VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3389

Japan · 812 pages · 372 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3389_0480 view scan ↗

English

From Java's East Coast, the 5th of April 1778— From Java's East Coast, the 5th of April 1778 the account drawn up by Commander Luzac of extraordinary expenses incurred during the year 1772 at the expense of the Expedition, amounting to 46: 36: rixdollars, with the request for authorization for the payment and write-off thereof. The Palembang Suragan Badar, on account of the capture by pirates of the private sloop the Sara Margaretha, will, upon arrival here, in accordance with Your High Nobilities' intention, not be prosecuted without sufficient evidence, and I shall strictly observe Your same high recommendation to take care that the lessees of the Domains pay and discharge their lease monies in due time. Furthermore, may it be permitted to me to present to Your High Nobilities herewith a petition from the titular Senior Merchant and First Resident at the Sultan's court at Djocjocarta, Jan Lapro, for his discharge from that post and relief to the principal place in order to solicit from Your High Nobilities passage to the Netherlands in the autumn, and to request that the most favorable consideration may be given thereto, as I cannot refrain from declaring in favor of the petitioner that in his service he has always given me the most complete satisfaction, and that for my part I would therefore even gladly have seen that he could have been diverted from his desire for discharge and to return to the fatherland. And whereas at that court there is principally required a chief who has learned to deal with the princes and grandees in particular, and with the native in general, as well as having some knowledge of the present state of affairs, I know of no one to nominate to Your High Nobilities with more likelihood of fulfilling expectations than the Merchant and Second Resident at the Emperor's court, Jan Matthijs van Rhijn, with his present capacity, title, and the rank next to the junior Senior Merchant in this government according to Your same high determination by general letter of the 29th of July 1767; as well as, in his place, as Second Scribe and Pay Bookkeeper at Souracarta, with the title and rank of Junior Merchant, the bookkeeper of twelve years' service Abraham van Heemert, favorably known to us, being a person who also possesses all the requirements for it, at least above other servants on this coast who might or should otherwise come into consideration on account of their capacity. The Sultan, ever mindful of everything that fosters his glory and ambition, is also very attentive to whether equality between him and the Emperor is maintained in everything, and therefore does not view with indifference that at Souracarta there resides a Second Resident who, on all solemn occasions, publicly accompanies his greatest enemy, Mangkunegara, because he bears the title of Pangeran Adipati, and that his beloved son, who at his court bears the same title or that of Crown Prince, has no one to attend him on such occasions. And whereas the memorandum of administration stipulates a Junior Merchant there, previously a second official, even in 1764 with the capacity of Merchant, was stationed there, and is required no less than at Souracarta to attend to affairs in case of illness or absence of the first, and serving as sworn scribe also to keep the pay books, From Java's East Coast, the 5th of April 1778— which is currently done here, but causes much embarrassment and double trouble for the pay clerks, who otherwise have plenty of work, I take the liberty, both for that reason and because I, submitting my opinion to Your High Nobilities' far wiser judgment, believe that it is a very necessary requirement to train capable servants at the courts themselves, to propose to Your High Nobilities on this occasion also to place a Second Resident at Djocjocarta again, and to respectfully propose for this the titular Junior Merchant and Pay Bookkeeper Paulus Jacobus de Blij, retaining his present capacity or title, as he also, through his long residence on this coast, alongside Van Heemert mentioned above, has every likelihood of giving satisfaction in those posts, both with the rank that the Second Residents at the courts, Luzac and Lapro, previously held, as appears from Your High Nobilities' respected general missive of the 1st of May 1764. Lastly, I also take the liberty to request Your High Nobilities for authorization to undertake the journey for the inspection of the offices and regencies to the west up to Tegal.

Dutch transcription

Van Iavas oost kust den 5. April 1778— Van JIavasostkust Den 5 April 173 gesaghebber Luzac geformeerde reekening van extra ordinair de pances die geduurende het Jaar 172. ten lasten den Expeditie sijn ge daan en bedraagen rij d„os 46: 36: met versoek imn qualifica„ tie ter afbetaaling en afschrijving daar van Den Palembangs Suragan badar sal wegens de verovering door de Zeerovers van de particuliere sloep de Sara Marga„ retha bij aankomst hier conform uwer hoog Edelheeden intentie sonder voldoende bewijsen niet worden geactioneerd en ik sal stiptelijk observeeren hoog derselver recommandatie om sorge te dragen dat de pagters der Domainen en haare pagt penningen ter behoorlijker tijd voldoen en afbetaalen, voorts zij het mij geoorlooft uwer hoog Edelheeden nevens desen te offferveeren een request van den opperkoopman titu„ „lair en Eersten resident aan s sulthans hoff te DJoojo„ carta Ian Lapro om sijn ontslag uit die opost en ver„ „lossing naar de hoofdplaats ten einde in het na Jaar transport naar Neederland van uwe hoog Edelheeden te besolliciteeren en te versoeken dat daar op de gunstigste reflectie mag geslagen worden alsoo ik niet afsijn kan in faveur van den suppliant te verklaaren dat hij mij in sijnen dienst steeds het volmaatste genoegen gegeven heeften dat ik daarom voor mijn aandeel selfs gaarn sou„ de hebben gesien dat hij van sijn verlangen om ont„ slag en na het vaderland waare te diverteeren geweest En dewijl aan dadet hof voornamentlijk gerequireerd word een opperhoofd die geleend heeft met de vorsten en groo„ ten in het bisonder en met den jnlander in het gemeen om te gaan mitsgaders ok eenige kennis van den tegenwoor„ digen toestant van saaken heeft weete ik uwer hoog Edel„ heeden niemand met meer apparentie van aan de verwagting te sullen voldoen daar toe voortedragen dan den koop„ man en tweeden resident aan des keisers hof Ian Matthijs van Rhijn met sijn presente qualiteit titul en den rang naast den jongsten opperkoopman en dit gouvernement vol„ „gens hoog derselver bepaaling bij gemeene brief van den 29 Iuli 1767 mitsgaders in sijn plaats weder tot tweede schriba en soldij boekhouder te souracarta met den titul daa vanrg van onderkoopman den bij ona gunstige 12 19 Van Javas oost Cust Den 5. April 173 12: Jarigen boekhouder Abraham van Heemert als een opersoon sijnde die daar toe ook alle de vereistens ten minsten boven andere dienaaren te deeser kust die er anders om hunne qualiteit toe in aanmerking soude kunnen of moeten komen besit Den Sulthaan steeds bedaagt op alles wat sijn glorie en eerzugt koesterd is ook seer attent of in alles wel de gelijkheijd tusschen hem en den keiser plaats vind en ziet dus met geen onverschillige oogen aan dat te soura canta en tweeden resident legt die bij alle plegtige voorvallen zijnen grootsten vijand Maas said om dat hij den titul van Pangerang Adipattij voerd in het publicq begeleijd en dat sijn gelievden soon die aan sijn hoff dezelfde titul of die van kroonprins voerd bij diergelijke gelegentheeden niemand heeft die hem opwagt en dewijl de memorie van omenage daar een onderkoopman bepaald er bevoorens ook een tweede zelfs in 1764. met de qualiteijt van koopman gelegen heeft en niet minder dan te soura carta gerequireerd word om bij ziekte of absentie van den eersten de saaken waar te nemen en als geswoooren scriba fungeerende teffend de soldij boeken Van Iavas oostcust den 5 April 173— te houden dat thans hier geschied doch veel embaras en dubbelde moeijte voor de soldij bedienden die buiten des ruijm haar werk hebben geeft gebruikt ik de vrijheijd soo daarom als om dat ik /: mijn gevoelen submitteerende aan uwer hoog Edelheeden veel wijser oordeel:/ omeene dat het een seer noodsakelijk requisit is bekwaame dienaaren aan de hoven selfs aan te kweeken uwer hoog Edelheeden voor te stellen om bij deese gelegentheid ook weder een tweede Resident te Djoegocarta te plaatsen en daar toe eerbie„ digst te proponeeren den onderkoopman titulair en soldij boekhouder Paulus Jacobus de Blij behoudens sijn presente qualiteit of titul als ook door sijn lang verblijf op dese kust nevens van hemert voorwaarts gemeld de apparentie voor sich hebbende van in die posten te sullen voldoen beide met de rang die voor heen de tweede residentien aan de hoven Luzacen lapro gehad hebben blijkens uwer hoog Edelheedens gerespecteerde gemeene missive van den 1. mai 1764. Laatstelijk gebruik ik ook nog de vrijheid we hoog Edel„ „heden te versoeken om qualificatie tot het doen der reise ten opneem: der Comptoiren en regentschappen om de west tot te houden Dagal 21

NL-HaNA_1.04.02_3389_0482 view scan ↗

English

From Java's East Coast, April 5, 1773 From Java's East Coast, April 5, 1773 Tegal inclusive in the months of June or July next, or somewhat earlier or later as the circumstance of affairs will permit. I have the honor, with the purest sentiments of respect and esteem, dutifully to remain, below stood, Right Honorable, Valiant, Highly Esteemed Sir and Honorable Sirs, lower, Your Right Honorables' most obedient and very faithful dutiful servant, was signed, J. R. van der Burgh, in the margin, Samarang, April 5, 1773. The difficult disputes that have dragged on for so long over some villages or desas and tatjas having finally, to my great joy, been settled and decided by the ministers of Your Majesty and of the Susuhunan in the presence of the chiefs Straalendorff and Lapro, I have had the papers which the said chiefs sent to me thereof translated into the Javanese language, and enclose the same herewith so that Your Highness yourself might see and be convinced how strictly equity has been observed in this regard, and thus not doubting that Your Majesty, alongside the Susuhunan and myself, will be satisfied with the division and arrangement made, I also rest assured that everything will be confirmed by your approval, whereafter brother please give orders not only to have those papers signed and sealed on your behalf, as will also be done on the Susuhunan's side, but thereafter also to have formed as soon as possible with due zeal a proper register of the lands that belong to Your Highness and which you currently also possess, conform to the agreement when I had the honor to be present with brother yourself, in order subsequently to be examined and sealed here in Samarang in my presence by the mutual ministers and chiefs, Copy of a letter from the undersigned to the Sultan dated Samarang, February 16, 1773. Copy 23 From Java's East Coast, April 5, 1773 From Java's East Coast, April 5, 1773 to be sealed in order to prevent once and for all, now and always, such disputes which serve only to disturb the peace and pleasure of Your Majesty. Since 2 subjects of brother have been sent to me from Solo, the one named Kamaludin of the desa Kalasan who intended to sneak armed and quietly into the Susuhunan's kraton, and the other named Noro Merto of the desa Kademangan who is accused of having conspired with some Kramans, I have sent those two criminals to the chief Lapro to be delivered to Your Highness, not doubting that Your Majesty will let them experience the punishment they have deserved for their evil deed as a deterrent to others. Since Raden Adipati Danureja has written to me that one of brother's elephants had died, I have already requested Their Right Honorables to send for another from Ceylon, and if Your Majesty please send your stable master hither in 1 to 2 months, I shall give him the first choice for brother from some Bimangese horses. I greet Your Majesty and the Pangeran Adipati Mangkunegara with all my heart, and so does my wife the Ratus. Samarang, date as above, below was signed, J. R. van der Burgh, lower, Agrees. The difficult disputes that have dragged on for so long over some villages or desas and tatjas having finally, to my great joy, been settled and decided by the ministers of Your Majesty and of the Sultan in the presence of the chiefs Van Stralendorff and Lapro, I have had the papers which the said chiefs sent to me thereof translated into the Javanese language, and enclose the same herewith so that Your Highness yourself might see and be convinced how strictly equity has been observed in this regard, and thus not doubting that Your Majesty, alongside the Sultan and myself, will be satisfied with the division and arrangement made, I also rest assured that everything will be confirmed by your approval, whereafter brother please give orders not only to have those papers signed and sealed on your behalf, as will also be done on the Sultan's side, but thereafter also to have formed as soon as possible with due zeal Copy of a letter from the undersigned to the Susuhunan dated Samarang, February 16, 1773. Copy zeal 25

Dutch transcription

Van Iavas oostkust Den 5: April 1773 Van Iavasoostcust Den 5. April 170 — Tagal inclusier in de maanden Juni of Julij aanstaande dan wel iets vroeger of laeter na dat de omstandigheijd van saaken het toelaeten sal Ik heb de eere met de suiverste gevoelens van eerbied en agting pligtsschuldigte blijven /:onderstond:/ hoog Edele gestr: groot Achtb: heer en wel Edele heeren /:lager:/ uwer hoog Edel„ heedens gehoorsaamste en seer trouw schuldigsten dienaar /:was geteekend:/ I: R: van der Burgh /:inmargine:/ Samarang Den 5. april 1773 De soo lange getraineerd hebbende moulijke verschillen over eenige „negorijen of desjas en Tatjas door de ministers van rive Majesteit en van den soesoehoenang ten overstaan van de opperhoofden Straalendorff en lapro eindelijk tot mijne grote blijdschap afgemaakt en beslist sijnde hebt ik de papieren die genoemde opperhoofden mij daar van toegesonden hebben in Javaansche taale laten oversetten, en voege deselve hier nevens om dat w. Hoogheijds selfs soude kunnen sien en overtuijgd weesen hoe seer de billijkheid daar omtrent is geobserveerd en dus niet twyffelende of we Majesteit sal nevens den soesoehoenang en mij in de gemaakte verdeeling en schikking genoegen nemen houde ik mij ook verseekert dat alles door sijne approbatie sal bekragtigd worden waar na broeder gelieve ordre te stellen niet alleen om die papieren zijnent wege gelijk dan ook van soesoehoenang zijde geschieden sal te doen te tekenen en versegelen maar om daar na ook ten eersten met vereerde rever te doen formeeren behoorlijke register van de landen die vwe hoogheijd toekomen en actueel ook bezit Conform de afspraak toen ik de eene had bij broeder selfs pre„ sent te sijn om vervolgens door de wedersijdsche ministers en opper„ hoofden hier te Samarang in mijne presentie nagesien en versegeld Copia missive van den ondergeteekende aan den sul„ „than gedateerd Samarang den 16 febr: 173: Copial 23 Van Iavas oostcust den 5. April 1773— Van Iavas oostkcust Den 5. April 1773— versegeld te worden ter voorkoming eens en vooral op en u en altoos van sulke verschillen die mits uitwerken dan de rust en het genoegen van rwe Majesteijt te stooren Dewijl mij van solo gesonden sijn 2: onderdaanen van broeder de eene gen:d kamaloedien van dessa kalessan die gewapend instilte in des soesoehoenangs craton meende te sluijpen en de andere gen: Noro Merto van de dessa kademakkan die beschuldigd word van met eenige Eramans te hebben aangespannen heb ik die twee misda„ digers aan hetopperhoofd Lapro gesonden om aan ww hoogheid over„ geleeverd te worden met twijffelende op m: Majesteit sult hun late„ ervaaren de straffe die sij om hum boos bedrijft ten afschrik van andere hebben verdiend. Altoo radeen adipattij Danoeridsa mij geschreeven heeft dat eene der oliphanten van broeder was gecreveerd heb ik reeds hunne hoog Edelheeden versogt om een andere van Ceilon te ont„ bieden en als VwE: Majesteit over 1 a 2. maanden desselfs stalmeester gelieve herwaarts te senden sal ik hem uit eenige Bimaneesche paarden de voorkeuse voor broeder geven Jk groet 171. Majesteit en de pangerang adipattij Mancoenogoro van gantscher harten en soo doet ook mijn huisvrouw de Ratoes Samarang Dato voorschreeven /onderstond was getek:/ I. R: van der Burgh /lager: Accondeert De soo lange getraineerd hebbende moeijlijke verschillen over eenige negorijen of dessas en Tatjas door de oinisters van vwe Majesteit en van den sulthan ten overstaan van de opperhoofden van Stralendorp en Lapro endelijk tot mijne groote blijdschap afgemaakt en beslist sijnde heb ik de papieren die genoemde opperhoofden mij daar van toegesonden hebben in de Javaansche taale laaten oversetten en voege deselve hier nevens om dat vw: hoogheid selfs soude kunnen sien en overtuigd wee„ „sen hoe seer de billijkheijd daar omtrent is geobserveerd en dus niet twijffelende of uwe Majesteit sal nevens den sulthan en mij in de gemaakte verdeeling en schikking genoegen ne„ „men houde ik mij ook versekert dat alles door sijne appro„ „batie sal bekragtigd worden waar na Broeder gelieve ondre te stellen niet alleen om die papieren sijnent wege gelijk dan ook van sulthans zijde geschieden sal te doen tekenen en ver„ zegelen maar om daar na ook ten Eersten met vereerde Copia missive van den ondergeteekende aan den soesoehoenang gedateerd Samarang den 16. febr: 173. Copia iever 25

NL-HaNA_1.04.02_3389_0484 view scan ↗

English

From Java's East Coast, 5 April 1773. From Java's East Coast, 5 April 1773. to take care to draw up proper registers of the lands that belong to Your Highness and are also currently in your possession, in accordance with the agreement made when I had the honour of being personally present with brother, so that they may subsequently be examined and sealed here in Samarang in the presence of the ministers and chiefs of both sides, in order to prevent once and for all, both now and always, such disputes, which do nothing other than disturb the peace and pleasure of Your Majesty. Below stood: Agreed. Was signed: J. R. van der Burgh. Having duly received Your Right Honourable highly esteemed letter, together with the Javanese papers regarding the settled disputes over some villages, dessas, and tjatjas by the ministers of both sides and the chiefs Van Stralendorp and Lapro, I have reason to be exceedingly satisfied with that decision and to rejoice alongside brother, the more so because I see from it that the arrangement made conforms with the greatest equity. I have immediately given the necessary orders not only to have the said papers signed and sealed on my behalf, but also to draw up a register of all the lands, villages, dessas, and tjatjas that belong to me and are also currently in my possession, just as we agreed with each other during brother's presence here. When that register is ready and brother approves, I shall allow the Raden Adipati Danureja to depart for Samarang with the chief Lapro, in order to be examined and sealed in brother's presence by the ministers and chiefs of both sides, to prevent all disputes that do nothing other than disturb me. Copy translation of a Javanese letter written by the Sultan Hamengkubuwana etc. to the Governor and Director of this Coast, Johannes Robbert van der Burgh, received at Samarang on 27 February 1773. From Java's East Coast, 5 April 1773. From Java's East Coast, 5 April 1773. And since the Company also had much trouble during that troublesome matter, I express my true and sincere gratitude to it for the pains taken in that regard. Brother having sent to me two of my subjects, the one named Kamaludin of the dessa Kalasan, who intended to sneak into the Susuhunan's kraton, and the other named Noromerto of the dessa Kademangan, who was accused of having colluded with some persons, I have sentenced the first-named, Kamaludin, to perpetual banishment to the wilderness of Kafarean in the Pacitan district. But as for the last-named, it was impossible for me to punish him, as the Surakarta subjects falsely accused him. Regarding the elephant that brother requested on my behalf from Their High Noble Excellencies, I will gladly wait for it until it arrives from Ceylon. I shall also not fail, in about 1 to 2 months and when I find myself somewhat relieved of my work, to send my stable master to Samarang in order to select some Bimanese horses according to brother's kind promise. For the rest, brother is most affectionately greeted by the Pangeran Adipati Anom and the Ratu. Below stood: Written at Yogyakarta on the 2nd of the month Besar 1698. Lower stood: Translated by me, was signed: C. P. Boltze, translator. I have duly received Your Right Honourable letter and have the honour herewith to reply in a friendly manner that I have understood its entire content to my satisfaction, and also seen from it that brother was pleased that the difficult disputes, which had been delayed for so long over some villages and tjatjas, were finally settled by the ministers of both sides in the presence of the chiefs Van Stralendorp and Lapro. I have also duly received the relevant Javanese papers pertaining thereto, and I am no less delighted with that decision than brother, all the more because the greatest equity has appeared to me in the arrangement made in that regard. As for me, I assure Your Right Honourable that I shall have those papers ratified, signed, and sealed, and likewise have a complete register drawn up of all the lands, villages, dessas, and tjatjas that belong to me and are also in my possession, in order that the same Copy translation of a Javanese letter written by the Susuhunan Pakubuwana etc. to the Governor and Director of this Coast, Johannes Robbert van der Burgh, received at Samarang on 26 February 1773.

Dutch transcription

Van Iavas oost Cust den 5. April 1713 — Van Iavas oostkcust Den 5 April 1773 iever te doen formeeren behoorlijke registers van de Landen die vw hoogheid toekomen en actueel ook besit conform de afspraak toen ik de eere had bij broeder selfs present te sijn om vervolgens door de wederzijdsche ministers en opperhoofden hier te samarang in presentie nagesien en versegeld te worden ter voorkoming eens en voor al of nu en al„ toos van sulke verschillen die mits uitwerken dan de rust en het genoegen van vwe Majesteit te Htooren /:onderstond:/ Accordeert /:was geteekend:/ J: R: van der Burgh, uwel Edele Achtbare seer g'eerde missive nevens de Javaansche pa„ „pieren rakende de afgedaene verschillen eeniger negorijen dessaas en Tatjas door de wederzijdsche ministers en de opperhoofden van Stralendorp en lapro wel ontfangen hebbende heb ik redenen om over die beslissing ten hoogsten voldaan en nevens broeder ver„ blijd te wesen te meer ik daar uit sie dat de gemaakte schikking met de meeste billijkheijd over een koms ik heb ten eersten de nodige or„ „dres gesteld om gemelde papieren mijnenswegen niet alleen te doen teekenen en versegelen maar een register te formeeren van alle de landen negorijen dessas en Tjatjas die mij competeeren en ook actueel onder mijn besit sijn gelijk wij sulks ook bij broeders aan„ weesen alhier met elkander afgesprooken hebben sullende ik wan„ „neer dat register in gereedheid is en broeder het goed vind den radeen Adepattij Danoe ridja met het opperhoofd Lapro te Samarang laten vertrekken omme door de wedersijdsche ministers en opper„ hoofden in broeders presentie nagesien en versegeld te worden ter voorkoming van alle verschillen die niet anders na sig twekken Copia Translaat savansche missive geschrven door den Sulthan Aming koeboeana etc: aan den Heer Gouverneur en directeur Deeser Kuste Johannes Robbert van der Burgh ontfangen te Samarang Den 27 fbruarij 173— dan 27. Van Javas oosthust Den 5. April 173 Van Iavas oost cust Den 5: April 1773 dan mij te verontrusten en dewijl de compagnie geduurende die facheuse saak meede veel hoofdbreekens gehad heeft betuige ik mijne waare en opregte dankbaarheid aan deselve voor de daar omtrent genomen moeten bogen Broeder mij hebbende toegesonden twee mijner onderhoorige den eene kamaloeden genaamt van de dessa kalessan die in des soesoehoenangs Craton meende te sluipen en den anderen genaamt Noro merto van de dessa kademakkan die beschuldigt werd het met eenige canons te hebben gehouden soo heb ik den eerst gemelde kamaloedin tot een eeuwig bannis„ „sement verwesen na de woestijne kafarean in het Patjitaanse dog wat de laastgemelde betreft heb ik onmogelijk kunnen straffen alsoo hem de souracartasche onderhoorige valschelijk beschuldigt hebben Met de oliphant die broeder mijnentwege van haar hoog Edelheedens versogt heeft sal ik gaarne so lange wagten tot dat deselve van Ceilon komt ook sal ik niet manqueeren om over 1: a 2. omaanden en wanneer ik mij een weinig ontlast van mijn werk vinde mijn stal meester ona Samarang te senden ten einde volgens broeders vriendelijke be„ lofte eenige Bimaneesche paarden uit te kiesen. Werdende broeder voor het overige door den pangerang adipattij Anom en „mevrouw „matur van wolgens de ratoe allerminsaamst gegrot /:onderstond:/ ge„ schreeven te Djoojocarta den 2: der maand besar 1648 /:lager :/ ge„ translaateerd door mij/was geteekend:/ C: P: Boltze translateur: Ik heb uwel Edele agtbare missive seer wel ontvangen en hebbe de Eere bij dese daar op in vriendelijk antwoord te dienen dat ik denselver gantsche inhoud ten genoegen verstaan en teffens daar uit gesien hebbe dat broeder verblijd was de so lange getardeerd hebbende moeijelijke verschillen over eenige negorijen op Tjatjas door de wedersijdsche ministers ten overstaan der opperhoofden van Stralendorp en lapro nm eindelijk waren afgedaan ik hebbe dan de daar toe specteerende Javaan„ sche papieren meede wel ontfangen en ben niet minder over dies beslissing verheugt als broeder te meer mij de meeste billijkheijd bij de daar omtrent gemaakte schikking gebleeken is wat mij aangaat verseekere ik uwel Edele agtbare dat ik die papieren sal doen ratifi„ ceeren teekenen en versegelen en teffens doen formeeren een vol„ standig register van alle de landen negorijen dessaas en Tjatjaas die mij toekomen en ook onder mijn besit sijn ten einde deselve Copia Translaat Javaansche missive geschree„ ven door den soesoehoenang Pakoeboeana etc: Aan Den Heer Gouverneur en Directeur deser kuste Johannes Robbert van der Burgh. ontfangen te Samarang den 26: februarij 1773. Copia heden O

NL-HaNA_1.04.02_3389_0486 view scan ↗

English

From Java's East Coast, the 5th of April 1773 From Java's East Coast, the 5th of April 1773. today or tomorrow, whenever brother will be pleased to order such, to be collated and sealed by the respective ministers and chiefs in brother's presence in Samarang. The Ratoe lets Madam know that she is currently learning to make lace trim, and since she requires some fine lace for this, she very kindly requests that aforementioned Madam will be so good as to provide her with some. We greet brother, Madam, and the children most cordially. At the foot was written: Written in Sourabaija, the second of the month Bazar 1698. Lower: Translated by me. Was signed: C: P: Boltze: Translator. At the foot: Agrees, J: A: van der Burgh. Herewith, in reply to Your Honour's separate letter of the 27th and 30th of December 1772, having learned with pleasure of the dispatch of over 500 Madurese from Causse to Balemboangang, I also hope shortly to learn that the Sumenappers have followed to Adirogo, and that the sicknesses among the native peoples will have ceased, upon which, as soon as they can be spared, the people of Sourabaija, Grisse, and Sidayu in particular must be sent home first; but Ensign Visscher shall have to remain there until further orders with some Europeans, as one may not yet rely upon the testimony of the chiefs of the districts thereabouts. The question is not whether the officers of the ship Velsen are willing, but how many prisoners of war they can safely transport to Banda. The ship Vlietlust is to transport 42 of them from here, and I think that there will be room on Velsen for at least as many, while I do not at all consider myself authorized to qualify Your Honour, according to your request, to put any of those prisoners to death and display their heads, but rather to send hither, upon the reopening of navigation, those who cannot obtain transport to Banda. Copy of a separate missive written by the undersigned Governor at Samarang on the 7th of January 1773 to the Commander Luzac at Sourabaija. Copy prisoners From Java's East Coast, the 5th of April 1773. From Java's East Coast, the 5th of April 1773. The pantchiallang, the bark, and the Bestendigheid having been sent to Your Honour to be used with discretion wherever the Company's interests require it, Your Honour must employ them where necessary, while it is a matter of course that if they serve for Balemboangang, Balemboangang must also bear the expense thereof on the expedition, which I trust will always be observed, even concerning the pantchiallangs belonging to Your Honour's station, whenever anything extra is provided to them for the service or for the voyage to Oeloepampang. After greetings, I remain, at the foot: Your Honour's good friend. Was signed: J: R: van der Burgh. In the margin: Samarang, on the date aforementioned. The Javanese letters accompanying Your Honour's latest separate letter of the 12th instant, sent to me in translation copy, exchanged by the Ensign and Commandant at Adirogo Frederik Visscher with the chief of the island Nusa, Juragan Janie, containing little of substance, it seems to me that he appears as yet to have no intention of submitting to the Company, but rather seeks to conceal other designs through dissimulation; and therefore, if Ensign Visscher has met the aforementioned Juragan Janie according to his request at the river Suger and the verbal discussion held with him has had no effect, it will be best to cut off all correspondence with those islanders and to keep watch against all traffic to and from Java, and especially against the transport of provisions thither, while I expect that it will also be further investigated whether they are actually being assisted with rice from the Rawa district. Copy of a separate letter written by the undersigned Governor on the 22nd of January 1773 to the Commander Luzac at Sourabaija. Copy from 33 From Java's East Coast, the 5th of April 1773. From Java's East Coast, the 7th of April 1773. By the first shipping opportunity, if it can take place without loss, all the timber required for the East Hook will be sent thither at once, while concerning the requested skilled carpenter and copper coin, I refer to today's general letters. Wherewith, after greetings, I remain, at the foot: Your Honour's good friend. Was signed: J: R: van der Burgh. Still awaiting the consideration previously required by me and promised by Your Honour regarding a new Regent for Balemboangang and Maas Alit coming into view for that position, it is in the meantime in reply to Your Honour's separate letters of the 27th of January and 5th of February that I have learned with pleasure of the departure from Oeloepampang to your parts of the hitherto acting Regent Jaxanagara, whom I recommend Your Honour to treat friendly and well; and since his presence here will for the present at least not be of such necessity, to detain him at Your Honour's post until the opening of navigation and the occurrence of an opportunity to have him and his people undertake the journey hither by sea; but I deem it best to have the suspect Krinkdono and four fugitives to Bali taken into custody, and to send hither by the overland route as soon as possible that person who calls himself Boedjaar and pretends to have been panakawan to the late Captain Alap, in order to convince Alap-Alap, who is currently here in the retinue of his master and denies everything, of his bad conduct and to have him receive correction for it. Copy of a separate letter written by and to the same as above, dated the 15th of February Anno 1773. Copy

Dutch transcription

Van Iavas oost ust den 5:' April 1773 Van Iavasoostcust Den 5. April 178. heden of morgen wanneer broeden sulkis Sal gelieven te ordorneeren door de wedersijdsche ministers en opperhoofden in broeders presentie te sa¬ „marang te kunnen worden gecollationeerd ende versegeld, De ratoe doet mevrouw te weten dat bij thans leert passementen maken en vermits sij daar toe eenigkling kant van noden heeft versoek sij seer vriendelijk dat welm: mevrouw haar daar meede goedgunstig gelieft te voorsien wij groeten broer mevrouw en kinderties op het hartelijkste /:onderstond:/ geschreeven te Sourabaija den tweeden der maand bazar 1698 /:lager:/ getranslateerd door mij /: was geteekend:/ C: P: Boltze: Translateur /:onderstond:/ Accordeert J: A: van der Burgh Bij deesen is in antwoord op uw E aparte van den 27 en der 30.: december 1772 dat ik met genoegen vernomen hebbende de afsending van ruim 500 Causse madureesen naar valemboangang ook binnen korte hoop te vernemen dat de Sumanappers voor Adi„ rogo gevolg mitsgaders de siektens onder de Inlandsche volkeren sullen gecesseerd sijn wanneer op so dra te missen sijn de Sourabaijens grisseers en sidaijers in onderheid deerste naar huis moeten gesonden maar den vendrig Tisscher sal daar toe nadre ordre met eenige eu„ „ropeeren moeten verblijven dew ijl men sig voor als nog op het gelui„ „genis der hoofden van de districten daar omstreeks niet verlaten mag De vraag is niet of de overheeden van het schip velsen willen waar wel hovevel krijge gevangenen bij naar banda met gerustheid kunnen transporteeren het schiep vlietlust staat er van hier 42 te vervoeren en ik denk dat her op Velsen voor ten minsten ook soo veel plaats wesen sal terwijl ik mij gesints gemagtigd vinde om uwE na desselfs versoek te qualificeeren eenige dier Copia aparte missive door den ondergeteekende gouver„ „neur te Samarang geschreven op den 7 Jann: 173 aan den gesaghebber Luzac te Sourabaija Copia gevangenen Van Iavas oost cust Den 5. April 178— Van Iavas oost Cust den 5 April 173 gevangenen ter dood te brengen en hunne koppen ten toon te stellen maar wel om de sulke die geen transport naar banda kunnen krijgen bij het weder opengaan der vaart herwaarts te senden De pantjallang De bark en de bestendigheid uw E: toegesonden sijnde om er met overleg gebruik van te maaken waar sComp:s belangen sulks vorderen moet uw deselve waar het noodig is am„ „ploieeren terwijl het eene van zelfs spreekende saak is dat als voor balemboangang dienen, balemboangang ook op de Expeditie er de last van dragen moet 't geen ik vertrouwe dat steeds sal sijn g'observeert selfs omtrent de bij uw E: te huishorende pant„ jallangs wanner er iets extrat ten dienste of tot de reise naar oeloepampangs aan is verstreks Jk blijve naar groete /onderstond:/ uw E: goede vriend /:was geteekend:/ I: R: van der Burgh /:in margine:/ Samarang d' dato voorsz: De nevens uw E: Jongste aparte van den 12. huus mij toege„ sonden javasche desen in copia translaat versellende door den vendrig en commandant te adirogo Fredrk fisser gewis„ selde brieven met het hoofd van het eiland Noessa Juragan Janie weinig sakelijks inhoudende komt het mij voor dat hij voor als nog geen intentie scheins te hebben sig aan den comp: te onderwerpen maar eerder tragt andere oogmerken door vein„ serij te verbergen en daarom als den vendrig Tiffer gem: Juragan Janie volgens sijn versoek aan de rivier soeger ontmoet en het met hem te houden mond gesprek van geen effect geweest is sal het best sijn alle correspondentie niet die eilanders af te suijden en te doen waken tegen allen af en aan vaart na en van Java en voor al tegen den vervoer van omond behoeftens derwaarts terwijl ik ver„ wagte dat ook nader sal weesen ondersogt of sij wesentlijk Copia Aparte brief door den ondergetee„ kende gouverneur geschreeven den 22:' Januarij 1773. aan den gesaghebber Luzac te Sourabaija. Copia uit 33 Van Javas oostkust Den 5 April 173 Van Javas oosthust Den 7 April 173 — uit het rawasche met rijst worden g'adsisteerd, Bij eerste schips gelegentheijd als het sonder verles geschieden kan sal men in eens alle de voor den oosthoek geEischte houtwerken derwaarts besorgen intusschen dat ik mij omtrent den versogte bekwamen timmerman en kopere munt gedrage aangemeene letteren van heden waar meede naar groete blijve /:onderstond:/ uw E: goeden vriend /:was geteekend:/ I: R: vander Burgh, Nog de bij voorige door mij gevorderde en door uwE beloofde consideratie omtrent een nieuw regent voor balemboeangang ende daar toe in aspect komende Maas Alit te gemoed siende is intusschen op uwE apaat van den 27 Januarij en 5 februarij dat ik met genoegen vernomen hebbe het vertrek van oeloepampang naar costij van den dus verre geweesen p:s regent Jaxanagara die ik uw E recommandeere vrien„ delijk en wel te behandelen en dewijl sijn aanwesen hier voor eerst ten minsten niet so noodsakelijkheijd sal weesen bij uw E aan te houden tot het opengaan dervaart en voorkomende gelegentheid om hem met de zeijne reise herwaarts over see te laten ondermee„ „men dog den suspecten krinkdono ende vier vlugtelingen naar balij act ik best in verseekering te doen neemen mitsgaders die signrems Boedjaar en voor geeft panakawangs te sijn ge„ weestlgn kap. Alap ten eerten over den landweg herwaarts te senden om alapalap die actueel onder het gevolg van sijn meester hier is en alles Logend, te overtuigen van sijn slegts gedrag en daar voor corictie te doen erlangen Copia aparte brief geschreeven door en aan als even gedateerd den 15. febr: Ao 173. Copia

NL-HaNA_1.04.02_3389_0489 view scan ↗

English

From Java's East Coast, the 5th of April 1773 From Java's East Coast, the 5th of April Anno 1773 The escape of the rebel Larat after he had been arrested does not edify me at all, but certainly raises disadvantageous suspicion regarding those to whose care he was entrusted for custody; and I therefore consider it very necessary to demand that Resident Schophoff investigate that matter in the closest detail, and in the meantime not to trust those who gave him the opportunity to escape, or at least did not take better care of him, but to watch them with circumspection. The women and the rest of the rebel's followers who have been captured I shall also await by sea. The submitted account of extra expenses incurred I shall present to Their High Nobilities and request authorization for restitution, as well as, in accordance with Your Honour's urgent request, provide the Eastern Salient with military personnel as soon as I am enabled to do so from Batavia. Intending, with one of the first ships that come to load on this coast, to have collected and transported thither the timbers that are currently lying in stock at Japara, Joana, and Rembang for Sourabaija and Grissee, Your Honour will need to ensure that before the opening of navigation to Batavia a full shipload of rice lies in stock, just as the regents have also promised me, whereas the contrary would by no means please Their High Nobilities, all the more as there is no precedent of Sourabaija having delivered less rice than during Your Honour's presence there, particularly in 1772, as a result of which Sourabaija is currently in arrears, counting also the contingent of 1773, by plus or minus 2500 coyangs of rice. I remain, after greetings, /underneath stood:/ Your Honour's good friend, /:was signed:/ J: A: van der Burgh. Copy of a separate letter from the undersigned Governor written to the Authority Luzac at Sourabaija, the 4th of March 1773. Approving the measures devised and put into effect at Balemboangang, according to Your Honour's separate letters of the 20th and 22nd of February and their enclosures, to track down and get hold of the chief rebels still roaming about, Bappa Larat, Bappa Endo, Pa Simpring, and Wilondo, I am very anxious to hear of the desired outcome thereof; and after Your Honour shall have been informed by Resident Schophoff of the general sentiment regarding Maas Alit for election as regent instead of Japanagara who is currently at Sourabaija, I look forward to receiving Your Honour's considerations on that subject as soon as possible, while I am by no means pleased that the Balinese Goedjar was given the opportunity to absent himself, being precisely the person whom I had required to convict Alapalap of his misdeeds. Meanwhile, I approve all means employed to bring those of Noessa back under the Company's obedience by friendly ways, but no others, and thus especially not the intention of the Oeloepampang Resident Schophoff, according to his letter to the Adirogo Commandant Sisser dated the 4th of February, to direct a new expedition thither, and that Your Honour, as appears from your letter of the 20th thereafter, had light vessels assembled for that purpose, because all this runs directly counter to the order, intention, and special desire of Their High Nobilities at Batavia sent to Your Honour in extract for observance with the separate letter of the 9th of December alongside mine of the 15th thereafter, which Your Honour seems either to have already forgotten or to have understood so little, as well as having communicated it to the Oeloepampang Resident and Commandant at Adirogo for their instruction. I therefore strictly recommend to Your Honour the literal observance thereof, reiterating the express desire of Their High Nobilities to undertake nothing against Noessa without their special authorization, and furthermore that if necessity should require the dislodging of the Mandharese from there, the employment of means thereto must beforehand be requested from the illustrious assembly itself, etc., with orders that to that end, and in case of necessity before undertaking anything that savours of force, Your Honour supply me with considerations supported by reasons, to be subsequently presented to Their High Nobilities aforesaid. It cannot pass unnoticed that Ensign Cispoa had the former Dejember chief Hapo Logo put to death without proper authorization, as if in cold blood, and thus did a thing for which he was by no means empowered; I want him to be sharply reproached for this and earnestly warned not to undertake anything of the sort again if he does not wish to expose himself to the most unpleasant consequences. To have the oversight over the agreed improvement and renovation of the warehouses at Sourabaija and Grissee, His High Honour shall

Dutch transcription

Van Javasoost kust Den 5. April 1773 — Van Javas oost Cust Den 5 April A=o 1773 — De ontsnapping van den rebel Larat, na dat hij opgeligt wat stigt mij gantsch niet maar verwekt sekerlijk nadeelige suspicie omtrent de sulke aan wier sorge hij ter bewaring opgedragen was en ik agte het daarom seer noodsaakelijk den resident schophoff te demandeere die saak nader ten nauwkeurigste te ondersoeken en intusschen hen die hem ge„ legentheijd ter ontkoming gegeven ten minsten geen betere sorgvoor hem gedrage hebben niet te vertrouwen maar met omtigtigheid gade te slaan De vrouwen en die verder van des rebels gevolg ge„ „vangen sijn sal ik ook over see verwagten, De overgesonden reekening van gedaane extra uitgaave sal ik hunne hoog Edelheeden aanbieden en qualificatie ter restitutie versoeken mitsgaders Conform uw E instantie den oosthoek van mili„ „tairen voorsien soo dra ik daar toe van batavia worde in staat gesteld voorneemens sijnde met een der eerste scheepen die op deese kust komen laden de houtwerken die te Japara Joana en rembang ac„ tueel voor sourabaija en qrissee in voorraad leggen te doen af„ haalen en derwaarts transporteeren sal uwE: Dienen te sorgen dat er voor het opengaan der vaart naar batavia eene volle scheeps Lading rijst in voorraad legt gelijk de regenten mij ook hebben beloofd terwijl het teegendeel geensints hunner hoog Edelheeden stigten soude te meer er geen voorbeeld is dat sourabaija minder rijst dan geduurende uw E: aan sijn daar in sonderheijd in 1772 heeft geleeverd waar door dan ook actueel met het Contingent van 1773 meede geteld sourabaija ten agteren is oplus minus 2500 Coijangs rijst Ik blijve naar groete /onderstond:/ uw E goede vriend /:was geteekend:/ I: A van der Burgh De volgens uw E: aparte brieven van den 20 en 22:' februarij en dies bijlagen, te balemboangang, beraamde en te werk gestelde middelen om de nog swervende hoofdrebellen Bappa larat, bappa endo Pa Simpring en wilondo op te speuren en in handen te krijgen appro„ berende verlange ik seer den gewenschten uitslag daar van te vernemen en blijve na dat uwE door den resident schophoff van het algemeen gevoelen omtrent Maas Alit ter verkiesing tot regent instede van den thans te sourabaija sijnde Japanagara g'informeerd sult sijn uw E: Consideratien op dat sujet te gemoete sien soo dra mogelijk terwijl ik geensints gestigt ben dat men den balijer goedjar gelegentheid gegeven heeft om sig absent te omaken als Juist de per soon Copia Aparte Brief van den ondergeteekende gouverneur geschreeven aan den gesagheb„ ber Luzac te sourabaija den 4. Maart 1773. Copia sijnde 37. Van Iavas oost kust Den 5 April 173 Van Iavas oostkust den 5. April 173. sijnde die ik gerequireerd had om alapalap van sijn wan„ bedrijven te overtuijgen Intusschen keure ik goed alle middelen die aangewend worden om die van Noessa door vriendelijke wegen weder onder sComp: gehoorsaamheijd te brengen omaar geene andere en dus ook voor al niet het voornemen van den oeloepampangs resident schophoff volgens sijn brief aan den Adirogos commandant sisser de dato 4. februarij om een nieuwe expeditie derwaarts de rigten en dat uw E: blijkens desselfs schrijven van den 20 daar aan ligte vaartuigen ten dien eijnde liet bij een samelen om dat dit alles regel regt aanloopt tegen de ordre intentie en speciaale begeerte hunner hoog Edelheeden te batavia bij apparte missive van den 9 December uwE: ter observance in Extract toegesonden nevens de mijne van den 15 daar aan dog die uwE: of reets vergeeten of so min scheint begrepen als dan oeloepampangs resident en commandant te adirogo ter onarigt meede gedeeld te hebben Ik recommandeere uwE de letterlijke olservance over„ sulks daar van nader aan onder herhaaling hunner hoog Edelheids geerde begeerte om tegens moetsa niets buiten hoog derselver speciaale qualificatie te entameeren mits„ „gaders dat indien de noodsakelijkheid de delogering der mandhareesen van daar vereisschen omogt tewerk stellen van middelen daar toe alvoorens van de ullustre verga„ dering selfs sal moeten versogt worden ensz: met ordre om ten dien eijnde en in Cas van onoodsakelijkheijd alvorens iets dat na geweld sweemt te onderneemen uwE Consideratien met reede bekleed mij te suppediteeren om vervolgens hunner hoog Edelheeden voorm: aangeboden te worden Niet ongemerkt kunnen passeeren dat den vaandrig Cispoa het geweesen Dejemberse hoofd hapo logo prive authorisatie als in koelen bloede heeft laeten om het leven brengen en also een saak te doen waar toe hij geen sints gematigd was wil ik hem deswegen scherpelijk gereprocheerd en ernstelijk gewaar„ schouwd hebben om niet andermaal iets diergelijks te onder„ wermen indien sig selfs niet voor de onaangenaamste gevolgen bloot stellen, wil om het opsigt te hebben over de gearcordeerde verbeetering en vernieuwing der pakhuisen te Sourabaija en gaissee hoogheids sal

NL-HaNA_1.04.02_3389_0491 view scan ↗

English

From Java's northeast coast, the 5th of April 1773. From Java's east coast, the 5th of April 1773. There will shortly arrive at your place a master carpenter, D. Ester, stationed here; but being provided with no other carpenter and only a single mason, your Honour must, just as is done here, manage with native workmen, and not fail to keep a watchful eye continually on Manong Koesoemo. After greetings, I remain, stood below, your Honour's good friend, was signed, J. R. van der Burgh. Copy That, subsequently, your Honour's separate letter of the 12th of this month and the copy of the letter sent among the annexes from the resident of Oeloepampang, Schophoff, dated the 25th of February last, showed that the subordinate chiefs of the Balambangan district were very favorably inclined to accept Mas Alit as their regent, offers in so far a favorable prospect. However, because in that same letter he, Schophoff, describes the mantris Doeroekontjie and Bawalaxana, who are currently in command after the departure of Jaxanagara, as faithful and vigilant men, and also gives as his opinion that one could make do with the election of the same until the common man and their villages, having returned, are placed under lesser chiefs; and as I myself am also of the opinion that, as long as there are no reasons demanding haste or making it necessary, it will be most prudent Copy of a separate letter from the undersigned Governor written to the Commander Luzac at Sourabaija, the 24th of March 1773. From Java's east coast, the 5th of April 1773. From Java's east coast, the 5th of April 1773. will be to investigate, weigh, and consider everything carefully beforehand, I shall also for the time being neither make a final declaration on the subject of the said Mas Alit, nor on the division of the country proposed by your Honour: namely, the appointment of two regents, one to exercise authority over the eastern and one over the western part of Balambangan, and to place the latter under the former bupati and guardian of the present second regent of Sourabaija named Soemodirono. But regarding Mas Alit, I will await the outcome of the further investigation that the resident Schophoff was to conduct on his part among the common people, with information as to whether the two mantris mentioned above continue to give satisfaction and could be trusted as bupatis upon election, since the intended success would depend greatly on that, given the youth of Mas Alit. And concerning the rest, I will suspend my judgment until, having no more to fear from the still-roaming rebel chiefs, the country has been brought to complete peace, and knowledgeable persons have investigated and surveyed the condition and state of the lands, the location, size, and population of the villages, along with whatever else needs to be investigated in order to judge on solid grounds whether the division can take place and is advisable or not; and so that such consequences are not to be feared as in 1771 resulted from your Honour's unqualified direction in separating eight villages, among them Centong, from Panaroekan and placing them under Balambangan. Meanwhile, I cannot let it pass unnoticed in this matter that your Honour now wishes to return that same Centong under Panaroekan for a reason that deserved consideration then just as well as now, namely that it is situated closer to the former than to Lamadjang, and thus considerably closer than to Balambangan; and also that your Honour, in your separate letter of the 27th of January last, stated as a necessary requirement that the one to whom the administration over the westernmost part of Balambangan was entrusted, as well as the one appointed over the eastern part, must be a Balambangan native by birth, beloved and respected among them, and now you propose for this a Javanese and Sourabaija native by birth, notwithstanding, moreover, that the experience is still so fresh which has taught that the Balambangan people are not fond of such a chief.

Dutch transcription

Van Javaso ostkust den 5: April 1773. — Van Javas oost kust Den 5. Aprl 173 — sal binnen korte tot uwE overkomen aen hier bescheiden baas timmerman D Ester omaar van geen enkel ander timmer „man en ook maar een metselaar voorsien sijnde omoet uwE het eeven als met hier doet met oimlandsche werklieden stellen en niet nalaten van bij continuatie een maak„ saam oog te houden op omannong Cesoems Ik blijve naar groete /:onderstond:/ uw E: goeden vriend /:was geteekend:/ I: R van der Burgh Copia Dat vervolgens uw E: aparte van den 12. deser en de onder de bijlagen in Copia overgesonden briev van den oeloepampangs resident Schophoff de dato 25: Februarij Jongstleeden de subalterne hoofden van het balemboangsche haar seer genegen getoond hadden Maas Alit als hun regent aante nemen geeft in soo verre een gunstig oprospect dog dewijl hij schophoff bij die selve briev de thans of ona het ver trek van Iaxanagara gesagvoerende mantries Doeroe„ kontjie en bawalaxana beschrijft als getrouwe en vigi„ lante lieden mitsgaders ins voor desselfs gevoelen opgeeft dat met de verkiesing van den selven soude kunnen worden gemaakt tot dat de gemeene man en hunne ne„ gorijen te ouggekeurd sijnde onder mindere hoofden gesteld waren en ik selfs ook van gedagten benda„ soo lange er geene redenen die spoed vereisschen of het onoodsaakelijk omaaken sijn het voorsigtigt Copia aparte brief van den ondergeteekende gouverneur geschreeven aan den gesaghebber Luzac te Sourabaija den 24. Maart 1773. sal Van Javasoost cust Den 5: April 1773 — Van Javas oost kust Den 5: April 173— sal weesen alvoorens alles wel te ondersoeken te wikken en te wegen, sal ik mij ook voor als nog op het supt van gemelde Maas alit soomin ten finale verklaren als over de door uwE: geproponeerde land verdeeling de benoemen van twee regenten een om over het ooster en een om over het wester gedeelte van balemboeangang het gesaeg te voeren en het laatsten te stellen onder den geweesen bepattij en voogd van den presenten twede sourabaijas regent genaamt Soemodirono omaar met betrekking tot Maas Alit afwagten den uitslag van het nader ondersoek dat den resident schop hoff Sijnent wegen bij het gemeen stond te doen met informatie of de voor „waarts opgenoemde twee omantries bij continuatie blijven genoegen geeven en als bepattijs bij verkiesing souden te vertrouwen sijn alsoo het bedoelde succes omits de Jonkheid van maas alit daar van veel dependeeren soude en omtrent het verdere mijn oordeel op schorten tot dat men van de nog swervende hoofden der rebellen niet meer te vreesen hebbende het land in vollen rust gebragt en door kundige lieden sal ondersogt en opgenomen sijn de bestrekking en toestand der landen de legging groote en volkrijkheijd der negorijen met wat meer ondersogt diend te worden om met fundament te kunnen oordeelen of de verdeeling geschieden kan en raad„ saam is dan niet, en er sulkie gevolgen niet uit te dugten sijn als in 1771. gehad heeft uwE: ongequalificeerde directie met agt negorijen daar onder Centong van Panaroekan te scheiden en onder balemboangang te stellen: terwijl ik ten deesen niet ongemerkt passeeren kan dat uw E: dat. selve centong nu weder onder Panaroekan wil doen sorteeren om eene reden die toen soo wel als nu consideratie meriteerden namentlijk dat het nader daar aan dan aan Lamadjang en dus nog vrij nader dan aan balemboeangang gelegen is en dan ook dat uwe bij desselfs aparte van den 27. Ianuarij Iingstleeden als een noodsakelijk requisit of geeft dat de geene die het bestier over het westelijkste gedeelte van balemboean„ „gang wierd toe vertrouwt so wel als die over het ooster ge„ deelte wierd aangesteld moest wesen een balemboeanger van geboorte bij deselve bemind en gesien en nu daar toe voor„ dragt een Iavaan en sourabaijer van gehoorte niet tegenstaande daar en boven de ondervinding nog so jong is die geleerd heeft dat de balemboiangers op sodanig een hoofd niet sijn gesteld met Ik 43

NL-HaNA_1.04.02_3389_0493 view scan ↗

English

From Java's east coast the 5 April 1773 From Java's east coast the 5 April 1773 Regarding these points, which demonstrate on how shaky foundations you sometimes build, I shall expect further clarification in support of your opinion, and in the meantime also that it will be investigated whether no other person could be found for that purpose. The poor condition of the crew of the pantjallang saddens me, while I am not in a position to assist them with other seamen, but I can well authorize you to have the native deserters publicly disciplined on the passebaan with rattan strokes, in order to see whether this will deter them from deserting. I also learned with displeasure that the detachment under Ensign Dijkman, sent to track down the still roaming rebel chiefs Bappa Larat, Bappa Endo, Pa Sompromp, and Wilondo, returned empty-handed without having accomplished anything. However, since the discovery of a band of rebels near the Klonkong River, who had established themselves there, shows that they still have a following, and from which it can be deduced that one may not hope for complete peace and tranquility as long as they are not all subdued, it remains necessary to continuously have them tracked down and dislodged by willing troops, in order either to capture them or to leave them no time and opportunity to assemble elsewhere and undertake something to our disadvantage with the upcoming favorable season. Since the Madurese have long been tired of the game, according to your report are unwilling to do anything, and thus are of not the slightest use, their desertion may be connived at, but they may nevertheless not be recalled, as they would then have an excuse in the future, whereas, on the contrary, if they desert on their own, a pretext is always retained on our side to requisition others in case of necessity. On the other hand, insistence must be placed on bringing the Sumanappers at Adirogo up to full strength, since the three companies of Malays or Easterners currently in the Balambangan area are said to be of great service, and appear to me also still necessary there for the present, and for that reason may well be brought up to full strength again with native highlanders, but not with Javanese. Regarding the island of Noessa, I approve, as being in accordance with my successive recommendations, the order issued to thwart the plan said to have been forged by the chief Bappa Janie to make a landing on Java; and being also of the opinion that it is high time to bring those islanders, who listen to no friendly remonstrances, to submission by force and violence, the project of the Pasuruan Commander Van Rijcke in his letter of 25 February last does not seem objectionable to me, while the willingness of the worthy Regent Nitinagara and the request of that commander that both execute it in person also merit consideration. I shall therefore also expect your considerations regarding this, and regarding the time and manner of the enterprise, in a proper order, the sooner the better, with a specific report of how many people, vessels, and what else will be required for that enterprise, and whether the cruising praus, mayangs, which the regents in the Eastern Salient collectively must supply, could not be employed for this, double-manned and each well-provided with a pair of European seamen and the further necessities, in which case, while awaiting their High Excellencies' approval and consent, the necessary arrangements for the one and the other could meanwhile be made from afar. From the general letter of today, it appears what important remissions their High Excellencies have granted to some regents, and in particular those of Surabaya, in order to restore the country once more to its former state and prosperity. Especially the latter, now that they have been placed on an even footing, must be held without fail to the complete annual fulfillment of their contingent, as will take place for this year if they fulfill their promises to ensure that from each 500 koyangs of rice should come in before the new year, since in the opposite case they have unpleasant consequences to expect. I have addressed the Pangeran of Madura concerning the 100 koyangs of rice advanced to his chiefs. He confirms receipt, but declares that there was never any mention of restitution, just as in the letters produced to me by him, which accompany this in copy, nothing of the sort appears. I therefore also await further clarification from you regarding this, and to know how it was understood and arranged in the previous expedition, as well as to which article in the contract with that prince you refer, before I can make a declaration regarding this rice. After greetings, I remain, your good friend, was signed: J. R. van der Burgh. In the margin: Samarang the 24 March 1773. As above, lower: Agrees, signed: J. R. van der Burgh. Copy. For my information and observance, I have had the honor to receive with your Honorable Worship's esteemed separate letter of the 15th of this month, an extract of a separate letter from their High Excellencies dated 9 December 1772, of which, since its contents mostly concern Balambangan, I immediately dispatched a copy in its entirety to the Resident there, from whom I await with all eagerness his report regarding his proceedings with the provisional regent Jaxanagara, to what extent progress has been made with the Copy of a separate letter from the Commander Mr. Pieter Luzac to the undersigned, dated Surabaya, 27 December 1772.

Dutch transcription

45 Van Iavas oostkust den 5 April 173 V Van Iavas oostkust den 5 April 1773— Ik sal omtrent dese poincten die aantoonen op hoe smakkie fondamenten uw somwijlen bouwt nadere op heldering ter adstructie van uwE gevoelen verwagten, en in tusschen ook dat sal worden ondertogt of geen ander persoon daar toe soude te vinden sijn Den slegten toestand der equipagie van de pantjallang doet mij leed terwijl ik niet om staat ben deselve door andere seevaarende te gemoete te komen omaar uwE wel kan qualificeeren om de jnlandsche drossers op de passebaan publicq te laten Corrigeeren door een rotting slag ten einde te sien of dit hun een afschrik tegen het verlopen geven sal. ook heb ik ongaarne vernomen dat het detachement onder den vaandrig Dijkman ter op speuring van de nog swervende hoofd rebellen Bappa Larat bappa Endo Pa som„ „promp en wilondo sonder iets opgedaan te hebben onver„ rigter sake was te rug gekeurd dan dewijl de ontdekking van een parthij weerspannelingen bij de revier klonkong die sig daar genesteld hadden doet sien dat sij nog aanhang hebben en daar uit weder aftelijden is dat men op geen volkomen rust en vrede hopen mag so lange den een met den ander niet is te onder gebragt blijf het noodsakelijk hen bij Conti„ „nuatie door willige troupes te laten opspeuren en ontaus„ ten om henof in handen te krijgen of geen tijd en gelee„ „gentheid over te laten om sig elders versamelende met de aankomende goede tijd weder iets in ons onadeel te onderneemen Dewijl de madureesen het spel al voor lange moede volgens uwE opgave tot alles onwillig en dus daar van geen het minste nit sijn mag hun verlopen wel ooglui„ kende worden gepasseerd maar mogen sij egter niet te rug ge„ kommandeert worden alsoo bij dan in het vervolg een reeden van verschooning soude hebben daar men ter Contrarie als sij selfs verlopen altoos aan onse sijde een voorwendsel behoud om andere in cas van noodsakelijkheid te requireeren terwijl daar en tegen op de voltalligmaking der Sumanappers te adirogo omoet worden aangedrongen overmits de drie Compagnien Maleiers ofte oosterlingen die sig actueel in het balemboangsche bevinden daar van veel dienst gesegd worden te sijn mij daar ook voor als nog noodsakelijk voorkomen en om die reden ook wel op nieuw voltallig mogen worden rust gemaakt Van Iavas oostkust den 5 April 1773 — Van Iavas oostkrust den 5:' April 1773— gemaakt met geboren overwalders dog met geen Javanen omtrent het eiland Noessa approbeere ik als met mijne successive recommandatien overeenkomende de afgevaardigde ordre ter vereideling van het voorneemen het geen het hoofd bappa Janie gesegd word te hebben gesmeed om een landing op Java te doen en meede van gevoelen sijnde dat had hoog tijd word die na geene vriendelijke vertogen horende eilanders door kragten geweld tot submissie te brengen komt mij het project van den Passourangs Commandant van Rijcke bij sijn brief van den 25 februarij Jongstleeden niet verwer„ pelijk voor terwijl de bereidwilligheid van den braven re„ „gent Nitinagara en het versoek van dien commandant om beide in persoon de uitvoerens daar van te sijn ook reflectie me„ riteerd. Ik sal dan ook daar omtrent en omtrent de tijd en wijse der onderneming uwE: Consideratien in een geschitete ordre soo eerder so beter verwagten met een specificque op gave hoe veel volk vaartuigen een wes meer tot die onderneeming sullen worden vereischt en of de kruisprauw maijangs die de gesamentlijke regenten in den oosthoek leveren moeten daar toe dubbeld Bij gemeene briev van heden blijkt welke importante remises hunne hoog Edelheeden aan eenige regenten en inson„ derheid die van sourabaija om het land eens weder in voorige staat en fleur te brengen hebben verleend moetende voor al de laatsten nu sij op een effenvoet sijn gesteld tot de Jaarlijksche Compleete voldoening hunner Contingent sonder manquement gehouden worden gelijk dat voor dit„ „jaar plaats sal vinden als sij aan hunne beloften voldoen van te sullen sorgen dat van ieder 500 Coijangs rijst voor nieuwe Jaar soude inkomen alsoo sij bij het teegendeel onaan„ „genaame gevolgen te wagten hebben Den pangerang van Madura heb ik over de sijne hoofden, voorgeschooten 100 Coijangs rijst onderhouden Hij Confirmeert den ontfangst, maar betuigt dat nooit van restitutie gesprooken bemaand en ieder van een paar Europeesche seevaarende met het verdere nodige wel voorsien niet soude te emploijeeren sijn in welk Cas men onder inwagting hunner hoog Edelheeden goedkeuring en toestemming intusschen als van verre de nodige schikkingen tot het een en ander soude kunnen omaaken, bemand is 47. Van Iavas oost cust den 5: April 1773 Van Iavasoostkust Den 5. April 1743 is gelijk bij uwE door denselve mij geproduceerde dese in afschrift versellende brieven daar van ook niets voorkomt. Ik wagte dus almeede hier omtrent naare opheldering van uwE en te weten hoe of het in de vorige expeditie begrepen en geschikt is mitsgaders op wat articul in het Contract met dien prins uwE doeld alvoorens ik mij omtrent dese rijst verklaren kan Ik blijve naar groete /:onderstond:/ uw E: goedenvriend /:was geteekend:/ I: R: van der Burgh /:inmargine:/ Samarang den 24. Maart 1773. als voorz. /:lager:/ Accordeert /:geteekend:/ I: R: van der Burgh. opia Ter mijne narigt en observantie heb ik de heere gehad bij uwel Ed: Achtb: g'eerde aparte missive van den 15 deeser ontfangen Extract aparte mis„ „sive van hun hoog Edelens dato 9 december 1772. waar van ik vermits derselver inhoud meest al Balemboangang is specteerend terstond voor den Resident aldaar Copia in sijn geheel heb af„ gevaardigt van wien ik met alle verlange blijve te gemoed sien sijn bedeeling omtrent selfs verrigtinge met den provisioneel regent Iaxanagara in hoe verre gevordert bij het Copia appart Missive van den Gezaghebber M:r: Pieter Luzac Aan den ondergeteekende gedateerd Sourabaija Den 27. December 1772: welke E 49

NL-HaNA_1.04.02_3389_0496 view scan ↗

English

From Java's East Coast, the 5th of April 1773. From Java's East Coast, the 5th of April 1773. Having at that time nothing worthy to impart to Your Right Honourable Highly Esteemed Attention, I take the liberty to subscribe this with deep respect and obedience. Underneath stood: Title. Lower: Your Right Honourable's very obedient servant. Was signed: P. Luzac. Your Right Honourable's revered separate missives of the 21st and 24th of this month having been duly delivered to me one after the other, I have the honour to serve you most obediently in respectful response that the respected pleasure of Your Honours in the separate missive of the 9th in extract, as well as regarding the Shahbandarates of Balambangan, Lumajang, Panarukan, and Malang, has been conveyed for their information and observation whither it pertains, and furthermore supplied in extract to Captain-Lieutenant Heinrich in so far as Your Right Honourable's revered disposition concerning the expedition contains; while today, under the Madurese chiefs Braja Singa and Sianataka, 7 common mantris, 60 Madurese flintlock-musket bearers, and 440 pikemen or those carrying pikes, in various suitable vessels with their provisions, Also a copy of a separate letter from the said Governor to the undersigned, dated the 30th of December 1772. provisions L. O 51 From Java's East Coast, the 5th of April 1773. From Java's East Coast, the 5th of April 1773. Having at that time nothing worthy to impart to Your Right Honourable Highly Esteemed Attention, I take the liberty to subscribe this with deep respect and obedience. Underneath stood: Title. Lower: Your Right Honourable's very obedient servant. Was signed: P. Luzac. Your Right Honourable's revered separate missives of the 21st and 24th of this month having been duly delivered to me one after the other, I have the honour to serve you most obediently in respectful response that the respected pleasure of Your Honours in the separate missive of the 9th in extract, as well as regarding the Shahbandarates of Balambangan, Lumajang, Panarukan, and Malang, has been conveyed for their information and observation whither it pertains, and furthermore supplied in extract to Captain-Lieutenant Heinrich in so far as Your Right Honourable's revered disposition concerning the expedition contains; while today, under the Madurese chiefs Braja Singa and Sirnataka, 7 common mantris, 60 Madurese flintlock-musket bearers, and 440 pikemen or those carrying pikes, in various suitable vessels with their provisions, Also a copy of a separate letter from the said Governor to the undersigned, dated the 30th of December 1772. provisions O. However 53 From Java's East Coast, the 5th of April 1773. From Java's East Coast, the 5th of April 1773. provisions and stores for the voyage have sailed directly from here to Balambangan, from where I learn that our native troops are nearly all sick, the Sumenepers returned home again by Mr. Heinrich, and the Madurese all deserted on their own. From the strength of Adirogo going herewith sealed, it will become evident to Your Right Honourable how little service Ensign Visser has from our Surabaya militia, Sidayu, and indeed even Pasuruan, so that I have made haste for the dispatch of those from Sumenep, whom I expect will already have been detached and may stay there better than ours from here, although I cannot think that those of Nusa will attempt to undertake anything on the Javanese shore, and for the remaining few wandering in number from Bayu no fear remains any longer, wherefore I take the liberty to offer for Your Right Honourable's favourable consideration the letter from Commander Visser, in case the demanded Sumenepers shall have arrived there, having respectfully accepted it for advice. Regarding the arrival of Raden Ayu Ceylon, I have, concerning the envoys of the Sultan and the Regent of Jipang, by copy of a letter from Ensign Mier dated the 11th of this month, imparted their departure from Madura thither; at the request of the Regents, solely presented to Your Right Honourable, I further confirm myself most obediently to the further written orders for their relief, and regarding Wangso Kusumo, the request of the Regent of Pamekasan, no objections have occurred to me. If the ship authorities cannot with peace of mind take over the first and principal villains still sitting here, I humbly request to let those knaves be given their most deserved punishment here by displaying their heads to the deterrence of others, because otherwise I remain only encumbered with them and they incur expenses. Subject to the highly favourable approval of Your Right Honourable, I would employ both the arrived pantchiallang De Brak and the still-expected Bestendigheid before Balambangan in order to spend the west monsoon there, partly to make some display of force, and partly to cruise in turns, assisted by some cruising proas and mayangs between Cape Sedano, Ketapang, and across along the Balinese coast, Sultan's as

Dutch transcription

Van Iavas oostkust den 5 April 1773— Van Iavas oostkust den 5:' April 1773 — het welke als voor dat maal vwel Ed: Achtb: Hoog g'eerde attentie niets waardig te bedeelen hebbende mij de vrijheid aan„ „matige met diepe Eerbied en gehoorsam„ „heid dese te onderschrijven /:onderstond:/ Titul /:lager:/ vwel Ed: Achtb: zeer gehoorsame Dienaar /:was geteekend:/ P: Luzac Bij de uwel Ed Achtb: gevenereerde apparte missive van den 21. en 24. deeser agter den anderen mij wel ter hand bestelt sijnde soo hebbe de ere op deselve bij eerbiedige rescriptie gehoorsaamst te dienen dat het gerespecteerde goedvinden H: H: Ed: bij aparte missive van den 9:' in Extract soo wel als omtrent de Sabandharijen van Balemb: lamadjang Panaroekan en Malang ter narigt en observantie heb laaten strekken derwaarts het selve is specteerende al verder aan capit: Luit: Heinrich bij extract gesuppediteerd soo verre als vwel Ed: achtb: gevenereerde dispositie over de expeditie inhoudt ter„ wijl op huiden onder de madureese hoofden Braja„ Singa en sianataka 7. gemeene mantries 60 madureese snaphaan dragers 440 opikeniers of die opieken voeren in verscheide bekwame voort: met hun Nog een copia aparte briev van gemelde gesaghebber aan den on„ dergeteekende gedateerd den 30. e December 1772. — proviant L: O 51 Van Iavas oostkust den 5 April 1773— Van Iavasoost kust den 5:' April 1773 — het welke als voor datmaal vwel Ed: Achtb: Hoog g'eerde attentie niets waardig te bedeelen hebbende mij de vrijheid aan„ matige met diepe Eerbied en gehoorsam„ „heid dese te onderschrijven /:onderstond:/ Titul /:lager:/ Vwel Ed: Achtb: zeer gehoorsame Dienaar /:was geteekend:/ P: Luzac Bij de uwel Ed Achtb: gevenereerde apparte missive van den 21. en 24. deeser agter den anderen mij wel ter hand bestelt, sijnde soo hebbe de eere op deselve bij eerbiedige rescriptie gehoorsaamst te dienen dat het gerespecteerde goedvinden H: H: Ed:s bij aparte missive van den 9:' in Extract soo wel als omtrent de Sabandharijen van Balemb: lamadjang Sanaroekan en Malang ter narigt en observantie heb laaten strekken derwaarts het selve is specteerende al verder aan capit: Luit: Heinrich bij extract gesuppediteerd soo verre als wwel Ed: achtb: gevenereerde dispositie over de Expeditie inhoudt ter„ wijl op huiden onder de madureese hoofden Braja„ singa en sirnataka 7. gemeene mantries 60 madureese snaphaan dragers 440 opikeniers of die opieken voeren in verscheide bekwame voort: met hun Nog een copia aparte briev van gemelde gesaghebber aan den on„ dergeteekende gedateerd den 30. December 1772. — proviant O. Dog 53 Van Iavasoostkust den 5: April 173 — Van Iavas oostkust den 5:' April 1773 — proviant en voorraad tot de reise direct van hier na Balemb: gestevent sijn van waar ik verneemen dat onse Inlandse volkeren meest al siek sijn de Sumanappers door dh:r hemrich weder thuis waart gekeert en de madureese alle uit hem selve gedrost. Bij de hier bij versegeld gaande sterkte van Adirogo sal wel Ed: Achtb: wel te vooren komen hoe weinig dienst de vendr: fisser van onse sourabaija griffee Sidaijoe Ja selfs passerouangs heeft dus ik haest gemaakt heb tot de„ peche dien van Sumanap welke ik verwagte dat bereeds afgedetacheerd sullen sijn en daar beter verblijven mogen als de onse van hier schoon ik met kan denken dat die van Noessa iets op de Javasche wall sullen tragten te onderneemen en voor d' overige nog weinig in getal swer„ „vende uit bajoe geen bedugting meerder over blijft waarom ik de vrijheijd gebruike uw Ed: Achtb gunstige reflectie aantebiede den briev van den Command:t fisser ingevalle de z00 g'eischt Sumanap:s daar sullen sijn gearriv:d Eerbiediglijk voor advies aangenomen hebbende het arriven:t van Radin aijoe Ceilon heb ik omtrent sulthans en Djipans regent hun sendelingen bij copia briev van de vendr: Mier op dato 11. deser derselver ver„ „trek van madura derw: bedeelt op versoek van de regenten uw Ed: Achtb: eenelijk voorgedr: Confirmeer ik mij verder gehoorsaamst tot het nadere aangesz: ter hunne supette en sijn mij omtrent wangso Coesoemo 't versoek van pamacass:s regent geen oppositien te voren gekomen als de scheeps overheeden met geen gerustheid de alhier nog sittende Eerste en voornaamste booswigten kunnen overnemen so versoek ik ootmoedig om die knape alhier hun hoogst verdiende straf te laten geven bij 't ten toon stellen hunner koppen ten afschrik van andere wijl ik anders met hun maar belemmert blijve en sij op ongelden loopen onder hoog gunstige approbatie van uw Ed: achtb: soude ik de ge„ arriveerde pantjalling De Brak en de nog te verwagtene bestendigheid bijde voor balemb: emploijeeren ten einde aldaar de west omousson door te brengen eensdeels om eenige vertooning te maaken anders deels om bij beurt geadsisteerd met eenige kruisprauwmaijangs tusschen kaap sundana katapan over langs de balise wal sulthans soo

NL-HaNA_1.04.02_3389_0499 view scan ↗

English

From Java's East Coast, 5 April 1773. From Java's East Coast, 5 April 1773. as high as possible to the north of Sumanap to cruise against the pirates and to keep a lookout, but how we are to enter the expenses and burdens of those keels into our books here and provide their rations, we most humbly request information, whether as extraordinary in the expedition or alongside other pantjallangs under the ordinary household and expenses. It seems to me from the enclosed appendices just received from Oeloepampang quite satisfactory, the manner in which Resident Schophoff applies his means to achieve the objective with regard to Javanagara, and for which reason I have also ordered him to cajole and flatter Saxanagara in that mood, yet on the condition of watching his actions very closely and allowing nothing to happen through him in the way of improper arrangements or harsh treatment of that wild community, so that he, Javanagara, in his opinion becomes more and more elated and established, having in his view brought everything into good order, to undertake the journey to Samarang with his people. Furthermore, worthy of the attention of the Right Honourable, highly esteemed, only to impart that the old Raden Miti Omantrie at Sidaijoe has communicated to me the decease of the bupati there, Soerokesoemo, so I have the honour to conclude this most respectfully and to remain with deepest respect, was signed: title, lower: Your Right Honourable's most obedient servant. He now appears to be of that firm idea, wherefore, in order to urge the same further, I have sent to Resident Schophof a copy of Your Right Honourable's missive of the 24th of this month, so as to obtain promptly his answer and considerations on both matters, as I then, upon receipt thereof, regarding both Maas Alit and Bachus Manonrono, and whether to appoint one or two regents over those districts, what is most advisable, hope to supply my humble and modest considerations. From Java's East Coast, 5 April 1773. From Java's East Coast, 5 April 1773. was signed: P. Luzao. In the margin stood: NB. At the moment I receive communication from Noessa by a copy of a letter from Postholder Steenbergen at Gitten, upon which I have ordered the Commissaris at Adirogo, while transmitting a copy thereof, to the effect that, this being so in the absence of those vessels, all the most friendly invitations to submit should serve as an answer. In all respect, answering Your Right Honourable's always revered letter of the 27th ultimo, brought on the 10th of this month by the Sourabayan merchant, stating that as yet I have not been able to achieve anything else with any good prospect on the revered contents of the 17th of the previous month other than my direct answer thereto on the 30th thereof, I have nevertheless kept the regent Javanagara in amiability, so that as promptly as practicable he had well distributed the assembled people from here and around Cotta across the villages under their chiefs to continue agriculture, upon the esteemed requisition of the Noble Lord Governor when he should proceed towards Samarang to request his confirmation as regent, and that at the same time the Noble Lord Governor himself wished to speak with him concerning his districts and peoples, Copy of a separate missive written by the Resident at Oeloepampang Hendrik Schophoff to the undersigned Commander of the Eastern Salient. Copy. which pleased him very much, and he has also now been busy with all zeal in placing the people; I also learn indirectly that he is making great preparations for that journey to take it as quickly as possible. I hope that around Javanagara's departure from here as aforementioned, and among the Balambangan nobles residing at Madura, one may be found to whom the regency over this wild nation can be entrusted, who can govern them, if I might obtain knowledge thereof, so that I then let this regent depart from here under the aforementioned pretext beforehand without giving him any... By the highly revered extract from Their High Excellencies, well received, having followed the esteemed intention regarding the sending back of the prisoners sent from here. Quartermaster Perk has arrived well here with his cargo belonging to that of Quartermaster Alberts, as I have had the honour to inform Your Right Honourable in my previous missive as well as regarding the further cargo; I have, however, been able to obtain no other report concerning the third vessel under a sailor than that it would have had to turn back towards the coast. Quartermaster De Gelder with his three vessels laden with provisions has also arrived well and has already been unloaded with all possible speed. I am returning him herewith with the two Pamacassang pantjallangs which were manned by sailors, since the west winds are already beginning to break through and the journey would otherwise become difficult, with the pantjallang belonging there, with which the sickly Ensign Eenigen, with a European servant permitted to him by the head of the expedition to attend him, makes the crossing. Regarding the treatment of this nation, I apply all effort and care according to the highly revered extract from Their High Excellencies and the high intention of the Noble Lord Governor and Director, recommending that the regent and other native chiefs proceed in the most amicable manner. According to reports received these days, new hopes are again given that we shall yet get hold of these Balambangan men, Bappa Larat and Endo, partly through the eldest wife with a child of Bappa Endo brought to me on the 9th of this month by the mantris.

Dutch transcription

Van Javas oostcust den 5 April 173 Van Iavas oost kust Den 5:' April 173 — soo hoog als hun doenelijke om de noord van Suma„ „nap op de seeroovers te kruissen en een oog uit seijl te houden dog hoedanig wij de ongelden en laaste van die kieltjes bij onse boek: alhier sullen innemen en hunne randsoen vertrekken versoeken wij ootmoe„ „digst informatie of als Extra ord:t in de expeditie dan beneffens andere pantjall: bij ordinaire huishouding en ongelden het komt mij bij inclose bijlagen bo even van oeloepamp:e ontfangen voldoenend te vooren de wijse op welke de resident schophoff sijn middelen aanwendt om het oogmerk ten supelte van Iavanagara te bereijken en waar om ik hem ook aangesz: heb hem Saxanagara in dien luim te Capleere en te flatteeren egter onder die mits van sijn gedoentens van seer na bij na te gaan en niets door hem te laten plaats hebben in een onbehoorlijke schikkinge of haarde behandelinge dier woeste gemeente soo dat hij Jaca„ nagara in sijne openie meer en meer opgetoogen en gevestigd word om na sijn mening alles in groede ordre gebragt hebbende met de sijne de reise na Samarang aan teneemen gelijk wijders den vwelEd: Achtb: hoog g'eerde at„ „tentie waardig eenelijk nog te bedeelen dat den ou„ den radeen miti omantrie te Sidaijoe mij het overlijden van den bepatti aldaar soerokesoemo komt te Communiceeren soo heb ik de eere dese Eer„ biedigst te bekorten en met diepst ontsag te ver„ blijven /:onderstond:/ titul /:lager:/ uwel Ed: Achtbaares seer gehoorsaamste dienaar hij nu in die aste idee schijn te sijn weshalve heb ik om het selver meerder aan te dringen den resident Schophof Copia van vwel Ed: Achtb: missive van den 24. deeser toegeschikt om spoedig over 't een en ander sijn antwoord en consideratien te erlangen gelijk ik dan nader bij ontfangst derselve soo over Maas Alit als Bachus Manonrono en of een of twee regenten over die districten aan te stellen wat raadsaamst is mijn nedrig en ge„ ringe Consideratien verhoope te suppeditee„ „ren hij #erte Van Iavas oost cust den 5: April 1773 Van Iavas oost Cust den 5 April 1773 /:was geteekend:/ P: Luzao /:in marijne stond:/ NB op 't moment ontfang bedeelinge van Noessa bij Copia briev van den posthouder Steenbergen te gitten waar op ik den Comm: fisser te Adirogo bij toesending van dies Copia heb aangesz: om sulks so sijnde bij absentie dier vaartuijgen alle vriendelykste uit onodiging tot onderwerping antwoord dienen, In alle Eerbied op uw Ed: Achtb: altoos gevenereerde van 27 pass.o den 10:' deeser door den sourabaijers negotiant aangebragt antwoordende dat ik als nog niet anders met eenig goed uitsigt hebt kunnen verrigten op selfs gevenereerde inhoud van den 17. der voorige maandt als mijn antwoord daar op den 30 daar aan direct heb ik echter den regent Pafanagara in ominsaamheid onder„ houden dat soo spoedig als doenlijk de opgekome vol„ „keren van hier en omstreeks Cotta wel verdeelt op de ne„ „gorijen onder haare hoofden geplaats had tot de landbouw voortesetten op het g'eerde requisit van den Edele heer gou„ verneur als den Samarang waards soude gaan om sijn bevesting als regent te versoeken dat teffens de Edele heer gouverneur hem selfs over sijne districten en volkeren Copie a copia apart missie ge„ schreeven door den resident te veloe„ pampang Hendrik Schophoff aan den ondergeteekende gesag„ hebber van den oosthoek Copia wel Van Iavas oostkust den 5: April 1773 — Van Iavas ost ust Den 5:' April 173— wel wilde spreeken 't geen hem seer behaagden en ook nu met allen ijver de volkeren is doende geweest te plaatsen verneem ook onderhands dat tot die reijse groote preparatie maakt onse spoedigste kunnen aanneemen„ hoop ik dat tegens Iafanagara sijn vertrek van hier als voormeld en onder de te Madura sijnde balemboangse „maasen mag gevonden werden waar aan 't regentschap over deese woeste natie kan aan vertrouwt werden deselve kunnen„ bestieren daar van kennisse mogte krijgen soo ik dan deesen regent onder opgemeld voorwendsel voor af van hier laaten vertrekken sonder aan hem eenige te geeven, bij het hoogd gevenereerde axtract van haar hoog Ed: wel ontfangen de geerde intentie wegens het te rug senden der van hier gesondene gevangen voogd hebbende. Is den quartiermeester perk met sijn lading behoorende tot die van quartiermeester alberts alhier wel aangekomen gelijk ik d'eere heb gehadt uwel Ed: agtb: bij mijn voorgaande als bij gemeene dies bevorderes Lading te bedeelen heb ik egter van het derde vaartuig onder een matroos geen andere na„ rigt kunnen Enlangen als dat het selve Costiwaards sou sou hebbe moeten te rug keeren is den quartiermeester De gelder met sijne drie vaartuigen belaaden met provisie mede wel aangekomen en reeds met alle doenlijk spoed ontlaaden laat ik den selve bij desen met de Twee pama„ cassangse pintjallangs gevoert hebbende matroosen mits de weste winden al beginnen deur te komen de reijse anders beswaarlijk soude krijgen met de aldaar thuis gehoorende pintjallang retourneeren waar meede den Sie„ kelijke vendrig Eenigen met een Europees, bediende aan hem door het hoofd der Expeditie gepermitteerd tot oppassing overvaart, Aangaande in de behandeling deeser natie wend ik volgens hoog gevenereerd Extract van haar hoog Edelens en de hoog intentie van den Edele heere gouverneur en directeur alle moeijte en sorge aan onder aanbeveelen soo aan den regent en verdere Inlandse hoofden op het minsaamste dienen te werk te gaan volgens ingekireege berigten deser dagen geven weederom nieuwe hoope dat deese balembrangers bappa larat en Endo nog sullen magtig werden deels door de oudste vrouw met een kind van bappa Ends mij den 9 deeser aangebragt door de hebbe mantries

NL-HaNA_1.04.02_3389_0502 view scan ↗

English

From Java's East Coast the 5th of April 1773 — From Java's East Coast the 5th of April 1770 — mantris Tjaringandul and Singo dirono, both these murderers captured in the negorijs in the mountains between bajoe and bangar, after some sensible corrections confessed, as she subsequently also maintained, that shortly before her capture she had departed from her husband Endo to seek provisions in the deep mountains where he sat hidden in a nearly inaccessible place, however destitute of provisions. I have sent out this woman on the 11th of this month under the former mantri Poespatroeno and mantri ongo gipto with a party of Balambangans via basoe, since she solely testified to know the road from there to the hiding place of Endo. This woman also states that Bappa larat was hiding not far from Endo, and that she also knows that place, and according to the statement of Bappa larat it completely confirms with yet another female person who came up from the last-mentioned rebel. And there is also another great rebel chief named bappa sebroek captured at Mattjang poettij, brought to me by Balambangans, who also confessed the malicious disposition of that bappa Tynike, uncle of bapa Endo, and knew where he kept himself hidden in a cave not far from banpar, who was the chief leader with oetoop against our Europeans at Longen, with the mountain peoples situated between bajoe and banjar, among whom I now first discover there are many who have never before appeared before the Company and have kept themselves hidden out of the deep mountains. Having also secured him on the 11th of this month under the mantri simoproijo with some people from here of Poenassem, I have sent him to cotta to the head of the expedition, with the request to add some lattangers and native soldiers to them, in order to silently occupy the cave of the aforementioned Tjimnke at night in this moonlight and see to catch him in the trap. The three two-pounder cannons with their carriages, two limbers and further accoutrements belonging thereto, I hope will now have been brought to your coast, which with very little trouble on carts or buffalo carts brought up by Kradjagang people were conveyed hither from Cotta, which carts are of particular convenience to us to transport the provisions to cotta and for the native soldiers at Cradjagang, as also hoping the monster Roppo with his companion poetrie will have been brought to your Right Honourable at the court. Now still dwelling in the good hope that under God's blessing we shall unexpectedly overpower these aforementioned rebel chiefs and that a capable man may present himself to be able to assume the regency over the wild nation, I conclude this with due respect and reverence. Was undersigned: Title. Lower stood: Was signed: H:k Schophof. In the margin: oeloepampang The 13th of December 1772. Copy. Your Right Honourable's highly venerated letters of the 27th of November last I had the honour to receive on the 10th of this month, together with the enclosed extract from their High Mightinesses sub dato 5th of November last, to which I most respectfully reply that your Right Honourable's very esteemed letters dispatched to me of the 7th, 11th and 17th of November have been answered by me, as also all vigilance is employed to overpower those still fugitive chiefs, just as recently bappa sebrok, a rebel chief, and likewise a wife of bappa endo were captured, who undertook to point out those hiding places of the rebel chiefs in the mountains. Upon which report I sent two sufficient commandos with the addition of our panassammers and lattangers who remained loyal, in order to see to catch these rebel chiefs at night-time and during the present moonlight. The reward of 100 Spanish rixdollars set thereon for each head of bappa Larat and Endo I have made known to all those whom this concerns. Copy of a separate missive sent by Captain Lieutenant Hemrich to the undersigned commander of the East Point as follows:

Dutch transcription

Van Iavas oost kust den 5:' April 1773 — Van Iavas oost cust Den 5: April 1770 — „mantries Tjaringandul en Singo dirono diese beijde moor „denaars negorijen in 't gebergte tusschen bajoe en bangar op„ „gevangen na eenige gevoelige Correcties beleed gelijkse naderhand ook staande gehouden datse versch voor haar gevange neeming van haar man Endo was afgegaan Levensmiddelen op te soeken in het diepe gebergten Rouen verscholen sat op een bij na ontoegankelijke plaats egter van levensmiddelen ontblood heb ik deese vrouw den 11: deeser onder den geweese omantrie Poespatroeno en mantrie ongo gipto met een parthij balemboeangers over basoe wijlse eenelijk betuijgde van daar de weg naar de Schuilplaats van Endo te weeten uitgesonden geeft deese vrouw mede op dat Cappa larat niet verre van Ende schuijlde die plaats ook te weeten en volgens de gestelde opgave van bappa larat Confirmeert sig volkomen met nog een van laast gemelde rebel opgekome vrouws persoon en is meede nog een groot rebellische hoofd in name bappa sebroek gevangen te Mattjang poettij door balemboean„ „gers mij aangebragt die meede bekende het boosaardige schik dier bappa Tynike oom van bapa Endo wist waare sig schuil hield in een hol miet verre van banpar die de hoofd aanvoerder met oetoop onse europeesen te Longen is geweest met de berg volkeren tusschen bajoe en banjar geleegen waar onder ontwaard ik nu eerst veele sijn die nooijt voor heen bij de Comp: opgekomen geweest hun schuil uit diepe ge„ „bergte hebben gehouden die meede gesecureerd den 11. deeser onder den mantrie simoproijo met eenige volkeren hier van Poenassem na cotta aan het hoofd der Expeditie heb gesonden met versoek er eenige lattangers en jnland„ sche militairen mogte bij voegen om voormelde Tjimnke snagts bij deese maaneschen in stilte het hol te besetten sien in de knip te krijgen: De drie twee pondens Canons met hun affuiten twee voorwagens en verdere daar toe be„ hoorlijke strekken hoop ik onu wel â costi sullen aan„ „gebragt sijn die met seer weinig omslag op betatis af buffel karren door kradjagangse volkeren opgebragt uit Cotta herwaards sijn aangebragt welke kanren ons om tot bijsonder gemaak voor de oprovisien ona cotta en voor de Jnlandsche militairen te Cradjagang over te vaaren sijn als omeede verhoopende het monster Roppo met schuil sijn Van Iavas oostkCust Den 5 April 1773— Van Javasoost kust den 5. April 173 — sijn makker poetrie bij wel Ed: Achtb: ter houw sullen aangebragt sijn. Nu nog in die goede hoop verseerende dat men in deese gemelde rebellische hoofden onder godes segen onsgeens sal magtig werden en sig en bequaam man tot het re„ „gentschap te kunnen aanvaarden over de woeste natie mag op doen fineere ik deese met verschuldigst ontsag en Eerbied /:onderstond:/ Titul /:lager stat /:was geteekend:/ H:k Schophof /:in margine:/ oeloepampang Den 13 December 1772, Copie uwel Ed Achtb: hoog gevenereerde letteren van den 27. novembr passato hebbe de eere gehad den 10 deeser te ontfangen benevens bij gelegene Extract van hunne hoog Edelheeden sub dato 5: mo„ vember passato waar op eerbiedigst rescribeere dat vwel Ed: Achtb: die aan mijn afgegaane seer geagte letteren van den 7, 11: en 17. november door mijn beantwoord sijn als werd ook alle vigilantie aangewent om die nog bugative hoofden magtig te worden soo als onlangs bappa sebrok een hoofd rebelle van 't gelijken een vrouw van bappa endo is gevangen worden dewelke sig ondernomen die schuilhoeken in de gebergtens der rebellischen hoofden aan te wijsen op welke narigt ik twee toerijkende Commandos met bij„ voeging van onse trouw geblevene panassammers en lattangers gesonden om bij nagts tijden en tegenswoordigen maanden schijn deese rebellischen hoofden sien te vangen het daar opgestelde premie van rd:s 100 sp:s of ieder kop nog van bappa Larat en Endo heb ik aan alle die geene deeses aangaande bekend gemaakt Copie a Coppia appart missive geseter door den Capit: Luiten:t Hemrich aan den onderge„ teekende gesaghebber van den oosthoek soo

NL-HaNA_1.04.02_3389_0504 view scan ↗

English

From Java's east coast, the 5th of April 1773. From Java's east coast, the 5th of April 1773. Just as your Right Honourable has been informed by my previous report regarding the destruction and demolition of Bayu, which was carried out in accordance with the high intentions as shown by the extract from their High Excellencies. Ensign Kregel, with your Right Honourable's favourable permission, has already departed for Surabaya for a brief excursion, just as, in accordance with highly esteemed orders, some individuals under the ensign are departing thither to convalesce, taking with him a private European soldier as an attendant with his full arms, named Godfried Eerendreijch; and Sergeant Zoutrup has also already departed thither for further medical treatment, the latter having not been transportable earlier according to the report of the surgeon. Those Sumenepers, the majority of whom were sick, have been shipped off from Ulupampang to their district. With this I remain, with dutiful high esteem and profound respect. Below stood: Title. Lower down was signed: I. G. W. Henrich. In the margin: Cotta, the 12th of December 1772. Thereunder stood: P.S. After the closing of this, I received a report that last night those Madurese, both the sick who were brought to Ulupampang for embarkation and those who were still present here, have deserted together. Re-reading more closely your Right Honourable's very honoured letter of the 23rd ultimo concerning the entrusting of this encampment to a sergeant and a few Europeans, I have assembled the native chiefs of these districts, namely Centong, Jember, Sabrang, and questioned them whether they would find themselves capable, if it should happen, though against all probability, that the expelled Blambangan peoples should still dare to undertake to form a gathering to undertake something here in these districts, to defeat and expel them, provided they had a small number of Europeans with them. Whereupon they collectively answered and said that they not only found themselves capable of doing so with the help of Europeans, but were even capable of checking the enemy's undertaking and expelling them without the help of Europeans. And under the witnessing of the Raden Wirio Lasomo of the first regent of Surabaya and the Ingebey Cromo Wijoyo, Copy of a separate letter written by the Ensign and Commandant at Adirogo, Fredrik Fisscher, to the undersigned Governor of the East Coast. From Java's east coast, the 5th of April 1773. From Java's east coast, the 5th of April 1773. Wijoyo of the second regent of Pasuruan, this declaration was executed and signed, which I most humbly submit, so that if it should happen that under your Right Honourable's favourable goodwill I were recalled, this post should be dismantled and the force collectively stationed at Batu Ulo to watch over the South Coast and Nusa, and then to entrust the post to the provisional sergeant Hans Jurge Muller, since he has already been stationed on Batu Ulo as postholder for as long as I have been here and has always conducted himself very well; for which person I most humbly request your Right Honourable that he be promoted to sergeant if such is possible. The other sergeants I have here, such as Van de Graaf and Jan Baptist Pietersen, are very heavily addicted to drink, and Ibrand Huisingen has only recently arrived in the country and is thus not master of the native language. And I have the honour to subscribe myself with all respect. Below stood: Title. Lower down was signed: F.k Fisser. In the margin: Adirogo, the 11th of December 1772. Still lower: Agrees. Was signed: L. Luzac. With this I take the liberty to inform your Right Honourable that on the 24th of this month two of the emissaries in question from Nusa arrived here again, namely Bapa Domot and Bapa Sienang, whom I have sent from here to Commandant Fisser at Adirogo. According to their statement, the one chief of Nusa named Sindu Kupu was supposedly murdered by the second chief of Nusa named Sindu Bromo, for the reason that the aforementioned first chief Sindu Kupu had been minded to submit again to the Honourable Company. Also that the Mandarese vessels that were at Nusa have now all set sail for their dwelling place, which is said to be Bengkulu, there having remained no more than one vessel, namely the one from Bali, and the name of this juragan was Sintok. That the two aforementioned emissaries have arrived here again occurred through the agency of the abovementioned Juragan Sintok, who also made it Copy of a letter written by the Sergeant and Postholder at Gettem to the Ensign and Commandant at Pasuruan. Copy. known.

Dutch transcription

Van Iavas oost cust den 5. April 1773— Van Iavas oostcust den 5.:' April 173— soo als ook uwel Ed: Achtb: door mijne voorige berigting wegens de verwoestingen demolieering van bajoe als bij hoogeintentie blijkens Extract van haar hoog Edelheeden ter uitvoer gebragt is den vaandrig kreegel is met uwel Ed achtb: gunstige permissie„ voor een springtogtje reets naar Sourabaija vertrokken soo als ook volgens hoog g'agte onder den vendrig Ienigen te recouva„ lesceering na derw:s vertrekt bij sig hebbende een gemeene Euro„ pees als oppasser met sijne volle wapens met naamen godfried Eerendreijch en is ook reets vertrokken den sergeant zoutrup ter verderen geneesing naar derwaarts welke laatste niet eerder transportabel geweesen volgens opgaave van den Chirurgijn die Sumanappers dewelke te saamen meestendeels sick geweesen sijn van oeloepampang na hunne landschap afgescheept hier meede verblijve met pligt schuldigt hoog agting en diep ontsag /:onderstond:/ Titul /:lag slot was geteekend:/ I: G: W henrich /:in margine:/ Cotta den 12. december 1712 /:daar onderstond:/ P s: na het sluiten van dien ontfange rapport dat voorleedene nagt die madureesen soo wel de sieke naar oeloepampang ter afscheeping overgebragt als ook nog hier geweesen sijnde te samen gedrost uwel Ed: agtb: seer g'eerde letteren van 23. passato nog nader overleesende over het toe vertrouwen van dit Campement aan een sergeant en eenige weinige Europeesen soo heb ik de p„s hoofden deeser districten als Centong Djember Sabrang bij een vergadert in haar ondervraagt of sij sig met in staat souden bevinden om als het gebeuren moogt hoewel tegen alle oogscheijnelijk„ „heid dat de verdreevene balemboangsche volkeren sig nog souden derven onderneemen om een samenrotting te maaken om hier in dese districten iets te onderneemen aan deselve te verslaan en te verdrijven mits sij een klein getal Europeesen bij haar hadden daar op bij gesamentlijk antwoordende seijden dat sij sig niet alleen instaat bevonden om sulks te doen met hulp van Europeesen maar selfs in staat waar en sonder hulp van europeesen des vijands onderneeming te stutten en deselve te verdrijven en hebbe onder getuigen van den radeen wirio la„ somo van de eerste regent te sourabaija en den Jngebeij Cromo Copie acopia apart missive gesz: door den vaendrig en Commandant te adirogo Fredrik Fisscher aan den ondergeteekende gesaghebber van den oosthoek wijoj Van Iavasoost kust den 5 April 1773.— Van Javas oost hust Den 5. April 173 — wijope van de tweede regent passorouang deese verklaaring ge„ passeerd en geteekend dewelke ik op het onderdanigst dat soo het gebeuren mogt dat ik onder gunstig welmeening van vwel Ed. achtb: op ontboden wierd dat deese post geslegt ende maacht ge„ saamentlijk op batoe veloe gelegd wierd om de Zuijder strand en Noetsa uit hoog te houden en dan de post te vertrouwen aan den p:l bergeant Hans Iurge Muller dewijl hij alreeds soo lang als ik nu hier ben op batoe veldels posthouder heeft gelegen en sig altijd seer wel compateerd voor welke persoon ik uwel Ed: achtb: op het on„ derdanigst versoeke om tot sergeant geavanceerdt te werden indien sulks mogelijk is de andere sergeanten die ik hier hebt als van de graaf en Ian baptist Pietersen sijn seer sterk aan den drank en bijbrand huisingen is eerst in het land gekomen en dus de Jnlandse taal niet magtig En hebbe de eere mij met alle agting te onderschrijven /: onder„ „stond:/ Titul lager slot was geteekend:/ F:k Gisser /: in margine:/ Adirogo den 11: December 1772 /:nog lager:/ Accordeert /:was geteekend:/ L: Luzac Bij deese neeme de vrijheijd vwel Ed: Achtb: te berigten dat den 24. deeser twee van de bewuste sendelings van moessa weder alhier aangekomen sijn in naame bappa Domot en bappa sienang die ik van hier aan den Commandant Fisser te Adi„ rogo versonden hebben volgens hun seggen soude het eene hoofd van moessa met naame sindoe kopoe door het tweede hoofd van moetsa genaamd sindoe bromo vermoord sijn uit reden dat het voor of eerst gemelde hoofd sindoe kopoe van sints was geweest om weder bij de E: Comp: te subbordineeren ook dat dat de mandaansche vaartuigen die te Hoessa sijn geweest tans alle onderseijlggaan sijn na haare woonplaats soo het seggen is bankoehoeloe sijnde aldaar niet meer gebleeven als een vaartuig te weeten die van balie en was den naam van dus guragan sintok dat die twee voorgemelde sendelings weder hier sijn aangekomen is door toedoen van den boven gemelde Juragan Sintok geschiedt die ook heeft laaten Copie a Copia brief geschreeven door den ser„ „geant en Posthouder te gettem aan den vendrig en Commandant te Passerouang. Copia weeten

NL-HaNA_1.04.02_3389_0506 view scan ↗

English

From Java's East Coast, the 5th of April 1773. From Java's East Coast, the 5th of April 1773. To inform the Commandant, Mr. Fisser at Adirogo, that he, Sintok, had not come to Boesa to relieve that island or to cause any molestation against the Honorable Company, but rather to trade; also that the other three emissaries in question might be placed in the stocks by the second chief of Noessa. Furthermore, all is well hereabouts. Was subscribed: Title. Was signed: I. A. Steenbergen. In the margin: Gettem, the 25th of December 1772. Beneath was written: Agrees with the original. Was signed: A. van Reijke. Still lower: Agrees. Was signed: L. Luzac. Lower: Agrees. Was signed: J. R. van der Burgh. Having hitherto looked out in vain for reports from Balemboangang, for which reason the humble submission of the monthly separate papers had been suspended until today, with which I at present have nothing else to present to Your Right Honorable's esteemed attention than the successive reports received from Noessa with their Javanese enclosures, from which it will appear to Your Right Honorable whether there were any prospect of submission from that side. I have, however, written to that Commandant not to delay or engage in lengthy correspondence without immediate good results, being cautious and prudent therein, Copy of a separate letter from the Authority in the Eastern Corner, Mr. Pieter Luzac, to the undersigned, dated Sourabaija the 12th of January Anno 1773. prudent, and also to keep well in mind the extract sent to him, from which he could read Their High Honors' revered intentions, and furthermore to be on his guard, so that if the prospects promised anything good he might indeed attempt it, but not allow himself to be put off for long and to bring it to a good and speedy conclusion. For the Javanese letters from that Commandant to Bappa Ianie and in turn from him to the said Commandant have no substance as yet and appear to me rather on the part of Bappa Ianie to delay us, gain time, and seek a channel to obtain provisions, such as they seem to have found in the Sultan's lands of Rawa, which channel I have also ordered the Commandant to investigate and obstruct. Nevertheless, I must assume from the statement of the old Bangers mantri that from the dissension that has arisen at Noessa between Bappa Ianie and Sindo Bromo, as well as their lack of provisions, some good prospects for submission may indeed be hoped for. And whereas, upon the highly favorable qualification obtained, we would attempt to make a beginning on our warehouses, both here and at Grissee, as well as on the new treasury, if we were provided with the urgently needed timbers, I pray that my boldness in respectfully reminding you of the promised shipment of timbers from Iapara or Joana may not be taken amiss; and I therefore add here my most humble request to favor this office in the Eastern Corner with a knowledgeable and capable master craftsman, which is most urgent, because this man, presented on trial, can be used as an auxiliary, but is entirely inadequate to undertake major works. And since we have no more on hand than a mere two thousand rixdollars in Dutch copper coin, I likewise take the liberty of imploring Your Right Honorable's favorable attention for the dispatch of ten thousand rixdollars in Dutch copper coin before the good months for the Eastern Corner. I have had the honor to inform Your Right Honorable concerning the dispatch of the Madurese and Balemboangang troops, but as no report has been received either of their arrival there or of the dispatch of the From Java's East Coast, the 5th of April 1773. From Java's East Coast, the 5th of April 1773. of the Sumenepers for Adirogo, I nevertheless expect them daily; with which I have the honor to call myself, with profound respect, was subscribed: Title; lower: Your Right Honorable's most obedient servant, was signed: L. Luzac. In the margin: NB. Having received the revered contents of Your Right Honorable's letter of the 7th at the closing of this, I have taken it for my guidance and information. Herewith I have the honor to inform Your Right Honorable that on this day, the 27th of December, my emissaries whom I sent to Noessa on the 8th of September have returned, having been sent by Juragan Sanie. These emissaries, named La Soemoet and Pa-sina, declared to me that Juragan Sanie requested me to send a native chief to Noessa, in which case he, Juragan Ianie, would surrender Noessa into the Company's hands, because the chief Sinto Bromo murdered his father-in-law, Sinto Kopo. I have therefore sent the chiefs La Roman and Primo Toe thither, and, with the favorable indulgence of Your Right Honorable, I have myself departed for the River Poeger to hold a conference there with Juragan Sanie, who will come there according to the statement of the last-mentioned emissaries. Furthermore, they declared to me that my emissaries, Copy of a separate letter written by Ensign Fredrik Fisser, Commandant at Adirogo, to the undersigned Authority in the Eastern Corner. who

Dutch transcription

Van Iavasoost ust den 5 April 173 Van Iavasoostkust den 5. April 1773— weeten aen den heer Commandant Fisser te Adirogo als dat hij sintok te Boesa niet was gekomen om dat eiland te secom„ „deeren of tegens de E: Compagnie eenige moleste te doen maar wel om te negotieeren ook dat de andere drie bewuste sendelings mogte bij het tweede hoofd van Noessa in het blok sitten wijders is hier omstreeks alles wel /:onderstond:/ titul /:was geteekend:/ I: A: Steenbergen / in margine :/ gettem den 25 december 1772 /daar onderstond:/ accordeert met de oni„ gineele /:was geteekend A: van Reijke /:onog lager:/ Accordeert /:was geteekend:/ L: Luzac /:lager:/ Accordeert/geeke:/ J: R: van der Burgh, Seeds te vergeefs uit gesien hebbende na bede„ linge van balemboangang waarom de gehoorsaame aanbiedinge der maandelijkse aparte papieren tot heden gesurcheert had bij het welke ik voor het tegenwoordige uwel Ed: achtb: g'erde attentie waardig niets anders te voegen heb dan de successive in geko„ „men berigten van Noessa met derselver Javaanse bijlaagen uit het welke uwelEd: achtb: sal te vooren komen of er eenige expective van onderwerping van die kant waare dog heb ik dien commandant aangeschreeven van daar meede niet te draalen of lange Correspondentie sonder dadelijk goede gevolgen te houden daar bij voorsigtig en om Copia aparte missive van den gesaghebber in den oosthoek M:r Pieter Luzac aan den ondergetekende gedateerd Sourabaija Den 12. Ja„ nuarij A:o 1773— sigtig 69 Van Iavas oostkust den 5 April 173— Van Java sonthust den 5 April 173 sigtig te sijn ook het hem toegesonde extract uit de„ welke hij haar hoog Ed:s gevenereerde intentie konde lee„ „sen wel in het oog te houden en voorts op sijn hoeden sijn dat soo de prospecten iets goeds beloofde hij het selve wel konde tenteeren dog daar meede sig niet lang te laaten opaijen en een goed en kort eijnde daar meede moeste maaken want de Javaanse brieve van dien Commandant aan bappa Ianie en wederom van hem aan gemelde Commandant hebben nog niets om het lijf en komen mij meer voor van de kant van bappa Fanie om ons op te houden tijd te winnen en een Canaals tot verkrijging van leevens omidaelen te soeken gelijk bij omu scheijnen in 't Rawasche sulthans landen gevonden te hebben welk canaal te laaten ondersoeken en beletten ik ook den Commandant heb aanbevoolen onogtand moet ik uit de opgave van den oude bangers mantrie veronderstellen dat uit de te Noessa ontstaane on eenigheijd van Bappa Ianie met sindo bromo als hun gebrek aan leevens middelen wel eenige goede prospeeten ter onderwerping te hoopen is En terwijl wij op hoog gunstige verkreege qualificatie met onse pakhuise soo hier als te grissee als meede tot de nieuwe geld kamer een begin soude trachten te maa„ ken soo wij van de hoogst benoodigde houtwerken voorsien waaren soo bidde ik mijn vrijmoedigheijd ter eerbiedige herinneering om de belofde toesending der hout werke van Iapara of Joana met in ongunste aan te merken en voege dus hier bij mijne Eerbiedigste instantie om dit Comptoir in den oosthoek met een kundig en bekwaa„ „me meester knegt te begunstigen welke hoogst noodsake„ lijk is want deese man wet ter preuve voor gedragen tot een noodhulp gebruiken kinne dog tot hoofdsaaken aan te neemen gantsch met voldoende en daar wij niet meer oper restant hebben dan nog een groot Twee Dui„ send rijxd„s hollands kopere munt gebruike ik almeede vrijmoedigheid uwel Ed: achtb: gunstige attentie bij toe te„ schikking van thien Duijsend rijxd„s hollands aan kopere munt tegen de goede maande voor den oosthoek te imploreeren Ik heb de eere gehad uwel Ed: Achtb: Communicatie te geeven over de depeche der Madureese en balemboangang dog van hun aankomst aldaar soo weinig als van de depeche met der Van Iavas oostkust den 5 April 1773— Van Iavas ost Cust den 5:' April 173 der Sumanappers voor adirogo geen berigt ingekomen sijnde verwachte ik egter deselve dagelijks waar meede mij de eere geeve met diepe eerbied te noemen. /:onderstond:/ Titul /:lager:/ uwelEd: Achtb: seer gehoorz: dienaar /was geteekend:/ L: Luzac /:in omargine:/ AB: de gevenereerde inhoud vwel Ed: achtb: missive van den 7. bij het sluiten deeses ontfangende heb ik ter mijne observantie en narigt aangenoomen, Hier meede hebbe de eere uwel Ed„e Achtb: bekend te maaken als dat op heeden den 27. December mijn sendelingen die ik den 8: September na Noessa heb geschreeven wederom sijn gekomen gesond sijnde door den Iuragan Sanie deese sendelingen ge„ „naamd La soemoet en Pa-sina welke mij verklaarde dat den Juragan Sanie mij liet versoeken als dat ik een jnlands hoofd na Noessa wilde senden soo wilde hij juragan Ianie Noetsa in 'sCompagnies handen overgegeven dewijl dat het hoofd sints Brono sijn schoon vader sinto kopo heeft vermoord soo hebfik de hoofden La Roman en Primo Toe derwaards gesonden en ik ben onder gunstige welmeening van vwelEd: Achtb: selve na het oivier Poeger vertrokken om aldaar een mond gesprek te houden met Iuragan samie dewelke al„ daar sal komen volgens verklaaring van laatst gemelde sendelingen voorts verklaarde sij owij dat mijn sendelingen Copie a Copia apart missive geschreeven door den vendrig Fredrik Fisser Commandant te Adi„ rogo aan den ondergeteekende gesaghebber in den Oosthoek die

NL-HaNA_1.04.02_3389_0509 view scan ↗

English

From Java's East Coast, the 5th of April 1773 From Java's East Coast, the 5th of April 1773 whom I sent on the 8th of November to Nusa with the aforementioned head Sinto Kopor have also been murdered, and that Juragan Blobouw departed on the 5th of this month for Briekis in the Rawang area located in the Sultan's land with a padewakang to fetch rice in the aforementioned place, and that Juragan Bongouwo departed on the 11th of this month for Bali Tombrono, residing there. He further declared that the head Kapologo departed on the 12th of this month for Bayu to see whether or not it is true that the self-proclaimed empress Tanjong Koropang lies there, namely that Bayu was restored again to its former state, which Kapologo went ashore in the forest situated at the river Rambon on the west side of Crajagan. Furthermore I have the honor to subscribe myself with all high esteem. Was subscribed: Title. Lower end was signed: F.k Fisser. In the margin: Adirogo the 27th of December 1772. Herewith I have the honor to present to Your Honorable Worships a copy of a letter which, with the favorable approval of Your Honorable Worships, I have sent to Juragan Sanie. And I have the honor with all high esteem to Herewith I have the honor to inform Your Honorable Worships that my emissaries whom I sent to Nusa on the 27th ultimo returned on the 7th of this month and brought me two Javanese letters sent to me by Juragan Sanie of Nusa, of which I have the honor to forward the copies to Your Honorable Worships by the bearer of this, being the Bangil mantri Chindouroang, whom he sent over after having captured him on Nusa during the year. Idem as just above to the undersigned Commander in the Eastern Salient, Mr. Pieter Luzac. Idem subscribed: 75 From Java's East Coast, the 5th of April 1773 From Java's East Coast, the 5th of April 1773 subscribe myself. Was subscribed: Right Honorable Sir. Lower: Your Honorable Worship's very obedient servant. Was signed: J.k Fisser. In the margin: Adirogo, the 7th of January 1773. Beneath that: P.S. Most humbly requesting Your Honorable Worships for two catties of opium; I have already sent half a catty to Juragan Sanie on Nusa according to the enclosed copy of the letter, pursuant to the communicated dispatch to Your Honorable Worships of the 27th ultimo. The vessel that went to Briekis in the Rawang area in the Sultan's land to fetch rice there, arrived again on Nusa on the 29th, being fully laden with rice. Your Honorable Worship's most esteemed letter of the 31st ultimo along with the two extracts have safely reached my hands today. And I have the honor to subscribe myself with all high esteem. Was subscribed: Title. Lower end was signed: F. Fisser. In the margin: Adirogo the 9th of January 1773. Still lower: Agreed. Was signed: L. Luzac. Herewith I have the honor to inform Your Honorable Worships that my patrol in the Gunung Raung mountains captured the so-called empress Sunan Ratu, having nobody with her except her husband, who will also be transferred under escort of a sergeant and a private. This so-called empress is the very same who previously ruled at Sentong and Jember, and who, when I had driven her away from there, fled to Bayu and there likewise set herself up as empress, most humbly requesting Your Honorable Worships to be allowed to receive the promised bounty for this of the one hundred round Spanish dollars in order to give them to the patrol. Another copy from copy of a separate missive from the aforementioned Fisser to the aforesaid Commander Luzac. Another Copy H 9 From Java's East Coast, the 5th of April 1773 From Java's East Coast, the 5th of April 1773 Copy from copy translation of a Javanese letter written by Juragan Sanie, head on the island of Nusa, to Commander Fisser, presented at Semarang the 18th of January 1773. Herewith I have the honor to send you the people of Sindukopo, because the same passed away here. Was subscribed: Translated by me. Was signed: C. P. Boltze, Translator. Having seen from your letter that you would gladly come to visit me to speak with me about various matters, I therefore request you to remain at home for another one or two days, because the cardamom has not yet been gathered, but when I have a parcel together I shall bring it to you myself, for force finds no place here among the common man and one must try to obtain the deliveries from him on amicable terms. Furthermore I request to assure Commander Fisser that I will gladly procure for the Company everything that is produced here, provided that the same Idem to Kyai Dermoyudo, presented at Semarang, date as above. Idem not

Dutch transcription

Van Javas oost Cust Den 5:' April 173— Van Iavas oostkust den 5 April 1773 di ik den 8. november na moessa heb gesonden met voorgemelde de hoofd Sinto kopor mede sijn vermoord en de Iuragan blo= bouw den 5 deeser na briekis in het rawangte in het silthans land geleegen vertrokken is met een Padakawang om in voorgemelde plaatse rijst te haalen en dat de Iuragan bongouwo den 11: deeser na balie Tombrono is vertrokken aldaar woonagtig sijnde voorts verklaarde bij dat het hoofd kapologo den 12 deeser na bajoe is vertrokken om te sien of het waar is of niet dat de opgeworpene keijserin Tanjong koropang legt nament lijk dat bapoe weederom soude hersteld sijn in sijn voorige staat welke kopo logo in het bos aan het rivier rambon geleegen aan de westkant van crajagan is aan de waal gegaan voorts hebbe de eere mij met alle hoog agting te onderschrijven /:onderstond:/ titul:/ lager slot was geteekend:/ F:k Tisser /:inmargine / adrogo den 27 December 1772, Hier meede hebbe de eere uwel Ed achtb: aan te pree„ senteeren Een copij brief dewelke ik onder gunstige wel„ „neeming van vwel Ed: achtbaare aan den Juragan Sanie heb toegesonden En hebbe de eere mij met alle hoog agting te Hier meede hebbe de eere uwel Edele achtb: bekend te maaken als dat mijn sendelingen die ik den 27: passato in moessa heb gesonden den 7. deser weder sijn gekomen en mijn meede brengende twee Javaante brieven aan mijn gesonden door den Juragan Sanie van Noessa waar van ik de eere heb vwel Ed: achtb: de copijen toe te schikken door brengen deeses sijnde den bangerse mantrie Chindouroang dewelke aldaar op noessa over het jaar gevangen heeft toe„ gesonden Adjdem van en als even aan den ondergeteekende gesaghebber in den oosthoek M:r Pieter Luzal Aogdem ondersch: 75 Van Iavas oostkust den 5 April 1773 Van Javasoost Cust Den 5 April 1710. onderschrijven /:onderstond:/ wel Edele Achtbaare heer /:lager / wel Edele achtb: seer gehoorsaame Dienaar /:was geteekend:/ J:k Fisser /:in margine :/ Adirogo den 7. Januarij 1773. /:daar onder :/ P: S: versoekende uwel Edele achtbaare op het onderdanigst om twee Catjis amphioen ik heb reeds aan den Juragan Janie op moetsa al een half Catje toegesonden volgens inleggende Copij brief volgens be„ deelde letteren aan uwel Ed: achtb: van 27 passato in het vaar„ „tuig dat na briekie in het rawangse in het sulthans land is geweest om rijst aldaar te haalen den 29 weder gekomen op moessa vol gelaaden sijnde met rijst uwel Edele achtb: seer g'eerde letteren van 31. passato benevens de twee Er„ tracten sijn mij op heeden wel ter hand gekomen En hebbe de eerenij met alle hoog agting te onderschrijven /onderstond:/ Titul /:lager slot /:was geteekend:/ p: fisser in margine/ Adirogo den 9: Januarij 1773. /: nog lager:/ accordeert /:was getekend:/ L: Luzac Hier meede hebbe de eerenwel Ed: achtb: bekend te maaken als dat mijn Patrouillie in het gebergte goenoeng Roude soo genaamde keizer in soenan Ratoe hebbe gevangen gekregen, niemand bij haar hebbende dan haar man dewelke onder escorte van een sergeant en een gemeene meede overgaan deese soo genaamde keijserin is die selfde die van te voore op centong en Djember heeft geregeerd en die doe ik haar van daar had verjaagd na bajoe gevlugt en sig daar meede als keijserin heeft opgeworpen versoekende uwel Ed: Achtb: op het onderdanigst de beloofde premie daar voor te mogen genieten van den honderd ronde matten om deselve aan de patrouillie te geeven Nog een copia a copia apart missive van meergem: Fisser aan voorsz: ge„ saghebber Luzac. Nog Copie H 9 Van Iavas ostcust den 5 April 170 — van Iavas oostkust den 5: April 1773— Copie a Copia Translaat Jav: Brief gesz: door den Juragan Tanie hoofd op 't Eij„ land Noessa aan den Command:t Fisser vertoond te Samarang den 18: Januarij 1773. Hier nevens hebbe de Eere uw Ed: het volk van sin„ doekopo toe tesenden om redenen den selve alhier overleeden is /:onderstondt:/ getranslateerd door mij /:was geteekend:/ C: P: Boltze Translat: uijt uw Ed: brief gedien hebbende dat vE eens gaarne bij mijn komen wilde om met mij over het een en ander te spreeken so versoek ik vE om nog een a twee dagen te huis te blijven ter oor„ saake de Cardamom nog niet bij een ge„ bragt is maar wanneer ik een parthij bij malkander hebbe sal ik die selfs bij vE: brengen want force vind hier bij den gemee„ „nen man geen plaats en moet men de beve„ rantien van hem in minsaame termen sien te krijgen wijders versoeke ik om den Comman„ dant fisser te versekeren dat ik gaarne alles wat hier valt aan de Comp: besorgen sal mits deselve Adjdem aan Kieij Dermo Joedo vertoond te Samarang Datoe als boven, Hojden niet

NL-HaNA_1.04.02_3389_0512 view scan ↗

English

From Java's East Coast the 5th of April 1773 From Java's East Coast the 5th of April 1773 not come to this island, as this would only stir up unrest among the common people; I also request that the commander may be pleased to send the bebekkel of Romen hither to keep me company, and also that he may be pleased to assist me with half a catty of opium and let me know the price thereof. Underneath stood: translated by me. Was signed: C. L. Boltze, Translator. I have duly received Your Honour's letter, and have seen from it with much pleasure, as well as from the one written to Dermojoede, that Your Honour was willing to deliver to the Company what the island of Noessa yielded, provided the Company did not come onto Your Honour's territory. I now serve in reply thereto that Your Honour need not fear that for long, if only Your Honour behaves as a sincere and faithful friend of the same; of which a proof would be the apprehension and sending hither of the evildoers Sindo Bromo and Kapoe Logo, who are still roaming on Your Honour's island, in order to be examined here; and it would not be a bad thing if Your Honour came hither yourself with that company to hear the examination. The request for the bebekkel of Roman I shall defer for the present, but as soon as Your Honour shall have provided me with the aforementioned evildoers, I shall also send the bebekkel to Your Honour. Meanwhile, Your Honour shall have to fulfill his promises made regarding Adjdem by the commander Tiffer at Djember to the aforementioned Juragan Djanie, shown written at Samarang the 18th of January 1773. From Java's East Coast the 5th of April 1773 From Java's East Coast the 5th of April 1773 the deliveries, the sooner the better, since I expect Company vessels within the next few days, and these might occasionally put in at Your Honour's. I have sent Your Honour's emissary Kandoeroewan to Sourabaya to the authority, for reasons of giving him thereby a token of Your Honour's well-meaning towards the Company. For the rest, I thank Your Honour heartily for the 10 bonkus of birds' nests sent to me, in place of which I send Your Honour again 1/2 catty of opium as a token of my friendship. Underneath stood: translated by me. Was signed: C. P. Boltze, Translator. Copy of the report made and given by the mantri Konder, belonging home at Banjoewangi, to the undersigned, as follows. Copy. That he, being a mantri of the bringing of the passed, has been sent entirely to Noessa by order of the Company, at which time a certain Sindo Kopo detained him there and handed him over for custody to a certain Bappa Moet; that now the head over Noessa is said to be Juragan Janie; that Moessa is said to consist of only 250 households; that the said Juragan Janie is currently said to live in discord with the second head there, Sindo Brono, who is said to be only 20 muskets strong and has no powder; but Juragan Janie is said to have 60 muskets, 3 barrels of powder, and 4 small pieces of cannon; that there is said to be no benting or fortification there, but 50 Mandarese prow crew, a prow pantjallang on the beach, and 3 smaller vessels, paduwakans, in the harbour belonging to the Mandarese; that no prows or peoples of Bali are said to be there; furthermore, that a certain man named Kapoelaga, at the time that Bajoe is said to have surrendered, is said to have gone From Java's East Coast the 5th of April 1773 From Java's East Coast the 5th of April 1773 thither and is now no longer at Moetsa; that the Moessa people had no provisions because they were only now beginning to plant padi; and that Sindo Kopo was murdered by the second head there, Sindo Brono, because Sindo Kopo wanted to submit to the Company. The aforesaid being all that he, the deponent, could report to the best of his recollection and knowledge concerning the state of Moessa. Underneath stood: Sourabaya the 12th of January anno 1773. Was signed: P. Luzac. Underneath stood: Agrees. Signed: J. R. van den Burgh. Copy of a separate missive from the authority in the East Hook, Mr. P. Luzac, to the undersigned, dated Sourabaya the 27th of January 1773. Copy. Since I had the honour to dispatch my respectful communication of the 12th, the reports from Blambangan came before me in rapid succession, as by their copy letters of the 30th of December and the 11th of this month I have the honour to offer to Your Honourable and Respected attention, and upon the contents thereof, in a brief detail of the matters, to set down my thoughts most respectfully. That it will come to Your Honourable and Respected satisfaction the intended departure of the principal regent Jaxanagara, who, now seeming to have opened his eyes, understands from behind that nothing but an unholy end among that nation, so hateful to him, is to be expected for him, whom I am now awaiting here daily. While among his retinue there are still some lads like Krongdono, the bopati of the rebel

Dutch transcription

Van Iavas oostkust den 5:' April 1773 Van Iavas oost kust den 5: April 173— niet op dit Eiland kome dewijl dit maar droet„ „heijd bij de gemeentens soude verwekken ook ver„ soek ik dat den commandant mij den bebekkel van romen gelieve herwaarts tesenden om hem tot ge„ selschap te hebben als meede dat hij mij met een half catjie amfioen gelieve te helpen en mij de prijs daar van te laaten weeten /:onderstond:/ getrans„ „lateerd door mij /:was geteekend:/ C: L: Boltze Translateur Ik heb vE: brief wel ontfangen en daaruit met veel vergenoegen soo wel als uit die aan der mojoede geschreeven gesien dat vE gaarne het geene het Eiland Noessa uitleverde aan de Comp: wilde be„ sorgen mits de comp: niet op vE: territoir kwam ik diene tans daar op in antwoord dat vE: daar niet voor lange behoeft te weesen als vE sig maar als een op regt en getrouwe vriend van deselve gedraagt waar van tot een bewijs soude strekken de opvatting herwaards sending der kwaddoenders sindo bromo en kapoe Logo die nog op vE: eiland swerven om alhier te worden g'exa„ mineerd en het soude niet kwaad weesen dat vE: selfs met dat volkje herwaards kwam om het ondersoek aan te hooren Het versoek om den bebekkel van roman sal ik voor eerst nog wat uijtstellen do soo dra vE: mij de bovengem: kwaad„ „doenders sult besorgd hebben sal ik vE ook den bebekkel toesenden Jntusschen sult vE: sijne gedaane beloftens omtrent Adjdem door den command:r Tiffer te Djember aan den voorm: Juragan Dja „nie geschreeven vertoond te Samarang den 18. Januarij 1773 de Van Iavas oostkust den 5:' April 1713 Van Iavasoostkus Den 5:' April 173— de leverantien hoe heer hoe liever moeten volbrengen dewijl ik eerst daags Comp:s vaartuijgen te gemoed sie en die som„ tijds bij uE souden aangieren. vE sendeling kandoeroewan heb ik na Surabaija aan den gesaghebber gesonden om redenen hem daar door een blijk te geven van vE: welmeenendheijd voor de Comp voort overige bedanke ik vE hartelijk voor de 10 bonkus toegesondene vogelwesjes in welkers oplaats ik uE weder latetoekomen ½ Catje amfioen ten teeken mijner vriendschap /:onderstond:/ getranslateerd door mij /:was geteekend:/ C: P: Boltze Translateur, Dat hij mantrie sijnde te brengen gepasset gaar na Noessa is versonden uit last van de comp: wanneer seekere sindo„ „kops hem aldaar vast geset en ten bewaaring over gegeeven heeft aan seeker bappa moet dat aldaar nu over Noessa hoofd soude sijn de juragan janie dat moessa soude bestaan alleen in 250 huis gesinnen dat die Jurag: Ianie tans in een oneenig„ „heid soude leeven met het 2 hoofd aldaar sindo brono die maar 20 snaphaenen soude sterk sijn en geen kruit heeft maar Juragan fanie soude 60 snaph: 3: thomn: kruit 4 kl: stukjes Canons hebben dat aldaar geen benting of sterkte soude sijn dog 50. mandareese prauw volk een oprauwpantjall: op strand en 3. mindere vaartuijgen paduwakans in de haven toebehoorende de mandareesen dat er geen oprauwen of volkeren van balie hun daar soude bevinde wijders dat seeker in oname kapoelaga ten teijde dat bajoe overgegaan soude sijn der„ Copia Relaas gedaan en opgegeven door den mantrie konder van thuijs gehoorende te Banjer aan den ondergeteekende; als volgd. Copia waarts Van Iavas oostkust den 5 April 1773 Van Iavasoostcust den 5 April 1713 waards soude gegaan sijn en nu niet meer te moetsa soude sijn dat de moessa volkeren geen leevens middelen hadde om dat nu eerst begonde padi te planten en dat sindo kopo door het 2. hoofd aldaar sindo brono vermoord was om dat sindo kopo sig aan de Comp: wilde onder„ werpen sijnde het voorsz: al het geen hij relatant na sijn beste onthoud en wetenschap omtrent den staat van moessa wist op te geeven /:onderstond:/ Sourabaija den 12. Januarij anno 1773 /:was geteek:/ P: Luzac /:onderstond:/ Accordeert /:geteekend:/ I: R: van den burgh sedert dat ik de eere had te laten afgaan mijne Eerbiedige bedeelinge van den 12 kwamen mij kort agter den ander te vooren de berigten van boelemboeangang soo als bij hunne copias brieven van den 30. december en 11: deeser de eere heb uw Ed: achtb: gevenereerde attentie aantebieden en over derselver inhoud bij een kort detail der saaken mijne gedagten eerbiedigst ter nederstelle Dat uwel Ed: achtb: ten genoege sal te vooren komen het bedoelde vertrek van den p:l regent Iaxanagara welke nu als de oogen schijnende geopent te hebben van agteren selfs begrijpt door voor hem niets dan een heilloos einde onder die voor hem soo hatelijk natie te verwachten is den welken ik nu alhier dagelijks ben inwachtende Een wijl er onder desselfs gevolg nog alle eenige knapen als krongdono de bepattij van den Copia apart missive van den gesaghebber in den oosthoek M„r P: Luzac aan den onder„ geteekende gedateerd sourabaija den 27. Januarij 1773. Copia rebel

NL-HaNA_1.04.02_3389_0515 view scan ↗

English

From the East Coast of Java, the 5th of April 1773 From the East Coast of Java, the 5th of April 1773 rebel Endo and others given to him by the resident, I have written to the Passourouang Commandant and informed him of their departure from there, to keep an eye on their doings underhand and to grant them all reasonable assistance for the journey. I continue to look forward with longing to the success of our commandos sent out against the rebels Bappa Larat and Endo, wherefore the notification in his letters was given so favorably that it had already promised me a good outcome. If the blessed prospects with Noetsa, as they will further appear to Your Honorable Worships from the notification of the Passourouang Commandant, contrary to expectation should remain without any good result, I shall, concerning the resident's opinion to touch at the same from the Javanese shore, instruct the commandant at Adirogo to submit his considerations and proposals in order to submit them then to Your Honorable Worships' superior, wiser judgment, although I have long since been assured of the impossibility thereof, and I cannot, regarding his detailed thoughts on this island, Concerning the eligible Maas Schit, he gives some hope; therefore, as apprehensive as they say the vox populi in general is expected to be toward him, on the other hand, with regard to Bachus Mangonrono and his people, not the least prospect of competence for any administration appears; and further, just as I had given him in my letter, albeit roughly, my thoughts about a second regent for the Balemboang districts, also his considerations if touching at it from the south side, as well as the cruising for the observation of Noessa in the west monsoon, I cannot otherwise judge than that they seem acceptable to me according to the superficial idea that I can have of it, which nevertheless does not take away from further praising and recommending to him vigilance and attention thereto as far as possible; his arrangement during the absence of Baxanagara, as well as that concerning the placement of the people under a watchful eye of his own, I do not doubt will gain Your Honorable Worships' highly venerated approval. From the East Coast of Java, the 5th of April 1778 From the East Coast of Java, the 5th of April 1773 his intention seems to propose that in my opinion necessity would require that a second, also like the first of Balemboang birth and beloved and respected among them, be sought for the administration of the westernmost part of the Balemboang districts, regarding which, as well as the Balemboang interests in general, I hope upon closer information to have the honor of submitting my modest considerations. Furthermore, the Madurese do not seem to have arrived there yet, and the persistent sickness and mortality still prevail, as Your Honorable Worships may please observe from the list of names of the deceased as well as the general strength from there, for the omission of which to enclose with my last letters I most humbly beg excuse. Wherefore I further submit for the most obedient notification that the ship Velse, after receiving its cargo from Grissie, has undertaken the journey to Banda, on which the Balemboang rebels remaining here have been placed in safe custody in accordance with Your Honorable Worships' highly venerated orders and intention by the letter of the 21st of December; and that the second ship for Banda, Vlietlust, is already in the roadstead of Grissee, and the third for Ambon was also seen from sight, which vessels we will also attempt to load and dispatch with the greatest speed. The resident Faure also comes to give me notice in his letter of the 20th that on the 15th of this month 240 Simanappers departed from there to Adirogo to stand guard. And I also take the liberty, in accordance with the highly honored intention of Their High Excellencies for further most favorable presentation, to offer most obediently a general account of extraordinary expenses in the expedition necessarily disbursed by the chiefs thereof according to their authentic list supplied to me, for whose most favorable reimbursement they most humbly pray for Your Honorable Worships' most generous protection and grant. And while writing this, I had the honor of further receiving Your Honorable Worships' ever honored letter of the 22nd of this month, regarding whose contents I shall conduct myself in accordance with Your highly venerated intention. From the East Coast of Java, the 5th of April 1773 From the East Coast of Java, the 5th of April 1773 However, whether I shall let the demanded persons depart from here by land for further examination or detain them until a better opportunity, I request Your Honorable Worships' further disposition. Wherewith I have the honor to subscribe myself with the deepest respect. Below stood: Title. Lower: Your Honorable Worships' very obedient servant. Was signed: P: Luzac. Regarding the question of whether to choose one or two chiefs over the Balemboang districts, which will be the most beneficial and secure for the Company, it will need to be reasoned quite a bit, well investigated, weighed, and considered, and regarding which, having only a superficial idea of the districts, I can determine my opinion thus: by way of proposal, my particular view would be that the Upper Balemboang districts necessarily require a regent, and for the Lower Balemboang districts it could come into proposal to appoint a regent: I understand by the first Veloepampang and all that those districts contain south and north landwards and along the beaches up to Adirogo or Djember, determined with the heights of Besoeke where the boundary line with Upper Balemboang could be supposed, when I by the Lower Balemboang would understand Copy Extract from a separate letter written by the undersigned Commander in the East Hook to the resident at Eloepampang, Hend:k Schophof, dated the 29th of December 1772

Dutch transcription

Van Javas Ostkust Den 5: April 173 Van IavasoostkCust den 5 April 1773 rebel endo en andere door den resident hem sijn meede gegeeven heb ik den Passourouangs Commandant aan geschreeven en verwittigt van desselfs vertrek van daar onderhands op hun gedoente een oog te laten hou„ den en tot de rijse hun alle billijke adsistentie toe te brengen Ik blijve met verlange uitsien nna de successe on„ „ser uitgesonde Commandos op de rebellen bappa larat en endo waarom de bedeeling in sijne brieve soo favo„ „rabel opgegeven mij de goede uitslag al had beloofd Indien de gesegende prospecten met noetsa soo als deselve uwel Ed: Achtb: uit de bedeeling van den Passou„ rouangs Commandant nader sullen te vooren komen tegen verwagting buiten eenig goed gevolg verbleeven sal vormeening ik over de residents„ om het selve van de Iavaase wal aan te doen den commandant te adirogo sijne Consideratien op te geeven een voordragen om het als dan nader uwel Ed: achtb: hoog wijser oordeel op te geeven schoon mij over„ lange derselver onmogelijkheid is versekert geworden en kan ik over desselfs getailleerde gedagten om dit eijland over den in aanmerking komende Maas schit geeft hij eenige hoope dus soo bange als men segd om het vospopuli in 't algemeen omtrent hem te gemoed siet daar in tegen omtrent Bachus Mangonrono en de sijne geen de minste uitsigte van bekwaamheid tot eenig bestier voorkomen en verders gelijk is hem bij mijn briev omaar utt ruwe mijn gedagten over een tweede regent voor de balemboangse districten had opgegeeven omeede sijne Consideraatien indien van de suijd kant aan te doen als de bekruissing ter obser„ veering van noessa in de westmousson niet anders oordee„ „len als dat deselve mij na de oppervlakkig sdee welke ik daar van kan hebben voor soo verre wel voorkomen t welk egter niet wegneemt J van hem de vigilantie en attentie daar heen soo verre het maar immers omo„ „gelijk nader aan te prijsen en te recommandeeren sijne schikkinge bij absentie van Baxanagara soo wel als die omtrent de plaatsing der volkeren bij een naauw toesiende oog van hem selve twyffeli ik niet of sal wel Ed achtb: hoog gevenereerde approbatie weg draa„ van Zin gen Van Iavas oost hust den 5 April 1778 Van Iavas oost kust Den 5 April 173 — sin schijnt voortedragen soude dat het mijns bedunkens de noodsaakelijkheijd vereisschen dat een tweede mede als de eerste van balemboangsche geboorte en bij deselve bemind en gesien wierd gesogt ter bestier van het westelijkste gedeelte der balemboangse districten over het welke als over de balemboangse belangens in het generaal bij nauw„ „keurigst informatien ik nadere verhoope de eere te hebben mijn geringe Consideratien te suppediteeren wijders scheijnen de madureese aldaar nog niet g'arri„ „veert te sijn en de aanhoudende siekten en sterfte nog al vigeeren gelijk uwel Ed: achtb: uit de naam lijst der over„ „leedene als de generaale sterkte van daar over welkers versuijm bij laatste mijne letteren in te sluiten ootmoedigst excuus versoeke gelieft op te merken daar ik wijders ter gehoorsaamste bedeelinge laat die „nen dat het schip velse na sijn bekomen Lading van qrissie de reise na banda aangenoomen heeft op de welke de nog hier verbleven balemboangse rebellen Conform uwel Ed: Achtb: hoog gevenereerde ondres en intentie bij missive van den 21. December in goede verseekering geplaats sijn en dat het tweede schip voor banda vlietlust bereeds ter reede grissee en het derde voor ambon ook uit gesigt gesien was welke bodems wij ook met de meeste spoed sullen trachten te beladen en afte scheepen nog komt mij de resident Faure bij sijn briev van den 20. kennisse te geeven dat op den 15 deeser van daar vertrokken sijn na adirogo ter wagthou„ „ding 240. Simanappers En naemt ik meede de vrijheijd na hoog g'eerde in„ „tentie van hun hoog Edelheedens ter verdere hoog gunstigste voordragt gehoorsaamst aan te bieden en generaale reets: van extra ordinaire ongelden in de expeditie door de hoof„ den derselver volgens hunne authenticque aan mij ge„ suppediteerde lijste nnoodwendigst uitgereikt over welkers hoog gunstige uitkeering deselve vwel Ed: achtb: Edelmoe„ digste protectie en queste ootmoeditgst verbidden En onder het schrijven deses had ik de eere onader te recipieeren vwel Ed Achtb: steeds gehonnoreerde missive van den 22. deeser omtrent welkers inhoud mij Con„ boren hoogst aerselver gevenereerde intentie gedragen het sal Van Iavas oostkust den 5. April 1773 Van Iavas oost cust den 5 April 1773 — „nader sal dog of de op g'eischte persoonen ter „ ondersoek over de landweg sal laten vertrekken van hier tot beter geleegentheid sal aanhouden versoek ik vwel Ed: Achtb: nadere dispositie waar meede ik mij de eere geve met diepst ber„ „bied te onderschrijven /:onderstond:/ Titul /lager:/ uwel Ed Achtb: seer gehoorsaame Dienaar /:was geteekend:/ P: Luzac Over de vrage of een dan twee hoofden over de balemboangse dis„ „tricten de verkiesen welke het heijlsaamste en seekerste voor de Comp: sal al vrij wat beredeneert wel ondersogt gewikten gewoo„ „gen dienen te worden en waar omtrent ik niet dan een oppervlak „kige Idee van districten hebbende mijn gevoele bepaalen kan dus dan bij wijse van voorstellinge mijn bisondere gevoelen sijn soude dat de boven balemboangsche districten een regent noodsake„ „lijk vordert en de beneden balemboangse districten omer een regent te stellen in voorslag soude kunnen komen: Ik om een met het eerste veloepampang en al wat suijd en noord Landwaarts en langs de strande die districten bevatten tot adirogo of Djember gestelt met de hoogste van besoeke alwaar de linite scheiding met het boven balemboangang soude kunnen gesupponeert worden wanneer ik aan met het beneeden balemboangang soude Copia Extract uit een appart missive geschreeven door den ondergeteekende gesaghebber in den oosthoek aan den resident te eloepampang hend:k schophof, sub dato 29. december 1772 begrijpen beg -

NL-HaNA_1.04.02_3389_0518 view scan ↗

English

From Java's East Coast, 5 April 1773 From Java's East Coast, 5 April 1773 comprise the districts of Adirogo, Djember, Lamatjang, and Centong, and would thus require a second regent, so that the burgher Besoekie and Panaroekan, as coastal places, remained on their own. This having been briefly presented, I shall, in accordance with the requirement of the Honorable Governor, await Your Right Honorable's well-reasoned considerations further on that matter, as well as how the minds among the Balemboangan are disposed towards the Maas Ali currently coming into consideration. Below stood: Agrees. Was signed: P. Luzac. Answering Your Right Honorable's always highly honored letters of the 6th and 16th of this month as much as my ailing condition indeed permits, I have been able to carry out nothing regarding Taxanagara other than, as I had the honor to inform in my latest letter of the 13th of this month, there is nothing else to be done but to persuade him to depart for Samarang in the manner mentioned to him; work is nevertheless being carried out with all diligence to distribute the people among the negorijen as regularly as possible. The judicial apparatus has indeed been brought by five of the soldiers returned from the two commandos. I had thought that I had also informed Your Right Honorable of the first reported flight of the Cradjagan chief with Ende to Noessa, both of which were subsequently discovered to be untrue, since the first-mentioned has never served in any function in Bajoe, but with his people has always hidden in the wilderness near Cradjagan. Copy. Copy of a separate letter written by the Resident Schophoff at Balemboangang to the undersigned authority in the Oosthoek. N From Java's East Coast, 5 April 1773 From Java's East Coast, 5 April 1773 I also allow no people to perform any labor within the fortress except those who are known or reported not to have been of the worst faction, and only under good and trusted old overseers. Regarding using the native seafaring people from the Oosthoek further here, this will never succeed again, because they are so accustomed to running away, fear no punishment for it, and besides their aversion to Balemboang. I can also assure Your Right Honorable that the Passourouang Javanese desert just as terribly and quickly as those of Sourabaija; the last Passourouang seafaring people who continued to perform their service here so long have been over-worked. It would indeed be unjust to those people, for their long, proven service, if they were compelled to do so once again. Now answering that of the 16th: there is indeed rice in stock here for more than another five months, and no small anxiety would genuinely have been caused to our expedition by the long absence of the rice vessels, both before the siege of Bajoe and shortly after the transport thereof, had I myself not had rice to advance for 8 to 18 days when there was not a grain belonging to the Company left in stock, which occurred on those two occasions. I shall see to it that the former Pattij of Bappa Endo, Kringdono, betakes himself to cross over under the retinue of the Regent Saxanagara, who is due to cross over there shortly, where the newly arrived people definitely had to be placed and distributed following from this; this was done in no other way than in the advance presence of the old mantris when that order was given to the regent, because I dare put little trust in him himself without the mantris properly carrying it out. I would also have gone to inspect the settlements of the people myself had my persistent, severe indisposition not prevented it. That Bappa Ende and Bappa Larat should still be roaming around Mount Roum is stated by a few newcomers of theirs, and the mantris Tjaringandul and Smodirono have already been engaged for half a month again in searching for those head rebels around the aforementioned mountain. Pursuant to the venerated extract from our highly praised master, the Right Honorable Governor, I have further persuaded Jafanagara. E 95

Dutch transcription

van Iavasoostkust den 5. ' April 1773— Van Iavas oost Cust den 5 April 173 — begrijpen de districten van adirogo Djember Lamatjang en centong en dus een tweede regent soude vereijschen soo dat burger besoekie en Panaroekan als strand oplaatsen op hun selve verbleeven dit kort Inwago voor gesteldt sal ik na volgens het requisit van de achtbaare heere gouverneur uw E. wel beredeneerde Consideratien nader daar over in wachten soo wel hoedanig de gemoederen onder de balemboangang over den tans in aanmer„ king komende Maas ali't gestelt sijn /onderstond:/ Ac„ cordeert /:was geteekend:/ P: Luzac Uwel Ed Achtb: altoos veel gehonoreerde missives van den 6: en 16 deeser soo veel beantwoordende als mijn sukkelende staat ommers toelaat heb ik omtrent Taxanagara niets kunnen uitvoeren als bij mijn Jongste van 13 deeser de eers heb gehad te bedeelen is niets riet anders op als hem te persuadeeren op voor hem gementioneerde wijse na Sa„ marang te doen vertrekken werden egter met alle vlijt gearbeijd de volkeren in de onegorijen soo regulair te ver„ deelen als mogelijk is Het Iustitie tuigh is wel aangebragt door vijf van de twee Commandos geretourneerde soldaaten ik heb gemeend gehad dat ik uwel Ed: achtb: meede bedeeld de eerst berigte vlugt van het Coradjagand hooft met Ends na Noessa dat van beide nader ontdeket onwaar sijnde daar egter eerstgenoemde nooit eenige functie in bajoe bediend heeft met sijne volkeren altoos bij Cradjagan in de wildernisse geschuild Copie= Copia apart missive geschreeven door den resident schop hoff te balemboangang aan den ondergeteekende gesaghebber in den oosthoek N Van Javas oostcust den 5.:' April 173 Van Iavas oostCust den 5. April 1773 — Ik laat ook geene volkeren binnen het fortres eenige arbeid verrigten dan de sulke die men weet of opgegeeven werden van de kwaaaste partij niet geweest hebben dan onder goede en ouwde vertrouwde opsienders omtrent de Inlandse zeevaarende uit den oosthoek hier verder te gebruiken sal nooit meer lukken wijl de aan het weg loopen sodanig gewend sijn daar over geen straffe te vreesen hebben en daar bij de weersin onder hen voor het balemboangte kan ik uwel Ed agtb: teffens verseekeren dat de Passourouangs Jaavanen al boo erg en spoedig drossen als die van sourabaija de laatste Passourouang te zee„ vaarende die hun dienst hier soo lange sijn blijven presteeren sijn overwolders geweest sou het met die volkeren voor haar lange brweese dienst immers onbillijk sijn wederom oponieuw daar toe genoodsaakt wierden nu die van den 16 beant„ woordende is en wel meer dan voor nog vijf maanden rijst alhier in voorraad en souer wesendlijk geen geringe belommernig door het lange weg blijven der rijst vaar„ tuijgen aan onse Expeditie soo voor de beleegering van bajoe als kort na de vervoering daar van had ik selfs geen rijst gehad voor 8. a 18. dagen voor te schieten toen en geen Compagnies Correl meer bij voorraad was tot die twee maalen tot gebeurd sijn gekomen den geweesen Pattij van bappa Endo kringdono sal ke sien dat sig onder het gevolg van den regt Saxa„ „nagara die binnen korten derwaarts staat over te komen begeeft mede over te gaan alwaar de nieuwe opge„ „kome volkeren voor het seekerste uit vervolg om dienden geplaats en verdeeld te werden is niet anders geschied dan ten bewijsen bijweesen voor af der oude mantries wanneer die ordre aan den regent gegeven wijl aan hem selfs buiten de mantries weinig vertrouwen durf ten regten laat uit„ „voeren soude ik selfs ook de plaatssingen der volkeren heb„ „ben gaan nasien indien mijn aanhoudende sware indispositie sulks niet belet had, Dat bappa Ende en bappa larat nog om het gebergte roum sullen swerven werd door enkelde opkomelingen van hun opgegeven en sijn de mantries Tjaringandul en smodirono om voormeld gebergte reets op nieuw een halve maand doende die hoofd rebellen op te soeken, Ingevolge het gevenereerde Extract van onsen hoog loffelijken gebieder den Edel heer gouverneur heb ik Jafanagara E meer overgehaald 95

NL-HaNA_1.04.02_3389_0520 view scan ↗

English

From Java's East Coast, 5 April 1773 From Java's East Coast, 5 April 1773 persuaded that in a few days he is in the position to depart from here, and since we have had no regent here for so long, he will entrust the administration to the first two or oldest mantris. But as for letting him depart by sea with a vessel, which he requested and which was considered preferable for more than one reason if it could be done, going overland is currently no less dangerous due to the persistent heavy west winds, sometimes resulting in a wasted journey; it was deemed best to have him depart by the overland route. I would gladly, by an unanimous resolution of the head of the expedition, the other officers, and indigenous chiefs, have proposed one of the three brothers in question as regent, if I could have been in any way assured of their competence to govern this unruly nation, especially as I perceive that they have little respect for them. Although I could to some extent be assured of their loyalty from their continuous good conduct since their arrival, I remain anxiously awaiting the news whether among the Balambangans residing on Madura one might present himself for the regency. How one is almost always informed by the natives with lies regarding their actions, I discovered upon closer investigation concerning the Djember patrol, about which I also questioned those false reporters. They claimed that the Djember patrol had been reported to them to be as much as 800 men strong. The settlement of the people in the negorijen was carried out in such a manner that every mantri is able to observe them daily himself, and their old, faithful lurahs have been strictly ordered to remain continuously in the negorijen and to keep the closest possible eye on them, especially those situated around the capital. The few people still remaining around Bayu, as has been reported to me, have partly perished there from hunger, and the rest have come in half-dead. Your Right Honourable's considerations regarding bringing Nusa into subjugation during this west monsoon by means of a sufficient fleet of good vessels from Batavia do not appear to me to be well-founded in so far as any close approach anywhere on that island could be made with large vessels, because the reefs and cliffs extending far out to sea—as I have been informed—prevent coming close with any vessels larger than mayang proas and gonding proas or small pantjallangs. An approach can only be made at two places, without which some skilled European sailors would need to be sought from here around the South Cape; at least such men who, when rounding the South Cape on account of the far-extending reef, so far to the south-east on the land, lose sight of the land, know how to help themselves get on the right course. For here there is not a single one who, once they are out of sight of the land, does not lose the course they are to keep. And it has also always been reported to me that rounding the South Cape, on account of the constantly running heavy sea, cannot be passed with any vessel except with the greatest danger. Furthermore, none are to be found among these Balambangans who are knowledgeable in this navigation, as they are accustomed to nothing other than small jochems to sail along these beaches; while the cliffs and reefs close inshore are well known to them, those extending far out to sea are not. In my opinion, no better and more direct way can be found than that on the Javanese shore opposite that island as many jochems be prepared as is practicable, in order to land on that island with them under the gunfire of our mayang proas and pantjallangs with a good body of men at one time. Concerning the first point from the honoured extract of the Noble Lord Governor and Director to have two cruising mayang proas cruise around the south to observe the vessels sailing from Nusa around the east: during the west monsoon it is utterly impossible to bring any vessel that far, or they run the risk, with the slightest heavy west winds, of being stranded on the Bali Badung, merely escaping the greatest danger of the heavy and tempestuous seas so as not to perish. Thus, in this season, one can cause no vessel to advance further towards the end of the mainland lying south-east of here, where the vessels travelling to and from Nusa, which must keep their course through the deep sea, remain out of our sight. However, those that might make their way here towards the strait can indeed be kept under observation by them. And concerning the reinforcement of the rebels under various chiefs in the forest near Probolinggo by Bapa Retto

Dutch transcription

Van Iavasoost Cust Den 5 April 172 Van Iavas oostkust Den 5:' April 173— overgehaald dat eerstdaags in die waning staat van hier te vertrekken en dus lange geen regent hier hebbende het bestier aan de twee eerste of oudste mantries sal opdraagen maar hem over see met een vaartuijg te laaten afgaan waarom hij versogt heeft en ook wel om omeer dan eene reeden beter agte als sulks geschieden konde dan overland te gaan is tans niet min gevaarlijk door de aanhoudende swaare weste winden een verloorne rijse somtijds te hebben best geoordeelt hebt hem over de landweg te laaten afgaan Ik had geerne met een oparig besluit van het hoofd der expeditie de verdere officieren en jnlandse hoofden een der drie bewuste broeders tot regent voorgesteld als mij eenigsints van haare bequaamheid had kunnen verseekeren deese woeste natie te bestuuren daar ik ook er bij bespeure als datse weinig Estrein voor deselve hebben of schoon mij wel eenigsints uit haar gehoude goed gedrag seedert hun opkomst van haar trouwe konde ver„ seekeren blijf ik met smerten na de tijding verlangende sig onder de hun te Madura bevindende balemboangers Een tot het regentschap mag op doen Hoe men meest altoos door Jnlanders met Leugens van haare verrigtingen berigt werd heb ik bij nader ondersoek ontdekt wegens de Djemberse Pattrouillie waar over ik die valsche raportteurs ook onderhouden heb gevense voor dat hun de djemberse patroultje wel 800 koppen sterk geweest te sijn had opgegeven de plaatsing der volkeren in de negorijen is soodanig geschied dat ieder omantrie deselve dagelijks in staat is selfs te observeeren en aan hunne oude getrouwe Loeraas is ernstig bevoolen bij Con„ „tinuatie op de negorijen te blijven het aller nanukeu„ rigste oog op deselve te houden als wel bij sonderst de vorst om gelegene De weinige nog om Bajoe gelege volkeren sijn gelijk men omij opgeeft gedeeltelijk daar van honger gecrepeerd en de overige half dood opgekomen uwelEd: achtb: bedenkingen omtrent moessa door een toe„ rijkende vloot van goede vaartuigen van batavia tot onderwerping in dese west om ousson te brengen komt mij voor soo verre niet omgegrond voor als eenige digte aan„ nadering ergens op dat Eiland met groote vaartuigen gedaan konde werden door de verre daar van in see uit„ vtoe steekende 97. Van Iavas oostkust den 5:' April 1773 — Van Iavas oosthust Den 5: April 173 — steekende reeven en klippen gelijk ik er van geinformeerd ben sulks beletten na bij te komen met geene grooter vaartuigen den prauwmaijangs en prauwgontings of kleine pan„ tjallangs op twee plaatsen maar kan genaderd werden sonder daar toe van hier de zuidhoek om nog wel eenige kundige Europeese seevaarende dienen gesogt te werden ten minsten sulke die als bij de suijdhoek omsteevenen wegens het verre uitsteekende riff, soo verre suid oostelijk op het Land uit het gesagt verliesen hun weeten te helpen op de regte Cours te geraaken daar omen er ten minsten hier geen en„ kelde heeft of sij sijn buiten het gesig van het land hun te houdene Couurs kwijt en is omij ook altoos opgegeeven dat de Zuidhoek om wegens de altoos door staande swaare sien niet dan niet het grootste gevaar met eenig vaartug is te passeeren ook bevinden hun geene onder deese balemboangers in deese vaard kundig sijn wijlse niet anders gewend sijn als op kleene Jochems om dese stranden te waaren hun de klippen en reeven wel digte onder de wal bekend sijn egter niet die verre in see uitseeken: I er mijns bedunkend geen beter en nader weg op te vinden als dat op de Javaase wal tegens dat Eiland over soo veele Jochems werden aangemaakt als doenelijk is om daar meede op dat Eijlandigen onder het geschut van onse prauwmaijangs en Pantjallangs met een goede partij volk te gelyk kunnen Landen aangaande het eerste Lid uit het gevenereerd Extract van den Edelen heere gouverneur en directeur om twee kruisprauw maijangs om de suid te laaten kruijssen ter observiering der van noetja om de oost stevenen de vaartuijgen is het in de west mousson gantsch ondoenlijk derwaards eenig vaartuig soo verre te brengen of loopen met de minste swaare weste winden gevaar op het balie badongh te stranden als het grootste gevaar der swaare en ongestume keen daar door maar eenelijk ontkomen van niet te vergaan dus kan men in deese tijd geeen vaartuijg verder doen op komen aan 't eijnde van het vaste land gaat buid oosten van hier alwaar de van Noessa af en toegaande vaartuijgen die door de diepe see Cours moeten houden buiten de onse haar getigt blijven dog kunnen die geene hun hier na straat mogte begeeven wel door deselve in het oog ophouden werden en Concerneerende de versterking der rebellen onder verscheide hoofden in het bosch bij Prolingo door bappa retto bij over den -

NL-HaNA_1.04.02_3389_0522 view scan ↗

English

101 From Java's East Coast, 5 April 1770 From Java's East Coast, 5 April 1778 which was reported by the Adirogo Commandant Fisser, according to reports of the Balamboang people sent out from here for the closest investigation, has been found to be untrue, as they found no trace of any human in the distance around Probolingo, having searched through the forests; which Probolingo is located only 7 hours' walk from here to the west and a good 18 hours from Djember. Enclosing to Your Honorable Worships the general strength of the end of this month offered herewith, I respectfully inform Your Honorable Worships hereby that by these Poenassern people recently two more rebellious mantries were brought in to me, along with the chief spy of Bayu. The last-mentioned already perished in the stockade yesterday, wherewith I enjoy the honor to subscribe myself respectfully with due reverence. Below was written: Title. Lower: Conclusion. Was signed: H. K. Schophoff. In the margin: Oeloepampang, 30 December 1772. Beneath was written: P.S. After the closing of this letter, the mantri Sino Drono arrives with some men from the Mount Zoedaijve to request some rice for the people sent thither for 15 days under that mantri with his companion Tjaring Gandul to search for the rebellious chiefs, with the report that they had discovered the chiefs Bappa Larat, Bappa Endo, Rappa Smipring, and Bekel Wilondo in those mountains very close to one another. Namely, first Bappa Larat, whose 5 wives, two panakawans, and all his weapons they had captured; however, that evildoer himself escaped right before their eyes into the wilderness. Bappa Endo, who had been hiding half an hour's walk from there, had escaped by flight at the commotion together with the other chiefs, except that they had taken two wives of his. I immediately equipped that mantri with provisions and sent him back at once with the trusted Balamboang people still here to those mountains, where the mantri Tjaring Gandul with his accompanying 60 men, according to the report of Sindorono, has continued to pursue the rebellious chiefs. Just now I have also received news from the Adirogo Commandant Visser that his emissaries have returned from Noessa with the report that the chiefs on that small island had fallen into disagreement, that Sinto Kopo had been murdered by Sinto Bromo, and that the Mandarese Juragan Janie had let Fisser know that he wished to deliver Noessa into his Van Iavasoostkust den 5 April 1773 Van Javas oost Cust den 5: April 173 hands, if only he would send an emissary to him, and that he also wished to speak with him in person on the Javanese shore. That would be an extraordinary event for the welfare of the Company, and especially for the Eastern Salient, if Noessa were thus, which God grant, brought under submission to the Company. Below was written: Agrees. Was signed: P. Luzac. Your Honorable Worships' always highly esteemed letters of the 24th and 29th past I duly received together on the 8th of this month. Replying in all reverence, I hope that Your Honorable Worships will have already obtained my replies to your honored letters of 27 November, 6 and 16 past. I have persuaded the former regent Tapanagara to depart for Samarang in accordance with the intention of our highly praiseworthy commander, the Honorable Governor and Director of this coast, so that he will shortly undertake his journey by the overland route from here, since the passage across the seas is too dangerous at present. The highly revered copy extract from Their Excellencies, together with an extract missive from the Bangkalan Commandant Mierop, I have also duly received with the first-mentioned; whereby I shall behave most dutifully and strictly in accordance with the contents of the first-mentioned regarding the transport of rebel prisoners of war and newcomers. It was very gratifying for me to observe from the second... Further copy of a copy from the Resident at Balamboangan Further the 103

Dutch transcription

101 Van Iavas oostkust den 5 April 1770 Van Iava oostkrust Den 5 April 1778 den adiroges Commandant fisser opgegeven is volgens be„ rigten der balemboangers uitgesonden van hier tot dies naauwste naspeuring onwaar bevonden die geen mensch opspoor in de verte rondom Prolingo de bosschen deursogt hebben gevonden welk Polingo, maar 7. uurgans van hier om de west gelegen en wel groote 18. uuren van Djember uwel Ed: achtb: inclose deeser de generaale sterkte van ult:o deeser aangeboden heb geve vwelEd: achtb: hier bij eerbiedigst kennis dat mij door dese poenassernse volkeren jongst nog twee rebellische om antries sijn aangebraagt benevens den bajoe te hoofd spion Laast gemelde is geesteren alreeds in 't blak gecrepeerd waar meede de eere geniet mij met verschuldight ontsag Eerbiediglijk te onderschrijven /:onderstond:/ Titul /:lager / slot /:was geteekend/ H=k Schophoff /:in margine:/ oeloepampang den 30.:' xber 1772 /daar onderstond:/ P: S: na het sluiten deeses komt den mantarie sino drono met eenige manschappen van het gebergte zoedaijve te rug versoeken om eenige rijst voor de derwaards voor 15 daagen gesonde volkeren onder dien omantrie met sijn makker Tjannigandul om de rebellische hoofden op te soeken met berigt dat de de hoofden bappa larat Bappa endo rappa Smipring en bekel wilondo in dat gebergte heel digt bij den anderen hadden ontrekt als Eerstelijk bappa„ larat wiens 5 vrouwen twee Panakawangs en alle sijne wapens hadden bemagtigt egter was het dien boosdoender selfs in haar gesigt in de wildernissen ontsnapt bappa ende die van daar een halve huurgans sig had schuil gehouden het gerugt met de verdere hoofden het omeede met de vlugt was ontkomen behalven twee vrouwen van deselve hadden gekreegen heb ik dien mantrie met levens mid„ „delen terstond uit gerust en cito met de nog hier sijnde vertrouwde balemboangers te rug na dat gebergte laaten vertreken alwaar den mantrie Tjaring gandul met sijne bij hebbende 60 koppen volgens rapport van sindorono de rebellitsche hoofden is blijven vervolgendoo even hebbe meede tijding van den Adirogos Commandant visser ont„ fangen van sijne sendelingen van noessa waaren te rug gekomen met berigt dat het de hoofden op dat Eijlandjen waaren onsens geworden dat sinto kopo door sinto bromo was vermoord en den omandarees Juragan Janie aan hem fisser had laten weeten dat hij Noessa in bappa sijne Van Iavasoostkust den 5 April 1773— Van Javas oost Cust den 5: April 173 sijne handen wilde leveren als maar een sendeling aan hem sond en dat hem mede op de Javasche wal gaarne mondeling wilde spreeken dat soude een sonderlinge gebeurtenis tot wel sijn voor de Comp: en bij sonderst voor den oosthoek weesen als moessa dusdanig dat god geeve aan de comp: tot onder„ werping wierd gebragt /:onderstond:/ Accordeert /:was geteekend :/ P: Luzac Uw: Ed: Achtb:r altoos hoog gevenereerde Letteren van den 24. en 29 passato heb ik den 8. deeser te gelijk wel ont„ fangen in alle Eerbied beantwoordende verhoope vw Ed: achtb: mijn rescripties op selfs g'eerde letteren van 27. november 6. en 16 opassato reeds sult erlangd hebben heb ik den p„e regent Tapanagara tot sijn vertrek na Samarang ingevolge de intentie van onse hoog loffelijken gebieder den Edel heer gouverneur en directeur deeser kuste gepersuadeerd staads eerstdaags mits de vaart over seetans te gevaarlijk is over de land weg van hier sijn reijse aantenemen, het hoog gevenereerd Copia Extract van H: H: Edelens benevens een Extract omissive van den bancallangs Com„ mandant Mier op bij eerst genoemde meede wel ontfangen„ heb als sullende mij na den inhoude van eerst gemelde zeer schuldpligtigst en stiptelijk omtrent in de ver„ sending van krijgs gevangene rebellen ende opkomelingen gedragen was mij uit de tweede seer heugelijk te beoogen Nader copie a Copia van den Resident te Balemboangang Nader de 103

NL-HaNA_1.04.02_3389_0524 view scan ↗

English

From Java's East Coast, 5 April 1773 — From Java's East Coast, 5 April 1773. giving the good prospect and hope that appointing Maas Alit of Balemboang, who is currently in Madura, as regent over this wild nation will prove to be a desirable succession; with the second, the extract missive from the Honorable Political Council at Samarang and a separate copy of the missive from the Honorable Governor and Director of this coast were also duly received; replying beforehand regarding the leasing here, which remains suspended until better times, that I shall conduct myself in accordance with its contents and ensure that everything further to be observed is fully complied with; and that the principal regent Jaxanagara, as aforementioned, will soon undertake his journey from here by the overland route, which has also become quite necessary, namely not to keep his stay here any longer, as I still perceive that the unwillingness of this nation to obey him is increasing; at the very least, the chiefs are beginning to resist carrying out orders under his direction unless my name is used on behalf of the Company, in which case everything is performed with the greatest alacrity; regarding the latter, no solution can be found to remove this already too deeply rooted aversion among these wild peoples against this old, faithful principal regent for the Company, which he himself also finally begins to notice, namely that his affairs here would not take a good turn, complaining to me this morning that he seemed to have no more influence over these peoples to be able to govern them, wishing rather to get away from here in a reputable manner than to continue any longer, and therefore, upon arriving in Sourabaija, he wished to request the Honorable Commander of this Eastern Salient that as soon as Jaxanagara has departed and the eldest mantris Tjaring andul, Samnodirono, Bawalaxana, and Ongo gipto have returned from their dispatched detachments to seek out the rebellious chiefs and other rebels still hiding in the wildernesses, I shall sound out all the mantris regarding Maas Alit, who is in Madura, to see what inclination they show toward accepting that person as their regent; and through the first two, who are the most trusted and experienced, to have it investigated among the rest of the common people, by all practical means, what satisfaction they take in this; I have gathered enough information to learn that the family of this Maas Alit, formerly or at the time of 105 From Java's East Coast, 5 April 1773 — From Java's East Coast, 5 April 1773 — the Pangeran Depati who was killed on Bali, was held in high regard and esteem among the Balemboang people and remained so afterward, which still gives some hope that through the mediation of the most well-meaning, the rest of the common crowd can be induced to gain respect and affection, and that it would succeed, since the esteemed considerations of the Honorable Governor are accompanied by so many well-founded prospects that one might rest assured concerning the side of Bali and through the connection he has with his family in Madura, easily winning them over; whereas regarding Bagus Manonrono and his two brothers, I have been able to discover nothing other than that they have never been held in any special regard by the Balemboang people for their own sake and have always continued along disregarded, just like the rest of the common crowd, and they also show no other bearing or conduct than being very mean and simple; at least Manonrono appears so to me in all respects, and his brothers are reported to me to be no less so; in my judgment, it would be advisable if two regents were again appointed over the Balemboang people, namely one in this eastern part over this small remaining population, which is quite sufficient to properly observe and manage them within the short compass where the peoples are now placed; and that one be placed from the western part over the peoples living in Djember, Centong, and the vicinity of Remes, who would maintain his residence in Djember as the most convenient place in their midst, since the nearest inhabited places to the west, such as Djember, are located a good 26 hours' march from here by the nearest passage south of the mountains, and in the height of the west monsoon it is nearly impossible to pass, both on account of the heavy rivers and the steepness of the mountains, wherefore it is hardly feasible to make any rice deliveries from there to this place or for the regents from here to keep watch over those peoples; it would be most expedient to separate that district from here, and the rice falling most conveniently in the Centong area and whatever was delivered at Panaroekan, whereas in that of Djember and Renes mostly cardamom and wax are produced; the rice crops there appeared sparse to me during the journey I made in 1770, yet in the Centong area they were very flourishing.

Dutch transcription

Van Iavas oostkcust den 5. April 1773 — Van Javas oost Cust Den 5. April 173. de goede uitsigt en hoop gevende van den te Madura sijnde balemboangse Maasalit tot regent voor deese woeste natie aan te stellen van een gewenschte successie te sijn bij de tweede de Extract omissive van den Edelen achtb: poli„ ticquen raad te saamarang en copia aparte omissive van den Edelen achtb: heere gouverneur en directeur deser custe al meede wel ontfangen voor af beantwoorde dat mij rakende de verpagting alhier opgeschort blijvende tot betere tijden sullende gedragen na dies inhoude en het verdere te betaagting allesins nagekomen werd en den staat den p„l regent Jaxanagara als voormeldeerstdaags van hier sijn reise over de landweg aan te neemen dat ook al noodsakelijk werd sijn verblijk hier niet langer te houden wijl ik nog al bespeure de onwilligheijd deser natie hem te gehoorsaamen is toe„ „nemende ten minsten beginnen hem de hoofden tegens sijne directie ordre te versetten na te komen als mijn naam van weegen de Comp: niet gebruikt werd als dan alles met de meeste volvaardigheijd verrigten in 't laatste is er ook geen bedenkingen op te vinden deese reeds boo diep ingewortelde weers in onder deese woeste volken tegens dien oude getrouwe p„s regent voor de Comp: weg te neemen 't welk hij ook eindelijk begint aan te merken dat sijne saaken hier geen goede keer souden neemen mij heeden morgen klagende dat geen ver„ mogen meer scheen op deese volkeren te hebben sij te kunnen bestieren liever wenschte op een reputatie wijse van hier te geraaken als langer te Continueeren daarom ook te sou„ rabaija komende aan den Ed: achtb: heere gesaghebber deser oosthoek versoeken wilde so spoedig Dasanagara aan ver„ troken is en de oudste mantries Tjaring andul smnodirono bawalaxana en ongo gipto van haare uitgesonde Comman„ dos om de rebellische hoofden en verdere hun nog in de wildernissen schuilhoudende rebellen op te soeken geretour„ „neerd sijn sal ik alle de mantries wegens den te Madura sijnde Maas Alit ondertasten wat smaak deselve in die persoon betoonen te hebben voor haar regent aan te nemen en door de twee eerste wel de o vertrouwste en ervarenste sijn bij het verdere gemeen na alle doenelijkheijd dient weegen ook laaten ondersoeken wat genoegen deselve daar in neemen heb ik mij in soo verre wel laten informeeren dat de familie van dien Maas alit voor heen of ten tijde p:s van 105 Van Iavas oostkcust den 5 April 1773— Van Javasoost cust den 5 April 173 — van den te balie omgebragten pangerang de pattij bij de balemboangers in een goede agting van aansien sou geweest sijn ook naderhand gebleven dat nog al eenige hoope geeft men door bemiddeling van de welmeenendste de verdere gemeene hoop sullen aanleiden de agting en genegentheijd en voor te winnen sou reuisseeren wijl de gevenereerde Consideratien van den Edelen hier gouverneur met soo veel wel gegronde uitsigten verseld dat men sig dient wegen aan de bijde van balie en door de betrekking die hij te Maaura tot sijne familie heeft wel sou kunnen gerusten met ligtelyk overhelden daar ik omtrent van bacus Manonrono en sijne twee broe„ ders niet anders heb kunnen ontdekken als datse bij de balemboangangers in geen bijsondere aanmerkinge voor hem seijve sijn geweest en als de verdere gemeene hoop ongeagt. altoos sijn blijven voortlopen daar ook deselve geen andere houding nog Conduites betoonen te besitten dan seer geen een en onnesel ten minsten komt mij Manonrono soo in alle deele voor en werd mij van sijne broeders opgegeven niet minder te sijn sou het mijnes oordeels raadsaam weesen er wel twee regenten wederom over de balemboangers aangesteld wierden te weeten Een in dit oosterse geveelte, over dese geringe overblijven de hoop genoegsaam toerijkende is deselve in het korte begrip waar de volkeren nu sijn geplaatst wel te doen observeeren en bestieren dat er een uit westerse gedeelte over de Djemberse Centongte en omstreeks remes bewoonende volkeren wierd gesteld die te Djember sijn residentie hield als de gelegenste plaats in het midden derselve wijl de naast bewoonde plaatsen om de west als Djember van hier wel 26. uuren gaans over de naaste passagie besuiden het gebergte sijn gelegen en in het harde van de west mousson bij na ondoenelijk is te passeeren soo weegens de swaare rivieren als stijlte der bergen weshalven niet wel doenelijk van daar eenige rijst leverantie herwaarts te doen of nog op die volkeren van hier door de regenten te kunnen gaade slaan 't oorbaarste was dat district van hier te separeeren en de in 't Centongse het naast gelegenst vallende rijst en wat te Panaroekan wierd gereleverd daar in dat van Djember en renes omeest vallende Cardamom en wax sijn mij de rijst gewassen aldaar bij mij in 1770 gedaane togt schraal voorgekomen egter in 't Centongse seer flo wierden resant

NL-HaNA_1.04.02_3389_0526 view scan ↗

English

109 From Java's east coast the 5th April 1773 From Java's east coast the 5th April 1773 Regarding my submitted request to be permitted to provide 50 Balambangan heads with rice and salt for the so highly necessary labor, having reviewed my separate rough ledger, I observed (under favorable construction a clerical error must have been committed by mistake) where it states in these words: our palisades both here and at Cotta are rotted around the base and unfit to stand any longer, and likewise the buildings outside the warehouse and gunpowder house here are dilapidated through old age, everything necessarily having to be repaired, I know of no closer and better means to conceive for that improvement than to employ these Balambangan people for it, if only they were provided with rice and salt during that labor, as otherwise they would be capable of performing no labor, because through the total clearance of the land nothing is left for their nourishment, and within 4 to 5 months they can still have little benefit from their new plantation; I very respectfully request that for the time being it may be agreed to provide a number of 50 heads with very necessary rice and salt. As the warehouse and gunpowder house here are still in a complete state, except that the warehouse had only been provided with a thatch roof and has already been freshly covered anew, which lacks nothing except a roof covered with tiles or shingles, as thatch would be very dangerous in case of a fire accident, and a rice loft made of planks was certainly necessary, which however are not to be had here. Finally, the other buildings both here and at Cotta are made of bamboo, to which one must continually have repairs and renewals done; thus, according to my best consideration, I believe I have answered the respected extract of our highly laudable ruler, the Right Honorable Lord Governor and Director of this Coast, and I proceed in all respect to the further receipt of the last-mentioned dispatch stated at the head of this, that in my previous one the safe arrival of the provisions vessels, that the visitor of the sick, Storm, having arrived after a few days, passed away, I have also reported, as well as that Ensign Kregel has returned safely with the goods given along with him according to the bill of lading, except for the barrel of duiten that was placed with the assistant surgeon Heidveld on a native vessel there, which up to this day has not yet been delivered, where hopefully my answer follows. From Java's east coast the 5th April 1773 From Java's east coast the 5th April 1773 As those of the 27th November, 6th and 16th ultimo have indeed been received successively by Your Right Honorable, and having answered that of the 24th ditto herein, I have previously mentioned in this the imminent departure of the provisional regent Jafanagara; he would undertake his journey within 2 to 3 days if he did not necessarily wait for the departure of the head of the expedition, the Lord Heinrich, who, his wound having continually worsened and moreover having severe fevers, and the officers of the artillery, through Lieutenant Smeedeken now also being very sickly with fevers, because otherwise the Captain could let himself be transported over the overland road only with great difficulty and hardship, has much help to expect on that occasion; and regarding whether a second regent is needed in the Balambangan districts, I have set down my best opinions in answering the respected extract of our highly laudable ruler, as I think it to be most convenient, for given reasons, that the western part were separated under a regent from here, and the products falling in that district were most conveniently delivered at Panarukan, as those remote places remaining annexed here would not provide continual troubles, as happened previously among the Centong and Djember peoples; I also do not know what purpose a second regent here over the few remaining peoples, among whom mortality is still raging very severely, would serve; if one is only provided with a reliable one here, I intend, after the departure of Javanagara, to sound out the chiefs first as to how they are intentioned regarding Mas Alit and how he is regarded by them, and furthermore to have this done among the rest of the common people. I have previously, regarding my request to provide rice and salt to Balambangan battons for necessary labor, set down the full meaning from my rough ledger regarding the warehouse and gunpowder house, in which a misunderstanding or indeed a clerical error must have been committed, so that it may please you to observe from it that the warehouse and gunpowder house have not fallen into the least decay, but indeed the other dwellings, being made of bamboo. The Madurese have not arrived up to now. I request that the blacksmith, who has already run around here for so long for nothing and without labor, with whom, to repair armory goods nor for other labor, is completely unfit to be used for anything, may be removed from here, and if it is feasible, to send in his place a carpenter, who is most highly necessary here. 111

Dutch transcription

109 Van Iavas oost cust den 5 April 1773— Van Iavas oostkust den 5 April 1773 „resant Aangande mijn gedaane jnstantie om aan 50 Ba„ lemboangsche koppen rijst en sout te mogen vertstrekken tot de soo hoog benoodigde arbeid bij mijn apart kladboek nagesien heb ik beoogd /:onder gunstig welduijden een en schrijffout abusive moet begaan sijn :/ alwaar in dese woorden staat onse pallisaden soo wel hier als te Cotta om de borten verrot en onbequaem langer te kunnen staan als meede de gebouwen buiten het pak en kruijd huis alhier door ouderdom vervallen alles noodsakelijk te moeten verbeterd werden weet ik geen nader en bitter middel tot die verbeetering te bedenken als dese balemboangangse volkeren daar toe te gebruiken hun maar bij dien arbeid reijst en sout verstrekt wierd daar see anders geen arbeid in staat soude sijn te kunnen verrigten wijl door de to„ taale lands ruimen niets tot hun voedsel is overgebleven en binnen 4. a 5. omaanden nog weijnig genot van haare nieuwe plantagie kunnen hebben versoeke seer eer„ biedigst dat voor eerst aan een getal van 50. . koppen seer benodigd rijst en sout omag geaccordeerd werden te verstrekken Als zijne het pak en kruijd huis alhier nog in een Compleete staad behalven dat het pakhuis maar van een stroo dak is voorsien geweest en reeds vers nieuw gedeket sijnde waar aan mits ontbreekende is als een met pannen of sierappen gedekt dak daar het stroo bij ongeluk van brand seer gevaarlijk soude sijn en een rijst solder van planken wel noodig was dit egter hier niet te bekomen sijn Eijnde de verdere gebouwen soo wel hier als te Cotta van bamboesen opgemaakt waar aan men geduu„ „ende reparatien en vernieuwinge moet laten doen dus dan na mijn beste bedenkinge het oog geveriereerde xetract van onsen hoog loffelijken gebieder den wel Edelen achtb: heere gou„ „verneur en directeur deeser kuste meen beantwoord te hebben gaa ik in alle eerbied ter verdere recuiptie op laast genoemde in hoofde deeser gemelde missive over dat bij mijn voorige de goede aankomst der provisie vaartuigen den krankbesoeker storm na korte dagen g'arriveerd sijnde overleeden is almeede heb bedeeld als meede van vaandrig kregel wel geretourneerd met de aan hem meede gegeve goederen volgens Cognossement excepto het vat duiten dat met den ondermeester heidveld op een inlands vaartuig a. Costij is geplaats tot heeden nog niet aangebragt is daar verhoopentlijk mijn antwoorde staat op Van Iavas oost kust den 5 April 1773— Van Iavasoostust den 5:' April 173 — op die van den 27: november 6: en 16. passato wel bij vwel Ed achtb: successei: ontfangen sijn en die van den 24. dito in deese beantwoord heb, heb ik in deesen voorwaards het op handen sijnde vertrek van den p.:l regent Iafanagara gemeld souhij binnen 2 a 3 da„ „gen sijn reijse aanneemen indien niet nodig wagte op het vertrek van het hoofd der expeditie den heere heinrich die sijn wonde geduurende verergerd en daar bij swaare coortten heb„ „bende en de officieren van de arthillerij door den luitenant Smeedeken tans ook heel siekelijk aan de coortsen sijnde door dien Hop„ „man anders seer beswaarlijk en moeijelijk sig over de land„ weg soude kunnen laten transporteeren veel hulpe bij die gele„ „gentheijd te wagten heeft en aan belangende en tweede regent in de balemboangse districten benodigd heb ik mijn beste gevoelens in 't beantwoorden van het gevenereerd extract van ousen hoog loffelijken gebieder ter neder gesteld soo als voormeine het gevoeglijkst te sijn om gegeve redenen het westense gedeelte onder een regent van hier gesepareerd wierdende in dat district vallende producten heet gelegentte te Panaroekan geleverde wierden daar die afgelege plaatsen hier annex blijvende niet aan geduurige moeijelijkheeden souden verschaffen gelijk voor heen gebeurd is onder de Centongse en Djemberse volkeren weet ik ook niet waar toe hier een tweede regent over de weinig overblijvende volkeren waar onder de sterfte nog al seer grasseerd soudienen als men hier maar van een vertrouw de voorsien is meen ik nat vertrek van Iavanagara de hoofden eerst wel te ondertasten hoe te weegens Maas alit gein„ „tentioneerd en bij haar geagt is en voorts onder het verdere ge„ „mneen te laaten doen Ik heb voorwaards wegens mijn versoek van rijst en sout aan balemboangangse battoons te verstrekken voor benoodigde aarbeid het abusiven begrip op wel een schrifout daar onder moet begaan sijn uit mijn klaaboek wegens het pak„ en kruidhuis alle de volle sin ter neder gesteld om daar uit gelieve te beoogen het paken kruid huis in geen 't minste verval is geko„ men maar wel de verdere van bamboes gemaakt sijnde woo„ „ingen de madureesen tot nog niet g'arriveerd sijn versoeke dat den alhier reeds soo lange voor bange niet en sonder arbeid geloope grofsimt waar meede tot wapenkamers goederen te re„ „pareeren nog andere arbeid te gebruiken alles onbekwaam is van hier mag weg genomen werden en is het doenelijk en timmer„ „man die hoogst noodsakelijk hier is en dies plaats te senden en waar 111

← previousnext →