VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3389

Japan · 812 pages · 372 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3389_0154 view scan ↗

English

the 10th of October: the cruising there with the endure until such time as the westerly winds will permit to be transferred to the aforementioned vessel Lieutenant Gosseling and with to keep there to write to the aforementioned Resident the early arrival of the westerly to return alongside the Concordia raised difficulties of further cruising with a of that island geant and supervisor over the September last, the Papuans not only continue to frequent that place, but have also taken the burgher Barend Jacobsz prisoner on Barra and burned some chiampangs; it was therefore approved and agreed upon the proposal of the Governor to relieve the patjalling De Concordia stationed there with the patjalling De Toesigt, in order to cruise at the aforementioned latitude between Lisella and Barra until the onset of the westerly and north-westerly winds, which can be done safely and without danger thus far, and to this end not only to provision that vessel for two months, but also to provide the rations for the detachment on board the Concordia, as well as to transfer from the same to the Toezigt Lieutenant Gosseling with the non-commissioned officers and common soldiers under his command; furthermore, to order that officer to transfer the ammunition provided to him for the cruising from the Concordia into the Toesigt, and subsequently to dispatch the first-mentioned small vessel to Bouro, so that having taken in as many ironwood swalps for the pier as it can conveniently carry, the Concordia may return here with them. below was written: Thus done and resolved at Amboina in Castle Nieuw Victoria on the date aforesaid; was signed: I: A: V: der Voort, I: A: De Villeneuve, H: V: den Brink, I: A: Schilling, C: f:s Treno, I: H: Huijgens, and I: H: v: Santen. Saturday the 10th of October, Anno 1772. In the evening at seven o'clock by inquiry; Absent the Chiefs of Hila, Saparoua, and Haroeko, and the Laricque Chief Huijgens who was not at home; Having this afternoon, upon the return of Ensign Delius from Bouro, been received by the Governor a letter from Bouro's Resident Knop, dated 30th September last, in which he raises the difficulty that, since the easterly winds are now almost spent and the west monsoon is approaching, no patjalling or other vessel could cruise along the north side of that island without being exposed to considerable danger or disasters; furthermore, in the same aforementioned letter from Resident Knop a request having been made by him to be provided with a competent supervisor over the work of the said new post instead of the missing Sergeant van Aarden; it was, by order of His Honour, proposed to the members upon inquiry by the Secretary of this assembly, taking into consideration the validity of these difficulties, to write to Resident Knop to continue the cruising with the patjalling De Toesigt, which in accordance with the decision taken at this table on the 7th of this month was dispatched thither instead of the patjalling De Concordia, which is still there with Lieutenant Gosseling; yet, in case the westerly and north-westerly winds should blow through earlier than usual, and it should then be deemed dangerous by the Resident to continue cruising the north side of that island until the end of December or thereabouts as the aforementioned resolution dictates, then to send back here the patjalling De Toesigt just like the Concordia laden with some swalps, but to retain Lieutenant Gosseling with the detachment under his command in order to take post at Waijkoesa for the protection of the new post being established there; it was approved and agreed to conform fully with the proposal of the Governor in this matter, and accordingly to recede in certain respects from the aforementioned resolution of the 7th instant.

Dutch transcription

den 10:' octob: de bekruijssing aldaar met de doorstaan tot so lange het de weste winden zullen toelaten op voorsz: vaartuijg te doen over den Lieutenant Gosseling en bij„ „daar aan te houden gem: Resident aan te schrijven spoedige door komst der weste nevens de Concondia terug te voorgebragte swaarigheeden van langer bekruijssing met een van dat eijland „geant en opziender over het 7ber: pass=to de Papoeen zig aan dien oird niet alleen nog blijven onthouden, maar ook den burger Barend Jacobsz: op Barra gevangen genoomen en eenige Chiampangs ver„ brand hebben; zo is op het voorstel van den Heer Gouverneur goed gevonden en verstaan de daar post vatten de patjalling de Toesigt te laaten Patjalling De Concordia te laten aflossen door de Patjalling De Toesigt om op voorsz: hoogte tusschen Lisella en Barra te kruijssen tot het doorblasen der weste en Noordweste winden het geen dus lange veijlig en Sonder gevaar geschieden kan en dat vaartuijg ten dien eijnde niet al „leen te doen proviandeeren voor twee maanden maer het Commando van de Concordia ook meede te geven de Randsoenen voor het Commando „gaan nevens de benodigde om dat zij op de Concordia bevind, mitsg:s van deselve op de Toezigt te laten overgaan den Lieutenant Gosseling met de onder hun staande onder officieren en gemeene Militairen; Voorts dien officier in mandatis te geeven om de ammonitie hem tot de Bekruijssing mede gegeeven uijt de Concordia in de Toesigt te doen over Scheepen en eerstgem: Kieltje vervolgens na Bouro de Concordia met ijzer houte swal te depecheeren om door zo veel ijzer houte Swalpen voor het zee hoofd ingenoomen hebbende als het selve gevoeglijk laden kan, daar meede dit heen te rug te keeren /:onderstond:/ Aldus Gedaan en Geresolveerd te Amboi„ na in't Casteel Nieuw Victoria dato voorsz: /:was getekend:/ I: A: V: der Voort, I: A: De Villeneuve, H: V: den Brink: schatting der niouw post ar. I: A: Schilling, C: f:s Treno, I: H: Huijgens, en I: H: v: Santen:— Ac 6 Zaturdag den 10:e October A:o 1772: 'Savonds ten seeven uuren bij rondvrage; Absent de Hoofden van Hila, Saparoua, en Haroeko, en het Laricques Hoofd Huijgens die niet thuijs was; De den middag met het retour van den vendrig Delius Voorts nog bij evengem: missive van den Resident Knop den Comp:le Jacob welders tot ser door denzelven verzoek gedaan zijnde, om met een goed werk bij de nieuwe post aan toesigter over het werk van gem: nieuw Post in Steede van den vermisten Sergeant van Aarden te werden van Bouro door den Heer Gouverneur ontfangen zijnde een Bouros Resident omtrent en brief van Bouros Resident Knop: ged=t 30:e Septemb: patjalling: aan de Noord kant Pass=to waar bij denselven swarigheijd oppert om uijt hoofde de oostelijke winden nu bij na verlopen en de west mousson voorhanden is geen Patjalling of ander vaartuijg zonder aanmerkelijk gevaar of rampen g'exponneert te zijn, de de Bekruijssing langs de Noord kant van dat Eyland zoude kunnen doen; zo is ter ordre van zijn Ed=e door den Secretaris deser vergadering aan de Leeden bij omvrage voorgesteld zijnde om uijt aanmerking van de gegrond„ heid dezer Swarigheeden den Resident Knop aan te Schrijven wel de Bekruijssing met de ingevolge het be„ ingevalle van gevaar door de Slotene aan dese tafel van den 7:e deser in Steete van de winden de Patjalling de Toesigt Pantjalling de Concordia die zig met den Lieutenant Gosseling nog aldaar bevind derwaards te depeceerene pantjalling De Toesegt te laten Continueeren, dog inge„ valle de weste en Noord weste winden vroeger dan na gewoonte mogten doorblasen en het als dan door hem Resident gevaarlijk g'oordeelt wierd om de Noord kant van dat Eijland tot ult=o December of daar omtrent zo als evengem: besluijt dicteert te blijven Bekruijssing als dan en den een zo wel als den andere de Patjalling De Toesigt even als de Concordia met eenige swalpen beladen herwaards te rug te zenden maar den Lieutenant Gosseling met het bij zig hebbende Com„ hebbende manschappen ter be mando aante houden om op Waijkoesa ter beschutting van de nieuw gemaakt werdende Post aldaar, Post te vatten goed gevonden en verstaan zig met de propositie van den Heer Gouverneur in desen ten vollen te Conformeeren, en over sulx in zeekere opzigte te resi„ lieeren van het opgem: besluijt van den 7:e I:o leeden; van voorsien monitie „pen te rug te doen komen zenden. met swalpen te beladen. „gesteld.

NL-HaNA_1.04.02_3389_0155 view scan ↗

English

the 10th of December. Points relating to the expedition made along the south coast and held in that regard; granted on account of their loyalty in the [illegible]; a premium of one hundred [illegible] awarded; chiefs of the smugglers regarded with satisfaction; provided, in order that this work, which currently depends only on natives, may proceed expeditiously, it was approved and understood, in view of the fact that the said Resident declared that no qualified person can be found among the servants at that office, to send thither Corporal Jacob Welders of Amboina as an active person uniquely suited thereto, and likewise, his term of service having expired, to promote him to Sergeant with the wage of twenty guilders per month under a new contract of five years commencing with the present date. Underneath was written: Thus done and resolved in Amboina at Castle Victoria, date as above. Was signed: I. A. Vandervoort, I. A. De Villeneuve, H. V. D. Brink, I. A. Schilling, C. F. Treno, and I. H. V. Santen. Thursday, the 10th of December, Anno 1772. In the forenoon at half past seven o'clock, meeting of the Council of Policy, absent Captain van Den Brink and the heads of the four spice offices, the former due to indisposition. After handling the ordinary and hongi affairs by the Governor on Ceram, as recorded in today's common resolutions, a reading was taken of the points contained in the report of the Governor relating to the expedition conducted by His Honour in person along the south coast of Ceram with two sloops, four paduwakangs, fifteen kora-koras, and twenty-one orembaais. The measures taken by the Governor approved; And in the first place, consideration having been given to the measures taken by His said Honour for carrying out the aforesaid expedition against the most notorious smuggling and illicit trading nests situated between Hatumetting in the west and Keffing in the east, as well as the punishment inflicted by His Honour upon the villages of Kellemoerij, Kellebon, Avan, Davang, Gomelang, Batoelomij, Oerong, Goelij Goelij, Ceijlor, Tom, Sobo, and Batoeassa, both in the burning of those villages and the chopping down of all fruit trees standing there, the council has fully concurred with all that was performed and executed in this regard by the Governor, as broadly described both in the daily journal and in the aforesaid report, as well as the report of Captain Lieutenant Schneider, who held command over the militia under the Governor's supreme command; The capturing of the chief smugglers; Furthermore, the apprehension of several persons having been noted with no less satisfaction, namely the fortunate success which the Governor was able to achieve, both in capturing the Raja of Kellimoerij with his son named Batie, the orang kaya of Kellibon named Octabessij, alongside a kapala soa of that village named Iaa, the Captain of Kamar with his brother named Masila and Paisi, the former being Captain and, together with his said brother, having held the administration over that settlement, the son of the orang kaya of Batoelomij who died here some years ago, named Djoemat, and also the orang kaya of Oerong, formerly residing in this quarter, named Nootang, the Governor was not only complimented by the council on the prosperous outcome of these undertakings, but the measures employed thereto were also fully praised and confirmed.

Dutch transcription

den 10: Dec: Poincten relatiev tot de door zuijd Cust gedane expeditie daar omtrent gehoudene toe wegens hun trouwe in het bi„ Een paamnie van nd:s Eenhondert toegelegt hoofden der smockelaars met genoegen beschouwt voorsien, ten einde dies dit werk dat thans maar op In¬ landers berust een Spoedige voortgang te doen neemen goedgevonden en verstaan uijt aanmerking gem: Resident betuijgd onder de dienaren ten dien Comptoire geen bequaa persoon te vinden is daar toe derwaards te zenden den Corporaal Jacob Welders van Amboina als een vigi„ lant en daar toe bijzonder bequaam perzoon, en teffene denzelven mits tijds expiratie te bevorderen tot Sergeant met de gagie van Twintig guldens permaand onder een nieuw verband van vijff Jaaren ingaande met mede deser /:onderstond:/ Aldus Gedaan en Geresolveert te Amboine in't Casteel Nieuw victoria dato voorsz: /:was getekend :/ I: A: V: dervoort, I: A: De Villeneuve, H: V: D: Brink, I: A: Schilling, C: f: Treno, en I: H: V: Santen. — Donderdag den 10:e Decemb:r A:o 1772: 'S voormiddags ten half agt uuren vergadering van Politie, absent den Capitain van Den Brink, en de Hoofden der vier Specerij Comptoiren, de eerste door indispositie; Na het verhandelen der Ordinaire en Hongij Zaaken bij den heer gouverneur op Corams te Gemeene Resolutien van heeden beschreeven lectuure geno men zijnde van de Poincten vervat bij het vertoog van de Heer Gouverneur met relatie tot de door zijn Ed=e in persoon Gedane Expeditie op de Zuijd Cust van Ceram met twee Chialoupen, vier Pattjalings, vijfftien Corre Corren en Een en Twintig orembaijen. — de door den heer Gouverneur En in d' eerste plaats gelet weesende op de door welmelde zijn maat regulen goedgekeurd Edele genoomene maatregulen tot het uijtvoeren der voornoem de expeditie, op de befaamste sluijk en morsnesten geleegen„ Sij die gelegendheijd door den Heer Gouverneur betuijgt sopahiluwaken Caspar Sapi zijnde, invoegen dat ook uijt meergem: Vertoog komt te magtige der hoofd smokkelaers blijken dat in het bemagtigen van de hier voorwaards voorts het opligten van verschide rEs met geen minder genoegen voorgekomen zijnde de gelukkigen uijtslag die den Heer Gouverneur heeft mogen ondervinden zo wel in het bemagtigen van den Radja van Kellimoerij met desselfs zoo in name Batie den orangkaij van Kellibon gen=t Octabessij, nevens een Capala Soa van die negorij genaamt Iaa den Capitain van Kamar met zijn broeder gen=t Masila en Paisi, de eerste Capi„ tam en neevens zijn gem: broeder het bestier over dat gehugt gevoerd hebbende, de zoon van den voor eenigen Iaaren alhier overleden orangkaeij van Batoelomij net name Djoemat, ook den wel eer hier in't quartier ge¬ loopen hebbende orangkaij van Oerong genaamt Nootang, zo wierd den Heer Gouverneur door de vergadee„ ring niet alleen met den voorspoedigen uijtslag deeser onderneemingen gecomplimenteert, maar de daar toe in het werk gestelde middelin ten vollen gelaudeert en geconfirmeert. tusschen Hatumetting in het westen en keffing in het oosten, mitsgaders de door zijn Ed=e g'oeffende Castijding aan de nego„ rijen Kellemoerij, Kellebon, Avan, Davang, Gomelang Batoelomij, oerong, Goelij Goelij, Ceijlor, Tom, Sobo, en Batoeassa, zoo in 't verhielen dier dorpen als het omvellen van alle daar staande vrugtboomen, zo heeft de vergadering zig met alle het geene hier omtrent door den Heer Gouver„ neur verrigt en in het werk gesteld mitsg:s zo in het Dag Register als het voorn: vertoog, item het Rapport van den Capitain Lieutenant Schneider, welke onder des Heer Gouverneurs opperbevel tot Commando over de Militie gevoert heeft in het breede beschreeven is, ten vollen geconformeert; tusschen genoemde E 7.

NL-HaNA_1.04.02_3389_0156 view scan ↗

English

The 10th December: to write off the same on the account of trains and war expenses. Punishable conduct of the little respect by the same according to the order given to him to arrive with his mahoelij a junk by him against the arisen with the Ceram Lauers by Hamba at the the aforementioned Ceram Regents, and in particular the Radja of Kellemoerij, the natives of Saparoua Ioseph Sopaheliwakan and Casper Tapilatoe, have given a special proof of their loyalty and vigilance, even at great danger to their lives, and have thus deserved to be rewarded accordingly, as well as the premium already promised to them by the Governor; it is therefore approved and agreed to have paid to the said Ioseph Sopaheluwakan and Casper Tapilatoe from the Company's treasury the sum of Two Hundred rixdollars, or One Hundred each, to be written off on the account of trains and war expenses. Furthermore, from the aforementioned document, with no less dismay than indignation, the conduct of the Ceram Commandant Hamba has become apparent, consisting of the following: How he, upon the arrival of His Honour at Keffing, in Hamba's vessel, forgetting the respect due to His Honour's character, did not even deign to come aboard to His Honour, but upon repeated summons finally came paddling by mahoelij with a large flag from the top and a long pennant above it; furthermore, on various matters put to him by His Honour, he conducted himself in the most insolent manner towards the Governor, without showing the least respect for His Honour's orders to be silent, much less submitting himself. His disobedience shown aboard to remain sent That His Honour, being highly offended by these punishable actions, had ordered the said Hamba to remain on board with the vessel in which he had arrived, but that he, in spite of this order, had the audacity to send the aforementioned vessel away, so that it paddled with the utmost speed to Ceram Laut and had already landed there. That furthermore, from the account given at Keffing to the Governor by the Banda Christian Mardijker Iacob Willem, according to a declaration issued in that regard and produced on this occasion, as well as the personal confession made by him, Hamba, to Haroeko's head Cruijpenning, also apparent from a declaration given under offer of oath, it has become evident how Hamba, despite the prohibition by missive from His High Honour, the High and Noble Lord Governor-General dated the last of December 1771, had sent an express prohibition to Bali with a large junk to Bali and pretended that it would cruise there, which is to be noted, against the Cerammers. That, in the further opinion of the Governor, However, when a detachment sent thither the next day under the aforementioned Captain Lieutenant Schneider arrived, before it had landed, the Ceram Lauers not only stood on the beach with peace flags and begged for pardon, but also unanimously testified, to no small astonishment of the Governor, that Hamba's people who had arrived with the mahoelij were the cause of the hostilities committed, since they had been stirred up against the Company by them in the name of Commandant Hamba; adding that in the aforesaid vessel several muskets had been secretly hidden under kajang mats, with which the Keffingers first shot at the people who had pursued them with small orembaais; before Captain Lieutenant Schneider with officers and some privates joined them, who were immediately greeted from a high, inaccessible cliff with rantakkas and muskets in such a manner that they were forced to fall back, on which occasion one of the soldiers was shot through the [illegible].

Dutch transcription

den 10: bec: deselve optrains en oorlogson „gelden af te schrijven strafwaardig gedrag van den„ kleen agting door denselven gens de hem gegevene ordre om met zijn mahoelij aan een Jonk door hem tegens het ontstaan met de Ceram Lauers door Hambas aan het sing genoemde Ceramse Regenten, en insonderheid den Radja van Kellemoerij, de Inlanders van Saparoua Ioseph Sopaheliwakan en Casper Tapilatoe, een bijzonder bewijs van hunne trouwe en vigilantie zelfs met groot gevaer van hun leeven gegeeven en dus verdient hebben daar voor ook na merite te werden gerecompenseert, mitsg:s de hun door den Heer Gouverneur, bereeds daar voor-beloofde pree„ mie toegelegt; zo is over sulx goed gevonden en verstaan aan gen: Ioseph Sopaheluwakan en Casper Tapilatoe uijt sComp=s Cassa te laaten betaalen de Somma van Twee Hon„ dert rd=s of Een Hondert ieder, om op reeck: van trains en oorlogs ongelden te worden afgeschreeven, Ten vervolge uijt het voorwaards gem: Schriftuur met geen min¬ Cerams Command:r Hambo der ontstigting als ergernis gebleeken zijnde het gedrag van den Cerams Commandant hier in bestaande. Hoe hij niet alleen door den Heer Gouverneur bij zijn Ed=e komst in het vaartuijg van Hambo aan den heer gouverneur „ te kessing, het respect aan zijn Ed=e karacter verschuldigt vergee„ „tende zig niet eens verwaardigt, heeft bij zijn Ed=e aan boord „ te komen, dog op een herhaelde ontbieding eindelijk per mahoelij is komen aanscheppen met een groote vlag van de Top en een lange wim„ pel daar boven, voorts op een en andere door zijn Ed=e hem voorgehouden zaaken, zig op de brutaalste wijze teegens den Heer Gouverneur gedraagen heeft, zonder voor zijn Ed=e ordres om te swijgen het minste ontsag te toonen veel min Sig te Submitteeren. zijner ongehoorsaam heij te dat sijn Ed=e over dese Straflaere gedoentens ten hoogste beleedigt zijnde, genoemde Hamba, gelaet had met het vaartuig waarmeede hij gekoomen was aan boord te blijven, dog dat hij in weerwil van dit bevel de assurantie had den ven gebruijken het evengem: vaartuig weg te senden, invoegen het selve ook met de uitterste waardigheijd na Ceram Laut geschept en daar al aangeland was Dat voorts uijt het te keffing aan den Heer Gouverneur door Eixbrest verbod na Balij get den Bandas Christen Mardijker Iacob Willem ge„ daane verhaal na luijd van een dientweegen verleende en te deser gelegendheijd geproduceerde verklaring, mitsg=s ook de eijgen bekentenis door hem Hamba aan Haroe„ Kos hoofd Cruijpenning, almeede bij een onder presen„ „tatie van Eede gegeevene verklaring is komen te blijken hoe Hamba in weerwil van het verbod bij missive van zijn Hoog Edelheijd, den Hoog Edelen Heere Gouver„ neur Generaal de dato ult=o Decemb: 1771. een groote Ionk na Balij gesonden en voorgegeeven had dat die aldaar /:quod notandum:/ op de Cerammers zou kruijssen Dat na de opinie van den Heer Gouverneur alverder als Dog dat bij een Sanderen daags derwaards gezonden Commando van voorn: Capitain Lieutenant Schneider de Ceramlauers voor dat het zelve geland was niet alleen met vreede vlagge tjes aan strand gestaan en om pardon versogt maar ook een parig betuigt hadden tot geen geringe verwondering van den Heer Gouverneur, dat het volk van Hamba dat met de Mahoelij aangekoomen oorsaek was van de gepleegde vijan delijkheeden, wijl zij door deselve uijt naam van den Com„ heijmelijk verborgen guweer mandant Hamba teegen de Comp: opgerokkend waeren, met bijvoeging dat in het voorsz: vaartuijg onder Caijang matten verscheijde snaphaanen verborgen zijn geweest; waarmede de Keffingers 't eerst op het volk dat hun met klee¬ ne orembaijen nageset was geschooten hebben; eer den Capitain Lieutenant Schneider met officieren vijandelijke gevolgen daar uijt en eenige gemeene daar bij quaamen die terstond van een hooge ongemaakbaare klip zodanig met rantakken en snaphaanen begroet wierden dat genootsaekt waarin te deijnsen bij welke occagie eene der Soldaaten door het „ ge¬ schooten wierd. eerden getoont boord te blijven „sonden

NL-HaNA_1.04.02_3389_0157 view scan ↗

English

the 10th December: strong suspicions that he took part in the murder of the orangkay of Rarakit adjoining proofs consideration of the detrimental council of his longer stay on Ceram weighing the detrimental A proof of the most abominable disposition of that Commandant Hamba could and should be considered his conduct held in regard to the murder committed in the spring of 1771 upon the orangkay of Rarakit, Codjisa, since he was a sharer in the captured booty on that unfortunate man, and this on the basis of the narrative of the orangkay of Guaus, Canne Canne, brought hither under arrest; see an attestation provided in this regard by Ensign Hauke from the principal chief actor of that horrible deed, being the orangkay of Kelibat named Balewine, having accepted a gold snake and a small piece of gold from the hilt of a kris, and besides this having further received as his share a large junk and a fishing net that had belonged to the murdered Codjisa, although regarding this it was alleged by Hamba that he received the junk from Codjisa's widow and the net was brought along by the aforementioned Canne Canne from Rarakit. That furthermore Hamba has not shrunk from keeping one of the fellow murderers, being the Captain of Guaus named Abar, for the most part with him on Keffing under his protection, and instead of bringing the same on board the cora-cora upon the order obtained twice to that end on behalf of the Governor, he gave the aforementioned Abar the opportunity to escape. That also, according to the contention of His Honour, the aforementioned Hamba is not a little to be suspected for having reported the murder of the orangkay of Rarakit, Codjisa, only by letter of the 10th September 1771, and thus four months after the same was committed, and that in such an obscure manner that one must guess whom he may have meant by it; of his longer stay on Ceram, that His Honour therefore from this and that regarding this notorious Hamba submitted for consideration what detrimental consequences his longer authority on Ceram could have, as a subject of the very worst sort, being one of the greatest smugglers himself, so that he is already booked for this in Their High Excellencies' secret missive of the 8th December 1767, not only on account of illicit trade in spices with the Bugis, but also correspondence with the competitors, which is further confirmed by his arbitrary and, without the least qualification, previously mentioned dispatch of a junk to Bali; That therefore, if His Honour deemed it worth the trouble to expose the web of his lies and invented fabrications contained in Hamba's letters, designed with no other purpose than to conceal beneath them his roguish nature; That in His Honour's opinion, the foregoing being attentively considered together with the entire conduct of him, Hamba, his long-notorious wicked character is fully brought to light, and the opinion that Their High Excellencies themselves have had of him in more than one letter is confirmed; as well as that the Governor on that account held himself assured that the well-mentioned Their High Excellencies might consider it an act of the utmost imprudence that this was not only not provided against in time, but must also hold it irresponsible if such a villain were longer given or left weapons in his hands to insult and inflict damage upon the Company in the most sensitive manner, as well as to allow oneself to be appeased any longer by him with lies and untruths that are so palpable that one can only marvel with astonishment at his arrogant disposition, for not having had the least apprehension of the discovery thereof. Hamba 11.

Dutch transcription

den 10:' bec: heevige suspitien dat deel aan demoord van den orangkaij van rarakit gehad heeft nevenstaande bewijsen overweeging van de raa deelig raad van zijn lan¬ der kebij op Cram weging van de nadelig een bewijs van de verfoeijelijkste imborst van dien Command=t Hamba konde en diende te worden geconsidereert desselfs gehouden gedrag in op zigte der in het voorjaar 1771. gepliegde moord aan den orangkaij van Rarakit Codjisa nademael hij een mede deelgenoot van de veroverde buit op dien on„ en zulx op fundament der gelukigen geweest is, en volgens het verhael van den in arrest herwaarts gebragten orangkaij van Guaus Canne Canne vide een door den vendrig Hauke diesweegen verleend attest van de voornaemste Hoofd acteur van dat howrible feit, zijnde den orangkaij van Kelibat met name Balewine een goude Slang en een stukje Goud van het gevest van een Kries geaccepteert, en buijten des nog tot zijn deel gekreegen heeft een groote Ionk, en een visniet den om 't leeven gebrag¬ ten Codjisa toebehoord hebbende, dog waar omtrent door Ham„ „ba voorgegeeven werd dat hij de Ionk van Codjisas wed=e gekree„ oen heeft en het net door meer ged=e Canne Canne van Rarakit mede gebragt is. Dat alverder Hamba zig niet ontzien heeft eene der meede moordenaars, zijnde den Capitain van Guaus in naeme Abar meesten tijds bij zig op Keffing onder zijn bescherming te houden en insteede van den zelven op de daar toe van weegen den heer Gouverneur tot twee mael erlangde ordre mede aan boord van de Corre Corre te brengen voorn: Abar geleegendheijd gegeeven heeft om te echappeeren. Dat ook na de sustenue van zijn Ed=e meerm: Hamba met weijnig „ te suspecteeren dat hij de moord van den orangkaij van Ravakit Codjisa eerst bij brief van den 10:e 7ber: 1771. en dus vier maanden na deselve was gepleegd heeft be„ deelt, en dat op eene zo duijstere wijze dat men raaden moet wie hij daar meede gemeend hebbe; van zijn langer verblijf op Ceham at zijn Ed=e over sulx uit dit een en ander deesen berugten Dat over sulx bij aldien zijn Ed: het de moeijte waardig agte om het saamen weefsel zijner leugenen en verzonne vercierselen in Hambas brieven vervat, en met geen ander oogmerk ingerigt als om daar onder sijn schelmagtig gemoed de Dat na sijn Ed: gevoelen het eeven voorgaande met het gant„ sche gedrag van hem Hamba aandagtig overwoogen wor„ „dende desselfs al over lang befaamd ondeugend Caracter ten vollen aan het dagligt gesteld, en het gevoelen dat hun Hoog Edelens zelve bij meer dan eene brief van hem gehad hebben bevestigt word, mitsg:s dat den Heer Gouverneur zig uit dien hoofde verzeekert hield, dat het welm: hun Hoog Edelens als een stuk van d'uijterste onvoorsigtigheid zoude kunnen considereeren dat niet alleen daar tegen bij tijds niet voorsien was, maar ook onverandwoordelijk moeten houden, in dien een zodanige fielt de wapenen langer in de handen gegeeven of gelaaten wierden om de Comp: op het gevoeligst te beleedigen en schade toe te brengen, mitsg:s zig langer door hem te laaten paaijen met Leugenen en onwaarheeden, die zo handtastelijk zijn dat men zig met genoegen ver„ wonderen kan over zijn arroganten imborst, om voor d'ont„ „dekking derselve geen de minste bedregting gehad te hebben Mamba betreffende in overweeging quam te geeven van wat nadeelige gevolgen zijn langer gezag op Ceram zijn konde als een Subject van het aller ondeugendste zoort, in een der grootste Smokkelaars zelven, invoegen hij daar voor reeds geboekt staat bij hun Hoog Edelens Secreete missive van den 8:e December 1767. niet alleen weegens Smokkel handel in Speterijen met de Bougineesen, maar ook Corresponden tie met de Competiteuren en 'twelk door sijne willekeurige en zonder de minste qualificatie voorwaards reeds vermelde afzending van een Iank na Balij nog nader bevestigt word; Hamba 11.

NL-HaNA_1.04.02_3389_0158 view scan ↗

English

13 the 10th of December Punishable indications on account of the bad [illegible] over all the [illegible] to hide and dissolve his freedom, from which alone enough proof of his infidelity could have been drawn, so that the assembly, if they were to read the aforementioned letters attentively and compare his pretensions with the outcome of what transpired, would also be able to judge from this that everything consists of idle boastings, untrue pretensions, and even the arrogation of things that were never intended to be granted to him, and thus evidently demonstrate that he employed the authority granted to him to feed his unbearable pride and insatiable greed. Infidelity toward the Company. That His Honour firmly maintained that regarding the latter, upon judicial interrogation of the Radja of Kellemoerij, the orangkayas of Kellibon and Oevong, alongside other prisoners, the most punishable indications will apparently come to light, both in the extortion from the peddlers of gold, slaves, and gums, now in the name of the Company and then in the name of His Honour, as well as the qualification given to simply continue their old ways regarding smuggling with the instruction that when the hongi or expedition came up, they only had to take flight and abandon their settlements. Matters which the Governor believed could hardly be called into doubt, when it is taken into consideration that they are testified to by so many different persons. Opinions of Their High Honours about Hamba. That Their High Honours, immediately after Hamba's elevation to Commander, were already apprehensive that he would make an abuse of that dignity, and on that ground, with the prudence inherent to their illustrious persons, by missive of 26 December 1769, were pleased to order that precautions be taken against this. About all of which points, as they are described at length here to the charge of the said Ceramese Commander Hamba, extensive reasoning was held, and it being acknowledged by the assembly alongside the Governor that the longer continuation of Hamba in the commandership [illegible] the Company. Bribes from the chief of Haroekoe on his behalf. That His Honour finally also believed it to be indisputable that Hamba must be convicted in his own mind of his unfaithful conduct, and that from this arose his offer made to the said His Honour through the chief of Haroekoe of one hundred slaves and ten thails of gold, if the Governor would restore him to his former freedom. Guns sold by him to [illegible]. That the Governor would have to dwell too long if he wished to cite pell-mell and from the Ambon papers of earlier days everything that appears therein to the charge of the frequently cited Hamba; but that His Honour judged that the foregoing suffices to demonstrate that he is a pernicious and dangerous instrument on Ceram for the interest of the Company, and his return thither can bring along nothing but disadvantageous consequences, as in His Honour's opinion appeared clearly enough from the documents obtained and produced at this assembly, while among others from the dispatch of the Christian orangkaya of Bonoa David Nussa Alij, and the native Casper Sapilatoe, it is to be seen how the repeatedly mentioned Hamba acted with the guns supplied to him, having sold one of them to a native of Guamoer Sirepande, and thus assisted the Company's enemies, the Ceramese themselves, with weapons.

Dutch transcription

13 den 10: Dec: Strafbaar indicien zijn weegens het slegt Capar ratie over al het inceer om zijn vrijheijd te verbergen te ontbinden daar uit alleen bewijs genoeg van zijn ontrouw te haelen zoude zijn geweest, invoegen de vergadering wanneer die de voormelde brieven eens met opmerking quam te leesen en zijne voorgeevens met den uitslag der gebeurde zaaken vergelijken, daar uijt mee„ de zout kunnen oordeelen dat alles bestaat in Ydele Snorkerijen, onwaaragtige voorgeevens en zelfs het aan„ magtigen van dingen die nooijt het voorneemen zijn geweest aan hem te vergunnen en dus evident aantoonen dat hij d'aan hem verleende magt tot voeding van zijn onverdragelijke hoogmoed en onverzadelijke baatzugt in het werk gestelt heeft. Dat zijn Ed=e vast stelde dat omtrend het laatste bij geregte„ ontrouw omtrent dE: lijk ondervraaging van den Radja van Kellemoerij, d'orangkaijen van Kellibon en oevong, neevens andere gevangenen apparent d'aller Straafbaerste indicien zullen aan den dag koomen, zo in het afvorderen van de Cram„ mers van Goudslavin en gommen dan eens uit naam van de Comp: en dan eens uijt naam van zijn Ed=s als de Gegevene qualificatie om maar hun oude gang omtrent den smokkelhandel te gaan met dese indiectie om als de hongij of expeditie booven quam, zij zig maar op de vluijt moesten begeeven en hunne negorijen verlaten. Zaaken die den Heer Gouverneur vermeende bij na niet in twijffel te kunnen getrocken worden, wanneer in Consideratie genoomen word dat die door zo veele diffe¬ „rente persoonen getuijgd worden gevoelens hunner Hoog Ed:s at ook hun Hoog Ed=ls al ten eersten na Hambas ver„ heffing tot Commandant zijn bedugt geweest dat hij van die waardigheijd een misbruijk zoude maaken en op dat fundament met de voorsigtigheijd aan hunne illus„ tre persoonen eijgen bij missive van den 26:e xber: 1769: Over alle welke poincten zodanig die alhier ten lasten van den gem: Cerams Commandant Hamba beschreeven staan in het breede geraisonneert, en door de vergadering met den Heer Gouverneur g'avoueert zijnde dat de lange „re Continuatie van Hamba in het Commandantschap de Dat zijn Edele eijndelijk ook meende onbetwistbaar te zijn dat Hamba, in zig zelfs van zijn ontrouw gedrag moet overtuijgt en daar uit voortgesprooten zijn desselfs door ooden giften van den heer Haroekos Hoofd Cruipenning van weegens denzelven aan welm: zijn Ed=s gedaane aanbieding van Hondert slaaven en tien tuijlen goud, bij aldien een Heer Gouver neur hem in voorige vrijheijd wilde herstellen. hebben gelieven te gelasten om daar voorsorge te dragen; Dat den Heer Gouverneur zig te lang zoude moeten ophouden wanneer alles over hoop en uijt d'ambonse Papieren van vroegere dagen aanhaalen wilde, wat daar in al ten lasten van veel geciteerde Hamba voorkomt; dog dat zijn Ed: oordeelde dat 't voorenstaande sufficieert om aan te toonen dat hij voor het belang der maatschappij een pernitieus en gevaarlijk Instrument op Ceram is, en zijne terug sending derwaarts niet dan nadeelige gevolgen kan na zig sleepen, gelijk na zijn Ed=e gevoelen uit dengewonnen en te deser vergadering geproduceerde stukken klaar ge„ „noeg quam te blijken, terwijl onder anderen uit het ge¬ depecceerde van den Christen orangkaij van Bonoa David Nussa Alij, en den inlander Casper Sapi„ „geweerg door hem aan latoe C: S: te zien is hoe meerm: Humba met de aan hem verstrekte geweeren geleefd, in een derselver aan een Inlander van Guamoer Sirepande verkogt en dus 'sComp=s vijanden de Cerammers zelve met wapenen g'assisteert heeft. hebben over Compe. van Hamba ngen nd verkogt

NL-HaNA_1.04.02_3389_0159 view scan ↗

English

10 December Punishable indications of his infidelity regarding the Honorable sentiments of their High Excellencies concerning the poor conduct, deliberation over all the aforesaid. Governor in order to obtain his freedom sold to the enemy to conceal, to dissolve, from that alone sufficient proof of his infidelity could have been drawn, so that the meeting, when it would read the aforementioned letters with attention and compare his pretenses with the outcome of the events that occurred, could judge from this that everything consists of vain boastings, untruthful pretenses, and even the usurpation of things that were never intended to be granted to him, and thus evidently demonstrate that he has employed the power granted to him to feed his insufferable pride and insatiable greed. That his Honor maintained that regarding the latter, during the judicial interrogation of the Raja of Kellemoerij, the orangkayas of Kellibon and Oevong, along with other prisoners, apparently the most punishable indications would come to light, both in the extorting of gold, slaves, and gums from the Cerammers, at times in the name of the Company and at times in the name of his Honor, as well as giving permission just to go their old way regarding the smuggling trade with this instruction: that if a hongi or expedition came up, they should just take to flight and abandon their settlements. Matters which the Governor believed could hardly be doubted, when it is taken into consideration that they are testified to by so many different persons. That their High Excellencies were also immediately after Hamba's appointment as Commandant apprehensive that he would abuse that dignity, and on that ground, with the prudence proper to their distinguished persons, by missive of 26 December 17[illegible], had been pleased to order that care be taken in that regard. About all of which points, as they are described here at the expense of the said Ceramese Commandant Hamba, having been extensively reasoned, and it being acknowledged by the meeting with the Governor that the longer continuation of Hamba in the commandership of the Company. That his Honor finally also considered it to be indisputable that Hamba must be convinced in himself of his unfaithful conduct, and arising from that were his gifts offered through the chief of Haroeko, bribery on his behalf, the offer made to his said Honor of one hundred slaves and ten taels of gold, in case the Governor would restore him to his former freedom. That the Governor would have to detain himself too long if he wanted to cite pell-mell from the Ambon papers of earlier days whatever appears therein to the disadvantage of the much-cited Hamba; but that his Honor judged that the foregoing suffices to demonstrate that he is a pernicious and dangerous instrument on Ceram for the interest of the Company, and his return thither can entail nothing but disadvantageous consequences, as in his Honor's opinion was made clear enough from the extracted documents produced at this meeting, while among other things from the dispatch of the Christian orangkaya of Bonoa, David Nussa Alij, and the native Casper Sapi, it can be seen how the frequently mentioned Hamba lived with the guns provided to him, and sold one of the Company's guns to a native of Guamoer Sirepande, Latoe C. S., and thus assisted the Company's enemies, the Cerammers themselves, with weapons.

Dutch transcription

den 10: Dec: Strafbaar indic ien zijn ontrouw omtrent dE: gevoelens hunner Hoog Ed weegens het slegt Capacten deliberatie over al het voors: gouverneur om zijn vrijheijd te erlangen den vijand verkogt te verbergen te ontbinden daar uit alleen bewijs genoe zijn ontrouw te haelen zoude zijn geweest, invoegen vergadering wanneer die de voormelde brieven eens opmerking quam te leesen en zijne voorgeevens met uitslag der gebeurde zaaken vergelijken, daar uijt de zout kunnen oordeelen dat alles bestaat in ijdeli Snorkerijen, onwaaragtige voorgeevens en zelfs het ad magtigen van dingen die nooijt het voorneemen zijn geweest aan hem te vergunnen en dus evident aantoone dat hij d'aan hem verleende magt tot voeding van zin onverdragelijke hoogmoed en onverzadelijke baatzug in het werk gestelt heeft. Dat zijn Ed=e vast stelde dat omtrend het laatste bij gereg lijk ondervraaging van den Radja van Kellemoerij d'orangkaijen van Kellibon en oevong, neevens ander gevangenen apparent d'aller Straafbaerste indicien zo aan den dag koomen, zo in het afvorderen van de Cera„ mers van Goudslavin en gommen dan eens uit naam van de Comp: en dan eens uijt naam van zijn Ed=e als Gegevene qualificatie om maar hun oude gang omtr den Smokkelhandel te gaan met dese indiectie om al hongij of expeditie booven quam, zij zig maar op de ver moesten begeeven en hunne negorijen verlaten. Zaaken die den Heer Gouverneur vermeende bij na„ in twijffel te kunnen getrocken worden, wanneer in Consideratie genoomen word dat die door zo veele di„ rente persoonen getuijgd worden Dat ook hun Hoog Ed=s al ten eersten na Hambas heffing tot Commandant zijn bedugt geweest dat hij die waardigheijd een misbruijk zoude maaken en dat fundament met de voorsigtigheijd aan hunne tre persoonen eijgen bij missive van den 26:e xber: 17 Over alle welke poincten zodanig die alhier ten lasten van den gem: Cerams Commandant Hamba beschreeven staan in het breede geraisonneert, en door de vergadering met den Heer Gouverneur g'avoueert zijnde dat de lange „re Continuatie van Hamba in het Commandantschap de Dat zijn Edele eijndelijk ook meende onbetwistbaar te zijn dat Hamba, in zig zelfs van zijn ontrouw gedrag moet overtuijgt en daar uit voortgesprooten zijn desselfs door aangebooden giften van den heer Haroekos Hoofd Cruijpenning van weegens denzelven aan welm: zijn Ed=s gedaane aanbieding van Hondert slaaven en tien tuijlen goud, bij aldien den Heer Gouver„ neur hem in voorige vrijheijd wilde herstellen. hebben gelieven te gelasten om daar voorsorge te dragen; Dat den Heer Gouverneur zig te lang zoude moeten ophouden wanneer alles over hoop en uijt d'ambonse Papieren van vroegere dagen aanhaalen wilde, wat daar in al ten lasten van veel geciteerde Hamba voorkomt; dog dat zijn Ed: oordeelde dat 't voorenstaande sufficieert om aan te toonen dat hij voor het belang der maatschappij een perniticus en gevaarlijk Instrument op Ceram is, en zijne terig sending derwaarts niet dan nadeelige gevolgen kan na zig sleepen, gelijk na zijn Ed=s gevoelen uit dengewonnen en te deser vergadering geproduceerde stukken klaar ge¬ noeg quam te blijken, terwijl onder anderen uit het ge¬ depecceerde van den Christen orangkaij van Bonoa David Nussa Alij, en den inlander Casper Sapi„ sComp:s geweerg door hem aan latoe C: S: te zien is hoe meerm: Humba met de aan hem verstrekte geweeren geleefd, en een derselver aan een Inlander van Guamoer Sirepande verkogt en dus 'sComp=s vijanden de Cerammers zelve met wapenen g'assisteert heeft. hebben over Compte. van Hamba

NL-HaNA_1.04.02_3389_0160 view scan ↗

English

The 10th of December. over the East Cerammers can entail nothing but harmful and detrimental consequences, when one considers that since his appointment to that dignity the smuggling trade has noticeably increased, from which it is to be inferred that, instead of closing it off, he has favored it, participated therein, or at least connived at it, which will appear and apparently come to light in more detail upon the judicial interrogation of the imprisoned Ceram regents, as well as diverse most punishable proofs of his infidelity and harmful designs against the interests of the Company on Ceram; thus, on these grounds, it has been unanimously approved and agreed to conform with the decision taken by the Lord Governor to bring the much-cited Hamba hither under strict custody and to secure him in the Company's irons, and furthermore to place the collected documents against the said Hamba and all that further relates thereto into the hands of the Fiscal Schilling, with orders to him not only to interrogate the said Hamba closely thereupon, but also the other imprisoned Ceram regents, among them especially the Orang Kaya of Gaus Canne Canne, in order not only to obtain in that respect a further confirmation of the aforementioned accusations to his charge, particularly concerning the murder committed on the Orang Kaya of Rarakit, Codjisa, but also to give the assembly complete assurance for taking a final resolution concerning the person of the said Hamba, to which end the said officer shall submit a distinct report in writing of his findings. Furthermore, it having been observed from the aforementioned presentation the trouble taken by the Lord Governor on the occasion of the arrest of the oft-mentioned Hamba to seize his goods as well as the Company's muskets, gunpowder, lead, etc. furnished to him, and that His Honor, both in person and through Hamba's wives, who according to their request came over here from the Roodenberg with the kora-kora of Mardika, was able to secure nothing other than what appears from an inventory formed thereof, and of the aforementioned muskets, which were furnished to him to the number of 36 pieces, only nine pieces, together with about three pounds of gunpowder and a few sharp cartridges of the 50 lbs of the former and 36 dozen of the latter sent to him this spring by His Honor with Lieutenant van Eerten; it is agreed not only to make note thereof, and that His Honor, despite all efforts, was unable to master the writing desk with papers of the oft-mentioned Hamba, but also to insert herein the inventory of the goods belonging to Hamba. Inventory of such goods belonging to the Ceram Commander Hamba, namely: Shipped in the kora-kora of Liang: 3 empty chests 1 ditto liquor cellar 1 toetoemboe 1 table 1 chairs 2 Japanese lacquered shields 1 piece of white linen 1 small packet sewn in wax linen and sealed, inscribed to the Ceram Commander Hamba 4 pairs of stockings in black 1 red satin skirt with gold 1 woolen breeches 1 black satin waistcoat 1 white linen ditto with silver 1 ditto satin ditto 1 ditto linen vest 1 small copper hanging lamp 1 pair of shoe buckles with stones 1 pair of breeches buckles, Javanese 1 gold signet ring 1 pair of gold sleeve buttons 1 half-clasp, Javanese 9 muskets 9 dozen sharp cartridges, with the ordinary fireworks master Jansz 3 lbs of gunpowder, with the ordinary fireworks master Jansz One Papuan female slave, with the dispenser Maas One ditto male slave, with the dispenser Maas One rattan cane with a gold knob and one silver signet, both inscribed: Hamba Commander of Ceram. Underneath stood: On the kora-kora Bonoa, anchored before Keffing, the 12th of November 1772. Lower: Attested by this, signed: A: Rijkschroeff, secretary of the Hongi. In the margin: Present before us, signed: J: H: Huijgens and J: A: Maas.

Dutch transcription

den 10: dec: „neurs besluit hamba in brengen en in de boeijen te se„ ten lasten van hamba den fiscaar opzigte tot de moord aan den tie heeft bevinding distinct rapport te laaten dienen aangewonde moeite door den heer gouverneur ter bemagtiging van hambas hem verstrekte Comp=s Jnventaris der goederen van veel gem: Hamba over de oost Cerammers niet dan schadelijke en nadeelige gevolgen kan na zig sleepen, als men considereert dat seedert desselfs aanstelling tot die waardigheid den Smokkelhandel merkelijk toegenoemen en daar uijt aftelijden is, dat hij in Steede van deselve te sluijten zo als met gefavoriseert of daar in geprathisapeert ten minsten geconniveert heeft, het geen bij het doen van gereg telijke ondervraging der gevangene Ceramse Regenten na der blijken en apparent aan den dag koomen zullen diverse Allen Strafwaardigste bewijzen zijner ontrouw en Schadelijke men„ voor de belangen der maatschappij op Ceram, zo is uijt dien geconfirmeert shur gouver hoofden met eenparigheijd van stemmen goed gevonden en ver„ versekering herwaarts te staan zig te Conformeeren met des Heer Gouverneurs genoomen besluijt om den veel geciteerden Hamba in Strickte verzeekering herwaards meede te brengen en hem in 's Comp=s boeijen te doen versee keren, en voorts de ingewomene stucken ten lasten van hem Han het ondersoek van de poinoten ba en al het geene daar toe verder betrecking heeft te stellen in handen van den fiscaal Schilling met last aan den zelven daar op niet alleen veel gen: Hamba, naauwkeurig te ondervragen maar ook de verdere gevangene Ceramse Reginten daar onder bij„ „sonder den orangkaij van Guaus Canne Canne, om indien op„ „zigte niet alleen eene nadere bevestiging der hier voorenstaande accu„ bijzonder het geen ten dien Satien ten zijnen lasten bijsonderlijk het geene de gepleegde moord regent van Rarakit hele aan den orangkaij van Rarakit Codjisa Concerneert te erlan„ gen, maar ook de vergadering volkoomen gerustheid te geven tot het neemen van een finaal besluit over de persoon van gemelde Hamba, waar toe ten dien einde door gem: officier van zijne door gem: officier van zijne bevinding aan deselve zal moeten werden gedient van een di„ Voorts uijt het booven gem: vertoog al verder ontwaard zijnde de door den Heer Gouverneur bij geleegendheijd van het ar„ goederen en daar onder d'aan resteeren van den veelgem: Hamba aangewende moeijte ter bemagtiging zo wel van desselfs goederen als d'aan hem 'sComp=s weegen verstrekte geweeren, kruijt, Lood, &c=a in twee toem„ den secret=s „toemboes bij . . . van de Hongij mitsg=s dat zijn Ed=e, zo in persoon als door middel van Hambas vrouwen van die van den Roodenberg volgens haar versoek met de Core Corre van Mardika al hier over„ gekoomen is, niet anders heeft kunnen magtig worden dan het geene bij eene daar van geformerde inventaris komt te blijken en van de voorn: geweeren die ten getalle van 36. Stux aan hem verstrekt zijn maar Neegen stux nee„ „vens Circa drie pond kruid en eenige weinige scherpe pattroonen van de 50. lb: van het eerste en 36. douzaijn van de laatste door zijn Ed=e met den Lieutenant van Eerten in dit voorjaar aan hem toegesonden; zo is, verstaan niet alleen daar van in deese notitie te houden, en dat Sijn Ed=e niet teegenstaande alle aangewende moeijte de schrijflade met papieren van veelgem: Hamba niet heeft kunnen meester worden, maar ook den inventaris der Hamba toebehoorende goede„ in desen te insereeren ren Inventaris van Sodanige goederen den Cerams Com„ mand:t Hamba toebehoorende teweeten. 3. ledige kisten 1. d=o kelder in de Conra Cora van Liang afgescheept. 1. toetoemboe 1. tafel - - - . 1. stoelen - - - 2. Japoense verlackte schilden - - - - - - - - - - - - - -. - - -- 1. stuk wit Lijwaad - - - - + 1. inwasch linne gen:t en versegeld packje, besz: aan den Cerams Command:r Kamba 4. p:rn koussen in z=t - - - - 1. roode satijn rok met goud - 1 Lakense broek - 1. Swarte Satijne Cammisool 1. witte linne _o _o _=o met silver - 1. „ satijne - - - 1. „ linne borstrok - . 1. kl: kooper hang lampje - - - - 1. p:r schoen gespen met steenen - - - 1. „ broek „ sawas - - 1. p=s goude signet ring- -. -. 1: „ hand knoopjes goude - 1: „ half slootje Javas - - - - - - - - 9 „ geweeren - - - .. 9douff: scherpe patronen C bij den ord: vuurwerker 3: lb buskruijt. - - Ians: Een papoese slattin Een _=o manslaaf. . } bij den dispencier Maes Een rotting met een goude knop en Een silver signet beide omschreeven Hamba Command:t van Ceram /:onderstond)/ op de Corre Corra Bonoa g'ankert voor keffing den 12:e 9ber: 1772. /:lager:/ dit getuijgt /:get:/ A: Rijkschroeff sec:s v: de hongij /:in margine :/ ons present:/ (:getekend:) J: H: Huijgens en J: A: Maas. — - mitsg=s En „cureeren te demandeeren Stinct berigt in Schiptis. gewieren - - - - - - - - - - - - . . . - - .- -- - --- - - - - - - - - .: -:- . -- - -- -- . . . . .-- . . . . . . . .. 15

NL-HaNA_1.04.02_3389_0161 view scan ↗

English

the 10th of December: a Papuan slave belonging to him died in irons a six-pound iron cannon Hamba found buried the Radja of Kellemoerij to have sold male slave the Kapalla Soa the Lord Governor to the submission shown granted pardon result of the efforts made of the Orang Kaya of Rarakit to get into hands concerning which also investigation by Hamba to the Ceram- lauers And further to note that according to the submitted statement of the Sergeant Mandadoor of the quarter, Ian Iansz, the aforementioned Papuan male slave belonging to the said Hamba has passed away. Further, among all that which with great reason appears to the disadvantage of Hamba and can serve as striking proof of his intrigues with the Ceram-lauers, upon the said address of the Lord Governor it was seen that not far from the dwelling of him, Hamba, on Keffing, buried on the beach, was found an iron cannon of six pounds ball, which he himself has declared to have received as a present from the Orang Kaya of Kellemoerij named Kiviss. Thus it was approved to retain the aforementioned piece of cannon, which was brought here with the pantjalling De Voortvarendheid as required, for the present and pending further disposition by their High Excellencies. On behalf of the Radja of Kellemoerij, through the Orang Kaya of Hatoemetting, there having been presented to the Lord Governor a certain gold arm ring or gelang, shown by His Honour to be silver-gilt, it was resolved to have the same sold for the benefit of the Company, together with and alongside a captured Papuan male slave belonging to the likewise captured Kapalla Soa of Kellebon, by name Iaa. In continuation of what has been described here before, as having relation to one another, it was resolved to fully confirm that the Lord Governor, upon the shown submission of the Ceram-lauers regarding their exhibited and committed hostilities at the instigation of the Keffingers by order of Commandant Hamba, not only accepted them in pardon, but also on the occasion of His Honour visiting that island, the Orang Kaya. Furthermore, it having been reflected that the Lord Governor, pursuant to the desire of their High Excellencies the High Indian Government in their highly venerated missive of ultimo December of the past year, to make himself master of and attempt to get into hands alive the Orang Kaya of the small negorij Kellibat situated near Rarakit, by name Balewvine, who, seconded by the Captain of Guaus named Abar, with some of his subordinates, were both the chief or principal authors of the murder, already previously mentioned here, committed upon the Orang Kaya of Rarakit, Codjisa; His Honour having judged it advisable during his presence at Geser to send the Ensigns Feijge and Rolbagh with ten orembaaien; in a friendly manner encouraged those of Killitaij and some elders, pursuant to the recommendation of their High Excellencies by missive of ultimo December 1771, to stimulate the East and North Cerammers to frequent the passage to this principal place and to come to trade with their own products and those which they fetch from the Papuan Islands, as well as the assurance given that they will be kindly received, etc.; while at the same time it was approved to note in this that the Ceram-lauers, under testimony of their obligation for that concession, declared as if with one mouth in the presence of the Fiscal of the Hongi, Huijgens, and the ordinary fireworks-maker Iansz, that they were afraid of the persecutions and acts of violence of Hamba, who mistreated some of them because they wanted to go to Ambon, and had kicked one of the elders of Killitaij, named Assan, who requested him for a passport, which must also be regarded as proof that Hamba seems to have thwarted the interests of the Company in every respect; thus it was resolved to also have him interrogated concerning that matter.

Dutch transcription

den 10:' dec: een papoese slaef van hem de boeijen overleeden een ses ponden ijzer Canon hamba begraven gevonden den Radja van Kellemoerij te laaten verkoopen monslaof den Kapalla soo heer gouverneur aan de betoonde submissie verleend pardon resultaat der aangewende van den orangkaij van Rara kit in handin te krijgen dientwegen almede ondersoek door Hamba aan de Ceram lauers En wijders te noteeren dat volgens ingediende verklaring van den Sergeant mandadoor van 't quartier Ian Iansz: de daar bij verm: Pupoesche manslaas gem: Hambas toe „behoorende is komen te overlijden Alverder onder alle het geene met groote reeden ten nadeele keffing bij de woning van van Hamba komt te Consteren en tot een door slaand be„ wijs kan strecken van zijne konkelarijen met de Ceram mers bij het gem: vertoog van den Heer Gouverneur ge„ gezien zijnde dat niet verre van de wooning van hem Hamba op Keffing aan strand begraaven is gevonden een ijzer Canon van ses pond bals, het geen hij selfs ver¬ klaart heeft van den oranskaij van Kellemoerij gen:t kivis vereerd gekreegen te hebben; zo is goed gevonden het voorn: stuk Canon, het welk met de Pantjalling de voortvarentheijd alhier is aangebragt als benodigt hu schoof e patira voor eerst en ter nadere dispositie hunner Hoog Edelh=s aan te houden. — Van wegen den Radja van Kellemoerij door den orangkaij telaten doen zeekere goude arm ring vo van Hatoemetting aan den Heer Gouverneur Vereerd zijn„ ten voordeele van DE Comp:e de een door zijn Ed=e vertoonde Silver vergulde arm ring of gelang. zo is verstaan deselve ten voordeele van DE: Comp: te laaten verkoopen met en benefens een gevangen gekreegen inselver voegen een papoese papoesche manslaef toebehoorende den almede gevangene van Kellibon toebehoorende Capalla Soa van Kellebon in naame Iaa. Ten vervolge van het hier voorwaards beschreevene als tot geconfirmeert hej door den den andere betrecking hebbende, is verstaan zig volkoomen Ceram lauers op hunne te conformeeren, dat den Heer Gouverneur op de Ratoerde op de betoonde submissie der Ceramlauers hunne betoon de en gepleegde vyandelijkheeden op aanhitsing der Keffin„ gers uijt last van den Commandant Hamba dezelve niet alleen in genade aangenoomen, maar ook bij gelegendheijd zijn Edele dat Eijland besogt den orangkaij Wijders gereflecteert zijnde dat den Heer Gouverneur ingevolge moeijte om de moordenaars de begeerte hunner Hoog Edelheedens de Hooge Indiasche Regeering bij Hoog derselver gevenereerde missive van ult=o xber: A:o p=to op zig meester te maaken en te tragten leevendig in handen te krijgen den orangkaij van het na bij Rarakit geleegene negrorijtje Kellibat in naame Balewvine, die gesecondeert van den Capitain van Guaus gen=t Abar, met eenige zijner onderhoorige beijde de hoofd of voornaamste aucteurs zijn geweest der hier vooren bereeds vermeelde gepleegde moord aan den orangkaij van Rarakit Codjisa bij sijn Ed=e Gisser raadsaam g'oordeelt hebbende aanweesen te S= de ventrigs Feijge en Rolbags met tien orombaijen de van Killitaij en eenige oudstens in het vriendelijke g'ani„ meert heeft om ingevolge de recommandatie Hunner Hoog Ed=s bij missive van ult=o Decemb: 1771. d'oost en noord Cerammers aan te moedigen tot het frequenteeren der vaart na dese hooft plaats en om met haar eijgen producten en die zij van de Papoesche Eijlanden haalen ten handel te koomen, zo mede de gedaane versekering dat sij minsaem aangedaane mishandeling zullen ontfangen worden enz:;, terwijl teffens is goed gevonden in desen te noteeren dat de Cerambauers onder betuijging van hunne verpligting voor die Concessie als uit een mond in presen„ „tie van den fiscaal der Hongij Huijgens, en den ordinair vuurwerker Iansz: verklaard hebben dat zij bevreest waeren. voor de persecutien en geweldenarijen van Hamba, die sommige van hun om dat na Ambon wilde gaan mishandet en een der oudstens van Kellitaij met naame Assan, welke hem om een paspoort versogt, getrapt had, het geen almede aangemerkt moetende worden als een bewijs dat Hamba die belangens der Maatschappij in allen deelen Schijnt ge„ traverseert te hebben; zo is verstaan, denzelven daar om„ trend ook te doen ondervraagen van „ en

NL-HaNA_1.04.02_3389_0162 view scan ↗

English

the 10th Dec: to investigate. of the plundered booty has fallen to which has been out for some time tion with the Ceramlauters to offer their High Noble Lordships and to dispatch a detachment of 48 European soldiers besides some artillerymen to Ravakit provided with an Instruction for their guidance; whereby, in addition to apprehending the two aforesaid principal persons along with the other perpetrators of the aforementioned murder, they were also mandated to inform themselves accurately whether any Buginese or other foreign rovers and illicit traders were staying either at Rarakit or Kellibat and the small negorij Kellemoerij situated between both, with orders in such case to leave no means untried to get hold of them as well as their vessels, and upon their return from that commission after the expiration of three days having served His Honour with a written report and thereby shown that they had found only a few inhabitants at Rarakit, but the negorijen Kellibat, as well as the hamlets situated between it and the first mentioned, were entirely depopulated, and that the orangkaij Balewine had fled; furthermore, that they had learned from a native at Rarakit that besides the likewise fugitive captain of Guaus Abar, the orangkaij of that hamlet arrested within this Castle, named Canne Canne, being a half-brother of Hamba, was said also to have been present on the occasion when the orangkaij of Rarakit Codjisa was murdered, although this latter point was subsequently revoked by them, it was resolved not only to keep record thereof in these notes, but fully to conform with the measures put into effect in this regard by the Lord Governor, as well as to bring the outcome of this undertaking to their High Noble Lordships' esteemed knowledge under transmission of the aforesaid report and to charge the fiscal to inquire into what appears therein to the charge of the arrested orangkaij of Guaus, With relation to the peoples of Poulo Gisser who, after what was mentioned in the Hongi Daily Register of the year 1770 and especially in a declaration given at that time by the Banda burgher Roeloff Versteeg at Keffing, to avoid the further persecutions of Hamba of Poulo Gisser at that time not only for the greatest part took flight from there, but since then had entirely abandoned that island and retired to Goram and stayed there, seeing that the former orangkaij of Poeloe Gisser aforesaid named Maba, having requested on their behalf of the Lord Governor that they might return and be pardoned for their departure as having been necessitated thereto by the acts of violence of Hamba, which was granted by His Honour to the named Maba, so that the Gisserese, among them four oranglouas or elders, having also arrived with seven mahoelijs and appeared before the Lord Governor, had repeated the aforementioned request for forgiveness and had thereupon been pardoned by His Honour; it was resolved both to conform with the Lord Governor's handling in this matter, and that on account of the shown inclination of both the Ceramlauters and the Gisserese to forget the former hostilities and to reconcile with one another, the parties were pacified by His Honour, and furthermore to inquire most accurately into what appears regarding this on the corracorra Bonoa for Poulo Gisser, and also to interrogate concerning this the likewise arrested orangkaij of Kelliloehoe and the priest of Keffinge, and especially whether and to what extent the suspect Commandant Hamba was implicated in the aforementioned murder of Codjisa, and what goods he received from the orangkaij of Kelibat Balewine as his share of the plundered booty.

Dutch transcription

dn 10e: Dec: ondersoeken. van de gerooffde buijt is ten der zedert eenigen tijd uijtge „tie met de Ceramlavers hoog Ed=s aan te bieden en een ditachement van 4 8: Europeese militairen nevens eenige Arthilleristen na Ravakit af te zenden voorzien, ten van den orangkaij van quaus van een Instructie ter hunnen narigt; waar bij hun behalven het apprehendeeren der twee voorn: hoofd perso nagien met de verdere daders aan voorsz: moord ook in mandates is gegeeven om zig naauwkeurig te informeeren deele geworden of zij zo wel op Rarakit als Kellibat en het tusschen beide geleegene Negorijtje Kellemoerij geene Bougineesen of andere vreemde Swervers en morshandelaars ont houden, met ordre in zulken gevalle geene middelen onbesogt te laaten, om deselve zo wel als haare vaar thuijgen inhanden te krijgen, dezelve bij hun retour van die Commissie na verloop van drie dagen zijn Ed=e van Rapport ingeschrifte gediend en daar bij vertoond hebben dat zij op Rarakit maar eenige wijnige inwoonders gevonden hadden, dog de negorijen Kellibat, zo wel als de tusschen die en de eerstgem: geleegene gehugten ten eenemael van volk ontbloed, mitsg:s den orangkaeij Balewine gevlugt; voorts dat zij van een Inlander op Rarakit verstaan hadden dat behalven den meede voort vlugtigen Capitain van Guaus Abar den binnen dit Casteel g'arresteerde orangkaeij van dat gehugt in name Canne Canne, zijnde een halve broeder van Hamba ter geleegentheid dat den orangkaij van Rarakit Codjisa is vermoord geworden desgelijx daar zoude present geweest zijn hoewel dit laatste naderhand door hun herroepen was, zo is niet alleen verstaan daar van in deese aanteke„ „ning te houden, maar zig ten vollen, met de ten deesen belangen door den Heer Gouverneur in het werk gestelde middelen te Conformeeren, mitsg:s onder oversending van het Rapport daar van hun het voorn: Rapport hun hoog Edelheed=s den uitslag deeser onderneeming ter g'eerde kennisse te brengen en den fiscaal te gelasten zig omtrent het geene daar in, ten lasten van den g'arresteerden orangkaeij van Guaus Met relatie tot de volkeren van Poulo Gisser die na het verm: bij geconfirmeert de readmisie het Hongijs Dag Register van A:o 1770. en Speciael bij wekene volkere van p=ro giser eene te dier tijd door den Bandas burger Roeloff versteeg te Keffing gegeevene verklaring ter ontwijking der verdere persecutien van Hamba van Poulo Gisser doenmaels van daar niet alleen voor het grootste gedeelte de vliegt genoomen, maar dat Eijland seedert geheel verlaaten hadden en zig na Goram geretireert en aldaar opgehouden hebben gezien zinde dat den gew: orangkaij van Poeloe Gisser voorm=t in naame Maba hunnent weegen aan den Heer Gouverneur versogt hebbende dat zij te rug mogten koomen en weegens hun uijtwijken gepardonneert als daar toe door de geweldenargin van Hamba genecessiteert geworden zijnde, sulx door zijn Edele aangenoemde Maba is g'accordeert, invoegen de Gessereesen daar onder vier oranglouas of oudstens dan ook met Sec„ ven Mahoelijs aangekomen en voor der Heer Gouverneur verscheenen weesende het voorgewaagde versoek om verschoo„ ning hadden herhaeld en daar op door Sijn Ed=e waaren gepardonneert geworden; zo is verstaan, zig met des Heer Gouverneurs behandeling in deesen zo wel te Conformee„ ren als dat weegens de betoonde geneijdheijd zo van de zo mede hunne reconsilia Ceramlauers als de Giscereessen en om de voorige vijandelijk„ heeden te vergeeten en met den anderen te Consilieeren, Parthijen door zijn Ed=e zijn bevreedigt geworden, en voorts in de op de Corre Corre Bonoa voor P=lo Gisser het geene daar omtrent te las oorkomet niet alleen op het aller naauwkeurigst te inqui„ voorkomt naaukurig te reeren maar dies weegen ook te ondervraagen de meede g'arresteerde orangkaij van Kelliloehoe, en den priester van „Keffinge en speciael of en in hoe verre den suspecten inselver voegen wat hamba Commandant Hamba in de voorsz: moord aan Codjisce getrampeert en welke goederen hij van den orangkaij van Kelibat Balewine tot zijn deel van de geroofde buijt gekreegen heeft. voorkomt gehoudene

NL-HaNA_1.04.02_3389_0163 view scan ↗

English

10th December: At the meeting held by His Honour, the present orangkay of P.lo Gisser, Batie, upon making the declaration that the Gisserese refused to obey him, was discharged at his own request with retention of honour as former orangkay, and reappointed in his stead was the native of that island named Kobiaij, son of the formerly renowned ruler over the Gisserese, the now deceased orangkay of that name. Furthermore, that on that occasion, at the request of the said newly appointed Regent, it was resolved to grant him and his subordinates the fief possession of the beaches of Ceram Laut, as has been customary of old and was also consented to by the Ceram Lauers, on the condition that the Ceram Lauers should have and retain the same usufruct with respect to fishing as otherwise. Upon the return of the Gisserese described herebefore, a Ceram Lauer of Kellitaij named Matta kenalatta, who a few days previously had shot dead a P.l Gisser at Batoesika or the east corner of Ceram Laut and wounded two others, having been handed over in safe custody to the Lord Governor by the said orangkay Maba and therefore also brought here in irons by His Honour, it was resolved to order the fiscal to investigate as far as possible the truth of that accusation, in order to be able to dispose further concerning that person. Lastly, it was also resolved to have the fiscal conduct an accurate inquiry concerning the accusation appearing in the Governor's address against the orangkay of Asseloeloe, Pattij Ioma Elij, who on heavy suspicion of collusions and correspondence with the Cerammers of Avan and Iavang has already been demoted, as well as provisionally arrested within the Castle upon the order of the Lord Governor, he being accused by the orangkay of Oerong of having held correspondence and exchanged letters with the Cerammers, and furthermore to order the said fiscal to likewise report in writing to this assembly on his findings in that regard, in order to be able to make a further decision thereon. After this was read a report from the ensign August Wilhelm Delius, who, in conformity with the resolution adopted at this table on the 29th July of this year, was commanded together with the Lieutenant Fecke Gosseling to cruise the south and north side of Bouro with two pantjallings, but pursuant to Secret Resolution of the 15th September, having been stationed there with the non-commissioned officers and common soldiers under him, Delius, was recalled from there, and returned here today on the 9th October, containing in substance that during the cruising he perceived no Papuan pirates or other illicit rovers, but learned from the Ternate burgher Wilke Drise, who passed the hinterland of Bouro with the chaloup the Bergita, that in the month of July more than fifty vessels had lain ready at Micoual, with which the Papuans had intended to raid the Residencies on Xulla and at Bouro, but were prevented by severe weather from executing their intention; so it was agreed to keep this note of these matters, in order to include it in the forthcoming report. Finally, it was agreed to offer at the first opportunity both a copy of the Lord Governor's address and of all other reports concerning the undertaken expedition to Their High Noble Excellencies under the appendices, and to give the required notice in the departing separate letter of the principal matters contained therein and in this.

Dutch transcription

10:' dec: natie ontslaagen steld den inlander kobiaij denselven en zijne onderhoori „ge toegelaeten het bezit der Strand van Ceramlaut zeekeren weegens moord aan een lauwers in name matta ke„ na letta in handen van den fiscaal gesteld doen inquireeren na de voorkoo Kelarije met de Cerammers orangkaij van assaloeloe pattij toma Elij inhout van het selve liis wegens de gedane be brief van het voornaamste gouverneurs verrigtingen hun hoog Ed=s aan te bieden de oranghijven E=le gesen gehoudene vergadering den presenten orangkaeij van P=lo Gisser Batie op de gedaane betuijging dat de Gissereesen hem niet wilde gehoorzaamen, volgens zijn versoek behoudens honneur en daar toe weeder aange„ als oud orangkaij ontslaagen en daar toe weder aangesteld: is den inlander van dat Eijland in naame Kobiaij, zoo van den wel eer met roem over de Gissereesen geregeert hebben „de dog thans overledene orangkaeij van die naam; voorts dat bij die occasie op het versoek van gem: nieuw aangestelde Regent is beslooten hem en zijne onderhoorige te laaten in het leen besit der Stranden van Ceram Laut, gelijk van ouds ge bruijkelijk geweest en door de Ceramsauers ook toegestemt onder nevenstaande Condi is mits de Ceramlauers daar van het zelfde vrugt gebruijk ten aansien van de vischerij als andersints zoude hebben en behouden. — Bij de te rug komst der Giffereesen hier vooren beschreeven gifferees beschuldigden Ceram door den gew: orangkaeij Maba in goede versekering aan den Heer Gouverneur overgelevert zijnde een Ceram Lauer van Kellitaij in naame Matta kenalatta, welke eenige daagen bevoorens een P=l Gisser op Batoesika of de oost hoek van Ceramsaut dood geschooten en nog twee andere gequest had, en dierhalven ook door zijn Edele in de boeijen alhier meede gebragt is; zo is beslooten, den fiscaal te gelasten zo veel mogelijk na de waarheijd dier beschuldiging onderzoek te doen, ten eijnde over die persoon nader te kun„ nen disponneeren. Laastelijk is nog beslooten door den officier naauwkeuri den fiscaal naauwkeurig te ge en queste te laaten doen, weegens d' in's gouverneurs mende beschuldigen van kon vertoog voorkoomende beschuldiging ten lasten van den over„ ten lasten van den gedimoveerden heevige Suspicie van Konkelarijen en Correspondentie met de Cerammers van Avan en Iavang bereeds gedi„ moveerden mitsg:s daar op bij provisie ter ordre van den Heer Gouverneur binnen het Casteel g'arresteerden orangkaij van Asseloeloe Pattij Ioma=Elij als wordende door Hier na is geleesen een Rapport van den vendrig August rapport van den vendrig De Wilhelm Delius, die Conform het g'arresteerde aan dese to„ kruijssing aan de noord kant fel op den 29:e Julij deeses Iaars neevens den Lieutenant Fecke Gosseling is gecommandeert ter bekruijssing der zuijd en Noord kant van Bouro met twee Patjallings, dog volgens Secreete Resolutie van den 15:e 7ber: daar aan met de onder officieren en gemeene Militairen onder hem Delius bescheiden geweest zynde, van daar te rug geroepen, en op den 9:e Octob: Heeden alhier gere„ tourneert is in substantie behelsende dat hij geduurende de bekruijssing geene Papoesche roovers of andere onge„ oorloofde Swervers vernoomen, dog van den Ternaats burger Wilke Drise, die met de Chialoup de Bergita het agterland van Bouro gepasseert is, verstaan heeft dat in de maand Iulij te Micoual meer dan vijfftig vaar„ tuijgen gereed geleegen hadden, waarmede de papoen voor„ „neemens waaren geweest de Residentien op Xulla en te Bouro afteloopen, dog die door het swaere weer verhin„ „dert waaren geworden hun voorneemen ter uitvoer te brengen; zo is verstaan van dit een en ander deese Notitie te houden, om daar van in het aanstaande voor„ het gediert vertoog van shr Eijndelijk is verstaan zo wel Copia van des Heer Gouver„ neurs vertoog als van alle andere de gedane expeditie Concer„ neerende Rapporten bij Eerste gelegendheijd hun Hoog onder bedeeling bij aparte Edelh=t onder de bijlagen aan te bieden en bij de aftegaane aparte brief van het voornaemste daar bij en in deese vervat de vereijschte kennisse te geeven. i van Oerong betigt van met de Ceram„ brief wisselingen Correspondentie gehouden te hebben voorts m: fiscaal te gelasten om van zijne bevinding dientweegen aan dese vergadering almeede ingeschrifte verslag te doen, om daar op een nader besluijt te kunnen neemen; de Jaar tie van boraro 21.

NL-HaNA_1.04.02_3389_0164 view scan ↗

English

The Governor having produced a letter from the Bouro Resident Knop dated the 4th of this month, in which that official reports that the residence for the officer, along with the guardhouse for the military and the necessary outbuildings at Waijkoesa, though made provisionally only of atap thatch, are ready, and are moreover fenced in with palisades or storm stakes in a square measuring two hundred feet, so that according to his statement a post can now be occupied there with peace of mind, and the residences properly built during the west monsoon; the Governor, to whom the selection of an officer from among the ensigns to serve as Commander over the aforementioned post was left by secret Resolution of the 6th of March of this year, has taken it upon himself to detach the same thither with the necessary non-commissioned officers and common soldiers as soon as the eagerly awaited relief of soldiers arrives from Batavia. Finally, considering that Lieutenant Gosseling, as appears from a note written by him to Resident Knop and sent hither by the latter dated the 28th of November last, has already occupied the post at Waijkoesa with his subordinate men, and that the pantjalling De Toesigt still cruising there can not only be well spared at present, but also lies on a lee shore with the continuous blowing of the north-west winds, it has been approved and agreed to summon that vessel hither. Below stood: Thus done and resolved at Amboina in Castle Nieuw Victoria, date as above. Signed: J: A: van der Voort, J: A: De Velleneuve, J: A: Schilling, C: F: Treno, and J: H: van Santen. By order of the Honorable Governor, the Secretary circulated among the members of this assembly a letter just handed to His Honor from Manipas Resident Joachim Adriaan Treno dated the last of December 1772, conveying the communication that at nine o'clock in the morning of that same date, thirty-six Papuan kora-koras had arrived at that island, which engaged in combat with the people of the negorijs Tomwara and Tomilehoe until around twelve o'clock at noon, but three hours later, being personally opposed by the aforementioned Resident Treno with six soldiers, had upon that approach taken to flight toward the hinterland of Tomwara close to the Tanjong of Noeroe, where that thieving rabble was awaiting their comrades with about twenty-five more kora-koras; that on that occasion three Manipans were wounded, but also three of the Papuans were shot dead; the aforementioned Resident consequently requesting to be reinforced with another ten soldiers alongside an artilleryman, as well as to be furnished with the necessary orders on how to conduct himself in this regard. Whereupon, on the proposal to send the aforementioned report to give notice to Their High Mightinesses the High Indian Government, on Monday the 4th of January in the year 1773, in the morning at nine o'clock, upon roll call, absent being the Chiefs of Hila, Saparoua, and Haroeko, and the Pay Bookkeeper van Santen, who was not at home, it was resolved to transmit the aforementioned report to Their High Mightinesses.

Dutch transcription

voorsz: rapport aan hun hoog Berigt van bouros resident vollooijing der pagger te waijkoessa op zig de verseekering van een met het betacheeren der selve bij het te ontfangene ontsit. de pattjaling de Toesigt mits winden herwaarts te doen het volk van Tomwara en Tomilehoe ontfangene tijding van mani komst van 36. papoes Corne Corras Iaar niet oversend Regeering. te geeven aan Hun Hoog Ed=s de Hooge Indiasche So0 door den Heer Gouverneur geproduceert zijnde een knop weegens de gedueltelijk brief van den Bouros Resident Knop ged=t 4:e deeser, waar bij dien bediende bedeeld dat de wooning voor de officier met de wagt voor de militairen en de noodige bij vertrekken te waijkoesa dog eenelijk van adappen gemaakt bij provisie ingereedheid mitsg:s ompaggert zijn met palisaden of Stormpuoten in het vierkant groot twee hondert voeten invoegen daar na zijne be„ tuijging thans met gerustheid post kan worden gevat, in de west mousson de wooningen na behooren, op ge¬ bouwt, zo heeft den Heer Gouverneur aan wien bij secreete Resolutie van den 6: Maart deeses Jaars is den heer gouverneur neemt gedefereert gelaten de verkiesing van een officier uijt officier tot Commandant de vendrigs tot Commandant over voorsz: post op zig nodige bezitting voor de genoomen den zelven met de nodige onder officieren en gemeene militairen derwaarts te ditacheeren, zo dra het met verlangen te gemoet gezien wordende ontset van Soldaaten van Batavia zal gekoomen Eijndelijk is uijt aanmerking den Lieutenant Gosseling het doorblaazen der N: w:t blykens een door hem aan den Resident Knop gesz: en door den laatsten herwaarts gesonden briefje ged:t 28:e 9ber: I:o leeden bereids met zijne onderhoorige man„ schap op waijkoesa heeft post gevat en de daar nog Kruijssende Pantjalling De Toesigt ginter nu niet alleen wel gemist kan worden, maar ook bij het door blasen der Noord weste winden daar op een langer wal ligt, goedgevonden en verstaan dat kieltje her¬ waards te ontbieden /:onderstond:/ Aldus Gedaan Ter ordre van den Aw= Gouverneur door den Secretaris pas resident weegens d'aan deser vergadering bij de Leeden rondgebragt zijn de eene zo eeven aan zijn Ed=e inhandigde missive van Manipas Resident Joachim Adriaan Treno in dato ult=o Dec: 1772. houdende de Communicatie, dat denselven datum des morgens ten neegen uuren op dat Eijland aangekomen waeren Ses en dertig Papoese Corre Correes, dewelke met gevigt van die roovers met het volk van de negorijen Toniwara en Tomilehoe tot omtrent des middags ten twaelff uuren ingevegt ge„ raakt, dog eerst drie uuren na dato door gem: Resident Preno met ses soldaten in persoon g'assisteert zijnde op die aannadering zig op de vlugt begeeven hadden na 't agterland van Toniwava digt bij de Tanjong van Noeroe, alwaar dat roof gespuijs met nog omtrent vijff en Twintig Corra Corras hunne makkers afwagtende waaren, dat bij die geleegendheid drie Manipeesen ge„ quetst, egter ook drie der papoen dood geschooten zijn; Versoekende over sulx gem: Resident om nog met tien zoldaten nevens een bosschieter versterkt mitsg:s met de nodige ordre gemunieert te mogen worden; hoedanig zig hier omtrent te gedragen; Zo is op het voorstel Maandag den 4:e Janu: A:o 1773. des morgens om Neegen uaren bij Rond„ vrage absent de Hoofden van Hila, Sa„ paroua en Haroeko, de Soldijboek„ houder van Santen, die niet thuijs was, en Geresolveert te Amboina in't Casteel Nieuw vantoria dato voorsz: /:was getekend:/ I: A: V: zer Voort, J: A: De Velleneuve, J: A: Schilling, C: f: Treno, en I: H: V: Santen. en van Ed=s over te senden het voorsz: Rapport kennisse . zijn komen 23

NL-HaNA_1.04.02_3389_0165 view scan ↗

English

Friday the 8th of January Anno 1773 in the morning at nine o'clock, meeting of the Council of Policy, absent the heads of the four Spice Offices. After concluding the matters described in today's general resolution, the Governor communicated to the meeting the fatal report received by His Honour, that on the 4th of this month a number of nine large and five small Papuan corra-corras, manned with over three hundred heads, landed on the island of Amblauw at the corner called Tanjong Oelima, surprised the post, and murdered the postholder, Corporal Fredrik Willem Roeland, in an execrable manner with nine heavy sword wounds. This sad event is confirmed in its particulars by an extensive account of this occurrence given at the Political Secretariat by the citizen and resident here Isaac Movel, together with the free native Christian Joseph Jansz, who, along with the other travelling companions of the two-masted chaloup of the citizen captain Johannes Cooning, which was stranded on the aforementioned island on the 25th of December past, were also present there on that occasion; whereby it was substantially recounted by the said informants, besides the aforesaid, that they had only just before [illegible]. It was approved and agreed to dispatch the military ensign Johan George Feijge, together with the sergeant Johannes Stegman, also two corporals and ten common soldiers to Manipa, provided with a barrel of 500 dozen live cartridges, but to excuse the requested gunner as he cannot be spared, since in any case one of the soldiers can also be used for that purpose; furthermore to order the chief Huijgens to make ready two orembaais of Laricque and properly arm them, together with two armed powder [illegible], and to let the aforesaid commando proceed overland to Laricque in order to cross over to Manipa with those two orembaais as soon as possible; and at the same time to furnish the ensign Feijge with a suitable instruction, and to command him to search for the Papuans with the aforesaid and the orembaais of Manipa to be added by the Resident Treno, along with eight more soldiers from the small garrison of the aforementioned residency, and to leave no means untried to capture one or more of those pirate vessels. On this occasion, because of the weak condition of the garrison at this main Castle, it was decided by the Governor to withdraw the remaining three free-workers from the adjutant and garrison writer and to return them to active duty. Finally, in order to take all necessary precautions in every respect against the ever-increasing insolence of the Papuan pirate rabble, it was agreed to dispatch four more soldiers from here via Manipa to Bouro to reinforce the newly established post in the hinterland of that island, so as to make it as resilient as possible against an unexpected attack by the Papuans. Thus done and resolved in Amboina at Castle Nieuw Victoria, date as above. Was signed: I: A: v: dervoort, I: A: Devilleneuve, H: v: den Brink, I: A: Schilling, C: f: Treno, and I: H: Huijgens.

Dutch transcription

25 goed gevonden en verstaan en vendrig feijge men een Commando derwaards te orembaijen van laricque tie te manieeren de nog zijnde drie vrijwer„ van het guarnisoen dienst te laten doen Bouro met nog vier soldaten te versterken „beurtenis door den burger der Joseph Ians verliend op een execrabele wijse tleeven gebragt. den vendrig militair Iohan George Feijge neven„ den Zergeant Johannes Stegman item twee Corpl: en tien gemeene. Soldaten na Manipa af te zenden voorzien van een vat met 5:0. doussain Scherpe pattroo dog de versogte busschieter als niet te missen zijnde te exc seeren, alzo daar toe in allen gevalle ook wel een van de soldaten kan gebruijkt worden; Voorts het opper hoofd Huijgens te gelasten twee orembaeijen van La nevens twee g'armeerde kruijt 1 cque ingereedheid te doen brengen en behoorlijk te armeeren, mitsg:s het voorsz: Commando overlan na Lavicque te laten overgaan om ten Spoedigsten met die twee orembaeijen na Manipa over te steeken en teffens den vendrig feijge te manieeren met een dien officier, met een Justina Instructie en daar bij in mandatis te geeven om papoen met de voorsz: en de orembaeijen van Manipa door den Resident Treno daar bij te voegen nevens nog agt militairen uijt het Guarnisoentje van voorm: Re sidentie op te soeken en geene middalen onbesogt te lat om een of meer dier roof vaartuijgens magtig te worden van den Heer Gouverneur Zijnde bij dese geleegendheid om de wille van de swakke kers mits de swakheijd gesteldheid van het guarnisoen aan dit Hoofd Casteel beslooten de nog zijnde drie vrijwerkers bij den adjudat en guarnisoen Schrijver weeder in te trecken en dienst te laten doen. Eijndelijk omme in allen opzigte de nodige precautie tegen de meer en meer toeneemende euvelmoed van het papoesche roof geboefte te neemen, is verstaan, nog vier Soldaaten van hier over Manipa na Bouro af te zenden ter versterking van de aan het agterland van dat Eijland Nieuw aangelegde post ten einde die zo veel mogelijk teegen een onverhoofte aanval van Na het afhandelen der zaaken bij de gemeene Resolutie de papoen overrompelt van heeden beschreeven wierd door den Heer gouverneur de vergadering gecommuniceert het door zijn Ed=se ontfange„ „ne fatale berigt, dat op den 4:e deser een getal van Neegen groote en vijff kleijne Papoesche Corra Corras, bemand met ruijm drie Hondert koppen ten eijlande Amblauw op de hoek gen=t Tanjong Oelima geland, de post den posthouder Roeland overvallen, en den Posthoudent Corp=l Fredrik Willem Roeland, op een execrable wijse met neegen Swaers wonden vermoord hebben invoegen deese droevige gebeur tenis, in haare omstande komt te Consteeren, uijt een brudvoerig relaas deser ges„ door den burger en inwoonder alhier Isaac Movel, Movel en Christen inlan nevens den vrij Christen inlander Ioseph Iansz: ter Secretarij van politie gegeeven Relaas die zig meede nevens de verdere reijsgenooten van de op den 25:e decemb: pass=o, ten voorm: eijlande gestrande twee moste Chialoup van den burger Capitain Iohannes Cooning bij die gelegendheijd aldaar bevonden hebben, waar bij door genoemde relatanten buijten het voorsz: in substantie verhaeld wierd, dat zij maar eeven bevoorens door Vrijdag den 8:e Janu: A:o 1773: des morgens ten Neegen uuren vergadering van Politie absent de Hoofden der vier Specerij Comptoiren. Aldus Gedaan en Geresolveert te Amboina aan 'tCasteel Nieuw victoria dato voorsz: :was getekend:/ I: A: v: dervoort, I: A: Devillerteuve, H: v: dih Brink, I: A: Schilling, C: f: Freno, en I: H: Huij„ gens. het detacheeren de post te Amblauw E behoorlijk bestand te doen zijn /:onderstond:/

NL-HaNA_1.04.02_3389_0166 view scan ↗

English

8 January deliberations on this matter the landing of these pirates having taken place, that they were approached and ambushed immediately and unexpectedly by that rabble, consisting of peoples who were mostly long-haired and of whom some were fairly fair-skinned, thus differing greatly from the Papuans who are black and have frizzy hair; so that both the aforesaid post-holding Corporal Roeland along with the soldier with him, as well as the other crew members of the above-mentioned stranded chaloup, were scarcely in a position to prepare for defense, according to the report of the people living on the aforementioned point of Oelima. That nevertheless both the occupants and other persons present did not fail at all to resist the enemies with fairly good success, both with the swivel-guns salvaged from the wrecked vessel and with the muskets at hand, so that to outward appearances fully twenty of their men lost their lives, among whom one was struck by the soldier Helmert, who seemed to be one of the chiefs or captains. Yet finally, as the gunpowder and ammunition began to run out, and a longer defense thus became impossible, nothing remained but to seek a safe refuge, leaving behind everything that had still been salvaged from the wrecked vessel, whereupon some retreated here and others there into the forest to find a secure hiding place in caves and hollows. That in the meantime the frequently mentioned scoundrels had kept themselves busy searching everywhere for the abandoned and here and there hidden goods and transferring them into their pirate vessels, of which they have left nothing, concerning which utterly vexatious event, having spoken at length, and it having been submitted by the Governor to the assembly for consideration as to what means... Furthermore, that in the aforesaid encounter only two of the crew of the mentioned chaloup, besides the massacred Corporal Roelant, were wounded by arrow shots, among whom the native helmsman of the said vessel, Zacharias Bernardus, by a wound in the chest, is not at all out of danger yet. That after all this had been done and great celebration made, and also having dragged their dead with them, that rabble, without searching any further for the fugitives, went from there to their kora-koras, and with these set course for the hinterland of Bouro, taking along approximately seventy Amblauers, a part of whom they seized at sea in three prahus, besides the soldier Helmer, whom they captured alive. Furthermore, the soldier Herman Jansz was also overpowered by them while crossing over to Bouro; the aforementioned informants finally adding to this that these predatory people were all dressed in chidacos and some also in waistcoats, and according to their estimation consisted of peoples belonging to the realm of Tidor, such as Maba, Weda, and Pattanij people, all speaking very intelligible Malay. having carried everything off, up to the sails and the wrecked vessel inclusive, on which occasion they also made themselves masters of the cannon that it had carried, after which even the post was demolished everywhere by them to see whether there was still anything to be found.

Dutch transcription

den 8: Janu: deliberatien over dit faci de landing deeser Roovers erlange hebbende door dat gespuijs bestaande uijtvolkeren die marendeels langharig en waar van Sommige redelijk blank waaren, mitsg:s over sulx veel van de Papoen die swart sijn en gekroest hair hebben verschielen aanstonds en onverhoeds genadert en overvallen sijn, invoegen zo wel voorsz: Posthoudend Corporaal Roeland nevens den bij zig hebbende Soldaat als de verdere scheepelingen van de booven gemintioneerde gestrande Chialoup naauwlijks in staat waaren zig tot het volk op de gem: hoek van Oelima woonagtig berigt van teegen weer te bereiden. Dat egter zo wel de bezettelingen als verdere aanwesende persoonen geensints in gebreeke gebleeven zijn om zo uijt de van het verongelukte vaartuijg geborgene Stuckjes als aan handen hebbende snaphanen met een vrij goed Succes de vijanden te keer te gaan invoegen er na uijterlijk aanzien wel Twintig der hunne het leeven verlooren hebben waar onder een door den soldaat Helmert ge„ troffen is, die een der hoofden of Capitains Scheen te zijn Dog dat eindelijk het buskruijt en ammonitie beginnende te ontbreeken, en dus eene langere teegen weer ondoenelijk wordende 'er mits overig bleef dan na een goed heen komen om te zien met agterlating van alle het geene nog uijt het verongelukte wrak geborgen heeft kunnen worden, zo als dan ook den eenen zig ginds en den anderen derw=ts in 't bosch retireerde om in holen en gaaten een verzeeker de Schulplaats te vinden. Dat in die tusschen tijd veel gem: geboefte zig beezig had gehouden met over al het agtergelatene en hier en daar verborge goed op te zoeken en in hunne roof vaartuijgen over te brengen, waar van Sij dan ook niets hebben ver welke allesints facheuse gebeurtenis in het breede gesprooken, en door den Heer Gouverneur aan de vergadering in overweeging gegeeven zijnde wat mid„ Voorts dat in de voorsz: ontmoeting maar twee van het gem: Chialoups volk buijten den gemassacreerde Corp=l Roelant met pijl Schooten gequetst zijn geraakt, waar onder den Inlands Stuurman van het ged=e vaartuijg Zacharias Bernardus door een wonrd in de borst nog gansch niet buijten gevaar legt. Dat na dit alles verrigt en een groote vreugde bedreeven mitsg:s hunne dooden met zig gesleept te hebben dat ge„ Spuijs zonder de vlugtelingen verder op te zoeken zig van daar na hunne Corre Corres begeeven, en daar meede de Cours gesteld heeft na 't agterland van Bouro meede neemen Circa Seventig Amblauers waar van zij een gedeelte in drie prauwen in zee bemagtigd hebben, nevens den sold=t Helmer door hun leevendig inhanden gekreegen. voorts nog den soldaat Herman Iansz: door hun in het oversteeken na Bouro overmeestert voegende voorm: relatanten ten besluijte daar bij dat dit roofvolk alle met Tjidakos en sommige ook met borstrokken gekleed zijn geweest, en na hun gissing bestaan hebben uijt volkeren onder het rijk van Tidor Sorteerende most als Maba, weda, en Pattanijreesen spreekende alle zeer verstaanbaar maleijds. alles mede gevoert tot de zeijlen en het verongelukte vaartuijg inclusive bij welke geleegendheijd ze ook meester geworden sijn van het Canon dat het selve gevoerd heeft, waar na selfs de post over al door hun afgebrooken is, om te ontwaaren of 'er ook nog iets te vinden was. laten delen. 8 5 euse gevol

NL-HaNA_1.04.02_3389_0167 view scan ↗

English

usefulness of re-establishing the aforementioned post; resolution to defer doing so for the present; the new post at Waij Koesse to be provided with another 4 soldiers and an assistant surgeon; to offer the plan and drawing of the new post to Their High Excellencies the High Indian Government for consideration. whether in these critical circumstances, beyond what has already been decided according to the secret resolution of the 4th of this month and written to Manipas Resident Brend by His Honour, anything could or should be done to prevent the further continuation of these robberies and murders which so greatly ruin land and people, but as it was maintained by the assembled members together with His aforementioned Honour, that supposing one were immediately to have the aforementioned overrun post at Amblauw repaired and, instead of the former small garrison, detached a corporal with six or even eight men there, nothing else could be expected than to expose those people anew to an apparent danger, as well as to lay them bare to the murderous and plundering claws of this bloodthirsty nation, because the Papuas, becoming bolder and bolder through the great successes they experience in all their undertakings, will by no means refrain from resuming their wanton undertakings to take revenge for their fallen comrades, with a superior force against which such a garrison could in no way hold out in a post lacking the slightest defense to find secure shelter in time of need, so that in the opinion of the Governor it could and must be deemed irresponsible, in a situation where the garrison at this main castle is already so weakened that one can muster no more than 119 common soldiers, the disabled included among them, and the expected relief from Batavia is so uncertain, to deplete it even more without the uttermost necessity by re-establishing a post which, to make it formidable against a new attack by Papuas or other plundering and murderous rovers, would at least need to consist of twenty-four soldiers under a sergeant, and, just like the new post at Waij Koesse, be stockaded with pointed stakes, and provided with artillery. In the same manner it was also resolved not only to respectfully present the drawing of the aforementioned new post, produced by the Governor, to Their High Excellencies the High Indian Government, showing how the aforementioned post at Waijkoessa has been erected, pursuant to the orders given by the Governor in the previous year to the Bouros Resident Knop, being a square of two hundred feet and provided with two demi-bastions, on each of which are placed one iron two-pounder and two bronze one-pounder cannons, in such a manner that the approaches to the aforementioned post can be swept from them, and thus judged by the meeting to be in all respects sufficient for the purpose. However, in order to protect the newly established post at Waijkoesa as much as possible against a similar misfortune, insofar as the above-mentioned weak state of this garrison can permit, it was likewise resolved to send another four soldiers, namely two Europeans and two natives, there, as well as an assistant surgeon, this being judged highly necessary for that post. All of which having been approved by the meeting, it was, in conformity with the proposal of the Governor, approved and resolved to defer for the present the erection and strengthening of a new post on the aforementioned island of Amblauw, as it would otherwise be of little use.

Dutch transcription

nut om voors: post op nieuw te restabeleeren besluijt om sulx dan ook voor eerst te excuseeren de nieuw post te waij koesse met nog 4. militairen en een onder Chirurgijn te voor hun hoog Ed=s het plan en de „ Edele post ter speculatie aan te „delen er in deese naetelige tijds omstandigheeden buijten het bereeds, volgens het vermelde bij Secreete besluijt va den 4:e deeser mitsg:s het daar op door zijn Ed=e aangesch vene aan Manipas Resident Brend: konde of diende in het werk gesteld te worden om den verderen voortgang deeser land en volk so seer ruineerende roof en moorderijen sustenue van het weinige te sluijten, dog door de gesamentlijke Leeden met welm: zijn Ed=s gesustineert werdende, dat gesteld men de voorsz: afgelop„ Post te Amblauw al ten eersten weeder instaat liet brengen en in steede der voorige geringe bezetting derwaards een Corporaal met ses Ia selfs met agt man detacheerde 'er niet anders van zoude kunnen verwagt worden dan die menschen op nieuw aan een oogen Schijnelijk gevaar te exponeeren, mitsg:s voor de roof en moord zieke klaauwen sie deser bloeddorstige natie bloot te stellen alsoo de Papoen op de goede progressen welke deselve in alle hunne ondernee mingen ondervinden meer en meer Stouter wordende, geensints zullen nalaten hun baldadige onderneemingen tot wratk weegens hunne gesneuvelde makkers te her vatten, met een overmagt waar teegen eene zodanige be „zetting geensints bestand kan zijn in een post, ontbloot van de minste defensie om in tijd van nood, daar inne verzekerde Schuijlplaats te vinden, invoegen het des Heer Gouverneurs opinie dus onverandwoordelijk zou kunnen en moeten g'agt worden, in een tijds om standigheijd, waar in het Guarnisoen aan dit hoofd Casteel reeds zo zeer verswakt is dat men niet meer dan 119. gemeene Militairen d'impotenten daar onder gereekend monsteeren kan en het te verwagtene ontset van Batavia soo onseeker is, het selve buijten d' uijt terste noodzakelijkheijd nog meer te ontblooten met het restabileeren van een post die om deselve redouto be te doen sijn teegens nieuwe aanval van Papoen of andere roof en moord zieke Swervers ten minsten Inselver voegen is ook beslooten niet alleen het voor Bij deese octagie is ook verstaan Hun Hoog Edelens tekening der meergem: nieuw de Hooge Indiasche Regeering eerbiedig aan te bieden de door den Heer Gouverneur geproduteerde teekening zo„ „danig als de voorsz: post te waijkoessa ingevolge de daar toe door den Heer Gouverneur in A:o p=o aan den Bouros Resident Knop gegevene ordre is opgerigt in het vier„ kant groot twee Hondert voeten, en voorsien van twee halve puntjes op ider van dewelke een ijzere twee ponden, en twee metale een ponder Canons geplaatst zijn, in„ diervoegen dat daar uijt de toegangen tot meerm: post deselve als voldoende aan bestrecken kunnen worden en dus bij de vergadering in het oogmerk g'oordeelt allen opsigten voldoende aan het oogmerk g'oordeelt Dog om teffens de nieuw aangelegde Post te waijkoesa zo veel mogelijk en de booven aangetoogene Swakke gesteldheid van dit Guarnisoen kan permitteeren voor een diergelijk ongeval te praecaveeren, is teffens beslooten nog vier mili tairen als twee Europeesen en twee inlanders derwaards te laaten overgaan, mitsg:s nog een onderchirurgijn als voor die post ten hoogsten noodsakelijk g'oordeelt werdende, Welk een en ander bij de vergadering g'avoueert, zijnde, zo wierd Conform het voorstel van den Heer Gouverneur, Goedgevonden en verstaan de erectie en versterking van een nieuw post ten voorsz: Eijlande Amblauw als buijten des van weinig nut zijnde voor eerst nog te excuseeren. uijt vier en Twintig militairen onder sergeant en eeven als de nieuwe Post koeffe met Strompalen bepaggert, en van geschut den 8: Jana: Zoug verm: 9 bieden wierd. E

NL-HaNA_1.04.02_3389_0168 view scan ↗

English

31. January. the citizen Morel C. L. beside knowledge of those occurrences Corporal Roeland but those of the soldiers Helmer and Jansz. until further because of the appearance of the for a patchallang for protection five good soldiers the intention of the robbers to make an attack on Bouro failed Sergeant Welders with his attacked the remaining reports of Their High such papers as number Sick. well-mentioned their actions of the Papuans first dispatch of the secret as well as to present to Their Right Honourables letter, and respectfully bring to their knowledge all the fatal events contained therein; In like manner to add the aforementioned account. It has also been approved to discontinue, as of the first of this month, the wages of the deceased Corporal Fredrik Willem Roeland, as well as soldier Helmer, who was carried off by the Papuans; but to allow those of soldier Harman Jansz. to continue for the time being and until the receipt of further news from Bouro, because it is not known for certain whether he was likewise carried off by those robbers or managed to save himself by flight. Thus done and resolved in Amboina at Castle Nieuw Victoria, date as above. Signed: J. A. v. Vervoort, J. A. De Villeneuve, H. V. Den Brink, J. A. Schilling, C. F. Treno, and J. H. V. Santen. folio 1773 Sunday the 10th of January, Anno 1773. In the morning at half past seven o'clock, upon a circular inquiry, the Heads of the Spice Offices being absent. Yesterday evening the Lord Governor received, and by order of His Honour circulated among the members by the Secretary of this assembly, two letters from the Resident of Bouro, Knop, dated the ultimate of December of the past year and the 4th of the current month. The first mentioned reports the roaming of the Papuans in the Bay of Cajelie as far as the latitude of Pella and its surroundings, with several kora-koras which lay scattered in such manner. And since the said Resident, in his first-mentioned letter, being in uncertainty as to what the intention of the said robbers might be, makes known that in the event of an unexpected attack, owing to the weak condition of his garrison, he would not be able to offer proper resistance, requesting to be provided as soon as possible again with a patchallang for the protection of this post, together with four to five good soldiers. As soon as the patchallang De Toesigt had departed from there on the 28th prior, three kora-koras had already shown themselves, and at the dispatch of the aforementioned letter their number had already increased to nine or ten; while the last-mentioned letter contains that Sergeant Jacob Welders, having arrived from the post of Waijkoessa on the same date with an orembaai and men, in order to relieve the working people according to the monthly custom, had been pursued underway by two Papuan kora-koras. Because the Bouronese refused to offer any resistance and immediately headed for the shore, he had been compelled to seek safety in the woods, so that this took place, and that military man arrived on Bouro by land with a portion of the people he had with him; furthermore, that in this confusion a number of the Company's axes, etc., had been lost. Also, on Saturday, being the 2nd of this month, in the early morning, about thirty of the just-mentioned pirate vessels, both large and small, had roamed before the Bay of Caijelie; but their intention to make an attack having failed, they sailed southwards along the island of Bouro that very same morning. The same report further states that as soon as [illegible] dared to hazard a vessel [illegible] vessels; by the appearance from [illegible] that [illegible] still [illegible] send to Their Right Honourables [illegible] to give [illegible] of Caijelie [illegible] flight [illegible] happily the danger

Dutch transcription

31. Jni: den burger morel C: L: nevens die voorvallen kennisse Corpl Roeland dog die van den soldaaten hel„ mer en Ians: tot nadere wegens de verscheijning der om een patjalling tot beschut vijff goede zoldaeten het voorneemen der roovers om een aanval op bouro te doen mislukt den sergeant welders met zijn g'attacqueert de overige berigten hun hoog sodanige papieren als nroo Ziek. welm: hun bedrijf der Papoen eerst aftegane Secreete mitsg:s hoog deselve van Hoog Edelens onder brief aan te lieden, en daar bij alle de daar in vervatte fatale gebeurtenisse eerbiedig te kennisse te brengen; Jn zilver voegen het relaas van verm: Relaas van Nog is goed gevonden met primo deser te laten afschrijven van te gag de ver te laten ornije gagien van den ontlijf den Corporaal Fredrik Willem Roeland, mitsg:s den door de Papoen mede gevoerde sold:t Helmer, dog die van den soldaat Harman Iansz: tijding te laten Cours houden voor eerst en tot den ontfangst van nadere tijding van Bouro te laten Cours houden, ter zaake men niet zeeker wat of den zelven insgelijks door die Roovers weggevoert dan wel zig nog met de vlugt gesauveert heeft /:onderstond/ Aldus Gedaan en Geresolveert te Amboina aan 't Casteel Nieuw Victoria dato voorsz: /:was getekend:/ I: A: v: Ver voort, I: A De Villeneuve, H: V: Den Brink, I: A: Schilling, C: f: Treno, en I: H: V: Santen; fo 1773 Sondag den 10:e Janu: A:o 1773. — des Smorgens om half agt uuren Bij Rond vrage, absent de Hoofden der Specerij Comp„ „toiren. p Gisteren avond bij den Heer Gouverneur ontfangen en ontfangene tijding van boure ter ordre van zijn Edele door den Secretaris deser vergadering papoen tot voor de dhaeij bij de Leeden rond gebragt zijnde, twee brieven van Bouros Resident Knop in datis ult=o xber: A:o Praterite en 4:e Cour:t meldende de Eerstgen: het Swerven der Papoen in de Bhaeij van Cajelie tot op de Hoogte van Pella en daar omstreeks met verscheijde Corra Corras welke sodanig verspreit lagen, En nadien gem: Resident bij Eerstgen: Missive in de onzes„ den Resident knop versoek kerheijd wat de intentie van gedagte Roovers mogte zijn, „ting nevens nog vier â te kennen komt te geeven dat bij een onverwagte aanval, oor de swacke gesteldheijd van zijn Guarnisoen niet instaat zou zijn om een behoorlijke resistentie te kun„ nen bieden met versoek om hoe eer liever alweeder met een Patjalling tot beschutting van dit Comptoir neevens Zie patjalling de Toesigt op den 28:e bevoorens van daar vertrokken was, drie Corra Corras zig reeds vertoond en bij het afzenden van voorm: Letteren al tot Negen â tien ingetal vergroot waaren; Terwijl de laast gen: missive vervat dat den Sergeant Jacob Welders dienselven datum orembaig en volk door deselve van de Post Waijkoessa g'arriveert zijnde, ten einde na het mandelijx gebruikt het arbeids volk te verwisselen onder„ „weegs door twee Papoesche Corre Corren nageset en daar door genoodzaakt geworden was om ter zaake de Boero¬ neesen geen teegen stand wilden bieden maar het ten eersten na de wal gezet hadden, een goed heen te koomen in het bosch te zoeken, invoegen dit dan ook geschied en dien dog met de zijne overland Militaire door het land met een gedeelte van het bij zig gehad hebbende volk op Bouro g'arriveert was; Voorts dat in die Confusie een partij 'sComp=s bijlen &c=a te zoek geraakt waeren; Ook op Saturdag of den 2:e hujus in den vroegen morgenstond omtrent Dertig van de So even gen: Roof vaartuijgen So groot als Kleijn voor de Bhaeij van Caijelie gesworven hadden; dog haar voorneemen om een aanval te doen mislukt zijnde, zij dien eijgensten morgen bezuijden om langs het Eijland Bouro geschopt meer denzelven berigt is, dat wierd; mitsg:s zo dra de waaren rfde hazardeeren een vaartuijg rtuijgen; door het opdagen uit dat nog Ed=s toezendn tegeven van Caijelie vlugt lukkig het gevaar

NL-HaNA_1.04.02_3389_0169 view scan ↗

English

reinforcement of the garrison before 31 Janu: to have a watch stationed there at a suitable place, and to command two more soldiers for Bouro; news from Bouro regarding the attack on the post at Waijkoessa by four Papuan cora-coras; re-establishment of the aforesaid post; to excuse His Honour; and the post, having been set on fire by the Papuans, was abandoned; Lieutenant Gosseling wounded along with some of the garrison; likewise fourteen days later similar vessels were seen by order of the Governor; the proposed measure being considered the readiest and most suitable means in these precarious circumstances to secure the said office against a threatening invasion by the Papuan robber rabble, it has been approved and agreed to immediately dispatch thither the patjalling De Toesigt, to be stationed and posted on watch at such a place where it is judged to be of the greatest service and at the same time sheltered from a lee shore during the strong blowing of the north and north-westerly winds. But since the garrison at this main Castle still consists of only 115 common soldiers who are actually stationed within the same, and it is judged neither advisable nor consistent with prudence to leave oneself almost completely exposed, it has been decided, instead of the requested 4 to 5 common soldiers, to let two soldiers cross over to Bouro with the aforesaid vessel, or together with those who according to the secret resolution of the day before yesterday were commanded for the officer's post at Waijkoessa, a total of six men. Below stood: Thus done and resolved at Amboina at Castle Nieuw Victoria on the date aforesaid. Signed: I: A: V: der Voort, I: A: De villeneuve, H: v: den Brink, I: A: Schilling, C: f: Treno, and I: H: v: Santen. Another 4 to 5 good soldiers. 1773. Sunday 31 Janu: A:o 1773. Before noon, after church time, upon roll-call. Absent the Heads of the four Spice Offices. The Governor sent the First Sworn Clerk Elias Iacob Beijnon around to the members of the meeting to communicate to them two letters delivered to His Honour these days, from the Bookkeeper and Resident at Bouro Jan Hendrik Knop, as well as from the Lieutenant and Acting Commander of the abandoned post at Waijkoessa, Tecke Gosseling, both dated the 20th instant, and mainly containing in substance that on the 31st of the last expired month of December the aforesaid post was attacked by the crews of four Papuan cora-coras, over sixty men strong, and that in that action, which lasted over two hours, the soldier Wolff was wounded in the neck by an arrow, and that the Bouronese, of whom Lieutenant Gosseling had 15 with him, immediately took to flight; that fourteen days after that date, or on the 14th instant during the night, the second attack was undertaken by the aforesaid rabble with a force of 44 cora-coras and a number of more than 600 men; that our men, having subsequently engaged in action with those robbers, the same lasted from five in the morning until half past nine in the forenoon, when the Papuans retired and retreated back to their cora-coras; that in that last action not only was Lieutenant Gosseling wounded in the abdomen with an arrow, along with four more men of the garrison, but also, all the live cartridges having been expended, the garrison was forced to abandon the post, which the Papuans immediately set on fire, and, after the remaining gunpowder, consisting of one and a half barrels, was thrown into the river so that it might not fall into the hands of the enemy, to retreat inland to the office of Bouro, under a proposal to, since in the opinion of the Governor it can be judged nothing but dangerous to place posts in places situated so far away, because in case of need one cannot assist them so quickly with the necessary relief until further disposition, it was thus resolved.

Dutch transcription

versterking van de besitting voor den 31. Janu: daar op een bequaame plaats op brand wagt te laaten leggen en nog twee zoldaaten voor Bouro te Comman tijding van bouro weegen gens attacqueeren der post te waijkoessa door vier papoese Corre Corre restabeleeren der voorm: post „ner hoog Ed=s te Excuseeren en door deselve de door de pa post verlaten den lieutenant Gosseling met nog eenige van de bezitting gequest mitsg:s veertien dagen naderhand diergelijke vaartuijgen ter ordre van den Heer sien te werden dane voorstel als het ge¬ gouverneur aan reedste en bequaam del in deese haggelijke tijds om m standigheeden om gem: Comptoir voor eene dreijgende in vasie van het Papoese Roof gespuijs verzekert te doen zijn, goedgevonden en verstaan, ten eersten na derwaards af te „de potjalling de Toesigt ae Zendin, de Patjalling de Toesigt om geposteert en op brand wagt gelegt te worden op zodanigen plaats daar deselve van de meeste dienst g'oordeelt word en teffens bevrijd is voor een laager wat bij het sterk door blaasen der noorde in noord weste winden; dog vermies het guarnisoen aan dit hoofd Casteel nog maar bestaat in 115: gemeene Mititai„ ren dewelke effective binnen het selve bescheiden leggen in het nut raadsaam nog met de voorsigtigheijd g'oordeelt word te quadree ren zig selfs bij na geheel te ontblooten, is verstaan in steede van de versogte 4: a 5: gemeene Militairen met het voorsz: kieltje de tweede attacque met 44:' twee soldaaten na Bouro te laten overgaan of met de geene die volgens secreete besluijt van eergisteren voor de officiers Post op Waijkoessa gecommandeert zijn te saemen ses stux /:onderstond:/ Aldus Gedaan en Geresolveert te Amboina aan 't Casteel Nieuw Victoria dato voorsz: /:was getekend:/ I: A: V: der Voort, I: A: De villeneuve, H: v: den Brink, I: A: Schilling, C: f: Treno en I: H: v: Santen/. nog 4: â 5. goede zoldaten 773 Sondag den 31:e Janu: A:o 1773. — voor de middag na de Kerk tijd bij Rondvraage Absent de Hoofden der vier Specerij Comptoi¬ „ren. — en Heer Gouverneur den Eerstgeswoore Clercq Elias Iacob Beijnon bij de Leeden der vergadering rondge„ bende om aan dezelve te Communiceeren den a twee brieven deeser dagen aan zijn Ed=e besteld den Boekhouder in Resident te Bouro Jan Hen¬ drik Knop als van den Lieutenant en Pl. Commandant van de verlaten Post te waijkoessa Tecke Gosseling beide gedateerd 20:e Courant, en in substantie hoofd zakelijk behelsende dat op den 31:e der Iongst verweekene maand Decemb: de voorm: Post is g'attacqueert door het volk van vier Papoese Corre Corren sterk ruijm sestig koppen en dat in die actie welke oer de twee uuren geduurt heeft den Soldaat Wolff met een pijl in de hals is gequest geraakt, mitsg:s de Bouroneesen, welke den Lieutenant Goffeling bij zig had ten getalle van 15: Stux ter eersten de vlugt genomen hadden: dat veertien dagen na dato of den 14:e hujus des nagts door het voorsz: gespuijs de tweede attacque ondernoomen is met een magt van 44: Corre Corren, en een getal van meer dan 600: koppen dat de onse vervolgens met die Roovers in actie geraakt weesende deselve geduurt heeft van Smorgens ten vijff tot des voormiddags ten halff tien uuren, wanneer de Papoen geretireert en weeder na haare Corre Corren vertrokken waren: dat die laatste actie niet alleen den Lieutenant Gosseling met een pijl in de buijk, nevens nog vier man van de besetting gequest geraakt, maar ook alle de scherpe patroonen verschooten zijnde, de bezetting genoodsaekt was geworden de post welke de Papoen terstond in poen in den brand gestokene brand gestooken hebben te verlaaten en na het overbehou„ dene kruijt bestaande in een en een half vat in de rivier geworpen was, ten einde het niet inhanden van de vijand magt geraken landwaards door zig te begeven na het Comptoir Bouro onder eene propositie om om neevens verm: reding het nademaal het na de opinie van den Heer gouverneur tot de nadere dispositie hun niet dan dangereus kan g'oordeelt worden het leggen van Posten op plaatzen die zoo verre van de hand geleegen sijn, ter zake men deselve in Cas van nood, zo„ spoedig niet kan assisteeren en met het nodige recours „ sonden van zo is den E

NL-HaNA_1.04.02_3389_0170 view scan ↗

English

35. the 3rd of March to have Lieutenant Gosseling and the non-commissioned officers come here the garrison of Bouro to be increased to thirty privates to place the pantjalling De Saparoua on guard duty in the bay of Amahoesoe sergeant van Aarden provide unfinished post at Wrijkoeste to come to the aid with men, provisions, and otherwise to be able to withstand a long-lasting siege, to excuse for now, and until the further disposition or order of Their High Nobilities, the re-establishment of the aforementioned abandoned post at Waijkoessa; as well as to have Lieutenant Gosseling, together with the non-commissioned officers and privates, and also the Sergeant Marinjo Welders, come here; but to leave so many of the common soldiers there that Bouro remains garrisoned with one sergeant, two corporals, and thirty privates, or six men above the regulation, this being deemed sufficient; whereupon the members declared one by one that they fully conformed with His Honour's proposal; as well as with the second proposal of the Governor to place the pantjalling De Saparoua, which lies ready here in the roads, on guard duty in the bay of Amahoesoe in order to be protected here as well against an unexpected invasion by the aforementioned roamers, which could easily be carried out by that rabble at night and already executed before one would be able or ready to come to the aid of the inhabitants; below was written: Thus done and resolved at Amboina at Castle Nieuw Victoria on the date aforesaid; was signed: I: A: V: der Voort, J: A: De Villeneuve, H: V: Den Brink, I: A: Schillin, C: f: Treno, and I: H: van Santen. Wednesday the 3rd of March 1773: in the morning at nine o'clock, meeting of the Council of Policy, absent the heads of the four spice offices, as well as the shopkeeper Treno, the latter due to indisposition. The matters according to what was noted in the ordinary resolution of today having been dealt with, the Governor produced a detailed report made yesterday at the Secretariat of Policy by Dirk Stephanus van Aarden, who had been stationed as a sergeant on the island of Bouro, who, according to what was recorded in the separate resolution of the 27th of July of the past year, was carried away from there during the invasion made by the Papuans on the new post in the hinterland of Bouro, but was ransomed again by the postholder at Sawaij according to the note in the aforementioned ordinary resolution of today, the said report containing a detailed account of the surprise attack on the said still unfinished post by three Papuan kora-koras together with two mahoelis on the 13th of July of the past year and the massacring of the corporal and two common soldiers who were present there. That for this purpose the said robbers, to the number of about ninety persons, having landed in a covert manner, leaped out of the woods and attacked the people present there. That despite this, he, the relator, with his soldiers present, immediately placed themselves in a posture of defense and fired at the robbers, but seeing no chance of holding out any longer due to the overwhelming superior numbers and the heavy shooting of arrows, by which the corporal was immediately mortally wounded and he, the relator, severely wounded, they were forced to seek their salvation in flight, the more so because the Bouroese regents present there, together with their subordinates, had already taken to flight and had thus left him, the relator, in the lurch; That he was subsequently taken prisoner by those robbers, but on

Dutch transcription

35. den 3. maart den lieutenant Gosseling d'onder officieren herwaards te laaten komen de bezitting van Bouro tot 't „deren de Patjalling de Saparoua in de bogt van Amahoesoe op brandwagt te doen leggen geant van aarden verleenen onvoltooijde post te wrijkoeste van Manschappen vivres als andersints te hulpe komen om eene lang duurige beleegering te kunnen uijtstaan, het restabileeren van de boven genoemde verlatene post op Waijkoessa voor eerst en tot de nadere dispositie of ordre Hunner Hoog Edelens te Excuseeren; mitsg:s den Lieutenant Gosseling met de onder officieren en gemee nen ook den Sergeant Marinjoe Welders herwaards te laaten koomen; dog van de gemeenen militairen So veel dog van de gemeene mititairen ginter te laaten verblijven dat Bouro beset blijft met een dertig gemeene te doen verme sergeunt twee Corporaels en dertig gemeenen of ses man booven de bepaaling, als toerijkende g'oordeelt wordende; zo hebben de Leeden hoofd voor hoofd verklaard zig met zijn Ed=s voorsteld ten vollen te Conformeeren; gelijk ook met de tweede propositie van den Heer Gouverneur om de hier ter Rheede in gereedheijd leggende Pantjalling De Sapa¬ roua in de bogt van Amahoesoe op Brandwagt te leggen om hier ook gedeckt te weesen teegens een onverhoop te invasie der voorm: Swervers die bij nagt voor dat gespuij¬ seer ligt te doen en al ter uijtvoer kon gebragt zijn eer dat men vermoogens of gereed zou weesen de ingesetenen te hulp te koomen /:onderstond:/ Aldus Gedaan en Geresolveert te Amboina aan't Casteel Nieuw victoria dato voorsz: /:was geteekend:/ I: A: V: der Voort„ J: A: De Villeneuve, H: V: Den Brink, I: A: Schillin„ C: f: Treno, en I: H: van Santen. Doensdag den 3:e Maart 1773: des morgens ten Neegen uuren vergadering van Politie, absent de Hoofden der vier Specerij Compt:ren mitsg:s den winkelier Treno, de laaste door indispositie. De zaaken navolgens het genoteerde bij de gemeene Resolv tie Dat vervolgens door die Roovers gevangen genomen, dog Dat des onaangezien hij relatant met zijn bij hebbende mili„ tairen zig aanstonds inpostuur van defensie gesteld en op de Rovers gevuurd hadden, dog door d'alte groote over„ magt in het heevig Schieten met peijlen waar door den Corporaal ten eersten dodelijk en hij relatant Swaarlijk gewoond wierd geen kans ziende het langer gaande te houden genoodsaakt waaren geworden hun heijl in de vlugt te zoeken te meer dewijl d' aldaar aan weesig zijnde Bourose Regenten nevens hunne onderhoorige zig al bereeds op de vlugt begeeven, en dus hem relatant in den Steek gelaaten hadden; Dat ten desen eijnde gem: Rovers ten getalle van Circa Neegentig koppen, op eene bedekte wijse geland zijnde uijt het bosch te voorschijn gesprongen en op het aanweesend volk aangevallen waaren. omstandig relaas door de tien van heeden verhandelt zijnde, wierd door den Heer van de papoen ingelosten er Gouverneur geproduceerd een ter Secretarij van Politie op weegens d'overrompeling der gisteren gedaan Relaas door den als Zergeant ten eijlande Bouro bescheijden geleegen hebbende Dirk Stephanus van B Aarden, die na luijd van het genoteerde bij aparte Resolutie van den 27:e Iulij A:o p: bij de door de papoen aan de nieuwe post aan het agterland van Bouro gedane invasie van daar weg gevoerd dog door den Posthouder te Sawaij na het aangetekende bij de gem: gemeene Resol: van heeden wee„ „der ingelost is behelsende gem: Relaas een omstan„ dig verhaal van d' overrompeling der gem: nog onvoltooij de post door drie Papoesche Corre Corres neevens twee Ma„ hoelijs op den 13:e Iulij van het gepasseerde Iaar en het mas„ sacreeren van den zig aldaar bevonden hebbende Corporaal en twee gemeene militairen. op

NL-HaNA_1.04.02_3389_0171 view scan ↗

English

37. was carried off by the same, and their threatening expressions to the detriment of the Honorable Company; papers speaking of the Papuans; to bring the aforementioned report, together with the petition of the Fiscal against Hamba, to the attention of Their High Excellencies; from which peoples those pirates were composed; also his experiences after his life was spared on the pretext that he was a Chinese and had come there to renew his pass, and, together with another native of Fagelissa named Banga Lama, was brought over onto their pirate vessels; this was after the aforementioned rabble set fire to the newly erected dwelling and took with them everything that was to be found there, both weapons and other tools. That they then set course for Barra, where five chiampangs that were there for trade were ruined and despoiled, and after spending some time robbing and plundering here and there, they continued their journey to Pulo Tomahoe, Xulla bessij, and from there again to Liefmatola and Taliaboe, at which last-mentioned place they abducted more than thirty people; finally from there to Obi and Salwattij, until he, the narrator, was ransomed from the people of Salwattij by a certain Cerammese of Keliloehoe, and was transported by the same to Roema Soal, and having arrived at Sawaij through the intermediary of the Radja of Roemoe Poal, was ransomed by the Sergeant and Postholder Brandis for one hundred fifty rijksdaalders in cash and another fifty in diverse goods. Furthermore, it being seen from the aforementioned account that the said pirates consisted of peoples of Pattanij, Cerammese of Kelliloehoe or Keffingers, Salwattij, and Waijgeeuw, of which last-mentioned the Radja was also one of the principal chiefs; and also that these peoples live in close alliance and friendship with one another, and particularly with the said Cerammese, even binding themselves to one another through marriages; A few matters described in today's general resolutions, together with the customary documents, having been concluded, the Governor presented and then read a very ample petition from the Merchant and Fiscal Schilling. Tuesday the 16th of March, Anno 1773. Forenoon at nine o'clock, meeting of the Council of Policy, absent the Heads of the four Spice Offices. Thus it was resolved to keep this note of both matters, and to bring the most prominent aspects of it respectfully to the attention of Their High Excellencies at the first occurring opportunity; furthermore, to that end, to send the said account, among the other papers speaking of the piracy and murders committed by the Papuans, to Batavia. Beneath stood: Thus done and resolved at Amboina at Castle Nieuw Victoria, on the date aforesaid. Was signed: I: A: Van der Voort, I: A: De Villeneure, H: Van Den Brink, I: A: Schilling, and I: H: van Santen. Finally, that during the narrator's captivity, through various conversations held with these peoples, he understood that they will never cease attacking and ruining the Company and its outer offices and posts, wherever it may be, until they see what the Honorable Company will do to them, or until a certain Captain Laut of Salolof on Salwattij, named Iohannes, who is said to be held under arrest in the government of Ternate, shall have regained his freedom; 3 March accompanied served

Dutch transcription

37. door denzelve is weg gevoerd en hunne bedrijgende uijt drukkingen ten nadeele van D' E Comp: papoen spreekende papieren het voorsz: rebaas nevens Ed=s te brengen addres van den fiscaal ten lasten van Hamba ing uijt welke volkeren die roovers bestonden ook zijn weeder vaeren na dat op voorwendsel dat hij een Chinees en aldaar gekomen was om zijn pas te verloonen zijn leeven behouden hebben nevens nog een Inlander van Fagelissa in naame Banga Lama op hun roof vaartuijgen overgebragt, was na dat voorsz: gespuijs de nieuw opgeregte wooninge in den Brand gestooken en alles wat 'er te vinden was zo van wapenen als verdere gereedschappen meed genomen hadde. Dat als toen door hun de Steeven gewend, was na Barra alwaar vijff Chiampangs die zig ten handel aldaar be „vonden geruineert en gespolieert, mitsg:s hier en daar zig eenigen tijd met rooven en plonderen opgehouden te hebben hun reijse na P=lo Tomahoe, Xulla bessij va daar weeder na Liefmatola en Taliaboe voortgezet hadden, op welke laastgen: plaats meer dan dertig men„ schen geroofd hebben, Eijndelijk van daar na Obi en Salwattij tot dat hij relatant door zekeren Ceran mer van Keliloehoe van het volk van Salwattij ingelost, en door den zelven na Roema Soal overgetrans„ porteert en door middal van den Radja van Roemoe Poal te Sawaij, gekoomen zijnde door den Sergeant Posthouder Brandis voor rd=s Een Hondert vijftig aan Contant en nog vijfftig aan diverse goederen in„ gelost is. Alverder uijt het voorsz: relaas gezien zijnde dat gem Roovers bestaan hebben uijt volkeren van Pattanij Cerammers van Kelliloehoe of Keffingers Salwattij en waijgeeuw, van welke laast gen: den Radja als een der principaalste hoofde mede ge„ „weest is, mitsg:s dat dese volkeren met den anderen en ook voor namentlijk met de gem: Cerammers, in eene naauwe aliantie en vriendschap leeven Ia Eenige weijnige zaken bij de gemeene Resolutien van heeden vens de ingewoone stukken beschreeven haar beslag erlang hebbende is door den Heer Gouverneur geproduceert en vervolgens geleesen en seer ampel addres van den Koopman en fiscaal Schilling Dingsdag den 16:e Maart A:o 1773. — Voordemiddag ten Neegen uuren vergadering van Politie, absent de Hoofden der vier Specerij Comptoiren. Zo is verstaan van het een en ander dese Notitie te houden, d'overige van de roverije der mitsg:s bij eerst voorkomende geleegendheijd het voornaemste onder het oog van hun Hoogdaar van Hun Hoog Edelens eerbiedig, onder het oog te brengen, voorts ten dien eijnde gem: Relaas onder d'andere van het rooven en moorden, der Papoen spreekende pa„ pieren, na Batavia over te zenden /:onderstond:/ Aldus Gedaan en Geresolveert te Amboina aan 't Casteel Nieuw Victoria dato voorsz: /:was getekend:/ I: A: Van der Voort, I: A: De Villeneure, H: V:n D: Brink, I: A: Schil„ ling, en I: H: v: Santen. Eijndelijk dat geduurende des relatants gevangenis door verscheijden gehoude samen spraaken met dese volkeren verstaan heeft dat zij nooijt zullen ophouden de Comp: en haare buijten Comptoiren en posten waar het ook zij, te attacqueeren en te ruineeren zo lange tot ze zien zullen wat haar DE: Comp: doen zal, dan wel tot zekeren Capitain Laut van Salolof op Salwattij Iohannes genoemd en welke ten gouvernemente Ternaten in arrest zoude gehouden worden weder zijn vrijheijd zal bekoomen hebben; selfs door Huwelijken zig aan den anderen verbinden; 3: maart Selfs g'accompagneert diend

NL-HaNA_1.04.02_3389_0172 view scan ↗

English

the 16th of March points of indictment against the aforementioned the same accompanied by several against the Commandant of Ceram, Hamba, brought hither under arrest by His Honour with the Hongi fleet in the autumn of the year 1772, wherein that officer makes known that, in compliance with the resolution of this Council of the 10th of December last, he examined the aforementioned Hamba as accurately as possible regarding the points of accusation appearing in the documents handed to him accordingly and further obtained, and alongside the other brought-up Chiefs of various settlements on Ceram's southeast coast, interrogated him concerning the murder committed on the orangkaya of Rarakit, Codjisa, the selling of the Company's muskets to the Ceram people, the dispatching of a junk to Bali, as well as several other accusations; furthermore, upon resumption of the aforementioned petition and the documents submitted therewith, it having clearly and legally sufficiently appeared against the aforementioned Hamba: First, that the aforementioned Hamba, if not having had a hand in the murder committed against the Regent of Rarakit, Codjisa, by the Captain of Guauos named Abar and the orangkaya of Kelibat named Balewine, at least had knowledge thereof and did not apprehend the principal actors, but on the contrary allowed them freely and openly to come to Keffing and depart again, and also accepted from them a gold snake and a piece of gold from a kris in order to settle the murder thereby. Second, that Hamba has made himself in every way worthy of punishment by selling the muskets entrusted to him by the Company in its service and provided to him for use against its enemies, under a mendacious pretext of having received order and authorization thereto from His High Honour the Governor General. Third, the contempt and the insult and injury done to the Governor in His Honour's character as Governor and Director over this Province on the occasion when His aforementioned Honour arrived before Keffing with the Hongi fleet in the past year, in so far as when the orangkaya of Quaus named Kanne Kanne gave him notice of the Governor's arrival and requested permission to go and welcome His Honour, he not only refused that request, but said to the said Kanne Kanne in a very arrogant manner: You must first listen to me. I am more than the Governor of Ambon, for I have command of Ceram, and from His High Honour I receive orders. Fourth, boarding the Governor by mahoelij with a large flag from the top and a long pennant above it, without striking either of them upon approaching and coming alongside His Honour's kora-kora, as well as the far-reaching brutalities of the frequently mentioned Hamba toward the well-mentioned Governor after his arrival on board on the occasion when His Honour questioned him about what happened with the pati of Sila in the past year on Goram. Fifth, sending the aforementioned mahoelij away from the vessel contrary to the express order given by the Governor, and the order given to the crew sailing on it to fire upon our people with the muskets that lay hidden under kajang mats in the aforementioned mahoelij if they were pursued by the Dutch; furthermore, the instigation of the Keffing people to incite the Ceram Laut people against the Company in the name of him, Hamba, fully proven with the documents under the register.

Dutch transcription

den 16: maart poincten ten lasten van gem: do g'accompagneert van versch ten laste van de door zijn Ed=e met de Hongij vloot in het na Iaar 1772: in arrest herwaards gebragten Commandant „van Ceram Hamba, waar bij dien officier te kennen geeft dat hij in voldoening aan het besluijt deeser tafel van den 10:e December laastleeden gem: Hamba over de Poincten van beschuldiging bij de hem dien Conform ter hand gestelde en verder ingewonnen documenten voorko„ mende zo nauwkeurig moogelijk g'examineerde en neevens de verdere opgebragte Hoofden van diverse Negorijen op Cerams zuijd oost Cust verhoort heeft, zo omtrent de gepleegde moord aan den orangkaij van Rarakit Codjisa, het verkoopen van 's Comp=s gewee„ ren aan de Cerammers, het afsenden van een Ionk na Balij als meer andere accusatien; mitsg=s bij resumptie van het voorm: addres en de daar bij over„ Homba daar mede ten vol„ gelegde stucken manifis en den regten genoeg doende gebleeken zijnde. Primo dat voorsz: Hamba zo niet de hand gehad heeft in de moord door den Capitain van Guauos genaamt Abar en den orangkaij van Kelibat met name Balewine aan den Regent van Rara„ Kit Codjisa geprepetreert, ten minsten diesweegen kennisse gehad en de Hoofd Acteurs niet aangehou den, maar hen integendeel vrij en vrank op kessing heeft laten koomen en wederom vertrecken, mitsg=s van deselve ook g'accepteerd een Goude Slang en een Stuckje goud van een kris om de moord daarmede aftemaken. dat Hamba zig alle zints Straf waardig gemaakt heeft met het verkoopen van de hem door de Comp: in haaren dienst aanbetrouwde en tot het gebruij„ „ken derzelve teegens haare vijanden verstrekt te geweiren, onder een leugenagtig pretext daar 2 toe ordre en qualificatie van zijne Hoog Edelheijd der Heere Gouverneur Generaal ontfangen te hebben. magting voor en de hoon en lasie den Heer Gou„ neur in zijn Edele Caracter als: Gouverneur en Directeur over dese Provintie aangedaan ter geleegend. ti „heijd welm: zijn Ed=e met de Hongij vloot anni pass=t voor Keffing gekomen is, in zo verre dat wanneer den orangkaij van Quaus gen=t Kanne Kanne hem kennisse gaf van 'S Heer gouverneurs aankomst en permissie verzogt om zijn Ed=e te gaan verwelkoomen, dat verzoek niet alleen geweigert maar tegens ged=e kanne kanne op eene zeer arrogante wijse gezegt heeft Gij moet eerst na mij hooren. Ik ben meer dan de Gouverneur van Ambon, want ik heb Ceram te gebieden, en van zijn Hoog Edelheijd ontfangen ik ordre. 4„e Het aanboord Scheppen bij den Heer Gouverneur per Mahoelij met een Groote vlag van de Top en een lange wimpel daar boven, sonder een van beijde te Strijken bij het naderen en aanboord leggen van zijn Ed=e Corre Corre, mitsg:s de verre gaande brutalitei „ten van meerm: Hamba teegens welm: Heer Gouver„ neur na zijne komst aanboord ter geleegendheid zijn Ed=e hem over het gepasseerde met den pattij van Sila in A:o pass=o op Goram onderhield. 5„o Het van boord zenden van de voorsz: Mahoelij teegens het Expres gegevene bevel door den Heer Gouverneur, en de gegevene last aan de daarop vaarende man„ „schappen om wanneer door de Hollanders vervolgd wierden met de geweeren welke in de meerm: Mahoe „lij onder Caijang Matten verborgen laagen op ons volk los te branden; Voorts het instigeeren van de Keffingers om de Ceram Lauers uijt naam van hem Hamba teegens de Comp: opgerockenen toe met „len beweesen Stucken onder Register

NL-HaNA_1.04.02_3389_0173 view scan ↗

English

as very detrimental to marks with the consequences of that with the above-mentioned report the fiscal. Sixthly, the demanding of gold slaves etc. both in the name of the Honorable Company and of Governor of the Ceram- mers, so that this was also not entirely denied by Hamba, but alleged by him that he received ten taels of gold from the Poulo Gissers in recompense for having given them food and clothing. 7th: the withholding of an iron piece of cannon of six-pounder balls, according to Hamba's allegation presented by the orangkaya of Kellemoerij named Kiris to the Capitai of Keffing. 8th: the punishable abuse that he made of the commandership over the Cerammers entrusted to him, as well as his insufferable pride and arrogance to such an extent that by letter of the 1st of November last he addressed the Governor solely by his Honorable name, without the addition of any title befitting his Honorable character, and furthermore called the Cerammers in general his slaves, 9th: how he further did not hesitate to express himself to the Cerammers that he, to the exclusion of the Governor, alone had command over the land of Ceram and that therefore, when the Hongi or cruising fleet arrived, they should simply abandon their negorijs, as before, and betake themselves to the forest, promising that he would know how to excuse them on that account, so that they also followed that advice and, according to the testimony of the detained orangkaya of Kellibon oetabessij, upon the arrival of the Hongi fleet in last place abandoned their negorijs. 10th: the dispatching by Hamba of a junk to Bali he even affirms this in a letter to the Governor dated 1st of November 1772, to cruise there, it should be noted, for gold on ten Ceram junks, but concerning which junk the detained Raja of Kellemoe- rij at his re-examination says in his declaration that a junk from Kowak belonging to Hamba, along with eight others, returned with cloves from Ambon and subsequently departed together for Bali, undoubtedly, says the officer, with cloves, since Ceram delivers nothing that is desired on Bali, and in the past year effectively a multitude of Ceram junks roamed in the vicinity of the clove- yielding stations and districts, and undoubtedly obtained from them, or rather from our faithless natives, a good quantity of cloves. And whereas from the further extensive details both in the aforementioned address of the fiscal, the notes in the Hongi Day Register of the years 1778 and 1772, also the secret resolutions of this table of the 7th of August and 10th of December of the last-mentioned year, as well as various Ambon papers from earlier times, it most clearly appears that the aforementioned Commander Hamba is one of the greatest rogues of all Ceram, as well as that his release from his detention in the Company's irons and the restoration to his former authority over the Cerammers would on that account entail nothing but harmful consequences for the Company's interests; so it is, both for reasons that their High Excellencies, the Honorable High Indian Government, by their secret missive of the 15th of December last, addressed separately to the Governor, were pleased to authorize him to arrest the aforementioned Hamba, if necessary by force, and to send him to Batavia, thought fit and resolved to remove the frequently mentioned Hamba from his dignity as Commander over Ceram, so that all extensively demonstrated the 16th of March. 41 and

Dutch transcription

ling als zeer nadeelig voor merkt met het gevolgen van die bij het boven gewaeijde Berigt den fiscaal. E„s het afvorderen van Goud laven &a zo uijt naam van D E: Comp: als van uverneur van de Ceram „mers invoegen zulx door Hamba ook niet ten eene maal genegeert dog door hem voorgewend is dat hij van de Poulo Gissers tien taalen goud genooten heef„ in recompens dat hij aan deselve kost en kleederen gegeeven heeft. 7: „ het agterhouden van een ijser stuk Canon van ses Ed: bals, volgens Hamba voorgeeven door den orangkaij van Kellemoerij met naame Kiris aan den Capitai van Keffing vereert. 8:„e het Strafwaardig misbruijk dat hij van het hem aanbetrouwde Commandantschap over de Cerammers gemaakt heeft, zo meede desselfs onverdragelijke trots„ heijd en hoogmoed in zoo verre dat hij bij brief van den 1:e 9ber: pass=to den Heer Gouverneur alleen met zijn Ed=e naam genoemd heeft, sonder bijvoeging van eenige titul zijn Ede. Caracter Competeerende, en voorts de Cerammers in het generaal zijne slaven genoemd, 9„e hoe hij zig alverder niet ontzien heeft zig teegens de Cerammers te uijten dat hij met uijtsluijting van den Heer gouverneur alleen over het land van Ceram te gebieden had en dat zij daarom wanneer de Hongij of Kruijs vloot boven quam, hunne Negorijen, gelijk voor haar maar moesten verlaaten en zig na 't bosch begeeven mitsg:s dat hij hun diesweegen wel zou weeten te verschoonen, invoegen zij ook dien raad ge„ volgt en na het getuijgenis van den gedet: orangkaij van Kellibon oetabessij met de komst der Hongij vloot in l p:s hunne Negorijen verlaaten hebben 10„e het afzenden dorr Hamba van een Ionk na Balij En dewijl uijt het verder breedvoerig gedetailleerde zo bij het meerm: addres van den fiscaal het genoteerde bij de Hongij Dag Register van de Iaaren 1778. en 17 72. item de secreete Resolutien deser tafel van den 7:e aug:s en 10:e decemb: des laatstgem: Jaars als diverse Ambonse Pa„ pieren van den vroegeren tijd ten klaarsten blijkt dat den zijne relaxatie in herstel meerm: Commandant Hamba een der grootste fielten sComp=s belangens aange van gantsch Ceram is, mitsg:s de relaxatie van den zelven uijt zijne detentie in 'S Heeren boeijen en het herstellen in voorig gezag over de Cerammers uijt dien Hoofde niet dan nadeelige gevolgen voor 'sComp=s belangen zoude na zig sleepen; zo is zo om reedenen als dat hun Hoog Edelens D'Edele Hooge Indiase Regeering bij derselver Secreete missive van den 15:e decemb: passati aan den Heer Gouverneur apart gerigt, zijn Ed=s hebben gelieven te qualificieren meerm: Hamba des noods met geweld te ligten en na Batavia te zenden goed gevonden en Command: vo„ Ceram te bimoveeren verstaan veel gem: Hamba van zijne waardigheijd als Comman hij dat selfs affirmeert bij een brief aan den Heer Gouverneur ged=t 1:e 9ber: 1772. om daar goud no„ tandum te gaan kruijssen op tien Ceramse Jonken, dog omtrent, welke Ionk den gedet: Radja van Kellemoe van desselfs de Claratoir zegt dat rij bij recollement een Ionk van Kowak Hamba toebehoorende neevens nog agt andere met nagulen van Ambon te rug gekoomen is en vervolgens te Samen na Balij vertrocken zijn, ongetwijffeld zegt den officier met Na„ „gulen, alzo Ceram niets uijtleeverd dat op Balij ge„ wild is en 'er in het gepasseerde Iaar effective een menigte Ceramse Ionken in de nabijheid der nagul geeven Comptoiren en districten gesworven en onge„ twijffeld van deselve of eijgentlijk onsen trouwloosen Inlander een goede quantiteit Nagulin zullen bekoomen hebben. invoegen alles breedvoerig betoog den 16: maart. 41 en

← previousnext →