Inventory 3389
Japan · 812 pages · 372 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
attempts to excuse himself wolff those committed by her his representations regarding the innocence of his son would have been more if he had sent the slave Djabij here Furthermore, His Highness and the Grandees of the Realm make known to Father the Governor and Council concerning the 25th of the month of Safar of this current year, when Your Honorable Worships together with and alongside both the King of the Realms and the Grandees of the Realm had convened a meeting, and at the same time made known a point regarding the death of Miss Wolff, who, along with her crew in the prahu, was so pitifully murdered, and at that time it was unknown who the perpetrators thereof were. However, since in the said meeting the young King's good name has thereby been so falsely besmirched, and such is contrary to the truth, although the said death grieves His Highness and the Grandees of the Realm from the bottom of their hearts, and until now he cannot enjoy the least rest and we cannot so quickly forget it or dismiss it with regard to that aforementioned point which has been imputed to His Highness, we have investigated it deeply enough, yet not the least lead can be obtained from it; and until now there is not the least peace on the other side, as well as here where His Highness resides, as Your Honorable Worships are well aware yourselves, we also received news on the 23rd of the month of Dhu al-Qadah which has now already passed, that there was a male slave named Djabij, who stated that he was fishing with Miss Wolff at the settlement of Gurabati, where some Tobelo Alfurs arrived who took her life there, and he, Djabij, had escaped by flight, upon which he was interrogated by His Highness and the Grandees of the Realm in the presence of the Sergeant and Station Commander here, however stating that they were cooking food and then that misfortune befell her, and as said before, he had fled with a small prahu to the settlement of Tobololo; the said slave was not known to us until a few days after that date. He, on the other hand, was also by his comrades on Ternate, while going to the market to sell some goods Tjamaboedinsjan, together with his Grandees of the Realm, to the Right Honorable Paulus Jacob Valckenaer, Governor and Director, together with the Council of the Moluccas, reading of the following content: as is specified above, saying that, being afraid, he had hidden for some time and is now coming forth for the first time, which cannot be understood otherwise than through his stupidity, upon which having put it to him that time, he however replied to know nothing of it, and we We leave it all to the very wise judgment of Your Honorable Worships; and not knowing whether we are living in true friendship with one another, but we request to be allowed to know who might have brought such to the ears of Your Honorable Worships. Written at Tidore, the 27th of the month of Dhu al-Qadah, Anno 1186, or the 22nd of February, Anno 1773. Lower down: For translation, owing to the absence of the Translator, was signed C. V. Dijk. And whereas the same contained solely a far-fetched and improbable excuse of the young King of that Realm regarding the murder committed in the past year upon the wife of the Kwandang Resident de Wolff and associates, it was thus resolved to instruct the junior merchants Van Rinesse and Van de Walle, who according to a separate resolution of this date are to depart on a commission to Tidore, in their instructions, to put forward to the Tidorese monarch with due respect that his representations regarding the innocence of the young King would have made much more of an impression upon the Council members if the slave Djabij, who clears the Tidorese nation of this murder, had been sent here, and such a testimony before the full the young King himself can also be tainted by it having stepped into a separate room with him, interrogating him, to which he replied in answer cannot get upon the said young so called upon to to upon which having stepped with him into a separate room 187 Council
Dutch transcription
poogt zig te ontschuldige wolffen de hare gepleegt zijn vertogen wegens de on„ „schuld van zijn zoon meer zijn, zoo hij den slaaff Djabij had herwaards gezonden Wijders maakt zijn Hoogheid en Rijksgrooten Vader den Heer Gouverneur en Raad bekent van wegen den 25: der maand Iafar ter dier zelve van dit lopende Jaar, wanneer Uw WelEd: Agtb: met ende be„ „nevens bijde de koning der Rijken en Rijksgrooten hadden vergadering belegt, en teffens te kenne gave een Princt aangaande de dood van Juffrouw wolff, dewelke ne„ „vens haar volk in de Praauw, so Jammerlijk ver„ „moort waaren, en dien tijd onkuntig was wie de da„ ders daar van waaren. Dog dewijl in gem: vergadering den Jongen koning zijn goede naam daar meede zoo onwaar is bes niet geworden, en zulx tegen de waarheid is Strijdende, hoe wel genoemde dood zijn Hoogheid en Rijksgrooten van herten leet is, en tot nu toe geen de minste rust kan genieten en wij het zelve zoo schielijk niet kunnen vergeeten of in de wind slaen me„ „gens dat voorschreeven punet, welke zijn Hoogheid is opgelegt mij hebben het diep genoeg ondersogt, egter geen het minste doelwit daar van is te bekoomen; en tot nu toe nog geen de minste vreede aan de over zijde is, zoo wel als hier daar zijn Hoogheid woonagtig is, gelijk uwelEd: Agtb: zelfs wel bewust zijnde wij hebben ook tijding erlangt op den 23: van de maand Dulkaidat welke nu reeds verscheenen is dat er een maanslaaf genaamt Djabij, welke te kennen gaf dat hij met de Juffrouw wolff op de Nego„ „rij Goeroebatie, aan 't visschen waar, aldaar komende eenige Tobilse alfoeren welke haar aldaar om 't le„ „vergebragt, en hij Djabij, 't met de vlugt ontkomen was, waar op hij door zijn Hoogheid en Rijksgrooten in praesentie van den Sergeant en Posthouder alhier was ondervraagt, egter„ te kennen gevende dat zijl: aan 't kooken van Eeten waren en haar toen dat ongelukkig tot is te beurt gevallen, en hij als vooren dat gesegt het met een klein praauwtje waar„ ontvlugt na de Negorij Tobololo, genoemde slaaf is ons niet bewust geweest dan eenige dagen na dato, Hij is daar en teegen ook door zijne Camaraten op Ternatie, Terwijl na de passer gaande om eenige goederen te verkoopen Tjamaboedinsjan, mitsga„ „ders zij Rijksgrooten, Aan den wel Edelen Agtbaaren Heer Paulus Iacob Valc kenaer Gouverneur en Directeur bene„ vens Raad der Moluccus, Luidende olgende Inhoud. de gelijk als vooren gespecificeert staat, te zeggen bang zijnde zig eenige tijd verburgen heeft en nu eerst te„ voorschijn komt welke niet anders kan begreepen worden dan door zijn domheid waar op den maal voorgehouden hebbende, egter hij repliceer„ daar van niets weeten, en wij Wij laten 't zelve alle aan UWelEd: Agtb: wij zeer oordeel over; en niet weetende of als in regter vriendschap met mal„ „kanderen zijn levende, maar wij versoeken te mogen weeten wie zulx uwel Ed: Agtbaare zoude hebben ter oore gebragt. Geschreeven tot Tidor den 27: van de maand Dulkaidat Anno 1186: of den 22: Februarij A„o 1773: — /:lager:/ voor Translaat, mits absentie van den Translateur /:was gete„ kend „r Dijk. C:„ V: En vermits dezelve eenlijk was behelzende Den Jonge Koning van Tidor len vergezogte en onwaarschijnelijke verontschul„ van de nwvord aan Juffouw„ diging van den Jongen koning van dat Rijk, woe„ „gens de in den vergangen Jaare gepleegde moord aen de huisvrouw van den Quandangs Resident de Wolff C: S: zoo wierd beslooten om de onderkooplieden van Rinesse en van de walle, die blijkens Aparte Re„ „solutie van dato deses incommissie na Tidor staan te vertrekken, bij hunne Jnstructie, meede in Den koning voorhouden dat mandatis te geven, om den Tidoreesen vorst met geloofwaardig zoudegeweeste hoorlijke eerbied voor te houden, dat zijn vertoo„ die hem daar van dtrijkep „ gen wegens de onschuld des jongen konings, veel meer indruk bij de Raadsleeden zouden hebben ver„ „wekt, zoo de slaaf Djabij die de Tidoreese natie van deeze moord vrijspreekt, herwaarts was ge„ „zonden, en dusdanig een getuigenis in den vollen den Jongen koning het zelf„ meede kan besmet worden. „treede zijnde hem ondervragende waar op hij ten antwoord dien„ niet kunnen op krij„ gemelde Jongen zo aangeroepen aan aange waar op zig met hem in een appart vertrek ge„ 187 Raad
English
Meurs The Honorable, Venerable Gentleman Captain Military the King of Batchian the Governor qualified to declare of Batchian as Raja Muda. Tidore also to His Excellency to maintain, because the same could be of consequences, and cause an indelible stain on the good name of the young King. lower stood: Thus done and resolved at Ternate in Castle Orange, date as above written. Was signed: P. I. Valckenaer, E. I. Beijnon, I. F. Wedel, I. G. v. Raesveld, G. C. Meurs, I. Wttewaal, G. W. v. Renesse, and B. v. de Walle. Thursday the 1st of April 173[illegible], in the morning at nine o'clock, meeting of the Council of Policy. Present: Governor and Director Paulus Jacob Valckenaer, Honorable Merchant and Second Elias Jacob Beijnon, Johan Fredrik Wedel, Merchant Johan George van Raesveld, Wttewaal, Gerrardus Willem van Renesse, and Secretary Bartholomeus van de Walle. After the presents from Their Right Excellencies were delivered this morning to the emissaries of the King of Ternate, and Junior Merchants Wttewaal and van Renesse, who had escorted them to the King's Dalem, had returned again to the council chamber; the Lord Governor communicated to the Council members a certain passage from the esteemed secret letter from Their Right Excellencies dated the 31st of December of the past year, whereby the same had pleased to qualify His Honor to declare the Prince of Batchian and the Jogugu Iskandar Alam, upon the alternative request of his uncle the King, as Raja Muda of that Realm; whereupon His Honor also informed the Council that the day before yesterday he had drafted a letter for the King of Batchian, and thereby gave him notice of this approval of our Supreme Authorities, just as there moreover had been put to paper by His Honor a Council had given 189 vention, containing according to His Honor's thoughts, through this Government could be raised to the dignity of Raja Muda and successor to the throne; which both draft papers were now read aloud to the Council, and found to be of the following content: Furthermore, the Governor and Council give Your Highness notice that the High Indian Government at Batavia has favorably consented to Your Highness's request that one of the two Princes and brothers, Iskandar Alam or Sadra Alam, might be appointed as Raja Muda and successor to the throne of the Realm of Batchian; and since our said Supreme Authorities have chosen the Jogugu and eldest Prince Iskandar Alam to that highly distinguished honorary office, Your Highness will have the goodness to give notice to the Council whether Your Highness still persists in his intention and desires that this elevation should proceed; in which case he will please send some of his Grandees of the Realm hither, both to attend the solemnity of this election in Your Highness's name, as well as to hear, swear to, and sign the conditions together with the said Prince Iskandar Alam, upon which the Governor and Council will be able to appoint and declare him, in the name and on behalf of the High Indian Government at Batavia, as Raja Muda and successor to the throne. The Governor and Council are also of the opinion with Your Highness that it will be expedient, if the elevation of the Raja Muda proceeds, that he take up his residence on Saboea, in order to exercise authority there in Your Highness's name. We await a written answer to this, and at the same time send to Your Highness the conditions and terms of the election, of which we have just made mention. The Raja Muda and all the Grandees of the Realm promise that they shall take upon themselves and pay off all such moneys that the King, upon his death, which God long postpone!, might remain indebted to the Honorable Company on account of advance recognitie moneys received and purchased merchandise. Fourthly. The Raja Muda also undertakes, pursuant to the request The Raja Muda and the Grandees of the Realm promise for him that he, from now on, and also subsequently when he after the death of his uncle, the King, shall have obtained the throne of Batchian, shall sacredly follow, and without any exception observe and cause to be observed, all contracts, bonds, conditions, and alliances, both those that by his uncle and his ancestors have been entered into from ancient times with the Illustrious Company, and those that the aforesaid present King might hereafter yet enter into, just as if the same were all inserted here word for word. The successor to the crown promises to remain faithful and true to his uncle the King of Batchian, sincerely to obey all his orders that accord with the interests of the Realm of Batchian and the Honorable Company, and never, as long as God his uncle the King and unanimously the King of the Honorable Company, to aspire or surrender. Thirdly. The Kitchil Iskandar Alam, nephew of the King of Batchian, will be able to be appointed and declared successor to the throne of that Realm, under the title of Raja Muda. Petrus Albertus van der Parra, Governor General and the Right Honorable Lords Councillors of the Netherlands Indies, as representing the General Dutch East India Company in these Regions. Paulus Jacob Valckenaer, Governor and Director and the Council in Molucco, and such on behalf of. His Right Excellency High, Mighty, and Right Honorable vention and conditions, Consent, the same content holds. the First. Secondly.
Dutch transcription
Meurs Den Wel Ede Agtb:r Heer „4 Mant: Capit: Militair de koning van Batchian den heer Gouverneur gequa van Batchian tot Rossa moeda te verklaren. nten den Tidor ook le zijn HoogE derhouden, dewijl het zelve van te gevolgen zoude kunnen zijn, en een onuitwislaare vleek veroorzaken aan de goede naam van den Jongen koning. /:onderstond:/ Aldus Gedaan ende Geresolveert tot Ternaten in't Casteel Orange dato voorschree„ „ven /:was geteekent:/ P: I: Valckenaer, E: I: Beijnon„ I: F: Wedel, I: G: v: Raesveld, G: C: Meurs, I: Wtte„ „waal, G: w: v: Renesse, en B: v: de Walle. Donderdag den 1: April 173. mori„ „gens te negen uuren vergadering van Politie Present Gouverneuren directeur Paulus Iacob Valckenaer, „ E: opente, en secende Elias Iacob Beijnon, Johan Fredrik Wedel, „kopman Sickene Johan George van Raesveld, Oeor ewaal, Gerrardus Willem van Renesse, en reters Bartholomeus Van de Walle, Na dat de geschenken van Haar Hoog Edelheeden heden morgen aan de zeadelingen van Ternaats koning waa„ „ren afgegeven, ende onderkooplieden witewaal en van Renesse „ de deselve tot aan 's konings Dalm uitgeleide had„ „den gedaan, weder inde vergader zaal te rug waren gekeert; Communiceerde de Heer Gouverneur aan de Raadsleden zekere periode uit de gerespecteerde secreete missive van Haer Hoog Edelheeden de dato 31: December anni passati, waar bij Hoog dezelve zijn Edele hadden gelieven te qualificeeren om den Batchiansen Prins en lificeerd om den goegorepe poegoegoe Iskandar Alam, op het alternaties ver„ „zoek van zijn oom den koning te verklaaren, tot Radja Moeda van dat Rijk waar op zijn Edele den Raad ook verwittigde, dat hij opgisteren een brief voor Batchians Dieswegens een brief voor koning had opgesteld: en hem daar bij kennis gegeven van deze verguwering onzer Hoofdgebieders, gelijk daar denseaunwaren oed en boven merde door zijn Edele ten papiere was gebragt 9 eene Raad had gegeven „ 189 ventie, behelsen volgens zijn Edele gedagten; door deze Regeering tot digheit van Radja Moeda, en Throons opvol„ ger, zoude kunnen werden verheven. welke beide Con„ „cept papieren den Raad thans wierden voorgelee„ „sen, en bevonden van den navolgenden in„ Voorts geven den Gouverneur en Raad U Hoogheit ken„ nis, dat de Hooye Indiase Regeering te Batavia, goed„ „gunstig heeft bewilligt in Uw Hoogheids verzoek, dat een der beide Prinsen en Gebroeders Iskandar Alam of Sadra Alam, tot Radja Moeda en Throons op volger van het Rijk van Batchian mogt werden aangestelt, en nademaal ge„ „melde onse Hooge Gebieders den Goegoegoe en oudsten Prins Iskandar Alam tot dat hoog aansienlijk eer ampt hebben verkosen zoo zal U Hoogheit, de goedheit gelieven te hebben den Raad kennis te geven, of U Hoogheit nog bij zijne intentie blijft volherden, en begeert dat deese verheffing voortgang neeme in welken gevalle hij eenige van zijne Rijksgroo„ „ten zal gelieven herwaarts te zenden, zoo wel om de plegtigheid van deze electie, en U Hoogheits naam bij te woonen, als om teffens met gemelden Prins Iskander Alam de Conditien, te aanhooren te besweeren, en te teekenen, waar op den Gou„ „verneur en Raad denzelven, uit naam en van wegen de Hooge Indiase Regeering te Batavia tot Radja Moeda en Throons op volger zullen kunnen aanstellen en verklaaren. De Gouverneur en Raad zijn ook met U Hoogheit van gevoelen, dat het dienstig zal zijn, dat indien de verheffing van de Ra„ „dja Moeda voortgang neemt, dezelve zijn verblijf op Saboea koome houden, om aldaar in U Hoogheid naam het gezag Wij verwagten hier op schriftelijk antwoort, en zenden teffens aan U Hoogheid de Conditien en voorwaarden van de verkie„ „sing, waar van wij zoo even hebben gewag gemaakt. te voeren. Beloven de Radja Moeda en de gezamentlijke Rijksgrooten dat zij zullen op zig neemen en afbetalen, alle zodanige Penningen die de koning met zijn dood, die God nog lange uitstelle! aan de E: Comp: wegens voor uit ontfangene Recognitie penningen en opgenomene koopmanschappen mogt schuldig blijven. —. Ten vierden Neemt de Radja Moeda ook aan om ingevolge het verzoek Delooven de Radja Moeda ende Rijksgrooten voor hem, dat hij van nu af aan, en ook vervolgens wanneer hij na den dood van zijn oom, den koning, den Throon van Batchian zal hebben bekoomen, heiliglijk zal op volgen, en zonder eenige exeptie na komen en doen nakoomen alle Contracten, verbanden, voorwaarden, en alliantien zoo wel die door zijnen ver oom en desselfs voorouders, van oude tijden af met de Jllustre Compagnie zijn aangegaan, als die evengemelde tegenswoordige koning in't vervolg nog mogt aangegaan, even als of dezelve alle hier van woord tot woord waren geinsereert. Belooft de kroons opvolger zijnen Oom den koning van Batchian ge„ „houw en getrouw te zullen blijven alle zijne bevelen de belangens van het Rijk van Batchian en de E: Compagnie overeenkomende opregtelijk te zullen ge „hoorsamen en nooit zoo lang God zijn oom den koning en Hoestemmigz # den koning van DE: Compagnie te zullen ambieeren af staan. Ten Derden Den kitchil Iskandar Alam, Neef des konings van Bati„ „hian, tot Throons opvolger van dat Rijk zullen kunnen aanstellen en verklaaren, onder den Titul van Radja Moeda. Petrus Albertus van der Sarra, Gouverneur Generaal en de Wel Edele Heeren Raaden van Nederlands India, als representeerende de Generaale Nederlandse Oosindische Compagnie in dese Gewestin. Jacob Valckenaer Paulus Gouverneur en Directeur be ens den Raad in Molucco ende zulx wegen. Hoog Edelheid ijn Hoog Groot Agtbare en W:ijd gebie„ ventie en Voorwaarden, Confintie denzelven inhoud „houdt. e de C op den E: Agtbaren Heer Voor Eerst. Ten Tweeden & - de
English
regarding this, to make no further stir whatsoever, but to send them in such manner to the King. The contents of both these writings having been unanimously approved by the Council members, it was further resolved to dispatch the same accordingly to the King of Batchian, and not to proceed further with this ceremony before and until the King's answer to our proposal shall have arrived. It being also resolved hereby to note how some members were of the opinion that, although this fickle prince had proposed both his nephews, the Princes Iskander Alam and Sadra Alam, to Their High Mightinesses for the conferral of this dignity, he might nevertheless, in the present juncture, at times change his mind again, or at least impede the progress of this promotion, because the said Prince Iskander Alam, showing little affection for his uncle, has resided since his arrival from Amboina with the King of Ternate, with whom, on account of his gentle and friendly nature, he is in such high regard that the latter has even given him one of his daughters in marriage. These considerations having been discussed, it was jointly found proper, in case the King of Batchian should raise any objection or show opposition to this appointment, to leave the matter at that. Furthermore, the Governor informed the Council members that Their High Mightinesses would gladly have seen the Raja Muda of Tidor consent to head his people in helping to extirpate the spices in the lands of Maba, Weda, and Pattani, and that this expedition had thus proceeded under his supervision; because our high masters were of the opinion that his presence would add strength to the work and bring about more rapid progress, which Their High Mightinesses otherwise feared would require more than one mission. Whereupon it was resolved to reply to Their High Mightinesses that Their High reflection concerning the benefit to be hoped for on such an expedition through the presence of the Raja Muda could not be contradicted, provided the Raja Muda acquitted himself properly and the Tidorese changed their disposition to such an extent that, like other nations, they obeyed the commands of their princes and chiefs, about which that licentious people usually care very little. To which was to be added that, even had one wished to let this expedition proceed, the lack of manpower would nevertheless have prevented us from doing so; wherefore it was resolved to postpone this spice expedition to Maba and Weda. And what is further to be written, Their High Mightinesses, pursuant to requisition, shall also be informed that the said prince, after the good outcome of such an expedition, ought in our opinion to be favored with a gift of One thousand rixdollars in linens and specie. Which amount, or Two hundred rixdollars less, in the opinion of the Council members, would also be a suitable gift for the King of Ternate on account of the spice land discovered and now cleared on Silleweroeroe. Furthermore, it was also resolved to represent to Their High Mightinesses how difficult it would be to convince the Raja Muda that he and his people had defiled themselves with the murder of Miss Wolff and her retinue; just as this Ministry also thought it would be equally difficult to prove that young man guilty of having taken part in the hostile attack at Macquian, since the accusers would absolutely have to be confronted with him in order to bring him to a confession. It was found proper to add here that the slave named Djabij, who was also among the retinue of Miss Wolff when this misfortune befell her, first spread the rumor here that this outrage was committed in the presence of the Raja Muda; and if one lends credence to the Tidorese accounts, this same slave subsequently alleged again on Tidor that the Tobelo Alfoors had killed this woman, as can be seen more fully in the Tidorese missive mentioned in the secret session of the 1st of March, which Tidor's prince wrote to this Ministry in exculpation of his son. To which one would further represent to Their High Mightinesses that the slave Djabij, who, as appears from the aforesaid Secret Resolution, was requested by the Council to come hither to bear witness to this case, has never appeared before us, notwithstanding that from the Report of the Commissioners van de Walle and van Renesse, dated the 10th of March, it appears that the King had promised to send him hither for that purpose. From which, in the Council's opinion, it is not obscurely evident.
Dutch transcription
der dieswegens verder de minste beweging te dor de rad gaprserd Die den koning dusdanig toe tezenden. gevoelen van sommige Raadsleden over t mespel„ „turig honneur van den Koning met betrekking tot deze promatie Saan Hoog Edelheden hadden gafine gezien dat de specirij Exhirpatie op de nevens gem Disbrie„ ten door den Jongen ke„ „ning van Tidor aan 't hoofd van de zyne was uitgevoert. intentie van de koning zijn oom, zijn verblijft en woonplaats dewijl zulks tot welstand der Batchianse landen en tot nut den op Laboea ter plaatse van het oude palleis der Batchianse behooren den inhoudt deser beide geschriften hier op door eRaadsleeden eenpariglijk wat geapprobeert, wierd ver„ dor goedgevenen dezelve diervoegen aan Batchians koning te laten afgaan, en niet eerder met deze pligtigheit voortte gaan, voor en al eer 's konings antwoort op onzen voorslag zoude zijn ingekomen. Werdende teffens beslooten bij dezen te noteeren, hoe zom„ „mige Leeden van gevoelen waren, dat hoewel dese wis„ „peltuurige vorst zijne beide neeven, de Prinssen Iskan„ „der Alam, en Sadra Alam, tot het bleeken van deze waardigheit aan Haar Hoog Edelheeden had geproponeerd, hij egter in het tegenswoordig tijdsgewrigt Somtijds wel wederom van intentie verandert zoude kunnen zijn, of ten minsten den voortgang dezer promotie zoude kunnen verhinderen ter zaake gemelde Prins kandar Alam weinig genegentheit tonende voor zijn oom zig zedert zijn koomst van Amboina bij Ternaats koning heeft opgehouden, bij wien om zijnen zagten en vriendelijken aart zoo gezien is, dat hij denzelven zelfs een van zijne dogters ten huwelijk heeft gegeven. Over welke Consideratien gesprooken zijnde vond men gezamentlijk goed, om ingevalle Batchians koning eenige zwarigheit opperen, of tegen zign mogt toonen in b s1t0 ven eo ramng haar gieen deze aanstelling de zaak als dan daer bij te laaten be„ nies Diengaren verstaan is aldin gaf de Gouverneur meede aan de Raadsleeden kennen, dat Haar Hoog Edelheeden gaarne gezien zouden hebben dat van den Radja Moeda van Fidor het hoofd aan zijne de specerijen te helpen &tirpeeren op de landen van Maba Weda, en Pat„ „tani, hadden bewilligt, en dat deze togt dus onder zijn op„ „zigt voortgang hadde genoomen; om dat onse hooge gebieders van gevoelen waren, dat desselfs praesentie het werk kragt bij zetten, en spoediger voortgang zoude doen hebben, het geen Haar Hoog Edelheeden anderzints dugteden, dat meer als eene bezending zoude vereisschen. Waar op verstaan wierd Haar Hoog Edelheeden wat daar op te rescrbere te rescribeeren dat Hoog derzelver reflectie, wegens het nut dat 'er op dusdanigen togt door de presentie van den Radja Moeda was te hoopen niet tegensprooken konde werden indien de Radja Moeda zig na behooren Queet, en de Tidoreesen in zoo verre van aart veranderden, dat zij gelijk andere natien gehoor gaven aan de beveelen van hunne vorsten en opperhoofden, daar dat losbondig volk doorgaans weinig navragen. Waar bij men nog zoude voegen, dat al haadden men dezen togt voortgang willen neemen, het gebrek van manschap ons zulks egter zoude hebben verhindert al„ „waarom beslooten wierd dese specerij togt na Maba„ pusten, weda zin in had. F zer van elt, terwijl men Mili brek aan soldaaten oude geven van zullen bewilligen. eerlang in zijnen En wat nog verder te schrijven zullende Haar Hoog Edelheeden, ingevolge requisit, ook werden kennis gegeven dat gemelde vorst, na den goeden uitslag van dusdanigen togt, onzes bedunking behoorde te worden begunstigt met een geschenk van Een duisent rd:s in lijwaten en Contanten. Welk bedragen, of Twee hondert Rijksdaalders minder, na 't gevoelen der Raadsleeden, meede een gevoeglijk geschenk zoude zijn voor den koning van Ternaten wegens het ont„ „dekt en thans gezuivert specerij land op Sillewe„ „roeroe. Voorts besloot men mede om Haar Hoog Edel„ „heeden te vertoonen hoe bezwaarlijk het zoude vol„ „len den Radja Moeda te overtuigen, dat hij op de zijne zig met de moord van Juffrouw Wolff en haar ge„ „volg zoude hebben bezoedelt: Gelijk dit Ministerium ook dagt dat het even moeilijk zoude zijn dien Jongen waar te maken van deel te hebben gehad aan den vijand„ „lijken aanval te Macquian, aangezien de aanklaa„ gers absolut tegens hem gecronforteert zouden moe„ „ten werden om hem tot bekentenis te brengen, het aakzugt ge„, d men goed hier bij Slaaf Djabij gent: die in het Je mede onder het gevolg van Juffrou epas Wolff is geweest toen haar dit ongeluk is overgekoo„ „men, alhier eerst het gerugt heeft verspreid dat deese eunveldaad ten bij weesen van den Radja Moeda zoude zijn gepleegt: En zoo men aan de Tidoreese verhaalen geloof slaan, had deze zelve slaaf na„ „derhant wederom op Tidor voorgegeven dat de Tobilse Alfoeren deze vrouw om het leven hadde gebragt, zoo als breeder kan gezien werden bij de Tido„ „reese Missive waar van ter Secreete sessie van den 1:e Maart gewag is gemaakt, en die Tidors vorst tot zuivering van zijn zoon, aan dit Ministerium heeft geschreeven. waar bij men Haar Hoog Edelheeden nog zoude vertoonen dat de slaaf Djabij, die den Raad blijkens evengemelde Secreete Resolutie verzogt had dat herwaarts mogte koomen om al„ „hier getuigenis van dit geval te geven, nooit bij ons is verscheenen, niettegenstaande uit het Rapport van de Commissianten van de Walle en van Renesse, de dato 10: Maart komt te blijken, dat de koning had belooft van den zelven ten dien einde herwaarts te zul„ „len zenden. Waar uit na des Raads bedunken, niet geen onduidelijk Weda 193
English
195 [illegible] Djabij may [illegible] hither [illegible] fearing that he might retract his latest statements once again, or else make a deposition not corresponding with the views and pretenses of the Tidore Court. For all which reasons the Council resolved to submit to Their High Nobilities' consideration whether it might not be best to abandon further investigation of this case, while it was approved to give them the required notice should anything further be discovered concerning this in the meantime. After which it was also resolved to write to Batavia that, notwithstanding all our representations and admonitions and the Tidore promises that followed upon them, the former gunner Paulus Schaar had not in the least been indemnified for his suffered loss, regarding which, however, we did not fail to urge the Tidore Court frequently. Just as, pursuant to Their High Nobilities' orders, on the occasion of the collection of the gifts from the Tidore envoys, insistence was already made this morning without opposition regarding the continual plundering of Ceram and other Ambon districts, before the grandees of Ternate. Thus done and resolved at Ternate in Castle Orange on the date aforesaid. Signed: P. J. Valckenaer, E. J. Beijnon, J. F. Wedel, J. G. van Raesveld, G. C. Meurs, J. Witewaal, G. W. van Renesse, and B. van der Welle. Agrees, Jacob Hendrik Bainon Friday, the 21st of August, Anno 1728, at nine o'clock in the morning, meeting of the Council of Policy. Present: The Honorable Worshipful Lord Governor and Director of the Moluccas, Paulus Jacob Valckenaer The Honorable Senior Merchant and Second, Elias Jacob Beijnon Captain of the Military, Johan Fredrik Wedel Merchant and Fiscal, Johan George van Raesveld Junior Merchant and Storekeeper, Godfried Carel Meurs Pay Bookkeeper, Gerrardus Willem van Renesse Secretary, Bartholomeus van der Walle Production of a report, its contents: The ordinary business being concluded, the Lord Governor submitted a Compendious Report, annexed to the Daily Register and Current Account concerning the spice extirpation carried out on Samolla, handed over to his Honor by the Ensign Joseph Stephanus, the Bookkeeper Laurens Prezee, and the Assistant Johan Sijbrand Sluiter, and found to be of the following content: Compendious Report concerning the spice extirpation carried out on the lands and districts of the King of Tidore, Samolla, and Wassile, delivered by the undersigned to the Honorable Worshipful Lord Paulus Jacob Valckenaer, Governor and Director, together with the Council of the Moluccas. Honorable Worshipful Lord and Gentlemen! With reference to the Journal kept by us the undersigned and accompanying this, in which we, in the hope of favorable approval, have recorded at length what occurred and was performed by us during this extirpation expedition, we shall only note, in relation to the destruction of the spices, that in the abovementioned regions, around the rivers specified below: For the reading, Gerrolt 197 and Friday, the 21st of August, Anno 1728, at nine o'clock in the morning, meeting of the Council of Policy. Present: The Honorable Worshipful Lord Governor and Director of the Moluccas, Paulus Jacob Valckenaer The Honorable Senior Merchant and Second, Elias Jacob Beijnon Captain of the Military, Johan Fredrik Wedel The Honorable Merchant and Fiscal, Johan George van Raesveld Junior Merchant and Storekeeper, Godfried Carel Meurs Pay Bookkeeper, Gerrardus Willem van Renesse, and Secretary, Bartholomeus van der Walle Production of a report, its contents: The ordinary business being concluded, the Lord Governor submitted a Compendious Report, annexed to the Daily Register and Current Account concerning the spice extirpation carried out on Samolla, handed over to his Honor by the Ensign Joseph Stephanus, the Bookkeeper Laurens Prezee, and the Assistant Johan Sijbrand Sluiter, and found to be of the following content: Compendious Report concerning the spice extirpation carried out on the lands and districts of the King of Tidore, Samolla, and Wassile, delivered by the undersigned to the Honorable Worshipful Lord Paulus Jacob Valckenaer, Governor and Director, together with the Council of the Moluccas. Honorable Worshipful Lord and Gentlemen! With reference to the Journal kept by us the undersigned and accompanying this, in which we, in the hope of favorable approval, have recorded at length what occurred and was performed by us during this extirpation expedition, we shall only note, in relation to the destruction of the spices, that in the abovementioned regions, around the rivers specified below: For the reading, Gerrolt and
Dutch transcription
195 Schoot te: 2o p r ant niet staat al lden Djabij mag herwaarts te kelijke int' vreese dat hij zijne laatste gezegden wederom mogt aetracteeren, dan wel eene dispositie geven niet overeenkomstig met de Jnsigten„ een voorgaven van het Tidorese Hoff„ E alle welke redenen de Raad besloot Haar Hoog Edelheeden in Consideratie te geven of het niet maar best zoude zijn van het verder onderzoek van dit geval afte zien, terwijl goedgevonden wierd Hoog dezelve de vereischte kennis te geven indien men ondertusschen dieswegens iets naders mogte komen ontdekken. Waar na meede is gearresteert na Batavia te Schrijven dat niet tegenstaande alle onze gedaane ver„ toogen en vermaningen en daar op gevolgde Tidoreesen beloften den geweesen Busschieter Paulus Schaar nog in het geringste niet was geindemneerd wegens zijn gelede verlies, waar op men egter niet naliet dik„ „wils bij het Tidoreser Hoff aante dringen—. Gelijk men ingevolge Haar Hoog Edelheedens be„ „veelen, bij gelegentheit van 't afhaale der geschenken bij de Tidorrese zendelingen ook met nadruk zonder tegengang der Contiruveele Stroperije van Ceram, ende verdere Ambonse districten, reets dezen morgen verboogen ten bij de grooten van Ternaten: Aldus Gedaan ende Geresolveert tot Ternaten int Casteel Orange dato voorsz: /:was getekent:/ P: I: Valckenaer, E: I: Beijnon, I: F: Wedel, I: G: v: Raesveld, G: C: Meurs, I: Witewaal G. w: v: Renesser en B: v: d: Welle. — Accordeert Jacb. Hend. Bainon aanhouden: here Vrijdag den 21: Augustus A„o 172: smorgens te negen uuren vergadering van Politie Present Wel Edele Agtb: Heer gouverna Paruelus Jacob Valckenaer en directeur der molucaos. - Elias Jacob Beijnon E: opperkoopman en secunde. manl: Capitain Militair Johan Fredrik Wedel koopman en fiscaal. - Johan george van Raesveld der koopman en winkelier Godfried Carel Meurs _o „ soldij boeth. Gerrardus willem van Renesse „ _„o secretaris Bartholomeus van de walle uitie van een berigt inhoud De gemeene zaken afgelopen zijnde, wierd door den Heer Gouverneur overgelegt een Compendieus Berigt, annex het Dag Register en reekening Courant wegens de gedane specerij extripatie op samolla, door den vendrig Ioseph Stephanus, den Boekhouder Laurens Prezee, en den adsistent Iohan Sijbrand sluiter, aan zijn Edele over„ handigt, en bevonden te zijn van volgenden inhoud Compendieux Berigt nopens de specerij exturpa„ „tie gedaan op de landen en districten van den koning van Tidor, samolla en wassile door de ondergeteken„ „dens overgelevert aan den wel Edelen Agtbaren Heer Paulus Jacob valckenaer gouverneur en en directeur benevens den Raad der moluccos. Wel Edele Agtbare Heer en Heeren! Met referte aan het door ons ondergetekende gehouden en dezen verzellende Dagverhaal, waar bij wij onder hope van gunstige approbatie breedvoerig hebben aangetekent water geduurende deese extirpatie togt voorgevallen en door ons verrigt is, zullen wij eenlijk met relatie tot de distructie van de specerijen noteeren, dat er in bovengem: Contrijen, omstreeks de hier onder gespecificeerde Rivieren 7 Voor 't opleesen Gerrolt 197 en Vrijdag den 21: Augustus A„o 172 simorge te negen uuren vergadering van Politie Present Den WelEdele Agtb Heer gouverneur Paulus Jacob Valckenaer en directeur der moluccos. - „ E: opperkoopman en seunde - Elias Jacob. Beijnon „ 8. mant: Capitain, Militair Johan Fredrik Wedel „ E. koopman en fiscaal. Johan george van Raesveld „ onderkoopman en winkelier Godfried Carel Meurs _o „ soldij boekh. Gerrardus willem van Renesse en _„o secretaris Bartholomeus van de walle Productie van een berigt dies inhoud De gemeene zaken afgelopen zijnde, wierd door den Heer Gouverneur overgelegt een Compendieus Berigt, annex het Dag Register en reekening Courant wegens de gedane specerij extripatie op samolla, door den vendrig Ioseph Stephanus, den Boekhouder Laurens Prezee, en den adsistent Iohan Sijbrand sluiter, aan zijn Edele over„ handigt, en bevonden te zijn van volgenden inhoud Compendieux Berigt nopens de specerij exturpa„ „tie gedaan op de landen en districten van den koning van Tidor, samolla en wassile door de ondergeteken„ „dens overgelevert aan den wel Edelen Agtbaren Heer Paulus Jacob valckenaer gouverneur en en directeur benevens den Raad der moluccos. Wel Edele Agtbare Heer en Heeren! Met referte aan het door ons ondergetekende gehouden en dezen verzellende Dagverhaal, waar bij wij onder hope van gunstige approbatie breedvoerig hebben aangetekent water geduurende deese extirpatie togt voorgevallen en door ons verrigt is, zullen wij eenlijk met relatie tot de distructie van de specerijen noteeren, dater in bovengem: Contrijen, omstreeks de hier onder gespecificeerde Rivieren Voor 't Opleeden Gerrolt en
English
157. 774. 199 the 21st August 1773 spice crops have been felled and destroyed, namely 2559 nutmeg trees by type: At the River Domie: 37. 223. Rabim: 26. 42. Roeba Roeba: 86. 244. Roa: 27. 44. Mamie: 366. 408. Tolawie: 77. Resie: 48. and eradication of that crop, which is so harmful to the Honorable Company in these regions. Sum 458. 2101 nutmeg trees. No clove trees having been discovered in this district, during the destruction of which we have not failed to go into the forests ourselves and take ocular inspection of the work, as well as to apply all diligence and zeal in order to execute the commission entrusted to us with all possible attentiveness and accuracy, pursuant to the tenor of the honored Instruction of Your Honorable Worships, having also in accordance therewith frequently held meetings with the native chiefs and the king's commissioners. And when they showed themselves unwilling, under all kinds of pretexts, such as fear of the Alfurs and Ternatans, as well as a lack of provisions, and other such excuses, cited more extensively in the Daily Register, wishing to halt the work, we encouraged them again with a friendly reception and a small gift, as well as frequently treating the common native with some tobacco and a few drams of liquor, in order thereby to bring them back to their duty and to work, and thus to achieve the aim of Your Honorable Worships and the interests of the Honorable Company in that highly important work, regarding which we had to incur many and extraordinary expenses, on which account we are also prepared to confirm with a solemn oath the clarity of the Report submitted in this matter, stating that neither more nor less has been declared regarding the statement of the felled and extirpated spice trees. While the undersigned humbly request that it may please Your Honorable Worships to order paid from the Company's treasury the wages of eight hired hands at six stuivers per day who were employed for 129 days, or for as long as they were engaged in carrying baggage or otherwise, and properly rewarded by the undersigned according to custom, amounting to Rds 129; item, another Rds 30.24, which the undersigned spent in the most frugal manner during this expedition over and above the cash received; that there may also be validated to them thirteen measures of rice, which the undersigned successively distributed to the natives at their urgent request, since they did not have the least bit of provisions, nor could they obtain anything in that vicinity, and we did not find it advisable to let them leave, as they wished to do, to search for provisions and to pound sago. Furthermore, that they may be discharged from all further accounting for the disbursed cash, linens, chopping axes, parangs, and arrack, etc., given and distributed to the natives and guides to facilitate the success of this so important work, as can be seen in the accompanying current account. Lastly, the humble petitioners request that they, along with their subordinates, may enjoy the board money so graciously granted to the extirpators. In the confidence that we have accomplished this entrusted commission to the satisfaction of Your Honorable Worships, we take the liberty to subscribe ourselves with the greatest respect and reverence. Underneath was written: Right Honorable Worshipful Sir and Sirs Lower: Your Honorable Worships' dutiful servants, was signed: Joseph Stephanus, L: Brezel, and F: P: Sluiter. In the margin: Ternate, the 27th July 1772.
Dutch transcription
157. 774. 199 den 21:e: Au¬ specerij gewas zijn omgevelt en vernielt 2559. specerij noote boo„ men in zoort te weten Aan de Rivier Domie „ „ _:o Rabim „ „ _o Roeba Roeba - _o Roa- _ Mamie „ „ _ o Tolawie en valegen van dat voor de E: Compt: in deese gewesten, zoo schadelijk Somma 458: 2101: zijnde geen nagulboomen in dit Landstreek ontdekt geduurende welkers vernieling wij niet ingebreeken gebleeven zijn zelfs in de bosschen te gaan, en occulaire speculatie van 't werk te neemen, mitsgaders allen vlijt en iever aantewenden, omme de door ons opgedrage commissie met alle mogelijke oplettendheid en accuratesse, ingevolge den teneur der geeerde Instructie van uwelEd: Agtb: ter uitvoer te brengen, hebbende ook ingevolge van dien dikwils met de inlandse hoofden en 's konings commissianten vergadering gehouden. En dezelve wanneer ze zig onwillig betoonden, onder allerhande voor„ „wendsel, als uit vreese voor de alfoeren en Temnatanen, als mede gebrek van mondkost, en andere diergelijke uitvlugten, breeder bij het Dagre„ „gister aangehaalt, het werk wilden staken, dezelve door een vriendelijke onthaling, en een geschenkje weder aangemoedigt, als mede den ge„ „meenen inlander dikwils met wat Tobak en eenige soopjes geregaleert, om ze daar door weder tot hun pligt en aan het werk te krijgen, en hier door het oogmerk van uwelEd: Agtb; en de belangen der Ed: Compagnie in dat hoogwigtig werk te bereiken, waar omtrent wij dan veele en buiten gewone kosten hebben moeten doen, weshalven dan ook bereid zijn de duidelijkheid van het ten dezen overgelegde Berigt, dat omtrent de opgave der omgevelde en uitgeroeide speierij bomen niet meer of minder daar bij hebben bekent gestelt met solemneele Eede gestand te houden. Terwijl de ondergetekende nedrig verzoeken, dat het uwel Edele Agtb. behagen mag uit 's Compagnies Cassa te laten voldoen het loon van agt huurlingen â ses stuivers 's daags die in 129. dagen of zoo lange zij tot het dragen van bagagie als anderzints ge-emploijeert en door de ondergetekende volgens usantie behoorlijk -. 37. 223. . 26. 42. Voorts ontheft mogen worden van alle verdere ver„ „antwoording der verstrekte contanten Lijwaten kapbijlen, Padakken en Arak &:a aan de inlanders en wegwijzers tot faciliteering en sinces van dit zoo wigtige werk verschonken en uitgerekt, te beoogen bij de hier nevensleggende reekening Courant. Laastelijk verzoeken de nedrige seekenaers dat zij nevens hunne onderhorigen mogen gaudeeren van 't kostgeld, de Extirpateurs zoo goedertierend toegevoegt. Jn vertrouwen dat deze onze aanbetrouwde commissie ten genoegen van uwelEdele Agtbaare zal hebben volbragt, nemen de vrijheid ons met de meeste eer„ bied en Respect te onderschrijven. (:onderstond:) wel Edele Agtbaare Heer en Heeren (:lager:) uwelEdele Agtbare trouwschuldige Dienaren /:was getekent:/ Ioseph Stephanus L: Brezel en F: P: Sluiter. (:inmargine.) Ternaten den 27:' Julij 1772. beloont zijn, met een bedragen van Rd:s 129. – item nog rd„s 30: 24— die de ondergetekende boven de ontfangene contanten ge„ „duurende deze togt op het menagieuste hebben verbruikt, dat hen ook gevalideert mag worden, dertien maten rijst, die de ondergetekende successivelijk aan de inlanders op haar instantig verzoek hebben uitgereikt, alzoo dezelve net het minste van levensmiddelen hadden, ook daaromstreeks niets krijgen konden, en wij niet geraden vonden, zij te laten vertrekken, zoo als zij doen wilden, om mondkost te zoeken en zagoe te kloppen. beloont Reekening „ „ „ „ „ „ _o Resie - . 86: 244. 27. 44. 366: 408: noote „hen 77: . 48 gustus 1773
English
101 To Cash. " Linens - - " Axes - Pedaks - - - - loose 12: 10: 12: 6: 193: 279. Current Account of such Cash, Linens and what more, as were given to the undersigned for further accounting and in the manner as follows to facilitate the extirpation work were successively employed and disbursed, namely P V - -. . . — 14: 7: 5: 14: — — — — — sharp cartridges - - - - - - Sum Rd.s 100: 14: 7: 5: 14: 60: 60: 500: 300: 360: (below stood:) Ternate in Castle Orange the 27th July Anno 1712: /:was signed:/ 360: Debet. the 21 August 1712 Rd.s 100: — " Arrack api – – – – – – – – – – – — — — — — — — — — — — — — — 60: — — — — — — — — — — — 500: — — ditto – – — — — — — 300: — 1712: 26 January: to 2 Patanese for the communication made as well as for showing a fresh water River - - rd:s 5 Ditto 5 February: to the quimelaha of Boeli on account of his assistance service — ½ — 1: — — — — — ditto " ditto " a Boeli guide - - - - to 6 Alfurs for searching for the deserters - — — 2: — — — — — 15 — — — ditto 22 ditto " 2 Cauwa guides who brought us from Wassele to Samolla - - . . . " 2 — — 2: — — — — — 16 - - . 2½ — — — 2: — —. — 24: 5: ditto " ditto to some natives who helped unload the rations 6: ditto 24 ditto " 2 Captains upon departure to the forest as well as to 2 guides — ditto 12 March " 4 quimelahas upon their departure to Weda to fetch people 8 — 16 ditto prahu hire to bring the Company's letter vessel back to Ternate 10: — 5 [illegible] as well as for a prahu with 8 hands - - 22 ditto upon inspection as, and as above, see Journal. 28 ditto a meeting to get the unwilling natives back to work — — 29 ditto distributed to the chiefs and natives - - 6 April for prahu hire and meeting held, for arrack to the chiefs 3: — — ditto upon departure of the men to the forest - 11 ditto ditto from Lieutenant Doegoera. 28 ditto to 13 prahu bailers for 18 days to Ternate - . . - 10: — — — 6 May from the 1st to the 6th May at several meetings - - - 9 ditto upon inspecting the troops as well as for prahu hire. - 13 ditto to the chiefs, Captains and guides upon their departure on request 10: 2: — — — 31 ditto for bandage and clyster - - - " ditto for conveying 2 men over the bobane to Samolla. 5: — 5 June for a prahu when Provisional Corporal Semet and some sailors were missing across the Bobane 2 and paid for the transport - - - - - - - - - - 17: — 21 ditto for a prahu and travel money to 1 Corporal and 5 private soldiers ƒ 5: —— " the hire of a prahu in the service of the saramaria — 1: — — — 24 ditto consumed and distributed at the funeral of Sergeant Temmink 25 ditto for the hire of a prahu and 9 hands at the bobane — — " " carrying of the baggage to various natives. 5: 1: — — 2: — 30 ditto " the hire of two large and 1 small prahu wherewith the extirpators were brought over from Dodingo to Ternate - - During the expedition distributed in Tobacco to the natives - - - - moreover during the expedition at various meetings with the chiefs spent and defrayed, as well as consumed in arrack besides what was brought up. Together r:s 130: 24. 12: 5 thus must still be accounted for by the undersigned 1 306:4 2: 2: — 2: 50: 43: 494: 107: 81 Sum. Rd:s 100: 14: 7: 5 14: 60: 60: 500: 300: 360: J:s Stephanus, L: Brezee and I: S: Sluiter. Credit. 155 — — — — — 60: — — — — — — — — — — — — 15: 1: 1: — — — — —— " 4 — 18: 18: — 20: 8. — — 18. 16: 5: 18:12: — — — — 18. 25: 2 2 2 — —. — — — — 44: — — — — — — — 20: —— — - - 1 - — —. — — — — 1:— 2: — — — 4: 4: — 18: 20: 1: — — — —. — — — —. — 6: —: 10: 2: — — — 1: — — —. — 6: — — —. 2: — — — 10: — — — — — — — — — — 2: — — — —— 39. 53: 5 15: — — 2: — — 2: — to
Dutch transcription
101 â Contanten. „ Lijwaten - - „ Bijlen- Pedakken - - - - losse 12: 10: 12: 6: 193: 279. Reekening Courant van zodanige Contanten zijn mede gegeven en in maniere als volgt tot faliciteering van het P V - -. . . — 14: 7: 5: 14: — — — — — scherpe pattroonen - - - - - - Somma Rd„s 100: 14: 7: 5: 14: 60: 60: 500: 300: 360: (onderstond:) Ternaten in 't Casteel orange den 27:' Iulij A„o 1712: /:was getekent:/ 360: .— — — — — — 60: — — — — — — — — — — — 500: — — _o – – — — — — — 300: — 1772: 26 Jann: aan 2: Patanireesen voor de gedane Communicatie als voor de aanwijsing van een zoet water Rivier - - rd:s 5 D 5: febr: aan den quimelocha van Boelie wegens zijn adistentie fermise — ½ — 1: — — — — — _o „ _o „ een Boelireese wegwijser - - - - -— — — — _1 22: _ „ 2: Cauwereesen wegwijsers die ons van wassele na samol„ „la bragten- - -- -. -- _o „ —o aan eenige inlanders die de randsoenen mede gelost hebben 6: _o 24 _o „ 2: Cap=ns bij vertrek naar 't bos als mede aan 2: wegwijsers — _o 12 Maart „ 4 quimelahas bij hun vertrek na weda om volk te halen 8 — 16: _„o prauwloon om 's Comp:s brief vaen weer na Terhaten te brengen 10: — 5 „diging. als mede voor een prauw met 8: koppen - - - - 22 _o bij visiteering als, en als even, vide Journaal. - 28: _„o een vergadering om den onwilligen inlander weder aan't werk te krijgen — — 29: _o aan de hoofden en inlanders verdeelt - - 6: April voor prauloon en gehoudene vergadering aan arak aan de hoofden 3: — — _o bij vertrek van 't volk na 't bosch- - - 11: _„ _o van den lieutenant Doegoera. . 28: _o aan 13: prauw scheppers voor 18: dagen na Ternaten - . . - 10: — — — 6: Meij van den 1:' tot den 6: Meij bij verscheide vergaderingen - - - I bij 't visiteeren der troupen als mede voor prauwloon.- _o _„ 9: „ 13: —' aan de hoofden Capiteis en wegwijsers bij hun vertek op versek 10: 2: — — — 31: _=o tot verband en lavement - - - - - — „ _o voor 't overbrengen van 2: mansch: over de bobane na samolla. 5: — 5: Junij voor een prauw bij 't overgaan van den p:l Corporaal semet en eenige zeevarende over de Bobane absent geraakt 2 en voor 't overbrengen betaalt - - - - - - - - - - 17: — 21: _o voor een prauw en teer geld aan 1: Corp:l en 5: gemeene militairenƒ 5: —— „ 't huuren van een prauw ten dienste van de saramaria — 1: — — — T bij de begraffenis van den sergeant Temmink verbruik„ 24: en uitgereikt 25: — voor't huuren van een prauw en 9: koppen aan de bobane — — „ „ dragen der bagagie aan diverse inlanders. 5: 1: — — 2: — 30 _o „ 't huuren van twee groote en 1: kleine prauw waar mede de extirpateurs van Dodingo na Ternaten over„ — gebragt zijn - - - Gedurende de togt aan Tobak aan de inlanders uitgereikt- - - - nog gedurende de togt bij diverse vergaderingen met de hoofden verspendeert en bekostigt, als mede buiten 't opgebragte nog aan arak verbruikt. Te samen r:s 130: 24. 12: 5 dus moet door de ondergetekende nog verantwoord worden 1 306:4 2: 2: — 2: 50: 43: 494: 107: 81 Somma. Rd:s 100: 14: 7: 5 14: 60: 60: 500: 300: 360: J:s Stephanus, L: Brezee en I: S: Sluiter. aan 6: alfoeren voor 't opsoeken der drossers - — — 2: — — — — — 15 — — — . . . „ 2 — — 2: — — — — — 16 - - . 2½ — — — 2: — —. — 24: 5: Lijwaten en wesmeer, als aan de ondergetekende tot nadere verantwoording extirpatie werk successive g'emploijeert en uitgereikt zijn te weten Debet. -- - - - - - - -- - — — — — — 60: — — — — — — — — — — 155 — den 21 Au¬ =gustus 1712 Rd„s 100: — „ Arakapij – – – – – – – – – – – — — — — — — — — - — — — — — — — — 15: 1: 1: — — — — —— „ 4 — 18: 18: — 20: 8. — — 18. 16: 5: 18:12: — — — — 18. 25: 2 2 2 — —. — — — — 44: - — — — — — — — 20: —— — - - 1 - — —. — — — — 1:— 2: — — — 4: 4: — 18: 20: 1: — — — —. — — — —. — 6: —: 10: - 2: — — Credit. — 1: — — —. — 6: — — —. 2: — — — 10: — — — — — — — — — — — 2: — — — — ——— —. — — — — — —. — — -- —— 39. 53: 5 15: — — 2: — — 2: — - - — na
English
203 After reading of which, having noticed that in the aforesaid country, how many spice trees were extirpated and felled in this district, this Commission approved, from the Company's funds the wages of the hired laborers and granted them the customary 408 fruit-bearing and 2101 sapling nutmeg trees, it was, after this had been discussed, first of all approved to approve the actions of the Commissioners to that extent; however, before taking the further necessary resolutions regarding the contents of the said Report, it was deemed necessary to have both the Commissioners and the common extirpators confirm under oath their conduct in the performed extirpation work in accordance with the orders. Whereupon both the Commissioners and the military were called into the assembly hall, and first the former being asked by the Governor whether they were prepared to confirm under oath the validity of their Report, as well as that they gave the necessary orders to the subordinate extirpators for the burning of the ripe and unripe fruits, along with overseeing the work, and whether they frequently went in person into the forests, and furthermore carried out everything according to the tenor of the Instruction given to them, and they answering all the same in the affirmative, the oath framed for the extirpators was thereupon taken by them in the due form at the hands of the Governor. Subsequently, the common extirpators and their subordinates were asked in the same manner by His Honour whether they were able to confirm under oath, namely the non-commissioned officers, that they had faithfully reported the extirpated trees in their daily report notes, and the common soldiers, whether they had honestly declared the destroyed quantity, and had burned all the found fruits, both ripe and unripe. Who thereupon jointly showed themselves willing to do so, furthermore taking the oath framed for the extirpators, in the manner as before, each individually. Furthermore, consideration being given to the requests made by the Commissioners, it was resolved to grant them and their subordinates, according to previous examples, the customary board money, from their departure until their return here. As it was also understood to have reimbursed to the frequently mentioned Commissioners from the Company's treasury the wages of eight hired laborers who during the extirpation were employed both for carrying baggage and other services, calculated from the 8th of January to the 30th of June, counting together 129 days at 1 Rds per day, or together 129 Rixdollars, together with another Rds 30: 24: — which, according to the submitted running account, they had on various occasions disbursed more than received. However, on the other hand, it was resolved to have the Commissioners restitute: 2 ps guinea cloth, coarse, bleached 2 ps red baftas 2 ps broad blue percales 50 axes oath 48 extirpated the 21st of August 1772 Commissioners the Comm 48 ps pedaks The Right Honorable Governor Production of a report. 494 sharp cartridges 107 blank cartridges 81 jugs of arrack api together with another 10 axes which they gave as gifts to the islanders, as it was judged that this giveaway could well have been spared. Lastly, it was resolved to discharge the Commissioners from further accountability for the Company's goods that were given to them, among other things, to facilitate the extirpation work. Below stood: Thus done and resolved at Ternate in Castle Orange on the date aforesaid. Was signed: P: J: Valckenaer, E: J: Beynon, I: F: Wedel, I: G: v: Raesveld, C: Meurs, G: W: van Renesse, and B:s van de Walle. Saturday the 7th of November 1772, at nine o'clock in the morning, meeting of the Council of Policy. Present Paulus Jacob Valckenaer. Compendious Report concerning the spice extirpation carried out on the lands and districts of Cauw, Tobillo, Galilla and on the island of Morentaaij situated on the opposite coast of Halmaheira, belonging under the territory of the King of Ternate, respectfully submitted by the undersigned. To the Right Honorable Paulus Jacob Valckenaer, Governor and Director, together with the Council of the Moluccas. Right Honorable Sir and Gentlemen! With reference to the journal kept by us, the undersigned, and accompanying this, in which we, under the hope of favorable After the resumption and signing of the general Resolution of the 9th of October last, the Governor laid upon the table the journal kept, together with a compendious Report by Ensign Johan Jurgen Frey and the Assistant Petrus Strenske, concerning the accomplished spice extirpation in the districts of Cauw, Tobillo, Gallilla and Morententaaij, alongside a running account of the textiles and other items given to them upon departure from here, which two latter papers read as follows: The Senior Merchant and Second Elias Jacob Beynon The Valiant Military Captain Johan Fredrik Wedel The Merchant and Fiscal Johan George van Raesveld The Junior Merchant and Storekeeper Godfried Carel Meurs Gerrardus Willem van Renesse, and Secretary Bartholomeus van de Walle. the approbation its contents
Dutch transcription
203 Na welkens bectiue ontwaart zijnde dat in voorschreve Land, hoe veel speurij boomen uit ge¬ dese Commissie geapprobeert de Caaonikragjten het loon der huurlingen ge„ en an aartg gebene ficeert met het gewoo„ „streek uit geroeit en omgevelt waren. 408: vrugt en 2101. tel - -. } Nooteboomen zoo wierd na dat hier over gediscoureert was, voor af goedge„ „vonden, de verrigtingen van de Commissianten in zo verre te approbeeren; dog is voor het neemen der verdere nodige besluiten over den inhoud van gemeld Berigt nodig geoor„ „deelt, zoo wel de commissianten als de gemeene Extirpa„ „teurs hunne behandeling in het verrigt extripatie werk na volgens de ordre, met eede te laten bevestigen. Waar op zoo wel de Commissianten als de militairen binnen de vergaderzaal geroepen, en voor af de eerst ge„ „noemden door den Heer Gouverneur gevraagt zijnde, of zijbereit waren de deugdelijkheid van hun Rapport, met eede te bevestigen, gelijk meede dat de nodige ordres aan de mindere extirpateurs gegeven hebben, tot het verbranden der rijpe en onrijpe vrugten, mitsgaders om naar het werk te zien, en of zig dikwils in persoon in de Bossen vervoegt, en voorts alles na den teneur aan hen meede gegeven Instructie ter uit„ „voer gebragt hebben, en zij al het zelve met za beant„ „woordende, is daar op door hun den eed voor de extii„ pateurs beraamt, in de bita forma aan handen van den Heer Gouverneur gepresteert. Vervolgens wierden de gemeene extripateurs inzelvervoe„ hunne orderhorige doen den eerngen door zijn Edele afgevraagt, of zij instaat waren met Eede te geloofstaven te weten de onderofficiert, dat zij de uitge¬ „roeide Boomen bij hunne dagelijkse Rapport Briefjes, getrouwelijk hadden bekent gesteld, en de gemaene soldaten, of zij de vernielde quantiteit opregtelijk opgegeven, en alle de gevondene zoo rijpe als onrijpe vrugten verbrand hadden Die zig daar op gezamentlijk daar toe bereitwillig toon„ „den, leggende voorts den eed voor de extirpateurs beraamt, invoegen als voren ieder in 't bijzonder af„ Wijders reflectie geslagen wordende, op de door de Commis„ „sianten gedaane verzoeken, is gearresteerd, hen en hunne onderhoorige, na vorige exempelen toe teleggen, het ge„ „woone kostgelt, sedert hun vertrek tot derzelver retour alhier. Gelijk ook nog is verstaan aan meermelde Commis„ „sianten uit 's Compagnies Cassa te laten remboursee„ „ren het loon van agt huurlingen, die geduurende de extripatie zoo tot het dragen van Bagagie als andere diensten ge-emploijeert zijn geweest, gerekent van den 8: Januarij tot den 30:' Junij tellende te samen 129. dagen â 1: Rd:s 's daags, of tesamen 129: Rijxxaalders nevens nog Rd=s 30: 24: — die zij volgens ingediende Reekening Courant bij verscheide gelegentheden meerder uitgereikt dan ontfangen hebben. moetende neven gem: ondere ntitueren Dog is daar en tegen gearresteert om door de Commis„ „sianten te laten restitueeren. 2: p:s guinees gem: gebl: 2: „ Baftas roode 2: „ Parcallen br: bl: 50: „ Bijlen eede 48 roeit den 21: Augustus 1772 issianten de Comm 48: p:s Pedakken Den wel Ed: Agtb: Heer Gouver„ Productie van een berigt. 494: „ scherpe Pattroonen 107: „ losse Pattroonen 81: kannen Arak Api benevens nog 10: Bijlen die zij aan den iilander hebben verschonken, alzoo geoordeelt wierd, dat deeze weg schenking wel had kunnen gemenageert geworden zijn. Laastelijk wierd besloten om de Commissianten haar onthif: van deen prtordte ontheffen van de verdere verantwoording der 's Compagnies effecten, die aan dezelve onder anderen tot faciliteering van het extiipatie werk zijn mede gegeeven. /:onderstond:/ Aldus gedaan ende gere„ solveert Tot Ternaten in het Casteel orange dato voorschreeven (:was getekent:/ P: J: valckenaer, E: J: Beijnon, I: F: wedel, I: G: v: Raesveld, C: Meurs, G: w: van Renesse, en G: B:s van dewalle. Saturdag den 7:' November 1772: 's morgens te negen uuren vergadering van Politie. Present med en daatend . . Paulus Jacob Valckenaer. Compendieus Berigt nopens de spe„ „cerij extirpatie gedaan op de landen en distric„ „ten van Cauw, Tobillo, Galilla en ten Eilande Morentaaij gelegen aan de overkust van Halmaheira gehorende onder 't territoir des konings van Ternaten, door den ondergeteken„ „dens in alle eerbied overgelevert. Aan den wel Edele Agtbare Heer Paulus Jacob valckenaer. — gouverneur en directeur benevens den Raad der Molicaos. Wel Edele Agtbare Heer en Heeren! Met referte, aan het door ons ondergetekendens, gehoudene en dezen verzellende Dagverhaal, waar bij wij onder 'thoope van gunstige Na het resumeeren en tekenen der gemeene Resolutie, van den 9:e october Jongst verweken, wierd door de Heer gouverneur ter Tafel overgelegt de gehoudene dag aante„ „kening annex een compendieux Rapport van den vaandrig Iohan Jurgen Freij en den adsistent Petrus Strenske, wegens de volbragte specerij Extirpatie op de districten van Cauw Tobillo, Gallilla en Mo¬ „rententaaij, nevens een Reekening courant der aan hun bij vertrek van hier mede gegevene Lijwaten, en wesmeer welke twee laaste Papieren aldus huidden Den bi opperkoopman en Lecuwde Elias Jacob Beijnon „ „ Manh: Capitain Militair Johohan Fredrik Wedel „ koopmanen Fiscaal. - . - Johan George van Raesveld „ onderkoopm: en winkelier Godfried Carel Meurs, _„o „ Colijbest. Gerrardus willem van Ronesse, en „ secretaris Bartholomeus van de walle. den approbatie dies inhoud
English
207 the 7 November 1772 approbation, have recorded in detail what occurred and was executed by us during this spice inspection, we shall only note, with relation to the destruction of this harmful crop, that in the above-mentioned regions, around the rivers, streams, and mountains specified below, of those fruits so harmful to the Honorable Company in these regions, there have been felled and destroyed 26109 spice clove and nutmeg trees by kind, to wit: Fruit-bearing / Non-fruit-bearing / Nutmeg / Ditto At the River Lamie on the boundary of Sidangolij —: 2: 177: 525 Ditto Dabo, on the mountains Dabo Sobottottie Coijson 12: 153: —: — Ditto Soijloij 4: 91: —: — Ditto Tobobo on the boundary of Lahoe 5: 54: —: — The streamlet Doa on Gamasongi 214: 529: 23: 21 Seleweroeroe, likewise belonging under Cauw At the River Saweij on the boundary of Tobilo —: 5: 41: — Ditto Tonnewaij —: —: 1: 2 The streamlet Moeloe —: —: 45: 118 The River Boijon on the boundary of Gammaknom —: —: 103: 126 Ditto ditto Mejage, nothing found Tobillo On the Mountain Mudang, nothing found —: —: —: — At the River Tobillo —: —: —: — Ditto ditto Meete ditto ditto —: —: —: — Ditto Kadanne on the boundary of Cauw —: —: 410: 1042 Galilla On the Mountain Momoija, nothing found At the River Tra on the boundary of Tobillo, nothing found —: —: —: — Ditto ditto ditto Tobaro —: —: —: — Ditto ditto ditto Naag ditto ditto Loloda ditto ditto —: —: —: — Ditto ditto Djodjffa —: —: —: — Morentaaij At the River Radje —: —: 210: 1639 Ditto Gelle Gelle —: —: 148: 843 Ditto Molleoo —: —: 243: 576 Ditto Djuing —: —: 1654: 6371 Ditto Sopi —: —: 399: 1324 Rivers Dutie, Tjau, and Daketta —: —: 1113: 5852 Ditto Batang ditto ditto —: —: —: — Ditto Ware ditto ditto —: —: —: — Cauw Ditto ditto Sage —: —: —: — The stream Tella —: —: 85: 137 Ditto ditto Jane —: —: 11: 12 Ditto ditto Taluk —: —: 770: 1019 Total: 235: 829: 5397: 19648 Counted: Or clove trees by kind: 1064 Nutmeg trees: 25045 Makes as above: 26109 spice trees by kind. During the destruction of which we have not failed to go into the forests ourselves and take ocular inspection of the work, as well as to apply all diligence and zeal to execute the commission entrusted to us with all possible attentiveness and accuracy in accordance with the tenor of the honored instructions of Your Honorable Worships, having also in accordance therewith frequently held meetings with the native chiefs and Ternate commissioners, in order that, whenever the Alfurs showed themselves unwilling and under all kinds of pretexts, such as fear of the Maba people, lack of provisions, and other such excuses, to be viewed more fully in the journal, to encourage them again by friendly entertainment, as well as refreshing the common natives with tobacco and arrack rations, in order thereby to bring them back to their duty and to work, and thereby to achieve the objective of Your Honorable Worships and the interests of the Honorable Company in this weighty work; wherefore we are also prepared to confirm with a solemn oath the truthfulness of the report submitted herewith, that regarding the statement of the felled and eradicated spice trees nothing more or less has been stated. While the undersigned humbly request that it may please Your Honorable Worships to have paid to them from the Company treasury the wages for eight hirelings at six stuivers per day each, who were employed for 397 days, or during this commission, for carrying baggage and otherwise, and properly rewarded by the undersigned according to custom, amounting to Rds 397; item, also Rds 47 and 31 cans of arrack, which the undersigned used in the most economical manner above what was received; as well as that 3 pieces of axes may be passed for write-off, which were lost for us by the natives in the forests without anyone's neglect, to be viewed more fully in the daily register. Furthermore, from all further accounting of the cash, linens, chopping axes, parangs, and arrack provided to the chiefs of the natives and guides for facilitating and ensuring the success of this weighty work, successively gifted and distributed, all to be seen more fully in the account current accompanying this. Lastly, the humble undersigned request that, together with their subordinates, they may enjoy the board allowance so graciously granted to the extirpators. In the trust that we have completed this commission entrusted to us to the satisfaction of Your Honorable Worships, we take the liberty to sign ourselves with the greatest honor and respect. Beneath was written: Right Honorable Worshipful Lord and Sirs; lower: Your Honorable Worships' faithful and dutiful servants; was signed: I. G. Freij and P. Strenske; in the margin: Ternate, Fort Orange, the 25th of October 1772.
Dutch transcription
207 den 7 Novem approbatie breedvoerig hebben aangetekend water geduurende deze spece„ rij visite voorgevallen en door ons verrigt is, zullen wij eenlijk met relatie tot de distructie van dit schadelijk gewas noteeren dater in bo„ vengemelde contrijen, omstreeks de hier onder gespecificerde rivieren, spruiten en bergen van die voor de E. Comp: in deze gewesten zoo schade„ lijke vrugten zijn omgevelt. en vermelt 26109. specerij Nagel en Noote boomen in soort te weeten. vrugt tell weten dito Aan de Rivier Lamie op de scheiding van sidangolij —: 2: 177: 525. _o Dabo „ „ bergen Dabo sobottottie Coijson 12: 153: —: — 4: 91: —: — _o Soijloij - - - - - - - - -. „ _o Tobobo op de schaiding van Lahoe 5: 54: —: —: 't spruitje Doa op Gamasongi - - - - - 214: 529: 23: 21: Seleweroeroe mede onder Cauw gehorende Aan de Rivier Saweij op de sch: van Tobilo - . —: - _o Tonnewaij - - - - - - —: —: 1: 2: -- „ 't spruitje Moeloe - „ de Rivier Boijon op de sch: van gammaknom — : —: 103: 126: _o _o mejage niets gevonden Tobillo op de Berg mudang niets gevonden - - - - —: —: —: —: Aan de Rivier Tobillo _ — – – - - —: —: —: —: „ „ _o Meete _o _o - _o kadanne op de sch: van Cauw. . —: —: 410: 1042: Galilla. op de Berg Momoija niets gevonden —T op de sch: van Tobillo niets gevorden —: —. —: — Aan „ Rivier „ „ „ Tobaro _ _ —: —: —: — _o Tra „ „ _o _o Naag „ „ „ „ Loloda d. o d:o —: —: —: — „ „ _o Djodjffa - - Morentaaij. - - . . —: —: 210: 1639: Aan de Rivier Radje- - „ _o gelle gelle - - - - - - —: —: 148: 843: _o Molleoo _ Djuing- — sopi - Rivieren Dutie, Tjau en Daketta - -- -:-: 235: 829: 5397: 19648: Teld. of nagelbomen insoort. 1064. nooten 25045: 26109 specerij boomen in soost. maakt als vooren- _o Batang - _o _o —: — : —: —: „ _o ware _o _o - - —: —: —: —: Cauw _o _o sage - - - —:—: 243: 576: —: —: 1654: 6371: „ 't spruit Tella - - - - - - - - - - —: —: 85: 137. ———: —: 1113: 5852: „ „ _o Jane - - - - - - —: —: 11: 12: „ „ _o Taluk - - - - - - - —: —: 770: 1019. —: —: 399: 1324. d:o d:o — — : —: — -: -: - : -: 5: 41: Geduurende welkers vernieling wij niet ingebreeke gebleeven zijn, zelfs in de bosschen te gaan en occulaire inspecte van 't werk te neemen, mitsgaders alle vlijt en iever aantewenden, omme de ons opgedrage commissie met alle mogelyke op„ „lettentheid en aucuratesse ingevolge den teneur der g'eerde instructie van uwelEd: Agtb: ter uitvoer te brengen, hebbende ook ingevolge van dien dikwils met de inlandse hoofden en Ternaatse commissianten vergade„ „ring gehouden om dezelve wanneer de Alphoeren zig onwillig betoonde en onder alderhande voorwendsels als uit vreese voor de Mabareesen, gebrek van mondkost en andere diergelijke uitvlugten, breeder bij 't dag„ „verhaal te beoogen, dezelve door een vriendelijke onthaling weder aange„ „moedigt, als mede de gemeene inlanders met Tobak en loopjes gere„ „lageert omme daar door weder tot hun pligt en aan't werken te krijgen en hier door 't oogmerk van uwelEd Agtb: en de belangens der E: Comp: in dit hoogwigtig werk te bereiken- weshalven dan ook bereid zijn de deugdelijkheid van het ten desen overgelegde berigt, dat omtrent de opgave der omgevelde en uitgeroeide specerij boomen niet meer of minder daar bij hebben bekent gestelt, met solemneele Eede te bekragtigen. Terwijl de ondergetekende nis nedrig versoeken dat het uwel Ed. Agtb: be„ „hagen mogen, hunl: uit 's comp:s Cassa te laten voldoen het loon voor agt huurlingen á ses stuivers daags ieder die in 397: dagen, of geduu„ „rende deze Commissie, tot het dragen van bagagie als andersints zijn ge-emploijeert, en door de ondergetekendens volgens usantie behoorlijk beloont met het bedragen van Rd:s 397:. Jtem nog Rd:s 47: en 31: kannen aiakapi, die de ondergetekendens boven 't ontfangene op het menagieuste heeft verbruikt, als mede dat ter afschrijving mag werden gepasseert 3: p:s bijlen welke ons door den inlander in de bosschen zonder iemands versuim zijn te soek gebragt breeder bij 't dagregister te beoogen. Voorts van alle verdere verantwoording der verstrekte contant lijwaten kapbijlen, pedakken en arak, aan de Hoofden der inlanders en wegwijsers tot faciliteering en succes van dit hoogwigtige werk succssive verschon„ „ken en uitgereikt alles breeder te sien bij de dezen verzellende reecq: Courant Laastelik verzoekende nedrige tekenaers dat nevens hunne onder„ „horige mogen gaudeeren van 't kostgeld de extirpateurs zoo goedertierend toegevoegt. Jn vertrouwen dat dezen onse aanbetrouwde commissie ten genoegen van uwel Edele Agtb:s zullen hebben volbragt nemen wij de vrijheid ons met de meeste eerbied en respect te onderschrijven. (:onderstond:/ wel Edele Agtb: Heer en Heeren /lager:/ uwelEd: Agtb:s trouw„ schuldige Dienaren. (:was getekent) I: G: Freij en P: Strenske, Cinmargine, Ternaten orange den 25:' october 1772: — Geduurende Reekening „ „ —: —: 45: 118: :-: -:- -:-: -: -: -- ber 1772
English
209 1771: 24 September: received Current Account of such cash, linens, and whatever else was provided by the honored order of the Right Honorable Lord Paulus Jacob Valckenaer, Governor and Director of the Moluccas, for the service of the extirpation at Cauw, Tobillo, Galilla, and Morentaaij, to be further accounted for by the undersigned, namely: Debit 60: 4: 5: 80: 60: 60: 15: 500: 25: 2: — 50: — — — — 1772: 16 August: [illegible] Total Rd:s 85: 6: 5: 130: 60: 60: 15: 500 thus received less than disbursed 47: — — 31: — — — Sum Rd:s 132: 6: 5: 161: 60: 60: 15: 500: the 7 November 1772 Credit [illegible] 28 ditto, at the meeting held with the Commissioners [illegible] defrayed to encourage a newly appointed malim delivered and delivered to a newly appointed malim 16 ditto, defrayed for a discoverer of some spice growth and for female rowers during this month defrayed for tobacco for the natives 3 December: gifted to encourage a native who reported to us the never-extirpated land of Selewerderoe 12 ditto, the same, to those of Sergeant Scheib upon departure to the new work 31 ditto, during this month defrayed for tobacco for the natives 1772: 1 January: defrayed for the native chiefs on the celebration of the New Year 24 ditto, to the prahu rowers who brought Corporal Jahn in 18 days to and from Ternate February, appearance of the Shahbandar of the King of Ternate, see daily register departure of the Ternate Shahbandar during this month defrayed for tobacco 3 March: spent on the appearance of some Ternate chiefs on commission going to Galilla for facilitation: 2 — — 3: — — — 13 ditto, defrayed for prahu hire that brought Corporal Wilfers, see daily register, in 5 days to and from Galilla: 3: — — — — 20 ditto, delivered and gifted upon departure from Cauw to the native chiefs 23 ditto, meeting held with the Galilla chiefs 24 ditto, departure of Sergeant Scheib as above 26 ditto, appearance of Prince Soluco alongside the grandees of the realm, see daily register 3 April: upon appearance of Junior Merchant Hemmekam and Ternate Shahbandar Mistaha 4 ditto, departure of the abovementioned Gentlemen 11 ditto, for prahu rowers who brought Soldier De Chazaux in 19 days to and from Ternate: 4 — 28 ditto, during this month defrayed for tobacco for the natives: 2: — — 22 May: on inspection of troops performed by the first of this commission 26 ditto, meeting held with the native chiefs 29 ditto, for the prahu hire that brought Corporal Jahn in 13 days to and from Ternate: 4: — — —— 31 ditto, during this month defrayed for tobacco for the natives 11 June: at the meeting held with the native chiefs 20 ditto, at the meeting held with the native chiefs 22 ditto, upon departure of the troops to the forest, see daily register 31 ditto, during this month defrayed for tobacco for the natives 1 July: consumed upon arrival of the Ternate commissioners 18 ditto, meeting held with the abovementioned 30 ditto, at the meeting held with the native chiefs after they had been to Ternate 31 ditto, defrayed for tobacco for the natives 16 August: at the meeting held with the native chiefs 31 ditto, defrayed for tobacco for the natives 1 September: at the meeting held with the native chiefs 7 ditto, upon departure of the first draftsman to the troop of Sergeant Scheib 22 ditto, the same to that of Sergeant Wisseman during this month defrayed for tobacco for the natives [illegible] thus received more than disbursed 132: 6: 5: 161: 60: 60: 15: 500 54: 50: 15: J: G: Freijen, P:s Strenske Underneath stood: Ternate Orange the 25 October 1772. Was signed. Sum Rd:s 132:
Dutch transcription
209 1771: 24: Sept: ontfangen - - - - - - - - - - - - - - - Reekening Courant van sodanige contanten, Lijwaten en wesmeer, als 'er ter gouverneur en directeur der Moluccos, ten dienste der Exetirpatie op Cauw Debet P g v 60: 4: 5: 80: 60: 60: 15: 500: 25: 2: — 50: — — — — - Teld Rd:s 85: 6: 5: 130: 60: 60: 15. 500 dus minder ontfangen dan verstrekt 47: — — 31: — — — den 7: Novem=ber 1772 Credit. e P 8 a an aa an en en ande anenter _ 28. _o bij gehoudene vergadering met de Commissanten senglatie mauws kerrets bekostint - -- tot aanmoeding van een nieuwe aangestelde malim afgegeven — en aan een nieuwe aangestelde malim afgegeven. 16: —=o aan een aansrenger van eenige speen„s gewas an vrouwe scheppers bekostigt - - - - i gedurende dese maand aan toebak voor de inlanders bekostigt- 3: Dec: tot aanmoeding van een inl: die ons heeft aangebragt 't noit afg'extirpeerde land van selewerderoe verschonken-- 12: _ ad idem, aan die van den sergeant scheib beide vertrek na 't nieuwe werk — — 31: _ geduurende dezen maand aan toebak voor de inlanders bekostigt - - - - 1772: 1: Jann: bij aleberatie van het nieuwe Jaar aande inlandse groote bekostigt - - - - - 24 _o aan de prauwschepp: die den Corpl Jahi in 18: dagen heen en weder na Pern: hebben gebr: / :eb A„o verschin vund en Sabavor ar des komigs van Ternaten, vide dagregister - - - _„ vertrek van den Ternaats Sabandhaar gedurende desen maand aan tabak bekostigt - 3: Maart bij verschijn van eenige Ternaatse grooten in Commissie na Galilla gaande tot facilit: verspend: 2 — — 3: — — — 13: _o voor prauw huw die den Corpls wilfers vide dagregister in 5: dagen heen en weder na Galilla hebben gebragt, bekostigt – - - - - - - - - - - - 3: — — — — 't bij vertrek van Cauw aan de inl: hoofdjes afgegeven en beschonken - - - 20: 23 _ „ gehoudene vergadering met de galillase hoofdjes- 26 _„ verschijn van den prins soluco nevens de rijxgroten vide daoregister5 24: „ vertrek van den sergeant scheib als boven - 3hin twail bij verschijn van den onderkoopm: Hemmekan: en Ternaats Sabandhar Mistaha - 4: _„ vertrek van boven gem: Heeren - - 11: _o voor prauw scheppers die den sold:t De Chazaux in 19 dagen heen en wederna Pern: hebben gebr: 4 — 38. _o gedurende dezer maand aan Tabak voor de inl: bekostigt - - - - - - - - 2: — — 22: Meij, bij gedane troupsvisite door den eersten dezer commissie - - - - 26: _o „ gehoudene vergadering met de inlandse hoofden - - - - - „29: _o voor de prauws huir die den Cop. l Jahn in 13 dagen heen en weder na Tern hebben geb: 4: — — —— 31: _:' geduurende dezen maand aan Toebak voor de inlanders bekostigt - - - - - 11: Junij bij gehoudene vergadering met de inlandse hoofden - - - - -- 20: „ bij gehoudene vergadering met de inlandse hoofden - - - - - 22: _ bij vertrek van de troupen na 't bosch vide dagregister - - - - - - 31: _ gedeurende dezen maand aan tabak voor de inlandsers bekostigt - - - - 1: Julij bij aankomst der Ternaatse commissianten verbruikt - - - - - - - 18: _ „ gehouden vergadering met bovengem: /30: _o bij gehouden vergadering met de inlandse hoorsders na Ternaten zijn geweest.. - _ voor tabak aan de inlanders bekostigt - - 31. 16: Aug=s, bij gehoudene vergadering met de inlandse hoofdjes - - - 31: _ voor tabak aan de inlanders bekostigt. 1: 7ber: bij gehouden vergadering met de inlandse hoofden - - — - 7: _o „ vertrek van den eersten tekenaer na de troup van den sergeant scheib- 22: _o ad idem na die van den sergeant wisseman -- - - gedurende desen maand aan Tabak voor de inlanders bekostigt- 1. ote n an am en de or eienen oliaene verkoen 5 dus meerder ontfangen dan verstrek 132: 54: 50: 15: - 6: 5: 161: 60: 60: 15: 500. – J: G: Freijen P.:s Strenske Tobillo, Galilla, en Morentaaij, ter nader verantwoording van den onderget: zijn verstrekt teweten 29: geeerde order van den wel Edele Agtbaren Heer Paulus Jacob Valckenaer, 11: - . - 3 (:onderstond:) Ternaten orange den 25: october 1772: /:was getekent./ Somma Rd„s 132: 6: 5: 161: 60. 60: 15:500: 1772: 16: Aug:s _o - - - - - - - . - -. - -- 2: 2: — — 5: — 5: - - ½ :- 2: - - 10: 5 10: — - 4: - - –½ ½ - - — 2: — — — - 2½ — — 2: — — 4: — — — 8: -— - - — 3: — — 5: — — — 24: 5:- 2: — 3: 3:- 10 2: — — — — — — — 2: —- 2: — — 3: — — 2: 5: - - - 5 5 2: — — 2: — — 2:- 2: — .. - -. --- - -- 2 -- 24. - — — - - - ƒ - - - 3: — — - - 36 — - - - - 1: - ƒ - - - 5: - - 6:- 1. -- - - 72. : - - - - „ 5: - 2: - 2: 1: — - - 8: 5: 1. — — - - - - - - 3: — 2 — — 2: — — — 2: — 2: — — ƒ ƒ - 3: — 2: 5: — 2: — 24: 3: - - - 3 2: 36: 1: 5: — - - - Somma Rd„s 132:
English
211 the 7th of November 1772. the number of spice trees that were eradicated by by their subordinates and confirmed by them on oath. Whereby it was noticed with satisfaction that in the aforementioned districts there were destroyed and eradicated a quantity of 235 fruit-bearing 829 young clove trees 5397 fruit-bearing 19648 young nutmeg trees or in total 26109 spice trees of all kinds. And having deliberated thereon, it was approved to approve the actions of these commissioners in so far, but before disposing of the further contents of the aforementioned Summary Report and the current account, it was deemed necessary to have both the commissioners and the common extirpators confirm their conduct during this extirpation expedition on oath, pursuant to the order of Their High Mightinesses. After which, the Commissioners having appeared within the council chamber, the Governor asked them whether they were prepared to verify on oath the authenticity of their Reports, as well as that the necessary orders for the burning of the ripe and unripe fruits had been given, and furthermore that they themselves had kept an eye on the work, and had to that end proceeded in person to the forests, and furthermore whether they had carried out everything in accordance with the contents of the Instructions given to them; and they having answered all the questions put to them in the affirmative, the oath framed for the extirpators in the proper form was thereupon taken by them before the Governor. Subsequently, the common extirpators also being called inside, the Governor first asked the non-commissioned officers whether they found themselves capable of testifying on oath that they had faithfully reported the eradicated trees in their daily report notes, asking the common soldiers whether they had sincerely reported the actual stated quantity, and had burned all the ripe as well as unripe fruits found, and had also split the stumps of the felled trees crosswise: And since all these extirpators answered all the questions posed in the affirmative, the oath framed for the extirpators was taken, in the manner as before, by each of them in particular. Further, reflection being made on the request of the aforementioned extirpators, it was resolved to grant them, above the ordinary monthly ration received, as an extra gratuity, following previous examples, the ordinary board money, from their departure until their return here. 213 the 7th of November 1772. It was also understood that the commissioners, at their request, shall be reimbursed from the Company treasury for the advanced wages and advanced hire paid to eight hirelings who were employed during the extirpation or from the 24th of September of the past year until the 25th of October of this year, both for carrying the baggage and for other services, at [illegible] stuivers a day per man, or amounting together to a sum of 396 Rds. It was also resolved to credit them a sum of 47 Rds. along with 31 jugs of arrack api, which, according to the submitted Current Account, they had disbursed on several occasions in excess of what had been provided to them. On the other hand, it was resolved to have the Commissioners return the articles brought back by them: 54 pieces of axes 50 pedaks 15 lb of bullets and 8 blank cartridges, together with 3 pieces of axes that they gave away to the natives, since it was judged that this giveaway could well have been spared, because the natives can derive the same service and use from the gifted pedaks. Lastly, it was resolved to discharge the Commissioners from further accountability for the Company's effects that had been given to them to facilitate the extirpation work. After this, the Governor demonstrated to the assembly the necessity of letting the destruction of spices proceed again elsewhere for the benefit of our Lords and Masters, for which there was now a good opportunity due to the returned troops; also informing Their Honours that he had proposed to the King of Ternate to have this work carried out again on His Highness's lands of Tewe and Toniko; which that prince had not only approved, but had already had the forest huts prepared on Toniko. And since the Council members also deemed this expedition very necessary, it was jointly resolved to fix the departure of the extirpators for next Thursday, the 12th of this month, by which time His Highness would be requested to send his vessels to the pier to transport the extirpators; it being further understood in this regard to have an exact spice inspection carried out in that region as well as in the land of Lamie and Mount Lamar, and to appoint for that purpose, as commanders, the Military Ensign Iohan Stephaan Schuilenburg and the provisional assistant Isaak Donker, and to assign to them: two sergeants two corporals eighteen common soldiers, with an assistant surgeon.
Dutch transcription
211 den 7:' Novem het getal: der Cpeverij boomen die uitgeroit van door hun onderhorige ge„ en door hun met Eede bevestigd. waar bij met genoegen ontwaard wierd, dater in voorschre„ „ven districten waren vernielt en uitgeroeit een quantiteit 235: vrugt 829: sel Nagelbomen 5397: vrugt 19648: Tel nooteboomen ofte in 't geheel 26109. specerijboomen in zoort Ende daar over gediscoureert zijnde is goedgevonden d„ be hammissianten verrigtingen geapp„o de verrigtingen dezer commissianten en zoo verre te approbeeren dog alvorens over den verderen inhoud van het voormelde Compendieux Rapport, en de Rekening courant te disponeeren, nodig geoordeelt, zoo wel de commissianten als de gemeene extirpateurs hunne behandelingen geduurende deze extirpotie togt ingevolge de ordre van Haar Hoog Edelheden, met eede te laten bevestigen. Waar na de Commissianten binnen de vergaderzaal verscheenen zijnde, vraagde den Heer Gouverneur hen af, of zij bereid waaren, de deugdelijkheid van hunne Rapporten met eede te bewaarheeden, gelijk meede dat de nodige ordre tot het verbranden der rijpe en onrijpe vrugten gestelt, mitsgaders zelfs het oog op het werk hadden gehad, en zig ten dien einde in perzoon naar de bossen begeven, en voorts of alles na den inhoud der aan hen meede gegevene Jnstructie ter uitvoer hadden gebragt ber 1712. en zij al het voorgehoudene met ja beantwoordende, is daar op door hun den eed voor de extirpateurs bezaamt in de bita forma aan handen van den Heer Gouverneur gepresteert. Vervolgens de gemeene Extuipateurs ook binnen geroepen wordende, vroeg de Heer gouverneur de onder offi„ „ciers eerstelijk af, of zig instaat bevonden met Eede te geloof staven, dat zij de uijtgeroeide boomen bij hunne dagelijkse Rapport briefjes getrouwelijk hadden bekent gestelt, de gemeene soldaten afvragende, of zij de wezentlijke vermelde quantiteit opregtelijk opgegeven, en alle de gevonden zoo rijpe als onrijpe vrugten, verbrant, mitsgaders de stompen der omge„ „velde boomen in't Knis hadden doorklooft: En vermits alle dese extirpateurs alle de gedane vragen bevestigender wijze beantwoorden, wierd den Eed voor de extirpateurs beraamt, invoegen als vooren door ieder van hen in 't bijsonder afgelegt. Wijders reflectie geslagen wordende op het ver„ gaese toeginanglijk het gewoone kost „ zoek van voorschreven extiipateurs, is gearresteert hen boven het genoten ordinaire maandelijke Randsoen, tot een Extra: douceur, na volgens vorige exempelen, toe tevoegen, het gewoone kost„ „geld, sedert het vertrek tot hun retour alhier toe. Gelijk zijn het „daan. — 213 den November 1772 staan het nevanstaande te laten restitue„ worst: geteken vander prant„ de Commissianten benoemt. Het getal der militairen. Botlaeren t der extirfateur be„ ropositie seuve en sanikos te vaten oetinpatie op Gelijk ook verstaan wierd de commissianten op hun verzoek uit compagnies Cassa te restitueeren het verschooten loon Gesangen Mitheerer verschoten huur, aan agt huurlingen die gedurende de extirpatie of zedert den 24: September anni passati, tot den 25:' october dezes Jaars, zoo tot het dragen der bagagie als andere diensten geemploijeert zijn geweest, voor stuivers 's daags de man, of tersamen voor een bedragen van 396 Rd=s. toe geg en erdeideert het veshotlij ande werdende ook beslooten om henlieden te valideeren eene somma van 47: Rd. s benevens 31: kannen Arak Api, die zij volgens ingediende Reekening Courant bij verscheide gelegentheiden meerder hebben uitgeschooten dan het aan hen mede gegevene heeft bedragen. Daar en tegen is gearresteert voor de Commissianten te laten restitueeren de door hen te rug gebragte 54: p. s Bijlen 50: „ Pedakken 15: lb koegels en 8: losse pattroonen, benevens nog 3: p: s Bijlen, die zij aan den inlander hebben weg geschonken, vermits geoordeelt wierd, dat deze weg„ „schenking wel had kunnen gemenageert werden, dewijl de inlanders van de vereerde pedakken dezelve dienst en gebruik kunnen hebben. Laastelijk wierd beslooten om de Commissianten te ontheffen van de verdere verantwoording der 's Compagnies effecten, die aan dezelve tot faciliteering van het axtipatie werk zijn mede gegeven. Hier na vertoonde, de Heer Gouverneur aan de vergadering de nootzakelijkheid om de specerij vernieling tot nut van onze Heeren en Meesters, wederom elders voortgang te laten neemen, waartoe men thans door de te rug gekomene manschap, goede gelegenheid had; hun Ed:s teffens bekent makende dat hij den koning van Ternaten, had voor„ „geslagen om dit werk weder op zijn Hoogheids landen van Tewe en Toniko te laten verrigten; het geen die vorst niet alleen goedgekeurt, maar zelfs de bosch „huisen bereets op Toniko had laten vervaardigen. En dewijl de Raadsleeden deze togt mede zeer nodig oordeelde, besloot men gesamentlijk om het ver„ „trek der extirpateurs te bepaalen op aanstaande Donderdag, den 12:' dezer tegens welken tijd men zijn Hoogheid zoude versoeken, om zijne vaartuigen ter overbrenging der extirpateurs aan het zee hoofd te zenden, werdende ten dezen aspecte nog verstaan, op die landstreek zoo wel als op het land Lamie en den Berg Lamar een exacte specerij visite te laten doen, en daar toe te benoemen, als hoofden den vendrig Militair Iohan Stephaan Schuilenburg en den p:l adsistent Isaak Donker, mitsgaders, haar toetevoegen twee sergeants twee Corporaals Agthien gemeene militairen, met onderchirurgijn Hier alle
English
115 the 24th December 1772 and the 29th January 1773. provisioned for how long. good success burned. all provisioned for two months, and these men shall accordingly be commanded to hold themselves ready to depart by the appointed time. Underneath stood: Thus done and resolved at Ternaten in the Castle Orange on the date aforesaid. Was signed: P. J. Valckenaer, E. J. Beijnon, I. F. Wedel, I. G. v. Raetveld, G. W. v. Renesse, G. C. Meurs, B. van de Walle. Thursday the 24th December 1772, in the morning at nine o'clock, Council of Policy meeting. Present: The Right Honorable Lord Governor and Director Paulus Jacob Valckenaer, The Honorable Senior Merchant and Secunde Elias Jacob Beijnon, The Valiant Military Captain Johan Fredrik Wedel, The Merchant and Fiscal Johan George van Raesveld, The Junior Merchant and Shopkeeper Godfried Carel Meurs, The Pay Bookkeeper Gerrardus Willem van Renesse, and The Secretary Bartholomeus van de Walle. Reading of a letter. The internal affairs having been settled, a letter was read written by the Commissioners for the spice extirpation at Toniko, the military corporal Johan Stephaan Schuilenburg and the provisional assistant Isaac Donker, dated the 2nd of this month; from which it appeared that the extirpation work there was being continued by them with the required exactitude, transmitting at the same time for the inspection of this Government the fruit, measurement, bark, and leaves of the nutmeg trees first discovered at the river Sewe. Which having been discussed, it was found that the measurements of the felled nutmeg trees amounted to 6 to 7 feet in circumference, which, along with all the rest, after exact inspection, were burned during the meeting, in the presence of two members of this Council, before the Honorable Fiscal. Underneath stood: Thus done and resolved at Ternaten in the Castle Orange on the date aforesaid. Was signed: P. C. Valckenaer, E. J. Beijnon, J. F. Wedel, J. G. v. Raesveld, G. C. Meurs, G. W. v. Renesse, and B.s van de Walle. Friday the 29th January 1773, in the morning at nine o'clock, Council of Policy meeting. Present: The Right Honorable Lord Governor and Director Paulus Jacob Valckenaer, The Honorable Senior Merchant and Secunde Elias Jacob Beijnon, The Valiant Military Captain Johan Fredrik Wedel, The Junior Merchant and Shopkeeper Godfried Carel Meurs, The Pay Bookkeeper Gerrardus Willem van Renesse, The Secretary Bartholomeus van de Walle. Absent: Johan George van Raesveld, Merchant and Fiscal. The general business having been transacted, by
Dutch transcription
115 den 24: December 172 den 29 Jann: 1773. voor hoe lang geproviandeert. goed succs verbrand. alle voor twee maanden gevictualieert, zullende dese manschap dan ook werden gecommandeert van zig tegens de bestemde tijd rijsvaardig te houden, /onderstond:/ Aldus gedaan ende Geresolveert tot Ternaten In't Casteel orange dato voorschreven (:was getekent./ P: J: Valckenaer, E: J: Beijnon„ I: F: wedel, I. G: v: Raetveld, G: w: v: Renesse G: C: Meurs, B: vandewalle. Donderdag den 24:' December 1772: 'S morgens te negen uuren vergadering van Politie Present. Den wel Ed: Agtb: Heer Gouverneur Paulus Jacob valckenaer en directeur „ E opperkoopm: secumde Elias Jacob Beijnon „ Mast Capit: militair - Johan Fredrik wedel 1 Koopm: en fiscaal - - - . . Johan George van Raesveld „ onderkoopma en winkelies Gordtfried Carel Meurs, „ _o „ soldijbeksh: Gerrardus willem van Renesse, en „ _ „ secretaris Bartholomeus van dewalle Lecture van een brief. De huisselijke zaaken hun beslag erlangt hebbende, wierd geleesen een brief geschreeven door de Commis„ „sianten ter specerij extirpatie te Toniko den ver„ „drig Militair Johan Stephaan schuilenburg en den provisioneel adsistent Isaac Donker, ge„ „dateert den 2:' dezer; waar uit quam te blijken dat het extirpatie werk aldaar met de vereischte extripatie No C: Paulus Jacob Valckenaer Den Wel Ed: Agtb Heer Gou„ „veneur en directeur- „ E opperkoopm: en seunde Elias Jacob Beijnon „ E: Manh: Capitain Militair Johan Fredrik wedel „ onderkoopm: en winkelier Godfried Carel Meurs _o „ soldij boekh: Gerrardus willem van Renesse _o „ secretaris Bartholomeus van dew alle dempto Johan George van Raesveld „ koopm: en Fiscaal. De gemeene zaaken afgehandelt zijnde, wierd door Vrijdag den 29:' Januarij 1773. 's morgens je te negen uuren vergadering van Politie Present werk aldaar met de vereischte exactitude door hen wierd voort¬ „gezet, daar bij te gelijk tot speculatie dezer Regeering over„ „zendende, de vrugt, maat, bast en bladeren der eerst aan de rivier sewe ontdekte Noteboomen. Waar over gediscoureert zijnde, wierd bevonden dat de waaten der omgekapte noteboomen maaten der omgevelde Nooteboomen in zijn omtrek 6. â 7. voeten bedroegen, dewelke, nevens al het andere na exacte bezigtiging, staande vergadering zyn verbrandt, in presentie van twee leden dezes Raads, ten overstaan van den E. Fiscaal. /onderstond:/ Aldus gedaan ende geresolveert tot Ternaten in 't Casteel orange dato voorsz. (:was getekent:/ P: C: valckenaer, E: J: Beijnon, J: F: wedel, J: G: v: Raesveld, G: C: Meurs, G: w: v: Renesse en B:s van dewalle. werk den tatie op Toiiko
English
the 29th January 1773 Production of some information regarding the spice destruction and its contents. The Lord Governor submitted to the Table the daily journal of the military ensign Johan Stephaan Schuilenburg and the provisional assistant Isaac Donker, who returned here from Toniko on the 19th of this month, containing an account of their spice extirpation carried out in the Ternate districts of Tewe, Toniko, Lami, and Lamer, annexed with a compendious report compiled therefrom, together with a current account of the linens, cash, and other goods given to them upon departure from here; which two last papers were found to be of the following content: Compendious Report concerning the spice extirpation carried out in the lands and districts of the King of Ternate, Tewe, Toniko, Lami, and Lamer, delivered by us, the undersigned, to the Right Honourable Paulus Jacob Valckenaer, Governor and Director, together with the Council of the Moluccas. Right Honourable Commanding Lord and Gentlemen. Conforming ourselves in all reverence to the daily journal kept by us and accompanying this, in which, in anticipation of favourable approval, we have shown in detail what occurred and was performed by us during this extirpation, we shall only note, in relation to the destruction of spice, that in the above-mentioned regions, around the rivers and valleys specified below, 2218 nutmeg trees of that spice crop so detrimental to the Honourable Company in these regions were destroyed, in species as: Nutmegs, Nutmeg fruit At the River Toniko on the boundary of the Tidore district: 134, 833 River Sodoekoe: 35, 210 River Lami: nothing found River Lamar: nothing found River Tewe: 281, 533 River Akie Knorra: 75, 117 As above, 2218 nutmeg trees in sort: 525, 1693 During the destruction of which we have not failed to enter the forests, and ourselves take ocular inspection of the work, as well as to apply all diligence and zeal to execute the commission entrusted to us with all possible attentiveness and accuracy pursuant to the tenor of the honoured instruction of Your Right Honourable, having also pursuant thereto frequently held meetings with the native chiefs, encouraging them with a friendly reception when they appeared fearful or unwilling, as well as frequently refreshing the common natives with some tobacco and drams, in order thereby to bring them back to their duty, and remove all fear, and hereby to achieve the objective of Your Right Honourable and the interests of the Honourable Company in that highly important work, wherefore we are also prepared to confirm with a solemn oath the validity of the report submitted in this matter, that nothing more or less has been stated regarding the returns of the felled spice nutmeg trees. While the undersigned humbly request that it may please Your Right Honourable to satisfy them from the Company treasury for the wages of eight hirelings at six stuivers per day who were employed for 66 days or as long as they were used for carrying baggage and other services of the Company, and were duly compensated by the undersigned according to custom with 66 rixdollars; item further 9 rixdollars and 32 cans of arrack, which the undersigned consumed in the most frugal manner during this commission beyond what was received. Further, to be discharged from all further accounting of the provided cash, linens, pedaks, arrack, and whatever else was gifted and distributed to the chiefs of the natives and the guides to facilitate that highly important work, all to be observed in the current account annexed hereto. Lastly, the humble signatories request that they, together with their subordinates, may enjoy the subsistence allowance so generously granted to the extirpators. Trusting that this commission entrusted to us may gain the approval and satisfaction of Your Right Honourable, we take the liberty to subscribe ourselves with the greatest reverence and respect. Was signed below: Right Honourable Commanding Lord and Gentlemen. Lower: Your Right Honourable's humble and faithful servants. Was signed: I. S. Schuilenburg and I.k Donker. In the margin: Ternate Orange, the 19th January 1773. No clove trees were discovered in these regions.
Dutch transcription
den 29:' Jann 217 productie van eenig „natie op sonik de Specern dies inhoud. den Heer gouverneur ter Tafel overgelegt de Dagaanteeke koning der op den 19. ' dezer alhier van Toniko te rug geko„ „mene vaandrig Militair Johan Stephaan schuilenburg en den provisioneel Adsistent Jsaac Donker behelsende verhaal van hunne gedaane specerij extirpatie op de Ter„ „naatse districten van Tewe, Toniko, Lami, en Lamer, annex een daar uit geformeert Compendieus Rapport, nevens een Reekening Courant der aan hun bij vertrek van hier mede gegevene Lijwaten, contanten en andere goederen; welke twee laaste Papieren bevonden wierden te zijn van ondervolgenden inhoud Compendieus Berigt, nopens de specerij Extirpatie gedaan op de Landen en districten van den koning van Ternaten, Tewe Toniko Lami en Lamer, door door ons ondergeteken„ „dens overgeleverd Aan den wel Edelen Agtbaren Heer Paulus Jacob Valckenaer gouverneur en directeur benevens den Raad der Moluccos Wel Edele Agtbaren Gebiedende Heer en Heeren. Ons in alle eerbied gedragende aan 't door ons gehouden en deze versellende Dagverhaal, waar bij wij onder verwagting van gunstige approbatie breedvoerig hebben aangetoont, wat er gedu„ „rende deze extirpatie gepasseert, en door ons verrigt is, zullen wij eene „lijk met relatie tot distructie van specerij en noteeren, dat'er in boven gemelde contrijen, omstreeks, de hier onder gespecificeerde Rivieren, en valeijen van dat voor de E: Compagnie in dezen gewesten: zoo schadelijk speierij gewas zijn vernielt 2218: Noote„ Nooten, Fel„ „boomen in soort als. vrugt Aan de Rivier Toniko op de scheiding van Tidor district 134. 833. _o Sodoekoe- -- - - _ Lami niets gevonden - „ „ _o Lamar _ _o Tewe — 281: 533. _o Akie Knorra - - - - - - - 75: 117. Als boven 2218: Note boomen in Coort 525: 1693 Geduurende welkers verhieling wij niet ingebreeken gebleeven zijnde, in de bosschen te gaan, en zelfs okulaire inspectie van het werk te nemen, mitsgaders alle vlijt en ijver aantewenden, omme de ons aan „bevoolene commissie met alle mogelijke oplettentheid en accuratesse ingevolge den teneur der g'eerde Instructie van uwel Edele Agtb ten uitvoer te brengen, hebbende ook ingevolge van dien dikwils met de inlandse hoofden vergadering gehouden wanneer zig be„ „vreest of onwillig toonde door een vriendelijke onthaaling aange„ moedigt, als mede de gemeene inlanders dikwils met wat Tabak en soopjes gerelageert, omme hun lieden daar door weder tot hun pligt te brengen, en alle vreese te benemen en hier door 't oogmerk van uuwel Ed:e Agtb: ende belangens der E: Comp: in dat hoogwigtig werk te bereiken, weshalven dan ook bereid zijn de deugdelijkheid van het ten desen overgelegde Berigt dat omtrent de opgaven der omgevelde specerij Nooteboomen niet meer of minder daar bij hebben bekent gestelt met solemneele Eede te bevestigen.. Terwijl de ondergetekendens nedrig verzoeken dat 't uwwelEd: Agtb: behagen mogen hunlieden uit 's Comp:s cassa te voldoen, 't loon van agt huurlingen â ses stuivers 's daags die in 66: dagen of zoo lange zij tot 't dragen van bagagie als andere 's Compagnies diensten zijn ge-emploijeert en door de ondergetekendens volgens usantie behoorlijk beloont zijn met rd:s 66:, item nog rd. s 9. — en 32: kannen arak die de ondergetekendens boven de ontfangene gedurende deze commissie op't menagieuste heeft verbruikt. Voorts ontheft te mogen werden van alle verdere verantwoording der verstrekte contanten lijwaten pedakken, arak en wesmeer aan de hoofden der inlanders en wegwijsers tot faciliteering van dat hoogwigtig werk verschonken en uitgerikt, alles te be„ oogen bij de hier aan ge-annexeerde reecq. courant. Laastelijk verzoeken de nedrige Tekenaars dat zij nevens hunne onderhorige mogen gauderen van 't kostgeld de extirpateurs zoo goedertierend toegevoegd. Invertrouwen dat deze onze aanbetrouwde commissie de goedkeu„ „ringen, genoegen van uwwel Ed: Agtb: zal mogen wegdergen, neemen wij de vrijheid ons met de meeste eerbied en respect te onderschrijven. (onderstond:/ wel Ed: Agtb: gebiedende Heer en Heeren. (lager:/ uwelEdele Agtb: on„ „derdanige en trouwschuldige Dienaren. /was getekent:/ I: I. Schuilenburg en I:k Donker. (:inmargine:) Ternaten orange den 19: Januarij 1773. zijnde geen Nagelbomen in deze landstreeken ontdekt. zijnde Reekening 1773 35: 210. Teld
English
219 the 29th: Current Account of all such cash, linens and whatever else was provided on the honored order of the Honorable Paulus Jacob Valckenaer, Governor, to the undersigned for further accounting during the Extirpation on Tewe, Toniko, Lami, and Lamer; to wit: Debit Cash: 40 Rds. Guinees: 2 Ps. Moeris: 2 Ps. Arrack: 60 kannen. Pedakken: 40 Ps. Pattionen: 500 Ps. 1772: 12 November: received - Total: 40 Rds. 2 Ps. 2 Ps. 60 kannen. 40 Ps. 500 Ps. thus received less than disbursed: 9 Rds. — Ps. — Ps. 32 kannen. — Ps. — Ps. Sum: 49 Rds. 2 Ps. 2 Ps. 92 kannen. 40 Ps. 500 Ps. (was undersigned:) Ternate Fort Oranje the 19th of January Anno 1773. Credit Cash: Rds. Guinees: Ps. Moeris: Ps. Arrack: kannen. Pedakken: Ps. Pattionen: Ps. 1772: 16 November: upon the unloading of the goods at Toniko, poured out for the willing natives - - - - - 5 kannen. 28 do.: upon the appearance of the sangaji of Cauw and the meeting held - - - - 2 Rds. — Ps. — Ps. 5 kannen. — Ps. — Ps. 30 do.: at the meeting held and entertainment given to the native chiefs - - - - 2 Rds. — Ps. — Ps. 5 kannen. — Ps. — Ps. do.: upon the departure of the woodsmen, gifted to the malims and troop captains - - — Rds. 2 Ps. — Ps. 2 kannen. — Ps. — Ps. do.: during this half month expended on tobacco - - 5 Rds. — Ps. — Ps. — kannen. — Ps. — Ps. 1 December: upon the departure of the shahbandar and associates - - - - 2 Rds. — Ps. — Ps. 5 kannen. — Ps. — Ps. 2 do.: for wages for those who brought the corporal Weever with the first fruit to Ternate - - 2 Rds. — Ps. — Ps. 5 kannen. — Ps. — Ps. 10 do.: on troop inspection made by the first surveyor - - 2 Rds. — Ps. — Ps. 5 kannen. — Ps. — Ps. do.: expended upon departure of the sangaji of Cauw - - 2 Rds. — Ps. — Ps. 5 kannen. — Ps. — Ps. 21 do.: on troop inspection made by the second surveyor - - 2 Rds. — Ps. — Ps. 5 kannen. — Ps. — Ps. 28 do.: on do. do. do. by the first do. - - 2 Rds. — Ps. — Ps. 5 kannen. — Ps. — Ps. 31 do.: during this month expended on tobacco for the natives - - - - 1 Rds. — Ps. 10 kannen. 4 Ps. — Ps. 1773: 1 January: expended on native chiefs during celebration of the New Year - - - - 2 Rds. — Ps. — Ps. 5 kannen. — Ps. — Ps. do.: on troop inspection made by the first surveyor - - 2 Rds. — Ps. — Ps. 5 kannen. — Ps. — Ps. do.: on do. by the second do. - - 2 Rds. — Ps. — Ps. 5 kannen. — Ps. — Ps. do.: upon departure of the troops to the woods, gifted to the new malims and troop captains - - — Rds. 1 Ps. — Ps. 8 kannen. — Ps. 36 Ps. do.: on troop inspection made by the first surveyor - - 2 Rds. — Ps. — Ps. 5 kannen. — Ps. — Ps. do.: for wages of proa bailers who brought the corporal Semet to Ternate - - 5 Rds. — Ps. — Ps. — kannen. — Ps. — Ps. do.: on arrival of the Ternate Captain Antahen for honor and recreation - - 2 Rds. — Ps. — Ps. 3 kannen. — Ps. 36 Ps. do.: during this month expended on tobacco for the natives - - 5 Rds. — Ps. — Ps. 20 kannen. — Ps. 96 Ps. Total: 49 Rds. 1 Ps. 2 Ps. 92 kannen. 6 Ps. 228 Ps. thus received more than disbursed: — Rds. 1 Ps. — Ps. — kannen. 34 Ps. 272 Ps. Sum: 49 Rds. 2 Ps. 2 Ps. 92 kannen. 40 Ps. 500 Ps. (was signed:) J. S. Schuilenburg and J. Donker. 221 the 29th of January 1773. The oath prepared for the extirpators, in due form, regarding the number of eradicated nutmeg trees, which was also done by the extirpators, and the same confirmed by them on oath. After resumption of which, it appearing that in the aforementioned regions there were destroyed and eradicated: 525 Ps. fruit-bearing and 1693 Ps. sapling nutmeg trees, and thus in total 2218 spice nutmeg trees in kind. The commissioners' actions approved. Thus, after this had been discussed, it was beforehand resolved to approve the proceedings of the commissioners in so far; but before the further necessary resolutions on the contents of said papers were taken, it was deemed necessary to have both the commissioners and the common extirpators confirm their statement of conduct in the executed extirpation work with an oath, according to the order. Whereupon both the commissioners and the military personnel appeared in the meeting hall, and first the former being asked by the Governor whether they were prepared to confirm the truthfulness of their report on oath, as well as that they had given the necessary orders to the lower extirpators for burning the ripe and unripe fruits, and had continuously overseen the work themselves; with the further question whether they had frequently gone into the woods in person, and furthermore had executed everything according to the tenor of the instructions given to them; and they having answered all these questions with yes, the oath was thereupon rendered by them before the Governor. Furthermore, the common extirpators were asked in like manner by His Honour whether they were in a position to confirm on oath, to wit, the non-commissioned officers that they had faithfully recorded the eradicated trees in their daily report notes, and the common soldiers whether they had honestly reported the stated quantity and had burned all found ripe as well as unripe fruits, and had cleaved the felled trees crosswise according to the order; all of which being likewise confirmed by them, they thereupon took the oath, framed for the extirpators, each individually as before. They were all together granted the ordinary board money. The commissioners' disbursed hire wages reimbursed. Subsequently, reflection having been made upon the requests of the commissioners, it was resolved to grant them and their subordinates, after previous examples, the customary board money from their departure until their return here. It being at the same time understood to have reimbursed to the frequently mentioned commissioners from the Company's treasury the wages of eight hired hands whom they employed during the extirpation for carrying baggage as well as other services, calculated from the 14th of November of the past year until the 19th of this month, counting together 66 days at 1 rixdollar per day, or to have 66 rixdollars restituted together; as it was also understood to restitute to them 32 kannen of arrack api, which according to the submitted current account they have poured out on various occasions more than they had received.
Dutch transcription
219 den 29e: Reekening Courant van alle zodanige Contanten Heer gouverneur Paulus Jacob Valckenaer aan geduurende de Extirpatie op Tewe, Toniko, Lami, en Debet contant guinees Moeris arak pedakken pattionen Rd:s P:s P:s kannen P:s P: 40 2: 2: 60. 40: 500. 1772: 12: 9ber: ontfangen - teld 40. 2 2: 60. 40. 500 dus minder ontfangen dan verstrekt 9 — — 32 —: — Somma 49. 2: 2: 92: 40: 500 (:onderstond:/ Ternaten orange den 19. ' Ianuarij A„o 1773. 1712: 16: 9ber: bij 't ontlossen der goederen op Toniko aande willige inlanders verschonken - - ... 28 _o bij verschijn van den senghadje van Cauw en gehoude„ „ne vergadering - - - - - - - - - - - „ 30 — T bij gehoudene vergadering en tractatie aan de inlandse grooten - . _o bij vertrek van de bosgangers aan de malums en troups Cap: versch. — — 2: — 2: — _ gedurende deze halve maand aan Tabak bekostigt- v: De C: bij vertrek van den sabandhar C. S. „ - „ 2 _o voor huurloon die de Corp. l weever met de eerste vrugt naar Ternaten hebben gebragt — „ 10: _o bij gedaane troupsvisite van de eersten Tekenaar 2: — „ _o vertrek van den senghadje van Cauw verspendeert 2: — — „ 21. — iijgedaane troups. visite door den tweede tekenaer „ 28 _o„ _o _o _o „ „ eersten _o „ 31. _o geduurende dese maand aan tabak voor de inlan„ „ders bekostigt - - - 1713: 1: Jann: bij celebereering van het nieuwe Jaar aan de inlandse grooten verspendeert -- - - bijgedaane troups visite door den eersten tekenaar -- - _o „ „ tweden _o bij bij vertrek der troupen na de bosschen aan de nieuwe malims en troups Capitains verschonken- - bij gedane visite troups door den eerste tekenaer voor huurloon van prauwen scheppers die den corp:l semet na Ternaten hebben gebragt - - - - 5: — — — — — bij aankomst van den Ternaats Capitain Antahen tot honneur en relagatie - - - - - - - -. 2: — — 3: — 36 geduurende dese maand aan tabak voor de teld dus meerder ontfangen dan verstrekt — 1: — — 34: 272: Somma - - - - 49: 2: 2: 92: 40: 500 (:was getekent:) I: S: Schuilenburg en I:n Donker. inlanders bekostigt - - - - - — 49 1: 2: 92: 6: 228: 2: — — 5: — —5: — — 20: — 96: 5: —. — 5: —: 36 2: — — 6: — 24. Credit contant, guines, moezis arak nedakken pattrom Rd:s P:s P:s kann: p:s p:s Lijwaten en wesmeer, als er ter g'eerde ordre van den wel Edelen Agtbaren de ondergeteekendens tot nader verantwoording zijn mede gegeven Lamer verstrekt; te weeten: Janu: 1773 „ — . 5: — 2: — — 2: — - 5 — — 2: —: —. —. —: 5: — 2: - - 5: — 2: — — 5: — — 1: — 10. 4: — 2: — — 5: —. 1:- 8: — 36: 5: — — 5: —. — 5:-:- - - den 29 ' 221 led voord gtrateur beraamt, in de bite forma aanhanden der uit geroeide noote boomen: het welk mede door de extirpateurs is gedaan Hun gezamentlijk het ordinaire kostgeld toegelegt. „loon gerembourseerd en zulx door hen mit Eede bevestige. Na welkers resumtie gebleken zijnde, dat in voorschreeve landstreeken vernielt en uitgeroeit waren 525 P„s vrugt, en noteboomen 1693: „ Tel. .. en dus in 't geheel 2218: specerij noteboomen in zoort, de Commissianten verrigtingen grappro, zoo wierd na dat hier over gediscoureert was, voor af beslooten, de verrigtingen van de Commissianten in zoo verre te approbeeren; Dog eer dat de verdere nodige be„ „sluiten over den inhoud van gemelde Papieren genomen wierden nodig geagt, om zo wel de commissianten als de gemeene Extirpateurs de opgave hunner behandeling in het gedaane Extirpatie werk, na volgens de ordre, met eede te laten bevestigen. Waar na zoo wel de commissianten als de Militairen binnen de vergaderzaal verscheenen, en vóoraf de eerst genoemden door den Heer Gouverneur afgevraagt zijnde, of zij bereit waren de deugdelijkheid van hun Rapport met eede te bekragtigen, gelijk mede, dat de nodige ordres aan de mindere Extirpateurs gegeven hadden tot het verbranden der rijpe en onrijne vrug„ „ten, mitsgaders dat gedurig zelfs naar het werk hadden omgezien, Met verdere afvrage, of zij zig in persoon dikwils in de Bossen vervoegt, en voorts alles na den teneur der aan hen mede gegevene Jnstructie ten uitvoer hadden gebragt! en zij alle deze vraagen met Ja beantwoord hebbende, is daar op door hun den van den Heer gouverneur gepresteert. Voorts wierden de gemeene Extipateurs in zelvervoegen door zyn Edele afgevraagt, of zij instaat waren met eede te bevestigen, te weeten, de ouder officiers, dat zij de uitgeroerde Boomen bij hunne dagelijkse Rapport briefjes, getrouwelijk hadden bekent gestelt, en de gemeene soldaten, of zij de vermelde quantiteit opregtelijk opgegeven, en alle de gevondene zoo owrijpe als onrijpe vrugten verbrand, mitsgaders de omgevelde bomen na de ordre in 't knus hadden doorklooft! Het welk alles mede door hen bevestigt zijnde, leiden zij voorts den Eed, voor de extirpateurs beraamd, invoegen als voren ieder in 't bijzonder af. Vervolgens reflectie geslagen zijnde op der Commissianten verzoeken; zoo is gearresteert, hen en hunne onderhorigen na vorige exempelen toeteleggen, het gewoone kostgeld, sedert hun vertrek tot derzelver retour alhier. zijnde teffens verstaan, om aan meermelde Commissianten uit 's Compagnies Cassa, te laten rembourseeren, en het loon van de Commissianten het verschoten huur agt huurlingen, die zij geduurende de extripatie zoo tot het dragen van Bagagie als andere diensten hebben geemploij„ „eert gereekent van den 14:' November des gepasseerd en Jaars tot den 19: dezer, tellende te samen 66. dagen à 't Rijksdaal„ „dersdaags, of te samen 66: Rijxdaalders te laten restituee„ „ren: Gelijk ook verstaan is aan dezelve 32: kannen Arak Apij, die zij volgens ingediende Reekening courant, met rstitutie van eenige kannen saak bij diverse gelegentheeden meerder verschonken als ons, fangen hebben. Eed Dog het getal Janr: 173.
English
the 29th of January 223 125 [illegible] Monday the 1st of March 1773 in the morning at nine o'clock, Council of Policy meeting. Present: Report on having Poelo Piesang and the Poelo Kakies extirpated. It is, however, decided on the other hand to have the Commissioners return: 1 piece of common bleached Guinea linen, 34 pedaks, and 272 cartridges. At the same time, their request for restitution of a sum of nine Rixdollars was rejected, which they had disbursed over and above what was received, because they had been explicitly ordered to manage with the funds brought with them, and moreover it was judged that they could well have managed with somewhat fewer and lesser entertainments for the native chiefs. Lastly, it was resolved to discharge the Commissioners from further accountability for the Company's effects that were given to them to facilitate the extirpation work. Below stood: Thus done and resolved at Ternate in Castle Orange on the date aforesaid. Signed: P: J: Valckenaer, E: J: Beijnon, J: F: Wedel, G: C: Meurs, G: W: v: Renesse, and B:s van dewalle. The Honorable, Right Respectable Lord Governor and Director of the Moluccas, Paulus Jacob Valckenaer The Senior Merchant and Secunde Elias Jacob Beijnon The Valiant Military Captain Johan Fredrik Wedel The Merchant and Fiscal Johan George van Raesveld The Junior Merchant and Shopkeeper Godfried Carel Meurs Jan Wttewaal and Pay-Bookkeepers Gerrardus Willem van Renesse and Secretary Bartholomeus van dewalle. After the general business had been concluded this morning, the Lord Governor proposed to the Council members whether it would not now be expedient to proceed with the extirpation on Poelo Pisang and the Poelo Kakeks (otherwise named Poelo Kakkiers), since the former Commissioners Hemmekam and Waker were unable entirely to finish that work in the previous year; His Honor at the same time indicating to the Council members that he was of the opinion that this work ought to be taken in hand at the earliest opportunity, as well to deprive the Company's competitors in the precious spice trade of the opportunity to provide themselves with that fragrant crop on those islets, as not to cause the young King of Tidor, by too long a delay, to forget his promises, Monday promises [illegible] 1003 the 1st of March 225 Production of a report concerning the mission carried out to the Court of Tidor. as he, during his presence here in the beginning of the past year, promised to carry out the extirpation on Poelo Pisang as soon as it should suit this Council to arrange that expedition, on which condition only, at the separate meeting of the 18th of January past, the granting of the gratuity was agreed to, which the Tidorese nation enjoyed during the last spice inspection carried out there in the year 1763. Which matters having been discussed, it was agreed to embrace the proposal of the Lord Governor, and pursuant thereto to have the island of Poelo Pisang, together with the largest of the Poelo Kakeks, cleared of the harmful spice crop; it being at the same time resolved to send the Junior Merchants van Renesse and Vandewalle on a mission to the Court and to His Highness the King of Tidor, in order to notify that prince of this intention and to urge him to have the necessary men and vessels prepared as speedily as possible, to depart thither together with our Commissioners to be appointed; it being also resolved that in case Tidor's prince, contrary to expectation, should delay, the said Commissioners should frankly declare to His Highness that this Government will be compelled to withhold the recognition monies of His Highness and of the Grandees of the realm, At the beginning of this meeting the Lord Governor produced a Report. The Honorable, Right Respectable Lord Governor and Director of the Moluccas, Paulus Jacob Valckenaer The Senior Merchant and Secunde Elias Jacob Beijnon The Valiant Military Captain Johan Fredrik Wedel The Merchant and Fiscal Johan George van Raesveld The Junior Merchant and Shopkeeper Godfried Carel Meurs Jan Wttewaal The Pay-Bookkeeper Gerrardus Willem van Renesse, The Secretary Bartholomeus van de Walle Friday the 12th of March 1773 in the morning at nine o'clock, Council of Policy meeting. Present: since these moneys, pursuant to the contracts, are only furnished on condition that these Moluccan princes must always be ready to lend a helping hand to our people in this weighty labor. However, as it was well expected that Tidor's prince would indeed agree to our proposal, it was finally resolved to issue the necessary orders for the speedy departure of the soldiers qualified for this purpose. Below stood: Thus done and resolved at Ternate in Castle Orange on the date aforesaid. Signed: P: J: Valckenaer, E: J: Beijnon, J: F: Wedel, J: G: v:n Raesveld, G: C: Meurs, J: Wttewaal, G:s W:m v:n Renesse, and B:s van de Walle. since of 1773.
Dutch transcription
den 29: Jann: 223 125 goend: goe dene e ge teruig Maandag den 1: Maart 1773: smor¬ „gens te negen uuren vergadering van Politie Present verslag van Poelo Piesang en de Poelo Ka„ „kies te laten extripeeren. Dog is daar en tegen gearresteert om door de Commissi„ „anten te laten te rug geeven 1: p. s guinees gem: gebl 34: „ Pedakken, en 272: „ Pattroonen Terwijl teffens wierd van de hand gewesen, hun verzoek om restitutie eener somma van negen Rijxdaalders, Het verdere verkogte van de hand gewetzn die zij boven de ontfangene uitgeschoten hebben, iit hoofde hen wel expresselijk was belast om met de mede genomene penningen te moeten rondschieten, en boven dien geoordeelt wierd, dat zij het wel met wat minder en geringer tractamenten aan de inlandse hoofden hadden kunnen afzien Laastelijk wierd beslooten om de Commissianten woording n thefd van d verdere pant„ te ontheffen van de verdere verantwoording der 's Compagnies effecten, die aan dezelve tot facili„ „teering van het extirpatie werk zijn meede gegeven. (:onderstond. / Aldus gedaan ende geresolveert tot Ternaten in 't Casteel orange dato voor„ „schreeven (was getekent:) P: J: valcke„ „naer, E: J: Beijnon, J: F: wedel, G: C: Meurs, G: W: v: Renesse en B„s van dewalle Den WelEdelen Agtb: Heer gouver „neur en directeur der moluccos. Paulus Jacob Valckenaer „ E: opperkoopman en seumde Elias Jacob Beijnon „ manhaften Capitain militair Johan Fredrik wedel „ koopman en fiscaal. - Johan George van Raesveld „ onderkoopman en winkelier Godfried Carel Meurs Ian wttewaal —en soldij boekh:s Gerrardus willem van Renesse en 5 „ secretaris Bartholomeus van dew alle. Na dat de gemeene zaken heden morgen hun beslag hadden erlangt, sloeg de Heer Gouverneur aan de Raadsleden voor, of het thans niet dienstig zoude wezen, om de extirpatie op Poelo Pisang, en de Poelo Kakeks (:anders Poelo kakkiers genaamt :/ te laten voort„ „gang neemen, vermits de geweesene Commissianten Hem„ „mekam en waker dat werk in den Jaare voir niet ten eenemaal hadden kunnen voleindigen: gevende zijn wel Ed: teffens aan de Raadsleden te kennen, dat hij van gevoelen was, dit werk ten eersten bij der hand diende te werden genomen, zoo wel om 's Compagnies competiteuren in den pretieusen specerij handel de ge„ „legentheid te benemen om zig op die eilandjes van dat geurig gewas te konnen voorsien, als om den jongen koning van Tidor, door een al te lang uitstel, zijne Maandag beloften geven de nevens 1oo3 _o - den 1 Maart 225 productie van een berigt wegens de gedaa„ „ne Commissie aan 't Hof van Tidor beloften niet te doen vergeten, als die bij zijn aanwezen alhier in het begin van het gepasseerde Jaar heeft belooft om de extripatie op Poele: Pisang ter uitvoer te laten brengen, zoo dra het dezen Raad maar gelegen zoude komen om dien togt aanteleggen, op welke conditie ter aparte vergadering van den 18:' Januarij passati alleen was gecondescendeert in de afgave van het douceur, dat de Tidoreese natie, bij de laast aldaar volbragte specerij visite in den Jaare 1763: heeft genoten. Over welk een en ander gesproken zijnde, wierd verstaan Het magatileran den Heer Gouverneur het voorstel van den Heer Gouverneur te amplecteeren, en ingevolge van dien het eiland Poelo Pisang, benevens het grootste der Poelo kakeks van het schadelijk spece„ doer hanes en van aar te aadijn gewas te laten zuiveren; werdende teffens besloten om de onderkooplieden van Renesse en vandewalle in commissie naar het Hof en bij zijn Hoogheid den koning van Tidor te zenden, ten einde dien vorst van deese intentie kennis te geven, en bij denselven aantedringen, om de nodige manschappen en vaar„ „tuigen ten spoedigsten in gereetheit te laten brengen, om gesamentlijk met onze te benoemene Commis„ „sianten naar derwaarts te vertrekken, werdende teffens besloten, dat in gevalle Tidors vorst, tegen verwagting te laten neemen, gemelde Commissianten zijn Hoogheid ronduit zouden verklaren, dat deese Regeering genoodzaakt zal zijn om zijn Hoogheids en der Rijksgroten recognitie penningen in tehouden Het den aanvang dezer vergadering produceerde de Heer Gouverneur een Berigt Den wel Ed: Agtb: Heer Gouverneur Paulus Jacob Valckenaer en directeur der Moluccos Den E Opperkoopman en secunde Elias Iacob Beijnon „ Mant. Capitain s hilitair Johan Fredrik Wedel „ Kopman en fiscaal Iohan George n Raesveld „onderkopman en Vinkelien Godfried Carel Meurs Jan Wilewaal Ten zodeg beek: Gerrardus Willem van Renesse, P„r secretaris Bartholomeus van de Watle Vrijdag den 12:' Maart 1773 /morgens, te negens uuren vergadering van Politie Praesent vermits deese gelden, ingevolge de contracten, eenelijk wer„ „den verstrekt op voorwaarde dat dese Molukse vorsten t altoos gereed zullen moeten zijn, om de onzen de behulp„ zame hand, in deese gewigtigen arbeid te bieden. Dog dewijl men goeden gedagten had dat Tidors vorst on„ „zen voorslag wel zoude beaamen wierd ten besluite dezes nog verstaan, om de nodige ordres te laten afgaan, tot het spoedig vertrek van de daar toe bequaame Militairen. (:onderstond:/ Aldus gedaan en geresolveert tot Ternaten in't Casteel orange dato voorschreeven. (:was getekent:/ t P: I: valckenaer, E: J: Beijnon, I:n F:k wedel, I: G: v:n Raesveld, G: C: Meurs, I: wttewaal, G:s w:m v:n Re„ „nesse en B:s van de walle. vermits van 1773.
English
from the junior merchants van Renesse and van de Walle, containing the outcome of their completed mission to the Court and to His Highness the King of Tidor, as demanded of them in our last separate session of the 1st of this month; on which occasion His Honour pointed out to the Council members that, since the planned extirpation on Poelo Pisang, as well as on the Poelo Kakeks, had been the principal objective of launching this commission, he had therefore resolved to deliberate upon the submitted report in a separate session; which having been approved by the members of this board, the said document was thereupon read aloud to them, as follows: To the Right Honourable Paulus Jacob Valckenaer, Governor and Director, as well as the Council of the Moluccas. Right Honourable Sir and Gentlemen. In order to avoid a needless detail regarding the commission decreed by Your Honours on the 25th of February last in the Council of Policy and demanded of the undersigned, we will state that on the 12th of March following, at four o'clock in the afternoon, we sailed by government vessel to Tidor, and having landed there at the Fortress Tobbo in the morning hours around three o'clock, we informed the king of that realm of our arrival at sunrise by means of a garrison member of that post, requesting at the same time to know when it would suit His Highness to admit us to court, as well as that His Highness's son, the Radja Moeda, might be present at our reception, since we had explicit orders from our constituents to present some matters to His Highness in his presence. Receiving in reply the report that around five o'clock in the evening we would be fetched by express delegates and his son the Radja Moeda would also be present, we were fetched at the appointed time in the manner described by the First State Secretary and another of his foremost grandees, and having arrived at court, we found the King and some of his Councilors of the Realm convened in due form. After paying the customary compliments, His Highness made his apologies for the absence of his son the Radja Moeda, letting us know that he had sent to his house this morning, and only then learned that he had gone out fishing, but that in order to comply with the requisition of Your Honours, he had dispatched an express prahu after him, with orders to come home as quickly as possible, and that he also did not doubt that he would appear at court before our departure, requesting further that we might proceed with what we had to present to him or his on behalf of our constituents. Thereupon having taken seats together, we opened our commission with Your Honours' greetings, to which His Majesty, on the first point, concerning that Your Honours in the above-mentioned session had seen fit to have the island of Poelo Pisang as well as the largest of the Poelo Kakeks cleared now, because the former commissioners Hemmekam and Waker were unable to finish that work in the year 1771, and because the Radja Moeda during his presence at Ternate in the beginning of last year promised to have the aforementioned extirpation finished with the help of the Tidorese as soon as it would suit this Council to let that expedition proceed, as well as because the Council at that time, on that condition, conceded to the young prince the delivery of the gratuity that the Tidorese nation enjoyed during the last spice inspection completed there in the year 1763, replied that he was not only aware of the promise that his son the Radja Moeda had made to this government, but also of what had been advanced to him by the Council for the completion of that work, adding thereto that even if his son had not made this promise, he knew full well in addition that pursuant to the contracts entered into with the Company he was bound to its contents.
Dutch transcription
229 van de onderkooplieden van Renesse, en van de Walle, behelzende den uitslag van hunne verrigte Commissie van het Hof; en bij zijn Hoogheit den Ko„ „ning van Tidor, aan hen gedemandeert in onze laaste aparte sessie van den 1: dezer; Bij welke gelegent„ „hoit zijn Ed: aan de Raadsleden voorhield, dat vermits de voorgenomene Extirpatie op Poelo Pisang, benevens op de Poelo Kakeks het voorname oog„ „merk van de aalegging dezer Commissie was geweest hij daarom te rade was geworden over het ingediend Berigt in eene aparte sessie te besoigneeren; het welk door de Leden dezer Tafel goedgekeurt zijnde, wierd gemeld geschrift hen hier op voorgelesen, op de navolgende wijze Aan den Wel Edelen Agtb: Heer Paulus Iacob Valckenaer Gouverneur en Directeur Benevens Den Raad der Mholuccos Wel Edele Agtbare Heer en Heeren. Omme te evileeren een nodeloos detail nopens de door uwel Ed: Agtb:s op den 25: Februarij Jongst verweeken in Rade van Politie gedecerneerde en aan de ondergeschre„ „vene gedemandeerde Commissie zullen wij suppediteeren dat den 12 Maart daar aan /snamiddags om vier uur en. per de landsschuit naar Tidor gesteevent, en inde morgen„ „stond arla drie uuren op 't Fortres Tobbo aldaar aangeland zijnde, smorgens met het opkomen van de zon, den koning van dat Rijk door een bezetteling dier post onze arrive hebben laten bekent maken, en teffens verzoeken, omme temogen weten tegens wanneer het zijn Hoogheid zoude geleegen komen. ons ten hove te admit„ „teeren, als meede dat bij onze receptie mogte present wezen zijn Hoogheids zoon den Radja moeda, vermits wij van onze Committtenten nadruckelijke ordre hadden om ten zijnen bijweezen eenige poirnecten aan zijn Hoogheid voor te dragen, Hier op tot keer berigt erlangende dat ons tegens den avond te vijf uuren door Ver presse gecommitteerdens zoude laten afhoden en zijn zoon den Radja moeda almeede present, zoude wezen, wierden wij ter bestemder tijd in voegen gezegt door den Eersten staats secretaris en nog een zijner voornaamste rijxgrooten, afgehaalte, en ten hove gekomen zijnde, vonden wijf den Koning, en sommige zijner Ryx Raaden in debita forma geconvoceert. Na het afleggen der gebreikelijke pligtploegingen maakten zijn Hoogheid zijn excus over de absentie van zyn soon de Radja Moeda ons tekennen gevende dat hij heden morgen aan zijn huis hadde gezonden, en als toen eerst vernomen dat uitvisschen was gegaan, maar dat hij om aan het requisit van uwel Edele Agtb: te voldoen, een expresse praauw op hem hadde afgezon„ „den, met last om ten spoedigsten thuis tekomen, en dat ook niet twijffelde of hij zoude nog voor ons depart zig ten hove laten vinden verzoekende voorts dat wij mogten voortvaaren, met het geene van wegen onze Committenten aan hem ofte de zijne hadden voor te dragen Hier op met den anderen zitplaats genomen hebbende, open „den wij onder uwel Edele Agtb: sabutatie onze Commissie, wel „ke majesteits op het eerste Lid, concerneerende dat uwelEd: Agtb: ter bovengemelde sessie hadden goedgevonden om het Eiland Poelo Asang benevens het grootste der Poelo Rakeks thans te laten afwerken, uithoofde de geweezene Commissianten Hemmekam en waker dat werk in den Jaare 1771: niet hebben kunnen volenidigen, en om dat de Radja Moeda bij zijn aanwezen te Ternaten in het begin van het gepasseerde Jaar beloofd heeft, om voorschreve extirpatie met behulp der Tidoreesen te laten voleindigen, zoo dra het dezen Raad maar geleegen zoude komen die togt voortgang te laten nemen, mitsgaders om dat den Raad te dier tijd op die Conditie aan den Jongen vorst hebben gecondescendeert in de afgave van het douceur dat de Tidoreese Natie bij de laast al„ „daar volbragte specerij visite in den Jaare 1763. heeft genooten, Re„ pliceerde, dat niet alleen kennisse droeg, van de belofte die zijne zoon de Radja moeda aan deze Regeering hadde gedaan, maar ook van het geene aan hem voor het volbrengen van dat werk door den Raad was voor uit verstrekt, daar bij voegende dat al was het dat zijnen soon deze belofte niet hadde gedaan, daar en boven wel wiste, dat in gevolge de Contracte met de Compagnie aangegaaen gehouden dies inhoud - wezen E D E E 5
English
231 was bound and obliged to always be ready to offer our people a helping hand in this important labor. After this, we informed His Highness that the European extirpators would be ready within the time of eight days to undertake the journey, and that Your Honorable Worships were expecting that the necessary vessels and subjects of His Highness would also be ready by that time to collect our people with their rations from Ternate. The prince having seriously promised to comply with the aforementioned, at the latest within fourteen days, gave us, on the second point of the instruction given to us, and about which we had conversed with His Highness by way of discourse, the answer that he would also have the spice destruction in the district of Wassele, which had remained suspended in the past year, carried out as soon as the disturbances that have now lasted for some time between the mutual subjects of Tidore and Ternate shall cease, and the desired peace in the Moluccas is once again revived. The necessary matters regarding the extirpation work having thus been regulated by us with the King, we subsequently presented to His Highness in proper terms that the Ternate Government had legitimate reasons to complain that the damage suffered by the former gunner Paulus Schaar during the despoiling of his vessel has not been paid to this day. And having urged the prince most strongly to this effect, reminding him that His Highness as well as his son the Radja Moeda had seriously promised Your Honorable Worships during their presence on Ternate to help that unfortunate servant to obtain what was his, and that moreover the young prince, upon his return from the Papuan lands, had reported to the Governor in particular that the petty king of Waigeo, as the author of that committed robbery, had been condemned by him to the aforementioned compensation; that Majesty replied in this regard that he had not yet consigned his promises to oblivion, and would satisfy them without any failure as soon as the petty king of Waigeo shall have landed on Tidore, whom he was expecting there daily. Meanwhile, that prince further declared that he would also conduct a careful investigation into the raids that were recently committed by his subjects of Waigeo and Salawati on the stations sorting under the Amboina Government and on the Lease Islands, and would not leave this unpunished if the Waigeo petty king or his people can be convicted of having made themselves guilty of the same. Besides all this, His Highness very urgently requested us to propose to Your Honorable Worships in his name that a well-armed Company sloop or pantchiallang might be dispatched at his expense against his aforementioned predatory subjects of Waigeo and Salawati, with the declaration that he would very gladly leave to the Company not only all his subjects who were captured alive, but also the booty that was obtained from them. After this, pursuant to the fourth article of our Instruction, we made known to Tidore's King that Your Honorable Worships had indeed received the letter that His Highness wrote on the 27th of the month Dhu al-Qadah 1188 concerning the murder committed on Miss Wolssen and her entourage, and that the prince's declaration regarding the innocence of the young King would have made much more of an impression on the Council members if the slave Djabi, who acquits the Tidorese nation, had been sent hither and had given such testimony in the full Council; to which we further added that the Council had indeed been obliged in the past year to converse with His Highness about this case, since the same could have very harmful consequences and cause an indelible stain on the good name of the young King. And having discoursed about that matter for a while with his present Councilors of State in their hall, His Highness declared that he could not hold the Council suspect, but that it would have been very agreeable to him if, during his presence on Ternate, he might have known the person who accused his son the Radja Moeda of having made himself guilty of the aforementioned murderous act, and would then also not have neglected to get the accuser of his son into his hands by all possible means in order to be able to examine him on that occasion in the presence of the Council; further making known to us that, although he regarded this as a settled matter and was now assured of the innocence of his son, he nevertheless could not rest until now, as he could well imagine that this Government had already written about it to Their High Excellencies in Batavia and thus his son must be held suspect by the same; that for those reasons he had employed all his powers to track down the accuser of his son, whom His Highness thereupon had brought in our presence and that of all the assembled Councilors of State present, and being once again carefully interrogated by his State Secretary Abdul Rauff whether the Radja Moeda had truly made himself guilty of the murder
Dutch transcription
231 gehouden en verpligt was, altoos geregt te zijn, om de onze de behulp„ „zaame hand in dezen gewigtigen arbeid te bieden waar na wij zijn Hoogheid verwittigden dat de Europeese Exterpa„ „teurs binnen den tijd van Rhien dagen zouden gereet zijn om de reize te aanvaarden, en dat uw wel Ed: Agtb: in die verwagting waaren, dat de benodigde vaartuigen en onderhorigen van zin Hoogheid, mede tegen dien tijd zouden gereet wezen, om de onze met haare randsoenen van Ternaten aftehalen Den vorst Serieus beloofd hebbende om aan het voorschrevene, Quiterlijk binnen veertien dagen, te zullen voldoen, gaf aan ons op het tweede poinct van de aan ons mede gegevene Jnstructie, en waar over wij zijn Hoogheid bij forma van discours hadden onderhouden, tot andwoord, dat hij de specerij vernieling op het district van wassele, die in den gepasseerden Jaare /was gestaakt gebleeven, almeede zoude laten verrigten, zoo dra de onlusten die tusschen de wederzijdse onderdanen van Tidor en Ternaten nu eenige tijd hebben geduurt zullen ophouden, ende gewenschte vreede in de Moluccos eens wederom terleeft. Hier mede het nodige van het Extirpatiewerk door ons met de Koning gereguleerd, hielden wij in betamelijke termes zijn Hoog heid vervolgens voor, dat deTernaatse Regeering wettige reedenen van klagen hadden, dat de geleedene schade van den geweezen busschieter Paulus Schaar bij het spolieeren van zijn vaartuig, tot heden toe niet is betaalt, en den vorst op het kragtigste daar toe aangespoort hebbende, onder herin„ „nering dat zijn Hoogheid zoo wel als zijn soon de radja moeda, uwel Ed: Agtb: bij hun aanwezen op Ternaten, Sericus hadden belooft, om dien ongeluckigen dienaar aan het zijne te zullen helpen, en dat daar en boven den Jongen vorst bij zijne tenug komst uit de papoe, aan den Heer gouver„ „neur in het bijzonder hadden gerapporteert, dat het koningje van waaij Gleeuw als oirhebben van die gepleegde roof door hem in voorschreeven vergoeding, was gecondemneert: zoo repliceerde die Majestait dieswegen, dat hij zijne beloften nog niet in het vergeetboek had gestelt, en daar aanzonder eenig manquement zoude voldoen, zoo dra het koningje van waijgeeuw op Tidor zal zijn aangeland, die hij dagelijks aldaar / was verwagtende; Terwijl dien vorst wijders betugde almede naukeurig onderzoek te zullen doen, naar de stroperije die onlangs door zijne onderdanen van waij Geeuw en sal„ „wattij zijn gepleegde, op de Comptoiren onder het Ambous Gouvernemen sorteerende en op de Jullase Eilanden en dat niet ongestraft zoude laten, bij aldien het waijgeeuews koningje ofte de zijne kunnen werden overtuigt dat zig aan dezelve schuldig hebben gemaakt Buijten alle het welke ons zijn Hoogheid zeer instantig versogt omme uit zijnen name aan Uwel Ed Agtb:e voor te dragen, dat er ten zijnen onkoste een wel g'armeende sComp:s sloep of Pantjalling mogte werden afgezonden opvoorsz: zijne roofzugtige onderdanen van wai geeuw en Salwattij met betuiging dat hij niet alleen alle zijne onderdanen de levendig wierden gevangen, maar ook de buit die op dezelve wierde behaalt, zeer Geerne aan de Comp: wilde overlaten: Hier wa gaven wij ingevolge het vierde articul van onze Instructie aan Tidors koning te kennen dat uwel Edele Agtb: den drief die zijn Hoogheid op den 27e van de maand Dulkaidat 1188: over de gepleegde moord aan Juffrouw Wolssen haar gevolg heeft geschreeven, wel hebben ontfangen en dat Prorst verloogen wegens de onschuld des Jongen Konings veel meer indruk by de Raadsleeden zoude hebben gemaakt, zoo de slaaff Djabij die de Tidoreesenatie vrijspreekt, herwaards was gezonden en dusdanig getuigen s in de vollen Raad had gegeeven, waar bij wij nog hebben gevroegt, dat den Raad in het gepasseerde Jaar welgenootzaakt was geweest om zijn Hoogheid over dit geval te onderhouden, dewijl het zelve van zeer schadelijke gevolgen zoude kunnen zijn, en een on„ int wisbare vlek veroorzaken aan de goede naam van den Jongen Koning. Ende over die zaak met zijne praesen te RijksRaaden een wijl op hunne Saal gediscoureert hebbende beteigde zijn Hoogheid dat hij den Raad niet konde verdagt houden, maar dat het hem zeer aangenaam zoude zyn geweest, wanneer bij zijn aan„ „weezen op Ternaten de perzoon hadde mogen weten die zijn zoon den Radja moeda heeft beschuldigt van zig aan voorschreeven moorddagdig gemaakt te hebben, en als dan ook niet zoude hebben nagelaten om den beschuldigen van zijn zoon door alle mogelijke middelen in handen te krijgen ten einde hem bij die geleegentheid in praesentie van den Raad te kunnen examineeren, dat daar bij aan ons nog tekennen geevende dat hoewel hij zulx als een gedaane zaak aanmerkte en van de on„ „schuld zijns zoons thans verzeekert was, egter tot nog toe niet konde rusten alzoo wel konde nagaan dat deeze Regeering reets daar over aan Haar Hoog Edelheden te Batavia hadde geschreeven en dus zijn zoon bij Hoogst dezelve moeste verdagt gehouden werden; dat hij om die reedenen, alle zijne vermogens in het werk hadde gesteld, om den beschuldigen van zijn zoon te agterhalen, die zijn Hoogheid daar op en in ons, en den gezamentlijke aanwezende Rijxd Raaden presentie liet „brengen, in door zijn staats secretaris Abdul Rauff„ nogmaals nauwkeurig ondervragt zijnde of de Redja moeda, wezentlijk zig schuldig hadden gemaakt aan de Buite moord d 2
English
233 murder of the aforementioned Miss Wolff and her retinue, or whether he had been present there, and if not, why he had wrongfully accused his son thereof on Ternate, he testified voluntarily that the murder was not committed by the Young King nor in his presence, but that the Tidorese Alfoors had perpetrated it, three days after the date that he, Djaby, with the often-mentioned Miss Wolff and her retinue, had gone fishing from Ternate to the opposite shore of Halmahera with a pukatt, and that at that time, by fleeing into the woods there, he had escaped the murderous hands of the aforementioned Alfoors, and that furthermore it might well be true that he had accused the Raja Muda on Ternate, but that this must have happened through ignorance of the Malay language. After which His Highness further gave us to understand that he could not wonder enough how the Council could give immediate credence to the sayings or fabrications of such a stinking Papuan slave as this Djaby, and that in order to remove all bad suspicion which they have or might conceive regarding his son on that account, he would send the often-mentioned Djaby over with the Sergeant of his European bodyguard, under convoy of his envoys, to be further examined; assuring us therewith under the taking of heavy oaths that if his son can be convicted of being guilty of the frequently mentioned murder, he would publicly have his head struck from his torso without any connivance or the least consideration, as an example to all scoundrels. Stepping down herewith from this odious matter and having thereby dealt with the points given to us in mandates by Your Honorable Worships' instructions, we turned to the complaints about the outrages committed once again against the soldier Johannes Christoffelsz, recently returned from Bachian, by His Highness's subjects of Marieko, brought to us in a letter from the Honorable Worshipful Lord Governor on Tidore. Being demanded in particular, His Highness made known that his aforementioned Marieko subjects in the recently passed night had not shrunk from attacking that of the named Christoffelsz in the fairway with two prahus, in order to get the three Mullanesen whom he had with him into their predatory clutches and likely deprive them of their lives, but that he had had the greatest trouble to protect these poor people from the nuisance of the Marieko people; and since these doings again provided a new proof of how little reliance could be placed on the Tidorese protestations of innocence and peacefulness, that His Honorable Worship together with the Council therefore through us once again gave notice to His Highness that if he did not take care that the Marieko people desisted from their violent acts, we would then be forced to take justice into our own hands, as we cannot and may not tolerate that the Company's flag is treated with disrespect by such people as the Marieko people; at the same time protesting in the name of Your Honorable Worships against all detrimental consequences that could follow from such impunity; regarding which His Highness replied to us that he was extremely sorry to have to hear complaints about his people, and thereupon had the Sangaji of Marieko named Camissie summoned to court, who appeared not long thereafter and, having been informed by the prince of what was noted here before, served as an answer thereto that his subjects were wrongfully accused, as he had thorough knowledge of what had occurred in the recently passed night, subsequently recounting that since the unrest between the Tidorese and Ternatean subjects had arisen, he had given orders to his people to keep good watch over the beaches of their village by night and untoward times, in order to be on their guard in good time against their attackers, and that, as said, in the recently passed night a large prahu, not knowing with what nation or peoples manned, sailing straight on towards the beaches of their village, had been hailed several times by the Marieko people to know what people they were, and receiving no answer, his people had put two prahus out from the beach and had sailed with them to the aforementioned large prahu, that having come close to the same and upon their question of who they were, having received a reply from a European, they had left the large prahu without causing any molestation to it or the men aboard it; The named Sangaji of Marieko further adding thereto that he could not comprehend how it is imputed to his people that they would have wanted to remove the three Mullanesen from the large prahu by force, as it was night and dark, nor could they recognize a single man, and that he consequently in this must maintain that all that which the Lord Governor and Council charged to the court
Dutch transcription
233 moord van voorschreeven Juffrouw Wolffen haar gevolg, dan wel of daar bij present was geweest ende zoo niets waarom op Ternaten zijn zoon daar mede ten onregte had beschuldigt, betuigden denzelven vrijwillig dat de noord niet door de Jonge Koning ook niet ten zynen byweezen, maar dat de Tidoreese Alffhoeren dezelve hadden geperpeteert, drie dagen na dato hij Djabij met meermelde Juffrouw Wolff en haar gevolg van Ternasten naar de overwal van Halmahera met een Poe„ kat was intvisschen gegaan, en dat hij te dier tyd door de vlugt in het bosch aldaar, de moordsuglige handen van voor„ „schreven alphoeren was ontkomen en dat het daar en boven weldwaar konde wezen dat hij de Radja moeda op Ternaten heeft beschuldigt, dog dat zulx door onkunde van de maleidse taale, moeste zijn geschiet. Waar na zijn Hoogheid alverder aan ons te verstaan gaf, dat hij zig niet genoeg konde verwonderen, hoe den Raad aan de gezegdens of uite troijsels van zoo een stinkende Pa„ „poese slaaff als dezen Djaby, ten eersten geloof konde defereeren, en dat hij om alle quade Juspicie te benemen diese dien twegen van zijnen soon hebben, of zoude kunnen opvatten, meergemelden Djabij met den Sergeant van zijn Europeese lijfwagt, onder convoij van zijne afgezanten, zoude overzenden, om nader geexamineert tewerden; Ons daar bij onder 't doen van swaare Eeden verzeekerende, wanneer zijn soon kan werden overtuigt dat aan dikwerff gerepte moord schuldig is, hem zonder eenige Conneren„ „tie of de minste Consideratie publiek het hoofd van de romp tot een Exempel van alle booswigten zoude late afslaan Hier mede van deeze odieuse materie afstappende en daar mede de poincten aan ons bij uwel Ed: Agtb: Jnstructie in mandatis gegeven afgehandelt hebbende, wen„ „beden wij ons tot de doleana over de alwederom gepleegde geweldenarijen aan den Jongst van Batchian gerever„ „teerden soldaat Iohannes Christoffelsz: door zijn Hoog „heids onderdaanen van Maricko aan ons bij een brieff van den wel Ed: Agtb: Heer Gouverneur op Tidor toegebragt. in 't bijzonder gedemandeert, makende zijn Hoogheid bekent dat voorschreeven zijne nariekose onderdane in de Jongst gepasseerde nogt hun niet hadden ontzien omme met twee prauwen die van genoemden Christoffelsz in het vaarwater aan te randen om drie Mulhangesen die hij bij zig had, in haare roofgierige klauwen te bekomen en denkelijk van het leven te beroven, dog dat hij de grootste moeite had gehad, om deze arme menschen voor de overlast van de Marie„ „kers te beschennen; En dewijl deze gedoentens wederom een nieuw blijk uitleverden hoe wening staat er op de Tidoreese protes„ „taties van onschuld en vreedelievendheid was temaken, dat zijn Edele Agtb: nevens den Raad dierhalven door ons nogmaals zijn Hoogheid lieten aanzeggen, dat zoo hij geen zorg droeg, dat de Ma„ „riekers van hunne geweldenarijen afzagen, als dan genoot„ zaakt zouden zijn ons zelfshegt te verschaffen, alzoo niet kunnen of mogen dulden, dat 's' Comp:s vlag door dusdanig volk als de Mariekers met klemagtig werd behandelt; teffens protesteerende iit naam van uwel Ed: Agtb tegens alle nadeelige gevolgen die in't eene straffeloosheid zoude kunnen volgen; waar omtrent zyn Hoogheid aan ons repliceerde dat het hem ten uitersten leef deede, klagten van de zijne temoeten hooren, en liet daar op den Senghadje van Mariekoen name Camissie ten hove ontbieden, die niet lang daarna gecompa „reert en van het hier vooren genoteerde door den vorst verwit„ „tigd zijnde, daar op tot antwoorde diende dat zijne onderdanen ten onregte waaren beschuldigd, alzoo hij grondige kennisse droeg, van het voorgevallene in de Jongst gepasseerde nagt, vervolgens verhalende dat sedert de onluste tusschen de Tido„ „reese en Ternaatse onderdanen zijn ontstaan, hij ordre aan de zijne hadde gegevene om de stranden van hunne Negorij bij nagt en ontysten wel te bewaken ten einde voor hunne aan„ „randers bij tijds op hun hoede te kennen zijn, en dat zoo als gezegt in de Jongst gepasseerde nogt een groote prauw, niet weetende met wat voornatie, of volkeren bemand, regt toe, regt aan op de stranden hunner negorij zeijlende, door de Mariekers verscheide maalen was aangeroepen, om teweeten wat voor volkeren het waaren, en geen antwoord krijgende, de zijne twee prauwen van strand hadden geset, en daar medenaar voorschreven groote prauwwaaren gevaaren dat digt bij dezelve gekomen zijnde en op hunne vrage wie zij waare; van een Europees antwoord erlangd hebbende de groote prauw hadden verlaten, zonder eenige molestatie aan dezelve of de daar op zijnde manschappen te doen; Genoemde Senghadje van Marieko nog daar bijvoegende dat niet konde besesfen hoe men zijne volkeren nageest dat zij met geweld de drie Hullaneesen uit de groote prauw zouden hebben willen ligten daar het nagt en donker was, ook geen een mand konden erkonnen en dat hij gevolg„ „lijk hier in't moeste sustineeren dat alle het geene den Heer Gouverneur en Raad ten lasten van het hof
English
the commissioners appointed to have the extirpation work at Massie his promise regarding Paulus accepted as information praise of Tidor came to be heard, was immediately credited as trustworthy. For the rest, His Highness the King and all the Councillors of the Realm present declared to have no knowledge of that which was related by Thomas Vogls to the Xulla Resident Hemmekam, regarding the four korra-korras that had hailed him between the Pottebakker and the Notien and had said that they were waiting for the Xulla good-month prahu, in order to seize and overpower the Xullanese. Our commission ending herewith and having been requested by His Highness to spend the evening with him, the Radja Moeda arrived around the stroke of eleven o'clock. Mutual compliments having been exchanged with the same, and having taken seats, we informed the young prince, at the request of his father, of what had been treated concerning the spice inspection to be conducted on the island of Poelo Piesang and the largest of the Ideloe Rakeks, in the manner cited before, to which we in all deference refer in order to avoid a duplicate account, only needing to note here that the young king declared to us that it grieved him particularly that on the word of a stinking Papuan slave he was held under suspicion regarding the murder committed upon the repeatedly mentioned Miss Wolff and her suite, as well as that he was alleged to have been present at the latest incursion on Macquian, swearing thereon in our presence solemn oaths that he knew absolutely nothing of either the first or the last. In hope of a favorable approval regarding the execution of our charge, we take the liberty to call ourselves, at the bottom stood: Right Honorable Sir and Sirs, lower: your Right Honorable humble servants, was signed: G. W. van Remesse and B. van de Walle, in the margin: Ternate in Castle Orange the 10th of March Anno 1773. And after all the points appearing therein had been considered and examined with close attention, it was first thought fit to approve the actions of the commissioners, as the members took particular pleasure in the willingness of the Tidore prince to help promote the above-mentioned extirpation, and no less in the promises made to the commissioners to send the vessels for fetching our extirpators to this Castle within fourteen days: whereupon it was resolved to prepare the sergeant and ten soldiers destined for that purpose, together with all further preparations for that expedition, against the appointed time, and to victual these men for two and a half months, as well as to appoint as heads and commissioners of this spice expedition the Ensign Semet, together with the Assistant Jacob Lippens. And since the King of Tidor had also promised the commissioners that he would soon allow the suspended spice destruction at Wassile to be resumed, it was resolved to take this work in hand again as soon as one should be enabled to do so through the relief of men from Batavia, seeing that under the present circumstances of the time it was impossible to spare the soldiers needed for this from our weakened garrison, which was still increasing daily by the sending of men to the outer posts and by deaths, to such an extent that it could not be thought fit to denude the Castle of more soldiers. Furthermore, the promises made by the King to help the poor Paulus Schaar to his own were accepted as information, and also accurate investigation to resume. And 6
Dutch transcription
235 de Commissianten benoemt or tirpatte werk op massie te laten zij belofte ten op ruijtere Paulus schoon voor Communicatie aange„ lof van Tidor ter hooren kwam, ten eersten voor geloofwaar„ „dig wierd geaccrrditeert. voor het overige betuigden zijn Hooghed: den koning en alle de aanwezende Rijx Raaden geen kennisse be dragen van het geene door Thomas vogls, aan den Xullas Resident Hemmekam is gerelateert, wegens de vier korra korras die hem tusschen de Pottebakker en der notien gepreit en gezegt hadden, dat zij op de Hullase goede maande prauw wagtede, om er de Xullancesen uitte ligten, en te Cappoteeren. Onse Commissie hier mede Eendigende en door zijn Hoogheid verzogt zynde om den avond by hem door te bren„ „gen kwam omstreeks de klocke Elffuuren den Radja moedas aan met den zelven de wederzijdse Complimen, „ten afgelegt, en zit plaats genomen hebbende, verwittigde wij den Jongen vorst, op verzoek van zijn vader van het verhandelde wegens te doene specerij visite op het Eiland Poelo Piesang en het grootste der Ideloe Rakeks, in voegen dier vooren aangehaalt staat, en waar aan wij ons tot voorkominge van een dub„ „beld verhaal in alle eerbied gedragen, eenlijk hier nog moetende noteeren dat den Jongen koning aan ons betuigde het hem bijzonder laet dede, dat men hem opgezegdens van een stinkende Papoese slaaff; vertagthield, omtrent de gepleegde moord aan meermelde Juffrouw Wolff en haar gevolg, als mede dat hij bij de laaste incasie op Macquian„ zoude zyn praefent geweest, doende daar op in onse praesentie duure Eeden dat zoo min van het eerste als van het laatste goral nietsen wiste. In hope van een gunstig applaudissement no„ „pens het verrigten van onze last, nemen wij de vryheid, ons tenoemen /:onderstond:/ Wel Edele Agtbare Heer en Heeren . /:lager:/ uwel Edele Agtb: onder„ „danige Dienaren /:was geteekend:/ G„s W=m Van Remesse en B„s van dewalle /:in margine:/ Ternaten in't casteel orange den 10: Maart A„o 1773: En na dat alle de daar bij voorkomende poincten met deze Commissie geapprobeert aandagt overwogen en onderzogt waren, wierd eerstelijk goed gevonden om de verrigtingen der Commissianten te approbeeren: gelijk de Leden werden een bijzonder genoeg schipten in de bereitwilligheit van den Tidoreese vorst om bovengemelde Extirpatie te helpen bevorderen, en niet minder in de gedane beloften aan de Commissianten, om de vaartuigen ter afhaal van onze extirpateurs aftenertret der extrpateur de, binnen veerthien dagen, aan dit Casteel te zenden: waar op besloten wierd om den daar toe gedestineer„ „den Sergeant en thien militairen, benevens alle de verdere toebereidzels tot dien togt, tegens den bepaalden tijd in mitsgaders voor hoe lang te povr„ gereetheit te brengen, en deze manschap voor twee en een halve maanden te victualieeren, mitsgaders tot hoof „den en Commissianten dezer specerij togt te benoemen den vaandrig Semet, benevens den assistent Jacob Lippens. En aangezien Tidors Koning de Commissianten mede had toegezegt om de gestaakte specerij vernieling te Wassile eerlang tewillen laten hervatten, zoo wierd ge= arresteert om dit werk weder bij der hand teneemen, zoo draa men door ontzet van manschapp van Batavia, daar toe instaat zoude zijn gestelt, nademaal men in deze tijds omstandigheden de daar toe benodigde mili„ „tairen onmogelijk uit ons verzwakt garnisoen konde missen, het geen nog dagelijks door het verzenden van manschap na de buiten posten, en door sterfgevalle dusdanig vermeerderde, dat men niet goed konde vinden het Casteel van meerder soldaaten te ontblooten Voorts wierden voor Communicatie aangenomen des Konings gedaane beloften om den armen Paulus schaar aan het zijne tehelpen, en widersooknauwkeurig onderzoek hervatten. En 6
English
to give the court another idea and to conduct an investigation into the plunderings that had recently been committed by his subjects of Waigeo and Salawati in the Ambon and Sula districts. While, regarding the King's request to send a well-armed vessel against the aforesaid predatory subjects of his, it was decided to grant this request in this instance if we should receive a reinforcement of soldiers this year to place on such a vessel, in order to be able to counter the aforementioned Papuans with all the greater hope of a successful outcome. Meanwhile, it was further approved to deliberate upon the representations from Tidore, whereby the young King was declared innocent of the committed murder of Miss Wolff and her retinue, and to set down our considerations during the first session in which secret affairs shall be treated. However, since it appeared not indistinctly from the commissioners' report that the Court of Tidore still considered itself offended on account of our having addressed the King during the past year concerning this murder; as also because the Council had caused the necessary representations to be made regarding the assault on a prahu that had been provided with the Company's flag; this new proof of the contentious character of the Tidorese nation caused no little astonishment among the members of this board, since everyone recalled that the King, as well as his secretary, had been addressed regarding the first case in the most friendly terms and requested to investigate the truth of this occurrence, without the guilt thereof ever having been positively laid upon the young King. For all which reasons it was unanimously approved to give the King, either in writing or orally upon his first arrival at this Castle, a different idea of our observed conduct, and to convince him by examples that we seldom or never complained to him about the misdeeds of his subjects without previously being certain of the truth of our grievances, on which occasions we still declared none of them guilty, but always previously requested His Highness to investigate matters and to provide therein according to fairness. Below stood: Thus done and resolved at Ternate in Castle Orange on the date aforesaid. Was signed: P. J. Valckenaer, J. Beynon, J. F. Wedel, J. G. van Raesveld, G. C. Meurs, J. Wttewaal, G. W. van Renesse, and B. van der Walle. Saturday, 3 June, in the morning at nine o'clock, Council meeting. Present: The Honorable, Right Respectable Lord Governor and Director of the Moluccas, Paulus Jacob Valckenaer The Senior Merchant and Second, Elias Jacob Beynon The Valiant Captain, Johan Fredrik Wedel The Merchant and Fiscal, Johan Georg van Raesveld, absent due to indisposition The Junior Merchant and Storekeeper, Godfried Carel Meurs The Pay-Bookkeeper, Gerrardus Willem van Renesse Nicolaas Dionysius Moll The deliberation on common affairs having concluded this morning, the Lord Governor produced at the table the daily journal, together with a summary report framed therefrom and a current account concerning the spice inspection recently completed by Ensign Semet and Assistant Lippens on Pulau Pisang, belonging under the jurisdiction of Tidore; which last two papers read as follows: Summary report regarding the spice extirpation performed on the island of Pulau Pisang, submitted by the undersigned to the Honorable, Right Respectable Lord Paulus Jacob Valckenaer, Governor and Director, together with the Council of the Moluccas. Honorable, Right Respectable Ruling Lord and Lords, In order to render to Your Honorable Worships as brief a report as possible of the commission which Your High Honors were pleased to charge to us by instruction of the 18th of the past month of March, to the end of clearing Pulau Pisang and the Kakek Islands of the spice crop, we have the honor to report to Your Honorable Worships that after the delivery of the said instruction, we set out on our journey along with our subordinates, except for one corporal and three common soldiers, who had remained behind here in order to transport the remaining rations as soon as the prahus from Tidore had returned. Subsequently, we arrived that same evening at Tidore, from where, after obtaining the assistance of kora-koras and crews, as well as the arrival of our subordinates who had stayed behind, we continued our journey. Having arrived at Pulau Pisang on 17 April, we immediately set everything in motion to carry out the intention of Your Honorable Worships. However, since the sluggishness and insolent pretexts of our Tidorese traveling companions were very obstructive to us on this expedition, we nonetheless destroyed on that island within seven days a total number of 5,067 nutmeg trees, being 698 fruit-bearing and 4,369 saplings. And after everything here had been searched through and no more spice trees were to be found, we attempted, pursuant to the further contents of Your Honorable Worships' instruction, to have the Kakek Islands cleared as well, but the Tidorese, through all kinds of frivolous pretexts and manifested unwillingness, made us cease this work, although we insisted strongly upon it. Very humbly requesting Your Honorable Worships
Dutch transcription
237 Hof mogen tof drengen in een ander denkbeeld onderzoek te dtoen na de Stroperij en die nog onla. p: s door zine ondanen van waigeeuw en Salwatti in de Ambonse en Xullase districten waren begaan: Terwyl op des Konings verzoek om een wel gewapend vaartuig op eren gemelde zijne rooflugtige onderdanen aftezend, en beslo„ „ten wierd om in deze instantie te bewilligen indien wij dezen Jaare versterking van Militairen kreegen om op dusdanig vaartuigs te plaatsen, ten eide boven gemelde Papoen met dies te grooter hoope van een gelukkig Succes te keer te kunnen gaan onbedriges enede moord van Juff: Werdende middelerwijle nog goetgevonden om over de Tedo„ „reese vertoogen, waar bij de Jonge koning van de gepleegde moord van Juffrouw Wolff, en haar gevolg ontschuldig werd verklaart, te besoigneeren, en onze Consideratien ter neder te stellen, bij de eerste sessie waar in over secreete zaaken gehandelt zal werden. Dog dewijl uit der Commissianten Relaas niet onduidelijk onderhoud / aan die enpeldaar de het quam te blijken, dat het Tidoreese Hoff zig als nog gebelgt hielde ter zaake dat wij den Koning in het gepasseerde Jaar over deze moord hadden onderhouden; zoo mede, om dat de Raad de nodige vertoogen hadde laten doen wegens het aanranden van een Prauw, die met 'sComp=s vlag was voorzien; zoo baarde dit nieuw bewijs van het twist zieke Caracter der Tidoreese natie niet weinig verwondering bij de Leden dezer Tafel dewijl een iegelijk zig te binnen bragt dat de Koning, benevens deselfs secreta„ „ris, over het eerste geval in de vriendelijkste bewoordingen waren aangesprooken, en verzogt om ondersoek te doen na de waarheit van dit voorval, zonder dat men immer de schult daar van stellender„ wyze op den Jongen Koningen heeft gelegt. Om alle welke redenen eenpariglijk wierd goed„ „geromen om den Koning het zy schriftelijk, dan wel mondeling bij zijne eerste koomst aan dit Cas„ „teel, een ander denkbeelt van ons gehouden gedrag tegeven, en door voorbeelden te overtui„ „gen, dat wij hem zelden of noort over de wande„ „driven zijner onderdanen- klagtig vielen zonder bevorens van de waarheit onzer dbliantien ver„ zekert te zijn, wanneer wij nog niemant van hen schuldig verklaarden, maar zijn Hoogheit be„ „vorens altoos verzogten om onderzoek van zaken te doen, en daar in na billijkheit tevoorzien. /:onderstond/ Aldus Gedaan ende Ge„ „resolveert tot Ternaten in't Cas„ „teel Orange dato voorschreeven /:was geteekend:/ P„s I„b Valckenaer, J„b Beijnon I„n I„k Wedel, I„n G„k van Raesveld, G„d CLeMeurs, Wm J„n Wttewaal, G„t N„o van In Renesse, en B„s Van dewalle om Zaturdag 239 Den wel Ed Agtb: Heer Gou„ verneur en Directeur der oluccos Den Manhaften Capitain Den Koopman en fiscaal ann pecag:s extifatie op Poelo berigt wegens van inhoud als hier nevens. Paulus Iacob Valckenaer Elias Jacob Beijnon Johan Fredrik Wedel „ Onderkoopmen winkelier Godfried Carel Meurs „ _o Zoldij botsel Gerrardus Willem van Renesse Nicolaas Dionijsius Moll Dempto Johan Georg van Raesveld door indispositie De besoigne over de gemeene zaken heden morgen afgelopen zijnde, wierd door den Heer gouverneur ter Tafel geproduceert het dag verhaal annex een daar uit geformeerd Compendieus Berigt, en Rekening Courant, Concerneerende de Jongst door den vendrig Semet en adsistent Lippens volbragte specerij visite op Poelo Sisang sorteeren, „de onder de Iurisdictie van Tidor /:welke twee Laaste Papieren aldus Liiden Den Opperkoopman en Secun„ negen uuren vergadering van Politie Saturdag den 3e Iunij Smorgens te Praesent Compendieus Berigt Wegens de gedaane specerij extirpatie op het Eiland Poelo Pisang door de ondergeteekenden overgelevert Aan den Wel Edelen Agtb Seer Paulus Jacob Valckenaer Gouverneur en Directeur Benevens Den Raad der Moluccos Wel Edele Agtb: Gebiedende Heer en Heeren Om UWel Edele Agtb: zoo kort doenlijk verslag te doen, van de Commissie die Hoog dezelve aan ons, bij Instructie van den 18=e der Jongst gepasseerde maand haart hebben gelieven op te dragen ten einde Poelo Rsang en de Poelo Kakeks van het specerij gewas te zuiveren, zoo hebben de eer uw wel Edele Agtb: te brugten dat wij na de inhandiging van gemelde Instructie ons nevens onse onderhorigen hebben op reis bogeeren, uitgezondert Een en drie gemeene Militairen, die alhier waaren verbleeven, om zoo draa de Prauwen van Tidor war en terug gekoomen, de resteerende randsoenen overtebrengen; vervolgens zijn wij dien zelfden avond op Tidor aangeland, van waar wij na bekoome assistentie van Corra Corras en manschappen mitsgaders arrivement van onse agter ge„ „blevene onderhorigen onse reise vervolgden, en den 17:' April op Poeljo Pisang aangeland zijnde stelden wij aanstonds alles in het. werk om de intentie van uw wel Ed: Agtb: ten uitvoer tebrengen; dog vermits de traagheit en brutale voorwendsels van onze Tido„ „reese reisgezellen ons in deese togt zeer hinderlijk zijn geweest, hebben wij egter op dat Eiland in zeven dagen verneelt Een getal van 5067: Noote bomen, als en na dien alles alhier door snuffelt en geen specerij bomen meer g3 tevinden waaren, hebben wij getragt om ingevolge den verdere inhoud van uw wel Ed: Agtb Instructie, de Poelo Kakeks almeede telaten afwerken, dog de Tidoreesen hebben ons door allerhande frivole voorwendsels en betoonde onwilligheit dit werk doen staaken schoongenomen wij daar op sterk hebben aangedrongen. Uwel Ed: Agtb: zeer demoediglijk ver„ 698 vrugt en 4369 Tell. Compendieus de „- zoekende
English
Received in excess Sum 4 21: 5050: 50: 15: 500. requesting that we may not be held accountable for the neglect of this unaccomplished commission: And whereas we, in accordance with your Right Honorable Worships' desire contained in the well-mentioned Instruction, have attempted to set fire to all the growth on the island of Poelo Pisang, we were however deterred therefrom upon the strong dissuasion of the Tidorese prince, since His Highness indicated to us that his subjects would be very displeased thereat, because they sometimes came to land on Poelo Pisang and the fruit trees standing there served them at such times for their sustenance. While for the rest we take the liberty, in order to avoid prolixity, to refer in all respect to the journal attached at the side, from which your Right Honorable Worships will clearly be able to see that the Tidorese behaved very absurdly during the entire voyage, and that we had enough trouble to keep everything in good order. Furthermore, we very humbly request your Right Honorable Worships that you may be pleased to release us from the compensation of a quantity of 470 pounds of rice, which was partly delivered to the Tidorese upon their ceaseless requests, and partly spoiled through heavy weather and leakage; at the same time very submissively petitioning your Right Honorable Worships that we may be relieved of further accounting for the linens, arrack, etc. provided to us, since we have distributed all that was brought along in the most economical manner. Further requesting a favorable compensation of 4 Rd=s in cash and twenty cans of arrack, the former of which we spent for the purchase of tobacco for the native population, and the latter we unavoidably poured out to them at various times. At the same time also begging that your Right Honorable Worships will be pleased to pass for favorable write-off the unserviceable goods brought back by us, consisting of: 21 pieces of axes, 25 pedaks, 4 iron lamps, 1 half-hour glass, 1 fish spear, 1 tin funnel, and as the same have become unserviceable through much suffered hardship, these goods having nonetheless been returned by us as such to the Master of Equipment Adolffs. Lastly, the undersigned very humbly request that your Right Honorable Worships will be pleased to reimburse to them the wages of eight hired hands amounting to fifty-two Rd=s, who for 52 days, or since the 24th of March until the 14th of May, Thus more supplied than received: —:— — 20: —: —:—:— Sum 42: 170:50:50:15:500: Semets and Jacob Lippens. were employed both for carrying baggage and for other services concerning the extirpation; as well as that your Right Honorable Worships will be pleased to grant to our subordinates, above the rations already provided, the board money that they did not enjoy during the extirpation. Wherewith we hope that your Right Honorable Worships will be pleased to honor our proceedings with your favorable approval. While in the meantime we take the liberty in all respect to be. Below stood: Right Honorable Worshipful Commanding Sir and Sirs. Lower: Your Right Honorable Worships' very humble and bounden servants. Was signed: J. Semet and P. Lippens. In the margin: Ternate the 1st of June A:o 1773. Current Account of all such linens and [illegible] as were delivered to the undersigned by order of the Right Honorable Worshipful Sir Paulus Jacob Valckenaer, Governor and Director of these Moluccas, for further accounting, and were provided during the spice extirpation on Poulo Pisang for the facilitation of that highly important work, namely: [illegible] 4 2150: 50: 50: 15: 500: 1773: April 6 upon the appearance of the native chiefs at Geta —: —:— 5:—: —. — April 10 held meeting with the first commissioners, fired and treated in their honor —. — — 10: —: —: — 32 April 17 encounter with Papuan vessels, fired — — — 2 7/5. 48— April 20 held meeting on Poulo Pisang, see Daily Register 2: 1:- 5: 1: 1:—:42 April 21 departure of the troops, as a gratuity to the troop Captain and kalims 2:—:— 5: —: —:— — April 23 troops inspection performed by the second signatory —:— — — 5:—:— — — April 24 appearance of the native notables and held meeting according to the Daily Register —:—: — 10: —: —: — 42: April 25 performed troops inspection —:—: — 5:—:—:—:— at held meeting, see Daily Register, presented to the Mandarese Captain —: —: 1: 7:—:—: — April 27 the same —:— 5:—:—:— 42 May 14 during our departure from Poelo Pesang, spent at the meetings held as well as otherwise —. — — 13. —: —. — as also upon the urgent request of the Tidorese Commissioners fired for salutation, see Daily Register - - - - - - - 36. Sum 42. 1: 70. 1. 1 2 1/5. 243. Thus received more than supplied: — . — : — . — 49 49 12 12 7 Sum 42 1:70:5050:15:500 Below stood: Ternate the 25th of May A:o 1773. Was signed: Jan Semets and Jacob Lippens. 24 Credit
Dutch transcription
Over ontfangen Somma 4 21: 5050: 50: 15: 500. zoekende, dat wij voor het versuim van deeze onvolbragte Commissie met mogen aansprekelijk zijn: En aangezien wij ingevolge uw wel Ed: Agtb: begeerte, bij welmelde Instructie vervat getragt hebben om al het gewals op het beland Poelo Pisang in den brand te stee ken, zijn wij egter op de sterke afraading van den Tidoreesen vorst daar van wederhouden vermits zijn Hoogheid aan ons te kennen gaff dat zijne onderzaten daar over zeer misnoegt zoude zijn, dewijl zij Somtijds op Poelo Pisang quamen landen ende aldaar staande vrugt bomen hun als dan tot le„ „vens onderhoud dienden Terwijl wij voor het drige de vrijheit gebruiken ons ter vermij„ „ding van proliciteit in alle eerbied te gedragen, aan het ter zijd g'accrocheerde Dagverhaal, waar uit uwel Ed: Agtb: klaa „blijkend zullen boogen, dat de Tidoreesen Zig geduurende de geheele voijage zeer absurd hebben gedragen, en dat mij werk genoeg gehad hebben om alles in een goede ploij tevoluwen Nog verzoeken wij uwel Ed: Agtb: zeer demoedig dat hoog dezelve ons gelieven vrijtespreeken van de vergoeding een er quantiteit van 470: Ponden Rijs, die gedeeltelijk op de onophoerder „lijke verzoeken der Tidoreesen dan dezelve zijn afgegeeven en deeltelijk door zwaar weder en leccagie is bedurven geraak uw wel Edele Agtb: teffens zeer onderdanig insteerende dat wij van de verdere verandwoording der aan ons mede gegeeven Lijwaten, Arak &=a mogen werden ontheft, alzoo wij alle het op gebragte op de menagieuste wijze hebben uitgereikt. Verders nog een gunstige vergoeding verzoekende van vi Rd=s aan Contanten en twintig kannen Arak welk eerste wij tot inkoop van Toebak voor den inlander hebben uitgege„ en het laaste op verscheide tijden onvermijdelijk aan dezelv hebben verschonken. Ieffens nog smeekende dat uwe Ed: Agtb: de door ons terug gebragte onbequaame goederen bestaande in 21: p=s Bijlen, 25. „ Pedakken 4 „ ijzere Lampen 1 „ halff uurs glas 1„ visaker, ter gunstige afschrijving gelieven te passeeren 1 „ blikke tregter, en alzoo dezelve door veel geleden ongemak onbequaam zijn gera zijnde die goederen egter door ons zodanig aan den Equipagie „meester Adolffs gerestitueert. Laastelijk rusteerende ondergeteekende zeer moedig dog uwel Ed: Agtb: aan hen gelieven terembourseeren het Loo van agt huirlingen ten bedragen van Rd=s twee en vijftig die 2 dagen off sedert den 24en. maart tot den 14e: Meij Dusmeerder verstrekt dan ontf: —:— — 20: —: —:—:— Somma 42: 170:50:50:15:500: Semets en Jacob Lippens. „L„t zoo tot het dragen van bagagie, als tot anderen diensten de exter patie betreffende zijn geemploijeert zoo mede dat uwel Ed: Agtb: aan onsen onse onderhrigen boven het bereets verstrekte randcoe„ gelieven toeteleggen, het kostgeld dat zij geduurende de extirpatie niet hebben genoten Waar meede wij verhoopen dat Uw Wel Ed Agtb: onse verrigtin„ „gen met hoog derzelver gunstige approbatie gelieven tevereeren Terwijl wij intusschen ons de vrijhaid aanmatigen in alle eerbied te zijn. /:onderstond:/ wel Ed Agtb: Gebiedende Heer en Heeren /:lager) uwel Ed: Agtb: zeer onderdanige en trouwschuldige Dienaaren /:was geteekend:/ I„n Semet en P„: Lippens /in margine: Ternaten den 1=ten Junij A:o 1773: Reekening Courant van alle zodanige Lywaten en Wesmeer als als ter ordre van den Wel Ed: Agtb: Heer Paulus Iacob Valckenaer Gouverneur en Directeur dezer Moluccos aan de ondergeteekendens tot nader verantwoording is meede gegeven en geduurende de specerij Exterpatie op Poulo Pisang, tot Facli„ „teering van dat hoogwigtig werk is verstrekt, te weten. dl oe tet gengt kenm: s o et hen e e 4 2150: 50: 50: 15: 500: 173: 6. April bij verschijn van de Jnl: hoofden op Geta —: —:— 5:—: —. — „: 10 _„o„ gehouden gadering met de 1: Comme C:s tot huen donneur verschooten en verhacteert —. — — 10: —: —: — 32 „ 17 _o Rescontre van papoese vaartuigen ver — — — 2 7/5. 48— choten - „ 20 _„o gehoudene vergadering op Poulo Pisang vide Dagreegister 2: 1:- 5: 1: 1:—:42 „ 21: _„o Vertrek van de troups tot een dou„ „ceur aan de troups Capitain en kalims. . 2:—:— 5: —: —:— — „ 23 _„o gedamne troups visite door den tweede tekenaar —:— — — 5:—:— — — „ 24. _d„o verschijn van de Jnlandse groote en gehouden vergadering nade Dagregister —:—: — 10: —: —: — 42: „ 25 — d„o gedaane troups visite - —:—: — 5:—:—:—:— bij gehouden vergadering vide dagregister aan de mandireesen C:P: geschonken. —: —: 1: 7:—:—: — —:— 5:—:—:— 42 „27. __o ad idem - „ 14 Meij geduurende ons vertrek van Poelo Pesang bij de gehoudene vergaderingen als anderzints verspendeert. —. — — 13. —: —. — soo meede op 't aandringen ver„ zoek der Tidoreese Comm: tot salutatie Zemnschoote, vide Dagregister - - - - - - - 36. 42. 1: 70. 1. 1 2 1/5. 243. Somma Dus meerder ontfan vertrekt: — . — : — . — 49 4912127 Somma 42 1:70:5050:15:500 /:onderstond:/ Ternaten den 25:=en Meij A„o 1773 /:was geteekend:/ Ian 24 Credit