VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3389

Japan · 812 pages · 372 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3389_0616 view scan ↗

English

291 From Java's East Coast, the 3rd of July 1773 From Java's East Coast, the 3rd of July 1773 wherefore I most humbly pray to be favored and supplied with that coinage as soon as possible and always kept in stock, as well as arrack, measuring out of which by the thimbleful cannot well stand in times of expedition, the more so because transport hither from the Coast in the east monsoon is difficult, just as we are still lacking much in equipment goods and further necessities required for the household, which have remained unfulfilled upon our requisition. For the rest, I take the honor to subscribe myself with the deepest and most respectful, below stood title, lower, Your Honorable Right Honorable's faithful and obedient servant, was signed, P. Luzac, in the margin, the 22nd of May 1773. Copy of a separate letter written by the Administrator Luzac at Sourabaija to the above-mentioned, dated the 5th of June 1773. Since my dutiful reports by humble letters of the 11th, 19th, and 23rd, having no remarkable matters worthy of bestowing upon Your Honorable Right Honorable's esteemed attention, I let this most respectful serve to accompany the general strength at Balemboangang and a list of the deceased, as well as for dutiful advice that the ship 't Huis te Boede, coming from Amboina, having arrived off the bar at Grisse, was also sent on by us to Rembang in order to find a cargo there and await Your Honorable Right Honorable's respected orders, and to accompany the papers relative to the obligations for the regents from the districts of Passourouang sent to me by Lieutenant van Rijck. The Pangeran of Bawean having once and again made known to me through his emissaries his people's extreme need for rice and paddy, and having each time been turned away by me, yet persists upon continued request, so it is my most humble proposal how to conduct myself therein, and whether I may permit that Pangeran for once to search for and purchase rice and paddy in these districts to transport thither, as out of high need and Copy scarcity C From Java's East Coast, the 3rd of July 1773 From Java's East Coast, the 3rd of July, anno 1773. scarcity on that island, therefore respectfully imploring Your Honorable Right Honorable's high favor, further taking the liberty to remind Your Honorable Right Honorable's highly favorable attention regarding the license for the disbursement of transport expenses humbly proposed to Your Honorable Right Honorable, and likewise awaiting your most esteemed disposition regarding Captain-Lieutenant Hemrich, as well as the invalid Ensign Ostrouwskey presently residing here. The Prince of Madura having invited me once again to celebrate the Mulud festival at his residence, I sought to evade this with all politeness until such time as Your Honorable Right Honorable might grant me license and on that same occasion to make the journey to Sumanap, which districts are still unknown to me, and for which, due to the present circumstances of manifold occupations, I could not as yet make any request; thus the Prince was pleased to rest assured that nothing would be more agreeable to me than to wait upon His Highness for a few days, very kindly requesting that this be postponed a little longer. Breaking off also from here for this time, I take the honor to subscribe myself with the deepest respect, below stood title, lower, Your Honorable Right Honorable's very obedient servant, was signed, L. Luzac. I had the honor to receive Your Honorable Right Honorable's respected letter of the 4th of June together with enclosed extracts, to which I most respectfully serve in reply. Having taken for my information the good receipt of my letters of the 11th, 19th, and 22nd, with their enclosures and the dispatch of the Balambangan suspect youth prisoners via the ship De Barbera Theodora, I have the honor, concerning the Balambangan women and children placed here under the regents for their accountability, to present their list and to state thereupon that I have detained them here, partly because no suitable opportunity has as yet presented itself, but otherwise chiefly on account of the incoming reports that, because of a great lack of food, many were coming down from the Balambangan region, and I have close watch kept that none of them escapes but that they are accounted for by the regents, just as I have everywhere in those districts orders Copy of a separate letter written by the Administrator Luzac at Sourabaija to the undersigned, dated the 11th of June 1773. Copy placed 295

Dutch transcription

291 Van Javasos thut den 3 Julij 173— Van Javas oostkust den 3 Iulij 173 — waar dan oetmoedigst bidde met die munt ten spoedigste en altoos invoorraad blijvende begunstigd en voorsien te worden soo wel als arak met welke mondjes maat toe te- meten almede in tijde van expeditie niet wel bestaan kan te meer de vervoer herwaarts van costi in den oostmoussen beswaarlijk is gelijk ons aan equipagie goederen en verdere in de huishouding noodsakelijke benodigtheeden veel nog is ontbreekende en onvoldaan gebleeven op onsen eisch Overigens geeve ik mij de eere met diepst eerbiedigst, te onder„ schrijven /:onderstond:/ titul /:lager:/ uwel Edele achtbare trouwschuldige en gehoorsame dienaar /:was geteekend:/ P: Luza /:in margine /: den 22: Meij 1773 Copia aparte brief geschreven doo den gesagelber Zurac te sourabaija aan als vooren gedat 5: Junij 173— Sedert mijn schuldigte berigten bij submisse leteren van den 11: 19: en 23. geen merkwaardigheeden uwel Edele agtb: geerde at„ „tentie waardig te bedeelen hebbende so laat ik dese eerbiedigste dienen tot geleide van de generale sterke te balemboangang en een naamlijst der overleedene teffens tot schuldig advies dat het schip 't huis te boede van amboina komende voor gaats te grisse aange„ komen door onsmeede is gerenvoijeerd na rembang ten einde aldaar lading te vinden en uwel Ed: achtbare gerespecteerde ordres inte„ wagten, en ten gelijde van de papieren relatief tot de verpligtinge voor de regente uit de districten van Passourouang door de Lieu„ „tenant van rijck mij toegesonden, De pangerang baviaan mij een en andermaal door sijn sende„ „lingen svolks hooge nood om rijst en padij te kennen geven heb„ „bende, en mij telkend van de hand geweesen egter bij aanhoudend versoek blijft persisteeren soo is mijn oosmoedigst voordragt hoedanig mij daarin te gedragen en of ik dien pangerang voor een maal kan permitteeren rijsten padij in dese districten op tesoeken en op te koopen om aerwaars te vervoeren als uit hoog nood en Copese gebrek C Van Sava bosthust Den 2. Julij 173 Van Iavasoost kust den 3: Iulij A„o 173. gebrk ten dien elande daarom eebiedtight uwel Ed achtb: hooge gunste is emplorerende al verder mij de vrijheijd aanmatigende uw eEd:e actb: hoog gunstige attentie te herinneren omtrent de licentie ter utrijking trans ongelden uw Ed: achtb: ootmoedigt voor gedragen de blijn almede hoogst derselver geerde dispotitie in wagten omtrent den Capt: Luit: hemrich soo wel als den thans alhier sig bevindende impotente vaandrig ostrouwskeij, De prins van madura mij andermaal uitgenoodigt hebbende om het feekt moelut tot sijnent te viren heb ik sulks met alle beleefdheid tragten te ontwijken tot wijle uwel Edele achtb: omij mogte verlenen licentie en ter selve gelegentheid de rise na Sumanap te doen welke districten mij nog on bekend sijn, en waar toe ik om de presente om„ standigheeden van veelvuldige betigheeden voor als nog geen versoek konde doen dus de prins sig geliefde versekerd te houden dat mij niets aangenamen soude sijn als sijn hoogheid voor eng dage op tewagten t geen nog een weijnig uitgesteld te blijven seer vrion„ delijk versogt Dans van hier meede voor ditmaal afbrekende geve ik mij de eere met dipnst ontsagt te onderschrijven /:onderstond/tctul lager nwe Ed: agtb: seer gehoorsame dienaar /was geteekend:/ L: Luzac Ik heb de eere gehad te ontfangen uwel Ed: achtbare geres„ pecteerde missive van den 4 Juni beneffens guiloseerde strac„ „ten op dewelke ik eerbiedigst in rescriptie diene„ Tot mijner narigt aangenomen hebbende de goede ontfangst mijner letterin van den 11. 19 en 22: met derselver bijlagen ende versending der balemboangsche suspecte knapen gevangene per het schip de barbera theodora soo hebbe de eere omtrent de onder de regenten ter hunner verantwoording alhier geplaatste balemboangsche wijven en kinderen der selver lijst aan tebieden en daar op te dienen dat deselve een deels om als nog niet voor„ gekomen bekwame gelegendheid anders deels wel hoofd sakelijk om de wille der ingekomen berigten dat wegens groot gebrek aan voedsel veele uit het balemboangsche na beneden kwamen afsakken nog hier aangehouden heb en nauw toetigt laat konden dat en geen van deselve austerd maar door de regenten ver„ antwoord worde gelijk ik ook alomme in die diestricten ordres Copia Brief apart doo den gesaghebber Curacte Sourabaija aan den ondergeteekende gescheeven den 11 Junij 173 Ccopiel gesteld 295

NL-HaNA_1.04.02_3389_0618 view scan ↗

English

From Java's East Coast the 8 July 173 — From Java's East Coast the 1 July 173 — stipulated that those from the Balambangan region who, for want of sustenance, move to the lower districts must be registered and sent under good escort to Passourouang in order thus to provide them with a fitting opportunity to return again to their country, whereby I consider, with favorable interpretation, that for the reasons cited this may well remain postponed for a while, provided that in the meantime good supervision and regard are kept over them. I hasten to have the honor, through a formal report on the Balambangan state and affairs, most obediently to await your Right Honorable's honored attention, regarding which I have also today charged and dispatched what was demanded in your Right Honorable's missive to the Oeloepampang resident as well as to the Adirogo commandant, to the latter of whom, upon his departure thither, I had already given a memorandum, which I have the honor to offer herewith in copy for your Right Honorable's attention, as well as two letters recently received by me from the resident Schophoff, which all show little of substance, yet demonstrate that they are not sitting idle there either. I have solely my speculations and considerations regarding Nusa, in order provisionally in this east monsoon, as it is stated to be impracticable in the west monsoon, to let forty light large jholles, which have already been made ready at Sumanap, cross over from there to Oeloepampang, to be transported from there via Cradjagan by the quartermaster Sant to the harbor or bay situated under or near Nusa on the Javanese shore, whereupon I would think that we, from our side, would be placed in a position to force that island back into obedience with little trouble and expense to the Company. However, regarding which, upon the arrival of the vessels there in safe harbor at Batoe Oeloe, I would then first send the commandant Rijke thither to inspect everything and, together with the officer Fisser, submit their proposal in writing to your Right Honorable, as to how far this project might then be found acceptable. Wherefore I still await your highest qualification regarding the transport to Oeloepampang of the forty large jholles already mentioned in my previous letters as well as in this one. Expressing my great thanks for the favored reinforcement of 1 corporal and 12 soldiers, I hope that the East Hook, remaining under these present circumstances, will also be able to hold out with the present force until relief comes from the capital. Meanwhile, I have recently reinforced the Company's easterners in the Balambangan region again with 60 heads of easterners, and am still daily busy having more brought in readiness. Yet I can obtain few or none more here, so that I shall be at a loss regarding that folk by continuing to recruit here, while the Sumanap regent as well as the resident have been urged by me in emphatic terms, and they have also promised me to comply promptly shortly after Mulud, which I am then expecting daily. 297. From Java's East Coast the 3 July Anno 173 From Java's East Coast the 3 July 173 As also concerning the bird's nests, over whose cliffs in the Balambangan, Lamajang, Antang, and Malang regions I have granted a certificate to the captain of the Chinese, Han Boeijko, which is transmitted in copy with this enclosure. Concerning the firearms lent during the expedition to the prince of Madura, seventy-eight have been returned, His Highness assuring me that the remainder were lost in the siege before Bape, wherefore I take the liberty to request your Right Honorable's qualification so that the same may be charged to the account of the Balambangan expedition; while the Pamekasan regent, who at the time still belonged at Cangiong, having also been lent 20 pieces, has made a request to me to be allowed to retain the same for some time yet, to which I served him with the answer that I would first propose such to your Right Honorable, whereas the Sourabaija regents have promised me to return theirs again next Monday, just as no further provisions have been made to the cruising vessels than your Right Honorable's respected orders dictate. I trust that the boastful mate De Wijs with his pantjallang will have already arrived at the Coast, with which I am pleased to read that I had acted with him in accordance with your Right Honorable's honored intention and understanding; I am daily awaiting the answer from the resident Schophoff concerning the unauthorized provisions of equipment goods made to the said pantjallang De Vraack. Having expressed my most humble thanks for the generous remittance of Dutch rixdollars [illegible] in whole and half doits per the Johannes Cornelis, which small vessel I am still awaiting, as well as for the highly favorable qualification for the write-off at the expense of the expedition for extra expenses during the year 1772, I have further, by extract from their High Excellencies' missive as well as from your own, very seriously taken the commandant at Adirogo, Fisser, to task, although unmentioned time in itself provides the answer. 299

Dutch transcription

Van Iavasoos Cust den 8 Iulij 173 — Van Javas oost kust den 1: Iulij 173 — gesteld heb dat de sodanige uit het balembeangsche bij gebreken a el hun begevende na de beneden districten moesten opgegeven en onder goede geleijde na Passourouang verweesen worden om dus hun bekwame gelegentheijd te verschaffen weder na hun land tekeeren waar meede onder gunstig welduidenijk meen dat om aangehalde redenen nog wel wat uitgestelde blijven mag mits voor die tijd op hun goede toesigt en agting geslagen wakrd Ik haast mij om de eere te hebben bijee formel vertorg over de balemboangsche staat en saaken uwel Edele achtbare g'eede attentie gehoorsaamst op te wagten waar omtrent ik het gedemandeerde bij de uwel Edele achtb: missie ook al heden den oloepampangshen resident soo wel als den adirogosch Commandant heb opgedragen en voortgesonden bij welkers laatste sijn vertrek derwaarts berats ter memorie had opgegeven welke bij dese in copia de eere heb uwel Edele achtbare attentie aante bieden soo wel als twe Jongst bij mij ontfangen brieven van den resident schophoff welk altemel weinig van consideratien egter aantoonen dat men daar ook met stil sit hebbende ik eenelijk mijn speculatie en bedenkinge omtrent wessa ten einde bij provisie in deese oostmousson want in de ootmoussen voor ondoenlijk opgegeven wordvertig ligte grote Jochems welke berees in gereedheijd sijn gebragt te sumanap van daar na oeloepampang te laten oversteeken om van daar over Cradjagan door deselve quartiermeester sank getransporteerd te worden tot de have of baij gelegen onder of bij mwessa aan de Javaan„ sche waal wanneer ik soude vermenen dat wij van onse kant in staat soude gesteld worden, dat eiland met weijnig moeijte en kosten van de comp: weder tot gehoorsaamheijd te noodsaaken dog waar over bij arrivement der vaartuijgen aldaar in behouden haven te batoe oeloe ik dan eerst de commandant rijke derwaarts soude senden om inspectie van alles te nemen en dupair met de officier Fisser hun voordragt ter papiere uwel Edele achtbare te suppediteeren in hoe verre dan dit project aanneemelijk mogte bevonden worden weshalven ik hoogst erselver qualificatie als nog blijve inwagte„ omtrent bij mijn voorige letteren als deese bereets aangehaalde veer„ tig groote Joohand ter transport na oeloepampang te doen ffectueeren voor de begunstigde versterking van 1: Corporaal en 12. soldaaten seer bedankende verhope ik dat de oosthoek bij dese presente om„ standigheeden verblijvende ook met de teegenwoordig sterkte hetvoog kunnen stellen tot wijle er ontset van de hoofdplaats komt intusschen heb ik de Compagnien oosterlingen in het balemboanghse Jongst weeder ligte niet 297. Van Javas oostkcust Den 3. Julij Tenno 173 Van Javas Oostcust Den 3:' Iulij 173 met 60 kopenofetie oterlinge veastekt en ben wog dagelijks beskig en meerder in gereedheijd te laten brenge dog kaner weing of een hier meerder opdoen soo dat ik omtrent dat voekije alhier bij continuatie aan„ te werven sal verlegen raken terwijl de Sumanaps regent in termen van nadruk soo wel als den resident door mij sijn aangespoort die mij ook beloofd hebben kont na Moelut daar aan promptelijk te voldoen gelijk ik dan dagelijks ben tegemoed siende gelijk almeede omtrent de vogelnessies over welkers klippen soo in het balambaangsche, Lamaajangsche antangse en Malang den capitain der chineesen han boeijko een bewijs verleend, hebbe in copia bij dese bijlage overgaande omtrent de geweeren in de Expeditie den porins van Madura ten leen„ afgegeven sijnen agten seventig weder gerestitueerd betuigende mij sijn hoogheid dat de overige in de belegering voor Bape te soek geraakt waren waarom ik aan de vrijheid gebruike uwel Edele achtb: qualificatie te versoeken ten einde dat deselve op reekening van expeditie balem boangang mogen aangereekend worden terwijl de Pamacassangs regent ten tijde als nog te Cangiong thuis gehoorde mede 20: p:s ter Leen afgegeven mij versoek gedaan heeft om deselve nog voor eenige tyd te mogen aanhouden waar op ik hem ten antwoord gediend heb dat sulks eerst uwelEd: achtbare soude voordragen daar de Sourabaijasche regenten mij beloofd hebben de hunne aan„ staande maandag wede te sullen restitueeren gelijker ook aan de kruis vaartuijgen geen verder verstrekkingen sijn gedaan als uwel Edele achtbare gerespecteerde ordres dicteeren. Ik vertrouwe dat den winderigen Stuurman De Wijs met sijn pantjallang bereetsa Costi sal sijn g'arriveerd, bij het welke ik mij verblijde te lesen dat met hem conform uwel Edele achtb: g'eerde intentie en begrip over een komende gehandeld hadde staande ik daagelijks te verwagten het antwoord van den resident schophoff omtrent de ongequalificeerde gedane verstrekkinge van Equipagie goederen aan op gemelde pantjallang de vraccq„ voor de gunstige toeschikking van rd„s holl:s 00 aan heele en halve duiten per de Johannes Cornelis welke hielje nog blijve inwagten soo wel als voor de hoogunstige qualificatie ter af„ schrijving ten lasten der expeditie voor extra depances geduu„ rende het Jaar 1772 ootmoedigst dank betuigd hebbende, heb ik nader bij extract van haar hoog Edelheedens missive soo wel als van hoogst derselve den commandant te adiroije Tisser seer evnstig onderhouden, alhoewel onaangewoert het tijt op sig selver antwoord ten G 299

NL-HaNA_1.04.02_3389_0620 view scan ↗

English

From Java's East Coast the 3rd of July Anno 1773 From Java's East Coast the 3rd of July Anno 1773 is highly condemnable, to use the freedom to submit in favorable consideration to the benefit of that officer that the aforementioned Capologo was so far gone that he was entirely not transportable, and as he would have perished there anyway, which is why that officer, with the consent and agreement even of the chiefs and peoples present there, resolved to display his head as an example to other obstinate murderers; which that officer, when I personally questioned him about it, gave me in reply for his justification. Concluding herewith most obediently, I have the honor to remain with deep respect, beneath stood Title, lower, Your Honorable's very obedient servant, was signed P. Luzac. To report once on the qualities of the three brothers from the Lamadjang and Balamboang districts, and how they are regarded among the people there in general, and to let them come hither if they can be spared from there for a time, in order to get to know them and hear them speak. To survey and report as accurately as possible the location and extent of the lands in his districts, north, south, east, as well as west, as well as the passages both to Balamboang and Malang, the mountain ranges, forests, and rivers and their direction, in order to be able to make thereafter an equitable proportion in the division of the Balamboang districts, as well as the separation between Balamboang in the East Point and that of the west, on the south, north, east, as well as west sides; thus Your Honor is only asked how far under the reach of the districts there it extends east, west, north, and south, and where it borders. Pro Memorie To be answered by Ensign Fisser, given to him upon his departure for Adirogo on 9 May 1773. From Java's East Coast the 3rd of July 1773 From Java's East Coast the 3rd of July Anno 1773 To have carefully investigated, inquired into, and reported what products and their quantity each district on its own could produce in the course of peaceful times, and of what they consist. To make the most accurate investigation into the locations of cardamom, and upon discovery to report and make known their locations, also to encourage and urge the population to plant it. Likewise the forests that yield Kayu Bitjan, otherwise called Sappanwood; which, where, and their quantity, how much they promise in time. Whether throughout the districts there no comb- or meat-wood is to be found; how much, where, and their caliber of length and thickness. The forests that could yield long pepper; how much that might be, where situated, and how large. Especially and above all, also to carefully investigate and inquire into the districts that could deliver rice, the situation of their fields, and how many koyangs in total could be produced in time, naturally understood after everything has been restored again and during the continuation of peaceful times; as the Commander of this East Point will request the Company on their behalf to grant them a two-year suspension of deliveries. Similarly, to conduct the utmost and most accurate investigation into wax as well as cotton yarns, and similarly into all fine products without exception that can be of use to the Company; and to encourage more and more the most trustworthy and upright among the Javanese there as well as the chiefs to lend Your Honor a helping hand in this and to discover and report to the Company in all fidelity according to oath and duty. From Java's East Coast the 3rd of July Anno 1773 From Java's East Coast the 3rd of July 1773 to grant them, in order to restore their lands properly again. The foregoing for the service of the Company and to the greatest satisfaction of, beneath stood, Your Honor's good friend, was signed P. Luzac, lower, Luzac. Agrees. Extract With the coming down of the people from this eastern district it is also easy to understand that they go there out of lack of provisions, as the general shortage among them here is still great, and they also seem to have little inclination yet to work for their food, at least a large portion of them. I am fearful, however, that through that migration, if it continues there and food is provided, once that rumor spreads here among the poor population, these will mostly run off to there, whereby this area could become completely depopulated. Extract taken from the missive of Resident Schophoff written to Ensign Jenigen at Adirogo, dated May 1773: From Java's East Coast the 3rd of July 1773 From Java's East Coast the 3rd of July 1773 could become completely depopulated, while it is most necessary for them to remain here; until their return some means should be used. Beneath stood, Agrees, was signed J. J. Jenigen. Upon the return of soldier Jansen on the 12th of this month I had the honor to receive Your Honorable's much respected letter dated the 5th of this month, to which I have the honor and duty to reply that I indeed received your revered letter of 15 April, answered on the 5th of this month, sent by Quartermaster Boonsaak, which I hope you will now have received after a speedy voyage. It has indeed been rightly noted by Your Honorable that these loyal Balamboangers have already several times missed the opportunity to seize the rebel chiefs, which, even taken in the best sense, gives us no small suspicion of their sincere loyalty; though against that, one may again note the general carelessness of the natives to accomplish anything, having nevertheless, through their manifold arduous cruises through the deep wilderness and mountains, for which our Europeans as well as the native militia have proven incapable, captured many evildoers. Separate copy of the missive written by Junior Merchant and Resident at Oeloepampang Schophoff to the Commander at Sourabaija on 1 May 1773. Copy Successive

Dutch transcription

Van Iavas oostCust den 3 Iulij Ao 173— Van Javas oostkust Den 5 Iulij A:o 173— ten hoogste Condemnabel is de vrijheijd gebruike te faveur van dien officier in gunste overweginge te stellen dat voorsch: Capologo soo vere was dat in 't geheel niet transportabel was en als daar tog soude gecrepeert hebben waarom dien officier met testmming en toegiung „ging selfs van de aldaar presente hoofden en volkeren resolveerde ten exempel en andere hartrekkige moordenaars sijn kop ten toon te stellen het welk die officier wanneer ik hem bij selfs aan sijn daar over onderhield mij ter sijne ontschulding ten antwoord gaf Hier mede dan gehoorsaamst afbrekende geveik mij de eene met diepe eerbied te verblijve /:onderstond:/ Titul /:lager:/ uw Ed: achtb: seer gehoorsame dienaar /:was geteekend:/ P: Luzac om na de drie gebroeders uit het Lamadjangsche en Ba„ lemboangsche hunne hoedanigheeden en hoe aangesien onder den volke aldaar in't algemeen eens op te geeven en eens herwaarts te laten komen indien sij daar voor een tijd te misen sijn om hun te leven kennen en te hooren spreeken om de legging en strekking der landen in sijn districten soo noord zuid oost als wet so nauwe ogelijk optenemen en op tegeeven soo welals de passagien to wel na balem boangang als malang, de gebergtens bossen en rivieren hunne strekkinge, om daar na en ever redige proportie in de verdeeling der balemboangsche districten soo wel als de scheijding tusschen het balemboangsche in het oosthoek met dat van het weste soo aan de zuijd Noord oost als westkant te kunnen maken, dus alleen maar uwE: gevraagd word so verre onder het berijke inver districten aldaar soo oot wet, noord als sund strekt en waar aan stood„ Pro. Memorie om te beantwoorden door den vaandrig Fisser meede gegeven op sijn vertrek na adirogo den 9 Mei 1773. 3 Dro 2: Ants: 301 Van Javasoost hust Den 3:' Julij 173 — Van Javas Oost ust den 3: Iulij A„o 1713 om nauwkeurig te laten ondersoeken bevragen en en opgeven welke producten derselver quantiteijt ieder district op sig selve bij voortgang van vreedige tijden wel soude kunnen opwerpen en waar in deselve bestaan, Na de plaatsen van de Cardamom de nauwkeurigste ondersoek te doen en bij bevinding der selver plaatsen opgeven en bekend sak ook de gemeent tot dies aanplaanting aannoedigen en aannamen Soo ook de bossen welke Capoe bitjan anders genaamt Sappanhout uitleeveren, welke waar en denselver quantiteijt hoe vel in der tijd beloven of er in de districten aldaar alomme geen kam of vleeshout te vinden sij hoeveel waar en derselver caliber van lengte en dikte. De bossen welke lange peper soude uijt leveren kunnen hoe veel sulks wel soude sijn waar gelegen en hoe groot Jnsonderheijd en boven alles ook nauwkeurig na te gaan en te bevragen de districten die rijst soude kunnen uitleeveren, de situatie van hun velden en hoeveel Coijangs te samen in der tijd wel soude kunnen opgebragt worden welver„ staande na dat alles weder hersteld is en bij vervolg van vreedigetijden wijl de gesag„ hebber deeses oosthoek voor hun aan de Compagnie val versoeken twee jaaren 9: stilstand van Leverantie te ver„ Was insgelijks soo wel als Cattoene garens is gelij¬ „ke woegen en fin product uitgesondert welke de Comp: te stade komen kan de uijtterste en nauw„ keurigste na vorssing te doen, en de vertrouwste en braafste onder de Javanen aldaar so wel als de hoofden meer en meer annimeeren, om uw E: daar inne de beheulpsame band te bieden en aan de Comp: te ontdekken en op te geven in alle trouwe na eeden pligt ginnen 4. 5: 6: 7. 8: 303 Van Javasoostkust Den 3 Iulij A„o 173 Van Iavas oost Cust den 3:' Iulij 1773— „gunen, om hunne landen weder behoorlijk Dit voorenstaande ten dienste van de Compagnie en ten meeste genoege van /:onderstond:/ uw: E goeden vriend /: was„ P:s Luzac /:lager:/ geteekend:/ Luzac. Accordeerd in staat te brengen, Extract Met afkomen der volkeren uit dit oostersche district is ook ligt na te gaan datse wel uit gebrek aan leevens middelen hun derwaarts begeven wijl het algemeen gebrek onder deselve hier als nog groot is ook weijnig lust nog scheijnen te hebben voor de kost te werken ten minste een groot gedeelte ben ik egter bedugt, dat door die afsakking bij aanhou„ „ding aldaar en besorging van levens onderhoud dat gerugt hier onder de armoe„ dige gemeente sig eens kwam te versprijden deese hun daar door nog al mest sullen verloopen waar door dit gedeelte wel Extract setrokken uijt de Missive van den Resident Schophoff Geschreeven Aan den vaandrig Eenige te Adirogo gedateerd Meij 1773: ganschelijk 305 Van Iavas ost Cust den 3:' Julij 173 Van Iavas oost Cust Den 3: Iulij 173 — ganschelijk ontvlokt konde geraken hoe hoogst noodsakelijk deselve hier sijn om te blijven tot haar te rug keering wel eenig middel diende aangewend te te werden /:onderstond:/ Accordeerd / was geteekend/ I: J: Ienigen Dij retour van den soldaat Jansen den 12. deser had ik de eere uwel G Edele achtbare veel gehoneerde letteren gedateerd den 5. deser te ontfangen, waar op de eere heb schuldpligtig te rescribeeren, dat selfs gevenereerde van den 15 april wel ontvangen hebden 5. deser door quartiermeester boonsaak afgesonden die hope nu bij een spoedige reise sult ontvangen hebben b'antwoord sijnde. Is wel door uwelEd: achtbare ten regte aangemerkt dat dese getrou„ we balemboangers de kans al eenige maalen versien hebben de rebellische hoofden, schoon in de beste sin genomen geen gering wantrouwen in haar opregte trouwe ons gevende men ook wel„ wederom der Jnlanders algemeene agteloosheid mielts wel te verrigten„ kan daar tegen aangemerkt werden hebbende egter door hare veelvondige moijlijke bekreuissinge door de diepe wildernitse en gebergtens waar toe onse Europeesen als meede de Jnlandsche militie gebleeken onbekwaam geweest, veel boos doenders Copia apar te missive geschreeven dor den onderkep¬ „man en resident te oeloepampang schophoff aan den gesaghebber te Sourabaija den 1: Meij 1773 Copia Successiev 307.

NL-HaNA_1.04.02_3389_0624 view scan ↗

English

From Java's East Coast, the 6th of July 173— From Java's East Coast, the 3rd of July 173— successively brought in and massacred, and likewise left the rebels no opportunity to assemble elsewhere in large parties, where the lack of provisions indeed brought about the greatest hindrance, I can testify nothing else of them but that they have thus far jointly shown their willingness so untiringly with perseverance above all other native auxiliary troops, putting their life and limb dauntlessly in the greatest dangers. I must also deduce from the private reports received underhand that the tjatjas reported by the commanding chiefs have indeed been reduced by mortality and since that report have still noticeably decreased, and also that some have absented themselves out of poverty, being listless for labor, as appears from the distribution of abirogo, and some have branched off thither; it is also assumed that some have undertaken the same toward Panadoekan, besoekie, and lamadjang, and instead of being reported by the chiefs of those regencies, were taken in to increase their population, which might well also need to be investigated. I have let the Petronella return coastward as quickly as possible, since I have received no order to detain the same, judged to be needed so that it can serve for the further conveyance of rice and other necessities for the expedition to be made to noessa. I shall, by the first opportunity and vessel crossing thither, send off the birds' nests brought to me at cradjagan. On the evening of the 4th of this month, the quartermaster Perk departed from here once again for the south side with his two newly repaired prauwmangs, well equipped with mariners, munitions of war, and gear required for those small vessels, with special orders to survey the island of Noesa all around once again most accurately, as well as this coast everywhere where the best bays are for our vessels to enter and to be able to anchor during heavy seas. The aforementioned quartermaster having reported to me after his previous trip that he had found no bay anywhere else on the south to the west of Noessa into which one might well enter except at Pamissang, I gave the aforementioned man, above the written instruction previously granted, a renewed repeated verbal recommendation to handle everything with the utmost care and circumspection during his voyage near, at, and around moessa. I also handed over the content regarding the good receipt of his letters from your Honorable Excellencies and further concerning his Honor to Ensign guttenberger for his perusal, and further exhorted him to the fulfillment of all your honored, well-meaning intentions, which officer also strives to fulfill them with all possible diligence and consultation with his fellow officers. Having handed over the missive from our praiseworthy Chief Commander of this coast to Ensign oostrouwshij, that officer is departing herewith on a gorau of Jochem, belonging to the Coast, in order to restore his health there. Wherewith I take the liberty to call myself with due veneration, /: beneath stood :/ was signed :/ Hk Schophoff. Further. Having herewith most humbly presented to your Honorable Excellencies the general strength as it stands today, I have further the duty to inform your Honorable Excellencies that our continuously sent-out patrols, searching all over the mountains and wilderness during this good season for the still roaming and missing chief rebels, have thus far discovered nothing else than a former soro mantri of their presumed mas willes rampats, named soerong tonko. On the 21st of this month, being half-dead from lack of food, he was captured around the west with one more man and 4 women and brought in; the first-mentioned villain has already croaked in the stocks, having previously related that two months ago now, out of famine, he separated from bappa endo and wilondo at raadja gusti, close to the southern beach at the river Poentjo Foring, and since mantri Gjarnigandul had captured him, had not heard or seen anything more of bappa larat. Further copy of a separate letter Written by and to As above dated the 30th of May, Anno 1773.

Dutch transcription

Van Javas oostcust Den 6 Iulij 173— Van Javas: oostkust Den 3: Julij 173 successie opgebragt en gemassacreet ook de rebellen geen geleegenheid gelaten hun elders in grote parthijen te versamelen, waar het gebrek aan levens middelen wel de meeste hinder heeft tegebangt kanik van deselve niet anders getuigen als datse tot nog toe ge„ samentlijk hun bereidwilligheijd so onvermoeid bij aanhou„ „dentheijd hebben betoond boven alle verdere Jnlandse hulp„ „troupen, haar lijk en leven in de grootste gevaren onver„ setrokken gesteld moet ik ook door de particuliere onderhands ingekreegen berigten opmaken de door de gesagvoerende hoofden opgegevene tjatjas wel door sterfte verminderd sijn en sedert 7 die opgave nog al merkelijk afgenomen ook wel eenige hun uit armoede als lusteloos voor den arbeid sijnde g'assenteerd hebben gelijk blijket uit de bedeeling van abirogo en eenige derwaarts afgetakt sijn dat stelle soo wel na Panadoekan besoekie en lamadjang ook door eenige ondernomen is in steede door de hoofden van die regentschappen op te geven aangenomen werden ter vermeerdering harer volkberen wel eens meede diende nagespeurt te werden Ik heb de Petronella soo spoedig doenlijk geweest wederom Costiwaards laten keeren wijl geen ordre heb ontfangen deselve aantehouden g'oordeeld benodigd te sijn, ter versere overbreng dienen kan van rijst en andere benodigtheeden voor de te doen expeditie op noessa, sal ik bij eerste gelegenthed en vaartuig derwaardis overgaande de mij aan cradjagan aangebragte volgel„ nessies afsendten Den 4. deser s'avonds is den quartiermeester Perk met sijn twee weederom gerepareerde prauwmajangs wel uitge„ „rust van seevaarende en ammunitie van oorlog als Equipagie tot die vaartuigjes benodigt andermaal van hier na de suid zyde vertrokken met speciaale last om het eiland Noesa rogmalen nauwkeurigst rondom op tenemen als meede dese wal alomme waar de beste baaijen voor onse vaartuigen in te lopen bij sware ee tekunnen ankeren, heeft opgemelde quartiameeter mij na sijn vorige tot berigt er geen baaij elders wel in te lopen om de suid tot bewesten Noessa had gevonden als te Pamissang, heb ik opgemelde met een nieuwe Eer„ haalde mondelingse aanbeveeling, boven de voor heen schriftelijke verleende Instructie alles met de uitterste om en voorsigtigheid in sijn vaart omtrent bij en om moessa te behandelen, stek ik meede den vendrig guttenberger den inhoud wegens de goede ontfangt sijner brieven van uweld: achtb: en verder sijn E: betreffende ten lecture van overgegeven en verder deselve aangemaand ter ontfangen nakominge 309 Van Iavas ostchus de 3 Julij 173 — Van Iavas oostkust Den 3:' Iulij 173. nakominge alle derselver g'eerde welmeenende intentie dien officier ook tragt met alle mogelijk ietten en overleg sijner mede officeren natekomen De missive van onsen hoof Loffelijken hoofd gebieder deser custe aan vendrig oostrouwshij overhandigt hebbende gaat dien officier bij desen per een gorauw jochem a costi thuis gehoorende ter Eestelling aldaar sijner gesondheid over„ waar meede de vrijheijd gebruike mij met verschuldigte veneratie tenoemen /:onderstond :/ was geteekend:/ Hk Schophoff, nader Mien nevens uwel Ed actb: seneeniedigst, de generaale sterkte op heden sig bevindende aangeboden heb ik wijders de eene uwel Ed: achtb: schuldpligtigst te bedeln als dat onse geduurende uitgesondene pa„ trouillas bij dit goede Saisoen alomme de gebergtend en wilder missche te doorsoeken nade nog swervende en soek sijnde hoofdrebellen tot nog niets anders hebben ontdeckit, als een geweesen soro mantrie van himn gewaande mas willes rampats in name soerong tonko den 21 deeser half dood sijnde uit gebrek van voedsel niet nog een man en 4 vrouwend om de west opgevangen opgebragt is eerstgesegde booswigt ook reets in het blok gecrepeerd die bevorend relateerde, dat „ nu twee maanden geleden, sig uit hongers nood van bappa en do en wilondo te raadja gusti, digte bij het zuiderstrand aan de revier Poentjo Foring afgescheiden en van bappa larat sedert dat hem mantrie Gjarnigandul gevangen gehad niet meer gehoord afgesien Nader Copia brief Apart Geschreeven door en aan Als even Gedateerd den 30: Meij A:o 1773. — waar hadde, 319

NL-HaNA_1.04.02_3389_0626 view scan ↗

English

From Java's northeast coast the 3 July 173[illegible] From Java's east coast the 5 July 173[illegible] with which having the honor to call myself with the most dutiful respect /was written below:/ /was signed:/ W:r Schophof /lower:/ P. S. just after the closing and dispatch of this, the quartermaster Jan Perk returned with his two cruising prau-mayangs under his command from the south side with a report that although the south point had been safely passed back and forth up to the latitude of Cradjagan, he had been forced because of the heavy persistent sea to turn back without having seen any possibility of approaching the island of Noessa once more /still lower was written:/ Agrees /was signed:/ L. Luzac /was written below:/ Agrees /was signed:/ J. R. van der Burgh Since my most obedient communication of the 1st of this current month, no reports from elsewhere worthy of your Honorable's esteemed attention have been received, other than those which I hereby have the honor to present to the same concerning Balemboangang. In this respect, the resident there comes to mention his justification regarding the conduct of the quartermaster Jan Perk, as well as insisting to be instructed with your further orders as to how he should behave in such further occurring cases regarding Gusti Tjmbrana, in case the said Gusti should fail to respond to the proposal of the resident according to the highly revered intention of your Honorable written by missive of 9 May, while he further gives account of how he has dealt with those five Balambangers and those vessels, all of which I flatter myself may receive your Honorable's highly esteemed approval; and as it further appears from his communication that all searches, roamings, and crossings of our patrols for the still Copy of a letter from the Chief Luzac at Sourabaija written separately to the undersigned Governor of Java the 22 June 1773 Copy refuged 313 315 From Java's east coast the 3 July 173[illegible] From Java's east coast the 3 July 173[illegible] refuged chiefs are answered fruitlessly, this gives some reflection or presumption whether they might not have crept through to the Vorstenlanden, wherefore I most humbly request that through your Honorable's most respected orders the closest investigation may be made in those districts, and by strict order of Java's rulers the chiefs situated nearest thereto may be spurred and urged to this, which nevertheless does not diminish that from our side, both from Oeloepampang and Adiroge, all possible vigilance by our patrol continues to be applied. Finally, I receive by the resident's further letter of the 16th, as appears by the copy of the handwritten note from the quartermaster Boonsaak, who has brought the eastern soldiers destined to complete the Companies there, to the number of 60 head, plus forty-one lb of bird's nests, which I, until further orders from your Honorable, have delivered for safekeeping to Captain Han Bouijko, to whom the proof of the accepted lease for this year for the same was handed over before the receipt. Further, with the present offering of Gusti Badong's original ola with its translation, I shall have the honor to await your esteemed disposition in this matter, His Highness of Madura having made known to me by his missive that he intended to marry off the daughter of his grandfather the Panembahan, named Raden Ayu Seker, to one of the sons of the Passourouang regent Nitinagara, and on that account has paid out her inheritance share, which had remained under His Highness's management at the partition and the settlement made in that regard, to the said Raden Ayu Seker, as appears from the Javanese receipt sent to me thereof in its original accompanying this, to which I then answered His Highness that regarding all of this I would first await your Honorable's revered disposition, in particular whether the marriage would meet with your approval, and only then would communicate further with His Highness about it, and would add thereto a receipt for the deeds of obligation chargeable to His Highness and for the benefit of the Raden Ayu resting here with the papers of the partition here, having judged this alone for this time worthy of your Honorable's esteemed attention, I subscribe this with deep respect /was written below:/ title /lower:/ your Honorable's obedient servant /was signed:/ P. Luzac /still lower:/ P. S. The first regent here continues to linger on, and as the end does not seem far off for him, the old pensioned grandfather today 1

Dutch transcription

Van Dava dots hust den 3 Julij 173 Van Javasoostkust den 5: Julij 173 — waar meede de eere geniet mij met verschuldigst ontsagt tenoemen /onderstond:/ /as geteekend:/ W:r Schophof /:lager:/ P: S: soomomentlijk na het sluiten en bij versending deser retourneerd den quartiermeester Ian Perk met sijne twee onder hebbende kruisprauwmajangs van de zuidseijde met rapport dat welde zuidhoek gelukkig over en weer was gepasseerd tot op de hoogte van Cradjagan was genoodsaakt geworden om de sware aanhoudende seenterug te keeren sonder eenige mogelijkheid had gesien het eiland Noessa andermaal te vaderen /:wnog lagenstond:/ Accordeert /:was geteekend:/ L: Luzac /:onderstond:/ Accordeert /:was geteekend:/ I: R: van der Burgh Sedert mijne gehoorsaamte bedeling van den 1. deser lopende maand geene berigten van eldens uwel Edele actbare geede attentie waardig ontfangen, dan dewelke bij dese de eere heb hoogst denselven aantebieden van wegen balemboangang ten aaspecte komt de resident aldaar sijn verantwoording omtrent de gedoente van den quartiermeester Jan Perk aan te haalen soo wel als dat hij met hoogst sijn nadere ordre insteert gemineert te werden hoedanig in dusdanige meer voorkomende gevallen omtrent gustij Tjmbrana sal te gedragen hebben ingevalle gemelde gustij op voordragt van de resident na hoog gevenereerde intentie van uwelEdele achtbare bij missive van den 9 Mei aange„ schreeven daar met komt te beantwoorden terwijl hij werder beruijt geeft hoedanig omtrant die vijf valem bangers en die vaartuigen gehandeld heeft welk een en ander flatteere mij dat uwel Edele achtbare hoog g'eerde aprobatie mag wegdragen en wijl het uit sijne bedeling verder bomtten dtatalle nasoek, omswerven de door kruising onser pattroulles op de nog Copia brief van den Teaghubler Suzac te Sourabaija apart geschreeven aanden ondergeteekende Gouverneur van Java den 22. Juni 1773 Copi uitgewoeken 313 315 Van Iavas oostkust den 3 Iulij 173— Van Iavas oost kust den 3 Iulij 173— uitgeweken hoofden vrugteloos bantwoord word geeft sulks al eenige beden„ kinge of presumptie of niet deselve na der vorsten districten mogten door „gekropen sijn waarom ik ootmoedigst versoeke dat door uwel Edele Achtbare hoogst gerespecteerde ordres het nauwste ondersoek in die tistrictie mogte worden gedaan en uit stricte last van Javas vorsten de hoofde daar omtrent het eerste gelegen daar toe aangespoort en aangenaamt „twelk egter nit wegneemt, dat van onse kant soo van oeloepampang als adiroge alle mogelijke recken ge door onse patroulle al lijven aangewend, Eindelijk ontrang ik bij de residents nadere brief van den 16. blijkens Copia handschrift van den quartiermeester boonsaak die de oostersche bolda„ „ten ter acomplettering van de Compagnien aldaar behonde heeft aan„ „gebragt ten getalle van 60. kopen paino plan een en veertig lb vogelnetjes welke ik tot nadere ordres van uwel Edele achetbaare ter bewaring heb overgegeven aan Capitain han bouijko aan wien het bewijs der aangenomen pagt voor dit Jaar over deselve voor de ontfangst was inhandigt Wijders wijeriedige aanbieding van gusti badongs origineele oll met denselver translaat sal ik de eere hebben heogt deself geende dis„ positie in dese intewagten sijn hoogheid te madura mij bij sijne missive te konnen gegeven hebbende dat voornemens was de dogter van sijn groot vader de panem bahan met naame radewr ajoe seker met een der soons van den Passourouangs regent Fitinagara uit teheuwen en uit dien hoofde haar erfporte onder sijn hoogheds beruijting ver„ bleeven bij de verdeeling en daar omtrent gemaakte schikkinge, aan gemelde radeen Apoechat utgekeert, blijkensdaar van aan mij tegesonden Javansche quitantie in sijn origineel dese versellende, waar op ik dan sijn hoogheijd heb g'antwoord dat over het een en ander eerst uwel Edele achtbare gevenereerde dispositie soude inwagten, inson„ derhid of het huwelijk met hoogst denselver approbatie soude sijn en als als dan sijn hoogheid daar over nader soude bedeelen en daar bij voe„ „gen een quitantie van de acten van verband ten laste van sijn hoogheid en ten behoeve van de radeen ape alhier beustende bij de papieren van de ver„ deeling alhier, wel eenelijk voor ditmaal uwel Edele achtbare g'eerde at„ „tentie waardig g'oordeeld hebbende deese met die„ „pe Eerbied onderschrijve /:onderstond:/ titul /:lager:/ uwel Edele achtbarens gehoorsaame dienaar /:was geteekend:/ P. Luzae /: nog lager P: S: D' eerste regent alhier blijft als nog voortsukkelen en soo als het einde bij hem daar ste niet verre afweden de oude gegagieerde grootvader vaandaigj 1

NL-HaNA_1.04.02_3389_0628 view scan ↗

English

From Java's East Coast, the 3rd of July 1773. From Java's East Coast, the 3rd of July 1773. Ensign Lichnouwskij, through the opportunity that presented itself at Passarouang, having been discharged directly to Batavia by the Commandant Rijke there, but arriving here, has requested me to be allowed to accept it, as otherwise little opportunity occurred for him; thus seeing him already arranged so far, I have granted it, subject to the most favorable beneficence of Your Right Honorable. Being duty-bound to answer Your Right Honorable's honored letters of the 15th ultimo, which were only delivered to me on the 9th instant, I state that upon his return from the island of Noessa I severely reproached the quartermaster Jan Sock for his committed fault in firing upon the fortress at Noessa contrary to the order and instruction given to him. He made many apologies, requesting it be considered a clerical error in his letter, that the shots had been fired at a vessel outside the bay that had escaped under the benting by beaching itself. I most respectfully accompany herewith a second drawing of the island of Noessa. Up to now, I have also not let any cruisers go out without placing in their hands a copy of Your Right Honorable's instruction granted in the previous year to the commander of the barque Het Zeepaard, the sloop De Samarang, and Tafisboom, with its annexes, in accordance with the further honored intention of Their High Excellencies and that of the Honorable Governor, to serve for their general guidance. I shall, according to the Governor's honored intention, Copy of a separate letter written by the Resident Schophoff at Eloepampang to the Commander Luzac at Sourabaija, written the 2nd of June 1773. 317 From Java's East Coast, the 3rd of July 1730. From Java's East Coast, the 3rd of July 1773. intention, in writing as well as in investigation at Tembrana to Gustij Moera, conduct myself duty-bound, regarding which, however, because of its necessity, orders are further most respectfully reiterated to me, because I recently discovered that people on two vessels, intercepted and brought in at sea by our cruisers between Tjambrana and Badong—one a prahu gonting commanded by a Balinese, and the other a chiampang commanded by a Chinese, both belonging to Badong—who, upon examination together with their crews, uniformly declared that Gustj Moera at Tjembrana had caused the Balambangan people who had fled to him to be rounded up, except for some who had escaped by flight, such as the evildoer Bappa Ginke, a Simolokoro, and Bappa Lanat, and sold as slaves; from where, among others, the Badong Juragan had five men in his prahu gonting bound with chains, as dictated by the enclosed list of names taken thereof, which five are well-known wicked fellows and another two [illegible], whom I have shown here in their bound state to these Balambangan people, and made them understand how the rebels fleeing to Bali were treated. Thereafter, I allowed both vessels to return home with the five aforementioned evildoers, as the one had nothing else aboard than those five men with a parcel of sappanwood, and the Chinese only seven Balinese pigs, without any gunpowder, lead, or shot, nor hand weapons having been found on them. Furthermore, I know of nothing notable to communicate, except that our patrols, consisting within the period of two months of native soldiers and the loyal Balambangan people, have in diverse parties crisscrossed the entire country round about, the wildernesses in the mountains as well as across the plains, without having been able to capture any of the still wandering head rebels, except recently only three men and five women, who had never come forward before, found in the deep mountains inhabiting Bapoe; and after very circumstantial examination it was found that they were not those who had engaged in any malicious mischief in Bapoe or elsewhere. Wherewith I enjoy the honor, with due respect and high esteem, to subscribe myself. Below stood: was signed: H. B. Schophoff. End. Copy. 319 321 From Java's East Coast, the 3rd of July 1773. From Java's East Coast, the 3rd of July 1773. That Gusti Moera Jamb: at Badong sends to the Commandant at Balemboangang his Juragan named Siamjoet, whose conduct, good or bad, the Resident may be pleased to investigate himself, and makes a request to the Resident to allow his emissary to purchase wood for kris handles called kayu pellet; if his emissary is satisfied with the same, it will also please him, Gusti, as well as secondly, how much the sum will amount to, when he will settle the same. Below stood: agreed. Was signed: C. P. Boltze, Translator. Carried forward: 2 pantjallangs and 16 prahu mayangs. In reply to Your Honor's separate letters of the 20th, 27th, and 30th of March, as well as the 14th of April last and their annexes, I qualify Your Honor, in proportion to the arrangement that presently takes place in this region or from Tagal to Touban inclusive, in furnishing vessels for cruising against the pirates, to charge the care thereof to the respective regents who fall under the Eastern Salient, as: Madura: 1 pantjallang and 3 prahu mayangs Pamacassang: 2 prahu mayangs Sumanap: 1 pantjallang and 2 prahu mayangs Sidajoe: 2 prahu mayangs Lamongang: [illegible] Prissee: [illegible] Sourabaija: 8 prahu mayangs 2 pantjallangs and 4 prahu mayangs Copy of a separate missive written by the undersigned Governor and Director of Java's North-East Coast to the Commander Luzac at Sourabaija, the 26th of April 1773. Copy of a translation of a Javanese palm-leaf letter. Copy.

Dutch transcription

Jan Javas oostut den 3 Julij 173— Van Iavas oost kust den 3. Julij 173. vaandrig Lichnouwskij door de gelegentheijd die sig te passerouang kwam op te doen door de Commandant Rijke aldaar direct na batavia gelicenteerd dog hier aangegeerd heeft mij versogt die te mogen amplecteeren alsoo voor hem weijnig gelegentheijd anders voorkwam soo heb ik hem dus dan al bereets soo verre siende ingerigt op hoogst gunstige weldinding van uwel Edele achtbare geaccordeert Schulapligtigh hebbende eeno welEdele achtbar alo ge¬ „honoreerde letteren van den 15 passato die mij den 9. deeser eerst over se geworden te antwoorden dat ik den quartiermeester Jan Sock bij sijn retour van t eiland Noessa ernstig reprocheerde over sijn begane fout met schieten op fortres te Norssa tegens de aan hem gegeven on„ „dre en instructie met veel excuse versoekende een schrijff out in sijn brief was geweest de schooten op een vaartuig buiten de baaij hadden gedaan dat sig niet de vlugt gesalveerd had onder de benting van op strand te setten laat ik hier bij eerbiedigst versellen een tweede afte„ „kening van het eiland Noessa, heb ik ook tot nog geene kruitsenrs laaten uitgaan of stel aan deselve copia in handen van uwel Edele achtbare Instructie in het voorige Jaar aan de gesaghebber van de de barcq het zeepaard de sloep de Samarang en tafisboom verleend met dies bij lagen ingevolge haar hoog Ed„s nadere g'eerde intentie mitsgaders die van de Edele heer gouverneur om tot hun rigtsnoer in 't generaal te dienen sal mij na theeregouverneurs g'eerde Copia aparte brief door den resident schop: „hoff te eloepampang aan den gesaghebber Lua tesourabaij gesctreven den 2. Jni 173 intentie O 317 Van Iavas ostCust den3 Julij 1730. — Javas oost Cust Den 3: Iulij 173 — Van intentie in het schrijven soe wel als na vorssing te Tembrana aan guttij Moera schuldpligtigs gedragen waar over egter mij nader eer„ biedigst om dies noodsaakelijkheijd ordre komen itteeren wijl onlangs ontdekit hebbe van op twee vaartuigen hun bevindende „volkeren door onse keruissen tusschen Tjambrana en badong in bee aangehouwde en opgebragt het eene een prauw gonting door een balier gevoerd en het andere een chiampang dat een Chinees daar op voerende toebehoorende bij de te badong thuijs hoorende die bij examinatie met hunne volkeren een paarig verklaarden dat gustj Maer te Tjembrana de bij hem overgevlugte palemboangers bad laten op „vangen /excepte eenige die het met de vlugt ontkomen waren als den boosdoender bappa Ginke eene simolokoro en bappa Lanat / en voor slaven verkogt van waar onder anderen de badongsche Juragan 5. mannen in sijn prauw gonting met kettingen geboeid soo als inleg„ „gend: naam lijstje er van opgenomen dicteerd had welke vijf welbekende quade knaapen en nog twee bachusen sijn die ik hier in haare geboede staat aan dese balemboangers het vertoont en doen begrijpen hoe de na balijvlugtende rebellen, behandeld wierden heb ik daar na bijde vaartuijgen met de vijf voorm: quaadsoenders wijl het eene niet ander in hebbende aff die vijf mannen met een partij baanhout in den chines enelijk seven balijsche verkiens sonder eenig hrud Loo oft schit nog handgeweer bij hun te hebben gevonden, thuis laaten keeren verders niet notabels wetende te bedeelen als dat onse pattrouilles binnen de tijd van twee maanden u't jnlandsche militairen de getrouwe balemboe„ angers, bestaan hebben in diverse partijen het gantsche landalomme de wildernitsen soo wel in het gebergte als over de vlaktend door kruist hebben met allerminste hebben konnen ontrekken van de nog swer„ vende hoofdrebellen als eenelijk jongst nog 3. mannen en vijfvrouwens de nog nooit opgekomen geweest in het diepe gebergte bewoeten bapoe gevonden, ook na seer omstandige examinatie bevonden dat het geene geweet sijn die in bapoe of elders eenige kwade wol gespeed hebben waar meede de eere geniet mij met verschuldigde eerbied en hoog agting te onderschrijven /:onderstond:/was geteekend:/ h:b schop hoff enden Copia 319 321 Van Iavas oostkust den 3. Julij 1773 — Van Iavas oosthust den 3. Iulij 173— Dat guste Moera Jamb: te badong aan den commandant te balem„ boangang sina sijn Juragan met namo Siamjoet welkers gedrag goed of kwade de resident selve gelieft na te gaan en doet versoek aan dere„ sident om sijn sendeling te laten inkoopen hout tot krisse koppen genaamt kape pellet in sijn sendeling het selve aanstaande sal hem gusti ook wel gevallen als ook tweeden hoe veel het bedragen aan dien wanneer het selve sal voldoen /:onderstond:/ accordeerd /: was geteekend :/ C: P: Boltze Translateur. Transporteere 2. pantjallang en 16. prauw majangs . . In antwoord op uw Ed: aparte letteren van den 20. 27. en 30. ' Maart item 14. april Jongstleeden en dies bijlagen qualificeere ik uwE om in even reedigheijd aan de schikking die om deesen oordt of van tagal tot touban inclusive actueel plaats vind in het four„ „neeren van vaartuijgen ter bekruissing teegen de seer overs de respective regenten die onder den oosthoek sorterende besorging daar toe optedragen, als, Madura van 1. pantjallang en 3. prauwinajangs Pamacassang „. . . . 2. Sumanap 1. _„o 2. . 2. - Sidajoe _o Lamongang _o Prissee - _„o .. 8 Sourabaija . . . .. 2. .. 4. — Copia Apar te missive geschreeven door den ondergeteekende gouverneur en directeur van Iavasoord oosthust aan den gesaghebber Lu„ zac te Sourabaija den 26. april 1773. Copia Translaat Javaanse ola Copia H . -

NL-HaNA_1.04.02_3389_0631 view scan ↗

English

From Java's East Coast, 3 July 1773 From Java's East Coast, 3 July 1773 Brought forward: 2 pantjallangs and 16 prauw-mayangs Banger Bangil Passourouang: 2 Total: 2 pantjallangs and 20 prauw-mayangs In order to secure the fairway in and around the east during the east monsoon, divided into two small fleets, each of one pantjallang and ten prauw-mayangs, and for that purpose to cruise continuously back and forth from Sourabaija and the west to the corner of Huwerhuwer, and around the east to Sumanap, Baalij, and Caab Simdana, or as far as shall appear necessary, each regent shall properly man his vessels, provide victuals, and also supply them with artillery and small arms; because the special order of Their High Noble Excellencies dictates that, for cruising against the pirates, nothing whatsoever, under whatever pretext, may be issued, supplied, or used on the Company's account, except on each of those vessels, so far as can be spared, one European, and gunpowder and lead according to necessity, but no further; of which the consumption, after the end of the cruise and the return of the vessels home, shall be charged here, to be made good out of a present that the farmers of the sea tolls must furnish and pay for that purpose. When the vessels have been manned, provisioned, and divided in this manner, and on one of the pantjallangs boatswain Johan Fredrik Bemhaad [illegible] placed to command, they shall be provided with proper orders to engage solely in opposing the pirates and securing the small trader against them and against all molestation from others [illegible] of the cruisers themselves. The two small fleets, each, as aforesaid, of one pantjallang and 10 prauw-mayangs, being sufficient with proper distribution to achieve the objective, I do not consider it necessary, besides being contrary to the above-mentioned order of Their High Noble Excellencies, to employ the Company's pantjallangs the Petronella for that purpose; but I permit Your Honour to make use of that small vessel, together with De Brak and the Bestendigheijd, along with the prauw-mayangs that are still present at Balemboangang, wherever it may be considered and prove to be, with proper consultation, of greater utility and service to the masters' interests in the future. Regarding the subject of Mas Alit and Your Honour's proposal as to how and in what manner the island of Noesja should be attacked and brought to submission, on which I shall declare myself further below, I shall meanwhile expect from Your Honour at the first opportunity the clarification requested in my separate letter of 24 March last concerning the points cited therein, as I cannot see for what reason this needs to remain postponed if Your Honour's propositions rest on well-reasoned, solid, and not on flimsy or otherwise unaccredited grounds. That the servants in Balemboangang were urged to trace the chief rebels who are still wandering about with redoubled zeal fully carries my approval; but not Your Honour's intention to allow Captain-Lieutenant Kennrich, now that he has recovered from his wound, to withdraw, because, should it appear that he is no longer needed in Balemboangang, authorization must first be requested and received prior to his departure from the eastern corner. The former provisional regent Japanagara has safely arrived here with his family, and since he is mostly inclined to live quietly outside government, with and among his family in Passourouang, supporting himself by agriculture and thus ending his remaining days, Your Honour must deliberate with regent Nitimagara how and in what manner the said Japanagara could be assigned some jonks of land located not far away, to be cultivated under good supervision over him and his family, provided they pay and yield from them to the regent of Passourouang just as other subjects are obligated to do. Those who are known as heads or leaders of the rebels, or as suspicious and harmful persons brought to Sourabaija and still kept there in custody, must be sent directly to Batavia on the ship De Cobera Ihgobora at the disposal of Their High Noble Excellencies; but all other prisoners of war, whether men, women, or children, who during my presence were distributed among the regents, as well as those who have since been sent up from Balemboangang and who, as I am informed, are still detained at Sourabaija contrary to the order and authorization of Their High Noble Excellencies sent to Your Honour in extract with the respected separate missive of 5 November 1772, I hereby further strictly charge Your Honour to allow them to return freely and unhindered to their country. From the writing of Resident Schophoff in his letter of 27 March last to Your Honour, that at Cradjagang 12 families were placed under the supervision of the local postholder, the native lieutenant, to look after and collect the edible bird's nests found there, it must be gathered that nests have been harvested and collected [illegible]

Dutch transcription

323 Van Iavas oost cust den 3. Julij 1773 — Van Javas ootCust den 3: Iulij 173 P Transport 2. pantjallangs en 16. Prauwmajangs Banger Vangil Passourouang. . 2 — - tesamen van 2 pantjallangs en 20. prauwmajangs om geduurende de oostmoussen in twee vlootjes ieder van een pantjallang en tien prauwmajangs verdeeld, het vaarwater i en omstreeks den oost te beveijligen en daar toe onophoudelijk over en weer te kruissen van sourabaija en den west tot de hoek van huwerhuwer en om de oost tot sumanap baalij en caab simdana of soo verre nodig voorkomen sal moeten de ieder regent sijn vaartuijgen de„ hoorlijk bemmannen van mondkost en ook van geschut en klijn geweer voorsien also de speciale ordre hunnen hoog Edelheedens dicteerd dat ter bekruissing teegen de seeroovers sCompagnies wegen mits hoe genaamd of onder wat voorwendel mag werden afgegeven verstrekt en gebruikt dan op ieder dier vaartuijgen soo temissen sijn een europeer en kruid en lood na benodigtheid dog ook niet verder waar van het verbrinkte na het eindigen der kruijstogt en te huiswaarts kering der vaartuijgen herwaarts sal moeten worden aangereekend om goedgemaakt te worden uit het een present dat de - . .. 1.- .1- pagters der zee tollen daar toe opbrengen en fourneeren moeten Als de vaartuijgen indiervoegen bemaand voorsien en verdeeld, mits„ gaders op een der pantjallangs den botsman Johan fredrik Bemhaad heblmnkamgtenopdeander en ekean quatirnat on st g lig te voeren geplaatsen sij van goede ondres voorsien worden om sig maar alleen op te houden met de seerovers tegen tegaan en den smallen handelaar tegendie en allen overlast van andere isonaer beid van de kruissens zelf te beveligen de twelotjes ieder als voregt van ee pantjal„ lang en 10. prauwmajangs bij eene verdere goede districtie te rijkende bij eene verdere goede districtie terijkende sijnde om aan het oogmerk te voldoen, agte ik het nodig, behalven dat het ook tegen de bovengem: ordre hunner hoog Edelheedens strijden bonde daar toe ook sComp: pantjallangs de Petronella te emploijeeren, maar gelatte uw E: van dat kieltje nevens De brak ende bestendigheijd met de kanspauimajangs de te balemboangang nog aanwen sijn gebruk te maaken, waar mi en in het vervolg met goed overleg van meerder nuut en dienst voor smeesters belangen g'oordeeld worden en weesen kunnen op het supt Maas Alit en uw E voorstel om hoe en op wat wijse seet eland noesja te attacqueeren en tot onderwerping pagters te _„o Julij 173 Van Iavasoostkust Den Van Javas oos kust den 3: Julij 1773 te brengen mij in het vervolg nadenstaande te verklaaren sal ik intuschen bij eerste gelegentheijd van uwEd verwagten de bij mijne aparte van den 24. Maart Jongstleeden gerequireerde opheldering omtrent de daar bij aan „gehaalde pointen, dewijl ik niet kan sien om wat reeden sulks behoeft en blijven uitgesteld als nu E. propositien op wel beredonereerde solider en geene loffe of andere ongeaccrediteerde gvonden rusten, Dat de bediendens in het balemboangsche aangepoord waren om met verdubbelden ver de nog bwervende hoofdrebellen op te speuren dragd ten vollen mijne approbatie weg maar niet uw E. voorneemen omden Capitain luitenant kennrich nu hij van sijne wonde harsteld is berwaard te laten ontrekken om dat als blijke dat hij in het balemboangscho niet meer nodig heeft tot sijn vertrek uit den oosthoek eerst qualifi„ catie diend gevraagd en ontfangen te wesen Den geweesen provisioneel regent Japanagara is met de sijne hier wel aangekomen en dewijl hij meest inclineerd om buiten be„ stier in stilte bij en met sijn familie in het passourouangsche zig met den landbouw te caneeren en soo sijnen nog overigen dagen te eindigen sal uw E met den regent nitimagara moeten overleggen hoe en op wat wijse Eem jaranagara ten fine voormeld soude kunnen worden aangeweesen eenige jonksen Londs die met vere vande hand gelegen sijn om onder goed toesigt op hem en de sijne bebouwt te worden mits deselve laasten daar van dragende en aan den regent van Passourouang opbrengende als andere onderhoorige verpligt in nmat ken de geene die voor hoofden of aanvoerders der rebellen dan wel suspetenschadelijke maken bekend te sourabaija aangebragt en nog sijn moeten in verseekering met het schip de Cobera Ihgobora direct naar batavia ter dispositie hun en hoog Edelheeden gesonden worden dog alle andere krijgs gevangenen het sij mans vrouwen of kinderen die bij mijn aanweesen te coltij onder de regenten verdeeld mitsgaders zedert uit het balemboangsche ook nog opgesonden sijn en die boo k geiformeerden nogte souabaija aangehouden woorden contrarie de ordre en qualificatie hunnen hoog Edelheeden bij gerespecteerde aparte missive van den 5. november 172. uw E: self in Extract toegesonden gelatte ik uwE bij dese nader ten voerigst vrij en lieber naar hun land te laten te rugkeeren, ui't het schrijven van den residen schophoff bij sijn brief van den 27. Maart jongstleeden aan uw E: dat te Cradjagang 12. huis gesunnen „geplaats waaren onder opsigt aan den daar posthouder Jnlands luitenant tot optig en versameling eer daar vallende vogelnetsjes „moetende opmaken dater van de netjes geplukst en ingesameld hand zijn 325

NL-HaNA_1.04.02_3389_0633 view scan ↗

English

327. From Java's North-East Coast, 3 July 1773 From Java's North-East Coast, 3 July 1773 collected are requested to know how much the quantity amounts to, in whose possession they remain, and that they will be sent hither at the first opportunity; while I also charge Your Honour to inquire now whether the Captain of the Chinese Han Boeijko, or indeed anyone else, is inclined to lease the bird's-nest cliffs in the Balambangan area, Lumajang, Antang, and Malang, and how much they would provisionally bid for them for the present. Regarding the 100 koyans of rice delivered to the Pangeran of Madura for consumption by his people during the expedition, concerning which I shall express myself further in the future, I await information from Your Honour as to the situation with the firearms that were supplied to the Madurese troops for their use during the height of the troubles, to be returned. Meanwhile, after greetings, I remain, below stood: Your Honour's good friend, was signed: J. R. van der Burgh. In margin: Semarang, 26 April, in the year 1773. Lower: P.S. Since Ensign Ostrowsky at Kota continuously continues to struggle and suffer from his wound, Your Honour shall have him replaced by Ensign Jenigen to come up to Surabaya until he has recovered from his ailments. Having answered Your Honour's separate letters of 20, 27, and 30 March, as well as 14 April, by mine of 26 April last, insofar as it appeared necessary to me, I refer to them and also to the general letter dispatched today to Your Honour and the Council. Meanwhile, regarding Your Honour's latest letter of the 29th, it remains that, since Ensign Eenigen must depart for Kota to replace the sick Ostrowsky, it will consequently be very necessary to command Fisser back to Adirogo. The letter written by His Sultanic Majesty's Regent Danureja to the Pangeran of Madura I shall keep by me for consideration, while I judge that His Highness need only answer that he cannot consent or agree to the requests made therein without my prior knowledge. Copy. Separate letter written by the same as above, dated Semarang, 5 May, in the year 1773. Copy. From Java's North-East Coast, 2 July 1742 From Java's North-East Coast, 3 July 1773 cannot consent or agree without my prior knowledge. The discharged Ensign Lichmouwskij may well come hither to make a short trip from here to Batavia. After greetings, I remain, below stood: Your Honour's good friend, was signed: J. R. van der Burgh. Copy. I properly received yesterday Your Honour's separate letter of the 3rd of this month, but not being satisfied with the needlessly postponed punctual answering of my letters of 12 and 26 April, I await these as well as an answer to my latest of the 5th instant by the next opportunity, in order to make a disclosure where appropriate. The letter from Quartermaster Park dated 17 April contains just as little further detail regarding the real state and condition of Nusa as that of the Ulu Pampang Resident Schophoff of the 26th, compared to previous reports; and from the writing of the said Quartermaster it appears that, by firing unprovoked at a benting, he was the first to behave hostily there, and thereby even forced the inhabitants to put themselves in a state of defense. I should like to know on whose authority or order he did that, or otherwise he shall be warned to take careful heed against such actions henceforth. Copy. Separate dispatch written by the Governor and Director of Java to the Commander Luzac, 9 May, in the year 1773. itself 4 E 329 From Java's North-East Coast, 3 July 1773 From Java's North-East Coast, 3 July 1773 even forced them to put themselves in a state of defense, I should like to know on whose authority or order he did that, or otherwise he shall be warned to take careful heed against such actions henceforth. The reports that Resident Schophoff has, that Gusti Murah at Jembrana provides shelter to some Balambangan rebels, not being sufficient to rely upon with certainty, I consider it best and therefore grant my consent that the said Resident converse with the said Gusti as if on his own initiative, press for their surrender, and warn of the consequences if the Company were to gain knowledge of it; and that he, on that occasion, also have a most careful investigation conducted on Bali through a trusted emissary. Having already authorized Your Honour in my separate letter of 24 March last to bring the three companies of Malays who are in the Balambangan area to full strength with native highlanders, I am surprised that Your Honour makes a request for this anew, as those prepared for the aforementioned purpose should simply be sent thither as soon as possible. If the pantjallang De Brak cannot be of any service due to its leakiness, Your Honour must have that small vessel brought up from Ulu Pampang, and if it is still deemed capable, have it laden at Gresik with oil for Batavia and dispatched thither, provided it calls at Semarang en passant to have Commander De Nijs account for the equipment supplies demanded and received by him under suspicious pretenses, concerning which I shall meanwhile await the statement requested in the latest general letter. The former provisional Balambangan Regent Japanagara having further explained himself and made a request for the desa Pajarakan, sorting under Banger, measuring approximately 50 cacahs according to his statement, Your Honour shall obtain information regarding that place and report to me its actual location, extent, what it yields, and whatever more occurs concerning it. highlanders occurs 331

Dutch transcription

327. Van Javas oostust den 3 Julij 173 — Van Iavas oostcust den 3. Julij 1773 ingesamelakijnen worden begeeris te weeten hoe vel de quantiteit beraagd onder wie berusten dat deselve bi eest gelegentheijd sullen herwaarts gesonden worden terwilik uw Ee demnandeere om als nu ook te ondervragen of den capitain der Chineesen han boeijke aan wel iemand anders niet inclineerd en vogelmrest klippen in het balemboangsche lamatjan antang en Malang ten huuren en hoe veel sij daar voor bij provitie voor het presente gaan duren bid over de aan den pangerang van Madura tot Consumptie voor sijn volk in de expeditie afgegeven 100 Coijangs rijst mij in het vervolg sullende verklaren, wagte ik informatie van uw E: hoe het gelegen is met de geweeren die al in den binnen der troubelen aan de madureesen troupen tot gebruik om gerestitueerd te worden sijn verstrekt terwijl na groete blijve /onderstond:/ u E: goederiend /:was geteekend:/ J: H: van der wuugh /inmargine:/ Samarang den 26 april anno 173 / lager / P. S. Dewijl den vaandrig oostrouwskeij te cotta, bij aanhoudendheid blijft sukkelen en laboreeren aan sijne wonde sal uuw E: hen door den vaandrig Jenigen dien en telaten vervangen om naar sourabaija op te komen tot dat hij van sijne ongemakken sal wesen hersteld Bij den mijne van den 26 april Jongstleeden soo verre het mij noodsaakelijk voorgekomen is beantwoord sijnde uwE. aparte letteren van den 20. 27. en 30. Maart item 14. april refereere ik mij daar aan en ook aan de „heden afgaande gemeene brief aan uwE en den raad terwijl op uwE Jongste van den 29 daar aan overigens is dat wijl den vendrig Eenigen na cotta diend te vertrekken om den sieken ottrouwshij te vervangen het gevolgelyk seer noodssake „lijk sal sijn fisser weder naar adirogo te commandeeren, De brief door s. sulthans rijksbestiender Danoeredja aan de pangerang van Madura geschreeven sal ik ter spe„ culatie onder mij houden terwijl is oordeele dat sijn hoogheijd en maar alleen op diend te ant„ woorden dat hij in de daar bij gedane versoe„ Copia Aparte brief door den aan Als even ge¬ schreeven gell:t Samarang Den 5: Maij anno. 1773. Copia ken Van Javas OostCust den 2 Julij 1742 Van Iavas oostkust Den 3 Julij 173— „ken sonder mijne voorkennisse niet bewilligen of toes„ „temmen kan, Den gegagieerden vendrig Lichmouwskij mal wel herwaarts komen om van hier een spring „togtje na Batavia te doen, Ik blijve naar groete /:onderstond:/ uw E goeden vriend /:was geteekend:/ I. R: van der Burgh Copia Ik heb gisteren wel ontvangen uw E: aparte van den 3. deeser maar niet gestixt sijnde over de noodeloos uitgestelde pinctueele beantwoording mijner brieven van den 12. en 26. april wagte ik die en ook op mijn jongste van den 5. huurs per naasten omer ook ouverture van te kunnen doen waar het behoord De brief van den quartiermeester Park de dato 17. april houd eeven soo min als die van den ouloepam„ pange resident schophoff van den 26 daar aan iets naders omtrent de wesentlijken staat en toestand van Noetsa aan voorige berigten in en uit het schrijven van gem: quartiermeester blijkende dat hij met onge„ vergd op een benting te schieten sig daar het eerst vijandelijk gedragen en daar door de Jnwoonneas Copia Aparte missie Getetrie ven door den gouverneur en diroc„ „teur van Iava aan den gesagheb„ ber Luzac den 9: Meij Anno 1773. zelfs 4 E 329 Van Javas oostkust den 3 ulij 173— Van Javas Ostkust Den 3. Julij 173. zelfs genoodsaakt heeft zig in staat te stellen wel ik wel eens weeten op wiens qualificatie ofte ordre hij dat heeft gedaan of anders dat hij sal worden gewaarschouwd sig voortaan sorgvuldig voor sulke gedoentens te wagten. De berigten die den resident schophoff heeft dat gustij Moera te Tjembrana aan eenige balemboang sche rebellen schuijlplaats soude verleenen, niet voldoende sijnde om er seker op te gaan agte ik het best en geve dus mijne toestemming er toe dat dien resi„ dent gemelde gustij er eens over als uit sijn selfs on„ derhoud op de overgaave aandringt en voor de gevolgen waarschouwd indien de compagnie her kennisse van kreeg en dat hij bij die gelegentheijd teffens door een ver„ trouwd zendeling en nauwkeurigste navor„ „sing op balij Laat doen, Bij mijn aparte van den 24. Maart Iongst„ „leeden uwE reets gequalificeerd hebbende om de drie compagnien Maleiers, welke haar in het balem. brangsche bevinden voltallig te maken met gebooren over„ walders verwondere ik mij dat uwE op nieuw daar toe versoekt komt te doen moetende de in gereedheijd ge„ bragte ten voormelde einde ook maar hoe eerder soo beeter derwaarts gesonden worden. Als de pantjallang de brak om sijn lekheijd van geen dienst kan sijn moet uw E: dat kieltje van ouloepam„ „pang laten opkomen en indien het er nog toe in staat g'oordeeld word te grissee met olie voor batavia doen beladen en derwaarts afsenden mits em„ passant Samarang aandoende om den gesaghebber De Nijs sig te laten verantwoorden wegens de door hem onder buspecte voorgewend gevorderde en ontfangen equipagie goederen waar van ik intusschen de bij jongste gemeene gevorderden opgave sal verwagten Den geweesen P:l Balemboangs regent Japanagara sig nader verklaard en versoek gedaan hebbende om de desja Padjarakkan onder banger sorteerende groot na sijne opgave Circa 50 Tjatjas sel uwE: sig na die plaats diena te Jnformeeren en mij opgeven dies eijgentlijke legging strek„ king wat opbrengde en dat daar omtrent meer walders voorkomt 331

NL-HaNA_1.04.02_3389_0636 view scan ↗

English

From Java's East Coast the 2 July 1733 From Java's East Coast the 3 July 173- occurs. To the recently transmitted letters requisitorial of the Council of Justice here, serving the promotion of swift and good justice, speedy and prompt compliance must be given, and the children of the murderer Bernhoff are also to be sent hither. After greetings, I remain, Your Honor's Good Friend, signed, R. van der Burgh Your Honor's separate letters of the 11th of May last, with their enclosures, having been properly delivered to me, serve for Your Honor's information that the suspected Balambangan prisoners sent hither with the ship the Barbera Theodora have been forwarded on that same vessel to Batavia for the disposal of Their High Excellencies, except for two of them who died on the way, and that I trust that the remainder who were still at Surabaya will finally have been permitted to return to their country. The complete considerations on the state of Balambangan affairs promised by letters of the 19th of May I eagerly await, in the hope that the same will satisfy my successive requisitions, and especially also on the subject of Mas Alit, or rather how the common people seem disposed toward them and whether the two acting bupatis continue to give satisfaction. Since Their High Excellencies themselves, already by separate missive Copy. Separate letter from and by the same as written above at Samarang the 4 June anno 1773. Copy of 333 From Java's East Coast the 3 July 173- From Java's East Coast the 3 July 173- of the 4 November 1771 sent to Your Honor in extract, were pleased to disapprove the instruction on Your Honor's journey to Ulu Pampang to separate Sentong and some other villages from Samaruken and place them under Balambangan, because it was done without their highest authorization and my prior knowledge, Your Honor would have done better to acquiesce therein than to wish to excuse yourself in retrospect, and that with reasons that can now as little satisfy as they then justified Your Honor in allowing the separation to take effect on your own authority. In how far Your Honor's proposal to let Sentong, Djember, Pradjagan, and others remain under their present chiefs and to have the produce yielding there delivered is acceptable or not, being not well decidable before one first knows with full certainty the condition of the districts and what can be demanded therefrom now and in the future, I deem it necessary and therefore command Your Honor to have the same accurately surveyed by Ensign Fisser, currently stationed at Djember, assisted [illegible], and subsequently to have the present chiefs come up to Surabaya in order to speak with them in person, as well as to report to me on the matter thereafter. And since Resident Schophoff in his letter of the 14th of March last describes Ulu Pampang as a place which, on account of its extraordinarily bad location, is very unhealthy and utterly harmful to European as well as native, and Their High Excellencies for that reason and because of the continual sickness and mortality that continues to rage there have been pleased to authorize me, for the purpose of the so highly necessary preservation of the Company's own people, if it indeed be advisable, to cause Ulu Pampang to be abandoned as soon as possible, and after everything that could serve in any way to the convenience of ill-disposed persons shall have been destroyed and, so far as possible, consumed by fire, breaking up from there with the entire establishment, to transfer it to the healthiest place in the Balambangan region in order to maintain possession there; if it is deemed necessary to have yet another stronghold there besides the kota, Your Honor and also Resident Schophoff will first need to furnish me with your considerations and advice concerning this, and in particular concerning the time when and the manner in which such a breaking up could best take place, and Your Honor must have investigated and stated by the aforementioned Schophoff and two other persons well-acquainted with the Balambangan region where in that district last 335

Dutch transcription

Van Javas oost cust Den 2 uij 1733 Van Javas Oostkust Den 3: Iulij 173— voorkomt. Aan delaast overgesonden letteren requisitoriaal van de raad van Justitie hierdiend ter bevordering van kort en goed regt spoedigt en prompt voldaan en ook herwaarts gesonden te worden de kinderen van den moordenaar Bernhoff Ik blijve naar Groete /:onderstond:/ uwE: „ Goeden Vriend /:was geteekend:/ R: van der Burgh : Mij wel besteld sijnde uw E: aparte brieven van den 11: gem=2 Meij Jongstleeden met dies bijlagen diena tot uw E: narigt dat de met het schip de barbera theodora herwaarts gesonden balemboangsche suspecte gevangenen met die selfde kiel naar batavia voortgeschikt sijn ter disposite hunner hoog Edelheeden excepto twee derselve die onderweegs overleeden sijn en dat ik vertrouwe dat de overige die nogt sourabaija waren eindelijk sal sijn gepermitteerd naar haar land te rug te keeren, De bij letteren van den 19. Meij beloofde volledige Considera„ „tien over den staat der balemboangsche saken zie ik met verlangen te gemoed in hoope dat deselve voldoen sullen aan mijne successive requisitein en wel principaal ook op het Sujet van Maas alit of eijgentlijke hoe de gemeene man hun toegedaan scheint en of de beide fungeerende bepattijs blijven genoe„ „gen geven, Dewijl hunne hoog Edelheedens selfs al bij aparte missive Copia Aparte brief van en door als bo„ ven geschreeven te Samarang den 4. Iuni anno 1773. Copia van 333 Van Iavas oostcust den 3' Julij 173.— Van Iavas oostkCust den 3: Iulij 173. van den 4. november 171. uwE: in extract toegesonden de directie op uwE: reise naar oeloupampang met sentong en Eenige andere negorijen van Samaroeken te scheiden en onder balemboangang te stellen hebben gelieven te procheeren om dat buiten hoogst denselver qualificatie en mijne voorkennisse was geschied soude uwE: beter gedaan hebben daarin te berusten als sig nu van agteren te willen verschoonen en dat wel met redenen die nu soo min kunnen voldoen als deselve uwE toen wettigde om de separatie op eigen authoriteit gevolg te laten nemen„ in hoe verre nu urs voorstel om sentong, Djember Pradjagan en eenes onder hunne presente hoofden te laten verblijven en de daar vallende producten te doen leveren al of niet aanneemlijk is niet wel te beslissen sijnde voor dat men eerst met volle zekerheid aenstaat der districten weet, en wat nu en in het vervolg daar uit kan werden opge„ vragt agte ik het noodsaakelijk en de mandeere uw oversulx omdoor den te Djember actueel posthoudende vendrig Fisser g'adsitteerd op sig selfs accuraat te laten opnemen en vervolgens de presente hoofden naar sourabaija op te laten komen ten einde met hen selfs te spreeken mitsgaders van het een en ander mij daar naverslag te doen, en dewijl den resident schophoff bij sijn brief van den 14. Maart Jongstleeden oeloupampang beschrijft als een plaats die om dies buijten gewone slegte situatie zeer ongesond en soo wel voor Europeer als jnlander ten uijtterste schadelijk is en hunne hoog Edelheeden daarom en om de continueele siekte en sterfte die daar blijft grasseeren mij hebben gelieven te qualificeeren ter betragting van de soo hoog noodsakelijke conservatie van sComp: eijgen volk wanneer het inmers geraden sal weesen so spoedig mo„ „gelijk oeloupampang te doen verlaten en na dat alles wat maar tot eenig geriefd van kwaadwillige soude kunnen strekken verdelgt en soo veel geschieden kan door het vuur ver„ „mistigd sal weesen met den geheelen omslag van daar op bre„ „kende die naar de gesondste plaats in het balemboangsche„ over te brengen om aldaar possessie te blijven houden indien ver„ omeend word buiten de cotta daar nog eene andere sterkte no„ „dig te hebben sal uwE en ook den resident schophoff mij hier omtreet en insonderheid omtrent den tijd wanneer en de wijse op welke sodanigen opbrake best soude kunnen geschie„ den alvorens dienen te suppediteeren derselver consideratien en advies mitsg„s u E: door gem: schophoff en nog twee in het balemboangse be„ „kende persoonen moeten laten ondersoeken en opgeven waar in dat Jongstleeden destrict 335

NL-HaNA_1.04.02_3389_0638 view scan ↗

English

From Java's East Coast the 3rd of July 173— From Java's East Coast the 5 of July 173— district the healthiest and most suitable place is found in order to construct another fortification in case of necessity, while with all this I recommend to Your Honour the greatest expedition so that in the present good season one thing and another may still be brought to effect. Concerning Noessa, to bring the apostate islanders to submission by force of arms must, according to the accompanying extract from Their High Noble Honours' very respected separate missive of 14 May last, be superseded until their honours shall be able to dispatch such a force as is required to promise oneself a desired outcome, but for the rest, however, in the meantime not sitting entirely still, but keeping an eye on that island as much as possible, and by cruising with small vessels preventing all coming and going, and thus also supply and correspondence to and from Java, as well as taking good care that if those islanders should attempt to land elsewhere by force, they are resisted. I am in the meantime fully persuaded of the high necessity of reinforcing the eastern salient with Europeans, but being unable and in no state to assist Your Honour with a single soldier, and just as little with seafaring artillerymen, house and ship carpenters, beyond the 1 corporal and 12 private soldiers dispatched a few days ago from the Samarang garrison, before relief arrives from the capital; and therefore I know for the present no other recourse than to leave the easterners in the Balemboang district, and from time to time to keep them, as well as the Sumeneppers at Adirogo, complete, to which latter their regent must be urged in emphatic terms. The bird's nests which, according to the writing of Resident Schaphoff in his letter of 5 May, were or had been gathered, I look forward to receiving the sooner the better; and I authorise Your Honour to grant to the Sourabaija Captain, the Chinese Hang Boeijko, for the offered one thousand Spanish reals, the lease of the bird's nest cliffs in the Balemboang, Lamadjang, Antang, and Malang districts during the current year, that is from today until the ultimate of December next, provided that he and his people confine themselves solely to the collection thereof and presume to claim no other privileges. When the Prince of Madura has returned the muskets lent to him for the expedition, or rather those of them that are still in existence or to be found, and Your Honour shall have reported to me how many are missing, I shall also first be able to declare for whose account they must remain, while it is quite a different matter whether His Highness assists the Company with men and vessels to act against its enemies on Java, than merely providing his quota for cruising against the pirates, since in the first case these serve solely to help the Company, but in the second tend to the general benefit and thus also to the protection of the small trader on Madura itself; wherefore also, in conformity with my separate letter of 26 April last, nothing beyond powder and lead may be furnished to the cruisers at the Company's expense or will be permitted to be written off. The differing reports of the chief mate and commander on the pantjallang De Brak, De Neijs, now that that small keel was in a state, and then that it was unfit to depart again on a cruise to Balemboangan, show that he either does not know it himself or that no reliance can be placed on his word; and since no favourable reports of his competence and even less of his conduct and behaviour have reached me, and I am moreover of the opinion that with the present force alongside the Petronella and the Johannes Cornelis, even if the expedition against Noessa goes forward in the future, it will be well managed, I order Your Honour to have De Brak laden with oil and sent back via Samarang to Batavia, as well as to report in the meantime, as already repeatedly written in general letters, which equipment goods were furnished unqualifiedly to the said De Neijs at Oeloup Ampang upon sought protests, in order that, if he cannot demonstrate the necessity thereof, they may be charged to his account. With the 5000 rixdollars in whole and half doits dispatched with the Johannes Cornelis a few days ago, it will also be well managed for the present, while the scarcity of copper money cannot be so great now that, as I am closely and very well informed, one can exchange the doits for silver money on the bazaar at Sourabaija at an advance of 4 to 5 per cent, and it would conflict with the orders and intentions of Their High Noble Honours to cause the common man to suffer so much loss by forcing the same upon them. The ensign and commander at Adirogo, Fisser, must, in conformity with the accompanying extract of the separate missive of 14 May last, be further severely reprimanded in the name of Their High Noble Honours for the cold-blooded killing of the former Djembers chief Kapologo, and everyone must be enjoined especially to refrain from all such premature, unqualified, and very condemnable actions.

Dutch transcription

Van Iavas oost Kust den 3:' Iulij 173— Van Javas oost Cust den 5 Iulij 173— district de gesondste en bekwaamste plaats gevonden word om in kas van noodsakelijkheid eene andere sterkte aan te leggen terwijl ik met dit alles uwE: de meeste voortvarendheijd aanbevele ten einde in de pre„ „sente goede tijd het een en ander nog te kunnen doen effect sorteren. omtrent Noessa om de afgevallen eilanders door kragt van wapa„ „nen tot submissie te brengen moet blijkens het nevens gaande extract uit hunner hoog Edelheeden seer gerespecteerde aparte missive van den 14. Meij Jongstleden worden gesupercedeerd tot dat hoogst deselven in staat sullen sijn sodanige magt aftesteeken als vereischt word om sig een gewonsehte uitslag te mogen belooven dog voor het overige egter intusschen met geheel stil geseten maar so veel mogelijk een oog op dat eiland gehouden en door bekruissing met klijne vaartuigen allen af en aanvaard en dus ook toevoer en correspondentie na en van Iava belet mitsgaders wel gesorgd worden dat sij eilanders in„ „dienelders met geweld mogte tragten te landen het hoofd komen testoten Ik ben ondertusschen ten vollen gepersuadeerd van de hoogerenood„ sakelijkheid om den oosthoek met europeesen teverterken dog daar toe onver „mogens en niet in staat om boven de voor wenige dagen uit het samarangsche guarnisoen vertaeken 1: Corporaal en 12. gemeene soldaaten uwE met een enkel. militair en eeven min met zeevarende arthilleristen huis en scheepstimmerlieden te assisteeren voor dater ontset van de hoofdplaats komt en daarom weete iker ook voor eerst niets anders op dan om de oos„ „terlingen in het balemboangsche te laten en van tijd tot tijd daar mitsgaders de summappers te adirogo compleet te houden tot welke laatste hun re„ „gent in termen van nadruk moet worden aangespoord, De vogelnesses die volgens shrijven van den resident schaphoff bij sijn briev van den 5. Meij ingesameld waren of wierden Sie ik hoe eerder so beter te gemoed en ik qualificeere uwE om de sourabaijasche capitain den chineese hang boeijko voor de geboden een duisend spaanse reaalen afgestaan de pagt der vogelnest klippen in het balemboangsche Lamadjangsche antang en malang geduurende het lopende Jaar dat is van heeden tot ult„o december aanstaande mits hij op de zijne sig maar alleen met den Jnsaam daar van gehouden en haar geen andere voorregten komen aantematigen Als de prins van madura de hem in de expeditie ge„ „leende geweeren op eigentlijk die er nog van in wesen ofte vinden sijn gerestitueerd heeft en uw E: mij sult heb„ „ben opgegeven hoe veel er aan omanqueeren sal ik mij ook eerst kunnen verklaaren ten wiens lasten deselve blijven moe„ den terwijl het heel wat anders is of sijn hoogheid de Compagnie scheeps timmerlieden met 337. Van Javas oostcrust den 3 Iulij 173— Van Javas Oostkust Den 3 Julij 1732 met volk en vaartuijgen adsisteerd om tegen hare vijanden op Java te ageeren dan enkel en alleen ter bekanissing tegen de seerovers sijn quata besorg wijl deselve in het eerste geval alleen dienen van de Maatschappijte helpen maar in het tweede tot algemeen ruint en des ook ter beveiliging van den smallen aandelaar op omadura selfs strekken waarom dan ook aan de kruissers Conform mijn aparte van den 36. april Jongstleeden niets buiten kruid en lood ten lasten der compagnie mag worden verstrekt of sal geper „mitteerd worden afteschrijven, De differente rapporten van den opperstuurman en gesag„ hebben op de pantjallangs de brak De neijs dan dat kieltje in staat en dan dat het onbekwaam was om weder te be„ kruissing naar balemboangang te vertrekken toonen dat hij het of selfs niet weet of dat op sijn gesegde geen staat te maaken is en dewijl mij de geen favorabele rapporten van sijn bekwaamheid en nog minder van sijn gedrag en Conduites toe gekomen sijn mitsgaders ik van gevoelen ben dat het met de bestendigheid nevens de Petronella en de Johannes Cornelis selfs als de expeditie tegen moessa in het vervolg voortgang neamt wel zal testellen zijn gelaste ik uwE: De brak te quissee met olio te doen beladen en over samarang naar batavia te rug te senden mits„ „gaders bij herhaaling en het aleens bij gemeene letteren aange„ „schreeven intusschen op te geven welke equipagie goederen aan gem: De Neijs te oeloup ampang opgesogte protesten ongequalificeerd sijn verstrekt ten einde als hij dies noodsakelijkheijd niet aantonen kan deselve hem op reekening te stellen Met de Johannes Cornelis voor weinig dagen afgesonden sijnde rd„s 5000 aan heele en b' halve duiten sal het daar meede voor eerst wel testelen sijn terwijl de schaarsheijd aan koper geld soo grot niet weesen kan nu men gelijk ik van nabij en seer wel geinformeerd ben op de bassaar te sourabaija de duiten teegen silver geld kan in„ wisselen met 4. a 5. p„r C:to advans en het tegen de ordres en intentie hunner hoog Edelheeden strijden soude de gemeene man door die deselve op te dringen dus ook so veel nadeel te doen Lijden Devendrig en commandant te adivroge fisser moet Conform bij gaand extract aparte missive van den 14. Meij Jongstleeden uit naam hunner hoog Edelheeden nader ernstig gerepumendeerd worden over het inkoelen bloede ombrengen van het geweesen Djembers hoofd kapologo mitsgaders een ieder gerecomman„ deerd sig voor al sulke premature ongequalificeerde en zeer dog Condemnable 339

NL-HaNA_1.04.02_3389_0640 view scan ↗

English

From Java's North East Coast, the 3rd of July 1773 condemnable actions to be expected Their High Excellencies having granted favorable authorization for the writing off to the debit of the Expedition of 1466: 36 rixdollars expended by Your Honor for extraordinary expenses incurred in the expedition during the year 1772, I hereby give Your Honor notice thereof, and remain, after greetings, Your Honor's good friend. Signed, J. R. van der Burgh Copy The transport of rice and paddy to the Bawean or the island of Lubeck having been prohibited by circular letter of the 14th of this month, Your Honor must conduct yourself accordingly, while it serves for Your Honor's information that, insofar as that island can and may be counted as belonging to the Company, the regent thereof is not accustomed to observe orders from the commander in the Eastern Salient, but rather to receive them from the governor at Semarang, and that I therefore prohibit Your Honor from sending any missions there without my prior knowledge, as was recently done. Copy of a separate letter to the commander Luzac at Surabaya, written by the undersigned Governor and Director on the 27th of June 1773. Your Honor's separate letters of the 5th, 11th, and 22nd of this month have safely reached me, but as I have still not received the full considerations regarding various matters concerning Balambangan, demanded by me from time to time and successively promised by Your Honor for a long time past, I must renew my recommendation for greater diligence, while the favorable season that one should utilize to make many necessary arrangements there is already far advancing, and will otherwise expire entirely before one can take the proposals to be made by Your Honor into consideration, present them to Their High Excellencies, and obtain their highest pleasure thereon. I consider the information communicated on the subject of the first regent there as shared, and without making remarks on the differing reasons given previously and now most recently as to why the Balambangan people placed under the regents at Surabaya were not permitted long ago to return, but are still being detained, I recommend that Your Honor be mindful of sending them back as soon as possible, and that you counteract, as much as possible by gentle means, the departure of more inhabitants from that district under the pretext of a lack of food; for providing for them, as the resident Schophoff very justly remarks in his letter of the 7th of May, will cause even more to run away, besides the fact that it is a certain consequence that scarcity must increase in proportion as the land becomes depopulated, for where nothing is sown, nothing can be harvested either. That Your Honor has granted the Captain of the Chinese, Hang Boeijko, a certificate regarding the transfer in lease of the bird's-nest cliffs in the Balambangan, Lumajang, Malang, and Antang districts, I can allow to pass for this once, but in the future such certificates must be requested from me. Against Nusa Barung itself, in accordance with the latest sent order of Their High Excellencies of the 17th, nothing hostile may be undertaken without further authorization; however, such inexpensive arrangements may well be made from afar as may serve in the future to facilitate the work and expedite it, and thus I can also give my consent to have the forty jukung boats already prepared at Sumenep—without expense to the Company, as I assume, for otherwise I leave the costs thereof to the account of whoever gave unauthorized orders for it—cross over to Ulupampang, and to have the situation of Batu Ulo surveyed in the meantime by Commandant Rijke if his presence at Pasuruan is not required, the outcome of which I shall then await.

Dutch transcription

Van Iavas oost kust den 3. Julij 173— van Javas oostkust den 3. Julij 1773 — condemnable gedoentens te wagten Ter afschrijving ten lasten der Expeditie van rijksd„s 1466: 36. door uw E: opgebragt voor extra gedane depandes in de expeditie geduurende het jaar 1772 door hunne hoog-Edelheeden gunstig qualificatie verleend sijnde geve ik uw E daar van kennisse en blijve naar groete /onderstond/ uw E goedenvriend /was geteekend/ I R. vander Burgh Copie Bij ciculaire brief van den 14. deser geinterdiceerd sijnde den vervoer van rijst en padij naar de baviaan of het eijland luboek moet vwE: dig daar na rigten terwijl tot uw E: narigt diend dat voor soo verre dat eiland gereekend kan en mag Copia aparte brief aan den gesag„ hebber Luzac te sourabaija door den ondergeteekende Gouver„ „neur en directeur geschreeven den 27. Juni 1773. — Mijn sijn weder wel besteld vw8: aparte brieven van den 5: 1: en 22: deeser maar de door mij van tijd tot tijd gevorderde en door uwE: sedert lange successive beloofde volledige consideratien voor diverse po„ meten balemboangang concerneerende nog al niet vernomen heb„ „bende moet ik mijne recommandatie tot meer der voortwarendheid vernieuwen terwijl de goede tijd waar van mijn sig diend te bedienen om veele noodige schikkingen daar te maaken al reeds verre inschiet en anders geheel verlopen sal eer men w E: te doene voorstellen in overweeging nemen hunne hoog Edelheeden voordragen en en hoogst derselver welbehagen weder op bekomen kan„ worden - 341 Van Javas oostcust den 2. Julij 173 — Van Javas Ostkust den 3. Iulij 173 worden onder de comp: te sorteeren den regent daar van niet ge„ woon is ordres van den gesaghebber in den oosthoek te obser„ „veeren maar wel van den gouverneur te samarang te ontfan„ „gen en dat ik vwE: oversulks interdiceere buijten mijne voor kennisse soo als Jongst derwaarts eenige besendinge te doen Het gecommuniceerde op het sujet van den eersten regent aldaar houde iks voor bedeeld en sonder remarques te maaken op de bij voorige en nu Jongst opgegeven differeerende reedenen waarom de te sourabaija onder de regenten geplaatste balem„ brangers niet voor lange gepermitteerd is geworden te rug te keeren maar nog aangehouden worden recommandeere ik vwE op hunne versending hoe eerder soo beter bedagt te zijn en soo veel mogelijk is door sagte middelen te doen tegengaan de verwijdering van meer inwoonders uit dat district onder pretext van ge„ breek aan voedsel alsoo de besorging daar van gelijk den resident schophoff bij sijn brief van den 7. mei seer gefundeerd aanmerkt er nog meer sal doen verloopen behalven dat het een vast gevolgt is dat de schaarsheijd toenemen omoet na mate dat het hand ontvolket word want daar niet word gesaart kan ok niet worden gemand Dat wE: aan den capitain der Chineesen hang boeijko een bewijs wegens den afstand in pagt der vogelnest klippen in het balemboangsche Lamadjangsche Malang en antangsche ver „leend hebt kan ik voor deese keer wel passeeren maar in het vervolg sullen sulke bewijsen van mij moeten worden gevraagd Zegen Roessa selfs mag conform de 17: E laast gesonden ordre hunner hoog Edelheeden buijten nadere qualificatie niets vijandelijks ondernomen maar mogen van verre wel sulke onkostbaare schikkingen gemaakt worden als in het ver„ volg kunnen dienen om het werk te faciliteeren en spoed bij te setten en dus kan ik ook mijne toestemming welgeven om de reets te sumanap soo ik denk. buiten laasten der som„ „pagnie want anders late ik de kosten daar van voor reeke„ „ring van die er ongequalificeerd ordre toegegeven heeft ge„ „reedgemaakte veertig joekons naar oeloepampang te doerover„ steeken en om door den commandant Rijke als sijne tegenwoor„ digheid te passourouang niet nodig is de gelegentheijd van batoe oelo intusschen te doen opnemen en waar van ik dan den uit„ slag verwagten sal Tegen dog 9. 343

NL-HaNA_1.04.02_3389_0642 view scan ↗

English

From Java's East Coast, the 3rd of July 1773. From Java's East Coast, the 3rd of July 1773. Yet the reasons on which Your Honor seems to have thought fit to deliver to the aforementioned lessee the forty-one pounds of bird's nests sent to Your Honor by the resident of Oeloe Pampang, not only contradict themselves, but Your Honor's unqualified discretion in this matter also runs directly counter to my order for sending them hither, which nests had long before been collected according to the letter of the oft-mentioned Schophoff dated the 5th of May, and so clearly prescribed in my separate letter of the 4th of this month that the lease would take effect from that date and end on the last day of December next; I therefore order Your Honor to take care that the 41 pounds of bird's nests in question are sent hither as soon as possible on the Company's behalf, unless it pleases Your Honor to reimburse the same. The writing-off of the 22 flintlocks lost before Bayu by the Madurese according to the statement must await until authorization for it has been sought and received; and since I cannot see for what purpose the regent of Pamekasan currently requires the 20 firearms that were lent to him long ago while he was still on Kangean, he must return them before the end of August next, as I trust the regents of Surabaya will have already done. For the marriage of the Raden Ayu Sekar, daughter of the late Panembahan of Madura, with the son of the regent of Pasuruan, I have long since given my consent. When Resident Schophoff knows the outcome of his mission to Bali, along with the decision or reply of Gusti Ngurah at Jembrana, I will be able to declare myself on the matter; and if there is any certainty that the rebels still wandering have retreated to the lands of the Princes, and it is known in what vicinity they are staying, I will cause an investigation to be made. But without these necessary requisites and on loose grounds, it is not advisable to seek them out in the lands of the Princes; nor may the passage of the Balinese to Blambangan be permitted, much less favored by the Company's passes. For which reason Your Honor must also write to Resident Schophoff that he must make the emissary of Gusti Jambi return, and refer his master, with his request to be allowed to trade at Blambangan under a Company pass, to me. Ensign Ostroutsky must, after his recovery, be employed where he will be needed; but as the permission given to the discharged Ensign Lichnowsky to sail directly to Batavia conflicts with the license granted from here, Your Honor must await the resolution of the Council of Policy in that regard. After greetings, I remain Your Honor's good friend, signed J. R. van der Burgh. Signed J. R. van der Burgh. I, the undersigned Marta Widjojo, through the benevolence of the illustrious General Dutch Chartered East India Company, having been named and chosen in place of Ngabehi Guru Dipa, who was dismissed at his own request, to be regent of the district of Tjangkelsewu under the title and name of honor of Ngabehi Marta Widjojo, hereby declare and bind myself to the fulfillment of the following conditions, which I promise faithfully to observe and cause to be observed: Article 1. That I shall be faithful and true to the aforementioned illustrious Dutch Company in the regency of Tjangkelsewu, and shall perform that service for the best of the same and its subjects with all attentiveness, obedience, and zeal, in accordance with the commands that shall from time to time be given to me, whether by Their High Excellencies at Batavia, the Governor and Director of this Coast at Semarang, or in their name by the Resident at Juwana. Article 2. That I will as much as possible strictly prevent all clandestine purchasing of rice in the district placed under my authority, and especially its export to lands other than those of the Company, as well as all other impermissible trade and commerce. Article 3. That I shall maintain no association or correspondence with the regents and chiefs of the upper lands or interior, nor with others who do not fall under the Company alongside me, and above all with no one outside Java, without having obtained special permission for that purpose. Article 4. That as often as it is required, I shall present myself at Semarang and even at Batavia, to show my respect to the Company.

Dutch transcription

Van Javas oost ust den 3 Julij 173 Van Javas oost kust Den 3 Julij 173 dog de reeden waar op uwE: scheijnt te hebben kunnen goed vinden de door den oeloe pampangs resident VWE: toegesonden een en veertig ponden vogelnesjes aan gem: pagter afte geven sig selfs niet alleen teegenspreekende maar uwE: onge„ qualificeerde districtie in deesen ook direct aanlopende teegen mijne ordre ter oversending herwaards van die langs bevoorens volgens schrijven van meerm: schophoff de dato 5:' meij inge„ samelde netses ende soo duidelijk bij mijne aparte van den 4. hujus voorgeschreeven conditie dat die pagt soude ingaan met dien datum en eindigen ultimo december aanstaande so gelaste ik vmn E: dorge te dragen dat de 41. pondens vogelnessies in questi ten spoedigste sComp: weegen herwaarts gesonden wor„ den indien het uw E: niet gelust deselve te vergoeden Met de afschrijving der door de madureesen volgens opgave voor bajoe verlooren 22: snaphanen moet gewagt worden tot dat daar toe qualificatie sal gedragd en ontfangen sijn en dewijl ik niet kan sien tot wat einde den pamacassangs regent de zo geweeren die hem voor lange nog op cangiang wesende sijn ge„ leendt tansnodig heeft diend hij deselve voor ultimo augustus Tot het huwelijk van den radeen Apoe sekar dogter van wijlen den panembahan van Madura met den soon van Passourouangs Als den resident schophoff den uitslag zijner te doene besen„ „ding naar balij met het bescheijd of antwoord van gusti Moera te Sjembranie weet sal ik er mij over kunnen verklaaren en als er eenige zeekerheid is dat de nog swervende rebellen haar naar der vorsten landen hebben gereitireerd mitsgaders men weet waar omstreekt zij sig gehouden sal ik er ondersoek na laten doen maar sonder die nodige requisiten en op een lossen grond is het met raadsaam in der vorsten landen hen op te soeken en even min maag de vaart der baliers naar balemboangang worden toegestaan veel weniger door 's Comp: passen gepavoriseerd waarom vwE den resident schophoff ok diend aanteschrijven dat hij de sendeling van gusti Jambi moet laten te rug keeren en sijn meester met desselfs versoek om op Balemboangang te mogen handelen onder een s Comp: pas aan mij over te wijsen, aanstaande de restitueeren gelijk ik vertrouwe dat de sourabaijasche regenten reeds sullen hebben gedaan aanstaande reegent - 345 347. Van Iavas oostkust den 3. Iulij A:o 173. Van Iavasoost Cust den 3. Iulij 1773 — regent heb ik voor lange mijne toestemming gegeven en den vendrig ostrouwtij moet na herstelling worden g'emploijeerd waar hij nodig wesen sal dog de vergunning aan den gegagieerden vendrig lichnouwskij om direct naar watavia overtevaaren strijdende tegen de permissie van hier moet uwE: het besluit van den raad van Politie daar op afwagten, Ik blijve naar groete /:onderstond:/ uwE: goeden vriend /:was getek:d/ I. R: van der Burgh /:geteekend:/ I: R: van der Burgh. Ik. ondergeschreeven Marta widjop door de benevolentie van de door„ „lugtige generaale Nederlandsche g'octrooieerde oost jndische compagnie in steede van den op sijn versoek ontslagen Jngebij Goero Dipo bencemd en g'eligeert wesende tot regent van het district Ijnkelsewoe onder den titul en eere naam van Jngebeij Marto widjoijo verklaare en verbinde mij bij deesen tot de nakoming der ondervolgende voorwaar„ „den welke ik beloove getrouwelijk te sullen observeeren en doen observeeren Dat ik allen clandestienen op koop van rijst in het district onder mijn gesag gesteld en wel insonderheijd dis intvoer naar andere dan sCompagnies landen soo wel al alle andere ongepermitteerde handel en negotie soo vel nogelyjk Dat ik met boven of binnen landsche regenten en hoofden even min als met ander die niet nevens mij onder de compagnie sorteeren en voor al met niemand buiten Java geen gemeenschap ofte correspondentie houden sal sonder daar toe erlangde speciale permissie dat ik so dikwils als het gerequireerd word mij sal komen vertoonen te samarang en selfs te batavia om mijne eerbied te bewijsen aan de Compagnie Marticul 1. Dat ik de voorschreeven doorluigtige nederlandsche Maatschappije in het regentschap Tjnkelsewoe gehouwen getrouw weesen en dien dienst ten beste van deselve en hare onderdaanen met alle op lettendheid, gehoorsaam„ heid en iever waarneemen sal agtervolgens de beveelen die mij van tijd tot tijd sullen worden gegeven het sij van hunne hoog Edelheeden te batavia den heer gouverneur en directeur over dese kust te samarang dan wel uit denselver naam door den resident te Joana strengelijk Art: 2. Art 3. Art: 4.

NL-HaNA_1.04.02_3389_0644 view scan ↗

English

From Java's East Coast, 3 July 1730 From Java's East Coast, 3 July 1730 strongly oppose and will seek to prevent, as well as, apart from those who are permitted to do so on behalf of the Company, permit no one else to purchase rice except for bare necessities, before my stipulated contingent of 75 coijangs, which I am obliged and bound to deliver at the price of fifteen Dutch rixdollars per year under penalty of forfeiture of my regency, no later than the end of October, shall also have been substantially delivered and received into the Company's warehouses at Joana. That in acknowledgment of the great favors shown to me and as a token of my dutiful loyalty to the Company, in addition to the aforementioned 75 coijangs of rice at 15 rixdollars per coijang annually, I shall also contribute the stipulated 31¼ Dutch rixdollars in tjatja moneys, as well as provide and keep ready daily for the Company's service at the lodge in Joana: 5 battons, 1 horse, and 1 prahu mayang; but during the loading of ships or other extraordinary occasions, as many more as shall be demanded of me on behalf of the Company. That I myself shall constantly urge my subjects to cultivate the land and shall not lease out any negorijs or desas whatsoever to Chinese or others, just as I generally promise to treat the subjects of the Company's peoples of Inkelsen [illegible], both great and small, who are placed under my regency, with all justice and equity, not to impose any new burdens, and not to dismiss, wrong, or replace any of my mantris, much less Javas or patihs, without the prior knowledge and consent of the Company; but if any of them should behave disloyally or dishonorably, Furthermore, I promise that, together with my patihs and Javas given or yet to be given to me by the Company, I shall not settle any matters of importance concerning the subjects except with the communication and consent of the Lord Governor and Director of this Coast, and further that I shall henceforth, in accordance with the Company's orders, refer all delinquents and criminals to the Landraad at Samarang, and content myself solely with settling petty disputes of little importance. shall then, after obtaining special permission from the Lord Governor and Director at Samarang, but on the other hand surrender to my predecessor, the ingebey Soero Dipo, who, as stated, was discharged at his own request, and during his lifetime leave him in undisturbed loan use, without interference from anyone, the desa Pasuruan with its inhabitants, rice fields, and crops, Article 5. Article 6. Article 8. Article 7. 349 351 From Java's East Coast, 8 July 173[illegible] From Java's East Coast, 2 July 173[illegible] might behave against me, or even much more so against the Company, I shall give notice thereof to the Lord Governor and Director at Samarang. Finally and lastly, I promise that regarding all extraordinary occurrences of which no special mention is made herein, I shall conduct myself according to the pleasure of the Company, and that I shall with all attentiveness observe, and cause to be observed by my subjects, such orders as may be given in that regard in case of changes or otherwise; which subjects, without distinction, I promise to treat with fairness, to defend in all things with justice, to keep them available from time to time for the service of the Company, and further to govern and guide them in such manner as is most useful and profitable to the Company. And in token that I shall sacredly fulfill the contents of this deed and the promises and obligations made herein without the slightest deviation, and intend to observe and maintain them without any the least objection, I have signed this deed of obligation with my own hand and sealed it with my seal, as well as solemnly sworn to the contents thereof on the Quran. Samarang, 3 June 1713. Thus done, signed, and sealed, as well as the oath taken into my hands in the manner aforementioned, on this day, date as above. Was signed: J. R. vander Burgh. Underneath stood: For the translation, signed: C. P. Boltze, Translator. Rendered unable by the effects of a severe illness to provide Your High Noble Lordships with any report of affairs at present, and just as unable for the time being to answer Your High Noble Lordships' well-received separate letters of 20 July last. Honorable Gentlemen, High Noble, Severe, and Highly Respected Lords. To His High Nobility, The High Noble, Severe, and Highly Respected Lord, Petrus Albertus van der Parra, Governor-General, and the Honorable Lords Councilors of the Dutch Indies. request

Dutch transcription

Van Javas oostust den 3. Julij 173 Van Javas Oosthust Den 3. Iulij 1730 staangelijk tegengaan en sal soeken te weeren mitsgaders buiten de gene die sulk s s Compagnies wegen word gepermitteerd niemand ander rijst als tot nood„ druft sal laten inkopen voor dat mijn bepaalde contingent van 75. Coijangs welke in gehouden ben en mij verpligte tegen betaling met rd„s vijftien hollands Jaarlijks onder verbeurte van mijn regentschap uijtterlijk voor ultimo october te leveren ook wesentlijk ins Compagnies pakhuisen te Joana sal besorgd en ontvangen sijn Dat ik in erkentenisse van de groote gunste mij beweesen en toten lijke mijner schuldige trouwe aan de Maatschappij, boven de voormelde. 75. Coijangs rijst tegen rd„s 15. de coijang jaarlijks ook de bepaalde 31¼ d„s hollands Tjatjas gelden op brengen mitsgaders dagelijks tot Comp:s dienst aan de logie te Joana besorgen en gereed houden sal, 5. battoons 1. paart en 1. prauwmaijangs maar bij het beladen van scheepen ofte andere extrage„ leegentheeden soo veel meerder als van mij sComp: wegen sullen geverd worden Dat ik mijne onderhoorige selfs steeds tot de bewouwing der landen ansetten en geene negorijen of detsaas boegenaamd aan Chineesen of andere verhuiren gelijk ik ook in't gemeen belove de onderdanen van 's Compagnies volkeren van Inkelsen oe soo wel groote als kleene die onder mijn regentschap gesteld sijn in alle regten billijkheijd te behandelen geen nieuwe laasten opteleggen geene van mijne mantrees veel min Javas of pepattijs te verstoten te ver„ ongelijken ofte verwisselen sonder voorkennisse en toestemming van de Comp: maar dat ik wanneer eimand van deselve sig ontrouw of onroomlijk Wijders beloove ik nevens mijne pepattijs en Iavas door de comp: aan mij gegeven of nog te geeven geene saken van eenige aangelegentheid de onder„ „daanen betreffende afte doen dan met communicatie en toestemming van den heere gouverneur en directeur deser custe en voorts dat ik alle delinquanten en misdadigers voortaan na de ordre van de Compagnie sal renvoijeeren aan den landraad tot samarang en mij eenelijk te reeden houden met afdoening van kleene geschillen van weinig belang. sal dan na bekomen speciaale permitsie van den heer gouverneur en directeur te te samarang dog daaren tegen aan mijn prederetjeur den ingebeij spoero dipo die als gesegd op sijn versoek ontslagen is afstaan en geduurende sijn leer tijd ongestoord of buiten bemoeijenisse van remand in leen gebruik laten sal de desja Passerouang met dies inwooners rijstvelden in landvrugten, sal Art 5. Aat 6. art 8. art7. 349 351 Van Iavas oostcust den 8. Julij 173— Van Javas Oostkust den 2:' Mulij 173. — tegens mij of nog soo veel meer tegens de comp: gedragen mogte daar af„ kennisse geeven aan den heere gouverneur en directeur op Samarang eindelijken ten laasten beloove ik dat mij omtrent alle extra ordinaire voorvallen waar van in desen niet speciaal is gesprooken aan het goedvinden van de Comp: sal gedragen en die ordres die daar omtrent in kas van verande„ „ring of andersints mogte gegeven worden met alle oplettentheijd sal na„ komen en doen nakomen door mijn onderhoorige welke ik alle sonder onderscheid belove na billijkheid te handelen haar in alles na regtmatigheid voor te staan deselve van tijd tot tijd ten dienste van de compagnie aan te houden en voorts sodanig te regeeren en te lijden als tot meeste nutte van de compagnie aan te houden en voorts sodanig te regeeren en te blijken als tot meeste rutte aan de Compagnie dienstig is en ten teeken dat ik den inhoud van dese acte en daar bij gedane belofte mitsgaders verbintenisse de minste afwijking heililijk sal naarkomen in meene naar tekomen mitsgad:s onderhouden sonder eenig de minste teegenspraak, heb ik dese acte van verband met mijn eigen hand onderteekend en mijn regul verse„ „guld mitsg„s den inhoude van dien plegtig op de Alcovan beswooren, Samarang den 3. Juni 1713. aldus gedaan geteekend en gezeguld mitsg„s den eed invoegen voormeld aan mijn handen afgelegd op heeden datum als boven /was geteekend:/ J. R. vander burgh /onderstond:/ voor de vertaaling /:geteekend:/ C: P: Boltze. Tr: Door hete gevolgen eener herige ziekten buiten staat gesteld uwer Hoog Edelheeden tans eenig verslag van zaken te doen, en even min voor als nog te b'antwoorden Hoog derselver wel ont„ vangen aparte letteren van den 20' Iulij Jongstl: Wel Edele Heeren Hoog Edelen Gestrenge Groot Achtb„re Heere Aan zijn Hoog Edelheijd Den Hoog Edelen Gestrengen Groot Achtbaren Heere Petrus Albertus van der Parra, Gouverneur generaal, en de wel Edele heven Raden van Nederlond pmuat 22 versoeke

NL-HaNA_1.04.02_3389_0646 view scan ↗

English

From Java's East Coast, 25 August 1773 From Java's East Coast, 23 August 1773. I request a favorable interpretation thereof and that I may let this, with regard to Balemboangang, principally serve to offer to Your Right Excellencies under Letter A: a writing and appendices from the Commander Luzac, directly addressed to the same, containing the considerations demanded by me from him on certain matters; under Letter B: an extract of a separate missive dated 30 June past, written by the residency of Oeloepampang to the Commander Luzac, concerning the ordered abandonment of Oeloepampang and removal with the entire establishment to a healthier place; and under Letter C: a report from the Passarouang Commandant van Rijcke and Ensign Visscher, concerning from where, how, and in what manner the island of Noessa ought to be attacked. Our men having finally captured one of the head rebels, Bappa Larat, along with his son, the former has been sent hither and is currently detained here; but his son, having been entrusted to some natives to point out the fellow rebel Bappa Endo, escaped again along with his companions during an encounter in the wilderness, probably against the aforementioned Endo. Since in the Balemboang region there is currently no more than a single Company cruising prahu-mayang remaining, because all the others that were there have from time to time been lost and stranded, and such vessels according to the reports cannot be spared there, I request Your Right Excellencies for qualification so that four heightened prahus-mayang may be purchased at Rembang and sent to the eastern salient. I most respectfully request to know what Your Right Excellencies please shall be done with Bappa Larat, being a base, wicked subject and scoundrel who, subject to correction, I believe has doubly deserved an exemplary death penalty. 353 From Java's East Coast, 25 August 1773 From Java's East Coast, 25 August 1773. I pray for a favorable interpretation that I seize the opportunity and append hereto the general strength of the militia on this coast as of the end of July last, to show Your Right Excellencies that there are currently 146 common soldiers lacking from the number determined for peacetime; and I have the honor with the greatest high esteem and in deep respect to subscribe myself, below stood: High Noble, Rigorous, Grand Honourable Sir and Noble Sirs; lower: Your Right Excellencies' most humble and obedient servant, was signed: I. R. van der Burgh. In the margin: Samarang, 25 August Anno 1773. Considerations Balemboangang, or otherwise the outermost south-east corner of Java's coast, a stretch of land in its length from Sourabaiya, High Noble, High Honourable, Rigorous, Far-Ruling Lord and Noble Sirs, Considerations concerning Balemboangang, with requisite respect and obedience, subject to correction and wiser judgment, presented to His High Excellency, the High Noble, High Honourable, Far-Ruling Lord Petrus Albertus Van der Parra, Governor-General, and the Noble Sirs Councillors of the Netherlands Indies. 355 357. From Java's East Coast, 25 August 1773 From Java's East Coast, 21 August 1773 calculated at fifty-five to fifty-six miles, and at its broadest between thirty and forty miles, may rightly, as a showcase jewel of creation, keep the eye of the mortal fixed in deep wonder and adoration of the works of God, both on account of its own fertile suitability for harvest through the abundance of its rivers and the riches of its mountains and land ridges, from where and through which they flow in competition and thus can be favorable to the farmer for agriculture throughout the entire year, yet also no less formidable in its own situation, both on account of the numerous inaccessible roads through steep cliffs, caverns, and forests, of which Bayoe has furnished us with a most dreadful example, in which refuge, by nature so formidable, they were able to entrench themselves and hold out with a small number of about a thousand heads against our force. Why its vast extent and situation has therefore always given rise to much deliberation for and against annexing the same to the eastern salient. And oh, were it this time not for the same reason, spoken with all deference, why the respectful considerations and propositions of the then Senior Merchant and Commander of the eastern salient Hendrik Breton regarding these districts, presented in his Excellency's memorandum of 30 October 1763 to the Noble Governor Willem Hendrik van Ossenberg, were rejected and not submitted to Your Right Excellencies. Having stated something to our best knowledge regarding the natural condition of these districts, the perspective will require that one speaks something concerning the character, nature, and customs of the peoples who have inhabited and possessed the same. It is generally taken to be originally of the heathen nation, namely the Balinese, but composed of Buginese, Mandarese, and Malays.

Dutch transcription

Van Javas Oostkcust Den 25:' Augustus 173— Van Javas Oostkust den 23 Augusts 173. versoeke ik deswegen een gunstige welduijding en dat ik de„ sen met betrekking tot balemboangang principaal late dienen om uwer hoog Edelheeden te offereeren /onder L„a A: /: een schriftuur en bijlagen van den gesaghebber Luzac aan hoogst deselve direct gerigt houdende de door mij van hem gevorderde consideratien over eenige saken onder L=a 73: een extract aparte missive de dato 30 Juni passato door den oeloepampangs residentschop aan den gesaghebber Luzac geschreeven over de g'ordonneerde opbrake van oeloepampang en verhuising met den gantsche omslag na een gesonder plaatse en /:onder L:ra C: :/ een berigt van den Passerouangs Commandant van Rijcke en vendrig visscher houdende van waar, hoe en wat wijse het eijland Noessa soude die„ „nen te worden geattacqueerd, De onse eijndelyk en der hoofdrebellen wappa Larat nevens sijn soon magtig geworden zijnde is den eersten herwaarts gesonden en actueel hier dewijl er in het balemboangsche actueel niet meer dan een enkele sCompagnies kruisprauwmajang over is door dat alle die er meer geweest sijn van tijd tot tijd gebleven en gestrand sijn mitsgaders dien„ gelijke vaartuigen na de opgave daar niet te missen sijn misteere ik uwe hoog Edelheeden in qualificatie ten einde vier opgeboeiden prauwmajangs te rembang te mogen laten inkopen en naar den oosthoek zenden gedetineerd, maar sijn soon aan Eenige Inlan„ ders toevertrouwd om de mede rebel bappa Endo aan te wijsen is het hij eene rencontre in de wil„ dernissen Waarscheijnelijk tegen gemelde en do met de zijne ook weeder ontkomen, Ik versoe„ „ke eerbiedigst te mogen weten wat uwer hoog Edelheeden behaagt dat met Bappa Larat sal worden gedaan als sijnde het een gemeen slegt subject en deugniet die ik onder correctie ver„ „meijne dat wel dubbeld eene exemplaire dood straffe heeft verdiend. gedetineerd Ik 353 Van Javas oost cust den 25 Aug„s 172 Van Javas Oostkust den 25:' Aug„s 173— Ik bidde welduiding dat ik de gelegentheijd captere en dese bijvoege de generaale sterkte der militie op dese kust onder ultimo: Juli Jongstl: om uwer hoog Edelheedens te doen sien dater actueel aan het in vredens tijden bepaalde getal komen te manqueeren 146. gemeene militairen en matige mij deeere aan met de meeste hoog agting in diepe eerbied te onderschrijven /:onderstond:/ Hoog Edelen gestrengen groot achtbaren Heere en wel Edele Heeren /:lager :/ uwer Hoog Edelheeden gantsch onderdanige en gehoor„ saame Dienaar /:was geteekend:/ I: R: van der Burgh. /:in margine:/ Samaraang Den 25. Autjustus A:o 1773 Consideratien Balemboangang of anders de utterste suid oosthoek van Javas cust een streeks lands in sijn lengte van sourabaija HoogEdel Hoog Achtb: Gest: widgel:s eer en Wel Edele Heeren Consideratien over Balemboangang met vereijschte Eerbied en Gehoorsaam heijt onder Correctie en Hoog Wijzer Oordeel op gedraagen Aan zijn Hoog Edelheijt Den Hoog Edele Hoog Achtb:r wijd gebiedende Heere Pdrus Albertus Van der Parra Gouverneur Generaal en de wel Edele Heeren Raaden van Ne„ derlands Indie, berekent 355 357. Van Javas oost Cust den 25:' Augustus 173 — Van Iavas oostCus dn 21: August 17 bereekent op vijf en vijftig à ses en vijftig mijlen en in sijn breedste tusschen de dertig â veertig mijlen omag met regt als een pronk juweel van de schepping het oog van den sterffeling in diepe verwondering en aan„ bidding over de werken gods opgeloogen houden soo om de wille van derselver eige vrugtbaare gele„ gentheijd tot den oogst derselver door de rijkheijd zijner rivieren als de rijkdom sijner bergen en land greven van waar en door de welke deselve omstrijd heen vlietten en dus aen landman het geheele Iaar tot den landbouw gunstig sijn kunnen, dog ook niet min onsagtgelijk in haar eijge situatie so om de wille der meenigvuldige ontoegankelijke wegen door steijltens klippen, holen, en bosschen waar van bajoe ons een aller ijsselijkst voorbeeld heeft uit„ geleevert, in welk schuilnest van sijn natuur so formidabel, dat sij hun met een gering getal omtrent Duijsend koppen tegen onse macht hebben weten te vernestelen, en stant te houden Waarom dan ook derselver wijd uitgestrekhend Het is dan in het algem eene genome van hijdense Natie vorspaongelijk, te weeten den balier dog tesamen gestelt van bougineesen, mandhareesen, maleiers en van de natuurlijke gesteldheijd deser districten na onse beste kennisse iets opgegeven hebbende sal het oog ver„ eisschen dat men omtrent den aard natuur en zenden der volken die het selve bewoont en inpossessie gehad hebben iets spreeken en situatie altoos veel bedenkinge voor en tegen gebaart heeft om het selve aan den oosthoek te hechten En ach waar het ditwerf deselfde reeden niet geweest onder ne„ verentie gesproken waarom de eerbiedige consideratien en propositien van den toenmalige opperkoopman en ge„ Saghebber van den oosthoek Hendrik Breton omtrent deese districten bij sijn Ed: memorie van den 30 october 1763 aan de Edele heer gouverneur willem hendrik van ossen„ berg gepresenteerd van de hand gewesen en niet aan haar hoog Edelheedens voorgedragen sijn. en ook

NL-HaNA_1.04.02_3389_0649 view scan ↗

English

359 From Java's east coast the 21 August 1772. From Java's east coast the 25th August 1773— also some Chinese, though the three last mainly to continue their smuggling trade, as the Blambangan peoples originate from Bali, under whose patron lord Gusti Agung, Blambangan for many years past, and I may well say almost an entire age, as a republic of their own, independent of the ruler on Java as well as the Company, have managed to maintain themselves, until around the year 1763, the Pangeran Pati of that district, supported by his younger brother Mas Willis and Gusti Agung of Bali, had to evacuate Blambangan, and then took refuge with the Company, as he then appeared at Besuki before the then authority, the Honorable Hendrik Breton. Thus, passing over with this brief account to my humble gratitude regarding the arrangements thither, I shall further, with respectful reference to the considerations regarding that land given and set down by the Honorable Hendrik Breton at Surabaya under date of 30 October 1764, as well as the report of the late Honorable M. J. E. Coopa Groen delivered to the Right Honorable Governor and Director over Java's Northeast Coast Johannes Vos upon his return from Blambangan, dated at Surabaya the 16 June 1768, and which papers I must suppose have come under the eyes of Your High Noblenesses, according to my weak knowledge and understanding, as best as possible, subject to correction and the wiser judgment of Your High Noblenesses, humbly submit the same to Your High Noblenesses' favorable disposition to be taken; principally then making a beginning with the respectful submission of a land and sea chart of that district, prepared by the late commandant there, Viesheuvel, showing how it best appears to the undersigned to preserve those conquests not only in a formidable standing, but at the same time in a fully secure state of formidable resistance against any rupture or enterprise from the side of our neighbor the Balinese, and which shall not be cut to the pattern of the present-day regulation of retrenchment for Java, which I deem necessary to bear in mind no further than what in conscience I judge compatible with the preservation of those conquests, and for which I shall cite as reasons not only the vast extent of that district, but especially the dangerous situation thereof, both in its natural proximity to Bali and the self-evident difficulties of being able to come quickly to its aid From Java's east coast the 25 August anno 1773— From Java's east coast the 25th August 1773— Crajagan then appears to me in the first place to merit particular attention, both because it is the closest place, however difficult owing to the heavy seas there mostly during the east monsoon, for the crossing from the side of Bali, as well as for the closest correspondence from there with the same, and through that channel from there the passage to the island Nusa is open, just as in this latest expedition it has appeared to us that this place has served for the intrigues of Nusa with Bayu; moreover, from this place, Illumanik, Proa, and all places to the south, as well as the arrival and departure of foreign schemers, can be kept in view. Thus placing this settlement among the principal settlements, it truly requires a well-trusted chief, whom one could favor with the title of Ingebey; and since for the first three years guarding and patrolling along these shores, both to the north and south, constitutes the main task, for which reason one could station there a sergeant, two corporals, and twelve privates, who could be rotated yearly through a relief from the main post of these districts. And I now come in the second place to the main post of that district, which, above what has recently appeared most convenient to the officials there, nevertheless seems to me ought to be Panassen for the following reasons: firstly, that it could also supervise the salt pans and those surrounding regions situated there; at least it is known that the rebels have always obtained their salt from there; and no less must be taken into consideration as the main matter of the Company's interests there the cruising down during the time that one expects the crossing and smuggling trade from that quarter, and when the season and the seas—which can be extraordinarily turbulent there—permit it; for which would then be required two sturdy, well-armed cruising mayangs under a quartermaster, six sailors, and sixteen to 20 native sailors, to be chosen from among the most skilled seamen experienced in navigating these seas, who could also then be rotated occasionally from the main post; and thus I believe that this corner could remain secured against all foreign lodgment on land, and intrigues everywhere prevented. 361

Dutch transcription

359 Van Javas ostcust den 21: Augutus 172. Van Iavas oost kust den 25:e Augustus 173— ook eenige chineese dog de drie laaste wel meest al om hun smokekel handel voort te setten daar de balem boangse volkeren oorspronkelijk uit balij sijn onder wiens schuts heer Gusti tgong balembrang van „hen veele jaaren herwaarts en mag ik welseggen bij na een heu k als een eige republicq op hun selve onafhankelijk van de vorst op Iava, so wel als de compagnie hun hebben weten staende te houden tot wijle A„o 1763, de pangerang Pattij van dat district door sijn Jonger broeder Maas willis onder steut door gustij Agong van balij balemboangang moest ruimen, en als toen sijn toevlugt nam bij de compagnie so als toen te besoeki verschenen is, voor den toen malige gesaghebber den Edele achtbare heer hendrik Boeton dus dan daar meede kontheits halve overgaande tot mijne nedus„ „ge bedankinge ten adspecte van derselver schikkinge daar heen sal ik agter onder eerbiedige referte tot de consideratien wegens dat land gegeven en ter neder gestelt bij den wel Edele achtbare heer hendrik breton te sourabaija dato 30 october 1764. soo wel als het berigt van den wel Ed: heer M: J: E: Coopa groen zaliger overge„ levert aen den wel Edele gestrenge groot achtb: heer gouverneur en Directeur ovor Javas noord oostcust Johannes vos bij sijn te rug komst van balemboangang gedagtekent te Sourabaija den 16. Junij 1768. en welke papieren ik moet sellen dat onder het oog van uw hoog Edelheedens gekomen sullen sijn deselve na mijn swakke kennise en beguip best mogelijkst onder correctie en hoog wijser oordeel van uw hoog Edelheedens nedrigt opdragen aan hoogst derselver gunstig te nemen dispositie hoofdzakelijk dan een beginmakende bij eerbiedige overlegging eener land en zeekart van dat district door den commandant aldaar vies heuvel saliger geformeert met aen te loonen hoedanig het den ondergeteekende best voorkomt die conquesten niet alleen in een redontable aansien maar tegelijk in een volsekere staat van formidabel tegen weer bij een of ander rupture of onderneeminge van de kant onser nabuur den balier te conserveeren en welke met sal geschoeijt sijn op den leest van de huijden daagse bepaaling van menage voor Java welke niet verder meene in het oog te moeten houden dan dat in den gemoede tot behoud van die conquesten be„ „staanbaar oordeele en waar voor tot reden sal aenhaelen ^ niet alleen van dat district maar wel insonderheid de wijt intgestrekheijt ^ de gevaarlijke situatie derselver en zo in sijn natuur na buurschap met balij als de van sigselve Spreekende beswaernisse om het selve spoedig te hulp te kenne komen van ant„ e Van IavasoostCust den 25 Augustus anno 1773— Van Iavas oostkust Den 25:' August 173 — crajagan komt mij dan in de eerste plaats voor sijne bijsondue at„ „tentie te meriteeren so om de wille van de naest bij gelegentste plaats hoe beswaerlijk ook om de wille der swaere zin aldaar meesten al in de oostmousson tot de overvaart van de kant van balij als de nauwste correspondentie van daar met den selve en door dat canael van daer de vaart op het eijland noessa open, gelik nu in dese jongste Expeditie ons is; gebleken dat deseplaats tot de konkelarijen van noessa met bajoe gedient heeft daar boven dien van dese plaats Illumanik Proa en al omme de plaatsen om de zuid beneffens de aan en afvaert van vreemde konkelaars kan in het oog gehoude worden, Dus dese negerij onder een den hoofd negerijen stellende, wel een goed aanvertrouwt hoofd nodig heeft, welke me„ soude kunne begunstigen met de titul van Jngebeij en wijl voor de eerste arie jaeren het bewaken en pattrouilleren. langs dese stranden so om de noord als zuid wel de hoofdzake uitmaekt waer om men daar soude kunnen stellen een sergrant twee Corporaals en twaelf gemene welke bij verwisseling vande hooft post deser districten tJaers soude kunnen verwisselt worden en Ik kom dan nu in de tweede plaats tot de hoofd post van dat district welke mij boven het geen nu jongst door de bediendens aldaar het geleegents is voorgekomen egter toeschijnt te moeten sijn Panassen om na volgende welke daar meede toesigt soude kunne hebben op de soutpannen en die contrijen alomme daar vallende, ten minste is het bekent dat de rebelle van daar hun sout altoos hebbe gehaalt en niet minder dan moet tot de hoofdtsaake van comp: belangens aldaer in aen merking komen het bekruissing en neder in de tijd en dat man de over vaart en smokkelhandel van die kant, te verwachten heeft en het met het saisoen en de zeen„ daar die door gans buiten gemeen verbolgen staan kunnen toelaten en waar toe dan soude vereisschen twee steevige wel gearmeerde kruis promajangs onder een quartiermeester ses matroosen en sestien a 20. inlandse ma„ trozen te kiezen van de bestkundigste zeelieden in deese zeen te bebouwen ervare, welke ook dan wel eens van de hooft post konde verwisselt worde, en dus meen ik dat die hoek voor alle in nesteling te lande soude kunnen gesecureert blijven. en de konkelarijen alomme geweert welke redenen aats: dat 2. 361

NL-HaNA_1.04.02_3389_0651 view scan ↗

English

From Java's East Coast the 25th August anno 1772 From Java's East Coast the 25th August 1772 reasons as well as on account of the no less favorably situated high location, dry and healthy land, provided the river of Oeloepanpan can be cut through, as was stated to me at the time during my presence there, feasible without much difficulty, from where the roadstead and bay of Oeloepanpan, and all that presents itself and is found around the cape of Goenong Ikan, and thus the Goenong Ikan itself, can be sufficiently kept in view, to be surveyed also from time to time at convenient moments, and from where the necessities for Crajagan, situated three good marches closer to the same, can also be conveniently transported; if a redoubtable and formidable fortress were erected there, I would be of the opinion that the cotta could be dispensed with entirely, for it appeared to me not to be safely situated against an enterprising riot of the natives, just as during this latest expedition, according to the reports from there dated Cotta the 9th October 1771, it almost fell into the hands of the rebels, the said cotta being situated on a flat field, but all around covered by villages in the thickest of the forest and with no less hollows and hiding nets dug around it; my sentiment in this is all the more strengthened by the consideration that, once our strongholds on the beaches around the east and south-east of that district are well established and regulated, and the passages from the west or the key to Balemboangang, otherwise named Djember or Adirogo, are secured, strongholds inland appear to me more harmful than useful; but before and prior to that, the Cotta must not be abandoned. There, on the place Panassan previously mentioned, a fort built of stone should then be erected, consisting in its perimeter of at least 24 pieces of cannon, in which the necessary powder magazine, hospital, and warehouses, as well as the Resident's dwelling, are constructed of stone, while suitable living quarters for the garrison of the employees can be erected and placed of other materials. In support of which, upon accurate inspection 163 365 From Java's East Coast the 25th August 1772 From Java's East Coast the 25th August 1772 inspection, a capable engineer will best be able to draw up the plan and the estimate thereof, as the garrison of the aforementioned fortress, as well as the garrison for the security around the roadstead and watch there, will require the following employees and crew: Political One junior merchant, resident Two assistants One junior assistant, supervisor of the warehouses Military One lieutenant Two ensigns Four sergeants Eight corporals Two drummers 100 common soldiers Artillery One gunner 2 cannoneers Crew and Seafarers On the roadstead, as a guard ship, a well-manned and armed bark For the domestic service, permanently cruising, a well-equipped, capable pantjallang, for which one of the two belonging at Sourabaija could be employed 10 gunners or assistants Medical personnel One surgeon 2 under-surgeons Ecclesiastical employee One comforter of the sick Craftsmen One house carpenter One ship carpenter One blacksmith One gunsmith One cooper Four From Java's East Coast the 25th August 1772 From Java's East Coast the 25th August 1772 four well-armed, built-up, heavy cruising mayangs, for which I propose two quartermasters and twelve Cupangese sailors, and as many experienced native sailors from those districts as can only be encouraged to it. Furthermore, in the third place, it would appear necessary to me that between Katapan and Bincak, or else Katapan and Pakkum, a suitable location be sought for the erection of a small post, namely constructed of stone, made solid and strong, having to serve for nine moderate pieces of cannon and their garrison of one sergeant, two corporals, twelve privates, one cannoneer, and two gunners, all to be provided from the main post there; and this is necessary, I say, not only to reconnoiter the narrow part of the strait from up close, but at the same time to serve as an advance post and rendezvous for everything that arrives from the side of Panaroekan and must be transported to the main post, in order to also be able to observe and keep an eye on everything by patrols now and then towards the northwest. Herewith, to the best of my knowledge and according to the general idea given of these districts, how it has appeared to me necessary and feasible to protect and defend these conquests in a redoubtable state in the eyes of our neighbors against all invasions of enemies, as far as the easternmost and southeasternmost part is concerned. Now I proceed to the arrangements regarding native affairs, for which in the first place the election of a good chief will be of the most weighty importance, and whom the repeated separate letters of the resident there, after a careful and extensive investigation and sounding out, recommend to us in the person of Mass Dit, who during the lifetime of the Pangeran Adipatti killed at Balij was in good esteem and respect among the Balemboangers, who is stated to be a true-born Balemboanger and in no way of Balinese descent, very much respected, beloved, and currently awaited by those remaining of that nation. Article 3. 367.

Dutch transcription

Van Iavas ost Cust den 25:' Augustus onno 173 Van Javas oostCust den 5 Augustus 173 — redenen als wegens niet minder wel gelegen hoge situatie drong en gesond land mits de revier van oeloepanpan kan door ge„ „stoke worde so als men mij als toen bij mijn aen sijn aldaer heeft opgegeven, doenelijk, sonder veel beswaernisse van waer de rheede en baij van oeloepanpan, en al wat om de hoede van goenong skan en dus de goenong Ikan selfs bij bekwame tijden nu en dan ook eens optenemen zig op doet en bevindt genoegsaam in het oog kan ge„ „houden worden en van waer de noodsaakelijk heden voor Crajagan als drie goede marchen van het selve naderbij gelegen ook bekwamen kunnen werden vervoert, al„ waer dan een redoutabel en bormidabel fortres opgerigt van oordeel sijn soude dat de cotta geheel en al soude kunnen gemist worden want deselve is mij voorgeko„ „men niet veijlig gesitueert voor een onderneemende op „loop van den inlander gelijk bij deese Jongste expeditie volgens de rapporte van daar dato Cotta den 9. 8ber 1771 bij na in de hande der rebellen soude geraakt sijn zijnde gemelde cotta geplaatst op een vlakveld dog rontom in de Swaerste van bos gedekte negerijen en met minder rontom in graven hole en Schuijlnetten te meer sterkt mij mijn sentiment in dese de overwe„ „ging dat onse sterktens aan de straanden om de oost en zuijd oost van dat district eens wel geves„ tigt en gereguleert sijnde en de passagien van de west of de sleutel van Balemboangang anders genaamt Djember of adirogo gesecureert sijnde sterktens binnen slands meer schadelijk dan nuttig mij voorkomen dog voor en al Eer sal de Cotta niet mogen werden verlaaten, Daar soude dan op even voren aange„ hadlde plaats Panassan een van steen op geworpen fort dienen gebouwt te worden ten minste voor 24. stukken Canon in sijn omtrek bestaende waer in de benoodigde kruijdhuijs Hospitaal en Pak„ huijsen als Residents wooning van Stenen op getrokken, dog de bekwame Lijfberging voor de besetting der dienaaren van andere materi„ „alen kunnen opgerigt en geplaatst worden Tot adstructie van het welke bij naauwkeurige minder inspectie 163 365 Van Iavas Oost kust den 25:' Augustus 173. Van Javas ootkust den 25:e' Augustus 1732 inspectie een bekwaam ingenieur het plan en derselver berekening het beste sal kunnen opmaken daer de besetting van opgemelde fortres so wel als de besetting ter beveijliging om de rheede, en zien aldaar sal vereijschen de navolgende die„ „naren en Equipagie Politie Een onderkoopman resident Twee adsistenten Een Iong adsistent opsigter der pakhuijsen Militaire Een Luitenant Twee vaandrigs vier sergeants agt Corporaals Twee Tamboers 100 Gemeene soldaaten Arthillerij Een Constapel 2. Cannoniers Equipagie en Zeevarende Op de rheede tot een uitlegger een wel bemande en gearmeerde buarcq voor de huijshouding permanent ter kruijs„ sing Een wel toegerigte bekwame Pant jallang tot welke een van de twee te Sourabaija thuijs gehoorende soude kunne g'emploijeert worden, 10 bosschieters of handlanger Seneeskundigers Een chirurgijnt 2. ondr Chirurgijns, kerkelijke bediende Een krankbesoeker Ambagtslieden Een Huijs Timmerman Een schips Timmerman Een grof Smith Een Roer Slootemaker Een kuijper vier Van Iavas oostkcust den 25. Augustus 173. Van Iavas oostcust den 28:e Augutus 173— vier wel g'arneerde op geboijde Hevige kruispramajangs waar voor stelle twee kwartiermeesters en twalfs Cupo„ peese matroose en so veel bevarene inlandse mattroosen uit die distrccen als maer tot het selve kunnen aen gemoedigt worden wijders soude mij dan in de derde oplaats noodsakelijk voorkomen dat tusschen katapan en bincak dan wel katapan en Pakkum een bekwaie si„ tuatie wierd gesogt ter Extructie van een postje namentlijk van steen opgetrokken hegt en sterk gemaakt moetende dienen voor negen middelbrave stukjes Canon en derselver besetting van een serge„ ant twee corporaals en twaalf gemeene een Canonier en twee bosschieters alles te voorsien uit de hoofd post aldaer en sulks noodsakelijk seg ik om het nauw van de straat niet alleen van na bij te recognosceren maar teffens tot een voor postje op rendevoe te dienen tot al het geen van de kant van panaroekan aankomt en vervoert moet werden na de hoofd poost ten einde ook nog handmaart in om de noordwest alles door patrouilles nu en dan te kunnen observeeren en in het oog te houden Hier meede na mijn beste kennisse en na de opper„ vlakkige idee over deese districten opgegeven hoedanig het mij is voorgekomen noodsaakelijk en bestaen baer van dese Conquesten in een redoutable staat voor het oog onser na buuren voor alle in vasien van vijand te beschulten en te bescherme voor so verre het oostelijkste en zuidoost, lijkste gedeelte aanbelangt, Nuga ik over tot de schikkinge omtrent d'inlandse saken tot het welke wel in de eerste plaats van het gewigtigste belang sal sijn de verkiesing van een goed hooft en welke de herhaelde aparte aanschrijvens van den resident aldaer na een naukeurg en lang wijlig ondersoek een Maas ondertasting ons aenprijsen in den persoon van Det sil ten leijde van den te balij omgebragte pangerang de Pattij bij de balemboangers in goede achting en aensien geweest welke word opgegeven een egt geboren balemboangger en geen sints van het balijte afstammende seer gesien bemind en 'tthans verwacht bij de nu nog over geblevene van die in natie art 3. 367.

NL-HaNA_1.04.02_3389_0654 view scan ↗

English

From Java's East Coast, the 25th of August 173 From Java's East Coast, the 15th of August 173 nation, being a half-brother of Radeen Ajoe Diningrat, who is currently residing in Madura, whom the late Panembahan took along to Madura as his wife during the first expedition, she being a sister of the Pangerang Pattij of that district, who at that time appeared in Besoeki before the Right Honourable Lord Breton and wished to enter into an alliance with the Company over that district; which person of Maas Alit, already having been brought to attention, greatly surprised me that he had been in Samarang for some time with the Pangerang of Madura on the occasion of the tax farming, and returned again to Madura with the very same as his panakawan, and in which capacity, as a panakawan behind that prince, I met and saw him during a service when paying a visit to me; in which appearance he gave me at first sight no indication of anything great, having an ordinary physiognomy and being dark brown, yet I noted him to be diligent, attentive, and obedient for his then-serving state and function, and he will, according to my estimate, be between seventeen and eighteen years old, of a reasonably well-proportioned stature, body, and vitality. Mas Alit, then, carrying the general affection of that nation, upon which, however, little reliance can be placed, and which one cannot take as a solid foundation as long as one regards them as not yet given over to any rule or doctrine, indeed mostly still clinging to all heathen superstition; nevertheless, if carefully judged in this view, he should come more into consideration because he is of genuine Balemboang and noble descent, to which that blind nation seems to attach the greatest importance; but whether he adheres to the Mahometan religion is unknown to me, and which religion he ought to have adopted beforehand, in order to make that nation follow his example; those who stubbornly resist the adoption thereof and persist in heathen superstition through public profession thereof ought to be utterly eradicated, and the Mahometan religion propagated among them by well-known priests upon whose expertise, zeal, and good conduct one can rely. Mas Alit, being still young and inexperienced, is a second prospect of good expectation, provided he is properly guided. 369 9 From Java's East Coast, the 25th of August 173 From Java's East Coast, the 25th of August 173 guided, to which end I believe that the Mantries Bawalaxana and Joerokoentjie—who, since the absence of the provisional regent Jasanagara, have shown proof of faithful devotion to the Company and no less diligent attention to the restoration of ruined affairs—may be appointed as his bepattijs and guardians; of whom the first is reported to me to be the oldest Mantrie of Balemboang descent, though not the most refined, yet very calm, faithful, and vigilant; whereas the second, a Sourabaijer by birth, is reported to have been appointed by the provisional regent Javanagara as his bepattij on his own authority, he being no man to govern these peoples and having furthermore adopted from time to time all the greedy ways of Javanagara; on account of which latter report, if it should be judged necessary, and which I propose, a second bepattij could be taken from the oldest and most faithful reported Mantries Tjarmandul, Smodirono, and Ongogipto, and Mantrie Joerokoentjie could be employed elsewhere, nonetheless here in Sourabaija for his faithfulness and service. Thus, if the administration of the Company's interests among the native population there is entrusted on trial under the aforementioned guardians to the more-referenced Mas Alit, and the Mahometan religion is once established among them as the foundation of good order, I believe we may flatter ourselves with a peaceful possession of those conquests; for the further internal management of which among the native population, I would still judge that Caadjagan be placed under a well-qualified and to the Company most trustworthy chief with the title of Ingebeij, to whom the southernmost eastern corner, with the adjoining lands, villages, and people as they shall be designated, could be entrusted for guarding, possession, and required deliveries, and of whose doings he will also have to give a personal report monthly to the Resident at the main post; in like manner and under the same conditions, at Catapan, under one and the same title of Jngebeij, one of the best and most trusted Mantries could be placed as chief, and assigned all that is to the north-west and south-west downwards as far as the boundary limit would then be determined; whereby I believe that the Resident and Regent of that district as native in

Dutch transcription

Van Iavas oostkust den 25. ' Augustus 173 Van Iavas oostkust den 15 Augustus 173 natie, sijnde een halve broeder van de topt nog toe te madura be„ vindende radeen ajoe diningrat welke de Panembahan za„ liger in de eerste expeditie tot sijn vrouw meede na madura had genomen, sijnde een suster van de pangerang Pattij van dat district welke tot besoeki als toen voor den wel Ed: gr: achtbare heer breton verscheen, en in alliantie over dat district met de comp: wilde treeden welke persoon van Maas alit dan als bereets in aenmerking gebragt mij ten hoogste verwondert heeft dat met den pangerang van madura eenige tijd bij gelegentheijd van de verpachting te samarang geweest met hoogst den selve als sijn pana „kawan weder onaar madura was geretourneert en p„ danig als panakawan agter dien prins bij mij een visite geevende in dien dienst ontmoet en gesien heb in welke gedaan te hij mij op het abord juist niets groots aenkom„ „digde als gemeen van visionemie en hoog bruijn, egter merkte ik hem aen voor sijn als toen fungeerende staet en dienst ijverig oplettend en gehoorsaam, en sal na mijn gissing tusschen de seventien en agtien Jaeren oud sijn, reedelijk avenders gemaakt van gestalte Lijp en leven Mus slil dan wel de algemeene te suching wegdra¬ gende van die natie op de welke egter wijnig staat te ma„ ken is, en 't welk men voor geen gegrond fondament kan aanneemen so lange men deselve beschouwt als nog tot geen regul en leere overgegeven ja meest alhet hijdens bij geloojt nog toe gedaan soude egter indien op sigte met goed oordeel meer ik in aenmerking komen om dat hij van hegte balemboang se en niet gemeene afkomst is waer op die blinde natie tog als het grootste gesteld schijnt te sijn dog of hij de mahometaanse gods dienst stoegedaan, is mij onbekent en welke gods dienst hij egter wel te voren dient aengenomen te hebben, om dus die natie sijn voorbeelt te doen volgen, daar teegen strvige tot aenneeming van deselve en tot het hydens bij geloop nog blijvende volharden door openbaare prssessie daer van te doen geheel en zal dienen uitgeroijt te worden en de mahometaanse gods dienst onder hun door wel be„ kende priestert op wiens kundigheijd ijver en goed gedrag men sig verlaten kan voortgeplant worden, Mas Alit nog jong en onbedreeven een tweede voor uit„ sigt van goede verwachting so wel behoorlijk geleidt Mas word 369 9„ Van Iavas oost Cust Den 25:' August:s 173— Van Iavas oostkust den 35:e' Augustus 173 word tot dewelke ik meen dat de sedert absentie van deprovisioneel regent Iasanagara blijken van trouwe aankleving aan de Compa„ gnne en met minder ijverige attentie tot herstelling van de vervalle saken gegeven hebbende mantries Bawalaxana en Joerokoentjie mogen gesteld worden als sijne bepattijsen voogden waer van de eerste mij word opgegeven te sijn d' oudste mantrie van balemboangte afkomst schoon de be„ schaafte niet nogtans seer bedaart getrouwe en vigelant daer de tweede een sourabaijer van geboorte opgegeven word door den provitioneel regent Javanagara tot sijn bepattij aengesteld op eige authoriteijt ook geen man sijnde dete vol„ keren te bestieren en voorts alle heb zuchtige streken van Javanagara van tijd tot tijd aengenomen om welke laatste opgave men dan so sulks noodsaakelijk g'ordeelt mogt worden en 't geen ik stelle een tweede bepattij uit de oudste onge„ trouwste opgegeeve mantries Tjarmandul Smodirono en ongogipto soude kunne neemen en de mantaiejoero koentjie elders anders even wel om sijn getrouwheid en dienst hier te sourabaija emploijeeren, Dus dan het bestier van Comp: belangens onder den inlander aldaer en vertrouwt ter preuve onder voormelde voogden aan den meer aengehaelde Masalit en de mahomee„ „taande gods dienst tot bas is der goede Leeden aldaar onder hun eens gevestigt sijnde meen ik ons te mogen flatteeren met een geruste possesjie dier conquesten tot welkers verdere huishoudelijke schikkinge onder den inlander in nog soude oordeelen dat Caadjagan onder een wel geschikt en de Comp: meest aen te vertrouwe hoofd gesteld wierd bij de tetul van ingebeij welke den zuidelijkste oosthoek met de aanhoorige landerijen negerijen en volk to als deselve aangeweesen sullen worden ter bewaking possessie en te doene leverantie konde werden aen vertrouwt en van welke sijne gedoentens ook smaands aen de resident op de hoofd post in persoon sal moeten ver„ slag dien ingelijken voegen en onder deselfde bepaaling soude te catapan onder een en deselfde titul van Jngebeij een wel der beste en aenvertrouwste mantrie tot hoofd kunnen wer„ den geplaats, en toegeweesen al wat om de noord„ west en zuidwest na beneden so verre de Liemiet„ scheijding dan soude werden bepaelt waer door ik meen dat de resident en regent van dat district als inlander in

NL-HaNA_1.04.02_3389_0656 view scan ↗

English

From Java's East Coast, 25 August 1773 From Java's East Coast, 25 August 1773 being placed in the middle, they will also be better able to observe closely and keep an eye on the aforementioned widespread districts and posts. The boundary line, as it was given to me from there by the resident, though it may be investigated more closely by our commissioners, is deemed best to be as follows, according to the words from the resident's statement, namely: because of the cardamom and wax falling in the wilderness here in the southern part, close to Remnes and Djember, that the boundary line between the western and eastern parts be regulated from Krekel, situated at the foot of the great Goenong Raun, down across Radja Gustij to the southern shore, and subsequently from Krekel, as at Centong or west of the high mountains, to Kalikus or thereabouts straight to the northern shore, since this latter northern part is an entirely infertile region yielding nothing more of value; with which I now judge, to the best of my knowledge, the easternmost or south-easternmost part of Balemboangang to be settled, and I thus proceed to the westernmost part, which has always been known under that same name of Balemboangang, and thus will indeed also require a regent on account of its vast extent. Yet, in conclusion of this, I briefly submit herewith a summary of the demonstration of what the Balemboangan territory consisted of before the last expedition, together with a list of families of that district since the conquest of Bapo, in order to bring it to your attention, partly to submit for consideration whether or not this settled part should continue to be designated solely by the name of Balemboangang, even though the north-south-western part, before the Company conquered it, had always belonged under Balemboangan, namely Panaroekan, Centong, Tradjagan, Djember or Adiogo, Sabran or Remnes, Poeger, Lamatjang with the island of Noessa, over which the territory of Lamatjang was regarded among them as the main place, and also 373 From Java's East Coast, 26 August 1773 From Java's East Coast, 25 August 1773 at first glance appears most conveniently to be the key and access to the Balemboangan districts. However, since the arrangements have already been made in such a manner that Lamatjang with the island of Noessa has been brought under the regency of Banger, and Panaroekan and Besoeki have been ceded in lease or farm to the Captain of the Chinese nation of Boijko, it would seem to me on hindsight, having well weighed everything pro and con, most expedient for those districts and most beneficial for the Company's interests that the same were arranged as follows, and thus it would ensue from this that it would not be necessary to appoint a second regent or give the name of Balemboangang to that second part: Namely, that Panaroekan, Centong, Prajagan, Djember, Sabran or Remnes, each on its own as presently established, remain under their designation of mantri ingebeij according to their size, and that the division of each of their districts be indicated by our commissioners, assisted by the chief of each place, where then also the post of Panaroekan should be brought into a proper fortress in the manner deemed necessary for the post of Salatiga, partly for reasons of sudden relief in case of necessity for Balemboangang, and partly to keep the just-mentioned small places in obedience and check; thus that, under an ensign—for which I highly recommend to Your Excellencies' high favor Sergeant Jan Adriaan Steenbergen, post-holder at Lamadjang, a man who has demonstrated striking proofs of zeal in the service, thoroughly familiar with the territory in those districts—three sergeants, three corporals, thirty privates, one gunner, four artillerymen, one junior surgeon, and one purser would be required; where not only the products to be delivered from the aforementioned places of Djember, Centong, and Sabran should be brought and accounted for, but also those of their chiefs. 375

Dutch transcription

Van Iavas oostkcust Den 25 Aug: 173— Van Iavas ootCust den 25 August 173 als in het midden geplaats ook beter in staat sullen gestelt sijn voormelde wijt itgestrekte districtie en poosten nauw terden observeeren en in het oog te houden. De liemiet schijding sal als mij deselve van daar door den resident is opgegeven dog nauwkeurig nader door onse ge„ committeerdens kan ondertogt worden word g'oordeelt het beste te sijn als volgende woorden uit des resident opgave, namentlijk om dies wille de hier in 't zuider gedeelte digt bij rennes en Djember vallende Cardemom en was in de wildernisse, dat de liemietscheijdng tusschen het wester„ se en oosterse gedeelde gereguleerd werd van krekel onder de voet van de groote goenong rouw gelegen af tot over radja gustij tot aen zuider strand en vervolgens van krekel als te Centanm of beweste het hoge gebergt tot ka„ likus ofp daer omstreeks regts aen het noorder strand daer dit laatste noorder gedeelte een geheele onvruchtbaer landstreek niet meer waerdigs iitleverd ½ waer meede ik aan nu het oostelijkste af zind oostelijkste gedeelte van balemboangang na mijn beste kennisse oordeele voor afgehandelt te kunnen houden en gaa dus over tot het westelijkste gedeelte welke onder dien selfde naam van balemboangang altoos bekent gestede is geweest en dus wel ook om dies wijt uitgestrektheijd een regent sal benodigt sijn dog ten besluitte deses overlegek hier in't kort een sa„ mentrekking der aantooning waer in het balemboangte voor de laatste Expeditie in bestaan heeft beneffens een tjatjes lijst van dat district sedert de verovering van bapoe teneijn„ de daar door onder het oog te brengen eensdeels om in consideratie te stellen of niet o dit afgehandelt gedeelte bij de naam van balemboangang alleen komen aangemerkt blijven schoon het noorden. zuid westelijkste gedeelte voor dat de compagnie het selve geconques„ teerd heeft altoos onder het balemboangse heeft gesor„ teerd heeft alsoos onder namentlijk Panaroekan Centong Tradjagan, Djember of adiogo sa„ „bran of rames Poeger Lamatjang met Eijland noessa waar over het lamatjangse onder hun voor de hoofd plaats is gehouden geweest en ook voor 373 Van Iavas oostkust den 26 Augustus 1773 — Van Iavas oostkust den 25 Augustus 1773 bij de eerste opslag van het oog gevoegelijkste voorkomt als de sleutel en toegang tot de balemboangte districten Dog daar nu de schikkinge bereeds sodanig ge„ omaekt sijn dat lamatjang met het eijland noetsa onder het regentschap banger is gebragt Panaroekan en besoek in leen of pacht aen de Capitain der chineese onatie van Boijko afgestaan soo soude van agteren het alles voor en tegen wel gepondereert hebbende mij het oirsaamste voor die districten en het heijlsaamste voor sComp: belangens voorkomen dat deselve in voegen als volgt geschiekt wierden en dus dan daar uit voort „vloeijen dat geen tweede regent of benaming van balemboangang aan dat tweede gedeelte te geeven soude nodig sijn Namentlijk dat panaroekan centong Pra„ Jagan Djember sabran of remnes ieder op een slve als nu sijnde gesteld onder hun benaming van mantrie Jngebeij na rato hunner groote verbleven en door onse gecommitteerdens g'adsisteert met het hooft van ieder plaatse descheijding van ieder hunner districtie wierd aangeweesen daer dan ook de pott panaroekan tot een bekwaam fortres op die wijse als de pott salaliga soude oordeelen noodsaakelijk gebragt te moeten worden eensdeels om redenen tot subite ontset ingevalle van nood„ saakelijkheijd voor balemboangang anders deels om de so even aangehaalde plaatsjes in gehoor„ saamheijd en teugel te houden dus die onder een vaendrig en waer toe ik daar aen uw hoog Edel„ heedens hoog gunste voordrage den sergeant Ian Adriaan Steenbergen en posthoude te lamadjang een oman die door slaande blijken van ijder in aen dienst betoont heeft in die dies„ „tricten aldumne in aen grond bekent drie serge„ ant arie Corporaals dertig gemeene een Canonier vier bosschieters een ondermeester een bottelier soud vereijsschen alwaer niet alleen de van voorschaan ven plaatsjes Djember Centong sabran te leveren producten soude dienen gebragt en verantwoordt te worden maer teffens die hunner hoofdjes 375

NL-HaNA_1.04.02_3389_0658 view scan ↗

English

From Java's east coast the 25 August 1773 From Java's east coast the 28 August 1773. chiefs, if having any complaints or disputes to bring among themselves, would have to present themselves as proof that they resorted directly under the Company, whereby I then believe the north and south-western part of those districts brought over to us will indeed constitute the greatest part, lamatjang included therein to be placed in counterweight against balemboangang in case the same might be invaded headlong by balij, and also thereby the name of balemboangang for that western part would come to lapse of its own accord, and which arrangement under this western part then seems quite acceptable to me for reasons that all those small places are still of little importance both in population and in producing products, and also because those peoples in general only incline to fall directly under the Company rather than to resort under balemboang, as they have not only testified to us here but as has also appeared through the reports of our servants; though regarding this, in time when those small districts shall have acquired a considerably more advantageous appearance, a regent may well be found with less scruple and difficulty. Thus having also stated here how these new conquests, both regarding their strength, can subsist as a formidable resistance, and how the division and arrangement can best be maintained in the minds for a peaceful possession, it will necessarily appear to your High Nobilities that the same, in view of the expenses and burdens, will seem extremely costly, all the more when recalling the previous burdens already borne, which I can with good reason imagine; though on the other hand, I most respectfully bring to attention the basis of my proposition, on the one hand by which these burdens would be surmountable and easy to bear, namely if your High Nobilities might approve having the western and eastern coastal regencies, yes indeed especially those that have as yet contributed the least to that burden, each share for their portion in this burden, as I flatter myself can happen, and this I understand should only take place for the support and construction of the aforementioned fortifications; on the other hand that all conquests, especially widely extended From Java's east coast the 25 August 1773 From Java's east coast the 28 August 1773 extended lands, must first encounter and undergo their difficulties before one subsequently enjoys the desired fruits thereof, especially when the same have first been brought into a state of peaceful possession; and if I may, with the deepest due respect, present my consideration as an axiom, it is certainly sure that one must not undertake to make conquests except with probable prospects that one can remain lord and master thereof, and make oneself as much loved as feared, as respected as formidable, whereupon one may then also, under God's favor, promise oneself the desired fruits thereof; which latter remark, though made with reverence, I feel I must emphasize all the more because everything that has come before my eyes concerning what was proposed of the arrangement made at the first beginning of the expedition seems to aim more at the profits which one thought to benefit the Company with from these conquests, rather than first establishing oneself with certainty, making oneself formidable, and thereby enjoying with full certainty that which had been reported of it; that is, however, what I can state with certainty to your High Nobilities, that meanwhile your High Nobilities were reported more fruits to be obtained from those conquests for the Company than is true, as has been found upon close investigation, interrogation, and inquiry; for truly the so highly extolled pearl reefs have not the least significance worthy of mention; the sappanwood found at that time, also so broadly detailed, has indeed both at goenong Ikan and elsewhere been cut down and uprooted root and branch, so that I can assure your High Nobilities that in no ten or 20 years will anything noteworthy be obtainable from those districts, and the like can also be stated regarding the cardamom, which in the entire district of balemboangang is no longer to be found, but can be given for other reasons as the former appears quite as agreeable as the latter, regarding which, what could still be expounded upon, I would preferably leave deferred to the insight and wiser judgment of your High Nobilities.

Dutch transcription

Van Iavas oostkust den 25 Augustus 1773— Van Javas oost cust Den 28 Augjsto 10. hoofdjes eenige klaagten of verschillen onder hun in te brengen hebbende hun soude moeten vervoegen als ten blijke dat sij drect onder de compagnie forteerde waar door ik dan meene het noord en sudwette„ lijke gedeelte dier districten aen ons gebragte wel het grootste gedeelte sal uitmaken lamatjang daer onder gerekent om in tegenwicht gesteld te worden tegen balemboangang ingevalle het selve door balij overhoets mogte worden guivadeerd ook daar door de naam van balembo„ angang voor dat westelijke gedeelte van sig selve soude ko„ „men te vervallen, en welke schikkinge onder dit westelijke gedeelte dan mij wel so aanneemelijk voorkomt om redenen dat alle die plaat„ jes nog weijnig van importantie sijn so in volk als producten op te leveren ook om dat die volkeren in het algemeen maer inclineere on„ der de comp: direct dan onder het balemboangse te sorteeren gelijk sijlieden wij hier niet alleen betuigt hebben maar door de rapporten van onse bediendens is gebleken dog waer over in der tijt wanneer die districtjes een s vrij voordeeliger aansien sullen verkreegen hebben met minder scrupel en difficul tijt wel eens een regent sal kunnen gevonden werden. Dus dan hier meede opgegeven hebbende hoedanig dese nieuwe conquesten soo omtrent haar sterkte tot een for„ midabel tegen weer bestaen baer als de verdeling en schik„ kinge tot een geruste potsessie het beste te behoude in de ge„ moede noodsaakelijk selle dat i 't selve ten opsigte der on„ „gelden en lasten uw hoog Edelheedens ten hoogste kostbaer sal te vooren komen temeer bij herinneering van de voorige lasten bereeds gedragen kan ik met ik grond van reden wel voorstellen dog aen de aendere kant eerbiedigst onder het oog brengen de basis mijner propositie eens deels door dewelke dese lasten overkomelijk en ligt te dragen soude sijn namentlijk indien uw hoog Edelheedens mogte goedvinden de westersche en oostersche strand re„ „gentschappen Ja wel insonderheijd die nog het minste tot die last hebben gecontribueert een ieder voor hun aandeel in deese last te doen deelen gelijk mij vlije te kunnen geschieden en sulks begrijp ik aan alleenlijk plaats te moeten hebben tot adstauctie en op bouwing van opgemelde sterktens anders deels dat alle conquesten insonderheijd wijt eens uitgestrekte Van Iavas oost kust den 25:' Augustus 173 — Van Javas oostcust den 28 Augustus 173 uitgestrekte landen hun beswaernisse eerst ontmoeten en ondergaan moeten wanneer meer er van agteren eerst de gewenschte vrugt van geniet insonderheijd wanneer deselve eerst in een staat van geruste possessie gebragt sijn en mag ik onder diep„ schuldigste eerbied mijn bedenking als een afionna voor dragen so is het immers beker dat men geen conquetten moet onderneemen te maken dan met probalile voor uit„ tigten dat men her Heer en Meesters van kan blijven en dig to bemind als gevreest soo gesien als ontsaggelijk temaken wanneer men er sig dan ook onder gods gunste de gewenschte vrugte van beloven mag dog welk laatste dog onder reverentie gemaakt remarque ik te meerge„ gevoele te moeten aanhallen om dat al het geen mij nog omtrent het voorgedrage van de gemaakte schik„ kinge bij eerste aanvang van de expeditie nog onder het oog gekomen meer schijnt te bedoelen de profijten welke men meende uit dese conquesten de compagnie te kunnen bevoordeelen aan en sig eerst met zekerheid te vestigen ontsaggelijk te maken en daar door met volle zeekerheid te genieten het geen er van was opgegeven aan het welk geen dat is egter het geen ik uw hoog Edelheedens met se„ kerheijd kan voordragen dat men intusschen hun hoog Ed„s als toen meer vrugten van die conquesten voor de Comp: te bekomen heeft opgegeven als warachtig is dat bij nau„ keurig ondersoek ondervraging en navousching is bevon„ „den want waarlijk de so hoog opgeveijselde paerelreven geen de minste naemwaerdige beduiding, heeft het ter diet tijd gevonden Sappanhout ook so breed uitgemeeten heeft men immers bo te goenong Ikan als elders met wortel en tak uitgekapt en uitgeroijt so dat uw hoog Edelheedens wel sekeren kan dat in geen tien of 20. Jaeren iets naamwaardig uit die diestricten te bekomen sal sijn en sodanig kan mede opgegeeven worden om„ trent de cardemom dewelke in het geheele district van balemboangang niet meer te vinden is maar uit andere reeden kan gegeven worden als dat het eerste wel so aengenaem als het laatste voorkomt daar het geen en nog over soude kunnen uitweidden liefst aen het doorsien der en wijser oordeel van uw hoog Edelheedens wil gedefereert laten andere skeijsers 379

NL-HaNA_1.04.02_3389_0660 view scan ↗

English

From Java's East Coast, the 25th of August 1773 From Java's East Coast, the 25th of August 1773 is bought in the Emperor's lands of Cadirie and Wirosobo, as well as in the Malang region, which statement of the aforementioned products will well stand the test upon the closest examination by Your Right Honourables. Yet, on the other hand, with good reason I may propose the products to be expected in time from those same districts: rice cultivation, salt, wax, cotton yarn, and pepper; the first two items for the easternmost part, Balemboangang, and the last three in the western part. With the continuation of quiet and peaceful times, the Company's suffered grief and damage, as well as the expended effort and costs, will not be disappointed. But toward the achievement of this most desirable end, I take the liberty with regard to the latter to submit most humbly to Your Right Honourables: In the first place, that for this current year one will still have to try to bring those peoples as much rest and ease as can possibly be permitted for the promotion of the general administration, which is why I am of the opinion that the premature and sudden relocation ought to remain stopped for this year, while one can nevertheless be no less active in gathering what can be drawn from the districts there for the construction of a new fortress or small post with those peoples who are daily in service and used for that work; because the suffered disasters have been too heavy for those districts and the East Hook, which stand in need of rest for a time. Secondly, since one cannot yet promise us complete rest given the persistent obstinacy of Noessa, which often unexpectedly gives us work on another side, so that one would have to suspend the first in order to proceed to what is weightier and necessary; thus I think that for this year enough will have been done by bringing Noessa to obedience and placing the Balembrang region under a good chief and the beginning of a well-ordered government. And secondly, I take the liberty to submit for the consideration of Your Right Honourables whether the same suffered disasters, through which almost all of that district—I mean chiefly the eastern part, Balemboangang—has been depopulated, turned into a desert, and brought to the uttermost misery, will not require that its regent and people remain exempt from deliveries for at least two years, so that by this exceptional grace they may be enabled to prepare their lands again for cultivation; whereupon I may well entertain hope that, once that district is relieved of all the plagues of war, to which I mainly attribute that pestilential air, the mortality will eventually cease, the countryman being sent back to work, and enjoying peaceful days in the meantime, it will so gently encourage others anew to settle there, so that by the third year it would find itself in a condition to deliver a shipload of rice. Yet I most humbly beg Your Right Honourables' most favorable interpretation in repeating once again that for the first three years one will not have to calculate on any revenues, but solely on expenses in order to secure ourselves there, and by a tolerant, mild, yet nonetheless close-watching administration first establish ourselves, whereupon under God's blessing one will eventually be able to overcome them, as the nature of that district promises itself. In the meantime, the small places situated to the west of that district, and of which I respectfully annex their own statement herewith, could, by proper exhortation and perseverance, be encouraged to deliver provisionally what they have stated, beginning the first year with the Dutch New Year 1774. Thirdly, still regarding the easternmost part, Balemboangang, my humble reflections are that it is best that it emerge from its initial state as it currently finds itself and gradually rise and grow in population on its own, rather than populating it with our or foreign nations; for once peace under a good government and order is established, I flatter myself that the blessings flowing therefrom will soon entice the peoples there, on which the population of that part will solely depend; for the aversion for the present everywhere

Dutch transcription

Van Iavas oostkust den 25 Augustus 1773 — Van Javas oost cust den 25 Augustus 1732 s keijsers landen Cadirie wirosobo so ook nog wel in het Malangsche ingekogt word welke opgave dier opgemelde producten bij naauwkeurigst ondersoek van uw hoog Edelheedens wel de proep kan uitstaan dog aan de anderkant mag ik met goed fundament van der„ selver districten te verwachten producten in der tijd voordragen de rijst cultire sout wax catoene gaarn en peper de twee eerste poincten voor het oostelijkste gedeelte balemboangang en arie laatste in het wes„ tersche gedeelte bij voortgang van geruste en vreeds same tijden de compagnie haer geleden smarte en schade als aengewendde moeijte en kosten niet sal te leur stellen dog ter berijking van hoogst te wen„ schene Eijnde gebruik ik voor het laatste de vrij moedigheijd uw hoog Edelheedens onderdanigst voor te dragen Jn de eerste plaats dat men voor dit lopende Jaer als nog die volkeren soo veel rust en gemak sal moeten tragten toe te brengen, als immers bestaenbaer tot bevordering van de algemeenen huishouding kan toegelaten werden en waerom ik van oordeel ben dat de voor „barige en subite verhuijsing nog voor dit jaar dient gestaapt te blijven, terwijl men egter niet minder bidig kan sijn om het geen uit de districtie aldaar tot aanbouw van een nieu„ we fortres of postje met die volkeren die dagelijks inla„ beur en tot dien dienst gebruik worden bij een versamelen om reedenen de geleden desattres voor die districten en den oosthoek te swaar sijn geweest die voor een tijd rust van noden hebben ten tweede daer men ons nog geen volbeker rust bij het nog hartnekkig blijven de noessa kan belooven het welk dik werp buiten verwachting ons op een ander sijde werder werk gevende het eerste soude moeten staken om tot het geen gewigtiger en noodsakelijke is over te gaen dus meer ik dan voor dit Jaar genoeg gedaan sal sijn noessa tot gehoorsamheit te brengen en het balembrangsche onder een goed hoofd en begin van een wel geschikt bestier te stellen en ten tweede dan neem ik. de vrijheyd uw hoog Edelheedens in consideratie voor te dragen of dieselfde geledene des astres waar door meest al dat district ik meen hooftsakelyjk het ostersche gedeelte balemboangang ont vorkt tot een moestijne en de uitterste elende gebragt is niet toe zullen 381 383 Van Iavas oost Cust den 25. Augustus 1773 Van Iavas oost Cust den 25: Augustus 173— sullen vereijsschen dat derselver regent en volk ten minste voor twee jaaren van leverantie bevrijd blijve op dat sij door dese so bij sonder gratie instaat mogen gebragt worden hun landen tot de culture weder te bekwam en wanneer ik alsdan wel hope voeden kan dat indien dat district eens van alle oorlogplage ontheft aan het welke ik dog die pestserige lugt hooft sakelijk toeschrijve de sterfte eens sal komen tecesseren de land man weden aen den aerbeijd gesonden en vre dige dagen in die tusschen tijt genietende het selve so soetjes aen wel aendere opnieuw sal aamoedigen om hun aldaar neder te setten so dat het sig voor het derde Jaer soude instaat bevinden een scheepslading rijst te kunnen uit leveren dog verbidde ik ootmoe„ „digst uw hoog Edelheedens hoog gunstige welduiding van nogmaals te herhaalen dat men voor de eerste drie jaeren op geen jnkomsten sal dienen te calcu„ „leren maer eenelijk op onkosten om ons aldaar te secureren en bij een verdraagsaam zachtzin„ „nig dog niet omin nauw toezind bestier ons eerst eerst te vestigen wanneer men onder den tegen gads deselve eens sal kunnen te boven komen daar de na„ tuur van dat district sig selfs belooft intusschen der plaatjes om de west van dat district gelegen en waer van hun eige opgave hier bij eerbiedig annexeere door wel aanmaninge en aanhouding soude kunne wer„ den aengemoedigt om het eerst Jaar met hollands nieuwe jaar 1774. een begin nemende bij provisie te leveren het geen sij opgegeven hebben, Ten derde nog omtrent het oostelijkste ge„ deelte balemboangang mijne geringe bedenkinge sijn aat best uit sijn eerste staat als tegenwoordig zig bevind en als uit sig selfs langsamerhand komt op te luiken en in volk aen te groeijen dan het selve door onse af vreemde natie te bevolken want de rust bij een goed bestier en Leden eens gevestig te sijnde vlije ik mij dat de zegeninge daar uit voortvloeij„ ende spoedig de volkeren daar een sal uit lokken waar van de bevoeking van dat gedeelte alleene„ „lyk sal afhangen want de aversie voor het tegenwoordige te alomme

← previousnext →