VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3389

Japan · 812 pages · 372 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3389_0428 view scan ↗

English

Tuesday the 23rd to From Macasser the 14th of June 1773 requested that the edict against the abduction and theft of slaves also be renewed, affirming how uncommonly it was currently being violated, to such an extent that practically none of his children or state dignitaries were without some of their bondsmen being lost to it, and some had even lost ten to twenty individuals. That His Highness had further asked him to notify me that Prince Craang Sapanang was already prepared to depart for Sumbauwa to fetch his maternal aunt, Raeng Bellasarie, mother of the late Kings of Goa; and likewise that the son of Aroe Theeko, late one of the wives of the Pongauwa Lacasie, was to marry a daughter of Aroe Palacka, grandmother of both aforementioned late kings, next Thursday. Nothing occurred. Monday the 29th. Through the chief interpreter Brugman, I informed the former King of Tambora of the license granted to him by Their High Nobilities to take up residence in Bima, so that he could make preparations to depart thither quickly. Furthermore, the King of Bonij, with further announcement that Craeng Sapanang was prepared to depart for Sumbauwa, sent word to have everything ready for Sunday the 29th. Wednesday the 31st to nothing occurred. Friday the 2nd of April. Saturday the 3rd. After requesting an audience beforehand, the second Gjabandhaar of Goa appeared before me on behalf of the King, his master, to announce the passing of His Highness's consort, for which communication I thanked the monarch with a condolence message. He requested the Tomilalang to introduce the first-mentioned to me tomorrow before noon to receive the letter for Bima's Commandant Zecerf and further orders, should I have anything to instruct him with, which audience I granted. Tuesday the 30th. The aforementioned Bone Tomilalang having appeared before me together with Craeng Sapanang around 11 o'clock, I handed the latter a letter to Commandant Zecerf and thereby instructed him not to interfere in any matters other than those concerning his commission. This he promised, affirming that he would conduct himself in such a manner that I would have no reason for displeasure, whereupon, having taken leave together with the Tomilalang and departed, I simultaneously had the passes issued for his transport vessels. From Macasser the 14th of June 1773 the Sunday 257 From Macasser the 14th of June 1773 Sunday the 4th. Monday the 5th. Tuesday the 6th. From Macasser the 14th of June 1773 Nothing unusual happened. I sent the ordinary messenger Niga to the court of Goa to request an audience for the usual delegates to express condolences and offer a gift according to local custom on the occasion of the death of the monarch's consort, and this for tomorrow morning. According to the report of the aforementioned messenger, this having been granted, Junior Merchant Kraane and Bookkeeper Bremer departed for the court of Goah under the customary escort of horsemen to present the mourning gift on the occasion of the passing of the King's first wife and to pay their compliments of condolence. Upon their return, these delegates reported to me that His Highness had politely expressed his thanks for both. Thursday the 8th. The Queen of Panette informed me through an envoy that her grandson, the Datoea of Lamoerong, who had arrived here some time ago, intended to return to his place of residence and requested my license to do so, which was granted. At nine o'clock in the evening, an extraordinarily fierce fire broke out in Wednesday the 7th, nothing occurred. nothing unusual occurred. Having sent Chief Interpreter Brugman to the King of Bonij at his request to speak with him, he reported that His Highness had instructed him to notify me that news had recently been received from the interior: That Arou Toerongang, having passed away after a period of ailment, his subjects had conceived the suspicion that he had been murdered with poison by Arou Asa; and that they had immediately marched against Negorij Ata, attacked it, set it on fire, and plundered it, and had massacred a large part of the inhabitants, while the remainder, numbering about four hundred individuals, had fled to the negorij Radja. Sunday the 11th. Friday the 9th to 259 502 the Malay campong, whereby, despite all available means employed, 14 houses and 9 stalls were destroyed, placing the entire negorij Vlaardingen in the utmost danger of likewise being consumed by the fire, which probably could not have been prevented had it not favorably pleased Heaven to preserve us by causing the wind, which at first blew strongly from the north, to turn completely to the south. the That granted is

Dutch transcription

Dingsdag den 23. tot van Macasser den 14: Junij 1773 liet versoeken om ook het placaat tegen het rooven en steelen van slaeven te renoveeren met betuijging hoe het selve thans ongemeen wierdovertreeden dermaeten dat er genoegsaam geene sijner kinder„ of rijksgrooten waeren die daer door met eenige haerer lijfei„ genen en sommige wel tot tien en twintig koppen quit geraakt waaren Dat sijn hoogheid hem verder hadde gedemandeed mij kennisse tegeeven dat de prins craang sapanang reets tot vertrek na sumbauua gereed was ter afhaal van sijn moeij raeng bellasarie moeder van de laast ge„ weesene koningen van goa en so meede dat de boon van Aroe Theeko wijlen een der vrouwen van den pongauwa Lacasie aanstaande Don„ „derdag soude trouwen met een dogter van Aroe Palacka der voorm: beijde gewesen koningen grootmoeder } Niets voorgevallen Maandag „ 29 Hebbe ik den geweesen koning van tambora door den oppertelk brugman kinnisse laten geeven van de hem door haar hoog Edel„ heedens g'acordeerde licentie om sig met er woon na lima te begeven ten eijnde sig gereed te kunnen mackien om spoedig derwaarts te vreeken voorts liet den koning van bangj onder nader aankuundiging dat craceng sapanang tot vertrek na Sumbauwa gereed was alles voor zondag „ 29:' 1Woensdag „ 31. tot viel niets voor Vrijdag „ 2 April Na voor af versogt alles bij mij verscheenen sijnde de tweede GJaban, Zaurdag „ 3. dhaer van goa kwam den selven omij uit naam van de koning zijnen meester bekend maeken het overlijden van sijn hoogheids gemalm voor welke Communicatie ik den vorst onder een Compli„ „ment van rouwklagte hebbe laeten bedanken den tomilalang versoeken ten eijnde den eerstgemelde ter ontvang van den brief voor bimas Commandant zecerp en verdere ordre so ik hem iets te belasten mogte hebben bij mij 't introduceeren welk acces ik tegen morgen voordemiddag g'accordeert hebbe opgemelde bones Somialang nevens eranig Sapanang tegen 11:' Dingsdag den 30. uuren bij mij verscheenen sijnde hebbe ik aan den laastgemelde over„ handigt een briefje. aan den commandant zecerf en hem daar bij gerecommandeert om sig met geen andere sacken te bemoeijen dan dan die sijne commissi betrefen het geen hij beloofde, met betuij„ „ging dat hij sig sodanig soude gedragen dat ik geen reeden van ongenoegen soude hebben waar na hij met den tomilalang af„ scheijd genomen hebbende en vertrocken sijnde hebbe ik tegelijk de passer voor sijne transport vaartuijgen laeten afgeeven„ van Macasser den 14. Junij 173 den zondag 257 van Macasser Den 14. Iunij 1773 zondag den 4. Maandag „ 5. Dingsdag „ 6: van Macasser den 14 Junij 1773 Passeerde niets zonderlings Hebbe ik den ondinair sendeling niga naar het hof van goa gesonden om acces te vragen voor de gewoone gecommitteerdens, tot het beklaegen van den rouw en het aanbieden van een geschenk na s'lands gebruik wegens het afsterven van 's vorsten gemalinne en sulkis tegen morgen ochtend'twelk volgens het rappert van voormelden sendeling g'acor„ sijnde onderkoopman kraane en boekhouder bremer naar het hof van goah vertrocken onder het gewoorne escorte van ruijters ter aan„ bieding van het rouw geschenk wegens het overlijden van s' konings eerste vrouw en aflegging van het Compliment van condoleance welke gecommitteerdens mij bij retour tot bericht bragten dat sijn hoogheid voor het een en andere vriendelijk bedantit hadde Donderdag „ 8. Liet de koningine van Panet:s o mij door een sendeling kennisse geeven dat haar kleen toen den Datoea van Lamoerong voor eeni„ gen tijd alhier g'arriveerd weder g'intentioneerd was na sijn verblijf plaats te retourneeren en mijne Licentie daar toe versoeken waarin geconsenteerd hebben savonds ten negen uuren ontstonder een ongemeene herige brand in „woensdag „ 7. is niets voorgevallen is niets sonderlings voorgevallen Den oppertolk Brugman op versoek van den koning van bonij om denselven eens te mogen spreeken derwaarts gesonden hebbende bragt tot berigt dat sijn hoogheijd hem gelast hadde mij kennisse tegeven hoe deeser dagen tijding uit de binnen landen ontfangen was, Dat Arou Toerongang na eenigen tijd suckelens overleeden sijnde vordaanen het vermoeden hadden opgevat dat denselven door Arou Asa met vergift was omgebragjt en dat sij daar op aanstonds tegen Negorij Ata opgetrocken deselve geattacqueert in den brand gestorken en geplundeert mitsgaders een groot gedeelte der inwoonderen gemas„ sacreet hadden, terwijl d'overige ten getalle van cinca vierhonderd koppen maar de negory Radja gevlugt waaren Zondag „ 11:' Vrijdag den 9 tot 259 502 de campong der maleijers waar door een wolen wil van alle aangevende midelen 1a huijsen en ge kraemen vermilts sijnde de geheele negorij vlaandingen in 't uijterste gevaar gesteld wierd van insgelijks door het vuur verteerd te worden en waarschijnlijk ook niet te verhollen soude sijn geweest indien het den hemel met gunstig behaegd hadde ons te bewaeren door den wind die eerst uit den noorden sterk door waeijde geheel na het suijden te doen heeren de Dat deerd is

NL-HaNA_1.04.02_3389_0430 view scan ↗

English

from Macasser the 14. June 1773 Tuesday the 13. from Macasser the 14. June 173 That not being content with this, they also pursued them and demanded them from the villages' peoples, who had refused their surrender, making known that those of Asa and Radja, being one and the same people, stood together under one king who was abroad and without whose prior knowledge they could do nothing; that they likewise had hostily attacked those of Radja after they had caused the messenger who had been sent to them with the aforementioned message to be murdered, whereby on both sides many had likewise fallen. That the prince, having thought it good, in order to prevent further mischief, to send Arou Panette to the inland areas to investigate these matters and, if possible, settle the disputes amicably, or otherwise summon the principal chiefs hither to be settled here, could not fail beforehand to have me informed of this intention of his, with the request that he might be assisted with my advice in this regard, or to know whether I might approve of the same. Upon which report I dispatched the said chief interpreter back to his highness to let him know, while thanking him for communicating the aforementioned good news, that I fully approved his intention, but had to put to his consideration whether it would not be necessary to send yet another of his other grandees of the realm together with Arou Tanette to the inland areas, in order to prevent that, in the unexpected event of the death or accident of a single person, no hindrance would be caused to a matter that required a speedy resolution to prevent further bad consequences; that from what had occurred we meanwhile again noted how many of the lesser and subordinate allies were ignorant of or did not care about the contracts, according to whose tenor none of them all is permitted to begin any hostilities against the other, but their duty requires them to bring their interests to the Company and Boni regarding received insults, in order to be decided according to justice; so that I had caused all those regarding whom something had come before me to be reminded of this, and that I therefore trusted that his highness would likewise instruct his commissioners to the same effect, with the threat of his disgrace in case those of Tourangang in particular did not wish to listen to it. Furthermore, I also instructed the chief interpreter to present to the king how often already in the campong of the Malays, and especially on the 9th of this month, a fierce fire having broken out, the village Vlaardingen had been in the utmost danger of being entirely consumed by the fire, and this being caused by the multitude of stalls and even large houses that had been erected there successively against orders entirely close to one another; that I, for the best of the good inhabitants, had resolved to have all the large houses and stalls standing along this beach that still remained, calculated from the northern end of the Campong Bougis to near the gate of Goeroe Manilla in the south as far as the Company's subordinates extended, demolished or lowered to a certain fixed height; and that since among them several houses belonging to Boniers were found, I therefore found myself obliged to request that his highness would cooperate in this regard towards achieving my beneficial objective, and consequently order the demolition of the houses and the lowering of the stalls to them, adding that I myself would proceed thither in the next few days to confirm everything and to make a regular arrangement for the future, both with respect to the height and depth of the stalls and to leave the necessary spaces everywhere to be able to reach the seashore. Brugman, returning towards midday, reported to me that the prince, upon his first message, had expressed being very pleased that I had agreed with his intention to send Arou Tanette to the inland areas, and that according to my advice he would both add another capable person to him and instruct them to present to the subordinates of the village who had fallen into disagreement with one another the violation of the contracts and consequently of their duty, under a serious threat. That with regard to the second message, it was very agreeable to him to learn of the good order established by me with respect to the campong of the Malays, being convinced that it tended to the well-being of the inhabitants, and that he, not wishing to fail to contribute his part thereto, would have the owners of all the houses standing along the sea beach in the so-called Campong Totempo ordered to demolish them, so that he had immediately given orders to that end to his interpreter Passiere. Further, report was given to me that the Boni Pongauwa Lacasie was already separated from his recently married wife, formerly widow of the Wadjorese Pam Datoe Pamana, and that from Macasser the 14. June 1773

Dutch transcription

van Macasser den 14. Junij 1773 Dingsdag den 13. van Macasser den 14. Iunij 173 Dat sij daar meede nmiet vergenoegd deese meede na geset en van de negorijs volkeren op g'eijscht hebbende welke derselven overgave hadden geweijgert onder te kennen gave dat die van Asa en Radja als een en het selve volk zijnde te saemen onder een koning stonden die buiten lands was en buijten welker voorkennisse sij niets doen konden sij die van Radja ingelijks vijandelijk hadden aangelast na dat'z den zendeling die haar het voorm: boodschap was gesonden hadden doen vermoorden waar door aan weerskanten insglijks veelen gesneuveld: waeren. Dat den vorst ter voorkoming van verdere onheijlen goed gedagt hebbende Arou Panette naar de binnen landen te senden ten eijnde na die saeken ondersoek te doen en de geschillen des mogelijks in der ommime bij te leggen dan wel de voornaamste hoofden herwaarts te ontbieden om 18 alhier afgedaan te worden voor af niet hadden kunnen nalaeten mij van dit sijn voorneemen te doen verwittigen met versoek om daar omtrend met mijn raad te mogen worden g'assisteerd dan wel om te weeten of ik het selve mogte goedkeuren op welk berigt ik op den gemelden oppertolk weder aan sijn hooghid hebbe afgevaerdigt om den selven onder danksegging voor de meede deeling vande voorm: guede tijding te kennen te geeven dat ik sijn voorneemen volkomen ap„ „probeerende hem in bedenking moeste geeven of het niet nodig soude weesen nog eener sijner aandere rijksgrooten te saemen met Arou Tanetle na de binnen landen te senden om te verhoeden dat bij onver„ hoopt overlijden of ongeval van een enkel persoon geen verhindering wierd toegebragt aan een saak die een spoedige afdoening vereijschte ter preventie van verdere quaede gevolgen dat wij uit het voorgevallene ondertusschen weder consteerde hoe veele der mindere en onderhoorige bondgenooten onkundig waeren op sig niet stoorten aan de Con„ tracten volgens welker te neur het aan geene van allen g'oorlof isenige vijandelijkheeden tegen den anderen te beginnen omaar hun pligt vereijscht hunne belangen bij d' Comp: en bonijover ontvangen beleedingen in te brengen ten eijnde na de regtmaetigheijd te worden beslis in vogen ik alle de sulkie waer omtrend mij iets voorgekomen was het selve haelde doen voorhouden en dat ik oversulks vertrouwde dat sijn hoogheid sijne gecommitteerdens sulkis ins gelijks soude gelasten met bedrijging van zijne ongenade ingevalle die van Touroengang in 't bijsonder daar na niet luisteren wilde verder gaf ik den opertolk meede last om den koning voor te houden hwe er nus reets veel maelen in de Campong der maleijers en inson„ quaede derheid 261 504 van Macasser den 14 Iunij 1723 derheijd op den 0 deser en scherige brandonstaan sijnde dat de negorij vlaandingen in 't uijterste gevaar gestaan heeft om door het vuur geheelen al verteerd te worden en sulks veroorsaakt weesende door de meenigte van kraemen en selfs groote huisen die aldaar tegen d'ordre succesive geheel digt bij den anderen waeren opgerigt ik ten beste van de goede Ingeslete„ „nen voorgenoomen hadde alle de groote huisen en kraamen die er langs deese strand staende nog overgebleeven waeren gereekend: van het noordelijk eijnde van de Campong bougis tot bij de poort van goeroe manilla in 't zuijden so verre sComp: onderhoorige terquamen te doen afbrecken op tot seker bepaalde hoogte te verlaegen en dat vermits daar onder verscheijden huijsen boniers toebehoorende gevonden wierden ik mij dierhalven verpligd vond te versoeken dat sijn hoogheid hier omtrend: ter bereijking van mijn heijlsaam oogmerk wilde meede werken en gevolgelijk de afdrake der huisen en de verlaaging der kraamen aan deselve ordonneeren met bij voeging dat ik mij eerst daeg selfs derwaerts soude begeeven ten eijnde alles te bevestigen en een reguliere schikking voor t vervolg te maeken so ten opsigte van de hoogte en diepte der kaaemen als om over al de onodigetusschen ruijmtens te laeten om aan de zee staand te kunnen komen Brugman tegen de middag te rug komende bragt mij tot rapport dat den vorstop sijn eerste booschap betuijgd hadde seer verlijd te wesen dat ih im sijn voorneemen om arou Tanette na de binnen landen te senden genoegen genomen hadde en dat hij volgens mijnen raad: so wel aan denselven nog een ander bequaem persoon toevoegen als deselve instrueeren soude om d' onderhoorige van de negorij met elkanderen in oneenigheijd geraekt d' overtreeding der Contrac„ ten en gevolgelijk van hunnen pligt onder een erinstige bedarijging voor te houden, Dat het hem ten aansien van de twede bodschap seer aange„ naam waere te verneemen de goede ordre door mij gesteld met be„ trecking tot de campong der maleijers als overtuijg sijnde dat het 9 selve streckende was tot wel sijn van d'ingesetenen en dat hij duus niet ingebreeke willende blijven daar toe het sijne te Contribueeren aan d'eijgenaars van alle de huisen langs de Lee straid in de se genaamde Campong To tempo staande soude doen gelasten om de selve af te breeken invoegen hij aanstonds ten dien ijnde aan sijnen tolk Passiere daar toe ordre gegeeven hadde wijders wierd mij bericht gegeeven dat den bonijs Pongauwa Lacasie van sijn Iongst gehuwde vrouw voormaals weduwe van den wadjoreas Pams Datoe Pamana riets geseparaart wee en sulks van Macaesser den 14. Junij 1773 263 506 dat ter

NL-HaNA_1.04.02_3389_0432 view scan ↗

English

From Macasser the 14th of Iunnij 1773. because during the recent fire in the campong of the Malays she had learned that he had not yet completely abandoned his former wife, being a Peranakan Chinese woman, since at that time the house in which she resided had been guarded by himself along with some of his subordinates, whereby she had fled from her house in anger and reportedly betook herself to her mother, the queen of Tanette. That nevertheless some time before it having been put to the Pongauwa by the grandees of Boni, and among others also by his son the present arou sha, that separating from his wife was the only means to obtain pardon from the king his father, he had promised this, and the aforementioned Arou sha in her presence was also said to have made known this promise of his, adding that he saw nothing come of it. That the Pongauwa now also stood to obtain pardon shortly and to be received into grace by the king, since it had been granted to the Regent and Tomilalang to introduce him to His Highness. Wednesday the 14th ditto. Nothing occurred that merits noting down in this. Friday the 16th. Having made as much inquiry as possible into the report mentioned under the 13th of this month, I received word today towards evening that the Boni Pongauwa Lacasie was indeed received back into grace by the king his father this morning and was pardoned by the same, and furthermore that His Highness had declared to have had nothing against him other than his marriage with the widow Datoe Pamana, intimating that, she being of much higher birth than he, it was not permitted for him to marry her, whilst the prince subsequently had ordered the Regent and Tomilalang to restore him again to the exercise of his office. Arrived here with three vessels the elected king and grandees of Tambora, who gave us notice of their arrival and handed over a note from the ensign Hecep serving as their escort. Saturday the 17th. Sunday the 18th. I sent the ordinary emissary Niga to the elected king of Tambora who arrived day before yesterday, in order to have conveyed to that prince, with a compliment of felicitation, that he could proceed ashore and to the lodgings prepared for that purpose; for which that petty king having sent me his thanks, he immediately departed thither from on board. Monday the 19th. 265 508 From Macasser the 14th of Iunij 1773. Tuesday the 20th. The senior interpreter Brugman having been sent by me to the king of Boni with a copy of the renewed edict against the stealing and kidnapping of both free persons and slaves, making known the additions appended thereto and requesting that His Highness would please anew order his interpreters to observe its contents strictly, the said interpreter reported to me upon his return that His Highness as well as the assembled grandees sent me their thanks for transmitting it and had declared they regarded its contents as very beneficial for all the allies and their subjects, and that the interpreters had immediately been strictly ordered to conduct themselves accordingly, under threat that if found to the contrary they would be punished as an example to others as its contents dictated. Likewise I sent the under-interpreter Pieters with a copy of the said edict to the king of Goa, who brought me word in reply that His Highness, thanking me for transmitting it, had promised that he would also most earnestly recommend the observance of the same to his interpreters. Furthermore, the elected king of Tambora had inquiry made of me as to what time would please me, which was agreed upon and which I have fixed for the day after tomorrow. Wednesday the 21st. From Macasser the 14th of Iunij 1773. Nothing occurred. Thursday the 22nd. The elected king of Tambora having appeared before me this afternoon together with some grandees, the latter gave to understand that the Tamborese people together, having chosen him as the nearest and most competent to be their king, had appeared here with him in order to request that this election of theirs might be favorably approved and that he might accordingly be recognized as king, with an assurance of their fidelity to the Honorable Company; whereupon, it having been answered by me that, being informed of the lawful election, I had already long awaited their arrival and would shortly confirm him as king under the esteemed approval of their High Noble Excellencies as well as hand over the royal insignia upon the contracts to be sworn by him, they expressed their thanks for this, took their leave, and departed. Friday the 23rd. The queen of Tanette let me know through an emissary that the intended journey of her grandson the Datoe of Lamoeroe had not yet taken place because of the fire that recently broke out in the Campong of the Malays, and that she, presently having no one with her, would gladly see him remain with her for some time yet, with the request to permit this, to which I have consented. Saturday. Nothing occurred. 267. 510

Dutch transcription

van Macasser den 14. Iunnij 173. ter oorsaeke sij bij den laeste brand m: de campong der Maleijers kennisse hadde bekomen hoe den selven als nog sijn voorige vrouw sijnde een Parnaken Chinees wijf niet geheel verlaeten hadde ver„ mits doenmaels het huijs waer in bij haer bevond door hem zelfs met eenig sijner onderhoorige bewaekht was waar door sij in toon„ migheid uit haar huis gevlugt en sig bij haar moeder de koninginne van Tanette soude hebben begeeven, Dat nogthans al voor eenige tijd bevoorens door den bonijse rijks„ „grooten aan den Pongauwa voorgehouden weesende en onder ander„ ook door sijn soon den presentin arou tha dat het scheijden van sijn vrouw het eenige middel waere om pardon van den koning sijnen vader te verwerven hij sulks belooft en gem: Arou sha hem in haere presentie ok desesijne belofte soude te kennen gegeeven hebben met bijvoeging dat hij daar niets van sag komen Dat hij Songauirca nu ook erlange parden stond 't erlangen en om in genade bij den koning ontfangen te worden vermits aan den Rijkisbestinder en Tomilalang g'accordeerd was om den selven bij sijn Hoogheijd 't introduceeren woensdag den 14:' tob niets voorgevallen dat in deesen aanteekening verdiend. ƒ Vrijdag „ 16: so veel mogelijk ondersoek gedaan hebbende naar het berigt vermeld Zaturdag den 17. onder den 13. deser ontfing in heden tegen den avond tijding dat de bonij Pongauwa Lacasie werkielijk desen voor demiddag bij den koning sijn in vader weder in genaden aangenomen en door den selven gepardonneerd was mitsgaders sijn hoogheid betuijgd hadde niets tegen hem te hebben gehad dan sijn huwelijk met de weduwe Datoe Pamana onder te kennen gave dat sij van een veel hooger geboorte sijnde dan hij het hem niet g'oorloft waere met haere te trouwen terwijl den vorst vervolgens aan den rijksbestierder en Tomilalang hadde geordonneert hem weder in d'efercitie van sijn ampt te stellen Arriveerde alhier met daie vaartuijgn den geligeerd koning en Rijk, zondag „ 18. grooten van tambora dewelke wij van hunne komst deeden kennisse geeven en inhandigen een briefje van den vendrig hecep ale ngrigt ten haeren geleijde Hebbe ik den ordinair sendeling Niga na de opgisteren gaarieede Maandag „ 19. g'eligeerd koning van Tambora gesonden om den kerwinsen kloes onder een compliment van felucitatie te laeten aenseggen dat hij sig aan de wal en naar sijn ten dien eijnde gereed gemaekt Logement konde begeeven waar voor dat vorstje mij hebbende doen bedanken is hij ten eersten van boond derwaarts vertrocken 265 508 van Macasser den 14. Iunij 1773 so Dringtdag van Macasser den 14. Iunij 1773 Woensdag den 21. Dingsdag den 20:e' den opertolk brugman door mij aan den koning van boni gesonden sijnde met een afschrift van het gerenoveerde placcaat tegens het stelen en rooven so van vrije menschen als slaeven onder bekendmaeking van de daer bij gevoegde ampliatien en versoek dat sijn hoogheid desselfs tolken op nieuw geliefde te gelasten dies inhoud stipt 't observeeren so bragt gem tolk mij bij retour tot rapport dat zijn hoogheijd so wel als de gesamentlijke rijksgrooten mij voor de toezending liet bedankien en betuijgd hadden dies inhoud aan te merken als seer heijlsaam voor de gesamentlijke bondgenooten en haere onderdaenen en dat traan de tolken aanstonds ernstig gelast was sig daar na te gedragen met bedreijging, dat'z bij 1 W contrarie bevinding ten exempel van anderen sodanig souden gestraft worden als dies inhoud dicteerde Insgelijks hebbe ik den ondertolk- pieters met een afschrift van het gem: placcaat aan den koning van goa gesonden den welken mij tot bescheijd bragt dat sijn hoogheid mij voor dies toesending doende bedanken beloofd hadde sijne tolken de observantie van het selve meede ten entistigste te sullen aanbeveelen, voorts den geligeer koning van tambrabolet bij mij vragen tegen sodang tijd als mijbchaegen sonde het gen is acordanden op overmorgen bepaeld hebbe van Macasser den 14. Iunij 1773 viel niets voor De geligend koning van tambove neven eng risisgeete hben van Donderdag „ 22: de middag bij mij verscheenen sijnde gaven de laast gemeld te kennen dat de gesamentlyjke tambereesen den selven als de naaste en bequaamste tot hunnen koning verkooren hebbende bij met den selven hier verscheenen waeren ten eijnde te versoeken dat deese hunne verkiesing gunstig g'approbeerd en hij over sulkis als koning mogte erkend worden met verseekering van hunne getrouwheid aan d' E Comp: waar op door mij g'antwoord sijnde dat ik van de wettige verkiesing g'infor„ meerd reets lange op haar komst gewagt hadde en hem eerlange als koning onder de g'eerde goedkeuring van haar hoog Edelhedens bevestigen mitsgaders de rijkis jnsignia overhandigen soude bij de door hem te besweerene Contracten so betuijgden 'z daar voor hun dank namen afscheid en vertrocken, Liet de koningine van Taneto mij door en sendeling kenns vrijdag geeven dat de voorgenome reijse van haar kleinsoon den datoe van Lamoeroe nog geen gevolg genomen hadde ter oorsaeke van de Jongst ontstaane brand in de Campong der Maleijers en dat sij thans niemand bij sig hebbende gaerne dien soude dat hij nog eenigen tijd bij haar bleef met versoek sulkis te permiteeren waarin ik geconsenteerd hebbe viel Zaturdag 267. 510 „ 23.

NL-HaNA_1.04.02_3389_0434 view scan ↗

English

From Macasser the 14 Junij 1773 269 512 Saturday the 24th. Nothing extraordinary occurred. Sunday the 25th. The Queen of Tanette had asked for an audience with me, which I granted for tomorrow before noon. Monday the 26th. Upon receiving report concerning the act of violence committed in the province of Maros, and namely in the negorij Carampong, by a certain Arou Nankia, who had abducted and carried away from there a woman with her child in a brutal manner, I sent the chief interpreter this morning to the regent of Bonij, not only to complain about that punishable deed, but also to demand the restitution of both abducted persons. I also instructed Brugman on this occasion to seriously admonish the regent once again to pay off the Bonij state debt, pointing out to him that I should have expected this long ago, given his frequently made promises to do his best to that end, but that it was extremely vexing to me to be disappointed time and again in my hopes regarding this matter, the more so as Their High Excellencies might think that I was taking no action on it, with the request that he would therefore settle it, if not entirely, then at least for now a part of it, whether in money, slaves, or otherwise. From Maccasser the 14 Iunij 1773 Brugman, having carried out this order of his, brought me word that the regent, with respect to the first matter, had promised to dispatch an envoy to Maros immediately in order to demand the aforementioned woman and child from Arou Nankia so that they might be handed over to me. But concerning his second commission, the minister had once again asked for indulgence and a further deferral until the circumcision of Prince Latanri Pappoe should be completed, affirming that he had already employed all possible means, and would continue to employ them, to settle that debt, if not entirely, then at least partially, and adding that, since he knew that the present incapacity of the realm could not be unknown to me, he trusted that I would therefore have patience for some time yet. Furthermore, pursuant to the permission granted, the Queen of Tanette appeared at my house around ten o'clock. Having taken a seat, she professed to have no other purpose than to pay a visit to me, yet immediately made it known that, since the house in which she had lived here since her last arrival was completely destroyed by the recent fire that arose in the campong of the Malays, the King of Bonij had wished to induce her to erect a house at Oedjong Tanna next to that of her son Magosila, and that the required timber had also been offered to her for that purpose. That she, however, having little inclination for this on account of the danger her subordinates ran of being stolen there, as some of them had already gone missing, requested permission from me not only to build a house on the premises of the lieutenant of the Malays, Jntje Sadoulla, but also that I would notify the King of Bonij of this as if it came directly from me, because, she said, she was otherwise afraid that the monarch would take the refusal of his offer amiss and conceive a renewed displeasure against her. To this I replied that, just as the latter was very well understood by her and I considered it certain that it would displease the King if she made no use of his offer, she could also easily understand how His Highness would immediately notice that, even if I could agree to her request, this would not come directly from me but at her request; that I therefore had to advise her for her own good rather to accommodate herself as well as possible to His Highness's disposition, and that I could not think that she needed to be so very afraid of the theft of her people, provided she merely took care not to let any women and also no men go out alone; so that I dissuaded her from her requested stay in the campong of the Malays, from which not much good was to be expected, but rather many entanglements, thefts by her people, and in particular danger of fire. This, however, seemed to please her little, although she did not express herself further about it, but after having spoken of some indifferent matters, she took her leave and departed. Some of the burghers, in the name of all of them, after making a request to be exempted from the delivery of slaves to the Company for this year and to pay the money already received back into the Company's treasury, to which I replied to them in appropriate terms, made known their grievances in relation to the recent edict against the stealing of free people and the purchasing of slaves, in particular with regard to the order contained therein that no one shall be allowed to keep any purchased slaves longer than twice twenty-four hours without

Dutch transcription

van Macasser den 14 Junij 1773 269 512 zaturdag den 24 Is niets zonderlings gepasseerd zondag „ 25 Lit dekoningine van Tamte ace bij mij vragen twelk tegen morgen voor de middag hebbe g'accordeerd Maandag „ 26. op het ontfangen berigt wegens de geweld pleeging in de parvintie Maros en wel op de negorij Carampong door Seekeren Arou vantia die van daar een vrouw persoon met haar kind op een brutale wijse geroofd en vervoerd hadde hebbe ik den oppertolk deesen omorgen naar den rijkisbestierder van bonij gesonden om niet alleen over dat strafwaardig bedrijfte doleeren maar ook de restitutie van de beide geroofde persoonen te eisschen ook hebbe ik brugman bij deese geleegentheid gelast den Rijks. bestierder al wederemstig aan te maanen tot aflegging van de bonijse rijkschuld onder voorhouding dat ik het selve niet allee voor lange hadde dienen te verwagten mits sijne dikwerf gedaane tesegging van daar toe sijn best te sullen doen maar dat het mij ten uijter„ sten verdrictig kwam te vallen telkens te leur te worden gesteld in mijne hoope daar omtrend te meer haar hoog Edelheedens weldenke„ soude dat ik er geen werk van maakte met versoek dat hij oversulks so niet geheel ten minste voor eerst een gedeelte van dien 't sij in geld slaven of andersints wilde voldoen van Maccasser den 14 Iunij 1773 Brugman desen sijnen bas uitgevoed hebbende bragt mij tot bericht dat den rijkisbestierder ten opsigte van het eerste belooft hadde ten eersten een sendeling na Manos te sullen depecheeren ten eijnde de voorm: varouw en kind van Arou Nankia af te vorderen om aan mij overgegeeven te worden dog ten belange van sijn tweede Commissie hadde de minister alweder verschooning en als nog uitstel laeten versoeken tot dat de besnijdenisse van den Prins Latanri Pappoe soude weesen volbragt met betuijging dat hij alle mogelijke midde„ „len bereeds hadde aangewend en verder soude aanwenden om die schuld so niet geheel ten minste gedeeltelijk te voldoen en onder bijvoeging dat hij weetende dat mij het presente onvermogen van het rijk niet konde onbekend weesen vertrouwde dat ik dierhalven nog eenigen tijd geduld wilde hebben voorts verscheen volgens verleend altes tegen tien uuren ten mijnen huijse de koninginne van Tanette dewelke geseeten sijnde wel betuijgde geen ander oogmerk te hebben dan om een visite bij mij af te leggen dog nogthans al aanstonds te kennen gaf dat vermits het huis waar in sij sedert haere laetste komste alhier gewoond hadde door den Jongsten brand in de Campong der Maleijeas ontstaan geheel vernield was de koning van bonij haar hadde Brugman willen ƒ 27t 514 van Macasser den 14 Iunij 1773 willen disponeeren om een huijs op oedjong tanna op te regten naast dat van haar soon Magosila en haar ten dien eijnde ook de benoodigde houtwerken aangebooden waaren Dat sij daar toe onogthans weijnig inclinatie hebbende u't hoofde van't gevaar dat haer onderhoorige liepen om aldaar gestooten te worden so als er reets eenige van deselve absent geraakt waeren mij niet alleen om permissie versogt een huis in heterf van den luitenant der maleijers Jntje Sadoulla te mogen oprigten maar ook dat ik daar van aan den koning van bonij wilde kennisse geeven even als of sulks van mij direct kwam wijl z zeijde andersints bedugt te sijn dat den vorst de weijgering van sijne aanbieding kwalijk neemen en op nieuw misnoegen tegen haar opvatten soude Ik diende hier op dat gelijk het laatste door haar seer wel begreepen was en ik voor seeker hield dat het den koning mis„ hagen soude wanneer sij van desselfs offerte geen gebruik kam te maaken bij ook ligt soude kunnen nagaan hoe sijn hoogheid ten eersten merken soude dat ingevalle ik in haar versoek al konde treeden sulks niet direct van mij kwam maar op haar versoek gehield dat ik haar dierhalven ten haeren beste raeden moeste om sig lieven se goed mrgelijk na sijn hoogheids sinnelijkheid te schieken en dat ik niet konde denken dat hij voor de dieverij van haar volk so seer behoefde bedugt te weesen wanneer 2 maar kwam te sorgen om geen vrouwen en ook geen mans persoonen alleen te laeten uitgaan invoegen ik haar versogte verblijk in de Cam„ pong der Maleijers waar uit niets veel goeds te wagten bij maar wel veele brouilleeren diverijen door haar volk en insonderheid gevaar van brand ontleijde het geen haar egter weijnig scheen te bevallen hoe welz zig derwegens niet verder uitliet maar na nogovers eenige onverschillige saeken gesprooken te hebben haar afscheijd nam en vertrok Eenige uit de burgers uit naam van alle deselve na een versoek om van de leverancie van slaeven aen de Comp: voor dit Jaar gereleveerd te mogen worden en het beredsontfangen geld weder in sComp: Cassa te tellen waar op ik haar in gepaste termen geantwoord hebbe te kennen gegeeven sijnde hunne beswaarnisse met relatie tot 't Iongste placcaat tegen het steelen van vrije menschen en op kopen van slaeven in sonderheid met betreeking tot dordre daer bij vervat dat niemand eenige gekrgte slaeven langer dan twee maal vier en twintig uuren sal mogen aanhouden sonder sig van Macasser den 14 Junij 1773 moeste te

NL-HaNA_1.04.02_3389_0436 view scan ↗

English

273 5: 16 from Macasser the 14th of Junij 1773 to be provided with proper proof of ownership, as it might happen at this time that the interpreters, both of the Company and of the courts of bonij and goa, who had to assist at the passing of the transfers, could not be obtained or found, I nevertheless, despite the groundlessness of their pretext, caused the king of bonij to be requested to order his interpreters to present themselves at the secretariat in the morning at least three times a week, which His Highness not only promised me, but also immediately ordered his interpreters to do, according to the report of the chief interpreter brugman, whom I also charged to ensure that one from the Company must always be present when required for the aforementioned reasons. After this, the former king of Tambora had an audience requested with me, which I granted for tomorrow before noon. Tuesday the 27th. The under-interpreter Pietersz departed for the king of goa with the same message that the chief interpreter brugman took yesterday to the king of bonij, bringing me on his return the report that the prince had undertaken to give orders to his interpreters to present themselves at the secretariat, even if it were every day. The former king of Tambora having subsequently appeared before me towards noon to announce that he was ready to depart and to take his leave, which he did in the most moving manner with expressions of his gratitude for the kindness shown to him during his stay, I represented to him how, in order to avoid all disputes with the Tamborese, I had deemed it necessary to order the bima Commander to take an exact survey immediately upon his arrival there of the number of men comprising his personal retinue, or rather those who will be able to remain with him; that consequently I also expected him to provide a true account thereof to the aforementioned Commander and keep no subjects of the realm itself with him, but, contenting himself with his own, surrender all others, so as to be able to live in quiet tranquility, in which case the Commander would also protect him from all harassment by others, and especially, if any of his people should absent themselves or desert to Tambora, to recapture or even reclaim them if possible; all of which having been promised by him, he subsequently requested permission both to have exhumed the body of his wife who died here over a year ago from Macasser the 14th of Junij 173 and 275 518 From Macasser the 14th of Junij 173 Friday 19 May from Macasser the 14th of Junij 1773 and to transport it to bima, as well as that of his foster child, a son of the elected king, which was granted by me unconditionally with regard to the former, but the latter under the condition that the aforementioned elected king should consent thereto; after which he took his leave and departed, having wished him a good journey. Wednesday the 28th. Upon notifying the elected king of Tambora of the conditional permission granted by me to the dethroned prince to take the body of the first-mentioned son with him to bima, a request having been made to me by an envoy of the same not to grant this, and that I might moreover give orders to the other to surrender all state slaves who were still with him upon his arrival at bima or let them go their way, I promised both, and gave notice thereof to the former king. 30th. I sent a note to the former king of tambora for delivery to the commander at bima, and further exhorted him to conduct himself according to my orders regarding his personal retinue and the state slaves still with him, which he promised me once again. Thursday 27th. Nothing occurred. Nothing occurred worthy of special note. Sunday I was informed by a confidant that the pongauwa Lacasie, shortly after the divorce from his latest married wife, the widow Datoe Pamana, had secretly visited the queen of Tanette and had given assurances and promises to Her Highness as well as to his aforementioned wife that he would never abandon her, and that having now been received back into favor by the king of bonij, his father, he had hopes that His Highness would in time permit their reunion again; but what the queen and her daughter had answered thereto, and what further occurred, he could not tell me, except that Aroe Pantjana, having become exceedingly wrathful upon receiving the news concerning the aforementioned divorce, had caused all his firearms to be brought out, but that his brother, soping's prince Mappa, who some time ago had returned home as well as the regent of Tanette to his place of residence, had admonished him, Aroe Pantjana, by a note to keep quiet, indicating that it was not yet time to commence hostilities or take revenge. Saturday the 1st to Saturday 1 S: 8 8.

Dutch transcription

273 5: 16 van Macasser den 14. Junij 1773 te voorsien van een behoorlijk bewijs van eijgendom also het ditwerf konde gebeuren dat de tolken so van de Comp: als van de hoven van bonij en goa die bij het passeeren der transporten omoesten assis„ „teeren niet te krijgen op te vinden waeren hebbe ik niet jegen„ staende de ongegrondheid van hun voorgeeven de koning van bonij doen versoeken om sijne tolken te gelasten ten minsten driemaal sweeks sig des morgens ter secretarij te laeten vinden het geen sijn hoogheijd mij niet alleen deed belooven omaar ook ten eersten aan sijne toeken bevoolen heeft na het berigt van den oppertolk brugman die ik ook belast hebebe te sorgen dat er een van sComp: altoos moeste maeken present te weesen wanneer bij om voorgem: redenen mogten worden gerequireerd Hier na liet den geweesen koning van Tambora alces bij mij vragen het geen tegen morgen voor de middag g'accordeerd hebbe Dingsdag den 27. Is den ondertolk Pietersz met de selve boodschap na de koning van goa vertrocken als den oppertolk brugman op gisteren na die van bonij brengende mij bij sijn retour tot rapport dat den vorst aangemo men hadde ordre aan sijne tolken te sullen geeven om al was het alle dagen sig ter secretarij te laeten vinden De geweesen koning van Tambora vervolgens tegen den middag bij mij verscheenen sijnde om onder bekendmaeking dat hij gereed was te vertrecken sijn afscheijd te neemen invoegen hij sulks op het beweeglijkste deed met betuijging van sijne dankbaarheid voor het goede aan hem geduurende sijn verblijk beweesen so hield ik den selven voor hoe ik ter vermijding van alle disputen met de Tamboreesen nodig g'oordeeld hadde den binas Commandant te gelasten om ten eersten na sijne aankomst aldaar exact op te neemen het getal der manschappen waar uit sijn Lijfvolk of wel de sulke bestaan die bij hem sullen kunnen blijven dat ik gevolgelijk ook verwagten wilde dat hij daar van een getrouw opgave aan voorm: Commandant doen en geene onderhoorige van het rijk selve bij sig houden maar sig met de sijne vergewegende alle anderen overgeeven soude om dus in stille gerustheijd te kun„ pen leeven wanneer den Commandant hem ook soude maintineeren voor alle overlast van anderen en insonderheijd wanneer eenige van de sijnen sig absenteeren dan wel na Tambora overloo„ „pen mogte deselve des mogelijk 't agterhaelen of selfs te re„ „Clameeren alle het welke hij beloofd hebbende versogt hij vervolgens permissie om so wel het lijk van sijn alhier voor een groot Jaar overleeden vrouw te mogen laeten op deloen van Macasser den 14. Junij 173 bij en 275 518 Van Macasser Den 14 Junij 173 vrijdag„ 19 Meij van Macasser Den 14. Junij 1773 en naar lima over te voeren als dat van sijn oproedeling een soon van den g'eligeerd koning 't geen door mij wat het eerte aangaat finaal dog't andere onder deese conditie g'accordeed is dat gem: geligeerd ko„ „ning daar inne kome toe te stemmen waar na hij sijn afscheijd nam en vertrok hebbende hem een goede reijse toegewenscht woensdag den 28. op de bekendmaeking aan den g'eligeerd koning van Sambora van de door mij Conditioneel verleende permissie aan den gede„ troneerden vorst om het lijk van de eerst gemelde soon na bima te mogen meede neemen mij door een sendeling van den selven versoek gedaan sijnde om het selve niet 't accordeeren en dat ik daar en boven aan den anderen ordre mogte geeven om alle rijkslaven die sig nog bij hem bevonden bij sijn komst op binna over te geeven of hunnes weegs te laaten gaan so hebbe ik het een en ander toegesegt en daar van aan den geweesen koning dien kenns gen 30: hebbe ik den geweesen koning van tambora een briefje toegesonden ter bestelling aan den commandant te bina en hem nog nader doen vermaanen om sig te gedraegen na mijne ordre met betrecking tot zijne lijfvolkeren en de nog bij hem sijnde rijksslaven 't welk hij mij nogmaals heeft laeten belooven Donderdag „ 27 viel niets voor Niet voorgevallen dat en bijsondere antekening in der uijden zondag Wierd mij door een vertrouweling berigt gegeeven dat den pon Maandag „ 10. e „gauwa Lacasie kort na de gtscheijding van sijn laastgehuwde vrouw de wed: Datoe Pamana in stille bij de koninginne van Tanette gekomen was en aan haar hoogheijd so wel als aan gem: sijn vrouw verseekering en belofte gedaan hadde haar nooijt te sullen verlaeten en dat hij thans bij den koning van bonij sijnen vader weder in genaden aangenomen sijnde hoope hadde dat sijn hoogheijt haare vereeniging in der tijd wel weder soude permiteeren dan wat de koningin en haar dogter daar op g'ant„ woord hadden op en verder voorgevallen was wist den selven mij niet te seggen maar wel dat Aroe Pantjana op d' ontfangen tij„ ding wegens de gem: egt scheijding ten hoogten graamstoorig geworden sijnde alle sijne geweeren hadde doen voor den daghaelen dog dat sijn broeder sopings vorst Mappa die voor eenigen tijd so wel naar sijn residentie plaats als den rijksbestierder van Tanette maar huis was gekeerd hem Aroe Pantjana bij een briefje soude vermaand hebben sig stil te houden onder te kennen gave dat het nog geen tijd was vijandelijkheeden te beginnen of revenge te neemen Zaturdag den 1: tot Zaturdag 1 S: 8 8.

NL-HaNA_1.04.02_3389_0438 view scan ↗

English

277. 5 20 From Macasser the 14. Junij 1773 about injustices, but that the same might perhaps come with that result, that aroe Pantjana had caused his weapons to be stored away again. Towards midday I had the elected king of Tambora notified to prepare himself for the day after tomorrow before noon to swear to the contracts in the Council of Policy, who sent word in reply that he would comply therewith. Furthermore, the queen of tello had requested of me, through an interpreter who was accompanied by one of the Goa interpreters, a pass for a vessel to sumbauwa, solely, as she pretended, to inquire after the well-being of the king; which, however, I refused as suspicious, and therewith in the presence of the aforementioned Goa interpreter gave to understand that, navigation to sumbauwa as well as correspondence with the foreign rulers across the sea being forbidden by contract to the Macassars, I could as little grant her request as I could see that it was necessary to send an express vessel thither solely for the alleged reasons, and that in case she might think herself bound thereto out of politeness, she could excuse herself sufficiently, even if she wished to appeal directly to me for not having been able to obtain permission. Thursday the 11th: Nothing happened. The elected king of Tambora, by name Tahamadoulla Hidaija Tominalla, together with the dignitaries of the realm, namely the Jenlies Salepe waroe barambo, the Shahbandar botta, and denelies woha keloe and bada, having appeared in the Council of Policy, the last contract with the rulers across the sea of the 18. April 1751 was read out to them in the Malay language, and was sworn to by the prince upon the Quran while drinking kris-water, as well as the deed of his confirmation sealed with his royal seal, and subsequently confirmed by the aforementioned dignitaries with their signatures; after which, having caused the royal state parasol and quitasol along with the assegai, kris, and shield to be handed over to him with a fitting compliment of congratulation, they expressed their thanks therefor and subsequently took Thursday the 13th. The interpreter of Bouton having made his complaint to me about a certain Bouton prince who, having belonged to the retinue of the recently present envoys here, remained behind upon his own request with my permission, and wished to arrogate to himself the right to demand duties from certain stalls standing in the kampong, which from of old have been assigned to the interpreters as a means of subsistence, leave. From Macasser the 14 Iunij 1773: so The 279 1:22 From Maccasser the 14 Junij 1773 — so I caused him to be notified carefully to refrain from that, and from all other activities that do not befit him as a mere private person, if he did not wish to compel me to send him at once to Bouton or indeed elsewhere; whereupon Friday the 14th by the ordinary messenger Dam Mandjareki I received as a report that the same had declared he would observe my orders and would undertake nothing that could cause me displeasure. Saturday „ 15 it was fully reported to me by the Shahbandar that the separated wife of the Pongauwa had secretly departed for Tanette with a vessel which her said husband had expressly hired and in which he had conveyed her himself. Sunday „ 16. to Tuesday „ 18 nothing of any importance occurred to be recorded herein. Wednesday „ 19 The elected king of Tambora, notifying me that he found himself sickly, requested to be permitted to return to his country as quickly as possible; whereto I consented, while giving him to understand that I still needed to speak with him, and that if he were able to come to me, he should simply let it be known so that he might be received and given his farewell. Thursday „ 20„ and Friday „ 21. nothing occurred. Furthermore, upon the complaint made by the inhabitants as owner of the lime kiln on the island of small ballang regarding Saturday the 22: The king of Tambora having sent to me once again to request that, since his illness rendered him unable to come to me in person, I would be pleased to grant his realm’s dignitaries an audience to take leave, I have agreed to this for next Monday. Sunday „ 23. nothing happened. Monday „ 24: In the early morning the assembled dignitaries of Tambora present here came to inform me that their prince had died very suddenly this night, requesting me, since the laws of their country also entailed that the corpse of a deceased prince may not be buried before and until another has been appointed in his place, to be permitted provisionally to elect a successor; regarding which, having asked them a few questions, I granted them permission first to deliberate with one another whom they might judge to be the nearest and most capable, and to report to me thereon tomorrow before noon, in order for me to declare myself further in that regard and make such arrangements as shall be judged useful for the well-being of the land and people. From Macasser the 14. Iunnij 1773 the B 1 The

Dutch transcription

277. 5 20 van Macasser den 14. Junij 1773 over verongelijkingen dog deselve mogelijk weleens komen soude met dat gevolg dat aroe Pantjana sijne geweenen weder hadde laeten bergen Tegen den middag hebbe ik den g'eligeert koning van Tambona laeten aenseggen om sig gereed te maeken tegen overmorgen voor„ demiddag om de contracten te besweeren in vergadering van politie die mij in antwoord weeten liet daar aan te sullen voldoen, voorts liet de koninginne van tello mij door een tolk die verseld was van een der goase tolken tolken om een pas voor een vaartuijg naar sumbauwa versoeken eenlijk oso z voorgaf om naar de wel„ stand van den koning te laeten informeeren dog 't geen ik als verdagt afgeslagen en daar bij ten aanhooren van den voorm: goas Tolk te kennen gegeeven hebbe dat de vaart naar sumbauwa aan de macassaaren soo wel als de Correspondentie met de overwalsche vorsten bij contract verboden sijnde ik haar versoek so min accordeeren als sien konde dat het nodig waare alleen aen de voorgewende redenen een expres vaartuig derwaarts tesenden en dat ingeval sij vermeenen mogte daartoe uit beleefdheid gehouden te weesen bij sig genoeg verschoonen konde al was het dat z sig direct op mij beroepen wilde van geen permissie te hebben kunnen krijgen Donderdag den 11:' Niets gepasseerd De g'eligeert koning van Tambora in naame Tahamadoulla Hidaija Tominalla nevens de Rijksgrooten naementlijk de Jen„ „lies Salepe waroe barambo den Sjabandhaar botta en denelies woha keloe en bada in vergadering van politie verscheenen sijnde so wierd het laatste contract met de overwaalsche vorsten van den 18. april 1751 aan deselve in de maleijsche taal voorgeleesen en door den vorst onder het drnnken van kriswater op den alcoran„ so wel beswooren als de acte van sijn bevestiging met sijn rijkis„ zegel versegeld en vervolgens door de voorm: grooten met hunne handteekening bekragtig waar na ik aan hem onder een geparst compliment van geluewensching hebbende doen overhandigen de rijkes sombreel en quitasol van staat nevens de assegaij kius en schuld betuijgden sij daar voor hunne dank en namen vervolgens De tolk van bouten sijn beklag bij mij gedaan hebbende over Donderdag den 13. seeker boutons prinsse die gehoord hebbende onder het gevolg der Jongst alhier aangeweest sijnde gesanten op desselfs versoek van mijne toestemming hier verbleeven is en sig wilde aanmaetigen gereg„ „tigheijd te vorderen van seekere in de Campong staande kramen dewelke den tolken van ouds tot een middel van bestaan is toegevoegd afscheijd van Macasser den 14 Iunij 1773: zo De 279 1:22 Van Maccasser den 14 Junij 1773 — so hebbe ik denselven doen aanseggen om sig daar voor, een voor alle andere bedrijven die hem als een enkiel particulier persoon Eijnde niet passen sorgvuldig te wagten wanneer hij mij niet wilde noodsaken om hem ten eersten naar bouton dan wel maar elders te senden waargisk Vrijdag den 14 Met den ordinair sendeling Dam Mandjareki tot rapport ontfing dat den selven betuijgd hadde mijne ordre te observeeren en niets te sullen onderneemen dat mij tot ongenoegen konde strecken Zaturdag „ 15 wierd mij door den Sjabandhaar voll bericht dat de gesepareerde vrouw van den Pongauwa in stilte naar Tanette vertrocken was met een vaartuig dat gem: haeren man expres gehuurd en waar in hij haar selve gebragt hadde viel niets van eenig belang voor om in deesen aangeteekend teworden woensdag „ 19 Liel de g'eligeerd koning van Tambora mij onder bekend maeking dat hij dig ziekelijk bevond versoeken om ten spoedigsten na sijn land te rug te mogen keeren waar in ik geconsenteerd hebbe onder te konnen gave dat ik hem aloo van diend te spreeken en dat hij in staat sijnde bij mij te komen sulks maar soude doen weeten om hem te kennen ontfangen en desself afscheid te geeven Dingsdag „ 18 Zondag „ 16. tot Donderdag „ 20„en is niets voorgevallen, vrijdg „ 21. voorts hebbe ik op de gedaane klaagte bo van de bewoondens als dei„ genaar van de kalk branderij op t Eijland kleijn ballang over De koning van tambora andermaal bij mij gesonden hebbende om te Zaturdags en 22: versoeken dat wijl sijn sichte hem buiten staat selde in persoon, bij mij te komen ik aan sijn rijksgrooten aues wilde verlienen om af„ scheyjd te niemen hebbe ik sulkis tegen aanstaande maandag gadcondert Zondag „ 23. niets gepasseerd In den vroegen morgen kwamen de aanweesende gesamentlijke Maandag „ 24: rijksgrooten van tambora mij kennisse geeven hoe hunnen vorst heden nagt seer subit overleeden was mij versoekende om vermits de wetten van hun land meede bragten dat 't lijk van een over„ leeden vorst niet magt worden ter aarden besteld voor en aleer een ander in sijn plaats aangesteld is, bij provisie en successur te mogen verkiesen waar omtrend ik haar eenige vragen deragen gedaan hebbende hun accordeerde om al voorens met den anderen 't overleggen wie bij de naaste en bequaamste mogten oordeelen en mij tegen morgen voor de middag daar van berigt te geeven ten eijnde mij dierwegens nader te verklaeren en sodanigen schicking te maeken als ten wel weesen van Land en volk dienstig sal worden g'oordeeld van Macasser den 14. Iunnij 1773 den B 1 De

NL-HaNA_1.04.02_3389_0440 view scan ↗

English

281 524 From Macasser the 14th of June 1773 from Macasser the 14 June 1773 the Bone prince Craing Candjilo and the son of the deceased Daeng Sagoeling named Noeroe, who had organized a tandak dance there and began to commit many insolences, were sent to the prime minister of Bone, in order not only to lodge a complaint in that regard, but also to tell him to make immediate arrangements for their removal from there, or that in default thereof I would do so myself. Whereupon the envoy Siga brought me the answer that, as the prime minister was indisposed and could not be spoken with, he had delivered his message to the Tomilalang, who had promised in this matter to satisfy my desire immediately, requesting nevertheless that, in order to give the matter more force, I might send one of the Company's emissaries along with his. For which reason I ordered the said envoy Siga to proceed thither as well, in order, if required, to demand in my name that the aforementioned Craing Candjilo and Noeroe depart from there immediately; which, however, was not necessary, as they did so upon the order given to them by Bone's envoy. Tuesday the 25th. All the present Jenelis and Glarrangs, constituting the principal number of the Tambora realm's grandees and consisting of 25 persons, appeared before me this forenoon, and being seated, they made known that, having conferred with one another, they had unanimously agreed to propose to me, as the closest and most legitimate to the realm, the deceased king's son, requesting therefore that I would consent to his election. And further, upon my inquiry as to the age of that prince, whom they declared to be only ten years old, together with the demonstrated necessity following therefrom that someone ought then to be appointed to govern the realm during his minority, that the oldest among them, namely the Jeneli of Kantiwie named Radjab, be appointed thereto, because, although being only a Jeneli, he ought to have preference over the two Jenelis who remained, as one was a Bina man and thus a foreigner, and therefore as little recommendable as the other, who, being a woman and the mother of the deposed monarch, was even less eligible. To which they added, with respect to the prince, that he had already in the lifetime of his father, with the full consent of themselves and the other grandees of the land, been honored with the title of Onko Tato, or Young King. Some further discourses having taken place on these subjects, I consented to both requests, on condition that 1 283 526 From Macasser the 14th of June 1773 that, upon their return to Tambora, they shall reconsider the matter in a general assembly according to the custom of the country, and if they persist in this proposal, the king to be elected and the regents, in that case in particular the last-mentioned, or if another king should be appointed, they shall send him hither as soon as possible with an embassy for the swearing of the contracts; which they all promised to fulfill. For which reason, upon their simultaneous request, I permitted them to take with them the regalia that were handed over to the deceased monarch at his inauguration. After they had all expressed their gratitude for all of this, I asked them about the reasons why various goods were withheld from the deposed monarch, which he had left behind before his deposition or upon his departure from Tambora, and why he was also not reimbursed for what he had advanced to this and that subject. But they all jointly declared that, besides the fact that everything listed by him belonged to the realm and nothing more of the alleged advanced money could be recovered, he could in any case claim nothing more, as their laws also entailed that a king leaving the realm or making himself guilty of such crimes whereby he came to forfeit the same, could retain nothing, even if it were his own property, other than what he had with him and what one wished to leave him. Requesting therefore that, for those reasons, no surrender of one thing or another might be demanded of them, which I promised them; with further permission to take the corpse of the deceased monarch with them in order to be interred on Tambora. After which they took their leave and departed to undertake the return journey toward tomorrow evening. Having summoned some of the aforementioned Jenelis and Glarrangs to me, Wednesday the 26th, I handed them a letter for the Bima Commander Lecerff, with the passes for their vessels to depart this evening, which also took place. Nothing of note having occurred between Thursday the 27th and Friday the 4th of June, except only that I inquired after the well-being both of the kings of Bone and Gowa, and of the queens of Tallo and Tanete. All the Glarrangs and other regents of the Northern province of Bontoala having appeared here on Saturday the 5th, to request that their present regent, in accordance with his request, might be dismissed from that regency and the person of Mangivi might be appointed again in his place, bringing along and for that purpose addressed to me, from Macasser the 14 June 1773, a letter

Dutch transcription

281 524 Van Macasser den 14. Iunij 1773 van Macasser den 14 Junij 1773 den bonies prins craing Candjilo en de soon van den overleeden danig sagoeling gen:t Noeroe die aldaar een tandak spel hadden aangerigt. en veele brutaliteijten begonden te pleegen bij den rijksbestiender van bonij gesonden ten eijnde nietalleen dier wegens te doleeren maar hem ook aan te seggen ten eersten ordre te stellen tot hunne verhuising van daar of dat ik bij faute van dien sulks selfs soude doen waar op den sendeling siga mij tot antwoord bragt dat hij den rijks„ bestienrder als onpasselijk sijnde nie te spreeken hebbende konnen kruijen zijne boodschap aan den tomilalang gedaan in deese belooft hadde aan„ stonds aan mijne begeerte te sullen voldoen met versoek nogthans dat ik om de saak te meerder klem bij te setten een van s Comp: zende„ lingen aan de sijne mogte meede geeven weshalven ik gem: sendeling Niga gelast hebbe sig meede na derwaarts te vervoegen om des vereijscht den voorm: craing Candjilo en Noeroe uijt mijn naam te recomman„ deeren om ten eersten van daar te vertrecken 't gemnegter niet nedig is geweest wijlke sulkis op de hun door bonijs sendeling gegevene ordere gedaan hebben Dingsdag den 25. de gesamentlijke aanwesende Jenelis en glarrang uitmaekende hit voor„ naamste getal der Tamborees rijks grooten en bestaande in 25. pessoonen heden voordemiddag bij mij verscheenen en geseeten sijnde gaven deselve te kennen dat 2 met den anderen overlegt hebbende een stemmig over een gekomen waaren om mij als de naaste en gewettigste tot het rijk voor te slaan des overleeden konings zoon met versoek dierhalven dat ik in desselfs verkiesing consenteeren wilde en verdere op mijne gedaene vrage na den ouderdom van dien opuins welke z betuijgden maartien Jaaren, te bereiken mitsgaders daar op vervolgens ver„ tgonde noodsaekelijkheijd dat er als dan iemand diende te weesen om het rijk geduurende desselfs minder jaerigheid te bestieren dat douaste onder haar namentlyk den Jenelie kantiwie genaamt Radjab daar toe worden benoemd wijl hij schoon nog maar fenelie de preferentie behoorde te hebben boven de twee Juselices die er nog waeren als den eenen en Binatrees en oversulks buijten lander sijnde daar toe so min re„ commandabel was als de andere welke een vrouw en de moeder weesende van den afgesetten vorst nog minder in aanmenking kwam. waar bij sij nog met betrecking tot den Prins voegde dat denselven bereets bij het leeven van sijn vader met volkomen toestemming van haar en de verdere grooten des lands met de titel van onko tato of Jong koning was vereerd. over welk een en ander onderwerp nog eenige diescoursen gevallen zijnde hebbe ik in beide die versoeken bewilligt onder voorwaarde Dat 1 283 526 Van Macasser Den 14. Junnij 1773 dat z bij hunne te rugkomste op Tambora de saak in een gecombineerde vergadering na slands gebruik andermaal in omvrage brengen en zy ingevalle bij deesen voorslag gepersisteerd word den 't eligeeren koning en regenten in dien gevalle in't bijsonder d'lastgem: of wel soer een ander koning mogte worden beniemd denselven ten spoedigsten met een gesantschap herwaarts sullen zenden ter besweering van de Con„ tracten 't geenz alle beloofden te sullen nakomen om welke reden ik haar op derselverteffen gedaene instantie gepermiteerd hebbe de rijks ornamenten die aan den overleeden vorst bij desselfs bevesti„ „ging overhandigt sijn te mogen meede Neemen voor welkeen en ander sij gesamentlijk hunne dankisegging afgelagt hebbende vroeg ik haar na de reedenen waarom den afgesellen vorst onthouden wierden diverse goederen die hij voor sijn afsetting of wel bij sijn vertrek van tambora agter gelaeten en hem ook niet voldaan wierd het geene hij aan deese aan geene onderdaen en geschooten hadde dog 'z verklaarde alle gesamentlijk aat behalven dat al het door den selven opgegeevene het rijk toebehoorende en er niets meer van de pretense opgeschootene penningen te recouvreeren waare den selven in alle gevalle niets meer pretendeeren konde ter saeke kunne wetten meede bragten dat een koming het rijke verlaetende of sig aan soodanige mis„ daeden schuldig maekende waar door hij het selve kwam te verbeuren niets alwaere het ook sijn eigen goed meer behouden konde dan voor so verrehij het bij sig hadde en men hem laeten wilde versoekende dierhalven dat hun om die reedenen geene overgave van het een of ander omigteworden gevergd dat ik haar hebbe toe gesegt: met verdere permissie om tlijk van den overleeden vorst te mogen meede neemen ten eijnde op Tambora bijgeset te worden waar na 'z hun afscheijd naamen en vertrocken om tegen morgen avond de te rug reijs 't onderneemen, Eenige van d' opgem: genelis en glarrangs bij mij hebbende laeten woensdag den 26:' komen inhandigde ik haar een briefje voor den binas Commandant Lecerpr met de passen voor derselver vaartuijgen om heden avond te vertrecken invoegenook geschied is T mits gepassered dat enge aanmerking hebbende eenlyk den Donderdag „ 27. tot 28. naar de welstand so van de koningen van bonij en goa als van vrijdag den 4. Junij de koninginnen van Tello en Tanette laeten verneemen De gesamentlijke glarrangs en verdere regenten van de Noorder Zaturdag „ 5. provintie blotje alhier verscheenen sijnde om te versoeken dat hunnen tegenwoordigen regent conform sijn in stantie van dat regentschap ontslagen en de persoon van Manjivie weder in desselfs plaats mogt werden aangesteld meede brengende en ten dien eijnde aan mij gerigte van Macasser den 14 Junij 1773 missive

NL-HaNA_1.04.02_3389_0442 view scan ↗

English

From Makassar, the 2nd of February, Anno 1773. letter from the Maros resident Van Rossum, so I have had them appointed to appear before me next Monday before noon in order to present this to me, and thereupon Sunday the 6th, nothing occurred, and the mentioned glarrangs and other chiefs of the Monday the 7th, having been with me towards noon, upon their presentations made for the aforesaid purpose, declaring that Daeng Mansivie was fully entitled thereto and that they expected a suitable and proper administration from him, I dismissed the present regent Gawoe and reappointed the aforementioned Mansivie thereto, for which, after he, with a demonstration of his loyalty to the Company, as well as all of them, had expressed their thanks, they were dispatched by me with a fitting admonition and returned home again in the evening. below stood: Agreed. was signed: J. J. Voll, sworn clerk. J. de Jong, bookkeeper. Tuesday the 8th. Nothing occurred. Wednesday the 9th. 2.7. erlings the Clerk For the reading Nugerien Register Malacca Secret Letter from the Governor and Secunde at Malacca to Their Right Honorable Excellencies, dated 19 March 1773, page 1. Extract of a letter written by Ensign Hensel of Perak to the Governor and Council, dated 12 February 1773, page 7. Extract of the secret resolution of 26 February 1773, page 5. 527 Secret Letter Appendices received from Malacca in Anno 1773 To His Excellency The Right Honorable, Highly Esteemed Lord, Petrus Albertus van der Parra, Governor-General, Together with The Honorable and Esteemed Gentlemen Councillors of the Dutch Indies. Right Honorable, Highly Esteemed, Widely Ruling Lord, and Honorable Gentlemen. We consider it to be our duty to respectfully inform Your Right Honorable Excellencies on this occasion 529 From Malacca, the 19th of March 1773. From Malacca, the 19th of March 1773. of the outcome of the written order given on the 11th of January of this year to the Commander at Perak, in order, if it were possible, to induce that petty potentate to deliver the tin to the Honorable Company at a price reduction of 30 Spanish dollars per bahar; so we must now, to our regret, report to Your Right Honorable Excellencies, however well-founded the hope of achieving a good success may have been from the efforts made, that according to the latest reports of the date 12th of February sent by the Commander to this Government, which we have the honor to send herewith for Your Right Honorable Excellencies' consideration, it appears all too evident that neither that monarch nor the grandees of his realm could be persuaded thereto; but they helped themselves with the same arguments and evasions that they gave in answer to the Fiscal Werndlij, who was there on a commission in the past year. One could nevertheless somewhat conclude from the urgent request to be warned in time if the Honorable Company should break up the garrison, as well as from the fear they show by requesting the Commander not to write the worst of this refusal of theirs, that they will not let it come to the uttermost; yet 531 From Malacca, the 19th of March 1773. From Malacca, the 19th of March 1773. yet time will best reveal that; and since Your Right Honorable Excellencies have been pleased to order by your separate Letter of the 28th of April of the past year to suspend its breakup until further orders, it has been resolved, as appears from our secret resolution taken on the 26th of February of this year, of which we have the honor to enclose the extract herewith, to continue trading with Perak on the old footing until such time as we shall have received Your Right Honorable Excellencies' most respected further orders in this regard, and, notwithstanding the fruitless attempts, to write to the Commander there once again to keep that matter alive and to seize all occurring opportunities to present most seriously to the old king together with his brothers the disadvantageous consequences that will flow therefrom for him and his realm if the Honorable Company abandons this post, in order, if possible, to finally persuade the old king thereby to a reduction of the price. This being all that we can currently inform Your Right Honorable Excellencies on this subject, From Malacca, the 19th of March 1773. From Malacca, the 19th of March 1773. we shall meanwhile sign with all due respect and deep reverence. below stood: Right Honorable, Highly Esteemed, Widely Ruling Lord, and Honorable Gentlemen! lower: Your Right Honorable Excellencies' humble and most obedient servants. was signed: Jan Crans and G. d Kretschman. in margin: Malacca, in the Castle, the 19th of March, Anno 1773. Extract of a letter written by the Ensign and Commander of the Perak Garrison, Jan Andries Hensel, to the Honorable and Esteemed Lord Governor and Council, dated 12 February, Anno 1773. I sent the writer to the monarch with the utmost speed and requested to speak with him in person; the monarch granted me an audience on the 6th of this month under the pretext that, having only just recovered from a severe illness, the said monarch had not been able to do so sooner; I presented the orders to the monarch from 533

Dutch transcription

Van Macasear Den ij: Iij A:o 173 missive van den maros resident van Rossum so hebbe ik haar tegen aanstaande Maandag voor demiddag doen appoincteeren ten eijnde sulks aan mij voor te dragen en hier op zondag den 6. niets voorgevallen mitsgaders gem: glarrangs en verdere hoofden des Maandag „ 7. tegen den middag bij mij geweest sijnde hebbe ik op hunnen ten voorsz: eijnde gedanen voordragten betuijging dat dan Mansivie daar toe volkomen gewettigt was en sij van den selven een geschikt en behoorlijk bestier verwagtende waren den tegenwoordigen regent gawoe ontslaege en meerm: Manjivie daar toe weder aangesteld waar voor hij onder cineer betuijging van sijne taouwe voor de matschappij te wel als zij allen bedanket hebbende sijn deselve onder een gepaste vermaaning door mij gedepecheert en des avonds weder na huijs gekeert /:onderstond:/ Accordeert /:was Geteekend:/ J: J: Voll gestw: Clacq„ J: de Jong Contkanrd Dingsdag „ 8. }is niets gepasseerd Woensdag „ 9 2.7. erlings de: Mlerij Voor het oplezen Nugerien Register Malacca Secreete Missive van den Gouverneur en Secunde te malacca aan hune hoogEdesherden ged ig maat 173 pij Extract missive geschreeven door den vaandrig Hensel van Pera, aan den gouverneur en raad ged: 12: feb: 1773. - - - „7 Exctrart Scoet nsalt van den 26: feb: 173 - - - - - - - - - - - - 5 527 Secreete Brief Bylagen ontvangen van Malacca in A„o 1773 Aan zijn Edelheed Den Hoog Edelen Groot Achtb: Heere, Petrus Albertus van der Parra Gouverneur Generaal Beneevens De wel Edele Gestr: Heeren Raaden van Nederlands India Hoog Edelen Groot Achtb: wijd Gebiedende Heere, en wel Edele Heeren. Termeene het van onze pligt te we„ „sen, uw Hoog Edelhedens thans met deeze geleegenth„d 529 Van Malacca den 19:' Maart 173. Van Malacca den 19 Mmaart: 1773. geleegentheid eerbiedig te moeten bedeelen, den uitslag van het op den 11: Ianuarij de„ „ses Jaars, aan den Commandant tot Pera gegeevene schriftelijke ordre, ten Eijnde wae„ „re het mogelijk, dat Potentaatje te disponee„ „ren, om de Thin Tot een Prijs vermindering van 30: spaans de Bhaar aan d EComp: te teeveren: soo moeten:s wij dan nu uw gegrond de hoop ook gewest isket„ Hoog Edelheedens, /: hoe„ aangewende van een goed Succes te sullen sijn :/ Tot ons leet weesen melden, dat volgens de laaste berigten de dato den 12:e februarij door den Commandant deezer Regeering toegezon„ „den /:die wij de eere hebbe uw Hoog Edel heedens ter speculatie hier nevens toe te sende:/ het maar al te evident blijkt. dien vorst, nog sijn Rijks grooten daar Men zoudende niet te min uit het aan gedronge verzoek, omme in dien de E Comp:e de Bezetting kwam op te bree„ „ken, bij tijds te moogen werden gewaar„ „schouwt; als meede uit de vrees, welke sij betoonen met aan den Commandant te verzoeken, van deeze hunne weijge„ „ring niet ten ergste over te schrijven, Eenigsints kunne besluijte, sij niet tot het uijterste sullen laate op aankoomen, toe niet zijn te disponeeren geweest; maar sig met de selfde raisonnementen en uit vlugten beholpen hebben, die sij aan de in A„o pass:o, daar heen in Commis„ „sie geweest zijnde Fiscaal Werndlij Ten antwoord hebbe gegeeven. toe dog 531 Van Malacca den 19:' Maart: 1773. Van Malacca den 9:' peer 173. dog dat de tijt best zal openbaaren; en dewijl nu uw Hoog Edelheedens bij Hoogst der selver apparte Mis„ „sive van den 28.' April anno passato hebbe gelieve te ordonneeren, van met dies opbraak tot nader ordre te superce„ „deeren, geresolveert, blijkens ons genoo„ „men secreet besluit van den 26. februarij deezes Jaars, /:waar van wij de eer hebben het Extract hier nevens te laaten gaan:/ om„ „me tot zoo lange, dat wij hier omtrent uw Hoog Edelheedens seer respectee„ „rende nadere beveelen sulle hebbe ontvangen op den oude voet met Pera te blijve voort handelen en om niet te gen„ „staande de vrugteloose uijt gevallene poogingen den Commandant aldaar Dit het alles weesende het geene, uw Hoog Edelheedens ten deze subjecte kunne, voor als nogmaals op nieuws weder aan te schrijven, die saak leevendig te hou„ „den, en alle voorkomende geleegent, „heeden te Capteeren met de oude koning neffens sijne Broeders ten aller Serieuste voor te houden, de nadeelige gevolgen welke voor hem, en sijn Rijk, soo de E Compagnie deeze post verlaat, daar uijt sal voort„ „vloeijen: ten eijnde waere het moo„ „gelijk de oude koning eijndelijk daar door tot een vermindering der prijs over te haalen. nogmaals: nog Van Malacca, den 19 Maart 1773 Van Malacca den 29 Jarb: 173. nog bedeelen, sullen in tusschen ons met alle verschuldigde Eerbiedt en diep ontsag teekenen /onder stond/ Hoog Edelen Groot Achtbaaren, wijd gebiedende Heere, en Wel Edele Heeren ! /lager/ uw Hoog Edelens onderdanige en zeer gehoorzaame Dienaaren /was getekend/ Ian Crans, en G„d Kretschman, /in marg:/ Malacca in't Casteel den 19 Maert A„o 1773. Ik hebbe ten spodigsten den schrijver naer den vorst gesonden en Laaten ver „soeken om hem in persoon te spreken, heeft mijn den vorst op den 6. deser oudiatz verleend onder Een voorwendsel dat den selven vorst naar eerst hersteld te sijn uit eene swaare siekte, niet eerder gekost heeft, hebbe den vorst de ordres Extract Missive gesz: door den vaendrig en Com„ „mand„t van de Besetting Pera; Jan Andries Hensel, aan den wel Edelen Achtbaaren Heer Gouverneur en Raad de dato 12„ februarij A.:o 1773. van — 533

NL-HaNA_1.04.02_3389_0450 view scan ↗

English

From Malacca, the 19th of March 1773. From Malacca, the 19th of March 1773. very amiably presented on behalf of Your Right Honourable, and with the Young King and Radja Bindhara also being present, the monarch served me in reply that he would rather lose his head than break the contract that was concluded between him and the Honourable Company, whereupon the aforesaid repeated, there sit my two elder brothers, they are of the same mind as I, but the Young King and Radja Bindhara gave no answer to that. I represented to the monarch that the Honourable Company had indeed concluded a contract with him, but since the price of tin everywhere cost 30 Spanish reals, and the Honourable Company suffers losses at the price of 34 Spanish reals, he would have to accept it if the Honourable Company were to break up its lodge and abandon his kingdom. Thereupon the Young King said that I should write to Your Right Honourable, with a friendly greeting from him and Radja Bindhara to Your Right Honourable, that I being present in person heard that the old monarch was not minded to lower the price of tin, wherefore they requested of Your Right Honourable not to leave them and their subjects embarrassed for lack of money, as long as the Honourable Company remained seated in their kingdom, and the contract of the old monarch, being signed by Your Right Honourable and being here from the Honourable Company, had not yet been taken back by Your Right Honourable. But should it happen that Your Right Honourable, according to Your favourable pleasure, should wish to break up the lodge, the two aforementioned rulers very amiably request of Your Right Honourable to be allowed to know a short time in advance, hoping that this request of theirs will be granted by Your Right Honourable, and that Your Right Honourable might by no means break up the lodge on the spot and thus abandon their kingdom. Thereupon the old monarch replied that he likewise very amiably requested the same of Your Right Honourable. The two first-named rulers also requested me by no means to write to Your Right Honourable to the detriment of their kingdom. I answered the rulers that I had to write to Your Right Honourable whatever answer I received there. Thereupon the old monarch said that he also amiably requested of Your Right Honourable to be allowed to know just one vessel in advance, whenever Your Right Honourable, according to Your favourable pleasure, should please to send hither his contract and his document, and said thereupon to the Young King and Radja Bindhara that they should just deliver their tin, that he himself would wait, and also to his subjects, for as long as the money sent by Your Right Honourable should suffice, for as long as he had not yet received his contract back from Your Right Honourable and the same had not yet been handed over into his hands by Your Right Honourable, so long was the contract between him and the Honourable Company not yet broken. I asked the monarch once more amiably whether he would not reduce the price of the tin in any way. He replied no, that his ancestors had first made the contract and he could not break the same. The Young King and Radja Bindhara said that when the old monarch's contract should be sent hither by Your Right Honourable, they nevertheless hoped from Your Right Honourable that a commissioner would also be sent. Since no expectation was to be hoped for from the monarch, I very amiably took my leave of the monarch with Your Right Honourable's favourable approval. I believe therefore, under Your Right Honourable's favourable judgement, it is very doubtful that during the life of the old monarch little expectation will be hoped for, other than that he might be of the mind first to deliver his tin out of his warehouses for 34 Spanish reals, because the said monarch has far over 100 Bharen in stock according to the statement of his writer. Underneath stood: Agreed. Was signed: A. H. de Wind, First Clerk. This meeting was convened solely for the resumption of a letter received yesterday from the Commandant at Pera, containing an answer to our dispatch dated 11 January of this year, whereby he was instructed to confer once more with the monarch and grandees of the realm there, and if feasible to persuade them. Friday the 26th of February Anno 1773. All Present. Extract from the secret Resolution taken in the Council of Policy of the City and Fortress of Malacca. From Malacca, the 19th of March 1773.

Dutch transcription

Van Malacca den 19:' Jaart: 173. Van Malacca den 19:' Maart 1773. van uw wel Edele Achtb: seer Vrien„ „delijk voor gedragen, en ook den Jon„ „gen koning en Radje Bindhara deselven present waaren, heeft mijn den vorst in aandwoord gedient, det hij Eerder sijn hooft wilde ver„ „liezen, als het Contrakt, dat tusschen hem en de E Comp: geslooten is breken woude, waer op den vorsz herhaelde, daar sitten mijne Twee boove broeders de selven sijn van de selve sentemente als ik, dog den Jongen Koning en Radja Bindhara hebben daar op geene aantwoord gegeven, hebben den vorst voor gedragen, als dat de EComp: wel Eenen Contrakt met hem geslooten hadde, dog Maar vermits den prijs van het thin over val 30 spaanse reaalen kosten dede, en de EComp: met den prijs van 34. sp„s reaalen schaden Lijden doet, soo soude hij sig moeten gevallen laaten als dit de EComp: haare Logie op breken dede en sijn Rijk verlaaten dede, daar op heeft den Jongen Koning gesijd dat ik aan uw wel Edele Achtb: schrijven soude, onder een vriendelijk groeten van hem en Raadje Bindbara aan uw wel Edele Achtb:, dat ik in perzoon present zijnde hooren dede, dat den ouden vorst niet van voorneemen was om te daalen van den prijs van het Thin, dit zij dierend halven versoekt deden aan uw wel Edele Achtb: om haer, en haare onderdaanen niet verleegen te laaten met geld, soo lange als de E Comp:s nog in haare Rijk geseeten was, en het Contrakt van den ouden vorst getekend zijnde bij uw wel Edele agtb: en dat alhier sijnde van de EComp: nog niet met van Van Malacca den 19 Maart 1773. Van Malacca den 19:' Jaert: 173. van uw wel Edele Achtb:, werderom genoomen is, dog soo het mogte Ge„ „bueuren det uw wel Edele Achtb: naer gunstig welbehagen, de Logie soude willen op breken, soo versoeken de twee voorens genoemde vorsten Seere vriendelijk aan uw wel Edele Achtb om dog eene klijne tijd van te voorens te mogen weeten, het selve sij van uw wel Edele Achtb: verhoopen haare versoek toegestaan te worden, en dat uw wel: Edele Achtb: dog niets op staende voet de Logie op brek en mogte, en haare rijk soo verlaaten, daar op diende den ouden vorst in aant woort, dat hij het selve ook aan uw wel Edele Achtb: Seere vriende lijk versoeken dede, mede, versogten mijn de twee Eerstgenoemde vorsten dat jk uw wel Edele Achtb: dog niet tot naadeel van haare rijk schrijven soude, hebben de vorsten in antwoord gediend, dat ik het geene schrijven moeste aan uwel Edele Achtb: wat voor aandwoord ik daer bekomen dede, daar op zij„ de den ouden vorst dit hij meede vriendelijk versoeken dede, aan uw wel Edele Achtb: om maar Een vaartuig van te voorens te moogen weeten waneer uwel Edele Achtb: naer gunstig wel behagen sijnen Con„ „trakt, en sijn schap gelieft herwarts te senden, en daer op aan den Jongen. lijk koning H Van Malacca den 19: Maart 173 Van Malacca den 19 eart: 173. Koning van Raadje Bindbara gesijdt dat sij haare Thin maar souden aflieveren dat hij selfs wagten soude en ook aan sijne onderdaanen dat soo lange het geld van uw wel Edele agtb: gesonden toe langelijk is, want soo lange als bij sijnen Contrakt van uw wel Edele Achtb: nog niet wederom ontfangen hadd en het selve van uw wel Edele Achtb: in sijne handen nog niet over gegeven, hadde soo lange was het Con„ „trakt tussen hem en de EComp: nog niet gebroken, hebbe den vorst nog eens vriendelijk gevraagt of dat hij geen„ „sints in den prijs van het Thin minderen woude, heeft in aandwoord gedient van meen, dat sijne voorsaaden Geloove dierendhalven bij uw wel Der wijl geene Apparentie van den vorst te hoopen was, soo hebbe bij uw wel Edele Achtb: gunstige wel ne„ ming seere vriendelijk mijnen af schijd van den vorst genoomen. het Contrakt eerst gemaakt hadden en het selve koste hij niet brik en heeft den Iongen Koning en Raadje Bindbara gesijdt als den ouden vorst sijn Contrakt van uwel Edele Achtb: herwaerts gesonden wierde dit zij dog verhoopten van uw wel Edele Achtb: dat een Com„ „missaris wierde meede gesonden Edele het 15 Van Malacca den 19 Maart: 1773. Edele achtb: genstige welneming seer beswaarlijk dat bij het leven van den Ouden vorst wijnig aparentie sal te hoopen zijn, dan wel dat den selven vensentementen mogte sijn om Eerst zijn Thin uit sijne pak „huissen uit te leveren voor 34 pp„t reaalen, om dat denselven vorst veer over de 100 Bharen volgens het seggen van dies schrijver vooraadig heeft /onderstond/ Accordeerd /was getekend A:s h.:r de Wind E Clercq Dese vergadering enelijk geconvoceert ter resumtie van eene op gisteren van den Com„ „mandant tot Pera ontfangen briefjen, houdende antwoord op onse afgezondene in dato 11: „ Januarij dese s Jaars. waar bij hem in mandatis was gegeven den vorst en Rijxgroten aldaar nog een maal te onderhouden en ware 't doenlijk te disponeren op Vrijdag den 26„e Februarij A„o 1773. Alle Present. — Extract uit de secrete Re„ „solutie genomen in Raade Politie der Stad en For„ „tresse Malacca. — Van Malacca den 19: Maart: 1773 tot

NL-HaNA_1.04.02_3389_0454 view scan ↗

English

From Malacca the 19 March 1773 From Malacca the 19 March 1773 to a price reduction of the Tin, under the representation that the Company no longer intends to pay so dearly for the Tin, and that it therefore could easily happen, if the king would not agree to a price reduction, that the Company would be forced to abandon the Contract entirely and leave its garrison there, upon which he replies that he has tried amicably to dispose the monarch, the Young king, and Radja Bindhara thereto, and has earnestly represented to their Highnesses the consequences thereof if they would not agree to a price reduction, but that notwithstanding all his exerted efforts, the old as well as the Young King and Radja Bindhara could not be persuaded to any price reduction; the old monarch having given him as a final answer that he would rather lose his head than break the Contract, and that in the event the Company should intend to leave the garrison, he kindly requests to be informed thereof a short time in advance. Thus, it clearly appearing from the above-mentioned that this Little Potentate will not be so easily persuaded to a price reduction as one had (not without reason) imagined, unless one proceeds to the utmost extremity, which at times, if one takes into consideration the insistence used by the old king as well as the Young From Malacca the 19 March 1773. From Malacca the 19 March 1773. as well as both of his Brothers to be warned some time in advance before the withdrawal took place, as well as the fear they display in requesting the Commandant not to report their refusal in the worst light, in case the Honorable Company should at once decide upon such a withdrawal; they might at times well change their opinion: yet since all of this is uncertain conjecture, one cannot rely firmly upon it. It is nevertheless a certain fact that the Post at Pera is of very great importance to the Honorable Company, for various reasons; which have been communicated in the clearest manner to their High Excellencies by the Honorable Rigorous Gentleman the former governor Mr. Thomas Schippers and the second Kretschiar in their separate letter of 15 September 1772. Everything having thus been taken into mature consideration, it was approved and agreed to respectfully communicate this in all its details to their High Excellencies at the first available opportunity, and in the meantime, while awaiting their High Excellencies positive orders, to continue to trade at Pera on the old footing, all the more because we do not find ourselves authorized to effect its withdrawal, since we still do not have a final decision from their High Excellencies concerning this garrison; but rather, as appears from their Excellencies secret letter of 28 April of the past year, we must suspend its abandonment until further orders. Furthermore, it was also resolved to write to the Commandant there anew, to exert his utmost effort once again in order, if it were possible, to persuade that monarch to a price reduction. Below stood: Agreed, A: P:s de Wind Ey Clercx. Certified before the reading, Geyde Jong, Clerk. Examined J D: Buttingh From Malacca the 19 March 1773. High Excellencies concerning this garrison; but rather, as appears from their Excellencies secret letter of 28 April of the past year, we must suspend its abandonment until further orders. Furthermore, it was also resolved to write to the Commandant there anew, to exert his utmost effort once again in order, if it were possible, to persuade that monarch to a price reduction. Below stood: Agreed, A: P:s de Wind Ey Clercx. Certified before the reading, Gijde Jong, Clerk.

Dutch transcription

17 Van Malacca den 19: Maart: 1773 Van Malacca Den 19 Maart: 173: tot een prijs vermindering van de Thin, onder voorhouding dat de Comp:e niet langer voor„ „nemens is de Thin zo, duur te betaalen, en dat 'T dierhalven ligtelijk zoude kun„ „nen gebeuren, in dien den koning tot geen prijs vermindering wilde overgaan, de Comp:e genootsaakt zoude zijn van't Con„ „tract geheel af te zien en hare besetting aldaar te verlaten, waar op als iu rescri„ „beert dat hij den vorst den Jonge koning en Radja Bindhara in't vandelijke heeft getragt daar toe te disporeeren, en hun Hoogheeden, so sij tot geen prijs ver mindering wilden overgaan, de gevolgen van dien Ernstig heeft voorgehouden, dog dat niet tegenstaende alle sijne aenge„ „wende pogingen, den ouden so we als den Iongen Koning en Radja Bindhara tot geen prijs vermindering zijn overtehalen geweest; hebbende den ouden vorst hem finael ten antwoord gegeven Liever zijn hooft wilde verliesen als 't Contract breken, en dat bij aldien de Comp: voornemens wierd de besetting te verlaten hij vrindelijk versoekt een korte tijd bevorens daar van g'adverteerd te mogen werden Dus uit 't boven gemelde klaarlijk blijkende, dat Potentaatje so ligt niet tot een prijs vermindering sal over te halen wesen, dan men sig (niet sonder grondt:/ wel heeft voorgestelt gehad, ten zij men tot 't uijterste komen, dat som wijle als men in agting neemt, den aandrang die den ouden koning so wel Jongen Van Malacca den 19 Maart: 1773. Van Malacca Den 19 Maart: 1773. wel als beijde sijne Broeders gebruijke omme enige tijd te voren te mogen wer„ „den gewaarschuwt, voor dat de opbrake geschiede, als mede de vrees die sij betonen met den Commandant te versoeken, van dese hunne weijgering niet ten ergste over te schrijven, soo wanneer de EComp: eens tot veele op braak besloot; zij som wijle wel van gevoele zoude veranderen: dog naardemaal dit alles onsekere gis„ „singen sijn, kan men daar niet op vast gaan. Het is niet te min een sekere zaak dat de Post te Pera van Een seer groot gewigt voor de EComp: is, om diversche redenen; welke ten aller klaar „ste door den Wel Edele Gestrenge Heer afgegane gouverneur M„r Thomas schippers en secunde kretschiar in hunne aparte missive van den 15„en September 1772: aan hun Hoog Edelhedens is bedeelt geworden. Alles dus in rijpe overweging genomen zijnde, is goed gevonden en verstaan, omme bij eerst komende ge„ legentheijd, hunne Hoog Edelhedens dit in alle sijne omstande Eerbiedig te bedelen, en intusschen onder afwagting hunner Hoog Edelhedens positive bevelen op den ouden voet tot Pera te blijven handelen, te meer naar dien niet tot dies op braak ons va bevoegd vinden, dewijl nog geen finaal besluit van hun Hoog ste S Nagezien J D: intagh Van Malacca Den 19 Maart: 1773. Hoog Edelhedens betreffende dese beset„ „ting sijn hebbende; maar wel blijkens hun Edelhedens secrete missive van den 28 April A„o pass:o meet dies verla„ „ting tot nader ordre te moeten supercederen. Verders wierd mede besloten omme den Commandant aldaar wederom de novo aan te schrijven; nogmaals sijn uiterste poging aante wenden, ten eijnde dien vorst /:ware 't mogelijk/ tot een prijs vermindering over te halen /onder„ „stond/ Acordeerd/ A: P:„s de Wind Ey Clocx Voor het opleezen Geijde Jong grotklent JKlerk Nagezien J Buttingh e Van Malacca Den 19:' Maarp: 1773. Hoog Edelhedens betreffende dese beset„ „ting sijn hebbende; maar wel blijkens hun Edelhedens secrete missive van den 28 April A„o pass:o meet dies verla„ „ting tot nader ordre te moeten supercederen. Verders wierd mede besloten omme den Commandant aldaar wederom de novo aan te schrijven; nog maals sijn uiterste poging aante wenden, ten eijnde dien vorst /:ware 't mogelijk tot een prijs vermindering over te halen /onder„ „stond/ Accordeerd/ A: P„s de Wind Ey Clercx Voog het opleezen Gijde Jong gverkleert G„ klerk

NL-HaNA_1.04.02_3389_0458 view scan ↗

English

Receipt of a private letter concerning Summary of the Secret Resolutions taken in the Council of Policy at Padang on the West Coast of Sumatra, beginning on 30 January and ending on 2 February Anno 1773. Continuation of 2 February. As also being asked about the state of affairs at Priaman, whether they could be spared from there and depart for Baros; whereto he answered that all is at peace and he is ready to undertake that commission. Since the necessity to make the Radja come hither, the serving officer must induce him thereto through friendliness, as will still be well in his memory. Reading of the drafted instruction for Ensign Kaijsel, which shall be delivered to him in such manner in order to sail with the Ida to Baros. Letter from Baros containing that in those districts a Panglima Laut has appeared again, and because the Resident fears an attack he requests a chaloup etc., sending at the same time a Malay letter that confirms the aforementioned. And these reports having been considered and noted that the encounter in Anno 1771, it was nevertheless resolved to excuse the Ida from the Adjarhadja voyage and to send it thither with the requested ammunition and the like as noted beside. At the same time, Ensign L. Kaijsel was appointed on commission thither, who shall be provided with a proper instruction. Resolution of 2 February. Ensign Kaijsel, having now arrived here and being summoned before this meeting. Resolution of 30 January. This meeting having been opened with prayer, the Honorable Authority produced to the meeting a private letter received from Baros from Resident Leuffbink, dated the 15th of this month, which His Honour had found to be of such weight that he could not omit presenting it to this meeting, being of the following content: Present: Mr. Roeland Palm, Senior Merchant and Authority over the West Coast of Sumatra. The Honorable Adam Fredk Adami, Merchant and First Administrator, and Joseph Challier, Junior Merchant, outgoing Secretary of Policy and elected Chief of Poulo Chinco. Iesaias Ehrentraut, Junior Merchant and Fiscal. Frans van Kerchem, Junior Merchant and Second Administrator. Absent: Jan Marthin Scheffer, Ensign and Chief of the Militia, due to indisposition. Saturday, 30 January Anno 1773. Copy of Secret Resolutions taken in the Council of Policy at Padang on the West Coast of Sumatra, beginning on 30 January and ending on 2 February Anno 1773. 30 January Anno 1773. 30 January Anno 1773: This express serves only to inform Your Honorable Worship that the Radja of Baros notified me yesterday that Panglima Laut was appearing again not far from here, and during the night at 12 o'clock I received a report from the King that he was before the mouth of the river of Tappis, and to all appearances he will fall upon us unexpectedly. However, I have received information that a banting was lying in the river of Tappis, and Panglima Laut is following behind with five bantings, which information I also learned yesterday through an English ship that departed immediately, and which saw the same. The King with all his Penghulus came inside this morning and brought me a native letter from a merchant, an Achinese from Tappis, who mentions therein that the King should write to all his peoples of Tappis, but leave him out of it, to nevertheless show the Company all help and assistance. The Bataks indicate that if one will not deliver, they will then also be unfaithful to the Company and will go to the English, so that the English will then draw that post to themselves, and therein we run danger here at Baros. Now we have resolved to write a letter to the chiefs of Tappis, and at the same time requested that they should not defect from the Company, and that the King with the Resident shall send an express immediately to Padang and at the same time request a sloop with men and ammunition to provide us all help and assistance. Now it is my humble request to await Your Honorable Worship's high orders in this regard as soon as possible. Meanwhile, strict watch is kept here in this stronghold both by day and night by the small garrison, as also the assistant, sergeant, surgeon, and I do. We are now busy erecting an outer palisade and placing caltrops with thorns therein. Our artillery pieces are in order, upon which I can now rely, but we are at the same time poorly provided with powder and balls, and the King begs and pleads that I might support him, as I have given him some of the little that I have, and at the same time requests very kindly that Your Honorable Worship may please grant him some powder. He has also proposed to me that I should assist him with some men, which is not in my power since I myself am weak in personnel, but I have told him, if it comes to that and he wishes to be supported, that he should betake himself into the Honorable Company's fort with his people; but he has no inclination to leave his kampong, and I shall also the Honorable Company's post...

Dutch transcription

ontfangst van een particuliere „ticuliere brieff omba„ Korten Inhoud tot de secreeten Resolutien genoomen in raade van Politie te Padang op Sumatras West Cust, beginnende met den 30„e Ianuarij en Eijndigende met den 2 Februarij A„o 1773— Vervolg van den 2„e Februarij als ook affgevraagt werdende naa den staat der saaken te Priamang off van daar gemist en na ba„ „ros vertrekken konden - - = daar denselve op antwaard dat alles in rust en bereijd is die Commissie te aan vaarden Vermits d' noodsaak om 't radja van Herwaards te laaten koomen= zullende Bediens„ deselve door Vriendelijheijd daar toe moeten structie voor den vaandrig Kaijsel - — - die zoodaanig denselven zal ter hand gesteld werden om met d' Ida na Baros te hem nog wel in geheugen zal zijn= Lectuura van d' ontworpene in„ beweegen - - - - „= Steevenen - — — 12. brieff van Baros behelsende- dat zig in die districten weeder een Panglima Lauwt komt te vertoonen - - - - „ 4 en om dat den resident voor een aan val vreest hij een Chialoup &=a versoekt - - - - — zendende teffens een Maleijdse brieff over die 't voorenst: Con„ „firmeerd - - - - - en deese berigte overwoogen en aangemerkt zijnde — dat de ontmoeting in A„o 1771 werdende egter beslooten d' Ha van d'adjarhadjase reijs te Excuseeren en naa derwaarts te zenden - - -- met de versogte ammunitie en aansz: als besijden- — Werdende teffens in Commissie na derwaards benoemd den Vaandrig L. Kaijsel — — Welke van een behoorlijke In „structie zal werden voorsien. Resolutie van den 2e Februarij den vaandrig Kaijsel thans alhier aangekoomen- en voor deese Vergadering ontbo„ „den zijnde Resolutie van den 30 Januarij 5 = Deese bij een komst met den gebeede g'opent zijnde ontfangt van een par„ kwam den Heer gesaghebber aan den vergaadering te produ„ tos behelsende. — „leeren eene van Baros ontfangene Particuliere Brieff van Den Heer Roeland Palm Opperkoopman & gesaghebber over Sumatras WestCust — D E Adam: Fred=k Adami Koopman & Eerste Admini„ „strateur en Challier onder Koopman „ Ioseph affgaande secretaris van Politie & g' Eligeerde opper„ „hoofft van Poulo Chineo — „ Iesaias Ehrentzaut onderkoopman en Fiscaal Frans van Kerchem Onder koopman en 2„de ad„ ministrateur Dempto „ Ian Marthin Scheffer Vaandrig & Hoofff der Militie door in dispositie — Zaturdag den 30„e Januarij A„o 1773. Praesent Copia Secreete Resolutien Genoomen in Raade van Politie te Padang op Sumatras West Cust beginende met den 30„e Ianuarij en Eijndigende met den 2„e Februarij A„o 1773 — als H den 1. = = = „ — - S _o den 30„e Januarij A„o 1773— den 30„e Januarij A„o 1773: den Resident Leuffbink gedatteert den 15„e deeser welke zijn Edele van dat gewigt bevonden had, dat niet konde naelaeten aan deese vergaadering te vertoonen zijnde deselve van den volgenden inhouden Deese Expresse is alleen dienende om uw Ed: Agtb„r kennisse te geeven als dat radja Baros mij gisteren Liet weeten als dat Panglima Lauwt niet verre van hier zig weer op kwam doen, en van d'nagt kreeg ik rapport om 12 uuren van de Koning als dat hij voor de mond van de revier van Tapies was, en naar alle schijn dat hij ons onverwagter op het Lijff zal koomen vallen, dog ik hebbe naarigt gekreegen als dat er een Banting in de Revier van Tappis Lagen Panglima Lauwt met vijff Bantingers agter aankomt welke naarigt ik gisteren door een Engels Schip die ten Eersten vertrke „ken is, ook zoo vernoomen hebben, en deselve gesien heefft, den koning met zijn gesaamentlijke Pongh: zijn van d'morgen binnen geweest en bragt mij een Inlandse Brieff van een koopman Een atchiender van Tappis, die daar in vermeld als dat de koning aan zijn ge„ „saamentlijke Volkeren van Tappis zoude schrijven/ maar hem er buijten Laaten, van dog d' Comp:e alle hulpe en bijstand te bewijsen, d' Badassers geeven ^dat mest niet wil, sulijvere dat zij de Compagnie, voorts vermits d' Comp:= ^ dan ook ontrouwd zullen zijn, en bij de Engelsman zullen gaan zoo dat d' Engelse die Post dan na zig zullen trekken, en daar Loopen wij hier op Baros gevaar, Nu hebben wij ben„ „slooten van een Brieff aan d' hooffden van Tappis te schrijven, en teffens versogt als dat zij d' Comp: niet affzouden vallen, en dat de koning met de resident Een Expresse ten eersten na Padang zal zenden en teffens versoeken om een sloep met volkeren en Ammunitie omsen alle hulpe en bijstand te bewij„ „sen, nu is mijn needrig versoek van ten spoedigsten UEd„e Agtb„ hooge ordres, dies weegens blijven affwagten, inmid„ dens word hier in deese vastigheid door het gering guarni„ „soen scherpe wagt zoo bij dag als Nagt gehouden gelijk meede adsistent, zergiant, Meester en ik koomen te doen, wij zijn nu beesig een buijten ompaggering te zet„ „ten en daar in voetangels met doorens te plaatsen, onse stukken zijn in order daar ik mij nu op vertrouwen kan, maar wij zijn teffens slegt versien van kruijten koegels, en d' koning biden smeekt eij dat ik hem tog bij zoude zetten, gelijk ik hem van het weijnige wat gegeeven hebbe, en versoekt teffens zeer vriendelijk als dat UwdelEd„s agtb: hem tog eenig kruijt gelieff toe te leggen hij heefft mij ook voorgeslaagen als dat ik hem tog met eenige Manschappen bij zoude zetten 't welke niet in mijne magt staat, vermits ik zelfs swak van volk ben, maar heb hem geseijd zoo 't er op aankomt en hij ondersteunt wil weesen dat hij zig in 's E. Comp:s Fort, met zijn volk zouw begeeven, maar hij heeft geen zin„ van zijn Campong te verlaaten, en ik zal ook s E Comp:s Post te S

NL-HaNA_1.04.02_3389_0460 view scan ↗

English

the 30th of January, in the year 1773 the 30th of January, in the year 1773 again a Panglima Laut appears; fearing an attack, he requests a chaloup; a Malay letter concerning this confirms the above; ammunition and orders; the vessel of Adjerhadja to excuse the journey; in 1771 he still weighed and considered; not to leave the post and precious effects alone, on [illegible]; there they also have war, Radja Amat with the [illegible]; also requesting to be provided with trade goods according to the enclosure; attached is a native letter from Radja Baros. Allow me meanwhile, in awaiting the honored response from your honors, to have the honor to offer my services and assurances of respect, / underneath stood: / Honorable Respected Sir / lower: / Your honor's obedient and very humble servant / was signed: / A. I. Leufstink / in margin: Baros, the 15th of January 1773. And having noticed with great regret from that district that the so-called Panglima Laut, who has appeared there for many years past, appeared again, and that the resident as well as the regents there were fearful that he with his followers would seek to inflict damage on that trading post, whereby said resident believed he would run into danger and therefore came to insist on being supplied as soon as possible with a chaloup, crew, and ammunition goods according to a transmitted note, transmitting also a letter from the Radja and Penghulus containing the confirmation of the above, that Panglima Laut was again proceeding to Tappis with 6 vessels. And having deliberated upon this and having taken into serious consideration the great remoteness of that trading post, and that it was therefore very necessary to send a chaloup thither, although it was thought that there was not yet so much to fear from the attack of said Panglima Laut because he will well remember the adversities he encountered in the year 1771 in surprising that post, as this was carried out by him treacherously in the night and he gained nothing by it, whereas he will now be assured that his movements will be tracked and a good watch will be kept; nevertheless it was approved and agreed to excuse the chaloup De Buis Wilhelmina, which was destined yesterday for Adjerhadja, from that voyage, but on the contrary to have it steer to Baros as quickly as possible and at the same time to transport thither all that Resident Leufstink requested in ammunition in his transmitted note, with a letter written to him stating that it is expected that the difficulties reported by him will be of no consequence, but not wishing to leave him in any difficulty, the requested items are sent to him, with which he will therefore have to try to thwart the designs of that agitator and, if possible, cause him to move away from there. And furthermore, since it might happen that said Panglima Laut might seek to fortify himself there and cut off the seaside in order to prevent communication from here with that post, and it was therefore very necessary that an experienced person be sent thither with said chaloup, the Governor put to the question whom one thought should be entrusted with that commission. And having chosen for this Ensign Lodewijk Kaijsel, who is presently at Triamang and is expected to arrive here soon, it was unanimously approved to entrust him with that commission and to provide him with proper instructions so that he may steer thither with said chaloup as quickly as possible. Thus done, resolved, and decreed at Padang on Sumatra's West Coast on the day, month, and year as above. Was signed: Roeland Palm, A. F. Adami, P. Challier, I. Ehrentraut, F. van Kerchem. the 30th of January, in the year 1773. Tuesday, the 2nd of February, in the year 1773. All present, except the honorable Jan Marthin Scheffer, Ensign and Head of the Militia, due to indisposition. At the previous session of the 30th of January, the Governor having informed the council that his honor had summoned Ensign Lodewijk Kaijsel from Priaman hither in order to learn from him about the state of those districts, and he having arrived here this morning, his honor put to the question whether the assembly would approve letting him enter and hearing from him how matters stood in those trading posts. Which being approved and he being invited in, the Governor asked him on behalf of this assembly how matters stood regarding the situation at Priaman, and whether the circumstances there permitted him to be spared from there for a few months to depart on a commission to Baros, as it has been deemed necessary, since a Panglima Laut has appeared there again with 6 vessels, that he depart thither to inquire into the state of affairs and how it was situated.

Dutch transcription

den 30„e Ianuarij A„o 1773— den 30„' Januarij A„o 1773:— weeder een Panglia Lauwt komt te vertoocken voor een aan val vreest hij een Chialoup ts= versoekt — malijdse brieff over die 't ovorenst: Confirmeerd „munitie en aansz: d' Ha van adjer kadja de rijse te Excuseeren in 1771. hem nog „woogen en aange„ Post en dierbaare Effecten niet alleen Laaten, op Zuriom daar hebbense ook oorlog Radja Amat met de Bad„ „assers versoeke teffens van met deese inleggende Negotie voorsien te werden, Hier neevens gaat een Inlandse Brieff van Radja Baros — Permitteerd mij in middels, dat ik in affwagtinge van zulks van UwelEd„e agtbaere g'eerde rescriptie d' Eer hebben wij dienst offerte en respecit verseekeringe te noemen., / onderstond:/ Wel Ed„e Agtbaare Heer / lager=/ UwelEd: agtb„s gehoorsaame & zeer onder daanige Dienaar /= was geteekend =/ A: I: Leufstink „in marginee Baros den 15„e Januarij 1773. / datzig en diedistrick en daar uijt met veel Leedweesen ontwaard zynde dat den reeds zeedert lange Iaaren herwaards zig aldaar vertoont hebbende zoogenaamde Panglima Lauwt weeder te voorschijn kwam en dat den resident zoo wel als de regenten aldaar bedugt waaren dat den zelve met zijn aanhang dat Comptoir zal soeken en om dat den rerdntschaade toe te brengen waar door gemelde Resident vermeende in gevaar te geraaken en dier halven kwam te insteeren om met eene Chialoup volk en annuu„ „nitie goederen naa volgens een overgesondene Notitie„ zendende teffens een ten spoedigsten te werden geriefft teffens met deese over„ „sond eene Brieff van den Radja en Poughoulous van En hier over geraadpleegt en in Serieuse aan mer„ en deese berigtover„ „kingen genoomen zijnde de verre affgeleegentheid van dat merkt zijnde Comptoir dat het dier halven zeer noodsaakelijk was om een Chialoup derwaarts te zenden, alschoon men vermeende dat voor den aanval van gemelde Panglima Lauwt nog zoo veel niet te vreesen was wijl deselve nog wel bewust zal dat de ontmoeting zijn de weederwaardigheeden die hem in het Jaar 171 bij wal in gehangen hal het overrompelen van die Post zijn ontmoet, alsoo zulx te dier tijd door hem in de nagt verraadelings verrigt en daar niets bij geproffiteerd heefft, daar hij nu wel verseekerd zal zijn dat zijne gange zal werden nagespoorden ook goede wagt gehouden zal werden, zoo wierd egter goedge, werdende agter beschoten „vonden en verstaan de op gisteren naa adjerhadja aange,„ en nadero„e te zonden „legde Chialoup de Ba Wilhelmina van die reijse te Excu„ „seeren maer daar en teegen deselve ten spoedigsten naa Baros te Laaten steevenen en teffens naa derwaards te laaten overvoeren al het geene den Resident Leifstank bij zijne overgesondene Notitie aan ammunitien versogt met de versogte am„ heefft met aanschrijvens aan denselve dat men verkoop als belijden— dat de door hem bedeelde swaarigheeden van geen ge„ „volg zullen zijn dat men hem egter in geene ver„ daar behelsende de Confirmatie van het boovenstaan„ „de dat Panglima Laut zig weeder met 6 vaartuijgen na Iappis Kwam begeeven — daar leegentheid o V E E — Z den 30„e Januarij A„o 1773. Dingsdag Den 2„e Februarij A„o 173 werdende teffens in Com„ „missie naaderw„ds be„ „noemt den Vaanderg L: Kaijsel — „lijke Instructie zal werden voorsien. thans alhier aan, „de ring ontbooden werdende naa den priamang — en na Baros vertrokken konde „leegentheid willende laaten hem het g'eijschte laat ge„ „worden waar meede hij dus zal moeten tragten de despe„ „nen van dien roervink te vereijdelen en des mooge„ „lyk zijnde van daar te doen verhuijsen — Dan naademaal het mogte gebeuren dat gem: Panglima Lauwt zig aldaar mogt zoeke te versterken en de zeekant mogt koomen aff te snijden om dus de Communicatie van hier met dat Comptoir te beleten en het dierhalven zeer noodig was dat een ervaaren persoon met gemelde Chialoup derwaarts wierd geson„ „den, zoo Leijde den Heer gesaghebber in omvraage wie men vermeende die Commissie te moeten op draagen en hier toe uijtgekoosen zijnde den zig op Triamang bevindende vaandrig Lodewijk kaijsel, den welke eer„ welke van een behoor„daags alhier staat over te koomen, zoo wierd met een„ „paarigheid van stemmen goed gevonden denselve die Commissie op te draagen en met eene behoorlijke Instructie te voorsien ten eijnde om soo spoedig mooge„ „lijk met gemelde Chialoup naa derwaarts te steevenden Atdus Gedaan geresolveert en gearesteert te Padang op Sumatras Weest Cust ten daage Maand en Iaare als Vooren = was geteekend= Roeland Palm, A: F: Adami, P: Challier, I. Ehrentrant F: v„n Kerchem Bij voorige sessie van den 30„e Ianuarij door den vaandrigs: wijde den Heer gesaghebber bedeelt zijnde dat zijn Edele den gekoom— vaandrig Lodewijk Kaijsel van Priamang naa herwaarts hadde op ontbooden om van den selve noopens den en voor deesafgaa„ staat van die districten te verneemen, en denselve op zijnde heeden Morgen alhier aangekoomen zijnde zoo seijde zijn Edele in om vraage off het de vergaadering konde goedvinden om denselve te laaten binnen koomen en van hem te hooren hoedaanig het in die Comptoijen Het welke goed gevonden en denselve binnen als ook affgeveragt versogt zijnde zoo quaam den Heer gesaghebber uijt staat der saaken te Naam van deese vergaadering denselve affte vraa„ „gen hoedaanig het omtrent den staat te Priamang gesteld was, en off het de omstaanden aldaar toelaaten dat voor eenige Maanden aldaar gemist konden war, off van daar gemist „den om in Commissie naa Baros te vertrekken alsoo men noodig g'oordeelt heefft dat dewijl aldaar weeder eene Panglima Lauwt zig met 6 vaartuijgen komt te vertoonen hij eens naa derwaarts vertrok om naa den staat der zaaken aldaar te verneemen en gestelt was. — Alle praesent Dempto dE: Ian Marthin Scheffer Vaandrig en Hoofp der Militie door In dispositie — Dingsdag 0 waar

NL-HaNA_1.04.02_3389_0462 view scan ↗

English

The 2nd of February Anno 1773. The 2nd of February Anno 1773. Whereupon he informed this meeting that everything at Priaman is currently in complete peace and quiet, and for that reason he could well be spared from there, at the same time showing himself prepared to undertake the commission entrusted to him. And he having stepped outside upon this, the Lord Authority further made known to the meeting the necessity of having the Radja of Baros come up here, since His Honour had already been informed several times by the residents and other native regents of the evil intrigues of that Radja; that, since it is to be feared the said Radja would not easily come hither, it would therefore be necessary to recommend both the aforementioned Ensign and Commissioner Kaijsel and the Resident Leuffink there to persuade him thereto by all friendly means; and this having been judged serviceable in every respect, it was resolved to recommend the same to the said servants. Hereafter the Lord Authority produced the draft instruction for the aforementioned Ensign and Commissioner Lodewijk Kaijsel, according to which he shall have to conduct himself in his aforementioned commission to the North, being of the following content. Secret Instruction for Ensign Lodewijk Kaijsel according to which he shall have to conduct himself in the commission stated below. Valiant, Discreet: The Resident of Baros, Anthonij Johannes Leuffink, having given us notice that a pirate under the well-known title of Panglima Laut has again appeared around that district and was provided with 5 or 6 pantchiallangs, and there being reasons to fear that he might again unexpectedly surprise our garrison there, as he did on the 26th of July 1771, we, considering this matter in our meeting of the 30th of January, have found it necessary, in view of the weakness of our garrison here not permitting any men to be dispatched from it to the assistance of that station, to send thither someone who was knowledgeable in military matters and thus could give us reliable reports whether that post with the personnel assigned there could be maintained against an unexpected attack by the said Panglima Laut or not. In consequence of which we commission you to proceed at once with the sloop the Breda Wilhelmina, provided with such ammunition as the Resident has requested of us and are noted on the accompanying list, to Baros aforesaid, in order accurately to inspect the state of the fortifications there as well as to reconnoitre the force of the enemy, and from the findings of both, in consultation with the Resident, to determine whether that station with its present garrison is in a condition to ward off the attacks of the aforementioned Panglima Laut or not. In which first case, if you and the Resident find that our stronghold is sufficiently fortified against the force of the enemy, you, having unloaded the goods laden for that station in the small vessel under your command, shall have to return hither again to report to us on your findings and experiences. And as there are several matters about which we wish to speak with the Radja of Baros in person, you and the Resident, in such a state of affairs as just mentioned, shall do your utmost to persuade the said Radja to come over with you for a brief visit; but on the contrary, if you together with the Resident judge that the force of the enemy, of which we are not yet sufficiently informed, was so great that our garrison there could not possibly defend itself against it, and there is thus the least reason to fear that the Company's servants and goods might be exposed to any apparent danger, you shall consider our aforementioned order regarding the unloading of the cargo of the sloop and the brief visit of Radja Baros as null and void, have all the remaining merchandise, collected products, effects, artillery, and ammunition stowed into the small vessel under your command, and furthermore—after it shall have been made known to Radja Baros and his Penghulus in the name and on behalf of Their High Excellencies the High Indian Government at Batavia by you and the Resident that, since they and particularly the Radja have repeatedly excused themselves from the duties incumbent upon him as our ally, the Netherlands Company also no longer considers itself obliged to maintain the alliance with him—upon the departure of the last man from there, blow up the fortifications into the air by means of gunpowder, sacrifice the buildings and houses to the fire, and come hither as quickly as possible with all the men stationed there aboard the aforementioned sloop. Yet, since we are not in a position to describe and cite herein all the cases and circumstances that might

Dutch transcription

den 2„e Februarij A„o 1773. —.. den 2„e Februarij A„o 1773:— daar den selve op antevoerd dat alles in rusten berijtt is den Commissie te aan vaarde pemits de noodzaake„ van Baros naker „waar d„o te laaten koomen— „heijd daar toe moeten beweegen Lectuura van de out„ „worpen in structie Kaijsel ae Waar op denselve aan deese vergaadering kwam te bedeelen dat het thans te Priamang alles in een vol„ „koomene rust en vreeden is en hij uijt dien hooffde van daar wel gemist konde worden zig teffens bereijd toonen„ „de om de hem aanvertrouden Commissie te aan vaarden En denselve hier op buijten gegaan zijnde zoo „lijkheijd om 't radjp maakte den Heer gesaghebber alverder aan de vergaa„ „dering bekent de noodsaakelijkheijd om het radja van Baros eens naa herwaarts te laaten opkoomen de wijl zijn Edele al verscheijde maalen door de resi„ „denten en andere Inlandse Regenten de kwaade zullende o dven d o ntriques van dat Radja waaren bedeelt geworden dat vermits het te dugten is de gemelde radja hier toe niet Ligt zoude koomen het dierhalven nood„ „saakelijk zoude zijn om zoo wel den voorsz: vaandrig en Commissiant Kaijsel als den Resident Leuffink aldaar aan te beveelen om door alle vriendelijke mid„ „delen denselve daar toe te beweegen, en zulx alle sints dienstig g'ooerdeelt zijnde zoo wierd verstaan de gemelde bediendens Het zelve aan te beveelen Hier na produceerde den Heer gesaghebber voor den vaandrig de ontworpene Instructie voor den meermelden vaandrig en Commissiant Lodewijk Kaijsel waar naa denselve zig in zijne voorsz: Commis„ „sie om de Noord zal hebben te gedraagen De Resident van Baros Anthonij Johannes Leutfbink ons kennis gegeeven hebbende, dat zig omtrent dat distent weeder om een zeeschuijmer onder den bekenden Titul van Panglima Lauwt vertoonende en voorsien was van 5 off 6 Bantingers, mitsgaeders er reedenen waaren te dugten dat die zoover onse Bezetting aldaar weeder onverwagts zoude koomen te overvallen, gelijk hij op den 26 Julij 1771, gedaan heefft, zoo hebben wij die zaa„ „ke in onse Vergaadering van den 30„e Ianuarij over„ „weegende noodzaakelijk gevonden, aan gesien de zwakhijd van onse Bezettinge alhier niet hoe laat daar van eenige Manschappen tot adsistentie van dat Comptoir off te steken, iemand daar na toe te zenden, die de Militai„ „re zaaken kundig was en dus ons de vaste berigten kon„ „de geeven off die Post met het daar beschijdene volk tee„ „gens eenen onverwagten aan val van gemelde Paug„ „lima Lauwt staande te houden was off niet — In gevolge van het welk wij UE: Committeeren zig ten eersten met de sloep de Bda Wilhelmina Secreete Instrucitie voor den vaandrig Lodewijk Kaijsel waar na denselve zig in de hier onder staande Commissie zal hebben te gedraagen Manhaffte Discreete: zijnde van de volgende Inhoud. — voor zijnde 19 den 2„e Februarij A„o 1773. — den 2„e Februarij A„o 1773. — voorsien van zoodaanige Ammunitie als den Resident van ons geeyscht heefft en op neevens gaande Lyst bekend staan, naa Baros voormeld te begeeven ten eijnde Den staat der Fortificatien aldaar zoo wel nauwkeurig op te neemen als ook de magt des vijands te recognosseeren en uijt de bevinding van het een en het andere met den Resident te raade gaande op te maaken, off dat Comptoir met zijne teegenwoordige Bezetting in staat is, de aan vallen van voormelde Panglima Lauwt affte weeren off niet In welk eerst geval in dien UE. en de resident bevinden dat onse vastigheid genoeg gesterkt is teegens de magt des vijands UE de voor dat Comptoir in het onder zig hebbende Boodemptje gelaadene goederen ontscheept hebbende weederom zal moeten herwaarts koomen om ons van UE: bevinding en weeder vaaren verslag te doen: en En alsoo er verschijde zaaken zijn waar over wij den Radja van Baros mondeling wenschter te spree„ „ken, zoo zal UE. en de Resident bij dus daanige ge„ „steldheijd van zaaken als eeven gemeld derselver uijt„ „terste best doen om gedagte Radja te persuadeeren om voor een sirierg togt met uw Ed„e meeden over te koo„ „men maar in teegendeel, in dien UE: met den Resident te zaamen oordeelen dat de magt des vijands waar van wij nog niet genoegsaam onderrigt zijn zoo groot was, dat onse Besetting aldaar zig onmoogelijk daar teegens zoude kunnen deffendeeren en 'er dus de minste reeden is te vreesen dat s' Comp:s die naaren en goederen aan eenig oogschijnelijk gevaar bloot gestelt mogten zijn zoo zal UE. onse voormelde ordre aangaande het Lossen der Laading van de sloeg en den springtogt van Radja Baros voor vervallen houden, alle de daar p„r restant zijne Coopmanschappen in gesaamelde producten, Effecten artillerij en am„ „munitie in UE: onderhebbende Kieltje Laaten bergen en voorts /: naa dat aan radja Baros en zijne Pong„ houlous uijt naame en van weegens Hunne Hoog Ed. s de Hooge Indiasche Regeeringen te Batavia door UE: en den Resident bekend gemaakt zal zijn dat de wijl zijlieden en voornaamentlijk de Radja zig te verscheijde maalen heefft ontslaagen varn te pligten, die hem als onsen Bondgenoot opliggen de Neederlands= Compagnie zig ook niet langer verpligt agt, het ver „bond met hem te onder houden:/ bij vertrek van den Laasten Man van daar de fortifiscatien door midel van kruijt in de lugt doen vliegen, den gebou„ „wen en Huijsen aan het vuur op offeren mitsgaaders met alle de daar beschijdene Manschappen aanboord van meermelde sloep ten spoedigsten herwaarts koomen Edog dewijl wij niet in staat zijn in deese te beschrijven en aan te haalen alle de gevallen en omstan digheeden 70 - vie morgelyk d

NL-HaNA_1.04.02_3389_0464 view scan ↗

English

the 2nd February Anno 1773. — which will be handed over to him in such a manner in order with the conditions in which you may find yourself upon landing there, so we order and qualify you and the Resident for the rest to proceed in everything on well-founded sound reasons and according to what circumstances shall come to require, whether towards the maintenance or the dismantling of that office, but carefully to avoid all offensive undertakings, which are expressly forbidden to you by this. We wish you thereto Heaven's precious blessing and assistance and remain underneath Valiant, Discreet lower Your good Friends— And the same having been attentively reviewed and approved as well-drafted, it was understood to hand the same over to the aforementioned Commissioner Kaijsel destined for Baros, and to dispatch him to Baros with the greatest haste with the sloop the Ida Wilhelmina prepared by the aforementioned resolution of the 30th January last, and Thus Done, Resolved, and enacted at Padang on Sumatra's West Coast on the day, month, and year aforesaid was signed Roeland Palm, A. F. Adami, J. Challier, J. Ehrentraut, F. van Kerchem Provincial Secretary Agrees Thierens Per Slamersvelt Table of the letter of the Honorable van der Burgh to their High Excellencies dated 5 April 1773 5. Copy of a letter from Governor van der Burgh to the Sultan dated 6 February 1773. 19. Ditto ditto ditto ditto to the Susuhunan ditto 25 February 1773. 27. Ditto ditto to the Sultan ditto dated 25 February 1773. 27. Ditto ditto to the Susuhunan ditto 26 ditto 29. Ditto separate letter written by the Honorable van der Burgh to the Authority Listat at Sourabaya dated 7 January 1773. 31. Ditto ditto ditto ditto of the 22 January 1773. 33. Ditto separate letter from the Honorable Governor van der Burgh to the Authority Luzac at Sourabaya dated 4 March 1773. 35. Ditto ditto ditto dated 24 March 1773. 4. Ditto ditto from the Authority Luzac to the Honorable van der Burgh dated Sourabaya the 27 December 1772. Ditto ditto ditto ditto 15 February 57. Ditto copy of a copy of a letter from Resident of Oedjoeng Pambang Schophoff to the Authority of the Eastern Salient Luzac of the 30 December 1772 51. Register Java's East Coast Copy Examined Copy of a copy of a separate letter from Captain-Lieutenant Henrich to the aforementioned Authority 63. Ditto ditto ditto from the Commandant at Sadeng Fischer to Luzac 65. Ditto letter from the Sergeant and Postholder at Geteem to the Ensign and Commandant at Passarouang 67. Ditto separate letter from the Authority Luzac to the Honorable Governor van der Burgh dated 12 January 1773. 69. Ditto copy of a copy of a letter from Ensign Fischer Commandant at Sadeng to the Authority in the Eastern Salient 73. Ditto translation of a Javanese letter written by Juragan Jania, chief on the island of Nusa, to Commandant Fischer, presented at Samarang the 10 January 1773. 78. Likewise to Bui Deremo Judo, presented at Samarang on the aforesaid date 79. Ditto ditto written by Commandant Fischer at Djember to the aforementioned Juragan Djanie, presented at Samarang the 10 January 1773. 81. Ditto separate letter from the Authority Luzac to the Honorable van der Burgh dated 1 February 1773 115. Ditto copy of a separate letter written by the Oedjoeng Pambang Resident Schophoff to the Authority in the Eastern Salient, dated 23 January 1773. 21. Ditto ditto ditto from the Authority Luzac to the Honorable Governor van der Burgh, dated 20 February 1773. Ditto of the very same 127. Ditto letter from the Ensign and Commandant at Passarouang van Dijck to the Authority Luzac, under date 24 January 1773 75. Ditto copy of a separate letter from Resident Schophoff at Blambangan to the Honorable Luzac Ditto Extract from a separate letter written by the Authority Luzac to the Resident of Oedjoeng Pambang under date 29 December 1772. 113. Ditto separate letter from the Authority Luzac to the Honorable Governor, dated 27 January 1773 85. Copy report made and given by the Mantri Kondor of the head house at Bantam to the Honorable van der Burgh. 83. Ditto ditto and to the aforementioned Luzac Ditto ditto to the aforesaid Authority Luzac 77. Copy

Dutch transcription

den 2„e Februarij A„o 1773. — die zoodaanig den „selve zal ter hand om met d' Bas „digheeden, waar in UE. aldaar aan landende zig zal kun„ „nen bevinde zoo gelasten en qualificeeren wij UE: en den Resident voor het overige in alles op goede gronden gesonden reedenen en na het geen de omstandigheeden zullen koomen te vereijschen het zij ter aanhouding off ter op braake van dat Comptoir te werk te gaan dog alle off„ „ensive onderneemingen die UE. bij deese Expresselijk ver„ „booden worden, zorgvuldig te vermijden — Wij wenschen UE: daar toe dies Heemels dierbaare zeegen en bijstand en blijven = onderstond= Manhaffte Discreete /lager/ UE: goede Vrienden— En deselve met aandagt geresumeert en goed gesteld werden gekeurt zynde zoo wierd verstaan deselve aangemelde na Baros te stee Commissiant Kaijsel ter hand te stellen, en denselve met de bij voorm: besluijt van den 30„e Ianuarij Iongst Leeden aangelegde Chialoup de Ida Wilhelmina ten spoedigsten naa Baros te depecheeren en Aldus Gedaan Geresolveerd en gearre„ steert te Padang op Sumatras west Cust ten daage Maanden Iaare voorschreeven = was geteekend = Roeland Palm, A„ F: Adami, I: Challier, I: Ehrentraut, F: v„n Kerchem Prointr Secrets. Accordeert Thierens „venen Ps Slamersvelt Teloet missiv van de heer van der Burgs hunne hoog Edelheeden gedaterd 5: april 1773 - - - - - - - - - - - S: Copia missive van den gouverneur van der Burg aanden ulthan ged: 6: feb: 17323. _„ _„o „ „ _:o „ „ _:o „ „ soeboehoenang „ „ _ _„o 25: _: _: „ „ Sulken „ „ _ ged: 25: feb: 1073. - 27. _„o _:o „ „ Sosalonang „ „ _o „ 26 _o _o 29. _„o aparte missive door den heer vander burgs geschreeven aanden gezag„ „hebben Listat te Soutabaija d' d' 7: Jan: 1713. 31. _„o _„o d„o d„o van den 22: Jann: 1773 _„ aparte brief van d' h:r gouverneur van der burgh aan den gezaghebber Luzat te sourabaija d' d' 4: maart 1773. _„ _„o d„o d„o gedateerd 24: maart 1773. _„ _o vanden gezaghebber Luzac aanden heer vander burgh ged: Courabaija den 27: december 1772. _„ _„ d„o d:o „ „ 15 feb: _ - - - _:o a Copia missiv van den resident 1. oeloepampang schop. „hoff aan den gezaghebber vanden oosthoek Luzal: van den 30 december 1772: - - - 51. Register Iava's oostcust Copia Nagezien d _„o —„ „ „ „ 19 4 35: 33. 57: Copia â Copia apant missive van den Capt: Lientemant Henrich aan gem: gezoghebber 63. van den Commandant te Sairogo Tisscher aan Luzal 65 _„o _o d„o d:o - _ „ _o Brief van den Sergiant en kosthouder te gettam aan den vaendrig en Commandant te Pas„ „serouang - - - - - - — _„o aparte missieve van den gezaghebber Luzal aand' h„r gouverneur van der Burgh d' d' 12: Janu: 1773. 69 _„ â Copia missive van den vaandrig Fisscher Comm: te Adrrogo aanden gezaghebber in den oosthoek 73 _„ _„o Translaat Jab: brief gesch door den Iurragan Iania hoofd op het eijland Noessa aan den Com„ mandant Iisser, vertoond te Samarang den 10: Janu: 1773. - - - - - 78. Ajsens aan Buij Deremo Joedo, vertoond te Camarang, op voorm: datum 79. d„o d„o door den Comm: Fisscher te Djembar aan evengem: Iurragan DJanie geschreeven vertoond te Samarang den 10: Jann: 1773. - - - - 81. _„o aparte missive van den gezaghebber Luzal aande heer van der Buigh gd: 1: feb: 1713 - . - - 115 _:o a Copia apart- missive door den oeloo pampangs resident schop hoff geschreeven aan den gezaghebber inden oosthoek, gedateerd 23: Jann: 1733. - - 21. _o „ _:o d„o d„o vanden gezaghebber Luzal aande hier gouverneur vander Burgh, ged: 20: feb: 1773. - - - - - _„ „ _„o van als even _„o „ _: missive van den vaandrig en Commandant te Passerouang vandijck aanden gezaghebber Luzal, sub dato 24: Jann: 1773 - - - _„ â Coppia appart missive van den resident Schophoff te Balemboangang aan de heer Luzal - - — — _„o Extract uit een aparte missive geschreven door den gezaghebber Lukac aanden resident de oeloepampang sub dato 29. december 1772. — - - - _„ appart missive van den gezaghebber Luzal aan d' heer gouver„ „neur; d: d' 27:' Jann: 1773 - - - - - 85: Copia relaas gedaan en opgegeven door den mantria kondor van 't huis hoo„ den te Bansen aand' heer van der Burgs. - 83 _:o „ _o d„o „ en alseven aangem: Liszat - _„ „ _o d„o „ „ _o —o voorm: gezaghebber Luzal — 77 Copia - - — 127. - - 67. - 75 113

NL-HaNA_1.04.02_3389_0467 view scan ↗

English

Copy of a copy of a separate missive from and to the same as above, dated the 22nd of the same month. 131. Ditto missive written by the junior merchant and Oeloepampang resident to the Commandant at Adirogo, dated 4 February 1773. 133. Item to the administrator in the Eastern Salient, under date 5 February 1773. 137. Ditto from the Adirogo Commandant Visser to the administrator Luzac, dated 20 January 1773. 141. Copy of a separate missive by the administrator Luzac to the Honorable Governor van der Burgh, under date 12 March 1773. 143. Ditto extract missive written by the said administrator to the resident at Oeloepampang, dated 3 February 1773. 157. Ditto of a copy of a separate letter written by the Oeloepampang resident Schophoff to the administrator Luzac, under date 25 February 1773. 161. Ditto ditto missive from the ensign Fettet at Adirogo to the said Luzac, dated 27 February 1773. 167. Ditto separate letter addressed by the Commandant Visscher at Adirogo to the administrator Luzac and dated 5 March 1773. 171. Ditto of a copy of a separate letter from the Passarouang Commandant Ryke to the said Luzac, dated 25 February 1773. 173. Ditto of a copy of a separate letter from the Oeloepampang resident Schophoff to the said administrator, dated 27 March 1773. 177, 181. Ditto separate letter from the Sourabaija administrator Luzac to the Honorable van der Burgh, dated 14 April 1773. 191, 197. Ditto of a copy of a separate missive from the ensign Visser at Adirogo to the administrator Luzac, dated 21 March 1773. 219. Copy of a separate missive from the Sourabaija administrator Luzac to the Honorable Governor van der Burgh, dated 31 March 1773. 217. Secret missive from the Honorable Governor van der Burgh to their High Excellencies, dated 31 March 1773. 195. Separate missive from the Honorable Governor van der Burgh to their High Excellencies, dated 3 July 1773. 209. Ditto statement given by the Lawaadjang Javanese Bappa Moeriten and Bappa Traa. 225. Ditto ditto missive from the ensign and Commandant at Passarouang Ryke to the aforesaid administrator, dated 24 March 1773. 231. Copy of a copy of a separate letter written by the Oeloepampang resident to the administrator Luzac, the 14 March 1773. 179. Extract from a separate letter from the administrator Luzac to the Honorable Governor van der Burgh, dated 27 March 1773. 229. Respectful proposal of a project to bring the island of Noessa under the obedience of the Company by force of arms, submitted to the Sourabaija administrator Luzac. 239. Copy of a statement given by the Javanese Oesien, currently imprisoned at Samarang, dated 22 March 1773. 243. Ditto separate letter from the aforesaid Luzac to the Governor van der Burgh, dated 29 April 1773. 245. Ditto of a copy of a separate letter from the Oeloepampang resident Schophoff to the administrator at Sourabaija, dated 14 April 1773. 247. Ditto separate letter from the said Luzac to the Honorable van der Burgh, dated 3 May 1773. 251. Ditto of a copy of a separate letter from the Oeloepampang resident to the aforesaid Luzac, dated 26 April 1773. 253. Ditto ditto missive from the quartermaster Ian Berk to the abovementioned resident Schophoff, dated 17 April 1773. 255. Ditto extract from the resident Schophoff to the administrator Luzac, dated 16 April 1773. 257. Ditto separate letter from the administrator Luzac to the Honorable Governor van der Burgh, dated 11 May 1773. 259. Ditto of a copy of a separate missive by the Oeloepampang resident Schophoff to the Sourabaija administrator Luzac, dated 2 May 1773. 261. Ditto separate letter from the aforesaid administrator Luzac to the Honorable van der Burgh, dated 19 May 1773. 263. Ditto of a copy of a separate letter from Schophoff to the aforementioned Luzac, dated 5 May 1773. 275. Ditto separate letter from the Oeloepampang resident Schophoff to the administrator Luzac, dated 4 June 1773. 317. Another copy of a letter from and to the same, dated 30 May 1773. 311. Copy of a letter from Luzac to the Honorable Governor van der Burgh, dated 2 June 1773. 307. Ditto ditto letter written by the said administrator as above, dated 5 June 1773. 291. Ditto ditto ditto from and to the same as above, dated 1 June 1773. 313. Ditto memorandum given to the ensign Visser sent to Adirogo, the 9 May 1773. 287. [illegible] Ditto separate missive from Schophoff to the administrator Luzac, dated 15 May 1773. 295. Ditto ditto by and to the same as above, dated 12 May 1773. 285. Ditto ditto by and to the same as above, dated 17 May 1773. 284. Ditto separate missive written by the Sourabaija administrator Luzac to the Honorable Governor van der Burgh, dated 2 May 1773. 287. Ditto ditto from a separate letter from the aforementioned Commandant to the Sourabaija administrator Luzac, dated 7 May 1773. 283. Copy of an extract from another letter, written separately by the Passarouang Commandant Ryke, dated 7 May 1773. 281.

Dutch transcription

Copia â Copia aparte missive van en aan alseven onder den 22: der even„ gem: maand _o„ _„o missive door de onder koopman en oeloepampang resident ge„ schreeven aanden Commandant te advo„ „ge onder 4: feb: 1713. - - - 133: Adjem aanden gezaghebber in den oosthoek, sub dato 5: feb: 1713. - - - 187 _„o vanden Adrogos Commandant Tisser aan den gezaghebber Lu„ . 141. zal; ged: 20 Jann: 1773. — Copia aparte missive door den gezaghebber Luzal aan d' H: gouverneur vander Burgh sub dato 12: maart _„o Extract missive door gem: gezaghebber aan den resident te veloepan„ „pang geschreeven d' d' 3: feb: 1773. - - - 157. _„o a Copia aparte brief geschreven door den oleespampang re sident schop„ „hoff aanden gezaghebber Luzac onder dato 25: feb: 1713 _:o „ _o d:o missive van den vaandrig fettet te Adirogo aan gem: Lusak d' d' 27: feb: 1773:— _:o apait. Brief door den Commandant Disscher te advogd aan den ge„ zoghebber Luzat geregt en ged: 5 maart 1773. te _„o a Copia aparte brief van den passonouangs Commandant Rijste aan gem: Luzab ged: 25: feb: 1773. - - 173 _:o a Copie apart. brief van den oeleepampange ansident schop hoff aan gem: ge„ „zag hebber ged: 27: maart 1773. — _„ aparte brief van den Somabaijas gezaghebber Luzas aan d' h: van der Burgh in dato 14: april 1773. _:o, a Copia aparte missive van den vaendrig Fisser te adroge aanden gezag„ hebben Luzal d: d: 21 maart 1773 - - - 219 Copia aparte missive, van den hier Sonrabaijas gezaghebbers Luzal, aande heer gouverneur van den Bergh ged: 31: maart 173 217: Setroete missive van den heer gouverneur van den Burgh aan hunne hoog Edelheeden ged: 31: maart 1773 - - - - - 195. Aparte missive van den heer gouverneur van der Burgh aan hunne hoog Edelheeden gedateerd 3: Juli 1773. _„o Belaas opgegeven door de Lawaadjangse Iavaenen Bappa Moeriten. Bappa Traa - - 1 _:o „ _:o d„o missive vanden vaandrig en Commandant te Passarouang Ryke aan voorm: gezaghebber onder 24 maart 1773 Copia a copia aparte brief door den oeloepampangs resident geschreeven aanden gezaghobber Luzal, den 14: maart 1773 — 179. Extract ut een aparte brief van den gezaghebber Luzal aand' h„r gouverneur van den Bungh d' 27: maat 170. - - 177„ 81. - - - - -131 143. -- - - - – 1773. - — - -. 16. - 191. 7. - -209 25. 299. . .. - - 225: 231. Eerbiedige voordragt van een pooject om 't eiland Noessa: doorde wapenen, onder de gehoorzaamheid vande Comp: te brengen ontwor„ „pen aan den Ssoudabijas gezaghubber Lual - - 239. Copia aolaas gegeven doorden Iavaen oesien tans te Samarang gevangen zittende d' d: 22: maart 1773. 1 _:o aparte Brif van voorm: Litzal aanden gouverneur van der Burgh ged: 29 april 1773. — 245: _„o â Copie aparte Brief van den oeloepampangs resident Schop hoff aan den gezaghebber te Sourabaija, ged: 14 april 1773- 247. _: aparte brijf van gem: Lual aand h:r vander bugh d d: 3 mai 172. . 237. _„o a Copie aparte brief van den oeloepampangs resident, aan voorm: Luzac„ ged: 26: april 1773. — _:o _o missive van den quartierm: Ian Berk aan opgem: Rresident schop„ „hof „ onder den 17: april 1773. — - - - - 255: _„o Extract van den resident schophoff aan den Gezaghebber Lazal ged„t 16 April 1773 257 _„ apart brief van den gezag hebben Ludas aand h:r gouvrneur van der Burgh ged 11: mai 1773 — 259 _„o„ a Copia aparte missive door den oeloepampangs resident schop hoff aanden Sonrabaija gezag hebber Lunzal ind' 2: mai 173 2ƒ 64 _„o aparte Brif van voorm: gesaghebber Luzal aand' heor van der Burgs ged: 19 mai 1773 _:o â Copia aparte brif van Schophoff aan even gem: Lusat ged: 5: mai 1713. §75: —: aparte brif van den oeloe pan pangs resdent schop hoff aan den gezag hab„ „ber Luzac ged: k: Juni 1773- - - - - 317. – – – – – – 307: Naden Copi brif van en aan als een gedaend 30 mai 173 - - - - - 311: Copie Brief van Luzal aan den heer Gouverneur vander Burgh, ged: 2 Juni _:o _: brief gschoeven oor gem: gezaghebber als van ged: 5 Juni 173. 291. _„o _o _:o van en aan als even ged: 1: Iuni 1773— _„o memori aan den vaandrig Pisse mede gejevene naar Adroago den9 ma: 1o 387. : ligtens bis en Sschpls ander ven dij n t arie d ani . .. _„o aparte missive van Schophoff aan den gezaghebber Lutal, gedateerd 15: mai _„o _„o door en aan als even d: d: 12 mai 1773 - - - _„o —: domr en aan als even ged: 17 mai 1773 - - - - _„o aparte missive geschreeven aoorden Sourabaijas gezaghebber Luzal aan d'h gouverneur van den Burgh ged: 2 ma: 173. 287. _„o _„o u't een appart brif van even gem: Commandant aan den Sourabaijas gezaghebber Luzal d: d' 7: mai 1773. - - - 283. Copeis Extalt ut een ander brif, apait geschereven daor den Passarouangs Comman„ „dant Bijcke d: d: 7: maij 1773 :281. - 243 - – – 258 - -- - 263 1713 . . . . . . - -313. 1773 - --. 295. - 285. 284. -

NL-HaNA_1.04.02_3389_0469 view scan ↗

English

Copy of a separate missive from Mr. van der Burgh to the Soerabaja Resident Luzac, dated 26 April 1773 - - 32. Ditto ditto letter from and to as just mentioned, dated 6 May 1773 - - - Ditto ditto ditto ditto to as above, dated 27 June 1773. Ditto ditto ditto to as above, dated 9 May 1773 - - - - - - - 3: Ditto ditto ditto ditto to as above, dated 4 June 1773 - - - - 33 Ditto act of engagement of the regent of the district of Tjinkelse named Marta Widjo - - - - - - - 3„ Ditto declaration given by the Tuban patih Adipati Jondro Negoro, the kliwon Raden Soero Dirono, and the mantris Soero Dewertje and associates, containing the desolate condition of the district of Tuban, dated 10 Jan: 1773- Ditto act of confirmation of that which was stated in the declaration by the aforementioned patihs and associates on 10 January 1773. Four copy declarations given by the Javanese Setjo Wigoeno, Polla, Singo Wetjono, and Nello Soeto, together with Ditto ditto from Lieutenant van Rijck and associates to Resident Luzac, regarding their commission along the South Sea and the posts occupied there of Bambang, Gestem, Plindo, Poeger, and Batoe Oeloe, Ditto specification of such vessels, European and native military forces as will be required for the upcoming expedition to Noessa - - - - 417. Report from the master of the pantjalang De Bestendigheid, Burghard, addressed to Resident Schophoff concerning his completed survey of the roadstead of Sadeng - - - Ditto report from Resident Schophoff, the ensigns Jenigen and Kregel, regarding their findings on Banjoewangie 407. Brief list of the villages of Tsentong etc., provided by the mantri Soetanang. Copy separate letter from the Resident at Balemboangan Schophoff to Resident Luzac, dated 30 June 1773. 397 Report on the Centong region and the places situated before the island of Noessa. Considerations on Balemboangan from Resident Luzac addressed to Their High Mightinesses . . . 355: Secret missive from the Governor Mr. van der Burgh to Their High Mightinesses, dated 25 August 1773. 357. Together with Copy translation of Javanese palm-leaf letter. Copy. /32 - - 32 —3„ „ 1 -- . . . - 387 109 809. 2 488 6 18 Copy specification of the Centong villages and populations - - 3/421: G: M Ditto ditto ditto Pradjakan villages and populations - - - 421. Ditto ditto ditto Sabrang and Djamber villages . . . . . . . 423. Cheribon Bantam along with some Secret Letters and Appendices Received from Java's East Coast from 5 April until 25 August 1773. — To His High Nobility The High Noble, Rigorous, and Right Honourable Lord Petrus Albertus van der Parra Governor-General along with The Honourable Lords Councillors of the Netherlands Indies High Noble, Rigorous, and Right Honourable Lord, Honourable Lords, Having duly had the honour of receiving Your High Mightinesses' always most respected separate missive of 2 March last, testify testify Copies of specifications of the Centong villages and populations- 1 Ditto ditto ditto Bradjakan villages and populations Ditto ditto ditto Sabrang and Djamber villages Cheribon [illegible] Bantam V. To His High Nobility The High Noble, Rigorous, and Right Honourable Lord Petrus Albertus van der Parra Governor-General along with The Honourable Lords Councillors of the Netherlands Indies High Noble, Rigorous, and Right Honourable Lord, Honourable Lords, Having duly had the honour of receiving Your High Mightinesses' always most respected separate missive of 2 March last, Secret Letters and Appendices received from Java's East Coast from 5 April until 25 August 1773. — testify 660

Dutch transcription

Copir apante missive vanden heer van der Burgh aan den Souiabaijas gezaghebber Luzal van den 26 april 1773 - - 32. _:o _:o brief van en aan als even ged: C: mai 173 - - - _:o _„ _:o „ „ aan als boven ged: 27: IJuni 1713. _„ _„o _o „ aan als een ged: 9 ma: 1733 - - - - - - - 3: _„ _„ _„o „ „ aan als evan ged: 4: Juni 1773 - - - - 33 _„o act van verbentamsse van den regent van het district Tjinkelsen vo gen„t marta widjo - - - - - - - 3„ __„o verklaring gegeven door den toibangs pepatij adien P' Jondro rogoro den kluvon, radoen Soero Dirone ende mantries Soero Dewertje C: S: houdende de Solate gesteldheid van het aistrict van toeban d: d: 10 Jan: 173- _„o alto van bevostiging van het geene door evengen: papatten C: o: op den 10: Jann: 1743. bij verklaring is opgegeven vier dopie verklaaringen gegeven door de Javaanen Setjd wigoend Polla Singo wet Jono e Nello Soeto, nevens _„o _„o van den Lieutenant van rijck C: S: aan den gezagheb„ „ber Luzac, nopens hunne Commissie langs de zuider zee ende daar bezette posten van Bambang gestem plindo Poe„ ger, en Batoe oeloe, _„o opgave van zodanige vaartuigen, Europeezen en inlandse kryges magt de als er benodigt zullen weesen bij den aan„ _„ Berigt van den gezaghebber op de pantjall: de bestendigheid Burghard gerigt aan den resident schop hoff weegens zijn gedaane, opneem vander rheede van Sackum - - - _„o rapport van den resident schophoff de pendrigs Jenigen en Kregel no„ „pens hunne bevinding van Banjoewangie 407. kort opgeve der negorijn t sontang h„a opggeven door den mantai Soetanning Copie apart- Brief van den resident te Balemboangang Schophoff aan den gezaghebber Lusal ged: 30 Juni 1773. 397 Berigt over het Centongse landstreek en de plaatsen voor het erland moessa leggende Consideratien over Balemboangang van den gezaghebber Luzal aan hun„ „me hoog Edelheeden gerigt . . . 355: Secreete missive van den heer gouverneur vander Burrgh aan hunne hoog Edelheeden gedateerd 25: aug: 1773. 357. Nevens Copie Translaat Iavaanse ola copie staande expeditie op moessa - - - - 417. . - /32 - - 32 —3„ „ 1 -- . . . - 387 109 809. 2 488 6 18 Cop: opgeb: van diten tongse negrijen en volkeren - - 3/421: G: M _o„ _„o „ „ Pradjakan se negorijen en volkerent - - - 421. _„ _„ „ „ Sobrangse en Djambers- ingorijen. . . . . . . 423. Cheribon Bantam mits entrge Secreete Brieven en Bijlagens Ontvangen van Iavas. oostkust zedert den 5: April tot den 25: Augustus 1773. — Aan zijn Hoog Edelheijd Den Hoog Edelen gestr: Groot Achtb: Heer Petrus Albertus van der Parra Gouverneur Generaal nevens De wel Edele Heeren Raaden van Ne„ „derlandsch Jndie Hoog Edele Gestr: Groot Achtb: Heer wel Edele Heeren Mij tereere wel geworden sijnde uwer Hoog Edelheeden al„ toos seer gerespecteerde aparte Missive van den 2: maart jongstleeden, betuijge betuijgen Copp:s opgab=e vant de ten tongse negorijen en volkeren- 1 _„ _„ „ „ bradjakan s- negorijen en volkerent _„ _„o „ „ Sabrangse en Djambers- ingorijen Cheribon ¶ meteto Bantam V. Aan zijn Hoog Edelheijd Den Hoog Edelen gestr: Groot Achtb: Heer Petrus Albertus van der Parra Gouverneur Generaal nevens De wel Edele Heeren Raaden van Ne„ „derlandsch Jndie Hoog Edele Gestr:e Groot Achtb: Heer wel Edele Heeren Mij terere wel geworden sijnde uwen Hoog Edelheeden al„ toos seer gerespecteerde aparte Missive van den 2: maart jongstleeden Secreete Brieven en Byjlagens ontvangen van Iavas. oostkust zedert den 5: April tot den 25: Augustus 1773. — betuijge 660

NL-HaNA_1.04.02_3389_0472 view scan ↗

English

From Java's East Coast, 5 April 1773 — From Java's East Coast, 5 April anno 1773 — For the gracious contents, together with the desired approval of all my actions during the journey made by me to Sourabaija, also regarding the Balamboang and several other matters, I express my gratitude, as well as that thanks which I furthermore owe for a number of tokens of kindness and trust with which Your High Excellencies have thus far been pleased to honour me. My endeavours shall also ceaselessly be directed at continually making myself worthy of the same. While passing to the reply, pursuant to Your High Excellencies' favourable concession, I have granted the regents of Damak permission henceforth to fell timber for the Company in their own forests, being obliged to deliver one thousand beams annually at Qualladamak, provided that, in addition, in this and the coming year 1774 they also settle there the 1000 beams, or as much as they are more or less still in arrears for 1771 and 1772 at Calliewongo; under admonition to ensure that for no one else than the Company, wherever it may be, wood of any kind whatsoever is felled, upon pain of a fine for them, the regents, and chains for the common man who presumes to do so or to damage the forests in any way. The pangerang of Madura has paid the sixty coijangs of cadjang, in which he was in arrears for 1772, in cash at 40 rixdollars the coijang, and I take the liberty, with and for him, and for the regents of Japara, Sumanap, Pamakasang, Sourabaija, Lamoengang, and Malang, as well as of Paccalongang, to offer Your High Excellencies respectful thanks for the favourable decisions which it has pleased Your High Excellencies to take on my proposals in their respective favour; accordingly granting the first regent of Japara already the title of honour of adipattij, with the 500 tatjas added to him in increase of his share, and, alongside his colleague, the granted deduction of 1000 beams and the increase of the buffalo money for the remaining 500 beams which they now still have to deliver annually, as well as the further remissions granted to them; and to those of Paccalongang shall be returned shortly the one thousand patjas which, contrary to Your High Excellencies' special order, were taken from them. While in particular the regents of Sourabaija have been presented with the fact that they have no further remissions to expect, but will have to ensure that in this and subsequent years from year to year their obligatory delivery of 1000 coijangs of rice is fully satisfied, under threat of the penalty which they themselves prescribed in article 3 of the bond executed recently on 20 October 1772; although I still fear that they will not be able to fulfill their promises for this year, due to a shortage of people for the advancement of agriculture; and because their arrears for 1771 and 1772 in the months of January and February had decreased to 1471 coijangs, I fixed the remission thereon at that amount instead of 1538 coijangs, and ordered the rice they might deliver after the first of March to be applied in reduction of their debt for the present year. I hope that this alteration in favour of the Company, having moreover been made because the 67 coijangs delivered in the meantime had already been accepted in reduction of the previous year's arrears, will be favourably accepted by Your High Excellencies. Having recently attempted to convince most of the regents that they harm themselves and burden their subordinates by renting out their villages and lands, I do not doubt that many will henceforth be more thrifty in that regard and, exerting themselves so as not to be outwitted further by the industrious nature of the Chinese, will cooperate to counteract the otherwise necessary evil that has become too deeply rooted in that regard, insofar as it can and must be considered harmful due to the excessive penetration of that nation; to which it would also contribute greatly if it pleased Your High Excellencies to authorize me to renew the prohibition against the importation of newcomers to this coast, as their number is numerous everywhere and still constantly growing due to the frequent arrival from Banjermassing, Passir, Palimbang, Siack, Johor, Trengganu, and from other places where junks arrive. The old bonds of the respective regents shall, pursuant to Your High Excellencies' authorization thereto, be renewed from time to time with the necessary alterations and amplifications; and the Sourabaija servants have not only been given notice of Your High Excellencies' prohibition against the further circulation of whole and half duiten on credit to be exchanged for silver coin, but on the other hand have been permitted to receive from time to time 5 per cent of copper money in the treasury from the lease revenues, which shall likewise be done here.

Dutch transcription

Van Javas oost kust Den 5 april 1773 — Van Java ost cust den 5. April Ao 173 — betuige ik voor dis gpatiusen inhoud me de gewentehte gekun„ „ring aller mijner verrigtingen geduurende de door mij gedaane reise naar sourabaija item omtrent de valemboangsche en meer andere saeken mijne erkentenisse en die dank dewelke ik boven dien verschuldigt ben voor een aantaal van goedheijd blij„ kens en vertrouwen waar meede uwe hoog Edelheeden mij dus verre hebben gelieven te vereeren mijne betragtingen sullen ook on¬ ophoudelijk sijn om mij deselve bij voortdurendheij te blijven waardig maaken, Terwijl ik rescriptie overgaande de regenten van damak inge„ volge vier hoog Edelheeden gunstige Concessie hebbe toegestaan om van nu voortaan hout voor de compagnie in haare eigen bossen te mogen kappen ende verpligte een duisend balken jaarlijks te qualladamak te leveren mits boven dien in dit en het aanstaande Jaar 174 daar ook voldoende de 1000: balken so vel sij plus minus voor 1771. en 1772. te Calliewongo nogten agteren staan, onder adhortatie van te moeten sorgen dat voor niemand dan voor de Com„ „pagnie het sij waardet sijligt hout op hoe ok genaamd worde ge„ kap ten bedreijging eener geld boete voor hun regenten ende ketting voor den gemeenen man die siek sulks onderstraaft of om de boschen op eenigerhande wijse te schenden. De pangerang van Madura heft de zestig oijangs Cadpang die hij voor 1772: ten agteren was in contant met rijd: vrtig de coijang betaalt en ik gebruik de vrijheijd met en voor hem voor de regenten van Iapara Sumanap Pamakasang sourabaija Lamoengang en Malang soo ook van de Paccalongang uwer hoog Edelheeden Eerbiedig dank te seggen voor de gunstige dispositien die het hoog deselven behaagd heeft op mijne voorstellen in hum faveur respective te neemen g'andeerende dien volgens den eersten van Japara bereeds van den eere naam van adipattij met de hem bij vermeerdering van sijn aandeel toegevoegde woo Tatjas en „nevens sijn confrater van de g'accordeerde afslag van 1000 balken en de vermeerdering der buffel gelden voor de overige zoo balken die sij nu Jaarlijks nog leeveren moeten mitsg„s de verdere van de hun verleende remises en aan die van Paccalongang sullen eerst dags worden gerestitueerd de Een duisend: Patjas dewelke tegens hoogst derselven speciaal ordre daar van sijn afgenomen Terwijl in het bijsonder en regenten van Sourabaija is voorgehouden dat sij geene remises meer te wagten hebben maar sullen moeten sorgen dat in dit en vervolgend van Jaar tot Jaar hunne verligte leverantie van op 1000 3 Van Iavas Oost kust den 5: April 1773 Van Iavas oostkust den 5: April 1773 1000 coijangs rijst Compleet worde voldaan onder bedreijging der peene die bij sich selfs voorgeschreeven hebben wij art: 3. van de jongst of op den 20 october 1772: gepasseerde acte van verband al„ hoewel ik nog vreese, dat sij aan hunne beloften voor dit Jaar niet sullen kunnen voldoen, mits gebrek aan volk ter bevordering van den landboud en dewijl hunne agterstatten voor 1771 en 1772 in de maanden Januarij en februarij verminderd waaren tot op 1471. Coijangs heb ik remisie daar op in steede van op„ 1538 Coij:s bepaald en gelast de rijst die sij na primo „maart souden beveren te laten strekken in mindering van hun schuld voor het presente jaar ik hoop dat dese alteratie in faveur der compagnie en als boven dien geschied sijnde om dat de intusschen geleverde 67 Coij:s in mindering der voorjaarige agterstallen reeds waaren ingenomen door uwer hoog Edelheeden goedgunstig sal worden gepasseerd wij aan sijn Jongst der meeste rogenten getragt hebbende hen te overtuijgen dat sij met het verhuuren hunner negorijen en landen sich selfs benadeelen en haare onder„ hoorige beswaaren twijffele ik niet of veele sullen daar omtrent voortaan menagieuses sijn en haar beieverende om niet verder door den vlijtigen aard der chineesen te worden verkitekt se meede werken om het daar omtrent te seer inge„ worteld anders noodsakelijk kwaad so verre dat met den te diepen indrang dier natie schadelijk kan en moet gehouden worden tegen te gaan waar toe ook veel soude contribueeren als het uwe hoog Edelheedens behaagde mij te qualificeeren tot de renovatie der interdictie tegen den aanbreng tedeesen kust van nieuwelingen alsoo een getal alomme talrijk in en nog steeds aangroeid door de frequente aankomst van banjermassing passia Palimbang hiach johor Trangano en van andere plaat„ sen meer daar jonken komen De oude acts van verband der respetive regenten sullen inge„ volge uwer hoog Edelheeden qualificatie daar toe van tijd tot tijd met de noodige alteratien en ampliacien worden vernieuwd ende soura baijasche bedienden is met alleen kennisse geeven van vwer hoog Edelheeden Jnterdictie tegen den verdere omsit van heele en halve duiten op credit ter verwisseling tegen silvere munt maar daar en tegen gepermitteerd om onder de Pagtpenningen van tijd tot tijd 5: p=r C=to aan koper geld in Cas te mogen ontfangen mitsgelijk ook hier geschieden sal om zorge ƒ F E O

NL-HaNA_1.04.02_3389_0474 view scan ↗

English

From Java's East Coast, April 5, 1773. From Java's East Coast, April 5, 1773. taking care that it is reissued and not hoarded, with orders to Commander Luzac to satisfy the amount as still the only debtor for received doits to the sum of 5600 rixdollars, and a repeated reminder to all the servants of Your High Excellencies' order by letter of November 4, 1771, not to keep more than 5000 rixdollars on hand, as the cash balance at the end of February did indeed amount to 2800 rixdollars 16 stivers. Regarding the construction of a new resident's house at Rembang, I request permission to refer to what appears in this regard in the general letter currently being dispatched; and of the capital repairs that will be necessary to the stone piers of the bridge at Japara, I will have an estimate and calculation drawn up and subsequently presented to Your High Excellencies as soon as Engineer Soutman has returned from Surakarta and Yogyakarta; while Surabaya has been ordered to have the master carpenter Dexter, who departed for that place, submit an estimate of what the repair of the small fort at Grissek, along with the construction of a new wall behind it, will cost. But the drafting of a plan for the renovation of the Belvidere redoubt and the provision of suitable storage places for powder and weapons at Surabaya should, with Your High Excellencies' approval, remain postponed until the aforementioned engineer, in view of the fortifications and warehouses currently underway here which also require attention, can be spared so far from home. Pursuant to Your High Excellencies' esteemed authorization, having opened, read, and properly resealed and closed the letters of the Javanese Governor received alongside the previous respected letters of December 8, 1772, I thank Your High Excellencies very much for the trust placed in me, and those letters shall remain preserved under my care in such manner, and their contents observed in case of necessity; while a proper record of the same has been made at the secretariat here, and I shall take good care that nothing of their tenor leaks out. The princes, as appears from my letters to them and their replies thereto enclosed in copy under letters A and B, having fully confirmed the settlement of the village disputes, we are currently engaged with good success in exchanging and restituting the lands mutually, in order thereafter to begin the register of each share, which I shall subsequently not fail to present to Your High Excellencies. Meanwhile, all is well at the courts, and the Emperor recently having sent me two Javanese, one who had attempted to sneak armed into his dalem, and the second because he was accused of being an illicit trader, both because they claimed to be subjects of the Mataram court, I sent them to Yogyakarta with orders to Chief Lapro to hand them over to the Sultan for the purpose of receiving punishment. The Sultan has perpetually banished the first, although it appeared that he had ventured that act during a delirious fever, to the wilderness of Karabean, which is said to be one of the most desolate places in the Pacitan region; but the other, having been wrongfully accused, was declared free. The Sultan having taken the opportunity of this case to state that he would gladly see matters of that nature remain between him and the Emperor and be settled without the intervention or knowledge of the Company, I gave Chief Lapro orders to quietly leave it at that for now, but if the prince should insist further, then to refer him directly to me; while I respectfully request to know Your High Excellencies' pleasure in this regard, being of the opinion that, in order not to give the princes the idea of independence and also not to inspire too much mutual trust between them, it will be best to keep them to the present custom as far as can be done without giving offense. Regarding the state and circumstances of affairs in the Blambangan region, Your High Excellencies will gather from the letters and enclosures exchanged with Commander Luzac during this year and accompanying this in copy, the hitherto fruitless search for the head rebels still roaming, Bappa Larat, Bappa Endo, Pa Soemprong, and Wilondo; and that the first, having been captured by a troop of loyal Blambangan people, has escaped again due to poor supervision by those who had him in custody; the continuous sickness and mortality of both our Europeans and natives, with the continual desertion of the latter and the unwillingness of the Madurese, who were recently augmented by some 400 to 500 men, but are said to be of no further use or service because of their improper conduct, and for which reason I have also ordered their return.

Dutch transcription

Van Javas oost Cust Den 5. April 1773— Van Iavas oostkcust den 5. April 1773— sorge dragende dat weder uitgegeven en met opgelegd worde met ordre aan den gesaghebber luzac, om als nog de eenigste debituur voor ontfangen duiten ter somma van rd„s 5600 zijnde dat montant te voldoen en herhaalde herinnering aan de bedienden te samen van uwer hoog Edelheeden oude bij missive van den 4. november 1771 om daar niet boven rijxd:s 5000 aan te houden wijl het restant der kassa ultimo februarij wel bedraagen heeft yjds 2800:16: e Omtrent de Extructie van een nieuwe residents wooning te rem¬ „bang versoek ik mij te mogen gedragen aan het geene deswegen voorkomt bij de thans afgaande gemeene brief en van de Capitaale reparatie die nodig sullen sijn aan de Hteene hoofden der brug te Japara sal ik een opgave en calculatie laaten formeeren en ver„ volgens uwer hoog Edelheeden aanbieden soo dra den Jngenieur soutman van Souracanta en djoopocarta sal wesen te rug geko„ „men terwijl na sourabaija gelast is om door den derwaarts vertrokken baas der timmerlieden Dexter te doen opgeven wat de reparatie van het Fortje te Triffel met de Extanctie van een nieuwe muur daar agter sal komen te kosten maar het maaken van een plan ter vernieuwing van de redout bel„ videra en besorging van bekwame berg plaatsen voor kruit en wapenen te sourabaija sal onder uwer hoog Edelheeden welduiten dien en te blijven uitgesteld tot dat men opgemelde Jngenieur nawien de hier onderhanden sijnde vesting werken en opakhuisen actueel ook wagten soo verre van huis missen kan Jngevolge uwer hoog Edelheeden g'eerde qualificatie de nevens vorige gerespecteerde letteren van den 8. december 1712 ontvange brieven van den javaschen gouverneur geschikt door mij geopend gelesen en weder behoorlijk versegelden geslooten sijnde bedanke ik uwer hoog Edelheeden seer voor het vertrouwen en mij gesteld en sullen die brieven sodanig onder mij in bewaaring blijven en dies inhoud in cas van noodsakelijkheijd worden g'obser„ veerds: terwijl ter secretarij alhier behoorlijke aanteekening van deselve gedaan is en ik wel sorge draegen sal dat van dies teneur niets kome uit te lekken, De vorsten blijkens mijne brieven aan hun en haare ant„ woorden daar op onder L: A: en B. in Copia overgaande sich volkomen met de beslissing der negorijs verschillen geconfir„ meert hebbende is men actueel met goed succos betig de landen over en weer uit te keeren en te restitueeren om daar ona aan de register van ieder aandeel te beginnen dewelke ik en vervolgens - G. Van Iavas oost cust den 5. April 1773 Javas oosthust Den 5 April 173 Van vervolgens niet manqueeren sal uwer hoog Edelheeden aan te bieden intusschen is aan de hoven alles wel en den keijser mij onlangs gesonden hebbende twee Javaanen en die gewaapend in sijnen dalm hadlt willen sluipen en den tweeden om dat hij beschuldigd wierd een craaman te seijn beide om dat sij voorgaven onder„ hoorige van het malaamsche hoff te sijn heb ik deselve naar D' joojocarta gesonden met ordre aan het opperhoofd Lapro om hem ter erlanging van straffe over te geeven aan den sulthan die ook den eersten op schoon bleek dat hij in eene ijle koortje dat stont stuk hadt bestaan voor altoos verbannen heeft naar de woestijne karabean dat eene aller akeligste plaatse in het Pajitaansche gesegd word te sijn omaar de anderen ten onregte beschuldigd sijnde is vrije verklaard De sulthaan bij gelegentheid van dit geval sich uitgelaten hebbende van gaarn te sullen sien dat saaken van die natuure tusschen hem en den keijser blijven en sonder tusschen komst ofte meede weeten der Comp: afgedaan wierden heb ik het opper„ hoofd lapro om omandatis gegeven het maar ongemerkt daar bij te laaten doch indien de vorst en verdere op staan mogt hem dan direct ona mijn over te wijsen terwijl ik Eerbiedig versoeke vwer hoog Edelheeden wel behagen op dit respect te weeten en van gevoelen ben dat het om de vorsten niet in het denkbeeld van onafhankelijkheijd te brengen en ook on„ „derling te veel vertrouwen op elkander te imspereeren best sal weesen hen bij het presente gebruik soo verre sonder aanstoot geschieden kan te houden Betreffende den staat en toedragt der saaken in het balembo„ angsche sal uwer hoog Edelheeden bij de met den gesaghebber Euzac geduurende dit Jaar gewisselde en desen in Copia verzellende brieven en bijlagen Consteeren en dus verre vrugteloose opspeuring der nog swervende hooft rebellen bappa larat bappa endo Pa Soemprong en wilondo en dat den eersten door een trop trouwe Palemboangers opgeligt sijnde het ook weder door slegt toezigt der geene die hem in bewaaring hadden is ontsnapt de aan„ houdende siektens en sterfte onser Europeers en Jnlanders beide met het Continuaale verloopen der laatste ende onwilli„ „heid der madureesen die jongst wel weder met 4. a 500. koppen sijn geaugmenteerd dog gesegt worden daar om hun onhebbelijk gedragt van de oinste omu't of dienst omeer te sijn en waarom ik dan ook gelast hebbe hun verlopen Eerbndig wel E 9

NL-HaNA_1.04.02_3389_0476 view scan ↗

English

From Java's East Coast, the 5th of April 173- From Java's East Coast, the 5th of April 173- to overlook this tacitly, yet nevertheless not to order them back, because they would then subsequently have an excuse, whereas on the contrary, if they desert on their own, a pretext is retained on our side to requisition others in case of necessity; as well as to insist, on the other hand, on bringing the Sumenappers up to full strength to 200 heads at Adirogo, as these appear to me no less necessary there in order to cut off the passage to the west for the still wandering rebels and to turn them away from Moessa whenever they might attempt to undertake anything in that region towards Gittem Batoe Deloe and so on towards the direction of Lamadjang, as well as in Balemboang itself, where, on account of the great weakness of the Europeans, three companies of Orientals are of much use; to whose completion with Overwalders and no Javanese I have also for that reason, and because to spare Europeans one will always have to maintain such warriors there, given my consent, in the hope that this will be approved by Your High Nobilities and that I may be permitted, as I request, to send Captain Lieutenant Henrich, who is currently at Sourabaija for the recovery of his health, back to the main station if he can be spared, together with an extraordinary pyrotechnician, or the only artilleryman who has remained, since the extraordinary Lieutenant Smedeken recently also paid nature's toll. The Upper Regent Jaranagara already departed from the Balemboang region at the end of January, and according to the reports his removal having caused no other consequences than joy among the lesser chiefs and the common people, he is currently at Sourabaija, whence I expect him shortly, in order to let him remain here provisionally, if Your High Nobilities please to approve my intention thereto, until an opportunity shall present itself to favor him with one or another subaltern district, or rather one that lies closer by or at least more under supervision and not so remote as Tinkelsewoe; since, in compliance with the requisition, I take the liberty to inform Your High Nobilities in that regard that, with submission to Your far wiser judgment, I am of the opinion that for the present it will not be advisable, or at least not before one shall be more convinced of his conduct, to entrust him, Jaranagara, alone with the administration of a regency in itself; and moreover I also think that Tinkelsewoe would like him, being a stranger there and, as some also maintain, a native Balinese, as little as it is apparent that the native there will be served by him; besides that, if the points which the Oeloepampang Resident Schophoff stated to his debit in his letter of the 14th of March, to be found under appendix K, are confirmed, his merits will also diminish considerably in the aforementioned Tinkelsewoe region, for the reasons mentioned in my submission of the ultimate of December 1772, and for greater security in that place a chief is required who is known there and thereabouts, and who at the least incident, by virtue of relation to the regents of Joana, Pattij, or Damak, immediately has assistance and help to expect; wherefore I request that, if these reasons appear fundamental to Your High Nobilities, a favorable consideration may be bestowed upon my instance in favor of Martanipojo. Meanwhile, the reports concerning Maas Alit are that, his father having been Great Mantri under the Pangerang Pattij who was slain in Bali, he has always been held in good esteem in Balemboangan, and that, as appears from the writing of Resident Schophoff in his letter of the 25th of February last, see under E. 1, the present mantris, loerahs, and lesser chiefs there have shown themselves very inclined to accept this Maas Alit as their regent; but because the departure of Jaranagara has not left the slightest bad consequences, and since the affairs are managed with good success by two mantris, no necessity has appeared to me to hasten the work, and Administrator Luzac in his letter of the 12th of March, see E. 3, gives as his opinion that one could wait with the election until the common man was distributed among the negorijen and placed under their lesser chiefs, I have, in hopes of a favorable interpretation by Your High Nobilities, made as little use to date of the authorization to proceed with the appointment as regent, as I have declared myself concerning the division of the land under two regents proposed by the Administrator Luzac in his aforementioned letter of the 12th of March, upon my question as to what would be most advisable, whether to appoint two or only one regent again, according to his earlier writing from the Resident.

Dutch transcription

Van Iavas oostkust den 5. April 173— Van Javasoost Cust Den 5: April 173. wel ooglinkende te passeeren doch hen echter niet te rugte Comman„ deeren wijl sij dan in het vervolg reden van verschooning souden hebben daar men ter contrarie als zij zelfs verloopen aan onse tijde zijde een voorwendsel behoud om andere in cas van noodsake„ lijkheijd te requireeren mitsg:s om daar en tegen op de voltallig maeking der Sumanappers tot 200 koppen te Adirogo aantedringen alsoo die mij daar niet mindere noodsakelijk voorkomen om de nog swervende rebellen de pas om de west afte snijden en die van moessa aftekeeren wanneer bij mogten tragten om dien ooimt op gittem batoe deloe en soo vervolgens na de kant van Lamadjang its te onderneemen als in het balemboangsche selfs de mits de groote swaakheijd der Europeesen van veel mit sijnde drie comp: oosterlingen tot welkers accompleteering met overwaldens en geen Javaanen ik dan ook om die reeden en wijl men tot omenagement van europeers daar doch altoos wel soort gelijke krijgers sal dienen te houden myjne toestemming gegeven hebbe in hoope dat dit door uwer hoog Edelheeden sal worden goedgekeurd en mij gelijk ik versoeke gepermitteerd om den Capitein Luitenant Henrich die actueel ter Eerstelling zijner gesondheijd te sourabaija is indien hij kan worden gemist naar de hoofdplaats te rug tesenden nevens een extra ordinair vuurwerker of den eenigsten arthillerist die over„ gebleven is alsoo den extra ordinair Luitenant Smedeken onlangs ook den thol der natuur heeft betaald, Den op' regent Taxanagara al in het laast van Jamu„ „arij sich uit het balemboangsche begeeven en volgens de be„ rigten sijne verwijdering geene andere gevolgen dan blijd„ „schap bij de mindere hoofden en het gemeen gebaard hebbende bevind sich actueel te sourabaija van waar ik hem binnen korte verwagt om hem bij provisie als uwer hoog Edelheden mijn voorneemen daar toe gelieve goed te keuren hier te laten verblijven tot dat er gelegentheijd voorkomen sal hem met het een of ander subaltern district dan wel soo een dat nader bij of ten minsten meer onder het oog en niet soo afgelegen als Tinkelsewoe legd te favoriseeren wijl ik in voldoening aan het requisit de vrijheijd gebruik, wer hoog Edelheeden daar omtrent te informeeren dat ik met onderwerping aan hoogst derselver veel wijzer oordeel van gevoelen ben het voor eerst niet of ten minsten niet voor dat omen nader van sijne conduites sal weeser overtuijd raadsaam sal sijn hem Jaranagara gemist allen 11 Van Macasser Den 5: April 173 Javas osthust den 1: April 173 Van alleen het bestier van een regentschap op sich selfs toe te vertrouwen en boven dien ook denke dat sinkelserve hem als een vreendeling daar en soo sommige ook willen een geboren balier sijnde soo min soude lijkenen als het niet apparent is dat den Jnlander daar met hem sal sijn gediend behalven nog dat als de poincten die den oeloepampangs resident schophoff bij sijn brief van den 14. maart /:onder de bijlage &=a k: te vinden:/ ten sijven lasten opgeeft worden geconfirmeerd sijne verdiensten ook merkelijk diminueeren sullen in het Tinkelsewoesche omeermeld om de bij mijne submissie van ult: december 1772 opgenoemde redenen en tot meer seekerheid op dien oirt gerequireerd word een hoofd daar en daar omtrend bekend en die bij het minste voorval uit hoofde van relatie tot de regenten van Joana Pattij of Damak aanstonds assistentie en hulpe te wagten heeft waarom ik versoek dat als deese redenen voer hoog Edelheeden fun„ „menteel voorkomen op mijne instantie in faveur van Marts nipojo een gunstige reflectie mag geslagen worden, Intusschen sijn de rapporten omtrent Maas Alit dat sijn vader geweest sijnde groot Mantrie bij den te balij omgebragten Pangerang Pattij te balemboangang altoos in goed aansien is geweest en dat blijkens schrijven van den resident schop hoff bij sijn brieve van den 25. februarij Jongstleeden /:vide onder E: s:/ de tegenwoordige mantries Loera en mindere hoofden aldaar haar seer geneegen souden hebben getoond desen Maas Alit als hun regent aan te neemen dan dewijl om het vertrek van Ja„ Lanagara geen de minste kwaade gevolgen nagelaten heeft en seedert de saaken met goed succes door twee mantries worden bestierd mij geene noodsaakelijkheijd voorgekomen is om het werk te verhaasten mitsg„s den gesaghebber Zuzac. bij sijn briev van den 12. maart /: vide E: 3:/ voor sijn gevoelen opgeeft dat met de verkiesing soude kunnen worden gewagt tot dat den gemeenen man in de negorijen verdeeld en onder haare mindere hoofden gesteld waaren heb ik in hoope van welduiding van uwer hoog Edelheeden qualificatie om met de aanstelling tot regent voort te gaan soo min tot heden ge„ bruik gemaakt als mij verklaard over de op mijne vrage wat ofraadsaamst soude weesen weeder twee of maar een regent te benoemen door den gesaghebber Luzac. bij sijn even„ gemelde brief van den 12. maart geproponeerde land verdeeling onder twee regenten volgens sijn vroeger schrijven van den Resident - 13

NL-HaNA_1.04.02_3389_0478 view scan ↗

English

From Java's East Coast, the 5th of April, Anno 1773. From Java's East Coast, the 5th of April, 1773. Resident Schophof under date of the 9th of December and 3rd of February, and these being his replies thereto of the 11th of January and 25th of February (to be found under E, P, and I), proposing to place the eastern part under Mas Alit and the western part under a certain Soemodirono, who is wandering about here in Samarang, former patih and guardian of the present second regent at Sourabaija; but it was thought regarding the subject of Mas Alit that one ought to await the outcome of the inquiry which was still to be made on his behalf among the common people, with the required information as to whether the two mantris who, as aforesaid, have managed affairs since the departure of Iacanagara, continue to give satisfaction and may be trusted as patihs, since the desired success, given the youth of Mas Alit, will greatly depend thereon, and it seems not advisable to allow him to take along anyone from Madura for that purpose; so that, upon satisfactory answers to these requirements, this Mas Alit may provisionally be appointed regent without specific determination of districts and proposed to Your High Nobilities, as I take the liberty of doing herewith; whereas regarding the division of the lands and the appointment of a second regent, I have suspended my judgment on the supposition that as long as peace and tranquility are not fully restored, and the extent and condition of the lands, the situation, size, and population of the negorijs, along with whatever else may appear and be useful, have not been surveyed and recorded by knowledgeable persons, one cannot thoroughly judge whether the division is advisable or not; and further regarding both matters, I have conferred with the Administrator Luzac in such manner as Your High Nobilities may please to review in my separate letter to him of the 24th of March last, to which I request to be allowed to refer. Concerning the island of Noessa, I have, in my earlier separate letter of the 4th of March, definitively disapproved the intention that seemed to be held to take a chance on Noessa, and urged the literal observation of Your High Nobilities' respected orders conveyed by separate missive of the 9th of December 1772; but, on the other hand, in that of the 12th of March, I approved the orders issued to thwart the undertaking which, according to rumors that have not since been confirmed, the chief Bappa Sanie, who is said to be a native of Bancahoeloe, was said to have forged to effect a landing on Java on the side of Gillem and Batoe Oeloe, after he had ventured further to the east to visit the bird's-nest cliffs in the Crajagang district and plunder the nests. And since, in my opinion, in order to deprive the still wandering rebels of all hope of relief and to forestall those of Noessa themselves before they are reinforced with the aid of Balij, Mandhaer, and others on whom their hopes also appear to be pinned, and furthermore because peace and tranquility in that region cannot be firm and lasting so long as that island is not brought back under the Company's obedience, it is high time to bring these islanders, who listen to no friendly representations, to submission by force and violence, the project of the Passerouang Commandant van Rijke, as read in his letters of the 25th of February and 24th of March under E, T, and K, does not seem unacceptable to me, all the more so since he, the Commandant, and the worthy regent there, Niti Nagarra, offer themselves to carry it out, and use could be made of the pantjallangs currently in that region, the bark and the [illegible], as well as employing some of the cruising praus which the regents must, in any case, make ready and furnish against the pirates. In concluding the Balemboang affairs, I hereby present to Your High Nobilities (under E, M) a [illegible] by the Administrator. I have therefore requested the Administrator's considerations regarding this matter, and if Your High Nobilities please to authorize me to let the enterprise proceed according to that project, with such changes as shall seem advisable to me, I respectfully urge for a reinforcement of some military men and sailors for that purpose, as, due to the continuous heavy mortality in the East Hook, the established number of the former along this coast is currently again lacking over 100 men, and the latter are also so scarce that one cannot even man the aforementioned two pantjallangs, which are virtually stripped of crew, owing to the constant furnishing of sailors to the arriving ships in place of their sick, whom the officers seldom send ashore so long as there is hope of recovery on board, so that such men mostly find their grave here, just as in the past month of March alone, ten sailors from the ships De Gouverneur Generaal and De Barbera Theodora were committed to the earth from the hospital here. I Administrator

Dutch transcription

Van Javas oostkcust den 5 April Ao 173 — Van Iavas oostkCust Den 5. April 1773— Rsident schophof da ato 9 december en 3 februarij en dat sijn en dese sijn antwoord daar op van den 11. Januarij en 25 februarij /:onder E: P: en I: te vinden :/ en om het oostergedeelte onder Maas Alit en het westen gedeelte te stellen onder sekeren hier te sama„ „rang lopende soemodirono gewesen pepattij en voogd van den tegenwoordigen tweede regent te sourabaija maar gedagt op het supet van Maas Alit te moeten afwagten den uitslag van het ondersoek dat ook fijnent wegen bij den gemeenen man nog stond te worden gedaan met de gerequireerde infor„ „matie of de twee mantries die als voorsegt sedert het vertrek van Iacanagara desaaken waarneemen bij continuatie blijven genoegen geven en als sepattijs souden te vertrouwen sijn, alsoo het gewenschte succes mits de Jonkheyd van Maas slit daar van grotelijks dependeeren sal en het niet genaaden schijnt te sijn hem iemand daar toe van madura te laten meede neemen om bij voldoende beantwoording deeser requisiten hem Maas Alit bij provisie ot regent sonder speeiale bepaaling van districten aan te stillen en vwer hoog Edelheeden gelijk ik de vrijheijd neme bij deesen te doen voor te dragen terwijl ik omtrent de splissing der landen en benoeming van een tweede regent mijn oordeel hebbe op geschort in suppositie dat soo lange de rust en vreede niet ten vollen is hersteld en door kundi„ „gelieden sal ondertogt en opgenomen sijn de strekking en toestand der landen de legging groote en volkrijkheijd der Negorijen met wat meer voorkomt en dienstig is men ook niet grondig oordeelen kan of de verdeeling raadsaam is dan niett en voorts omtrent het een en ander den gesaghebber luzae sodanig onderhouden hebbe als uwer hoog Edelheeden gelieve na te sien bij mijne aparte hem van den 24: maart Iongstleeden waar aan ik ver„ soek mij te mogen gedragen Nopens het eiland Noessa heb ik bij mijn vroegere aparte van den 4 maart finaal afgekeurd het voornemen dat men scheen te hebben om een kans op Noessa te wagen en aangedrongen op de Letterlijke observantie uwer hoog Edelheeden gerespecteerde ordre bij aparte missive van den 9 December 172 doch daar en tegen bij die van den 12. maart geapprobeerd de gestelde ordres ter ver„ „eideling van het voorneemen 't geen volgens de gerugten die sedert niet sijn geconfirmeerd het hoofd bappa sanie die men wil dat de bancahoeloe soude te huis hooren soude hebben ge„ smeed om een landing op Iava te doen aan de kant van twee gillem 15 Van Iavas oost kust den 5. April 173 — Van Iavas Oost kust den 5:' April 178 „gittem en batoe oeloe na dat hij meer om de oostgewaagde hadt de vogelnest klippen in het crajagangsche te besoeken en de Nesjes te rooven En dewijl het mijns bedunkens om de nog swervende Re„ bellen alle hoopt van uitkomst te benemen en die van Noessa selfs te prevenieeren voor dat sij door hulp van balij mandhaer en andere waar op doch ook hunne hoop gevestigd scheijnt sterken worden mitsgaders om dat de rust en vreede om dien oirt met vasten bestendig wesen kan soo lange dat eiland niet weder onder sCompagnies gehoorsaamheid is gebragt hoog tijd word dese na geene vriendelijke vertoogen hoorende eilanders door kragt en geweld tot submissie te brengen komt mij ook daar toe niet onaannemelijk voor het project van den passe„ rouangs Commandant van Rijke bij sijne brieven van den 25 febr: en 24. maart onder E T. en k te leesen te meer hij Com„ „mandant en den braaven regent aldaar Niti Nagarra zich selfs aanbieden om het uit te voeren en men gebruik van de actueel om dien ooirt sijnde pantjallangs de bark ende westendigheid soude kunnen maaken mitsgaders emploijeeren eenige van de kruis oprauwaijang die de regenten doch tegen de zeeroverf in gereedheid brengen en Leveren moeten Tot slot der Balemboangsche saaken bij deesen biede ik uwer hoog Edelheeden /:onder E: M:/ aan eenen door den Ik heb oversulks hier omtrent des gesaghebbers consideratien gevor„ „derden indien uwer hoog Edelheeden mij gelieve te qualificeeren om na dat project met de veranderingen die er mij raadsaam in voorkomen sullen de onderneming te laaten gevolg heb„ ben insteere ik eerbiedig om versterking van eenige militairen en zeevarende daar toe alsoo door de aanhoudinde swaare sterftens in den oosthoek aan het bepaalde getal der eerste langs deese Cust actuceel weder over de 100 koppen manqueeren en de laatste ook soo schaars sijn dat men de opgemelde twee genoegsaam van volk ontbloote pantjallang met bemannen kan door het geduurig fourneeren van omatroosen aan de aan„ komende scheepen in steede van haare sieken die de overhee„ „den selden aan de wal senden do lange en hoope ten henstelling aanboord is dus de sulke dan ook meest hier haar graf vinden gelijk er alleen van de schepen de gouverneur generaal en de bar„ bera Theodora in de gepasseerde maandt maart tien zeevaa„ „rende uit het hospitaal alhier ter aande sijn besteld geworden Ik gesaghebber

← previousnext →