Inventory 3405
Malabar · 306 pages · 171 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
had been prohibited, but had nevertheless become very much in vogue again, which is why we considered it necessary to take measures by increasing the fines against the offenders, which had such a good effect that during the subsequent St. John's Day, when the public usually tended to be the most extravagant in this regard, no fireworks were observed. The grounds of the Honorable Company's inner garden here being too large and spacious to be entirely planted, so that a piece of it could very well be spared and separated from the rest of the said garden, it was deemed proper to sell at public auction the outermost piece on a corner, which protrudes into two of the town's streets, as a result of which those streets on that side are blind, or rather provided with an unsightly wall and not with houses, and to divide it into three small parcels, because the small houses in that neighborhood also occupy only about that much space, and such small houses could then also be built on these parcels; we proceeded to this, not so much in the expectation that the land would yield much, as well as that it might serve the convenience of the public, and at the same time remove the unpleasant sight on that side of the town and add to its adornment; the sale thereof took place after public notice and the posting of bills, and this ground was purchased by two different persons for 175 ropias, on the condition that they are obliged to build three small houses upon it within two years. The correspondences with the other Western Offices have been maintained as required. The Ceylon Ministers, by letter of December 29 last, requested us to purchase a shipload of rice for them, and to employ the bearer hereof for the transport thereof when it returned to Batavia; we deliberated on this request at our meeting of January 18 last, and considering that it was at present by no means possible to obtain such a large quantity of rice here, because the Bengal traders who might have rice carried it to the north, especially to Bombay, where it is currently expensive, and northern rice was otherwise very expensive and also unobtainable, as it was being stored for the troops of Hyder Ali Khan, it was decided to fulfill the aforementioned requested parcel of rice in paddy and further to make use of the offer made by the Honorable Company's merchant Anta Chetty to deliver a good quantity of paddy from here with native vessels to Tuticorin at 37½ ropias per last, without the Company having to pay anything for freight, ullage, or other charges, provided only that the risk of the sea, so far as the paddy is concerned, will be borne by the Company; pursuant to which resolution that merchant has already dispatched a considerable parcel, which was followed by a shipment of a larger quantity, among which was also a quantity of 70 lasts for Jaffnapatnam, since private news had been received that grain there was also beginning to become somewhat scarce; meanwhile, the private Dutch vessel De Eendragt appeared in the roads, with which we received a further missive from the Ceylon Ministers dated February 15 last, giving notice that the Society of Lucas Cramer and associates, on the contract entered into with those ministers, had delivered no more than about 450 lasts of rice and had fallen 350 lasts in arrears, and that according to all appearances no more was to be expected from Bengal; that the great scarcity of grains on that island did not permit any leniency in that regard, and said Ministers had therefore warned the authorized agents of the said society to deliver the remainder without fail; that there had been no other possibility for this than to have the grains fetched from the Malabar Coast, and therefore the aforementioned ship De Eendragt had been sent here, and was to be followed by the snow De Triton, both vessels of the said Society, with the request to afford said vessels all suitable assistance, which we have complied with as far as possible, and this ship and snow, which latter also arrived here on the 3rd of this month, quickly took their cargoes of paddy on board, to the quantity of 341 1/3 lasts; by the said merchant, 520 lasts have already been delivered to Tuticorin and Jaffnapatnam, and to Ceylon with our aforementioned ship 81 1/3 lasts, thus in total 943 lasts, and the said snow De Triton will, according to the letters from the Ceylon Ministers, return here once more to fetch a second cargo of paddy, which we hope also to be able to procure. Regarding the foreign nations, with respect to the French, the first-signatory
Dutch transcription
78 Phans wesolte goniter rieum. het witerste stuk daar van ward bij publiq vandatie verkogt deelf om met huitjes bebouwd rijst was was te soek gedaen om een ladeing vy ten de Corress ondenties werd terhouden. vrhoedel die grond Verkogt is. ten g'interdiceert, egter weder seer in zwang was ge„ raakt, waarom wij vermeend hebben daar in te moeten voorsien, met de boetens teegens de overtreeders te ver„ grooten, het welk ook van soo goed een gevolgis geweest dat men den daar op volgende Simtjansdag, wanneer de gemeente wel het buiten spoorigste daaromtrend plagt te zijn, geen vuurwerken heeft vernoomen. Het Torrain van S. Compe: binnen Thuijn hetterrain van t Comps binnen alhier alte groot en ruim zijnde, om in het geheel te kunnen werden beplant, zoo dat daar van seer wel een stuk gemist, en van het overige gedeelte van gem: Thunn gesepareerd kon werden, soo heeft men goed gevonden het uijterste stuk op een hoek, dat in twee der straaten van de stad uitspringt waar door die straaten aan die zijde blind, of eigent¬ lyk met een lompe muur en niet met huijsen voorsien zijn, daar van bij publique vendutie te hesfelver en drie percultjes en verkoopen, en te verdeelen in drie perceeltjes, om dat de hudsjes in die buurt, omtrend ook maar soo veel plaats beslaan, en op deese per„ ceeltjes dan ook sulke huisjes konden werden gebouwd; wij zijn hier toe getreeden, niet soo zeer uit aanmerkinge, dat die grond veel zoude af„ werpen, als wel dat het konde strekken tot ge„ rief der gemeente, en teffens aan dien kant der doen en nelij men resolveert den eischte vol De Correspondentien met de verdere Wis¬ tersche Comptoiren zijn na vereisch onderhouden. De Ceilonse Ministers hebben ons bij brief van den 29 xber: Jongst leeden versogt een scheeps laading rijst voor haar in te koopen, en tot het overbrengen daar van te gebruiken brenger deser, als het na batavia te rugheerde; wij hebben over dit versoek en onse bij eenkomste van den 18. Januarij J„olee„ den gedelibereerd, en uit aanmerking dat al„ hier bij geene moogelijkheid thans eene soo groote hoeveelheid van rijst te bekoomen was; vermids de bengaals Vaarders, die rijst in mogten hebben, deselve na de noorden voor al na bom¬ bhaij bragten, alwaar deselve thans duur is, en de noordse rijst buiten des seer duur en ook niet te bekoomen was, als opgelegt werdende voor de troupen van Aijder Alijchan, goedgevon„ den de voorsz: gevraagde panthij rijst te voldoen in stad hek misselijk gesegtzoude wig neemen en Ceeread bij zet¬ ten de verkoopinge daar van is na gedaane Publicatie en affiscie van biljilten geschied, en deese grond is door M twee diverse persoonen gekogt voor 2o/as 175. onder conditie dat zij gehouden zyn deselve binnen twee Jaaren met drie huisjes te bebouwen. Stad nelij eden eragn te werden dog van de on goede quantiteit te laten situit na Tatacorijn betonyden een particulier hollandss ward meede gezonden ten daar hier aangeweest. lasten versonden. het selve werd gevolgt door een nelij en verder gebruik te maaken van de aanbiedinge door S: Compe: koopman Anta Chettij gedaan, om een goede quantiteit nelij van hier met inlandse vaar„ tuigen te doen leeveren op Tutucorijn elk last toegens 37½. ropias, sonder dat de Comp: voor vragt, Spil„ lagis of andere ongelden, iets sal behoeven te betalen, mits alloen de risico der see, voor soo veel de nolij betroft sal loopen voor de Comp: ingevolge van welk daar is reedseen haar quan besluit dien koopman reeds een braave parthij sending van een meerder quantiteit, waar onder ook een quantiteit van 70. lasten voor Jaffanapak„ nam, alsoo men particuliere tijdinge had er„ langd, dat het graan daar ook eenigsints schraal begon te worden; intusschen is ter Rheede verschee¬ nen het particulier hollands scheepje De Een„ „dragt, waar meede wij ontfingen der Ceelonse se van de bengaalse socituel Ministers nadere missive in dato 15 februarij Jongstleeden, onder te kennen geeving dat de Societeit van Lucas Cramer C. S. op het aange„ gaan Contract met die ministers, niet meer had geleeverd als omtrend 450. lasten rijst en 350 Lasten ten agtere n was gebleeven, en dat er na allen schijn niet meer uit bengale te wagten ver fransche scheepen syn dit was; dat de Groote schaarsheid van graanen ook voor Jaffamapatenarn derwaards heeft betorgd, en nog beesig is met dever, biede syjn griff en met 391. /p: alle gevoeglijke assistentie toetebrengen, waar aan wij daar ten eilande niet vergunde daar omtrend eenige toegeevend, heid te gebruiken en gem: Ministers daarom de gemag¬ tagdens van gem: societeit gewaarschouwd had den 't ontbree„ kende sonder sout teleeveren dat daar toe geen andere moo„ gelijkheid was geweest, als de graanen van de Mallabaar te laten afhaalen, en derhalven voorschreeven schip naane vorgen soeidtit tot glijke D' Eendragt, dit heen was gezonden en gevolgd stond te werden door de Snaauw De Triton, beide vaartuigen van gem: Sowveteit, met versoek, om aan gem: vaartuigen na moogelykheid hebben voldaan, en dit schip en snaauw /:welke laatste op den 3 deser daaraan hier ook arriveerde :/ hunne laadingen nelij spoedig aan boord besoogt, ter quantiteit van 341. 1/3. lasten; door gem: koopman zyn reeds, na Tutucorijn en Jaffanapat„ nam besorgt 520 lasten, en na Ceilon met ons vermal¬ schip 81/3 Lasten, dus in 't geheel 943. lasten, en gem: Snaauw de Triton sal volgens aanschrijvens der Ceilonse Ministers, nog eens weder dit heen te rug koomen, om een tweede laading nelij afte haa¬ len, die wij hoopen al meede te sullen besorgen. Aangaande De vreemde Natien met opsigt tot de De Franschen heeft de Eerst geteek: daar varen op Tutucarijn. haal van nelij. de 79 ƒ Vn 2 van de de
English
80. have the honor to report to Your Right Nobles in a separate letter, and therefore we only note for the present that during this sailing season four ships of that nation arrived here from Pondicherry, as King's ships named La Fortune, Le Gange, L'Etoile, and Le Roux. The first departed via Mahé for Mauritius, the second for Surat, the third for Mocha, and the fourth also for Surat. On the first ship arrived at Mahé Monsieur the Count Du Prat, to succeed as Governor on behalf of His Royal Majesty of France at Mahé in place of Monsieur Picot, who has been summoned and sent to Europe under arrest. Of the two English King's ships sent out by His Britannic Majesty to the south to make new discoveries, nothing has been heard in these regions. Should they appear here in the course of time, we shall, as they might turn up, let Your Right Nobles' passed orders contained in the circular serve for our guidance and observance. The servants favored by Your Right Nobles on account of their appointments with warrants express their humble gratitude for this, likewise Lieutenant van der Cruyssen for the salary granted to him, and we for the gracious disposition which Your Right Nobles have been pleased to make regarding the errors committed in the warrants of those servants, in so far as those servants are present here the warrants have been rectified. The blacksmith mentioned in the transmitted report was already discharged from the service long ago, and had only been hired for a short time for the work of fitting the gun carriages. But regarding the three persons mentioned therein from other nations who came over to us, by name Nicolaas Kuchtichs, Jan Jochem Kammeijer, and Johan Reijk, according to the order of Your Right Nobles following your letter dated 15 December 1772 and the extract received alongside it from the minutes of what was resolved in the Council of India on 26 October of the same year, 81. having been sent to Batavia, we have not been able to call in and change their warrants, or impose on them a contract of five years, to which length of commitment such people do not seem well inclined, as recently three persons came over to us from the French, who solely for the reason of a five-year contract did not wish to engage with the Company. Of the Topass soldiers mentioned in that report, some of them have already died and been discharged from service, and regarding the remainder who provisionally continue in service, the Governor has the honor to report further to Your Right Nobles in his separate letter. And since Your Right Nobles have been pleased to defer to him to propose to Your Right Nobles, in place of the pensioned Lieutenant van der Cruyssen, one of the Ensigns for Lieutenant, and again a Sergeant for Ensign, he therefore requests that pursuant to our resolution of 10 February last, there may be appointed thereto by Your Right Nobles as Lieutenant the senior Ensign Godlieb George Gebhart, and as Ensign the Under-Adjutant Johan Andries Lindzer, who in their transmitted petitions make a humble request for this to Your Right Nobles. Through the passing away of the sworn Clerk of Police and Secretary of the Civil Council Johannes Morijn, both of those offices having become vacant, we have let step into them the Assistant Pieter Scheenbring, who has the required ability for it, is of good conduct, and was already suited for it by the resolution of 21 December 1770. From the ship the Barbara Theodora, there was taken ashore here in 1772 in exchange, and appointed in his place on that vessel, the Under-Surgeon Ignatius Kuswald of Koningsteing. This person came to this country in the year 1772 on the ship Ritthem as a Corporal and was placed at Batavia as Under-Surgeon on the ship the Barbara Theodora, according to his closed pay account in the Castle of Batavia on 6 December 1772; however, of which appointment he has received no warrant, wherefore, upon his urgent plea, we request Your Right Nobles to be pleased to provide him with a warrant. Two Sergeants and 7 common soldiers having requested their discharge to Europe on account of the ample expiration of their time, it has indeed come into our consideration that our garrison of Europeans
Dutch transcription
80. unteen daar van is den graaf den Reetals Gouverneur te Mahie te verhrngen. De Engelsche scheepen om nieuwe ontdekkingen te doen zijn hier niet vernoomen. s na de ordre behandelt werden. zelfs verkregen gagement. De geadvanceerde dienore niet vernoomen. 2 Maratthas zijn hier meede de eare uw hoog Edelheedens bij aparte missive ver„ slag te doen, en dus noteeren wij ten deesen eenglijk, dat deese vaarbaare tijd vier scheepen dier Natie van Pondicherij hier syn aangekoomen, onder de naam van Konings scheepen genaamd La Fortune, Le Gange L:Ctoile, en Le Roux het eerste is over Mahé na de Mou¬ ritius, het tweede na souralte, het derde na Mocha, en het vierde meede na souratte vertrokken; met het eerst Bath aangekomen om mons:r gemw: schip is op Mahé aangekoomen Monsieur lé Comte Du Prat, om als Gouverneur van weegens zijn soomeede vander Crusteen voor des koninglijke Majesteit van Vrankrijk te Mahé te succedeeren, in steede van M:r Picot, die na Europa in arrest op ontbooden en versonden is. Engelsche Konings scheepen uitgezom„ den door zijne Brittannische Majesteit naar 't zuiden, om nieuwe ontdekkingen te doen, heeft men om deese Contrijen niets vernoomen, soo in't ver„ volg van tijd deselve hier mogten verschijnen, zullen soo deselve konnen opdagen zullen wij tot onse narigt en observantie laten strekken uw hoog Edelheedens gelede ordres vervat bij Cercu De Dienaaren door Uw hoog Edelheedens weegens hunne aanstellingen met aclens tuegen hunne daakbaarheid begunsigt, betuigen daar voor hunne ootmoedige dankbaarheid, ins golijx den Luitenant van der Creus„ sen voor het hem toegelegde gagement, en wij voor de gratieuse dispositie, die Uw hoog Edelheedens hebben gelieven te neemen omntrend de begaand Eareuren bij 't de aiten van dommen den deen e e e dresseerd voor soo verre die Dienaren hier in weesen te actens zyn geredresseert. zijn; de smid bij het overgezondene berigt vermeld is al voor lange uit den dienst weder ontslaagen, en maar aangenoomen geweest voor een korten Tijd tot het werk van het beslaan der affuiter; dog drie deserteur parbalton ge sonden mtrend de drie daar bij verm: van andere Natien tot ons overgekoomen persoonen, in naame Nicolaas Kuchtichs, Jan Jochem Kammeijer en Johan Reijk, na de ordre van Uw hoog Edelheedens na laere missive in dato 15 xber: 1772: en bij het daar nevens ontfangene Exract uijt de Notulen van het geresolveere„ de in raade van Jndia op den 26 Gber: deszelven Jaars. De Maratthas zijn deesen vaarbaaren tijd aan deese kant niet vernoomen. laire batavia Van de twee de Vn 81 koning worden verrwert Exempel hier van hoog Edelheed:s apart onderhouden werd den vaandrig Gebhukt. vorgedraagen. dan Lendsen als vaandrig deselve werd versogt. deselve heeft geen acte de wal gebleeven „batavis versonden zijnde, hebben wyj derselver actens niet kunnen opeisschen en veranderen of hun een ver¬ diinelyke measchen schynen Sen diergelijke menschen niet wel schynen geneegen te zijn zynde onderdaags drie persoonen van de fran¬ schen tot ons overgekoomen, die alleen om de reeden assistent scheenbring van een vijfjaarig verband sig niet hebben willen bij de Comp: ongageeren: Van de Toepasse sildaaten bij dat berigd vermelt ontslaagen, en noopens de overige die bij provisie nog in dienst continueeren; heeft de Gouverneur de Eere UW hoog Edelheedens bij zijne aparte brief nader verslag te doen. En vermids uw hoog Edelheedens aan hem on de olatsvan varder Crussen hebben gelieven gedefereerd te laten, om in steede vanden Gegagieerden Luitenant van der Cruissen eender Vaandrigs tot Luitenant, en weder een ser„ geant tot waandrig aan uw hoog Edelhed. oredaa¬ gen, soo versoekt hy dat ingevolge ons besluit van den 10 februarj J„o leeden door Uw: hoog Edelheed s daartoe moogen aangesteld worden als Luitenant den oudste wen dies plaats dan maradje vaandrig Godliel George Gebhart, en als vaan, rate na batavia verlott. drig den onder adjudant Johan Andries Lindzer welke Uw hoog Edelheedens bij de overkoomende band van vijf Jaaren opleggen tot hoelange verbintenis, den Gesz: Clercq meijn overleeden Secretaris van den Civielen raad Johannes Morijn weegens de toepassen werd haar zijn reeds eenige daar van overleeden en uijt dienst van in 1772 in ruiling aan de wal geligt den op dien requesten daar toe ootmoedig vertoek doen. Door 't overlyden van den gezw: Clerq van Politie en beide die bedieningen vacant geraakt zijnde, hebben wij daar in laaten optreeden den adsistent Pieter in desslfsloot aangesteld ten schemering die daarhoe de vereischte bequaam„ heid heeft, van een goed Comportement, en reeds bij resolutie van den 21. xber: 1770. daar toe geschikt is. Van het schip de Barbara Theodora is alhier bodem bescheiden geweest zynde onder Chirurgijn Jgnatius Kuswald van koningsteing deese per„ soon is in Anno 1772 met het schip Ritthem als Corporaal in het land gekoomen en te batavia als onder Chirurgijn op 't schip de barbara Theo¬ dora geplaatst, na luijd zijnen afgeslooten soldij reek: in het Casteel Batavia den 6. xber: 1772: dog van welke aanstellinge hij geene acte heeft bekoo¬ men, waarom wij op zijne instantige beede UW hoog Edelheed„s vertoeken denselven van eene acte te willen versien. Twee sergeants en 7. gemeene militairen mits Militairen med Rijschope ruime tijds expiratie hunne verlossing na Euro„ pa versogt hebbende, is bij ons wel in bedenkinge gekoomen, dat ons Guarnisoen van Europeese requester zeer rend d van de
English
82 with three upon the said pardon, salary, and emoluments. greatly weakened, and even this small number could not properly be retained according to standing orders, but their release was granted, which is why they cross over to Batavia with the bearer hereof, returned deserters along with three returned deserters upon the published general pardon, of whom two were engaged as soldiers and one who was previously a corporal, on his request, as gunner at that same pay, having formerly served in the artillery; whose closed pay accounts accompany this, and petition to be sent to Batavia. We also permit to depart to Batavia therewith Captain Bappa Thiendel Caret, who was inclined to profit now from the qualification granted in his regard by separate letter of 25 September 1772, favorably granted by Your Right Honorables, to employ him again in the service of the Company. Pensioners here on the Coast consist of a number of 23 heads, as shown by the accompanying roll of names; among them Lieutenant van der Cruissen, pensioned by Your Right Honorables, and Sergeant Jan Hendrik Pater and soldier Jan Jochem Schreuder, which last two having been pensioned by us at their request last past on account of their long years of service, advanced age, and bodily infirmities, the first at f 12.- and the other at f 7.- per month. The former Senior Merchant and former Second in command here, Senior Merchant David Kellij, has handed over to us a petition to Your Right Honorables, which we take the liberty to present herewith: he requests Your Right Honorables to be pleased to employ him again in the service of the Company; or if this cannot be for the present, that Your Right Honorables will be pleased until such time to allocate to him for his maintenance his recently earned salary of f 100.- with the usual emoluments; as far as is known to us here, the statements of the petition are based on truth, and according to our judgment and knowledge of the petitioner's temporary condition, we do not think that the same is presented too sparingly; we therefore take the liberty to inform Your Right Honorables of the petitioner's request in the most respectful manner, and to support the same with our humble recommendation. The number is reduced by three persons, as shown by our resolution of 4 June. 83 The two bills of exchange, the duplicates of which are among the enclosures, we also respectfully request may be paid to the holders: One amounting to Rds 12000 - or f 14400.- counted into the Company's treasury by Skipper Jan Abel, to be repaid to himself or to his authorized agents or heirs at Batavia in milled ducatoons 4320 - at f 14256.- Netherlands. One amounting to Rds 8000 - or f 9600.- counted into the Company's treasury by First Mate Christiaan Dreves, to be repaid to himself or to his authorized agents or heirs at Batavia in milled ducatoons 2880 - at f 9504.- Netherlands. Our requisition for merchandise and necessities, summarized in Council and appended hereto, we request may through the goodness of Your Right Honorables be fully met. Namely: Cash: f 50000.- guilders in silver coin. f 5000.- in copper duits. Merchandise: 17252. 16128. 16403. 16455. 16000. lb. cloves. 10387. 10960. 5602. 12392. 8000. lb. nutmegs. 19. 16 3/6. 23. 8. 25. soccos mace. 493724. 19736. 17036. 20000. lb. Japanese copper in bars. 2329. 2127. 2230. 5500. canasters powdered sugar. 153. 90. 194. 200. ditto sugar candy. 963 1/5. 2641. 2000. lb. Dutch steel. 64816 1/5. 1589. 90000. - lb. pepper excuse, because large parcels thereof have been brought by private individuals. 2000. lb. unground vermilion. 13742 1/5. 1239. 50000. lb. tin. 6000. lb. cubeb or tailed pepper. 50000. lb. sappanwood if the ship's hold allows it without prejudice to other articles. 3. 3 1/2. 6. leagers Cape white wine. 43. 47. 23. 100. ditto arrack api, if the ship's hold allows it without prejudice to other articles. 20. cases gin. 5. ditto brandy. 2. ditto red wine. Warehouse: 2 1/2. in 3 years 1. 2. 2. 15. 3.
Dutch transcription
82 met drie op het get: pardon gie en Rinolumenten. zeer verswakt en selfs dit gering getal niet wel voeg„ gens de leggende ordres niet moogen aanhouden, maar hunne verlossinge geaccordeert, waarom deselve met brenger deeser na batavia overvaaren, rug gekoomen deterteurs beneevens drie op het gepubliceerd generaal par„ don te rug gekoomen deserteurs ^ waar van twee als zoldaaten en een die bevoorens Corporaal is ge„ en request na batavia te zenden. weest, op zijn versoek als Canonier met die zelfde gagie is in dienst genoomen, als hebbende wel eer soldij reekenings deesen versellen. Ook laaten wij daar meede na batavia ver„ Een ostartshe Capitain maot trekken den Capitain Bappa Thiendel Caret, die geneegen is geweest, als nu te prositeeren van de gelerde qualificatie ten zijnen opsigte bij aparte brief van den 25 7ber: 1772. dienst bij de arthillerij gedaan; welkers afgeslooten gemploijert of zyvoerige n Hoog Edelheedens daar bij om hem weder in den door uw hoog Edelheedens gunstiglijk verleent utati en vaar hulfmgust ons hier bekend is, bestaan de positiven van het re„ Gegagieerdens hier ter Custe bestaan doutkomtover 87 p=m in een getal van 23 koppen, blijkens neevens ge„ voeijde naamrolle; daar onder den door UW werd vardragt ondersteund. hoog Edelheedens gegageerden Luitenant van der Cruissen, en Sergeant Jan Hendrik Pater en soldaat Jan Jochem schreuder, welke twee laatste passato mids hunne langjaarige diensten hoogen ouderdomen lichaamelyke gebreeken, op hun versoek door ons gegagieerd syn, den eersten met ƒ 12. - en den anderen met ƒ 7. –. 's maands. De oud Oppercoopman en geweese secunde alhier den oppercomman kllij verok David kellij heeft ons overgegeven een request aan uw hoog Edelheedens, dat wij de vrijheid gebrui„ ken hier neevens aan te bieden: Wij versoekt UW dienst van de Comp: te willen emploijeeren; af soo dit voor eerst niet zijn kan, dat uw hoog Edelhee„ dens hem dan tot soo lange tot zijn onderhoud gelieven toeteleggen zijn Jongst gewonne gagie van ƒ 100. –. met de gewoone emolumenten; soo veel quest in waarheid, en naar we oordeelen kien„ nen van des suppliants tijdelijke toestand, den„ ken wé niet dat deselve daarby te bekrompen opge„ geeven is; wij gebruijken dierhalven de vrijmoedig„ heid Uw hoog Edelheedens van de ssuppliants ver¬ dierhalven werdktrequest soek op de eerbiedigste wijze kennisse te geeven, en het selve met onse Nedrige voordragt te onder= steunen. lyk te missen was, dog wij hebben egter deselve tee„ hetgetalis met drie vermendert persoonen uitwijsens ons besluit van den 4. Junij Anno De meede over. De e van de de Vn 83 De twee stuks versoek om voldoening van twee Atsigeraties. den Eisch van koopmanschape pen komt over Jusaatie daar van 1 jang 293½. . . . . . . . . - ne eien en en ede e Contanten. ƒ50000. — guldens aan silver paijement. „ 5000. – „aan koopere duiten Assignaties waar van de duplicaaten koopmanschappen. onder de bijlaagen zig bevinden, verzeeken wij ook¬ moedig dat aan de houders moogen werden voldaan 17252„ - 16128 - 16403. -. 16455. -. 16000. . 8. garioffel nagulen. 10387. -. 10960. -. 5602. - „ 12392. -. 8000. -. „. Nooten musschaaten. 19. —. 16 3/6. 23. —. 8. . 25. —. soekels foelij of macis. Een groot Rsas 12000 - ob ƒ 14400. —. door den schipper Jan Abel in s Comp„s 2 par 493724 - 19736. . 17036. . . . . . . 20'000. . lb. koper Japans in staaven. 2329. —. 2127. - . 2230. -. . . . . . 5500. –. Cannasters suiker poeder Cassa geteld, om aan hem selfs, dan wel dezelfs Ge„ 153. 90. 194. . . . 200. —. d„o sucker Candij magtigdens of Erven te batavia weder uitgekeerd 963 1/5. 2641. -. . . . . . . . . . . . . . . 2000. –. lb staal hollands. te werden met gecartelde ducatons 420.-8 ƒ14256. -. 64816. 1/5. 1589. - 90000. . . . . . . . . . . . . - „. pser excuseeren, wijl daar van Nederlands. groote partijen door particuliere aangebragt Een groot „: 8000 - 8 ƒ 9600. —. — Door den opperstuurman Christiaan 2000. — /„. vermiljoen ongemaale Dreves in s: Comp:s Cassa geteld om aan hem selfs dan 13742 1/5. 1239. - . - : - - - . . . . . . . 50000. - . „. Thin 6000. -. „. kubebe of staart peper wel deszelfs gemagtigdens of Erven te batavia weder uitge„ 50'000. –. „. sapanhout zoo de scheeps keerd te werden met gecartelde ducatons 2880 - d ƒ 9504. —. — N „buijten ruimte „ bij benaadeling van derlands. andere articulen het toe„ Onsen in raade geresumeerden en hier laat. neevens gevoegden Cisch van koopmanschappen en benordigtheeden, versoeken wij dat door uw hoog Edelheedens goedheid ten vollen mag werden voldaan. Contanten. 3. —. 3. ½. . . . . . . . . . . . . 6. –. leggers Caabse witte wijn 43. 47. 23. . . . . 100. —. d„o arak apij, soo de scheeps „ buiten ruimte zie benadeling van andere articulen het toelaat. 20. –. kelders geneever. 5. –. d„o brandewijn . . . . . . . . . . . . . . . . - - 2. — d„o „. roode wijn Pakhuis te weeten: 2. ½. in 3 Jaren 1. 2. 2. 15. 3. van de de An
English
84 The average consumption of the last five years, calculated together, and the consumption of the expired financial year up to the last of February 1776, the remaining stock, and the new requisition. 419 1/5 273. -. 300. 1407. In the last five years, during the course of the expired year, remaining from the previous financial year up to the last of February 1776, requisition. Warehouse requirements. 500. —. Single bundles or pieces 25000. rattans; the bundles of rattans received this year contain, instead of 50. pieces, as of old, and according to which our requisition was directed, no more than between 18. and 22 pieces; so if the bundles should again turn out to be so small, then I request as many more bundles as are necessary to complete the number of requested rattans. —: —: —. —. 200. —. —. —. 200. —. pieces of glass panes of 7 by 9: inches: ditto 12. -. 5. -. —. . 5. —. 10. —. Steps of Youth. 5. – 10. –. pieces spelling books. 457. -. —. —. 200. -. —. — 200. –. glass panes of 9. by 11. inches. 3239. —. —: —: 1151:¼. 4000. —. lb. nails and ironmongery. 3. — Examples of Divine Truths by A. Hellenbroek. 300. —. —. — —. -: 400. —. ditto ditto thick double. In 3. years 600. —. —. 936. —. 200. -. 1. Thin single. 11. -. 3. —. —. — 3. —. 6. —. pieces communion booklets. .—. 1000. —. thin single. ditto 18. -. 20. —. —. —. 20. —. 20. —. A.B.C. booklets. 18. . 20. —. —. —. 20. —. 20. —. A.B.C. boards. In 4 years 12. —. 5. —. —. — —. — — Provisions. 55. -. 96. —. —. — 40. - 100. —. bottles red wine. 2. —. 1¾. —. —. 1. —. 2. - half kegs olive oil. 4. —. 6. ½. —. 2. 4. -. linseed oil. In 3 years, 2:½ 2. -. —. —. —. - 2. —. casks of butter. In 4. years 1. ½. 1. ½. —. —. —:½ 1. —. aam Dutch vinegar. In 4. years 2. -. 1. —. —. 1. —. 1. —. cask of Dutch meat. .. 500. lb. lamp cotton. ditto 2. -. . . . /7. —. . 1. 1. —. Dutch bacon. Printed books. The consumption, the remaining stock, the new requisition. Provisions g3. — 20. —. 1. —. —. —. 2. — - Writing materials of the current year. 85 For the armory. The consumption in 5 years averaged together. The consumption in the expired year 1772. The remaining stock up to the last of February. New requisition. 1. 1/8. —. ½. 5. 1/16 The consumption in 5 years averaged together. The consumption in the expired year 1772. The remaining stock up to the last of February. New requisition. Writing and bookbinding tools. 36. —. reams large format paper. 29. 2/5. 26 3/4. 9. ¾. 28. /5. 39 1/20. 7. ¼. 40. —. ditto small format paper. In 8 years — 1/20„ —. ¼ — 17/418. —. ½. ream imperial paper: —. —: —. —. 20. —. 15. —. reams cartridge paper. 6. -. 6. —. 2. 6. pieces penknives. 1. 3/5: 1. 3/8. —¼. 1. ½. lb. cut red lead pencil. 91 2/5: 87. 20: 17/28. 80. -. bundles quill pens. In 4 years. 2. –. 3. —. 3. —. 4. —. pieces whetstones. 67. -. 63. . 21. ½. 80. –. lb. gallnuts. 17. 1/5. 11.¼ 18.½ 10. –. copperas. 22. 2/5. 21.¼ 7. ¼. 20. –. gum. Various paints. 5. –. lb. Prussian blue: In 3: years. 4. 2/3 12. —. —. : 20. —. verdigris. 121. 796. —. —. —. 200. —. small barrels blacking. 458: „ 1098:¾„ 1532½8. 200. —. lb. white lead. 25505. -. 32732. . 2345. -. 32000. . lb. assorted iron, for consumption in the establishment, namely; 12000. lb. gun-carriage iron. 10000. square 5: quarters. 2000. lump iron. 3600. 1. inch. 3000— ¾: inch. 2000. long flat iron. 330. —. 442¾. —. —. 1000. –. lb. Dutch steel. In 4 years 16. –. 21. —. 4. —. 25. —. sheets of tinplate. 13. —. 25. —. 15. —. 50. –. hoeds of forge coal, because many gun carriages still need to be fitted with ironwork. For the blacksmith shop. 17. . 20. -. pieces Dutch drum cords. 24. —. 23. — 12. -. 43. —. 4. -. 40. -. pieces drum skins ditto. 3. —. 5. -. 6. —. 12. -. pieces drum snares. 6. 6. —. 12. -. pieces drum hoops. For 5½. 5. —. of the the current 86 Averaged together, the course of the year book up to the last, remaining, new requisition. 2. —. 2. pieces arm files. 6. —. screw plates. 1. —. — 6. —. drawknives. 1. - 4. hollowing knives. Coopers 1 — 4 pieces straight cutting knives. —. —. 4 pieces screw taps with dies. 5. ½. 6. 3. . 6. lb. mineral borax. For the glazier shop. 1. –. pieces diamond for cutting glass panes. For the shipyard. 4. 1. 6. —. pieces grapnels of 300 to 100. lb. In 9 years 3. „ 2. 5. 6. —. hand lanterns. 2. . 1.½. —. —. 4. —. hides of buoy leather. 1 5/420: @b 10. @a: 13: ¼ 6. - pieces broad Dutch sailcloth. 5. -. 3¾ 1. 20. —: rolls grey Dutch cloth. 12. . 9. -. 24. 25. —. ditto Dutch sailcloth. 5. 9/5. 6. -. 5. ½. 8. -. barrels Dutch rosin. —. —. 2. 4. -. pieces whole-hour glasses: 4. 1/5. 8. 3/16. 6. 8. barrels pitch. 1. ½. 2. —. 2. 17/210. 2. . pieces bolt ropes. 6. 2/15. 4. -. —. —. 8. —. lines Dutch assorted. 5.½. 6. -. 6. ½: 8. —. lead lines. 2. —. 1. ½. 3. ¼. 3. —. hides pump leather. —. —. —. —. —. 2. —. azimuth compasses. —. -. —. -. 1. 1. —. Dutch hawser of 9: inches. 1. -. 1. —. 1. —. 1. -. Dutch hawser of 7. inches. 8. —. 3. - 15.¾ 10. —. iron hawsers. - 122. . 102. . 199. —. 200. –. lb. tallow. In 4 years 1. - 1. —. 5. -. 2. . pieces tin slow matches. 13. —. 18. . 13. —. 25. barrels tar. 18. —. 20. —. 25. —. 25. — pieces tar brushes. 36. —. 13. -. 41. -. 40. —: lb. Dutch sail yarn. In 4: years 2. . 3. —. 3. —. 6. —. pieces sailmakers palms. 10. —. 10. —. 8. —. 16. —. ballast shovels. In 4 years 53. 40. —. 99. . 100. –. lb. chalk. In 3. years. 1. /8 1. -. —. -. 1.½. pieces old rope, urgently needed. ditto 1. —. —. —. —. 2. —. grindstones. —. —. —. —. 2. –. charts of the Indian Sea. For the cooper shop. 6121. -. 4095.¼. 3892. -. 9000. —: lb. hoop iron assorted, thereof In 4 years. 3. ¼. 2. —. 2. ½. 4: 4. old sails, urgently needed. 4. . pieces half-hour glasses. The consumption in the expired year 1773, the remaining stock up to the last of the financial year, new requisition. 1564. averaged. Year 1773. 1. 1 1. 1. —. —. ƒ 1 —.ƒ. —. ƒ. —. —. 4. . 1. 2. 2. —. 3. —. 9. —. current of the of the
Dutch transcription
84 denoebleere den Wed den ver het res Meeuisen vyf Jaaren rende den ert ven Cantolt Eidch deren geslaa boekjaar tot ult:o Februarij 177/6. mosebre„ 419 1/5 273. -. 300. 1407. in de laatste geduurende sedert pr„o tant onder Eisch. vyf Jaaren den loop 7ter tot ult:o febr„ den ui Jert esel 17 Pakhuis behoeftens. 500. —. Enkelde bossen of stux 25000. rottings; de bossen rottings in dit Jaar ontfangen hou¬ den in steede van 50. pees, gelijk van ouds, en waar na meer dan tusschen 18. en 22 pees, soo dus de bossen wederom soo klein mogten vallen, dan versoeke soo veel meer bos„ sen als noodig zijn, om het getal der gevraagde Rottings te vervullen. —: —: —. —. 200. —. —. —. 200. —. p3„s glaate ruiten van 7/e 9: duim: d„o 12. -. 5. -. —. . 5. —. 10. —. „. Trappen der Jeugd 5. – 10. –. pees letter konsten. 457. -. —. —. 200. -. —. — 200. –. „. glaase ruiten van 9. „ 11. „ 3239. —. —: —: 1151:¼. 4000. —. lb. spijkers lasijsers. 3. — voorboolden der Goddelijke 300. —. —. — —. -: 400. —. d„o d„o dikke dubbelde Waarheeden van A. hollenbroek. en 3. Jarer 600. —. —. 936. —. 200. -. „. 1. Dunne enkelde 11. -. 3. —. —. — 3. —. 6. —. p„s nagtmaal boekjes. .—. 1000. —. „. „. danne Enkel„ d„o 18. -. 20. —. —. —. 20. —. 20. —. „. l. b. c. boekjes „. 18. . 20. —. —. —. 20. —. 20. —. „: 4. b. C. berdjes. 114 Jaaren 12. —. 5. —. —. — —. — — Provisien. 55. -. 96. —. —. — 40. - 100. —. bottels zecg wijs. 2. —. 1¾. —. —. 1. —. 2. - halve kamen olyven olce. 4. —. 6. ½. —. 2. 4. -. „. lynsaat olie in 3 Janan, 2:½ 2. -. —. —. —. - 2. —. vaaten booter. in 4. „. 1. ½. 1. ½. —. —. —:½ 1. —. aam asijn hollands „ „. „. 2. -. 1. —. —. 1. —. 1. —. vat vleesch hollands. .. 500. lb. Lamp Cattoen onse eisch gerigt was niet d„o. 2. -. . . . /7. —. . 1. 1. —. „. spek. hollands. Gedrukte boeken. den versthier den Vertion den Vehier hot zes Mouwwen Provisien g3. — 20. —. 1. —. —. —. 2. — - Schrijf van de rend 85 Voor de waapenkamer. het verbruek het vertreuk hebres Mevisen te in 5 Jaaren te uit ge tant onder Eisch. door den arde passeerde ultimo nen geslaagen. Jaar 172. februarij 1. 1/8. —. ½. 5. 1/16 het verbruck, het ver hetres Mouwen te in5 Jaaren bruikiteien ventonden Eisch. doordenande t Opepasseert Ulto febr„ en geslaagen de Jano 172. Schrijff en boekebinders gereedschappen. 36. —. riemen groot formaat papier 29. 2/5. 26 3/4. 9. ¾. 28. /5. 39 1/20. 7. ¼. 40. —. d„o klein formaat papier in 8 Jaren — 1/20„ —. ¼ — 17/418. —. ½. riem imperiaal papier: —. —: —. —. 20. —. 15. —. riemen pattroon papier. 6. -. 6. —. 2. 6. p:s pennemessen. 1. 3/5: 1. 3/8. —¼. 1. ½. lb. gesneede rood aarden pollood. 91 2/5: 87. 20: 17/28. 80. -. bossen penneschagten. in 4 Janen. 2. –. 3. —. 3. —. 4. —. pees slijp steentjes. 67. -. 63. . 21. ½. 80. –. lb. galnooten. 17. 1/5. 11.¼ 18.½ 10. –. „. kooperrood. 22. 2/5. 21.¼ 7. ¼. 20. –. „. Gom. Verwen diverse 5. –. lb. berlijns blaauw: in 3:' Jaaren. 4. 2/3 12. —. —. : 20. —. „. spaans groen. 121. 796. —. —. —. 200. —. tonnettjes zwartsel. 458: „ 1098:¾„ 1532½8. 200. —. lb. Lood wit. 25505. -. 32732. . 2345. -. 32000. . lb. ijder in soort, tot consump„ tie inde huishouding, als; 12000. lb. afsuits. 10000. „. vierkant 5: quartiers. 2000. „. Lomp. 3600. „: 1. duims. 3000— „ ¾: „. 2000. „. langplat 330. —. 442¾. —. —. 1000. –. lb. staal hollands. „ 4 Jaren 16. –. 21. —. 4. —. 25. —. blaaden blik. 13. —. 25. —. 15. —. 50. –. hoeden smeekoolen, wijler nog veel affuiten te beslaan zijn. Voor de smits win¬ kel. 17. . 20. -. pees tromlijnen hollands. 24. —. 23. — 12. -. 43. —. 4. -. 40. -. „. tromvellen d„o 3. —. 5. -. 6. —. 12. -. „. tromreepen. 6. 6. —. 12. -. „. tromhoepen. Voor 5½. 5. —. van de de vende 86 ^ den anderen ge den loop van allo ph Cisch Morc hiske en Dithan hastis Munerd deren geslaagen van 't J„ boek 2. —. 2. pees arm vijlen. 6. —. „. gadschijven. 1. —. — 6. —. „ haalmessen. 1. - 4. „ holmessen. Kuisers 1 — 4 „. Snijmessen rogte —. —. 4 „. snijtpers met tappen 5. ½. 6. 3. . 6. lb miner borax voor de glaasemakers winkel 1. –. pees diamant tot het snijden van voor de Equipagiewerff. 4. 1. 6. —. pees dreggen van 300 tot 100. lb. ing Jaren 3. „ 2. 5. 6. —. „. hand lanthaarns. 2. . 1.½. —. —. 4. —. „. huijden boeijleer. sthuij 1 5/420: @b 10. @a: 13: ¼ 6. - stux breed eeverdoek hollands. 5. -. 3¾ 1. 20. —: Rollen graauw doek hollands. 12. . 9. -. 24. 25. —. d„o zijldoek hollands. 5. 9/5. 6. -. 5. ½. 8. -. vaten harpuis hollands. —. —. 2. 4. -. p„s heele uurs glaasen: 4. 1/5. 8. 3/16. 6. 8. vaaten pik. 1. ½. 2. —. 2. 17/210. 2. . pees lyktrossen. 6. 2/15. 4. -. —. —. 8. —. „. lynen hollands in soort. 5.½. 6. -. 6. ½: 8. —. „. loodlynen. 2. —. 1. ½. 3. ¼. 3. —. „. huijden pomploer —. —. —. —. —. 2. —. „. pylcompassen. —. -. —. -. 1. 1. —. „. Reep hollands van 9: duim. 1. -. 1. —. 1. —. 1. -. „. roop hollands „. 7. „. 8. —. 3. - 15.¾ 10. —. „. ijser trossen. - 122. . 102. . 199. —. 200. –. lb. Roeth. glaase ruijten „ 4 Javen 1. - 1. —. 5. -. 2. . pees blikke slontjes. 13. —. 18. . 13. —. 25. vaaten Theer 18. —. 20. —. 25. —. 25. — pees Theer quasten. 36. —. 13. -. 41. -. 40. —: lb. zijlgaaren hollands „4: Jaaren 2. . 3. —. 3. —. 6. —. pees zijlplaaten 10. —. 10. —. 8. —. 16. —. „. ballastschoppen. „4 Jaren 53. 40. —. 99. . 100. –. lb. krijt 3. „. 1. /8 1. -. —. -. 1.½. pees oud touw hoog noodig. d„o 1. —. —. —. —. 2. —. „. Slypsteenen. — —. —. —. 2. –. „. kaarten van de Jndiase zee. voor de kuipers winkel. 6121. -. 4095.¼. 3892. -. 9000. —: lb. hoop ijser in soort daar van „ 4 Jang. 3. ¼. 2. —. 2. ½. 4: 4. oud sylen hoog noodig- 4. . pies halve uurs glaasen. hebve bruekten den hutier hebres Nlieuwen door de van de den laen ulto sch Eisch. 1564. slaagen. a 177 3/3. 1. 1 1. 1. —. —. ƒ 1 —.ƒ. —. ƒ. —. —. 4. . 1. 2. 2. —. 3. —. Jaar 17773. 9. —. rend de van de
English
87. and 5 years continuously [illegible] 24 struck. 17 [illegible] February: the [illegible] the sale the six sleeves it [illegible] in the text could not meet the demand for rice the purchase of wheat requested. measures were since one could not obtain more than 10 2/5 lasts 1564. — 1000. -. whole leagers. 1525. — 2000. -. half ditto 803. —. 1500. – whole Aams —. —. 1500. –. half Aams. 8599. - . 2000. pieces round shot of 12-pounders. 2787. - . 1000. - . ditto of 8. 2500. - 500. pieces ditto of 4. 1950. —. 800. -. ditto of 3. 18. 150 - pieces bombs of 9 inches. 115. —. 100. -. ditto of 6. Various medicines and oils, according to the Catalogue drawn up and signed by the chief surgeon of the hospital, Louis Quintin Martinsart. For the king of Travancore 2000 pieces musket Grenadiers with iron rammers, bayonets, and scabbards. The cargo of the ship for the artillery Since this year there has been not only no opportunity to make any purchase of rice, not even to obtain a portion, as we have already noted under the heading of Correspondence, but also the same has been so uncommonly expensive that against the fixed price of 41 to 50 rijxdaalders no purchase could have been made, so we have not been able to fulfill Your High Nobilities' demand for rice for this time, and since the required 50 lasts of new Surat wheat were not to be had here, and it was uncertain whether the same would indeed be brought here in this navigable season, we considered it best and most certain to request the Surat Ministers to kindly make that purchase, and to dispatch the same with the Honorable Company's ship departing for Batavia, for which we immediately had a good opportunity at hand with a private ship that belonged in Surat, and lay here on its departure; time has also taught us that these taken measures were necessary, since here, after employing all possible means, we have only been able to obtain 10 2/5 lasts of wheat, which—although we live in hope that the wheat will be delivered to Your High Nobilities by the Surat Ministers—we have nevertheless purchased and sent to Batavia, which come over with the bearer of this, because contrary to expectation it might also happen that the aforementioned Ministers had no opportunity to satisfy the entire demand. The cargo of the bearer of this, consisting of the following articles: 1777/3. Demand. fulfill 88 following articles. seen. Adriaan Poelvliet 2. –. chests with spoiled spices . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . f —. — 1. - . piece test weight of 50 lb. . . . . . . . . . . . . . . - . - - - - - - f 18. 10. —. 2. —. chests with unserviceable weaponry and artisan tools - f —. —. —. 9. —. rial Ambergris at f 22. 4. —. the rial comes to . . . f 199. 16. —. — ¼. lb. Radix Calumba at 3 r per 8 ditto - - - - - - f 33. 12. —. 14. — lb. Cardamom at f 1. 16. —. each - - - - . - . . . . f 40. —. —. Total - - - - - - f 339. 72. —. 1 piece pewter plate . - . . . . . . . . . . . . . . . . . f 2. 8. —. 3 packages . . . . . . . . . . . . . . f 4. 16. —. f 7. 4. — f 346. 4. —. 500. —. pieces Round shot of 10 lb. . . . - f 234. —. for 2 per Cent Batavia charges . . . . . . . . . . . . . . f 4. 13. 8. f 238. 13. 8. 50000. —. lb. Malabar Coir rope at f 18. — —. the 500 lb. . . . . . . f 1800. —. —. charges . . . . . . . . . . . . . . - - - - . . . . . . f 37. —. —. f 1857. —. —. 28000. –. pieces Capok stones / 4 Corido for ballast at f 2. 2. — the Cento pieces - - - - - - - - - . f 588. —. —. 212. —. pieces bags or 10 2/5 lasts of wheat, at 8 rupees each Bag . . . . . . . . f 2035. 4. —. For 2 percent Cochin charges on f 4996. 4. –. is . . . . . . . . f 99. 18. 8. Sum . . . . . . . . . f 50103. 10. —. 256000 lb. Pepper at f 18. -. the 100 lb - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - f 5000. —. —. Wherewith we give ourselves the honor to remain with the utmost respect and high esteem. /:was written beneath:/ High Noble, Grand Honorable, Wide-commanding Lords and Right Honorable Lords /:lower:/ Your High Nobilities' humble and obedient Servants /:was signed:/ A: Moens. W: J: van de Graaff, Jan Hen: Medeler, R: van Harmn, Jan Cogsassin, Jer: Lys: van Ball, A: R: Schutz, and C: G: Seisser /in the margin: Cochin the 20th of March 1774 Agrees. Register of the separate papers that are now dispatched to Batavia by the ship OostCapelle: No. 1: Original Letter directed to Their High Nobilities under the date of this. 2: Copy of the secret Resolution of the 26th of November 1773. 3: Ditto. Report and Plan of the Retrenched parade ground before the Curtain between the bastions Holland and Gelderland. 4: Ditto. Instruction for the chief interpreter van Jongeren and the Boom counter Stolsenberg in their Mission to the king of Travancore. 6: Ditto. Account of the Commander, Quartermaster, and Sailor of the barge De Verwagting regarding their encounter with a French ship. 5: Ditto. Report submitted by them regarding this. J: Hemnicher No. 7. N: V: Clercq
Dutch transcription
87. en 5: Jaaren door geduurende tant onder„ 2 4 geslaagen. 1 7„a bo kjaau lt„o febr: het versbhunkte den Vertier hot zes Mouwen het kom eerden in den text eisch van rijst niet kunnen den inkoop van tared Verzogt. maatregulaen waaren alsoo men niet meen als 10. 2/5. 1564. — 1000. -. heele leggers. 1525. — 2000. -. halve d„o 803. —. 1500. – heebe Aams —. —. 1500. –. halve Aams. 8599. - . 2000. pes rondscherp van 12. ponders. 2787. - . 1000. - . „ d„o „ 8. 2500. - 500. „. d„o „ 4. „. 1950. —. 800. -. „ d:o „. 3. 18. 150 - „. bommen van 9. duim. 115. —. 100. -. „. d„o Diverse medicamenten en oliteiten, volgens Cathaloque door den opperchirurgijn van het hospin lasten heeft kunnen bemagtigen aal Louts Quintin Martinsart opge„ maakt en ondergeteekent. voor den koning van Fevance 2000. - pees snaphaanen Granadiers met ijsere stampers, bajonetten, en scheeden. De laading van 't schip voor de arthillerij Vermets hien deesens Jaard nietallen genglegenheid gewegt is om inkoop van rijst te kunnen doen, selfs niet om eengedeelte te bemagtigen, zoo als wij reedsonder 't hoofdeel van Conrespondentie hebben genoteerd, maar ook deselve zoo ongemeen duur is geweest, dat daar van teeigens de bepaalde prijs van 41 â 50. rijxdaalders geen inkoop zoude hebben kunnen werden gedaan, zoo hebben wij voor ditmaal Uw hoog Edelheed„s eisch van rijst niet kunnen voldoen, en de buratse Miniters zyn tot en dewijl ook de gerequireerde 50 lasten nieuwe souratse tarwe hier niet te bekoomen waren, en 't onseker was of deselve in dee¬ sen vaarbaaren tijd hier wel soude werden aangebragt zoo heb¬ ben wij best en zeekerst geoordeelt de souratse Ministers te versoeken dien inkoop te willen doen, en deselve met het na batavia te vertrekken s:' Comp„s schip te verzenden, waartoe wij ten eersten een goede gelegendheid voor handen hadden met een particulier schip dat in souratte thuis hoorde, en hier op zijn vertreklag; den tijd heeft ons ook geleert dat deese genoo„ me maat regulen noodig zijn geweest, alzoo wij hier na aan„ wending van alle moogelijke middelen, eenelijk hebben kun„ die met brenger deser overkomen, nen bemagtigen 10. 2/5. lasten tarwve, die wij schoon in hoope leeven, dat uw hoog Edelheedens de tarwe door de souratse Ali„ nisters zal werden besorgd, nog hebben ingekogt en na bata„ viazenden, om dat het buiten verwagting ook zoude kunnen gebeuren, dat de meerm: Ministers geene gelegendheid hadden, om den geheelen Eischte voldoen. De Laading van brengerdeser, bestatinde vol¬ Vermits. gende 1777/3. Eisch. doen dig „. 6. a van de de vend 88 gende articulen. gezien. Adriaan Poolvliek 2. –. kisten met bedurven specerijen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . „ —. — 1. - . p„s proefgewigt van 50. lb. . . . . . . . . . . . . . . - . - - - - - - „ 18. 10. —. 2. —. „ kisten met onbeq: wapen goederen en ambagtsgereedschappen - „ —. —. —. 9. —. kiaal Amborgrisere a ƒ 22. 4. —. d'riaal komrt. . . . ƒ 199. 16. —. — ¼. l„o Paddes Calumba a 3 :r p:o 8 d„o - - - - - - „ „ 33. 12. —. 14. — Cardamom „. „. 1. 16. —. „. - . - - - - . - . . . . „ 40. 72. —. Teld. - - - - - - ƒ339. 1. p„s tinneeg. . - . . . . . . . . . . . . . . . . . ƒ 2. 8. —. 3. „ pakkasjes. . . . . . . . . . . . . . „ 4. 16. —. „ 7. 4. —„ 346. 4. —. 500. —. p:s Rondscherp van 10. lb„. . . . . . - ƒ 234. —. voor 2. per C„t batavias ongeld. . . . . . . . . . . . . . „ 4. 13. 8. „ 238. 13. 8. 50000. —. lb. Caijerdraat Mallabaars â ƒ 18. — —. d 500. lb. . . . . . . ƒ 1800. —. —. ongelden. . . . . . . . . . . . . . . - - - - . . . . . . „ 37. —. —. „ 1857. —. —. 28000. –. p:s Capoksteenen /4. Corido tot ballast â ƒ 2. 2. — 't Cento pees - - - - - - - - - . „ 58.8. —. —. 212. —. p„s zakken of 10. 2/5. lasten tarwe, â 8. ropias ieder Zak. . . . . . . . „ 2035. 4. —. Voor 2. percent Cochimse ongeldend of ƒ4996. 4. –. is. . . . . . . . „ 99. 18. 8. Somma. . . . . . . . . ƒ50103. 10. —. 256000. . lb. - Peper a ƒ 18. -. . do 100. lb - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - ƒ5000. —. —. Waarmeede ons de Eere geeven van met de uiterse Eerbieden hoogagtinge te blijven. /:onderstond:/ hoog Edele, groot Achtbaare, wijdgebiedende Heere en WelEdele Heeren /:lager:/ uw hoog Edelheedens onderdaanige en gehoorsaame Dienaaren /: was getek:/ A: Moens. W„: J„ van de Graaff, J„n H„n Medeler R: van Harmn, J„n Cogsassin. J„r L„s van Ball. A„ R„n Schutz. en C: G: Seisser /inmarijne Cochim den 20e Maart 1774 Accerdeert. Register op de aparte Pa¬ „pieren die thans per het schip OostCapelle na Bata„ „via verzonden worden N: 1: origineele Briev aan Haar Hoog Edelheedens Gerigt onder dato dezes 2: Copia secreete Resolutie van den 26. ten November 1773. „ 3: v=o. Rapport en Plan van de Geretrancheerde wappen plaats voor de Gordijn tusschen de punten Holland en Gelderland. „ 4. „ Instructie voor den oppertolk van Jongeren en den Boomteller Stol„ „senberg in hunne Com„ „missie na den koning van Trevancoor. „ 6: „ Relaas van den Gezaghebber Quartiermees„ „ter en Mattroos van het smalschip De Verwagting nopens hun wedervaaren met een frans schip. „ 5: „ Rapport door hun derweegens ingediend. J Hemnicher N:o: 7. N V: Clercq van de Lar de vendo
English
89 Number 7: Copy of the report, with its enclosure, from the second in command Van de Graaff concerning the committed fraud in the trade books. Number 8: Report and statement of the bookkeepers Kellens and Benning also concerning that matter. Cochin, the 28th of March Anno 1774. Zamorin overpowered by Hyder Ali Khan, folio 2. Conduct of the French Ministry concerning the Zamorin, folio 4. Present state of the Zamorin's realm, folio 18. The King of Cochin, folio 20. The petty King of Cranganore, folio 22. Various thoughts on the Nabob's further intentions, folio 27. Precarious state of the garrison, folio 28. Certain used necessary precautions, folio 33. Travancore, folio 36. Sale of pepper to the bombaras, folio 46. Deserters, folio 52. Military chest, folio 53. Quilon, folio 54. Sloterdijk. Callega Porboe, folio 55. Case of a French ship with our sloop, folio 58. The previously committed fraud in the trade books, folio 59. To help Ceylon annually to a cargo of northern rice. Notice of the items treated herein. Separate. 90 Batavia. To His Right Honourable Petrus Albertus van der Parra, Governor General, together with the Right Honourable Council of the Dutch Indies. Right Honourable, High and Mighty, wide-ruling Lord, Right Honourable Sirs! Via the ship Oost Capelle I had the honour to receive Your Right Honourables' much respected letters of the 30th of September and 15th of November last; the latter serving to convey and arrange the secure addressing of a packet for Surat, which also took place on the 16th of February with a Moorish ship named Amodij, which belongs in Surat and departed directly from here thither, without touching any other places. First, I express my humble gratitude that Your Right Honourables were pleased to look upon my actions with such favourable approval, and especially that Your Right Honourables have been so good as to consent to the request which I made to Your Right Honourables, both on behalf of the former second in command Kelly and myself, to be permitted to enjoy the gratuity from trade granted by Your Right Honourables' honoured letter of the 30th of October 1772 since the time I have been in administration here; and the former second in command Kelly has requested me to thank Your Right Honourables on his behalf as well in the most respectful manner for it. Zamorin overpowered by Hyder Ali Khan. Before I now proceed to other matters, I must first provide Your Right Honourables with an account of the conquering of the Zamorin's realm by the Nabob Hyder Ali Khan. In the month of November, or even somewhat earlier, we received word here that the aforementioned Nabob was making strong preparations, and was even having some troops assemble on the borders; and that he likewise was having work done with great speed on his ships to put them in a state to set out. Shortly thereafter all kinds of rumours spread, as usually happens in such circumstances, and many believed that the French, who are known to be closely allied with this Nabob and have for some time maintained more troops on the Islands than customary, had an assault in mind together with him; which thoughts seemed to have somewhat more ground in the conspicuous changes which the French recently made in their establishment in this country, and seem to indicate that over time they will seek to restore themselves in these regions not through mercantile means alone. These rumours nevertheless gradually disappeared: from the French side nothing was observed that could give any cause to think of them that they intended to interfere openly in this, and the true designs of Hyder Ali Khan also began to clear up more and more, and one soon saw that he primarily had his eye on
Dutch transcription
89 N:o 7: Copia Berigt, met dies bijlage van desecunde van de Graaff nopens de Ge„ „pleegde fraude bij de Negotie Boeken „ 8. Rapport en aanwijzinge vande Boekhouders Kellens en Benning mede dien aangaande. Cochim den 28:e Maart A:o 1774. Sammorijn overmeestert door Hijder fo. 2:— AlijChan. . Gedrag van het Franse Ministerie nopens den Sammorijn... .„ 4: — Tegenswoordige gesteldheijd van het Sam„ De koning van Cochim. . . . . . . . . „ 20: — 'T koningje van Cranganoor. . . . . . . . . „ 22:— verscheijde gedagten van 's Nababs verdere 27:—. oogmerken Haggelijke Gesteldheijd van het Guarnizoen - „ „ 28:— Deeker Gebruijkte nodige precauties. . . . . „ 33: — - -- — - Trevankoor - - Verkoop van Peper aande Bombarassen Dezerteurs... krijgscasse. . . . . . Coilan. Sloterdijk. Callega Porboe Geval van een frans schip met onze Chialoup. „ 55. — De bevoorens Geplaegde fraude bij de Negotie Boeken„ omCeilon Jaarlijx aan een lading noordse Rijst te helpen„ „morijnse. . . . . . . . . „ 18: — - – „ 36:– - -„ 46:— 59. — 58. Nolitie van de in dezen verhandelde posten. - . . . . . . . . „ —. — . . - - - - - „ 53. — . . „ —. — - .. - . „ 52:— .. . . „ 54. — van de de A vendo Appart _:o 90 Batavia. Petrus Albertus van der Parra, Gouverneur Generaal Benevens Aan zijn Hoog Edelheijd. P Den Hoog Edelen Groot Agtbaaren Heer De Wel Edele Heeren Raden. van Nederlands India. Hoog Edele, Groot Agtbaare, wijdgebiedende Heer, Wel Edele Heeren! Per het schip Oost Capelle hebbe d' eere Gehad te ontfangen Uw Hoog Edelheedens zeer Ga„ „respecteerde missiven van den 30: September en 15. November J:o leeden; de laatste ten Geleijden en ter bezorginge van een secuur addres aan een pacquetje voor Suratte, het Geen den 16: februarij ook Geschied is, met een moors schip Genaamt Amodij, dat in Suratta) rend de van de 91 Suratta tehuijshoord, en direct van hier daar na toe vertrok, sonder eenige andere plaatzen aantedoen. voor af betuijge mijne ootmoedige dankbaar„ „heijd, dat uw Hoog Edelheedens weder in mijne verrigtingen een zo Gunstig welgevallen hebben Ge„ „lieven teneemen en inzonderheijd dat uw Hoog Edelheedens zo goed zijn geweest te Consenteeren, in het verzoek, dat ik uw Hoog Edelheedens, zo voor de geweezene Secunde kellij als mij Gedaan hebben, om temogen genieten, het bij uw Hoog Edelheedens G' eerde missive van den 30: October 1772: toegestaane douceur uijt den Handel zeedert den tijd dat ik hier in 't bestier, ben Geweest; en de Geweezene Secunde„ kellij heeft mij verzogt uw Hoog Edelheedens zij„ daar voor „nent wegen insgelijks op de eerbiedigsten wijzen, ten bedanken. Sammorijn overmeesterd Alvoorens ik nu tot andere zaaken overgaan door ijder Alijshan diene ik uw Hoog Edelheedens eerst een verhaal te doen vande overmeestering van het sammorijn „se lijk door den Nabab Aijder Alijchan. In de maand November of zelfs al wat vroeger kreegen wij hier berigt, dat de voorschr: Nabab zig sterk toeruste, en zelfs eenige troupen op de Grenzen deed tezaamen trakken; en dat hij insgelijk met veel spoed deed werken, aan zijne scheepen, om die tot het uijtloopen in staat te stellen: kort daar aan verspreijden zig allerhande zoorten van Gerugten, gelijk het in diergelijke Geleegentheeden meeren„ „deels Gaat, en veele meenden, dat de fransen die men wiet, dat met deezen Nabab naauw ver„ „bonden zijn, en zeedert eenigen tijd meer trou„ „pen dan na gewoonte op de Eijlanden onderhouden, met hem tezaamen een aanslag in den zin had„ „den, welke gedagten, eenigzins meerder Grond schee„ „nen te hebben, in de opzigtelijke veranderingen die de fransen onlangs in Húnne Huijshou¬ „dinge, hier te lande Gemaakt hebben, en schij¬ „nen aante duijden, dat ze zig indeze Gewesten met 'er tijd door geen markantile middelen alleen zullen zoeken te herstellen: Deeze Ger„ „rugten verdweenen nogtans langzaamer hand: van de franse zijde bespeurde men niets dat eenige aanlijding Geven kon om van Hen te denken, datze voorneemens waaren zig opentlijk hiermeede temoeijen, en de waare desseinen van Nijder Alij Chan begonden nu ook meer en meer opteklaaren, en men zag eerlang, dat hij voornamentlijk het oog had, vend van de
English
Conduct of the French regarding the Zamorin. 92 upon the realm of the Zamorin, which for some time had been obliged to pay him tribute and was considerably in arrears in this respect. In the beginning of December he sent a detachment of his army to invade this realm and had this operation supported by a fleet from the sea. The Zamorin initially seemed inclined to defend himself; indeed, small skirmishes took place here and there, in which a number of people were continually lost on both sides; but the advantages which the troops of the Nabab consistently obtained over those of the Zamorin showed early on that this realm was inclining toward its downfall. Everything soon fell into confusion and, on the part of the Zamorins, into a sort of inactivity, as a result of which resistance was offered almost nowhere any longer. The King thereupon took flight into the mountains, and the further subjugation of the realm to the Nabab took place, so to speak, without striking a blow. Some time before, and shortly after the army of the Nabab had penetrated into the realm of the Zamorin, the King had caused an application to be made to the French at Mahé and requested their protection. The Count du Prat, who recently arrived from Europe and presently commands at Mahé in the name and on behalf of the King instead of the former Company Governor Licot, which latter was summoned under arrest to France and has already departed as such, did not foresee, perhaps, that such things are easier to undertake than to accomplish, and thereupon went in person with a detachment of 24 to 30 Europeans and two companies of Sipahis on board the frigate La Belle Poule and departed with it for Calicoet. As soon as it had arrived in the roads there, the Zamorin likewise sent the necessary vessels to disembark, and he, without waiting, went ashore with his men, and at the same time caused some ammunition of war and among it, as I have heard, some pieces of cannon, to be brought ashore. Furthermore, he was complimented on behalf of the Zamorin by the first princes of the realm and other dignitaries, and presented with gifts according to the custom of the country; the merchants and other prominent inhabitants also did likewise.
Dutch transcription
92 Gedrag van het franse Sammorijn op het rijk van de Sammorijn, dat zeedert eeni„ „gen tijd, aan hem tribut betaalen moest, en hier in vrij ten agteren was: Jin het begin van December zond hij een detachement van zijn armee om dit rijk te invadeeren en deed deze operatie door een vloot van de zeekant ondersteunen De Sammorijn Scheen in den beginne Gezind om zig te verweeren; Ja zelfs vielen „ hier en daar klijne gevechten voor, waar in telkens van weerskanten een partij volk bleef; dog de voordeelen, die de Troupen van de Nabab bij aan„ „houdentheijd op die van de sammorijn ba„ „haalden, deeden al vroeg zien, dat dit rijk na zijn ondergang helde; alles raakte spoedig in verwarring, en vande kant vande Sammorijen in een zoort van werkeloosheijd, waar door bij na nergens meer tegenstand Geboden wierd: De koning nam hier op de vlugt in het Ge „bergte, en de verdere onderwerpinge van het Rijk aan de Nabab Geschiedde, om zo te spree„ „ken zonder slag of stoot. Eenigen tijd te vooren, en kort na dat ministerie nopens den de Armee van de Nabab in het rijk van de Sammorijn gedrongen was, had de koning bij de fransen te Mahé aanzoek laaten doen, en derzelver bescherming verzogt: De Graaff du Prat (die onlangs uijt Europa Gekomen is, en teegens „woordig te Mahé uijt naam en van weegens den koning Commandeert, in steede van de Geweeze SComp:s Gouverneur Licot welke laatste in arrest na Vrankrijk op ontbooden en ook reeds zodanig vertrokken is ) zag mogelijk niet vooruijt, dat diergelijke dingen Gemakkelijker op zig tenee„ „men als te volbrengen zijn, en begaf zig hier op in perzoon met een detachement van 24: â 30. Eu„ „ropeezen en twee Comp:s Sipahis aan boord van het fregaat La belle Ponte en vertrok daarmeede na Calicoet: zo dra zij daar op de Rheede Gekomen was, zond de sammorijn Item de nodige vaartuij„ „gen om te Ontscheepen, en Hij zonder te wagten stapte met zijn volk aan Land, en deed tevens eenige Ammonitie van oorlog en daar onder zo ik Gehoort hebbe, eenige stukken Canon aan de wal brengen: voorts wierd zij van wegens de Sammorijn; door de eerste princen van het Rijk en andere Grooten Gecomplimenteerd, en na de wijze van het land beschonken; ook dee„ „den de Cooplieden, en andere voorname Jnwoonderen vende de van de Jem 92 Gedrag van het franse Sammorijn op het rijk van de Sammorijn, dat zeedert „gen tijd, aan hem tribut betaalen moest hier in vrij ten agteren was: Jn het begir December zond hij een detachement van zijn om dit rijk te invadeeren en daed deze op„ door een vloot van de zeekant ondersten De Sammorijn scheen in den beginne G. om zig te verweeren; Ja zelfs vielen „ hie daar klijne gevechten voor, waar in toe van weerskanten een partij volk bleef; voordeelen, die de Troupen van de Nabab be„ „houdentheijd op die van de sammorijn „haalden, deeden al vroeg zien, dat dit rij zijn ondergang helde; alles raakte spoedig verwarring, en vande kant vande Samm in een zoort van werkeloosheijd, waar d bij na nergens meer tegenstand Geboden w De koning nam hier op de vlugt in het „bergte, en de verdere onderwerpinge van 'h Rijk aan de Nabab Geschiedde, om zo te s„ „ken zonder slag of stoot. Eenigen tijd te vooren, en kort na ministerie nopens den de Armee van de Nabab in het rijk van Sammorijn gedrongen was, had de ko¬ bij de fransen te Mahé aanzoek laaten doen, en derzelver bescherming verzogt: De Graaff du brat (die onlangs uijt Europa Gekomen is, en teegens „woordig te Mahé uijt naam en van weegens den koning Commandeert, in steede van de Geweeze SComp:s Gouverneur Licot, welke laatste in arrest na Vrankrijk op ontbooden en ook reeds zodanig vertrokken is ) zag mogelijk niet vooruijt, dat diergelijke dingen Gemakkelijker op zig tenee„ „men als te volbrengen zijn, en begaf zig hier op in perzoon met een detachement van 24. â 30. Eu„ „ropeezen en twee Comp:s Sipahis aan boord van het fregaat La belle Ponte en vertrok daarmeede naCalicoet: zo dra zij daar op de Rheede Gekomen was, zond de sammorijn Item de nodige vaartuij„ „gen om te Ontscheepen, en zij zonder tewagten stapte met zijn volk aan Land, en deed tevens eenige Ammonitie van oorlog en daar onder zo ik Gehoort hebbe, eenige stukken Canon aan de wal brengen: voorts wierd zij van wegens de Sammorijn; door de eerste princen van het Rijk en andere Grooten Gecomplimenteerd, en na de wijze van het land beschonken; ook dee„ „den de Cooplieden, en andere voorname Jnwoonderen Iem vende de van de
English
Conduct of the French ministry regarding the Zamorin. upon the realm of the Zamorin, which for some time had been obliged to pay tribute to him and was considerably in arrears therein. In the beginning of December he sent a detachment of his to invade this realm and had this supported by a fleet from the seaward side. The Zamorin seemed in the beginning inclined to defend himself; indeed, small skirmishes even took place here and there, in which a number of men fell on both sides; however, the advantages that the Nabab's troops continuously gained over those of the Zamorin showed early on that this realm was inclining toward its downfall; everything soon fell into confusion, and on the part of the Zamorin into a kind of inactivity, whereby almost nowhere was resistance offered any longer. The King thereupon took to flight into the mountains, and the further subjugation of the realm to the Nabab took place, so to speak, without striking a blow. Some time before, and shortly after the army of the Nabab had penetrated into the realm of the Zamorin, the King had caused an application to be made to the French at Mahé and requested their protection. The Count du Prat (who recently arrived from Europe and currently commands at Mahé in the name and on behalf of the King, instead of the former Company's Governor Picot, which latter was summoned under arrest to France and has also already departed as such) possibly did not foresee that such things are easier undertaken than accomplished, and thereupon proceeded in person with a detachment of 24 to 30 Europeans and two Company's Sepoys aboard the frigate La Belle Poule and departed therewith to Calicut. As soon as he arrived in the roads there, the Zamorin immediately sent the necessary vessels to disembark, and he, without waiting, stepped ashore with his men, and at the same time caused some ammunition of war, and among it, as I have heard, some pieces of cannon, to be brought ashore. Furthermore, on behalf of the Zamorin, he was complimented by the first princes of the realm and other grandees, and presented with gifts according to the custom of the country; the merchants and other prominent inhabitants likewise paid him a similar homage; whereupon, by the Count du Prat and the King of the Zamorin, the following treaty was concluded, of which the Count du Prat has sent a copy to the English, Danish, and Portuguese agents residing at Calicut, with a request to give notice thereof to their masters. Translation, Treaty between the King of France and the King of the Zamorin. To the greater praise of God. We, First King of the Zamorin, considering the welfare of our vassals and the tranquility of our kingdom in this unhappy time, and the revolution wherein the mighty enemy is waging an unjust war against us, and being absolutely unable to remain steadfast on our throne with our own power, we firmly believe that we could do no better than to implore the assistance of a mighty European, and in consequence of all the foregoing, we desire and grant the following. Article 1. We promise and give our royal word that we shall stand under the King of France (but never under a Company) as we do from this day forth, in person with all our states, as well as those which the enemies have conquered from us, and our vassals, together with everything that still remains under our power under the same. That we shall at all times acknowledge the King of France as the greatest and mightiest Monarch of the world, and as the most generous and faithful in the observance of his treaties, to whom we submit ourselves, as being convinced of his protection to all the princes of Asia. Choosing the High and Mighty Lord Franciscus Count du Prat Decadmus, Colonel of Infantry, and Commandant of His Majesty at Mahé and all the French possessions on the Malabar Coast, to treat with the same directly. This worthy Frenchman is full of dignity, disinterested, and just in his proceedings, wherefore we grant everything he desires. All my vassals, and all of us who make up the royal family, and all the chiefs and heads of our kingdom, acknowledge the Great and Mighty Louis the 15th, Most Christian King of France and Navarre, as our sovereign and lawful King under the oath of loyalty, and the whole kingdom of ours remains under his protection, and that of his successors. For the security of the treaty that we have concluded this day with the King of France, we will and grant, as we have granted, that he make and build fortresses and citadels in all the parts that he deems necessary for the defense of our kingdom. All the vassals of our kingdom who are able to take up arms shall on all occasions upon the order of the The King of France binds himself to this treaty to protect our family, and also all our subjects; and this protection begins from this day forth. All the unjust wars that are waged against us, as well as against our subjects, he shall regard as if the same were waged directly against him, and shall take satisfaction as if it concerns himself. 6. The French alone shall have privilege above all other nations, whosoever they may be, to carry on commerce in our kingdom. 8. The King of France may establish himself in my states at the sea harbors and river sides in such places as he sees fit.
Dutch transcription
92 Gedrag van het franse Sammorijn op het rijk van de Sammorijn, dat zeeder „gen tijd, aan hem tribut betaalen moest hier in vrij ten agteren was: Jn het begin December zond hij een detachement van zijn om dit rijk te invadeeren en deed deze op door een vloot van de Zeekant onderster De Sammorijn Scheen in den beginne G om zig te verweeren; Ja zelfs vielen „ hie daar klijne gevechten voor, waar in te van weerskanten een partij volk bleef; voordeelen, die de Troupen van de Nabab &e¬ „houdentheijd op die van de sammorijn „haalden, deeden al vroeg zien, dat dit rij zijn ondergang helde; alles raakte spoedig verwarring, en vande kant vande Samm in een zoort van werkeloosheijd, waar bij na nergens meer tegenstand Geboden n De koning nam hier op de vlugt in het „bergte, en de verdere onderwerpinge van 1 Rijk aan de Nabab Geschiedde, om zo te s¬ „ken zonder slag of stoot. Eenigen tijd te vooren, en kort na ministerie nopens den de Armee van de Nabab in het rijk van Sammorijn gedrongen was, had de ko¬ bij de fransen te Mahé aanzoek laaten doen, en derzelver bescherming verzogt: De Graaff du brat (die onlangs uijt Europa Gekomen is, en teegens „woordig te Mahé uijt naam en van weegens den koning Commandeert, in steede van de Geweeze sComp:s Gouverneur Licot, welke laatste in arrest na Vrankrijk op ontbooden en ook reeds zodanig vertrokken is) zag mogelijk niet vooruijt, dat diergelijke dingen Gemakkelijker op zig tenee„ „men als te volbrengen zijn, en begaf zig hier op in perzoon met een detachement van 24. â 30. Eu„ „ropeezen en twee Comp:s Sipahis aan boord van het fregaat La belle Ponte en vertrok daarmeede naCalicoet: zo dra Hij daar op de Rheede Gekomen was, zond de sammorijn Item de nodige vaartuij„ „gen om te Ontscheepen, en zij zonder tewagten stapte met zijn volk aan Land, en deed tevens eenige Ammonitie van oorlog en daar onder zo ik Gehoort hebbe, eenige stukken Canon aan de wal brengen: voorts wierd zij van wegens de Sammorijn; door de eerste princen van het Rijk en andere Grooten Gecomplimenteerd, en na de wijze van het land beschonken;, ook dee„ „den de Cooplieden, en andere voorname Jnwoonderen Iem vendo de van de 93 Hem een diergelijke homage; waarop door de Graaf du Paat, en den koning van Sammorijn, het hier ondervolgend tractaat Geslooten is, waar van de Graaff du Prat Copij Gezonden heeft, aan de Engelse Deense, en Portugeeze Agenten te Calicoet resideere „de, met verzoek om Hunne meesters daar van kennisse tegeeven Translaat, Tractaat tus „schen den koning van Vrankrijk en den koning van Sammorijn. Tot meerder Loff van Wij eerste koning van Sammorijn overweegende, het wel zijn van onze rassalen en de tranquiliteijt van ons koningrijk in deezen ongelukkige tijd, ende revolutie, daar den mag „tigen vijand ons een onregtvaardige oorlog aandoet en absulutelijk niet in staat Zijnde met ons eijgen magt op onze Throon te blijven volharden, Geloven wij vast, dat wij niet boter zoude kunnen doen, als te imploreeren de wij beloven en Geven ons koninglijk woond„ dat wij zullen staan onder den koning van Dat wij in alle tijden zullen erkennen den koning van Vrankrijk, voor de grootste en magtigste Monarck van de wereld, en voor de Genereuste en vertrouwste in de obser„ „vantie van zijne Tractaten, aan wien wij ons onderwerpen, als, als overtuijgd zijnde van zijne protectie aan alle de princen van Asia. , Verkiezende de Hoog en Magtigen Heer Franciscus Graaff du Prat Decadmus Collonel van de Jnfanterie, en Commandant van zijne Majesteijt te Mahé en alle de franse possessien ter Custe Mallabaar, om met dezelve directelijk te tracteeren: Desze Braava Fransman, is voldigniteijt en onge„ „intresseert, en regtvaardig in zijne proce„ „duuren, dierhalven staan wij toe in alles wat hij begeert. assistentie van een magtige Europees en in Consequens van alle het voorenstaande begeeren en staan wij toe het volgende. assistentie vrankrijk God. Art: 1: vende de van de 94 Vrankrijk /:maar nooit aan eene Comp: / gelijk wij van Heden af aan, staan in perzoon met alle onze staaten, als ook dewelke de vijan„ „den van ons hebben Geconquesteerd en onze rassalen, mitsgaders alles wat onder onze magt nog resteert onder dezelve. Alle mijne Vassalen, en wij alle die de koninglijke familie uijtmaaken en alle de Chefs, en Hoofden Van ons Koningrijk erkennen den Groot magtigen Louis den 15=de alder Christelijksten koning van Vrankrijk en Navarre vaoronze souverain en wettige koning onder den Eed van Getrouwigheijd, en blijvende het Gantsch koningrijk van ons on„ „der zijne protectie, en die van zijne successeeren Tot segurantie van het Tractaat, dat wij heeden ten dage Geslooten hebbe met den ko„ „ning van Vrankrijk, willen en staan toe„ Gelijk wij toegestaan hebben, dat hij maakt en bouwt fortressen, en Citadellen, aan alle de deelen die hij noodzaakelijk oordeelt, tot deffensie van ons koningrijk Alle de vassalen van ons koningrijk, die in staat zijn de wapens te konnen op„ „vatten, zullen in allen occagien op d' ordre van Den koning van Vrankrijk verbind zig aan dit Tractaat, om onze familie te protegeeren, en ook alle onze onderdaanen; en deeze protectie begind met den dag van heden: Alle de onregtvaardige oorlogen die ons aangedaan worden, zoo ook aan onze onder„ „daanen, zal sij aanmerken als of dezelve directelijk aan hem Gedaan wierden, en zal satisfactie neemen als of het Hem zelven aangaat. De francen alleenig zullen prevelegie hebben boven alle andere natie, wie die zij, om in ons koningrijk de Commertie te mogen doen. Den koning van vrankrijk vermag in mijne staaten, zig stabileeren aan de Zee havins, en revierkant op zoodanige plaatzen als hij Goedvind. den 6. vende de van de 8.
English
95 the King of France, to take up arms or, in his name, by order of the Governors whom His Majesty comes to send to India, in order to defend, or to attack, all our enemies or those of France and of His Allies, who by this treaty are regarded as our common enemies. 9. The tribute that the Kingdom of Naddiripoe Joribon shall be obliged to pay, according to the private convention, shall serve for the maintenance of our national troops as well as those of the French, who shall be for our defense. 10. This tribute may for no reason be taken out of the realm, but must be distributed for fortifications and the payment of the troops. 11. From the day of the publication of this treaty, France shall find itself charged with the care of the actual war, and be obliged to exert all its strength, both by water and by land, to defend all the states of the Zamorin, so that he sees that the French nation fights for him; in faith of which, we the First King of Zamorin have signed this and sworn never to transgress the contract in the least, and the High and Mighty Lord Franciscus Count du Prat de Cadmus, Colonel of the Infantry and Commandant on behalf of His Majesty at Mahé, representing the person of the King of France, has also signed. This treaty is dated 2 January 949. Calicut, 12 January 1774, by the Zamorin and Count Du Prat on behalf of the King of France. It is said that the King of Zamorin, besides what was stipulated in the treaty, promised Count Du Prat one lakh of rupees, in order to meet the necessary expenses from it for the present, and that he actually had 50000 rupees counted out to him in the meantime. 96 Lord Du Prat thereupon began, with the approval of the Zamorin, to act as ruler of the realm as far as domestic affairs were concerned, without however undertaking anything to check the army of the Nabob, which meanwhile captured one place after another; and it is maintained that the King of Zamorin, seeing that by taking such a protector into his embrace he had completely ruined his cause, decided all the sooner to flee. This undertaking, so strange and ill-advised, made many doubt whether all this had not perhaps occurred with the prior knowledge of the Nabob, to make the conquest of the realm easier for him; yet the outcome seems much rather to indicate that Lord Du Prat sought to turn these troubles to his own private advantage. However this may be, this much is certain: that the rule of Lord Du Prat at Calicut was of short duration, for no sooner had the Zamorin fled than he also began to think of his return journey to Mahé, and departed shortly thereafter, leaving only the residence of the Zamorin at Calicut garrisoned with a small detachment, where they, as also in many other places, had caused the French flag to be planted. But the army commander of the Nabob, who had meanwhile approached close to Calicut with the army, is said to have had this French detachment notified in the name of his master, the Nabob, that they must vacate the aforesaid post taken into possession by them, that they must have the flag removed from there and other places, and that they could further go their way; and if not, that he would then right matters himself. The French detachment tried to stall, and requested that matters might remain in statu until an express order should be requested and received from the Nabob; to which the army commander consented. Shortly thereafter, an order arrived from the Nabob that the French detachment at Calicut had to comply with the aforesaid demand of the army commander, 97 and if not, that the latter must use the force at his disposal against them to execute the same. The French detachment, thus seeing that they intended to use earnest measures, thereupon withdrew, and subsequently returned to Mahé. Since this event, nothing further has been heard, except that the natives in general speak very disparagingly of this undertaking. The Nabob seems for the rest not to have troubled himself much about it; and although the French have thereby by no means increased their credit with him, and he will undoubtedly now distrust them more than before, he nevertheless dissembles his displeasure about it, and acts just as if he regards this undertaking as an ill-advised step by someone who has only newly arrived from Europe. Lord Du Prat did not send me the above contract, but shortly after his return to Mahé, on 29 January last, wrote to me as follows below: Your Honor will without doubt have learned of the new acquisition of land which the King of France has just made. I have not been able to find an earlier opportunity to inform Your Honor of this, and it is with much pleasure that I do so today. The Zamorin has subjected all his states to France, both those places which had already been conquered from him, and those of which he was still in possession when the cession took place; all the princes, chiefs, and principal persons of the nation have unanimously recognized the King of France as their only and legitimate sovereign. I have taken possession of the country in the most formal manner in the name of His Majesty, and have had flags planted everywhere; in the fort I have placed six men with a corporal, to represent the nation and to guard our flag until I receive more assistance to carry the treaty into immediate execution. I know Your Honor to be too great a friend of mine to conceal anything from Your Honor,
Dutch transcription
95 den koning van vrankrijk, inde wapens mi„ „ten komen of uijt zijne name op ordre van de Gouverneurs die zijn Majesteijt in Jndia komt te zenden, ten eijnde te defendeeren, of te atacqueeren, alle onze vijanden of die van Vrankrijk en van Zijne G'allieerdens, die bij dit tractaal, als onze Gemeene vij „anden, werden aangemerkt. Het Gribuit dat het koningrijk van Naddiripoe Joribon Gehouden zal zijn ten be¬ „taalen, volgens de particuliere Conventie zal dienen tot onderhoud van onze natione „le troupes als die van de francen, die tot deffensie van ons zullen zijn Dit tribuit zal om geen raeden uijt het rijk konnen vertiert worden, maar moe„ „ten Gedastribueert worden aan fortificatien en betaaling van de Troupes. — van den dag af aan van de publicatie van dit fractaat, zal vrankrijk zig belaaden vinden met de Zonge van den actueelen oorlog, en verpligt zijn alle zijne kragten inte spannen, zoo tewater als te lande, om te defendeeren, alle de staaten vanden Sammorijn, dat hij ziet dat de france natie voor hem strijd, ten Geloo„ „ve van dien, hebben wij den Eersten Koning van Sammorijn dit Geteekend en Geswrooren„ het Contract nooit in het minst te zullen overtreeden, en den Hoogmagtig en Heer Franciscus Graaff du Laat de Cadmus Collonel van d' Jnfanterie en Comman¬ „dant van weegens zijn majesteijt te Mahé, reprezenteerende, den perzoon van den koning van Vrankrijk, heeft ook onderteekend. Dit Tractaat is Get: den 2. Januarij 949. /M: S:/ Calicoet den 12. Janu: 1774. bij den Sammorijn en de Graaff Du Prat van wee„ „gens den koning van Vrankrijk. Men zegt dat de koning van sammo„ „rijn, behalven het bedongene bij het Tractaat aan de Graaff Dubvat, Een lak ropijen heeft toegezegt , om daar uit voor eerst de nodige kosten te vinden, en dat hij hem ook werkelijk actuschen 50000:— 9. 10: 11: van de vendo 96 50000: ropijen heeft doen toetellen: De Heer Du Prat bogon hier op met goedvinden van de sammorijn zig als rijks bestierder te gedraagen, zo veel het Huijshoudelijk aangaat, zonder nogtans iets te onderneemen om de Armee van de Nabab (die ondertusschen de eene plaats voor, en de andere na, innam te sluiten, en men wil dat de koning van Sammorijn, ziende, dat hij door zulk een beschermer in den arm teneemen, zijn zaak Geheel bedorven had, daar op te eerder beslooten heeft, om te vlugten: Deeze onderneeming zo vreemd en onberaaden deed veelen twijffelen, of dit alles niet somtijds met voorkennis vande Nabab Geschied was, om hem d' overmees¬ „tering van het rijk gemakkelijker te maaken; dog d' uitkomste schijnd veel eer te denoteeren, dat de Heer duPrat deeze troubelen zig in het partikulier ten nutte heeft zoeken temaaken; hoe dit zij, dit is zee¬ „ken, dat de Heerschappij van de Haer du Paat te Calicoet van korten duur geweest is, wank de Cammorijn was zo dra niet Ge¬ „vlugt of hij begon meede te denken, op zijne terug rijze na Mahé, en vertrok ook kort daar„ „na, laatende alleen de residentie plaats van de Sammorijn te Calicoet bezet met een 3 klein detachement, alwaar zij, Gelijk ook op veele andere plaatzen, de franse vlag had doen planten; Dog het leger hoofd van de Na„ „bab, die middelerwijl met de Armeé digt bij Calicoot Genadert was, zegt men, zoude dit frans detachement uijt naam van zijn meester den Nabab, hebben doen aankon„ „digen, datze de voorsz: door Hun in bezit Genomen post moesten verlaaten; dat ze de vlag vandaar en andere plaatzen moesten doen ligten en datze voorts hunsweegs kon„ „den Gaan; en zo niet, dat Wij zig dan zelfs zoude regt doen: Het frans detachement tragtte het draalende te houden, en verzogt dat de zaaken mogten blijven „ statu tot dat„ er expres bevel vande Nabab Gevraagt en ontfangen zoude zijn; waarin het legen hoofd bewilligde: kort daar aan, kwam 'er ordre vande Nabab, dat het frans deta„ „chement te Calicoet zig had te gedragen waar de voorsz: Eijsch: van het leger Hoofd, terug vendo van de 97 en zo niet, dat deeze ten uijtvoer van het zelve teegens hun moest gebruijken, de magt bij Hem aan handen: Het Frans detachement, dus ziend dat men voorneemens was ernst te gebruiken is daar op afgetrokken, en vervolgens na Ma„ he terug Gekeert; 't zeedert heeft men na dit Geval niets verder Gehoort, als dat de Jnlan„ „deren in het algemeen zeer smaadelijke van deeze onderneeminge spreeken: De Nabac schijnt zig voor het overige niet veel daaraan te hebben Gestoort, en schoon de fransen hier door Hun Credit bij Hem Jansz niet vermeerdert hebben, en wij hun onge„ „twijffeld nu meer als bevoorens wantrouwe zal, zo ontvijnd hij egter zijn ongenoegen daar over, en houd zig even als of zij deeze onderneeming aanzich als een onberaade stap van iemand, die eerste nieuwelings uijt Europa Gekomen is. De Heere Dupaat heeft mij het bovenstaande Contract niet Gezonden dog kort na zijn terug komst te Mahe den 29: Januarij Jongst leeden zodanig aan mij Geschreeven als hier onder volgd: Uwel Edele zal zonder twijffel vernomen hebben, de nieuwe aanwinning van Land die de koning van Frankrijk komt „ doen; Jk heb Geen eerder Geleegendheijt kunnen vin„ den om uwelEdele hier van kennis te geven en het is met veel plaij hier dat ik het Heden doe„ De sammorijn heeft alle zijne staaten, aan frankrijk onderworpen, zo wel die plaatzen, die van hem reeds veroverd waaren, als die waar van Hij nog in bezitting was, toen den afstand Geschiedde; alle de princen Hoofden en voornaam„ „ste luijden van de Natie hebben aanpaarig den koning van Frankrijk erkend voor Hunnen eenigsten en wettigen souverain. Ik heb van het Land op de bondigste wijze in naam van zijn majesteijt, bezitting Genomen, en heb over al vlaggen doen planten,; in het fort heb ik gesteld Ses man met een Corporaal, om de natie te re„ prezenteeren, en waare vlag te bewaaren tot dat ik meer onderstand krijg, om het Tractaat da„ delijk ter uijtvoer te brengen Ik ken uwel Edele voor een te Groote vriend van mij om uwel Edele niets te bedelen, onder dato - van de vende
English
98. that I have discharged all my Sipahis on account of cowardice. These people, whom I thought to be very brave, were in the greatest fear and had made a secret plot to tie up the officer whom I had left in the fort, in case he might want to defend himself if he were attacked. Many have deserted and the others have refused to do duty and to appear on guard. The two Captains were the most fainthearted and showed the greatest fear, and I dare say meanwhile that all of this was without the slightest necessity; for I assure Your Honour that one had nothing to fear. I have therefore sent them back, and I would regret keeping such people in service any longer. I inform Your Honour of this so that Your Honour may know, if they should sometimes seek service there, that they are very bad troops, from whom one can have more harm than benefit. Your Honour can judge from this, and consider, since they have behaved so badly in a country where they have their family, what they would not do among strangers. Moreover, be assured that if they were in any way good, I would not dispose of them, and that it is solely out of friendship that I inform Your Honour of this, believing that it is honest and proper to prevent Your Honour from being misled. I have not yet heard of any of the sipahis mentioned therein; however, the passage about them seems to me somewhat too elaborate not to think that he intended more by it than a well-meaning warning, unless his particular affection for me were as great as he wants me to believe. I have briefly answered this letter without entering into any specifics, consisting of a compliment for the communication of these matters, and especially for the friendship shown by the warning given regarding his sipahis, because I already knew then that the matter did not deserve to be treated otherwise. Present State of Affairs of the Samorin The realm of the Samorin is currently governed on behalf of the Nabab as a conquered territory, and as they say, very many injustices are committed by these governors, which provoke displeasure among great and small, yes, even among the Moors who at first thought they would draw great advantages from this change. The Nabab has now for several years already, and even during these circumstances, stayed far from here and in his northern lands or properly in Mysore, so that I have not yet had a suitable opportunity to discover his present disposition toward the Dutch Company. However, I think that he believes that on our side not enough was made of the expressions of friendship that he made during his previous presence at Calicut. Now one will have to wait for time and opportunity to pick up the thread of this again, for to seek this too much from our side, if it cannot be done in a natural manner, would perhaps make him too unmanageable if at any time he might extend his possessions further to the south. But if I may speak my thoughts freely, then I believe that as matters stand now, we cannot expect any great things from him; I do not even believe that the French will have very much from him, at least not as the English have from Mahomet Alij, since Hyder Alij Khan is too clever a fellow to become the puppet of others. The antagonism between the English and French, as well as between the aforesaid two Nababs, is the principal thing on which one can count in this matter; but in the meantime, trade could suffer harm through this expansion of the Nabab's possessions, if he should see fit to make use of the right that his admiral now arrogates to himself, to make passing native vessels, and among these the Bombaras, take passes from him, and to ransom severely those who resist it in the least, so much so that even the Bombaras who returned from here to their lands, and of this novelty
Dutch transcription
98. dat ik alle mijne Sipahis heb afgedankt, ter oorzaake van lafhartigheijd. Dit volk, dat ik dagt zeer dapper te zijn, was in de Grootste vree„ „ze, en had een Reimelijk aanslag Gemaakt om den officier /: die ik in 't fort gelaaten had:/ vast te binden, ingevalle wij zig mogt willen verwee„ „ren als hij aangevallen wierd: veele zijn Ge„ „deserteerd en d'andere hebben Gewijgert dienst te doen en zig op schildwagt te vertoonen: De twee Capitains waaren de bloohartigste en hebben de meeste vreeze doen blijken, en ik durf ondertusschen zeggen, dat dit alles zonder de minste noodzaakelijkheid was; want ik verzeekere uwelEdele, dat men niets te vrezen had, ik hebze daarom te „rug gezonden, en het zoude wij spijten om zulk volk langer indienst te houden. Jk Geef uwel Edele hier van kennis, op dat Uwel„ Edele weten kunt /:indien ze aldaar zomtijds mogten dienste zoeken:/ dat het zeer slegte troupen zijn, waarvan men meer schaade als voordeel hebben kan: uwelEdele kan hier uijt oordeelen, en denken, wijl ze zig zo kwaalyk Gedraagen hebben in een land waar zo Haare familie hebben, wat ze niet zouden doen bij vreemden: Boven dien, weest verzeekert dat zo ze eenig zinds goed waaren, ik mij van dezelve niet zoude ontdoen, en dat het niet dan uit vriendschap Geschied dat ik uwel Edele hier van kennis Geef¬ geloovende dat het eerlijk en braaf is, te beletten, dat uwelEdele misleijd word. Geen een van de daar bij vermelde sipa„ „his heb ik hier nog vernomen; Egter komt mij de periode over dezelve wat te uijtgerekt voor, om niet tedanken, dat Hij daarmeede meer als een welmeenende waarschou„ „winge bedoeld, ton ware dat zijne partiku„ liere Genegentheijd voor mij Zo Groot mogt zijn, als hij mij wild doen geloven. Jk hebbe deezen Brief zonder mij in eenige specialiteijten intelaaten, kortelijk beantwoord, bestaande in een Compliment voor de Communicatie van 't een en ander, en inzonderheijd voor de betoonde vriendsz: door de Gedaane waarschouwinge nopens zijne sipahis, om dat ik doen raeds wist, dat de zaak niet verdiende anders behandeld te worden. waar Het rende d van de Jegenswoordige Gesteldheijd van het Cammorijnse Het rijk van de Sammorijn word tans van wegens de Nabab, als een win Geweest bestierd en zo als men zegt, Geschieden en door deeze be„ „stierders, zeer veele onbillijkheeden die Groot en klijn, Ja zelfs de mooren (dewelke eerst meer „den uijt deeze verandering Groote voordeelen te zullen trekken/ tot misnoegen verwekken: De Nabab heeft nu al eenige Jaaren en zelfs geduurende deeze omstandigheeden, zig verre van Ionk en in zijne noordse landen of eijgent„ „lijk in het Maisoerse opgehouden, zo dat ik nog Geen Gepaste Geleegendheijt hebbe gehad, om zijne tegenswoordige Gesindheijd tegens de Nederlandse Comp: te ontdekken: Egter denke dat hij meend dat men van onze zijde niet Genoeg werks gemaakt heeft, van de vriend„ „schaps betuigingen, die hij bij zijn voorig aan„ „weeken op Calicoet heeft gedaan: Nie zal men vande tijd en de Geleegendheijt moeten afwagten om den draad daar van wederom aanteknopen want om dit van onze zijde al te veel te zoeken indien het op geen ongedwongene wijze Ge„ „schieden kan, zoude hem /:wanneer te eeniger tijd zijne bezittingen verder om de zuijd mogt uitbreiden:/ misschien te onhandelbaarden maaken: Dog indien ik mijne Gedagten, vrij uijtzeggen mag, dan Gelove ik dat wij zo als de zaaken nu staan, ons van Hem Geene Groote dingen kunnen voorstellen; zelvs Geloove ik niet, dat de fransen zeer veel aan Hem hebben zullen, ten minsten, niet Gelijk de Engelse aan Maho„ „met Alij hebben, alzo Hijder Alij Chan, te slimme knaap is, om de speel pop van an„ „deren teworden: De anthagonie tussen de Engelse en franse, zoomeede tusschen voorsz: twee Nababs, is het voornaamste waarop men ten dezen rekenen kan; dog intusschen Zoude de Handel door deeze uijtbrijdinge van Nababs bezittingen last konnen lijden, in„ „dien hij mogt goedvinden om gebruik te doen maaken, van het regt, dat zijn vloot voogd zig tans aanmaatigd, omdr passeerende Jn„ „landse vaartuigen en onder deze, de Bom„ „barassen, passen van Htem te doen neemen en die zig in het minst daar tegen verzetten streng te rancoeneeren, zo zeer, dat zelfs de Bombarassen, die van hier na hunne lan„ „den terug Gekeert zijn, en van deze nieuwigheid uitbreiden nog ende de van de
English
The King of Cochin not yet informed were brought in by the ships of the Nabab and were forced to bring their goods ashore. I do not believe, however, that the Nabab knows of this directly, but that his admiral is doing this on his own authority, merely to take what he can get this time, as is generally the custom on such occasions. And even if the Nabab might have known of it this time, it is nevertheless to be expected that when matters are somewhat more settled, he, who otherwise protects trade in his lands, will at least put a stop to such gross abuses, the more so as I am informed that some northern merchants have lodged complaints with the Nabab about this and have pointed out to him how detrimental this would be to himself, because trade in Calicut, a place that can yield him much revenue in tolls, would thereby fall into decay. The King of Cochin continues to conduct himself reasonably well in all that concerns domestic matters, and on the same footing as I have had the honor to inform Your High Excellencies in my earlier dispatches, and I shall take proper care that regarding the collection of the tolls by His Highness's farmers, actions are taken in accordance with the list drawn up for that purpose, and that not the slightest change is made in that regard. Yet at the approach of the army of the aforementioned Nabab, he took a false step, which I have had to overlook until today so as to give no offense to the Nabab. His Highness has several lands to the north that yield a good part of his revenues, and are situated so close, indeed even adjacent to the territory of the Zamorin, that he was rightfully afraid they would be invaded on this occasion. I cannot therefore disapprove of his having been very anxious about this, and even believe that it had become necessary for him to take some precautions with the Nabab or his general. But what I find blameworthy in him, and in my opinion must by no means be passed over unnoticed, is that he on his own authority, and without giving me proper notice thereof, entered into negotiations about this, and finally pledged himself to make an offer of 200,000 rupees to the Nabab, for which purpose a kind of levy was issued everywhere in his kingdom, and Travancore even loaned him a portion, having strongly advised the King of Cochin to make that offer, merely to keep the Nabab north of Cochin in this manner, although Travancore has until today concealed from me his anxieties about the Nabab, but meanwhile takes the necessary precautions everywhere on his borders. But because this matter had already progressed too far when I was informed of it, I deliberately avoided entering into any discussion about it, so as not to be forced to declare myself in that regard, since in such a case I would have to disapprove of the act itself, and could fall somewhat under suspicion with the Nabab, who would certainly be informed of it, as if I wished to obstruct his designs. Thus, in my judgment, one will have to wait for time to see what turn things take, in order to reprimand the King of Cochin properly for this conduct of his when it can conveniently be done. The petty king of Cranganore has acted entirely differently and more prudently. A certain Moor named Aijdroos Coettie, who has managed to gain a following in the Zamorin's kingdom for some time, and now governs a part of the districts lying toward this side, or rather the Chavakkad region, or at least acts as such, summoned the King of Cranganore by an ola to pay a tribute to the Nabab, and exhorted him therein to follow the good example of the King of Cochin. But the King of Cranganore gave notice of this to the Resident at Cranganore, sending that ola, and the latter informed me of it, also sending the aforementioned ola of Aijdroos Coettij, in which the latter refers
Dutch transcription
100. De koning van Corhim nog niet g'informeert waaren door de scheepen van de Nabab opgebragt en Genoodzaakt zijn om hunne Goederen aande wal tebrengen Jk Geloove egter niet, dat de Nabab daar direct van weet, maar dat zijn zee voogd, zulx op eijgenhandje doed, om ditmaal maar tenee„ „men wat hij krijgen kan, Gelijk zulx bij dier„ „gelijke Geleegentheeden doorgaans plaats heeft en indien de Nabab zulx ditmaal al eens mogt Geweeten hebben, zo is het egter te danken, dat als de zaaken een wijnig meer geschikt zijn, hij die anderzinds nog al den Handel in zijne landen protegeert, ten minste hulke Groove misbruiken zal doen ophouden, temeer ik G'informeerd ban, dat eenige Noordse kooplieden bij den Nabab daar over hebben laaten doleren, en Hem doen vertonen, hoe nadeelig zulx voor hem zelfs zoude zijn, om dat den Handel te Calicoet, een plaats die hem veel revenuen aan tollen kan op„ „brengen, daar door vervallen zoude. De koning van Corhim Gedraagd zig bij voortgang in al wat het huijslijke aan„ gaat reedelijk wel, en op dien helvden voet als ik de eere gehad hebbe uw Hoog Edelheedens bij mijne vroegere te bedeelen, en ik zal behoorlijk zorgen, dat 'er omtrent de invorderinge der Thollen door de pagters van zijn Hoogheijd vol„ „gens de daar van Gemaakte Lijste gehandeld en derweegens geene de minste veranderinge Gemaakt werde; Dog bij d' aannaadering van d' Arwer van voorsz: Nabab, heeft hij een buij„ „ten stap gedaan, die ik tot heeden toe, hebbe moeten ontveijnsen, om aan de kant vanden Nabab Geen aanstoot te geeven: zijn Ho:t: heeft om de Noord verscheijde Landen, die een goed gedeelte van zijne inkomsten uijtleeveren, en zo na, Ja zelvs nevens het Sammorijnse geleegen zijn, dat zij met reede bevreest was, dat dezelve bij deeze geleegendheijd zou„ „den worden g'invadeert: Ik kandus wel niet afkeuren, dat hij derweegens zeer ongerust „geweest is„ en geloove zelfs, dat het noodzaakelijk geworden was, dat hij bij den Nabab of zijn veldheer eenige voorzorge deed Gebruijken, dog het geen ik in hem berispelijk vinde, en naar mijn gedagten, gans niet onge„ „merkt mag gepasseert worden, is, dat Wij vende van de 101 Cranganoor: op zijn eijgen hand, en zonder mij behoorlijke opening daar van tedoen, daar over in onder„ „handeling getreeden is, en zig eijndelijk ver„ „bonden heeft, om aan de Nabab een offerte van 200'000: ropijen te doen; waar toe over al in Zijn rijk een zoort van úijtschrijvinge gedaan is, en Jrevankoor zelfs een Gedeelte G'koningje van ter leen gegeeven heeft, als hebbende de Cochimsen koning, tot die offerte, sterk aan„ „geraaden, om den Nabab dusdanig maar be„ „noorden Cochim tehouden, schoon Trevan„ „koor tot heeden toe, zijne ongerustheijds over den Nabab voor mij ontveijnst; Dog intusschen over al op zijne Grenzen de nodi„ ge voorzorge gebruijkt Maar wijl deezen zaak reeds te verre gevordert was, toen ik daar van onderrigt wierd, zo hebbe ik met voordagt vermeid, om er in het minst over in gesprak te treeden, ten eijnde niet genoodzaakt te zijn, om wij derweegens te verklaaren, alzoo ik in zo een geval de daad zelve zoude af„ „keuren, en bij den Nabab, die tog daarvan zoude worden G'informeerd, eenigzinds in verdenking kunnen komen, als of ik zijne oogmerken wilde hinderlijk zijn: Dus zal men naar mijn begrip vande tijd moeten af„ wagten, wat keer de dingen neemen, ten eijnde, als het gevoeglijk Geschieden kan, den koning van Cochim over dit zijn gedrag te onderhouden, gelijk het behoort. Geheel anders en voorzigtigen heeft het koningje van Cranganoor gehandelt: Zeeker moor Genaamt Aijdroos Coettie die zig in het sammorijnse rijk zeedert eeni„ „gen tijd een aanhang heeft weeten temaaken, en tans een gedeelte van de na deeze kant leggende districten of eijgentlijk het Chawa„ „katische bestierd, ten minsten zig als zoo„ „danig gedraagd, liet den koning van Cranga„ „noor bij een olasommeeren tot 't opbrengen van een stuijvergeld aan de Nabab, en vermaan„ „de hem daar bij, om te volgen het goede voor„ „beeld vande koning van Cortim. Dog doC aan„ „ganoorse koning gaf daar kennis van, aan den Resident te Cranganoor, onder toezendinge van die ola, welke laatste mij daar van be„ „rigt deed, ook onder toezending der voorsz: ola van AijdroosCoettij, waar bij daeze zig beroept oogmerken rende de van de
English
102 on an earlier promise which the King of Cranganore nevertheless absolutely denies ever having made. The aforesaid Resident was thereupon ordered by a separate letter to inform the King that he had to refrain from all negotiations concerning this matter, and that he should simply answer Aijdroos Coettie that, standing under the special supreme power and protection of the Company, he found no liberty for himself to do anything in this regard without prior knowledge of the Company. But Aijdroos Coettie, acting as if he had not received that answer, repeated this request again shortly thereafter, which was rejected in the same manner. Since then, nothing further has been heard of it, and it is probable, because the olas of Aijdroos Coettie are not signed, that he undertook this on his own authority, or at least without special orders from the Nabab. For it is thought that the present new land regents have promised larger sums to the Nabab to be raised from their districts than is possible, and therefore seek in all manner of ways to obtain money merely to satisfy the Nabab. The lands of the King Zamorin in the sandy country of Chettua taken into sequestration by us remain meanwhile unmolested, although the aforesaid Aijdroos Coettie knows very well what was previously negotiated concerning this, and that the Zamorin did not wish to make any cession thereof for the benefit of the Company. The Chavakkad Moors, however, according to their custom in such times, become uncommonly bold. Five of them had recently abducted two free women from the district of Chettua by force from their houses to sell them as slaves. The Resident at Chettua, obtaining knowledge of this and at the same time understanding that these Moors had already departed southwards with those women, gave notice thereof in all haste to the Cranganore Resident Lucasz, who, when these fellows wished to pass Cranganore, had them come into the fort and, having found after interrogation that they had truly stolen those two women, wished to arrest them. Whereupon one of the Moors, immediately drawing his knife, 103 drawing it, stabbed a Lascar to death with it, simultaneously wounded a second Lascar, and in that same moment jumping towards the guard who stands nearby, wounded three more Europeans there. While the other four Moors, following their comrade towards the guard, each took a musket, knocked off the butt-ends, and with the barrels attacked like mad and enraged men everything that they caught sight of, so that they were shot at and were thus killed. Among which Moors, it is said, there was even one of the family of Aijdroos Coettie. At least, shortly thereafter, some Moors had intended and were also already prepared to take satisfaction for this upon our inhabitants at Cranganore, which I discovered just in time, so that I immediately sent a reinforcement of 1 sergeant, 2 corporals, and 12 native soldiers to Cranganore, and also had the King of Cranganore informed not to give passage to any Moors through his land. And since then, nothing more has been heard of that matter. The Chavakkad Moors are scoundrels and of old known as murderers and thieves, who especially in unsettled and turbulent times are always out to play their role and alarm the country. Meanwhile, the Nabab's troops are still at Calicut to support the collection of the assessed tributes, without one hearing whether they are to come further this way during this monsoon. On the contrary, one hears that the troops are preparing to return somewhat northwards again before long and to take the kingdom of Cotteatte; a kingdom that lies between the Zamorin's and the Nabab's lands and where it is said that the Zamorin as well as the Prince of Coddamagale, who was also overcome by the Nabab last year, are staying. While the Prince of Cortenade, who has properly paid his tribute to the Nabab, is left in peace. This conquest the Nabab has nevertheless accomplished with few men, and this has made many think that the remaining troops serve for further designs.
Dutch transcription
102 op een vroegere belofte, die de koning van Cran„ „ganoor, nogtans volstrekt ontkent ooit te hebben gedaan: voorsz: Resident is daar op bij een aparte brieff gelast; om de koning aantezeggen dat hij zig moest onthouden van alle onderhan„ „delingen derweegens en dat hij Aijdroos Coettie eenvoudig moest antwoorden, dat hij onder de speciaale oppermagt en protectie vande Comp: staande voor zig geen vrijheijd vond„ omderweegens zonder voorkennisse van de Comp: iets te doen: Dog Aijdroog Coettie zig hou„ „dende als of hij dat antwoord niet ontfangen had hervatten dit aanzoek, kort daar aan nog eens, het geen op dezelvde wijze ontlegt is: Zeedert hebbe daar van verder niets vernomen, en het is waarschijnlijk, wijl d'olassen van Aijdroos Coettie niet geteekend zijn, dat hij dit op eijge authoriteijt, ten minsten buiten speciaale last vande Nabab ondernomen heeft: want men meend dat de tegenswoordige nieuwe land Regenten Grooter sommen aan de Nabab zouden belooft hebben, uijt hunne districten optebrengen, als mogelijk is, en daarom op allerlije wijze zoeken aan geld tekomen, om den Nabab maar tevoldoen: De bij ons in seques„ „tratie genoomen landerijen vanden koning Cam„ „morijn in het zandigland van Chettua geleegen blijven intusschen ongemolesteert, schoon voorm: AijdroosCoettie zeer wel weet, wat er bevoorens derweegens verhandelde is, en dat den sammo„ „rijn daar van geen afstand ten behoeve vande Comp: heeft willen doen: De Chawakattijse mooren worden egter na hunne Gewoonte in zulke tijden, ongemeen stout; vijf derzelve hadden onlangs twee vrije vrouwen uijt het district van Chettua, met geweld uijt hun„ „nen Buijken Geroofd, om dezelve als slaven te verkoopen; de Resident te Chettua hier van kennissen krijgende, en teffens verstaande dat deeze mooren met die vrouwen reeds Zuijdwaards vertrokken waaren, Gaf daar van in aller haart kennissen aan den Cran„ „ganoorsen rezident Lucasz:, die deezen knaa„ „pen, toen ze Cranganoon wilden passeeren„ in het fort liet komen, en (na onder vraging bevonden hebbende datze die twee vrouwen waarlijk gestoolen hadden / wilde arresteeren waar op eender mooren onmiddelijk zijn mes en den trekkende) vende de van de 103 trekkenden, daarmeede een Laskorijn dood sta„ tegelijk een tweeden Laskorijn quetste en in dat zelvde ogenblik na de wagt (die daar bij staat ) springende, daar nog drie Europeezen quetste; Terwijl de andere vier mooren Hunnen makker na de wagt volgende ieder ean snaphaan namen, de kolven daa verscheijde Gedagten van afsloegen, en met de loopen als dolle en verwoede menschen aanvielen op alles wat zij maar in 't oog kreegen, dat er op hun Ge„ „schooten wierd en zij dus afgemaakt zijn onder welke mooren, zo men zegd, zelfs een geweest is van de familie van Aijdroos Coettie„ tenminsten kort daar op hadden eenige mooren voorgenomen en waaren ook reeds werkelijk klaar, om daar over satisfactie teneemen op onze ingezeetenen te Cranga „noor, het geen ik Juist tijdig ontdekte, zo dat ik ten eersten eene versterking van 1: ze„ „geant, 2: Corporaals, en 12: Gemeene ooster „lingen na Caanganoor zond, en ook den Cranganoorsen koning liet aanzeggen om aan geen mooren passagie door zijn land tegeeven: En 't zeedert heeft men van dat Intusschen zijn 's Nababs troupen nog ten 's Nababs verdere oogmerken Calicoet om het inpalmen van de uijtgeschree„ verre schattingen te ondersteunen, zonder dat men Hoort of ze in deeze mousson verder dit heen staan tekomen; integendeel hoort men dat de Troupes zig Gereed maaken om eerlang weeder wat noordwaards terug tekeeren en het rijk van Cotteatte inteneemen; Een rijk dat tusschen het Cammorijnse en 's Nababs landen legt en waar men zegd, dat de sam„ „morijn zo wel als de vorst van Coddamagale die verleede Jaar door de Nabab ook vermeestard is, zig zouden ophouden; Terwijl de vorst van Cortenade die zijn tribuit aanden Nabab behoor„ „lijk opgebragt heeft met rust gelaaten word: Deeze overheering heeft de Nabab egter gedaan met weijnig volk, en dit heeft veele doen don„ „ken, dat d'overige troupes, tote verder dessinen dienen, geval, niets meer Gehoort: De Chawakattijse mooren zijn spitsboeven, en van ouds bekend voor moordenaars en dieven, die voor al in onrustin„ „ge en woelige tijden, en altoos op uijt zijn, om hunne rol te speelen en het land te alar„ „meeren. Geval Eenigen vendo van de
English
104 Precarious state of the Garrison. Some believe that Travancore will also be targeted, for which it is however becoming rather late, unless the Nabob were to postpone such until the next monsoon. Others believe that he has joined with the Marattas against Mahomet Alij; yet everything is so uncertain that for my part I have not ground enough to conclude or determine anything certain from it. I think for the most part that regarding Mahomet Alij and the Marattas, he wants to wait and see how the wind blows first and will take his further measures accordingly. Furthermore, I shall be on my guard here as much as possible, and according to the events employ such cautious measures that the Company maintains Her authority and prestige, while nonetheless being able to remain out of the fray, to which end, according to what has been recommended once and for all regarding this matter, I shall observe a strict neutrality. I am convinced that it has not been feasible for Your Right Excellencies, pursuant to my respectful request, to provide Cochim with a larger garrison, and I am likewise fully assured that Your Right Excellencies will provide for it if possible. It is therefore solely the gravity of the affairs, and not because I think it necessary to urge my aforesaid request upon Your Right Excellencies, that I take the liberty hereby to further demonstrate my embarrassment in this regard; the more so as I cannot rely on any relief from Ceilon, from where a considerable number of soldiers and artillerymen were recently detached to Cormandel and, as I hear, are still there. Times are currently critical along this west of India, which seems to be pregnant with revolutions of state; and I do not know what will occur here in the upcoming monsoon. In the middle of this month, all European privates and corporals here at Cochim (after deducting those currently crossing over) amounted to 170 heads, and the greater half of these are decrepit or disabled people. The two eastern companies, which apart from the Europeans are certainly almost all the good men we have here, are likewise exceedingly weakened and consist moreover for a large part also of 105 completely old people, who have more good will than capacity. The one company amounted in the middle of this month to 82 heads and the other to 37 heads. The remainder, to the number of 40 heads, are topasses, a people who are only good to help perform the daily duties that cannot remain undone; yet in time of need they cannot be relied upon, but in such a case would even be a cause for concern here, because one must with reason doubt their loyalty. The situation of Cochim is too well known to Your Right Excellencies for it to be necessary to enter into any detail regarding it, and Your Right Excellencies can thus easily deduce for yourselves that, whatever good will one might have to defend oneself, the place with such a garrison is utterly untenable if it is attacked by any reasonably proportionate force. On the land side the fortress is equally accessible everywhere. Here one has five large bastions besides the Galjoen, and the remainder must also be at least somewhat manned. Thus, when one distributes the present garrison over all these places, no matter how strong one makes the watch, one easily sees how it would be nearly impossible with it merely to cover oneself against an escalade. The Corps of Artillery was also in such small numbers and poor condition that it could not supply six good and vigorous fellows to be used at the cannon. I have had it reinforced with 25 men from the infantry. I have had this corps exercise daily during this fair monsoon, and now there is not a single man among them who does not know reasonably well how to handle the ordnance. I arrived at this decision all the sooner because without at least a somewhat adequate number of artillerymen, the infantry alone cannot be of great service in a siege, and in any case a good gunner also performs the duty of a soldier if it should be necessary, whereas an untrained infantryman cannot be used as a gunner. However, in the meantime,
Dutch transcription
104 Haggelijke gesteldheijd van 't Guarnizoen. Eenige meenen, dat het Jrevankoor ook gelden zal, waar toe het egter wat laat word, ten waaren dat de Nabab zulx tot de volgende mousson uijtstelde: Andere meenen dat wij met de Marettas tegen Mahomet Alij Ge„ „conjungeerd is; dog alles is zoo onzeeker dat ik voor mij Gaen grond genoeg hebbe, om„ daar uit iets zeekers op temaaken of vast te stellen; Jk denke voor het naaste, dat zij nopang Mahomet Alij en de Marattas, eerst de kat uit de boom wild zien en na maate van dien zijne verdere maatregulen nemen zal. Voorts zal ik zoo veel mogelijk hier op mijn hoede zijn, en na maate van de Gebeur„ „tenissen zulke voorzigtige maatregulen gebruijken, dat de Comp: Haar Gezag en aanzien behoude, evenwel buiten het spel kan blijven, waar toe ik volgens het eens voor al gere„ „commandeerde ten dien belange een stipte neu„ „traliteijd zal observeeren. Jk ben overtuigd dat het uw Hoog Edel„ „heedens niet doendelijk geweest is om inge„ „volge mijn eerbiedig verzoek, Cochim wat meer bezetting te geeven, en ik zoude mij insgelijk volkoomen verzeekerd, dat uw Hoog Edelheedens bij mogelijkheijd daar in wel zullen voorzien: Het is dus alleen het Gewigt der zaaken en niet om dat ik denke dat het nodig is, voorsz: mijn ver„ „zoek bij uw Hoog Edelheedens aantedringen, dat ik de vrijheijd gebruijke, bij deezen, mijne verleegendheijd derweegens nader te vertoonen; temeer ik op geen ontzet van Ceilon kan reeke„ „nen, van waar onlangs een aanzienlijk ge„ „tal militairen en artilleristen na Cor„ „mandel gedetacheerd en zoo als ik hoore daar nog zijn: De tijden zijn tans Carticq om deeze west van Jndien, dewelke zwanger schijnd te gaan van staats verwisselingen; en ik weet niet, wat in d' aanslaande mousson hier voorvallen zal; Medio deezer beliepen hier te Cochim alle Gemeene Europeezen en Corporaale (na aftrek van de tans overvarende / 170: koppen en hier van zijn de Grootste helfte afgeleefde of Gebrekkige luijden. De twee oosterse Com„ „pagnien die buiten d' Europeezen zeekerlijk bij na alles zijn, wat we hier Goeds hebben, zijn insgelijks boven maate verzwakt en bestaan w boven dien voor een groot gedeelte ook uit volkomen oude rend van de 105 oude menschen, die meer goede wil als vermoge„ hebben. De eene Comp: heeft medio deezen 82 koppen en d' andere 37. koppen belopen: Het overig ten getalle van 40: koppen zijn toepassen, een volk dat eenelijk goed is om de dagelijkse dien„ „sten, die niet ongedaan kunnen blijven, te hel„ „pen verrigten; dog op hun is in tijd van nood niet alleen geen staat temaaken, maar zijn zouden zelfs, hier ter plaats in zo een geval een zorgelijken hoop zijn, omdat men hunne trouwe met reede moet in twijffel trekken: De geleegendheijt van Cortim is uw Hoog Edel„ „heedens te zeer bekend dan dat het nodig zoude zijn omderweegens in eenig detail te treeden, en uw Hoog Edelheedens kunnen dus zelve ligtelijk opmaaken, dat, wat Goede wil men ook hebben mogt, om zig te verweeren, de plaats met zulk een Guarnizoen volstrekt onhoubaar is, Jndien ze meet een eenigzinds. geproportioneerden magt aangevallen word: Aande Land zijde is de vesting op alle plaatzen even accessibel; Hier heeft men vijf Groote Bastions buijten het Galjoen en het overigen diend ook ten minsten eenigzinds bezet te zijn; Wanneer men dus het tegenswoordig Guarni„ „zoen, men doe het waaken zoo sterk als men wil, over alle deeze plaatzen verdeelt, dan ziet men ligt, hoe het daarmeede bij na niet doendelijk zoude zijn, om zig alleen teegens een overloop te dekken: Het Cor Arthillerij was, meede in zulk een Gering Getal en slegte Gesteldheijd, dat het Geen ses goeden en flukse kerels uijtleeveren kon, om bij het Canon te worden gebruijkt: Ik hebbe het met 25: man uijt de Jnfanterie doen ver „sterken: Dit Cor hebben ik in deeze goede mousson daagelijks doen exerceeren, en nu is en Geen enkel man onder, die niet tamen„ „lijk met het Geschut waet omtegaan; en ben tot dit besluijt te eerder getraaden, omdat zonder een ten minsten, eenigzinds toerijkend Getal Arthilleristen, De Jnfan„ „terie alleen in een beleg van geen groote dienst zijn kan, en dat in allen Geval een goed Can„ „nonien ook tevens, zo het nodig mogte zijn, de dienst van zoldaats verrigt, en daar en tegen Geen ongeooffend Jnfanterist, als Can„ nomien te gebruiken is: om egter ondertusschen Wanneer vende de van de
English
precaution for the time being and until Your High Nobilities' further orders, to do everything that depends on me, I have, according to the Secret Resolution of the 26th of November, recruited a Company of 150 Sepoys into service, subject to the pleasure of Your High Nobilities. It consists for the most part of young and robust people, many of whom have already served with others. However, with them, as with all other natives, it is absolutely necessary that they be supported by Europeans if one wishes to accomplish anything with them. I thought I would be failing in my duty if I delayed any longer in showing Your High Nobilities, through this plain and truthful description, in what danger this place would be at the slightest rupture, and that if this is not provided for in an efficacious manner, the Honourable Company could lose this establishment as quickly as Your High Nobilities could possibly receive news that it had been attacked. And in case it might remain utterly impossible for Your High Nobilities to provide Cochin with any noteworthy reinforcement of Europeans, then I request that the shortage thereof be fulfilled with 150 or 200 good Javanese soldiers, as without the one or the other, affairs can no longer remain standing without leaving this place in the utmost danger. I have therefore, instead of the Eastern Captain Bapa Vjendel Caret who is currently departing thither, nominated no other, because I shall draw his Company, which is very small, into the other and thus form one Company out of those two, which in the meantime saves a Captain and a European drillmaster. Of the Topasses currently in service, I shall discharge as many as possible as soon as I am able to do so through new reinforcements. In the months of November and December, the rumours arising from the previously mentioned preparations of Ayder Alychan and other movements were so varying that I believed one should not be too complacent in that uncertainty, but at least take such measures as could serve without great expense to be armed against unforeseen occurrences. I therefore proposed at that time to the council what I believed was necessary for this for the present, which was also decreed by secret resolution of the 26th of November, of which Resolution a copy is sent herewith. They are mostly trifles, yet of such a nature that they cannot be procured at a moment's notice; and to avoid verbosity, I take the liberty of referring to the aforementioned Resolution. However, I respectfully note herewith that although I had intended not to have the retrenched place of arms in front of the curtain between the bastions Holland and Gelderland, proposed by the Secunde van de Graaff and other commissioners, constructed before this work had been approved by Your High Nobilities, I nevertheless, because the place on that side truly required that it be somewhat reinforced in one way or another, believed I might hope that Your High Nobilities, in consideration of the motives that led me to decide upon it, will favourably accommodate that I have caused the execution thereof to begin without awaiting Your High Nobilities' further orders thereupon, the more so as it is not a work of great expense and will altogether cost little more than 2000 rupees, which I shall seek to recover doubly in other respects through frugality and attending to the Company's benefit. The report and the plan made thereof are enclosed herewith. Furthermore, Your High Nobilities will see in the aforementioned Secret Resolution a design to reinforce this city slightly on the river side, where it is truly very weak. The Engineer de Graaff, who was commissioned to prepare a drawing thereof, has hitherto been too occupied with the works in progress to comply therewith; as soon as this drawing is submitted, I shall have the honour of presenting it to Your High Nobilities, with such descriptions as are necessary for a better understanding thereof.
Dutch transcription
33 106 precautie bij voorraad en tot uw Hoog Edelheedens na„ „dere ordre, alles te doen wat van mij afhangt, Hebbe ik volgens Secreete Resolutie van den 26: 9ber: een Compagnie van 150: Sipahis, op het wel behaagen van uw Hoog Edelheedens in dienst aangenomen: zij bestaat voor het meerdere Gedeelte, uijt Jong en robust volk, waar van er veele bij andere reeds Gedient hebben; Dog het is met hun, gelijk met alle anderen Jnlanderen volstrekt nodig, dat ze door Europeezen ondersteurt worden, indien men 'er iets meede uijtvoeren wil: Jk hebbe Gemeent aan mijn pligt te zullen man„ „queeren indien ik langer uijtstelde uw Hoog Edelheedens door deeze naakte en waaragtige beschrijvinge te doen zien in wat Gevaar deze plaats zijn zoude, bij de minste rupture, en dat indien hier tegen niet Comp: dit etabelissement, zo spoedig quijt zijn kan, als uw Hoog Edelheedens bij mo„ „gelijkheijd tijding zouden kunnen ontfangen dat het aangevallen was: En bij aldien het voor uw Hoog Edelheedens ook volstrakt op een officacieuze wijze voorzien word, d'E: zoekere Gebruijkte nodige In de maanden van 9ber: en xber: waaren onmoogelijk blijven mogt, om Cochim een eenig„ „zinds naamwaardige versterkinge van Euro„ „peezen te bezorgen, dan verzoeke ik het ontbree„ „kende daaraan, met 150: of 200: Goede Javaanse zoldaaten tewillen vervullen, alzo zonder het een of het ander, de zaaken niet langer kun„ „nen staan, zonder deze plaats in het uiterste gevaar telaaten: Jk hebbe daarom insteede van den tans derwaards overgaande oosterse Capitain Bapa Vjendel Caret geen ander voorgedragen, om dat ik zijn Comp: die zeer klein is, onder de andere trekken en dus een Comp: van die twee formeeren zal; het geen intussen weeder een Capitain en Europees dril„ „meester uijtwind: van d' indienst zijnde toepassen, zal ik zoo dra door nieuwe ver„ „sterking daar toe in staat ben, zo veele af„ „danken als mogelijk zal zijn. de Gerugten, die uijt de voorwaards Gemelden toerustingen van Aijder Alijchan, en andere be„ „weegingen ontstonden, zo varieerende dat ik gemeente hebbe, in die onzeekerheijd niet al te gerust te moeten zijn, ten minsten, zulken onmoogelijk, maatregulen rende de van de 107 maatregulen temoeten neemen, als buiten grooten omslag dienen konden, om tegens on „voorziene voorvallen Gewapent te zijn :jk hebbe daarom ter dier tijd, ter vergadering voorgestelt het geen ik meende, voor eerst hier toe nodig te zijn, en ook bij secreet besluijt van den 26: 9ber: is G'arresteerd, van welke Resolutie hier nevens Copia overgaat: Het zijn meerendaels klijnig¬ „heeden; dog vandien aart, dat ze op stel en sprong niet kunnen bezorgt worden en Gebruij„ „ke de vrijheijd ter vermijding van wijdloopig„ „heijd mij aande voorschreevene Resolutie te gedragen Egter notoere bij deezen in Eerbied, dat schoon ik mij had voorgesteld om de door den secunde van de Graaff en verdere Gecommitteerdens voor„ „gestelde Geretrancheerde wapen plaats voor de Gordijn tusschen de Lunten Holland en Gelder„ „land niet tedoen maaken, voor dato dit werk door uw Hoog Edelheedens zoude zijn g'ap„ „probeert, ik nogtans omdat de plaats aan die kant werkelijk nodig hade, datze op den eenen of andere wijze wat versterkt wierd, gemeend hebbe temogen hopen dat uw Hoog Edelheedens uijt aanmerking der motiven, die mij daar toe hebben doen besluijten, het Gunstig inschik„ „ken zullen, dat ik zonder uw Hoog Edelhee„ „dens nader ordre, daar op aftewagten met den executie daar van, hebben doen beginnen, te meer het geen werk is van grooten omslag, en het zelve in het Geheel wijnig meer dan 2000: ropijen kosten zal, het geen ik in an„ „dere opzigten, door zuijnigheijd en sComp:s voordeel te behartigen, wel dubbeld zal zoe„ ken uijttewinnen: Het Rapport en daarvan Gemaakte plan gaan hiernevens. — Nog zullen uw Hoog Edelheedens bij voorsz: Secreete Resolutie zien een ontwerp om deze stad aande Rivierkant, daar ze warke„ „lijk zeer zwak is, een wijnig te versterken: De Ingenieur de Graaff aan wien opgedraagen is, omdaar van een teekening te vervaardigen is met de onderhanden zijnde werken tot nog toe te veel g'occupeert geweest om daar aan te voldoen; zo dra deeze teekening inkomt zal ik de eere hebben uw Hoog Edelheedens dezelve aantebieden, met zodanige omschrijvingen als tot meerder verstand daar van nodig is. — uijt vende de van de
English
The King of Trevancoor continues to conduct himself in a friendly manner toward the Company and, as much as one can judge from appearances, is reasonably well-disposed. What good effect my applied seriousness regarding the previous year's pepper delivery has had is evident from the general letter by the greater quantity of pepper that His Highness has since delivered, and why I have now enlarged the annual gift so much the more—which last year was intentionally reduced extraordinarily and then consisted only of trifles—and increased it in proportion both to the delivery and the circumstances of the times, although the full quantity of 3000 Candijlen has nevertheless not been delivered; so that we have not considered ourselves satisfied with this, but have now fashioned the seriousness used last year on another last. In the spring, he had given me such great assurances that the 3000 Candijlen to the south would be delivered this time, that I judged I might take this opportunity to address the chief supplier seriously again about the missing amount during the settlement of accounts, who, as usual, excused himself to me on that account. And because the King sent gifts to my daughter-in-law on the occasion of her marriage, I took reason from this to send him also a small mission, as it were to thank him for this honor, but primarily with the intention to hold before him further and as suitably as can be done the legitimate reasons for dissatisfaction over the deficient pepper delivery. Thus, on 20 December, I first let a letter precede this, in which I wrote, among other things, the following: I have had the honor to receive Your Highness's latest letter, containing a further assurance of the full pepper delivery in response to my previous writing of 10 September. I relied firmly on Your Highness's royal word, and therefore wrote with peace of mind to Batavia that the 3000 Candijlen to the south were already as good as delivered. But my dear King, how far I have been deceived! Over which I complain to the utmost to Your Highness. Coemara Poela gave Your Highness assurance that the 3000 Candijlen to the south could be delivered; upon this, Your Highness also gave his royal word. Moreover, Coemara Poela made the most solemn assurance to me on his word of honor, in the presence of the Jew David, the Paljetten, Ananda Mallen, my first interpreter Van Jongeren, and other servants, adding that pepper would neither be delivered to anyone nor would any pepper be sent to Coromandel before the full 3000 Candijlen were first brought to the Company's scales. But having come here recently to close the pepper accounts, he indicated that only 2377½ Candijlen had been delivered, that thus a full 622½ Candijlen are still lacking, but that he had not been able to deliver more, under the ordinary exceptions of crop failure, drought, and similar evasions, which may pass for a single time with someone who comes newly to the Malabar, but not with me, who has investigated everything and knows as well as anyone where all the pepper goes and why the Company does not receive what it ought to have. What will they now have to think of me in Batavia? Will I not now bear the reputation that I occupy myself with trifles, which is one of the most disgraceful qualities in a common, let alone in a public person? Now the full quantity of pepper will be demanded of me. But because Your Highness has had me complimented through Coemara Poela on my daughter's marriage and sent gifts to the young couple, and I intend to make a counter-mission for that, I shall on that occasion have Your Highness further addressed by my envoys concerning one thing and another. I have waited with that mission until the Paljetten, who told me he had to go to Your Highness shortly, would undertake the journey.
Dutch transcription
108 De koning van Trevancoor draagd zig bij Continuatie tegens de Comp: vriendelijk en zo veel men van het uitwendige oordeelen kan reedelijk wel gezind: wat goed effect mijn gebruijkte ernst omtrend de voorJaarse papper leverantie gehad heeft, blijkt bij de Gemeene brief„ aande meerdere quantiteijd peper, die zijn Ho:t 't zoedert geleeverd heeft; en waarom ik het Jaarlijks Geschenk, dat verleede Jaar expres on„ „gemeen verminderd was, en toen maar in een beuzelingen bestond nu zo veel temeer vergroot en na even redigheijd zoo van de Leverantie als van de tijds omstandigheijd vermeer dart hebbe, schoon egter de volle quantiteijd van 3000: Candijlen niet geleeverd is; zo dat ik wij hier meede niet vergenoegd gehouden, maar den gebruijkten ernst van verleede Jaar, nun weder op een andere leest Geschoeid hebben: Hij had in het vroogjaar, mij zulke grooten verzeekeringen doen geeven, dat de 3000: Cam„ „dijlen om de Zuijd ditmaal zouden Gelee„ „vert worden, dat ik oordeelde hier uijt geleegendheijt temogen neemen, om den Hoofd leverancier bij het doen der afrae„ „keningen weeder ernstig over het ontbreekende te onderhouden, die zig naar Gewoonte derweer„ „gens bij mij verschoonden; En wijl de koning mijn. aangehuwde Dogter, bij geleegendheijt van haar Huwelijk, heeft doen beschenken, hebbe ik daar uijt aanlijding genomen, om aan Hem ook een klijne bezending tedoen, als het waare om hem voor deeze Eeren te bedanken, dog voor„ „naamentlijk, met inzigt om hem de regt„ „matigen reden van ongenoegen over de gebrek„ „kige peper Leverantie nader en zo veel dit Gevoeglijk Geschieden kan, tedoen voorhouden; Dus liet ik den 20: xber: daar toe eerst voor affgaan; een brief, waar bij ik onder andere het volgende schreef „ Hebbe de eere gehad te ontfangen utto:t laatste brief, in zig behelzende, eene naderen verzeekeringe vande volle peper leverantie in antwoord op mijn voorig schrijvens van den 10: September. Ik hebbe mij op utto:ts koninglijk woord vast verlaten, en daarom na Batavia Gerust geschreeven, dat de 3000: Candijlen om de zuijd reeds zo goed als Geleverd waaren „keningen Dog Jrevancoor vende de van de 109 Dog mijn waarde koning :t wat ben ik var der bedroogen! waar over ik mij ten uijter„ sten bij uHo:t beklagen Coemara poela heeft utto:t verzeekering gedaan dat de 3000: Candylen om de Zuijd konden Geleevert worden: Hier op heeft utto:t dan ook zijn koninglijk woord gegeven, bovendien zo heeft Coemara Poela mij op zijn woord van Eer, integenwoordigheijd van de Jood David, den Paljetten, Ananda Mallen, mijn Eer„ ste Jolk Van Jongeren en andere Bediendens, d aller dierbaarste verzeekeringe daarvan geda met bijvoeginge, dat en aan niemand pepar Geleverd nog Ook geen peper na Cormandel zoude verzonden worden, voor dat eerst de volle 3000: Candijlen bij de Comp: ten schaal zouden Gebragt zijn; dog nu onlangs hier Gekomen zijnde om de peper reekeninge te sluiten, gaf wij tekennen, dat er maar 2377½: Candijlen geleeverd waren, dat er dus no wel 622½: Candijlen manqueeren, dog dat hij niet meer had kunnen leeveren, onder de ordinaire excepties van misgewas, droog „te en diergelijke uijtvlugten, dewelke wel voor een enkelde keer doorgaan, bij imand dien voor het eerste vreemd op de Mallabaar komt maar niet bij mij, die alles onderzogt heeft, en zo goed als iemand weet, waar alle de peper blijft en waarom de Comp:, niet krijgt het geen zij hebben moet Wat zal men nu te Batavia van mij moeten denken. zal ik nu niet de naam dragen, dat ik mij met beuzels ophoude het geen een vande schandelijkste hoedanig„ „heeden in een Gemeen, laatsstaan in een publiq perzoon is; nu zal de volle quan„ „titeijt peper van mij Gevraagt worden. Dog dewijl Utto:t mij door Coemara Zoela weegens mijn Dogters Huwelijk heeft doen Complimenteeren, en het Jonge paar laaten beschenken en ik daar over een Contra bezendinge meene te doen, zo zal ik u Ho: bij die occagie door mijne Bendelingen over het een en ander nader laten onder„ „houden. Ik hebbe met die bezendinge Gewagt tot dat de Paljetten, die mij gezegt heeft, eerstdaags na utto:t te moeten gaan, de reijze voor zouden, vende de
English
would accept him to also employ him in the aforementioned commission, the more so because he not only knows about all those matters, but actually was also present last year to confer with Your Highness about the pepper, and was also present when it was assured and promised, both there and here, that the 3000 Candyls would be delivered without fail. However, since I am uncertain whether Your Highness is aware that I am again being so misled, and I also do not know what people will try to make Your Highness believe in the meantime merely to put a gloss on this meager pepper delivery, I have deemed it necessary to give Your Highness advance notice of this hereby, as I am accustomed to take the direct path; and in order that this letter should come securely into Your Highness's hands, I have requested Ananda Mallen to deliver this letter personally to Your Highness. However, since the Paliat had his hands so full in the north on behalf of his king, on account of the descent of the Nabab, that I did not wish to wait for him any longer, I thereupon let the First Interpreter and the Tree Counter depart for the Court on the 29th of January, the latter of whom, through many years of residence here, also speaks Malabar reasonably well, giving them such instructions as are to be found among the appendices of this document. After these envoys had been gone for some days, I received a reply from His Highness to the aforementioned letter, the contents of which with respect to the pepper read as follows: The letter that Your Right Honorable has sent us by Ananda Mallen, we have received, read, and understood its contents; we saw from it that the latest delivery of pepper had not taken place according to the promise made by our Sarwadicariacaren, and that Your Right Honorable was very affected by this; we have summoned here our Carwadicariacaren Coemara Loela and Ananda Mallen on this matter, and asked them the reason why an alteration had been made to the promise that had been made to Your Right Honorable, to which they answered us that in the past year he had made advance disbursements of money to the merchants and had expected that they would have procured pepper for it, and in that hope had made that promise to Your Right Honorable; but when the delivery was made to the Honorable Company, the merchants who had received money on the pepper delivery said that of the cash received they had spent two-thirds on pepper, and the third part remained in their hands and could not have been spent because pepper was not to be obtained for it, by reason of the bad crop, and that he was compelling those merchants to procure the pepper. Thereupon we had all our Ragiadoors summoned and made inquiry, who certified to us that on account of crop failure the merchants could not spend the received cash to collect pepper; thus we are convinced that this decrease in the delivery occurred due to crop failure, but not through neglect of duty or otherwise. Now we have written everywhere to bring in all the pepper of this year without fail, and Your Right Honorable will find that the Honorable Company will properly receive its share. It has been very pleasing and agreeable to us that the present which we sent on the occasion of the marriage of Your Right Honorable's daughter was accepted with affection. We have also seen that upon the departure of the Paliat hither, Your Right Honorable would send your envoys; upon their arrival here, we shall inform Your Right Honorable of all matters in detail. And upon the return of the commissioners, they brought with them the following letter, and further submitted such a report as is transmitted herewith in copy: The First Interpreter and the Tree Counter have, upon their arrival here, duly delivered to us Your Right Honorable's letter along with a present of a head ornament set with twenty-one diamonds, a piece of gold cloth, and a small flask of cinnamon oil, all of which we have received with great pleasure. From Your Right Honorable's writing, we have seen that there was a great shortfall in the latest delivery; we have examined that matter.
Dutch transcription
110 zoude aanneemen, om hem in voorsz: Commis„ „sie ook te gebruijken, temeer Wij niet alleen van alle die zaaken weet, maar eijgentlijk verlee„ de Jaar ook meede is geweest, om UHto:t: over de papar te onderhouden, en ook present is ge„ „weest, wanneer ginten en hier verzeekert en beloofd is, dat de 3000: Candijlen zonder man„ „quement zouden geleeverd worden. Dog dewijl ik onzeeker ben of utto:t wel kennissen draagd dat ik weder zo mislijdbem, en ik ook niet waet, wat men intussen utto:t zal zoeken wijs temaaken, om deze magere peper leverantie maar een glimp tegeven, zo hebbe ik nodig g'oordeelt uwo:t hier van bij deezen voor af kennisse te geeven, alzoo ik Gewoon ben, den regten weg inteslaan; en op dat deze brief sicuur in utto:ts handen zoude komen, zo hebbe ik Ananda Mallen verzogt om deze brieff eijgenlandig aan UWo oftageeven.„ Dog dewijl de Paljetten, het toen om de noord zo druk voor zijn koning had, wegens d' affkomsten van de Nabab, dat ik niet langer nattem wilde wagten, zo liet ik daar op den 29: Janu„ „arij den Eersten Tolk en de Boomtellen; welke De Briev die uwelEdele Groot Agtb: per Ananda Mallen ons toegezonden heeft hebben wij ontfangen Geleezen en dies inhoud verstaan; wij zagen daar uijt, dat de Jongste leverantie vande peper niet Geschied was volgens belofte, die onze Sarwadicariacaren gedaan had, en dat uwel Ed: Groot Agtb: daar over zeer aangedaan was; wij hebben over die zaak onze Carwadicariacaren Coemara Loela en Ananda Mallen hier laten haalen, en dezelve de reeden afgevraagt, waarom verandering Gemaakt was aan de beloften dien aan uwel Ed: Groot Agtb: gedaan hadde, waar op zij ons ten antwoord gaf dat hij a:o pass:o voor uijtver„ „strecking van penn: aande kooplieden gedaan Na dat deeze zendelingen eenige dagen ver„ „trokken waren, ontving ik van zijn to:t op voorsz: brief antwoord, waar van den inhoud met relatie tot de peper aldus luijd. laatste door langjaarig aanweezen alhier, het Mallabaars ook reedelijk wel spreekt, na het Hof vertrekken, Gevende hun mede zodanige Jnstructie als onder de bijlaagen deezes te vinden laatste en is: —. vendo de van de 114 en verwagt had, dat zij daar peper voor zoude bezorgt hebben, en in die hoopen had Mij uwelEd: Groot Agtb: die belofte gedaan, dog toen de Leverantie aan d' EComp: gedaan wierd, zeijden de kooplieden, die geld op de peper lever„ „antie Genooten haadden, dat zij van de Ge „nootene Contanten, twee derden aan peper be„ „steed hadde, en het derde gedeelten onder Haar berustende was, en niet hadde konnen uijt„ „geeven, om dat daar voor peper niet te ben„ „komen was, ter zake van het slegte Gewas en dat hij die kooplieden was Constringeerende, om de Peper te bezorgen, wij hebben daar op alle onze Ragiadoors laten roepen, en daarna g'inquireert, die ons betuigd hadden, dat door misgewas de kooplieden de ontfangene Contan„ „ten, niet konden uitgeeven, om peper intezame„ „len dus zijn wij overtuijgd dat door misgewas die verminderinge in de leverantie is Geschied; maar niet door pligt verzuijm of anderzints. Nu hebben wij over al gesz: om zonder fout van dit Jaar al de pepern aan te brengen, en uwelEd: Groot Agtb: zal ondervinden, dat d'EComp: Haar aandeel behoorlijk krijgen zal Het is ons zeer lief en aangenaam geweest dat het Geschenk dat wij op het Huwelijk van uwel„ „Ed: Groot Agtb: Dogter Gezonden hebben, met Genee „gendheijd is G'accepteerd Geworden, ook hebben wij Gezien dat met het vertrek van den zal„ „jetter naar herwaards uwel Ed: Groot Agtb: des„ selfs zendelingen zenden zoude, met hun kom¬ „ste hier zullen wij alle de zaaken, omstandig aan uwelEd: Groot Agtb: laten weeten.„ En bij de terug komste van de Gecommitt:s bragten zij meede, de volgende Brief; en dienden t: voorts van zodanig Rapport als hier nevens in Copia overgaat „ Den Eersten Tolk en den Boomteller heb„ „ben met hun aankomst alhier ons behoorlijk en besteld, uwel Ed: Groot Agtb: brieff met en de be„ „nevens een Geschenk van een Hoofd Ciereel met een en twintig Briljanten bezet, Een stuk goud laken en een flosje Caneel olij het welk een en ander wij met groote Genee„ „gendheijd ontfangen hebben. uit uwelEd: Groot Agtb: schrijvens hebben wij Gezien, dat op de Jongste leverantie een Groo„ „te mindering is Geweest; wij hebben over die Het materie vend de de
English
45 112 matter already the cause thereof to Your Right Honourable Worships by letter, which we previously had sent per Ananda Mallen, and which Your Right Honourable Worships will have received long before this, and have understood its contents; we have also let the details thereof be known to Your Right Honourable Worships through the First Interpreter. Furthermore, we understood that two vessels from Tuticorin, arriving at the latitude of Triconaposen, were detained and six rupees were extorted from them. That district belongs under the King of Repolim, and our people have no knowledge of it. We are now writing an ola to the King of Repolim to reimburse those rupees and punish the scoundrels. We have also sent orders to moderately discipline the toll collector of Trikakare, who arrested the Company's curved timbers and received toll for them under the issuing of a receipt. To settle the dispute regarding the boundary demarcation of the garden at Toembollij, we have sent orders to Tanoewa Poela Sarwadicariacaren and Ananda Mallen to go there with eight old and local people, and to make a final end of it. We hope that Your Right Honourable Worship will be pleased to do your best to make the old friendship between our kingdom and the Honourable Company increase and grow more and more. From all of which Your High Mightinesses will see that he has at least deemed it worthy to excuse the matter with me as much as possible, and furthermore makes good promises for the future. From the instructions it will appear to Your High Mightinesses that I simultaneously had the King spoken to regarding these and other small disputes, merely to have somewhat more reason for complaint, although they otherwise required no express commission; to all of which complaints the King gave me reasonable satisfaction and even in most matters left it to me to demand the satisfaction I desired, of which, however, as may easily be thought, I made no other use than to request the King that he would see to it that such irregularities did not occur anymore in the future. Meanwhile I do not doubt but Your High Mightinesses will see sufficiently from all this how I deal with Travancore, and in what good humour he still continues. Before I had the honour to receive Your High Mightinesses' orders on the subject of the pepper, I, in order to somewhat satisfy the Bombay merchants, caused 77361 lb to be sold to them pursuant to the above-mentioned secret resolution at 150 rupees per 560 lb. I hope that Your High Mightinesses will favorably approve this, and I flatter myself with this all the more, not only because a good quantity of spices was thereby sold then, which otherwise would not have been sold then, and the Bombay merchants thus also departed satisfied, but also because a reasonably good price was obtained for this pepper and the Company, according to my calculation, has gained as much by this sale locally as if this pepper had been transported to Coromandel and sold there; since according to the Nagapatnam copy letter of 16 October 1773, the bahar of 280 lb of pepper there yielded no more than 179: 8: 8, being f 37:6:8 per 100 lb. For if 560 lb of pepper from here is transported via Batavia to Coromandel, the Company loses fully 59 lb on it in ship short-weights and warehouse wastage, and thus no more remains for sale than 501 lb, which according to the aforesaid sales price there would yield f 187:—:—, or 56 2/3 ducatoons, amounting to 151 17/10 rupees; and deducting the administrative expenses from this, not 150 rupees (for which the pepper was sold here) remains net for the Company. Meanwhile it grieves me that Your High Mightinesses cannot as yet conform to my proposal regarding the sale of pepper, since I am assured that this proposal, besides the profit, would also extraordinarily expand the trade. However, it was a singular satisfaction to me that the difficulties raised against it regarding the political situation were resolved to the satisfaction of Your High Mightinesses; but since I did not perceive the other difficulty, namely, if the pepper were sold here,
Dutch transcription
45 112 materie reeds d' oorzaak daar van aan uwel„ Ed: Groot Agtb: Gesz: bij brief, die wij bevoorens per Ananda Mallen gezonden hadden, en den welke uwelEd: Groot Agtb: al lang voor deezen zal ontfangen, en dies inhoud begreepen hebben, ook hebben wij dies omstandigheeden door den Eerste Tolk aan uwelEd: Groot Agtb: naderlaten waaten, voorts verstonden wij dat twee vaartuigen van Tulukorijn op de hoogte van Triconaposen komend„ aangehouden en van dezelve ses Rop:s zoude zijn afgepeerst; dat district gehoort onder den koning van Repolim, en ons volk heeft daar geen kon „nisse van; wij schrijven tanis een ola aanden ko„ „ning van Repolim, om die rop: te vergoeden en de booswigten te straffen: ook hebben wij ordre Gezonden om den Tholheffer van Trikakare die 'sComp:s kromhouten G'arresteert, en onder het passeeren van een recopissen, daar thol voor ontfangen hadden, naar minite te Corrigeeren om het verschil, van de limietschijding van de Thuijn op Toembollij aftemaaken, hebben wij ordre aan Tanoewa Poela sarwadicaria„ caren en Ananda Mallen Gezonden om met agt oude en land kundige menschen daar na toe te gaan, en daar een finale eijnde van te maken; wij verhoopen, dat uwwel Edele Groot Agtb: desselfs Goede best zal Gelieven aantewenden om d' oude vriendschap tussen ons rijk ou d EComp: meer en meer te doen toenemen en aangroeijen. „ Uijt welk een en ander uw Hoog Edelhee„ „dens zien zullen, dat hij het ten minsten nog al waardig G'agt heeft, om de zaak zo veel mogelijck bij mij te verschoonen, en voorts Goede beloften doed, voor den aanstaande Bij de instructie zal uw hoog Edelheedens blijken dat ik den koning teffens over deze en Geene klijne verschillen hebbe doen onderhouden om maar wat meer reeden van klagen te hebben, schoon die anders Geen expresse Commis„ „sie vooreijschten; op alle welke klagten, den koning mij reedelijk Genoegen Gegeeven en zelfs in de meeste dingen het aan mij Gelaaten heeft om te eijsschen de voldoening die ik be„ „geerde, waar van ik egter Gelijk ligt denken is, geen ander Gebruijk Gemaakt hebbe, als de koning te doen verzoeken, dat hij wilde zor„ „gen, dat diergelijke inregulariteijten in den toe aanstaande, vendo de van de 47 113 Bombarassen aanstaande niet meer Gebeurden: Jntusschen twijffele niet, of uw Hoog: Edelheedens zullen uit het een en ander Genoeg zien hoedanig ik mets Trevankoor oiga, en in welke goede luijm hij nog Continueerd. — verkoop van beper aan de Bevoorens ik d'aere had te ontfangen uw Hoog Edelheedens ordre op het stuk van de Pepar; Hebbe ik om de Bombarassen kooplieden wat te vreede te stellen, ingevolge het hier boven Genoemde secreete besluijt 77361: lb: aan hen doen verkopen tegens rop:s 150: de 560: lb: Jk hoope dat uw Hoog Edelheedens dit Gunstig passeer zullen, en vlije mij dit destemeer, niet alle# omdat men, toen daar door een Goede partij specerijen verkogt heeft, die men toen andere niet zouden verkogt hebben, en de Bombarassen dus ook vergenoegt heen Gegaan zijn, maar ook om dat men voor deezen peper een reedelijk goede prijs behaalt ende Comp: bij deezen verkoop hier ter plaatzen, na mijn reekening, zo veel Gewonnen heeft, als of deze peper na Corman „del vervoerd en daar verkogd was; dewijle vo „gens Nagapatnamse Copij brief van den 16: Oc tober 1773: da baar van 280: lb: papar aldaar niet meer gerendeert heeft, als 179: 8: 8: zijnde ƒ 37:6:8:— de 100: lb: want als 560: lb: peper van hier over Batavia na Cormandel vervoerd worden, dan ver„ „liest de Comp: aanscheepsminwigten en spillagie inde Pakhuijzen daar op ruijm 59: lb: en resteert dus ter verkoop niet meer als 501: lb: die na voorsz: verkoopsprijs aldaar zouden afwer„ „pen ƒ187:—: —. off ducatons 56 2/3. uijtmaakende rop:s 151. 17/10: en hier vand' Administratie on„ „gelden afgereekend blijven en Geen 150: ropijen (waar voor de paper hier verkogt is / voor de Comp: zuijver over Intusschen doet het mij leet dat uw Hoog Edelheedens zig met mijn voorstel nopens den verkoop van Peper, voor als nog niet kunnen Conformeeren, dewijl ik verzeekert ben, dat die voorstel behalven de winst, ook ongemeen den Handel zoude vergrooten: Egter is het mij tot een zonderling satisfactie geweest dat ten Genoe„ „gen van uw Hoog Edelheedens opgelost zijn, de daar tegen Geopperde swarigheeden, met be„ „trekkinge op het politicque weezen; dan dewijl ik d' andere swarigheijd niet hebbe ingezien, na„ „mentlijk, wanneer hier de peper verkogt wierd, meer venv de va die
English
that remains from the Ceylon requirement for the return ships, whether in the event of a subsequent poor crop there would indeed be enough pepper on hand for Ceylon; thus I find myself obliged respectfully to submit to Your High Excellencies' consideration whether that remaining pepper, which is always, and again in the latest requisition, required for Batavia, ought not henceforth to remain here, or be sent to Ceylon when opportunity offers, since in case of a meager delivery one would merely be in the same situation, as the pepper, whether sent to Batavia or sold here, could nevertheless not serve for Ceylon, to which is also added that the pepper ship generally arrives here in 9ber or xber, when the early shipment has already departed from Ceylon, and the ship then also collects pepper not only for the late shipment of January, but also for that of the earlier shipment; and 9ber of the following year: also the pepper deliveries generally begin here in April and one can always be assured in January or February of a good or bad crop; indeed, someone who holds authority here can then also always count more or less on the quantity of the delivery, according to how he knows to deal with Trevankoor; and if one then knows here in good time how much the requisition of Ceylon will be and the sale of pepper should be embraced, one could then, in proportion to the collection and the Ceylon requisition, proceed with deliberation in the sale of the quantity, although there appears to be no difficulty whether the collection here is greater than the Ceylon requirement. However, since I do not have so much confidence in my own way of thinking, and thus do not dare to dispute the necessity of keeping the surplus pepper in reserve for the following year, I have therefore, in order to comply with the effective intention of Your High Excellencies, and in order not to send all the pepper over yonder, and also not to retain all the pepper here, this time taken the middle course, and thus, apart from what has already been sold and what is now being transferred, kept the remainder here, with a humble request, in case Your High Excellencies do not please to permit the sale here at all, to furnish me with Your High Excellencies' approval as to whether all the surplus pepper will nevertheless have to be sent to Batavia. Yet may it respectfully be granted to me to request Your High Excellencies to take the sale of pepper here once more into further consideration, even if it were only that one might have the liberty for a part and in case of necessity, as has happened now, to make use of it with deliberation and in so far as it is necessary; for although someone who holds the chief authority somewhere, and especially at a place that is exposed to more than ordinary vicissitudes, does indeed have liberty, as was given to me here by letter of 25 7ber Anno 174 concerning trade, namely to devise and put into effect such measures as one might judge necessary for the best of the Company's interests, it nevertheless always causes more or less care and anxiety about giving dissatisfaction, against which I seek to guard myself so carefully in my administration. Meanwhile, I thank Your High Excellencies most kindly that Your High Excellencies have pleased to cast such a favorable reflection upon my request, and have pleased so generously to favor me in my good intentions through the granted qualification to be permitted to sell to the Bombaras whatever more than 3000 Candyls or 1500000 lb of pepper might be collected here, which, although not very apparent, I nevertheless sincerely wish for, and I trust that Your High Excellencies do not doubt my true zeal and carefulness concerning that principal article with which we are concerned here, namely the collection of pepper. By the aforementioned secret resolution herein, Your High Excellencies will see that it was also decided therein to make a trial to see whether one could not trade here with some profit in this and that article for the account of the Company, in order to make the Company profit from everything that is in any way possible, and thereby to recover the expenses of this and that extraordinary though necessary works.
Dutch transcription
114 die van de Ceilonse benoodigtheijd voor de retour scheepen overschiet, of er dan bij een volgende slegt gewas, wel genoeg peper voorCeilon aan handen zoude zijn; zo vinde mij verpligt uw Hoog Edelheedens derweegens eerbiedig in be„ „denking te geeven, of dan die overige peper, de„ „ welke altoos, en nog bij den Jongsten Eijsch na Batavia Gerequireerd word, voortaan niet hier diende te blijven, of als er geleegendheijd is na Ceijlon gezonden tewerden, dewijl men in Cas van een magere levarantie maar in het zelvde geval zoude zijn, alzo de Peper of na Batavia verzonden of hier verkogt zijnde, tog niet voorceilon zouden kunnen dienen, waar bij ook komt dat het pepar schip, hier doorgaans in 9ber: of xber: komt als wan„ „neer de vroege bezendinge dan reeds van Cailon vertrokken is, en het schip dan ook peper afhaalt niet alleen voor de na bezendinge van Janu„ „arij maar ook voor die van den vroegera bezen„ „dinge; en 9ber: des volgende Jaars: ook begind de peper leverantien, doorgaans hier in April en mere kan altoos in Januarij of februa: van een goed of slegt Gewas verzeekerd zijn; Ja imand die het gezag hier heeft, kan dan ook altoos me of meer reekenen, op de hoe grootheijd der lever„ „antie, na maate hij met Trevankoor weet omtegaan; en als men dan hier in tijds weet hoe veel den Eijsch van Ceijlon zal zijn en den verkoop van Peper mogt geamplecteerd wor„ „den, dan zoude men na mate van den inzaam enden Ceilonsen Eijs inden verkoop van de quantiteijt, met overleg kunnen tewerk Gaan, schoon en geen swarigheijd schijnd te zijn of den inzaam is hier Grooter als de Ceilonsen benoodigtheijd. Dog dewijl ik zo veel vertrouwen op mijne wijze vandenken niet hebba, en dus de noodzaakelijkheijd niet durve tegenspree„ „ken, om d' overgeschotene paper voor het vol„ „gender Jaar in reserve te houden, zo hebbe dan ook om aande effective intentie van uw Hoog Edelheedens tevoldoen, en om alle de peper niet na Ginter te zenden, en ook alle de peper hier niet aantehouden, ditmaal den middelwag Gebruijke, en dus behalven reets verkogte, en de tans overgaande, de overige hier gehouden, met ootmoedig verzoek, om inge„ „val uw Hoog Edelheedens den verkoop hier in 't geheel venv de 115 geheel niet Gelieven toetestaan, mij met Hoor derzelver goed vinden temunieeren of dan evenwel alle de overgeschotene Peper na Batavia Za„ moeten Gezonden worden. Egter zij het mij in eerbied Gegunt, uw Hoog Edelheedens te verzoeken om den verkoop van Pepen alhier nog eens nader inbedenking teneemen, al was het dan ook maar dat me voor een gedeelte en inCas van noodzaakelijkhe gelijk nu is geschied, vrijheijd mogt hebben, om zig daar van met overleg en voor zo verre het noo „zaakelijk is te bedienen; want schoon imand die het Hoofd Gezag ergens heeft, en voor al op een plaats, die aan meer als ordinaire wisselva „ligheeden Ge=exponeert is, wel vrijheid heeft Gelijk mij hier bij brief van den 25. 7ber: A:o 174 nopens den Handel gegeeven is, namentlijk om zulke maatrogulen te beramen, en in het werk te stellen, als man ten beste van 'sComps belangens mogt nodig oordeelen, zs baart het tog altoos min of meer zorgelijkheijd en ongerustheijd van ongenoegen te zullen Geeven, waar voor ik mij zo zorgvuldig; in mijn bestier zoeke tewagten Intusschen bedanke ik uw Hoog Edelhee¬ „dens welteer, dat uw Hoog Edelheedens zo eene Gunstige reflectie op mijn verzoek hebben Ge„ „lieven teslaan, en mij in mijne goede voornee„ „mens zo Genereus Gelieven te begunstigen door de verleende Qualificatie, om al wat meer als 3000: Candijlen off 1500000. lb: pepers hier mogt ingezameld worden, aan de Bombarag„ temogen verkopen, het Geen, schoon wel niet zeere apparent is, ik egter van Harten wenschen, en ik vertrouwe dat uw Hoog Edelheedens niet twijffelen aan mijn waren ijver en zorge„ „lijkheijd, omtrent dat voorname Articul waarom het ons hier te doen is, namentlijk den insaam van Peper Bij de in dezen meerm: secreete Resolutie zullen uw Hoog Edelheedens zien dat daar bij ook beslooten is, om eens een proeve teneemen of men hier niet met eenig voordeel in deeze en Geene artikelen voor reek: van de Comp: zoude kunnen handelen, ten eijnde de Comp: tog te doen profiteeren, van alles wat maar eenigzins moge„ „lijk is, en om daar door d' onkosten van deeze en Geene extra ordinaire dog nodige werken Jntusschen uijttewinnen vend de van de
English
116 Deserters Military funds Sloterdijk to gain, and I have indeed already made a beginning with it, which has succeeded so well that I expect much good from it; at the end of this financial year I shall have a separate return prepared of it and have the honor of sending it to Your Right Noblenesses, with which I also hope to demonstrate, not on paper, but with documents, that Malabar can indeed be more advantageous to the Honorable Company in several respects than it has been up to the present day. How many deserters have returned upon the publication of the general pardon appears from the general muster roll, and whether any more are to be expected, I do not know. The returned men have meanwhile given such an account of their experiences to their comrades that I do not doubt this has diminished the desire for desertion among many, which rarely occurs at present. The military fund has been established and is augmented from time to time from funds that have little bearing on military affairs, and thus cannot cause the slightest discontent among the soldiers. For the directive concerning the maintenance that the widows and orphans of military personnel receive at Batavia, which Your Right Noblenesses were so kind to send me, I most respectfully thank You, and I shall make the necessary use of it according to the circumstances of this place. For the time being, nothing needs to be done to Fort Coilan other than repairing the sea quay on the bay side, for which I have given the necessary orders to the Resident Rosier, being a work that cannot cost much. The rest will, in accordance with the proposal of Van de Graaff and the other commissioners approved by Your Right Noblenesses, remain postponed until the reduction of the foreshore and the resulting foreseeable collapse of the point Dordrecht and the waterpass make a new retrenchment necessary. The work contracted out to Engineer de Graaff makes good progress. The second in command, Van de Graaff, who has a fair theoretical knowledge of fortress construction and on whom I dare to rely in this regard, also maintains daily supervision over that and other works in progress. The commissioners likewise do so, as far as their knowledge extends; besides this, I also continually inspect the work. And I can assure Your Right Noblenesses that it is being made strong and good, and that the contractor complies in all parts with the specifications upon which this contracting out was undertaken, and I do not doubt that it will be entirely completed before the end of this year. Regarding the old pay office and the jailer's house, the condition of which is known and has become common knowledge, I refer to what is dealt with concerning this matter in the general letter. Callaga Porboe has not yet discharged his debt to the King of Cochin and the Canarese pagoda and therefore remains secured at the request of the Cochin King. But His Highness has also specifically and earnestly had me requested to banish him from here to the Cape after the settlement of his affairs, holding himself assured that, being at liberty, whether in Canara or elsewhere, he will always know how to scheme here secretly; if not now with the Zamorin, with whom he has always maintained secret correspondence, then with other princes, and even with the Nawab, who presently possesses the kingdom of Canara and with whom he would be capable of plotting much mischief and presenting all kinds of projects, as he knows the most particular properties and circumstances of the Malabar lands. The King of Cochin possibly considers him more dangerous than he really is; nevertheless, it is well known that he is a very enterprising and wicked instrument. And since I have no order to relegate him elsewhere, but rather to have him depart for Canara or elsewhere, I find myself not authorized to comply with the King's request, but have promised His Highness to submit that request to Your Right Noblenesses, in order to be provided with Your honored orders in this regard. Among other French ships that have passed this coast this year and have called here, was a King's frigate named
Dutch transcription
116 Dezerteurs krijgtcassen sloterdijk uijttewinnen, en ik hebbe daarmeede roeds werk „lijk een aanvang doen maaken, dat zo welgelukt dat ik wij daarvan veel goeds beloove; ik zal met het eijndigen van dit Boekjaar daar van een apart Rendement doen opmaaken en d'eere hebben uw Hoog Edelheedens het zelver dan toetezenden, en waarmeede ik dan teffens hoope niet op het papier, maar met de stukken te zullen toonen, dat de Mallabaar in meer opzigten effectief voord' EComp: voordeelig kan zijn, als tot heeden toe geweest is. Hoeveel dezerteurs, en op de publicatie van het Generaal pardon terug Gekomen zijn, blijkt bij de Generaale beschrijving en off er nog eenige tewagten zijn, waet ik niet, De terug gekomene hebben ondertusschen zulk berigt van Haar wedervaaren van hunne Cameraaden ge„ daan, dat ik niet twijffele of dit heeft bij veele vermindert, de lust tot dezertien die tans wijnig voorvalt. De krijgs Cas is opgerigt en word van tijd tot tijd nog vermeerdert, uitsfondsen, die zo zeer Geen betrekking tot 't Militair weezen hebben en kan dus onder den soldaat, Geen 't minste ongenoegen verwekken: voor d' aanwijzing van het onderhoud dat de weduwen en weezen van Militairen op Ba„ „tavia trekken, welke uw Hoog Edelheedens zo goed Geweest zijn, mij toetezenden, bedanke ik Hoogst Dezelve Eerbiedig en zal daar van na geleegendheijd van deeze plaats het nodige gebruijk maaken. Aan het fort Coilan behoeft voor eerst niets te worden gedaan, dan het repareeren van de Zee kaaij aan de Bhaaij kant, waar toe ik aan het opperhoofd Rosier, de nodige beveelen Gegeeven hebbe, het geen een werk is dat niet veel kosten kan: Het overige zal volgens uw Hoog Edelheedens g'approbeerd voorstell van van de Graaff en verdere Gecommitt:s uitgesteld blijven, tot dat het afnemen van de voor Grond, en de daar uit te voorzienen instorting van de Punt Dordregt en het water„ pas een nieuwe afsnijding nodig maakt Het aan den Jngenieur de Graaff aanbesteade werk neemt goeden voortgang. De sekunde van de Graaff, die een tamelijke Theorische ken„ „nisse vande vesting bouw heeft, en op wien ik mij ten dezen opzigten verlaten durve, houd ook verwekken Coilan ren de Callega Porboe Chialoup. een dagelijks toezigt, op dat, en andere onderha „den zijnde werken; dit doen de Gecommitt=s, voor zo verre hunne kennisse strekt insgelijks; bui¬ ten des zo gaa ik ook geduurig het werk bezie En kan uw Hoog Edelheedens verzeekeren dat het sterk en goed Gemaakt word, en dat de aanneemer in allen deelen voldoet aan het bestek waarop deezen aanbesteeding gedaan is en ik twijffele niet of 't zal voor 't eijndigen dezes Jaars Geheel g'absolveerd zijn Nopens het oude zoldij Comptoir en het Cipiers Huijs welken gesteldheijd bekend en da Gemeen Geworden is, Gedrage mij aan het geen derweegens bij de Gemeene Brief verhandelt word. Callaga Porboe haeft zijn schuld aan den Koning van Cochim en de Cannarijnse pagood nog niet afgelegd en blijfd dus op 't Verzoek vanden Cochimsen Koning nog Gose „cureerd: Dog Chijn Ho:t: heeft mij teffens wel speciaal en ernstig laten verzoeken om hem na verEoeninge zijner zaaken van Hier na Geval van een franc de Caab te verzenden, als zig verzeekerd houdende schip mets onze dat hij op vrije voeten zijnde, het zij ter Onder meer andere franse scheepen die dit Jaar deeze Cust Gepasseerd en hier aange„ weest zijn, is Geweest een konings fregat Cannara of elders altoos hier heijmelijk zal wieten te konkelen, is het dan nu niet bij den sammorijn met wien blij altoos hijmelijk Correspondentie heeft Gehouden, Het is dan met andere vorsten, en zelfs wel met den Nabab, die tans het rijk van Can„ „nara bezit en bij wien zij in staat zoude zijn veel quaad te smeeden, en allerlije projecten te vertoonen, als kennende de bijzonderste hoeda„ „nigheeden en omstandigheeden der Mallabaarse Landen: Mogelijk houd de koning van Cochim, tem voor Gevaarlijker als Wij wel is: Egter is het be„ „kend, dat hij een zeer onderneemend en quaad instrument is: En dewijl ik geen order hebbe om Hem elders heen te relegeeren, maar wel na Cannara of elders te doen vertrekken, zo vinde mij niet bevoegd aan 's konings verzoek te voldoen, maar hebbe zijn H:t versprooken dat verzoek aan uw Hoog Edelheedens te zullen voordragen, ten eijnde met Hoogst dezelve G'eerde ordre ten deeze Gemunieerd te Cannara worden. Genaamt van de vend
English
Named L'Etoile, commanded by a King's Lieutenant by the name of Tobriand: our small craft recently passed this frigate on its outward voyage to Ceijlon, at the latitude of Prinsjan, a place situated between Cape Commorijn and Anjenga. Upon his return, the Master reported to me that as soon as this frigate was recognized by him as a three-masted ship, he had the flag hoisted and continued on his course; that when this vessel had come somewhat closer to him, a French flag and a pennant were likewise hoisted from it, and that shortly thereafter this ship fired a live shot across the bow of the small craft; that, not knowing what was wanted of him, he continued his course, and upon a second live shot, which passed under the bowsprit, he had his topgallant sail lowered, the foresail and spanker brailed up, the boat lowered, and sent his quartermaster aboard the French ship in it to ask for the reasons for this; and that the latter, upon his return, related to him that the Commander of the aforementioned frigate had reprimanded him, the quartermaster, as to why the boat had not been sent aboard at the first shot, adding that if this had still been neglected at the second shot, it might well have happened that everything aloft would have been shot away with a third shot, and that he subsequently asked him for any news, particularly concerning the Marattas. I have had the Master and the Quartermaster, together with a sailor who speaks the French language and was also aboard the French frigate, execute the accompanying statement, from which Your High Excellencies will see, among other things, that attempts were also made on this occasion to entice the aforementioned sailor to desert. Had I been informed of this matter sooner, I would have addressed the aforementioned Commander, who was ashore here and otherwise appeared to me to be a courteous man, on the subject, especially so as to be able to report on it to Your High Excellencies with greater certainty. Pursuant to the commission assigned to him by me, the Second in Command, van de Graaff, has submitted the report concerning the frauds committed in the Trade Books, which is transmitted herewith along with the appendices. In it, as it seems to me on reasonably good grounds, he shows that the Company has thereby really been defrauded, from the year 1746/7 to the year 1779/80, of a sum of ƒ 570895:-, besides the profits on the trade goods that were embezzled from the Company and which ought in addition to have been made good. His time has not permitted him to demonstrate through all the administrations here how the Company was defrauded of this capital, and for this time he has had to confine himself solely to the cloth shop and the Trade Warehouse, in both of which administrations it appears that the Company, during the aforementioned time, has really been defrauded in money and goods to an amount of ƒ 385772:—:—. The method he followed to demonstrate this seems to me to be the simplest and perhaps the only one by which this can be done from such defective papers as are available for it. I have therefore ordered him to continue on that footing, and shall on a further occasion have the honor of sending Your High Excellencies the reports of his further findings; but who, besides Jzaaks, has been guilty of this remains in the meantime a kind of puzzle, and apart from what is indicated in the aforementioned report, I know little else to say about it than what van de Graaff himself remarks in his report on the subject: namely, that it is very difficult, among various possible causes, to determine precisely the one that was the true cause. Meanwhile, so much is certain: that Pieter Jzaaks could not have done it alone, and that with all his scribbling he could neither make the money disappear from the Shop nor the goods from the Warehouse. Meanwhile, this is also accompanied by the Report of the Bookkeepers Kellens and Benning, with the continuation of the extracts made by them of the discrepancies between the Trade Books and the accounts of the various administrations. The predicament in which Ceylon has been this time regarding a shipload of northern rice, and the impossibility of supplying a shipload of northern rice from here for a moderate price.
Dutch transcription
118 Genaamt L'Etoila, Gecommandeert bij een konings Luitenand, in name Tobriand: ons smalschip passeerde dit fregat nu onlangs in het heen gaan na Ceijlon, op de Hoogte van Prinsjan een plaats Geleegen tussen Caap Commorijn en Anjenga, en bij terug komste heeft de Gezaghebber mij berigt dat zo dra dit fregat bij Hem verkand was Ge„ „worden, voor een drie mastig schip, Hij de vlag doen heijssen, en voorts zijn Cours gezeijlt had, dat toen dezen Bodem hem wat nader gekomen was, daar van insgelijks Geheijssen was Een franse Vlag en een wimpel, en dat kort daar na dit schip een schoot met scherp voor bij het smalschip heen gedaan had; dat hij onkun„ „dig, wat men van hem hebben wilde, zijne Cours vervolgde, en op een tweede schoot met scherp, die onder de boegspriet heen Ging„ zijn Bramzeijl liet strijken, Defok en be„ zaan opgeijen, ende schuijt uijtzetten en daar„ „meede aan boord van het Jranse schip zijn Quartiermr: Gezonden heeft, om de reedenen hier van tevraagen; en dat deeze hem bij terug komst had verhaalt dat de Commandant van voorsz: Cragat hem Quartiermeester had tereede gesteld, waarom op d' eerste schoot, de schuijt niet aanboord gezonden was, en daar bij gevoegt, dat zo dit op de tweede schoot nog was nagelaaten het wel zoude hebben kun„ „nen Gebeuren, dat met een derde schoot, alles van boven was geschooten, en dat hij hem vervolgens, naar eenig nieuws inzonder„ „heijd vande Marattas had Gevraagt. Jk hebbe door de Gezaghebber ende Quartiermeester mitsgaders een mattroos die de franse Gaal spreekt, en meede aanboord van het fransen fregat geweest is, daar van doen passeeren het Relaas dat hier nevensgaat, waarbij uw Hoog Edelheedens onder anderen hier zullen dat men ook gezogt heeft, voorsz: mat„ „troos bij deeze geleegendheijt te debaucheeren: Indien ik eerder van dit Geval was onder„ „rigt geweest, zoude ik voorsz: Commandant die hier aandewal geweest is, en anders mij Gescheenen heeft een Hupsman te zijn, daar over onderhouden hebben, inzonderheijd om uw Hoog Edelheedens niet temeer„ „der zeekerheijd daar van verslag te kun„ „nen doen.— had De vende de van de 119 De bevoorens Gepleeg„ Negotie Boeken te helpen. De Sekunde vande Graaff heeft ingevolgen „de fraude bij de da door mij, aan hem opgedragen Commissie over„ „gegeeven het berigt, nopens de fraudes bij de Negotie Boeken begaan, het geen met de bijlaagen hierneven overgaat: Hlij wijst daar bij, zo het mij voorkomt op reedelijke goede gronden aan, dat de Comp: hier door van 't Jaar 174 6/7. tot 't Jaar 17 8/80 werkelijk verkort is eene somma van ƒ 570895:- buijten den Winsten op de Negotie Goederen, die aande Comp:e zijn ontvreemd, en boven dien hadden moeten worden goed gedaan: zijn tijd heeft niet toegelaaten om door alle administratien hier, aantewijzen, hoe de Comp dit Capitaal ontvreemd is, en hij heeft zig dig voor ditmaal alleen moeten bepaalen, aande kleede winkel en het Negotie Pakhuijs op welke beijde administratien, het blijkt, dat de Comp: in voorsz: tijd aan Gelden en Goederen, werkelijk van„ „kort is, een bedraagen van ƒ385772:—: —. De ma„ „thode die hij om dit aantewijzen, Gevolgt heeft schijnts mij de eenvoudigste en misschien de eenigste te zijn, waarop dit uijt zulke Gebrek„ doendelijk is; Jk hebbe hem dierhalven Gelast om op dien voet voorttegaan, en zal bij nadere „kige papieren, als daar van voor handen zijn, omceilon Jaarlijks aan een De verleegendheijts waar in Ceilon ditmaal om Geleegendheijd d'eere hebben uw Hoog Edelheedens van zijne verderen bevindingen, de rapporten ten zenden; dog wie zig buiten Jzaaks, hier aan heb„ „ben schuldig gemaakt, blijft ondertusschen nog een zoort van problême, en ik weet daar van, buiten het aangeweezene bij voorsz: bri„ „rigt, niet veel anders tezeggen, dan het geen van de Graaff zelve bij zijn Rapport daar over aanmerkt; dat het namentlijk, zeen moeije¬ „lijk is, om onder verscheijde mogelijke oor„ „zaaken, Juist die geen te bepaalen, welke de waare geweest is: zoo veel is ondertusschen zeer„ „ker dat Pieter Jzaaks, het niet alleen heeft kunnen doen, en dat Hij met al zijn schrijven nog het geld uijt de Winkel, nog de Goederen uit het Pakhuijs, kon doen verdwijnen: Jntussen verzeld dezen, nog het Rapport vande Boek„ „houders kellens en Benning met het vervolg der door hun Gemaakte uijttrekselen van de ver„ „schillen tusschen de Negotie Boeken en de reeken„ „ningen van de differente administratien. lading noordse rijst rijst geweest is, en d'onmoogelijkheijd om van hier een Scheepsladinge Noordse Rijst voor een modicque gelaegendheijd prijs venvo de de van