VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3389

Japan · 812 pages · 372 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3389_0716 view scan ↗

English

4525 From Macassar the 24 October 173— From Macassar the 24 October 173— to fetch Craeeng Ballasarie, arrived here on the last of May from Sumbauwa together with Craeeng Ballasarie, both now depart under cover of this to Your Right Honorable. Furthermore, I have the honor to inform Your Right Honorable that things are still reasonably well on Sumbauwa at present. Today a Malay arrived from Sumbauwa and made known that the King, who for some time stayed at Taliwang, has now arrived back on Sumbauwa. I was also informed that there is great mortality there due to the severe raging smallpox, a number of well over 2000 souls, great and small, having descended into the grave. I will not fail, upon arriving at Sumbauwa, to persuade the King to go to Macassar to swear to the contract. Regarding the claim of Sangar's king against the realm of Dompo, it was finally settled before me on the 27th of May of the past month at the Baroega in the native assembly. Of the 65 souls claimed as slaves by Sangar, very few were found to rightfully belong to him, as the resolution respectfully forwarded herewith to Your Right Honorable will demonstrate, two being written in the Dutch language and four in the Malay language, the first two by me alone and the other four signed by everyone and confirmed with their state seal. I hope within a few days, when the ship shall be loaded, to proceed to Dompo with Radja Bitjara of Bima along with other allies who will also go that way to settle the disputed piece of land with them, whereof I shall then give Your Right Honorable the required communication on the one and the other. The envoys of Dompo have been with me to express thanks for the good arrangement made regarding this matter, testifying that never has such a good investigation been conducted as regarding these affairs. Furthermore, I have the honor respectfully to communicate to Your Right Honorable that Radja Bitjara of Bima was with me on behalf of his king and other dignitaries of the realm, in order to request of Your Right Honorable their humble pardon for not having replied to the letter of Your Right Honorable, stating the cause to be the illness of the humble writer in anno passato, promising, when they shall have finished work here, to observe their bounden duty and to thank Your Right Honorable for it. Thus I shall have the honor to conclude this, after having commended Your Right Honorable's precious person, together with the Company's weighty interests, into the solely safe keeping of the Almighty, with due respect to have to call myself, below stood, Right Honorable Sir, lower, Your Right Honorable's most humble and dutiful servant, was signed, H: Lecerf, in the margin, Bima in the Company's Fortress on the 6th of June Anno 1773, below stood, Agrees, J: Vell, sworn clerk, was signed. 47: 2 4 From Macassar the 24 October 1773— From Macassar the 24 October 1773 After all the dignitaries of the realm had taken their seats according to rank, it was made known to them by the Commandant that this meeting was convoked solely to investigate and forever settle the claim of the King of Sangar regarding 65 souls of slaves and 16 subjects whom he claimed to have from the country of Dompo. On behalf of the Court of Dompo: The Regent Ienelie Kielo called Ditasie Boemie Loema called Ibrahim Today, Thursday the 3rd of May 1773. Appeared before me in the native assembly: The King of Sangar Abdul Mahamoe The Regent of Bima Radja Bitjara called Liera. The Shahbandar Chief Priest Samal oedin Boemparisie Bodjo oela Bolo Abdul Carim Kaiji Nassier Nb 29 From Macassar the 24 October 1773— From Macassar the 24 October 1773— to settle. Whereupon, after some exchange of words, it was mutually found to have the country of Dompo deliver up the following subjects and slaves who rightfully belong to the King of Sangar according to the law and customs of the land: First, Sieauw with his family to the number of 16 souls, of whom four have already passed away, thus only twelve souls alive. Secondly, the Domponese Aloel, who murdered the son of Glarvang Zeele, condemned to a fine of 40 Rds. for the benefit of Sangar. Thirdly, Sipaiji and her husband Saha, the first already deceased and the second still residing on Dompo. Fourthly, Sabo Simpoeli and her son Ina Mange and family to the number of 6 souls, all these slaves having already been handed over to Sangar. Fifthly or lastly, Samparadja to the number of 20 souls, of whom 3 have already passed away, thus only 17 souls must be handed over. On the other hand, the following persons were unlawfully claimed by Sangar's king and found to be free persons, therefore to be finally dismissed from his unfounded claim, namely: Siesaneen and his family to the number of 14 souls, whom according to Sangar's assertions were acquired in ownership by exchange for 12 other slaves and paid to the former Resident Johan Banelius, but denied by Dompo, saying they have no knowledge of this matter. The King of Sangar, who at the request of Dompo could show no proof from Dompo nor from the said Resident, as has always been the custom here, replied to have nothing other than what he had noted down himself in his book. Settled in this assembly were five children fathered by Siesaneen of Dompo with a free woman, who from the mother's side are declared two free and from the father's side three slaves, all to remain under the obedience of Dompo. Iomadil and Hielal, both brothers, accused by the King of Sangar as being also guilty of the perpetrated murder committed by the aforementioned Alloel, innocent.

Dutch transcription

4525 Van Macaser den 24 october 173— Van Maccasser Den 24 October 173 — om craeeng ballasarie af te haelen is op den laatste Meij van sum„ bauwa nevens craeeng ballasarie alhier gearriveerd vertrekt thans beijde onder geleijde deeses tot uwel Edele Agtb: over wijders heb ik de Eere uwel Edele Agtb: bekent te maaken dat op Sumbauwa thans nog reedelijk wel is heeden is een maleijer van sumbauwa gekomen en bekent gemaakt dat den kioning die voor Ee„ „nigen tijd op Taliwang heeft gehouden thans weder op Sumbauwa is aangekomen mij is ook berigt dat groote sterfte aldaar is door de sterkke grasseerende kinder poeken zijnde Een getal van ruijm 2000 koppen groote en kleijne ten graffe gedaalt ok zal niet man„ queeren op sumbauwa komende den koning te persuadeeren om na Macasser te gaan om 't contract te besweeren. van wegens de pretensie van Sangars koning teegens het rijk van van Dompo is op den 27. Meij des gepasseerde maand bij mijn op de Baroega ter inlandse vergadering finaal afgemaakt zijnde van de 65. koppen door sangar gepretendeerde slaeven zeer weijnig bevonden dat hem regtmatigt toekomt gelijk de resolutie die hier nevens Eerbiedig tot uwel Edele agtb: werd overgesonden sal aanthoonen zijnde twee in 't nederduijts en vier in het maleijdse taal geschreeven de twee Eerste door mij alleen en de vier andere door een ieder geteekende en met hun ryk zeegel bekragtigd: Ik hoope binnen kouten daagen wanneertschip gelaaden sal sijn na Dompo te zullen begeeven met radja biljara van bima nevens andere bondgenooten die meede dieweg sal begeven omt indisput leggende stuk landje met dens af te maaken 't geen als dan uwel Edele agtb: agtb: van 't Een en ander de verseijschte Communicatie zal geeven De gezanten van Dompo zijn bij mij geweest om te bedanken voor de goede schikking die omtrent deese zaak zijn gedaan betuijgende nooijt zulke goede ondersoek gedaan is als omtrend deese affaires. wijders heb ik de Eer uwel Ed: Agtb: Eerbiedig te communiceeren dat Radja Bitjara van bima bij mijn geweest is uijt naam van sijn koning en verdere rijksgrooten ten eijnde uwel Ed: Agtb: haer ootmoedig Excus te versoeken datse niet heeft be„ antwoord aan de brief van uwel Ed: agtb: zeggende de oorsaak te zijn aan de ziekte van den needrigen teekenaar in a:o p:o beloovende wan„ „meer alhier klaar werk zullen gedaan hebben haare verschul„ „digde pligt te observeeren en uwel Ed:e agtb: voor te bedanken. zo zal d' Eer hebben deese te sluijten na uwel Ed:e agtb: dierbare persoon nevens sComp: wigtige be„ langen in den alleen vijlige hoede des aller hoogsten hun te 47: 2 4 Van Maccasser den 24 October 1773— Van Maccasser Den 24. October 1773 te hebben aanbevoolen met de verschuldigden Eerbied te moet noemen /:onderstond:/ wel Edele agtbare Heer /:lager:/ uwel Ed: Agtb: ootmoedigsten en trouwschuldigen Dienaar /:was geteekent:/ H: Lecerf /: in margine :/ Bima in sComp: Vesting adij 6: Junij A:o 1773. /:onderstont:/ Accordeert J: vell getw Clercq /:was geteekent:/ ƒ Na dat de gesamentlijke rijks grooten na rang zitplaats geno„ „men hebbende so wierd door den Commandant aan haar lieden te kennen gegeeven deese bij den komsten alleenlijk geconfoceerd te hebben om de pretentie van den koning van Sangar wegen 65. koppen slaaven en 16: onderdaanen die den selven van 't land van Dompo moeste hebben thans te ondersoeken en voor beuwig Dompo van weegens t Htoff van d' Rijksbestierder Ienelie Kielo gen: Ditasie Boemie Loema genaamd Ibrahim Op heeden Donderdag den 3 Maij 173. Compareerde bij mijn in d'jnlandse retgadering Den koning van Sangar Abdul Mahamoe d' Rijks betteer van Bima Radja Bitjara Gen:d Liera. den Sabandhaer Hoofdpriester Samal oedin „ Boemparisie Bodjo oela _„o Bolo Abdul Carim _:o Kaiji Nassier af Nb 29 Van Maccasser den 24. october 1773— Van Maccasser Den 24. October 173. — af te maaken waar op na eenige woorde wisseling gesaamentlijk oegevonden 't land van dompo te doen afgeeven de ondervolgende onderdaa„ „men en slaeven den koning van Sangar volgens slands regt en wetten regt maetig toekomt Eerstelyk sieauw met sijn geslag ten getalle van 16 kop„ „pen waar van reeds vier van overleeden sijn dus maar twaalff koppen in leeven, Tweedens Den Domponees Aloel die de soon van glarvang zeele heeft vermoord in een boete van 40. rd„s gecondemneert ten behoeve van Sangar Derdens Sipaiji en haar man saha de Eerste reets overlie„ den en de tweede nog op dompo woonagtig. vierdens sabo Simpoeli en haar soon Ina Mange en fa„ milie ten getalle van 6 koppen alle deese slaaven sijn reeds aan Sangur overgegeeven, vijfdens of laastelijk Samparadja ten getalle van 20 koppen daar van reeds 3. overleeden dus maar 17. koppen moet wer„ den overgegeeven. daaren teegen zijn de ondervolgende persoonen door Sangars koning onwettig g'eijgend en bevonden vrij persoonen te zijn dierhalven van sijn ongegronde pretentie finaal te ontseggen als Siesaneen en zijn familie ten getalle van 14. koppen de welke volgens gesegdens van Sangar in eijgendom te hebben verkree„ gen door in ruijling van 12. andere slaaven en betaald aan den toenmaligen geweest zijnde Resident Iohan Banelius dog door dompo onkend en zegt van deese saak geen bewust te draagen den koning van Sangar die op de begeerte van dompo geen bewijs soo wel van dompo als van gemelte resident konde aanthoonen so als 't alhier altoos ingebruijk geweest is beantwoord niet anders te hebben dan dat hij selfs in sijn boek had aan„ geteekend zijnde in deese vergadering afgedaan vijff door sie„ Saneen of Dompo met een vrij vrouw geprocreerde kinderen die van de moeders kant twee vrij en van vaders kant drie tot slaaven verklaard alles onder de gehoorsaamheijd van Dompo te blijven Iomadil en Hielal beijde broeders door Sangar beschuld als meede schuld aan de geper petreerde moord door voormelte Alloel gedaan koning onschuldig

NL-HaNA_1.04.02_3389_0719 view scan ↗

English

F 31 From Maccasser the 24 October 173 — From Maccasser the 24th Feber 173— found innocent and therefore acquitted Sietabie to the number of eleven persons, all being free Bimaneese, handed over to Bima's king. Sie Noeroe, a free Malay woman with her four children, the same assigned under the obedience of the Pangulu of the Malays here, as well as Sie Saijhoe with her three children, being free Company subjects according to the presented free letters. Die Iaapen, Sie Bankat, Sumbawareese, two brothers, slaves of the free Buginese belonging under the Company named - - -, handed over to the Matoa of the Buginese here in order to be delivered into the hands of the owner. All the above- and aforementioned the king of Sangar testifies to be satisfied with and being convinced that the same has been treated according to the country's laws, and therefore willing to submit willingly, promising never or ever again to disturb the king of Dompo or his realm over such embroilments, but from now on mutually to maintain eternal silence. Furthermore requested by the Honorable Commander to the collective grandees of the realm that since the matters between Dompo and Sangar are thus far settled, to establish a fine of one thousand for the one, whether by the present king or his descendants, who might in time bring up this matter so as to molest the other therewith with groundless pretenses. Which proposal was approved by the collective grandees of the realm and thus embraced. From Macasser the 24. October 1773 Right Honorable Sir! In confirmation of this, each has confirmed with the realm's seal and their signature. Below stood: Thus done at the Baruga of the said Commander, date as above. Was signed: A: Lecerff. Below stood: Agrees. Was signed: F:n I=n Voll sworn Clerk. Your Right Honorable's highly respected letter dated 5. May was duly received by me on the 2. thereafter. I did not fail to observe directly Your Right Honorable's orders given therein. I have sent an emissary to Tana beroe, Lemo lemo, Bira, Ara, Tiro, Lange lange and Weero, as well as to the Galarang Panjekokan, with orders to all to look out as much as possible for the vessels of the Papuans and Cerammers, and at the slightest discovery to give notice thereof. To the postholders as well as others I have recommended all possible vigilance, and if one or more of that rabble should be perceived, I will seek to employ all prudent means to catch them. As soon as I should learn anything regarding this, I will not fail to give direct notice to Your Right Honorable, so that, should it be necessary, I may be assisted. Cram Aira, who arrived here on the 23. of this month to attend the soul description, told me that on the 21. a Butonese vessel arrived at Tana beroe, bringing news From Maccasser the 24. October 173— that F 35 From Macasser the 24. October 1773 From Macasser the 24 October 173 that the aforesaid Papuans and Cerammers two months ago raided the islands Binonko, Tomea, Toanno, that they had murdered some people and had taken away fully two hundred heads, but that he did not know where they had gone since that time. The letter for the resident of Saleijer I sent directly thither. Wherewith hoping to have complied with the honored orders of Your Right Honorable, I take the liberty to call myself, with all requisite high esteem and respect, Below stood: Right Honorable Sir. Lower: Your Right Honorable's humble and faithful servant. Was signed: S: Monsieur. In margin: Boelecomba the 27. June 1773. Below stood: Agrees. Was signed: F: I: Voll sworn Clerk. After sending my recent humble dispatch to Your Right Honorable of the 27. of the past month, I had on the 24. of this month the honor to receive Your Right Honorable's much respected circular letter concerning the orders to keep a watchful eye on the Papuans and Cerammers, which will be observed by me in all obedience, having immediately given not only notice thereof to all the regents of this island, but also had the necessary orders issued. Right Honorable Sir! To the Right Honorable Sir Paulus De dofredus van der voort Governor and Director of this Coast of Celebes F 38 From Macasser the 24th October 173 — From Maccasser the 24. October 1773. Meanwhile I take the liberty to let this be accompanied by the receipt roll of the wages disbursed as of the end of this month. In the meantime I have the honor, after commending Your Right Honorable into Jehovah's precious keeping, to sign myself with all due respect, Below stood: Right Honorable Sir. Lower: Your Right Honorable's humble and obedient servant. Was signed: Jan Hendrik Voll Junior. In margin: Salijer the 30th June 1773. Below stood: Agrees. Was signed: F: k P:n Voll sworn Clerk. Your Right Honorable's highly respected letter of the 26th May last, per the Tamborese grandees, was duly received by me on the 9th thereafter. The said emissaries departed the following day for Tambora in order to make known the death of their king there and at the same time to elect another in the deceased's place. According to Your Right Honorable's orders, I promised them to be present in person as soon as the ship is loaded to attend the election of a new king, as they also assured they would await me; but ten days after my arrival on Sumbauwa I was seized by an illness, such that I have not been in a state to Right Honorable Sir! To the Right Honorable Sir Paulus Godofredus van der voort, Governor and Director of this Coast of Celebes.

Dutch transcription

F 31 Van Maccasser den 24 October 173 — Van Maccasser Den 24:' Feber 173— onschuldig bevonden en dierhalven vrij gesprooken Sietabie ten getalle van Elff koppen sijnde alle vrij bimaneesen aan bimas koning overgegee„ Sie Noeroe Een vrije maleijdse vrouw met haar vier kinderen deselve onder de gehoorsaam, heijd van de Pangoeloe der maleijer alhier toege„ weesen als ook. Sie Saijhoe met haar drie kinderen zijnde Een vrij Scompagnies onderdaanen volgens verthoonde vrij Die Iaapen Sie Bankat Sumbauwareesen twee gebroeders slaaven van den vrij boeginees onder DE Comp: gehoorende genaamd. - - - aan den Mathoa der Boegineesen alhier overgegee„ „ven om deselve aan den Eijgenaar te werden ter hand gesteld Alle welke booven en voorenstaande be„ „tuijgd den koning van Sangar Sig te vreede te zijn en overtuijgd zijnde deselve volgens brieff 'slands wetten getracteerd is en daarom ge„ williglijk te willen onderwerpen beloovende den koning van dompo of te sijnen rijk min„ „mer ofte ooijt weeder over diergelijke brouille„ rien te zullen ontrusten maar van nu af aan weeder seijdse te sullen houden den Eeuwige Silentium. Wijders door den E: commandant aan de ge„ zaementlijke rijksgrooten versogt dat vermits de saaken tusschen Dompo en Sangar dus verre afgedaan is om Een boete van een Duijsend te statueeren voor den geenen t zij door den presenten koning ofte zij„ „ne nazaaten die deese zaak in der tijd mogte aanroeren om daar meede met ongegronde preetensie den anderen te Welke voorstel door de gesamentlij„ lijke Rijksgrooten goedgekeurd en sodanig wierd g'amplecteerd, molesteeren, slands Ter „ven. Van Macasser den 24. October 1773 Wel Edele Agtbaare Heer! Ter bekragtiging van deese hebben Een ijder met 't rijk zegel en hunne handteekening bekrag„ tigd /:onderstond:/ Aldus gedaan op de Baroega van den gemelte Commandant Dato voorsz: /:was geteekend:/ A: Lecerff /:onder stond:/ Accordeert /:was geteekend:/ F:n I=n Voll geter: Clrcq wel Uwel Ed: Agtb: wel gerespecteerde leteren de dat 5. maij zijn mij op den 2. daar aan wel geworden ik heb niet gemanqueert om direct uwel Ed: agtb: daar in gegeevene ordre te observeeren ik heb een zendeling na Tana beroe Lemo lemo Bira Ara Tiro Lange lange en weero als ook na den galarang Panjekokan gesonden met ondre aan alle om soo veel Hooglijk op de vaartuijgen der Papoeers en ceram„ „rammers te letten en bij de minste ondekking van den kennisse te geeven de Postelingen soo wel als andere heb ik alle moog„ lijke waaksaamheijt gerecommandeert en sal soo er een of meer van dat gespuis mnogt vernoomen worden alle voorsigtige middelen soeken in 't werk te stellen om die te attrapeeren. Soo dra ik iets daar omtrent mogt verneemen sal ik niet man„ queeren om direct uwel Ed: agtb: kennisse te geeven op dat ik sulks noodig zijnde geadsisteerd kan worden. cram Aira die op den 23. deeser om de zeel beschrijving bij te woonen alhier gearriveert is heeft mij gesegt als dat op den 21. een boutons vaartuig op Tana beroe was gekoomen tijding brengende als Van Maccasser den 24. october 173— dat F 35 van Macasser den 24. october 1773 Van Macasser Den 24 October 173 dat voorm Papoeis en cirammers twee maanden geleeden de Eijlanden binonko Tomea Toanno hadden afgeloopen dat sij eenige menschen hadden vermoort en wel twee honderd koppen hadden meede genomen dog dat hij niet wist waar sij sig zeedert dien tid na toe hadden begeeven. D' briev voor de resident van Saleijer heb ik direct na derwaarts gesonden. waar meede hoopende aan de g'eerde ordre van uwel Ed: agtb: te hebben voldaan soo neeme de vrijheid met alle vereijschte hoog agting en eerbied mij te noemen /:onderstond:/ wel Edele agtb: keer /:lager:/ uwel Ed: agtb: onderdanige en trouwschuldige Dienaar /:was geteekent:/ S: Monsieur /:in margine:/ Boelecomba den 27. Junij 1773. /:onder„ stind:/ Accordeert /was geteekent:/ F: I: voll gesw: Clarcq: Dat afsenden mijner jongst onderdanige aan uwel Edele agtbare van den 27. der Jongst gepasseerde maand hadde den 24. deser d' Eere te ontfangen uwel Ed:e agtb: veel gerespecteerde Circulaire letteren concerneerende de ordres om een waekent oog te houden op de pa„ poecas en cerammers dat bij mij in alle gehoorsaam„ „heid sal geobserveert worden hebbende daar van ten eersten aan alle de regenten deses Eijlands niet alleen kennisse maar ook de noodige ordres late geven. Wel Edele Agtbaren Heer! Aan Den wel Edele Agtbaaren Heer Paulus De dofredus van der voort Gouverneur en Directeur Deser custe Celebes Van onderwijl F 38 Van Macasser Den 24.:' October 173 — Van Maccasser den 24. october 1773. Onderwijl de vrijheijd neeme deesen te laten versellen de qui„ „tantie roll der onder ulto deses verstrekte zoldijen. jntusschen de Eer hebbe na uwel Edele agtb: in Jehovas dierbare hoedte beveelen, mij met alle verschuldigde eerbied te onderteekenen /:onderstond:/ wel Edele Agtbare heere /:lager:/ uwel Edele Agtb: on„ „derdanige en gehoorsamen dienaar /:was geteekent:/ Jan Hendrik voll Junior /:in margine / salijer den 30. ' Junij 1773. /:onderstond:/ Accordeert /:was geteekend:/ F: k P:n voll gesw: Clercq uwel Edele Agtbaere hoog g'respecteerde letteren van den 26:' meij j:o L: per de Tamboreese grooten bij mijn op den 9 daar aan welgeworden gen: sendelingen sijn des anderen daags na Tambora vertrokken om de doot van hunne koning aldaar bekend te maaken en te gelijk den ander ^ desover„ „leeden plaats te verkiesen ik heb volgens uwel Edele agtb: ordre hun lieden beloofd van so dra 't schip gelaaden is zelfs in persoon te willen zijn om de verkiesing van een nieuwe koning bij te woonen gelijk ze ook verseekerd hebben mij te sullen afwagten doch thien dagen na mijn aankomst op sumbauwa wierd ik van een ziekte aangetast sodanig dat ik niet in staat ben geweest om Wel Edele Achtbaere Heer! Aan den wel Edele Achtbare Heer Paulus Godofredus van der voort, Gouverneur en directeur deser Custe Celebes. te Aan

NL-HaNA_1.04.02_3389_0723 view scan ↗

English

347 37. From Maccasser the 24th of October 173. From Maccasser the 24th of October 173— to be able to sit, and thus after the departure of the ship Leijendop had myself carried into my prahu in order to hasten to Bima, where I arrived on the 28th of the past month with much difficulty. I shall not fail, as soon as I am somewhat on the mend, as I find myself at present, not to miss a day in proceeding thither in order to execute the election of a new king according to the esteemed orders, and at the same time to settle the disputed piece of land lying between Dompo and Sangar. I hope by the end of this month to provide Your Right Honorable Worship with the necessary information. My illness has also been the cause that I could not get to speak to the King of Sumbauwa. In my previous humble letters of the 16th of May I informed Your Right Honorable Worship, according to rumors, that Sumbauwa's monarch is senseless. This is untrue; the same is in many respects given no free will by the grandees of the realm, and for that reason His Highness kept away from the realm for some time, and therefore they regarded him as out of his mind. His Highness has let me know that he will depart for Macasser to take the oath of allegiance according to duty. Regarding the deposed King of Tambora, the same resides here under the district of the Honorable Company, the slaves brought with him who belong to the realm, numbering 10 heads, having been handed over to Boemie Sonko to transport further to Tambora, the remainder of his personal retinue being left with him. Further to inform Your Right Honorable Worship that the King of Bima passed away on the 31st of August last from the smallpox. The Regent of the realm has communicated to me that according to the laws of the land, the election of a new king cannot be held earlier than 100 days after the corpse has been laid under the earth. Your Right Honorable Worship receives herewith two letters from the King of Salemparing, Goesti Waijantaga, one addressed to Their High Mightinesses and one to Your Right Honorable Worship, as well as two which the same sent to me, from which Your Right Honorable Worship, if you please, will be able to see that the same thereby requests that one hundred rixdollars in rupees, 8 pieces of stocks for blunderbusses, and 5 piculs of sulfur may be sent to him by a good opportunity, and also that he would gladly speak with me in person. If Your Right Honorable Worship pleases to send this to him, the humble undersigned can obtain no good vessel here, here to obtain H. 59 29 From Maccasser the 24th of October 1770— From Maccasser the 21st of October 173— to obtain, because none are to be had, for it is a bad waterway. As for the requested sulfur, I can indeed obtain it here on Dompo with the esteemed approval and approbation of Your Right Honorable Worship. For the rest, after having first commended Your Right Honorable Worship's precious person together with the Honorable Company's important interests to the solely secure protection of the Almighty, I have the honor to call myself with the most dutiful respect and veneration, subscribed: Right Honorable Worshipful Sir, lower: Your Right Honorable Worship's loyal, dutiful servant, was signed: A. Lecerf, in the margin: Sonna in the Honorable Company's fortress the 5th of September Anno 1773, underneath: Agrees, was signed: F. K. I. Voll, sworn clerk. After the receipt of Your Right Honorable Worship's much respected order by circular letters of the 5th of June concerning the Papuans and Cerammers, I have not failed successively to inquire further where and how close that predatory rabble approaches the Honorable Company's districts. Thus I have the honor to serve Your Right Honorable Worship herewith in all respect that according to a report from the Chinese Gou-to Eko residing here, on his return journey from the Mangarij at Tana Malala, an Right Honorable Worshipful Sir! To the Right Honorable Worshipful Sir Paulus Dodofredus van der Zoort, Governor and Director of this Coast of Celebes, island from 6141 From Maccasser the 24th of October 1773— From Macasser the 24th of October Anno 171 island belonging under Saleijer, where he was informed by the Boneratters who have settled on the said island for some years that in the month of October anno passato Cerammers were present with four, and now recently, during the voyage hither of the clerk Hendrik Jansz Voll, it was likewise learned with ten korakoras, which, after having sacrificed there in their manner for some days, are said to have departed for Bali for the purchase of rice. But, Right Honorable Worshipful Sir, the appearance of the last-mentioned seems somewhat too early to me; I therefore presume that this number could possibly be the adherents of the fleet that is said to have made an invasion on some islands belonging under Boutong, the more so as I am further assured by a merchant of Tooboenko that some of those vessels are still roaming not far from Boutong, having with them two heavy gontings with Mandarese. This being true, it may happen that they wait for the little fleet from Bali, And since for the present having nothing worthy of Your Right Honorable Worship's attention to add here, I shorten this, and after commending Your Right Honorable Worship to Jehovah's precious protection, and when they are provided with provisions, still have evil intentions to raid some places unexpectedly, and subsequently at the beginning of the west monsoon to take to their heels toward their domicile. Therefore, subject to Your Right Honorable Worship's favorable interpretation, I ordered the Bonto Bango to remain here, being nearest to the fortress, to be able to reinforce it in time of need, as well as the regents of Bavang, Barang, Tanette—the first-mentioned at the outermost point in the south and the latter in the north—together with those of Gantarang on the east side of this island, each to guard their residences. Herewith go the remaining regents, except Batang Mata and Boekit, who, because of indisposition, come to request Your Right Honorable Worship's pardon. wait for commended

Dutch transcription

347 37. Van Maccasser den 24. October 173. Van Maccasser Den 24: Octobr 173 — te kunnen zitten en dus na het vertrek van 't schip Leijendop in mijn praauw heb laaten draagen om na bima te spoeden gelijk op den 28. der voorleede maand met veelsukkelen ben g'arriveerd yk zal niet mankeeren so dra iets aan de beeter hand gelijk ik thans mij bevind, geen dag verzuijmen sal na derwaarts te begeeven om met het verkiesing van een Nieuwe koning volgens g'Eerde aan„ schrijvens werk stellig te maaken te gelijk af te doen het inquesti leggende stuk land tusschen Dompo en sangar Jk hoope met t laast van dese maand uwel Edele Agtb: Heer van de noodige kennisse te geven mijne ziekte is ook oorsaak geweest dat ik den koning van sumbauwa niet heeft kunnen te spreeken kreijgen, in mijn voorige needrige letteren van den 16. meij heb ik uwel Edele Agtb: volgens gerugten bedeelt dat sumbauwas vorst Limeloos is zulks is onwaar den selven werd door de rykes grooten in veelen opsigten geen wille gelaaten en door die reeden heeft zijn hoogheid voor Eenige tijd van 't rijk onthouden en en daarom hebbense hen buiten verstand aangemerkt zijn hoogheid heeft mijn weeten laaten dat hij na Macassen sal vertrekken om volgens peligt den Eed van trouwe afte leggen, Aangaande den afgesetten koning van Tambora denselven woont alhier onder het district van dE: Comp: zijnde de door hem meede ge„ „bragte slaaven die tot het rijk behoorende ten getalle van 10: koppen aan boemie sonko ter hand gesteld om verder na Tambora over te transporteeren het voorige van sijn lijff vlk bij hem gelaaten. wijders uwel Edele achtb: bekend te maaken dat den koning van bima op den 31. aug„s J:l: aan de kinder pokjes is koomen te overleeden, den Rijksbestierder heeft mij gecommuniceerd dat tot het verkiesen van een nieuwen koning volgens slands wetten niet eerder kunne gedaan worden als 10o daegen na dat 't lijk onder aarde gelegd is. uwel Edele Achtb: bekomd hier nevens twee brieven van den koning van salemparing goesti waijantaga als een aan haar hoog Edelheedens en Een aan uwel Edele agtb: gerigt als meede twee het geen den selven aan mijn heeft toegesonden waar uit uwel Ed: Agtb: des gelievende sal kunne zien dat deselven daar bij komt te versoeken om een honderd rd„s aan ropijen 8 p„s laade houten voor donderbusschen en 5: pikels swavel met eentegoede ge„ leegendheid hem mag werden toegesonden teffens dat hij gaarne met mijn in persoon wilde spreeken so uwel Ed: agtb: den nedrigen tee„ „kenaar dit hem gelieft te stuuren do kan alhier geen goed vaantuig alhier krijgen H. 59 29 van Maccasser den 24. October 1770 — Van Maccasser den 21 October 173 — krijgen, dewijl geen te krijgen zijn want is Een slegt vaarwaeter wat het versogte swaavel aangaat kan ik hier op dompo wel krijgen met g'eerde goedkeuring en approbatie van uwel Edele Agtbaere. voor 't overige hebbe de Eere mij na alvoorens uwel Ed: Agtb: dier baare persoon nevens sComp: wigtige belangen in den alleen vijlige hoede des aller hoogsten te hebben aanbevoolen met de verschuldigsten Eerbied en veneratie te noemen /onderst:/ wel Edele agtbaere heer /:lager/ uwel Ed:e Agtb: trouw schul„ „dige dienaar /:was geteekent:/ A: Lecer f/in margine:/ Sonna in 'sComp: vetting den 5. september Ao 1773. /:onderstond:/ Accordeert /:was geteekend:/ F: k I: voll gesw: Clrcq Na den ontfangst van uw wel Edele Agtb: veel gerespecteerde ordre bij circulaire letteren van den 5. Junij omtrent de papoerees en cerammers heb ik niet gemanqueert suc„ „cessive verders g'informeert waar en hoe na zig dat roofgespuijs op sComp: districten komt te naderen so heb ik de Eer uw wel Edele agtb: bij dese in alle Eerbied te diene dat volgens berigt van den alhier woonagtigen chinees gou=to Eko met zijn te rug rhijse van de mangarij op Tana malala, een Wel Edele Agtbaren Heere! Aan Den wel Edele Agtbaren Heer Paulus Dodofredus van der Zoort Gouverneur en Directeur deser custe Celebes, eijland Van 6141 Van Maccasser Den 24. October 1773 — Van Macasser Den 24. October A„o 171 eijland onder Saleijer gehoorende alwaar hij van de Bonerat„ ders dewelke op gem: eijland sedert eenige Jaaren ter woon begeeven soude verwittig sijn dat in de maand october anno passato cerammers met vier en nu Jongst met de herwaarts rhijse van den schriba Hendrik Jansz voll almede vernome met thien Corcor aan„ geweest die na Eenige dagen op haare wijse, aldaar g'offert hebben na balij ter inkoop van rijst soude vertrokke zijn dog wel Edele Agtb: heer de verschijning van laast gem: mij wat te vroeg voorkome presumeere dierhalve dat mogelijk dese getal de aanhang van de vloot die op eenige eijlanden onder boutong gehoorende een invasie soude hebbe gedaan te meer dewijl ik nader door een handelaar van Tooboenko versekert ben dat nog Eenige van die vaar„ tuigen met verre van boetong afgelege nog legge te swerven bij sig hebbende twee swaere gontings met mandareesen sulks waar sijnde kan het gebeuren datze de vlootje van Balij En nademaal voor thans hier niets uw wel Edele agtb: attentie waardig bij te voegen hebbende dese bekorte en na uw wel Ed: agtb: in Jehovas dierbare hoede afwagte en wanneerse van mondbehoeftens voorsien zijn nog quade voorneemens hebbe om eenige plaatsen onverwagts te overvallen en vervolgens in 't begin van de west mousson de spat tesetten na haar woonplaats dierhalve onder uw wel Edele agtb: gunstig, welduiding de bonto bango g'ordonneert alhier te blijven als de naaste aan de vesting sijnde in tijd nood het selve te kunne seceudeeren gelijk ook de regenten van bavang barang tanette eerstgem: aan de uitterste hoek aan de zuijd en de laaste aan de noord mitsgaders die van gantarang aan de oostkant deser eijland ieder hunne residentien te bewaaken, gaande hier nevens de overige regenten Excepto batang mata en boekit die omits indispositie uw wel Edele agtb: pardon kome te versoeken, afwagte bevolen

NL-HaNA_1.04.02_3389_0726 view scan ↗

English

Folio 42 From Macasser, 24 October 1753 having commended myself and wished you all prosperity with continual health, I subscribe myself with deeply owed respect, Right Honourable Sir, Your Honour's humble and obedient servant, was signed: Ian Hendrik Voll Junior in the margin: Saleijer, 30 September Anno 1753. below was written: Agrees with original, was signed: F. J. Voll, Sworn Clerk. Right Honourable Sir, To the Right Honourable Sir Paulus Godofredus van der Voort, Governor and Director of this Coast of Celebes. In the hope that my humble letter dispatched to Your Honour on 5 November of the previous year has reached its proper destination, this serves to respectfully inform Your Honour that I went to Tambora in order to attend the appointment of a new king, as on 21 November of the past month, in a combined meeting, the deceased king's son named Bone was chosen as king, currently having reached the age of 10 years, and during his minority the family was appointed as regent... To Kiewie No. 155 From Macasser, 24 October 1753 ...Kiewie, all this subject to the desired approval of Your Honour, as the resolution of that date, which is respectfully sent herewith, will demonstrate, to which the humble signatory respectfully refers, with the said king and Regent due to depart for the Coast at the end of this month. Furthermore, having the honour to report to Your Honour that on the 2nd of the previous month a young son of the deceased king of Bima named Danig Matara, and on the 10th following, the crown prince Jene Teeke, both passed away from smallpox, with one still living named Boemie Partiega, who is now next in line to the crown. The smallpox rages so fiercely on this opposite coast that thousands of people, both old and children, have already descended into the grave, and in the land of Pekat well over half of the kingdom has died out. And because of this, the humble signatory has not been able to settle the piece of land in question between Dompo and Sangar, which, like the other kingdoms, are both still in rest and peace. I shall not fail, as soon as it is possible, to go to Dompo to put an end to the matter; subsequently to proceed to Sumbauwa to urge the king once again to depart for Macasser to swear to the contracts. Further, I received from there, or from Taluwang, a letter from the prince residing there, Craeng Biladje, wherein he undertakes to take the wanderer Tjalla Bankoeloe into secure custody whenever he might arrive there again, provided that a proof bearing a Company's stamp may be delivered to him, to serve as a token of the Company's authority, and under which it is handed to him to execute this. The humble signatory humbly requests Your Honour the favour to that end... and Folio 115 From Macasser, 24 October 1753 ...Kiewie, all this subject to the desired approval of Your Honour, as the resolution of that date, which is respectfully sent herewith, will demonstrate, to which the humble signatory respectfully refers, with the said king and Regent due to depart for the Coast at the end of this month. Furthermore, having the honour to report to Your Honour that on the 2nd of the previous month a young son of the deceased king of Bima named Danig Matara, and on the 10th following, the crown prince Jene Teeke, both passed away from smallpox, with one still living named Boemie Partiega, who is now next in line to the crown. The smallpox rages so fiercely on this opposite coast that thousands of people, both old and children, have already descended into the grave, and in the land of Pekat well over half of the kingdom has died out. And because of this, the humble signatory has not been able to settle the piece of land in question between Dompo and Sangar, which, like the other kingdoms, are both still in rest and peace. I shall not fail, as soon as it is possible, to go to Dompo to put an end to the matter; subsequently to proceed to Sumbauwa to urge the king once again to depart for Macasser to swear to the contracts. Further, I received from there, or from Taluwang, a letter from the prince residing there, Craeng Biladje, wherein he undertakes to take the wanderer Tjalla Bankoeloe into secure custody whenever he might arrive there again, provided that a proof bearing a Company's stamp may be delivered to him, to serve as a token of the Company's authority, and under which it is handed to him to execute this. The humble signatory humbly requests Your Honour the favour to that end... and

Dutch transcription

l 42 Van Macasser Den 24. October 173— Van Macasser Den 24. October 173 bevoolen en alle voorspoed onder een geduurige gesondheijd toegewenscht te hebben mij met diep verschuldigde Eerbied onoeme /:onderstond:/ wel Edele Agtbaren Heere /:lager:/ uw wel Edele onderdanige en gehoorsame Dienaar /:was geteekent:/ Ian Hendrik voll Junior /:in margine:/ Saleijer Den 30. September Ao 173. /:onderstond:/ Accordeert /:was geteekend:/ F: J:n voll gesw: Clercq. In hoope dat mijne aan uwel Edele Agtb: gedepecheerde needrige letteren van den 5: 9ber J:o E: eene rigtige bestelling sal Erlang hebben so dient deese om uwel Edele agtb: in Eerbied ter kennisse te brengen dat ik op Tambora heb begeeven ten eijnde met de aanstelling van Een nieuwe koning bij te woonen so als op den 21 9ber: des gepasseerde maand in Een gecom„ bineerde vergadering tot koning is verkooren des over„ „ledens konings zoon genaamd Bone, thans den ouder„ dom van 10 Jaaren bereijkt en geduurende desselfs minder Jaerigheijd tot regent aangesteld den fenilie Wel Edele Agtbare Heer! Aan den wel Edele Agtbaere Heer Paulus Sodofredus van der voort Gouverneur en Directeur deser Custe Celebes. Aan Kiewie No. 155 Van Maccasser den 24. october 1773 — Van Maccasser Den 24. October 1753 kiewie dit alles op de geerde goedkeuring van uwel Edele agtb: gelijk de resolutie van dien datum bij deesen in eerbied werd overgesonden sal consteeren waar aan den nedrigen teekenaer tig revereren, staande gem: koning en Regent met 't uijt eijnde deeser maand na Costij te vertrekken voorts de eer hebbende uwel Edele agtb: te berigten dat op den 2 der voorleeden maand Een zoontje van den overleeden koning van Bima gen:d danig Matara en op den 10 daar aan den kroonprins Jene Teeke beijde aan de kinder pokjes zijn komen te overleeden zijnde nog een in't leeven gen:t Boemie partiega die thans de naaste is tot de kroon de pokken grasseert op deese overwalsche Cust bo sterk dat er duijsenden van menschen so wel oude als kinderen al ten graeve zijn gedaalt en op 't land van. Pehat zijn ruijm de helft van t koningrijk uitgetoen„ „ven en door deese is de oorsaak dat den nedrigen teekenaar niet heeft kunne afdoen 't inquestie leggende stuk land tusschen dompo en sangar welke beijde als andere koningrijken thans able nog in rust en vreede zijn jk sal niet mankeeren soo dra moge„ lijk zal zijn ona dompo te begeeven om van de zaak een eijnde te maaken; vervolgens mij na sumbauwa te zullen begeeven om den koning als onog aan te spooren van na macasser. te laaten vertrecken om de contractte besweeren, wijders heb ik van daar off van taluwang Een brief ontfangen van den aldaar zijnde prins Craeeng biladje, waar bij denselven aanneamd om den Swerver Tjalla bankoeloe wanneer denselven aldaar weeder mogte aankomen hem in goede verzeeke„ „ring te willen neemen mits dat hem Een bewijs op een Comp: Chap mag werden terhand gesteld, om te kunnen strekken tot een teeken van sComp: magt en onder dat hem in handen is gegeeven om sulks ter uitvoer te brengen den needrigen teekenaar ver„ zoek uw wel Ed agtb oetmoedig de gunst ten eijnde niet Een Fo. 115 Van Maccasser den 24. october 1773 — Van Maccasser Den 24 October 173 kiewie dit alles op de geerde goedkeuring van uwel Edele agtb: gelijk de resolutie van dien datum bij deesen in eerbied werd overgesonden sal consteeren waar aan den nedrigen teekenaer tig revereren, staande gem: koning en Regent met 't uijt eijnde deeser maand na Costij te vertrekken voorts de eer hebbende uwel Edele agtb: te berigten dat op den der voorleeden maand Een zoontje van den overleeden koning van Bima gen:d danig Matara en op den 10 daar aan den kroonprins Jene Teeke beijde aan de kinder pokjes zijn komen te overleeden zijnde nog een in't leeven gen:t Boemie partiega die thans de naaste is tot de kroon de pokken grasseert op deese overwalsche Cust so sterk dat er duijsenden van menschen so wel oude als kinderen al ten graeve zijn gedaalt en op 't land van. Pehat zijn ruijm de helft van 't koningwijk utgeto„ oven en door deese is de oorsaak dat den nedrigen teekenaar niet heeft kunne afdoen 't inquestie leggende stuk land tusschen dompo en sangar welke beijde als andere koningrijken thans alle nog in rust en vreede zijn jk sal niet mankeeren soo dra moge„ lijk zal zijn na dompo te begeeven om van de zaak een eijnde te maaken; vervolgens mij na sumbauwa te zullen begeeven om den koning als onog aan te spooren van na macasser te laaten vertrecken om de contract te besweeren, wijders heb ik van daar off van taluwang Een brief ontfangen van den aldaar zijnde prins Craeing biladje, waar bij denselven aanneemd om den swerver Tjalla bankoeloe wanneer denselven aldaar weeder mogte aankomen hem in goede verzeeke„ „ring te willen neemen mits dat hem Een bewijs op een Comp: Chap mag werden terhand gesteld, om te kunnen strekken tot een teeken van sComp: magt en onder dat hem in handen is gegeeven om sulks ter uitvoer te brengen den needrigen teekenaar ver„ zoek uw wel Ed agtb oetmoedig de gunt ten eijnde niet En

NL-HaNA_1.04.02_3389_0729 view scan ↗

English

From Maccasser the 24th of October 1773 From Maccasser the 21st of October 1773 to make an excursion for 8 to 10 days to Macasser, to be permitted to cross over. For the rest, after having first commended your Right Honourable precious person to the only safe keeping of the Almighty, I have the honour to remain, with due respect and veneration, beneath which stood: Right Honourable Sir; lower down: Your Right Honourable's dutiful servant; was signed: A. Lecerff; in the margin: Bima in the Company's fortress, on the 5th of October in the year 1773; beneath which stood: Agrees; was signed: I. Doll, sworn clerk. Ditto On Friday the 24th of September 1773 in the afternoon at four o'clock, present the express deputies from: Bima: Boemie Lankoeroe Dompo: Boemie Lakatouw and Jenelie Lea Sangar: Boemie Kadouw and Nakama Pekat: The Shahbandar Abdul Kadir and Jena Sigotji After the said deputies and the future King of Tambora, together with his grandees of the realm, had taken their seats, the Ensign Commandant Alexander Lecerff made known that he had requested their presence here expressly by order of the Right Honourable Lord Governor and Council at Macasser, having convened this meeting in order to ask them whether they, the grandees of the realm collectively, were inclined to declare the son of the deceased King, nominated by them and named Bone, who has now reached the age of ten, to be their King. To which they answered yes. Furthermore, His Honour asked the grandees of the realm who were present collectively whether there was any legitimate or nearer claimant to ascend the throne, whereupon they answered all together, each in particular, that the aforementioned Bone was the nearest and most legitimate, and that no other was entitled to wear the crown. Whereupon the said Ensign Commandant then asked them whether they collectively requested and freely agreed upon the election of the aforementioned King, and were consequently prepared to accept, respect, and obey him as their legitimate King, and to entrust the supervision, or regency, during his minority to Jenelie Kieure, all this subject to the prior approval and ratification of the Right Honourable Lord Governor and Council at Macasser; to which they likewise answered with a general yes. Whereafter His Honour subsequently administered the oath of allegiance to the young King, and then the other grandees present swore, by drawing their krisses according to the custom of the country, to show perpetual fidelity and assistance both to their King and to the Company. Lastly, the regalia and whatever pertained thereto were delivered into the hands of the King. Beneath which stood: Thus done on the island of Tambora, date as above; was signed: Lecerff; beneath which stood: Agrees; was signed: I. I. Volt, sworn clerk. I have the honour to inform your Right Honourable that on the eleventh of this month I arrived back here, nothing of any importance having occurred in my absence. The messenger of mine who was sent with Lomo Siang from Macasser to Pankajene by your Right Honourable, being the bearer of this, Daeng Mandjareki, has returned back here again; he will be able to give your Right Honourable, in good Malay, a better report of the commission he executed with the former Punggawa Latiasie than I might be able to do by writing too much or too little. I therefore respectfully refer to that which this messenger will report to your Right Honourable, as he is a man who can be relied upon, being the oldest and most capable messenger I have. He would have left the day before yesterday. Right Honourable Sir! To the Right Honourable Lord Paulus Godofredus Van der Voort, Governor and Director of this Celebes, etc., etc., etc. To

Dutch transcription

te Van Maccasser den 24. october 1773 — Van Maccasser Den 21 October 173 een springtogt te doen voor 8. a 10. daagen na macasser te mogen overgaan voor 't overige hebbe de Eert mij na alvoorens uwel Edele agtb: dierbaere persoon in de alleen veijlige hoede des aller hoogsten te hebben aan bevoolen met de ver„ schuldigden Eerbied en veneratie te oncemen /:onderstond:/ wel Edele agtbaere heer /:lager:/ uwel Ed: agtb: trouwschuldige dienaar /: was geteekend:/ A: Eecer ff /:in margine:/ bima in sComp: vesting adij 5. october Ao 173. . /:onderstopd:/ Accordeert /:was geteekent:/ I: Doll getw: clercq: Do Op Drijdag Den 24. September 1773. 's agtermiddag, ten vier uuren present de Expresse gecommitteerene vamn Dima Boemie Lankoeroe Dompo Boemie Lakatouw en Jenelie Lea Sangar Boemie Kadouw en Nakama Pekial Den Cabandhaar Abitul cadiven Jena Sigotj. s Nagenomene zitplaats van voormelde gecommitteerdens en den aanstaande koning van tambora nevens desself rijksgrooten gaf den vaandrig Commandant Alex ander Lecerp te kennen zig naar herwaarts versogt wel expresselijk op ordre van den wel Edelen agtbaren heer gouverneur en raad te macasser alhier dese vergadering belegt ten eijnde hun lieden af te vraagen of ze geza„ „mentlijk rijksgrooten genegen zijnde de door haar lieden voor„ gedragene zoon van den overleeden koning genaamd bone thans den ouderdom van thien bereijkt tot hunne koning te verklaaren waar op zij lieden van Ja berantwoorden. wijders zijn E: aan de gezamentlijk present zijnde rijksgrooten gevraagt off geen wettigen of nadere ware den troon te beklummen so antwoorden ze te zaamen Een ieder in 't bijsonder dat voormelde bone de naaste en wettigste en geen andere was aekaoon te dragen waar ƒ beg: 119 Van Macasser den 24. October 1773 Van Macasser den 24. october 173 Dar op gemele mandrig comntent verolgen an un leden oag of ze gezamentlijk verzogten en ongedwongen in de verkiesing van voorm: koning over den steenden oversulks bereijt waeren denselven voor hunnen wettigen koning aan te neemen te respecteeren en te gehoorzaamen en geduurenden desselfs minder jaarigheijd het toezigt oftot regent opgedragen aan Jenelie kieure dit alle op Eerde goedkeuningen approbatie van den wel Edelen agtbaren heer gouverneur en raad tot macasser t welk insgelijks met Een algemeene a vierden beant„ woorden. waar na vervolgens zijn E van den Jonge koning den Eede van trouw declareerde en vervolgens swooren de zijverdere aanwee„ sende grooten met het uittrecken hunner kritsen ona slands wijse soo wel aan hunnen koning als dE Comp: geduurige trouw en bij stand te bewijsen laastelijk zijn de rijks ornamenten en wat 't geen daar aan behoorde aanden koning ter hand gesteld /:onderstond/ aldus gedaan op 't ijland van tambora dato voorsz. /:was getekend/: Lercerff /:onderstond:/ accordeert twas geteekend:/ I: I: volt gesm: Clercq. Hebbe de eer uw wel Edele agtbare te communiceeren dat op den Elfde deeser weder hier g'arriveert ben zijnde niets van eenig aan„ belang in mijn absentie voorgevallen den met lommo siang van macasser naar Pankajene door uw wel Edele agtb gesonden sendeling van mijn zijnde den brenger deeses dani mandjareki is weederom terug geretourneerd die uw wel Edele agtb in goed maleijds beeter rapport van sijn verrigte commissie bij den geweesene Pongauwa Latiasie sal kunnen doen, dan ik somtijds door te veel of weijnig schrijven in staat soude zijn ik refereere mij dierhalven Eerbiedig aan t geene hij sendeling aan uw wel Edele agtb: sal komen te rapporteeren alsoo den selven een man is daar staat op kan gemaakt werden zijnde de oudste en bekaamste sendeling die ik hebbe hij souw eergisteren Del Edelen Agtbaaren Heere! Aan den wel Edelen Agtbaren Heere Paulus Godofredus Van der Voort, Gouverneur en directeur deser celebes h: h: H: Aan al

NL-HaNA_1.04.02_3389_0731 view scan ↗

English

N 4 4 From Macasser the 24th of October 173 — From Macasser the 24 October 173— have departed from here, but a piece begun by the Bonians has compelled me to detain him here this long, consisting in this: that the Bonian and Matoa of Data claims 50 fields in the negorij Data and 66 ditto in the negorij Kalli Halli from Lommo Maros, just as the androenggoeroe Taleenko also wants to seize by force 50 fields from Jntje Timor on Banta Banthain, the former pretending this to be the order of the Makadangtana and Tomilalang, and the second from Datoe Baringang. The first day after my arrival I had already heard that the Bonians had marked off the aforementioned fields with sticks and bamboos, with the threat that if anyone other than them dared to plow these fields, they would murder whoever did it. Yesterday and today I held a meeting with the five chiefs and their subjects about this, in order to inquire into the origin of these fields, whereupon the oldest and most experienced among them gave me as answer that they and their ancestors had held those fields for as long as anyone could remember; for, they said, when we were under the Macassars, they were our fields; coming from the Macassars under the Bonians, they also remained ours; and since we have come under the Honorable Company, who won this entire land, there has also never been anyone who claimed them; and if our fields were given over again to the Bonians, then we would be compelled, if we would not perish of hunger with wife and children, to become subjects to the Bonians again, which we pray God may prevent. We request, yea supplicate the Honorable Right Respectable Lord Governor most humbly to be pleased to speak with the King of Bonij about this, so that we may know as soon as possible how we are to conduct ourselves, in order to prevent all misfortunes that might arise from this. Just as I am busy writing this, the Soelewattang of Cranig Mandelje also comes here with complaints about the evil intentions of Arou Pantjana and his people, whom I take the liberty to direct straight to your Honorable Right Respectable, together with Dain Mandjarekie, in order to also be heard orally in person. But I also at the same time humbly request that my messenger may not be detained by the Chief Interpreter or anyone else besides your Honorable Right Respectable, but that he may return again as soon as possible, as I need him here to the highest degree. Remaining where 7. 293 From Macasser the 24th of October 1773 — From Macasser the 24 October 173. wherewith, after having commended your Honorable Right Respectable and the Company's precious interests to God's holy keeping, I take the liberty with all respect to call myself dutifully, was written below: Honorable Right Respectable Lord, lower: your Honorable Right Respectable's humble and faithful servant, was signed: M. van Rotsum, in the margin: Maros in the Company's fortress Valkenburg, mid-October 1773, was written below: Agrees, was signed: F. S. Voll, sworn clerk. To In respectful reply to your Honorable Right Respectable's most highly respected letter of the 17th of this month, which I had the honor to receive yesterday evening around half past six o'clock by the Company's messenger Patjelang, it serves that immediately upon receipt I had the five chiefs summoned to the post, of whom this morning Lommo Maros and Cram Tandralili appeared; for Simbang, Bontoa, and Tankoeroe, through indisposition of those three, their Soelewattangs appeared. After they had sat for a little while in the Baroega in front of the post, I had Honorable Right Respectable Lord To the Honorable Right Respectable Lord Paulus Godofredus van der Voort Governor and Director of this Celebes, His Most Noble Honor the Fg5 From Macasser the 24 October 173.— From Macasser the 24. October in the Year 173 — the interpreter inform them that a Company's letter had arrived from Macasser, alongside a messenger from your Honorable Right Respectable and one from His Highness of Bonij, in order to hand over again to the Company's subjects the one hundred and ninety-seven claimed paddy fields; whereupon, around 9 o'clock, the persons to be named below, as well on the part of the Company as of the Bonians, went to the negorijen Data, Kalle Kalli, and Banta Bantai, to inspect the fields marked off there with sticks and bamboos, and after proper investigation to hand them over to the rightful owners and remove those markers; which they then also, upon returning in the afternoon at one o'clock, reported to have done, the persons who went there being the following, namely: The Company's messenger called Paatjelang Pooto The Bonian messenger of the King, named Noeroe or Soeroe Parangie The Bonian messenger of Jenang Marid, named Tokallang The Bonian Latto for Androenggoeroe Talinko, who they say is at Maccasser The Bonian and Matoa Data The Lommo of Maros Cram Tandralilie The Native Interpreter Carre Maring The Maros messenger Dani Mandjareekie Dain Maga, Dain Masse, and Carre Toelolo The fields of Jntje Timor have indeed been claimed several times by the Bonians, but never obtained by them, as that old man can demonstrate that for over fifty years they belonged first to his father, named Jntje Tennga, and after his death to him; and the fields of the subjects of Lommo Maros were also falsely sought long years ago by the Bonians, but they have never been able to obtain them. The last time that disputes had supposedly occurred and were settled concerning the fields of Lommo Maros, his subjects, and the Bonians, was according to their best recollection in the time of the Chief Interpreter Willem Muller, having sat in the meeting at that time: The Tomilalang of Bonij Arou Tjoempiga the The E

Dutch transcription

N 4 4 Van Macasser den 24. October 173 — Van Macasser Den 24 October 173— alhier van daan sijn vertrokken maar een stukje door de Boniens n der begonnen heeft mij genoodsaakt hem dus lange hier op te houden bestaande hier in dat den bonier en Matoa van daata 50: velden op de negorij daata en 66 dito op de negorij kalli halli van Commo maros pretendeert gelijk ook den andvongoeroe taleenko 50 velden van Jntje timor op banta banthain met geweld wil afneemen voorgeevende den eerste sulx ordre te zijn van den makadangtana en tomilalang en den tweede van datoe baringang den eerste dag na mijne aankomst had ik al gehoord dat de bomers de voorn: velden met stokjes en bamboesen hadden afgeteekend met bedrijging soo er iemand buiten haar deese velden aorst beploegen sij hem soude vermoorden die het deet gisteren en heeden hebbe ik verga„ dering met de vijff hoofden en hunne onderdaanen daarover gehouden om na den oorspronk deeser velden waar van de oudste en ervarentste onder hunlieden mij ten antwoord „gaven dat sij en hunne voor ouders die velden soo lange al hadden gehad als het iemand konde heugen; want seijden zij toen wij onder de macassaren stonden waaren het onse velden van de macatsaaren onder de boniers komende bleevens ok de onse ent seedert wij onder de E Comp: zijn gekomen die dit gantsche land gewonnen heeft is er ook nooijt ie„ „mand geweest die ze gepretendeert heeft en zo onse velden we„ derom aan de bonieas wierden overgegeeven dan soude wij genootsaakt zijn wielden w van geen honger met vrouw en kinderen vergaan om de boniers weder onderdanig te werden dat wij bidden dat god verhoeden wil wij versoeken Jasmeeken den wel Edelen agtb heer gouverneur op t aller nedrigtte om met den koning van bonij daar over te willen spaeken op dat wij ten spoedigstemogen weeten hoe wij ons te gedragen hebben tot voorkoming van alle ongelukken die hier uit soude kunnen ont„ staan zoo even dat ik deese bedig ben te schrijven komt de soelewattang van cranig mandelje almeede hier met klagten over de quaade gedventens van arou Pantjana en zijn volk die ik aan de vrijheijd neeme om oneevens dain mandjarekie direct aan uw wel Edele agtb: te adresseeren om almeede mondelings in persoon te kunnen hooren dog ik versoek ook teffens needrigs dat mijn sendeling niet door den oppertolk of iemand anders buiten uw wel Ed: agtb: mag werden opgehouden maar dat denselve ten spoedigste wederom terug mag komen also ik hem ten hoogste hier nodig heb bleevende waar 7. 293 Van Macasser den 24:. October 1773 — Van Macasser Den 24 october 173. waar meede, naar uw wel Edele agtb: en sComp: dier baare be„ langens in godes heijlige hoede te hebben aan bevoolen devrijheijd neeme mij met alle eerbied pligtschuldig te noemen /:onderstond:/ wel Edele agtbaren heere /:lager:/ uw wel Edele agtb: onder„ ootmoedigen en trouwschuldigden dienaar /:was geteekend:/ M van Rotsum /inmargine /mnaros in sComp vesting val„ keimburg medio october 1773 /:onderstond:/ Accordeert /:was geteekend:/ F: S: voll gesw: Clercq: Aen Tot eerbiedig antwoord op uw wel Edele agtb: hoogst geres„ pecteerde lettere van den 17. deeser die ik gifter avond omtrend half des uurecte dere gehad hebbe per den comp: zendeling Pat„ jelang te ontfangen dient dat ik al ten eersten op den ontfangst devijf hoofden aan de post heb laaten roepen waar van heeden morgen lommo maros en Cram tandralili zijn verscheenen voor simbang bontoa en tankoeroe waaren door indispositie van die drie hunne soellewattangs na dat in de Baroega voor de post een weijnig geseeten waaren liet ik hunlieden door Wel Edelen Agtbaaren Deere Aan den wel Edelen Agtbaaren heere Paulus Sodofredus van der voort Gouverneur en Directeur deeser celebes H: E: H: den Fg5 Van Macasser den 24 October 173.— Van Macasser den 24. October A„o 173 — den tolk te kennen geven dat er een Comp: brief van macasser was gekomen nevens een sendeling van uw wel Ed:e agtb en een van zijn hoogheijd van bonij om de hondert seven ent negentig stux gepretendeerde padij velden aan sComp: onderdaanen wederom over te geeven gelijk dan ook omtrent 9 uuren de onder te noemene persoonen. soo van s Comp: als bonisch weegen naar de negorijen Data kalle kalli en banta bantai zijn gegaan om de aldaar met stokjes en bamboesen afgesette velden te besigtigen en na goed ondersoek aan de regte eijgenaars over te geeven en die teekens weg te neemen gelijk sij dan ook bij te rug komste des nnamiddags om een uur rapporteerde gedaan te hebben de persoonen die er na toe benne geweest zijnde vol„ „gende als Den comp:s sendeling Paatjelang Pooto genaamt Den bonissendeling des koning genaamt Noeroe of soeroe Parangie Den bonis sendeling van Jenang marid Tokallang genaamt. Den bonier latto voor aan drongoeroe Talinko die z seggen dat op maccasser is Den Bonier en Matoa Data Den lommo van Maros Cram Tandralilie Den Jnlands Tolk Carre Maring Den marosse sendeling dani mandjareekie Dain Maga dain masse en Carre Toelolo de velden van Jntje Timor zijn wel diverse maalen door de boniers getogt dog nooijt door hun verkreegen alsoo dien ouden man kan aantoonen dat ze al over de vijftig Jaaren eerst zijn vader Jntje Tennga genaamt en na dies doodhem zijn toebehoorende geweest en de velden der onderdaanen van lommo omaros zijn voor lange Jaaren geleeden ook wel eens ten onregten door de boniers gesogt dog nooijt hebbenze die kunnen ver„ „krijgen D' laaste reijs dat er over de velden van lommo Maros zijne onderdaanen en de boniers disputen soude zijn voorgevallen en afgemaakt is na hun beste ont„ houdenisse ten tijde van den oppertolk willem Muller geweest hebbende doen ter tijd in de vergadering geseeten. Den tomilalang van bonij arou Tjoempiga den Den E

NL-HaNA_1.04.02_3389_0734 view scan ↗

English

From Makassar, 24 October 1773. The sulewatang of Boni, Aru Mabiring; the gallarrang of Pontoalacq, Sura Soga; the jennang of Maros, Tomalatia; the androngguru Todjing; the [illegible] Tomanarai; Aru Umpie and Suro Towalla; after which time no claim has ever been made by the Boniers on those fields until now once again, and that as unreasonable as it is unjust. For could those sly foxes demonstrate with justice or any foundation that those fields belonged to them or had ever belonged to them, I hold myself assured that my two predecessors, Swellengrebel and Stigt of blessed memory, during so long a time, and I now also for near six years, would not have remained unmolested. But it is the custom of the Boniers to stir up something every now and then; if it succeeds for them, it is profit, and if it does not succeed for them, they lose nothing by it. Indeed, this daring with which these people refine upon me— The emissaries are now both returning, having been explicitly ordered by the King's emissary in His Majesty's name to the Boniers to make or seek not the least molestation, much less any claim, outside His Highness's knowledge or foreknowledge. If this is obeyed and observed, it will be a desirable matter to prevent misfortunes or other difficulties, just as it is also to be hoped and wished that Aru Pantjana will be willing to listen to his mother, the Queen of Tanette; yet I fear it considerably, as it would not be the first time they, when it suits them, mockingly say so publicly and boast of it. 79. 599 From Makassar, 24 October 1773. Valiant, pious, discreet. Dutifully calling the respect, respect, and high esteem, stood below: Honorable, worshipful sir; lower: Your Honorable worship's humble and faithful servant; was signed: M. van Rossum. In the margin: Maros, in the Company's fortress Valkenburg, 19 October 1773. Stood below: Agrees; was signed: [illegible], sworn clerk. Your writing of the 5th having duly reached me on the 13th of this month, it serves in reply that, since you, prevented by illness, have not yet been able to proceed to Tambora to attend the election of a new king, I nevertheless—in view of your notable improvement at the departure of your letter—expect that this has already taken place since, or otherwise will take place as soon as possible, and that at the same time the dispute between those of Dompo and Sanggar will be finally settled, in which I now find not the least difficulty any longer, because the King of Bima, who stirred therein more than too much, has passed away. In his place, To the Ensign Alexander Lecerff, Commandant there. then also as soon as possible another will provisionally and subject to the approval both of the Makassar ministry and of their High Right Excellencies have to be elected and nominated. Whereunto you will therefore have to urge the assembled grandees of the realm with all earnestness, as well as—when the election shall have been completed—to bring the chosen prince with some of his people, just like those of Tambora, hither for the swearing of the contracts. Which I hope that the King of Sumbawa, according to his words, will likewise do in this late autumn or early next spring; who may, however, be reminded of the same. It being meanwhile agreeable to me that the former report, as if that prince were insane, has been found to be beside the truth, which flatters me that once he shall have been confirmed by the Company, matters between him and his grandees will arrange themselves much better than before. Taking the communication regarding the former King of Tambora as information, I would have liked, with respect to Salaparang, to have seen you already able to comply with the request of Gusti Wayantaga as far as concerns his invitation to come over to him, in order thereby not only to keep the commenced negotiation with him alive, but even, were it possible, to achieve the objective of their High Right Excellencies. But since I must conclude that your illness at the time of his presence at Sumbawa prevented this far more than the lack of a suitable vessel—seeing that the voyage thither in the east monsoon was not at all so difficult—you will at a further good opportunity still have to proceed thither, and for that purpose hire a native vessel for a reasonable sum, being as little in a position to send you one from the Company for the aforesaid purpose as I deem it necessary because of the long absence that usually follows upon it. Now concerning his request for money, etc., I regard the same merely as private, and that the intention is to repay you the amount of the one and the other, since he would otherwise have had to address himself to me.

Dutch transcription

Kijx Van Macasser Den 24 October 1773— Van Macasser Den 24. October 173 — Den soelewattang van bonij Arou Mabiering Den glarrang opontoalacq soera Soga Den Jennang maros tomalatia Den androngoerde Todjing Den _„o Tomanaraij Arou oennpie en Soeroe Towalla; naar welke tijd er geen pretensie meer door de bo„ „niers op die velden ooijt is gemaakt als onu op nieuws wederom en dat soo onbillijk als onregtveerdig want konde die loose vossen met regt of eenig fondament aantoonen dat die velden hun toe kwaamen of ooijt toegekomen hadden so houde ik mijn ver„ seekerd dat mijne twee voorsaaten swellen„ „grebel en stigt zaliger soo langen tijd en ik nu ook al bij de ses Jaaren iet ongemoeijt soude sijn gebleeven maar het is der boners ge„ woonte om nu en dan wat op te soeken gelukt het haar het is winst en gelukt het hun niet soo verliesen zij er dog niets bij ja dit derven waar meede deese fineerende mij met De sendelingen komen thans alle beijde wee„ „der te rug zijnde door 'skonings sendeling uit zijn omajesteijds naam aan de Boniers wel uijt„ druckelijk gelast geen de minste molette veel min„ der pretentie meer buijten zijn hoogheijds weeten of voorkennisse te maaken of te soe„ „ken indien dit gehoorsaamt en onderhou„ „den werd sal het een gewenschte saak wee„ „sen ter voorkoming van ongelukken of andere moeijelijkheeden gelijk het ook meede te hoopen en te wenschen is dat arou Pantjana naar zijne vrouw moeder de koninginne van Tanette sal willen luijsteren dog ik vrees er al vrij wat voor wijl het de Eerste keer niet sou weesen, zij wanneer het te passe komt raileerender wij te selfs wel publicq seggen en er op roemen. verschulding 79. 599 Van Macasser Den 24. October 173 — Van Macasser Den 24 october 173 Manhafte vroome Discrede Aan pligtschuldig den Eerbied Eerbied en hoog agtinge noeme /:onderstond:/ wel Edelen agtbaaren heere /:lager / uw wel Edeles Agtbaere ootmoedigen en Trouw schuldigen dienaar /:was geteekent / M van Rossuum /:in margine:/ Maros in sComp: vesting valkenburg den 19 october 1773 /:onderstond:/ Accordeer /watgetekend:/ _: 2: voll gesw: Clercq: Mij op den 13 deser wel geworden sijnde uE schrijvens van den 5: bevoorens soo diend daar op in antwoord dat ver„ mits uE door ziekte belet zig nog niet na tambora hadde kun„ „nen begeeven tot 't bijwoonen der verkiesing van een nieuwen koning ik nogthand mits ub merkelijke betenschap bij het afgaan zijner letteren verwagten wil dat zulks zedert reets geschied weesen of andersints ten spoedigsten sal geschieden en dan„ te gelijk fimaal afgedaan worden het disput tusschen die van domp en sangar waar in ik nu geen de minste swaarigheijd meerder vinde ter zaake den koning van bima welke daar onder meer dan te veel geroeijt heeft overleeden is in wiens plaats Aan den Vendrig Alexander Lecerff Commandant aldaar dan N: 64 Van Macasser den 24. october ano 173 — Van Macasser den 24 october 173 dan ook ten spoedigsten een ander bij provisie en op d'approbatie so van het macassaars. oministerie als van haar hoog Edelheedens sal moeten g'eligeerd en voorgedragen worden en waar toe uE oversulks de gesamentlijke rijks„ grooten so wel met alle impressement zal dienen aan te zetten, als om wanneer de verkiesing volbragt zal zijn den verkooren vorst met eenige van de haaren even als die van tambora dit heen te bren„ „gen ter besweering van de Contracten het geen ik hoope dat die van sumbauwa conform zijn zeggen insgelijks in dit na of volgende vroege voor jaar zal doen den welken het zelve egter wel mag worden herimneert mijn ondertusschen aangenaam zijnde het voorig bericht als of dien vorst zinneloos was bezijden de waarheijd is bevonden en mij doet vlijen dat wanneer hij eens door de maatschappij sal bevestigt weesen de zaaken tusschen hem en zijne rijktgrooten zig wel beeter zullen schicken dan voor heen Het bedeelde omtrent den geweesen koning van tam„ bora voor Communicatie aanneemende soo hadde ikten opsigte van Salemparang gaarne gezien dat uw Ed aan 't versoek van guste waijantaga reets hadde kunnen voldoen in soo verre belangt zijne nodiging om tot hem over te komen ten eijnde dus niet alleen de aangevange onderhandeling met den selven leevendig te houden maar selfs waare het mogelijk het oogmerk haarer hoog Edelheedens te bereiken dan vermits ik moet besluiten dat uE siekte ten tijde van zijn aanweesen te sumbauwa sulks veel eer dan dont „stentenis van een bequaam vaartuig belet heeft aangesien de reise in d' oost mousson na derwaarts gantsch so moeijelijk niet vast so sal uE bij een nadere goede occasie sig als nog derwaarts moeten begeeven en daar toe een Jnlands vaartuig voor een civile somma dienen te huuren al so wel buiten staatste zijnde er uE: een van de Comp: ten voorsz: eijnde te zenden als ik sulks om het lang uitblijven dater ge„ woonlijk op volgt nodig achte. wat nu zijn versoek om geld h:a betreft merke ik het selve eenlijk als particulier aan en dat d'intentie zij om uE het bedragen van 't een en ander weder te voldoen dewijl den selven sig andersints aan mij soude hebben moeten addassiaen„ opsigte bij

NL-HaNA_1.04.02_3389_0737 view scan ↗

English

No. 63 From Maccasser the 24th of October 1773 The 24th of October 1773 From Macasser by his letter, in which nevertheless nothing of that nature is stated, but which on the contrary is of a very bitter content and so unintelligible that I have until now deemed it best to postpone the reply. Your Honour may therefore act as you see fit, although I would well like that a quantity of brimstone be provided to him. Wherewith, after greetings, I remain, was signed below, Your Honour's good friend, was signed, P. G. van der Voort. In the margin, Macasser in the Castle Rotterdam the 20th of September 1773. Below was written, Agrees, was signed, J. J. Voll, sworn Clerk. Valiant, Pious, Discreet. To the Ensign Alexander Lecerff, Commandant there. From Your Honour's letter of the 5th of this month, received yesterday, it has appeared to me with pleasure that the election of the son of the late King of Tambora, named Bone, as successor to his late father, and of the Tureli Kankuur as regent of the realm has been duly accomplished. I hope also to hear shortly such a report concerning Bima, whether it be about the only son of the deceased King or about another, which depends on the disposition of the assembled grandees of the realm; in the expectation that the one and the other will subsequently come here as soon as possible for the swearing of the contracts, and likewise those of Sumbawa, concerning that which I have already made known to Your Honour in my previous last letter of the 20th of September, which nevertheless seems not yet to have been received by Your Honour, and is therefore attached hereto in copy. Although the offer of the Taliwang Prince Craeng Biladja to deliver the well-known Tjalla Bancahoeloe into Your Honour's hands is not unwelcome, I nevertheless judge that prudence does not permit providing him with a written order to that end, considering that bad use could be made thereof regarding Tjalla Bancahoeloe and others, as I cannot see for what reason he comes to require the same, and still less that he should need such a mandate if his intention is sincere. Your Honour will therefore have to try to persuade him thereto without this means, and when, having overpowered the aforementioned rebel, he surrenders the same, to send him hither in such good custody that he cannot escape. What meanwhile concerns Your Honour's request to make a short trip hither, I can well grant the same to that extent, but because I would gladly see that Your Honour, conform the order given to you in my aforementioned last letter, first betook yourself to Saleparong, I will expect that Your Honour, giving precedence to the Company's greatest interest over private interests, will first fulfill that if there is only any possibility thereto, as I have reason to think, since the east monsoon does not seem to turn for the present. For the rest, after greetings, I remain, was signed below, Your Honour's good friend, was signed, P. G. van der Voort. In the margin, Macassar in the Castle Rotterdam the 14th of October 1773. Below was written, Agrees, was signed, F. J. Voll, sworn Clerk. Honourable, Pious, Discreet. To the Junior Merchant Mathijs van Rossum, Resident there. Having made the most serious complaint to the King of Boni regarding the grievances contained in Your Honour's letter of yesterday concerning the insolent actions of the Bonians regarding various paddy fields of the Honourable Company's subjects, His Highness has given orders to the Tomilalang to send an emissary thither at once in order to command them to surrender all those fields to the aforementioned subjects and to leave them further unmolested concerning the same, which Your Honour may make known to the owners and the assembled chiefs, while it serves for your information that the Honourable Company's emissary Patjelang is going over with the King's emissary to see that the command is executed. And I expect that the aforementioned chiefs, as well as the owners, will be questioned whether a dispute had previously arisen over the aforementioned fields or any of them, and if so, when or in whose time, as well as by which persons the same was decided, in order to be able to make use thereof as required, or, if such is not known, to be able to demonstrate the unlawfulness of the claims made thereabouts. Meanwhile likewise noting that the Queen of Sidenreng has undertaken to forbid her son Aroe Pantjana in my name with emphasis from all hostile actions, I remain for the rest, after greetings, was signed below, Your Honour's good friend, was signed, P. G. van der Voort. In the margin, Macasser the 17th of October 1773. Below was written, Agrees, was signed, F. J. Voll, sworn Clerk. Translation of a Buginese writing or letter written by Dato Soppeng to the Captain of the Malays here, Abdul Cadier, reading as follows: After the ordinary compliments: This serves expressly to make known to you that my emissary, whom I previously sent to the Kari of Tempe, has now returned and reported to me that he understood from the Kari that there is an Englishman at Pasir by the name of Moesta Kool, who has sent a large present to the value of well a thousand rixdollars as a gift to Wadjo, and at the same time is said to have requested of Wadjo to be allowed to establish a lodge in front of the mouth of the river of Pasir and to enter into a close friendly alliance with Wadjo, just like Boni and Soppeng with the Honourable Company, so that whenever Wadjo might get into war with other princes, the English would assist them with weapons and other ammunition of war, as well as with cash.

Dutch transcription

N 63 Van Maccasser den 24. October: 1773— Den 24. October 173. Van Macasser bij zijnen brief waar in nogthans niet van dien aard bekend staat maar dewelke in teegendeel: van een zeer bitsen inhoud en so onverstaanbaar is dat ik tot nog toe best g'oordeelt hebbe de beantwoording uit te stellen uE zal sig dierhalven na goedv inden kunnen gedragen schoon ik wel luijden mag dat hem een parthij swarel besorgt worde waar meede na groete blijve /:onderstond:/ uE goede vriend /:was geteekend:/ F: G: van der voort /: inmargine:/ Macasser in 't Casteel rotterdam den 20. September 1773 /onderstond:/ Accoudeert /:was getekend:/ J: J: vollget: Clarcq N uit uE op gisteren ontfangen schrijven van den 5. deser is mij met genoegen gebleeken dat de verkiesing van de toon des laast overleeden koning van tambora in name bone tot successeur van wijlen desselfs vader en van den tureli kankuur tot regent van het rijk behoorlijk volbragt is hoedanig berigt ik ook eerlange om„ trend binna hoop te verneemen 't zij van de eenigste soon des overleeden konings of van een ander dat van de dispositie der gesamentlijke rijksgrooten afhangd in verwagting dat d' eene en andere vervol„ gens ten spoedigsten herwaarts sullen komen ter besweering der contracten en soo meede die van sumbauwa om 't geen uE reets te konnen gegeeven hebbe bij mijn voorige laaste vanden 20 september welke bij uE nogthand niet schijnt ontfangen te weesen en dus in Copia hier neevens voege. schoond aanbieding van den taliwangs prins Craeeng biladja uE den bekenden Tjalla bancahoeloe in handen te leveren niet Manhafte vroome Discreete. Aan Din Vendrig Alestander Lecerff Commandant aldaar ongevallig 1 8564 Van Macasser den 24:' October 173— Van Macasser den 28 October 173 — ongevallig is oordel ik nogthans dat de voorsigtigheijd mit paa„ mitteerd om hem ten dien eijnde van een schriftelijke ordre te voorsien gemerkt daar van so wel quaad gebruikt soude kunnen worden ge„ „maakt omtrend Tjalla bancahoeloe en anderen als ik niet zien kan om wat reden hij het selve komt te requireeren en nog veel minder dat hij zodanige last nodig soude hebben wanneer zijne intentie oprecht is uE: sal hem dierhalven daar toe buiten dit middel moeten tragten over te haalen en wanneer hij den voorm: twerver magtig ge„ worden sijnde overgeeft den selven in se goede verseekering her„ waarts moeten zenden dat hij het niet ontkomen kan. wat ondertusschen uE versoekt betreft om een springtogje herwaarts te doen kan ik het selve in bo verre wel accordeeren dog wijl ik gaarne soude sien datus conform de hem gegeeven ordre bij mijn opgem: laaste zig alvooren na salemparang begaf de wil ik verwagten dat uE smeesten interest den voorrang gevende boven particulier belangen dan aan eerst sal voldoen soer maar eenige mogelijkheijd toe is gelijk ik reden hebbe te denken wijl de oost mousson voor als nog miet schijnt te kenteren. Jk blijve voor het overige nagroete /:onderstond/uEs goede vrind /:was geteekend:/ P: G: van der voort /:in margine / Macassar in 't Casteel rotterdam den 14. october 1773. /:onderstond:/ accordeert /: was geteekend:/ F: I: voll gesw: Clercq. op de klagten vervat bij uE: schrijven van gisteren over de brutaele bedrijven den boniens omtrend divens padij velden van s Comp: onderdaenen op heternstigst bij den koning van bonij hebbende laeten doleeren heeft sijn hoogheijd den tomilalang ordre gegeeven om ten eersten een sendeling derwaerts te senden ten eijnde hun te gelasten alle die velden aan gem: onderdaenen over te geven en haer over deselve verder ongemoeijt te laten 't geen uE de eigenaaren en gesamentlijke hoofden kan bekend maken terwijl tot desselfs naricht dient dat sComp: zendeling Patjelang met die van den koning overgaat om doorsten bevel te zien volbrengen en ik ver„ wagte dat voorn: hoofden soo wel als d'eijgenaars sullen worden onder vraagd of er ook over ged: velden of eenige van deselve Eersame vroome Discreete. Aan den onderchepnen Mathijs van Rossum Resident aldaar Aan voormaals No. 67 Van Macasser den 24. october 173: Van Macasser Den 24„ October 173 — voormaals geschil ontstaan zij en bo Ja wanneer of ten wiens tijde mitsgaders door welke persoonen het zelve zij gedecideert, om daar van des vereijscht gebruik te kunnen maaken of zulks niet bekend zijnde d'onwettigheijd van de daar omtrend gemaakte pretensien te kunnen aantoonen. inmiddens insgelijks nog noteerende dat Sanets koningin aangenoomen heeft haar zoon aroe Pantjana uit mijn naam met naaruk alle hostile bedrijven te sullen verbieden de blijve ik voor t overige na groete /:onderstond:/ uE goede vriend /:was geteekend:/ P: P: van der voort /:in margine:/ Macasser den 17. october 172. /: onderstond/ Accondeert /was geteekend:/ F: S: voll gesw: Clercq. Translaat Dese dient Expresselijk om ul bekend te maeken als dat mijne zendeling die ik bevoorens na den karie van tempe heb gesonden thans weder te rug gekomen is mij berigt heeft van den karie te hebben verstaan als dat er een engelschman op Passier soude met naeme Moesta kool dewelke een groot preesent van wel duisend rijxd:s a waarde tot een ge„ schenk naar wadjo gesonden en teffens aan wadjo soude ver„ sogt hebben om een logie voor de mond van de revier van Pas„ sier te mogen oprigten en om met wadjo eene naauwe vrienden bondgenootschap aan te gaan even als bonij en Copping met de E Comp: so dat wanneer wadjo eens oorlog met andere vorsten mogte krijgen de Engelsche deselve met wapens en andere ammonitie van oorlog so meede met contanten souden Translaat Boeginees geschrift of brief geschreeven door datoe soping aan den capiteijn der maleijers alhier Abdul cadier Luijdende als volgt Na de ordinaire Complimenten atsisteeren

NL-HaNA_1.04.02_3389_0740 view scan ↗

English

R 69 From Macasser, 24 October 1773. From Macasser, 24 October 1773. attending this presentation, there were some Wajoese who held the opinion that it would be better if the English were permitted to set up a lodge at Doping rather than at Paneki. Other Wajoese responded to that: what will the Bonians say then? Regarding now the war at Sidenreng, it is said by some that ten, and others even thirty heads of Lamackawaroes people had fallen, and Sidenreng had lost only one man. The latter is, with the approval of the Wajoese, assisted by those of Tempe, Mauriva, Sengkang, Pammana, and Jantjong, as well as by the son of Arung Betteng of Wajo named Lasangan. Furthermore, the Wajoese have encouraged Sidenreng to attack its enemy courageously, for if Sidenreng were to get the worst of it, Wajo would certainly also have to suffer thereby and lose its freedom. Furthermore, it is also spread here by rumor that Wajo has agreed with Sidenreng to come and wage war on Soppeng, and that Arung Betteng will lead the Wajoese as head. But as long as I live, I shall do my best to avert and counter such things. Because of these circulating rumors, I was obliged to send envoys to Wajo, as I already told Your Honor at Pankawang, to remind them of our friendship between Wajo and Soppeng, which our parents promised and swore to each other at Lamoenpatoea Ritimoerang to uphold, as well as to remind them of the contents of the Bongaais Contract, that the Honorable Company has permitted the kings and princes their customary laws, allowing each in particular to maintain and uphold them, so that this may serve the welfare of land and peoples, and that as long as those upright and well-meaning allies suffer no shortage of money, costs, and cash, each may consequently also be capable of maintaining themselves, whereby the reputation of the Honorable Company will increase. Upon this, the Wajoese all acknowledged that the aforementioned were established by our ancestors. Yet not long after this, according to information received, they, the Wajoese, do not wish to keep their own promise, to the extent that the Addatuang of Sidenreng has undertaken to attack Mario Riwawo, as has indeed become apparent, that many subjects of the aforementioned Mario Riwawo have been plundered by those of F 71 From Macasser, 24 October 1773. From Macasser, 24 October 1773. those of Sidenreng. I do not dare, however, to prevent such yet before and until I have properly given notice thereof to the Governor and Council and await orders regarding this, for Soppeng and Sidenreng do not have the least dispute or discord with one another whereby Sidenreng would have reason to treat the subordinate settlements of Soppeng in this manner. Underneath stood: written in the land of Lampoko on Saturday, 31 July 1773, at 12 o'clock. Lower: for the translation, was signed: G. Brugman. Underneath stood: Agrees, signed: F. S. Volt, sworn clerk. This serves expressly to make known to Your Honor that I have duly received Your Honor's letter and somewhat understood the contents thereof, but I would have wished that it had been written more clearly. Therefore, I request that you please write another letter in Your Honor's name, along with the state greetings, and that directly to the Lord Governor, so that he can draw up a plan and make a decision thereon; likewise stating the month, day, and year when the envoys of those English, and how and what, and regarding the circulating rumors that Soppeng would be attacked in a hostile manner, also to report the true reasons and origin thereof, as Your Honor has agreed with me, for reporting a matter in a letter immediately gives another appearance when it has arrived in Wajo. After ordinary compliments. Copy. Translated letter written by the Malay Captain to Datu Ian Soppeng. Copy. will G. 2. 93 From Macasser, 24 October 1773. will give. It is better that I make a verbal report to the Lord Governor, and I shall not fail to send Your Honor's letter to the Lord Governor. Pray make haste to investigate the truth of this matter, and write to the Lord Governor about this as speedily as ever possible. Underneath stood: written on the island of Sabouton on Thursday, 5 August 1773. Lower: for the translation, signed: F. Brugman. Underneath stood: Agrees, was signed: I. I. Voll, sworn clerk. After ordinary compliments. I make expressly known by this that I have duly received the letter from the Lord Governor as well as that from the Lord Governor General. But in this one, I shall not answer the letter from the first-mentioned, as I have already written to the last-named, and I also do not doubt that the Lord Governor is very well aware of the contents of the letter from the aforementioned Governor General, who does not like to see that I and the King of Karangasem maintain friendship or correspondence with other European nations. But regarding the last-mentioned, I can report nothing with certainty, as I have not yet received any news of his intention. However, I still persist in the contents of the letter that Bapa Doerina had taken with him to Macassar for delivery and brought back again, which letter was subsequently sent from here to Batavia. Translation of a Malay letter written by Gusti Wayantaga to the Lord Governor, reading as follows. From Macasser, 24 October 1773. Translation. sent

Dutch transcription

R 69 Van Macasser Den 24. october 1773— Van Macasser Den 24. October 173. atsisteeren op deese preesentatie waeren er Eenige wadjoreesen van concept het beter soude wesen dat men de engelsche permitteerde op Dopie dan wel Panekie een logie te laten opsetten andere wadjoreesen weeder daar op wat zal de boniens dan wel zeggen. Betreffende nu den oorlog op sideenring werd van som„ „ringe gesegt dat er thien en andere weder wel dertig koppen van lamackawaroes volkeren gesneuveld soude sijn en sideenring maar een man verlooren hadden deese laatste word met goedvinding van de wadjoreesen g'adsisteerd door die van tempe Mauriva seenkang Panmana en Ian„ tjong gelijk ook door den soon van aroe betting van wadjo genaamt Lasangan. wijders hebben de wadjoreesen sidteenring laaten aanwoedi„ „gen van desselfs vijand manmoedig te attacqueeren want wanneer sideenring de lager hand mogt krijgen soude wadjo daar door ook seeker moeten lijden en desselfs vrij„ „heid verliesen voorts word alhier ook bij gerugt gespargeert dat wadjo met sideenang soude hebben afgesprooken om soping te komen beoorlogen en dat aroe betting als hoofd de wadjoreesen sal opvoeren dog to lang ik leeve sal ik mijn best aan zulks af te weeren en tegen gaan op welk loopen de gerugt ben ik genoot„ saakt geweest sendelingen naar waap te senden gelijk ik uE reets op Pankawang hebt gesegt om onse vriendschap tusschen wadjo en soping te doen herinneeren welk door onsen ouderders op lamoenpatoea ritimoerang malkanderen hebben belooft en beswooren na te koomen als meede den jnhoud van het bongaaijs Contract doen indagtigen dat de E: Comp: dekonin„ gen en vorsten hun landswetten gepermitteerd heeft een iegelijk in 't bisonder behouden handhaven mogen op dat daar door tot wel„ weesen van land en volkeren kan strecken en dat so lange die op regte en welmeenende bondgenooten geen geboek aan monakosten Contanten zal komen te leijden kan dieshalven dan ook een iegelijk in staat zijn van zig zelfs te mainctineeren waar door het ges van D' Edele compagnie vermeerderen zal. Hier op hebben de wadgoreesen alle geavoueert dat de overgestelve door onsen voor oudert sijn ingesteldt dog niet lange hier na vol„ „gens bekomen berigt willen zij wadporeesen hun eijgen belofte niet nakomen oversulks dat de adatoeang sideenring heeft aangenoomen om mario riawa te attacqueeren gelijk wel ge„ bleeken is dat veele onderdaenen van gem: Mario riawa door af die F 71 van Macasser den 24.:' october 1773 Van Macasser Den 24. october 173 — die van sideenring zijn geplundeerd Jk duwve egter sulk nog niet beletten voor en al eer ik behoorlijk kennisse aanden gouverneur en raad dies weegen sal hebben gegeeven en hier omtrend ordre afwagten want soping en sideenring hebben geen de minste geschil of oneenigheeden onder elkanderen waar door sideen„ „ring reeden zoude hebben om de onderhoorige negorijen soping dus te tracteeren /:onderstond:/ geschreeven op het land Lampoko op saturdag den 31: Julij 1773. de clacque 12. uuren /:lager:/ voor de translatie /:was geteekend:/ G:t Brugman /:onderstond:/ Accordeert/ geteekend:/ F: S: volt gesw: Clercq. Dient deese expresselijk om uE bekend temaaken dat ik uE brief wel ontfangen en den inhoud van dien eenigsints ver„ staan hebbe dog hadde wel gewenscht deselve duidelijker was geschreeven dierhalven versoeke een ander brief uit uE naam neffens desselfs rijksgroeten gelieve te schrijven en dat dinect aan den heer gouverneur op dat deselve een concept: kan maken en daar op een besluit neemen desgelijks aan halende demaand dag en Jaar wanneer de sendelingen van die engelsche en hoe en wat betreffende de loopende gerugten dat soping vijandelijk soude worden geattaqueerd sulx de waare reedenen en oorspronk meede te melden gelijk uE met mijn hebbe afgesprooken, want een zaak in een brief te melden aanstonds een ander gedaante genaamt in wadjo is gekomen Na ordinaire Complimenten Copia Translaat Brief geschreeven door den Capitein Maleijer Aan Datoe Ian Soping. Copiel zal G. 2. 93 Van Macasser den 24. october 1713 — zal geven ga beter aan dat ik bij monde den heer gouverneur rapport van doen en uE brief sal ik niet mancqueeren aen heer gouverneur toe te zenden spoed uE dog om na de waerheijd van deese zaak te ondersoeken en be spoedig als ommers mogelijk den heer gouvern: hier over te schrijven /:onderstond:/ geschreeven op 't Eijland Sabouton op Donderdag den 5. augustus 1773 /:lager:/ voor de translatie geteekend:/ F:s Brugman /:onderstond:/ Accordeert /:was geteekend:/ I: I: voll gestw: Clercq Na ordinaire compliment Maaken bij deese expresselijk bekend dat ik de brief van den heer gouverneur benevens die van den heer gouverneur generaal wel ontfangen hebbe dog sal in deese de brief van den eerstgem: als hebbende bereets aan laast genoemde ge„ schreeven niet beantwoorden en ik ook niet twijffelende of den heer gouverneur den inhoud van gem: gouverneur generaal brief zeer wel bewust is die niet gaarne siet dat ik en den ko„ „ning van karang assang met andere europeese natie en vrind„ „schap of correspondentie sal houden maar betreffende de laastgen: kan ik met geen seekerheid melden als hebbende van zijne intentie nog geen narigt bekomen egter blijve ik nog persistere aan den inhoud van de brief die bapa Doerina ter bestelling naar mac„ cassar had meede genoomen en deselve weederom te rug heeft gebragt welke brief vervolgens van hier naar batavia tehebben Translaat maleijdse brief geschreeven door gustij waijantaga aan den heer gouverneur Luijdende als volgt. Van Macasser den 24. october 1773- Translant S versonden

NL-HaNA_1.04.02_3389_0743 view scan ↗

English

gr: 76 from Macassar the 24th of October 1773— From Macasser the 24th of October 1773 dispatched and also received the reply thereto from the hands of the Bima resident, and understood therefrom that the Governor-General wished to send vessels hither to cruise here and in the surroundings; it is indeed already 3 years ago that Bapa Djabara was captured and another vessel was taken before the negorij Dangang Baris, nothing more. For the translation, signed G:t Brugman; underneath was written: Agrees; was signed: F: I: Voll, sworn clerk. Translation. This serves expressly to request my son to be mindful, on account of the contents of the letter brought over by Siemamma, regarding my request for some rupees, sulphur, and salmoeni wood for stocks for blunderbusses, and to send the same to me, for which I shall give thanks; and if you are still in the land of Sumbawa, please do come over to me, since I find the contents of the Governor-General's letter, which you sent to me, very difficult to understand, and I would gladly know the explanation thereof, so that we might arrive at a better comprehension, as you were the first deliverer of the Governor-General's letter here; and when you wish to speak with me, you must come directly to Tandjong Karang, and if that could not happen, then sail to Sagara Lombok, and when being there, then let me know, so that I could have you fetched. Without date. Translation of a Malay letter written by Gusti Wayantaga to the Bima Commandant, reading of the following contents: Compliments as usual. Transport. 97. 9 From Macasser the 24th of October 1773 From Macasser the 24th of October 1773 Having understood that you are presently in the land of Sumbawa, I therefore once again remind you regarding my previous request for 80 pieces of stock wood, 5 picols of sulphur, and 100 pieces of good rupees, and send the same to me in the month of Rabilachier at Sagara Lombok, as I wish to use the same quickly, because here the war is continuous; do come quickly to Tanjong Karang, if not to Sagara Lombok. For the translation, signed G:t Brugman; underneath was written: Agrees; was signed: F: I: Voll, sworn clerk. That a few days after his departure, having arrived at the negorij Scholo behind Goa, he was ambushed by six armed persons, who had taken his cutlass from him, and brought to the craeeng or glarrang of Sonkolo; that by the latter, after a stay of fourteen days with him, he was handed over to three natives, who had transported him to the mountains of Borrisallo and brought him there to a Bonier; That he, having arrived from there at the craeeng of Borisallo, The Governor and Council on behalf of the general Dutch East India Company at Macasser hereby give notice to the King and grandees of Goa of how a certain soldier from the garrison here, having absented himself on the 22nd of November last, but having recently returned, has related: Translation of, and as before. The by From Macasser the 24th of October 1773 by him was kept and used as a slave, and was furthermore urged to let himself be circumcised and thus become a Mohammedan, but recently, after having attempted such once in vain, fled from him and arrived at Sodiang at the woods; That he, being found at Sodiang by three natives and brought to a house, Daeeng Parawa, who is said to be a son of the craeeng of Borisallo, had come there and had attempted to get him into his power again and take him back to Borrisallo, which he fortunately escaped; the said Daeeng Parawa having asked him, among other things, whether, upon coming to his nation, he would say that he had been at Borisallo and sent thither by the craeeng of Goa, which he, out of fear of being killed, had answered with no, and that he would say he did not know where he had been; That he was subsequently brought hither by three other natives under From Macasser the 24th of October 1773. promise of bringing him to Maros according to his request, who meanwhile seemed to have sought an opportunity to kill him. The Governor and Council, considering the conduct held in this matter by the glaurang of Sonkolo as well as the craeeng of Borisallo and Daaeng Parawa, together with those who further had a hand therein, as punishable in the highest degree, since the same is contrary to the contents of the contracts, according to which no deserters may be detained but must be surrendered, have therefore not been able to omit notifying the King and grandees hereof, in expectation that His Highness, through an actual infliction of punishment on all those who have made themselves guilty of transporting the said soldier, and especially the glarrang of Sonkolo, who was the first therein and living, as it were, under the eye of the King.

Dutch transcription

gr: 76 van Macassar den 24. october 1773— Van Macasser den 24. October 1773 versonden en ook dies antwoord uit handen van den binas resident ontfangen en daar uit verstaan dat den gouverneur generaal vaartuigen herwaarts wilde zenden om alhier en omstreeks te doen kruissen het is immers al 3. jaaren bevoorens geleeden dat bapa djabara ge„ vangen en nog een vaartuig voor de negorij dangang Baris ge„ „nomen zijn zonder meer voor de translatie geteekent G:t Brugman /:onderstond:/ Accordeert /:was geteekent:/ F: I: voll gesw: Clercq. Translaat Dese expresselijk dient om mijn zoon te versoeken wegens den in„ houd der brief die Siemamma heeft vergebragt te willen indagtig weesen omtrend mijn versoek om eenige ropijen swavel en Salmoeniehout voor laa tot donderbussen en mij deselve te senden sullende ik daar voor dank zegge en wanneer ul zig op t land van Sumbauwa noog bevind gelieft dog bij mij over te komen vermits ik den inhoud des gouver„ verneur generaal brief, die uE mij toegesonden heeft zeer beswaarlijk vind te verstaan en ik gaarne de uitlegging daar van weeten wil op dat wij des te beter in begrip konde komen also de bestelder van sgouver„ „neur generaal brief alhier uE de eerste is geweest en wanneer uE mij wilde spreeken moet uE direct op tandjong karang komen en to het niet konde geschieden maar na sagara lomboke zeijlen en wanneer aldaar zijnde mij als dan laaten weeten op dat ik uE konde laten afhaalen. sonder datum. Translaat maleijds brief geschr: door gustij waij antaga aan den bimas Commandant luidende van de volgende inhoud Compliment na gewoonte Translort 97. 9 Van Macasser Den 24 october 173 van Macasser den 24 october 1773 Derstaan hebbende dat uE: thans op 't land sumbauwa zig bevind ik dierhalven uE nogmaals doen ondagtigen omtrend mijne voorige versoek om 80 p„s laahouten 5. picols swavel en 100 p:s goede ropijen en send mij deselve in de maand Rabilachier op Sagara lompbotk toe wijl ik deselve schielijk wilde gebruiken want alhier den oorlog onophoudelijk zij komt dog schielijk op Tanjong karang so niet op sagara lombok. voor de translatie geteekend G:t Brugman /:onderstond/ Accordeert /:was geteekend:/ F I: voll gesw: Clercq. Dat hij korte dagen na sijn weggaan op de negorij scholo agter goa gekoomen door ses gewapende persoonen, welke hem zijn houwer afgenomen hadden overvallen en bij den craeeng of glarrang van sonkolo gebragt door deese „naar veertien dagen verblijf bij den selven aan drie jnlanders overgegeeven was welke hem naar het gebergte van Borrisallo vervoerd en aldaar aan een bonier gebragt hadden, Dat hij van daar geraakt zijnde bij craceng borisalle Den Heer Gouverneur en Raad wegens de generale Nederlandsche oostindische compagnie te Macasser laaten bij deesen aan den koning en rijksgrooten van goa kennisse geeven hoe zeeker zoldaat uit het guarnisoen alhier op den 22. novemb:r laastleeden zig g'absenteert hebbende dog jongst te rug gekomen sijnde gerelateert heeft Translaat van en als vooren Den door Van Macasser den 24. October 1773 door dees als een slaaff gehouden en gebruijkt omits„ „gaders aangesogt was om zig te laeten besuijden en dus mahomethaans te worden dog Jongst, na zulks een omaal te vergeefs ondernomen te hebben van den selven gevlugt en op sodiang ter houw gekomen was Dat hij op sodiang ao or drie jnlanders gevonden op een huis gebragt weesende daeeng Parawa die gesegt word een soon van craeeng borisallo te zijn aldaar gekomen was en getragt hadde hem weder magtig te worden en naar borrisallo te rug te voeren 't welk hij geluckig ontkomen was hebbende hem gem: daeeng Parawa onder anderen gevraagd of hij bij sijne natie komende seggen soude op Bo„ „risallo geweest en door craeeng goa derwaarts ge„ sonden te zijn t geen bij uit vreese van om hals gebragt te zullen worden met neen b'ant„ woord hadde en dat hij seggen soude niet te weeten waar hij sig bevonden hadde, Dat hij vervolgens door drie andere jnlanders onder van Macasser den 24. October 1773. toezegging van hem na sijn versoek op Maros te sullen brengen herwaarts gebragt was die intus„ schen gelegentheijd scheenen te hebben gesogt hem om te Den gouverneur en raad het gedrag in deesen gehouden so door den glaurang van Sonkolo als craceng borisallo en daaeng Parawa mitsgaders die daar in verder de hand hebben gehad als ten hoogsten strafwaardig aanmerkende dewijl het selve strijdig is met den inhoud der contracten volgens welke geen overloopers moogen aan„ gehouden maar overgegeeven moeten worden so hebben deselve oversulks niet kunnen na„ „laeten den koning en rijksgrooten hier van te verwittigen in verwagting dat sijn hoogheit door een daedelijke strafoeffening aan alle de geene die zig aan het vervoeren van gem: militair hebben schuldig gemaakt en omsonderheid den glarrang van sonkolo welke daar inne het eerste geweest en als onder het oog van den koning brengen. toezegging woonagtig

NL-HaNA_1.04.02_3389_0746 view scan ↗

English

From Macasser, 24 October 1773 From Macasser, 24 October 1773. living, is the most guilty party, they shall provide the Company with sufficient justice and satisfaction, as they hereby most earnestly demand concerning both matters. Maccasser in Castle Rotterdam, this 4 August 1773. Was signed: P. G. vandervoort. Below stood: Agrees. Was signed: G. Polt, sworn clerk. June Thursday the 10th. The lomo of the northern province of Siang, having stayed here and having complained to me about the matoa waga, who had wished to attack him with a party of armed men and would undoubtedly have done so had this not been prevented by the arrival of the Company's emissary glarrang Patjelang, he furthermore gave as the reason for the dispute that had arisen: that one of his, the lomo's, subjects, in order to escape correction, had gone to the said matoa waga, who not only now pretended that this person was a Bonier, but on that ground demanded the surrender of a slave belonging to him, which he, the lomo, because of his retreat, had confiscated; and he maintained that he was not obliged to let him go. Secret Daily Register Requesting on that ground my assistance in this matter as well as concerning his subject, particularly to prevent all hostile actions that the matoa waga might undertake, regarding which I promised him that I would give the necessary orders and that he could remain here for the time being. Friday From Macasser, 24 October 1773 From Macasser, 24 October 1773. Friday the 11th. I gave notice of the aforementioned incident through the second interpreter Blij to the Bonian regent and Tomilalang, inquiring whether they wished to take it upon themselves to summon hither the matoa waga—who was said to have declared that he would recognize no other arbiter in the matter than the king of Bonij, nor come hither on anyone else's orders—or whether the king had to be consulted in the matter, or whether I should otherwise address myself directly to His Highness for that purpose. Whereupon, on Blij's return, I received the answer that he had not been able to speak with the regent because of indisposition, but that the tomilalang had undertaken to confer with him about it, either to have the Mattoea waga summoned or to request their monarch that this might be done. Saturday the 12th. Sunday the 13th. Nothing remarkable occurred. Monday the 14th. There arrived here from Sumbauwa the Macassar opans Craeeng Sapanang, bringing with him the mother of the two late kings of Goa, to collect whom the king of Bonij had departed thither on 30 March last. Having notified me thereof and having also requested an audience for the tomilalang and Craeeng Sapanang, the same was granted by me for tomorrow before noon. Tuesday the 15th. The said tomilalang and Craang Sapanang having appeared before me towards noon and being seated, after exchanging mutual compliments they gave me notice on behalf of the king of Bonij of the latter's return and of the arrival here of Craeeng Bellasarie, while also handing over a letter from the Bima Commandant Lecerf. Having thanked the king for this communication, they took their leave and departed, the tomilalang nevertheless communicating to the interpreter Blij on his way out that an emissary had been sent to Siang to summon the matoa waga here. Wednesday the 16th to Saturday the 19th. Nothing noteworthy occurred, except that the king of Bonij, as I learned afterwards, went to Barombong on the 18th in a sailing vessel, and, as is said, on his return brought back with him Crareng Pannasanga, mother of Craeing Bellasarie and grandmother of the two

Dutch transcription

181:81 Van Macasser Den 24. October 173 Van Macasser Den 24. october 1773. woonagtig de schuldigste is de Comp: een voldoend regt en Satisfactie besorgen sullen gelijk sij omtrend het een en ander op 't ernstigste komen te vorderen bij deesen. Maccasser in 't Casteel Rotterdam desen 4. augustus 1773 /: was geteekend :/ P: G: vandervoort /:onderstond:/ Accordeert /:was geteekend:/ G: Polt gesw: Clercq: P: Junij De lomo van de noorder Provintie fiang alhier opgehouden en Donderdag den 10. e mij geklagd hebbende over de matoa waga die hem met een par„ thij gewapend volk hadde willen attacqueeren en ook ongetwijf„ feld zoude gedaan hebben waare sulks niet door de komst van sComp: sendeling glarrang Patjelang verhinderd bo gaf denselven verder voor de reden van het ontstane geschil te kennen. hoe een van hem lomos onderdaenen sig ter ontwijking van correctie naar gem matoa waga begeeven hadde den welken niet alleen thans voor gaf dat den selven een bonier waare maar uit dien hoofde de overgave begeerde van eene hem toebe„ hoorende slaaf die hij lomo mits zijne retraite aangesla„ „gen hadde en hij sustineerde met gehouden te sijn hem te Secreet Dag Register laeten volgen. versoekende uit dien hoofde hier omtrend so wel als omtrend sijn onderdaan mijne adjude insonderheijd ter preventie van alle hostile bedrijven die matoa waga soude mogen onderneemen waar omtrend ik hem toe zeijde de nodige ordre te sullen stellen en dat hij maar voor eerst hier blijven konde. vrijdag E D 18783 Van Macasser den 24 October 173— Van Macasser den 24. October 173. Zaturdag den 12: Vrijdag den 11:' Hebbe ik van het opgemelde voorval door den tweede tolk blij aan den bonijs rijksbestiender en Tomilalang kennisse laeten geeven onder afvraege of zij of zig wilden neemen den matoa waga die zig uitgelaaten soude hebben geen ander beslisser in desaak te zullen erkennen dan den koning van bonij nog ook op geen anders ordre herwaarts te zullen komen herwaarts te ontbieden als wat het dat den koning daar in moeste gekend worden of dat ik mij anders ten dien eijnde direct bij sijn hoogheijt soude addresseeren waar op ik met blijs te rug komst antwoord ontring dat hij den rijksbestierder mits onpasselijkheijd niet hadde kunnen te spreeken krijgen dog dat den tomilalang aangenoomen hadde den selven daar over 't onderhouden t zij om den Mattoea waga te doen ontbieden of hun vorst te versoeken dat sulks geschieden mogte viet niets merkswaardigs voor Maandag „ 14. Arriveerde alhier van sumbauwa den macassaars opans Cra„ eeng sapanang meede brengende de moeder van de twee laast geweesene koningen van goa ter afhaal van de welke bij den 30 maart laatleeden derwaarts is vertrocken den koning Zondag „ 13. van bonij mij daar van hebbende doen kennisse geeven en teffens voor den tomilalang en craeeng Sapanang belet laeten vrae„ gen is het zelve door mij tegen morgen voor de middag g'accordeerd. gemelde tomilalang en craang sapanang tegen den middag Dingsdag den 15. bij mij verscheenen en gezeten sijnde gaven deselve na het afleggen van weder zijds complimenten uit naam van den koning van bonij mij kennis van des laastgemelde te rug en van de herwaarts komste van craeeng bellasarie onder over„ „gave teffens van een brief van den bimas Commandant lecerf voor welke Communicatie ik den koning hebbende doen bedanken bo namen z hun afscheijd en vertrocken hebbende de tomilalang nogthans in het uitgegaan aan den tolk blij gecommuniceert dat er een zendeling ina siang gesonden was om den matoa waga hier 't ontbieden woensdag „ 16 tot viel niets noteerens waardig voor als dat den koning van Zaturdag „ 19 bonij den 18 so als naderhand vernomen hebbe naar barom„ bong is geweest met een zeijl vaartuig en so omen wil met zijne terug komst met zig meede gebragt heeft Crareng Panna„ Sanga moeder van Craeing bellasarie en grootmoeder van de van twee 8

NL-HaNA_1.04.02_3389_0748 view scan ↗

English

From Macasser, 24 October 1773. Sunday the 20th. two former kings of Goa who were said to have taken up residence with her mentioned daughter at Oedjong Tanna. The king of Boni departed this afternoon to the north to go fishing, at least as his highness has purported, since he made nothing known to me about it. Monday the 21st. A trusted acquaintance informed me that the Datu of Sidenreng, having received information regarding a certain design of his half-brother Lamakawaroe, who is married to Aroe Regentess of Batoe Poetoe, to oust him from the seat, had summoned all his subjects to ask if such might be their intention, and, being assured by them of the contrary under oath, had ordered an inventory taken of the supply of flintlocks, which were found to amount together to two thousand, and it was further resolved to attack his brother immediately and do away with him as soon as he might appear there. I was also informed at the same time that the king of Boni, undoubtedly the instigator of Lamakawaroe and who through this means seems to wish to take revenge on Datu Sidenreng on account of the affront done to him by the same some time ago, last mentioned under the date of 2 June of the past year, as well as to move the Poenlipoe on Datu Soppeng thereby likewise to hostile aggressions, had persuaded Aroe Pantjana through presents and promises to let himself be used in this matter, who is then also said to have promised to proceed to Sidenreng with some armed men in order to resist the Datu should he wish to attack his brother. But having communicated this to his mother, the Queen of Tanete, Her Highness pointed out to him his imprudence, making known to him that he was not free to undertake anything without the Company's consent, much less to commit actual hostilities against anyone; whereupon he acknowledged his mistake, adding that he would not meddle in that affair. Tuesday the 22nd. The chief interpreter Brugman reported to me that the Boni Sanggauwa, under the pretext of wishing to go to Nepo, had departed from here last night with two ship prows, as is believed, to Mandhar in order to bring thither a daughter fathered by him with a Mandharese woman, and that the Boni prince Aroe Oedjong was to follow him tonight, or else proceed likewise to Nepo. From Macasser, 24 October 1773. Wednesday the 23rd. In the same manner, the said chief interpreter reported to me that he had learned that the discords arisen in the interior between those of Toeroengang and Radja had been settled, and therefore the Aroe Tanette Malolo was said to have succeeded in his commission thither. However, on the other hand, the inhabitants of the settlement of Aadjan pappen had not only risen up against their lord, the Datu of Lamoroe, refusing to perform their obligatory service under the pretext of his harsh manner of governing, but they had also beaten the men sent thither by the same to bring them to submission and obedience, and had put them to flight, leaving behind one dead and several wounded. Thursday the 24th. Nothing occurred. Friday the 25th. An emissary of Craeeng Glitsong, brought to me by the chief interpreter Brugman, having given notice on behalf of his master how a subject of the Macassar Prince Craeng Mandellie was stabbed to death by one of the Glissong people because the deceased had not only wounded him but would also undoubtedly have killed him, I caused notice thereof to be given to Craeeng Mandellij through the emissary Daeeng Mandjareekie, with orders to announce to the same that since this injustice was to be blamed on his own subject, I expected that no revenge would be sought over it, or, in the event he should maintain he had been insulted, that he should submit his grievances to me. Furthermore, it was communicated to me by the second interpreter Blij that he had learned from one of our subjects, recently arrived from Sandraboni, that the exiled Macassar Prince Craeeng Patene had arrived there, and he had understood from his mouth that the King of Sumbawa had returned from Taliwang to his residence, having been fetched back by Datu Boesing, and that Datu Boedie had been chosen as Datu Jarewe. Saturday the 26th. The Queen of Tanete caused to be made known to me in her name and that of her son Aroe Pantjana that her daughter-in-law Datu Ritjietta, wife of Magoesila, had been delivered of a daughter the day before yesterday, for which communication I sent thanks with a compliment of congratulations without more, so as to give no grounds for the election of Magoesila as successor to the realm of Tanete to be held as recognized through the giving of a gift. Furthermore, the chief interpreter reported to me that the King of Boni had returned from the north.

Dutch transcription

Van Macasser Den 24. October 173: Van Macasser den 24. October 1773. Zondag den 20. ' twee laastgeweesene koningen van goa die bij haar gem dogter op oedjong Tanna haar intrek soude hebben genoomen. js den koning van bonijheden nade middag naar de noord vertroo„ „ken om te gaan visschen ten minste to als sijn hoogheijt heeft overgegeeven vermits mij daar van niets heeft laeten weeten. Maandag den 21. wierd mij door een vertrouwde kennisse gegeeven hoe den datoe van be deenring onderrigt bekomen hebbende van zeeker desseijn van zijnen halven broeder lamakawaroe die gehuwd is met Aroe Regentinne van batoe Poetoe om hem uit den zetel te bonsen alle zijne onderdaanen gesommeerd hadde of sulks hunne in„ tentie mogte weesen en door deselve het teegendeel onder eede ver„ seekerd zijnde hij een op neem hadde laeten doen van den voor raad van snaphaanen die bevonden waaren tesaemen twee duisend te bedraegen en er voorts beslooten was om bodra zijnen broeder zig aldaar vertoonen mogte hem daedelijk 't attacqueeren en van kant te helpen. ook wierd mij tevens bericht dat den koning van konij ongetwijffeld de stooke brand van lamakawaroe en die door dit middel to wel revenge schijnt te willen neemen over datoe sedeenring ter oorsaake van het hem door denselven voor eenigen tijd aangedaane affrondt laast vermeld onder dato 2=e Junij des voorleeden jaars als om den poenlipoe E: op datoe soping daar door insgelijx tot vijandelijke aggressien te beweegen Aroe Pantjana door presenten en beloften hadde overgehaald om sig in deesen laeten gebruiken den welken dan ook soude toegesegt hebben zig met eenig gewapend volk naar sedeenring te zullen begeeven ten eijnde den datoe te keer te gaan wanneer hij zijnen broeder mogte willen attacqueeren dog dat hij sulks aan sijn moeder de koninginne van tanette gecommuniceerd hebbende haar hoogheijd hem zijn onvoorsigtigheijd voorgehouden hadde met te kennen gave het hem niet vrij stond iets buiten sComp: toestem„ „runige t onderneemen veel min om daedelijke vijandelijkheeden tegen iemand te pleegen waar op hij zijn misslig hadde eakende met bij voe„ „ging dat hij sig met die zaak niet bemoeijen soude. Heeft den oppertolk brugman mij gerapporteerd dat den bonijs son, Dingsdag den 22: gauwa, onder voorgeeven van na nepo te willen gaan de gepasseerde nagt met twee schip prauwen van hier vertrokken was so men meend: na mandhaer om een dogter door hem bij een mandhaareese vrouw ge„ „oprocreerd derwaarts te brengen en dat den bonij gprins aroe oedjong hem deese nagt stond te volgen dan wel sig insgelijk naar Nepo te begeeven. voor Inselver Van Macasser den 24. October 1733 — Van Maccasser den 24 October 1773 — woensdag den 23:' Inselver voegen berichte mij gemelde oppertolk vernomen te hebben dat doneenigheeden in de binnen landen gereesen tusschen die van Tou„ roengang en radja bijgelegt en dierhalven den aroe tanette Malolo in zijn commissie naar derwaarts soude geslaagde weesen. Dog dat daar en tegen d'inwoonders van de negorij Aadjan pappen tegen hun heer den datoe van lamoeroe niet alleen waeren op gestaan geweij„ gerd hebbende hunnen verpligte dienst te doen onder voorgeeven van zijne haarde regeerings wijse, maar dat z: ook de manschap door den sel„ „ven derwaerts gesonden om haar tot onderwerping en gehoorsaamheijd te brengen geslagen en met agterlaeting van een doode en verscheijde ge„ quetsten op devlugt gejaagd hadden. vrijdag „ 25. Een zendeling van Craeeng glitsong door den oppertolk brugman bij mij gebragt uit zijn meesters naam kennisse gegeeven hebbende hoe een onderdaen van den macassaars Prins craeng Mandellie door een van de glissongens was dood gestooken ter oorsaake den ter meerge„ legden hem niet alleen gequest hadde maar ook ongetwiffeld zoude omgebragt hebben hebbe ik daar van door den sendeling Daeeng mandjareekie aan Craeeng mandellij doen kennitse geeven met last om den selven aan te zeggen dat vermits dit ongelijk zijn eijgen Donderdag „ 24. is niet voorgevallen onderdaan zelfs te wijten was ik verwagten wilde dat daar over geen weerwaak soude worden gesogt of ingevalle hij sustineeren mogte beleedigt te zijn dat hij mij zijne beswaarnisse soude opgeeven. wijders wierd mij door den tweede tolk blij gecommuniceerd van een onser onderdaan jongst van Sandra bonij gekomen vernomen te hebben dat den uitgeweeken macassaars Prins craeeng Patene aldaar g'arriveerd zoude weesen en hij uit desselfs mond verstand hadde dat den koning van sumbauwa van taliwang op zijn residentie gelaats te rug gekomen was afgehaald geworden zijnde door datoe Boesing en dat Datoe Boedie tot datoe Jarewe was verkooren. Liet de koninginne van tanette uit haar en haar zoon Arve Pantjanas Zaturdag den 26: naam mij bekend maaken dat haar behuwde Dogter datoe Ritjietta vrouw van Magoesila eergisteren van een dogter be„ vallen was voor welke Communicatie ik onder een compli„ „ment van gelukwensching hebbe laten bedanken zonder meer om geen voet te geven dat door het doen van een geschenkj de verkiesing van Magoesila tot Successeur van het Tanetse rijk soude kunnen worden gehouden voor erkend. voorts berichte mij den oppertolk dat den koning van Bonij van de noord gereverteerd was. onderdaan Reverteerde 87.

NL-HaNA_1.04.02_3389_0750 view scan ↗

English

October Anno 173— From Macasser the 24th From Macasser the 24th of October Anno 173— Monday Sunday the 27th: The envoy Daeeng Mandjarekie returned from Glissong with the report that he had not been able to find the Craceng of Mandellij, as he had departed completely to the south, and had not considered it necessary to search for him, the less so because the Glissongers had testified that the corpse of his slain subject had been handed over at the request of the Macassars, and they therefore could not expect that any further consequences would arise from this, since the whole incident had been made known and they consequently were convinced of the guilt of the Glissongers. 28th: The Maloa Waga of Siang having arrived here with a report from the chief interpreter Baugman, I sent the Lomo of Siang with an envoy to the Bone Tomilalang in order to hear the dispute from the mouths of both, so that it might subsequently be further investigated and settled with the chief interpreter, to which effect I have ordered the latter to take care of it. Having received word today from a certain confidant that the Queen of Tanette, from the refusal to allow her to erect a house in the Malay campong, and likewise Dan Poenliepoe, Prince of Soping, had somehow conceived the impression that this signaled a diminished friendship on my part—at least the latter was said to have expressed that he could not fathom the reason for it and that he, for that reason, was apprehensive whether I might have taken any displeasure—I ordered the Malay Captain first to go to Her Highness. Having myself already told her the reason for the refusal of her request, namely that it was done solely to avoid all difficulties that would undoubtedly arise from granting it, both between myself and between her and the King of Bone, I wished to trust that she would not draw any wrong conclusions from it, with the assurance that my friendship was by no means diminished, but still the same and sincere. And that I would give practical proof thereof in all possible cases; that I therefore also expected that Her Highness would not put wrong notions into the minds of her children, but on the contrary confirm them in the trust they had hitherto shown in the Company's goodwill, and thus admonish them not to undertake anything contrary to it, much less entangle themselves in disputes from which, far from any advantage, the greatest disasters might ensue for them. And furthermore, I ordered the said Captain of the Malays to have the aforementioned Poenliepoe, Prince of Soping, requested as secretly as possible by a trusted person to hold a conference with him on one of the islands to the north under the pretext of going fishing, and not only to present to him the reasons for the refusal of the request made to his mother, but also to convince and reassure him of my friendship, as well as that in case he listens to my frequently given advice, keeps quiet, and lets all trifles pass unnoticed, I shall make every possible effort to avert the snares that might be laid for him in order to make him vacate the Soping throne, and on the contrary maintain him in that realm; adding that such conduct would, moreover, always serve him in the highest degree with respect to Tanette itself, and that, on the other hand, taking part in the disputes of others could only be detrimental, against which he should guard himself to the utmost. Regarding this first-mentioned message to the Queen, the Malay Captain reported to me toward the evening that Her Highness had declared herself very glad about it and fully convinced that my refusal was not without good reason; that she had also informed her children thereof and at the same time admonished them to trust solely in the Company, just as she placed her trust in it; and that she had on that account also reproached her son Aroe Pantjana for his imprudent conduct in giving his word to the King of Bone to let himself be used against the Datu of Sedenreng, who consequently had promised her not to meddle with the affairs there; for the rest expressing thanks for the further assurance of the Company's goodwill and my friendship. Meanwhile, he informed me with respect to his further commission that he had already prepared a vessel to send a confidant to Mappa, which was due to depart this very evening. Tuesday the 29th: Nothing occurred. Wednesday the 30th: The chief interpreter Brugman reported to me that he had learned from a certain confidant that the Bone regent a few days ago had received a letter from the Bone prince Aroe Pounio, who resides at Barru and was undoubtedly sent thither by the King of Bone, in which it was communicated to him that the Pabitjara, or first voice of the realm of Sedenreng, had fled from there to Barru out of fear that the Datu had attempted to take his life, and that the said minister had only replied thereto by letter that one took note of that matter.

Dutch transcription

October Ao 173— Van Macasser den 24. Van Macasser Den 24. 8ber Ao 173 — Maandag „ Zondag Den 27:' Reverteerde van glissong den zendeling daeeng mandjarekie met bericht dat hij den craceng van Mandellij als geheel naar de zuid vertrocken niet hebbende kunnen aantreffen mit hadde nodig g'oordeel den selven op te soeken te minder de glissongers betuig hadden dat het lijk van zijn ter neder gelegde onderdaan op versoek de macasaeren overgegeeven was en zij dierhalven niet konden verwagten dat daar uit eenige verdere gevolgen souden ontsltaan alsoo het geheele geval bekend gemaakten deselve oversulks van don schuld der glissongers overads waeren geworden. 28. Den maloa waga van Siang alhier bericht van den oppertolk Baug„ man g'arriveerd zijnde hebbe ik den lomo van Siang met een zendeling naar den bonijs. Tomilalang gesonden ten eijnde uit beider mond het disput te kennen vernemen om vervolgens nader met den opper tolk ondersogt en afgemaakt te worden invoegen ik den laastgemelde gelast hebbe sulks te besorgen. op de heden van zeeker vertrouweling ontfangen tijding dat de koninginne van tanette uit de haar geweijgerde opregting van een huis in de Campong der omaleijers en soo meede dan poenliepoe E: van soping eenigsints in begrif waeren geraakt dat sulks een blijk van mijne verminderde vriendschap te kennen gaf ten minste den laastgemelde siq uitgelaaten soude hebben de reeden daar van niet te kunnen bevroeden en dat hij uit dien hoofde bedugt was of ik ook eenig misnoegen mogte hebben opgevat hebbe ik de Capitain Maleijer gelast sig in de eerste plaats bij haar hoogheijt te begeeven hwerk haarde reeden van haar afgeslagen versoek selfs gesegt hebbende en bijsonder dat sulks alleen geschied was ter vermijding van alle moeijelijkhee„ die uit het toestaan van dien to tusschen mij als tusschen haar en den koning van bonij ongetwyffeld soude ontstaan ik vertrouwen wilde dat zij geen verkeerde consequentien daar uit zoude trecken met verseeke„ ring dat mijne riendschap gantsch niet verminderd maar als nog deselve en oprecht was, En dat ik daar van in alle mogelijke gevallen daedelijke blijken soude geeven dat ik dierhalven ook verwagten zoude dat haar hoogheijt haere kinderen en geen verkeerde denkbeelden wilde brengen maar deselve in teegendeel in 't vertrouwen dat zij tot hier toe op sComp: welmeenentheijd hadden betoond bevestigen en dus te vermaanen om niets daar teegen stryjdig 't onderneemen veel miin zig inwickelen in twisten waar uit wel verre van eenig voordeel de grootste rampen voor deselve soude kunnen voortvloijen en voorts gem: Capitain der maleijers bevoolen om den voorm: poenliepoe E van Coping door een omniste vertrouwde Van Macasser den 24. October 173 — Van Macasser Den 24. 8ber 173 vertrouwde se geheim mogelijk te laten versoeken om onder pretest van te gaan vischen een mondgesprek met hem te houden op een den Eijlanden om de noord en denselven niet alleen meede de redenen van het aan sijn moeder afgeslagen versoek voor te houden maar ook van mijne vriendschap op de overtuigen te wijte so wel te verseekeren als dat ingevalle hij aan mijne meermaele gedaane raadgeevingen luisteren sig maar stil houd en alle kleenigheeden ongemerkt laat passeeren ik alle es wat mogelijk is aanwenden sal om de lagen die hem mogten gelegt worden ten eijnde hem den sopingen zetel te doen ontruimen aftekeeren en hem in teegendeel in dat rijk te maintineeren met bij voeging dat hem sodanig gedrag nog daar en boven altoos ten hoogsten te stade soude kunnen komen met betreeking tot tanette selve en dat daar en teegen het deel neemen in geschillen van anderen met dan nadeelig kunnende sijn hij sig daar voor ten uitersten diende tewagten op welke eerst gem: boodschap of aan de koningin den Capitein maleijer mij tegenden avond rapport bragt dat haar hoogheit betuigd hadde over deselve seer verblijd en volkomen verzeekert te weeten dat mijne weijgering niet aan om goede reden geschied was dat sij haare Kinderen daar van ook verwittigt en teffens vermaand hadde op de Comp: alleen te vertrouwen gelijk zij daar op haar vertrouwen stelde en dat bij uit dien hoofde ook haar soon aroe pantjana hadde voorgehouden zijn onvoorsigtig gedrag in 't geeven van zijn woord aan den koning van bonij om sig tegen den datoe van sedeerring te laaten abdaar niet zullen gebruiken die haar oversulks beloofd hadde sig met de zaaken aldaar niet te zullen bemoeijen voor het overige voor de nadere verzeekering van sComp: welmenentheid en mijne vriendschap doende bedanken. Terwijl hij mij ten opsigte van sijn verderen last te kennen gaf reets een vaartuig in gereedheid te hebben gebragt om een vertrouwde aan mappa te zenden dat nog deesen avond stond te vertrecken. viel niets voor Rapporteerde mij den oppertolk brugman van zeeker vertrouwt woensdag „ 30. de te hebben vernomen dat den bonijs rijksbestierder voor weinige dagen dagen geleden een brief soude hebben ontvangen van den bonijschins Aroe Pounio die sig op baroe onthoud en ongetwijffeld door den koning van bonij derwaarts gesonden is waar bij hem gecommuni„ ceerd werd dat de Pabitjara of eerste reijks gtem van sedeenring van daar na barroe geretireerd was uit veese dat den datoe soude hebben getragt hem van het leeven te berooven en dat gemelden ministers daar op alleen bij een brief g'antwoord hadde dat men van die zaak domin Dingsdag den 29. stelde kennisse

NL-HaNA_1.04.02_3389_0752 view scan ↗

English

From Macasser, 24 October 1773 From Macasser, 24 October 1773 was aware if one wanted to meddle with them or with Lamakawaroe. Brugman also added that he had learned from another confidant that the King of Bonij was said to have declared that he would grant no audience to the Datoe of Sedeenring nor admit him, even if he were to request it. In the afternoon, the aforementioned chief interpreter also informed me that Aroe Pantjana, son of the Queen of Tanette, having come to him, had testified to having learned with sorrow that he was accused of having departed for Nepo to assist Lamakawaroe against his half-brother, the Dato of Sedeenring, but that this was beside the truth and that he would never dare to undertake such a thing unless it were ordered of him by me, requesting Brugman therefore to assure me thereof, adding that in two or three days he would depart for Pantjana with the intention, if possible, to help settle amicably the dispute between the Datoe of Lamoeroe and his subjects in the negorij Aajapappan. To which I had him informed that, with regard to his promise, I intended to expect the fulfillment thereof, and that his intention otherwise seeming commendable to me, I exhorted him to do his best to remove the disagreements at Adjapappan as soon as possible. Thursday, 1 July Nothing occurred. Friday, 2 July The regent and Tomilalang of Bonij, together with the Glarrang of Bontualacq, having informed me through the interpreter Passier that the Matoea Waga, having been interrogated by them regarding the acts of violence threatened by him against the Lomo of Siang, had denied this and furthermore maintained that the disputed person and consequently his place belonged to him, I, on the grounds that the contrary was rather to be maintained, had it served in reply that, taking the former as information, I only wished to expect that they would recommend Matoa Waga to carefully refrain from committing all violence; and with respect to the second, that since he in any case could not be his own judge, the person who had defected to him ought to be handed over to the Lomo, under whom he had long been, until such time and manner as the dispute itself could be investigated and finally settled at Siang upon the arrival of delegates from both sides. Furthermore, the King of Bonij had me informed through his interpreter Moentoe From Macasser, 24 October 1773 From Macasser, 24 October 1773 Saturday, 3 July that he had granted permission to Craeing Belbasarie to go to Barombong in order to attend to her mother, Craeeng Tanna Sanga, who was ill. Having had the prince thanked solely for this communication, I was informed shortly thereafter by the interpreter Blij that Moentoe had told him that Craeeng Tannasanga had indeed been invited by the king, but had not come here with him, having been prevented by her illness. Subsequently, upon the request made to that end by the King of Goa, I had passes issued for two small vessels to Sumbauwa to fetch provisions. And finally, upon the communication made to me that the Poenliepoe E. of Soping had accepted the requested oral conference with the Captain Malay and had appointed the island of Panckian for that purpose, I sent the latter thither to execute the order given to him on the 28th ultimo. The assistant interpreter Blij reported today that he had been told in confidence that Aroe Tha had been on watch the whole night with his men, on the pretext that Aroe Pantjana intended to attack him, but that, having made inquiries early in the morning, he had found that the latter had been quiet at his house and had slept. Sunday, 4 July Nothing occurred. Monday, 5 July The chief interpreter Brugman informed me that the Tomilalang of Bonij had himself been to him and said that the Matoa Waga had been ordered to let the person over whom a dispute had arisen between him and the Lomo of Siang depart for the negorij Patjellang, and thus under the jurisdiction of the latter, until such time as that question could be settled. Tuesday, 6 July Nothing occurred. Wednesday, 7 July The chief interpreter Brugman, having been prevented by duties from going earlier, departed for Glissong and Poelenbankeeng to conduct the usual annual census. Thursday, 8 July Nothing occurred. Friday, 9 July The second interpreter Blij reported to me that he had learned that Aroe Tha, son of the Bonij Pongauwa, had yesterday proceeded to that region, sent, as was believed, to inquire into the state of affairs between Datoe Sedeenring and his half-brother Lamakawaroe; furthermore, that the King of Bonij was said to have given orders for the speedy preparation of the baroega for the celebration of the festival of the circumcision of the young king or crown prince.

Dutch transcription

93. Van Macasser Den 24: 8ber 173 — Van Macasser Den 24. 8ber 173. — kennisse droeg als men sig met deselve of wel met Lamakawaroe wilde bemoeijen ook voegde er brugman bij van een ander vertrouwde te hebben verstaan dat den koning van bonij sig soude hebben uitgelaaten datoe sedeenring geen gehoor te zullen verleenen of tot hem toe te laeten schoon den selven sulks mogte versoeken. Des namiddags gaf mij gem: oppertoek almeede kennisse dat Aroe Pantjana zoon van de koninginne van tanette bij hem gekomen zijn„ „de betuigd hadde met leedweesen te hebben vernomen hoe hem te last gelegt was dat hij naar nepo vertrokken soude weesen om lama kawaroe tegens sijnen halven broeder den dato van sedeenring tassiteeren dog dat sulks bezeijden dewaerheijd was en hij sig zulks niummer onderstaan houde ten waare het hem van mij mogte worden bevoolen versoekende dierhalven aan brugman mij daar van te verseekeren met bij voeging dat hij over twee of drie dagen naar Pantjana zoudte vertrecken met voorneemen om des mogelijks het geschil tusschen aen datoe van lamoeroe en desselfs onderdaenen in de negorij Aajapappen in der minne te helpen bijleggen. op het welk ik hem hebbe doen weeten dat ik met betrek„ „king tot zijne belofte de nakoming van deselve verwagten wilde en dat mij voor het overige zijn voorneemen prijsselijk voorkomende ik hem vermaande zijn best te doen om d' oneenigheeden te Adjapappan ten spoedigsten uit den weg te ruimen niets gepasseerd Donderdag den 1:' Juli De rijksbestierder en Tomilalang van bonijs nevens den vrijdag „ 2: glarrang van bontualacq mij door den tolk Passier hebbende doen weeten dat den matoea waga door haar onderhouden zijnde over de door den zelven gedreigde geweld pleeging tegen den lomp van siang hij sulks ontkend en wijders beweerd hadde dat de quistieuse persoon en gevolgelijk dog desselfs plaass hem toequam soo hebbe ik uit hoofde het teegendeel veer een te suste„ „neeren bij daar op in antwoord laten dienen dat ik het eerste voor Communicatie aanneemende alleen verwagten wilde dat bij matoa waga zouden recommandeeren sig voor het pleegen van alle geweld zorgvuldig te wagten en met opsigt tot het tweede dat vermits hij in allen gevallen sijn eigen regter niet konde zijnde tot hem overgeloopenen persoon behoorde teworden overgeeven aan den lomo onder wien hij lange geweest was tot tijd en wijse het geschil selfs bij de komst van weederzeijds gepan„ mitteerdens te siang ondersogt en finaal afgedaan konde worden voorts liet aen koning van bonij mij door desselfs tolk prijselyk Moentoe Van Macasser Den 24. october 1773 — van Macasser den 24. october 1773. Zaturdag den 3: Moentoe weeten dat hij aan craeing belbasarie g'accordeert had„ „de om naar barombong te gaan ten eijnde haar moeder craeeng Tanna sanga die ziek was op te passen, voor welke Comminicatie ik den vorst eenlijk hebbende doen bedanken so wierd mij kort hier na door den tolk blij bericht dat Moentoe hem getegt hadde dat Cra„ „eeng Tannasanga wel door den koning versogt omaar niet met den selven hier gekomen was als door haar siekte belet geworden zijnde vervolgens hebbe ik op het ten dien eijnde gedaane versoek door den koning van goa te passen voor twee kleene vaartuigen doen afgeven naar sumbauwa ter afhael van proviand En eijndelijk op de aan mij gedaane Communicatie dat den poenliepoe E: van soping het versogte mond gesprek met den Ca„ „pitain maleijer aangenoomen en daar toe het eijland panckian bestand hadde den laatsgemelden derwaarts gesonden ter uit voe„ „ring van de hem op den 28 passato gegeevene last. berichte huij den ondertoek blij dat hem in vertrouwen gesegt was dataroe Tha den geheelen nragt malaam geweest was met zijne maanschap onder voorgeeven dat aroe Pantjana intentie hadde hem tattacqueeren dog dat hij in den vroegen morgen informatie daar na gedaan hebbende bevonden hadde dat deesen op sijn huis stil geweest en geslaegen hadde. viel niets voor Zondag den 4. Gap den oppertolk brugman mij kennisse dat den tomilalang Maandag „ 5. van bonij zelfs bij hem geweest en gezegt haade dat den matoa waga gelast was depersoon waar over tusschen deese en den lomo van siang verschil is ontstaan naar de negorij Patjellang en dus onder 't gebied van de laatsten te laaten vertrecken tot tijt en wijle die questi soude kunnen worden afgedaan Dingsdag „ 6: niets gepasseerd Is den oppertolk brugman als door oppasselijkheijd belet woensdag „ 7: vroeger te gaan naar glissong en Poelenbankeeng vertrokken tot het doen van de gewoone jaarlijkse ziel beschrijving viel niets voor rapporteerde mij den tweede tolk blij vernomen te hebben dat vrijdag aroe tha zoon van den bonijs pongauwa op gisteren sig na den oord: begeeven hadde so men meende uitgesonden om na den staat der zaaken tusschen datoe sedeenring en zijn halve broeder Lamakawaroe te verneemen voorts dat den koning van bonij ordre zoude gegeeven hebben tot het spoedig in gereed„ heid brengen van de baroega ter volvoering van het fest„ der besnijdenisse van den jongen koning of kroonprins Donderdag „ 8. viel hebbe

NL-HaNA_1.04.02_3389_0754 view scan ↗

English

From Macasser, the 24th of October 1773. From Macasser, the 24th of October 1773. Saturday the 10th: Upon the request made to that end, I granted a pass to the king of goa for a small vessel to sumbauwa to collect provisions. Furthermore, I was informed that Aroe Pintjana, son of the queen of Tanette, had departed for his country on account of some hostilities that had arisen between those of lamoeroe and bengo, who had already been in action against one another, but since then emissaries had reportedly been sent from both sides to the king of bonij to request His Highness's mediation. Toward the evening, the captain of the Malays returned from the island of Panikian, reporting to me that, having made my message known to the Poenlipooe or Datoe of soping Mappa, the same had expressed his utmost satisfaction in that regard and requested him not only to thank me for the regard that I showed toward him and his family, but also to assure me that he would conduct himself in all respects according to my advice and undertake nothing against it, adding that his trust was placed solely in the Company and me. Furthermore, he had also communicated to the Captain of the Malays: Sunday the 11th: how, having sent an emissary a short time ago on a private message to Mandhaar, he had learned from the same that the sum of money demanded by the Company for the bark de vrijheijd had already been collected together by those of Madjene; that the maradia had said that the same would not be offered until actual movements were made to attack them with hostilities. Nothing occurred. Monday the 12th: Since private reports had been received that the disagreements in the interior between those of Touroengan and radja had been settled, and as I have received no direct news thereof from the king of bonij, I sent the under-interpreter Blij to His Highness to inquire about it. He sent me in reply that he could not yet say for the present, and that his emissary last sent thither had not yet returned. Tuesday the 13th: A certain slave of Mr. Boelen, who had been away for a considerable time but was recently apprehended, having claimed that he, along with two of his companions (of whom one has since returned), had been carried away from here by one Bappa Sjorong, a subject of the king of goa, I sent a message about this to the king, not only to obtain custody of the other slave if possible, but to demand satisfaction regarding the conduct of Bappa Sjorong. Whereupon Blij brought me in reply that the king had declared that Bappa Sjorong was not under him, but under the tomilalang, but that he would send me an answer. Wednesday the 14th: The lomo of siang appeared before me, stating that notwithstanding the ruling to have the subject who ran away from him depart for Patjelang, the matoa waga continued to refuse to do so under the pretext that the same had been assigned to him by the tomilalang. I ordered the said lomo to let the matter take its course for the time being until the reconciliation in siang should be carried out, at which time that matter would surely be settled, and that he could therefore depart. Thursday the 15th: Nothing occurred. Friday the 16th: Saturday the 17th: Having given notice of the complaint made to me the day before yesterday by the lomo of siang to the regent and tommilalang of bonij, with a request to order the matoa waga once again to comply with the provisional ruling regarding the disputed subject, they sent me in reply via the ordinary emissary Daeng Mandjareki that they would dispatch someone as soon as possible to order him to do the same once more, and should he fail to comply, to give notice thereof to the king. I was informed by a trusted person that, according to the talk of various people, a disagreement had reportedly arisen between the Datoe of Soping Mappa and his soele datoe, and that the first-mentioned, having struck the other with a rattan, the latter had stirred up a large number of the subjects to dethrone Mappa, of which no further consequence had yet been learned by him. On the other hand, the king of bonij had reportedly sent an emissary to those of lamoeroe, Beengo, and oelawang to settle the mutual disputes between them and to forbid one another from all acts of hostility. Toward noon, the king of goa, through his interpreter Borra, with a great compliment, inquired after my good health, for which I sent my thanks.

Dutch transcription

Van Macasser Den 24. 8ber 173. Van Macasser den 24. October 1773 — zaturdag den 10: Hebbe ik op het ten dien eijnde gedaan versoek aan den koning van goa een pas voor een kleen vaartuig na sumbauwa verleend ter afhaal van proviam. voorts wierd mij berigt dat Aroe Pintjana zoon van de koningin„ „ne van Tanette naar zijn land was vertrocken ter oorsaake van eenige ontstaane vijandelijkheeden tusschen die van lamoeroe en bengo welke met den anderen bereets in actie geweest dog sedert aan weder zijden zendelingen aan den koning van bonij zoude hebben gesonden om zijn hoogheids bemiddeling te versoeken. Iegen den avond reventeerde den capitein der maleijer van het eijland Panikian mij rapporteerende dat hij aan den Poenlipooe E of wel datoe van soping Mappamijne boodschap bekend gemaakt hebbende denselven dierwegens sijn uitterste genoegen betuigd en versogt hadde mij niet alleen voor het reguard dat ik ten opsigte van hem en zijne famillie betoonde te hebben te bedanken maar ook te verseekeren dat hij sig in allen opsigte naar mijnen raad gedragen en niets daar tegen onderneemen soude met bij voeging dat zijn vertrouwen alleen op de Comp: en mij was gevestigt voorts hadde hij nog aan den Capitain maleijer gecommniterd Zondag den 11: hoe hij weijnig tijd geleeden een zendeling om een particuliere boodschap na Mandhaar gesonden hebbende uit den selven verstaan hadde dat de door de comp: geijschte somma geld voor de bark de vrijheijd door die van Madjene bereets bij den anderen soude wee„ sen gebragt dat de maradia getegt hadde dat deselve niet eerder soude worden aangeboden dan na dat er weesentlijk bewee„ „gingen wierden gemaakt om haar vijandelijk aan te lasten. niets voorgevallen Mits het particulier ontfangen bericht dat d' oneenigheeden Maandag „ 12. in de binnen landen tus die van Touroengan en radja souden wee„ „sen bij gelegt en dat daar van geen directe tijding hebbe onfan„ „gen van den koning van bonij hebbe ik den ondertolk blij naar zijn hoogheijd gesonden om daar na te verneemen welke mij in antwoord weeten liet sulks voor als nog niet te kunnen zeggen en dat zijn laast derwaarts gesonden zendeling nog niet waere gereverteerd. zeekere voor een geruimen tijd weg dog onlangs op gevatte Dingsdag „ 13:' slaaf van den heer boelen voor gewend hebbende neevens nog twee zijner mackers waar van er zedert een terug ge„ komen is:) van hier te zijn vervoerd door eenen Bappa spriong hoe een 97 99 Van Macasser den 24. October 173 — Van Macasser den 24: October 173 — Donderdag „ 15 vrijdag een onderdaan van den koning van goa hebbe ik daar over een boodschap gesonden aan den koning niet alleen om des mogelijk ook d' andere zijnde een slavn magtig te worden maar Satisfactie omtrent het ge„ drag van bappa Mjorong 't eijsschen waar op mij blij tot antwoord bragt dat den koning betuigd hadde dat bappa sjorong niet onder hemmaar onder den tomilalang stond dog dat hij mij antwoord soude laeten toekomen. woensdag den 14. verscheen bij mij de lomo van siang te kennen geevende dat niet iegenstaande d'uitspraake om den van hem weggelopen onder„ daan naar Patjelang te doen vertrecken den matoa waga sulks bleef weijgeren onder voorgave dat den selven hem door den tomi„ „lalang toegeweesen waare ik hebbe gem: lomo gelast om die zaak maar voor eerst op sijn beloop te laeten tot tijd en wijlen de vere„ tiening op siang soude worden gedaan wanneer die zaak wel zoude afgemaakt worden en dat hij dierhalven maar vertrecken konde viel niets voor „ 16 Zaturdag „ 17. van de mij op eergisteren gedaane klaagte door den lomo van siang aan den rijksbestieader en tommilalang van bonij kennisse heb„ bende doonr geeven met versoek om den mator om den matoa waga wierd mij door een vertrouwde bericht dat volgens het zeggen van deesen en geene oneenigheijd soude weesen gereesen tusschen den datoe van Soping Mappaen desselfs soele datoe en dat den eerstgem: den anderen met een rotting een slag gegeeven hebbende deese een groot getal der onderdaanen hadde opgeset om Mappa te detroneeren waar van als nog geen verder gevolg door hem Daar en tegen soude den koning van bonij aan die van lamoeroe Beengo en oelawang een zendeling hebben gesonden om d onderlinge geschillen tusschen deselve te stel„ „len en den een ander alle feijtelijkheeden te verbieden Tegen den middag liet den koning van goa door zijn tolk borra onder een Compliment van groote naar mijne welsand verniemen waar voor ik hebben laeten bedaenken vernomen was andermaal 't'ordonneeren de provitioneele uitspraeke over queetti„ euse onderdaan na te komen lieten deselve mij door den ordinaire zendeling daeen Mandjareki in antwoord weeten dat z: ten eersten iemand zoude afzenden om hem het zelve andermaal te gelasten en wan„ neer hij zulks niet nakomen mogte daar van aan den koning kennisse te zullen geeven. aendermaal is

NL-HaNA_1.04.02_3389_0756 view scan ↗

English

From Macasser the 24th October 173 — From Macasser the 24th October 173: Sunday the 18th: nothing happened. Monday the 19th: the king of goa having sent his highness's interpreter borra to inquire after my health, I had him thanked for it. Tuesday the 20th: The king of bonij had communicated to me that these days he had learned from one of his subjects newly arrived here from boneratte that the king of bouton had let it be known to the chief there that he had received intelligence that the intention of the Cerammers was to invade boneratte just as they had done to three islands belonging under bouton, and that he could therefore be on his guard; his highness's emissary adding that if he learned anything further about it, he would also make it known; which I asked in reply to do, at the same time testifying that what happened on the three bouton islands had also come to my knowledge. On the other hand, I rejected the request of the regent for a pass for a vessel to siang to fetch ten blasses of rice and one hundred bundles of paddy, as being contrary to the custom that the export thereof is permitted only after the tithe has ended, as I let him know. Wednesday the 21st: nothing occurred. Thursday the 22nd: the king of goa had inquiries made after my health through his clerk and requested some trifles, which I gave. Friday the 23rd: The regent of bonij had me requested again for a pass to tijaing to sail back and forth to fetch two to three blasses of rice each time for provisions; to which I had answered that such passes are never granted, but that this time, if it could be of service to him, I would indeed give a pass to bring six blasses of rice hither. Saturday the 24th: Nothing happened. Sunday the 25th: Nothing happened. From Java's East Coast the 24th October 1773 — From Macasser the 24th October 1773 — Monday the 26th: After information taken regarding the state of affairs at sedeenring, I received a report today that the datoea, not being disinclined to heal the affront done by him to the king of bonij, had even offered to pay the fine of 440 p:s established by the laws of the land, but that his highness had demanded double that fine, which he had not been willing to resolve to, and that therefore, if the king of bonij were not satisfied with the former, no reconciliation was to be expected, all the less because the eldest of the first of the three wadsoreete banner chiefs, Patola E:, had let datoe sedeenring know just to keep quiet and not to worry at all about the doings of his half-brother lamakawaroe, since if it should come so far that he were attacked in his own country, they would support him with force and certainly take away his enemies' desire for the future. I was also told that some sopingers, undoubtedly by instigation or incitement, had shown dissatisfaction as if it were against their will that they did not, like many a court, serve the king of bonij, and thus a murmur had arisen whether it would not be advisable to depone the present datoe Mappa, who, having found out about this, had frankly declared that in case they judged they would be better off then, he was ready willingly to abdicate the realm; which had such an effect that virtually all of them had declared they would far less proceed to his dethronement. Tuesday the 27th: it was reported to me that pongauua lacasie, having returned from the north yesterday evening, was summoned by his father, the king of bonij, and being questioned about the state of affairs at sedeenring, had reported that lamakawaroe, assisted by are oedjong, Aroe salatoengie, and baroenging, son of aroe oenrang, with a force of three hundred men, had intended to surprise the datoea in the dead of night, but were so repulsed by the latter, who kept on his guard, that they not only had to retreat, but subsequently, having betaken themselves to masepe, were attacked by those of sedeenring, assisted by some people of Teteaje, and put to flight, leaving behind virtually all their ammunition along with some dead and wounded, among which latter were lamakawaroe, aroe oedjong, and another of the grandees, having subsequently departed for soreang. Wednesday the 28th: nothing occurred. Thursday the 29th: The king of bonij had inquiries made after my health and also requested that, in view of the approaching circumcision of the young king, which the emissary, being the interpreter Moentoe, attested would take place in about 50 days, the lomo of maros be ordered to send his musicians and performers hither to assist at that feast; which I promised his highness and also immediately ordered the resident of Maros to have done. Furthermore, nothing of importance occurred to be noted herein, as also on Friday the 30th:

Dutch transcription

Van Macasser den 24. October 173 — Van Macasser Den 24. October 173: zondag den 18: is niets gepasseerd. Maandag „ 19: de koning van goa door sijn hoogheijtstolk borra naar mijn welstand hebbende laatende verneemen hebbe ik daar voor laa„ „ten bedanken Dingsdag „ 20 Liet de koning van bonij mij Communiceeren deser dagen van een zijner alhier van boneratte g'arriveerde onderdoenen vernomen te hebben dat den koning van bouton aan het hoofd aldaar soude hebben laeten weeten kundschap te hebben erlangd dat der cerammers intentie soude sijn boneratte 't invadeeren even als z drie onder bouton gehoorende eijlanden hadden gedaen en dat hij dierhalven. op sijn hoede konde zijn voegende zijn hooghets sendeling en bij dat hij daar van iets verdeere verneemende met het selve meede soude doen bekend maeken 't geen ik in antwoord versoeken liet onder betuiging teffens dat mij het voorgevallene op de drie bouton te eijlanden meede ter kennisse gekomen was. Daar en tegen hebbe ik van de hand geweesen het versoek van den rijksbestierder om een pas voor een vaartuig na siang ter afhaal van thien blasjes rijsten hondert bossen, padij als tegen het ge„ bruik dat den uitvoer van dien gepermitteerd word voor en al eer de vertiening afgeloopen is gelijk ik hem deed weeten woensdag „ 21: viel niets voor. Na genomene informatie wegens de toestand der saaken op se„ Maandag „ 26. deenring ontfing ik heeden bericht dat den datoea niet ongenegen zijnde het affront door hem aan den koning van bonij gedaan hadde te willen heelen zelfs de volgens slands wetten daar toestaande boete van 440: p:s hadde laeten aanbieden dog dat zijn hoogheijd die boete dubbeld soude gevorderd hebben waar toe hij niet hadde willen besluiten en dat er oversulks zo den koning van bonij met het eerstgem: niet te vreeden waare geen vereeniging tewagten was te minder de oudste van het eerste der drie wadsoreete hoofd Niets gepasseerd Zondag Zaturdag „ 24. „ 35 het den konig van goadeo deselvs k loen aar mijn wer Donderdag den 2:e stand informeeren en om eenige kleenigheeden versoeken die ik hebbe afgegeeven. Lietde rijksbestierder van bonij mij andermaal versoeken om vrijdag „ 23: een pas naar tijaing om hien en weder te varen ter afhaal telkens van twee adrie blasjes rijs tot provisie waar op ik hebbe laaten antwoor„ den dat dirgelijke passen misminer verleend worden dog dat ik ditmaal wanneer hem daar meede konde dienst doen wel een opas zoude geeven om ses blasses rijst herwaarts te brengen. Donderdag vaandels 10: Van Javas oostcust den 24. october 1773 — Van Macasser den 24 October 1773 — vaandels Patola E: aan datoe sedeenring had de laeten weeten om sig maar stil te houden en dat sig der gedoentens van sijn halven broeder lamakawaroe met hoofde bekommeren vermits men hem als het er zo verre op aankomen mogte dat hij in zijn eijge land gattacqueerdt met kragt onder„ steuren en zijne vijanden daar toe den lust voor het vervolg wel beneemen zoude ook wierd mij gesegd dat eenige sopingens ongetwijfeld door opstoo„ king of aanhitsing ongenoegen betoond hadden als waare het tegen hunnen zin dat zij niet gelijk vel een hofe dienst deesen den koring van bonij en dus een mompeling ontstaan was of het niet raadsaam waare den presenten datoe Mappa te detroneeren den welken daar agter gekomen sijnde rondelijk verklaard hadde dat ingevalle zij oordelden het als dan beter te zullen hebben bereid was gewillig afstand van het rijke te doon het geen van die uitwerking was ge„ weest dat 'z genoegsaam allen betuigd hadden minder tot zijn detroneering te zullen overgaan. Dingsdag den 27. wierd mij gerapporteerd dat aen pongauua lacasie gisteren avond van de noord gereverteerd bij den koning van bonij sijn vader ont„ booden en ondervraagd zijnde na de toestand aersaaken op seheen„ „ring gerapporteerd hadde dat lamakawarae g'assisteerd door are oedjong Aroe salatoengie en baroenging soon van aroe oenrang met een getal van drie hondert koppen den datoea bij nogt in aller„ stille hadden willen overvallen dog door deese die sig op zijn hoede hielde zodanig afgeslagen waren dat 'z niet alleen hadde moeten retireeren maar vervolgens sig naar masepe begeeven hebbende door die van bedeenring g'ussisteerd door eenig voek van Teteaje gat„ „tacqueerd en op de vlugt geslagen waaren met agterlaating van genoegsaam al hunne ammunitie neevens eenige dooden en ge„ quetsen onder welke laatste sig bevonden lamakawaroe aroe oedjong en nog een der grooten zijnde vervolgens naar soreang vertrokken viel niets voor Liet de koning van bonij naar mijne welstand informeeren en donderdag „ 29. tevens versoeken en tegens de ophanden sijnde besuijdenitse van den jong koning welke den zendeling sijnde den tolk Moentoe betuijgde op circa 50 dagen voortgang te zullen neemen de lomo van ma„ ros te beveelen desselfs speelvolkeren herwaarts tesenden om bij dat festijn te assisteeren het geen ik sijn hoogheid toegesegt en „ ook aanstonds aan den resident van Maros gelast hebeden Coust odonenen voorts is niets van belang voorgevallen om in deesen te worden genoteerd gelijk meede op woensdag den 28: oedjong vrijdag

NL-HaNA_1.04.02_3389_0758 view scan ↗

English

From Macasser The 24th October 1773 — From Macasser The 24 October anno 1773 — Monday 2: Friday the 30th Nothing happened Saturday 31st Because the answer to my message sent to the king of Goa mentioned under the 13th of this month had failed to arrive, I dispatched the ordinary messenger Daieng Mandjarcki to learn the reason for it, and it was reported to me by him that his highness declared that he had believed nothing other than that the matter entrusted by him to the Tomilalang had already been settled, but that he had immediately sent someone in the presence of the messenger to make inquiries about it, who returned with the report that he had not found the Tomilalang at home, after which the prince made this known to Daieng Mandjarcki and declared that he would personally make inquiries upon the Tomilalang's return and still send me an answer. Furthermore, the chief interpreter Brugman returned from Glisson, having completed the usual census there and on Poelenbankeeng according to order. I sent the third interpreter Issael Pietersz to the king of Bonij and the queen of Tanette to inquire after their Sunday the 1st August Nothing occurred highnesses' welfare, and likewise for the same purpose to the king of Goa, and at the same time to request an audience for tomorrow morning for the ordinary commissioners, through the usual messenger Niega, who reported to me toward evening that the same would be accepted. The junior merchants Kraane and Parringauw, having departed early this morning as ordinary commissioners for the court of Goa to deliver a written protest translated into the Macassar language regarding the abduction of a certain soldier from the garrison by one of the Goa grandees and to demand sufficient satisfaction on that account, brought me a report toward noon that the king declared himself as well as the realm's grandees to be ignorant of the incident, but would have an inquiry made into it in order to provide me with a proper answer thereafter. I gave notice to the king of Bonij with a fitting compliment through the chief interpreter Brugman of my intention to depart for the northern provinces around the upcoming 4th to attend to the tithe collection, and therefore to request that his highness be pleased to appoint commissioners according to custom to accompany me, with the further announcement that the From Macasser the 24th October 1743. — From Macasser The 24. october 173 Thursday the 5th Friday 6 Sunday 8 Monday 9 management of domestic affairs during my absence would be entrusted to the honorable senior merchant and secunde; on all of which Brugman reported to me upon his return that his highness had said he would appoint the Tomilalang and the Gallarrang of Bontualacq, alongside the Andronggoeroe Joa, to assist in the tithe collection, and furthermore expressed his thanks for the further communication. Nothing occurred Saturday 7th The sub-interpreter Pietersz was sent by me to the court of Goa, the messenger Patjelang to that of Tello, and the fellow messenger Niga to the queen of Tanette, to announce my intended departure around the 11th of this month for the northern provinces, and that the authority here during my absence would be delegated to the honorable secunde, for which the one and the other sent me their thanks, declaring that in case anything should occur, they would address the said honorable secunde if necessary. Nothing happened In order to prevent as much as possible the constant cavils and annoyances to which one is repeatedly subjected during the tithe collection with the Bonians, of which there was experience last year, I sent the chief interpreter Brugman to the king of Bonij to present two or three statements of the incidents in the said past year, or the fraudulent returns from the keepers of his highness's paddy, and to request not only that measures be taken against this, but also that strict orders be given to the commissioners to prevent any paddy from being hidden or the Company from being wronged in its rights, intimating that I would expect this even less for the future, since he as well as I was convinced of the reasonable manner of proceeding that took place in this matter with respect to his subjects; upon which Brugman, having returned, reported to me that the prince, in his presence as well as that of the Bonian interpreter Nwventoe, had given strict orders to the Tomilalang not to tolerate any of his subjects hiding paddy, but to ensure that the tithe of everything was paid to the Company, and that a prompt return of everyone's share was made accordingly, which his highness also had communicated to me. In the meantime, the king of Goa, while inquiring after my welfare through his interpreter, had an audience requested for commissioners, which was granted, and I appointed them for tomorrow before noon.

Dutch transcription

Van Macasser Den 24. 8ber: 173 — Van Macasser Den 24 October anno 1773 — Maandag „ 2: Vrijdag den 30:e Niets gepasseerd Zaturdag „ 31:' Mits het agter blijven van het antwoord om mijne gesondene bood„ „schap aan den koning van goa vermeld onder den 13. deser den ordi„ nair zendeling daieng Mandjarcki afgevaardigt hebbende om de reden van dien te verneemen wierd mij door denselven tot rapport gebragt dat sijn hoogheid betuigd hadde niet beter geweeten te heb„ „ben of die saak door hem aan den tomilalang opgedragen was„ al bereets afgemaakt dog dat denselven op stonds in tegenwoordig „heid van den zendeling iemand gesonden hebbende orn er na 't informeeren dese te rug gekomen was bericht den Tomilalang niet te hebben thuis gevonden waar na den vorst hem daeeng mandjarekie sulks te kennen gegeeven en betuigd hadde zigerzelfs bij s Tomilalangs te rug komst na te zullen informeeren en mij als nog antwoord te laeten toekomen. voorts reverteerde den oppertolk brugman van glisson hebben de aldaar en op Poelenbankeeng de gewoone siel beschrijving na dordra volbragt hebbe ik den derden tolk Issaael Pietersz naar den koning van bonij ende koningnne van Tanette gesonden om na haar zondag den 1: aug„s Niets voorgevallen hooghedens welstand te verneemen en so meede ten selven eijnde naar den koning van goa en om tevens acces te versoeken tegen morgen ochtend voor d'ordinaire gecommitteerden den gewoone sendeling Niega welke mij tegen den avond rapport bracht dat deselve soude worden g'accepteerd d'onderkooplieden kraane en Parringauw als ordinairie ge„ Dingsdag den 3: committeerdens heden morgen vroeg naar het hof van goa vertrokken zijnde ter overgave van een schriftelijk protest in de macassaarse taal overgetet over het vervoeren van zeekeren soldaat uit het guarnisoen door een der goate grooten en om dierwegens vol„ „doende satisfactie teijschen to bragten deselve mij daar op tegen de middag bericht dat den koning betuigd hadde van dat geval so wel als de rijks grooten onkundig te sijn dog daar na ondersoek te laeten doen om mij vervolgens behoorlijk antwoord te doen geworden. Hebbe ik aen koning van bonij onder een gepastcomplement woensdag „ 4. kennisse doen geeven door den oppertolk brugman van mijne voor. „neemen om tegen den 4: aanstaande naar de noorder provintien te „ vertrekken tot taamn aen vertiening en om dierhalven te versoeken dat zijn hoogheijt na het gebruik gecommitteerds geliefde te be„ noemen om mij te versallen en verdere aankundiging dat de hooghedens maneance tot Van Macaser den 24. 8ber 1743. — Van Macasser Den 24. october 173 Donderdag den 5. vrijdag „ 6 Zondag Mandag „ maneance der husselijke saaken geduurende mijn absentie aan den E oppercoopman en secunde soude opgedragen worden op welk een en ander brugman mij bij te rug komst berichte dat sijn hoogheijt getegt hadde den tomilalang en den glarrang van bontualacq nevens den andron„ goeroe Joa te sullen Committeeren tot assistentie in de vertiening en wijders voor de verdere Communicatie dank betuigd. viel niets voor Zaturdag „ 7. Js den ondertolk Pietersz: door mij naar het hof van goa den sende„ „ling Patjelang naar dat van tello en den meede senbeling Niga naar de koninginne van Zanette gesonden ter bekend making van mijn voorgenoomen vertrek tegen den 11: deser naar de noorder provintien en dat het gesag alhier geduurende mijn absentie aan den Esecunde soude worden gedemandeert waar voor d eene en andere mij lieten bedanken niet betuiging dat ingevalle er iets voorgevallen mogte sij sig des nodig aan gem: E secunde zoude addresseeren 8 Niets gepasseerd 9 tot voorkoming so veel mogelyk van de geduurige Cavillatien en engernissen welke men telkens bij het doen der vertiening onder„ hevig is met de boniers invoegen daar van voorleeden Jaar onder„ vinding gehad hebbe ik den oppertolk brugman aan den koning van bonij gesonden ten eijnde onder voorhouding van twee a drie staatjes der ontmoetingen in het gem: gepasseerde Jaar of welde fraudulentie opgaven van de bewaakens van sijn hoogheid padij te versoeken daar tegen niet alleen voorsieninge te doen maar ook de gecommitteerdens van het hopernttige vrare te geeven om te beletten dater geen padij verborgen of de comp: in sijn geregtigheijd te kort ge„ „daan worde onder te kennen gave dat ik sulks voor 't vervolgte minder verwagten wilde ter zaake hij to wel als ik overtuigd waare van de re„ delijke handelwijse welk in dit stuk ten optigte sijner onderdaanen plaats hadde waar op brugman te ruggekomen zijnde mij berichte dat den vorst aen tomilalang in zijne presentie so wel als van de bonijs tolk nwventoe stricte ordre gegeven hadde om niet te gedoogen dat eenige zijner onderdaanen padij kwamen te verbergen maar te zorgen dat van alles de tiende aan de comp: voldaan en door deselve oversulks een prompte opgave van een ieder aandeel gedaan wierde 't geen mij zijn hoogheijd teffens liet Communiceeren Jntusschen liet den koning van goa door desselfs tolk onder informatie naar mijne welstand acces versoeken voor gecommitteerden 't geen g'accordeerd en deselve tegen morgen voor de midaag bescheijden hebbe vinding volgens —

NL-HaNA_1.04.02_3389_0760 view scan ↗

English

From Maccassaar the 24. 8ber 1773 From Macasser The 24th 8ber 1773 Tuesday the 10th according to the granted audience of yesterday, there appeared before me this morning on behalf of the court of Goa I Noeden second Shahbandar and the gallarrang Tjamba, who, having sat down and the usual mutual compliments having been paid, made known that they had been sent expressly to bring an answer to the message delivered on the 4th of this month by the ordinary deputies to the king and grandees of the realm concerning the soldier who had gone missing here from the garrison, of which case they said that the king and grandees of the realm testified to have known nothing, all the less because no notice of his absence had been given according to custom, as otherwise orders would immediately have been given by the king to get hold of him and subsequently hand him over; that nevertheless, having deliberated upon the grievance in that regard, it had been resolved, according to their country's laws, to condemn the guilty party, whom they did not name, however, to a fine of forty Spanish rixdollars, which they also already had with them, so that they also showed the money. I thereupon had them answered through the chief interpreter Baugman that according to custom I undoubtedly would have caused notice to be given of the missing of the said soldier if from the circumstances of his absence I had not rather had to assume that he had unfortunately perished or become lost and subsequently abducted and carried off, but that this being beside the point, I had to declare in regard to the offer that I could not be satisfied with any fine in money, setting before their eyes at the same time how little correspondence such a light punishment had with that which the Company practiced upon the abductors of free persons or slaves, who were at least whipped, branded, and chained in irons for life, and further that their country's laws were irrelevant in this matter, but rather the contracts, which had to serve as a basis for the satisfaction that ought to be given for the abduction of a Company servant; but that as I was to depart for Maros by tomorrow and thus impossibly had time to speak with them further at length about this, I only had to charge them to tell the king and grandees of the realm that a more satisfactory redress was demanded, and that I accordingly would expect a further answer upon my return from the north, which they undertook to deliver as a message, whereupon they took their leave and departed. Wednesday the 109 From Macasser The 24. 8ber 1773 — From Maccasser the 24 8ber 1773. Friday Saturday Sunday Wednesday the 11th in the morning at about half past four o'clock, I went by sea to Maros together with the merchant Voll, junior merchant Kraane, dispenser Tichrer, and the hospital chief surgeon Samas, where I arrived at one o'clock in the afternoon. Thursday the 12th I regulated the tithes for the chiefs of the respective northern provinces and regencies. The 13th I received report from the secunde Van Pleuren that a native vessel from Bouton had arrived at the Castle, carrying the native burgher Johannes Laurens along with another eight Christians, one Mahometan, and two slaves, being all shipwrecks from a certain private bark, Het Zeepaard, hailing from Batavia and belonging to the native burgher Pietersz, who have given such an account of their experience as was delivered to me alongside it. The 14th nothing occurred. The 15th notice was given to me by the honorable secunde that his honor, upon the received report from the under-interpreter Pietersz regarding the abduction of a male slave of the chief interpreter Brugman and a pawn of the sergeant Seena, who had been amusing themselves at Sapiria with the tandak dance and subsequently had been bound and brought hither for sale by the Goa interpreter, so that the last-mentioned had already been sold as well, had lodged a complaint with the king and had claimed both of them back, with the request at the same time that the thieves might be handed over or at least punished according to the laws. Monday the 16th nothing happened. Tuesday the 17th in continuation of what was imparted to me the day before yesterday, I received word from the honorable senior merchant that the king of Goa, in response to the message sent to him, had given as an answer that the seized persons, being unknown and regarded as thieves, and moreover not having wanted to reveal who they were, had been declared slaves according to the laws of the country; that it had since been found that one was a subject of Goa, but the latter was truly a slave belonging to subjects of the Company, who had therefore been brought along by the emissary and accepted, while his honor had given orders to make a closer investigation regarding the other to see whether the claim might be the truth, or whether the same might not also be a subordinate of the Company. nothing noteworthy happened. The honorable secunde, upon the further obtained assurance that the pawn of the sergeant Seena seized by the Macassarese belonged under the Company, again to the king already of

Dutch transcription

Van Maccassaar den 24. 8ber 1773 Van Macasser Den 24:' 8ber 173 Dingsdag den 10:e volgens verledt acces van gisteren deesen voormidag van wegens het hof van goa bij mij verscheenen ij noeden twede Sjabandhaer en den glan„ „rang Tjamba zo gaven deselve geseten en de gewoone wederseijds Com„ „plimenten afgelegt zijnde te kennen & pres gesonden te zijn om ant„ „woord te brengen op de boodschap door de gewoone gecommitteerdens op den 4. hugus aan den koning en rijksgrooten gedaan betreckelijk tot den alhier uit het guarnisoen vermits geweest zijnde soldaat van welk geval zij zeijden dat den koning en rijksgrooten be„ tuigden niets geweeten te hebben te minder van zijne absentie naar den gebruike geen kennisse gegeeven was vermits andersints ten eersten door den koning ordre gesteld soude zijn geworden om hem in handen te krijgen en vervolgens over te geeven dat nogtans over de doleantie dierwegens geraad pleegd zijnde be„ slooten was om den schuldigen die z egter niet noemden na haere slaend wetten in een boete te Condemneeren van veertig rd„s spaans welke zij thans ook riets hadden invoegen z het geld ook ook vertoonde Ik liet hun daar op door den oppertolk baugman antwoorden dat ik na den gebruiken van het vermissen van gem: militair ongetwijffeld kennisse soude hebben doen geeven indien met uit de omstandigheeden bij sijn absentie niet vel eer hadde moeten on„ denstellen dat hij ongelukkig omgekomen als verdwaald geraakt en vervolgens opgeligt en vervoerd was dog dat dit ter saeke niet doende ik ten opsigte van d'aanbieding verklaeren moeste mij met geen boete in gela te vreeden te kunnen houden hun te gelijk voor oogen stellende hoe weijnig over eenkomst een diergelijke ligte straffe hadde met die de welke decomp: kwame te oeffenen aan de vervoerders van vrije persoonen of slaeven welke op sijn minst gegeeselt gebrandmerkt en advitain in de ketting geklonken wierden en wijders dat hunne landswetten in deesen niets ter sae„ ken deeden maar wel de contracten die tot een basis moesten dienen van de Satisfactie welke over de vervoering van een sComp: dienaar behoorde gegeeven te worden dog dat ik tegen morgen na maros staande te vertrekken en dus onmogelijk tijd hebbende hier over met haar verder breedvoerigt te spreeken ik haar enkel de mandareesen moeste den koning en rijksgrooten aante seggen dat men een voldoender Satisfactie en ik dien volgende „naar „mijne te rug komst vande noord nader antwoord verwagten soude 't geen zij aannamen te sullen bootschappen vervolgens hun afscheijd genomen hebbende en vertrokken zijnde woensdag de 109 Van Macasser Den 24. 8ber 173 — Van Maccasser den 24 8ber: 173. vrijdag „ Zaturdag „ zondag „ woensdag den 11: smorgens circa ten half vijf uuren begaf, ik mij nevens de koop„ man voll onderkoopman kraane dispencier Tichrer en den hospi„ „taals opperchirurgijn Samas over zee na Maros alwaar semiddags ten een uur arriveerde. .Donderdag „ 12. hebbe ik den hoofden van de respective noorder provintien en Re„ gentschappen de vertiening gereguleerd. 13: ontfing ik van den secunde van Pleuren berigt dat er aan het Casteel een Jnlands vaartuig van bouton gearriveerd was op hebbende den inlands burger Johannes Laurens nevens nog agt Chris„ „tenen een Mahometaanen en twee slaeven zijnde alle schip breu„ „kelingen van zekere particuliere bark het zeepard te batavia thuisen toebehoorende aan den Inlands burger Pieterz welke van hun weder¬ vaaren sodanig relaas hebben gegeeven als mij daar nevens geworden is 14. viel niets voor 15 wierd mij door den E secunde kennisse gegeeven dat zijn wiers E: op het ontfangen bericht van den ondertolke Pietersz. wegens het ver„ voeren van een manslaap van den oppertolk brugman en een verpan„ deling van den sergeant Seena die zig op Sapiria t tandak spel hadden gediverteert en vervolgens door den goas tolk ter ver„ koop herwaarts gebonden waaren in voegen den laastgem: ook reets verkogt was bij den koning hadde laeten doseeren en deen en ander doen reclameeren met versoek teffens dat de dieven overgegee„ „ven of ten minste naar de wetten gestraft mogten worden. is niets gepasseerd ten vervolge van het mij op eergisteren bedeelde ontfing ik van Dingsdag „ 17. den E oppercoopman tijding dat den koning van goa op de boodschap aan den selven gedaan hadde ten antwoord doen geeven dat de opgevatte persoonen als onbekenden voor dieven aangesien mits„ „gaders niet hebbende willen openbaaren wie bij waaren naar slands wetten tot slaeven verklaerd zijnde zedert bevonden was deene een goas onderdaan te zijn dog de laatste werkelijk een slaap aan 'sComp: onderdaenen toebehoorende den welke oversulks door den sendeling meede gebragt en g'accepteerd was terwijl zijn E: ordre hadde gesteld omtrent den anderen nader ondersoek te doen op het voorgeeven de waarheid mogte zijn dan wel of den selven meede niet een onderhoorige van de Comp: mogte weesen. passeerde niets noteerens waardig Den E secunde op de nader bekomenen versekering dat de door de Macassaeren opwatte verpandeling van den ser„ geant seena onder de Comp: sorteerde andermaal bij den koning Maandag den 16 reets van

NL-HaNA_1.04.02_3389_0762 view scan ↗

English

From Macasser, 24 October 1773 — From Maccasser, 24 October 1773— Friday the 20th having sent to the king of Goa to reclaim the same without success, since His Highness had replied that, upon the report given to him that it was his subject, he had given orders for his sale and had already spent the money, with a request that the family of the sold person might be ordered to ransom him, I have written to His Honour in reply to the communication given to me in that regard, to send once more to His Highness for the same purpose, with a serious announcement that one expects without fail the release of that person, or at least satisfaction of his body value in money. The Honourable Second, upon the invitation repeated up to three times, paid a visit to the king of Boni, and reported to me in that regard that nothing of importance was discussed with His Highness, other than that the same had asked in conversation what the intentions of Their High Nobilities and of myself might be regarding the Mandharese, giving to understand that it surprised him to hear nothing else about it, nor to receive a letter from Batavia; and His Honour had replied thereto that, besides the conferences repeatedly held with the Governor on this subject, Their High Nobilities having written to His Highness requesting the satisfaction of what was demanded for the barque De Vrijheid through his mediation, and that he had not answered that letter thus far to his knowledge, it seemed strange to him that His Highness could expect to receive further writings from Their High Nobilities; with the result that the prince, remembering his neglect, had given to understand that he would still answer the received letter at the first opportunity, but that he saw no chance of compelling the Mandharese to make satisfaction. Furthermore, there arrived here with a paduakang from Bali a certain Chinese named Gouw Goanko, relating that, more than 7 months ago, having the intention to sail with a wankang laden with sappanwood of the Company to Batavia, he was attacked around Palembang by pirates, overwhelmed, and subsequently taken to Bali to be sold; of which notice was given to me by the Honourable Second, whom I in response requested to have a formal deposition taken from him at the Secretariat. Saturday the 21st nothing of importance occurred. Sunday the 22nd From Macasser, 24 October 1773 — From Macasser, 24 October Anno 1773. Monday the 23rd The second headman of the campong Bouton having complained to the Honourable Second about the insolence of the Buginese as well as the common soldiers and sailors, who were found there drinking saguweer, it having already gone so far that the first-mentioned brought the same there without hesitation against all his protests, and the latter bought and drank the same; His Honour has had a complaint made about this to the king of Boni through the under-interpreter Pietersz, with the request that His Highness, for the maintenance of the Company's domains, would prohibit his subjects from doing so, or else one would be forced to oppose them by force, the more so as they did not hesitate to oppose even the patrols. Thus the said Pietersz brought in reply that the prince had not only made a promise to issue the necessary orders against that unlawful behaviour, but that His Highness, in his presence, had given orders to his son Datoe Baringan to immediately seize all of his subjects who might dare to bring any saguweer into the campong Bouton or sell it, without respect of persons, and to deliver them to the Company to be put in chains. Tuesday the 24th The Honourable Second, in accordance with my orders, having sent once more to the king of Goa to reclaim the captured Company's subject, His Honour reported to me how His Highness had declared that he could not procure the restitution of the same without injury to his royal dignity, but was prepared to pay the body value and would send it in three or four days, with an added request that the matter might remain secret, so that he would not fall into disrepute among the common people, professing that he must now acknowledge his mistake. Wednesday the 25th until Saturday the 4th of September nothing noteworthy occurred. Sunday the 5th ditto Monday the 6th nothing occurred. Tuesday the 7th Wednesday the 8th With a small vessel from Bima, private news was received that the king of Bima had died of the smallpox, and that Commandant Lecerf was said to be extremely ill. There arrived from Amboina a small pantjalang, commanded by the skipper of the private barque Het Zeepaard, which was stranded on Callesoesoe as mentioned under the 23rd of August last, named Nicolaas Jacob Pietersz, who proceeded hither solely with that pantjalang to search for the barque, having brought along not the least thing for trade or otherwise. Thursday

Dutch transcription

Van Macasser den 24. october 1773 — Van Maccasser den 24. 8ber 1773— vrijdag den 20:e van goa gesonden hebbende om den selven tereclameeren sonder succes ver„ mits zijn hoogheid hadde geantwoord dat hij op het hem gegeeven bericht dat het deselfs onderdaan was ondre tot dies verkoop gegeeven en hetgeld „reets verteere hadde met versoek dat de fonillie van den verkogte mogte worden g'ondonneert hem uit te lossen to hebbe ik zijn E: in antwoord van de dierwegens aan mij gegeeven Communicatie geschreeven om nog„ maals bij zijn hoogheijd ten zelven eijnde te zenden onder een ernstige aankundiging dat men sonder faut eene in vrijheijd stelling van die persoon of ten minste voldoening van zijne lijfwaarde in gelde verwagt Heeft den E: secunde op de tot arie maalen herhaalde mirtatie bij den koning van bonij een visite afgelegt en mij dierwegens bericht dat er niets met zijn hoogheijts van belang verhandeld was dan dat den selven discoursive gevraagd hebbende hoedanig de intentie van haar hoog Edelheedens en van mij mogte weesen nopens de Mandhareesen onder te kennen gave dat het hem verwonderde dierwegens niets anders te hooren nog nogeen brief van batavia te krijgen en zijn daar op gediend hadde dat behalven de meermaelen gehouden onfe„ rentie met den heer gouverneur over dit onderwerp haar hoog Edel„ heden aan zijn hoogheijt geschreeven hebbende de voldoening van't geijschte voor de bank devrijheijt door zijn bemidaeling Zaturdag den 21. is niets van belang gepasseerd Zondag Den tweede toek van de campong bouton bij den E secunde Maandag „ 23 geklaagd hebbende over de stoutheijt aen boegineesen mitsgaders de gemeene militairen en zeevarende die zig dadelijks aldaar verwagten en dat den selven die brief tot dus verre zijnes weetens niet b'antwoord hadde hat hen vreemd toescheen dat zijn hoogheit konde verwagten nader schrijvens van hoog deselve te zullen enlangen met dit gevolg dat den vorst zig zijne nalatigheijd herinnerde te kennen gegeeven hadde de ontfangen brief als nog bij eerste ge„ legentheijd te zullen beantwoorden dog dat hij geen kans zag de mandhareesen tot voldoening te noodsaaken voorts is alhier met een paduakang van balij g'arriveerd zeekeren Chinees gouw goanke relateerende dat hij voor ruijm 7: maanden met een wankang gelaeden met saeppanhout van de Comp: na batavia de wil hebbende omtrend Palembang door roovers besprongen zijnde overrompeld en vervolgens ter verkoop na balij gevoerd was waar van mij door den E siceunde kennisse gegeeven wierd die ik in antwoord gedemandeerd hebbende denselven ten secretarij een declatatoir in formate laaten afneemen. te verwagten lieten - „ 22: Van Macusser den 21 8ber 173 — Van Macasser Den 24. 8ber: Ao 1773. lieten vinden om saqueer te drinken als reets soo verre gegaan zijnde dat deerstgem: deselve sonder schroon tegen alle zijne protestatien aldaar bragten en de laatste deselve kogten en dronken heeft zijn E daar over bij den koning van bonij door den ondertolek Pietersz laaten doleeren met versoek dat sijn hoogheit tot maintenu van sComp: domainen zijne onderdaenen sulks beletten wilde of ren anders genotsakt zoude zijn deselve met geweld te keer te gaan te meer & niet ont„ zagen tig zelfs tegen de patrouilles t opposeeren so bragt gem: Pietersz: in antwoord dat den vorst met alleen toezegging hadde gedaan om de noodige ordre tegen dat ongeoorloofde te zullen stelle maar dat sijn hoogheit aan zijn soon Datoe Barngan in zijne preesentie last gegeeven haade om alle zijner onderdaenen die zig verstouten mogte eenige saguweer in de campong bouton te brengen of te verkoopen ten eersten zonder aansien van persoonen te doen opvatten en aan de Comp: over te leevenen om de ketting geklonken teworden Dnigsdag den 24. Den 8 secundte Conform mijne ondre andermaal bij den koning van goa gesonden hebbende om den opgevatte sComp: onderdaanen te reclameeren bogaf zijn E: mij berichit hoe sijn hoogheet betuigd hadde de restitutie van den selven sonder krenking van zijn Mandag „ niets gepasseerd ' Dingsdag „ 7 Met een kleen vaartuig van bima wierd particuliere tijding woensdag „ 8 ontfangen dat den koning van bina aan de kinder ziekte overleeden weesen en den Commandant Lecerfs ten uittersten slegt soude leggen. woensdag den 25 tot viel niets noterenswaardig voor aturdag „ 4 sept:r Arriveerde van amboina een kleene patjallang gevoerd door den zondag schipper van de op callesoesoe gestrande particuliere bank het Zeepard vermeld onder den 23 augustus passato in naame Nicolaas Jacob Pietersz den welken sig eenlyk met die pantjal„ „lang herwaarts begeeven heeft om de bark op te soeken als hebbende niets het minste tot negotie of andersints meede gebragt koninglijk aansien niet te kunnen besorgen maar bereijd waare de lijfevaarde te voldoen en voor drie a vier dagen te zullen zenden met bij gevoegd versoek dat de saak daar bij nigheim blijven mogte ten eijnde hij bij het gemeen in geen eclat kwame te geraeken onder betuiging als nu zijne misslaeg te moeten erkennen. koninglijk Donderday - „ „ 5 do

NL-HaNA_1.04.02_3389_0764 view scan ↗

English

From Macasser the 24th of October 1773 Thursday the 9th until Monday the 13th: Nothing of importance occurred. Saturday the 11th: Sunday the 12th: By the letters received today by a vessel from Bima, the death of the king from smallpox on the 31st of August past was confirmed; but on the other hand, it appeared from the same that the commandant Zeceref, although having been very seriously ill, was again in fairly good health. In the early morning, or rather after midnight at two o'clock, I returned from the northern provinces, and lastly from Mandhar, of which arrival I had notice given toward noon by the second interpreter Blij to the king of Boni and the queen of Tanette, with inquiries after their highnesses' health, who had me very kindly thanked for this, declaring they were still in good health. Furthermore, in the afternoon, after having previously requested access, there appeared before me the Boni tomilalang, who accompanied me during the collection of the tithes together with the gallarang of Bontualaq as commissioners, and which latter person I permitted a few days ago to return hither; likewise making known to me his return, for which having thanked him, he departed to present himself to the king. Tuesday the 14th: I had notice given by the under-interpreter Pietersz to the courts of Gowa and Tallo of my return from the north, and at the same time inquired after the health of the king and queen, for all of which those princes and princess had me thanked, making known that they were still in good health. In the afternoon, I sent the chief interpreter Brugman to the king of Boni to thank his highness for providing the tomilalang and the gallarang of Bontualaq as commissioners during the collection of the tithes. Wednesday the 15th: The king of Boni having requested access for commissioners through his interpreter Moentoe, I granted the same for tomorrow before noon at ten o'clock. Thursday the 16th: Having appeared before me at ten o'clock according to the granted access, as commissioners on behalf of the court of Boni: the second tomilalang, the gallarang of Bontualaq, and the new elector Latoedoe; they declared that they had come expressly to congratulate me on my return from the north and furthermore, according to custom, to give notice that the circumcision of the crown prince would proceed from the coming Friday the 17th until Friday the 24th of this month, and also that the festivities for it would begin the preceding Monday, and likewise that his highness had nominated the said prince Latoedoe as elector with the title of Aroe Timojong. For all of which I instructed the said commissioners to thank the king, with a compliment of congratulation for the upcoming circumcision suited to the occasion, while I had the frequently mentioned elector congratulated on his appointment to that dignity; and further, upon the tomilalang's statement that his highness would gladly wish to know whether I would attend the feast in person—regarding which he nevertheless had no orders to inquire—I indicated that I intended to do so if nothing should stand in the way that legally prevented me; after which they took their leave and departed. Thereafter, there came to me the interpreter of the king of Gowa, Boura, and an envoy from the queen of Tanette, in order, by order of their masters, likewise to congratulate me on my return from the north and at the same time to inquire after my health, for all of which I also had their highnesses kindly thanked. Sunday the 19th: Nothing occurred that warrants a particular note. Monday the 20th: I sent the chief interpreter Brugman to the king of Boni in order to inquire after his highness's health and at the same time to ask permission for tomorrow evening, for a couple of hours, for myself along with my wife and a small company of three to four gentlemen and ladies, on the occasion of the celebration of the feast of the circumcision of the young king or crown prince; which his highness, according to Brugman's report upon his return, declared would highly please him, and that accordingly he hoped to have the honor to receive me. Tuesday the 21st: Toward evening, I proceeded with my wife, in the company of some ladies and the merchant Voll, under-merchant Kraane, as well as the lieutenant of artillery Pielaat, to the king of Boni at the feast of the upcoming circumcision, where I was welcomed most amiably with the customary ceremonies by his highness and the king of Gowa, the queen of Tanette, and various grandees of the realm. After several different conversations, while listening to all kinds of indigenous music and viewing various dance parties of the king's and other prominent native children, both Bonians and Macassars, having stayed there until nine o'clock and requested leave, I [illegible] to the old prince a suitable [illegible] opportunity

Dutch transcription

Van Macasser Den 24. 8ber: 1773 — Donderdag den 9 tot Maandag „ 13: viel niets van belang voor„ Zaturdag „ 11: zondag „ 12 bij de heden ontfangen brieven met een vaartuig, van bania wierd het overlijden van den koning aan de kinder ziekte op den 31: augustus: passato geconfirmeerd dog daar en tegen bleek bij deselve dat den commandant zeceref schoon zeer swaar ziek geweest zig weder in een tamelijke welstand bevond. in den vroegen morgen of wel na de middernagt ten twee uuren reventeerde ik van de noorder provintien en laest van Mandellie van welk arrivement ik door den tweeden tolk blij aan den ko„ „ning van bonij en de koninginne van Tanette tegen den middag hebbe laeten kennisse geeven onder informatie van haar hoog„ heden welstand dewelke mij daar voor zeer vriendelijk lieten bedanken met betuiging als nog gesond te zijn. voorts verscheen des namiddags na voor af gevraagd acces bij mij den bonijs tomilalang die mij in de vertiening nevens aen glarrang van bontualacq als gecommitteerdens verselt heeft en welken laaste ik voor weinig daagen g'accordeert hebbe herwaarts te keeren mij sijn te rug komst insgelijk bekend maekende waar voor voor ik bedankt hebbende bo vertrok Van Macasser den 24. 8ber 173 den zelven om zig bij den koning te vertoonen. ziel ik door den ondertolk Pietersz aan de hoven van goa en Tello ken, Dingsdag den 14. nisse geeven van mijn retour van de noorden teffens na des koningsen koningnis welstand verneemen voor welk een en ander die vorsten vors„ „tin mijlieten bedanken met te kennen gave van dig nog in wel„ stand te bevinden. snamiddags sond ik den oppertolk brugman naar den ko„ oning van bonij om zijn hoogheijd voor het meede geeven van de temilalang en den glarrang van bontualacq als gecommitteerdens bij het doen der vertiening te bedanken. De koning van bonij door desselfs toek Moentoe acces hebbende woensdag „ 15. laaten vraagen voor gecommitteerdens hebbe ik het zelve tegen morgen voor de middag ten tien uuren geaccordeerd volgens g'accordeerd acces ten tien uuren bij mij verscheenen zijnde Donderdag „ 16. als gecommitteerdens van wegen het hof van bonij den tweede tomilalang den glarrang van bontualacq en den nieuwen kies heer Latoeldoe zoo betuijgeten zex pres gekomen te zijn om mij te vergelucken met mijne te rug komst van de noord en verder navolgens het gebruik kennisse te geeven dat de besnijdenisse van den kroon prins aanstaande denselven vrijdag - Van Macasser den 24. 8ber: 1773— Van Macasser Den 24:' 8ber: 173 — vrijdag den 17 tot vrijdag den 24. deser voortgang neemen mitsgaders de festifiteiten daar toe des maandags bevoorens zouden begonnen worden zo meede dat zijn hoog„ heijd den gem: prins latoedotoe tot kies Heer hadde genomineerd met den titul van Arau Timojong. voor welk een en ander ik gem: gecommitteerdens in mandatis gaf den koning te bedanken onder een compliment van felicitatie voor de aanstaande besnijdenisse na d' omstandigheijd gepast terwijl ik meermelde kies Heer over zijn aanstelling tot die waardigheijd deed vergelucken en wijders op s Tomilalangs gedaene betuiging dat zijn hoogheijt gaarne wensch„ „te te weeten op ik mij op het bestijn in persoon soute laeten vinden waar toe hij egter geen ordre hadde sig 't informeeren te kennen gaf zulks van voorneemen te zijn wanneer er niets in den weg mogte komen dat wij wettelijk verhinderde waar na deselve hun afscheid namen en vertrocken. waar na bij mij kewamen de tolk van den koning van goa boura en een sen„ deling aan de koninginne van tanette om mij uit last van hunne meestent insgelijk te vergelucken met mijne te rug komst van de noorden zig teffens 't informeeren na mijn welstand voor welk een en ander ik haar hooghedens almeede vriendelijk hebbe laeten bedanken. is er niets voorgevallen dat een bijsonder aanteekening verdiend Hebbe ik den oppertolk Brugman naar den koning van bonij gesonden Maandag den 20:e ten eijnde naar zijn hoogheids welstand en teffens tegen morgen acond voor een paar uurtjes belet te laeten vraegen voor mij nevens mijn huisvrouw en een kleen geselschap van drie â vier heeren dames ter geleegentheid van het gevierd worden de festeijn der besuijdenisse van den Jong ko„ „ning of kroon prins 't geen zijn hoogheid volgens Brugmans rapport bij te rug komste betuigd heeft hooglijk te zullen verblijven en dat dien volgens d'eere hoopte te hebben mij te recipieeren. Tegen den avond hebbe ik mij nevens mijn vrouw ingeselschap van Dingsdag „ 21. eenige dames en de koopman voll onderkoopman kraane mitsg„s lieutenant der arthillerij Pielaat naar den koning van bonij op het festein der aanstaande besnijdenisse begeeven alwaar ik met de gebruikelijke Ceremonien door zijn hoogheijd en den koning van goa de konnnginne van Tanette en diverse rijksgrooten op het vriendelijkst verwelkomt wierd. Na eenige differente discouusen onder het gehoor van allerleij in„ „lands speelting mitsgaders gesig van verscheijde aans parthijen van 'skonings en verdere eerste lands kinderen bo boniers als maccassaeren tot negen uuren aldaer vertoeft en afscheijd versogt hebbende dit ik aen ouden vorst een na tijds gelegentheid hebbee geschikte Zondag „ 19: 119

← previousnext →