Inventory 3389
Japan · 812 pages · 372 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
well-disposed nature, although he has the reputation of being rather given to the use of opium; notwithstanding this, he is nevertheless a dearly beloved son of his father, whom your Right Noblenesses would likely attach to the Company's interests to the utmost, if it should please the same to declare the said Prince to be successor to the throne of the Ternate Realm. However, since the Prince Airoensaha, half-brother of the King by the same father, is not endowed with such laudable qualities as were attributed to him in the secret dispatch from the former Governor Munnik dated 25:e July 1769:, the first undersigned finds himself obliged to note that he agrees with Mr. Munnik's opinion that, according to human foresight, no one is more worthy to ascend the Ternate throne after the present King than this Airoen Saha, who enjoys the praise of all for being the most sensible and virtuous of the princes of this island. The Prince Kandar Alam, jogugu of Batchian, the same who was detained on Ceram by the Ambon government and sent hither under arrest on the 10:e June, presents himself very well in outward appearance, is friendly and a very suitable person, seeming to possess more understanding than his younger brother, the Prince Major Padra Alam, who is married to Princess Rahsia, daughter of the King of Ternate, with which father-in-law of his he is currently in disfavor, since he has now stayed on Batchian for nearly eighteen months without looking after his wife. The first undersigned takes the liberty, subject to the favorable interpretation of your Right Noblenesses, to observe that the said eldest Batchian Prince Kandar Alam, both on account of his primogeniture and his talents, well deserves to be elevated to Raja Muda of Batchian. To which the first undersigned further adds that the marriages of the native princes cannot be taken much into consideration in such elections, because the marital bonds of the Moluccans are generally of short duration, for the Batchian Prince Major has, as already stated, practically separated from his wife of his own accord, and the wife of Kandar Alam, a Tidorese princess, has already bound herself to another on Tidor, for which reasons the said Prince lives in open enmity with the Tidorese Court, and according to rumors is now again about to marry a daughter of the King of Ternate. The residence of a Batchian Raja Muda at Labuha would, in the humble undersigned's opinion, be no bad thing, and could likely turn out to be advantageous for the Company's garrison there, as agriculture would be promoted by this increase of inhabitants, and foodstuffs and other necessities would, in all probability, be brought thither in greater abundance. Since your Right Noblenesses will have perceived from our humble general letter of the 31:st July that, notwithstanding all efforts made to that end, we have not been able to get the Raja of Keliluhu into our hands, we take the liberty respectfully to adhere to what was noted in that regard.
Dutch transcription
geraadaardigen inborst, hoewel hij de naam heeft aan het gebruijk van den Amphioen al vrij wat over„ „gegeeven te zijn; Dit niettegenstaande is hij nogthans een teeder geliefde zoon van zijnen vader, dien uw Hoog Edel„ „heeden denkelijk ten uijttersten aan 's compagnies belangen zouden verbinden, indien het Hoogst dezelve mogt behaegen gemelden Prins tot Throons opvolger van het Ternaatse Rijk te declareeren. Dog vermits de Pains Airoensaha, halve Broeder des konings, en gesprooken van eenen vader, niet dusdae„ „nige loffelijke hoedaenigheeden is begaaft, als hem bij secreete Missive van den oud gouverneur Munnik de dato 25:e Julij 1769: werden toegeschreeven, vind de eerste teeken aan zig verpligt te noteeren, hoe hij met den Heer Munnik van gevoelen is, dat na menschelijke vooruijtzigt niemant waardiger is om den Ternaatsen Throon, na den teegenswoordigen koning, te beklimmen als dezen Airoen Saha, die bij alle de lof weg„ „draagt, dat hij de verstandigste en deugtsaamste is van de prinssen deses Eilandts. De Prins Kandar Alam goegoegoe van Bat„ „chian, deselve die door het Ambonse ministerium op Ceram is aangehouden, en op den 10:e Iunij her„ „waards in arrest opgesonden, doet zig op het uijtter„ „lijk aanzien, zeer wel voor, is vriendelijk en een zeer geschikt persoon, meer verstand, schijnende te hebben als zijnen jonger Broeder de Prins Majoor Padra Alam, die met de Princes Rahsia, dogter van de koning van Ternaten is getrouwt, bij welken zijnen schoonvader hij thans in ongunst is, vermits hij zig nu bijkans agtien maanden op Batchian heeft opgehouden zonder na zijn huijsvrouw om te zien. De Eerstgeteekendeeen de vrijheijt van, on„ „dergunstig welduiden van uw Hoog Edelheeden, aan te merken, dat gemelde oudste Batchianse Prins Kandar Alam zoo wel weegens zijn eerstgeboorte, als begaaftheeden, wel meriteert om tot Radja moeda van Batchian te werden verheeven. waar bij de eerste Teekenaar nog voegt dat de Huwelijken der inlandse princen bij dusdae„ „nige electies niet veel in aanmerking kunnen koomen, dewijl de trouwverbonden, der Moluccanen doorgaans van geringen duur zijn, want de Batchianse Prins majoor heeft zig zoo als reets gezegt is, genoegsaam als van zelfs van zijn vrouw gesepareert en de huijsvrouw van kandar Alam eene Tidoreese Princes, heeft zig op Tidor al wederom aan een ander verbonden, om welke reedensgemelde Prins in openbaare vijandschap leeft. met het Tidoreese Hof, en staat nu wederom volgens de gerugten te trouwen met een Dogter van den koning van Ternaten. Het verblijf van een Batchianse Radja Moeda te Laboea zoude, volgens des geringen teekenaars gedagten geene quaade zaak zijn, en deenkelijk voordeelig voor 's Comp:s besettelingen aldaar kunnen uitvallen, door dien de landbouw door deese vermeerdering van inwoonders bevordert, en de leevensmiddelen, en andere benodigt„ „heeden, aldaar na alle waarschijnlijkheijt in grooter overvloed aangebragt zouden werden. Dewijl uw Hoog Edelheden uijt onse submisse gemeene letteren van den 31:' Julij ontwaard zullen hebben, dat wij den Radja van Keliloehoe, niettegen„ „staande alle daar toe aangewende moeite, niet in handen hebben kunnen bekoomen, neemen wij de vrijheijt ons Eerbiediglijk aan het diesweegens genoteerde De 5 te 91
English
of that journey is returned, as well as to the contents of the separate Resolution of 18 January, because we, through Meurs and Seidelman, have let the Young King into a separate room during that time, that since this Radja, according to his promise, had not appeared with him at this castle, we could not infer anything else from this stay-behind than that he must not be as innocent as he had pretended to the former commissioners Hemmekam and Waeker, because otherwise he likely would have come here to account for himself before this Council. Whereupon the repeatedly mentioned Crown Prince in substance replied that his father had instructed him to assure this Ministry that Keliloehoes Radja would be detained on Tidor until the King should have received further orders concerning him from Your High Noblenesses, being of the intention to write to Your High Noblenesses about this Radja at the first opportunity. While we cannot fail to express our thanks to Your High Noblenesses for the favorable approbation of the arrangement of the expedition to the Papuan Islands, we also have the honor to communicate to Your High Noblenesses regarding this that the pantchiallang het Haasje, which had been sent after the Snuffelaar as reinforcement, was not able to find this vessel, for which reason the commander of the first-mentioned vessel, Daniel van Waningen, pursuant to the orders demanded of him, having completed the cruising around the island of Halmaheira, arrived back on 6 October of the past year. From a report of the second mates Waeker and Pietersz, it has appeared to us that the first-mentioned second mate Van Waningen has used all diligence and seamanship to sail to the islands pursuant to his Instructions, but could not accomplish his objective due to the obstructive currents. Just as no particular incidents were met by Van Waningen on that voyage, he only recounts in his journal how the natives in some places of Halmaheira had taken him and his subordinates for English smugglers, whereby that pilot often had the opportunity to buy or barter nutmegs for linens and other necessities. Of which occurrences, and of the further illicit spice trade discovered by him, which was practiced by those of Maba and other places, he has given a detailed and sworn account; which paper, alongside the report of Waker and Pietersz, has been inserted into the common Resolution of 18 November of the past year, for which reason we respectfully refer thereto. Furthermore, in our separate meeting of the preceding 19 October, we thought fit, in the hope of approbation from Your High Noblenesses, to accept Van Waeningen's rendered accounting of some linens and ammunition goods given to him and consumed, and at the same time resolved to have the said goods written off in the trade books; but on the other hand, to have him return into the Company's warehouses such brought-back goods.
Dutch transcription
an die reize te rug is gen, zoo wel als aan den inhoud der aparte Reso„ 18:e Januarij, dewijl wij den Jongen koning ten Meurs en Seidelman, dien geduurende apart vertrek ap dat vermits dese Radja, hebben laaten tijd niet met hem aan volgens zijne belofte dit casteel was versc wij door dit agterblijven niet anders konden opmaaken, als dat deselve zoo on„ „schuldig niet moest zijn, als dat dezelve zoo onschul¬ „dig; als hij bij de geweesene commissianten Hemmekam en waeker hadde voorgegeeven, vermits hij anders den„ „kelijk wel hier zoude zijn gekoomen, om zig voor dezen raad te verantwoorden. waar op meermelden kroonprins in substantie heeft gerepliceert, dat zijn vader hem belast had om dit Ministerie te ver„ „seekeren, dat Keliloehoes Radja zoo lang op Tidor zoude werden aangehouden, tot dat de koning nadere beveelen weegens denselven van Uw: Hoog Edelheeden zoude hebben ontfangen, als van voorneemen zijnde Hoogst dezelve bij de Eerste gelegentheijt over dezen Radja te schrijven. Terwijl wij niet af kunnen zijn, uw Hoog Edelheeden dank te betuijgen, voor de gunstige approbatie van de aanlegging der Expeditie na de Papoese Eilanden, hebben mij teffens de eer uw Hoog Edelheeden diesweegens te communiceeren, dat de Pantchiallang het Haasje, die de snuffelaar tot versterking was nagesonden, dit vaartuijg niet heeft kunnen aantreffen, wes„ „halven de gezaghebber van Eerstgemelden Bodem Daniel van Waningen, ingevolge de aan hem gedemandeerde ordre, de bekruissing rondom het eiland Halmaheira hebbende gedaan, op den 6: october amn: Passa gekoomen. Bij een bekrigt van derstuurlieden waeken en Pietersz: is ons gebleeken, dat eerstgemelde onderstuurman gen aller vlijt en seemanschap heeft gebruijkt, vanW Eijlanden, ingevolge zijn Instructie, te bezeilen, om oogmerk door de hinderlijke stroomen niet dog heeft kunnen volvoeren. Gelijk hem van waningen op dien togt ook geene bijsondere voorvallen zijn ontmoet, eenig„ „lijk in zijn Journaal verhaalende hoe de Inlanders op zommige plaatsen van Halmaheira hem, en zijne onderhoorigen, voor Engelse Correndraiers hadden aangesien, waar door dien Piloet dikwils de geleegentheijd is voorgekoomen, om noote muscaaten te kunnen koopen of interuilen, voor lijwaeten en andere benodigtheeden. Van welke gebeurtenisse, en van de verdere door hem ont„ „dekte morshandel in specerijen, die door die van Ma„ „ba, en andere plaatsen werd gepleegt, hij een omstan„ „dig en beëëdigd Relaas heeft gegeeven; welk Papier, be„ „nevens het Berigt van waker en Pietersz: ter gemee„ „ne Resolutie van den 18: November anni Passati, is geinsereert, weshalven wij ons daar aan alle eerbied gedragen Voorts hebben wij in onse aparte bij Een koomist van den 19:e october bevoorens goetgevonden, om op hoope van ap„ „probatie van UW Hoog Edelheeden genoegen te neemen in van Waeningen's gedaane verantwoording van Eenige aan hem medegegevene en verbruijkte Lijwaeten en ammu„ „nitie Goederen, en teffens beslooten om gemelde goede„ „ren bij de Negotie boeken te laaten afschrijven; dog daer en teegen door hem wederom in 's compagnies Pakhuij„ „sen te laaten afgeeven zodaenige te rug gebragte goe „deren 93
English
goods, as specified in the separate Resolution of the last-mentioned date. Likewise, on that day we also had refunded to van waeningen the sum of five Rijksdaalders, in satisfaction for two pieces of chintz lining, for which linen he had purchased from the natives, as proof of illicit trade, about five pounds of nutmegs, which spices were first examined and subsequently burned according to the order during the meeting, along with two other parcels of that crop, also consisting of nutmegs, mace, cloves and wild cloves, which had been brought here partly by the former commissioners Hemmekam and waker, and partly sent over here from cauw by the extirpators Freij and Strenske. The pantjallang de snuffelaar also arrived back safely, and without the loss of any person, at this roadstead shortly after the Haasje, or on the 7:e october from the Expedition out of the Papuan islands, which, considering the pernicious air of the Papuan or outer islands of Nova Guinea, is to be considered a great stroke of good fortune. Deliberating at the session of the 19: october anni Passati on the proceedings of the commissioners of that Expedition, Hemmekam and waker, it appeared to us from the notes kept by them and showed that they had followed the orders of this Government as far as practicable; although in our opinion they should have prevented in the strongest terms the appointment of the son of the banished petty king of Saijlolo as Capitain lauwt and chief of that Negorij, to which he was elevated by the Radja Moeda of Tidor, without it appearing that the said commissioners took any trouble to dissuade this Prince from that Promotion. We would therefore also have liked to have seen the Tidorese, who had landed on the island of waargeeuw in sight of our people with a considerable force of 1200: men to attack the Rebels of Patani and Gebe there in their Bentings, carry out this intention, and that the commissioners had urged the Young king to do so by every conceivable means, since at that time the finest opportunity presented itself to eradicate these pirates as well as their hiding places, and finally to punish them deservedly for their committed misdeeds, without one having ought to think of granting forgiveness under these present circumstances. For although the commissioners indicate that the mutineers humbly sued for mercy and submitted to the oft-mentioned crown Prince of Tidor, it is nevertheless unthinkable that these ruffians had a sincere intention to reform themselves and renounce their piracies, but it is even far more likely that their submission occurred rather out of fear of the danger that hung over their heads at that time, and thus with the aim of escaping from the hands of their assailants. It appears moreover from the notes of the commissioners that the young king of Tidor also on other occasions during the expedition displayed far too great an indulgence and misplaced
Dutch transcription
goederen , als bij de apparte Resolutie van laastgemelden datum staan gespecificeert. den Gelijk wij ten dien daege almeede aan Somma van van waeningen hebben laaten resti twee p„s voer chitsen vijf Rijksdaalders, in voldoening bewijs van den Sluijkhandel voor welk Lijwaat hij tot dje met circa der inlanders, had ingek specerijen Eerst vijf Ponden Notemus ge=examineert en vervolgens gedurende de vergade„ „ring na de order zijn verbrand, met nog twee andere partijen van dat gewas, meede bestaande in noote mus„ „caten nagelblaeden, moernagelen en wilde nagelen, die alhier gedeeltelijk door de gewesene commissianten Hemmekam en waker waaren aangebragt, en gedeelte„ „lijk door de Exstapateurs Freij en Strenske herwaards van cauw waeren overgesonden. De pantjallang de snuffelaar is kort na het Haas„ „je, of op den 7:e october van de Expeditie uijt de Papoese eilanden ook wederom behouden, en zonder verlies van eenig mensch, te dezer rheede gearriveert, het geen aangesien de verderffelijken lugt der Papoese of voor- eilanden van Nova Guinea, voor een groot geluk is te reekenen. Tersessie van den 19: october anni Passati over de ver„ „rigtingen van de commissianten dier Expeditie Hemme„ „kam en waker besoigneerende, quam ons uit dersel„ „ver gehoudene aanteekeningen en blijken dat zij de ordres deser Regeering zoo veel doenlijk hadden opgevolgt; hoewel zij onzes bedunkens op het krag„ „tigste hadden moeten verhinderen, de aanstelling van den zoon van het verbannen koningje van Saijlolo, tot Capitain lauwt en hoofd van die Negorij waar toe hij door den Radja Moeda van Tidor is verheven, zonder dat het blijkt dat genoemde commissianten hun werk hebben gemaakt om deesen Prins die Promotie afte„ „raden. Wij hadden dus ook gaarn gezien dat de Tidoreesen, die in het gezigt den onsen, met een aanzienelijke magt van 1200: man op het eiland waargeeuw geland waaren om de Rebellen van Patani en Gebe aldaar in hunne Ben„ „tings aan te lasten, dit voorneemen ten uijtvoer hadden gebragt, en dat de commissianten den Jongen koning daar toe, door alle bedenkelijke middelen hadden aangeset, vermits zig te dier teijd de schoonste gelegentheijd op deed, om deeze zeeschuimers, zoo wel als hunne schuilnesten uijtteroeijen, en eindelijk eens voor hunne gepleegde Euveldaeden na verdien„ „sten te straffen, zonder dat men in deeze tijds omstandigheeden op het verleenen van vergiffenis had behooren te denken. Want hoewel de commissi„ „anten te kennen geeven, dat de muiters demoedig om genade verzogt, en zig aan meermelden kroon Prins van Tidor hadden onderworpen, zoo is het egter niet te denken dat dit geboefde en opregt voorneemen heeft gehad om zig te beteren, en afstant te doen van hunne roverijen, maar het is zelfs veelwaarschijne„ „lijker, dat hunne onderwerping Eerder is geschiet uit vreese voor het gevaar dat hen te dier tijd over het Hoofd hing, en dus met oogmerk om te ontkoomen uijt de handen van haare bespringers. Het blijkt daar en booven uijt de aanteekeningen der commissianten, dat de jonge koning van Tidor ook bij andere geleegentheeden gedurende de togt, eene al te groote inschikkelijkheid en qualijk waar geplaatste 95 F
English
misplaced generosity, he did not use against the rebels, whom the Tidorese, if they had acted rightly together with the aid of our men, could have inflicted such damage and defeat that they would have been deprived of the power to undertake new predatory raids for the first few years. Instead of this, the young King cast to the wind the commissioners' warnings not to proceed so readily to granting pardons and amnesty, doing so each time under very frivolous pretexts. When addressed on this matter in our assembly on 18 January, he likewise sought to defend himself regarding this misdeed with very far-fetched excuses, which clearly showed that he had resolved stubbornly to conceal his negligence. In our opinion, even he, as well as his subordinates, showed only an outward appearance of goodwill, but in fact gave sufficient proof that they had no desire or intention to attack the rebels, or to take anything essential in hand for the promotion of common interests. Thus, from the conduct the Tidorese displayed during this expedition, one may rightly conclude that they would have provided little or no assistance to our men, but would even have left them in the lurch if they had undertaken any attack against the enemy. Furthermore, the young King, having promised to the commissioners Hemmekam and Waker to compensate the losses suffered by the unfortunate gunner Paulus Schaar out of the fine of thirty slaves that he had imposed on the petty King of Weedgeeuw for the prohibited purchase of two abducted persons, has so far failed to fulfill that promise. And notwithstanding that we have likewise urged that Prince to do so, we nevertheless have little expectation that anything will come of this restitution. The only resolute act of duty performed by the young King, in our judgment, consists of the execution carried out on six Patani people, who had incited the people of Jailolo to undertake predatory raids and were therefore beheaded by his order, after the aforementioned settlement of Jailolo had shortly before been burned to ashes, because the inhabitants of that place had allied themselves with the rebels of Patani and Gebe, and were complicit in various robberies. We also deem it useful to report to Your Right Nobles that during the journey the commissioners learned from natives that a foreign European trader had been at Gebe, who had purchased spices and their seedlings there. This, we think, was a French ship, and indeed the very same whose arrival at Gebe in the year 1770 was reported by Ensign Gebhard and by the King of Tidor, as we have already mentioned in our dispatched general advices of 12 August of last year and 27 May of this year. The aforementioned commissioners also learned from some Papuan petty kings that shortly before their arrival, an English ship had lain at anchor at Djoeffi [illegible] slaves [illegible] 97
Dutch transcription
geplaatste goeder lierontheijd, heeft gebruijkt niet de Rebellen, die de Tidoreesen, zoo ze het regt hadden gemeente, met behulp der onsen, gevoerge Scha „de en neederlaag hadden kunnen toebrengen, dat hun de magt wel zoude zijn benomen, oe de Eerste jaeren wederom nieuwe rooftogten te onderneemen In steede van dien heeft de Jongen koning der com„ „missianten vermaeningen, om zoo ligt niet tot het verleenen van Pardons en annestie over te gaan, telkens onder zeer frivole voorwendselen, in de wind geslaagen gelijk hij daar over op den 18: janu„ ariij in onze vergadering zijnde aangesproken, zig meede weegens dit wanbedrijf met zeer vergezogte uijtvlugten heeft zoeken te verdeedigen, die duijdelijk te kennen gaven dat hij voorgenoomen had om zijn ver„ „zuim hardnekkig te ontdekken. zelfs hij zoo wel als zijne onderhorigen, onzes bedunkens, eenelijk Eeni„ „ge uitterlijke schijn van welmeendheid betoont, dog in der daad genoegsaeme blijken gegeeven dat zij geen lust of intentie hebben gehad om de Rebellen aantelasten, of iets weesentlijks tot bevordering der gemeene belangen bij der hand te neemen, zoo dat men uit het gedrag dat de Tidoreesen geduurende dezen Togt hebben gehouden, met regt mag besluijten, dat zij de onzen weinig of geen hulp zouden hebben beweesen, maar zelfs het spits hebben laaten af„ „beijten, indien zij eenigen aanval tegens den vijand hadden ondernomen. Meermeede jonge koning aan de commissianten Hemmekam en waker belooft hebbende om de geleedene schaede van den ongelukkigen busschieter Paulus Schaar te voldoen uit de boete van dertig slaaven die hij het Koningje van Wee#geeuw wegens den verboden inkoop van twee geroofde menschen had op„ „gelegt, is tot nog toe in gebreeke gebleeven om aan die belofte te voldoen, en niet tegenstaande wij dien Prins toe meede hebben aangespoort, hebbij wij egter weinig gedagten dat van deeze restitutie iets zal komen. De eenigste cordate acte van devoir die door den Jongen koning is verrigt, bestaat na ons oordeel in de gepleegde straf oeffening aan ses Pattaniers, die het volk van Tailolo tot het onderneemen van rooftogten hadden aangezet, en diesweegens op zijn bevel zijn onthooft, na dat evengenoemde Negorij sailolo kort bevoorens in de asse was gelegt, uit hoofde de inwoonders van die plaats zig met de rebellen van Pattani en Gebe hadden verbonden, en medepligtig waaren aan diverse roverijen. Nog agten wij dienstig uw Hoog Edelheeden te berigten, dat de commissianten gedurende de reize van inlanders hebben vernoomen, dat 'er een vreemde Europeese handelaar te gebe was geweest, die aldaar specerijen en derselver Planties had inge„ „kogt. Het geen wij denken dat een Fransschip is geweest, en wel het zelve wiens aankomst te gebe in den Jaare 1770: door den vaandrig Gebhard, en door den koning van Tidor is bedeelt; zoo als wij daar van reets bij onse afgegaane gemeene advijzen van den 12:' augustus van het gepasseerde, en 27: Meij dezes Jaars hebben gewag gemaakt. Ook hebben meermelde commissianten van eenige Papoese koningjes vernomen, dat kort voor hunne komst een Engels schip te Djoeffi, ten anker had slaaven geleegen 97
English
situated, in order to purchase lories and spices from the people of Sailolo, which ship, according to the statement of some escaped Boeroenese, was said to have intended to sail to China. Just as in the report of the commissioners, as evidence of the continual voyage of the English nation to these regions, mention was also made of a certain English inscription carved into a tree on the island of Batenta, in proof that the said nation also called at that island in the year 1769. The further circumstances, occurrences, and discoveries that happened and were made during this expedition are described so circumstantially in the commissioners' journal and in the separate resolution of 19 October of the past year that we take the liberty respectfully to refer to those papers, giving notice that in the just-mentioned resolution some points were noted by us, serving as proof of the utility and advantage that has flowed from the completed Papuan expeditions, in the hope that these notes may receive your High Noblenesses' approval. While we, in order to avoid prolixity, shall here only make mention of a certain important article concerning the propagation of spice trees, which was observed by us during the reading of the above-mentioned daily register, from which one might conclude that on the so-called Papuan islands no cloves or nutmegs grow, but indeed on Onin or Woni, situated on the mainland of Nova Guinea where nutmegs fall, on which account that place is heavily frequented by the Ceramers and the Papuans of Misoool who buy these fruits there in order to trade them again to Buginese and others. For the further elucidation of this article, we take the liberty to add here how the commissioners discovered that the cloves which are alleged to grow on the islands of Sopij and Djoeffi, situated near Salwatti, are not of the genuine kind, but wild cloves, and of not the slightest use, as we also found upon examination of a sample of these fruits that was brought hither by the commissioners, and observed that they agreed completely with the description that Mr. Valentijn gives of this kind of wild cloves in his work Oud en Nieuw Oost-Indiën, Volume III, Page 196. On the return from the Papuan Islands, our men, as appears from their journal, with the assistance of the Tidorese on Poelo Pisang, in the space of three days destroyed a number of 503 fruit-bearing and 1,357 young nutmeg trees, after which they, according to the commissioners' account, had to cease that work on 28 September of the past year due to a shortage of provisions among the natives, notwithstanding they testified that there was still much to destroy there; at the same time making known how they had learned from a certain native that on the largest of the Poeloe Kakeks, situated about 2 miles to the south of Poelo Piesang, many spice trees also grew, which the increasing
Dutch transcription
geleegen, om Loerijs en specerijen van die van Sailolo inte koopen, welk schip volgens opgaeve van eenige gevlugte Boeroneesen de wil zouide hebben gehad na China te vaaren. o Gelijk bij het Berigt der commissianten, tot een blijk van de gedurige art der Engelse natien na deese gewesten, meede gewag werd gemaekt van seker Engels opschrift op het eiland Batenta in een boom gesneeden, ten bewijze dat genoemde natie in den jaare 1769: meede op dat eiland is aan„ „geweest. De verdere omstandigheeden, voorvallen, en ontdek„ „kingen, die geduurende dezen togt zijn gebeurt en gedaan, zijn bij der commissianten Iournaal, en bij de aparte Resolutie van den 19:e october des ge„ „passeerden Jaars zoo omstandig beschreeven, dat wij de vrijheijd neemen ons Eerbiediglijk aan die Papieren te refereeren, onder te kennen geving dat bij Even„ „gemelde Resolutie eenige Poincten door ons zijn genoteert, dienende tot bewijs van het nut en voordeel dat uijt de volbragte Papoese Expe„ „dikies is voortgevloeit, in hoope dat deese aan„ „teekeningen uw Hoog Edelheedens goedkeuringe zullen mogen wegdragen. Terwijl wij, tot vermijding van Proliciteit, hier maar eenelijk gewag zullen maaken van zeeker important artikel, de voortteeling van spece„ „rij boomen betreffende, het geen door ons is aan„ „gemerkt bij de lecture van bovengenoemd Dag„ „register, waar uijt men zoude moogen besluij„ ten, dat er op de sogenaamde Papoese eilanden geene nagulen off nooten groeien, maar wel op onin of woni geleegen aan de vaste wal van Nova Guinea daar Noote muscaten vallen, al„ waarom die plaats sterk bevaaren werd door de genammers, en de Papoeen van Mijoual die deeze gten aldaar inkoopen, om ze aan Boegineesen anderen wederom te verhandelen. Tot verdere elucidatie van dit artikel, neemen wij de vrijheijd hier nog bij te voegen, hoede commis„ „sianten ontdekt hebben dat de Nagelen, die men voor„ geeft dat op de bij salwatti geleegene Eilanden Sopij en Djoeffi zouden groeijen, niet van de egte zoort, maar wilde Nagelen, en van geen het minste gebruik zijn, gelijk wij bij Examinatie van een monster dier vrugten, dat door de commissianten herwaards is gebragt meede hebben bevonden, en ontwaard dat dezelve volkoomen over Een quamen met de beschrijving die de Heer valentijn van dit zoort van wilde- nagelen doet, in zijn werk van oud en Nieuw oost Indien III: Deel Pag: 196: In de te rug koomst uit de Papoese Eilanden, hebben de onzen blijkens derselver Journaal, met be„ „hulp der Tidoreesen op Poelo Pisang, in den teijd van drie daegen vermelt Een getal van 503: vrugten en 1357: tel Noteboomen, waar na zijlieden, volgens der commissianten verhaal, dat werk op den 28: september anno Passati hadden moeten staaken, weegens ge„ „boek van mondspijs onder den inlander, niettegen„ „staande zij getuijgden dat aldaar nog veel te des„ „trueeren viel: Teffens te kennen gevende, hoe zij van zeekeren Inlander hadden vernoomen, dat op het grootste der Poeloe Kakeks, circa 2: mijlen uit Luijden van Poelo Piesang geleegen, meede veele specerij boomen groeiden, het geen de toenee„ van 99 mende
English
increasing sickness among their people had prevented them from investigating further. And since it has appeared to us from the acts that the spice crop is unusually proliferating on the aforementioned island of Poelo Pisang, we have resolved at the aforementioned session of 19 October of the past year, in conformity with a resolution adopted in this regard in the year 1763, to have the aforementioned island visited once every five years and cleared of spice trees or their sprouted shoots, with the intention of commencing this work as soon as a favorable opportunity presents itself, and then at the same time to have the Poelo Kakeks searched and to destroy the spice crop that might be found there. The truth of the statement regarding the number of the aforementioned spice trees on the aforementioned island of Poelo Pisang has been confirmed under oath by the first commissioner Hemmekam, who was present at that work, as well as by the lesser extirpators, whereupon we have seen fit in our aforementioned meeting of 19 October to approve the account submitted by the commissioners, with the exception of some munitions of war and armory goods listed therein, which were provided by him for the use of the Radja Moeda, wherefore we have caused the recognition account of the king of Tidor to be debited for the amount of these goods, for a sum of 43: 38:— rix-dollars. Just as we have also granted them, alongside the soldiers who helped extirpate Poelo Pisang, the enjoyment of the board money that was still owed to them, as well as the satisfaction of three pieces of bunting, along with some provisions, which are specified in the aforementioned separate resolution of the 19th, and which the said commissioners testify to have consumed for the preservation of the health of their subordinates, [illegible] of the services rendered to them by the natives. Although the extirpation of Poelo Pisang was of very short duration, it nevertheless gave occasion to the young king of Tidor to request in our meeting on 18 January that the Tidorese who had performed that work with our men might be granted the gratuity that they had enjoyed during the last spice inspection carried out there in the year 1763; which request we at first absolutely rejected, on the grounds that they had been engaged in extirpating there for only three days, and that the eradication was by no means brought to an end. Yet the prince made such strong entreaties on this matter to be allowed to enjoy this gratuity presently, under the promise that if it were now provided in advance, those of his nation would also at all times be ready to finish this extirpation work further with our men as soon as it should suit this Council to let the expedition thither proceed again: that we finally, on this condition, condescended to the delivery of the requested gratuity of 150 rix-dollars in cash, 16 pieces of ordinary Guinees [illegible]
Dutch transcription
toenemende zoekte onder hun volk ben belet had nader te onderzoeken. En dewijl ons uit de acta gebleeken, dat het specerij gewas ongemeen meld eiland p Poelo Pisang voortgroeit, hebben ter meermelde mij sessie van den 19: october anni Passati beslooten om in conformite van eene Diesweegers genomene Resolutie in den Jaare 1763: meermeld' eiland om de vijf vaaren Eens te laten visiteeren, en vande spece „rij boomen of derzelver opgeschootene spruities zui„ „veren, met voorneemen om zoo dra de gelegent„ „heijt zig daar toe gunstig op doet, met dit werk een aanvang te maaken, en dan met eenen de Poelo Kakeks te laaten doorsoeken, en't specerij gewas, dat aldaar mogt werden gevonden, te vernielen. De waarheijd der opgaeve van 't getal der vermelde specerij boomen op meermeld eiland Poelo Pisang is door den Eerste commissiant Hemmekam, die bij dat werk Praesent is geweest, soo wel als door de mindere Exstirpateurs, met Eede bevestigt, waar op wij in meermelde onze zamening van den 19: october hebben goetgevonden, der Commissianten ingediende Rekening te approbeeren, uijtgesondert eenige daar bij opgebragte ammunitie van oorlog en waepenkamers goederen, die door hem tot gebruijk van den Radja Moeda waaren verstrekt, alwaarom wij de Recognitie Re„ „kening van den koning van Tidor met het bedra„ „gen dezer goederen hebben laaten belasten, voor eene somma van Rijksdaalders 43: 38:—: Gelijk wij hen benevens de Militairen, die Poelo Pisang hebben helpen Exsticipeeren, meede hebben toegestaan het genot van het kostgeld dat zij te goed hadden behouden, zoo wel als de voldoening van drie Pees vlaggedoeken, benevens eenige provi„ sien, die bij meermelde aparte resolutie van den 19: gespecificeert, en die genoemde com„ ten betuigen te hebben verbruikt tot behou„ mis de gesontheijt hunner onderhoorigen, „den gelding der diensten die hen door de Jnlan„ „ders zijn beweesen. Hoewel nu de Exstirpatie van Poelo Pisang, maar van zeer korten duur is geweest, heeft de„ „zelve dog aanlijding aan den Jongen Koning van Tidor gegeeven om op den 18: januarij in onse vergade„ „ring te verzoeken, dat aan de Tidoreesen die dat werk met de onzen hadden verrigt, het douceur mogt werden toegelegt, dat dezelve bij de Laaste aldaar volbragte specerij visite in den jaere 1763: hadden genooten; Welk verzoek wij in 't Eerst vol„ „strekt van de hand hebben geweesen, uit hoofde dat men aldaar maar drie daegen met Exstirpaer„ „ren was bezig geweest, en dat de uitroeijing op verre na nog niet was ten einde gebragt. Dog de prins deed hier op zulke sterk instanties om dit Douceur tegenswoordig te moogen genieten, onder belofte, dat wanneer het zelve nu voor uit wierd verstrekt, die van zijne natie dan ook ten allen stonde gereets zouden zijn om dit Exstir„ „patie-werk met de onsen verder te voleindigen, zoo dra het dezen Raad maar gelegen zoude koomen de Togt na derwaards weder voortgang. te laeten neemen: dat wij eindelijk op deze conditie hebben gecondescendeert in de afgaeve van het verzogte douceur van rd„s 150: in contanten, 16: P„s Guinees gemeen tegoed 101
English
and bleached coast cloth, and half a legger of arrack, in the hope that Your High Nobilities will favorably please to approve this advance provision. And since we have been obliged to postpone the extirpation of Pela Pisang until now due to the weakness of our garrison, we shall make a start with it as soon as the Ternate district on Halmahera has been completed by the commissioners Freij and Strekke, together with their subordinates. While on this occasion we take the liberty to inform Your High Nobilities of how a lack of military personnel has also kept us from proceeding with the spice expedition to the districts of Gebe, Maba, Weda, and Pattani, since it would have been far too hazardous to undertake such an expedition with a commando of 20 or 25 soldiers, which at most we could have employed for that purpose, to a region whose inhabitants must practically be regarded as open enemies. For which reasons we decided on the aforementioned date to suspend this inspection for the time being, and regarding this to await the further orders and arrangements of Your High Nobilities. The proposal made by the young king on 20 January to the first undersigned to serve as head on the Tidorese side in the event an extirpation expedition to the above-mentioned districts should be mounted, could not divert us from this decision. For all the motives and pressing arguments he brought forward as advice for undertaking this commission were found, after mature examination, to have been dictated to him. For however much he sought to demonstrate his sincerity through the proposal made, we are nevertheless of the opinion that he particularly intended thereby, as it were, through the disclosure made of the roguery of these natives, both to gain a good name and trust with Your High Nobilities, and at the same time through this channel to obtain a gift commensurate with the service he would deem to render to ours by his presence at that work, and which, according to the insatiable nature of the Tidorese nation, would be measured broadly enough. Both for the cited reasons and because of the further considerations raised at the meeting of 20 January and very extensively described in the secret resolution of that date, we cannot in good conscience advise Your High Nobilities to consent to the proposal of the Radja Moeda, or to employ the same in this commission; notwithstanding that we judge our duty requires us most respectfully to hold before Your High Nobilities the great necessity to undertake the work of extirpation, the sooner the better, with a more than ordinary force and equipment, in the lands of Pattani, Maba, and Weda that are filled with spices, whether with or without the assistance of the Tidorese crown prince. Because the predatory and mutinous inhabitants of the mentioned places now conduct practically open trade.
Dutch transcription
n gebleekt cust, en een halve legger Arak, in geme hopen dat Uw Hoog Edelheeden deeze voorueitWenstrekking gunstig zullen gelieven te approbeeren En vermits wij de Estirpatie van Pela Pisang, tot heeden toe weegens de zwakheit van ons gaanizoen hebben moeten uitstellen, zullen wy daar meede een begin maken, zoo dra het Ternaatse destrict op Halmahera, door de commissianten Freij en strek„ „ke benevens hunne onder rigen zal zijn afge„ „werkt Terwijl wij deeze occasie de vrijheit nemen UW: Hoog Edelheeden te verwettigen, hoe gebrek aan mili„ „tairen ons ook heeft wederhouden, om de specerij togt na de destricten van Gebe, Maba, Weda en Pattani voortgang te laaten neemen, vermits het al teveel gehazardeert zoude zijn geweest, om met een commando van 20: of 25: militairen (die wij daar toe op zijn hoogst zouden hebben kunnen emploijeeren:) dusdaenigen togt te onderneemen, na een landstreek, welkers inwoonders genoegzaam als openbaare vijanden dienen aangemerkt te werden. Om welke reedenen wij op meermelden datum hebben beslooten, deze visitatie voor Eerst op te schorten, en hier ontrent de nadere ordres en schikkingen van uw Hoog Edelheeden aftewagten. De propositie die de jonge koning op den 20: ja„ „nuarij aan den Eerstgeteekenden heeft gedaan, om van de Tidoreese kant als hooft te fungeeren ingevalle Een Exstirpatie togt na bovengemelde districten mogt werden aangelegt, hebben ons van dit besluit niet kunnen diverteeren, want alle motiiren, en drang reedenen die hij in't werk heeft gestelt, raad tot het onderneemen van deese commissie zijn na rijp onderzoek bevonden hem door gedicteerd te zijn, want hoe zeer hij ook de agt heeft zijne welmeenentheijt door den gedaenen get voorslag aan den dag te leggen, zijn wij Egter van gevoelen dat hij inzonderheit heeft bedoelt om zig, als 't waare zoo wel daar door de gedaane ontdekking van de schielmerijen dezer Inlanders, een goede naam en ver„ „trouwen bij Uw Hoog Edelheden te verwerven, en om teffens door dit canaal een geschenk te verkrijgen overeenkomstig met den dienst die hij de onzen, door zijne Praesentie bij dat werk zoude oordeelen te bewij„ „sen, en die na den onsnijden den aart der Tidoreese natie, breed genoeg zoude uitgemeeten worden. zoo wel om de aangehaalde redenen, als weegens de ver„ „dere Consideratien die ter bijeenkoomst van den 20:e Januarij zijn geoppert en inde secreete Resolutie van dien datum zeer breedvoerig beschreeven, kunnen wij Uw Hoog Edelheeden in gemoede niet aanraeden, om in den voorslag van den Radja Moeda te bewilligen, of den„ zelven in deeze commissie te Emploijeeren; niettegen„ „staande wij oordeelen dat onse Pligt vereischt UW Hoog Edelheeden op het Eerbiedigste voortehouden de groote noodzaekelijkheijt om het Exstirpatie werk, hoe Eerder hoe liever met een meer als gemeene magt en toerusting, in de met specereijen vervulde Landen van Pattani Maba en Weda te onderneemen, het zij met of zouden assistentie van den Tidoreesen kroon Prins. Dewijl de roofzugtige en muitzieke inwoonders van gemelde Plaatzen, thans genoegzaam openbaarden motiven handel 103
English
in case it might please Your High Honors to approve our proposal to trade in the spice crop, it is not likely that they will look favorably upon the extirpation of the aforementioned fruit trees on their lands in this region, much less assist our men in that work. On the contrary, it is far more likely that they will exert all their efforts to prevent the extirpation either by cunning or by force. In such a case, these rebels, in our opinion, ought to be compelled by force of arms and finally punished, both on account of their smuggling and on account of the numerous raids and misdeeds with which the Papuans are charged, but which are mostly and chiefly committed in the Ambon district by the peoples of Pattani and their neighbors. Since the King of Tidore has often denounced these subjects of his as rebels and apostates who refuse to listen to his orders, he could reasonably have no objection against such a military expedition and against the chastisement of these peoples, after which the destruction of spice trees there could be carried out with tranquility and ease. We take the liberty respectfully to note that such an expedition, according to our thoughts, could be executed with fortunate success with a force of two hundred European soldiers and seamen, together with one hundred and fifty Macassar or Balinese soldiers, led by capable officers, in two well-armed barks and just as many smaller vessels; which armada we could reinforce here with the available force according to the pleasure of Your High Honors, in case it might please Your High Honors to approve our proposal. With regard to the complaint of the Ambon government concerning the continuation of the illicit voyages of the Tidorese to Ceram, and the continuous raids of the Papuans and Tobelorese against the Buruese and their lands, we respectfully communicate that the Kings of Ternate and Tidore, upon the representations and complaints made to them against these subjects of theirs, have promised to resist and punish their misdeeds to the best of their ability; which we shall also impart to the said ministers at the first opportunity. Pursuant to Your High Honors' esteemed recommendation, our attention remains constantly fixed upon the extirpation work, and we strive as much as possible to have this weighty work performed without cessation. Meanwhile, we take the liberty to inform Your High Honors that the inspection of the Bachian Islands, under the supervision of Sergeant Agaats, ended on 9 October of the past year, which non-commissioned officer reported on his activities on the 19th of that month, demonstrating that there were eradicated on the said islands 1262 bearing and 86271 young clove trees, together with 17507 bearing and 41773 young nutmeg trees, or in total an uncommonly large number of 146813 spice trees of various kinds, all of which were felled during the time that the extirpation work there, since the departure of Ensign Rokzien, was performed solely under the supervision of the said Sergeant Agaats.
Dutch transcription
gevalle het Hoogst dezelve mogt behaegen onzen voorslag handel drijven met het specerij gewas, zoo is het niet waarschijnlijk dat zij de remel noemde vrugt boomen op hunn landen in deze con n van met goede oogen zullen aanzien, veel wien de onzen in dat werk assisteeren: maar het i veeleerder te denken dat zij alle hunne kragten zullen inspannen om de Erstikpatie het zij met list of met gewelt te verhin„ „deren, In zulken gevalle behoorden deze rebellen, onzes eragters, met gewelt van waepenen gedwongen en eindelijk eens gestraft te werden, zoo wel weegens hun sluikhandel als weegens de menigvuldige rooftogten en euveldaeden waar meede de Papoeen betigt, maar die meerendeels en voornamentlijk in het Ambonse res„ „sort, door de volkeren van Pattani en haare nabeuren werden gepleegt. Dewijl Tidors koning deze zijne onderdaenen dikwils voor rebellen en afvalligen heeft uijtgekreeten, die na zijne ordres niet wilden luisteren, zoude hij billijker wijze niets tegen dusdanigen krijgsexpeditie, en tegens de tugtiging de„ „zer volkeren kunnen inbrengen, waar na de vernieling van specerijkoomen aldaar met gerustheit en gemak zoude kunnen geschieden. Wij neemen de vrijheit eerbiediglijk te noteeren, dat diergelijke Expeditie na onze gedagten, met een geluk„ „kig succes uitgevoert zoude kunnen werden met een magt van Twee hondert Europeese militairen en zeevaarenden, benevens Hondert en vijftig Maccas„ „jaarse of Balijse soldaten, door bequame Hoofden aangevoert, in twee welgewaepende Barken, en Eeven zoo veel kleindere vaartuigen: welke armade wij alhier, met de aanhanden zijnde magt, na het goedvinden van uw Hoog Edelheeden zouden kunnen versterken, inge men. Met betrekking tot de klagte van het Ambonse sterium, over de continuatie der ongepermitteerde Men van de Tidoreesen na ceram, en van de geduurige stroperijen der Papoeen en Tobilders op de Boeroneesen en hunne landen, laaten wij tot Eerbiedige Communicatie dienen, dat de koningen van Ternaten en Trdor ons op de gedaene vertoogen en klagten tegens deze hunne onderdaenen belooft hebben derzelver enveldaeden na hun uitterste vermogen te zullen tegengaan en straffen: het geen wij gemelde Ministers bij de Eerste geleegentheit meede zullen bedeelen. Ingevolge uw Hoog Edelheedens gevenereerde recom„ „mandatie, blijft onze attentie steeds op het Exstirpatie werk gevestigt, en wij bevlijtigen ons zoo veel mogelijk is om dit gewigtig werk zonder ophouden, te laaten verrig„ Terwijl wij de vrijheit neemen uw Hoog Edelheeden te verwittigen dat de visitatie der Batchianse Eilanden, on„ „der het opzigt van den sergiant Agaats, den 9: october anni Passati is ge=eindigt, welke onderofficier op den 19:e dier maand van zijne verrigtingen rapport deed, en aantoonde, dat 'er op gemelde Eilanden waeren. uitgeroeit 1262: vrugt en 86271: tel Nagelboomen, benevens 17507: vrugt en 41773: tet Nooteboomen, of in't geheel een ongemeen groot getal van 146813: — specerij boomen in zoort, welke alle waaren omgevelt geduurende den tijd dat het Exstiapatie werk aldaar, zedert het vertrek van den vaandrig Rokzien, onder het opzigt van gemelden sergeant Agaats alleen is verrigt „ten. „ralle Waar 105
English
Whereupon the said commissioner, together with the privates, having taken the oath as to the truth of the stated number of eradicated trees, at the session of 19 October, first of all the board money held due to him and the other military personnel was granted, and subsequently, according to custom, the said commissioner was awarded a sum of 187 Rijksdaalders for the wages of four hirelings, calculated from 1 October 1770 to 9 October 1771. And moreover, it was also resolved to approve the commissioner's submitted current account, and thus to have reimbursed to him a sum of 46 Rijksdaalders and 28 stuivers, which he had spent in excess of the amount of cash provided to him, provided that a sum of 4 Rijksdaalders and 16 stuivers was deducted beforehand, which he had charged in his account for a roll of copper wire given away as a gift, since in our opinion he was not authorized to make gifts of such a nature. Finally, it was also resolved to award to eight burghers and an equal number of laborers, who helped carry out the extirpation work, the earned hire wages of 6 stuivers per day, amounting together to 1147 Rijksdaalders. Ensign Rokzie, together with Sergeant Agaats, having been closely interrogated by us, we could perceive nothing other than that these men reported in good faith the new spice mountains discovered by them, and cleared those places of that fragrant crop as diligently as can be done by human hands in the desolate wildernesses. And Ensign Rokzien also related to us how, on the bank of a running water at a place called the Great River, he had cleared the clove crop, from which the King of Batchian used to have fruits collected, according to the testimony of trustworthy natives who had revealed this to him. It is also very likely that the said king, or other smugglers, obtained these fruits from the hidden spice locations of which Agaats makes mention in his journal. Indeed, one may well establish this as a fact when one observes that the extirpators, upon discovering a new spice location on 19 August of the past year, also detected a path along which the thieves bring this crop down from the mountains to the seashore; notches having been cut into the nutmeg trees on both sides at that place, just as the native is accustomed to do in the coconut trees, in order to gather the fruits more easily in such a manner. Furthermore, we have the honor to inform Your High Nobilities that in the past year the King of Ternate proposed to the undersigned to have the extirpation resumed again in the Cauw district, because a new spice land had been discovered in the uplands of Silleweroeroe, situated between the Cauw river and Tobillo, which had been hidden from the time of his grandfather's death until the present day, and that His Highness undertook to have it eradicated now, for which the monarch requested that Your High Nobilities would not
Dutch transcription
Waar op gemelde commissiantes benevens de gemeenen, voor de waarheit van het opgegeeven getal der uitgeroeide Boomen den Eed hebbende afgelegt is ter sessie van den 19: october eerstelijk aan hem en de verdere militairen geaccordeert, het te goet gehouden kostgelt, en vervolgens, na den gebruike, aangemelden commissiant toegelegt Een somma van 187: Rijksdaalders voor loon van Vier Huurlingen gereekent zedert den 1. october 1770: tot den 9: october 1771: En is daar en booven ook goedgevonden te approbeeren, des commissiants overgelegde Reeke„ „ning courant, en dus aan hem te laaten rembourseeren Eene somma van rd„s 46: 28: die hij booven het bedrae„ „gen van de hem meedegegeevene contanten heeft uijt „gegeeven, mits daar van bevoorens wierd afgetrokken eene somma van 4: rijksdaalders en 16: stuijvers, die hij bij zijne reekening voor Een rol weggeschonken koperdraat heeft opgebragt, vermits hij na onse gedagten niet gequalificeert was, om geschenken te doen van dusdaenigen natuuren. Eindelijk is ook goetgevonden om aan agt burgers en Eeven zoo veel Laboereesen, die het Exstirpatie werk meede helpen volvoeren, toete leggen het verdiende huur „loon van 6: stuivers daags, te zamen ten bedraagen van 1147: rijksdaalders. Den vaandrig Rokzie, benevens den zergiant Agaats naaukeurig door ons, ondervraagt zijnde, hebben wij niet anders kunnen bespeuren, of deze menschen hebben de door hen ontdekte nieuwe specerij bergen, ter goeder trouwe opgegeven, en die plaatzen zoo ijve„ „rig van dat geurig gewas gezuivert, als zulks door menschelijke handen in de Akelige woestijnen kan geschieden. En de vaandrig Rokzien heeft ons ook verhaalte, hoe hij aan den oever van Een Loopend waeter Een plaats de Groote Rivier Genaamt, van het nagel gewas had gezuivert, waar van Batchians koning vrugten pleeg te laaten haalen, volgens het ge„ tuijgenis van geloofwaardige inlanders, die hem zulks hadden geopenbaart. Ook is het zeer waer„ schijnlijk dat gemelde koning, of andere sluik¬ „handelaars, deeze vrugten hebben bekoomen uit de verhoole specerij plaatsen, waar van Agaats bij zijn Dagregister gewag gemaakt. Immers mag men zulks wel vast stellen, als men gade slaat dat de Extirpateurs op den 19: Augustus anni Passati bij het ontdekken van een nieuwe specerij plaats, ook een weg hebben ont„ „waard, waar Langs de dieven dit gewas uit het gebergte, tot aan den Zeestrant afbrengen; zijnde op die plaats aan weerskanten der Nooteboomen ker„ ven gekapt, gelijk den inlander in de klappusboomen pleeg te doen, ten einde de vrugten op zulken wijze gemakkelijker af te haalen. verden hebben wij de Eere uw Hoog Edelheeden te bedeelen, dat de koning van Ternaten in't gepasseer„ „de jaar aan den ondergeteekenden heeft voorgeslagen om de Exstirpatie in het Cauws district weder te laaten hervatta, dewijl in het boovenland van Silleweroeroe, geleegen tusschen de revier Cauw en Tobillo, een nieuw specerijland was ontdekt, 't geen zedert den dood van zijn grootvader tot heden toe verborgen was geweest, en dat zijn hoogheit aannam om thans uittelaeten roeien, waar voor de vorst verzogt dat uw Hoog Edelheeden hem niet En 107
English
would be pleased to consider with a gratuity. The king's proposal having been embraced by us, the ensign Freij, together with the assistant Staenske, departed on the extirpation expedition to the above-mentioned Ternate district on 24 September of the past year with a detachment of 22 soldiers, where they continue that work with reasonably good success, notwithstanding that the troubles between the Ternatans and the Tidorese, and the resulting lack of native extirpators, has somewhat delayed the progress of that work. The said commissioners have been ordered by us to keep an accurate record during the eradication in the above-mentioned concealed spice garden, and especially to describe the situation and the places of that region accurately, since the account they were to give of their proceedings in that area should serve as a guideline for our people in the future. The repeatedly mentioned new spice land having been cleared of that crop in the month of March last, we have thought fit to have the further Ternate districts on Halmaheira, as well as the island of Morotaij, cleared as well on this occasion, with which our people are presently actively engaged, counting on having the work done after the lapse of three months, and having fully completed the extirpation of the Ternate lands, where up to the present day they have eradicated a number of 1064 young clove trees and 9221 fruit-bearing nutmeg trees. Our intention to have the regions of Samolla and Wassele extirpated, in case we were forced to suspend the spice inspection to Maba, Weda, and Pattani, we carried into execution on 8 January, when we sent the ensign Stephanus, together with the bookkeeper Brezee, accompanied by 22 soldiers, to the first-mentioned Tidorese districts, but these extirpators, performing this work there at a time when the hostilities between the Ternatans and Tidorese were at their fiercest, met with much resistance in the beginning, because their Tidorese co-helpers constantly ran away and could not be brought to work out of fear of being ambushed by the Ternate Alfurs. With much effort, however, the extirpation work on Samolla was brought to an end by them; but since the Mabarese, who according to custom must help clear the district of Wassele, have failed to present themselves to our extirpators for that purpose, and even the king of Tidor was not able to bring these subjects of his to their duty, we were indeed forced to recall these men and to postpone the extirpation of Wassele until a further convenient occasion. The said commissioners reported on their proceedings at the session of 21 August, and eradicated on Samolla 458 fruit-bearing nutmeg trees and 2101 young nutmeg trees. Whereupon, the truth of their report having been confirmed by solemn oath, and the common extirpators having taken the oath of faithful conduct, they were granted, as customary, above the ordinary rations, their credited board wages, as well as a sum of 129 rix-dollars on account of eight hirelings whom they had in service for 129 days, over and above an amount of 30 rix-dollars and 24 stuivers which, according to the submitted current account, they spent more than they received. To make the native more willing to work, it was also agreed, upon their strong insistence and following previous examples, to give the chiefs of the Tidorese extirpators as a gift such linens as are made known in the separate resolution of 9 March. Which distribution, having occurred solely for the promotion of this highly necessary work, we hope will be favorably approved by Your High Excellencies. The Governor of Ambon, Mr. van der Voort, and the secunde De Villincure, having informed the first signatory by separate letters, dated 24 May, that the chosen resident of Gorontalo, Reinier Hougue, was short in his administration of the shop there in a sum of 4462 rix-dollars and 8¾ stuivers, we cannot fail to give Your High Excellencies the due notice of this, as well as that, at the request of the said gentlemen, we have inquired accurately whether the honorable Houque had also remitted moneys hither, or brought linens or cash, and being unable to help their honors in this matter otherwise, we shall, upon their insistence, apply ourselves to gradually secure as much as possible in reduction of the debit of the repeatedly mentioned resident. Meanwhile we have already, at the request of those council members, had his pay account, which is charged by the Ambon government for the above-mentioned arrears of 4462 rix-dollars and 8¾ stuivers, entered into the pay books of this government. Finally, we humbly insist that our proceedings may carry the favorable approval of Your High Excellencies; in which hope we have the honor to call ourselves with the deepest awe and high esteem, High Noble, Severe, Highly Esteemed, Valiant, Most Wise, Provident, Discreet, Very Generous Lord and Noble Sirs, Your High Excellencies' most humble and dutiful servants, was signed, P.s J.b Valckenaar and E.s J.b Beijnon. In the margin, Ternate in Castle Orange, 7 September 1772. Agrees, Pied. Hend. Beijnon.
Dutch transcription
met eene gratificatie gelieefden te bedenken Des konings propositie door ons geamplecieerd zijnde, is de vaandrig Freij,„ benevens den assistent staenske, met Een commando van 22:' nliteae den 24: Septem„ „ber anni Passati ter Exsterpatie togt na bovengemeld Ternaats destrict vertrokken, alwaar dezelve dien arbeid met een redelijk goed succes voortzetten, niet „tegenstaande de troubles tusschen de Ternatanen en Tidoreesen, en het daar door veroorzaakte gebrek van jnlandse Exstirpateurs, den voortgang van dat werk eenigermaten heeft vertraagt. Gemelde commissianten zijn door ons gelast om bij de uitroeijing op bovengemeld verholen specerij perk, een accurate aantekening te houden, en voor al om de situatie en de plaatsen dier landstreek naauwkeurig te beschrijven, vermits het narigt dat zijlieden van hunne verrigtingen in dat gewest stonden te geeven, de onzen in het vervolg tot een rigtsnoer zoude moeten dienen. Meermeld nieuw specerij land in de maand Maert Jongstleeden van dat gewas gezuivert zijnde, hebben wij goetgevonden om de verdere Ternaatse districten op Halmaheira, benevens het eiland Morotaij, bij deze gelegentheit ook te laaten afwerken, waar mede de onzen thans werkelijk bezig zijn, staat makende na verloop van drie maanden gedaan werk, en de Exstirpatie der Ternaatse landen velkoomen volbragt te zullen hebben, alwaar zij tot heeden toe Een getal van 1064: Tel nagelboomen en 9221: vrugt Nooteboomen hebben uitgeroeit. Ons voorneemen om de landstreeken van Samolla en wassele te laeten Exstippeeren, in dien wij genoodzaakt wierden de specerij visite na Maba, weda, en Pattani te staaken, hebben wij op den 8: Januarij ter uitvoer gebragt, wanneer wij den vaandrig Stephanus, benevens den boekhouder Brezee, in gezelschap van 22: Militairen naar Eerstgemelde Tidoreese districten hebben gezonden, dog deeze Exstirpateurs dit werk aldaar verrigtende tijd dat de vijandlijkheeden tusschen de Ternatane en Tidoreese, op het heevigste waaren, hebben in den beginene veel tegenstribbelingen ontmoet, door dien hunne Tidoreese meede helvers gedurig wegliepen, en niet aan den arbeid te krijgen waaren, uit vreese van overvallen te worden door de Ternaatse Alfoeren: Met veel moeite is het Exstirpatie werk op Samolla egter door hen lieden ten einde gebragt: dog vermits de Mabareesen, die volgens gebruik het district van wassele moeten helpen zuiveren, in gebreeke zijn gebleeven van zig ten dien Einde bij onze Exstirpateurs te vervoegen, en dat zelfs Tidors koning niet in staat is geweest om deze zijne onderdanen tot hun Pligt te bren„ „gen, zijn wij wel genootzaakt geweest om deze man„ „schap te rug te ontbieden, en de Exstirpatie van Wassele tot een nadere bequame geleegenthait uittestellen Gemelde commissianten hebben ter sessie van den 21:' Augustus rapport gedaan van hunne verrigtingen, en op Samolla uitgeroeit 458: Noten vaugt boomen, en 2101: Noten Tel boomen. Waar na de waarheit van hun Rapport met solemneelen Eede bevestigt, en de Gemeene Exstirpateurs de Eed van trouwe be„ „handeling hebbende afgelegt, is hen na gewoonte, booven de ordinaire randzoenen, toegestaan hun tegoed behouden kostgelt, als meede eene somma van 129: Rijksdaalders, weegens agt Huurlingen, die wierden 109. zij 129: daagen in dienste hebben gehad. booven en behalven een montant van rijksdaalders 30: 24: die zij blijkens ingediende Rekening Courant; meerder uijtgegeeven als ontfangen hebben. Om den Inlander te gewilliger tot den arbeid te maek is ook verstaan om de hoofden der Tidoreese Exstirpateurs op hunne sterke instanties; na voorige Exempelen, tot een geschenk aftegeven, zodaenige lijwaeten, als bij de aparte Resolutie van den 9: Maart zijn be„ „kent gestelt. Welke afgave, die eenelijk tot bevonde„ „ring van dit hoognoodzakelijk werk is geschiet, wij verhoopen dat gunstiglijk door uw Hoog Edelheden zal werden in geschikt. De Heer Ambons gouverneur van der Voort, en den secunde de Villincure, den eersten teekenaar bij aparte letteren, de dato 24: Meij, bedeelt hebbende, dat de geëligeert Gorontaals Residents Reinier Hougue, aldaar op zijne administratie van de winkel te kort was gekoomen, eene somma van Rijksdael„ „ders 4462: 8¾: moogen wij niet nalaten uw Hoog Edelheden hier van zoo wel de verschuldigde ken„ „nisse te geeven, als dat wij ons, op verzoek van gemelde Heeren naauwkeurig hebben geinfor„ „meert of den E: Houque ook penningen her„ „waards had overgemaakt, dan wel Lijwaeten of contanten aangebragt, hebbende, kunnen wij Hun Ed„s in deeze zaak niet anders helpen„ als dat wij ons op hunne instantie zullen bevlij„ „tigen om in mindering van het debet van meer„ „melden Resident, allengskens zoo veel in te pal„ „men als doenlijk zal zijn. Terwijl wij desselfs zol„ dij Reekening, die door het Ambons minis„ Ministerium voor boovengemeld agterstal van Rijks„ „daalders 4462:8¾: is belast, reets op verzoek van die Raadsleeden bij de zoldij Boeken dezes Gouvernements hebben laten innemen. Eindelijk insteeren wij ootmoedig dat onze verrigtin„ ge de gunstige approbatie van Uw Hoog Edelheden mogen wegdragen; In welke hoope wij de Een hebben ons met het diepste ontzag en hoogagting te noemen /:onderstont:/ Hoog Edele Gestrenge Groot Agtbaeren Manhafte welwijze Voorzienige Discreete, zeer Genereuse, Heer en Wel Edel Heeren /:laeger:/ uw Hoog Edelheedens zeer onderdaenige en Trouwschuldige Dienaeren /:was geteekent:/ P„s J„b Valckenaar en E„s J„b Beijnon :/in margine:/ Ternaten in't casteel orange den 7:' september 1772: Accordeert Pied. Hend. Beijnon „terium 141
English
Batavia By the pantjallang of the Chinese Qua Tjanko Register of the Papers which are sent by order of the Right Honorable Sir Paulus Iacob Valckenaer Governor and Director of the Moluccas to Batavia by the Pantjallang of the Chinese Que Tjanko, consigned and addressed to His High Excellency, The Right Honorable, Highly Esteemed Lord Petrus Albertus van der Parra, Governor General, together with the Honorable Lords Councilors of Netherlands India. This Register. No 1: Original secret letter from and to the persons named in the heading of this document, and dated today. 2: A copy of a secret letter written by the governor of Amboina to the governor of these Moluccas, dated the 16th of March 1773. 3: Ditto, in reply to the aforementioned, dated the 7th of May 1773. 4: Extract letter from the government to the Resident of Manado, dated 22nd of May 1773. 5: Translated copy of a letter written by the Emperor of Hullok to the former Governor Munnik, dated anno 1773. At the bottom was written: Ternate in Castle Orange, the 2nd of June 1773. Was signed: F. H. Beijnon, Secretary. Agrees: Fred. Hend. Beijnon To His High Excellency, The Right Honorable, Highly Esteemed, Widely Ruling Lord Petrus Albertus van der Parra, Governor General, Together with The Honorable Lords Councilors of Netherlands India. Right Honorable, Stern, Highly Esteemed, Valiant, Right Wise, Provident, Discreet, Very Generous Lord, and Honorable Lords. From the copy sent to me of Your High Excellencies' secret Resolution of the 26th of November, as well as from the venerated secret letter of the 31st of December of the past year, I had the honor to learn that Your High Excellencies had not only pleased to approve the proposal made by the Governor of Ambon and by me to attack the pirates of Maba, Weda, and Pattani by force of arms in their own hiding places, but that Your High Excellencies had even resolved to enable us to carry out that undertaking by sending the necessary personnel and vessels. Yet, having perceived from Your High Excellencies' providential secret letter of the 29th of January of this year that this expedition could not proceed due to the heavy mortality among the incoming personnel, I shall still await the troops and vessels, it being my sole aim upon the arrival of this force to employ it in accordance with the intention of Your High Excellencies, and to carry out the orders and arrangements given concerning it with the requisite zeal and exactitude. Meanwhile, I take the liberty of informing Your High Excellencies that on the 26th of April last, by a private vessel from Boero, I received a secret letter from the Governor of Ambon, Mr. van der Voort, in which His Honor writes to me that Your High Excellencies had enabled him to execute the aforementioned expedition by sending one hundred soldiers and forty sailors; and as His Honor is under the assumption that the necessary personnel have also been forwarded to me, he requests on that basis to be informed as soon as possible concerning the most suitable time and manner in which the intended military expedition could be carried out with the prospect of a good success; at the same time remarking that the corra corras are not well suited for use in a distant sea voyage without exposing the crews sailing on them to the utmost danger, but that in their place orembaais are to be preferred, such as are used on Amboina in cruising, as they can better weather the sea and are more adroit in paddling and sailing than the clumsy corra corras; wherefore His Honor is of the opinion that if ten to twelve of such orembaais, each armed with two bronze half-pounder swivel guns, together with three pantjallangs and a sloop, manned by one hundred military heads, along with some artillerymen, were properly equipped for war, such a force joined to an equally strong detachment of troops and vessels from this Government would be formidable enough to wage war on the aforementioned predatory nation without fear of succumbing. Mr. van der Voort's letter was promptly answered by me at his request, for the Hulla Bessise monthly prahu being present here when I received His Honor's letter, I had this vessel begin its return voyage via Boero on the 7th of May to carry my reply thither, and from there forward to Amboina. From the copy thereof, which I have the honor to present to Your High Excellencies together with the copy of the aforementioned Ambon letter, Your High Excellencies will be pleased to observe that I notified Mr. van der Voort not to hasten the necessary arrangements for undertaking the expedition, since the remaining behind of one hundred soldiers and sixty seafarers, whom Your High Excellencies had projected for this government to that end, indeed compelled us to postpone the same until Your High Excellencies should have provided me with that promised land and naval force; further giving His Honor to understand that Your High Excellencies would likely notify him in good time of the dispatch of the Ternate detachment, in order to afford His Honor the opportunity to
Dutch transcription
Batavia Per de pantjallang van den chinees Qua Tjanko Register der Papieren, welke ter Endre van den wel Edelen Agtbaeren Heer. Paulus Iacob Valckenaer Gouverneur en Directeur der Molucoos na Batavia werden gezonden met de Pantjallang van den Chinees Que Tjanko, geconsigneert en beschreeven Aan zijn Hoog Edelheid, Den Hoog Edelen Groot Agtbaeren Heere. Petrus Albertus van der Parra, Gouverneur Generaal, benevens de wel Edele Heeren Raaden van Nederlands India. # Dit Register. N„o 1: origineele secreete missive van en aan als in den hoofde dezes gemelt, en gedateerd op heeden „ 2: Een Copia secreete missive geschreeven door den gouverneur van Amboina aan den gouverneur dezer Moluc„ „oos gedateert den 16: maart 1773: _o in antwoord op de Evengemelde gedateerd den 7:e meij 1773:- 4: „ Extract missive van de regeering aan den Resident van Manado gedateert 22: meij 1773:— „ 5: „ Translaat copia missive geschreeven door den Keiser van Hullok aan den oud Gouverneur Munnik, geda¬ „teert A„o 1773: — /:onderstont:/ Ternaten in't Casteel Orange den 2:' Junij 1773: /:was geteekent:/ F„k H„k Beijnon, Secretaris „ 3 „ _„o _„o Uit het aans mij gezonden afschrift van uw Hoog Edelheedens secreete Resolutie van den 26: November, mitsgaders uit de gevenereerde secreete missive van den 31: December van het gepasseerde jaar, heb ik de Eere gehad van te verneemen, dat uw Hoog Edelheeden voorslag door den heer Ambons Gouverneur en door mij gedaan, om de rovers van Maba„ weda en Pattani, gewaependerhant in hunne eigene schuilhoeken aantelasten, niet alleen hadden gelieven goed te keuren, maar dat Hoogst dezelve zelfs hadden beslooten, om ons door de toezending van de nodige manschap en vaartuigen in staat te stellen, om dat voorne„ „men ter uitvoer te brengen. Hoog Edele, Gestrenge, Groot Achtbaere, Manhafte, welwijze, Voorsienige, Discrete, zeer Gene„ „reuze Heer, en WelEdele Heeren. Aan zijn Hoog Edelheijd Hoog Edelen Gestrengen, Groot Agtbaeren Wijdgebiedende Heere Petrus Albertus van der Parra. ƒ Gouverneur Generaal, Benevens De wel Edele Heeren Raeden van Nederlands India. Prede Hend. Beijnon Accordeert D 113 Dog bij uw Hoog Edelh: peowinste: secreetel missive van den 29: Januarij dezes Iaars; ontwaard hebbende dat deze Expeditie door de zwaare sterfte van de uitkoomend man„ „schap geen voortgang had kunnen neemen, zal ik volk en vaartuigen als nog te gemoet zien, zullende bij ver„ „schijning dezer krijgsmagt mijn eenigste doelwit zijn, om dezelve na de intentie van Uw Hoog Edelheeden te Emploijeeren, en de daar ontrent gegevene ordres en schikkingen, met de vereischte ijver en exactitude uit te voeren. Intusschen neeme ik de vrijheid uw Hoog Edelheeden te communiceeren, dat ik op den 26: April Jongstleeden, met een particulier vaartuig van Boero, een secreete brief van den Heer Ambons gouverneur van der Voort, heb ontfangen, waar in zijn Ed: mij schrijft dat uw Hoog Edelh:n hem tot het uitvoeren der bovengemelde Ex„ „peditie in staat hadden gestelt, door de toezending van Eenhondert soldaaten, en van veertig mattroosen: en de„ „wijl zijn Ed: in veronderstellinge is, dat mij de beno„ „digde manschappen meede zijn toegeschikt, verzoekt hij op dat fundament om hem zoo spoedig doenlijk te informeeren nopens de bequaemste tijd en wijze waar op de voorgenomene krijgstogt met het gevolg van Een goed succes zoude kunnen uitgevoert werden; teffens aanmerkende, dat de corra Corres niet wel in een verre zeetogt te gebruijken zijn, zonder de daar op vaarinde manschap aan het uitterste gevaar te Exponeeren, maar dat in derzelver, steede te praefereeren zijn orembaijen, die op Amboina in de bekruissingen gebruikt werden, als beeter zee kunnende bouwen, en vaardiger zijnde in het scheppen en zeilen, als de lompe corra corren: alwaarom zijn Ed:e van gevoelen is, dat bij aldien 'er tien a twaelf van dusdaenige orembaijen, ieder gearmiccat met twee metaele half ponder stukjes, benevens drie pantjallangs, en een chaloup, bemant met Een hondert koppen militai„ „ren, nevens eenige artilleristen, behoorlijk ten oorlog wier„ „den uitgerust, dusdanige magt gevoegt bij een even sterk detachement van volk en vaartuigen uit dit Gouvernement, redoutabel genoeg zoude zijn om meer„ „melde roofzugtige natie te beoorlogen, zonder vreeze van te zullen succumberen. De heer van der Voorts brief is op zijn verzoek spoe„ „dig door mij beantwoord, want de Hulla Bessise goede maande Prauw alhier praesent zijnde wan„ „neer ik zijn Ed:e missive ontfing, heb ik dit vaartuig den 7: Meij de terug reise over Boero laaten aanneemen, om mijne rescriptie derwaards; en van daar verder na Amboina over te laten brengen. uit dies copij, die ik de Eere hebbe uw Hoog Edel„ „heden, benevens het afschrift van evengemelde Am„ „bonse missive, aan te bieden, zullen Hoogst dezelve des gelievende kunnen ontwaaren dat ik den Heer van der Voort heb verwettigt, om de nodige schikkingen tot het onderneemen der togt niet te verhaasten, dewijl het agterblijven van hondert militairen, en zestig zeevaerenden, die uw Hoog Edelheden ten dien einde voor dit gouvernement hadden geprojecteerd, ons wel nootzaakte om dezelve „zoo lang uit te stellen tot dat Hoogst dezelve „mij met die beloofde landen zeemagt zouden hebben voorzien: zijn Ed:e verders te verstaan gevende, dat uw Hoog Edelheeden hem de afzending van het Ternaats detachement denkelijk wel bij tijds zouden verwittigen, om zijn Ed:e geleegentheit al waarom te 1 115
English
to give notice to make preparations for the departure of his armada. Since my further considerations, which I have shared with the Governor of Amboina regarding this expedition, might provide Your High Nobilities with some light on one point or another, I take the liberty to respectfully note that the month of September, in my humble opinion, is the most suitable time and opportunity to undertake the journey through the Patientie Strait to the coast of Halmaheira, as it is inadvisable to call at the open roadstead of Pattani earlier due to the danger to which the vessels would be exposed from the lee shore and high sea. Moreover, one can quickly reach the said coast at that time of the year with the southerly winds from Amboina, and return there just as promptly with the breaking of the North Monsoon. And although the south wind is not as favorable for us to join with the Amboina forces, the voyage from here to the Patientie Strait along the coast at that time of year can nevertheless be made reasonably easily and swiftly, because in the said strait, specifically on the west side of the Lalari island between this island and the Batchian shore, it seems to me, subject to correction, that the rendezvous and meeting place of both fleets will be most convenient, for the reason that there is water and firewood in abundance at that location, as well as very good anchorage. In the event that Your High Nobilities should be pleased to send the promised crew and vessels here next year, and it should please the same to approve the designated rendezvous as well as the appointed time of departure, I shall, barring unexpected obstacles, have the naval force depart from here on the 15th, 16th, or at the latest the 17th of September of the upcoming year 1774. I have also communicated this intention in this manner to Mr. van der Voort, and furthermore made known to His Honour that if he were to dispatch the fleet from Amboina one or two days later, and thus on the 18th or 19th of September, the junction of both armadas could undoubtedly take place so quickly and favorably that I am certain they will not need to wait for each other at the Lalari island for even three days. I do not doubt that Your High Nobilities will share my view that one ought not to tarry at the said rendezvous; rather, to attain the desired objective, it will be expedient that the commanders of both combined detachments, having maturely framed and deliberated upon the necessary orders for the attack and further military operations together, promptly steer their course from there to the settlement of Weda, being situated closest to the Patientie Strait. And the military execution having been carried out there according to the instructions of Your High Nobilities, the settlement of Pattani and then that of Maba, in my opinion, will also have to be visited next, and must undergo the fortunes of war just like their neighbors. I expect soon to receive the remarks of Mr. van der Voort on my reflections and proposals.
Dutch transcription
te geeven van pee paraties te maaken tot de afreize zij„ „ner armade. Dewijl mijne verdere bedenkingen, die ik den Heer Gouverneur van Amboina over deze krijgstogt heb bedeelt, Uw Hoog Edelheden misschien in het een off ander poinct eenig ligt zouden kunnen geeven, neme ik de vrijheijd eerbiediglijk te noteeren, dat in de maand september, na mijne geringe gedagten, de bequaem„ „ste tijd en gelegentheit aankoomt, om de reize door straat Patientie na de kust van Halmaheira te onderneemen, dewijl het ongeraaden is de opene reede van Pattani vroeger aantedoen, weegens het gevaer waar aan de vaartuigen door de lager wal, en hooge Buijten des kan men de gemelde cust zee g'Exponeert zouden zijn: in die tijd van het jaar, schielijk met de zuidelijke winden van Amboina besteeven, en ook even spoedig derwaards te rug keeren, met het doorbreeken van de Noorder Mousson: En hoewel de zuide wint voor ons zoo favorabel niet is, om met de Ambonse krijgsmagtte conjun„ „geeren, is egter de reize van hier naar straat Patientie om die tijd van het jaar, langs het walletje hem, redelijk gemakkelijk en spoedig af te leggen. want in gemelde Engte, en wel aan de westkomt van het Lalari eiland, tusschen dit eiland en de Batchianse wal, dunkt mij, onder correctie, dat de bijeenkoomst en Parzamelt„ „plaats van beide de vlooten het genoeglijkste zal zijn, om reeden dat daar ter plaatze waeter en brand„ „hout in overvloet en een zeer goede ankergrond is. Ingevalle Uw Hoog Edelheden nu de belooffde man„ „schap en vaartuigen aanstaande jaar herwaards geliefden te zenden, en het Hoogst dezelve mogt be„ behaagen, om de aangewezene verzamelplaats, mitsga„ „ders de bepaalde tijd der afreize goed te keuren, dan zal ik de scheepsmagt, buiten onverwagte hindernissen, van hier laaten vertrekken op den 15: 16: of te uittersten den 17: September van het aanstaande Jaar 1774: Ik heb dit voornemen meede in diervoegen aan den Heer van der Voort gecommuniceert, en wijders aan zijn Ed:e te kennen gegeven, dat bij aldien hij de vloot en â twee daegen later, en dus op den 18: of 19: septem„ „ber van Amboina afvaardigde, de conjunctie van beijde armades ongetwijffelt zoo spoedig en gewenscht zoude kunnen geschieden, dat ik verzeekert ben dat ze aan het Lalari eiland geen drie daegen op El„ „kanderen zullen behoeven te wagten. Ik twijfffele niet of uw Hoog Edelheden zullen met mij van gevoelen zijn dat men op gemelde ver„ „zamelplaats niet zal dienen te vertoeven; maar dat het tot bereiking van het gewenschte oogmerk, dienstig zal zijn, dat de hoofden der beide gecom„ „bineerde detrachementen, de nodige ordres tot den aanval, en verdere krijgs operaties, rijpelijk met elkanderen hebbende beraamt en overlegt, den steeven van daar ijlings wenden na de Negorij Weda, als het digtste bij de straat Patientie gelegen, en de krijgs Executie aldaar, naar het voorschrift van uw Hoog Edelheden verrigt zijnde, zal mijns bedunkens vervolgens de Negorij van Pattani, en dan die van Maba meede moeten werden bezogt, en het lot des oorlogs eeven als hunne nabuuren dienen te ondergaan. De aanmerkingen van de Heer van der Voort op mijne bedenkingen en voorslaagen, zie ik eerlang „hagen met 117
English
look forward to with eagerness, and I also gladly submit the same to his clearer judgment, in the hope that the determined military expedition may thus be undertaken with good deliberation, and that the restoration of safety in both these provinces may be the consequence thereof. To facilitate this great matter in every way, and not to hinder its success through any misunderstanding, I find myself obliged most humbly to submit to Your High Excellencies whether Your High Mightinesses might not see fit to make some alteration in the order whereby I, in particular by Your High Excellencies' secret resolution, was commanded not to give notice to the King of Tidor of the proposed expedition until the very moment it was about to be carried out; for since I firmly believe that the Tidorese court, upon hearing of our intention, will immediately give intelligence thereof to the inhabitants of the aforementioned three ill-disposed villages, which is very easy for them to do across the bay of Pajahe, along which route they can convey news from Tidor to Weda in less than four days by rowing vessels, it would, in my opinion, be most advisable to keep the purpose of the expedition entirely hidden from the aforementioned court, or at least not to give communication thereof before one could roughly guess that the fleet might already have arrived at one of the villages, in order to give the people of Weda and their neighbors no opportunity to put themselves in a state of defense or to thwart our designs. In the meantime, I also take the liberty to communicate to Your High Excellencies that I agree with Mr. van der Voort that, on account of the great utility of the orembaais, use should be made of that kind of vessel in the upcoming military campaign. Concerning their number, equipment, and other proposed arrangements, I likewise conform to his opinion, and if Your High Excellencies have no objection, I shall, upon the departure of the detachment from this province, also guide myself as much as possible by the number of soldiers and munitions of war that the aforementioned Governor deems necessary to undertake the military operations. But since Your High Excellencies will dispatch a bark to each of us, the number of three pantjallangs and one sloop for the transport of the men, provisions, and military supplies is, in my judgment, too large, seeing that one must consider that all the vessels must remain manned with a sufficient number of men while the landing takes place. I most humbly request to be furnished with Your High Excellencies' further orders regarding this, and at the same time to learn whether the inhabitants of the island of Gebe, situated about eight miles east of the point of Pattani, should also be punished in a military fashion on this occasion, since it is sufficiently evident that they are just as guilty and complicit in the smuggling trade in spices as the inhabitants of the three aforementioned villages.
Dutch transcription
met verlangen te gemoet, en ik onderwerpe dezelve ook gaarn aan zijn Ed:e doorzigtiger oordeel, in hoope dat de vastgestelde krijgs Expeditie dus met goed overleg mag werden ondernomen, en dat de herstel„ „ling van de veiligheit in deze beijde Provintie het ge„ „volg daar van mag zijn. Om deze groote zaak allezints te faciliteeren, en het succes van dien door geen misverstand te verhinderen, vind ik wij verpligt uw Hoog Edelheden op 't ootmoe„ „digste voortehouden, of Hoogst dezelve niet zouden kunnen goedvinden om eenige alteratie te maken in de ordre, waar bij ik in het bijzonder bij UW Hoog Edelhedens secreete Resolutie be gelast om den koning van Tidor niet eerder kennis te geeven van de voorgenoemene Expeditie, dan op het punt dat dezelve zoude werden ter uitvoer gebragtt want dewijl ik vaststelde dat het Tidoreese slof, op het hooren van ons voorneemen, de inwoonders van meermelde drie quaad gezinde negorijen, hier van kandschap aanstonds ^ zal geven, het geen haar zeer gemakke„ „lijk te doen valt, over de bogt van Pajahe, langs welken weg zij in minder als vier daegen met schep vaartuigen van Tidor tijding na weda kunnen over„ „brengen, zoude het mijns bedunkens het oirbaer„ „ste zijn, om het oogmerk der Expeditie in het geheel voor meermeld Hof verborgen te houden, of ten minsten hier van niet eerder communicatie te geeven voor dat men ontrent konde gissen dat de vloot reeds op een der negorij konde zijn aangekomen, ten einde de Wedereesen en hunne na buuren geen geleegentheid te geeven van zig in staat van tegenweer te stellen, of onze dessinen „rijen. Middelerwijle neeme ik ook de vrijheid UW Hoog Edelheeden te Communiceeren, dat ik met de Heer van der voort van gevoelen dat men weegens het groote nut der orambaaijen, van dat zoort van vaartuigen bij de aanstaande krijgstogt gebruik dient tema„ „ken. ontrent dezelver getal toerusting, en andere geproponeerde schikkingen, conformeere ik wij meede met zijn Ed„e sentiment, en zoo Uw Hoog Edelheden daar niets tegen hebben, zal ik wij bij het vertrek van het detachement uit deze Provin„ „tie, mede zoo veel doenlijk rigten na het getal den militairen en oorlogs ammunitien, die meer„ „melde gouverneur nodig oordeelt om de krijgs operaties te onderneemen. Dog dewijl UW Hoog Edelheeden ons ieder een bark zullen toeschikken, is het getal van drie Pantjallangs en Een sloep, tot den overvoer van de manschap, rivres, en oorlogs be„ „hoeften, mijns oordeels te groot, aangezien men be„ „dagt moet zijn dat alle de vaartuigen met een genoegzaam getal van volk bezet moeten blijven, terwijl de landing geschiet te verijdelen. Ik verzoeke zeer nedrig hier ontrent met Uw Hoog Edelheedens nadere beveelen gemunieert te mogen werden, en teffens te verneemen of de inwoonders van het ei„ „land Gebe, gelegen circa agt mijlen beoosten de hoek van Pattani, bij deze gelegentheid ook na krijgs manier gestraft moeten werden! vermits het kenne„ „lijk genoeg is, dat zij zoo wel schuldig en meede Pligtig zijn aan den smokkelhandel in specerijen, als de ingezetenen van de drie meermelde Nego„ En 119 .
English
And since we are poorly provided here with boats, orembaais, and other light vessels, I have requested Mr. van der Voort, if feasible, to dispatch another four to five separate orembaais to the assembly place for the use of the detachment of this Province. While I also humbly request Your High Nobilities to ship twelve brass half-pounder pieces with their accessories along with the detachment for the benefit of the Expedition, since such light artillery is not in stock here. Furthermore, I have the honor to inform Your High Nobilities that, notwithstanding the fact that the resident of Manado, at our requisition, made inquiries on the Sangir islands for more detailed news concerning the establishment of the English on Blambangan, I have nevertheless heard nothing further in that regard until the 22nd of April of this year, when a large prahu from Sulu appeared in the roads here with a cargo of porcelain and other Chinese merchandise, as well as a few slaves. The chief of the aforementioned vessel, named Djamali Alam Mahomet, reported to me, and the Chinese nakodah who was with him further confirmed, that the English had broken up from the island of Blambangan in the past year, because both water and air were pestilential there, and this land, because of the unhealthy air, had also been uninhabited before the arrival of the British; which nation they claimed had lost so many people to sickness on this island that it had been impossible for them to hold out there any longer. This is the only thing that I was able to learn with difficulty from the aforementioned informants: because, in order not to arouse suspicion among these people and to keep them in the belief that we regard this establishment as an indifferent matter, I could not deem it wise to make them give a formal deposition of their story; which, besides that, I had to abandon on account of the fact that they expressed themselves so defectively in the Malay language that it was impossible to maintain a connected conversation with them. I think that the orders which Your High Nobilities gave me regarding the British establishment in the latest secret missive of the 29th of January of this year, in consideration of the recounted story of their departure, should by no means be postponed or suspended, but carried out in the very same manner as if I had received no intelligence concerning it: Thus, around the middle of the month of September, when it is the right time to sail quickly from here to Sulu, I shall dispatch a suitable vessel thither, and I will take pains both to increase the correspondence with these people with the help of one or two experienced commissioners, and to enter into an exclusive Treaty of friendship and commerce with their monarch; since Your High Nobilities, in the aforementioned secret missive, were pleased to let me know how you would not be displeased to see the intention of the English to settle on Blambangan thwarted by such a treaty.
Dutch transcription
En dewijl wij hier slegt zijn voorzien van schuiten oram„ baijen, en andere ligte vaartuigen, heb ik den Heer van der Voorts verzogt, zoo het doenlijk was, nog vier â vijf aparte orembaijen, tot ebruik van het detache„ „ment dezer Provintie, na de verzamelplaats af te vaardigen. Terwijl ik uw Hoog Edelheden mede oot„ „moedig verzoeke om met het detachements twaalf metaale half Ponder stukjes, met hun toebehooren, ten behoeve der Expeditie of te scheepen, dewijl zulk ligt geschut hier niet in voorraad is. Wijders heb ik de Eere uw Hoog Edelheden te verwittigen, dat niet tegenstaande de resident van manado, ter onzer requisitie, op de sangirse eilanden heeft laaten omhooren na omstandiger tijding wegens het etablissement der Engelschen op Blanbangan, ik, ik egter die aangaande niets naders heb vernomen, als op den 22: april dezes jaars, wanneer hier een groote rullokse Praauw ter rheede verscheen, met een lading van Poroelein, en andere chinase koopwa„ „ren, benevens eenige weinige slaven. Het Hoofd van gemeld vaartuig, in name Djamali Alam Mahomet, heeft mij gerapporteert, ende Chineese Annachoda die bij hem was heeft nader bevestigt, dat de Engelschen in het voorleeden Jaar van het Eiland Blanbanga waaren op gebrooken, dewijl water en lugt aldaar beide besmet, en dit land, wegens de ongezonde lugt voor de koomst der Britten ook n be„ „woont was geweest; welken landtaart zij voorgaeven dat op dit Eiland zoo veel volk door sterften hadden verlooren, dat zij het aldaar onmogelijk langer hadden kunnen uithouden. Dit is het Eenigste dat ik met moeite van eevengemelde relatanten heb kunnen vernemen: want om geen argwaan bij deze menschen te verwekken, en hen in het dankbeeld te houden dat wij dit etablissement a een onverschillige zaak aanmerken, heb ik niet kunnen goedvinden, om hen een verklaring van hun verhaal te laten geven; waar van ik buiten des heb moeten afzien, ter zaake dat ze zig zoo gebrekkelijk in de Maleidse taale uit drukten, dat het on„ „doenlijk was een geconcateneerd gesprek met hen te voeren. Ik denke dat de ordres die uw Hoog Edelheden mij, met relatie van der Britten Etablissement, bij de Iongste secreete missive van den 29: Januarij dezes Iaars hebben gegeven, uit consideratie van het gedaan verhaal van derzelver opbraake, geen„ „zints moeten werden opgeschoven of intgestelt, maar eeven eens ter uitvoering gebragt, als of ik dien aangaande geen narigt had bekoomen: Dus zal ik tegens het midden van de maand september, wanneer, het regte tijd is omspoedig van hier na Jullok te steevenen, derwaards een bequaam vaartuig afvaardigen, en ik zal mij zoo wel bevlijtigen om de Correspondentie door behulp van een â twee ervarene commissian„ „ten, wat met dezen landaart te doen toeneemen, als om een Exclusief Tractaat van vrundschap en commercie met hun vorst aan te gaan; nademaal uw Hoog Edelheeden mij, bij even„ „gemelde secreete missive, hebben gelieven te kennen te geven, hoe niet ongaarne zouden zien dat der Engelschen voorneemen om zig op Blanbangan ter neder te zetten, door dusdanig Eevengemelde Tractaat d 121
English
treaty, or else were foiled or at least rendered difficult by some other suitable means. While I live in the hope of being able to share the outcome of this commission with Your High Nobilities next year, in the month of April or May, I judged that for the present I could not better fulfill Your High Nobilities' intention than by a friendly treatment of the Cullokkers who might come to land, whether here or on Manado, bearing letters from their king or emperor, like the one recently arrived. In accordance with this intention, and in the hope of Your High Nobilities' approval, I exempted the arrived vessel from the payment of the lease fees on some wax, which fuel the carriers came to sell here for the account of their prince, and I furthermore promised the chief that I would show him and his people all help and service on upcoming occasions; with which these people were very well pleased. With regard to this nation, I take the liberty to note further that, according to the writing of the resident Wendholt, on 26 April last a Jullok prahu also arrived at Manado, which, in accordance with Your High Nobilities' order mentioned in the missive of the last day of December 1766, he would have sent here with its cargo, had not the Nakhoda convinced him of the impossibility of continuing the voyage here due to the severe leakage of his vessel. On the grounds that the king of the Julloks informed the resident by a friendly letter that the said vessel had been dispatched to Manado for the maintenance of mutual friendship, we approved the Resident's conduct with these prahu carriers in the session of 19 May, and concurred that he had not executed the aforementioned order of Your High Nobilities most rigorously; as Your High Nobilities will be able to see from the accompanying extract from our letter of 22 May, in which we conferred in detail with the said Resident about these prahu carriers, and recommended that he continually treat them well and kindly, in order thereby to awaken and increase the affection of their sultan for the Company. To conclude this matter, I find myself obliged to inform Your High Nobilities that the aforementioned chief of the Cullok prahu that landed here, besides some small gifts, handed over to me a letter from the king, addressed to the former governor Munnik, of which I have the honor to send the translated copy herewith, the same to be properly answered upon the departure of the vessel, and the gifts mentioned therein, upon Your High Nobilities' approval, to be compensated by me with some pieces of fine linen, and three to four pounds of spices. Herewith commending Your High Nobilities' illustrious persons to the sole salvific protection of the Almighty, I have the honor to call myself with the utmost high esteem and respect, High Noble, Severe, Right Honorable, Valiant, Most Wise, Provident, Discreet, Most Generous Lord, and Noble Lords, Your High Nobilities' most humble and loyal servant, was signed, P. I. Valckenaer, in the margin, Ternate in the Castle Orange, 2 June 1773. Agrees, Cats. Hend: Beijnon Beijdemuller Per the ship Vredestein To His High Nobility. The High Noble, Severe, Right Honorable, Far-Commanding Lord Petrus Albertus van der Parra, Governor General, Together with The Noble Lords Councilors of Dutch India. Batavia Introduction High Noble, Severe, Right Honorable, Valiant, Most Wise, Provident, Discreet, Most Generous Lord, and Noble Lords Everything that was preliminarily to be noted regarding the orders that Your High Nobilities were pleased to demand of the Lord Governor of Ambon and me, in your most secret resolution of 26 November of the past year, I have noted as circumstantially as was possible for me in my latest secret missive of the 2nd of this month, of which I had the honor to offer Your High Nobilities the original with the vessel of the Chinese Qua Tjanko, and the duplicate with the burgher Philip Tobiasz. With my said letter, I also had the necessary rescript follow upon Your High Nobilities' highly honored missive of 29 January of this year. Read out by E. G. Clacq
Dutch transcription
Tractaat, dan wel door eenig ander bequaam middel wierd verijdelt, of ten minsten bezwaarlijk ge„ „maakt. Terwijl ik in de hoope leve man Uw Hoog Ed„s den uit„ „slag dezer commissie het aanstaande Jaar, in de maand April of meij, te moogen bedeelen, heb ik geoordeelt voor Eerst niet beter aan UW Hoog Edelhedens intentie te kunnen voldoen, als door eene vrien„ die gelijk als de jongst gearriveerde delijke behandeleling van de Cullokkers ^ het zij hier dan wel op Manado, met aanschrijving van hunnen koning of keizer mogten komen aan te landen: Jngevolge van dit voornemen heb ik, in hoope van Uw Hoog Edelhedens approba„ „tie het aangekoomen vaartuig ontheft van de betaeling der pagt penningen van Eenig was, welke brandstoff de voerders hier voor rekening van hun vorst zijn koomen debiteeren, en ik heb het opperhoofd verders toegezegt om hem en de zijnen, bij voorkomende gelegentheeden, alle hulpen dienst te zullen bewijzen; waar meede deze menschen zeer wel in hun zschik zijn geweest. Met betrekking dezer natie neeme ik de vrijheid nog te noteeren, dat 'er blijkens het schrijven van den re„ „sident Wendholt, op den 26: April jongsleeden me„ „de een Jullokse Prauw op Manado is aangekomen, dewelke hij, ingevolge uw Hoog Edelhedens ordre vermelt bij missive van den laatsten December 1766: met zijne lading herwaards zoude hebben opge„ „zonden, ten waare de Annachoda hem niet hadde overtuigt van de onmogelijkheid om de reijse na herwaards te kunnen vervorderen, weegens de zwaare lekkagie van zijn vaartuig. Op fundament dat xulloks koning den resi„ „dent bij een vriendelijk briefje te kennen heeft gegeven, dat gemeld vaartuijg tot onderhouding van wederzijdse vriendschap, naar Manado was afge„ „vaardigd, hebben wij des Residents gehouden gedaag met deze prauw voerders ter sessie van den 19: Meij geapprobeert, en ingeschikt dat hij de eeven aan„ „gehaalde ordre van Uw Hoog Edelheeden niet ten rigoureusten had uitgevoert; zoo als uw Hoog Edel„ „heeden zal kunnen blijken uit het nevensgaand Extract uit onze brief van den 22: Meij, waar in wij ge„ „melden Resident omstandig over deze Praauw voer„ „ders hebben onderhouden, en gerecommandeert om dezelve bij continuatie wel en vriendelijk te han„ „delen, ten einde de genegentheit van hunnen sulthan voor de Compagnie daar door te doen opwekken en vermeerderen. Ten besluite dezer stoffe vind ik mij verpligt uw Hoog Edelheeden kennis te geven, dat bo„ „vengemeld opperhoofd van de hier aangelande rullokse Praauw; behalven eenige geringe geschan„ „ken, aan mij heeft overhandigt een brief van den koning, gerigt aan den oud gouverneur Munnik, waar van ik de Eere hebbe de Trans„ „laat copia hier nevens te zenden, zullende dezelve bij het vertrek van het vaartuig behoor„ „lijk werden beantwoord, ende daar bij vermelde geschenken op approbatie van uw Hoog Edel„ „heeden, door mij werden gerecompenseert met Eenige stukken fijn Lijwaat, en drie â vier ponden specerijen. uw Hoog Edelheeden's Jllustre persoonen hier meede in de alleen heilsaame bescherming des Allerhoogsten beveelende, hebbe ik de gegeven eeren 123 te noemen /:onderstont:/ Hoog Edele, Gestrenge Groot Agtbaere, Manhafte, welwijze voorzienige Dischete, zeer Genereuze Heer, en wel Edele Heeren /:lager:/ uw Hoog Edelhedens ootmoedigste en trouwschuldige Dienaar /:was geteekent:/ P=s I=s Valckenaer :/ in margine:/ Ternaten in't casteel orange den 2: Junij 1773: — eere mij met de uitterste hoog achting en eerbied Accordeert Cats. Hend: Beijnon Beijdemuller Per het schip Aan zijn Hoog Edelheijd. Den Hoog Edelen Gestrengen, Groot Agtbaeren, wijdgebiedende Heer Petrus Albertus van der Parra, Gouverneur Generaal, Benevens De wel Edele Heeren Raeden van Nederlands India. Vredestein Inleiding Al het geene praalabel aantemerken is geweest op de ordres die uw Hoog Edelheeden den Heer Ambons gouverneur en mij hebben gelieven te demandeeren, bij Hoogst derselver secreete Resolutie van den 26:e November anni Passati, heb ik zoo omstandig als mij mogelijk was, genoteert bij mijne Iongste secreete missive van den 2:e deser, waar van ik de Eere heb gehad uw Hoog Edelheeden het origi„ „neele aantebieden met het vaartuijg van den chinees qua„ Tjanko, en het Duplicaat met den burger Philip Tobiasz: Bij evengemelde mijne letteren heb ik meede de nodige rescriptie laeten volgen op uw Hoog Edelhedens hoog ge„ „eerde missive van den 29:e Iannuarij deses Iaars Hoog Edele, Gestrenge, Groot Agtbaare, Manhafte, wel wijze voorzienige, Discreete, zeer Gene„ „reuse Heer, en wel Edele Heeren voor . E. g: Clacq: opgeleezen door Batavia E 1 t 125
English
Regarding the succession of the Ternate Kingdom, action will be taken according to the order. The elevation of the young King of Tidore to the throne will not be brought up. Description of the further Tidorese crown pretenders. in so far as the same related to the English establishment on the island of Blambangan, and the further measures that Your Right Noblenesses have taken in that regard. Therefore, referring myself with all respect to my dispatched considerations on both of these points, I shall now, in response to Your Right Noblenesses' esteemed secret letters of the 31st of December of the past year, first set down that the sealed letter regarding the Ternate succession will be handled according to Your Right Noblenesses' orders, by keeping the same separate and not opening it before the decease of the present King. Because no mention whatsoever is yet being made from the Tidorese side of the elevation of the young King to the throne of that Kingdom, I shall also not bring up anything of this: and in case they should speak to me about it, I shall see to gain as much time as possible in order first to give notice of this to Your Right Noblenesses, and to await Your very same further orders. Meanwhile, on Your Right Noblenesses' order, I have inquired accurately after the princes who, besides the young King, would come most into consideration for the succession, and I have understood that the King, besides the named Crown Prince Garamahongi, still has three sons, all born of different mothers, of whom one, named Prince Nuka, is even older than the frequently mentioned Crown Prince; the other two sons of the King being the young Princes Mossel and Van der Parra. The aforementioned Nuka is, by estimation, 35 or 36 years of age, and by outward appearance a modest and gentle-minded man, who lives quietly and in retirement, and on whose conduct, as far as is known, there is nothing to remark, wherefore he is generally beloved among the Tidorese and held in greater regard than the Crown Prince, who by all thoughts has been nominated for the succession solely out of consideration for his father, who makes much of him. Prince Mossel, according to the records kept here, reaches the age of fifteen, and Prince Van der Parra that of twelve years; and on account of their youth there is not much else to say of their character, except that to the eye they seem to be very handsome and well-mannered youths. Besides these sons of the King who can be regarded as crown pretenders, there is yet a nephew of his named Djamaludin, by estimation a man of over thirty years, who is extraordinarily beloved among the Tidorese nation, although to me, if one may judge by outward physiognomy, he seems to be of almost one and the same sharp-witted nature as the young King. This is the principal matter that I have deemed serviceable to note down regarding the Tidorese crown pretenders for the information of Your Right Noblenesses, for two very old nephews of the King, who are known here by the names of Princes Parcattie and Simon, I have not counted among this number, since on account of their advanced years they will likely never come into consideration for it: and even much less Prince Imhoff, son of the deceased King, who is afflicted with leprosy, and for that reason never appears in public. Further, I have the honor to inform Your Right Noblenesses 127
Dutch transcription
trent de successie van het Ter„ „naats Rijk zal na de ordre gehandelt worden. „ge koning van Tidor tot de throon zal niet opgehaalt. werden. Beschrijving der verdere Tido„ „reese kroons Pretendenten voor zoo verre deselve relatie had tot het Engels atablis „sement op het eiland Blanbangan, en het verdere dat uw Hoog Edelheeden daar ontrent gelderen in 't werk gestelt te hebben. Mij daarom met alle Eerbied refereerende aan mijne afgesondene consideraties over deese beijde Poincten zal ik thans in antwo van Uw Hoog Edelheedens d Met de gecachatteerde brieffen, gevenereerde secreete letteren van den 31:e December anni Passati eerstelijk ter nederstellen, dat met de gerachetteerde brieff weegens de Ternaatse successie navolgens uw Hoog Edelheedens ordres zal werden gehandelt, door denselven te sepneeren, en niet te ope„ „nen voor het afsterven van den tegenwoordigen koning. Dewijl 'er van de Tidoreese zijde nog in het minste geen gewag werd gemaakt van de verheffing des Jongen van de verhefsing van de jan„ konings tot den Throon van dat Rijk, zal ik hier van ook niets ophaelen: en bij aldien men mij daar over mogte aanspreeken, zal ik wel zoo veel tijd zien te winnen om uw Hoog Edelheeden. hier van Eerst kennis te geeven, en Hoogst derselver nadere beveelen aftewagten 't Middelerwijle heb ik mij, op uw Hoog Edelheedens ordre, naauwkeurig geinformeert na de Prinssen, die behalven den Iongen koning, het meest tot de suc„ „cessie in aanmerking kwaemen, en ik heb verstaan, dat de koning buijten de genoemde kroonprins Garamahongij, nog drie zoons heeft, alle van diverse moeders gebooren, waar van een, genaamt Prins Noeka, zelfs ouder is als meermelde kroon Prins; zijnde de beijde andere zoons van den koning, de Ionge Prinssen Mossel en van der Parra. Eevengenoemde Noeka, is na gissing 35: off 36:— Iaaren oudt, en op het uijtterlijk aansien en zeedig en zagtsinnig man, die stil en geretireert heeft, en op wiens gedrag zoo veel men weet, niets te zeggen valt, alwaarom hij bij de Tidoreesen in het algemeen bemint en in grooter aansien is als de kroon Prins die na alle gedagten tot de successie is genomimeert alloen uijt consideratie van zijn vader die veel werk van hen maekt„ De Prins Mossel bereikt, volgens de alhier gehoudene aanteekeningen, den ouderdom van vijftien, en de Prins van der Paara dien van twaalff Iaaren; en weegens der„ „selver jongheijd is 'er van hunnen inborst niet veel anders te zeggen, als dat zij op het oog zeer fraaije en geschikte Iongelingen schijnen te zijn. Buijte deese zoonen des konings die als kroons Pre„ „tendenten kunnen aangemerkt werden, is 'er nog Een zijner neeven in naeme Djamaloedin, na gissing een man van ruijm dertig Iaaren, die Extra ordinair bemint is, bij de Tidoreese natie, hoewel hij mij, zoo men na de uijtterlijke Chijsionomie mag oordeelen, bij na voorkoomt van een en het zelfde spitsvinnig naturel te zijn als de Ionge koning. Dit is het hoofdzaekelijke dat ik weegens de Tido„ „reese kroons Pretendenten dienstig heb geoordeelt tot narigt van uw Hoog Edelheeden te moeten noteeren, want twee stok oude neeven des konings, die hier bekent zijn onder de naamen van de Prinssen Parcattie en Simon heb ik onder dit getal niet gereekent, dewijl deselve door hunne hooge Iaaren daartoe denkelijk nimmer in consideratie zullen koomen: en nog veel minder de Prins Imhoff, zoon des overleeden konings die met melaatsheijd is besogt, en diesweegens nimmer te voorschijn koomt. wijders heb ik de Eere uw Hoog Edelheeden te verwittigen 127
English
Informing the King of Batchian of Your Right Honourables' authorization to declare Prince Kandar Alam as Radja Moeda of that realm. When the Batchian grandees arrive, he will be appointed to that office, as stipulated in the conditions sent to the King of Batchian. Remark concerning the fickleness of this king in this matter. Whereon the opinion of the council is founded in this regard. Said Kandar Alam is married to a daughter of the King of Ternate. How one will act regarding this election if the King of Batchian should have any objection to it. No further report has been received regarding the raids of the Pattaniers and Gebereesen. I inform you that, having communicated the obtained authorization to declare Prince Kandar Alam as Radja Moeda of Batchian to the other Council members in our secret meeting of 1 April, I agreed with them to notify the Prince's uncle, the King of Batchiang, by missive of Your Right Honourables' consent to his petition, and to request him, if he still persisted in his intention to see his aforementioned nephew elevated to that dignity, to kindly send some of his realm's grandees here to attend the ceremony of this election in His Highness's name, and at the same time to swear to and sign the conditions with the repeatedly mentioned Prince Kandar Alam, upon which this Ministry could appoint and declare him, in the name and on behalf of Your Right Honourables, as Radja Moeda and successor to the throne. In the said conditions, inserted in the aforementioned resolution, it is explicitly stipulated that the Radja Moeda must maintain his residence on Laboea. We also sent the King of Batchian a copy of these conditions on 31 March, along with a suitable letter, in the hope that Your Right Honourables will deign to approve the contents of these charters and whatever else has been performed in this regard. Meanwhile, I must still note that although the fickle King of Batchian himself proposed both of his nephews to Your Right Honourables to hold this dignity, some Council members were nevertheless of the opinion that in the present juncture he might well have changed his intention again. However, I cannot write about this with any certainty, since the said king has not yet replied to the aforementioned missive of 31 March; and the opinion of the Council members was solely founded upon the slight affection that Prince Kandar Alam seems to have for him, toward whom he has not looked since his arrival from Amboina, but from that time onward has always stayed with the King of Ternaten, who makes so much of him because of his gentle and friendly nature that he has even given the Prince one of his daughters in marriage. However the King of Batchian may be disposed toward this nephew of his, I am of the opinion that if he should raise the slightest difficulty, or show any aversion to this elevation, to let the matter rest there, without making the slightest further move regarding this without Your Right Honourables' special instruction and order. I cannot recall that the rebelling Pattaniers and Gebereesen, who submitted to the Young King of Tidor during the Papuan Expedition, have subsequently taken part in any raids; at least I do not know that they have been accused by name in the reports of such misdeeds that have come in since that time. Notwithstanding this, it seems to me, subject to correction, that on account of their previous misdeeds they well deserve punishment.
Dutch transcription
Batchians koning kennis ge„ „geven van haar Hoog Edelhedens qualificatie, om de Prinskan„ „daar Alam tot Radja moeda van dat rijk te verklaeren „grooten over koomen, zal denzel„ „van daar toe aangestelt wouden wat bij de conditien bedongen is die aan batchians koning zijn toegezonden. Aanmerking over de wispelturige„ heid van dezen koning in dit stuk Dan de rooftogten der Pattanieus en gebereesen is geen nader berigt inge„ handelen, wanneer batchians koning en iets tegen mogt hebben Gemelden kandar Alam is met een hier ontrent gefundeert is. verwettige, dat ik de verkreegene qualificatie om den Prins Kandar Alam tot radja moeda van Batchi„ „an te verklaaren, in onse secreete bij Eenkomst van den 1:e april aan de verdere Raadsleeden hebbende ver„ „wettigt, met deselve be overeengekoomen om des Prinssen oom de koning van Batchiang zoo wel Per missi„ „ve kennis te geeven, van Uw Hoog Edelheedens toestemming in zijne gedaene inscantie, als hem te versoeken, dat indien hij nog bij zijne intentie bleeff volharden omgemelden zijnen neeff tot die waer„ „digheijd verheeven te zien, als dan Eenige van zijne rijksgrooten zoude gelieven herwaards te zenden, om de plegtigheijd van deese Electie, in zijn Hoogheijds naam, bij te woonen, en om teffens met meermelden wanneer de batchianse rijks„ Prins Kandar Alam de Conditien te besweeren en te teekenen, waar op dit Ministerie denselven uijt naem en van weegen uw Hoog Edelheeden, tot Radja Moeda en throons opvolger zoude kunnen aanstellen en verklaaren. Bij de gemelde Conditien, geinsereert ter boovengenoem„ „de resolutie is wel uijtdrukkelijk bedongen dat de Radja Moeda zijn verblijff op Laboea zal moeten houden. ook hebben wij Batchians koning op den 31:e Maart het afschrift deeser voorwaarden, nevens eene daar toe gepaste brieff toegesonden in hoope dat uw Hoog Edelheeden den inhoud deeser Chartres (komaek en 't geene verder hier omtrent is verrigt, zullen gelieven goed te keuren: Terwijl nog de Eene hebbe te noteeren, dat hoewel de wispeltuurige koning van Batchian zijne beijde neeven tot het beklee„ „den van deese waardigheijd zelfs aan UW Hoog Edelheeden heeft geproponeert, zommige Raadsteeden egter van gevoelen zijn geweest, dat hij in het tegenswoordig tijdsgewaigt wel wederom van intentie verandert zoude kunnen zijn, Ik kan hier Egter met geene zeekerheijd van schrijven, dewijl gemelde koning nog niet op Eevengemelde missive van den Waar op het gevoelen van den raad 31:e Maart heeft geantwoord: en het gevoelen der raadsleeden is Eenelijk gefundeert geweest op de geringe genegentheijd, die den Prins Kandar Alam voor zeijne dan schijnt te hebben, na wien hij zedert zijne komst van Amboina niet omgesien, maar zig van dien tijd af altoos bij den koning van Ternaten heeft opgehouden, die om desselfs zagten en vriendelijken aart zoo veel werk van hem maakt, dat hij den dogter van demaatskoning getrouwt Prins Delfs eene zijner dogters ten huwelijk heeft gegeeven. Dog hoe Batchians koning ook ontrent desen zijnen neeff geintentioneert mag zijn, ben ik van meening Hoedanig man met deese electie zal om, zoo hij de minste zwarigheit mogt opperen, dan wel eenigen tegensin toonen in deese verheffing, de zaak als dan daar bij te laaten berusten, zonder dies„ „weegens verder de minste beweeging te maaken, buijten uw Hoog Edelheedens speciaele last en ordre. Ik kan mij niet herinneren dat de rebelleerende Pattaniers en gebereesen, die zig geduurende de Papoe„ „se Expeditie aan den Iongen koning van Tidor. hebben onderworpen naderhand Eenige rooftogten hebben bij gewoont, ten minsten weet ik niet dat se in de relaasen die er seedert dien tijd van dusdaenige wan„ „bedrijven zijn ingekoomen, met naamen beschuldigt zijn geworden. Dit nietteegenstaande dunkt mij, onder correctie, dat ze weegens hunne voorige en veldaden raadsleeden wel Meriteeren strag 129
English
destruction of the spices on Onin Remark concerning this extirpation expedition thither for which reason that prince there Suspicion that the arrival of those nations is not disagreeable to Tidore's king Close watch will be kept on their activities Nothing has been heard of Europeans intention of Tidore's king and well deserve to undergo the military execution which Your High Noblenesses have determined against those peoples and their neighbours. Difficulty to prevent the smuggling trade. Although my zeal and willingness are great enough to remain vigilant, in accordance with Your High Noblenesses' recommendation, against the smuggling trade in spices that grow on Onin, Your High Noblenesses will nevertheless please consider that a shortage of soldiers puts me out of the condition to prevent the pernicious trade of that smuggling nest through continual cruisings, which, if they were likewise carried out by the governments of Ambon and Banda, were in my opinion by this ministry, in the secret resolution of 29 December 1760, rightly considered the most suitable means to prevent this harmful evil both here and on the surrounding Papuan islands. For to undertake this, pursuant to Your High Noblenesses' proposal, by the extirpation of the spice trees on Onin, appears to me to be very difficult, since the inhabitants of that district, trained and shrewd through contact with foreigners, will probably not permit the extirpation on their lands without resistance, having already in the year 1666 been known as a people who cared little for the Tidorese kings; and the aforementioned Tidorese nation will perhaps also not show itself very ready or willing to offer us a helping hand in that work. One will nevertheless try to undertake an extirpation expedition thither Nevertheless, I will leave no stone unturned to undertake an extirpation expedition thither if the obstacles are not too great nor make this intended project impossible. To that end, I will confer about this with Tidore's king upon his forthcoming arrival at this castle, and on that occasion also speak about it with the Secretary Abdul Ravuf, who is indeed on Tidore the great prime mover of the deliberations, in which he knows how to direct everything according to his aim and in accordance with his private interests. Meanwhile, I have the honour to communicate to Your High Noblenesses that since the dispatch of our spring letters, not the slightest thing has been heard here of the appearance of foreign European ships, although I shall not fail, in accordance with Your High Noblenesses' recommendation, to pay close attention to the arrival and activities of all European foreigners, in order to be able to give Your High Noblenesses the requisite information thereof every time. Just as I shall also make it my business on such occasions both to follow strictly the orders that have been issued on the subject of foreign ships, and to persuade the Moluccan princes to turn away such foreigners from their lands according to the tenor of the contracts. I may not fail, however, to bring to Your High Noblenesses' attention my suspicion that the arrival of foreign European traders, whether English or French, is not disagreeable to the king of Tidore, if only for the presents that are brought to him on such occasions; for even the second Tidorese commissioner Tadjoedien, who in the past year Abdul Raof and to speak about this project Year prevent. to apply. be. 131
Dutch transcription
„del der specerijen op onin Aanmerking dieswegens „patie togt na derwaards aan„ welke reden die vorst daar Vermoeden dat de aankoomst dier natien Tidors koning niet on„ „aangenaam Op dezzelver bedrijven zal gelet Europeaanen is niets vernoomen voorneemen van Tidors koning en wel meriteeren om de krijgs Executie te ondergaan die uw Hoog Edelheeden teegens die volkewen en hunne nabuuren hebben vastgestelt. Hoewel mijne ijver en bereijtwilligheijd groot genoeg Bezwaarlijkheid om den sluikhan„ is om, navolgens uw Hoog Edelheedens recomman„ „datie, te rigileeren teegens den sluijkhandel in spe„ „cerijen, die op onim Groeijen; gelieven Hoogst deselve egter te bedenken dat gebrek van militairen mij buij„ „ten staat stelt om den pernitieusen handel van dat sluijknest door continueele bekruijssingen te werr dewelke zoo ze van des gelijken van de gouvernemen„ „ten van Ambon en Banda gedaan wierden, mijns van de verscheining van vroemde bedunkens door dit ministerie, ter secreete Reso„ „lutie van den 29:e December 1760: te regt als de convenabelste middelen zijn aangemerkt om dit schaedelijk quaad zoo hier als op de daar omstreeks leggende Papoese Eijlanden te beletten: want om zulks ingevolge uw Hoog Edelheedens propositie, door de uijtroeijing der specerij boomen op onin te onder„ „staan, koomt mij voor dat zeer beswaarlijk zal vallen, nadien de bewoonders van dat district, door den omgang met vreemdelingen affgerigt en gesleepen, de Extirpatie op hunne landen denkelijk niet zonder tegen stribbeling zullen Permitteeren, als die reets in den Iaare 1666: bekent zijn geweest voor een volk dat zig weinig aan de Tidoreese koningen stoorden, en Eevengem: Tidoreese Natie zal zig misschien ook niet zeer gereet off bereijdwillig toonen, om ons in dat werk de behulpsaame hand te bieden Men zal egter tragten een bystien Des niet te min zal ik niets onbesogt laaten om derwaards Een Extirpatie togt te onderneemen zoo de hinderpaalen mit te groot zijn, nog dit te bewoogen preoject onmogelijk maeken. Ten dien Eijnde zal ik Tidors koning, bij zijn aanstaande komst aan dit casteel hier over onderhouden, en 'er bij gelegentheijt meede over spreeken met den Secretaris Abdul Ravuf, die dog op Tidor het groote beweegrad is der raad plegingen, waar in hij alles na zijn oogmerk, en overeenkomstig met zijne Particuliere belan„ „gen weet te dirigeeren. Middelerwijle heb ik de Eere UW Hoog Edelheeden te communiceeren, dat men hier zeedert de versen„ „ding onser voorjaarige brieven, niets het geringste van de verscheijning van vreemde Europeaansche scheepen heeft vernoomen, hoewel ik daarom niet sal nalaaten, navolgens UW Hoog Edelheedens re„ „commandatie naauwkeurig op de koomst en bedrijven van alle Eeuropeaansche vreemdelingen te setten, ten Eijnde uw Hoog Edelheeden hier van telkens de verEijschte kennisse te kunnen geeven. gelijk ik mijn werk ook zal maaken om bij sulke gelee„ „gentheeden zoo wel stiptelijk optevolgen de ordres die op het stuk van vreemde scheepen zijn geëma„ „neert, als om de molukse vorsten te Persuadeeren van dusdaenige vreemdelingen, na den teneur der con„ „tracten, van hunne Landen af tewijsen. Ik mag egter niet nalaeten uw Hoog Edelheeden onder het oog te brengen, hoe ik vermoede dat de aankoomst van vreemde Europeaansche handelaars, het zij van En„ „gelschen off Feranschen, den koning van Tidor niet onaan„ „genaam is, al was het maar alleen om de presenties die hem bij dusdaenige geleegentheeden werden aange„ „bragt: want zelfs heeft de Tweede Tidoreese com„ „missiant Tadjoedien, die in het gepasseerde Abdul Raod & hier over te spreeken projecte Jaar beletten. te leggen. worden. 131
English
which is confirmed by the adjacent Burunese. The Tidorese keep hidden. The governor's apology regarding the unfounded complaints of the Tidorese. to act well. take his side. I who attended the extirpation expedition to Samolla with the commissioners Stephanus and Brezee, revealed to them under promise of secrecy that the king had received ten muskets as a gift from the people of Gebe, from the firearms that they had exchanged in the year 1771 from the French ship for spice plants, as Your High Nobilities may perceive, if you please, from the commissioners' letter of 30 March 1772. And although this is merely a casual story from a native, one cannot completely discard such accounts when one compares them with declarations that closely correspond to them; in confirmation of which statements I shall add, with the pleasure of Your High Nobilities, that a certain Burunese who escaped from Papuan slavery, named Doholia, declared on 25 August of the past year before the Resident of Julla bessie, Cornelis Hemmekam, that the captain of Salawatti, who had captured him and was also a Tidorese by birth, had told him that two English ships which had not long ago been in the Papuan islands had delivered there five muskets and five pistols with silver mountings as a gift for the king of Tidor; as Your High Nobilities will be able to perceive in more detail from the accompanying native's account. The receipt of such gifts is carefully concealed from us on the Tidorese side; and I have only made mention of this to demonstrate to Your High Nobilities that, if the stories thereof are true, the king of Tidor will not be very quick to turn away arriving European traders, or cause them to depart from his lands. The conduct that I have maintained during the latest Moluccan troubles having been such that I will at all times be able to justify it before Your High Nobilities, the false Tidorese accusations, in which I was accused of dereliction of duty, would have caused me to succumb to grief and sorrow, were it not that Your High Nobilities, in the rescript to the king of Tidor, defended my good name, and took my side in so gracious a manner, that I consider myself bound to offer my gratitude therefor most humbly to my favorable Chief Rulers: who even addressed me in such mild, and may I say well-meaning terms in their most esteemed secret missive concerning these grievances, that the memory of this kindness will ever redouble my zeal for the care of the master's service and interests, for which reason I have also resolved never to express myself concerning what was written to any Ternatan or Tidorese, much less show any animosity over it, but to treat the prince always just as friendly, and never with indifference. I shall also, at Your High Nobilities' recommendation, use every possible precaution to maintain mutual good harmony as much as possible, and on the other hand to avoid all estrangement from the Tidorese Court: although I can testify in truth that I have kept the copy of the given declaration of this native hidden from the king. The governor promises to treat the Tidorese with indifference. Expression of thanks to Their Excellencies who took his side.
Dutch transcription
het welke door nevenstaande boeroenees bevestigt wort De Tidoreese, houden ver„ „reesen wel te handelen. zijn Partij neemen. Gouverneurs verontschuldigin over de ongefundeerde klagten, der Iaan de Extirpatie togt op Samolla met de commissia „ten Stephanus en Brezee heeft bij gewoont, haarlied onder belofte van secretesse geopenbaart, dat de koning tien, snaphaanen van de Gebereesen tot Een ge„ „schenk had bekoomen, van de geweeren die dezelve in den Jaare 1771: van het fransche schip voor specerij Plan Tidoreesen. „jes hadden ingeruijlt zoo als uw Hoog Edelheeden des gelievende uijt der commissianten brieff van den 30:e Maart 1772: zullen kunnen ontwaeren. En hoewel dit maar een los verhaal van een inlander is, kan met zulke relaasen dog niet ten eenemaal verwer„ „pen, als men deselve vergelijkt met verklaeringen die er ten naasten bij meede overeenkoomen; tot bevesti„ „ging van welk gesegden ik, met believen van uw Hoog Edelheeden, zal bij brengen, dat zeekere uit de Pa„ „poese slavernij ontvlugte Boeronees, in naeme Doholia, op den 25:e Augustus anni Passati voor den Resident van Julla bessie Cornelis Hemmekam heeft verklaart, dat de kapitain van salawatti„ die hem gevangen had genoomen, en meede een Tidorees van geboorte was, hem had verhaald dat twee En„ „gelsche scheepen die niet lang geleeden inde bapoese eijlanden waaren geweest, aldaar vijff snaphaenen en vijff Pistoolen met silver beslag tot Een geschenk voor den koning van Tidor hadden afgegeven; zoo als uw Hoog Edelheeden omstandiger, bij het nevensgaand Inlander zullen kunnen ontwaeren. Den ontfang van dusdaenige geschenken houd men, van de Tidoreese zijde, zorgvuldig voor ons verborgen: en ik heb hier van alleen maar gewag gemaakt om uw Hoog Edelheeden aantetoonen, dat zoo de verhaelen daar van waar zijn, Tidors koning zig niet „zeer zal verhaasten om de aankoomende Europiaan„ „sche Traffiquanten aftewijsen, off uijt zijne Landen te doen vertrekken. Het gedrag dat ik geduurende de laatste Molukse troubles heb gehouden, dusdaenig zijnde geweest dat ik het zelve ten allen tijde voor uw Hoog Edelheeden zal kunnen verantwoorden, zouden de valse Tidoreesen aanklagten, waar bij ik van Pligt versuim werd be„ „schuldigt, mij van smert en droefheijd hebben doen beswijken, ten waar uw Hoog Edelheeden bij de rescrip„ Tidors koning, mijn goede naam niet „tie aan verdedigt, en de partij niet op soo eene gratieuse wijse voor mij hadden gelieven opteneemen, dat ik mij gehouden agte dieswegens mij„ „ne dankbaarheijd op het ootmoedigste bij mijne gun„ Dankbetuiging aan H: H: die „stige Hooft gebieders afteleggen: die mij selfs in dusdaenige zagtzinnige, en mag ik seggen welmee„ „nende termes bij Hoogst derselver geëerde secreete Missive over dese doleances onderhouden, dat de herinnering van deese goetheijd mijnen ijver voor de behartiging van 'smeesters dienst en belangen steeds zal verdubbelen, weshalven ik meede te raade ben geworden om mij weegens het geschreevene nooits bij een Ternataan off Tidorees uijttelaaten, veel min daar over eenige animositeit te laaten blijken, maer den vorst altoos eeven vriendelijk, en nimmer Hoog Edelheedens recommandatie, alle mogelijke voorsorg gebruijken om de wedersijdsche goede harmonie zoo veel mogelijk te doen standhouden, en daar en teegen alle verwijdering met het Tidoreese Hoff te vermij„ „den: Hoewel ik in waarheijd kan betuijgen, dat ik den afschrift van de gegevene verklaering van deesen De gouverneur belooft de Tido „ met indifferentie te behandelen. ook sal ik op uw verhaelen koning „borgen 133
English
Bad character of Abdul Raoeff grace with the King of Tidor not taken covertly enough Continuation of the Governor's Apology Necessity of taking precautions at the appearance of the King, together with his envoys, I have always treated them in a decent and friendly manner. Yet what Governor, Right Honorable and Highly Esteemed Lords, can after all be sheltered and safe from the false slanderous language and sharp pen of the deceitful Abdul Raouff. Since even the late Lord van Schoonderwoert, who possessed such a capable phlegm for dealing with native princes, in the year 1760: entirely blameless, was slandered and scored through in the Tidorese King's letter by that very same pen, solely and merely because he was not readily quick enough to grant the indiscreet request of the Tidorese for more recognition money. Cause of the Governor's disgrace Your Right Honors' supposition is well-founded, that the disgrace into which I have fallen at the Tidorese court would, in all probability, largely have its origin in the precautions which I have taken all too openly, though for the security of this castle, against the time that this nation, according to their custom, was about to appear here with a multitude of armed people, to enlarge the retinue of their King upon his arrival at this castle, at the signing of the act of amnesty and association between the two Moluccan princes. Precautions at the time of the amnesty I am quite willing to grant that all these arrangements, to prevent annoyance and displeasure with the suspicious Tidorese, ought to have been made more covertly and invisibly, and that I should have had the decisions taken regarding this made known in a secret resolution: Yet on the other hand I rejoice that the forethought and precaution taken by me, considered in itself, seems to be approved by Your Right Honors; and I shall therefore also use no useless words to demonstrate how irresponsible my conduct would have been, if I had just carelessly admitted three to four hundred armed Tidorese, in such critical times, alongside their Ternate enemies inside the castle; wherewith I take the liberty still to remonstrate to Your Right Honors, that the arrangements for our common safety against that day were not devised without the express request of the Ternate prince, who was in great fear of accidents, or that his people would come to blows with the Tidorese, which disasters were perhaps also prevented by our maintained guard. Your Right Honors will be pleased to allow me to note for my discharge, that if I had never taken the King of Tidor to task over the murder committed against Miss Wolff and her company, and had always merely granted the continual requests for cash and gunpowder, I would likely still have been on record with him and his Minister of State as a worthy governor. But the refusal of these requirements, joined with the displeasure conceived on account of our precautions taken on the day of the pacification, has sharpened their thirst for vengeance against me, and I leave it to Your Right Honors' judgment whether I did not rightly have to refuse the King of Tidor the advance of money at times, come. Tidorese. 135 me
Dutch transcription
Slegt caracter van Abdul Raoeff „gratie bij den koning van Tidor niet bedekt genoeg genomen Vervolg van des gouverneurs Apologie Noodzaekelijkheid amn voorzoag neemen bij de verschijning der koning benevens zijne zendelingen, altoos henschen vriendelijk heb bejegents. Dog wat Gouverneur, Hoog Edele en groot Agtbaere Heeren, kan 'er dog gedekt en veijlig zijn voor de valsse lastertaal en scherpe pen van den dubbelhartigen Abdul Raouff. Daar zelfs wijlen de heer van schoonderwoert, die zoo Een bequaam phlegina besat om met inlandse vorsten om te gaan, in den Iaare 1760: ten Eenemaal onschuldig bij de Tidorreese konings brieff, door even dezelfde Pen is gelastert en doorgehaalt, enkel en alleen om dat hij niet schielijk genoeg gereet was der Tidoreesen in discreet versoek om meerder rebognitie Penningen in tewilligen. Oorzaak van des gouverneurs dis„ Het vermoeden van UW Hoog Edelheeden is wel gefundeert, dat de disgratie waar in ik bij het Tidoreese Hoff ben geraakt, na alle waarschijn„ „lijkheijd meerendeels oorspronkelijk zoude zijn weegens de pracauties die ik al te openbaar, dog tot veijligheijt van dit casteel, heb in't werk gestelt, tegens den tijd dat deese natie, naar hunne gewoonte, met een menigte gewaepent volk al„ „hier stonden te verscheijnen, om het gevolg van hunnen koning bij desselfs aankoomst in dit casteel te vergrooten, bij het teekenen van de acte van amnestie en assopiatie, tusschen de beijde Molukse vorsten. Provautien ten tijde der anmestie Ik wil gaarn toestaan dat alle deese schikkin„ „gen tot voorkooming van engernis en misnoegen bij den agterdogtigen Tidorees bedekter en onsigtiger ge„ „maakt hadden moeten werden, en dat ik de dieswee„ „gens genoomene besluijten in Eene secreete resolutie hadde moeten laaten bekent stellen: Dog ik verheuge mij aan de andere kant, dat de door mij genoomene voorsorg en praecautie, op zig zelfs geconsidereert, door uw Hoog Edelheeden schijnt goetgekeurt te werden; en ik sal daarom ook geene onnutte woorden gebruijken om te betoogen, hoe onverantwoordelijk mijn gedrag zou„ „de zijn geweest, indien ik zoo maar zorgeloos heen drie â vier hondert gewaepende Tidoreesen, in zulke critijke tijden, nevens hunne Ternaatse vijanden bin„ „nen het casteel had geadmitteert; waar bij de vrijheijd neeme uw Hoog Edelheeden nog te remonstreeren, dat de schikkingen tot onse gemeene veiligheit tegens dien dag niet zijn beraamt, zonder het nadrukkelijk versoek van den Ternaatsen vorst, die in groote vreese was voor ongelukken, of dat zijn volk met de Tido„ „reesen handgemeen zoude werden, welke onheijlen mis„ „schien ook door onse gehoudene wagt zijn voorge„ Uw Hoog Edelheeden gelieven mij nog te vergunnen van tot mijne decharge te moogen noteeren, dat in„ „dien ik den koning van Tidor nooit weegens de gepleeg„ „de moord aan Juffrouw wolff en haar geselschap had onderhouden, en de geduurige versoeken om contan„ „ten en buskruijt altoos maar had ingewilligt ik denkelijk nog als een braaff gouverneur bij hem en zijnen staats Minister zoude hebben te boek ge„ „staan. Dog het refuus deeser benodigtheeden, ge„ „voegt bij het opgevat misnoegen weegens onze genoomene praecauties op den dag der bevreediging, heeft hun wraaksugt teegens mij gescherpt, en ik laate aan Uw Hoog Edelheedens oordeel over, off ik den koning van Tidor de voorschieting van penningen somtijds niet wel hebbe moeten weijgeren, „koomen. ter Tidoreesen. 135 mij