Inventory 3389
Japan · 812 pages · 372 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
From Java's northeast coast, 5 April 1773 Java's northeast coast, 5 April 1773 From wherewith I take the liberty with profound respect to subscribe myself was underwritten: Title; lower stood: was signed: H. M. Schophoff in the margin: Oeloepampang, 11 January 1773; thereunder stood: P.S. Just this moment the assistant surgeon Heijlveld arrives by a paduakan from Panaroekan with the barrel of doits open and broken into; upon counting, one will first have to see the result thereof. I am beginning to recover again from my severe indisposition, but all my domestic servants are now sickly, Frans and Maurits lying at death's door, and furthermore the sickness both at Cotta and here among Europeans and natives is general. Underneath stood: agrees. Was signed: L. Luzac. Copy. I have just received the news that the fugitive rebel in question, by name Capoelogo, has been captured by the Noessa juragan Danie, and has already been handed over to Ensign Fisser at Djember; furthermore, that 8 small Jambrana praus laden with rice and some coarse wares have again arrived at Noessa, though they are unarmed and such as appear to be islanders who within Copy of a separate missive written by the ensign and commandant at Passerouang, Adriaan van Rijck, to the undersigned Governor of the Eastern Promontory, under date of 24 January, anno 1773. shortly From Java's northeast coast, 5 April 1773 From Java's northeast coast, 5 April 1773 shortly will render homage to the Company and submit themselves, of which I look forward to the details daily, whereupon I shall have the honor to report such to Your Right Honorable Worships at the earliest opportunity. While with all high esteem I have the honor to subscribe myself, underneath stood: agrees; was signed: P. Luzac; lower: agrees; was signed: I. R. van der Burgh. Since my respectful reports of the 21st of last month concerning the Balambangan affairs, I receive this one of 23 January, which I have the honor to present for Your Right Honorable Worships' esteemed attention, and whose substantive content comprises the departure of the provisional regent Japanagara from there, as well as that of Captain-Lieutenant Heinrich, after the proper transfer of the expedition's interests to the senior officer there, Guttenberger; the death of the extraordinary Lieutenant of Artillery Smedeke; likewise the departure of the pyrotechnician Swarts and the assistant surgeon Stensens, all still accompanied by some suspect Balambanganers, who, as I understand, are said to have already arrived at Besoeki and will likely be here within 4 to 5 days; further, what has been reported concerning Kringdono, former patih of the head Copy of a separate missive from the Governor of the Eastern Promontory, Mr. P. Luzac, to the undersigned, dated Sourabaija, 5 February 1773. Copy. rebel From Java's northeast coast, 5 April 1773 From Java's northeast coast, 5 April 1773 rebel Bappa Endo, as well as the complaints now following against the notorious Alap Alap, recounted both by the regent Taxanagara of Bachus Manonrono and the Balinese Soedjar; and thirdly, the most regrettable accident of our patrol during the escape of the obstinate rebel Larat, from which one would not have to deduce much good concerning our Balambanganers, had the delivering up of his nearest family and others, as well as his weapons, not excused them, and the reasons given by them may well find some merit. Lastly, the arrival of the Madurese there, with mention of their conduct and character, and that arrangements were again to be planned anew, as the season still allows, to overcome those obstinate rebels, dead or alive, with better success and certainty, the success of which must now be awaited again. In order to avoid all disturbance and not to awaken any new fear among that nation, I shall leave those persons such as Krengdono and those mentioned before the conquest of Bajoe as having fled to Bali Tjembrana, and from the general strength which I have the honor to present for Your Right Honorable Worships' esteemed attention, most of whom returned thereafter, among whom are two native-born Balinese, in the retinue of the provisional regent Jaxanagara just as they arrived here, until I shall find myself furnished with Your Right Honorable Worships' ever-esteemed further orders, and whether I shall let the aforementioned regent with his retinue depart by the land route to Your highly esteemed disposal; whereas it otherwise appears to me that the resident at Oeloepampang might well have arrested the patih of Endo in particular, and the four fugitives who returned to Bali seem no less suspect. And as the resident does not yet seem to report anything concerning the notable Maas Alit, I nevertheless now expect daily the communication thereof, as well as regarding the actions of Ensign Fisser with Noessa, about which his letter of 24 January communicates nothing or contains no substance. there favorably 117
Dutch transcription
113 Van Javas oost kust den 5 April 1773 Iavas oost Cust den 5: April 1773 Van waar mede my de eer aannatige met digps ontsag te onderschryven /onderstond:/ Titul /: lager stot /:was geteekend:/ H:m Schophoff /in margine:/: oeloepampang den 11. Jann: 173 /: daar onderstond:/ P: S: soo momentlijk arriveerd den ondermeester Heijlveld per een paduwakan van panaroekan met het vat duiten open en ontramponeert sal men bij natetting de uitkomst daar van eerst moeten sien ik begin wederom van mijn swaare in dispositie te beteren maar alle mijn permisten sijn nu siekelijk Frans en Maurits leggende heel doodelijk en soo voorts is de siekte soo wel te Cotta als hier onder Eu„ pees en Jnlander algemeen /:onderstondt / accordeert /:was geteekend:/ L: Luzac„ Copre Do even bekome ik de tijding als dat bewuste ge„ vlugten rebel in naame Capoelogo door den noessas Juragan Danie opgevat en den selve bereets naar djember aan den vendrig Fisser overhandigd is wij„ ders dat tot Noessa wederom sijn aangekomen 8: p:s prauwtjes Jambrana geladen met rijst en eenig grabat dog sijn deselve ongewapend en sulken die Eilanders soo als het sig laat aansien binnen Copie a copia apart missive geschreeven door den vaandrig en commandant te Passerouang Adriaan van Rijck aan den ondergeteekende Gesaghebber in den oosthoek Sub Dato 24. Januarij A=o 1773 korte - Van Javas oost cust den 5 April 1713 Van Iavas oostkust den 5 April 173— korte aan de Comp: hielde doen en sig onderwerping waar van ik dagelijks de particulariteijten te gemoed sien als wanneer de eere sal hebben uw Ed: achtb ten spoedigste sulks te beveelen. Ter wijle met alle hoog agting de eere hebbe te soucribeeren /:onderstond:/ accordeert /:was geteekend:/ P: Luzac /:lager :/ Accordeert /:was geteekend:/ I. R. van der burgh. Sedert mijne eerbiedige berigten van den 21. der verweeke maand specteerende de balemboangse saaken ontfangen ik deese van den 23. Januarij welke ik de Eere heb vwelEd: achtb: g'eerde attentie aan te bieden en welkers saakelijke inhoud is bevattende het vertrek van den p:s regent Japanagara van daar ook dien van den capitain Luitenant Heinrich na behoorlijke overgave van de belangens der Expeditie aan de oudste officier aldaar guttenberger de doot van den extra ordinair Luitenant der arthillerij Smedeke almede het vertrek van den vuurwerker swarts en den on„ dermesters stensens alle nog verselt van eenige suspecte balembrangers welke soo ik verneem bereeds te besoeki soude gearriveert sijn en denkelijk binnen 4. a 5. dagen wel hier sijn sullen verders het opgegevene omtrent kringdono geweese Pattij van den hoofd Copia apart missive van den gesag. „hebber in den oosthoek M:r P: Luzac aan den ondergeteekende gedateerd sourabaija den 5. februarij 1773 Copia rebel van Iavas oostkust den 5: April 1773 Van Javasoost Cust Den 5:' April 173 rebel bappa Endo soo wel als de nu agter aankomende klagten tegen den berugten Alap Alap, soo door den re„ „gent Taxanagara van bachus Manonrono als den ba„ lier soedjar verhaalt en ten derde het soo spijtig toeval onser patrouillie bij het ontsnappen van de hartnek„ „kige rebel larat waar uit omen omtrent onse ba„ „lembrangers niet veel goeds soude moeten opmaken indien de aanbreng van de naaste sijner familie en andere als ook de wapenen van hem hun niet ver„ schoonde en hun op gegevene redenen wel eenige plaats vinden kan Laastelijk de aankomst der Madureese al„ „daar met een aanhaaling van hun gedrag en aard en dat men weder op nieuw daar het saidoen het nog toelaat schikkinge stont te beraamen om met beter succes en sekkerheid die hartnekkige rebellen hij sij leven dan dood meester te worden waar van men dan nu weder de suc„ cesse moet afwagten om de wille alle opschuddinge te vermijden in geen nieuwe vrees onder die natie te verwekken sal ik die persoonen als krengdono en die vermannen voor de verovering van Bajoe na balij Tjembrana gevlugt, en uit de generaale sterkte welke ik de eere heb uwel Ed: achtb: g'erde attentie aan te bieden sal hoogs deselve daar na wederom gekomen waar onder twee Egt ge„ „booren baliers zodanig onder het gevolg van de p:l regent Iaxanagara laten als sij hier gekomen sijn tot wijle ik mij sal gemunieert vinden met met uwel Ed:e achtb: steeds geveneren daerde nadere beveelen en of ik de regent voormeld met sijn gevolg over den landweg ter hoog g'eerde dispositie sal laten vertrekken daar het mij anders voorkomt dat de resident te oeloepampang insonderheijd den Pattij van endo wel had mogen arresteeren en de vier vlugtelin„ „gen na balij geretourneerd niet min suspect voorko„ „men En de resident voor den in aanmerking komende Maas Alit nog niets scheijnende te melden verwacht ik egter onu dagelijks de bedeelinge daar van soo wel als over de verrigtinge van den vaanarig fisser met moessa waar over sijn brief van den 24. Januarij niets bedeeld of saakelijks inhoud daar gunstelyk 117
English
From Java's east coast the 5th of April 1773. From Java's east coast the 5th of April 1773. Please kindly note that our European servants, especially the military personnel, are decreasing considerably from month to month in the Balambangan area, wherefore I take the liberty to present early on the eastern corner to your Right Honorable's most favorable remembrance for obtaining relief from Batavia. The resident Van Putkammer, having been assigned by extract the honored opinion of your Right Honorable by highly esteemed missive dated 22 January regarding Manong Cosoema, who has departed thither again under my most serious admonition, replies to me concerning him in such manner as I have the honor to present before your Right Honorable's eyes by the extract of his letter, and informs me at the same time that the ships Velsen, Vlietlust, and Lekkerlust, on account of the continuous heavy north-westerly winds, could not get outside the passage and put to sea, having already all three taken in their cargo, and thought they would be able to get out of the passage at full moon with spring tide. The monsoon taking a blessed start to prepare the rice fields for plowing, people are diligently busy therewith both here and at Grissee, but the regents having not yet returned from here and having dragged much people along with them, the pattis complain of a lack of people, of whom however no noteworthy numbers are to be found at Adirogo anymore, as the list of Ensign Fisser shows. However, no matter how much I daily encourage the pattis to have at least one cargo barned here at Sourabaija by next spring in the month of May or June, I have reason to be highly apprehensive of it, since their inattention and carelessness, as well as their ignorance, is so great that I cannot describe it, and I can also place no reliance on their reports. From Java's east coast the 5th of April 1773. From Java's east coast the 5th of April 1773. Further having no matters worthy of imparting to your Right Honorable's high attention, I shall grant myself the honor to subscribe with deepest respect and obedience, was signed, Title, lower, your Right Honorable's very obedient servant, was signed, P: Luzac. Copy. The provisional regent Iapanagara having today undertaken his journey from here in the company of the head of the expedition, Captain-Lieutenant Henrich, after his expedition affairs were all properly handed over to the eldest here present, Ensign Guttenberger, the Extraordinary Lieutenant of the Artillery Hendrik Smeedeken died here on the 19th of this month, and Fireworker Swarts, serving to assist Under-Surgeon Stensers along the way for the wound of Captain-Lieutenant Henrich, traveling thither by the overland route, his eldest sons and other close male relatives among his retinue, as well as other Balambangan people, are also crossing over. I very respectfully request that the last-mentioned may return at the first opportunity, and under the retinue of the said regent also goes further over the former patti at Bapoe of the head Copy of a separate missive written by the Oeloepampang resident Schophof to the undersigned Authority in the Eastern Corner, dated 23 January of last year. rebel 121 123 From Java's east coast the 5th of April 1773. From Java's east coast the 5th of April 1713. rebel Bappa Endo, because I judged it best to get this object Kringdono, who has been dangerous and very harmful, away from here by that route, who, as I have been informed, acquitted himself even more than anyone in spreading quietly among the common people before the riot that he had met Maas Willis in several places riding on an elephant, and that he had related to Kringdono that after having endured so many fatigues in Ceylon he had crossed over hither to relieve the Balambangan peoples from the yoke of the Company and would settle in the mountains; also accompanying him are the four men who fled to Bali Djunbrana before the conquest of Bapoe and thereafter returned, among whom two native-born Balinese are to be found, one named Joedjar, who arrived here from Madura in the month of April of the past year with the Madurese head Alapalap as panakawan, and according to his report, four days before the march out from Cotta to Bajoe in the month of May, when he had heard his head Alapalap say to the people, when you have helped finish making the fortifications for Bajoe, then you must run away home, what would you do here any longer; he then, out of fear at those words, not knowing what to do, had gone from Cotta to Bajoe to join the rebels. The provisional regent Iaxanagara also comes to tell me for the first time on the 19th of this month that Bagus Mononrono, upon his arrival here from Bajoe with the march of our people from Cotta in May last, had related to him that the aforementioned Balinese Joedjar had arrived at Bapoe with the pretended Maas Willis Rimpak, relating that Alapalap had ordered the Madurese that when the fortifications for Bajoe were finished they should run away, and that they were 2000 men strong, as well as giving what he estimated to be the strength of the Sumanappers; that said Willis Rimpak and his men had become exceedingly bold and courageous upon that story. Said regent further explains that at that time he had wanted to give me notice thereof, but was dissuaded by the Madurese Adjutant Duimongollo not to do so before they had more certain reports thereof. I did not reproach this regent upon these words about having delayed this dangerous story that had been told, and that he had not brought Bagus Mononrono before me with it at that time, but forgive
Dutch transcription
Van Iavas oostkust den 5 April 1773— Van Iavas oost Cust den 5. April 173 — gunstelijk gelieven aan te merken dat onse Europeese dienaaren insonderheijd de militairen van maand tot maand mer„ kelijk verminderen in het balemboangse wethalve ik de vrijheijd gebruik vroegtijdig den oosthoek aan uwel Ed:e Achtb: hoogst gunstige herminering voor te dragen bij te bekomen ontset van batavia Den resident van Putkammer bij Extract opgedra„ „gen hebbende het gevenereerd begrip van uwel Ed: achtb: bij hoog g'eerde missive dato 22. Januarij omtrent Manong Cosoema die onder mijn ernstigste vermaninge weder derwaarts vertrokken is komt mij indiervoegen over hem te antwoorden als bij Extract zijner brief de eere heb uwel Ed: achtb: oog aan te bieden en bedeelt omij teffens dat de schee„ „pen velsen vlietlust en lekkerlust over de aan„ houdende swaare noord weste winden buiten het gaat met raaken konden en in see komen heb„ „bende hun lading bereeds alle drie ingenomen en meende met vollemaar bij springend teij uit het gat te sullen kunnen raaken Het fri„ soen een gesegend aanvang neemende om de rijst velden ten ploegen te berijden is men daar meede soo hier als te Grissee ook ijverig beesig dog de regenten van hier nog niet geretourneerd en bij hem veel volk meede gesleept klagen de pattijs over gebrek aan volk waar van egter geen naamwaardige meer te adirogo bevinden soo als de lijst van den vaendrig Fisser aantoont evenwel hoe seer ik ook de pattijs daagelijks aanmoedig om uit voor Jaar in de maand meij of Junij ten minste een lading alhier te Sourabaija opge„ scheurt te hebben soo heb ik reden daar voor hoogst bedugt te sijn wijl de inattentie en sorgeloosheijd soo wel als hun onkundige soo groot is, dat ik deselve niet beschrijven en ik op hunne rapporte ook geen staat maaken kan leet voordees Van Iavasoostkust den 5:' April 1773— Van Iavas oost Cust Den 5:' Aprl 173 — voorders dan geene belangens uwel Edele Achtb: hooge attentie waardig te bedeelen hebbende sal ik mij de Eere geven met diepste ontsag en gehoorsaamheijd te onderschrij„ „ven /:onderstond:/ Titul /:Lager:/ uwel Ed. Achtb: zeer gehoorsaame Dienaar /:was geteekend:/ P: Luzac„ Copie P Den p„l iegent Iapanagara heden sijn reijse van hier in geselschap van het hoofd der Expeditie den capit: Luit: Henrich na sijn Expeditie saaken alle behoorlijk aan den oudste alhier sijnde vendrig guttenberger overgegeven heeft Is den Extra ordinair luitenant den anthillerij Hendrik Smeedeken den 19 deeser alhier overleeden en vuurwerker swarts den ondermeester stensers tot adsistentie onder wegen van capit: luitenant Hei„ rich sijn quetsuur dienende derwaarts over de land„ weg aanneemende gaan sijne oudste soons en verdere naastbestaande mannen onder sijn gevolg als meer andere balemboangers meede over versoeke seer ber„ biediedig laastgemelde bij eerste ocagie te rug mogen keeren en gut dus onder het gevolg van gemelde regent al verder over den te bapoe geweese pattij van den hoofd Copie a Copia apart missive geschreeven door den oeloepampangse resident schop hoff aan den ondergeteekende gesaghebber in den oosthoek ged: 23 Januarij A:o L: rebel - 121 123 Van Iavas oostkust den 5 April 1773— Van Iavas oostkust Den 5:' April 1713— rebel bappa endo om dit gevaarlijke en seer schaadelijk geweest sijnde voorwerp kringdono door die weg van hier te krijgen best geoordeelt heb, die sig gelijk mij berigt is selfs meer dan iemand gequeeten aan het gemeen voor den oploop uit te strooijen instilte dat hij Maas willis op verscheide plaat„ „sen ontmoed had op een oliphant reijden en aan hem kringdono had verhaald na soo veel fatieques te Ceijlon uitgestaan te hebben herwaarts was overgekomen om de balemboeangse volkeren van het jok van de Comp: te ontslaan sig in 't gebergte sou neder setten versellen mede de vier mannen voor de verovering van bape na balie Djunbrana gevlugten daar na wederom te rug gekomen waar onder twee egtergeboore baliers hun bevinden een in name Joedjar die in de maand april a:o patsato met het Madurees hoofd alapalap als panakaman alhier alhier van Madura is aangekomen en volgens sijn relaas vier dagen voor den opmarsch uit Cotta na bajoe in de maand meij wanneer van sijn hoofd alapalap hadhooren seggen aan het volk alsje de bentingen voor bajoe heb helpen klaar maaken dan moetje wegloopen na huijs wat zouwje dan langer hier doen hij toen uit vreese op dat seggen niet had weeten wat te doen sig uit Cotta na bajoe had begeven bij de rebellen komt mij den p:l regent Iaxanagara den 19 deeser ook voor de eerste reijse seggen dat bachus Mononrono bij sijn op„ komst hier uit bajoe met den optogt onser volkeren uit Cotta in mij laastleeden aan hem verhaald had dat bovengemelde balier joedjar in Bapoe bij den gewaande Maas willis rimpak was aangekomen relateeren dat alapalap aan de madureesen belast had datse als bentingen voor bajoe klaar waaren soude wegloopen en datse 2000 koppen sterk waaren als mede de Sumanappers na sijn gissing de sterkte van had opgegeven dat dien willis rimpak met de sijn en op dat verhaal ten hoogste stout en moedig waaren geworden legt dien regent al verder tat mij te dier tijd daar van had kennis wille geven door den madurees adjudant Duimon„ „gollo was afgeraaden niet te doen voor datse daar van seek ender berigten hadden heb ik dien regent op dit seggen geen verwijt gegeven over dit gevaarlijk gedaan verhaal had uitgesteld en bachius Mononaono toen daar meede niet voor mij gebragt dog vergeeft Zouwje had
English
From Java's East Coast, the 5th of April 1773 From Java's East Coast, the 5th of April 1773 had been, the women, children, and further family of the regent left behind here could well remain until the open navigation. A most regrettable case I must to my sorrow communicate to Your Honorable Worships, which is that the mantris Gjaringandul and Sinodrono, after having crisscrossed the wilderness to the west for 12 days, actually captured the rebel Bappa Larat with his entire following in the Loeijdoijde mountains, where close by the rebel chiefs Bappa Ondo, Bappa Simpring, and Bappa Bilondo had hidden. Upon the rumor of Bappa Larat's capture, they had saved themselves by flight: the first-mentioned with three more men and some women; the second simply having one more man with him; and the last three ditto. According to the testimony of the women brought in by them, the aforementioned mantris, with the people they had with them, state that Bappa Larat's escape from his bonds took place at night, when they with the entire detachment had already been ten days without anything else to eat than young bamboos and a certain sort of leaves, whereby they had all become so exhausted, weak, and sick that they could not possibly keep watch. They captured 60 women and children from the aforementioned chiefs, among whom are all five wives, with a daughter and a brother's son of Pa Larat, of whom before their delivery here as many as 25 had already perished of hunger and illness, and these are so miserably starved and dropsical that they will all apparently die before long. The extraordinary fireworks master Swarts, being a man of demonstrated capacity in his services and of unblemished conduct according to everyone's testimony, I took the liberty most humbly to recommend as such to Your Honorable Worships' favor and affection, while I enjoy the honor of calling myself with due respect, [below:] Postscript: These days, according to the statement of the foremost chiefs, 420 Madurese persons arrived here in the roads with vessels, recounting that a pantjalling of their small fleet, carrying 70 persons, had stranded under Lawoe Warong and was smashed completely to pieces; however, the people all made it ashore, of whom none have arrived as yet, who will likely have returned home from there again. I intend to take into consideration with the gentlemen officers and native chiefs, since one now knows for certain that the rebel chiefs roam to the west and, during the still-persisting drought here, whether it would not be advisable to divide the Madurese with the most trusted Blambangans into 4 to 5 small patrols under an officer, and to appoint as many non-commissioned officers as there are divided patrols, and thus From Java's East Coast, the 5th of April 1773 From Java's East Coast, the 5th of April 1773 to have them patrol westward from the high mountains down to the South Sea; and after agreeing upon that, to dispatch it as quickly as possible to the Adirogo Commandant Visser Kamis via the nearest way, with the request that his forces come up eastward from there, divided into patrols, because the rebel chiefs, as one is informed, have increasingly taken to flight more westerly toward the Djember region. In the meantime, an order should likewise be given to Lieutenant Smail at Cradjagan, with the dispatch of a non-commissioned officer, that he simultaneously have the south beach patrolled with half of his garrison; I think by that way we may well have hope of catching some of those chiefs, or at least thereby so to hunt and disquiet them that, with the lack of provisions, they must ultimately perish. I do not know what else the Madurese are useful for here other than to rob the Blambangans of everything in the newly established villages with their people and drag them along by force, as the last-mentioned previously did; and these new arrivals, having come ashore so quickly, have also already made a start of it, and if they lie idle here for even half a month, their filthiness, as is customary among those people, will become ingrained, sickness will get the upper hand, and those who can still barely walk will begin to die off. [below stood:] Agreed. [was signed:] P. Luzac. [lower:] Agreed. [was signed:] J. R. van der Burgh. Awaiting Your Honorable Worships' highly venerated orders upon my humble letters of the 5th of this month with due respect, I have detained the principal regent Jaxanagara, who arrived here on the 12th of this month with his two sons and further retinue, and placed the former bupati Krengdono with the two aforementioned men in custody, because the third, named Djadjar, had already gone missing from Pasuruan, which example it was to be feared they would follow. In the meantime, I have further the honor most obediently to offer for Your Honorable Worships' highly esteemed attention the papers from Blambangan and Adirogo received by me yesterday, mainly concerning the newly adopted measures. Copy of a separate missive from the Authority in the Eastern Salient, Mr. P. Luzac, to the undersigned, dated Surabaya the 20th of February, anno 1773.
Dutch transcription
Van Iavas oostCust den 5. April 173 — Van Javas oost Cust Den 5 April 173— had geweest kunnen de vrouwen kinderen en verder van den regent hier nog te rug gebleve familie wel tot de ope vaart verblijven Een allerspeyjtigst geval moet ik welEd. Achtb: tot mijn leedweesen bedeelen is dat de mantries Gjaringandul en sinodrono na datse 12. dagen om de wett de wildernissen deur kruijst hebben gehad den rebel bappar larat met sijn geheele anhaang werkelijk hebben gevange gekreegen in't Loeijdoijde gebergte alwaar digte bij de rebellische hoofden bappa ondo bappa simpring en bappa bilondo hebben geschuld op het gerugt van bappa larats gevange neeming hun met de vlugt hadden gesalveert eerst gem: met nog drie mannen en eenige vrouwen de tweede simpel nog een man bij sig hebbende en laaste drie dito volgens getuigenis van de door haar aangebragte vrou„ „ven geven voormelde Mantries met haare bij gehad hebbende vol„ keren voor bappalarats ontkoming van sijne banden snagts geschied was toense met het geheele Commandos alreeds tien dagen sonder iets anders meer te eten hadden gehad als jonge bamboesen en seker foort van blaaden daar door soomat en slap siek alle waaren geworden datse onmogelijk hadden kunnen waklen bij hebben 60 vrouwen en kinderen waar onder alle vijf wijven met een dogten en een boeders soon van pa Larat is van voormelde hoofden gevange gekregen die die voor den aanbreng alhier alreeds tot 25 waaren uitgestorven van honger en sien en deese so Ellendig uitgehongert uit en water sug„ „thig datse alle apparent binne korte sullen sterven Den extra ordinair vurwerken swarts als een man van betoonde Copaciteijt in sijn diensten van een onbespraaken gedrag volgens een ieders getuijgens nam ik de rijheid den sulke dusdanig aan uwelEd: achtb: gunst en genegentheijd nedrigst te recommandeeren terwijl de eere geniet mij met verschuldigst ontsag te noemen /onderst:/ p: 1: deser dagen sijn en alhier ter reede met vaartuigen 420: koppen madureesen volgens op gave der tweerste hoofden aangekomen ver„ haalende dat een pantjalling van hun vlootje met 70 koppen onder lawoe warong was gestrande en hel in tukken afgeslagen egter het volk alle aan de wal gereed, waar van tot nog geen aangekomen die denkelijk wel van daar weder om sullen 't huis gekeert sijn ik ben van gedagten met de heeren officieren en inlandse hoofden in overweging te neemen wel men ouu voorseeker we d„o belische hoofden om de west swerven en geduurende nog aanhoudende droogte hier hebben of het niet raadsaam was de Maduuren met de vertrouwste balemboeangers in 4. a 5. kleine patrouilles te verdeelen onder een officier en soo veel onder officeren alser verdelde patrovulles sijn testellen on sodanig voor van 125 Van Iavas oostkcust den 5 April 1773 Van Iavasoost Cust Den 5: April 173— het hoge gbergt rouen tot de suider se te laten behruisen wetwaards en na de over een komst daar van ten spoedigste en den adinogjs Commandant visser kamis over de naaste weg te geven met versoek at sijne velkenen van daar in patrouilles verdeelt oostwaards op te komen wijl de rebellische hoofden gelijk men berigt werd meer en meer hun met de vlugt wetelijker mat Djembense hebben begeeven soudan mede intusschen aan den luitenant Smail te Cradjagan onder toesending van een onder officier ordre dienen gegeven te werden dat te gelijk 't zuider strand met de helft van sijn besetting liet bepattroulleeren meen ik door dien weg wel hoope hebben eenige van die hoofden te kuijpen ofse ten minsten daar door sodanig te Jagen ont„ rusten bij het gebrek van levensmiddelen ten laatsen dog te moeten ver„ gaan wat ik niet waar toe de madureesen hier anders dienstig sijn als de balamboangekif nog van alles te berooren op de nieuwe gest negorijen met devolkeren en met geweld mede te sleepengelijk de laast gedaste voor heen gedaan hebben en deese nieuwe alsoo spoedig aan de wal gekome sijn ook aleen begin gemaakt te hebben en leggense eerst een halve maand hier stil sijns al in haar vuligheijd na gewoonte bij die volkeren in gemesteld de siekte over hand meanende aan het doossen gaan wat nog maar loope kan /onderstond:/ Acodert /: was gteekend:/ P= Luzac /:lager:/ Accordeert /:was geteekend:/ I: R: van der Burgh„ Onder eerbiedige inwagting van uwel Ed: chtb: hoog„ gevenereerde ordres op mijn submisse letteren van den 5. deeser heb ik den p„l regent Iaxanagara op den 12 deser met sijn twee soons en verder gevolg alhier gearriveerd nog aangehouden en de geweese bepattij krengdons met de twee be„ wuste mannen in verseekering gesteld om dat de derde in naame djadjar bereeds van Passerouangs sig te soek gemaakt had welke voorbeeld te vreesen was dat sij soude volgen ik heb dan intusschen de eere verders vwel Ed: achtb: hoog g'eerde attentie gehoor„ saamst aan te biede de op gistere bij mij ont„ fangen papieren van balemboangang en Adirogo tendeerende hoofdsaakelijk de op nieuw genomene Copia apart missive van den gesagheb„ „ber in den oosthoek M P:s Luzai aan den ondergeteekende gedateerd sou„ „rabaija den 20:e februarij A„o 173— Coper maatregelen 127
English
From Java's East Coast the 5th of April 1773. From Java's East Coast the 5th of April 1773. Measures for the capture of the chiefs who are still at large; the hope placed regarding the election of Maas Alit, accompanied by the promise that upon the return of the commandos the general opinion thereon will be gathered and communicated. While furthermore the Resident Schophoff gives notice to the Commander at Adirogo of the cruising in Bali Strait of two pantjallangs from Batavia, destined to bring the rebels of Moetsa to obedience to the Company, about which I am conferring with him as to how he arrived at that communication, for I had not yet been informed of it beforehand; moreover, both aforementioned servants submit their views as to which ways and means for reaching and overcoming that island appear to them the best and most suitable, which, as it seems to me, to undertake from the side of the Javanese shore appears not only to be accompanied by many difficulties, but by perilous outcomes; so that I would be of the opinion that by the cruising of our well-armed pantjallangs from Batavia in Bali Strait, the return or crossing over of the Mandharese, Balinese, and other nations residing at the latitude of or across the island of Noesa would be prevented and thwarted, and from our side of the Javanese shore very close attention be paid that they could fetch or obtain not the slightest supplies whatsoever; and in the meantime from the side of Crajagan, situated in the southernmost part toward Balemboang, whose people are mostly all related to and acquainted with those of Moessa, to send one or two of the most trusted Balemboangers thither to invite them one last time to submission; the peoples of that small island will have to surrender of their own accord, for seeing firstly no Mandharese or other nations appearing anymore, and obtaining not the slightest supplies from the Javanese shore, they will have to surrender through lack of provisions. In the meantime, respectfully awaiting Your Right Honorable's highly venerated sentiments and orders, I have written to the Resident at Veloepampang to try from the side of Crajagan by peaceful means through the dispatch of one or another trusted Balemboangers for an invitation, and to Ensign Fisser to adhere strictly to the highly venerated contents of the extracts sent in succession, and especially everywhere and to watch that they could obtain not the slightest supplies whatsoever from the Javanese shore; while in the meantime I cause to be gathered as many light vessels or small jochems that are sturdy and can withstand fire, in order to have them in readiness if they might be required, which however can only be transported thither with the greatest difficulty. Remaining with the greatest respect, was written, Titul, lower, Your Right Honorable's very obedient servant, was signed, S. Luzac. Further, when I had closed my submissive letter of the 20th for dispatch, I found myself honored with Your Right Honorable's most venerated letter of the 15th, to which, immediately accompanying this, it serves most obediently to report that as long as I have not yet received any formal communication from Balemboang regarding the approval concerning Maas Alit, which however I expect with the first opportunity, I could not yet bring myself to furnish any considerations regarding that matter to Your Right Honorable's esteemed attention; in which I shall not fail to act, as well as in dealing with the provisional regent Japanagara by detaining him here until the opening of the navigation. And I have acted conformably to Your Right Honorable's venerated intention concerning Kringdono and others, as I now have the aforementioned Djoejar searched for everywhere. Furthermore, I have earnestly written to the Resident Schophoff to investigate the conduct of the mantri Tjorang Gandul, who had the management and command over the rebel Larat. Further copy of a separate letter from the aforementioned Authority Luzac to the undersigned, dated Sourabaija the 22nd of the aforementioned month.
Dutch transcription
Van Iavas oost kust den 5 April 1773— Van Iavas oost Cust den 5 April 1773 maatregulen ter agterhaaling van de nog uitgeweeken hoofde de gestelde hoope omtrent de verkiesing van Maas Alit verselt met de belofte van bij retour der Commandos het algemeen gevoele daar over in te nemen en te bedeelen Terwijl al verder de resident schophoff aan den Commandant te adirogo kennisse geeft van de bekruissing in straat balij van twee Pantjallangs van batavia gedestineerd om de rebellen van moetsa tot gehoorsaamheid van de Compagnie te brengen waar over ik hem onderhoude hoe aan die bedeelinge is gekomen want ik daar voor nog niet verwittigt was daar bij geven bij de bediendens voormeld hun gevoelens op welke wegen en middelen ter bereijking en overmeestering van dat Eeland hun de beste en voegsaamste te vooren komen t welke soo als mij voorkomt van de kant der javasche wal te ondernee„ „neemen met veele moeijelijkheeden niet alleen maar met haggelijke uitkomste gepaart schijnt te sijn soo dat ik van gevoelen soude sijn dat met bekruissing van onse wel gearmeerde pantjallangs van batavia in staat balij de te rug komst op overkoming der mandhareese baliers baliers en andere natien op de hoogte of over het Eeland noesa thuishoorende beleten tegen gegaan wierd en van onse kant van de Javaase wal seer naauw agt gegeven dat geen de minste toevoer hoe genaamd konde haalen of krijgen en ondertusschen van de kant van Crajagan in het suidelijkste na balemboan„ „gang gelegen welke volk meest alle met die van moessa ver„ maagtschap en bekend sijn Een of twee der vertrouwste ba„ „lemboangers derwaarts aftesonden om hun nog voor het laatste ter onderwerping uit te nodigen die volkeren van dat Eilandje hun van selve sullen moeten geven want siende voor eerst daar geen mandhareese of andere natien meer voorschemen en geen de minste toevoer van de Javaate wal verkrijgende door gebrek aanleevensmiddelen hun sullen moeten geven ondertusschen heb ik bij derbiedige inwagting uwelEd: achtb: hoog gevenereerde sentiment en ordres den resident te veloe„ pampang aangeschreeven van de kant van Crajagan door ominmelijke weegen eens te probeeren bij toetsending van de een of andere vertrouwde balemboangers ter uitnodiging en den vendrig Fisser om sig stipt te gedragen aan hrog gevenereerd in houde der sucessie toegesonde Extracten en insonderheijd alomme en te 3 129 Van Iavas oostkust den 5:' April 1773. Van Iavas oostkCust Den 5: April 173— te waaken dat geen de minste toevoer hoe genaamd van de Javasche wal konde verkrijgen terwijl ik onderwijl, soo veel ligte vaar„ tuijgjes of kline Jochems die stevig en tegen brandig kun„ „nen laat bij een zamelen om des mogende werdende gere„ „quireerd ingereedheijd te hebben welke egter niet dan met de grootste moeijte derwaarts kunnen vervoert werde met de meeste Eerbied te verblijven /:onderstond:/ Titul /:lager:/ uwel Ed: Achtb: seer gehoor „saame Dienaar /:was geteekend:/ S: Luzac Vader Daarik diek mijne submissive van den van den 20: te versending geslooten had bevond ik mij vereerd met welEd achtb: hoogst gevenen reerde van den 15 op dewelke dadelijk dese versellende gehoorsamst te diene dat soo lange ik uijt Balemboangse nog geen formeele be„ deeling ten opsigte de toestemming omtrent Maas slit heb ontfan„ „gen welke egter bij eerste te gemoed sie ook nog op mij nit hebben kunnen verkrijgen uwel Edele achtb: g'eerde attentie eenige Conside„ „ratien daar omtrent te suppediteeren waar meede ik niet inge„ „gebreeken sal blijven soo wel als in het behandelen van den provi„ sioneel regent Japanagara bij aanhouding alhier tot hier tot het opengaan des vaart En heb ik Conform uwel Ed: Achtb: gevene„ „reerde intentie omtrent kringdons en andere gehandelt daar ik nu den bewuste Djoejar alomme laat opspooren wijders heb ik den resident schophof Eanstig aangeschreeven te ondersoeken na het gehoudene gedaag van den mantrie Tjorang gandul die het bestel en Commanando over den rebel Larat gehad heeft. Nader Copia apart missive van vormelde gesaghebber Luzac aan den ondergeteekende gedateerd sourabaija den 22 dereven gemelde maand en 131
English
From Java's East Coast, the 5th of April 1773 From Java's East Coast, the 5th of April 1773 and I shall inquire regarding the women and those others of the rebel's retinue who have been taken prisoner, and if still alive across the sea, summon them hither for further dispatch. Having received with dutiful attention and gratitude the most highly favorable promise regarding the account of extraordinary train expenses as well as military personnel for the eastern point, together with the intentions for sending timber lying in stock for sourabaija and grissee, I most humbly pray that you will kindly add to the eastern point a capable master-journeyman, two carpenters, and a blacksmith, of whom there is great need in the latter place at oeloepampang. If the undersigned may find himself regarded in a more favorable light by Your Honorable worships, I have no doubt that the delivery of less rice will be attributable to entirely different reasons and circumstances, for I can assure and prove to Your Honorable worships that everything is being done that can be required of a servant and chief, with which I remain with deep respect, below stood: title, lower: Your Honorable worships' very obedient servant, was signed: P. Luzai. The monthly papers of Your Honour's post and the notes of the native chiefs concerning rice provided have reached me safely; I thank Your Honour kindly for the communication regarding the island of Nossa. It is sufficiently evident that the juragan Same is little capable of accomplishing anything; his far-reaching and so advantageously made promises, of whose success there was generally high expectation, were made for no other reason than to advance his own interest thereby. And since this attempt has been foiled, whereby the affairs of Noessa take an entirely different turn and appearance, nothing remains but to direct a new expedition to that quarter, which must be undertaken with so much the more circumspection, courage, and speed as the importance of the undertaking requires. First of all, Your Honour must accurately trace, investigate, and survey the situation of the mainland near this island, which lies closest, and where a camp can best and most advantageously be formed, Copy of a copy of a missive written by the junior merchant and oeloepampang's resident Hendrik Schophof to the ensign Fredrik Fisser, commander at Adirogo, dated the 4th of February 1773. Copy 133 From Java's East Coast, the 5th of April 1773 From Java's East Coast, the 5th of April 1773 and where our cruising vessels can most conveniently land. There are already two large pantjallangs sent from batavia cruising here in the straits of balij, to which others may yet be added that will be able to transport thither sufficient rice and further provisions, of which a good stock is still on hand, and in case of need I shall not fail to requisition as soon as possible from our superiors at sourabaija more provisions as well as vessels for their transport. The batavian pantjallangs carry 30 lasts each and are very well equipped and in a state of defense; the bracq commanded by the chief mate Ian de Wijsen, the bestendigheid by the provisional second mate Cornelis burghard, both being very knowledgeable seamen, of whom the first-named has repeatedly attended such expeditions. As this undertaking must also be carried out as soon as possible, and a beginning must now be made with the turning of the monsoon in the month of May, or at the latest in the month of June, before the heavy east winds break through and completely prevent navigation around the southeast point, it is therefore my opinion that Your Honour will please submit his reflections thereon to our superiors as to the manner in which this work could best and most advantageously be commenced; in what manner noessa must be besieged, blockaded, and attacked; where the places are situated where a landing can be made. I have been informed that there are only two places around the entire island where a landing could be made with small praus, mayangs, toekums, and similar vessels; that the other sides were full of small rocks and reefs that cannot be approached. For that reason, Your Honour must also take care in good time to procure such native fishermen or others who are familiar with the waters around this island, whether they be inhabitants of lamadjang or elsewhere, who in case of need can serve in some degree as guides or pilots. Furthermore, Your Honour will please also inquire accurately whether forests are found in those environs containing such trees from which one could cut a small single-piece vessel like a Toekum, which could be used for a landing, and at the same time indicate where this work can most conveniently be done so as to be quickly at hand and launched into the water. Your Honour will please submit his written views and reflections on all the above-noted matters to our high superiors as soon as possible, and let me also have a part thereof, in order to be able to verify whether we are of one mind, or how far and in what respects we agree, so as to be able to regulate oneself accordingly here in the balemboang country. 135 the
Dutch transcription
Van Iavasoostkust Den 5. April 170 — Van Javas oostcust Den 5 April 173— en sal ik mij omtrent de vrouwen en die verdere van des rebels gevolg ge vangen genomen sijn informeerende nog in leeve sijnde oversee her¬ waarts ter voortsending ontbieden, De hoog gunstigste belofte omtrent omtrent de reekening van extaa ordinair train ongelden mitsgaders Militaire voor den oosthoek beneffens de voornemens ter toesending van in voorraad leggende houtwerken voor sourabaija en grissee in verpligtinge attentie en dank aangenomen hebbende bidde ik ootmoedigste daar bij goedgunstelijk den oosthoek toe te voegen en bekwaame meester„ knegt twee Timmerlieden en Een grofsimit om welke bij de laatste men te oeloepampang wel benodigd is. Indien de ondergetee„ kende bij uw elEd achtb: in een gunstiger aanschouw sig mag gesteld vinden twijffel ik niet of de leverantie van mindere rijst sal wel van geheel andere reedensen omstandigheeden afte leiden sijn want ik vwel Ed: achtb: wel verseekeren en bewijsen kan dat daar toe alles aangewendt word wat van een dienaar en hoofd kan gevergd worden waar meede met diepe Eerbied verblijve /:onderstond:/ titul /lager:/ uwel Ed: achtb: seer gehoorsaame Dienaar /:was geteekend:/ P: Luzai De maandelijkse papieren van viu Ed. Post en de handschrifjes. der Jnlandse hoofden overvestrekte Rijst sijn mij wel geworden ik dank vuEd: vriendelijk over het bedeelde omtrent het Eiland Nossa het blijk genoegsaam dat den juragan same weinig in staatiets uit te voeren sijne soo veruitsiende en soo voordeelig gedaane beloften van dies succes men generaalijk goede verwagtingh hadde om geen andere reeden gedaan sijn als daar door sijn eigen belang te bevorderen en alsoo deesen aanslaeg verijdelt waar door de saaken van Noessa en heel andere draaij en gedaante neemen staat en verder niets op als een nieuwe expeditie na die kant te rigten dewelke met soo veel te meer omsigtigheijd moed en beheid dient ondernomen als de gewigtigheijd der onderneeming vereescht voor eerst diend door vwE naauwkeurig nagespeurt ondersogt en opgenomen de situatie van de vaste wal omtrent dit eijland die het naaste aangelegen en daar het besten voordeeligst en Campament kan geformeert Copie â Copias missive geschreeven door den onderkoopman en oeloepampangs resident Hendk: Schophof aan den vendrig Fredrik Fisser command:r te Adirogo dato 4. febr: 173. Copia werden 133 van Iavas oost kust den 5. April 1773 — Van Javas oot hust den 5 April 172 werden en daar onse kruisvaartuigen het voegelijkst kunnen aanlan„ „den het sijn rees twee groote pantjallangs alhier in straat balij kruis„ sende van batavia gesonden waar bij nog andere kan voegen die genoeg„ saam rijst en verdere provisien waar van nog een goede voorraad aanhaanden sullen kunnen derwaarts transporteeren en des noods sijnde sal niet ingebreeke blijven ten spoedigsten van onse gebieders te sourabaija een meerders soo van vitualien als wel vaartuigen tot dies transport te requireeren de bataviase pantjallangs voeren 30. . Lasten ieder en sijn seer wel gequipeerd en in staat van de fencie de bracq gecommandeert bij den operstuurman Ian de Wijsen de bestendig„ heid bij den p:l onderstuurman Cornelis burghard bij de seer kendige see mannen waar van dien eerst genoemde diergelijk Expedities maer „maals bij gewoondt dewijlook deese onderneeming ten spoedigsten dient gedaan en nu met het kenteeren dermousson in de maand meij of ten hoogsten in de maand Junij bevoorens de swaare ooste winden door„ breeken en de vaart om den suid oosthoek te eenemaale beletten een begin gemaakt also is mijn meening dat vu ld sijne bedenkingen daar over aan onse gebieders gelieft op te geeven op hoedanige wijse dit werk het besteen voordeligt soude kunnen begonnen werden op wat wij te „moesa moet belegent geblocqueerd en geattaqueerd werden waar de plaatsenlegen daar men een landig kan doen Men heeft mij berigt dat er eenelijk twee plaatsen waar om het heele Eiland daar men met kleine praauwmaijangs toekums en diergelijke vaartuigen een landing soude kunnen doen dat de aandere seijden vol klene klippen en reeven lagen daar niet aan te komen om die reeden dient vw Ed: ook bij tijds verdagt te sijn sodanige inlanders vissers of andere aan„ handen te krijgen die de wateren omtrent dit eiland kundig sijn het sij ingesetene van lamadjang of elders die des noods sijnde eenig„ sints tot weg wijsers of lobtsen kunnen dienen, voorts gelieft vw Ed: ook naauwkeurig te verneemen of ekk daar om„ streks boschen gevonden werden met soodanige boomen daar uit een stuke met een klein vaartuig gelijk Toekum kan kappen, dewelke men tot een landing soude kunnen gebruiken teffens aan te wijsen waar dit werk het voegelijkte gechieden kan om schielijk bij der hand te sijn en in't waater geset te werden. uw Ed: gelieft over al het boven genoteerde sijn schriftelijke gevoelens en bedenkingen aan onse hooge gebiedens soospoedig mogelijk is in te dienen aan mij meede eenig weel daar van te doen hebben om tekunnen nagaan of wij van aen gevoelen of hoe ver en waarinne wij over een komende omme sig alhier in't balemboangse daar na te kunnen re„ guleeren 135 de
English
137 From Java's East Coast, the 5th of April 1773 From Java's East Coast, the 2nd of April 1773 to regulate the dispatched detachment under Ensign Dijkman, having departed from here on the 30th ultimo, I do not doubt that Your Honour, upon receipt of my latest letter with a copy of the resolution of our council of war, will have sent patrols to meet them, and thus I still look forward to a wished-for success thereof, meanwhile wishing Your Honour from the heart God's blessing and prosperity in all your undertakings, after friendly greetings I remain with true high esteem, beneath stood: Agrees, was signed: H.k Schophoff This serving in humble response to Your Right Honourable's letter of the 23rd ultimo, stating that both those of the 24th and 29th of October last reached me well and I dispatched my respectful reply thereto on the 23rd of the previous month, the Madurese detached hither, except for 70 heads who were placed on another pantjallang stranded at Lawoe Woerong, as well as 20 musket-bearers and 50 pikemen, all happily saved their lives according to the report of the chiefs who arrived well here, having returned home again from there with the remaining 430 men, and the pantjallang De Brak under Chief Mate De Rijs arrived on the 22nd and De Bestendigheijd under the provisional Second Mate Burghand on the 19th ultimo here with the 20 native seafarers and 22 returned Balambangans, having already arrived, as I reported in my respectful communication on the aforementioned date, which I hope will have reached Your Right Honourable well. On the 23rd of the previous month, the provisional Regent Papanagara, with a portion of his immediate family in company of the chief of the The same to the Commander in the Eastern Salient, Mr. Pieter Luzac, dated 5 February 1773. The same Dispatch From Java's East Coast, the 5th of April 1773 From Java's East Coast, the 5th of April 1773 Dispatch: Captain-Lieutenant Henrich having undertaken his journey from here toward your parts via the overland route, who I presume will have arrived well there, I could think of no better means to prevent the least apprehension from causing any more malicious rebels to wander about, and also to fall under the rising generation, than to let the former party of Bappa Endo Kringdono return thither as under the retinue of the provisional Regent, since he, Kringdono, was beforehand placed in a tranquil frame of mind through all gentle and friendly encounters, so that it is believed no more fear remained regarding him, it being deemed most advisable through this channel to get him away from here in silence for the reasons cited above. In my previous letter, I had the honour to report the vexing case of Bappa Larats's capture and the escape of the malefactor, and how closely several chiefs were on their heels, while one is still in good hope of yet getting those malefactors into our power through the patrols divided and departed from here on the 30th ultimo under Ensign Dijkman by a unanimous resolution, a copy of which I have the honour to enclose herewith, along with the general strength of the end of January; however, the good expectation held of the island of Wetsa has, according to further letters dated the 24th of the previous month from the Adirogos Commandant Fisser, turned out entirely wrong again, and it appears indeed that those islanders will not be brought to submission except by force of arms, to which end I have written my thoughts regarding the matter to that officer, a copy of which I have the honour to present enclosed herewith to Your Right Honourable. As far as I am informed, the family of Mas Alit before him, at the time of Pangeran Depati who was killed on Bali, was held in high regard among this nation, so that it appears to me it would succeed well if he were chosen as Regent here; I shall, however, for greater security, as soon as the mantris have returned together with the command, have them come to me, converse with them about this and ask their opinions, as well as have them examine the common people, after which I shall have the honour to inform Your Right Honourable further. Having nothing further noteworthy to communicate to Your Right Honourable, I take the liberty once again to make a humble request to Your Right Honourable for a carpenter, who is most urgently needed here, to send hither. 139 From Java's East Coast, the 5th of April 1773 From Java's East Coast, the 5th of April 1773 to send hither, as well as that permission may be favourably granted to fund the building of a stone gunpowder magazine at Kota, which until now has been of bamboo; in the event of an accidental fire, which God forbid, both those bamboo and atap-covered dwellings and that compact little fort could fall into the greatest danger. Wherewith I enjoy the honour to call myself with due respect, beneath stood: Title, lower: Ending, was signed: H.k Schophoff Herewith I inform Your Right Honourable that today my emissary named Pa Roman returned and reported to me that 2 vessels from Bali Badung have arrived at Nusa fully laden with rice, salt, opium, and nutmeg, and one from Bali Sambrono fully laden with rice, and that now through the arrival of those vessels they have taken new courage again, so that they will not submit to the Company in the least anymore; also Juragan Janie pretends that he wants to wait until he has captured Sinto Bromo first, but Sinto Bromo is with the aforesaid Juragan; however, Juragan Janie only seeks to flatter me and give me fair words until his vessel is ready first, which is already lying on the shore to be calked, and then The same from the Adirogos Commandant Fisser to the undersigned Commander in the Eastern Salient, Mr. P. Luzac, dated 20 January 1773. The same will 141
Dutch transcription
137 Van Iavas oost kust den 5 April 173 — Van Javas oostust den 2: April 173— reguleeren de uitgesondene detachement onder den vondrig Dijk„ man op den 30 passato van hier vertrokken sijnde twijffele niet of uw Ed: sal op den ontfangst mijner jongste met Copia besluit onser krijgs vergadering sijn patrouilles te gemoede gesonden hebben alsoo blijf ik als nog een gewenschte succes daar van te gemoede sien intusschen uw Ed: van herten gods segen en voorspoed in alle desselfs verrigtingen toewenschende na vriendelijke groete met waare hoog agting blijve /:onderstond:/ Accordeert /:was geteekend:/ H„k Schophoff Deese in needrige rescuiptie dienende op vwel Edele achtb: gehonoreerde van den 23. passato als dat mij beide van den 24. en 29. octo: ber laastleeden wel geworden sijn en mijn eerbiedige antwoord daar op den 23 der voorige maand heb afgesonden sijnde herwaards gedetacheerde Madureesen excepto 70 koppen die op een ander Lawoe woerong gestrande pantjallang sijn geplaats geweest als zo sna„ phan dragens en 50 pickeniens alle wel gelukig hun leven gesalveerd volgens berigt der Eeatte hier wel aangekomene hoofden met de over„ „rige 430 omannen van daar weederom thuis waaren gekeerd en is de pantjallang de brag onder den opperstuurman de rijs den 2=2 ende bestendigheijd onder den p:l onderstuurman burghand den 19 passato alhier met de 20 Jnlandse seevaarende en 22 terug gesonde balemboeangers aangebragt welker reede aangekomen gelijk bij mijn Eerbiedige gemaene op voormelde datum die hoope bij vw Ed: achtb: wel sal aangebragt sijn heb bedeeld. Den 23 der voorige maand den p„s regent Papanagara met een gedeelte sijner naaste familie in geselschap van het hoofd der Aojdem aan den gesaghebber in den oosthoek M: Pieter Luzac sub dato 5. februarij 1773. 8Jdem Expeditie Van Javas ostcust den 5: April 1773 — Van : IavasoostCust Den 5:' April 1743 Expeditie den kapit: Luiten:t henrich van hier sijne reise Costij waards aangenoomen hebbende over de landweg die stelte mi aldaar wel sullen aangekomen sijn heb ik geen leeter middel weeten uit te denken om de minste vrees aan nog eenige quaad„ aardige rebellen omswerven en wel ook onder de op„ komelingen sorteeren te geven den geweese pattij van bappa Endo kringdono als onder het gevolg van den p„l regent derwaards te laaten keeren wijl hij kringdono in een gerust denk beeld voor af is gesteld door alle minsaame en vrienden lijke ontmoetingen dat men meen ik geen vreese meer over „rig had hem door dit Canaal in stilte het raadsaamste was om reeden als vooren aangehaald van hier te krijgen wij mijn voorige heb ik de eere gehad het spijtig geval van bappa larats gevangen neeming en ontkoming van den boos„ doender en hoe na seeverdere hoofden op de hielen hebben geweest te bedeelen veijd men na big met de goede hoop die kwaadoenders nog te sullen magtig werden door de op den 30 passato onder vendrig dijkman van hier vertrokken verdeelde patrouilles door een paarig besluit soo als het selve in Copia de Eere heb hier bij te laaten versellen met de generaale sterkte van ultimo Januarij egter is de goede ver„ wagting die men van het Eiland wetsa gehad heeft volgens nadere 1 letteren in dato 24. der voorige maand van den adirogos Command:t Fisser wederom gantsh verkeerd en schijnd wel die Eijlanders niet tot submissie dan door geweld van wapenen sullen ge„ bragt werden heb ik ten dien sufette mijne bedenkingen daar over aan dien officier toegeschreeven als waar van ik de bere heb vwelEd achtb: hier ingeslooten. Copia aan te bieden voor soo verre ik geinformeerd ben is de familie van maas alit voor hem ten tijde van den te balie om het leeven gebragte pangerang Depattij bij dete natie in een goed aansien geweest boo dat het mij toescheind daar meede wel soude lukken tot regent hier verkoosen wierd sal ik egter tot meerder securiteit soo spoedig de mantries met het Commando geretourneerd sijn gesaamentlijk bij mij laaten komen deselve daar over onderhouden en haere gevoelens afvraagen als meede door deselve het gemeen dan laaten onderlasten waar na ik dan de eene hebben uw Ed: achtb: nader kannis te geven. verders uw Ed: achtb: niets werk waardigs te bedeelen hebbende neem ik nog maalen de vrijheijd uw Ed: agtb: ootmoedigt om een Timmerman te versoeken die hier hoolgst benodigd sijnde niet herwaards. 139 Van Java ostCust den 5: Aprl 173. Van Javas oost kust Den 5. April 173— herwaards te senden als meede dat te cotta gunstig gepermitteerd werd te bekostigen een steene kruidhuisen op te bouwen dat tot heeden toe nog van bamboesen is geweest bij onderhoeds brand dat god verhoede en die bamboese en met adap gedekte woo„ „ningen en dat beknopt fortjen uit grootste gevaar soude kunnen komen waar meede de Eere geniete mij met verschuldigtte ontsag te noemen /:onderstond:/ Titul /:lager:/ slot /:was geteekend:/ H:k Schophoff Hier meede maakt wel Ede Achtb: bekend als dat op heeden mijn sendeling genaamd Pa Roman weder is geko„ men en mij berigt heeft dater 2 vaartuigen van balie badong ge„ komen sijn op noessa vol gelaaden met rijst sout amphioen en Noote musschaat en een van balie sambrono vol met rijst geladen en dat nu weder door het aankomen van die vaartuigen onieuwe moed geschept hebben soo dat sij in't minst niet meer wilde bij de Comp: opkomen ook geeft quragan Janie voor dat hij soo lang wil wagten tot aat hij eest snte brom heef gevangen gekregen dog sinto bromo is med bij de voorsz: Juragan dog Juragan Janie soek mij maar soo lang te vlijen en goedewoorden te geeven tot dat sijn vaartuig eerst klaar is 't welk reeds al op de wal legd om gexalvatert te werden en dan Al jdem van den Aderogos Commandant Fisser aan den ondergeteekende gezaghebber in den oosthoek M:r P: Luzac gedateerd Den 20. ' Januarij 173. Hojden sal 141
English
From Java's East Coast, 5 April 1773 From Java's East Coast, 6 April 1773 he will murder and plunder as much from Nusa as he can get and then flee, also Juragan Sanie Kapo Lego was sent over to me, being the head of these districts, whose head I ordered to be struck off here because he committed so many rogue deeds here, and had it placed on a bamboo as an example to the inhabitants and also because he was so emaciated and starved that he would not have arrived alive at Sourabaija anyway. Herewith I have the honor with true high esteem to call myself, underneath: title, lower: Your Right Honorable's submissive servant, was signed: J. Fisser, yet lower: Agrees, was signed: P. Luzac, underneath: agrees, signed: J. R. van der Burgh. Since I had the honor of sending my submissive missives of 20, 22 February, 2 March, accompanied by one to be dispatched to the land council, I received yesterday the reports from the Balemboang region and from Ensign Fisser, which I have the honor to present in copy for Your Right Honorable's honored attention. In the first place, the same will please observe the favorable recommendation concerning the candidate Mas Alit and the favorable expectation which the collective mantris and lurahs have of him, concerning which, as well as regarding the further arrangements in the Balemboang region, I most respectfully submit, subject to correction and the wiser judgment of Your Right Honorable, that Copy of a separate letter written by the Senior Merchant and Authority in Sourabaija, Mr. Pieter Luzac, to the undersigned Governor, dated 12 March 1773: Copy one 143 145 From Java's East Coast, 5 April 1773 From Java's East Coast, 5 April 1713 one could, upon that given testimony regarding Mas Alit, proceed with all peace of mind to his election, yet it appears to me that one might well wait with that until those peoples are organized in a more suitable order, each in their villages under their chief, through which one also meanwhile has the opportunity to have the sentiments of the common man sounded, considering that the mantris present there in the absence of a regent seem to give full confidence to restore the disordered affairs under the supervision of the Resident Schophoff, in accordance with the highly revered intention of Their High Excellencies and Your Right Honorable, and to form an accurate account thereof, wherewith one, upon solid ground and with full certainty, may appear before our lords and masters in order to come to a resolution. What my considerations were with regard to the division of the country, I have given to the resident there for consideration, yet his answer only half satisfies me, which is why I presumed, and as I also remind him, that upon arrangements being made there, he will supply a formal report on everything; meanwhile, I remain with my opinion in this regard, not without this alteration however, that the regency of Banger, having now once been placed under a tumenggung, could, in order to avoid any disturbances, remain under the same by itself; that Centong and Radjagan, as situated nearest to Panaroekan and too far from Lamadjang, remaining under those chiefs under the supervision of the Company, could be arranged under the post of Panaroekan, where they then could account for that to which they bind themselves, whereas Lamadjang could then be considered as the chief regency of the western Balemboang districts, and under which the island Nusa, Djember, Poeger, Bennes, Gittem, and other villages situated to the west between them would partly fall; and because the western part of Balemboang mentioned here before is mostly at least G V G
Dutch transcription
Van Javas oostkust den 5. April 173 — Van Javas oost ust Dn 6. April 173. sal hij soo verl moorden en rooren van noessa als hij krijgen kan en dan wegvlugten, ook heeft mij uragan Sanie Kapo lego overgestunt sijnde het hoofd deese districten dewelke ik hier om dat hij hier soo veel schelm stukken heeft bedreeven de kop heb af laten slaan en op een bam„ boes laaten setten tot een exempel van d' Jnwoonders en ook om dat hij uitgeteerd en uit gehongerd was dat hij dog niet levendig of sourabaija soude gekomen sijn hier meede hebbe de eer met waare hoog agting mij te lee„ ken /onderstond:/ titul /:lager / uwel Ed: achtb: submissie dienaar /:was geteekend:/ I:s Fisser /: nog lager/ Acordeert /:was geteekend:/ P: Luzag / onderstond:/ accordeert /:geteekend:/ I: R: van der Burgh, Sedert dat ik de eere gehad heb mijne submissi bebelingen van den 20, 22 februari 2. maart verseld van eene aan den land„ raad aftevaardigen ontrink ik op gisteren de berigten ui't het balemboangsche en van den vaandrig fisteer welke in Copia de Eere heb uwelEd: achtb: g'eerde attentie aan„ te bieden In de eerste plaats sal hoogst denselve gelieve te beoogen de favorable voordragt omtrent den in aanmerking komende Maas Alit en de gunstige verwagting welke de gesamentlijke omantries en Loeraars van den selve hebben over 't welke als over de verdere schikkingen in 't balembrang„ „sche ik onder Correctie en hoog wijser oordeel van uwelEd: achtbare eerbiedigst voordrage, dat Copia bief apart geschreeven door den operkoop= man en gesaghebber te sourabaija mr Pieter Luzac aan den ondergeteekende gouverneur sub dato 12: Maart 1773: Copia men 143 145 Van Iavasoost kust den 5 April 1773 — Van Iavas oost kust den 5 April 1713— men op die gegevene getuigenisse omtrent Maas Alit met alle gerustheijd in de electie van hem soude kun„ „nen treeden, dog komt het mij te voren dat daar mede nog wel soude kunnen gewagt worden tot wijle die volkeren in eene geschikter ordre ieder in hunne negorijen onder hun hoofd gereguleerd sijn, waar door men ook intusschen nog gelegentheid heeft de gemoe„ „deren van de gemeene eman te laten polsen aangemerkt de daar preesent sijnde mantries bij absentie van een regent volle vertrouwen scheinen te geeven om de verwaarde saaken onder optigt van den resideno schophoff Conform hoog gevenerendeerde intentie van hunne hoog Edelheedens en uw Ed: achtb: te her„ stellen en daar van een suivere opgave te formeeren waar meede omen op fundament en omet volle seker„ „heid onse heeren en meesters onder het oog mag ko„ „men om ten besluitte te treeden, Hoedanig in omijne Consideratien ten opsigte van slands verdelinge waren heb ik den reesident aldaar ter speculatie opgegeven dog komt met sijn antwoord maar ten alve te voldoen, waarom ik ver„ onderstelte en gelijk ik hem ook heriniere dat hij bij gemaakte schikkinge aldaar een formeel berigt over alles sal suppediteeren intusschen blijd ik bij desen mijne gevoelen daar omtrent niet die verandering egter dat het regentschap banger als nu eens onder een tommongong ge„ bragt sijnde ter vermijding van eenige obsterbuteen op sig onder denselve soude kunnen blijven dat Centong en rad„ „jagan als het naast aan Panaroekan gelegen en te verre van Lamadjang onder die hoofden blijvende onder optigt van de Compagnie het postje Panaroekan soude kun„ „nen geschiket worde alwaar sij dan het gene tot het welke sij hun komen te verbinden soude kunnen ver„ antwoorden daar Lamadjang dan als het hoofd regent„ „schap van de westersche balemboangsche districten soude kunnen geconsidereerd worden, en onder het welke dan het Eiland Noetja Djember Poeger Bennes gittem en an„ andere om de west daar tusschen vallende negorijen ten deele soude vallen en wijl het westelijke gedeelte van balemboangang hier voren genoemt meest al ten zijn minsten G V G
English
147 From Java's East Coast, the 5th of April 173- From Java's East Coast, the 5th of April 170- have at least for the greatest part accepted the Mahometan faith and are not of so wild a nature or plunged in heathenism as the eastern Balemboeangers, I believe I may state that attention will not have to be paid so closely to whether the chief is a native Balemboanger or not, provided that he is faithful to the Company and knows how to win the affection of the peoples, and is capable from the beginning of a gentle upbringing. None of the chiefs from those districts who have previously appeared before me here have seemed to me suitable or capable of such a government. Nevertheless, without it being known to me for what reason he has incurred the punishment and indignation of the Company, I must however testify with truth that people here in general in the East Hook among the Javanese speak with very much praise of him, as well as Europeans who have known his conduct, that he is very attentive, expeditious, and skilled in promoting the Company's interests and in maintaining peace and order among the native population, so that he would be worthy of the Company casting a favorable reflection upon him. I mean then, subject to favorable interpretation, the former pepattij of the guardian of the Sourabaija regent Soemodirono, presently at Samarang, who according to investigation and inquiries accurately gathered everywhere concerning his natural disposition and conduct, would appear to me the most suitable for promoting the Company's true interests for the western part of Balemboangang. With which concise detail of my considerations as to how I believe those lands could be divided and arranged in two, I flatter myself to have satisfied and given pleasure to Your Honorable Worships. Thus I further continue with the points of the resident's letter, which merit Your Honorable Worships' esteemed attention for clarification. How matters stand there with our pantjallangs and their seafarers, Your Honorable Worships will also please note, which I am now trying to meet as much as is practicable for me, but all expended effort and gentleness toward the native seafarers seems to be fruitless, wherefore I most humbly beg pardon that I shall have to arrive at the necessity, regarding the deserters, From Java's East Coast, the 5th of April 173- From Java's East Coast, the 15th of April 173- of having the deserters among them, upon being apprehended, publicly given their wages according to their work on the passebaan, without which I shall not be able to keep any natives from here there. And of my sailors I shall add to them as many as I merely have on hand, although it is almost insurmountable due to mortality and sickness, wherefore everyone is averse to being sent thither. Although the resident in his previous letters indeed gave hope of capturing the chiefs who have fled, I feared, silently observing the present season, that our patrol under Ensign Dijkman would end fruitlessly, just as I noted with greater wonder that a troop of rebels near the river Klonkong, situated very close to the Djember district, stayed in a bamboo benting in the wildernesses, from where they were however dislodged with the most desired success, and that there was still found with them a banner, some powder and lead. Wherefore necessity demands, however much the rainy season made it impracticable, to have patrols continuously carried out against them by our faithful Balemboangers, reinforced with our Malay native servants, and as the resident also well understands, for it now indeed becomes apparent with the Madurese how little effect or service one may expect from sending fresh natives from our districts thither any longer. I also believe that with the eastern servants of three companies projected there, provided they are kept complete, for which I very humbly request Your Honorable Worships' most favorable license as still judging it highly necessary for some time, it can indeed be accomplished and cleared without them. And in the same manner I view it with the Sumanappers situated at Adirogo, as Your Honorable Worships may please observe from the Commandant's letter of the 27th. And although I have indeed written to the resident Faure concerning the completion of those peoples, I nevertheless believe that if that officer and they merely find themselves there decently and effectively to keep guard, he will indeed be able to manage with the Passourouang and Besoeki peoples, joined with the most trusted and finest of his districts there, since the patrols also need not be as strong as before. And I would otherwise be of the opinion, if three companies of Malay upland servants 149
Dutch transcription
147 Van Iavas oostkust den 5. April 173— Van Iavas oost cust den 5:e April 170 — minsten voor het grootste gedeelte het mahometansche gelooft hebben aangenoomen en soo woest van aard miet sijn of in het lidendom gedompeld als de oostersche balemboeangers vermeen ik te mogen stellen dat het oog soo nauw niet luisteren sal of het hoofd een geboren balemboangers is of met soo bij maar trouw voor de comp: en de toegene„ „gentheid der volkeren weet na sig te trekken en voor den beginne tot een sagte oplending bekwaam geene der hoof„ „den uit die districten die mij voor heen hier sijn verschee„ „nen sijn mij geschikt of bekwaam tot sodanig een bestier voorgekomen nogthans sonder dat het mij bewust is om welke reeden hij sig de straffe en indignatie van de Compagnie heeft schuldigt gemaakt moet ik egter met waarheijd getuijgen dat men in het algemeen hier inden oosthoek onder den Javaan met seer veel louange van hem spreekt, soo wel als Europeese die sijn behandelingen gekend hebben dat hij seer attent expeditief en kundig tot behaartiging van sComp: belangens en tot zijding en ordre onder den inlander is soo dat hij waardig soude sijn dat de Compagnie op hem een gunstig reflectie kwam teslaan ik meen dan onder guntige welduiding den gewee„ sen pepattij van den voogd van den sourabaijaschen regent soemodirono tans present te Samarang welke volgens om dersoek en naauw alomme genomen in formatien omtrent sijn natureel en gedrag mij de geschikte dan soude voor„ komen ter behertiging van sComp: ware belangens voor het westensche gedeelte van balemboangang met welk kost pondig detail mijner Consideratien hoedanig ik meen dat die landen in twee soude kunnen verdeeld en geschikt worden ik mij flatteere uwelEd: agtb: voldaan en genoegen gegeven te hebben soo vervolg ik dan wijders de poincten vandes residents brief welke ter opheldering uwel Ed: achtb: g'eerde attentie meriteeren Hoedanig het met onse pantjallangs derselve seevaarende aldaar geleegen is sal uw Ed: agtb: meede gelieven aantemer„ ken welke ik nu soo veel het mij doenelijk is sta te ge„ moed te komen dog alle aangewende moeite en sagtsimig„ „heid omtrent de inlandsche zeevarende scheijnt vrugteloos te sijn washalven ik ootmoedigstexcuus verbidde dat ik tot de noodsakelijkheid sal moeten komen om de te arossers Van Javasootcust Den 5. Aprl 173. — Van Iavasoost Cust Dden 15: April 173 drosers derselve op gevat wordende publicq op de passebaan te laten hun loon ona werk te geven sonder het welk ik geen inlanders van hier daar sal kunnen houden en van mijn mattroosen sal ik hun soo veel bijsetten als omaar aan handen heb schoon het bij na on overkomelijk is door sterfte en siekte waar voor ieder wars is om derwaarts gesonden te worden alhoewel de resident in sijn voorige brieven wel hoope gaf tot bemagtiging van de nog is uit „geweeken hoofden soo vreesde ik wel stilswijgende aan„ „merkende het tegenwoordig saisoen dat onse patrouil„ „le onder den vaandrig Dijkman vrugteloos soude afloopen gelijk ik met meerder verwondering aangemerkt heb dat een troup rebellen bij de revier klonkong die heel na het Djembersche district gelegen hun onthielden in een bamboete benting in de wildernissen van waar bij agter met aller gewenscht succes gedelogeerd waren en dat hij deselve nog bevonden was een vandel eenig kruit en lood weshalven het de noodsakelijkheijd vereischt hoeper het regen saisoen, ondenelijk maakte door onse ge„ trouwe balemboangers gesterkt met onse maleidsche jnlandsche dienaren de patroulles op hum bij Continuatie te laten doen en gelijk de resident het meede wel begrijpt want het nu bij de madureesen wel komt te blijken, hoe weinig uit ofe dienst men van frissee inlanders uit onse districten derwaarts meerder te senden te wagten is ook meen ik dat het metde daar geprojecteerd sijnde oostersche dienaren van drie Compagnien mits deselve Com„ opleet gehouden worden en tot het welk ik uwel Ed: achtb: gunstigste licentie als nog voor eenige tijd hoogst noodsakelijk oordeelende seer ootmoedig versoeke sonder deselve wel sal kunnen vol„ tooijd en gesuwverd worden en in selver voegen ik het met de sumanappers te adirogo gelegen soo als uw wel Edele achtb: uit des Commandant brief van den 27. gelieft te beoogen en of schoon ik de accompletering van die volkere den resident faure wel heb aangeschreeven soo vermeen ik egter dat die officier soo deselve maar aadelijk en werkelijk hun ter wagthou„ ding daar bevinden het met de Passourouangsche en besoekise volkeren gevoeg bij de vertrouwste en braafste sijner dis„ tricten aldaar wel sal kunnen stellen daar de patrouilles ook zoo sterk als voor heen niet behoeven te sijn en soude ik anders van gevoelen sijn soo drie Compagnie maleidsche oplandsche dienaren 149
English
151 From Java's East Coast, the 5th of April 1773. From Java's East Coast, the 5th of April 1773. servants in the Balemboang district were completed by planning one for Adirogo in place of the Sumanap people, who have also had their share in these troubles. For the rest, it appears that this officer has advanced little to the advantage with Bappa Sanie, or to have imparted information regarding the circumstances at Noessa Reeing, while I receive at this very moment his further report of the 5th of this month, by which it now appears in retrospect what the nature and intentions of Bappa Sanie's request were. For this reason, I immediately wrote to that officer not only to be on his guard everywhere against any landing, but to put Gittem or Batoe Oeloe, at which the point seems to be aimed, into a state of vigilant defense, to which end I have most earnestly written to the slow and negligent Banger regent, as has long been evident to me from all his actions, to be more watchful on the borders of Lamadjang and to detach at least 200 able-bodied, alert Bangers and Lamadjang men thither to keep watch, and to keep that number always complete, and not to come forward with thirty or forty who accomplish nothing. I have also awakened and encouraged the Passourouang regent to the end of adding some of his best men thereto, but your Honors will, I trust, observe with me not without emotion the sickness and mortality among the natives there, through which it is made nearly impossible to act with success. Nevertheless, I encourage and cheer up the regent as much as possible to incite their people to bear that burden. And although I now find some statements regarding the design on the said island Noesa, both from the servants at Balemboangang and from Ensign Kiser by his letter of the 9th of February, the enclosures of which are offered to your Honors' esteemed attention, though without any basis on which to conclude anything upon it, and the Passourouang Commander also gives his opinion upon my requisition, I nevertheless find as yet too little foundation in both the one and the other to present it as a formal project to Their High Excellencies and your Honors. Nevertheless, it seems to me that it is high time to take a formal resolution concerning it, because the east monsoon is at hand and breaking through, and it is to be feared that the Mandharese, joined with the Balinese, will frequently, From Java's East Coast, the 5th of April 1773. From Java's East Coast, the 5th of April 1773. will greatly strengthen this island and assemble upon it so much force as they believe will enable them to cause some alarm to our conquests, which have now newly been brought to tranquility, and thus cause the minds of the people to waver again. Having thus most obediently presented the matters of Balemboangang and Adirogo to the best of my knowledge, along with the enclosures concerning them enclosed, I have the honor further to detain your Honors' highly esteemed attention for a short while with respect to the present state of the rice fields. I have very earnestly conferred with the second regent and the bepattijs, and deliberated with them upon such a distribution and division, from which they have solemnly promised me to ensure that by the Dutch New Year, or by the ultimate of December of this year, 500 coyangs will come in and be delivered from each. Whereupon I informed them that they must not give me pretenses instead of truth, for they could well be assured that I would communicate their statements and promises to your Honors, and that reliance must therefore be placed upon them. Whereupon they answered me that it was well, for they would endeavor to fulfill their promises. Further conferring with them as to what time they thought they might have a shipload, because they had to reckon that a ship would be here for loading by the end of April, they answered me that they saw no chance of the new crop coming in before the months of June and July, and that of the old crop from Rawa and Poelo at most only about 50 coyangs were to be expected. I further gave them to understand that I would not hear of this, nor would I answer for the displeasure it will give your Honors if they did not ensure that a cargo was in the barns by May at the latest. That everything negotiated with them in this matter shall not pass with me for mere promises, I can well assure your Honors, and that I would employ everything at my own expense. 153
Dutch transcription
151 Van Iavas oostCust den 5 April 1773 — Van Java otus den 5 April 173. dienaren in het balemboangsche g'accompleeteerting waren van deselve een voor adirogo te projecteeren in plaatse van de sumanap„ „pers de in deese troubelen ook al hun portie gehad hebben voort overige scheijnt die officier met bappa sanie weinig ten voordeele gevordert of van de omstandigheeden te Noessa reeing te bedeelen te hebben terwijl ik soo op het moment sijn nadere bedeeling van den 5 deser ontvange bij dewelke het sig nu van agteren uit wijst hoedanig en om wat insigten het aansoek van bappa same geweest is waarom ik opstonds dien officier heb aan„ „geschreeven niet alleen alomme voor eenige landing op sijn hoede te sijn maar gittemn of batoe oeloe op dewelke het pchunt gemunt te sijn in een staat van een vigirend regunneer te stellen, ten welken einde ik den traagen en torgelasen bangerse regent soo als mij uit alle sijn gedoenten over lange gebleeken is aller„ ernstigst heb aangeschreeven om op grenten van ladmadjang maeer agter waagtsaam te sijn en ten minsten 200: weerbare slupse mannen bangers en lamadjangsche volkeren ter wagthouding derwaarts te detacheeren en dat getal altoos Compleet te houden en met geen dertig of veertig die niet uitvoeren voor den dag te komen ook heb ik den Passourouangs regent op geweket en aange „moedigs ten fine eenige van sijnen beste volken daar bij te voe„ „gen, dog uwel Ed: achtb: sult niet sonder aandoening met mij gelieven aan te merken de diekte en sterfte van den jnlander aldaar waar door het bij na onmogelijk gemag word met sucies te ageeren nogtans moedig ik en beur ik de regent soo veel op als het mogelijk is, om hunne volkeren tot het dragen van dien last op te wekken en alhoewel ik nu soo van de bediendens te balemboangang als van den van„ „drig kiser bij sijn brief van den 9 februarij van welke bij de bijlagen hunne opgave uwelEd: acht bare g'eerde attentie sijn aan„ „geboden dog sonder eenige grond om op het selve iets te kunnen besluitten wel eenige opgave vinde ter aanleg op gemelde ei„ land noetja en ook de passourouangs Commandant om mijn requisit het sijne opgeeft so vinde ik evenwel van het een soo wel als het andere nog te weinig fondament om het selve als een formeel project aan haar hoog Edelens en uwelEd: agtb: voorte dragen nogtand komt het mij voor dat het hoog tijd word om daar over een formeel dispositief teneemen wijl de oostmoussen op handen en doorbreekende men te vreesen heeft dat de mandharees geconjungeert met de baliers dik werf moedigs dit van Iava ost Cust den 5 April 173 Van Javas ostcust Den 5 April 173 dit eijland grotelijks sullen versterken en daar op soo veel magt bij een brengen als bij menen in staat sullen zijn eenig allaremn op onse nu op nieuw tot rust gebragte Conquesten te veroorsaaken en dus de gemoederen weder aan het waggelen brengen, dus dan de saaken van balemboangang en adirogo gehoorsaamst na mijne beste kennisse voorgedraa„ gen hebbende beneffens de bijlagen daar omtrent inclose soo heb ik de Eer nader uwel Edele Acht„ baare hoog g'eerde attentie nog voor een weijnig op te houden ten opsigte van de presente staat der rijstvelden dat ik den tweeden regent met de bepattijs seer ernstig onderhouden heb en met hun sodanige uit„ „deeling en verdeelig overlegt uit dewelke sij mij heijliglijk beloofd hebben tegen het hollands nieuwe Jaar of onder ultimo december deses Jaars te sullen sorgen dat van ieder 500 Coijangs inkomt en geleverd word waar op ik hun te kennen gaf dat sij lieden mij geen schamn in plaats van waarheid moesten opgeven want sij wel versetkeerd konden sijn dat ik hun gesigdens en belofte uwel Ed: achtb: bedeelen soude en dat er dus staat opgemaakt moest kunnen worden waar op sy mij ten antwoord gaven dat het wel was want dat sij aan hunne beloften sou„ de tragten te voldoen verders hun dan onderhoudende tegen wat tijd bij dan wel meende een scheeps lading te kunnen hebben want dat sij staat maken moesten dat tegen ultimo april een schip ter lading hier soude sijn waar op sij mij antwoorde dat sij van het neu„ „we gewas in te komen voor de maand Inni en Iuli geen kans sagen en dat van het oude gewas van Rawa en Poelo nog ten hoogsten voor bij de 50: Coyjangs te wagten waren gevende ik hun wijders te kennen dat ik daar niet van weten wilde ook niet voor in staan wilde welke ongenoegen het uwel Ed: Achtb: sal geven so niet en sorgde dat er uitterlijk tegen Mei een lading in de schuuren waren dat nu al het verhandelde met hun in dese bij mij voor geen blote beloften sal doorgaan kan ik uwel Ed: achtb: wel versekeren dat ik ten kosten van het mijne alles konden aanwenden 153
English
From Java's East Coast, the 5th April 173— From Java's East Coast, the 5 April 1730— will employ so that the same may be answered immediately, but however it may please Your Right Honourable to arrange regarding the 100 koyans of rice advanced from here for the Madurese prince, whether the same shall merely remain written off to the expedition or be reimbursed again by that prince, which latter would come very much in handy for us in the oppressive circumstances of the eastern salient if it were reimbursed by His Highness, as I believe, subject to correction, His Highness's contract entails; and concerning the condition of the rice fields in the districts of Grissee, the resident informs me that the farmer is busily engaged in sowing them, but Passourouang complains greatly that people from Madura, Sumanap, and other places in the eastern salient were dragging everything away from there, which is why I have once again admonished that commander to pay close attention to this. While compiling this, I had the honour to receive Your Right Honourable's ever-revered missive of the 4th March, with the main points of whose contents I flatter myself, subject to correction, that these my humble proposals and enclosures will comply, as I take the liberty to refer Your Right Honourable's esteemed attention once again to the contents of mine of the 20th February; and I do not doubt that Your Right Honourable will be pleased favourably to concede to me that I have not forgotten and have well understood the intention and special desire of Their High Mightinesses at Batavia, sent to me in extract by separate missive of the 9th December for observance, copies of which have also been communicated for information to the Oeloepampang resident and commander at Adirogo; for I merely, with respect and in a speculative manner, propose to Your Right Honourable in the same my opinion in conformity with what Resident Schophoff and Commander Fisser reported to me in their letters of the 4th, 5th, and 9th February, and the preparation of some light vessels for one or another expedition is merely a precaution in case the same might be needed in due course, while by extract from Ensign Bisser I make known Your Right Honourable's displeasure and sharply reproach and earnestly warn him on that account; furthermore, believing now to have most respectfully set forth in this humble submission all that which Your Right Honourable judged worthy of attention, 155 From Java's East Coast, the 5th April 173— Java's East Coast, the 5th April 173— From having set forth, I shall, further adding hereto a nominal roll of such of the Honourable Company's servants who died here in the eastern salient during the month of February, give myself the honour with deep respect to subscribe, /was written below:/ Title /lower down:/ Your Right Honourable's very humble and entirely obedient servant /was signed:/ P. Luzac. Since the intention is to elect once again two regents for the Balemboang districts, namely one in this eastern part and one in the western part, you shall specify both those parts separately regarding their composition in villages as well as boundary demarcations, so that from this it can be examined how the division is best arranged, for it appears to me that, as Limadjang belongs under the western part of Balemboangang, the second Balemboang regent should also have his residence there at Djember, and thus Lamadjang, Djember, Noessa, Poeger, Rennes, Centong, and Tradjagan, together with the minor villages lying around them, must constitute the western part of Balemboangang; and as regent of which I am likewise of the opinion that someone of such descent and esteemed and generally beloved among the western Balomboeangers, as Copy extract from a separate Separate missive written by the Sourabaija Commander Luzac to the Resident Schophof at Eloepampang, the 3rd February 173— Copy well 157
Dutch transcription
Van Javasoostcust Den 5:' April 173 — Van Javas oosthust den 5 April 1730 — aanwenden sal op dat aan het selve dadelijk b'antwoord worden dog hoedanig het uwel Edele achtbare sal behagen te schikken omtrent het van hier voor geschooten 100 Coij„ angs rijst voor de Madurees prins of het selve op de Expeditie maar sal afgeschreeven blijven dan door die prins weder gerestitueerd werde welke laatste ons in de drukkende omstandigheeden van den oosthoek seer te staade soude komen so het van sijn hoogheid gerestitueerd wierd so als ik meen onder correctie dat hoogst desselfs Contract meede brengt en betreffende den toestand der rijstvelden in de districten van grissee bedeeld mij den resident dat de landman sterk besig is met die te besaijen dog Passourouang klaagt grootelijks, dat men van madura Sumanap en andere plaatsen uit den oosthoek aldaar alles weg sleepte, waarom ik dien Commandant op nieuw heb aangemaand daar op attent te sijn Onder het Comipieeren deeses had ik de Eere te ont„ fangen uwel Ed: achtb: steeds gevenerendeerde missive van den 4. Maart aan het hoofdsakelijke van welker inhoudik onder Coractie mij flatteere dat dese mijn submissie voordragten bijlagen voldoen sullen daar ik de vrij„ heijd neme uwel Ed. Achtbare g'eerde attentie andermaal te refereeren tot den inhoud mijner van den 20: februari en twijffel ik niet of uwelEd Achtb sult mij wel gunstig gelieven toe te„ „wijsen dat ik de intentie en speciaale begeerte van haar hoog Edelens te batavia bij aparte missive van den 9 decemb:r ter observance in extract toegesonden niet vergeten en wel begreepen heb waar van ook bij Copia den oeloepampangs residenten Commandant te adirogo ter narigt mede gedeeld sijn want ik eenelijk onder eerbied speculativer wijse uwel Ed. achtb: bij deselve voordrage mijn gevoele in Conformi„ tuit van het geen resident schop hoff en den Commandant fisser mij opgeeven bij hunne brieven van 4. 5. en 9. februarij en het aanmaken van eenige ligte vaartuigen tot een of andere ef„ „peditie maar een voorsorge is of deselve in der tijd mogte be„ „noodigd sijn terwijl ik bij extract van den vaandrig bisser uwel Ed: achtb: ongenoege te kennen geven en hem deswegens scherpelijk reprocheeren en ernstelijk waarschouwen, voorders menende nu al het geen uwel Ed: achtb: attentie waardig g'oordeeld heb eerbiedigst bij dese te weder Submissie gesteld 155 Van Java ontrust den 5' April 170 — Javas oost Cust Den 5:' April 173— Van gesteldt te hebben soo sal ik hier nog bijvoegende een naamlijst van sodanige sE Compagnies dienaren hier in den oost„ hoek geduurende de maand februari overleden mij de eer geven met diepe Eerbied te onderschrijven /onderstond:/ Titul /:lager:/ uwel Edelens Achtbare seer onder„ danig en gansch gehoorsame Dienaar /:was getek:/ P: Luzac. Wijl het voorneemen is om twe regenten tot de balemboangsche districten wederom te verkiesen te weten een in dit oostersche gedeelte en ee in het westendeke geveele oe sal uw die beijde ge„ daltes omtrent hun bestaan in negorijen als limitscheijdinge eens ider apart opgeven om daar uit te kunnen nagaan hoe de ver„ „deling sig best voegt want het komt mij voor dat limadjang on„ der het westelijke gedeelte van balemboangang gehorende ook daar dan wel te Dejember de tweede balemboangsche regent sijn verblijk soude moeten hebben en dus lamadjang, Djember Noessa Poeger Rennes, Centong en Tradjagan beneffens de daarom leg„ „gende mindere negorijen het westersche gedeelte van balembo„ angang moet uitmaken en tot welkers regent ik almeede van gevoelen ben dat van sodanige afkomst en bij de westersche balomboeangers aangesien en in het algemeen bemind soo Copia Extract ut een aparte Aparte missive gesz: door den Soura¬ baijas gesaghebber Luzac aan den resident Schophof te eloepam„ pang den 3. Februarij 173— Copia wel 157
English
159 From Java's East Coast, the 5th of April 1773 From Java's East Coast, the 5th of April 1773 on whom the Company can most closely rely, or from that allaij as the first in the eastern part should be, where Banger, as previously, would have to revert to an ingabehi's post as before and remain under the Company, while, in regard to the produce, I find your sentiment very appropriate to have the same delivered at Panaroekan, for which matter I await your detailed further considerations in order to form from them a draft proposal to our superiors as to what would be the best, most advisable, salutary, and useful course for the Company: whether to choose a second regent over the western part of Balamboangan, or otherwise to leave it as it is, provided that the western Balamboangan districts are placed under chiefs of their own, as Centong, Prajagan, and Djimber already are, and which fall directly under the Company, and for each of them to deliver their share, as they bind themselves for delivery to the Company, at Panaroekan and thus remain directly under the Company, as they indeed seemed most inclined to prefer falling directly under the Company rather than under a regent; and then, according to a rough idea, Poeger with its surrounding villages and Noessa would form one part, Djember with its surrounding villages, which from of old belonged under it, another, Pradjagan with its villages a third, Centong with its villages the last, and so Lamadjang could remain under Banger; concerning which matter I look forward to your remarks and considerations, to which latter considerations I was especially led by the reason to bring about thereby that the Balamboangan districts situated closest to the Company would thus be more closely attached to it and lend greater strength to the eastern corner, in order, in case of any rupture not to be hoped for on the side of Balij, to come to the aid of the eastern part of that country with greater confidence and force; whereas otherwise, if lower Balamboangan or the western part were placed under a regent, one has more reason to expect that upon some unforeseen event they will always hesitate and start to waver, whereas on the contrary, once the largest and From Java's East Coast, the 5th of April 1773 From Java's East Coast, the 5th of April 1773 and most moderate part is more closely attached, bound, and accustomed to the Company, the same is not so greatly to be feared, for the Company demands no more of them than that to which they bind themselves, whereas a regent extorts more from them than they can bear. The pantjallangs have, in so far as that of the chief mate De Wijs, on account of his weak European crew, been well manned with eleven native sailors from the Coast, who from that vessel three days ago all broke away, now only with [illegible] including still four helpless boys from whom there is no service; and of Balamboangers I can give him [illegible] of the 30 heads that are so necessary on the small vessels [illegible]. I have honor, your Right Honourable, on your own good requisition to report that the two mantris who have authority here in the absence of the regent Sasanagara, their names are: the first, Oeroekoentje, a Surabayan by birth and of low origin, and the second named Bawalatana, one of Balamboangan descent, also of common origin, but a very capable and faithful as well as vigilant servant of the Company. Concerning the westernmost parts of Balamboangan, notified by your Right Honourable to be placed under a regent, with the Lamadjang and Noessa to be placed under it, it seems to me very appropriate to then make Banger once again an ingabehi's post, as it was previously. Copy. Separate letter written from Oeloepampang by Resident Schophoff to the Commander, Mr. Luzac, at Sourabaija, the 2nd of February 1773. 161
Dutch transcription
159 Van Jwvasestust den 5:e April 173 — Van Iavasoostus den 5:' April 173. — opwien de comp: sig het schierste verlaten kan of van dat allaij als de eerste in het oostersche gedeelte soude moeten sijn: daar banger als voor heen tot een jngabes plaats soude moeten vervallen als voor heen en op selve onder de comp: verblijven terwijl ik ten reguarde der producten om deselve te Panaroekan te laten leveren uwE sentiment seer gepast vinde verwelk een en ander ik uwE gedetailleerde nadere consideratien inwagte om uit deselve een consept van voordragt aan onse hoger gebiedens te kunnen formeeren was het beste raadsaams te heilsaamste en nuttigste voor de Comp: sijn soude of een tweede regent over het westense gedeete van balembrangang te verkiesen dan wel anders het te laten so als het is mits de westerse balemboangsche districten te stellen onder hoofde op hun selve als nu Centong Prajagan en Djimber berees sijn en welke direct onder de Comp: sorteeren en voor een ieder hun aandeel so als sij lieden hun aan de Compagnie ter leverantie verbinden deselve te laten leveren te sanaroekan en dus direct onder de Compagnie verblijven gelijk sij lieden tog het meest schenen g'inclieerd te sijn van liever direct onder de Comp: te sorteeren dan onder een regent en dan soude volgens een oppervlakkige sdee naar Poeger met sijn omleggende negorijen en Noessa een gedeelte uit maaken Djember met sijn omleggende 1 negorijen daar onder van ouds gesorteerd een ander Trad„ „jagan met sijn negorijen en derde centong met sijn ne„ „gorijen de laatste en so soude lamadjang onder Banger kunnen verblijve over welke een en ander uwE bedenkinge en consideratie te gemoed sie tot welke laatste verwegingen mij insonderheijd opgeleid heeft de reden om daar door te brengen dat de naast bij de Comp: gelegene balemboangsche districten daar door aan deselve meerder verknogt soude sijn ende oosthroek meerder kragten bij setten om inge„ valle van eenige niet te verhopen repture van de kant van balij met meerder vertrouwen en magt het oos„ „tersche gedeelte van dat land bij te springen daar anders het beneden balemboangang of wettensche gedeelte onder een regent gesteld werdende, men meerder te verwagten heeft dat sij altoos bij een of ander toeval een streng sullen houden en aan t wankelen raken daar in tegen het grootste Ide en Van Iavas oostkust den 5:' April 1773 — Van Javas oost Cust den 5. April 1773 en matigste gedeelte eens meer aan de Compagnie verknogt verbonden en gewend het selve soo seer niet te verwagten is want de Compagnies van hun niet meer vordert als tot het welke sij hun selve verbinden daar een oregent hun meer afperst als sij dragen kunnen De pantjallangs sijn in soo verre als die van den opperstuurman de Wijs wegens sijn swakke Europese bemamning wel bevolkt geweest met elf in „landsche sevarende van a Costi die van dat vaartuig voor drie dagen alle gebrok nmu maar elijk met sig ts Eumageten daar pis waaronder wog vier magtelos Jongens waar aan geen dienst heeft en balembvangens hian ik hem van de 30 koppen die so nodig op de kleene vaartuigen eaelt jn mit lijksten werden heb ik debere uwel Ed: achtb: op selfs geede requisit te bebelen dat de twee bijabsentie van den p:l egent safanagara hier gesag hebbende man„ „trias hunne namens sijn de eerse oeroekoen tje een surabaijer van geboorte en geringe afkomstende tweede genaamt bawala, ana een uit balamboangs geslagten meede van gemeene afkomst dog en see bedant en getrouw als meede vigulant dienaar van de Compagnie Concernerende de wetelijkste gedeeltens van balemboangang door uwel Ed achtb: genotificeerd onder een regent te sellen met het lamatjingshe on noessa daar onder te laten sorteeren komt mij teer gepast voor om als dan banger wederom tot een Ingabes plaats als voor heem geweest testllen Copia a Copia aparte brief geschreeven van den oeloepampang, resident schop hoff an den gesaghebber M:r Luzac te Sourabaija den 2: fbruarij 1773— komt E pia 161
English
From Java's East Coast, the 5th of April 1773 From Java's East Coast, the 5th of April 1773 It seems to me that for this, a person who is both trusted by the Company and knows how to win the affection of the people is as necessary and sought after for this eastern district, although one need not too easily fear that the western as well as the eastern Balambangers will burst into rebellion once they are entirely separated from one another, through which I believe correspondence among them can remain cut off, and the Company will be able to govern these regions with greater tranquility than previously when they stood under this chiefship. The Madurese, according to their old way of acting, committed their robberies and acts of violence against the inhabitants on the very first day that they set foot on land here. This was largely prevented because I immediately summoned the chiefs to me, strictly enjoining them that if they did not prevent this, I would seize them for it and send them under arrest to our lords and masters, and have their people resisted by force by the Balambangers if they ventured to cause any more nuisance to them again. This indeed had the consequence that they caused no further devastations, but they have not entirely abandoned their thirst for plunder, nor have they shown the least restraint in this regard. Afterwards, their chiefs having [illegible] because they are a very base sort who under command were also divided among the patrols, it nevertheless did not please them to go any further along than around Cambieran, although I had equipped them with provisions for half a month. Along with all the others, they returned from there, but having been mostly sickly for several days, permission was indeed granted to the chiefs to send their sick to the vessels with an open pass to let them depart at disposal. Those chiefs nevertheless saw fit, along with all the healthy ones—except that they left behind some seriously ill persons—to proceed quietly to the vessels at night, and thus deserted with them, whereby we are here again relieved of a difficult nuisance of a post with those peoples. Recently I summoned all the mantris and lurahs to me and presented Mas Alit to them as regent. They unanimously testified to taking great satisfaction in that person, manifesting a singular joy over Jakanagara's absence, and did not doubt in the least that the common people would all be very pleased with the election of that Mas Alit, since his father as well as the rest of his family had always previously been held in high regard among the Balambangers. Our patrols sent out on the 30th ultimo under Ensign Dijkman returned again on the 11th of this month without having accomplished their mission, because they could not advance any further around the west than in front of the great river Baroe, which was so swollen due to the persistent heavy rains that it was impossible to cross. The lurah Sindkringsing departed from here on the 14th of this month with some Balambangers after I discovered through an incoming report that a troop of rebels was residing near the river Belonkong, located very close to the Djember district, in a bamboo benting in the wilderness under the rebellious chiefs Doerotroeno, who
Dutch transcription
Van Iavas oostrust den 5:e April 1773 — Van Javasoostkust Den 5:' April 173 — kom 't mij voor dat daar toe soo wel en vertrouwt persoon voor de Comp: en die toegenegentheijd der volkeren weet aan sig te trekken nodig toe gesogt werd als voor dit oostersch district alhoewel men to ligtelijk nie te weeden haeft dat de westensch als de ostrncke balembaangers tot rebellie sullen uitspatten als deselve eens geheelijk van elkanderen gesepareerd sijnde Correspondentie onder deselve daar door meen ik kan af gesneeden blijven de Compagnie met meerder gerustheeden blijven dese gewesten sal kunnen bestieren als voor heen toense onder dese hoofdij gestaan hebben. de Madureesen hebben na haar oude weijse van handelen de eerte dag alhier datse voetaan land gekreegen hadden hare roverijen en gewel„ der nijen op de ingesetenen gepleegt dat soo verre wel meest belet is door dat de hoofden terstond bij mij heb laten komen haar op 't ermnstigste aan„ beveelende indien te sulks niet belette ik haar daar voor soude aanvatten en in verseekering aan onse heeren meesters oversenden en hare volkeren met geweld door de balembrangens soulaten te keer gaan indiense haar wederom onderstonden eenige overlast aan deselve toe te brengen is 't selve wel van dat gevolg geweest dat se geen vervoestingen hebben aangeragt agter van haare roofzugt dog miet geheel heeft on afsien sijnse ook van geent minste miet geweet wijde na hebbe hare hoofden werig luittenen mits't seer gemeen slag sijnde die onder het Commando ook meede onder de patrouilles sijn verdeelt geweest egter heeft het haar niet behaagt verder dan omstreeks Cambieran mede te gaan alhoewelse voor een halve maand aan levens middelen heb uitgerust gehad neffens alle de anderen sijnse van daar wederom gekeert te rug dog voor eenige dage al meest siektelijk sijn„ „de is aan de hoofden wel geparmitteerd geweest haare sieken na de vaar„ tuigen te senden met een ope pas als dispositien te laten vertrekken hebben die hoofden egter kunnen goedvinden hun met alle gesonden behalven datse nog eenige geschiedere sieken hebben agtergelaten snagts in stilte na de vaartuijgen te begeven en dusdanig daar meede gedrost waar door hier wederom van een moeijlijke last post met die volkeren sijn ontheft, Ik heb jongste alle mantries en loeras hij mij laten komen en maasalit voorgesteld aan haar als regent hebbende eenpariglijk betuigd veel genoegen in die persoon te neemen met een sonderlinge blijdschap over Jakanagavas absentie te ontwaaren twijffelden ook geensints of het gemeen sou alle seer wel in sijn schik sijn met de verkiesing van dien Maas alit wijl sijn vader soo wel als verdere famillie altos voor heen bij de balembaangers in een groote agting was geweest onse uitgesonden pattrouilles op den 30. passato onder vaandrig Dijk„ „man sijn den 11. deser onverrigter sake wederom geretourneerd wijlse niet verder om de west hebben kunnen heen komen dan voor de groote rivier baroe die door de aanhoudende sware regens sodanig is opgeswollen ge„ weest, datse onmogelijk was te passeeren geweest is den loera sindkringsing den 14. deeser met Eenige balemboangers van hier vertrokken na dat ik door een opkomeing ontacht heb sig een troup rebellen bij de revier belon„ kong die heel na't Djemberse district gelegen onthield in een bamboese benting in de wildernissen onder de rebellischen hoofden doerotroeno, die mits voor O 163
English
From Java's east coast the 5th of April 1773. From Java's east coast the 5th of April 1773. who formerly had been a mantri at Cotta and under the rebels had held that same quality, managed to surprise Bappa Karim and Morsie with 16 men and 42 women as well as children, in which he succeeded so well, with the aforementioned newcomer serving as a guide, that they captured that entire crowd in their benteng and brought them in alive without a single one escaping, except the first-named Soeratroeno who resisted so violently that they massacred him and sent the head in advance with haste, and 15 who perished from hunger along the way. They found there three good flintlocks, a pistol, 15 pikes, a parcel of krises, a banner, and some powder and lead. I furthermore discovered from the aforementioned prisoners, after first having them undergo a severe correction, as that rabble can otherwise never be brought to confess, where the rebel chiefs Bappa Larat, Bappa Endo, Bappa Simpring, Wilondo, and Radja Gusti were staying. On the 23rd of this month, I sent out two mantris, two lurahs, and 23 capable common Balambangans after them, with one of the aforementioned prisoners as a guide to point them out, who claiming to have been with his brother-in-law Endo just twelve days ago, promised to point them all out if he were only pardoned from the death penalty. Also on the 23rd of this month, an aide named Calleran, being a daughter of the Pangeran Depati, was captured and brought to me solitary and alone at Bape by people from Toenassem, which I have the duty to report to your Honor. Below was signed: H.k Schophof In a letter dated the 22nd of this month, I reported to the resident at Sumenep that already 28 heads of his people have turned sick and have been sent home. Furthermore, on the 26th of this month, I sent home a mantri with 46 heads of Sumenep people, all sick, and thus I am forced to keep the Surabaya, Gresik, and Sidayu people here for as long as it takes for the aforementioned resident to replenish his people. Furthermore, I may inform your Honor that nothing new has occurred in these districts, and that from my patrol which I sent to the southern beaches on the 22nd of this month, as reported to your Honor, I have not yet received any news. Furthermore, I inform your Honor that on the 24th of this month I sent a patrol to the mountains or Gunung Rawung. Furthermore, I have the honor to also send over to your Honor Pekel Lawe, Bappa Wurtie, and Bappa Lebe. Copy of a separate letter written by Ensign Fredrik Cisser at Sedayu to the Commander Luzac at Surabaya, the 27th of February 1773. Copy and 165 167 From Java's east coast the 5th of April 1773. From Java's east coast the 5th of April 1773. and Bappa Tiaman, the first-mentioned Pekel Lawe having been the chief of these districts, who, since the time that I broke camp from Cutong toward Jember after I had fought against him on Gunung Jati and he had saved himself by fleeing, had hidden himself in the forest with his brother Bappa Wurtie for three or four months, and I all that time making great efforts to catch the aforementioned Pekel Lawe, yet being unable to discover where he was staying, and asking Bappa Lebe whether he did not know where the aforementioned Pekel Lawe was staying, he answered me no. Then I sent the aforementioned Bappa Lebe out to search for Pekel Lawe, and when he returned, he brought me news that he had discovered where Pekel Lawe was staying. Then I sent him out again with orders to capture Pekel Lawe, but instead of capturing Pekel Lawe, he and Bappa Tiaman hid the aforementioned Pekel Lawe in the forest of Top Tangil, and he thus returned empty-handed, telling me that Pekel Lawe had escaped by fleeing. After that time, I often asked him again whether he did not know where Pekel Lawe was staying, but he always answered me, no, I do not know, and yet he and the aforementioned Bappa Tiaman had hidden him in the aforementioned forest of Top Tangil. Now this Pekel Lawe had, besides the aforementioned Bappa Wurtie, two other brothers living in these districts. So I took these two brothers prisoner and interrogated them as to whether they did not know where their brother Pekel Lawe was staying, but they answered no, yet at last they confessed that they knew it. So I released one of these two to capture his brother Pekel Lawe, who also brought him to me, and thus it came out that the two aforementioned kabayans had hidden him in the forest of Top Tangil. And therefore I send over to your Honor Pekel Lawe, the chief of these districts, along with his brother Bappa Wurtie, who had hidden with him in the aforementioned forest, as well as the two kabayans Bappa Lebe and Bappa Tiaman for their harboring him, and also because the chief of these districts, the said person, has requested me to send the aforementioned two kabayans to your Honor, for the reason that as long as he has been chief of these districts he never had any service from these two kabayans, and what is more, they have always shown themselves rebellious against him. The same also states that if it should happen that the Company were to leave these districts, he is fearful that these two kabayans might at some point set themselves up as rebels. Bappa and
Dutch transcription
Van Javas oost hust Den 5: April 172. Van Javas oost kust Den 5:' April 173 — die voor heen mantrie te Cotta geweesten onder de rebellen mede die qualiteijt gehad Bappa karim en morsie met 16 mannen 42. so vrouwen als kinderen deselve sien te verrassen waar in soo gelukkig geslaagt is met voormelde opkomeling als weg wijser gediend dat die geheele mnatsae sonder het een enkelde van te ontker„ „men in hare benting gevangen gekreegen en levend opgebragt behalven eerstgem: soeratroeno dig lig so ontsteld had hebben gematsacreed en de cop voor af in spoed overgesonden en 15 die onderwegen van honger gecre„ peert sijn hebbense daar bij bevonden drie bequame snaphaenen een pis„ tool 15. pieken een parthij krissen, een vaan en eenig kruid en lood heb ik verder uitgemelde gevangenen ontdekt na haar eerst een gevoelige Correctie temwoeten doen ondervinden wel dat gespuis dog anders nooijt tot bekentenis is te brengen dat hun de rebellische hoofden bappa Larat, bappa endo bappa Simpring en wilondo en radja gusti onthielden heb ik den 23 deser twee mantries twee zoeras en 23 fluxse gemeene balemboangers daar op uitgesonden met een uitmeermelde gevangen een als weg een aanwijser van deselve die ligt nog voor twaalf daagen bij sijn swager Endo geweest te sijn se alle te sullen aanwijsen als maar van doods straffe gepardonneerd wierd meede is mij den 23. deser een Maas Aide in name Calleran sijnde een dogter van den pangerang De pattij door Toenassemse vol„ keren eenelijk en alleen te bape opgevangen aangebragt t welk de heer hebbe meede schuldpligtigst te bedeelen /:onderstond:/ was getakend:/ H:k Schophof Ik heb in een brief dato 22. deser aan den resident te Sumanap bedeeld dat alreeds van sijn volkeren re koppen sieke gedrot sijn en te huis gesonden verders den 26: deser heb ik een mantrie met 46: koppen Sumanappers alle siek na huis gesonden en dus ben ik genoodsaakt de Sourabaijens, grisseese en Sidajoese volkeren soo lange hier te houden tot dat de voorschr: resident sijn volk weder heeft g'accompleteerd verders mag ik uwel Ed: achtb: bekend dat in deese districten sig niet nieuws voorgedragen heeft en dat mijn patrouilje die ik den 22: deeser volgens bedeling aan uwelEd: achtb: na de suider stranden heb gesonden nog geen tijding van heb bekomen verders maak ik uwel Ed: achtb: bekend dat ik op den 24. deser een patrouilje na het gebergte of goenong rouw heb gesonden verders hebbe de eer uwelEd: achtb: mede over te senden Pekel Lawe, Bappa Wurtie Bappa Lebe Copia a Copia missive apart geschreeven van den vaandrig Fredrik Cisser te Sdurage aan den gesaghebber Luzar te sourabaija den 27. februarij 173. Copia en 165 167 Van Javasostust den 5:e April 1733— Van Iavas oostcust den 5 April 1773— en Bappa Tiaman, welke eerst gem: Pekiel lawe Eijnde het hoofd geweest van deese districten en die sedert die tijd dat ik van Cutong ben opgebroken na Djember na dat ik tegen hem had gebla„ gen op goenong Jatie en hij sig met de vlugt had gesalveerd sig met sijn broeder bappa wurtie drie vier maanden in het bosch had verscholen en ik al die tijd grote moeite doende om voorschree„ „ven Pekel lawe te krijgen egter niet kunnende ontwaren waar hij sig ophield en aan bappa zeve vragende of hij niet en wist waar voorsz: Tekel lawe sig ophield antwoorde hij mijn neen to sond ik voorsz: Cappa tewe uit om Pekellawe op te soeken en als hij weederom kwam bragt hij mijn tijding dat hij hat ontwaard waar Pekel lawe sig op hield to send ik hem wederom uit met ordres om Pekel lawe te te vangen maar hij in plaats van Pekel lawe te vangen heeft hij met bappa tieman de voorsz: Pekel Lawe verbor„ „gen in het bosch van Top Tangil en hij quam dus ledig we„ derom mij seggende dat Pekul lawe sig met de vlugt had gered ik heb na die tijd hem nog dikwils gewragt of hij nog niet en wist waar pekel lawe lig op hieldt maar hij haft mijn altijd g'antwoord meen ik weet het niet en egter had hij met voorsz: bappatieman hem verborgen in het voorschreeven botch van Top langil nmu had dese pekiel lawe behalven de voorsz: Cappa wuatie nog twee andere broeders woonende in deese districten to heb ik deese twee broeders gevan„ „gen genomen en haar u't gevraagt of sij niet en wisten waarhaar broeders Pekel lawe sig op hield maar sij antwoorde neen maar ten laasten bekende dat sij het wiste so heb ik een van dese twee los gelaten om sijn broeder Pekel lawe te vangen dewelke hem ook tot myn heeft gebragt en soo is het uitgekomen dat de twee voor z pbangs hem hadden verborgen in het bosch van Top Tangil en daarom sende ik aan uwelEd: achtb: over Pekel Cawe het hoofd van deese districten met desselfs broeden happa wirtie dewelke sig met hem had verborgen in het voorsz: bosch als mede de twee Cabajangs Bappa lebe en bappa Tieman voor haar verberging en ook nog om dat het hoofd van dese districten de dito genaamt mij zulks heeft versogt om voorsz: twee Caba„ jangs aan uwelEd: achtb: vertesenden om reden dat bo lang els hij hoofd van deese districten is geweest hij nooit geen dienst van deese twee Caba„ „jangs heeft ghad sa dat meer is sij hebben sig altijd tegen hem weder„ Spannig betoond ook geeft so dito voor dat als hetees gebeuren mogt dat de Comp: hier dese districten soude verlaten dat hij dan bevreest is dat dese twe Cabajangs sig somtijds als rebellen mogte opwerpen Bappa en
English
From Java's East Coast the 5th of April 173— From Java's East Coast the 5th of April 173— and therefore I send the aforementioned Cabajangs to your Right Honourable Worship to provide clarity and also to somewhat clear these districts. Furthermore I inform your Right Honourable Worship that I have sent the head of the first regent of Grisse along with almost all the common men back home as they are all sick so that I have no more than about ten men left. Likewise from the first and second regents of Sourabaija so that from those people I also have no more than a small number left. Also I have repeatedly requested the Commandant of Passourouang to please provide me with Banger and Passourouang warriors, yet he has repeatedly written back to me that he would send them to me, but I receive no Passourouang or Banger men, though yesterday he sent me 15 Passourouang men and those people desert almost every day and I am in so urgent need of people at present, because first of all, besides Batoe oeloe, I must always have three patrols cruising in the forests to clear them. Below was written: was signed: I: Fisse. Lower down: P.S. After the closing of this, the postholder of Batoe oeloe informed me that on the 23rd of this month two paduakans sailed east from the island of Noessa. Herewith I have the honour to inform your Right Honourable Worship that on the 22nd ultimo I sent Pa Roman the head of Sabrang with 6 mantries to Tramsan to search for the fled rebel leaders there, but upon arriving there, Juragan Janni was busy harvesting birds' nests on Goenong Meroe, having there two large vessels and 5 jokoongs, and all the people aboard those vessels all had firearms with which they jointly attacked our people and immediately murdered Pa Roman the head of Sabrang with his brothers on Meroe, and captured the six common men of Sabrang and took them along to Noessa, but the six mantries of Passourouang and Banger fled into the mountains and have not yet been discovered to this day. On the 4th of this month I received a letter sent to me by the postholder of Batoe oeloe, and with it one of these six common men whom the aforementioned Juragan Jani had taken to Noessa, and who, after having sat imprisoned and bound hand and foot in the house of the aforementioned Juragan Jani for two Copy of a separate letter by Commandant Fisser at Sdirogo written to the Commander Euzal on the 5th of March 1773 Copy days 169 171 from Java's East Coast the 5th of April 1743 From Java's East Coast the 5th of April 173— days and two nights, managed by sheer effort to free himself and thus by flight to save himself and has returned to Batoe oeloe, whom, as mentioned before, the aforementioned postholder has sent over to me with a letter, and who has explained everything to me, which I have the honour to share with your Right Honourable Worship. The name of this escapee is Pa Sanprit. Furthermore I inform your Right Honourable Worship that Pa Sanprit further declared to me that Juragan Janni currently holds possession of the benting where the Europeans were formerly encamped and is heavily fortifying it. Pa Sanprit said that, as far as he could see, there were easily two hundred muskets and 4 small cannon there. I would send this Pa Sanprit over to your Right Honourable Worship, but the man is so exhausted from the struggle he had at sea when he escaped from Noessa in a small canoe that he is utterly incapacitated, so that I cannot send him over to your Right Honourable Worship. Furthermore I inform your Right Honourable Worship that Pa Sanprit further declared to me that the aforementioned Juragan Janni has, with four paduakans, sent the following three Juragans, Juragan Blobou, Juragan Sinto, Juragan Kollo, to Balie Badong to purchase gunpowder and lead there. He also took along 15 households consisting of around 70 persons from Meroe and transported them to Noessa, among whom are Bagus Jawat and Maas Benoe. Pa Sanprit further declared to me that the aforementioned Juragan Janni intends on the 8th or 14th of the moonlight to make a landing at Batoe oeloe, so with your Right Honourable Worship's kind approval I have sent ten common soldiers thither for reinforcement, since I do not have a single sergeant or corporal here who is healthy, but all my non-commissioned officers are all sick, as are almost all remaining common men. I have also sent two mantries of Passourouang with 12 common men thither. I have also allowed the heads of the first and second regents of Grissee to return home with their people, all being sick; the remaining people of Sourabaija, Sidaijo, Banger, and Passourouang who are still left here are also all sick, so that I can use them for nothing. Also on the 28th ultimo I sent 40 common Sumanap men with a mantrie and two lurahs to Batoe oeloe to replace the Grissee men who were there; the mantrie and 2 lurahs indeed arrived there, but the 40 common men are well here and from
Dutch transcription
Van Javas oostkust Den 5.: April 173— Van Javas ost kust Den 5:e Apil 173 en daarom sende ik die voorsz: Cabajangs om schurigheijd en ook om deese distrecten, wat te suiveren aan uwel Ed: achtb: over„ verders maak ik uwel Edele achtbare bekend dat ik het hoofd van den eerste regent te grisse met meest alle de gemeene alle siek sijnde na huis heb gesonden so dat ik niet meer dan omtrent tien koppen over heb„ Insgelijks van de eerste en wede regenten te sourabaija so dat ik van die volkeren ook niet meer als een kleijn getal over het ook kob heb ik den Commandant van Passourouang verscheijde keren versogt dat hij mijn dog met bangense en Passourouangsche krijgers, ge liefde te voorsien dog hij heeft mijn verscheide keren weder aangeschreeven aat hijse mijn soude stuuren dog ik krij geen Passourouangs of bangerse dog gisteren heeft hij mijn 15. koppen Passourouangs gestrurd en dat volk drost meest alle dagen en ik heb lo nodsakelijk het volk teegen„ „woordig van noden want voor eerst moet ik behalven Batoe oeloe altijd drie patrouilles hebben om in de bosschen te kruisen om deselve te suweren /:onderstond:/ was geteekend:/ I: Frsse /:lager:/ P: S: na het sluiten deeses bedeelde mij den posthouder van Ratoe oeloe dat op den 23: deser twee paduakans van het eiland noessa na de oost sijn gevaren Hier meede heb ik de Eer uwel Ed: achtb: bekend te maken als dat ik op den 22. passato Pa Roman het hoofd van Sabrang met 6: mantries wa Tramsan heb gesonden om de gevlugte rebel hoofden aldaar op te soeken maar aldaar komende was Juragan Panni betig om vogelnetsies op goenong meroe te plukken en hebbende aldaar twee groote vaartuigen en 5. jokoongs en al het volk dat in die vaartuigen was hadde allemaal schiet geweeren waar meede bij gesamentlijk op ons volk aanvielen en hebben sa Roman het hoofd van Sabrang met desselfs broeders aanstonds vermoord op meroe en die ses ge„ „mene van Sabrang gevangen genomen en mede na moessa gevoerd maar die ses mantries van Passourouang en banger sijn in het gebergte gevlugten tot heden niet nog ontdekt, op den 4. deses ontfing ik een brief mijn toegesonden door den post„ houder van ratoe oeloe, en met deselve een van deese hes gemeene die de voorsz: uragan Janie na Noessa had gevoerd en die na dat hij twee Copia aparte brief door den Commandant Fisser te Sdirogo aan den gesaghebber Eu„ zal geschreeven den 5. Maart 1773 Coria dagen 169 171 van Javas oosthust den 5:e April 1743 Van Iavas oost Cust Den 5:' Aprl 173— dagen en twee nagten in het huis van voorsz: Juragan Iani had gevangen geseten gevleugeld sijnde sig op een magt wetende loste maken en also met de vlugt hem deselve te salveeren is op Batoe oeloe weder gekomen dewelke als voorgemeld devoorsz: potthouder mijn met een brief meed heeft overgesonden dewelke mijn alles heeft verklaarden waar van ik de Eere uwel Ed: achtb: heb mede te bedelen de naam deses gevlugte is Pasanprit, verders maak ik uwelEd achtb: bekend dat sas amprit mij verders verklaarde dat juragan Janni de benting daar de europeesen in vroegertijd sig gelegerd hadden tans in besitting houde en deselve heel wel versterkt Pa sanprit tegt so hij sien konde waren aldaar wel twee hondert geweeren en 4. kannonetjes, Ik soude uwelEd: achtb: dese pa sanprit wel meede oversenden maar die man is sodanig af„ gemarteld door het worstelen dat hij in see gedaan haft doe hij van Noessa met een klein Joggentje is gevlugt dat hij gansch buiten staat is soo dat ik hem aan uwelEd: achtb: niet kan oversenden voorts maak ik uwel Ed: achtb: bekend dat sas anprit mij nog verders verklaarde dat de voorsz: Juragan Janni heeft met vier paduakans de volgende drie Juragans Juragan blobou quaagan sinto Juragan kollo na balie badong gesonden om aldaar kan't en lood op tekopen ook heeft hij 15. huishoudings bestaande in de 70: koppen van meroe mede gevoerd en na Noessa overgebragt onder dewelke sijn bachus jawat en maas benoe Nog verklaarde mijn sa sanprit dat voorsz: Juragan Ianni van voorneemen is op den 8. of 14. van het maan„ ligt een landing op batoe oeloe te doen so heb ik onder guns„ „tige wel neeming van uwel Ed. achtb: tien koppen gemeene militairen daar na toe gesonden tot versterking dewijl ik alhier gen een serge„ „ant of corporaal heb die gesond is maar al mijn onder officiers sijn alle siek en meest alle resteerende gemeene ook heb ik twee mantries van Passourouang met 12 gemeene derwaarts gesonden ook heb ik de hoofden van de eerste en tweede regent van grissee met hunne volkeren na huis laten keeren alle siek sijnde de resterende volkeren sourabaijers sidaijers banger„ se en Passourouangse die hier nog overig sijn, sijn ook alle siek soo dat ik haar nergens toe kan gebruiken ook heb ik op den 28. patsato 40: koppen gemene Sumanappers met een mantrie en twee loeras na batoe oelo gesonden om de guisseesche die aldaar waren te vervangen de mantrie en 2. loeras sijn al„ daar wel aangekomen maar de 40 gemeene sijn hier wel en van
English
173 From Java's East Coast, the 5th of April 1773. Java's East Coast, the 5th of April 1773. indeed departed from there, but turned back along the road, and all deserted; of the Sumenappers I have no more than two mantris and 33 commoners, who are also all sick. The cause of so many sick persons I cannot ascribe to anything other than the abundant rain that falls here every day. It was underwritten: It was signed: J:s Fisser. I have conferred with the most knowledgeable and those chiefs who have already been there regarding the manner in which to facilitate the capture of that land and ensure its success. They all unanimously declared to me that crossing over from the so-called place Blinde would be best to undertake, and that one would also be able to collect and prepare at Gitem and Blinde within three weeks as many jukung boats as needed for the transport of men for the capture of that islet. Indeed, the regent Ritinagana here has even offered, subject to Your Honorable's favorable interpretation, to go personally and camp at Plind with 200 warriors, accompanied by the Tumenggung of Banger with 100, and Bebekit warriors, 50 men strong, not doubting that those islanders would submit, or otherwise forcing them to do so. In addition, he requested one or two defense vessels to sail around the south of Java to Nusa in order, if possible, partly to prevent the transport of the islanders to Bali by the known Juragan Janni, who, sailing one or two well-manned and armed vessels, could not be attacked with small perahu mayang boats or jukungs; and on the other hand, the sight of the Company's vessels would bring about some change in the stubborn mindedness Copy of a separate letter written by the Pasuruan Commandant Rijcke on the 25th of February 1773 to the Commander Luzac at Surabaya. Copy. bring, whereby one could conquer that island with less difficulty. And in my view, though subject to Your Honorable's wiser judgment, the two Company pantjalangs presently at Balambangan could best be employed there, accompanied by 4 to 5 small perahu mayangs; also, if needed, one could use 2 small boats from Getem. However, the old chiefs, who claim to some extent to know the minds of the people, are unanimously of the opinion that the islanders, upon the appearance of the Company's arms at Blinde and the aforementioned vessels from the sea side, will submit immediately. Meanwhile, they burn with zeal to undertake this, the more so because they think that after work is done it is good to rest, and after this final conquest they will be at peace and relieved of all the burdensome tasks that presently weigh heavily upon them; it will be my duty to accompany their members with good cheer. Regarding the known Balinese Jopan, who is said to have become a vagabond here, both the regent and I have already made every humanly possible effort to track him down. And as some sick persons are still here in Banger, and some of the Tumenggung Jasanagana's retinue remained behind, I questioned them about the Balinese Jopan; some of them testified that this fugitive had already vanished upon arrival at Samarceken, while others claimed he had only run away at Banger. Be that as it may, I have issued the necessary orders in all my subordinate districts to apprehend the said Jopan wherever he may appear. While I have the honor to be with the highest esteem, it was underwritten: It was signed: A: van Rijcke. The news just received from Ensign Tisser, who informed me that the known Juragan Jannie had the intention from Sintes to make an attack on Batu Ulu, and that on the 8th or the 14th of this month; thereupon, the said Commandant dispatched thither all the natives who were still healthy to reinforce that post, as well as ten Europeans. And in case he might perhaps have his eye on Gettem, I shall, subject to Your Honorable's favorable interpretation, immediately send about 50 warriors from here thither as a precaution; but since the appointed time has already passed, I doubt the truth of that rumor, the more so because I have not had the least news of it. At Adirogo the sickness among the natives is very severe, so that whatever effort one makes, none can be gotten thither. Of the Pasuruan people, only 53 are still present in good health, and of Banger 30. Whatever the regent tries to complete the numbers, it is currently difficult due to the fear caused by the dying of the Sumenappers there; the absence of the Surabaya and Gresik people also contributes greatly to this. Copy of a separate letter from the Pasuruan Commandant van Rijcke to Commander Zuzac, written the 8th of March 1773. Copy.
Dutch transcription
173 Van Iavas oost Cust den 5:e' April 1773 — Iavasoost hust den 5: April 1773 wel van dan vertrokken maar op de weg wederom gekeerd en alle gedrost van de Sumanappers heb ik niet meer dan twee mantries en 33: gemeene die sijn ook alle siek De oorsaak van soo veele sieken kan dit niet anders toeschrijven als aan de overvloe„ dige reegen die hier alle dage vald /:onderstond:/ /:was geteekend:/ J:s fisser, Ik heb metde meete kundige en de berets tet wese gewast inde hoofden overlegt op hoedanigeen weijse de inneeming van daterland te failiteeren en van goed suicx te doen sijn die mij alle een pariglijk verklaarde den overvaart van de soo genoemde plaats blinde het beste te onderneemen soude weesen en dat men ook in staat soude sijn om tot gitem en blinde in de tijd van drie weeken so veele soekens bij den anderen een klaar te krijgen als benodigt tot den vervoer van volk ter nneeming van dat eilandtje Ja selfs soo presenteerden onder uwel Edele achtb: gunstige welduiding den regent Ritinagana alhier sig aan om personelijk met 200 tuijgers verteld van den bangers tonmonging met 10o en bebekite wrijgens so koppen naarplind te gaan Campeeren twiffelende hij mit of die elandes sig wel soude onderwerpen soo niet daar toe te dwingen waar bij versogt een atwee vaartuigen van defensie de Z: d: van Java om mogte zeilen naar Noessa om in dien mogelijk ees deels te beletten het overvoeren der eilanders door den bewusten Juragan Janni naar bali die voerende een a tweewel bemande en gewapende vaartuigen met geen klene paauwmajangs of Joekens soudete attacqueren sijn en anderdels soude 't getigt van s Comp: bodemps weleenige veranderinge in de hertnekige genwerdaen Copia a Copia aparte brief geschreeven door den Passourouangs Commandant rijcke den 25: febr: 1773 aan den gesaghebben luzar te sourabaija, Copia brengen Jan Van Iavas oost kust den 5:e April 1773 — Van Iavasoost Cust Den 5. April 1743 — brengen waar door men met te minder moeite dat eiland soude kunnen veroveren en soude mijn bedunckens dog dit onder uwelEd: wijser ordel de twee tand tot ba„ alemboangang sig bevinden de Comp: pantjallangs wel het beste daar tekunnen g'emploiert werden verseld van 4 a 5. kanisprauwmajangs ok soude men in dien benodig 2 uarpen van geten mede kennen gebruken egter jin de mat oude hoofden en die poretendeeren eenigsints de gemoedenen van moeffaceent tekennen eenpariglijk van gevoelen bij eilanders sig bij het verscheinen van s Comp: wa„ pens en blind en vermelde kieltjes van de see kant sig wel ten eersten sullen on„ derwerpen jntusschen branden bij van iever om sulks te onderneemen te meerdaar sij denken het naar gedaan werk goed rusten is en naar dese laatste verovering in rust en van alle lastposten die haar tans merkelijk drukken soude ontslagen sijnen sal het mijee der sijn haar leeden sal wel gemoed te versellen rakende den bewusten balier Jopan so alhier soude bugatier geraakt sijn heft bereets den regent bo wel als ik alle maar mensch mogelijk moeite aangemend ter agter„ haling van denselve en als noge sieken hier tot banger 5 enbesoek eenige van des tonmongong Jasanaganas gevolg sijn agfergebleven o heb ik deselve naar den ba„ dllier Jogan ondervraagt en geluigde enige van haar dien vlugteling bereets bij aankoms te Samarseken soude weg geweet sin somige tegen weder tot banger eerstweg geloopen tewesen het sij dan hoe het wil b hebe ik de nodige ondres gesteld in alle mijne onderhoorige distriten ten fine op gem: popar waar komt te apprehendeeren terwijl de Eere hebbe met de meese hoog agtingte sin /: onderstond / was getekend/ A: van Rijcke. De even bekome tijding van den vaandrig Tisfer die mij bedeeld van bewisten Juragan Jannie tot moetja van Sints was om op batoe oeloe een attacque te doen en dat wel op den 8. of den 14 van dit ligt en heeft daar op gemCommandant al de Jnlandens so nog aldaar ge„ sond in weese derwaarts afgevaardigt ter versterking van die post so meede tien europeesen en of hij altemets op gettem 't gemunt had so salck ten eersten onder uw Ed: achtb: gunstige weldinding een 50. krijgens van hier derwaards senden p:r precautie dog nademaal die gesette tijd bereets verscheenen is twijffel ik aan de waarheid van dat gerugt, te meer daar ik en geen de minste tijding van hebbe tot adirogo is de siekte sterk onder de Jnlanders ga zo dat wat moerte men ook aanwend geene naar derwaarts kan krijgen de Passou„ rouangsche volkeren sijn daar nog maar 53 getond presend Banger 30 en wat de voir den regentook aanwend ter Complatering soo is't dat tans beswaarlijk door de vaeis die in 't sterven der Sumapappers aldaar den ingebragte heeften ook doet de absentie van sourabaija en guisseese volkeren er veel toe Copia a Copia Aparte brief van den Passourouangs Commandant van Rijcke aan den gesaghebber Zuza gesz: den 8. Maart 1773— Copia 9k R
English
From Java's East Coast, the 5th of April 1773 From Java's East Coast, the 5th of April 1773 I shall, however, immediately do everything possible to bring those people from here back in full numbers to Adirogo, while in the meantime I await Your Right Honorable, highly esteemed orders for the dispatching of reinforcements to the garrison, and so I have the honor to subscribe myself with all high esteem. Below stood: was signed: A: van Rijcke Lower still: Agreed: was signed: S:s Luzac To the side stood: Agreed: signed: J: R: van der Burgh, Extract from a separate letter written by the Senior Merchant and Commander Mr. Pieter Luzac at Sourabaija on the 27th of March 1773 to the undersigned Governor and Director of Java. Since my dutiful reports of the [illegible], having dispatched his submissive letters, I have received nothing further concerning the Balambangan affairs other than what I have the honor to bring to Your Right Honorable's attention, which contains little of substance, except that it appears to me that too little vigilance is kept over the chiefs who have fled, wherefore I have by renewal written to the officials there, making my resentment known in no small measure. The same applies to the return of the Tjatjas, which differs between the resident and Jaranagara, about which I am also having myself further enlightened; and Jaranagara himself, who is due to cross over one of these days on the Johannes Cornelis, will be able to report to Your Right Honorable. Meanwhile, I also submit to Your wise judgment the opinion and report of the Passourouang Commandant, together with an account given to me here regarding the state and nature of the island of Noessa, in order to await Your esteemed disposition thereon. From Java's East Coast, the 5th of April 1773 From Java's East Coast, the 5th of April 1773 disposition, and I further take the liberty and boldness to await Your Right Honorable's qualified disposition concerning some rebellious chiefs from the Sentong and Djember regions currently detained here, who were brought here after the departure of the ships for Banda, being six in number. The first two of these have been reported as principal instigators during the march of Ensign Fisser to Goenong Jati and the Sentong region, as well as the other four of the same nature, as reported in the letter from that ensign dated the 27th of February, so that they may be sent directly from here to Batavia by shipping opportunity. Below stood: Agreed: was signed: J: R: van der Burgh, Copy of a separate letter written by the Oeloepampang Resident Schophoff to the Commander at Sourabaija Luzac on the 14th of March 1773: That the Balinese Gede Sar has absented himself at Passourouang, I reckon cannot have happened without the knowledge of Jaranagara, because that old man, having discovered his Podjar, would not gladly have taken him along, because he seems to have been afraid regarding his late reported, though previously denied, desertion of Joedjar to the rebels in Bajoe. This was revealed to me shortly before his departure by the mantri Sjaringandul, whom Goedjar had brought to me only the day before, and his running away from Alap Alap out of Cotta, for the reasons related in my previous letters, would carry no small accountability. It is now already nearly a full year that I have often, due to my persistent illnesses, been unable to answer my letters with proper dispatch, as was the case with my latest and this one. Whereas throughout all the aforesaid time I had constantly flattered myself with the hope of recovering once again to catch up on the manifold arrears in the writing service, I must now give up my hope, as I constantly increase in weakness, and such is the case with my recovery for the most part, so
Dutch transcription
Van Javas oostkust den 5. April 173— Van Iavasoost kust den 5. April 173— Ik salegter ten eersten alles aanwenden om soo veel mogelijk die volkeren van hier weder vottaalig tot adirogo te krijgen ter wijl intusschen tardeere naar uwel Edele achtb: veel geerde beveelen ter af depechering van sterking naar gestem soo hebbe d' Eer mij met alle hoogagting te onderschrijven /:onderstond: / was geteekend:/ A: van Rijcke /:lager ^ nog accordeerd /:was geteekend:/ S:s Luzac /:tersijdestond:/ H: van E Accordeerd /: geteekend:/ der Burgh, Sedert mijn schuligebeigten van den onds sij ijne sebmisie letteren afgevaardigt heb ik geen nadere omtrent de balembaangsche saken ontvangen dan welke ik de Eere heb uwel Edele achtbare onder het oog te brengen en die wenig sakelijk inhouden, dan dat het mij voorkomt en weing gereustet word op de nog uit geweke hoofden methalven ik de bediendens aldaar niet weinig mijn ressentement daar over te verstaan bij renovatie aangeschreeven heb gelijk miet min uit de opgave der Tjatjas die van de resident met die van Tavanagara komen te verschillen waar over ik almede mij nader laatelucideeren en jaranagara selfs, die per de Jo„ hannes Cornelis eerst daags staat over tegaan uwel Ed: achtb: sal kunnen opgeven terwijl ik almeede hoogst derselver wijsen oordeel vordrage het sentiment en opgave van den Passourouangs Commandant beneffens een relaas aan mij alhier opgegeven omtrent den staat en hoedanigheden der„ selven van het eiland Noessa ten einde hier op hoogst denselve g'eerde Extract uit een aparte brief geschreeven door den opperkoopman en gesayhebber M: Pieter Luzac te Sourabaija den 27. Maart 1773. aan den ondergeteekende gouverneur en direc„ teur van Iava. Exsaart dispositie H 177 179 Van Iavas oost kust den 5. April 1773 Van Iavasoost kust den 5: April 173 disposie intwagten en gebruke ik wijders de wijhid ot moedigt uw wel Edele agtbares geedequalificate en disposite in te wagten over eenige alhier mog sittende rebelisch hoofden uit het Centongse en Djemberse sedert het vertrek der scheepen na banda alhier aangebragt sijnde ses ingetal waar van de twee eerstesijn opgegeve als eerste vooregters in de opmansch van den vaandrig fisser na goenong Jati en het sentongsche gelijk almede de vier andere van deselve hoedanigheijd to als bij de brief van dien vaandrig dato 27: februarij sijn opgegeve om deselve direct van hier na batavia per de „onderstond:/ scheeps gelegentheijd te mogen versenden /: Accondeer /:was getekend:/ J: R: van der Burgh, Dat sig den balier gedesar op Paspurouang heeft gabsinteer ustiner ik net buiten weten van Tapanagana sal geschied sijn wijl dien oude hem podjar hebben ondrekt miet gaarne had willen meede neemen om dat we bevreet heft ge„ scheenen gewees te sijn wegens sijne oolat opgegeven fschoon voegontsekte overloping van Joedjar na de rebellen in bajoe mij eert kort voor sijn vertrek kwam ontdekken na den mantie Sjaringandul, dien goedjar eerst sdaags bevorens had bij mij gebragt en sijn wegelopen van alap alap uit Cotta om in mijn voorige aangehaalde redenen gerelateerd geen geringe verantwoording sou hebben, Tis nu reets bij een geheel jaar lang dat do dikmalen door mijn aanhoudende siektens ben incapabel geweest mijne brieven in een behoorlijke spoed heb kunnen beantwoorden gelijk 't met mijn Jongste en deeis gelegen geweest daar ik mij in de geheel voormeldetijd nogal geduurende met de hoop heb gevleid gehad eens weeder om tot kerstellen te geaken om de veel vondige veragterde schuijf dienst eens wederom bij te arbeeden mijn hoop nu moet opgeven wijl wog al geduurende in sewvaakheid toeneme en duldanig ies't met mijne opamisten te meeste ijd geleegen Copia a Copia aparte brief door den oeloepam„ „pangs Resident schophoff geschreeven aan den gesaghebber te sourabaija Luzae den 14:' Maart 173: Copia soo
English
From Java's East Coast the 5th of April 1773 From Java's East Coast the 5th of April 1773 as well as with all other servants here at [illegible] because of their continual ailing, all desire and courage for the service is taken away, seeing nothing else than a most deplorable hospital in general of all nations, where one also has little prospect of any improvement ever, on account of the very bad situation in which it lies enclosed, entirely surrounded by marshes with large growth of trees, so that the winds cannot drive away the manifold foul vapors, and all people through that inhalation constantly remain exposed to the severest illness, one also remains subject here to the danger that, through the necessity of the many coolies to maintain the palisades of the fortress in bamboo structures, the few Balambangan men will in time all be eradicated, because these people, after having performed their service for a few days, as has also been experienced before, fall victim to the hot fevers and most of them die thereof in their villages, and those who survive it linger and remain sickly for years thereafter, and I had the honor in my latest of the 2nd ultimo to report how reluctantly these people declared before me to accept Maas Alit as their head and regent, which I hope and wish may be continued by them with a good result, nor do I know of any other mantri, although not the most refined, than Bawalavana, being the oldest, to propose as bupati, since the mantri Oeroekoentje, a Surabayan, appointed by the prime regent Jasanagara as his bupati on his own authority, is also not a man to govern these people, being completely [illegible] and having furthermore adopted all the greedy tricks of Jasanagara from time to time; all these other mantries and lurahs, besides Bawasarana, are Balinese crossbreeds, yet born here in Balambangan, and have never been to any place on Bali, as was alleged by the treacherous Jasanagara regarding the mantri Jarangandul, claiming that he was born on Bali; concerning which, since Jarangandul's arrival, I have been informed that he is a half-brother of Maas Waijhan who is on Madura; I shall have the honor, for further elucidation, to report to Your Honorable Nobility a hateful yet childish incident brought forward recently in the month of December by Jasanagara against Jarangandul (solely because that mantri always kept a close eye on his movements and thereby mostly kept him on the right path) in the presence of Ensign Guttenberger and some [illegible] mantries, coming before me with a submissive, feigned countenance, as he is accustomed to do when he wishes to recount lying fictions and hateful matters, reporting that the mantri Jarangandul was a Balinese, and formerly at the time of Maas Willem and the Pangeran Adipati had worked much evil; my answer was, if Jarangandul was a Balinese, why then, after the capture of the regents Boetanagara and Wangsingsarie, when he took charge of all their native-born Balinese still found in Balambangan, had he not also listed or reported him, and that his failure to report could not be regarded as anything other than a deliberate crime if Jarangandul were a real native-born [illegible]
Dutch transcription
VVan Iavas oostkust den 5. ' April 1773 Van Javas oost hust Den5 April 173 soo wel als met all verdere dienaren hier te elopamnpang door hun onophoudelijk sulen alle lusten moed voor den dienst werd benomen en nietanders siende als een allerdeerenst waardigt hopitaal i't general van alle natien daar man ok weijng veranderig van beter schap ooit te wagten heeft weegens de seer slegte situatie waar in beslooten leggen gansch met moeratsen omringst niet groote gewassen van boomen de winden eggen de velvoudige quade dampen niet kunnen doen wegtrijven alle menschen door die maseming geduurende aan de swaarste sichte bloodgesteld blijven blijft men meede hier die gevaar onderworpen, dat door de benodigtheijd der veele battoors om de palen van 't fortres in bamboesen gebouwen te onderhouden de weinige balemboangsche mannen in aen tijd alle uitgeroeit werden door dat die volkeren meede eenige dagen haar dienst verrigt hebben gelijk voorheen ook ondervonden is aan de heete Coortsen komen voorvallen en de meeste daar aan in hare nego„ rijen komen te sterven en die gen 't daerhalen jaar en daar na blijven sukkelen en hebik bij mijn jongste van 2: passat de ere gehad te bedeelen hoe tegenegent„ heed dese volkeren maas alt voor hun hoof en regent voor mij betuigt te acptarin dat verhope en wensch bij een goed gevolg door deselve mag gecontinueerd worden weet ik ook geen ander mantrie of schoon de beschaafte niet als bawalavana de oudste sijnde om als bepatijs ortedragen daar den mantrie oeroekoentje een sou„ rabaija door den p:r regent Jas anagara tot sijn bepatijis angesteld oprigen autho„ ritut ook geen man sijnde desevolkeren te bestieren wijt ten enaa alos asaap sick is en voortsalle heb sugtige streken van Iavanagara van tijd ot tijd meede aangenomen heeft, ijn alle dese verdere mantries en loeras buiten bawasar„ ana balisch bataarden egter hier in't balembangsche geboren in geen nkilde oort op balie geweeten gelijk met den mantrie farngandul door den tatelijken ja„ Lanagara opgegeven engeboven balie tesullen sin heb ik wij bevvens ontrant nadien sjarngandul sijn aankomst ginformeert dat een halve broeder van den te madura sijnde maas waijhan is sal ik de eene hebben nog tot nader elucidatie uwel Edele agtbare te bedeelen en hatelijk dog kinderagtig voor val Jongst in de maand december door aeanagara te bonde gebragt tegens Jarang andul /: wel om dat dien mantrie op sijn gangen altos goede agt geslagen en hem binnen het regte pat daar door meest heeft doen gaan :/ in pretentie van vaandrig guttenberger en eenig Toenassense mantie mi voorde entenalkwamn met eenonderdanig gevind gelaat gelijk hij gewoon is wanneer en lungenagtig verdigtselen hatelijk vorweer wil„ „olen tiste verhaalen verigten dat den mantrie Jar angandul en balien wasen werger tijden bij Maas wille en den pangerang de pattij vel kewaad had itgewerd was mijn antwoord als janangandulen balier was waarom dat hem dan na de gevangen neming van de regenten boetanagara en wangsingsarie toe alle hun nog in't ba„ „lembrangsche bevondene geboore balieas onder had gehad optwatten met meede opgegeven of opgeat had dat ham midees op gave miet ander dan een gevillige misdaad konde aangerakend werden idien Sjarangandul een werkelijke Siek gebore - 181
English
From Java's East Coast the 5th April 173[illegible] From Java's East Coast the 5th April 173[illegible] was a born Balinese and that his assertion regarding [illegible] here before the Company arrived was indeed utterly childish, but if he could produce demonstrable evidence that tended to the detriment of the Company by what that Sjanangandul had carried out, one should pay attention to that; that I also, pursuant to the orders of Their High Excellencies to banish them, dared no longer have any Balinese apprehended, as I was also otherwise informed regarding Sjanangandul that he was a born Balinese. This [illegible] pretext of Tasanagana having reached the mantri Tjanangandul somewhat on that same day, through what was reported to him by the listeners, he came the following day with the aforementioned mantris Bawalatana, Sinodirono, Ongogigt and Singoprop to warn me that they had learned that the principal regent Jasanagana, contrary to the orders given to him to settle the arrived people here and around Cotta, had allowed them to depart into the remote regions inland, which indeed was found to have been done by that old obstructionist. Thereafter the mantri Sjanangandul expressed himself to me in the following words: "My lord Resident, I hear that the tumenggung wants to sell me out to Your Honour as a born Balinese and that no Balinese shall be tolerated any longer by the Company in the Balambangan lands. If I may be informed in this matter by Your Honour which of us two, I or the tumenggung, is a born Balinese; for if I am to be a Balinese, so are all the mantris and lurahs, except the two mantris Perekoentje and Nawalasana. But let us ask the tumenggung who have remained the most faithful to the Company, the Balinese bastards or the Balambangan people, since the true Balambangan mantris and lurahs have all been rebels except Bawalatana and Lalang Passier, and furthermore all Balinese bastards have remained faithful." The aforementioned mantri Tjanangandul went on to say, "I believe that the tumenggung has also forgotten, or has always concealed from Your Honour as well as before him from Major Commandant Biesheuvel, that he is himself a true born Balinese, as we have been informed with certainty; for which he and others, out of their innate mendacity, wish to pass off, presenting himself to the one as an [illegible], to the other as a Soerabayan, and falsely assuming other appearances. It is nevertheless known all too well that across all of Bali, among all the princes, he was known, and did not have to leave that island for his good deeds, having had to flee with a bounty placed on his head by the princes." Now then, Sjarangandul having met Bappa Lanat with his detachment, it was truly two days before that mantri's return that the tumenggung brought two ordinary scouts of that detachment who had returned home to me, to relate how the encounter with Bappa Lanat had been. Their story was that four men from the vanguard had found Bappa Lanat fishing in a river, had called out to him, "Bappa Lanat, come along to the Company with your little band of people, you have all pardons"; that Bappa Lanat, upon those words, had surrendered to the aforementioned four men and promised to go along willingly; that Sjarangandul had arrived in the meantime with his large retinue; Bappa Lanat, seeing in what bastards all 183
Dutch transcription
Van Iavasoost ust den 5: April 173 — Van Javas oost Cust Den 5:' April 173 gebore balien was en dat sijn vorgeven wegens utgeroed irad alhier oor de Com„ pagnie haar komnt inmers ten eemaal kindenagtig was maar als hij bewijs„ „„ban stukken konde bij brengen die tot nadel vo de Compagnie sterken dor dien sjparngan dul utgeverd men daar op agt senu slaan dat ik ook gen balier ingevolge haar hoog Edelheedens ordre te versenden meer durfde laten opvatten daar ik ook anders ginfermeerd was van Gjarngandul alseengebere balien te sijn dit haeliyk verdrigt voorbrengsel van Tasanagana den mantrie Tjanangandul dien dagnog wat van gekenegen hebbende door de tehorden aan hem overgegt quaam sdaagsdaar aan met de melde mantres bamalatana sinodirono ongogigt en singoprop mij waarschouwen datse vernomen hadden den p:l regent Jasanagana tegens de aan hem gegeve ordre de opgekomen volkere hier en omstreeks Cotta te plaatsen nadafgelegent he regorijen landwaart in had laten vertreken tgen alto ok bvonden is door dien oude dwarsdrijver geschied te sijn quam sig den mantri Sjanan gandul daar na inde volgende woorden tegens mij uiten mijn heer residen ik hoor dat den tomnmonging mij mi voree balier bij uE: wil verkopen en dat ergen baliens meer bij de Comp: int balembrangsche sullen geprpitteer werden kone ik ten dien in de bij uwelEd: dit mag ondertegt wrden wie van onsbeide khof den tonmongong een geboone balier s als ik een balier sal weesen dat sijn het alle mantries en boenas buite„ de twe manties per ekoentje en nawalasana maar laat ons de tonmongong eensvaagen welk mu de getrouwste aan de Compagnie sijn gebleven de balijpho bastaanden of de balembangers daar innens de egte balem boangesche mantris en loe„ „ras alle eblische sijn geweet buten baw alatana en lalang Passier en voortalle ba„ lesche bastanden getrouw gebleven quam opgemeld mantie Jjanangandul alveer„ der segenk gelood dat den tonmongong ook so wel vergten al sin of vor welEd al„ toos verborgen hebben oowel asovor hem oor magoor Colmonden Commandant bies„ heuwel dat selfs en egte gebonen balier is gelijk men ons met sekerheid heft wilin berigten waar voor hij en nder ut sijn aangeboren mijnmedige aan wit opgeeven sig voorden eene voor en assumrouangtis voor den anderenen souabaijer en de an de vooren grise valshelijk opget wet men ok egter altevel dat op geheel balie bij all vorsen vor hens ekend geweesten dat eiland niet om sijn goedoen heeft meeten verlaten met de prenie van de vorstenop sijn hoofd geset wegen heeft ogen verblijven Nu dan Sjarangandul sijn Commando tegte mij vrgekomen op bappa la„ „at was eertelijk twe dagen voor dien mantie sijn retour dat den tommongong twagemenevoorloopers van dat Commando thus gekomen bij mij bragte te relateeren hoede ontmoeting van bappa Laaat was geweest soo was hun verhal dat vier man uit de voor hoede bappa Cattat in een revier hadden vinden vissen hem hadden toegeroepen bappa lanat kom op bij de Compagnie metje vlkjen je heb talle ampon dat sig bappa lanat op die gesegdens aan voormelde viermannen sou onderworpen hebben en beloofd goedvillig mede te gaan dat Sjaringandul ondertuschen met sijn groote twein was aangekomen bappa larat siende in velk bastaanden alle 183
English
From Java's East Coast the 5th of April 173— From Java's East Coast the 5th of April 173— that Bappalanat was so severely sprained from it that he had taken to the water and thus escaped unbound. Whereupon I answered that regent that I would carefully investigate that matter upon the return home of the mantris Djarangandul and Simodirono and their entire commando; that upon arrival at Oenasen he must let that entire commando come directly to me without delay. I also sent a messenger to the same with orders to come directly to me without going to the regent, because I knew all too well that this was an incited, hateful fabrication by the regent through the aforementioned two youths, in the belief that I would undertake no further investigation other than having the mantri Djarangandul seized and sent away. Upon the return home of the commando, the matter turned out entirely different upon investigation than what the regent had related through the aforementioned two youths. After the mantris Djarangandul and Simodirono with their entire commando had given their report that they had captured Bappa and that on the third night thereafter he had managed to untie himself from his bonds and escape, their complaint was that the present regent Japanagara had supplied only 60 pounds of the two thousand pounds of rice provided to him here to be distributed among eighty heads of that commando for half a month, and had distributed only about two catties to each man, which had been consumed in the first two days; that for ten days they had wandered in the deep wilderness without having consumed anything else before the encounter with the aforementioned rebel Lanat other than young bamboos and a certain kind of leaves, by which they had all become so exceedingly lethargic that it had been entirely impossible for them to remain watchful. The mantri Simodirono also came directly before me to give the same report, having arrived with some men of the commando after they had captured Bappa Lanat, and at the same time complained about the regent's misdeed regarding the aforementioned withholding of the rice, requesting a further supply for the commando because Djarangandul with the remaining men, exhausted from hunger, had gone in pursuit of the rebel chiefs, and otherwise a portion of them would not be capable of returning home. Thus I immediately supplied the aforementioned Simodirono with another thousand pounds for the nourishment of those people. That the poor watch over Bappalanat or indeed his escape is to be blamed on the thievish deceit of the regent Japanagara rather than on the negligence of Djarangandul, Simodirono, and their commandos, is as was stated to Your Right Honourable, and the aforementioned statement previously made to me was fabricated before their own eyes. Having well received the statement from the present regent Japanagara concerning the populations of the villages, it seems to me that the people registered therein have been quite numerous in his territory, although he has kept a large portion under himself and concealed them from being registered according to the accompanying list subsequently delivered to me by the mantris. He has also falsely accused the mantris in the list regarding the distribution of the villages and peoples, while he had given no villages or cacahs to other mantris than some Soesopoedwongs and Serowidjojo, and had kept the remainder under his own sons and wives, according to the general complaint of the mantris after his departure. Therefore I had the villages and peoples distributed among them, as the aforementioned list demonstrates, asking them how it came about that there were now so many fewer households and villages than had been stated by Japanagara. Their answer was that in many villages the populations had since died out completely, mostly for the reason that the Tumenggung had placed them in the villages without any supervision of a mantri over a lurah and had forbidden them to plant anything, just as those who returned from the west confessed to me themselves when they were sent back to their old villages, that they had been ordered not to plant anything, but only had to look after their trees. However, as all this seemed a very suspicious and hateful statement of the mantris to me, shortly after the regent's departure, however sickly I was, I went to Kota myself and from here visited and inspected the passage and villages along the way. I was immediately able to experience and learn that what the mantris had related was all too true; nowhere had the slightest beginning of agriculture been made, and wherever I had further investigations made, I received reports confirming that this was true, and that all the people also knew of no chiefs to be sorted under other than what I have cited previously, whereas he had continuously assured me that all new arrivals had been placed under good supervision of their chiefs and were engaged in agriculture. And the pantjalang De Barcq is absolutely required to be sent eastward immediately for repair on account of her severe leakage, which is also entirely devoid of European sailors as well as natives, as we had eleven native sailors from Surabaya on her, all of whom ran away in the previous month, and I can hardly obtain as many batoons matoons as are necessary for pumping day and night to keep the vessel afloat. She has already been on the bank for half a month, newly caulked and careened, yet the leakage could not be found, which increases from day to day. Wherewith, with deep respect, I subscribe myself /:underneath stood:/ Title /lower/ End /:was signed:/ H:k Schophoff /:in the margin:/ Oeloepampang date as above /:thereunder:/ P: S: The expedition against the rebel chiefs Bappa Larat and Bappa Endo having failed once again, through the negligence of the mantris Wiropoijo and Soerotroena, who let the guide escape from them about a day's journey from the hideout of the evil-doers.
Dutch transcription
Van Iavasoost Cust den 5:e April 173— Van Javasostut Den 5: April 173— alle hal heten oepen erop dat bappalanad daar von odanig vertwrikt was sig op de oo had begeven en dusdanig hetengebonden ontolugt was waar op ik aan dien regen antwoorde dat ik die sak met de huiskomst van de mantries Sjoning„ andul en stto dirono en haar geheel Command naauwkeurig ondersoeken toude dat hij dat geheele Commando bij de aankomst te oenasen maar diret sonder op te houden moest bij mijlaten komen heb ik ook aan selve eenbode tegesonden omdiret sonde bij den regnteert an tegaan bij mijt komen, wijl ik altewal wist dat dit van voorverhaalde twee kbnapen een opgestookt hatelijk verdigtsel van den eegent was in die maning dat ik geen verder nasoek soude doen als den mantri Sjarangandul daar op te laten vatten en versenden quam desaak na de thuiskomst van t Commando bij ondersoek geheel anders uit als den regeuns door meergem: twee knapen had laten verhalen was de mantrees Djarangandul en simodirono met haar geheel Commando na dats eest hun berijt gegeven hede bapa haden gevangen ha ende derde nagt daaran sig eer van sijn banden had weten los te maken t te otkomen haar beklag dat den p:r regent Pat anagara van de aan han hier verswrekt twee dusend ponden rijs aantagtig koppen voor een halve maand van dat Commando te verdeelen niet meer dan 60 had mede gegeven en aan ider man maar omtrent twee katjes uijt had toegedelt die de twe eerste dagen was verconsumeerd geweest dat se tien dagen lang in de diepe wildermissen hadden gesworen sonder ielsanders te genuttigen gehad voor de ontmoeting van voorn: wbel lanat als Jonge bamboesen en seker soort van bladen datse daar door alle so maaten slaap sick waren geworden hum all omogelijk had gewastekunen waken is mij den mantie lmodirons ook al ret voor a:'t slfte berigtkomen geven met een„ nige manthappen van t Commando overgekomen ate apa laat gerangen haddehad en teffensover egents wvan bedrijt ls voormeld it mede geven van de rijst klaagde versoekende om meerder verstreking voort Command wijl Gpaangandul metde overige van honger af gematte manschappen de rebelische hoofden was opbeken dat anders een gedeelte daar van niet kapabel was thuis te knnen keenen soo hebbe terstond anopgemelde Sinodlions nog e dusend vondentot verkweking dier volkern verstaek b ate slegte ntslap op Cappalanat of weldis ontkoning maar aan't diefagtig bedrog van den regent Japanagara is te wijten als aan Sjarng andul Simodinions en haar Commandos enagtsaamheeden is het dij uwe Ed: achtb: doo de ondren langenaaropgegeven in selver ogen verdigt est voorgemelde eert an ij opgegven De opgave van den p„s egent Jafanagara der negorijs volkenen wel ontvangen heb„ bonde me ik stalnde daarbijgenteerde volkeren ij ijn ngar on wel rum ge„ weest sijn of schoonen en groote partijonder sig behonden vergten iste roeten vol„ gens der nevensgaande lijst nader door de mantrit mj on gegeven ok heft hij de mantie in delijt we oor tebedede negrien en volkeren valsdelijk betoege ade ijl hij aan gen andere manties negorijen oft atjas geven hat als geroek entge soes„ podwongs en serowidjpoij, en de overige onderhan gehouden gehad aan sijne soons voorn: 185 Van Javasost Cus den 5:' Apil 173— Van Javas oostkust Den 5: 2 April 173 en vrouwen gegeven volgens algemeen beklag der omantries na sijn vertrek waar om ik de negorijen en volkeren onder haar heb la„ „ten verdeelen soo als voormelde lijst aantoont haar vragende waar bijt te pas komende dat er nu so veel minder hus gesinnen en negorijen als door Japanagara waren opgegeven was hun antwoord dat op veele negorijen de volkeren sedert geheel uit gestorven waren meest om reeden datse den tomm: buiten eenig op en toesigt van mantrie op loera in de negorijen had latten setten en verboden was niets aan te plaanten gelijk die van de west wederom opgekomene voor mij selfs beleden toense na hare oude negorijen te rug waren gesonden aanbevoolen was niets aanteplanten maar eenelijk op hare boomen moesten passen dog dit alles mij seer suspect en hatelijke opgave vande mantries voorkomende hebben mij kont ona fregents vertrek selfs hoe siekelijk sijnde na Cotta begeeven ende van hier bij sijden de pas„ „sagie en negorijen aangedaan en besigtigt mogt ik dadelijk onder„ vinden en vernemen het voorverhalde der mantries altewaar was vondemen nog nergend 't minste begin van de landbouw gemaakt was en ook waar het verder heb laten naspeuren also berigt in gekreegen heb waar te sijn en dat alle volkeren ook van geen hoofden wwinsten anders onder te sorteeren als voorwaards heb aangehaald daar hij mij geduurende versekerde alle opkomelingen onder goede op„ sigt van haare hoofden waren geplaatst en aan de landbouw besig waren. Ende pantjallang De Barcq werd absoluit genoodsaakt ten eersten mede Costiwaards te senden ter reparatie wegens hare sware lesagie die meede geheel ontbloot is van Europeesche seevarende soo wel als Jnlanders wij de sourabaijase opgehad hebbende Elf in„ „landsche Zeevarende daar van alle in de voorige maand sijn weg gelopen en kan ik nauwlijks meer so veel battoons mattoons 1 magtig worden als tot pompen dagt en nagt nodig sijn omt vaartiung boven water te houden is al rees een halve maand op de bank geweest rieuw getalvaat en gedompeldegter de lekkagie niet kunnen vinden die van dag tot dag toeneemt waar medede „ met diepe Eerbied onderschrijve /:onderstond:/ Titul /lager / Slot /:was geteekend:/ H:k Schophoff fin„ „margine:/: oeloepampang dato vorsz: /:daar onder :/ P: S: De uitsending op de rebellische hoofden Bappa Larat en bappa Endo al wederom misluket zijnde, door on agtsaamheit der mantries wiropoijo en Soerotroena die den wegwijser hun hebben laten ontsnappen omtrent een dag reisen van der hij boosdoenders. 187
English
Java's East Coast, 5 April 1773. Java's East Coast, 5 April 1773. From the aforesaid hiding nests in the forest, which was attempted upon the return of the said mantris with new men, and having also given them a new pathfinder, came reports that they had found the hiding nests empty and that by appearances they must have moved away from there at least half a month beforehand, and that they had searched around those areas for two days longer but found no fresh tracks. In order to be able to know how matters stand with Noessa and its inhabitants and what their disposition is, I have through many inquiries finally found a Lumajang Javanese by name Bappa Morit, whom I sent thither, the same having crossed over on the 17th of this month from Blindo to Noessa, returned again today, and he reports to me that the known Juragan Jannie is currently only about 30 to 40 heads strong there, passing themselves off as Bangkalanese, but is united with the chief of Noessa named Sindo Bromo and is said to intend to defend themselves against all attacks that the Honorable Company might undertake against that island, having already for that purpose erected bentings in two places where one would land; yet the aforementioned Bappa Morit assures me that the common people of Noessa are themselves quite inclined to subordinate themselves to the Company and surrender, and are only prevented from doing so by the aforementioned Juragan Jannie and Sindo Bromo with his following. This Bappa Morit, whom I take the liberty with Your Right Honorable's favorable indulgence to send eastward to Copy. Copy of a separate missive written by the Ensign and Commandant at Pasuruan, Adriaan van Rijck, to the Authority Luzac at Surabaya, 24 March 1773. Your Honorable, Copy. 189 April 1773. From Java's East Coast, 5 Java's East Coast, 3 April 1773. Your Right Honorable's closer and oral investigation. He testified that he had a brother living on Noessa who informed him of everything, and also told him that if only one or two Company-manned vessels appeared before Noessa, the refugees would then indeed submit or seek to flee, at which time the well-meaning would immediately receive the former amicably; and failing this, the Regent Tumenggung offers himself, subject to Your Right Honorable's favorable approval, to go and camp with as many able-bodied men from these districts at Blindo, and there as soon as possible have joalangs prepared, with which one could transport those warriors island-wards. I wished I might have the fortune to go thither in order to undertake the expedition, not doubting in the least that under God's blessing it would be of good success. I shall meanwhile wait upon Your Right Honorable's further orders in this matter, and testify with all high esteem ever to remain. Was written below: Title. Lower: Conclusion. Was signed: A. van Rijck. In the margin: Pasuruan, 24 March 1773. The Patinggi Bappa Morit, belonging at present to Lumajang, who related that by order of the Pasuruan Commandant he undertook, along with one of his men named Bappa Trea, about half a month ago on a Thursday night to go in silence from Blindo to Noessa, where he stayed three days and three nights with one of his brothers, Bappa Simpoo, and there understood not only from this one, but also from others of his brother's friends, that certain Juragans Jannie and Soet were still staying on the said island, who pass themselves off as Bangkalan inhabitants, but have no vessels at hand anymore other than the ordinary small ones, as the Juragans Sembilan and Blaada have departed with the large ones, promising to return and bring the needed ammunition of war. Saying further that the two first-named Juragans, who at present are only about 30 heads strong of their nation, were of one mind with the chief of Noessa named Sindo Bromo to act together and, upon the arrival of the Company, to defend themselves to the uttermost. Copy. Report given by the Lumajang Javanese Bappa Morit and Bappa Trea as follows: Copy. at From 191 From Java's East Coast, 5 April 1773. From Java's East Coast, 1 May Anno 1773. To which end they had occupied the anchorage and landing places at Samie and at Dpiroo with bentings, in both of which places the relator says to have been personally; and still intended to throw up a third and fourth benting at Seddang Poote and at Pomroo. On the other hand, the relator says to be well assured that the very greatest part of the inhabitants would gladly submit to the Honorable Company, but are prevented therein by the chief Sindo Bromo and the Juragans, and thus wished for nothing more than that one or two armed vessels from the Company might appear for their deliverance, when they did not doubt that those chiefs would have to submit or resolve to take flight, because the well-intentioned would then dare to declare themselves openly; without more. Was written below: Surabaya, 26 March 1773. Lower: Before me. Was signed: P. Luzac. I take in the most humble manner the liberty of having this serve to accompany some prisoners who are crossing over with the ship the Barbara Theodora to the capital at the disposal of Your High Honors, namely: Alapslap, former chief of the Madurese in the past year in the Balambangan area, who because of his bad conduct in the expedition, the failure of an attack on Bapo, and the constant desertion of the Madurese Right Honorable, Valiant, Highly Esteemed Lord and Honorable Sirs. To His High Honor, the Right Honorable, Valiant, Highly Esteemed Lord Petrus Albertus van der Parra, Governor-General, together with the Honorable Councilors of the Dutch Indies. To durese 195
Dutch transcription
Tavasbastust Den 5: April 173 Jan Javas oostchust Den 5e April 173 Van voorsaoenders schuijlneten in t bosek, 'tgeen op detrug komst van gemelde mantries met nieuwe volkeren is geprobeerd en aan deselve een nieuwe wegen aanwijser mede gegeven komen berigten datse de schuilneeten ledig had„ den gevonden en na oogen scheijn ten minsten wel een halve maand bevoorens van daar moesten verhuist sijn en datse nog twee dagen lang daarom streeks gesogt hadden maar geen versch spoor gevonden Den fine te mogen weten hoe het met wesa en dies nweonders gelegen s en hoe gesint sijn so hebbe door eel ansoekingen ein delijk een lamadjang„ sche Javaan gevonden in name bappa Manit die ik naderwaarts hebbe ge„ sonden sijnde denselve den 17 deser van blinds naar wese over gestoken heeden weder geretourneert en rapporteert hij mij den bewuisten Juragan Jannie aldaar tans nog maar sterk te syjn 30: a 40. koppen die sig uitgeven voor bancaulens is egter vereenigt met het hoofd van Noessa in name Sindo bromo en soude van Sints sijn bij alle aanvallen die de E: Com„ pagnie tegens dat Eijland soude komen te ondernemen sig te verweren hebbende bereets daar toe op twee plaatsen alwaar men onwet landen benting opgeroopen dog betuijt mij opgemelde bappar Morit de gemene man tot moessa voor haar selven welgenegen tesijn om bij de Compagnie te sibordineeren en sig over tegeven die alleenig daar maar in belet worden door den bovengemelde Juragan Janne en Sindo bromo met sijn aanhang desen bappa morit die ik de vrijheijd gebruike onder uw E: achtb: gunstige welduiding Costiwaards te oversenden tot Copia aCopia apante misie gestreven der de vandrig en Commandant te Passourouang Adriaan van Rijck aan den gesaghnebber Luzas te Soumabaija Den 24. maart 1773— uw Ed Copia 189 April 173 Van Javas ont hust den 5 Javasost cust Den 3:' April 173 — uw Ed: achtb: nader en mondelings ondersoek getuijgd bij tot Noessa een boeder had wonen die hem van alles onderregt heeft en hem ook gesegt indien maar een twe Comp: bemande vaartuijgen voor Roeja bewamnen bij weespanelingen sig dan wel soude geven of soeken te vlugten als wanneer de welmeenende aanstonds de onde soude in der minne ontvangen, en sulkxs miet doonde presenteerd onder uw Ed: achtb: gunstige goedkeuring den regentusenan „gara sig aan om met soo veel weerbaar volk uit deese districten naar blindo te gaan Campeeren en aldaar ten spoedigste Jochems te laten vervaarden waar meede men die kerijgers soude iland waarts aanvoeren, Ik wenschte het geluk mogt hebben derwaarts te mogen gaan ten fine de Expeditie te onderneemen twijffele geen sints of soude onder godts seegen wel van goed suves sijn Ik sal intusschen ta arder op uwel Edele achtb: verdere bevelen in deese en betuige met alle hoog agting altoos te sullen sijn. /:onderstond:/ Titul/lager:/ Slot /:was geteekend:/ A: van Rijck /:in margine:/ Passourouangs den 24: Maart 1773 De to lamadjang thuns gehoorende patingi bapar Maert de„ welke relateerde dat hij op ordre van den passourouangs commandant het ondernemen heeft nevens een van sijn voek genaamt Bappa Trea voor omtrent en halve maand van Slinds op een Donderdag nagt sig en stilto na Roesate begeeven alwaar hij drie dagen en drie nagten sig op gehou„ „den heeft hij een zijner broeders bappa Simpee en aldaar niet alleen van deesen maar ook van andere sijne broeders vrienden verstaan heeft dat sig ten gemelde eilande nog was onthoudende sekere Juragans D Jannie en Sont, die sig voor bancahouleus jnwoonders utgevende dog geen vaartuigen behalven de ordinaire klijne meer aanhanden heb„ „bende als sijnde met de groote vertrokken de Juragans Sembilan en blaada met belofte van terugkomste en aanbreng van benodigde ammunitie van oorlog Zeggende verder dat eerstgenoemde twee Juragans die als nu nog maar van hunnatie omtrent 30. koppen sterk sijn me 't hoofd van Noessa genaamt sinde broomo eens gesint waren om ee sijn te trekken en bij aankomst van de kompagnie sig tot het uitterste te willen verweeren Copia Rielas ongegeven den de land Jongs Javanen Bappa Moenten rappa Trca als volgt Capta. ten Van 191 Van Javasoostkhust Den 5:e April 173. — Van Javas ostCust den 1: Meij Ao 173. ten welken einde sij de ankier en aankomst plaatsen te samie en te Dpiroo beseten met bentings voorsien hadden inwelke beide plaatsen de relatant segt persoonelijk geweest te sijn:/ en nog voorneemens waren een derde en vierde bonting op te werpen te seddeng Poote en te Pomroo daar en tegen segt den relatant wel versekert te sijn dat 'tallen grootste gedeelte der jnwoonders sig gaarne aan d' E Comp: willende submit„ „teren dog daar in door't hoofd sindoe Broemo en de Juragans belet werden en dus niet meerder wenschten als dat er tot hun verlossing een a twee g'armeerde vaartuigen van Compagnie wegen omogten verschijnen wanneer miet twijfelden of die hoofden souden moeten buken oft sig tot de vlugt resolveeren wijl als dan de wel g'intentioneerde dig opentlijk souden durven declareren sonder meer /onderstond:/ sourabaija den 26 maart 1773. / lager:/ voor mij /:mas geteekend:/ P: Luzac Ik gebruke op het onderdanigte de wijheij dese tendienen ten geleijde van eenige arrestanten die met het schip de barbera Theodora naar de hoofdplaats ter dispositie uwer hoog Edelheeden overvaren als Alapslap geweesen hoofd der madureesen in het voorleeden Jaar in het balemboangsche die om dat aan sijn slegt gedrag in de Expeditie, het mislukken eener attacque op bapo en het gedurig verlopen der Ma„ HoogEdelen Gestrenge Groot Agtbaren Heer en wel Edele Heeren. Aan zijn Hoog Edelheijd Den Hoog Edelen Gestrenge Groot Achtbaren Heere Petrus Albertus van dern Parra, Gouverneur generaal, nevens de wel Edele Heeren raaden van Nederlands Jndia Aan dureeten 195