Inventory 3405
Malabar · 306 pages · 171 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
to obtain it at a fair price (as it is too expensive, and Bengal rice is not always brought here), has caused me to think of a means to make that expensive rice cheaper through something else and thus to ensure that Ceylon can annually obtain a shipload of northern rice cheaply from here, in case Malabar should obtain a second ship in January or February. I take the liberty of respectfully submitting this for Your High Excellencies' consideration, in the hope that even if I should be mistaken in this, Your High Excellencies will nevertheless be pleased to regard my proposal as a good intention. The rice brought here from the north is usually more expensive than the Bengal rice and mostly costs from 85 to 90 ropias per last. Yet despite this high market, it seems to me, subject to favorable interpretation, that good use could be made of it for Ceylon, even if one had to spend 90 ropias for it on a single voyage to be safe. When Ceylon receives an express ship solely for the transport of rice, and 350 lasten are brought with it, and if one calculates that each last costs the Company in Batavia 30 rds, then these 350 lasten purchase cost amounts to - - - - . . rds 10,500:— Added to this, that taking one year with another, a ship spends 5 months on this voyage, and if one sets each month as usual at f 4500, then the freight, not calculating the risk, amounts to - - - - 9375:— Together rds 19,875:— So that each last comes to cost rds 56: 34 or ropias 90 1/3: for which price one can safely calculate that the Company (provided one takes the necessary measures in good time, so as to have the northern rice here in January or February) at this place, taking one year with another, could be accommodated with a cargo of rice (unfortunate harvests in the north, which however seldom occur, excepted, in which case one would have to see to obtain Nelij from here in such an occasional year, or rice from the passing Bengal ships, in case these should bring rice). If now these 350 lasten were purchased here at that price, then that same ship, which otherwise would have to be employed solely for the transport thereof for Ceylon, could bring a cargo of sugar hither and take in this rice here, in order to deliver it en passant at Ceylon on returning to Batavia. When one then calculates that a ship can carry 3500 kanassers, and each kanasser is set at 3 pikols, making together 1312500 lb, and subtracts therefrom 3 percent for the carrier and 2 percent for the warehouse master, then there remains for sale 1246875 pounds, which, although I have stipulated 11 ropias this time, yet not to take the highest, calculated at 10 ropias per 100 lb, amounts to ropias 124687½. This sugar, purchase cost including the charges calculated at 6 ropias per 100 lb, would amount in Batavia to - - - - - - - - ropias 78750:— And added thereto the risk and the interest on the capital that the Company must spend more for a sugar cargo than for a rice cargo, to the sum of ropias 68250, the risk at 5 percent amounts to 3412½. And the interest for 8 months at ½ percent to 2730:— And finally still calculating that such a ship might spend 1½ months longer with this than with a Ceylon voyage, and thus as above set for each month f 4500, amounts for 6½ months to - - - 19500:— Together - - - 104392½. Thus the Company would profit by this arrangement ropias 20,295:— besides Ceylon meanwhile obtaining a cargo of rice through this, and the grain or the kelij here not rising in price, as happened this year due to the large export of Nelij to Ceylon, which caused more or less commotion and even among some a kind of dissatisfaction and murmuring among the common people, as the grain, as soon as it became known that so much was being sent to Ceylon and Tutucorijn, suddenly began to rise, although I took care that the Nelij nevertheless remained tolerably priced and did not become too expensive; but if such occurred often, it would become somewhat difficult to prevent. Meanwhile I have the high honor to remain with the greatest respect, High Noble, Right Honorable, Far-Ruling Lord, and Noble Lords, Your High Excellencies' humble and obedient servant, was signed A:n Moens. In the margin: Cochin, 28 March Anno 1774. Agrees: A. Sannicheus, Clerk. The Right Honorable Lord Councilor Extraordinary of the Netherlands Indies, as well as Commander and Chief Ruler Adriaan Moens, The Honorable Senior Merchant, Second and Chief Administrator Willem Jacob van de Graaff, The Major and Head of the Militia Jan Hendrik Medeler, The Merchant, Fiscal and Cashier Reinier van Harn, Junior Merchant and Warehouse Master Samuel Constantin Iaffin, Junior Merchant, Shopkeeper and Dispenser Jan Lambertus van Spall, Junior Merchant and Secretary of the Police Abraham Rudolf Schutz, and [illegible] Coenraad George Seijffer. After the conclusion of public affairs, the Lord Commander communicated to the meeting how, according to reports obtained, remarkable changes this year Friday, 26 November 1773. Present: Secret Resolution taken in Council of Malabar at the City of Cochin. Examined: Adriaan Bootvliek.
Dutch transcription
120 prijs te bezorgen (alzo dezelve teduur is, en de Ben¬ „gaalse niet altoos hier aangebragt word) heeft wij doen denken aan een middel om die duure rijst, door iets anders goed koper temaaken en dus te zor„ „gen, dat Ceilon Jaarlijks van hier een scheeps ladinge Noordse Rijst Goed koop kan erlangen, ingevalle de Mallabaar in Januarij of februarij aen tweede schip mogt erlangen, en ik Gebruijke de vrijheijd uw Hoog Edelheedens zulks bij dezen eerbiedig in bedenkinge tegeeven, in hoop dat bij aldien ik mij hier in mogt misgist hebben uw Hoog Edelheedens mijnen voor„ „stel evenwel zullen Gelieven aantemerken als een Goede intentien. De Rijst die van de Noord hier aangebragt word, is doorgaans duurder als de Bengaalsen en kost meerendeels van 85. tot 90: ropias het laste, dog niet tegenstaande, deze hoogen markt dunkt mij, onder welduijdinge, dat daar van voorceilon een goed Gebruijk zoude temaaken zijn, al moest men zelfs voor een enkelde rijs om zeker te gaan, daar voor 90: rop:s besteeden. Wanneer Ceilon een Expres Schip Krijgt allaen ter overvoern van Rijst en daarmeede aangebragt wor„ „den 350: lasten en als men reekend dat elk last, de Compagnie te Batavia 30: rd:s kost, dan beloopen, deze 350: lasten inkoops - - - - . . rd:s 10'500:— Hier bij Gereekend dat een schip met deze togt, het eene Jaar door het andere 5: maan„ „den toebrengd en als men elke maand vol„ „gens Gewoonte steld op ƒ 4500: dan beloopt de vragt ongereekend de risico - - - - „ . 9375. — Tezamen rds: 198:75: zo dat ijder last komt te staan op rd:s 56: 34. of rop:s 90 1/3: voor welke prijs men vijlig reekenen kan, dat de Comp: (mids men vroegtijdig daar toe de nodige bezorginge doed, ten eijnde de Noordsen rijst in Janu: of febru: hier te doen zijn) ter deezen plaatze, het eene Jaar door het andere Geslagen, met een lading rijst zouden kunnen worden gerieft (ongelukkige Gewassen om de Noord die nogtans zelden voorvallen, uijtgeslooten wanneer me e zulkx een enkeld Jaar Nelij van hier, of Rijst vande voorbijgaande Bongaalse scheepen, ingevalle deze rijst mogten aanbrengen zoude moeten zien tebezorgen / als nu deze 350: lasten tegens dien prijs hier ingekogt wierden, dan konden dat zelvde schip dat anders alleen ter overvoer daar van voorCei„ „lon zoude moeten aangelegd worden een laading zuiker herwaards overbrengen, en deze Rijst hier innemen om in het terug keeren na Batavia en passant op Ceilon aftegaeven O de wanneer venv de van de 121 Wanneer men dan reekent, dat een schip kan over„ „brengen 3500: kanassers en elke kanassers steld op 3: pi„ „kels uitmakende tezamen 1312500: —. lb: en daar van aftrekt 3: p=r C=to voor d' overbrenger, en 2: p„r C:to voor de Pakhuijsmeester dan resteeren ter verkoop 1246875: ponden dewelke, schoon ik ditmaal wel 11: rop:s bedongen hebbe egter om niet het hoogste tenemen tegen 10: Rop:s de 100: lb: Gereekend uitmaaken r p:s 124687½ Deze zuiker inkoops met d'ongelden Geraakent tot 6: rop: de 100: lb: zoude op Batavia beloo„ . . - - - - - rop:s —78750:— En daar bij geteld de risico ende interest op het Capitaal dat de Comp: meer besteeden moet voor een laading duijker dan voor een rijst laading ter somma van rop. s 68250: bedraagd de risico á 5. pr C:to„ 3412½. En de interest voor 8: maanden à ½ pr C:to„ 2730: — En eijndelijk nog Gereekend dat zulk een schip hier mede misschien 1½: maand langer toebrengen konden, dan met een Ceilonsen togt en dus als boven voor elke maand gestelt ƒ4500: komt voor 6½. maand - - - „ 1950.0:— Tezamen - - - „104392½. Zo zoude de Comp: bij deze schikking profiteeren rop. s 20'295: — behalven dat Ceilon intusschen hier door een ladinge rijst erlangde, en het Graan of de kelij hier niet zouden in prijs rijzen, Gelijk dit jaar door den Groote uijtvoer van Nelij naCeilon het geen bij de Gemeente min „pen- of meer opzien en zelfs bij sommige een soort van onvergenoegdheijd en Gemompel Gebaard heeft, alzo het Graan, zo dra het kenbaar wierd, dat 'er zo veel naceilon en Tutucorijn gezonden wierd, eensklaps begon terijzen, schoon ik gezorgd hebben, dat egter de Nelij dragelijk koops Gebleeven en niet te duur geworden is; dog als zulks dikmaals voorviel, zou„ „de dat wat bezwaarlijk worden om te beletten. Inmiddels hebbe de hooge eere met de meesten Eerbied te verblijven. /:onderstond:/ Hoog Edele Groot Agtbaare wijdgebiedende Heer, En welEdele Heeren, uw Hoog Edelheedens onderdanige en Gehoorzame dienaar /was getek:/ A:n Moens /:in margine:/ Cochim den 28: Maart A„o 1774: accordeert A Sannicheus Clevc vend van de 122 Den Wel Edele Groot Achtb. Heer Raad Eitraordinair van Nederlands Jndia, mits„ gaders Commandeur en oppergebieder Adriaan Moens E her opperkoopn, secunde en hoofdabm: Willem Jacob van de Gaaff „ „ Majoor en Hoofd der Militie Jan Hendrik Medeler „„ Koopman, fiscaal en Kassier Reinier van Harn Onderkoopm: en pakhuijsmeester Samuel Constantin Iaffin „„ Onderkoopme: Winkelier in ispenoidr Jan Lambertus van Spall, „„ Onderkoopm: en secretaris van politie Abraham Rudolf Schutz en en dendehentenendelij ehouden Coenraad George Seijffer. Naar het afloopen der publicque Zaaken, Communiceerde de Heer Comman¬ deur de Vergaderinge, Hoe Volgens erlangde berichten, desen Jaare Remarquabele Veranderingen Vrijdag Den 26. November 1773. Present Secteele Resolutie genomen in Raade van Malla„ „baar ter Sleede Cochim Nagezien Adriaan Bootvliek vende van de
English
have been made in the administration of the French establishments in India, whereby the supreme authority over the same, for and on behalf of the King, has been placed into the hands of Military Governors, to whom the Civil state, as a body on its own, is subordinate. How it is known that the French on the Islands have for some years now maintained more troops than usual, apparently with no other intention than to swiftly transfer them to these regions when necessary; that they also appear to send more frigates than usual to India, belonging to the King and commanded by the King's officers, which are now indeed lent to private merchants, but which, if they wish, can immediately be equipped for war; How, furthermore, it is very well known that the French have long been in a close alliance with the Nabob, Hyder Ali, who for some time has again been heavily arming for war, both by sea and by land, without anything leaking out regarding his intentions; that one indeed has no reason to suspect the intentions of this Nabob against the Dutch Company, but that one nevertheless must not place too much trust in such an upstart prince, since such persons generally resort indiscriminately to any means that may only serve to maintain themselves or even to expand their power. How Machmet Ali also, reinforced by the English, still constantly agitates to expand and enlarge himself, and that what happened at Nagapatnam, however much we are otherwise on friendly terms with him, indicates clearly enough how far one may count on him. How from this indeed not much can be concluded thus far, but that it is nevertheless always wisest not to be too complacent in times that seem to indicate some impending changes, but rather to employ in good time such precautions as are always especially necessary in these regions, in order not to be taken by surprise. How the Cochin garrison, from which certainly some time-expired men will again depart this year, is currently unusually weak, and moreover, the greater part of the common soldiers consists of half-decrepit and infirm people, with whom, even if they were healthy, one would not be capable of garrisoning half the city, much less undertaking anything outside. How especially the Artillery Corps consists of such a small number of men that one would have difficulty even defending a single bastion with them; all of which he, the Commander, found himself obliged to submit to the serious consideration of the meeting. Whereupon, having deliberated, it was approved and resolved upon the Commander's proposal: First, to reinforce the Artillery Corps with 25 sturdy European men from the infantry, and to order the Captain of the Artillery to train the same as quickly as possible to handle the ordnance, and that, in order not to overburden the service of the infantry too much hereby, one of the bastions shall be guarded by the Artillery Corps. Secondly, to take into service provisionally, and until their High Mightinesses' further orders, a Company of Sepoys of 150 men, and to that end to make use of the offer of a Captain of the Sepoys (who formerly served in the Ceylon War and is known to Major Medeler as a good officer) to recruit a corps of two hundred men who have already served, from whom one can then choose the best. Thirdly, to have made for the artillery as many grape-shot, canisters, and cartridges as upon proper consideration shall be found to be still necessary. Furthermore, also a modest supply of loading tools, handspikes, axes, shovels, spades, etc.; likewise also to bring into stock at the armory a proper quantity of musket balls and fixed cartridges. Fourthly, to proceed now with the execution of the secret resolution of 10 October 1772 regarding the leveling of the so-called square platform with somewhat more than the usual workforce, and from the earth coming therefrom, which otherwise would have to be transported far away with great difficulty, to throw up at the same time a small outwork for the defense of the unexposed faces of the points Holland and Gelderland, according to the report received from the commissioners ordered thereto by the just-mentioned resolution of 10 October 1772, and according to the plan made thereof by Engineer De Staaf. Fifthly, gradually to deepen somewhat the moat around the city and, with the earth coming therefrom, to repair the glacis, which are currently so dilapidated that the main walls in many places lie completely exposed down to the berm. Sixthly, to have Engineer De Staaff prepare a plan as to how the berm of the outer moat in front of the salient line, called the Galleon, can best be reinforced with a parapet, as far as this can be done at small expense; because this line, with that part of the curtain that attaches the same to the Bastion Groningen, has no other defense than the left flank of this Bastion, and consequently, as soon as this flank is ruined, this part of the fortress lies completely exposed to an enemy, a defect so visible that one has long since sought to remedy it somewhat by digging the aforementioned outer moat. Seventhly, to open the old gate under the curtain between the aforementioned outwork and the point Groningen, in order to be able to maintain thereby a safe communication with the outside.
Dutch transcription
123 in de huijshoudinge der Fransche Etablisse menten in Indien gemaakt zijn, waar door het opperste Gesag over deselve voor en van Weegens den Koning gestelt is, in handen van Militaire Gouverneurs, aan dewelke de Civiele staat als een Lichaam op zig zelve, ondergeschikt is. Hoe men weet dat de Franschen op de Eyjlanden nu al eenige Iaren meer Troupen dan na gewoonte onderhouden, zo het schijnt met geen ander aogmerk dan om die, als het nodig is, spoedig in dese gewesten te doen overgaan; dat ze ook meer dan na gewoonte, na Indiën schijnen te senden Fregatten, toebehoo„ „rende de Koning, en door 's Konings officieren Gecommandeerd, die wel nu geleent Worden Aan particuliere Koop¬ luijden, dog die, als ze willen dadelijk ten Oorlog toe te rusten zijn; Hoe, het Voorts zeer bekent is, dat de Franschen zederd lange in een naauwe Alliantie Staan met de Nabab, Hijdet Ali, die zig zederd eenigen tijd, weder„ om, zoo ter Zee als te Lande, sterk ten Oorlog toerust, zonder dat van zijne Oogmerken iets uijtlekt, dat men wel geen reeden heeft, om de Oogmerken van dese Nabab tegens de Hollandse Comp: te verdenken, dog dat men nogtans, op zulk een opgeworpen vorst niet te veel vertrouwen mag wijl de zodanigen door den bank alle middelen Onverschillig ter hand neemen, dewelke maar dienen kunnen, om hun staande te houden, of zig zelfs uijt te breijden. Hoe ook Machmet Ali, Ver„ sterkt met de Engelsen, nog gestadig Woelt, om zig uijt te breijden en te vergroten, en dat het gebeurde op Nagapatnam. hoe zeer we ook anders met hem in Vriendschap staan, niet ondugdelijk aan„ Wijst, hoe Verre men op hem Cijfferen mag. Hoe hier uijt wel tot nog toe niet veel te besluijten valt, dog dat het nog„ „tans altoos voorsigtigst is, om in tijden, die eenige aanstaande veranderinge schijnen aan te duijden, niet al te gerust om te vendo van de 124 te zijn, maar liever in tijds te gebruijken zul„ „ke Voorsorgen, die inzonderheijd in deese gewesten altoos nodig zijn, om niet onver„ „hoeds te worden overvallen. Hoe het Cochimse Puarnisoen, Waar van zekerlijk desen Jare al wederom eenige verlossers zullen afgaan, thans buijten gewoon Swak is, en boven, dien het meerdere gedeelte der gemeene Militairen uijt half afgeleevde en gebrekkige Luijden bestaat, Waar meede men, indien zij al gesond waaren, niet ver„ mogende zoude zijn, de halve stad te besetten, veel min iets naar buijten te onderneemen. Hoe insonderheijd het Cor Arthillerij in zulk een gering getal manschappen bestaat, dat men werk zoude hebben zelve een enkelde Punt daar meede te Defendee„ „ren, welk een en ander hij Commandeur zig verpligt gevonden had de vergadering in ernstige overweeging te geven. Waar op gedelibereerd zijnde, zo is op 's Commandeurs propositie goed gevon„ „den en Verstaan Eerstelijk Het Cor Arthillerij te Ver¬ Ten tweeden. Een Compagnie Siepahis Van 150. Man bij Voorraad, en tot hunne Hoog Edelheedens nadere ordre, in dienst te neemen, en ten dien eijnde gebruijk te maken van de aanbieding van een Capitain der Sipahis /:die wel eer in den Ceijlonsen Oorlog heeft gediend, en bij den Majoor Medeler bekent is voor een goed officier (om een Corps van twee Honderd reeds gediend hebbende Man„ „schappen aan te werven, waar uijt men als dan, de beste kiesen kan Ten Derden. Bij de Arthillerij te doen, aanmaken, zoo veele druijven, Schroot-sakken en Cardoesen, als er bij een goed overleg zul„ „len bevonden worden nog nodig te zijn. Voorts Ook een matige Voorraad van Laad gereed„ „schappen „sterken, met 25. Man kloeke Europeesen uijt de Jnfanterie, en de Capitain van de Aothil„ „lerie te gelasten, om deselve zo spoedig mogelijk bequaam te maken, om met het geschut om te gaan, en dat, om de dienst van de Jnfante, „rij hier door niet te veel te verswaren, een der Punten, door het Cor Arthillerij zal Worden bewaart „sterken, vende van de 125 „schappen, Hlnd- spaken, Bijlen, schoppen, spaden &=a: Insgelijks ook bij de Wapenkamer te doen in Voorraad brengen een behoorlijke hoeveel¬ „heijd van Snaphaan-kogels en Vaste Patronen. Ten Vierden. De úijtvoering van het Secreet besluijt van den 10. ' October 1772. nopens het Slegten van het so genaamde Vierkant plat, als nu met wat meer, als het gewoone Werks-Volk te doen doorsetten en van de daar van komende Aarde, die ander„ sints met veel moeijte verre weg zoude moe„ „ten worden getransporteerd, te gelijk te doen opwerpen een kleijn buijten Werkje, ter Defen„ „sie van de onbestoekene faces der Punten. Holland en Felderband naar het ingekomen berigt van de Gecommitteerdens, bij even gem: Resolutie van den 10. 8ber: 1772. daar toe gelast, en volgens het plan door den Jnge„ „nieur De Staaf daar van gemaakt Ten Vijfden: Die Gragt rondom de stad, gaande weg wat te doen uijtdiepen en met de daar uijt komende Aarde, de Flacis te doen herstellen, welke tans zo vervallen Ten Levenden. Te doen openen de Oude zoort onder de Gordijn tusschen het Voorsch: Patjoen en de punt Groeningen, ten eijnde daar door te kunnen onderhou„ „den, eene veijlige Communicatie met het zijn, dat de Hoofd wallen op veele plaatsen tot aan de Berm, geheel bloot leggen. Ten Sesden Door den Ingenieur De Staaff te doen vervaardigen een plan„ hoedanig de Lisie van de Vesgragt voor de uijtspringende Linie, genaamt het Gal„ „joen, best met een borstweering is te ver„ „sterken, voor zo verse dit met klijne kosten geschieden kan; wijl deese Linie met dat gedeelte det Gordijn, die deselve Hegt aan het Bastion Foeningen. Geen Andere Defensie heeft als de linker-flank van dit Bastion, en dat derhalven, zoo dra deese flank Geruineerd is, dit gedeelte van de Vesting voor een Vijand geheel bloot legt, Een gebrek zo zigtbaar, dat men het zelve Van Voor lange door het Graven der Voorsch: voorgragt, eenigsints heeft zoeken te ver„ „helpen. zijn boven e vend van de
English
above-mentioned retrenchment to be made, because it can be completely obstructed, or at least rendered very dangerous, by the present boom gate of the Island Baijpin. Eighthly. Instead of having a fixed bridge over the aforesaid outer moat, to have a drawbridge made, and underneath it to have a narrow masonry dam laid, with a small sluice in it, in order to be able to keep the moat always full of water. Ninthly. To have the gunpowder cellars under the ramparts, numbering nine, which are quite good, but no longer have doors, and whereof even the frames and lintels have perished through length of time, repaired to such extent that in time of necessity the gunpowder can be safely stored therein, since the two gunpowder storehouses, which are not vaulted, cannot serve for that purpose in such a time without exposing the city to the utmost danger. It being furthermore taken into consideration that although this can still be done by consultation and frugality without great expense, in proportion to the necessity and importance thereof, it is nevertheless equitable that the Company, especially in times wherein it has to bear greater burdens, be accommodated therein by providing it with all the benefits that it can fairly enjoy; and as there are several articles here in which one can trade on Their Honours' account with a well-founded prospect of considerable profit, it has been further approved and agreed, upon the proposal of the Honourable Commander, to make a trial of it this time, especially with the sugar and arrack brought here by private merchants, so far as these can be negotiated at reasonable prices, on the understanding, however, that notwithstanding these purchases being made for the account of the Company, the customary import and export duties shall nevertheless be paid thereon. And lastly, in order to accommodate somewhat the Bombara merchants, who, upon the assurance given to them last year that they could be supplied early with good quantities of sugar and Japan copper, have already arrived here this year earlier and in greater numbers than usual, and are now very displeased to see their expectations entirely disappointed by the long absence of the Batavia ship, it has been approved and agreed to have some pepper belonging to the Company sold to them this time in the name of private individuals, which may indeed be permitted to them according to Their High Honours' secret order of 1 October 1771; all the more because the collection of pepper this year is reasonably large, and beyond the required quantity for Ceijlon a considerable quantity has still remained here; whereby at the same time a good parcel of spices can be sold, which these merchants say they absolutely cannot take if one has no other goods at all to sell to them. Thus done, resolved, and decreed in the Council of Mallabaar in the city of Cochim, on the day, month, and year aforesaid. Signed: A: Moens, W: J: Van de Graaff, I: H: Medeler, R: van Harn, S: C: Saffen., J: L: van Spall, H: R: Schulz, and C: F: Seijffer. Agrees, H Schutz, Secretary. The commission goes under the name of a return embassy on account of an embassy which His Highness recently sent to me upon the marriage of my daughter. But the principal intention is to lodge a complaint on that occasion and to converse with His Highness regarding the meager pepper delivery, or rather, because the latest delivery was less than His Highness had specially promised me this time, and about which I have already previously addressed His Highness by an express letter, a copy of which is enclosed herewith for your information. Thus, upon your appearance at the court, you must kindly thank His Highness for the honour His Highness has done me by expressly having me congratulated on the marriage of my daughter, and by presenting the young couple with a gold necklace and a diamond ring; at the same time handing over to His Highness the accompanying head ornament, item the piece of gold cloth, and a small bottle of Ceylon cinnamon oil. But thereafter you must also, with politeness and discretion, make known that you have instructions for the First Interpreter van Jongeren and the Boom Toll Collector Holsenburg to go to the King of Travancore.
Dutch transcription
126 boven gem: te makene Retranchiment, Wijl die door het tegenswoordige Boompoortje van het Eijland Baijpin, Geheel belet, ten minsten zeer gevaarlijk gemaakt worden kan. Ten Agtsten. In steede van de Vaste Brug over voorsch: buijten- gragt, te doen maken een ophaal-brug, en onder deselve te doen leggen een Smalle gemetselde Dam, met een klijn Sluijsje in deselve, ten eijnde de Tragt alloos vol water te kunnen houden. Ten Negenden De kruijt-kelders onder de Wallen ten getalle van Negen, die Vrij goed zijn, dog geene Deuren meer heb„ ben, en waar van zelfs de Cozyns en Latij„ houten, door langheijd van tijd vergaan zijn; zo Verre te doen herstellen, dat men in tijd van nood„ Veijlig het kruijt daar in bergen kan, Also de twee kruijthuijsen, die niet verwulft zijn, daar toe in zulken tijd niet dienen kunnen, zonder de stad aan het uijtterste gevaar bloot te stellen. Wijders in Aanmerkinge genomen zijnde, dat schoon, dat een en ander door overleg en Suijnigheijd nog wel sonder groote kosten, zal te doen zijn, naar pro„ portie van de noodzakelijkheijd en aan„ „gelegendheijd van dien, het nogtans billijk is, dat men de Comp:, insonderheijd in tijden, Waar in zij grotere Lasten te dragen heeft, daar in te gemoet komt, door aan haar te besorgen, alle de voordeelen, die ze billijk genieten kan, en wijl hier ver„ scheijde Artikelen zijn, Waar in men met een gegrond Voor uijtzigt van merkelijk voordeel, Voor haar Eds. Reekening handelen kan, is op de propositie van de Heer Commandeur al verder goed gevonden en verstaan, daar van ditmaal eens een proef te neemen; inzonderheijd, met de zuijker en Arak die door particuliere handelaren hier aangebragt werd, voor zoo verre, men die tegens redelijke prijsen bedin„ „gen kan, met desen verstande nogtans, dat niet tegenstaande dese inkopen gedaan Worden Voor Reek: van de Comp:, nogtans de gewoone inkomende en uijtgaande Regten daar van, zullen grote Worden vende de van de 127 worden betaald. En is Laastelijk om de Bombarassen wat te gemoet te komen, die op de ver sekering, Welke hun Voorleede Jaar gedaan is, dat ze vroegtijdig met goede quantitij„ len zuijker en Japans- kooper zouden kunnen worden gerieft, en hier om dit Jaar Vroeger, en meer in getal dan Ge„ „woon, reeds aangekomen en nu zeer mis¬ „noegd zijn, van zig door het lang uijtblijven Van het Bataviasche Schip in hunne verwagting ten eenemaal te Leur ge„ „stelt te sien goed gevonden en verstaan, aan hun ditmaal Wat Peper van de Comp: te doen verkopens op de naam van Particulieren, het geen tog aan dese mag worden toegestaan, volgens hunne Hoog Edelheedens secreete ordre van den 1. ' October 1771; te meer, den insaam van Peper in dit Jaar reedelijk groot is, en boven de Gerequireerde Quantiteijt voor Ceijlon, hier nog een tamelijke Quan„ titijt overgebleven is; waar door te gelijk een goede parthij Specerijen, zullen kunnen worden verkogt, die dese koopluijden zeg„ „gen, volstrekt niet te kunnen neemen, indien men aan hun in het geheel geen andere goederen te verkopen heeft. Aldus Gedaan, Geresolveerd en Gearresteerd in Raade van Mallabaar ter Steede Cochim, ten Dage, Maand en Jaare Voormelt, /:was gete:/ A: Moens, W: J: Van de Graaff, I: H: Medeler, R: van Harn, S: C: Saffen.: J: L: van Spall: H: R: Schulz en C: F: Seijffer Accordeert H Schutz Secret: werden vende de van de 130 De Commissie gaat onder de naam van een Contra- bezendinge weegens een bezendinge die zijn Hoogh:t onlangs aan mij gedaan heeft, bij het Huwelijk van mijn Dogter, Dog de voornaame intentie is, om bij die gelegentheijd te doleeren en zijn Hoogh:t te onder= „houden over de geringe peper leverantie of eijgent= „lijk, om dat de Jongste leverantie minder is geweest als zijn No:t mij ditmaal speciaal beloofd had, en waar over ik zijn Ho:t reets prealabel per een expresse briev onderhouden hebbe, waar van het afschrift tot vE: narigt hier nevens gevoegd is. Dus moeten vE: bij Hunne verschijninge, aan het Hoff, zijn Ho:t vriendelijk bedanken, voorn de Eer die zijn Ho:t mij aangedaan heeft, door mij met het Huwelijk van mijn Dogter expres telaaten feliciteeren, ende Jonge lieden, met een Goude halsketting en een Diamante ring tebeschenken, teffens aan zijn Ho:t overgeevende het nevensgaan„ „de Hoofd Ciercel, item het stuk goudlaken en een flesje met Ceijlonse Caneel olij; Dog daar na moeten vE: ook met beleefd„ „heijd, en bescheijdentheijd te kennen geven, dat vE: Instructie voor den Eersten Tolk van Jongeren en den Boomteller Holsenburg om na den koning van Trevancoor tegaan last N 8 Scho de van de
English
have instructions to also confer with His Highness regarding the latest pepper delivery, as a consequence of what I recently wrote to His Highness, and then to point out to His Highness: How I, relying on the strong assurances of His Highness and on the solemn declaration of His Highness's Minister Coemara Poela made in the presence of several people, wrote to Batavia to that effect, just as if the 3000 Candijlen from the North had already as good as been received. How, at the latest settlement of accounts, I had to see to my astonishment that I have again been disappointed, whereby I must now be recorded in Batavia as a trifler; How I, nevertheless being unable to believe this as yet, therefore have His Highness informed thereof, so that His Highness, by the restitution of the shortfall of pepper, might clear himself and show that His Highness had no part in this short delivery. How, upon arriving here, I immediately made it my business to please His Highness in everything; settled the dispute with the King of Cochim satisfactorily at His Highness's request; remitted such a large sum upon settling the Attinga debt; and expressly had a small vessel built that, here at my expense in the mouth of the river, watches over the smuggling of pepper; How, with all that, I achieve nothing special with His Highness; how I must thus almost conclude that His Highness is better served by a troublesome Commander than by an accommodating one. How I therefore request that His Highness may be pleased to take these matters calmly to heart, and to declare whether His Highness is still inclined to maintain friendship with me sincerely, not merely in name but in deed, and to act straightforwardly with me in everything, as I am accustomed to do with His Highness; and if so, that His Highness then please ensure that as much pepper as was delivered short be brought to the scale without delay, and then the further 3000 Candijlen on account of the upcoming harvest be delivered without fail. Furthermore, Your Honors must also speak about the garden of Jombolij and, while presenting an extract from the conference held by the late Governor Senff on that article, bring an end to that matter, under the assurance that however minor that matter may be, I will no longer hear complaints about it. After this, Your Honors must also make known to His Highness how recently two vessels sent by the Chief of Tuticorijn to Cochim put in at Jengapatnam, and there, with the sailors aboard them, were arrested by His Highness's toll collector under the pretext that last year a helmsman of a certain vessel belonging to the Resident of Kilkare took on goods for freight at Porca, and having received from the freighters the Jengapatnam toll dues under promise to pay those dues upon his return voyage to Jengapatnam, instead of calling at Jengapatnam, ran so far out to sea that he could not be overtaken; and for which reason the said two Tutucorijn vessels and crew were kept under arrest at Jengapatnam for six days, and were only then released through the intercession of the Moor merchant Miran Poela and other merchants of Jengapatnam, under condition nevertheless that the master of the vessels write an ola on that matter and the merchants collectively write another to Tutucorijn, and send the same addressed by one of his rowers, as was done; after which those vessels finally departed; but abreast of Trikonapallij were intercepted and surrounded by ten thonijs, who cut away the ropes of the boat, towed the vessels away, and subsequently extorted 6¼ rop:s from the people, which they also accepted as valid before they were willing to release them; to which Your Honors must then also add that I also learned not without surprise that navigation and trade are made so unsafe by His Highness's subjects, of which one has never heard before, and that I presume this piracy was committed by the Sonagas whom His Highness possibly maintains on the beaches under these circumstances; but that this evil practice, as well as the improper conduct of the Jengapatnam toll collector, may have very unpleasant consequences; that the people of these vessels surely did nothing to be so mistreated; that even though someone else might have infringed upon the rights of the Jengapatnam toll collector, these people should not have to pay for it; that if the toll collector believed that his right had been infringed upon by a subject of the Company, he could have made it known to me, in which case I would not have failed to let the toll collector have his due, if he had anything to claim by right according to old usages and customs; and since the conduct of this toll collector, as well as the robbery of the Sonagas, tends to the disrespect of the Honorable Company and to the detriment of its subjects, that I therefore request satisfaction and compensation for the damage inflicted from His Highness in this matter, consisting in
Dutch transcription
131 last hebben, om zijn Ho:t ook te onderhouden, over de Jongste peper leverantie, als een Consequens, van het geen ik laatst aan zijn Ho: geschreeven hebbe„ en dan zijn No:t vertoonen. Hoe ik op de kragtige verzeekeringe van zijn Ho: en op de duure betuijginge van zijn No=ts Minister Coemara Poela, in tegenwoordigheijd van verscheijde lieden gedaan, mij verlaatende, zulks na Batavia geschreeven hebbe, even als of de 3000: Candijlen om de Noord, reeds zoo goed als ontvangen waren. Hoe ik bij de Jongste afreekeninge, tot mijne verwonderinge hebbe moeten zien, dat ik weder „teleur gesteld ben, waar door ik nu te Bata„ „via voor een beuzelaar te boek zal moeten staan; Hoe ik egter als nog niet konnende gelooven, dat zijn Ho:t derhalven daar van laate kennisse geven, op dat zijn Ho: door restitutie van de mindere peper zig zoude kunnen zuijveren en toonen, dat zijn No:t geen deel aan deeze min„ „dere leverantie heeft. Hoe ik hier komende, al ten eersten mijn werk gemaakt hebbe, om zijn Ho:t in alles te behagen; het verschil met den koning van Cochim op zijn Ho=ts verzoek ten genoegen afgemaakt, bij het afdoen van de Attingase schuld zo eene Groote som quijt gescholden; en expres een scheepje wijders moeten vE: ook over de thuijn van Jombolij spreeken en onder vertooning van Ex„ „tract uijt de gehoude Conferentie van wijlen den Heer gouverneur Senff over dat articul, een eijnde aan die zaak brengen, onder verzekeringe, dat hoe gering die zaak ook zij, ik niet langer daar over klagten wil hooren. Hier na moeten vE:s ook aan zijn Ho:t te„ kennen geven, Hoe onlangs twee vaartuijgen laten maken, dat, hier op mijn kosten in de mond van de revier op het peper sluijken past; Hoe ik met dat alles niets bijzonders bij, zijn ho:t uijtwerke: Hoe ik dus bij na besluijten moet, dat zijn Ho:t liever gedient is, met een ongemak„ „kelijk, als met een gemakkelijk Commandeur. Hoe ik derhalven, verzoeke dat zijn Mo:t het een en ander eens met bedaartheijd ter Herten gelieve teneemen, en zig te declareeren, of zijn Hol:t nog genegen is, met mij de vriendschap niet in den naam, maar in den dood opregtelijk te onderhouden, en in alles Cordaat weg met mij te handelen, gelijk ik gewoon ben met zijn Ho:t te doen; en zo Ja, dat zijn Ho:t dan gelieve te zorgen, dat zo veel peper als 'er minder ge„ „leverd is, nog spoedig ter schaal gebragt en dan de verdere 3000: Candijlen voor reek: van den aanstaande oegst, zonder fout geleverd worden laten door 1en van de 732 door het opperhoofd van Tuticorijn na Cochim gezonden, op Jengapatnam aangegiert, en aldaar met de daar opvaarende zeelieden, door den Jholheffer van zijn Ho:t ge-arresteerd zijn onder pretext, dat verleede Jaar een stuurman van zeeker vaartuijg, toebe= „hoorende den Resident van Kilkare te Porca goederen op vragt ingenomen, en van de bevaag= „ters de Jengapatnamse Jhoes geregtigheijd ontvangen hebbende, met belofte die geregtigheijd met zijn terug reijse op Jengapatnam te zul„ „len betalen, in plaatse van Jengapatnam aante doen, zo diep in zee is gelopen; dat Mij niet is kunnen werden agterhaald; en waarom gem: twee Tutucorijnse vaartuijgen en volk, ses daagen lang te Jengapatnam in arrest gehouden, en toen maar eerst, door voorspraa„ „ke van den Moors koopman Miran Poela en andere kooplieden van Jengapatnam ontsla„ „gen zijn, onder Conditie nogtans dat het Hoofd der vaartuijgen over die materie een ola, en de gesa„ „mentlijke kooplieden een andere na Tutucorijn schrijven, en dezelve onder adbresse van een zijner roeijers zouden afzenden, gelijk geschied is; waar na die vaartuijgen, eerst vertrokken zijn; dog op de hoogte van Trikonapallij rangerand, en door thien shonijs omcingeld zijn, die de Jouwen van de schuijt hebben afgekapt, de vaartuijgen op sleep„ „touw weggevoert en vervolgens van de lieden afge„ „perst hebben 6¼: rop:s die zij ook voor Goed genomen hebben, eerze, ten hebben willen largeeren; waar bij vE:s dan teffens moeten voegen, dat ik ook niet zon„ „der bevreemding verstaan hebbe, dat de vaart en handel door zijn Ho=ts onderdanen, zo onvijlig word ge„ „maakt, waar van men voor deezen, nooit heeft gehoord, en dat ik veronderstelle dat deeze roverije gepleegt is, door de Jonijlingen die zijn Ho:t in deeze tijds omstandigheeden mogelijk aan de stranden houd; dog dat dit quaad bedrijf, zo wel als het onbehoorlijk gedoente van den Jengapatnamsen Tholhesser, van zeer onaangenaame gevolgen kan zijn; dat de menschen van deeze vaartuijgen, im„ „mers niets gedaan hebben om zo mishandeld te worden; dat schoon een ander den Jengapatnamsen Tholheffer in zijne regten mogt verkort heb„ „ben, deeze menschen zulks niet moeten boeten; dat als de sholheffer gemeend had, dat Hij in zijn regt verkort is, door een 'sComp:s onderdaan, Mij dan, zulks aan mij had kunnen laten teken„ „nen geven, wanneer ik niet zoude nagelaten hebben, den Cholheffer het zijne te doen geworden; in„ „dien hij iets met regt te pretendeeren had, navolgens de oude gewoontens en Costumen; en dewijl het gedoen„ „te van deezen Tholheffer, zo wel als de roverije der Jonijlingen, tot dis respect van de E Comp: en tot nadeel harer onderdaanen strekt dat ik daarom van zijn Mo:t derweegens satisfactie en vergoeding van de toegebragte schade verzoeke hier in bestaan„ „perst vendo van de
English
that the toll collector at Tengapatnam be disciplined for the violence committed and pay the expenses caused to us by leaving the vessels lying there uselessly, and also that the thonij-sailors be punished according to their deserts for their committed robberies and that the extorted 6 1/4 rupees be refunded, in the trust that His Highness will be pleased to issue orders that such improprieties will no longer occur in the future. You must also make known to His Highness how recently, when 75 knee timbers were to be collected for the service of the Company from the side of Coenattoenattij and Trikakere, a special lascarin having been sent along for that purpose so that no hindrance should be caused in the collection of the same, His Highness's toll collector gave notice that he could not release the same without obtaining one rupee in toll for it; that I, being unable to believe this, assuming that the lascarin was merely trying to bring that toll collector under suspicion with me, wished to test the matter, and ordered that payment to be made, provided a receipt was taken for it; that the said toll collector thereupon received that money as valid, but only then released the knee timbers and gave a receipt for the receipt of that rupee, which is transmitted herewith in original and must be shown to His Highness, solely to convince His Highness and let him see what is indeed being carried out in the country by his servants in His Highness's name. Item, that the king promised that for the huts that are built at St. Andries at the time of the feast of St. Sebastian, no more than 2 fanams would be demanded for each hut, but that the Regidor of that place has now for some years violently extorted 6 fanams for each hut. Likewise, how His Highness, undoubtedly for good reasons, having built several guardhouses on the beach from Manicoorde to the South, the guards of those places show many outrages against the lascarins who come and go with the Company's letters, indeed sometimes detaining them an entire night, whereby the letters remain delayed for a long time without being delivered in time. Furthermore, you must complain to His Highness about the recently established lease on coir, to the considerable inconvenience of the service of the Company and the detriment of the good inhabitants, as well as that the Christians who live in the Company's gardens and lands are forced by His Highness's servants to pay poll tax; indeed, that they are beaten and taken into custody, without considering that they live on the Company's ground, whereby our gardens cannot be improved or benefited. And that I therefore request that His Majesty be pleased to issue orders regarding these matters in order to prevent difficulties that might otherwise arise from them. Further, it must also be shown to His Highness how the native Christians or Mukkuvars on the side of St. Andries are continually, and especially at present, prevented from coming to work in the town, whereby the necessary work here comes to a standstill, notwithstanding that I have had the King's servant on that side spoken to about it, who does not even deign to listen to it, whereas the lesser servants and land regents of His Majesty, according to agreement, are obliged to come here into the town to speak with me about various small matters in order to prevent misunderstanding and otherwise; that I therefore let His Highness be informed of these matters through you, so that His Highness might provide therein, and whenever any unpleasantness should arise therefrom, he would not afterwards be able to claim that His Highness did not know of it. Also, upon your departure from here, you must call at Coulan, survey the boundaries there, and at the same time inspect what the chief is actually making, building, or planting there on the plain, as I have again received complaints about it, on which occasion you must also speak with the chief about it and inquire from him what the truth of the matter actually is; and since I know nothing else than that the chief, for good reasons, seeks to keep the plain clean there and at the same time to make it pleasant with walkways, without prejudice to His Highness's territory, you must clearly elucidate His Highness in that regard. And in case His Highness should speak to you about any other matters, whether concerning the two well-known Nabobs, Mahomed Alij and Aijder Alichan, or should ask various particular questions, even regarding this commission, to outwit or surprise you in one thing or another, then you must merely answer with modesty that you are not instructed thereon and only have orders to say what you have in mandate from me, and nothing more; but if His Highness should nevertheless insist too strongly regarding things that are known to you, and on which it would be all too rude to play the ignorant, then you must only answer in such general terms as possible.
Dutch transcription
133 „de, dat den Tholhepfer te Jengapatnam gecorrigeerd werde, over het gepleegd geweld en betale de onkosten die wij door het nutteloos laten leggen der vaar„ „tuijgen, aldaar heeft veroorzaakt, mitsgaders, dat de Thonijlingen over hunne gepleegde roverijen na merite werden gestraft en dat gerestitueerd werden de afgeperste 6¼: rop:s in vertrouwen, dat zijn Ho:t order zal gelieve te stellen, dat zulke onbehoorlijkheeden in 't vervolg niet meer exteeren Nog moeten vl:s zijn No:t te kennen geven, Hoe onlangs 75: kromhouten ten dienste van de Comp:e aan de kant van Coenattoenattij en Trikakere zullende afgehaald worden daar toe een expresse Lascorijn meede gegeven zijnde, op dat in den af„ „haal van dezelve geen hinder mogt worden toege„ „bragt zijn No=ts Cholheffer liet weeten dezelve niet te kunnen largeeren, zonder een ropij aan Thol daar voor te erlangen; dat ik dit niet. hebbende kunnen gelooven als veronderstellende, dat de lascorijn dien Tholheffer bij mij maar„ in verdenkinge zogt tebrengen, zulks eens hebbe willen beproeven, en gelast; om die betalinge te doen, mits een quitantie daar van teneemen; dat gem: Tholhepper, daar op dat geld voor goed ontvangen dog ook toen, maar eerst de kromhou„ „ten gelargeerd en van den ontfangst dier ropij een bewijs gegeven heeft, dat hier neevens in origineel „ overgaat, en aan zijn Ho:t moet vertoond worden, eenelijk om zijn Ho:t te overtuijgen en tedoen zien„ Jtem dat den koning beloofd heeft van de Hut„ „ten, die gebouwt worden op s:t Andries, ten tijde van het feest van s:t Bastiaan voor ider Nut niet meer te zullen gepretendeert worden als 2: fan:s, maar, dat de Ragiadoor van die plaats, met geweld nu eenige Jaaren herwaarts 6: f:s voor ider Aut afperst. Jngelijks Hoe zijn Ho:t ongetwijffelt om goede redenen aan strand verscheijde wagthuijzen van Manicoorde naar de Zuijd gebouwt hebbende, de wagters van die plaatsen, veele baldadighee„ „den betoonen, aan de Lascorijns, die met 'sComp:s brieven af en aankomen, Ja Hun somtijds een geheelen nagt ophouden, waar door de brieven lange uijtblijven, zonder op zijn tijd besteld te wat er al door desselfs bediendens op zijn Ho=ts naam in het land uijtgevoerd word Alverder moeten vE: bij zijn Ho:t doleeren; over de Jongst gestelde pagt op de Caijer, tot merke„ „lijk ongerief in den dienst van de Comp: en nadeel van de goede ingeseetenen, zo meede dat de Christe„ „nen, die in 'sComp:s Thuijnen en Landerijen woonen door zijn Ho=ts bediendens gedwongen werden, om Hoofd geld te betaalen; Ja dat zij geslaagen en in arrest genomen worden zonder te Considereeren dat zij op 'sComp:s grond woonen waar door onze Thuijnen niet verbeterd nog gebeneficeert kun„ „nen worden. kunnen wat van de Vn 134 kunnen worden En dat ik derhalven verzoeke dat zijn Mo:t: omtrend het een en ander order ge„ „lieve te stellen ter voorkominge van moeijelijk„ „heeden die anders daar uijt zouden kunnen ont„ „staan. Wijders moet ook aan zijn Ho:t vertoond worden, Hoe de Jnlandse Christenen of Mocquas¬ „sen, aan de kant van s:t Andries geduurig; en inzonderheijd thans, belet worden, om in de stad te komen arbeijden, waar door het noodige werk alhier stil staat, niet tegenstaande, ik 'skonings Bediende aan die kant daar over hebbe laten onderhouden die zig niet eens ver„ „waardigt, om daar na te hooren, daar de min„ „dere bediendens en land Regenten van zijn Mo:t volgens afsprak, verpligt zijn, hier in de stad te komen, om met mij tespreeken, over deze en geene klijne zaaken ter voorkominge van misverstand als andersints; dat ik derhalven zijn Ho:t van het een en ander door vEs laten kennisse geven, op dat zijn Ho:t daar in zoude kunnen voor zien en wanneer daar uijt eenige onaangenaam heeden mogten ontstaan, zig nader„ „hand niet zoude kunnen beroepen dat zijn Ho=t zulx niet geweeten heeft. Ook moeten VE:s bij Hun vertrek van hier Coilan aan doen, de limiten aldaar opneemen, en teffens bezigtigen, wat het opperhoofd tog En ingevalle zijn Ho:t VE: over eenige andere zaaken het zij over de bekende twee Nababs Mahomed Alij, en Aijder Alichan, mog ten onderhouden, of ook wel deze en geene bijzonde„ „re vragen doen, zelfs nopens deze Commissie, om VE: in 't een of ander te verkloeken of te overrassen, dan moeten VE: maar met beschij= „dentheijd antwoorden, dat vE:s daar op niet g'in„ „stitueert zijn, en alleen last hebben, om dat gee„ „ne te zeggen, het geen vE: van mij in mandatis hebben, zonder meer; dog als zijn Ho:t egter te sterk mogte aanhouden, omtrend dingen, die VE: be„ „kend zijn, en waar op het al te lomp zoude zijn den ignoranten te speelen, dan moeten VE: maar antwoorden in zulke Generaale termen als mogelijk is daar op de vlakte maakt, bouwd of plant, alzo ik weder daar over klagte gekreegen hebbe, bij welke gelegentheijd vE: dan ook met het opper= „hoofd daar over moeten spreeken, en bij hem ver„ „neemen, wat eijgentlijk daar van zij; en dewijl ik niet anders weet, als dat het opperhoofd, om goede redenen de vlakte daar zoekt schoon te houden, en teffens door wandel weegen aange= „naam temaken, buijten prejuditie van zijn Ho=ts terrai, zo moeten uE: zijn Ho:t derweegens duijdelijk elucideeren voorts daar van de 1en0
English
135 Examined Adriaan Booltliek Furthermore, Your Honours must continually remember during your commission that His Highness is a statesmanship-minded prince, and usually proceeds step by step, both in asking questions and in giving answers; that his ministers are clever and shrewd, so that Your Honours must be cautious in your conversations, both with His Highness and with his ministers. Lastly, there is one more thing I remind Your Honours of, namely, that the Malabars are accustomed, when a matter is pressed somewhat earnestly, to answer only by halves, or actually only that part which is least to the point, in order to imperceptibly lead one away from the matter; and therefore Your Honours must always keep every matter you negotiate in sight, and as often as one seeks to lead Your Honours away from the subject, repeatedly take up the proper thread again. Cochin, the 29th of January Anno 1774. was signed: A. Moens Agrees: J. Janninckeu E. E. Clercq To the Right Honourable, Most Respected, Widely-Ruling Lord! To the Right Honourable and Most Respected Lord Adriaan Moens, Extraordinary Councillor of the Netherlands Indies, as well as Governor and Director of the Malabar Coast, Canara, and Vengurla. In compliance with Your Right Honourable and Most Respected's highly venerated order, we departed on the 1st of the current month to the south, and arrived on the 7th at Trivandrum, where we learned from the Crown Prince that the King of Travancore had departed for the eastern interior to perform certain ceremonies in the pagodas situated there, and that he would return again to Trivandrum within 3 to 4 days, and that we therefore would do well to remain there until 136 His Highness returned. Thus we remained waiting for His Highness's arrival, who then arrived on Trivandrum on the 13th following. Upon that news, we immediately made our arrival known to His Highness, who the following morning sent the Sarvadhikari of the court to us in the church of Ruttera, where we took our lodgings, and had us welcomed, and at the same time set the day on which we would receive an audience with the King, which was appointed for the 15th following. Just as early in the morning, a servant of the court came to us and announced that the King was ready to speak with us in the house of the Valiya Sarvadhikari, because within the palace a large number of Brahmins were gathered to perform certain wedding ceremonies for the Princess. We immediately hastened to that house, and coming before it, the Sarvadhikari received us at the front gate with a party of armed soldiers, and brought us to the King. As soon as we came before His Highness, we paid our compliments and handed over the letter given to us. After performing this, we kindly thanked His Highness for the honour His Highness had done Your Right Honourable in sending an express delegation to congratulate on the marriage of your daughter, and to present the young people with a gold chain and a diamond ring. Next, we presented to His Highness the accompanying present, consisting of a head ornament set with twenty-one brilliants, a piece of gold cloth, and a small flask of Ceylon cinnamon oil, with the request that His Highness would please accept the same as a token of true affection. His Highness admired the head ornament greatly and could not look at it enough, and received the items with singular esteem, and requested us to thank Your Right Honourable heartily for that affection, and that it will always be pleasant to His Highness to hear that the young people at Surat may be in good health and prosperity. This having been concluded thus far, we said to His Highness that we had orders to converse with His Highness on some other matters as well, whereupon His Highness had the bystanders go outside and the door closed, there remaining inside that apartment His Highness's Prime Minister and the Sarvadhikari of the court. We thereupon made a beginning with the article of pepper, and the King gave us the liberty to speak candidly, and so we said to His Highness
Dutch transcription
135 Nagezien Adriaan Booltliek voorts dienen vE: zig in Hunne Com= missie telkens te herinneren dat zijn No:t: een staat kundig vorst, en zo in 't vragen als ant= „woorden doorgaans trapswijze voortgaat; dat des„ „selfs Ministers schrander en door sleepen zijn, zo dat vE: voorzigtig in hunne gesprekken, zo met zijn Ho:t als met desselfs Ministers moe„ „ten zijn Laastelijk is er nog iets, dat ik vE: herin„ „nere, namentlijk, dat de Mallabaaren gewoon zijn, wanneer een zaak wat ernstig aangedron„ „gen word, als dan maar ten halven te antwoorden, of eijgentlijk maar op dat gedeelte, het geen minst ter zaake doet, om iemand ongevoelig van het stuk aftelijden; en dierhalven moeten vE: ider zaak, die vE: verhandelen; altoos in 't oog houden, en zo meenigmaal men vE: van het stuk soekt aftelijden, telkens den regten draad weder op vat„ Cochim den 29: Januarij A:o 1774:—: /:was geteekend:/ A: Moens accordeert J Jannickeu EEClercq In nakoming van uwel Ed: Groot Agtb: hoog gevenereerd bevel, vertrokken wy den 1: Courant na de zuijd, en quamen den 7: op Tiroewanandaporram te ariveeren, alswaar wy van den Kroonprins verstonden, dat den Koning van Trevancoor naar de Oosterlyke binnenlanden vertrokken was; ter verigtinge van zeekeren Ceremonien in de pagoden aldaar leggende, en dat hy binnen 3 â 4 dagen wederom op Teroewananda porram zoude retourneeren, en wij dierhalven wel zoude doen, aldaar zolang te bolyven tot el Edele Groot Agtbaare Wyd gebiedende Heere! Aan den WelEdelen Groot Agtbaren Heer Adriaan Moens C: Raad Eitra Ordinair van Needer„ „lands India, mitsgaders, Gou¬ „verneur en Directeur der Custe Mallabaar, Canara, in Wingurla. dat en E van de ren 136 dat zyn stoagheid dezug quam, dus bleven wy naar zyn No=s „komste wagten, die dan op den 13„e daar aan op Teroewa„ „mandaporram arriveerde, op welk berigt lieten wy ons aankomst ten Eersten aan zyn Hoogheid weeten, den welken des morgens daar aan den Sarwadicariacaren van het Hoff by ons inde Kerk van Retorra Sond, daar wy ons logies namen, en liet ons verwellekommen, en teffens. den dag bepaalen, wanneer wy ardientie by den Koning zoude krygen, het geen vastgesteld was op den 15C daar aan, gelyk des morgens vroeg een Bediende van het Hoff bij ons quam, en bekent maakte dat den koning klaar stond, om met ons te spreeken in het huijs van den Baliasarwadicaricaren, om dat binnen 't stoff een groot gedeelte Baamineezen vergaderd waren, om zeekere trouw Ceremonien van de Princesse te verrigten; wy spoeden ons ten eersten na na dat Huys, en voor hetzelve komende, recipieerden den Sarwadicaricaren ons aan de voorpoord, met een deel gewapended Coenje coettas, en bragten, ons byj den Koning: zoo als wij voor zyn Hoogheid quamen„ maakten wy ons Compliment en overhandigden de briev die ons meede gegeven was, naar welkers verrig„ „ting bedankte wy zyn Hoogheid vriendelyk, voor de Een die zyn Hoogheid aan Uwel Eed Groot Agtb: aangedaan had, om met het Huwelyk van deszelvs dogter expris te laten feliciteeren; en de Jonge lieden met een goude kitting en een Diamante ring te beschenken. Vervolgens presenteerde wy aan zyn Hoogheid het mede gegeven present, bestaande in een Hoofd Ciercel met Eenentwintig Brilganten beset, het stuk goud laken, en een flesje met Cylonse Caneel-Olij met versoek dat zyn Hoog E=d het een en ander geluvde te accepteeren, als een bewys van ziix waa genegentheid; zyn Hoogheid admireerd het Hoofd Ciereel zier, en kon het niet genoeg beschouwen, en heeft het een en ander met een byzondere agting gerecipieerd, en ons versogt, Uwel Edel Groot agtb: hartelyk te bedanken, voor die affectie, en dat 't zyn Hoogheid altoos aangenaam zal zyn te verneemen, dat de Jongelieden te Suratta in een goede welstand mogten zyn. dir dus verre afgehandeld zynde, zyde wy aan zyn Hoogheid, dat wy last hadden, om Zijn Hoogheid over nog eenige andere zaaken te onderhouden als wanneer zyn Hoogheid de omstanders naar buyten liet gaan ende deur sluijten, blyvende binnen indat vertrek zyn Hoog hds Eerste staats Minister, en den Sarwadicaricaren van het Hoff. Wy maakte daar meede een begin met het articul van de peper, en den Koning gaf ons de vryheid dat wy openhartig zoude spreeken, en dus zeyde wy aan zyn hadd Hooghd rende van de
English
how this reduction was caused, promising us, upon the arrival of Coemara Poela, to have him called to inform his Highness of all the circumstances of that matter and how at the latest settlement of accounts it had turned out, to great astonishment, that the promised pepper was lacking by so much; and we then added everything that was prescribed in our instructions; whereupon His Highness became very embarrassed, and turning his eyes heavenward, said to us that it was not his fault that the reduction in the delivery was caused, as he had given the required orders to deliver the full quantity of 3000 Candylen to the Honourable Company, and that His Highness had learned with great regret that, according to the promise made, the delivery had not been fulfilled; saying further that since Coemara Poela has full knowledge of the handling of this matter, His Highness would have him summoned to speak about this matter and take information on how this reduction in the delivery was caused, and at the same time employ all means to give satisfaction to Your Right Honourable, promising us that His Highness, with the arrival of Coemara Poela, would further call us to take information about this and other things that have occurred; after which His Highness asked us whether Your Right Honourable had indeed taken the reduced pepper delivery and other things that have occurred so amiss, and whether Your Right Honourable had not expressed himself further about it to us; but we replied that Your Right Honourable speaks little about such matters, but nevertheless thinks much, and that we are too humble servants to speak with Your Right Honourable about any matters. His Highness then answered that everything had happened without his doing, and that His Highness relied too much on Your Right Honourable's goodness and the friendship between him and the Company; that the benefits he drew should be counted as if they went into the Company's treasury, because he and the Company are one, and not two, and more such words with which the Malabar princes always come forward. We then told His Highness that by that reasoning His Highness would find himself deceived, as Your Right Honourable, however good-natured of temper otherwise, was nevertheless unyielding in his measures. His Highness, hearing that, remained quiet for a while, and finally said to us that His Highness would arrange all those matters in such a manner that Your Right Honourable will continue to persevere in the good sentiments of the sincere alliance with His Highness, and that he consequently would leave no opportunity unsought to give satisfaction and deliver more pepper, of which Your Right Honourable would receive proofs, and thus the governance of Malabar would serve to Your Right Honourable's great pleasure. After this, His Highness broke off the discourse and then spoke about the garden of Toembolly, and undertook to produce much therein.
Dutch transcription
137 hoedanig dese mindering oorsaakt, ons belovende, komste van Coemara laten roepen, Hoogheid alle de omstandigheeden van die zaak en hoe dat by de Jongste afreekening tot groote verwondering was gebleeken, dat en zoo vere aan de beloovde peeper manquaade, en wy voegden toen alles daar by, wat in onse Jnstructie voorgeschreeven was; waar op zyn H zeer verleegen wierd, en zyne oogen Hemelwaarts op„ „slaande, tegens ons zeyde, dat het zyn schuld niet en was dat de mindering in de Leverantie is ver¬ „oorzaakt, alzo hy de vereyschte ordres gesteld had om de volle quantiteit van 3000: Candylen aan D' EComp televeren, en dat zijn Hoogheid met groot Leedweesen verstaan had, dat volgens de gedane belofte de leve„ „rantie niet is gevoegd; zeggende wijders, dat nadien Coemara Poela:t volkomen kennisse van de behandeling van deeze zaak heeft, zyn Hoogheid denzelven zoude 5 en informatie neemen laten roepen, ^ om over deze zaak te spreeken, en teffens in de leverantie is ver, alle middelen in het werk stellen, om uwel Ed Groot agtb: dat zijn hoogh:t met de genoegen tegeven, waar na zyn Hoogheid ons vroeg of poelaj ons nader zoude Uwel Edele Groot Achtb: de mindere Peper Leverantie ende andere dingen die gelxteerd zyn, inderdaad zoo qualyk genomen had, en of uwel Edele Groot Achtb: zig daar over tegens ons niet verder uytgelaten heeft) dog wy antwoorden, dat uwel Edele Groot Achtb: over zulke zaken weijnig spreekt, maar des niet te min veel denkt, en dat, wy te geringe Dienaaren zyn, om met uwel Ed: Groot Achtb: over eenige zaaken spreken: zyn Hoogheid antwoorde toen, dat alles buyten zyn toedaen is geschied, en dat zyn Hooghd reveel betrouwd op uwel Ed Groot agtb: goedheid, en de Vriend„ „schap tusschen stem, en de sComp: dat de voordeelen die hy „trok, gereekend moeste werden of dezelve in 't Comp: Cassa gingen, om dat hy, in de Comp: een, en geen twee is, en dierge„ „lyke woorden meer, waar mede de Mallabaarse Vorsten altyd op de baan komen; wy zeyden zyn Hoogheid daar op, dat door dat raissonnement zyn Hoogheid zig bedragen zoude vinden, alzo uwelEdele Groot Agtb: hoe goedaartig anders van Humeus, egter onverzettelyk in zijn maatzegels was; zyn Hoogheid dat horende bleef een poosje stil, en zeijde eyndelyk tegens ons, dat zyn Hoogheid alle die zaaken zodanig zoude schukken, dat UWel Ed: Groot Agtb: inde guedes gevoelens vande opregte Aliantie, met zyn Hoogheid zal blyven volharden, en dat hy dienvolgende geen gelee¬ „gendheid onbezogt zoude laten omgenoegen te geeven en meen peper te leveren, waar van uwel Edele Groot Agtb: Preuvers erlangen, en dus het bestier vande mallabaar voor Uwel Edele Groot Achtb: Strekken zoude, tot groot oe Vermaak. Hier na brak zyn Hoogheid het dinours af, en sprak toen over de Thuyn van Toembolly, en naam aan, daar inne veel de rende van de 137 hoedanig dese mindering oorsaakt, ons belovende, komste van Coemara laten roepen, Hoogheid alle de omstandigheeden van die zaak en dat by de Jongste afreekening tot groote verwonden was gebleeken, dat en zoo vere aan de beloovde pe„ manquarde, en wy voegden toen alles daar by, wa onse Jnstructie voorgeschreeven was; waar op 2 zeer verleegen wierd, en zyne oogen Hemelwaart „slaande, tegens ons zeyde, dat het zyn Schuld en was dat de mindering inde Leverantie is „oorzaakt, alzo hy de vereyschte ordres gesteld om de volle quantiteit van 3000: Candylen aan 2 te leveren, en dat zijn Hoogheid met groot Leedwees verstaan had, dat volgens de gedane belofte de „rantie niet is gevoegd; zeggende wijders, dat nadi Coemara Poela:t volkomen kennisse van de bek van deeze zaak heeft, zyn Hoogheid denzelven zou 5 en informatie neemen laten roepen ^ om over deze zaak te spreeken, en in de leverantie is ver„ alle middelen in het werk stellen, om uwel Edln dat zijn hoogh:t met de genoegente geven, waar na zyn Hoogheid ons vrae poelij ons nader zoude Uwel Edele Groot Achtb: de mindere Peper Lever ende andere dingen die geëxteerd zyn, inder daa qualyk genomen had, en of uwel Edele Groot N zig daar over tegens ons niet verder uytgelaten dog wy antwoorden, dat Uwel Edele Groot Achtb: ov zulke zaken weijnig spreekt, maar des niet te veel denkt, en dat, wy te geringe Dienaaren zyn, om met uwelEd: Groot Achtb: over eenige zaaken spreken: zyn Hoogheid antwoorde toen, dat alles buyten zyn toedaen is geschied, en dat zyn Hoogh=t te veel betrouwd op uwel Ed Groot agtb: goedheid, en de Vriend„ „schap tusschen stem, en de Comp: dat de voordeelen die hy „trok, gereekend moeste werden of dezelve in 's Comp: Cassa gingen, om dat hy, en de Comp: een, en geen twee is, en dierge„ „lyke woorden meer, waar mede de Mallabaarse Vorsten altyd op de baan komen; wy zeyden zyn Hoogheid daar op, dat door dat raissonnement zyn Hoogheid zig bedragen zoude vinden, alzo uwel Edele Groot Agtb: hoe goedaartig anders van Humeus, egter onverzettelyk in zijn maatregels was; zyn Hoogheid dat horende blief een poosje stil, en zeijde eyndelyk tegens ons, dat zyn Hoogheid alle die zaaken zodanig zoude schikken, dat UWel Ed: Groot Agtb: inde guede gevoelens vande opregte Aliantie, met zyn Hoogheid zal blyven volharden, en dat hy dienvolgende geen gelee¬ „gendheid onbezogt zoude laten om genoegen te geeven en meer peper te leveren, waar van uwel Edele Groot Agtb: preuvers erlangen, en dus het bestier vande mallabaar voor Uwel Edele Groot Achtb: Strekken zoude, tot groot oe Vermaak. Hier na brak zyn Hoogheid het dinours af, en sprak toen over de Thuyn van Toembolly, en naam aan, daar inne de vende van de
English
to give the requisite order to settle the matter finally. And regarding the violence committed against two vessels of the Chief of Tutucoryn by the toll collector of Tengapatnam, as well as by the fishermen of Trikonapose, His Highness undertook to provide proper satisfaction by punishing the said toll collector of Tengapatnam according to his deserts, and regarding the fishermen of Trikonapose, this being a district of the King of Repolim, to write to that monarch and demand satisfaction for it. Likewise, His Highness has undertaken to have the toll collector of Trikakare, who arrested the Company's curved timbers and took toll from them, brought into the city and punished in Your Right Honourable's presence. Yet regarding the revocation of the lease on the coir, His Highness would not grant a hearing, as it tended to diminish his revenues; and although we demonstrated that this was contrary to law, this found no acceptance with His Highness; nevertheless, His Highness said that the coir which the Company requires in its daily service and which is consumed in the city shall not be subject to any lease. In just the same manner it went with the article of the Christians who live in the Company's gardens, who are forced to pay poll tax, yea, that they are beaten and taken into custody; over this, great disputes have arisen, and the King demanded that they should pay poll tax, bringing forward these reasons: that if the Christians were freed from it, all the Christians of his land would go and settle on the Company's territory, merely to be freed from that payment; to which we replied that such was not the intention, but only regarding the Christians who have from olden times lived in the Company's gardens and lands; which was then finally granted and established: that they should remain free from the payment of poll tax. The fanams on the huts that are built there at St. Andries at the time of the feast of St. Bastiaan are once again fixed at 2 fanams, and the Regidores shall be warned not to take a single doit more for them. Item, the guardhouses built on the beach of Manicoorde, towards the south, shall be ordered under heavy penalties not to commit any more outrages against the Lascorins, nor to detain the letters. His Highness has also undertaken to send orders to his Regidores to send the native Christians or Mukkuvas, at the festival of St. Andries, to the city to work, as many as the Honourable Company requires, and this without any the least failure, and at the same time to recommend them, upon encountering any disputes, to go to the city and speak with Your Right Honourable. Upon our arrival at Coilan, we inspected the limits of the Honourable Company in the presence of the Chief there, and walked all around in person, and found nothing other than that the wildernesses there have been cleared, the pits and holes filled up, and some pathways and pleasure houses built, whereby neither the Honourable Company nor the King can suffer any prejudice: we gave notice of this to His Highness, and said that Your Right Honourable was surprised as to why His Highness was complaining about the Chief of Coilan, since he had undertaken nothing that merited any reproach; to which the King said that he had been informed otherwise, and if those roads and buildings did not tend to any prejudice on either side, that the Chief might go his way, provided he took care that he constructed nothing on the territory of His Highness. Yet about the Nabob, His Highness did not ask, nor did any of his ministers speak to us about it, otherwise we should have adhered strictly to Your Right Honourable's orders. After the transaction of all these affairs, the King said to us that upon the arrival of Coemara Poela, His Highness would have us called again to speak about the reduced delivery of pepper, and that in the meantime we could go to rest at the church of Retora, as we went thither. The second day thereafter, Coemara Poela came to our lodgings and said that he had been expressly summoned by His Highness to speak about the matters of our commission, and that the King had charged him to come to us and confer with us about it, adding that he had not deserved to be thus stigmatized by his master as had happened to him, just as if the lesser delivery of pepper had been caused by his conduct, without taking into consideration that such depended on the good and bad crop; we said to him that he would be ill-received by Your Right Honourable with such excuses, that all those evasions could not help with Your Right Honourable: he then admitted that he was sorry for it, yet to remedy those faults and bring everything back into good order, he knew not what to do; we thereupon proposed to him that this could be remedied if the quantity lacking to make up 3000 Candies were delivered as speedily as possible; to which he said that this should be done immediately if pepper were at hand; we replied
Dutch transcription
138 de vereyschte ordre te sullen om de zaak fenaal afte doen. En over het geweld gepleegd aan twee vaartuygen van het opperhoofd van Tutucoryn, door den Tholheffer van Tengapatnam, als ook door de Tonylingen van Trikonapo„ „se, nam zyn Hoogheid aan; een behoorlyke Satisfactie te bezorgen, door gem: Tengapatnamse thoeheffer na merite te straffen, inde tonijlingen van Trikona posa„ zynde een district van den Koning van Repolim, aan dien vorst te schryven, en daar voldoening van te be¬ Jnsgelyks heeft zyn Hoogheid aangenomen om den Tholheffer van Trikakare, die s Comp: Kromhout „ten g'arresteerd en daar thoe van ontvangen heeft te laten inde stad brengen, en in uwel Ed Groot Agtb:r presentie te lesen afstraffen. Dog wegens de intrecking van de pagt op de Caijer wilde zyn Hoogheid geen gehoor verleenen, als strek¬ kende tot nadeel van zyn inkomsten, en of wy al demonstreerde, dat zulks tegen het regt streed, vond zulks geen ingang by zyn Hoogheid, dog evenwel zeijde zyn Hoogheid dat de Cayer die de Comp: inden dagelyksen dienst nodig heeft, en inde stad verbruijk word, geen pagt onderworpen zal zyn. Even en in dierzelver voegen, ging het met 't articul van de christenen die ns Comp thuynen woonen, dewelke gedwon¬ „gen worden om Hoofdgeld te betalen, Ja dat zy geslagen en in arrestgenomen worden; hier over zyn groote depatten ontstaan, inde koning begeerde, dat zy hoofdgeld zoude betalen, brengende deeze reedenen voor, dat wanneer de Christenen daar van gelibereerd werden, ade de Christenen van zyn land, op 'sComp: territoir zig zoude gaan nederzetten, om maar bevrijd te werden van die betaling, wy antwoorden daar op, dat zulks de intentie niet en was, maar alleen van de Christenen die van oude tijden op slomp: thuynen en landeryen gewoond hebben, 't geen dan eyndelyk toegestaan, en vastgesteld is; dat zy vrij blyven zouda van de betaling van Hoofdgeld. de fanums van de Hutsen die daar gebouwd werden op J„t Andries, ten tyde van het fust van S„t Bastiaan, is al„ weder bepaald op 2: f„ts inde Ragiadoors zullen gewaarstond werden, om daar geen duijt meer voor te neemen. Item aan de wagthuysen aanstrand van Manicoorde, noer de zuyd, gebouwd, zullen op zwaare straffen g'ordonneerd worden, om geen baldadigheeden meer aan de Lascoryns te plegen nog de briven op te houden zyn Hoogheid heeft ook aangenomen, aan zyne Ragerdoos ordre te zenden, om de inlandse Christenen of moequassen aan de komt van S„t. Andries, naar de stad te zenden, om te arbeijden, zoo viel als D EComp: benodigd heeft, en zulx van zonder „zorgen E van de vendo 139 zonder eenig het minst manquement, en teffens dezelve te recom„ „mandeeren om by ontmoeting van eenige dispoten, naar de stad te gaan, en met Uwel Ed: Groot Achtb te spreeken. Met onse aankomste op Coilan, hebben wy de Lemiten van DEComp: ten bijweezen van het opperhoofd aldaar, bezigtigd, en overal in persoon rond gelopen, en niet andere bevonden, als dat aldaar de wildernissen zyn weggekapt, de Kuylen en gaten gedempt, mitsgaders, eenige wandelwegen en Lusthuijsjes gebouwd zyn, waardoor de EComp: nog den Koning eenig nadeel lyden kan: wy gaven daar kennisse van aan zyn Hoogheid, en zeijden, dat uwel Ed: Groot Achtb: verwonderd was, waarom zyn Hoogheid over het Opperhoofd van Coilan klagtig viel, daar denzelven niets had ondernomen, dat eenige reproche meriteerde, den Koning zeyde daar op, dat hy, anders g'imformeert was, en indien die wegen en gebouwen niet strekken, tot eenig nadeel van wierskanten, dat het opperhoofd maar zyn gang konde gaan, mits zorge daagende, dat hy op het terrain van zijn Hoogheid niets fabuiceerde. Dog van den Nabab heeft zyn Hoogheid niet gevraagd, en ook hebben geen van zyn Ministers ons daar over onder„ „houden, anders zoude wy ons stipt aan Uwel Edele Greselt ordres gedragen hebben. Naar de verhandeling van alle deze affaires, zeyde de Koning tegens ons, dat met de komste van Coemara Poela, zyn Hoogheid ons nader zoude laten roepen, om over de minder leve„ „rantie van de peper te spreeken, en dat intusschen wy naar de Kerk van Retora Konde gaan rusten, gelyk wy daar na toe den tovueden dag daar na quam Coemara Poela in ons Logement, en zeyde, dat hy expres door zyn Hoogheid geroepen was, om over de zaaken van onse commissie te spreeken, en dat den Koning hem belast had om by ons te komen, en met ons daar over te besoigneeren, met byvoeging, dat hij niet verdiend had, zodanig by zyn Meester gebrandmerkt te worden, gelyk het hem gebeurd was, even als of de mindere leverantie van de Peper veroorzaakt was door zyn gedrag, zonder in overweging te neemen, dat zulx afhangde, van het goed, en slegt, gewas, wy zeyden tegens hem, dat hy ver„ „keerd te pas komt by Uwel Edele Groot Achtb: met zulke excusen, dat alle die uytvlugten by UwelEdele Groot Achtb: niet helpen kunnen: Hy bekende toen dat het hem leed deed, dog om die fouten te verbeeteren, en alles weder op den goede plooij te brengen, wist hy geen raad, wy slaegen hem daar op voor, dat zulks te remedieeren was, wanneer het man„ „queerende op 3000: Candijlen ten spoedigste geleverd wierd, hy zeyde daar op, dat zulx immediaat zoude geschieden, indien er paper by derhand was, wij repleceer„ gegaan zyn. Koning „den rend van de
English
told him that if he did his best to that end, means to accomplish it would certainly be found. With this, he went again to the king to speak further on this point and to bring us an answer. It took fully two to three days that we received no answer from the king, much less from Coemara Poela, so we caused his Highness to be requested that we might be dispatched. Thereupon Coemara Poela came to us again and informed us that the king was so seized with fever that he could not speak a word, much less come into the open air; we had to exercise patience until his Highness had recovered, which did not happen until the 22nd of the recently passed month, when his Highness came to stand in a separate palace at about eight o'clock in the morning, and we were conducted to his presence. Whereupon the king gave us the letter for your Right Honourable Sirs, and at the same time said that he was too weak to speak with us about the matters, other than solely that he would gladly have the deficit on the latest delivery of 3000 Candies delivered in full with the new crop, and at the same time do his best to deliver subsequently every year 3000 Candies of pepper, yea even more if the crop was favourable and permitted such, but if contrary to all expectation he could not deliver the full amount, your Right Honourable Sirs might in that case show consideration that such did not occur out of malice. And with respect to the other matters, his Highness said that on that account he had written an ola each to the King of Repolim, to his Tarwadicaricars, and to Ananda Mallen, to have them brought to a settlement, handing over those olas to us for delivery, with this addition, that owing to the vast extent of his kingdom he could not well know everything that transpired; therefore he remained heartily grateful to your Right Honourable Sirs for the communication made in that regard, considering the same as a token of true friendship that resides between him and your Right Honourable Sirs. And because we saw that the king was truly sick and very indisposed, we did not wish to trouble him further, thus politely taking our leave, whereupon he repeatedly requested us to give assurance to your Right Honourable Sirs of his true and sincere intention to maintain a close and unfeigned friendship with the Dutch Company. We in like manner reciprocally assured his Highness on behalf of your Right Honourable Sirs of your goodwill, after which, having been escorted out again by Coemara Poela as far as the gate, we subsequently went on our journey and arrived here today. Wherewith we hope to have complied with the order of your Right Honourable Sirs, and have the honour to subscribe ourselves with profound respect. Was signed: Right Honourable, Far-ruling Lord. Below: Your Right Honourable Sirs' humble and very obedient servants. Was signed: I. van Tongeren and I. L. Stolsenberg. Cochin, 26 February 174.. Right Honourable, Far-ruling Lord! Report made and with respect submitted to the Right Honourable Lord Adriaan Moens, Extraordinary Councillor of the Dutch East Indies and Governor and Director of the Malabar Coast, Canara, and Vengurla, by the boatswain and commander of the small vessel De Verwagting, Christiaan Hendel, and the quartermaster appointed thereto, Jan Talgreen, together with the sailor serving on the said small vessel, Isak Calwet, concerning their encounter with a French ship on the voyage from here to Ceylon. The small vessel De Verwagting, sailing from here to Ceylon, on the morning of 3 February at the latitude of Brinjol, very far to the south, sighted a sail; that as the same came closer, the commander had his flag hoisted, but that the sail, subsequently recognized as a ship, showed no flag until about 9 o'clock in the morning, when the same hoisted the French flag and pennant, and with the hoisting of the same at once fired a shot with live ball at the small vessel De Verwagting, without the deponents being able to say whether that shot passed ahead or astern, but nevertheless they were able to hear very well that it was a shot with live ball by the sound of the cannonball; that the deponents did not know what it meant, as the small vessel had its flag flying, and continued their course to the south, whereupon the aforesaid French ship turned towards the small vessel, and having come closer at about 10 o'clock, another shot with live ball was fired from the same at the small vessel, which passed under the bowsprit, whereupon the commander had his topgallant sail struck, the foresail and mizzen brailed up, the boat brought round, and the second aforesaid deponent Tallgreen, together with 6 sailors, among whom was the third deponent, placed therein and sent to the French ship, handing the sea-letter to the second deponent to show it in case it was demanded and to inquire why the shot had been fired at them; whereupon the second together with the third deponent and the remaining boat's crew also went on board the French ship. The second deponent relates further solely that, coming on board the French ship, he met its captain and asked what was his service and what ship it was, and what the ship was named; that the said captain answered thereto that it was a French King's ship, named Estrella in Portuguese, at the same time asking him, the deponent, whether he could not have known such by the shot fired under the hoisting of the flag.
Dutch transcription
140 „den hem daar op, dat wanneer hy zyn best daar toe aanwenden wel middel daar toe te vinden zoude weesen. Hier meede ging hij weder naden koning om over dit Spoinct nader te spreeken, en ons bescheid te brengen. Het duurde wel 2 a 3 dagen dat wy geen antwoord van den Koning kreegen, veel min van Coemara Poela, dus lieten wy zijn Hoogheid versoeken, dat wy, mogten afgedepecheerd werden: daar op quam Coemara Poela weder by ons, en maakte ons bekent, dat den Koning zodanig met de koors bevangen was, dat hy niet een woord spreken, veel min in de lugt komen konde, wy moesten geduld oeffenen, tot dat zyn Hoogheid hersteld raakte, het gunt niet geschiede als op den 22: der Jongst gepasseerde maand, dat zyn Hoogheid tegens agt Uuren s' morgens in een afgezondert paleijs quam staan, en wy by zyn No=ts geleyd wierden, als wanneer den Koning ons den briev voor uwel Edele Groot Achtb: heeft meede gegeven, en teffens gezegd, dat hy zoo zwak was, om over de zaken met ons te spreeken, als eenelyk dat hy gaarne het manqueerende op de Jongste Leverantie van 3000: Cand: met het nieuw gewas, zoude laten volleeveren, en teffens zyn best aanwenden om vervolgens alle Jaaren 3000: - Candylen peper te leveren, Ja wel meer, als het gewas voordelig was, en zulks Quam te permitteeren, dog by aldien tegens alle verwagting hy het volle getal niet konde leveren, uwel Edele Groot Achtb: in dat geval Considiratie mogte gebruyken, dat zulks niet door moetwil geschiede, en ten opzigte van de andere zaaken, zeyde zyn Hoogheid dat hy dierwegen aan den Koning van Repolim, aan zyn Tarwadicaricaren en Ananda Mallen, ider een ola geschreeven had, om haar beslag te doen erlangen, gevende ons die vlassen inbestelling over, met dese byvae„ „ging, dat door de uitgestrektheid van zyn Ryk, hy alles niet wel weeten konde, wat er passeerde; dierhalven hy uwel Edele Groot Agtb:, hartelyk dankbaar bleef, voor de gedane communicatie dien aangaande, merkende dezelve aan, als een teken van waare vriendschap, die tusschen hem, en uwel Edele Groot Achtb: resideerd, en dewijl wy zagen dat den koning wezentlyk ziek, en zier ge-incomodeerd was, wilden wy hem niet verder lastig vallen, neemende dus beleerdelyk ons afscheid, als wanneer hy eens en andermaal ons versagt, verseekering aan uwel Edele Groot Achtb: te geven, van zyne waare, en opregts intentie, om met de Hollandse Comp: een nauwe, en ongeveynsde vriendschap te conserveeren, wy hebben in diervoegen, resiproque aan zyn Hoogheid, van wegens Uwel Edele Groot Achtb: gewas wel rendo van de - 141 Nagesien Schemering welmeenenthaid verseekert, waarna my door Coemara Boela tot aan de poort weeder uytgeleij gedaan zijnde, gingen wy vervolgens op reise, en quamen heeden alhier Waar meede wy verhoopen voldaan te hebben, aan Uwel Edele Groot Achtb: bevel, en hebben de eere ons met diepschuldige Eerbied te onderschryven. /:onderstond:/ Wel Edele Groot Achtbare, Wijd„ „gebiedende Heer /:Lager:/ uwel Edele Groot Achtb„s onderdanigen in zeer gehoorzaamen Dienaaren /:was getek:d:/ I: van Tongeren / en I: L: Stolsen„ „berg /:momagend:/ Cocham den 26 februarij 174. . Wel Edele Groot Achtbaare, Wijd gebiedende Heere! De relatanten Relateeren dat ze met het Relaas Gedaan en met Eerbied overgegeeven, aan 't den wel wel Edele Groot Achtb: Heer Adriaan Moens Raad Extraordinair van Ne„ „derlands India mitsgaders Gouverneur en Directeur der kuste Mallabaar, Canard en Wingurla, door den boodsman en Gesaghebber van 't Smal„ schip de verwagting Chris„ „tiaan Hendel, en den daar op bescheijden quartiermeester Jan Talgreen, nevens den op gem: kieltje dienst doende Mattroos Isak Calwet, aan gaan„ „de hun wedervaaren met een frans Schip op de reise van hier na Ceijlon. Accordeerd J Jannicheu AClerc Smalschip te arriveeren 2 van de vende 142 Smalschip De verwagting van hier na Ceijl Zeijlende, des smorgens den 3 februarij op de hoogte van brinsjan, heel ver om de Zuijd gezien hebben een zeijl; dat 't zelve nader koomende den gezaghebber zijn vlagge heeft laaten opheissen, dog dat 't zeijl vervolgens voor een schip verkent zijnde, geen vlagge heeft vertoont, tot ontrent 9 uuren smor„ „gens, wanneer 't zelve franse vlagge en wimpel heeft bij gezet, en met het opheijs„ sen van deselve teffens een schoot met scherp gedaan, op 't smalschip de ver„ „wagting, zonder dat de relatanten zeggen kunnen of die schoot voor of egter over is gegaan, dog egter zeer wel hebben kunnen hooren dat het een scherpe Schoot was, aan het geluijt van de koegel; dat de relatanten niet hebben geweeten wat het te beduijden had, wijl het smalschip zijne vlag had uijtwaaijende, hunne coers hebben vervolgt na de Zuijd, wanneer t voorsch: frans schip na het smalschip heeft ge„ „wend, en ontrent 10 uuren nader geko„ „men zijnde weder een schoot met scherp van 't selve opt Smalschip is gedaan, die gegaan is onder de boegspriet door, waarop den gezaghebber 't zijn bramzeijl heeft laaten stryken, de fok en bezaan op geijen, de schuijt ophaalen en den twee„ „den gem: relatant Tallgreen, nevens 6 Mat„ „troosen, waar onder den derden Relatant, daar op geplaast en na het franse schip gezonden, met ter hand stelling van de zee brieff aan den tweede relatant, om ingevalle er na gevraagt wierd, dien te vertoonen, en te verneemen waarom de schoot op hen gedaan was, gelijk den tweede neevens den derden relatant met het verder Schuijtsvolk ook na boord van het frans schip is gegaan. Relateerende den tweede relatant wijders alleen„ „lijk, dat hij aan boord van het franse schip koomende, dies Capteijn ontmoet en gevraagt heeft, wat van zijn dienst en wat schip het was, en hoe het schip hiet, dat gem: Capteijn daar op heeft geantwoord, dat het een frans konings- Schip was, gen=t Estrella op zijn portugees, met eenen hem relatant vraagende, of hy zulxs ook niet heeft kunne weeten, door de gedaane schoot onder t van op heijssen Vn van de
English
143 hoisting of the flag and pennant; that he, the declarant, replied thereto that he did not know it, and that such a thing had never happened to him for as long as he had sailed here; that the French Captain thereupon answered that whenever in the future he, the declarant, meets a ship that raises its flag and pennant with a shot, he must understand that it is a King's ship, and thereupon immediately go on board and not wait for a second or third shot; and that if no one had come on board at the second shot fired, it might well have happened that everything aloft would have been shot down with a third shot; that he, the declarant, then asked the French captain why he had fired live ammunition at the smalschip, who thereupon answered that he had done so to make the boat come on board and to inquire after any news and tidings of the Marathas; that the declarant thereupon replied that to that end he could have sent his people to the smalschip, since he had more people on board than the smalschip; that the French Captain said thereto that a King's ship was not obliged to send its boat to a smaller vessel such as the smalschip was; that the declarant replied thereto, that is well, and at the same time submitted that he knew no news nor tidings of the Marathas, with which report he, the declarant, returned with the boat to the smalschip and reported what had happened to the Commander and first declarant herein, Christiaan Hendel. The third declarant further relates in particular that, coming on board the French ship, the quartermaster and second declarant herein spoke in Portuguese with the Captain, which language the declarant does not understand; and he, the declarant, meanwhile entered into conversation with a sailor of the French ship and asked in French what news there was; that report thereof was immediately made to a gentleman who he believes was the Captain of the ship, that the declarant can speak French; that this gentleman thereupon had him called to the quarterdeck and asked 144 and asked whether he was a Frenchman; that this was answered by him, the declarant, with no, that he was a child of Amsterdam, though of French parents; that the French gentleman thereupon shook his head and said, that is no life for you among the Dutch, you are such a clever fellow; do you want to stay here! That he, the declarant, answered thereto that he was well off where he was; the said French gentleman said once more, if you want to stay here you may do so; that he, the declarant, left this unanswered, and went into the boat with the quartermaster and sailed back to the smalschip, making report of his experience to the first declarant herein, the boatswain Christiaan Hendel. The declarants hereby conclude their declaration and have the honor with all submission to call themselves, below stood: Right Honorable, Greatly Respected, Far-ruling Lord, Your Right Honorable, Greatly Respected Humble and Obedient Servants, was signed: C: Hendel, S=n Talgreen, Isaac Calvet, in the margin: Cochin the 11th of March Anno 1774. What the Company, from the year 1745/7 up to the year 1762/3 inclusive, actually lost through extraordinary channels by means of the falsifications that Pieter Isaaks committed in the trade books, and which have been indicated item by item in the extracts prepared by the bookkeepers Kellens and Benning, can to some extent be determined from the account of the General Office, with the sole exception of the amounts of the profits on the missing goods, which should have been accounted for to the Company above the cost of purchase. The original books kept here are certainly in other respects too badly damaged to draw any conclusion from them alone, but the accounts of the General, which the commissioners Staal and Zimmerman against Right Honorable, Greatly Respected, High-ruling Lord! To the Right Honorable, Greatly Respected, High-ruling Lord: Adriaan Moens, Extraordinary Councilor of the Dutch Indies, and Governor and Director of the Coast of Malabar, and its Dependencies
Dutch transcription
143 op heijssen van de vlagen wimpel, dat hij rela¬ „tant daarop heeft gezegd, dat hij het niet en witt, en hem zulks nooit is overkoomen zoo, lang hij hier gevaaren heeft, dat den franse Capteijn voor daar op heeft geantwoord, dat, wanneer in 't ver„ „volg hij relatant een schip ontmoet, dat met een schoot zijn vlagen wimpel ophaalt, hij dan begrijpen moet, het een konings Schip is, en daar op daadelijk aan boord gaan en niet wagte na een tweede of derde schoot, en dat, zoo op de gedaane tweede schoot niemand aan boord was gekoomen, 't wel zoude hebben kunnen gebeuren, dat met een derde schoot alles van boven neder was geschooten, dat hij rela„ „tant vervolgens den franse capteijn heeft ge„ „vraagd, waarom hij op 't smalschip met scherp geschoote had, die daar op heeft geant„ „woord, dat hij zulks gedaan had om de schuijt aan boord te doen koomen, en te verneemen na eenig nieuws en tijding van de Marrattas, dat den relatant daar op heeft gediend, dat hij ten dien eijnde zijn volk na het Smal„ „schip had kunnen zenden, wijl hij tog meerder volk aan boord had, als het Smas¬ Schip, dat daarop de franse Capteijn gezegt heeft dat een konings schip niet verpligt was zyn schuijt te zenden na een kleijnder vaartuijg als 't Smalschip was; dat der relatant daar op geantwoord heeft, dan is 't wel en teffens gediend, dat hij geen nieuws nog tijding van de Marrattas wist, met welke berigte hij relatant met de schuijt te rug gekeert is na het smalschip, en van het gepasseerde rapport gedaan, aan den Gesaghebber en eerste relatant in deese, Christiaan Hendel. Den derden relatant Relateert voorts in 't bijsonder, dat hij aan boord van het franse schip komende den quartiermeester en tweede relatant in desen, in het portugees heeft gesprooken met den Capteijn, welke taal den relatant niet verstaat, en hij relatant Jn„ „tusschen met een Mattroos van het franse Schip in gesprek is geraakt, en in 't frans gevraagt heeft, wat nieuws dat er was, dat daar op aanstonds rapport is gedaan, aan een heer, die hij meent dat de Capteijn van het schip was, dat den relatant frans kan spreeken, dat dien heer hem daar op, op het halve dek heeft laaten roepen „schip. en Gevraagt. Vnor van de 144 N S„ Nagelien en gevraagt, of hij een frans-man was, dat door dann hem relatant is beantwoord met neen, dat hij een amsterdams kind was, dog van franse ouders, dat dien franse heer daarop zijn Hoofd heeft geschud en gezeegd, dat is geen leeven voor uw bij de hollanders, gij zijd zoo een knap keerel; wilt gij hier blijven! dat hij relatant daar op geantwoord heeft, dat hij het wel had, daar hij was, den gem franse heer nog eens gezegd heeft, wilt gij hier blijven dan kunt gij het doen, dat hij relatant onbeantwoord heeft gelaaten, en met de quartiermeester in de schuijt gegaan en weder na het Smalschip gevar„ is; doende Rapport van zijn wedervaren aan den Eerste relatant in desen, den boods „man Christiaan Hendel. De Relatanten eijndigen hier mede hun relaat, en hebben de Eere met alle submissie zig te noemen, /:onderstond:/ Wel Edele Groot Achtb:r, wijd gebiedende Heere, Uwel Edele, Groot Achtb:, onderdanige en gehoorzame Dienaren (:was get:) C: Hendel, S=n Talgreen, Isaac Calvet, (:in margine:) Cochem den 11 Maart A„o 1774. — Schemering wat de Comp: van het Jaar 1745/7: tot het Jaar„ 176 2/3: ingeslooten, langs buijten gewoone weegen werke„ „lijk verhooren heeft, door middel der valtiteijten die Pieter Isaaks bij de Negotieboeken heeft begaan, en welke van post tot post aangeweezen zijn, bij de uijt„ „trekzelen door de boekhouders kellens en Benning vervaardigt, is uijt de Reekening van het Comptoir Generaal eeniger mate te bestemmen; uijtgezondert alleen het be„ „draegen der winsten, op de te kort koomende goederen, die aan de Comp:, boven het inkoops kostende, hadden moeten worden verantwoord. De origineele boeken die hier berusten, zijn zeekerlijk in andere gevallen te zeer bedorven om daar uijt alleen, eenig besluijt te trekken, dog de reekeningen van het Generaal, die de gecommitteerdens staal en Zimmerman tegens Wel Edele, Groot Achtb: Hoog Gebiedende Heer! Aan den wel Ed: Groot Agtb: Hoog gebiedende Heer: Adriaan Moens, Raad Extra ordinair van Nederlands Jndia, mitsgaders Gouverneur en Directeur der Kuste Mallabaar, met den Resorte van dien Jo Hannicken gccordeert E Clerck van de vende
English
have collated the copy books sent to Batavia, agree with these copies according to their report of 2 February 1767, except for a few entries which, although in themselves quite considerable, may nevertheless be considered trifles with respect to the whole sum, and because this does not depend on precise calculations; for as regards the wrongly carried-over balances indicated therein, they matter not when one tallies the receipts and dispatches together with the profits and expenses of all the years in question. That, according to the aforesaid copy books, the received goods and cash from Batavia and other places not belonging under this Command, as well as the goods and moneys dispatched outside, were debited and credited on the account of the General strictly for their actual amount, cannot be called into question; because all errors intended therein would immediately have been discovered during the compilation of the Indian General Ledgers at Batavia. Proceeding on these grounds, I have drawn up the general account in the annexes marked No. 1. In this I have credited the Company for the general balances of 1746/7 according to the original Trade books, which herein agree with the reports of the inventory under the last of August 1746, save for a few trifles; furthermore for the amount of all goods and moneys received in this Command from Batavia and elsewhere since that time until the last of August 1761, as well as for the amount of profits obtained on the trade goods upon sale, and lastly for that which the Company remained owing to various parties under the last of August 1761. In contrast, I have debited the Company for what it had to pay to various parties under the last of August 1746; likewise for all goods and moneys that were dispatched from this Command to Batavia and elsewhere since that time until the last of August 1761, as well as for the expenses of all the Company's establishments on Mallabaar, after deduction of that which, according to a separate specification marked No. 2, was written off on the different expense accounts in excess of what, according to the cash specification, was disbursed for it and borne by the Company; and finally for the general closing balances under the last of August 1761, which Jsaaks caused to agree again in that year with the actual balances in the administrations and which have been accounted for in them since then. From this it appears that the Company was defrauded in moneys and goods, the latter calculated according to purchase cost, to an amount of f570895:—:—. Now in order to know in what manner the Company was deprived of this, I considered that it was likewise the most capable and best way to deal with the specific administrations more or less in the same manner as with the general account, in order to learn to what extent the goods and moneys received in each of them have been accounted for to the Company. I took the shop in hand first, and because some papers of it still exist, I have, in the specification or statement marked No. 3, compared the balances of each year that should have been there, according to the opening balance and that which was received from the Cash during the course of that year, after deduction of the issues according to the pay books, against that which was actually accounted for to the Company, so far as this can reasonably be inferred from the papers of the shop still at hand, or where they are missing, by reasonable deductions; and of the deficit, I have indicated behind each entry, as far as possible, in brief how it arose from month to month. This specification amounts to a sum of f76201:5:8 to the detriment of the Company, and I think no one will doubt that this amount was actually stolen from the Company. That the ordinary issues from the shop could not have run higher than what was disbursed to the Company's actual servants for their monthly wages according to the pay books requires no proof. This, and that which was issued extraordinarily to the debit of ships and otherwise, thus constitutes the debit of the Company. For this I have discharged the shop, and whatever more was written off for issued moneys was, without question, charged excessively to the Company. As regards the receipts: The Cashiers accounted for the moneys administered by them according to their monthly accounts and not according to the Trade books. Thus, what the Cashiers have written off to the debit of the shop in these monthly accounts, the Company has actually borne, whether the Cashiers did not issue these entries in full to the shopkeepers or the shopkeepers accounted for less in their monthly accounts than they in fact received from the Cash. To prove this, it is not necessary, and it would even be presumptuous to suppose, that no errors at all crept into the monthly accounts of the Cashiers, however much they have the presumption in their favor of having been drawn up according to the warrants against which they were collated every month; it is enough to conclude that all the entries that were extracted in the Cash accounts to the credit or debit of Their Honors were actually charged to the Company, that the carry-overs of each page of both receipt and expenditure add up correctly if one pays attention to the entries forged therein and, instead of them, inserts those that one can conclude from the extension of the accounts, or by other good deductions, stood there in former times, and that
Dutch transcription
145 de na Batavia gezondene kopij boeken hebben geconfronteerd, accordeeren met deeze Copijen vol= „gens hun bericht van den 2: februarij 1767:, behalven eenige wijnige posten, die schoon op zig zelve vrij aanmerkelijk, nogtans in opzigt van de geheele som, en dat het hier op geen naukeurige reekeningen aankomt, voor kleenigheeden te houden zijn; want wat de daar bij aangeweezene kwaalijk overgedraa„ „gene restanten betreft, die doen niets, als men den ontfangst en verzendingen met de winsten en las „ten van alle de inquesti zijnde Jaaren, tezamen telt. Dat nu bij de voorsz: kopij boeken, de ontfan„ „gene goederen en kontanten van Batavia en andere plaatzen, niet onder dit Commandement gehooren„ „de, zoo wel als de na buijten verzondene goederen en gelden, op de reekening van het Generaal net het werkelijk bedragen daar van ingeschreeven en afgeschreeven zijn, kan niet in twijffel getrokken worden; wijl alle abuijzen daar in voorgenomen, bij het formeeren der Jndiasche Hoofdboeken te Bata„ „via, dadelijk zouden zijn ontdekt. Op deeze Gronden voortgaande, heb ik opge„ „maakt de generaale reekening bij de bijlaegen gem:t N:o 1: Jk heb bij dezelve de Comp: Gecrediteerd voor de Generaa„ „le restanten van 174 6/7: volgens de origineele Negotie boeken, die hierin met de rapporten van den opneem onder ult:o August 1746: op eenige kleenigheeden na„ overeenstemmen, voorts voor het bedraegen van alle zeedert dien tijd tot ult:o aug:s 1761: in dit Commandement van Batavia en elders ontfangene goederen en Gelden, mitsgaders voor het beloop der winsten op de Negotie goederen bij verkoop behaalt, en laatste„ „lijk voor het geen de Comp: onder ult:o aug:s 1761: aan diverse is schuldig gebleeven. Daar en teegen heb ik de Comp: belast voor het geen dezelve onder ult:o aug:s 1746: aan diverse moest betaalen, insgelijks voor alle goederen en gelden, die zeedert dien tijd tot den laatsten August 1761:, uijt dit Commandement naar Batavia en elders verzonden zijn, mitsga„ „ders voor de lasten van alle 'sComp:s Etablissemen„ „ten op Mallabaar, naar aftrek van het geen blijkens een aparte specificatie gem:t N:o 2: , op de differente last reekeningen meer afgeschreeven is, dan volgens de specificatie van de Cas, daar voor is uijtgegeven en bij de Comp: gedraegen, en eijnde„ „lijk voor de Generaale na restanten onder ult:o aug:s 1761:, welke Jsaaks in dat Jaar wederom heeft doen overeenstemmen met de werkelijke re„ „stanten in de Administratien en welke zodanig in dezelve zedert verantwoord zijn, Hier uijt blijkt, dat de Comp: aangelden en goederen /:de laatste geree„ „kent, volgens het inkoops kostende :/ is verkort een bedraagen van ƒ570895:—:—. Om nu te weeten op hoedanige wijze dit de Comp: ontdraegen is, heb ik gemeent, dat het insge„ „lijks de bequaamste en beste weg was, met de be„ „zondere administratien min of meer op dezelfde wijze als met de generaale reekening te handelen, ten van van de N ven 146 ten eijnde te ervaaren in hoe verre bij een elk der„ „zelve de Goederen en Gelden daarin ontfangen, aan de Comp: zijn verantwoord. De winkel heb ik het eerst onder handen genomen en wijl daar van nog al enkelde papieren in weezen zijn, heb ik bij de speci„ „ficatie of aanwijzing Gem:t N:o 3:, de restanten van elk Jaar, die 'er hadden moeten zijn, volgens het voorrestant en het in den loop van dat Jaar ontfangene uijt Cassa, naar aftrek der verstrek„ „kingen volgens de zoldij boeken, vergeleeken tee„ „gens het geen aan de Comp: werkelijk verantwoord is, zoveel dit uijt de nog voor handen zijnde papie„ „ren van dewinkel, of daar die ontbreeken, bij ree„ „delijke gevolgen eenigzins op te maaken is; en van de te kort kooming heb ik agter elke post, zoo veel mogelijk, in het kort aangeweezen hoe die van maand tot maand is ontstaan. Deeze specifi„ „catie beloopt ten nadeele van de Comp: eene somma van ƒ76201:5:8:, en dat dit bedraagen de Comp: werkelijk ontvreemd is, zal denk ik niemand in twijffel trekken. Dat de gewoone verstrekkinge uijt de winkel niet hooger heb„ „ben kunnen loopen, dan het geen volgens de zoldij boeken aan 'sComp:s actueele dienaeren voor hunne maand gelden is uijtgerijkt, behoeft geen bewijs. Dit en het geene buijten gewoon ten laste van scheepen als anderzins verstrekt is, maakt dus het debet van de Comp: uijt: Hier voor heb ik dewinkel ont„ „last en al wat er meer voor verstrekte gelden afgeschreeven is, is de Comp: buijten questie teveel in reekening Gebragt. wat den ontfangst aangaat. De Cassiers hebben de penningen bij hun geadmini„ „streert, verantwoord volgens hunne maand reeke„ „ningen en niet volgens de Negotie boeken. wat dus de Cassiers bij deeze maand reekeningen ten laste van de winkel hebben afgeschreeven, heeft de Comp: werkelijk Gedraegen, het zij dat de Cas„ „siers deeze posten niet vol uijt aan de winke„ „liers hebben verstrekt of dat de winkeliers minder bij hunne maend reekeningen hebben verantwoord, dan ze met der daat uijt Cassa ont„ „fangen hebben. Het is om dit te bewijzen niet no„ „dig en het zoude zelfs vermetel zijn te veronder„ „stellen, dat bij de maand reekeningen van de Cassiers geheel geen abuijzen ingesloopen zijn, hoe zeer ze ook de presumtie voor zig hebben van volgens de ordon„ „nantien, waer teegen ze alle maanden zijn gecon= „fronteerd, te zijn opgemaakt; het is genoeg om te be„ „sluijten dat de Comp: werkelijk zijn in reekening gebragt alle de posten die bij de Cassa reekeningen ten voordeelen of ten nadeele van Haar Ed: uijtgetrok„ „ken zijn, dat de transporten van elke blad zijde zo van ontfangst als uijtgave wel tellen als men agt geeft op de daarbij vervalste posten en instee„ „de van de zelve, steld die geene die men uijt de exten„ „sie der reekeningen, of bij andere goede gevolgen be„ „sluijten kan, dat 'er eertijds gestaan hebben, en dat afgeschreeven 1enoo W van de
English
in order to experience to what extent the goods and money received therein by each person have been accounted for to the Company. I have taken the shop in hand, and since only a few papers thereof are still in existence, I have, in the specification or statement marked No. 3, compared the balances of each year that should have been there according to the previous balance and what was received from the cash treasury in the course of that year, after deducting the disbursements according to the pay books, against that which was actually accounted for to the Company, so far as this can be determined from the shop's surviving registers, or where these are missing, to some degree by reasonable deductions; and behind each entry, where possible, I have briefly indicated how the shortfall arose from month to month. This specification amounts to a sum of ƒ 76,201:5:8 to the prejudice of the Company, and I think no one will doubt that this amount was truly misappropriated from the Company. That the ordinary provisions from the shop could not have run higher than what was issued according to the pay books to the Company's actual servants for their monthly wages requires no proof, and that which was extraordinarily provided to the debit of ships as well as otherwise thus constitutes the credit of the Company: for this I have debited the shop, and whatever more was written off for provisions is beyond question charged too much to the Company's account. As regards the receipt: The cashiers accounted for the monies administered by them according to their monthly accounts and not according to the trade books. Whatever the cashiers wrote off to the debit of the shop in these monthly accounts was therefore genuinely borne by the Company, whether the cashiers did not disburse these entries in full to the shopkeepers or the shopkeepers accounted for less in their monthly accounts than they actually received from the cash treasury. To prove this, it is not necessary, and it would even be audacious to presume, that absolutely no errors crept into the monthly accounts of the cashiers, however much they have the presumption in their favor of having been drawn up according to the warrants against which they were confronted every month; it is enough to conclude that all the entries that were drawn up in the cash accounts to the advantage or prejudice of Their Honors were actually brought to the Company's account, that the carried-forward totals of each page, both of receipts and expenditures, count correctly if one pays attention to the forged entries therein and, instead of them, substitutes those which one can conclude from the extension of the accounts or by other sound deductions once stood there, and that the carried-forward totals of each page and the balances of each month were transferred correctly. Of this now, the commissioners Staal and Zimmerman, who examined these accounts insofar as they are still in existence, pointed out in their report of 2 February 1767 only a single difference amounting to ƒ 4800:—.— in the year 1756/7, which amount was carried over too low by the cashier of that time in his monthly account, and thus under-accounted for; nor have any other errors occurred to me, insofar as I have had to review the cash accounts in my investigation. With the trade warehouse I have acted in this manner. I took the balances that were in existence according to the trade books, in accordance with the inventory report as of the last day of August 1746, and added to them everything that was received into the same from that time until the warehouse passed to another administrator. On the other side, I totaled everything that was issued, sold, or written off for permitted wastage from the warehouse during that time, with an indication of how much was charged as sold to the debit of the cash treasury over and above what was credited to the Company according to the cash accounts. From this, I drew up the balances that ought to have been there upon the handover of the warehouse and compared them against what the outgoing warehouse master accounted for upon transfer according to the handover report, to demonstrate what was handed over too little or too much. These actual balances I debited again to the new warehouse master, who signed for them upon transfer, and further proceeded with the receipts and issues in the manner aforesaid. I worked through all the entries in this way, but in the specification marked No. 4, I entered only the principal ones with the extensions and noted from the rest only what was accounted for too much or too little; and according to this statement, the Company was defrauded of ƒ 309,571:6:8 from 1746/7 to the last day of August 1761 on the goods administered in the trade warehouses. I do not dare to present this specification as a very accurate account. Many cash specifications are absent, and what was written off too much to the debit of the cash treasury on the entries traded therein cannot be traced; yet that it otherwise indicates closely enough the actual loss that the Company suffered on this administration, I conclude on the following grounds. The invoices of the goods brought in from outside were correctly entered, as indicated above, and what was purchased here I have taken according to the accounts.
Dutch transcription
146 ten eijnde te ervaaren in hoe verre bij een elk „zelve de Goederen en Gelden daarin ontfangen, a Comp: zijn verantwoord. De winkel heb ik het onder handen genomen en wijl daar van nog enkelde papieren in weezen zijn, heb ik bij de sp „ficatie of aanwijzing Gem:t N:o 3;, de restan van elk Jaar, die 'er hadden moeten zijn, volg het voorrestant en het in den loop van dat ontfangene uijt Cassa, naar aftrek der ver „kingen volgens de zoldij boeken, vergeleeken „gens het geen aan de Comp: werkelijk verand is, zoveel dit uijt de nog voor handen zijnde ver „ren van dewinkel, of daar die ontbreeken, bij „delijke gevolgen eenigzins op te maaken is; en de te kort kooming heb ik agter elke post, 2 mogelijk, in het kort aangeweezen hoe die maand tot maand is ontstaan. Deeze spe„ „catie beloopt ten nadeele van de Comp: een somma van ƒ 76'201:5:8:, en dat dit bedrag de Comp: werkelijk ontvreemd is, zal denk niemand in twijffel trekken. Dat de gewoo verstrekkinge uijt de winkel niet hooger „ben kunnen loopen, dan het geen volgens de 2 boeken aan 'sComp:s actueele dienaeren voor hunne maand gelden is uijtgerijkt, behoeft geen bewij en het geene buijten gewoon ten laste van scheep als anderzins verstrekt is, maakt dus het van de Comp: uijt: Hier voor heb ik dewinkel „last en al wat er meer voor verstrekte gel afgeschreeven is, is de Comp: buijten questie teveel in reekening Gebragt. wat den ontfangst aangaat. De Cassiers hebben de penningen bij hun geadmini„ „streert, verantwoord volgens hunne maand reeke„ „ningen en niet volgens de Negotie boeken. wat dus de Cassiers bij deeze maand reekeningen ten laste van de winkel hebben afgeschreeven, heeft de Comp: werkelijk Gedraegen, het zij dat de Cas„ „siers deeze posten niet vol uijt aan de winke„ „liers hebben verstrekt of dat de winkeliers minder bij hunne maend reekeningen hebben verantwoord, dan ze met der daat uijt Cassa ont„ „fangen hebben. Het is om dit te bewijzen niet no„ „dig en het zoude zelfs vermetel zijn te veronder„ „stellen, dat bij de maand reekeningen van de Cassiers geheel geen abuijzen ingesloopen zijn, hoe zeer ze ook„ de presumtie voor zig hebben van volgens de ordon„ „nantien, waer teegen ze alle maanden zijn gecon= „fronteerd, te zijn opgemaakt; het is genoeg om te be„ „sluijten dat de Comp: werkelijk zijn in reekening gebragt alle de posten die bij de Cassa reekeningen ten voordeelen of ten nadeele van Haar Ed: uijtgetrok„ „ken zijn, dat de transporten van elke blad zijde zo van ontfangst als uijtgave wel tellen als men agt geeft op de daarbij vervalste posten en instee„ „de van de zelve, steld die geene die men uijt de exten„ „sie der reekeningen, of bij andere goede gevolgen be„ „sluijten kan, dat 'er eertijds gestaan hebben, en dat afgeschre vend W van d 147 de transporten van elke blad zijde en de restanten van elke maand wel overgebragt zijn. Hier van nu hebben de Committeerdens staal en Zimmer„ „man, die deeze reekeningen, voor zo verre die nog in weezen zijn, hebben gevisiteerd, bij hun bericht van den 2: februarij 1767: alleen een enkeld verschil aangeweezen Groot ƒ 4800:—. —., in het Jaar 1756/7:; welk bedraegen door de Cassier van dien tijd, bij zijn maand reekening te min overgeschreeven, en dus te kort verantwoord is; ook zijn mij, voor zoo verre ik in mijn onderzoek de Cassa reekeningen heb moeten doorloopen, geene andere abuijzen voorge „komen. Met het Negotie Pakhuijs heb ik op deze wijze gehandelt. Jk heb genomen de restanten die er volgens de Negotie boeken, overeenkomstig met het rapport van den opneem onder ultimo August 1746: in weezen waaren, en heb daarbij geteld alles wat van dien tijd af, tot dat het Pakhuijs aan een ander administrateur is overgegaan, in het zelve is ontfangen. Jk heb aan de andere zijde te zaamen getrokken alles wat 'er geduurende dien tijd uijt het Pakhuijs verstrekt, verkogt of voor gepermitteerde spillage afgeschreeven is; met aanwijzing, hoe veel als verkogt ten laste van de Cas gebragt is, boven het geen de Comp: volgens de Cassa reekeningen daer voor is goed gedaan. Hier uijt heb ik opgemaakt de restanten die 'er bij overgave van het Pakhuijs hadden behooren te weezen en heb dezelve vergeleeken teegens het geen de afgaande Pakhuijsmeester bij transport volgens het rap„ „port der overgave heeft verantwoord, ter aantoo„ „ning van het geen te min of te veel overgegeven is. Deeze werkelijke restanten heb ik de nieuwe Pakhuijsmeester, die bij het transport daar voor geteekent heeft, wederom op reekening gestelt en heb voorts met den ontfangst en verstrekkingen in voegen voorsz: gehandelt. Jk heb alle de posten op deeze wijze bewerkt, dog bij de specificatie, gem:t N:o 4:, heb ik alleen de voornaemste met de ex„ „tensien ingeschreeven en van de overige alleen het teveel of te kort verantwoorde aangeteekent; en volgens deeze aanwijzing is de Comp: van 174 6/7: tot ult:o aug:s 1761: op de goederen in de Negotie Pak„ „huijzen, geadministreert, verkort ƒ309'571: 6:8: Jk durf deeze specificatie niet opgeven voor een zeer accurate reekening. veele kas specificatien zijn absent, en wat op de daar bij verhandelde po„ „sten te veel ten laste van de kas afgeschreeven is, kan niet worden nagegaan; dog dat ze voor het overige na Genoeg aanwijst, het werkelijk verlies dat de Comp: op deeze administratie ge„ „leeden heeft, besluijt ik op de volgende gronden. De factuuren der van buijten aangebragte goede„ „ren, zijn zo als hier boven is aangeweezen, wel in„ „geschreeven, en wat hier ingekogt is, heb ik vol„ gens van van de W vende
English
according to the specifications taken from the cash account. It is thus certain that the debit contains everything of the goods brought in from outside that was transferred into this administration, as well as everything that the Company actually paid for the goods purchased here. As far as the provisions are concerned, of that which was taken from the Trade Warehouse for use in the household, there is certainly nothing available from which one can draw any conclusion with tolerable reason, other than the notes found in the Trade books. Likewise, one has nothing other than these books to indicate what was sold by auction, but the provisions in the household, in comparison with the shipments to Cannanoor and other places belonging under this Commandment, and what was sold according to the cash accounts, are of little importance and certainly not large enough that it would have been worth the trouble to search for it there. And at auction only linens, spelter, and similar items were sold, on which the shortages are not large in comparison with what was under-accounted for in spices, Japanese copper, pepper, etc., things that were never sold by auction. As for the sugar, this too was converted by public sale only on very rare occasions. Consequently, of all such items, besides the little that was consumed in the household and validated for permitted spillage, nothing could be deducted except in these three cases: First, in shipments to the outside, and in the write-offs of these, as far as one can see from the account of the General, the invoices still available, and the booklets of the outer Offices, no errors were committed. Second, upon delivery on credit, as frequently happened with the Jewish merchant Ezechiel Rabbij, whose account was properly charged each time this was done for the goods received by him. Third, by way of cash sale. And whatever, after deducting all this, is accounted for short, along with all that was furthermore written off in the books as sold for cash in excess of what was accounted for at the Cash Office, was undeniably stolen from the Company. By what means Pieter Isaaks balanced the aforesaid goods accounted for less by the Warehouse Masters than they were indebted for in the Trade books, in order to make the balances in the Trade books as of the last of August 1761 agree with the actual balances of the goods, is easy to imagine. The discrepancies had climbed to such a height that no other means remained than to close off the goods with false balances, just as he did with the cash in the shop, of which indications have been given here and there in the specification of that Administration. These falsifications have, for the rest, been pointed out in previous reports in such great numbers that it would be superfluous to give any examples of them. How much the Company has lost through this dishonest dealing, apart from the profit on the goods, has, I think, been indicated on somewhat plausible grounds from the account of the Office General. And what cash and goods were taken from the Company out of the shop and the Warehouse is evident from the specifications prepared for both these administrations. Yet with this alone, the main objective, namely to know who else enriched themselves here, and especially whether any indemnification can be hoped for by the Company, has made little or no progress. It is always very difficult, and in this case, due to the defective papers, not feasible, to determine among several possible causes the ones that were the true ones; and the question of who besides Isaaks was guilty of this is a matter that, for the greater part, at least always remains between two people. If the Company has now not lost as much as the false write-offs to the debit of the Company pointed out by the bookkeepers Kellens and Benning amount to, then it is obvious that a good portion of these malversations never had any actual consequence. These were, in my view, especially as far as the two money Cashes are concerned, made by Pieter Isaaks with no other aim than to adjust the balances in the Trade books as the circumstances of the times required, and, when this was necessary, to make them more or less agree with the actual balances in the administrations. From the statement drawn up by me concerning the shop, it appears, for example, that he now and then wrote off less to the Cashiers for funds disbursed to the shopkeepers than the latter charged to the Company in their specification; and, conversely, from the statement of the Trade Warehouse, that he charged the Cashiers much more for sold goods than they credited the Company for in their specification. Because of this, the balance in the Trade books, in comparison with the balance of the Cashiers in their monthly accounts, had to rise to an excessive height, which could not well be remedied except by favoring the Cashiers' accounts again with this or that fictitious disbursement. As proof of this can serve, among other things, the annex marked No. 2, which shows that Isaaks, to the detriment of the expense accounts and for the benefit of the petty cash
Dutch transcription
148 „gens de specificatien van de kas ingenomen. Het is dus zeeker dat het debet bevat al het Geen van de, van buijten aangebragte Goederen in deze administratie is overgegeven, mitsgaders alles wat de Comp: voor„ de hier ingekogte Goederen werkelijk heeft betaald. wat de verstrekkingen aangaat. Het geen uijt het Negotie Pakhuijs tot Gebruijk in de huijshoudig ge„ „nomen is, daer van is zeekerlijk niets voor handen, waar uijt men met een draegelijke reede iets besluij„ „ten kan, dan de aanteekeningen die men bij de Nego„ „tie boeken vind, zo meede heeft men niets anders dan deeze boeken ter aanwijzing van het geen bij ven„ „dutie verkogt is, dog de verstrekkingen in de Huijs„ „houding zijn in vergelijk van de verzendingen naar Cannanoor en andere plaatsen onder dit Com„ „mandement Gehoorende, en het Geen blijkens de kassa reekenings verkogt is, van wijnig belang en zeekerlijk niet Groot genoeg, dat het de moeij„ „te waerdig zoude geweest zijn, om het daer op te zoeken, en bij vendutie zijn alleen lijwaaten, spi„ „auter en diergelijke artikelen verkogt, waer op de te kort komingen niet Groot zijn, in vergelijk van het Geen te min verantwoord is, aan specerijn Japans koper, peper etc=ra, dingen die nooijt per vendutie verkogt zijn, wat de zuijker aangaat, deeze is meede niet dan zeer enkelde rijzen bij publike verkoop omgezet. van al zulke artikelen, heeft dienvolgens, buijten het wijnige dat daer van 3=de bij weege van kontante verkoop. En wat na aftrek van dit alles te kort verantwoord is, met alles wat 'er bovendien als kontant verkogt. meer bij de boeken afgeschreeven is, dan daar voor, bij de Cas is verantwoord, is de Comp: ontegenzeggelijk ontvreemd. Door wat weegen Pieter Isaaks heeft verëvent de voorsz: door de Pakhuijsmeesters min„ „der verantwoorde Goederen, dan ze bij de Negotie boeken schuldig stonden, ten eijnde te doen over een„ „stemmen de restanten bij de Negotie boeken onder„ ult:o aug:s 1761:, met de werkelijke restanten der goede„ „ren, valt ligt te bedenken. De verschillen waeren tot sulk een hoogte geklommen, dat daer toe geen ander middel overschoot dan de goederen af te sluijten met valsche restanten, even zo als hij zulx gedaen in de Huijhouding verbruijkt en voor Gepermitteer„ „de spillage gevalideert is, niets kunnen afgaan„ dan in deeze drie Gevallen 1:e bij verzendingen na buijten, en in de af„ „schrijvingen hier van zijn, zo veel men uijt de reeke„ „ning van het Generaal, de nog voor handen zijnde factuuren en de boekjes der buijten Comptoiren, zien kan, geene abuijzen begaan. 2:e bij aflevering op Credit zo als dat te meer„ „maalen geschied is aan den Joods koopman Ezechiel Rabbij; wiens reekening zo dikmaals dit gedaan is, ten behoeve der bij hem genootene goederen be„ „hoorlijk is belast. heeft veno van de 149 heeft met de Contanten in de winkel, waer van bij de specificatie van die Administratie, hier en daar aanwijzing gedaan is. Deeze vervalsingen zijn bij vroegere berichten voor het overige in zulke groo„ „te meenigte aangeweezen, dat het overtollig zijn zoude daar van eenige voorbeelden te willen geeven. Hoe veel de Comp: door deezen oneerlijken Han„ „del verlooren heeft, is buijten dewinst op de goederen, uijt de reekening van het Comptoir Generaal, naar ik denk, op eenigzins aannemelijke gronden aangewee„ „zen, en wat kontanten en goederen de Comp: uijt de winkel en het Pakhuijs zijn ontdraegen, blijkt uijt de van beide deeze administratien vervaardigde speci„ ficatien; dan hier meede alleen, is het groote oogmerk„ om namentlijk teweeten wie al zig alhier meede heb„ „ben verrijkt, en in zonderheid of 'er voor de Comp: eeni„ „ge schaadeloos stelling te hoopen zij, wijnig of niet gevordert. Het is altoos zeer moejelijk en in deezen mits de defectueuse papieren niet doendelijk, om onder verscheijde mogelijke oorzaaken te bepaalen, die Geene, die de waere geweest zijn; en de vraage wie buijten Jsaaks zig hier aan hebben schuldig gemaakt, is een questie, die voor het grootere ge„ „deelte, ten minsten altoos tusschen twee Menschen staan blijft. Heeft nu de Comp: zoo veel niet verlooren als de door de boekhouders kellens, en Benning aangeweezene valsche afschrijvingen ten laste van de Comp: bedraagen, zoo is het blijkbaar dat een goed gedeelte dezer morserijen nooijt eenig dadelijk gevolg gehad hebben. Deeze zijn naer mijn inzien in zonderheid zo veel de beide geld Cassas aangaat, door Pieter Isaaks met geen ander oogmerk ge„ „daan, dan om de restanten bij de Negotie boeken, naer dat de omstandigheeden van tijden dit vorder„ „den, te bepaalen, en ze, wanneer dit nodig was, min of meer met de werkelijke restanten in de administratien te doen over eenstemmen. uijt de door mij opgemaakte aanwijzing „ de winkel, blijkt, bij voorbeeld, dat hij de Cassiers nu en dan vrij Groote sommas voor verstrekte gelden aan de winkeliers minder afschreef, dan deeze de Comp: bij hunne specificatie in reekening bragten, en uijt de aanwijzing van het Negotie Pakhuijs daar en teegen, dat hij de Cassiers voor verkogte goederen veel meer belaste dan ze de Comp: bij hunne speci„ „ficatie daer voor Goed deeden. Hier door moest het restant bij de Negotie boeken in vergelijk van het restant der Cassiers bij hunne maand reekeningen, tot eene onmaatige hoogte rijzen, het geen niet wel te verhelpen was, dan met de Cassiers hunne reekeningen, met deeze of Geene verdigte ver„ „strekkingen weder te bevoordeelen. Tot een bewijs hier van, kan onder andere dienen, de bijlaagen Gem:t N:o 2: waar bij blijkt, dat Jsaaks ten nadeele van de last reekeningen en ten behoeve van de kleene kas van de van de Vno
English
from 174 6/7 to 17 6/6 wrote off a sum of ƒ 85429: 9:8, over and above what the Cashiers accounted for in their monthly accounts; which certainly can have had no other purpose than to reduce the balances of the petty cash; for since the Cashiers accounted for the moneys administered by them according to the monthly accounts, neither he, Isaaks, nor anyone else in the world could be enriched by this. With the Main Cash, which in this matter also often had to serve as an aid to the petty cash, he was obliged for the same reason to act likewise; and to be all the more certain that these false entries and write-offs of cash were never realized, one need only consider that if this avenue had been open to Isaaks, this means alone would have been sufficient, and that consequently all the devious paths used by him to obtain money would have been unnecessary; whereby also largely falls away the suspicion that has sometimes arisen from these fabricated entries and write-offs, as to whether the gentlemen Commandeur and Secunde, as keepers of the Main Cash, might also have had a hand in this work. The aforementioned indications prepared by the Bookkeepers Kellens and Benning run up to the year 176 6/3, but I have ended my investigation with regard to the shop with the general transfer made by the gentleman Commandeur de Jong to the gentleman Commandeur Weijerman, and with regard to the Trade Warehouse included up to the year 176 6/1; because the discrepancies between the books from that time onward are small, and consist almost solely of calculation errors. I hope that I shall have thereby satisfied in some measure the order and purpose of Your Right Honourable, and that my daily occupations will excuse me to Your Right Honourable for having had to confine myself this time to only two administrations. If Your Right Honourable finds that this in some measure answers the intention of Their High Excellencies the High Indian Government, then I am very willing to proceed on that footing with all the remaining administrations, or to make such changes in the method that I have followed hitherto as Your Right Honourable shall judge may serve to spread some more light on this matter, especially toward the discovery of Isaaks's accomplices, which hitherto remains in such a state that one almost has to fear even daring to hold an opinion about it. I have the honour to be, with deep respect and all high esteem, /below stood:/ Right Honourable High-Ruling Lord, /lower down:/ Your Right Honourable's very humble and faithful servant, /was signed:/ W: J: van de Graaff, in the margin: Cochim, the 1st of March, Anno 1774. In pursuance of Your Right Honourable's highly respected order, we, the undersigned, have carefully compared and checked the original Trade Books from Anno 17 9/7 to 176/3 against the original specification accounts of various administrations in order to discover whence the difference between the said books and the accounts of those years, amounting to ƒ 3116706: 17:—, originates, and found it to be such as we had the honour to show, anno passato, in a finding for the years 17 29/7 to 17 3/32, amounting to ƒ 505640:13:—, and now by the accompanying papers from Anno 17 2/3 to 17 26/3 with ƒ 2611066:4:2, and to mention briefly herewith that, although we have tried with all possible diligence to give Your Right Honourable a clear demonstration of what essentially the Honourable Company has been defrauded of in those years, we are to our regret unable to carry it out, because the books were not only poorly kept, calculated, carried over, and closed, but also so erased and altered with his own hand by the former Trade Transferor Pieter Isaacksz, both the books and the accounts of the administrators, as well as because he made absent and lost various books and papers, so that one is now unable to untangle that confused affair, nor to report who else had part or share in those abuses other than the said Isaacksz; therefore, hoping for favourable acceptance, and trusting that Your Right Honourable will be fully convinced that all our expended effort and manifold agonizing cannot be judged to be of any use; Expecting hereby to have satisfied the esteemed order of Your Right Honourable as best as possible, with deep respect and high esteem we call ourselves, /below stood:/ Right Honourable, Ruling Lord, /lower down:/ Your Right Honourable's very humble and obedient servants, /was signed:/ L:t Kellens and J:s Benning, /in the margin:/ Cochim, the 28th of April, Anno 1782. It has pleased Your High Excellencies, by minute of the business transacted and resolved in the Council of India under date of 18 August last, to place in the hands of the undersigned the report sent over by the Malabar Ministers from the Secunde van de Graaff and the elaboration added thereto serving as annexes, concerning the fraud committed in the Trade books.
Dutch transcription
150 van 174 6/7: tot 17 6/6: heeft afgeschreeven eene somma van ƒ 85429: 9:8:, boven het geene de Cassiers bij hunne maand reekeningen daar voor hebben opgebragt; het geen zeekerlijk niets anders, dan het vermindere der res„ „tanten van de kleene kas, kan ten oogmerk gehad hebben; want dewijl de Cassiers de penningen bij hun geadministreerd, volgens de maand reekeningen ver„ „antwoord hebben, kon hij Isaaks, nog niemand ter wereld hier door bevoordeelt worden. Met de Groote Cas, die meede veel al in deesen tot een hulpmiddel voor de kleene Cas verstrekken moest, was hij om de zelfde reede verpligt, insgelijks zo te hande„ „len; en om te meer verzeekert te zijn, dat dese valsche in en afschijvingen van Contanten, nim„ „mer zijn gerealiseert, behoeft men alleen te be„ „denken, dat zo deeze weg aan Isaaks had opengestaan, dit middel alleen toerijkende was, en dat dus alle bijpaaden door hem Gebruijkt, om aan geld te koo„ „men, onnodig geweest waeren; waardoor dan ook voor een Goed gedeelte vervalt de verdenkingen die uijt deze Gefingeerde in en afschrijvingen wel eens ontstaan zijn, of ook de heeren Commandeurs en secundes, als bewaarders van de Groote kas, de handen in dit werk mogten gehad hebben. De voorsz:, door de Boekhouders kellens en Benning opgemaakte aanwijzingen, loopen tot het Jaar 176 6/3:, dog ik heb mijn onderzoek Ge„ „eijndigt, ten aanzien van de winkel met het generaal transport gedaan door de heer Com„ „mandeur de Jong aan de heer Commandeur weijerman, en ten aanzien van het Negotie Pakhuijs met het Jaar 176 6/1: ingeslooten; wijl de verschillen tusschen de boeken van die tijd af klijn zijn, en bij na alleen in reeken fouten bestaan. Jk hoop dat ik hier meede eenigzins aan de ordre en het oogmerk van uwel Edele Groot agtb: zal hebben voldaan, en dat mijne dagelijkse bezigheeden mij bij uwel Edele groote agtb: zullen verschoonen, dat ik mij voor dit„ „maal alleen tot twee administratien heb moeten bepaalen. Bevind uwel Edele Groot agtb:, dat op deeze wijze eniger maten word be„ „antwoord aan de intensie van hunne Hoog Edel„ „heeden de Hooge Jndiasche Regeering, dan ben ik zeer bereijdwillig om met alle de overige Administratien op dien voet voort te vaaren, dan wel in de met hode die ik tot hier toe ge„ „houden heb, zoodanige veranderingen te maa„ „ken als uwel Edele Groot agtb: oordeelen zal, dat dienen kunnen om hier over eenigsins meerder tot van de a venv 151 Nagesien J Schemering 2 meerder ligt te verspreijden, in zonderheid ter ontdekking van Isaaks deel genooten, het geen tot nog toe in dien staat blijft, dat men haast vreezen moet, alleen een opinie der weegens te durven hebben. Jk heb de eere van met diepe eerbied en alle hoog agting te zijn /:onderstond:/ wel Edele„ Groot Achtb: Hoog gebiedende Heer /:Lager:/ uwel Edele Groot Achtb: zeer onderdanige en getrouwe Dienaar /:was geteekend:/ W: J: van de Graaff in margine Cochim den 1=ste Maart Anno 1774:— Clerc In opvolging van uw wel Edele Agtbaare hoog g'respekteerd bevel, hebben wij ondergetekendens nauwkeurig geconfronteerd en gepincteerd, de origineele Negotie Boeken van A:o 17 9/7: tot 176/3, tegens de Origineele specificatie Reekenings van diverse administraties ter ontwaaring, waar door het verschil tusschen ge„ „melte Boeken, en Reekenings van die Jaaren, ten be„ „dragen van ƒ3116706: 17:—. oorspronkelijk is, en bevonden ro„ zodanig als wij d' Eere gehad hebben, anno pass:o bij een bevinding van de Jaaren 17 29/7: tot 17 3/32, groot ƒ505640:13:—: en thans bij nevensleggende papieren van A:o 17 2/3: tot 17 26/3. met ƒ2611066:4:2: aantetoonen, en bij desen kortelijk aante haalen, dat schoon wij met alle mogelijke vleijt getragt hebben, om uw wel Edele e Agtb: een duijdelijke Aanthooning te doen, wat Wel Edele, Agtbaare, Welgebiedende Heer Aan den Wel Edelen Agtbaeren Heer Adriaan Moens Commandeur en oppergebieder der Custe Mallabaar, met den resorte accordeert J Dannichens wesentlijk van dien venvo van de 158 Schemering Nagesien N. 88 wesentlijk D E Comp:e in die Jaaren, benadeelt is g „worden, wa tot ons leedweesen het zelve niet ki „nen ter uijtvoering brengen, vermits de boeken na alleen qualijk gehouden, geteld, overgedragene afgeslooten, maar ook door den geweesen Negotie overdraager Pieter Isaacksz:, zodanig geschraa„ en met zijn eijgenhand verandert zijn, zo wel de boe „ken als de Reekenings vande administrateurs, als mede om dat verscheide boeken en Papieren, absen te soek gebragt heeft, zo dat men thans niet in staat is, die verwarde affaire uijttepluijsen, nog temelden, wie in die abuijsen anders part of deel aan hebben gehad, dan gemelte Isaacksz:, dierhalven zullen wij in hoope van gunstig welneemen, en in vertrouwen dat uwwel Edele Agtb: volkomen zal overtuijgt wesen, dat al onse aangewende moeite en menigvuldig hoofdbreeken van geen nu't kan g'oordeelt werden; Hiermede in verwagting van aan d' g'eerde ordre van uwwel Edele Agtb: best moogelijk te hebben voldaan met diepe Eerbied en hoog agting ons noemen„ /:onderstond:/ wel Edelen Agtbaare welgebieden„ „de Heer /:Lager:/ uw wel Edele Agtbaare seer onderdanige en Gehoorsame Dienaaren /:was geteekend/ L:t Kellens en J:s Benning /:in margine:/ Cochim den 28 April A:o 1782:— Het heeft uw Hoog Edelheedens behaagt bij no„ tul van het gebesoigneerde en geresolveerde in Raade van India in dato 18. augustus J=t leeden, de ondergetee„ kendens ter hand te stellen het door de Mallabaarse Ministers overgezondene Berigt van de Secunde van de Graaff en dies daar bijgevoegde uitwerking streckende tot bijlaagende, nopens de begaane fraude bij de Negotie- Hoog Edele groot Agtb: Heere! en Wel Edele Heeren! De wel Edele Heeren Raaden van Nederlands India Aan zijn Hoog Edelheid Den Hoog Edelen Groot Agtb: Heere Petrus Albertus van Der Parra Gouverneur Generaal Benevens Accordeerd Jn Jamnochen Vnor de van boeken
English
158 RP Schemering Examined essentially the Company was disadvantaged in those years, we cannot, to our regret, carry the same into execution, because the books were not only poorly kept, counted, transferred, and closed, but were also so altered by the former transferor Pieter Isaacksz with his own hand, both the books and the accounts of the administration, and also because he has mislaid various books and papers, so that one is currently not in a position to unravel that tangled affair or to report who else had a part in those errors besides the said Isaacksz. Therefore, in the hope of a favorable reception, we trust that your Honors will be completely convinced that all our expended effort and manifold worrying cannot be judged of any use. Herewith, in the expectation of having complied as best as possible with the honored orders of your Honors, with deep respect and high esteem, was undersigned: Honorable, Worshipful, Wise and Valiant Sir; lower: Your Honors' humble and obedient servants; was signed: Lt. Kellens and Js. Bo; in the margin: Cochim the 28th of April, Anno. It has pleased your High Mightinesses, by minute of the proceedings and resolutions in the Council of India dated 18 August last, to deliver to the undersigned the report sent by the Malabar Ministers from the second-in-command Van de Graaff and the detailed work added thereto serving as annexes, concerning the fraud committed in the trade books. High Honorable, Mighty, and Worshipful Sirs! and Honorable Sirs! The Honorable Gentlemen Councillors of Netherlands India To His High Honor The High Honorable, Mighty, and Worshipful Sir Petrus Albertus van Der Parra Governor-General Together with Agreed Jn Jamnochen First Clerk Keeper of the books 153 Schemering Examined essentially the Company was disadvantaged in those years, we cannot, to our regret, carry the same into execution, because the books were not only poorly kept, counted, transferred, and closed, but were also so altered by the former transferor Pieter Isaacksz with his own hand, both the books and the accounts of the administration, and also because he has mislaid various books and papers, so that one is currently not in a position to unravel that tangled affair or to report who else had a part in those errors besides the said Isaacksz. Therefore, in the hope of a favorable reception, we trust that your Honors will be completely convinced that all our expended effort and manifold worrying cannot be judged of any use. Herewith, in the expectation of having complied as best as possible with the honored orders of your Honors, with deep respect and high esteem, was undersigned: Honorable, Worshipful, Wise and Valiant Sir; lower: Your Honors' humble and obedient servants; was signed: Lt. Kellens and Js. Bo; in the margin: Cochim the 28th of April, Anno. It has pleased your High Mightinesses, by minute of the proceedings and resolutions in the Council of India dated 18 August last, to deliver to the undersigned the report sent by the Malabar Ministers from the second-in-command Van de Graaff and the detailed work added thereto serving as annexes, concerning the fraud committed in the trade books. High Honorable, Mighty, and Worshipful Sirs! and Honorable Sirs! The Honorable Gentlemen Councillors of Netherlands India To His High Honor The High Honorable, Mighty, and Worshipful Sir Petrus Albertus van Der Parra Governor-General Together with Agreed Jn Janncher Clerk Keeper of the books 154 159 books there, whereby the Company from the year 174 2/3 to 1767 is said to have been considerably defrauded by a sum of ƒ570895. –. –, and of that alone under the administrations of the Small Shop and the Trade Warehouse an amount of ƒ385772. 12. –, in order, after examination of all those papers, if possible, to demonstrate who should be incumbent for the reimbursement of the specified items. We have, with the utmost attentiveness that a matter of this weight requires, examined item by item so far as it concerns the trade books, which we have found to agree in conformity with the explanation given thereof by the second-in-command Van de Graaff. However, since the shop books, as well as the detailed cash books deposited here, all equalize with those of trade, we have not been able to trace the difference that His Honor Van de Graaff found in those located at Cochim, because those there were kept entirely differently from the ones that arrived here. It has already been proven, both by earlier papers and reports submitted thereof, that the Company was disadvantaged by ƒ570895. —. –, and it is proven anew by the general account drawn up as an annex under No. 1, whereby His Honor Van de Graaff. According to the position and the detailed explanation of the second-in-command Van de Graaff concerning the shop, at that time under the administration of the First Vendue Master Feith who is presently here, it appears so far as could be discovered from the cash accounts, books, and further papers on hand at Cochim that since the financial year 174 5/6 until the first of March 1750, when Feith the shop. And we must testify that in the manner in which His Honor proceeded, if all the authentic papers could be brought together, that would be the only way through which one could discover who the persons are that took part in the embezzlement of such a considerable capital. demonstrates once again that difference after deduction of what, according to a separate specification accompanying under No. 2, was written off on various expense accounts more than was disbursed for it according to the specification of the cash. The inventories that are taken annually in the administrations, as well as the accounts that the administrators draw up monthly, which it is not customary to send over here, certainly gave great light to the second-in-command Van de Graaff in his investigation. once again [illegible] the of the to
Dutch transcription
158 RP„ Schemering Nagesien wesentlijk D E Comp: in die Jaaren, benade „worden, we tot ons leedweesen het zelve n „ken ter uijtvoering brengen, vermits de bo„ alleen qualijk gehouden, geteld, overgedr afgeslooten, maar ook door den geweesen overdraager Pieter Isaacksz:, zodanig g en met zijn eijgenhand verandert zijn, zo w„ „ken als de Reekenings vande administrate„ mede om dat verscheide boeken en Papieren te soek gebragt heeft, zo dat men thans ni staat is, die verwarde affaire uijttepluij„ temelden, wie in die abuijsen anders part op hebben gehad, dan gemelte Isaacksz:, diert zullen wij in hoope van gunstig welneeme vertrouwen dat uwwwel Edele Agtb: volkor„ overtuijgt wesen, dat al onse aange wer moeite en menigvuldig hoofdbree van geen na't kan g'oordeelt we„ Hiermede in verwagting van aan d' g'eer van uwwel Edele Agtb: best moogelijk te voldaan met diepe Eerbied en hoog agting ond /:onderstond:/ wel Edelen Agtbaare wel„ „de Heer /:Lager:/ uw wel Edele Agtbaar onderdanige en Gehoorsame Dienaa /:was geteekend/ L:t Kellens en J:s Bo /:in margine:/ Cochim den 28 April A:o Het heeft uw Hoog Edelheedens behaagt bij no„ tul van het gebesoigneerde en geresolveerde in Raade van India in dato 18. augustus J=t leeden, de ondergetee„ kendens ter hand te stellen het door de Mallabaarse Ministers overgezondene Berigt van de secunde van de Graaff en dies daar bijgevoegde uitwerking streckende tot bijlaagende, nopens de begaane fraude bij de Negotie- Hoog Edele groot Agtb: Heere! en Wel Edele Heeren! De wel Edele Heeren Raaden van Nederlands India Aan zijn Hoog Edelheid Den Hoog Edelen Groot Agtb: Heere Petrus Albertus van Der Parra Gouverneur Generaal Benevens Accordeerd Jn Jamnochen EClerck venoo van de boeken 153 Schemering Nagesien wesentlijk D E Comp: in die Jaaren, benade „worden, we tot ons leedweesen het zelve n „ken ter uijtvoering brengen, vermits de bo„ alleen qualijk gehouden, geteld, overgedr afgeslooten, maar ook door den geweesen overdraager Pieter Isaacksz:, zodanig g en met zijn eijgenhand verandert zijn, zo w „ken als de Reekenings vande administrate mede om dat verscheide boeken en Papieren „te soek gebragt heeft, zo dat men thans nu staat is, die verwarde affaire uijttepluijd temelden, wie in die abuijsen anders part op hebben gehad, dan gemelte Isaacksz:, dierd zullen wij in hoope van gunstig welneeme vertrouwen dat uwwel Edele Agtb: volkor overtuijgt wesen, dat al onse aangewer moeite en menigvuldig hoofdbree van geen nu't kan G'oordeelt we Hiermede in verwagting van aan d' geen van uwwel Edele Agtb: best moogelijk te voldaan met diepe Eerbied en hoog agting ond /:onderstond:/ wel Edelen Agtbaare wel„ „de Heer /:Lager:/ uw wel Edele Agtbaar onderdanige en Gehoorsame Dienaa„ /:was geteekend// L:t Kellens en J:s Bo /:in margine:/ Cochim den 28 April A:o Het heeft uw Hoog Edelheedens behaagt bij no„ tul van het gebesoigneerde en geresolveerde in Raade van India in dato 18. augustus J=t leeden, de ondergetee„ kendens ter hand te stellen het door de Mallabaarse Ministers overgezondene Berigt van de secunde van de Graaff en dies daar bijgevoegde uitwerking streckende tot bijlaagende, nopens de begaane fraude bij de Negotie- Hoog Edele Groot Agtb: Heere: en Wel Edele Heeren! De wel Edele Heeren Raaden van Nederlands India Aan zijn Hoog Edelheid Den Hoog Edelen Groot Agtb: Heere Petrus Albertus van Der Parra Gouverneur Generaal Benevens Accordeerd Jn Janncher Clerc teno van de boeken 154 159 boeken aldaar, waar door de Comp: van 't jaar 174 2/3n tot 1767. merkelijk verkort zoude zijn een somma van ƒ570895. –. –. en daar van alleen op de administraties van de Kleenen Winkel, en het Negotie Pakhuijs een bedra¬ gen van ƒ385772. 12. –. om na Examinatie van allen die Papieren was 't mogelijk aan te toonen wie de vergoeding van de opgegeevene Posten zoude incumbeeren. Wij hebben met de uitterste oplettentheid die een zaak van dit gewicht vereijst Post voor Post nagegaan, in zo verre de Negotie boeken betreffen, die wij conform de daar van gedaa„ ne aanwijsing van de Secunde van de Graaff accordeerende bevonden hebben: Dan alzo de winkel Boeken, item de specificatie Cas¬ sa Boeken hier berustende, allen Egaliseeren met die der nego„ tie, zo hebben w' het verschil niet kunnen nagaan die 3E. van de Graaff bij de geene die te Cochim zig bevinden heeft bevon„ den, wijl die aldaar geheel anders gehouden dan de welken al„ hier aangekoomen zyn. Het is reeds beweezen zo bij vroegere Papieren en daar van ingediende Berigten dat de Comp: ƒ570895. —. –. benadeelt is, en het bewijst zig opnieuws bij de generale Reekening onder N:o 1. tot een Bijlaagen opgemaakt waar bij D E. van de Graaff. Volgens de Positie en de uitgewerkte aanwijzing van de secunde van de Graaff de winkel betreffende, toen der tijd onder administratie zijnde van den alhier tegenswoordige Eerste vendumeester Feith, blijkt in zo verre, als men uit de Cassa Reekeningen, Boeken en verdere tot Cochim aan handen zijnde Papieren heeft kunnen ontdekken dat zints 't Boek„ jaar 174 5/e tot P=mo Maart 1750. wanneer Feith dewinkel En wij moeten betuigen dat op de wijze als zyn E. heeft te werk gegaan, indien allen de echte papieren bij een konde gebragt werden zulks de eenigste manier zoude weezen waar door men zoude kunnen ontdecken, wie de geenen zyn, welke in de ontvveemding van zo eene aanzienelijke Capitaal deel gehad hebben. andermaal dat different aantoont naar aftrek van 't geen blij„ kens eene Aparte specificatie onder No. 2. verzellende op ver¬ scheide last Reekeningen meer afgeschreeven is, dan volgens specificatie van de kas daar voor ds uijtgegeeven De opneemen die sjaarlijks in de administraties geschie„ den item de reekeningen die de Administrateurs maandelijks formeeren, dewelke in geen usantie is herwaards over te zenden, hebben zeeker groot ligt aan den secunde van de Graaff zyn on„ der zoek gegeeven. andermaal Vrende de van de aan
English
160 transferred to his successor van der steeg, that upon transfer an amount would have been accounted for too low, and that van der steeg during the time of his administration which ended in May 1755 again transferred the shop with a deficit of . . . . 46541. 12. — so that according to the statement of the Hon. van de Graaff the Company would fall short in that administration alone - - - - - ƒ 76201. 5. 8. The remaining years from May 1750 until 1760 are under diverse shopkeepers, without remarks of authentications of . . . . . . . . . . . . ƒ 29659. 13. 8. Thus proceeding to the indications which the Hon. van de Graaff has set forth regarding the Warehouse under No. 4, we find that from the year 1740 until the first five months of the financial year 1749/50 the Warehouse Master Doorslaar upon transfer to his successor Feith accounted for too little. ƒ 58696. 11. And that subsequently the Warehouse Master Feith from the first of February 1750 until the ultimate of January 1757, when Transported. ƒ 58696. 11 — ƒ 76201. 5. 8. However much we have applied ourselves through a review and re-examination of the papers delivered into our hands, we must declare that we would not dare to state with confidence to Your High Nobilities whether those who are named in the deficit amounting to . . . . . . . . . ƒ 385772. 12. — Per Transport . ƒ 58696. 11 — ƒ 76201. 5. 8. when he further made a transfer to his successor Calcoen, that thereby a deficit was handed over of . . . . 174660. 12. 8. Furthermore that the Warehouse Master Calcoen likewise transferred his administration from the first of February 1757 until the ultimate of August 1761 with a decrease of . . . . 76214. 3. Which sums being added together, it appears that the Company in the Trade Warehouses would be disadvantaged . . . And when one adds the deficit of the shop to that of the Trade Warehouse, it would appear that in both administrations, according to the demonstration of the Hon. van de Graaff, the Company would have been defrauded of 309571. 6. 8. of their passed. 161 of their administrations are actually responsible for the indicated sums. Many shop books as well as cash specifications, as sought by the Secunde van de Graaff, are absent, so it is certain that it cannot be verified what has been written off from the cash balance regarding the entries recorded therein, although for the rest, in so far as the Hon. van de Graaff has been able to extract from the monthly shop and specification cash accounts present at Cochin, and from which the administration books are nevertheless formed, his specification indicates closely enough the actual loss that the Company has suffered in those administrations. May it at least be permitted to say that in our opinion Isaak did not act alone in the defrauded sum of ƒ 570895. —. —, but that he must have absolutely had a share in this, as it is certainly not presumable that he would have engaged in such guilty practices to enrich others through the misappropriation of Company assets, but rather to appropriate Company goods for himself through that avenue with the participation of the administrators and to partake in some share thereof. For that this fraudulent act was executed deliberately and well studied by the aforementioned Isaak is evident from the two balances that he necessarily kept on the trade books, whereby he managed to bring about that, on the one hand, the auxiliary books that were sent over annually from here on behalf of the administrations agreed completely with the trade books, and on the other hand, to close the administration books that remained in Cochin with false balances, in order thereby, as has happened, to conceal a roguery from the Company which now costs it a considerable capital, and of which the recovery appears very doubtful due to the defective papers. Then, as the importance of this matter requires that those who had a share as participants in the embezzled ƒ 570895. — be discovered if possible, and as such cannot be traced here, but if any prospect thereof is to be expected at all, it must absolutely be perceived at the place where the deed was committed, the Councillor Extraordinary Mr. Moens and the Secunde van de Graaff being present there could best suggest whether one can proceed positively on the authenticity of the books, accounts, warrants, and further related papers at hand concerning the shop and the warehouse, so that Their Honours could judge on a firm basis whether the reimbursement of the persons aforementioned herein is grounded and to be firmly concluded; whereupon, if such were affirmed by Their Honours, all those papers could be sent over here in copy with Your High Nobilities' pleasure to be further examined and to serve Your High Nobilities with further report. While the remaining investigation which the Hon. van de Graaff will presumably conduct regarding the remaining administrations will certainly shed further light on this matter. And herewith, hoping to have complied according to our ability with Your High Nobilities' highly honored order, we remain with deep respect and the very highest regard, (undersigned) High Noble and Right Honorable Sirs and Noble Sirs, (lower) Your High Nobilities' humble and obedient servants (was signed) A. H. Dormieux, P. I. L. de Filliettaz (in the margin) Batavia in the Castle the 27th of September 1774. Annex belonging to the Report of the Senior Merchant van de Graaff. Agrees D Rij Ggklick E 5 No.
Dutch transcription
160 aan zijn vervanger van der steeg heeft overgegeeven, dat bij Transport te min verantwoord zoude zijn Een montant, En dat van der steeg in de tijd zijner administra„ tie dat geindigt heeftin Mi 175s wederom de wintel met eene minderheid zouden vergetramporteerd hebben van . „ 46541. 12. — sodatotgen asteling van de van de Grassae Comp alleen in die administratie te kort zoude komen - - - - - ƒ 76201. 5. 8. De overige Jaren sedert Meij 1750. tot 176e Zijn onder divene winkelien butenaan meekingen van autquentie van . . . . . . . . . . . . ƒ29659. 13. 8. Dus treedende tot de aanwijzingen die D' E. van de Graaff van 't Pakhuijs onder N:o 4: is werkstellende zo vinden wijdat zeder 't jaar 174 „r ot de eenste vijf„ maanden van 't boekjaar 17 3/50 dat den Pakhuijsm: Doorslaar aan zijn vervanger Feith bij Transport te min verantwoord heeft. ƒ 58696. 11. En dat vervolgens den Pak„ huijmeester Ferth zintsp=mo Februari 1750. tot ult:o Jann: 1757. wanneer Transporteere. ƒ58696. 11 — ƒ6201. 5. 8. Hoe zeer wij ons bevlytigt hebben door eene na, en weederziening der aan ons ter hand gestelde Papieren moeten wij verklaaren dat met gerustheid uw Hoog Edelheedens niet zoude durven opgeeven, of de geenen die in de te kort kooming een montant van . . . . . . . . . ƒ 385772. 12. —. P:r Transport . ƒ 5696 „1 — ƒ 16201. 5: 8: wanner de zelve veder en transport gedaan heeft aan zijn successeur Cal„ „coen dat daar bij eene minderheid is overgegeeven van. . . . . „ 174660.12. 8. Wijders dat den Pakhuijsmeester Calcoen jnsgelijks zijne admini„ stratie zedert pmo. Februari 1757. tot ult:o Aug:s 1761 met eene vermindering heeft overgetransporteerd van . - - . „ 76214. 3. Welke sommas te samen getroken zo blijkt dat de Comp„ in de Negotie Pakhuijsen benatels zoude zijn. . . En wanneer emen iu de minderheid van de winkel bij die der Negotie Pakhuijs addeert zon zoude zig vertoonen dat in de bide adminstrate ide de monstratie van d'E van de Graaff de Comp: te kort gedaan zoude weezen „309571. 6: 8. hunner gepasseert. . . van de 2n de vende 155 161 156 hunner administraties zijn benoemd reëel voor de aan„ geweesene sommas responsabel bennen Veelen zo winkel boeken als kas specificatien zogt den secunde van de Graaff zijn absent des in het zeeker dat daar door niet kan werden nagegaan wat op de daar inne verhandelde Posten ten laste van de kas is afgeschreeven schoon voor 't overige, in zo verre D E. van de Graaff uit de te Cochim aan handen zynde maan„ delijkse winkel en specificatie Cassa Reekeningen, heeft kunnen trecken, en uit welke dog de Administratie Boe„ ken geformeerd werden, zyne specificatie na genoeg aan„ wijst, het werkelijk verlies die de Comp: op die administra„ ties geleeden heeft. Dit zij ten minste vergund te zeggen, dat ons bedun„ kens Isaak, alleen in de gefraudeerde somma van ƒ570895. —. —. niet getrampeerd heeft, maar dat hij in deezen absolut deel genoten moet gehad hebben, wijl het immers niet presumabel is, dat hij diergelijke schuldi„ ge practijken in 't werk zoude gesteld hebben om ande„ ren door ontvreemding van Comp: effecten te verrijken, maar wel om door dien weg net participatie der admi„ nistrateurs, zig Comp: goederen toe te eijgenen en voor eenig aandeel daar inne deelagtig te werden. Want dat dit frauduleus stuk door voornoemde Isaak met Insicht, en wel bestudeert is in 't werk gesteld blijkt aan de twee Balancen die hy noodwendig op de negotie Boeken ge„ houden heeft waar door hij wiste te bewerken dat door deene, An Ae de bij boekies die alhier wegens de Administraties jaarlijks overgezonden wierden volkome met de Negotie boeken kwaame te accordeeren en door de andere, wederom de administratie boekies die te Cochim bleeven berusten met valsche restanten afte sluijten, om daar door gelijk geschied is, Een schelm stuk aan de Comp: te cacheeren die haar nu een aanmerkelijke Capitaal komt te staan en waar van de vergoeding door de defectucuse Papieren zeer dubieus toescheijnt Dan alzo de aangeleegentheid deezer zaak vereijst om bij mogelijkheid de geenen te ontdecken die als parti„ cipanten in de ontdraagene ƒ570895. —. deel gehad hebben en zulks alhier niet na te speuren is, maar indien daar toe al eenig apparentie te verwagten staat. zulks absolut ter plaatze waar de zaak geExteerd is, ontwaard moet werden, zo zoude den Heer Raad Extra ordinair Moens en secunde van de Graaff al daar present zynde, bestkun„ van de ng rende „ne Nagezien J. Menselp „ste sugeeren of men op de Echtheid der Boeken, Reekenin„ gen ordonnanties en verdere daar toe relative aan handen Zijnde Papieren de winkel en het Pakhuijs betreffende post¬ tief kan te werk gaan, dat haar wel Edelens op eene zeeker voet zoude kunne oordeelen of de vergoeding der hier inne voorwaards gemelde Personen gegrond en als vast op te ma¬ als wanneer zulks door haar Wel Edelens geafimeerd werd, zo zoude met wel behagen uwe hoog Edelh: allen die papieren in Cope¬ a herwaards overgezonden om naader g'examineerd, en aan uwer Hoog Edelhed: van verder berigt gedient te kunnen werden Terwijl het overig onder zoek die DE van de Graaff vermoedelijk wegens de overige administratien zal doen zeeker wel nader ver„ lichting in deeze zaak zal verspreijden. En hiermede verhoopende na vermogen aan uw Hoog Edelhed: hoog g'eerde ordre te hebbe voldaan blijve met diepe eerbieden de aller hoogst agn¬ ting (onderstond) Hoog Edelen groot Agtb: Heere en Wel Edele Heeren (lager) uw Hoog Edelhed:s onderdanige en gehoorsame Dienaaren (was geteek:) A. H. Dormicux, P. I. L. de Filliettaz (inmargine) Batavia in't Casteel den 27. September 1774. Viluije Gehorende tot het Berigt van de Opperkoopman van de Graaff. Accordeerd D Rij Ggklick E ken is. 5 N„o
English
1622 The General Office Debit Anno 174 1/2 Sundries for the shipments made to Batavia and other places outside this commandery during the course of this financial year - - - - ƒ 225421: 9 — Anno 174 2/7 Sundries for receipts from Batavia and other offices outside this commandery during the course of this financial year - - - - ƒ 388630: 12: — Anno 174 3/9 ditto ditto - - - - ƒ 343145: 17 — Anno 174 7/8 as the same ditto - - - - ƒ 278462: 11: 8. Anno 174 8/9 ditto ditto - - - - ƒ 378933: 1: 8. Anno 174 9/50 - - - - ƒ 277926: 14 — Anno 175 0/1 - - - - ƒ 301919: 14 — Anno 175 1/2 - - - - ƒ 634815: 10: 8. Anno 175 2/3 - - - - ƒ 489647: 16: 8 Anno 175 3/4 - - - - ƒ 425117: 10 — Anno 175 4/5 - - - - ƒ 443823: 7: — Anno 175 5/6 - - - - ƒ 354435: 6: — Anno 175 6/7 - - - - ƒ 408305: 6: — Anno 175 7/8 - - - - ƒ 351553: 16 — Anno 175 8/9 - - - - ƒ 654272: 17: — Anno 175 9/60 - - - - ƒ 512486: 4 — Anno 176 0/1 - - - - ƒ 378074: 12: — Anno 176 1/2 - - - - ƒ 437296: 12: 8. Anno 176 2/3 - - - - ƒ 410991: 11: — Anno 176 3/4 - - - - ƒ 367973: 17: — Anno 176 4/5 - - - - ƒ 347016: 1: 8. Total - - - - ƒ 8020250: 15: 8. The General Charges Counted - - - - ƒ 5987200: 5: — From which is deducted that which, according to the accompanying specification in the aforesaid years, was written off to the charges in excess of what was actually paid out from the Company according to the monthly accounts of the cashier, amounting to a sum of - - - - ƒ 85429: 9: 8. Comes to - - - - ƒ 5901370: 15: 8. The General Balances remaining as of the last of August amounted to ƒ 1900859: 19: — The Creditors as of the last of August - - - - ƒ 668115: 18: 8. Sum Total - - - - ƒ 16490595: 9: 8. Credit Primo December 1746. By Sundries for the general balances remaining under the last of August 1746 - - - - ƒ 932769: 12: — Primo December 1746 To Sundry Creditors - - - - ƒ 171892: 15 — The General Profits Anno 174 7/8 - - - - ƒ 285312: 19 — Anno 174 8/9 - - - - ƒ 317746: 18: 8. Anno 174 9/50 - - - - ƒ 302990: 9: 8. Anno 175 0/1 - - - - ƒ 317351: 11 — Anno 175 1/2 - - - - ƒ 311129: 17: 8. Anno 175 2/3 - - - - ƒ 249678: 6: — Anno 175 3/4 - - - - ƒ 370804: 7: 8. Anno 175 4/5 - - - - ƒ 251411: 16: 8. Anno 175 5/6 - - - - ƒ 227120: 19: 8. Anno 175 6/7 - - - - ƒ 226372: 17 — Anno 175 7/8 - - - - ƒ 359992: 2: — Anno 175 8/9 - - - - ƒ 366999: 11: — Anno 175 9/60 - - - - ƒ 334474: 5: 8. Anno 176 0/1 - - - - ƒ 378439: 9: — Anno 176 1/2 - - - - ƒ 555812: 6: 8. Anno 176 2/3 - - - - ƒ 392637: 7: 8. Anno 176 3/4 - - - - ƒ 400342: 12: — Anno 176 4/5 - - - - ƒ 740385: 5: 8. Anno 176 5/6 - - - - ƒ 524492: 3: — Anno 176 6/7 - - - - ƒ 933651: 10: 8. Anno 176 7/8 - - - - ƒ 501737: 12: 8. Anno 176 8/9 - - - - ƒ 643001: 12: 8. Anno 176 9/70 - - - - ƒ 575534: 1: 8. Anno 177 0/1 - - - - ƒ 637244: 13: 8. Anno 177 1/2 - - - - ƒ 842337: 19: 8. Anno 177 2/3 - - - - ƒ 550707: 13 — Anno 177 3/4 - - - - ƒ 911352: 15 — Anno 177 4/5 - - - - ƒ 588679: 3: — Anno 177 5/6 - - - - ƒ 1357707: 5: 8. Anno 177 6/7 - - - - ƒ 668623: 7: — Anno 177 7/8 - - - - ƒ 840392: —: — Anno 177 8/9 - - - - ƒ 1001086: 8: 8. Anno 177 9/80 - - - - ƒ 834891: 17: 8. Anno 178 0/1 - - - - ƒ 443966: 2: — Anno 178 1/2 - - - - ƒ 608675: 9: — Anno 178 2/3 - - - - ƒ 738867: 5: 8. Anno 178 3/4 - - - - ƒ 864971: 2: — Anno 178 4/5 - - - - ƒ 721251: 4: 8. Anno 178 5/6 - - - - ƒ 741655: 5: — Sum Total - - - - ƒ 16490595: 9: 8. Thus it appears that from 174 5/7 up to and including 176 0/1, through false write-offs of moneys and goods, the latter calculated at purchase price only, there was an actual deficit suffered by the Company to an amount of ƒ 570895: 1: —. Cochin, the First of March, Anno 1774.
Dutch transcription
1622 Het Comptoir Geniraal 174½ „ Diverse over de verzendingen na Batavia, en andere plaatsen buijten dit kommande„ ment geduurende den loop van dit boekjaar gedaan - - - - ƒ 225421: 9 — - -„ 555812: 6. 8 „ 392637: 7. 8. „ 400342:12. — 740385: 5: 8. 524492: 3: — „ 933651: 10. 8. - - - - - - - „ 501737: 12: 8: „ 8020250:15: 8: 643001:12:8 175 /9 „ „ - „ - - - - - - - - - - - - - - - „ 654272:17. — 17 7/60 „ „ - - „ - - - - - - - - - - - - „ 512486. 4 — - - - – – – – – – – – – – – - „ 378074: 12:– - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - ƒ 437296:12:8. - - - - - - - - - - - - - - - - - - „410991. 11. – - - - - – – – – – – – – – – - „ 367973. 17. – - - - - - - - - – – – - - – – – - - - „ 347016. 1. 8. 175½ - - - - - - - - - „ 634815. 10. 8. 17523 - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 489647. 16. 8 175¾. - - - - - - - - - - - - - - - - - - „425117. 10 – 175 4/5 - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 443823. 7. - - - – – – – – – – – – – – – - - – „ 354435: 6:– 175 6/7. - - - - - - - - - - - - - „ 408305. 6. – 175 7/8. - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 351553. 16 — Waar van afgetrocken het geen volgens de nevensleggende specifica„ tie in de voorsz: Jaaren meer op de lasten is afgeschreeven, als daar voor blijkens de maand reekeningen van den kassier werkelijk ten laste 174 2/7. „ Diverse over het ontfangen van Batavia en andere komptoir en buijten dit kommandement geduurende den Loop van dit boekjaar - - – – - ƒ 388630: 12: — 96:818: 12. P=mo xber: 1746. P„r Diverse Over de Generaale na restanten, onder ult„o Aug„o 1746. - - - - - - ƒ 932769: 12:— 175 2/3 „ „„ Debet 174 7/8 „ adidem dito - - - - „ 278462: 11: 8. 175¾ „ „ - „ - - - -- P=mo 2ber: 1746: â Diverse Crediteuren, -- 175 7/8 „ „ „ - - - - 17 1/11. „ „ „ - - - - -- 175½: „ „ „ - - - 175 7 „ „ - „ - - - - - - - - - - - - - - „ De Generaale Lasten. Teld, - - - - - ƒ 5987200: 5:— 85429:9:8: Komt - - - – – - – „ 5901370. 15. De Generaale Restanten onder ult„o aug=o hebben beloopen. 1900859: 19: - - - - Dus blijkt dat van 174 5/7. tot 176 /e ingeslooten door valsche afschrijven van gelden en goederen, de laatste alleen inkoops gereekent, aan de Comp: werkelijk te kort - 570895: 1:— . „ verle Somma - - - - - ƒ16490595:9: 8: Cochim Den Eersten Maart, Anno 1774. van de Comp„e is betaald ter somma van - - - - - - - - „ is gedaan een bedraegen van, - - - - - - - -- - - - - - - - - - - - - - - - „ 317746. 18. 8. - - - - - – – – – – – – – – – „ 302990:9. 8 e - - - - - – – - - – – – - - - - - - „ 317351. 11 – 1758/9 17477. - - - - - - - - - - - - - - - - - 175¾. - - - - - - - - - - - - - - - „ 370804:7. 8. 175 /5 - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 251411:16:8: 174 3/9 - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 378933: 1:8. 17 19/50 - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 277926. 14 – 175 5/. - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 301919:14– 175½. - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 311129:17: 8 175 2/3 - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 249678. 6. — 175 5/6. - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 227120. 19. 8. 175 6/7 - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 226372:17– 17 3/80. De Crediteuren onder ult„o aug=o - - - - - - - - - -- 378439:9 – 4404: 108. 15. – 72330: 14. — - - - - - - - - - - - - - „ 334474:5: 8: 175 7/8. - - - - - - - - - - - - - - - - „ 359992: 2:– - - - - - - - - - - - „ 366999:11:– Somma - - - - - - . . ƒ16490595: 9. 8 - - - -ƒ 171892:15— 1747/8. - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 285312: 19 – De Generaale winsten 175 4/5 „ „ - - „ - 17 3/80 „ 174 3/9 „ d=o - d=o - - - - - - - - - - - 174 7/8 „ adidem dito - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 637244: 13. 8. 175 7/6. „ „ - - „ - - - - - - - - - - - - - „ 176/. „ 175 /7 „ „ - - „ - - - - - - - - - - - - 175¾ „ „ - - - „ - - - - - - - - - - - - - - „ 842337. 19. 8 11 2/515 „ „. . „ - - - - - - - - - - - - - - „ 550707. 13 — 175½ „ „. - „ - - - - - - - - - - - - - - - „ 911352: 15 — 175 2/3. „ „. . . . „ - - - - - - - - - - - - - - „ 588679 3 – 175 3/8 „ „ - - „ - - - - - - - - - - - - 175 /9 „ „ - - - - „ - - - - - - - - - - - - 175 / „ „ „ - - - - - - - - - - - - - - - „ 1357707. 5 8 „ 668623. 7— „ 840392:— 11001086: 8. 8. 834891:17: 8: „ „ 443966: 2:—: 608675: 9 — Credit 175 7/6 „ „ - - - „ - 175 4/5 „ „ - - „ - - - - - - - - - - - - - - - - „ A„o 174 3/9 „ d=o. d=o. „ 343145: 17 — 17 3/10 „ „ „ - - - - - - - - - - - - - - - „ 575534. 1. 8. „ - - - - - - - „ 738867. 5. 8. ƒ A„o - „ - - - „ - - - - - - - - - - - - „ - „ - - - - - - „ „ A„o „ 176¾. .– – – – – – – – - – – – – – „ - - „ 864971: 2:— - - - - „ 721251. 4. 8. -- --„ 74:16:55: 5 — „ „ 176 / „ 174 ¾. 1747/8 1748/9 17 3/0 17 5/90 „ „ „ 17576. „ „ 1758/9 17 17/80 17 8/8. - „ „ „ A:o
English
Extracts from the bookkeepers Kellens and Benning to the detriment of the expense accounts Specification of what has been written off in excess between 1746/7 and 1760/61 inclusive, as appears from the extracts from the bookkeepers Kellens and Benning to the detriment of the expense accounts, over and above what was paid according to the cashier's monthly accounts, and thus actually borne by the Company: Anno 1746/7: written off too much in twelve months - - 5671: 19: 8 1747/8 ditto ditto ditto ditto - - 5189: 4: — 1748/9 ditto ditto ditto ditto - - 2612: 14: 8 1749/50 ditto ditto ditto ditto - - 2140: 13: — 1750/51 ditto ditto ditto ditto - - 13662: 17: 8 1751/2 ditto ditto ditto ditto - - 15003: 4: 8 1752/3 ditto ditto ditto ditto - - 10004: 12: — 1753/4 ditto ditto ditto ditto - - 1439: 5: 8 1754/5 ditto ditto ditto ditto - - 146: 19: 8 1755/6 ditto ditto ditto ditto - - 6304: —: — 1756/7 ditto ditto ditto ditto - - —: —: — 1757/8 ditto ditto ditto ditto - - 15782: 3: 8 1758/9 ditto ditto ditto ditto - - 4940: 13: 8 1759/60 ditto ditto ditto ditto - - 628: 18: — 1760/61 ditto ditto ditto ditto - - 1842: 4: 8 Thus in 15 years, written off too much to the detriment of the expense accounts, a sum of ƒ 85429: 9: 8 Cochin, the first of March, Anno 1774. Specification of what from 1746/7 to 1760/61 inclusive, according to the extracts of the bookkeepers Kellens and Benning, has been written off in excess of what was paid according to the cashier's monthly accounts, and thus was actually borne by the Company. Anno 1746/7: written off too much in twelve months - - 5671: 19: 8 1747/8 ditto ditto ditto ditto - - 5189: 4: — 1748/9 ditto ditto ditto ditto - - 2672: 14: 8 1749/50 ditto ditto ditto ditto - - 2140: 13: — 1750/51 ditto ditto ditto ditto - - 13662: 17: 8 1751/2 ditto ditto ditto ditto - - 15003: 4: 8 1752/3 ditto ditto ditto ditto - - 10004: 12: — 1753/4 ditto ditto ditto ditto - - 1439: 5: 8 1754/5 ditto ditto ditto ditto - - 146: 19: 8 1755/6 ditto ditto ditto ditto - - 6304: —: — 1756/7 ditto ditto ditto ditto - - —: —: — 1757/8 ditto ditto ditto ditto - - 15782: 3: 8 1758/9 ditto ditto ditto ditto - - 4940: 13: 8 1759/60 ditto ditto ditto ditto - - 628: 16: — 1760/61 ditto ditto ditto ditto - - 1842: 4: 8 Thus in 15 years, written off too much to the detriment of the expense accounts, a sum of ƒ 85429: 9: 8 Cochin, the first of March, Anno 1774. Statement of what since the financial year 1746/7 up to and including the financial year 1760/61 has been disbursed to the successive shopkeepers, what has been repaid by the same, and what according to this account the Company has been shortchanged each year, as far as this can be verified from the papers still available. 1746/7: According to the Trade Books and the inventory report of the last of August 1746, the opening balance amounted to ƒ 5337: 16: — And according to the Cash Accounts in this financial year, disbursed to the shopkeeper ƒ 75600: —: — Total count ƒ 80937: 16: — The Shop Accounts along with the original shop books of that financial year are missing, but according to the Trade and Pay Books, there was issued from the shop in this financial year a sum of ƒ 72343: 16: — Thus the balance as of the last of August should have been ƒ 8594: —: — According to the inventory report of the last of August 1747 and the opening balance of the original shop books still on hand for the following financial year, there is accounted for to the Company no more than ƒ 3244: 16: — Thus a deficit of ƒ 5349: 4: — Which arose in the following manner: In the Trade Books, the shopkeeper, instead of ƒ 75600: —: — for money received, was only charged ƒ 72960: —: — Thus too little ƒ 2640: —: — Furthermore, instead of ƒ 24114: 12: — for 1/4 agio on the total disbursement of this year to the amount of ƒ 96458: 8: — pay money, the shop was only debited with ƒ 21405: 8: — Thus too little ƒ 2709: 4: — And amounts as above to ƒ 5349: 4: — 1747/8: According to the aforementioned original shop books, agreeing herein with the Trade Books and the inventory report, the opening balance amounted to ƒ 3244: 16: — And according to the Cash Accounts in this financial year, disbursed to the shopkeeper ƒ 78960: —: — Total count ƒ 82204: 16: — According to the original shop books, which in this agree with the Trade and Pay Books, there was paid out of the shop in this financial year a sum of ƒ 70906: 19: — Thus the balance as of the last of August should have been ƒ 11297: 17: — According to the aforementioned shop books, which agree with the inventory report with only a small difference of ƒ 10: —: —, as well as according to the Trade Books, there is accounted for to the Company no more than ƒ 2543: 9: — Thus a deficit of ƒ 8754: 8: — Carried forward ƒ 14103: 12: —
Dutch transcription
uijttreksels van de boekhouders kellens en Benning ten nadeelen der last reekeningen A„o 1746/7: in twaalf maanden te veel afgeschreeven - - – – – – – - - -- 5671: 19 8. 174 7/8 d„o - - - d„o - d„o d„o - - - - - - - - - - - - - -„ 5189: 4 — „ – – – – „ – – – „ – – – „ – – – – – – – – - - - - – „ 2612: 14. 8. „ - – – – „ - - „ - – „ - - - - - - - - - - - - „ 2140: 13 — 17 5/51. „ - - „ - - - „ - - - „ - - - - - - - - - - - - „ 13662. 17. 8. 175½. „ - - - - „ - „ „ - - - - - - - - - - - -„ 15003. 4. 8. 1757/3. „ - - - - „ - - „ -„ - - - - - - - - - „ 10004: 12— 175¾. „ - - - „ - - - „ - - - „ - - - - - - - - - - - - „ 1439. 5. 8. 175 2/5 „ - - - „ - - - „ - - - „ - - - - - - - - „ 175 7/6. „ - - - „ - - - - „ - - „ - - - - - - - - - - - -„ 146: 19. 8. ¼. „ - - - - „ - - - - „ - - - „ - - - - - - - - - - -„ ——:— 6304. —. — 175 7/8. „ - - - - „ „ „ - - - - - - - „ 15782:3: 8 „ – – – „ - - - „ „ - - - - - - - - „ 4940: 13. 8 175 7/60. „ - - - „ - - - „ - -„-- -- „ - 628: 18— Dus in 15: Iaaren te voel ten nadeelen van de last reekenin„ „gen afgeschreeven eene Somma, - - - ƒ 85429:9: 8: Cochim, Den Eersten Maart Anno 1774. „ 1842: 4. 8. „. - - „ „ – – –„ - - - - - -- dus werkelijk bij de comp: gedragen is. meer is afgeschreeven dan volgens de maand reekeningen van de kassier daar voor betaalt, en 174/9 17 39/80. 9 Specificatie van het geen van 174 5/7. tot 17 9/6. ingeslooten blijkens de C ƒ 163 - 17589 175 17 6/6. A„o 174 2/7: in twaalf maanden te veel afgeschreeven - - - - - - - - 5671: 19. 8. „ „ 174 7/8 d„o - d„o - d„o d„o - - - - - - -- 5189: 4— „ „ – – – – „ – – – „ – – – „ - – - 2672:14. 8. „ – – – „ - - - „ - - -„ - - - - - - - - - - - - - „ 2140. 13 — „ — „ - - - „ - - - „ - - - - - - - - - - „ „ - - - „ - „ „ - - - - - - - - - - - - „13662. 17. 8. „ - - - - - „ - „ - - „ - - - - - - - – – „ 15003: 4. 8. 10004: 12 — „ 175¾. „ - - - „ - - - „ - - - - „ - - - - - - - - - - - -„ „ - - - „ - - - „ - - - „ - - - - - - - - - „1439. 5: 8. „ - - - „ - - - „ - - „ - - - - - - - - - - - - „ 146. 19. 8. „ 1754 „ - - - - „ - - - „ - - - - „ - - - - - - - - - -„ —:— 6304. –. — „ – – – „ — „ „ - - - - - -- „ - 15782:3: 8 „ – – – „ – – – „ - - „ - – – – – – – - - „ 4940:13:8 „ 175 7/60. „ - - - „ - - - „ „ - - - - - „ 628: 16— „ 1842: 4. 8. „. - „ „ – –„ - - - - - Dus in 15: Iaaren te oveel ten nadeelen van de last reekenin„ „gen afgeschreeven eene Somma, - - -- ƒ85429:9: 8: Cochim, Den Eersten Maart Anno 1774. meer is afgeschreeven dan volgens de maand reekeningen van de kassier daar voor betaalt, en dus werkelijk bij de comp: gedragen is. „ 174 /9 „ 17 9/8. „ 17 28/7 „ 175½ 175 2/3. 17595 175 5/6. „ 175 7/6 „ 175 7/8. 17589 17 „ 17 36/6. uijttreksels van de boekhouders Kellens en Benning ten nadeelen der last reekeningen Specificatie van het geen van 174 5/7. tot 17 7/6. ingeslooten blijkens de E C t 163 - ƒ 5337: 16:— „ 1746: heeft het voorrestant Bedragen En is volgens de Cassa Reekeningen in dit Boekjan aan de winkelie uijtge„ ƒ 75600: —: ƒ 80937: 16:—. Teld te zamen De Winkel Reekeningen met de origineele winkel Boeken van dat Boekjaar zijn absent, dog volgens de Negotie en zoldij Boeken is im dit BoekJaar uijt de„ „winkel uijtgereijkt Een somma van - - - - - - ƒ 72343: 16: Dus moest het Restant onder ult„o aug„s zijn geweest - - - - volgens het Rapport van den opneem onder ult„o aug„s 1747: en het voor Restant van de nog voor handen zijnde Origineele winkel Boeken van het volgende Boek Jaar is hier voor aan de Comp„s met meer verantwoord dan - - - - - - - -ƒ 3244: 16:— Het welk ontstan is op de volgende wijze Bij de Negotie Boeken is de winkelier in steede van ƒ 75600:—. - voor ontfange penn: maar op Reekening gesteld ƒ 72960:—. Dustemin - - - - - - 2640:— voorts is nog insteede van ƒ24114:12:— voor ¼: opgeld op de geheele verstrekking van dit Jaar ten bedraege van ƒ96:458: 8:— zoldij geld, dewinkel maar belast met ƒ 21405: 8: —: Dus te min - - - - - „ 2709. 4:— Ed komt als boven 5349: 4: 174 7/8: volgens de voormelde Origineele Winkel Boeken hier in over Een stemmend met de Negotie Boeken en het Rapport van den opneem heeft het voor rostant bedraegen ƒ 3244: 16: — - En is volgens de Cassa Reekeningen en dit boek Jaar aan de winkelier uijt„ --ƒ 78960: —. — Sold tezamen - - - - - - ƒ 82204: 16:— volgens de Origineele Winkel Boeken, die in deezen met de Negotie en zoldij Boeken over Een stemmen, is in dit boekjaar uijt de winkel Betaald Een Somma van - - - - - - - - ƒ 70900: 19: Dus moest het Restant onder ult„o aug„s zijn geweest - - - - - ƒ 11297: 17:— volgens de meerm: winkel die met het Rapport van den opneem op Een klijn verschil van ƒ10: —:—. na over Een stemmen mitsgaders volgens de Negotie Boeken is hier voor aan de Comp„s niet meer ƒ 2543: 9 verantwoord dan - -- ƒ 8754: 8:— 174 /7: volgens de Negotie Boeken en het Rapport van den opnam onder utt„o augustus „reijkt. . — — ƒ 8594: —: —: ƒ 5349 4: Dus te kort - - - - - - - - „gereijkt- - - - - wat naar deze Reekening elk Jaar aan de Comp„se is te kort gedaen zooveel Dit Een en aander uit de nog voor handen zijnde papieren kan Werden Nagegaan „keliens is verstrekt, wat door de zelve weder is betaald, en 174 9/7: tot het Boek Jaar 17 8: ingeslooten aande Luttessive Win„ Aan wijzing van het gen zudert het Back Jaa Transporteere - - - ƒ 14103: 12. — - - — 164. - Het - — Dus te Kort
English
165 ƒ 29659: 13: 8 Brought forward - - ƒ 14103: 12: — Brought forward - - - ƒ 67500: 10: 8: Which arose in the following manner In the Trade Books, the shopkeeper, instead of ƒ 78960: —: — for received moneys, was only charged on Account ƒ 70178: 8: —, and nor did the shopkeeper in aforesaid his shop Book account for more than that, thus too little - - - ƒ 8781: 12: — Against this, the profit Account in the Trade as well as in the aforesaid Shop Books was credited too much - - - - - - ƒ 27: 4: — --- ƒ 8754: 8: Which, deducted, comes to the above 1748/9: according to the original shop Books still on hand, agreeing herein with the Trade Books, the opening balance was brought forward at ƒ 2543: 9: — And according to the Cash Accounts in this book year, there was disbursed to the shopkeeper ƒ 76800: —: — Total together. ƒ 79343: 9: — According to the aforesaid shop Books, which in this matter agree with the Trade and pay Books, there was paid out of the shop in this Book Year a sum Thus the Balance as of ultimo August should have been - - - - - - - - ƒ 11842: 18: 8: according to the repeated shop Books, the Report of the inventory, and the Trade Books, there was accounted for this to the Company no more than - - ƒ 1926: 17: — Thus short -— ƒ 9916: 1: 8 Which arose in the following manner In the Trade Books, the shopkeeper, instead of ƒ 76800: —: —, was only charged on Account ƒ 72450: —: —, and nor did the shopkeeper in aforesaid his shop Book account for more than that, Thus too little - - - - - ƒ 4350: —: — Furthermore, instead of ƒ 22500: 3: 8 for ¼ agio on the entire disbursement of this Year to the Amount of ƒ 90000: 14: pay money, the shop was only debited with ƒ 16934: 2: —, thus ƒ 5566: 1: 8: Comes to as above ƒ 9916: 1: 8 1749/50: according to the Original shop Accounts, and the shop Journal, the shop ledger being missing, as well as according to the Trade books, the opening balance was brought forward at - - - - - - - - ƒ 1926: 17: —. And according to the Cash Accounts, in agreement with the Trade Books, there was disbursed to the shopkeeper in the First 6 months of this Book year ƒ 34080: —: — Total together ƒ 36006: 17: — according to the original shop Accounts, which in this matter agree with the Trade and pay Books, there was Paid out of the shop in this Book Year - - - - - ƒ 29683: 1: — Further, there was disbursed out of the shop to the debit of Ceylon ƒ 45: 18: — ƒ 29728: 19: — Thus the Balance as of ultimo February should have been - - - ƒ 6277: 18: —: according to the repeated shop Accounts and the Transfer of the handover by junior merchant Feith to junior merchant van der Steeg, there was accounted for this to the Company nothing more than - - - - - - ƒ 637: 18: — Thus short - — — — — - — Carried forward- ƒ 5640: —: — ƒ 29659: 13: 8: ƒ 1147: 17: 1920: — Carried forward - - - - ƒ 31579: 13: 8 ƒ 637: 18: — In the Trade Books, they neglected to credit the shop for A disbursement made for the Benefit of Ceylon amounting to ƒ 45: 18: —, and it was furthermore debited ƒ 1515: 6: too high for profit on A disbursement of ƒ 96458: 8: — pay money, whereby the same, instead of with ƒ 6277: 18: —, was closed with A Balance of ƒ 7339: 2: —; this sum was transferred as such as of primo March to the Debit of the new shopkeeper van der Steeg, even though, as shown above from Authentic documents, he received no more than ƒ 637: 18: — upon Transfer, whereby in all subsequent Book years the Accounts of the shop in the Trade Books were closed with false Balances. The Reports of the inventory are thus the Only documents from which the Balances can appear in such Years where the Original shop Books or monthly Accounts are missing. But these Reports, save for A Trifle, always agree with the original papers of the successive shopkeepers, so far as they are on hand, and can Therefore provide A fairly good proof according to the Transfer of the handover, taken over by the shopkeeper van der Steeg And also accounted for in his First monthly Account of primo March for the opening balance ƒ 637: 18: — And according to the Cash Accounts, disbursed to the shopkeeper in the Last 6 months of this Book Year.— ƒ 37200: —: — Total together - - ƒ 37837: 18: — according to the Original shop Accounts that are still on hand, and agree with the Trade and pay Books, there was Paid out of the shop in the Last 6 months of This Book Year - - - - ƒ 33912: 1: — Further, as shown by the aforesaid shop accounts, disbursed out of the shop to the debit of Ceylon - - ƒ 18: — and to the debit of ships - - - ƒ 840: —: — ƒ 34770: 1: — Thus the Balance as of ultimo August should have remained large ƒ 3067: 17: — according to the repeated shop Accounts and the Report of the inventory as of ultimo August, there was, on the contrary, specified and accounted for to the Company by the shopkeeper no more than ƒ 1537: 17: pay money or cash money - - - ƒ 1147: 17: — Thus too little ƒ 1920: —: — Comes to as Above - - - - ƒ 5640: —: — Which arose in the following manner The Shopkeeper, in his aforesaid shop Accounts, instead of ƒ 34080: —: — for received moneys, accounted for no more than ƒ 31440: —: —. Thus too little - - - - ƒ 2640: —: —. In addition, the following was written off in the aforesaid shop Account in excess of what was disbursed according to the Trade and Pay Books, namely in December, instead of ƒ 9282: 4: —, ƒ 11282: 4: —, thus too much pay money ƒ 2000: —: — in January, ditto, instead of ƒ 5834: 4: —, ƒ 7834: 4: —, ditto ditto ƒ 2000: —: — Pay money ƒ 4000: —: — or cash money - ƒ 3000: —: —
Dutch transcription
165 ƒ29659: 13: 8 P=r Transport - - ƒ 14103: 12: — P=r Transport - - - ƒ 67500: 10: 8: Het welk is ontstaan op devolgende wijze Bij d' Negotie Boeken is de winkelier in steede van ƒ 78960:—. —. voor ontfangene penn: maar op Reek: gesteld ƒ70'178: 8:— en is ook door de winkelier bij voorsz: zijn winkel Boek daar voor niet meer verantwoord, Dus te min - - - ƒ 8781: 12:— Daar in tegen is de winst Reek: bij de Negotie zoo wel als bij voorsz: Winkel Boeken te veel bevoordeelt - - - - - - ƒ 27: 4: — ---ƒ 8754: 8: Het welk afgetrocken komt als boven 174/9: volgens, de nog voor handen zijnde origineele winkel Boeken hier in over Een stemmende met de Negotie Boeken is het voorrestant overgebragt met ƒ 2543: 9:— En is volgens de Cassa Rekeningens in dit boek Jaar aan de winkelter uijtgereijkt „ 76800:—— Teld tezamen. ƒ 79343: 9:— Volgens de voorsz: winkel Boeken divan deezen met de Negotie en zoldij Boeken over Een stemmen, is in dit BoekJaar uijt de winkel betaald Eene som„ Dus moest het Restant onder ult„o aug„s zijn geweest - - - - - - - - ƒ 11842: 18 8: volgens de meerm: winkel Boeken, het Rapport van den opneem, en de Negotie Boeken, is hier voor aan de Comp„s niet meer verantwoord dan - - ƒ 1926: 17:— Dus te Kort -— Hot welk is ontstaan op de volgende wijze Bij de Negotie Boeken is de winkelier in steede van ƒ76800:—:—: maar op Reekening gesteld ƒ 72450:—: —: en is ook door de winkelier bij voorsz: zijn winkel Boek daar voor niet meer verantw:„ Dus te min - - - - - ƒ 4350: —: — Voorts nog in steede van ƒ22'500: 3: 8: voor ¼: opgeld op de geheele ver„ „sertrekking van dit Jaar ten Bedraagen van ƒ 90000: 14: zol„ „dij geld, is de winkel maar belaest met ƒ 16934:2:— dus ƒ 5566: 1: 8: Komt als boven ƒ 9916: 1: 8 17 19/50: volgens de Origineele winkel Reekeningen, en het winkel Journaal zijn de het winkel groot Boek absent, mitsgad:s volgens de Negotie boeken is het voorrestant over gebragt met - - - - - - - - ƒ 1926: 17: —. En is volgens de Cassa Reekenings over een komstig met de Negotie Boeken in de Eerste 6: maanden van dit Boek jaar aan de winkelier uijtgereijkt ƒ 34080 — Teld tezamen ƒ 36006: 17:— volgens de originele winkel Reekeningen die in dezen met de Negotie en zoldij Boeken over Een stemmen is in Dit Boekjaar uijt de winkel Betaald - - - - - ƒ29683 1:— Nog is uijt de winkel ten Laste van Cijlon verstrekt x 45: 18: — „ 29728 19:— Dus moest het Restant onder ult:o feb: zijn geweest - - - ƒ 6277: 18:—: volgens de meerm: winkel Reekeeningen en het Transport van de overgave door den onderkoopman Feith aan den onderkoopman van der steeg is hier voor aan de Comp: niets meer verantwoord dan - - - - - - ƒ 637: 16:— ma van - - - - Dus te kort - — — — — - — Transporteere- ƒ 5640. —. — ƒ 29659:13: 8: ƒ 1147:17: 1920:— Het Ei Transporteere - - - - ƒ31579 13: 8 ƒ 637: 18:— Bij de Negotie Boeken is dewinkel verzuijmt te ontlasten voor Een verstrekking ten Behoeve van Cijlon gedaan groot ƒ45:18:—: en is dezelve daar en boven voor winst op Een verstrekking van ƒ96458: 8:— zoldij geld ƒ 1515: 6: te hoog belast, waar door dezelve insteede van met ƒ 6277:18:—: is: afgeslooten met Een Restant van ƒ 7339:2:— deeze somma is met p=mo Maart zodanigs overgeschreeven ten Laste van den niewen winkelier van der Steeg hoe zeer ook deeze gelyk hier boven uijt Egte stukken ge„ „bleken is niet meer dan ƒ 637:18:— bij Transport ontfan„ „gen heeft, waar door in alle de volgende Boekjaaren de Ree„ „keningen van de winkel bij de Negotie Boeken met val„ „sche Restanten afgeslooten zijn De Rapporten van den opnaem zijn dus de Eenigste bescheijden, waaruijt de Restanten kunnen blijken in zulke Jaaren daar de Oorspronkelijke winkel Boeken of maand Reekeeningen absent zijn, Dog deeze Rapporten stemmen op Een Klijnigheijd na, altoos met de oorspronkelij„ „ke papieren van de Jutcessive winkeliers, voor zoo verre die voor, handen zijn over Een, en konnen Dus Een vrij goed bewijst uijtleveren volgens 't Transport der overgave is door den winkelier van der steeg overgenoomen En ook bij zijn Eerste maand Reekening van p:mo maart voor het voorres tant verantwoord En is volgens de Cas Reekenings in de Laatste 6: maanden van dit BoekJaar aan de winkelier verstrekt.— „ 37200. — Teld te zamen - - ƒ 37837: 18:— volgens de Origineele winkel Reekeningen die nog voor handen zijn, en met de Negotie en zoldij Boeken over Een stemmen is in de Laaste 6: maanden van Dit ƒ33912 1: BoekJaar uijt dewinkel Betaald - - - - Nog is uijt de winkel blijkens de voorsz: winkel reek: verstrekt ten laste van Cijlon - ƒ en ten laste van scheepen - - - „ 840. R„ 321770: 1:— Dus moest het Restant onder zult„o aug„s zijn groot gebleeven ƒ 3067:17:— volgens de meerm: winkel Reekeningen en 't Rapport van den opneem onder ult:o aug„s is daar en tegen hier voor door de winkelier niet meer opgegeeven en bij de Comp: verantwoord van ƒ 1537: 17: zoldij geld of kas geld - - - Komt als Boven - - - - ƒ 5640:— —— Dus temin ƒ 9916: 1: 8: Het welk is ontstaan op de volgende wijze ƒ 34080:—: —. voor ontfangene penn: niet meer verantwoord dan Boven dien is bij voorsz: winkel Reekening het volgende meerder afgeschreeven dan blijkens de Negotie en Zoldij Boeken verstrekt is, te weeten in xber: in steede van ƒ 9'282: 4:— ƒ11282: 4: dus te veel zoldij geld ƒ 2000: „ „ 5834: 4:—„ 7834:4: d„o d„o „ 2000:— Zoldij geld ƒ 4000: of kas geld - ƒ 3000:— De Winkelier heeft bij zijn voorsz: winkel Reekeningen in stede van ƒ 31440:—. —. Dus temin - - - - ƒ 2640: —. —. -- - - -- - - - de min — Hest — — 18:— - „ Janu: d„o
English
166 ƒ 45949:10:— Carried forward 80400:—:— ƒ 85403: 17: — Which has arisen in the following manner In the Trade Books, instead of ƒ 37200:—. —, no more than ƒ 36720:—. — for received moneys was credited to the shopkeeper's account, thus less than he received according to the specification of the cash - - ƒ 480:—:— And in addition, the shopkeeper in his monthly accounts accounted for less than he received according to the Trade Books — 1410:—:— Comes in total less than the Cash Specifications - - - ƒ 1920:—:— 1726/9: In the original shop accounts, the shopkeeper brought over for the previous balance - — - - - ƒ 1147:17:— And according to the Cash specification was disbursed to the shopkeeper in this book year 69840:—:— Amounts together to - - ƒ 70987: 17:— The monthly account of August is absent, but the 11 remaining monthly accounts at hand agree in the disbursements with the Trade and Pay Books, according to which was paid out of the shop in this book year - - - ƒ 63668: 12: 8: Furthermore, according to the aforesaid accounts, disbursed on account of Ceylon 92. 2: — 63760: 14: 8: Thus the balance at the end of August ought to have remained - - - The Shop Books as well as the shop account of the month of August are absent, but according to the Report of the inventory, no more was found in cash at the end of August than - - - - - - - - - rfs 2142: 6: — Which has arisen in the following manner According to the Cash Accounts, disbursed to the shopkeeper in 11 months ƒ 63120:—:—. For which the shopkeeper in his monthly accounts still at hand has brought forward and accounted for to the Company no more than ƒ 58560:—. —. Thus short - - - - - - ƒ 4560:—:— That which is then still missing, as one must conclude from the Report of the inventory at the end of August, was accounted for short in the missing monthly account of August ƒ 524:16: 8: Comes as above - - ƒ 5084: 16: 8: 175½: The Original shop Books and monthly accounts are absent, but according to the Report of the inventory, the balance at the end of August amounted to - - - - ƒ 2142: 6:— And according to the Cash Accounts, disbursed to the shopkeeper in this Book Year ƒ 98400:—:—. Amounts together to - - ƒ 100542: 6:—. The disbursements in this Book Year, according to the Trade and Pay Books, have amounted to — — - — — — - ƒ 86253: 9: — Thus the balance at the end of August ought to have been - - - - - ƒ 14288: 17: — According to the Report of the inventory, which agrees with the previous balance that the shopkeeper accounted for to the Company in his monthly accounts still at hand for the following Book Year, the balance of the shop at the end of August was found to be only - - - - - 5003: 17: —: How this has arisen cannot be pointed out. The Shop Books and all the Shop Accounts of this year are missing, and from the ƒ 7227: 2: 8: Thus short - - - - ƒ 9285:—:—. Thus short - - - - - - - - ƒ 5684: 16: 8: ƒ 45949: 10:— 7 Carried over - - Carried over ƒ 4020: 3: — ƒ 54589: 9: —. Carried over Trade Books nothing can be concluded in this matter, because in the same, instead of ƒ 98400:—:—, no more than ƒ 85440:—. — was credited to the shopkeeper for received moneys, being still ƒ 3675:—. — less than what the shopkeeper, according to the aforesaid indication, actually accounted for. According to the Report of the inventory and the specifications of the shopkeeper still at hand, the balance at the end of August amounted to - - The cash account of the month of December is absent, but according to the monthly accounts of the shopkeeper, there was disbursed to him in December - - - - ƒ 7200:—:— In the specification of the petty cash one finds in the months of October, November, January, March, April, May, and June, the disbursements made to the shopkeeper, in the drawn sums, visibly altered and, in comparison with the sums in the extension of the accounts, reduced together by ƒ 6720:—. —. Because in the aforesaid extension these entries have been left unaltered, and these sums tally properly with the addition of each page, it is evident that the Company actually disbursed the moneys mentioned in the extension of the accounts, or at least charged as much to it; and where this account from the 1st of October to the end of August to the shopkeeper was disbursed - — — — ƒ 73200:— Total money disbursed - - - - - - — — The shop accounts from April to August are missing, but according to the Trade and Pay Books, the entire disbursement from the shop in this Book Year has amounted to - - - - - - ƒ 72743:15:— Thus the balance at the end of August ought to have been - - - - - - - ƒ 12660: 2: —. The monthly accounts of the shopkeeper for the month of August and those of September of the following Book Year being missing, one cannot see what he accounted for as the balance at the end of August, but according to the Report of the inventory, the same was only - - - 4020: 3: —. How this has arisen cannot be indicated due to the lack of the necessary documents noted above; one only finds that the shopkeeper from the 1st of October to the end of March accounted for less to the Company in his monthly accounts than was disbursed to him according to the Cash specification, an amount of ƒ 4080:—. —. Likely such errors likewise occurred in the following months. According to the Report of the inventory, the balance amounted to - - - --- ƒ 4020: 3:—. In the specifications of the Cash one finds in the month of December the entry of the shopkeeper, both in the extension of the account and the drawn sum, falsified and reduced to ƒ 7200:—. —. But from the monthly account of the shopkeeper that is at hand, it appears that he actually received ƒ 8400:—. — from the cashier, and from comparison of the aforesaid entry falsified in the Cash Account, and yet another spoiled entry on the same page, of cash sent to Cranganore, one can with the help of the ƒ 5003: 17:— Thus Short — - - - - - ƒ 8639: 19: —. ƒ 31579: 13: 8 Trade Books Cranganore
Dutch transcription
166 ƒ 45949:10:— P=r Transport- „80400:—:— ƒ 85403: 17: — Het welk is ontstaan op de volgende wijze Bij de Negotie Boekenis de winkelier in steede van ƒ 37200:—. — niett meer Dan ƒ36720:—. —. voor ontfangene penn: op Reekening gesteld, Dus minder den hij volgens de specificatief van de kas ontfangen heeft - - ƒ 480:—:— En is door de winkelier boven dien bij zijne maand Reekeningen minder dan hij volgens de Negotie Boeken ontfangen heeft verantwoord — „ 1410 —: — Komt in het geheel minder dan de Kas Specificatien - - - ƒ 1920:—: — 17 26/9: Bij de origineele winkel Reekeningen heeft de winkelier voor het voor restant overgebragt - — - - - ƒ 1147:17:— En is volgens de Kas specificatie (om dit Boek Jaar aan de Winkelier ver „ 69840: —:—: Teld tezamen - - ƒ70987: 17:— De maand Reekening van Aug:s is absent, dog den 11: nog voor handen zijnde maan den accordeeren in de verstrakking, met de Negotie en zoldij Boeken volgens Welke in dit boekjaar uijt dewinkel is betaald - - - ƒ63668: 12: 8: Nog is volgens voorsz: Reekeningen ten laste van Cijlon verstrekt. „ 92. 2: — 63760: 14: 8: Dus moest 't Restant Onder ult„o Aug:s zijn gebleeven - - - De Winkel Boeken mitsgad„s de winkel Reekening van de maand Aug=s zijn, absent, dog volgens het Rapport van den opneem is 'er onder zult:mo aug„s niet meer in Cas bevonden din - - - - - - - - - rƒs 2142: 6: — Het welk is ontstaan op de volgende wijze volgens de Cassa Reekeningen is aan de winkelier in 11: maanden verstrekt ƒ 63120:—:—. Waar voor bij de winkelier bij zijn nog voor handen zijnde maande Reekeningen niet meer opgebragt en aan de Comp:s verantwoord is den ƒ58560:—. —. dus te Kort - _ - - - - - ƒ 4560. —. — Het dan nog maarkeerende is zoo als men uijt 't Rapport van den opneem Onderzult„o aug:s besluijten moet, bij de ontbree„ „kende maand Reekening van aug=s te kort verantwoord ƒ 524:16: 8: Komt als boven - - ƒ 5084: 16: 8: 175½: De Originele winkel Boeken en maand Reekeningen zijn absent dog volgens 't: Rapport van den opneem heeft 't Restant van ult:o aug„so bedraegen - ƒ - - - - ƒ 2142: 6. — En is volgens de Cassa Reekeningen om dit Boek Jaar aan de winkelier uijtgereijkt ƒ98400: —. —. Feld tezamen - - ƒ100542: 6:—. De verstrekkingen in dit BoekJaar hebben volgens de Negotie en Zoldij Boeken Beloopen— — - — — — -ƒ86253 9: — Dus moest 't Restant onder ult„o aug„so zijn gewrest - - - - - ƒ14288: 17: — volgens het Rapport van den opneem, waarmeede over een stamt 't voorrestant, dat de winkelier bij zijn nog voor handen zijnde maand Reekeningen van 't volgende Boek Jaar aan de Comp: heeft verantwoord, is 't Restant van de winkel onder cult„o aug=s maer groot bevonden - - - - - „ 5003: 17: —: Hoe dit is ontstaan is niet aan te wijzen Dewinkel Boeken en alle de Winkel Reekeningen van dit Iaar ontbreeken en uijt de ƒ 7227: 2. 8: Dus te Kort _ _ - ƒ - - - - ƒ 9285. —. —. Dus te kort - - - - - - - - ƒ 5684: 16: 8: ƒ45949: 10. — 7 Transportiere- - Transporteere ƒ4020: 3: — ƒ54589: 9. —. E =Transport G & Boeken is ten deezen nmits te Besluijten wijl bij dezelve dewinkelier voor on tesfan„ ene penn: Jnsteede van ƒ98'400:—: —. niet meer dan ƒ85440:—. —. op Reekening gesteld is„ salzo nog ƒ 3675:—. —. minder dan dewinkelier naar de voorsz: aanwijzing werke„ lijk verantwoord Heeft olgens het Rapport van den opneem en de nog voor handen zijnde specificaties van de Winkelier heeft het Restant van ult„o aug„s bedraagen - - de kassa Reekening van de maand Iber is abzent, dog volgens de maand Reekeningen van de Winkelier is in zber aan hem verstrekt - - - - ƒ 7200: —. — Bij de specificatie van de kleene kas vind men inde maenden van 8 ber: 9ber; Janu: maart, April, meij, en Iunij de verstrekkingen aan de winkelier gedaan, bij de uijtgetrockene Sommaas ken„ „nelijk verandert en in vergelijk met de sommas bij de Extentie der Reekeningen tezamen ƒ6720:—. —. vermindert Den wijl bij de voorsz: Extentie deeze posten onverandert ge„ „laten zijn, en dese sommas met de telling van Elk blad zeij„ „de wel uijtkomen, zo is het blijkbaar de Comp: de penn: inde Extentie der Reekeningen vermeld, werkelijk verstrekt ten minste Haar Evele in Reekening gebragt zijn; en waar dee„ „ze Reekening is van p=mo 8ber: tot cutt:o aug.:s aan de win„ ƒ73200:— v Geld tezamen ewinkel Reekeningen van April tot aug=s mankeeren, dog volgens de Negotie, en zoldij Boeken heeft de geheele verstrekking uijt dewinkel in dit Boekjaar bedraegen - - - - - - ƒ72743:15:— us moest het Restant onder cult„o aug„s zijn geweest - - - - - - - ƒ 12660: 2: —. maand Reekeningen van de winkelier van demaand Aug:s en die van 7ber: der volgende Boekjaars ontbreekende kan men niet zien wat hij voor het Restant van ult„o aug„s verantwoord heeft, dog volgens het Rapport van de opneem is het zelve maar groot geweest - - - „ 4020: 3: —. dit is ontstaan, kan niets het hier booven aangeweezen gebrek der Nodige bescheijden, niet aangewezen worden; alleen vind men dat de winkelier van p=mo 8ber tot ult:o Maart bij zijne maand Reekeningen minder aan de Comp„s verantwoord heeft den hem volgens de Kas specificatie verstrekt is Eene somma van ƒ4080:—. —. denkelijk hebben zul„ „keabuijzen in de volgende maanden insgelijks plaats gehad ens het Rapport van den opnam heeft het Ristant bedragen- - - --- ƒ 4020: 3. —. de specificatien van de Kas vind men in de maand xber: de post van de winkelier beijde beide Extentie der Reekening en de uijtgetroke„ „kene somma vervalst en tot ƒ7200:—. —. gebragt Dan uijt de maand Reekening van de winkelier die voor handen is, blijkt dat hij werkelijk ƒ 8400:—. –. van de kassier ontfangen heeft en uijt vergelijking van voorsz: bij de Kassa Reekening vervalsch te posten nog Een bedorven post op de zelfsde bladzijde, van Con„ „tanten na Cranganoor, verzonden kan men met behulp der ƒ 5003: 17:— Dus Te Kort — - - - - - ƒ 8639: 19: —. „kelier verstreckt - — — — „strekt - - - - - - — — -. — ƒ 31579: 13: 8 Boeken Negotie Crangemoorse