649. 18:8: meerder, ontstaande uijt 't meerder ten lasten ge„ bragte of Reekening van 't te min verandwoorde goederen door de gesaghebbers der Chialoups als meede door de meerder ingebrockene Reecqueningen der persoonen, welke in voorige Jaaren Eenige gagien hadden ten goede gemaakt, ook door het verhoogen ingagie van Eenige dienaaren welke hunnen verbonden tijd bij d' E: Compagnie hadden uijtgediend scheeps zoldijen ƒ7970. 15. 8. meerder, oor spronkelijk uijt een meerder afgage in contan„ ten of Reekening van winnende maandgelden, wijl in anno pass=o maar aan t volk van eenschop ƒ 317. 15. 8. , en in dit Jaar aan die van drie scheeppen ƒ 4311:2:8: is verstrekt, als meede uijt= een grooter belasting of de zoldij Reekening der scheeps overheeden welke in anno pass=o noot meer dan ƒ1650. 14. –. ten lasten is gebragt, om in dit Jaar ƒ 6155:3:—: door welke twee oorsaaken deese Reekening in dit Jaar zoo hoog is te staangekoomen Maandgelden van Inlandse krijgers of Sopaaijs ƒ 2622: 15:8. meerder ontstaande uijt een meerder aantal dier dienaaren, welke men in dit Jaar verpligt is geweest om in dienst te neemen, ter deckting van sComp=s dooren, tot weering van de meenig„ vuldige diverijen, welke thans in die dorpen seer inswang gaan. —. Reekening van schenRagie ƒ 3865: 5:—: meerder, in anno passato bedroeg het verschon„ kerre wol ƒ 7650. 14. -. en in dit Jaar maar ƒ 1533. 10. 8. , en nogthaans vertoond zig deese last post dit Jaar meerder, uijt oorsaak dat in anno pass=o ƒ7596: 4. —: zoo in contra ge„ schenken, als het van Batavia ten goede aangereekende is ten voordeele gebragt, en in dit Jaar niet meer dan ƒ 613. 15. 8. , ook nog door een verkeerde behandeling alhier wee„ gens de versondene schenkagie goederen na bimilipatnam voor den Prins Regent al„ daar bij het vernieuween van de vijff jaarige vorpagting het welke ten lasten van schen„ kagie bij het specificatie staat afgeschreeven, daar het zelve Bimilipatnam had be„ hooren aangeroekend te werden. Onkosten van scheepen ƒ 1933: 7:8: meerder, hebbende sijne source uijt het meerder beoodigde of de alhier aangeweest zijnde scheepen, sijnde de verstreckin„ gen geschiet op versoek den scheeps overheeden, en na aanthooning van dies hooge nood„ saakelijkheijd. Paarscoenen Ordinaiir ƒ 1580. 2. 8. anoinder, heerkomstig wijl in anno pass=o van Bata„ via heerwands is teen lasten gebragt, de verstrekte Randcoemen tot het doen der Reijse na herwaards van den wel Edelen Gestr: heer Reinrier van Vlissingen als gouverneur en dog recteur deeser Custe Cormandel met den Resoorte van dien, tot een montant van ƒ 1198: 10: —: alsmeede is voorleeden Jaar van palicol is ten lasten gebragt ƒ 241: 15:8: weegens de aldaar versterckte Randcoemen aan eenige manschappen bij het aldaar aan simmeeren van Een nioeuw Thonij, ook zijn de randcoemen of Coedeloer ƒ 86:8:-: minder, door dien thans, maar een pan„ mist aldaar bescheijden legd, sijnde de overige minderheijd van ƒ 53. 19. —: meede ontstaande uijt diverse mindere aanreekeningen van de buijten Camptooren 'T Hospotaal ƒ 1024:11:—: minder, kommende deese monderheijd Eeniglijk werden toegeschre„ ven, aan een minder getal sieken, die in dit geheele Jaar aldaar hebben geleegen Onkosten van Chialoupen en mandeere Vaartuijgen ƒ 10166: 13:—: minder hebben„ de niet alleen tot oorsaak het minder ten lasten gebragte voor vertimmering, maar ook in sonderheijd de mindere verstrekte Equipagie goederen, wijl de Choiloupen om de twee saa„ ren van alles voorsien werdende, en in a:o 177 7/8. zulx geschied zijnde, zoo heeft men dit Jaar zulx niet beenodigt gehad. —. Inlandse Dienaaren maandgelden ƒ 1318: 17:—: moendeer, voorkoomende uijt een minder aansal van sonlaandse mattroosen of de Chialouspen en minder Coelijs in de lijn„ baan. —. Timmeragie en Reparatie ƒ 694. 6. —. monder weegens het minder vergebragte aan metsel„ steenen, kalk &:a waar door deese Reekening in dit Jaar zoo veel minder is te staan gekoomen. Onkosten Extra Ogdienasier ƒ 1743. 10:8: minder in anno pass=o is tem lasten deeser ree„ keening gebragt het verstrekte aan den welEd: Groot agtb: Heer Pieter Mattsteen afgaande gouverneur en directeur deeser Custe, of desselves Roijse na batavia ten bedraagen van ƒ 1179. —. &x meede het afgegeevene aan den Eerw: heer Predicant weegens desselvs Reijse na de buijten Comptoiren, bij het doen der kerk visite, ook weegens minder verschooten buskruijt Fortificatie ƒ55:9:8: monder,'t welk voornamentlijk zyn oorsaak heeft uyt de geheele snieuwing van de Casteels brug in a:o p=o waar door dit Jaar zoo veel houtwerk, niet zijn opgebragt geworden Nagapatnaam ult=o maart 173. Voor ult=o aug=s 172. /:was get:t/ H: M: Johan san weglent: Voorminderde -
English
2131. The 9th of June 1773. The 9th of June 1773. Opening and reading of a packet of Batavia papers. The papers of the offices having been found to be drawn up properly and according to order, the same was approved, and the said trade bookkeeper was accordingly qualified to proceed with the closing of the books. Thus done and resolved in the Castle at Nagapatnam, date as above; was signed: as before; except: Cornelis Pietersz. and Jan Assengh. Wednesday the 9th of June in the year 1773, in the morning at nine o'clock. Council Meeting. Absent: The Merchant Titular, Adigar, and Mint Master Cornelis Pietersz., and the Junior Merchant and Dispencier Jan Assengh, both on account of indisposition. The ship Vreedelust having been designated by Their High Excellencies the Noble High Indian Government at Batavia as a coastal vessel for this year to this Coast, and having arrived yesterday evening here in the roads, and a packet with papers directed by the same to this Government having been received therewith: so the same was opened in this meeting expressly convened for that purpose, and therein was found Their High Excellencies' referenced missive of the 23rd of April last, together with the enclosures mentioned in the register received thereof; and upon the reading of those papers, having emerged, among other matters, well-mentioned Their High Excellencies' order to have that vessel, the ship Vreedelust, call at all the southern and northern offices for the loading and conveyance to Batavia of all the packages that should be in readiness at those factories for India, or that might have remained lying over for Batavia after the departure of the ship De Jonge Lieve, which, having been assigned as a return ship via this Coast, was daily expected here, or that have since been gathered; so it is approved and understood, the said vessel Vreedelust, having been discharged as promptly as possible of what was brought along for this main settlement, to let her depart at once via the offices of Sadraspatnam and Paliacatta to Jaggernaijkpoeram, in order to undertake from there directly the return voyage to the Indian main roads, without calling at Bimilipatnam, 233. The 9th of June 1773. The 9th of June 1773. since the packages that will have been in readiness at the said factory Bimilipatnam upon the appearance of the aforesaid ship in the north will have already been collected with the sloop De Anthonia Dorothea and brought over to Jaggernaijkpoeram; of which arrangement it was furthermore understood to give notice to the chiefs of the factories Sadraspatnam, Paliacatta, Jaggernaijkpoeram, and Bimilipatnam by a circular letter, and at the same time, under transmission of the extract from Their High Excellencies' referenced missive regarding the routing, loading, and dispatch of those two ships, to send them the necessary orders. After this, the Governor submitted the translation of an English letter addressed to this Government by Geo. B. Hoissard, dated the 2nd of this month, containing a request to obtain a decision from this administration regarding the claim formulated by his servant Collasingana Chitty against the Paliacatta merchant Ragoer Wengatamaana Chitty, mentioned in the resolutions of this table of the 17th of August 1772, the 2nd of February, and the 24th of March of this year; in which matter Chief Dormieux, in accordance with the last-cited resolution, insofar as it concerned him, having furnished a satisfactory report to this Government regarding how the matter unfolded when complaint was made to him about it by the said English servant and he was requested to decide the same, and alongside which, by the presentation of an oath, he has cleared himself of what was charged against him by the said Englishman Hoissard and his servant Collasingana Chitty, namely that he not only sought, but also actually demanded and stipulated, to receive certain portions of that formulated claim before the settlement of that affair, set down more fully in his letter written separately thereon to this Government on the 30th of April last; so it was deliberated thereon, and on the grounds that nothing would be furthered regarding the final settlement of this matter by writing back and forth, it was approved and understood to send a copy of the aforementioned submitted vindication of Chief Dormieux to the said Englishman or his servant, and at the same time to write him that since this Government could not interfere or concern itself any further with the matter,
Dutch transcription
2131. Den 9e. Junij 1773. Den 9'. Junij 1773. breken opering en lesng van een pacquet Baravisse pospiren de Comptoren elaten aan den inten met eijnde Costueden ot hat suij ea el papier als na de oordre gecoucheerde bevonden zijnde, soo wierd het selve geapprobeerd, en genoemde negotie boekhouder over sulks gequalificeerd, om met het sluijten der boeken, maar alof voor te vaaren Aodus Gebaan en Gearresteerde In 't Castoel Tot Nagapalnam Dato voorschreeven /:was geteekend:/ als vooren /: Excopto:/ Corn=s Pietersz: en Jn Afsfengh Woensdag Den 9. ' Iunij Anno 1773. smorgens ten neegen uuren Vergadering van Politie Demptos Deen Cooipman Titulair adigaar en muntmeester Cornelis Pieters, en den Onderkoopm en dispencier san stengh Beijde mits in dispositie Laslet schilt Vreedelust door haar hoog Edelens de Edele hooge Indiase Regeerring te batavia tot een Comtira schip voor dit Jaar, naar deese Custe geprofecteerd, gisteren arend alhier ter Rheede gearroiereerde en daarmeede ontfangen sijnde een pacquet^ met parsieeren door hoogst deselve aan deese Regeering gerigt: soo orverd het zelve in deese ten dien eijnde orfres belegde bij een„ komste geoffende, en daarinne bevonden Haar hoog Edelens gerenecreerde missive van den 23.=sten april J=o leeden, neevens de bijlaagen bij het daar van omtvrangene registeer vermeld, een bij leesing dier pappoeren, onder anderen te vooren gekoomen weesende welmelde haar hoog Edelens Ordre, om dien bodem ndr om het schip suedelust alle alle de suyder en noorder Comptoiren te laaten aandoen ter inneeming en oarder naar batavia van alle de packen, wel„ ke of die factorijen voor India in geweedsheijde soude sijn, of naar het defaart van het schop De Ionge Loecre, dat tot een Re„ tourschip over deese Custe aangelegde weesende, dagelijks alhier tegemoed gesoen wierd voor het factuvia moogte blijven oveer„ leggen, dan wel 't zeedert in dan band geraakt zijn, so is goed, dsi se ar dos en al gevonden en verstaan gemelde boodem vreedelust van het meede gebragte voor deese hoofd plaatsen toen spordigsten gedechangeerd weesende, ten eersten over de Comptoiren Sadraspaitnam en Palliacatta naar Iaggernaijkpoeram te laaten vertrecken om van daar direct de torug reijse naar de Indiase hoofd, om van dir sonder enmilsz: Rheeder blaatsen „aan te doen de terugrijse k onderhemin 233. Den 9'. Junij 1773. Den 9e: Juarij 1773. en waarom geven van Htoiserd. de bewiuste pestantie van sijn dene Engelsman kesende kbopderk: dormina deavrgene. „plaatse te onderneemen sonder Bimilipatnam aan te doen, na doen de fardeelen die teegens de verscheijning van het voormelde schif om de woord, ofgedagte factorij Bianilipatnam in gereedheijd sullen sijn geweest, reeds met de Choaloup De Anthonia Doro„ thea afgehaald en of saggernaijkfoeram overgebragt sullen weesen Amst da van Crtihie kenmnse van welke schik kring daen aleverder verstaaan wierde de opperhoofden van de factorijen Sadraspatnai Plliacusta, Daggernaijk„ poeram en Bimilibatnam bij een Circulaire brieff Aen„ nisse te geeven, en teffens onder toesending van het Ex„ tract uijt haar hoog Edelens gerenereerde missive met betrekking van den aanleg, belading en depeche dier beijde scheepen, de nodige Ordres te doen toekoomen Larduchi anen Engelse brieff) Hoer na leijde den heer Gouverneur over, Translaat eenen Engelsche brief door Geo: IB: Hoissard in dato 2:' deeser „maand aan deese Regeering gerigt, inhoudende versoek ter erlanging van deeise wegens toer orlanging van decesie omtrend de geformeerde pretentie vanr sijn bediende Collasiingana Chillij, off deen falliacatseir Coopsman Ragoer Wengatavaana chitty tor Resolutie dee seer taffel van den 17: Aug:s 1772. , 2:' februarij en 24' maart deses Jaars vermeld, wel keendemeegen het opperhoofd Bormoeux onver een komstig met het laast geciteerd besluijt voor soo ver„ in hem aangang een voldorend bewrigt aan deese Regeering geodendenden wanweding avan ssfediteerde hebbende, hoedanig zog de saak toegedraagen heeft wanneer daar over door gedagte Engels bediende bij hem geklaagt: en versogt was, deselve te decideeren, en waarneevens door pre„ sentatie van Eede sig heeft gesuijverd van het geen hem door genoemde Engelsmaen soissard en sijn bediende Colla„ singana Chistij is toen loste gelegde, als dat niet alleen ge„„ trgt, maar ook werkelijk begeerde en bebrngen hadde, voor de afdoening dier affaire, seekere gedeelten uijt die gecormeer„ de pretentie te gemoeten: breeder bij sijne daar over afson„ doelijk aan deese Regeering gecarteerde brieff van den 30.:' afwile J=o leeden, ter nwedergesteld; soo is daar over gedelibe,„ beluijt wae van ij angeaga vierde, en uijt hoofde, dat door over en weeder schrijvens omtrend der afdoening hier Laaste tog niets bevoorderd zou„ de werden, goedgevonden en verstaan van de voormelde vn„ gekoomene verandewoording van het opperhoofd Dormoeur Copia aan gedagte Engelsman, off zijn bediende te zenden en teffens aanbeschrijven; dat vermids deese Regeering en met neltk aaschijvers sig daar niet verder meede bemoeijen of ofhouden konde, over Vverhalveor
English
235. The 9th of June 1773. The 9th of June 1773. and explanation regarding this. Elephants beams and ditto burdens from Jaffanapatnam to requisition. Therefore, if the merchant Ragoer Wangatarama Chittij could not substantiate the claim brought forward that he was not obligated to satisfy that demand, they could have their action instituted before the judge here. And the church built here several years ago for the service of the Malabar Reformed congregation in this town, in which the service in Portuguese was now also held at the same time, and was also used for that purpose by the coreligionists of the Augsburg Confession here when the Danish missionaries crossed over here with the foreknowledge and consent of the Governor, becoming very small and cramped due to the growth of the congregation here, and therefore the same absolutely needed to be enlarged if the service was to be properly conducted therein, just as His Honour said was to happen, as well from the gift that had already been expressly given for this purpose by someone, as from that which was yet to be given by way of a collection by various charitable persons; and for that purpose an estimate had already been drawn up of the required materials, among which were needed, among others, 250 palmyra beams of 3, 100 ditto of 4, at 2 pieces out of a tree, as well as 100 pieces of palmyra laths. So, on the proposal of the said Governor, it was approved and agreed to requisition the palmyra beams needed for that purpose on behalf of the Company from Jaffanapatnam, with the cost thereof to be refunded to the Honourable Company with 30 per cent advance. Resolution to requisition the palmyra beams needed for that purpose. To the Right Honourable, Right Valiant Sir, Reynier van Vlissingen, Governor and Director of this Coast of Coromandel with its Dependencies, etc. Right Honourable, Right Valiant Sir, Pursuant to your Right Honourable, Right Valiant's most revered order, of the eight elephants that were brought over here these days from Jaffanapatnam with a thonij toward fulfilling the delivery of the overdue tribute to the Tanjore ruler, one of them, being an alia of the height of 5¾ cubits and listed on the invoice from that Commandery under No. 7 and charged for 1125 rixdollars, having collapsed and died during the disembarkation in the vessel itself, according to the incoming report and annexed declaration concerning this, which were presented at the same time, reading as follows: Insertion of the report and declaration. We 237 The 9th of June Anno 1773. The 9th of June 1773. We, the undersigned express commissioners, betook ourselves to one of the thonijs that arrived on the 20th of this month from Jaffanapatnam with tribute elephants; and found that one of those animals, described according to the invoice as 1 alia, No. 7, 5¾ cubits high, its right ear being torn, and no hair on the tail, costing 1125 rixdollars, had collapsed and died, the same being chopped to pieces and thrown into the sea in our presence. Hoping herewith to have complied with your Right Honourable, Right Valiant's most respected order, we take the liberty to call ourselves, with deep respect, below stood, Right Honourable, Right Valiant Sir, your Right Honourable, Right Valiant's most humble servants, was signed, P. van Groll, and P. Brouwer, in the margin, Nagappattinam, the 22nd of May Anno 1773. On this day, the 26th of May 1773. Appeared before me, Jacques Theodore Vaucquet de Freo, First Sworn Clerk at the Secretariat of the Coromandel Government, present the after-mentioned witnesses, the natives Sauweriemoetoe, Maandietande, Sangara Moddellij, Samenwichewen, Choedembaram Nadieren, Kandenwille, Paramavanden Belagan, Cadiren Somarenwillen, Kanderen Comensaanen Wicheanen, Poeroemoeganden, Komen Kadiwen, Chidambaram Cadieren, Paramavanden Weeden, Wienangieweelen, and Weedenmeijlen; the second appearer being chief, and the other 13 common coolies, and as such having been employed in the conveyance from Jaffanapatnam to this place of 8 pieces of elephants for the ruler of Tanjore, all residents of Jaffanapatnam, currently in loco, who, at the requisition of the Right Honourable, Right Valiant Sir, Reynier van Vlissingen, Governor and Director of this Coast of Coromandel with its Dependencies, declared it to be true and truthful: Thus, after reconsideration, it was approved and agreed to write off the amount of the fallen animal at the charge of last year's expenses in the books at Galle. Resolution to write off the said fallen animal. After this, the Governor submitted a report regarding a further survey by the surveyor Adam Gottlieb Henck and the adigar of the [illegible] Nicolaas Campoe, regarding Production of the report regarding the survey of the above-mentioned 13 villages. that they departed from Jaffanapatnam eight days ago with a thonij laden with the aforementioned eight elephants and the fodder needed for the same, and arrived in these roads on the 20th of this month, and the next day one of the animals contracted a sort of illness among them called moetoewassa, whereby the beast expired after the lapse of an hour. Ending herewith, the deponents declared this given testimony of theirs to contain the pure truth, giving as reason for their knowledge as in the text, being prepared to confirm the same further by oath if required. Thus done and declared in the Castle of Nagapattinam, date as above; in the presence of Jacobus van Tessel and Willem Carel Rousseau, clerks at the aforesaid Secretariat, as witnesses, who signed the minute hereof along with the deponents and me, First Sworn Clerk.
Dutch transcription
235. Den 9'. Junij 1773. Den 9'. Junij 1773. en vrascom klaring dierwegens. Eliphansen meren en dito lasten van Jaffans pataan k eijsschen dveerhaloven zij, soo het ingebragte door den Cooppanan Ra„ goer wangatarama chittij als dat niet verpligt was, die pretentie te volderen, niet accrediteeren konde, hun actie voor den Regter alhier konde laaten institueeren. sditin en den e meegenen et vor eenige Jaaren alhier ofgeboude Herst j3. ton diens„ te van de mallabaarse gereformeerde gemeente te deeser steede waar in thans met eenen den dienst in het portu„ geesch ook wierd geessende, soo meede het selve ten dien eijn„ de g'emploijeerde wierde, door de geloofs genooten van de augsbuurgse confessie alhier, wanneer de Deensche misio„ narissen, met voorkennisse en toestemming van den heer Gouverneur herwaards overkwraamen, seer kleijn en bekrompen werdende, door den aanwasch van de gemeente al„ hier, dierchalven deselve absolut diende vergroot te wier„ den, indien daar in den dienst naar vereijsch soude weer„ waruijtsuls san egeshinden den gedaan, gelijk sijn Edelee sijde sulx ook stond te geschie„ den, soo wel uijt de goft die daar toe Exppres reeds door ie„ maend gegeeven was, als die nog door deese een geene liesda„ dige bijwijse van Collecte gegeeven stond te werden, en teen dien eijnde reeds een Calculatie geformeerd was van de bemobi Aan Den Wel Edelen Gestr: essecr Reijnier van Vlissingen Gouverneur en directeur deeser Custe Cormandel met den Resorte van dien &:a Wel Edele Gester: Meer Ingevolge uwel Edele gestrngen zeer gerenereerde ordre hobben gende materiaalen, waar van onder anderen quaamen te benodigen 250. palmeeren de 3, 100. dotos de 4: , om on stux de 2. uijt een boom, motsgaders 100. stux palmeere latten: soo wieerde ofr den besuijtde daroe berdigende pal„ voorstel van welmelde heer gouverneur goedgevonden en verstaan deselve CComp=s weegen van Iaffanapatinam te Eijsschen, om het kostende van dien met 30. per Ccanto onm re o per :betet werder advraans aan de E: Comp=e gerestitueerd te worden. van de agt Huer Elifhanten die tot de voldoeninge van de keevering van an den ducognitie toen agteren staande recognotie aan den TansJacrsoen vorst dee„ seer daagen met een Thonij van Iaffanafatnaam dit heen overgebragt waareen, een derselve sijnde een alia ter hoogte van 5¾. Cob=s en bij factuur van dat Commandament onder N=o 7. beslende en voor Rijx d=s 1125. aangereekende, bij de ontscheeping in het vaarthuijg selve, needergesakte en gecorereerte sijnde Com„ foram daar van ingelkoomen Rapport en annexe verklaaring, Insortie van het rapporten eer„ die Teffens overgelegde wierden; aldus luijdende: georde wij 237 Den 9'. Junij A:o: 1773. Den 9'. Junij 1773. wij ondergeteekende Expresse gecommitteerdens ons begeeeren na een der over den 20. ' deeser van Iaffanappatnaam met recognitie Olophanten g'arriveerde Thonijs; en bevonden dat een dier ani„ maalen volgens factuur beschreeven 1. alia n:o 7. hoog 6¾. Cob=s, zijnde het regter oor gescheurd, en geen hair aan de staart kostende Rijxd=s 1125. needergesakt en gecreveeert was, sijnde het selve ter onser presentie aan stukken gehouwen en in zee ge„ Hiermeede verhoopaende aan uwelEd: Gestr: seer geresppecteerde ordre voldaan te hebben, soo neeme wij de vrijheijd, ons met dief schul„ dige Eerbied tenoeme /:onderstond:/ wel Edele Gestr: heer; uwelEd: gestr: zeer meedrige dienaaren /:was geteekend:/ P: Van Groll, en P:s Drouwer /:in margine:/ Nagappatenaam den 22. ' Meij an„ No 1773. worpen Op Huijden Den 26:' Meij 1773. Compacceerde voor mij Jacques Theodore Vaucquet de Fror Eerste geswoore Clercq ter secretarije van t Cormandels Gouver„ nement present de natemeldene getuijgen, de Inlanders ssau„ werie moetoe smaanden Tande, sangara moddellij, samen wichewen, Choedem baram nadieren, handen wille, Parama„ vanden belagan, Cadiren somaren willen, kanderen Comen saanen wicheanen, Poeroemoeganden, komen Kadiwen, Chidam„ baram Cadieren, Pacamananden weeden, wienangie weelen en weeden meijlen; door Tweeden Comparant hoofd, en de aandeere 13 gemeene Cormax: en als zodanig g'emploijeerd geweest tot den overbreng van Iaffanap=m dit heen van 8. stux Alohanten voor den vorst. van TansJoan, alle in woornders van Jaffana p=m thans in loco dewelke ter Requisitie van den wel Edelen Gestr: heer Reynier voon Vlissingen Gouverneur en directeur deeser Custe Soo is na Resumistie denselve goedgevonden en verstaan berluijste dis apst het bedraagen dier nnedergestorte aanmaalam ten laste van voor jaarige Lasten bij de boekken te Caalen afschrijven. Hier na leijde den heer Gouverneur over een Rapport Productie van 't Rapport wegens de aan nog een aanthouwing van den Landmeeter Adam Goblieb Henck en adigaar der vansen Nicolaas Campoe, weegens Coormandel met den Resorte van dien, verklaarde naar en waaragtig te weesen. —. Dat zijlieden gister agtbaagen met een Thonij belaaden met voor„ melde agt Elifhanten, en het tot de selve benodigende voeder van saffanappalnam vertrocken weesende, te deeser Meede Caronds den 20. ' deeser gearriveerd, 'sanderendaags Een dieramimaalen een zoort van siekte onder haar genaamt /: Moeto. wassa:/ ge„ kreegen hadde, maar door het beest na vrlooff van Een uur gestro„ peerde was. —. Eyndigende hiermeede verklaarden de ottestanten deese haare gegeevene getuijgenisse de suijvere waarheijd te beholsen voorree„ den van meetenschaff geevende als in den text, bereijd zijnde het selve met Eede nader des gerequireerde werdende, te bevestigen. Aldus gedaan en verklaard in 't Casteel Tol Nagapatngan Dato voorschreeven; Ter Presentie van Jacobus van Tessel en Willem Carel Rousseau Clercquen ter secretarije voormeld als getuijgen; die de minute deeses neevens de attestanten en mij Eerste gestroove Clercq hebben onderteekend. —. Cormandel derselven meeting van nevens gem:t 13dorpen. 3
English
239 The 9th June 1773 The 9th June 1773. and what is shown thereby demonstration concerning this. their proceedings regarding the measuring of the villages Ahravam Oretoer, Calassambadie, and Nariaan Coedie, both to show the actual condition and situation of the good sowable, brackish, and silty lands to be found in the said villages, as well as the size of those hamlets found during this survey, showing the great difference for the better, against the transfers in the previous reports, making up a considerable area of 17854 kuyls, surpluses 22519, in the first 681405 kuyls in the second, and 26900 kuyls in the last-mentioned village, to be seen further upon insertion of that paper and in the aforementioned report and demonstration; reading as follows: To the Right Honorable, Highly Esteemed Sir Reijnier van Vlissingen Governor and Director of this Coast of Coromandel with the jurisdiction thereof Etc., etc., etc. Right Honorable, Highly Esteemed Sir! In dutiful compliance with Your Right Honorable Esteem's most honored, recently given order, we, the undersigned commissioners appointed for the measuring of the villages, have recently, during the measuring of the Company's villages Ahravam Oretoer, Calassambadie, and Nariaan Coedie, in the most meticulous manner, investigated, examined, and inspected how the lands truly lie that were measured out therein by the chief inhabitants and deputy adigaars to the renters as brackish, yet sowable with the application of effort and expense, and found the same to be such as we have the honor respectfully to present to Your Right Honorable Esteem herein, alongside the report serving for that purpose regarding those villages. All the brackish lands scattered here and there in the said villages and measured out to the renters were found to correspond properly, in terms of location and extent, with the description in the proofs held by the renters; we being first pointed out, in the first-mentioned village, Ahravam Oretoer, by the said inhabitants and deputy adigaar, all the lands in the said village measured out to the renters as actually brackish lands, amounting to 8241 kuyls, which upon accurate remeasurement, as appears from the map, was found to amount to kuyls 10444. Being more . . . . . . - - kuyls 2203: — Which are requested by the renter against compensation according to the determination of the silty lands. Among these found, there were further pointed out, across several parcels lying divided here and there, of good lands that have always been sown, certain terrains covering - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 1983: —: These being deducted, there remains much more kuyls 220. Yet if an equal number of kuyls from the found reclamable lands of this village were pointed out instead of these, the Honorable Company would be benefited with this village at the lease value by the aforementioned . . . kuyls 2203. -. Likewise, during the measuring of the second Company village, Calassambadie, there were also pointed out to us by the same chief inhabitants and deputy adigaars all the [illegible] by them in that village Carried over kuyls 203
Dutch transcription
239 Den 9'. Junij 1773 Den 9' Junij 1773. en wat darbij blijkes aantoning dierweegens. derselver verrigting omtrend het meeten der Dorpen Ahraranoretoer, Calasambadi, en Nariaan Coeddie, soo ten blijkte van de weesentlijke gesteld en geleegendheijd den in gemelde dorpen te vindenen goede besaaijbaare, brac„ ke, en sildige gronden, als van de bij deese meeting bevon„ deene grootheijd dier gehuugten, met aanthooning van het groot verschil ten goede, teegens de overgaavens bij de voorige Rapportin uijtmaaklende oen aansoenlijk tecwrijn van 17854. Ruij„ len, Terresten 22519. in het eerst 681405: huijlen in het swee de, en 26900. Ruijlen in het laast gemelde dorp, nader te Coen insertie van dat papier en bij het vooremelde Rapport en aanthooning; aldus Luijdende: „daar Den Wel Edelen Gostrengen Heer Reijnier van Vlissingen Gouverneur en directeur deeser Custe Cormandel met den Resorte van dien Etc: Ac:a &ca Wel Edele Gestrenge Heer! Toor schuldepsligtige nakkominge uwer Ed: Gesterenges seer g'eerde Jongst gegeevene Ordre, hebben wij ondergeteekende tot de meeting der dor„ pen gestelde gecommitteerdens, Jongst bij het meeten der Comp=s doorpen ahravam Oretoer, Calassambasie, en Nariaan Coedie, of de aldernouwkeurigste wijse, nagevorscht, ondersogt, en be„ sehoude, hoe het met de daar in ne door de hooffd in woonders en omder adigaars aan de pagters voor brache dog bij aan tervendeende moeijte en kosten besaaijbaare toegemeetene gronden, opregtelijk geleegen is, en deselve solanig bevonden, als de Een hebbe hierin„ ne beseijden het te dienene hoofde Rapport dier dorppen uwel Ed: Gestr: eerbiedigst te vertoonen. —. alle de in gem: doorsen hoor en daar versprijde leggendei de pagters boogemeete„ „me braecke landerijen, zijn behoorlijk na de beschrijving bij bewijs olas„ sen onder de pagtors berustende, aan dies legging, en strecking accor„ deerende bevonden; zijnde ons eerstelijk in 't eerstgemelde Dorf, alraram dewretoer, door gem: inaroanders en Onder adigaar aangemee„ sen alle de in gem: dorp, de pagters voor weesenslijke bracke gronden om Ruijlen 8241. toegemeetene landereijen, dewelke bij accuraate na„ meeting blijtens de Maart is beronden uijttemaat . aijl 10444. Des meerder. . . . . . - - Muijle 2203: — Die door de pagter teegens vergoeding volgens bespaaling der siltige gronden begeert werden. Onder deese gevonden sijn vorders bij verscheijde stuckken hoer en daar verdeelt leggende, aan goede en althoos be„ saaijd geweest zijnde landen aangeweesen, see kere ter„ rijnen beslaande - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 1983: —: Deese afgetrocken wordende blijft veel boorder Vuijlen 220. Dog een gelijke aantal huijlen uijt de gevondene goedtemaake ne geonden van dit dorf, insteede van deese aangeweesen werden„ de soude d'E: Comp=e bij dot dorff aan de vragt vool bevoordeelt werden met boovengemelde Ingelijkervoegen is oms almeede bi t meeten van 't tweede slamp:s dorp. Callassambadie, door den selven hoofd in woond=s en ander adsgaars aangeweesen aller de door haar in dat dorts . . . Mugjl„ 2203. -. Schoud vlie Transporteere de Huijl 203
English
241 The 9th of June 1773. The 9th of June 1773. Carried forward . . . . . . . Ruijlen 2203. — The lands allotted to the lessees for 14465 Ruijlen of salt or salty lands, which upon exact remeasurement were found to amount to - - - - - - - - - - - - - - Ruijl 2125:—: Thus a surplus of . . . . . Ruijlen 960: — Which the said lessee requested to be allowed to retain. Hereunder was furthermore also pointed out by the said inhabitants and minor adigars several plots of land, which they said had previously been sown and strictly belonged among the good lands, and which, because they lie scattered among these brackish lands, had also been allotted among them to the lessees as salty lands, amounting together to - - 1500. — These being deducted from the surplus found, there would only be a surplus of Rds 2468. — However, if the lessee were given in place thereof an equal number of Ruijlen from the reclaimable brackish lands found in that village, the Honorable Company would remain advantaged in the lease of the brackish lands of this village by the aforesaid - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - Ruijl 6968: - Furthermore, having arrived to measure the Honorable Company's village Naviaan Coedie, there was likewise properly shown therein by the chief inhabitants and minor adigars the actual 12630 Ruijlen of land allotted by them therein to the lessees as salty or brackish, which upon accurate remeasurement were found to contain . . . . . . l: 13900. —. Thus a surplus of Ruijlen . . . Ro. 1280. Among the said brackish lands of this village, there were also by the said chiefs and minor adigars some Ruijlen 1280. 12 9163. —. Carried forward Ro. 1200, No 9163. some plots lying scattered here and there pointed out as good and continuously sown lands, which, as they repeatedly said, because they lay intermingled therewith, as is indeed the case and was intended by the measure, were unavoidably surrendered thereunder; these being deducted from the brackish lands, a deficit would arise here in that number of Ruijlen, for which the lessees have already paid the lease monies for more than 3 years, which, however, could be supplemented up to 1050 Ruijlen from the reclaimable brackish lands found in this village, and the Company would then, in the lease of the brackish lands in that village, be advantaged by - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 975: — striking - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 1335: — Thus comes, for the combined three villages, a surplus of Ro 1038. — Furthermore, having to give our opinion regarding the inspection of the extensively lying plots of good arable lands pointed out among the brackish lands, we must also testify that they lie so intermingled therewith that they could not well have fallen otherwise than among the brackish lands, and also that several of those plots shown as good also appear very poor to us; thus, in our opinion, it is not well possible to separate the said surrendered plots of good lands from the brackish ones, unless in each village, from the reclaimed taken brackish lands, on one side or the other, a plot of that amount of Ruijlen were assigned to the inhabitants to cultivate for the Honorable Company. Trusting that, in so far as has been possible for us, we have hereby fulfilled the honored intention of Your Right Honorable, and leaving everything further to the wiser judgment of Your Right Honorable, we take the liberty of having the honor, with the deepest respect Carried forward
Dutch transcription
241 Den 9'. Junij 1773. Den 9' Junij 1773. Per Transport. . . . . . . Ruijlen 2203. — de pagters voor Huijlen 14465 aain brachte of Sillige laan„ „derijen toegemeetene gronden die bij Eracte namerting zijn bevonden uijttemaaken - - - - - - - - - - - - - - Ruijl„ 2125:—: Des een meerderheijd van. . . . . Ruijlen 960: — Die gemelde pagter versogte te moogen blijven behouden Hlieronder os vorders almeede door gem: moradores en onder adogaars aangeweesen: verscheijde suko„ ken grond, die zij zijden bewoorens besaaijde en sleekt onder de goede gronden behoord hebben, en om de wille dat onder deese bracke gronden veorspreijd „leggen, meede daar onder voor solloge, de pagtors had„ den toegemeeten, uijtmaaktende gesamentlijk - - „ 1500. — Deese afgetrocken werdende van 't meerder bevon„ „dene, soude eenelijk een meerderheijd komen van R=ds 2468. — Edog den pagter insteede van dion een gelijk getal Muijlen uijt de in dat dorf gevondene goedte maakene brachte gron„ den gegeeven werdende soude d' E: Comp=e aan de vervagting der bracke gronden van dit dorf bevoordeelt blijven met de voormelde - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - Ruijl„ 6968: - alverders tot het meeten van het sE: Comp=s dorb Naviaan Coedie gekoomen zijnde wierd daar inne almeede door de hoofd ingeseetoenen en onder adigaans behoorlijk aangetoond de wreesentlijke door haar daaroinne de pagtors voorsoldige of brackke boegemeekene 12630. Huijlen lands, die bij nette nameeting zijn bevonden in behouden. . . . . . -. l: 13900. —. Des meerder Huijbens. . . R=o. 1280. Onder gemelde broeke gronden van dit dors zijn almeede door gemelde hoofden om onder adigaars eenig duijln 1280. 12 9163. —. Peer Traansport R=o. 1200, N=o 9163. eenige hier en daar verspreijde leggende stukken voor goede en steeds besaaijde gronden aangeweesen, be„ Die zij gelijk meermelde sijden om dat daar anden vermengd laagen gelijk in der daads ook is, en bij de Maart beoogde haar weerden, om vermijdelijk daar onder waaren afgegeeven; deese van de bracke afgetrocken werdende, soude hoer een minder„ heijd in dat getal huijlen ontstaan, waar van de pagters reeds ruijm 3. Jaaren de verpagting penningen betaald hebben, die egter uijt de in dit dorf gevondene goedtemaak„ ne brakkhe groonden tot Vuijlen 1050. kosten. gesupleerd werden en de Comp=e als dan aan de pagt deer brakke landen in dat Des komt, voor de gesamentlijke drien dorbeen meerden R„o 1038. — alverder ons gevoeren moetende geeven omtrend den aanschouw der onder de bracke gronden aangeweesen uijtgebreijde leggende stukken goede saaij„ landen, soo moeten wij almeede getuijgen dat deselve sodanig daar onder ge„ mesleerd leggen, dat niet wel anders als onder de brakke groonden hebben konnen vallen, soo meede dat verscheijde dier stukken als goede ons al„ meede seer mager toescheijnen, des ons bedunkens niet wel moogelijk is de gemelde ofgegeevene stukken goede gronden van de brache te hun„ nen supacroeren, tom zij in ider dorf van de beeregt gemaakte ge„ noomene brache gronden, aan de een of de andeere sijde een stuk van dat bedraagen Ruijlen de ingesoekenen tot bewer„ king voor d'E: Comp=e wierden toegevoegt vertrouwende en zoo verre ons mogelijk is geweest, hier door aan de g'eerde Intentie van uwe od: Gestr: voldaan te hebben, Overv„ geme alles aan het vrijwijser Oordeel van uwelEd: Gestr: over„ laatende aanmaatige wij ons de Eere van met het doefst dorf bevoordeelt werden met - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 975: — slaande - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 1335: — ontsag . . Transporteere
English
243. The 9th of June 1773. The 9th of June 1773. honor to subscribe. Below stood: Right Honorable Severe Lord; Your Right Honorable Severe's most humble and most obedient servants. Was signed: A. G. Ienk, and Nicolaas Campie. In the margin: Nagapatnam The 25th of May 1773. With the demonstration of the found size of the three below-mentioned recently surveyed Honorable Company's villages, indicating the difference with the earlier reports, as well as how much the Honorable Company has benefited through this survey, both in the brackish and other lands; namely: The Honorable Company's village Abraran Oretoer Instead of the 8241 kuyls of brackish lands measured out by the adigaars to the farmers in this village, found by measurement ditto 10444. Which being subtracted, the Honorable Company benefits in the leasing of the brackish lands of this village by a considerable number of 2203 kuyls; among the aforementioned brackish lands were found in various plots of good sow lands 1983 kuyls; in brackish lands that could still be reclaimed, 2807. In entirely unsowable lands, 5350. Sow lands belonging to the Malabar pagoda, 1908. In lands for small crops, 675. Ditto of a heathen temple with some Brahmin and Malabar gardens and tanks situated outside our village, yet belonging to ours, 2109. The further houses, gardens, tanks, streets etc. of this village, 4788. In good sow lands from which the Honorable Company and the husbandman draw revenues, 38331. Thus in total this village is large in kuyls of 12 Rhineland feet, 6412. Carried forward, 6412 kuyls. And according to mention in the earlier reports is known, 13863. Thus found more to the benefit of the Honorable Company in lands in this village, a considerable number of 22549 kuyls. The Honorable Company's village Callassambadie The total brackish lands, as they were measured out by the sub-adigaars to the farmers for 14465 kuyls, cover in this village 21125 kuyls. Thus an excess to the benefit of the leasing of the brackish lands in this village for the Honorable Company of 6960 kuyls. The plots of good lands found therein according to the indication of the head inhabitants and sub-adigaars consist of 1800 kuyls. Good sow lands from which the revenues are given to the prince, and over which our inhabitants are in dispute, 12782. In good sow lands belonging to the pagoda, 988. The good sow lands in this village from which the Honorable Company and the husbandman enjoy rights cover 37400. In lands for small crops, 706. The collective houses, gardens, heathen temple, tanks, and streets cover 11624. The river along with 2 streams and the canals make up 5000. In unsowable lands consisting of various large desolate plains, along the banks, the river and its streams, which are flooded at high water, etc., among which some could be found that were reclaimable as a supplement promised to the farmer, 36875. Thus in total this village was found to be large 126000 kuyls. Which are carried forward. Which are carried forward.
Dutch transcription
243. Den 9'. Junij 1773. Den 9' Junij 1773. ontsagn te Onderschrijven. /: onderstand:/ Wel Edele: Gestr: Aseer; uwel Ed=e Gestrenges onderdanigste en gehoorsaamste Dienaaren /:was geteekend :/ A: G: Ienk, en Nicolaas Campie /:in margine:/ Nagapatnam Den 25.' Meij 1773. —. Net de aanschrooning van de bevoondene grootheijd der derie onder„ temeldene Jongst gemeetene 's Comp=s dorpen met aanwijsing van het verschie met de vroegere Rapporten, soo meede hoe veel de E: Compagnie, soo bij de bracke als verdere landen door deese meeting bevoordeelt is geworden; als: Het sComp=s dors Abraran Oretoer Insteede van de door de adigaars aan de pagters in dit dorff toe„ gemeeten 8241. Rwijlen brachte gronden bij meeding bevonden 1=o 10444. -. welk afgetrocken werd d' E: Comp=e aan de verpagting der broe„ ke gronden van dit dorf bevoordeelt met een aansiendijk getal Kuijlen 2203; Onder voormelde brachte gronden zijn bewoonden aan dijverse stuk ken goede Zaaijlanden Ruijlen 1983. aan brache gronden die nog goed te maaken soude sijn „ 2807. —. aan ten Eenemmaal Onbosaaijbaare gronden – - - - - - - - „ 5350. —. Zaaijlanden de mallabaarse fagood toebehoorende - - - - - - - „ 1908. —. aan gronden voor kleen gewasch – – - - - - - - - - – „ 675:—. „ d=o van Een heijdens Tombol met eenige bramineese een mallabaarse stuijnen en Iamken buijten ons dorf - - - - „ 2109. –. geleegen, dog aan 't Onse toebehoorende De verdere huijsen thuynen Janken straaten &.:a vaon dit dorff - - - - „ 4788. -. aan goede zaaggronden daar de E: Comp=e en den land„ ---„ 38331. —. man revenuen van trecken Des in 't geheel dit dorf groot huijlen van 12 Rijnlandse voort, - 6412. - Per Transport Ruijle 6412: — En staat volgens melding den vroegere Rapporten bekent - - - - . -. „ 13863. —. Des meerder ten voordeele der E: Comp=e aan landen in dit - - - - - - Bhuijlen 22549: — dorf bewonden een aansienlijk getal van Het 's Comp=s Doorf Callassambadie De gesaamentlijke brachke gronden sodanig als deselve door de onder adigaars, aan de pagters voor Huijlen 14465. syn toegemee ten beslaate in dit dorf - - - - - - - - - - - - - - - - - - - Vuijle„ 21125. —. „Des een meerderheijd ten voordeele de verpagting der bracke gronden in dit dorf voor d' E: Comp=e van Kuijlen 6960. De daarinne volgens aanwijsing der hoofd inwoonders en onder adigaars bevondene stucken goede gronden bestaan ian Kuijlen 1800 goede Zaaijlanden daar de revenuen van den voorst van wer„ den gegeeven, en daar onse inwoonders over in verschil zijn „ 12782: —: aan goede Zaaijlanden de pagoede toekomstig – _ - - - - - - - - „ 988: — De goede Zaaijlanden in dit dorff waar d' E: Comp=e en den landman geregtigheeden van geniet beslaan – - – – – – – – – „ 37400. –. â gronden voor 't kleen gewasch - _ _ _ _ _ - - - - - - - - - „ 706. — De Gesaamentlijke huijsen thuynen, heijdensche Tempel Janken en straaten beslaan - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 11624:—: Het Bevier beneevens 2. spruijten en de Canaalen maa„ - - - - - - „ 5000. –. - -- ken uijt - - - - - - - - - - - - - - - -- aan Onbesaaijbaare gronden bestaande in verscheijde groote verheerene vlaktens, de boordenlangs, het Rivier en dies spruijten, welk bij hoogwaater overstroomt werden &:a waar onder C: C: soude kunnen gevonden werden die goed te maaken waaren tot supploment van de pagter belooffen „ 36875: — Des in 't geheel bevonden dat dors groot te zijn Ruijle„ 126000. - Die Transporteere Die Transporteere
English
245 The 9th of June 1773 The 9th of June 1773. Farmer C: L: too late, retaining the same the Carried forward Kuijl 126000 Which according to an earlier report was solely estimated at 57595 Which deducted from that found by measurement leaves a considerable surplus of lands to the benefit of the Honorable Company: Kuijl 68405. In the Honorable Company's village Hariaan Coedie: For brackish lands, measured out to the farmers for 12620 Kuijlen, but found upon remeasurement to occupy: Kuijlen 13900. Thus a surplus to the benefit of the farmers of Kuijlen 1280. Among the aforementioned brackish lands, several plots of good land have been pointed out by the farmers, amounting to Kuijlen 1335. The total good sowable lands, from which the Honorable Company and the farmer draw revenues, consist of 30650. For brackish lands that can however be made good: 1050. For brackish lands serving solely for the threshing of paddy as well as the grazing of cattle: 3570. For houses, gardens, tanks, streets, and the pariah village: 1750. The river and the canals: 2150. The lands of Small Nariaan Coedie, which are cultivated by the inhabitants of Anthonij Betta, but not of this village, though falling under this jurisdiction, amount to good sowable lands that yield revenues: 10950. In brackish lands that can be made good: 1855. Unsowable brackish lands useful for the grazing of cattle and the threshing of paddy: 1025. Thus in total, in Kuijlen measuring 12 Rhineland feet: Kuijlen 66900. And stands described according to an earlier report: 40000. Thus a considerable surplus to the benefit of the Honorable Company: Kuijlen 26900. Nagapatnam, the 25th of May, Anno 1773. Was signed: A: G: Slenk. Whereupon, after reassessment of the same, it was approved and resolved concerning the lands found among the brackish lands, or those ceded in perpetual lease at 40 fanams per 1000 Kuijlen, being good lands and having always been sown, which cannot be separated from the salty ones as they lie here and there as a patch in the middle of them, and thus cannot be handed over to the agriculturalists for sowing for the collection of the lease paddy, principally on account of the disputes that would undoubtedly arise therefrom between the General Farmer and his shareholders, as well as the aforementioned agriculturalists, over the channeling of the water to those lands, as each of them will want to have it for his own first, these lands consisting of 7818 Kuijlen; namely: In the village Ahraaan Oortoer: Kuijlen 1983. In the same, Callassambadie: 4500. In the same, Wariaan Coedij: 1335. To allow the farmer and his shareholders to retain them, in so far as they are found to be under that portion or cultivated lands, under payment of 40 fanams per 1000 Kuijlen, as they have paid for them for the past 3 years; likewise to leave to them for an equal payment the lands outside thereof.
Dutch transcription
245 Den 9. ' Iunijn 1773: Den 9'. Junij 1773. pagter C: L: te laat, ob houdende dito den Per Transport Ruijl 126000: et welke volgens vroeger rapporteen eenlijk werd be„ groot op - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 57595: —: Dewelke afgetrocken van 't bij meeting bevonden komt een aansoenlijk meerderheijd landen ten voordeele der :E: Compagnie - - - - - - - - - - -- - - - - – - - - - Buijl ƒ 681405: — In het s8: Comp:s Dorps Hariaan Coedie â broeke gronden de pagtens voor duijlen 12620. toegemeeten, dog bij na„ meeking bevonden te beslaan - - - - - - - - - - - - - - - - - - - _ Ruijle 13900. Des meerder ten voordeele der pagter Vuijlen 12800. Onder voormelde bracke grvonden is door de pagters aangeweesen aan verscheijde stukken goede gronden Ruijlen 1335. De gesaamentlijke goede besaaijbaare gronden, daar d' E: Comp=e en den landman revenuen van trecken bestaan uijt _ _ _ _ _ _ _ _ - „ 30650. –. p: bracke dog goed te maakene gronden – - – - - - - - - - - - - - - - „ 1050: —: â bracke gronden soo voor 't uijttrappen der nelij, als wijen der bees„ ten, eenlijk dienelijk – - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 3570: —. â huijsen, sthuijmen Jankan Straatten en de parrias negerij - - - - - - „ 1750. — - - - - „ 2150:—: „ het Bewier en de Canaalen- .. . - De gronden van kleen Nariaan Coedie die door de ingeseetenen van anthonij betta, maar niet van dit dort bewerkt werden„ dog hier onder sorteerd, maakt uijt aan goede saaijgronden die vevenuen of werpfen _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ „ 10950. —. . . . . - „ 1855:—: aan bracke gronden die goed te maaken zijn. Onbesaagbaare braekte gronden tot het wijen der beesten en uijt„ – – – – – - - - - - - - - - - „ 1025. –. taappen der nelij dienstig - Des in 't geheel aan huijlen de 12. Rijnlandse voet groot Ruijle 6900. -. En staat volgens Eerder Rapport beschreeven - - - - - - - – - „ 400000 Des een aansienlijk meerderheijd ten goede der E: Compag„ - - - - - - - - - - -- nie Ruij l„ 26900. Nagappatnam den 25. meij A:o 1773. /:was geteekend:/ A: G: Stenck Soo is na Resumptie derselve goedgevonden en verstaan de ong besluijt de onder de bracke grondeme der de bracke, of in Eeuwige pagt teegens 40. fanums de 1000. kuijlen afgestaane landen tevindene goede, en althoos besaagjde „ voorsz: geweest zijnde gronden, die van de soltige niet gesepacceerd kunnen werden, als hier en daar een pleck in 't midden der selve leggende, dus aan de laandbouwers ter besaaijing niet kunnen warden afgegeeven, ter opeborang van de pagt nolij uijt En dijt mat hoo sa hoofde van de dissulen die daar uijt ongetwijffeld gebooren morten werden, tusschen den Generaalen Pagter en zijn Portionaars, mitsgaders voorschreeven Landbouwers, over de leijding van het maatinr na die landerijen, als een ider vaan haar, voor het zijne het eerst zal willen hebben, bestaan„ de die Canderijen en 7018: Kuijlen; Teweeten: In 't Doorp Ahraaan Oortoer - - - - - - - - - - - - - - Muijlen 1983. „ „ d:o Callassambadie - - - - - - - - - - - - - „ 4500: „ „ „ Wariaan Coedij Den pagter en zijn Pationamrs voor zoo veel als on dder an en de geonden nede aan Eeij deel of gecultireerd werdende landen bevonden zijn, te laa„ lem behouden onder betaaling van 40. fanuams de 1000 Ruijs len, gelijk 5:' zeedert 3. Jaaren daar voor ofgebragt hebben soo meede haar voor gelijke betaaling overbelaaten, de buijten - - - - - - - - - - - „ 1335: Soo dien.
English
247. The 9th of June 1773. The 9th of June 1773. [illegible] that the 10138 koulen of brackish lands now found to be more than were previously handed over, also in so far as they might be located in the shares of the farmers themselves; and that, in return, to the tenant, or actually the farmers, for sowing on behalf of the Honorable Company, or for the lease from the aforementioned villages, good land that can be made arable shall be measured out again to them, namely the aforementioned quantity of 7810 koulen as a supplement for as much land as the tenant or his partner, as mentioned above, have claimed for themselves under the designation of brackish lands; and to that end to order the adigair of the aforementioned villages by extract of this resolution, in the manner aforesaid, to measure this out to the tenants and the farmers, as well as to take the necessary care for the payment of what was stipulated for the brackish lands; and that having been performed, to demonstrate distinctly by a report how much of it has fallen to the share of the tenant as well as of his partner, over and above what they successively obtained for sowing in that manner. Pursuant to his request made to that end, on account of the expiration of his term of service, the boatswain Frederik Jurgensz was discharged to the Netherlands per the expected return ship De Jonge Lieve; and further, [illegible] to transfer to Bimlipatnam the sick-comforter serving here in the orphanage as schoolmaster, in place of the reader there, Fredrik Meijkamp, whom it was found good to have come over from there to here. Next, the arquebusiers Haarmens Albertszoon of Groningen and Evert Coertszoon of Nagapatnam were promoted to gunners at 14 guilders each and under a new contract of three years; as well as the drummers Jan De Costa and Joao De Robeyro, the first earning 7 guilders and the other 9 guilders, were changed to soldiers with an increase in pay to the first of 9 guilders and the second to 11 guilders, each under a new contract of three years; furthermore, the clerks in service, Willem Cornelis Poorbeek of Amsterdam, Christiaan Matthias Schlieffhassen of Magdeburg, and Valentijn Hendrik Mosterman of Assenburg, were promoted to junior assistant at 16 guilders per month, in order to serve out their expiring contracts for it, 249. The 9th of June 1773. The 9th of June 1773. the first having arrived in the Indies in 1771, the second in 1772, and the last in 1770, out of consideration not only that, all being on debtor accounts and thus earning only half pay, it is impossible for them to subsist on it, whereby they fell more and more into debt, but also, being good scribes, they furthermore conducted themselves diligently in their duties and obligations; likewise, the provisional assistant Christiaan Fredrik Thomas of Nagapatnam was also advanced thereto at the aforementioned salary, but under a new contract of 3 years. Furthermore, the following persons were admitted into the service: Pierre Henri Duglan of Paris, having arrived here from the Moors out of the inland, as soldier at 12 guilders per month; Franciscus Pietersz of Sadraspatnam, Franciscus Figredo, Caetano De Rosairo, and Jan Jacob van Oudenserf, all three of Nagapatnam, likewise as soldiers, but with a monthly salary of only 9 guilders each; item, Johannes Jacobsz, also of Nagapatnam, as fifer at the aforementioned pay of 9 guilders; as well as Jan Abrahamsz of Colombo as arquebusier at 9 guilders; and as sailors at the same pay: Daniel Daams of Colombo, Willem Jochems of Amboina, Willem Jansz of Galle, and Francisco Alvars of Nagapatnam; as well as Leander de Rosaijro of Pulicat as post-runner at 7 guilders; and lastly, as soldiers among the Easterners at the customary pay of three rixdollars per month: Bapa of Batavia and Waleijd of Malacca. Thus done and resolved in the Castle at Nagapatnam on the date aforesaid. Signed by all, except Cornelis Pietersz and S: Sweeng. Wednesday the 16th of June Anno 1773, in the morning at eight o'clock. Meeting of the Political Council. Having proceeded to the examination of the letters of the subordinate factories since the session held [illegible] by the Chief and Fiscal Marthinus Koning and the merchant titular adigair and mint master Cornelis Pietersz, both by [illegible] opposition.
Dutch transcription
247. Den 9' Junij 1773. Den 9' Junij 1773. eden angn suijlen belaat, dormet 70 den 10 zijnde edeland Jong assustenten en om welke reeden gt soudak Camnonjeers doen komep. Jagtberen na Gemmilti dien als nu meerder bevondene 10138 Ruijlen bracte landen dan te vooren overgegeeven zijn, almeede voor zoo vere als de„ doog doar om tegen de landbouwens selve in oeders aandeel mogte geleegen weesen; En daar om teegen aan de pagter, of wel eijgentlijk de landbouwers teor besaaijing ten behoeve van d' E: Compagnie, of de pagt uijt de ingemelde dorpen gevondene goed en besaaijbaar te maakene groonden weeder te laaten toemeeten, de voor„ melde quantiteyt van 7810. Kuijlen tot supplement van ceeren soo veel landen als den pagter of sijn portionaaris gelijk hier booven vermeld, onder de bemaaming van brac„ Relanden zog toeg'eijgende hebben, en ten dien Eijnde den last an den adigure dewe :a de gaar der dorpen bij Extruct: deeses te gelasten invor„ „gen voormeld, de pagters en de laandbouwers toe te meeten mitsgaders de noodige sorge te draagen voor de betaaling van het geene er voor de brache landen bedongen is en sulx verrigt zijnde bij een Rapport dostinct aante„ tooaen hoe veel den pagter soo wel als zijn portionaaris daar van is te beurt gevallen, booven het geene zij successoere in doenwoegen ter besaaijsing gekreegen heb„ betrsingevan en ke isman na Voorsz wierd off zijn daar toe gedaan versoek mits tijds Expiratie per het verwagt aardend Retourschip De Ionge Lieve naar Neederland verlost den bootsman Frederik Iurgensz:; en wijdens, verslaan van hoer vorplijking n en den de sak naar Bimlipatnam te verplaatsen, den in het weeshuijs alhier als schoolmeester dienstdoende krank„ besdoelken saa sagtleeren in plaatse van den voor leesen aldaar Fredrik Meijkamf die men goedaond balij Mijken s ds en t van daar dat heen te laaten overkoomen. —. Vervolgens tot Camnonieers met ƒ 14. ider,en nieeuw bevording van 2oof uiters verband van drie Iaaren bevorderd de bosschieters Haar„ ooren Albertsz: van Groeningen, en Evert Coertsz: van Nagapatnam, mitsgaders de Tamboers Ian Changuering van 2 T ansoers De Costa en saon De Aobeijro de Eerste. Wimmende„ ƒ 7. en andere ƒ 9. gechangeerd tot zoldaaten met toeleg„ ging aan de Eerste van ƒ 9. en den Tweede gem ƒ 11: met een noeuw verband van Drie Iaaren ider; soo bewadering van 3 personen tot als alverder tot Jong adsistent met ƒ 16. ter maand wierden bevoordend de aan de penne dienstdoende Willem Cor„ nelis zoorbeek van amsterdam, sebristiaan Matthias Schliefhassen van Maagdenburg, en Valenteijn Hendrik Atoste raran van Assamburg, om daar voor hun lossend. ver„ Expoiratie ƒ ben. band - 249. Den 9e'. Junij 1773 Den 9e' Junij 1773. zhem van nogen E: dad istent t de seijde qualitijt admisi in dinst van dierse personen. banden als zijnde de Eerste ian 171. de Soreede an 172. en der laaste in 1770. in Indie gekoomen, uijtsdienen, uijt Coomst„ deratie noet alleen om dat alle of schuldreecq: loffende dus maar halve gagie winnende, ommogelijk daar meede bestaan kunnen, ovver sulx meer en meer in schulden qua„ „men te vervallen; maar ook goede schrijvens sijnde, bo„ van dien zig vlijtigh in hun dienst en verpligting Hoo„ „men te gedraagen; gelijk daar toe ook met voormelde besolding, dog onder Een noeuw verband van 3. Jaaren wrierde geadvraanceerde den provisioneel adsistent Chris„ tiaan Fredrik Thomas van Nagaffatanaan. — Nog wierden in dienst geadmitteerd de Onderwolgende poor„ soonen als; Pierre Henrij Duglan van Paoijs van de moo„ ren uijt het laend alhier aangekoomen tot soldaat met ƒ: 12: ter maand; Franciscus Poetersz van Caderaspalnam, Foamn„ ciscus Figredo, Cablana De Rosairo en Iaar Jacob van Ouden sterf alle drie van nagarpatnam Insgelijks voor sol„ daalon; dog met maar een maandelijkse besolding van 9 guldens ider, Item Iohannes Iacobsz: meede van naga„ fabnam tot Pfeissen melde voorsmelde gagte van ƒ. 9. als meede tot bosschielor met ƒ 9: Iaar Abrahamsz: van Ter besorgne gebreeden weesende over de brieven van besoigne over de Comptoiren de Onderhoorigen Taclorijen, zeedert de gehoudene setting van Woensdag Den 16:' Junij A„o 1773 s morgens Ten agt uureen Vergadering van Politie Demptes door Hoofman en Fiscaal Marthinus Koning em sen koopman Ticulaar abigaar en muntmeester Cornelis Poeterst beijde door Ionde sppositie Colombo, en tot mattroosen voor deselvde gagie Daniel Daams van Colombo, Willem Jochems van Amboina, Willeam Jansz: van Gale en Francisco Alrars vaor Nagafatnam; mitsgaders tot hooflooper met ƒ 7. Le„ ander de Rosaijro van Palliacattae, en laastelijk tot ikem vn. Malaijrs zoldaaten onder de Oosterlingen met de gewroone gagie van drie Rijxdaalders ter maand Bapa van Batavis en wraleijd van malacca Aldus Gedaan een Gearesteerde in 't Casteel tot Nagobatnam Dato Voorschreeven /:was geteekend Door alde /:Excopto:/ Corn:s Pietorsz: en S: SWeengh Coloombo den E
English
251. 16 June 1743. From the collection at Porto Novo, merchants did not heed his admonitions, and what remonstrance. Successively received since 24 March last: thus, regarding the review of the Residency of Porto Novo upon the reconsideration of the Resident's letter of 30 April last, it came to light, not without vexation, the slow progress of the collection there, since the merchants up to the sending of that letter had delivered no more than 1 pack of ordinary bleached Guinees and 1 pack of dark blue Salempores, while the Resident not without reason doubted whether more cloths would come in so as to be able to be sent here with the Pantjalling De Goede Verwachting; complaining further that the merchants paid little attention to the admonitions made to them by him, however serious and emphatic they were, on which account it was also resolved to express the displeasure of this Government in very serious terms, and alongside this to warn them that if the merchants do not change their conduct shortly, it was then to be feared that by the departure of the ships little or no cloths will arrive for shipment therewith, with orders to spare no trouble or threats in order to bring those traders to their duty, lest he, the Resident, should otherwise make himself guilty of negligence and neglect of duty and thus be subject to disadvantageous accountability, since such conduct of the merchants could no longer be suffered and had virtually become an annual habit with them to delay the delivery of the contracted cloths until the very last moment. Having reconsidered the calculation regarding what would be required for the repair of the washers' bakehouses and sheds, and the deepening of the tank, for the service of the bleaching of the Company's cloths, sent over by the Resident in compliance with the order contained in the Resolution of 2 February past, according to which a sum of pag. 20:16:—: ƒ 93:—:—: would come to cost, besides some timber etc., consisting of 14 house beams, 7 Sassems beams, 100 Chinese and 3 Tinkans planks, 90 palmyras 3 out of a tree, 600 palmyra rafters, 40 lb. of iron, and 2 bundles of Javanese rattans; so after deliberation on the matter and it being judged that the stated costs are far too high to be spent just like that on buildings of which no one other than the merchants had the use, and that also only very little, because the cloths that were finished successively were immediately brought over here and for the rest of the time the same had to stand empty, as well as that furthermore the demands nowadays mostly turned out very small, so that such spacious warehouses were not needed, but a single compartment was sufficient enough to store the cloths given to the washers for bleaching; it was resolved and agreed to bring this respectfully to the attention of Their High Excellencies and to request submissively Their High Excellencies' revered approval in this regard, without whose special authorization this Government did not deem it advisable to proceed to that rebuilding and repair; but in the meantime it was agreed to grant permission to the Resident for the write-off of the expenses regarding the months of January, February, and March past, as well as the expenses entered in that of February for the erection of the new flagpole, to the amount of 1868: 3: 11, besides the mast and the equipment goods sent from here for it, or together with the other amounting to ƒ 1483:—, in consideration that it could not have been done for less, and also because upon exact examination it has appeared that the rebuilding of the stone base to the height of 16 feet and width of 12 feet on each side has principally contributed to the magnitude of those expenses; while at the same time it was resolved to instruct the Resident to observe economy in the future with greater attention than seems to have been done in this case, and whenever necessity had required such a base to be built that would cost so much, he ought to have submitted this to this Government and requested the necessary orders for it. Furthermore, upon the letters from Sadraspatnam since 20 March last up to the 6th of this month inclusive, it was resolved to express the satisfaction of this Government with the still continuing reasonable progress of the sale of merchandise, since according to what was advised in the letters of the chiefs of 9 April and 12 May last, a net amount of more than 22,400 guilders had been gained therefrom for the Honorable Company, expressing the heartfelt wish of this Government not only for this continuation, but also that the profits of that time
Dutch transcription
251. Den 16. Junij 1743. van den insam te porte nong Coopliden sig aan zijne adhortakien kiet storden. en het welke voorhouding. „dean 24:' maart: J=o leeden successive omtvangen: soo is tem oversigte van de Residentie vrvernis over den tergen bontgang Portonoro bij Resumptie van des Residents brieff van den 30:' april J=o leeden, noet soonder ergermisse te vooreen gekoomen, den tragen voortgang van den Insaam aldaar dewijle de Coofleeden tot of het afsenden van dee brieff met omeergeleevende habden dan 1 pakk guinees gemeen gebleekt en 1. pakk salempoeris bruijn blaauw, Tor wijl den Resideent noet sonder Reeden twijffelde, of er wel meerder Lijwaaten in doomen souden, om met de Pantjalling se goede Vaar klagen van den Echident dar de wagting dit heeen versoonden te konnen werden; klaagende wij„ deers dat de Ooosblieden sig weijnig sloardeen aan de door heam de swee„ gen gedaan werdende abbartatien hoe varstig en matekdelijk te betuijgen ongenoegen hierwegens deselve ook waaren, welkenbareegen dan ook beslooten wierd het Ongenoegen deeser Regeering in seer Ernstig termen te Wamman tegeeven, en daarneewens hean voor behouden, dat in, doon de kooplieden binnen horten hun gedrag niet veran„ deeren, het daan te vreesen was, dat teegens het vertrek dor scheepen, weijnig off geen Eijeraaten ter versending daar„ meede vankoomen sullen, met last om geene moeijte nog bedrijgingen te waaren, doen Eijnde die handelaars tot haar pligt te brengen, indien hij Resident anders zeg moet schuldig maaltoen wolde, aan nalatigheijd en pligt versuijm en dus aan nadeelige verandwoording subject weesen nadoen dusdanigen gedorag der Cooplieden, niet meer of lan„ ger gesouffreerde konde werden, en genoegsaam bij haar een Jaarlijx werk geworden was om met de leverantie van de gecontracteerde doeken, tot of het uijttoorste te toran„ neren. Genosumeerde sijnde de Calculatie weegens het geene quam soste den t te vereijsschen tot de Reparatie van de wasschers bakhuijsen en busten, staen het uijtdiepen van de Iank, ten doonste van de bleekerij van 's Comp=s lijwaaten door den Resident in naarkoomding der ordre bij Resolutie van den 2.:' febr p=o voorvat ovvergesonden, volgens dewelke een somma van pag: 20:16: —: ƒ 93:—: —: soude koorren te kosten, buijten eenige houtwerken &=a; bestaande in 14 huijsbalken, 7. wt daar toe bandigt werde sassemse balken, 100: Chineese en 3 Tinkanse blaar„ hen, 90. palmeeren de 3. uijt een boom, 600. salmeere lasten 40. lb: ijzer, een 2. bossen savase Rolbings, soo is daar ailbrotie duworagt over gedels beweende em geoordeeld zijnde, dat bie ofgegeeve kos„ den veel te hoog zijn, om: zoo maar te bestoeden, aan ge„ Den 16'. Junij 1773. pligt Bolenen . „ 253. Den 16e. Junij 173. Den 16'. Junij 1773. bezluijt haar hoog Edslens goed„ vinden dierwegens teversoeken. n en ditee omaer opregten ge vin gemakt sinuatie itca Den Perthier te Sadrasph Vervolg „boudren waar van niemande andeers van de cooplieden het gebruijk hadden, en dat ook maar seer weijnig, uijt hoofde de lijnaaten dewelke successive klaar geraakten, ten eersten herwaards wer„ dan overgebragt en de orige teijd deselve moesten leedig staan soo meede dat veransts de Eijsschen nu meestentijds seer kleijn vielen, over sulx sulke ruijme pakhuijsen niet benoodigt naa„ iren, maar een Enkold verbrek toerijktende genoeg was, om de aan de nassers ter bleeking gegeeven werdende lijwaaten te bergen; goedgevonden en verstaan het zelve Haar Hoog Edelens Eerbiedig onder het oog te brengen, en Hoogst der„ solever geremereerd goedvinden dien aangaande submss te ver„ soeken, buijten welkens specialen qualificatie de Regeering moet Raadsaamn oordelde, tot die vortimmering en Rosa„ qualificatie ten arschriving ratie te treeden, dog ontusschen wierd verstaan den Resi„ deent permissie te verleenen tot de afschrijving van de Onkosteree quarding van de maanden Ianuarij Februarij item her opgebrge voor het om maart Pass=o, als meede de bij die van februarij of gebragte ongelden tot het oprregten van de nieuwe vlagge„ mast, den Emporte van 1868: 3: 11 buijten de mast, en de daar toe van hier gesoondene Equisagie goederen of te„ saarmen met den ardeeren bedradgeinde ƒ 1483:, in overwragting dat met niet minder heeft konnen geschieden en ook uijt„ hoofde bij Egacte Oramonatie te vooren gekoomen os, dat het overhaalen van de steene voet om deselve ter hoogte van 16. voe„ ten en breete van 12. doeten, vn het dienkamt, ten princi paac„ len gecontribueerd heeft, tot de grootheijde dier Ongelden hoorele teffens beslooten wierd den Resident te gelasten, om dog met wat last voor saak„ in het vervolg de suijnigheijd met meerder attentie te be„ tragten, dan in deesen scheijnde gedaan te weesen, en waar„ neer de noodsaakelijkheijde vereijschde had sodanig een voet te moeten weesen om soo veel soude koomen te kosten deese Be„ geeving voor gesteld, en de noodige Ordre daar toe versogt moeste hebben; Voorts wierd of de brieven van Sadraspatnam 't zeedert den 20. ' maart J=o leeden tot genoegen over de Vortjang van den 6. ' deeser maande inclusive beslooten, het Contentement deeser Regeering te betuijgen; over de als nog aanhoudende ta„ melijken voortgang van den verthier van handelorhaaren, dewyl na het geadvriseerde bij der opperhoofden letteren van den 9:' April en 12. ' meij laastleeden, daar off een soek monbantse van Ruijm 22400. Guldens voor d' E: Comp=es te booven gelegde was, Onder hertelijke winsch tot dus Con„ beluijging van den heerbelijken wensch deeser Regeering van dees convinuatie niet alleen, maar ook dat de winsten van dot tijd x
English
255. 16 June 1773 16 June 1773. it was hoped that the servants might from time to time become more considerable, and regarding which it was trusted that the chiefs would let nothing slip their attention so as to bring more and more satisfaction to this Government regarding that very important point of the Honorable Company's business and trade on this Coast; as well as regarding the no less important main branch of the Honorable Company's trade, the collection of linens, especially when one could see and perceive that against the arrival there of the ship Vreedelust a good number of cloths both for India and for the Fatherland were not only on hand and in quantity, but were also dispatched with that vessel; with the declaration that, however much reason one would have to praise their honor, it was left to their own judgment, and they could anticipate for themselves the praise that one should have to give them. But seeing that the recommendations and admonitions regarding the collection and desired progress of both articles were so iterative and urgent, especially regarding the quality of the cloths, it seemed unnecessary to devise, invent, and apply new and emphatic recommendations to servants who not only know their oath, but are also bound by the same to attend to the true interest of the Honorable Company; therefore, as a consequence thereof, nothing should escape the care which has been entrusted to them in their placement there; so that, in consideration of that declaration and obligation, it was deemed superfluous to recommend this further to them as yet. Meanwhile, it was noted with pleasure whether, through the supply for the greatest part of the requisition made by the chiefs for cash and other necessities, they would thereby for the present be saved from their embarrassment concerning one thing and another, and thus it would also not be necessary for a local purchase of rice to take place; while the approval of this Government is fully extended to the servants' conduct concerning the pantjalling De Goede Verwagting, on the occasion that, off the height of the so-called Langebosch, having lost its anchor through the breaking of the cable, it had returned, and lying on the roadstead by its last anchor, to unload that vessel of the cargo of opium it had on board, for the sake of its preciousness, and to secure it ashore until such time and manner that the vessel should be provided with another anchor to undertake the voyage thither again, as subsequently upon the arrival there of the chaloup De Nagtegaal
Dutch transcription
255. Den 16e. Junij 1773 Den 16' Junij 1773. tient den insaam hare attentie niets soeude laten onslippen een goed getal packen versonden soude werden omtrent de pantjalling de goede kenagting schippen hareverleegend huid omtrend t een en ander gered sijn en waardoor hoopde dat de bediendens om: tijde tot tijds aansiemelijker werden moogen, en welken aangaan„ de men vertrouwde dat de opperhoofden niets hun attentie soude laaten ontsloppen oam deese Regeering oomtrend dat soo voornaam poinct van sComp=s Leet en bedrijf te dee„ seer Custe, meer en meer gemnoegen toetebrengen, soo meede om„ „terende het niet minder aangeleegen hoofdeel van 's Comp=s Een dat met tet schip Pedelust negotie, den Insiam der lijwraaten, in sonderheijd als voen soen en vermneemen inag dat teegens de kommst aldaar van het schop vreedelust een gord aantal kleeden soo voor son„ dia als Pro Pattria niet alleen aanhanden en ingeveelheijd betuijging dierwegens, sooner zijn, maar ook met dien Riel versonden wierden, met be„ tuijging, dat hoe seer men aan Reedenen hebben soude, haa„ ren eerer te perijsen, aan haar eijge oordeel wiende overgelaaten en sij sig bij anticifatie toe Eijgenen koonde den loff die men haar soude moeten geeven, dog aangesien de Recommandatien en ver„ maaningen omtrend de overbeuring en gewenschte voortgang doer„ beijde articulen, soo steratrieff om ounstig waaren, insonderheijd als wer derding derdoeken voer het suffct van de deuge dor deeken, dat schien Onnoodig nas nieuwre en madbriskbelijken Recommandatien de vrasinnen, uijt„ tewinden em toetepassen, aan Dienaaren die niet alleen hun Eed om verlegt weeten, maar ook door deselve verbonden, zijn het whaare Intrest van d' E: Comp=s te behantigen, dierhalven als doon ge„ volg van dien, ook niets ontglessen moeste van de sorge welke aan haar in derselver vblaatsing aldaar is boeventrouwt geworden; om dus uijt ooverveeging van die aankleering en verbintenisse ten oerterede geoordeeld minde haar als nd zulx nader an te be„ veelen. Salusschen merde met getrigsel, of door de veroeing voor et woten sunio e eden grootste gedeelte van den opperhoofden gedaanen Eijsch van Omtan„ ten en andere benodigtheeden zouden zij daarmeede vooreerst uijt denselver derleegen heijd om het een en ander gered, en soaen int ndighuben om elijin„ dus ook noet noodig weesen, dat een ginter Ionkoop van melij gescheede Teerwije ten vollen de appobatie der seer Regeering vogdwig asperbatie van de behardelng der bediendens behandeling omtorende de Pantfalling De Goede ver„ vragting, bij geleegendheijd dat deselve of de hoogte van soo genaaam„ de Langebosch, door het breeken van het touw desselvs anhoer Ver„ looren, hebbende terugeskteerde was, en voor het laaste anker of de Rchee„ de leggende, dat voostje van de sonhebbende Laading facheer, om de en waarin sulx bestaat wille van des trostbaarheijd te omtlosseen, en aan de wol te segureeren tot tijd en wrijse dat boodemisse met een ander an hen voorseen soude weesen, om weeder de Reijse dat heen te Onderneemen, soo als vervolgens bij de ofdaaging aldaar van de Choaloup De Nagtegaal Intrest van 1
English
257. The 16th of June 1773. The 16th of June 1773. of the gifts made and the carpentry work in the first 6 months then to receive the reasons given for that sergeant the pantchialing only with 2 bales [illegible] having received a cargo of the same and having been dispatched hither whether loaded or not. Satisfaction over the less... It has fully appeared agreeable to the Government that the gifts made in the first six months of this current book year are indeed less by an amount of f 136: 19: 8, just as the carpentry work in the said period had amounted to less, yet remarks with regard to f 137: 7: 8, which one could not pass over without remarking that the chiefs, in the reasons given by them for the reduction of the same with respect to the first-mentioned account, wished to say, namely: that if more gift goods had been on hand, more expenditures would also have been made, from which an undeniable conclusion must follow; either that in the aforementioned gifts made, the household was not properly economized, since everything with which they were provided has been given away, or that care must be taken that not many gift goods remain on hand; just as a similar reasoning was found regarding the reduction in the carpentry work, stating that if the necessary timber had not been lacking, the reduction would not have been so great; but regarding which the Government judged there was not much to boast of, when on the contrary it was remarked that by the repairs made two years ago to the buildings there, which amounted to large sums of money, everything had to be repaired and restored in such a manner that nothing more was now needed than the usual whitewashing and plastering of what had scaled off the walls; Yet it was found good, notwithstanding these remarks, set down as in passing, through the showing of the contradictory propositions in the writings sent over thereof, nevertheless to grant authorization, both for the writing off of those two accounts and the expense accounts for the months of February, March, and April last. — After which, by expiration of time, the wage of the sergeant Fredrik Cortman Swarhet of Sever was increased, and on the other hand, the soldiers Jan Thomas of Amsterdam and Jan Schaarswinkel of Someren were discharged to return hither. — Upon resumption of the letters from Paliacatta, dated the 17th and 20th of March, 10th, 21st, and 30th of April, as well as the 6th, 10th, and 25th of May last, the Government noticed in the first place not without renewed displeasure that the pantchialing De Goede Verwagting could only be dispatched with no more than a meager and insignificant quantity of only two bales, so that said vessel would have made a vain and useless voyage and incurred traveling expenses, if on its return from Sadraspatnam it had not received a full cargo of cloth, with the further observation that, although the purpose of its dispatch had thereby not turned out to be entirely fruitless, this had by no means satisfied the requirements with respect to the factory of Paliacatta; for when one had to see the vessels repeatedly return loaded with trifles under this or that excuse of the absence of the beaters and other meager excuses, nothing else must nor could flow from it than legitimate and well-founded reasons for displeasure over the slow progress of that so prominent branch of the Company's trade here on the coast; all the more so since a ship is now sent annually directly from here to Europe, wherefore a sufficient cargo of cloths had to be ready and on hand early for the same, especially its assortments, in order to bring the cargo to a considerable amount of 9 tons of gold, as Their High Nobilities have been pleased to determine; and thus from this it was easy to comprehend, and it was also very notorious, that if this was not watched over better and with more zeal, the good intention aimed at thereby must soon come to naught; wherefore the exhortations and urgings to and among the merchants regarding the fulfillment of the delivery of cloth assigned to them must take place and be applied with much earnestness, insistence, force, and vigor; lest one should otherwise see and experience too late that the good intentions and well-regulated arrangements of the high authorities were disappointed and made illusory by the merchants; all the more so because the chiefs, through their own long-standing experience, could not be unaware that if they, namely the merchants, were not driven with sharp spurs, they would, according to their well-known slow and at the same time intriguing nature—about which they cared more than about keeping their word and fulfilling contracts—postpone the work of the delivery until the very last, and not think of it until after they have first secured their own profit; at which point one is then under the absolute necessity of accepting whatever they please to deliver, however poorly the cloths might be constituted, in order not to create desperate debts or arrears, as had been experienced multiple times, and had also at the same time been the cause. 259. The 16th of June 1773. The 16th of June 1773. [illegible] Continuation 1 Continuation
Dutch transcription
257. Den 16'. Junij 1773. Den 16e. Junij 173. „der verschonkene en vertim„ „mende in de erste 6/m dan a: bewren de dirmnegens gegeevove raderen sergeant de pantaling maar wee 2 pareken ddipiter e get: deke rinen van deselve een drag overgekregen hebbende en of neen beloa„ „den zijnde naar heerwmaards gedefecheerd wos geworden. ranginarmheid over hat min„ Vol is de Rlegeering aangenaam te vooren gekoomen, dat het voorschonkene in de Eerste sesaraanden deeses loopeende boek Jaars al soo wel een montant van ƒ 136: 19: 8: amiender is, als het vertiammerde in gemelde tijd minder bedaraagen hadde, dog remarnus ter opsigt van ƒ 137: 7: 8: hwore men nioet voor bij konde te rermarqueeren, maet de oppenhoofden bij derselve gegeevene reedenen van de minderheijd derselve, toen ofsigte van de eerste gemelde Reekending, zeggen milden teweeten: dat wanneer meerder schensagie gorderen aanhanden geweest waaren, ook meerder spendatoen, zoude zijn gedaan, geworden, waar uijt dus een onweder spreekelijk gevolg trecking moest voortalveijen; of dat in de voormelde gedaane geschenken, de menage niet naarbehooren behartigt s, de„ wijl al het geen waarmeede zij voorsien zijn geweest, verschon„ kan hebben, of dot men sorge deragen morst, dat daar moet veel schonkorgie goedeeren aanhanden blijven, zoo als een gelijke reeden geeving, weegens de minderheijd van het vertiamineerde, gemeld wind gewonden, dat wanneer de noodige houtwirkhen niet omtbroot en hadde der heijde dan soo groot niet geweest soude hebben; dog waar Regearing oordeelde noet veel te roemen viel, wan„ neer men in tegendeel manarqueerde, dat dor de verhelpingeen voor twee Jaaren aan de gebouwen aldaar gedaan en die groote soammen gelds bedroegen, alles on dierroegen verholfen om hersteld mooste zijn, dat thans niet anders noodig was, dan het gewoon wisten en befleijsteeren van het afgestaffelde aan de muuren; Dog men wond, angeagt: deese Cormarques, als in het voorbij gaan ter nedergesteld zijnde, door vaanthoowing van de Comtra„ dictoire stellingen bij de daar van overgesondene geschriften te vooren gekoomen egter goed, qualificatie te verleenen, soo qualifuirstie ter afsz: van nevens tot de afschrijving dier beijde Reecqueningen, als de Onkost„ roecqueemingen van de maanden Februarij, maart en apparil lest„ leeden. — Waar na mits tijds Erppoiratie ingagie wierd verhoogd den seer„ Verhoging in gagie van een geant Fredrik Cortiman Swarhet van Sever, en daar en teegen verkbosing van a soldaten dit heen na herwaards verlost de soldaaten Iaar Thomas van Amsterdam, en Ian schaarswinkel van serneren. —. Bij Resumptie der brieven van Palliacatta, de datos 17. en 20. ' maant, 10:' 4: 21:' en 30. arprie, motsgaders 6:' 10:' en 25:' 8dij Jongst„ leeden, quam de Regeringe in de eerste blaatse mee sonder weeder ongmnem n utiatite ve a van Ongenoegen, te vooren, dat de Pantsalding de Goede verwag„d tring met geen meer, dan maar een geringe en niet noemems„ Weer waardoge 259 Den 16e. Junij 1773. Den 16'. Junij 1773. vaardiger quaantiteijt vaar maar twee packen, heeft konmen gedeppe„ pecheerde worden, over sulx dat boodemsse een vergefse en noteloo„ se togt en ongelden van de Reijse gedaan zoude hebben, indien im desselves mntour of Sadaas patnam met een volle lading lijd En ampe ansomen duae rat backen in gekeregen hadde, onder verdeer voorhouding, daat schoven daar meede het oogmerk van dies zending noet vrugte„ loos was uijtgevallen, egter zulx vangeenen deele voldaan hadde, met opsigte tot huet Compoir Palliacatta, maant doo man de vaartuijg„ gen telkens met bagatellen van Ladingen onder deese of geene Excoptien van uijtlandigheijd der kloppers en andere magere Excu„ soen nanladen moeste soen berugheeren daar uijt niet andeens moes„ te, nog konde voortvloeijen, dan regtmatige gegroonde reedenen van ongenoegen over dan traagen voortgang van de soo voormaa„ me tak van sComp=s handel hier ter kuste, temeer men nu saar„ lijks een schop direct van hoer naar Europa voorsenden, dien hal„ van voor het zelve een genoegsaam lading lijmaaten vooegtijdig gereeds en aanhaanden weesen moeste, in sonderheijde sijne soote„ menten, ten eijnde, het Carguasoen tot een aansienlijk montant van 9. Stron, ondr op Haar Hoog Edelens deselve hebben ge„ loewen de bespaalen, te borengen, en dus daar uijt ligt de Compore„ heardeeren, en het ook seer notoir was, dat wanneer daaromtrend niet beeter, en met meer ier gevigeleerde mienden het daar meede bedoeld goed oogmerk haast in het niet moeste koomen te loopen oversulx de abhoortatien en aanspooringen aan en bij de Cooplieden omtreend de voldoening des aandeselve ovfergedraagene levenaantie van kleeden, met veel eronst aandrang, kragt en arraktelijk heijd moeste geschieden en geapliceerd wrden; soo men anders niet sien, en te laat onderwinden wilde, dat de goede Iontentie en wel gereguleerde schokking der hooge gebiedens beleur gestelld en door de Cooploeden Solusoir gemaakte woorde, tomeer de oppierhoofd den door eijge Langjaarige onderverinding het niet onbekoend kon„ de zijn; dat wanneer zij namentlijk de Cooplieden, niet bellens met hande spooren wierden bereeden, het werk van den Iosaam na derselver seer bekenden tragen, en teffens Intriquanten aard waar aan zij zig meer lieten geleegen leggen, dan aan het naarkoo„ men van hun woord, en voldoening der Contracten, tot of het laast zullen schrueijven, en en noet eerder aangedenken, dan na dat haar eijge voordeel eerst besaagd hebben; als wanneer men dan absolut in de noodsaakelijkheijd is, te accorpleeren, het geen zij believen te leem„ vren, hoe slegt de lijwaaten daar ook geconstitueerde mrogten zijn ten eijnde geen desferabe schulden of noduren de maakten, gelijk de meermaalen zulx ondervonden, en ook toffens oorsaak geweest niot was Vervolg 1 Vervolg
English
261 The 16th of June 1773. Approval of the contracts concluded there. For the striped ginghams for the Fatherland. Firm resolution to hold the chiefs strictly to account regarding this matter, and furthermore to have it remarked to them how agreeable it would be to this Government if the collection of the Paliacat cloths, provided they are of the required quality, had a more opulent outcome than they have had up to now, especially if the linens demanded for the Fatherland were in readiness, or could be brought to readiness, for dispatch with the direct return ship of this Coast, as the late tendering of no value is that the demands not only are not satisfactorily met, but also that considerably large numbers of sacks continually remained left over at the expiration of the collection, for shipment in the following year. Furthermore, the forwarded cloth contracts with the headmen there, concluded only under the date of the 28th of February last, having been reviewed, were approved, and at the same time it was resolved to incorporate them at the foot hereof, except for the price contracted by the chiefs of pag: 253. or ƒ 138: 10. for the pack of striped ginghams for the Fatherland, regarding which it was understood to persist in the resolution passed concerning this in the session of the 24th of March last, on the grounds that this Government does not deem itself authorized to enter into any, even the slightest, price increase, as was clearly made known to the chiefs by letters of the 13th of April. The apology regarding the late tendering was not found to be of such value that the Government could agree with it in all respects, for the reasons given to that end, among others it being brought forward that they could not have proceeded without acting against the orders dictating that every six months there had to be an official settlement with the merchants; but regarding this, it was amply remarked by the Government that however good and praiseworthy that precaution was, as showing thereby the care of the chiefs to guard the Honorable Company against new debtors, nevertheless the tendering of the demanded linens and the concluding of the contracts thereof could and should have taken place much earlier, for which they, having received the petitions very early or at the beginning of the book-year, were also in a position to do so; and one could thus find no reason why one had to wait so long with it as was continually done by the chiefs, with the further presentation that if one had begun earlier with it, and this Government had found the outcome of 8082. . The 16th of June 1773. April 187
Dutch transcription
261 Den 16e. Junij 173. eentig van sehouden Approbatie van de aldaar geslotene Contracten. voor de ging am onderbroeks geruijto pro patria vrig besluij„ om daar made solang genagte late aanbesteeding van geen valeue es det de lisehen oit alen so getrekign voloen meen maar ook tolkens bij het afloopen van den Insaaam aansienelijkke ge„ tallen sackten bleeven overleggen, tot de versending van het besluijt sulx de perhoofden volgende Jaar, al het geen verder verstaan wierd de opperhoofden en met welke verder enanm i en rmstige tenamen voortehouden, en haar wijdens te doen Re„ marqueeren hoe angenaam het deese Regeering weesen soude, vnge„ valle den Iensaam van de Palliacatse doeken, mits van de ver„ Eijschte deugde weesende, een ofulenten uijtslag dan het tot nog toe gehade hodden, insonderheijd ingevalle de lijnaaten voor het Pa„ torda g'eijschte ingereedheijd weesen, of gebragt worden konde, ten der„ sending met het directe Retourschip deeser Custe Voorls voserden de Overgesondene kleeden Contracten met de Voor„ lieden aldaar eerst Onder dato 28. ' febr: laasteven Atrvellen geslooten geresumeerd zijnde, geapprobeerd, en teffens beslooten aan de voet Excepte de toegestane prijs deeses intelijven, behalven de door de opperhoofden gecontracteerde prijs van pag: 253. of ƒ 138: 10. voor het bak gingams onderbroeks, ge„ persisteering derwegens bij het rueijte voor het Patria wel kendereegen verstaan wierd te persis„ teeren bij het dierweegens ter zitting van den 24.:' maart J=o lee„ den gevallen de clomeer besluijt, uijt hoofde deese Reegeering zig niet benoegt agte tot eenige de minste brijs verhooging te treeden, gelijk de opperhoofden bij letteren van den 13.' afseale daar aan duijdelijk te kemmen gegeeven is gewor„ Der opperhoofden veramtschuldiging omtwend de laate aan bostee, de verontschuldiging nopens de, ding van de Eijsschen wierden van dat vallour niet gevonden dat de Regeering deselve in alles heeft nomenen accoredeteeren om de ton dien eijnde gegeerene Redenen, onder andereren bijgen wat sodr andeer ijbangaen bragt weerdende dat tet geen voor uijterter Mareckang hadden Purmeen treeden vam moet te haandelen teegens de Ordres dictee„ rende dat alle ses maanden voors met de kooploeden Officir Reecqueming moeste weesen, dog wolendeweegen bij de Regeering ample remarquie herwegens gevenma gulerde wiend, dat hoe goed om verijselijk die voorsborge was als daar door angetooende werdende de assientie der opperhoofden oom D' E: Comp=e voor nieuwe Debiteuren te verhoden, een derijdens eegter wet het aanbesteeden der g' eijschte Lijmaaten en het sluijtee door Contracten daar vaan, veel vroeger hadde doormen en moetien ge„ schieden aan gedaan wrs, waar toe zij, als de betitien heel vroeg of oin het begien van het boekjaar ontfangen hebbende ook in staat geweest eaaren, en meen dus gean voeden din deen koende, maar, nonwinding van redenen maan„ oam daarmeede soo lang gevragt moeste worden als door de opperhoof„ den steeds gedaan monde, met wijdere voorhouding dat waenmeer daaromeede eerder begonnen, een deese Regeering den uijtslag van 8082. . bevonden Den 16e. Junij 1773. afrill 187 de
English
263. The 16th June 1773. the ginghams under-garments properly February they would be willing to deliver upon the new demands much to commend for the future regarding this. the contracting in the late of November or beginning of the year and with what proportion regarding former distribution was, so that one would also have been in a state to bring under the eyes of Batavia the price increase desired by the merchants for the ginghams under-garments ready before, and to Their High Mightinesses at the customary annual report over Ceylon, and as now with the most commended good friends regarding this, would have already been communicated, and that furthermore this price increase, which had been one of the impediments regarding the early conclusion of contracts, was enough to urge the chiefs to request the necessary order and qualification regarding this earlier, since the 20th January of this year, therefore the Government, as already remarked several times in their previous writings, could find no fundamental reasons why the contracting was awaited so long, that the trade writings only closed in February or March, precautionary why they undermentioned friends, and besides this could not comprehend the causes that the merchants were more inclined to bring and deliver upon the new demands earlier or sooner, which was seen after the expiration of the month of February, on which account the Government indeed wished to be informed of the true truth in this matter and thus to be brought out of this labyrinth of mysterious treatment, in order to regulate themselves accordingly in the future; and upon the request made by the chiefs for orders how to act therewith in the future, it is understood to order, to enter into negotiations immediately as soon as the new demand shall be received by them, and to communicate the result thereof at once to this Government and to await their order, especially if any change took place, or so that this could be communicated to Their High Mightinesses early, and furthermore provided for at the same time as should be found proper according to the circumstances of time and matter. —. Regarding the sale of coarse cloths, the Government also found much reason to mention, although considering at the same time that the matter was entirely different than with the collection of cloths, since this was not only dependent on the greater or lesser consumption and requirement of the same in the country, therefore could only be awaited after the arrival of the merchants from the upper lands, but it was nevertheless found good to write to the chiefs that it would nevertheless not be disagreeable to this Government, if 265. The 16th June 1773 if the chiefs could find a means and suggest it, provided that the same however must be within the General Orders given successively on that subject, to make the sale of goods more ample and brisk; in order thus to support, by the profits to be gained therefrom, the great burdens that the Honourable Company is constantly obliged to support there, both in maintaining the garrisons by paying their pay, etc., and in bearing other expenses of gifts and repairs, etc., in respect of which latter, upon resumption of the six-monthly memorandum sent over regarding this, although in general the amount of ƒ 907: 87: 8: was less than in the like specification of the previous trading year, nevertheless several items came forward that seemed too high or unusual, especially the charged 18796 pardaoes of masonry, and 1091 barras of white lime, item the purchase of timber, palmyras, etc.; as it especially caught the eye, the amount charged for the repair of the surgeon's dwelling to an amount of ƒ 175: 19 —, notwithstanding that for the same 1½ pagodas for house rent was still charged monthly, and indeed wrongfully since the Honourable Company gives him a dwelling and therefore incurred the aforesaid costs for its repair; on which account it is decided to have both the amount enjoyed by him for house rent repaid, as well as that granted to the scribe and the comforter of the sick, since such servants were never assigned the same, much less enjoyed it by them, besides which items or entries it was furthermore understood to validate both accounts as well as the expense accounts for the months of February, March, and April last by write-off. The bill of exchange granted by the chiefs on behalf of the Honourable Major and head of the militia here, on account of the equipment moneys counted in cash there, being found upon examination not to agree with the amount that was paid out from the Company's cash here to the mentioned Major by the erroneous calculation and transfer of the Captain Lieutenant and head of the militia at Paliacatta, Maarten Christoffel Hasz, it is understood to send the same back to be redressed there, and along with it to transmit to the chiefs a memorandum of the amount of pagodas counted to the major here, with order to make good the deficiency to the same, and with what order The 16th June 1773. said to
Dutch transcription
263. Den 16e. Junij 1773. de gingen enderbdrk aegerijk Fibruarij lij waten op de nieuwe Eijsschen willen leeveren veel te roemen voor het vervolg dien aangaande. de contractate in hit laat van oevemer of ege van de n en met welke verhouding noper eer bedeelde was, omen daar ook in staat geweest zoude hebben„ van de door de kooplieden begeerde proijs veerhooging ofr de giin„ gaans onderbroeks geruijde voor tot Patovie, eshaar hoog Ede„ lems bij het gewroome Iaarlijks verslag awr Ceijlon, Onder het oog te brengen, en als nu met hoogst den selver geramereerde goedevrinden doen aangaande, reeds gemuandeerde zoude zijn geweest, en dat voorts die prijs verhooging welke een deer Compechementen geweest is, omtreend het vroegtijdig sluijten doer Comtracten, gemoeg was, om de opperhoofden aantesetten om de nodige ordre en qualificatie diendereegen vroeger te versoeken daar den 20. ' Ianuarij deeses Jaars, dierhalveen de Regeering gelijk reeds termeermaalen bij denselver voorige schrijvens vok geremarqueerde was, geen poondamenteele reedenen vianden koo„ de, waarom met de Contractatie soo langgemagt gewoorden is, dat de handelscheriften verst. in februarij of maart geslooten. vr vorbesefig waarm se den ondertekende wienden, en booeren diem niet beseffen komde de Oorsoeken dat de kooflieden meeder gen ijnatin of de meuwe Eijsschen vroeger of eenrder sullen aanbrengen een lecrteren daar wersch dien:s ondrigs te sin na het uijsloopen van de maand februarij, uijtewelkeen hoofde de Regeering wel wenschde daaro im barende maarmaarheijd onder rigt aen dus uijt dit doolhof dier misterieuse behandeling gebragt ter wenden, ten eijnde zig daar na in het vervolg te reguleeren; en no ordr op der beinden versoek pens den opperhoofden gedaan versoek om ordre hoedanig daarmeede in het vervolg gehandelt soude werden, is verstaan te Ordon„ neeren, om soo dra den nieuwen Eijsch bij haar ontvangen sul weesen, tan eersten daar Over in onderhandelsing te treeden, en den uijtslag daar van, deese Regeering ten eersten te bedeelen em denselver Oordre afteragten, insonderheijd: als er eenige verande„ ving plaats hade, of dat zulx Haar Hoog Edelens vroegtijdig bedeeld, en Voorts daar in met toffens verder soodanig voorsien konde werden, als men na teijds, en zaaks geleegen dhoijd bevinden zoude te behooren. —. Ten belange van den verthier van slandelenhaaren, vonde de op den verhier met ok mil Rogeering meede met veel reedenen, om er ofr te noemen, hoewel teffens Considereerde, daarmeede geheele anders was geleegen, dan dog Considiatie met den Insaam van 4 beeden, dewijl does de biet eenelijk afhun„ kelijk wees, aan de meerder omn mindeere Comsumptie en benodigt„ heijd derselve en het land, dierhalven alleen afgewagt moeste wer„ den, na de afkomst den Hoofladen uijt de boven landen, dog men end de ans: darwegins. voond egter goed de oppershaarfdeen aanbeschrijven, dat het deese Re„ Den 16e. Junij 1773 en 11 geering des niet te men niet onaangenaam zoude zijn, iondien 265. Den 16'. Junij 173 ndragit rekening stof loopen de Cooske. monsuringve gelden veruigezende en wanlong datum: en schenkagie Reek: maet, en apruil. Ven sieten rarster ke laten eroede van de genotene 92. bas door den ma shok alhier iandien de opperhoofden een middel komnde vinden, en aan de handen geeven, mits dat deselve egter moet afweest van de Generaale Ordre successive over dat suplt gegeeven om den var hoof van goedereen ruijmen en flmnsanten te doen zijn; om alsoo door de daar over te behaalene winsten, gesouda geerde orerde, de groote lasten, die de E: Comp=e steeds verpligt is aldaar te supporteeren, soo in het houden van die maaren door het betaalen van dies zoldijen &=a, als het doen van Resumphievmn de Jnmandij andere ontrosten van geschercken en vertimmeringen etc=a, tin opsigte van welke laaste bij Resumptie der daar van over ge„ somdene sos maandige memorie, schoon in het generaal een momtantse van ƒ 907: 87:8: minder was, dan in gelijke Specificatie der behorg op tijde van het voorige handelsaar, egter verscheijde posden te vor„ ren gesroormen zijn, die te hroog of stok lesen, in sonderhijd de ofr gebragte 18796. Paardas metsel, en 1091 barras witstalk, Jtem den Inkoof van Houtwercken, valmeeren &a; gelijk inso nderheijd in dit oog quam te vallen, hit ofgebragte voor de Aleparatie van d Chiruagijns oroening dot een bedraagen van ƒ 175:19 — ongeagt dat voor den selven nog maandelijks 1½. pagood aan huijs huur oreerde ofgebragt, en wel ten onregten dewijl D' E: Comp=e hem een wooning geeft, en daarom de voormelde kossin heeft gedaan to des Rueparatie i twelkden hoofde dan eslaten med e eie e e het genootene door hem voor huijs huur, soo wel te laaten. uytkeeren, als het toegevoegde aan den schriba en Boelken troo ster alsoo aan diergelijke bediendens deselve nommer toegelegd veel mander bij haar genooten is, buijten welke posten, of ovbrengingen voorts verstaan wierd, die beijde Reecqueminge qualificatie te soeking van soo wede, als de Onkostreecqueningen van de maanden fe, jtem de onkstrek: van febo. bruaarij, maart, en affril J=o leeden door afschrijving te valedeeren. De door de opperhoofden verleende wissel den behoeve van besluijt de Wisselwigens de den E: majoor en hoofd der militie alhier, weegens de aldaar om Cassa getelde monteering gelden bij Examinatie niet accordeerende bevonden zijnde, met het montant dat alhier aangedagte Majoor uijt sComp:s Cassa is uijtge„ keerd geworden door de abusieve bereekening en overgave van den Cafitain Luijtenant en hoofde der militie te Palliacatta Maartin Christoffel Hasz: soo is verstaan deselve terug te seenden, om aldaar geordresseerd beeweerden, en daarmneevens te vrene beslindingene memorie de opperhoofden te doen toekoomen een memorie van het alhoor aan deen massor toegetelde bedraagen van ge pagoo„ den, wel last om het ontbreekende aan het selve doen en met wat last Den 16. Junij 1773. gedagte tot
English
267. The 16th of June 1773. Increase in pay of 2 persons. Their High Excellencies' disposition concerning the attached account of the second Sophier. Favorable yield of the great crop. Detail provided by the chiefs regarding the increased debts and clearing. The said Captain Lieutenant was also to have the treasury counted. Furthermore, the boatswain there, Harmen Itst of Veeser, and soldier Ronderies Schot of Palliacatta, due to expiration of their terms, were granted an increase in pay, to wit, the first from f 20 to f 21 and the second from f 9 to f 11; and further to notify the chiefs that it had graciously pleased Their High Excellencies, the Noble High Indian Government at Batavia, to present the request of the second Hendrik Soffier, on his repeated petition to be relieved of the restitution imposed upon him as former chief of Palicol, both for the incurred loss and the deficiency upon the sale of the 1500 chintzes collected by him and his late second Johannes Maaper, to the Lords Directors of the Fatherland, and to request a favorable disposition in his behalf, on account of the acknowledged inability of the said second to pay it. Satisfaction regarding the Palicol factory. With respect to the communications of the Palicol factory in the chiefs' letters of the 15th and 18th of March, 26th of April, and 15th of May of the past year, the Government came with satisfaction to learn of the favorable harvest of the great field crops from the Company's sowing fields sorting under the district of Palicol and Contera, having together yielded as the Company's share 471 candyls, 8 tombos, and 3 medidan of paddy, thus yielding an excess of 107 candyls and 33½ medidan over the crop of the previous year; and with that also approved the sale of those grains at 4¾ pagodas per candyl of white, and 1½ per candyl of black paddy, since, on account of the abundant supply of grain from the upper lands, no higher price could be bargained for. Ample refutation of the chiefs of Palicol. However much the chiefs, through an ample discourse clouded with all kinds of pretexts and evasions, sought to demonstrate and convince this Government that with regard to the advance disbursements made to the merchants in the past autumn and the settlement of accounts held with them, they had acted in good faith, the Government could nevertheless not affix its seal of approval thereto, much less accept for current truth everything brought forward by the chiefs in that regard, since according to their multiple promises and assurances, the debts 269. The 16th of June 1773. Extension postponed and until when. not only ought to have been generally reduced, but most merchants should also have cleared their accounts. Yet how little this corresponded to expectations, one had to experience all too clearly from the outcome, not only by the increase of the arrears, but moreover from the noteworthy circumstances that came to light before, it had to be discerned that the balancing of the traders' accounts was not managed and concluded without suspicion, notwithstanding that the chiefs now, by piling up awkward reasonings and arguments, try to bring this Government to the opinion of their pure conduct in that matter, making masterly use for that purpose of this and that coincidence that turned out to their advantage; but since in the preceding resolutions and dispatched letters on that subject, the chiefs have been shown their improper conduct at length, and the Government is by no means inclined to trouble itself further by having to demonstrate to them the contradictions whereby their statements are rendered invalid and powerless, and thus wholly unacceptable; nevertheless, considering that the Government always inclines toward leniency, especially when it is found and there is the prospect that the true interest and benefit of the Honorable Company is bound up with it, it was approved and resolved to suspend the execution of the given order for the collection of the amount of the debts increased in the previous year at the closing of the books, until the accounts of the merchants of this current trading year shall have been closed by the ultimate of next August, sent hither, and thereby discerned how matters truly stand, and in how far the chiefs will have fulfilled their repeatedly made strong promises that the debts would diminish; under the warning, however, that they could be fully assured that at the least discovery of underhandedness or any unfaithful dealing, one will not let oneself be swayed by any more new promises, but without delaying a single moment will carry out the decision already taken with the utmost vigor and rigor, and thereby devise such further means as shall be deemed necessary for the welfare of the Company's interests. Furthermore
Dutch transcription
267. Den 16e. Junij 1773. Verhoging in gagit van 2 per„ Zonen. haar h: Ed:s dispositie nopens nevens gem: reekening van den sectende scopfier voordeeligen Oct van het proot door die opperhoofdpr gedaan de„ „tail wegens de vermeerderde schul„ on holdarning gedagte Captarin Cuijtinant Estast: als nog ien Cassn ter laaten tellen. Wyders wieerd aan den bootsman aldaar Harmen Itst van Veeser, en solbaate Ronderies Schot van Pal„ liacatta mits tijds Oxpiratie verhooging in gagie toegelegd tewreeten den Eersten van ƒ 20. tot ƒ 21. on den twreeden er doene kenisgeving van van ƒ 9. tot ƒ 11;, en voorts de opperhoofden kennisse te geeven, dat het haar hoog Edelens de Obole hooge India„ se Regeering te Batavia gunstiglijk behaagd hadden het Request van den secunde Hendrik Soffier, ten dee„ vende instamtie om onthift te moogen warben, van de hem als geweese opperhoofde van balicol ofgelegde vergoeding, soo van het gevallene verlies, als minstdering bij verkoop van de 1500. is Chitsen door hom on sijn Overleedene secunde Johannes Maa„ per ingesaameld, aan de heeren masoores van het Vaderland voor„ te draagen en een guunstige despositie daar of den sijnen behoe„ de te versoeken, uijt hoofde van het bestend onvermoogen van gedagte seveunder dot dies betaaling behaaglijkhid voor den Ten ovsigte van het bedeelden van het Comptoir Palicol bij der opperhoofden lelberen van den 15: en 18. ' maart 26:' april en 15:' meij J=o leeden, quaam de Regeering met onbehaage„ Den 16e'. Junij 1773. lijk te waaren, den voordeeligen bugst van het groot vels gewasch uijt sComp=s zaaijrelden onder het destrickt van Palicol en Contera sorteerende, als te saamen voor sComp=s aandeel daar uijt overgeworpen hebbende 471. Candijlen 8: Tombos en 3. medi„ dan melij, geerende dus een meerderheijde van 107. Candijlen en 33½ arededen, dan het gewrasch van het voorige Iaar, en Aprobatievan dis verkoop meerd mets dien ook geapprobeerd, de van de hand setting dier graanen teegens 4¾. pagoode de Candijl witse, en 1½ de Can„ dije smarte melij, dewijl daar voor, door den Ruijmen aan„ bareng van graanen uijt de booren landen, geen hooger prijs heeft konnen bedongen werden. — soe zeer de opperhoofden ook door een ampel en van allerhan, Ampele wederlegging vam het de vrcinselen en ommeegen beneevels betasl tragten te ver e den toonen, en deese Regeering te overtuijgen, dat Omtrends de voor uijtverstrecking aan de kooplieden in het gepasseerde na„ Jaar gedaan, en gehoude afreekening met deselve ter goeder vrouwe gehandelt was, soo komde de Begeering egter desel„ ven zeegel van goedkeure daar niet aanhangen, veel mon„ door al het voorsgebragte door de opperhoofden dien aangaan de voor Coudrants meens aanneemen, nadien volgens der„ selver meengvuldige behoften, en versoekeringen, de schul„ lyk den Teldespensch de Paiooel 269 Den 16'. Junij 1773. namplisatie uijttestellen en tot wannaer „dean msst alleen ion het algemeen verminderde moeste zijn maar ook de meeste Cooplieden offen Beecqueming hebben; Dog hoeweijnig zulx aan de verwagting beandwoorde had, men bij de uijtkomst al te seer had moeten onderwinden noet alleen door de vermeerdering den agterstallen, maar ook booven dien uijt de te vooren gekoomneene ofrmerk saa„ me oanstandigheeden moeten bosfpruren, dat de Vereewening der Reekeningen van de handelaaren, niet sonder verden„ king is behandelt en ten Eijnde gebragt, niet teegenstaan„ de de opperhoofden nu door het overdelven van wanschappe Rassoommementen om argumentatien, deese Regeering in het dankbeelde tragt tebrengen, van denselver suijvere behaande„ ling die naagaande sig ten dien eijnde meesterlijk bedieven de van deesen en geene toevallen, die in haar voordeel koo„ men; dan aangesien men bij de voorgaande Resolutien en afgeraardigde brieven over dat suffet, de opperhoofden derselver arangedrag in het breede aangetoomd heeft, en de Regeering geensints geinclineerd is, daar over met deselve te soon dan soen, om sig mroeijelijk te maaken, om haar ver„ der te demoinstreeeren de Contradichien, waar door haare sel„ langen ontsecuat een nragteloos, en dus gants onaannee„ Den 16e. Junij 1773 welijk gemaakt werden, soo is egter, van haar tervoren, dat der sa„ Regeering althoos tot de Iagtheijde overhelt, in soonderheijde als om„ dervoonden woerde, en men het vooruijtsigt heeft, dat het waare be„ lang en Intrest van D' E: Comp=e daar aan verknogt is, goedgevonden en verstaan, met de Executie der gegeevene ordre besluijt de Executie van dies„ ter namplisatie van het montant der on a:o p=r bij het sluijterd der boeken vermeerderde schulden, te supercedeeren, tot dat de Reecquemingen der Cooplieden van dit loopende handeljaar on„ den ultiame Augustus naasthoormende geslooten: dit heen ge„ sonden, en daar bij ontwaard zullen weesen, hoedanig daar„ meede maarlijk gestelde is, een in hoeveare de opperhoofden aan haar op vrioeudwe gedaane kragtige beloften, dat de schulden sul„ lom doven dimminueeren voldaan zullen hebben; met bederijd Jham met welk bedrijging ging nogthans, dat zij zig ten vollen verseekerd konden houden, dot bij de minste omntdecking van wranderwoir of ernge omtrouwe behandeling, men sig met geene meet noeuwe frro„ messes zal laaten baaijen, maar sonder een eenig oogenblick vertoewens met het uijttenste vigeur en Aigoureusiteijt ter uijt„ voort brengen zoude het reeds genoomende besluijt een daar by sodanige verdere middelen beraamen, als tot welweesen van sComp:s belangen gevordee ld soude werden te behooren. wselijk Voorts Beroriy
English
271 The 16th of June 1773. The 16th of June 1773. [illegible] to the English but under what condition Repairs of the [illegible] to the merchants and on the 7th Carpentry and gifts March and April His Honour's disposition to be anticipated on account of the troublesome voyage of appraised goods this to them for building materials per memo running for pagodas 63. 84. account to be sent over and with what Furthermore, as far as the disbursement is concerned, the issuing of 12,547 pieces of three-image pagodas to the merchants upon the delivery of cloths was approved, provided that the shortfall in the delivery direct to the account of the chiefs [illegible], just as in the same manner was approved the issuing to the English ministry at Masulipatnam of the amount of the customary annual present for the nawabship of Ellore and Rajahmundry, and that for this in return the necessary parwanas and dastaks were granted by the regents for free and unhindered trade; the chiefs being further qualified for the writing off of the carpentry and gift accounts of the first six months of this current [illegible] book year, as well as the expense accounts for the months of February, March, and April last, as nothing was found to be remarked upon them, except only that in the expense account of the first-mentioned month was deducted [illegible] of the extraordinary carpentry of 177½, which was understood to remain running for the account of the chiefs until such time as their High Excellencies shall have decided upon the excess or self-commissioned repairs to the lodge beyond what the estimate thereof amounts to; on which account it was resolved to order the chiefs to send over a neat account with specific demonstration of what and how much belonged to the estimate and what was spent in addition, as well as to have reimbursed into the cash treasury the broad sheet account of the petty cash, the item of 681 ¼ pagodas standing among the per-memorie running funds for disbursed moneys upon the delivery of building materials, because such is beyond the authorization of this government, and for which reason the conduct of the chiefs in building on their own authority was also finally disapproved; and it was ordered once and for all to remove all such per-memorie running items from the Company's papers, and furthermore to order them to send here at the first occurring opportunity the 16 pieces of unappraised goods belonging to the factory of Masulipatnam that were found at the inventory of February. Subsequently, having disposed upon the contents of the letters from Jaggernaickpuram from the 21st of March of the ship den Tempel until the 9th of May last, it was in the first place noted as a very precarious and accidental salvation the [illegible] out E
Dutch transcription
271 Den 16e. Junij 1773. Den 16'. Junij 1773. kene tk ponn: aan de Engpel„ dog onder wat mits Reporosati vn d oeteking aan de Copliden enb„j ae 7: Timmeragie en Schenkagie maart: in April h: Edelens dispositie te laten voorlopen wegens de suckelende rijse van getaxceerde goederen dit hun voor bouw natnaalen per me„ monus loponde pr a 63. 84. reek: overtesenden en met wat Voorts wriend, voor soo verwe de verstrecking aangaat, goed„ gesteurd, de afgaane van 12547: stux drie beeldige vagooden aan de kooplieden off leverantie van lijraaten, mits dies meeden in„ sen van de apgare der schin koming derect voor Reequening der operhoofden Olijoe, soo als inselver woegen mierd geaprobeerde de afgaane aan het Engels mi„ oostorum de masulipatnaam van het bederaagen van het gewoon daarlijks geschenk voor het nababschapf van Cloor em Ragima„ himndrawaroam, en dat daar voor weeden de nodige baaoranas, en pastocken off de Regenten ter vrije en onverhoondende handel ver„ qualificatie teraflaking van leende waaren geworden; Weerdende voorts de opperhoofden Reck: van daarstesmanden gequalificeerde tot de afboeskaing van de Trmmeragie en schen„ Magie Reesteningen van de Coorste ses maanden deeses loopende Jen dord iek: en Js: boek aars, als meerder de onkostrekeningen men de maandamn Februarij, maart, en april J=o leeden, alsoo daar ovr niets te rermarqueeren wierd gevondeen, dan eenelijk dat bij de Om„ kostreecquening van de Eerstgemelde maand ofgebragt weerd shit aea adiman an het Exatraardimair veortimmerde van 177½. dat verstaan wierd dat sodanig voor Reecquening der opperhoofden zoude moeten bliven voorstlooppen, tot tijd een wijde door haar hoog Edelens ge„ disponeerd, zoude weesen over de meerdeere ofr eyge brieve geda„ ne Reparatie aan de leger, dan den Cosculatie daar van bedraagd„ uijt welden heofde dan alr ander beloten weerde, de openhaap, ode ondeen en ve deen te ordonneeren, om een nette Reekening met specifecquepelificatie aanthrooming, wat een hoeveel tot de Calculatie gehoorde een mat boveren dieen besostigd is, overteseenden, soo meede door haar stenter in Cuschelling van die toen eerstem in Cassa te laaten recmbouriseeren, de brijde staat Reeckensing van de kleijne Cassa onder de peer meroirie loo„ vende gelden besteende staande bost van bag: 681 ¼. weegens verstreckte gelden of leverantie van bouw materiaalen uijt hoofde sulx buijten de qualificatie deeser Rogeering en waarom om ook der opperhoofdeen gedoende in het bouwen of eijge au„ thoriteijt finaal gedisapprobeerd, motsgaders eens voor al geordonineerde s, alle sobaanige peer memoren loopende posten uijt Comp:s papsieren te woeren, Een haar wijdens noog te ge„ lastnevensgemetd 16 p„s n lasten, bij eerst voor hoormende geleegendheijd dit heern te seen „ werde deen, de bij daer ofneemn van februarij beskende staande 16. stuij Omgetaxeerde goederen tot de logie van masulapatnam ge„ hooorende. Vervolgens gedisponeerd weesende op de inhouden der brief Rimarque na Jaggernaik Coeram ven vann Iaggernaykboeraan, 't zeedert den 21:' maacot Ih't schip den Tempel tot den 9:' meij J=o leeden, meerd in de eersten plaatse voor een seer noodlostig en toerallig gered aangemerckt de sulkte„ lemde uijt E
English
273. The 16th of June 1773. the said long voyage of the ship Den Tempel between Bimilipatnam and Jagannathpuram, which one indeed had wished otherwise, since one was rendered unable by that adversity to comply with the order for the timely dispatch back of that vessel to the Indian capital; but since nothing could be done about the adverse reports received, and according to the private report received, that vessel finally appeared at Jagannathpuram on or about the 24th of May last; it was resolved in the meantime to order the chiefs to send the Siamese sappanwood hither, so far as it has not yet been minted, as one could not hope, much less expect, that they would have had it minted at a loss; but if that has occurred, the return thereof would be awaited as soon as possible. Although the reasons given by the minters regarding the lower assay of 2 1/2 grains for the pagodas recently minted at Palakollu, according to the assay test, as mentioned in the resolution of this table of the 2nd of February last, namely that they conducted the processing of the minting only by touchstone, and therefore it could not turn out as accurate as when the assay was conducted in the European manner, could not satisfy this government in all respects, it was nevertheless understood to let the matter rest there, but at the same time to order the chiefs in all seriousness to exercise all possible care and attention over the coinage, which, however ignorant one was or might be in that regard, would nevertheless contribute not a little to keeping the minters and others to whom it was entrusted, and through whose hands it had to pass, within the bounds of their loyalty and duty, and to remove the opportunities for committing fraud, especially when they notice that their actions are monitored and observed. Approval was also granted for the contract given to the merchants for the required 2,000 lb. of cotton yarn for Europe at the tendered price of pag. 1: 9:— with 4 percent discount per pound; but the government found itself, on the other hand, not very pleased that the chiefs were unable to state where the English obtain their fine yarn and textiles, notwithstanding the investigation conducted at Vizagapatam, Ingeram, Madapollam, and Masulipatnam; which caused the government to suppose, not without reason, that the merchants, whether because they did not like it to be known, or that those whom the chiefs employed to obtain information, made little or no effort to investigate the same. Concerning the authorization granted by Their High Mightinesses for settling the claim of the Masulipatnam and Jagannathpuram merchants against the former chief of that residency, Frederik Jan Voortman, it was understood to adhere to what was written in that regard in the letters dispatched from here in order to settle the same, through the means so favorably suggested and prescribed by Their High Mightinesses in their respected missive of the 16th of October last, and laid down in the resolution of this table of the 24th of March of this year, with further instructions that in case those merchants should reject the same, they should then be notified that, according to Their High Mightinesses' further respected missive of the 13th of April last, it was their desire that the Honorable Company was in no way concerned with that claim, much less wished to interfere with it any further, since that was a private matter between them and the said Voortman, because the latter was acquitted of everything by the judge; wherefore the chiefs should use all efforts and urge those traders in earnest terms to settle that affair; meanwhile, approval was granted for the delivery to the English ministry both of the amount of the customary annual gift for the nawabship of Rajahmundry, and the lease and present money of Jagannathpuram for obtaining in return the customary parwanas and dastaks for the unhindered continuation of the Honorable Company's affairs. With regard to the sale of trade goods, it was reflected that although it still had a reasonable progress, it could nevertheless bear no comparison with the sales of previous years, when one was accustomed, and had the pleasure, to see yields of 40 to 60.
Dutch transcription
273. Den 16'. Junij 1773. dus prrive aldaar verwagt vermunt sijne dit hen tesende omtrent het min deralerij van 2 2. guijnen den e oijer E d de redomg van hriatane gaan. niet in srrgt sijn optegeeven warrvan de opperhoofden „lemde lange Reijser van het schip den Teampel dusschean Biamilopaetnam en Saggernaijk poenaam het geen anem wel anders gewenscht hadde, nadien men door die tee„ genspord in het onvermoogen gesteld was, om aan de Or„ dre toen vroegtijdige terug deffeche van dien koel naar de Indiase hoofd platse te voldoen, dog aangesoen daar noots dogingeskomen berigf van teegens te doen viel, en volgens het vangekoomen fanti„ culier berigt, dien boodem 't zeedert of op den 24. ' meij J=o leeden, eijndelijk te saggeren eijk porraan of gedaage is; en an denenen de senesoo werde e getrifeen of de erhoeden delen eselve met alle moogelijke spord, maet zoo voel frchten, als zal has de Sime hicals dienij kommen baa on dit: heren sonden; Ter vrije in tusscheen besloo„ toen roerde, de opperhoofden te gelasteen, om de siaase socres voor zoo veerre die nog niets veormunt zijn na herwaards te Lenden, alsoo aen niet hoopen veel minder verwagten mlde, dat zij deselve iel verloes zouden hebben doen ver„ munten, dog zulx geschied weesende, zoude meer het Ren„ dewoient daar van ten Eersten tegemoed zien:— gegeven eederen daen demmnistere e schoon de gegoevene reedenen door de nounters noopans het ven en der alboog vor 2 7/2. grijen voon de gonter Joongst: veermud„ ten Rapfijen, Comforem het Osaaij eemer, alhooor g'Assaijeerde veroof Den 16e. Junnij 1773. Robij ter Resolutie deeser tafel van den 2:' Februarij p:o vermeld als dat zij de behandeling van de vermuunting enstel bij den toets verwigte den, dierhalven het daarmeede, soo accuraat niet konde uijtvallen; als wanneer de Essaaij na de Eurosoo„ se wijse wierde behandelde deese Regeering in alles niets hebben konde voldoen, soo wierde egter verstaan het daar bij maar besuijt ht dan ij len enden te laaten berusten, dog de opperhoofden teffens met allen dog met welke ersistige last aaw Ernst te gelasten, om over het muntwerk alle moogelijke sorge en attentie te gebruijken, het geen, hoe Onkundig men ook daar omtwrinde nas, of weesen mogte, egter noot wrij„ „nig Comtoribueeren zoude, om de munters en andere aan wien het zelve toevertrouwt: was, en door noems handen pensseeren moeste, binnen de paalen van hun trouwe en sligt te houden en de geleegendheeden beenoomen werden, tot het kleegen van fraude, insonderheijd als zij demerskien, dat hun gedorntens na„ gegaan en gade geslaagen wierden. —. Ook wierd geapprobeerd de ofrgedraagene leverantie aan de kooploe, Approcatie van de gedane aan, den van de g'eyschte 2000. lb: Cattoene gaaren voor Europpae teegens de overgegeeve prijs van pag: 1: 9:—: met 4. p=r Conto ofgeld het bond, dog de regeering vonde sig daar en teegen niet seer gestegt, dat dog ontigting ver dat de bed: de opperhoofden buijten staat waarem, oftegeeven, waar de Engel„ schen . Totlij de Encelsen hun garen in sameli 275 Den 16e. Junij 1773. Den 16e. Junij 1773 gedaan. de pretentie der Cooplieden op lrvenaar en op wat wijseh gang van den verthiek van veregt pedren van Sag gernaik gervam. het bedragen van lb arlijks vrgeg he ndrtrij kanan schen omn de noorde hun sijn gaaren en Jaaelle, wn angeagt het onderboek te desiagapatnaam, Ingeroam, Maduasbaar wat nen daarijf supprnmeerd lean, en masulipatnam gedaan; om doerhalven de Reger„ ring noet sonder Reeden deed supponeeren dat de Cooplieden het zij dat ze niet gaarne Laagen, dat men daar van kennisse hadde, of dat zij, daar wel durgeene, die de opper„ hoofden ter Erlanging van Informatie gebruijkt hebben weijnig of geen wrak hebben gemaakt om het zelve uijto te verschen. —. Noaeng wel de mataaven, Conceorneerende de verleende qualificatoe Haar Hoog Ede„ lens ter afdoening van de pretentie der masulipatnamse en saggernaijk boeramse cooblieden of een ten laste van het geweese opperhoofd duir Residantie Frderck San Voortmaak merd verstaan zig te gedraagen aan het geschreevene dienaangaan„ ten eijnde deselve te verevenende, bij de van hier afgevaardigde brieven ten eijnde deselve, door het middel door welmelde haar hoog Edelens, soo gunstig aan de hand gegeeven, en voorgeschreeven, bij hoogst derselver gerene¬ weerde massieve van den 16:' October des gepasseerden, en ter Resolu„ die deesen tassel van den 24:' maart deeses Jaars ter nedergestolde wijderansz: aw in Casamnte verermen, en uijt de neemeld te delsen, met wijdere aanschrijving dat ingevalle die marchiandeurs het zelve van de haand komen sonbillijk hed der Coopliede tewijsen, deselve als dan aantekundigen, dat wrelmelden haar hoog Edelens begeerte naluijd van derselver nadere gevenereer„ den missive van den 13:' april fo leden was, dat die pootentie d' E: Comp=e in geenen deele aangong, veel minder daarmeede in het minst veerder bemoeijen wilde, nadien zulx een parti„ culiere zaak was, tusschen haar en gebagte zoo veenar om dat deesen laasteen door den Regter van alles vrij gekend was, over sulx de opperhoofden alle vogingen souden moeten aanwenden, en die handelaars on Erenstige sermen aan maneer tot de afdoeening dier affaire; middeler wijlen mideds Esepributi vanda gan van geaprobeerde de afgaane aan het Engels minsterum soo geschenk van het bedraagen van het gewoon Jaarlijks geschenk voor het nababschap van Ragimahindraaiacoam, als de bagt en van de pongt en sonkin: pomn: schenkagie penningen van saggeernaijk poeraam om de be„ kooming daar voor van de gewoone parwaanas om bastecken ter vrije voortgaeng van sComp=s zaaken. Met betrecking tot don voorthier van handelachaaren, wierde Eungelijkmonopens den voorsz geroflecteerd, dat schoon deselve, nog al een samelijken voorts gaang hadde, egter in geen Comparatie gebragt boonde merden: teegens den verbook van de voorgaande jaaren, doen min gewroon was, en het geenoegeen hadde, Rendurmentemn van 40: bot„ 60. te 1
English
277 The 16th of June 1773. Merchandise servants for a time of the sent nutmegs were deprived of letters and whereby shall have brought then the here reported will have a full cargo may be here before the other vessels depart. since then been increased. consisted of 275 packs to receive 60 thousand guilders on next month, so it was hoped that in the following reports, which one still has to expect in that regard, the wish of this Government concerning more considerable profits obtained would be fulfilled; and that lucrative branch of the Company's trade, which has always been a mighty support of the establishments and operations of the Honorable Company in this government, and had to be and remain so, would expand more and more, where- fore one wished from the heart that the efforts being put into effect toward its increase, might be pursued with the certain expectation of success; while it has come to the notice of the Government with great regret that the chiefs, through the accidental sailing past of the sloop Boeijoer from here directly to Bimlipatnam, were for a time deprived of letters regarding the nutmegs sent therewith, noting however that that vessel has since arrived there from Bimlipatnam on the 24th of May, and thus 15 days after the dispatch of the chiefs' letters of the 9th of this month, with their further demand for nutmegs; yet one hoped that the late appearance of that vessel would not have caused any hindrance to the sale, for the continuation of which the ship Vreedelust is soon to bring further relief, both of those spices and of other merchandise. Concerning the collection of cloths, according to what was noted in their letters of the 9th of May last, it appeared that the stock thereof, as far as that factory was concerned, amounted to a total of 275 parcels, so one did not doubt that the same would be considerably increased, both for the loading of the Company's ship Vreedelust and the return vessel De Jonge Lieve; therefore it would be a desirable matter if, before the departure of those vessels from the roadstead of this place, the ship Den Tempel were or could be here, in order to learn whether it would be necessary that some arrangement should be made regarding the missing pieces, especially those for Europe, so as to give the return ship a full cargo, as the Government did not hope, much less wish, that any delay should occur there, and moreover trusted that the linens that were to be sent from there with it would be of better quality than those noted in the inspection of 36 packs of various linens out of a number of 110 parcels. The 16th of June 1773. where further
Dutch transcription
277 Den 16e. Junij 1773. Corpmanschap bediendens voor een tijd van de gezondene nooten omtrieff waren en waardoor Hogebragt hebben sal den dan de alhier geherporteerde aen vollelading sul hebben alhier weesen mag eer de aordere bodem vertrecken. itsedert vermeerdert weesen. stond in 275. packen 60. duijsend guldens aaan aonst samaands te Ontfaangen, des hofd in wersch dewirgen verhooft wieerde de volgende berigten, die men dienaarngaande nog te verwagten heeft, de wensch deeser Regeering omtwrind aansienlijker behaalde winsten vervuld zoude werden; en dien Caculenten tak van sComp=s handel die althoos een magtige steum van de Establissermenten en bebrijf der E: maatschapfij in dit gouvernemeent geweest is, en zijn en blijven moeste, zig meer en meer uijtbrijden soude, bier„ halven men van heerten wenschte, dat de vogingen tot dies toeneeming in het werk weerdende gesteld, met de zee„ ongaann verneeming dat de gemingen van booreen agtervolgd moogen werden; Terwijl de Regeering seer ongaarne is te vooren gekoomen dat de opperhoofden door de toevallige verbij seijling van de Chialoup Boeijoer van hieer direct naar Branslipatnam voor een tijd onbrieft zijn geraakt van de daarmeede gesondene nooten 15=e maar gemoertte dat Hoeltsje 'tzeedert of den 24:' Meij mee„ de van Biamiliatnaam aldaar ofgelange is, en dus 15. daar„ gen na de afsending van der opperhoofden letteren van den 9:' deeser maand, met derselver naderen Eijsch van nooton doghorpe de sulx een hinder soo hoofde men dat de late opdaging van dat Hooltse geen houder toegebragt soude hebben aan den verthoer, tot welkers voor t setting het schip vreedelust nader ontset staande te bren„ belofte tersending van mandere gen, soo wel van die specerijen als andere koofmanschappen. Den Insaam van kleeden belangende, volgens het gemo„ de voeraad van kleeden be„ teerde bij haare letteeren van den 9. ' Meij lestleeden gebleeken preesende, dat den voorraad derselve, voor soo veerre doe factorij aan„ gong, een aantol van 275. pardeelen groot geweest is, swrijven non twifelig e eselven oude felde men niet, of deselve soude merkelijk vermeerderd weesen soo tor belaading van het Comtriae schip vreedelust, als den Re„ tour bodem De Ioenge Liere, dierhalven het een gewoenschde wersch dat het schijde smbel zaak zin zoude, in dien voor het vertrek van die Meilen van de Rheede deeser plaatse, het schol Dan Temmpel alhier was, of weesen konde, ten eijnde te ervaaren of wel noodsaa„ en ten wat eijnde kelijk soude woesen, dat er eenige schiking dieende gemaakt tewienden, omtrnde de enhebende boeken, insonderheijd die voor Europsa, om alsoo het Retourschap een volle laading te doen vertrouwen dat het rehour schip hebben, dewijl de Regeering niet verhoopen veel mindeer wan„ schen wilde dat daar eetst aanhaasseeren zoude, en daar en boog en de lijwaten beker weesen sou„ ven vertrouwen dat de lijwaaten die daarmeede van daar somndaan teweerden versonden, boeter gecomstitueerde souden poroesen, danr hun benoenden syjn bij de honsanteering voor 36 packen diverse lijwaaten uijt een aantal van 110. pardoelen Den 16e. Junij 173. waar voorts
English
279 The 16th of June 1773. which was to be dealt with in further detail below. Meanwhile, it was resolved to authorize the chief officers to write off the Expense Accounts for the months of February, March, and April last; with the memoranda of the carpentry work performed in the first six months of this current financial year, with orders sent to dispatch hither the 107 pieces of cannon balls of 5¾ lb each, known from the February takeover, and 35 pieces of diverse goods from the wrecked vessels, as had been ordered several times with respect to the latter; furthermore, it was considered improper conduct to credit the general ledger with what was paid in cash according to the unauthorized provision made last year to the ship Alkmaar of 30 sheep and 30, as not belonging to that account, but rather to the expenses of ships, to the credit of which account it was accordingly understood that these should be transferred by order. The Sergeants stationed there, Andries Jacob Beuse of Parcheem, and Johan Fredrik Saraat of Grstero, together with the soldier George Schaal, of Buskou, having served their latest contracted time, were granted an increase in pay: the first two from ƒ 20. to ƒ 24. and the last from ƒ 13. to ƒ 14.; as well as discharged from there to the Netherlands with the return ship De Jonge Lieve, the quartermaster Claas Admiraal of Maaslandsluijs and gunner Anthonij Willemsz of Rotterdam; On the letters from Bimilipatnam dated 6 and 16 March, 22 and 27 April, as well as 8 May last, it was agreed to approve the servants' conduct regarding the ship De Tempel and the chaloup Poeijoer, as well as the crossing of the secunde Brouwer and the ensign Polligh to Visianagaram upon the invitation made by the Arians Sjottaramarasoe to attend the wedding feast of his brother with the niece of the Quam Somnboenme Iagoenadoe Rasoe, as this could not be avoided in order not to cause displeasure to those princes, and the interest of the Hon. Company required that their highnesses, for the sake of the present state of affairs there at the factory, be kept in good humor; while at the same time it was not doubted whether the chief officers, during the ceremonial visit,
Dutch transcription
279 Den 16e. Junij 1773. endert ekenigg kagit rot: tot en 30 p: diversegederen afs heem hoofd reek: van nevens gemelde schappen en bocken is oneijgentlijk Voedaring ppersijnen gl soude 's Comp:s respect en de smj nigheid beragt sijn beoeders huwelyk Eentendig nas Susanagvan Bimitip bediendens omtrent 1 schip al tempel, en de sloepspoeijoer Nedirland waar van hier agter nader verhandeld stond te werden. qualifictie e apoveling van en Intusschen wierde beslooten de opperhoofdeom te qualifi„ ceeren tot de afboeking van de Onkostreekeningen van de item de timmeragi en scher, maan den februarij, maart, oon appril J=o leeden; Hoar de memorien der gedaane Tommeragie in de Corste ses„ last om 107 stux Canon kogels, maanden deeses loopende boekjaars, met aftesendene last om de bij den ovrneem van februarij bekendstaande 107. stux Caaon Cogels van 5¾ lb: ider, en 35. p. s diverse goederen van de verongelukte vaartuijgen dit hoen te senden, gelijk dat ton opsigte van de laastgemelde te meermaalen aan„ de inneeming ten goede van de bevoolen was gewoorden, voorts wieerd voor een oneijgentlij„ ke behandeling aangesien, de inneeming ten goede der hoofdoreskeeing van het voldaane in Cassa voegens de om anno panss=o ongequalificeerde gedaane verstrecking aan het ^schapen en 30. schop Alhormade van 30„ vaakhams als met daar of, maar besuijtsuk te redeseenen mae of omstosten van scheepen thuijshoerende, ten goede van welke reecqueeming daar ook verstaan wiende deselve te laaten overschrijven en ordre Heeren Verhoging in gagie van 3 De aldaar bescheijdenen Sergeantin Andries Jacob Beuse van Parcheem, en Johan Fredrik Saraat van Grstero, neevens den soldaat George Schaal, van Buskou hum Den 16'. Junij 1773. Jongst: verbanden teijd uijtgedaand hebbende, wierd deselve ver„ hooging een gagie toegenoegd, als de Twee Eorste van ƒ 20. tot ƒ 24. en de laaste van ƒ 13. tot ƒ 11. ; mitsgaders van daar met verlossing van 2 ditos na het Retourschap De Ionge Lieve naar nederland verlost den quartioermeester Claas adimiraal van maaslandsluijs een Oannonder Anthonij Willemsz: van Rotterdam;— Op de brieven van Bimilipatnam de datis 6. ' en 16. ' maart, 22. ' en 27.:' april, mitsgaders 8. meij lestleeden is verstaan godtesteuren den bediendens behandeling van Pupiborij om d behandeling, den bovemds het schoff Den Temsfel em de Chialoup Poeijover, soo meede den overtogt van den secunde Brouwer en den van„ zen van de Crigt van de sounde 2 drig Polligh naar Visianagaram of de gedaane Jinritatie van den Arians Sjottaramarasoe ter bijarooning van het te bijwoning van spincen huwelijks foost van desselvs broeder met de nigt van den Quam Somnboenme Iagoenadoe Rasoe, doorije sulx noot toe vermijden is gewreest, om die vorstemn geen ongenoegen verti„ brengen, en het Intrest der E: Comp=e meede bragt om— von haar hoog heedens om de wilde van de teegenswoordige ge„ steldheeden van zaakten aldaar ten Comptaire, im een goed den luijm te houden Terwijl teffans met weerd gebrryffeld nen twijfeling op daaromtrint, oof de opperhoofden sullen bij de Corcemonerele besoeking om Jong sl verlogt kzoldig 3
English
281. The 16th of June 1773. The 16th of June 1773. [illegible] the necessity [illegible] to avoid it [illegible] counter-gifts in name [illegible] the sloop Anthonia Dorothea from Jaggernaik: had requested the [illegible] to which end [illegible] advance [illegible] contract [illegible] qualification to in case of need [illegible] more sloop or thonys opportunity [illegible] discharge of duty, the decency and respect of the Honourable Company taken into account, and alongside this in making expenditures observed frugality as much as possible [illegible] as it would be most earnestly recommended to them, if they were again brought under the same necessity of having to attend the second marriage that the prince intended to celebrate by marrying a second woman, provided that they, the chiefs, should make all possible efforts to avoid that second visit in the best possible manner to the end that the Honourable Company be put to no expense, with further order to enter the amount of the counter-gift given to the chiefs in favor of the [illegible] account, to take over those goods by appraisal, and to count the amount of the same in cash; it also serves to the satisfaction of the government that the chiefs of Jaggernaikpoeram, upon their made request, had asked to send the sloop De Anthonia Dorothea to Bimilipatnam, to the end of taking over to Jaggernaikpoeram the packs that had been brought to the shore after the dispatch of the ship Den Tempel and the sloop De Boeijer, which quantity was expected to increase daily, for transshipment there of the Homeland goods into the return ship and the Indian goods into the country ship; to which end the chiefs would be qualified, when after the dispatch of the aforesaid sloop more packs are in stock or might arrive for transfer to Jaggernaikpoeram, to write to the chiefs there to supply the necessary sloops or thonys opportunity for that purpose, so as, if possible, to leave none of the readied return goods behind, but to send them with the aforementioned vessels; just as approval was also granted to the linen contract concluded there with the merchants for the demand for this year, in the expectation that they, the chiefs, as well as the merchants, would be so vigilant that the tenor of that document be punctually fulfilled; while furthermore, so far as the advance made is concerned, approval was given to the delivery to those traders or contractors of linens since the 28th of January past until the ultimo of February following, to an amount of Pag: 293. 2. 1, both in cash and merchandise [illegible]
Dutch transcription
281. Den 16'. Juarij 1773. Den 16'. Junij 1773. die nood saakelijkheid komen het selve ovor seberagh llijk te onrwejken Contrageschenfen in enamen de Sloep Anthonia Dorothea van Jaggernaik: versogt had de an ter wat eijnde verstecking Contract qualificatie om in Casvan behodsging meerder sloep of thonis gelegend hed kveage „pligt veleeging, het fatsoen een Respoct van d' E: maatschap„ bij in agt genoomen, en daar neevens in het doen. van sppen„ dotoen de suijnigheijde soo veel moogelijk betragt hebben last sosevoor de weedemaal in gelijk haar zulx of het Eerenstigste, aanbevoolen zoude werden, indion zij weeder van deselvede nroodsaakelijkheijd mogten werden gebragt om het Twreede huwelijk dat den prins van voorneemens was, door het trouwen eenen toree„ dog di oprtog eder oevelrnogn de vrouw te Celebreeren te moeten gaan bijwroonen, mots dat zij opperhoofden alle moogelijke bogingen souden moeten doen oom die twee visite of de best mogelijkste wijse te ontwrijken tea item om het bedragen van de Eijnde de E: Comp=e of geene kosten te saagen met verdere last om het bedraagen van het contra geschenk aan de opper„ hoofden gegeeven ten favreure der schem Magie Rekoning in„ teneemen, met die goederen per taxatie overteneemen gemoegen over dat de oprhaondegen het mantant denselve in Cassa te tellen; Ook strekt de Regeering tot genoegen, dat de opperhoofden die van Sagger maijstrporram of denselver gedaane vraage, versogt hadden om de Chialeup De Anthonia Dorothea naar Bimalappatnaim te senden, ten Eijnde de packen die naar de dissiche vaan het schip den Tennsel, en de Chaloau „De Boeijoer, in den band gebragt waaren, welkens quam„ quantiteijt, dagelijks vermeerderde stond te werden, naar„ Saggernaijkboeram overtenaamen ter overscheepsing al„ daar van de Vaderlandse in het Retour- en de Indiase van het Comtra schip; Ten welken Eijnde de opperhoofden gequalificeerd souden werden, om wanneer na de deffeche van de voorsz: Chialoup meerder packen in voorraad zijn of inkoomen mogten ter overbreng naar saggeernaijk, pocram de opperhoofden aldaar aanteschrijven daar toe de nodige Chialoups of Thonijs geleegendheijd te subpedoteeren om alsoo was het mogelijk geeene der ingereedheijde geraak, en geen packen elkten verkog„ te retouren te laaten overleggen maar met voormelde bodoams te verseenden; soo als alverden geapprobeerde merde Approbate van het gesluk het met de Cooplieden aldaar geslootene Lijwaat Comtaart van het g'eijschte voor deesen Jaacre, in werwagting dat zij en in welk verwagting opperhoofden zoo wel, als de Cooplieden zodanig vigoleeren zouden dat aan den tenouwr van dat geschorft fumctueel vol„ daan werd; Terarije voorts voor soo verwre de voor uijt vrerg item van degedane Voruijt strecking aangang, goedgekeurd wierd, de afgaane aan die verlandelaars off cerceraantie van lijwaaten 't zeedert den 28. Januarij Passato tot ultimo februarij daar aan van een mor„ tamt: van Pag: 293. 2. J„, soo in Contant: als Coofrmains D gen liteijt Mots.
English
The 16th of June 1773. yet under which conditions and [illegible] also timely transmission authorization for the writing off of 2. [illegible] memorandum on the gifts amounts of the alum manufactured goods those regarding the transmission of the [illegible] of 2. [illegible] Gunner, in place of the said Soldier. remains directly for the account of the Chiefs, whom it was further thought fit to order to conclude and send over the contracts somewhat earlier in the future, as well as the monthly and other ordinary papers; and in expectation of the prompt compliance with this order, it is agreed to authorize them to write off the expense accounts of the months of January and February, as well as the memoranda of the carpenter work and gifts made there in the first six months of this book-year, with orders nonetheless to economize in the future, to give spices as gifts instead of sandalwood, or to substitute the latter for the former; and further, by memorandum, to charge back to that Office 680 guilders, 2 stuivers, or the cost of 13602 pounds of white Chinese alum, which they, the Chiefs, when the same was shipped hither in the year 1772 in the chaloup De Walvisch for transport, charged hither, but which has since, pursuant to the orders of this Government, been brought back from Jagernaickpooram to Adrampatnam and sold there, the charge regarding the aforementioned goods having been traded and written off by the Chiefs; as well as to write to them to register the newly made copper weights, the 2 bankaals, the ell, and the cassido among the current inventory goods for accounting. Whereafter the soldiers Matthijs Falck of Duijnkerken and Francisco De Silva of Nagapatnam, together with the sailor Anthonij van Velthooven of 's-Hertogenbosch, upon the expiration of their recently bound term, were increased in wage, the first from 8 to 14 guilders, the second and the third from 9 to 11 guilders; furthermore the drummer Jacobus Theodorus Calan of Nagapatnam changed to soldier, with his present winning wage of ten guilders; and further the sailor Cornelis van Ooijen of Groningen promoted to Gunner at 16 guilders in place of fellow Gunner Gerrit Jansz Ligthart of Hoorn, who, on account of continuous illness, was agreed, pursuant to his request made, to be relieved to come hither. Finally, upon the letters from the Postholder of Cuddalore, it was only agreed to authorize him to write off the expense accounts for the months of March and April last, and further regarding the interpretation of the Circular Order pursuant to what was resolved on the 16th of June 1773. [illegible] to the Church Councils [illegible]
Dutch transcription
283. Den 16e. Junij 1773. dog onder welke mits ende vragen ke luijen ook tijdiger overtefende qualificatie ter afboeking van 2. otordsiat: kage menmoie oon de dek n. geschenken bedragen der aluijn aangemaakt goederen die nopens het oversenden der bue„ rfst: van 2. onte straek: Canponier, en Steede van den dit Soldaat. „wiesst de in Palmabring en liquidatie deerselve direct blijve last om de Contracten in t pravoor reecqueming der opperhoofden, die men alverder goed voends te gelasten om de Comtracten in het vervolg wat en de maandelijkse papieren vroeger te sluijten en overtesenden, als meede de maande lijkse en andere Ordinair bassieren, een in vrenwagting van de prompte naarkooming deeser Ordre, is verstaan haar te qualificeeren, tot de afschrijving van de onkostreecqueningen 26 item de kimmeragien schen, van de maanden Ianuarij en Februarij als ook de memorien der in de eerste ses maanden deeses boekjaars aldaar gedaane en men was lastroefens de Timmeragien, en schenkagien, met last nogthaans in het ver„ volg te menageeren, om in steede van Sanbelhout, specerijen tne doene krug reekening van 7 te verschenken, of de laaste voor het eerste te sufleeren; En voorts bij memorie dat Comptoir te rugterre kemen ƒ 680: 2: —: of het kostende van 13602. lb: alluijn waste Chineese, die sij opperhoofden bij geleegendheijd dat deselve in anno 1772. in de Chialoub de walwisch ter overioer dit heen afgescheeft is ge„ woerden, hierwaards aangereekende hebben, dog 't zeedert inge„ volge de ordere deeser Reogeering van Sagerenaijk boeraam von Adrmnelibatnam terugebragt en aldaar verkogt sijn de last nopens de nev:r gem: niemginsen bij de boosten verhandeld en afgeschreeven os; Om daar neevens haar aanteschrijven om de niouw aangemaakt te kopere Gevrij, de 2. bankaals, de Elle en de Cassido, bij de bisd„ neens lijns loopende goedeeren toor veranderoordring beklend te stellen Waarna de soldaaten Meetthijs Falck van Duijn Her Henr bcthwrijng ingagi van 3 prsonen ean Francisco De Silva van nagarpatnaa, mitsgaders den mattroos Amthooij van Velshooren vanr shaetogen bosch mits Erbiratie van hun Iongst verbonden tijd in gagie vroerden verhoogd de Eerste vaon ƒ 83 tot ƒ 14. de Tweede, een de derde van ƒ 9. tot ƒ 11 , mitsgaders dan Tamboer Iaco Changeringemen hembren tot bus Thoodorus Calan van nagabatnam gechaangeerde tot zoldaat, met zijn pereseentie winnende gagie van shien Gul„ dems, en wijders daen mattroos, Cornelis van Ooijen van Groe, bevorderigemeen mallen hat „ingen bevonderde tot Commonier met ƒ. 16. insteilde van den van venaten. meede Canmonier Gerrit Sansz: Ligthart van Hoorn, die, mots de aanhoudeende ziehte verstaan wierde in gevroe„ „ge zijn gedaan versoek naar hermaards te verlossen. Eijndelijk wierd of de brieveen van den Posthouder van Coedeloer, eenelijk verstaaen, denselven te qualificeeren qualifidatie na Cadeloen ter tot de afschrijving van de Omkostreecqueeringen van de mmaanden maant en afpril Leseerden, om wijders bot die g naderinter pretatie van de or„ den presatie van de Circuladere Oordre ingevolge het geresolveerde Den 16'. Junij 1773. Hofario tor. ven aan de kerke raaden waskande