Inventory 3400
Coromandel · 351 pages · 204 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
397 The 17th of August 1774. The 17th of August 1774. cellaret with silver fittings. Furthermore it is understood to charge Palicol for compensation ƒ202: 3. 8 or 5½ percent room, so much less having been rendered here upon the sorting of the rejected linens of that factory; likewise to charge the office Jaggernaikpoeram for the same purpose with the loss on the sold rejected pieces of that factory to the amount of ƒ194. 16 – but against that to credit that office with ƒ 4. 14 and Palicol with ƒ 2. 2, being the profits made on 4 pieces of Jaggernaikpoeram Guinea cloth bleached, and 6 pieces of Palicol salempores ordinary bleached, as also to Jaggernaikpoeram ƒ92. 12. 8 and to Bimilipatnam ƒ165. 16. 8 on account of the profit on the rejected linens sold here for the account of the merchants yonder, in order to credit those merchants' accounts therewith, while it was also understood to send the proceeds of those auctioned linens, namely in favor of Jaggernaikpoeram the amounts of Pag: 331. 10— and pag 1392. 19. 70, as well as to Bimilipatnam png 4007. — 43; all new Nagapatnam currency; with 4 percent agio, in kind when occasion serves. Upon a finding concerning the 31 bahars or 14380 lb of bark-cloth brought over by the thonij the Johana Maria from Cuddalore, it being shown that a quantity of 1004 lb was delivered short, of which 297½ lb having been allowed for 2 percent, there still remained missing 706½ lb; it is understood to have that underweight compensated by the Resident of Cuddalore, as being the supplier of the same, since it was considered very unjust if such were imposed on the tandel, because that extra deficit could be imputed to no one else than the said Resident, who not only weighed the said bark-cloth very sparingly to the tandel, but it was also not sufficiently dry when it was shipped, concerning which conduct, which has occurred repeatedly from that Resident, it was deemed proper to reproach him very earnestly, with orders to act more carefully in the future. According to a report made on this occasion, 25 freestone floor stones polished continuation 399 The 17th of August 1774. The 17th of August 1774. polished of 1 foot, and freestone floor stones being 1½ foot square having been accounted for short, out of that quantity which was to be found in the sloop the Nagtegaal, and which in the past autumn were transported with the same to Jaffanapatnam, it was, because that vessel in sailing out of the Caitse River having struck a rock was sunken and those stones were lost thereby, deemed proper to have the same written off under ordinary expenses. Lastly, the following persons were promoted, increased in pay, changed, and admitted into the Company's service, namely: The provisional assistants Willem Pietersz and Pieter Joansz, both of Nagapatnam, promoted to junior assistants at ƒ 16 Pieter Moel of Wijburg, corporal at ƒ14. — increased to ƒ 18 — Evert Evertse Sommer of Bergen, sailor from ƒ 10: to ƒ 12: — Jan Roos of Overschie, soldier from ƒ11 to ƒ 13 — Johannes Anter of Maastricht, also soldier from ƒ 9, to ƒ11 Lourens La Vast of Hoorn, gunner at ƒ 11: changed to soldier at ƒ 13 Roelof Roeloffsen of Mandaal, sailor at ƒ 12 changed to soldier at ƒ 14 — Anthonij Poel of Slave, sailor at ƒ 10 — also changed to soldier at his current earning pay. Further admitted into the Company's service Daniel de Ceur of Paliacatta, Johannes Gerrerdus of Anjengo and Domingo Ferdinandus of Paliacatta as sailors at 9 florins per month; Hendrik Jansz, Cornelis Dirksz, and Jacobus Schols, all three of Nagapatnam, as ordinary seamen at ƒ7: Laurens Koks, Hartwick Jeronimus, Thomas Hendrik, Jan Fransz, all three also of Nagapatnam; Joan de Rosaijro, Louis Andraao, Domingo Gousalro, Pieter Jillas, and Augustinus Kuijser, all of Sadraspatnam; Johan de Rosaijro and Jacob de Costa, both of Paliacatta; as well as Spikoe de Braso of Palicol, all as soldiers at 9 florins per month; As also
Dutch transcription
397 Den 17e. Augustus 174. Den 17e. Augustus 1774. „lond van Cordeloer verjoeden keldertje met silver beslag. Wwijden is verstaan Policoa ter vergoeding aantereekenen ƒ202: 3„8 of 5½ prCento Ruijm, soo reer bij her orleering alhier uytgeschotene Lijwaaten van die factorij minder gerendant hebben; soo meede het Comptoir Jaggernaikpoeram ten dien selfden eijnde ten Lasten te brengen het verlorene op de verklijte rijft schictten dier Cartorij ten bedragen van ƒ194. 16 – dog daar teegen dat Comptoir ƒ 4. 14 en Paucol ƒ 2. 2: ten goede te brengen, synde de behaalde winsten op 4 p:s Jaggernaikpoerams Guinees gebleckt, en 6 P:s Palicols salempoeris gemeen gebleekt, ge„ „lijk ook nog naas Jagjernaijsk poeram ƒ92. 12. „ 8 en naar Bimilipatnam ƒ165. 16. 8 weegens het gepropiteerde op de voor reekening der Corplieden ginter, alhier verkagte Uijtschet Lywaten, omdaar voor dier handelaars reekeningen gecrediteert te werden, terwijl teffens verstaan wierd de provenuen dier gevenduceerde Lijwaten, te weeten ten faveutie vaan Jaggernaijk poevain de montanten van Pag: 331. 10— en pag 1392. 19. 70, Mitsgaders naar Bimilipatnam png 4007. — 43; alle nieuwe Nagapatniamse Munt; met 4 p„r Cento opgeld, bij gelegendheijd in natura over te Senden Bij een bevinding van het per de Thonij de Johana tegu ij gelet b be Maria van Coedeloer overgebragte 31 bhaaren o„' 14380 lb bastlond, vertoond sijnde, dat een quantiteijt van 100ulb te min ruijtgeleeverd is, daar van 297½ lb g'2 prCento gevalideerd weesende, nog quam te ontbrecken 706½ lb; soo is verstaan dat wurwigt door den Resident van berlijt dedo der hednt kak Coedeloer, als den Leverantier derselve sijnde, te lauen vergoeden, dewijl voor secr: onbillijk verend g'oovased, waaron ingevalle sulx den tandel g'imponeerd wierde, na„ „dien die Extra te kortkoning aan niemand ander g'empputeerd konde werden, dan gedagte Resident, die niet alleen gemeld bastlond seer schaars den tandel heeft toegewoogen, maar ook het selve niet genoegsaam droog is geweest, toen het afgescheept is geworden, over welke gedoente, die te meermalen van Erande werkeleprock dien Resident is te voren gekomen, goedgevonden wiers, den selve wel ernstig te reprocheeren, met Last in den aanstaande, forgvuldiger te handelen Na Luijd eener te deeser geleegendheijd nog in het gelering en emn pongsinten t de Ciptal: de pagelboom dien Uijst „gekomene bevinding 25 arduijne Vloersteenen ge„ over Slepene vervalg 399 Den 17e Augustus 1774. Den 17e Augustus 174. aftr van de daier op onkorste ovedrde bevordering vn p' adistenten vr beterig van Copal Mattroos En =. Coliaaten soldtratien geslepene d'1 voet, en sarduijne vloer steen zeude de 1½ voet quadmat te kort verandwoord sijnde, uijt die quantiteijt, welke in de Chialoup de Nagtegaal te vinden, en in het gepasseerde na Jaar met deselve naar Jaffaniarpatnam overgebragt sijn, soo wierd, de wijl dat vaartuijg in het onseijler van de Caitse „Revier op een sclip gestoten hebbende gesouken is, die steenen daar bij te seckt geraakt sijn, Goedgevonden deselve op onkosten ordinair te laten afschrijven G Laastelijk wierden de ondervolgende Persoonen bevorderd in Gagie verhoogd, gechangeerdt, en in's Comp:s dienst g'admitteerd, als De provisioneele adsistenten Willem Pietersz en Pieter Joansz beijde van Nagapatnam bevorderd tot Jong adsistenten met ƒ 16 Pieter Moel van Wijburg Corponaal met ƒ14. — verbeeterd tot ƒ 18 — Evert Evertse Sommer van Bergen, mattroos van ƒ 10: tot ƒ 12: — Jan Roos van oversche Coldaat van ƒ11 tot ƒ 13 — Johannes Anter van Maastrecht meede ordaat Lourens La vast van Hoorn, bosschieter met ƒ 11: gjesckan C:langering van 3: paronen tot „geerd tot soldaat met ƒ 13 Roelif Roeloffsen van Mandaal, matiroos met ƒ 12 gechangeerd tot soldaat met ƒ 14 — Anthonij Poel van Slave Mattroos, met ƒ 10 — almeede gechangeerd tot soldaat met sijn thans win„ „nen de Gagie Voorts in 's Comp:s dienst geadmitteerd Daniel de Ceur Damise von dijne panseen van Palliacatta, Johannes Gerrerdus van Arijen„ „go en Domingo ferdinandus van PalliaCatta tot Matroosen met C9 — Hendrik Jansz Cornelis Dirksz, en Jacobus Schols „en alle drie van Nagapatnam „ tot hooploper met ƒ7: laer, Laurens koks, Hartwick Jornimus thomas Hen„ „drik Jan fransz: alle drie meede van Nagapatnam; Joan de Rosaijro, Louis Andraao, Doningo Gou„ salro, Pieter Jillas, en Augustinus Kuijser, alle van Sadraspatnam, Johan de Rosaijro en Jacob: de Costa beijde van PalliaCatta, mitsgaders Spikoe de Braso van Palicol, alle tot soldaten met Cgtermaand, van ƒ 9, tot ƒ11 ee van ƒ9 Soo meede
English
The 17th of August 1774. Exchange of a soldier to sailor. Jacob Hendrik Waard of Laxenburg, who came over from the Moors, is accepted as a soldier at ƒ11 per month. Furthermore, the soldier Johan Adolph Machard of Hessen-Cassel is exchanged to sailor with his earning wage of ƒ9, and for that purpose, with his bad conduct, degraded. The soldier Johannes van Langeren of Utrecht, as well as accepted as a soldier among the Company's easterners with the customary salary of three rixdollars: Ambaar of Malacca, Achamadse of Malacca, Troena of Malacca, Achamadoe Lebe of Ceylon, Pommachamadoe of Atchin, Allimama of Nagapatnam, and Frans Johannes of Amboina. Thus done and decreed in the Castle at Nagapatnam, date as above. Was signed by all, except Mr. Koning and Jacob van Tessel. Tuesday the 23rd of August in the year 1774. In the evening at five o'clock. Council of Policy. Absent: The Fiscal Martinus Koning. Receipt of a packet of homeland papers. Opening of the same, and what was found therein. Along with a letter from the Ceylon ministers of the 18th of July last received, a packet of homeland papers, brought out for this government with the ship 't Veldhoen destined for the Government of Ceylon, the same was opened in Council, and found therein the revered dispatches from the Noble High Respected Gentlemen Seventeen at the Chamber of Amsterdam dated the 20th of October and the 18th of November 1773, along with such annexes as stand specifically mentioned in the accompanying register obtained therewith from the 29th of November. Presentation of the petition of van Schrick. Requesting that his wage, stopped in the year 1771, may proceed again. Thereafter was read the petition of the bookkeeper and pay-transferer Gillis Willem van Schrick, discharged from the Company's service in January 1772 due to illness and with cessation of wage, tending in request that whereas from the indisposition, on account of which he had been under the necessity to temporarily quit or rid himself of Their Honors' service in order not to completely delay or neglect the same so far as concerned him, to the end of using the applied remedies for his recovery with greater utility and desired result, was now fully restored, and found himself perfectly in a condition to spend his time in the service of his paymasters, therefore, with the continuation of his earned wage, he may be employed in the service of the Honorable Company wherever and in such manner as this Government should think fit; so it is approved and understood to acquiesce in that made request, and consequently to let his wage proceed again from the middle of this month, and further to employ him for the occurring daily and other commissions, since, having already been a subaltern at one of the writing offices, it will not well be suitable to place him as a copyist at the same. Appointment of a Company merchant at Palicol. Instead of the merchant of the Honorable Company there, Cottari Mangaija, who recently passed away at Palicol, upon the proposal of the Lord Governor it is approved and understood to appoint again as such, and to admit into the trade, the native Gollamalaija. Admission of a soldier at ƒ9 and youth at ƒ5. Furthermore, there were admitted into the Company's service Jonas Jonasz of Nagapatnam as a soldier at ƒ9 per month, to serve as such at Bimilipatnam, and as a youth at ƒ5 Louis de Almada of Tranquebar. Thus done and decreed in the Castle at Nagapatnam, date as above. Was signed by all, except Mr. Koning. Saturday the 10th of September in the year 1774. In the morning at seven o'clock. Council of Policy. Absent: The Fiscal Martinus Koning, due to indisposition. Arrival of the ship the Pallas from Batavia. The ship the Pallas, projected by Their High Excellencies the Noble High Indian Government at Batavia as a return ship, and dispatched hither on the 8th of June last, arrived yesterday.
Dutch transcription
401 Den 17e Augustus 1714. Changering van een Soldaat tot Molttrois op tequet daar in bevonden is van Schrik ao 1771 gecesseerde gagie weeder mag 100r tlop: 2 soo meede tot soldaat met ƒ11 e den van de moren over„ „gekomene Jacob Hendrik waard van Laxenburg, wij, „ders den soldaat Johan Adolph Machard van Hessen„ „Cassel, gechangeerd tot Mattroos met sijn winnende Degagtering van een ander daar Gagie van ƒ9, en daartoe met sijn sligt gedrag gedepor„ „teerd, den soldaat Johannes van Langeren van Uytrecht, laarsmisse van 6 daterlingen mitsgaders nog tot soldaat onder de Comp:se osterlingen met de gereone beselding van drie Rijxs aangenomen; Ambaar van Malacca, Achamadse van Malacca, troena van Malacca, achamadoe Lebe van Ceilon, Pommachamadoe van Atchim, Allimama= van Naga, patnam, en frans Johannes van Amboina— Aldus Gedaan en Gearresteerd in 't Casteel tot Nagapatnam dato voorschreeven /:was ge„ „teekend, door alle :/. Excepto :/ M:s Koning en Jacob van Tessel. Dingsdag den 23 Augustus Ao 174... Des bvonds te vyjf uunen Vergadering van Politie Bempte Den fiscaal Martinus Koning Nevens een brief van de Ceylonse ministers van ontfangst van een vadimands den 18:e Julij J:o Leeden ontfangen sijnde, een pacquet vaderlandsche papieren, met het voor het Gouvernem:t Ceijlon gedestineerd schip 't veldhoen voor deese regeering Uuijtgebragt, wierd het selve in Rade g'opend, en daar opening van het selve, en wat inne bevonden, de gevenereerde missivens van de Edele Hoog Agtb Heeren Seventhienen ter kamer Amster„ „dam in datis 20 8ber en 18 9ber 1773. nevens sodanige bylagen, als by het daar neevens bekomen register van den 29: 9ber, daar aan, specificq vermeld Htaan Daar na wierd geleesen het Eeqreest van den in dienin van het requst van Januaryj 1772. mitssiekte en met stilstand van ga„ „gee uyt's Comp:s dienst ontslagene boekhouder en seldij ƒ overdrager Gelles Willem van Schrick, tenderende ten devende verolk dat syn in Jnstantie, dat vermits van de indispositie, om wel„ „kers wille hij in de needsakelijkheid geweest was, Den 23 Augustus 1 74. Dingsdag — Haar toe 71 E E 403 Den 23e Augustus 1774. Condessendance daar in te Palicols van Batacia Haar Edele dienst, om deselve, voor soo verre hem aangong, niet ten eenemaal te vertragen of verag„ „tenen, voor een tijd te quiteeren of sig daar van te ont„ „doen, ten eijnde met meerder nut en gewenschtes gevolg de g'appliceerde middelen ter sijner reconvalisa„ „tie te gebruijken; nu ten vollen hersteld was, en sig vol„ „komen in staat bevond om sijnen tijd te besteeden ten dienste van sipie betaals heeren, dierhalven met Coers„ „neming sijner gewonnen hebbende Gagie in den dienst van S'E Comp:se mag werden g'emploijeerd daar en soda„ „nig als het deese Regeering goedvinden soude, soo is goedgevonden en verstaan in die gedane instantie te Condescendeeren, en mits dien sijn Gagie weder voortgang te laten neemen, met medio deeses maand, Een warte hon te engloijerere en hem wyders tot de voorvallende dagelijkse en andere Commissien te emploijeeren, nadien reeds twee suppoost op een der schrijff Comptoiren geweest sijnde, niet wel voegelijk weesen sal, hem als Copiust op deselve te plaatsen, ranstun van ens Comps Cops Jisteede van den onlangs te Palicol overleedene Coopman der E: Comp:te aldaar Cottari Mangaija, is op den voorstel van den heer Gouverneur Goed gevonden Saturdag den 10e September Ao 1774. Smorgens ten seven Uuren Vergadering van Politie Benisto Martinus Koning Den fiscaal mits indispositie Het schip de Pallas door Haar Hoog amie van het schip de Callias Edelens de Eedele Hoog Indiasche Regering te Ba„ „tavia, tot een retour schip geprojecteerd, en den ^gisteren 8„e Junij J„o leeden dit heen gedepecheerd, mitsgaders„ en verstaan, weder als sodanig aantestellen, en in de handel te admitteeren, den Jnlander Gollamalaija, Voorts wierden nog in 's Comp:s dienst g'admitteerd Admisie van en Cutat met q Jonas Jonasz van Nagapatnam voor soldaat met ƒ9 termaand, om als sodanig op Bimilipatnam dienst te doen, en voor Jongen met ƒ5 Louis de Al, en Jongermet ƒ 5. —— „mada van Tranquebaar — E Aldus Gedaan en Gearresteerd, in 't Castieel tot Nagapatnam dato voorschreeven: was geteekend :/ door alle :/ Excepto:/ M:s Koning — Den 23e. Augustus 174. en verstaar eijndelijk ƒ
English
The 10th of September 1774. The 10th of September 1774. Chest with papers, what was found therein. Reading of the extract logbook of the chialoup the Nagtegaal, what it contains, dispatch of the same to Batavia. Sergeant Smals and his request. Having finally arrived in the roads here at nightfall after a voyage of three months and one day, and a small chest with papers having been received therewith, the same was opened in Council. Found therein were the well-mentioned revered Circular Letter of Their High Nobles dated the 27th of May last, and the general or separate letter of the 8th of the said month of June, together with such appendices as are stated in the register obtained thereof. Thereafter was read the extract from the logbook kept by Jan Hansz, second mate of the chialoup the Nagtegaal, which sank before the fort Hammenhiel in the Cayts River. It contains a detailed account of how and by what means that accident occurred, and further what was done from time to time for the salvage and preservation of ship, tackle, anchors, sails, and gear. Whereupon it was resolved only to keep a record of this, and to send a copy of the aforesaid paper to Batavia at the first opportunity. Furthermore was read the petition, submitted by way of a letter of complaint, from Sergeant Carel Smals, who came here last year with the Company easterners of Captain Kepping from Colombo as drillmaster. Therein he fully demonstrated that since he was stationed as such with them, he had always been able to get along well and agree with the officers as well as with the common soldiers, and had supported them, especially the common soldiers, by advancing money—which in times of want and necessity was very needful and thus unavoidable, in order to keep them from thefts and other licentiousness—and had withheld and deducted the same monthly from their pay each time, without any dispute or discord ever arising over this between him and the men. But that, contrary to expectations, on the 1st of this month, upon deducting what they had enjoyed in advance, 4 to 5 persons opposed this, and acting as ringleaders in the name of the entire company, showed themselves utterly unwilling to pay both the principal as well as the interest, without him being able to achieve anything, whatever effort he made through amicable representations. The 10th of September 1774. Notwithstanding his complaints made on that account to the Honorable Major Haselman as well as to Sub-Major Heijse, he had been able to obtain nothing more than merely the amount of 25 parras of rice, which he had purchased and provided for some of them during the course of the past month. Further demonstrating at large his innocence of having given any cause or reason for that commotion or agitation, but having only done what had always been customary among the warriors of that nation, to come to their aid in their need and poverty. Wherefore he could not possibly fathom the reasons for their obstinacy, unless the ringleaders considered themselves aggrieved over the discipline he maintains among them to prevent all wickedness and wantonness, or that they have been incited by some other ill-intentioned persons to rid themselves of their debt in this manner. With the declaration that it would fall very hard upon him to have to lose the money, amounting to over 300 rupees, outstanding among that company and not even belonging to him, as it was borrowed by him from others. But that he nevertheless dared not undertake anything, or put anything into effect with success, to secure what was lawfully due to him, without exposing himself to a notorious danger to his life and causing many pernicious consequences. With the request, therefore, that through the power of the supreme authority of the Governor here he may obtain his aforesaid advanced money, and at the same time may be discharged as drillmaster of that company on account of the disadvantageous consequences that he foresaw with a longer continuation therein. Everything being found set down more closely and fully in the aforesaid submitted writing, reading as follows: To the Right Honorable Sir, Reijnier van Vlissingen, Governor and Director of this Coast of Coromandel with the dependencies thereof, etc., etc., etc. Right Honorable Sir! In all humility, your Right Honorable's humble and obedient servant Carel Smals, sergeant in the service of the Honorable Company, makes known that in the said capacity he was sent here last year from Colombo with a company of eastern auxiliary troops of Captain Keping as drillmaster. That since the year 1766 at Colombo aforesaid, having been employed as such now with the one and then with the other company of Malays; and with this present one already since the year 1770, he never had any dispute or disagreements with any man of the same, whether officers or common soldiers, but always lived peacefully and well with all of them, and as The 10th of September 1774.
Dutch transcription
405 Den 10e. September 1774. Den 10e September 1774 Caste met Papieren daar in bevonden is Leesing van het Eetract dag Eegsteruer van de Chialoup de Nugtegaal wat het suve beheusd na Batavia sending van het selve Corpeant Smald. en versoekt eyndelijk na een reijse van drie maanden en een dag in het vallen van den avond op de Rheede alhier ge¬ ontfongst daar mede van een arriveerd, en daar meede ontfangen sijnde, een kasje opening van het schoe en wat met papieren, soo wierd het selve in Raade g'opend weesende, daar inne bevonden welmelde Haar Hoog Edelens gevenereerde Circulaire missive van den 27e Meij J:l leeden, en gemeene of afzonderlijke brieff van den 8:e der gemelde maand Junij, nevens sodanige bylagen als vermeld staan by het daar van bekomen Register Daar na wierd geleesen het Extract uijt het dag Register door den onderstuurman vande voor het fort Htam en hiel in de Caitse Revier gesonke Chialoup de Nagtegaal Jan Hansz: gehouden Erhelsende een omstandig verhaal, hoedanig en waar„ „door dat ongeval g'exoteerd, en voorts water al van tijd tot tijd verigt is, tot vedding, en behoud van stat te horidene an eken, nte en ar thuijg, waar van besloten wront in deesen eenelijk aanteekening te houden, en Copia van het voormeeld pa„ „pier bij geleegendheijd naar Batavia te senden, Liuingenen ergut ank Wyders wierd nog geleesen het Request by wijse van klagt=schrift ingerijt, van den sergeant Carel Snials, in anno pa: Jato mo:s de Comp:s osterlingen van Capitain kepping van Colombo als dril meester dit heen gekomen, daar bij ampel vertoonende, dat hij 't se, wat den selven daar bi verz: ond „dert als sodanig bij die geplaatst is geworden, altoc, met de officieren soo wel; als met de gemeene wel hadde konnen overeenkomen en verdragen, en haar, in sonderheijd de gemeene, met het vooruijt schiaten van geld, het geen bij gebrek en benodigtheijd, seer nood sakelijk en dus onver„ „meijdelijk was, om haar van dieverijen, en andere Onge„ „zegeld heeden aftehouden, ondersteund, en het selve 's maandelijk van hunne besolding terkens, weder in ge„ „houden en afgekort hadde, sonder oijt daar over eenig twist of tweespalt, tusschen hem en het volk onstaan was, dog dat teegens verwagting op den 1' deeser maand bij het afhouden van het geen se voor Uijt genooten hebben, 4 a 5 persoonen daar teegens g'opposeerd, en sig uls belhands uyt naam van de gansche Comp: gesteld hebben, sig finaal onwillig getoond hadden ^ als het Capitaal soo wel den intrest te betalen, sonder dat hij wat moegte ook door minnelijke vertooegen aangewend hadde bij wijse ongeagt 407 Den 10e. September 1774. ongeagt sijne dier wegens gedane klagten aan den E: Mijr: Haselman soo wel, als den onder Majoor Heijse iets meerder hadde konnen obtineeren, dan eenelijk het bedwagen van 25 parras Rijst, dic hyj geduurende den loop van de ge passeerde maand voor sommige van haar ingekogt, en verstreckt hadre, verders in het breede Demonstreerende, van sijn onschuld, dan wel enig aanleiding of orsaak tot die Commotie of bevoering gegeeven, maar eenelijk gedaan te hebben, het geen by de krijgers van die Natie, altoos practicabel was geweest, om haar in derselver nood en behoeftigheid te gemoed te komen, over sulx ommogelijk penctreeren konde, de reedenen van derselven op stinaatheijd, ten ware de belhamels haar ver„ „ongelykt hielden, over de discipline welke hij onder haar houd, tot weering van alle boos- en baldadigheeden, of dat se door sommige andere quade g'intentioneerde opge„ „stockt sijn, om haar op deese wijse van derselver schuld te ontslean, onder betuijging dat hem het seer harde soude vallen, het geld, diat hij ruijm 300 ropijen beawagende, onder die Compe. uijtstaande, en hem niet eens Competeerde, als door hem van andere geleend sijnde te moeten verliesen, dog dat hij egter niets dorste ondernemen, of met suces in het Wel Edele Gestrenge Heer! Geeft in alle onderdanigheijd te kennen uwel Edele Gestr: onderdanigen en gehoorsamen dienaar Cakel Smals, sergeant in dienst der E Comp:e en Jn die qualiteijt, in A:o passato van Colombo met een Compagnie oosterzelde hulp„ „troipen van Capitain Keping, als dril meester dit haer gesonder — Dat hij t seedert Ao 1766 te Colombo voorm: dan by de eene en dan by den ndere Comp: malaeijers, als sodanig g'emploijeerd geweest sijnde; en bij deese presente al 't selttert Ao 1770. nooijt met eenig man derselve, 't sy officieren of gemeenen, eenige twist of on „eenigheeden gehad, maar althoos vreedig, en wel met alle deselve omgegaan, en soo als Aan den Wel Edelen Gestrenge Heer Reijnier van Vlissingen Gouverneur en Directeur deeser Cutie Cormandel met den resorte van dien Er: Ev: Elva werk stellen konde, ter bemagtiging van het geen hem vet„ „tig toequam, sonder sig aan een notoir Levens gevaar 'tloot te stellen, en veele sernicieuse gevolgen te veroorsaaken, met versoek dierhalven, dat door het vermoogen van de opper„ „magt van den Heer Gouverneur alhier; sijn voorsz ruijt geschoten geld erlangen, en teffens als divelmeester van die Comp:e om de nadselige gevolgen, diehybig een langer Continuatie „ daar in te gemoed sag, ntslagen werden mag, alles nader en ampeleder ter needer gesteld werdende gevonden, by het voormeld overgelegd geschrift, Alaus Luijdende en Insterte van voorn Sublick Den 10e. September 1774. werk dat verslig vervolg
English
409 The 10th September 1774. The 10th September 1774. that is practicable everywhere, indeed even necessary and thus beneficial for the prevention of desertion and several other misdeeds very common among the aforesaid nation when they lack money, and is accordingly done by the captain or drillmaster of such a Company, and at times by both together, to provide the same on a moderate basis corresponding with their earned wages, against an interest customary among them, when having spent their wages they lacked money for maintenance in the current month, or when they were in distress for any other reasons, and subsequently to withhold the same, along with the accrued interest, upon the receipt of the wages, and that he has also effected the same with the present Company, both on Ceylon and at this place, in that manner, as this was voluntarily deferred to him, the petitioner, by their Captain, since he did not wish to meddle with it, and it was nevertheless very necessary for the prevention of disorders, without any dispute or difference ever having arisen between him and the men on that account, neither with the other Company nor with this one, or any complaints ever having been made about it, wherein he respectfully believes that convincing proof of his good and honest treatment of them is enclosed, and that he well knows how to deal with that nation, as he could not otherwise have maintained good relations with them for so long, since their temperament entails that at the slightest grievance of that nature they immediately resort to obstinacy, Yet that against all expectation and to his great grief, at the distribution of the wages of the preceding month, on the 1st of this month, 4 to 5 persons acting as ringleaders in the name of the entire Company suddenly showed themselves entirely unwilling to pay him principal or interest, and that notwithstanding his complaints made on that account to the Right Honorable Valiant Major and Commandant Haselman and the Under-Major Heijnk, he was unable to obtain or secure anything thereof, except solely the amount of 25 pacras of rice, which he purchased for some of them during the preceding month, as they would by no means give hearing or admittance to his accompanying proposal to satisfy at least only the principal on account of the expensive times, and that he would desist from the interest, but remained absolutely refusal to pay anything, whereas he can nevertheless declare in good conscience to have given not the least provocation for this, nor to have treated them otherwise than according to custom and as he has always done, so that it is impossible for him to penetrate the cause thereof, unless those ringleaders considered themselves wronged over the discipline which he, the petitioner, maintains among them to avert all outrages and misdeeds, or that they have been incited by some other ill-intentioned persons to discharge themselves of their debt in this manner, since it serves as convincing proof of the petitioner's just treatment that a part of the men, who are still well-meaning, even addressed him again themselves, asked for forgiveness, and declared having been dragged into this by the hair, expressing that they were sorry, and that they would gladly pay him, the petitioner, who had always helped and treated them well, but that they currently dared not do so for fear of being ill-treated by their mates, and against which conduct, as scandalous as it is unreasonable, the petitioner could take no effective action, nor apply any means of constraint, for fear that they might then perhaps resort to an uprising or mutiny, as they seemed to intend, and is their custom in similar circumstances, indeed indicating it not obscurely by their gestures and words, and which case could have resulted in great accountability both for him and for those who had tried to support him therein with good intentions, and no less detrimental consequences, Then since it would fall very hard on the humble petitioner if the money outstanding among them, which amounts to more than 300 rupees, and which is not even his own, but was also borrowed by him from others at interest in order to oblige them therewith while enjoying a modest profit, and through that way to prevent many disorders that otherwise take place among this nation, and principally theft and other misdeeds with which it is at times accompanied, primarily in the expensive circumstances currently experienced here, not to mention desertion, which can happen very easily at this place, instead of still gaining some profit therewith to be able to outweigh and make good the damage to which he is exposed in cases of death and desertion, etc., and which he has also already suffered, should be lost in such a brutal as well as unjust manner, and he nevertheless dares undertake nothing against it on his own, nor can put anything into effect with success, without exposing himself to notorious danger to life and causing many pernicious consequences, Therefore he turns to Your Right Honorable, humbly requesting him, through His Honor's supreme authority, to cause his aforesaid disbursed money, with its interest, to be obtained from that men, which he respectfully believes to be even necessary, since otherwise or in case they incited by this
Dutch transcription
409 Den 10e September 1774. Den 10en. September 1774. dat over al practicabel, ja tot preventie van die verip desertie, en meer andere boosheeden, onder de voorsz: natie seer gemeen, als se gebrek aan geld hebben, selfs noedsakelyk en dus heijlsaam is, mitsgaders mits dien door de capitain of drilmeester van soo een Compagnie, en ook wel door beijde te samen, gedaan werd, aan deselve wanneer se haare Gagie uijtgegeeven hebbende, in de lopende maandcebrek aangeld, tot onder„ „houd hadde, dan wel wanneer se om eenige andere oorsaaken daarom verleegen waaer het selve op een matige en met haar winnende Gagie overeenkomende wijse, tegens een onder haar gebruijkelijke intrest, verstrekt, en sulx vervolgens, nevens de verval, „len rhenten, by het ontfangen van de Gagie, ingehouden, mitsgaders het selve met de presente Comp:, soo op Ceijlon, als te deeser plaatse, ook in dier voegen g'effectueerd heeft, als sijnde sulx door den Capitain derselve aan hem suppliant vrijwillig ge„ „defereerd, nadien hy er sig niet meede bemoeijen wilde, en het egter tot voorkoming van ongeregeldheed secr necessair was, sonder dat ter sake van dien, nog met de andere Comp: nog met deese coht eenig disppuct of verschil teusschen hem en het volk ontstaan is, of daar over ooijt eenige klagte gedaan sijn, waar in hy in eerbied vermeend dat een Convincant beuijs, sijner goede en eerlijke behandeling met deselve, en dat hy wel met die natie weet omt=gaan, opgesloten legd, alzoo hy het anders onmegelyk soo lange bij deselve soude hebben kunnen goedmaken, nadien haar humeur meede brengt dat se by de minste verongelijking van die natuur, aanstonts tot obsti„ „naatheijd overgaan, Dog dat teegens alle verwagting en tot sijn grote smerte, bij het uyjtgeven„ der gagie van de voorleeden maand, op den 1 deeser 4 a 5 persoonen als becha„ „mels uijt naam van de gansche Compagnie te Eenerklaps sig faaal onwillig getoond hebben, hem Capitaal of intrest te betaalen, en dat hy niet teegen„ staande zyne dier wegens gedaane klagten, aan den welEdele Manh: Heer Majoor en commandant Haselman, ender onder Majoor Heijnk niets daar van heeft kunnen krijgen off bemagtigen, dan eenelijk het bedragen van 25 pacras Rijst, die hij geduurende aele op de voorleeden maand, voor sommige van haar heeft ingekogt, alsoo zy aan sijne meede gaande propositie om mits de duure tijd ten minsten maar alleen het Capitaal te voldoen, en dat hij van de Jntrest aesisteeren zoude, ock geensints genoer offingang verleenen wilde, maar absolut weijgerig bleeven, iets te voldoen, daar hij legter ingemoede verklaaren kan, daar toe geen de minste aanleijding gegeeven, off haar anders als na gewoonte, en soo als hy althoos gedaan heeft, behan„ „deld te hebben, invoege het voor hem onmogelyk is, de oorsaak daar van te kunnen penctreeren, ten waare die belkamels haar verongelykt hielden, over de ducipline welke hy Suppliant onder haar houd, om alle caldadig= en „boosheeden te weezen, of dat se door Sommige andere Quade guntentioneerde opgestookt syn, om haar op deese wijze van derselver schuld te ontslaan na„ „dien tot een overtuijgend bewijs van des supliants regtmatige behandeling strecken is, dat een gedeelte van het volk, die nog wel meenende zijn, sig selfs weeder bij hem g'addresseerd, om Excus versogt, en verklaard hebben, als by het hair hier toe getrocken te zijn, onder betuijging dat het haar Leed deed, en zij hem suppliant, die haar altoos geholpen en welbe handeld hadde, ook gaarn belaalen wilde, dog dat se sulx thans niet duijde doen, Uijt vreese van door haar maats qualijk behandeld te sullen werden, en teegens welk soo ergelijk als onredelijk gedoente door den suppliant niet met vrugt heeft kunnen werden in het werk gesteld, off eenige middelen van constraincte g'applicant, uijt vreese dat se dan somtijds tot een opstand off muijterij overgaan mogte, soo als sedat van intentie scheenen, en in diergelijke omstandigheeden haar gewoonte is, Ja met haar gebaar en woorden niet duijster te kennen gaven, en welk geval daar uijt groote verantwoording soo voor hem, als de geene die hem daar in met een goede intentie hadde tragten te ondersteuren, ontstaan en geen minder nadee„ „lige gevolgen geresulteerd konde hebben, Dan nadien het voor den nedrigen suppliant, seer hart vallen zoude indien het onder haar uytstaande Geld, dat ruijm 300 Ropijen bedraagd, en dat niet eens sijn eijgen, maar door hem ook van andere op Intrest celeend is, om onder het genot van een behoorlijk voordeeltje, haar daar meede te gewieven, en door dien weg veele ongeregeldheeden, welke anders onder deese natie plaats vinden, en voornamentlijk diefstal, en mar andere boosheeden waar meede deselve somtijds verseld gaat, principaal in de duure omstandigheeden, die men thans alhier beleefd, ongeagt nog de desertie, die ter deeser plaatse seer faciel geschieden kan, te prevenie„ „lenen, in steede van daar meede nog eenig prefijt te behaalen, om te kunnen op weegen, en goed maaken, de schaade waar aan hy by serfge„ „vallen, en Resortie Etr:a g'exponeerd is, en die hy ook reeds ondergaan heeft, op een dusdanige, zoo brutaale als onregtveerdige wijze verliesen moest, en hy op sig selfs egter daar teegens niets onderneemen durft, off met succes in 't werk stellen kan, sonder sig aan een notoir leevens gewair bledt te stellen, en veele peonicieuse gevolgen te veroorsaaken, Zoo werd hy sig tot Uwel Edele Gestr: ootmoediglijk versoekende hem door HoogH deszelfs oppermagt, sin voorsz: uijtgeschoten Geid, met dies Jntresten van dat volk te doen erlangen, en het welk hy in Eerbied vermeend selfs noodsakelijk te weesen, nadien anders of ingevalle, sij opgestookt door deeze
English
411 The 10th September 1774 The 10 September 1774. the Barlinlesterschap concerning the slow transport of the same to Colombo. exempt through this brutality of theirs from the payment of that which they legally owe, the other Company Easterners present here, concerning whom the same holds true, would also follow their example, and sometimes to that end conspire all together, whereupon very concerning circumstances could arise, since their nature and character are fully known, and furthermore favorably to dismiss him, the petitioner, as drill master of that Company, as he considers his life no longer safe among them, since, even though they should pay him now through the intervention of Your Right Honorable, and the matter be quasi settled, an inner hatred will nevertheless always remain between them and him, the petitioner, which they might at first, or as long as they are still here, conceal, but will later reveal when he must cross over again with them with one or more vessels to Colombo or Jaffanapatnam, or march from the last-mentioned place through the woods to Colombo, and then, he being alone among so many of their Nation and deprived of all help, they will, according to the bloodthirsty custom of their Nation, sacrifice him to their desire for revenge and take his life, since he cannot trust any of the officers, except the Captain alone, who, instead of backing him up, will encourage the people in their wickedness, not to mention that from now on it is already absolutely impossible for him to maintain proper discipline among them, since at the slightest punishment they will begin to mutiny and will pretext that he treats them badly out of hatred, was undersigned: Which doing the Honorable etc. etc. Dismissal of the said sergeant from the officers Thus it is, after deliberation, that however much it is the truth or a known fact that the lending of money in advance was always practiced, nevertheless upon the occurrence of disputes about it, the disputing parties had to settle with each other amicably, as being a matter which the Government judged ought not to come or be brought to the knowledge of the commander or the Government, but had to be settled mutually by the commanding officers, which, however, it appeared to the Government could not have happened, wherefore those people, or the unwilling payers found among them, could also not be forced to it by punishment or otherwise, without exposing oneself to a formal riot or mutiny, or else to the desertion of all of them at once, which was very easy to initiate and carry out here, resolved and agreed, solely to dismiss the said sergeant Carel Smals as drill master of that Company, and to send him with the boat De Pollux to Jaffanapatnam, in order subsequently to reach Colombo, so that he may institute and obtain his claim and right there, as belonging there, whereto the Company's Malays as well as all other auxiliary troops were soon to be sent back upon the summoning of the sloops. Dismissal and sending of the aforesaid sergeant to Colombo Furthermore, the Lord Governor made known to the assembly, that both from the repeated complaints made by the collector David Vick, and the slow payment or delivery of the lease moneys from the Complaint by the collector about the lease moneys of the year 1773/74 past
Dutch transcription
411 Den 10e. September 1774 Den 10 September 1774. het Barlinlesterschap weegens de trage kopereng der„ selven na Colombo. door deese haare brutaliteijd van de betaling van het geen se wettig schuldig sijn, viijpraaken, de andere alhier synde Comp„s oosterlingen, omtrend dewelke het selfde plaats heeft, meede haar voorbeeld volgen, en somtijds ten dien eynde alle 't saamen spannen sullen, wanneer er seer sorgelijke omstandigheeden Uytgebooren werden kunnen, alsoo haar aard en inborst ten vollen bekend is, En voorts hem suppliant als dril meester van die Comp:s gunstiglijk te ont„ „slaan, als onder deselve dan sijn Leeven niet meer seeker oordeelende, na„ „dien, off schoon se hem door tusschen komst van UwelEdele Gestr: nu al betaalen, en de saak quasi bijgelegt word, er egter altoos een innerlyke haat, tusschen haar en hem suppliant overblijven zal, diese voor serst, off soolange nog hier syn, somtijds nog wel verbergen, dog naderhand, wanneer hij weeder met haar, met een off meer vaarthuijgen na Colombo of Iaffanapatnam- overvaaren, off van Laast gemelde plaats, door de bosschen na Corombo marcheeren moet openbaaren, en hem, als dan onder soo veele van haar Natie alleen, en van alle hulp verstocken sijnde, na de bloeddorstige gewoonte haarer Natie, aan haar wraaklugt op offeren, en om 't lleven brengen sullen, nadien hij sig op geene der offecieren, buij„ „ten den Capitain alleen, vertrouwen kan, als onderscheijn van hem in't gelijk te stellen, het vork on haar quaad zullende stijven, ongeagt nog dat het hem van nu affaan, al absolut onmogelyk is, een behoorlyjk discipline onder haar te houden, nadien ze op de minste straff aan 't muijten gaan, en pretexteeren sullen, dat hij haar uijt haat qualijk behandeld, /onderstond:/. 'T welk doen de EE:r Etv: Elz=a ont siug van ged frseant van Soo is, na deliberatie dat hoe seer het ook de waarheijd off een bekende saak is, dat het Leenen van geld voor uijt altoos gepractiseerd wierd, nogtans by opkoming van dispucten daar over, de twistende parthijen sig met den anderen inder minne moeste verdragen, alseen saak sijnde, die de Regeering oordeelde, niet tot de kennisse van den gebieder off de Regeering behoorde te komen off gebragt, maar onderling door de Commandeerende officieren bij gelegd moeste werden, dog het geen de Re„ „geering voorquam, niet te hebben konnen geschieden, over sulx die menschen, off wel de onwillige betaalden daar onder sig bevindende, ook door straffe of ander. „sints er niet toe gedwongen konde werden, sonder aan een formeel oploop off, muijten, dan wel aan desertie van alle te gelijk, het geen hier seer facil te entameeren en uijt te voeren was, te exponeeren, Goedgevonden en verstaan, eenelijk gedagte sergeant Carel. Smals als dril meester van die Compagnie te ontslaan, en met Entlsdsen versendiag van den de boot De Pollux naar Jaffanapatnam te senden, om vervolgens op Colombo te geraken, ten eijnde aldaar Enten wat zijnsche sijn pretentie en regt te kunnen institueeren, en ver„ „krijgen, als aldaar thuijshoorende, werwaards die Comp=s maleijers soo wel, als alle andere hulp-troupen binnen korten bij op daging der Chialoupen stonden te rug gesonden te werden Nog gaff den Heer Gouverneur de vergadering klagt door den otfang:n wolk S: te kennen, dat soo uijt de itirative gedane klagten pagt penn: van a ƒo 17 /¼4 door den ontfanger David vick, als de trage voldoe„ „ning off opbreng van de pagt-penningens van hel officieren Jongst
English
413 the farmer Moetoe Kistna Naijker Constable and what the same to the Lord Governor regarding his arrears has attested to sell of the same as farmer the examination of the trade books together with said natives for the auctioning of his goods and his sureties wishing to obligate themselves for him to pay the last term had offered Poele, to appoint as farmer from which, with respect to the recently concluded trading year 1773/4, it became quite clear that the farmer of the daily revenues of the bazaar, by name Moetoe Kistna Naijker, was very much embroiled in his finances, even to such an extent that he is not able to produce the amount of the still missing farm monies for the first six months of the aforesaid farm year, being old pagodas 125, together with the agio on the pagodas 150 paid by him in reduction of the same, being old pagodas 275, as that farm amounts in total to old pagodas 550; and upon the reminders for payment of his aforesaid arrears made on that account several times, had attested to the Lord Governor that he would have to sell his house for that purpose; so that the well-mentioned Lord Governor further proposed to the assembly that it was therefore not without reason that what he still had to pay for the last six months, due to his inability and insolvency, he would be incapable of doing; to discharge him and his sureties, and for his aforementioned arrears of 125 pagodas to have his goods seized and liquidated if in the meantime he does not pay; and to accept in his place as farmer, for that same amount of pagodas 550, the native Segappa Poele, who has not only offered to take over the said farm for the aforementioned amount, but also to pay the last term of the previous book year up to pagodas 275 to the Honorable Company, the fellow natives Diesiaragoeriddiaar and Arniappa Poele having intervened as sureties to the satisfaction of the receiver: it was thus approved and agreed to exclude the insolvent farmer Moetoekistna Naijker and his sureties from the same, and, for the indemnification of the Honorable Company, to have his goods seized and, if necessary, liquidated, as well as to accept in his place as farmer and sureties, upon the conditions set forth above, the said natives Segappa Poele, Wisiaragoe Riddiaar, and Anappa Poele. The trade books of this head settlement of 1772/3 having been closed, and furthermore in compliance with Their High Excellencies' order regarding the keeping and examining of the trade books contained in the regulation of the 10th of September 1774.
Dutch transcription
413 den Jagter matoe kistna Brijkier Constlenke en wat den selven de Heer Gondermenr nop: zijn agurt„ d. Hal Leeds. betuygd heeft Tepl van den Selven als pagter te verkooper devistatie der negotie boe„ Ten neevens gem Jnlanders tot venduceering van sijn gedeken en sijn berigen voor hen wilende verbinden „taalen van het laaste termijn Jnang=booden hadde Poele, als zagter cyan te stellen wat daar uijt ten opsigte van Jongst afgelopen Handel Jaar 177/4, niet duyster quam te Consteeren, dat den Pagter vande Dagelijke Jnkomsten van de basaar, in name Moetoe kistna Naijker„ seer met sijn finantien gebrouilleerd was, in so verre selfs, dat hij niet in staat is, het mentant van de nog manquerende pagt-penningen van de eerste Les maan„ „den van het voorsz: pagt Jaar Sijnde oude p a/o 125, op te brengen, neevens het opgeld op de door hem in min„ „diering van deselve sijnde oude Jagoden 275, aus brdra„ „gende die pragt in het geheel oude ag 550„ betaalde p/o 150, en op de dierweegens diverse malen gedane aanmaning tot de betaling van syn voorsz: agter stal, aan den Heer Gouverneur betuijgd had, sijn huijs„ voorgesteld ntslag door den daar toe te moeten verkoopen, invoegen wel melde Heer Gouverneur de vergadering alverder voor¬ „stelde, dat het dus niet sonder reeden te weesen was, dat het geene hij voor de Laatste ses maanden nog betalen moeste, door sijn onvermoegen en Jnsol„ „ventie, in Capabel weesen soude, den selven en sipie En zyjn goederen indien niet staab orgen te ontslaan, en voor sijn voormeld agterweesens van 125 pCo: syne goederen te laten arresteeren, en ten Den 10e. September 1774. gelde maken, en gevallen tusschen niet komt te betalen, Mitsgaders in sijn plaatse voor dat selfde bedragen mitsg:s n zijn plats seg appa van po/o 50, als pagter aanteneemen den Jnlander segapper Poele, die piet alleen aangeboden heeft, gemelde pagt voor die sig daar toe als hot het be„ het voormelde montant aan en over te neemen; maar ook Laast ter mijn van het voorige boekjaar tot pr/o 275, aan de E Comp: te betalen, hebbende sig als borgen ten genoegen wle personen haar ls ber ogen„ van den ontfanger, g'interponeerd, de meede Jnlanders Diesiaragoeriddiaar en Arniappa Poele: soo is goedgevonden en verstaan, den insolventen pagter seclutering van vom: agter: Moetoekistina Naijker, en sijne borgen uijt deselve te secludeeren, enter schade Los, Htelling van de E Comp: te dene westering ende oo:s syne goederen te Laten arresteeren, en des noeds ten geede te maken, mitsgaders in sin plaatse op de Conditien Jemasnisie van seg apr Jaelei hier boven gesteld, als Pagter, en borgen te accepteeren, borgen is ijn :r ats. gedagte Jnlanders Segapja Poele, Wisiaragoe rid„ „diaar, en Anappa Poele, De Negotie Boeken deese hoofdplaatse Eening van't apprt weeg„s van 177 2/3 geslokten, en voort:s in naarkoming van Haarp=s hier van a:o 177 2/3 Hoog Edelens ordre ten opsigte van het houden en visiteeren der negotie boeken, ver vat bij't Reglement Den 10e September 1774. gelde van
English
415 The 10th of September 1774. The 10th of September 1774. Insertion of that report In compliance with the orders granted to us by Your Honor, we have examined the trade books of this principal place Nagapatnam of the year 1773, according to the venerated command of Their Right Honourables the Honorable High Indian Government at Batavia, by regulation of the 30th of July, and by duplicate of the 19th of October 1753, regarding the keeping and inspecting of the Trade books, extract examined, and furthermore confronted against the balances of the completed financial year, as well as all further papers that have any relation thereto, and take the liberty to inform Your Honor, That the balances agree with the closed books, as well as all entries of expenses and further write-offs, with the warrants granted in that regard as well as the resolutions taken in the Council of Coromandel, The entry and write-off took place in due form, and with the required extent. The charges, expenses, and validated shortages, losses, and all defective goods written off and accounted for on their own account, all of which must remain at the expense of the Honorable Company; The profits and advantages all credited to the Honorable Company; The balances can all be considered as actual assets, since the goods subject to use and wear in this Government continue in the Journal without value. Regarding the goods called unassessed, or zero-value balances, we find that according to the resolution of this Government of the 10th of March 1770, the sloop De Cornelia in question has been omitted as not being in existence, but on the other hand the Pantjalling de Goede Verwagting has been taken in. of the 30th of October 1753, having been examined by the commissioned members of this meeting, Jacob van Tessel and Willem Swijnevelt, and found to be such, according to their Report submitted thereon, reading as follows: 42 To the Honorable Sir Henricus Leembruggen Senior Merchant and Head Administrator here. Honorable Sir; Regarding the Outstanding Debts, they consist of the following: Christiaan van Teylingen, former Governor of this Coast, is still Debited for the following reasons; namely; For various matters charged to him, to be seen in the Journals 1762/5 and 1763/6. . . . .. . . . . ƒ 3365: 18— As well as the share in the arrears of the Porto Novo Merchants in the amount of Indian money ƒ 61899:10:8 or Netherlands „ 58022: 5 — Lastly, debited according to the order of Their Right Honourables for various matters concerning the petty cash, both on account of Crucius and Haselkamp, to be seen in the Journal 1767/70 on page 246 - - - - - . - - . - . . . . . 11369: 5 — Together - - ƒ 72757: 8 — Against which, according to the said High order, was credited for such pagodas 4200:—:— as were taken from his estate in the year 1766, in order to balance the petty cash under the then Cashier Haselkamp, and which were again charged to Haselkamp, as appears from the Journal 1769/70 page 246, being. . . . . . ƒ 18900: — — As well as, according to the authorization of Their Right Honourables by letter of the 16th of October 1772, further written off the share in the reduced debts of the Porto Novo Merchants amounting to Indian money ƒ 18352: - - or Netherlands. . . . . . . . „ 17205: — - The reduced Debts amount to ƒ 36103: — Leaving van Teylingen still in Debit - - - - ƒ 36632: 8 — Cash and goods captured by the admiral of the French, the Count d'Ache, for those at Pondicherry, being the amount of the cargo of the ship Haarlem overwhelmed by the said Admiral and brought up to Pondicherry, as well as the expenses incurred by the Junior Merchants Geoffier and Pfeiffer for their journey to and from Pondicherry regarding matters concerning the said vessel, Indian money - . . . . . . . . . . . . ƒ 57462:16 ƒ 161498: 11: — Money captured by the French at Pondicherry, being that which was taken from the ship Schellag by the French ministry in the year 1759, consisting of Japanese bar copper, gold kobangs, and various unminted gold amounting to. Indian Money - - - - - - - - - - - - ƒ 126851: 5: — ƒ 10716: 13: — Regarding Carried forward - - ƒ 605867: 12: —
Dutch transcription
415 Den 10e. September 1774. Den 10e. September 1774. Jnsertie van ciat berigt In nakoming der ordres door Uw E:E: aan ons verleend, hebben wij de negotie boeken deeser hoofd, plaatse Nagapatnam van den Jare 17/3, navolgens het ge„ „venereerd bevel van haar Hoog Edelheedens de Edele Hooge Jndiase Re„ „gering tot Batavia, bij reglement van den 30 Julij, en bij dupliatie van den 19' 8ber 1753. omtrent het houden van visiteeren der Negotie boeken, Extract g'examineerd, en daar en boven teegens de restanten van het afgelegde boekjaar ge„ „confronteerd, als meede alle verdere papieren, welke eenige Eelatie daar toe hebben en neemen de Vrijheid Uw E: E: te bedeelen, Dat de restanten met de afgelegde boeken, als meede alle posten van ongelden, en verdere afschrijvinge accordeerende sijn, met de dierwegens verleende ordonnantien als meede de bersluiten in Rade van Cormandel, genomen, De in en afschryjving geschied en behoorlyke forma, en met de vereijschte Extentie De Lasten ongelden, en gevalideerde minderheeden, verliesen, en alle defectieuse goederen op hunne eijgene reekening afgeschreeven, en verantwoondt, het welke alles ten Lasten van 's E Comp: diend te blyven; De winsten en voordeelen, alle D E Comp: ten goede gebragt; De restanten alle als weesentlijke Effecten kunnen werden aangemerkt, dewijl =de ten deesen Gouvernemente in gebruijk en slijtagie onderkorpen sijnde goe„ „deren bij het Journaal sonder geld voortloopen, Aangaande de goederen welke genaamt werden ongetaxeerde, of sonder geld Lopende restanten, daarby vinden wij, dat volgens het besluijt deezes Regee„ „ving van den 10 e Maart 1770. de bewuste Chialoup De Cornelia, als niet in weesen sijnde is uijtgelaten, dog daar en teegen de Pantjalling de Goede verwagting ingenomen is. van den 30e October 1753, door de Gecommitteerde Leeden deeser vergadering Jacob van Tessel en Willem ^en soodanig bevonde Suijne velt gexamineerd ^ sijnde, na volgens hundaar van overgegeeven Rapport aldus Luijdende 42 Aan den E: E: Heer Henricus Leembruggen opperCoopman en hoofd administrateur alhier E: E: Heer; Belangende de Uytstaande Schulden soo bestaan deselve in de navolgende Christiaan van Teylingen, geweesen Gouverneur deezer Custe, staat als nog Debet door de volgende oorsaken; als; wegens diverse saken hem ten Laste gebragt, te sien by de Jour„ malen 176 2/5 en 176 3/6. . . . .. . . . . ƒ 3365„ 18— Als meede het aandeel in den agterstal der Portonovose Coop„ lieden ten bedragen van Indiaas geld ƒ61899:10:8 of Nederland „ 58022: 5 — Laastelyk volgens ordre van Haar Hoog Edelheedens gedebiteerd over diverse saaken de kleene geld Cazsa betaeffende, soo weeg„ Crucius en Haselkamp, te sien in 't Journaal 176 7/70 op Ia„ 11369. 5 — Te samen - - ƒ72757: 8 — Waaren teegens volgen:s gemelde Hooge ordre is gecrediteerd voor sodanige pag:s 4200:—:— alsia Ao 1766. uijt dezzelfs boedel geligt sijn, om de kleene geld cassa onder den toenmaligen Casser Haselkamp te verevenen, en welke wederom Haselkamp sijn ten Lasten gebragt, blijkens het Journaal 176 39/70 Apagina 246 Synde. . . . . . ƒ18900. — — Als meede volgens qualificatie van Haar Hoog Edel¬ „heedens bij missive van den 16' 8ber 1772. nog afge„ „schreeven het aandeel in de verminderte schul„ „den der Portonovose Cooplieden bedragende Jndi„ „aas geld ƒ 18352: - - of Nederlands. . . . . . . . „ 17205. — - De verminderde Schulden bedragen ƒ 36103— blijvende van Teylingen nog Debet - - - - ƒ36632„ 8 — Geconquesteerde Contanten en goederen door den admiraal der Prancen den grave d'Arche voor die te pondecherij, sijnde het bedragen der Lading van 't schip Haarlem door gemelde Ad„ „miraal overweldigt, en te pondichery opgebragt. als meede de gedane ongelden door de onderCooplieden kcoffier en Preiffer voor haare na een van Pondicherij over saken gemelde bodem betreffende Jndiaas geld - . . . . . . . . . . . . ƒ57462:16 ƒ161498. 11. — Geconquesteerde Penningen door de francen te Pondickirij, sijnde het geene door het france ministerium in den Jaare 1759 uijt het schip schellag geligt is, bestaande in Japans staafkoper, goud Cou„ „bangs ten Goud ongemunt divers bedragende. Jndiaas Gelt - _ - - - - - _ _ _ - _ _ _ _ _ _ _ ƒ126851. 5. — ƒ10716: 13 — „ „gina 246 - - - - - . - - . - . . . . . Belangende Transporteere - - ƒ605867„ 12. —
English
417 The 10th of September 1774. Brought forward ƒ 605867. 12. — The deceased Junior Merchant and Cashier here, Paulus Dooman, still standing as debtor for ƒ 11213. 1. 8, or Pagodas 2491. 19. 4, being such amount as that for which, according to orders from Their High Noble Honours by letter of the 22nd of May 1731, he was debited, originating from the taking over of the petty cash fund by Haselkamp, whereby the former claims not to have received as much as that for which he was debited, amounting to Pagodas 2491. 19. 4 . . . . . . . . . . . . - - - - - - - - - - - - - ƒ 11213. 1. 8 The native Waijtinade Chittij and the Company's merchant Thieremene Chittij, standing again, as in the past year, as debited for the second term of the 96000 lb of Japanese bar copper received by them in this year, and which 2nd term must be paid in February . . . . . . . . . . . . . . . . . . . ƒ 41666. 13. 8 The native Tieroemene Chittij on delivery of Caliatour wood . . . . . . . . . . . . . . . . . . . ƒ 5260. 9. 8 The Interpreter Chinnaij Naiker on delivery of chintzes . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . ƒ 16135. 17. 8 The Junior Merchant and invoice clerk F. W. Bloemer on delivery of shirts - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - ƒ 5625. —. — The Company's merchant Ramalenga Poele on delivery of linens . . . . . . . . . . . . . . . . . . ƒ 5227. 10. — The village overseer Khale Koetoe Naijker for the remainder of the Pagodas 300 lent to him to distribute among the villagers, in order to bring their lands into a good condition, which debt must be settled - - - - - - - - - - - - - - - - ƒ 675. —. — The ruler of Tansjoer, the Lord Toeloesie Maharaasje, on account of that which was furnished to him at various times, both on several lands and on jewels, but since he has lost his territory and his Kingdom was conquered by the Nabob, therefore, in accordance with the contracts between the Honourable Company and the said Nabob, this amount with its interest shall be refunded again, and meanwhile in the new book year that debt shall be transferred to the same in the amount of Pagodas 376143. 22. 54 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . ƒ 1692647. 15. 8 Internal current debtors and arrears accounts The actual debtors amount to - - - - ƒ 691671. 4. — The arrears accounts upon closing these books consist of: The sloop Den Kottenuet, which belongs to the internal current goods and arrears accounts, which according to orders of Their High Noble Honours was written off, yet must continue to run internally, and which sloop, at the capture of Mazulipatnam in the year 1750 when the French had overpowered the same, sank while fully laden, vide order concerning this by letter of the 11th of March 1766, and amounts to: Indian Money ƒ 6166. 19. — Dutch Money ƒ 5781. 9. — The ship Oostkapelle, which in the year 1760 was entered from Batavia, to be written off here with the whole amount of the cargo, as it was dispatched in the year 1759 from Batavia to Bengal, but was lost, and to be kept active in the books under the internal current entries, amounts to: Indian Money ƒ 36501. 13. 8 Dutch Money ƒ 292001. 4. 8 Internal current debtors and arrears accounts amount to . . . . . . ƒ 42347. 15. — ƒ 346785. 11. 8 The renters are, as shown in the past year and repeatedly, namely: Indian Money Dutch Money The renter Randiasja Moddelij - . . - - - ƒ 743. 3. — ƒ 697. 1. — The renter Moeniapsa Poele - - - - - . . ƒ 23468. 16. — ƒ 22002. 17. — The renter Willia Poele . . . . . . - - - ƒ 1599. 10. — ƒ 1499. 10. — The renter Wicrappa Poele - - - - - - - ƒ 660. —. — ƒ 619. —. — The renter Gobal Poele - - - - --- ƒ 6012. 2. — ƒ 5636. 7. — The renter Roengadas Salam Chittiaar . . . ƒ 5020. 13. 8 ƒ 4706. 17. 8 The renter Roij Saib - - - - 288. —. — ƒ 270. —. — The renter Mahamadoe Sulthan Marcair . . . ƒ 12480. —. — ƒ 11708. 11. — The renter Kestina Poele - - - - - - - ƒ 557. 12. — ƒ 522. 15. — The renter Gobal Poele _ _ _ _ _ _ ƒ 1429. 6. — ƒ 1339. 19. 8 The 10th of September 1774
Dutch transcription
417 Den 10e. September 1774. Pr Transport ƒ605867„ 12 — Den overleedene onderCoopman en Cassier alhier Paulus Dooman staande nog debeit ƒ11213. 1. 8: dan wel Jzag 2491: 19: 4 sijnde soodanig montant als waar: voor volgens ordres van Haar Hoog Edelheedens bij letteren van den 22 Meij 1731. is belast geworden, oorspronkelijk uijt het overneemen der kleene geld Cassa door Haselkamp waar by denselven voorgeeft dat niet soo veel heeft ontfangen als waarvoor is, belast geworden, bedraagd Pa„ „gooden 2491„ 19: 4. . . . . . . . . . . . - - - - - - - - - - - - - . „ 11213„ 1. 8„ Den Jnlander Waijtinade Chittij en 's Comp:s Coopman Thieremene Clhuttij, staande. wederom, soo als in anno pass„o, debet het tweede Termeijn van het door hun lieden in dit Jaar genooten 96000 lb staafkoper Japans, en welke„ 2 Termijn in februarij moet betaald weesen. - - „ 41666„ 13. 8 : Den Jnlander tieroemene Chittij op leverantie van Calliatourhout. . . . „ 5260. 9. 8 Den Tholk Chinnaij Naiker op Leverantie van Chitsen: . . . . „ 16135. 17. 8. Den onderCoopman en factuur houder f:t W:m bloemer op Leverantie van hembden. - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 5625 — sE Comp:s Coopman Bamalenga Poele op Leverantie van Lijwaten „ 5227.10 — Den hoga visiadoor khale koetoe naijker over het rettand aer aan hem geleende Jag: 300: om onder de dorpelingen te verdeelen, ten eijnde hunne landensen in eenen goeden staat te brengen, moetende dee¬ Den vorst van Tansjoer den Heer Toeloesie maharaasje, weegens het geene aan hem op diverse tyden, so op verscheijdene landernijer, als op Juweelen is verstrekt, dog dewijl hij sijn gebiek verhoren„ en sijn Rijk door den Nabab is veroverd, soo sal navolgens de Contracten tusschen D' E Comp:e en gedagte Nabas, dit monlant met den Intrest van dien, weder gerestitueerd, en Jn„ „middels in het nieuwe BoekJaar die schuld op den zelven over„ „geschreeven werden met het bedragen van 2ag: 376143: 22: 54. ƒ 1692647:15:8 „sen debet vereevent werden - - - - - - - - - - - - - - - - „ 675. — — Binnens Zijnis loppende debiteuren enten agteren staande Reekeningen Deweesentlijke de v: seeren bedragen - - - - ƒ 691671: 4 — Doten agteren staande Reekeningen by het sluijten deeser boeken bestaan De Chialoup den Kottenuet, welke behoord tote debru„ „nans lijns lopende goederen, en ten agteren staande Reekeningen welke volgens ordres van Haar Hoog Edelheedens afgeschreeven, dog moet binnen sijns blijven voor tloopen, en welke Chialoup byj de opbsake van Mazulipatnam in A„o 1750: wanneer de francen gemelde hadden overmeesterd, soo is desel„ „ve volgeladen sijnde gezonken, vide ordre der„ „wegen bij brieff van den 11 Maart 1766: en - . - - - - - „ 6166. 19. —— „ 5781: 9 — . . . . bedraagd; Het schip Oostkapelie, welker in A ord /zo van batavia is aangereekend, om met het gansche bedragen der Ladinge, soo als deselve in Ao 1759, van batavia na Bengalen is verzonden, dog verongelukt, alhuer afic„ „schrijven en bij de boeken onder de binnenslijps lo„ „pende posten leevendig gehouden te werden „ 36501:13: 8 „ 292001„ 4:8 bedraagd. . . - - - - - - - - : - Bianenslijns lopende debiteuren en ten agteren, Staande Reekenings bedragen. . . . . . ƒ42347. 15. ƒ346785:11: 8 sin, soo als w A. p„s en meermalen is vertoonde Namentlijk Nederlands Geld Den Pagter de Randiafja Moddelij - . . - - - ƒ 743. 3 — ƒ 697. 1 — Moeniapsa poete - - - - - . . „ 23468. 16 „ 22002„ 17 — Willia Poete. . . . . . - - - „ 159910 —„ 1499: 10:— „. . Wicrappa Poele - - - - - - - „ 660 — —„ 619„ —— - ---„ 6012. 2 - „ 5636„ 7— . - - . Gohal Boele - - - „ - - - - - Roengadas salam Chittiaar. . . „ 5020:13:8: „ 4706:17:8 „ - - - „. - - - - Roij saib. . . „. - - Mahamadoe sulthan Marcair. . . „ 12480 – – „ 11708„ 11 — „. . . kestina Poele - - - - - - -. „ 557. 12 —„ 522„ 15. —. - - - - 288. — — „ 270. – — Gobal Poele - _ _ _ _ _ _ „ 1429. 6 —„ 1339„ 19: 8„ Den 10e. September 1774 syn 1n ƒ :. .. „ d„ Indias 8
English
419 10 September 1774. 10 September 1774 the charges of this place were demonstrated in the following; namely: Charged compensation and tax of anno or 1/3 of this year charged from Batavia, both on account of a certain premium for the dismissal of the servants improved contrary to the regulations, as well as a premium for the Lord Visitor General, amounting together to - - - - - - - - - - - - - - - - - - f 1246. 8. 8 Charged compensation and tax of 177 1/2 on account of the still outstanding 1/3 part for the Visitor General, amounting to - - . . 29. 12. 8. The Vendue Roll is also still in arrears, but will be entered into the Cash book, and thus settled on this account, with . . - - - - 31793. 12. 8 Furthermore, we find that the entry of charged compensation and tax of 176 /16 on account of the 1/6 part as a premium for Mr. van der Voort on account of the list drawn up as acting sworn clerk of the servants who were improved contrary to the regulations, has been settled according to the order of Their High Noble Honours . . . . . . 1337. 14. 8 — The accounts standing ahead: The Rice Pounder Kistina Poele, who stands ahead for earned pounding wages of f 224. 19, but this is an incorrect treatment in the specification book, as we have indicated at that entry in the Great Memorial, and requires nothing other than a transfer for settlement. Conquered moneys from the French at Pondicherry on account of the goods from a certain private small vessel residing at home in Bengal, to wit: Indian Dutch Mark 4719. 1. 10 imperial thalers - - - - - f 120359. 5. f 128118. — – 224. — — Spanish dollars - - . . . 5973. 7. — 5600. – – amounting to - - f 126332. 12. — — — — f 118418 — — Released goods of the French by the Admiral of the English, Mr. Bolick, concerning a brigantine named Robijn, and various goods, all entered without money in the Journal 175 7/8 on page 242, but according to the resolution taken in the Council of Coromandel on 22 April 1760 sold and entered by public vendue, to be seen in the Journal 175 9/60, and finally the said chaloup was sold with sail and everything according to the Resolution of this Government dated 7 July 1769 and credited to this account, amounting all together to - - - - f 3448. 2 — The Junior Merchant and former Chief of Jaggernaikpoenam Fredrike van Loovenaar, being that which was counted into the Company's Treasury here for his account, as a certain refunded salary, by the widow, which, with the favourable pleasure of the Honourable Valiant Lord Governor, since the said Loovenaar has died at the main settlement, could be delivered to his authorised agents, or can be credited to Batavia, with - - . . . - - - - - - - - - - - - - - - - - 93. 11 — The Merchant and former Second of Paliacatta Nicciaas de Joncheere, being that which he has consigned in Cash for his held administration instead of 2 sureties, amounting to - - - - - - - 4500. — Furthermore, we have the honour to present herewith to Your Noble Honours a general memorial of the origin of the charges incurred in this financial year, with the addition of our respectful remarks; And hoping to have complied with the esteemed order of Your Noble Honours, taking the liberty to subscribe ourselves with due respect, was signed: Honourable Lord, Your Noble Honours' humble and obedient servants, signed: Iacob van Fssel, and Ed:n Buijnevest, in the margin: Nagapatnam 10 September Anno 1774. Whereupon the same, as well as the memorial of the charges of this main settlement submitted alongside it, having been reviewed and found good and in proper order, it was resolved and agreed to conform with the aforementioned report and the remarks made by the said commissioners in the margin of the second mentioned paper, and consequently to send the copies of those papers, together with the books, to Batavia. After this, the provisional assistant Jurriaan Smits [illegible] dated 17 July.
Dutch transcription
419 Den 10e. September 174. Den 10e. September 1774 verzoog den lasten deeser inde Volgende; Namentlijk Aangereekende vergoeding, en belisting van Ao or 1/3 dit Jaar van batavia aange„ „reekende, soo weegens seakere pmnie voor de ontzikking der verbeeterde dienaaren teegens het Reglement, als ook een rimie voor den Hser vistarteur Genenaal te samen bedragende - - - - - - - - - - - - - - - - - - ƒ 1246„ 8. 8 Aangereekende vergoeding en belasting van 177½ weegens de nog voor„ „lopende '/s gedaite voor den visitateur Generaal bearragd. - - . . „ 29. 12. 8. De Vendu Rol is meede nog ten agteren, dog sal by het Cassa boek inge¬ „nomen, en aus deese reck: vereevent werden, met . . - - - - „ 31793: 12: 8 Wijders vinden wij dat de post van aangereekende vergoeding en laas„ „ting van 176 /16 weegens de /6 gedeelte tot premie voor den Heer van der voort wegens de aus adjunct gesworen Clerk opgemaakt Lijst van de dienaaren welke tegens het Reglement verbetent waren, volgens de ordre van Haar Hoog Edelens vereevent is. . . . . . „ 1337. 14: 8 — Oe tewvoren staande Reekeningen Den Rijst Stamper kistina poele welke aan verdiende stamploon„ te vooren staat ƒ224: 19, dog dit is, een verkeerde behandeling bij het specificatie boek, gelyk wij sulx bij die post in het Grete vertoog hebben aangeniesen, en vereijst ter vereevening niet anders dan eene overschrijvinge „ Geconquesteerde penningen van de francen te Pondickery wegens het geugte uijt seeker particulier scheejvje in bengalen thuijs„ Wonende te weeten Indiaas Nederlands Marg 4719:1: 10 keijserdaalder - - - - - ƒ120359. 5. ƒ128:18. — – „ 224 „ - - spaansche matten. - - . . . 5973. 7. — „ 5600. – – uijtmakende - - ƒ 126312. 12. — „ — — —ƒ118418 — — Gerelaxeerde Goederen der francen door den admiraal der Engelsen M:r Bolick over een brigantijn genaamt robijn, en diverse goederen, alle sonder geld ingenomen in het Journaal 175 7/8 op Ka„ „gina 242. dig 't seckert het genomen besluyt in rade van Cormandel. op den 22e' April 1760. per publicque vendutie verkogt en ingesomen, te sien in het Journaal 175 1/60 en eijndelyk is gemelde Chinloup: met eijl en alles verkogt volgens Resolutie deeser Regeering dato 7 Iuly 1769 en ten goede deeser RReekening ingenomen bedragende alles te Samen.. - -- - ƒ 3448„ 2 — Den onder Coopman en geweesen opperhoofd van Jaggernaijk poenam fredrike Van Loove naar sinde het geene voor desselfss Reekening alhier in 's Comps Cassa is geteld geworden, azaker gerestitueerd salaris, door de weduwe tr onter„ het welk met gunstig believen van den WoelEdelen Gestrengen Heer Gouverneur, alsoo gemeelde Loovenaar ter hoofd plaatse overleeden is, aan deselfs gemag„ „tigdens sonde konnen werken afgegeeven, of batavia ten goede kan werden gebragt met - - . . . - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 93. 11 — Den Coopman en geweesen Secunde van Pallurcatta Nicciaas de Joncheere sijnde het geene in Cassa heeft, genamptisceert voor sijne gehoudene administratie in steede van 2 borgen bedragenae- - - - - - - - „ 4500„— wijders hebben wij d'Eere UW: E E: shier neevens aante bieden een Gen: van vertoog van het oorspronkelyke der Laste in dit boekjaar gevallen met byvoeging van onse eerbiedige aanmerkingen; En verkopende aan de Geerde ordre van UE E:E te hebben voldaan, nemende vrij„ „heid ons niet verschuldigde eerbied te onderschrijven /onderstona:/ E: E Heer Uw: E: E: onderdanige en Gehoorsaame dienaaren :/ din / geteekend:/ Iacob van Fssel, en Ed:n Buijnevest, /:in margine:/ Nagapatnam den 10„e September A„o 1774. Soo wierd het selve soo wel, als het daarnevens resumptie van het selve in het overgelegd vertoog der Lasten deeser Hoofd plaatse gere„ hoofk Quaatse „sumrent en wel, en naar bekooren bevonden wersende, Goed, besluijt sig daar meede te „geveonden en verstaan, sig met het voorm: rapport, ende door gemelde gecommitteerdens in margine van het tweede ge¬ „meld papier gemaakte aanmerkingen te Conformeeren, en mitsdien, de afschriften van die papieren, nevens de indie afschriften nav:s de boe„ „ken, na batavia te senden Boeken naar Batavia te senden— Hier na aremt den provisioneel adsistent Jurriaan Smitse beverkering van 3. persoonen Con formeiren dato 17 Julij van
English
421 The 22 September 1774. Item 2 soldiers to Porto. Their High Mightinesses secret letter regarding the import of camphor from Amsterdam, due to expiration of term promoted to assistant at f 24 for 3 years, the hand-langer Joncas Theunis from Mons, to gunner at f 16. per month, and the sailor Jan Lourens from Amsterdam, to quartermaster admission of the soldier to the pen at f 14, as well as to soldier at the pen at f 9 — admitted into the Company's service Paulus Jacob Kerkenberg, from Jaffanapatnam, likewise as soldiers at f 9:- at Palliacatta Jean Leanders de Costa, and David de Ro- Likewise 3 Easterners -saijro, as well as soldiers among the Easterners Marcus Rosairo, Sawin van Campon, Baro and Laula dekita, with the customary pay of three rixdollars per month, the first to be separated at Jeggernaijsprenam to beat Thus done and resolved in the Castle at Naegapatnam, date as above: / was signed: / by all : / Except Mr. Koning — folio 94v Saturday the 22nd September Anno 1774. in the morning at 8 o'clock Meeting of the Council of Policy Absent The fiscal Martinus Koning, due to indisposition Production of some points, from At the start of this meeting was submitted by the Governor, some points, The 10th September 1774. from the secret letter from Their High Mightinesses the Noble High Indian Government at Batavia, dated 8th June last, addressed to his Honour, excerpted to the end in compliance with what Their High Mightinesses to what end High Mightinesses order, deliberated thereupon in this Council, and the necessary resolutions having been taken in that regard, to bring the same further into execution, so it is with regard what was resolved to represent to Their High Mightinesses to the order to conduct all possible investigations to discover from where, and by whom outside of the Company the Japanese Camphor was imported here on the Coast 6 deemed good to represent to the Very Same, that one supposed, the English private navigators, who came annually to Batavia to purchase sugar or arrack for their colony here on the Coast and elsewhere here in the Indies were also the greatest smugglers, or mostly so, in Japanese camphor which they transported to Madraspatnam, from where the entire country was filled therewith, with further demonstration, that since the surrender with which further demonstration of Tanjore to the Moors, the heathen idolatrous worship having also lost the greatest part of its luster, the use of camphor in from the the Pen 423 the sacrificial services and the ceremonies thereof was no longer so great or required thereto in such a large quantity, than when that was under the power of a heathen prince, because then everything being in luxury and splendor, no expenses were spared, thus daily by every person who had but a moderate fortune, yea even some out of wantonness on all occasions sacrificed and burned much camphor and other things more for their idols in the temples, not counting the extraordinary quantity that the Prince himself used for that purpose or caused to be used, consequently there was more consumption therein than there was now, on the grounds that not only the Nawab significantly curtailed in many respects and revoked a multitude of, and completely abolished all the expenses that were made and provided in that regard on the Prince's behalf, but also nearly all the courtiers and other wealthy inhabitants, who, as one has known from experience, are accustomed to regulate themselves after the Prince of the country, having fled, and leaving behind their real estate and other possessions, being widely scattered far and wide, The 22nd September 1774. the same in that respect absolutely had to have as a consequence the actual drop in the price of camphor here to the south, or in the Tanjore region, because the use thereof, both to the north, as well as in and for medicines, was not of such consideration that the same could bring about any the slightest rise and fall in the price thereof, but rather the greater or lesser import thereof from China by the Portuguese at Macau, and other merchants trading in those waters, and although the camphor from that import is indeed not as good in quality, it was nevertheless lower in price, yet still good enough to burn it, with the further demonstration to be made that the reasons adduced for the decline cannot and could not be groundlessly attributed to the decay of affairs in the Tanjore region, not only in this but in general in all articles of trade, and serving as a convincing proof thereof was the price made therefor in Anno 1771/2 of 125 New Nagapatnam Pagodas per bahar of 480 lb: respectively a profit of 113 3/16 percent, and now no more was offered for it than 80 of the same pagodas, yielding on the The 22nd September 1774. being calculated decay continuation
Dutch transcription
421 Den 22 September 1774. Jrem 2 Solitt te Percto. H: Hoog Ede Sirete brieg nopens den in voer van Camp„ van Amsterdam, mitstijts Expiratie bevorderd tot ans sistent met ƒ24 voor 3 Jarer, den hand Langer Joncas Theunis van Mons, tot Cannonier met ƒ16. ter maand, en den mattroos Jan Lourens van Amsterdam, toet quartier meester admissie van den schaaat aan met ƒ14, mitsgaders tot soldaat aan de Een met ƒ9 — in 's Comp:s dienst g'admitteerdn Paulus Jacob Kerkenberg, van Jaffanapatnam, soo meede tot soldaaten met ƒ 9:n te Palliacatta Jean Leanders de Costa, en David de Ro„ Zoo meede 3eorterlngen „ Saijro, mitsgaders tot soldaten onder de Oosterlingen Marcus Rosairo, Sawin van Campon, Baro en Laula dekita, met de gewonelijke beselding van Trie Rijx:s termaand, de zerste om op Jeiggernaijs pre nam berscheiden te Klappen Aldus Gedaan en Gearresteerd in't Casteel tot Naegapatnam dato voorsz: / was geteekend:/ door alle :/Excepto M:r Koning — fo 94e Saturdag den 22:en September Ao 1734. ssmorgens ten 8 Uiuren Vergadering van Politie Dempts Den fiscaal Martinus Koning, mits indispositie Productie van eenige pogten, zuijt Bij den aanvang deeser bij eenkomster wiert door den Heer Gouverneur overgelegd, eenige posten, Den 10e. September 1774. uijt de sereete brof doo Haar Hoog Edelens de Edele Hooge Jndiasche Regeering te Batavia, in dato „8:e Junij J:o leeden, aan sijn Edele gerigt, geaccerpeerd ten eijnde in naarkoming van wel metde Haar Hoog Enten wat eijnde Edelens orure, in desen Rende daar over gedelibereerd, en de nodige besluijten dierweegens genomen sijnde, deselve voortster Executie te brengen, soo is met betrec, wat besloten is H: Hoog Ed:s „king tot de ordre om alle mogelyke navorsing te doen hunr te vertoonen ter ontdecking van waar, en door wien buijten de Compagnie de Jarpansche Camphur hier ter Custe wierde Ingevoerd 6 Goedgevonden Hoogst deselve te vertoonen, dat men suppo„ „neerde, de Engelsche particuliere navriganten, de welke Jaarlijkx. op Batavia quamen om suijker off Arrak voor dezelver Colonie hier ter Custe en Eldars hier in Jucien te kopen ook de grootste sluijkhandelaars waren, of sijn meeste, inde Japansche Campliur die deselve naar Madraspatnar vervoerde, van waar het geueele Land, daar meede op gevuld wierde, met wijdere Bemonstratie, dat 't seedert den over, met welke wijdere den onstra„ „tie „gang van Tans Jpoer aan de Mooren, de Heidensche a,goden dienst meede het grootste gedeelte van harer Luijs„ ter verloren hebbende, van het gebrijk van de Complur in uyt de de Pen 423 de offerarenst en de Ceremonien derselve soo groot nit meer das„ of in soo en greode quantiteijt daartoe geleesigd wierde, dan wanneer dat verstenden van de macht eener Heyjdensch= vorst is geweest, de wijl toen alles in weelde en pragtig wesen„ „de geen Depanses ontsien waren, dus dagelijx door een ider die maar een middelmatig vermegen hadde, Ia selp.s sommige uijt dertelheijd by alle geleegendheeden veel Camphur en andere dingen meer voor hunne afgo„ „den inde temperslicien offeren en branden, ongereekend de Extraordinaire Quantiteijt die den Vorst selre daar „toe gebruijkte of biesigen Liet, gevolgelijk in deselve meer Consumtie is geweest, dan nu was, Uyt hoofde niet alleen den Poula alle de Ongelden die daar omtrent 'T orsten weegen gedaan en verstreckt sijn, in reeie opsigten merkelijk besnoeijt en een meenigte ingetrecken, en ten eenemaal afgeschaft heeft, maar ook genoegsaam alle de Hovelingen en andere vermogende Jngeseetenen, die, gelijk men bij ondervinding heeft„ gewoeon sijn, sig nader Vorst van het Land te Reguleeren, verloopen, en met agterlating hunner vas te goederen en andere besitingen, wijd, en sijl, verstreeyd Den 22e. September 1774. weesende, het selve in dat opsigt absolut ten gevolge hebben moeste de werkelijke deraling van de prijs van de Camphur hier om de suijt, of in het tans joursche, de wijl het gebruijk diar van, soo wel om de noord, als in en tot de geneesmiddelen van die Consideratie niet was, dat deselve eenige de minste reijsing en dalsing in de prijs derselve te weegkondebrengen, maar wel de merdere of mindere aan voer, daar van uijt China door de Portugeesen te macau, en andere op dat vaarwater handeldrijvenactruffiquanten, en schoon de Camphur van dien aan voer, wel so goed in deugd niet is, egter minder in prijs, dog nog goed genoeg was„ om het te verbranden, onder verdere te doene aantoning dat de by gebragte reeden van de daling niet ongegrond mag, en konde toegeschreeven werden, aan het verval der saken in het tansjourse, niet alleen in dit maar in het General in alle de Articulen van den Handel, en tot een Convincant bereijs daar van diende, de daar voor ge„ „maakte prijs in Ao v7½ tot Nieuwe Nagapatnamse Pageoden 125 de bhaar van 480 lb: afrespencie een winst van 113 3/16 percento, en nu niet meer voor ge„ „boden wierde dan 80 gelijke pageden, gevende op het Den 22e. September 1774. weesende aangerekende verval verrelg
English
425 That Their High Excellencies have resolved to offer the house at Cuddalore to Madraspatnam for 2000 star pagodas. Order given to the resident there concerning the goods. Charged at purchase cost, yielded a slight advance of barely 102 percent, which was not comparable to the prices of the years 1767/68, 1765/68, 1766/69, and 1769/70, which had yielded an advance of 166 to 198 and 300 percent, in which 2 pieces of it had been thrown off; thus, declining or not demanding camphor in the past year had no other purpose than the slim prospect that existed, and still exists, of disposing of it with any advantageous convenience, as well as promptly and without exposing it to prolonged storage in the warehouses. The house at Cuddalore being deemed by Their High Excellencies to be of the least utility, desiring therefore that it be presented first to the English at Madras for the purchase price of two thousand pagodas, and upon non-acceptance be sold to others, and also that the bookkeeper Jurgen Herft be ordered to come hither to find employment in the Company's service: so it is, in pursuance of that given mandate, approved and agreed to offer that residence to the Governor and Council at Madraspatnam for an amount of 2000 star pagodas, but if they are not inclined to that purchase, then to sell that house as well as possible to others, and meanwhile to announce the aforementioned received order to the aforesaid bookkeeper Herft stationed there, and to instruct him to send hither the cash and effects under his responsibility at the first opportunity that should be provided to him, and furthermore to hold himself in readiness to proceed hither as soon as that house is sold; that which remained there consisting of the following; namely: 3 silver letter seals 2 copper packing [illegible] 8 bluestone shelf supports 1 old bookcase 1 ditto writing table 5 wooden shelves 1 small scale 12 copper badges for the peons 5 iron balances with two wooden pans 22nd September 1774. Amount 15 pieces 427 To have sold. Order to be sent to Palicol for the abolition of the station at Golconda. likewise to decline. To discharge 24 Javanese warriors. flying flag other offices lying on the sea. to send the passing ships. of those at Alemparve and Conjemere. 15 pieces of metal weights; namely: 8 pieces of 50 1 ditto 25 1 ditto 10 1 ditto 4 1 ditto 3 1 ditto 2 1 ditto 1 1 ditto 1/2 pounds each 1 boat on the Cuddalore River 2 Amboyna beams 1/2 piece sample Gerinces Likewise the cash that should remain there as a balance at the end of this month, but noting that the boat could not well be transported hither, it was agreed to have it sold there. As furthermore, in further pursuance of what was ordered by the well-mentioned Their High Excellencies, it was resolved to instruct the Palicol Chiefs to abolish the unreasonable native station at Golconda at last, and therefore to decline the annual shipment of garden seeds on the Company's behalf, as was likewise agreed to send the necessary orders to the Sadraspatnam employees for the withdrawal of the stations of two small factories abandoned for many years, Alemparva and Conjemere, as it was not apparent that any use would ever be made of them; and it was resolved to order that factory as well as the employees of all the offices lying on the shore henceforth to send no catamarans out to sea to hail passing ships, except only to those that display Dutch flags, with further orders sent to Sadraspatnam to discharge, by the end of this month, the extraordinary sepoys and other useless wage-earning native servants, and likewise to have discharged at Pulicat the 14 extraordinary peons and the 24 Javanese warriors, as well as to reduce the remaining native servants on payroll as much as could possibly be done, as Their High Excellencies were pleased to note that these costs were running exceedingly high and mostly for the service of [illegible], to reduce as much as possible of the extraordinary sepoys, etc. 22nd September 1774.
Dutch transcription
425 Dat haar Hoog Ed: novens het huijs te Coedeloer tegent hebben „draspatnam voor 2000 ss aan te bieden de Goederen Last aan den resident aldaar aangerekend, inkoops kostende, een gering advans van „ruijm maar 102: /: ten hondert, Het welk niet te vergeliken was teegens de prijsen van de Iaren 1767/6, 176 6/8 765/8, 1766/9, en Cto 176 /70, dewelke een advans van 166 tot 198 en 300 pC 6 waarin 2 p:s daarva itr ap geworpen hadde, dis het Excuseeren of het niet Eysschen van Camphur: in Ao p„s niets anders ten deel hadde gehad, dan het geringe vooruijtsigt dat er was, en nog is, om deselve met eenig voordeel van aangelegendheijd, mits„ „gaders spoedig en sonder aan het lang leggen in de Pakhuijsen te Exponeeren, van de hand te setten. R„ Het Huys te Coedeloer by Haar Hoog Edelens geagt werdende van het minste nut te weesen, dierhalven begeerende, dat het selve ten eersten aan de Engelschen te Madras voor den inkoops prins van twee Duijsend pageden, gepresenteerd, en bij non acceptatie aan andere verkogt soude werden, mitsgaders den Boekhouder Iurgen Herft herwaards te doen opko„ belugt ht slve den ar te naen men, om in 's Comp:s dienst emploij te vinden: soo is in opvolging van dat g'eend maandaat, Goed„ gevonden en verstaan, die woning aan den Gouver„ „neur en Raad te Madraspatnam voor Een Den 22e. September 1774. montant van 2000. ster. Pageden aante bieder, dog de, „selve tot die koop niet inclineerde, als dan dat Huijs soo Goed mogelijk aan andere te verkoopen, en crtus, Eir metwelke aankinding en „schen den Voorsz: aldaar bescheidene Boekhouder Herfh het voormeld ontvangen bevel aante kundigen, en hem te gelasten, de onder syn verantwoording sijnde Con„ „tanten en Effecten, bij de eerste gelegendheijd die hem daar toe gesuppediteerd soude werden, dit heen te schicken, en voorts sig gereed te houden, om soo dra„ dat Huijs verkogt is, sig meede naar herwaards te„ „begeven; bestaande het geen aldaar berustede in de vol, sprifecnte der ar : nt e „genae; als: 3: Silvere brief segul 2: kopere pak _e 8 Arduijne Stellingbacker 1: oude boekekas 1 _o Schrijftafel 5 Houte Stellingen 1: kleene weegschaal 12: kopere Sjappen voor de pions 5: Ysere Evenaar met twee houte bladen Den 22e. September: 1714. montant 15 p:s 427 Laaten verlecopen. te sendene Lrst, na Palick tor het afschaffen den Posthouderij te Golconda. lijk te Excusseeren. 24 Janandse krijgers te casseeren vlag voeren anderen aan Zee leggende Comptoire de passeerende Scheepen te senden van die te alen parwe en Contje¬ 15. P. s Metale gewigten; als. „ 8 P:s van 50 „ 1 „ „ „ 25 „ 1 „ „ 10, 1 „ „ 4: Ponden ider „1 „ „ 3. 1„ „ 1„ „ 1 „ „ — ½. 1 thonij aande Coedeloersche Revier 2. Balken Ambon —½ stuk monster Gerinces Someede de Contanten, die aldaar onder Ultimo deeser beslut de houjaldaar te maand per Restant soude sijn, dog gemerkt die thonij„ niet wel na herwaards overgevoerd soude konnen werden, is verstaan deselve aldaar selvs te laten verkopen. Gelijk voorts in de verdere navolging van het g'or„ „donneerde door wel melde Haar Hoog Edelens beslo„ „ten wierd, de Palicolse Opperhoofden te gelasten, om de redelose inlandsche posthouderij te Golconda, ten lesten Eon ijne othij a an a lesehaste,en its dien de Jaarlyjkse sending van thuijn 1 „ „ 2. Den 22e September 1774. saden 's Comp:s wegen te Excuseeren, Soo als in sten van Sators ten s akeij selverwoegen verstaan is, de Sadraspatnamse bedienden de nodige beveelen te doen, toekomen, tot de intrecking van de posthouderijen van twee over veele Jaren verlatene fac„ „toijtjes Alemparae en Conjemere, nadien niet affa, En waarom „rant was, dat daar van ooijt gebruijk soude werden, gemaakt, Gelijk na die factorij soo wel, als ook de be, te senden last soo nadat als de „diendens van alle de aan strand leggende Comptoiren, gem geen Cattematauurs wieer na „reselveerd wierd te ordonneeren, voortaan geen Cattemarauws na see te senden, om de passeerende scheepen te verprijen dan eenelijk aan die, die Hollandsche vlaggen vertoonen, dan eenelijk die de hollandse met wijdene aftesredene Last naar Saaaaspatnam Jtem nog na sadran te afdonking om met Uutt:mo deeser maand, de Extraordinaire Sipaijs„ en andere onnutie Loontreckende Jnlandsche Dienaaren aftedanken, soomeede te Palliacatta te Laten Casseeren, Enna Pal: om 14 Exst:s ord:re en o9. de 14 Extra ordineire Rons, en de 24 Jalandasche krijgers, mits„ metsg:s de reige l de aa „gaders van de overzge in bevolding sijnde Jnlandsche Rie„ „naaren, soo veel te reduceeren, als maar met erige mogelyk„ „heid geschieden konde, nadien gelyk wel weld: Haar En waarom Hoog Edelens geliefden aantemerken deselve veste hoog op stok quamen te Lopen, en meest al voor den dienst van „mcre, soo weel mogelijk te reduceeren van de Ret: or: Sipaijs &. Den 22e September 1774. Saden de d
English
429 to discharge the extraordinary sipahi servants to make reductions What pursuant to Their Right Worships' order regarding the gunpowder mill, the tools belonging to it, etc. Also to Bimilipatnam, to the Honourable Company were useless; together with ordering the Bimilipatnam chiefs, upon receipt of the order to be sent by virtue of this Resolution, to discharge half of the Extraordinary Sipahis serving there, and a third part of the native servants; and furthermore to order them as well as the Jaggernaijkpoeram chiefs to make such reduction in expenses as could possibly be done, with notification that they must carry this out strictly at the earliest, if they do not wish to experience that it would be put into effect from here itself. Regarding the Main Office. Their High Nobilities having been pleased to discontinue the gunpowder mill here, and of what belongs to it, to sell the oxen for whatever they may fetch, but to send the tools with the unneeded saltpetre to Colombo to be used there in the gunpowder mills, as well as to requisition the needed gunpowder from Batavia henceforth: It is understood pursuant to that order to discontinue the gunpowder mill at the end of this month, and consequently to have the 16 buffaloes and two carts sold at the earliest, the 17 coolies 22 September 1774. and 8 boys, who have thus far been employed in that work, discharged, and the needed gunpowder requisitioned from Batavia henceforth; together with sending the saltpetre currently still in stock to the amount of 28,635 pounds and 1,828 pounds of sulphur earth, with and besides the so-called Master Gunpowder Maker, item the tools etc., insofar as they would be worthy and useful to be transported, via Jaffanapatnam to Colombo; the same consisting, according to the written statement of the ordinary Artillery Lieutenant Godlich Krugen, of the following, namely: specification of the [items] resting therein 2 copper powder provers 14 metal stamp mortars 1 cart vat 11 metal pestles 1 copper kettle 4 metal ladles 3 copper melting pans 3 crowbars lined with metal 1 copper scale with 15 lb weights 2 ditto locks and their hasps 22 September 1774. 2 copper 431 etc. at Porwalacherij to allow the spice [surveys] only once Calliatour wood to be cut sober condition of this Government 2 copper brackets upon which the spindle turns 1 ditto basin upon which the upright spindle turns 1 ditto hammer 4 iron stirring irons 1 ditto balance 1 ditto skimming ladle 2 ditto ladles 9 sieve frames 6 hair sieve bottoms 1 chest for storing charcoal 2 wooden trays in which the powder is mixed 5 ditto carrying trays 2 saltpetre tubs 2 stamp blocks 7 brooms and powder brushes 1 whole leaguer 1 half ditto 1 wooden funnel 2 large water tubs, and 1 wooden wheel 2 ditto ditto dried ditto 22 September 1774. Furthermore, to auction and sell publicly the little garden at Porwalacherij, together with the stable belonging to it, for whatever it would fetch, and to that end to have a small map drawn up by the overseer of works; likewise henceforth to allow the general survey of spices and other effects to take place only once a year, instead of twice as has been done until now, which was approved, and to recommend the same to the Warehouse Master as well as to the warehouses, as also henceforth to charge 10 percent for validation on the shipped Calliatour wood, instead of the coolie wages brought up by them for sawing and splitting the same, with abolition of all that they used to enjoy in excess of that. sale to be made of the little garden to allow the general survey to take place once item the same, as well as to the warehouses what was resolved to assure Their High Nobilities regarding the Government Regarding the remarked sober condition of this Government, and the resulting supreme necessity not only to observe economy in all respects, but also to put it into practice immediately, it is understood to assure Their High Nobilities respectfully that the endeavour, both of the Lord Governor in particular and the Government in general, always is and would remain, to reduce the heavy pressing burdens 22 September 1774. Furthermore of
Dutch transcription
429 der Exr: ordr: Spaaip dienaaren afte danken vermindering te maaken Wat ingevolge I: J: Ed ovrdre nots. de Hruijsmoolen dr: Coesloin „tende gereedschappen &a Jten na Bimnilip:t om de heefte de E Comp: onnut waren; mitsgaders de Bimilipatnamse opperhoofden te beveelen, om op den ontfangst der wijt kragte deeser Resolutie aftesenedene ordre, de helfte van de aldaar in En onderde gedilete de nland dienst weesende Extraordinaire Sipaijs, en een der gedeelte Zoo meede na Jag om alle mogelyk der Jnlandsche dienaaren aftedanken, en voorts haar soowel de Jaggernaijkpoeramse opperhoofden te gelasten, sodani„ „ge vermindering in de Lasten te maken, als maar met On metwelke aanschrpving eenige insgelykheid beschieden konde, met aanschryving dat sij sulx ten zeisten princtueel ter uijt voerbrengen moes„ „ten, soo se niet willen ondervinden, dat men het selve hier selfs werk stellig maakte. Met betrecking tot art Hoofd Comptoir Haar Hoog Edelens behaagd hebben de kruijtmakeirij alhier te Excuseeren, en van het geene daar toe bekeord, de ossen voor het geldende te verkopen, dog de gereedschappen. met het niet benodigde salpeter naar Colombo te versen„ „den, om-ginter in de kruijtmelen gebruijkt te werden, mitsg:s het benodigt keruijt vertaan van Batavia te Eysschen: Soo is verstaan ingevolge die ordre, de kruijtmakerij met Uttimo deeser mand, ede e Ceseeren, en mitsdien de 16 buff„ „fels en twee karren; ten eersten te laten verkopen, de 17 koelijs Den 22e Sepptember 1774. en 8 Iongens, die dus lange bij dat werk gebruijkt sijn, aftedanken, en het benodigt buskruijt voortaan van Batavia te Eysschen; mitsgaders de tans neg in voorvweed weesende Salpecter ter quantiteijt van 28635. Ponden en 1828 ponden siia wel aarde, met en beneevens den soo genaamde Baaskruijtmaker, Iem de gereedschappen Atc„ra voor soo verre waardig en van nut soude sijn, om ver¬ „voerd te werden over Jaffanapatnam naar Colombo te senden; Bestaande deselve volgens schriftelijke opgave specificatie der daar in berus van den ordinaire Artillerie Licutenant Godlich krugen in de volgende; als: 2 kopere kruijt proef 14 Metale Hamp Mortiers 1 karre vat 11 Metale kolven 1 kopere kctel 4 Metale Leepels 3 kopere Smeltspannen 3 breek ijsers met metaal beslugen 1 kopere schaal met 15 lb gewigten. 2 —o Slaten en Derselver grenaels Den 22e. September 1774. 2 kopere is En 431 Et: te Prwalacheri selars maar eenmaal te laaten afte kcueepene Caluatourhout Soder toestand van dit Gouver„ 2 kopene: beugels daar het spais op draaijt 1 — kom daar het staande spil op draaijt. 1 D hamer 4 ijsere Roer ijsers 1 do Balans 1 _ Schuijm span 2 _ Lepels 9. Sist vanden 6. Haize Sift bladen 1 kist tot het bergen van Buskolen 2 houte Bandeesen daar het kruijt in gemengd werd 5 _o draagbandeesen 2: Salpecter Balies 2. Hamp blocken 7. Veeg= en kruijt bostels 1. heele Legger 1. halve 1. horte tregter 2. Groote water Balies, en 1 Houie wiel. 2 _a _o „ „ „ ged reogd _o „ .. Den 22e. September 1720. Wijders het thuijntje op Porwalachorij, nevens dies te doene verkoop van het kumptie op stal publicq te laaten opwijlen en verkoopen, voor het geene gelden wilde, en ten dien eijnde door den opsiender ter werken, een Caartje te doen formeeren, soo meede den Ge. bruyjt der generaale gereem„ „neralen opneem van specerijen, en andere Effecten voor geschieden „taan maar eens'sjaars, te Laten geschieden, in steede van twee maal gelijk tot nog toe gedaan is, het geen goed, stem hetslve, sonrel ds het„ „gevonden wierd, de Pakhuijsereester als soo wel aan „ de Lakhuijsen aan te beveelen „te beveilen, als om voortaan op het afgescheept werdend Callictourhout, in steede van de door haar voor het sagen en kloven derselve opgebragte koelylcomen 10 pC=to voor validatie op te brengen, met afschoffing van al het geene sijnu daar voor meerder quamen te genieten. Ten belange van de geremarqueerde sobere toe, wat besloten is A H Ed nopens „stand van dit Gouvernement, en daar uijt voortvleijnder nement te versekene Hooge Noordsakelykheid, om de menage in alle op sigten niet alleen te betragten, maar ook dadelijk ter uijtvoer te brengen, is verslaan, Haar Hoog Edelens eerbedig te verseekeeren, dat de betragting, soo van den Heer Gouver, „neur in het byzonder, als de Regeering in het gemeen steets is, en blijven soude, om de snaare druckende lasten Den 22e September 1774. Wijders van „ „ E
English
and 50 peons to be profited. military, and 2 ditto, when to keep: of the notes from the extracts [illegible] of a Ceylonese of three to give notice. to send via, and to call up for that purpose. of the Honorable Company here on the Coast, at least to make it as much as possible more bearable, so as to give the same provisionally proof of that well-meaning intention of the sepoys, upon the proposal of the Governor it was approved, to discharge 50 peons by the end of this month, whereby for the Honorable Company would be saved yearly, an amount of ƒ2160. —. — and from the sepoys in service to discharge ƒ290. privates from the service who cost the Company in 12 months ƒ29928. –. –. Hereby the number of privates now brought to 434, and their pay being reduced from 35 to 33 peons monthly, the Honorable Company came to profit yearly 2083. 4. —. or in total from the sepoys 32011. 4. —. and together with the peons ƒ 34171. 4. —. Concerning the order with regard to the military, it is agreed, if the opportunity and circumstances of the times permit it, to reduce the 3 companies of the military present here to 2, and of their officers, The 22nd of September 1774. besides the under-major, the lieutenant Jan Ernst Heijnsz, the ensign and overseer of the armory Emanuel Gregier, to retain the titular major Johan Ernst Gotlieb Haselman, the senior captain Gijsbert Zegelaar, together with the lieutenant Jan Hendrik Homburg; and Jan Jochem Winkelman, as well as the ensigns George Frederik Pool, Johan Simon Koks, Philip Pollick, and Joseph Herman van Kokring, and all the remaining, both those stationed here and at the sub-stations, consisting of 1 captain, 1 captain lieutenant, and 11 ensigns, besides another 1 lieutenant, 2 ensigns, and 1 extraordinary fireworker of the Ceylon detachment, to let go to Batavia, and to that end to summon those from the sub-stations hither, as well as to bring to the knowledge of Their High Mightinesses that the ensign Ederner Sigfriek van Wulfen absented himself from here some time ago, without it being possible to ascertain where he has ended up. Whereafter the Governor submitted the excerpted notes from the extracts The 22nd of September 1774. from the general honored dispatches sent by the Lords and Masters to the Honorable High Indies Government at Batavia, dated 15 and 20 October 1773, in order to decide upon the necessary required reply to them, and to note after the order in the margin of the same, thus it is, with regard to the expressed satisfaction over the arrangements and measures taken both by Their High Mightinesses and this Government for the direct dispatch of the returns from this Coast to the Netherlands, and the timely and safe arrival in Europe of the return ship the Bartha Petronella; approved and agreed to state that nothing would seem more pleasant to this Government than the safe arrival in the fatherland of the return ships, under the assurance to be made that all care would always be taken, not only regarding the dispatch, but also with respect to the loading of the ships, and therein to consider the greatest interest of the company; and regarding the fact that Their High Mightinesses were pleased to judge that the Coromandel return ships should be ballasted with saltpeter instead of stones: it is agreed respectfully to The 22nd of September 1774. represent that, however gladly one would wish to obey the given order, and must, nevertheless not being able to pass over, with submission to the High Honored judgment, to point out the difficulties, or impediments, which the execution of the same could sometimes cause and bring about. — Firstly: that the stones which were dispatched as ballast for the repatriating ships in the quantity of 100 or 150000 pounds according to the size of the ships, took away no, or at least very little, space in the holds. Secondly: that although the ships from Bengal repatriated with saltpeter, the aforesaid quantity of 10000 pounds of stones was nevertheless always dispatched. Thirdly: that it would not be advisable to give the return ships, especially those repatriating from this Coast, as being very top-heavy due to their cargo of linens, saltpeter as ballast instead of stones, since in the event of an unforeseen accident of a heavy storm, or otherwise, and the leakage caused thereby, the saltpeter would melt, its moisture through might
Dutch transcription
433 en 50 prons geprofiteerd werden. militaire, en 2 dito, n bvanneer te houden: van de notelen uijt de Extracter vring van een Ceyjlonse van drie ketennis te geeven. via te senden, en daar om op te roepen. van d' E Comp: hier ter Custe te verminderen, ten minsten soo veel megelyjk dragelijker te maken, soo als om Hoogst de selve daar omtrent bij provisie pareuwe van die welmeenend, „peting van 9 spaij, heijd te geven op den voorstel van den Heer Gouverneur gored„ „gevonden wieert, met Ult:o deeser maand 50: prons afte„ wolda, bij haarlijk sal, danken, waar door voor d' E Comp:s Jaarlijx besuijnigt wierde, een montant van. . . - - - - - - ƒ2160: —:— en van de in dienst weesende Sipaaij ƒ 290. gemeene uijt den dienst te stellen dewelke de Comp:e in 12=' maanden kostende ƒ29928. –. –. Hier door het getal der gemeene tans op 434. gebragt, en derselver besolding van 35 op 33 p=s maands gereduceerd weesende, d' E Comp Jaar„ „lijx quam te profiteeren - - - - „ 2083. 4. —. of in 't geheel van de Sipaaijs - - - - - - - - „ 32011. 4. —. -. . . ƒ 34171. 4:—. en met de Pions te samen - - - te soene redueering van de 3 Comp: Omtrent het g'ordonneerde ten belange van de militairen is verstaan, soo din de gelegendheid, en omstandigheeden der tijden het permitteerdende alhier sijnde 3 Compagnien werlhe fceren daar zij den Militeiren, tot 2 te reduceeren, en tot derselver officieren Den 22e. September 1774. behalven den onder Maijeor, den Lieutenant Jan Ernst Heijnsz der vendrig en op siender van de Wapenkamer Emanuel Gregier, aan te houden den majeor titulair Johan Ernst Goaleb Haselman, den oudste Capitain Gijs„ „bert Zegelaur, neevens de Lieutenant Jan Hendrik Homburg; en Ian Jochem winkelman, mitsgaders de Vendrigh George frederik Pool, Johan Simon Koks, Philip Pollick, en Ioseph Herman van Kokring, en alle de overige besuijt de oringe naar bata„ ƒ soo wel die alhier, als op de Comptoiren bescheiden, sijn, die van de buyten Comptoiren 1. lieutenant besteaande in 1 Capitain, 1n Capitain Licutenant en 11: verdrigt, behalven nog 1 Lieutenant 2 vendrigs, en 1. Extraordinair Vuurwerkeer van het Ceijlon actachement naar Batavia te Laten opgaan, en ten dien eijnde die van de Comptoiren Herwaards te ontbieden, mitsgaders zin : E: vnde 6: on e Haar Hoog Edelens ter kennisse te brengen dat den Ven„ „drig Ederner Sigfriek van Wulfen voor eenige tijd geleeden sig van hier g'absenteerd heeft, sonder dat men heeft konnen navorschen waar denselven be„ „Land is, Waarna door den Heer Gouverneur wier, Productie door den Heer Gouv.r ,den overgelegd de g'excerpeerde ndhulen uijt de Exterctien^ der vaderl: broven Den 22e. September 1774. behalven uijt 435 Den 22e: September 1774. Enten wat eijnde Europa over het genomen ge¬ „noegen aldaar, in de de parchie der recour Scheepen aldaar van 't Schip de Carlha Petronella der Scheepen vervolg uijt de Generale gevenereerde missivens, door de Heeren en Meesters aan de Edele Hoge Indiasche Regeering te Batavia, in dato 15: en 20 8ber: 173. gerigt, ten eijnde, daar op het nodige tot verschuldigde rescriptie te besluijten, te betuygene aangenaam: na en nade ordre in margine derselve te noteeren soo is met betrecking tot het betuijd genoegen over de schic„ „kingende maat regulen, soo van Haar Hoog Edelens als deese Regeering tot de derecte versending der rethou„ En overe: behonden a: rin,„ en van deese Custe naar Nederland genomen, ende tydige en behoude aankomst in Europa van het retour schip de Bartha Petronella; Goedgevonden en verstaan te betuijgen, dat deese Regeering niets aangenamen voor= komen soude dan de behoude Arrive in het vaderland onder welke vererkring, van de Rethour scheepen, onder te doene verseekering, dat steects alle plettendheijd gebruijkt werden soude, niet alleen omtrent den afscheep, maar ook ten opsigte van het beladen der scheepen, en daarinne het meeste Er antoin no:s het belote elang van de maatschappij te betragten; en ter belange Hoegst deselve dien Heger geliefden te oordeelen, dat de Cormandelsche Rethour scheepen met Salpeeten, en steede van Rteenen geballast wierde: is verstaan erbiedig te Den 22e. September 1774. vertonen, dat hoe gaarne men ook de gegevene ordre obedieeren wilde, en meeste, egter niet voorbij gaankende, met onder„ „werping aan het Hoog Edijser oordeel aantemerken, de swarigheeden, of belemmeringen, die de Executie derselve somtijds veroorsaaken en te weeg brengen konde. — Eerstelyk: dat de steenen die ter quantiteijt van 100: of 150000. ponden na rato van de grootheijd der scheepen tot Ballast der repatrieerende scheepen wier„ „den afgescheept, geen, of ten miasten weyjnig plaats en de ruijmen kwamen wegtenemen, Ten Tweeden: dat alschoon de scheepen van Bengale met salpeeter repatrieerden, en deselve dog althos de voorsegde quantiteijt van 10000 ponden steenen afgescheept wierde. Ten Derden: dat het niet raadsaam weesen soude, om de Rethour scheepen, in sonderheyjt die van deese Cust repatrieerden, als seer bovenlastig weesende, door desselfs Lading van Lywaten, Salpecter in Hteede van Steenen tot Ballast inte geeven, also by een onverkoopt ongeval van sware storm, als andersints, en daar door de veroor„ „sakene Leccagie, de Salpecter: smelten, dies vogt door vertonen magt
English
437 majores concerning what was uncovered to present pumped out with power, notoriously the ship would capsize and inevitably be lost with its cargo and crew. Fourthly: that as far as the slight knowledge that the Government had or could extend regarding the loading of the ships, and experience had taught, the saltpetre had never been employed and shipped out in the return ships as ballast, but indeed as a bottom layer, so that this salt, instead of the shipped-out bottom layer of coffee, could be employed, provided it was not subject to such great danger of melting due to leakage or other mishaps. Fifthly: that in that proposed or prospective change regarding the loading of the return ships, yet another difficulty presented itself, and consisted in this: that the supply of the saltpetre here on the Coast would absolutely have to consist of a quantity sufficient for 2 or even 3 years, so that whenever, whether through a lack of ships or adverse circumstances with the English, from whose hands that salt had to be drawn in Bengal, or 22 September 1774. other unforeseen disasters, no saltpetre could be brought here, one could for that single year take recourse to the existing supply on hand, and in the meantime give prior notice thereof to Their High Excellencies for the following year, in order to be provided therein by the very same, since in the contrary case the return ship, without being furnished with its proper bottom layer, would not be able to undertake the voyage to Europe. With relation to the discovered exorbitant shortage What was resolved, the Gentlemen, on the quantity of pepper of about to inform Their High 200,000 Pounds conveyed with the said return ship, to as much as 23645 lb or 13/16 per hundred, it is resolved to present to Their High Nobles that from here one could also not supply the least reason for its cause, because the full loading of that and subsequent ships took place at Jagpernaikpoeram, but having occurred here this year with the ship Pallas, every possible care was taken that during the conveying of that grain to the shore, and again from the shore on board, or into the warehouses in which the same, packaged in bags, 22 September 1774. was exclusively stored to make room in the ship, nothing of it has been alienated or stolen. 439 22 September 1774. 22 September 1774. Item concerning what to demonstrate regarding the reduction of the linen collection expecting the said list from the Palicol superiors to be delivered Concerning the remark made by the very same that although the lesser collection of the year 1771 compared to the previous year made a difference of 113½ packs, this could partly be attributed to the low amount or reduction of the demands, yet this mostly had to be and would be attributed to the negligence of the merchants of various stations, especially those of Palicol, due to the lesser delivery of a large number of packs than they had been obliged to make, having for that purpose used as their excuse that merchandise had been forced upon them instead of cash advances of three-figure pagodas, which however Their High Mightinesses could not suspect, since this Government having been furnished with sufficient gold to mint that sort of Pagodas, would have left the merchants destitute of it, at the same time concurring with what was brought forward against it by this as well as with respect to this Government, further expecting the specific list demanded by this Government from the Palicol superiors of the linens that the merchants maintained were so greedily bought up for the account of the English; it is Approved and Resolved to show Their High Excellencies High Nobles that the requisite care was always taken that there is a sufficient supply of three-figure Pagodas at Jagoernaikpoeram for the collection of Palicol, from where the same, as much as needed, were fetched each time and advanced to the merchants, so that they were never left in embarrassment for cash; and concerning the acceptance of Merchandise, that in that respect they had full freedom to receive the same or not, and were never advanced to them except upon their own prior request when they saw an opportunity to sell to the inland merchants or to barter with the brought-down cotton and other goods; and with relation to the aforesaid specific list, that the Superiors, whatever trouble was taken, had not been able to obtain the same, according to what was noted in their letter of 4 February continuation expecting
Dutch transcription
437 maijores Nop:s het ontdente te vertoonen magt van pompen uijtgepompt, notoir het schip onslaan en met de Lading, en manschappen verlooren gaan moeste. Ten vierden: dat in soo verre de geringe kennisse die de Regeering omtrent het beladen der scheepen kad„ „de, of strecken konde, en de ondervinding geleene hadde, het salpecter nooyt in de Rethour scheepen tot ballast, maar wel tot onderlaag g'employert en afgescheept geworden „was, over sulx dat silt, in steede van de afgescheept wer„ „dende onderlaag van Coffij g'emploijeert soude konnen werden, wanneer het selve aangeen soo groot gevaar van smeltere door leccagie of andere ongemacken onder„ „heevig was. Ten Vijfden: dat in die te makene of voorge„ „stelde verandering, omtrent het belaaen der rethour Scheepen nog een swarigheid sig op deede, en hier in be¬ „stond, dat den voorraad van het salpecter hier ter Custe absolut soude moeten bestaan in een quantiteijt die voldoende was; voor 2: dan wel 3. Jaren, opdat, wan„ „neer; het sij door gebrek aan scheepen, of tegenspoedige omstandigheeden, met de Engelschen, uijt wiens kan„ „den men in Bengale dat silt breeken moesten, dan Den 22e. September 1774. wel andere niet te voorsiene desastres, geen salpeter al, „hier konde werden aangebragt, men voor dat eene Iaar tot de aanhonde weesende voorraad, sijn toe velsigt kon„ in „de nemen, en tusschen Haar Hoog Edelens voor het volgende Iaar, daar van preadvertentie geeven, om door Hoogst d:selve daarin voor sien te konnen werden, dewijl in Contrarie geval het rethour schip sonder met sijn behoorlijk onderlaag versien, te sijn, de reijse naar Eiero„ „pa, niet soude konnen ondernemen. Met relatie tot het ontdekt exhorbuant onderwigt wat teslooten is, de heeren, op de met gem: rectourbodem overgeweerde quantiteijt pope ortnula woende ae van 200'000 Ponden, tot wel 23645 lb of 13/16 ten hondert, Edele is Verstaan Haar Hoog Agtbaare te vertoonen, dat men daar omtrent van hier meede geen de minste reeden van dies oorsaak suppediteeren konde, om reeden de vollading van dat, ende volgende scheepen op Jagpernaikpoekam heeft plaats gehad, dog dese Jare met het schip de ƒ Pallas, alhier geschied weesende, alle mogelyke sorge gedragen was, dat by het brengen van dien korl na de val, en weder van de wal na boord, dan wel in de pak „huijsen, waarin deselve, in sacken Gemballeerd, den 2e. September 1774. wel eenelijk 439 Den 22e September 1774. Den 22e September 174. Item nops: wat het verminderen van den lipviaat Insaam te Demonstreeren gem: te gemoed schende lijst van de Palicolse ovsch: te bedeeldn eenelijk opgeslagen wierde, om ruijmte in het Schip te maken, er niets van vervreemd of gestelen is geworden, Betreffende het geremarqueerde door Hoogst deselve dat of scheon de mindere Jnsaam van A„o 171 in vergelijk met het voorgaande Jaar een verschil van 113½ packen reijtmaakte, ten dedle toegeschreeven konde werden, aan de geringheijd of verkleijning der Eysschen, egter sulx voor het grootste gedeeue geattribueerd moeste, en zonde werden aan de nalatigheijk der Coplieden van verscheide Comp¬ „toiren, in sonderheijd die van Palicol, door de minde„ „re Leverantie van een groot gehal packen, dan sij verpligt wanen geweest te doen, sig ten dien eijnde tot d'er„ „selver verschoning bediend hadden, dat haar Coopman„ „schappen waren opgedrongen geworden, in steede van Contante verstrecking van diebeldige pageden, dog het geen Hoogst deselve niet vermoeder konde, nadien deese Regeering van genoegsaam goud tot het munten van die soort van Pageden voorsien geworden sijn„ „de, de marchiandeur daar van ontbloot soude hebben gelaten, teffens accorditerende, het geen door deese zoo medete opsigte van ner Regeering daar teegen is ingebragt, wyders te gemoed siende de specifique Lijst door deese Regeering van de Palicolse opperhoofden op g'eyscht, vande Lywaten die de Cooplieden sustineerden, dat voor Rekening der Engel„ „sen soo greetig wierden opgekogt; is Goedgevonden en Verstaan, Haar Hoog Edele Hoog Achtbare te verlonen, dat althoos de vereyschte sorge wierd gedragen dat er een genoegsame voorraad van drie beeldige Pago„ „din op Jagoer naikpoenam is, voor den Insaam van Palicol, van waar deselve soo veel als benodigt sipe tel„ „kens wiensen afgehaald, en aan de Cooplieden verstrekt, dus siy nimmer: om Contanten verlegen wierden gela„ „ten; ei ten belange van het accepteeren van Coopmansz; dat sy daaromtrent de volle vrijheid hadden, deselve te ontfangen, of niet, en nooyt aan haar wierden verstrekt, dan op derselver voorgaand versoek wanneer sij kans seegen, aande bovenlandsche Coop, „lieden uijt te vinden, dan wel met het afgebragt Cattoen en andere Goederen te trouqueeren, en met relatie tot de voorsz: specifique= Lyst, dat de Opperhoofden deselve wat moeyte ook aangewend was, met hadaen konnen mag„ „tig werden, na het genoteerde byj haren brief van den 4 vervolg siende februarij
English
441 The 22nd of September 1774. To give notice of His Right Honourable's disposition regarding the aforesaid Palicol chintzes. Regarding the arrears in February 1772, but on the other hand had demonstrated under the heading of 8 different sorts of Guinees the great difference in the prices being paid between the Company and the English, and of which extensive mention was found to be made in the despatches of this Government to Their High Mightinesses dated 30th June 1772, of which it was resolved to clearly incorporate the specification found therewith into the marginal reply for the esteemed consideration of Their Right Honourable Sirs. Just as it was meanwhile understood regarding the disposition of Their High Mightinesses at Batavia concerning the loss and deprivation of profit which the 4500 pieces of Palicol chintzes caused upon sale in the Netherlands in the year 1767, namely that the payment thereof was imputed to the former chief of Palicol, and present Secunde of Palliacatta, the Junior Merchant Hendrik Scoffier, as the collector of the same, but being unable to do so, the aforementioned Their High Mightinesses at Batavia were graciously pleased to present the grievances lodged by the said Scoffier, and his urgent supplication, to Their Right Honourable Sirs in order to obtain a favorable decision. The 22nd of September 1774. Regarding the satisfaction that the said Gentlemen Directors were pleased to express concerning the reduction of the general arrears of the merchants on this Coast in the book-year 1771/1772, and the remark made about the actual nature of the remainder thereof, it is resolved to respectfully bring to the attention of Their Right Honourable Sirs that the same were also reduced in the following year with a cash sum of f 44390:17:—, and that this Main Settlement as well as Palliacatta continuously maintained a settled account, and that the Bimilipatnam merchants, at the closing of their accounts on the last of August 1774, will likewise be balanced, while the Governor requested Their Right Honourable Sirs to rest assured that no less zeal was applied to, and would be dedicated to, the further reduction and final settlement of the debts than by his predecessor, the Ordinary Council of Netherlands India, Pieter Haksteen, of which His Honour hoped to be able to provide the true proofs to Their Right Honourable Sirs during his remaining administration, 443 under respectful notification at the same time that all untimely and superfluous disbursements of cash that were made to the merchants were left for the account of the Chiefs of the factories, regarding which, however, the necessary attention was paid by this Government as well as the Chiefs themselves, so that the merchants were not advanced more than they are capable of delivering in linens. Item, regarding the coinage: with respect to the coinage, nothing of importance was found to be remarked upon for response, as it has largely been answered in the general missives, so it is resolved to assure Their Right Honourable Sirs that one would constantly endeavor to give Their High Mightinesses all possible satisfaction in that regard, and also continue with the method introduced by the said Right Honourable Sir Haksteen. Regarding the article of the sale of merchandise, and the expressed satisfaction over the profits achieved thereon in the previous year, it is resolved to testify that nothing was neglected in that regard that could serve for its increase and expansion, and that furthermore the copper contract entered into remained in force through the renewal of the same for another three years according to the resolution of the 8th of June last with the merchant Tieroemenis Chittij, and the vast quantity of the importation of Swedish copper seemed to have ceased, as one heard no further talk of it, much less that it would cause any damage or hindrances to the sale of Japan bar copper; for which reasons it was resolved for the rest to refer to the advice that the Governor supplied to Their High Mightinesses, the High Indian Government at Batavia, in his separate letter of the 10th of September of the past year, as well as that the leasing of the Company's domains had increased markedly for some years, and on the last of August 1773 had again amounted to f 2512:10:— more than the previous year; for which reasons it was hoped not only that the same The 22nd of September 1774.
Dutch transcription
441 Den 22e September 1774. „ H: F: Ed: dispositie n p:s noa „vens gem: Palicolse Chitsen „nisse te geeven nopens de agter stallen on„ Februarij 172. maar daar en tegen onder toe van 8 dis„ „ferente soorten Guineesen aangetcond hadden, het groot verschie der betaald werdende prijsen , tusschen 'DE Comp:s ende Engelschen, en waar van in het breede mentie ge„ „maakt wierd gevonden by de aarijsen deeser Regering aan Haar Hoog Edelens onder dato 30e Junij 1772. waar van besloten wierd, de specificatie bij deselve te vinden, bij de naurgenale beantwoording duijdelijk te laten in vloeijen hot g'eerde speculitie van Haar Edele Hoog Achtbare Gelijk ook Iocgst deselve van Jntusschen wient verstaan Hoog 't de salve alventer te be„ ten vesigte van de sier ken deelen de dispositie van Haar Hoog Edelens te batavia no„ „pens het verlies en winst derving, welke de 4500 p:s Palicelse Chitsen bij verkop in Nederland inde Jaer 1767: ver oorsakt heb„ „ben, namentlyjk dat sulx het geweese opperhoofd van Paulicol, en presente Secunde van Palliacatta den onder Coopman Hendrik Seoffier, als in ammelaar derselve de betaling van dier g'imputeerd, dog daar toe onver„ „mogens sijnde, wel melde Haar Hoog Edelens te Bata„ „via, gunstiglijk behaaigd hadden de ingebragte be„ „swarnissen door gedagte scoffier, en syne instantige beeded: en aangaande, Haar Edele Hrog achtb ter erlanging Den 22e September 1774 van een gunstig apposti voortedragen ten opsigte van het genoegen dat welmelde Heeren wat biloosen is ged: maijoris meesters, nopens de diminutie van de Generaale Ag„ der het gog te brengen. „ter stallen der Cooplieden te deeser Custe in het boekjaar 17½. hebben gelieven te betuijgen, en de gemaakte remar„ „que over de aanwerkelikheijd van dies restant, is ver„ „Htaan Haar Edele Hoog Achtbaarheeden eerbiedig onder het oog te brengen, dat deselve in het volgen„ „de Jaar meede vermindert waren met een incontant van ƒ44390:17:— en dat deese Hoofdplaatse soo wel als Pallia„ „cattae steeds liquide reekening behielden, en dat de Bi„ „milipatnamse Cooplicaene, bij het sluijten hunner, Reekeningen onder: uilt: aug:s 1774. meede effen sullen raken, terwijl den Heer Gouverneur Hoogst gemelde Haar Edele Hoog agtbaarheedens versog te den sig versee„ „kerd te willen heuden, dat met geen minder yjver op de ver„ „dere dimi nuotie en finale liquiditeijt der schulden aan„ „gedaan was, en sig op deselve toe leggen soude, dan desselfs Redecesseur, den Heer Raad ordinair van Nederlands Jndia Pieter Haksteen, waar van sijn Edele verkoopte gedurende sijn, neg overig syjnde besteer de ware blyken an Haar Edele van Hoog 443 werk te vrseckeren En omtrent Hoogst (dersel ver geschept genoegen over de winste op den verthier in A:o 1720/, betaald te betuijgen „heeren en meetters van het toe neemen der veropligtengen Hoog Achtbaarheedens te sullen kunnen of moogen sup„ „pediteeren, onder eerbiedige notificatie teffens dat alle on„ „tijdige en overbedige verstreckingen van Contanten, die aan de Cooplieden geschiedede, voor reekening van de Opfer„ „hoofden der Comptoiren wierden gelaten, dog waar omtrent egter door deese Regeering, soo wel, als de opperhoofden selve de nodige attentie wierde geslagen, dat de Handelaars niet meer wierden gepnt, daa se in staat sijn, en Lijwaten voor te konnen besorgen. Jtem ten opsigte van het miunt Met Rabatie tot het mantwerk niets van belancg tot Receripie te remarqueeren gevonden; als lerigdesakelijk in A C„s b'antwoord sinde, soo is verstaan Haar Edele Hoog Agtbaarheedens te verseekeren dan men steets„ tragten soude Hoogst deselve daaromtrent meede alle mogeiyke genoegen toetebrengen, en ock bliven Continueeren, by de ingevoerde methode, door wel ge¬ „dagte wel Edele Groot Agtb Heer Haksteen— Omtrent het articul van den verthier van Handelnharen, en het betuijgd genoegen over de Winsten op deselve en A„o vorf:s behaald; is verstaan. te betuijgen, dat daar omtrent meede niets versuymd Den 22e. September: 1714. wierde, het geen tot dies acressement en opluijking die, „nen konde, en dat voorts het aangegaan koper Con„ „tract door de vernieuwing van het selve voor nog drie Jaren na het aangeteekende ter Resolutie van den 8 Junij J=o leeden met den Coopman Tieroemenis Chittij bleef standhouden, en de meenig vuldig„ „heijd, van den aanvoer van het Sweeds. Koper scheen gecesseerd te weesen, alsoo men daar niets meer van hoorde, spreeken, veel min dat eenige scha„ „de of empechementen aan den verthier van het Japans staafkoper soude komen toe te brengen; dog welkende brnaelke respite dietwegen wegen voor het overige beslooten wierd, sig te refe„ „reeren aan het advijs dat den Heer Gouverneur by desselfs apart schrijvens van den 10 7ber des ge„ „passeerden Jaars, aan Haar Hoog Edelens de Edele Hoge Jndiasche Regeerineg te batavia ge„ „suppediteerd heeft, soo meede dat de verpagting van te dene weroring aan Hoog god: 's Comp:s domeijnen 't seedert eenige Jaren merkelyk toegenomen, en onder Ultimo aug:s 1773. weder ƒ2512:10:— meer bedragen hadde, dan het voirge Jaar; welkend wegen verhoopt werd, niet alleen het onder welk hoope Den 22e September 174. wierde selve
English
445 The 22nd of September 1774. and assurance concerning that matter. Likewise notification that on that lease of Bimilipatnam no reliance was to be placed. Tanjore referred. What was decided regarding the ordered supply of coir ropes to the ships. Regarding the holds of the... Upon the requested prolongation of... majores permitted... would not only meet with the pleasure of Their Right Honorable Worships, but also that the same, upon public auction by the last of August upcoming, or 1775, when the current leases were to expire, would likewise have an advantageous outcome, to which end all efforts would be applied, provided the expensive times, and the decline of trade in general in the Tanjore region, and consequently at this place as well, did not render the attempts of this government in that regard illusory. Furthermore, that concerning the lease of Bimilipatnam and its dependencies, together with the contract thereof with the princes, nothing could be stated with certainty, and with respect to the affairs related to the Tanjore principality, it was understood to refer to what was performed in the past year, and the matters dealt with in the separate letters dispatched in the previous year and the beginning of this year. Concerning what was ordered regarding the supply of coir ropes of 12 and 11 inches for ships of 150 and 140 feet, it was resolved to await what would be ordered from Batavia in that regard, namely: whether the same should be delivered at the Indian main capital or rather here, and in the meantime to continue awaiting the gold of 15 and of 20 carats 8 2/5 grains, which Their Right Honorable Worships have been pleased to promise, as well as to look forward to the favorable disposition of Their High Mightinesses upon the requested prolongation of the charter, and furthermore to express the gratitude of the First Warehouse Master Johnson for his promotion to merchant. Hereafter were reread the revered missives of Their Right Honorable Worships, the Noble High Indian Government at Batavia, dated 30 September and 13 December 1773, as well as 23 May, 8 June, and 1 July of this year, received both via Ceylon and directly by the ship Pallas and the bark den Arend; thus, with respect to what was ordered concerning making the necessary use of the holds of the return ships for the Honorable Company by stowing the packs and chests with good deliberation, and ensuring that no goods of private individuals are placed therein, the Master Attendant here having provided a report concerning the holds and the full stowing thereof of the return ships departed from this Coast, according to the minute entered in the resolution of 17 August last, it was approved and understood to refer thereto and to the decision taken on that day in this regard, and furthermore, in dutiful obedience to Their Right Honorable Worships' revered orders, to make no attempts toward obtaining Bimilipatnam in perpetual lease, as well as to observe the recommendations regarding the permission granted to the former Lieutenant of the Moors at Batavia, Assarnina Bant, for the dispatch of as many packs of piece goods of the permitted sorts as the ship's hold would allow. Under the article of Ships, it was understood to express to Their Right Honorable Worships the gratitude of this government for the approval of the arrangement made concerning the return ship de Jonge Lieve, and to assure that the previous orders, both concerning the ballast and the bulkheads, as well as the unloading and loading of the ship Pallas, now designated by Their Right Honorable Worships via this Coast for Europe, will be accurately applied and followed, but that concerning the dispatch, or having that vessel, as well as the still-expected contra-ship Vreede Lust, call at all the southern factories and the northern office Jagannathapuram, one had been compelled, on account of the long absence of those hulls, at the session of 17 August last, to make some changes and to abandon sending them to those offices, and decided to detain them here and dispatch them back directly from here; since time had already advanced too far, and it was impossible for each of those hulls to be unloaded, loaded, and provided with what was necessary in less than 18 days, as was demonstrated by the late appearance of this...
Dutch transcription
445 Den 22e. September 174. en verseekering dientwegen Jtem beceeling dat op die pagt van Binchpr. geen staat te maaken was Jans Jours resereerd wat ten opsigte van de geordpen. verstrecking van vyge touwen aan de scheepen, beslooten is ten opsigten van de ruymen der op de verrogte proelongatie van maijores gepermitteerde Gjoua selve het welgevallen van Haar Edele Hoog Agtbaar„ „heedens soude komen weg te dragen, maar ook dat deselve bi Peplicque opreijsing onder Ultimo aug:s A„, aanstaande of 175. wanneer de Lopende pag„ „ten quamen te expireeren, insel vervoegen een voordelige uijtslag soude hebben, waar toe alle vermogens soude werden aangewend, soo de duuren tijd, en het verval van den Handel in het Generaal in het tansjour„ „sche, en gevolgelyk te deeser steede meede, de Pogingen deeser Regeering daar omtrent met Jllusou: wierden gemaakt. — Wyders dat omtrent de Cagtneming van Bi„ milipatnam en dies onderhoorigheeden, mitsgaders het Contract daar van met de prinsen niets met seeker„ waar aan men sig nopens heyd gemeld konde werden, en ten opsigte van de saker tot het Tanspoers, Vorstend om relatie hebben„ „de: is verstaan, sig te refereeren aan het g'excteer„ „de in Anno Passato, en het verhandelde byj de ap„ „parte brieven in het vorige, en het begin van dit Jaar afgesonden— Ten belange van het g'ordonneerde omtrent de verstrecking van vygerlouwen van 12 en 11 Buijment van Scheepen van 150. en 140 voeten; is besloten het geen dien aangaande van Batavia soude werden g'ordonneerd; te weeten: of deselve tor Jndiasche Hoofd: plaatse danr wel hier soude werden afgegeeven, en intusschen te blijven afwagten, het goud van 15. afwagting van het door deheeren en van 20 Car:s 8 2/5 gr=:, het welk Haar Edele. Hoog Agtbaarheedens hebben gelieven te promit„ „teeren, dls meede te gemoed sien de Gunstige Dispo, Jtem van de gunstig disportie „sitie van Haar Hoog Mogende, op de versogte 730 „ het dobrag „longatie van het octroij, en wijders afte Leggen de Ban:s ktuijging voor de beverde„ dank betuijging van den Eerste Pakhuijsmees, „ter Johnson, voor sijne beverdering het koopman Hierna wierden herleesen de gevenereerde herlieking van 5 haaver HEd missivens van Haar Hoog Edelens de Edele Hooge Jndiasche Regeering te Batavia, in datis 30:e 7ber en 13 xber 1773, mitsgaders 23e meij, 8o Junij, en 1 Julij deeses Jaars, soo over Ceijlon, als direct met het schip de Pallas, en de barcq den Arend ontfangen; soo is ten opsigte van het geordonnen, wa aan dens: p:r et gonn „de om van de ruijmer der Rethour scheepen het hotouer scheepen refereert missivens „ring vant Johenson tot Coopman Den 22e. September 1774 verstrecking nodig 447 sending van lijwaten door nevs gen moorte Luytenant selve voor de goed keure van de schikking omtrent het hetom: schip de Jongelive bijven van het retour en Contra nodig gebruijk voor sE Comp:s te maken, door het weg stuwen, van de Packen en kisten, met goed overleg, en te sorgen dat er geen Goedenen van particulieren in geplaatst werden, door den Equipagie op siender alhier gediend sijnde, van berigt, nopens de ruijmen, en het volstuwen derselve, der van deese Custe vertroc„ „kene Rethour Scheepen, na het aangeteekende ter Resolutie van den 17:e aug:s J:o leeder, goed gevonden en verstaan sig daaraan, en het besluijt ten dien dage to dee hee eer ang van eml d ier wegens gevallen, te refereeren, en wyders in schuldige obedientie van Haar Hoog Edelens ge„ „venereerde ondre, geen tentaminas te doen, ter bekoming Jtem het andeoline : d : van Bimilipatnam in euwige pagt, als meede in observantie te nemen, het aanbevolene nopens de verleende permissie aan den oud Licutenant der Moren te Batavia, Assarnina Bant ter versending van soo veel packen met Lijwaten vande gepermitteerde soorten, als de scheeps ruijm te toelaten soude— het betungen ver pligting van oorden nder het articul van Scheepen is e versteean, Haar Hoog Edelens de verplickhting Den 22e. September 1774. deeser Regeering te betuijgen, voor de goede keure deo gemaakte schicking omtrent het Rethour schip„ de Jonge Lieve, en te verseekeren dat de vorge oij, onder welke verekering „dres, soo omtrent de Ballast, en het waterschot als de ontlossing en belading van het nu door Haar Hoog Edelens, over deese Custe naar Europa aan„ „gelegde schip de Pallas, nauw keurig G'apliceerd, en agtervolgd sullen werden, doch dat omtrent waar toe men door het longe weg de depeche, of 't Laten aandoen van dien Bodem schip genoodsaakt is geweest soo wel, als het nog verwagt werdende Contra schip Vreede Lust, van alle de suijder factorijen en het noorder Comptoir Jaggernickpoeram, men om het Lang weg blyven dier kielen, ter sitting van den 17 e aug:s J:o Leeden, in de noodsakelykheijd geweest was, eenige verandering te maken, en van de sen„ „ding naar die Comptoiren aftesien, mitsgaders be„ „sloten alhier aante houden, en van hier direct te rug te depecheeren; na dien de tyd bereets te ver verlopen was, en die kielen onmogelijk ider in minder dan 18 dagen ontlost, beladen, en van het nodige voorsien konde werden, gelijk door de Late Den 22e. September 1774. deeser verscheijning
English
The 22nd of September 1774. The appearance here of the return ship the Pallas on the 9th of the current month, could not have departed from here to Jaggernaikpoeram before the end of this month; thus this Government hoped that Their High Mightinesses, because of the pressing reasons that existed for it, will favorably please to approve the same. So also the obligation of this Government would further be expressed regarding the satisfaction taken in the dispatch of the ships the Jonge Lieve and Vreedelust, for the favorable approval of the late detention of the ship the Tempel, and the sending of the bark the Calck via Malacca. Meanwhile, with respect to the remark made by the same, that the voyage in the late part of September or beginning of October, according to the ordinary course of the season, was much more speedily undertaken and accomplished through the Sunda Strait than otherwise, it was resolved to state that the commander, although he as well as the equipage master here maintained that the voyage through the Strait of Malacca would be much shorter, nevertheless it had been left deferred to him, having departed from here and gotten to sea, to choose that route which, according to their best knowledge and seamanship, together with the condition of the winds, should appear to them most advantageous and justifiable; with the assurance that they would always take care and apply everything to bring complete satisfaction to Their High Mightinesses concerning the dispatch and further handling of the ships, and that consequently the orders which it should please the same to provide this Government in that regard would be punctually observed; but that on this voyage, due to their long absence, one had to deviate somewhat from what had been ordered, which it was trusted would carry the approval of Their High Mightinesses for the reasons given for it. Regarding the article concerning the linen trade, the Government trusts that the Gentlemen and Masters, upon the receipt in the Netherlands of the Jaggernaikpoeram linens and Palicol chintzes, it would be clearly evident that it is not to be imputed to their attentiveness that such bad and inferior goods from Bimilipatnam, Jaggernaikpoeram, and Palicol were sent, as occurred with the ship Alkemade, because the greatest part, or indeed most of those textiles, having been collected by the servants, were sent directly from Jaggernaikpoeram without the same having been able to be examined further here; but that one would nevertheless take all care to avoid the rightful dissatisfaction which the Gentlemen and Masters come to express over the bad condition of the same in the recently received European Demand for 1775 and annexed enclosures, as also in the future the required attentiveness would be applied so that the chintzes and other fine goods would be sent to the Netherlands with the ship departing directly from here. In the meantime, it was resolved to inform Their High Mightinesses that the 49 packs of Bimilipatnam reject linens received here with the Tempel, with what has since been added from there as well as from Jaggernaikpoeram, having been sold by public auction, those from Bimilipatnam have fetched an amount of 4959:37:43 rixdollars or f 18031:12, and from Jaggernaikpoeram 1724:5:70 rixdollars or f 6276:15.-, which amounts had been credited to those offices in order to credit the account of the merchants for them. The contracting of the required cotton yarn for Europe being considered well done by Their High Mightinesses, it was resolved to inform them that the demanded 2300 lb had been fulfilled from Jaggernaikpoeram alone, but from Palliacatta, from where also 2000 lb were petitioned, nothing, and of which the chiefs made no mention in any of their letters and papers, nor gave the reasons for the non-fulfillment, who were therefore ordered to account for themselves on that matter; whilst one would meanwhile await the outcome of the sale in the Netherlands of the sent consignment collected at Jaggernaikpoeram, with the remarks which the Gentlemen and Masters shall please to make concerning that for instruction and observation in case the same.
Dutch transcription
449 Den 22e September 1774. En onder willie hoope gera keure der behandeling omtrent de scheepen en A: pto: selver gemaakte remarichie ten op„ sigte van de reijs door re straat Sonda te vertonen en Palcolse Chitsen bij, dies ont„ „Jangst en Europa vertrouw omtrent de scheepen heeft moete afwijken =verscheyjning alhier van het Rethour Schip de Pallas op den 9' Courant, niet voor Ultimo deeser maand van hier naar Jaggernaikpoeram soude hebben konnen vertrecken, dus deese Regeering verhoopte dat Haar Hoog Edelens, om de wille van de drengende reedenen die er toe geweest sijn guns„ „tiglijk behagen sullen het selve goed te keuren; t: betuigene verligting verde Soo is almeede de verplichting deeser Regeering al verder betuijgd soude werden, over het geschopt genoegen inde verrichting omtrent de depeche van de Scheepen de Ionge Lieve, en Vreedelust voor de gunstige goedkeuring over het Laat aan „houden van het schip den tempel, ende afser„ vortlkeloten : E: ge uig de ding van de bark de Calck over Malacca, ter„ wyjl ten opsigte door Hoogst deselve gemaakte re marqie, als dat de reijse in het Laast van Sep„ „tember, of begin van October, na het ordinair beloop van het saijsoen veel spoediger door de straat Sunda, dan anders te entameren en te doen was is verstaan te vertonen, dat mender gesaghebber schoon den selven soo wel, als den Den 22e. September: 1774. Equipagie opsiender alhier sustineerden, de reyse door de straat Malacca veel korter vallen soude, egter aan den sel„ „ven gedefereerd gelaten hadde, van hier vertrocken, en in see geraakt sijnde, die route te kiesen, welke hun na bes„ „te kennisse en seemanschap, mitsgaders de gesteldheyjd der vinden, het voordeeligste, en verant woordelykste te voren komen soude, met verseekering, dat men altoos tweagten, en met welke verzekering alles aanwerden soude, om Haar Hoog Edelens om„ „trent de depechie, en verdere behandeling der scheepen betreffende, het volkomen Contentement toete brengen, en dierhalven prnctueel g'observeerd soude werden de beveelen die Hoogst desave behagen soude deese Rege„ „ring ten dien belange te munieren, dog dat men van waarom me wa I: Ed ordre deese reijse door 't Lang weg blijven derselve van het g'ordonneerde eenigsints heeft moeten afwyjken, het geen vertrouwd wierd om de daar van gegevene redenen, de goed, wat dierwlij verloe w werd „keure van Haar Hoog Edelens te sulken wegdragen Het articul van den Lijwaathan, dat enog ift vand: g : „del Concerneerende, vertrouwt de Regeering drone ^ ver insel „ voegen, dat de Heeren en Meesters bij den ont„ „jangst in Nederland, van de Jaggermaik, oenomtche 8 equipagie Lypenten 6 g„t 451 van de verligp der Jagg en Bimilipn uyt schot sin: gelast zijn. in Nederl: vande te Jagg: Jn „gesamelde Partly verk was gaanen van Jagq voldaan Lijwaten en Palicolse Chitsen, duijdelijk gebleken soude weesen, dat het aan de attentie derselve niet te imputeeren is, dat sulx slegt, en ondeugende goederen van Bimilipatnam Saggernaik poeram, en Palicol, versonden sijn, als met het schip Alkema, „de geschied is, dewijl het grootste gedeelte, of wel de meeste dier kleeden, door de bediendens ingesameld weesende van Jaggernaikpoeran direct versonden sijn, sonder dat deselve hier nader hebben konnen werden g'exca„ dog onder welk verakring „ mineerd, dog dat men egter alle sorgen dragen soude om het regtmatig misnoegen die de Heerenen Meesters over de slegte Constitutie derselve, bij deenu Jongst ont„ „fangene Europasche Eijsch voor 1775. en annexe bijlagen komen te betuijgen, te vermeijden, soo als ook in het vervolg de vereyschte attentie soude werden gebruijkt, dat de Chitsen, en andere syjne goederen met het direct van hier vertreckende Schip naar Neder„ te zoen bedeling am : k: d „ Land versonden werden, Jntusschen wierd verstaan e Haar Hoog Edelens te bedeelen, dat de 49 packen Bi„ „milipatnam se uijtschot Lijnaten met den tempel al„ „hier ontfangen, met het geene er 't seedert van daar so wel als Den 22e. September 1774. van Jaggernaijkepoeram bij gekomen is, per publicque vendu„ „tie ten gelde gemaakt weesende, die van Bimilipatnam hoe wel de ser opgeworpen hebben opgerorpen hebben, een montant ver poso 07: 43 ƒ18031„12 en van Iaggernaijs:porevan Rr„o 1724:5:70 ƒ 6276: 15.- welke welde dat heer ten gde gebragt bedragens die Comptoiren ten goede gebragt waren ge„ „worden, om de Rekeening der Cooplieden daar voor te werden gecrediteerdt— De aanbesteeding van het g'eijschte Catoene Garen Jtem dat het G'eijt Catora voor Europa, Haar Hoog Edelens voor wel gedaan houdende; is verstaan Hoogst deselve te bedeelen, dat de Geyschte 2300 lb van Iagger naykpoeram alleen voldaan waren, dog van Palliacatta van waar meede dog dat van Pal: nog ongelee„ 200 ilb waren gepettioneerd niets, en waar van de Opper; „hoofden bij geene van derselver brieven en papieren mentie maakten, of de reedenen van de nonvoldoe„ „ning opgeven, die daarom gelast waren sig daar over wot de ere daar ontrend te verantwoorden, terwijl men intusschen soude blijven te gemed kening van den Ugtslag afwagten, der uijtslag van det verkoop in Nederland van t de gesondene parthy te Jage en ingesameld, met de remarques welke de Heeren en meesters behagen sullen dien aangaande tot narigt en obser van tie te maken ingevalle Den 22e. September 1774. van Jaggernaijk, C„s Hoogst deselve
English
453 The 22nd September 1774. Resumption of the report regarding the samples of betilles obtained from Jagannathapuram. To let the further collection be done as Their High Honours might deem fit; meanwhile, the submitted report of the pay bookkeeper Dirk Buijs and adigar of the villages Johannes Schuneman was resumed, who confronted against one another and examined the samples of woven goods—or more properly of the betilles sesterganti, allegias, and callawapoe, both of the English and Dutch assortment—ordered and obtained from Jagannathapuram, and counted the threads or punjams contained in those cloths, reading as follows: Insertion of that report. The undersigned have, pursuant to your Right Honourable Esteemed order, examined and measured the 6 half pieces of diverse betilles sent hither by the Jagannathapuram Chiefs, namely 3 half pieces as gathered by the English at Masulipatnam, and 3 similar pieces from the collection of the Honourable Company at Jagannathapuram, counted the threads, and compared the prices against one another, and found as is shown hereunder, namely: Right Honourable Esteemed Sir! To the Right Honourable Esteemed Sir Reijnier van Vlissingen, Governor and Director of this Coast of Coromandel with the dependencies thereof, etc. etc. The 22nd September 1774. 1/2 piece betilles asparganti of the English collections at Masulipatnam described: long 18, wide 2 1/8 cobidos of 21 to 22 punjams, and upon remeasurement found long 17 1/2, wide 2 cobidos rather more, of 21 1/2 to 22 punjams; for the whole piece is paid by the English: pagodas 2. 8. 70, f 1. 3. 1/2; or the pack of 100 whole pieces: pagodas 236. 23. 40, f 16. 8. 2. 1/2 piece betilles sesterganti, as collected for the Honourable Company at Jagannathapuram, described: long 16, wide 2 cobidos of 18 punjams; upon remeasurement found: long 16 1/4, wide 2 cobidos of 18 punjams ample; the whole piece costs per piece: pagodas 2. 5. 9, f 1. 4. 1/2; or the pack of 100 whole pieces: pagodas 20. 10. 96, f 7. 8. The English assortment costs more: pagodas 35. 13. 40, f 160. 10. 17 1/2. 1/2 piece betilles allegia from the collection of the English at Masulipatnam described: long 18, wide 2 1/8 cobidos of 20 punjams; found long 17, wide 2 cobidos of 19 punjams; the whole piece costs: pagodas 3. 6; or 1 pack of 100 pieces: pagodas 20. 6. 4, f 91. 2. 11. 1/2 piece betilles allegia from the collection at Jagannathapuram described: long 16, wide 2 cobidos of 18 punjams, and found long 17, wide 2 cobidos of 18 punjams; the piece costs: pagodas 1. 4. 53 1/2, f 7. 4. 17 1/2; or 1 pack of 100 pieces: pagodas 161. 2. 4, f 24. 19. 6. Thus also more: pagodas 59. 3. 4, f 246. 35. 36 1/16 per cent. 1/2 piece betilles callawapoe as the English collect at Masulipatnam; described: long 18, wide 2 1/8 cobidos of 20 punjams, and found long 455 The 22nd September 1774. The 22nd September 1774. Regarding the half of each sample here to the Gentlemen Masters, and with the submission per cent. Made stipulation on that which was left undelivered by the merchants here. Commission of 4 packs of ginghams checkered undergarments. long 16 1/8, wide 2 cobidos of 19 punjams; the whole piece costs: pagodas 2. 6. 1/15, f 18. 3. 3/8; or the pack of 100 whole pieces: pagodas 20. 6. 4, f 912. 11. 1/2 piece betilles callawapoe of the Company's collection at Jagannathapuram described: long 16, wide 2 cobidos of 18 punjams, found long 16, wide 2 cobidos of 19 punjams; the whole piece costs: pagodas 1. 20. 15, f 5. 1; or the pack of 100 pieces: pagodas 184. 330, f 828. 12. 20. The English assortment costs: pagodas 36. 4. 16, f 1. 1. Furthermore, we have torn the aforesaid half pieces in half through the middle and provided each piece with proper labels, so that the half, or 1/4 of each whole piece tied off, may be presented with the return ship Pallas to the High Noble Gentlemen Masters, and the remaining three-quarter pieces be kept preserved here under the custody of the invoice keeper among other sample cloths. While hoping hereby to have fulfilled the esteemed intention, we subscribe ourselves with veneration, was signed: Right Honourable Esteemed Sir, your Right Honourable Esteemed's humble and obedient servants, was signed: Dirk Buijs and Johannes Schuneman. In the margin: Nagapatnam, the 20th September, Anno 1774. Upon deliberation thereof, it is understood that this paper, in compliance with Their High Honours' orders, alongside half of the aforesaid sample pieces, shall be offered per the ship Pallas to the Gentlemen Masters, setting down whatever further might serve for elucidation. What Their High Honours might be shown concerning the complaints: Regarding the stipulation that had been made here at the main settlement to restrain the Company's merchants, namely that they should have to refund the amount of what was left undelivered by them in cash with 25 per cent, considering that the circumstances of the times would be taken into account in that regard, since the country being full of troubles, the collection could not proceed as smoothly as when everything was in peace and quiet, it was resolved to show Their High Honours that the same would always be kept in view, since one could not deny or testify that such precaution was solely used to instil some fear into them, and especially the negligent ones, and at the same time to constrain them to the fulfilment of the contracts entered into by them. And order to be given to the Pulicat Chiefs: It was further understood to recommend to the Pulicat Chiefs the collection and procurement of 4 packs of gingham checkered undergarments for the fatherland, at the price demanded by the merchants of 253 pagodas with 8 per cent agio, or f 138. 10. the pack.
Dutch transcription
453 Den 22e. September 1774. resumptie van het rapport weeg: den van Hoogs deselve goedvinden mogte, daar van den verderen inkoop Jagi bekomen monsten Betule of in saam te laten doen; Middelerwijlen wierd ge„ „resumeerd het ingekomen Rapport van den soldij Boekhouder Dirk Buijs, en Adigaar der dor„ „pen Johannes Schuneman, die de van Jagger„ „naikpoeram ontbodene en bekomene monsters van gesaaijde goederen, of wel eijgentlijk van de Betille„ „sen sertergantij, allegias, en Callawaphoe, soo van de Engelsche, als Hollandsche, sorteering, teegens den anderen geconfronteerd, g'examineerd, en de draden of Calen die die doeken inhielden geteld hebben, Luijdende het selve; aldus— Jnzortie van dat berigt De ondergeteekendens hebben ingevolge, uwelEd Gestr g'eerde ordre, de door de Iaggernaikpoeramse Opperhoofden herwaards gesondene 6 halve stucken Betilles diverse; te weeten 3 halve stucken, soo als door de Engelse te Masulipatnam werden ingesameld, en 3 gelyke WelEdele Gestrenge Heer! e Aande Wel Edelen Gestrengen Heer Reijnier van Vlissingen Gouverneur en Directeur deeser Custe Cormandel met den Resorte van dien Edr: Etr:a 8 Den 22e. September 1714. stucken van den Insaam der E Comp:s te Saggernaekpoeram, g'examineert, gemeeten, de drader geteld, mitsgaders de pryjsen teegens den anderen verge„ „leken, en bevonden, soo, als hiier onder werdk vertoont, te weeten P 2. Bothilles Aspargantij van den Engelse insaams te. Mazulipatnam beschreeven, lang 18 brect 2 1/8 Cob:s van 21 a 22 poent Jangs, en bij nameting bevonden lang 17½ breet, 2 Cob=s r:m Meerder van 21½ a 2 poentjangs, voor 't heele stuk word door de Engelsen betaekd - - - - - - - pa/o . 2. 8. 70 ƒ 1. 3. .½ off 't Pak van 100 heelen stucken. . . /a 236 23. 40 ƒ16. 8. 2„ 12 P' Bothulles Sestergantij, soo als voor S' E Comp:s t: Jag¬ „gernaykpoeram, en gesamed word, bek: lang 16: br: Cot van 18 poentjangs bij E. nalijaan bevonden .:o 16 ¼4 b: 2 bs van 18 pontjangs r„m kost t' keelestuk pr s — 2 /5 9. 1. 4 1/½ off 't Pak van 1ee heelen stucken - - - pa/o 20.10 96 7. 8 De Engelse sorteering kost meerder . . . . p/ . 35 13 40 ƒ 160— 10 17 1/ ½ P:s bethilles allegia van den Insaam der Engelsen te masulipatnam besz: lang 18 b:t 2/8 cob â„ 20 poentjangs bevonden lang 1ik breet: 2 Ccb:s an 19 porentjang kort hoe stukt s / 3 6 off 1 Pak van 100 P„s- - - - - - - - 20. 6. 4 ƒ 91„ 2. 11. ½ P:s Betilles allegia van den Insiam te Jaggernaijs: poenam beskz: lang 16: breet 2 Cob:s van 18 psoentjangs en bevonden lang 17 breet 2 Cob:s van 18 Poent¬ „Jangs, kort 't Pes. . . . . . . . . . pa/o 1. 4 53 1/ ƒ 7. 4. 1710 Off 5 Pak van 100. Rukken . - p a/o 161 2. 4 ƒ 24.19. 6 ½ P:s Bothilles Callewaphoe soo als de Engelsen te Masulipatnam insamelen; besz: lang 18 breet 2 1/8 Cobrdes van 20 poent Jangs en bevonden Dus ook Meerder. . . . . . . . . . . . - - „ 59. 3. 4 ƒ 246. 35. 36 1/16. „ „ Stucken pr Cento 1 lang 455 Den 22e. September 1774. Den 22e. September 174 nop. de helf van ider monster Hirk aan de heeren Maijraan Enmet wen de ter ederteleing pr: Cento „maakte stipulatie op het geen door de Coopl: alhier ongeleverd opperk: van 4 pack gingam onderb: gezuijter lang 16 1/8 brect 2 Cb:s de 19 poet Jangs kost 't herre stuk. . . . . pa/o 2. 6 1/15 18. 3 3/8 of 't Pak van 100 heele stucken. . . . - - - r/o 20. 6. 4 ƒ 912. 11 ½. P„s boethilles, Callewap hoe van 's Comp„s nsaam te Jaggernayk poeram besz: lang 16:' brect 2 Cob van 18: Tsoentjangs, bevonden lang 16: breet 2 Cob: de 19 psrsent„ „Jangs kost het heere stuk - . . . . 1 20. 15 5. 1 off 't Pak van 100 P„s - - - - - - - - „ 184. 330„ 828„12„ 20 De Engels Sortering kot - - - - - - . . „ 36 4 16: 1 : 1 Voorts hebben wy voorsz: d' halve stucken door mitder gescheurd en ieder stuk met behoorlyke briefjes voorsien, om de helft, of ¼ win ider hee stuk afgebon„ „den, met het Rethouw schip de Pallas, aan de Hoog Edelen Heeren Majores gepresenteerd te werden, en deoverige drie quart stucken alhier onder berus¬ S„ting van den factuur houder: by andere monsters kleeden te laasten bewaa„ Nen. Terwijl in hope van hier meede aan de g'eerte intentie te hebben voldaan, onderschrijven ons met vencratie :/oukerstond:/ welEdele Gestrenge Heer./ WelEdele Gestrengen, onderdanige en Gehoorsaame Dienaaren /:was geteekend:/ P:r Buijs, en J:s Schuncman, in muargine /: Nagapatnam den 20„ September. Ao 1774— te ove aeseling in e eke so is verstaan dat papier s naar koming van. Haar Hoog Edelens ordre, neevens de helft der voorm: minster stucken, per het schip de Pallas de Heeren in Meester aantebieden, met ter nederstelling van O het gene verder tot Elucidatie dienen konde Haar Hoog Edelens widers omtrent de stipue, wat z: 7 E:s omntrent de ge„ „latie die men hier ter Hoofdplaatse tot refrenatie quaaten mogte worden te ver: prtoonen van 's Comp:s Handelaars gemaakt had, dat het be„ „dragen van het geen door haar: ongeleverd vwierd gelaten, in Contant met 25 percento soude moeten restitueeren, reflecteerende dat daar omtrent de tijd: omstandighee„ „den in agt soude werden genomen, nadien het Land vol troubles sijnde, den Insaam soo willig niet konde vlotten, dan wanneer alles in rust en Vreede was, is besloten Hoogst deseuve te vertonen dat het selve, steets in het ocq soude werden gehouden de wijl meen niets ontrijusen konde, te betuijgen; dat sulx of die precautie eenelijk gebruijkt is, om haar en wel inson„ „derheijd de negligente daar door eenige reese aan¬ „terjagen, en teffens tot de voldoening der door Haar„ „lieden aangegaane Contracten te Constringeeren, en te doene opdragt aan de Ralt wierd wijders al verder verstaan, de Palliacatse opperhoofden aan te beveelen, den Insaam en besorging van 4 packen Gingams onderbroeks geruijte voor het vaderland, teegens de door de Coplieden g'eyschte prijs van pang: 253 met 8 pCento opgeld of ƒ 138. 10. het pak Haar E met Mankier .
English
The 22nd of September 1774. Regarding the expectation expressed by Their High Honours that the general collection this year would be more successful than last year, although at the same time expressing their satisfaction that, despite the delicate circumstances on this Coast, 153 bales more had been collected than the year before; it was resolved to state that it was hoped the collection of cloths this year would be much more abundant, and that to this end, as well as for the reduction of the debts of the Porto Novo merchants, everything conceivable was being put into effect, provided that the departure of the right-hand caste at Pulicat had caused no detriment to the collection there, since during all that time that those people, and thus also the majority of the washers, beaters, and other laborers, were absent, nothing could be performed or executed, while at the same time all care was taken that the merchants there have a clear account annually, just as the chiefs of Jagannathapuram as well as Palakollu were earnestly urged on all occasions toward the settlement of the merchants' debts, just as those of Bimlipatam will undoubtedly be put on an even footing this year; and the traders of Jagannathapuram had been informed that Their High Honours had favorably deigned to accept the proposal made on behalf of those merchants for the shipment of 33000 pagodas in cloths over four years, in order to pay off the known debt of pagodas 6533:8¼ through the profit thereon, which debt they had fallen into through the extortions of the former Chief of that factory, Frederik Jan Lorenaar. With relation to the arrears of the Porto Novo merchants, of which no report has yet been made due to the late arrival of those traders here in the past year; it was resolved to inform Their High Honours that after much effort made in January of this year, according to what is noted in the Resolution of the 12th of February of this year, the account of the same was finally closed as of the end of August 1773, the debts, according to a summary drawn up thereof, having been reduced by ƒ2463:19, and thus their debit under that date still amounted to a total of ƒ72318:2:8; and further to bring to Their High Honours' knowledge what was done on that occasion according to that Resolution regarding the merchant Siva Chidambaram Mudali and the admission of the Jelander Ragoema Chetti as his guarantor, as well as that pursuant to Their High Honours' order from Malabar, there being credited here by memorandum the amount of ƒ3698:8:8, which was paid into the treasury at Cochin by the Extraordinary Councillor and Governor of Malabar, Adriaan Moens, in his capacity as executor of the estate of the late Extraordinary Councillor and Governor of Ceylon van Eck, the same was credited in favor of the account of the indebted merchants; while those arrears were also to be diminished this year by the stipulated 8 percent on the money fixed upon delivery to them, under the further representation that the dispute between the Sadraspatnam merchants, Maddasesa Selam Chetti and Gundur Bala Chetti, could cause not the least detriment to trade, and the same had remained undecided as yet, both due to other current business and the absence of the attorney of the first-named, who has been summoned here to provide elucidation on the matter. Regarding the lower profits realized on the sale of merchandise in the past year, to an amount of ƒ34330:18 less than the year before; it was resolved: to demonstrate to Their High Honours that no other reasons could be given for this, nor could that decrease be attributed to anything else, than to the continuous unrest and troubled state of these lands, which were thereby from time to time so exhausted and destroyed, and the wealthy trading inhabitants widely scattered and brought to want and poverty, in such a manner that there was no longer any hope or prospect of revival and prosperity, and thus trade was rather likely to decrease than increase, at least here in the south, so long as the principality of Tanjore remained in that dilapidated state and adverse condition, and was oppressed by the same, and it is also not to be thought that the same will soon return to its former flourishing state.
Dutch transcription
457 Den 22e September 1774. Jnsaam te betuyjgen der Port: schulden. na dat gewast. van het verminderde der Port. Schulden Jagg Coopl: van de amplicatie door haar H Eds van de van weegens de vrogt vijf verzsending En ned oese hepomendate met Recommandatie, dat het Lijwaat deugsaam, en de Couleuren hoog roed en gloeijende soude moeten weesen, Wor : :E:s nog: en onoenaen Ten belange van Haar Hoog Edelens betuijgde verwagting, dat den Generalen in saam in deesen Jaren beeter soude slagen, dan Anne vergangen, hoe wel teffens derselver genoegen te kennen geven over dat ongeagt de netelige omstandigheeden te deeser Custe, 153. Cardeelen meerder, dan het Iaar te voren ingesameld warengeworden; is verstaan te betuijgen dat men verhoopte, de en sameling van doeken, dit odersut e o ese e ott Jaar veel opulenter soude weesen, en daar toe soo, wel, ous tot de vermindering der schulden van de Portonorese Cooplieden alles wal uijt te denken was wat te Putle aan den Insaam is werkstellig gemaakt wierde; ingevalle het uijtwijken van de regierhandsche kastaie Palliacatta, geen nadeel aan den Jnsaam aldaar mogte hebben toegebragt alsoo in al dien tijt, dat dat volk, dus ook het grootste gedeelte van de wasschers kleppers, en andere arbeijds„ „lieden afweesig geweest was, niets heeft konnen werden vor emetende hang de Conhuls, verigt, en uitgevoerd, terwijl lijfens alie sorgdragenalheijd Den 22e: September 1774. vierde gebruijkt, dat de Cooplieden aldaar Iaarlijx een Lequide recq: :r hebben, soo als de opperhoofden van Jaggernaikpoeram soo wel, als En waar toe de Jag en Prl. operd:o Rtieds aangemaand Palicol bij alle gelegendheeden omnstig aangemaande wierden, ter verevenig der schulden van de Cooplieden, gelijk die van Bimie, Jtem wat van de soulder van „Lipeit ram ongetwijffeld deesen Jare op een effen voet sulen ge„ „raaken, en de Handelaars van Jaggernaik poeram aangekundigt gedaane aankending aan de „ waren geworden, dat Haar Hoog Edelens gunstig bekrage deselve godane progntientrend hadden te amplecteeren, de voor en van wegen die marchandaur gedane propositie, ter versending van 33000 pag: aan Lij¬ „waten in vier Jaren, om zigjt wingt voor deselve, afbetaald te werden de bewuste schulpost van pr/o 6533:8¼, die sijdoor de knevelarijen van het geweese Opperhoofd dier factorij frederik Jan Lorenaar ten agteren geraakt waren, Met relatie tot de agterstaulen van de Portonovese te doene bedeeling dan H: H.E„ Cooplieden, waar van de door de late overkomst van die — handelaars alhier in A:o p„o, als nog geen verslag gedaan is; is verstaan Haar Hoog Edelens te bedeelen, dat na veele aangewende moeijte in Ianuarij deses Jaars, na het aan„ „getekende ter Resolutie van den 12 feb: deses Jaars de reek: derselve van UlEt:o aug:s 17 7/3. eindelijk gesloten sijnde de schulden, na luijd van een daar van geformeerde't samentrec„ „p Brmi verwagt werd. wierde king „daar gesorg 2 459 Den 22e. September 1774. „teeren nevens gen: handelaar hunner zzeck van nov:s gem montant weeder Honden te annimeeren nevs gen: Coopl: betaalde winsten op den verthier horwelde sale nog seleven in rijking vermindert wasen met ƒ2463„ 19, en dus hun debet onder dien datum nog g'importeerd hadde, een montant Jtem van het vergt omtrend van ƒ72318:2:8, en wijders Hoogst deselve teffens ter kennisse te brengen, het geen te dier gelegendheijd naluijd van die Reso„ „lutie verrigt is, omtrent den handelaar Sjiwa Sijdambaram midelij, enadmissie tot syjnen borg van den Jelander Ragoema En van hit ten gede brngen Chittij, als ook dat ingevolge Hoogst derselver ordre van de Mallabaar bij memorie dit heen ten goede gebragt sijnde, het montant van ƒ3698: 8: 8: dat door de Heer Raad Extra„ „ordinair en Mallabaarse Gouverneur Adriaan Moens in qualiteijt als Executeur in den Boedel van wijlen de Heer Raad Extraordinair, en Ceylons Gouverneur van Eek op Couchina in Cassa geteld is, het selve ten faveure der recq: van de schulden hebbende Cooplieden, gebragt he wel de agterstalen dit har pas, Terwijl die agterstallen dit Jaar meede stonden gediminueerd te werden, met de bedongene 8 prCento En onder welkevertoning nop: op de nan hun op Leverantie gefieerde penningen, onder verdere vertoning, dat het different tusschen de Sa„ „dra patnamse Cooplieden, Maddasesa Selam Chrittij en Goendoer Baal Chittij, geen het minste nadeel aan den Handel toe brengen konde, en het selve alsnog onge„ decideert was gebleeven, soo door andere presente besig¬ „heeden, als het weg blijven van den gemagtigden, van den eerstgemelde, die dit heer op ontboden is, om Elucidatie van de saak te geeven, Omtrent de mindere behaalde winste op den verthier wat H: H I nog:s de minder, van Handelwharen, in anno passato, tot een beloop in a:o p: te vertoonen van ƒ34330, 18 en dan het Iaar te voren; is verstaan: Haar Hoog Edelens te demonstreeren, dat daar van geen andere reedenen gegeeven, of die minderheijd ergens e ieders aan konde toegeschreeven werden, dan aan de gedurige onlus„ „ten en berierd gesteldheijd deeser Landen, die daar door van tijd tot tijt, sodanig uijtgeput en verdestrueert, mitsg:s de vermogende in handel drijvende Jngesetenen wijd, en sijt, versprijt, tot gebrek en armoede gebragt waren, in voe„ „gen dat er geen hoope of vooruijt sigt van opluijking en Plorrsance meer was, en dus den Handel eerder stond af- dan toetenemen, ten minsten hier om de suijk, soo lange het vorstendom van Tansjoer, in die vervallen- staat, en tegenspoedige toestand bleef, en door deselve ge„ „drukt wierde, en het ook niet te donken is, dat het selve moede erijt weder tot sijn Clonisanten stat van ous gevrlen Den 22e. September 1774. decideerd sal
English
461 Under which assurance and about communicating to Their High Excellencies the stoppage of the mint at Portonovo and by which Grincau was stationed at Jagger[naikpuram] the Porto and Nag[apatnam] Pag[odas] remained fixed shall, to which fatalities could also be added the dearth and scarcity of grains, with which this country has been so extraordinarily afflicted and op- pressed this year, all of which had caused no small influence toward the decay of business and lack of trade, so that no experience nor abilities of expert merchants skilled in commerce were of any use anymore, but everything had to be awaited purely and solely from the accidental turn of fortune; giving assurance that this Government, notwithstanding all those adverse occurrences, would use its utmost efforts in every way to promote as much as possible the de- cayed trade in merchandise, and it was therefore hoped to show Their High Excellencies in due time the de- sired improvement, just as care was already taken that the sales value of the goods which were given on credit came in on time. Under the article of cash, it is resolved to inform Their High Excellencies that with respect to the Portonovo pagodas or the mint there, due to a lack of gold, owing to the small im- 22 September 1774. port of that mineral from Atjeh and Malacca, no notable change had been perceived in that regard, so that since last year the mint there had stood still, and the difference between the new Nagapatnam and Porto- novo pagoda upon exchange still remained fixed at 1/4 or at most 1/2 percent. Concerning the mint and coinages, it was thought best upon the recommendation made by Their High Excellencies that although the allegation of the Jaggernaikpoeram Chiefs regarding the difference shown from here in the quality of the rupees minted there of 2 1/32 grains less than it ought to be, to the effect that the native minters are accustomed to handle and perform all mintings by touchstone and it therefore could not turn out as accu- rately as when the assay were taken in the Euro- pean manner, may be partially credited, yet to urge and exhort those native minters to all disinterested attentiveness, so that the rupee of the Honourable Company should not be brought into discredit, but remain equivalent to the Pondicherry one, and maintain a price, whereas now, according to the report of the Assayer here, it was 13 penningen 22 September 1774 less in value, it was approved and resolved to com- municate that since Assistant Fredrik Grunau, who understands assay work, has been permanently stationed at Jaggernaikpoeram and, at the request of the Chiefs, the necessary assay tools had been sent to him, there was no doubt that henceforth all differences in fineness would cease, and Their High Excellencies would be given the required satisfaction in that regard. 463 tools of those sold with an 18 percent advance having and with what order to act if they are received to express in that regard of the bark de Arend and the and the report on the requisition assay As to Their High Excellencies expressing surprise that of the Siamese ticals sent to Jaggernaikpoeram for minting, some had been sent back here because 139 pieces would have given 20 percent and 320 pieces 50 per- cent loss, but having been sold here, had yielded an advance of 18 percent, with orders to provide further elucidation in that regard, to what that great difference must be attributed; likewise, that if the ticals sent over with the Pallas could not all be minted with the ordinary advances, then, even if it were the entire parcel, to sell them if possible with no lesser profits; it is approved and resolved to declare that one could give no further elucidation thereof than that this must have been caused by the erroneous statement of the minters at Jaggernaikpoeram, or that regarding the alloy of that silver specie a difference must have existed, namely that the one was higher in alloy than the other; and therefore, in order to proceed securely therein and to make an accurate report to Their High Excellencies, it was furthermore resolved to have some of the ticals now received assayed by the Assayer, and to provide a report thereof, as well as, according to that finding, to proceed to the sale or to the mint- ing, whichever was most profitable for the Honourable Company. Regarding the requisition of gold, silver, and merchandise, etc., it is resolved to humbly thank the said Their High Excellencies for the favorable disposition which it has pleased Them to take, and espe- cially for the dispatch already of the bark den Arend and the sloop Hloo, and the promise that these were to be followed as soon as possible by another two sloops which stood on the stocks at Rembang, with a further declaration in that regard that these were now more than ever needed to [transport] the packs and 22 September 1774. 22 September 1774. other goods.
Dutch transcription
461 Onder welke versekering en kopedier weegens te bedeelene stilstand aan H: H: Ed van de munt te Portonovo En waar door Grincau na Jagger de Porti en Nag Pag bepaald bleeff sal, bij welke Jataliteijten nog gevoegd werde konde de duurte en Schaarsheijd van Granen, waar meede dit Land deesen Jare soo Extraordinaar is besogt, en ge¬ „drukt geworden, al het welke geen geringe invloed ver„ „oorzaakt hadde, tot verval van saken, en neering Looshoid, invoegen geen ondervinding, nog bequaamheeden van Experse, en in den Handel bedrevene Cooplieden, meerte passe quamen, maar alles afgewagt moeste werden, en kel, en alleen van het toevillig tot des geluks„ onder te doene verseekering, dat dees Regeering ongeagt alle die tegenspoedige tot gevallen, hun uijterste pogingen alle sints aan werden soude, om soo veel mogelyk den ver„ „vallen de briet van Coopmanschappen te bevorderen, en men hoopte dierhalven Haar Hoog Edelens in der tijt de ge„ „wenschte verbetering deselve e vertonen, gelijk ovk Recets so„ „ge wierde gedragen dat de verkoops waarde der goederen, welke op Credict gegeeven werden op sijn tijd in quamen Onder het Articul van Contanten, is verstaan, Hoogst deselve te bedeelen dat ten opsigte van de portonovose pagoden of de munt aldaar, door gebrek aangoud, wegens den gerongen aan„ Den 22 September 1774. „voer van dat mineraal van Alchim en Malacca, geen merkelijke verandering daar omtrent bespeurd was, dus 't seedert het voorledene Iaar de munt aldaar Hil gestaan had, en het verschil tusschen de nieuwe Nagapatnamse en port, bnho wel het verschul tuschen „norse Jagoed, bij verwisseling als nog op /¼ of uijtterlijk ½ pCento bepaald bleefe De Munt en Munterijen belangende, seer van den sndirg van is op de door Haar Hoog Edelens gedane re commandatie dat schoon de allegatie der Iaggernaijk= Joeramse Opperhoofden op het van hier aangetoond verschil in de gekatie van de al„ „daar gemunt werdende Ropijen van 2 1/32 grijn minder dan het weesen moesie, als dat de Inlandsche munters gewoon sijn de vermuntingen alle bij den toeis te behande„ „len, en verrigten het dierhalven daar meede niet soo accu¬ „vaat konde uijtvallen, als wanneer de Essaij na de Euro„ „pesche wijse wiend genomen gedeetelijk valkende acre¬ „diteeren, egter die Jnlandsche mranters tot alle ongein„ „tresseerde oplettendheijd aante setten,) en vermanen, op dat e de Ropij der EComp: niet in de scredict gemaakte, maar met de Pondichenijse equiaal, bleej, en een prijs benaalde, daar se nu na het berigt van den Essaijeur alhier 13 penningen Den 22e: September 1774 voer minder 463 gereeds van de met 18 pC t advans ver„ hebben En met wat last bekomen the als te handelen dierweg: te betuijgen J van de barg de Arend en de dij zechte op den Eijsch Exzaijeeren minder waardig was, goedgevonden en verstaan, te be„ „deelen dat vermits monden ad sistent fpredrik Grunau die het En de door hem begere Esvan Csaij werk verstaat permanent te Jaggernaijse C:s geplaatst en hem op versoek der opperhoofden de nodige Essaij gereedschappen toege, „sonden hadde, er geen twiyffel was, of voortaan soude alle diffe¬ „renten in het gehale op houden, en Haar Hoog Edelens ten dien requarde het vereijscht Contentement toegebragt werden, wat har H: E O: ten ge igte Dogten op sigte Hoogst deselve betuijgde bevreemding over ^ naar „kogte Siamse trcas betuijd dat de Iaggerraijkpoeram ter vermunting gezondene Siamsche licals, eenige dit heen terug gestuurt wa„ „ren, omdat 139 stx 20 pCento; en 320 stx: 50 ten hon„ „derd verlies gegeeven soude hebben, doch alhier ver„ „kogt weesende, een advans van 18 CCento gegeeven had„ „de, met Last dierwegens nader Elucidatie te suppediteren, waar aan dat groot verschil toegeschreven werden moeste, Jen hor dinig met de Calla, soo meede, daal indien de met de Pallas overgesondene ticals, niet alle met de Ordinaire advancen vermunt konde werden, als dan, als was het ook de geheele parthij wat besloten s hoost diseie met geen mindere winsten des doendelyk te verkopen; is goedgevonden en verslaan te betuijgen, dat men daar van geen nadere Elucidatie geeven konde, dan dat sulx moet ten belange van den Eijsch van Goud, silver, en te doen an k betuijgen voor die Coopmanschappen etr:a is verstaan welmelde Haar Hoog Edelens nedrig te bedanken, voor de gunstige dispositie die 't Hoogst deselve behaagd hebben te nemen, en son, Jnsonderke voor de sending „derheijd voor de toeschicking reeds van de barck den Chialoup Floo Arend, en de Chialoup Hloo, en de promesse dat deselve Ende prmist van cii soo haast doenlijk stonden gevolgd te worden van nog twee Chialoupen die te Rembang op steepel Honden, onder Enender verke beteijng verdene te doene betuijging dien aangaande, dat deselve tans meer dan ooijt, benodigt waren, om de packen, en werden gecauseerd, door de abusive opgave vande munters te Taggernaijkpoeram, of dat omtrent het alloij dier silvere spetie een different moetgeresideert hebben te werten dat de eene hoger in alloij is geweest, dan de an¬ „dere, en is mits dien om daar in te secuur te gaan, en Haar Jtem om een te laten Hoog Edelens een net verslag te doen, al verder besloten eenige van de als nu ontfangene tisals, door den Esayeur te¬ „laten Essaijeeren, en daar van dienen van berigt, mitsg„s nadies bevinding tot den verkoop, dan wel tot de vermun„ „ting, welke voor s: E Comp:s hot profita beste was te tree„ „den, Den 22e. September 1774. Den 22e. September 1714. werden andere