Inventory 3409
Surat · 396 pages · 233 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
122. 123. The 19th of March Ao 1773. The 19 March Ao 1773 Besides having the said copper works repaired and having those that are too bad and not worthy of repair exchanged for new ones, to have the three broken and one missing common chair written off on account of their slight value. Thus resolved and recorded in the margin, on the day, month, and year aforesaid. Was signed: M F: Bosman, J. V: d: Hleijden, N Holmburg, P: B: Zimmerman, C:s V:n Cilters arm Bz:, K C: de vas sij v: Se ourtring, I: S: Boiquet, and E: N: Wiardi. The aforementioned state carriages, already written off according to the Resolution of 7 March A:o 1770, but as no others have been made in their place, are still used at times, however common they look. According to Trade Books / Reports / Found / More / Less Household Needs With the Lord Director Cooking pots: 20 pieces, 17 fit, 3 unfit. Ladles: 2, 2 fit. Copper water scoops: 2, 1 fit, 1 unfit. Copper platters: 6, 4 fit, 2 unfit. Poffertjes pan: 1, 1 fit. Dripping pan: 1, 1 fit. Pancake pan: 1, 1 fit. Furthermore, several cooking pots, several saucepans, the fish kettle, and the bread or tart pan need to be repaired. With the Military Cooking pots: 10, 9 fit, 1 unfit. Lids for cooking pots: 10, 8 fit, 2 unfit. Church Goods Common chairs: 10, 6 fit, 3 unfit, 1 missing. This being all the difference that was noticed upon confrontation, I shall await your Right Honorable learned dispositions and subscribe myself with high esteem. Subscript: Right Honorable Lord and Gentlemen. Lower: your Right Honorables' very obedient servant. Was signed: I: V: d: Hleyden. In the margin: Surat, the 12th of March 1773. To have the survey sworn to. With the Trade Books brought to a close. Lastly, upon the announcement of the aforesaid Honorable van der Heyden that the Trade Books of this Direction for the Year 177½ were brought to a close, it was approved to commission the Council Members Timmerman and Bocquet for the inspection thereof. Subscript: Thus done, resolved, and decreed in the Dutch Office of Surat, on the day, month, and year aforesaid. Was signed: M:s J:n Bosman, F: V:n d: Heyjden, N: Holmborg, J:r B: Zimmerman, C:s Mitters Aarnoutsz:, R:r C De Vassi, J: V Boequet, and E: N:s Wiardi. As well as to have the said submitted reports of the inventory taken on the ultimate of August last, according to the order, now sworn to before the Honorable Council of Justice. Wednesday. 124. 125. The 24th of March A:o 1773. Before noon. All present, except the Honorable Abraham Josias Sluysken, on commission to Bombay. The 24th of March A:o 1773. Letter. After receiving the English letter. His Honor negotiated privately with Mr. Price and the Nabab and settled the adjacent matter thereby. According to what was communicated by the Lord Director to the Assembly on the 14th last, His Honor, after receipt of the English letter dated 11th March containing the ultimatum of those Gentlemen not to interfere in our affairs before we should have produced our Firmans, whereby they have finally cut off from us the avenue for conducting any further public negotiations, has attempted to negotiate privately with Mr. Price and the Nabab. Which intention had succeeded so far that permission had been granted for the unloading of the vessels; that the matter of Boetesa was left to the decision of good men; and that the affair of the Persian standing under our protection, whose house the city Governor had caused to be occupied for fully four months, has been definitively settled, all in such manner as was treated in detail in the aforesaid Resolution. But on that occasion it was also made known by His Honor that he could trust the Nabab as little as Mr. Price, notwithstanding that the door now seemed to be opened by this small beginning for a friendly accommodation; because His Honor had never attributed the overtures made by the Nabab to draw the decision of Deanaat's affair to himself as a favorable omen, His Honor, as a continuation of all these matters, gave the members to understand that he had by no means been mistaken in this foresight of his. Wednesday.
Dutch transcription
122. 123. Den 19„e Maart Ao 1773. Den 19 Maart Ao 1773 Nevens gemelde koper werken te laaten repareeren en de geene die te slegt en geen reparatie waardig zin tegens Nieuwe te Verzyglen De drie gebrookene en Een ab„ sent geraakte gemeene stoel om dies geringheid te laten Aldus Geresolveerd en in Margine gesteld, ten dage Maand en Jare Voor meld: /:was geteekend:/ M F: Bosman . . . . . . . . . . . . J. V: d: Hleijden N Holmburg. . . . . . . . . „ P: B: Zimmerman, C:s V„n Cilters arm Bz: K C: de vas sij v: Se ourtring I: S: Boiquet, en E: N: Wiardi= afschreven.— evengenoemde Statie Rytuigen volgens Resolutie van den 7 Maart A:o 1770, bereeds afgeschreeven dag nog geen andere in dies plaatse aangemaakt zyn, werden hoe gemeen er ook Uytzien egter somwylen nog gebruykt. — volgens Negotie De Rapporten Huys-Behooftens Bij den Heer Directeur 17: – bequaam p=s 20. ƒ 3: — Onbeg=n —:— —: Kookpotten - - - - „ 2:— 2:— _:o —:— — — Polleepels - - - - - - - - 1:– bequaam kopere water scheppers - - - - - „ 2— 1:– Onbec=1 4:- bequaam kopere Schotels - - - - - - - - - - - - „ 6: - 2: Onbeg:n Pofsertjes Ian – – _ _ _ – – - - - - - - „ 1:- 1:— _:o —: — —:— Voortsdienen eenige kookpotten Eenige Castrollen, de Viskeetel, En de Brood of Taarte Pan gere„ pareerd te werden By de Militaire Kookpotten - - - - - - Deksels voor Kookpotten Kerk Goederen 1:— Gemeene Stoelen. Dit al het verschil zynde, dat by Confrontatie, ontwaard is zal ik uw wel Edele Agtbare Gelerde Dispositien blyven afwagten en my met Hoogagting onderschriven. /:onderstond:/ welEdele Agtbare Heer en Heeren /:lager:/ uw Wel Edele Agtbares seer gehoorsame, Dienaar /:was geteekent:/ I: V: d: Hleyden, /ten Margine:/ Soeratte den 12:' Maart 1773 Boeken Bevonden Meer Minder opneem te laaten beiedigen— Volgens Drooppan - - - - - - - - - - - - „ - 1 1:- _o _o - — — tie Boeken. — Pannekoeks Pan - - - – – – - - - - „ 1: 1: — —:o — — — — 9: - bequaam – – „ 10 1:- Onbeg=m 8:- bequaam - „ 10:—ƒ 2: - Onbegj=n 6: bequaam „ 10 „ 3: Onbeg:n 5 Byjde op het sluyten gebragte Nego¬ Laatstelyk wierd op de kennen geving van voormelde E van der Sleyden dat de Negotie Boeken deeser Directie de Anno 177½ tot op het sluyten gebragt waaren, goedgevonden Twee Raadsleden gecommitteerd de Raadsleeden Timmerman, en Bocquet tot dies visitatie te Committeeren /:onderstond:/ Aldus Gedaan, Geresolveerd en Gearres„ „teerd in 't Nederlands Comptoir soeratte, ten dage, Maand, en Iare Voormeld, /:was geteekend:/ M„s J„n Bosman, . . . . . . . . . F: V:n d: Heyjden, N„ Holmborg . . . . . . . . . , J„r B„ Zimmerman, C„s Mitters Aarnoutsz: R„r C De Vassi, J: V Boequet, en E„ N„s Wiardi. Mitsgaders om de gemelde ingediende Rapporten van den gedanen Opneem onder Ult„o Augustus Iongstleeden, volgens de ordre de Ingediende Rapporten van den als nu voor den Agtbaren Raad van Iusti„ tie te laaten beëdigen. — Mitsgaders Woensdag. —:—: —. :——:— 124. 125. Den 24„e Maart A„o 1773. Missive Price en den Nabab gehandeld en het nevenstaande daar door afge„ „maakt Voor de Middag Alle Present Dempto, den E Abraham Josias Sluysken in Commis„ „sie te Bombay. — Den 24„e Maart A„o 1773. Volgens het door den Heer Directeur aan de Vergadering gecommuniceerde op den 14„e Iongstleeden, heeft zyn Ed„e na den ont„ „fangst van der Engelschen Missive geda„ na den ontfangst der Engelsche „teerd 11:e Maart, behelsende het Ultimatim van die Heeren, om zig met onse zaken „ niet te willen bemoeyen alvorens wy onse „ Tirmans zouden hebben geproduceerd, en zy daar door ons den weg voor 't eerst tot het doen van eenige verdere publicque Nego„ „ciatien, finaal afgesneeden, getragt, om heoeft zijn d: onderhands met M„r onderhands met den Heer Price en de Nabab te handelen, welk voornemen zoo verre gerensseerd hadde dat er per „missie gekomen was tot het ontlossen der Vaartuigen, dat de zaak van Boetesa aan de decisie van goede Mannen was overgelaten, en dat de affaire van den on„ „der onse protectie staande Persie wiens huis de stads Gouverneur zederd groote vier maanden hadde laaten bezetten; ten difinitiven afgemaakt geworden is, alles zoodanig als by voorsz: Resolutie omstandig is verhandeld; Maar by die geleegentheid teffens door zyn Edele te kennen gegeven zynde, hoe de Nabab zoo min als M„r Price vertrouwen kon„ „de, niet tegenstaande nu ook door dit klein beginsel de deure scheen geopend te zyn voor een vriendelyk accornodement; dewyl de gedane preludiums van de Nabab om de beslissing van Deanaats affaire tot zig te willen trekken, zyn Edele nimmer als een gunstige voorteeken had„ „de toegeschreven, zoo gaf zyn Edele al tot een vervolg van alle deeze zakelijkheeden de Leeden te verstaan, dat in deeze zyne vooruitzigt zig geensints hadde overgelaten vergist Woensdag
English
126. 127. The 24th of March, Anno 1773 The 24th of March, Anno 1773: Printers also forbidden to prepare any Linens for the Dutch For the reasons mentioned, the settlement of the affair of Boetesa completely broken off However, he was mistaken; Because, notwithstanding the permission granted by the Nabab through the quasi-intervention of Mr Price to unload the vessels carrying the raw dotys, in order to deliver them quickly to the Blue-dyers, as had indeed already happened, His Honour nevertheless, to his particular indignation, had to discover that this permission seemed to have been procured by Mr Price solely to bring these Linens under the power of the Government as well. For the Nabab, having summoned all the dyers, Printers, and other Labourers to him the day before yesterday, had in the most rigorous manner forbidden them, under penalty of a considerable monetary fine and moreover Corporeal punishment, not only not to prepare any piece of Linen of whatever name for the Dutch any longer, but also not to deliver at all to the Suppliers, without His Excellency's further special permission, such goods as had already been prepared and made ready for dispatch, but to keep them arrested in their workshops. That the treachery of the Government had not stopped here, but that the agreement concerning the settlement of Boetesa's affair by arbitrators had also been entirely broken and nullified. For the Company's Brokers, having appeared at the appointed time at the House of Tjillebie to settle the matter with two arbitrators of the aforementioned Boetesa, as had been agreed upon, had found assembled there, to no small astonishment, a number of 12 to 15 city merchants, constituting a formal Court Assembly, supported on the Nabab's side by his masters of requests, body servants, and Chubdars or mace-bearers, and finally, in a word, provided with all the apparatus of a Durbar. 128. 129 The 24th of March, Anno 1773 The 24th of March, Anno 1773. The further proceedings practised by Mr Price and the Nabab in this matter That, upon seeing this stately assembly, they had not failed immediately to protest provisionally against this unlawful course of action which was contrary to the agreement made. But that the merchants, whom the Nabab had summoned one by one to appear at this meeting, had nevertheless most urgently persuaded them to give their opinion regarding the dispute in question. This having finally been done by the said Brokers with great reluctance, and having thereby demonstrated in the most convincing manner the right of Warehouse Master Holmberg to the Forty-five Canassers of Candy sugar already allocated to him by this assembly, substantiated with examples of a similar case in Anno 1748 on the occasion when an English Broker had gone bankrupt, and of which several of the merchants now present had been eyewitnesses, as the eldest among them could not deny either. Nevertheless, all proofs and representations, however powerfully presented and corroborated, found not the least acceptance, because the merchants, some weeks before, by order of Mr Price and the Nabab, had been forced by violence to sign a document in which they had to declare, against their better judgment, that the questionable 45 Canassers of Candy sugar had to be awarded to Boetesa. From which forced Opinion they now dared deviate so much the less, since the Durbar servants of the Nabab were all present to instil fear in them and to watch most closely that they should agree nothing with the Brokers contrary to the intention of Mr Price and the Nabab: Thus
Dutch transcription
126. 127. Den 24 Maart A„o 1773 Den 24„e Maart A„o 1773: steld Drukkers ook geene Lywaaten voor de Hollanders klaar te maken Om nevens gemelde Reedenen de afdoening der affaire van Boetesa ten eenenmale afgebroken Dogdarine weder on te leunige, vergist; Dewyl niet tegenstaande het gegevene verlof van den Nabab door tusschen komste quasi van M:r Price, om de Vaartuigen met de ruwe dolys te mogen lossen, ten ein„ „de dezelve spoedig aan de Blaauwe ver„ „wers te kunnen overgegeven gelyk ook reeds was geschied, zyn Edele egter tot zyn bysondere indignatie hadde moeten ondervinden dat deeze permissie door M:r: Price eeniglijk zoo gereed scheen bezorgd te zyn om ook deeze Lywaten onder de magt der Regeeringe te brengen, alsoo de Nabab op eergisteren al de ver„ „wers Drukkers en andere Arbeijds lieden scheep verbodaan de verwersen bij zig hebbende ontboden, dezelve op ver„ „beurte van een aansienlyke Geld boete en daar en boven Corporeele stratfe; op het aller rigourenste verboden hadde geen stuk Lywaat hoe genaamt niet al„ „leen niet meer voor de Hollanders klaar te maken, maar ook de zoodanige welke reeds in gereedheid gebragt, en tot versending klaar gemaakt waren, zonder zyn Excellen„ ties nader speciaal verlof in 't geheel niet aan de Leveranciers te mogen afgeeven, maar dezelve in hare fabriquen:t gearres¬ „teerd te houden: Dat de trouw loosheid der Regeeringe hier niet by gebleven was, maar dat de afspraak omtrend de afdoe„ „ninge van Boetasas affaire door goede Mannen ook ten eenenmale was verbroken, en vernietigd, dewyl 's Comp:s Makelaars op de bestemde tyd verscheenen zynde aan het Huys van Tjillebie, om met twee goede mannen van evengemelde Baete„ sa gelijk het accoord was geweest de zaak afte maken, hadden zy tot geene kleyne verwondering, aldaar versameld gevonden, een getal van 12 à 15 Atux stads kooplieden, eene formeele Regts Vergadering uitmakende, onderschraagt van wegens des Nababs zide met desselfs requestmeesters, reeds Lyfdienaars 5 128. 129 Den 24„e Maart A„o 1773 Den 24„e Maart A„o 1773. het verdere door M:r. Price en den Nabab gepractiseerde in deesen Lyfdienaars en Sjobdhaars of stokkedragers, en eindelijk in een woord met al den toestel van een Derbhaar voorsien, dat zy op het aan¬ „sien van deeze statelyke gemeente niet nage„ „laaten hadden ten eersten provisioneel te protesteeren teegens deeze omwettige en tegens de gedaane afspraak strydende handel„ „wijsel; maar dat de kooplieden, dewelke de Nabab een voor een had doen sommeeren. op deeze by eenkomst te voorschynen, hen egter op hets instandigste had gepersuadeerd hun opinie te geeven, nopens het verschil in questie, het welk door gemelde Makelaars eyndelyk met veel tegensin wesende gedaan, en daar by op de bondigstel wyse aangetoond het regt van den Pakhuysmeester Holmberg tot de hem door deeze vergaderinge reeds toe geweesene Vyf en veertig Cannassers Candyj zuyker, gestaafd met voorbeelden van een diergelyk geval in A„o 1748 ter gelegent„ „heid dat een Engelsche Makelaar banque„ voudts hadde gedaan, en waar van verscheyde der kooplieden thans present, oogen oor getuigen waren geweest, gelyk de oudste onder hen zulx ook niet hadden kunnen ontkennen was egter nogthans alle bewysen en vertogingen hoe kragtig ook voorgesteld en geadstrueerd van geen de minste ingang, dewijl de kooplieden eenige neminge weeken bevorens op ordoer van M:r Price en de Nabab met geweld een ge „schrift hadden moeten teekenen waar bij zy verklaaren moesten, tegen beter weeten aan, dat de questieuse 45 Cannassers Candy zuijker aan Boetesa moesten werden toe¬ „geweesen, en van welke geforceerde Opinie zij nu zoo veel te minder durfden devieren vermits de Derbhaars bediendens van den Nabab, alle present waren om hen vrees in te boesemen en ten naauwkeurigsten te letten, dat zy niets met de Makelaars mogten overeenkomen stridende met de in„ „tentie van M„r Price en de Nabab: Dus „ronte
English
130. 131. The 24th of March, Anno 1773. The 24th of March, Anno 1773. Whereof the Director gives notice to the Meeting, of the bad conduct of Mr. Price, to complain most emphatically, to give notice to Bombay. after which, having solemnly protested at each occasion against the manner of the gathering, they were finally obliged to rise and, for the first time, to depart without having accomplished anything. The Director having furthermore spoken briefly about all the perfidies His Honour had to experience in all these transactions from these Regents, and principally of the improper and scandalous conduct currently maintained by Mr. Price, which in such a manner exceeded all bounds of equity and propriety that His Honour could not wonder enough how someone could let himself be blinded so much and so far by money as to change his behavior in such a way; and, trampling right and reason underfoot, to insult and prejudice our Nation, to which he had always professed affection, in such a manner and in such a base way; thus all the Members, being extremely shocked by this account, joined in the distressing and justified displeasure of the Governor; and upon deliberating and considering this matter, what was best to be done now since all the Company's business was currently at a standstill, both purchasing and selling, it was decided with unanimous votes to give notice of this very day to the Commissioner, the Honourable Sluysken at Bombay, with renewed orders to insist with the Government there in the most emphatic terms that the Company's purchases and sales might enjoy an uninterrupted course, so that one might not be forced to send the ship away empty, and to charge the aforementioned Commissioner repeatedly to use all efforts to persuade the Government there, as if on their own initiative, to demand the settlement of the Surat matters here from Mr. Price alone, without interference of his Council, and with written instructions that he, as the author of all these disputes, would also be best able to bring them to a speedy conclusion, since the Governor solemnly testified that he considered all this the only and best means to reach a speedy end to matters, because it was assured from good authority that even if Mr. Price finally wished to settle matters equitably out of fear of heavy accountability in due course, such was no longer in his power, as his Council members themselves, as well as various Gentlemen of the Government at Bombay, desired nothing more than that public complaints be made against him, as the discontent over his avarice and rapacity had become universally offensive. However, the Director testified that he could not resort to which complaints because of the notorious animosities associated therewith, before being forced thereto by the uttermost necessity; leaving it also to be noted at the close of this period that when His Honour had lodged a complaint with the said Mr. Price concerning the new hindrances imposed on the linen collection, and when His Honour had shown him the perfidy of the Regents in this matter in vivid colors, he had declared thereupon in very sullen and discourteous terms that he did not wish to meddle with our affairs, since they had refused to recognize the English as Mediators and Protectors. Receipt of an English Missive. Furthermore, the Director made known to the meeting that this morning a missive from the English Ministry here, dated the 22nd of this month, had been delivered to His Honour by the English Council members Aratton and Terrot, which being too long and extensive to be translated right away for the first moment, His Honour handed it over in the Meeting for reading to the Warehouse Keeper Holmberg, and the same was immediately read aloud by him to the Members in Dutch, when it was found to contain a so-called refutation of our missives of the 24th of February and the 7th of this month, wherein they deny all our rightful accusations and seek to distort the same in a shameful manner with foul and malicious insinuations, whereby they hope to make our high superiors believe that their actions were rightful and ours unreasonable; thus it was agreed to have the same fully translated at once, and to circulate it among the Members for reading, in order to decide at a subsequent opportunity whether one shall view that letter with the contempt and indignation which such a libel deserves and leave it unanswered, or whether one shall reply thereto in proper and appropriate terms, and thus for the present merely to keep this record thereof. Four Persons taken into service. The Director had it noted beforehand in this matter. Monday, the 5th of April, Anno 1773, in the Forenoon. All Present, except the Honourable Secunde Abraham Josias Sluysken, on a Commission to Bombay. Thus Done, Resolved, and Enacted in the Dutch Office at Surat, the day, month, and year aforesaid. Was signed: M: J Bosman, P: V:n d: Heijden, N:s Holmberg, F:r B: Timmerman, C: V:n Citters Aarnoutsz:, R C DE Vassij, W:m L:s Sontag, I: F: Bocquet, and E: N: Wiarde.
Dutch transcription
130. 131. Den 24„e Maart A„o 1773. Den 24„e Maart A„o 1773. Waar van de Heer Directeur aan de Vergadering kenn is geeft van de slegse Conduite van M:r: Price drukkelykste te klagen - te Baij kennisse te geven „komst, waar by zy telkens tegens de Manie„ „re der versamelinge plegtig hadden gepro„ testeerd eyndelyk genoodsaakt zyn gewor„ „den te moeten opstaan en voor het eerst onverrigter zaken te vertrekken. — De Heer Directeur verders in het kort gesprooken hebbende over alle trouwloos„ heeden die zyn Edele in alle deeze hande„ „lingen van deeze Regenten hadde moeten ondervinden, en voornamentlyk van de oneijgene en schandelijke Conduite die thans door M:r Price gehouden wierd, en dermaten alle palen van billyk- en betamelykheid te buiten ging, dat zyn Edele zig niet ge„ „noog konde verwonderen hoe iemand zig dermaten en zoo verre door het geld kon„ „de laten verblinden als in dier voegen van gedrag te veranderen; en regt en reeden met de voeten vertreedende onse Natie die hy altoos betuigd hadde genegentheid zy na deeze en nog eene Vrugtelose by een„ toe te dragen in zulker voegen en op zoo eene lage wijse te beschimpen en te benadeelen; zoo voegden alle de Leeden ten alleruytersten ge„ suponeerd over dit verhaal zig byj het bedlykt„ en regtmatig ongenoegen van de Heer Gebie„ Wordna Delibeuati beloten „ der; En wierd daar op hier over delibereerende en overwogen zynde, wat nu best in deeze gedaan dewyl thans alle 's Comp:s affaires stil stonden zoo wel den Insaam als verkoop, met Consonan„ te stemmen beslooten nog heeden hier van ken„ „van dit alle anden E sluysken „ nisse te geven aan den Commissiant DE sluysken op Bombay, met hernieuwde last om by de Regeeringe aldaar op het nadrukkelykste aan te houden dat Compagnies In- en - verkoop met satten daar over op het na, een ongestoorden loop mogte genieten op dat men niet genoodsaakt werden mogte het schip leeg weg te zenden, en gemelde Commissiant voor't by herhalinge te Chargeeren alle devoiren aan te wenden, ten eynde de Regeeringe ginter te persuadeeren als uit zig zelven de afdoeninge der soeratsche zaaken alhier, aan M:r Price toe alleen 132. 133. Den 24„e Maart A„o 1773. — Den 24„e Maart A„o 1773. ontfangsteener Engelsche Missive alleen te demandeeren buiten bemoeyen issen van zynen Raad, en met aanschryvinge dat hy als de autheur van alle die verschillen ook best in staat zoude kunnen zyn desel„ ve spoedig te termineeren, dewyl de Heer Gebieder plegtig betugde dit alles het eenigste en beste middel aan te zien om spoedig aan een eynd van zaken te geraken, ver„ „mits van goeder hand verzekerd was, dat al wilde M:r Price eyndelijk eens iit vrees voor groote verantwoording in der tyd de zaken billyk afdoen zulx thans niet meer in zyn vermogen was, dewyl zijne Raadsleeden zel„ ve zoo wel als verscheyde Heeren der Regee„ ringe op Bombay niets liever zagen als dat publicq over hem geklaagd wierd, alsoo het misnoegen over zyne schraapsugt en inhalig„ heid algemeen aanstootelyk geworden was Dog het welke klagten de Heer Directeur betuigde niet te kunnen treeden om de daar aan notoir verknogt werdende hatelykheeden Voorts maakte de Heer Directeur aan de vergaadering bekend, dat aan zyn Edele van deezen morgen door de Engelschen Raadsleeden Aratton en Terrot eene Missive van het Engelsch Minis„ terie alhier overhandigd geworden was, in dato 22„' deezer, dewelke te groot en Wyd„ alvoorens daar toe door de alleruiterste nood gedwongen te zyn; latende tot slot van deeze periode ook nog noteeren, dat wanneer zijn Edele by gemelde Heer Price hadde laten doleeren over de toegebragte nieuwe verhin„ „deringen aan den Lywaat Insaam, en wanneer zyn Ed„s denzelven de Trouwloos „heid der Regenten in deezen met Leevendige Couleuren hadde laten vertoonen, hy daar op in zeer stuurse en onhebbelyke termes zig verklaard hadde met onse zaken niet te willen bemoeijen vermits men gewergerd had„ „de de Engelsche als Mediateurs en Bescher„ „mers te erkennen: — alvoorens lopig 134. 135. Den 24„e Maart A„o 1773.— Den 24„e Maart A„o 1773 Vergadering geproduceerd wierden en het nevenstaande behelft te laten vertalen „lopig zijnde om voor 't eerst zoo spoedig getran„ „loiteerd te kunnen werden; zoo gaf zijn Edele welke door zyjn Agtbare inde deselve in Vergadering over ter lectuure aan den Pakhuijsmeester Holmberg en dezel„ ve door hem ten eersten de Leeden in het Nederduytscht voorgeleezen, wanneer bevonden wierd te behelsen eene zoogenaamde refu„ „tatie van onse Missives van den 24:e february en 7:e deezer, waar bij zy alle onse regtmatige beschuldigingen ontkennin en dezelve op eene schendige wyse tragten te verdragen, met vuyle en quaadaardige insimulatien, waar door zy verhopen onse hoge superieuren te kunnen doen, geloven als waren hunne han¬ en verstaan deslveten ersten „ delingen regtmatig, en de onse onbillyk; zoo wierd verstaan dezelve ten eersten volkomen te laten vertalen, en de Leedens ter lecture rond te zenden om by eene volgende gelegent„ „heid te besluyten of men die brief met de Ver„ „agtinge, en verontwaardiging die zoo een Las„ „ter schrift, meriteerd zal aansien, en dezelve Vier Persoonen in dienst genomen Den Heer Directeur liet voor aff in deezen aanteekenen.- Maandag Den 5„e April A„o 1773 Voor de Middag Alle Present dempto den E secunde Abraham Josias, sluysken in Commissie: na Bombai. Enbeantwoord laaten of dat men in behoor„ „lyke en daar mede passende termes daar op zal repliceeren, en dus tegenswoordig maar daar van deeze aanteekening te houden. — /:onderstond:/ Aldus Gedaan, Geresol„ „veerd en Gearresteerd in 't Nederlands Comptoir soeratte ten dage Maand en Iare voormeld /:was geteekend:/ M: J Bosman. . . . . . . . . . . . . , P: V:n d: Heijden, N:s Holmberg. . . . . . . , F„r B„ Limmer „man, C: V:n Citters Aarnontsz:, R C DE vassij, W„m L„s Sontag, I: F: Bocquet, en E: N: Wiarde. Onbeantwoord Dat
English
136 137 The 3rd of April 1773. Letter handed over here to the English Ministry. That on two different dates four persons were accepted into the service of the Honorable Company as soldiers at the wage of ƒ12:—: — per month and without the usual engagement, namely: On the 23rd of March Joseph Perreras of Lisbon and Manuel Martini of Lisbon: On the 1st of this month Godifried Hoeket of Gerlitz, and Pieter van den Berg of Swol. That pursuant to what was resolved at the session of the 11th of March last, a letter prepared by the Lord Director and signed by the Council was dispatched to the Ceylon Ministry with the private English vessel, containing in substance the communication of the recovery of a deserted Dutch sailor on Ceylon named Willem van Oorst, and the apology made on that account by the English. To the Right Honorable William Andrew Price, Esq., Chief on behalf of the affairs of the Honorable English East India Company and Governor of the Mogul's Castle and Fleet. Together with. The Council Surat Honorable Sir and Gentlemen! We have received Your Honors' letter of the 22nd of this month. It pains us, Gentlemen, that we are unable to satisfy Your Honors in any other way with respect to the demanded inspection of our firmans than the middle course. That on the 29th following, by common advice, a letter prepared for the English Ministry here was read and signed, and which the day after was also handed over by the commissioners Zimmerman and Sontag to Mr. Gambier, as Mr. Price had gone out of town for a few days and had entrusted the authority to his second, which letter it was deemed good to insert herewith. Free captain Pettello The 5th of April Anno 1773. To
Dutch transcription
136 137 Den 3„ April 1773. Missive aan het Engelsch Ministerie alhier overhandigd. Dat op twee differente datums vier Pes„ „soonen in den dienst der E Compagnie zijn aan„ genomen als Zoldaaten met de Gagie van ƒ12:—: — ter maand ent sonder het gewoone Verband als: Op den 23:e Maart Joseph Perreras van Lissabon en Manuel Martini van Lissabon: Op den 1„e deezer Godifried Hoeket van Gerlitz, en Pieter van den Berg van Swol. — Dat ingevolge het geresolveerde ter sessie van den 11:e Maart Iongstleeden een door den Heer Directeur in gereedheid gebragte en door den Een MissienaarCeijlen afgvadid Raad geteekende Missive aan het Ceylons Ministerie met het particulier Engelsch scheep jen is afgevaardigd behelsende in substantie Communicatie van het te rug ontfangen eener gedeserteerde Nederlandsche Mattroos op Ceylon in name Willem van Oorst, en de des wegens gemaakte apologie van den Engelsche „Den Wel Edelen Agtbaren Heer William Andrew Friceschildknaas Opperhoofd wegens de zaken der Edele Engelsche Oost Indiasche Compagnie en Gouverneur van 'S Mogols Casteel en Vloot. Benevens. Den Raad Soeratte A„r Heer en Heeren! Wi hebben ontfangen ontfangen UW Ed: Missive van den 22„' deezer. — Het smert ons myne Heeren dat wy niet vermogens zyn UWel Ed: op eenige andere wyse te voldoen: ten opzigte der geeischte visie van onse firmans, dan de Middelweg. Dat op den 29„e daar aan bij gemeen advys is geleezen, en geteekend eene voor het Engelsche Ministerie alhier in gereedheid ge„ bragte Missive, en dewelke daar 's daags daar Doortwe Gecompitteerd: eene, aan ook door de Gecommitteerdens Zimmer„ „man en Sontag aan den Heer Gambier is overhandigd geworden, alsoo den Heer Price sig voor eenige dagen buiten de stad begeven en het gesag aan sijnen secunde opgedragen hadde, welke Brief goedgevonden is by deezen te insereeren. — Vry schipper Pettello= Den 5' April A„o 1773. Vry die Aan „
English
138. The 5th April Anno 1773. The 3rd April Anno 1773 which we shall propose to Your Honour herewith, and which we hope Your Honour will be able readily to accept; since, following the receipt of Your Honour's letter of the 11th instant, we have had the opportunity to settle our dispute with the Nabab regarding the affair of the Persian, in so far as His Excellency already 11 days ago completely withdrew his guard from the house of the aforementioned Persian; and thus, in this regard, no production of any Firmans can be necessary any longer, whilst in any other case for the present we truly cannot see for what purpose they would be required. — We shall then, Gentlemen, upon the departure of our ship, which is to take place within a few days, ask permission of our High Superiors to be allowed in the future, upon the arising of any disputes with this Government wherein we appeal to any particular privilege, to present such a Firman as contains that same privilege, wherewith we hope Your Honour will for the present be satisfied, and not demand more of us, as we must observe the regulations of our service just as Your Honours must observe those of your paymasters. — And as we now flatter ourselves that Your Honour will consider this proposal reasonable, we repeatedly request Your Honour immediately to compel the Nabab to withdraw the stoppage which he has inflicted upon our collection and sale for six weeks already, and whereby we from now on are no longer able properly to send our returns, nor possibly to dispatch the ship with the required cash. — Furthermore, we inform Your Honour that the Nabab on the 16th instant granted us permission for our vessels with raw dotys that had to be dyed blue, whereupon on the 17th, or the day thereafter, the consent of the Naib likewise followed, but on the 22nd following His Honour had all our workmen forbidden to make any progress with the work of the collection, which until now had remained unhindered; thus he had the vessels unloaded on the 16th only to treat us even more faithlessly afterwards; whilst we furthermore bring to your knowledge that since the 2nd of this month we have caused it to be proposed to the Nabab to have the matter of Boetesa decided by four good men to the satisfaction of the contesting parties and without interference from anyone else at a neutral place; to which the Nabab, after many and repeated debates, finally consented; but that the outcome has likewise shown how little reliance can be placed on promises in this matter, because our good men, repairing to the conference place, found there, instead of 2 private good men, an assembly of 12 prominent merchants who had been summoned one day in advance, by the Nabab's mace-bearers, to appear there for and on behalf of Boetesa, whilst these proxies of the Nabab or Boetesa were also supported by all the apparatus of a Durbar, there being present not only the Nabab's master of requests, but also 3 chobdars and 2 body servants or [illegible] remonstrances about this, and pointed out that this was contrary to word and agreement, this could likewise not avail, and thus this negotiation has likewise come to naught. — We likewise request Your Honours, Gentlemen, to provide in this matter and to oblige the Nabab not to interfere any further with this, but having once left that matter to 4 good men, then also to allow them to proceed therewith unhindered according to conscience and the findings of the case. — For the rest, we are very sorry to have to observe that Your Honour's last letter is, as it were, interspersed with shameful insults, which we by no means think we have deserved after having moreover been the suffering party for so long, and this is all that we can say of it for the present. — We would have complied with Your Honour's request for English translations with the greatest pleasure, had we not already some time ago, upon his urgent request, discharged therefrom the only person who is presently at hand and who has performed that work hitherto; and we can persuade him thereto all the less at present, since he has reasonably pointed out to us that, in the present critical disputes, although he can translate the English language well into Dutch, he cannot translate back into English so perfectly that errors might not be committed in the interpretations, which would be disagreeable to Your Honour as well as to ourselves and the parties. — 6 139.
Dutch transcription
138. Den 5„' April A„o 1773. Den 3„ April A„o 1773 die wy Uw Ed„e by deesen voorstellen zullen, en dewelke wy hoopen dat UEd„ geredelyk zullen kunnen aanneemen; vermits wy zederd den ontfangst van UW Ed:e Missive van den 11„e huyus gelegentheid hebben gehad, ons verschil met den „ Nabab nopens de affaire van de Persie afte maken, in zoo verre dat zin Excellentie reeds voor 11 dagen zyn wagt van het Huis van voormelde Persie in t geheel heeft te rug getrokken; En dus deezen aangaande geen productie eeniger Firmans meer noodsakelijk wesen kan, Terwijl wy in eenig ander geval voor het tegenwoordig waarlijk niet zien kunnen waar toe ze benoodigd zouden zijn. — Wyj zullen dan Myne Heeren by het vertrek van ons schip dat binnen weynig dagen staat te geschieden, onse„ Hooge superieuren verlofvragen om in het toekomende by het onstaan van eenige differenten met deeze Regeeringe Waar by wy ons op eenig bij sonder voorregt beroepen, als dan „ zoodanige Firman te mogen overleggen, die het zelfde „ voorregt Contineerd, waar mede wy verhopen dat uw Ed: voor „ het tegenwoordige zullen wesen voldaan, en ons niet meer vergen, als de regulen van ons en dienst moetende opvolgen zoo wel als uwEdelens die van haar Betaals heeren in agt moeten neemen. — En dewyl wy ons nu vleyen, dat uw Ed: dit Voorstel als bil„ lyk zullen beschouwen, zoo versoeke wij uwel Ed: bij herhaling den Nabab onmiddelik te noodzaken de Stateringe in te „ te trekken, die hy onse Insaam en verkoop heeft toegebragt al „ sederd ses weeken, en waar door wy van nu af aan al niet meer in staat zyn onse Retouren behoorlijk versenden nog mogelyks „ ook niet het schip met de benoodigde Contanten depecheeren. — „ Verders maken wy uwel Edele bekend dat de Nabab ons op den 16:e Courant permissie gegeven heeft om onse vaartuigen met ruuwe Dotys dewelke Blaauw geverfd moesten worden ^ waar op den 17=den of daags daar na, ook het Consent van de Naib is gevolgd, maar den 22:e daar aan volgende: heeft zyn Edele by alle onse werklieden laten verbieden om eenige voortgang vant met het werk van den Insaam te maken, het welk tot nog toe ^ onbelemmerd is gebleven: „ dus hy de vaartuigen op den 16:e heeft laten lossen, om ons nog „ naderhand nog trouwlooser te vereren; Teruyl wy alverders tot uwer kennisse brengen, dat wij zederd den 2:e deeser maand „ de Nababal hebben laten voorstellen om de zaak van Boetesa „ door Vier goede mannen ten genoegen van de Contesteerende parthijen en zonder bemoeijenissen van iemand an„ ders te laten beslissen op eene Neutrale plaats; waar in de Nabab na veele, en meindige Debattes eyndelyk be„ willigd heeft; dog dat de uitkomst mede heeft doen zien hoe weinig in deezen op beloften staat te maken is, dewyl onse goede mannen, op de Conferentie, plaats stuunende, von„ den dezelve in steede van 2 particuliere goede mannen een versameling van 12 voorname kooplieden die een Voor „ een daags bevorens door 's Nababs stokkedragers aangezegd. „ was aldaar te verschijnen voor en van wegens Boetesa, terwyl deeze 's Nababs of Boetesas volmagten mede ondersteund wierden van al de toestel van een Derbhaar„ „ als zynde daar by present, niet alleenig 's Nababs Request „ meester, maar ook 3: sjobdhaars en 2 Lyfdienaars of wijnwal „ remonstrantien hier over hebben laten en daar by vertoond „ dat dit tegens woord en afspraak aan was zulx heeft al mede „ niet kunnen helpen, en dus is deze onderhandeling al mede „ te niet geloopen. - Wy verzoeken uwel Edelens insgelyks myne Heeren hier in te willen voorsien en de Nabab te verpligten zig niet verder hier mede te bemoeyen, maar die zaak eens over„ gelaten hebbende aan 4 goede mannen, dezelve dan ook onver„ hinderd daarmede na Conscientie en bevinding van zaken te laten voortgaan.— Voor het overige doed het ons zeer Leed te moeten aanmer„ „„ken dat UwEd: laatste Missive als doorgezaaijd is met schen„ dige beleedigingen, die wy geensints denken te hebben ver„ diend na zoo lange nog daar en boven de lijdende parthy te hebben geweest, En dit is alles wat wij voor het tegenswoordig„ ge daar van zeggen kunnen. — Wi zouden uE Ed: verzoek om Engelsche Translaten; met het meeste genoegen hebben voldaan, hadden wy de eenigstel die thans aan handen is, en dat werk tot nog toe verrigt heeft niet al zeederd eenigen tyd geleeden op zyn instandig verzoek daar van ontslagen; En wy kunnen hem zoo veel te minder „ daar toe thans persuadeeren, vernits hyj ons met reden heeft doen opmerken, dat in de tegenswoordige Criticque verschillen„ hy als de Engelsche tale wel in 't Hollands kunnende over bren„ gen, dog niet zoo volmaaktelyk weder in 't Engelsch overzetten Lomuilen misslagen in de vaathalingen zouden kunnen „ begaan, die zoo wel UEd: als ons zelve onaangenaam wesen parthyen „ 6 139. ende zoude. —
English
140. 141. The 5th April Anno 1773. The 5th April Ao. 1773 A letter received from the English Ministry here containing their reply concerning the disputes. We therefore very kindly request that your Honours will by no means regard this as a lack of inclination to oblige your Honours, but that your Honours, for the aforesaid reason, will be pleased to be satisfied with the French translation that we enclose herewith, the more so because several gentlemen of your Honours factory are so perfectly conversant in that language. We have the honour to be with due respect, was signed: Right Honourable Sir and Gentlemen, lower: Your Honours very humble and obedient servants, was signed: M: P:s Bosman, J: V: d: Heyden, N Holmberg, F. B:s Zimmerman, C:s v:n Citters Aarnoutsz: R C De Vassi, W: L:t Sontag, I: J: Bocquet, and E: N: Wiardi; in the margin: Surat the 29th March A:o 1773. And that in response to this letter, on the 3rd of this month, by the Council members Aratton and Boucher, a reply signed by the English Chief and his Council had been handed over to the Lord Director, containing a further declaration that it is solely in their power to concern themselves with the Nabab regarding our interests upon such conditions as their Honours have expressed in their previous letters; and that, while we had absolutely refused to accept their mediation, they could not think otherwise than that we had thereby The Lord Director hereupon representing to the Members how that it now, according to his Honour's thoughts, appeared all too clearly that one is utterly unable to treat with the English Ministry here concerning any matters relating to the pending disputes, nor to obtain from the same that assistance which they, as possessors of the Mogol Castle, are obliged and bound to show us, and to which they bound themselves most solemnly both upon taking possession of that fortress and thereafter, and whether it therefore, where on account of the stubbornness of the English gentlemen in demanding our Firmans, and regarding which their obligation as guarantors has also been destroyed, with the announcement of not being able to concern themselves with the Nabab in our favour until such time as one should conduct oneself reputably and should properly request their Honours. It has become apparent that one is unable to negotiate disputes with the English Ministry. 142. 143. The 5th April Anno 1773 The 5th April A:o 1773. as all that we could do for the present, had proposed to their Honours a middle way, which, although left entirely unanswered by their Honours, must certainly be regarded by the whole impartial world as the most equitable proposition, and which they themselves even suggested to us by letter of the 21st March, when they say: And earnestly desiring to be of assistance to your Honours, if your Honours will only put it in our power to be able to do so reasonably, we therefore request your Honours to devise a method yourselves that can best serve their conception of their dignity. while their Honours' proposition that their obligation as guarantors were destroyed by the declaration made that we could not recognize their mediation and protection because it was judged from this side that they ought to do us justice, and thus their mediation was unnecessary, however unfounded, shows us the clearest tokens of an unlawful partiality and the most dangerous designs, it would not be advisable now to publicly complain to the Bombay Ministry, both about the English and Moorish government here and especially about Mr Price, as the sole instigator and cause of all vexations and obstacles in trade encountered since the flight of the Banyan merchant Tabidas Nagerdas, which finally have now had such consequence that one finds oneself practically, and in case no change for the better comes soon, in the necessity of having to let the Company's vessel depart empty to the Capital, as the Nabab has The Nabab has once again, besides the order mentioned in the Resolution of the 24th March last, mediation
Dutch transcription
140. 141. Den 5„e April A„o 1773. Den 5„e. April Ao. 1773 Een Missive van het Engelsch Ministerie alhier ontfangen behelsende hun antwoord handelen. — „schillenbetreffende Wij verzoeken dierhalven zeer vriendelijk dat uw Ed „ dit geensints willen aanmerken, als een gebrek aan gene„ „„gentheid om u10 Ed:s te verpligten, maar dat uwEd: om ^reeden „ voorsz: ^ met het fransche Translaat dat wy hier nevens voegens gelieven genoegen te neemen, te meer daar zoo verscheijde „ Heeren uwEd: factori, die taal zoo volmaaktelyk kundig zyn wy hebben de Eere met betamelyk agting te zyn /: onder„ „„stond:/ A: Heer en Heeren /:lager:/ UwelEd:s zeer ootmoedige en gehousame Dienaren /:was geteek:t:/ M: P:s Bosman, . . . . . . . . . . , J: V: d: Hleyden, N Holmberg. . . . . . . . . . . F. B„s Limmerman, C:s v:n Citters Aarnoutsz: R C De Vassi, W: L:t Sontag, I: J: Bocquet, en E: N: Wiardi= /:in margine:/ Soeratte den 29:' Maart A:o 1773. — Een dat in antwoord deezer Missive op den 3„e deezer door de Raadsleeden Aratton en Boucher aan den Heer Directeur was overhandigd geworden eene door het Engelsche Opperhoofd en zynen Raad geteekende repli „que behelsende eene nadere Verklaring dat het alleenig in hunne magt is zig omtrend on„ „se belangens met den Nabab te bemoeyjen, op zulke voorwaardens als haar Ed„s by hunne voor„ „gaande brieven hebben uitgedrukt; En dat terwyl wy absolunt hadden gewergert aan te „neemen hunne Middelaarschap, dezelve niet anders konden denken= of wij hadden, daar door Den Heer Directeur hier op aan de Leo¬ „den voorhoudende hoe dat het thans volgens zijn Ed„e Gedagten maar al te duijdelijk kwame te blyken dat men ten eenemale onvermogens is met het Engelsch Ministerie alhier over eeni„ dat men onvermogens is de ver„ge zaaken betrekking hebbende tot de swee„ vende geschillen te kunnen handelen, nog van hetselve die behulpsaamheid te erlan„ „gen, dewelke zy als bezitters van het Mo„ met het Engels Ministerie te „gols Casteel verpligt en gehouden zyn, ons te moeten bewysen, en waar toe zy sig soo by de besitneeming van die sterkte als na dies alser„ „plegtigst verbonden hebben, en of het dus daar men om de wille van de halstarrigheid der Heeren Engelschen in het opeysschen van onse Firmans, en waar omtrend men hare verpligtinge als Guarandeurs teffens vernie„ tigd, met bekendmakinge zig niet met den Nabab in ons voordeel te kunnen bemoeijen tot tyden Wijle men zig reputabel gedragen, en hun Ed„e behoorlyk verzoeken zoude. — hare hun Is komen te blyken 142. 143. Den 5„e April A„o 1773 Den 5„e April A„o 1773. hun Ed: als alles wat wy voor het tegenwoordi¬ „ge doen konde een middelweg voorgesteld hadde, die schoon door hun Ed„s ten eenema„ „le onbeantwoord gelaaten, immers by de geheele onpartydige waereld als de aller bil„ „lykste propositie moesten worden aange„ „merkt, en dewelke sy ons selfs by Missive van den 21„e Maart als aan de hand geven, wan„ „neer zy zeggen: En ernstig verlangende om ^ het „ uw Ed:s behulpzaam te zijn, als uW Ed: maar „ in onse magt willen stellen om het re„ „„delyk te kunnen doen, soo verzoeken wy „ U1 Ed„s om selve een manier te willen uit„ „ken „„den „ die het beste derselver bevatting „ van hunne waardigheid dienen kan. terwyl hun Ed: stelling dat derzelver verplig¬ „ting als Guarandeurs waare vernietigd, door de gedaane verklaringe om haare Media„ „tie en bescherminge niet te kunnen er„ „kennen /:dewyl men van deeze zyde oordeel„ „de dat zy ons regt moesten doen, en dus hunne Middelaarschap onnodig :/(hoe ongegrond ook, ons de allerklaarste blijkens van eene on„ regtmatige partydigheid en de gevaarlyk„ „ste oogmerken, doen sien, niets raadsaam zyn soude, zig als nu publicq aan het Bombayse Ministerie soo over de Engelsche Moorsche Regeering alhier en speciaal over den Heer Price, als den eenigsten stigter en oorsaak van alle sederd de vlugt van den Benjaans koopman Tabidas Nagerdas ontmoete verdrietelykhee„ „den en traverses in den handel dewelke eyndelyk thans van dat gevolg geworden zijn, dat men zig genoegsaam en inge„ „valle niet spoedig eenige verandering „ten goeden komt in de noodsakelykheid bevind om 's Comp:s Bodem leedig na de Hoofdplaatse te zullen moeten laten vertrekken als hebbende den Nabab Den Nabab heeft andermaal buiten het ter Resolutie van den 24:' Maart Iongstleeden vermelden bevel„ middelaarschap„ op P
English
5th April Anno 1773. To summon. Honorable Sluijsken received. Solicitations were fruitless. By Mr. Price, could further find fit to summon all our weavers, dyers, and printers to him in the Durbar again, and most forcefully renew the prohibition already made to them from undertaking even the least work for us, while some of those workmen have been imposed a fine of 400 Rupees because they had delivered some pieces of linen to the suppliers, and moreover, not a single piece of goods may be delivered from our warehouses. The assembled members, taking all the above and the proposal of the Lord Commander into mature consideration, and being most acutely affected by the oppressions and crying injustices which one has had to endure for a considerable time already, both on the part of the Nabob and of the English gentlemen, and especially because of the scandalous conduct of Mr. Price on the 30th further animated thereto, of whom one is very well convinced that he compelled, indeed forced, the Nabob thereto, judged with His Honor that, however much one understands that making a public complaint to the Bombay Ministry would entail great animosities, one could nevertheless not possibly postpone it any longer in the present times, since matters have gone so far, without exposing ourselves to a great accountability before our High Masters, as if we had neglected to pursue our right to the utmost, as also because from a letter received today by the Lord Commander and communicated to the members from the Commissioner at Bombay, the Honorable Abraham Josias Sluijsken, it appeared to no small surprise how all solicitations and requests there were fruitless, and one also insisted there on the production of our Firmans, and whereto said Honorable Sluijsken had been most strongly urged, but which had always been declined by him in accordance with instructions. And it was therefore approved by unanimous vote: First: to persist completely in the refusal to produce our Firmans, for reasons mentioned in the Resolution of 4th March, and much rather let our ship depart empty and leave the warehouses closed than proceed to that step without the express order of Their High Mightinesses, the Lords of the High Indies Government. And subsequently, by letter of today, to communicate this intention of ours to the Honorable Second Sluysken, and to authorize His Honor, after having tried once more beforehand whether the gentlemen at Bombay may be persuaded to let our ship depart in proper order, and further to cause all hindrances brought upon trade to cease until such time as one shall be reinforced with the orders of Their High Mightinesses regarding the firmans, to institute a provisional complaint to the Bombay Council against the English and Moorish government here, primarily against Mr. Price, with further orders to the said Honorable Second to give notice at the same time that one will follow up this provisional complaint with a formal grievance as soon as our ship has departed and one is somewhat relieved of the busy work, and that one then also intends to send a delegation thither again for the substantiation of our representations and the explanation of our grievances, but in case the more mentioned Commissioner
Dutch transcription
144 146. Den 5„ April A„o 1773. Den 5„e April A„o 1773. — te ontbieden. — E sluijsken ontfangen~ sollicitatien vrugtelooswaren, door den Heer Price, nader kunnen goed, vinden alle onse wevers, Verwers en Druk„ Alledewerklieden weder by sigkers bij zig in den Derbhaar weder te ont„ „bieden, en dezelve zyn reeds gedaan verbod om voor ons geen het minste werk te aan„ „vaarden op het kragtigste te renoveeren, terwijl eenige dier werklieden eene boete van en haar eens boederopgelagt. 400: - Ropyen is opgelegd, ter oorsake zy eenige stukken Lywaten aan de Leveranciers hadden afgegeven, En men boven dien geen stuk goed uit onse Patthys mag afleveren, De gesamentlyke Leeden al het voo„ „venstaande en des propositie van den Heer Den Raad hier over aangedaan Gjebieder in't rijpe averweging neemende, mits„ „gaders ten alle r geligsten aangedaan over de verdrukkingen en schreeuwende veronge„ „lykingen dewelke men na al een geruimen tid heeft moeten ondergaan, soo van wee„ „gens den Nabab als de Heeren Engelschen en voor al wegens het scandeleus gedrag op den 30„e daar aan alverders geanimeerd van M:r Price die men zeer wel overtuigd is dat de Nabab daar toe genoodsaakt Ia gedwongen heeft, oordeelden met zin Ed„ hoe zeer men ook begript, dat het doen eener publicque klagte aan het Bombays, Ministerie groote hatelykheeden zoude na zig sleepen, men deselve egter in de tegenswoordige tyden, daar de zaken soo verre gekomen zyn, zonder ons sel„ „ven aan eene groote verantwoording by onse Hooge Gebiederen bloot ter Hel„ „len, als hadden wij versuymd ons regt tot op het uiterste te vervolgen, als mede om dat uit een op heeden bij den Heer Gebieder ontfangene en aan de Leeden gecommuniceerde Missive van den Com„ uit eene Missive van den „missiant te Bombay den E Abraham Josias sluijsken tot geene geringe verwondering kwame te blijken, hoe dat alle sollicitatien en verzoeken Iskomen te blyken dat alle aldaar vrugteloos waren, en men mede van aldaar zynde. — 146. 148. Den 5„e April A„o 1773. — Den 5„e April A„o 1773 word goedgevonden „duceeren onser firmans te blijven persisteeren. — het verdergelaste aen den E. selcvnde sluijsker wegens de fimans sal weesengesterks „tot tijd en wyle men met de ordres door Haar Hoog Edelheede aldaar op de productie onser Firmans insisteerde, en waar toe gemelde E Sluijs „ken op het sterkste aangedrongen, was, dog het welke bij hem volgens gehoude„ „nisse altoos gedeclineert geworden was, onmogelijk langer konde uitstellen, En wierd oversulx met algemeene stem„ men goedgevonden: Eerstelyk: om by om bij de weigering tot het pro„ de weigering tot het produceeren onser Sirmans, om reedenen vermeld ter Resolutie van den 4e Maart volkomen te blijven persisteeren en veel liever ons schip leedig vertrekken en de Pakhuy„ „sen geslooten te laten dan tot dien stap„ sonder expresse last van Haar Hoog Edelheedens de Heeren der Hoge Indiase Regeering over te gaan, en om vervolgens by Missive van heeden nog aan den E secunde Sluys„ „ken deeze onse intentie mede te deelen, en syn Ed„s te qualificeeren, na alvorens nog eens te hebben geprobeerd of de Heeren te Bombay sullen zijn te beweegen om ons schip in behoorlyke ordre te laten vertrekken, en voorts al„ „le verhinderingen aan den handel toegebragt te doen staken, tot tijd en wyle men met de ordres Harer Hoog Edelheedens nopens de firmans sal weesen gesterkt, tot het institueeren aan den Bom= =baijsen Raad eener provisioneele klagte teegens de Engelsche en Moorse Regeering alhier voornamentlijk tegens den Heer Price= met verderen last aan gem: E. secunde, om daar„ bij teffens kennisse te geeven, dat men deese provisioneele van een forneele beswaarnisse sal laaten volgen, Soo dra ons schip vertrokken en men van het volhandige Werk eenigsints sal ontslaagen sijn, En men als dan teffens tot adstructie onser Voordragten, en Verklaaring onser grieven weder eene Commissie nader= =waarts denks aftesenden dog ingevalle meerm na Comimissiant
English
148 179 The 1st of April, Year 1773. The 5th of April, Year 1773. The request made by the Honorable Secunde is granted. Two submitted judicial minutes whose swearing-in was requested. Two new anchor cables to the ship Walcheren properly accomplished. Commissioner, if before the receipt of this order, according to what was written to his Honor in previous letters, he might have obtained a free course of trade, and authorization to deal with Mr. Price alone without interference from the English Council, to which end his Honor shall have to make one final effort, in that case to continue to supersede all complaints; while hereby, upon the request made by the said Honorable Secunde to the Lord Commander, it was approved to authorize him for his return journey by sea or by land, as the opportunity shall appear best to him. After which, being submitted by the Director, two judicial minutes handed over to his Honor to show that, in compliance with the resolutions of the 11th and 19th of March, the swearing-in regarding a heavy cable used for ship's use and rendered unserviceable of the Wednesday the 17th of March 1773. Before Commissioners The Honorable Nicolaas Holmberg And Fredrik van den Busch Having been submitted a ship handed over to their Honors ship Walcheren, as well as of the goods lost, spoiled, and rendered unserviceable on the narrow-ship de Mosselschulp, was properly accomplished by the deponents mentioned in the submitted declaration, it was approved and understood, since the provision of two new cables for the service of the ship Walcheren, as brooking no delay because that vessel, for lack thereof, was incapacitated from being properly moored in this roadstead, had already taken place by order of the Lord Commander, to authorize the Equipment Supervisor by this extract to provide other goods instead of the aforementioned, and furthermore to insert the said minutes here. 159 151. The 5th of April So truly help me God Almighty. Extract from the minutes of what was transacted and resolved in the Council of Policy at Souratta. Thursday the 11th of March 1773. After which came in a report from the skipper Lodewijk Thomassen, tending to request to be provided with two other cables instead of the heavy anchor cable found unserviceable upon two different inspections, as he was in great need of the same, and on the contrary his vessel, the ship Walcheren, could not be entrusted with any peace of mind in this roadstead; so it was approved and understood to allow this supply to take place, but first to have the two declarations attached to the aforementioned and here-inserted report sworn to before the Honorable Council of Justice of this Office by the deponents mentioned and signed therein. It was underwritten: agreed. Was signed: E:t N:s Wiardij, sworn secretary. So, in accordance with the same, the Chief Mate Nicolaas Hilkes and Boatswain B: Beetjes, currently on shore, were called inside and, in the presence of the Fiscal, the Honorable Iacob van der Sleijden, after the reading of the declarations granted and signed by their own hands at the requisition of the skipper Lodewijk Thomassen, were asked whether they were prepared to take an oath for their authenticity. And having fully declared "yes" to this, they forthwith performed the required oath in the Reformed manner, by raising the two front fingers of their right hand, and the clear pronunciation of these words: Thursday the 25th of March 1773. Before the aforementioned Commissioners Pursuant to the aforementioned extract of the Political Council's resolution, the Second Mate Laurens de Cille, the Boatswain's Mate Jan Pulsen, and Gunner Pieter Spriet, all stationed on the ship Walcheren, having now appeared on shore, having appeared in the presence of the Honorable Willem Lodewijk Contag, acting for and on behalf of the Honorable Fiscal here, and being asked whether they were prepared to confirm with oaths the authenticity of the declarations also granted by them, which were clearly read to them word for word, they unanimously declared "yes," and therefore performed the required oath in the Reformed manner, by raising the two front fingers of their right hands, and the clear pronunciation of these words: So truly help me God Almighty. It was underwritten: Extracted from the memorial of the Honorable Council of Justice of this Office, and agreed. Lower: was signed: E: H:d Wiardi, sworn secretary. Thursday The 5th of April, Year 1773.
Dutch transcription
148 179 Den P:e' April A:o 1773. Den 5e April A„o 1773. het door den E: secunde gedaene Versoek is g'accordeerd Twe overgelegde Pustichielen Atulse welkers b' bediging verstoekt Twee nieuwe anker Touwen aen het schip Walcheren behoorlijk volbragt was, Commissiant, dik werg voor den ontfangst van deesen last, volgens het sijn Ed:e bij voorige letteren aengeschreevene mogte hebben g'ob= =tineerd, een Vrijen loop van den handel, en qualificatie, om met den Heer Price alleen sonder bemoeijenisse van den Engelschen d Raad, te kunnen handelen, waartoe zijn E: nog eene laatste poginge sal moeten doen als dan met alle klagten te blijven superce¬ deeren, terwijl bij deesen op het door den gem. E: secunde aen den Heer Gebieder gedaen ver„ soek, goed gevonden wierd, hem tot sijne terugreijse te qualificeeren ter Zee of over land, zoo als hem Zulx de Geleegentheid het beste zal voorkoomen. Waarna door den Heer Directeur overge¬ legd wordende, twee aan sijn Ed: overhandig¬ =de Justitieele Notule ten blijke dat ter voldoeninge aen de besluijten van den 11:' en 19:e Maart de b'eediging weegens Een tot scheeps Gebruijk G'Emploijeerde en eer onbruijkbaar swaar Touw van het Woensdag den 17:' Maart 1773. Voor Commissarissen D: E: Nicolaas Holmberg En Fredrik van den Busch Overgelegd sijnde een aen hun Eds ter hand schip Walcheren, Somede van de op het smal¬ Schip de Mosselschulp verlorine, bedúwvene en onbequaam geraakte goederen, door de bij de ingediende verklaaring en vermelde deposan¬ =ten, behoorlijk volbragt was, soo wierd goedgevon¬ =den en Verstaan, alsoo de Verstrekking van Twee Nieuwe Touwen ten dienste van het schip Walcherens als geene uijtstel hebbende kunnen lijden, alsoo dien bodem mits ontstentenis van dien, buijten staat gesteld was, behoorlijk ter deeser rheede te kunnen vertuijen, bereeds op ordre van den Heer Gebieder geschied was, den Equipagie Opziender bij Extract deesen, te qualifi„ =ceeren, insteede van de voorm: andere goe= „deren te mogen verstrekken en om voorts gedagte Notulen in deesen plaats te geeven. schip gestelde 159 151. Den 5e: April Soo waarlijk helpe mij God Almagtig. gestelde Extract uijt de Notulen van het gebecoig¬ =neerde en geresolveerde in Raade van Politie te Souratta Donderdag den 11:' Maart 1773./ Waarna zijnde ingekomen een berigt van den schipper Lodewijk Thomassen, tendeerende versoek om in steede van twee differente visitatien onbequaam bevondene swaar¬ anker Touw, met twee andere Touwen te mogen worden voorsien, also hij deselve zeer benoodigd was, en zijnen bodem het schip Walcheren bij het tegendeel met geene gerustheid ter deeser Rheede vertrouwd konde werden; soo wierd goed =gevonden en verstaan, deese verstrecking te laaten geschieden dog alvoorens de bij de voormeld en deese g'insereerde berigt g'attexeerde twee verklaaringen, door de daar bij voormelde en geteekende deposanten voor den Agtbaaren Raad van Justitie deeses Comptoirs te laten b'eedigen /:onderstond:/ accordeerd /:was geteek:d:/ E:t N:s Wiardij p:l secretaris. Soo wierden ingevolge van het selve de sig thans aan de wal bevindende Opperstuurman Nicolaas Hilkes en Bootsman B: Beetjes binnen geroepen en hem ten overstaan van den Fiscael D: E: Iacob van der sleijden na voor= leesing der door deselve ter requisitie van den schipper Lodewijk Thomassen verleende en eigenhandig ondertekende verklaaringen afge= J vraegd of bereid waeren voor dies deugdelijkheid eenen Eed afteleggen, Ende door deselve hierop volmondig sijnde verklaard van Ja volbragten zij opstonds den gerequireerden Eed op de Gere„ „formeerde wijse met het op steeken, der twee voorste vingeren, haarer regter hands, en de duijde¬ „lijke uijtspraaken deeser woorden. Donderdag den 25 Maart 1773. Voor omme gemelde Commissarissen Ingevolge voorm: Extract Politicq Raads besluijt de thans aan de wal verscheenen onder. Stuurman Laurens de Cille, den schieman Jan Pulsen en Constabel, Pieter Spriet alle bescheijden op het schip Walcheren, ten overstaan van den E, Willem: Lodewijk Contag, als fungeerende voor en van weegens den E: Fiscael alhier sijnde gecom: =pareerd en afgevraegd of sij bereidwaaren de deug„ „delijkheid van de door haar meede verleende Ver= klaaringen dewelke haar duijdelijk van woorde tot woorde voorgeleesen, wierden met Eede te sterken, soo verklaarden sij lieden eenparig van Ia. en volbragten dierhalven den gerequi„ „reerden Eed Op de Gereformeerde wijse met het opsteeken der twee voors te vingeren haarer regter hande, en de duijdelijke Uijtspraaken deeser woorden. Zoo waarlijk helpe mij God Almagtig /:onderstond:/ G'extraheerd Ruijt het memorial van den agtb:r Raad van Justitie, deeses Comptoirs en accordeerd /laeger. /was geteek:d/ E: H:d Wiardi jat seCr:s Soo Donderdag Den 5:e April A:o 1773. e
English
152 153. The 5th of April 1773 The 5th of April 1773. The former Factor Zimmerman serves a report regarding his claims on the former [illegible] is approved. Thursday the 15th of March 1773. Before the Commissioners The Honorable Nicolaas Holmberg Pr van den Busch After which was also submitted, An Extract from the minutes of what was resolved and transacted in the Council of Policy at Souratta, Friday the 19th of March 1773. Subsequently, the Lord Director having exhibited a petition presented to His Honor by the Master of Equipage van der Hegge, tending to request that he might be granted authorization to furnish to the small vessel de Mosselschulp such lost, consumed, or damaged goods during its voyage to Bombaij as are specified in a notarial declaration annexed to the aforementioned petition, granted by the Commander and the tindal Manga assigned thereto; it was thus approved to have the said declaration sworn by the deponents before the Honorable Council of Justice of this Office, and to suspend the decision hereupon until such time, etc. Underneath stood: Agrees. Was signed: E: W: Wiardi, pro tempore Secretary. Whereupon the Commander of the small vessel de Mosselschulp, Anthonij Masser, together with the tindal Manga assigned thereto, were called inside, the contents of the declaration granted by them clearly made understood, and asked whether they were prepared to take an oath as to its validity. The Lord Director furthermore exhibiting a report submitted by the former Factor of Brootchia, Frans Bernhard Zimmerman, in compliance with what was ordered to him at the session of the 19th of the past month of March, together with an original and a Dutch-translated bond regarding his claim amounting to Ro/a. 616:—:— on the former Governor of that place, it was thus, after review of that writing which is entered in this place, approved and understood, regarding the suppliant's request, namely with half of the goods due to the aforementioned deceased ruler. And they answering fully affirmatively to this, the first performed the oath in the usual Reformed manner by raising the front two fingers of his right hand and clearly pronouncing: So truly help me God Almighty. And the second, in the presence of a Heathen Priest, swearing by the same and the River that what he declared in the aforesaid writing was the sincere truth, and that God might punish him to the contrary. Underneath stood: Extracted from the memorial of the Honorable Council of Justice of this Office and agrees. Was signed: E: N: Wiardi, Secretary.
Dutch transcription
152 153. Den 5e. April 1773 Den 5: April 1773. dergeweesen Factoor Zimmerman diend vam berigt wegens sijne pretensien op den geweesenen word goed gevonden Donderdag Den 15:e Maart 1773. Voor de Commissarissen D: E: Nicolaas Holmberg Pr van den Busch Waarna almeede overgelegd sijnde, Een Extract uijt de notalen van het geresolveerde en Gebesoigneerde in Raade van Politie te Souratta Vrijdag den 19:' Maart 1773. Vervolgens door den Heer Directeur sijnde g'exhibeerd, een aen zijn Ed: door den Equipagie opsiender van der Hegge gepresenteerd Request ten deerende versoek, dat aan hem mogte worden qualificatie verleend tot het verstrekk en aan het smalschip de Mosselschulp van soodanige verloorene, verbruijkte, of onbequame gewordene Goederen, geduurende desselfs reijse na Bombaij als er bij een aen voormelde Request g'annexeerde, door den Gesaghebber en den daarop bescheijdene Tandel Manga, verleende Notarieele ver= „klaaring gespecificeerd staan; zoo wierd goed gevonden ged: Verklaaring door de Deposanten voor den Agtb:rn Raad van Justitie deeses Comptoirs te laten b'eedigen ende dispositie hierover tot soolange te surcheeren &:a /onderstond:/ Accordeerd /:was geteekend:/ E: W: wardi p:t secr:s _o Soo wierden den Gesaghebber van het Smalschip de Mosselschulp Anthonij Masser, beneevens den daarop bescheijdenen handel manga binnen geroepen i den inhoud der door haar verleende Verklaaring duij „delijk te verstaen gegeeven, en afgevraegd; of bereid Den Heer Directeur alwerders exhi= =beerende, een door den Gew: Factoor van BrootChia Frans Bernhard Zimmerman, ter nakominge van het hem ter sessie van den 19:e der ver= =weekene Maand Maart g'ordonneerde ingekomen berigt annex een in Originali en in het hollands over„ gesette Obligatie, weegens sijne pretensie, tot Ro/a. 616:—:— op den geweesene Gouverneur dier plaats, soo wierd na resumptie, van dat schriftuur het welk in deesen plaats gegeeven word goedgevonden en verstaan, des suppliants versoek om nament. lijk met de helfte der aen voorm: overleedene regent waaren voordies deugdelijkheijd eenen Eed afteleggen: En zij lieden hierop volmondig sa antwoordende, volbragt den Eersten den Eed op de gewoone Gereformeerde wijse met het opsteeken der twee voorste Vingeren van zijn regter hand, en de duijdelijke uijtspraeken: zoo waar= lijk helpe mij God Almagtig. En de tweede ter presentie van Een Heijdensche Paap, sweerende bij deselve en de Revier dat het door hem verklaarde bij voorsz: schriftnur, de opregte waarheijd was, en dat God hem bij het teegendeel mogte straffen. /:onderstond:/ G:' Extraheerd, uijt het memoriael van den Agtb:r Raat van justitie deeses Comptoire en Accordeerd /was geteek:t:/ E:t N: Wiardi. stc C=n waaren./ Competeeerde op Gouverneur
English
154. 1525. The 5th April 1773. The 5th of April 1773. to grant the annexed to be favored with the due annual gift goods, in order to be able to find his guarantee therein, to be granted, should the English gentlemen make no claims upon these gift goods, which one will certainly be obliged to hand over annually in the future if the trading post there continues in that complete manner as during the time of the Nabab, and in which case one shall also attempt to enforce the right of the said Zimmerman as much as possible. To the Right Honorable Worshipful Lord Martinus Joan Bosman Director and Chief Ruler of this Directorate together with the Council Right Honorable Worshipful Ruling Lord and Gentlemen! On the 19th just passed, the Right Honorable Worshipful Lord Director having informed the Assembly that the Second Resident at Brootchia had reported by dispatch how the Lewaas Pandet there had repeatedly sent word to ask him for the ordinary annual gifts; whereupon the respectful subscriber took the liberty to bring to Your Right Honorable Worships' attention that he had advanced on the share of the Nabab in the month of May the sum of Ropias 616, and on that account humbly requested that half of those gift goods might be delivered to him for indemnification; whereupon Your Right Honorable Worships and the other members saw fit to let him be served with a report; thus it is that I have the honor to inform Your Right Honorable Worships that in the month of May last, the court attendant Aref arrived at the said place with a private letter from the Worshipful Lord Director, containing instructions to give notice to the Nabab of this envoy, and that the same brought along a letter as well as an extraordinary gift for his Excellency for the maintenance of good friendship; I immediately sent the Company's broker to the Derbhaar to deliver this message and to inquire when it would please his Excellency for the said person to come and carry out his commission. The Nabab had friendly thanks expressed for the communication and at the same time requested me to come in person the next morning at 8 o'clock. I went thither at the appointed time, and ordered that Aref should follow immediately with the letter and the gifts. Having sat with his Excellency for a little while and paid the usual compliments, I requested that the said servant be allowed to enter; his Excellency immediately gave the order and received the letter and the gifts sent therewith with a particular token of esteem, but while reading the letter I perceived some moodiness, and as if he were reconsidering; he said thereupon that the friendship of his Right Honorable Worship and the entire Dutch nation was very agreeable to him above all, and that in order to cultivate it he would immediately have a letter prepared for the Worshipful Lord Director; and that Aref had to come to his Excellency in the afternoon to receive it. He then departing, the Nabab further said that he had requested from the Right Honorable Worshipful Lord Director some goods for use, consisting of broadcloth, sugar, and spices, to be sent for payment, but that nothing was mentioned thereof in the received letter, and therefore requested me to write about this to the Worshipful Lord Director, and to mention at the same time whether perhaps some mistake had occurred in the translation, that
Dutch transcription
154. 1525. Den 5: April 1773. Den 5:e April 1773. het nevenst:s te accordeeren Competeerende jaarlijkse schenkagie Goederen te mogen worden begunstigd, ten eijnde daaruijt sijn guarant te Kunnen vinden, te accordeeren, wanneer de Heeren Engelschen op deese schenkagie goederen die men seekerlijk voortaen verpligt sal sijn, Iaarlijks te moeten afgeeven wanneer het Comptoir aldaar op die volkoomene wijse soo als ten tijde vande Nabab blijft Continueeren geene vorderingen maken mogten, En in welken gevalle ook men tragten zal, het regt van gem: Zimmerman zoo veel als mogelijk is, te doen gelden. Aan den WelEdelen Agtbaaren Heer Martinus Joan Bosman Directeur en Hoofd Gebieder deeser directie benevens den Raad WelEdel Agtbare gebiedend Heer Heeren! En Op den 19:e evengepasseert, door den WelEdel agtb: Heer Directeur aande Vergadering te kennen gegeeven zijnde, dat den Tweede Resident te brootChia bij Missive hadde gemeld, hoe den Lewaas Pandet aldaar, hem een en andermal, heeft laten afvraegen de ordinaire jaarlijkse geschenken; waarop den Eer„ „biedigen tekenaar de hardiesse nam, uwel Ed. e Agtb:r onder het oogtebrengen, dat door hem op de portie van den Nabab in de maand meij was verstrekt, de somma van Ropias 616: en uijt dier hoofde ootmoedigs versogt, dat de helfte dier schenkagie goederen aen hem tot schadeloosstelling, mogte werden afgegeeven; waarop u wel. Ed: agtb:e en de verdere leeden goed vonden; omme hem van berigt te laten dienen; zoo is I; dat de Eere hebbe, uwelEd. Agtb„ te melden, dat inde maand maij jongstleeden, den hofganger Aref ter gemelde plaatse arriveerde, met een particuliere brief van den agtb:r Heer Directeur. behelsende omme den nabab kennisse te geeven van deesen sendeling. en dat denselven tot onderhoud van de goede vriendschap een brief benevens een Extra ordinair Geschenke voor zijn Excelb. mede bragt; Ht Lond ten Eersten 's Comp:s makelaar naa den Derbhaar, dit te boodschappen, en te verneemen wanneer 't zijn Excell: zoude behagen, dat gemelde persoon zijnen last quaam afleggen: Den Nabab liet voorde Communicatie vriendelijk bedanken en teffens versoeken van i anderen dags 'smorgens ten 8 uuren selfs te willen komen, Ikging ter bestemder teijd daarna toe, En gaf last dat aref ten Eersten met de brief en de Geschenken soude volgen, een weijlsje bij zijn Excelb: geseten ende Gewoone Complimenten afgelegd heb. „bende, versogt omme gemelde bedierde te willen laten binnen komen; zijn Excell. t gaf immediaat ordre en ontfing de brief ende daarbij gesondene Geschenken, met een bijsonder blijk van agting, dog onder het leesen van de brief bespeurde eenige stem¬ =migheijd, en gelijk of zig Eerst bedagt; zeijde daarop, dat hem de Vriendschap van zijn wel Ed. Agtb: en de geheele hollandsche natie, voor allen seer aengenaem was, dat die se Cultiveeren ten Eersten een brief voor de agtb:r Heer Directeur zoude laten vervaardigen; en dat dref 's agtermiddags bij zijn Excels, moeste komen die te ontfangen, die daarop heene gaande; zegde De nabab alverder dat aen den Wel Ed: agtb:r Heer Directeur hadde versogt, eenige goederen tot Gebruijk, bestaande in Lakenen zuijker en specerijen, voor betaling te willen, senden, maar dat inde ontfangene brief daarvan nieten wierd gesprooken, en dierhalven versogt hierover aen den Agtb:r Heer Directeur te willen schrijven, en ofer somwijlen eenige abuijs in de Vertaling plaats hadde, teffens temelden het dat
English
156. 1578. The 3: April 1773. The 5: April 1773. that he was in great need of the mentioned goods. I gave due notice of this to the Honorable Lord Director, and was thereupon ordered to kindly request His Excellency to desist from his demand, as the season had passed and the Company's vessels could not take the risk, and moreover that all merchandise had been sold by contract to the brokers and was therefore no longer in his honor's power. Reporting this to His Excellency, he answered laughingly that, to remove the first difficulty, he would send his own vessel, and for the second, he left it to the care of the Honorable, that I should merely write this and request a prompt reply. I feigned that I would do this, but as I had already been instructed by the Honorable Lord Director what I should answer upon further insistence, I let the matter take its course and awaited further consequences. But it was not long before Assiet Chan, favorite and manager of the nabab's household affairs, sent word asking to visit me. Receiving his Honor properly and being seated, he asked whether I had not yet received an answer to the nabab's request. I answered yes, that on that very morning I had received a letter in which I was ordered by your Honors to assure His Excellency that with the greatest readiness I sought to cultivate His Excellency's good friendship, and for that reason would also have gladly complied with his request, but that in this case I was held back by a strict order received concerning this from Europe, whereby all high and lower servants of the Honorable Company were ordered, on pain of loss of office and rank, not to engage under any pretext in any trade with the princes of these countries nor their servants, in order to prevent the disputes that often arose therefrom, and thus kindly requested to let the matter rest here. His Honor, although reluctantly, departed with this answer; but he returned after the lapse of an hour, saying that the nabab had become very difficult, and had charged him to go to me again and convey the message that His Excellency was now in great need of money, and therefore asked to borrow r:o/a 3000:-. I was astonished at this unreasonable request and gave the messenger the answer that there were not even 300:- rupees in the cash box, that our funds, according to merchant practice, were distributed among the workmen. His Honor said to this that the nabab would not be satisfied with this, and as a friend advised not to be unwilling. Nevertheless, I stood by what I said, and for greater certainty sent the broker with a letter to His Excellency in which I made known my inability, with an urgent request to desist from his demand. But that servant returning declared that the Nabab was very displeased, and had even threatened to bring the Company's work to a halt. The next day, the aforementioned Assies Chan came again to the undersigned, and testified that he had taken much trouble to make His Excellency desist entirely from his demand, but in vain; that the Nabab considered himself very insulted by all the refusals, but at his Honor's further insistence, had finally ordered to have delivered to him from me the sum of ro/a 616:— without fail, for which His Excellency would give a bond under his seal ring; and that he, Assiaschan, could subsequently settle that sum with me from the first gift goods to be received. Finding this resolution tolerable, and because this Assiel Chan, known to everyone as an upright Muslim, also stood surety, but principally in order not to make the nabab completely hostile toward me, I accepted to give this sum under the aforementioned conditions, and sent it the next day, according to the agreement, to Assietchan, who sent back to me the bond stamped with His Excellency's seal ring for confirmation. I request from your Honors in this for me so fateful time a favorable marginal note, and declare, with due respect, to be. Was below: Honorable ruling Lord and Lords. Lower: Your Honors' humble and very obedient servant. Was signed: schappen Trans
Dutch transcription
156. 1578. Den 3: April 1773. Den 5: April 1773. dat omme de gemelde goederen zeer verleegen was. Hiervan hebbe aan den WelEd: Agtb: Heer Direcleuk partz: schuldige kennisse gegeeven, ende wierd daarop gelast Zijn Excelb: vriendelijk te versoeken van desselfs Eijsch te willen ovfrstaan, alsoo 't jaargetij verlopen, en 's Comp:s Vaartuijgen, niet konden resicqueeren ook bovendien, dat alle Coopmansz: volgens Contract aan de makelaars verkogt, en dus niet meer in zijn agtbaares magtwaaren, dit aen zijn Excell: meldende, aentwoorde allachende, dat om de Eerste swaarigheijd weg te neemen desselfseijgen Vaartuijg wilde senden, ende voor 't tweede zijn welEd: agtb:e liet sorgen, dat ik dit maar moeste schrijven, en spoedige antwoord versoeken; Ik gelief mij dit te sullen doen, dog alsoo bereeten door den WelEd: agtb:r Heer Directeur onderregt was, wat bij verdere aenhouding zoude hebben te antwoorden, zoo lietde zaak op zijn beloop, en bleef de verdere gevolgen afwagten; maar het liep niet lang aan of Assiet Chan Gunsteling en albeschik over ' nababs huijsselijke saeken, liet vragen van bij mij te komen; zijn Ed. na behoren ontfangende en geseten zijnde; vroeg of nog geen antwoord op 'snababs versoek hadde ontfangen. Ik antwoorde van ja! dat op dien selfde morgen een brief gekregen had, waarbij door uw Ed. Agtb:e wierd gelast, van aen zijn Excell:s te verseekeren, dat met de grootste bereijdwilligheid de goede Vriendschap van zijn Excell: zogt te Cultiveeren, en omme die reederen ook gaarne aen desselfs versoek hadde willen voldoen, maar dat in dit geval, teruggehouden wierd, door een strickte ordre daar omtrent van Europa ontfangen; waar bij aen alle hooge en mindere dienaaren van d' E: Comp:e, bij verlies van Ampt en qualitijt wierd gelast, zig met de Vorsten deeser landen nog derselver bedientens 't zeij onder wat protext in geene negotie in te laten, tot voorkoming van de dispuniten die daar uijtveeltijds ontstonden, en dus vriendelijk versogt,;'t hierbij te laten gerusten. zijn Ed: hoewel ongaarne, vertrock met dit antwoord; dog kwaem na verlop van een Uur wederom zeggende dat den nabab zeer moeijelijk was geworden, en hem belast hadde, van wederom bij mij le gaen, ende bood= =schappen, dat zijn Excell: thans zeer verleggen was, omme geld, en dierhalven om r:o/a 3000:- ter leen lietvragen; Ik stond verstelt op dit onredelijk versoek en gaf den boodschapper tot antwoord, dat geene 300:-ropijen bij Caswas, dat onse gelden, volgens Coopmans steijl, onder de werklieden stonden, zijn Ed: zegde hierop, dat den nabab hier mede geen genoegen zoude neemen, en als een Vriend rade niet wijgerig te willen zijn: Egter bleef ik voor als na bij mijn gesegde, en sond ten overvloede de make„ „laar met een brief aen zijn Excell. s waarin mijn onvermogen te kennen gaf, met instantie van zijn Eijsch, te willen afzien, dog die bediende wederom komende verklaarde dat den Nabab zeer te onvreede was, en zelfs gedreijgt hadde, van 's Comp. s werk te laten ophouden; 'sanderen dage quam voorm:t assiesChan wederom bij den teekenaar; en betuijgde dat veel moeijte hadde genomen omme zijn Excell: van desselfs Eijsch in 't geheel te doen afsien, dog te vergeefs; dat den Nabab door alle wijgeringen zig seer beleedigt oordeelde, te sijn, dog op sijn Ed: nadere instantie, voor 't laatst hadde g'ordonneert; van mijn de somma van ro/a 616:— zonder mancqua„ „ment te laten besorgen, waarvan zijn Excell: eene obligatie onder desselfs zegulring soude geeven; en dat hij Assiaschan vervolgens die somma bij de eerst te ontfangene Geschenk goederen met mijn Konde verevenen. Dit besluijt draaglijk vindende en om dat deesen assiel. Chan bij een ieder bekent voor een opregt Musselman sig almeede voor borg stelde; dog wel principaal om den nabab, mij niet geheel Vijandig te maken; naem aen deese somma opgemelde voorwaarden te zullen geeven; en Cond die Jan¬ „deren dags, volgens afspraak bij assietchan, die aen mij de Obligatie met zijn Excell: zegulring tot bekragtiging ge„ „sjap, wederom zond: Ik versoek: uwel Ed: Agtb:s in deese voor mij zoo nood= =lottige Teijd een gunstig appostil, en betuijge, met ver¬ =schuldigde Eerbied te zijn. /onderstond:/ Wel Ed. agtb. e gebiedendt heer en Heeren /: lager:/ uwel Ed: agtb:re onder„ =danige en seer gehoorsaamen dienaar /:was geteekend/ schappen Trans
English
158 159. The 5th of April 1773. The 5th of April 1773. The members van der Sleijden as Commissioners appointed to examine the estates of the deceased render report Frans B.:s Zimmerman /:in the margin/ Souratta the 22nd of March Anno 1773. The Merchant and Fiscal Jacob van der Sleijden and the Junior Merchant Frans Bernhard Zimmerman, who on the 30th of October last were commissioned to be heard in accordance with and in satisfaction of Their Right Honorable respected Resolution of the 28th of July 1771, containing orders to have checked, since the book year 1761/2 until 1773/4, whether all the estates of the Company's deceased servants administered and sold by the respective Curators ad lites were properly inventoried, whether the vendue books agree with the Original Memoranda of the auctions held, and these with the Inventories, as well as whether the proceeds of those estates have been properly paid into the Company's Treasury, now having served with the following report of their performance and findings. Pursuant to the Extract handed to us of the Surat Resolution dated the 30th of October just passed, and the attached Extract Resolution taken in the Council of India on the 18th of July Anno 1771 /dictating to examine exactly and report whether all the estates of the Company's deceased Servants, administered and sold by the respective Curators ad lites, have been properly inventoried, whether the vendue books agree with the original Memoranda of the auctions held and these with the Inventories:/ the undersigned proceeded to the house of the Junior Merchant and pay bookkeeper de Varij, also being Curator ad lites, and had him produce the pay books from the year 1768/9 to 1771/2 inclusive, together with the Vendue books, and according to them checked exactly whether everything was properly inventoried etc. etc. and further found as we have the honor Right Honorable Respected Sir And Sirs! To the Right Honorable Respected Sir Martinus Joan Bosman Director and Commander-in-Chief of this Directorate together with The Council Which 1110
Dutch transcription
158 159. Den 5e April 1773. Den 5e April 1773. De leeden vander Sleijden als Ge¬ Committ:s tot bevirisiteeren der nalatenschappen van d' overleedene benoemd dienen van berigjt Frans B.:s Zimmerman /:in margine/ Souratta den 22:' maart- A o 1773. Den Koopman en Fiscaal Jacob van der sleijden en den Uill:o onderkoopman Frans Bernhard Zimmerman die op den 30. ' October laatsleeden sijn gecommitteerd gehoorden ten einde ingevolge en ter voldoeninge van haar Hoog Edelheedens g'Eerde d' Resolutie van den 28. ' Julij 1771. houdende ordre om seederd het Boekjaar 176½ tot 178 8/4. te laaten nagaan of alle de nalatenschappen van 'SComp:s overleedene dienaaren door de respde Curatoren ad lites g'administreerden verkogt, behoorlijk g'inventariseerd sijn, of de vendu boeken met de Orig=t Memorien der gehoudene Vendutien, en deese met de Inventarissen accordeeren, mitsgaders of het provenu dier nalatenschappen rigtig in 's Comp:s Cassa is geteld, thans van hunne verzigting en bevinding hebbende gediend van ondervolgend berigt. Ingevolge het aan ons ter hand gestelde Extract Souratse resol:t de dato 30 october evengepasseert, en 't daaraan g'annexeerde Extract Resol:t genomen in raada van Jndia op den 18:' Julij a. o 1771. /dicteerende omme Exact nategaan en te berigten of alle de nalatenschappen, van 'sComp:s overledene Dienaaren, door de respective Curatooren ad lites g'administreert en verkogt, behoorlijk geinventariseert zijn, of de venduu boeken met de origineele Memorien der gehoude Vendutien en dese met de Inventarissen accordeeren :/ hebbende ondergetee„ konden haar vervoegd ten huijse vanden onderkoop= =man en zoldij boekhouder de varij, teffens zijnde Cerratoor ad lites en door denselven doen produceeren de zoldijboeken, 't zedert den jaare 176/9 tot 177½. in Clusive, benevens de Venduboeken en volgens deselven Exaot nagegaan of alles behoorlijk g'inventariseert is etc: Atc: voorts bevonden soo als de Eere hebben WelEdele Agtbaare Heer En Heeren! Aan den WelEdelen Agtbaaren Heer Martinus Joan Bosman Directeur en Hoofd Gebider, deeser Directie benevens Den Raad Dien 1110
English
168. 161. The 3rd of April 1773. The 5th of April 1773. folio 451. Iacobus Vermeulen, assistant, deceased on the 17th of September Anno 1761. According to the inventory, vendue book, and memorandum, the estate of the deceased came to yield ro/a 352:— which on the first of April Anno 1762 were counted into the cash, etc. f 463. Thomas Felix, assistant, deceased on the 12th of May 1761. The inventories and further papers having been examined and according to them counted into the cash ro/a 224 3/32. folio Philip Wargaren, junior merchant, deceased on the 13th of May 1761, whose estate was administered by the then acting pay bookkeeper Drabbe, and according to the vendue book amounted to ro/a 66 44 3/64, but in the pay books there is no inventory, memorandum, nor estate account; however, pro memoria in their folio of Anno 1761/2 to 1762/3 it is noted as follows: "His death account closed in the previous books where there is a balance of f 337: 8: 10. being currently only carried forward here again pro memoria, for the reason that his estate, due to the appearance of a debt amounting to ro/a 4000:-, has become insolvent, and since no authorized representatives of the deceased have been appointed, the undersigned, as curator ad litem, has given notice of matters to the mother and heir, Miss Catharina Mirjaan de Waal, residing in Batavia." In the books of Anno 1763/4 it states: "As the estate of the deceased was insolvent and the former acting pay bookkeeper T. d. Drabbe most obediently presented to your Right Honorable Worships, as according to the books of Anno 1761/2, having given notice to the mother of the deceased, he was authorized by her to settle the matters in the best possible manner, which was accomplished by him and the creditors satisfied on a pound-for-pound basis, with which conduct of his the mother and heir of the deceased was fully satisfied, and on that account granted a deed of indemnity." folio 462. Joseph Damon, provost, deceased the last day of December 1761, whose estate, see vendue book and memorandum, yielded ro/a 30 9/32, which were counted into the cash. In the books of Anno 1762/3 at 36. Pierre Anthoine de Bellon, junior merchant, etc., it is noted: "Anno 1761 the 22nd of May his death account in the previous books, folio 15, closed; whereby credited with f 349: 6: 10; but since his estate upon the closing of those books from Ahmedabad had not yet been received and thus could not be fully balanced, the holder hereof, with favorable interpretation, has carried forward this account here, in order to be able to balance it fully after the receipt and sale of the estate." In the books of Anno 1763/4 this account was credited for f 5263: 19: 6, and also 2 withdrawn accounts amounting to ro/a 508: 12: 2, and therewith stated to serve for the settlement in the trade books; furthermore, no inventory, vendue memorandum, nor estate account is bound in with the books, but among several bundles of old estate papers of many years some receipts of disbursed monies as well as [illegible] gnawed through by rats and vermin were found, which are mostly defective. folio 3. Paulus Jansz. Wenkirk, bookkeeper, deceased on the 6th of November 1762, according to the vendue book the sold goods amount to ro/a 2606, and in the pay books of Anno 1763/4 the account of the deceased for what was counted into the cash was credited by the then pay bookkeeper van Harn with f 6364: 6: 4. Furthermore, the balance of the estate was assigned to Batavia, but no inventory nor other papers found. paragraph 21. Zacharias Dijkman, quartermaster, deceased on the 20th of May 1763. According to the vendue book, death account credited with 1 account of 49; of which no papers are bound in with the same, and among the aforementioned bundles the inventory was found. In the books of Anno 1763/4 at 17. Iohannes Sanderus, junior merchant, deceased on the 9th of May Anno 1764, standing in these books under withdrawn accounts f 1292: —: —, which sum by warrant of the [illegible] was received from the Company's petty cash for the settlement of the estate of the deceased; "this estate statement to be handled in the next book year, not being able to take place presently on account of the outstanding monies." However, in the books of Anno 1764/5 his account was carried forward and for what was counted into the cash credited with f 280: 5, and thereunder written as a note: "This account was credited with light money, the rupee calculated at 40 stivers, so that the heirs in the fatherland will have no further claims." [illegible] other papers, though very defective, torn, and eaten through; item, a copy of an order granted by the abovementioned Lord Commander on the treasury, dated the 31st of August 1764, to be paid therein by the repeatedly mentioned van Harn the sum of ro/a 3801 1/16 pursuant to their High Excellencies' highly esteemed missive of the date 11th of November 1763, the goods sold in the vendue book having yielded the sum of ro/a 6630 1/2— to folio 7. 6
Dutch transcription
168. 161. Den 3: April 1773. Den 5: April 1773. fol: 451. Iacobus Vermeulen, assistent overleden den 17:' 7ber: A:o 1761. volgens Inventaris en dieuboek en Memorie is des overleedenen nalaatenschap komen te rendeeren ro/a 352:— die op p„mo april A. o 1762. in Cas geteld &. zijn. ƒ 463. Thomas Felix assistent overleden den 12:' maij 1761. de Inventarissen verdere papieren wel bevonden en volgens deselven in Casgen Aelt r da 224 3/32. _o Philip Wargaren, onderkoopman overleeden den 13 Maij 1761. welkers nalatenschap g'administreert is, door den toenmaligen jl: soldij boekhouder Drabbe, en volgens Venduboek heeft bedraegen r:o/a 66 44 3/64 dog bij de soldijboeken is geen Inventaris me¬ =morie nogboedel reekening; egter staat pro„ memorie bij derselver f van A„o 176 6/1 tot 176 2/3. genoteert als volgt. „ zijne Doodreekening inde Jg: boeken geslooten waar „ op te goed ƒ337: 8:10. werdende thans alleenlijk „ p. r Memorie alhier wederom voortgedraagen, omme „redenen dat desselfs boedel, door het opdaagen van „ een schuld groot ro/a 4000:- insolvent is geraakt, en „ vermits er gene gemagtigdens vanden overleedenen „aengestelt zijn; zoo, heeft honder deeses, als Curator„ „ adlites, aende Moeder Erfgename Mejuffrw. Catha„ „rina Mirjaan de waal, woonagtig te Batavia Kennis „ van Zaaken gegeeven. bij de boeken van A:o 176 /4 staat. „A: des overleedenen boedel insolvent geweest zijnde „ en dengeweesen p.l Zoldijboek houder T: d: Drabbe uw wel Ed: Agtb:e gehoorsaemst te verthoonen; als volgens de boeken van A:o 176½. „ aan de moeder vanden overleedenen Kennis gegeven „hebbende, is door haar gemagtigd, de zaaken best doenlijkst „te verEvenen, 't welk door hem volbragt en de Crediteuren „ met een ponds, ponds gedeelte tevreede gestelt, over welk zijn gedoente moeder Erfgename des overledenen ten „vollen voldaan is, en uijt dien hoofde, heeft verleend eene „ Acte van indemniteijt. fol: 462. Joseph Damon: Provos t overleeden ul:o Dijb: 176. welkers valaa„ =tenschap vide vend„ uboek en memorie heeft gerendeert ro/a 30 9/32. die in Cas getelt zijn. bij de boeken van A:o 1762/3: op 36. Pierre Anthoine de Bellon; onderCoopman, etc. staat genoteert: „ A:o 1761. den 22 Maij zijne dood rectq: inde voorige boeken fol: 15. „gesloten; waarbij te goed ƒ349: 6: 10: dog vermits desselfs pala= „. tenschap met 't sluij ten dier boeken van amed abaad nog niet ontfangen „ en dus niet ten bollen heeft kunnen verEvent werden, zoo heeft den „houder deeses, onder gunstige welduijding dese reekening alhier „voortgedraegen, ten eijnde naden ontfangst, en verkoop van den boedel „ ten vollen te Kunnen verEvenen Bij de boeken van A:o 176. /4. is deese reekq: gecrediteert. voor ƒ 5263:19:6, zoomeede 2 p„s reekg„:s ingetrokken groot ro/a 508:12:2 en daarbij gesegd omme te dienen tot der Eevening bij de negotieboeken voorts is bij de boeken geen Inventaris, vendir Memorie nog boedel rectg. ingebonden, dog onder verscheijde bondels oude boedel papieren van veele jaaren zijn eenige quitanties van afbetaalde penningen zoo mede van de rotten doorhnaagd en ongevregten zin Aq: gevonden, die meest defect f„s 3. Paulus Iansz: Wenkirk, boekhouder overleeden den 6 9ber: 1762, bij venduboek d'3 bedrgt het verkogte ro/a 2606. en bijde soldijboeken van a. o 176 6/4. is des over„ =leedenen reekq: voor 't in Cas getelde door den toenmaligen soldij boekhouder van Harn gecrediteert met ƒ 6364:6:4. voorts is 't saldo des boedels in nog andere papieren gevonde Batavia g'assigneert, maar geen inventaris §21. Zacharias Dijkman, quartiermeester overleeden den 20 maij 1763. bij verduboek doodreekq: gecrediteert met 1 p: 49: dagran von Eanapieren he deselee ingebonden, en onder voormelde bondels is 't inventaris gevonden. bij de boeken van A. o 176 3/4. op 17. Iohannes Sanderus onderCoopman overleeden den 9:e maij A=o 1764 staande bij deese boeken aan ingetrokke reekq: ƒ 1292: —: — welke somma p:r ordon:t van der tot verlevening van des overleedenen boedel uijt sComp:s kleyne GeldCassa ontfangen „dese boedelstaat in 't andere boekjaar verhandelt te werden, kunnende thans niet geschieden, omme reedenen van de nog uitstaande penningen dog bij de boeken van a o. 17645 is desselfs reekening voort gedragen en voor 't in Cas getelde gecrediteert met ƒ280: 5. en daaronder per noto geschreeven. „deese Reekening is gecrediteert met ligt geld de ropij tegens 40 stver geree= hes de 2ov„g van oorsmn in 't vaderland niet meer sullen hebben te praetendeeren sonin doeden aten elien oon e eside geue andere Papieren, dog seer defect gescheurt en doorvreten; jtem eene Copij ordonnantie, door bovengeme: hr Gebieder verleend op de groote geld Cassa gedateert, den 31 aug. s 1764. omme door meermelde van Harn, daarin voldaan te werden de somma van ro/a 3801 1/16. ingevolge Haar Hoog Edelheed:s hoog g'Eerde missive de dato 11 9ber 1763. hebbende 't verkogte bij vendir boek gerendeert de somma van ro/a 6630½— aan „ „ fol. 7. 6
English
162. 163. The 5th of April 1773. The 5th of April 1773. 7. Cornelis Sades Kuijpers, boatswain's mate, drowned the last day of April 1761. Standing on the last day of August thereafter in the Pay Books, per NB: This estate also stands to be accounted for in the other financial year; furthermore, it was credited in the books of the Year 1764/5 for 811: 11: 5 guilders, being the amount of 403 3/60 rupees, which were counted into the Treasury by the Curator ad lites van Ham, see estate account, on the 31st of August 1765. Other papers, including original pay accounts and more, give information thereof. In the books of the year 1764/5 on J. Michiel Wijsman, boatswain, deceased the 14th of May in the Year 1765, whose account previously [illegible] of the heightened goods yielded 122 rupees, which we presume were used to defray burial expenses and other debts, but of which no account is to be found. 450. Otto Hendrik Ruperti, junior merchant, deceased the 18th of July in the year 1765, standing by his account per NB: The estate of this person stands to be accounted for in the other financial year, which is now done due to the outstanding debt of auction monies, and furthermore it was taken up again in the books of the Year 1765/66 and the deceased account credited for 5587: 19: 4 guilders on account of 4035 ¾ rupees counted into the Treasury by the Curator ad lites van Haam, and thereunder Per NB: This person made a will in the year 1757 and thereby appointed as executors of his estate the Gentlemen Jan Anthonij Sweers de Landas and David Kellij, but the mentioned persons having already departed from here prior to the demise, the bearer of this has accepted the same. In the Books of the Year 1765/6 on 453. Iacob Heijmans, chief carpenter, deceased the 29th of September in the year 1765, and his Deceased account credited for 38 7/60 rupees or 52: 17: 6 guilders, which were counted into the Treasury by the Curator ad lites van Seger; according to the vendue book, it was sold for 45 23/60 rupees, thus less counted into the Treasury 7 16/60 rupees, which we believe were employed for expenses incurred; the Inventory, memorandum, and estate Account being absent. 481. Gerrit Lamping, boatswain, deceased the 3rd of December in the Year 1765, by the aforementioned there were counted into the Treasury 227 14/60 rupees, and the account credited for 315: 7: 11 guilders; by the vendue book it was sold for 241 ½ rupees, thus less counted into the Treasury is 14 7/60 rupees, which were likely also used to defray expenses incurred, salary, etc. etc.; the Inventory, Memorandum, and estate account have not been found. In the books of the Year 1766/7 on folio 21. Isaak Stuurman, chief carpenter, deceased the 21st of August in the Year 1766. The papers found in order, and according to the estate account the remainder amounting to 87 1/20 rupees was properly counted into the Treasury, and the account credited with 112: 14 guilders. In the books of the Year 1768/9 on 5. Martinus Koning, Comforter of the Sick, deceased the 30th of June 1768. This estate is, according to the vendue book, inventory, Memorandum, and estate account, properly accounted for and counted into the Treasury. 500. Christiel Dullebius, Ensign, deceased the 29th of November 1768. In the books it stands that he died without leaving anything behind, yet one finds in the vendue book that the Curator ad lites Dirks [illegible] counted into the Treasury, and that they were used by the Curator for the burial expenses. In the books of the Year 1769/70 on folio 17. Roelof Pietersen, boatswain's mate, deceased the 3rd of September 1769. According to the vendue book, inventory, memorandum, and estate Account, 149 1/5 rupees were counted into the Company's Treasury. 457. Pieter Wittlauw, second mate, deceased the 29th of January 1770. This estate is likewise, according to the vendue book, Inventory, memorandum, and estate Account, properly accounted for and counted into the Treasury, 131 rupees. In the books of the Years 1770 and 71 on folio 51. Adriaan Molerus, junior Merchant, deceased the 8th of December 1770. The left-behind effects, as appears from the Vendue book, yielded 172 rupees, from which the burial expenses were paid in part, and further the remaining sum defrayed was supplemented by the Honorable Mr. Sluijsken, see Current Account. The estates of the persons to be mentioned, who died on various ships, were sold here by Vendue by the Second Draftsman, acting ad interim for the then Pay Bookkeeper and Curator ad Lites, Huijsinga, to whom a short leave of absence to the main place Batavia was permitted by Their High Excellencies; they yielded and are accounted for as follows: Ernst August Fogh, second mate, deceased on the ship Maria, the 26th of February in the year 1770, whose left-behind effects amounted to 369 ½ rupees at vendue, and 379: 46 rupees were counted into the Treasury, the Inventory, vendue Memorandum, and estate account being dispatched annexed to the ship's book. Hendrik De Jong, Comforter of the Sick, deceased the 26th of May in the year 1770 on the ship De Jonge Thomas; and the left-behind effects were sold at vendue for up to 218 ¼ rupees, but according to the estate papers and Current Account dispatched annexed to the ship's book of the aforementioned vessel, the remainder according to the Current Account, up to 289: 28 ½ rupees, was delivered to the chief Surgeon of this Directorate, Pieter vander Sprenkel, under bond of restitution; but the following year, according to accounts from Batavia, counted again into the Treasury here in an equal sum. Jacobus Cluijt, gunner's mate, deceased on the ship Dekema the ... 1770. According to the vendue book, it was sold for 33 ¾ rupees, and here, after deduction of some expenses, 31: 42 rupees were counted into the Treasury, all see Inventory, memorandum, and estate Account annexed to the ship's book. Gerrit Backer, Boatswain's mate, deceased on the ship De Jonge Thomas. By the vendue book, the left-behind goods amounted to 1090 ¾ rupees, and here, after deduction of expenses incurred and salary, 991 3/8 rupees were counted into the Treasury; the inventory, vendue memorandum, and estate account are likewise dispatched annexed to the said ship's book. In the books of the Year 1772 on folio 6. Jacob Peijffer, sergeant, deceased the 13th of October in the year 1771, whose left-behind effects according to the Vendue book yielded 67 ¾ rupees, the junior merchant De Vassij, currently functioning as Curator ad lites, showing that this small sum was paid by him, see receipts and Current Account, to certain
Dutch transcription
162. 163. Den 5: April 1773. Den 5: April 1773. 7. Cornelis Sades Kuijpers schieman, verdronken ult:o april 1761. staande uld:e aug: daaraen bij de Zoldijboeken, per NB „deese boedel staat mede in 't andere boekjaar verbesent te werden; voorts is bij de boeken van A„o 17645. gecrediteert voor ƒ 811: 11:5 zijnde 't bedragen van r o/a 403 3/60. die door den Currator adlites van Hamvide boedel reekg: in Cassa geteld zijn, den 31 aug:s 1765. andere papieren, zijen en van sond iem geven origineele zoldij reekeningen en meer Bijde boeken van ao. 176 7/5 op J. Michiel Wijsman, bootsman overleeden den 14:e maij A:o 1765. welker reekq: te vooren st ede he hen vo verhogte goedertjes geproflueert ro/a 122. die wij voor onderstellen dat voor begrafnis ongelden en andere schulden bekostigd zijn, dog waarvan geene reekq: te vinden is. 450. Otto Hendrik Puperti onderkoopman, overleeden den 18e: Julij a:o. 1765 staande bij desselfs reetg: p:r NB„ Den boedel van deese Persoon staat ik 't andere boekjaar verantwoord te donden ineaneede Zulx thans omde nog uitstaande schuld van vendurpenning en voorts is bij de boeken van Ao. 1765/16 wederom ingenomen en de doodreekening gecrediteerd voor ƒ 5587: 19:4 wegens door den Curator ad lites van Haam in Cas getelde rop. s 4035 ¾. en daaronder Pr. N. 3 deese persoon heeft in ao. 1757. Testament gemaakt en daar bij tot Executeuren van zijn nalatenschap de Heere Jan Anthonij Sweers de Landas en David Kellij dog gemelde persoonen bereets voor 't overlijden van hier vertrokken zijnde, heeft „houder deeses, deselve aanvaard. Bij de Boeken van A o. 1763/6 op 453. Iacob Heijmans, opper timmerman, overleeden den 29 7ber a:o 1765. en zijne Dood. reekening gecrediteert voor ro/a 38 7/60. of ƒ 52, 17: 6. die door den Curator ad lites van Seger in Cas geteld zijn, volgens venduuboek is verkogt voor ro/a 45 23/60 dus minder in Cas geteld O a 775 die wij vermenen voor gedaene ongelden zijn g'emploijeert; zijnde Inventaris, memorie en bodel Reekq: absent. 481. Gerrit Lamping, bootsman, overleden den 3 xber A:o 1765, door als evergem: zijn in Cassageteld Ro a 227 14/60. en de reekq: gecrediteert voor ƒ 315:7:11 bij venduboek is verkogt voor ro/a 241½ dus minder in Cas geteld is ro/a 14 7/60. die denkelijk almede voorgedaane ongelden salaris etc. Etc: zijn bekostigd, 't Inventaris Memorie en boedel reekg is niet gevonden. Bij de boeken van A:o 176 6/7. op §21. Isaak stuurman, opper timmerman, overleden den 21 aug. s A:o 1766. de papieren wel bevonden en volgens boedel reetig. is 'trestant groot ro/a 87 1/20. behoorlijk in Cassa getelt, ende reekig gecrediteert met ƒ 112:14. bij de boeken van A. o. 1768/9 op 5. Martinus Koning, Ziekentrooster, overleeden den 30 janij 176 & dese boedel is volgens venduirboek inventaris Memorie en boedel behoorlijk verantwoord en in Casgeteld. „ 500„ Christiel Dullebius; Vaandrig, overleeden den 29 9ber 1768. bij de boeken staat dat sonder iets nagelaten te hebben overleeden is, dog vind men bij denduboek dat adllites Dirks pierijda mitsin ceed geteldi, en den weeijn door den begronashis olgucataon gebruijkt zijn. Bijde boeken van A„o 1769/10 op f: 17. Roelof Pietersen Schiemans maat, vrleeden den 3 7bre 1769. volgens ven dinbock inventaris memorie en boedel Reekq: is ro/a 149 1/5 in s Comp.s Cas geteld. 457. Pieter Wittlauw; onderstuurman overleeden den 29 Jannuarij 1770. dese boedel is almeede volgens en du boek, Inventaris, memorie en boedel Reekening behoorlijk verantwoord en in Cas geteld r/a 131. Bij de boeken van A„o 1770 en 71. op §51 Adriaan Molerus; onder Koopman, overleeden den 8 xber 1770. de nagelatene goedertjes, hebben blijkens Dendiauboek gerendeert ro/a 172. waarvan gedaan zijn de begraafnis ongelden; voor een gedeelte, ende voorts het meerdere bekostigde, door de E: Heer sluijsken vide Reekening Courant gesuppleert. De nalaatenschappen der te meldene persoonen (.die op diverse Scheepen overleeden zijn:) zijn alhier p:r Vendútie verkogt, door den Tweeden Tekenaar, als ad interim waarneemende voor den toenmaligen Zoldijboekhouder en Curator ad Lites, Huijsinga; aen wie door Haar Hoog„ Edelheed een springtogtje naa de Bataviase Hoofd plaats was gepermitteert hebben gerendeert en zijn verantwoord als volgt. Ernst August Fogh; onderstuurman, ovrleeden op 't chip aria, den 26 Feber ao 1770. , welkers nage„ G =latene goedertjes bij vendutie hebben bedragen r o/a 369½. en in Cassa is geteld ro/a 379: 46, zijnde het Inventaris, vendriu Memorie en boedel reekg: bi 't scheeps boek g'annexeert versonden. Hendrik De Iong Zieketooster, overleeden den 26 maij a:o 1770. op 't schip De Jonge Thomas; en de nagelatene goedertjes zijn bij vendutie verkogt tot ro/a 218¼. dog volgens boedel papieren en Reekg. Courant, bij 't scheeps boek van evengem: bodem g'annexeert versonden / is 't restant volgens Reekg: Courant tot ro/a 289: 28½— aan den opper Chirurgijn deeser Directie Pieter vander Sprenkel onder Cautie de restituendo afgegeven; dog 'sjaars daaraan; volgens aenreekge van Batavia; wederom alhier in Cassa geteld met gelijke somma. Jacobus Cluijt; Constadels naat overleeden op ' schip dekema de den. . . . . - 1770. volgens ven duboek is ver= „kogt voor ro/a 33¾ en alhier is na aftrek van eenige ongelden in Cassa geteld ro/a 31: 42. alles vide Inventaris memorie en boedel Reectg: bij het scheepsboek g'annexeert. Gerrit Backer; Bootsmansmaat; overleeden op 't schip de Jonge Thomas; bij venduboek hebben de nagela„ =tene goederen bedraegen ro/a 1090 ¾ en alhier is na aftreck van gedaane ongelden en salaris in Cassa geteld ro/a 991. 3/8. 't inventaris, venduie memoria en boedel reetig: is almeede bij gemeld scheeps boek arnex versonden Bij de boeken. van Ao. 1772: of fol: 6. Iacob Peijffer, zergeant oveleeden den 13 octobr: a:o 1771. welkers nagelatene goedertjes volgens Tendunboek hebben gerendeert ro/a 67¾. verthonende den thans als Curator ad lites fungeerende onderkoopm: de vassij dat dit sommetje door hem vide quitanties, en reekq. Courant aan eenig
English
inland creditors without having been sufficient, was paid off. Likewise, on the Company's ship Welvaaren the persons to be mentioned have died, and their left behind effects, sold by auction, have amounted to the following: Johannes Hagevelt, comforter of the sick, of which was sold by auction for ro/a 95½, and into the cash was counted, after deduction of incurred expenses, ro/a 89.¾; Hendrik Meijer Junior, mate, for which was sold by auction up to ro/a 217 7/8, and into the cash was counted ro/a 208. — The inventories, auction memoranda, and estate accounts were sent with the abovementioned ship's book and vessel. The estates of the preceding and above persons, deceased since the book years from anno 176½ to anno 177½, both in this Directorate and on several ships that have called here, have, so far as has appeared to us, been administered by the respective curators ad lites and, as is noted for each, accounted for and paid into the cash. However, several estate papers, not bound into the books but kept in bundles with several others, are very defective, gnawed through by rats, and some are completely absent or unrecognizable. Furthermore, two persons, namely Christlieb Vullebius and Christiaan Wijsman, are closed in the books as having left nothing; yet according to the auction book their effects have yielded, namely from the first named ro/a 69 and the second ro/a 122:—:—, which likely served for the funeral expenses, though no specifications thereof are to be found. Furthermore, it is noted for all other deceased servants in the pay books that they died without leaving anything. Herewith we hope to have satisfied the esteemed intention of Your Right Honorable, and we take the liberty to have the honor to be, with due high respect, underneath stood, Right Honorable Ruling Lord and Gentlemen, lower, Your Right Honorable's humble and obedient servants, was signed, J:b v: der Heijden and F.:s B:d Zimmerman, in the margin, Souratta the 19th of March 1773. — Ernst folio So 164. 165. The 5th of April 1723 satisfaction is herewith taken is recommended to the annex and pay bookkeeper gives hereupon in answer it is approved concerning the provisions petition of Skipper Thomassen approved to have another made in its place concerning the poor condition of the book chest Thus, after the reading thereof, it was resolved to take satisfaction therewith, as one had to presume with reason that the funds yielded from the goods sold at auction of those closed in the pay books as having left nothing, namely the Military Ensign Christlieb Vullubius who died in anno 1768, and Boatswain Michiel Wijsman who also died in the year 1765, amounting to ro/a 69:— from the first and ro/a 122:— from the second, were expended on the funeral expenses, all the more because the accounts of these persons are not charged therewith, besides the fact that one is currently unable to conduct a more precise investigation into this because the respective curators ad lites of that time are no longer in loco. Furthermore, it was also resolved to recommend to the pay bookkeeper henceforth to keep in proper order all estate papers of deceased servants whose inheritances might be administered and sold by him in the capacity of curator ad lites, and since from the aforementioned writing it also appeared that the greater part of the papers that were still to be found were very defective and damaged by vermin; and whereas the said servant stated in response to this that he would observe the orders of this council with due obedience, but that the poor condition of the aforementioned papers had to be attributed solely to the lack of a good book chest, it is therefore approved, for the service of the pay office, to have a new book chest made for the storage of the books, and wooden canisters for that of the loose papers. Upon the petition submitted hereinafter by Skipper Lodewijk Thomassen, containing the request that, whereas the time for which he had been provisioned upon his departure from Batavia had expired around the middle of this month, provisions be issued for 4 months for his return voyage on behalf of the Europeans and for as many Moors as should be given with him, it was resolved to order the dispensier to supply the Europeans according to the established regulation. The 5th of April 1773. were by have made
Dutch transcription
e jnlandsche Crediteuren zonder toerijkende geweest zijnde, afbetaald is. Zoomeede zijn op 's Compts. schip Welvaaren overleeden de te meldene persoonen en derselver nagelatene goedertjes, bij vendutie verkogt hebben bedraegen als volgt. Johannes Hagevelt, Krankbezoeker; waarvan per Vendutie is verkogt voor ro/a 95½. en in Cassia is na aftheck van gedaane ongelden getelt ro/a 89.¾: Hendrik Meijer Junior, stuurman; daarvoor is per Vendutie verkogt tot ro/a 217 7/8. en in Cassa is getelt r o/a 208. — De Inventarissen, Venduu memorien en boedel Reekeningen. Zijn met ' bovengem: Sscheeps¬ boek en bodem versonden De boedels van voor en bovenstaande Persoonen, /: 't sedert de boekjaaren van ad:o 176½ tot a. o 177½. zoo in deese Directie als op verscheijde alhier aengeweest zijnde scheepen / overleeden; zijn door de Respective Curatoren ad lites, zoo veel ons is koomen te blijken g'administreert, en gelijk bij een ieder genoteert staat, verantwoord en in Cassa vold aan: dog verscheijde boedel papieren, niet bij de boeken ingebonden, maar bij meer andere in bondeltjes bewaart zijn zeer defect van de rotten doorvreeten en sommige geheel absent, of onkennelijk: voorts zijn twee persoonen, namentlijk Christlies Vullebius, en Christiaan Wijsman bij de boeken afgesloten, als niets nagelaten te hebben; dog bij wendr boek zijn derselver goedertjes Komen te rendeeren, als van Eerstgenoemde ro/a 69. en den tweede ro/a 122:—:— die denkelijk tot de begraafnis ongelden gedient hebben, dog waarvan geene specificaties te vinden zijn: Voorts staat bij alle verdere overledene Dienaaren bij de Zoldijboeken, dat sonder iets nagelaten te hebben, overleeden zijn. Hiermeede verhoopen, dat aan de g'Eerde intentie van Uwrdel =Edele agtbaaren zullen hebben voldaan zoo matigen ons d' Eer aan van met schuldige hoogagting te zijn. /:onderstond:/ Wel Ed: agtb. e Gebie =dent Heer En Heeren. /:lager:/ uweees. agtbares, onderdanige en gehoor= same dienaaren. /:was geteekd:/ J:b v: der Heijden en f.:s B:d Zimmerman /:in margine:/ Souratta den 19. e Maart 1773. — Ernst fol: Soo 164. 165. Den 5e: April 1723 word hiermeede geroegen genomen word het nevens: an en soldij boekhouden gerecommardeerd. Geeft hier op ten Antwoord is goedgevonden weegens de poosien Requls van den Schiper Thomassen te goedgevonden een andere in diesteede te laaten omtrende slegte gesteldheid der boeken kas Soo wierd na lectuure van het selve geresolveerd daarmeede genoegen te neemen, alsoo men met reedens moeste voor onderstellen dat de geproflueerde Penningen uijt de op Vendutie veregoederen van de bij de soldij boe¬ „ken als niets nagelaaten hebbende afgeslootene in A:o 1768. overleedenen Vaandrig Militair Christlieb Vullubius, en in het jaar 1765. meede overleedene Bootsman Michiel Wijsman tot Ro/a 69:— van de Eerste en ro/a 122:- van de tweede zijn besteed tot de begravenis ongelden, te meer om dat de Reekeningen deeser persoonen daarmeede niet beswaard zijn, buijten en behalven dat men thans buijten staat is, daarna een naauwkeuriger onder. soek te kunnen doen, ter oorsaeke derespe. Cura„ „toren adlites van die tijd, niet meerder in loco zijn. Voorts wierd nog verstaan, den soldij boek= houder te recommandeeren voortaan alle Boedel Papieren van overleedene dienaaren, welkers na¬ latenschappen bij hem in qualitijt van Curator ad¬ lites mogten worden g'administreert ende verkogt in behoorlijke ordre te houden, en dewijl uijt voorm: Schriftuur mede zwam te blijken dat het meeste gedeelte der nog te vinden geweest zijnde Papieren seer defect en van het ongedierte geschonden waaren; En terwijl gedagte bediende hier op te kennen gaf, met eene verschuldigde gehoor¬ saamheid de beveelen deeses raads in agt te sullen neemen, dog dat de slegte gesteldheid der voorm: Papieren eeniglijk moeste worden toege= schreeven, aan het gebrek van een goede boeke kas, soo vind men goed ten dienste van het soldij Comptoir eene nieuwe boeken vas, tot berging der boeken, en tot die der losse papieren Houte Kookers te laaten aenmaaken. Op het bij ondervolgend door den schipper Lodewijk Thomassen, ingediend Request tendeerende versoek om terwijl de tijd voor dewelke bij desselfs vertreck te Batavia was geproviandeert geworden onder Medio deeser verstrecken was, voor 4 Maanden of zijne terugreijse provisie ten behoeve der Euro= peesen en voor soo veele Mooren als hem zouden worden meede gegeeven, Is verstaan den Dispencier te gelasten de verstrekking der Europeesen volgens gemaakte bepaaling Den 5 April 1773. waaren bij aanmaeken
English
166. 167. The 5th of April 1773. The 5th of April 1773. to be given effect The Warehouse Master Holmberg respectfully requests a favorable recommendation that such roas 756:— which he had to pay back in the past year on account of received house rent might favorably be credited to him again to solicit Their High Noble Excellencies most urgently therefor by Missive to be given effect in the Regulation, and for now for 100 Heads of Moorish Seafarers, and that with the utmost speed so that, at the wharf, no hindrances might occur in the shipment of those Provisions either. Finally, the Lord Director also makes known how His Honor had been most respectfully requested by the Warehouse Master Holmberg for a favorable recommendation in the general letter now to be dispatched to Their High Noble Excellencies, to the end that such R/a 756:— which he, pursuant to the honored instruction of Their High Noble Excellencies, had had to pay back into the Cash in the past year on account of received house rent for 3 years, since the highest aforementioned Rulers, instead of ro/a 45: which had been allotted to him therefor per month by this Ministry, have been pleased to grant only r:o/a 24:—, might favorably be credited to him again, it was, in consideration that as well the Lord Commander as all the members are fully aware and convinced that presently in Souratta under 40 to 50 rupees no dwelling that is even somewhat decently habitable could be obtained, approved and agreed upon the proposal made by His Honor, most urgently to solicit Their High Noble Excellencies, the Lords of the Honorable High Indian Government, in the letter to be dispatched, that, through Their High Noble Excellencies' particular Generosity, the aforementioned Ro/a 756:- may graciously be restituted again to the said Warehouse Master, being in conscience assured that they have essentially been advanced for the renting of a dwelling during the time that no Lodgings were to be found for him on the wharf, and, in the present times when the English have spread and settled far and wide throughout this city, are in no way reckoned too high. Thus Done, resolved and Decreed, on the Day, Month and year aforementioned /:was signed:/ Mart:s J:n Bosman H:s Holmberg, J:s v:d: sleijden, C:s van Citters Aartng:, F:s B:s Zimmerman, P: C: de Vassij, L:n Contag, J:o J:m Bocquet, and E:t N:s Wiardin. Saturday It was approved 168. 169 The 10th of April 1773. The 10th of April 1773. three persons accepted into service report regarding the conducted Audit of the trade books and authorization given on that account for the formal closing Saturday the 10th of April Anno 1773. All present except the Honorable second Before Noon A:m V:s Sluijsken on Commission in Bombaij. After previously having been submitted in this matter by the Lord Director for record That on the 6th of this month there were accepted into the service of the Honorable Company: George Etzeler of Demeswaar as soldier at ƒ 12:-:- and Benseman Smit of Mons, as Sailor at ƒ 10: —:-, as well as on the 7th ditto Willem Mol of Usingen, also as soldier at ƒ 12:-: — per month and under the usual Contract. His Honor then produced a report on that account handed over to His Honor by the Commissioners Timmerman and Bocquet, appointed by resolution of the 19th of March to audit the Trade Books, and transcribed below, whereby, it being established that the same books were kept according to the regulation and found free of errors, it was approved now to give authorization for the formal closing thereof. 2. That Honorable Right Respectable Lord and Lords! Pursuant to Your Honorable Right Respectables' honored resolution of the 19th of March, we, the undersigned, have repaired to the acting Head Administrator, the Honorable Jacob vander sleijden, to the end of auditing the Trade Books of this directorship for the year 1771/2, and have found the same, as we shall have the Honor to show below and overleaf to Your Honorable Right Respectables; Namely: 1st. That all Entries of expenditures and write-offs were found valid and in agreement with the successive resolutions taken in the Council of Policy, Item the warrants granted by Your Honorable Right Respectables. That the charges in this past financial year have amounted to a sum of 100175:—:8, which have been written off to the debit of the following Accounts, to wit: Ordinary Rations - - - - - ƒ 11206: 16:— Ordinary Expenses - - - - - ƒ 19908: 9: — Extraordinary Expenses - - - - ƒ 1165: 8:— Carpentry and Repairs - - - ƒ 4274: 14:— The Hospital - - - - - ƒ 1696:18:8 Expenses of Shallop, and lesser Craft ƒ 1576:6:8 Expenses of Ships - - - - ƒ 17270: 17:8 Native Servants Monthly Wages - - ƒ 9141: 12: — Account of Condemnation & Confiscation ƒ 280: 16:— To Salaries - Carried over Roa 75521:17:8 To the Honorable Right Respectable Lord Martinus Joan Bosman Director and head Ruler of this Directorship together with The Council.
Dutch transcription
166. 167. Den 5e: April 1773. Den 5e: April 1773. te laaten gevolgneemen Den Pakhuijsmeeser holmberg versoek Eerbiedig om Een gunstig voorschrijven dat hem soodaane roas 756:— die hij in den voorleeden jaare weegens genootene huijs huur heeft moeken te rugtellen gunstijlijk weder mogter werden te goed gedaan op het instantigste daarom te Colliciteeren Haar Hoog Edelheedens bij Missive bij het Reglement, en voor Eerst voor 100 Koppen Moorse Zeevaarende te laaten gevolg neemen ende zulx ten aller Eersten op dater dik werff in den afscheep dier Provisien meede geene be„ letselen mogten voorkoomen. Eijndelijk geeft de heer Directeur nog te kennen hoe zijn Ed: door den Pakhuijsmeester Holmberg, op het Eerbiedigste versogt geworden was, om een gúnstig voorschrijven bij de thans aftegaane generaale beschrijving aan Haar Hoog Ed:s ten Eijnde hem zoodanige R/a 7 56:— als hij ingevolge g'Eerd aanschrijven van Haar Hoog Ed:s in den voorleeden jaare in Cus hadde moeten te rug tellen wegens geno= „tene huijs huur voor 3 jaaren, alsoo hoogst. welmelde Gebiederen in steede van ro/a 45: die hem door dit Ministeerie daarvoor per maand was toegelegd maar r:o/a 24:— hebben gelieven te accordeeren, gunstiglijk weder mogte werden te goed gedaan, zoo wierd uijt aenmerking ver„ „mits soo wel de Heer Gebieder als alle de leeden volkomen bewust en overtuijgd zijn, dat men tegenwoordig in souratta onder de 40 â 50 ropjen geen woonhuijs dat maar eenig sints ordentelijk logeabel is, konde obtineeren, goedgevonden en verstaan op het gedaane voorstel, van zijn Agtb=e Hoog Edelheedens de Heeren der Edele Hooge Indiasche Regeering, bij de aftegaane brief op het instandigste te solliciteeren dat aen gem: Pakhuijs meester door Haar Hoog Edelheedens bijsondere Edelmoedigheijd voorz: Ro/a 756:- gra„ =cieuslijk weder mogen werden gerestitueerd als in gemoede verseekerd zijnde, dat wesentlijk uitge= =schoten zijn, tot het in huur neemen van een woonplaats, geduurende de tijd dat voor hem op de werff geen Logies te vinden is, geweest, en in de presente tijden daar de Engelschen zig wijden zijd door deese stad verspreijd, en ter neder geset hebben geensinten te hoog bereekend. Aldus Gedaan, geresolveerd en G'arresteerd, ten Daage Maand en jaare voormeld /:was geteekend:/ Mart:s J„n Bosman „ - - - - - . H:s Holmberg, J:s v:d: sleijden, C:s van Citters Aartng: F:s B:s Zimmerman, P: C: de Vassij. L:n Contag, J: o J=m Bocquet, en E.t N. s Wiardin geen Saturdag Is goed gevonden 168. 169 Den 10e. April 1773. Den 10e: April 1773. drie persoonen in dienst aengeromen berigt weegens gedaane Visitatie der negotie boeken ende desweegens gegevene qualificatie tot het formeel sluijten Saturdag den 10:e April A„o 1773. Alle present dempto den E secunde Voor de Middag A=m V:s Sluijsken in Commissie te Bombaij. Nadat alvoorens in deesen door den Heer Directeur ter aenteekening op gegeeven was Dat op den 6:e deeser in den dienst der E: Comp:e waaren aengenomen George Etzeler van Demeswaar als soldaat met ƒ 12:-:- en Benseman Smit van Mons, als Mattroos met ƒ 10: —:- mitsgaders op den 7e do. Willem Mol van Usingen, mede als soldaat met ƒ 12:-: — ter maand en onder het gewoone Ver: band. soo produceerde zijn Ed: een door de bij be= sluijt van den 19:e Maart: tot het visiteeren der Negotieboeken benoemde Gecommitts Timmerman en Bocquet, aan zijn Ed: deswegens overhandigd en hieronder ingeschreeven berigt, waarbij Con„ „steerende dat deselve boeken na de ordre gehou¬ =den en erreurvrij bevonden waaren, wierd goed= „gevonden als nu tot het formeel sluijten der¬ selve qúalificatie te geeven. 2. Dat WelEdele Agtbaare Heer en Heeren! Ingevolge Uwel Ed: Agtb:s g' Eerd besluijt van den 19 maart, hebben wij ondergeteekendens ons vervoegt bij den waarneemend Hoofd Administrateur de E. Jacob. vander sleijden, ten einde de Negotieboeken deeser directie d' a:o 17712 te visiteeren en hebben deselve bevonden, gelijk wij d' Eer sullen hebben, hieronder en omme Uwel Ed: agtb. te vertoonen; Namentlijk. 17: Dat: alle Posten van ongelden en afschrijvingen met de successive in Raade van Politie genoomene besluijten, Item de door Uwel Ed. agtb:e verleende ordonnantien weldig en accordeerende bevonden zijn. de lasten in dit afgeweekene boekjaar beloopen hebben een somma van 100175:—:8. dewelke ten nadeelen van de volgende Reekeningen zijn afgeschreeven te weeten. Randsoenen ordinair - - - - - ƒ 11206: 16:— Onkosten ordinair - - - - - „ 19908: 9: — Onkosten Extra ordinair - - - - „ 1165: 8:— Timmeragie en Reparatie - - - „ 4274: 14:— 'S Hospitaal -- -„ 1696:18:8 onkosten vaan Chialoupe, en mindere Vaartuijg„ 1576:6:8 Onkosten van Scheepen „17270: 17:8 Inlandsche Dienaars Maandgelden. - - „ 9141: 12: — Reekening van Condemnatie & Confiscatie. 280. 16 — Transporteere Roa475521:17:8 Aan den WelEd„e Agtb:r Heer Martinus Joan Bosman Directeur en hoofd Gjebieder deeser Directie benevens Den Raad. Aan Zoldijen -
English
170. 171. The 10th of April 1773. ƒ 75521:17:8 - „ 9311: 2: 8 „ 6825:19: „ 8516:1: 8. Counts as before. . . ƒ 100175:—:8: As regards the observation of the management we most obediently conform to the drafted statement of accounts and the reasons alleged therein under the second article of that document. 3. That the debtors and outstanding accounts amount to a sum of ƒ 651276:4:8. and consist of the following: Batavia the Office Account of Contracting „ 192000:—:— The stone warehouse being newly built . . . . „ 13200: —:— „ —:—:— The narrow ship De Mosselschulp „ 18852:18:8 Secret negotiations Pleun van der Kuijl, skipper, former equipment supervisor „ 1470: 12:— Abraham van der Hegge, chief mate and equipment supervisor - „ 9600: —: — Mattijs Monte, bookkeeper and purser „ 9600: —:— Mir Hafizuddin Ahmad Khan Bahadur Smogol on behalf of the Governor of this city ƒ „ 8280: —:— Mancherji Khurshedji and Govindram Rudderam, the Honorable Company's brokers „ 101286:18:— Mancherji Khurshedji and Govindram Rudderam / the Honorable Company's brokers New Account „ 258183: 14: 8 Buildings newly constructed on the side of the South-East gate of the Honorable Company's Wharf „ 27466:13: 8 The mission to the Court of Poona 8667:2:— All these above-mentioned debtors are, in the aforementioned statement of accounts, recognized as sufficient and sound, set at. . .. ƒ 651276: 4: 8: 4. The debtors against that, on the other hand, amount to a sum of ƒ 6380:—:8. and consist solely of the following two: Paulus Jan Wenkink, former first clerk . . . . . ƒ 5091: 9:— The burial ground of the Europeans - „ 1288:11:8. Adds up as stated 6380: —:8:— Furthermore, all burdens and expenses, validated deficiencies, Brought forward - ƒ 2368:6:— Wages ashore Ship's wages The Accounts of Gifts The 10th of April 1773 Hereafter submitted, being the statement of accounts prepared on the trade books of the year 1771/2. The statement of accounts of the year 1771/2 produced. Thus, after reading of that document, it was understood to insert the same here. Short demonstration of the true state of the Honorable Company at the office of Surat as the same was found, in comparison with the previous financial year and the regulation made in the year 1755, at the closing of the trade books under the ultimate of August 1772, namely: 1. General indication and comparison of the profits and charges of this against the previous financial year. The true profits in this financial year amount to ƒ 45432:2:— in the previous one the same amounted to --ƒ 2413558:16:— consequently now gained more ƒ 43873: 6:— losses and fictitious goods have been written off on their own accounts and properly accounted for, and as far as we have been able to verify, could not be charged to anything other than the Honorable Company. The write-offs have been done with due attention, likewise all profits and gains have been credited to the benefit of the Honorable Company, and discovered errors corrected. And as far as we have been able to verify, the balances are considered as real assets. We trust that all this will fully answer to the commission entrusted to us, and so we sign with all due respect. /:was written underneath:/ Honorable and Respected Sir and Gentlemen /:lower:/ your Honors' humble and very obedient servants /:was signed:/ F. B. Zimmerman and J. B. Van Borquet /:in the margin:/ Surat the 5th of April 1773. Losses
Dutch transcription
170. 171. Den 10e April 1773. ƒ 75521:17:8 - „ 9311: 2: 8 „ 6825:19: „ 8516:1: 8. Teld als vooren. . . ƒ 100175:—:8: Wat aangaat de in agtneeming der menagie gedraegen wij ons seer ge„ hoorsaemst aan de ontwerpene staatreekening en de daarbij geallegueerde reedenen onder het tweede Artikul van dat schriftuur vermeld. 3/. Dat de Debiteuren en ten agteren staande Reekeningen bedraegen een somma van ƒ 651276:4:8. en bestaan in als volgt. Batavia het Comptoir Reekening van Aenbesteeding „ 192000:—:- Het nieuw gebonwd werdende Steene Pakhuijs . . . . „ 13200: —:— „ —:—:— Het Smalschip De Mosselschulp „ 18852:18:8 Geheijme onderhandelinge Pleun van der Kuijl schipper geweesene Equipagie op ziender „ 1470: 12:— Abrahara v: d: Hegge opperstuurman en Equipagie opsiender. - „ 9600: —: — Mattijs Monte Boekhouder en DispenCier „ 9600„ —„ Mier Havies Eldhien Emmet Chan Bradux Smogol weegen ƒ „ 8280: —: - Gouverneur deeser stad Man Chergie Goorseedje en Gouvenram Roederem „ 101286:18. 'SE: Comp s Makelaars MansChergie Goorseedje en Gouvenram Roederam / E Comp:s „ 258183: 14: 8 Makelaars Nieuwe Reekening Gebouwen Nieuw Getimmerde op zijde vande Z: O: poort: „ 27466:13: 8 van 'sE: Comp. s Werff 8667:2:— De besending na het Hoff van Poena Alle deese bovenstaande Debiteuren zijn bij meerm: staat reekening voor Juffisant en Deugd saem bekent ƒ651276: 4: 8: gesteld met. . .. 4: De Debiteuren daar en teegen: bedraegen een somma van ƒ 6380:-8. en bestaande) eenelijk inde twee volgende Pauwlus Jan Wenkink geweesene Eerste gew: Clercq. . . . . ƒ 5091: 9:— „ „288:11:8. De Begraaffplaats der Europeese - 6380: —:8:— Addeert als gemeld Verders zijn alle Lasten en ongelden, gevalideerde minderheed en„ ƒ 2368:6 - P„r Transport. -. Zoldijen aen Land Scheeps soldijen De Reekeningen van Schenkagie Den 10e. April 1773 Hierna overgelegd, zijnde de op de Negotie boeken d' A:o 1777/2 geformeerde staat Reekening De staat reekening van Ao. 17 1/2 ge pro¬ soo wierd na lecturijre van dat schriffuur verstaan het selve in deesen plaats te geeven. Korte Verthooning van den whaaren staat der E: Comp: ten Comptoire souratta zoodanig denselve in vergelijking tegens het voorige boekjaar ende gemaakte bepaaling van A„o 1755. bij het sluijten der Negotieboeken onder ult„o Augustus 1772. bevonden is namentlijk Generaale aenwijsing en Vergelijking der Winsten 1„ en Lasten van dit tegens het voorige boekjaar De waare Winsten beloopen in disboekijaer ƒ 45432:2:— in l:o vergange beliependeselve --ƒ 2413558:16:— gevolgelijk nu meerder gewonnen ƒ 43873. 6:— verliesen en de fectieuse goederen op hunne eijgene Reekeningen afgeboekt: en behoorlijk verantwoord, kunnende voor soo verre wij hebben kunnen nagaan niet dan tot lasten van d'E: Comp: gebragt werden. De Jnen afschrijvinge zijn met een behoorlijke attentie gedaan, Jtem alle winsten in voordeelen d' E: Comp: ten Faveure gebragt, ende ontdekte Erveuren gereddresseert En voor soo verre wij hebben Kunnen nagaan de restanten als wesentlijke Effecten aengemerkt werden. Wij vertrouwen dat dit een en ander aen de ons opge= =draegene Commissie ten vollen zal beantwoorden, dus wij ons met alle verschuldigde Agting onderschrijven. /:onderstond. / Wel Ed. e Agtb:r Heer en Heeren /:lager:/ uwel Ed. agtb:s onderdanige en seer gehoorsame dienaaren /:was geteek„d/ F: B:s Zimmerman en J:b V=n Borquet /:in margine:/ Souratta den 5:e: April 1773. Verliesen - - . . . : . - - „duceert.
English
173. The 10th of April 1773. The charges this year have amounted to - - - -- ƒ 100175: —:8 In the most recently ended financial year they were - - 98422:2: 8 ƒ in amount Thus in this year more ƒ 1752:18. The increased charges deducted from the increased profits achieved, it thus appears that this Office has come out ahead in this financial year, compared to the previous one, by ƒ 42120: 8: And taken on its own, or if one deducts from the actual profits achieved in this year to the amount of: - - - - - ƒ 457432:2:— the incurred charges of - - - - „ 100175: —:8 this Office has come out ahead by an amount of ƒ 357257:7:8 General comparison of the profits and charges against the established stipulation, with added reasons from which the differences originate; namely For the profits, there was set by the Memorandum of Retrenchment dated 9 May Anno 1755 a sum of ƒ 867000:—:—, which now reduced by one fifth, or in heavy money, amounts to - - - - - ƒ 693600: —:— And the same have amounted to only - - -- „ 457432: 2: — Thus less The origin of these lesser achieved profits consists in the following; namely: From a general lowering of the sales prices, and principally that of sugar, on which, on the quantity weighed out in this financial year alone, the difference to our disadvantage amounted to a very considerable sum of ƒ 215713: 11: — Which reduction has successively arisen from the manifold supply of that sweetness by our European and native competitors, and, as we hope, having reached its peak, the unrest in this district. ƒ 236167:18:— 870:— „ Add together 5169:3: Thus, but for these extraordinary cases, the charges would have remained within the stipulation by a small amount of - - - - ƒ 4575:—:8 Carried forward - - ƒ 215713:11:— ƒ 236167: 18:— From a lesser sale of the following merchandise; namely, upwards of 17000 lb cloves 2800 „ nutmeg flowers or mace 1900 „ cinnamon 125000 „ copper, and 100000 „ tin, on which the net profit would well amount to upwards of - - „ 160000: —:— Accordingly, through the lowering of the sales prices and a lesser sale than in the very profitable trading years after which the said Memorandum was framed, there comes ƒ 375713: 11: — Charges are, by the Memorandum of Retrenchment and General Regulation on the allowances for the servants, stipulated at about ƒ 119500:—:–, which according to the current value is ƒ 95600:—:— And the same amount in this financial year to - - - - - - - - „ 100175: —:8 Thus more than the stipulation Which increase is principally to be attributed 1. To the house rent paid to the Warehouse Master Holmberg according to the resolution of this board dated 15 April of this year, amounting to ƒ 1944:-:— 2. The purchase cost of 20391 lb powdered sugar, for which the wage accounts of the deceased of the ship the Veldhoen are debited with „ 2355: 3: — 3. For paid rent of the Honorable Company's old lodge, item wages to all native servants on the thirteenth sighting of the new moon in this past financial year, together amounting to The 10th of April 1773. Carry forward „ 594: 2: 8. 172. of - - -
Dutch transcription
173. Den 10e. April 1773. De Lasten hebben dit jaar beloopen - - - -- ƒ 10075: —:8 In hetjongst afgeweekene boekjaar waaren deselve - - 98422:2: 8 ƒ groot Dus in dit jaar meerder ƒ 1752:18. De Meerder gevallene Lasten gedetraheerd van de Meerder behaalde winsten, zoo blijkt dat dit Comptoir in dit meer dan in het voorige boekjaar is te vooren geraekt ƒ42120: 8: En op zig zelfs genoomen off als men van de in dit jaar whaare behaalde Winsten tot: - - - - - ƒ457432:2:— de gevallene Lasten met - - - - „ 100175: —:8 Defrakleert, is dit Comptoir te vooren geraakt en bedraeg van ƒ 357257:7:8 Generaale Vergelijking, der Winsten en Lasten teegens de gemaekte bepaaling met bij gevoegde reedenen waar uijt de Verschiller haaren Oorspronk hebben; te weeten Voorde Winsten zijn bij de Memorie van Menagie gedateerd 9 Maij A„o 1755. gesteld Eene somma van ƒ867000:—:— die nu met een vijfde, vermindert off in swaar geld bedraegen - - - - - ƒ693600: —:— - - -- „ 451432: 2. — En deselve hebben bedraegen maar : Dus minder Den oorspronk deeser Mindere behaalde winsten bestaen in het volgende; Te weeten. Uijteen algemeene Verlaaging der Verkoops prijsen en principaal die van de Zuijker waar op het, op de in dit Boekjaar uijtgewoogene quantitijt alleen ten Nadeele verschildeen zeer aensienlijk bedraegen ƒ215713. 11. — Welke verlaaging successive is voortge¬ sprooten d'oorden meenigvuldigen aenbreng dier zoetigheijd door onse Europeese en jnlandsche Competiteuren ende soo wij verhoopen op het hoogst geweest Zijnde Onlusten in dit Ge¬ weet. ƒ236167:18:— 870:— „ Addeert te saemen 5169:3: Dus soude buijten deese Extra gevallen de lasten binnen de bepaaling gebleeven zijn Een montantje van - - - - ƒ 4575:—:8 P:r Transport - - ƒ215713:1: ƒ236167: 18:— Uijt een minderen Verthier vande volgende Koopman= schappen; te weeten ruijm 2 17000 lb Garioffel Nagulen 2800„ Poulij off Macis. 1900„ Canneel 125000 „ Koper en 100000 „ Thin, waarop de suijvere wins ten welbedra„ =gen zoude ruijm - - „ 160000: —:— Over zulx door Verlaaging der uitkoops prijsen en een mindere Verthier dan in de heer voordeelige handeljaaren waarna gedagte Memorie geformeert is komt ƒ 37513: 11. — Lasten zijn bij de Memorie van Menagie en Generaal reg= legment op de Provisien voor de Dienaaren bepaald op omtrent ƒ119500:—:– welke volgens de Courante waarde is. ƒ 95600:—:— En deselve bedraegen in dit boekjaar - - - - - - - Dus meer als de bepaaling . .. Welke vermeerdering voornamentlijk toete schrijven is 1: /. Aande volgens besluijt deeser taaffel in dato 15 april deeses Jaars betaalde Huijs huijr aan den Pakhuijs. =meester Holmberg tot ƒ 1944:-:— 2. / Het uitkoops kostende van 20391 lb poeder suijker waarvoor de soldij reekeningen der overleeden van het schip het Vveldhoen: belast zijn met „ 2355: 3: — : 3. / voor betaalde huur van 's E: Comp oude Logie item Gagie aen alle jnlandse dienaaren op het dertiendemael zien van de nieuwe maan in dit afgeloopene boek= jaar te saemen tot - „100175: —„8 Den 10e: April 1773. Transporteere „ 594: 2: 8. 172. 1 d5 11 1. van - - - . - - - . - - - — - - — -- — 2
English
The 10th of April 1773. The 10th of April 1773. This financial year The past financial year More Less Ordinary rations - - - - - ƒ11206:16:— ƒ 12163:14:8 - - - - - ƒ 956:18: 8 Ordinary expenses - - - - - - „ 19908:9: „ 18473: 148 ƒ 1434:18:8 „ - - - -- Extraordinary expenses - - - - „ 1165: 8:— „ 5180:16:- - - - - - „ 4015: 8: Carpentry and repairs - - - - - „ 4274:14:— „ 7103: 4:8 - - - - - „ 2828: 10: 8 Hospital - - - - - „ 1696:18:8 „ 1415:14:8 „ 281:4:- - - - - Expenses of ships - - - - - „ 17270:17:8 „ 11361:16:— „ 5909: 1:8. Expenses of shallops, etc. - - - „ 10576:6:8 13189:18. - „ - - - - „ 2613:11:8 Account of condemnation, etc. - - - „ 280:16:— „ 259:4:— „ 21: 12:— „ - - - - Native servants monthly wages. „ 9141:12:— „ 9442:16:— „ - - - - - „ 301:4:— Salaries ashore - - - - - „ 9311:2:8 „ 9038:15:8 „ 272: 7:- - - - - - Ship salaries - - - - - „ 6825:19:— „ 3616:1:8 „ 3209:17:8 - - - - The account of gifts - - - „ 8516:7: 8 „ 7176:11:8 „ 1339: 10. — - - - Total - ƒ10175. 2: 8 ƒ9842: 2:8 ƒ1246:10: 8 ƒ 10715:12: 8 The charges of the past placed beneath those of this financial year, item the lesser placed beneath the greater and subtracted from one another with „ 98422. 2. 8., thus it appears that those of this, in comparison with the previous financial year, have amounted to More ƒ 1752:18: — Agreed. ƒ 1752: 18. -.. The reasons for the increase and decrease consist of the following, to wit: Ordinary rations. - - Less ƒ 956:18:8 By the discharge of several soldiers taken into service here in the years 1770 and 1771, so much less has been provided in board money and rations; Ordinary expenses. - - More „ 1434:18: 8. The increase of this account is caused by the higher house rent and wages earned on the 13th sighting of the New Moon in this financial year, and principally by the house rent granted to the Warehouse Master Holmberg according to the Council resolution of the 15th of April 1772 and paid out of the treasury. Hospital. - - More 281: 4: Due to a larger number and longer stay of disabled persons in the hospital, so much more had to be defrayed for maintenance than in the preceding year. Expenses of ships - - - - - More 5909: 1: 8: This increase is to be attributed to nothing other than the earlier arrival and prolonged stay of the ships at this roadstead. Carpentry and repairs - - - - Less „ 2828: 10: 8 Nothing extra having been charged to this account in this year, the same has decreased by this much, the higher expenditure in A. p. o having originated from the repairs made to the stone revetment along the river side of the Honorable Company's shipyard. Extraordinary expenses - - - - Less ƒ 4015: 8.— The expenses incurred in the previous financial year due to and against the very heavy and dangerous fire that broke out at the Honorable Company's shipyard, item the erection of a flagpole, caused this to increase by that amount at that time, and as no extraordinary incidents occurred this year, the same this year corresponds to the normal allocation. Special comparison of the charges of this against those of the previous financial year with the reasons for the increase and decrease, to wit: Expenses 174. 666 1445 E P were „ 9 : 175.
Dutch transcription
Den 10e: April 1773. Den 10e: April 1773. Dit het gepasseerde Thans Boekjaar Meer Minder Randsoenen ordinair - - - - - ƒ11206:16:— ƒ 12163:14:8 - - - - - ƒ 956:18: 8 Onkosten ordinair - - - - - - „ 19908:9: „ 18473: 148 ƒ 1434:18:8„ - - - -- Onkosten Extra ordinair - - - - „ 1165: 8:—„ 5180:16:- -. - - - - „ 4015: 8: Timmeragie en Reparatie - - - - - „ 4274:14:—„ 7103: 4:8 - - - - - „ 2828: 10: 8 Hospitaal „ 1696:18:8„ 1415:14:8„ 281:4:- -. . -. Onkosten van Scheepen - - - - - „ 17270:17:8 „ 11361:16:—„ 5909: 1:8. Onkosten van Chialoupen Enst. - - - „ 10576:6:8 13189:18. -„ . . . . . „ 2613:11:8 Reek. van Condemnatie Enst. - - - „ 280:16:—„ 259:4:—„ 21: 12:—„ - - - - Inlandsche dienaaren Maand gelden. „ 9141:12:—„ 9442:16:—„ - - - - - „ 301:4:— Zoldijen aen Land - - - - - „ 9311:2:8„ 9038:15:8„ 272: 7:- - - - - - Scheeps. Soldijen „ 6825:19:—„ 3616:1:8„ 3209:17:8 . . . .. De Rekening van Schenkagie - - - „ 8516:7: 8„ 7176:11:8„ 1339: 10. —. - - Addeert - ƒ10175. 2: 8 ƒ9842: 2:8 ƒ1246:10: 8 ƒ 10715:12: 8 De lasten van het gepasseerde onder die van dit boekjaar item het mindere onder het- meerdere Gesteld en vanden an¬ „deren afgetrocken met - - - - „ 98422. 2. 8. zoo blijkt dat die van dit in vergelijking van het voorige boekjaere Meer ƒ 1752:18: — Actoord. ƒ 1752: 18. -. .. der beloopen hebben De Redenen van het Meerdere en Mindere bestaan in als Volgt; te weeten. Minder ƒ 956:18:8 Randsoenen ordinair. - - Door afdanking, van verscheijde alhier in den jaare 1770. / en 1771. in dienst aengenomene Militairen is er sooveel min„ „der aenkostgeld en straca tot Randsoen verstreckt; Meer. . . . . „ 1434:18: 8. — Onkosten ordinair. - De Vermeerdering deeser reekening is veroorsaakt, door de Meerder behaalde huijshuur en Gagien op „ 10715:12. 8 Door Een grooter Aantal en langd euriger verblijf van inpotente in het Zieken huijs is voór deffroijement zoo veel meer dan inden voorleeden jaare moeten behostigd Hospitaal. Onkosten van Scheepen - - - - - Deese Vermeerdering is aan niets anders dan aende vroegere komst en langduurige verblijf der scheepen ter deeser Rheede toete¬ schrijven Meer. . 5909: 1: 8: 281: 4: Meer Timmeragie & Reparatie - - - - Minder „ 2828: 10: 8 In deesen jaare Niets Extra ten lasten deeser Reekening bekostigd zijnde is deselve dus veele vermindert zijnde het in A. p. o meerder bekostigde oirspronkelijk Uijt de gedaane Verhelping aan de steene beschoeijing. langs de Rurer Kant van 's E: Comp.:s Werff. het 13:e Maal zien der Nieuwe Maan in disboekjaar en principaal door de volgens Raads besluijt van den 15:e april 1772. aan den Pakhuijsmeester Holmberg toege= staane en uijt Cassa betaalde Huijshuur Onkosten Extra Ordinair de in het voorige boekjaar door en teegens 'sE: Comp. s Werff ontstaane zeer swaare en gevaarlijke brandt gedaane Kosten, item het opregten van Een Vlagge Mast heeft als doen deese dusveele doen accresseeren, en alsoo deesen jaare geen buijten gemeene voorvallen G' Exteerd zijn, is deselve deesen jaare aan de Bepaaling beantwoordende Minder ƒ 4015: 8.— Speciaale Vergelijking der Lasten van dit teegens die van het voorig boekjaar met de Redenen van het meerdere en mindere Onkosten 174. 666 1445 te weeten; - het E P werden -- „ 9 : 175.
English
176. 177. The 10 April 1773. The 10th of April 1773 For wages and board of the native seamen who served in the past year on the narrow ship de Verwagting, sent from here, and the sold old korrij de Uijtwinner, fully ƒ1587:10:8 was spent together and nothing in this year, to which is added that for the aforementioned vessels no annual repairs nor provisioning from the warehouse took place, which together are the reasons for this Expenses of Sloops, etc. - - - - - - - - less ƒ2613:11: 8 decrease Account of Condemnations, etc. More. In the past financial year the new moon was seen only 12 times, and in this financial year fully 13 times, thus the 4 native servants of the fustik with a makeschijp wages to a greater amount were paid Less Native Servants' Monthly Pay -- 4: In the past year there was paid for the first three months in that financial year the wages of 50 dismissed peons or native soldiers pursuant to the resolution of 19 November 1770 up to ƒ1004:8:— and in this year, conversely, ƒ703:4:— more on the thirteenth appearance of the new moon, whereby this was reduced only by the aforementioned small amount of ƒ301:4:— Wages on Land More. 272. 7. The origin of this increase is in the greater amount paid on retired pay accounts. Ship's Wages. The greater amount paid for provisions supplied and burial costs, the greater debited hospital debts, and most notably the debited account of the officers of the Honorable Company's ship 't Veldhoen on account of 20391 lb of sugar powder delivered short, being the reasons for this increase. — More. 3209: 17:8 Specific specification of the profits and losses gained and incurred during this financial year, as: The Profit Account has been credited, namely: The advance upon sale of fine spices Diverse merchandise The advanced agio on paid: on land wages ƒ 2320:18:— on ship's wages 970:16:— ƒ 3291.14 The advance upon sale of arrack at payment from stock, on account of goods received for payment, debit of the account of the officers of the ship het Veldhoen, item some surplus goods found and other small matters 2238: 15 That which was formerly the Lord's dues and tolls on private incoming and outgoing goods. 174: 5:8 7244:14:8. The gross profits amount in total to -- ƒ495731:4:— Which I carry forward ƒ37:7035:2:8 161451:7:8 ƒ4881369: 8 The Account of Gifts. . . More ƒ1339:10:— In former years this account was always credited with what the Account of Toll on goods sent by sea was found to be ahead at the closing of the trade ledgers through a lower valuation of what was sent, which in this year could not take place because, pursuant to an agreement with the Government mentioned in the Resolution of 15 April 1772, the outgoing tolls were settled by the suppliers with the toll collectors according to the true purchase prices, or were delivered in kind, their amounts, as appears from the record in the Resolution of 13 June following, being paid to those merchants from the cash; thus this change is the origin of the aforementioned increase. 11 2:- The
Dutch transcription
176. 177. Den 10 April 1773. Den 10e: April 1773 Voor Gagies en Kost van Ophet van hier versondene Smal„ =schip de Verwagting en de verkogte oude korrij de Uijtwinner in het voorleedene jaar dienst gedaan hebbende jnlandsche Zeevaarende is te samen wel ƒ1587:10:8. en in deesen jaare niets bekostigd, waarbij komt dat voor opgem: Vaartuijgen ook geen jaarlijkse reparatie nog verstecking uijt Voorraad heeft plaats gehad welk een en ander de reedenen deeser Onkosten van Chialoupen Ensz - - - - - - - - emk inder ƒ2613:11: 8 Vermindering zijn Rekening van Condemnatie Ensz: . . Meer. In het afgeweekene boekjaar is de nieuwe Maan maar 12, en in dit boekjaar wel 13 maalgesiendusde 4 Inlandsche bediendens van de- fustike met e makeschijp Gag: to a meerder betaald zijn Minder Inlandsche Dienaars Maandgelden -- 4: In A. o pass:o is voor d' Eerste drie maanden in dat boekjaar betaeld, de Gagies van 50. volgens besluijt van den 19 9br: 1770 afgedaekte pions of jnlandsche soldaaten tot ƒ1004:8:— en in dit jaar daar en teien weeder meer ƒ 703:4:— op het dertiendemaal sien van de nieuwe Maan waardoor deese maar opgem. Montantje van ƒ 301:4:— vermindert is: — Zoldijen aen Land Meer. „ 272. 7. Den oispront deeser Vermeerdering in het meerder be„ Taalde op ingetrockene Zoldij Rekeningen. Scheeps Zoldijen. Het meerder betaalde voor verstreckte Com„ =baarsen en begraafnis ongelden de meerder belaste hospitaals schulden en wel voornament. „lijk het belaste opreekq: der overheeden van 's E. Compt schip 't Veldhoen, wegens te min Uijsgele„ =verde 20391:: lb suijker boeder zijnde reedenen deeser Vermeerdering. — . . . Meer. „ 3209: 17:8 pecificque Aanwijsing der Winsten en Verliesen geduu rende dit boekjaar behaalden Gevallen; als De Winst Reekening is ten voordeele gebragt; te weeten Het g'advanceerde bij Verkoop op fijne specerijen „ Diverse Koopmansz. Het G'advanceerde opgeld Op Betaalde, op Lands soldijen ƒ 2320:18:— 1„ scheeps soldijen- -. „ 970:16:— ƒ 3291.14 Het g'advanceerde, bij verkoop van aracq bij betaa„ ling van uit Voorraed, op Reekening van Betaaling genootene Goederen belasting der Reekening van de Overheeden van het schip het Veldhoen item eenige overbevon¬ dene Goederen en andere Kleijnigheeden „ 2238: 15 Het geen 's Heeren Geregtigheid en Thollen van particuliere Inkomende en uitgaande te vooren „ 174: 5:8„ 7244:14:8. waaren. De Ruuwe winsten Monteeren te saemen. -- ƒ495731:4:— Die Transporteere ƒ37:7035:2:8 „161451:7:8 ƒ4881369: 8 De Reekening van Schenkagie. . . Meer ƒ1339:10:— Invragere jaaren is deese Reekening althoos ten Faveur gebragt het geen de Reekening van Thol der ter Zee versondene Goederen bij het sluijten der Negotie boeken door mindere Taxatie van het versondene, bevonden wierd te vooren te staan, welk in deesen jaare geen plaats heeft kunnen hebben dewijl volgens over eenkomst met de Regeering vermeld bij Resolutie van den 15 April 1772. de uijtgaande Thollen volgens de waare Inkoops prijsen door de Leveranciersn met de Thol lieden verrekent, dan wel in natuura afgegeeven zijn, zijnde dies bedraegen blijkens het aengeteekende ter Resol: van den 13 Junij daaraan aen die Kooplieden uijt Cassa voldaan; Dus deese Verandering den oirspronk van opgem: vermeer¬ E - -- 11„ 2:- =deringis. De