Inventory 3407
Malabar · 439 pages · 166 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
81 Year 1774 The 12th February. In the City of Cochim thus, I could not refrain from notifying Your Highness of this hereby, in the hope that I shall yet have the opportunity to do Your Highness a pleasure, and to cause our mutual harmony to increase more and more. God preserve. Notes of this content are also dispatched in an ola to the King of Cochim. It was subscribed: Thus translated into Malabar by me. Cochim, date as above. Was signed: B: Bles, under-interpreter. Shortly thereafter, His Right Honourable received a letter from the King of Travancore, requesting 30000 rupees, together with 6 pepper and 2 areca passes, as appears here below. Translation of an ola, written by the King of Travancore to the Right Honourable Adriaan Moens, Extraordinary Councillor of Netherlands India, and Supreme Commander of the Coast of Mallabaar, Canara, and Wingurla. Received the 14th February, anno 1774. Because we presently have various expenses, we request you to disburse 30000 rupees to Ananda Mallen on account of the delivery of this year 1774, taking a receipt from the same; of the pepper passes which we received in the past year for this present year 1774, one remains left over, which we are now sending over thither with the request to have the same renewed, and also to hand over to the said Ananda Mallen the 6 pepper passes of this year, and two areca ditto. Written by Balia Melesecta Ananja Peroemaal, in the year Collam 949, the 20th of the month Magaram, or the 27th January anno 1774. Signed by His Highness. Subscribed: For the translation, Cochim, date as above. Was signed: B: Bles, under-interpreter. 83 Year 1774 Date as above Was signed: B: Bles, under-interpreter. Furthermore, on that date an ola was received from the King of Cochim, wherein he extends a cordial congratulation to His Right Honourable upon his elevation to Governor and Director of this coast, to be read more fully here below. The 14th February. In the City of Cochim Translation of an ola, written by the King of Cochim to the Right Honourable Adriaan Moens, Extraordinary Councillor of Netherlands India, and Governor and Director of the Coast of Mallabar, Canara, and Wingurla. Received the 19th February, anno 1774. We have received, read, and understood the contents of the dispatched ola; it was very pleasing and agreeable to us to see therein that Your Right Honourable had received news of higher advancement with the arrival of the Batavian ship. We wish that Your Right Honourable may advance still further; and Your Right Honourable would not be unaware of our desire in that state, as we have also made known many times, and now upon receiving this news we are very rejoiced. On the 3rd of this month, or the 10th instant, upon the return of our regidors to Chenotta, they reported to us that they have met and spoken about all necessary matters with the Admiral of the Nabob at Calicut, which we have clearly caused to be presented to Your Right Honourable through David, in the trust that Your Right Honourable, taking everything to heart, will assist us on this occasion with the necessary aid. Therefore, we shall send the Paliat Achan thither without delay, in order to confer extensively with Your Right Honourable about everything, 85 Year 1774 at which time everything that is further to be communicated shall also be done by the same. Signed by His Highness. Subscribed: For the translation, Cochim, date as above. Was signed: B: Bles, under-interpreter. Friday, upon the return of Ananda Mallen from the South, he brought for His Right Honourable a letter from his master, containing the reasons for the deficit caused in the delivery of the pepper, to be read more fully here below. The 14th February. In the City of Cochim Translation of an ola written by the King of Travancore to the Right Honourable Adriaan Moens, Extraordinary Councillor of Netherlands India, and Governor and Director of the Coast of Mallabar, Canara, and Wingurla. Received the 18th February 1774. The letter which Your Right Honourable sent to us by Ananda Mallen we have received, read, and understood its contents. We saw therefrom that the latest delivery of pepper had not taken place according to the promise which our Sarvadhikariakar had made, and that Your Right Honourable was very upset about this. We have had our Sarvadhikariakar Coemara Poela and Ananda Mallen summoned here concerning this matter, and demanded from them the reason why a change had been made to the promise which had been made to Your Right Honourable. Whereupon he gave us for answer that in the past year he had made cash advances to the merchants and had expected that they would have provided pepper for it, and in that hope he had made that promise to Your Right Honourable. But when the delivery was made to the Honourable Company, the merchants who had received money on the pepper delivery said that of the received cash they had spent two-thirds on pepper, The 18th February. In the City of Cochim and
Dutch transcription
81 Ao 1774 Den 12: febr: In de Stad Cochim A 1774 Den 12: febr: In de Stad Crochim zoo, hebbe ik niet konnen afzyn uW ho=t hier van bij dese kennis tegeven, in hope dat ik dich nog gelegentheijd zal hebbe om u no=ts plasien te doen, en onse Wederzijdse harmonie meer en meer te doen AN3: toenemen. god bew: schots Van desen inhoud gaat af nog een ola aan den Koning van Cochim /onderstond:/ zodanig, door mij het een en ander in het malla= baars overgeset Cochim dato al3 boven Was get:/ B: Blez ondertolk, kort daar op ontfing zijn WelEd: groot agtb: een brief vanden ko= „ning van Jaerancoors, versoekende om 30000: rop:s, benevens 6: peper en 2. arreeks passen, als hier on= den blijkt.. Translaat ela, door den Koning van Jte van Coor„ gesz: aan den WelEd: groot agtb: Heer Adriaan Moens, Raad Extra ordinair van Nederl: en oppergebieden der kuste mallabaar Canara, en Wingurla ontf: den 14. febr: anno 1774., Dewijl thans Mij Verschijde on= kosten hebbe zoo versoeken wij ons op reek: van de leverantie deses Jaars 1779. , 30000: kopias aan Ananda Massen aftegeven, ligtende vanden selven een quitantie; de peper passen die wij in vergange Jaar ontfan= „gen hebbe voor dit presente Jaar 1779. , is een daar van blijve over= „leggen, den welke wij thans na derwaarts oversenden, met versoek om deselve telaten vernieuwen, soomeede de 6: peper passen van dese Jaar, en twee arreeks dito aan gem: Ananda Mallen overte „geven, geschreeven door balia mele= „setta ananja peroemaal, jn het Jaar Coijlan qq9. den 20. randemrend magaram, ofte den 27. Januarij a„o 1774. , getekend bij zijn hoogh=t onder „stond:/ voor de translatie Cochim Jndia, mitsgad:s Command=r Een dato 83 Ao 1774 @o 1774 dato als boven /Was getekend:/ B Bles ondertolk. Nog is op dien datum ontfangen Een ola vanden koning van Cochim„ Waar bij den selven Een Cordiaale felecitatie aan zijn WelEd: groot agtb: komt te doen, met desselfs verhef= fing tot gouverneur en directeur deser kuste, breeder hier beneden te leesen., Den 14. febr: In de Staa Crochim Translaat ola, door den koning van Cochim gesz: aanden WelEd: groot agtb: Heer Adriaan Moens, Raad Extra ordinair van Nederl: Jndia, mitsgaders gouverneur en directeur der kuste mallab„r Cana= „ra en Wingurla, ontf: den 19. febr: anno 1774., De gesondene ola hebben Wij ontfangen geleesen en dies Jnhoud verstaan, het was ons zeer lief en aangenaam geweest, daar bij tesien dat uWelEd: groot, agtb: met het arrivement van't bataviase Ochor 66 6 schip tijding erlangd hadde van hoo= „gene advantement, Hij Wenschen dat uwelEd: groot agtb: nog verder optreeden mag; ent zoude ook bij uwelEd: groot agtb: niet onbewust zijn van onse verlangen, indie staat gelijk Bij veelmaals ook tekennen gegeeven had, en nu bij bekoming van dese tijding zijn wij zeer ver= blijd geworden, op den 3. / van dese maand:/ ofte 10. deser, met de terug komst van onse ragiadoors tot Chenotta hebben ons gerapporteerd, dat zij van al het noodige met den admiraal vanden Nabab te Calicoet ontmoeten en gesprooken hebben, waar van Wij door David duijdelijk aan UwelEd: groot agtb: heeft laten voorhouden, in vertrou „wen, dat uwelEd: groot agtb: van alles ter herte nemende, bij deese geleegentheijd ons met de nodige adjude zal tegemoet komen, derhalven zullen wij sonder uijt „stel den paljetters naar derwaarts senden, om van alles met uwelEd: groot agtb: breedstoedig te onderhouden, Den 19: febr: In de Stad schip als 85 Ao 1774. @ 1774 als wanneer ook van alle 't geen nog verder te bedeelen staad, door den selven sal gedaan werden get bij zijn ho=t / onderstond / voor de trans= latie / Cochim dato als boven (was getekend/ B: Bles ondertolk „ Vrijdag met de terug komst van Anan- „da Mallen van de Zuijd, bragt hij voor zijn WelEd: groot agtb: een brief van zijn meester, vervattende de reeden van de Veroorsaakte min= „derheijd inde leverantie van de peper„ breeder hier beneden teleesen., Den 14. febr: In de stad Crochim Translaat ola door den Koning van Jte van Coor gesz: aan den WelEd: groot agtb: Heer Adriaan Moens, raad Extra ordinaire van Nederl: Jndia, mitsgad=s gouverneurs en directeur der kuste mallab; Canara en Wingirsa, ontf: den 18. febr: 1774. De brief die uwelEd: groot Agtb: per Ananda mallen ons toegesonden heeft, hebben wij ontvangen, geleesen en dies Jnhoud verstaan, Wy zagen daar uijt, dat de Jongste leverantie vande peper met geschied was volgens belofte die onse Carwadicariacaren gedaan had, en dat uwelEd: groot agtb: daar over seer aangedaan was; Wij hebben over dee zaak onse Sarwa- „di Cariacaren Coemara poela, en Anan= da mn allen hier laten halen; en deselve ƒ de reeden afgevragt, Waarom ver= „andering gemaakt was aande belofte die van WelEd: groot agtb: gedaan hadde, waar op hij ons ten antwoord gaff, dat hij anno passato voor uijt verstrekking van penn: aan de koop= „lieden gedaan en verwagt had, dat zij daar peper voor soude bezorgt hebben, en indie hoope had hij UwelEd: dog groot agtb: die belofte gedaan, toen de leverantie aan D' E Comp: gedaan 6. wierd, seijden de kooplieden, die geld op de peper leverantie ge= nooten hadden, dat zijn van de genootene Contanten twee 66 derde aan peper besteed hadde, Den 18. febr: In de stad Crolhimn per en
English
Ao 1774 and the third portion was resting in their hands, and could not be disbursed because there was no pepper to be obtained on account of the bad crop, and that he was compelling those merchants to procure the pepper. We thereupon summoned all our magiadoors and inquired into it, who attested to us that due to crop failure the merchants could not spend the received cash to collect pepper; thus we are convinced that through crop failure this reduction in the delivery has occurred, and not through neglect of duty or otherwise. We have now written above all to bring in all the pepper this year without fail, and Your Right Honorable will find that the Honorable Company will properly receive its share. It was very pleasing and agreeable to us that the gift which we sent on the occasion of the marriage of Your Right Honorable's daughter was accepted with affection. We have also seen that upon the departure of the paljetter thither, Your Right Honorable would send his envoys; upon their arrival here, we shall inform Your Right Honorable circumstantially of all matters. Ananda Mallen has handed over to us the portrait of Your Right Honorable, for which we have longed for so long; we viewed the same with great pleasure and satisfaction. We have seen that the pepper account of anno passato has been settled, and that the remaining credit balance was sent to us, and that on the pepper account of this year, under receipt of Ananda Mallen, there were furnished 1000 pieces of muskets with bayonets and 6 pieces of copper drums. We request Your Right Honorable to send us another 1000 pieces of muskets under receipt of Ananda Mallen. It has appeared to us that Your Right Honorable has written for Turkish horses, and we hope to obtain the same shortly through the favorable diligence of Your Right Honorable. Written by Balia Melecetta Canaka Anawja Peroemaal and signed by His Highness. Below stood: For the translation, Cochin, date as above. Was signed: S. M. van Jongeren, sworn translator. Monday, His Right Honorable received a palm-leaf letter from the King of Travancore, containing the receipt of the gift that His Right Honorable had sent to His Highness, as appears here below: Translation of an ola written by the King of Travancore to the Right Honorable Adriaan Moens, Extraordinary Councilor of Netherlands India, as well as Governor and Director of the Malabar Coast, Canara, and Vengurla, received the 28th of February anno 1774. The first interpreter and the boomteller, upon their arrival here, duly delivered to us Your Right Honorable's letter, together with a gift of a headdress set with twenty-one diamonds, a piece of cloth of gold, and a small bottle of cinnamon oil, all of which we received with great affection. From Your Right Honorable's writing we have seen that there was a great reduction in the latest delivery. We have written regarding this subject the cause thereof to Your Right Honorable by letter which we had sent previously via Ananda Mallen, and which Your Right Honorable must have received long before this and understood its contents; we have also made known the particulars thereof in more detail to Your Right Honorable through the first interpreter. Furthermore, we understood that two vessels from Tuticorin, coming off the coast of Jaiconapose, were detained and 6 rupees were extorted from them; that district belongs under the King of Repolim, and our people have no knowledge of it. We are now writing an ola to the King of Repolim to reimburse those rupees and to punish the scoundrels. We have also sent orders to correct according to merit the toll collector of Taikakaae, who arrested the Honorable Company's curved timbers and received toll for them while passing a receipt. In order to settle the dispute over the boundary demarcation of the garden at Toembolly, we have sent orders to Janoe Wapoela Janwadicariacaren and Ananda Mallen to go thither with eight old and local men and make a final end of it. We hope that Your Right Honorable will please apply your best efforts to cause the old friendship between our kingdom and the Honorable Company to increase and grow more and more. Written by Ballia Melecetta Canaka Ananja Peroemaal and signed by His Highness. Below stood: For the translation, Cochin, date as above. Was signed: S. M. van Jongeren, sworn translator. Shortly thereafter there was brought here an Arabic letter addressed by the Sultan of the Maldive Islands, Mahamet Hassen, to His Right Honorable, as appears here below: Translation of an Arabic letter written by the Sultan of the Maldive Islands, Mahamet Hassen, to the Right Honorable Adriaan Moens, Extraordinary Councilor of Netherlands India, as well as Governor and Director of the Malabar Coast, Canara, and Vengurla, received the 28th of February Ao 1774. Presently my vessel departs thither under the supervision of
Dutch transcription
87 Ao 1774 Ao 1774 deelte onder haar berus= en het derde „tende wtas, en niet hadte konnen uijtgeven, om dat daar peper met te bekomen was, ter zake van het slegt gewas, en dat hij die kooplieden was Constaingeerende om de peper te besorgen; Wij hebben daar op alle onse Magiadoors laten roepen, en daar na g'inquireert, die ons be- tuijgt hadden, dat door misgeszah de kooplieden de ontfangen Con „tanten niet houden uijtgeven dus zijn om peper Jntefamelen, Wij overtuijgt dat door misge= Wasech die verminderinge inde leverantie is geschied; maar niet door pligt versuijm of andersintz; nu hebben voij voor al geschree= „ven, om sonder fout van dit Jaar alden peper aantebrengen, en UwelEd: groot agtb: zal onder „vinden dat 'S E Comp:s haar aandeel behoorlijk krijgen sal: Het is ons seer lief en angenaam geweest, dat het geschenk, dat wij op het Eruwelijk van Uwel Ed: groot agtb: dogter gesonden hebben, met Den 18. febr: In de Stad Crochim Den 18. febr: In de Stad Crochim genegenthijt is g'accepteerd geworden, ook hebben wij gesien dat met het vertrek van den paljetter naer hen „waerts, uwelEd: groot agtb: desselfs sendelingen senden zoude; met hun komste hier zullen Wij alle de zaa= „ken omstendig aan uwelEd: groot agtb: laten Weeten, Ananda mallen heeft het partrait van UWelEd: groot agtb: ons overhandigt, Waar na Wij soo lange verlangt hebben, wij hebben het selve met veel genoegen en Neamak aanschout Bij hebben gesien dat de peper reek: van anno pass=o is ver Essent, en dat het tegoed- behoudene geld ons toegesonden was, en dat op de peper reek: van dit Jaar onder quitantie van Ananda mallen. Verstrekt. Waren, 1000. p:s geweiken met bajonete en 6. p:s kopere trommels; wij versoeken uwelEd: groot agtb: ons nog 1000. p:s geweiren onder quitantie van Ananda mallen te laten toekomen; het is ons gebleeken, dat uwelEd: groot agtb: om tuukse paarden geschreeven heeft, en Wij verhoopen deselve genegentheijt door 89 @o 1774 Ao 1779 28. Den 10. febr: In de stad Crochim door de gunstige dilligentie, van uwelEd: groot agtb: Eerst daags te krijgen. gesz: bij balia melasetta Canaka anawja, Peroemaal en getekend bij zijn ho=t /onderstond:/ voor de translatie Cochim dato als boven /was getekend:/ Sm. V=n Jongeren gesw: translateur. _=o Maandag ontfing zijn WelEd: groot agtb: een vader brief van den Koning van JrevanCoor, Jnhoudende den ont= „fangst. van't geschenk, dat zijn WelEd: groot agtb: aan zijn ho=t gesonden had, als hier onder Consteert., Translaat ola door den Koning van Jrevancoor, gesz: aan den WelEd: groot Agtb: Heer Adriaan Moens Raad Extra ordinair van Nederl: Jndia, mitsgaders gouverneur, en directeur der kuste mallab: Canara en Wingurla, ontf: den 28. febr: anno 1774. , Den Eerste tolk en den boomtellen Den 20. febr In de Stadt Crochim hebben zij met hun aankomst alhier ons behoorlijk besteld uwelEd: groot agtb: brief, met ende benevens een geschenk van een hoofd tieutel met een en twintig bailjanten beset, een stuk goud laken, en een flesje caneel olij, het Welk een en ander Wij met groote genegenthijd, ontfangen hebben; uijt uwe Ed: groot agtb: schrijvens, hebben wij gezien dat op de Jongste leverantie een groote mindering is geweest; Wij hebben over den materie heeft de oor- „zaak daar van aan UWelEd: groot agtb: gesz:, bij brief, die Wij bevoo= vens per eenanda maslen gesonden hadden, en dewelke uwelEd: groot agtb: al lang voor desen sal ontf:, en dies Jnhoud begrepen hebben, ook hebben wij dies omstandigheeden door den eerste tolk, aan uwelEd: groot agtb: nader laten Weeten, voorts verstonden wij, dat twee vaartuijgen van tutucorijn op de hoogte van Jaiconapose Komende, aangehou= „den en aan deselve 6: rop:s zoude zijn afgepaast; dat district gehoort hebben onder „ 91 Ao 1779 7 Den 20. febr: In de Staat, Crochem @o 1774 Den 20. febr: In de stadt Cagc:him onder den koning van Respolim en ons volk heeft daar geen ken= „nisse van, wij schrijven thans een ola aan den Koning van Re= „polin, om die ropias te vergoeden ende broswigten te staaffen, ook hebben wij ordre gesonden om den tholkesser van Taikakaae, die sComp:s kromhouten g arres= „teerd, en onder het passeeren van een recepisse daar thol voor ontfangen hadde, naar merite te Corrigeeren; om het verschil Van de limiet, schijding vande thuijn op toembollij aftemaken, hebben wij ordre gesonden aan Janoe Wapoela JanWadicariacaren en Ananda mallen, om met agt oude en landkundige men= schen daar na toe tegaan en daar een finaste Eijnde vante maken, wij verhoopen dat uwelEd: groot agtb: desselfs goede best zal gelieven aan te Wenden om de oude Vriendschap tussen ons Rijk en de E Comp:s meer 6 en meer te doen toenemen kort daar op is alhier aangebagt een Arabise brief, door den sultan der malditose Eijlanden Mahamet Hassem aan zijn WelEd: groot agtb: gerigt, als hier onder Consteert. Translaat Arabiese briev, door den sultan den mal= „ditose Eijlanden Mahamet Hassen, gesz: aan den WelEd: groot Agtb: Heer Adriaan Moens. Raad Extra ordinair van Nederl: Jndia, mitsgaders Gouverneur, en Directeur der kuste matlab:, Canara en Winquala, ontf: den 28. febr: Ao 1774. —. Thans Vertrekt mijne vaertuijg naer derwaarts onder opsigt van en aangroeijen gesz: bij ballia me= „lecetta Canaka ananja peroemaal en getekent bij zijn ho=t /onder= „stond voor de translatie Cochim dato als boven / was getekent/ S=m V=n Jongeren gesw: translateurs. —. en den ona
English
93. Anno 1774 Anno 1774 The 28th of February In the City of Cochin the Nakhuda Malamji Ibrahim, therefore have the honor very humbly to request Your Noble Right Honorable to grant the same all possible assistance, so that he may undertake his voyage from here with all speed; if there is anything of Your Noble Right Honorable's service, please let us know. The person of Your Noble Right Honorable, God preserve for many years with good health. Underwritten: with the seal of the Sultan stamped with black ink. Underwritten: for the translation according to the interpretation given by the Jew Sym Cabaij, Cochin, date as above. Was signed: S. van Jongeren, sworn translator. Upon the order of the King of Travancore, today Ananda Mallan has entered together with the Torre Haren of Vaikom in order to provide proper satisfaction to His Noble Right Honorable, on account of the insolence which the toll-collector of that place had committed by demanding one Rupee for the Company's curved timber, [and offered] to have that toll-collector brought before His Noble Right Honorable, bound to the post, and swiftly lashed across the buttocks, along with the return of the received rupees. His Noble Right Honorable answered them thereto that it was enough that the King knows what goes on in the country, and that His Noble Right Honorable was completely satisfied with the arrangement His Highness had made, and therefore it was not necessary that the toll-collector be brought inside nor punished here, thus His Noble Right Honorable left them the liberty to punish him outside themselves in such manner and to exchange the rupee for boeseroeken and distribute them among the poor, wherewith they departed to the outside. Furthermore, the Commissioners who were sent to the Travancore court have delivered the following Report to His Noble Right Honorable. The 28th of February In the City of Cochin Dutch Company 95. The 20th of February In the city of Cochin Anno 1774 Anno 1774. To the Noble, Right Honorable, Wide-Ruling Lord Adriaan Moens, Councilor Extraordinary of the Dutch Indies, as well as Governor and Director of the Coast of Malabar, Canara, and Vengurla. Noble, Right Honorable, Wide-Ruling Lord. In compliance with Your Noble Right Honorable's highly venerated order, we departed on the 1st instant for the South, and arrived on the 7th at Thiruvananthapuram; where we learned from the Crown Prince that the King of Travancore had departed for the eastern interior lands to perform certain ceremonies in the pagodas situated there, and that he would return to Thiruvananthapuram within 3 to 4 days, and we would therefore do well to remain there until His Highness returned. Thus we remained waiting for His Highness's arrival, who then arrived on Thiruvananthapuram on the 13th thereafter. Upon which report, we immediately let His Highness know of our arrival, who the next morning sent the Sarvadhikariyakkar of the court to us in the church of Kottar, where we took our lodgings, and bade us welcome and at the same time determined the day when we should receive an audience with the King, which was set for the 15th thereafter. Just as early in the morning a servant of the court came to us and announced that the King stood ready to speak with us in the house of the Valiya Sarvadhikariyakkar, because inside the court a large number of Brahmins were gathered to perform a certain wedding ceremony of the princess. We immediately hastened to that house, and arriving before the same, the Sarvadhikariyakkar received us at the front gate, with a detachment of armed Kunju Kuttam of the King; and brought us to the King. 97. Anno 1774 Anno 1774 As soon as we came before His Highness, we made our compliment and handed over the letter that had been given with us, after the performance of which we kindly thanked His Highness for the honor which His Highness had done to Your Noble Right Honorable by sending an express felicitation on the marriage of his daughter, presenting the young couple with a gold chain and a diamond ring. Subsequently we presented to His Highness the present sent along, consisting of a head ornament set with twenty-one brilliants, the piece of gold cloth, and a small flask with Ceylon cinnamon oil, with the request that His Highness would please accept the items as a proof of affection. His Highness admired the head ornament very much, and could not behold it enough, and received the items with particular esteem and requested us to thank Your Noble Right Honorable heartily for that affection, and stated that it will always be agreeable to His Highness to learn that the young couple in Surat may be in good prosperity. That having been handled thus far, we said to His Highness that we had orders to converse with His Highness about some other matters as well, whereupon His Highness let the bystanders go outside and shut the door, there remaining inside that chamber His Highness's Prime Minister and the Sarvadhikariyakkar of the court. We thereupon made a beginning with the article of the pepper, and the King gave us liberty to speak openly, and we then showed His Highness all the circumstances of that matter, and how at the latest accounting it had appeared to great surprise that so much of the promised pepper was lacking; and we then added everything thereto that had been prescribed in our Instruction.
Dutch transcription
93. Ao 1774 Ao 1774 Den 28. febr: In de Stad Crochim den Nachoda Malamdj Hebrahim, derhalven de Eere hebbe UWelEd: groot agtb: seer ootmoedig te ver= „soeken, om aen den selven alle mogelijke adjude te bewijsen, op dat hij zijne reijse met allee spoed dit heen bij den hand te konnen neemen; is er iets van uwelEd: groot agtb: dienst, gelieft ons telaten Weeten, de persoon van UwelEd: groot agtb:, god bew: lange Jaaren met gesondheijt /onderstond:/ met zegul van den sultan met swaat Jnkt gedankt /onderstond. voorde taanslatie volgens verstan geven van den Jood. Sym Cabaij Cochim dato als boven /was getekend/ S=m V=n Jongeren gesw: translateurs., op het bevel vanden Koning van Jrevan Coor is heeden Ananda mallen met den Jorre haren van Jaihakaal binnen gekomen om een behoorlijke satisfactie aan zijn WelEd: groot agtb: te besorgen, We= „gens de asurantie die den tholhef= „fer van die plaats gepleegt hadde van een Ropia te Vorderen voor Aan den Wel Ed: groot agtb: Heer Adriaan Moens Raad Extra ordinaire van 'sComp: kromhouten, Jan die thol heffer voor zijn WelEd: groot te laten agtb: „ brengen, aan de paal tebin= den en snel voor de billen te staan, met weder over gave van ontfan= „gen ropias, zijn WelEd: groot agtb: antwoord haar daar op, dat het genoeg was, dat de koning weet wat er in het land omgaat, en dat zijn WelEd: groot agtb: volkomen voldaan was, met de schikking die zijn ho=t gemaakt had, en dierhalven niet nodig was, dat die tholheffers binnen gehaalt nog gestaaft wierd, dus zijn WelEd: groot agtb: haar de vrijheijd liet hem zodanig daar buijten selfs te straffen en de ropia tot boeseroeken te Her Wisselen en aan de armen uijt „tedeelen, Waarmede zij na buijten Verr trocken zijn.— voorts hebben de Commissianten die aan het Jaevan Coors hof gesonden Waren, aan zijn WesEd: groot agtb: het ondervolgende Rapport overge= „levert. — Den 28. febr: In de Stad Crochim Comp: Nederl:d 9. 5. Den 20. febr: In de stad Coblhirm A„o 1774 Ao 1774. Nederlandse Jndia mitsgad:s gouverneur, en dirct tena der kuste mallabaar Cana= „na en Wingurla. Wel Edele, Groot Agtbaare, Wijdgebiedende Heer. In naar koming van uwel Ed: groot Agtb: hoog gevenereerd bevel, vertrok= „ken Hij den 1. Courant nade Zuijd, en quamen den 7:' op Jiroenandapor „ham te apriteeren; al Waar Wij van den kroonprins verstonden, dat den Koning van Jaevancoor naar de ooster „lijke binnen landen vertrocken Was, ter Verrigtinge van zeker Cere= 6 „monien inde pagooden aldaar leg= „gende, en dat hij binnen 3. a. . 4. Iagen Wederom op Jiroe Wananda „poraam zoude retourneeren, en Wij dierhalven wel zouden, doen aldaar zo, lang te blijven, tot dat zijn ho=t terug quam, duch bleeven vrij naar zyn no=ts komste wagten, die Den 20. febr In de Stad Crochim dan op den 13. daar aan, op Jiroe Wa „nanda ponam arriveerde, op welk berigt, leeten Bij ons aankomst ten eersten aan zijn ho=t weeten, den welken des morgen daar„ aan den CarWadi auacaren van het hof bij ons inde kerk van Hetorra sond, daar wij ons logement na= „men, en liet ons ter Welle komen en teffens den dag bepalen, Wan= neer Bij audientie bij den Ko= zoude krijgen, het geen vaff gesteld was op den 15. daar aan, gelijk smou= gens vroeg een bediende van het hof bij ons quam, en bekent maakte dat den koning klaar stond, om met ons te spreeken in het huijs van den balia Car WadiCariacaren, om dat binnen 't hof Een groot gedeelte bramineesen vergadert waren, om zeekere trouw Ceremonie van de princesse te verrigten, wij spoeden ons ten Eersten na dat huijs, en voor het zelve komende, recipieerde den Jar Wadi CariaCa= „nen ons aan de Voorpoort, met een deel gewapende Coenje Coettah van en 97 Ao. 1774 Ao 1774 den Koning; zo als en bragte ons bij Wij voor zijn no=t quamen, makten Wij ons Compliment en overhandig„ „de brief die ons mede gegeven was naar Welkers verrigting bedankten Wij zijn ho=t Vriendelijk voor de Pere die zijn hot aan uwel Edele groot agtb: aangedaan had, om met het huwelijk van desselfs doghen Expres te laten feliciteeren de Jonge lieden met een goude ketting en een Diamante ring te beschenken. Vervolgens presenteerden wij aan zijn ho=t het mede gegeven pae= „sent, bestaande in een hoofdtia= cel met een en twintig briel- „janten beset, het stuk goud laken en een flesje met Ceijlonse Caneel olij, met verzoek dat zijn no=ts het een en ander geliefde te accep¬ „teeren als een bewijs van genegent= heijd, zijn hot admireerde het hoofd ciercel zeer, en kan het niet ge= „noeg beschouwen en heeft het een en ander met een bijzondere agting gerecipieert en ons ver= „zogt, uwelEd: groot agtb: hartelijk Den 28. febr: In de stad Crochim Den 20. febr: In de Stad Crochim te bedanken voor die affectie en dat 't zijn ho=t altoos aangenaam zal zijn, te verneemen dat de Jongelieden te souratta in een goeden Welstand mogten zijn, dat dus verre afge= handelt zijnde, zeijde wij aan zijn hot, dat wij last hadden om zijn ho=t over nog eenige andere zaken te onderhouden, als wanneer zijn ho=t de omstanders naar buijten liet gaan en de deur sluijten, blijven „de binnen in dat vertrek zijn ho=t Eerste staats menister en dea Jan Wadicariararen vant hoff., Wij maekten daar meede een begin met het raticul vande peper, en den koning gaf ons vrijheijd, dat Wij openhartig zoude spreeken, en dieh tijden Wij aan zijn ho=t alle de omstan= „digheeden van die zaak, en hoe dat bij de Jongste afreekening tot groote Neerwondering was gebloeken, dat er zo eel aan de beloofde peper manqueerde; en wij Voegden toen alles daar bij, waat in onse Jnstructie te bedanken voorgeschreeven
English
99 Ao 1779 Ao 1774 The 20th of February In the city of Cochin had been prescribed, whereupon His Highness became very adverse, and raising his eyes heavenward, said to us that it was not his fault that the reduction in the delivery was caused, since he had given the required orders to deliver the full quantity of 3000 Candijlen to The Honorable Company, and that His Highness had learned with great sorrow that the delivery had not followed in accordance with the promise made, saying further that since Coemara Poela has full knowledge of the handling of this matter, His Highness would summon him and take information as to how this reduction in the delivery was caused, promising us that His Highness, upon the arrival of Coemara Poela, would summon us further to speak about this matter and at the same time employ all means to give satisfaction to Your Right Honorable, whereafter His Highness asked us whether Your Right Honorable The 28th of February In the City of Cochin had indeed taken the reduced pepper delivery and the other things that were done so ill, and whether Your Right Honorable had not expressed himself further about this to us; but we answered that Your Right Honorable speaks little about such matters, but nevertheless thinks much, and that we are too lowly servants to speak with Your Right Honorable about any matters; His Highness then answered that everything happened without his doing, and that His Highness relied too much on Your Right Honorable's goodness and the friendship between him and The Honorable Company, that the advantages he gained ought to be considered as if they went into the Company's treasury, because he and The Honorable Company are one, and not two, and more such words with which the Malabar rulers always come forward; We told His Highness upon that, that by that reasoning His Highness would find himself deceived, as Your Right Honorable, however good-natured otherwise, was nevertheless unyielding in his measures; His Highness, hearing that, remained silent for a while, and finally said to us that His Highness would arrange all those matters in such a manner that Your Right Honorable will continue to persevere in the good sentiments of the sincere alliance with His Highness, and that he consequently would leave no opportunity unexamined to give satisfaction and deliver more pepper; whereof Your Right Honorable would obtain proofs, and thus the government of the Malabar would serve to Your Right Honorable's great pleasure. After this His Highness broke off the discourse, and then spoke about the garden of Coembollij and undertook to set the required order therein to settle that matter finally. And concerning the violence committed against two vessels of the chief of Tutucorin by the toll collector of Jengapatnam, as also by the Muslims of Tricoilapose, His Highness undertook to provide proper satisfaction by punishing the said toll collector of Gengapatnam according to his merits, and to write to the Prince, being a district of the King of Repolim, concerning the Muslims of Tricoilapose, and to provide satisfaction therefor. Likewise His Highness undertook to have the toll collector of Tirkakare, who detained the Company's compass timber and received toll from it, brought into the city and punished in Your Right Honorable's presence, but regarding the revocation of the lease on the coir His Highness would grant no hearing, as tending to the detriment of his revenues, and though we demonstrated that this was contrary to justice, this found no acceptance with His Highness, but nevertheless His Highness said that the coir which The Honorable Company needs in daily service and is consumed in the city shall not be subject to any lease. It went in just the same manner with the article of the Christians who reside in the Company's gardens, who were forced to pay poll tax, yes, that they were beaten and taken into arrest; great debates arose over this and the King demanded that they should pay poll tax, putting forward these reasons, that if the Christians were exempted therefrom, all the Christians of his country would settle on the Company's territory merely to be freed from that payment; we answered thereto that such was not the intention, but only regarding the Christians who have resided on the Company's gardens and lands from ancient times, which then finally was granted and established: that they should remain free from the payment of poll tax. The fanams for the huts that are built there at St. Andries, at the time of the feast of St. Bastiaan, is again fixed at 2 fanams, and the Regiadoors shall be warned not to take a single doit more for it. Item, the guardhouses on the beach, built from Manicorde to the south, shall be ordered under heavy penalties to commit no more insolence against the lascars, nor to hold up the letters. His Highness has also undertaken to send orders to his Regiadoors to send the native Christians or Mucquas on the side of St. Andries to the city to work as much as The Honorable Company required, and this without any the least failing, and at the same time to command them, upon encountering any disputes, to go to the city and speak with Your Right Honorable. Upon our arrival at Coilan we inspected the boundaries of The Honorable Company in the presence of the chief there, and walked around everywhere in person and found nothing other than that the wildernesses there have been cleared away, the pits and holes filled up, together with some walking paths, Item and
Dutch transcription
99 Ao 1779 Ao 1774 Den 20. febr: In de stad C„ Ochim voorgeschreeven was, Waar op zijn ho=t zeer terteegen Wierd, en zijne oogen hemel waard3 opstaande, tegens ons zeijde dat het zijn schuld niet en was, dat de mindering inde leverantie is veroorzaakt also hij de vereijschte ordres gesteld had, om de volle quantiteijd van 3000. Candijlen aan D' E Comp: tele „teren, en dat zijn ho=t met groot leed weesen verstaan had, dat vol= „gens de gedane belofte de leveran= „tie niet is gevolgt, zeggende Wijders dat nadien Coemara poela volkomen kennisse van de behandeling van deze zaeke heeft, zijn ko=t denselven zoude laten roepen, en Jnformatie nemen, hoedanig dese mindering in de leverantie is veroorzaakt, ons beloovende, dat zijn no=t met de komste van Coemara poe= „la ons nader zoude laten roepen„ om over deze zaak te spreeken 66 en teffens alle middelen in het werk stellen om uwel Ed: groot agtb: genoegen tegeven, waar na zijn ho=t ons vroeg of uwel Ed: groot Den 28. febr. In de Stad Cochim agtb: de mindere peper leverantie ende andere dingen die g' Exteerd zijn, inden daat soo qualijk genomen had, en of uwelEd: groot agtb: zig daar over tegens ons niet verder uijtgelaten heeft; dog wij antwoorden, dat uwelEd: groot agtb: over zulke zaken wij= „nig spreekt, maar des niet temin veel dinkt, en dat wij te geringe b Dienaaren zijn, om met uwel Ed: groot agtb: over eenige zaaken te spreeken; zijn, ho=t antwoord toen dat alles buijten zijn toedoen is ge= „schied, en dat zijn no=t teveel ver= „trouwd op uwel Ed: groot agtb: goed= en de Vriendschap tussen hem heijd en S E Comp:, dat de voordeelen die hij trok, gerekent moeste werden als of deselve in sComp: kassa gin= 6 „gen, om dat hij en D' E Comp: een, en geen twee is, en diergelijke Woorden meer; Waarmeede de Mallabaarse altijd op de baan komen; Vorsten Wij zeijden zijn not daar op, dat door dat raisonnement zijn ho=t zig bedragen zoude vinden, alzo uwelEd: groot agtb: hoe goedaardig agtb: anders 101. Ao 1779 Ao. 1774 Den 20. febr: In de Stad C„ochim anders, van hunneur egter onverzettelijk in zijn maatregels was; zijn n=t dat hoorende bleef een poosje stil, en zeijde eijndelijk tegens ons, dat zijn no=t alle die zaken zodanig zoude schikken, dat uwel Ed: groot agtb: inde goede gevoelens vande opregte aliantie met zijn ho=t zal blijven Volharden, en dat hij dien volgende, gaan gelegentheijd onbe= „zogt soude laten, om genoegen tegeven en meer peper televeren; Waar van de uwel Ed: groot agtb: preuves erlangen en dus het bestier van de mallabaar voor uwelEd: groot agtb: strecken zoude tot groot Vermaak Hier na baak zin tw=t het discours af, en sprak toen over de thuijn van Coembollij en nam aan; daar Jne de vereijschte ordre testellen om die zaak finaal aftedoen, En over het geweld gepleegd aan twee vaartuijgen van het opperhoofd van Tutucorijn, door den tholhesser van Jengapatnam, als ook door de Jo= „wijlingen van Tritionapose, nam Den 28. febr: In de Stais Crochim zijn ho=t aan, een behoorlijk salis= factie te besorgen door gem: Genga= „patnamse tholhessen na merite testraffen, en de Jonijlingen van Juiko= „napose, zijnde een district vanden Ko= Eien Vorst „ning van Repolim, aan te schrijven, en daar voldoening van te bezorgen., Jnsgelijks heeft zijn Ho=t aangenomen om den Jholpesser van Jaikakare, die sComp: kromhouten g'arresteerd en Iaar thol van ontfangen heeft, telaaten inde stad brengen en in WelEd: groot agtb: presen „tie aftastraffen dog wegens de Jntres= „king vande pagt op de Caijer Wilde zijn tot geen gehoor verleenen, als staet- „kende tot nadeel van zijn Jnkomsten en of Hij al demonstreerden, dat zulks tegen het regt streed vond zulks geen Jngang bij zijn wo=t dog evenwel zijde zijn ho=t, dat de Caijer die D' E Comp: inden dagelijksen dienst nodig heeft en in de stad verbruijkt Word, geen pagt onderworpen zal zijn, Even en indier zelver voegen ging het met 't articul vande Christenen die in 'sComp: Thuijnen Woonen, de Welke zijn Ged wongen 103 @o 1774 Ao 1774 Den 26. febr: In de Stad Crochim zouden om hoofd geld ged Wongen te betaelen, Ja dat zij geslagen en in arrest genomen worden, hier over zijn groote debatten ontstaan enden Koning begeerde, dat zij hoofd geld soude betaelen, brengende dese rede= nen Voor, dat Wanneer de Chris= „tenen daar van gelibereert werden, alle de Christenen van zijn land op 'sComp: territoir zig zouden gaan„ nederzetten, om maar bevrijd te „werden vandie betaling; wij ant= „woorden daar op dat zulks de Jntentie niet en was, maar alleen van de Christen die van oude tijden op sComp: Thuijnen en landerijen gewoont hebben, 't geen dan eijnde= „lijk toegestaan en was gesteld is; dat zij Vrij blijven zoude, van de betaeling van hoofd geld. De fanums van de husten die daar gebouwt Werden op st An= „dries, ten tijde van het feest van C=t Bastiaan, is alweeder bepaeld op 2: Janumy, ende Regiadooos zullen gewaarst houstd worden, om daar geen duijt meer voortenemen Den 28. febr: In de stad Cochim Jtem aande wagthuijsen aan strand, van manicoorde naar de Zuijd gebouwt, zullen op swaare staaffe ge= 1 66. „ordeneert worden, om geen baldadig „heeden meer aande lascorijns tepleegen, nog de brieven opte houden, zijn ho=t heeft ook aangenomen aan zijne Ragiadoors ordre tesenden Christonen of moe= om de Jnlandse „quassen aan de kant van s=t Ion= # 6 „dries naar de stad tesenden omte arbeijden zo veel als D' E Comp:s benoodigt hadde, en zulks zouden eenig het minst manquement, en teffens dezelve tere Commandeeren om bij ontmoeting van eenige dis= „puten naar de stad tegaan en met uwel Ed: groot agtb: tespreeken., met onse aankomste op Coilan hebben Wij de limieten van d E Comp: ten bij weesen van het opperhoofd aldaar bezigtigd, en over al in perzoon rond geloopen en niet anders bevonden, als dat aldaar de Wildernissen zijn weggekapt, de kuijlen en gaten gedempt, mitsgaders eenige Wandel weegen Jtem en „
English
105. Anno 1774 Anno 1779 Cochim and small huts were built, whereby neither the Honourable Company nor the King could suffer any disadvantage; we gave notice thereof to His Highness and said that Your Right Honourable was surprised why His Highness had complaints about the Chief of Coilan, since he had undertaken nothing that merited any reproach. The King said thereupon that he had been informed differently, and if those roads and buildings were not to the prejudice of either side, that the Chief could simply go his way, provided he took care that he constructed nothing on the territory of His Highness. Yet His Highness asked nothing of the Nabab, nor did any of his ministers speak to us about it; otherwise we would have adhered strictly to Your Right Honourable's orders. After the discussion of all these affairs, the King said to us that upon the arrival of Coemara poela, His Highness would let us know further to speak about the reduced delivery of pepper, and that in the meantime we could go rest at the church of Retoraa, as we proceeded to do. The 28th of February. In the city of Crochem. The second day thereafter, Coemara poela came to our lodgings and said that he had been summoned expressly before His Highness to speak about the affairs of our commission, and that the King had charged him to come to us and confer with us about it, adding that he had not deserved to be so branded by his Master as had happened to him, as if the reduced delivery of pepper were caused by his conduct, without taking into consideration that such depends upon the good and bad harvest. We said to him that he comes ill-advisedly before Your Right Honourable with such excuses, that all those evasions cannot help with Your Right Honourable. He then confessed that he was sorry, and yet The 28th of February. Anno 1774. 107. Anno 1774 Anno 1779 The 28th of February. In the city of Crochim. to correct those errors and bring everything into good order again, he knew no counsel. We thereupon proposed to him that such was to be remedied if the shortfall on the 3000 Candijlen were delivered promptly. He said thereupon that such would happen immediately if pepper were at hand. We replied to him that when he applied his best efforts thereto, the means thereto would surely be found. Herewith he went again to the King to speak further about that point and to bring us an answer. It lasted some 2 to 3 days that we received no answer from the King, much less from Coemara poela; thus we sent to request of His Highness that we might be dispatched. Thereupon Coemara poela came to us again and made known to us that the King was so afflicted with the fever that The 28th of February. In the city of Cochim. he could not speak with anyone, much less come into the open air; we had to exercise patience until His Highness had recovered, which did not happen until the 22nd of the last passed month, when His Highness appeared around eight o'clock in the morning in a separate palace and we were conducted to His Highness, whereupon the King handed us the letter requested by Your Right Honourable, and at the same time stated that he was too weak to speak with us about the affairs, other than simply that he would gladly have the shortfall on the last delivery of 3000 Candijlen fulfilled with the new crop, and at the same time apply his best efforts to deliver subsequently 3000 Candijlen of pepper every year, indeed even more if the harvest were advantageous and permitted such; yet if, contrary to all expectation, he could not deliver the full amount, that Your Right Honourable in that case might exercise consideration, as such did not happen out of wilfulness; and with respect 109. Anno 1774 Anno 1774 The 28th of February. In the city of Crochim. respect to the other affairs, His Highness said that he had written an ola regarding this to the King of Repolim, to his Sarvadicaracars, and to Ananda mallen, each, in order to grant them satisfaction, handing over those olas to us for delivery, with this addition: that by the vastness of his Kingdom, he could not well know everything that took place, wherefore he remained heartily grateful to Your Right Honourable for the communication made regarding this, regarding it as a token of true friendship that resides between him and Your Right Honourable; and whereas we saw that the King was truly ill and very indisposed, we would not trouble him further, taking our leave courteously; whereupon he once and again requested us to give assurance to Your Right Honourable of his true and upright intention to maintain a close and unfeigned friendship with the Dutch Company. We have reciprocally assured His Highness in like manner of Your Right Honourable's good intentions, after which, having been escorted again to the gate by Coemara poela, we subsequently set out on our journey and arrived here today, wherewith we hope to have complied with Your Right Honourable's command, and have the honour to subscribe ourselves with profound respect, Your Right Honourable, Far-ruling Lord, Your Right Honourable's most humble and very obedient servants. Was signed: Pt. J. van Jongeren and J. Holsenberg. In the margin: Cochim, the 26th of February, Anno 1774. The 1st of March, Tuesday. An ola was brought here, sent by Aijderoos Coettij to the King of Cranganoor, which being translated, was found to be of the following contents: Translation of an ola, by Aijderoos and Cochim.
Dutch transcription
105. Ao 1774 A1779 Cochim en tusshuijsjes Gebout Waar zijn door D' E Comp: nog den Koning eenig nadeel lijden kan, wij gaven daar kennisse van aan zijn ho=t en zijden dat uwelEd: groot agtb: verwondert Was, Waarom zijn ho=t over het opperhoofd van Coilan klagtig Viel, daar ten zelven niets had onder= noomen, dat eenige reproche me¬ „riteerde, den koning zeijde daarop, dat hij anders g'Jnformeert was, en Jndien die Weegen en gebouwen niet strecken, tot eenig nadeel van Weers kanten, dat het opperhoofd maar zijn gang konde gaan, mits Iorge dragende, dat hij op het Jearain van zijn ho=t niets faburteerde Dog van den Nabab heeft zijn w=t niets gevragt, en ook hebben geen van zijn ministers ons daar over onderhouden, anders zouden Wij ons slipt aan UwelEd: groot agtb: ordres gedragen hebben. — Naar de verhandeling van alle dese assaires, zeijde den koning te „gens ons, dat met de komste van Coemara poela, zin ho=t ons nader Den 28. febr: In de Stad 3 de Stad Crochem 16 6 zoude laten wesen om over de mindere leverantie vande peper te spreeken, en dat Jtusse hen Wij naar de kerk Jan Retoraa Konden gaan kusten,, gelijk daar na toe gegaan zijn., Hij Den tweeden dag daar na, quam Coemaaa poela in ons logement, en zijde dat hij Expres voor zijn hot geroepen was, om over de zaken van onze Commisse te spreeken, en dat den Koning hem belast had, om bij ons te komen en met ons Iaar over te besoigneeren, met bij voeging, dat hij niet verdient had zodanig bij zijn Meester gebrandmeatit te werden, gelijk het hem gebeurt was, Nen als of de mindere teve- „rantie van de peper veroorzaakst wac door zijn gedaag, zonder in over= „weging tenemen, dat zulks afhangse Aan het goed en slegt gewas; Wij zijden tegens hem, dat hij verkeerd tepas komt bij uwelEd: groot agtb: met zulke betusen, dat alle die uijt vlugten bij uwelEd: groot agtb: niet helpen kunnen, hij bekende toen, dat het hem leed deed, en dog Den 28. febr: Dosse om Ao1774 107 Ao 1774 Abo. 1779 Den 28. febr: In de Star Crochim om die fouten te verbeeteren en alles weder op den goede plooij te brengen; Wist hij geen raad stij sloegen hem daar op voor, dat sulks te remodieeren Was, Wanneer het manquerende op 3000: Candijlen ten spoedig geleverd wierd, hij zeijde daar op dat sulks Inmodiaad soude geschieden, Jndien er peper bijder hand wal; Wij repliceerden hem daar op, dat wanneer hij zijn # best daar toe aan wende, Wel middel daar toe te vinden zoude wezen, hier meede ging hij weder„ na den koning, om over dat poinct nader tespreeken, en ons beschijt tebrengen. — het duurde wel 2. a 3. Jagen dat Wij geen antwoord van den koning kreegen, veel min van Coemara poela, dus lieten Wij zijn hot versoeken, dat wij mogten af= gedepecheert werden: daar op quam Coemara poela Weder bij ons, en maakte ons bekent, dat den koning soodanige met de koorts besangen was, dat Den 28. febr: In de Stad Cochim hij net een spreeken Veel oud min inde lugt komen konde, wij moesten gedult oessenen tot dat zijn ho=t hersteld raakte, het guint niet geschiede, als op den 22. der Jongst gepasseerde maand; dat zijn ho=t tegens agt uuren smorgens in een afgesondert pallijs quam staan en Wij bij zijn ho=t geleijd Wierden, als Wanneer den Koning ons de briev door UWelEd: groot agtb: heeft „gesogt, mede gegeven en teffens, dat hij zo swrak was, om over de zaken met ons te spreeken, als eenlijk dat hij gaaan het manquerende op de Jongste leverantie van 3000: Candijlen, met het nieuw gewal zoude laten vollen „reren en teffens zijn best aan Wendero„ om vervolgens alle Jaaren 3000: Can= vijlen peper televeren, Ja wel meer als het gewas voordeelig was; en sulks quam te permitteeren, dog bij aldien tegens alle verwagting, hij het rolle gelat niet konde leveren, uwelEd: groot agtb: hem indat geval Consi„ „deratie mogte gebruijken, dat zulks niet door moet wil geschiede enten hij opzigte . 109. Ao 1774 71 Ao 1774 Den 28. febr: In de stad Crochim opzigte van 'de andere zaken zeijde zijn not dat hij dien= „weegen aanden Koning van Repo= lim aan zijn Jak Wadicariataren en Ananda mallen ider een ola geschreeven had, om haar beslagte= „doen erlangen, gevende ons die olassen in bestelling over, met dese bijvoeging, dat door de uytgestrektheijd van zijn Rijk, hij alles niet wel weeten konde, wat en passeerde, dierhal= „ven hij uwelEd: groot agtb: har te „lijk dankbaar bleef voor de gedane Communicatie dien aangaande, merken „de deselve aan, als een teken van Waare Vriendschap, die tusschen hem in uwel Ed: groot agtb: resideert, en dewijl Wij zagen, dat den Koning Wesendlijk zich, en zeer ginCom= Was Wilden wy hem „modeert met verder lastig vallen, neemende dus beleefdelijk ons afschijt; als Wanneer hij eens, en andermaal ons versogte, versekering aan uwel Ed: groot agtb: tegeven van zijne Waare en opregte Jntentie, om met de hollandse Comp: een nautie Den 1. Maart dengsdag Wierd alhier Aan „gebragt win ola door Aijderoos Ooettij aan den Koning van Cranganoor Gesonden, de welk overgeset zijnde, bevond, men van den volgende Jnhoud te zijn Translaat ota, door. COchim en ongesijnsde Ariend Schaf te Con „serweeren, Wij hebben Jndien voegen retiproque aan zijn hot Jan Wee „gens UwelEd: groot agtb: welmeenent „heijd Aanzekent, Waar na Wij door oemaaa poela tot aan die poort weder uijtgelijt gedaan zijnde, gin¬ „gen, Wij vervolgens op rijze en quamen heden alhier te aaasHeeren, Waarmeede wij verhoopen voldaan te hebben, aan uwel Ed: groot agtb: bevel en hebben d' Eere ons met diepschul„ „dig Eerbied te onserschrijven uwelEd: groot agtb: Weijdgebiedende heer uwelEd: groot onderdanigen, en zeergehoor= „zamen Dienaren /was get Pt J=m van Jongeren, en I=n Holsenberg /in margine/ Cothim Den 28. febr: In de Stad den 26: febr: Ao 1774. —. Nijdoroos en
English
111. The 1. March In the City Cochim Ao 1774 Ao 1774 8 Hydaroos Cutty written to The King of Ranga 1005; received the 1. March Anno 1774. — In order to live in good friendship with the Nabob Hyder Ali Khan, I have previously proposed the means to Your Highness, but Your Highness has sent me no answer thereto, and I have meanwhile received an ola from the Nabob with the recommendation to accommodate that matter at once, and upon encountering any unwillingness, that I should give de facto notice thereof to His Excellency; therefore I request Your Highness to look at the example of other lands and Kings, and to prepare yourself to send at least half of the promised cash to His Excellency at Seringapatnam with a trusted person, and in neglect thereof Your Highness will have to experience many inconveniences; and for the prevention of those troubles, I write Translation of an ola, written by the King of Travancore to the Right Honorable Lord Adriaan Moens, Extraordinary Councilor of Dutch India, as well as Governor and Director of the coast of Malabar, Canara, and The 1. March In the City Cochim this once again to Your Highness, because I have too much respect for Your Highness and his realm; I await the answer of Your Highness, in order to write to Seringapatnam on that account; please be cautious and place no faith in evil people 9 who seek the ruin of Your Highness's land. not signed /below stood:/ For the translation Cochim date as above /: was signed:/ J:n V:n Jonge ren sworn translators. Tuesday His Right Honorable received a letter from the King of Travancore, containing congratulations on His Right Honorable's elevation to Governor and Director of this coast, as appears below. this Vengurla 113 Ao 1774. Ao. 1774 24. The 3 March In the City Cochim From Your Right Honorable's letter, we have seen with great pleasure that with the arrival of the Batavia ship, Your Right Honorable had received news that Your Right Honorable would still continue in authority over this coast, as governor and director; we are very glad and rejoiced over this appointment, and hope that through the efforts to be made by Your Right Honorable, the friendship between the Honorable Company and the Travancore Realm will increase and grow more and more, written by Balia Melesetta Canaka Ananja Peroemaal, and signed by His Highness /below stood:/ For the translation Cochim date as above /was signed:/ S:m V:n Jongeren sworn translators Thursday was brought here an ola from the King of Cranganore addressed to His Right Honorable regarding a certain dispute between His Highness and the house of Cottocatto, to be read below. We have placed the menon Cotte Catto and his family in the administration of our lands situated to the north and the Canean colom, but they have made such abuse of our goodness, that it was intolerable to us, for they have not only neglected our lands, but also sold and alienated a part thereof, as well as taken such extravagant steps, that we were compelled to formulate our action against them Translation of an ola written by the King of Cranganore to the Right Honorable Lord Adriaan Moens Extraordinary Councilor of Dutch India as well as Governor and Director of the coast of Malabar, Canara, and Vengurla received the 24. March The 24: March In the City Cochim Vengurla received the 8. March 1774. 1774. —. 115. Ao 1774 The 24. March Ao 1774 The 29. March In the City Cochim to formulate, yet they cared little about that, and persisted in their stubbornness; wherefore we take the liberty to request Your Right Honorable to give orders that we may be placed in possession of our lands. These Cottecattos were in ancient times divided into four branches, and all those four branches have transgressed in the alienation of our lands, and in one of those four, namely Nambaattil, there was a person named Coenjen who was attacked and injured by a party of vagabonds, with destruction of his dwelling and goods, regarding which the injured person having made his complaint to Your Right Honorable, it had pleased Your Right Honorable to have that matter investigated, wherewith it progressed so far that the parties were ordered to clear themselves by taking an oath, to which end the Brahmins having been summoned to take the 30: Wednesday His Right Honorable receives an ola from the King of Cranganore, making known that His Right Honorable had sent orders to Cranganore to investigate the matter between His Highness and Cottocatto, as appears below. Ola, by the Right Honorable Lord Adriaan Moens Extraordinary Councilor of Dutch India, as well as Governor and Director In the City Cochim oath by dipping the fingers in hot oil, they have employed evasions and excuses in order to remain free from the oath, wherefore they have been arrested in the city; these people ought to be punished according to their deserts and as an example to others. signed by His Highness /below stood:/ for the translation Cochim date as above, /was signed:/ J. V. Jongeren sworn translator
Dutch transcription
111. Den 1. Maart In de Stadt Cochim Ao 1174 Ao 1779 8 Nijdoroos Coettij gesz: aan Den Koning van Ranga „ 1005; ontf: den 1. Maart Anno 1774. — om met den Nabab Nijder Ali han in goede Vriendschap te leeven, heb ik bevoorens de middelen, aan uho=t Voorgesz:, maar uto=t heeft mij daar op geen antwoord, toe „gesonden, en ik heb Jntussen een ola van den Nabab ontfangen met recommandatie, die zaak ten eersten te ae commodeeren, en bij ontmoeting van Eenige onwilligheijd, dat ik daar van de facto kennisse aan zijn Excellen „tie soude geven, daarom verzoeke uho=t, het voorbeeld van andere landen en Koningen tezien, en zig te disponneeren, ten minsten de helfte van de beloofde Contanten aan zijn Excellentie naar serin= „gapatnam met een vertrouwde per= „soon, tesenden, en bij nalatigheijd van dien sal uho=t veele ongemak= „ken moeten beleeten, en tot Hermij= ding van die onlusten, schrijve ik, Translaat ola, door den koning van Jrevancoor gesz: aan den WelEd: groot agtb: Heer Adriaan Moens, Raad Extra ordinair van Nederl: Jndia, mitsgad:s gou Verneur en Directeur den huste mallab, Canara en Den 1. Maart In de Stad Crochim dese Wederom aan Licho=t om dat ik te veel agting voor uho=t en desselfs rijk hebbe; Jk verwagt het antwoord van iho=t, om dier Weegen na Seringapatnam te schrijven; utw=s gelieve voorsigtig te wesen en geen geloof teslaan aan quaade menschen 9 die den ondergang van scho=ts land zoeken. niet getekend /onderstond:/ Voor de tranclatie Cochim dato als boven /: was get:/ J=n V=n Jonge ren gesw: translateurs. =o Dingsdag ontfing zijn WelEd: groot agtb: een brief van den koning van Crezancoor, behelsende felicitatie met zijn WelEd: groot agtb: Verhesseng tot Gouverneur en Directeur deser huste, als hier onder blijkt. dese Winguala 113 Ao 1774. Ao. 1774 _o 24._ Den 3 Maart In de Stad Crochim uijt uwel Ed: groot agtb: brief, hebben Wij met veel genoegen gezien dat met de komste van het bataviase schip, uWelEd: groot agtb: tijding erlangt hadde, dat uwelEd: groot agtb: in het gezag over dese kust nog soude blijven Continueeren, als gouverneur, en di= „recteur; wij zijn seer verblijd, en verheugt over dese Vertiessing, en verhoopen, dat door uwelEd: Groot agtb: aante wendene poogingen, de d E Comp: en het vriendschap tussen Jrevancoorse Rijk meer, en meer sal toeneemen en aangroeijen, gesz: bij balia melesetta Canaka ananja peroemaal, en get. bij zijn ho=t /onderstond:/ Voor de translatie Cochim dato als boven /was ge= S=m V=n Jongeren gestr: „tekend:/ translateurs Donderdag is alhier aangebragt een ola van den Koning van Caanganoor gerigt aen zijn Wel Edele groot agtb: over zeeker questi tussen zijn ho=t en het huijs de menon Cotte Catto Wij hebben en zijn familie gesteld inde adminis= „tratie van onse landen gelegen om de noord ende Canean colom, maar zij hebben van onse goedheijd sooda „nig misbruijk gemaakt, dat het voor ons onverdragelijk was, Want zij hebben onse landen niet alleen verwarloost maar ook een gedeelte verkogt en veralieneert, mitsgad:s soodanige buijten spoorige slappen gedaen, dat wij genoodzaakt zijn geweest onse actie tegens deselve Translaat ola door den Koning van Cranganoor gesz: aan den Wel Ed: groot Agtb: heer Adriaan Moens Raad Extra ordinair van Nederl: Jndia mitsgaders gouverneur, en directeur der kuste mallabaar„ Canara, en Winquala ontf: den 24. maart van Cottocatto bieder hier beneden teleesen. Den 24: Maart In de Stad Crochem Winquala ontf: den 8. Maart 1779. van teformeeren l 1774. —. 115. Ao 174 Den 24. Maart Ao 1774 Den 29. Maart In de Stadt Crochim te formeeren dog zij stoorden zig daer Weijnig aan, en bleeven bij hunne hartnekkigheijd persisteeren, over= „zulks nemen wij de vrijheijd uwelEd: groot agtb: te versoeken ordre testellan dat wij in de possessie van onse landen mogen gesteld werden ese Cattecattos sijn in oude tijden Ver= deelt geweest in Vier Stamhuijsen en alle die Nier stamhuijsen heb= „ben zig vergreepen aande vervreem= zing van onse landerijen en in een van die Vier met name nambaat- tif is een persoon geweest genaemt Coenjen die aangedaan en gequetst is geworden, door een partij vagebonden, met destrucatie van zine Wooning en goederen, waar over den ge= „quetste zijne klagte aan uwelEd: groot agtb: gedaan hebbende, het 66 UwelEd: groot agtb: behaagt hadde, die zaak telaten ondersoeken, Waar= „meede zoo verre gevordert is, dat de parthijen g'ordonneert wierd, zig met het presteeren Aan een Eed te zuijveren, ten welken fine de baa= „mineesen Aragadent zijnde, om den „ 30: _=o Woensdag schuijdt zijn Wel Ed: groot Agtb:/ een ola van den Koning van Cranganoor, bekend makende, dat zijn WelEd: groot agtb: ordre naar Caan= „ganoor gesonden had, om de zaak tus „sen zijn hot en Costacatto te ondersoe= „ken, als hier onder Consteert., OndeNola, door den Wel Ed: groot Agtb: Heer Adriaan Moent Raad Extra ordinair van Selands Jndia, mitsgad:s 6. gouverneuneua, en Directeur In de Stad Cochem Eed door het doopen van de Ningers in heete olij, soo hebben deselve zig met om weegen en Excusen zig be= 6. diend, om van den Eed betrijd te— blijven, Waeromme zij inde stad g'erresteerd zijn geworden, dese men= „schen dienen na merite en tot Exem„ „pel van andere gestraft te worden. get. bij zijn ho=t /onderstond:/ voor d translatie Cochim dato als boven, Pm J /Was get:/ Jongeren gesw: taanslateur bed den
English
157. Cochim The 30th of March in the city Anno 1774 The 5th of April in the city of Cochim Anno 1774 On the coast of Mallabaar, Canara, and Winquala, to the King of Cranganoor, written the 30th of March 1774. I have received Your Highness's ola concerning the dispute between Your Highness and the house of Cotta Catto, and since I am inclined to do Your Highness justice in this matter, it will be best that honest men be chosen from both sides, as well on behalf of Your Highness as on behalf of the house of Cotta Catto, and sent to the fortress of Cranganoor, as the Resident, together with another person from here, have been commissioned on behalf of the Honourable Company to report to me after examining the matter, upon which I shall be better able to judge the dispute and administer justice in that regard; may God preserve Your Highness. Below was written: thus translated by me into Malabar. Cochim, date as above. Was signed: S. V. de Jongere, sworn translator. With the arrest of the Nakhoda Malimij Ibrahim, we have had the honour to receive Your Highness's letter, from which nakhoda Your Highness will be able to learn that we have not failed to provide him with the necessary assistance; may God preserve Your Highness for many years. Draft of an Arabic letter, by the Right Honourable Lord Adriaan Moens, Councillor Extraordinary of the Dutch Indies, as well as Governor and Director of the coast of Mallabaar, Canara, and Winguula, to the Sultan of the Maldive Islands, Mahamet Hassen, written the 5th of April Anno 1774. Tuesday, the Right Honourable Lord wrote a letter to the Sultan of the Maldive Islands, Mahamet Hassen, as appears below: The 5th of April with 119 Anno 1774 Anno 1774 The 5th of April in the city of Cochim with health. Below was written: thus translated by me into Malabar. Cochim, date as above. Was signed: M. van Jongeren, sworn translator. After this, the Right Honourable Lord received an ola from the King of Sammorijn, containing a request to be allowed to obtain free passage for himself and his family through Cranganoor to the land of Trevancoor, as can be read below: Translation of an ola, written by the King of Sammoryn to the Right Honourable Lord Adriaan Moens, Councillor Extraordinary of the Dutch Indies, as well as Governor and Director of the coast of Mallabaar, Canara, and Winquula, received the 5th of April Anno 1774. We have written to the Right Honourable Lord last that Sriniwasa Raijer was about to come down with the army along the road to Manjappara, and that we intended, in the meantime, to retreat towards the south side; the army arrived at Calicoet and completely destroyed the entire country, and subsequently built fortresses everywhere in various places, stationing their troops to extort money from the inhabitants; on the 1st of the month of Minam, or the 11th of March, Sriniwasa Raijer marched with the army to northern Cottatta; we find great difficulty in remaining here any longer, therefore we intend to take up our residence with the entire family in the land of Trevancoor; we request the Right Honourable Lord to give orders that when we arrive at Cranganoor we may obtain free passage until we shall have arrived in the Trevancore country; the remaining matters our emissaries Itti Chatto and Panga will make known to the Right Honourable Lord verbally, with the request to send them back as soon as possible with a good answer; 121. Anno 1774 The 7th of April in the city Anno 1774 Cochim answer to this. Regarding the maintenance of the good friendship between our kingdom and the Honourable Company, no failure shall be found on our part. Signed by His Highness. Below was written: for the translation, Cochim, date as above. Was signed: S. V. de Jongere, sworn translator. 7. Thursday. The Right Honourable Lord received an ola from the King of Cranganoor, making known that he had received a letter from the Commander-in-Chief of the Nabob Hyder Alichan, named Chandra Raijer, and an ola from Hijdroos Coettij, advancing a demand for 100,000 Rupees and an elephant, further detailed below. Translation of an ola, written by the King of Cranganoor to the Right Honourable Lord Adriaan Moens, Councillor Extraordinary of the Dutch Indies, as well as Governor and Director of the coast of Mallabaar, Canara, and Wingurla, received the 7th of April Anno 1774. Upon the descent of the army of the Nabob Hyder Ali Chan upon Calicoet, we received one or two olas from the Moor Hijdroos Coettij of Chawakattij, containing the demand that we should provide some money and an elephant to the Nabob, just as we made this known to the Resident of Cranganoor to give notice thereof to the Right Honourable Lord, which he had not failed to do; on the 29th of March there arrived here two Pattarese, 4 sepoys, and 4 Moors, carrying with them a letter from Chandra Raijer and an ola from Hijderoos Coettij, advancing a demand for 100,000 Rupees and an elephant, and declaring the arrest of our person; just as we
Dutch transcription
157. Cochim Dan 30. Maart In de Stad Ao 1774 Den 5. April In de Stad Cochim Ao 1774 Ter kuste Mallabaar, Cana= „ra en Winquala, aan den Koning van Oranganoor gesz: den 30: Maart 1774., Jk heb uto=ts ola ontvangen over de questie tussen ucho=t en het huijs van Cotta Catto en de wijl ik, genegen ben om uho=t daar omtrent regt te doen zoo zal het best zijn, dat soo wel van wegens uWho=t als van wegens het huijs van Cotta Catto We= „sea zijds goede mannen gekoosen en nade fortresse Cranganoor ge= zonden worden, alsoo den Resi= dent met nog een ander persoon van hier van Wegens d' E Comp:e gecommitteerd zijn, om na onder= soek van zaken mij Rapport te doen, als Wanneer ik over de questi beter zal konnen oordeelen, en daar omtrent regt doen; God bew: utwo t /onderstond/ sodanig door mij in het mallabaars overgeset. Cochim„ dato als boven /was getekend:/ .m S=n V=n Jongeren geswr: translateurs A van den Na Met het arrestement hoda Malimij Ibrahim, hebben de Eene gehad te ontvangen uho=ts brief, van welke nachoda utw=t sal konnen vernemen dat hij niet gemanqueert hebben om hem de noodige assistentie te bewijsen, god bestr: utw=t lange Jaaren Concept Arabise briev, door den Wel Ed: groot agtb: Heer Adriaan Moans, Raad Extra Ordinair van Nederlands: Jndia, mitsga= „sers Gouverneur en Siet „teur der kuste mallabaar„ Canara, en Winguula, Aan den sultan der maldirose E:flanden Maharnet Hassen, gesch: den 5. April AAo 1774. —. Dingsdag schreef sijn Wel Edele groot Agtb: een brief aan den Cultan der wal „divose Eijlanden Mattoret Hassem„ als hier onder Consteert: Den 5. April met 119 Ao 1774 @o 1774 Den 5. April In de Stad Crochim soo met gesondheijd /onderstond/ „danig door mij in het mallabaars overgeset Cochim dato als boven m van /was getekend:/ - Jongeren geswoore translateurs Hier na Ontfing zijn WelEdele den Koning groot agtb: een ola van Sammorijn, Jnhoudende versoek om vrije passagie voor hem en zijne familie temogen erlangen, door het Caanganoor, naer het land van Cre= vancoor, gelijk hier onder teliesen is, Translaat ola, door den Koning van Sammoryn, gesz: Aan den Wel Ed: groot Agtb: Heer Adriaan Moens, Raad Extra Ordinair van Nederlands Jndia, mits= „gaders Gouverneur, en directeur der kuste mal= „labaar, Canara; en Win= „quula, ontvangen den 5. April Ao 1774. —. laast Wij hebben aan UWelEd: groot agtb: geschreeven, dat Priniwasa Raijer „. Den 5. April In de Staa CrOchim over de Weg Aan man met 't legen„ „gaaan stond aftekomen, en dat Wij voornemens Waren, Jntussen, naar dje zuijd kant te retireeren; 't tegen is op Calicoet gekomen, en heeft het gantsche land readestrucert, en vervolgens op verscheijde plaatsen overal fortressen geboukt stellend haar volk om geld vande Jnwoon= „ders afteperssen; den 1. Jan de maand minam, ofte den 11. maart, is Priniwasha Haijer met het leger naar noorder Cossatta opge= „trocken; Wij vinden groote swa= „righeijd, om langen om hier te blijven daarom zijn Wij van sints met de gantsche familie naar het land van Joetancoor ons verblijf te gaan neemen, Wij versoeken uwel Ed: groot agtb: ordre te stellen, dat wanneer Wij op Cranganoor komen een taije passagie mogen Erlangen, tot wij in het Jrerancoonse land sullen geko= „men wezen, de overige zaken zullen e Chatto onse sendelingen At mondgling en Panga uwelEd: Groot agtb: bekent maken, met versoek deselve met een goed met antwoord. 6 - 121. Ao 1774 Den 7. April In de Stad Ao 1774 Cochim CWochem 6. antwoord dit geen ten spoedigsten te senden; omtrent het onderhouden van de goede vriendsz: tussen ons Rijk en d' E Comp:s sal aan ons hant geen manquement Werden gevonden. 6 get: bij zijn ho=t /onderstond:/ voor G de tuanslatie Cochim dato als boven /: Wes getekend/ S=m V=n Jongeren gesw: translateurs, ƒ 7. _=o Donderdag. ontfing zijn WelEd: groot Agtb: een ola van den Koning van Cran- ganoor bekend makende, dat hij een brief van den Veldheer van den Nabab. , Hijder Alichan, met name Chandra Haijer, en een ola van Bijdroos Coetlij ontfangen had, onder„ het formeeren van een Eijsch Aan 100'000: Ropias, en een Eliphant, Den 5. April In de Stad breeder hier beneden. —. Translaa Pola, door den Koning van Cranganoor, gesz: Aan den MV Ed: groot agtb: Heer Adriaan Moens, Raad Extra ordinair van Nederlands Jnsia, mitsgaders aan de afkomst van het leegen van den Nabab Ader Ali chan op Calicoet, ontvangen Bij 1. â 2. heeren olas, van den moor Nijdroos Coettij van Chawakattij; be= „helsende, dat Wij eenig geld, en een Eliphant aan den Nabab zoude be= „sorgen, gelijk Wij sulks aan den re= „sident van Cranganoor bekent ge= „maakt hebben, om daar kennisse van aan Uwel Ed: groot agtb: tegevin„ 't geen hij niet gemanqueert had te „soen; den 29. maart zijn alhier gekomen, twee pattareesen, 4. si „paijs; en 4. mooren, mede brengen „de een brief van Chiander Raijer„ en een ola van Hijderoos Coettij, onder het formeeren van een Eijsch van 100000. Ropias en een Eliphant, en het aanzeggen van het arrest op ons persoon; gelijk wij zulks gouverneur en Directeur Ter kuste mallabaar, Canara en Wingierla, ontf: den 7. April Ao 1774. —. gouverneur aan ƒ ƒ
English
123. Ao 1774 Cochim Ao. 1774 The 7. April In the City Cochim made known to the Resident, but have received no satisfactory answer thereto. In times past the Honorable Company has always protected us, and when the army of the Nabab formerly came to Calicoet in the Year 1766, Coenjen oessa of Chattaattij wrote an ola to us and made a demand for some cash and an elephant. We gave notice thereof to the then Honorable Lord Commander, who wrote a letter about it and dismissed that claim. We request that Your Right Honorable Worship please have the goodness to take such measures that this formulated claim may be suspended and ceased; and after the 12th instant, we shall come in person to the city to speak with Your Right Honorable Worship, on such day as Your Right Honorable Worship shall be pleased to appoint. Signed by his [illegible] Underneath stood: For the translation, date as above. Was signed: S. P. van Jongeren, sworn translator. Monday, about 10 o'clock in the morning, the ordinary Regidores of the King of Cochim, by name Nabana Menon and Coenja Menon, arrived within this city; and after they had paid compliments on behalf of their master and the Paliat, they said to His Right Honorable Worship that concerning the measures His Highness had taken with respect to the Nabab Aijder Alichan, His Right Honorable Worship had heard, and for the most part would indeed approve of that arrangement, and if His Highness had made any bad steps regarding it, that His Right Honorable Worship might advise him thereon and lead him on the right path. His Right Honorable Worship, having heard all this, replied that they could pay a counter-compliment upon their return to their master on behalf of His Right Honorable Worship, and tell His Highness that His Right Honorable Worship hoped that everything The 11. April In the City The 11. April 125 Ao 1774 Ao. 1774 The 11. April In the City Cochim which His Highness had done might have good effects; but as for the bad steps, His Right Honorable Worship must testify that among the Dutch there was a proverb that when one first reflects well before beginning a matter, one will never have reason to repent of bad steps. Herewith they went outside again. Presently a Tamil letter has been translated here, written by the general of the Nabab Ayder Alichan, by name Sandra Raijer, to the King of Cranganoor, of the following content: Translation of a Tamil letter written by the General of the Nabab Aijder Alichan, named Sandra Raijer, to the King of Cranganoor, received here on the 11. April 1774. After the usual compliments. I am, thank God, in reasonably good health, and long to know whether Your Highness is also doing well. All that Your Highness has let me know through Nijderoos Coettij, I have understood well. It is four months ago that the Nabab took possession of the lands of Calicoet, but Your Highness has not been here in all that time and has not had his country's affairs attended to, the reason for which I may not know. The last time when the Nabab came here, Your Highness undertook to give one lakh of rupees and an elephant, so that the friendship from both sides may be lasting, and Your Highness may govern and rule his small kingdom in peace and quiet, which I heartily wish. And when Your Highness comes here and speaks with me, I will arrange all affairs as desired; the rest Renga will make known to Your Highness orally, and if there is anything here to Your Highness's service, please let me know. Underneath stood: 127 Ao 1774 Cochim In the City For the translation, date as above. Was signed: P. van Jongeren, sworn translator. The 11. April 14. ditto. Friday, a draft ola was brought here, written to the General of the Nabab Aijder Alichan, by name Sandra Raijer, by the King of Cranganoor, as appears here below: Draft ola written to the General of the Nabab Aijder Alichan, by name Sandra Raijer, by the King of Cranganoor, and received here the 14. April 1774. Your Honor's letter and that of Nijderoos Coettij were brought here by two Pattamares, 7 Sipais, and 7 Moors, containing that I should send to Your Honor one lakh of Rupees and 1 elephant, to which end they have kept me under arrest and inflicted many vexations on me. I have no money nor elephant to send to Your Honor. This is a place of the idol Sricoeroemba, standing under the protection of the Honorable Company, and extends not far, only 2 to 3 miles of land, and I rule the land according to the oracle of that idol. I can barely cover my expenses from it; I must suffer great want and am not in a condition to provide the sustenance of the 10 persons whom Your Honor has sent. Your Honor will well find out upon inquiry the state of my misery. I have few lands outside the kingdom; from them, at the approach of the army, so much dues were properly paid, and now dues are again demanded thereof, which I cannot fail to furnish. In former times, when Moeradari Chak sent people here, I wrote and made known my situation, and thereupon the people were immediately recalled. It cannot be unknown to Your Honor how matters stand here, therefore I request Your Honor to recall the people who have been sent here, The 14. April
Dutch transcription
123. Ao 1774 Crochir Ao. 1774 Den 7. April In de Staa Crochim aan den Resident bekent gemaakt dog daar op geen voldoenend ant woord bekomen hebben: Jnhoude tijden heeft D' E Comp: ons altijd geprotegeert, en toen het leger van den Nabab bevoo= „kens in het Jaar 1766. op Calicoet quam, schreef Coenjen oessa van Chatta attij een ola aan ons, en deed een Eijsch van eenige Contanten, en een Eliphant, Wij gaven daar kennisse van aanden toenmaligen Edele heer Commandeur die daar over een brief schreef, en die pretentie te niet deed; Wij versoeken, dat uwelEd: groot Agtb: de goedheijd gelieve te hebben, sodanige maat regels tenemen, dat dese geformeerde pretentie mag werden opgehouden en gecesseert; en naar den 12. Courant, sullen wij persoone= „lijk in de stad komen, om met uwel Ed: groot agtb: tespreeken, op soodanigen dag, als uwelEd: groot agtb: sal gelieven te bepalen. get:/ bij zijn /onderstond:/ voor de trans No= tatie Cot hun dato als boven /Mas m V=n Jongeren gesw: getekend/ S=n translateur, Maandag, omtrent 10. uuren smor= 6 „gens quamen binnen dese steede de ordinaire Ragiadoors van den Ko= „ning van Cochim, met name Na= „bana Lenon, en Coenja menon; en naar dat zij het Compliment van Wegens hunne meester, en den pal- „jetten gemaakt hadde, seijden zij aan zijn WelEd: groot agtb:, dat de G. maat regulen, die zijn sw=t genomen, hadde, ten opzigte van den nabab Aij- „der Alichan, zijn WelEd: groot agtb: sal gehoort, en Vierhalven die schikking Wel soude Willen goed keuren, en soo zijn ho=t Iaar omtrent eenige quaa= 6 „de stappen mogte gedaan hebben; dat zijn WelEd: groot agtb: hem daer over mogte aobrigeeren, en op den regten Weg leijden; zijn WelEd: groot Agtb: dit alles aangehoort hebbende diende daar op, dat zijn een Contra Compliment met hun terug komst bij hun meester, wegens zijn Wel Ed: groot agtb: konde doen, en aan zijn ho=t zeggen, dat zijn Wel Edele groot Agtb:s verhoopte, dat alles Den 11. April In de Stad Den 11. April Wat. 125 Ao 1774 Ao. 1774 Den 11. April In de Stad Jochem gedaan had Nem Maat zijn hot goede Effecten mogten zijn; dog Wat de quaade stappen aangat, zijn WelEd: groot agtb: betuijgen moet dat onder de hollandeas een spreek= Woord was, dat Wanneer men eerst wel versent een men een zaak be= „gint, men nooijt reeden zal hebben over quaade stappen te berouwen; hier, mede gingen zij wader na buijten Predsen is alhier overgeset een Jamoelse brief, door den veldheer van „den Nabab Ayder Michan in name Sandra Maijer gesz: aan den Koning van Orangambor, Aan de volgende Jnhoud. —. Translaat Samoetse Brief, door den Veldheer Van den Nabab Aijder Michan, gen=t Sandra Roijer, gesz: aan den Koning van Oranganoor alhier ontf: den 11. April 7 No171. Naar de Gewoonelijke Complimenten Jk ben god zij dank redelijk gecons„ Den 11. April In de Staa, Crochim en verlange temogen weeten of uto=t ook Welvaarende is; alle het geene uho=t door Nijderoos Coettij mij heeft laaten weeten, heb ik Bel begreepen, het is vier maanden ge„ leeden, dat den nabab possessie ge= 6 „nomen heeft, Aan de landen van maar uhot is in al Calicoet die tijd hier niet geweeft en heeft over zijne landsch zaeken niet laten onderhouden, waar van de reede ik niet Weeten mag; de laatste maal toen den nabab hier quam heeft uho=t aangenomen een lak kopije en een Eliphant te op dat de vriendschap van geven, Weers kanten bestendig zijn, en uho=t met rust en vreede des „selfs kleen rijk begeeren, en be „stieren mag, het geen ik van harten toeWenscch, en Wanneer who=t hier komt, en met mij spreekt, zal ik alle Te zaken na Wensch beschik= „ken, het overige zal Renga uto=t mondeling bekent maken 6 hier iets van ucho=ts dienst zijnde gelieve mij telaten weeten /onderstond:/ en voor - ƒ - - 127 Ao 1779 Cochim In de Haal Tot hun Jato als Voor de taanslatie boven, /:Was getekend:/ P=m Vn Jongeren ges:w: translateur., Den 11. April 14. _=o Vrijdag wierd hier aangebragt een Concept ola, aan den Held heer Vanden Nabab Nijder Mlichan, in nament Sandra Raijer, door den Koning van Aanganoor gesz:, als hier onder Con= „steert Concept ola gesz: aansem Heldheer Aan den Nabab Ader Alichan, in name Sandm Raijer, door den Koning van Oranganoon en alhier ontf: den 14. April 7 VWEd: brief en die van Nijderoos Coettij hebben twee pattareesen, 7. Sippaijs /66 en 7. mooren hier gebragt, Jnhoudende, dat ik een lak Ropias en 1. Eliphant aan UEd: zoude toeschikken, ten Welken fine zij mij in arrest ge= houden en Veele sementen toegebragt hebben. Jk heb geen geld, nog Eliphant om aan uwEd: toetesenden, dit is een Cochem In de Mu Agod Sricoeroemba„ plaats van Arije staende onder de protextie van de 67 8 zig met Verre„ E Comp:, en strektiens 6 al3 2. à 3. wijlen land, en ik gebied het land naar het orakel van dien afgod; mijn onkosten han ik ter nauwer nood daar uijt halen, ik moet groot gebrek lijden en ben niet de guastus van de 10. per= in stadt 6 „soonen die uwEd: gesonden heeft tege= „ven, uwEd: zal bij ondersoek wel te weeten krijgen, de gesteldheijd van mijne miserie in heb Wijnige lan- „derijen buijten het rijk Iaar van zijn behoorens met de aannadering van 9 het legen zoo veel geregtigheijd betaald, en nu word en alsweder daar ge¬ „regtigheijd Aan afgefordert het geen ik niet manqueeren kan optebrengen; in voorige tijd toen Moeradani Chak hier Volk sond, heb ik mijne gesteld- „heijd geschreeven en bekent gemaakt, en daar op is het, volk ten eersten terug geroepen; UWEd: tan niet onbe- „kent zijn hoedanig het hier gesteld is, daarom versoeke uwEd: het volk dat hier gesonden is; te laaten roepen, Den 14. April Hage en . „ A. WVG. C
English
129 Anno 1774 The 19th of April In the City of Cochim and that no inconveniences are caused to me, the bearer of this will tell Your Right Honourable orally in what sorrowful circumstances I find myself. Furthermore, His Right Honourable wrote an ola to the King of Cranganoor, making known that the Resident Lucas would further confer with His Highness, on account of which the personal meeting was for the time being still postponed, see the draft here below. Draft of an ola written by the Right Honourable Adrian Moens, Extraordinary Councillor of the Dutch Indies, as well as Governor and Director of the Coast of Mallabaar, Canara, and Vingurla, to the King of Cranganoor, written the 19th of April 1774. The ola has been delivered to me wherein Your Highness gives me notice regarding a letter written by the army commander of the Nabab Hyder Alichan to Your Highness; the Resident Lucas has already conferred with Your Highness regarding this, and will now confer further with Your Highness regarding it, and at the same time explain why a personal meeting remains for the time being still postponed. May God protect Your Highness. Underneath was written: thus translated by me into Malabar, Cochim, date as above. Signed: J. H. Jongeren, Sworn Translator. Translation of an ola written by the Palietter to the Right Honourable Adrian Moens, Extraordinary Councillor of the Dutch Indies, as well as Governor. Shortly thereafter His Right Honourable received an ola from the Palietter concerning the arrival of the Nabab at Cottatto, and that he was very occupied with an embassy thither, to be read more fully here below. The 14th of April In the City of Cochim 131 The 14th of April In the City of Cochim Anno 1774 Governor and Director of the Coast of Mallabaar, Canara, and Vingurla, received the 19th of April Anno 1774. David Rahbiy has written me a letter and made known that Your Right Honourable had a matter to discuss with me, and that I should therefore immediately come to the city. I hear that the Nabab has arrived at Cottatta, and I have received written instructions that I should have to send a Carriader from here to the Nabab with a part of the promised cash, and an elephant; I am at present very occupied with that embassy, and cannot well absent myself from here. The Nabab has arrived in person with a great force at Cottatta, and every day I receive written instructions 2 to 3 times regarding these and other matters, and answers need to be provided thereto at once; therefore I cannot break away from here. The 22nd, being Friday, there was brought here from Cranganoor an ola from the King of Cranganoor, addressed to the Resident there and the tree-counter Stoltenberg, requesting to be allowed to have the lands whereof an investigation was made, as appears here below. The news that I have received from Calicoet I presently send to David for the perusal of Your Right Honourable; my affairs are great, as Your Right Honourable can understand, but if Your Right Honourable has anything particular to say to me, please say it to David, and send him here for a short trip, with whom I shall speak about it and give the required answer. I regret that I cannot go from here on account of my affairs, and request that Your Right Honourable please send David here. Signed by the Palietter. Underneath was written: for the translation, Cochim, date as above. Signed: J. H. Jongeren, Sworn Translator. 133 Anno 1774 The 27th of April In the City of Cochim The 22nd of April In the City of Cochim investigation has been made, as appears here below: Translation of an ola written by the King of Cranganoor to the Resident of Cranganoor and the tree-counter Stoltenberg, received the 22nd of April Anno 1774. After the investigation of the matter concerning the lands in question, the same have not been handed over to us to lease out to others; for now is the time that the lands must be leased out. Therefore we request Your Honours to give notice thereof to Your Right Honourable Lord Governor, and to request orders to give those lands to us, to the end that we may lease them out. Signed by the King of Cranganoor. Underneath was written: for the translation, Cochim, date as above. Signed: J. H. Jongeren, Sworn Translator. Translation of an ola written by the Palietter to the King of Cranganoor, received here the 27th of April Anno 1774. Wednesday there was brought here an ola written by the Palietter to the King of Cranganoor, which being translated was found to be of the following contents: My master, the King of Cochim, has received a letter from the Nabab Hyder Alichan, containing that the King and princes, as well as queen and princesses of the Zamorin are on the march toward the southern lands, and should those rulers obtain passage through our lands, it would fall very troublesome upon us, and that we should station people and guards everywhere in our lands to prevent this. I hear from all sides that those rulers intend to undertake the journey hither; therefore Anno 1774 The 27th of April
Dutch transcription
129 Ao 1779 @o 1774 Den 19. April In de Stad Crochim en mij geen ongemakken werden toe tebrengen, brenger deses, sal UW Ed: mondeling Veahaten in Wat voor droedige omstandigheeden ik mij be= „vinde Wijders schreef zijn Wel Ed: groot agtb: een ola aan den Koning van Cranganoor, bekent makende, dat nader den Resident Lucas, zyn ho=t zoude onderhouden, Waerom de per= „soneele ontmoeting voor eerst nog uijtgesteld bleef, Vide het Concept hier beneden. — Gonce Nola door den WelEd: vool Agtbare Heer Adriaan Moens: Raad Extra ordinair van Nederl:s Jndia, mitsgad:s gouverneur en directeurs. der kuste mallabaar Ca= „nara en Winquala aan den Koning van Oranganoor gesz: den 19. April 1774. Mij is besteld de ola Waar bij uho=t mij kennisse geeft „ wegens een brief Translaat oa door den Zatjetter gesz: aan den WelEd: groot Agtb: Heer Adriaan Moens, Raad Extaa ordinair van Nederlands Jndia, mitsgad:s kout daga op ontfing zijn VelEd: groot Agtb: een osa van den Paljetter betrelfende het arrivement van den Nabab op Cottatto, en dat hij seer veel g'occupeert was, met een besending naar der waarts, breeder hier onder teleesen. —. Cochim Den 14. April In de Stad door het legen hoofd van den nabab Nijder, Alichan aan uww=t gesz; de Resident Lucas heeft uho=t reeds desen aangaande onderhouden 6 en zal uho=t nu nog nadea der We= „gens onderhouden, en teffens te kennen geven waarom personeele ontmoeting voor eerst nog uijtgesteld, blijft, god bes: uho=t /:onderstond:/ soodanig door mij in het mallabaars overge= „set Cochim dato, als boven /was getekend:/ I=m H=s Jongeren gesw: translatenr. Voor gouverneur „ 6 -. —. . - : C. 131 Den 14. April In de Staad Caschorn Ao 1774 gouverneur, en Directeurs der kuste mallabaar, Kama= ontf „ra, en Wingirala, Jap den 19. April A 1179. David Habbij heeft mij een brief gesz:, en bekent gemaakt, dat uwelEd: groot Agtb: een zaak met mij te spreeken had, en dat ik daarom ten eersten inde stad zoude komen, ik hoore dat den nabab op Cottatta is g'arrivveert en ik heb aanschrij- „vens ontvangen dat ik een Magia= „deror van hier na de nabab soude moeten senden met een gedeelte van de beloofde Contanten, en een Eli= „phant; ik ben tegenwoordig seer ge= „decupeerd met die besending, en kan niet wel van hier vaçeeren; den Nabab if in perzoon met een groote magt op Cottatta gekomen, en ik krijg alle dagen 2. â 3. malen aanschrijvens over desen en geene zaken, en dienen te antwoorden Jaar op ten eersten te besorgen, daar= om kan ik van hier niet afbreeken, 22: _=o Vri44g is alhier van Cranganoor aangebragt een ola van Den Koning van Oranganoor, gerigt aan den Re= „sident aldaar, en den boomtellen Stolsenberg. , Versoekende, om de landerijen temogen hebben, Waar van Crochim Den 14. April In de Stad Van Casicoet de nou Welles die ik gekreegen heb, sende ik thans aan davig tot speculatie van uwEd: groot Agtb:; mijne besigheeden zijn groot gelijk, uwEd: groot agtb: selfs begrijpen kan, dog soo uwEd: groot agtb: mij iets bijsonders te zeggen heeft, gelieve zulks aan David te zeggen, en den selven dit heen, voor een springtogt, tesenden, met wien ik daar over spreeken en het verEijscht antw: geven zal, het spijt mij dat ik van hier niet gaan kan om de Wille 6 van mijne besigheeden, en versoeke dat uwEd: groot agtb:, Daid dit heen gelieve te senden; getekend bij 6 den paljetter. /:onderstond:/ voor de tuanclatie Cochim dato als boven Vn Jongeren Cm J:Was et:S ƒ gesw: ta dustateur.. ondersoek Ao 1774 de . 133 Ao 1774 Den 27. April In de Stant Cochim Den 22. April In de Stad Caolhim ondersoek gedaen is, als hier onder blijkt Translaat ola door den Koning van Oranganoor gesz: aan den Resident van Granganoor, en den boomteller Hollenberg gesz: ontvangen den 22. Naar het ondersoek vande zaak G 5: over de landerijen in questij zijn, de= „selve aan ons niet overgegeven om aan andere in pagt tegeven; want ƒ ƒ6 nu is de tijd dat de landerijen moeten verpagt worden, derhalven versoeken uEd:s daer kennisse van„ aan, uwEd: groot agtb: heer Gouver= neur tegeven, en ordre te versoe= „ken om die landerijen aan ons tegeven, ten eijnde wij deselve 6 in pagt mogen uitgeven getekend bij den Koning van Changanoor /:onderstond:/ voor de translatie Cochim dato als boven /:was get: =m V=n Jongeren gesw: Translateurs, Mijn meester den koning van Cochim, heeft een brief van den nabab Hijder Alichan ontvangen, Jnhoudende, dat de Koning en princen, mitsgaders ko= „ninginne en princessen. Aan Cammorijn op de togt zijn waar de Zuijdse landen, en Wanneer die vorsten passagie door onse landen mogten verkrijgen, het voor ons heel beswaarlijke zoude vallen, en dat Wij tot dies verhindering in onse lande over al volk, en wagten zoude stellen; ik hoore van alle kanten, dat die vorsten de reijse dit heen van Voornemens zijn te ondernemen, Transslagt ola door den Zaljeder, gesz: aan den koning Van Orangangor alhier ontf: den 27. April. Woensdag is alhier Aangebragt een ola voor den Zaljetter aan den Ko- „ning van Orapganoor gesz, de welke overgeset zijnde, bezond men te zijn, van de volgende Jnhoud als. Ao 1774 Den 27 april daarom - ƒ —. April A 1779 - Ao 779.
English
135 In the year 1774 The 28th of April In the City of Cochim In the year 1774 The 27th of April In the City of Cochim therefore I have placed guards everywhere to prevent such, your honour may also please to issue such orders that they obtain no passage through Cranganoor nor the sandy land, for otherwise one will have to suffer great inconveniences, therefore I send this warning to your honour, underneath stood, for the translation Cochim date as above, was signed, S. V. On Thursday there was sent hither from Cranganoor a Portuguese letter from the general of the Nabab Hyder Alichan named Chander Raijer written to the Resident there, containing principally concerning the matter of the King of Cranganoor, as appears here below. Junior sworn translators. Translation of the Portuguese Letter written by Chander Raijer to the Resident of Cranganoor, received the 28th of April in the year 1774. I have received your honour's letter with esteem, and all the more so because your honour is in good health and communicates his friendship. I am obliged to answer your honour regarding the contents of your honour's letter, concerning what your honour proposes to me about the King of Cranganoor; there is no doubt that I had sent some people to that king, in order to pay the tributes to the lord Nabab, just as the King of Cochim and others have paid, since I have no order from the said lord to excuse him from that tribute. In this case, if the said king is protected by the Dutch Company, he must present his reasons to the aforementioned lord Nabab; I cannot cease from my diligence unless one shows me another order contrary to that which I have, since I cannot fail to put into execution 137 In the year 1774 In the year 1774 The 28th of April In the City of Cochim that which the said lord has ordered me; and having now seen that which your honour writes to me, I shall give knowledge thereof to the lord Nabab, and the Dutch Company could do likewise, for I do not intend to break the good friendship that is maintained between the lord Nabab and the Dutch Company. Concerning what your honour says, that the people I had sent were supposed to have crossed armed into the districts of the Dutch Company, I am willing to assume that it was so, but I cannot believe that they would have committed the slightest hostilities against the Dutch Company, and I also cannot understand that there should be any difficulty to pass over there, in consideration of the friendship between the Dutch Company and the lord Nabab, just as your honour comes to write; thus I have the honour to declare to your honour that I remain with true respect, your honour's friend. The 28th of April In the City of Cochem signed Chandra Raijer in the margin Calicoet the 22nd of April 1774, underneath stood, for the translation Cochim date as above, was signed, L. V., Junior sworn translators. May Tuesday morning the Kariakkars of the King of Cochim named Narana Menon and Coenje Menon came again inside this town, and made known to his Right Honourable Worship that having come to their master and having delivered the compliment on behalf of his Right Honourable Worship, the king was very glad thereof, and that they had received an ola today from their master, with charge and order that they should come to his Right Honourable Worship and speak about a vessel that had run aground at Vypeen, in order to know whether his highness had any right to it. His Right Honourable Worship, hearing that, showed himself very displeased thereat, answering that it was another attempt, asking how they could come with such a question to his Right Honourable 139 In the year 1774 The 3rd of May In the City of Cochim Worship, since they well knew that the said vessel had come from Tutucorijn, belonging to the Company's subjects and flying the Company's flag and pass, to which the king had not the slightest right, just as was recently demonstrated to his highness in a similar instance with the vessel of Anthoni de Croes, and that it was not agreeable to his Right Honourable Worship to have to experience repeatedly such secret intrigues from his highness. The Kariakkars, having heard all this, sought to give another meaning to their words, but this being of no avail, they very humbly begged pardon, with the promise to be more cautious in the future, and herewith they departed outside. On Wednesday his Right Honourable Worship dispatched a letter in the Tamil language to the Nabab Hyder Alichan, as appears here below. Draft Tamil letter written by the Right Honourable Lord Adriaan Moens, Extraordinary Member of the Council of the Dutch Indies, as well as Governor and Director of the Coast of Malabar, Canara and Vengurla to the Nabab Hyder Alij Chan, written the 4th of May 1774. When your Excellency's general recently punished the Zamorin who was already conquered by your Excellency in the year 1766 for his disobedience, and your Excellency subsequently also drove away his remaining enemies, we firmly thought that your Excellency would thereafter have come in person to Callicoet, as in the year 1766, which we would have been glad to see, because we would then also, as at that time, have had your Excellency complimented, and have conversed about some matters, which we must now postpone until the opportunity thereto shall present itself. Nevertheless, we congratulate your Excellency The 4th of May In the City of Cochim In the year 1774 Draft Meanwhile
Dutch transcription
135 Ao 1774 Den 28. April In de Stad Crochim Ao 1774 Den 27. April In de Stad Crochim daerom heb ik over al Wagters ge= „steld om zulks te beletten utw=t gelieve ook soodanige ordres te stellen dat zij door Cranganoor nog het zandigland geen passagie komen tekrijgen, Want anders zal men groote ongemakken moeten on= „dergaen daerom sende ik dese paeadvertentie aan uho=t :/ onder= „stond:/ voor de translatie Cochim dato als boven /was getekend:/ S=m V=m 6 _o Donderdag Wierd van Oranga= „noor dit heen Gesonden een portu= „geese brief van den veldheer van den Nabab Nyder Michan met name Chander Raijer aan den Resident aldaar gesz: Jnhouden „de ten principalen over de zaak Van den Koning van Oranganoor, als hier onder blikt. — Jongeren gesw: translateurs. JranPlaat portugeese Brief door Chander Raijer gesz, aan den Resident van Oranga= 100r, ontf den 28: April Ao 1774. brief, ontvangen Jk heb untd: met Extim, en destemeer, om dat uwEd: zig in een goede gesondheid be= rind, en zijne vriendschap Com= „municeert Jk ben verpligt uwEd: te antwoor= „den den Jnhoud van uwEd: brief be= langende, het geen uwEd: mij voor= slaat, Wegens den koning Aan tranganoor, daar is geen 't Wijssel dat ik eenig volk bij die koning ge= „sonden had, om aan den heer Nabab te betalen de tributen, soo als den ko= „ning van Cochim en andere betaald hebben, alsoo ik geen ordre van gem: heer hebbe, om hem van die tribut te Excuseeren, in dit geval Wanneer gedagte koning vande hollandse Comp:s geprotegeert werd, moet hy aan voorm: heer nabab zijne reedenen presenteeren; ik kan met mijne dilligentie niet ophouden, of men moet mij ande= „ke ordre verthoonen, Contrarie die ik hebbe, alsoo ik niet nala- „ten kan ter uijtvoering tebrengen, 7½ het 28. 137. Ao 1779 Ao 1779 Den 28. April In de Stad C„dchim het geen mij gem: heer g'ordoneert heeft; en thans gesien hebbende het geen uwEd: wij schrijft, zal ik Vaar kennisse Wem aan de heer na „bab geven, en de hollandse Comp:s konde zulks ook doen, Want ik betragte niet tebreeken de goede Vriendsz: die geconserveerd werd, tussen de heer nabab en de hollandse Comp:s, Wat betreft, 't geen uwEd: zegt dat het volk, dat ik gesonden had, met wapens soude overgekomen zijn inde dislaicten van de hollandse Comp:, Wil ik wel vooronderstellen dat soodanig was, maer ik kan zij de minste niet gelooven, dat hostiliteijten aan de hollandse Comp:s soude gepleegt hebben, en ik kan ook niet begrijpen dat en eenige swarigheijd soude zijn, om daer over tegaan; uijt aanmer= „king van de Vriendschap tus= „sen de hollandse Comp: ende heer nabab soo als uwEd: komt te „schrijven; dus heb ik d' Eere uwEd: te betuijgen, dat ik met Ware agting blijve, uwEd: Vriend Meij Dingsdag smorgens quamen de Ragiadoors van den Koning an Cochim met name Narana menon, en Coenje menon Weder binnen dese steede, en maakten zin Wel Ed: groot Agtb: bekent, dat zij bij hun meester komen= „de, het Compliment van wegens zijn Wel Ed:e groot agtb: afgelegt hebbende den koning daar over seer verblijd was, en dat zij heeden een ola van hun meester ontvangen hadde, met last en ordre dat zij bij zijn WelEd: groot agtb: soude komen en spreeken over een vaartuijg, dat op brijp in gestaand was, om te mogen weeten of zijn ho=t daar eenig regt op had, zijn WelEd: groot agtb: dat hoorende, hield zig daar over seer te ontvreeden antwoordende dat weder een tenta „men was, vragende, hoe dat zij met soodanig een vrage bij zijn WelEd: Den 28. April In de Stad Cochem getekend Chandra Raijer in margine Calicoet den 22. april 1774. /onder stond:/ voor de translatie Cochim„ dato als boven /was getekent:/ L=m V=n Jongeren gesw: translateurs., getekend groot. 139 @o 1774 Den 3. Meij In de Stad Crochim groot agtb: honse Bomen daar zij wel wisten dat gem: vaartuijg van tutucorijn was gekomen, ttoebehoo= „rende sComp: onderdanen en voerende sComp: vlaggen, en pasce, Waar op den koning geen het minst regt had gelijk zulks onlangs aan zijn ho=t gedemon= „streert is bij een diergelijk voorbeeld van het waartuijg van Anthoni de Croes en dat het zijn WelEd: groot agtb: niet aangenaam was telijkens te moeten onder vinden sulke heijme= „lijke onderkruijpingen van sijn ho=t de Ragiadoors dit alles aangehoort hebbende, sogten hare woorden, een onder sin tegeven, maar sulks niet konnende helpen, versogten zij seer demoediglijk Excus, met be= „lofte van in den aanstaande voor= „zigtigen te zijn, en hier mede vertrok= „ken zij na buijten. —. 1: _=o Woensdag Vaarsigde zijn WelEd: groot Agtb: af een brief inde tamoelse tale aan den Nabab Ayder Alichan, als hier onder blykt Coneept Samoelse brieff door den Wel Ed: groot agtb: Heer Adriaan Mbens, Haas Extra ordinair van Naderlands Jndia, mits „gaders Gouverneur en direc= „teur der kuste mallabaar„ tanara ing ngegala aan den Nabab haider alij Chan, gesch: den 4. Maij 1774 Joen uwbixcellenties veldoverste en sammorijn C: die anno 1766. reeds door reeds uw Excellentie over wonnen is: Jonlangh Wegens desselfs ongehoorsamheijd gestaaft en uWExcell: vervolgens desselfs over „rige vijanden ook verdreeven heeft, dagten Wij vast, dat uw Excell: daer na in persoon op Callicoet zoude ge= komen zijn; gelijk in het Jaar 1766.; het geen Wij gaerne, gesien hadden, om dat wij dan uw Excell: ook eren, als te dier tijd, souden hebben laten Complimenteeren; en over eenige zaken onderhouden, 't geen Wij nu moeten uijtstellen, tot dat zig daer toe de gelegentheijd zal opdoen, egter feliciteeren Wij uw Excell: Den 4. Meij In de Start Crocham Ao 1774 Concept Jntuessen N
English
141. Ao 1774 Ao 1774 In the City of Cochin Meanwhile by this, with your latest victory over your Excellency's further enemies, in the hope that your Excellency's arms may always be accompanied by continuous victories. Yet because recently something took place here concerning a vassal of the Honorable Company, and we must conclude from the assurances that your Excellency gave in Ao 1766 of your goodwill and well-meaning disposition toward the Dutch that this occurred either outside your Excellency's direct order or through a misunderstanding by your Excellency's servants, we have deemed it necessary to elucidate your Excellency regarding this, the more so as the Resident of Cranganore, who has also written to your Excellency's army commander about this, might not have stated that matter clearly enough. We refer specifically to the King of Cranganore, a petty prince who indeed bears the title of King, but is not sovereign, but rather ever since The 4th of May In the City of Cochin the year 1717 has been a subordinate of the Dutch Company, though solely with respect to his little kingdom at Cranganore, situated virtually under our fortress there, and measuring only 1½ hours long and wide. From this petty king your Excellency's army commander demanded a considerable contribution, and in order to collect the same sent armed forces through the Company's lands to the court of Cranganore. We did indeed, through the Resident of our fortress at Cranganore, inform the aforementioned army commander of your Excellency how matters stand with the Cranganore petty king, and that since Ao 1717 he has had nothing in common anymore with the Zamorin's empire, by which that prince, under a lawful peace treaty, was placed directly under the Dutch Company, and that the petty king therefore cannot be subjected to a contribution with respect to the Cranganore little kingdom; but that as regards the lands which this petty prince might possess in the Zamorin's district, The 7th of May 143. Ao 1774 Ao 1774 The 4th of May In the City of Cochin we have already given him to understand that he had to come to an understanding with your Excellency's ministers on that account, assuming that the contribution was also demanded on account of the lands in the Zamorin's district, and not with respect to the Cranganore little kingdom. Yet your Excellency's army commander replied to the aforementioned Resident that he has no order from your Excellency to liberate the petty king of Cranganore from contribution, without however saying positively that he has orders from your Excellency to charge this petty king with contribution with respect to the Cranganore little kingdom; that the army commander would, however, write to your Excellency about it; and as for sending armed forces across and into the Company's lands, that he does not think there is anything unreasonable in that, considering the friendship between your Excellency and the Dutch Company. Your Excellency, who is a wise prince, surely knows better The 7th of May In the City of Cochin that sending armed men indeed has a place in the land of adversaries, but not in the land of friends, just as we, as friends of your Excellency, have on that account not interfered with the Zamorin either, nor paid heed to his overtures, ever since you had him driven out again for his disobedience. Thus we hold ourselves assured that the one and the other happened through a misunderstanding and outside your Excellency's orders; and therefore we hereby inform your Excellency of this, with the request and confidence that your Excellency will now be pleased to issue the necessary orders so that the asserted claim, namely on the Cranganore little kingdom, may cease; and that no armed forces may be sent into our lands anymore. Friendship will thereby remain sincere and lasting, toward which we on our part have contributed everything, and will also show further proof thereof if 145. Ao 1774 Ao 1774 The 7th of May In the City of Cochin if there should be anything here to your Excellency's service and you would be pleased to charge us therewith. Furthermore we wish that your Excellency's days of life may be multiplied and blessed with prosperity, honor, and wealth. And so that this letter may not go astray, but come into your Excellency's hands, we have sent the same to the aforementioned army commander in order to deliver it securely to the place where your Excellency might be present. /Underneath stood:/ Thus translated by me into Malabar Cochin date as above. M. V. d. Jongeren /was signed/ Sworn translator 5: dito Thursday, by order of his Right Honorable, an ola was written by the first interpreter van Jongeren to the Sarwadhikariakaren Coemara Poela concerning a certain theft committed in the warehouse of the Company's merchant Nanoe Chetty at Colletje, to be read further below. The 5th of May In the City of Cochin Draft ola by order of the Right Honorable Lord Adriaan Moens, Councillor Extraordinary of the Dutch Indies, as well as Governor and Director of the Malabar Coast, Canara, and Vingurla, written by the first interpreter to the Sarwadhikariakaren Coemara Poela, the 5th of May Ao 1774. His Right Honorable has received complaints here that the brokers of the Honorable Company's merchant Nanoe Chetty at Colletje, having turned the trading goods sent from here into money, had locked that cash in a chest and kept it in the rented warehouse, and that the thieves came there at night, broke into the said warehouse, forced open the chest, and stole and carried off that cash consisting of all kinds of specie to the amount of 1500 rupees, which the servants
Dutch transcription
141. Ao 1779. @o 1774 In de Stad Crochim Jntussen bij desen, met desselfs Jongste ovver Winnige op uw Excell: verdere Vijanden inhoop dat uW Excell: Wapenen altoos met geduurigen over Winnige mogen verseld Gaen. — Dog de wijl en onlangs hier iets geschied is, omtrent een wasal vande E Comp:, en wij uijt de verseekeringe G die uwExcell: ao 1766. van desselfs goede Genegentheijd en Welmenent „heijd omtrent de hollandeas gedaen heeft, besluijten moeten dat zulks geschied is, of buijten UW Excellentie dieret te, ordre of door mis verstand van uw Excell: bediendens, soo hebben Wrij nodig g'oordeelt, uW Excellentie daer omtrent te Elicideeren, temeer de Resident van Cranganoor die den uw Excell: Heldoverste ook Iaar over gesth: heeft, mogelijk die zaak niet duijdelijk genoeg zal hebben Opgegeven. — Wij doelen eijgentlijk op het Koningse van Cranganoor, een Vorstje diemaan den Titul, van Koning Voert, dog niet souverain, maer al 't sedert Den 4. Meij In de Stadt Cochim Jaare. 1717. een onderhoorige van den de hollandse Comp: is, dog alleen met opzigt tot zijn rijkje te Cranganoor, genoegzaem geleegen onder onse for „tresse aldaer, en maer 1½: uuren lang en breed van dit Koningje heeft, uw Excell: legen hoofd begeerd een aenmerkelijke Contributie en om deselve optehalen gewapende vol= „keren door 'sComp:s landen aen het hof van Cranganoor gesonden, Wij hebben Wel door den resident van onse fortresse Cranganoor aen voorm: uW Excell: leegen hoofd laten weeten, hoe het met het Cranganoorse koningje geleegen is, en dat hij al zeedert Ao 1717. niets. gemeent meer heeft met het sammorijnse rijk, waer door die vorst bij een wettig vreedens - tractaat, divert onder de hollandse Comp: is gesteld, en dat des Koningje derhalven geen Con= „tributie Aan subject gemaakt werden, ten opsigte van het Cranganoorse rijkje, maer dat Wat aenbelangt, te landen die dit Voustje in het sammorijnse district den mogt Den 7. Meij 143. Ao. 1734 Ao 1774 Den 4. Meij In de stad C„Olhir mogt besitten, Wij den selven reeds hebben te verstaan gegeven, dat hij zig der wegens met uw Excell: ministers moest verstaen, in begrip, dat ook 6 de Contributie uijt hoofde van de lan= „den in het Cammorijnse district, en niet ten opsigte van het Crange= noorse, rijkje Wierden g'eijscht; dog UExcell: Veldoverste heeft daer op voorm: resident g'antw:, dat hij geen ordre van uw Excell: heeft, om 't koningje van Cranganoor van Contrabutie telibereeren sonder egter positief teseggen, dat hij ordre van uw Excell: heeft, om dit koningje ten opzigte van het Cranganoorse bijkje met Contrabutie te belasten; dat hij leegen hoofd Egter daer over aan uw Excell: soude schrijven en Wat aangaat het senden van gesapende volkeren over, en in 'sComp: landen, dat hij niet dinkt dat daer iets ongereijmde insteekt uijt aanmerkinge, vande vriendschap tusschen UwExcell: ende hollandse Comp:; uwExcell: die Een verstan= dig vorst is., weet Jmmers beter Den 1. Meij In de Stad Crochem gewapende volk dat het senden van Wel plaats heeft in het land van onvrienden, maer niet in het land land van Vrienden, gelijk wij als i Vrienden van uwExcell: ons daerom ook niet gemelleerd hebben met den Cammorijn, nog op zijne aansoe„ „kinge agt gegeeven, het zeedert uwbereet hem voor zijn ongehoorsaamheijd Weder heeft laten verdrijven, soo dat wij ons versoekert houden, dat het een en ander door missen= „stand en buijten WW Excell: ordre gesthied is; en derhalvven uw Excell: hier van bij desen kennisse geden, met versoek en vertrouwen, dat uW Excell: nu de noodige ordre zal gelieven testellen, dat de gefor= „meerde pretentie, te weeten op het Cranganoorse rijkje, cesseeren; en fe dat geene gewapende volkeren meer in onse landen werden gesonden, de vriendschap zal hier door opregt en bestendig blijven, waer toe wij van onse zeijde alles gecontribueert hebben, en daer van ook nader blijken zullen toonen„ dat Jndien 145 Ao 174 @o 1774 Den 7. Meij In de stadt Crochim Jndien hier iets van MW Excell: dienst mogt zijn en ons daer meede geliefde te belasten — voorts wenschen wij dat uw Excell: levens dag en vermeenigvuldigt en met 6d Voorspold, Eene en rijkdom gesegend En op dat dese brief niet mog ab sent raken, maer in uwExcell: han- den komen, soo hebben Wij deselve aen voorsz: leger hoofd gesonden om deselve tog secuur te besorgen, ten plaatse alwaer uW Excell: zig ton mogt bevinde. /onderstond:/ sodanig / door mij inhet mallab:s overgeset Cochim dato als boven m V=n Jongeren /.Was getekend /. gesw: translateurs 5: _=o Donderdag is ter ordre van zyn WelEd: groot Agtb: door den eerste tolk van Jongeren, een ola gesz: aan den Jan Wadicauiacaaen Coemara Poela, over zeker diterije gepleegt, in het pak= huijs van sComp:s koopman Nanoe Chettij te Colletje, breeder hier beneden teleesen. mogen werden. —. Den 5. Meij In de Stad Crochim Concept ola ter ordre Han den Wel Ed: groot Agtb: Heer Adriaan Moens Raad Extra ordinair van Ne= „derlands Jndia, mitsgaders gouverneur, en directeur die kuste mallab=r Manaaa, en Wingiala, door den Eerste tolk, gesz: aan den Sarwa= „dicariacaren Coemara poela, den 5. Meij Ao 1774, zijn Wel Edele Groot agtb: heeft hier klagten gekregen, dat de makelaars van des E Comp:s Koopman Namoe Chettij op Colletje, de van hier geson= „dene negotie goederen ten gelde ge= „maakt hebbende, die Contanten in een kist geslooten en in het gehuurt pakhuijs bewaart hadde, en dat de dieven bij nagt aldaar zijn gekomen gem: pakhuijs ingebrooken, de kist„ opengeslagen en die contanten be= „staande in allerhande spetien dog ten bedrage van 1500: rop:s gestoolen en Weggebragt hadden, 't geen de dienaaen Concept Van 5
English
147 Ao 1774 May 5 In the city of Cochin becoming aware of the aforementioned Namoe Chettij, they went to inform the Regidor of Colletie thereof, who immediately had the thieves arrested and subsequently took their confession, whereupon it appeared that they had made themselves guilty of that theft; thus the servants of the aforementioned Nano Chettij reported thereof to the King of Travancore, who had promised them to have the stolen money returned, ordering his highness's servants that they should chain the thieves in irons and constrain them until the restitution of the stolen cash, which has not happened up to now; notwithstanding that the brokers aforesaid had on that account made their representations to the court several times. Therefore Your Honour was requested in the name of the Right Honourable to use his best efforts so that the aforementioned Nano Chettij may obtain satisfaction of the aforesaid cash. May God protect Your Honour. Subscribed: Thus translated by me into Malabar, the ola of the Paliath Achan written to David Rabbi, and from the copies of the olas that arrived from the north. Translation of the ola written by the King of Cochin to the Right Honourable Lord Adriaan Moens, Extraordinary Councillor of Dutch India, as well as Governor and Director of the Coast of Malabar, Canara, and Vingurla, received May 7 Ao 1774. 7 Saturday. The Right Honourable received an ola from the King of Cochin accompanied by a copy of an ola from His Highness's Regidor at Innamaka, notifying that the King Zamorin with his family and about 2000 Nairs arrived on Poelicaalo by way of Chavakkad; see the translations below. Cochin May 5 In the city of Cochin, date as above. Signed, C. M. van Jongeren, Sworn Translator. 149 Ao 1774 May 7 In the city of Cochin having arrived from the north, Your Right Honourable will have seen the circumstances of affairs in that region. The Regidor of our fort at Inamaka has written to us that the King Zamorin with his family and about 2000 Nairs arrived on Poelicaalo by way of Chavakkad, and from there had made his entrance into the Sandy Land. We have stationed in our districts about 4000 Nairs with the necessary Regidors from the pass down to Gallapallij to keep good watch so that the Zamorin should not pass. Now the Zamorin has come through his own land as far as Chavakkad, from where he betook himself to Poelicaalo and subsequently into the Sandy Land, after he was previously in combat with the people of the Nawab at Chavakkad; therefore we have received notice that 500 horsemen and some sepoys were about to descend. One may not overrun the land of another without consent in this manner, whether through fear or otherwise. The Zamorin and his princes have committed violence against the people of the Nawab, and after that they came into the Sandy Land. If they should stay there or depart from there, it will be very disadvantageous for the Honourable Company and for us. And so that the aforementioned Zamorin, being in the Sandy Land, might not escape by sea with vessels, may Your Right Honourable please write to the Residents of the Sandy Land and other necessary persons not to give them any vessels; also may Your Right Honourable please write an ola to the Zamorin and send a capable person to him to warn him that they might not leave by sea nor stay in the Sandy Land, but return back at once. We request Your Right Honourable to employ all means to make the Zamorin withdraw back again. We have given orders 151 Ao 1774 May 7 In the city of Cochin to our servants to keep good watch at Inamaka and Caiporattij with 2 to 3000 Nairs. The King of Travancore has sent orders not to grant free passage to the Zamorin and his princes, and upon their arrival, if they will not listen, to shoot them directly in the head. Upon that order, the necessary guards have been placed from Cosaiapalij down to Nedumkotta. We have stationed a company of our Nairs at Palliaport to keep watch that they might not come upon Vypeen. The Zamorin and his princes are presently in the Sandy Land, and the horsemen and sepoys will pursue them; therefore may Your Right Honourable please not let them stay there for one minute, otherwise great evil will be able to arise therefrom, as Your Right Honourable well knows. Therefore we request Your Right Honourable to send the necessary orders to all the Residents to prevent the advance of the Zamorin and his princes, and if there are not enough people there, we request Your Right Honourable to send some lascars to the Sandy Land. Signed by His Highness. Translation of the ola written by the Regidor of Inamaka to the Paliath Achan, date aforesaid. May 7 In the city of Cochin The Zamorin with his princes arrived at Chavakkad and subsequently at Poelicaalo; from there they entered into the Sandy Land. At Pattoen they were halted by 20 horsemen and a party of sepoys, but they broke through, and 3 horsemen and 5 sepoys were killed there. One hears that the Zamorin has about 3000 Nairs with him, but Krishna Thampan has not arrived up to now. When they came to Poelicaalo, they wanted to use violence against the people of Chetwai. The Moors procured vessels at Poelicaalo and made rafts of them, and with those they crossed over and are presently staying at Pencoalangara. The third prince is at Wammenatto with 2000 Nairs, and Krishna Thampan comes after.
Dutch transcription
147 Ao 1774 Den 5. Meij In de Stad Crochim van gem: Namoe Chettij gewaar Werdende, gingen Iaar kennisse van geven aan den Ragiadoor van Colletie die daar ten eersten de dieren liet op vatten en Vervolgens hunne Confessie af= naam, als Wanneer gebleeken is dat zij zig schuldig gemaakt hadden, aan die diverije dus deeden de dienaae„ van gem: nano Chettij daar rapport van, aan Ten Koning van Jaevansoon, die haer belooft hadde het gestoolen geld telaten restitueeren; gelastende aan 6 zijn ho=t bediendens, dat zij de die= ven inde ketting klinken en Con= „stringeeren soude, tot de restitutie van de gestoolene Contanten, het geen tot nog toe niet geschied is; niet tegenstaande de makelaars voorm: dier Negen verschijde malen hare representatie aan het hof gedaan hadden, dierhalven Wead UWEd: uijt denaam van zijn WelEd: groot Agtb: versogt desselfs beste te adhibeeren, dat gem: nano Chettij voldoening van voorsz: Contanten komst te krijgen. god bew: uEd: /onderstond:/ soodanig Voor mij in het mallabaars vergeset de ola van den paljetters aan David Rabbij geschreeven, en bij de Copias van de olas die vande Translaat ola door den Koning van Cothim gesz: Aan den WeEd: groot Agtb: Heer Adriaan Moens Raad Extra ordinair van nederlands Jndia, mitsgad:s gouverneur en directeur den kuste mallab; Canaaa en Minquala, ontf: den 7. Meij Ao 1774. — 7: _=o Saturdag ontfing zijn WelEd: groot agtb: een ola van den Koning van Co= chim verselt van een Copia ola van zijn ho=ts RagiadoorC tot Jnnamaka„ bekent makende, dat den Koning Sam= morijn met zijn familie en omtrent 2000: naijros, over de Weg van Cha= Wakattij op poelicaaao is gekomen, vide de taanslaten hier beneden Cochim Den 5. Meij In de Stad /Wal getekend boven Cochim dato als Cm V=n Jongeren gesw: translateurs Coc him noord „ P 3„ 149. @o 1774 Ao 1774 Den 7. Meij In de stadt Cabchirn noord gekomen zijn, sal uwelEd: groot agtb: gesien hebben, de omstandigheeden van de zaken aan die kant, de Ragiadoor van ons fort tot Jnema= „ka, heeft ons gesz:, dat den koning sammorijn met zijne familie en omtrent 2000: naijrof over de Weg van Chawacattij op poelicaalo is Ca gekomen, en van daar zijn Jntreede gedaan had in het zandigland; Wij hebben in onse distric ten omtrent 4000: naipos met de noodige Ragia= „doors van het gebragte af, tot Gallapal= „lij toe, gesteld; om goede wagt te houden; dat den sammorijn niet 16 soude passeeren, nu is den Cammo= „rijn door zijne eijgen land tot op chawacattij gekomen, van Waar hij zig begeeven had naar poelicaaro en vervolgens in het Zandigland, naar alvoorens hij slaagh is ge= „Weest met het Volk van den na= „bab op hawacattij, dierhalven hebben Wij aanschrijven bekomen dat er 500: ruijters, en eenige sipaijs stonden aftekomen; men mag in het land van een ander souden Den 7. Meij In de Stad Crochim Consent zoo niet overloopen het zij door angst of andersints, den sammo= zijn en zijne princen hebben tegens het volk van den nabab geweld ge= „pleegt, en daar na zijn zij in het zandigland gekomen, soo zij daar mog= „ten blijven of daar van dan gaan, sal het voor de E Comp: en voor ons seer nadelig zijn; En op dat gem: sammorijn in het Zandigland We= „sende met Vaartuijgen over zoe, niet mogte Wegkomen, gelieve UW Ed: groot agtb: aan de Residenten van het Zandigland en andere noodige persoonen te schrijven, aan deselve geen vaartuijgen tegeven, ook gelieve uw Ed: groot agtb: een ola aan den sammorijn te schrijven en een be= „quaam persoon bij hem tesenden, om hen te Maarschouwen dat hij over zee niet mogten Weggaan nog in het zandigland lyven, maar 6 ten Eersten Weder Terug te heeren, Wij F versoeken UWEd: groot Agtb: alle mid- „delen in het werk testellen, om den sammorijn Weder terug te laten ver „trekken, Wij hebben ordre gegeven Consent aan - 151. A 1779 Ao 1774 Den 7. Meij In de Stad Crochim aan onse bediendens om met 2. â 3000. naijros goede wagt te houden op Jnamaka en Caiporattij; den Koning van Jaevancoor heeft ordre gesonden om geen Vrije passagie te Verleenen aan den sammorijn, en zijne princen, en bij aankomst van deselve, Wanneer zij niet hooren willen, maar voor de koop te schieten; op dat bevel heeft men van Cosaiapalij af tot nedoen= cotta toe de noodige Wagters gesteld, Wij hebben op palliaporto een Compag= „nie van onse naijros gesteld, om wagt te houden, dat zij op brijpin niet mogten komen; den Cammorijn en zijne princen zijn thans in het zandigland en de ruijters en zipaijs zullen haar vervolgen, daarom gelieve uwel Ed: groot agtb: deselve geen miuut aldaar telaaten blijven, anders zal daar groote quad dan konnen ontstaan, gelijk uwEd: groot agtb: selfs Wel= weeten dierhalven versoeken wij UwelEd: groot agtb: aan alle de Residenten de noodige ordres ten senden, om de voortogt van den Cammorijn en zijne princen te beletten, en soo daar geen volk genoeg is. versoeken wij uwelEd: groot agtb: Den sammorijn met zijne princen zijn op Chawakattij gekomen en vervol= „gens op poelicatro, van daar traden zij in het zandigland in, op pattoen wierden zij tegen gehouden door 20. Ruijters en parthije sipaijs, maar zij sloegen door, en daar zijn 3. luijters en 5. sipaijs dood gebleeven; men hoort dat den sammorijn omtrent 3000: naijros bij zig heeft, maar hisst- „na Tambaen is tot nog toe niet ge= komen; toen men op poelicaako quam welde men geweld pleegen tegens het volk van Chettua; de mooren hebben vaartuijgen op poelicaaro besorgt en daar vlotten van Gemaakt, en daar mede zijn zij overgekomen en houden zig thans op pencan Collangare; den derden prins is op Wammenatto met 2000: naijrof, en Christna tambaan komt Translaat ola door Ilij Hagiadoor van Inemaka gesz: aan den Zaljetter dato voorm: Den 7. Meij In de Stad Cochim eenige lascorijns naer het Zandigland 6 tesenden getekend bij zijn hoogh=t p eenige af C
English
153. Anno 1774 The 7th of May in the city of Cochin off with 1000 Nayars; those are reports that I have received from Chettua; below stood: for the translation of all this Cochin, date as above; was signed: S. V. Jonge, sworn translator. Shortly thereafter was brought here an ola from the King of Cranganore written to the Resident there, containing the communication regarding the arrival of the Zamorin with his family and party of people at the court of Pudiacovil, as appears below: Translation of an ola, written by the King of Cranganore to the Resident of Cranganore, received here on the 7th of May Anno 1774. On the 6th of this month in the evening around 7 o'clock, the King Zamorin arrived at the court of Pudiacovil with his family and party of people; we made the orders known to them in a strict manner, but they gave us as an answer that they would stay here two days and undertake the journey to the south; they have come with armed people, and we are not in a position to drive them away from here, as Your Honour well knows; we request that Your Honour please make all this known to the Right Honourable Lord Governor, and ensure that we may remain without any molestation; the order that Your Honour receives in this regard, please let us know; signed by his Highness; below stood: for the translation Cochin, date as above; was signed: S. V. Jonge, sworn translator. The 7th of May in the city of Cochin. The 11th Wednesday was brought here a note from the lascars who were sent to Calicut with the letter for the Nabob Hyder Ali Khan, granted at Chettua, to be read more fully below. Note given by the lascars who went with the letter from the Right Honourable Lord Governor for the Nabob, namely: The Commander Chandra Rao asked the lascars what the name of the Lord Resident was, and one of his attendants asked the lascars whether from Chavakkad going south there were any rivers that one must cross. The lascars answered that there are rivers. Chandra Rao forbade his attendant to ask that question, as it was unnecessary, for we intend to pass over the eastern land route, as between the Nabob and the Honourable Company great friendship resides, and therefore one could not molest the same. Chandra Rao further asked whether the King of Cranganore had many people. The lascars answered that they did not have much notice of that, as they do not belong at Cranganore. Chandra Rao also asked whether, when one took the journey over the eastern roads to go to the lands of the King of Cranganore, one would have to pass any rivers, and whether the horsemen would be able to cross over. The lascars answered that they would have to pass through deep and wide rivers. 155. The 11th of May in the city of Cochin Anno 1774. The lascars went with the letter to seek the Nabob; arriving at Calicut, the Nabob had already departed for Seringapatam; inquiring of his general Chandra Rao to have accurate notice whether the Nabob had truly departed for Seringapatam or not, they learned that the said Chandra Rao had also departed from Calicut for Ponnani; the lascars returned to Ponnani and spoke to the General, who told them that the Nabob had departed for Seringapatam, and requested the letter with great respect and politeness, and the lascars handed it over; at that very moment the letter was sent to Seringapatam, and the General gave a receipt for the delivery to the lascars. 157. The 11th of May in the city of Cochin Anno 1774. He further asked whether the King Zamorin and his princes were still at Cranganore or whether they had crossed over to the land of the King of Travancore. The lascars answered that they had no notice of that. Finally he asked whether the fort of Kuriyapalli lay on the river side. Answer of the lascars that the fort of Kuriyapalli borders the river side. The lascars have also reported that in the company of Chandra Rao from Calicut up to Chavakkad they had seen 150 horsemen, 2000 men with muskets, the Moors of the country and of the city, and 200 Moors with shield and sword, with another 300 Nayars with weapons, being soldiers of the King of Cochin, and there is notice that more people would arrive; Hydroos Kutty and Alikotty Moopa have also arrived at Chavakkad. Chettua the 11th of May Anno 1774; below stood: thus recorded by me; was signed: Lourens de Faria, interpreter; below stood: for the translation Cochin, date as above; was signed: S. V. Jonge, sworn translator. The 12th Thursday His Right Honourable received a Tamil ola from the field commander of the Nabob Hyder Ali Khan named Chandra Rao, of the following contents: Translation of a Tamil ola, written by the field commander of the Nabob Hyder Ali Khan named Chandra Rao to the Right Honourable Lord Adriaan Moens, Extraordinary Member of the Council of the Dutch Indies, and Governor and Director of the Coast of Malabar, Canara, and Vengurla, received the 12th of May Anno 1774. On the 10th current, I find myself, God be praised, arrived.
Dutch transcription
153. Ao 1779 Ao 1774 Den 7. Meij In de stadt Crochim af met 1000: naij rol; dat zijn berigten die ik van Chettua bekomen heb; /onder „stond:/ voor de translatie van't een en ander Cochim dato als boven. /. Was. m V=n Jongeren geswoone getekend:/S translateur kort daar op is alhier Aangebragt, een ola van den Koning van Tranganoor gesz: aan den Resident aldaar, behelsen= „de Communicatie, wegens de komste van den Cammorijn met zijn familie en parthij volk, in het Hof podia cowil, als hier onder consteert; Translaa Cola, door den Koning van Oranganoor, aan den Resident van Oranganoor gesz:, alhier ontf: den 7. meij Ao 1774. Den 6: deser des avondsn omtrent 7. uuren, is den Koning van Sammorijn met zijn familie en en partij. Volk in„ het hof poediacowil gekomen, wrij hebben de ordres aan deselve op een strikte wijse te verstaan gegeven maar zij gaven ons tot antwoord, dat G. 11. _=o Woensdag Wierd alhier Aangebragt een Notitie van de lascorijns die naar Calicoet gesonden waren, met de brief voor den Nabab Aijder Alichan op Chittua verleend breeder hier beneden te leesen. Voltie door de Lascorijns gegeven, die met de brief van den Wel Ed: groot Agtb: zij twee dagen hier souden blijven, en van de keijse naar de suijd onderneemen, zij zijn gekomen met gewapende Hol= keren, en Wij zijn niet in staat om deselve hier van dan te verdrijven gelijk UEd: wel weet, Wij versoeken dat uwEd: dit alles aan den WelEd: groot agtb: heer Gouverneur gelieve bekend te maken; en te besorgen, dat wij sonder eenige mollestien mogen blijven; de ordre die UwEd: dien aangaande huijgt, gelieve ons telaten weeten, getekend bij zijn ho=t /onderstond:/ voor de translatie Cochim dato als boven /was getekend:/. pm V=n Jongeren gesw: translatena. Pr Den 7. Meij In de Stad Crochim zij heer - ƒ 8 155. Den 11. Mey In de Stad Crochim Ao 1779 Den 11. Meij In de Stad Cochim Ao. 1774 De lassorijns zijn met de brief gegaan om den nabab optesoeken; op Calicoet komende, was den na= Cab al vertrocken na Seringapat „nam, verneemende naar desselfs generaal Chandra Raijer, om regte notitie te hebben, of den nabab Waarlijk na pat= „nam was vertrokken of niet, verstonden zij, dat gem: Chandra Raijer ook vertrocken was van Califoet na pananij, de lascorijns E 6 quamen Weder terug op pa= „nemij; en spraken den Gene= „raal aan, die haar zeijde, dat den nabab vertrocken was na Ceringapatnam, en versogte de brief met groote agting en beleeftheijd, en de lascorijns gaven deselve over„ op dat eijgenste moment is de brief na Ceringapatnam gesonden, enden Generaal heer Gouverneur Voor den nabab gegaan zijn te weeten; De lascorijns hebben ge= Den Weldovarste Chandra Raijer Vroeg aan de lascoryne, antwoord dat en revieren waaer de naam vande heer Ra zijn.— „sident, en een van zijna bedien= „den3 Vroeg aan de laccorijns, of Van Chawacattij langh staand waar de zuijd eenige te vieren Waeren, daar men over moet. Chandra Raijer verbood De lascorijns hebben g'ant= aan zijne hagendoor die vraag woord, dat zij daar van 66 16 geen veel notitie hadden, te doen, alsoo het onnodig pas„ alsoo zij op Crangenoor Want wij zijn voornemens niet t' huijs hooren, om over de oosterlijke land weg te passeeren, alsoo tussen den na= bab en d' E Comp: groote Varondsz: resideren, daarom men deselve niet konde mollesteeren, Chandra Raijer Vroeg wijders, of den Koning van Cranganoor veel volk had. — Chardra Raijer Vroeg De lascorijns hebben g'ant bok, of, wanneer men de woord dat door diepe en breede reijse over de oosterlijke wee„ revier zouden moeten pas= „gen sloeg, om naarde landen „ seeren. — gaf een bewijss wegens den ontfangst, aan de lascorijns gaf van Ao 1774 157 Den 11. Meij In de Stad Crochim Ao 1774 van den Koning van Oranga „noor tegaan eenige te vieren Den 11. Meij In de Stad Cochim soude moeten passeeren, en — af de ruijters zoude konnen Vroeg Wijders of den koning De lascorijns antwoorden Cammorijn en zijne prin= dat zij daar geen notitie „ten nog op Cranganoor Wa= van hadden: „ren of dat zij naar het land van den Koning van Jrevan= „coor Gepasseert Waren. — Eijndelijk vroeg hij, of antwoord vande lascorijns het fort van Coeriapallij dat het fort van Coeurapallij aen, de revier kant lag, aan de revier kant grenst. De lascorijns hebben ook notitie gegeven, dat in Compagnie van Chandra Raijer van Calicoet af tot Chavacattij toe; gezien hadden 150. Ruijters, 2000. manschappen met geweiren, de mooren van het land, en van pattena, en 200. mooren met schild en swaart, met nog 300. naijuos met Wapens, zijnde sol= „daten van den Koning van Cochim, en daar is notitie, dat en meer volk komen soude; Hijdroos Coellij, en alicottij moepa, zijn ook tot Chawakattij gekomen. —. Chettua den 11. Meij Ao 1779 /onderstond:/ door mij soodanig opgenomen /was getver:/ Lourens de faria, tolk /onderstond:/ voor de taanslatie Cochim dato als S=m V=n Jongeren boven /was get:/ gesw: translatern. —.. 12: _=o Donderdag ontfing zijn Wel Edele groot Agtb: een tamdelse ola van den veldheer van den nabab Nijder Michan met name Ekandra Haijer, van Jn= „houd als volgt. —. Franslaat Samoelse ola, door den Weldheer van den nabab Nder Mlichan in name Chandra Raijer, gesz: aan den WelEd: groot Agtb: heer Adriaan Mloens Raad: Extra ordinair van nederlands Jndia; mitsgaders gouverneur, en directeur der kuste mallab: Canara. en Wingucala ontf: den 12:' meij anno 1779. —. Den 10. Courant, bevinde ik mij god 6. gekomen zijn overgaan. — 3 6 o: „
English
159 Anno 1774 Anno 1779 The 12th of May, in the city of Cochin are, praise and thanks, reasonably healthy; and I wish to be informed of the well-being of Your Right Honourable. The King of the Samorin, with his family, departed from Calicut on the 1st of this month, after he had set fire to 3 to 4 provinces of Calicut, taking with him all his treasures and a number of 2000 Nayars, and went close to Cranganore into the land of Your Right Honourable, where they have settled in peace and quiet, without fearing any trouble. It is not fair that Your Right Honourable grants refuge to the people who have fled from the land of the Nabob with so much treasure, after they had committed such hostilities here in the land, and if Your Right Honourable detains them there any longer, no good will come of it, as Your Right Honourable can well understand. The Governor of Mahé has meddled at Calicut with our people to the detriment of the Nabob, of which Your Right Honourable will have obtained knowledge. In all matters, one must first deliberate well before one proceeds thereto, particularly regarding this present matter, for the preservation of the good friendship that is maintained with the Nabob. Therefore, I request Your Right Honourable to have the aforementioned King and princes, together with the entire family with their treasures, apprehended and sent hither, and when this comes to pass, the friendship with the Nabob will increasingly grow and strengthen, whereby Your Right Honourable will also oblige me to a reciprocal service. Consequently, I request Your Right Honourable to have that King and princes with their treasures seized without delay and sent hither. If they come down with force from Chavakkad to seize them in Your Right Honourable's land, difficulties must certainly arise. Therefore, I very kindly request Your Right Honourable to send the reply to this 161 74 Anno 1774 Anno 1774 The 12th of May, in the city of Cochin matter, and at the same time write to me whether there might be anything at your Right Honourable's service on this side. Below stood: For the translation, Cochin, date as above, C. M. V. den Jongeren, was signed, sworn translators. 13th, Friday, His Right Honourable wrote an ola to the army commander Chandra Raijer, as appears below. Draft Tamil letter written by the Right Honourable Mr. Adriaan Moens, Councillor Extraordinary of the Dutch East Indies, as well as Governor and Director of the Malabar, Canara, and Vengurla coasts, written to the Field Commander of the Nabob Hyder Ali Khan, named Chandra Raijer, the 13th of May, Anno 1774. On the 12th of this month I received your letter and saw therein with pleasure that you are doing well; as for me, I can inform you that I also find myself in a desired state of health. You inform me that the King of the Samorin, with his family, together with a number of 2000 Nayars and all his treasures, has proceeded close to Cranganore into the Company's land and has settled there in peace and quiet without fear of trouble. You complain further that it is not fair that we grant refuge to people who have fled from the land of the Nabob with so much treasure. I am surprised that you accuse us of something we are entirely foreign to. You must certainly have been brought to such beliefs by ill-intentioned people, for far from having granted refuge or protection to the fleeing King of the Samorin in the Company's lands, we immediately upon arrival ordered that prince that he should have to depart from the region of Cranganore up to Chettuva.
Dutch transcription
159 Ao 1774 Ao 1779 Den 12 Meij In de Stad Cablhim zijn lof en dank redelijk gesond; en Wensche te mogen Weeten, den Wel= „stand van uwelEd: groot agtb: — Den Koning van Sammorijn met zijne familie is den 1: deser van Calicoet vertrokken, naar dat hij 6 3. @ 4. provincien van calicoet inde baand gestooken had, mede nemende alle zijne schatten en een getal van 2000. naijaos, en begaf zig digt bij Changanoor in het land van dwelEd: groot agtb:, al waar zij haar in kust en vreede zig neder gezet hebben, sonder te vreesen voor eenige ongemalken; het is niet billijk dat uwEd: groot agtb: herberg verleend aan de luijden die uijt het land van den nabab met soo veel sthatten de vlugt genomen hebben, naar dat sij sulke hostilitijten hier inhet land gepleegt hadden, en wanneer uwEd: groot agtb: deselve aldaar nog langer aanhoud, sal daar geen goeds van komen, gelijk UEd: groot agtb: zulks wel begrijpen kan, de gouver= „neur van mahe, heeft op Calicoet zig gemelleert; met ons Volk tot nadeel van den nabab, waar van him Cor uWEd: groot agtb: Kennisse sal bekomen hebben. Jn alle zaken moet men eerst wel overleggen, Eer men daer toe over= „gaat, voor namentlijk omtrent dese voor handen zijnde zaak tot Conser „ratie van de goede vriendschap die niet den nabab onderhouden word. derhalven versoeke uwEd: groot agtb: gem: Koning en printen, mitsgaders de gantsche familie met hare schatten telaten opvatten, en herwaarts tesenden, en Wanneer zulks komt te geschie „den, sal de vriendschap met den nabab hoe langer hoe meer toenemen „en aangroeijen, en waar door WW Ed: groot agtb: mij ook tot weder dienst zal verpligten; overzulks versoeke UWEd: groot agtb: die koning en princen met hare schatten sonder tijd verssuijmte laten oppakken en herrwaarts tesenden; Wanneer Bij van Chawacattij met magt afko „men, om deselve in uwEd: groot agtb: land op te vatten, sullen daar zeekerlijk moeijelijkheeden moeten ontstaan, Derhalven versoeke uwEd: groot agtb: seer vriendelijk het antwoord op Den 12: Meij Fn de Stad UWEd: dese 161. 74 Ab 1774 Ao 1774 Den 12 Meij In de Stad Crochim dese zaak te laten toekomen en teffens mij te schrijven of hier iets van uwEd: groot agtb: dienst aan desen kant zal zijn. /onderstond:/ voor de translatie Cochim dato alz boven Cm V=n Jongeren /:was getekend/ — geswoore translateurs. , 13: _=o Vrijdag schreef zijn Wel Ed: groot Agtb: een ola, aan het leger hoofd Chandra Raijer, als hier onder blijkt Concept Samoelse Arie, door den Wel Ed: groot Agtb: heer Adriaan Moens, Raad Extra ordinair van Nederlands Jndia, mitsgad:s gouverneur en directeur der kisten mallab:, Canara en Binquala, gesch: aan den Veld overste van den nabab Ader Alichan in name Chandra Haijer, den 13. meij Ao 1774. , Op den 12. deser heb ik ontfangen uwEd: brief en daer bij met vermaek Den 13. Meij In de Stad Crochim gesien dat uwEd: Wel warende is, mij belangende, kan ik uwEd: bedoelen, dat ik meede in een gewenschte staat van gesondheijd verseere; UW Ed: bedeelt mij dat den Koning sammorijn, met zijne familie bene= „vens een getal van 2000. naijros en alle zijne schatten zig heeft begeven, digt bij Cranganoor in 'sComp:s land en daar in rust en vreede needer geset sonder vreese voor ongemacken; uwEd: beklaagt zig verders, dat het niet billijk is Wij herberg verleenen, aan luijden die uijt het land van den nabab met soo veel schatten gevlugt zijn; het Verondert mij dat uwEd: ons beschul¬ „digt niet iets daer Wij geheel vreemd van zijn; UWEd: moet zekerlijk door qualijk g' Jntentioneerd menschen in zulke gevaelen werden gebragt, want wel verre, dat door ons aan den Vlug¬ „tenden Koning van sammorijn, herberg ofte bescheaming in sComp: landen soude zijn gegeven, soo hebben Wij terstond bij aankomste dien vorst laten aan= f zeggen, dat hij vande landstreek van Cranganoor tot Chettua toe, soude hebben gesien te vertrekken -
English
163. Ao. 1774 Ao 1779 The 13th of May In the City of Cochim We would otherwise compel him to depart from there; and it was also in consequence of this that, according to news received from Cranganoor yesterday, he has left the Cranganoor region and retreated northwards, and as soon as we receive notice that he might still be in that district, we shall not fail to oblige him to depart from there. The Dutch Company has no obligations toward this displaced King, and it is by no means our intention to embrace his interests nor the protection of his person. We had already given the necessary orders in advance to our people to keep the Cammorijn out of the territory of paponettij, and this certainly would also have taken place had he not crossed over so suddenly with such a large force of between 2 to 3000 armed Nairs, against which no precautions could be taken, all the less so because Your Honour was already complete master of the Sammorijn realm, and the King being on the flight toward the north, no one could have thought The 13th of May In the city of Cochim that he would all of a sudden appear with such a force and push through all of Your Honour's guards and outposts. If this could happen while Your Honour is armed in the field, it is no wonder that this fleeing King has penetrated into our territory, and could not all of a sudden be driven from there, since we, living in peace with everyone, have no army in the field and must first make the necessary preparations for that. As regards the treasures which the King Sammorijn was said to carry with him, we have heard nothing of them. If Your Honour, however, has knowledge that the same were truly brought into and have remained in our lands, we shall not fail to assist Your Honour in seizing them. From this Your Honour will easily comprehend our sincere goodwill toward Your Honour's master, and can rest assured that we favour the Nabab's affairs as much as the circumstances of the times and our sentiments of equity and humanity permit. Wherefore we not only hope 165. Ao 1774 Ao 1779 The 13th of May In the City of Cochim that the friendship between Your Honour's master and the Dutch Company will remain constant, but also grow more and more, of which I flatter myself that I shall find tokens in a reply letter from the Nabab, which I expect in answer to my envoy dispatched by Your Honour. If there should be anything here that could be of particular service to the Nabab or Your Honour, please let me know. It will be my pleasure to be able to show tokens of affection and friendship. Below was written: Thus translated by me into Malabar, Cochim, date as above. Was signed: P. v.d. Jongeren, sworn translator. 19th ditto, Saturday. His Right Honourable dispatched a protest ola to the General Chiandra Raijer, of the following content: Draft ola, by the Right Honourable Lord Adriaan Moens, Extraordinary Councillor of Netherlands India, as well as Governor and Director of the Coast of Mallabaar, Kanara and Wingurla, to the army chief of the Nabab named Chiander Raijer, written the 19th of May Ao 1774. The 19th of May In the City of Cochim No sooner had I dispatched my previous letter with Your Honour's people, but I received, to my great astonishment, a report from our Chettua Resident De Riberto that not only 100 armed men of Your Honour had arrived at Poelicaaro, the Company's territory, but that the Company's vassals, the Paijenchierij, were also summoned under heavy threats to pay contribution. The strip of land from Cranganoor to Chettua has from ancient times belonged under the Honourable Company, and all who reside upon it are Her Honour's vassals or subjects. I do not know whether Your Honour is aware of this, yet cannot doubt but that Your Honour will have obtained the necessary information regarding it; all the more I think that Your Honour cannot be ignorant of the right of the Honourable Company, because the same was made known to the Nabab, Your Honour's master, at Calicoet by our commissioners.
Dutch transcription
163. Ao. 1774 Ao 1779 Den 13. Meij In de Stad Crochim Wij anders hem daer te vertrekken, of dat toe souden noodzaken; hit is ook Aan dat gevolg geweest, dat hij volgens erlangde tijdinge van Cranganoor Nan gisteren, het Cranganoorse Vertalen, en zig noordwaarts gerectireerd heeft, en zoo daa Wij berigt erlangen dat hij zig nog in die landstreek mogt bevin= „den, zullen Wij niet nalaten hem te „verpligten, van daar te vertrekken; de hollandsche Comp: heeft geene verplig= „tinge aan dese Verdreven Koning, en onse mening is ook gantsch niet om zijne belangens nog de bescherming 66 van zijn persoon aanteneemen; Wij hadden voor af reeds de noodige ordre gegeven aan de onsen, om den Cammorijn van de landstreek van paponettij aftehouden, en dit zou zeekerlijk ook zijn geschied Indien hij niet met soo een groote magt van tussen de 2. â 3000. gewapende naij- „rof soo schielijk Was overgekomen, Waer tegens geene Voorsorge is kunnen genomen 6 worden, temindert, om dat UwEd: reels volkomen meester van het sammorijnse rijk, en den koning op de Vlugt, nade noord zijnde, niemand konde denken 6 Den 13. Meij In de stad Crochim dat hij eens klaps met soo Eene magt soude ten voorscheijn komen en door alle vE wagten en posten heen dringen; 6 heeft dit nu kunnen geschieden daar uw Ed: gewapend in het veld is, soo baart het geene verwonderinge, dat die vlug „tende Koning, in ons gebied is gedrongen, en daar tuijt soo eens klaph niet heeft hunnen werden verdree van, dewijl in vreede met een ider leevende, geen leger te veld hebben, en daar toe eerst de noodige toeberijdselen moeten maken. —. wat aengaat de schatten, die den koning sammorijn soude met zig voeren, daar van hebben Wij niets vernoomen; Jndien uwEd: egter kennisse draagt dat deselvve waerlijk in onse landen gebragt en gebleeven zijn, zullen wij niet nalaten uwEd: in het bemagtigen deeselve behulpsaem te zijn; uWEd zal hier uijt onse welmeenentheijd om— „trent uwEd: meester ligtelijk begaij= „pen, en zig versoekerd kunnen hou= 8 den, dat Wij snababs zaken soo veel de tijds omstandigheeden en onse gevoelens van billijkheijd en menschelijkheijd permiteeren begins „tigen, Waerom Wij dan ook niet dat alleen 1 165. Ao 1774 @o 1779 Den 13 Meij In de Stad Cubthim alleen hoopen at de Vriendschap tussen UWEd: meester de hollandse Comp: bestendig zal blijven maar ook meer en rengkoeijen, waer van ik mij Vlije blijken te sullen vinden, bij een antwoord brief van den nabab, die ik op mijn afge vaardigde en door uwEd: versondene tegemoet zie. - zoo hier iets van nababs of uwEd: mogte wesen, f„ bijsondere dienst gelieft het mij telaten. Weeten het zal wij plaisien zijn blij= „ken van genegentheijd en Vriendschap te kunnen toonen. /onderstond:/ soodanig door mij in het mallabaarse overgeset 6 Cochim dato als boven /:Was, getekend P=m V=n Jongeren gesw: tuanslateur. 6 19. _=o Saturdag Waardigde zijn Wel Ed: groot agtb: af een protest ola aan den Veldheer Chiandra Raijer, van de volgende Jnhoude Conceptola, door den Wel Ed. groot Agtb: Heer Adriaan Moent„ Raad Extra: ordinair van Nederlandz Jndia, mitsga„ 6. degs Gouverneur, en directeur der kuste Mallabaar, Kanara en Winguala, aan het legea soo dra had ik mijn voorige niet met UWEd: volkeren gedepecheerd, of ik ontfing tot groote verwondering be „tigt van onsen Chetuase Resident de Riberto, dat niet alleen 100: gewapen 6 „de manschappen van uwEd: op poeli= „caaro, 'sComp: territoir, Waren aangeko= „men, waer dat ook 'sComp:s tassalen de paijenchierij onder swaare bedrijgingen werden aangemant, tot het betalen van Contrabutie, het strookje lands van #f Cranganoor tot Chettua staat al van oude tijden onder d' E Comp:, en alle 6 daar op verblijf houden zijn haar Edele rassalen ofte onderdanen, ik weet niet of uwEd: dit bekent is, dog kan niet twijsselen, of uwEd: zal daar van de noodige Jnformatie hebben bekomen, temeer denk ik dat uwEd: van het regt van d' E Comp: niet Jgnorant kan zijn, om dat het selve den nabab, UWEd: meester op Calicoet door onse gecommitt. s hoofd van den Nabab in name Cliander Raijer, gesz: den 19. meij Ao 1674. Den 14. Meij In de Stad Crochim hoofd te 1
English
167 Year 1778 Year 1774 The 19th May In the City of Cochim, and presented to his Excellency at that time, and acknowledged by him, and therefore at that time also left out of all difficulties, and whereas We now must experience the contrary, and that Your Honour nevertheless sends armed troops thither, We must regard such as an enterprise entirely contrary to good friendship, whereto We from our side have given no occasion nor reason at all, and which We also cannot tolerate; thus We protest in the name of the Dutch Company against this enterprise, and must leave the consequences that might arise therefrom to the responsibility of Your Honour, whom We otherwise wish blessings and health. Below was written: thus translated by me into Malayalam, Cochim date as above. Was signed: C. V. Jongeren. On the 15th, being Sunday, the Right Honourable received an ola from the General Chiander Kasjer, as appears below: Translation of an ola by the General Chandra Raijer; written to the Right Honourable Lord Adriaan Moens, Extraordinary Councillor of Netherlands India, as well as Governor and Director of the Coast of Mallabaar, Canara and Wingurla. Received the 15th May 1774. The princes of Calicoet have departed from there and have taken up their residence at Cranganoor. I have written to Your Honour to apprehend them and deliver them to me, but have hitherto received no answer thereto. It is now 3 to 4 days ago that I arrived at Poelicarso, in order to undertake the journey to that side, whilst I see that those princes are not yet delivered over. I have written to the Resident of Chettua to furnish me with 10 men and the interpreter, so that I can get thither; and when I undertake the journey along the road of Cranganoor, I request Your Honour to give orders that no hindrance be done to my troops on the Company's territory. 169 Year 1774 The 16th May In the City of Cochim Year 1774 The 15th May In the City of Cochim territory no hindrance might be done to my troops; I have received orders from my master the Nabab to pursue the Zamorin princes to the lands whither they have gone, and to chastise the same. I request Your Honour to detain those princes until I shall have arrived thither. The family of those princes, consisting of 50 women, and there is a Regidor with 50 body-guards, 1,000 Nairs with muskets, besides others with shields and swords; please Your Honour to have all those who are there apprehended and handed over to me, whereupon I shall forthwith return to Chowghat. By doing so the Nabab will take great pleasure therein. Below stood for the translation: Cochim, date as above. Was signed, P. V. Jongeren, sworn translator. On the 16th, being Monday, the Right Honourable wrote a reply ola to the General Chandra Raijer, containing the following: Draft ola by the Right Honourable Lord Adriaan Moens, Extraordinary Councillor of Netherlands India, as well as Governor and Director of the Coast of Mallabaar, Canara and Wingurla, written to the army commander of the Nabab Hyder Ali Khan, named Chandra Raijer, written the 16th May Year 1774. Just now I receive a further letter from Your Honour, from the contents of which I must conclude that Your Honour has not yet received my answer to your previous letter. I have dispatched Your Honour's subadar and his retinue from here therewith; they departed via the river to Chowghat, whereto I granted them a passport upon their departure. I do not doubt but that Your Honour's said subadar will have arrived by now and delivered the letter to Your Honour. Your Honour will see therefrom that 171 Year 1774 Year 1774 The 16th May In the City of Cochim We are far from granting protection to the Zamorin, but on the contrary have not tolerated him nor his family on our territory, and as soon as We had learned of his flight from the other side to this side, caused them to depart; so that his court thereupon retired northwards to Cranganoor, and on the territory of Cranganoor neither the King Zamorin nor anyone of his family is to be found any longer. From the said letter Your Honour will also see that if treasures of the Zamorin might have been concealed at Cranganoor, We are willing to assist in securing the same. The same will also take place regarding other goods, if there might be any. And when Your Honour is reliably informed of this, Your Honour may send some persons, but no armed men, to indicate or search for them, to whom we shall add men of ours and ensure that they meet with no hindrance in their search, and that if anything is found, it be placed in their power. The 16th May In the City of Cochim And this is indeed all that one could claim from nations living with each other in friendship. However, that Your Honour has requested the resident of Chettua to furnish Your Honour with 10 men and the interpreter seems strange to us; We certainly hope that the resident will not have done so, as that man would otherwise make himself subject to severe accountability, for We are and remain in the firm confidence that no armed troops will come onto the territory of Cranganoor, as the lands of neutral powers must be respected, and our conduct has also been such that we may expect this of the Nabab, especially as His Excellency in the year 1766, when We clearly made known our relations to Cranganoor and Chettua to His Excellency, gave all too great assurances of his special affection for the Dutch, and that His Excellency
Dutch transcription
167 Ao 1778 Ao 1774 Den 19. Meij 1o de Stad Cochim, en bij zijn te dien tijd is voorgehouden, Excessentie en kent, daarom ook te dien tijd buijten alle moeijelijkheeden gelaten, en dewijl Wij nu het Contrarie moeten ondervinden, en dat UwEd: des niet tegenstaande daar op gewapende vol= „keren send, soo moeten Wij zulk aan= „merken, als eene onderneminge ten eenemaal staijdig tegen de goede Vriend „schap, Waar toe Wij van onse kant gants geene geegentheijd nog reeden gegeven hebben en het geen Wij ook niet mogen gedoogen, dus protes „seeren Wij uijt naam van de hol= „landse Compagnie tegens dese onder de gevolgen „neminge, en moeten 6. die daar uijt mogten spruijten over= „laten ter verantwoordinge van UWEd:; wien Wij voor het overige zegen en gezonthijd toewenschen, /onderstond / zodanig door mij in het mallabaars overgeset Co= him dato als boven /was getver:/ Cm V=n Jongeren.. —. 3 - „ 15: _=o Sondag ontfing zijn WelEd: groot Agtb: een ola van den Veld heer Chiander Kasjer, als hier onder blijkt Translaat ola door den Veldheer De vorsten van Calicoet zijn van daar vertrokken & hebben hun verblijf op Cranganoor genomen, ik heb aan uw Ed: groot agtb: geschreeven, om deselve op te vatten, en mij overtegeven, maar hebbe daar op tot nog toe geen antwoord beko= „men; het is nu 3. â 4. dagen geleeden, dat ik op poelicarso ben gekomen, om de reijse na die kant te ondernemen, ter= wijl ik zie dat die Vorsten nog niet overgesonden worden; ik heb aan den Resident van Chettua gesz:, om mij 10. manschappen met den tolk bij tezetten, op dat ik guntea komen kan; en Wanneer ik over de weg van Cranganoor de reijse onderneeme, versoeke UwEd: 16 groot agtb: ordre te stellen, dat op sComp:s Aandra Raijer; gesz aan den Wel Ed: groot agtb: Heer Adriaan Moens Raad Extra ordinair van Ne= derlands Jndia, mitsgaders gouverneur en directeur den kuste mallabaar, Canaaa en Winquala. ontv: den 15. Maij Den 15. Meij In de Stad Crochim 1774. Kandra ƒ territoiren ƒ 169. Ao 1774. Den 16. Maij In de Stad Crochim Ao 1774 Den 15. Meij In de Stad Crochim territoiren geen Verhindering mogt aange= „daan werden aan mijne volkeren; ik heb ordre van mijn meester den nabab gekreegen om de sammorijnse Vorsten te vervolgen naar de landen daar zij na toegegaan zijn; en deselve te Caslijden; ik versoeke uwEd: groot agtb: die vonster„ soo lang aantehouden, tot dat ik gunter sal gekomen zijn, de familie vandie Vorsten bestaande in 50. Vrouwen en daar bij is een Ragiadoors met 50: lijf= trawanten 1000: naijros met sna= „phanen buijten nog andere met geld als met schild en s'waardt, alle die daar zijn Gelieve UWEd: groot agtb: telaten opvatten en mij overtegeven Wanneer ik met deselve ten eersten na„ en na Wacattij zal terug keeren, dus doende sal den nabab veel plaisien daar in scheppen. —. /:onderstond voor de translatie Cochim dato als boven, wees getekend, P=n V=n Jongeren gesw: translateur „ 16: _=o Maandag schreef zijn Wel Ed: groot agtb: een antwoord ola aan den Veldheer 6 66 Chandra Maijer Jnhoudende aldus zoo eren ontfang ik een nader brief van UWEd: uijt Wilkeul Jnhoud ik moet vast stellen dat uwEd: mijn ant= „woord op zijn Noodigen gesch:, nog niet ontfangen heeft; ik hebbe uwEd: soubedaan en zijn gevolg daermede van hier gedepecheert; deselve zijn over de alzier na Chawacattij Vertrocken, Waer toe ik haar op hun vertreck een paspoort heb verleend, ik twijffel niet of voEde: gem: Coubedaar zal nu alzijn g'arriveert; en de brief aan uwEd: besteld hebben; uwEd: zal daar uijt zien, dat Concep Nola door den WelEdd: Groot Agtb=e Heer Adriaan Moens, Raad Extra ordinair van Naderl:s Jndia, mitsgaders gouverneur en directeur dar huste mallabrar, zanara en Winquala, aan het leger„ hoofd van den nabab Aij= der Alichan, in name Randra Raijer, gesch: den 16. meij Ao 1774. —. Concept Hij 1 171. Ao 1774 Ao 1774 Den 16: Meij In de Stad Crochim Wij wel Verke voor den Cammoryn bescherminge te Verleenen, Jntegendeel den selven nog zijne familie op ons ter= „ritoir niet hebben getolleert, en zoo daa Wij zijn vlugt van de overkant na dese zijde verstaen hadde, doen gaen; soo dat zijn hot daer op Caan¬ „ganoor noordwaerts geretireert en op de landstreek van Cranganoor, nog den Koning Cammorijn nog niemand van zijne familie meer te vinden, is, uijt gem: brief zal UwEd: ook zien dat er dien er te Cranganoor door de sammorijn schaten mogten, geborgen zijn, Wij in het bemagtigen derselve behulp Crem willen zijn, dit selfde zal ook plaats vinden omtrent andere goederen, Jndien ze ermagten zijn; en als uwEd: hier van secuur onderrigt is; kan uwEd: eenige personen senden, dog geen gewapende, om daar van aen wijsing of nasoek te doen, Waer bij wij volk van ons zullen voegen en besorgen, datse geen hinder in hun nasoek ontmoeten, en dat soo het een en ander gevonden werd, het in hunne magt gesteld werde, Den 16. Maij In de Stadt Crochim en dit is Jmmers alles wat men souden konnen pretendeeren van naties die met elkander in Vriend „schap leven; dog dat uwEd: den resident van Chettua heeft versogt om uwEd: 10: man met den tolk bij tesetten, komt ons vreemd voor; Wij hoope purmers dat de resident sulks niet zal gedaan hebben, alsoo die man zig anders 'swaere verant= „woording subject soude maeken, want Wij zijn en blijven in dat vast vertrouwen, dat geen gewapend volk op de land streek van Cranganoor sal komen; alsoo de landen, van neutrale mogent heden, moeten ontzien worden, en onse handel= wijze ook soodanig geweest is, dat wij dit van den nabab mo= „gen verwagten, temeer, zijn Excell: ons in het Jaar 1766. , toen Wij onse betrekkinge op het Cranganoor, en heltua aan zijn Excell: duijdelijk te verstaen gegeven hebben, alte groote verseekeringe van desselfs bijsondere genegentheijd voor de hol= landers gegeven heeft, en dat zijn en Excell:
English
173. Anno 1774 The 19th of May In the City of Cochim Anno 1774 The 16th of May In the City of Cochim Excellency will never have any intention in the least to offend the Honourable Company, so that the Company relies upon that word as upon a sacred word; and we therefore cannot believe that such a renowned and prudent prince will act contrary to his promise, and still less allow impermissible things to be done which are never practiced among friendly nations; I remain, meanwhile, after offering my services. /below was written/ thus translated by me into the Malabar language Cochim date as above /was signed:/ S. V. Jongeren sworn translator. — Thursday was brought here an ola written by the King of Cranganoor to His Right Honourable, as can be read below. — Translation of the ola written by the King of Cranganoor to the Right Honourable Lord Adriaan Moens, Extraordinary Councillor of Netherlands India, together with Governor and Director of the Coast of Malabar, Canara, and Wingurla, received the 19th of May 1774. — By order of the Nabob, Chandra Raijen has arrived on the other side of Paneancollangare with Aijdroos Coettij, alongside a party of sepoys, Moors, and cavalry, with the intention to invade the sandy land of Chetwai, for which some rafts have been made, and thereafter they will attack Cranganoor, and we have received an ola from Aijdroos Coettij stating that I should send my ragidors with all haste to speak about the payment of the cash, or else we along with our subjects would have to suffer great hardships; we have given notice of this to the Resident of Cranganoor, who had told us that he would write about this to Your Right Honourable and provide us with an answer, but I hear to date no decision thereon. 175. Anno 1774 Anno 1774 The 19th of May In the City of Cochim In these circumstances, without taking the necessary measures, we will not be able to endure; the intention is to pass the sepoys and the cavalry through the sandy land of the Honourable Company. — We and our ancestors have placed our trust in the Honourable Company, and Her Honour has always protected us, but under these circumstances I have written once or twice to Your Right Honourable, and several times to the Resident of Cranganoor, and made everything known in a personal meeting; we perceive no redress thereon. When they depart from Paneancollangare, they will soon come here and set everything on fire; our land is protected by the Honourable Company, and when another sovereign demands tribute, who will be able to hold out against it. The Resident of Paponetty has sent men to the palace of the princess, and lets many insolences be committed there against us and our subjects; may Your Right Honourable please take all this to heart and protect us as of old, or otherwise let us know what we must do; hereupon we await a speedy answer. Signed by the King of Cranganoor /below was written:/ for the translation Cochim date as above /was signed:/ S. V. Jongeren sworn translator. — Shortly thereafter the ragidor of the court, by name Narana Menon, arrived within this city and handed to His Right Honourable an ola from his master, being the answer to the letter that His Right Honourable had recently sent to his master, and at the same time informed His Right Honourable that the noble lord Chandra Raijer had sent a request to His Highness to confer with His Right Honourable, whether His Right Honourable would allow a search to be made in the sandy land for the goods and treasures which the Zamorin princes were said to have hidden there, by 32 men of the Honourable Company, as many from Cochim as from Chandra Raijer, so that he might depart again from Poelicaat after carrying out that duty; His Right Honourable said to him thereupon that this offer had already been made to him in a letter that His Right Honourable had recently written to him and which he had not yet received at that time, which the ragidor undertook to make known to his master at once, further requesting a speedy answer to the ola he had brought along, whereupon His Right Honourable served him with the reply that when the ola was translated into the Dutch language and read by His Right Honourable, he would first see whether any further answer was required to it, in which case it would be sent to him later, and that in the meantime he could pay the compliments of His Right Honourable to His Highness, with which he also departed; the ola that he had brought was of the following content: — Translation of the ola written by the King of Cochim to the Right Honourable Lord Adriaan Moens, Extraordinary Councillor of Netherlands India, together with Governor and Director of the Coast of Malabar, Canara, and Wingurla, received the 19th of May 1774. — We have received Your Right Honourable's ola, read it and understood its content, wherein Your Right Honourable writes to us that Chandra Raijer has arrived at Poelicaat with some men, and that if he invades the sandy land, troublesome consequences must certainly arise therefrom, wherefore Your Right Honourable wishes to know whether we will recall our nairs who are in the field or not, when the forces march into the sandy land; we think that Your Right Honourable has no reason to doubt our conduct on that point, for we have never had in our minds to seek the disadvantage of the Honourable Company;
Dutch transcription
173. Ao 1774 Den 19: Meij In de Stad Crblhim Ao 1774 Den 16. Maij In de Stad Cochim Extell: nooijt eenige gedagten zal hebben on d' E Comp: in het minste te beleedigen, soo dat de Comp: op dat woond, als op een heijlig Woord, staat maakt; en Wij derhalven niet konnen gelooven, dat soo een koemrugtig en Verstandig vorst, tegen desselfs belofte sal hem= „delen en nog minder ongepermiteerde dingen laten doen, die bij geene Vriend houdende Naties ooijt gepratiseert worden; ik ben Jntussen na Presen „tatie van dienst. /:onderstond/ sooda- „nig door mij in het mallabaars overgeset Cochim dato als boven /was getekend:/ S=m V=n Jongeren gesw: trans „lateur. —. Donderdag i alhier aangebragt een ola door den Koning van Cranganoor aan zijn Wel Ed: groot Agtb: gesz:, als hier onder teleesen is. — Translaat ola, door den Koning van Oranganoor, gesz: aan den WelE: groot agtb: Heer Adriaan Moent, Raad Extra ordinair van 66 Noderlands Jndia, mitsgaders op het bevel van den nabab, is Chandra Raijen met Nijderoos Coettij nevens een partije zipaaijs, mooren en ruijters, aan de overkant van Lane= ancolangrae gekomen, met Jntentie; om in het Chittuase Zandigland te vallen Waar toe eenige vlotten zijn gemaakt, en daar na zullen zij op Cranganoor vallen, en Wij hebben een ola van Aij= droos Coettij ontfangen, dat ik met alle spoed mijne ragiadoors soude senden, om over de betaling vande Consanten tespreecken, of dat Wij nevens onse onderdanen Groote ongemakken soude moeten lijden; Wij hebben dier wegen„ aan den Resident van Cranganoor kennisse gegeven, die ons gezegt hadde, dat hij daar over aan UWelEd: groot agtb: soude schrijven en ons antwoord besorgen, maar in hoore tot nog toe daar geen uijt sluijtsel van gouverneur en diact seur den huste mallabaar, Canara en Winquala, ontfangen den 19. meij 1779. —: gouverneur Jn 175 Ao 1774 Ao 1774 Den 19. Meij In de Stadt Cochim Jn dese omstandigheeden van zaaken de noodige meshuies niet nemende, sul- „len Wij niet konnen bestaen; de Jntentie is om door het zandig „land van d' E Comp:s de sippaijs en de Ruijters te passeeren. — Wij en onse voorsaten hebben ons Ver= „trouwen op d E Comp: gesteld en haare Edele heeft ons altoos beschermt, maar ƒ bij dese omstandigheeden heb ik 1. â 2. malen aan UWe EEd: groot agtb:, en ver= „schijde keeren aan den resident van Cranganoor gesz:, en bij persioneele onsmoeting alles te verstaan gegeven, verneemen daar op geen redres, Wanneer zij van Paneancollangare vertrekken„ dan zullen zij haast hier komen, en alles in den brand steeken; ons land werd bescheomt door d E Comp: en Wanneer een ander souverain Contributie vraagt, wie zal daar tegen konnen houden. den Resident van paporettij heeft volk naar het pallijs van de prinscesse gesonden, en laten daar veele Jncollen= „tien tegens ons en onse onderdanen pleegen, UwEd: groot agtb: believe dit alles zig ter herten telaten Gaan, en Jochim ons als van ouds te beschermen, of anders ons te laten weeten wat Wij doen moeten; hier op verwagten wij een bij den Koning. poedig antwoord. get van C:ranganoor /onderstond:/ voor de tranclatie Coctim dato als boven Cm Vn Jongeren /was getekend:/ S=n gessv: translateur. — kort daar op quam den Magiadoor van het hof in name Narana menon f binnen deser steede en overhandigde aan zijn WeEd: groot agtb: een ola„ van zijn meester, zijnde het antwoord op het schrijvens, dat zijn Wel Ed: groot agtb: laatst aan zijn meester gesonden had, en maakte teffens zijn uwel Ed: groot agtb: bekent, dat den Weld heer Chandra Raijer aan zijn hoogheijd een versoek had laten doen, om zijn Wel Ed: groot agtb: te onder= houden, of zijn Wel Ed: groot Agtb: soude willen toestaen, dat er een nasoek in het zandigland mogt gedaan Werden, van de goederen en schatten die de Cammorijnse vorsten daar soude geborgen hebben, door 32: manschappen vand' E Comp: Den 19. Meij Io de Stadt ons soo 177. Ao 1774 Den 19 Meij In de Stad Gochim @o 1774 Den 19. Meij In de stad Crochim soo veel van Coctim) als van Chandra Raijer, op dat hij na dies Verrigting weder van poelicaaro vertrekken mogt; zijn WelEd: groot agtb: sijde hem daar op, dat die presentatieeets aan den selven gedaan was, bij een brief, die zijn WelEd: groot agtb: laatst aan hem gesz:, en dewelke hij toen nog niet ontfangen had, het geen den Ragiadoor aangenomen had, aan zijn meester ten eersten bekent temaken, versoekende Wijders spoe= g. „dig antwoord op de ola die hij nede gebragt had, waar op zijn Wel Edele groot agtb: hem diende, dat wanneer de ola inde Nederduijtse tale over= „geset en lectura daar van, bij zijn WelEd: groot agtb: genomen zijnde, eerst 6 soude zien of daar eenig nader ant= „woord op verijschte in welk geval het hem nader gesonden soude wor- „den, en dat hij Jntusschen 't Com= „pliment van zijn WelEd: groot agtb: bij zijn ho=t konde doen, Waarmede hij ook vertrokken is; de ola die hij gebragt had is vanden Volgende Jnhoud als. — uwEd: groot agtb: ola hebben wij ont „fangen geleesen en dies Jnhout verstaan, Waar bij uwEd: groot agtb: ons schrijft, dat Chansaa Haijer met eenig volk op poelicaaro is gekomen, en dat Wanneer hij op het zandigland valt, daer uijt ze= „kerlijk moeijelijke gevolgen moeten spruij= „ten, dierhalven uwEd:e groot agtb: gaarn weeten Wil, of Wij onse waijros die inhet veld zijn terug roepen zullen of niet; Wanneer het valk in het Zandigland op „trekt Wij denken dat UWEEEd: groot agtb: geen reeden heeft indat poinct op ons gedrag te twijffelen, want wij hebben nooyt in onse gedagten gehad, het nadeel van d E Comp: te betragten; Translaat ola door den Koning van Cochim gesz: aan den WelEd: groot agtb: Heer Adriaan Moens; Raad Extra ordinair van Ne= „derlands Jndia, mitsgaders gou= Hernena en directeur der huste mallabaar, Kanara, en Wingua= „la, ontf: den 19. meij 1774. J van Hoas ons 1
English
179. Anno 1774 Anno 1779 Cochim our realm and that of the Honorable Company are one, and we shall certainly seek no detriment to our own realm; our endeavors are nothing other than to arrange everything for the best according to the times and circumstances. Regarding the retreat of that potentate: no sooner had the army arrived at Palatherij than we sent our Rajadore Suamij with 100 men to the army commanders to negotiate on all necessary matters and settle them there. And when we heard that Chandra Raijer had arrived with the army, with the intention of invading the Sandy Land, our Rajadore Christna went to Chandra Raijer and informed him that the fleeing princes were not in the Sandy Land, as the Honorable Company had notified them that they were to depart from there immediately, and that they had accordingly retired from the Sandy Land; therefore it was unnecessary to go there, in order to prevent troubles that might otherwise easily arise therefrom. Christna stated all these matters with such emphasis to Chandra Raijer that he then made this request: namely, that 32 men of the Honorable Company, 32 of Chandra Raijer, and 32 of ours might be sent to the Sandy Land to conduct a search, and upon the receipt of that report, he would return to Chawacattij; just as Chandra Raijer wrote in a letter and sent with his messenger, in the company of our Suamij, which letter being translated, your Right Honorable will be able to understand everything better. As soon as that request is granted, no reason for dissatisfaction can be put forward, and the army will then have to retreat. Suam will tell your Right Honorable everything in detail; therefore, we request your Right Honorable to send the reply to Chandra Raijer as soon as possible, and at the same time to send 32 men of the Honorable Company, 32 of Chandra Haijer, and 32 of ours to conduct that search, and in that regard to send a letter each to the Residents of Cranganoor, Paponettij, and Chettua; the matter being handled in that manner, The 19th of May In the City The 19th of May In the city of Crochim 181. Anno 1774 Anno 1779 The 19th of May In the city of Crochim it will bring no displeasure. The King of Cranganoor has promised to give one lakh of rupees and an elephant to the Nabab, and they are demanding that money strongly. We shall do our utmost to settle this matter satisfactorily. We do not fail to share with your Right Honorable all the information that we obtain, and we call God to witness what trouble we have taken in these matters. All the letters that we have successively received, we shall send to your Right Honorable as soon as our occupations come to an end. Signed by his Highness. Below was written: for the translation, Cochim, date as above. Was signed: Jan van Jongeren, sworn translator. The 20th, Friday, after the translation of the letter, his Right Honorable received news that 100 armed Moors from Chawacattij had arrived in the territory of Cranganoor. Whereupon his Right Honorable had the aforementioned messenger called into the city. The 20th of May In the City of Crochim Upon his arrival, his Right Honorable said to him that the contents of the letter brought by him did not at all agree with the verbal message that he had delivered, and in addition his Right Honorable had just received news that 100 armed Moors from Chawacattij had arrived at Cranganoor; therefore, from these contradictory writings, message, and doings, his Right Honorable did not know what to think of it. The messenger persisted in his statement, with this addition, however: that Chandra Raijer had instructed him to assure his Right Honorable that he would send no armed men to the territory of Cranganoor; and he said that with so much dignity that one had to believe it. The Governor at the same time had a record made of the messages he delivered, so that if in due time it were found to be entirely different, he would have to account for himself. The incoming letter and the answer thereto read as follows: Translation
Dutch transcription
179. Ao 1774 Ao 1779 Cochim ons Rijk en dat van d' E Comp: is een en Wij zullen Jmmers geen nadeel voor ons Eijgen Rijk soeken, onse pogin= „gen zijn anders niet, als alles ten goede te schikken naar tijden omstan= „digheeden; van den aftogt van die mogent „heijd, soo dra was het legen op palat „herij niet gekomen, of Wij hebben bij de leegen hoofden onse Ragiadoor Suamij met 100. man gesonden, om over alle de noodige zaken te tracteeren en aldaar telijten, en toen wij hoorden dat Chandra Raijer met het leger Was geko= „men, met Jntentie om in het zandig „land tevallen ging onse Ragiadoor Christ na bij Chandra Raijer, en berigtede hem dat de Vlugtende vorsten op het zandig= „land niet en weeren alsoo d' E Comp: haar 96 hadde laten weeten, dat zij ten eersten daar van dan souden vertrekken; gelijk zij van het zandigland gerctiveert zijn, ov erzulx 6 het onnodig was daar na toe tegaan, 6 tot voorkoming van moeijlijkheeden, die anders, daar uijt ligtelijk soude hon= „nen ontstaen; alle dese zaken heeft Christna met soodanige nadank tegens Chandra Raijers gezegt, dat Den 19. Meij In de Stad Den 19. Meij In de stad Crochim hij toen dit versoek deed) teweeten, dat en 32. manschappen van d' E Comp: 32. Jan Chandra Raijer. en 32. van ons, naar het zandigland mogt wouden gesonden, om een nazoek tedoen, en bij den ontfangst van dat berigt, hij weeder hij na Cha „wacattij soude vertrekken; gelijk hij handra Raijer zulks bij een brief gesz: en met zijn boode gesonden heeft, in geselschap van onse Suamij welke ƒ. ƒ brief overgeset zijnde, sal uwelEd: groot agtb: alles betee konnen verstaan, soo daa die verzoek gedaan is, sal men geen reeden van ongenoegen konnen voortbrengen, en het leger sal als dan terug moeten trecken, suam sal uwEd: groot agtb: alles omstandig zeggen, der„ halven versoeken Wij uwelEd: groot agtb: het antwoord aan Chandra Raijer ten spoedigsten te senden, en teffens 32. manschappen van d' E Comp: 32. Van Chandra Haijer, en 32. van 9. ons tesenden om die nasoek te doen, en dierwegen aan de Residenten van Cranganoor paponettij, en Chettua ider een brief tesenden, de zaak op die wijse behandelt werdende, #hij zal 181. @1774: Ao 1779 Den 19. Meij In de stad Crochim zal geen ongenoegen konnen bang; den Koning van Cranganoon heeft beloofd een lak ropias en een Eliphant, aan den nabab tegeven, en men maant sterk om dat geld, Wij zullen onse uijtterste best aan Wenden om die zaek ten genoegen uijt de Wereld te helpen, alle de notitie laten Wij niet na UWelEd: die Wij kuijgen groot agtb:s te bedeelen, En Wij nemen god tot getuijgen, wat voor moeijte in dese zaken aangewent hebben, alle de brieven die Wij successive ontvangen hebben, zullen Wij aan uwelEd: groot agtb: senden, soo dra onse occu„ „patien, een Eijnde nemen zullen, gete= „kent bij zijn ho=t. /:onderstond:/ voor de translatie Cochim dato als boven Can V=n Jongeren S /was getekend:/ gesw: translateur. van de brief 20: _=o Vrijdag na de overzetting ƒ 6. kreeg zijn WelEd: groot Agtb: tijding, dat 100. gewapende mooren van Chawa= cattij op de landstreek van Cranganoor waren gekomen, Waar op zijn WelEd: groot- agtb: voormelde boode binnen de stad het roepen, met Wiens komste Den 20. Meij In de Stad Crochim zeijde sijn WelEd: groot agtb: aan den selven dat den Jnhoude van de door hem mede gebragte brief gants niet over een quam met de mondelinge boodschap, die hij gedaan had, en daar bij had zijn WelEd: groot agtb: soo Aen tijding ontfangen, hoe dat 100. gewapende mooren van Cnawacattij. op Cranganoor gekomen waaren, over zulks zijn WelEd: groot agtb: uijt die Contra= „dierende schriften, boodschap en gedoente niet wist, wat daar van denken soude, de boode bleef bij zijn gezegde perssik — „teeren met dese bijvoeging nogtans dat Chandra Kaijer hem gelast, had aan zijn WelEd: groot agtb: te verseekeren, dat hij geen gewapende volkeaen, naar de landstreek van Cranganoor soude senden; en dat zeijde hij met soo veel waar „digheijd, dat men daar aan geloof 6 slaan moest, laatende de gouveaneur teffens aantekening houden, van zijn gedane boodschappen dat Wanneer Jndier tijd heel anders bevindende hij zig sooede moeten Nerantwoorden, de aankomende brief en het antw: daar op luijd aldus. zijde Translaat „
English
183. Ao 1774 Ao 1774 The 20 May In the City of Cochim Translation of an ola written by the Right Honorable Chandra Raijer, to the Right Honorable Adriaan Moens, Extraordinary Councilor of the Dutch Indies, as well as Governor and Director of the Coast of Mallabaar, Canara, and Wingurla, received the 19 May I found myself on the 17th of this month in reasonably good health, and wish to know of the welfare of Your Right Honorable. From Your Right Honorable's letter I have well understood the matters, and at the same time seen that by virtue of the good friendship between the nabab and the Honorable Company, Your Right Honorable had already sent orders to keep the sammorijn and his kariaadors off the Honorable Company's territories, and that Your Honorable would not tolerate the said princes, their nairs, and treasures in the Honorable Company's lands. I wish that Your Right Honorable would do so, just as Your Right Honorable has written. Some of the sammorijn princes The 20 May In the City of Cochim who were in the Honorable Company's land, I have heard that they have departed by sea on vessels. That could not have happened without the prior knowledge of the Honorable Company's servants. The contents of Your Right Honorable's letter do not correspond with the departure of those princes by sea without anyone having known of it. When I arrived at poelicaaro from Chawacattij with my force, I summoned the Resident of Chettua to me, and told him to hand over to me the sammorijn princes who are staying in the Honorable Company's territories, according to the order of Your Right Honorable to all the Residents; and consequently, I requested the Resident to hand over to me the sammorijn nairs who were there. The Resident answered that he had received those orders from Your Right Honorable, that if the sammorijn princes should be found in the district of the Honorable Company, they would deliver them to me along with their goods, and that in this regard no failure Ao 1774. 185. Ao 1774 Ao 1774 The 20 May In the City of Cochim would be found, promising to provide me with 10 men along with the interpreter, just as he has given me the interpreter with 10 men; and they have brought to me some people from Chawacattij who, out of fear, fled to the sandy land. But the sammorijn princes, kariaadors, nairs, and other goods that are to be found there have not been handed over up to now, and I also do not believe that the Resident will hand over those princes to me. I have orders from my master the nabab, as well as written instructions from Sriniwasa Raijer, to seize with my force the sammorijn princes in whatever district they might be found, as well as to demand from the King of Cranganoor one lakh rupees and 4 elephants. The King of Cranganoor has not made a visit to me up to now, and the sammorijn princes with their goods, who are in the Honorable Company's territories, I do not get up to now. The nabab maintains a constant friendship with the Dutch Company, Cochim The 20 May In the City therefore it will not be fitting that I should go with my force to search for the sammorijn princes, as many inconveniences could arise from that. I have now already been at poelicaaro for 3 to 4 days, and must necessarily go to Cranganoor to attend to the affairs of the nabab, and there at Cranganoor the sammorijn people were located; therefore I cannot make that march without a force, under the assurance that I will commit no disorder on the Honorable Company's territories; and as soon as I have received the rupees and have accomplished the other affairs of the nabab, I shall go back. Further, I refer to the message of the bearer of this. If there is anything here for the service of Your Right Honorable, please let me know. I request Your Right Honorable that the friendship between the nabab and the Honorable Company will grow and increase more and more, if Your Right Honorable were to deliver the remaining sammorijn princes. Therefore underneath stood: 187. Ao 1774 Ao 1774 The 20 May In the City of Cochim underneath stood: For the translation according to the reading and explanation given by Moetto Rama, Cochim date as above. Was signed: S. V. D. Jongeren, sworn translator. Draft ola by the Right Honorable Adriaan Moens, Extraordinary Councilor of the Dutch Indies, as well as Governor and Director of the Coast of Mallabar, Canara, and Wingurla. To the commander of the troops of the nabab, written the 19 May Ao 1774. Your Honor's missive of the 17th of this month I received on the 19th thereof, and saw thereby that Your Honor was doing well, which was pleasing to us. I must deduce from the contents of that letter that Your Honor receives incorrect reports regarding our conduct held concerning the fleeing King sammorijn, his The 20 May In the City of Cochim family, and people. Your Honor can be assured that not one of them, to our knowledge, is residing in the region of Cranganoor. Those who report otherwise to Your Honor must have evil intentions, and wish to disrupt the friendship between us and the nabab. The bearer of Your Honor's letter has orally informed me that Your Honor requests that a search may be made in the region of Cranganoor for the treasures and other goods that might have been concealed there belonging to the sammorijn party, by 32 persons from Your Honor, 32 from the Cochin ruler, and 32 from us. This the King of Cochim has also made known to us by an ola. I conclude from this that Your Honor had not yet received my further missive upon the dispatch of Your Honor's letter, for in my last one I had already made known to Your Honor that this search may take place. I am ready to have this carried out; therefore please let Your Honor's 32 persons, accompanied by those of the King of Cochim, go to Cranganoor to our Resident
Dutch transcription
183. Ab 1574 Ao 1774 Den 20. Meij In de Stadt C„ochim Translaat olte door den Weld, heer Chandra Raijer, gesz: aan den WelEde Ggroot agtb: Heer Adriaan Moens, Raad Extra ordinair van Ne= „derlands Jndia, mitsgaders gouverneur en dirccteren den huste mallabaar, Canara, en Winquala, ontf: den 19. meij Jk bezinde mij den 17. deser riedelijk gesond, en Wensche temogen Weeten den Welstand van uEd: groot agtb: uijt uwEd: groot agtb: brief heb ik de zaken wel begreepen, en teffens gezien, dat uijt kragte vande goede Vriendsz: tussen den nabab en de E Comp: uwel Ed: groot agtb: reets ordre gesonden had, om den sammorij, en zijne Hagiadoors van sComp: territoiren aftehouden, en dat haar Edele gem: vorsten hare naijros en schatten in sComp:s landen niet soude dulden, ik Wensctie dat mel Ed: groot agtb: zulks deed, soo als uwel Ed: groot agtb: gesz: heeft. — Eenige vande sammorijnse Joosten Den 20: Meij In de stad Crochim die in 'sComp: land waren, heb ik ge= „hoort dat sij met vaertuijgen over zee zyn vertrocken, het soude niet hebben konnen geschieden, buijten voor „kennisse van sComp: bedienden, den Jnhoud van wwel Ed: groot agtb: brief 3 komt niet over een, met het Vertrek van die Vorsten over zee, sonder dat Jmand zulx geweeten heeft; toen ik van Chawacattij met mijn magt op poelicaaro quam, heb ik den Resident van Chettua bij mij laten roepen, en tegens hem gezegt, dat de sammorijnse vorsten, die zig in sComp:s territoiren ophouden, aan mij overtegeven, volgens de ordre van uwEd: groot agtb: aan alle de Residenten, en dien volgende, heb ik aan den Resident verzogt, om de Cammorijnse naijrof die zig daer bevonden, aan mij telaten overgeven; den Resident heeft g'antwoord, dat hij die ordres van uwelEd: groot Agtb: ontfangen had, dat soo de sommo= „rijnse Vorsten in het distrixt van d' E Comp: mogten vinden, deselve met haare goederen aan mij souden overleteren, en dat daar omtrent geen die nanguement A 1779. —. 185. @ 1779 Ao. 1779 Den 20. Meij In de stad Cochim manquement soude gevonden worden, beloovende mij 10. mansz: met den. tolk bijtezetten, gelijk hij den tolk met 10: man mij gegeven heeft, en zij hebben mij opgebragt eenige men „schen van Chawacattij, die uijt Vreese naar het zandigland zijn gaan vlugten, maar de sammorijnse Vorsten, hagiadoors, naijros, en andere goederen die daer te vinden, sijn werden tot nog toe niet overgegeven, en ik geloof ook niet dat den Resident mij die Vorsten sal overgeven; jk heb ordre van mijn meester den nabab als ook aanschrijvens van Suini Wasa Raijer, om met mijn magt de Cammorijnse Jorsten opte vatten in wat landstreek deselve zig mogten bevinden, mitsga= „ders van den koning van Cranganoor een lak ropias en 4. Eliphanten te vorderen; den koning van Cranganoor heeft tot nog toe geen visite aan mij gedaan, ende sammorijnse Voa== „sten met hare goederen, die insComp:s territoiren zijn, krijg ik tot nog toe net, den nabab houd met de hol= „landse Comp: een bestendige Vaiendsz: C„ ochim Den 20. Meij In de Stad daarom zal het niet passen dat ik met mijn magt soude gaan om de sammorijnse Vorsten opte zoeken, alsoo daer uijt veele ongemakken soude konnen ontstaan; Jk ben nu al 3. â 4. dagen op poelicaaro, en moet noodsakelijk na Cranganoor gaan, om de zaken van den nabab te betragten, en daer op Cranganoor bevonden zig de sammorijnse vol keren, daerom kan ik die togt souden magt niet doen, onder versekeringe dat ik op 's Comp: teaai toiren geen disordre sal pleegen, en soo dra ik de ropias ontfangen, en andere zaken van den nabab zal verrigt hebben, zal ik terug gaan, Wijder gedrage ik mij aan de boodschap van brenger deses; hier iets van uwelEd: groot agtb: dienst zijnde, gelieve mij telaten Weeten, Jk versoekene uwelEd: groot agtb:, dat de vriendschap tussen den nabab en d E Comp:, meer en meer sal aangroeijen en toenemen, Wanneer uweld groot agtb: de overgebleevene Cammo= „rijnse Vorsten quam te overleeveren, daarom 6d onderstond 187. Ao 1774 Ao 1774 Den 20. Meij Ion de Stad Cochim /onderstond:/ voor de translatie volgens lesing en verstaan geven, van moetto Rama, Cochim dato als boven /was V=n Jongeren gesw: getekend/ S= translateur. —. Concephola door den WelEd:, groot agtb: Heer Adriaan Moens, Raad Extra ordinair van Nederlands Jndia, mitsga= „ders gouverneur en direc= „tena Ier kuste mallab=r Tanara, en Wingtiala Aan het tegen hoofd van nabap, gesz: den 19. meij Hop A 179. —. UW Ed: missive van den 17. deser heb ik den 19 Iaer aen ontfangen en daer bij gesien, dat uwEd: Wel vaaende was; dat ons aengenaem is geweest, ik moet uijt den Jnhoud van die brief opmaken, dat uwEd: verkeerde berigten krijgt, wegens ons gehouden gedrag omtrent den Vlugtenden Koning Cammorijn, zijne Den 20. Meij In de Stad Cochim familie en Volhoren, uwEd: kan Ver= „sekert zijn, dat zig niem med derselve onses waetens op de landstreek van Cranganoor bezind, die uwEd: anders berigten moeten quaade insigten hebben, en de vriendschap tussen ons was en den nabab Willen stooren. —. Den brengen van uwEd: brief heeft mij mondeling bekent gemaekt, dat uWEd: versoeht, dat er nasoek mag gedaen werden op de landstreek van 2 Cranganoor, na de schatten en andere goederen die van de sammorijnse daeraf geborgen mogten zijn, door 32. persoonen van uwEd:s, 32. van den Cochimder en 709 32. van ons; dit heeft ons ook Ien koning van Cochim bij ola te varstaen gegeven; ik besluijt hier uijt, dat uwEd: mijn nadere missive nog niet ontfangen heeft gehad, bij het afgaen uw Ed: brief, Want ik heb bij mijne de laetste uwEd: reets tekennen gegeven, ge dat dit ondersoek van geschiede; ik 6 ben berijd dit telaten volbrengen, der „halven gelieve uwEd: zijne 32. personen, verseld van die van den koning van Cochim, op Cranganoor bij onse resident ig familie telaten
English
Ao 1774 Ao. 179 The 20th of May In the City of Cochim to have come, I think it is best to begin from there, but if Your Honour understands it otherwise, Your Honour may send the same to Chettua, but in this case we ought to have notice of it at once in order to be able to send our people thither; Your Honour may rest assured that we shall take care that the people to be sent find access everywhere, and that if anything is found, it shall be handed over to the same. Your Honour still insists upon the contribution from the Cranganore King, although we have made known to Your Honour that he is not a sovereign prince but a subject of the Honourable Company; the King of Cochim has informed us that this petty King promised a present to the Nabob; this the petty King of Cranganore denies; if, however, he made such a voluntary promise, we are quite willing to permit him to fulfill it. Your Honour will certainly in this regard have a fair consideration for his small means. This was already ready to be dispatched The 20th of May In the City of Cochim when I received news that 100 armed Moors from Chawacatti had entered the territory of Cranganore. Upon this news, I summoned Your Honour's letter- bearer to me and asked him how this was to be reconciled with his verbal proposal made to me. He answered thereto that Your Honour had ordered him to make me the proposal for the search after the treasures, and that no armed people would enter our territory. This he said with so much readiness that I almost doubted whether these people had indeed come there by Your Honour's order; yet at the same time reflecting that the Moors would not have presumed to take that liberty of their own accord, I do not know what to think of this business, and whether I should let this letter go as it had been drafted, or not; the assurance of the bearer of this that Your Honour's intention was good and that you were very eagerly awaiting this reply caused me to resolve upon dispatching it without alteration, and I request a speedy reply hereupon, reply. 191 Ao 1779 Ao 1774 The 20th of May In the City of Cochim reply. Meanwhile commending Your Honour to God's protection. /was written below:/ Translated thus by me into Malayalam, Cochim, date as above. /was signed:/ J. M. Van Jongeren, sworn translator. Furthermore, His Right Honourable wrote an ola to the King of Cochim, as appears below. Draft ola by the Right Honourable Lord Adriaan Moens, Extraordinary Councilor of Dutch India, as well as Governor and Director of the Malabar Coast, Canara, and Vingurla, to the King of Cochim, written the 20th of May Ao 1779. Your Highness's ola having been delivered to us, we have seen therefrom that Your Highness's good intentions towards the Honourable Company shall remain unaltered; we remain then in the confidence that we shall at all times see The 20th of May In the City of Cochim proofs thereof. It is proposed to us on the part of the general of the Nabob to allow a search to be made in the territory of Cranganore for the treasures of the Zamorin; this we have already agreed to in our previous letter to the general; and in the one now being dispatched, we write to the general that he may send only 32 of his men, accompanied by 32 of Your Highness's people, to Cranganore to the Resident, who will also add 32 heads on our behalf, and let the search proceed; leaving it, however, to the general whether he also wishes to begin from Chettua; if so, that notice thereof should then be given to us at once, in order to cause our people also to depart for Chettua. Your Highness also writes to us that the King of Cranganore has made a promise to the Nabob to pay a sum of money. Your Highness knows that this petty King is under the Honourable Company, and consequently cannot properly be burdened with any contribution; yet because 193. Ao 1774 Ao 1774 In the City of Cochim because Your Highness says that the King has previously given a promise thereto, it being so, it happened without our knowledge, although it is now denied, so we are quite willing to allow that he, under the name of a present, according to his means, fulfill his promise. God preserve Your Highness for many years. /was written below:/ Translated thus by me into Malayalam, Cochin, date as above. /was signed:/ J. M. Van Jongeren, sworn translator. The 20th of May On Wednesday the First Interpreter van Jongeren wrote, by order of His Right Honourable, an ola to the Sarvadhikariakar of Cherthala, concerning the detention of the Company's letter by the guards of Betetie, as appears below. Draft ola by order of the Right Honourable Lord Adriaan Moens, Extraordinary Councilor of Dutch India, as well as a certain lascar, named Babo, coming from Porca with the Company's letter, was detained at Bettekel by the guards, with the demand and order that he surrender the letter and his sword; and because he refused to do so, they struck him with a pike and took his sword. The lascars must daily pass and repass that road with the Company's letters, and if they are treated in that manner, many mischiefs may arise therefrom. Therefore, my noble superior has ordered me to write Your Honour this ola and to ask by whose order they have done such a thing; and if they did it out of wantonness, to punish the same according to their deserts. Governor and Director of the Malabar Coast, Canara, and Vingurla, by the First Interpreter van Jongeren to the Sarvadhikariakar of Cherthala, written the 25th of May 1774. The 25th of May In the City of Cochim Governor to 25.
Dutch transcription
Ao 1774 Ao. 179 Den 20. Meij In de Stad Cochim te laten komen ik denk het best is van daar te beginnen, dog begrijpt uwEd: het anders, van kan uwEd: deselve te Chettua senden, dog in dit geval dienen Wij daer van ten eersten kennisse te= „hebben om onse volkeren der waarts te kunnen senden; uwEd: kan versekert zijn, dat Wij zorg sullen daagen, dat de tesendene volkeren over al toegaen vinden, en dat soo er gevonden word, aan deselve zal werden terhand gesteld. WEd: blijft als nog staen op de Contributie van den Caanganoorse Koning schoon Wij aan UWEd: hebben bekent gemaakt, dat hij geen souverain vorst maer een onder hoorige van d E Comp: is; den koning van Cochim heeft ons te kennen gegeven, dat dit Koningje aen den nabab een present beloofd heeft, dit ontkent het Cranganoorse Koningje, indsen hij egter zulke Haij Willige belofte gedaen heeft, willen wij wel toestaen dat den selven die volbrengt, UWEd: zal hier omtrent zeekert een billijke agting slaan, op zijn geking vermogen —. Desen Was bereets klaer om afgegeven Den 20. Meij In de Staet Cochim te werden wanneer ik tijding arlang dat 100. gewapende mooren van Chawacattij op de landstreek van Cranganoor zijn geko= „men, ik heb op dese tijding uwEd: brief brenger bij mij laten komen en hem gevraagt, hoe dit over een tebrengen was met zijne aen mij gedaene mondelinge 6: voorslag, hij diende daerop, dat uwEd: hem g'ordonneert had, mij den voorslag ter ondersoek na de schatten te doen en dat : geen gewapende volk ƒ op onse landstreek soude komen, dit zeijde hij met soo veel vaerdigheijd, dat ik bij na twijffele, of dit volk Wel ter UWEd: ordre daer was gekomen, dog ter selven tijd overdenkende, dat demoo= 6 „ren die stondheijd op haar selven niet souden mogen gebruijken, weet ik niet Wat ik van dit gedoente ten= „ken moet, en of ik deesen, sodanige als hij in Concept was gebragt soude laten afgaen, dan niet; de verseekeringe vanden brenger deses dat uwEd: Jnten „tie goed en seer na dit antwoord verlangende Was, heeft mij tot af= „vaendiging sonder veranderinge doen besluijten, en versoek hier op eenspoedig te werden antwoord 191 A1779 Ao 1774 Den 20. Meij In de Stad Crochim antwoord, Intusschen uWEd: Gode ter bewaringe beveelende /:onderstond:/ zodanig door mij in het mallabaars, overgeset, Cochim dato als boven (was getekend:/ I=m V=n Jongeren geswoore F translateur Wijders schreef zijn Wel Ed: groot agtb: een ola aan den koning van Cochim, als hier onder Consteert, Concept ola door den Wel Ed: groot Achtbare Her Adriaan Moens, Raad Extaa ordinair van Ne= derlands Jndia, mitsgaders gouverneur en directeur den kaste mallabaar, Canara, en Winguala, aan den Koning van Cothim, gesz: den 20: Meij A 1779. —. Not:s ola ons besteld zijnde, heb= ben Wij daer bij gesien, dat who=te goede Jntentie, omtrent d' E Comp:, onveranderlijk soude blijven, wij blijven dan in vertrouwen, dat Wij daer van ten allen tijde blijken sullen Den 20. Meij In de Stad Cochim zien, scho=t staat Lons van Wegens het legerhoofd van den nabab, voor, om een ondersoek telaten geschieden, op de land- „streek van Cranganoor, na de schatten van den sammorijn; dit hebben Wij reets bij onsen Hoorigen brief aan het legen= „hoofd, g accordeert; en bij de thans afgaande schrijven wij het legenhoofd, dat hij maer 32. der zijne, verzelt van 32. van uto=t Volkeren na Caan „ganoon kan senden bij den Resident die daer bij, van onsen Wegen meede 32: koppen zal voegen, en het onder „soek laten voortgang hebben, dog aan het legenhoofd gelaten, of hij ook wil van Chettua beginnen Jndien Ja, dat ons als dan daer van ten eersten kinnisse dient te werden Gegeven, ten eijnde de onse ook na Chettua te doen vertrecken. 11 ho=t schrijft ons ook, dat den Koning Van Cranganoor belofte gedaen heeft, aan den nabab om een somma gelds te betallen, ucho=t weet, dat dit koningje onder d' E Comp: en derhalven met geen Contributie ge= „voeglijk hem werden belast; dog Zien. de Wijl 193. Ao 1774 Ao 1774 In de Stadl Crochen dat den Koning de Wijl uw=t belofte heeft gegeven, bevorens daer toe het soo zijnde, buijten onse kennisse is geschied, hoe wel het nu word so Willen wij wel toestaen ontkent, dat hij onder de naem van een pae „sent, na maate van zijn vermogen, aan zijne belofte Voldoek; God bew: utw=t lange Jaaren. /onderstond:/ soodanig door mij in het mallabaars overgeset Cochin dato als boven Con Vm Jongeren /Was getekend. / gesw: translateur Den 20. Meij _=o Woensdag schreef den Eerste tolk van Jongeren ter ordre van zijn Well Ed: groot agtb:, een ola aan den Sak Wadicaracaren van Chertalle, wegens het aanhouden van 's Comp: brief door de Wagters van Betetie, als hier onder blijkt. —. Concep Cola ter ordre van den Wel Ed: groot Agtb: Heer Adriaan Moent, Raad Extra ordinara van Naderlands Jndia, mitsgad:s zeeker lascorijn, met name babo, van porca, met 'sComp: brief komende 6 169 wierd den selven op Bettekel door H de Wagters aangehouden, met last ƒ en ordre dat hij de brief en zijn degen 16 zoude afgeven en om dat hij zulks niet doen Woude, hebben bij hem met een piek geslagen en zijn degen afgenomen; de lascorijn moeten die weg dagelijx met sComp: brieven passeeren en tepasseeren, en Wanneer zij op die Wijze bejegent Wer= „den zullen daar uijt veele onheijlen konnen ontstaan; daarom heeft mijne noblen oppergebieder mij gelast vEd: dese ola te schrijven en te vragen; uijt wiens last zij zulx gedaan hebben en zoo zij uijt moed wil het gedaan hadden, deselve na Verdienst Gouverneur en Tircc seur den kinste mallabaar Namara en Winquala, door den Eerste tolk van Jongeren aan den Sar Wadicariacaren van Chertalle gesz: den 25. meij 1774. Den 25. Meij In de Stad Cochim Gouverneur te „ 25. .