Inventory 3400
Coromandel · 351 pages · 204 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
The 11th of April 1774. The deed of advance in the amount of 3000 Pagodas, of which the executed deed was submitted by the Lord Governor, was passed with the order to be sent to the Chiefs regarding the advances to be made to the same, to govern themselves according to those obligations, and furthermore to send hither at the earliest opportunity the contracts of the offered supply of the requisition of linens entrusted to their care. Meanwhile, the conduct displayed by the merchant Maddoese Saselam Chittij, in the demonstrated unwillingness to sign his settlement of accounts before and until there was credited to him, or placed to his credit, the amount of Pagodas 312: 9 1/8, which the fellow trader Goendoer Baal Chittij had received in advance upon the delivery, and according to a verdict or decision of arbiters made in the year 1765, was to belong to him, Saselam, and thus, as said, had to be credited to his account, was considered by the Government to be very impertinent. Since that claim was a private matter outstanding between the two of them, it also had to be settled between them, and therefore had not the slightest direct nor indirect relation to the merchant's delivery account with the Honorable Company. Consequently, for the fuss he made about it, and the displayed insolence and obstinacy in not signing his settlement of accounts, thereby causing the delayed and late sending of the same, he had deserved to be corrected in a perceptible manner. However, it was decided for this time to let it pass, yet to make known to them that the Government had reserved this to itself for a later occasion. And meanwhile, coming to the matter itself, it was approved and understood to leave the aforementioned money in question, in the amount of Pagodas 312: 9 1/8, provisionally deposited with the Honorable Company, until such time as that claim should be decided by the Judge here, to whom it was understood to refer the same immediately. And therefore to order the said Maddoese Saselam Chittij, since his adversary Goendoer Baal Chittij is present here, to send authorized representatives within this time of three months, because according to the letter of the Chiefs, his coming hither was mixed with very great danger of being seized as soon as he went outside the boundaries of the Honorable Company, The 11th of April 1774. because a certain Goeram Baal Chittij, resident of Arcot, having a lawful claim against him, was constantly lying in wait for him. Therefore, the said merchant did not dare to go outside the territory of their Honors, much less venture to be found in the villages where the linens were woven, which provided convincing proof of his bad intentions. And he has made himself guilty of despicable faithlessness in squandering and embezzling that which had been entrusted to him, on which grounds it was deemed all the more necessary that the Chiefs exert all their power to collect what he owed to the Honorable Company, in order to rid their Honors once and for all of him and of similar bad subjects. For as soon as there were signs of such knaveries, all trust and tranquility in negotiating with such individuals had to cease. And with regard to the difficulty raised concerning his transfer hither, the Government thought fit to remark that this could very easily be prevented by having him brought hither by sea, in case his presence here should be deemed absolutely necessary, and this would not cause or encounter the slightest hindrance to the collection, as far as his share therein was concerned, since there were guarantors who could take care of that and oversee the work of the procurement of the goods, as was also done now while he was present. The Chiefs further requesting elucidation on how the memorandum of ƒ27. 5. 8 received from Palicol should be handled in the new books, while offering a demonstration of the reckonings which the Palicol Chiefs had made thither, and how they, the employees, had handled the same, but that the said Palicol Chiefs, while returning a memorandum sent by the Sadraspatnam employees—whereby that office was credited with the recounted cash at Sadraspatnam of ƒ4. 15. 8 as that which had remained unsatisfied—had written to them that the item of compensation in their books should be left with a memorandum previously sent by them in the amount of ƒ27. 5. 8.
Dutch transcription
211. Den 1en April 174 passeerde Acte verstrecking, aan deselve. der ntoure an bestering tot het teekener sijne afkr: op: „meriteert hadde. Waarlijk was. „den van genagtigdien „verder be drooten is, overleging vand deweg:s ge montant van 3000 Pagooden, waer van de acte gepas„ in last no: det doene vooruijte serde door den Heer Gouverneur wierd overgelegd, met aftesendene Last aan de opperhoofden in de te doene voor„ „rutverstreckingen aan deselve, sig na die verbintenissen Jtem ter sending van de Contracte te reguleeren, en voorts de contracten van de gedane aan„ „betieeding der hun ter besorging opgedragene Eyjsch van oniligh do mer: e Comen Lijwaten, ten eersten dit heen over te senden, ondertusschen wierd het gehouden gedrag door den Coopman Maddoese, „sabelam Chittij, in de beloonde onwilligheijd tot de onder„ „teekening van sijn afreekening; voor en al een ten goede derzelve, of in sijn Credit gebragt was, het montant van Pag: 312: 9 /8, dat den meede handelaas Goenioer Baal Chittij by de Leverantie te vooren was geraakt, en na een Uyjtspraak of decisie van goede mannen iniden Jacra 1765. gedaan, hem sesaselam soude Competeeren, endus, gelijk gesegt, ten goede van sijn reekening moesten werden gebragt, van ver sil anegeonbes ian bij de Regeering voor seer impertinent aangemerkt, alsoo die pretentie een particuliere affaire sijnde, tusschen haar beijde uyjtstaande, ook onder hun gedemesseert moesten wer„ „den, dus geen de minste relatie direct nog indirect hadde, ot en shoedan vor ve gen tl de Reekening van des Coopmans Levenantie aan en meet de Compe. over sulx denselven over syne daar over ge¬ „maakte beweeging, betoonde assurantie en stoffhoofdigheijd in het niet onderteekenen sijner afreekening, en daar door getraineerde, en Laate oversending derselve, geme¬ „riteerd hadde op een gevoelige wyse gecorrigeerd te werden, dog beslooten wierd, voor deese reijse te passe, zog van sejing van et selve v „ven, egter haar te kennen te geeven, dat de Regeering & sulx tot nadeze geleegendheijd aan sig gereserveerd had, „de gehouden, en intusschen tot de sarak selve komende, at ontrnt e sak selve al Goedgevonden en verstaan, het voormeld Ged inques„ „tie ten montante van P a/o 312: 9 /8 bij Provisie onder de E Comp:s geserponeerd te leaten, tot tijd en wijle die pre„ „tentie, door den Regter alhier, aan de welke deselve ef„ „fens verstaan wierd te renvoijeeren, gedesideerd soude weesen, en dierhalven gedagte Maddoese sa Celaim Chittij lot ang: oomtr hesen te gelesten, also desself Parthij Goendoer Baal Chittij sig hier bevind, binnen dere tijd van drie maanden Ge„ „magtegdens te senden, alsoo volgens het schrijven der deuijf diselfsovorkomst seer Opperhoofden, sijn overkomst dit heen, mt seer veel ge„ „vaar vermengd was, om van soo ara sig uijt de limiten der E Comp:s qruam te begeeven, opgeligjt te werten, deese keer, Den 11e: April 1774 de Comp dewijl 213 Den 11e. April 1774 Den 11e April 1724. „drag ijtlivende. inning van het geen hyj aan D Es Comp: debet is, Enten vert zijnde „righeijd to atself resender geschileded. hoedenig met een van Palico dewijl eenen Goeram Baal Clhittij Jnwoonder te Arca, „der een wittige Pretentie op hem hebbende, gestadig op sijn Luijmen Lag, dierhalven gedagte Coopman buijten het gebied van haar Edele niet durfde gaan, veel min„ „der onderstaan, om sig in de Torpen, daar de Lijwaten wet brije sul, ontrent sijnge, geweeren wierden, te laten vinden, het geen een Con„ „vinquant de wijs Uijtleeverde van desselfs slegt internieur; en sig schuldig heeft gemaakt aan versoegelijke trouw„ T „loosheijd in het verdelapideeren en verduijsteren van versdal ij ijt den hofeter het geen hem aan betaruwt was geworden, muijt wel„ „ken hoofde soo veel te nood sakelijker wierd gecordeeld, dat de opperhoofden al hun vermoogen in het werk stelden, om het geen hij aan de E: Comp diebit was, inge„ „palmt te krijgen, ten eijnde, haar Edele eens van hem, en van soortgelijke slegte subjecten te ontslaan, nadien soo dra blyken van diergelijke felterijen waren, al het ver¬ „terruwen en gerustheijd in onderhandeling met soodanig Semarijnens : de gemaakte saan, en op houden moeste, en ten opsigte van de gemaakte swaa„ „righeijt in sijne oversending dit heen, vond de Regeering En her sul acls sal kinnen goed te remarqueeren, dat sulx seer faciel voorgekomen soude konnen werden, met denselven over zee dit heer te laten overbrengen, ingevalle sijn presentie alhier absolut noodsackelijk vereyscht wierde, en sulx ok geen het minste Empechement aan den Jnsaam voor soo verre sijn aandeel daar in aangong, gevonden, off ontmoet soude werden, alsoo er borgen waren, die daar voor sorgen, en het werk vande Procure der zoeken gade slaen konden, gelijk nu ook geschiedede, terwijl, hij present was, De opperhoofden wijders Elusidatie versoekende, hoe, versogt Elusidatie door de osch „danig met de van Palicol bekomene memorie groot ontfangen memorie soude handelen ƒ27„ 5. 8. bij de nieuwe boeken gehandelt soude werden, onder aanbieding eener aantooning van de aanreese, e onder welke antong „ningen, die de Palicolse opperhoofden naar derwaards gedaan, en hoe zij bediendens met deselve gehandeld hadden, maar dat genoemde Palicolse opperhoofden, onder te rug schicking van een door de Cadraspatnamse bediendens gesondene memorie, waar bij dat Comptoir ten goede gebragt was, het nader getelde in Cassa te Sadraspatnam van ƒ4„ 15, 8 als het geene dat onvol„ „daan was gebleeven, haar hadde aangeschreeven, dat de post van vergoeding by der selver boeken met een door haar bevoorens gesondene memorie groot te Laten ƒ27. 5. 8 — 3
English
215 to write to Jan Blaaukamer of the [illegible] of January [illegible] Vreedelust provided firewood. [illegible] of Paliacatta progress of the trade there for the burial of the late interpreter interpreter there ƒ27:5:8 had received its proper settlement, because by paying that amount into the Company's treasury, the second de Reijs according to the mentioned demonstration would pay ƒ22:10 too much, which made up the 5 pagodas or 1/6 part premium in the discovered error, it was understood to write to the officials to suspend action therewith, or with the receiving and negotiation of the aforementioned Palicol memorandum, until the general ledgers here should be closed, at which time they would be written to regarding how that paper could and should be handled, as was likewise understood to postpone the disposition on the forwarded memorandum of the expenses incurred by the chief Blaaukamer on the commission to Madraspatnam; but on the contrary, the chiefs were authorized both to write off the expense account of the month of January last, and, for the reasons given in their letters of 15 January past, to write off the firewood provided in the past year to the ship Vreedelust, and it was consequently 11 April 1774. understood to rescind the decision of the resolution of 8 December last regarding the reimbursement of the same, with the prohibition, in accordance with the respected order of Their High Noble Lordships contained in their missive of 18 March 1765, not to proceed to do so in the future except in the utmost necessity, after the ship's captain shall have demonstrated such by a written statement; furthermore, instead of the deceased interpreter of the Honorable Company there, by name Sancranarsappaijen, upon the nomination of the chiefs, his surviving son Soebaraija aijen was again appointed as such, and at the same time the delivery of 12 lb of sandalwood and 5 pagodas according to custom for the burial of the said deceased interpreter was approved, with authorization to enter the same for write-off in the ordinary six-monthly memorandum of gifts. Upon the received letters from Paliacatta of 24 and two of 30 December of the past year, 14 and 25 January, as well as 26 February and 28 March of this year, it was understood to express the regret of this Government 11 April 1774 understood to express not to proceed, 217 11 April 1774 11 April 1774. [illegible] chiefs [illegible] in the past year to acknowledge as such. provision of 18000 pagodas to the three partnerships of merchants not have been taken. [illegible] concerning the new order to send over earlier. had given, to express over the disadvantageous progress of the sale of merchandise there, insofar as what was requested from month to month for its revival; but because the recommendations given from time to time for its improvement were so numerous, and the interests of the Honorable Company had such a close relation to the duty and fidelity to look after Their Honors' interests, the Government trusted that the chiefs would therefore have employed all their means and will further put into effect everything for the revival of that so important branch of the Company's trade, especially at that office, where the expenses continually turn out to be so great, that in the past year the trade books again had to be closed with an unfavorable balance of ƒ18027:19:—; on the contrary, it was noted as a very pleasant matter that the merchants, upon the completion of the delivery and the closing of their accounts, had again been square, with an admonition to direct matters so as to keep it always on that footing; yet the Government could not refrain from expressing its displeasure over the late dispatch of those accounts hither, as happened again recently, as the same gave cause not only for having to suspend the ordinary annual report of affairs that must be made via Ceylon to the fatherland and the Indian headquarters Batavia, but also for letting the one for Europe depart defectively due to the absence of the required papers; and it was therefore further understood to order the chiefs to prepare all papers, especially those, in good time henceforth and to send them hither. Furthermore, the chiefs' conduct regarding the contract of the new requisition was approved, which the merchants had undertaken to supply, except the bethilles ternatanes mentioned by them in sort, what assortments by the merchants and gingams undergarments checkered, as well as cambays with sarassa borders, for reasons stated in the officials' letters of 6 March 1772 and 20 January 1773, as well as the provisional advance made of 18000 pagodas at 8 percent agio to the three partnerships of merchants, namely Ragrowen Gatarama Chittij, Moelinqua Rawanappa Late dispatch of those accounts. for what reason
Dutch transcription
215 aan te schrijven Jan Blaaukamer van de ril: rerq van Jana J:s liuder vreedelust verstreckte brandhort. vegerking van Pauliacaita voortgang van den Ver ther aldaar ter ligtvaard van den Oven: tholk tholk dislaar ƒ27:5: 8 syn behoorlyk beslag erlangd haade, dewijl door het betaalen van dat montant in 's Comp:s Cassa, den secunde de Reijs volgens genoemde aantooning ƒ22: 10 het welk de 5 pag: off /6 gedeelte premie in het ondekte Erveur uytmaekte, te veel betalen, soude, is ot vertan is e 6d: die wegs verstaen, de bediendens aante schrijven, om daar meede, off met de inneeming en overhandeling van de voorsz: Palicolse memorie te superceueeren, tot dat de hoofd boe„ „ken alhier gesloten soude weesen, als wanneer dan haer aangeschreeven zoude werden, hoedanig, met dat papier uijt gesteld dis gtie open nomen oude konnen en moeten werden gehandelt, soo als inselver voegen verstaan wierd, Uyt te stellende dispositie op de overgesondene memorie van de gedane ongelden door het opperhoofd Blaaukamer in de Commissie qualifertie dat herte apreringe aer Madraspatnam gemaekt, dog daar en teegen wierden de Opperhoofden gequalificeerdt, soo wel tot de afboeking van de onkost reekening van de maand Ja„ stem ter aje varhetin : : an muarij J: leeden, als om de daar van gegeeven reedenen by derselver leteren van den 15 Januarij Passado tot de afschryving van het verstrekte brandhout in anno Beklorin van dis plagte Passado, aan het schip vreedelust, en wierd mitsdien Den 11e: April 1774. verstaan, te resilieeren van het besluijt ter Resolutie van den 8 December lestleeden tot remboursement van het selv, met verbedegter, in over een komeste van Haar den retet uante et Hoog Edelens Gevenereerde ordre vervat bij Hoogst derselver missive van den 18:e Maart 1765: daar toe in het vervolg niet te treeden, dan bij de hogste noodsa, dan bijdehogte men taklijk „kelijkheijd, na dat den schipper sulks bij een schrifte„ „lyke verklaring sal hebben aangetoond, voorts wiert antkoning varen's Comp:s in steede van den overleeden Tolk der E: Comp: aldaar; in name sancranarsappaaijen, op voordragt der Opperhoofden weeder als soodanig aangesteld, desselfs nagelaten: soon soebaraija aijen, en teffens goedgekere, Garlin van he verete de na Usantie gedane affgave van 12 lb Zandelhout en 5 pagooden tot den ruijvaert van gedagte overhee„ „dene taalman, met qualificatie, deselve ter afschrij en galifiartieter van aet „ring by de ordinaire ses maandige memorie van schen„ „kagie op te brengen, Op de ontfangene brieven van Palliacatta van den wntjangst van diver: brieven 24:e en twee van den 30 December des gepasseerdes 14:' en 25:e Januarij, mitsgaders 26. e februarij, en 28 ' Maart deeses Jaers, is verstan, het Leel weesen deeser Regeering het wetenoor de overelag . Den 11e. Appril 174 verstaan te betuijgen e niet te treden, 217 Den 11e April 1724 Den 11 April 174. Jnlioe verze, oppeiki: vertvongd vorr. „ken/ in a„o p„o „danig te kenden. „„king van 18000 pag: aan de Eijkie geselschappen der Coopl: niet huen genoomen sijn. d: 11: beh: omtrent de nieuwe ain erstiking vroegtijdiger over te Senace. gegeeven hadde, te betuijgen over den onvoordeeligen voortgang van den verthier van handel whaaren aldaar, in soo verre, dat wat tot dies opluyking van de deselve van maand tot maand revergerden, dan dewijl de Recommandatien tot dies opbeuring, van tyd tot tyd gegeeven, soo meenigvuldig waren, ende belangens van de EComp:s soo een nauwe betrecking hadde, aan de pligt en trouwe tot het behartigen van haar Edele Jntrest, soo vertrouwde de Regeering, dat de opperhoof„ „den dierhalven al haar vermoegens geadhibeerd soude hebden en alverder in het werk stellen sullen, tot opluij„ „king van dat soo aangeleegen articul van 's Comp:s han„ „del, in sonderheijd daar ten Comptoire, daar de Lasten nagfelig slt van ehondel be steeds soo groot vallen, dat in anno passado de handel boeken alweeder met een nadeelig slot van ƒ18027. 19: — nmen aen d: o hebben moeien geslooten werden, daar en teegen voor een seer aangenaame zaak aangemerkt, dat de Coop„ „lieden bij het aslopen van den Jnsaem, en het sluijten vermam an de ffol: om bet sel hunner reekeningen, weder Effen geweest waren, met vermaan het daar heenen te dirigeeren, om het altoos ongrangen ove de late ne en op dien voel te houden, dog de Regeering konde egter niet voorbij, derselver ongenoegen te betuijgen, over de Late oversending dier reekeningen naar herwaerds, gelijk Jongst weder geschieck was, alsoo de selve aanleijding gegeeven wan te het slvar lijdeng hadde, om het gewoon Jaarlijk verslag van saken, dat over Ceijlon naar het vaderland, ende Jndiasche hoofd plaetse Batavia gedaan moet werden, niet alleen te hebben moeten werden opgeschort, maar ook dat voor Europa, door ontstentenis van de vereijschte perpieren, gebreckig te Laten afgaan, en wierd oversulx alverder verstaan, Lasten vor aan allepapieren de Opperhoofden te gelasten, voortaan alle, insonderheijd die Papieren, vroegtijdiger in gereedheijd te brengen en dit heen over te senden, Voorts wierd goedgekeurd, der opperhoofden behan, Goed quwe vande behlandeling „deling omtrend de aanbesteeding van den nieuwen Eijsch, dewelke de Cooplieden ter besorging aangenomen hadden, Excepto de by deselve vermelde brthilles Ternatanes in foort, wat sortementen door de Coopl: en Gingams onderbroex geruijte, mitsgaders Cambayen met sarasse hoofden, om reedenen bij der bediendens lette„ „ven van den 6 Maart 1712, en 20' Januaryj 1773 v:ermeld, appoboatie van de vorugtvenken als meede de gedaene verstrecking by provisie van 18000 pag:s met 8 prCo opgeld aan de arie geselschappen van Cooplieden, te weeten Ragrowen gatarama Chittij, Moelinqua Late Rawanappa „aing dier reecq. om wat re:den
English
219 The 11th of April 1774 The 11th of April 1774. The entire demand to them. Given to understand. Invoice of 66 pieces of linen packs, which had caused much displeasure there. Invoice keeper there. Demand of the aforementioned advanced pay, considered. Rawanapa Chittij and Sjalladoe Condaija Chittij, and for the present the entire supply had also been entrusted to them, since the shareholders of the partnership of the deceased merchant Ekoloe Gobaal Chittij were so at variance with one another that there was not the least hope for the present that the interests of the Company would be attended to by them with that zeal and attentiveness that was required, what should be sent to her, although she would be given to understand that this Government wished to be informed how matters had since been arranged regarding that part of the deceased merchant with the native Sjewasangra Arnassalom Chittij, who together with some other merchants had offered themselves as shareholders to provide linens for that part of the supply. Displeasure, and it caused much displeasure with the Government, the error committed in the invoice of the 66 linen packs sent over with the shallop, as faults regarding such matters could not well be excused, thus the one whose department it was to draw up such papers had deserved the well-earned correction, which should have been applied to him without any connivance, if that error could not have been redressed here properly and in time, as those bales were still to be found here, so there was still opportunity for it; whereas on the contrary, had they already been sent off, the drawer of the invoice would have had to feel the just resentment of this Government, but which for the reasons aforesaid was settled, in the trust that such mistakes would not happen again, just as the neglected timely reclamation of the too much advanced pay to the sailor Anthon Peter had also to be considered an inattention and carelessness in the Master's service. Between the Secunde there, in the capacity of Cashier, and thus being the supplier of the packing material for the packaging of the Company's linen packs, and the Warehouse Keeper in his capacity as invoice holder, a dispute having arisen for some time, over the fact that the first-mentioned, according to a custom introduced there at the office by the Chiefs on their own authority, and thus arbitrarily, is obliged to take back and take over at the highest price, And why. Earned. To take over. 221 The 11th of April 1774. The 11th of April 1774. Of the letters received regarding this from both parties. to take over all that which the invoice holder happened to have left over from the packaging that he had received from the Secunde, who then had to pay him, or the amount thereof out of the Company's treasury by warrant, and thereby also increase the remainder of his packaging, which the same maintained tended greatly to his prejudice, and thus the means of subsistence that was attached to the petty cash was thereby taken from him and added to the Warehouse Keeper, and in doing so the opportunity was taken from him to make any purchase of packing material of consequence, since with what he received from the Warehouse Keeper he could for the largest part get by. Expenses. The Governor then showed the members that he had received much back-and-forth writing between the two disputing parties regarding this affair, the Secunde basing his right on the grounds that all such purchases and supplies were granted to him, as Cashier, as a means of subsistence, outside of which he had no other income, and the previous Secundes having been people of means, could or would have been able to do without it, thus had cared little about it, but that he, being needy, could not so easily pass over it, regardless of the right that he maintained to be on his side to be able to pretend and demand that of which the provision had been attached to his office as Cashier by a made and established arrangement, and thus judged not to be obliged nolens volens to take over what the Warehouse Keeper as invoice holder happened to have left over from the received packaging, since he had opportunity enough, and could find it, to unburden himself of that saved and leftover packaging, since all that came of it was pure profit for him, without there being any necessity that he, the Secunde, should bear the burden or suffer damage in favor of the Warehouse Keeper. Continuation. And the Warehouse Keeper brought forward. Yet, on the contrary, the said Warehouse Keeper appealed to the fifteenth article of the General Regulation of Write-offs, according to which the respective administrators had the freedom to deliver to the Honorable Company at the cost price all that they happened to have left over from the percentage allowed to them, just as on the contrary they had at the
Dutch transcription
219 Den 11e. April 1774 Den 11e April 1774. Gansche Eysch aan de selve. verstaan geq: ven „tuur van 66 Lip t Packek daar over wel generiteerd hadde, Jact uirkeuder aldaar. afvordering van necv=s ermelde verstreck te soldijen„ aangemerkt Rawanapa Chittij en s jalladoe Condaija Chittij, en En van de toe touwig van denken ook voor eerst den gandtschen Jnsaame toe vertrouwt was geworden, nadien de Pontionarissen van het ge„ „nootschap van den overleedene Coopman Ekoloe gobaal Chritij, soo oneenig met Elkanderen waren, dat geen de minste koop voor het teegens woordige was, dat door hen de belangens vande Maatschappij, met die iever en oplet„ „tenaheija gade geslagen zoude werden, als wel vereijs„ wat haar sal moeten versenten schen Conde, hoewel haar te verziaan gegeeven soude werden, dat deese Regeering wenschte, ondervigt te sijn, hoedanig t seedert omtrent dat gedeelte van dien overlee„ „dene kanaelaar geschikt was geworden, met den Jnlander Sjewasangra Arnassalom Chittij, die sig neevens nog eenige Cooplieden, als Portionarissen aangeboeden hadden, om voor dat gedeelte van den Jnsaan, Lipwaten te besorgen, onstigtinge, en buij inde sae ntischen baerde veel ontslegting bij de Regeering, het begaan abuijs in de jactuur van de met de Chialoup de vor ds pesalen vantesed da rsch overgesondene bl Lijwaat packen, dewijl Couten omtrent diergelijke zaken niet wel te verschoonen waren, dus de geene, van wiens depastement het was, om dierge„ „lijke papieren opte maken gemaeriteert hade, de wel¬ verdiende Correctie, die aan hem ook sonder eenige Conni„ „ventie geappliceerd hadde dienen te werden, endien dat abuijs alhier na vereijsch, en bij tijds niet haude konnen geredresseerd werden, alsoo die Cardelen hier negte vinden waeren, dus er nog geleegensheijd toe was, daar enteegen, „deel reeds versonden weesende, den opmaker van de factuur het bilijk ressentiment deeser Regeering hadde moeten gevoelen, dog het geen om reedenen voormeld, in geschikt degen schilking van het selve was, in vertrouwen, dat diergelijke mesusen niet meer enen wat vertrouwen gebeuren souden, soo als de versuijmde tijdige affvordering var or ie versuinde ijdige van de te veel verstrekte solaijen aan den Matroos Anthon mose werkden Peter meede voor een in sittentie en agteloosheijd in smeesters dienst aangemerkt moeste werden — Tusschen den secunde aldaar, in de hoedanigheijd Siputusihen den secunde en van Cassior, en dus Leverancier sijnde van het paktuijg tot Embalagie van 's Comp:s Lijwaat Packen, en den Pakhuijsmeester in qualiteijt als factuur houde 't sedert eenigen tijd disput ontstaen weesende, over dat den Eerst, waar over „gemelden, volgens een aldaar ter Comptoire door de Offer„ „hoofden op eijge prive, en dus wilekeurig ingevoerde ge„ 1 „woonte, verpligt is, voor de hoogste prijs, te rug, en over„ verdiende te neemen En waarom. D 221 Den 11e April 1774. Den 11e. April 1774. van hof daar over ontfangen Scprij. vens van beijde partijer te neemen, al het geen den factuurhouder van de Em„ „balagie, die hij van den secunde ontfangen had, quam over te houden, die dan hem, of het bedragen derselve uijt 's Comp:s Cassa per ordonnantie betalen, en het restant Sij„ „ner Embalagie daar meede vergrooten moeste, het geen den selven sustineerde, grootlijks tot sijn nadeel te strec„ „ken, en dus het middel van bestaan, daar door, dat aan de kleene Cas annex was, hem ontnomen, en aan den Pakhuijsmeester toe gevoegd, en suix doende hem occagie ontnomen wierde, eenig inkoop van paktuijg van naem te doen, alsoo met het geen hij van den Pakhuijsmeester ontfong, voor het grooste gedeelte rondschieten konde, vertering ten den Heer Gruvr u so vertoonde den Heer Gouverneur de Leeden, over deese affeire veel over en weeder schrijvens van de beijde daropdeseund sij ret nte t ristende panthijen ontfangen te kebben, fondeerende den secunde sijn Regt, dat al sulke inkoopen en Le¬ „verantien, hem dus Casseer tot een middel van bestaen toe gestaan waren, buijten het welke hij geen ander inko„ „men hadde, en de voorige secundens als menschen van middelen geweest zijnde, het selve wel hadde konnen, off willen missen, dus sig daar weijnig aangeleegen hadden laten leggen, dog dat hij, als behoeftig weesende, er so Ligt niet over heen konde stappen, ongeagt het regt, dat hij sustineerde, aan sijn zijde te weesen, om te konnen pretendeeren en Eijsschene, het geen, waar van de besorging by een gemaakte en vast gesteeke schicking aan sijn dienst van Casseer gezigt was geworden, en dus niet verplight oordeelde te weesen, om nolens volens over teneemen, wat den Pakhuijsmeester als factuur„ vervolg „houder van de ontfangene Embalagie quam over te hou„ „den, dewijl hij geleegendheijd genoeg hadde, en vinder konde, om sig van die besuijnigde en overgehouden Embalagie te ontlasten, alsoo al wat er van quam, suij„ „ver winst voor hem was, sonder dat de noodsakelijkheijd daar is, dat hij secunde, ten faveure van den Pakhuijs¬ „meester den Last dragen, off schade Lijden, moeste, En den Pakhuijt, sij bragt dog daar en teegen beriep sig gedagte Pakhuijsmeester op het vyfthiende articul van het generaal Reglement der afschrijving, volgens het welke de Respective admi¬ „nistriteurs de vrijheijd hadden, om al het geen van de to hun toegestane f C: quamen overtehouden, dan 'sE Comp:s voor de Uijtkops prijs te Leeveren, gelijk in tegendeel hadden bij de
English
223. Deliberation thereon resolved. Merchants and washers of 18663 Pagodas. 3157, to the choice and wherefore to the authorized agents of Tibroe the offer made, of Jagannathapurampatnam in case of default Their Honors had to pay, with allegations of several other arguments, and that the former secundoes had never brought forward anything against it, further referring to the warrants successively granted in that regard, and according to the same had been paid to the Warehouse Keepers what they had economized, which having been deliberated upon, it was, however much that introduced manner is to be depreciated, nevertheless, in order to accommodate both disputing parties as much as possible, approved and understood to settle the dispute in this manner: that of all that which the Warehouse Keeper in future happens to keep over, and the cost thereof per warrant from the Cash will come to enjoy, one-third shall be given off to the secunde as Cashier, but in order that the Warehouse Keeper regarding the prices of that packaging to be kept over, etc., should not proceed too arbitrarily, it was understood to determine the same at the following prices, namely: 1 Piece Guinees to Dungarees . . . . . . Pagodas 2: 12: — 1 Bhaar or 480 lb Packing rope . . . . . — 12: —: — 1 ditto 480 lb Packing yarn . . . . . . . . 22: 12: — 4 Measures Lamp oil . . . . . . . . . . . 1: —: — 1 Bhaar wax . . . . . . . . . . . . . . . 80: —: — 8 Gunny bags . . . . . . . . . . . . . . Pagodas 5: —: — Meanwhile authorization was granted for the writing off of the expense account of the month of January last, but the disposition on the memorial of the amount of the expenses incurred by the resident Dormieux during his presence at Madraspatnam was postponed until a further opportunity. Further, having resumed the letters from Palicol, under the dates of 20 November and 10 December of the past year, as well as 14 January, 18 February, and 15 March of this year, it was found to meet the approval of this Government, the requisition in three shipments from Jagannathapuram of 25000 pieces of three-image pagodas, and the employment thereof: 18663 pieces for the advance disbursement to the Merchants and washers on the new investment of 1774; and Pagodas 3157 for the payment of what some of the merchants had fallen in arrears prior to the closing of the books, as well as 2650 pagodas advanced to the authorized agents of the Merchant Perumall Chetti. 11 April 1774. 225. 11 April 1774. in order to be counted into the Treasury here again, just as it was understood in like manner to approve that instead of the Merchant Kanamuri Ramayya, who had desisted from trade, was again accepted and employed in his stead his brother Kanamuri Jogi, who, as was reported, previously, or before they had become discordant, had conducted trade in partnership, and thus it was expected that he would possess the required knowledge for it, and according to promises would not fail to regulate matters so as to liquidate within a short time the remaining debit that he had taken over from his aforementioned brother who had quit the trade, for which there appeared to be good hope, and if he continued with his already demonstrated vigilance in the prompt delivery of linens, as had been done by him for the 1530 Pagodas advanced to him, with the delivery of 900 pagodas worth of cloth, for which it was understood to have the same credited to him, and upon continuation, and at the slightest discovery of slowness or carelessness to bring him to his duty, as well as in expectation that the objective would be answered and the Honorable Company faithfully served, upon the favorable recommendation of the residents, Bollapragada Virayya was admitted as Company's Merchant instead of his deceased father Bollapragada Enkana, provided that he shall be required to bind himself in writing, and if necessary also provide sureties, for the settlement of the debit left behind by his father, the collection of which it was also resolved to recommend most earnestly to the residents, especially the exact observance of the servants' made promises for the improvement of the increasingly growing decline in the quality of the linens, as in like manner from their zeal and loyalty was anticipated the speedy liquidation of what the Merchants in general are still indebted, to the amount of 12349 florins; and in order to bring to liquidation the debit included therein of the former Private Supplier Bandaru Adinarayana as well, it was understood to accept the offer made on his behalf, that whenever a share in the delivery is again assigned to him, then a percent shall be calculated on the moneys being advanced to him, and that in reduction of his debit.
Dutch transcription
223. Deliberatie daar over besloten :s. Copl. en wasser van 18663, Pag. 3157, aan de kur en waar voor aan de gemagtigdens van Tibroe¬ gedane ontbed, van Jaqq: van by de te kortkoming haar Edele betalen moesten, wet allegatien van meer andere sustenuen, en dat de voori„ „ge secundens nimmer daar teegens iets ingebragt had„ „den, sig wijders beroepende op de ordonnantien succes„ „sive dierweegens verleend, en volgens deselve aan de Pakhuijsmeesters betaald was geworden, het geen ze be„ „zuijnigd hadden, waar over gedelibereerd weesende, soo is, hoe seer die ingevoerde manier te mepriseeren is, egter, om de beijde twistende parthijen soo veel mogelik te ge„ wat tot belssing van dat geschl moed te komen, goedgevonden en verstaan, het geschil in deeser voegen te beslisjen, dat van al het geen den Pakhuijs„ „meester voortaan komt overtehouden, en het kostende daar van perordonnantie leyj de Cas sal komen te geneeten, een derde aan den secunde als Casser te Laten afgeven, dog op dat den Pakhuijsmeester omtrent de prijsen dier te over te houdene Embalagie Etc: niet te wille keurig te werk Zoude gaan, is verstaan deselve te bepalen op de Onder¬ „volgende prijsen, als F 1 P:s Guinees tot Dongrijsen. . . . . . . Pag2: 12:— 1 Bhaar of 480 lb Paktour. . . . . - - „ 12„ - — 1 _ „ 480 „ Pakgaren. . . . . . . . „ 22„ 12. — Jntusschen wierd qualificatse verleend tot de afschrij, qualifacti te g t: m en „ring van de onkostreekening van de maand Januarij J:o Leeden, dog de dispositie op de memorie van het beloop ugtgsture ais partie geen„ Memorie van 't zperl: dormnieul der ongelden door het opperhoofd Dormieux byj sijn aan„ P „weesen te Madrasportnam gedaan, wierd tot nadere ge„ „legendheijd Uijtgesteld, Voorts geresumeerd weesende de brieven van Palicol, Coed kine nan Paick van het de datis 20' November, en 10e December des gepasseerden, 2500 tak Di :s:u g:/ Jag„ mitsgader. 14 Januarij 18 februarij, en 15. Maart dese Jars, wierd van de goedkeure deeser Reegering gevonden, de ont¬ „bieding in drie reijsen van Jagger naijso preaam van 25000 stux drie beeldige pagcoden, en de Emploijeering benon de vorijt vortreking aande daar van 18663 stux tot de vooruijt verstrecking aan de Cooplieden, en wassers op den nieuwen Jnsaam van 1774-; en Pag: 3157, tot de afbetaling van het geen eenige der kan, sten vander betaling van Jag „delaers vij het sluijten der boeken te vooren wiren geraakt, mitsgaders 2650 pagooden verstrekt waren, aan de Ge zoomet vande er et „magigjsens van den Coopman Feromonij Chittij 4 Maten Lamp Olij. . . . . . . . . . . „ 1. — — 1 Bhaar wax - - - - - - - - - - - - - - „ 80: —. -. No 8 Goenijs. . . . . . . . . . . . Pag 5. - – mertij Chittij Den 11e April 1774. Den 11e. April 1774. Goenis ten 225. Den 11e April 1774. den 11e: April 1772 Cat Gelyk ok vande aanneeming in den handel van Nees gem en louncden hoope daar toe, en waar door Lastaan de Ovserch: om hem bij onti pligt te brengen. tot Comp: Coopman, aldaar in Steede voor sijn overl: vader. van den Particulier Lerecanster beslooten is, te aiijlicteiren her chiuldin in't gonereral ot het verbreter en van de deugd „nopen ger sijn vader sdebit om hienre Casa gtelate seden ten eijnde alhier weeder in Cassa te werden geteld, gelijk on steude van sijn droeder insel voegen verstaan wierd, goed te keuren, dat in steede van den Coopman Cannamoerij Ramaijen, die van den handel gedesisteerd hadde, weeder ouis soodanig in sijn aangenomen, en G'emploijeerd was geworden, desselfs broeder Cannamoerij Jogie, die gelijk men berigt was, te vooren, off voor dat oneenig waaen geworden, in Compagnie Coramidtatie van agtin zun „r delei den handel gedreeven hadden, dus verwagt wierde, de ver„ „Eisschte kundigheijd daar toete besetten, en denselven vol„ „gens beloften niet nalaten soude, te reguleeren, om het restant Debet, dat van synen voormelden den handel gequiteerd hebbende broeder, overgenomen haade binnen korte te Liquideeren, waartoe goede hoope scheente wee„ „sen, en dien hij bij sijn reeds betoonde vigilantie bleoff Continueeren, in het spoedig aanbrengen van Lywaten, gelijk door hem, voor de aan denselven vooruijt verstrekte 1530 Pagooden, gedaan was geworden, met de Leverantie „deeking van traagh: te sijn van 900 pagooden aan doeken, waar toe verstaan wierd„ denselven Heers, en bij Condtinuatie, te doen adkorteren, en bij de minste ontdecking van traag= off ever loosheijd aanstling n er: gon e ndieten ersen tot sijn pligt te brengen, gelijk en verwagting, dat aan het ogmerk beandwoord, ende E Comp:s trouw gedrond werden zoude op de Caverable anprijsing van de opferhoofden tot sComp:s Coopman wierd geadmitteerd Bollapreggadda wieresoe, in steede van syn overleidene vader Bollapwreggada Enkana, mits dat denselven sig schriftelijk sal moeten dog onder welke mits verbinden, en des noods ook borge stellen, tot en voor de vereffening van sijns vaders nagelatene Debel, welkers benomstig berl, ande oefochij inkoming al meede beslooten wiend, de Opperhoofden met allen ernst aantebeveelen, insonderheijd de exacte nakio, sten ter nakoning der Eed:s belfte „ming van der bediendens gedane beloften, tot mesioretie der tijmanten. van het het langs hoe meer toeneemende verval, inde deugd der Lywaten, gelijk inser voegen van derzelver eever en te genoek kening van de Expiudatie trouere te gemoed wierd gesien, de Spoedige Liquidatie van het geende Cooplien in het generaal nog schuldig sijn, ten bedragen van ƒ12349„ - - en om het daar onder be, wat te verevering van de de Ert c „greepene Debet van den geweesen Particulieren Leveran, „cier Bandaar Adinaraijna meede tot Liquiditeijt te brengen, is verstaan, te amplerteeren het aanbed syjnent „weegen gedaan, dat wanneer hem weeder een gedeelte inde Leve:antie wiem toe gevoegd, als dan Er C„t op de aan hem voor uijt versztrekt werdende penningen gereekend, en dat aan mindering Debit B 5 d
English
227. The 11th of April 1774 The 11th of April 1774 Approval of the payment [illegible] and under which declaration and the white paddy and [illegible] of the same, and to which reduction of his arrears, still amounting to Pag: 102: — [illegible] on which account it was furthermore approved to authorize the chiefs to advance to him or the one who came to stand surety for his aforementioned debt the necessary monies in advance, in so far as they shall judge it to be necessary and could be trusted, and to have themselves bound to that agreement in writing, to which authorization this Government proceeded all the more readily because the chiefs themselves, by their letter of the 18th of February last, came to intimate that if he were assisted with money and accommodated, his credit would be revived and he would be put in a position to settle his aforementioned debt, and for which he himself had made serious promises. Furthermore, approval was given to the payment to the English Governor at Madraspatnam of the customary lease and gift monies for the Nawabship of Eluru and Rajahmundry, as being according to order, with the expression of satisfaction that the proper Parwannas and Dustucks as usual had been granted for this for the free course of the Company's trade. But on the other hand, it was observed with much sorrow from the further contents of those letters the poor outcome of the major field crop from the arable lands sorting under Palakollu and Contera, in so far that the same had yielded no more than 71 Candyls 14 Tombos and 17 medites, consequently being now less by 399 Candyls 14 Tombos and 16 medites, thus making the share of the Honorable Company in money this year less by Pag: 538: 23: 63, which the Government indeed wished otherwise, but considering nothing could be done against the visitations of the Lord, being the fruits and consequences of the ever-increasing and heaven-provoking sins, nothing else remained but to endure the same with patience, with wishes and supplications that the smiting hand of the Lord, which one came to feel everywhere, may again be mercifully withdrawn, and the visitations sent may be turned into blessings. Meanwhile, it being reflected that the share of the Honorable Company in the white paddy amounts to no more than 11 Candyls 18 Tombos and 23 7/8 medites, thus not sufficient for the conjee of the Company's linens, it is resolved to authorize the chiefs, and in time to buy the required paddy for that purpose, and furthermore, to have the washing tank immediately cleaned and deepened as required, in such a manner that in the event of an unexpected ensuing drought, the same may remain provided with sufficient water for the bleaching and finishing of the linens being brought in, and alongside which care would have to be taken that this deepening should cost the Honorable Company no more than 100 or at most 150 pagodas. 229. The 11th of April 1774 The 11th of April 1774 Regarding the request made by the chief Dirk Vrijmoet to obtain his share in the douceur of Three percent, which by Resolution of the 27th of December last was understood to be withheld at the Honorable Company along with several others until such time as the debts of the merchants shall have been liquidated, bringing forward to that end in his favor that the debts of Palakollu that still exist were not made by him, but were found as such upon his takeover of that residency to the amount of ƒ 160015:4.-, but which, during his administration, had been successively reduced to the aforementioned amount of ƒ 12349:—:—, so that it could not be imputed to him if the same, or a part thereof, through some accident, could not be brought to full liquidation, wherefore it would have to fall hard on him in case he should have to atone for that, or sometimes to have to see what has fallen to him through the favor of the Lords and Masters employed to indemnify Their Honors, whereas he was not the cause of the loss that might be suffered. However much his aforementioned adduced reasons are truths and based on fairness and justice, it was nevertheless approved and understood to postpone the decision of this Government on the matter for a little while yet. However, upon the demonstrated innocence of the servants regarding the non-arrangement of the answered demands according to the model sent to them, as the same was only delivered to them in October, whereas the aforementioned answered demands, arranged, drawn up, and brought in readiness according to the previous custom, had already been sent over on the 20th of September, it is resolved to relieve them.
Dutch transcription
227. den 11e April 1774 Den 11e April 1774 de to dersk: daar Ui Approbatie van de afgave her en onder welke betuijging en de witte relij en porteiden inke voenig van deselve en waar toe „trocspen „mindering van sijn agterstal, nog bedragende Pag: 102: — vo t ereijde nalikente an t sulen afleggen, reyt welken hoofde alverder goedgevonden. wierd, de opperhoofden te qualificeeren, aan hem off de geene, die voor sijn voormelden Debel quam in te staan, de nodige penningen vooruijt te verstrecken, voor soo vere, zij t cordeelen zullen, noodig te sijn, en gefieerd zoude kunnen werden, en van die overzenkomste sig bij geschrifte te laten verbinden, tot welke qualificatie byj Reegering soo reel te „eerder wierd getreeden, om dat de Opperhoofden selve by der „selver Leteren van den 18:e februarij J:o Leeren komen te noctoe„ „gen, dat, wanneer denselven met geld wierd geadsisteerd, en te gemoed gekomen, sijn Credit weder op beuren en instaat gesteld worden zoude, sijnen voormelden Schulk te eroffe¬ „nen, en waartoe hij selve Cireuse belofften gedaan hadde, gevone pagt penn: en scharkige wijders wierd geapprobeerd, de afgave aan den heer Engels Gouverneur te madraspatnam, van de gewone pagt en schenkagie penningen voor het Nababschap van Elber: en Ragiemahindrawarom, als na de ordre weesende, in¬ „der betuijging van het genoegen, over dat daar voor de behoorlyke Parwannas en Pastecken â Uzo verleend warengeworden tot de wije Cours van sComp: handel. Dog daar en teegen wierd uiijt den verderen inhoude heed wesden over den eijsag van het gewasck. dier brieven, met veel Leed weesen beoogt, den slegten uijt, P1 slag van het groot veld gewasch, Uijt de onder Palicol en Contera sorteerende Zeaijleenden in soo verre, dat het Enker voor selve niet meerder had op geworpen, dan 71 Candylen 14 Tom„ „bos en 17 mediten over sulx als nu minder 399 Candijlen 14 Tombos en 16 mediten, beloopende alsoo het aandeel van de E: Comp:e dit Jaar ingelde minder Pag: 538: 23: 63:, het geen de Regeering wel anders wenschte, dan aangesien haddeng maensijdan i met ge„ teegens de besoekingen des heeren niets te doen viel, als = te loos vrugt, gevolgen sijnde van de meer en meer toeneemende en hemel tergende sonden, bleef er niets ander over, dan deselve mot geduld te ondergaen, met wenschingen en smeekingen, dat de slaande hand des heeren, die men aller weegen quam te gewoelen, weder in Genade te rug getrocken, ende toegesondene besoekingen in Zeegeningen veranderdt mogen werden, Jntusschen gerejlecteerd weesende, dat het aandeel o ver ut ende an o van de E Comp: inde witte Noly niet meer importeerende dan 11 Candijlen 18. Tombos, en 23 7/8 mediten, dus niet toe„ „reijkende, tot Cangier van s Comp: Liwaten, soo is verstaan, qualipaertie ande ekete de offerheofden te qualificeeren, en bij tijds de benodigende Nely Waarom Dog 229 Den 11e: April 174 Den 11e: April 1744 assert ank En met wat last T prer ande in tataietr belen weeq:s het niet nade ovrgezonden model inrigten en beant woorden stem t het uijgtie ven vande Nelij daar toe, inte koopen, en voorts, de wasserstank ten eersten naar vereysch te laten suyveren, en uijtdiepen, soodanig, dat bij een onverkoopt te volgene d'roogte, deselve van genoegsaam water voorsien mag blyven, tot het blecken en opmaaken vande aangebragt werdende Lijaten, en waar„ „neevens soude moeten werden gezorgd, dat die uijtdieping de E Comp: niet meer dan 100 off wyterlyk 150 pagooden quam te kosten, datot vers: vm win or terekargig gelangende het geaaan versoek door het opperhoofd Dirk vrijmoet ter erlanging van syn aandeel in het douceur van Drie pC=tos dat bij Resolutie van den 27:e December J=o leeden verstaan is, neevens meer an„ „dere, bij de E Comp: gesepponeerd te Laten, tot tijd en wijle de Schulden der Cooplieden geliquideerd sullen sijn, ten dien eijnde ter sijner voordeel bij brengende, dat de schulden van Palicol, die nog sijn, door hem niet gemaakt waren, maar bij den overneem van die opperhoofdin soodanig gevonden hadde, ten bedragen van ƒ 160015:4.- dog die door hem, geduurende sijn bestier, tot voormelde montant van ƒ 12349„—„— successive vermindert waren geworden, over sulx hem niet geimputeerd konde werden, indien deselve, off een gedeelte daar van, door het een off ander toeval, niet tot de volle Liquidatie gebragt kondewerden, dierhalven het voor hem hard soude moeten vallen, ingevalle hij daar voor soude moeten boeten, off het geen hem door de gunste van de Heeren en Meesters is te beurt gevallen, somtijds te moeten sien emploijee„ „ren tot schadeloos stelling van haar Edele, daar hij geen oorsaak was, van het nadeel, dat geleeden mogie werden, is, hoe seer sijne voormielde bijge„ „bragte reedenen waarheeden sijn, en op de billyke en Regtmatigheijd steunende, egter goedgevonden en verstaan, het goedvinden deeser Regeering daar op, nog wat uijt te stellen, dog op der bediendens ge,zeluwing van de hin gegeligde „de monstreerd onschuld, omtrent de non inrigting Eyjsschen. der beandwoorde Eysschen, na het hun toegesondene model, alsoo het selve haar eerst in October toegebragt was geworden, daar de voorsz beand woorde Eysschen, na de voorige gewoonte ingerigt, opgemaekt, en in ge„ „reedheijd gebragt weesende, reeds den 20 september dit heen overgesonden sijn, is verstaan, haar te rele„ niet „veeren
English
The 11th of April 1774. The 11th of April 1774. ... of each and last year. debts at Jaggernaickpoeram f2405. 12. ... is expected. remained so that to be sent from here is to be sent to discharge them from the fine imposed upon them in this regard by the resolution of this table of the 8th of December last year, amounting to two months' wages each, and at the same time to authorize them to write off the expense accounts of the months of December and January last year; and having herewith arrived at the resolution concerning the matters at Jaggernaickpoeram, it was agreed, in reply to the letters from the Chief there, successively received from the 23rd of November of the past year up to the 22nd of February of this year inclusive, to express the satisfaction of this Government that at that office also, in the elapsed trading year, the debts of the merchants had been reduced by an amount of f12405: 12: while from the diligence and zeal of the servants it was hoped that all possible means will be further employed toward the speedy settlement of the remaining arrears of the merchants there, just as, in the same manner, an increase of the profits on the sale of trade goods was to be expected from their zeal, for which purpose it was wished that peace and quiet may be restored everywhere in the country; for although the surplus achieved in the past year on the merchandise sold amounted to an important sum of f233702. 12., this could nevertheless by no means balance the profits obtained in earlier years; but considering that the sale of goods directly depended on the peaceful progress of affairs inland, and according to whether the consumption and requirement of merchandise is great or small, nothing therefore remained but to continue hoping for better times and a more extensive market, and thus, pairing this with the duty of zealously pursuing the Company's interest, there was no doubt that the objective of the Honorable Company would be fully met in everything; and upon the requisition for Japanese bar copper made by the servants, it was resolved to reply that the same was to be sent to them as soon as relief of it was obtained from Batavia, and in the meantime to order them to send here, with the first occurring opportunity, the pepper that had remained after the loading and stowing of the return ship de Jonge Lieve. 233. The 11th of April 1774. The 11th of April 1774. to be brought, and against With respect to the collection of linens, it was agreed to point out to the Chiefs that the complaints of the Lords and Masters fully confirmed the poor condition of the Jaggernaickpoeram cloths and the Chiefs' inattention in collecting fabrics; and as their justification—in response to the demonstration made from here in the year 1772 of their poor condition, stating that no other or better linens had been sent from there annually—could in no way redound to the Chiefs' benefit, it was nevertheless expected that they would do everything possible to improve their quality as much as possible, and thus, in that regard as well as concerning the size of the Guinea cloth, bring satisfaction to the Lords and Masters, in accordance with the promises made by the servants; pointing out that the Honorable Company had not the least benefit from promises if they were not fulfilled, thus serving no other purpose than to appease the High Superiors with mere hope, as experience had more than taught, but of which the contrary was now to be hoped and anticipated; with orders to take special care that the linens of the highest value are in readiness against the arrival of the return ship, to be loaded in that vessel, in order to come closer to the quota of nine tons than has happened for two consecutive years now; for which purpose the red or dyed linens, which had to remain lying over in the past year due to their late arrival from Nizapatnam, would come in very handy. Furthermore, authorization was granted for the purchase of the necessary timber for the construction of a washermen's warehouse in the village of Gollepalem, already permitted in the year 1767, if the same might be obtained at reasonable prices; for which purpose they would be ordered to state the prices at once, with a clear specification not only of the quantity, but also of the length and thickness of those required timbers, and further to them...
Dutch transcription
231. Den 11e April 174. Den 11e. April 174. van eci en Iakn J:o leeden. schulden te Jager ant ƒ2405. 122 verthier ver: wagt word. „gebleeven pe zo dat hien tesenden staat gesonden te worden „„veeren, van de hun dier weegens bij besluijt deeser tafel van den 8e December J:o Leeden opgelegde boete qualificati tergte van de ens zeg van twee maanden Gagie ieder, en haar teffens te qualificeeren, tot de afschrijving van de onkost reeke„ „ningen van de maanden December en Januarij J: o leeden, en hier meede genaderd sijnde tot het Comp„ F Generen overde gomitrigde tor Jagger naijslipoeram, soo wierd verstaan in and¬ „woord van der Opperlicof den brieven van den 23' No„ „vember des gepasseerden, tot den 22: february deeses Jaers in Clusive successive ontfangen, het genoegen deeser Reegeering te betuijgen, dat daar ten Comptoire meede in het afgelegde handel Jaar, de schulden der kooplieden verminderd waren, met een montant horiter deser atie vervorng van ƒ12405: 12: terwijl van de werksaamheijd en iever der bediendens gehoopt wierd, dat alle mogelyke middelen al verder in het werk sullen werden gesteld, tot de spoedige verevening van de overige agter stallen vart vonden verder ope a p: da ier handelaars, soo als in selvoegen van derselver iever soude werden verwagt, de vermerdering der winsten En daartoe ock gewenschtuer op den vertier van handelwharen, waar toe men wensch¬ „te, daat de Rust en weede aller weegen in het Land mag werden hersteld, want schoon het te boven gelegde in anno passato op de verkogte koopmanschap„ „pen een importante somma van ƒ 233702„ 12 . quam te bedragen, soo konde egter deselve geensints opwee„ „gen, de winsten in vroegese Jaren behaeld, dog ge¬ „merkt, den Cleet van goederen, direct dependeerde vande vreedige voortgang der Zaken te Lande, en naar maate de Consumptie en benodigdheijd van Coop„ „manschappen groot off kileijn is, soo bleef dierhalven niets over, dan op betere tijder, en een ruijmer Debiet te bliven hoopen, en dus deselve met de pligt tot het ie verig betragten van 's Comp:s Jntrest gepaart werdende, ter geen twijffel was, off het oogmerk van den seet der E Comp: soude in alles beandwoord werden, en op der wanneer Japen: Ha:/ koper bediendens gedanen eijsch van staafkoper Japars, wierd belooten te dienen, dat het selve haar stond toegesonden te werden, soodra men daar ontset van Batavia quam te erlangen, en haar intusschen Lastonderonde Jongelier ovor„ te gelasten, de Peeper, die nade belading en bestorting van het retour schip de Jonge Lieve overgebleeven was, met de Eerst voorkomende geleegendheyjd mag dit heer 233. Den 11e. April 1774. Den 11e April 1714. van den list handel voor te konder houtworken, ten gebragt werden, en tegen wat beslotenis de perch ter osigte Ten opsigte van den Jnsaam van Lywaten, is verstaan, de Opperhooden voor te houden, dat de klag„ ten der Heeren en Meesters ten vollen quamen te be¬ „vestigen de slegte Constitutie der Jagger naijkppoeramse kleeden, ender opperhoofden in aitentie in het insame„ „len vandoeken, en alsoo in geenen opzigte in der opper„ „hoofden voordeel konde komen, derzelver verandwoor„ „ding op de van hier in den Jaere 1772 gedane aantoo„ „ning vande slegte bevinding derselve, als dat van daar Jaarlijx geen ander, off beteere Lijwaten versonden En werten von de suveverng waren geworden, dog dat mentans verwagtede, dat sy alles aan wenden souden, om de deugd derselve soo veel mogelijk te verbeeteren, en dus daar omtrent soo wel, als ten belange van de maat van het Guinees de Heeren en Meesters genoegen toe te brengen, na¬ „volgens der bediendens gedaan werdende Promesses„ onder wolke ven er vokauen onder voorhouding, dat de E Comp:e geen het minste voordeel aan beloften hadde, ingevalle deselve niet naargekomen wierden, dus nergens anders toe dien„ „den, dan de Hooge gebieders met de semple hoopte dit heen te senden paaijen, gelijk de ondervinding meer dans geleerd hadde, dog waar van als nu het teegendeel verhoopt, en te gemoed gesien soude werden, met Last, om in „ wake hijnz:t eest ingezeeh: mas„ „sonderheijd te sorgen, dat de meest in prijs beloopende wannder Lijwaten teegens de komst van het Retour: schip in gereedheijd sijn, ter belading in dien kiel, ten ten wat eijnde eijnde nader bij de bepaling van Negen thon te komen, dan nu twee Jaaren naden anderen geschied was, ten welken eijnde de Roode off gesaaijde Lijwaten, de welke in anno passauo door dies Late aanbreng van Nisampatnam hebben moeten blijven over„ „leggen, seer wel te passe zoude komen voorts wierd quglihortiete inkop van qualificatie verleend, ter Jnkoop van de bensdigen„ „de houtwerken, tot de in den Jaere 1767, reeds toe, waar voor „gestane aanbouw eener wasschers Pakhuijs in het dorp Gollepalem, by aldien deselve teegens Cirele prijsen te bekomen mogten sijn, ten welken eijnde En met gent lant haar gelast zoude werden, ten eersten de prijsen op te geeven met een duijdelijke specificatie niet alleen van de quantiteijt, maar ook van de lengte en dikte dier benodigende houtwerken, en haar paaijen wyders
English
The 11th of April 1774. To further authorize the retention of the 300 pieces of leaguer staves brought there yesterday by the sloop De Walvisch, the cost of which is understood to be forwarded to the servants upon an occurring opportunity, as well as the requested assay tools that had been sent to them, along with the 50,000 pieces of silver rupees, since the same could not have been exchanged and disbursed here without disadvantage, under notice that no cash would be sent from here to Bimilipatnam nor to Palicol, but referred to Jaggernaykpoeram to find the same there in case of similar necessity. But with regard to the decision in the resolution of the 8th of December last year concerning the imposed compensation for the heavy anchor cable found unfit here, the reasons adduced by the chiefs in that regard could in no way move the Government to rescind that decision, as the Honorable Company had to be indemnified in that matter; it was therefore resolved to persist in this, though it was nevertheless thought fit to give them the liberty to address themselves with their grievances to Their High Nobilities. But the Government could not, however, pass over remarking, regarding the excuse adduced by the servants that the set years for laying down or keeping that cable there having expired, there had been no opportunity to send that cable here to be exchanged for another, that if no neglect had taken place in that regard, the same could easily have been sent over here in the autumn of 1771 with the ship Noord Beveland, in 1772 with Lekkerlust, and in the past year with Den Tempel. In like manner, the ordered reimbursement of Pagodas 1: 19: 16 and 200 guilders was persisted in, both on account of the excess table money provided to the mate Jan Hansz and the further repairs done to the sloop Poeijser, since the reasons adduced in that regard were by no means found of sufficient weight for the Government to withdraw its adopted decision. But it is understood that the compensation for various unfit armory goods shall be imposed upon the aforementioned mate Jan Hansz as heir of the late Lieutenant Thomas Porget, under whose responsibility the armory there had been. With regard to the ordered restitution of the 100 pagodas paid there to the Reverend Minister Cornelis Willem Gebhardt, he having been permitted to address himself in that regard to Their High Nobilities in order to get that amount validated, as well as the 50 pagodas received at Bimilipatnam, on account of his traveling expenses incurred during the recent visitation of the factories, it is thus understood to suspend the settlement thereof until the revered approval of Their High Nobilities on the petition to be made by him in that regard shall have been obtained, and consequently to instruct the chiefs in the meantime to let the aforementioned amount continue pro forma on the cash account. But on the other hand, authorization was granted for the write-off of the expense accounts for the months of September, October, November, December, and January. But whereas, to their annoyance, the late preparation and transmission of the monthly and other papers has come to light again, seeing that, among others, the expense account for the month of September was only handed over to the chief on the 24th of January following for dispatch, it is thus understood to reprimand the second Dumon anew and earnestly on that account, with the recommendation to display and exercise somewhat more vigilance and diligence in that regard than he has shown on various occasions until now, under the further declaration that it was to be lamented that the reprimands so often made on this subject came to find so little impression on his mind. In answer to the letters from Bimilipatnam since the 24th of November of the past year until the 24th of February last, the advance payments of cash made to the merchants on the delivery of linens were approved, but the Government could on the contrary by no means condescend to the request.
Dutch transcription
Den 11e April 1774. Den 11e April 1724. 3 36 legger duygen Voereedschappen. „de vergoreding van een ankier touw remboursement van psag 2 „ 19. 16 en ƒ 200: —. — tor wErchsoning tn bragte qualitintiete anhouding vean wijders te qualificeeren tot de aanhouding van de ginter per de Chialoup De walvisch aangebragte 'te doene toekoming van dies 300 stux Legger Duijgen, waar van het kostende verstaan is, bij voorkomende geleegendheijd de be„ oedande serding van be hayj, diendens te doen toekomen, gelyk haar toegesonden waren geworden, de versegte Essaij gereedschaijpen, soo meede de 50'000: stux silvere Ropijen dewijl de„ „selve alhier niet sonder nadeel hadden konnen En oter welke aankondiging verwisseld en Uijtgegeeven werden, onder aankun„ „diging, dat men van hier nog naar Bimilipatnam, nog Palicol geen Contanten soude senden, maar naar Jaggernaylpoevane overwijsen, om hun Persiesteining bijdechin on gelijke nodigtheijd om deselve, aldaar te vinden, Dog ten belange van het besluijt ter Resolutie van den 8' December J:o Leeden, omtrend de opgelegde vergoe„ „ding van het alhier onbequaem bevondene swaer ankertouw konden de ingebragte reedenen door de opperhoofden ten dien reguarde, de Regeering in geenen deese beweegen, om van dat besluijt te resilieeren, dewijl de E Comp: daar omtrent schadeloos gesteld moesten werden, over sulx beslooten wierd, daar bij te blijven persisteeren, dog men vond egter goed, zog onder welkete laten wij„ haar de vrijheijd te geeven, om sig dierweegens met hunne beswaernissen aan Haar Hoog Edelens te addresseeren: maar de Regering konde egter, om, remarigie nopens hetgen deselve „trent der bediendens ingebragte verschooning, dat de bepaalde Jaaren van het legger off aanhouden van dat touw aldaar g'expireerd sijnde, er geen geleegendheijd geweest was, dat touw na herwaerds te senden, om met een ander te werden verwisseld, niet voor by te remarqueeren, dat, indien daar om„ „trend geen versuijm plaets hadde gehad, het selve in het na Jaer van 174. met het schip Noord be land, in 1772. met Lecker lust, en in anno passato met den Tempel, gemakkelijk dit, heer hadde konnen sijn overgesonden geworden, Jnselij voegen wierd Peristeringhi, het gecordonneerde gepersisteerd, bij het geordonneerd Remboursement van Pag: 1: 19: 16, en ƒ200:, soo weegens het te veel vanr zig onwalklijk verstrekt kootgeld aan den stuurman Jan Hansz:, en de meerdere gedane Reparatie aan de Chialoup Poeijser, nadien de bijgebragte reedenen dienaargaan„ „de, geensints van dat valeur bevonden wierden, om sheijd te blijven de. 19 uui9 kostende En 5000 ropijen 235. 237. Den 11e April 1774. Den 11e April 174. waponkamers goederen te bE„ van neevens gen. 100 pag en met wat last regqt van 5 maarden van die Marchiandeurs „king door de Bincli opperh:o aan de Cooplieden „senden der Papieren de Regeering, derselver genomen besluijt weeder wie gun poreerd is de onbequamte doen intrecken, maar de vergoeding van diverse onbequame wapenkamiers Goederen, is verstaan, voormelde stuurman Jan Hansz als Erfgenaam van den overleedene Luijtenant Thomas Porget, onder wiens verandwoording de wappenkamer aldaar ge¬ „weest is, te imponeeren Sijer sekering met de rest utie Met betrecking tot de geordonneerde restitutie vande aldaar aan den Eerwaarden Predicant Correl de E Willem Gebhrt, af gelangde 100 pagooden, denselven toegestaan sijnde, sig dier weegens aan Haar Hoog Edelens te mogen addresseeren, ten eijnde dat montant soo wel, als de op Bimilipatnam genotene 50 pagooden geva„ „lideerd te krijgen, weegens, syne gedane reijs kosten in de Jongste visite op de Comptoiren, soo is verstaan, met dies voldoening te Laten suepercedteeren, tot dat haar Hoog Edelens gevenereerd goed vinden op de door hem te doene Jnstantie dien aangaande, erlangd soude weesen, en dierhalven de Opperhoofden te gelasten, intusschen het voormeld bedragen bij de Cassa reeke„ onaglisintie terafk van de en 2. ning per memorie te Laten voortloopen, dog daar en teegen wierd qualificatie verleend, tot de affboe„ „king van de onkostreekeningen van de maanden September, October, November, December, en Januarij, maar aangesien tot ergernisse, weeder te vooren geki, Engerinese ver het late over„ „men is, de late in gereedheijd brenging en oversending van de maandelijke en andere Papieren, alzoo onder an„ „deren de Onkostreekening van de maand september eerst den 24: Januarij daar aan ter versending aan het opperhoofd geintrageerd is soo is verstaan, den securde ressoteten wegen van duaa Dumon daar over op nieuw emnstig te reprocheeren, met met welke Ee Commndatie recommandatie daar omtrent, wat meerder vigilantie en voorvarendheijd te betoonen en te gebruijken dan tot nu toe in diverse geleegendheeden gedaan heeft, onder verdere betuijging, dat het te beklagen was, En werdere beuijging dat de soo dikwerff over dit sujet gedane Reprochen, soo weijnig in vloed op sijn gemoed quamen te vinden, Jn andwoord van de brieven van Bimilipatnam pakeoing van den vooret viestie„ t seedert den 24e November anno pass:o tot den 24e februarij J:o leeden, wiera gepasseerd de gedane voor uijt„ „verstreckingen van Contanten aan de Cooplieden op Leverantie van Lijwaten, dog de Regering konde ten Condesendange in't veroek enteegen geensints taalen tot hoe lang
English
239. The 11th of April 1774. The 11th of April 1774. in no way seen fit to condescend to the instance made by those merchants to be allowed to pay five instead of seven per cent in reduction of the claimed arrears of the late former chief Pieter Abrahamse Bronsveld, just as such was previously rejected; meanwhile it was resolved to express the satisfaction of this Government with the effort exerted by the chiefs to obtain and send hither the rice and paddy, as what was sent came very opportunely in the embarrassment in which they had found themselves, informing them that pursuant to their request the anchor borrowed from private individuals had already been returned, which, with the received parras with which the grains were delivered here, was likewise to take place at the first opportunity. The Chiefs having furthermore requested authorization to write off the loss on the lease in earlier years to an amount of f 79500:17:8, it was, because it was agreed that without special permission from Their High Mightinesses no writing off of the same may take place, approved and resolved to order the servants to send to this government an extended demonstration of that item, with a specification of the loss in each year, in order to present it to the said Their High Mightinesses and request their highest order regarding this; while upon the instance made thereto by the Secretary of this meeting Willem Duynevelt and the scribe at Bimilipatnam Bastiaan Pleijl, they were discharged from their suretyship for the administration that the second of that factory, Jan Visscher, who died in the year 1768, held, because the time determined thereto had not only expired, but also the debts of the merchants for which the said late Visscher was also judged and held accountable were fully settled, the Honorable Company having nothing more to claim in that regard; and with respect to the much or unauthorized wasted expenditure and what was built on the fortifications there, which 241. The 11th of April 1774. The 11th of April 1774. was left to his account, it was found whether the Honorable Company could be indemnified, both from the moneys sequestered there by the Honorable Company etc., and the proceeds to be found here from his auctioned goods; just as in like manner it was approved to grant authorization for the writing off of the expense account for the month of December last, and at the same time to express the dissatisfaction of the Government that the monthly papers of January and February, as well as those of the first six months of this current book year, are still missing. Permission was likewise granted to the Residents of Portonovo and Coedeloer: to the first for the writing off of the expense accounts from August anno passato to February of this year inclusive, and with respect to the second for the months of January and February last, but with the reprimand to the first-mentioned that although the Portonovo Residency had little turnover, yet the expenses incurred there were far too high, and for that reason economy had to be observed if he did not wish to be subjected to reimbursements, with orders for that reason to keep economy somewhat better in mind than had been done hitherto, and to that end, in order to meet the intention of this Government, to immediately discharge the extra ordinary peons and hired vessel, as the danger that had been feared was now past; and with respect to the accounts of Coedeloer it was remarked that the amounts entered for wax candles and wax cloth, item lamp oil, were much too high, as also 32 Pagodas for the repairs done to the lodge, and 12 Pagodas on the thony, as well as 4 pagodas in batta for the letter-carriers, without showing who and from where those peons were to whom the batta was provided, so that it appeared not obscurely from this that economy was not properly observed; therefore the Government judged that making compensation for unusual and conspicuous supplies was the best means to ensure compliance with its intentions in that regard, which it was resolved to write to the Resident for his information, and order him to send some draft.
Dutch transcription
239. Den 11e April 1774. Den 11e April 1774 „ring van bronds velt agter stagl afte leggen. reijst en Nelij Geleent anker staat te geschieden Vorden do de Opel: mn het Jaare te mooge afz: Gextendleerde (aant koning dier wecq: over te senden als borgen van den overl: Secunde geen sints goedvinden, te Condescendeeren, in de om 3 in stike van 7: C„s i minde gedane Jnstantie dier marchiandeurs, om vijff, in plaetse van seeven perC„to te mogen affleggen, in min„ „dering van het pretens agterstal van het geweese overleedene opperhoofd Pieuer Abrahamse Bronsveld, gelijk sulx te vooren recas van de hand geweesen is, geroegen on, hot senden van Jntusschen wierd verstaan, het genoegen deeser Re„ „geering te betuijgen, over der opperhoofden aange„ „wende moeijte, tot het bekomen en herwaerds senden van Reijst en Nelij dewijl het gesondene seer wel te pas gekomen was, in de verleegendheijd, waerinne Gedaan te rig sondeng van a men, om deselve sig bevonden hadde, onder te kennen geeving, dat ingevolge hun verzoek het vande par„ „ticulieren geleend anker reeds te rug gezonden was, 't w7k: mot neer:s gen parracelen met de ontfangene Parra, waar meede de Granen alhier uyjtgeleeverd sijn, insgelijks bij eerst voorko¬ „men geleegendheijd stond te geschieden verlorene op de pagt in v: zegen Door de Opperhoofden wijders qualificatie ver„ „sogt sijnde, om het verloorene op de Pagt in vroeger Jaren tot een montant van ƒ79500: 17:8 te mogen te diesne aanschrijvens om een afschriven, soo is, uijt hoofde gecordeerd weesende, dat buijten speciale toestemming van Haar Hoog Edelens, geen afschriving derselve geschieden mag; Goedgevonden en verstaan, de bediendens te ordon„ „neeren, om van die Post een g'extendeerde aantooning deese regering te doen toe komen, met specificatie van het verloorene in ieder Jaer, ten eijnde wel melde Enten wat eijnde Haar Hoog Edelens aangeboden, en Hoogst dersel„ „ver: ordre dienaangaande verzogt te werden, terwijl ontslag van Suijnevest en Pleijt, op de daar toe gedane Jnstantie door den Secretaris Velicker deeser vergadering Willem Duynevelt en aen scriba te Bimilipatnam Bastiaan Pleijl ontslagen wier„ „den van derselver borgtogt voor de Administratie, die den in den Jaere 1768 overleedene secunde dier fac„ „torij Jan fisscher gehad heeft, alsoo den tijd daartoe Enuijt vat hoofde bepaald niet alleen verloopen was, maar ook de schul„ „den der Cooplieden, waar voor gedagte afflijvigen vis„ „scher meede verandwoordelijk geoordeeld en gesteid is, ten vollen vereffnd weesende, de E Compagnie dien aangaande niet meer te Eijsschen hadde, en ten opsigte van het veel off ongequalificeerd verquast veer„ „de en het verbouwde aan de fortificatien aldaar, dat dat voor 241. Den 11e April 174 Den 11e April 1774. Comp rooceq van Portonovo en Colckeloers de eerste ter a b:der on : eek:s feb: deeses Jaars Janu: en Jrb: J:o leder de Eerst gemelde blosien en wax, dit sheer te opgebragte posten, door den Resident te Coraeloer en 1 Chialeng „voor sijn reekening gelaten is geworden, gevonden is, off de E Comp: schadeloos gesteld konde werden, soo uijt de aldaar bij de E Comp: gesequestreerde pennin„ gen Etc:, als alhier te vinden sijnde Rovenu sijner qualificatie ter ase van een gevenduceerde goederen, gelijk inselvervoegen Goed„ „gevonden wierd, qualificatie te verleenen tot de aff¬ „schrijving van de Onkostreeckening van de Maand „me an mat ten e e dacember fo leden, enteffens, het ongenoegen der Regeering te betuijgen, over dat de maandelijkse Pepieren van Januarij en februarij, soo wel, als die van de Eerste ses maanden deeses loopende boekJaers enise an de residenten nog komen te ontbreeken, soo als permissie wierd ver„ „leend, aan de Residenten van Portonovo en Coedeloer; van aug hes vooleeden tot de Eerste tot de afboeking van de onkostreekeningen van Augustus anno Passato tot februarij deses Jaars in¬ en de weede van naarder eclusive, en ten opsigte van de tweede van de maenden onderwedke voorhouding aan Januarij en februaryj J:o leeden, dog onder voorhouding aan den Eerstgemelden, dat schoon de Residentie Portonoro van wijnig omslag was, egter de ongelden, die aldaar gedaan wierden, veel te hoog waren, uijt dien hoofde gemenageerd soude moeten werden, soo aan geen remboursementen onderworpen wilde weesen, met Last uijt dien hoofde de menagie wat beter Enlast tot menagie in het dog te houden, dan tot nog toe geschied was, en ten dien eijnde, om aan het oogmerk deeser Regeering te voldoen, ten eersten affte danken de E Extra ordinaire Jtemafdankking van 6 pions Prons ende ingehuurde sleng, alsoo het gevaar, waar over men geweest hadde, tans over was, en ten opsigte Renarigier ge diresecte veel vande reeckeningen van Coedeloer wient geremarqueerd, dat het opgebragte voor waxkaarsen, en waxdoek, Jtem Lamp olij veel te hoog was, als meede Pag 32: voor de gedaane Reparatie aan de Logie, en ag 12: aan de thonij, gelijk ook 4 pagoden aan bittiam voor de brieven dragers, sonder aantetoonen, welk en van waar die Pions geweest, aan de welke de battam is ver„ „strekt, in voegen daaruijt niet duijster quam te blijken, wat daar uyt kwan te blyken dat de menage niet naer behooren wierdt behertigd, over sulx oordeelde de Regeering het vergoeden van Enmendar ontkert het beter ongewoone, en in het oog loopende verstreckingen, het beste middel te weesen, om aan de Jntentie derselve daar omtrent te doen voldoen, het geen verstaan wierd, den Resident ter sijner narigt aan te schrijven, en Lastdat heer om Enige scheijf Oordeelden soo aan senden hem 16
English
The 11th of April 1774 The 11th of April 1774. Persons to absolute assistant at Sadraspatnam and 12 soldiers. From a soldier, for an increase in pay. Another, to receive his back pay. Also to order him to send hither, on the return of the sloop De Papegaaij from Palliacatta, the one two-sheave and one single-sheave blocks mentioned during the February inventory, together with the 20 pieces of two-foot washing stones, as they are of no use or service there. Promotion etc. of various persons. Furthermore, the following persons residing at the aforementioned subordinate factories were advanced and increased in pay, and also relieved to return hither, etc., namely: At Sadraspatnam: Promotion of a junior assistant. The junior assistant Cornelis van Mispelaar promoted to absolute junior assistant. Likewise at Palliacatta, the junior assistants Salomon Hartwick Bonte and Jan Jacob van Derwaerd. Relief from there of a corporal, a sergeant, and three soldiers. And furthermore relieved from there to return hither, the sergeant Frans Hendrik Teichelbor, together with the soldiers Jan Francois De Koning and Jeronimus de Amoor. Request for increase in pay turned down. However, the petition of fellow soldier Reijnier Jacobus Has for an increase in pay was turned down, as he already earns 14 guilders. Favorable petition from a soldier. On the other hand, the request of the soldier Johan Coenraed Lourie was granted, not only to receive his back pay earned up to the last of August to the amount of f56:19, but also that earned by him in the following months of September, October, and November. Relief of the boatswain and three soldiers. With regard to Jaggernaijkpoeram, at his request the boatswain Pieter Theodorus was relieved to return hither, together with the soldiers Philippus Olard, Jacobus Gerrardus Eckens, and Philip Engelhart Gilles. Increases in pay of a sailor and a drummer. Likewise, the sailor Sebastiaan van Palliacatta and drummer Alexander Barends were increased in pay, according to the Regulations. Admissions for soldier and sailor. And furthermore, Jacob Overmeer and Joannes Mendis were admitted into the Company's service as soldier and sailor. Granting of assistant board money to the soldier at the pen. And to the soldier at the pen Jacobus Bolle, the assistant board money was granted. Promotion of Blok to bookkeeper, and appointment of reader. The assistant Benedictus Blok promoted to bookkeeper, and the sergeant Godefredus van Wielik, serving as reader, was appointed as effective reader at f24, on the grounds that a reader also serves at Bimilipatnam, with authorization to have delivered to the gunner Barend Berggrien, Thesaurus. his his The 11th of April 1774. The 11th of April 1774. Bimilipatnam. and a top-man. between the chief and the second there. what disadvantageous consequences it could bring about for the Honorable Company. letters and annexes received. his back pay to the amount of f22:3:14. Relief of a corporal from Bimilipatnam. And finally, to have come hither from Bimilipatnam the corporal Adam Willeke. Increases in pay of 2 sailors and a top-man. And furthermore, the sailors Cornelis van Veen and Hendrik Christiaans, together with the top-man Jacob Hop, increased in pay. Reminder of the disputes. Whereupon the Governor reminded the meeting of the disputes that have arisen between the Chief of Bimilipatnam, Jasper Theodorus Pfeiffer, and the second there, Isaac Brouwer, which, despite the friendly admonitions toward peaceful living made privately by His Honor on several occasions, sometimes accompanied by threats, became sharper and sharper from time to time. what disadvantageous consequences. This could bring about nothing other than detrimental consequences for the interests of the Honorable Company, and for which accountability could in time be laid to the charge of this Administration by Their High Mightinesses, if it were not remedied in time. production of the letters in that regard. For it is not only easy to comprehend, but must also be firmly established, that the affairs of the Honorable Company could not possibly be well directed by two minds so deeply embittered against one another; since from the letters already sent privately back and forth to His Honor, accompanied by a multitude of annexes added even to the point of disgust, which have been circulated among the members of this meeting for reading, and were now presented by the Governor for further resumption and holding a committee thereon, it was evident and clear, what consequences arose from it. what effect the disagreements of these two servants already have on the mind of the Princes, and what further was to be expected therefrom for the Honorable Company, as those rulers had become entirely unmanageable with regard to embracing any fair proposal to enter into a new lease contract, whether for Bimilipatnam and its dependencies in their entirety, or with some exception, as the servants, by separate letters from this Administration of the 12th of February last (which, however, do not seem to have been received by them yet), the affairs ordered
Dutch transcription
243. Den 11e April 1774 Den 11e April 174. Perzoonen tot absolut d' te fsakras jo= en 12 Coldaaten van Een soldaat, om verhooging in Gagie ander ter genieting zijner te „M:ralite Gagie./ hem tefjens te gelasten, de bij den opneem van febru„ „arij voormelde een twee schijffde, en een, een schrijffde blokken, neevens de 20 stux, twee voets wasch stee„ „nen, als ginter van geen nut en dienst sijnde, met de Chialoup de Papegaaij en sijn retour van Pallia„ „catta dit heen te senden, Bevordering & van diverse Wijders wierden de ondervolgende Persoonen op de voorsz: onderhoorige factorijen bescheijden gead„ „vanceerd en in Gagie verhoogd, mitsgaders naer herwaerts verlost Etc: te weeten: te Sadraspatnam bevordering van een Jong adsis den Jong adsistent Cornelis van Mispelaar be vor„ Jtem van tweete Pallec Caten derd tot absolut dito, soo meede te Palliacatla, de Jonge adsistenten Salomon Hartwick Bonte, en verlossig van daar van en Corp:s Jan Jacob van Derwaerd, en wijders vandaar naer k herwaerds verlost den Sergeant Frans Hend:k Teichel„ „bor, neevens de soldaaten Jan Francois De Koning, van de hand geweesen versoek en Jeronimus de Amoor, dog de Jnstantie van den meede soldaat Reijnier Jacobus Has om verleging in Gagie van de hand geweesen, als recas ƒ:1: winnende, En muiligde Jnstantie van an 309 daar en teegen wierd ingewilligd, het versoek van dt goudgsan ie e ge den soldaat Johan Coenraed Lourie, om niet alleen sijne te goed gemaakt Gagie tot ult=mo aug:s tot een montant van ƒ56„ 19, maar ook het verdiende door hem, in de volgende maenden september, Oc„ „tober en November te mogen genieten, ten opsigte wolaning vanden Jagor beekm en van Jaggernaijkpoeram wierd op sijn versoek van daar naar herwaerds verlost, den Booisman Pieter Theodorus, mitsgaders de soldaaten Philip, Endrie soldaaten „pus olard, Jacobus Gerrardus Eckens, en Philip Engelhart Gilles, soo meede den Mattroossebastiaan verhoogingen gagie van een mat„ „troor, an Tamboer van Palliacatta, en Tamboer Alexander Barends in Gagie verhoogd, volgens het Reglement, en wij aimistieven en slt en atas „ders voor soldaat en Mattroos in 's Comp:s dienst geadmitteerd Jacob overmeer en Joannes Mendis, en aan den soldaat aan de Pen Jacobus Bolle, het tegeving van het arstente kort geld, aan t schd:t aan de per aasestente kostgeid toegevoegd, den adsistent Bene, berwaring van blok: tot boek h„ „dicius Blok bevorderd tot boekhouaer, en deone ansun va Com:s t voerkle als voorleeser dienst doende sergeant Godefredus van Wielik tot Effectief voorleesenr met ƒ24. aange„ „steld, Uijt hoofde op Bimilipatnam meede een voorleeser dienst doet, met qualificatie om aan den en metwat last nop:s zyjn te goed ge„ Cannonier Barena Berggrien te laten affgeven, Theseforus sijne sijne 245. Den 11e April 174. Den 11e April 174 Bimnilipatnan en hen hooploper tusschen / het opperh: en der frcunde aldaar voor dE Comps soudte lissenen te weeg brergen ontfangene brieven en bijlager syne te goed gemaekte Gagie tot een beloop van verlosing van en Corporaal van ƒ 22: 3:14, En eyndelyk van Bimilipatnam dit heer te Laten overkomen den Corporaal Adam Willeke, vorlegingen age van 2 matts en voorts de Mattroosen Cornelis van Veen, en Hendrik Christiaans, mitsgaders den hooploper Jacob Hop. in Gagie verhoogd herineaering vande geschikk Waar na den Heer Gouverneur de vergadering hevinnerde de discrepantien, tusschen het Bimilipat„ „nams Opperhoofd Jasper Theodorus Pfeiffer, en den secunde aldaar Isaac Brouwer onstaan, die ongeagt sijn Edelens diverse reijsen, in het particuliere geda„ „ne vrindelijke vermaningen tot vreede Leevenaheijd, somtijds verseld van d'reijgementen, van tijd tet tijd wat nadischige gevolegen het schree riger quamen te werden, het geen niets anders 1 te weeg brengen konde, dan nadeelige gevolgen voor de belangens van de E: Maatschappij, en waar van G de verandwoording in dertijd, door Haar Hoog Edelens voor reekening deeser Reegeering geledten soude kun¬ „nen werden, ingevalle daarin bij tyds niet voorsien wierden, alsoo het niet alleen wel te begrijpen is, maer ook vast gesteld moesten werden, dat onmogelijk de saken van E Comp:s wel gedirigeerd konden wer„ „den, door twee teegens den anderen soo seer verbit„ „terde gemoederen, nadien uijt de reeds over en weder in 't particulier gesondene brieven aan sijn Edele, verseld van een meenigte tot walgens toe bygevoegde bylagen, gelijk die onder de Leeden deeser verged, productie van de dierweegens „dering ter Lectura rond geweest sijnde, tans door den Heer Gouverneur teffens ter nader resump„ „tie en houden van besoigne daar over; overgelegd wierden, ten Evidens ten quam te Consteeren, wat wat daar uijtkevant Costeen uijtwerking de oneenigheeden dier twee bediendens reeds op het gemoed van de Princen hebben, en wat daaruijt verder voor de E Compagnie te wag„ „ten stond, alsoo die regenten ten eenemaal onhan „delbaar geworden waren, tot het amplecteeren van het een off ander billijk voorstel, om een nieuw pagt Contract aantegaan, het sij van Bimilipatnam en dies onderhoorigheeden in het geheel, dan wel met eenig uijtsondering gelyk de bediendens bij apparte Letteren deeser Regeering van den 12e februarij: J:o leeden, dog die by haar nog niet schijnt ontfangen te weesen, de saken aange e
English
247. The 11th of April 1744. The 11th of April 1744. to observe what has been ordered regarding the making of a redress, and the [illegible] of the Prince, currently still residing in Madraspatnam, Jem Penne Jagoe nadoe, among the proposed necessities a Raja was also proposed, so that the said Lord Governor further presented to the assembly the necessity of making a redress at that factory, in order not to confuse matters there any further, and at the same time to prevent the Princes from interfering any further, because those Regents had requested to suspend the public sale of the seized assets of the farmer Ananda Poele and his co-partner Cadiappa Moddely, which according to the orders of this Government had to be sold in order to recover the outstanding lease monies, with the offer that one of their court grandees, named Padmanaboe Rasse, would be sent over and, having reviewed the account of that farmer and associates with the chiefs, would liquidate the same, just as for that purpose some rupees had been sent through the proxy of the Company's merchant here, Teroemeny Chittij, in the name of Coenjang Chittij, besides many other circumstances which His said Honour deemed unnecessary to specify in full, as well as the partial conduct of both those servants, both in releasing the seized goods of the farmers and in accepting the money offered by the Princes to settle the arrears of the farmer Ananda Poele, to which the chief was inclined, and for that purpose had the sale suspended, while the second sustained the contrary, that the sale should proceed in order to comply with the order of this Government, with more other objections and chicaneries back and forth, as is found more broadly set down in the aforementioned submitted papers: so it was, having deliberated thereon, and having considered that, with a longer stay of those two servants, through their dissensions, they will further confound matters there at the office, where it now seems to have taken its source chiefly from their factionalism, sent over [illegible] there 249. The 11th of April 1744. The 11th of April 1744. left behind there as such to Palicol as second in the place of Brouwer Vrijmoet, until his departure for Bimilipatnam from the protection of the farmers by the chief, against the means used and put into effect by the second to collect the outstanding lease monies, for which he is also accountable, although the same could also not be acquitted, having in many respects exceeded his bounds quite far in and concerning the obedience that he owes to his chief in all reasonable matters, having through passion on various occasions allowed himself to be carried away in such a manner that his conduct and actions greatly tended to the vilification of the authority of the chief, so that the stay of these servants in the management of affairs there at the office not being deemed advisable, it was unanimously approved and understood to remove both of them from there, and consequently, upon the proposal of the Lord Governor, to relocate the chief Pfeiffer to Palicol as such in the place of the chief Dirk Vrijmoet, who it is understood shall be appointed chief of Bimilipatnam, and as second in the place of Brouwer, the bookkeeper and trade transferor here, Johannes Schuneman, and it was consequently further resolved to write to the newly appointed chief Vrijmoet, instructing him, after handing over his chiefship to his second, Jan Onstee, to depart promptly for Bimilipatnam, in order to receive the transfer there from the retiring chief Pfeiffer, as well as to require sufficient security to be provided, or otherwise to take into sequestration sufficient jewels, silverware, etc., and secure them sealed in the Company's treasury, for the arrears of the merchants and farmers caused by Pfeiffer and Brouwer, which latter it was at the same time understood, having made the transfer of his administration to the scribe Bastiaan Pleyt, shall be made to come over here promptly, without him being permitted to remain there any longer, while in the meantime it was also resolved to retain the aforementioned newly appointed second Schuneman here, until the trade administration has been balanced and the books of this capital for 1743/44 shall have been closed.
Dutch transcription
247. Den 11e April 174. Den 11e April 1744. tot het maaken van een redzes aangeschreeven is, te betragten, en den sig als nog te Madraspatnam onthoudende Iuan van de Prin„ 1 Jem Penne Jagoe nadoe voorgestelde noodsaakelijkh:n een Rasoe meede voorgeslaagen is geworden, in voe„ ƒ „gen welmelde Heer Gouverneur de vergadering alverder de noodsaakelykheijd voor stelde, tot het maken eener redresse op die factorij, ten eijnde de Za„ „ken aldaar niet verder te brouilleeren, en teffens voor te komen, dat de Princen meede sig niet verder doen messeeren, dewijl die Regenten de venducoering van de gearresteerde middelen van den Pagter anan„ „da pPoele, en sijnen meede Portionaris Cadia ppa Moddelij, dewelke volgens de ordre deeser Regering verkogt moeste werden, ter bemagtiging vande agter„ „stallige Pagt Penningen, hadde Laten versoeken, op te schorten, onder aanbieding, dat een hunner Hoffs grooten, Padmanaboe Rasse genaamd, over„ „senden, en de reekening van die Pagter C: S: met de Opperhoofden nagesien hebbende, deselve Liquideren soude, gelijk ten dien eijnde eenige Ropijen door wee„ „cen van den Gemagtigden van 's Comp:s Coopman alhier Feroemeny Chittij, in name Coenjang Chittij overgesonden waren geworden, buijten meer veeau„ „dere omstandigheeden, welke welmelde sijn Edele onno„ „dig oordeelde, om alle te specialiseeren, als ook de par„ „tiaale handelwijse dierbeijde bediendens, soo in het doen reniuceeren vande gearresteerde goederen van de Pagters, als in het accepteeren van het aangeboden Geld door de Prinsen ter voldoening vande agterstal„ „len vanden Pagter Annanda Poeie, waartoe het Opperhoofd geinclineerd was, en ten dien eijnde den verkoop heeft Laeten op schorten, terwijl den secunde het Contrarie sustineerde, dat met den verkoop moeste werden voortgegaan, om aan de ordre deeser Regering te voldoen, met meer andere teegen werpin„ „gen en Chikanes over en weeder, gelijk by de voorsz: overgelegde Papieren breeder ter needer geseid werden gevonden: soo is, daar over gedilibereerd, en gecon„, deliberatie daar over „sidereerd sijnde, dat bij een Langer verblijff dier beijde bediendens, door hunne dissentien, de Paken daar ten Comptoire, alverder inde waer zullen brengen, daar het nu door hunne partij schappen, wel voor„ „namentlijk haar souree schijnt genomen te hebben, E T 1 1 overgesonden rigt de aldaar 249 Den 11e April 1774. Den 11e. April 1724. daar te Agter Sodatig na Pabicol tot secunde in Heede van brouwer vrijmoet, tot syn vertreck na Brmilipat van uijt de Protectie van de Pagters door het opperhoofd, teegens de gebruijkte en in het werk gesteide mid„ „delen door den secunde, om de agterstailige pagt Penningen, waar voor hij meede reederabel is, te in Casseeren, hoe wel denselven meede niet vryj ge„ „kend konde werden, dat in veele opsigten sig vrij verre heeft te buijten gegaan, in en omtrent de obe„ „dientie, die hij Aan sijn opperhoofd in alle billijke Zaken verpligt is, alsoo door drift, in diverse gelee„ „gendheeden sig sodanig heeft laten vervoeren, dat het gedrag ende gedoentens grootelijks gestreckt hebben, tot velippendie van het gesag van het opper„ „hoofd, in voegen het verblijff dier bediendens in de maneance van saken daar ten Comptoire niet raad„ F „saam geoordeeld sijnde, eenparig Goedgevonden beslijt om bijke opperke van en verstaan, haar bijde daar van daar te Ligten, verplasing van het opperk: als en mits dien op den voorstel van den Heer Gouverneur, het opperhoofd Speiffer naar Pulicol als sodanigte En het oferle van daar in sijn verplaatsen in steede van het opperhoofd Dirk vrymoet, die verstaan is, tot opperhoofd van Bimilipatnam aansteling van Scheureman aante stellen, en tot secunde in plaatse van Brouwer, den Boekhouder en Negotie overdrager alhier Johannes Schuneman, en wierd mitsdien al verder te doene anschrijven aan„ beslooten, het nieuw aangesteld opperhoofd veijmoet aante schrijven, om na de overgave van sijn Opperhoofdij aan desselfs secunda Jan Onstee ten eersten naar Bimilipatnam te vertrecken, om aldaar het Trans, En waarom „port van het affgelaende opperhoofde spiffer te ont„ „fangen, mitsgaders voor de agterstallen der Coop„ „lieden en Pagters door Peeffer en Brouwer, welke oproeping venbrouwer dit heen Laaste teffens verstaan wierd, Transport van sijn administratie aan den scriba Bastiaan Pleyt gedaan hebbende, ten Eersten dit heen te Laten over„ „komen, sonder dat hem gepermitteerd sal mogen werden, aldaar langer te verblijven, sufficante Cautie nat selene Luficant Cautie es te doen stellen, dan wel genoegsame Juwelen, silver„ „werken Elc: in sequestratie te neemen, en in sComp:s Cassa verseegeld te segureeren, terwijl in tusschen nog beslugt on scheureman nog rnt aan te houden wierd beslooten, den voornoemden nieuw aangestelden Secunde Schuneman alhier te Laten verblijven, tot Entot hoe lang dat het Negotie werk Effen gesteld en de boeken deeser hoofdplaatse van 17 7/3. geslooten sullen sijn, den plaats. tot
English
251. The 11th of April 1774. The 11th of April 1774. Negotiation transferorship. Excusal of Simons from voting in the aforementioned matter. And on what grounds and why. Postponed disposition regarding the negotiation transferorship here until later. It was also resolved to postpone the disposition regarding the negotiation transferorship here, as the second Warehouse Master Joan Daniel Simons was, upon his made request, excused from voting in this matter, on the grounds that he was a brother-in-law of the Chief Pfeiffer. Notification of the lack of fanums. Approval requested regarding the silver. Submission of a return of the silver. Inquiry by His Honour to the members whether they can agree. Approval taken of the same. Insertion of the return. Hereafter the Lord Governor gave notice that, through the large distributions which have had to be made monthly due to the enlargement of the garrison, both by the auxiliary troops obtained from Ceylon and the admission here of native soldiers because of the disturbances arisen between the Honourable Company and the Subah Mathometh Alichan, not counting the other extraordinary expenditures, thereby all the fanums that were in stock have been completely paid out and distributed, and there being no gold on hand wherewith fanums could be struck, His Honour had therefore, to prevent that shortage, sold the bar silver kept here in the grand treasury to the quantity of 610 bars, weighing together 4880 marks troy or 4822 marks 16 fine, against 6 and a half pagodas or 29:5:— the fine mark to the sowcars of this city and the shroff of the Honourable Company, in order to be paid in fanums, as many as would be needed monthly for the distribution, and wherewith, or with the fanums resulting therefrom, it would be possible to manage until June next, against which time there is hope that gold will be obtained from Batavia; His Honour furthermore submitted a separate return drafted of that sale, according to which that sale gave a profit of 7048 guilders 17 stivers 8 penningen or 5 and 5/8 percent; His Honour asking the members whether they can agree with the disposal of that mineral out of necessity, it was, as there was no other way out to obtain the required fanums, which could not be spared for the distribution, approved and resolved to accept with satisfaction the foresight and conduct of His Honour, the more so because Jagannathapuram was still provided with sufficient rupees to be able to provide Paucol as well as Bimilipatnam until the arrival of the ships. While it was also thought fit to insert the aforementioned return of the sold silver into this. 253. The 11th of April 1774. The 11th of April 1774. Separate return of sold bar silver, according to resolution taken in the Council of Coromandel this day. Against what price. Profit. 610 bars of bar silver weighing 4880 marks troy or 4822 marks 16 fine, all sold, being the whole: Cost: 125117 guilders 16 stivers Sold for: 132166 guilders 13 stivers 8 penningen Profit: 5 and 5/8 percent, being 7048 guilders 17 stivers 8 penningen. Underwritten: Nagapatnam, in the Castle, the 11th of April Anno 1774. Demonstrated necessity of the purchase of rice. Resolution for the purchase of the same. As the scarcity of grains still continues, and there being no appearance that the same will cease or decrease through new imports, but rather the fear was that it would increase more and more, the Lord Governor proposed to the meeting to purchase two lots, namely one of 1325 parras of Northern, and one of 9000 parras of Bengal rice at 9 fanums the parra for the distribution to the garrison here, as the stock on hand, including the paddy from the villages belonging to this city already brought in by the farmer, and which still must be accounted for, was not sufficient to allow the distribution to take place without any delay; which proposal being embraced by the meeting, it was approved and resolved to purchase the aforesaid quantities of rice, which was made so much the more necessary because, according to private reports received, there is no or little hope that the requisition of 600 lasts of rice made from here to Batavia will be able to be fulfilled. Continued default of paying his debt to the Honourable Company. Commissioning of that collection. And with what order if necessary. Permission for the wives of the departed to re-enter. The dismissed merchant Palliconda Kistnamma Chetty still remaining negligent to satisfy his debt to the Honourable Company amounting to 1025 pagodas, or 4612 guilders 10 stivers, mentioned in the resolution of the 27th of December of last year, in cash, it was approved and resolved to charge the Honourable Henricus Leembrugger, as Chief Administrator, with the collection of the same, and to that end, if necessary, to have the seizure on the goods of the said merchant liquidated at the earliest convenience, for the indemnification of the Honourable Company. The absconded Patnammers and Chialas, caused by the [illegible], especially the three persons found among them, by name Sjoevoe Poele, Manuel, and Carwalacara Jalapa and his son, who in the resolution
Dutch transcription
251. Den 11e April 1774. Den 11e. April 1774. Negotie overdraager schap Excusering van Simons tot het En ruijt wat hoofde en waarom daar ik den, of sig daar meede Confir„ weeg: het geweennene op 610. Uytgestelde dispionstie over het tot hoe Lange teffens wierd geresolveerd, de dispositie over het Negotie overdragerschap alhier zuijt te stellen, „voteeren in de ben:t saaken zijnde den tweeden Pakhuijsmeester Joan Daniel Simons. op sijn gedaan versoek g'excuseerd, om in deeze zaak te voteeren, Ugt hoofde een aanbehuwd broeder was van het Opperhoofd Preiffer te kenaem gen gebreck an/: Hier na gaff den Heer Gouverneur kennisse, dat door de groote verstrecking, die mits de vermeerdering van het Guarnisoen, soo door de erlangde hulptrou„ „pen van Ceijlon, als admissie alhier van Jnlandse krij„ „gers, om de wille van de onstane onlusten tusschen de E: Compagnie en den souba Mathometh Alichan, maandelijk hebben moeten gedaan werden, ongereekend de andere Extra ordinaire Uijtgavens, daar door alle de in voorraad geweest zijnde Janums ten eenemaal Uijtge„ „geeven en verstrekt, en daar bij geen goud aan handen sijnde, om daar Janums van geslagen te kunnen werden, Propatie te bekonig van dezeijn Ede dierhalven, om dat gebrek voortekomen, het alhier in de groote Cas berust hebbende bhaar sie„ „ver ter quantiteijt van 610 staven, wegen te samen Marcq trois 4880 off 482:2:16 marcq fijn, teegens Pag: 6½ off 29: 5:—- het marcq fijn aan de saukaars deeser steede en den Saraff der ECompagnie verkogt haade, om in Canums, soo veel men maandelijk tot de verstrec„ „king nodig soude hebben, voldaan te werden, en waarmee„ „de of met de fanuns daar uijt voortkomende, tot Junij aanstaande soude konnen toerijken, teegens welken tijd er hoope is, goud van Batavia te sullen erlangen, Leggende zijn Edele wijders over, het van dien verkoop overlegging van een rondement geformeerd appart rendement, volgens het welke dien ' daver silver. „verkoop een wist gaff van ƒ70418. 17 8 7 5/: ten konderd, vragende zijn Edele de Leeden aff, off zij zig Confor, afwrage door sijn Ed: ande lee„ „meeren kunnen met die uiit noodsakelykheijd van meerde. de hand setting van dat mineraal, soo is, als geen an„ „der Uijtweg geweest zijnde, om de benodigde: fanums, die men voor de verstrecking niet ontbeeven konde, Goedgevonden, en verstaan, genoegen te neemen Genoeging neemen van deselve in de voorsorge en behandeling van sijn Edele, te meer Jaggernaijkpoeram nog van genoegsame Ropijen voorsien was, om Paucol soo wel, als D Bimilipatnam te konnen voorsien, tot de komst der scheepen, Terwijl men toffens goed vond het Jacrtiren woor etement Pag Rendement 253. Den 11e April 1774. Den 11e April 1724. D teegens wat prijs. „daan a E Frocesat administ. debit aan deE Comp te voldoen manne weeder binnen mogten Rendement van het voormeld verkogt silver deesen intelijven. — E Appart Rendement van verkogte Bhaar Zidven volgens besluijt genomen en raade van Cormandel op heeden 5 48 : 425 ƒ12:2:16: 4 610 aren Chaar Winster e e alle verkogt bijn het geheel Zilver. . - - . . . . . . . ƒ125117„ 16 — „ 132166„ 13. 8 5 5/8 ƒ7048. 17 8 /onderstons:/ Nagapatnam JIn 't Casteel den 11' april Ao 1774. — vors o n en tien ene shashien van Grenen nog al blejvenie Contimuee„ „ren, en geen aparentie weesende, deselve door veniere aan voer te sullen ophouden off verminderen, maar eerder wreese was, dat meer en meer toeneemen soude, soo Helde den Heer Gouverneur de vergeedering voor, ter inkoop van twee Parthijen, als een van 1325 parras„ Noords, en een van 9000 Parras Bengaalse Rijst teegens 9 fanums de Jarras tot de verstrecking aan vertoonde noodsakelijk van het Guarnisoen alhier, alzoo de aan handen weesen„ „de voorraad, met de Nelij rugt de dorpen onder deese stad gehoorende, door den pagter reds opgebragt, en die nog verandwoord moete werden, daar onderge„ „reekend, niet toerijkende was, om de verstrecking sonder eenig verlet te doen geschieden, welk voor„ „stel bij de vergadering geamplecteerd weesende, Goedgevonden en verstaan is, voorsz: quantiteijten besluit tot dies inkoping Rijst in te koopen, het geen soo veer te noodsacke„ „lyker maekte, om dat er volgens het berigt par„ „ticulier ingeloopen, geen off weijnig hoope is, dat de van hier na Batavia gedanen Eijsch van 600 Lasten Rijst, voldaan sal konnen werden, Den gedimoreerden Coopman Palliconda Nalate bloven van reevens Kistnamma Chittij, als nog nalatig blijvende, sijn debet aan sE Comp:s groot Pag: 1025:—:— ƒ4612:10— ter Resolutie van den 27: December J:o leeden ver„ „meld, in Contant te voldoen: soo wierd goedgevon,„ onderagig van die vrerening „den en verstaan, den E: Henricus Leembrugger, als Hoofd-administrateur de inzelening derselve op te dragen, en ten dien eijnde des nodig weesende, en met wat last des noots de besetting van gedagten handelaar ten eersten ten gelde te Laten maken, tot schadeloos stel„ „ling van DE Compagnie, — De uijtgeweekene Patnammers en Chialen, verors: doo de vrouwe deragtge¬ „geniers, insonderheijd de daar onder sig bevinden, koomen „de drie Persoonen, in namen Sjoevoe poele, Manuel, en Carwalacara Ialapa en sijn soon, die ter resolutie Goed deeser het silve C
English
255. The 11th of April 1774 The 11th of April 1774. under which promise resolution taken regarding Kipning to obtain the highest books charged to work [illegible] imposed compensation of this table of the 20th of January of last year, having been the principal ringleaders and having debauched others to emigrate from here, were therefore condemned, upon being overhauled or caught, to be banished in chains to Jaffanapatnam or elsewhere, having, by a petition through their wives and children in the most lamentable manner, made known their repentance and regret over their conduct and committed error, with a humble prayer to be permitted to return to this city, under a serious promise of obedience and subjection, and that they would henceforth conduct themselves in everything as peaceful inhabitants are obligated and bound to do: it is, on account thereof, and in consideration of the broad [prayer] which the Patnammers and Chialengeniers, together with other natives remaining behind here, also make, approved and understood to permit them to return, and at the same time to rescind the aforementioned resolution taken with respect to the aforesaid three natives, [marginalia illegible] served the petition of the merchant and fiscal of this main station, Martinus Koning, tending in instance that whereas, according to an account received from Bengal and an order resulting therefrom here, he, as a former member of the Political Council in Houglij, according to a memorandum of distribution drawn up there, had to pay, or was held jointly liable for, an exorbitant sum of 10821. 18. 10, which constituted his share in the compensation of the arrears of the linen suppliers Kommelboos, Raadssekisson and associates on the advances made to them from 1767 to 1769, but for the fulfillment of which he, owing to his known needy state, was entirely unable to pay, therefore the aforesaid entry may be debited to his account in the trade books of this main office, and that he may also be permitted to address himself by petition to Their High Noble Indias Government in Batavia to obtain the relief thereof, so that the prayer to be made, on the foundation of the reasons to be alleged therein, may be supported with a favorable proposal and recommendation of this government, further understood by the aforementioned petition, reading as follows: To the Right Honorable, Valiant Sir Reijnier van Vlissingen, Governor and Director of the Coromandel Coast with the resort thereof, and the Gentlemen Members of the Honorable Political Council, at this main office. Right Honorable Valiant Sir and Gentlemen, With the greatest respect, your Right Honorable Valiant and Honors' humble servant Martinus Koning, merchant and fiscal here, shows how, having been handed an account received from Bengal these days, whereby he, as a former member of the Political Council in Houglij, finds himself charged according to the memorandum of distribution drawn up there for such an exorbitant sum of 10821. 18. 10, which amounts to his share in the compensation that the High Indias Government, on account of arrears of the linen suppliers Kommeldoos and Raadskessen and associates on the monetary advances made to them from the year 1767 to the year 1769, have pleased to impose on the former ministry at the aforesaid main office; he, petitioner, owing to his known needy state, is entirely unable to comply with that order, and therefore turns in all humility to Your Right Honorable Valiant and Honors with the humble request that the aforesaid entry be debited to his account in the trade books of this main office, and permission be granted to him for the presentation of a petition to the aforesaid Their High Mightinesses for the purpose of relief, and that his reasons to be alleged therein, and the prayer to be made on the foundation thereof, may be graciously supported by the recommendation of Your Right Honorable Valiant and Honors. Doing which, etc. Was signed: M:s Koning. In the margin: Nagapatnam, the 25th of March, the year 1774. Whereupon, having read the same, it was approved and understood to grant the requested proposal to the Honorable High Indias Government as it lies, but regarding what has been resolved on the further instance, to have the same given an entry in the trade books here on account of the aforementioned Bengal account, and furthermore to debit his salary account for that sum of 10821. 18. 10, together with, in addition, having him provide sufficient security, either by acceptable guarantors, or the securing of as many jewels, silverwork, etc., as shall be judged sufficient for the aforementioned amount, with the order at the same time not to mortgage or alienate the house purchased and currently inhabited by him without prior knowledge or special consent of this government. It having come into consideration that in all governments, etc., where a permanent preacher is appointed, there was also a separate permanent political commissioner, and that that office was always occupied by the second person, or the head administrator, except here in this town, where one of the elders was also regarded as political commissioner, and that such The 11th of April 1774. So it is
Dutch transcription
255. Den 11e April 174 Den 11e April 174. onder welke belofte op sigten genoomen be sluijt Kipning hoogst geselve te Erlangen, boeken belast te werken Mar ho de e de a opgelegde vergeding deeser tafel van den 20e Ianuarij J:o leeden, als de voor„ „naamste roervinken geweest sijnde, ende andere tot de uijtwijking van hier hebbende gedebrucheerd, daarom gecondemneerd syn, om by agterhaling off attrapeering in de ketting naar Jaffanapatnam sfelders gebannen te werden, bij een request door derselver vrouwen en kin¬ „deren op de Lammentabeiste wijse hebben laten te ken„ „nen geeven, hun berouw en Leedweesen over derselver gehouden gedrag en gedane mislap, met nedrige beede gepermitteerd te werden, om sig weeder na deese stad te mogen begeeven, onder serieuse belofte van gehoorscaam, „heijd en onderdanigheijd, en voortaan sig in alles soo„ „danig soude gedragen, gelijke weedsame Jngesoetenen pernise tot hun terugk ent verpligt en gehouden sijn te doen: soo is, uijt hoofde vandien, en Uyt overweeging van de breede, die de hier agtergebleevene Patnammers en Chialengeniers, mits„ „gaders andere Jnlanders meede komen te doen, goedge„ „vonden en verstaan, haar tot de wederkomst te per„ En resiliering van het ige haar mitteeren, en teffens te resilieeren van het voorm: be„ „sluijt ten opsigte vande voorsz: drie Jnlanders genomen, dening enen egent vende sesane ter ne diende het Request van den Coopman en Fiscaal deeser hoofd plaatse Martinus Koning, tendeerende Jnstantie, dat vermits volgens aen uijt Ben, wegens een hem uigjt berngale „gale ontfangene aanzeekening, en daar uijt alhier voortgevloeijde ordonnantie, als geweese Lid in den Politicquen raed te Houglij, na eene aldaar opgemaak„ „te memorie van verdeeling betalen moeste, off meede aanspreekelijk gehouden was, voor een Exhorbitante Somma 10821„ 18. 10. het geen zijn aandeel uijtmaakte, in de vergoeding van de agterstallen vande Lijwaet Leveranciers kommelboos, Raadssekisson C: s: op de aan deselve 't Seedert 1767. tot 1769. gedane verstreckingen, dog tot welkers voldoening hy mits synen bekende bekend oner mogen daar toe behoeftigen staet, ten eenemaal onvermogend was, dierhalven voorsz: Post ten sijnen Laste bij de Negotie En weren an voride egetie boeken deeses hoofd Comptoirs ingenomen, en hem teffens Jem tel dies ontkeffing hen aan gepermitteerd werden mag, sig bij Requeste aan Haar Hoog Edelens de Edele Hooge Indiasche Re„ „geering te Batavia te mogen addresseeren, om de ontheffing daar van te erlangen, over sulx die te doene onder regeerings voordragt aan beede teffens, op fondament van de daar bij te allegeerene reedenen, met een favorabel voordragt en voorschrijvens en Piscaal deezer E 5 O 3 237 Den 11e April 1774 nemente een Commissaris Politicus is, deeser Regeering onderschraagd mag werden, nader gecomprehendeerd staande by het voormeld Jnsortie van vooren Request versoek schrift, aldus Luijdende Aan den Wel Edelen Gestr: Heer Reijnier van Vlissingen gouverneur, en Directeur abeber Cornan, „delse Custe met den resorte van dien, de Heeren Leeden in den Agtb Raad van Polgtie, ten deeser hoofd Comptoir WelEdele Gestrenge Heer en Heeren Geeft met de meeste Eerbied te kennen uw wel Edele Gestrenge en Ed:s onderdanige Dienaar Martinus Koning, koopman en fiscaal alhier, hoe hem deezen dagen inhandigd zijnde eene uijt Bengale ontfangene aan reekening, waar bij hij, als geweesen Lid in den Polerecquen Raad te Houglij, zig volgens de aldaar opcemaakte memorie van verdeeling, belast vind voor zooda¬ „nige exorbitante somma van ƒ10821„18:10:, als sijn aandeel komt te beloopen in de vergoeding, welke de Hooge Indiasche Regering, weegens agterstallen van de Lijwaat Leveransiers kommeldoos, en Raadskessen C: S: op de 't kedert Ao 1767. tot a:o 1769. aan hen gedaane geld verstrekkingen, het toen„ „malige ministerie ten voorsz Hoofd Comptoir, hebben ge„ „lieven op te leggen, hij suppliant, mits synen bekenden behoeftigen staat tot de voldoening van dat bevel, ten eene„ „maale onvermogend is, en zig over sulx in alle ootmoed tot UwelEdele Gestr en Ed=s wend, met nedrig versoek, dat de voorsz post ten zynen laste bij de Negotie boeken deeses hoofd Comptoirs, ingenoomen, en hem tot de aanbieding eener Request aan welm: Haar Hoog Edelheedens, ten fine van ont„ „heffing, permissie verleend, mitsg:s zijne daar bij te alle geerene reedenen, en op fondament van dien te doene beede, door het voorschryvens van Uwel Edele Gestrenge en Ede gratreuslik ondersteunt werden mag / onderstonk:/: Twelk doende &a/ was getek:t/: M:s Koning /: in margine Nagap:n den 25 Maart Ao 1774 Haar Hoog Edelens Soo is na leesing van het selve goedgevonden en verstaan, toegestaane voordragt aan de versogte voordragt aande Edele Hooge Jndiasche Regee„ „ring, soo als het legd, intewilligen, dog ten belange van wat ten belange van de verdere de verdere Jnstantie is verslaan, den selven weegens de voorm: Bengaalsche aanreekening een post bij de negotie boeken alhier te laten geven, en voorts sijn soldij reek: te belasten voor die somma van ƒ10821. 13. 10, mitsgaders bovendien, door hem te doen Heilen sufficante Cautie, het zij door acceptable borgen, dan wel segureering van soo veel Juweelen, sil verwerken Etc:a als voldoende geoordeeld werden sal, voor het voormeld bedragen, met Last teffens, het door den selven gekogt, en tans bewoond werdendhuijs, niet te verpanden, off veralierneeren, sonder voorkennisse off speciale bewilliging deeser Regeering r andere Jn overweeging gekomen weesende, dat in alle Gou, overneeging dat in alle Gouver„ Overnementen Etc:s daar een permanent Predicant be„ „scheijden is, ook een apart permanent Commissaris Politicus was, en dat, dat ampt steeds bekleed wierd, door wien dat ampt steeds be„ door de tweede Persoon, of den Hoofd Administrateur, behalven hier ter steede, alwaar een der ouderlingen, en dat sulckingen haet en teffens als Commissaris Politicus aangemerkt was, en Instantie beslooten is, kleed werd, Den 11e April 1774. Soo is r296 „
English
259 The 11th of April 1714. The 11th of April 1774. On that account, one of the Junior Merchants, who had a seat as a member in the Political Council, and in some rare cases also one of the Senior Merchants, had always been elected as one of the Elders, and was changed once every two years; but this was deemed very improper, and necessary for such a well-ordered household that there should be a separate and permanent Political Commissioner, and as such have a seat in the Church Council on behalf of the Government, in order to see to it that everything is decided, undertaken, and executed in order, and nothing in conflict with the well-given orders of the country's authorities flowing from the lap of the sovereign and contrary to the good intention of the Government; all the more because the Church Council here also has the care and direction of and over the poor capital, and that of the lepers; so it was deliberated upon, and following the example of the other Governments, it was approved and agreed to elect and appoint the Honorable Head Administrator Henricus Leembruggen as Political Commissioner, just as this was accepted by His Honor with all readiness; and consequently it was furthermore agreed to discharge the Junior Merchant and Assayer Jacob van Tessel, who as Elder and at the same time Political Commissioner had until now held a seat in the Church Council, but owing to the ample expiration of the ordinary term of the seat had several times requested to be discharged, to discharge him therefrom, and to have his place of Elder filled by the Junior Merchant and Overseer of the Works here, Peraculus Mossel; whereby through this change made, the method used until now—that one of the Elders had to be at the same time a member of the Political Council—comes to lapse, it being understood on that account to exempt them from this henceforth; the Government further reserving to itself until a further opportunity the prescription of such matters or articles as can and must serve as a rule and guideline, particularly having reference to that which the Political Commissioner as well as the Minister, as President of the Church Council, have to observe; to which latter remains deferred the calling of the meeting, provided he gives notice thereof beforehand, or causes notice to be given, to the Political Commissioner, so that the latter may regulate himself accordingly. The matters being concluded in the manner aforesaid, the following persons were promoted, increased in pay, and admitted into the Company's service, as well as discharged from the same, etc., as follows: Instead of Abraham Penning, the Master Surgeon of this outer town, who passed away these days, it was agreed to appoint as such again Jens Niels Kalhoven, with an allowance of f40 per month. Furthermore, the Assistants Jacob van Tessel the Younger and Francois Rousseaux were promoted to Bookkeepers at f30; and the fellow Assistant Jan Willem Luijken was appointed as Commissioner in the Mint here, with a like promotion to Bookkeeper; as well as the Provisional Assistants Steven Lodewijk Brus and Johan Stephaan Pleiner, the first to Junior Assistant at f16, and the second to Absolute Assistant at f24. Further, the Assistant's board money was granted to the Sailor serving at the Trade Office, Wiggert Hendrik Langenberg, and admitted to the clerical service at the said Office the Soldier Fredrik Gustaaff Hoederbergh. Furthermore, the Drum Major Jan Valentijn Venro was transferred to Sergeant in order to transfer as such to Palliacatta, and in his place appointed again as Drum Major the Private Drummer Johannes Neeff at f20, and allowed to advance to Fife Major at f16 the Private Ditto Casper van Briel; also the Sailor Jurgen Hageman promoted to Quartermaster, the Soldier Jacob Christiaan Poolman to Gunner, and the Gunner Christoffel Lodewijk Schrijver to Sergeant; the Corporal David Davias to Gatekeeper in the Mint; the Gunner Jan Adolff van Grijpsiel transferred to Quartermaster; the Young Sailor Wilhelmus Dideriks transferred to Soldier with an increase in pay to f9; and to the Boatswain's Mate Simon Gardenier was granted the salary of f16 per month. And further admitted into the Company's service: Jan Willem Berg of Hamburg as Bombardier, as upon examination [illegible]
Dutch transcription
259 Den 11 April 1714. Den 11e April 1774. een persson Enten wat eijnde. deliberatie daar over. hoofd administrat zijn het selve door zijn. E dier vergadering gediffereerd gelaaten z raad aan sig gereserverd houd is komen te vervallen Uijt dien hoofde steeds tot een der Ouderlingen g'eligeerd was geworden, een van de onder Cooplieden, die als Lid in de Politie sitteng hadde, en ook wel by een enkeid het welke seer mippen is geval eender Cooplieden, en alle twee Jaren eens ver„ „wisseld wierd, dog het geen voor sier oneijgen, en in noodsakelijk van sodanig een wel geschikte huijshouding noodsackelyk geoor„ „deeld wierd, dat een appart en Permanent Commis„ „saris Politicus was, en als sodanig van weegens de Regeering sitting in den kerken raad hadde, ten eijnde toe te sien, dat alles in ordre, en niets stryjdende teegens de wel gegevene beveelen van 's Lands overigheijd uijt den schoot van den souverain voortgevloeijd en toe„ „gens de goede Jntentie der Regeering wierd beslooten, ondernomen en Uytgevoerd, te meer den kerken Raad alhier teffens de besorging en Directie heeft van en over het armen Capitaal, en dat der Leprosen, soo is daar overgedelibereerd, en naar het voorbeeld der andere verklesing daar toe van de E Gouvernementen Goedgevonden en verstaan, den E Hoofd administrateur Henricus Leembruggen te verkiesen en aanteftellen tot Commissaris Politicus„ berijdwilig anrening gelijk sulx door sijn E: met alle bereijdwilligheijd wierd aangenomen, en mits dien al verder verstaan is, den ontslag van Tessel als ouder„ OnderCoopman en Essaijeur Iacob van Tessel; die als ouderling, en teffens Commissaris Politicus tot nu toe Sitting en den kerken Raad gehad, dog mits ruijme Expiratie van de gewoone tijd der sitting, te diverse malen versogt heeft, ontslagen te werden, daar van te ontslaan, en sijn plaats van ouderling te doen ver„ verwilling van deselfs laats „vullen met den onder Coopman en opsiender der wer„ „ken alhier Peraculus Mossel, komende dan door deese wat door deese verandering gemaakte verandering te vervallen de tot nu toe ge„ „useerde methode, dat Eender ouderlingen teffens Lid van den Politicquen Raad moeste weesen, die uijt dien hoofde verstaan wierd, daar van voortaan te Exi„ „meeren, Houdende de Regeering wijders tot nadere wat men omtrent de kirken Geleegendheijd aan sig gereserveert, het voorschrijven p ƒ van soodanige zaken off articulen, als kunnen en moeten dienen tot Regel en rigt snoer; en sonderheijd betrecking hebbende op het geene den Commissaris Politicus soo wel, als den Predicant, als President van den kerken Raad te betragten hebben, aan welke aan wie het laat aanseggen Laaste gedefereerd blijfft, het aanseggen van vergadering „ling door Mioziel aangenomen F mits E E 261 Den 11e. April 174 En onder wat niets sooner Aan Hilling vaan Caalhoven tot boek h: tot gecommatt: in de munt de Eerste tot Jong en de twede id absolut d' toevoeging van het adsistente en Matroos aan de Per Maijop. tot Sergeant „mits al voorens daar van kennisse gevende, off doende geeven, aan den Commissaris Politicus, ten eijnde dee„ „sen sig daar na reguleeren kan, bevordering van diverepser, De zaken in voegen voormeld off gehandeld weesende wierden de ondervolgende Perzoonen bevorderd, in Gagie verhoijd, en in 's Comp:s dienst geadmitteerd, mitsgaders uijt deselve ontslagen Et=:a als ten opperne: der bodijten stad. Jn steede van den deezer dagen overledene Opper„ „ „meester deeser buijten stad, Abraham Penning is verstaan weder als sodanig aan te stellen. Jens Niels bevordering van 2adsistenten kalhoven, met toelegging van ƒ40, ter maand, voorts wierdende adsistenten Iacob van Tessel de Jonge, en francois Rousseaux be vorderd tot Boekhouders aanstelling van een astent met ƒ 30„ en den meede Adsistent Jan Willem Luijken aangesteld tot Gecommitteerde in de Munt alhier met be vordering te borskh: met gelijke bevordering tot boekkhouder, mitsgaders „steven bevordering van 2 : adsistente de Provisioneele adsistenten ^ Lodewijk Brus, en Johan Stephaan Pleiner de Eerste tot Jong met ƒ16, ende tweede tot absolute adsistent met ƒ24, wijders kort Geld aan een soldaat het adsistente kostgeld toegevoegd aan den op het Negotie - Comptoir dienst doende Mattroos aan de Den 11e. April 174. Den Wiggert Hendrik Langenberg, en aan de Penne dienst op gedagte Comptoir geadmitteerd de soldaat Fredrik Gustaaff Hoederbergh, — Voorts den Tamboer Majoor Jan valenteijn Changering van de Tamboer venro gechangeerd tot sergeant om als sodanig naar Palliacatta over te gaan, en in sijn plaats weder aanstelling van een ander als Tamboer- Maijoor aangesteld den gemeen Tam„ „boer Johannes Neeff met ƒ 20, en tot Pfeiffer: maijor Jtem van een Pr peifer ma„ voor met ƒ16 met ƒ16, te Laten optreeden, den geemeene Dito Cas„ „per van Briel, soo meede den Mattroos Jurgen bevordering van een matroos tot quartfiermeester Hageman bevorderd tot Quartiermeester, den soldaat Een soldaat ta Cannonier Jacob Christiaan Poolman tot Cannonier, en den en een Cannocie tot segeent Cannonier Christoffel Lodewijk Schrijver tot Sergeant, Den Corperaal David Davias tot Portier inde munt, aanstelling van een portier in de mijet den Cannonier Jan Adolff van Grijpsiel gechangeerdt tet Changvan een Camn tet quasteten: quartiermeester, den Jong Mattroos Wilhelmus Dide, en van en mat:s tot soldaat „riks gechangeerd tot soldaat met verhooging in gagie tot ƒ9, en den Bootsmans-Maart Simon Gardenier toevoeging van ft6 dan een bootsprans waort toegevoegd de besolding van ƒ16 ter maand Sienn F 2 En verder in sComp:s dienst geadmitteerd, Jan admisse van en bonbardier Willem Berg van hamburg tot Rombardier, als bij niet ƒ20 Pen Examinatie
English
263 The 11th of April 1724. The 11th of April 1774. having upon examination been found to possess the requisite capacity for it, and thoroughly to understand his trade, and having served the Prince of Tanjore as Head of the Artillery for many long years; further, as soldiers at f 9, Bastiaan de Costa of Jaggernaikpoeram, Francisco de Rosayro of Nagapatnam, and Manuel Louis Alres of Sadraspatnam; for soldiers to the Ensign, Hendrik Jacob Ladeurg and Christiaan Hendrik Steenkelder, both of Jaffanapatnam; likewise as boys at f 5, Hendrik van Slaveren of Nagapatnam, Nicolaas Heens and Johannes Heens, both of Jaggernaikpoeram; as deckhands at f 7, Poliarchius Jansz of Portonovo, Jacob Pietersz of Nagapatnam, and Jacob de Costa, also of Nagapatnam. On the other hand, upon his request made by petition, and upon the expiration of his most recently contracted term of service, the second mate Remmelt van der Wolde of Wildervank was discharged from the Company's service, with permission at the same time to earn his living by free seafaring, and in witness thereof, to deliver to him the extract hereof. The assistant Hendrik Bietjens of Nagapatnam, behaving worse and worse, it was resolved to dismiss him entirely from the service and let him seek his fortune elsewhere, as he is no longer receptive to any corrections applied to him on various occasions, much less to admonitions and reproaches; as also, for a similarly scandalous conduct, the soldier Jan Pietersz of Santen was demoted to sailor at f 9. Furthermore, there were admitted into service as soldiers under the Company of Easterners, with the ordinary pay of three rixdollars per month: Thome de Munti of Portonovo, Adam Ceylon of Colombo, Intje moeda of Goda, Simon of Colombo, Pada of Anquelle, Draman of Tambora, Balak of Batavia, Poel of Batavia, Saradi Bapaolanda, Poeasa, Saban, Rojal, Saval, Boeanrobo, Saopar, and Nata, all of Queda; furthermore, as corporal at four rixdollars, Cariem of Batavia; further, the corporal Poel Jeat Paggerman of Mangadoea was promoted to sergeant at 265. The 11th of April 1774. The 25th of April 1774. 5 rixdollars, and the soldier Soekoer of Mangadoea to corporal at four rixdollars per month; but on the contrary, it was resolved, because of the numerous villainies committed, to dismiss from the service and furthermore expel from this city the soldier Bandam of Colombo. Thus done and resolved in the Castle at Nagapatnam, date as above. Signed by all. Monday, the 25th of April 1774. In the morning at seven o'clock. Meeting of the Council of Policy. Absent: The merchant and Fiscal Martinus Koning, on account of illness. A packet of papers from Batavia was opened, brought by the ship Schoonsigt from the chief place of the Indies to Colombo for this Government, and received here yesterday evening alongside the ministers' letters of the 6th of this month, and found therein were the duplicate dispatches of Their High Mightinesses dated the 30th of September and 13th of December of the past year, dispatched hither, and, according to the minute recorded in the resolution of the 28th of March last, already received here. Thereafter, the Lord Governor produced an extract from the judicial roll of the 12th of this month, demonstrating thereby the irregular and resulting precipitate conduct of the chiefs of Bimilipatnam, held in releasing proprio vigore the native Nammielet Joemoedoe and Illa, wife of the fellow native Nammieramadoe, since from the circumstances accompanying the murder of a child committed there by four women, there are many reasons to establish that they also either had knowledge of the aforementioned crime, or themselves had a direct hand in it; so it is, in order to prevent such and similar unqualified conduct and inattentive proceedings in matters of justice in the future, resolved to convey to them
Dutch transcription
263 Den 11e April 1724. Den 11e. April 1o 74. een stourman En met welke permissie „vaal dier natie tot sevxeant gemeene den adsistent, en waarom Examinatie bevonden sijnde, daar toe die vereyschte Capaciteijt te besitten, en sijn metier grondig te ver„ „slaan, en 't seedert Lange Jaren den Vorst van Tansjoer admissie van 5 soldaaten als Hoofd van de Artillerij gediend hebbende, wijders tot soldaat met ƒ9, Bastiaan de Costa van Jaggermaijk„ „poerain, Francisco de Rosaijro van Nagapatnam, daar van zaan de Per en Manuel Louis Alres van Sadrespil nam, voor soldaaten aan de Ten Fendrik Jacob Ladeurg, en Christi„ „aan Hendrik Steenkelder, beijde van Jaffanapatnam; Jten ven 3 onges met /s v75r Jongens met ƒ 5 Hendrik van Slaveren van Na„ „gapatnam, Nicolaas Heens en Johannes Heens, beijde En 3 koopligpis met ƒ 7. van Jagger maijkipseam, ver keoplopers met 17. Poliar: „chius Jansz: van Portonovo, Jacob Pietersz van Naga¬ „patnam, en Iacob de Costa meede van Nagapatnam, ontslag uigtsCompdient van Daar en leegen wierd op sijne bij request gedane Jn„ „stantie, en met Expiratie in sijn Jongst aangegaan verband uigt 'sComp:s dienst ontslagen, den onder stuur„ „man Remmelt van der Wolde van Wilde:vank met permissie teffens, om sig met de vrije vaart te erneeren, en ten blyke van dien, het Extract deeses hem ter hand te stellen Den Adsistent Hendrik Bietjens van Nerga, Uyt den dienst setting van „patnam, hoe Langer hoe erger Comporteerende, is verstaan, denselven in het geheel uyt den dienst te sotten, en syn fortuin elders te Laten soeken, als voor geen Correctien te diverse malen aan hem geappliceerd, veel minder voor vermaningen en re„ „prochen in het geheel niet meer vatbaar sijnde, /soo diporteering van een Coldaat als om een gelyk ergerlyk gedrag te Matroos met ƒ9, wiert gedeporteerdt, aen soldaat Jan Pietersz van Santen, Alverder wierden tot soldaa, admissie van 17 oterlingen „ten onder de Compagnie Oosterlingen met de ordinal, „re besolding van Drie Rixdaalders ter maand, in dienst geadmitteerd, Thome de Munti van Portonovo, Adam Ceijlon van Colombo, Jntje moeda van Goda, simon van Colombo, Pada van Anquelle, Draman van Tam„ „bora, Balak van Batavia, Poel van Batavia, Saradi Bapaolanda, Poeasa, Saban, Rojal, Saval, Boeanrobo, Saopar, en Nata alle van Queda, mits„ „gaders voor Corperaal met vier Rijxdaalders Cariem van Batavia, voorts den Corporaal Poel Jeat Pag„ En beroedering van een Corpen „german van Mangadoea. bevorderd tot Sergeant met Den tot matrgos. 265. Den 11e AApril 1774. Den 25 April 1774. een Jnlands sildaat Battavias Cacqpuiet van het selve &a lyt on„ „genoegen daar over dat erreguldere behandeling der „verneur van een Justiteeel missive daar in. mitsg en sldat te opmen mot 5. Ryxdaarlders, en den soldaat soekoer van Mangadoea, tot Corporaal met vier Rijxdaalkers Uijt den dienst seting van Smaands, dog in teegendeel wierd verstaan, om de meenigvuldige gepleegde fielterijen uyt den dienst, en voorts uijt deese stad te setten den soldaat Bandam van Colombo, — Aldus Gedaan en Gearresteerd in 't Casteel tot Nagapat nam Datie voorschreeven /: was ge„ teekend door alle Maandag Den 25 April 1774. 'Smorgens te seven Uuren Vergadering van Politie Dem3to Den koopman en Fiscaal Martinus Koning mits Siekte ontfangst en opening van Wierd geopend een Batavias Pacquet Papieren, per het schip schoonsigt vande Jndiasche hoofd Plaasse voor deese Regeering te Colombo aangebragt, en gisteren avond neevens der ministers letteren van den 6 deeser maand alhier ontfangen, en daar in bevonden de Duplicaat Missivens van bevinding van 2. sublicaat Haar Hoog Edelens onder datis 30 7ber en 13' De, „cember anno passato dit heen affgevaerdigt, en volgens het aangeteekende ter Resolutie van den 28 Maart J:o leeden reeds hier ontfangen, Daar na Leijde den Heer Gouverneur over een overlegging door de heer Gou e Extract Uyt de Justitieele Rolle van den 12:e deeser Extract daar bij aangetoond werdende de irreguliere en aantooning daar bij van de daar uyt voortgevloeijde voorbarige behandeling Bimnilipant opper h: van de Bimilipatnamse opperhoofden, gehouden, in het relaxeeren prieve authoritate van den in wat saaken Jnlander Nammielet Joemoedoe en Jlla, vrouw van den meede Jnlander Nammieramadoe, nadien uijt de Omstandigheeden, waar meede de moord aan een kind door vier vrouwen aldaar begaan verseld waren, veele reedenen sijn, te moeten - en konnen vast stellen, dat zij meede, off kennisse aan het voor„ „meld de liet gehad, off selve meede direct de hand daar in gehad hebben, soo is, om sulke en diergelijke besluyt te verkoming ongequalificeerde handelwijse, en in attente behan, haer te betuijgen „delingen in het stuk der Justitie in het vervolg daar voor te 2
English
267 The 25th April 1774 with what order. And a circular order, to the chiefs of the offices for their arrival. The same day and as above. to prevent the citizen stede, especially regarding the gathering of documents, concerning which, in the aforementioned cited case, work was also conducted and handled not without confusion, it was approved and agreed to express to those chiefs in particular the displeasure of this Government over it, and to reproach them for their conduct and actions maintained therein, with the order that in the future, contrary to hope and expectation, should similar regrettable cases occur, to act in that regard with somewhat more attention and deliberation, and not to release anyone on whom there is merely any suspicion, for any reasons or considerations, nor to commit any errors, whereby the Judge would be rendered unable to judge the matter properly and with complete reassurance, and to pronounce their decision; further, by circular, to recommend to the collective Chiefs of the subordinate factories, under transmission of the copy of the aforementioned Extract from the Judicial Rolls, regarding the point of Justice in general, The 25th April 1774. and to exercise all vigilance regarding the matters particularly noted in the said Extract, since otherwise many doubtful and obscure circumstances could result for the Judge, and Since by the Jaggernaijkpoeram citizen Jan Steens, by an ample Request, substantiated with various proofs, strong complaint was made regarding the unreasonable treatment in matters of trade and money loans done to him by the Jaggernaijkpoeram merchants Batijoe Camalam and Batijoe Trinambalam, it is, if it is the truth and can be proven, that everything set down in that letter of complaint, which along with its appendices had circulated among the members for reading and has now been brought in for decision thereon, those traders have overstepped too far, approved and agreed to summon both those merchants to this place, in order to answer such claim as the said Jan Steens has brought against them, and to determine for them the time of 2 months for their arrival at this place, with the order to be sent that they must manage to be here within that time, or, and regarding in case 3 269 The 25th April 1774 The 25th April 1774 And threat their arrival master of equipment in readiness of the used for that purpose individuals had looked around for Governor on gun carriages etc. in case they cannot come in person for one reason or another, to send at once authorized representatives, provided with full power and authority, to this place, in order finally to unravel the outstanding affairs between them and Jan Steens, and to bring them to liquidation, under the threat that in case they, by exceptions or frivolous evasions, attempted to postpone the settlement of this matter still further upon their arrival or the sending of authorized representatives to this place, as had been done up to now through all kinds of impermissible means, such means of constraint would then be used and applied as should be found appropriate; likewise to order the Chiefs that, should those merchants resolve to come over here in person, they as well as those traders would then have to make and take such arrangements and precautions that their absence would not serve as any hindrance to the collection of linens so far as their share therein was concerned; and After this, it was shown to the members by the well-mentioned Lord Governor that, having discovered that various cannons, both brass and iron, lay on the ground upon and in front of the Company's timber yard because there were no gun carriages and rampaarden for them, His Honour had therefore caused timber to be sought among private individuals for the making of the necessary gun carriages, since for lack thereof, many bastions of the outer city, and especially the newly constructed point, next to the outer city bastion Hollandia, could not be properly mounted with cannons, and therefore some points of the inner city and castle had had to be stripped of cannons; and having been reasonably successful in procuring timber, he had caused 56 gun carriages of diverse calibers, 2 powder carts and their chests, as well as a limber, to be made ready for the artillery under the supervision of the Master of Equipment, since the others, namely the Overseer of Works and the Artillery Lieutenant Krugger, had excused themselves from it, according to a note thereof submitted. Lord Note timber etc. 6
Dutch transcription
267 Den 25e April 1774 met wat Last. En Circulair bevel, aan de opperh: der Comptoire tot hunne overkomst. Adij en wrt Cang. den burger stede voor te komen, in sonderheijd nopens het inwin„ „nen der stucken, waar omtrent meede in het voorsz: g'excteerd geval, niet sonder verwarring te werk ge„ „gaan en behandeld is, Goedgevonden en verstaan, aan die opperhoofden in het bijsonder, het ongenoe„ „gen deser Regeering daar over te betuijgen, en over derselver daar in gehouden gedrag, en verrig„ „ting te reprocheeren, met Lust in het vervolgt ee„ „gens hoope en verwagting diergelijke fackeuse gevallen voorkomende, daar omtrent met wat meerder attentie en overleg te handelen, en niemand daar maar eenig suspitie op is, om geene reederen, off in sigten vrij te geeven, dan wel eenige mesusen te begaan, waar door den Regter in het onvermogen wierd gesteld, om over de saak naar behooren, en met volkomen gerustheijd te kunnen oordeelen, en derselver Pecisie vellen, voorts Circulair de ge¬ „samentlijke Opperhoofden der onderhorige factorijen, onder toesending van het affschrift van het voormeld Extract uyt de Justitieele Rolle aan te beveelen negenshet jont we Jastienopens het poinct van de Jusitie in het algemeen, Den 25e April 1774. en ontrent de bij gemelde Extriact in het bysonder ge „remarquerde saken, alle oplettendheijd te gebruijken, de wijle anders veelet wyjffel agtige en duijstere Circum„ „stantien voor den Regter resulteeren konden en Door den Jaggernaijkpoeramsen burger Jan Heens, Bollering byj request door by een anopel Request, geadstrueerd met verscheijde bewijsen, kragtig gedoleerd zijnde over de onreedelyke behandelingen in Cas van Negotse, en geld Leenin„ gen, door de Jaggernaijkpoeramse Cooplieden Bat, over 2 der Jagg: Coplieden, „joe Camalam en Batijoe Trinambalam hem aangedaan, soo is indien de waarheijd is, en beweesen kan werden, te doene oproeving derselve, al het geen bij dat klagtschrift, dat neevens dies bij Pa„ „gen by de Leeden ter Lectura rond geweest synde, als nu ter Dispostie daar over binnen gebragt sijn, werd ter neder gesteld die handelaar sig te verre hebben ver„ „greepen, Goedgevonden en verstaan, die beijde Copleden dat heen op te roepen, ter aanthooding van sodanigen, waarom Eysch, als gedagte Jan Steens teegens haar heeft uijtge„ „bragt, en haar tot de overkomst dit heen der tijd van bevaling van 2 maanden maanden te bepaalen, met affte sendene Last, dat zij met wat Last. maaken moesten in die tijd hier te weesen, dan wel en omtrent ingevalle 3 269 Den 25e April 1774 Den 25e April 174 En bedreijging hun overkomst pagiemeester in gezeedheijd der daar toe verbruykte Jurculiee hadde laaten omsien Gouverneur aan affuijten &a. ingevalle om de een off ander oorsaak niet in per„ „soon overkomen kunnen, ten eersten Gemagtigdens, voorsien van volle magt en authoriteijt, dit heen te sen„ „den, om de uytstaande affaires tusschen haar en Jare steens finaal te demesleeren, en tot Liquiditeijt te te brengen, onder bedreijging, dat ingevalle zy hun overkomste, off sending van Gemagtigdens dit heen, door Exceptien off frivole uijtvlugten, de affdoening dezer zake tragteden alverder op de Lange bank te schuijven, gelijk tot nu toe, door aller hande onge„ „permitteerde middelen gedaan was, men dan sooda„ „nige middelen van Construnte soude gebruijken en toepassen, als bevonden soude werden te behooren, Jtem orlre aande gpech:bij mitsgaders de Opperhoofden te ordonneeren, dat, wan„ „neer die Cooplieden resolveeren mogten, in persoon herwaards over te komen, sij dan soo wel, als die han„ „delaars, sodanige schickinge en voorsorge souden moeten maaken en gebruijken, dat haare affwesend„ „heijd tot geen Empechement quam te strekken, in den Jnsaam van Lijwaten voor soo verre haar aandeel in deselve aangong en Hier na wierd door wel melde Heer Gouverneur vertoond gebrek do de heer aan de Leeden vertoond, dat ontdekt hebbende, en ver„ „scheijde soo metale als ysere Canons op-en voor de Tim„ „merwerff van de Comp:s op de grond Lager, uijt hoofde er geen afuijten en Rampaarden voor waren, dier; En dat tot dies aanmaking „halven sijn Edele naar houtwerken bij de Particulie„ „ren hadde Laten omsien, tot het aanmaken van de benodigende affuijten, alsoo door onstentenisse van dien, veele bolwerken van de buijten stad, en insonder„ „heijd de nieuw aangelegde Punt, naast de buijten stads bol werk Hollandia niet naar behooren met Canons hebben kunnen werden beplant, en daar om eenige binnen stads en Casteels Punten van Canons hadden moeten La„ „ten ontbloten, gelyk in het opdoen van houtwerken reedelijk wel geslaagd sijnde bij de artilluerij, onder op, hoe veel bereds bij de Eqrui„ „sigte van den Equipagie meester, alsoo de andere, off o: bragt waren ). den Opsiender der werken, en den artillarij- Luijlenant Krugger sig daar van g'excuseerd hadden, 56 ajpuijten van diverse Calibers, 2 kruijt-karren, en derselver kisten, mitsgaders een voorwagen hadde laten inge„ „reedheipt brengen, volgens een daar van ingekomene overlegging van een notitie Heer Notitie hout werken &a 6
English
271 The 25 April 1714 Cost of each gun carriage Insertion of those Papers . 16 Charcoal from the shipyard 200 baskets. . . . . . - 8. 8 — . Turning barrels in the wheels - - - - - - - - - - - - - - - - 7 6 . Bellows - Charcoal - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 175: 9: — -: Nelij Doppen. . . . . . . . . . . . . . . . . . 10 1540 Note of the woodwork, and other materials used for it; which His Honour produced, together with a demonstration made on his order from it showing the cost of each gun carriage separately, and of each Caliber as a whole, in order to be entered into the Trade Books, as is dealt with in the aforementioned Note and demonstration inserted below, reading as follows, At the Equipage were newly made for the service of the Artillery, as 5 Pieces Gun carriages of 18 lb 13 ditto of 12 lb 3 ditto of 8 lb 56 Gun carriages 13 ditto of 6 lb 10 ditto of 3 lb 10 ditto of 1 lb 1 ditto of 2 lb 2 powder carts, with 3 chests, namely 2 ditto on carts and 1 ditto on the gun carriage limber and the wheel 1: malkrgen and repaired trestle For this was used as follows 4 Pieces beams of 16 feet long and 18 inches square each Pag 29. —. Pag 116. —: — 12 ditto 25 feet long and 11 inches square each 14: 12: 174: —: — Swalpen 25 feet long 5 inches thick. - . . - - - - - 8: 12: —. 170 — – 47 ditto 4 and 6 inches thick, and 4 and 6 feet long. . . . 2. —. - 94 — — Pag 172. — Which Carry forward. . . . . . 5½ inches. . . . . . 6. - – . 18. — as 44 Swalpen 25 feet long 2 inches thick . . . . . . 3. 18 — 165 — 5 ditto 16 feet long . . . . . 6. — — 30: — 2 ditto 4 inches —½ inches . . . . . . . . . . . . . . . . 5 — 1543. 21 30 — Sum Pagodas 2315: 21: 30 and H - - - - - - 12. 6 — Carried Forward Pagodas 1772. — 2 Pieces ditto. . . . . . . . . - Pag. 5. . – 10. — — 2 ditto. . . . . . -. . . - - - - - - 3. 12. —. 7. — 6 ditto. . . . . . . . . - - - - - - - - 12. . . 3: — — 28 ditto. - - - - - - - - - - -. 1. 12. -. . . - 42. — — 2 ditto Large. . . . . . . . - 7. — —. 14 — — Sawyer - - - - . - - - - - - 60 10. 5 — Drillers. . . . . . . . . . . . . . . . . . 1. 20 5. 13 — 59 Pieces curved timbers as, 18 Pieces Rough ash timbers. - . . . - - - 340 ditto 107 ditto N 43 rough beams or ash timbers from the shipyard - - - - 2 -. -. 86 —:— ½ Roll Hollands Sailcloth - . - - - - - - - - - - 5 2. 10 2. 13. 5- 18 ditto small. . . . . . . . - - 6 —. . - 4. 12 — 15 Mill Planks of 1½ inches. . . . . . . . . 1: 6— 18:18 — 35 ditto and Tingtangse Planks - - - - - 1. 12 —. 52 12. — 240 lb Caijer Braad - - - - - - - - - - - - 4. 12. — 2100 pieces Carpenters - - - - - - - - - - 1:20: 109. 9 — 261 ditto coolies. . . . . . . . . . . . 60: 8. 3. 60. 1037 ditto Boys. . . . . . . . . . . . 40 21. 14. 40— 26648 lb Raw iron. . . . . . . . . - - - - 41¼ 572. 12. 30 — 64 lb Steel. . . . . . . . . . . . 1. -. . . 2. 16— 1½ Barrels Tar. . . . . . . . . . - - 5. 2. 10. 7. 15. 15 — 3268 smiths - - - - - - - - - - - - - - 1. 60 238. 7. — 94 ditto. . . . . . . . . . . - 1: 20: 4. 21— 254 ditto . . . . . . . . . . . . 2. 60 29: 2. 40 — 1 ditto - - - - - - - - - - - - - 6. — 1355 Common coolies. . . . . . . . . . . . 60 42. 8. 20- bratjes - - - - - - - - - - - - - - 22. 20. 20 — The 25th of April 1774 3 1 s 20 8½ . . . . . . . . . . . . . . . 4. 2 9 —
Dutch transcription
271 Den 25 April 1714 kostende van ider afuijt Insestie van die Papieren . 16 houts koolen van de werff 200 manden. . . . . . - „ 8. 8 — . Tonnen in de wielen te draaijen - - - - - - - - - - - - - - - - 7„ 6 „. Blaasbalgen - houtskoolen - - - - - - - - - - - - - „ - - - - - - - „ 175: 9: — -: Nelij Doppen. . . . . . . . . . . . . . . . . . „ 10 1540 Notitie van het houtwerken, en andere materia„ „len daar toe verbruijkt;, die sijn Edele al soo wel pro„ neevens zen aantooning van 'te duceerde, als een ter sijner ordre daar uijt geformeer„ „de aantooning van het kostende van reder affuijt. appart, en van ieder Caliber in het geheel, ten eijnde by de Negotie-boeken ingenomen te werden, gelijk by d' voormelde hier onder geinsereerde Notitie en aan¬ „thoning aldus Luydende, verhandeld staat, Bij de Equipagie zijn nieuwe aangemaakte ten dienst der Arthil„ ƒ „leri, als 5 P„s Affuijren de 18 lb 13 „ —„ 12„ 3„ - „ 8„ 56 Affuijlen -„ 6„ 13„- 10 „ _ 10 „ 1„ 2 „ kruijt karren, met 3 kisten als, 2 do op karren en 1 d' op de afuijt voorwagen en de t wiel 1: malkrgen & gerepareert bock Daar toe is verbruijkt als volgd 4 — P:s balken van 16 voet lang en 18 d„s in't verkant ieder Pag 29. —. Pag 116. —: — 12 „ _ 25. „ „ 11 „ „ „ „ „ „ „ 14: 12: „ 174: —: — Swalpen „ 25 „ „ 5 „ dik. - . . - - - - - 8: 12: —. 170 — – 47„ „ 4 en 6 d:m dick, en 4 en 6 voet lang. . . . 2. —. - „ 94 — — Pag 172. — Die Transporteere. . . . . . 5½ „ „. . . . . . „ 6. - – . 18. — als 44 „ Swalpen „ 25 „ „ 2 „ „ . . . . . . „ 3. 18 — 165 — 5 „ —o 16. . . . . . „ „ „ „ „. . 6. — — 30: — 2 „ — „ 4„ —½ — — „ „ „. . . . . . . . . . . . . . . . „ 5 — „ 1543. 21 30 — Somma Pagsden 2315: 21: 30 en H - - „ - - - - „ 12. 6 — Per Transport Pagcode 1772. — 2 P„s _o. . . . . . . . . - Pag. 5. . – „ 10. — — 2 „ _. . . . . . -. . . - - - - - - „ 3. 12. —. 7. — 6 „ _o. . . . . . . . . - - - - - - - - 12. . . 3: — — 28 „ „ _o. - - - - - - - - - - -. 1. 12. -. . . - 42. — — 2 „ _o Groot. . . . . . . . - „ 7. — —. 14„ —„— Sager - - - - . - _ . _ _ _ _ _ _ „ - - - „ —. 60 „ 10. 5 — Boorders. . . . . . . . . . . . . . . „ . . . 1. 20„ 5. 13 — 59 P„s kromhouten als, 18. P:s Broete ashouten. - . . . - - - 340 „ 107„ N „ 43 „ „ broete balken of ashouten van de werff - - - - „ 2„ -. -. 86 —:— ½ - Roll holt=s Zeijldoek - . - - - - - - - - - - 5 2. 10 2. 13. 5- 18„ „ _ kleene. . . . . . . . - - „ — 6 —. . - 4. 12 — 15: „ Mole Planken de 1½ d„m. . . . . . . . . 1: 6—„ 18:18 — 35 „ - - _o en, Tingtangse Planken - - - - - „ 1. 12 —. 52„ 12. — 240 lb Caijer Braad - - - - - - - - - - - - „ - - „ - - „ . „ 4. 12. — 2100: p„s Timmerlieden - - - - - - - - - - „ —. 1:20: 109. 9 — 261 „ _o koelijs. . . . . . . . . . . . . „ —„- 60: 8. 3. 60. 1037: . . _o Jongens. . . . . . . . . . . . „ —„ —40„ 21. 14. 40— 26648 lb Yzer ruw. . . . . . . . . - - - - „. . . . „. . . 41¼ 572. 12. 30 — 64 „ Hael. . . . . . . . . . . . . „ — „ 1. „ -. . . 2. 16— 1½ - Vaten Theer. . . . . . . . . . - - „ 5. 2. 10. 7. 15. 15 — 3268„ . . smits - - - - - - - - - - - - - - „. . . . 1. 60„ 238. 7. — 94: „. _ . . . . . . . . . . - „. . . „ 1: 20: 4. 21— 254 „. __o . . . . . . . . . . . . . „. 2. 60„ 29: 2. 40 — 1 „ _o - - - - - - - - - - - - - „ - - - - „. . 6. — 1355: „ Gemeene koelijs. . . . . . . . . . . . „ —„ — 60 42. 8. 20- - - bratjes - - - - - - - - - - - - - - „ - - - - - - - 22. 20. 20 — Den 25e. De April 1774 —„ 3„ 1„ s 20 „ 8½ . . . . . . . . . . . . . . . 4. 2 9 —
English
The 25th of April 1774. The 25th of April 1774. Consumed for 5 eighteen-pounder carriages, namely: 2½ pieces of beams of 16 feet long and 18 inches square rough ash wood for axles and barrels, namely: 3 rough beams, or ash woods ash woods 4 pieces of beams of 25 feet long, and 11 inches square 15 mole planks of 1½ ditto thick 4400 lb of raw iron, namely: 3628 lb forged ditto 772 loss For carpenters, sawyers, borers, etc.: 3/8 barrel of tar for the tarring of the said carriages 16 lb of steel 50 baskets of charcoal from the yard. Consumed for 13 twelve-pounder carriages, namely: 8½ pieces of swalps, namely: 3 pieces of swalps of 16 feet long and 5½ inches thick 11 pieces of swalps of 25 ditto 30 ditto 4 and 6 inches thick by 6 feet long 25 ditto 25 feet long 2 inches thick 19 rough beams, or ash woods 35 compass timbers, namely: large and small 8255 lb of raw iron weighed out, namely: 7704 lb ditto forged 551 loss 1 fore-carriage and wheel 2 powder carts and 3 chests . . . . . . . . . . . . . . . . . 15. 12. 30 69: 16 — 2 — 8 — Statement of the cost of the newly made carriages, etc., as the same may be entered into the trade books, namely: Per piece Total 5 pieces carriages of 18 lb . . . . Pag: 82: 12: — ƒ 371: 5 pag 412. 12. — ƒ 1856. 5 — 13 ditto 12 ditto . . . . . . 65. —. — 292: 10 — 845. —. — 3802: 10 — 3 ditto 8 ditto . . . . . . 52. 4 — 234. 15 — 156. 12. — 704. 5 — 13 ditto 6 ditto . . . . . . 39. 4 — 176: 5 — 509: 3. — 2291. 1. 8 2 ditto 4 ditto . . . . . . 26. 3 — 117: 11 — 52. 6. — 235. 2. 8 10 ditto 3 ditto . . . . . . 24. 9 — 109. 16 — 243: 18 — 1096. 17. 8 10 ditto 1 ditto . . . . . . 8: 3. — 36. 12 — 81. 6. — 365: 12. 8 Sum Pagodas 2315. 2. 30 ƒ 10121. 10 — Thus, after resumption of the same, it was approved and agreed, resolving to have the same entered into the books, namely: 19 rough beams or axle woods 24 pieces of compass timbers 7930 lb of raw iron weighed out, namely: 7084 lb for ironwork on 18 carriages 846 loss 16 lb of steel 3/8 barrel of tar for tarring the said carriages 50 baskets of charcoal from the yard Consumed for 10 three-pounders, and 10 one-pounders, together 20 carriages, 2 powder carts, with 3 chests, namely 2 on carts and 1 on the carriage, and a fore-carriage of 1 wheel: 8 pieces of beams of 25 feet long, 11 inches square 16 rough axle woods 5790 lb of iron weighed out, namely: 4719 lb of iron weighed in 1071 loss 16 lb of steel 3/8 barrel of tar for tarring the said carriages 50 baskets of charcoal from the yard 8 pieces of mole planks of 1¼ inches for 3 powder chests 218 lb of iron for 2 powder carts 1 fore-carriage of 1 wheel 19 rough aforesaid The 25th of April 1774. The 25th of April 1774. account of the petty cash how much the balance under the last-mentioned date was reduced bookkeeper at ƒ 24. at the warehouses from ƒ 10 to ƒ 12 — master from ƒ 14 to 24 — to cause the aforementioned newly made carriages, etc., to be entered into the books according to the aforementioned statement to the debit of ordinary expenses. Resumption of the cash accounts. Also being resumed, the successive incoming council accounts of the petty cash here of the end of May, August, and November 1773, as well as the end of February 1774; the balance thereof, under the last-mentioned date, including the moneys running pro memoria to an amount of Pag 3825: 6: 50 therein included, having still amounted to Pag: 16714: 20: 40; but which on the 18th of this month, when a closer inspection thereof took place, excluding the moneys running pro memoria, which have since increased to an amount of Pag: 4425: 6: 50, in real and various coin species did not amount to more than Pagodas 5501: 5: 6, thus decreased since the end of February by Pag: 11213: 15: 34, whereof it was resolved to make note in this record. Lastly, the following persons were promoted and admitted into the Company's service, namely: Promotion of an assistant Engelbrecht Grashoff of Palicol, absolute assistant at ƒ 24.—, on account of expiration of time advanced to Bookkeeper at ƒ 30. for 5 years; the third master Jan Jansz earning ƒ 14. increased in wages to ƒ 24.— for five years; the assistant Gerret van Allen of Utrecht from ƒ 10 to ƒ 12; and the soldier Jurgen Alling of Amsterdam, earning ƒ 9 to ƒ 13, for three years; Matthias Hendrik Salder of Colombo, having previously served the Honorable Company on the island of Ceylon as an assistant at ƒ 24, but having left the service about four years ago and having since arrived here, was upon his pitiful request admitted into the Company's service in his former capacity of Assistant at ƒ 24. under an engagement of 5 years to serve as such or as a clerk at the Company's Trade Warehouses here, as a clerk had always been assigned thereto previously; furthermore, Vierwendoes van Tempel of Nagapatnam, Reijnier vander Venne of Palliacatta, and Nicolaas Pietersz also of Nagapatnam, as soldiers at ƒ 9: and a five-year engagement each, as well as Jan Cornelisz of Rotterdam, and Jan Casperz of [illegible]
Dutch transcription
Den 25 April 1774. Den 25 April 1774. Verbruijkt tot 5 agthien Ponden affuijten als, 2½ P„s balken van 16 voet lang en 18 d:m in 't vierkant broete ashouten tot assen en tonnen als, 3 broete balken, of ashouten ashouten 4: P:s balken van 25 voet lang, en 11 d:m in 't vierkant 15 „ Molle Planken de 1½ d:o dick 4400 lb ruw Yzer als, 3628 lb gesmeet dito 772: ; . verlies Vo. Timmerlieden, Iaagers, boorders, ensz: 3/8 vat Theer tot 't heeren der gem: affuijten 16 lb Staal 50: manden houts kool van de werff„ Verbruijkt tot 13 Twaelf Ponden Affuijten. als 8½ P:s Swalpen als, 3 P:s Swalpen van 16 voet lang en 5½ dr Dick 11 P:s Twalpen van: 25 „ 30: _o. 4en 6 d:m dick aen 6. voeten Lang 25: „ _o 25 voet lang 2 d:m dick 19„ broete balken, of ashouten 35: „ kromhouten als, groote en kleene 8255 lb ruw ijzer uytgewooge als, 7704 lb _o gesmeet 5„ 5 „ _o „ 16 „ „ 16 lb Htaal 3/8 vat theer tot t heeren der gem: affuijter 50„ manden houtskool vande werff Verbruijkt tot 3 Agt ponden 13 sesponders te amen 18 a:' sugter als 1½ P„s balken van 16 voet lang 18 d„m in 't vierkant 9 „ Swalpen „ 25 „ „ 5. dick „ 25„ „ „ 35„ Moole& Pintringse Planken swalpen van 4. en 6. voeten Lang en 4. en 6. duijm dik „ en 2. vier bonden 551 „ verlies 1 „ Voorwaagen en wiel 2„ kruijt karren en 3 kisten. . . . . . . . . . . . . . . . . „ 15.12. 30„ 69: 16 — 2„— „ 8„-- Aan't koning van het kostende der nieuw aangemaakte affuijten & soo als deselve bij de negotie boeken kan ingenomen werden: als, In't geheel t Pees 8 s 5: P:s Affuijten de 18 lb. . . . . Pag: 82: 12:— ƒ 371: „5 pag 412„12„— ƒ 1856„5— 13„ — „ 12„. . . . . . „ 65. —. „ 292: 10 —„ 845„—. — —„ 3802:10— - -. - „ 52„ 4- 234. 15 -„ 156„12. -„ 704. 5 —„ 6: . . . . . - „ 39„ 4: 176: 5—: 509: 3„ — „ 2291. 1. 8 „ 4„. - - -. - „ 26 3 — 117: 11 —„ 52„ 6. - 235. 2. 8 10„ —„ 3„. . . . . . „ 24. 9—„ 109. 16 —. 243: 18 — „ 1096. 17. 8 — Somma Pagoden„ 2315. 2. 30 ƒ10121„10— Soo is na Rresumptie derselve goedgevonden en verstaan, besluijt der selve bij de boeken 10: — „ 1„. „ . . . . . „ 8: 3. — 36. 12 —„ 81„ 6: - „ 365:12 8- te laten inneemen 3„— 19 briete balken off pashouten 21 24 P kromhouten 7930. lb ruw ijzer uytgewoogen als, 7034 lb tot beslag a 18 kfuijten 846„ „ verlies 16: lb staat 1/8 E vat theer tot theeren van gem affuijten 50: manden houtskool van de werffe Verbruijkt te s0 drie ponden, w' Een poncien te zamen 20 affuyten, 2 kruijt kamen, met 3 kisten als 2 op kar„ „ren. en 1 op de affuijt, en een voorwagen van 1: wiel 8 d„s balken van 25 voet, lang, 11: d:m in 't vierkant 16„ broete aashouten 5790: lb: ijzer Uijtgewoogen als, 4714 lb ijzere ingewoogen 1071 verties 16: lb: Staal 3/8 vat 'theer to t heeren der gem affuijten 50 manden houtskool van den werff 8: p=s mole Planken de 1¼ d„m tot 3 kruijt kisten 218 lb izer â 2 kruijt kanren „1 voorraagen van 1 Wiel 19 broete voormelde d V „ 19: 17. 13„— 54 „„ 18 273 265 Den 25e April 1774. Den 25 April 1774. reecq: der kleene hagel het retat onder de van Laast gem: datum 2: 2. verminderd was Boekhouder met ƒ 24. aan de Pakhuijsen ƒ10: tit ƒ 12 — meehter van ƒ 14 tot 24— voormelde nieuw aangemaakte affuijten Etc, ingevolge voormeede aanthooning bij de boeken ten Laste van on„ „kosien ordinair te doen inneemene Resumste van disenve Staal og geresumeerd weesende, de successive ingeko„ „mene Raat reekeningen van de kleene Cassa alhier van Ult„mo maij, Aug„s en November 1773. mitsgaders Ult„mo februarij 1774. zijnde het restant derselve, onder Laestgemelde datum, met de per memorie lopende hoe vel het surbij en ader oparan Gelden tot een montant van Pag 3825: 6: 50 daar onder begreepen, nog groot geweest Pag: 16714: 20: 40:; dog het welk op den 18 deeser, wanneer nader opnee„ „ming derselve is geschied, buijten de per memorie Lopende gelden, die 't seedert tot een bedragen van Pag: 4425: 6: 50, geaccresseerd is, reel en diverse munt„ specten niet meer geimporteerd heeft dan Pagooden 5501:5: 6 dus 't seedert Ult=mo februarij vermindert besluijtdar va antekingte met Pug: 11213: 15: 34, waar van beslooten wierd, in deesen aanteekening te houden E Laastelyk wierden de ondervolgende Personen verbeterd, en in 's Comp:s dienst geadmitteerd, als bondnagenen adsente Engelbrecht Grushoff van Palicol absolhut adsitent met ƒ 24. „ mits tijds Expiratie geadvanceerd tot e8 Boekhouder met ƒ30. voor 5 Jaren Den derde, verhoogigingage van een derde „meester Jan Jansz: winnende ƒ 14. in gagie verhoogd tot ƒ 24 — voor vijf Jaaren, den handlanger Gerret van Enven en andlanger van Allen van Utrecht van ƒ 10, tot ƒ12, en den soldaat Mitsg:s van aen sildaat Jurgen Alling van Amsterdam, winnende ƒ1 ut ƒ 13, voor drie Jaren, Matthias Hendrik Salder van Corombo, admissie van een adsistent te vooren de E Comp ten Eijlande Ceijlon als adsistent met ƒ24. gediend hebbende, dog voor een Jaar of vier: uijt den dienst gegaan en 't seedert alhier aangekomen zijnde, wierd op zyn Lamentabele gedane Jnstantie in 's Comp:s dienst geadmitteerd voor sijn voorig qua„ „liteijt van Adsistent niet ƒ 24. onder een verband van 5 Jaren om als soodanig off schrijver aan s Comp:s Negotie Pakhuijsen alhier dienst te doen, als te vooren. steets een pennist aan deselve bescheijden geweest zynde, Voorts vierwendoes van Tempel van Nagapat, Minste von 3 Collater „nam, Reijnier vander venne van Palliacatta, en Nicolaas Pietersz meede van Nagapatnam, voor soldaten met ƒ9: en een vijf Jarig verland ieder, „ Mitsgaders Jan Cornelisz van Rotterdum, en Jan 2 Mutresen met Cas perzz hinder
English
277 The 8th of June 1774. Caspersz of Curaçao as sailors at ƒ 11 each and a contract of three years; Furthermore as soldiers among the Company's Easterners: Drana of Bantam, Josana of Bugis, and Ramalan of Camponbaro, and on the contrary, upon his request, discharged from the Honourable Company's service the soldier Jacob Paulus of Nagapatnam, and it was accordingly understood to write off his wages from this day forward. Thus done and resolved in the Castle at Nagapatnam, date as above; was signed by all, except Martinus Koning. Wednesday the 8th of June, the year 1774, In the morning at eight o'clock. Council of Policy. Absent: The Assayer Jacob van Tessel, Owing to indisposition. This meeting having been expressly convened for the handling of diverse matters, there were initially submitted two extracts from the judicial rolls, dated 12 and 26 April last, showing that the special commissioners, who in conformity with the warrants granted for that purpose had been ordered to conduct the audit as of the end of February last of the respective administrations of this principal place, have confirmed under oath the reports submitted by them in that regard as to the accuracy of their proceedings concerning it; whereof it was resolved to make a record in these minutes. In like manner there were submitted another three extracts from the aforementioned judicial rolls, the first containing an application for a letter of recommendation to Bimilipatnam, to the effect that the monies or funds which Ensign Philip Pollich, serving there in the military, as co-surety for the insolvent sick-visitor Hendrick Penselink, is obliged to pay to the amount of pagodas 315 5/8 together with half of the legal costs amounting to ƒ 12: 20 to the estate of the late Major Hartwick Bonte—who, having stood surety alongside the said Pollich for the said Penselink on behalf of the former bookkeeper Gillis Willemsz van Schrick, had solely paid the amount of the entire debt, being pagodas 500 together with the interest accrued thereon at ¾ per cent per month, amounting together to pagodas 631¼, besides the aforementioned legal costs, pursuant to the subsequent sentence of the Court of Justice here dated 3 November 1772, while retaining his recourse against the said co-surety Pollich—be received into the Company's treasury there and remitted by bill of exchange to the executors of the estate of the said late Major Bonte. 279 The 8th of June 1774. The two other extracts likewise contained a similar application for a letter of recommendation to the chiefs of Jaggernaijkpoeram, so that the interrogatories submitted by or on behalf of the quartermaster Jan Muller, serving in the lawsuit initiated by him as husband and guardian of Anthonia Las against the second mate Jan Hansz, may be answered by the clerk Johannes van Heuren, the reader Godefredus van Welik, the soldier Huijbert Commers, and the gunner Barend Berggrien, and sent hither. It was resolved to agree to all of this, and consequently to have the requested necessary letters of recommendation prepared and dispatched to accompany the documents submitted therewith. Hereafter, it having been shown by the Honourable Chief Administrator Henricus Leembruggen that several servants currently in administration must provide sureties in place of those who have died and departed from this Coast, it was resolved to require His Honour to have those missing sureties provided, and, the deeds thereof having come in, to bring them in for resumption, etc.; just as there was now submitted the deed of suretyship executed by the merchant and fiscal here, Marthinus Koning, as a former member of the Hugli Council of Policy, pursuant to the resolution of this board of 11 April last, for the known Bengali tax of ƒ 10,821: 18: 10 regarding the ordered compensation for the arrears of the Bengali suppliers, to be brought up for resumption.
Dutch transcription
277 Den 8e. Junij 174. En 3 Oosterlingen van seer Coldaat rapporten van den opneem Caspersz: van Curasou voor Mattroosen met ƒ 11. ieder en een verband van drie Jaaren; Wijders tot Soldaarten onder de Comp Oosterlingen Drana van Bantam, Josana van Bogies, en Ra¬ ontslag huijt s Compagnieden t: malan van Camponbaro, en daar en teeier op sijn verzoek uijt haar Edele dienst ontslagen den soldaat Jacob Paulus van Nagapatnam, en wierd mits dien verstaan, desselfs Gagie van heeden afte laten affschrijven Aldus Gedaan en Gearresteerd Jn 't Casteel tot Nagapatnam Dato voorsz: /was geteekend / door alle / Excepto/ Martinus Koning, Woensdag den 8 S=e Junij A„o 174 Smorgens te agt Uuren Vergadering van Politie Dempto Den Essaijeur Jacob van Tessel Mits Indispositie Prodectieren Justite ederke Jeese bij een komste Expres belegd sijnde, ter ver¬ „handeling van diverse saken, soo wierden aanvanke„ Den 25e April 1774. „lijk overgelegd, twee Extracten uijt de Justituieele Rollen, de datis 12 en 26:en april J:o leeden, ten blijke ten Elijke van de belediging der dat de Expresse gecommitteerdens, aan de welke Con onder ato b: „form daar van verleende ordonnantien, aanbe„ „volen is geweest, het doen van den opneem onder Ultimo februarij J:o leeden, van de Respective aami¬ „nistratien te deeser hoofd plaatse, hun dierweegens overgegeevene Rapporten met Eede hebben bevestigt, voor de suijverheijd van hunne verrigting daar om„ „trent, waar van beslooten wierd, in deesen aanteeke„ te hoúden, Jnselsvoegen wierden over gezegdl, nog arie Extracten Jtem van nog drie Pligt voormelde Justitieele Rolle tendeerende het behelsende het eerste Instantie van vorschryvens na Bimilip eene Jnstantie, om voor sc kryvens naar bimilipatnam, En waaron dat de penningen of het geld, dat den aldaar mili„ „teerende vandrig Philip Pollich, als meede borg voor den Jnsolventen krankbesoeker Hendrick Een schink uer somma van pag: 315 5/8 neevens de helft van de proces ongelden importeerende Janums ƒ12: 20: verpligt is te voldoen, aan den boedel van den overleeden Maijr Hartwick Bonte, die neevens Lijk gedagte 279 Den 8 Junij 1774 Den 8e Junij 1774 saake van den sqaditermn ern muller aan zijn, E:s den fisgaal kioing Lasting „trateur van 't ontove: konden nodige Cautien voor de iadmi„ Jnstantien gedagte Pollick voor gen: Penselink ten behoeve van den oud Boekhouder Gillis Willema van Schrick borg gebleeven sijnde, het bedragen van de geheele schuld sijnde pag 5oo neevens den daar op verloo„ „pen Intrest van ¾ pr C„to smaands, te saamen monter„ „rende pag 631¼ behalven de voorm procesongelden, ingevolge nadeze vornissie van den Raad van Justitie alhier, de dato 3 November 1712, alleen betaald hadde, mits sijn quarant behoudende, op gedagte moede borg Pollick, in sComp:s Cassa aldaar te ontfangen, en pes„ „wissel overtemaken, aan de Executeurs in den boedel Erurerenter na Jag: ovordie van genoemde aflyvigen majoor Bonte, behelsende de twee andere Extracten almeede een gelijke Jnstantie van voorschrijvens aan de opperhoofden van Jag„ „gernaijkpoeram, om de door off van weegen den Quartiermeester Jan Muller overgelegde Intes¬ „rogatonien, in het door hem als man en voogd van Anthonia Las teegens den onderstuurman Jan Hansz g'entameerd proces dienende, door den scriba ende Johannes van Heuren, den voorleeser Godefreaus B van Welik den Collaat Huijbert Commers, en den Bosschieter Barend Berggrien beandwoord en herwaards gesonden te werden, in al het geen verslaan sonder andare inde brijde is, te Condescendeeren, en mitsdien de versogte nodige brieven van voorschrijvens ten geleijde der daar van overgelegde apieren, te Laten en gereedheijd brengen, en Expedieeren, Hier na door den E: hoofd administrateur Hen, wetonig en E: hoe a mn „ricus Leembruggen vertoond sijnde, dat verscheijde me sonde sij e :e in administratie sijnde bediendens borgen moeten stellen, in steede van die overleeden en van deese Custe vertrocken sijn: soo is verstaan het doen stellen van demondring va het selve die ontbreekende Cautien aan sijn E: te demandeeren, mitste paseren ates ter en de actens daar van ingekomen weesende, deselve ter resumptie etc: binnen te brengen, gelijk als nu overleging van de borijtegt voor wierd overgelegd, de acte van borgtogt, door den Koop„ „man en fiscaal alhier Marthinus Koning, als „geweese Lid van den Houglijsen Politicquen Raad, ingevolge het besluijt deeser tafel van den 11 april J:o Leeden gesteld, voor de bewuste bengaalsche belas, weg de eruste bagase be„ „ting van ƒ10821: 18. 10, omtrent de g'ordonneerde vergoeding der agterstallen vaan de bengaalsche Lijse aat Bosschieter Leveranciens re sumptie te brengen
English
281 The 8th of June 1774. The 8th of June 1774 And insertion of the deed of suretyship, which suretyship having been approved and accepted, it was resolved to insert the deed thereof into these presents, Today, the 5th of May 1774. Appeared before me, Willem Duynevelt, Secretary of the Coromandel Government, present the witnesses named below, the gentlemen Jan Apsingh, Dispencier, Dirk Buijs, pay-bookkeeper, Pieter Carel Muratel, bookkeeper, and David Vick, collector of the Company's revenues, who declared, in accordance with the resolution of the Council of Coromandel on the 11th of April last, to stand as sureties for the merchant and fiscal of this main settlement, the gentleman Martinus Koning, that in case their High Mightinesses, the Noble High Indian Government at Batavia, should not be pleased to grant the request made by the said Mr. Koning for discharge, or to be released from the payment of a certain sum of f 10821.18.10, which, in the ordered reimbursement of the arrears of the cloth suppliers at Hooghly in Bengal, named Kommelboos, Raadjikissor, Nobokissor, Hondosiel, Herriekisenboos, Busjoeboos, and Nehaeldeth, have remained unpaid on the money advances made to those traders from 1767 until the year 1769, and which, according to a memorandum on the distribution of those debts submitted to the Council of Policy at Hooghly on 22 October 1773, fell to his share as a former member of the said Hooghly Council, in order to indemnify the Honorable Company in that regard; and in case the same should not be in a position or be unable to do so, they will then each pay one-fourth of the aforementioned sum of f 10821.12.10 to the Honorable Company. To this end, they bind their persons and property without exception, subjecting the same to the constraint of all the Lord's laws and judges. Thus done and passed in the city of Nagapatnam on the date aforesaid, in the presence of Frederik Lutter and Adrianus Matheus de Silm, clerks at the secretariat, as witnesses. Signed: J:n Appingh, D:k Buijs, P:r C:l Muratel, and D:d Vick. Lower down: Known to me, signed: W:m Duijnevelt, Secretary. In the margin: In our presence, signed: F:k Lutter, and A:s M: de Silva. The Jaffanapatnam ministers having shown by their letter of the 26th of April last the difficulties that arise regarding having red cloths dyed because of the great mortality among the people there, which took away many dyers, and that those whom that plague or visitation had not struck had retreated deep inland elsewhere to escape its fury, requesting that their recently submitted requisition of raw cloths for red dyeing in the service of the Eastern governments may be withdrawn, it is understood to inform the merchants of this place not to deliver the 14 bales of raw cloths recently entrusted to them for procurement, namely For Macassar: 4 bales of percales For Timor: 2 ditto salempores For Padang: 8 ditto fine ginghams and thus to cancel the requisition thereof. 283 The 8th of June 1774. The 8th of June 1774 After which the Governor represented that the term of the contract entered into on the 31st of December 1770 with Teroemenij Chittij and Waijtenada Chittij regarding the sale of the bar copper, Japanese, having ended, those natives had expressed their inclination and willingness to enter into a new contract on the same footing and conditions as were stipulated and determined in the previous agreement, with the exception, however, of paying a certain amount of the value of that copper at Colombo, since that condition, because of the difficulties that had arisen in that regard since the conclusion of the first contract, had been withdrawn and lapsed. Thereupon deliberation was held, and the said Tieroemenij Chittij was summoned to the Council and conferred with about this; and his inclination thereto having also been expressed by him, it was approved and resolved to renew the aforementioned contract for another three years, and to have a document drawn up thereof as before, to be signed by those natives, the first as contractor and the second as surety. The sworn clerk Cornelis Obdam having submitted a request by petition to obtain an extract from the resolutions under the date of 12 May 1766 in the Council of Coromandel, as he needed the same in the lawsuit regarding priority and competition in respect of the estate of the deceased native Tanduaraijer Moddeliaar, on which he also held a claim, as further appears from the aforementioned submitted petition: To the Right Honorable, Esteemed Sir Reynier van Vlissingen, Governor and Director of this Coromandel Coast with its dependencies, together with the Honorable Members of the Respected Council of Policy. Right Honorable and Esteemed Sir, and Sirs, Your Right Honorable and Esteemed Sirs' humble and obedient
Dutch transcription
281 Den 8e Junij 1774. Den 8e. Junij 1774 En Insertie dier acte ministers tet verver van Roode „ne Eysch in te trecken wert houwe macoptatiete aden Lenevanciers, welke Cautie stelling goedgekeurd en geaccepteerdt Synde, goedgevonden wierd, de acte daar van in desen te Insereeren, Op Huijden den 5e Meij 1774. Compareerden voor mij Willem Duynevelt Secretaris van het Cormandels Gouvernements, present de natemeldene Getuijgen, D' Heeren Jan Apsingh, Dispencier, Dirk Buijs soldij boekhouder, Pieter Carel Muratel boekhouder, en David vick ontfanger van 's Comp:s Revenuen, de welke ver„ „klaarden ingevolge het geresolveerde in Raade van Cormandel op den 11e april J:o leeden, sig te stellen tot bor„ „gen, voor den Coopman en fiscaal deeser hoofd plaatse D' Heer Martinus Koning, dat ingevalle Haar Hoog Edelens deEdele hooge Jndiasche Reegering te Batavia, niet behagen mogie, in te willigen de gedaan weraende Jnstantie, door gedagte Heer koning, ter ontheffing, off om Gelibereerd te werden, van de betaling van seekere somma van ƒ 10821„18. 10. de welke inde geor„ „donneerde vergoeding der agterstallen van de Lijwaat Leveranciers te houglij in Bengale in Namen Kom„ „melboos, Raadjikissor, Nobokissor; Hondosiel, Her„ „riekisenboos, Busjoeboos en Nehaeldeth, op de aan die handelaars 't seedert 1767, tot in anno 1769 gedane Geld verstreckingen, onbetaald gebleeven sijn, en volgens een in Rade van Politie te Houglij, in dato 22 October 1773 ingediende memorie van verdeeling dier schulden, hem als geweese Lid van gedagte Houg„ „lijsen Raad te beurt is gevallen, om s E Comp:s daar geval omtrent schadeloos te stellen, en denselven in dat„ De Jaffanapatnamse ministers bij derselve= Leiteren Gemakt, warigh: door de Jasemnp van den 26e April Lestleeden, vertoond hebbende, de Lywaten swarigheeden, die er sig op doen, omtrent het Laaten verwen van roede Lijwaten om de wille van de groote Hterfte onder het volk aldaar, die veel verwers weg genomen, en die, die plaag of besoeking niet getroffen had, elders diep in het Land geweeken waren, om de woede derselve te ontkomen, met versoek, om hun Jongst En wrerk onde daar van gedan gedanen Eysch van ruwe Lijwaten voor de rood verwerijg ten dienste van de Oostersche goevernementen, ingetroc„ „ken mag werden, soo is verstaan de kooplieden deeser belijt den Eijsch daar van vy niet staat of onvermoogens weesen mogte, sulks te doen, als dan de voormelde somma van ƒ 10821, 12: 10 ider voor een quart aan de E Comp:s te sullen voldoene Verbinden ten dien eijnde hunne Persoonen en Goede „ren geene Uijtgesonderd, subjecteerende deselve ten verbande van alle 's heeren Regten, ende Regteren, Aldus gedaan en Gepasseerd in de Stad Nagapatnam dato voorsz: ter presentie van Frederik Lutter en Adrianus Matheus de Silm Clercquen ter secretarij als getuijgen, /:was geteekend:/ I:n Appingh, P:k Buijs, P:r C:e Muratel, en P=l vick /:lager:/ inkennisse van mij /:was geteekend. /. W:m Duijnevelt, Secretaris, /:in margine /. ons present /:was get:/ J:s Lutter, en H:s M de selva, niet steede te schryven waar door 283 Den 8e Junij 1774. Den 8 Junij 1774 Ie voemeng Chittij en waijtemada„ Chittij tot het fang aan eener nieuwe over een kiomst met welke uyjtsondering En waarom om een Exlrnct uyt de resolutie van 1766 3 Laaren te vernieuwen als Contract, ende tweede als steede te Laten aanseggen, de Jongst aan hun ter besor: „ging opgedragene 14 Packen, ruwe Lywaten, als Voor Macasser 4 Packen parcallen Voor Timor 2 d:o: Salempoeris Voor Padang 8 d„s Gingam fyne, niet te Leveren, en dus den Eijsch daar van te Laten affschrijven qaante koper Contract met schie Waar na den Heer Gouverneur vertoonde, dat den tijd van het onder dato 35' december 1710. met Teroemenij Chittij en Waijtenada Chittij aangegaan Contract, wee„ C: betuijgde Jnslinutie dor den ens het Debet van het staaff koper: Japans, g'eyndigd weesende, die Jnlanders hun inclinatie en genegendheijd betuijd hadden, tot het aangaan eener nieuw Contract op dien selfden voet en Conditien, als bij de voorige over„ „eenkomste gestipuleerd en bepaald waren, met reyt„ „sondering nogtans van het betaalen man een seekere montant van het bedragen van dat koper, op kolombo, al soo die Conditie 't seedert het aangaan van het eerste Contract, om de wille van de difficulteijten dierweegens e „ende Aan den wel Edelen Eestr Heer Reynier van Vlissingen Gouverneur en Directeur deeser Custe Cormandel met den resorte van dien beneevens De Heeren Leeden van den Agtbaren Raad van Politie ed e WelEdele Gestrenge Heer, en Heeren Uwel Edele Gestr: en Edelens, onderdanige en ge„ opgekomen, ingetrocken en vervallen was, soo is daar Deliberatie daar over over gedelibereerd, en gedagte tieroemenij, Chittij, in Rade ontboden, en daar over onderhouden, mitsga„ „ders door hem sijn Inclinatie daar toe betrijk weesen„ „de goedgevonden: en verstaan, het voorm: Contract beslujt gen: Contac:t ven nog voor nog drie Jaren te vernieuwen, en daar van een dat geschrift door den Eersten„ geschrift gelyk te vooren te laten opmaken, om de or of den eerste als Contiractants en van ander als borg die Jnlanders ^ onderteekend te werden, Den Geswore Clercq Cornelis obdam bij request vorect bi reguest doorbdaan versoek gedaan hebbende, ter erlanging eener Extract Uijt de Resolutien onder dato 12' Mey 1766 in rade waarom van Cormandel, alsoo het selve benodigt hadde, in „ en Concurentie het proces in Cas van preferentie, ten opsigte van den Boedel van den overleedene Jnlande: tanduaraijer moddeliaar, waar op hij meede een pretentie was hebbende: nader blijkende bij het voormeld overge, Jasotie van dat geschift „gelegd versoek Schrift— borg laten teekenen opgekomen „hoorsaame 11 P
English
285 The 8 June 1774 The 8th June 1774 To have issued Notification by the Governor by letter written by him. obedient Servant Cornelis Obdam, Bookkeeper and sworn translator here, in the lawsuit in the Case of preference and Concurrence regarding the Estate of the deceased native, Taanduwarijer Moddeliaar, upon which he, the petitioner, also having a claim, is in need, in order to prove that some of the other Claimants, or Persons sustaining an action, and particularly the Company's Merchant Moetse Waijtilinga moddeliaar, are very unfounded therein, of an Extract from the Resolutions taken in the Council of Coromandel, dated 12th May anno 1766, whereby the Deduction submitted by the fiscal of this main settlement against that man's deceased brother, the former Interpreter of the Honourable Company Tiagappa moddeliaar, was resumed, and disposed thereupon, as well as decided, to have his houses and further possessions sold at public auction by the sequestrator and to refer those who might believe they have any action or claim against him to the Honourable Court of Justice, to institute their claim upon those proceeds; thus he very humbly requests your Right Honourable and Honourables that an authentic Extract thereof may be favorably issued to him, in order to be able to make the necessary use thereof. Which doing etc. Decision to grant him the same Thus it is agreed to grant him the same. Notification of the desertion of 5 soldiers Notification thereof to Carcal Refusal by the Governor of Carcal to return them on what grounds Insertion of a letter written regarding this from to Pondicherry Furthermore, the Governor gave notice to the meeting that on the 3rd May last, five soldiers named Gabriel Brunou of tuzenne, Tobias Ryke of Manheijm, Philip Rijke of Schoondijk, George trougod loser of Etemn, and Baltus Everlijn of Alsim, having deserted from the garrison here and proceeded to the French at Carcal, His Honour had claimed them back in accordance with the cartel from the Governor of that place, Monsieur Hocquart, but had been refused by the same to return them, on the grounds that all those persons were not only French, but also most of them had served in the armies of the French, as appeared further by his letter written on that account dated the 4th of the said month of May, reading as follows: Honourable Sir I have had notice of the 5 men whom Your Honour claims from me by Your Honour's letter of the 3rd May, which I received immediately, but those people are all French, and several among them have served in our armies; if it were otherwise, Sir, then I would have had the Honour to give Your Honour notice thereof, and it is only after having examined them well that I was persuaded to receive them. I have the Honour to be with a very perfect esteem, Honourable Sir, Your Honour's very humble and obedient Servant, was signed Hoequart, in the margin Karikal the 4 May 1774. That His Honour, discovering from the aforementioned Governor
Dutch transcription
285 Den 8 Junij 1774 Den 8e Junij 1774 Laaten afgeeven kennis geving door de heer Geruerd door hem gesc: brief. „verneul van daar tot dies „hoorsame Dienaar Cornelis Obdam Boekhouder en cesworen translateur alhier, in het proces in Cas van preferentie en Concurentie ten opsigte van de Boedel van den overleeden in lander, Taanduwarijer Moddeliaar, waar op hij suppliaat meede pretentie hebbende, is tot bewijs dat sommige der andere Schuld Eijsschers, off actie sustineerende Perzoonen en wel voornamentlijk 's Comp:s Coopman Moetse Waijtilinga moddeliaar daar en seer ongefundeerd sijn, benoodigende, Extract uijt de Resolutien ge„ „noomen in Raade van Cormandel, de dato 12e Meij anno 1766, waar bij door den offecier deeser hoofd plaatse, teegens dien mans overleedene broeder, den geweesen Tholk der EComp:s Tiagappa modde„ „Liaar ingediende Deductie geresilmeerd, en daar op gedisponeerd, mitsgaders beslooten is, sijne huijsen en verdere besittingen door den sequester per vendutie te doen verkoopen en de geene die eenige actie, off pre¬ „tentie, op hem vermeenen mogte te hebben, naar den Agtb: raad van Justitie te renvooijeeren, om haar preten„ tie op die provenu te institueeren, zoo versoek hij wel Edele Gestr: en wel Edelens seer ootmoedig, dat hem daar van Gunstiglijk Extract authinticq ajge: „geeven werden mag, ten eijnde daar van het nodig gebruijk te kunnen maaken, /onderstond/ 't welke doende & &5: d besluijt hem het selve te Soo is verstaan het selve hem te laten affgeeven, van de dpsertie van p Sildaten orts gaff den Heer Gouverneur kennisse aan de verga„ „dering, dat op den 3' Meij J„o leeden, vyf soldaaten in namen Gabriel Brunou van tuzenne, Tobias Ryke van Manheijm, Philip Rijke van Schoondijk, George trougod, Ik het kennisse gehad van de 5 mannen die Uwel Edele van mij reslameerd per Uwel Ed leiteren van den 3e meij dewelke op stond ontfange, maar die menschen syne alle franschen, en menigtie onder haar hebben in onse armeen gediend, indien het anders ware, mijn Heer zoo soude ik d' Eere gehad hebben uwelEdele daar van kennisse te geeven, en het is maar naar haar wel g'examineerd te hebben, dat ik overgehaalt ber geweest om haar te ontfangen: Ik het d' Eere met eene seer volmaakte agting te sijn /:onderstond:/ Wel Edele Heer UwelEd: seer onderh: en gehoorzaame Dienaar /:was get: /. Hoequart :/: in margine / karikal den 4 Meij 1774 Dat sijn Edele ondervindende bij de gedagte Gou„ Geranekennis geeving daar „loser van Etemn, en Baltus Everlijn van Alsim, Uigt het guarnisoen alhier gedeserteerd, en sig naar naar Carcal Carcal bij de francen begeeven hebbende, sijn Edele de, waggering door de her Gou„ „selve ingevolge het kartel, van den Gouverneur dier plaetse Monsr Hocquart gereclameerd hadde, dog door denselven geweijgerd was, te rug te geven, op op wat sondament fondament, dat alle die persoonen niet alleen francen waren maar ook de meeste derselve in de armeen der francen gediend hadden, Gelyk sulx nader quam te blijken bij sijpie dierweegens geschreevene brief in dato Jnsertie van een dier weegens e 4 dergemelde maand meij, aldus Luijdende, 7 WelEdele Heer te rug geeven Loser verneur van na Pondscherij