Inventory 3400
Coromandel · 351 pages · 204 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
465 The 22nd of September 1774. other goods to be transferred over at [illegible] times, especially given the late appearance of the ships, as is currently the case, and the hold space of the sloops came in very useful for fetching a sufficient cargo for the return ship the Pallas. Considering also that Their Right Honors, regarding the sale proposed by this Government of the unserviceable and decommissioned sloops the Anthonia Dorothea and the Poeijoer, have not been pleased to make any mention or to grant authorization for it, although it is certain and may also be assumed that Their Honors' intention is to have them sold, implicitly including that, given the dispatch already made of the aforementioned 2 vessels and the promise of two more, it was for that reason, and in consideration of the fact that those two unserviceable vessels, remaining any longer in the river here, will rot more and more from underneath, and moreover ran the risk of being smashed to pieces by the strong current that is already beginning to be felt from the river, resolved and agreed to have only the hulls of those two vessels sold for the [illegible] by public auction to be scrapped, but to keep the masts and the rest of the rigging, ropes, anchors, etc., and to draw up a note thereof, both of their number and condition, under oath, to be submitted shortly, as well as the proceeds of those two hulls to be sold, in order to decide further upon them; as it was also resolved to have sold the 44 pieces of double armozine remaining in the warehouses, as well as the 35 barrels of meat and pork received here these days per the boat the Pollux, because, with the cessation of the discords that had arisen here on the Coast and the detachment of Europeans from Ceylon, for whom the same had been expressly requested, having been sent back thither, they were no longer needed. And concerning the beams of 40 feet sent for the powder mill, by withdrawing or cancelling them, to decide shortly what is necessary, whether for use here or dispatch to Colombo. Concerning the main part of the trade books, in compliance with the revered orders of Their Right Honors, The 22nd of September 1774. 467 The 22nd of September 1774. it was approved to have restored to the Honorable Company, from the money of the former Cashier Johannes Haselkamp that might be found here, and to be entered in the books of 1773/1774, the sum of Pagodas 371: 13: 74, as according to the report of the Trade Bookkeeper Johnson, the estate of his predecessor Paulus Looman received more than it should have had; and furthermore to charge the books to the absconded Governor Christiaan van Teylingen for Pagodas 250: — for excess cash received from the Senior Merchant David Coenraad [illegible] than he delivered to Haselkamp; item for Pagodas 135 regarding the debtors of Loman given up by him to Haselkamp to be collected by the latter, but which were pocketed by Van Teijlingen himself in person or through his servant Naygom; and further to charge to the account of Loman the remaining Pagodas 135: 5: 10, consisting of various items. With relation to what was remarked by Their Right Honors concerning the lower profit made in this Government in the book-year 1771/1772 than the book-year before, it was decided to assure Their Honors that nothing will be left unattempted to revive the trade and to make the profits show a more favorable aspect, but that as long as these lands and the inland parts thereof continue in such a troubled condition and are not relieved from the numerous designs of war, there was no prospect of succeeding as well as one would wish; whilst in the meantime it was decided to write off from the books the sloop the Hottentot, which is still carried on the books inside the lines for 616:19 Pagodas or ƒ5781. 9. - Dutch money, which had sunk and wrecked in the year 1750 together with the sloops the Cornelia and the Wilhelmina Johanna in the Masulipatnam roads. Under the article of [illegible], it was decided to offer Their Right Honors the expression of thanks of the Sadraspatnam Secunde, Mr. Jacob Pieter de Reijs, for the favorable remission of the buyout amount charged to his account.
Dutch transcription
465 Den 22e September 1774. en Anthonia Porthea en uyt wat hoofde. Chikonpen p:r vendatie te laaten verkoopen, en waarom bakken toe die kruijt moolen ge„ onder uyt die gelden aanthasel kamp var dag 317:13: 74. — anderen Goederen, overen wed 3:; tijden te Laten overbrengen, insonderheijt bij late opdagjing der scheepen, gelyjk men in dat geval tans verseerde, en de ruijmte van Chialoupen grotelyx te passe quamen, tot den afhaal van een genoeg„ „„same Lading voor het Rothour schip de Pallas. — verkoge van de Chialonpen Porijar Engemerkt wel meede Haar Hoog Edelens omtrent de door deese Regeering voor gedragene verkoop, van de onbe„ „quame en afgelegde Chialoupen de Anthoni Dorothea en de Poeijoer, geen mentie hebben gelieven te maken, of qualificatie daar toe te verleenen, hoewel het seeker is, en ook verondersteld mag werden, dat Hoogstderselver intentie is, deselve te Laten verkopen, en sulx Helswijgende te in„ „cludeeren, ende reeds gedane sending van vorsz: 2: Vaarthuijgen, en toesegging van nog twee andere, besluit om de rompen van vorm: soo is Uijt dien Hoofde, en uijt overweging dat die beide onbequame vaarthuijgen, nog langer in de revier alhier leggen blyvende, meer en meer van onderen verrot sullen raken, en daar bij gevaarliepen, door de sterke afratering. die men reeds uijt de Revier begind te bespeuren aan stuc„ „ken te stoten; Goedgevonden en verstaan, alleen de rompen dier beijde vaarthuijgen, voor het geledonde bij publicqua vijling te laten verkopen, om gesloopt: te werden, dog, dog de naten : ane onde de masten en het verder thuijg van seijlagien, touwerken, ankers, Et:s aantehouden, en daar van een noth Noitie bij daar van een Notitie te formeeren soo wel van het getal, als Constitutie derselve, onder presen„ „tatie van Eede geformeerd sijnde, per naasten binnen te doen brengen, dus meede het Rendement dier beijde te verko„ „pene Rompen, om daar over nader te werden gedisponeert, banwaaren soo als teffens besloten wierd, als meede te laten verkoo, Tedoen venrkoo nog van 14 p:s duot armolija „pen, de bij de Pakhuijsen berustende 44 p:s dubbelde armosij„ „nen, alsook de deeser dagen, per de Booth de Pollux Een 35 Maaten Wesen pak alhier ontfangene 35 vaten vlees; en speck dewijl door En ant reden de laaste het Cesseeren van de onstane on eenigheeden hier ter Custe, en het delachement Euripeesen van Ceylon voor dewelke meh deselve Expres versogt hadde, weder naar der„ „waards te rug gesonden wesende, niet meer nodig was, En omtrent de Balken van 40 voeien tot vaders in de Uijtgestuke dispositie omtrend de knuijtmolen gesonden, door het intrecken of vernietigen derselve, per naasten, het sij tot Emploij alhier, of verson„ „ding naar Colombo, het nodige te besluijten, — Aangaande het Hoofd: deel van de Negote te kooe mee en by de boeker p Boeken, is in voldoening van welmelde Haar Den 22e. September 1774. opreijling Hoog 467 Den 22e. September 1774. van Teyjlingen met pa/o 250 En waar over wat sakke te brengen pra/o 135: 5: 10 in diverse roste bestaande wat beslooten is H: F: Os ten opsigt gelegd dan do bevoorens te verzeekeren voor de ontheffing vande aan den Sad:s secunde opgelegde de Hottentock. kunnen reusseeren Hoog Edelens gevenereerde ordre, goedgevonden, uijt de gelden die van den geweesen Cassier Johannes Haselkamp alhier te vinden mogte sijn, aan D' E Comp: te doen restitueeren en nog bij de boeken van 177/¾ in teneemen, de Somma van Pagoaen 371: 13: 74, als naluijd van het bericht van den Negotie Boekhouder Johnson, rigjt den boedel van sijn voorsaat Paulus Looman meerder ontfangen En duasten van de reecq van, dan hebben moeste, En wijders den g'aufugeerden Gou„ „verneur Christiaan van Teylingen by de Boeken te Laten belasten voor pa/o 250: — voor meerder ontfangene Contanten van den OpperCoopman David Coenraad ston 1 40 3 vr ick dan hij aan Haselkamp afgegeven heeft, Jtem voor ag 135. wegens de door hem opgegevene debiteuren van Loman aan Haselkamp, om door deesen laasten g'incasseert te werden, dog die byj of van Teijlingen selfs in persoon of door sijn Dienaar Naijgom had soo meede om ten laste van Looma aten in palmen, en voorts ten Laste van Loman te Laten brengen, de orvenge ro/o 135: 5. 10, in diverse pos, „ten bestaande. van het in a vor½2 minder te boven Met relatie tot het geremarqueerde door welmelde „ Haar Hoog Edelens over het minder te boven gelegde Den 22e. September 1774. in dit Gouvernement in het boekjaar 17/½ dat het Boeke, „jaar te voren, is verstaan Hcogst deselve te versekeeren dat niets onbesogt viende gelaten, om den handel op te„ „beuren en de voordeelen van een Javorabelder aanschouw te doen sijn, dog dat soo lang deesen Landen, ende binnens, dog waar doo en niet na wnrck „te geaatens derselve, soodanig, gf in die getroubeleerden toestand bleeven Continueeren, en niet ontheeren wierden van de meenigvuldige Oorlogs desseinen, er geen koop was, daar in sodanig als men wel wenschte te sullen reusseeren; terwijl in tusschen verstaan wierd uijt de ryjt de berkelaating van de Chaal. Boeken te doen laten die bij deselve als nog wel 616:19 Jndias, of ƒ5781. 9. - nederlands geld, binnens Lijns Lopende Chialoup den Hollentot, die in den Jare 1750. nevens de Chialoup de Cornelia ende Welhelmina Johanna ter rheede Masulipatnam gesonken en verongelukt was. — Onder het Articul van onderwigter wierd te doen dan : hetenging van A verstaan Haar Hoog Edelens te offereeren, de dank vergraing betuijging van den Sadraspatnam sen Secunde M=r Jacob Pieter de Reijs, voor de gunstige onthof„ „fing van het hem op reekening gestelde Uytkoops bedragen in
English
469 amounting to 10 1/4 lb of cloves and 2 1/4 lb of nutmegs, to the amount of f 60: 3: 8; however, it was also resolved to present again to the said Their High Noble Excellencies his further petition made to that end concerning the compensation imposed on him by marginal disposition on the memorandum of shortweights of the ultimate of February 1774, mentioned in the Resolution of 8 June of this year, for 27 7/8 d: cloves and 2 1/8 lb of nutmegs, both with the calculated agio of that part, amounting to f 150: 2: 8, but on the other hand it was agreed to insist that the former Palicol Chiefs Hendrik Scoffier and Dirk Wijmoet still be made to pay the compensation imposed on them by Resolution of this council of 5 May 1772 of Pagodas 336: 4, originating from the increased, but uncollected revenues of Palicol during their chieftainships, as the said Their High Noble Excellencies have not seen fit to relieve them from the payment thereof; And furthermore, concerning the requested report regarding the donations, to respectfully submit the same to His Excellency regarding what relates to what was carried out or occurred in that regard in the past year, and further to act with the obtained vessel and observation of the judgment thereof of the past year in such manner as Their High Noble Excellencies have been pleased to order in that regard. With relation to the [illegible] and repairs, it was agreed, in compliance with His Excellency's honored order, to desist from the proposed repair of the washer's warehouse and some other buildings at Portonovo; but, on the other hand, as His Excellency deems the improvement or repair of the necessary works at Palliacatta to an amount of pagodas 3536: — 70: or f 15915: 7: — to be unavoidable, and therefore, however reluctantly, granted authorization thereto, it was resolved to send the Ensign Surveyor Franck thither in the spring to carry out the same, according to his calculation submitted thereof, and to earnestly command the Chiefs to keep good supervision that everything is erected properly and strongly; but concerning the second calculation report of the said Franck of the defects on the other 471 22 September 1774. other buildings and the Castle, amounting to Pagodas 4426: 14. — f 19919: 12. 4; it was agreed to desist from the rebuilding thereof until further orders from Their High Noble Excellencies, and meanwhile nevertheless to write to the Chiefs to prevent total ruin as much as possible through repairs; and further, regarding the expenses incurred on the Palicol lodge, of which the calculation amounted to f 10641: 8: 8: —, but on which an additional f 5241: 10: was spent by the Chiefs on their own account, and which was therefore imposed on them by this Government as compensation, Their High Noble Excellencies having favorably deigned to validate half of the aforementioned over-expenditure; it was resolved to have the same disbursed to them again from the treasury. Concerning the fortification works, it was approved and agreed to promptly observe what Their High Noble Excellencies have been pleased to order in that regard, and consequently to take nothing in hand beyond that for which, or for the restoration of which, authorization has been granted, yet nevertheless to keep the Castle in order as much as possible with the daily repairs according to custom and where necessary, as far as the bastions Het Gevoel, De Reuk, and De Smaak are concerned. But concerning the remaining two bastions, Het Gezicht and Het Gehoor, it was resolved to represent to the said Their High Noble Excellencies that not the least repairs can be made to them, as it was likely that during the approaching bad monsoon, with continuous rain, both of those bastions would collapse, not only filling the castle moat with earth and rubble, but also overturning the flagpole which stood on Het Gehoor, to which end one has already had to have all the ordnance removed from the same and the gun carriages stored under an erected shed of ola leaves; just as it was likewise resolved to desist from the construction of the proposed stone battery between the bastion Hollandia and the sea, to the amount of pagodas 470: 9: 76, as Their High Noble Excellencies have not seen fit to approve such; but on the other hand to have the collapsed wall between the gate and bastion Leeuwendael rebuilt by the supervisor of works for the amount of pagodas 936: 5: 3 calculated by him for that purpose.
Dutch transcription
469 Palicolse opperh opgesegde betaa„ „ling der vermeerderde, en niet 9.'ens Caseerde Jnkomsten „trend de Schenkagten aan de verdere gebouwen in ' van de landmeeter Elanck dat heer tot de reparatie te Palz en in hoe verze waller Pakhuijs Etn te Pert: „ordre nops het ontftorkoome reytijg „bedragen van 10¼ lb Nagulen en 2¼ lb Noten, ten emporte van ƒ60: 3: 8: dog waarneevens besloten wierd, wel melde Haar Hoog Edelens, opnieuw voor te „dragen, syne nadere ten dien eynde gedane instantie wegens de hem bij margenale dispositie op de memorie van onderwigten van Ult:o februarij 17/¾ ter Resolutie van den 8 Junij deeses Jaars vermeld, opgelagde vergoeding van 27 7/8 d:' Nagulen, en 2 1/8 lb Noten, beijde met het berekende opgeld van ser gedeelte, impor„ presistering beijde aan de ged:e „ terende ƒ 150: 2: 8, doch waaren tegen verstaan wierd, de geweese Palicolse Opperhoofden Hendrik Scoffier en Birk viijmoet, als nog te doen betalen, de hun by Resolutie deeser tafel van den 5 Mey 1772. opgelegde vergoeding van Pagoden 336: 4. oorspron„ „kelijk uijt de vermeerderde, dog niet geincasseerde Jnkomsten van Palicol, geduurende hun Opper„ „hoofdijen, nadien wel melde Haar Hoog Edelens niet hebben konnen goedvinden haar van de be„ „taling derselve te releveeren; — En wijders ten belange van het begeerd verslag te denevorlag an H:E: o, omtrent de Schenkagien het selve Hoogst Den 22e. September 1774. deselve eerbiedig te doen toekomen, van het geen betrecking heeft, tot het verrigte of voorgevallene daaromtrent, in anno Passato, en wijders met het bekomen vijtuijg en Erobsewantie van kegegt derelder A„o p: te handelen, sodanig als Haar Hoog Edelens daar omtrent hebben gelieven te beveelen. — Met relatie tot de treneragien en Reperatien apsoening van de reperatie aan het E is verstaan in voldoening van Hoogst desselver g'eerd bevel afte sien, van de voorgeslagene reperatie van het Wasschens pakhuijs, en eenige andere gebruwen te Por„ „tonovo; doch daar en tegen Hoogst deselve oordeelende verleende qualificatie dor A: H B, het verbeteren of repareeren van het nood sakelijke te Palliacatta tot een montant van r:a/o 3536:— 70: of ƒ15915:7: — onvermeijdelijk te sijn, en dierhalven hoe ongaarne ook daar toe qualificatie komen te verlenen, wierd beslsten den vendrig Landmeete:- Henck te doene sendingten dien eijnshe in het voorjar naar derwaards te senden, ter vernich„ „ving derselve, na volgens sipne daar van overgegeve Cal; „culatie, en de opperhoofden ernstig aante beveelen, om en met wat bevel aande opperh: goed toeversigt te houden, dat alles kegt en sterk word, opgehaald, doch ten belange van het tweede Calculatie dog afkoering van de verkegring Rapport van gedagte Henck, van de gebreeken aan de Conte draa Den 22e September 1774. dezelve verdere 471 Den 22e September 1774. „pperl: van de helfte van de door te veel verbouhede aan de legte. aldaar ordre nopens de Cortificatie battely tusschen de Prunt hol¬ landia en de zee Jngestorte muur tusschen de nop:s de Casteels, printen 't ge„ verdere gebouwen en het Casteel, sommeeren Pagsden 4426: 14. — ƒ19919„12. 4; is verstaan, de verkolping daar van, tot nadere ordre van Haar Hoog Edelens afte sien En onderwlude anshuyvens Echtr: de opperhoofden aan te schriven door reparatien te koene verstreking aan de Pauoot het tetal verval soo veel doenelijk te parvenieeren, en haar gedane vergoeking weg:s vorts aangaande het bekestigde aan de Palicolsche Legie waar van de Carculatie bedragen keoft ƒ10641:8:8:— doch waartse door de opperhoofden boven dien op eijge prieve nog ƒ5241: 10: bekostigd is geworden, en daar om deselve haar door deese Regeering ter vergoeding is opge„ „legd, Haar Hoog Edelens gunstiglijk behargd. heb„ „bende de helft vande voorsz: te veel verguastreerde te valideeren; wierd besloten het selve aan haar weder uijt de Cassa te laten verstrecken te dae obsermntie vn AsH Ed: Nopens de Fortificatie =Werken; is Goed „gevonden en verstaan prompt te observeeren, het geen Haar Hoog Edelens dien aangaande hebben gelieven te beveelen, en mits dien buijten het geen, waartoe, of tot welkers restauratie qualificatie verleend is, niets onder handen te doen nemen, dog deselve echter met de dargelijks reparatien naar den gebruijke en Den 22e. September 1774. daar het nodig is, het Casteel soo veel doenelijk in or„ „dze te houden, voor soo verre de punten, Het gevoel, de Keuk, en de snaak betreffen; Maar ten belange welke beldenis hogt deselve van de overige, twee punten het Gesigt, en het Gehoor, : 1igt, en 't gehoor te vertoonen is besloten wel melde Haar Hoog Edelens te vertonen, dat daaraan geen de minste reparatien geschieden kunnen alsoo hot waarschijnelijk was, dat die beijde bassions, in de aanstaande quade moussen, bij een aanhoudende reegen instorten, niet alleen dis kastees gragt, met aarde in puijn oprullen, maar ook de Vlaggemast welke op het gehoor stont, mede om verhalen sullen, ten welken eijnde men reeds al het geschuit, van deselve ho: fe moeten Laten wegnemen, en de affuijten onder een opgeslage Loots van olas bergen, soo als inselvvoegen besloten afkiering van den aanleg eener„ wierd aftesien, van den aanleg van de geproponeerde steene Batterje, tusschen de punt Hollandia ende Zee, ten bedragen van pag: 470, 9: 76 alsoo Haar Hoog Edelens sulx niet hebben gelieven goed te vinden, doch dooch te koere opkouing van de daar en tegen door den opsiender der werken, voor het Poort en Punt Leeuandia daar voor door denselven gecalculeerd bedragen van pag: 936: 5: 3: te laten op halen de ingestorte muur daar tusschen werkier
English
473 The 22nd of September 1774. The 22nd of September 1774. Regarding the repair of the fort at Bimilipatnam, it was agreed to submit to that which Their High Excellencies have been pleased to order the Lord Governor by the Secret letter. Concerning the stock of Grains, ordering care to be taken that constantly, in proportion to the Garrison and the requirements of the Comptoirs, a three-year supply of paddy is kept on hand: it was accordingly resolved to purchase the same at the coming Harvest, and to represent respectfully to Their High Excellencies that this place is always provided with sufficient grains, and would have been so, had not the large issues that had to be made caused a diminution in the stock thereof. Concerning the Domains, it was resolved to offer to Their High Excellencies the completed Maps of the survey made of the villages Akraranoretoer, Callesambadij, and Narreaan Coedi, with the respectful notification that it had not been possible to proceed with the survey of the remaining Villages, both on account of the troubles that had arisen and other business that had occurred in the meantime; and furthermore, that as the Revenues of this city were farmed out for three Years, of which the term for the bazaar expires only next year, but that of the tapping of drinks in two Years, no change had occurred regarding them, save only that pursuant to the resolution taken in the meeting of the 10th of this month, it had become necessary to dismiss the farmer of the daily Revenues of the Bazaar named Moctoe kistna Naijker, together with his sureties, on account of his known insolvency, and to appoint another in his place named Sega arpoele, under the suretyship of the fellow natives Eisiaragoearithiaar and Arnapa Poele, who has also taken over that lease for the same price of 250 pagodas for the Year 1774/5, and likewise paid the aforesaid dismissed farmer's arrears of 125 old pagodas for the First six months of the Book Year 1773/4, and had furthermore undertaken to collect the lease moneys of the last six months and to account for them to The Honorable Company. 475 The 22nd of September 1774. Under the article of Miscellaneous affairs, in compliance with Their High Excellencies' respected order, it was approved and resolved to grant transport on the still-expected ship Vreede Lust, as well to the Four servants of the Pretender Prince who arrived on the ship the Pallas, as to the wife of the same, together with four other women, three children, and ten other persons, taking with them three packs of Linens; and also to allow the widow of Cannasamie Naijker and her three daughters to enjoy the use of the House standing here in the city, which was currently inhabited by the so-called brother of the aforesaid Pretender Prince, and to that end to order the same to vacate it and provide himself with another dwelling; just as it was also resolved to take every trouble and make every effort to procure the horses required for the Japanese Emperor, while professing, however, that it was very difficult to obtain such fine, large, especially Persian, and preferably black or brown horses as were desired, which were very rare: first, because in these Lands one sees no other Persian horses than those which the subah or other grandees now and then in single instances, with very great trouble and expense, have expressly brought over for their own use or state, and were thus too costly to be imported; and secondly, that the horses which the district produced were mostly white, grey, and dapple-grey, although of a good sort and imposing, but inland were bought up by the English and the Nabob's officers, both for their own use and for the Nabob's Cavalry. Furthermore, Their High Excellencies were pleased not to approve the disposition of this Government by Resolution of the 24th of July 1773 with respect to the delivery to Corporal Jan van der Eijker of half of the 350 guilders deposited here with the orphan chamber, belonging to one Johan fredrik Bosch, who was a legitimate brother. The 22nd of September 1774.
Dutch transcription
473 Den 22e: September 1774. Den 22e: September 1774. nops het Port te Bimilip voor drie Jaaren „toonen van d' aarte van 3 dorzen zoodaar van trens de Rugter der bazaan „tusschen de Poort Zeelandia, en de punt van die naam, Summnisse aan H: sl ds ore: En ten opsigte van de herstelling van het fort te Bi„ „milipatnam, sig te submitteeren, aan het geen Hoogst deselve bij de Secreete brief, de Heer Gouverneur heb¬ „ben gelieven aan te beveelen: — op te doene voorwaal van granen ten belange van den voorraad van Granen, gelastende, te sorgen, dater steels na mate van het Guarnisoen, en het niet te ontbeeken voor de Comptoi„ „ven een drie Jarige voorraad van nelij aan handen is: soo wierd verstaan deselve bij de aanstaande Oogst en haar H: E: dierwrij te w: op te doen, onder eerbiedige vertoning dat men hier altoos van genoegsame granen voorsien is, en soude sijn geweest, indien de gpote verstreckingen die er ƒ hebben moeten gedaan werden, geen diminutie in den voorraad derselve te weeggebragt hadde. te kome an bieden an A : 3 De Domainen betreffende, is verstaan de in gereedheijd gebragte Caarten, van de gedane meeting van de dorpen Akraranoretoer, Calle„ „sambadij, en Narreaan Coedi, Haar Hoog Ede„ En onde, welke aan kandigngj ens aantebieden, onder eerbiedige aankundiging dat men met de meeting der verder Dorpen niet hadde konnen voortgaan, soo mits de opgekomene troubelen, als andere intusschen voor gevallene besig„ „heeden, en dat wijders de Inkomsten deeser steede voor als van de drie Jaarig verpag„ drie Iaren verpagt weesende, waar van de tijt erst aan„ „staande Iaar, doch die van den tap der dranken, over twee Jaren quam te Expireeren, daar omtrent geen prin„ „dering voorgevalen was, dan eenelijk dat men inge, seem van het vorgewallene om„ „ „volge het gereselveerde ter sitting van den 10:e deeser Jaumster in de noodsakelijkheijd geweest is, den pagter van de dagelijkse Inkomsten van de Basaar in name Moctoe kistna Naijker, nevens sijne borgen, om desselfs bekend geraakte insolventie, afte setten en een ander in sin plaats sega arpoele genaamd, onderborg togt van de meede Jnlanders Eisiaragoearithiaar en Arnapa Poele, aangesteld is, die ook die pagt voor de selfde prijs van p a/o 250: voor den Jare 174/5 aangenomen, someede voorsz: gedimoreerde pagter sijn agter„ „weesen van de Eerste ses maanden van het Boek„ „Jaar 17 3/4. 125. oude pageden bedraegende be„ „taald, en voorts aangenomen had, om de pagt penn: van de laaste ses maanden inte palmen, en aan ting niet D' E Comp 475 van het voik van den prins pretendert plaatse Nolyker bl: van uet door de bewoont werstende huijs te gaudeeren d' bemagtiging van de voor Japans paarden aan lewenden d=t ter weeskummer berustende D' E Comp: te verantwoorden. te verleenen'trmasport m:t werteut Onder het articul van Differente saken, is te Batavia, wasser hooft in naarkoming van Haar Hoog Edelens gevenereerde ordre, goedgevonden en verstaan, soo wel aan de Vier met het schip de Pallas overgekomene bediendens van den Prins Pretendent, als aande vrouw van denselven, neevens vier andere vrouwen, drie kinde„ „ven, en nog thien persoonen, met meede voering van drie packen Lijwaten, transport te verleenen met het nog verwagt werdende schip Vreede Lust, besluyt de Wert: vn Conais mitsgaders de weduwe van Cannasamie Naijker orotier van voorsz Pras, en hare drie Rogters te Laten caudeeren van het alhier ter steede staande Huijs, dat thans door de soo genaamde broeder van Voorsz Prins Pretendent bewoond wierd, en ten dien eijnde den„ „selven te geasten, het selve te ruijmen, en sig van Jtem alle mogaijse moeijte ter een ander wooning te voorsien, soo als ook besloten en keyses gerequireerde wierd, alle moeyte te doen, en in het werk te stellen, tot het opdoen van de voor den Japansen En onder atr ie beuigig an keijser gerequireerde paarden, met betuyging nog„ „tans dat seer difficieel was om sulke schoone Den 22e: September 1774. grote, in sonderheijd Persiaansche en wel swarte of bruijne paarden, die seer seldsaam waren als begeerd wierden, te bemagtigen, voor eerst om dat men in deese Landen, geen andere Persiaansche paarden te sien kregen, dan die den souba ofan„ „dene groten, nu en dan bij enkelde gevallen met seer veel moeijten en kosten tot derselver eijge ge„ „bruijk of staat houderij, expres lieten overbrengen, en dus te kostbaar waren, om aangevoerd te werden, en ten anderen dat de paarden die het district maar uijt „leverde meest witte, grijse, en schimmels, egter van een goede soort, en aansienelijk waren, dog Landwaards in door de Engelsen, en 's Nababs officieren, soo tot hun eijgen gebruyk als tot de Ruytery van den Nabab opgekogt wierden. wel melde Haar Hoog Edelens wijders niet gen te doone n akataling van de „lieven goed te keuren, de dispositie deser Regeering ten „/o 350. van een I: Bosch Resolutie van den 24e Julij 173. ten opsigte van de afgave aan den Corporaal Jan van der Eijker, van de helft der bij de weeskamer alhier berust hebbende f/o 350, toebehorende aan eenen Johan fredrik Bosch, die een wettig brieder den 22e September 174. grote Was 30
English
477 Orphan Chamber to provide annually a brief summary of the poor fund withholding to the Company's servants Exemption of fo 1353.— officers for their promotions Sec Suynevelt to the said capacities Martm: Pietersz had for the granted pension to a bombardier was, from the deceased natural father of the wife of the said Corporal van der Eijker, with orders to have the amount refunded at once, and furthermore to transfer the same, along with the other half still held by the Orphan Chamber, into the Company's Treasury, to be collected for the benefit of the Lord of the Land, thus it was approved and resolved to carry this into effect at once, and to instruct the Orphan Masters here with its execution, as well as to order both them and the Church Council here, as administrators of the Diaconate or poor fund, to submit annually, in good time before the dispatch of the papers via Ceylon, a brief summary of the state of the Orphan assets and the aforesaid poor fund, in such a manner that from it can be discerned the income and expenditures thereof, and whether the same were previously made in advance or behindhand, and furthermore that which was recommended by Their High Nobilities, not to give any new titles to the servants, and thus to restrict themselves to the approved and established titles and to observe them promptly. — The 22nd of September 1774. Concerning the servants, it was resolved to offer a vote of thanks respectfully to Their High Nobilities, including the expressions of gratitude from the Bombardier Barend Hendrik Jonkprink, and Gunner Lodewijk De Martinus for the pension granted to them, as also to the titular Merchant, Mintmaster and Adigaar Cornelis Pietersz:, with retention of the title and rank of Merchant, as from the Secretary and Cashier Willem Duijnevelt for his appointment to those offices, as also from the Captain Gijsbertus Zeegelaar, for the obtained increase in salary, as well as from the collectively promoted military European and native officers, belonging both to the garrison here and to the Ceylon detachment, as also the vote of thanks of this Government would be delivered for the exemption of the reimbursement of f1353:—:— imposed in the previous year, or the one-third portion of the discovered errors in the promotion of servants contrary to the Regulations, with the assurance that henceforth they would strictly adhere thereto; and it was further resolved, in compliance with Their High Nobilities' orders, to let the Captain Lieutenant Ian Fredrik Maus, the Extraordinary Artillery Lieutenant Jacob Kraus, along with the Ensigns Christoffel Hoffman and Fredrik Godlib Korkman depart for Ceylon, the Lieutenant Johan Willem Weerman and the Adjutant Johan Willem Ulmbeek having already departed thither; as it was also resolved to have the received placard published and posted here concerning the further arrangement made regarding the trade in certain kinds of linens etc. already granted to the Company's servants and citizens, and to that end also to send the same to the subordinate factories; Thereupon having proceeded to the resumption of the letters received from the subordinate factories of this Government since the latest session held on the 8th of June last, it was initially approved with respect to the factory of Sadraspatnam, in reply to the Chiefs' letters of the 17th, 26th, and 30th of June, 11th, 16th, and 26th of July, 2nd, 6th, 11th, 13th, and 20th of August last, to express the satisfaction of this Government with the fair progress of the sale of merchandise there, on which according to sent returns a profit of f9361:—:— was made in May and f10688:—:— in June, which it was hoped would not only long continue thus, but would also from time to time increase more and more, with the recommendation to employ all conceivable means and to neglect or leave unattempted nothing that was useful; and this Government would thus continue to anticipate a profitable outcome regarding this so prominent article of the Company at the close of the trading year, passing over for this time the error made in the memorandum of underweight sent in the extract of the weighhouse book of the ultimate of February last, in noting therein 200 lb of cloves too few, with the recommendation nevertheless to the person entrusted with the care of The 22nd of September 1774. preparing 479 The 22nd of September 1774. Concerning free trade to let be published to send business concerning the factories progress of their sales there error in the memorandum of underweight of the Hon. Comp. Satisfaction to Sadraspatnam third pay The 22nd of September 1774. concerning ensigns to let depart for Ceylon.
Dutch transcription
477 weeskamer om sjaarlyk een korte schetst van het arme inhouding aan 's Comp:s bed:s te geeven Jontheffing van fo 1353.— officiere vaor hun bevorkeringen Sec Suynevell tot gemelde qualiteyten Martm: Pietersz 'H Had voor de verleende rust gagie aan een bombardier was, van den overledene natuurlijke vader van de vrouw vangedagte Corporaal van der Eijker, met Last, dat mon„ „tant ten eersten te doen restitueeren, en het selve, voorts nevens de andere helft dat nog bij de weeskamer berusteelte in 's Coms: Cassa over te brengen, om ten behoeve van den Heer van den Lande ingenomen te werden, soo is Goed¬ „gevonden en verstaan sulx ten eersten Effect te doen sorteeren, ende Executie derselve de weesmeesie„ bevel aan den kerue hand en „ven alhier aan te beveelen, als meede dezelve soo wel en wees Capitaal over te geeven den kerken Raad alhier, als administrateurs van het Diaconi of armen kapitaal te gelasten Juar„ „lijk, tijdig voor het afsenden der papieren over Ceijlon een korte Schots overtegeven, van den staat der Weesen middelen, en het voormelde armen Capitaal, indier„ „voegen dat daar uijt ontwaard kan werden, de in„ „komsten en uijtgaven derselve, en of deselve te voren oetokanme e suidesten agteren gemaakt waren, en voorts het aanbe„ „volene door Haar Hoog Edelens, om geene nieuwe titulature aan de bediendens te geeven, en dus sig aan de g'approbeerde en vast gestelde tituls te bepalen en prompt te observeren. — Den 22e: September 1774. Betreffende de Dienaaren, wierd verstaan te doene dank offerte aan„ Haar Hoog Edelens eerbiedig te offeneeren, soo velde ve Cormenier dankbetuijgingen van den Bombardiers Barend Hendrik Jonkprink, en Cannonier Lodewijk De Mar„ „tinus voor de aan hun toegevoegde Rust gagie, gelijk Hem den Coopm: adigaar en meede aan den tirtulair Coopman Muntmeester en Adigaar Cornelis Pietersz:, met behoud van den titul en rang van Coopman, Als van den secretaris en zoo meede voor benoeming van der Cassier Willem Duijnevelt voor sijne benoeming te die diensten, als ook van den Capitain Gyjsbertus Ensi Cip Zeegelaar voor vermeer„ Zigelaar, voor de geobtineerde verhoging in Gagie, Mitsgaders van de gesamentlijke bevorderde militaire Jtem de gesamentlijken militire Euro,seese, en vostersche officieren, soo tot het Guarni„ „soen alhier, als tot het Ceylonsche Betachement gehorende, gelijk ook de dank offerte deeser Regee, gelijk oek de regering voor de „ring soude werden afgelegd voor de ontheffing van de in A„o p„o opgeleijde vergoeding van ƒ1353:—:— of het 1k gedeelte van de ontdekte Eeveuren in se ver, waar uijt oaprinkelijk „betering der Dienaaren tegens het Reglement met verseekering, dat men sig voortaan daar aan E:n met welke vereekering siept soude houden; en wierd wijders beslooten besluijt, Cap:t :t Ext r L:l en 2 derde Gagie Den 22 September 1774. betreffende vandrigs na Ceyer te laaten vertrecken. 1n 6 479 Den 22e: September 1774. Concerneerende den vrijen handel te laaten publicxeqen te senden besonge over de Comptoire voortgang van hen vertuur aldaas abuijs bij de memorie van onder„ „wigten van UEt: reo C:o in voldoening van Haar Hoog Edelens ovare den Carpitzin Lieutenant, Ian Fredrik Maus, den Extraordinair Artillerie Lieutenant Jacob Kraus, nevens de ver„ „drig Christoffel Hoffman, en fredrik Goalib kork¬ „man naar Ceijlon te laten overgaan, als weesende den Lieutenant Johan Willem Weerman, en den Adqudant Johan Willem Ulmbeek, reeds naar Jtem dor A. H: E: gesonden placaad erwaards vertrocken; soo, als ook nog wierd grresel, „veerd het bekomene Placcaat wegens de nadere ge„ „maakte schicking, omtrent de reeds aan 's Comp:s, dienaren en burgers geconcenteerde handel, in secliere soorten van Lijwaaten elt:ze: alhier te Laten, Publi¬ En ten dl ik eypnde na di Comptoren eeren, en affigeeren, en ten dien eijnde het selve ook na ie onderkorige factorijen te senden; Vervolgens getreeden weesende ter Resump¬ „tie der brieven, 't seedert de Jongste gehoudene besoigne over de subalterne factoriyen deeses Gou¬ „vernements, ter Sitting van den 8. e Juny Joloeden Contentement na sad:s verder van daar ontvangen, soo wierd aanwankelyk ten opsigte van het Comptoir Sadraspatnam in antwoord van der Opperhoofden Letteren van den 17: 26: en 30 Junij, 11: 16: en 26e Julij, 2: 6: 11: 13 en 20' augustus J„t Leeden goedgevonden, het Contentement deeser Regeering te betuijgen over den tamelijken voortgang van den Verthier van Handelwharen, aldaar waar op volgens overgesondene Rendementen in Meij ƒ9361:—: —n en in Iunij ƒ10688: —: — geprofiteerd was het En men dierweij hoop te geen verkoopt wierd dat niet alleen lange sodanig Continueeren, maar ook van tijt, tot tyt, meer en meer toenemen soude, met re commandatie daar ude En miet werke recommandatie alle uijtdonkelyke middelen aantewenden, en niets wat dienlijk was, versuijmt, of onbesogt gelaten vaoeste werden; en deese Regeering dus dien aangaande bij het aflopen van het handelJaar een voordedligen uijt„ „slag van dit soo voornaam articul van sE Comp te gemoed soude blijven sien werdende intusschen voor pascering veraisen al van eer ditmaal gepasseerd, het begaan abuijs bij de nemorie van onderwigten van Ult: februarij J„o overgesonden Extract uijtwaag Boek, in het bekend stellen daar by van 200 lb Nagulen te min, met recommandatie don met welke Eecommanda ie nogtans, aan den geene, op vizen de sorg van het Den 22e: September 1744. den vervaardigen
English
The 22nd September 1774. to express regarding the cloth trade debts of the merchants and blue dyers expected a power of attorney by Sesaselam towards that end advances to the aforementioned regarding the account of Madoekalam preparation of such papers lay, henceforth to be more attentive in that regard, and to guard against such sloppiness, and in general to be accurate in all their dealings, especially regarding those of the spices. Regarding what was resolved in respect of the collection of textiles, it was understood to state that although the Government wished, and could agree with the chiefs, that the progress thereof depended primarily on the vigilance of the merchants, it was nevertheless no less certain that the constant exhortations of the chiefs to them could also contribute much thereto; and of whose zeal in that respect the Government being assured, it was furthermore reasonably expected as a fruitful consequence thereof that, since through the late arrival of this year's ships the merchants having received more, or longer time than ordinary to prepare the textiles assigned to them, they would deliver the demand this year completely without failure, just as one in the same manner would continue to look forward from the good management of the chiefs that the debts of the merchants and blue dyers, which according to the forwarded account of the last of May and June were quite significant, would be finally liquidated by the last of August next; to which end it was furthermore resolved to recommend the chiefs to apply all means to the debit of the merchant Madoeksalam Chittij and blue dyers, not only to reduce them as was promised, but to obtain a completely balanced account with them; while their action regarding the fellow merchant Goendoer Baal Chittij and Chaddeappa Chittij, in making the necessary advances to them upon the strength of their sureties, being in conformity with orders, it was approved, as well as the forwarding hither by the merchant Sesaselam Chittij of a power of attorney to prosecute his case against Goendoer Baal Chittij before the judge here, which having arrived here with the necessary evidence, the decision thereof must await the course of time. And 483 Expense accounts and memoranda for two times 1,500 pieces of firewood to the sloop Papegaay the procedure made known Soldier the payment here of the aforementioned small bill of exchange account of one sent for the chief there rations to their authority for writing off two And it was meanwhile agreed to grant authorization for the writing off of the expense account for the months of May and June last, likewise the memorandum of furnished board money and rations to the sailors on the sloop De Papegaaij for June and July. And although the delivery made to that small vessel of 1,500 pieces of firewood, on two occasions, or for two voyages with the chiefs' letters accompanying that vessel dated 26th July and 11th August last, upon the declared necessity thereof by the commander for the stowage of the packs on account of the leakage of the same, was regarded as well done, it was nevertheless remarked that the same should have been noted on the bills of lading to be accounted for here, which was then understood to order the chiefs henceforth not only to observe in all such advances, but also to proceed to such deliveries as little as possible, and only under the utmost necessity, as the commanders' pretext in that regard did not appear entirely sincere; and furthermore, for the information of the servants, to note that the rations belonging to the servants stationed there would be delivered here to their authorized agents according to the forwarded specification. On the letters from Palliacatta dated 11th, 18th, and 25th June, 16th, 20th, 23rd, and 29th July, as well as 15th August last, it was resolved for the information of the servants to note that the rations due to them would be delivered here to their authorized agents. Furthermore, the junior merchant and warehouse keeper Frederik Willem Bloeme was accepted as surety for the chief Willem Blaaukamer in place of the deceased Porto Novo Resident Leonard Campie; likewise that notice was given that the forwarded small bill of exchange of 60 pagodas 4 fanams or 270 guilders 15 stuivers on behalf of the new church here had been paid for its use; and further, upon the recommendation of the chiefs, Domingo De zousa of Nagapatnam was admitted into the Company's service as drummer at 9 guilders per month, and the soldier Jean Jourdaan of Pondicherry had his pay increased to 11 guilders. The 22nd September 1774.
Dutch transcription
481 Den 22e: September 1774. der lijsant handel te betuijgen schulden det Coopl: en blauver, wers verwagt werd een volmagt door Salakelam Entersect eijnde verstrecking aan neds gem: J nops acichet van maddoese„ vervaairdigen van dier gelijke papieren lag, voortaan daar omtrent oplettender te weesen, en sig voor sodanige slordigheeden te wagten, en in het Generaal in alle der„ „selver behandelingen accuraal te sijn, in sonderheijd omtrent die der Specorijen. — Wat beslooten is ter opsigte van En ten opzigte van den Insaam van Lywaten is verstaan te betuijgen dat ofschoon de Regeering met de opperhoofden wilde, en konde toestemme dat den voortgang derselve, voornamentlijk van de vigilan„ „tie der Cooplieden depen deerde, egter het ook niet minder seeker was, dat de geduurige adhortatien der Opper„ „hoofden aan de selve, daa „:n ok veel Contribueeren konde, en van welkers iever in dat opsigt de Regee„ „ring dan sich verseekerd houdende, het selve al verter als een vrugt gevolg van dien, bulijk verwagt wierde, dat vermits door de late komst der scheepen van dit Jaar, de Cooplieden meerder, of langer tijd, dan ordinair gekreegen hebbende, om de hun opgegevene Lywaten in gereedheyd te brengen, den Eysch dit Erewet van de operh: ops de Jaar sonder sout, kompleet leveren souden, gelijk men in selver voegen van de goede Directie der Den 22e. September 1774. opperhoofden soude blyven te gemoed sien, dat de schul„ „den der Cooplieden en blaauw verwers, dewelke volgens de overgesondene reekening, van Ultimo Meijen Junij, negal important waren, onder Uiltimo Aug:s naast komende finaal geliquideerd, soude werden, ten Jlem met welde he Commandnctie, welken eijnde, alverder besloten wierd, de opperhoofden aean Chuttij ende blaau„ te recommandeeren, alle middelen te appliceeren, om het Hebit van den Handelewr: Madoeksalam Chittij, ende blaauu verwers, niet culeen om deselve, soo als beloofd wierde te verminderen, maar om geheel en al effen reecq: met haar te erlangen; terwijl derselver arobuntie van de gedaane behandeling nopens den meede Coopman Goendoer 2 Coopl: Baal Chittij en Chaddeappa Chittij, met aan haar naluijd van derselver Borgtogten de nodige verstreekin„ „gen te doen, Conform de ordre sijnde, goedgevonden wierd, te approbeeren, Soo meede de oversending dit heen, door Item van de oversending van den Coopman Sesaselam Chittij van een volmagt, om Chittij sijn saak teegens Geendoer Baal Chuittij, voor den Regter alhier te Posequeeren, dewelke alhier ock met de nedige, bewijsen overgekomen sijnde, de dicise daar van, van den tijt, afgewagt soude moeten werden. — opperk En 483 Onk: reecq: en Memorien sot 2 keeren van 1500 Lix brand „houten aan de Cchial: Papegaay het Corcduur sijn dekend/ ge„ Zoldaat de verdoening alhier van nevs 1 gen: Lpte wissels „ning van een gezonden voor het opserh: aldaar randcoenen aan derzelver qualifctietr afze van twver En wierd intusschen verstaan qualificatie te verleenen tot de afschrijving van de onkstreekening van de maanden Meij, en Junij J:oleeder, Item de Memorie van verstrekte kostgelden en Randcoenen aan de Seevarende op de Chialoup De Papegaaij voor Gored hiuve van de verstreeking Junij en Julij. —n En alhoewel de gedane afgave aan dat kieltje van 1500 stx brandhouten, tot twee malentoe, of voor twee reijsen bij der opperhoofden brieven ten geleijde van dat vaartuijg de datis 26:e Julij en 11 a:g:s J:s leeden, op de verklaarde benodigt„ „heijd derselve, door den Gesaghebber, tot Stuagie der Packen, uijt hoofde van de lecagie van het selve, voor de remarqie voordgat die niet by wel gedaan wierd aangesien, soo wierd egter ge„ „remarqueerd dat deselve op de Cognoiscementen hadde moeten bekend gesteld sijn geworden, om alhier verand„ En met wat lastaande opperh „ woord te werden, het geen dan verstaan wierd de opperhoofden te gelasten, voortaan bij alle diergelijke verstreckingen niet alleen in agt te nemen, maar ook soo min mogelyk, en niet daar by de uijtterste nood„ „sakelijkheijd tot soortgelijke afgavens te treeden, alsoo het voorgeven van de gesaghebbers dien angaande Op de brieven van Palliacatta te doene bedeling a Pallo van„ de datis 11. 18, en 25 Junij 16, 29, 23, en 29 July, mitsg: 15:e aug:s J:t leeden, wierd besieten tot narigt der niet regtsinning te voren quam, en wijders tot narigt te doene afgave van der bed:s der bediendens te noteeren, dat dete goedhebbende vand gemagtigdens alhier „coenen der aldaar bescheijdene Bienstaken volgens de over„ „gesondene aanwysing, aan derselver gemagtigdens alhier afgegeeven soude werden.— Voorts wierd den onder Coopman en factuur aceptatie van Hormater borg „houder frederik Willem Bloeme als borge g'accep„ „teerd voor het opperhoofd Willem Blaaukamer in steede van den overleedene Portonovos Resident Leonard Campie; soomeede dat het overgesondene kennis gevrig van de volrdoe„ wisseltje van pag: 60: 4: of ƒ 270: 15: — ten behoeve van wisseltje de nieuwe kerk alhier, ten dienste van deselve betaald, was geworden; werdende wijders op het voordragen almisie van en Jansder der Opperhoofden voor tamboe: met sg ter maand in 's Comp:s dienst g'admitteerd, Domingo Be zousa van Nagapatnam en den soldaat Jean En verhoging ingagie van eer Jourdaan van Politschuconij in gagie verkoogt tot ƒ 11ee Den 22e September 1774. Den 22e. September 1774. niet opperhoofden steld
English
487 The 22nd of September 1774. The 22nd of September 1714. Regarding recommending keeping sale of the grains to be found there, for which the profits there had been anticipated and expected, but having finally been disappointed therein, that this keel was dispatched with merely 20 bales of gingham tape fackelas, which did not signify much good or advantage, nor did the fact that the three companies of Ragoer Vengatarania Chituij, Moelinquia, Rawara, PaCluctij, and Sjallaade Condaija Chiteij had remained in arrears, under ultimo February of past year, for an amount of pagq 8573/1920: ƒ 38582:12:— of what they had received in advance for the collection, because, as the Chiefs certified, the washers and bleachers having departed, the collected rough linens could not have been bleached and finished, since experience had shown that such preludes were commonly followed by unpleasant and [illegible] reports, which however the Government did not wish to hope, the more so because the Chiefs, in making that report, at the same time testify and assure that there was no difficulty, and that their endeavors were directed toward having those merchants, as well as the other traders, settle open accounts with the Honorable Company under ultimo August next coming, which it was also understood should be recommended to the utmost attention of the Chiefs with all seriousness and emphasis, lest they otherwise expose themselves to no compensation or some other unpleasantnesses. Regarding the sale of trading goods, consolation with the small the same also did not provide much reason for satisfaction, since the sale of goods, as had been noted repeatedly, solely depended on the consumption and need thereof in the upper lands, so that the Government, consoling itself with the small profits obtained, at the same time held itself assured, and under which assurance, that the Chiefs would let no opportunity pass by nor leave any efforts untried to make that profitable article more opulent and of a more agreeable appearance; Furthermore, upon the demonstrated shortage of grain authorization to this end for the and the dearness caused thereby there, it was resolved to authorize the Chiefs, with the exception of a and with which exception two-year supply for the garrison there, to sell the paddy to be found there to the suffering community, accounts 489 The 22nd of September 1774. And at what profit 2000 lasts of paddy of 200 Chinese planks. places after expiration of the years to lease out And under which hope ƒ 70:54 sailor of De Ravelet instead of surety said memorial on that account concerning the failure to make known the petty cash, in the selling, provided it is ensured that the Honorable Company would realize a net profit thereon of 50 per cent; with mention that for this purpose, in fulfillment of their made requisition, 2000 parras had already been sent from Sadraspatnam per the pantgalling De Goede Verwagting, as was about to happen upon opportunity with the requested 200 Chinese planks for the packing of cloths and linens, while it was further resolved to authorize the Chiefs to lease out anew for three years, upon the expiration of the last lease, the island of Erikan and the villages of Mangie and Autersake as well as the hamlet of Canantorre, regarding which it was hoped that the interest of the Honorable Company would be brought into conformity, as in the expectation that this has been done regarding the management, permission was granted for the writing off of the expense accounts of the months of May, June, and July, and furthermore the sailor there, Harmen Hendriks of Werden, was increased in wages from ƒ9 to ƒ12, and the 1 submitted pay-account of the sub-equerry George Jacques Francois de Ravallt, The 22nd of September 1774 on which he has a credit of an amount of ƒ3102:19, was accepted instead of the surety which he is obliged to furnish for his aforesaid currently held service, with the order therefore to send this pay-account over here, in order to be preserved here; Upon the letters received from Palicol, surprise to Palicol dated 8th June, 4th and 25th July of past year, it is understood to express that, although the transfer made of that factory to the newly arrived Chief Jasper Theodorus Pfeifer was deemed proper, it had nevertheless caused surprise and had appeared no less remarkable that the petty cash had been omitted from it entirely, and had thus not been handed over, wherefore it was resolved to demand a satisfactory accounting for that inattention and negligence and to have cogent reasons supplied, to remove all suspicions which the same must have caused, while the decision was postponed on the request made by the said newly arrived Chief regarding the expenses incurred by him on his overland journey from
Dutch transcription
487 Den 22e. September 1774. Den 22e. September 1714. weegens aan te beveelen houding verkoop der aldaar te vindene granen, waarom 't winsten aldaar gemoed gesien, en verwagt wierden dog eijndelijk daar in te leur gesteld weesende, dat kieltje maar enkel met 20 packen gengam ta fackelas, gedepecheert was niet veel goeds, of voordezuigs beduijde, soo meede niet dat de arie geselschappen van Ragoer Vengata ra„ „nia Chituij, Moelinquia, Rawara, paCluctij, en Sjallaade Condaija Clhiteij, van het geense tot den Insaam vooruijt genoten hadden, onder Uliimo februarij J:o leeden, 2n montant van pagq 8573/1920: ƒ 38582:12:— ten agteren gebleven waren, uijt hoofde gelijk de Opper, :hoofden betuijgden, de wasschers en bleekens uijtgeweeken weesende, de ingesamelde ruwe lywaten, niet hadden konnen gebleekt, en opgemaakt werden, nadien die ondervinding geseent hadde, dat sulke preludiums gemenelijk gevolgd wierden van onaangename en wat beroten is e opel den verietige berigten, dog het geen de Regeering niet hoopen wilde, te meer de opperheijden bij het doen van dat berigt, toffens betuijgen en verseekeren, dater geen swarigheijd voor was, en dat huane belragtingen daar heinen gerigt waren, om die Haindelaars als die andere marchiandeurs onder Ull:m aug:s naartkomende offen Reekeningen met d' E Comp:s te doen hebben het geen daar ook verstean wierd aan de uijtterste attentie der opper¬ „hoofden met alle ernst en nadruk aan te beveelen, soo sij Sig anders aan geen vergoeding of eenige ondeze naan„ „genaamheeden wilden bloot stellen. — Den verthier van Handelveharen betreffende, getrooting met de geringe verleende deselve meede geen veel stoffe tot genoegen, al soo dan verkoop der goederen, gelijk te meermaalen aangemerkt was, eenelijk dependeerde aan de Consumtie en benodigtheijd derselve in de boven Landen, in voe„ „gen de Regeering met de geringe behaalde wins, „ten sig getrocstende, teffens verzeekerd hielden En onder weuke verseekering dat de opperhoofden geene gelegensheijd sude laten voorbij gaan nog gene pogingen onaangewend laten, om dat precticus articul opulenter; en van een aange„ „namer vertoning te doen sijn; Voorts wierd op het vertoond gebrek aan granen qualificatie dat hientot den en daar door veroorsaakte duurte audaar, goedgevonden, de Opperhoofden te qualificeeren, met uijt sondering van een en met welke litsondering twee Jarigen voorraad voor het Guarnisoen ginter; de Felij aldaar te vinden aan de negdlijdende gemeente reekeningen te verkopen 489 Den 22e. September 1774. En teegens wat profijt 2000 zards Nelij van 200 Chineese Clanken. plaatsen na Expiratie der Jaaren af te Haar En onder welke hoope ƒ 70:54 Mattoost van de Ravelet in Hteede van borgtogt gem: Muemorie diert weegen over het niet bekend stellen van de kleene Cas, in het van verkopen, mits sorgende dat d'E Comp„e daar op suijver geane sending dat kee van 50 per Cento quam te prssiteeren; met melding dat men ten dien eynde in voldoening van derselver gedanen Eijsch van Holipper de Pantgalling De Goede verwagting En, w: mese ter toe schikking reeds 2000: Parvas gesonden hadde, soo als bij gelegendheijd stond te geschieden met de versogte 200 Chineese plaaken, tot het afpacken van kleeden qualihcate om nov gemelde en Lywaaten, terwijl verders goedgevonden wierde ver7: rgt: n9g weder voor arie de opperhoofden te qualificeeren, het Eijland Erikan, ende do: pen Mangie en Autersake mitsgasders het gehrugt Canantorre, mits de Experatie van de Laaste verpag„ „ting, op nieuw voor drie Jaren aftestaan, waar omtrent men verhoopte die Intrest van de EComp„e naar gehou¬ Jam te agier van drie onk: e denisse sonde werden gebragt, gelijk in verwagting dat sulx omtrent de menagie geschied is, permissie wierd verleend tot de afschrijving van de onkost reike„ verkieging in gagie van eensc hiager van de maanden Meij, Junij, en Julij, en voorts den mattroo aldaar Harmen Hendriks van acceptitie van 1 Ser shdijheg werden, in Gagie verhoogd van ƒ9 tot ƒ12 ende op„ „gegevene 1 stuks soldij reekeningen van den Jc: kluij„ „meester George Jacques Francois de Ravallt, waar Den 22e: September 1774 op te goed hooft, een monsant van ƒ3102:19, dus voudeen, „ke geaccepteerd in seede van de Borgtogt, die hij verpligt is, voor syn voormelde tans bekledende dienst te stellen, met Lust dierhalven dit soldij rekeningen en met welke te sondene Last dit heer overtesenden, om alhier te werden bewaard; Op de van Palicol bekomene brieven vervondering na Palicol de datis 8' Junij, 4 en 25 Juij, J:o leeden, is verstaan dat Comptoir gedane transport. te betuijgen, dat schoon voor wel gezaan is, te voren gekomen het gedaan transport van dat Comptoir aan het nieuw aangekomen opperhoofd Jasper Theodorus Pteifer, egter tot verwondering gestrekt hadde, en niet minder speculatief te veren gekomen was, dat de klsene Cassa in 't geheel daar uyjt was gelaten, en dezelve dus niet overgegeeven was, alwaar om me dan te verdere verantwoording Goedgevonden wierd, over die in attentie en sordigheijd ƒ Lotisfactoire verandwoording afte vordenen, en bondige reedenen te doen suppediteeren, tot wegneming van alle nagedagten, die deselve heeft moeten veroorsaken, tin, uytgeseede dis postie op nevs „wijl Uijtgesteld wierd, de Dispositie op het gedaan verzoek door gem: nieuw aangekomen opperheijd, om de door hem gedane Ongelden, op sijne Landreijse van
English
491. 22 September 1774 from Bimlipatnam to Palicol, until the account thereof should have come in, but since the said Chief has passed away certainly or shortly after his arrival there: it was thus resolved to instruct the secunde Jan Onstee to exercise all care and attention to ensure that the Company's interests in general, and the procurement of linens in particular, should make proper and advantageous progress until such time as that factory should be provided with another Chief again, and that above all care should be taken and directed so that the account of the merchants, which as of the end of June last was still 7923 pagodas, 19 5/8 in arrears, should be settled by the end of August following. Furthermore, the red dye required via Colombo was anticipated, and it was also resolved to order the same to require what was needed in fulfillment of the demand made from there for Jaggernaikpoeram, whose chiefs, it was understood, should be written to concerning what is necessary in that regard; and in the meantime to grant permission to Palicol for the writing off of the cost accounts for the months of May, June, and July last, with this remark nevertheless, that in the first mentioned, ordinary expenses had been deducted incorrectly, namely the amount of 20 pagodas on account of travel allowances furnished to the departed Chief Vrijmoet for his overland journey to Bimlipatnam, since the same should have been debited or charged to the account of the newly appointed post, with the recommendation to guard carefully against all such and similar improper proceedings, which could cause nothing but confusion, if he did not otherwise wish to see himself exposed to unpleasantness; further declining the request of the assistant Petrus Teixeira for an increase in salary or to be promoted to full assistant, in such manner that he will have to remain satisfied with what he presently is and earns, without aspiring to any further advancement, with the notification that if this did not please him, he could go seek his fortune elsewhere, with the recommendation to the said secunde Onstee likewise to be more cautious in the future in putting forward requests, in particular not to equalize such black fellows or Topasses with other clerks descended from European or white parents. 22 September 1774. 493 22 September 1774. Having proceeded herewith to the Jaggernaykpoeram post, it was approved and resolved, upon the contents of the chiefs' received letters of 19 and 29 May, 19 June, 1, 14, and 20 July last, with the further papers belonging thereto, to make known that this Government would continue to look forward with longing to the effect of the chiefs' made promises, that everything possible would be put into work to balance the merchants' account, since according to the transmitted accounts of June the same was still in arrears for considerable sums; and whereas the chiefs testify that they would have succeeded better in that regard if the Jaggernaikpoeram merchants, or rather the dealers in white linens, traded each individually, and since the administration of Chief Lovenaar had not been bound in any general contract, since the most destitute simply left it to the others and did not exert themselves at all, and thereby the others were also deprived of the desire to apply themselves with zeal both to the procurement and to the reduction of arrears, while they could not bring in any private contribution thereby, and such only served to cover the misconduct of the lazy, besides several other reasons alleged at large by the Chiefs concerning the harmfulness of that contract in their letters of 19 June last, which, upon careful consideration thereof, this Government had to agree with and credit in all respects; so it was approved and resolved that in case the majority of the merchants, at the new contracting to be made, should urge for the dissolution of that general bond, as had been done most vigorously by them in 1765 and 1766, which, although authorization had already been granted for it, had nevertheless had no effect because, as evidenced by the servants' missive of 30 January of the last mentioned year, the said Jaggernaikpoeram merchants, having already been accommodated with half the demand, had been persuaded by the chiefs at that time to
Dutch transcription
491. Den 22e. September 1774 En tot wanneer „daar, mits het overlijden van het opperl. aan te beveelen te gemoed siening van daar van 't g'Eyschte rood zeer Jagq te requireeren. Verhoging vangagie van nev:s van Bimilippatnam naar Palico, tot dat de wat besiotien den secunde als reekening daar van ingekomen soude weesen, dan aan„ „gesien gedagte Opperhoofd 't seekert oj kort na sijn aan„ „komst aldaar is komen te overlijden: soo is verstaan den secunde Jan Onstee alle sorge en attentie aan„ „te beveelen, om 's Comp:s belangen in het Generaal, en den Insaam van Lywaaten in het bijsonder een behoorlyke, en voordeelige voortgang te doen hebben tot tijd en wijle die factonij weder met een ander Opperhoofd voorzien soude weesen, en dat voor al son„ „ge gedragen en gerigileerd soude moeten werden, dat de reekening der Cooplieden, die onder Ultimo Junij J:o Leeden nog pagoden 7923, 19 5/8, ten 29„ „teren geweest waaen, onder Ultimo aag:s daar aan Liquie Sijn, Voor is wierd over Colombo gerequireerd zood En last om het benedigde van overleer te gemoed gesien, en teffens besloten, den selve te gelasten, om het benodigde in voldoening van de van daar gedanen Eijsch van Jagger„ „naijkpoeram te requireeren, welkers opperhoofden verstaan wierd, het nodige dier weegens aan te schrijven, en intusschen naar Pasicol permis, Prmisie tot hen t hetak van 3 Ont: keecq „sie te verleenen, tot de afschrijving van de Onte reekenin„ „gen van de maanden Meij Junij, en Julij J:l leeden, met deese dog met welke remarque remareqie nogtans, dat by de eerste gemelde oponkosten ordi„ „nair verkeerd afgebroekt geworden was, ket montant van Pag 20 wegens ver:trekte zeij ongelden aan het aggegeve opperh: Vrijmoet, voor zijn veijagie oresland naar Bimilipatsaam nadien het selve het evengene Comptoir haake moete ten Laste gebragt, of aangezek nat sijn geworden, met ze Commandatie En E: Commandatie voor alle sulke, en soortgelyke abussive behandelingen, die niet als verwaringen verversaaken konde, sig sorgvrudig te wag„ „ten, indien anders aan geen onaangenaamheeren, g' expo„ „neerd wilde sien, werdende wijders geacclineerd het verzoek declinering van de verzogte van den J'asistent Petrus Teixera, om verhooging in gem: gerood d: daar Gagie, of tot alsolut aasistent, bevorderd te werden, in voe„ „gen denselven sig te vreede sal moeten houden met 't geen hijtans is, en wind, sonder naeinige verdere a vance men „ten te aspereven, met aankundiging, dat soo het sulx met wer u:r aankundiging niet aanstondt, sijn Cortuijn elders konde gaan soeken 6 met recommanchetie aangedagte secreide onstee, teffens En restmandiatie in het vervolg en het voorwagen van versoeken, om sigti„ Den 22 September 1774. schrijven ges 493 Den 22e: September 1774. de reecq: der Coc„=l: verwagt evening betuygen „nietiging van het generale Contract, dog in wat geval „ger te sijn insonderheijd, om soort g'uike swarte snaken of toepassen niet te equaliseeren met andere penniste van Eiropesche d' blanke ouders afkomstig— dat vande Jag: ope: og: Hier meede tot het Comptoir Jaggernaykpoeram genadert weesende, is op den inhoud der opperhoofden ontfan„ „gene brieven van den 19e en 29 Meij 19e Junij, 1. 14 en 20e Julij J:oleeaen met de verdere daar toegehorende pa„ „peeren, Goedgevonden en verstaan, te kennen te geeven dat deese Regering het Effect van der Opperhoofden gedane beliften, dat alles wat mogelijk was, in het werk te sullen stellen, om de Cooplieden reekening te verevenen, met verlangen soude blijven te gemoed sien, nadien deselve volgens de overgesondene Reecq: van Junij nog aanmerkelyke somma ten agteren ston„ En wat deselven op: die ver: sder, dan aangesierde opperhoofden betuijgen daar omtrent beeter gereusseerd soude sijn, indien de Jaggernaijkpaeramse, of eijgentlijk de handelaars in witte Lijwaaten, ider afsonderlijk negotieeren, en 't secaert het bestier van het opperhoofd Lovenaar, in geen generaal Contract verbonden waren, nadiende onver„ „mogenste, het op de andere maar Lieten aankomen, en Den 22e. September 174 sig in het geheel niet bevlytigden, en daar door, de andere de Lust ook benomen, wierde, om sig met iever soo wel op den Insaam, als de vermindering der agterstallen toe„ „te blijgen; dewijl sedaar bij geen particuliere Elke konde inleggen, en sulx maar alleen diende, om het wangedrag der trage te bedecken, neevens meer andere reedenen, door de Opperhofden weegens de schaadelijkheijd van dat Con„ stract, bij krke Letteren van den 19 Junij p:o in het breede g'allequeerd, en die by de aanlagilge overneging derselve, de Regeering allesints toe stemmen en accredi„ „teren moeste; soo is Goetgevonden en verstaan, dat in qualipeatie dit heer ter ver„ gevalle de vermegentie der Cooplieden, bij de te doeneC nieuwe aanbesteeding, op de dissolutie van dat Generaal verband urgeeren mogten, soo als door haar in 1765 en 1766, op het krugtigste gedaan was, dog wanneer sulx Schoon er reeds qualificatie toe verleend, egter van geen gevolg geweest was, om dat Uijtwijsen der bedien„ x „dens missive van den 30 Januarij der laast gemelde Jaars, gem: Jacieraijk, oedamse Cooplieden oten reeds met den Eijsch op de helft- gerondeerd weezende, door de Opperhoofden gepersuadeerd wazen geworden, als sig toen No. 174. E
English
495 The 22nd of September 1774. The 22nd of September 1774. to sign the General Contract at that time, without any further movements having been made about it since then, as they had always contracted in such a manner further on, and the collective merchants having nevertheless earnestly and forcefully complained about the negligence of the fellow merchants Baddam Ramalingam and Dasserie Riddij in delivering their share, to qualify the Chiefs simply to dissolve the same and to let each trade on their own, provided taking into account what was ordered in that regard by the letter of this Government of the 1st of October 1766, namely that the debts incurred by them jointly must first be paid by all, or in solidum; because otherwise the Society, of which the members had bound themselves one for the other, could not be dissolved, and such having been done, it is furthermore understood to cast out and exclude from trade the most destitute and those who are insolvent and decadent, as appeared to the Government with respect to the aforesaid two merchants Baddam Ramalingam and Paserie Riddij, and furthermore to have sufficient sureties provided by each merchant continuing or remaining in the trade for a sum of 5000 pagodas, or for the amount of monies that were advanced to them upon delivery, but because outside the merchants themselves few or no wealthy persons could be found whose suretyship one could accept with peace of mind, it is understood to let the wealthy traders remain reciprocal sureties one for the other, so that in this way the fatal nature of the General Contract, which always weighed heavily upon the wealthy like a burden and about which they had formerly complained with so much urgency, might be removed, and the Honourable Company at the same time may obtain a settled account with those traders and also remain covered against further loss. And although the Government accepted as satisfactory the demonstrated impossibility of the merchants Batjoe Camelnaede and Batjoe Triwengalaen appearing in person, owing to their numerous affairs, and that the Company's interests also did not allow it, especially with regard to the weaving, in order to settle their outstanding business affairs in trade with the burgher Jan Heens here; they could nevertheless not refrain from expressing their justifiable displeasure that notwithstanding that by letter from here of the 3rd of April last a maximum of two months was limited for their arrival or the sending of authorized representatives, and by the Chiefs' letter of the 29th of May following it was stated that they would promptly comply with the last-mentioned order, nevertheless no one had yet appeared or presented themselves here on their behalf, from which delay it had not only to be inferred that they intended to put off the matter, which had already been dragged out for so long, onto the long bench even further, but also that they disregarded the order given so explicitly and with no less urgency, and made a mockery of it; thus it is resolved to have them very seriously rebuked and notified thereof by the Chiefs to take careful heed not to compel the Government by such disobedience to the actual application of coercive measures, but it was meanwhile also deemed proper to look out for a few more days for the arrival here of their authorized representatives to be sent, and upon their appearance to grant a reading and, if necessary, also a copy of the complaint of the said Jan Heens in order to be able to answer it properly. Regarding the remark or difficulty raised by the Chiefs that the invoice of the return ship would mount high if it could obtain its cargo here without taking in the coarse Guineas, but that in that case it would need to have at least 200 to 300 bales from southern Coromandel, the same came, or for this year entirely and completely, to lapse, since the ship the Pallas, having to be laden here due to its late arrival, its cargo would certainly amount to more than in the past year, as they had almost 750 bales in stock here for Europe; With respect to the clearance of merchandise, it was decided to write to the Chiefs regarding the matters demonstrated by them.
Dutch transcription
495 Den 22e. September 1774. Den 22e: September 1774. neemen „ger Coopl: uiyt den handel te verstooten voor 5500 Ols borgen te doen stellen opdaagen van de voornevens gemagtigdens. den ander daar voor te mogen toen het Generaal Contract nog te teekenen, sonder dat daar over 't sedert eenige verdere mouvemenden ge„ „maakt sijn, als hebbende sijlieden verder week w altoos so„ „danig gecontracteerd, engelijk de gesamentlijke Cooplieden Sigtans met ernst gesteld; en kragtig over de nalatigheid van de meede Cooplieden Baddan Ramalingam en Dascria Riddij, in het Lecveren van haar aandeel gedeleerde had„ „den, de Opperhoofden te qualificeeren, het selve maar te vernietigen, en ider op sig selfs te laten handelen wat daar omtrend in agtte mits daar omtrent magtnemende, het aan bevolene dier„ „weegens bij brieve deeser Regeering van den E: 8ber: 1766: namentlijk, dat eerst de schulden door haar in Compt gemaakt, ook door alle, of en solidum betaald sou¬ „de moeten werden; dewijl anders de Locieteijt, waar van de Leeden sig den eene voor den anderen verbon„ „den hadden, niet vernietigt werden konde, en sulx besluijt om als dande over moo geschied weesende, is alverder verstaan de onvermogend, „ste, en die Insolvent en decadent syjn, soo aus de Regee„ „ring ten opsigte van de voorsz twee Cooplieden Baddam Ramalingam en Paserie Riddij, te voren quamen Iem ider der Continuerende te verstooten, en Uijt den handel te secludeeren, en voorts door ider in den Handel Constinueerende of blijvende Coop¬ „lieden, voor een somma van 5000 pageden Sifficante bor„ „gen te doen stellen, of wel voor het bedragen van penn: die aan haar op Leverantie wierden verstrekt, maar En permisie om den een devoor doewijl er buijten de Cooplieden selts weijnig, of geen ge, versmdld „goede wenschen gevonden soude konnen werden, welkers borgtogt men met gerustheijt acceptieeren konde; soo is verstaan de vermogende Handelaars den eene voor den anderen dus over en weder borgen te¬ „laaten blijven, op dat die wijse de katelijkheid van En waarom het Generaal Contract, dat de gegoede, altoos als een Jak gedrukt, en waar over sewel eer met soo veel Em „pressement gedoleerd hadden, weggenomen wierde, en d'E Comp: tefens, eens een offen reekening met die Handelaars erlangen, en toffens voor verdere schade gedekt blijven mag. En alhoewel de Regeering de gemonstreerde ongenoegen over het nog niet onmogelijkheijd ter overkomst in persoon van de gen: oopl: gepromitteerdte Cooplieden Batjoe Camelnaede, en Batjoe triwen„ „galaen, weegens hare veel vuldige sakelijkheeden, en dat 's Comp:s belangens sulx ook niet toelieten, inson door derheyd 497 Den 22e. September 1774. opgemaakt werden door de opferh: het verval van den verthier nop:s het hoog morteeren der die kcomen vervallen. van de selve, en waarom „sonderheijd met betrecking tot den Jnsaan, ten Eijnde haar uijtstaande affaires in Cas van Negotie met den burger Ian Heens alhier te de mesleeren, voor voldoen„ „de aannam: soo konde deselve egter niet afsijn derselver billijk ongenoegen te betuijgen, over dat niet teegen staande, bij brieve van hier van den 3:' April p„o uytterlijk twee maanden tot haar overkomst, op het senden van gemagtigdens gelimiteerd waren, en bij der opper hoofden Letteren van den 29 maij daar aan ge„ „kijt wrend dint se aan de Laast gemelde ordre prompt voldoen soude, sig egter alhier nog niemand voor haar ni at uijt sie tardane maete op gedaan of aangegeeven hadde, uytwelke tardance niet auleen opgemaakt werden moeste, dat sij de saak welie reeds soo lang sleepende gehouden was, nog ver„ „der op de lange bank twagleden te schuijven, maar ook dat de soo bepaaldelyk en met geen minder aandrag gegevene ordre in de vind sloegen, en erde te doen Ee prese dier vergs Sspol mede dreeven; soo is verstaan, door de Opper„ „hoofden haar wel ernstig daar over te liten rep:s scheeren en aankundigen, sig sorgvuldig te wagten, om de Re„ „geering door diergelijke dis=obedientie niet te nood Den 22e. September 1774. „saken tot de dadelyke applicatie van Constrainter middelen, dog men vond intusschen tefens goed, nog dog als nogte genoed siening eenige dagen, nade overkomst alhier van derselver te sen, „dene gemagtigdens uit te sien, en bij derselver opda„ „ging Lectura, en des noods ook Copia te verleenen van het klagtschrift van gem: Ian Heens om sig daar op naar bekooren te kunnen verantwoorden Betreffende der Opperhoofden gemaakte remarqie waar dor dier bed: emagie of swarigheijd, dat het factuur van het Rethour schip factuur van het retour schip hoogmonteeren soude, soo het selve syjn Lading alhaar kon se krijgen, sonder het groff guinees in tenemen, dog dat in dat geval, ten minsten ra 300 packen van suij„ „der Cormandel soude moeien en hebben, quam de„ „selve kan, of voor dit Jaar geheel en al te vervallen. nadien het schip de Pallas door sijne late aan¬ „komst, alhier moesende beladen werden, dies Cargasoen seekerlyk meerder bedragen soude, dan en Anno passato, alsoo men hier bij na 750. packen voor Euvro„ „pa in voorraad hadde; — Ten opsigte van den verthier van Handel, wart beslooten is, deselve nop:s „wharen, of hiet gedemonstreerde door de Opperhoofden aan te schrijven saker weegens
English
The 22nd of September 1774. The 22nd of September 1774. Regarding what was contained in their letters of the 19th of June last, the Government found nothing else to say than that they should know best by experience, and for the rest, that because trade, as had been remarked several times, could not be forced, and thus nothing could be done against it other than to continue to hope for better times, and in the meantime to recommend that they neglect nothing that could serve the increase of this important article of the Company's interest; although the profit gained in the months of May and June, amounting to f 1869:1:- in the first and f 1699:- in the last-mentioned month, was regarded as no more than passable, and thus also gave little prospect that the profit account would make a much more favorable showing than in the current year, unless the remaining following months of July and August should yield very considerable sums. And because a speedy relief of Japanese bar copper, with which the servants were scarcely provided and had therefore requested once and again to be accommodated with a quantity of three hundred thousand pounds, which however could not be sent from here because of the long delay of the ships and there being no stock of it, and what had been available of it had been delivered in fulfillment of the copper contract with the merchant Tieroemonij Chittij, in the expectation that the ships would arrive at the ordinary time; and although now with the ship Pallas a good quantity of that mineral had been brought, yet there are no sloops at hand with which one could transport the same, it was, upon the proposal of the Governor—that by the time the expected sloops arrived here the north winds might break through, and thus it would be too late, or there would be no opportunity to send them with a cargo of copper and other goods to the factory—approved and agreed to dispatch this evening or tomorrow morning 400 chests or 75000 lb with a sufficient native thonij, which had already been hired by order of His Honour for 250 pagodas and was loaded at the same time, in the expectation that this vessel would still arrive there in time; and furthermore to order the chiefs to charge the aforementioned copper with the freight paid for its transport, and to form and send a separate return thereof. And further to promise the servants that, on the next occurring opportunity, what is still remaining on their general requisition would be fulfilled; with orders to send here at the first occurring opportunity the pepper from the parcel of the ship Jonge Lieve still remaining on hand there. On the request made by the servants to have back the coir anchor cable found unserviceable there, in order to make a new one from it there, since the Boatswain Pieter Theodorus, who had already been on half pay for 3 years, was unable to pay the compensation imposed on that account, it was agreed to make known that such could not be granted, because that cable having been inspected, what was good of it was taken in and used as well as possible in the Company's service; but nevertheless to permit them to let the amount thereof run on memorandum until such time as Their High Mightinesses, to whom it was agreed to submit the petition made to be relieved of that imposed compensation, shall have disposed thereof, with orders to send the petition dedicated to Their High Mightinesses for that purpose here as soon as possible. In the meantime, the presentation of gifts to the new Samarlakotta Regent Boetje Wenkatarauw, who had succeeded his deceased brother Roina Pedda Wenkatarauw in that dignity, upon his admission to a visit at the lodge there, according to former custom, was passed as unavoidable, with authorization to enter the aforementioned expenses on the ordinary gift memorandum of last August for write-off, just as permission was now granted for the write-off of the expense accounts of the months of April, May, and June last, as well as the memoranda of boarding money etc. provided to the mariners stationed on the sloop Walvisch, for the first two mentioned months, and for July and August following, as well as to
Dutch transcription
499 Den 22e. September 1774. Den 22e. September 1774. op gewonnen was. voordielige vertooning der winst Kkerq staaf koper gesonden was. een Partiquliere Thonij 75000 lb weegens dies, verval vervat bij derselver Letteren van den 19:e Junij J„oleeden, vond de Regeering niet anders te seggen, dan dat sy bij onderwinding het best diende te weeten, en voor het overige, dat dewijl de negotie gelijk te meermalen geremarqueerd, niet te dringen was, en dus daarteegens niets te doen viel, dan op beteke tijden n:d: de re Comandatie te blijven hopen, en intusschen haar te recommandeeren om niets te versuijmen, wat tot den aanwasch van dit in portant articul van 's Comp:s belang dienen konde, hoe weel in meijen Junij daar vermits het geprofiteerde in de maanden meij, en Junij tot ƒ 1869:1„ – in de eerste en ƒ1699 — in de laast gem: maand, niet meer dan voor passabel wierd aange„ „rijnige apparentie tot een „ merkt, en dus ook niet veel apparentie gaf, dat de winst reekening veel voordeeliger vertoning te sullen maken dan in A„o C„s ten ware de overige volgende maanden Julij en aug:t seer aanmerkelijke sommas quamen op te weripen, en dewijl een spoedig ontset van het Japans Htaafkoper, waar van de bediendens schaars voorsien waren, en daarom een, en andermaal ver¬ „sogt hadden, met een quantiteijt van driemaal hou„ waaroner te dies wese gesdert Duijzend ponden gerieft te werden, dog 't geen men van hier niet had konnen senden, om dat door het lang w:, blijven van de scheepen en geen voorraad van was, en van het geen mer er van voorsien is, ge„ „weest, ter voldoening aan het koper Contract met den Coopman tieroemonij Chittij verstrekt hadde, en verwagting dat de scheepen op den ordinairen tijt soude komen opdagen, en schoon nu niet het schip de Pallas, een goede quantiteijt van dat mineraal aangebragt was, egter geen Chialoupen aan handen sijn, waarmeede men het selve soude konnen afstre„ „ken, soo wierk op den veorstel van den Heer Gou, voorstel tot de sending van. „verneur, dat teegens dat de verwagt werdende Chialoupen hier quaemen op dagen de noorde winden doorkomen, en dus te laat werden, of geen gezegendheijd weesen souse, deselve met een Lading koper en andere goederen naar de factonij te senden; Goedgevonden en gevolgneeming het sehve met verstaan, met een suficante in landse thonij, die ter ordre van sijn Edsle reels gehuurt was, voor 250 pa/o en teffen: veladen wierd, 40o kispes of 75000 lb, heeden avond of morgen egtent affesenden, in verwagting En welke verwagting, en met dat kiestje nogtijdig aldaar arriveeren soude; en wat last: men voorts V: 501 Den 22e September 1714. Item Permissie Jongelieve aldaar verbleeven. Non in williging van het versoek nop:s: nc:s gem: ankertond En waarom van de Chialeup de Walersch van hev:gem regent voorts de opperhoofden te gelasten, het koper voormeld te beswaren met de versz: tot dies over voer belaade vragt, en daar van appart rendement te formeeren en over te senden. Ende bediendens wijders te promitteeren, dat bij voorkomende gelegendheijd, het nog resteerende op haren Generalen Eijsch, voldaan stond te werden, En oreze rgp:s de peper van de met aftesendene Last, om de aldaar nog aan har„ „den sijnde peeper uyt de parthij van het schip de Jonge Lieve, bij eerst voorkomende geleegendheijd dit heen te zenden— Op het gedaan versoek der bediendens om 't aldaar onbequaam bevonden Cayjer ankertouw, te rug te mogen hebben, ten eijnde aldaar er een nieuwe voor te slaan, alsoo den Bootsman Pieter Theodorus, die reets 3:e Jaren op halvegargie gelopen heur, buijten staat was, de dier wegens opgelegde vergoeding te betaalen: is verstaan te kensien te geeven, dat sulx niet in„ „gewilligd konde werden, om dat dat lesen gevisiteert weesende, het goed dat daar van geweest is, ingenomen en soo goed mogelijk in 's Comp:s dienst verbruijkt deg onder welke permissieis geworden; doch haar echter te permitteeren Den 22e: September 1714. om het bedragen daar van per memorie te laten voortlopen tot tijt en wyjse Haar Hoog Edelens, aan wien verstran wierd, de gedane Jnstantie om van die opgelegde vergoe„ „ding ontheft te werden, voorledrager, daar over gedispo„ „neerd sullen hebben, met ordre om het request ten dien en ordre eijnde aan Hoogst deselve gedecideerd, ten eersten dit hun over te senden Jntusschen wierd als onvermeijdelijk gepasseerd Passering van de beschenking de beschenking van den nieuwen Sammerlacottasen Regent Boetje Wenkerarauw, die sijn overleedene broe„ „der Roina Peddat wanke tarauw, in diewaardigheijt ge„ „succedeert was, bij syjn admissie ter visite in de Logie al„ „daar, naar de vonrge usantie, met qualificatie om het met welke qualificatie voorsz gespendeerde bij de ordinaire, schenkagie me„ „morie van Ill: aug:s J: loeden ter afschrijving op te brengen, soo als nue permissie wierd verleend tot d'E: Permesietr apze van drie afboeking van de onkostreekeningen van de maanden April, meij, en Junij, J:o leeden, item de memonren van Jtem1 memorie en 2on: becq verstrekte kostgelden etc:a aan de seevarende op de Chialoup de walvisch bescheijden, voor de twee eerste gemelde maanden, en voor Julij, en aug:s daar aan, als meede ohn: Hecq: om de
English
503 The 22nd of September 1774. The handover of the transport there, 1 linens, the outstanding lease monies, exceptions made on the transport account, the sloop Walvisch, lease monies, the two expense accounts of that vessel; and, the affairs of Jaggernaykpoeram having been handled herewith, it was decided regarding those of Bimilipatnam, contained in the letters of the Chiefs dated the 4th and 21st of June, as well as the 6th of July, insofar as they require replies or orders, to express the satisfaction of this Government that the transfer of the chief administration and the second position of that office under the end of May last had been handed over in good order by the retired Chief Jasper Theodorus Pfeifer and the Secunde Isaac Brouwer to the present Chief Dirk Vrijmoet and the clerk Bastiaan Pleijt; likewise, that the merchants' stock of linens on that occasion had amounted to more than their debts came to, and also that for the outstanding lease monies more had been placed in sequestration than the same amounted to; to which end the Government also passed the exceptions made in those papers by the new Chief and the said clerk to prevent liability in due course, both on account of the aforementioned debts of the merchants and the lease monies still to be collected; in the expectation that they shall direct matters so that the merchants by the end of August last shall have been completely cleared, and thereby all fear of accountability in due course would have ceased, of which one would continue to await the settlement with anticipation; as also the prompt and final liquidation of the outstanding lease monies, in order thus to have everything on an even footing there; and further to recommend to them emphatically to promote affairs there in every possible way, both with regard to the collection of linens and the disposal of trade goods, and to that end to spare no effort nor leave anything untried; and in that expectation it is understood to grant authorization thither for the closing of the expense accounts for the months of April, May, and June, along with a ditto account of the sloop de Walvisch, and a memorandum of board money, victuals, etc., disbursed on behalf of the sailors on that vessel for the month of June, along with 505 The 22nd of September 1774. some repairs made to the same, which latter, in proportion to the work, amounted to rather high expenses; therefore it was further decided to recommend keeping economy closely in sight, and at the same time to approve the supply made to that vessel of a kedge anchor instead of a sheet anchor found unfit according to the submitted statement presented under oath, which was ordered to be recorded in the inventory of that vessel for accountability, and to send back in the spring the borrowed private anchor, belonging to the vessel that brought it over, to be returned to the owner; while the wooden parra received along with it has recently been sent to Jaggernaykpoeram for further dispatch. Furthermore, upon the proposal made by the administrators, the apprentice Franciscus Jasperst stationed there was admitted to the clerk service; and the assistant Jan Jurgen Tieman, upon the expiration of his contract term, was promoted to bookkeeper at f 30; but on the other hand it is understood to turn down the application for Sergeant Jacobus Viobrus to be allowed to step in as adjutant in the place of the deceased Otto Ernst Godlib Lange, as well as the further applications arising therefrom, since there is not sufficient military stationed at that office to employ an adjutant, with an injunction at the same time not to assign to anyone the benefits attached thereto; but permission was granted to the soldier Anthonij Moses to come over hither. With respect to the Residencies of Porto Novo and Cuddalore, there being nothing to remark upon or write, it is understood to authorize the Resident and the postholder there for the writing off of the expense accounts, namely those for both the months of June and July last. Hereafter, there being brought in for review the report and findings concerning the weapons brought in by a soldier from Sadraspatnam, consisting of 1 musket with a wooden ramrod, of which the The 22nd of September 1774. stock
Dutch transcription
503 Den 22e September 1774. t overgave van 't Transport aldaar 1 Lijwaaten de agterstallige pagt penn. transport gemaakte Exceptien reecq. de Chialoup Walvisch Jaigt pense. de twee onkost reekeningen van dat Bodemptje; En hier mede de saken van Jaggernayk p:r verhandelt genoegen na bimilip: over de weesende, wierd tot die van Bimilipatnam betreffende, en bij der Opperhoofden brieven van den 4„, en 21e Junij, mitsgaders 6 ' Julij vervat, voor soo verre rescribtic: of ordres vereijsschen besleten, het genoegen deezer Regeering te kennen te geeven, dat het transport van de opperhoofdij, en het kcundeschap van dat Comptoir onder Ult: meiy J:s leeden, door het afgegaan opperhoofd Jasper Theodorus Pfeifer, en 877 den Secunde Isaac Brouwer, in goeden Staat over¬ „gegeeven was, aan het present opperhoofd Dirk vrij„ Jtem over de voorraad was moet, en den serila Bastiaan Pleijt, soo meede dat der Cooplieden voorraad van Lywaten bij die gelegend, „heijd meerder bedragen hadde, dan hare schulden En het gesequsteerde voor imn porteerde, als ook dat voor de agter Heilige pagt penn: meerder in sequestratie gesteld was, daan deselve bedroeg Panering van de bij voormelde ten welken eijnde bij de Regeering ook gepasseerd wierd, de door het nieuw opperhoofd, en gedagte scriba bij die papieren daar van gemaakte Exceptren, het voor koming van verandwoording inder tijd, soo weegens Den 22e September 1774. de voorsz schuldten der Cooplieden, als de nog gincasseert moetende werden pagtpenningen; in verwagting, dat in welke versagting sy het daar heenen sullen derigeeren, dat de Cooplie„ „den onder Ult:o aug:s J:o listen, geneel enal Aquide ge„ „weest, en daar door alle berugting voor vevant woor„ „ding inder tijd gecesseerd sijn soude, waar van men te gemeed sienen van de heeren oer Coopl. de afreekening met verlangen soude buijven te gemoed sen, Gelyk ook de sporcige en finale Liquidatie Jtem van de liquidatie der „ der agterstallige pagt penn: om alsoo aldaar alles op een effen voet te hebben; En haar wyjders daar neevens En niet wedic he Commanda, met nadruk te recommandeeren, om de saaken aldaar soo met opsigt tot den Insaam van Lywaten, als verthier van Handelasharen, op alle wergelijke wijse te bevorderen, en ten dien eijnde, geen moeijte te spaaren nog onbesogt te latten; En in die verwagting is ver„ qualificatie afle van 30uul „staan, qualificatie naar derwaards te verleenen tot de afbreking van de Onkost reekeningen van den maanden April, meij, en Juni, neevens een dito nek end:e et memone van , van de Chialoup de Balrisch, en memorie van verstrekte kostgelden, vandevenen, etc:a, ten behoeve van de seevarende op dat kieltje, voor de maand Junij „tie de nevens 505 Den 22e: September 1774. „datie Vanlier aan voorn. Chialoup quame drog beslooten is een geleehd ankr een koute parra reeds ge. schied was. de Elk. „tent ter kioekL. sitie op nevs gem: rapport Goedeloer ter aCb van 2 Inl vloeijde in karltie, en waarom verzoek van den sergeant om tot aduaant op te nivens eenige gedane verkusingen van het selve re marqie nop:s de laaste dog welke Laaste namate van het werk, nat te hoog op strk quam te Lopen, dierhalven d' verder besloten en met welke recomman wierd te recommandeeren, de menagie voorae dict uijt approbartie van hit venjd: enst et Ocgie te verliesen, en teffens te approbeeren de ge„ 1 1 „dane vertrecking aan dat Bodemtje van zen Ligt . En wat nopens von den onse, anker, in steedie van een, volgen: overgesende verkla„ „ving onder presentatie van Elde onbequaam ge„ „vondene Boeg, dewelke verstuur wierd, op den Jn„ „ventaris van aat vaarthuijg ter verandwoording te la„ te doene te rug senning van „ ten bekend stellen, en het geleende particuliere an„ „ker, ten aiensie van het vaarthuijg die rist dit hen overgebragt heeft, in het voor Jaar te rug te senden, om aan den eijgenaar overgegeeven te wer„ en bedeeling dat sulx met„ den; terwijl de daarneevens ontfangene houte parra Jongst ter verdiere veorschicking weed: naar Jagger„ „naijkpoeaam gesonden is geworden. — admissie van een kooplaar Voorts wierd op de beaarders gedane voordragt den aldaar bescheijdene Hooplijzer frans Ja perst aan de penne dienst g'admitteerd; en en bevordering van en adss, den Adsistent Jan Jurgen Tieman, mits tijts Experatie gevordert tot Boekhouder met ƒ 30. , dog daar en teegen is verstaan, van de hand te wijse de van de handwijke van het Jnstantie voor den sergeant Jacobus Viobrus, om treeden in steide van den overleedene auto Ernst Godlib Lange als adjadant te mogen optreeden, als ook de verdere Jtem de daaruijt voortge„ daar uijt voort gevloeijde instantien na dien daar ten Comptoire geen genoegsame melitie legd, om een ad„ „Judant te emploijeeren met interdictie teffens de En met welkie Jorteirductie voordeelen daar aangelegt, aan niemand toe te voegen dog aan den soldaat Anthonij Moses, wierd 73er: verlessing van een Selidant dit heer „missie verliend herwaarts te mogen opkomen Ten opsigte van den Residentien Portono, qualificatie na Pert: van „vo, en Coedeloer, niets te remarqueeren, of schrijven Reeck: taer vallen, is verstaan, de Resident en Posthouder aldaar te qualificeeren, tot de afschrijvingen van de Onkost reekeningen, te weezen de beyde van de maen„ „den Junij, en Julij J:olecaen, Hier na nog ter resumptie binnen gebragt sijnde re sumptievan en N:o 1730, het rapport en bevinding van de door een soldaat van Sa„ „draspatnam aangebragte Wapenen, bestaande in 1 Snaphaan met een houte Laadstok, waar van de Den 22e September: 1774 Experatie Lade
English
507 The 22nd of September 1774. Item, on the reports of the goods of the sloop De Nagtegaal which are unserviceable, it is approved to have them repaired, but on the other hand to have destroyed 1 cartridge pouch, 1 cutlass scabbard, 160 musket cartridges, and 1 sword frog as unserviceable and of no use, but to send the cutlass itself, which was also found unserviceable, to Batavia. According to the incoming report from the overseer of the armory, the works, equipage, and artillery lieutenant, various goods from the recently sunken sloop De Nagtegaal having been received by them, it was disposed in that regard as thought proper, to note the same here below in the margin for the information of the junior administrators: To take in for accounting: 6 muskets with wooden ramrods, 6 common pistols, 10 cutlasses with iron hilts To have destroyed: 10 unserviceable cutlass scabbards To have repaired and taken in: 2 iron scrapers To destroy the iron and take in and account for: whole and half leaguers, all unserviceable To take in, except for the cannonballs found missing, which are resolved to be written off: 2 iron cannonballs, 143 ditto cannonballs, 50 lb lead musket balls To take in: 1 copper cannon ladle To destroy and take in and account for the copper and iron found thereon: 2 gun carriages, 4 sponges with their rammers, 2 copper ladles with their wormers, 3 powder horns To act as mentioned above: 5 iron priming irons, 1 touchhole drill, all unserviceable All these goods being unserviceable, it is resolved to send the anchor and compass to Batavia, but to have the rest destroyed, except for the spars and ropes, to use them as well as possible in the Company's service, and the sails to make sail covers: 1 iron anchor, 2 kedge anchor ropes, 3 tin lanterns, 3 slow matches, 1 compass, 1 spanker sail, 3 topgallant sails, 1 spanker mast, 2 topmasts, 1 rudder, 2 binnacles, 2 iron, 3 hatches. The 22nd of September 1774. 509 The 22nd of September 1774. The 22nd of September 1774. Which goods of the aforementioned sloop are found missing: 3 hatches, 1 pair of spanker rigging, mizzen and main sail sheets, and ties, 9 coils of running rigging, 1 futtock rigging. As it appears from a note from the said equipage overseer that the following equipage goods, etc., according to the inventory of the sloop De Nagtegaal are missing, consisting of: 1 pump hose, 5 scrapers, 1 deck hoop, 5 small buckets, 4 cartridges, 1 sponge with its rammer, 4 wooden cartridge cases, 100 lb gunpowder, 57 two-pounder cannonballs, 100 one-and-a-half-pounder balls, 50 two-pounder grape-shot, 5 one-and-a-half-pounder grape-shot, 1 touchhole drill, 1 powder horn, 3 priming irons, 2 cartridge formers, 1 chopper, 1 skimmer, 1 chart, 2 capstan bars, 2 cold chisels, 2 buoy shackles, 1 deep-sea lead, and 1 paper nautical chart of Coromandel; It is resolved to decide to debit the amount of the aforementioned missing goods to the account of the said skipper, in so far as he cannot sufficiently demonstrate how and in what manner they were lost without his fault. Furthermore, were resumed the incoming findings of the cloth hall here, [illegible] various piece goods from Pulicat and Cauvepaut, to have them gathered.
Dutch transcription
507 Den 22e September 1774. Item op de berigten van de goederen van de Chial de Hagtigaal Leede on bequaam is, soo is Goed gevonden deselve te Laten repareeren, dog daar en teegen te lauen vernietigen 1 Peterson tas, 1 houwer sehe, 160a prcel 8. en 1 port d' E:s. „pies als onbequaam, en tot niets nit weesende, maar de houwer selve die meede onbequaame is bevonden naar Batavia te senden— 9 Volgens de ingekomene rapport van den op sien der van de Wapenkamer, d:e werken, Equipagie en Altillerie Licutenant diverse Goederen varas te Cents gesonkene Chialoup de Nagtegaal, by haar ont„ „fangen sijnde, soo is ten dien opsigte sodanig ge„ „disponeeret, als men goed vond, hier onder in margi„ „ne derselve tot narigt dier mindere administra„ „teurs te noteeren— 6 snaphanen met houte Laad stocken Jnneemen ter verantworing 6 Pistolen gemeene 10 Houwers met ijsere gewesten te laten vernistigen - - - 10. houwer scheeden onbequaam te laten s pateeren ninaeemen 2, IJsere krassers Heele, en te vermetijnen tsfer a an inneem en verendswenden halve Leggers alle onbequaam Inanermen belansden halang 2. Yysere Kamons koegels de te min bevonden sijnde 143. d, kanon kogels 50: lb Loode Sarshaan kogels verstaan is afleschrijven Inneemen - - - - - - - 1 kanon leepel kopene. 2. Rampaarden te vernietigen en het daar van § 4. Wissers met haar aansetters de vindene kopper en ijser in te „nemen, en te verantwoorden. - 2. komen lepels met haar wogkens Kaarten. § 3. krugthorens Als boven vermeld te handelen. 5. YJsere Laad Cniemen 1 Schut boor alle onbequaam. 1 Iser anker 2. kaijer anker touwen 3. blicke Lanthaarnen Alle deese goederen on¬ 3. _o Slontje. bequaam sijnde, is verstaan 1 Kompa. het anker ende Compas T. Bezaan sag seijl naar Batavia te senden, 3. bram Seijl dogh de rest te laten ver„ 1 Besaan mast „nietigen, behalven de 2. stengen rond houten en touwer; 1. Roer „ken soo goed mogelyk 2 Nagthuijsen in 's Comp:s dienst en Den 22e. September 1774. 2 ijsere 3 Luyken 32 de W 509 Den 22 September 1714. Den 22 September 1774 welke Goden van Voon Chilip komen te ontvrecken 3 Luijken de Seylen tot het „ 1. Span Basaans want, kruijs, en mais seijl maken van Jresen Schoten, en kardeels „rings te gebruijken. 9. Bossen lopende touwerken 1„ Putting want. Con Corin een aantkoning van gemelde Equipagie opsiender, te blijken komende dat de ondervolgende C Equipagie goederen Etr:a volgens de Jnventaris van de Chialoup de Nagtegaal komen te ontbroe„ „ken; bestaande in: 1. Pomst slang 5. Schrapers 1 Diykbeugel. 5. Emmertje 4 Kaartjes 1 Wisser met sin aan Letter 4. Houte kardoes koker 100 lb kruijt, 57. twee sonder kanionkcapes 100. een half ponder kogels 50 twee Ponderdruijven 5. Een en half ponder druijver 1 Schutboor 1 krugthoren 3 Laad Priemen 2 kardoes stocken 1 Kapmes 1. Shuym Tzaan 1 Chaart Jan 2 kaplyken 2 Honwe bytel, 2 boeij beugels 1 Dieploed, en 1 Papiere Zeekaart van Cormandel: Soo is verstaan voor besluijt deselve door den gedaght: het bedragen der voorsz te kort bevondene goederen, in soo verreden gesaijhebber niet voldoende aantonen kan, hoe, en op wat wijse buijten sijn toe doen, deselve sijn te soek ge„ „raakt op reekening te belasten. Dvooris wierden geresumeerd, aengekomene bevin, reningtie van enberondig van „ding van de terkleede sal alhier alh voorseere v7n Pe e e et en e e n diverse Lipiaaten van Puilliacauta en Cauveas autkiam, te laanten vergaden. 50 twee F & en
English
511 The 22nd of September 1774. The 22nd of September 1774. from Bimilipatnam and shall send others in place of the rejected ones. Insertion of these papers, item of the note of 13 bales, and a note of 13 bales from Bimilipatnam according to bill of lading invoice of the ultimate of August 1773 per the dhoney de Johanna Maria, received for Batavia; decision on the first: copy to Sadraspatnam: with respect to the first, it is resolved to send a copy thereof to Sadraspatnam and Paliacatta, for the information of the chiefs, for the rectification of the defects indicated therein in some assortments, and regarding Item with respect to the second and in matters of the cloths, the second parcel, serving to indicate how they were found in the cloth hall, and which pieces are missing to complete the count in place of those which were made into rejects here; it is resolved to require the same from the Bimilipatnam chiefs, and to incorporate both papers into these minutes. Findings concerning the following 175 bales of diverse linens collected at Paliacatta and Sadraspatnam, which on the 11th and 12th of August by the Right Honorable, the Valiant Lord Reynier van Vlissingen, Governor and Director of this Coast of Coromandel and its resort, and the Gentlemen Hendrik Ambrosius Johnson, Jan Appingh, Jacob van Gessel, Servacius Mosel, Johannes Accama, Gerrardus van Hafften, Dirk Buijs, David Vlek, and Pieter Carel Muratel, had 58 bales chosen and opened from them, which were inspected and found to be as follows: From Paliacatta 20 bales of Ginghams and Susis, for Japan, namely: 7 bales extra fine, of which 3 bales No. 15, 16, and 27: fairly good 6 bales fine improved fabric, of these 2 bales No. 28 and 33: the linen good, but the colors spotted throughout, 7 bales ordinary sort, of which 3 bales No. 20, 25, and 34: somewhat coarse of linen, but good in color From Sadraspatnam 155 bales of diverse linens, namely: 2 bales Guineas ordinary bleached, second sort, No. 90 and 181, for the Homeland, very good 60 ditto ditto bleached, among which 4 bales first sort thereof 2 bales for the Homeland, being: 1 bale No. 12: good, and 1 ditto No. 151: coarse of thread, and uneven of weave 43 bales second sort, of these: 11 bales for the Homeland, of which: 2 bales No. 64 and 125: good, and 9 ditto No. 23, 132, 124, 18, 19, 126, 16, 157, and 153: coarse of thread, and uneven of weave, 13 bales third sort, of these: 1 bale No. 26: for Bangka, retained at the cloth hall because 11 pieces are missing from it, in place of as many that were found with darns and holes, 2 bales for Ternate, of which: 1 bale No. 46: good, and 1 No. 103: retained at the cloth hall, because 9 pieces are missing from it, as mentioned above. 175 of which 62 bales carried forward found 513 The 22nd of September 1774. The 22nd of September 1774. 175 of which 62 bales brought forward 78 Guineas brown blue, namely: 29 bales first sort, among which: 9 bales for the Homeland, of which: 2 bales No. 135 and 184: poor in dye, and not well sorted. 7 ditto No. 133, 134, 79, 108, 27, 76, and 165: very good. 46 bales second sort, being: 7 bales for the Homeland; of these: 3 bales No. 112, 144, and 31: very good 4 ditto No. 81, 110, 146, and 56: good in linen, but poor in color 3 ditto No. 192: for Ayer Hadji, good 2 ditto for Ternate, of which: 1 bale No. 62: good, and 1 ditto No. 147: good in linen, but poor in color 2 ditto No. 170 and 175: for Padang, very good 3 bales third sort, of these: 1 bale for Ternate No. 149: very good. 1 No. 194: for Ayer Hadji: good in linen, but poor in color 2 bales Guineas pale blue for the Homeland, of which: 1 bale first sort No. 130: very good, and 5 Salempores ordinary bleached, for the Homeland 1 bale first sort No. 195: very good 2 ditto second sort, namely: 1 bale No. 177: good, and 1 ditto No. 196: passable 4 bales Tape Chindes brown blue, among which: 1 bale first sort No. 198: for the Homeland: poor in color 1 ditto second sort No. 199: ditto, very good 1 ditto second sort No. 163: also good 175 of which 171 bales carried forward 175 of which 171 bales brought forward 4 Baftas ordinary bleached for the Homeland, of which: 2 1/2 2 bales for the Homeland, being: 1 bale No. 282: good, but 1 ditto No. 180: retained at the cloth hall, because 3 pieces are missing from it, in place of as many rejected ones with holes and darns. Underneath stood: Thus done and inspected, at Nagapatnam in the Castle on the day aforementioned, Anno 1774. Was signed: J. Willem Bloeme, invoice keeper. Note of such linens as were sent according to bill of lading invoice dated the ultimate of August 1773 per the dhoney Johanna Maria from Bimilipatnam via Jagannathpuram, for Batavia, hither; being: 13 bales Guineas bleached, of these: 3 bales of the Company's old sort, among which: 2 bales second sort, namely: 1 bale No. 374: good, and 1 ditto No. 375: retained at the cloth hall, because 15 pieces are missing from it in place of as many that were discovered with tears and holes 1 third sort No. 376: likewise retained at the cloth hall, because 6 pieces are missing in place of as many pieces found with tears and holes 10 bales Guineas ordinary bleached, of which: 9 bales of 50 corge, being: 8 bales No. 363, 364, 365, 366, 367, 368, 369, and 370: which became acceptable through the completion of the count. but 1 No. 371: retained because with the leveling of the aforementioned 8 bales 37 pieces are dead missing, which were rejected for the aforementioned reason, 1 bale No. 372 of 49 corge is also retained, for lack of 8 pieces, which similarly to the above have become rejects. Underneath stood: Nagapatnam in the Castle the 30th of August Anno 1774. Was signed: C. Willem Bloeme, invoice keeper. to
Dutch transcription
511 Den 22 September 1774. Den 22: September 1774. van Bimilipatnam en Zall te senden. andere in steede van de Uyjtgeschoo„ „reeren Jasertie van die Papieren tem van den Notitie van 13 packen On een Notirie van 13 Packen van Bimilipatnam volgen: Coonoisement factuur van Ult:o aug:s 1773. per de 6 Tionij de Johanna Maria, voor Batavia ontfangen; besluijt van de Eerste Copijna Sad: ten opsegte van de eerste is verstaan Copia daar van na Sadraspatnam, en Paliacaila, tot narigt der Opperhoef„ „den te zenden, ter verleetering der daar bij aangeweesen wer„ Jtem ten orsigte van de woede on,„ dende defecten, in sommige sortementen, en ten belange. „ten saaken van Dan ts apen an de twede parthi, dienende ter aanwijsing hoedanig deselve ter kleede Schal sijn bevonden, en welka stucken, ter voltallig making komen te manqueeren voor die welke hier tot uijtschotten gemaakt sijn; is besloten deselve van de Bemilipatnamse opperhoofden te requi„ „reeren, en die beijde passeren deesen intelijven Bevinding van de mnaer volgende 175: zacken diverse Lijwa„ „ten te Calliacatta, en Sadraspatnam in gesamed, welke op den „,en 12:' Aug: door den EdelEdelen Gestrengen Heer Reipier van Vlissinger Gouverneur en Directeur deeser Clste Cormandel met den resorte van dien en De Heeren Hendrik Ambrosius Johnson, Jan Appingh, Jacob van Gessel, Seeraculus Mosel, Johankes Accama, Gerrardus van Hafften Dirk Buijs, David Vlek, en Pieter Carel Muratel, daar uijt doen kiesen, en openen laten 58 packen, welke besigtigd en bevonden sijn, als: Van Palliacauta 20: Packen Gingam t, ij fachelas, voor Japan, te weeten 7 Packen Extra fijne, van de welke 3 Sacken N:o 15: 16: en 27: Ziarlyk goed 6 packen fijne verbeeterde stoff, van deese 2 Zacken N:o 28, en 33 het Lywaat goed, dig de Couleuren doorgaans gevlakt, 7 packen ordinaire soort, waar van 3. packen N„o 20, 25. en 34, wat groff van Lijwaat, dog goed van Couleur Van Sadraspatnam 155 Packen diverse Lywaten, te weeten 2 Packen Guisk:s gem: hun 2' soort, No 90: en 181 voor 't Patria, Teer goed „60: _ _o _o gebrekt, onder de welke 4 Packen soort daar van 2 zacken voor 't Patria, als 1 Tak No 12: coed, en 1 „ - „ 151 grd„ van draat, en ongelijk van gewees„ 43„ Packen tweede soort, hier van 11 Packen voor 't Patria, van de welke 2 Packen N:o: 64 en 125. goed, en 9 _ N 23. 132:124. 18. 19; 126. 16. 157. en 153. groffrandraad, en ongelyk van geweeff, 13 „ pack 3 Doort, van deese 1 Pac:s: N:o 26: voor bancka, ten kleede saal aangehouden, om dat daar aan 11 stucken manqueeren, in Hteede van soo veil, werkkemet stopper, en gaten bevonden sijn, 2. „ Pack voor Ternaten, waar van 1 Pak No 46: goed, en 1 N:o 103, ten kleede saal aangehouden, om dat daar an 9 stucken Manqueeren, gelijk voormeld g88 1754 62: Packen Die Transporteere bevonden 513 Den 22e: September 174. Den 22: September 1774. 175e 62 Packer Per Transport 78 — Geuinees bruijn blaauw, te weeten 29: Pack:, 1 Zoort ander welke 9 Pack: voor het Patria, daar van 2 Pack: N:o 135: 184, segt van verwi, en niet wel gesorteerd. 7„_ 133: 134: 79: 108: 27: 76: en 165. seer goed: 46. Packen, Tweede Soortj als. 7 Pack voor het Patria; hier van 3 Pack No 112: 144 en 31 seer goed 4 _ „ 81: 110: 146: en 56 goed van Lijwaat, dog slegt van Coeleur 3„ N=o 192: voor Adjerhadja goed 2„ voor Ternaten van de welke 1. Pak No 62, goed, en „ 147: goed van Lijwaat, dog slegt van Couleur 2„ N:o 170: en 175, voor Padang, seer goed 3 Packen: Derde Soort Van dee 1 Pak voor Ternaten N„o 149: seer goed. 1 No 194: voor ad Jerkadja goed van Lijwaat, dog slegt van Couleur 2 Packen Guinees bleck blaauw voor 't Patria, waar van 1 Pak Eerste Soort N„o 130, Leer goed, en 5 Salemogoeris gem gebl:, voor 't Patria 1 Pak Eerste soort N„o 195: seer goed 2 _ tweede soort, te weeten 1 Pak N„o 177, goed, en 1 _ „ 196 Passabel 4 P:r Talenpoen: bruin blaauw, onder welke 1: Pak Eerste Soort N„o 198: voor 't Patria, slegt van Couleur 1 _ tweede _ „ 199: _ seer goed 1 — 2 _o „ 163: ook goed 175 en 174 Packen Die Transporteere 175en 171 Packen Per Transport 4 Baftas gemeen gebleekt voor't Patria, daar van 2.½ 2 Pack voor 't Patria ^ als 1 Pak N:o 282, goed, dog 1 — — „ 180: ten kiscke Taal aangehouden, om dat daar aan 3 stucken manqueeren, in steede van sio veel uytgeschotene, met gaten, en stopper :/onderstond:/ Aldus Gedaan en Besigtigt, tot Nagapatnam Jn't Casteel ten dage voorm: A:o 1774. /:was geteekend:/ Jk: Wiliem Bloeme faccuurhouder — Notitie van sodanige Lijwaten alzbij Cognoisigment factuur in dato Ult:o aug:s 1773. p:r de Mokij Johanna Maria van Bimilipainam over Seggernedijkprenrm, voor Batavia, naar herwaards syn gesonden; als 13 Packen Guinees gebleekt, hier van 3 Pack 's Comp:s oude soort, onder welke 2 Pack: tweede soort, te weeten 1 Pak N, 374, goed, en - „ 375, ter kleede saal aangehouden, om dat daar aan 15 stuc„ 1„ „ken manqueeren in steede van soo veel, welke met scheuren, en gaten ontdekt sijn 1. Derde Soort No 376. almeede aangehousten ter kleede saal, uyt hoofde 6 p:s manqueeren, in plaatse van soo veel met scheuren en gaten bevondene stucken 10: p=k Grinees gem: gebl: van de welke 9: p:r d' 50 Ca als 3 p:r N: 363: 364: 365: 366: 367: 368: 369 en 370: velke do 't vottelig maken ac„ „ceptabel geworden. — dog 1 „ 271: aangehouden om reeden met het effen stellen der gemelde 8 packen 37 stuc„ „ken doed manqueeren, die ter sake voorm:t uijtgeschooten sijn, 1 p:r N:o 372. de 49 @ werd ook aangehouden, door gebrek van 8 stucken, die in nature gelijk boven, tot uytschotten sijn gevallen /onderstond:/ Pergerpetnam int Casteel den 30e aug: A 174 /was get/ C:t W:m birme Jac: houder te
English
515 The 22nd of September 1774. The 22nd of September 1774 Serving of a memorial of the goods credited from the estate of the late Mr. van Eck, and what was decided thereon. Payment to be made for the benefit of the new church of a Palicol and Jagq: memorial. Promotion to absolute ditto. Increase in wage of 3 persons. Appointment of a cooper on the ship the Pallas. Admission of a soldier. Discharge to the Netherlands of 2 corporals and 8 soldiers on the ship the Pallas. On this occasion, there also being brought in the aforementioned memorial of what has been credited from the estate of the late Mr. Extraordinary Councillor of Dutch India Lubbert Jan van Eck from Malabar, amounting to 2465 9/16 rupees, making 3698 florins, 8 stivers, and 8 pennings, in Indian valuation 958 florins, 15 stivers, — Dutch money; it is understood that the Porto Novo indebted merchants are to be credited for an equal portion thereof. Furthermore, it was understood to make note in this that from Jaggernaikpoeram as well as Palicol bills of exchange have been transferred for the construction of the new church for the Dutch congregation, 144 pagodas, 5 1/2 fanams from the first mentioned, and 16 pagodas, 16 fanams from the last mentioned office, which it was understood should be disbursed from the treasury by ordinance for that purpose. Hereafter, the 7th assistant Jan Ebdam of De Rijp, earning 16 florins, was promoted, upon expiration of his term, to absolute assistant at 24 florins; the schoolmaster in the orphanage Frederik Meijkamp of Amsterdam increased in wage from 16 florins to 20 florins; and likewise the corporals Johannes Kool of Leiden from 16 florins to 18 florins, and Jan Alewijn of Amsterdam from 14 florins to 16 florins; and further the soldier Frans Westerbrink of Groningen appointed as cooper on the ship the Pallas, with a monthly wage of 14 florins, in place of the cooper of that vessel, who due to indisposition must remain in the hospital here; and admitted into the Company's service as a soldier at 9 florins a month Pieter Jacob Hart of Nagapatnam; and lastly, upon expiration of their terms and at their request made for that purpose, discharged directly from here to the Netherlands on the ship the Pallas, the corporal Christoffel Everhard Meijer, the corporal Johannes Ruijter; the soldiers Johan George Wensel, Frederik Muller, Jan Hendrik Batke, Johannes Vermout, Jillis Koole, Pieter Seijts, and Coenraad Verbruggen. Thus done and resolved in the Castle at Nagapatnam, date as above. Signed by all, except Mr. Koning. 517 The 8th of October 1774. Inquest held by the fiscal and commissioned members. Saturday, the 8th of October in the year 1774. At 9 o'clock in the forenoon. Meeting of Policy. Dismissed. The Fiscal Martinus Koning. The prayer having been performed, the Governor presented the narrative, or report, of the skipper Asmus Hendrik Harenberg and further ship's officers of the ship the Pallas, regarding their long voyage of 3 months and one day from Batavia to here, together with the report of the fiscal and commissioned judicial members regarding their inquest held in the presence of the titular skipper and equipage overseer here, Jacob Hartman, reading as follows: To the Right Honorable Sir, Reijnier van Vlissingen, Governor and Director of this Coast of Coromandel, with the dependencies thereof, etc., etc. Right Honorable Sir! Pursuant to the highly esteemed order decreed by Your Right Honorable upon the undersigned fiscal and commissioned judicial council members, to examine and investigate, in the presence of the first-mentioned, the journal kept aboard the ship the Pallas, commanded by the skipper Asmus Hendrik Harenberg, as to what is the cause of its long voyage from Batavia to here, having cleared the Sunda Strait on the 19th of June and only arrived here on the 9th of September, and whether any ignorance, negligence, or lack of seamanship took place in that regard; this was done with the utmost attention in the presence of the skipper and equipage master here, Jacob Hartman, and the same was found to agree in every respect with the dead reckoning kept on that voyage, which the skipper also submitted and which was acknowledged by his officers to be substantially as they kept it aboard; and so far as one can trace by the journal, nothing was discovered wherein any ignorance, negligence, or lack of seamanship showed through, but to the contrary that the given sailing orders were punctually observed and heeded, and thus the leeway of that vessel below Ceylon is to be attributed to nothing other than the contrary or fierce westerly winds encountered, which he met very early south of the Line, namely at 2 degrees south latitude, accompanied by very unexpected oncoming squalls, which completely took away the chance to gain any westing with the winds south of west, because the same, if one wished to exercise any caution at all, did not permit the use of any spread or force of sail, not to mention that these somewhat more favorable winds were of very short duration and completely insignificant force; which, as well as the vehement storms encountered in the Indian Ocean from the east, of which the drift is unknown and regarding which no estimation could be made with certainty, is the cause that from the latitude of Isle de Gamo, or 3 degrees south latitude, to the latitude of Ceylon, or 6 degrees north latitude, instead of the course of north-west by north and north-north-west determined by the sailing orders, he could maintain no more than north a quarter west, whereby he was also forced, after discovering that he was below Ceylon, to take the resolution to heave through the Line once again, as this and its circumstances are detailed in the journal.
Dutch transcription
515 Den 22e: September 1774. Den 22e: September 1774 diening van een memorie van het ten Seten dle Aro: van Eck, bnweat daar op besloolenie te doen uijtkiering ten behoeve vante meuwe kerie van een Pall en Jagq: Memone tot ab. bitie dito 2 Corptraals en 8 Zudaaten het Schip de Paulas goeden gebragte uyt den boedel van deeser gelegendheijd nog binnen gebragt weesende, de hier voren vermelde memorie van het geene uijt den boe„ „del van wijlen den overleeden Heer Raaa Extraordinair van Nederlands Jndia Lubbert Jan van Eck van de Mallabaar is ten goede gebragt, Est een montant van Ra„ „pra 246 59/18 uit makende ƒ3698. 8.8. ndiesko: ƒ958. 15. — nederlands geid, is verstaande Portonovose schuldig sijnde Cooplieden,; der voor een equale portie daar voor te Crediteeren Wyders wierd verstaan in deesen aantekening te houden, dat van Jaggernaijkpoeram, soo wel als Palicol tot de opbouwing van de nieuwe kerk voor de nederduijsche gemeente per wissels over gemaakt sijn, pag 144: 5½ van het eerst gemelde, en pag: 16: 16: van het laast germeelde Comptoir, die verstaan wierd, per ordonnantie uijt de Cassa daartoe te laten verstrecken— bevoerdeng en een ' astent Heer na wierd den 7:o adsistent Jan Ebdam van de Rijps, winnende ƒ16: mitstijts Expiratie be vor„ verhoging in gage van 3' perones dert tot absolut adsistent, met ƒ 24. den schoolmeester in het weeshuijs frearik Meijkamp van Amsterdam in gagie verkoogd van ƒ16 tot ƒ 20, mitsgaders de Corpo„ „raals Johannes kcol van Leijden van ƒ16 tot ƒ 18 Aldus Gedaan en Gearresteerd In't Casteel tot Nagapatnam data voorsz: /: was getekend:/ door alle /: Excepto:/ M:s Koning; en Jan Alewijn van Amsterdam van ƒ14 aansteling van een kuper op tot ƒ16: en voorts den Soldaat frans Westerbrink van Grouin, „gen aangesteld tot kuijper, op het schip de Pallas, met een maandelykse bezelding van ƒ 14. , in steede van den kuijper van dien bodem, die mits indispositie in het Hospitaal alhier verblijven moet, en als soldaat admissie van een zudaat met ƒ9 smaands in 's Comp:s dienst g'admitteerd Pie„ „ter Jacob Hart van Nagapatnam; naglaastelijk verlosting na Niderland van wierden mitstijts Expiratie, en op hunne daar toe gedane instantie van hier direct met het schip de Pallas naar Nederland verlost, den Corporaal Christoffel Ever„ „hard Meijer, den Corporaal Johannes Ruijter; de Coldaten Johan George Wensel, frederik Muller, Jan: Bedrik Batke Johannes Vermout, Jilles Koole, Pieter: Seijts, en Coenraad verbruggen. —. en Saturdag 7 517 Den 8 October 1774. Aaria herwhards. door den fiscaal en gecommitteerde Leeden gedaane Inquest. Saturdag den 8 October Ao 1774. 'T voormiddags te 9 Uunen Vergadering van Politie Demisto. Den Fiscaal Martinus Koning resteeren van het et ijn de Het Gebed gedaan sijnde leijde den Heer Gou„ „verneur over het Relaas, of berigt van aen schipper Asmus Hend:k Haarenberg, en verdiere scheeps officie„ wed hinme ling hije van Ba: ven van het schip de Pallas, wegens hunne gehad hebbende lange reyse van 3. maanden, en een dag sen on e hapor ven e ure an Batavia naar herwaards, neevens het rapport van den fiscaal en gecommitteerde Justitieeieleedens nopens derselver gedane Enqueste, ten by weezen van den titulaer schipper en Equipagie opsiender Jnsestie dieraieren alhier Jacob Hartman, aldus Luijdende, Aan den wel Edelen Gestrengen Heer Reijnier van Vlusingen Gouverneur en Directeur deeser Custe Cormandel, met den Resorte van dien Ev:e Etza, WelEdele Gestrenge Heer! Ingevolge de hoog g'zerde ordre door UwelEd Gestr opden Ondergeteekende fricaal, en Gecommitteerde Iustitieele raadsleeden gedecerneerd, om ten overstaan van den Eerst gem: het Journaal gehouden aan boord van 't schip De Pallas, Gecommandeerd bij den schipper Almus Hendrik Harren„ „berg, te Examineeren, en te ondersoeken, wat de oorsaak is van deszelfs lange„ reijse, van Batavia dit heer, als sinde op den 19:e Junij uijt straat Sunda geraakt, en den 9:e September eerst alhier gearriveerd, en of daaromtrent eenige onkunde negligentie, of gebrek aan Zeemanschap plaats gehad heeft, is sulx in 't by weezen van den schipper en Equipagie meester alhier, Iacob Aartman met de meeste attentie geschied, en het selve alle sints met het op die reijse gehouden bestek, dat den schipper almeede overgelegd, en door syne officieren voor het wesentlyke erkend is, soo alsze het sel„ „ve aan boord gehouden hebben, accordeerende bevonden, mitsgaders voor soo verre men bij 't Journaal nagaan kan, niets ontdekt, waarin eenige onkonde negligentie of gebrek van Zeemanschap door Hraalde, maar ten Contrarie dat de meede gegegevene Zeylaas ordre punctueel g'observeerd, en in agt genomen, en dus het verval van dien Boden beneden Ceijlon, aan niets anders te attribueeren is dan de ontmoete teegen of felle westen winden, die hij seer vroeg bezuyden de Linie, te„ „weeten op 2 graden suyder breete gekreegen heeft, verseld van seer onverwagte op komende stormbuijen, die de kans, om met de winden bezuyden het westen, nog wat west te gewinnen, geheel weg genomen hebben, vermits deselve soo men eenigsints voorsigtigheijd gebruijken wilde, niet toelaten, eenige magt of kragt van seijlck te gebruijken, ongeacht noch, dat deese eenigsints voordeliger winder, van seer kortenduur, en gansch geringe force geweest sijn, het welke soo wel, als de India houte ontmoete rehemente stormen, om de Oost waar van de waar aan de vaard onbekend is, en waar op dus ook met see„ „kerheijd geen gissing gemaakt konde werden, oorsaak is, dat hij van de hoegte van Hle de Gamo, of 3 graden suyder breete, de tot de hoogte van Ceijlon, of 6 graden noorder breete, in steede van de by de Seylaas ordre bepaalde Coers van N W: ten Nen N: N: W: niet meer als noord, een quart westeliker heeft kunnen behouden, waar door hig dan ook genoodsaakt geweest is, na dat ontdekte, dat beneden Ceijon was, de tesolutie te neemen, om andermaal door de Linie, te Heevenen, soo als sulx en desselfs omstande, bij 't Journaal fiscaal en
English
519 The 8th of October 1774. The 8th of October 1774 and can principally be seen in the ample report submitted by him, to which we respectfully refer, and furthermore note here that for the discovered dead reckoning error to the west, or more westerly than was estimated, in sailing to the south to cross it a second time, and therefore to the west to make Ceylon, no other reason can be supplied than that the currents had then turned so far to the south, and must have set the ship much further to the west than was calculated. Wherewith, hoping to have complied with Your Right Honorable's order, we have the honor to subscribe ourselves with true high esteem. Below stood: Right Honorable Sir, Your Right Honorable's humble and obedient servants. Was signed: P. Buijs, and Pieter C. Muratel. In the margin: Nagapatnam the 8th of October Anno 1774. Lower: In my presence, signed: M. Koning. We, the undersigned officers, namely: Asmus Hendrik Hartenberg, Skipper Christian Fredrik Winterheim, Chief Mate Jan van Vliet, Second Mate, and Lodewyk Kalen, Senior Third Mate All declare that when we departed from Batavia on the 8th of June Anno 1774, safely reaching the open sea on the 13th ditto, and on the 19th ditto reached the steady easterly winds, whereupon we set our course to the west according to the Honorable Company's esteemed sailing orders, we generally found in this route 3/4 to 1 1/2 degrees of northeasterly variation, until we estimated our longitude to be 95 degrees 58 minutes, where for the first time northwesterly variation 1 degree 19 minutes and northeasterly variation were discovered together. On the 3rd of July 1774, at 4 o'clock in the afternoon, we had according to our reckoning reached the ordered longitude of 93 degrees; here we found with both azimuth compasses, averaging four sightings, 1 degree 6 minutes of northwesterly variation. As to what concerns the estimated distance up to this point, we have performed it with all our abilities to the best of our knowledge and science, according to seamanship, just as we were accustomed to on our outbound voyage, wherein we were nowhere in error by more than 2 1/2 degrees. We then jointly resolved and steered north according to our sailing orders, by which route we also would have reached far enough to the west, up to the south latitude of 3 degrees. But it was, first, contrary to our orders, although they differed slightly here from the sea-book, which indeed made mention of scant west-southwesterly winds north of the equator, which we found amid much stormy weather, which is the true reason that we were unable to comply with the Honorable Company's sailing orders to steer north-west by north or north-north-west by day, and north by night; for we are of the opinion that, had we been able to do this, that misfortune would not have befallen us. The second and worst matter is that one can often not know until too late whether one falls to the east or to the west of the Maldive Islands; if this latter had happened to us, with such weather as we had, although it appears from the outcome that we were to the east of them, it would, naturally speaking, have cost both capital and life. Furthermore, from the south latitude of 2 degrees, where we had an average of 13 minutes of northwesterly variation from five sightings with both azimuth compasses, the easterly winds left us, which in sailing north had prevailed with increasing storm and rough weather with high east and east-north-easterly seas, and began to become variable and calm to south-west, west, west-north-west. So that at one degree of south latitude, having to lie with the head to the north for the entire twenty-four-hour period, we saw a piece of an old coconut husk drifting, and likewise at 2 1/2 degrees latitude a whole old coconut drifted past. From 1 degree south latitude and 92 1/2 degrees longitude, being the 10th of July, up to the latitude of Ceylon, our course fell west 1 1/4 degrees, 105 miles. The current, the speed of which is unknown, was able to carry us in this distance and route as strongly to the east as its power was great, because we could not offer resistance to it with the force of sail, which could not be carried, nor against the sudden, scant squalls that did not permit tacking to windward. The winds we had over this distance were generally these: North-north-west, west-north-west, variable, south, south-south-west, south-west. With the southerly winds we tacked to the north as close to the west as they permitted with full sails, even at night when our
Dutch transcription
519 Den 8 October 1774. Den 8e. October 1774 en principaal bij het door hem ingedient ampel berigt te sien is, waaraan wij onsen eerbied refereeren, en voorts alhier nog noteeren, dat van de bevondene misgissing om de west of westelijker, dan men stelde, in 't seylen om de suyd om de selve ten tweede male te snijden, en daarom de west, om Ceylen te gewinnen geen andere reeden gesuppediteerd werden kan, dan dat de Hromen, soo verre om de suijd toen gekeert geweest, en het schip Herker om de west geset hebben moet dan men Calculeerde. — Waar meede verhopende aan Uwel Ed: Gestr: ordre voldaan te hebben, geeven wy ons de Eene met ware hoog achting te onderschryven /onderstond:/ Wel Edelen Gestr: Heer Uwel Edele Gestr: onderdanige en gehoorsame (Dienaaren :/ was geteekend:/ P:k buijs, en Pieter C Muratel, in margine Nagapatnam den 8 8ber A:o 1774. /:lager / ten mijnen overstaan, /geteekend:/ M:s Koning. — Zy ondergeschreevene officieren; Als Asmus Hendrik Hartenberg, schipper Christian fredrik Winterheim opper Huurman Jan van Vriet - - - - - onder do en Ledewyk Kalen oudste derdewaak Verklaaren alle, wanneer wy den 8 e Juny Ao 1774; , van Batavia syn vertrocken, komende den 13 d' behouden in zee, en rachten den 19„' dito in de vaste Ooste winden, wanneer wij ons Coens W:t aanstelden, volgens Ed: Comp:e g'eerde seijllagie ordre, vonden in dese route, doorgaans 3/4 a 192: N: O: ring, tot wyj gusten de langte van 95: 58 te hebben, daar voor het eerste „maal N:o W:t 1719, en N O: rug zamen ontdecken Den 3 July 1774. sa vonds de klocke 4 uuren, hadden wij volgens onse gissing de G'ordonneerde langte van 93 g: bereijkt, vonden hier niet beijde peijl Compassenr, met 4 zeyjlings door malkanderen 1 gr: 6 m:t N w:t ring, wat tot hier tie nu de geg: verheijt aangaat, hebben wy met alle vermoogens na onse beste kennisk, en wetenschap, na seemans Heijl verrigt, soo als wij op onse uyt reijse gewent waren, daar wy nergens boven de 2½ grade mis„ „gist syn geweest, wij resolveerden dan samentlijk en stuurden volgens onze Seylagie ordre N:aan, en welke zoute wy ook nog wt genoeg soude kunnen gehaalt hebben, tot op de E breete van 3 gr:doo het was 1. tegen onse ordre, schoon deselve hier in met het keeboek iets verschilden, dat wel eenig gewagmaakt van schraale W S:, wirden, benoorden de middellijn, die wy onder veel storm weer zoo gevonden hebben, 't welke de ware rerden is, dat aan 'sEd Comp:s seylagie ordre van overdag N: W, t. N of. N N W, en by nagt N: te sturen, niet hebben kunnen voldoen, want wij van gedagte sijn, wanneer ons dit had mogen gebeuren, dat ongeval ons niet had overgekomen, het tweede en ergste is, dat meen meenigmaal niet dan te laat weeten kan, of te becosten, of te bewesten, de maldices Eylande vervaut, wanneer ons dit laaste was overgekomen, met sulken weer als hij gehad hebben, hoe wel bij uijtkomst blykt dat wy er b' eosten geweest sijn, hadde na„ „tuurlyk gespreken, Capitaal, en leven gekost: Alsoo van de z brecte van 2 gr: daar ur „ met beijde pijl Compassen, met 5 peijlings door malkander 13. minut N:o Wrung hebben gehaed, ons de O:lijke winder verlieten, die in het N=t Zeijlen met stermenaer hand en ruw weer met hoge O en oNo Zien, Herle Re„ „geerde, en begost variab en stil tot uZ W: W: W W te werden— Zoo dat op een graad z: brede, als het geheele etmaal met de koponde neerd moesten blyven leggen, sien een stuk schil van een oude klappus drijven, als ook op 2½ grdad Bresie, dreef een heee oude klappus verbij .e dan 1 9r z breete, en 92½ gr. langte, zynde den 10 Julij, tot op de brecte van Ceylon, is ons Coers gevallen - 1¼ w: 105 mijser, de troom waar van de vaart onbekent, heeft ons in deese distantie en route soo sterk om de O kunnen voeren, als syn vermoogen groot is want wy hem niet met kragt van syl, die niet voeren konde, nog door de schielyke opgekomende schrale stormbuyen die niet toe„ „lieten d' waards op te boeger, wederstand bieden konden. — De winden die in deese destantie gehad hebben, sin doorgaans deese: N n: W: W N W: raniab: L:d L: Z: w: In: met de winden Bez: het 1: boegden, soo hoog op om de w: als sy het met volle zeiken toe licten, self wel eens by nagt onse wanneer E :
English
521 8 October 1774. 8th October 1774. to impute when they were favorable to us and conditions permitted it. However, these winds were of such short duration and strength, added to the few sails we carried, which we hardly dared to carry, that they were of little use to us. On the other hand, the sudden rising squalls from the east-northeast and west-northwest, accompanied by thick and rainy weather, such that we must confess to have rarely experienced such weather on one tack, struck so hard that we could scarcely keep the topmasts lowered to avoid disaster. To which contrary circumstances we attribute this misfortune that has befallen us, and state that if any ship or navigator encountered such conditions, it would only be by fortune that they could steer for Ceylon. Under these circumstances, on 17 July we reached the estimated latitude of 6 degrees 17 minutes, and thus the latitude of Ceylon, having no sight at all, nor any reliable latitude for 2 days, so we resolved at noon in God's name to bear away and set our course eastward, on which route we sailed an estimated 71 miles or up to the longitude of 97 degrees, and we now had to assume that we were east of Ceylon, in order not to come too close to the Nicobars. Which said distance we assumed to be one degree east of Ceylon, which then comes to the longitude of 103 degrees 10 minutes. From where our dead reckoning, awaiting God's blessing, takes a new course again, we resolved to tack close to the wind, through the Equator, to see if through God's blessing we might still make the voyage. And as we can now place no reliance on our longitude to undertake the voyage east of the Maldives for a second time, we resolved to steer west of them, where the magnetic variations are reasonably good beacons. All the foregoing being the pure truth, we can, if required, confirm it with an oath. Below was written: On the Honorable Company's ship the Pallas, 20 July 1714. Sailing at the latitude of 6 degrees 20 minutes and longitude of 96 degrees 26 minutes. Signed: A. H. Haarenberg, C. F. Winter, Hein Rvs. Tret, and L. Kalon. And whereas from the investigation conducted it became evident, to what the aforesaid long voyage is to be imputed or ascribed, that this long voyage is not to be imputed or ascribed to the least negligence or lack of seamanship of the officers of that vessel, as on the contrary they punctually observed and complied with the sailing orders given to them, and thus the leeway south of Ceylon had to be attributed solely to the contrary or fierce westerly winds, which they encountered very early, or still south of the Line, at 2 degrees south latitude, accompanied by very unexpected squalls, whereby the chance was entirely taken away to gain any westing with the winds from south of west, along with more other misfortunes of head winds, dead reckonings, currents setting to the east, and resulting navigational errors, as set down at large in the aforesaid papers, which, despite their diligent care, and through no fault or doing of their own, having brought them below Ceylon, they found themselves in the necessity to steer through the Line once more, so there being nothing to remark thereupon, and 523 8th October 1774. 8 October 1772 from to the High Government. Resumption of a decision on the delivered cargo of the ship the Pallas acquiescence in the same being present, and having to be regarded as a fateful accident, it is approved and understood to let the matter rest there, and to give due notice thereof on the next occurring occasion to Their High Mightinesses. The general findings regarding the delivered cargo of the aforesaid ship the Pallas having been resumed, it was decided to have written off to the Profit and Loss Account: 200 1/4 on 20,032 lb of nutmegs, amounting to 1 percent. 150 1/2 on 15,041 lb of cloves, calculating a generous 1 percent. 150 1/2 on 5,014 lb of Japanese camphor, 3 percent. However, of the short-accounted 742 3/4 on 300,000 bar copper Japanese, it was decided to write off 375 lb or 1/8 percent to Profit and Loss, and to charge the remaining 367 3/4 lb to the pay accounts of the ship's officers at retail price; and of 1,430 on 9,700 jugs of arrack api, to write off 970 jugs or 10 percent to the account of Profit and Loss, but the remaining 510 jugs at retail price, or at the price for which it was sold in the past year, being at old page 28, 8 stivers, f 127.-.-. 10 the leaguer, to be charged to the officers' account. Likewise, with an advance of 2 capitals, the short-accounted 6 on 50 large cartridge pouches with those fuse holders, as well as with a similar advance of 2 capitals, 1 Dutch spar, which at the end was 17 and in the middle 15 inches thick, found to be rotten and unusable. As it appeared from the aforesaid findings as well as the report of the fiscal and the commissioned members of the Court of Justice, that the nuts were not only heavily infested with mites, but also the mace, spilled therewith and received separately, was found dry and very dusty, it was resolved, with respect to the first-mentioned spice, in the presence of the same, to have two or three chests taken at random from the lot, to be garbled, re-weighed, etc., and to submit a further report on their work and findings; but with respect to the 10 troy marks excess found in weight of the Siamese ticals, it was decided to postpone the decision until after the departure of the aforesaid ship, and then to have the pieces stated on the invoice recounted, in order to past 33. to
Dutch transcription
521 Den 8 October 1774. Den 8e October 1774. imputeeren is wanneer sij ons gunstig waren, en het sig sulx permitteerde: Edig deese winden waren, van zulken korten duur, en kragt, gevoegt bi de heijnige bij hebbende seijlen, die maar voeren dorsten, dat sy ons van weijnig nue't waren, daar en teegen de schielyke opkomende Stormbuyen uyt den rE Na:, en W' N W:t verzeld met dik en regenagtig weer, dat bekennen moeten, sulk weer over eene boeg, weijnig bij gewoond te hebben, zoo wel aanquamen, dat nauwelijk te marse van 3Heeren, neergestrooken het houde kosten, om niet koormiddelen te vrijen: Aan welke Contragelegendheijd, wyj dit ons over ko„ „men ongeval toeschrijven, En seggen, wanneer eenig schip of scheeper het soo aantroffen, niet dan bi geluk Ceijlon bestevenen— Met deese gelegendheijd hadden den 17' July de geg: Breete van 6 gr: 17: en dies de breete van Ceijlon bereijkt, hadden in't minste geen sigt, ook in 2 et malen geen vertrouwde breete, dus resolveerden op de middag in Gedes naam af te houden, en ons Coers O: aan te boegen, op welke route wij na gissing 71 meijlen ofte tot op de langte van 97 gr: gezeijld hebben, en moesters nu vast stellen, dat b'oosten Ceylon waren, om niet heel na de Nicobares te raken, — Welke afgeseijde distantie wyj een graad b' oosten Ceylon gesteld heb, „ben het welke dan komt op de langte van 103 graden 10: m: Aan waar ons bestek onder afwagting van Godes zeegen op nieuw weder Coersneemt, resolveerden by de wind op te boegen, door de Middellijn, of wij door Godes zeeger de reijse nog mogten krijgen — En alsoo wy nu op onse Langte geen staat kunnen maaken, om voor 't tweedemaal de Reijse Boosten de Maldivis te onderneemen, Resolveerden wij om er bewesten heer te stevenen, alwaar de miswysings redelijk goede bakens sijn;— Alle het voorgaande de suivere waarheijd sijnde, kunnen wij des vereijscht werdende, met Eeder bevestigen,; /onderstond:/ In 's Ed Comp:s schip de Pallas den 20' Julij 1714. Seijlende op de Breete van 6 gr: 20 m:t ende langte van 96: 26: /was get:/ A: H. Haarenberg, C: F: Winter hein Rv:s Tret, en L Kalon. Ende wijl dat gedaan ondersoek quam te blij, waar an voorm: lang reijs te „ken, dat die Lange reijse, aan geen deminste negtigen „tie of gebrek aan se manschap van de overheeden van dien Bodem, te imputeeren of toeschrijven is, alsoo in teegendeel de heer meede gegevene Seylaas ordre punctueel g'observeerd, en nagekomen hebben, en dus het verval beneden Ceijlon g'attribueerd moeste wer„ „den, alleen aan de tegen of felle weste winden, welke sy seer vroeg, of nog besuijden de Linie, op 2 grader Suyder breete, gekreegen hadden, verseld van seer on„ verwagte stormbuijen, waar door de kans in het ge„ „heil weg genomen was, om met de winden bezuijden het Westen, nog wat west te gewinnen, miet meer andere tegenspoeden van tegenwinden, rekemente, om de Oost verleijdende stroomen, en daar uijt voortgevloeijde misgissingen, bij voorsz: papieren in het breede ter nedergestelde, dewelke haar ongragt hunne geadhibeerde Dilegentie, en buijten haar schuld, en toe doen, beneder Ceijlon gebragt hebbende, sy sig in de noodsakelijk „heid hadden bevonden, om andermaal door de Linie t=e stevenen, soo is als daaromtrent niets te renarqueeren En wezende 523 Den 8e October 1774. Den 8 October 1772 van aan H: H E J. Resumptie van een dispontie op de uytgeleverde lading van het Schip de Pallas bernusting van het slve daar by weesende, en voor een nootlettig toe val meet werden aangemerkt, Goed gevonden en verstaan, het daar bij om tedo ene kon geveng daar te Laten berusten, mitsgaders daar van by voorkomen„ „de gelegendheijd, de verschuldigde kennisse aan Haar Hoog Edelens te geven — Geresumeerd sijnde de Generaale bevinding der uytgeleverde Lading van het voorsz schip de Pallas, is verstaan op Reek: van Winsten verlies te laten afschrijven. — 200¼ op 20032 lb Noten muschaten uytmakende ten hondert P. o 150½ „ 15041 „ Ganitfel magulen reekenae 1 pscento ruijm 150½„ 5014 „ Camphur Japanse _ 3 ten hondert dock van de te kort verantwoorde 742¾4 op 300'000. staaffkoper Iapans is beslooten 375 lb of / rCento op winst en verlies te laten aifsz: ende overige 367¾4 lb de sildij reecq: der scheeps overheeden uyjtkoops te belasten; En van 1430 op 9700 kannen Arak Appij 970 kan of 10 pC„t te laten afschrijven op reecq van winst en verlies, doch de overige 510: — „ rijtkoops, of tegens de pris waar voor in A„o passato deselve verkogt is, sinde oude pag 28: 8 t ƒ 127. — „10 de Legger op der Overheeden reecq ie Hellen Somsede met 2 Capitalen advins de kort verantwoorde 6 op 50 p„s Petroonlassen grote, met die Lond bergers, als ook met eengelyke advans van 2 Capitalen, 1 Hollandsche Sppier, dat aan het end 17. en in het miader 15 duijm dik verrot, en onbrikbaar bevonden is; — Bij voormelde bevinding soowel, als het Rapport van den fiscaal, en gecommitteerde Justitiecie Leeden, te voren ge„ „komen wesende, dat de noten niet alleen sterk aan het vermijtenen, maar ook de naquien, daar by bestort, en afson„ „derlijk ontfangen, droog en seer steffig bevonden sijn, soo is, ten opsigte van de eerst gem: specerije verstaan, ten overstaan van deselve twee of drie kisten on verschullig„ reijt de partheij genomen sijnde, te laten quarbuleren nawegen etc:ra en van dersaver verrigting en bevinding, nader Rapport dienen, doch ten opsigte van te over bevondene 10 marg in gewercht op de Siamsche ticals, is besloten, de dispositie uytte steulen tot na het vertrek van voornoemde schip, en als aan de bij fac„ „tuur aangeschreevene Beesen te laten natellen, om passato 33. te
English
525 The 8th of October 1774. The 8 October 1774. aforementioned vessel of the requisites requested in his petition. to determine to what that excess weight is to be attributed, and whether the same is substantially such, to cause to be provisioned on behalf of It was also resolved upon the submitted petition by the skipper of the aforementioned vessel the Pallas, to have provided on behalf of the same, the pitch, harpings, and oakum that was consumed from the ship's stores during the caulking of that vessel; furthermore 1000 pieces of Chinese planks, for the bulkhead and dunnage 125 lb nails of various sorts, both for bulkheads, matting, and for use on the voyage, 1 piece of shroud-laid rope for water stays, quarter tackle strops, and rudder pendants, 2 hawsers of 36 or 39 yarns, 1 small hawser of 18 to 21 ½ cable-laid hawser 6 pump buckets 2 ditto hoses 1 hide of pump leather 12 welded thimbles 12 hooks and thimbles for runner tackles 36 sheaves and pins, assorted, 6 tarpaulins for the hatches and gratings 6 bundles of Dutch housing 6 ditto marline 25 hanks of sail twine 12 bundles of binding rattans 2 lasts of rice, in place of that which was provided to the caulkers and the people from the shore who helped unload the ship. 2 aams of lamp oil in place of that which leaked away during the voyage; according to an attested declaration submitted under offer of oath. 1 leaguer of vinegar, for the same reason, and 6000 pieces of firewood; in order to have the casks, coops, and other unserviceable goods properly repaired, as it was also decided to have delivered the medicines requested by the chief surgeon of that vessel, in supplement of that which was consumed on the voyage from Batavia hither, all according to the aforementioned petitions and annexed papers, which it was likewise resolved to insert herein. Insertion of the petitions requested medicines 6 tarpaulins To The petitioner, having arrived here in the roads with his vessel the Pallas, and deeming the following necessities requisite for the service of the same; requests your Honors that there may be provided to him on the Company's behalf, as per the here-annexed declaration, underneath written, which doing, etc. etc. We the undersigned officers, being Johan Coenraad Fredrik Winterheim, first mate Jan van Fiet, second mate Jan Godfried Nols, boatswain Arend Balster, purser All declare at the requisition of the honorable, valiant skipper Asmus Hendrik Herrenberg, how true and truthful it is that on the voyage between Batavia and the Coast of Coromandel, two aams of lamp oil leaked empty, as well as one leaguer of vinegar. Item, we also find that our firewood provided at Batavia cannot suffice for the entire voyage, and thus we have the utmost need of 5 to 6000 pieces, as firewood is counted here, due to its small size, to make the voyage to the Netherlands. This being the pure truth, we can, if required, confirm this with solemn oaths. Done on the Honorable Company's ship the Pallas, the 2nd of October 1774. Was signed: C. T. Winterham, J. V. Friet, J. G. Nols, and A. Balster. To the Honorable, Valiant Sir Reinier van Vlissingen Governor and Director of this Coast of Coromandel, together with the Honorable Council of Policy The 8 October 1774. The petitioner, having arrived here in the roads with his vessel the Pallas, and deeming the necessities requisite for the service of the same; requests your Honors that there may be provided to him on the Company's behalf: some pitch, harpings, and oakum for caulking, 1000 pieces of Chinese planks, for the bulkhead and dunnage 125 lb nails of various sorts, both for bulkheads, matting, and for the voyage, 3 pieces of shroud-laid rope for water stays, quarter tackle strops, and rudder pendants 2 hawsers of 36 or 39 yarns 1 small hawser 18 to 21 ½ cable-laid hawser 6 pump buckets 2 ditto hoses 1 hide of pump leather 12 welded thimbles 12 hooks and thimbles for runner tackles 36 sheaves and pins, assorted 6 tarpaulins for the hatches and gratings 6 bundles of Dutch housing 6 ditto marline 25 hanks of sail twine 12 bundles of binding rattans 2 lasts of rice, in place of that which was provided to the caulkers and to the people who assisted in the unloading, 2 aams of lamp oil, 1 leaguer of vinegar, and 6000 pieces of firewood and To the Honorable Sir Reijnier van Vlissingen Governor and Director of this Coast of Coromandel, together with the Honorable Council of Policy. To that The 8 October 1774. 527
Dutch transcription
525 Den 8e october 174. Den 8 October 1774. voorm: bedem van de sy request ver„ „sogte benodigd heeden. te ervaren, waar aan dat overwigt toe te schrijven, en of het selve wesentlyk sodanig is, te doene verszekig ten beloeer van Ook is op het ingediend request door den schipper van voorm Bodem ae Lallas, verstaan, ten behoeve derselve te Laten verstrecken, Het Pick, Harpuijs, en werk, dat bij het Calfaten van dien bodem, uijt de scheeps voor. „raad is verbruijkt geworden; voorts 1000. P„s Chineese Planken, tot midaelschot en Htuagie 125 lb spijkers in zoort, sootot schotten, afmailen, als tot ge„ bruijk op de Reijk, 1 End' wantslag voor water stagen, opardiel stroppen, en Sorglijns voor 't Roer, 2 Trossen van 36 of 39 draden, 1. keesje van 18„ 21 —½ Huur reep Hres 6 Pomp Emmers 2 _o Htangen 1 Huijd Pompleer 12 Gewelde Kousen 12 kaken, en kousen voor mantel Jeijns 36 Schipven, en nagels, in Scort, 6 Presenning voor de Luijker, en Roosters 6 Bossen Hollands Huysing 6 _ _ marlin 25 Strengen Seijlgaren 12 Bossen, bindzettings 2 Last reijst, in steede van het geen aande Calfatersen het volk dat van de wal het schip heeft helpen Lossen verstrekt, is. 2 Arnen Lamp=olij va Heede van die, die op de reyselacg gelekt sijn; naluyd eener onder presentatie van Eede overgelegde verklaring. P 3 Legger Asyjn, om die selfde reeden, en — 6000 Htux Brandhout; voor de vaatwerken, koks, en andere onbequaam goed, naar behooren te liten repeere„ „ren, soo als ook beslooten wierd, te doen afgeven, de me, stem van de door dis ofermeter „diceijnen door den oppermeezier van dien bodem ver„ „sogt, tit suppliment van het geen op de keise van Ba„ ƒ „tavia dit heen verbruijkt is, allesna luyd der voorsz versoek schriften en anrexe papieren, die toffens Jnsortie der verock slhrijten 3 verstaan wierd, in deesen te Insereeren versogte medicamenten 6 presennings Aan „ ƒ Den suppliant met syn onderhebbende bodem de Pallas alhier ter Rheede g'arriveerd synde, en ten dienste van het selve de volgende benood„ „heedens, Nocasakelijk oordeelt; verzocht uw wel Edelen agtbaren dat hem 's Comp:s wegens verstrekt mogen werden, als volgens de hier annexe ver„ „klaring /:onderstond:/ 't welk doende, Et:n Et=r Wij ondergesz: Officieren, als Jhna trakn fredrik Winterheim geost. Jan van Fiet. . . - - Onders: Jan Godfried Nols, bootsman Arend Balster Bottelier Verklaren alle ter requisitie van den E: manhaften schipper. Asmus Hendrik Herrenberg, hoe waar en waaragtig is, dat op den reijse tusschen Batavia en de Cust Cormandel, thee amen Lam„ „olij leeg gelekt sijn, mitsgaders een legger azyn Jtem bevinden ook dat ons verstrekte brandhout op Batavia, niet voor de geheele reijse strecken, kan, en dus hoegnodig hebbe 5a 6000 stux, gelik hier het brandhout aangeteld werd, door desselfs kleynte, tot het doen der reyse na Neder Dit de Luigere waarheijd sijnde, kunnen wij des vereijscht werdende met solemneelen Eden bevestigen. Actum in 'SEo: Jn Comp:s schip de Pallas den 2 8ber: 1714. /:was geteekend:/ C: T winterham, IV Friet, J: G. Nols, en A:s Babstes— Aan den Wel Edelen Gestr: Heer Reinier van Vlissingen Gouverneur en Directeur deeser Custe Cormandel, en nevens den Agtb Raad van Politie Den 8 October 1714. Den suppliant met sin onderhebben ze bozijm de Pallas alhier ter ruade g'arriveerd sijnde, en ten dienste van 't selve de benodigtheedens noodsakerijk Oordeelt; versoekt, Uwel Edele Agtbarens, dat hem 's Comp:s wegen ver „strekt moge werden; aus; Eenige Pick, harpuijs, en werk toe Cassaten, 1000. P:s Chineese planken, tot middelschot, en Huagie 125 lb speijkers in soorten, soo tot schotte, afmatten en voor de reijse, 3 End wandslag voor water stagen, quaraeel stroppen, en sorglyns voor 't roer 2: Trossen van 36 of 39 draad. 1: Keerje. . . 18. 21 — —½ Htuurreepstros. 6 Pemp Emmers 2 _a Hangen 1 Huijd Pomp Leer 12 Gewelde Kousen 12 kaken, en kousen voor mantel Jeijns 36 Scheijven, en Naguis in Soort 6. Presennings voor de Luyken en Roosters. 6 Bossen Hollandse huijsing 6 _o _ marlijn 25 Arengen Teijlgaren 12 Boken bina rottings 2 Lasten Reijst, en Heeue van't geene aan de Calfaters, en aan 't volk die bij de ontlossing g'assisteerd hebben versickt is, 2 Amen Lambhi, 1 Legger asyn, en 6000 stux brandhout en Aan den WelEdelen Agtbaar Heer Reijnier van Vlissingen Gouverneur en Directeur deeser 't Custe Cormandel, en nevens den Agtbaaren Raad van Politie. — Aan dat „land Den 8 october 1774. 527
English
529 8 October 1774. 8 October 1774. 2 — „ scC: Senne: 2 — „ spiritus, vrm Chief Surgeon Penning, for his son with the ship De Pallas to Europe To the Right Honourable Sir Reijnier van Vlissingen Governor and Director of this Coast of Coromandel, with the Dependencies thereof Right Honourable Sir, alongside the Council, Right Honourable Sir, and Gentlemen; Jean Pierre Souraan, chief surgeon on the Honourable Company's ship De Pallas currently lying here in the roads, takes the liberty with due respect to bring to the knowledge of Your Right Honourable, that through the long voyage of the said vessel from Batavia hither, the medicines and medicine chest have considerably diminished, and are by far not sufficient to make the voyage therewith to Europe, requests therefore that the following medicaments may be provided here for the benefit of the aforementioned vessel, 1 — 8 EmpC: R: Cmerc. 2 — „ angt digeshiff 1 „ — _o Biazaim 1 — Crem tart: 2 — „ B: nitz: dulc: 1 — „ sac: tartri vitriol 1½ — „ poli Chaest: That further his navigational equipment, compasses, and other unserviceable goods may be repaired, beneath stood: Right Honourable Worshipful Gentlemen, Your Right Honourable Worships' humble servant was signed: A: H: Stervenberg in the margin Nagapatnam the September Anno 1774 5 lb. Succ: Limon ½ Polo:s antispasmotic: 1 „ „ temporans 5 „ tinct Hockmach. —½ radix rhabarbora 1½ tinck: mhira aloes 1 „ theriac androm: 2 „ Spirit: Cochlearia 1 : Succ: liquir beneath stood: which doing etc. was signed: J. P: Sourdaar: — By the second packhouse master Joan Daniel request by the executors of the late Simons, and Adigar of the burghers Johannes Schuine, to send man, in the capacity of testamentary executors and guardians over the minor son of the deceased chief surgeon of this outer town, Abraham Penning, by name Henricus Johannes Penning, by petition which was simultaneously submitted here, request having been made to send that youth with the aforementioned return ship De Pallas, touched at this Coast, to Europe, upon payment of such passage money as was determined therefor by the Honourable Company, and usually paid therefor, thus it was approved and understood to condescend thereto, and the amount fixed therefor being 5lb 190 Rixdollars 2 — „ _o matric: 531 8 October 1774. 8 October 1774. Production of a report concerning the assaying of the Jag rupee 185e9: to be granted 190 Rupees making exactly ƒ427: 10: or per 95 Netherlands money Furthermore was by the Governor submitted the report of the Assayer Jacob van Tessel, concerning the found content of a silver Rupee which was sent hither by the Jaggernaikpoeram Chiefs alongside the residuum of the silver minted there as a sample, and upon examination found the alloy thereof with the statement of the Assayer to square, which it was understood to communicate to the Chiefs, and to order them to bring the content of the other minted rupees to the ordained content of 11 pennings 10½ grains, and at the same time to inquire of the reasons why they did not comply with that order, Insertion of the aforementioned report. The aforementioned report of the Assayer reading as follows. 1e JG To the Right Honourable Sir E Reijnier van Vlissingen Governor and Director of this Coast of Coromandel, with the Dependencies thereof etc. etc. — Right Honourable Sir! since for the hoop iron remaining at the packhouse in the quantity of 3732 Pounds, an advance of 50 per cent being offered, this profit being in accordance with the determination and qualification which Their High Mightinesses by Their venerated Resolution of 3 August 1764 were pleased to establish and grant; It is approved and understood to cede the same therefor, and the more so because Their High Mightinesses alongside that granted qualification were pleased to remark, rather to dispose of it in the best possible manner than to let it lie without yielding interest As it was likewise resolved to sell the item of camphor brought by the ship De Pallas camphor brought with the ship De Pallas. ƒ Pursuant to the honoured order of Your Right Honourable the undersigned has in the quantity of 5014 lb for the therefor for 90 days the hair assayed a silver Rupee from Jaggernaikpoeram, and found the same to contain 11 pennings and a full 11¾ grains Wherewith I hope to have complied with the honoured order of Your Right Honourable, so with all respect I take the liberty to subscribe, beneath stood: Right Honourable Sir, Your Right Honourable's humble and obedient servant was signed: J: van Tessel, in the margin: Nagapatnam The 3 October Anno 1774 — A since 7
Dutch transcription
529 Den 8 October 1774. Den 8 October 1774. 2 — „ scC: Senne: 2 — „ spiritus, vrm opperm: penning, om desselfs zoon met het schip de pallas na Europa Aan den wel Edelen Gestrengen Heer Reijnier van Vlissingen Gouverneur en Cirecteur deese s Custe Cormanael, met den Resorte van aden Ed:le Ed„e Nevens den Raad, Wel Edele Gestrenge Heer, en Heeren; Iean Perre Souraan, opper Chirucin op het tans alhier ter Rheede leggende 'sComp:s de Pallas, neemt met het verschuldigt respect de vrijheijd Uwel Edelen Gestr: ter kennisse te brengen, dat door de lange reijse van gem: kiel, van Batavia, herwaards de medeceinen ende melleceijn kist Considerabel vermindert, en op verre na niet toeryjkende sijn, om de reijse daar meede naar Europa te doen, versoekt dierhalven dat kom de volgende medicamenten, ten behoeve van voorm: bodem alhier verstrekt moogen verder, 1 — 8 EmpC: R: Cmerc. 2 — „ angt digeshiff 1 „ — _o Biazaim 1 — Crem tart: 2 — „ B: nitz: dulc: 1 — „ sac: tartri vitriol 1½ — „ poli Chaest: Dat overigens sijn vaartwerken, kols, en verdere onbequam goed gerepareerd mag werden, /:onderstond:/ welEdele Agtbaare Heeren, Uwel Edelens Agtbaarens gehoorsame Eienaar /:was geteekend:/ A: H: Stervenberg /:in margi„ „ne Nagapatnam den September A„o 1774 5 lb. Succ: Limon ½ Polo:s antispasmotic: 1 „ „ temporans 5 „ tinct Hockmach. —½ radix rhabarbora 1½ tinck: mhira aloes 1 „ theriac androm: 2 „ Spirit: Cochlearia 1 : Succ: liquir /:onderstond:/ 't welk doende Et:a Ed=a /: was geteekend:/ J. P: Sourdaar: — Door den tweeden Parhuismeester Joan Taniel versaek door te Excut:s wijlen den Simons, en Adigaar der Borper Johannes Schuine, te senden „man, in qualiteijt als testamentaire Executeurs, en voogden, over het onmondig soontje van den overleeden oppermeester deeser buijten Stad, Abraham Penning, in name Henricus Iohannes Penning, byj request dat teffens wienir overgelegd, versoek gedaan synde, om dien Jongling met het voormeld over deese Custe aangelegd Retour schip De Pallas, naar Europa te mogen senden, onder betaling van sodanige transport gelden, als bij de ECompe daar voor be haald was, ener gewionelijk voor wierd betaald, soo is goedgevonden en verstaan, daar in Conderendarc: daar in te Condescendeeren, en het gestelde daar voor synde 5lb 190 Rixcd:s 2 — „ _o matric: 531 Den 8 October 1774. Den 8e. October 1774. Productie van een bezigt wecq' de E ssaijering van den Jagq ropij 185e9: te geastek 190 Rp: d:t rigt mekende ƒ427: 10: of p:r/o 95 Nederlands geld Voorts wierd door den Heer Gouverneur nog overge„ „legd, het berigt van den Essaijeur Jacob van Tessel, wegens de bevondene geheelte van een silvere Ropij de welke door de Jaggernaikpoeramse Opperhoofden nevens het Residement van het aldaar vermunte silver ist monster dit heen gesonden is, en byj Examinatie be vor„ „den het alloij derselve met de opgave van den Essaijeur wat besoten; :' ag: pel: iente quadreeren, het geen verstaan is, de Opperhoofden te bedeelen, en te gelasten, om het gehalte der overige gemuurdt werdende ropijen te brengen, op het gordonneerde geheute van 11 pen: 10½ grip:, en toffens reeden afte„ „vragen, waarom sy aan die ordre niet hebben veldaan, Jnsetie van voor: brgt. Luijdende het voormela berigt van aen Essaieur, aldus. 1e JG Aan den Wel Edelen Gestrengen Heer E Reijnier van Vlissingen Gouverneur en Cirecteur deeses Custe Cormandel, met den Resorte van dien E7„me Et:tae — HelEdele Gestrengen Heer! dan de bide asthuije de e per: restant leggende hoep ijser ter quantiteijt van 3732 Ponden, een advans van 50 pC„s werdende geboden, soo is, als die winst overeenkomende met de bepaling en qualificatie die het Haar Hoog Edelens bij Hoogst dersel ver gerenereerde Resolutie van den 3' aug:s 1764. behaagd hebben, vast te stellen, en verleenen; Goedgevonden en verstaan, het selve daar voor maar aaf„ „te staan, en wel te meer, om dat Hoogst deselve bij die ver„ „leende qualificatie teffens geliefden te remarqueeren, Leever op de best mogelykste wyse van de hand te setten dan renteloos te Laten leggene Soo als insel vervoegen geresolveerd wierd de J:o Jtem von den: h: schip de pallas aangebragte Campheir. met het schip de Pallas aangebragte Camphur. ƒ Ingevolge de G' Eerde ordre van UweEd Gestr: heeft den ondergetekende ter quantiteijt van 5014. lb voor het daar voor voor 90 zag de haar Een silvere Ropia van Iaggernaekpoeram geEssouijeet, en de selve be„ „vonden en te houden 11 penningen en 11¾. gryn ruim Waarmeede verhoope aan de geerde ordre van Uwel Edele Gestrenge te heb¬ „ben voldaan, des met alle Eerbied de vryheijd neme van te ontschrij„ „ven, /:onderstond:/ wel Edele Gestrengen Heer UwelEdele Gestrengen, en „derdanigen en gehoorsame Bienlaar /:was geteekend:/ I: van Tessel, in margine /: Nagapatnam Den 3 October A„o 1774 — Een t seedert 7
English
8 October 1774. 8 October 1774. Since the recent session of the 22nd of September, a further bid of 90 Nagapatnam pagodas for the bahar of 480 lb, on six months' credit, was made to sell to the merchant Tierdemeny Chittij and the saraff Wagtenade Chittij. Since, of the sick who were transferred to the hospital from the aforementioned vessel the Pallas upon its arrival here from Batavia, 22 persons still must remain lying in the same, being found unfit to depart with it, and among them also the third mate Lodewijk Kalen, the boatswain Jan Godfried Nels, the steward's mate Reijnier Timman, and the quartermaster Marcus Roelofse, in addition to the cooper Johan Lodewyk Gerlag, concerning whom disposition was already made in the recent session of the 22nd of September, and the skipper having demonstrated the necessity that they must be replaced with other crew members; it was therefore approved and agreed to appoint and assign to those vacant positions: as third mate, the quartermaster from shore Jan Eekman; as boatswain, the boatswain's mate of the said ship Carel Flenske; as boatswain's mate, Johan Christiaan Thijsen, the boatswain's mate remaining here from the ship the Bovenkerkerpolder on account of illness; as boatswain's mate, the boatswain's mate Andries Malm, who shall be replaced by the sailor Hendrik Rieberg; and as quartermaster, the fellow sailor Pieter Lelie; all with such pay as is stipulated by the regulations for those services. And furthermore, for the further manning of that vessel to the fixed number of 110 heads, upon their own requests, the following soldiers were changed to sailors: Joost Hendrik Vrijbroek, Pieter Brugman, Jan van der Hust, Anthonyj Agis, Christoffel Theodoor Natrop, Johan Jurgen Hesse, Pieter Jansz Brand, Jan Bernard Hulsenberk, Hendrik Willem Munkemuller, Hendrik van der Voort, Francois Henkel, Johan Boshart, Arie van Veen, Johannes Stexland, Anthonius Cornelius Abeler, and Daniel van Doorn, all with their current earning pay. Thereafter: 8 October 1774. 8 October 1774. Thereafter, the person serving in the clerk's office, Fredrik Gustaaf Hoederberg of Windouw, currently still earning only f 9, was, on account of the expiration of ample time, having arrived in the Indies as a soldier in anno 1767 on the ship Velsen, promoted to assistant at f 16 per month and a new engagement of three years; and the fellow soldier August Frederik Wilhelm Esscher, of Smeedeberg, was appointed as under-surgeon in the hospital here at f 16 and on his current engagement; as well as the gunner Salomon Ruijs of Koningsbergen, to quartermaster at f 16 and a new engagement of three years. Likewise, the former quartermaster at Batavia, Jan Jochem Weever of Hamburg, having arrived here this year on the ship the Pallas from Batavia and remaining on this coast on account of illness, was changed to that capacity of quartermaster with the pay of f 16. And furthermore, the sailor Guillielmus van Koppenil of Ronse was changed to soldier with his earned pay of f 9 per month; and the soldier Franciscus van Gelkum, on account of the end of his term, was increased in pay from f 9 to f 14 for five years. Lieutenant Philip Andreas Rooth and Ensign Jan Hendrik Trip, being included among the recalled officers of the Ceylon troops, having made a request to obtain transport to the Indian headquarters with the private bark Mastenbroek, it was resolved to consent thereto. Lastly, the Governor pointed out the approaching departure of the return ship the Pallas, repeatedly mentioned herein, and for that purpose deemed it necessary that a day of thanksgiving and prayer be proclaimed, as was done in anno 1771 and 1772, proposing at the same time for that purpose next Saturday the 15th of this month; to which all the members having agreed, His Honour further submitted the text prepared for the publication thereof, which it was further understood should be carried out tomorrow from the pulpit in the castle church here.
Dutch transcription
533 Den 8 October 1774. Den 8 October 1774. op Ses ni aanden Credit Ao 1e perscorenr en van't Car verlijver. bevonden plaatsen ent waarom 't secdert de Jongste Sitting van den 22=en September nader gedane gebod van 90 N: Nagapatnamse Jag„ voor de Bhaar van 480 lb, op ses maanden Credict te verkopen, aan den Coopman Tierdemeny Chittij en den Saraff wagtenade Chistij —— de Paulas in't hoppitaal moeten Nadien van de uE sicken die van gemelde Bedem de Pailas, by dies arrioe alhier van Batavia in het sicken huijs, syn overgebragt, nog 22 persoonen in het selve Tulen moeien blijven, leggen, als buijten staat bevonden weezende, met deselve te kunnen ver„ on or hefeciren heardar nse t reken, en daar onder ook den derde waak Lodewijk kalen, den Bootsman Jan Godfried Nels, den Botteliersmaat Reijnier Timman, en den quartier, meester Marcus Roelofse, behalven den kuijper Johan Lodewyk Gerlag, waar over ter Jongste Sessie aansteuling van andere in denselve van den 22e September reeds gedisponeerd is, en den schipper de noodsakaijk vertoont hebbende, dat deselve met andere manschappen geremplareerd moeten werden, soo is tot die vaceerende plaatsen goed„ „gevonden en verstaan te benoemen en aan te stellen als tot Berde waak den quartiermeester van de wal Jan Eekman, tot Bootman, den Bootsman maat van genoemde schip Carel flenske, tot Schieman, den van het schip de Bovenkerkerpolder mits diekte alhier verblevene Boetsmansmaat Iohan Christiaan thijsen, tot Boeisman maat, den schiemarsmaat Andries Malm, die vervangen sal werden, door den Matroos Hendrik Rieberg, en tot quartiermeester den meede matroos Pieter Lelie, alle met sedanige be„ „solding als by het Reglement tot die diensten bepaald is, En wijders tot verdere bemanning van diene bodem Changing van16. Maten t matts tot het bepaald getal van 110 koppen, op a e7 selver: ge„ „dane Instantien tot mattroosen gechangeerd de sol„ „daten Joost Hendrik Vrijbroek, Pieter Brugman, Jan van der Hust, Anthonyj Agis, Christoffel theodoor Natrop, Johan Jurgen Hesse, Pieter Jansz Brand, Jan Bernard Hulsenberk, Hendrik willem Mun¬ „kemuller, Hendrik van der Voort, francois Henkel, Johan Boshart, Arie van Veen, Johannes, Stex¬ „land, Anthonius Cornelius Abeler, en Daniel van Doorn, alle met dersel ver kans winnende besoldingen als Daarna 535 Den 8 October 174. Den 8e October: 1724. daartoe „staat Io dis priusentie in gezeedl: gebragte papier. rijtschrijving van een Pank en beede Dag, en teegen van nan Trip, om met de vareg Mastenbroek bort e e en n pes Daarna wierd, den aan de Penne dienst doende, Persoon ven frdrik Gustaa/ Hoederberg van Windouw, tans nog maar winnende ƒ9, mits ruijme tyts Ex„ „peratie, als sijnde in anno 1767. met het schip Velsen voor soldaat in Jndien gekomen, bevordert tot Ad¬ „sistent met ƒ16 ter maand, en een nieuw verband, van sten wnensarthoter ete drie Jaen, en den meede Coldant august frederik Wilhelm Esscher, van Smeedeberg, aangesteld tot on„ „dermeester in het Hospitaal alhier met ƒ16, en op En anbtisute te grastitmet sijn lopend verband, mitsgaders den bosschieter Salo¬ „mon Ruijs van Koningsbergen, tot quartiermeester met f16, en een nieuw verband van Brie Jaaren, Gelijk tot die qualiteijt van quartiermeester met de gagie Chongedng mn den parte: meeder van ƒ 16 „ ook wierd gechangeerd, den geweesen kas, „tiermeester tot Batavia Jan Jochem Weever van Hamburg; deesen Jare met het schip de Pallas van Batavia alhier g'arriveerd, en mits sichte te deeses Custe verkleeren, En wijders der Mattroos Guil„ „Lielmus van koppenil van Rons gechangeerdt, tot ader venen akt te slaat soldaat met sijn winnende Gagie van ƒ 9. ter maand „ Haan Een onteing n gagiermenshe, en den Coldart franciscus van Gelkum mits tyds: uiteijnde in gagie verhoogd van ƒ 1. tot ƒ 14. voor vyf Jaren, Den Lieutenant Philip Andreas Rooth, en werzal do ensint: rooken oand: vendrig Ian Hendrik Trip, onder de opgeroepene a Bataria t witzreken officieren van de Ceylonse troupen begreepen sijnde, versoek gedaan hebbende, transport naar de Jndia„ „sche Hoofaplaatse te mogen erlangen, met de parti„ „culiere Barcq Mastenbroek, soo is verstaan daar Condesendinoe daar in en te Condescendeeren, Laastelijk vertoonde den Heer Gouverneur, het Depiste den den : Covmanter aannaderend vertrek van het meermaals in deesen aangehaalde Rethour Schip de Pallas, en ten dien eijnde noodsakelijk oordeelde, dat er een dank, en dank en beede dag uytgeschreeven wierde, gelijk in A v771 en 1772. geschied was, proponeerde teffens daartoe aan staande Saturdag den 15 deeser, waar toestemmingdo: deleden daarin in door de gesamentlijke Leeden toegestemd wesen„ „de sijn Edele al verder overleijde het in gereedheijd Enprduten dor si die van at gebragte geschrift tot de publicatie derselve, dewelke wat daar op lever ter belk: is al verder verstaan wierd, te Laeten geschieden op mor¬ „gen van de Predik Hoel in des kasteels kerk alhier tyds en
English
537 The 8 October 1774. The 8th: October 1774. and the day after tomorrow, from the steps of the Government House, as well as to forbid the congregation by the beat of the drum all trade and crafts on that day, that writing reading as follows: From the Government of these Lands. If zeal for religion, love for the fatherland, and the land of our habitation, together with its inhabitants, call upon us at all times to dutifully praise the almighty state of the Supreme Ruler of all, through whom we exist and are preserved, then the circumstances in which we now find ourselves must spur us on to that reasonable duty in a special and urgent manner. The past and this present year have been the most remarkable, and those which have in particular oppressed us on this coast through manifold extraordinary visitations of adversity, and as we still have to struggle against the same, and moreover, according to outward appearance and the condition of affairs, are continually threatened with the same. In consideration of all of which, and the feeling of manifold sins and transgressions, it is then immediately fitting that every rational creature, in general, be active with the deepest reverence and humility toward his Creator, as the Highest Good, and it requires above all of us Christians, who besides the natural light of reason are also endowed with the divine revelation of the Gospel, to learn to know that most formidable Supreme Being in His glorious majesty, and ourselves in our dependence, and with an attentive eye to mark as well the great difference as the close relation that exists between the Creator and the creature. Indeed, when we only fix our attention partly on that all-blessed glory of the awesome God, in whose eyes the heavens themselves are not pure; how much less then sinful children of men, who inhabit houses of clay, and whose foundation is in the dust, and partly consider ourselves in our nothingness, dependence, and utter unworthiness to approach the King of kings, so must this cause us to sink away in perplexity, since we must reverence His holiness, fear His strict justice, tremble before His omnipotence, be astonished at His wisdom, as well as eternally praise His bottomless mercy, cease not to praise His great grace, and stand ashamed over His extraordinary love for mankind: through all of which, if we wish to bear the name of true Christians, we ought continually to find ourselves stirred up to arrest the rod of that Great Judge of Heaven and Earth, who does not yet deal with us according to our sins, nor reward us according to our iniquities, and on the one hand continually to pray earnestly and fervently that He not punish us in His anger, nor chasten us in His wrath, and on the other hand, in the most dutiful manner to praise and to thank Him for so manifold and undeserved benefits and blessings with which the merciful Jehovah, notwithstanding our egregious sins and heaven-provoking iniquities, still daily favors us, the more so since He holds everything, both the blessing and the curse, life and death, in His hand, and deals with all that is outside of Him according to His sovereign pleasure, and no one can say to Him, what doest Thou; so that He therefore brings down kingdoms, states, and commonwealths, however luxuriously they may flourish, and [illegible] the palaces of the natural
Dutch transcription
537 Den 8 October 1774. Den 8e: October 1774. en op overmorgen, van de puije van het Gouverne, „ment, mitsgaders de gemeente bij beekenslag op dien dag alle neeringen, en Handteeringen te verbieden, Luijdende dat geschrift, aldus 2 Van Weegens de Regering deeser Landen. Indien den Iever voor den Goddienst, de Liefde van het vader„ „land, en het Land onser Inwooning, mitsgaders derselver Ingeseete„ „nen, ons ten allen tijden roepen, om gesamentlijk de Almachtige standt, van den Oppersten Regeerder; van alles, door welke wij be„ „staan, en bewaard worden, plichtiglik te Loren, soo moeten de om„ „standigheiden, waarin wy ons tans bevinden ons tot diebillijke Plicht, op een byzondere, en dringende wijse aansetten. — Het afgelopen en dit presente Iaar sijn de merkwaardigste, ƒ. en die ons inzonkerheijd te deeser Custe door meenigvuldige ongemene besoekingen van tegenspoeder gedrukt, en als nog teegens dezelve te worstelen hebben, Mitsgaders nog al verder na de Uijtterlijken scheijn en gesteltenisse der saaken, om deesen oud met deselve gedreijd werden. uijt overweeging van al het welke, en het geveel van de meenigvuldige sonden, en overtreedingen betaamt, het dan ook onmiddelik, dat elk redelijk schepsel, in het gemeen, met de diepste Eerbied, en de moed werksaam sij, omtrent sijnen scheppes, als het Hoogste Goed, en vereijscht voor al van ons Christenen, die beneevens het „natuurlijk Reeden licht ook vervaardigt syn, met de Gsddelyke open„ „baringe des Evangeliams, dat hoogst gedugte opperweesen in sijne Glams„ Ryke Heerlykheid, en ons selve in tonse afhankelykhaid te leeren kennen, en met een opmerksaam, dog te letten, soo wel op het groot onderscheid als de nauwe betrecking die er is tusschen den scheppar en het schepsel, Immers, wanneer wij maar onse aandagt vestigen Teels: op die volzalige Heerlijkheid van den onsaglyken God, in wiens oogen de Hemelen Delfs niet reijn sein; hoe veel nen dan sondige menschen kinderen, die zemen schuilten bewonen, en welker grond slag in het stoffis, en Beels: ontselven beschouwen in onse nietigheid, afhan„ kelykhaid, en allent keelve onwaardigheid, om tot den Koning der konin„ „gen te naderen, soo moet ons sulx van verleegentheijd over wegsinken, nadien wij soo wel sijne heijligheid moeten, Eerbiedigen sijne Gestrenge Regtvaardigheid weesen, voor sijne almacht beeven, voor sijne wijsheid verbaast staan, als sijne Grondel de Barmhertigheid Eeuwig prijsen, sijne grote Genade onophoudelijk Loven, en over sijne uijtneemdende nion„ „schen Liefde, beschaamd staan: door al het welke hij in dien wy den naam van Regtgeaarde Christenen willen drager, ons gedurig dienden opge„ „welt te vinden, om dien Groten Regten van Hemd en Aarde, die ons nog ni: t en doet, naar onse Londen, nog vergeld naar onse ongeregtigheeden in de Roede te vallen, en aan de eene sijde by aanhoudend heijd ernstig en vieriglijk te bidden, dat hij ons niet straffe in sijnen Hoorn, nog kasteijde in sipne Grimmigheijd, en aan den anderen kant, op de Plichtigste wijse te Loven, en te danken, voor soo meenigvuldige en onverdiende weldaden, en Reegeningen, waarmeede de Goedertierene Sehova, niet teegenstaande onze Hooggaancie sonden, en hemel tergende ongeregtigheeden sons nog dagelijx, besgunstigd, te meer dewijl hij alles, soo wel den Teegen, als den vloek, het leeven ende Bood, in sijne hand heeft, en met alles, wat buijten hem is, handelt naar sijne vrijmatig welbehagen, en niemand tot hem seggen kan, wat doet Gij, Invoegen hy daarom koningriken, staten, en Gemene besten, hoe weeldrig deselven ook mogen bloeijen, om mekcerl de Paleijsen natuurlyk der
English
539 The 8th of October 1774. The 8th of October 1774. of princes casts down, or turns into beggars' huts, and renders the most fertile lands a barren wilderness, since He keeps locked up in His quiver the most perilous judgments and most terrifying devastations of earthquakes, war, pestilences, continuous mortalities among humans and cattle, famines, dearness of times, heavy and prolonged rains, or continuous droughts, and whatever similar penal visitations there may be, wherewith He visits the inhabitants of the earth, and to which we all, without distinction, every moment also stand exposed. From all this it follows, then, that a reasonable Christian is always obliged for himself, not only to pray in adversity and to give thanks in prosperity, but also continually to seek the face of the Lord and His strength; yet it is no less serviceable and proper, indeed even necessary, that besides on Sundays, feasts, and other religious days, for that purpose also at special times expressly set apart by the Authorities, one should appear together with the whole multitude in the most dutiful manner before the courts of the God of Jacob, as formerly His ancient covenant people Israel had their annual and appointed gatherings for this purpose, when by the Lord's command the trumpets were blown, days of prayer proclaimed, the people gathered, the congregation sanctified, and the elders assembled, and thus together, even down to the little children and sucklings, they came up to His temple in order to make humble confession of their unworthiness before the Sovereign of Heaven and Earth, not merely with ordinary attention, but with a vigorous exertion of the spirit, and with the abandonment of all worldly affairs, to thank Him for His benefits, and to beseech further protection from oppressive or threatening disasters, while the profaners of those dutiful prayer days had to be rooted out from among the people. This institution, which is judged so useful and necessary for the revivification of a declining religion and zeal, and has been so diligently observed and practiced throughout the Christian church in general and the Protestant in particular, together with our country's beloved fathers who go before us annually, commands us by duty to follow their praiseworthy example; for which we have abundant reasons, since notwithstanding our being placed in the midst of an unbelieving generation, we nevertheless enjoy the pure proclamation of the Gospel and are granted the rich dispensation of the means of grace, and furthermore, through God's never sufficiently praised goodness and forbearance, have thus far been permitted to retain the undeserved enjoyment of a peaceful settlement in a foreign region. But just as such outstanding proofs of favor ought constantly to keep our minds filled with humble gratitude, so we have more than too much reason to humble ourselves to the deepest degree over the vile ungratefulness with which we on our part answer the Lord's goodness, and this all the more because in many respects we see His dreaded arm raised over us to execute righteous vengeance upon the manifold iniquities wherewith the good land of our dwelling is defiled, and to punish the presumption of those who, being called to weeping and mourning, nevertheless seek more and more to amuse themselves in all kinds of luxury and voluptuousness. Who among us, indeed, is so clouded in understanding that he does not notice that over all this the Lord is kindled in wrath against us? It is then superfluous to place the tokens of Jehovah's anger house by house before your eyes; they are but too well known to each of us: a general and noticeably increasing decay of public and private prosperity. For if we look at the empty practice of religion, who among us does not see, alas, that there too is to be found all more than too much, both by the lukewarmness and indifference with which public worship is observed by most, as well as, what is indeed most of all to be deplored, the desecration of the Lord's day and the spending of it in all kinds of vanity and worldly pursuits.
Dutch transcription
539 Den 8 October 1774. Den 8 October 1774. der vorsten, ter neder veopt, ofin bedelaars Rutten, verander, en de vrugt, „baarste Landen, tot een dore woestyne stelt, alsoo hy in syn Pylkcker opgeslooten houd, de gevaarlijks te oordeelen, en verschrickelyks te verwoes„ „tingen van Aardberingen, Oorlog, Pestilentien, geduurige sterftens onder menschen en vee, Hongernoden, duure tijden, sware en aanhoudende Regens, of geduurige dragtens, en wat diergelijke straffgezigten meer syn, waar meede hy de Jnwoners der Aarde be„ „soilt, en daar wij alle sonder onderscheijd,ieder oogen blick ook over Uijt dit alles volgd dan, dat een reedelyk Christen voor sig selfs altoos gehouden is, niet alleen in teegen spoed de bidder, en in voorspoet te danken, maar ook geduuriglik te soeken het aangesicht des Heeren en sijn is gehalfden; soo is echter niet min dienstig en beta„ „melijk, Ia selfs noodsakelijk, dat men behalven op son=-feest en andere Gdddienstige dagen ten dien eynde ook op bijsondere, en daartoe, door de Overheijd Exwes afgesondet de tijden, met de gansche schare gesament„ „lijk op de allerplichtigste wijse opkome tot de voorhoven des Gous Jacobs „gelik eertijts sijn oud bondsvolk Israel daartoe hare Jaarlijkse en be„ paalde by een komsten had, wannar van 's Heeren wegen de Basuijnen geblasen, verbeds dagen uitgeroepen, volk versameld, de gemeente geheij„ „ligt, ende oudsten vergaderd wierden, en soo gesamentlyk tot selfs de kin„ „derkens, en zuijgelingen tot des harentempel opquamen om de Heer„ „scher van Hemel, en Aarde, niet slegts met een gewoonlijke aandagt maar met een keragtige in t panning van Geest, en met Haking van alle wenedsche beezigheeden, ootmoedige belijdenisse te doen, van hare onwaardigheijd, hem te danken, voor sijne weldaden, en om de verdere bewaring voordruckende of dreijgendie Rampen, aftesmeeken terwijl de ontheyligers van die plichtlige verbod. Zager, uijt den volke uijt geroeijd moesten werden, — bloot Haan, Deese instelling, die soo nuttig en nodig, tot opwackering van een verslagunden Gadsdienst en ieves g'oordeelt, en Heels door de Christenkerk in het gemeen, ende Protestansche in het bijsonder, soo vuldig waarge„ „nomen en betracht is, mitsgaders 's Lands, geliefde vaderen onse Dader„ „lands ons Iaarlijx voorgaan, Gebied ons perlicht derselver Lofflijk voorbeeld te volgen, en waartoe wy overvloedige reedenen hebben, als niet eegenstaande gesetten syn, in het midden van seen ongelorig geslacht, echter, de suijvere verkondiging van het Evangelie genooten, ende rijke toedeeling der genade middelen gegund worden, mitsgaders die door Gods nooijt volpreesene goedheijd, en verdraagsaamheid, het onverdient genot, eener geruste inneeming tot nu toe in een vreemd gewest, behouden mogend— Maar gelijk sulke uytsteekende gunst bewysen onse gemoederen met ootmoedige erkentenisse, steets vervuld moesten houden, soo hebben wij meer, dan te veel gronds, om ons over de snoede ontankbaarheijd, waar meede wij des Heeren Goedhouden van onse seijde beantworden, op het diepste te verneedeeren, en sulx te meer, dewyl wij in veele opsigten synen gedugten Arm over ons op„s heeren sien, om Ragtvaerdige vrake te &re offenen, over de menigvuldige ongeregtigheeden, waar meede het goede Land, on„ „ser Inwonting word besoedelt, en om den Euvelmoed te straffen, van de soodanigen, die tot geween en Rouw klage geroepen sijnde echter sich meeren meer in allerlij weelde en welaust tragten te vermaken, Wie onser dog is, soo beneveld in verstaan, dat hij niet merkt dat de Heere over allen desen in grummigheid, toegens ons is ontsecken, overbedig is het dan, de blyken van Jehbrahstoorn, stuijs gewijse voor oogen te stellen, elk onser sin se maar te wel bekend, Een algemeen, en Agtbaar toenemend verval van de gemeene en bijsondere welvaart, wan't letten wij op de Leedige Gedsdienst beffeninge, die onser siet, helaas! niet dat daarin ook almeer, dan te veel te vinden is, soo door de flauwheid en onverschuldigheyd, waarmeede de openbare Godsdienst by de meesten word waargenomen, als het geen wel het allermeest, te betreuren is, het scheoden van des Heeren derg, en het doorbrengen van dien, in aller lyj ydeeheyd, en Deese weerelds.