Inventory 3418
Japan · 615 pages · 359 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
Having crossed the bridge which leads from the sultan's palace to the street, the orderly of the English governor came to meet us on his behalf with an invitation to a cup of tea, as was fitting for that time of day. Making use of this, we arrived at the governor's residence, where we were received at the stairs by his Honour, fully dressed, and furthermore entertained with much honour and esteem. While drinking tea, entering into conversation in both English and Malay, his Honour asked whether we had sighted any ships or vessels on our journey, or seen any at sea around this island. Having truthfully answered him in the negative, his Honour said that he asked this because he was daily expecting another ship belonging to his fleet from Madras, and one or more vessels from Blambangan. This gave us occasion to ask about the condition of the said island, to which his Honour, without much hesitation, replied that Blambangan was an uninhabited but fine island, whereto he was now successively sending people from here to clear and prepare a place for erecting a stronghold and lands for making gardens; of which, according to the letters he showed us, he already had report that the planting there had met with good success, and whereto he boldly intended to sail with his fleet after the expiration of one month, except for one snow which he would leave here. Besides which, after the passage of some days, he would also dispatch another such vessel named the carlail, laden with beams for Blanbangan, via that island to Bengal; adding furthermore that it had not been his intention to come hither with the whole fleet, but rather directly to Blanbangan, yet that he had been quite successful in dispatching a small ship with a good cargo from here to China, which, having departed two months ago, he soon expected to return. Having furthermore spent a little time discussing the latest European affairs of which his Honour had been informed eight months ago, his Honour said, among other things, that he had discovered three sailors who, under the English flag, had sailed with the French captain Monsieur Provo on the vessel the morgenster in the year 1770 to Pattanij and gebe to obtain nutmeg plants; and having transported them to the island Mariticus for propagation, they were presently growing there very luxuriantly. According to his view, great consequences were yet to be expected from this, seeing that as a matter of duty, through obtained and sworn depositions, he had not failed to give the necessary notice thereof both to the king of England and to his employers. And because evening was already at hand, we took our leave, having to promise that we would come to his Honour for the midday meal tomorrow, and went on board. Sunday the 24th. Having come ashore again in the morning, we saw from close by the sultan's benting of teak-beam palisades, estimated to be twenty feet high and seventy square, or two hundred and eighty feet in circumference, very strongly built, and mounted all around and before the entrance with fourteen cannons of twelve- to four-pounder calibre, besides several sixteen-pounders lying on the ground, according to reports. In addition to this, we saw a great multitude of three- and four-pounders in the settlement, as every person of distinction had at least one, if not two of them, before his door. To inspect the sultan's benting from the inside, we sent some of our boat's crew, who, however, coming before the gate, were prevented in their and our purpose by the obstruction of the sentries; and on the other hand, we had to see with regret that the English had free access there. We let this pass unnoticed, but saw to our further annoyance that all the English occupied large, prominent houses, whereas we had not enjoyed the good fortune of being offered one by the sultan. However, we were most kindly invited by all the Britons up and into their houses, so much so that, for the sake of politeness, so to speak, we could neither refuse nor pass by a single one. It should also be noted that the dwellings of the English, as well as those of the inhabitants if they have any status or position, are very richly adorned with canopies of chintz spreads and carpeted floors, and that guests are lavishly entertained therein, everything being served in the most humble manner and from silver table services. Having spent the morning paying visits to the old sultan Mahumed Alimoedin alongside several other Suluk notables and English, we went at twelve o'clock to take the midday meal with the governor, who, along with his dinner guests, nineteen in number, all in full dress, was awaiting us; and having been entertained and regaled there at a table handsomely provided with food and drink, his Honour received a report in our presence in the afternoon while drinking tea.
Dutch transcription
over de Brugt /(die van 'ssulthans Paleijs na straat is / gegaan zijnde quam ons van wegen den Engelschen gouverneur ter invitering op een Copijen thee water /:als op de tijt van den dag daar mede over eenkomende :/ desselfs oppasser te gemoet, daar wij ons van be„ „dienden aan 's gouverneurs woning gekomen zijnde door zijn E: gekleet aan de trap ontfangen: en voorts met veel Eer en agting onthaalt, mitsg:s onder het drinken van thee water zoo in het Engels als maleisch in gesprek gekomen zijnde, vraagden zijn E: off wij geen scheepen dan wel vaartuigen op onse rijsch ontdekt of omtrent dit Eijland in zee gesien hadden het geen wij na waar„ „heid met neer b'antwoort hebbende zijde zijn E. dat zulks vroeg om dat dagelijks van Madras nog een schip tot zijn vloot gehorende en een off meer vaartuijgen van Blambangan verwagtende was Dit gaff ons reden om te vragen na de constitutie van gem: Eijland daar zijn E: zonder lang bedenkens op antwoorden dat Blamban„ gan een onbevolkt dog fraaij Eijland was werwaarts hij thans van hier successevelijk volk sond om een plaats tot het oprigten van een vastigheid en Landerijen tot het maken van thuijnen schoon te maken en te bereiden waar van hij volgens de brieven die hij ons verthoonden ook reets narigt had dat den aanplant aldaar van een goed succes was en werwaarts hij met zijn vloot na verloop van Een maand ook stout te stevenen Excepto een snauw die alhier zoude laten verblijven Buijten dewelke na verloop van eenige dagen ook nog een dito de carlail genaamt geladen met balken voor Blanban„ „gan over dat Eijland na Bengale zoude doen Eijsch vorderen voegende hier nog bij dat de intentie na herwaarts met de gantsche vloot niet geweest was maar wel direct na Blanbangan dog dat heet hem nog al wel gelukt was, om van hier een scheepjen met een goede lading na China te depecheren welke nu al twee maanden vertrokken zijnde spoedig te gemoet zag voorts nog een weinig met de Iongste Europase discoursen welke zijn E: sedert agt maanden geleden bewust was door gebragt hebbende zeide zijn E: onder anderen dat drie mattroosen ontdekt had de welke onder de Engelse vlag bij den Francen Capitain Monsieu Provo per het scheepjen de morgenster tot het bekomen van spece„ „rij note plantjes in den Jare 1770 op Pattanij en gebe gevaren hadden en ter voortpoting na het Eijland Mariticus vervoert hebbende aldaar tegens woordig zeer weeldrig opschoten, volgens zijn sustenu nog groote gevolgen te wagten waren aangesien hij pligtshalven door inge„ „wonne en b'eedigde verklaringen niet had nagelaten zoo wel den koning van Engeland als zijne betaals keeren daar van de nodige kennis te geven Ende om reden den avond reets op handen gekomen zijnde namen wij onder te moeten versekeren, dat morgen middag bij zijn E: ter maaltijt zoude komen afscheid en begaven ons na boordt 'S morgens weder aan land gekomen wesende zagen wij van na bij Zondag den 24: ssulthans benting van Iatij balken Palisaden, na gissing hoog twin„ „tig en in het vierkant seventig off in zijn omtrek twee hondert en tagentig voeten, zeer sterk gemaakt, mitsgaders alomme en voor den ingang met veertien Canons van twaalff tot vier ponds caliber belegt, buijten de volgens berigten nog verscheide op de gront leggende ses„ „tien ponders. Daar en boven zagen wij in de negorij nog een gansche menigte van drie en vier ponders Nademaal ider perzoon van aan„ „sien zoo het niet twee ten minsten Een daar van voor zijn deur had om des sulthans benting van binnen te besigtigen souden wij eenige van ons schuijts volk die egter voor de poort komende door het tegenhouden der schildwagten in hun en ons oogmerk verhindert wierden; En moesten daar en tegen tot spijt zien, dat de Engelsen daar vrij toegank op hadden. Dit passeerden wij ongemerkt dog lagen tot onse verdere Ergernis dat alle Engelsen groote de voornaamste huijsen bewoonden, daar wij het geluk niet hadden mogen genieten om een voor den sulthan aangeboden te werden, dog wierden van alle de Britten op het vriendelijkst op en in hunne huijsen genodigt, za sodanig dat wij uijt Compleitanse halven zoo te seggen heet geen een konde refuseren of overslaan. ook diend genoteert te werden, dat de woningen der Engelsen zoo wel als die der inwoonders, indien maar enig aansien off caracter hebben zeer rijk door verhemeltens van chitse sprijen, en Tapijte bevloeringen uijtgedorst zijn, en daar in rijkelijk getrackeert werd mitsg:s alles op het humbelste en uijt silver servies Met het geven van visites aan den ouden sulthan Mahumed Alimoedin nevens eenige verdere Xullokse groote En Engelsen de morgen doorgebragt hebbende, begaven wij ons om twaalff uuren tot het houden van het middag maal bij den gouverneur die ons nevens zijne tafelgasten negenthien in getal alle gekleet afwagten en aldaar aan een deftige van spijs en drank toebereide tafel onthaalt en gereguleert geworden zijnde bequam zijn E: in ons presentie 's agtermiddags onder het theewater drinken hebbende rapport
English
report that one of his Moors, being at the watering place not a musket-shot distant from the negorij, where he had gone to wash linen, had his head struck off by a Hullokker. The governor regarded this as being of no importance, and said, because we expressed our astonishment thereat, that such did not deserve any astonishment, seeing that a similar fate had indeed befallen deep in the thirties of Englishmen who had dared to go alone or by twos some distance from the negorij. Nevertheless, we could not refrain from sending our compliments to the sultan through the Makassarese Iahaja who accompanied us and whom we used as a messenger, to request that he might please take care that such murderous acts should not happen to our subordinates, as we protested against all consequences that might come to result from such an occurrence. Whereupon we received in return the report that all such doings were done by the wild peoples, so to speak, who keep themselves in the forest and know of no laws or institutions, and therefore he had us admonished and requested not to permit any people to go elsewhere outside the negorij. The governor, unable to contain himself before us upon this report, burst out and said that he would at a fitting time make both sultan and subject pay for the insolences done to him here, and also that he regretted that he and the second in command, Volkox, had expended so many presents of their own, as well in silverwork, set diamonds, broadcloth fabrics, chintzes, and fine linens, together amounting to a sum of fully five thousand Spanish reals, upon him, the sultan, and the grandees, both upon their arrival here and at the banquets and entertainments held; over and above which they dared to solicit him daily for yet more, and then still under the reproach that Governor John Hendrik Daal Rimpel, who had formerly been at Xullok, had been more tractable and more open-handed, and had lived better than His Honour. Having for the present satisfied ourselves again with this account and conversation, we took leave of His Honour and betook ourselves to Captain Amaloel Alam Nahomet, to inquire what presents, and in what manner of state, the same, together with the letter brought by the English, had been delivered to the sultan. He could give us no proper information thereupon, as not having been here at that time; but on the other hand, we were informed by Prince Dato Poto that the British had presented to the sultan, under a salute from the entire fleet, a considerable present of great value, all in extra-fine linens by way of packs, item sacks, together with the letter; and that the letter, carried by one of the English grandees handsomely attired, under a two-tiered parasol made of gilded silk fabrics of four different sorts, was borne upon a silver platter covered with gold damask. This was also confirmed by the captain of the ship d’Bretanie, dismissed from service over a suspected conspiracy, the commander of the militia, the engineer, and the doctor, who, with the building up of a large prahu bought from the Xullokkers for five hundred Spanish reals for the purpose of departing therewith to the Sunda Strait in order to reach England upon meeting an English ship there, added furthermore that the present is valued at fourteen thousand rupees. And thus continuing somewhat further in discourse with these Englishmen while partaking of some pastry and chocolate, they said it was unpardonable in Governor Herbert, all the damage that he brought upon his paymasters, seeing that during the time of thirteen months that the administration had been entrusted to him, they had calculated the loss already amounted to over twice one hundred thousand rupees, and that he, plainly said, was more for the interest of the Dutch than the English Company; that he, the governor, would also have done better had he not involved himself so very much as he had done with this sultan and his murderous-minded and deceitful subjects, to be seen in the trusting on credit of the Company’s trade goods and specie to upwards of one hundred and twenty thousand Spanish reals, besides still a good sum of his own, the governor’s. And because the time for the present appeared to us somewhat short to devise what could serve for the greatest state in bringing ashore the letter and presents entrusted to us, we therefore betook ourselves on board, accompanied by a Xullok gentleman named Dato Nahim, whom we requested, under promise of paying the expenses incurred therein, to be pleased to put in order a state parasol after the fashion of this country; which he, in a show of affection for us, undertook to do, and promised to send it on board entirely concealed early tomorrow morning, taking also, on the aforementioned account, immediate leave and returning to land. On the other hand, we put in order a certain tray in the form of a salver, covered with white armozine and sewn all around with gold lace for the placing of the letter, item a cover cloth of yellow damask, likewise sewn all around with gold lace and gold thread tassels on the four corners.
Dutch transcription
rapport dat een zijner mooren bij de water plaats zijnde geen snaphaan schoot ver van de negorij, alwaar tot het uijtwasschen van Linne gegaan door een Hullokker het hooft afgeslagen was. Dit merkten den gouverneur als of van geen belang zijnde aan en seide /vermits wij ons daar over verwonden„ „de / dat zulks geen verwondering meriteerde aangesien diergelijk een lt wel al diep in de dertig Engelsen die hun alleen off met hun beide een End weegs van de negorij hadden verstout te gaan was te beurt gevallen. Evenwel konden wij niet af den zulthan onder aflegging van ons compliment door den ons verzellende Makassaar Iahaja die wij als boodschapper gebruijkte te laten verzoeken om dog zorg te willen dragen dat diergelijke moordadigheden aan onse onderhorige niet quam te geschie„ „den aangesien wij Protesteerde tegen alle gevolgen die uijt zoo een geval zoude komen te resulteren. Daar wij tot keer berigt op erlangden dat alle dusdanige gedoentens van de zich in het bosch onthoudende en zoo te seggen woeste volkeren die van geen wetten of insettingen wisten gedaen wierd, en daarom ons liet vermanen en verzoeken geen volk tot het gaan na elders buijten de negorij te Licentieren: Den gouverneur op dit berigt zich Iegens ons niet kunnende inhouden beresten uijt en zeide dat hij zoo wel sulthan als onderdaan de insolenties hem alhier aangedaan ter bequamer tijt zoude betaalt zetten als meede het hem speet dat hij en den secunde volkok zoo veel presenten van haar zelfs zoo aan silverwerken, gezette diamanten lakens stoffe chitsen en fijne lijwaten te samen wel een somma van vijfduijsent spaanse realen uijtmakende, aan heem sulthan en groote, zoo bij haar komst alhier als gehoudene gastmalen en Tractementen had verspendeert, waar en boven zij hem dagelijks om nog meer dorsten aanwesen en dan nog onder verwijt dat den bevorens te Xullok geweest hebbende gouver„ „neur John Hendrik Daal rimpel tractabelder en spandabelder dan zijn E: head geweest en geleeft. Met dit verhaal en gesprek ons voor tegenswoordig alweder verge„ „noegt gehouden hebbende, namen wij van zijn E: afscheiden begaven ons bij den Capitain Amaloel Alam Nahomet, ter informering wat presen„ „ten en op een hoedanige wijse van statie dezelve nevens de brieff door de Engelsen aangebragt den sulthan waren overgegeven. Die ons dient„ „wegen geen regt gdee / als in die tijt alhier niet geweest zijnde:/ kon„ de geven maar wierden daar en tegen van den Prins Dato Poto ver„ „stendigt dat de Britten een aansienelijk Present van groote waarde alle in Extra fijne Lijwaten bij Paks gewijs, item saken nevens de brieff aan den sulthan /onder salut van de gantsche vloot :/ hadden overrijkt En dat de brieff door een der Engelse groote statieus aangekleet, onder een Sombreel van twee verdiepingen met vergulde zijde stoffen van vier differente soorten ge„ „maakt op een silvere, met goud damast overdekte schotel was gedragen. Dit wierd door den over opgevatte conspiratie buijten dienst gestelden Capitain van het schip d' Bretanie commandant der militie Insinieur en Doctor die met het optimmeren eener groote prauw van de Xullokkers voor vijf hondert spaanse realen gekogt, ten fine daar meede na straat sunda te vertrekken om aldaar een Engelsch schip aantreffende na Engeland te geraken mede bevestigt met deze bijvoeging nog dat het Present gewardeert is op veertien duijsent ropijen Ende dus met deze Engelsen on„ „der het nuttigen van eenig gebak en chucolaat nog wat in discours blij„ „vende seiden zij het voor den gouverneur herbert onverandwoordelijk was alle de schade die hij zijne betaals heeren toebragt aangesien zij geduu„ rende den tijt van dertien maanden dat hem het bewind is opgedragen hadden nagegaan, het verlies al over de tweemaal hondert Duijsent ropijen beliep, en dat hij regt uijtgesegt meer voor de intrest der hollandse dan Engelse Comp:s was, Dat hij gouverneur ook beter zoude gedaan hebben in dien zich niet zoo zeer met dezen sulthan nevens zijne moordadige suije en bedriegende onderdanen als gedaan heeft had ingelaten te zien in het op schult aanbetrouwen van sComp:s negotie en contanten tot ruijm Een hondert en twintig duijsent spaanse realen buijten nog een goede som van hem gouverneur selfs Ende om reden de tijt voor tegenswoordig ons al wat kort voorquam om te bedanken wat tot meeste statie konde dienen in het aan land„ brengen der brieff en Presenten, ons mede gegeven Begaven ons daarom na boort verzelt van eenen xullokden heer genaamt Dato Nahim Wien wij onder belofte van de daar oplopende ongelden te zullen betalen verzogten een statie sombreel na den trant van dit land in order te willen brengen het geen hij uijt betoning van genegentheid voor ons aannam en beloofde die gants verborgen morgen ogtent vroeg aan boort te zullen zenden mitsg„s uijthoofde voorschreve ook imme„ diaat afscheid nam en na land keerden waar en tegen wij sekere mi„ chien bij forma van een schenkbord, omtrokken met wit armosijn en rondom met goud Possement ter oplegging van de brieff benaaijde item een dekdoek van geel damast rondsom ook met goud Possement en goud draat quasten op de vier koeken om naaijt in onder bragten als aan 3 47
English
Monday the 25th: as well as unpack the presents, each sort separately wrapped with binding cord, and on the ends the Company's seal pressed in fine bleached guinees, in order thereby as much as possible to uphold the honor of the Dutch Company among the common people of Xullok who have seen the state of the English in such a case, as well as to keep the present secret from the English. In the morning before daybreak we received the state parasol ordered yesterday evening, made very neatly of blue silk fabric with gold flowers, and because around eight o'clock not the slightest movement was yet noticed for fetching the letter, we sent the Makassarese Sahaija ashore, to ask the Sultan, with our compliments, what hour would be convenient for him to accept it, so that we, knowing this, could govern ourselves accordingly. To which we received in answer that the Sultan had designated all his grandees towards noon for that purpose, and as soon as they were gathered he would send his envoys on board to fetch the letter. At half past eleven o'clock we saw the flag of the benting being raised, and shortly thereafter came a large prahu equipped with a new white flag with the Xullok coat of arms painted on it, with no more than twenty persons of state on board, whom we, maintaining a good guard, did not permit to come over armed, except for the two principal ones. These grandees having stated the reason for their coming with many compliments and having been solemnly answered by us, and also having been entertained with everything that could possibly be provided and their satisfaction settled, we sailed ashore with four of the first in rank by the boat, and the remainder in their prahu, under the firing of thirteen cannon shots from the pantjalling, where we arrived at two o'clock. Under the firing of five cannon shots from the benting, we were received and welcomed at the pier by some prominent grandees of the realm, and further escorted to the king's residence by an even much larger crowd of people than the day before yesterday. Having arrived there, one found the entire hall, which measured fully twelve fathoms in length and seven in width, covered throughout with carpets, everything canopied with chintz spreads, and the walls hung with chintz. Herein sat the Sultan, very plainly dressed, at the end on a large daybed covered with fine red scarlet cloth, but all the more splendidly his grandees on either side on chairs. In front of the bench on which the emperor sat and rose as we entered, stood a large long table covered with green carpet, and in front of it, opposite the Sultan, two armchairs next to each other covered with fine yellow cloth were prepared for us. Having approached up to the said table, the first undersigned, speaking quite loudly in Malay with everyone standing, delivered a dignified address appropriate to the commission, and further congratulated the Sultan in the name of the Dutch Company on his accession to the throne of Xullok in place of his lord father, the old, decrepit Sultan Mahomet Alimoedin, wishing him all blessings in bearing such a weighty calling as that to which he had been appointed by the Supreme Being. After that, he took the letter, which the second signatory had carried from the pier with such state as we had prepared for it as mentioned, and had held in both hands during the address and congratulations, and handed it over to the Sultan with the greatest respect and high esteem, adding that we expected His Majesty might accurately consider what was set down therein so that we could be enabled to deliberate further with him and the grandees. The letter as well as the presents having been accepted by the Sultan with expressions of thanks, and he having admonished us alongside his ministers of state to sit down, he requested that we would please excuse him for the present from opening it, since he first wished to read it alone before this should take place in public. Which we, although immediately conceiving bad impressions from it, were indeed forced to permit. And thus having gotten into some discourse while enjoying pastries and drinking chocolate, he, the Sultan, said that he lived in friendship with all nations, both indigenous and European, yea so much so that he even maintained correspondence with his friends in Mauritius and Manila, but especially with his extraordinary friend Monsieur Provo. This gave us reason not to converse much more for now, because from this statement we could sufficiently gather that anyone who came here was welcome and whatever they brought was agreeable. And therefore we made a request that His Highness might not detain us here long, but give the opportunity to be able to undertake our return journey quickly, since we were in expectation, that being done, of still having a speedy journey to Ternate. Whereupon that prince having made us good promises, we took our leave and departed. Following the invitation made yesterday, we proceeded to the English second, John Wilcox, whom we found at home alone, and who, having received us very pleasantly, immediately asked with a smile whether we came from the Catholic Mahometan Sultan, who he said was worthy of being removed directly from the throne without the slightest consideration, adding that with 823 217
Dutch transcription
Maandag den 25: als mede de presenten ider soort appart om wonden met bindkoort, en op de Enden sComp:s zegul gedrukt in guinees fijn gebleekt afpakken omme daar door zoo veel mogelijk het honneur der hollandse comp:e bij de gemeene tullokkers die de statie der Engelsen in zoo een geval gesien hebben op te houden als om het Present voor de Engelsen te secreteren 's morgens voor den dag bequamen wij de opgisteren avond bestelde statie sombreel van Blauwe zijde stoff met goude bloemen heel net gemaakt en dewijl men om agt uuren tot het afhaal van de brieff„ nog geen de minste beweging bemerkte zouden wij den makkassaar Sahaija na land, om den sulthan onder aflegging van ons Compliment aftevragen: mat uur het hem gelegen quam die te accepteren op dat wij zulks wetende ons daar na konde reguleren: Daar wij op in antwoort bequamen. Den sulthan alle zijne grooten tegen de middag ten dien Einde bestemt had en zoodra die vergadert waren hij zijne ge„ „santen ter afhaal van de brieff zoude aan boort senden om halff twaalff uuren zagen wij de vlag der benting opgaan en quam kort daar op een groote prauw voorzien van een nieuwe witte vlag met het Xulloks wapen daar in geschildert niet meer dan twintig perzoonen van staat aan boort die wij onder goede wagt houdinge buijten de twee voornaamste niet permitteerde gewapent over te komen: Deze grooten de reden hunner komst onder veele complimenten afgelegt en door ons Plechtelijk beantwoort mitsg:s op alles wat men maar bij konde brengen onthaalt en genoegen gere„ „guleert wesende zijn wij met vier der Eerste in rang per de schuijt, en de overige in heun prauw onder het lossen van dertien Canon schoten der Pantjalling na land gevaren, daar wij om twee uuren arriveerde wier„ „den onder het losbranden van vijf Canon schoten der Benting door eeni„ „ge voorname Rijxgrooten aan het zee hooft ontfangen en verwel komt voorts door een nog veel grooter gedraag volk als op bergisteren na 's konings woning begeleid. Daar gekomen zijnde rond men de gantsche zaal die wel twaalff vadems in lengte en leven in breete besloeg doorgaans met zapijten belegt. alles met Chitse sprijen verhemelt en de wanten met chits behangen: Hier in zal den sulthan zeer ge„ meen gekleekt aan het Einde op een groote rustbank met root fijn schaarlaken bedekt, dog des te prachtiger zijne groote aan wederzijde op stoelen: voor de Bank waar op den keizer zat en op rees zoo wij inquamen stont een groote lange tafel overdekt met groen tapijt en daar voor tegen over den sulthan, twee heunstoelen nevens elkander met geel sijn laken overlegt voor ons bereid: Tot aan gemelde tafel genadert we„ sende deeden Eerst ondergeteekende in het Maleisch, onder het opstaan van een ider gantsch overluijd spreekende een deftige aanspraak op de Commissie toe„ „passelijk! vergelukten voorts den sulthan in naam der hollandsche Comp: met zijne komst tot den Throon van xullok insteede van zijn heer vader den ouden afgeleefden sulthan Mahomet Alimoedin onder toe„ „boedeming van alle feeil in het torsen van zoo een swaar wigtig beroep als waar in hij van het opperwesen gestelt was: Nam daar na de brieff, die den tweeden teekenaar met sodanige statie als wij gelijk aan„ „gehaalt daar toe hadden bereid van het zee hooft gedragen, en geduurende de aanspraak en gelukwensching op beide handen gehouden had reikte dezelve met de meeste Eerbied en hoog agting den sulthan over en voegde daar bij dat wij verwagte zijn majesteit het daar inne ter neder gestelde nau„ keurig mogt overwegen op dat wij in staat konde gestelt werden „ n ader met hem en groote over te kunnen Delibereren. De brieff zoo wel als Pre„ „senten door den sulthan onder dankbetuijging g'accepteert, en ons nevens zijne staat ministers tot het ter neder sitten vermaant hebbende verzogt hij dat wij hem voor Jegens woordig het openen geliefde te Excuseren aange„ „sien beij die eerst gaarne alleen begeerde te lesen bevorens zulks in het publicq quam te geschieden. het geen wij of schoon daar al aanstonts quade denkbeelden uijt opvatten, wel genoodsaakt waren te permitteren Ende dus onder heet versnaperen van gebak en drinken van chucolaat in eenige discoursen geraakt zijnde, seide hij sulthan dat met alle zoo in„ „landse als Europiaanse natie in vriendschap leefde Ia sodanig dat zelfs met zijne vrienden te Mouritius e kamilha brieve wisseling hielt dog speciaal met zijnen Extra ordinaire vriend Monsieu Provo Dit gaff ons reden voor nu niet veel meer te discoureren om dat wij uijt dit seggen genoeg konde opvatten dat een ider die hier quam welkom en het geen zij bragten aangenaam was. En daarom verzoek deden zijn Hoogheid ons alhier niet lang mogt ophouden maar gelegenheid geven schielijk onse te rug rijsch te kunnen ondernemen aangesien, wij in verwagting waren zulks ge„ „schiedende nog een spoedige rijsch na Ternaten te zullen hebben. daar dien„ vorst ons goede beloften op gedaan hebbenden afscheid nemen en vertrokken Begaren ons op de gistere gedane invidatie na den Engelsen secunde Ioen volkok wien wij alleen thuijs vonden en ons zeer beliefdelijk ontfangen hebbende, al aanstonts grimlachende afvroeg of wij van den Catolijke Ma„ „rumekaanse, sulthan quamen die beij seide weerdig was dat sonder eenige de minste Consideratie direct van den teroon geset wierd met bijvoeging dat met 823 217
English
that this would nevertheless happen to him as soon as the fleet departed from here for Blanbangan, because the common Sulu people, who do not think much of their Emperor, were already disgusted with him. To this we replied, in order to hear willingly something more, that we likewise did not place the greatest eye of trust in him. Whereupon he, the Second, immediately took up the word again, asking by way of question what one ought to think of a king with whom, under the pretext of being forgetful, one had nothing else to do than merely to renew contracts, as took place with this Catholic Muhammadan of Xullok, since the contracts entered into with Governor Ioen Hendrik Daalrimpel in the year 1761 were renewed in the year 1767, and now again on the 12th of this month with the present Governor John Herbert. Adding thereto that he could not conceive how Governor Herbert, against the will of him, the Oolkook, could have seen fit to trust that prince and grandees again on credit, both in cash and merchandise, with an excessive sum of upwards of one hundred thousand Spanish reals, to satisfy the same in products of the country within the time of two years; and that although he, the Sultan, had at present satisfied his remaining previous debt incurred with Daalrimpel with four hundred piculs of wax, and although the picul had been calculated at twenty-five Spanish reals, he, the Volkook, nevertheless had not wanted to meddle with this new debt, but had left the responsibility for it to the Governor. Hereupon, without having given any sign of astonishment at that story, we spent a little more time enjoying several delicacies which were offered to us by His Honour in the most generous manner, then took our leave, and, having been escorted by His Honour as far as our boat lying by the jetty, we repaired on board. And because one had evil suspicions regarding the not opening of the letter recently delivered to the Sultan, as well as what was told by him, the Sultan, alongside the aforementioned Second Oolkok, we sent the Macassan Jahaja ashore, under the pretext of having to buy vegetables and poultry early tomorrow morning, with orders to ascertain accurately, without letting anything show, what went on this evening at the house of the Sultan or that of the Governor; as also, upon coming ashore, to present on our behalf to the wife of the aforementioned Dato Nahim, in compensation for her expenses and trouble taken in making the state umbrella, together with our expressions of thanks, ten sets of steel stone buttons, for which she had sent a request to us to buy. On the other hand, there came on board to our crew, one after the other, to purchase arrack and tobacco, two Dutchmen who had deserted from the Dutch Company to the English, named Jan Cappelman of Erft, sailmaker, and Roeloff Berg of Amsterdam, quartermaster, whom, out of fear of seduction, we by no means permitted to be with our subordinates, but called to us, and, under the favour of a few glasses of gin and the promise to accommodate them with that for which they had come here, questioned on such points as time for that purpose in any way allowed us, since they, according to their saying, did not have permission to stay long; which points we made interrogatory-wise with their answers thereto, and let these accompany under enclosures numbers 4 and 5 for speculation. To these two persons, who, as it appeared to us, seemed to be rather decent people, we, in fulfillment of our word, at their departure gave together as a gift a case or 22½ jugs of arrack, besides 20 lb of tobacco. Tuesday the 26th of October. Early in the morning Jahaja, who was sent ashore yesterday for the reasons described above, came on board, reporting that yesterday evening at about eight o'clock, first the English Governor Herbert and shortly thereafter another three English grandees went to the Sultan and remained there until midnight, without his having been able to discover what had gone on there. From this we immediately confirmed that this had taken place for the opening and reading of the letter brought by us, which upon our coming ashore was further corroborated through the recital of the letter's contents by the English. Also, Captain Amaloel Alam Mahomet, who expressly waited for us in the street at a convenient place, requested that we might not declare him to the Sultan, the grandees of the realm, and the common Sulu people to be too great a friend of ours, of which we asked him the reason, but got nothing else out of him than his saying: many heads, many minds. All these encounters gave us reason, for the obtaining of a proper elucidation of how matters stood between the Sultan and the English, to pay a visit to the Governor, of whom, having arrived there, we among other things inquired whether the Sultan and grandees of Xullok were contracted with the English Company, or had together entered into any alliance; which His Honour answered with yes, saying that this was nothing new, as it had already happened some years ago, and for further proof showed us the contracts written in English, wherein the second subscriber, who
Dutch transcription
dat hem zulks zoo dra de vloot van hier na Blanbangan vertrokken was, dog zoude overkomen vermits het fulloks gemeen die heun niet veel ouijt haar keizer maken, hem al tot walgens toe tegen waren: hier op repliceerden wij /om gaarne nog wat meerder te horen :/ dat wij mede het grootste oog van vertrouwen niet op hem stelden: Daar hij secunde al aanstonts weder heet woort op vattede seide al vaagende wat men van een koning denken moest waar mede men onder voorwendsel van vergeetagtig te zijn niets anders te doen head dan maar Contracten te renoveren gelijk met dezen Catolijken Mahumetaan van xullok plaats head aangesien de contracten met den gouverneur Ioen Hendrik Daalrimpel in den Iare 1761. aangegaan in A„o 1767 en nu op den 12: dezer met den presenten gouverneur Iohn herbert wederom waren vernieuwt Daar bij voegende hij zich niet konde beseffen hoe den gouverneur zerbert tegen de wil van hem oolkok aan had kunnen goedvinden dien vorst en grooten zoo aan Contant als negotie weder op schult te vertrouwen eene Eccessive som van verboven de Een hondert duijsent blealen spaans, om het zelve in Lands producten binnen den tijt van twee Iaar te voldoen: Ende dat of schoon hij sulthan zijne restant vorige debet bij de Daalrimpel gemaakt tegenswoordig met vier hondert Piculs was, duij„ ver en schoon de Picul tegen vijf=-en=twintig realen spaans gerekent had vol„ „daan bij volkok hem egter met deze nieuwe schult niet had willen bemoeijen maar de verantwoording daar van aan den gouverneur had overgelaten. Hier op zonder eenige blijk van verwondering over dat verhaal te hebben gegeven besteden wij nog een weinig tijt in het nuttigen van verscheide lekkermijen die ons door zijn E: op het gulkertigste aangeboden wierden namen daar na afscheid en door zijn E: tot aan onse bij het zee hooft leg„ gende schuijt uijtgelij gedaan zijnde, begaren wij ons na boort: Ende om reden men quade Presumtie had, over het niet openen van de brieff leeden aan den sulthan overgegeven, als het daar bij verhaalde zoo van hem sulthan nevens den dikgen: secunde oolkok souden wij quasie om morgen vroeg groente en pluijm vee te moeten koopen /na land den maccassaar Iahaja met order om sonder iets te laten blijken naukeurig na te gaen wat dezen avond aan het huijs van den sulthan off dat van den gouver„ „neur ommeging. Als mede om aan land komende uijt ons naam aan de huijsvrouw van den voorwaarts gemelden Dato Nahim ter ver„ „goeding harer bekostiging en genomene moeite, in het vervaardigen der staats dambreel onder onse tegelijke dankbetuijging over te rijken, thien stel staal steene knoopen, waarom zij ons, om te koopen, had laten verzoek doen Daar en tegen quamen na elkander ter inkoop van arak en Tobak bij ons volk aanboort, twee van de hollandse Comp: na de Engelsen overgelopene hollanders, in name Ian Cappelman van Erft Sijlmaker en Roeloff Berg van Amsterdam quartiermeester, die wij uijt vreese van verleiding geen„ sints bij onse onderhorige permitteerde maar bij ons riepen, en onder het fa„ veur van Eenige glaasjes genever en belofte van haar met het geen waarom feier waren gekomen te zullen gerieven uijt vorsten op sodanige Poincten als de tijt ten dien Einde ons maar eenigsints toeliet vermits zijl: volgens hun zeggen niet lang permissie hadden om hun op te houden welke Poincten wij interrogatorias gewijs met dies antwoorden daar op gemaakt hebben en onder de bijlagen N„o 4 en 5: ter speculatie deze laten verzelt gaan: Aan deze twee perzoonen, die na het ons voorquam, nog al ordentelijke menschen scheenen te zijn, hebben wij in nakoming van ons woort bij hun vertrek te samen in geschenk toegevoegt een kelder off 22½ kan arak nevens 20: lb: Tobak S morgens vroeg quam den opgisteren om reden voorschreven aan land Dingsdag den 26 8br gesondene Jahaja aan boort te kenne gevende dat gisteren avond om streeks agt uuren Eerst den Engelden gouverneur herbert en kort daar na nog drie Engelse groote bij den sulthan gegaan ende aldaar tot midder„ nagt verbleven waren zonder dat hij had kunnen ontdekken wat al„ daar was omgegaan. hier uijt bevestigde wij al aanstonts dat zulks tot het openen en lesen van de door ons aangebragte brieff was geschiet het geen bij ons komst aan land quijt het verhaal der brieff inhoud door de Engelsen nader wierd bekragtigt ook verzogt den Capitain Amaloel Alam Mahomet, die ons opstraat, ter gelegener plaats Eopres oppasten dat wij hem bij den sulthan Rijxgrooten en gemeene xullokkers niet voor te grooten vriend van ons te zijn! mogten verklaren daar wij hem de reden van vroegen dog geensints anders uijt hem kregen dan dat hij deide veel hoofden veel sinnen Alle deze ontmoetingen gaven ons reden ter bekoming van een regte Elu„ „cidatie hoe heet niet den sulthan en de Engelsen satter aflegging van een visite ons bij den gouverneur te begeven die wij daar gekomen wesende onder anderen afvraagden, of den sulthan en grooten van Xullok met de Engelde Comp: gecontracteert was, of te samen eenige Aleiantie hadden aangegaan: het geen zijn E: met Ia beantwoorden, onder het zeggen dat zulks niets nieuws zijnde vermits al voor eenige Iaren geschiet was en tot meerder bewijs de Con„ „tracten in het Engelsch geschreven ons verthoonden: daar den tweeden teekenaer die Daar
English
who understands the English language, as if with a glance took aim, since the governor quickly took it away again, that the English on the Island of zullok were permitted to erect strongholds at their pleasure without contradiction from anyone, and that the Xullokkers, for the construction of the fortification work at Blambangan until its complete finishing, were bound to contribute three hundred men: Item, among the mentioned bundle of contracts, seen also in a separate bond document that the sultan, under mortgage of all the Islands situated to the south of zullok, called the Agrapellase Islands by the English, was indebted to the aforesaid English for the sum of fifty thousand realen spaans. From this having complete evidence that all our attempts to comply with the intention of our lords and Masters in entering into a treaty with the Xullokese sultan were frivolous, wherefore we immediately, without giving any appearance of intending to depart, sent out our boat to fetch drinking water: And in the meantime, continuing further in discourse with Mr. Eerbert, he related to us that on his voyage hither at Passir some zontolij and Caijelerese had come to him with a request, since the Dutch Comp: had abandoned them because they had killed about thirty Dutchmen, that he please take Possession of their land; which he said he had directly, in all fairness, refused them (as he well knew could not be). And he himself was also inclined to break up both from here and from Blanbangan if it could be shown to him that his possession thereof was improper, yet not without being indemnified. And in conclusion his Honour also informed us that the English, both at Passir and at Bankoelo, yearly bartered up to 50 and 60 Piculs of the spice cloves from the Buginese, which they brought from Ceram. Having spent the morning discussing all the aforesaid, we went upon a prior invitation thereto to take the midday meal with a certain Master kool, who with the bomb vessel the succes was destined to remain at xullok for the continuation of trade when the fleet departed for Blanbangan; here we also found for that purpose a large company, and among others Captain Bartels alias Captain Boegis, who having spent three years one after the other here and hereabouts in making sea charts, understood the speech of the xullokkers thoroughly. Having entered into conversation with this Bartels upon inquiry, we learned from him: First, that the Magindanauers had become so bold that they carried off the Spanish inhabitants in plunder from under the walls of the Spanish Castle at Lamboangan, through which he had bought and had with him a Major's daughter who had thus fallen into slavery. Secondly, that they gave pay to the Spaniards obtained in plunder or otherwise, in order to handle the artillery when they went on expedition on their vessels, since in addition to the ordinary small cannon on such a vessel they made use of two, or at least one very heavy, indeed as much as their vessels could possibly bear, of which calibers there were those that they carried, up to six and eight pounders inclusive. Thirdly, that they Magindanauers cast as good cannon and made powder as the Spaniards themselves, and Fourthly or lastly, that the Spaniards no longer had the boldness to come out against the Magindanauers, wherefore he Bartels maintained that the English would succeed quickly enough in being able to enter into an Alliance with those of Magindano. And while everything was merely thrown out there, the second, upon deliberation with the first undersigned, asked him Bartels when he was to undertake his upcoming expedition, wherewith as soon as he had answered mid-February A.o 1774, he was looked at by the entire company of the English with wide-open eyes, which on our part was passed over unnoticed. Having risen from the table, we received a report that four sailors of the seven whom we had sent out to fetch water, instead of fulfilling our orders, had absented themselves, namely Casten Bukken Bakker of Lamburg, Iuriaan Arends of Groningen, Hendrik Lageman of Amsterdam, and Pieter Wolters of gelderen. And because the other three testified that when the mentioned four stayed away under the pretext of just going to drink a dram here and there in the tavern, the English had also come to them and offered up to sixty ropijen if they would only follow them, as also under promise of being immediately promoted to ensign of the Sepoys they had tried to entice the soldier De chersoe, we found ourselves obliged to complain thereof to governor Eerbert, who on his word of honor assured us that he would give the necessary orders that evening at the Roll both to counter the mentioned unlawful acts and for the tracking down and extradition of the four mentioned absconded sailors. At the same time we also sent messengers. First Tahaja E 217
Dutch transcription
die de Engelse taal magtig is, als met een blik uijt beoogde, vermits den gouver„ „neur die weder schielijk weg nam, dat de Engelsen op het Eijland zullok zonder tegenspreken van iemant vastigheden na haar welgevallen vermogten op te rigten, en dat de Xullokkers tot den opbouw van het fortificatie werk te Blambangan tot de volkomene absolvering toe, gehouden waren drie hondert man te contribueren: Item onder de gemelde bundel contracten nog bij een appart verband schrift gesien dat den sulthan, onder verpan„ ding van alle de om de zuijd van zullok gelegene Eijlanden bij de Engelsen de Agrapellase Eijlanden genaamt de somma van vijftigh duijsent realen spaans aan voorschreve Engelsen debet was Hier uijt dan een volkomen blijk hebbende dat alle onse pogingen om aan de intentie van onse heeren en Meesters in het aangaan van een trac„ „taat, met den Xullokesen sulthan te voldoen frivool was waarom wij immediaat, zonder eenigschijn te geven van tot vertrek g'intentioneert te zijn, onse schuijt tot heet halen van drinkwater uijtsonden: Ende intusschen met den heer Eerbert, nog al in discours blijvende verhaalden hij ons, dat op zijn rijse na herwaarts te Passir bij hem gekomen waren eenige zon„ „tolij en Caijeleresen, met verzoek vermits de hollandsche Comp: haar had verlaten om dat zij in de dertig hollanders gesneuvelt hadden hij Possessie van haar land geliefde te nemen; het geen hij siede dat hun (als wel wist niet wesen kunnende / direct in het billijke had afgeslagen. En hij zelfs ook genegen was, zoo wel van hier als van Blanbangan op te breeken indien hem konde aangetoont werden zijne possessie daar van onbetaamde, dog niet zonder dat schadeloos gestelt wierd. En ten besluijte verstendigde zijn E: ons almeede Dat de Engelsen, zoo te Passir als te Bankoelo sjaarlijks tot 50 en 60 Piculs specerij Nagulen van de Boeginesen, die zij van Ceram aanbragten Trocqueerden. onder het verhandelen van al het voormelde de voormiddag doorge„ „bragt hebbende gingen wij op bevorens daar toe gedane nodiging tot het houden van het middagmaal, bij zekeren meester kool, die met de Bombardeer soeker de succes, ter voortsetting van den handel in de vloot na Blanbangan vertrok gedistineert was te xullok te blij„ „ven; alhier vonden wij ten dien Einde mede, nog een groot gesel„ „schap, en onder anderen den Capitain Bartels /:alias Capitain Boegis:/ den welken tot het maken van zeekaarten, alhier en om„ „streeks, drie Iaren na den anderen doorgebragt hebbende de spraak der xullokkers in den gront verstont. Met dezen Bartels door aansoek in gesprek gekomen zijnde kregen wij van hem te verstaen. Eerstelijk De Magindanauers al zoo stout geworden waren dat zij de spaanse ingesetene van onder de muuren der spaansch Casteel te Lamboangan in roof wegnamen waar door hij een Majoors dogter die dusdanig in slavernij vervallen was gekogt en bij hem had zen Zweeden. Dat zij de in rooff, ofte andersints bekomende spanjaarden sol„ „dije gaven, om heet geschut, wanneer ter Expeditie gingen op hare vaartuijgen, te kandteren vermits zij boven het ordinaire klein Canon op zoo een Rijsth haar nog van twee, of ten minsten een heel swaar, ja zoo veel als haare vaartuigen maar Lijden konden bedienden welkers caliber er waren die zij voerden, tot des en agt Ponders inclusive ten Derden Dat zij Magindanauers zoo goet canon goten en kruijt maak„ „ten, als de spanjaarden selfs en ten vierden of ten laasten, dat de spanjaarden de stoutheid niet meer hadden, tegen de Magindanauers uijt te komen. maar door hij Bartels sustineerde het de Engelsen schielijk genoeg zoude gelukken met die van Magindano in Alliantie te kunnen treden. En dewijl aldaar zoo maar alles uijtgeworpen wierd, vraagden den tweeden met beraad van den Eerst ondergeteekenden, aan hem Bar„ „tels, wanneer zijne aanstaande tocht stont te ondernemen daar bij zoo dra met med:e februarij A„o 1774 niet op had geantwoort, of wierd van het geheele geselschap der Engelsen met opgesperde oogen aangesien het geen van onse zijde ongemerkt wierd gepasseert van tafel opgestaan zijnde kregen wij rapport dat vier mattroosen van de leven die wij tot het water halen uijt gesonden hadden in stede van aan onse te voldoen hun hadden g'absenteert, als Casten Bukken Bakker van Lamburg. Iuriaan Arends van Gro„ „ningen, Hendrik Lageman van Amsterdam en Pieter Wolters van gelderen Ende om reden de andere dieie betuijgde, dat toen de gemelde vier onder voorwendsel van maar gins en weder een soopje in de kroeg te gaan drinken wegbleven de Engelsen ook bij haar gekomen waren en tot sestig ropijen toe geboden hadden heun maar te volgen als mede onder belofte van immediaat tot vaendrig der Sipaijers te zullen werden bevordert den soldaat De chersoe ook hadden tragten te verleeen von„ „den wij ons genoodsaakt, daar over bij den gouverneur Eerbert te dole„ „ren die op zijn woort van eer ons versekerde leeden avond bij het Pa„ „rool de nodige ordres zoo tot tegengang van gemelde ongeoorloofd he„ „den, als op speuring en uijt levering van de genoemde vier geauffu„ „geerde mattroosen te zullen geven. Te gelijk zonden wij ook boodschapper Eerstelijk Tahaja E 217
English
fetch the sultan's present consisting of a medium-sized calf and 27 chickens. Sahaja went to the sultan to inform him of this incident, and likewise to implore his assistance in that regard. He also had us promised that he would do his utmost about it. This desertion making us fearful that at times it might lead to even greater consequences, we judged it best not to grant permission to any of our subordinate Company servants, whether soldier or sailor, to go ashore, or to take any more of them with us, much less to use them for fetching water, of which we were nevertheless entirely destitute; but rather to employ hired Chinese for those services, in addition to obtaining firewood. In the morning we sent our messenger Iahaja ashore by prahu to communicate to the sultan, with our compliments, that the four sailors who ran away yesterday had not yet been retrieved, and at the same time to request that he be pleased to grant us a speedy audience, so that from the conference to be held with the sultan we might obtain elucidation regarding what was demanded of us according to the letter delivered by us into his, the sultan's, hands. Which messenger, returning toward noon, brought back word that the sultan assured him he had given the necessary orders regarding the said runaways; but that before undertaking anything concerning our commission, he was minded to give an entertainment in honor of our arrival, for which he had already chosen tomorrow evening, trusting that we, not spurning him, would also do him the respect of coming. As well as that, during our stay here, he had caused a house to be prepared where we might take up residence if it pleased us, and furthermore requested that the boat might come ashore to collect an ox and some chickens that he offered us as a gift. All these sudden kindnesses appearing somewhat strange to us, we therefore had the sultan informed through the said Iahaja that we would avail ourselves of all his kindnesses with the greatest honor and respect if we first had, even if not yet definitive, merely an outline of His Highness's disposition regarding what was offered to him by the letter brought by us on behalf of the Dutch Company; without which we found ourselves ashamed to make merry so heedlessly in the presence of another European nation, and therefore we still most earnestly urged that the sultan enter into conversation with us before that honor was bestowed upon us. But with hearty expressions of thanks, we had the Chinese fetch from shore the sultan's present consisting of a medium-sized calf and 27 chickens. Wednesday the 27th: The second draftsman also went ashore in the boat, which was manned with slaves and Chinese as rowers, to request Governor Herbert once again in the most friendly manner to obtain, through his assistance, our aforementioned deserted sailors. However, returning shortly thereafter, he communicated that all our efforts to be made in that regard were in vain, since the governor truthfully testified to knowing nothing of them, though he had given assurance that he would continue to make inquiries after them and have inquiries made, and upon overtaking them would not fail to deliver them up, or else, if they were to reveal themselves after we had departed from here, to send them to Ternate at the first prahu opportunity. Here our messenger Iahaja also returned from the sultan, who related that this prince, instead of answering our urgent request, had invited him into his chambers and there, in the presence of Prince Dato Poto, had the letter brought by us read aloud; and having accomplished this, had asked whether the spice cloves grew solely on the island of Ternate, or also elsewhere in the Moluccas; whether they were easily obtainable, and whether, if they were planted in Xullok, they could not be propagated there just as well as in Ternate. To which he, Iahaja, had replied, not to mention that spice cloves were to be found nowhere else in the Moluccas than in Ternate, which, for reasons of being guarded and extirpated by the Dutch, were by no means to be obtained; as well as that on pain of death, no one besides the Dutch dared venture to carry on any trade in them. And lastly, that he was of the opinion that all efforts which might be made in that regard by the sultan would be fruitless, since besides the aforesaid dangers, that crop did not allow itself to be transplanted; which he said he had told him, the sultan might easily realize from the great esteem and value of the spice, if he pleased. All according to the given attestation No. 6. For this reply given to the sultan's questions, we excused the said Sahaja, but ordered him, upon any such further occurrences, not to be so hasty in answering, but to refer the questioners to us to obtain an answer. In the afternoon the Chinese brought no more than 3 half-leaguers of water.
Dutch transcription
halen, s sulthans gperesent bestaande uijt een middelmatig kalffen 27 hoen„ Sahaja bij den sulthan, om hem van dit geval te verstendigen, en insgelijks zijn adjude dien aangaande te imploreren. Die ons mede liet beloven zijn devoir daar omtrent te zullen aanwenden. Deze aufugering ons bedugt makende dat somtijts van nog meer gevolg mogt zijn, oordeelde geen een van onse onderhorige Comp:s Dienaaren zoo wel militair als mattroos het aan Landgaan te vergunnen off meer met ons mede te nemen veel min tot het halen van water daar wij Even wel ten eenemaal van ontbloot waren:/ te gebruijken; maar tot die diensten nevens bekoming van Brandhout g'huurde Chine„ „len te Emploijeren. smorgens zouden wij per prauw na land onsen sendeling Ia baja, om den sulthan onder aflegging van ons compliment het nog niet bekomen van de gistere weggelopene vier mattrosen te communiceren en teffens te verzoeken, ons een spoedige audientie te willen vergunnen op dat wij uijt de met den sulthan te houdene conferentie Elucidatie nopens heet ons aangedemandeerde na luijd de brieff, door ons aan heem sulthan ter hand gestelt te bekomen: welken sendeling tegen de middag te rug komen„ „de tot keer berigt bragt, dat den sulthan het versekeren de nodige beve„ „len omtrent de gem: weggelopene te hebben gegeven: dog dat bevorens iets aangaande onse commissie ondernam geintentioneert was ter eere van onse komst een Tractement te willen geven en waar toe den avont van morgen ook reets verkosen had, in vertrouwen wij hem dan niet versmadende, ook het respect van te komen omogten aandoen Als mede dat hij geduurende ons verblijff alhier een huijs had doen vervaardigen, daar wij den gelievende ons ter woon konde begeven mitsg„s dat verzogt de schuijt ter afhaal van een os en Eenige hoenders die hij ons in present aanbood, aan land mogt komen. Alle deze vriendelijkheden zoo eensklaps, ons al wat wonderlijk te voren komende Lieten daarom den sulthan door gem: Iahaja aan seggen dat wij van alle zijne vriendelijkheden met de meeste eere en agting zoude profiteren indien wij bevorens / of schoon nog niet reeel/ maar een schets hadde van zijn hoogheids gesindheid omtrent het heem bij de door ons aangebragte brieff van wegen de hollandse Comp: aange„ „bodene buijten het welk wij ons beschaamt vonden in presentie van nog andere Europeaanse natie ons zoo ruekeloos te vervrolijke en daarom als nog op het Ernstigste aanhielen de sulthan bevorens dat die Eerbewijsing aan ons quam te geschieden in gesprek te treeden; dog lieten onder hertelijke dankbetuijging, door de chinesen van land Woensdag den 27:' ook ging den tweeden teekenaar per de schuijt, die tot roeijers met slaven en Chinesen bemant was, na land, om den gouverneur herbert nogmaals op het vriendelijkst te verzoeken, om door zijne adsistentie onse dik„ maals in deze genoemde gedeserteerde mattrosen te bekomen. Dewelken Egter kort daar op te rug komende Communiceerde, dat alle onse daar omtrent aan te wendene moeite te vergeefs waren vermits den gou„ verneur in waarheid betuijgde, van dezelve niets te weten dog verse„ „kering gedaan had, dat bij continuatie na haar zoude inquireren en doen inquireren, mitsg„s bij agterhaling niet zoude nalaten uit te leveren dan wel indien zij zich, na dat wij van hier vertrokken waren hun quamen te ontdoen, als dan bij Eerste prauws gelegenheid na Ter„ „naten te zullen zenden Hier quam onsen dendeling Iahaja van den sulthan mede te „rug denwelken relateerde dat dien vorst instede van onse instantie te b'antwoorden, hem binnens kamers had verzogt en aldaar in te„ „genwoordigheid van den Prins Dato Poto, de brieff door ons aangebragt had laten Lesen ende zulks volbragt heebbende, gevraagt had, off de specerij nagelen, Eenlijk op het Eijland Ternaten, dan wel elders meer in de Moluc„ „cos groeiden: off die gevoeglijk te bekomen waren en off dezelve indien te xullok aangeplant wierden, aldaar niet zoo wel als te Ternaten zou„ de voort te poten zijn, het geen hij Iahaja had b'antwoort, niet te zeggen dat in de Moluccos nergens anders specerij nagulen te vinden waren dan te Ternaten dewelke om reden door de hollanders bewaakt en uijt„ „geroeit wierden, geensints te bekomen waren, als meede dat op straffe des doods niemant buijten de Hollanders, zich durfden verstouten daar in eenige fandtering te doen. En ten laasten, dat hij van sustenu was alle moeite welke dientwegen door den sulthan aangewend mogte wer„ den vrugteloos zoude zijn, vermits buijten ^ gevaren voormelt dat ge„ „was zich niet liet verplanten het geen hij zoude gesegt hebben, den sulthan uijt het groot aansien en waarde der specerij des gelieven„ „de lichtelijk zoude kunnen beseffen. alles volgens gegevene Attestatie N„o 6: voor dit gegeven Replicq op des sulthans vragen souangeerden wij gemelde sahaja, dog gelasten hem, bij diergelijke voorkominge meer niet zoo voorbarig in het antwoorden te zijn, maar de vragers, tot bekoming van antwoort ons toete wijsen. 'S agtermiddags bragten de Chinesen niet meer dan 3: halve leggers „ders. healen water F
English
water on board, because at the watering place a great skirmish had arisen between the English and the mountain Tullokkers, who had come down armed more than five hundred strong, such that the latter had detained a longboat of the former, because of which the Governor had reinforced his remaining longboats with cannon and given orders to the commanders that if, during the fetching of water, more than two Xullok mountain peasants were to presume to appear, they should then without hesitation simply open fire on them. In the evening we were to send our quartermaster ashore, accompanied by two further good servants, to look closely around the inns and taverns for the aforementioned sailors who had deserted from us, in order, if discovered, to bring them on board if possible. Returning at midnight, he reported to us that although he had not seen them, he had nevertheless received information that the sailors Casten Bukken Bakker and Pieter Wolters had already been sent to the bomb ketch d' Succes, Jurriaan Arends to the snow de Cornelia, and Hendrik Lageman as a soldier to the ship de Bretanie. Thursday the 28th, in the morning, we were to send on commission our messenger Tahaja to the Emperor with the request to be allowed to enter into conversation with His Highness (as it were, because the first undersigned was ill, and through delay some hindrance to our good purpose might arise from this). This envoy returning without obtaining an audience, the Sultan's interpreter on the contrary came on board at ten o'clock, who announced to us in the name of the Sultan that his sister had passed away and therefore he could not admit us to an audience sooner than after the lapse of three days. With this so-called spokesman we sent word back to the Sultan that the death of his sister grieved us, and we condoled him on it; as well that we would tarry on this roadstead for another six hours, awaiting a letter if His Highness wished to dispatch one in answer to the one brought to him by us on behalf of our high masters, since we were not inclined to waste unnecessary time here to see the friendly and affectionate offer of the Dutch Company thwarted. At noon we received another four half leagers of water and a prau of firewood on board, for which, besides the three half leagers brought yesterday, we gave in satisfaction of their trouble to the bringers 2 pieces of Bethilles cangam. And because at four o'clock we had still received no answer from the Sultan to what we had sent word to him by his interpreter, we resolved to simply undertake the return voyage, since according to our opinion all the aforementioned reports strictly necessitated us to do so. We therefore weighed anchor immediately, but were forced, lest we should get across the bow of the snow d' Carleil which also appeared ready to sail, to cut our grapnel cable, which also took place, whereby, see declaration No 7, a grapnel of 550 lb weight together with 25 fathoms of gomuti rope of nine inches thickness was lost. Being under sail, in order to make the Emperor and other Tullokkers fear that the Dutch Company, in view of the equipment of this pantjalling, lacked no power and that we did not depart clandestinely, we fired seventeen cannon shots all in rapid succession, for which, under the flags both of the English fleet and long after also of the Sultan's benting, we were thanked with twelve similar shots from the ship de Bretanie. This undertaking succeeded for us to such an extent that we lost sight of the island of Xullok, and in the evening sighted Old Manado. Friday the 29th Thursday, 4 November Through long struggling as well as lack of water and firewood, we came to anchor in Banka Strait. Monday, 8 November Sent the boat to Likoepang for water, which after long searching brought no more than a bucketful on board for testing, which we found undrinkable and therefore turned the prow towards Lembe, where we came to anchor south of the narrows. Friday, 12 November Sunday, 14 November Having arrived at Kema, we ordered our subordinate ship's crew, most earnestly and under assurance that upon arriving at Ternate they would have to confirm the same with a solemn oath, not to reveal to anyone the least of what was known to them during this voyage. We also permitted, under the recommendation and order prescribed above, the frequently aforementioned Sabaja Ramalan to fetch his pass from Manado via the overland route from Kema. Monday, 15 November Tuesday, 16 November Provided ourselves with water and firewood, but no more than what we thought we would at most need for the voyage to Ternate, in order to prevent all waste of time. At noon, Tahaja Ramalan, who had been licensed thither the day before yesterday, returned from Manado, bringing along a letter for delivery to the respected Moluccas ministry, handed to him by Resident Wentholt to be delivered to us. In the evening, the wind being light but serviceable to us, we got under sail.
Dutch transcription
vSitlen 217 water aanboort, om dat aan de water plaats een groote schermutseling tus„ „schen de Engelsen, en de berg tullokkers die over de vijfhondert gewapent afgekomen waren, ontstaan was zodanig dat de Laast van de Eerst gemelde, Een Barkas hadden aangehouden, waar door den Gouverneur zijn overige barkassen met canon had doen verterken en aan de voer„ „ders order gegeven, om indien bij het halen van water, zich meer dan twee xullokde Bergboeren verstouken te verthonen, als dan sonder schroom daar maar op los te branden. 's avonts souden wij onsen quartiermeester aan Land, verzelt van nog twee goede knegten om alomme in de heerbergen en taphuijsjes naukeu„ „rig om te sien na de voorwaarts gem: van ons gedroste mattroosen om ontdekkende des mogelijk aanboort te brengen: den welken mid„ dernagt te rug komende ons berigten dat of schoon desselve niet gesien Even wel narigt bekomen had De mattroosen casten Bukken Bak„ „ker en Pieter wolters reets na de Bombardeer hoeker d' succes Zur„ „riaan Arends na de snauw de Cornelia en Hendrik Lageman als soldaat na het schip de Bretanie gesonden waren. Donderdag den 28 'smorgens zouden wij in commissie onsen boodschapper Tahaja na den keiser ter verzoek om dog met zijn Hoogheid ingesprek te mogen komen (quasie / om dat den Eerst ondergeteekende siek en door aan„ „houding somtijts verhindering in ons goed oogmerk daar uijt mogte voortkomen: Delen sendeling sonder gehoor te erlangen, te rug keerende quam daar en tegen om thien uuren 's sulthans Tolk aan boort die ons uijt naam van den sulthan aan kundigde desselfs suster overleden was en daarom niet Eerder dan na verloop van drie dagen ons ter audientie konde admitteren: met die sagenaamden Taalsman, lieten wij den sulthan tot keer berigt brengen dat de dood van zijn suster ons leedt deed, en heem daar over condoleerde. Als mede dat wij op deze rheede nog ses uuren soude vertoenen, ter afwagting van een brieff zoo zijn hoogheid er een in antwoort op de door ons aan hem van wegen onse hoge gebie„ ders gebragtene wilde laten afgaan, vermits wij niet genegen alhier onnodige tijt te verspillen om het vriendelijk en genegentlijk aan„ „bod van de hollandsche maatschappij te sien verijdelen Op de middag kregen wij nog vier halve leggers water en Een prauw Brandhout aan boort, daar wij nevens de gistere gebragtene drie hoe„ „ve leggers, in voldoening der moeite aan de brengers voorgaven 2: p„s Bethilles cangam: Ende om reden wij te vier uuren nog geen ant„ „woort van den sulthan op heet geen wij hem door zijnen tolk hadden laten zeggen bequamen resolveerden wij de te rug rijsch maar te ondernemen vermits volgens ons sustenu alle de voorwaarts gemelde berigten, ons daar toe volstrekt noodsaakten Ligten daarom immediaat anker dog wierden genoodsaakt indien niet dwars voor de boeg van de snauw d' Carleil die mede zeilree zag wilde geraken ons dregge touw te kappen, het geen ook geschiede waar door vide verklaring N„o 7. Een dreg ter swaarte van 550: lb ne„ „vens 25: vadem goumoets touw ter dikte van negen duijm is verlooren geraakt. Onderzeijl zijnde deden wij om den keizer en verdere tullokkers te doen vevoren heet de hollandse Comp: uijt wijdens de toerusting van deze pantjalling heet aan geen magt ontbrak en wij niet Clandestin vertrokken seventien canon schoten alle kort op elkander, daar wij onder het vlaggen zoo van de Engelse vloot als lang daar na mede van sulthans Benting met Twaalff gelijke schooten van het schip de Bretanie voor wierden bedankt. deze onderneming gelukten ons sodanig, dat wij het Eijland Xullok uijt Ligt geraakte, en 's avonts oud kanado b'oogde, quamen door lang sukkelen als gebrek aan Donderdag „ 4: novemb:r water brandhout in straat Banka ten anker stuurden de schuijt na Likoepang om water Maandag „ 8: die na lang soeken niet meer als een Puts vol tot proeving aan boordt bragt het geen wij ondrinkbaar bevonden en daarom de steven na Lembe wenden. alwaar wij Bezuijden het nauw van ten anker quamen. en Te kema g'arriveert wesende ordonneerden wij onse onderharige schepe zondag „ 14:' „lingen, op het Ernstig, en onder versekering dat zij te Ternaten komende het zelve met solemnele Eede zoude moeten bekragtigen geen het minste van het hun bewuste geduurende deze togt aan iemant te openbaren. ook vergunden wij onder recommandatie en bevel voorschreve den dikmaels in dezen gem: Sabaja Ramalan, om over den Landweg van kema zijn Pas van Manado te mogen halen voorzien ons van water en van Brandhout Dog niet meer als dat wij dagten te hoogsten tot de rijsch Dingsdag „ 16: na Ternaten zoude benodigt hebben, om alle tijts verspilling te prevenieren op de middag quam van Manado te rug den op Eergisteren na derw„s gelicentieerde Iahaja Ramalan, mede brengende Een brieff ter bestel„ „ling Aan het gerespecteert e rolukkos ministerij door den Resident went„ holt, om aan ons te overhandigen aan hem afgegeven 's avonts de wind Labbertjes dog ons dienlijk zijnde Leiden het onderzijl kregen. Maandag „ 15: vrijdag „ 12:' vrijdag den 29 laten
English
Wednesday the 17th: The islands of Tafoere and Majauw in sight; also in the afternoon between half past two and three o'clock, a very heavy seaquake was felt that lasted for over three minutes, which, finding ourselves between the aforementioned islands in the forenoon at nine o'clock, was followed by another, though not so strong. Thursday 18th: In the afternoon we caught sight of the islands of Ternaten and Tidor, and finding ourselves near the island of Wierij, we tacked course to the east by north in order to sail into the roads through the said islands and Ternaten, but found ourselves, contrary to all expectations, set a full six miles south of the island of Ternaten, partly due to the calm and partly due to the fatal currents running to the south. Saturday 20th: Sunday 21st: Monday 22nd: In the afternoon, having again approached between the islands of Tidor and Bottebaker, we encountered a whole multitude of fishing proas, in one of which the King of Tidor was present. We noticed this because, while sitting fishing, he was shaded by a large parasol, and also because several shots were fired from the proa in which he was, wherefore we also could not refrain from saluting that monarch with three cannon shots out of respect. Wednesday 24th: In the morning we found ourselves about mid-channel between Tidor and Kalmaheira, and after having passed the Oppershoetje during the night, we, through God's help, came to anchor in the forenoon at the roads of Ternaten. Below stood: Kept and concluded by us. Was signed: F. B: Hemmekam and L: v: D: Staal. Collated: G: V: Lermer. Wednesday the 17th: The islands of Tafoere and Majauw in sight; also in the afternoon between half past two and three o'clock, a very heavy seaquake was felt that lasted for over three minutes, which, finding ourselves between the aforementioned islands in the forenoon at nine o'clock, was followed by another, though not so strong. Thursday 18th: In the afternoon we caught sight of the islands of Ternaten and Tidor, and finding ourselves near the island of Wierij, we tacked course to the east by north in order to sail into the roads through the said islands and Ternaten, but found ourselves, contrary to all expectations, set a full six miles south of the island of Ternaten, partly due to the calm and partly due to the fatal currents running to the south. Saturday 20th: Sunday 21st: Monday 22nd: In the afternoon, having again approached between the islands of Tidor and Bottebaker, we encountered a whole multitude of fishing proas, in one of which the King of Tidor was present. We noticed this because, while sitting fishing, he was shaded by a large parasol, and also because several shots were fired from the proa in which he was, wherefore we also could not refrain from saluting that monarch with three cannon shots out of respect. Wednesday 24th: In the morning we found ourselves about mid-channel between Tidor and Kalmaheira, and after having passed the Oppershoetje during the night, we, through God's help, came to anchor in the forenoon at the roads of Ternaten. Below stood: Kept and concluded by us. Was signed: F. B: Hemmekam and L: v: D: Staal. Collated: G: Lermer. 235. 47 Page: Register 1774. Copy of a separate missive from Governor van der Voort to their High Excellencies, dated 9 June 1774, page 43 to 188. Secret journal from 24 October 1773 to 8 June 1774. Appendices belonging thereto, page 189. 118 To His High Excellency, The High Noble, Right Honorable, Highly Born Lord Petrus Albertus van der Parra, Governor General, Together with The Honorable Mighty Lords, Councilors of the Netherlands Indies. High Noble, Right Honorable, Highly Born Lord And Honorable Mighty Lords, For the favorable approval of my actions concerning indigenous affairs in Your High Excellencies' ever highly respected letter of 31 December of last week, which I had the good fortune on 23 March Incoming Secret Letters and Appendices from Macasser from 9 June to the end of September 1774. Page: 237
Dutch transcription
Maandag „ 22: Woensdag „ 24: D' Eijlanden Tafoere en Majauw in het gesigt, ook gewoelden men 's agtermiddags Woensdag den 17:' tusschen halff drie en drie uuren een heel sware zee beving die over de drie minuten Lang duurden, welke tusschen gem: Eijlanden ons bevindende 's voormiddags om negen uuren van nog Een dog niet zoo sterk gevolg wierd 's agtermiddags kregen de Eijlanden Ternaten in Tidor te zien en ons omtrent het Eijland Wierij bevindende zoo boegden de coers om de oost Ten woorden, om door gem: Eijlanden en Ternaten de Rheede te beseilen, dog bevonden ons tegen alle verwagting wel ses mijl Bezuijden het Eijland Ternaten geset te kijn Eensdeels uijt hoof„ „de van stilte en ten andere door de fatale om de zuijd Lopende stroomen 's agtermiddags weder tusschen d' Eijlanden Tidor en Bottebaker ge„ nadert 'tzijnde recontreerde wij een gantsche menigte visprauwen daar in een van dezelve, zich den koning van Tidor Liet vinden het geen wij ont„ „waarde om dat al sittende te visschen met Een groote sombaeel bescha„ „duwt wierd als mede om dat eenige schooten van de praauw /:waar in hij was/ geschiede weshalven wij ook niet hebben kunnen afzijn, om dien vorst uijt hoofde van respectering met drie Canon schooten te besalueren 's morgens bevonden ons omtrent midde vaarwater tusschen Tidor en kalmaheira en na 's nagts het oppershoetje gepasseert hebbende quamen wij door godes Hulp 's voormiddags ter Rheede van Ternaten ten anker /:onderstont:/ Door ons gehouden en gesloten /: was geteekent:/ F. B: Hemmekam en L: v: D: Staal. Donderdag „ 18: Saturdag „ 20:' Zondag „ 21. - 6 kl: G G: V: Lermer Gecollatt: Maandag „ 22: Woensdag „ 24: D'Eijlanden Tafoere en Majauw in het geligt, ook gewoelden men s agteren Woensdag den 17:' tusschen halff drie en drie uuren een heel sware zee beving die over deo minuten Lang duurden, welke tusschen gem: Eijlanden ons bevindende 's voormiddags om negen uuren nog Een dog niet zoo sterk gevolg wierd 's agtermiddags kregen de Eijlanden Ternaten in Tidor te zien en ons omtrent het Eijland Wierij bevindende zoo boegden de coers om de Ten noorden, om door gem: Eijlanden en Ternaten de Rheede te beseilen bevonden ons tegen alle verwagting wel ses mijl Bezuijden het Eijland Ternaten geset te kijn Eensdeels m de van stilte en ten andere door de fatale om de zuijd Lopende strao 's agtermiddags weder tusschen d' Eijlanden Tidor en Bottebas nadert ' zijnde recontreerde wij een gantsche menigte visprauwen een van dezelve, zich den koning van Tidor Liet vinden het geen wij „waarde om dat al sittende te visschen met Een groote sombaeel 6 „duwt wierd als mede om dat eenige schooten van de praauw /:u in hij was/ geschiede weshalven wij ook niet hebben kunnen afzijn, vorst uijt hoofde van respectering met drie Canon schooten te besal 's morgens bevonden ons omtrent midde vaarwater tusschen zic en kalmaheira en na 's nagts het oppershoetje gepasseert hebben quamen wij door godes Hulp 's voormiddags ter Rheede van Ternaten ten Anke /:onderstont:/ Door ons gehouden en gesloten /: was geteekend F. B: Hemmekam en L: v: D: Staal. Donderdag „ 18:' Saturdag „ 20:' Zondag „ 21. Gecollatt: G: Lermer 235. 47 Pag: Copie Aparte missive van den Heer Gouverneur van der voort aan Hunne Hoog Edelheden ged„t 9 Junij _„o secreete Dagregister zedert den 24. 8ber. 1773. tot den 8 Junij 1774. _. o Bijlagen daar toe gehoorende . . - - - - - - - - - - - - „ 189. Register 1774. . . . . . . . . . „ 43. tot „ 188. 118 Aan zijn Hoog Edelheid Den hoog Edele groot Agtb: Gestr: wijdgeb: heere Petrus Albertus nanute Parra Gouverneur Generaal, Benevens Dewel Edele gestrenge Heeren Raaden van Nederlands India Hoog Edele groot Agtb: gestr wijdageb: leere En Wel Edele Geser sleeren Voor de gunstig gedkeuring mijner behandelingen betoekelijk tot Jnland„ „sche saeken bij uw Hoog Edelheedens altos hoogst gerespecteerde van den 31:' december laast verweeken welke ik het geluk hebbe gehad den 23:' maart Aankomende Secreete Brieven en Bijlagen van Macasser zedert den 9 Iuni tot ult„o September daar 1774. Pag: / 237
English
From Macasser, 9 June 174. From Macasser, 9 June 174. Expressing my most humble thanks for receiving the duplicate thereof, I have the honor to let this serve both as a respectful reply to the same and as a dutiful report of what has occurred and been undertaken by me since my last letter of 24 October, flattering myself that your Right Excellencies will find no less satisfaction in the fact that on my part nothing has been lacking to promote the greatest interest of the Company to the utmost of my ability. Thus, giving precedence again according to custom to the realm of Bony, I find myself bound in the first place, regarding your Right Excellencies' repeated order to urge the king for the restitution of such fifteen slaves as are said to have been extorted from the Mondonorese by his envoys, respectfully to note: That having already spoken with His Highness on 8 November last concerning the dispatching of missions to the lands of the King of Ternate and the demanding of a contribution at Mondono, he not only avowed knowledge thereof, but also sought to maintain that such levies were permitted to him because they were his subjects who, residing there, were obliged to render him tribute. Upon my objection to that, he nonetheless declared further that it might well be that Ternatans also came into his hands through that channel, and that such persons might possibly be found among those recently brought in, but that he had not yet received them, promising to inquire about it as soon as they were delivered to him. However, I cannot think that anything will come of this, since the passage of time makes his assertion improbable. And whether it would be advisable to address him on the matter on a further occasion is subject to no small doubt, for besides the fact that one can as little force him to surrender them as it has been feasible for me to learn whether and when those slaves were brought in, it is certain that all admonitions of a similar nature only embitter his mind, since he is convinced neither by law nor equity when he finds no interest of his own therein. The continuation of this letter will provide several new examples of this, particularly my account, to which I respectfully refer on this matter, namely that the residence of his people there gave him no right to send missions thither, and when your Right Excellencies had him admonished to desist therefrom in the future, he gave none but curt answers, among others that if one would no longer tolerate it, one could drive his emissaries away. From all of which your Right Excellencies will please to see that it costs no small amount of trouble and labor to maintain the Company's respect and prerogatives in the present lamentable condition of the times, and how necessary it is, to prevent harm, to keep the prince in a good humor. Therefore, submitting nonetheless to your Right Excellencies' wiser and more discerning judgment, it appears to me more advisable to let the matter take its course, unless His Highness himself should speak of it, rather than to make further stir. All the more so because the indulgence, not to give it a worse name, of the Ternatan princes in permitting all other nations to dwell in their lands is to be regarded as the primary cause of such missions, which have taken place from of old and have been difficult to prevent, not to mention that no complaints were made about them previously, from which one may reasonably conclude that they themselves found their account in that illicit trade; whereas now, perceiving the disadvantageous consequences thereof, they seek to obtain compensation for their alleged damages through the Company's mediation, seeing no chance of achieving it through their own power. I very humbly beg your Right Excellencies' pardon if I have expressed myself too boldly in this matter, nothing but the interest so favorably entrusted to me being the motive thereof, and therefore I flatter myself with the hope of being provided with your Right Excellencies' much-honored further orders regarding this. Meanwhile, in intending to act in accordance with your Right Excellencies' desire with respect to the former Tomarilaleng Lacasie, I must not omit to report that, having already truly expressed his desire to see himself restored to the favor of his father, he has indeed been dissuaded therefrom, but has since caused a request to be made to me to be allowed to obtain assurance of the Company's protection in case His Highness should happen to pass away and he might be forced to take refuge therein, so as to avert the consequences that were to be foreseen for him from the known hatred of his brothers. This I judged I could not refuse him, but ought to promise, under the recommendation, however, of the utmost secrecy and that he make no misuse thereof, as he likewise gave me his assurance under oath, of which I have as little reason to doubt as of his loyalty itself, in which respect, notwithstanding his gross faults, I know not a single Bonese prince or grandee of the realm who equals him, he having recently given a proof thereof on the occasion of a certain dispute with the court of Boni, which caused me no small grief and anxiety, namely out of
Dutch transcription
119 /239 Van Macasser Den 9:' Junij A:o 174. — Van Macasser Den 9 Iunij 174. — daar aan in duplo 't ontfangen op het oodmoedigst dank betuigende, geeve ik mij d' eere deesen so wel te laeten dienen ter eerbiedige b'antwoording van deselve als tot een verschuldig verslagt van het geene er sedert mijne laaste van den 24:' october voorgevallen en door mij in 't werk gesteld is mij vlijende met dat uw hoog Edelheedens daar ut geen minder genoegen blijfen sal dat het aan mijner ieder niet gehapert heeft om het meeste interest der maat„ schappije na uittereste vermogen te betrachten en dus na gewoonte weeder den voordang geevende aan het rijk van. Tonij se vinde ik mij in d'erste plaats gehouden omtrent uw hoog Edelheedens herhaalde ordre om bij den koning op de restitutie aan te dringen van sodanige vijftien slaeven als den Mondonoreesen door sijne gesanten souden weesen afgedrongen eerbiedigh te noteeren. Dat ik sijn hoogheid bereets den 8: november laastleeden onderhouden hebbende over het doen van besendingen na de landen des konings van Ternaten en het vorderen van een Contributie te Mondono denselven niet alleen g'avrueerd heeft daar van kennisse te dragen maar ook heeft tragten te beweeren dat hem diergelijke heffingen soude vrij„ staan ter saeke het sijne onderdaanen waaren welke daar woonende hem Contributie moesten opbrengen, op mijne tegenwerping daar omtrent Hif betuijgde nogtans verder dat het wel sijn konde dat er door dien weg ook Ternataenen in sijn handen kwamen te geraeken en er mogelijk sodanige souden te vinden weesen onder de laatst opgebragte, dog dat hij deselve nog niet ontfangen hadde, beloovende so dra z hem soude geworden weesen daar na te zullen verneemen waar van ik egter niet denken kan dat iets worden sal, gemerkt het verloop des tijds sijn vorgeeven niet waarschijnlijk maakt, en of het geraeden soude weesen hem daar over bij nader geleegentheid aan te spreeken heeft niet weinig sijn bedenken, want behalven dat men hem tot d'overgave so min dwingen kan als het mij doenlijk geweest is tervaaren of en wanneer die slaeven souden weesen aan„ gebragt is het seeker dat alle aanmaningen van soortgelijken aard sijn gemoed maar verbitteren vermits hij sig door recht nog billijkheid taat overtuigen wanneer hij er zijn interest niet bij vind, invoegen het vervolg deeses daar van op nieuw diverse staaltjes sal uitleveren dog bij sonder mijn din verhaal waar aan ik mij ten deesen belange eerbiedig te sceere dat namentlijk de inwvooning der sijnen hem gen reet gaf derwaarts besen„ „dingen te doen en uw hoog Edelheedens hem over sulx liten vermaenen daar van voor het vervolg af te sien niet dan bruscg bescheijd gevende, en mneder an„ „deren dat men het selve niet langer willende gedoogen sijne sendelingen en konde van dan Jagen. dat uit 240 Van Macasser Den 9:' Junij 174. — Van Macasser Den 9:' unij 174. — uit welk een en ander uw hoog Edelheedens des behaegende sullen sien dat het niet weijnig moeijte en arbeid kost om in de presente be„ klaegens waardige tijds gesteldheid Comp: aansien en prerogativen te maintineeren en hoe nodig het sij ter preventie van nadeel den vorst in een goeden luijm te houden waar om het mij met onderwerping nog„ „thans aan uw hoog Edelheedens wijser en doorsigtiger oordeel gerae„ der toeschijnt de saak op sijn beloop te laeten bij aldien sijn hoogheid er ^van selfs niet phaelen mogte dan eer verder beweeging om te maeken te meer de toegeventheid /: om het geen erger naam te geeven:/ van de ter„ naatste vorsten om alle andere natien inwooning in derselver landen te vergunnen voor doorsaeke te houden sij van diergelijke besendingen welke al van oud hebben plaats gehad en minnea sijn te beletten geweest, om niet te seggen dat er bevoorens geen klagten over sijn gedaan, waar uit men billijk besluiten magt dat sij selfs hunne reekening bij dien illialen vaart hebben gevonden daar sij u de nadeelige gevolgen van ont„ „waerende voor 'Cmp: mediatie hunne pragtensse schade tragten vergoed te kleijgen als geen kans siende om er door eijgen vermogen aan te gerae„ „ken, Jk bidde uw hoog Edelheedens seer nedrig om verschooning bij aldien ik mij in deesen te vrypostig mogte hebben uitgelaeten, niets dan het mij so gunstig aan betrouwde belang daar van de beweegteeden sijnde, en dierhalven vlije ik mij daar meede in hoope hier omtrend Ondertusschen dat ik ten opsigte van den geweesen Tongauwa Laca„ „sie over een komstig uw hoog Edelheedens begeerte sullende handelen niet voor bij mag te melden, dat hij bereets sijn verlangen werkelijk be„ „tuigd hebbende om sig in de gunste van sijn vader hersteld te sien daar van wel gediverteerd is, dog zedert bij mij versoek heeft laeten doen om verseekering te mogen enlangen van sComp: protestie ingevalle sijn hoog„ „heid komen te overlijden en hij genoodsaakt mogte sijn toevlugt daar toe te neemen regt sijn terslugs daar tor te verer ter ontwijsing van de gevolgen welke voor hem te voorsien waeren uit de bekende haar zijner broede„ „ren, t welk ik g'ordeelt hebbe hem niet te kunnen weijgeren maar te moeten toeseggen inder recommandatie nogthans van de uitlerste geheijm„ ^van houding en om er geen misbruik ^ te maeken so als hij mij te gelijk beed ver„ „seekeren en waar aan ik also min reeden hebbe te twijffele als aan sij„ „ne getrouwheid selfs in welk op sigt ik in weerwil van sijne grove gebreeken geen enkel bonijs prins of rijkegroot kenne die hem evenaared onder anderen nog Jongst een bewijs daar van gegeeven hebbende ter gelegentheid van seeker geschil met het hof van boni 't welk mij nit weij„ „nig nadriet en bekommering haft revorsaakt van namentlijk uit hoofde met uw hoog Edelheedens veel g'eerde nadere beveelen te sullen mogen worden gemunieerd. met van
English
From Macassar the 9th June 174 From Macassar the 9th June 174 of the impotence in which I find myself to be able to show, as I would have wished in this case, that one need not value the friendship of this kingdom so highly as to readily yield to all wanton infringements upon the Company's long-established prerogatives and, as it were, let the law be laid down to oneself concerning the same. The lease of the import and export duties, regarding which it has already been customary from of old that the farmers have paid a certain douceur to the king of Boni for the assistance of their servants, who otherwise would run the risk of being mistreated by the murderous Boniers, which douceur gradually increased to six hundred Spanish rixdollars, over and above which, since the year 1753, they were accustomed to pay another two hundred Spanish rixdollars as an equivalent for the abolition of the custom, which had subsisted until that time, of sending one or two vessels with small goods from here to the north and vice versa without paying toll. The present farmers, having recently bid for that right, one of them betook himself on that account to the monarch to request his assistance again, offering both, although he had already been informed that they wished to reintroduce the sending of such a vessel. Upon the king's declaration that he was willing to receive the douceur but no longer desired the equivalent, which His Highness affirmed he would bestow upon him, he replied that he hoped this would not turn out to his disadvantage in any other way, and received as an answer that he need not be apprehensive about that; that His Highness had indeed heard that there was talk of the reintroduction of the Malauwa (the name by which such vessels are designated), but that this rumor might much sooner have flowed from the heads of the Company's subordinates than from those of the Boniers, regarding which, however, the sequel has yielded little appearance of truth. I was meanwhile informed long before that such a project was being forged, and the chief interpreter had even reported to me how he had been told by the matoa of the Wadjorese in the Bugis kampong in the king's name that it was actually about to be carried out, as mentioned in the daily register under the date of 12th December past. But since I saw nothing come of it, I thought I had reason to be able to give more credit to His Highness's assurance. However, it soon appeared that I had made a great mistake. The month of January had not half expired before they proceeded with the landing of a large vessel, which has since departed and was followed by a second, both of which have returned without a single penny of duty having been paid for the goods, which amounted to quite a considerable sum. How many missions I have caused to be dispatched concerning this, what pressing arguments were used to convince the king and the grandees of the kingdom of the injustice of this proceeding and to induce them to desist from it, under the representation that a complete estrangement would arise from it. Everything was not only in vain, but as if they had deliberately set out to show that not the slightest fear of the Company's displeasure remained any longer; the one and the other became more and more obstinate, and the matter worsened more and more, since the monarch, under the threat of no longer wishing to receive the douceur either, refused assistance to the servants of the farmers, who consequently no longer dared to show themselves in the kampong of the Buginese, where the aforementioned matoa of the Wadjorese, ordered thereto by the present Pongauwa, both being the first contrivers of the project, even began to presume to collect toll from the small vessels that sail to and fro there. This, increasing the grievances of the farmers, finally made them request to be released from the lease, with the declaration that they would rather endure the loss they had already suffered (although regarding this, due to the advance payment of two months already made and because they had not yet had any revenues, they bargained for compensation) than to continue any longer, as they were utterly unable to produce anything more. In this state of affairs, which I have presented as briefly as possible and whose broader context is recorded in my daily register under the dates of 30th December, 14, 15, 20, 21, 24, and 29th January, as well as 20, [illegible], 24, and 26th February past, the Pongauwa, having been summoned by the regent to hear his thoughts on this subject, not only represented to him in emphatic terms the injustice that resided in the pretext of the Boniers to be entitled to the reintroduction of the Malauwa, and the little heed that was paid in return to the Company's equitable demand, but also declared that very disadvantageous consequences were undoubtedly to be expected from it in time for the kingdom, with the further addition that he could ascribe their conduct in this matter to nothing other than the ignorance of the one who had the management of affairs in hand, referring chiefly to Dato Barin-gang, who, having forged the project as mentioned and expecting uncommon advantages from it for himself, [illegible] by no reasons
Dutch transcription
243 Van Macasser Den 9:' Iunij 174. — Van Macasser Den 9:' Munij 174 — van d' onmagt waar in ik mij bevind om te kunnen toonen gelijk ik in dit geval wel gewenscht hadde dat men de vriendschap van dit dijk niet soo hoog behoeft te waardeeren om alle moetwillige in breuiken op Comp: van ouds gevestigde praogatiren goed schits te ge„ voogen en sig als het waare de wet te doen stellen het selve betreft. De pagt van d' Jn en uitgaande regten waar omtrend reets van ouds gebruikelijk is geweest dat de pagters aan den koning van bonijeen seeker douceur hebben opgebragt voor de assistentie hunner dienae„ „ren die andersints gevaar souden loopen van mishandeld te worden door de moorddadige boniers, welk douceur als met er tijd vermeerderd ^waar en boven zij zedert 't Jaar 1753. nog twee hondert rd s spaans is tot ses honderd rijks daalders spaan gewoon sijn geweest te betae„ „len tot een requialent voor d'aschafsing van het tot dien tijd toe ge„ „subsisteerd hebbende gebruik im een of twee vaartuigen met klee„ „nigheeden van hier na de noord en vice versa te sinden sonder thol te betaelen. De presente pagters die geregtigheid Jongst aangeslagen hebben, de nervoegde een derselve sig uit dien hoofde bij den vorstin sijne as„ „sistentie weder te versoeken onder offente van 't een en ander terwijl hij nogthans rets g'informeert dat men het versenden van een soda„ Ik was ondertischen lang bevoorens onderdigt dat er sodang pro„ „fect gesmeed wierd en den oppertolk hadde mij selfs gerapporteerd hoe hem door den matoa der wadjpreesen in de Campong bougis uit sko„ nings naam gesegt was dat het werkelijk stond uitgevoerd te worden na 't vermelden bij dag register onder dato 12:' december passato dan vermits ik daar van niets sag komen meende ik reden te helben aan sijn hoogheids betuiging mees te kunnen defeteeren maar het blaek zas dat ik mij seer misgist hadde gemeekt de maand Januarij nog niet half verlopen was ofer wierd met de belanding van een groot vaartuig voortgevaaren dat ook seedert ver„ „nig vaartuig weeder wilde invoeren op 'skonings te konnen gave om het dou„ „ceur wel te willen ontfangen maar het requivalant niet meerder te be„ „geeren 't welk sijn hoogheid hem betuigde te schenken gediend hebbende hoe hij hoopen wilde dat hem sulks op geen andere wijse tot nadeel soude ge„ „dijen tot antwoord ontfing dat hij daar voor niet behoefde bedugt te wee„ „sen dat sijn hooghid wel gehoordhadde dat er gesprooken wierd van de weder invoering der Malauwa /:de naam waar meede sodanige vaar„ „tuigen benoemd worden :/ maar dat dit gerucht mogelijk veel eer uit de kokken van sComp: onderhoorige dan uit die der boniens soude sijn voort„ gevloet waar omtrend het gevolg nogtans weijnig schijn van waarheid. heeft uitgeleeverd. „trokken/ 122 245 Van Macasser Den 9:' Junij 174. — Van Macasser Den 9:' Junij A:o 174 — „trocken en van een tweede gevolgt is die beijde te rug gekomen sijn sonder dat er enkelen penning pagt voor de goederen betaald is die nog al vrijwat beloopen hebben. Hoe veele besendingen ik hier over hebbe laeten doen in wat drang seede„ „nen en gebruikt sijn om den koning en rijksgrooten van d' onbillijkheid van dit gedoente tovertuigen en te beweegen om daar van af te sien onder voor„ houding dat er een volsteekt, verwijdering uit ontstaan soude alles was niet alleen vrugteloos maar als of men het er op toegelegt hadde om te doen sien dater voor sComp: misnoegen geen. de minste vreese meer is overge„ „bleeven d' een en ander wierden hoe langer hoe obstinater ende saak „verergerde meer en muer aangesien den vorst onder bedreijging van het douceur ook niet verder te willen ontfangen de assistentie aan de dienae„ ren der pagters weijgerde welke sig dierhalven niet meer derfden vertoo„ „nen in de Campong der bougineesen alwaar den voorm: matoa der waspreesen daar toe gelast door den presenten Pongauwa beijde de eer„ ste ontwopens van het project sig selfs begon te mder staan thol te heffen van de kleijne vaartuigen die aldaar af en aanvaaren het welk de dolianten der pagter vermeerderende haar eyjndelijk dad versoe„ „ken om van de pagt ontslagen te mogen worden met betuiging sig liever te willen getoosten het nadeel dat sij raets geleeden hadden /: hoe Jn deese toestand van saaken die ik so beknogt mogelijk hebbe vorge„ „steld en welker bredere samenhang bij mijn dag register onder dat 30:' december 14. 15. 20 21. 24. en 29:' Ianuarij mitsg:s 20. 2. 24. en 26. februarij passato is aangeteekend heeft den pongauwa door den rijksbestierder ontboden om sijn gedagten over dit onderwerp te ver„ „neemen denselven niet allen nadruckelijke termen voorgehouden de inbillijkheid die er resideerde in het voorgeeven der borieas om tot het weder invoeren der Malauna geregtigt te sijn en het weijnig de quard dat daar en tegen op sComp billijken eijs geslagen wierd maar ook verklaard dat daar uit ontwijffelbaar in der tijd seer nadeelige gevolgen om het rijk te wagten waaren met verdere bijvoeging dat hij derselver gebrag in deesen gehouden nergens anders aan konde tre, schrijven dan aan de onkunde van de geene welke de mairance der saaken in handen hadde doelende vonrnamentlijk op datoe barin„ „gang die als gesegt het project gesmeed hebbende en daar uit onge„ meene voordeelen voor hem selfs verwagtende door geen redenen wel zij daar omtrend mits de reets gedaan voor uit betaeling van twee maanden en wijl z nog geene inkomsten hadden gehad op de do„ magement koopten:/ dan langer te Continueeren also sij volstrekt niet in staat waaren iets meer der op te brengen — wel hoe -
English
From Macassar, the 9th of June 174. From Macassar, the 9th of June, the year 174. how he could in any way be diverted from the execution, even after the king had forbidden it, not having hesitated to dispatch the second vessel. Yet the Regent, on the other hand, being persuaded by the arguments of the Pongauwas, and having fully convinced the other grandees of the realm of their validity, as well as having addressed himself together with them to the king with the request to please help settle the matter, I have finally, after much trouble and racking of brains, brought it so far that the Malauwa has been abolished once and for all, and the king has moreover bound himself in writing for the future to grant assistance not only to the servants of the farmer, but also to help prevent smuggling, as appears from the document concerning this to be found among the appendices; although one had to grant him one thousand Spanish rix-dollars instead of the eight hundred rix-dollars paid previously, the main point being that he seems to have intended, under a pretense of having no other objective than to maintain the Bonians in their privileges, in all respects to have played his role in this so adroitly that I would have to expound far too prolixly to give a complete description thereof, which I, in order not to disturb Your Excellencies' honored attention in your weighty occupations, shall rather spare, the more so because both can be gathered from my daily journal, to which I respectfully refer, in the humble confidence that my conduct in this matter will meet with Your Excellencies' great and favorable approval, as well as the measures I have employed to divert the king from the intention to depart for his inland states, regarding which I must briefly report. His Highness having expressed himself, both in the course of the dispute just settled and during other delicate differences of which mention will be made hereafter, as being inclined thereto, the assembled grandees of the realm came to request me in his name on the 6th of April past to permit the same, at the same time indicating that the purpose was not only to present the Crown Prince there according to former custom, but that his presence there was also required for the decision of various arisen disputes among the allies; yet they having departed with no other answer than that I would let my thoughts dwell upon this and would send a reply to their commissioners, I applied myself in every possible way to sound the prince's true intention in order to take my measures and regulations thereafter the more securely to prevent the departure. In this I have also succeeded so far that he declared the objections presented to him against it, at least the principal points thereof, to be fully grounded, and fully authorized the Shahbandar to present them to the grandees of the realm, who, having heard them and requested a translation, subsequently came to me with a document, stating that His Highness had undertaken to remain here, so that, if pleasing, this will appear to Your Excellencies from the copy thereof transmitted herewith, to which I again respectfully refer, as well as to what is mentioned in my daily journal regarding this point under the dates 1, 2, 4, 6, 21, and 23 April past, adding only this: how the prince's departure at this time, besides the aforementioned objections made against it and likewise to be found in writing among the appendices, appeared to me of a much more disadvantageous aspect because of the order given to his subordinates to hold themselves ready at the first command and to march out to battle, of the truth of which I have obtained still further confirmation since my respectful previous letter, according to the entry under the date 30 October; for although nothing has followed upon it until now, and it is not to be thought that anything will come of it as long as the prince remains here, it appears to me that his presence in the inland territories, where his designs cannot well be observed, might more easily incite him to one undertaking or another whereby the Company could become entangled in a dispute with other allies or with the realm of Boni itself, and the general peace could be disturbed, the preservation of which, imploring Heaven's precious blessing, I constantly set as the principal goal of my efforts; which has also induced me to employ such indulgence towards His Highness as I have already had the honor to report, and as will further appear to Your Excellencies in the continuation of this with respect to the further encounters with that prince, in so far as I have judged them to deserve any elaboration, whereby I deem it most convenient to treat the matters having the closest relation under each heading, thus consequently reporting further under this chapter. How His Highness has made known to me his intention to send an embassy to Your Excellencies this autumn to communicate the appointment of Latanre Tapooe in Aroe Timoeroeng as Crown Prince or Young King, whom I have tried to dispose him to allow to depart as well, thinking that such would not be displeasing to Your Excellencies, experience having at least taught that young princes take pride in being received at Batavia.
Dutch transcription
123 247 Van Macasser den 9:' Junij 174. — Van Macasser Den 9:' Iunij A:o 174. — hoe gegon ook konde worden gediverteert van de uitvoering selfs na dat den koning het verbooden hadde, niet geschroomd hebbende het tweede vaartuig te versenden. Dog den rijksbestier der daar en tegen door des Pongauwas tede„ nen overgehaald d' overige rijks grooten van desselver gegrond heid volko„ „men overtuigd mitsg:s sig nevens deselve bij den koning geaddresseert hebbende met versoek om de saak te willen helpen bijleggen hebbe ik het van eijndelijk na veel moeijte en hoofd breekens so verre ge„ „bragt dat de Malauwa eens vor al afgesraft is en den koning sig daar en boven voor het vervolg schriftelijk verbonden heeft tot het verleenen van assistentie niet alleen aan des pagters dienaeren maar ook om de sluikerijen te helpen weeren blijkens de dierwee„ gens onder de bijlagen te vindene afte hoe wel men hem in steede van de bevoorens betaalde agt honderd rijksdaalders spaans duisend gelijke rijkstaalders heeft moeten toestaan het voorname dat hij sig onder een gemaakten schijn van geen ander oogmerk te bedoelen dan om de bonies bij haar voorsegten te maintineeren schijnt te heb„ „ben voorgesteld in allen opsigte sijn vol in deesen so sijn gespald hebbende dat ik al te bereedvoerig soude moeten uitweijden om daar van een volkomen beschrijving te doen welke ik om uw hoog Edel„ Ha sijn hoogheit sig so wel onder den loop van het so even afge„ „handeld als andere netelige geschillen waar van in't vervolg staat men„ „tie te worden gemaekt uitgelaten hebbende, daer toe g'inclineerd te wee„ „sen de gesamentlijke rijksgrooten op den 6. april passato uit desselfs naam mij kwamen versoeken om het selve te permitteeren teffens te kennen geevende dat het oogmerk niet alleen was om den kroon ^ aldaar prins, na voorige gebruike voor te stellen, maar sijne presentie meede aldaar vereijsct wierd tot beslifing van verscheijden gerasen mamig hee„ „den onder de bondgenooten, dog deselve met geen andere antwoord ver„ „trocken sijnde dan dat ik hier over mijne gedagten laeten gaan en hun voor gecommitteerden bescheid snden soude was ik er op alle mogelijke wijs op uit om prosten ware meening te potsen ten eijnde daar na mijne heebens g'eerde attentie in hoog deselver gewichtige occupatien niet te stooven dan ook liever sal menageeren te meer het een en ander uit mijn dag register kan worden opgemaakt waar aan ik mij eerbie„ „dig desevere in nedrig vertrouwen dat mijne reerrigting in desen soo wel uw hoog Edelheedens groot gunstige goed keuring sal wegdragen als de middelen die ik in 't werk gesteld hebbe om den koning te diverteeren van het voorneemen om naar sijn binnen landsche staaten te vertrecken waar omtrend mij kortelijk te bedeelen valt. „heedens maat, 124 249 Van Macasser Den 9:' Junij 174. — Van Macasser Den 9:' Juij Ao 174. — maat regulen des te zeeker der te neemen om het vertrek te beletten waar in ik ook soo verde geslaagd ben dat hij de hem voorgehouden be„ denkingen daar teegen ten minste de voornaamste poincten van dien vol„ komen gegrond betuigd te sijn en den sabandhaar voll, demandeerde om z' de rijksgrooten voor te stellen welke deselve aangehoorden in translaat versogt hebbende vervolgens met een geschoift bij mij kwa„ men dicteerende dat sijn hoogheid aangenoomen hadde hier te sullen blijven invoegen uw hoog Edelheedens uit de daar van overgaande Copia des behaegende sal te voren komen waar aan ik mij alweder so wel eerbiedig gedrage als aan 't vermelde bij mijn dag register over dit poinct onder datis 1: 2: 4: 6: 21: en 23: april passato er nog alleen bijvoegende hoe fvorsten vertrek in deesen tyd behalven d' evengem: be„ „denkingen daar tegen gemaakt en almeede ingescerifte onder de bijlagen te vinden mij van een veel nadieliger aanschouw is voorgekomen ter oorsaake van de gegeevene ordre aan sijne onderhoorige om sig op het eerste bevel gereed te houden en ten strijde af te komen van welker waarheid ik seedert mijn eerbiedig nan gaande nog nader versekering hebbe bekomen na het aangeteekende onder dato 30. october, want schoon daar op tot nu toe niets gevolgt is en het niet te denken sij dat errets van komen sal wanneer den vorst hier blift komthet mij voor dat sijn aan„ weesen in de binne landen wanneer sijne desseijnen niet wel kunnen Hoe sijn hoogheid mij bekend gemaakt vornemens te sijn in dit na Jaar een ambassade aan uw hoog Edelheedens te senden ter Commi„ nicatie van d aanstelling van Latanre Tapoe in Aroe Timoeroeng tot kroon prins of Jong koning denwelken ik hem hebbe tragten te disponee„ „ren selfs meede te laeten verteeken in gedagten dat sulks uw hoog Edel„ „hedens niet mnaangenaam soude sijn d' ondervinding ten minsten ge„ „leerd hebbende dat Jonge prinsen en eere in stellen op Batavia te worden nagegaan hem lichter tot de eene of andere onderneeming soude kun„ „nen aansetten waar door de maatschappije met andere bondgenooten of wel met het rijk van bonij selfs in geschil gewickeld end algemeene ruste kon„ „de gestoond worden welkers Confiaratie ik onder afsmeeking van Chemels dierbaren segen sted) tot het voornaamste doelwit mijner pogingen /tel„ „le 't welk mij ook gemnoopt heeft tot het gebruiken van sodanige toegeevent„ „heid omtrend sijn hoogheijd als ik reets de eere gelad hebbe te melden en uw hoog Edelheedens ten opsigte van de verdere ontmoetingen met dien vorst in so verre ik deselve g'oordeeld hebbe eenige uitwreijding te verdienen nog voorkomen sal in het vervolg deese waar bij ik de saeken tot ieder hoofdel de meeste betrecking hebbende best gevoeglijk ordeele te verhandelen dus onder dit Cappiter dienvolgende al verder melden„ worden sijn 6 „de. heeft
English
From Macassar, 9 June 174. have been and that a modest token of remembrance, with the same, could have extraordinary effects to bind her to the Company. But whether the Prince will resolve upon it is doubtful, since he has not declared himself positively, but merely testified that he will take the same into consideration. Finally, regarding this realm, it remains for me to bring to Your Excellencies' notice: That, although despite all efforts made I have not yet been able to collect anything of the Bonij state debt, it nevertheless appears that the Prince himself is desirous of its payment, all the more because the moneys required for it were already collected long ago, but have been applied by the grandees of the realm to their own use, which makes him fear that his children after his decease would be held liable for it. At least he has not only expressed himself thus in this regard, but also expressly had me requested to continuously urge the administrator of the realm, which has also been done with all possible emphasis, and is to be repeated as long as it is necessary. Concerning Goa, I have the pleasure to inform Your Excellencies that, after various quibbles with this court recorded in the daily register under dates 2, 7, 9, and 11 November last, I have disposed the King and grandees of the realm to the sealing and signing of the act regarding the punishment of such persons who in the future might be guilty of conveying the Company's servants, of which a copy is forwarded among the annexes. Other than this, I have had nothing to negotiate with the same that deserves mention herein, the delivery of the customary Poeassa present excepted, which was also presented to that of Bonij, amounting together to ƒ188: 18: 8, for the write-off of which I request Your Excellencies' honored authorization; while, as a princess having most of her relations with this court, I must not omit to mention: How the King of Bonij, informing me that he was still being troubled daily by Aroe Palacka for the release of her grandson, the former King of Goa, and that in order to be rid of this, he had made her believe that such had already been solicited on his instance by me to Your Excellencies, had requested me to keep her in that belief, and therefore likewise to let her know as if no answer had yet been received to my letters, as well as later, or upon the arrival of the ship, to let her be told that it had not been disposed of by Your Excellencies or that no mention was made of it in Your Excellencies' letters. I found myself indeed obliged to comply with his wish in this, however reluctant, to prevent not only the displeasure that he would have taken from a refusal, but also other disadvantageous consequences, for the stirring up of which he lacks no means. I have therefore had both those messages delivered to the aforementioned princess. The latter message made her uncommonly dejected, although upon receiving the first she had given no small indications of suspecting His Highness. Together with the exile's mother, Craing Bellasarie, she has again had him petitioned to persuade me to support with emphasis the solicitation which she declared she intended to make directly to Your Excellencies. Which I then likewise promised, at His Highness's instance and with his attached assurance that he still persisted in his former sentiment and it was thus no earnest matter to him, provided I could always manage everything properly; yet under final rejection of some gold works which they had offered to me through His Highness (the receipt of which, however, to my particular satisfaction, he had refused, indicating beforehand that he would inquire whether I might be inclined to accept the same, and for which I have had him thanked), making it known as it were to the often-mentioned princess that I would nevertheless take no less trouble for the outcome, which, together with the presented description of the favorable condition of her grandson, seemed to please her very much. Yet because I nevertheless necessarily had to foresee that the court of Goa or indeed the King could be alarmed over this, I gave that Prince, through one of his confidants, an explanation of the entire context, at least as far as necessary, and at the same time the strongest assurance that there was not the least hope for the exile's return, that he could safely rely upon this, and should make not the least hesitation even to write to Your Excellencies together with Craing Bellasarie in case he should be requested to do so, as I am informed will happen, further with the recommendation to keep all this secret without discovering anything of it even to the King of Bonij. Which he then assured me with the most serious thanks, and in which I also have as little reason to doubt as in the trust that he appears to place in me, since I have given him proofs of my friendship and convinced him that the Company takes the welfare of the realm of Goa and of his person no less to heart than that of other allies as long as the contracts are observed. Having, among other things, instructed the chief interpreter, in accordance with a certain saying of the King of Bonij, to assure me that, even though the entire realm of Goa might wish to abandon the Company, he nevertheless hoped always to remain its friend. The courts of Tello and Candra Bonij...
Dutch transcription
125 251 Van Macasser Den 9:' Junij 174. — Van Macasser Den9' uij 174. — sijn geweest en een ensteld teekend van gedagtenisse bij deselve ongemeene uit werkselen kan hebben om haar aan de Comp: te verbinden dan is den vorst: er toe resolveeren sal is twyjffelagtig wijt hij sig niet positief gedeclareerd maar eelijk betuigd heeft het selve in bedenken te sullen neemen eijnd„ „lijk blijf mij ten belange van dit rijk nog overige uw hoog Edelheedens ter kennisse te brengen. Dat of schom ik in weerwil van alle aangewende poogingen nog niets van de bonijt rijkschuld hebbe kunnen inkrijgen het egter schijnt dat den wirst selfs verlangende is na dies afbetaeling te meer de penn: daar toe nodig berees voor lange gecoltesteerd dog door de rijks grooten tot eijgen gebruik aangelegt sijn 't geen hem voet duchten dat sijne kinderen na desselfs overlijden en voor aanspreekelijk souden worden gehouden ten minste heeft hij sig daar omtrend niet alleen sodanig uitgelaeten maar mij ook wel Expresselijk taaten versoeken om den rijksbes„ „tierder bij Continuatie aan te maanen gelijk ook met alle moge„ „lijke nadruk geschied is en solange het nodig sij staat herhaald te worden. Ten belange van Goa hebbe ik het genoegen uw hoog Edelheedens te kunnen bedee„ len dat ik na divrase Cavillatien met dit hif aangeteekend bij dagregister onder datis 2: 7: 9: en 11: november laastleeden den koning en rijksgroo„ „ten hebbe gedisponeerd tot het zegulen en teekenen van de acte betreffen„ „de het straffen van de soodanige die sig aan het vervoeren van sComp: dienaeren in 't vervolg mogte schuldig maeken waar van een afschrift onder de bijlaagen overgaat buiten het welk ik met 't selve niets te verhandelen hebbe gehad dat in deese mentie verdiend de afgave van het gewoone Poeassa geschenk uitgesondert 't welk meede aan dat van bonij is gepresenteert te saemen beloopen hebben ƒ188: 18: 8: tot welker afschrijving ik uw hoog Edelheedens g'eerde qualificatie versoeke terwijl ik als een princt tot dit hoof sijn meeste betrecking hebbende niet voor bij mag nog te melden. Hoe den koning van bmij my onder bedeeling van nog dagelijks te wor„ ^ ontslaking van haar kleenzoon, den geweesen koning van Goa, en dat hij om daar den lastig gevallen door aroe palacka om de ^ van ontslagen te raeken haar hadde diest gemaakt dat sulks op sijne instantie voor my by uw hoog Edelheedens reets was gesolliciteert hebbende doen versoeken om haar in dat vertrouwen te steken den dier halven quasie het selve meede so wel te doen meeten als dat er nog geen antwond op mijne brieven ontfan„ „gen was mitsg:s nader hand of wel bij de komst van 't schip te laeten seggen dat er door uw hoog Edelheedens niet op gedisponeerd of mentie bij hoog deselver brieven van gemaakt was ik mij wel verpligt hebbe gevonden „len hem 126 253 van Macasser Den 9' Iunij 174. — Van Macasser Deng9 Aunij A„o 174. — hem hier in hoe meedelijk ook te wille te weesen ter nnrkoming van het misnoegen niet alleen dat hij uit de weijgering soude hebben ip gevat maar ook van andere nadelige gevolgen te verwecking van dewelke. het hem aan geen middelen ontbreekt ik hebbe dierhalven beijde die boodschappen aangemelte princes taeten doen welke laatste haar inge„ „meen neer slagtig gemaakt hebbende schoon sij bij ontfangst den Eerste geen geringe blijken hadde gegeven sijn hoogheid te verdenken haar nevens des bannelings moeder Craing bellasarie denselven weder op nieuw heeft doen aansoeken om mij te bewegen de sollicitatie die z voorneemens betuigde te sijn direst bij uw hoog Edelheedens te doen met nadrukt 't onderstunen 't geen ik dan almeede op sijn hoog„ heet, instantie en bijgevoegde versekering dat hy als nog bij sijn voorig gevoelen was volhardende en het hem versulx geen ernst ware mitsg=s ik immer alles wel plikken konde, toegesegt hebbe, onder finaeli afwij„ „sing nogtans van eenige goud werken welke sij mij door sijn hoogheit heb„ „ben doen aanbieden /: dog welkers ontfang hij tot mijn bijsonder genoe„ „gen geweijgert hadde, onder te kennen gave sig alvoorens te sullen in for„ meeren of ik wel geneegen mogte sijn deselve te accepteeren en waar voor ik hem hebbe doen bedanken :/ onder te kennen gave quasie aan meerm: princes dat ik daar om evenwel geen minder moijte soude doen om het mt„ „slag, het geen haar dan gevoegd bij de voorgehoudene beschrijving van Dan vermits ik nogthans noodwendig moeste voorsien dat het hof van goa of wel de koning hier over konde worden g'allaameet hebbe ik dien vorst von en sijner vertrouwelingen van de geheele saemenhang ten minste so ver nodig opening ende kragtigste verseekering teffens gegeeven dater geen de minste hoope was voor des bannelings te rug komst, dat hij sig daar op gerust verlae„ „ten en zelfs geen de minste bedenkelijkheid maeken moest om selfs neevens Cracing Bellasacie aan uw hog Edelheedens te schrijven ingevalle hij daar toe mogt worden aangesogt gelyk mij bericht is, dat geschieden sal, nder recCom„ „mandatie wijders dit alles gehim te houden sonder er selfs den koning van ^bonij iets van „'t ontdecken, 't geen hij mij dan onder de serieuste dankseginge heeft doen ver„ seekeren en waar aan ik ook somin reeden hebbe te twijffelen als aan 't ver„ trouwen dat den selven in mij betoomd te stellen sedert dat ik hem van mij„ „ne winsschap blijken gegeven en overdeed hebbe, dat de Comp: niet minder den wel„ „stand van het goas, rijk en van sijn persoon ter harte neemt als dat van andere bondgenooten so lange de Contracten nagekomen worden onder andere den opper„ „tolk een gelast hebbende mij overeenkomstig seker gesegde van den koning van bonij te verseekeren dat of schon het geheele rijk van goa de Comp: mogte wil„ „len nelaeten hij nogtans altoos derselver vriend verhoopte te blijven. De hoven van Tello en Candra bonijgen ess van bescrijing pleerende en ten op„ de favorable toestand van haar kleen som seer scheen te bevallen. de „sigte van
English
127 255 From Macasser, the 9th of June 1774. From Macasser, the 9th of June in the year 1774. Regarding the queen of Tanette, in endeavoring as much as possible to comply with Your Right Excellencies honorable order to keep Her Highness constantly in good humor, I currently note that this princess, having gone to pay a visit to her realm after taking proper leave of me, departed from here on the 1st of November last and returned again on the 8th of February following, together with her son Hagoesila, who had followed her on the 25th of November after I, at the request of the king of Bonij and His Highness's intimation that his longer stay there did not appear advisable because the Tanetterese did not seem willing to recognize him as successor, being more favorably disposed to the prince of Mappa Soping, from which difficulties could easily arise on both sides, had caused him to be urged to make a speedy return. Meanwhile, I have not had Her Highness visit me since, the reason for which for the present I deem should be attributed to the complaints newly lodged with Her Highness concerning the far-reaching outrages of her son and darling Aroe Pantjana, of which she is very unwilling to hear, at one time attributing the same to his youth and then again contenting herself with saying that she had questioned him concerning the complaints brought against him, but that he had denied being guilty of what was charged against him, however well-founded they are proven to be and demand a serious opposition, to such a degree that I expressly had to send the chief interpreter to Mandallij to forbid him all further hostilities and to recall some subjects who had fled as a result. This servant, although otherwise always held in high regard among the natives, he did not even hesitate to accost in a brusque manner and make several threats against, although the latter did not fail to hold his own, with the result that he once again promised to guard against my displeasure in the future, all according to what is noted in my daily journal under the dates of the 1st and 2nd of November, along with the 6th of February and the 6th of March last. Besides all this, I perceive more and more that Her Highness is driven by a very fickle spirit, for notwithstanding that it is only too well known to her that the friendship which the king of Bonij displays to her outwardly is in fact feigned, she even requested him, in thoughts that he would depart for the inland regions, to go thither as well, intimating that she did not know whither she should otherwise betake herself, as she could find no livelihood here and affairs in Tanette were in the utmost confusion. At the opportunity when His Highness gave full knowledge of this to the license-master in order to inform me of it, he wanted to shift the blame onto Mappa, saying that the same was making it his business to entice the Tanetterese to Soping; but who convinced him of the contrary, and how their move was solely to be blamed on the bad conduct of the princess's children, who, committing all kinds of extortions and oppressions, continually [illegible] people.
Dutch transcription
127 255 Van Macasser den 9:' Junij 1774. — Van Macasser Den 9 Iunij A:o 174. „tigte van Tanettes koningin uw hoog Edelheedens geed bevel om har hooghid steeds in een goeden luijm te houden so veel mogelijk sullende tragten te voldoen noteere ik thans dat die vorstin een keer na haar rijk sijnde gaan doen na behoor„ „lijk afscheid van mij te hebben genomen den 1: november laastleeden van hier vertrocken in den 8:' februarij daar aan weder gereverteerd is nevens haar soon Hagoesila welke haar den 25:' november gevolgd was na dat ik hem op versoek van den koning van bonij en sijn hoogheeds te kennen gave dat desslfs langro„ blijf aldaar niet raadsaam voorkwam ter oorsaeke de Tanettereesen hem niet voor successeur scheenen te willen erkennen als Mappa sopings vorst meer toegedaan ligtelijk sijnde /: waar uit tijdezijs megelijkheeden konden ontstaan:/ tot een spoedige terug komst had de laeten aanmaenen. Ondertusschen hebbe ik haar hoogheid zedert nog niet bij my gehad waar van ik voon 't tegenwoordige de reden dieme toe te schrijven aande byj haar hooghid op nieuw gedaene voleantien over de verre gaande buiten sporigheeden van haarsom en lieveling Aroe pantjana waar van sij niet gaar in hooren wil het selve dan eens aan sijn Jongheid toe„ schrijvende en dan weder haar vergenoegende met te seggen dat sij hem over de klag„ „ten tegen denselven ingebragt onderhouden maar hy ontkend heeft, aan het hem ten laste geleigde schuldig te sijn hoe gegoond deselve ook worden aangetoond en een ernstige tegen kanting vereijsschen, zo verre dat ik Expres den oppertolk na Behalve dit alles ontwaare ik meer en meer dat haar hoogheid van een ser mi„ peltuurge geeft gebreeven word want niet Jegenstaande haar maar al te wel bekend is dat de riendschap welke den koning van bonij haar van het uterlijke betoond in der daad gereijnst is heft sij hem selfs, en gebagten, dat hij na de bin„ „nen landen soude vertrecken, versogt, meede derwaarts te gaan onder te kennen gave dat z niet mest werwaarts sij sig anders begeeven soude also sij hier geen bestaan konde vinden ende saeken optavette in de uitterste verwarring waaren waar van sijn hooghid ter gelegentheid dat hij hier van aan den licentmeester voll kennisse gaf om er mij van te verwittigen de schuld op mappa wilde schuiven seggende dat denselven sijn werk maakte de Sanettereesen na Co„ „ping te boeken dog die hem van het tegendeel overtuigde en hoe hunne verhin„ sing alleen aan het slegte gedrag van 's vorstins kinderen te wijten was, welke allerlij knevelarijen en extorsien verleegende sig bij Continuatie aan Mandallij hebbe moeten senden om hem alle verdere hostititeiten te verbieden in eenige daar door uitgeweeken onderdaanen terug te roepen welken bediende schoon bij den inlander andersints altoos in aansien gehouden hij selfs niet ontsien, heeft op een busque wijs te besegenen en verscheijden bedrijgingen te doen schoon deesechem niet schuldig geblaven is met dit gevolg dat hij alweeder beloof heft sig voor mijn miswoegen voor het vervolg te wagten alle na het aangeteekende bij mijn dag register onder dato 1: en 2: novenmd:s metg:s 6 2: en 6: sel: ten ven : maat lastleden Mandallij menschen
English
From Macasser the 9th of June in the year 174. From Macasser the 9th of June 174. made themselves guilty of human kidnapping, which according to his own testimony had even moved one of the principal grandees to leave his wife and retreat to Soping, which His Highness answered with silence. Concerning the situation, I can with pleasure report to Your Right Worshipfuls that just as little has come of the previously circulated rumors that the King of Bonij intended to send the Pongawa Datoe Basingang hither, as I have reason to believe for the present that it will take effect; but on the contrary, it is certain that the Regent of this realm, having taken part in the intended deposition of the Datoe, has retreated to Mario Riama, over which this prince in a letter has made unusual threats to those of Soping Mappa, who, however, has again shown himself unwilling to undertake anything without the Company's foreknowledge, so that he let me know by forwarding the aforementioned letter through the Captain of the Malays, to which I having replied that those of Mario had acted imprudently in granting a dwelling place to the fugitive among them, and they would do well to make him depart as yet, this has also occurred and met with such success that the Datoe, having marched with about three hundred men to that place to demand his subject, upon the report that he was no longer to be found there but had departed, has returned without having committed the slightest violence. Wadgo, with regard to which realm, by the aforementioned letter, insofar as it is material, the report previously given to the Captain of the Malays is confirmed concerning the mission sent thither by the English with the purpose of disposing this nation toward entering into a contract, while from Soping I have received a detailed writing whereby he testifies to placing his trust solely and exclusively in the Company, and amid a recounting of various matters and occurrences concerning the condition of this realm, asks for advice on how to conduct himself regarding one thing and another, to which I replied that he should guard himself as much as possible against all troubles with others and, above all, not entangle himself in their disputes, adding that in my opinion, as long as this was observed, there would be no harm for them to fear, and in case one party or another wished to disturb Soping, there would always be time enough to give immediate notice thereof, whereupon the Company, as an arbiter, would not fail to do everything possible to avert the evil; for the rest having politely declined his request to be accommodated with one thousand muskets to the end of being able to withstand an attack against those of [illegible], whereby Mappa has then also been put at ease, from whom I, a few days after the dispatch of my respectful last letter, [illegible].
Dutch transcription
Van Macasser Den 9 Iunij A„o 174. — Van Macasser Den 9' Iunij 174. — menschen rerf schuldig maakten het geen selfs een der voornaamste grooten volgens sijn eigen betuiging hadde beroogen sijn vrouw te laeten en na so„ ping te wijken t geen sijn hoogheijt met stilfwrijgen heeft b'antwoord. Bedeenting betreffende kan ik uw hoog Edelheedens met genwoegen be„ richten dat er so min iets geworden is van de bevoorens gespargeerde geruchten dat den koning van bonij voor neemens soude sijnden pongaura datoe Basingang deswaarts te senden als ik voor het tegenwordige reden hebbe te gelooven dat het selve gevolg sal neimen dog daar en tegen is het seeker dat den rijksbes„ „tues der van dit rijk als deel gehad hebbende aan de voorgenome ontseteling van den Datoca na Mario Riama geretiveert is waar over deesen vorst bij een brief ongemeene bestrijgingen heeft laaten doen aan die van Coping Mappa„ welke egter weeder getoond heeft buiten sComp: voor kennisse niets te willen onderneemen invoegen hij mij met oversending van vorm: brief door den Capitain der Maleijers weeten liet daar ik op hebbende doen antwoorden dat die van Mario onvorsigtig gehandeld hadden verblijf plaats aan den vlug„ „teling bij haar te vergunnen en sij wel souden doen hem als nog te doen ver„ „trecken so is sulks ook geschied en van dat succes geweest dat den batoca met Circa tree honderd man von die plaats gerukt om sijn onderdaan op te eijsschen op het bericht dat hij daar niet meer te vinden maar vertrocken was te rug gekend is sonder eenige de minste lijtelijkheeden gepleegd te hebben, Wadgo ten belange van welk rijk bij voormelden brief voor so verre het sac„ „kelijk betreft geconfirmeerd word het bevoorens gegeven bericht aan den Capitain der maleijers wegens de gedaane besending door d' engelschen derwaarts met oog„ „merk om deese natie tot het aangaan van een Contract te disponeeren terwijl Soping bredoverig shijvens ontfangen hebbe warbij hij betuijsen vor„ „trouwen eenig en alleen op de Comp: te stellen, en onder een verhaale van deese en geen saaken en voorvallen den toestand van dit rijk betreffende om raad kamt te vragen hoedanig sig omtrend d'eene en andere te gedragen daar hem oversulx door mij op gesepliceerd is m sig voor alle moeijelijkheeden met anderen so veel moge„ „lijk te wagten en sig voor al in denselver geschillen niet te wiskelen met bij voeging dat er mijnes er agten so lange dit opgevolgd weed voor hun geen quaad soude te vresen en ingeval d' een of ander soping wilde ontrusten er altoos tijds genoeg soude weesen daar van ten eersten kennisse te geeven wan„ „neer de Comp: als scheidsman niet soude na laeten al het mogelijke aan te winden om het quaad af te keeren voor het overige sijn versoek beleefdelijk ont„ einde legt hebbende om gerieft te worden met duijsend snaphanen ten in Cas van aan „val bestand te sijn tegen die van. waar door Majpa dan ook is ter nier geset van den welken ik weijnig dagen na de depeche mijner eerbiedige laatste uit. waar deselve, -
English
129 259 From Macasser, the 9th of June 174. From Macasser, the 9th of June 174. the same further declared that these our competitors reportedly intended to build a castle on Balambangang, an island situated, as I subsequently learned, near Sullok, where they have already promised free navigation and trade to the Wadjorese without payment of any costs or tolls. Which first part has proved to me to be all too true from a separate letter received one of these days from the Honorable Governor of Ternate, Valckenaar, dated 27 December last past; but concerning the rest, nothing further has come to my knowledge, notwithstanding that I applied myself with all possible diligence and circumspection to be more closely informed of the certainty of one thing and another. In such manner, I also obtained intelligence that the Wadjorese were said to have answered the English in response to their letters that they would await them at Batoe Manoe, situated in the bay of Bonij, in order to enter into negotiations with them there. But since the King of Bonij has since informed me that they had excused themselves from all further negotiations with the British on the grounds that there was no matra, as is as certain as it is known, I can for the present just as little imagine that they will grant the English residence in their country as that they will undertake anything against the realm of Bonij, as the letter from Mappa claims, regarding which, on that account, I deemed it unnecessary to express myself. Yet, even though the Wadjorese of themselves might not proceed to call in the English, there are nevertheless many of that nation who conspire with those of Mandhaer. And in this respect, I thought I should not reject what was communicated to me by the Bonij Prince Tosarassa, who usually resides at Sawito, situated near this district; namely, that the Wadjorese were said to have agreed with the Maradia of Madjene or Bangaij, the same whose subjects were guilty of the surprise attack on the beacon De Vrijheid, to grant the English permission to build a fort in one of the Mandharese seaports, in which the Maradia of Bellanipa was also said to have consented, but against which those of Chincana, and it is said also those of Pamboeang, had opposed themselves, indeed, even the first-named was said to have testified that he would gladly see such prevented by the realm or the King of Bonij. Who, having since inquired whether good harbors for large ships were also to be found along this coast, and moreover having expressed that the Wadjorese, being of one mind with Billanipa and Bangaij, as well as Sedeenring, seemed to have an evil design, thus also attached credit to these reports, so that he afterwards gave me to understand even more clearly. Wherefore I deemed it advisable to confer expressly with His Highness on this matter, not only in order to devise means to get to the bottom of the matter, but especially, in case these reports should be found consistent with the truth, to thwart that design if possible, with this success that His Highness allowed himself to be persuaded to summon all the Mandharese princes hither according to the custom of former times. Mandhaar
Dutch transcription
129 259 „ Van Macasser Den 9:' Junij 174. — Van Macasser Den 9 Iunij 174. — deselve vender decleet dat dese onse Comptiteuren voorneemen souden wissen op Balambangang een eijland, so als ik naderhand vernomen hebbe omtrend sullok gelegen een Casteel te bouwen alwar zijde wadporeesen alreede een vrije vaart en handel habben toe gesigt sonder betaeling van eenige onkosten of tollen, welk eefste mij uit een deses dagen ontfangen apart brifje van den heer ternaats gouverneur valckenaar de doto 27: december laast verweeken gebleeken is maar al te waar te weesen dog ten belange van het andere is mij niets verder voorgekomen niet Jegenstaande ik mij met alle mogelijke vlijt en omsigtigheid toegelegt hebbe om van de seekerheid van het varn en ander nader g'informeert te worden in voegen ik ook nog kundschap hebe olangd dat dewadjo„ „deesen de ongelschen op haar schrijvens souden g'antwoord hebben haar op batoe manoe in de bogt van bonij gelegen te sullen verwagten om aldaar met de„ selve in onderhandeling te treeden dog wije den koning van bonij mij sebert heeft bedeelt dat sij sig van alle verdere onderhandeling met de brietten hadden verschoond op findamenten dat er geen matra was gelijk so seker als bekend is kan ik voor als nog so min denken dat sij de engelschen inwooning in hun land vergunnen als iels tegen het rijk van bonij onderneemen sullen so als den brief van Mappa wil waar over ik uit dien hoofde niet nodig g' acht. hebbe mij uit te laeten Dan of schoon de madjpresen op sig selfs niet mogten over gaan om d' En„ gelschen in te roepen sijn er nogthans veele van die natie welke te saemen spannen met die van. Mandhaer en in dit opsigt hebbe ik gemeent niet verwerpelijk te moe„ ten houden het mij bebeede door den bonij Prins Tosarassa die gemeenlijk sijn verblijf houd te sawito omtrend dit landschap geleegen dat namentlijk de wadjo„ „reesen met den Maradia van madjene of bangaij /: denselven wiens onderdae„ „nen sig schuldig gemaakt hebben aan de overvompeling van de baak de vrij„ „hed:/ ver een gekomen souden weesen d Engelschen het boumen van een fort in een der mandhareese sechavens te vergunnen waar in den maradia van bel„ „lanipa meede geconsenteert maar waar tegen die van Chincana en men wil ook die van pamboeang sig gekant ja selfs deneertgem: selfs betuigd soude hebben gaarne te sullen sien dat sulx door het rijk of wel den koning van bonij wierde belet die sig siedert g'informeert hebbende of er langs deese Cust ok goede ha„ „vens voor groote scheepen te vinden waaren en daar en boven uitgelaaten dat de waspreesen met billanipa en bangaij mitsg:s sedeenring eens gesint sijnde een kwaad ogmerk scheenen te hebben dus meede aan deese berietten ge„ loof diefereede in voegen hij mij naderhand nog duijdelijker te konnen gegeven heeft, weshalven ik geraaden g'oordeeld hebbe sijn hooghid hier over Expres 't onder„ „houden ten eijnde niet alleen middelen te beraamen om agter het weesentlijke van de saak te komen maar wel voornamentlyjk om in gevalle deese berichten met de waarheit over een komstig mogte bevonden worden dien toeleg des moge„ „lijk te reijdelen met dit suscer dat sijn hoogheid sig heeft laten verhaa„ „len, om alle de mandhareese vorster naar het gebruik van voorige tijden Mandhaar herwaarts
English
From Macassar, the 9th of June, anno 1740. From Macassar, the 9th of June, anno 1740. to summon hither, but solely in the name of the realm of Boni, in order not to give any suspicion that their summoning concerned the barque De Vrijheid, whereby they would undoubtedly stay away; in such manner also the instruction given to the galaeng of Bontualang, who already departed thither in the latter part of January, is framed solely in the name of the realm, and makes not the slightest mention of the objective; although, upon the question he posed in the secret name as to how to conduct himself if they positively wished to know from him whether it might also concern the barque De Vrijheid, I instructed him to assure them of the contrary in case they could not otherwise be moved to appear; once that is achieved, there will always be opportunity enough to treat of this matter, wherefore I also intend to address His Highness further about it, suspecting that if any satisfaction is indeed to be obtained, it will then be the best time, especially if the prince means it uprightly and will show the necessary earnestness; although I hope that he will converse with Your Right Nobilities about this by the letter that is to depart in October with the envoys, to the end that Your Right Nobilities may have an opportunity to exhort him once again to provide the Company satisfaction, whereto all my employed efforts have hitherto been fruitless, he having testified, on the last occasion that I spoke with him about it, to see absolutely no chance of it any longer. What now the result of the mission will be, and whether the princes will appear, must be awaited from time; for although I have private report... Meanwhile I must add here that, moreover, upon the reflection that if the English should truly have any design to take post anywhere on this coast, whereto no more convenient place can be conceived than the bight of Soreang, I have sent out scouts and given orders to watch for the appearance of one or more of their ships, whereof five along with twelve smaller vessels, all for the most part manned with natives, Mandarese as well as Wadjoese and others, under the command of Mester Kool, a son, so they say, of the governor of Bencoolen, have turned their prows from Pasir toward Kolok with the intention, having finished their business there, to come to Mandhar; to the end that, receiving news thereof, I may propose to the King of Boni to plant upon the aforesaid Soreang, as belonging under his realm, besides a token of his sovereignty also the Company's flag, in order to divert the English from their intention, if not by the aforesaid, then at least by protests if possible; of which, however, I have not yet deemed it necessary to speak, for the reason that he, having once himself made an application to place an entrenchment there manned with Company men, might easily have been able to insist upon it again now, which would only be useless as long as matters remain on the present footing.
Dutch transcription
130 261. Van Macasser Den 9:' Iunij A:o 174. — Van Macasser Den 9:' Iunij A„o 174. — herwaarts te ontbieden dog alleen op naam van het rijk van bonij om geen ergwaan te geeven dat hun op roeping de bark de vrijleid betoof waar door sij ongetwyffeld souden agter blijven in voegen ook de Jnstructie aan den glaeang van bontualacg meese gegeeven die bereets in t laast van Jann: derwaats ver„ trocken is alleen op de naam van het rijk is ingericht en geen de minste men„ „tie maakt van het oogmerk hor wel ik hem op sijne gedaane vrage u't seor„ ten naam, hoedanig sig te gedragen wanneer men positief van hem weeten wil„ „de of het ook im de barke de vrijleid te doen mogte weesen g'instueerd heb„ „be haar van het tegendeel te versekeren ingevalle se bruiten des tot opkomst niet mogten te bewegen mesenals det kereijkt sine en altijd gelegentheerd genoeg sal sijn om over deese zaak te handelen waar over ik dierhalven ook voorneemens ben sijn hoogheid nader aan te speeken n verbaeding sijnde dat so immers eenige voldoening terlangen sij het als dan den besten tijd sal weesen voor al wanneer den vorst het oprecht meenen ende nodige eenst betoonen wil schoon ik verhoope dat hij uw hoog Edelheedens hier over onderhouden sal bij den brief die in october met de gesanten staat afte gaan ten eijnde uw hoog Edelheedens gelegentheid mogen heb„ „ben hem nogmaals te adhorteeren om de Comp: voldoening te besorgen waar toe alle mijne aangewende poogingen, tot hier toevrugtelos sijn geweest denselven nog de laatste gelegentheid dat ik hem er over onder hield betuigd hebbende er volstrekt geen kans meer toe te sien: Dat nu het gevolg van de besending sal sijn en of de vorsten op komen sul„ „diend „len van den tijd afgewagt want of schoon ik in 't particulier bericht hebbe Onder tusschen moet ik hier nog bij voegen dat ik daar en boven op de beden„ „king dat ingevalle d'engelschen waarlijk eenig desseijn mogten hebben mer„ „gins op dese Cust post te vatten waar toe geen geleegener plaats kan worden uit gedagt dan de tigt van soreang om kundschap uitgesonden enorde gesteld hebbe om te letten op de verscheijning van een of meer haerer schepen /: waar van er vijf nevens twaalf mindere vaartuigen alle voor het meesendeel met Jnlanders so wel mandhareesen wadsoreesen als anderen bemaand onder bevel van Mes„ „ta kool en soon somen segt van den gouverneur van banCahoeloe den staven van passier hebben gewend naar Collok met intentie om daar gedaan werk gekreegen hebbende op Manshaer te komen :/ ten eijnde daar van tijding er„ „langende den koning van bonij te propimeeren om op Sooeang voorm: als onder het hmijs rijk gehoorende behaalven een teeken sijner heenschappije ook 's Comp: vlag te planten om d'engelschen so niet door gemeld ten minste door pro„ „testen des doenlijk van hun voorneemen te diverteeren, waar van ik egter voor als nog niet nodig g'acht hebbe te spreeken ter saeke hij wel een selfs aansoek gedaan hebbende omer een ogie met sComp: volk beset te leggen daar op lichtelijk als nu weeder soude hebben kunnen aandringen dat maar omnuit soude sijn so lange de saeken op de pertensenten voet blijven. Onder erlangde 25.
English
25. 130 261. From Macasser the 9th of June Anno 174. From Macasser the 9th of June Anno 174. to summon hither, but solely in the name of the realm of Boni, so as to give no suspicion that their summons concerned the matter of the Bank, whereby they would undoubtedly stay away. May it please you to know that the instruction given to the emissary of Bontualacq, who already departed thither at the end of January, is drawn up solely in the name of the realm and makes not the slightest mention of the objective. Although, upon the question he posed regarding how to conduct himself if they persistently wished to know from him whether it might be about the Bank, I instructed him to assure them of the contrary in case they could not otherwise be moved to appear; once that is achieved, there will always be opportunity enough to treat of this matter. Wherefore I also intend to address His Highness further on this, expecting that if any satisfaction is indeed to be obtained, it will then be the best time, especially if the prince wishes to demonstrate the necessary earnestness. Although I expect that he will entertain Your Right Honourables on this subject in the letter that is to go off with the envoys in October, to the end that Your Right Honourables may have the opportunity to exhort him once again to procure satisfaction for the Company, towards which all my applied efforts have hitherto been fruitless, he having declared to me on the last occasion that I addressed him on the matter that he saw absolutely no further chance of it. What now the outcome of the mission will be, and whether the princes will appear, must be awaited from time; for although I privately received information. Meanwhile I must add here that, moreover, upon the consideration that if the English should truly have any design to establish a post somewhere on this coast, for which no more convenient place can be conceived than the bight of Sooeang, I have sent out scouts and given orders to watch for the appearance of one or more of their ships, of which one along with twelve smaller vessels, all manned for the most part with natives, Mandharese as well as Wadjorese and others, under the command of Moestacool, a son, so it is said, of the governor of Bencoolen, have turned their prow from Passir towards Collok with the intention, having finished their business there, of coming to Mandhaer, to the end that, receiving news thereof, I might propose to the King of Boni to plant upon the aforementioned Sooeang, as belonging under his realm, besides a token of his sovereignty, also the Company's flag, in order to divert the English from their intention, if not by force, then at least by protests if practicable. Of this, however, I have not yet deemed it necessary to speak for the present, since he, having once himself made a request to establish a lodge there manned with the Company's people, might easily have pressed for it again now, which would only be inconvenient as long as matters remain on the present footing.
Dutch transcription
25. 130 261. Van Macasser Den 9:' Junij A:o 174. — Van Macasser Den 9:' Junij Ao 174. — leswaarts te ontbieden dog alleen op naam van het rijk van bonij om geen ergwaan te geeven dat hun op roeping de bank de vrijleid betoof waar door sij ongtwijffel souden agter blijven mogen ot de Jnstectie an englarang van bontualacg miese gegeeven die bereets in t laast van Jann: derwaats ver„ trocken is alleen op de naam van het rijk is ingericht en geen de minste men „tie maakt van het oogmerk hoe wel ik hem op sijne gedaane vrage unt soor ten naam, hodanig sy te gedragen wanneermen pesctet van hem meten wil„ „de of het ook im de bark de erijleid tedoen mogte weden g'instiuerd her „be haar van het tegendeel te verseckeren ingevalle se bruten des tot opkoom niet mogten te bewegen wesen als ovet bereijkt sijnde en altijt gelegenteerd genoeg sal sijn om over deese zaak te handelen waar over ik dierhalven ook vorneemens ben sijn hoogheid nader aan te speecken n verbalding sijnde dat so immers eenige voldoening terlangen sij het als dan den besten tijd sal wasen von al wanneer den vorst tet opeet meenenende nodige erst betooren wil schoon ik verkoope dat sij uw hoog Edelen den hier over onderhouden sal bij den brief die in october met de gesanten staat afte gaan ten ijnde uw hoog Edelheedens gelegentheid mogen, her „ben hem nogmaals te adhorteeren om de Comp: voldoening te besorgen waar toe alle mijne aangewende poogingen, tot hier toevrugteler sijn - geweest denselven nog de laatste gelegentheid dat ik hem er over ond hield betuigd hebbende er volstrekt geen kans meer toe te sien: Dat nu hut gevolg van de besending sal sijn en of de vorsten op kommen sul„ „diend „len ^ van den tijd afgewagt want of schoon ik in 't particulier bersicht hebbe Onder tusschen moet ik hier nog bij voegen dat ik daar en boven op de beden„ „king dat ingevalle dengelschen waarlijk eeng dessijn mogten hebben mer„ „gins op deese Cust post te vatten waar toe geen geleegener plaats kan worden uit gedagt dan de tigt van sooeang om kindschap uitgesonden enorde gesteld hebbe om te letten op de verscheijning van een of meer haerer scheepen /: waar van er rijs nevens twaalf mindere vaartuigen alle voor het meerendeel met Jnlanders so wel mandhareesen wasjoreesen als anderen bemaand onder bevel van Moes„ „ta kool en soon somen segt van den gouverneur van banCahoeloe den steven van passier hebben gewend naar Collok met intentie om daar gedaan werk gekreegen hebbende op Mandhaer te komen:/ ten eijnde daar van tijding er„ „langende den koning van bonij te propimeeren om op Soveang voorm: als onder het hmijs rijk gehoorende behaalven een teeken sijner heenschappije ook 's Comp: vlag te planten om d'engelschen so niet door gemeld ten minste door pao„ „testen des doenlijk van hun voorneemen te diverteeren, waar van ik egter voor als nog niet nodig g'elt hebbe te spreeken ter saeke hij wel een selfs aansoek gedaan hebbende omer een logie met sComp: volk beset te leggen daar op lichtelijk als nu weeder soude hebben kunnen aandringen dat maar omuit soude sijn so lange de saeken op de vertensenten voet blijven. Onder erlangde,
English
From Macasser, 9 June Anno 174. obtained that those of Chintana and Pamboeang would be completely inclined thereto, yet only under this condition that Bellamipa and Massene must also come hither, while both of them firmly held the belief that their summons, under the pretext of the claimed compensation for the bark, had freedom as its objective. Experience has taught me that not much reliance can be placed on such reports; otherwise, one might conclude from them to some extent that the reports concerning the negotiations with the English have little foundation of probability, as I wished that the outcome might show, having judged in all respects, subject to respectful correction, that too much care could not be taken in this matter and that one might easily console oneself for having taken some trouble in vain under such circumstances. Although regarding Bouton I had hoped, along with Your High Noble Excellencies, that my latest admonitions and exhortations, as well as the threat made to withhold the recognition monies for the coming year if the extirpation of spice trees were not properly completed or if the commissioners assigned to that work were again obstructed as before, would have been of better effect than all means previously employed, the outcome has now shown the contrary, as matters have proceeded in the very same way again. Moreover, the King and grandees of the realm have seen fit to leave the most and principal points of my writing to them unanswered, excusing themselves in their letter brought hither by two envoys with a rather frivolous pretext that the arisen rebellion of the people of Calecoesse, as well as the appearance of the Cerammers, had caused them too much inconvenience, although they do not fail to say in addition that the spice extirpation was properly completed. Furthermore, they made a request to be provided with two hundred flintlocks, as well as gunpowder and lead pro rata, which was flatly refused by me, giving to understand that I had orders from Your High Noble Excellencies not to lend any money or goods on credit before and until the old debt should be satisfied. Yet, on the other hand, in view of the truth of the assertion that those of Calecoesse have risen against the prince and that an expedition is about to be undertaken against them to force them to obedience, I thought it best for this time still to give along the recognition monies, as if it were a proof of the Company's goodwill and to encourage the prince and grandees of the realm once more to fulfill their obligations, which has also been done again in my reply to their letter, wherein I also at the same time pressed in earnest terms for an answer to my previous writing and thus for the payment of the overdue debt in slaves and the restitution of the cannon to be found there, just as orders were also given again there to Sergeant Steijnbach, who has been sent thither once more with an Instruction, a copy of which is to be found among the enclosures. Yet, in case this is found to have no better effect, principally concerning the extirpation, I am of the opinion that the recognition monies may with good right be withheld, even if it were annually deducted from the debt in slaves whenever they might be unwilling to make such satisfaction. Regarding the affairs on the other shore, making a beginning with Bima, it falls to me in the first place to report that the decease of the King and the provisional election as successor of his only remaining son, as well as of the administrator of the realm as regent of the realm, having been communicated to me by envoys who arrived for that purpose, I dispatched them back as speedily as possible with verbal and also written recommendations to proceed at once with the final appointment and to bring the young King and regent hither as soon as possible for the swearing of the contracts, with the announcement that this was the more necessary because a pretender might easily present himself here, namely the son of Craeng Candsilo, named Craeng Sapana, whose mother is Craeng Bellacarie, a Macassar princess, which is also why one must [illegible] him. During the presence of the aforementioned envoys, meanwhile, a letter was handed to me written to them by the other grandees of the realm, a copy of which is annexed hereto, containing that the King of Gorontalo, shortly after their departure from there, had demanded Manggarai by an express envoy with a letter; yet the answer given to him was that this country, having belonged to Bima of old, could not be surrendered, not even by their King, much less by them now that he was deceased. The envoys also asked me through the chief interpreter what they were to do in this matter, so that I finally forbade them to depart thither with their son, which the King of Boni, who nevertheless wishes to pass before everyone as the good man, left to me, although I must say to His Highness's praise that loyalty in this matter prevailed over self-interest, as is more fully recorded in the daily register under the dates of 28 April and the 2nd of the past month. Since then I have also ordered Commander Lecer to urge the grandees of the realm once more to all possible haste and a speedy arrival hither, with the remark that the excuses brought forward by them concerning the delay made it questionable whether there might not be some among them who were partial to Craeng Sapana, which he assured me he could not believe, and the contrary of which is also to be hoped.
Dutch transcription
137 263 Van Macasser Den 9:' Aunij A:o 174. — Van Macasser Den 9:' unij A:o 174. — erlangd dat die van Chintana en Pamboeang volkomen daar toe genegen sou„ „den. sijn dog alleen onder deese vorwaarde dat bellamipa en Massene sig meede herwaards moesten begeeven wijl en d' een en d' andere vastelijk in't denkbeeld waa„ den dat hun ontbod mits anders dan de geonderde vergoeding van de bark de vrijheid ten doel hadde so heeft mij 'onderving geleerd dater op diesgelijke rapporten niet veel staat te maeken sij andersints soude men daar uit eenigee maten mogen besluiten dat de bestehten aangaande d' onderhandeling niet d engelschen niet veel grond van waarschijnlijkheid hebben so als ik wenschide dat de uitkomst leeven mag allenthalven onder Eerbiedige Correctie g'ordeelt hebbende dater in deesen niet te veel von sorge heeft knen worden gebruikt en men sig licht getroften kan in sodanige gelegenthden eenige moeijte ver„ guefs gedaan hebben. Al hoe wel ik ten belange van THouton met uw hoog Edelheedens gehoopt hadde dat mijne laatste vermae„ „ningen en abhortatien mitsg„s in onderheid de gedaene bedreijging om de recogg gmitte penn: omr den aanstaande in te houden wanneer de Extirpatie van specerij boomen niet nabehooren volbragt of wel de gecommitteerdens tot dat werk weder gelijk bevoorens mogten getraverseerd worden, van beeter effect soude sijn geweest dan alle eertijds aangewoende middelen, to heeft d'uit„ „komst mathans het Contrarie doen sien, also het daar meede weder den„ selven gang gegaan is, waar en boven den koning en rijksgrooten nog heb„ „be kunnen goed vinden de moeste en voornaamste poincten van mijn schrijvens aan deselve onbeantwoord te laeten, by haaren brief met twee gesanten alhier aangebragt sig daar omtrend verschoonende met een br her frivoel voormondsel dat de gereesen opstaand der volkeren van Calecoesse mitsg:s de verscheijning der Cerammers, haar te veel ongeleegentheid, had„ „de veroorsaakt schoon z niet nalaaten er weder bij te seggen dat de specerij Extirpatie na behooren soude weesen volbragt wijders versoek doende om met twee honderd snaphaenen mitsg:s kruiten loot prorate gereeft te wer„ den het welk door mij finaal van de hand:s geweesen is, onder te ken„ „nen gave dat ik last hadde van uw hoog Edelheedens om geen geldt of goed op Coredit te leenen, voor en al eer d' oude schuld soude voldaan we„ „sen, dog daar en tegen hebbe ik mits de waarheid van het voorgeeven dat die van Calefoesoe tegen den vorst sijn opgestaan en er een Ex„ petitie tegen deselve staat ondernomen te worden om haar tot gehoor„ saamheid te verpligten best gedagt voor ditmaal de recognitie penn: nog meede te geeven als waere het tot een bewijs van 'sComp genegentheid en om den vorst en rijksgrooten nogmaals tot het nakomen hunner ge„ houdenisse aan te spooren invegen ook alweder is geschied bij mijne res„ scriptie op derselven brief waar ik teffens ook om antwond op mijn voorige en dus op de volboning van de agterstallige schuld van slaeven de restitu „tie van het aldaar te vindene Canon mernstige termen aangedron„ „be „gen - 137 265 Van Macasser den 9' Junij 174. — Van Macasser Den 9:' Junij A:o 174. — gen hebbe gelijk daar ter ok weder bevel gegeven is aan den sergeant steijn„ „bach die andermaal derwaarts gesonden is met een Jnstructie in afscheift onder de bijlagen te vinden, dog ingeval sulx van geen beeten effect bevon„ „den word voornamentlijk ten belange van d' Eytirpatie ben ik van gedagten dat de recognitie ponn: met grond van regt sullen mogen ingehouden worden al was het selfs telkens Jaarlijks in mindering van de schuld in slaeven wanneer zs tot dus voldening onwillig mogten weesen. Ten belange van de sacken op d'overwal een aanvank maekende met Bima valt mij in deerste plaats te bedeelen dat t verlijden van den koning ende provisineel verkiesing tot opvolger van desself aenig„ ste over gebleeven son mitsg=s van den rijks bestierder tot regent van het rijk mij door gesanten ten dien eijnde opgekomen gecommuniceert sijnde ik deselve ten spoedigste te rug gedepecheert hebbe met mondelinge en ook schriftelijke de commandatie om ten eersten met de finaale aan„ stelling voort te vaaren en den Jong koning en regent ten spoedig„ „sten herwaarts te brengen ter b'eediging van de Contracten onder aan„ „kundiging dat sulks te noodsaekelijker was ter saake sig hier Ag„ telijk een pretendent soude kunnen op doen namentlijk de soon van Caceng Candsilo met naame Caeeng Sapana wiens moeder is Craung Bellacarie een maccassaarse Princes alwaar om men hem ook diend Bij het aanweesen van de voormn gesanten intusschen aan mij ter hand gesteld sijnde eenbrief dor d' overige rijksgrooten aan haar geschreeven in afschrift deesen bij gevoegd, behelsende dat de koning van gra even na hun vertoek van daar door ee Expresse sindeling bij een brief de mangasaij hadde doen op Eisschen dog hem daar op ten antwoord gegeeven was dat dit land van oud nder bina gehoord hebbende niet konde worden afgestaan selfs niet door haaren koning veel min door haar mu denselven overleeden was so lieten de getanten mij teffen oor den oppertolk wragen wat haar in deesen te weeken invoegen ik haar finaal geweijgerd hebbe met haar soon der„ „waarts te vertrekken 't welk den koning van bonij die tog bij alle en een iegelijk sted voor den goeden man wil doorgaan aan mij heeft overgelaaten schoon ik tot sijn hoogheids lof seggen met dat de trouwe in desen boven eijgen interest geprevateert heeft na 't breeder nermelde bij dag register onder datis 28 april en 2: der voorleeden maand sedert hebbe ik ook den Commandant Lecer gelast de rijks grooten nogmaals tot alle mogelijke voort„ „raventheijd en een spoedige herwaarts komst aan te setten onder remarque dat de Exlusen bij hun over het uitstel ingebragt bedenkelijk maakte of er gee„ „ne onder deselve mogten sijn die voor Craceng Sapana g'importeerd waa„ „ren het welk hij mij betuigd heeft niet te kunnen denken en welken tegen„ „deel ook te hoopen sij
English
From Macasser, the 9th of June, 174. From Macasser, the 9th of June, Anno 174. to do, which I instructed them in mandatis to tell them how it could not be unknown to all the dignitaries of the realm that the Company had of old assisted those of Bima with what was necessary, so as to enable them not only to protect their property against all external violence, but even to the extent that they, having lost the Manggarai or a part thereof through the conquest by the Macassarese, had regained possession of it; that one was still so disposed in this regard, and that I would provide them with ammunition for their protection, upon payment, whenever they might need it to maintain the aforementioned land; whereunto I at the same time had them admonished to exercise all possible precaution and vigilance, which I shall urge further upon the arrival of the regent with the young king, it being constantly necessary around here, for as long as it may possibly be, to conceal from the court of Gowa that their design is known to the Company. From Tambora, three envoys also arrived here on the 9th of January, solely to request an excuse for the staying behind of the young king and regent, the cause of which they attributed to the indisposition of the former; which, having been found to accord with the truth, I accordingly dispatched them back with the recommendation to bring hither as soon as possible their young prince, the regent, or if necessary the latter alone, which they also promised to do. Having nothing to report regarding Pekat, and thus proceeding to Sumbawa, it remains for me to report that, although the king was once again most strongly urged by me, in a letter dated the 23rd of November last, written to him and the dignitaries of the realm, to come hither to swear to the contracts, just as Commandant Lecerf also did orally on the occasion of his presence there, nothing has nevertheless come of it up to now; yet the shahbandar at Bima has informed me that they had looked around there for a large vessel for the transport of the prince, after I had once more insisted upon his coming over in a second letter, and in addition had charged the Commandant Since then, I have received news from Dompu that the prince of this realm, one of the most faithful allies on the opposite shore, has passed away after the dispute between him and those of Sanggar was completely settled, to the extent that Commandant Lecerf, together with some commissioners from both sides, will before long mark out or determine the boundaries of their lands to prevent further disputes in the future. From Macasser, the 9th of June, Anno 174. From Macasser, the 9th of June, Anno 174. ordered him and the dignitaries of the realm to be spurred on to this by the strongest compelling arguments; whom I, moreover, upon his writing that Karaeng Biladje had further promised to deliver the well-known Tjalla Bancahoeloe into his hands, have authorized to assign a European to him to assist him, if such can take place without exposing such a man to hazard; but if the rumors may be believed, that wanderer perished some time ago, which time will have to show. Now, as regards the outcome of the repeated negotiations with Balambangan, I can indeed report to Your Right Noblenesses, from what was communicated to me in this regard by the aforementioned Lecerf, that the King Gusti Wayantaga, together with his son Gusti Madakaranassang, as well as the old Sumbawan princess on Sagaro, Raden Sibalang, and Raden Tidapa, have finally declared themselves well-disposed to enter into an alliance with the Company; but it also remained at that, considering that the aforementioned Lecerf held no further conference with any of them regarding the means and ways to conclude such a contract, having merely contented himself with assuring the prince upon his declaration that commissioners would indeed be sent this year, or that he would otherwise no longer believe the Dutch, which has not satisfied me at all, as I have made known to him orally. However, since it appeared to me that, in case Gusti Wayantaga might truly be inclined to enter into such a contract, the mistake made by Lecerf will not divert him from it, all the more so because the latter made himself very much beloved by that prince and this omission can easily be redressed, I thought it best, as far as possible, to strike the iron while it is hot; and therefore, in reply to the letter from Gusti Wayantaga received in the past year, though at that time left unanswered, I expressed to him my particular satisfaction with the friendly and polite reception of the often-mentioned Lecerf, and further, while forwarding the letter addressed to him by His Right Nobleness, requested him de novo in general terms to enter into the alliance of friendship, and with respect to the arrangements that must be made beforehand for that purpose, referred him to Lecerf, to whom I subsequently delivered some articles for a contract, both in Dutch and in translation, in order to have them presented to the prince, with the request to declare himself thereon, whether to accept them as such or with some alteration, and further to state what he would want to stipulate for himself in addition; of which, in so far as the freedom from toll previously requested by him is concerned, I made no mention in the articles, to see whether such might also contribute something to moving him to send some of his dignitaries hither or else to Your Right Noblenesses, to which I ordered the Commandant, if at all possible.
Dutch transcription
133 267 Van Macasser Den 9:' Junij 174. — Van Macasser Den 9:' Junij A:o 174. — te doen stend die ik in mandatis gaf hun te seggen hoe het de gesamentlij ^ niet onbekend „ke rijksgrooten, konde weesen dat de Comp: van ouds die van bima met het benodigde hadde g'assisteerd om in staat te sijn niet alleen hun eijgendom tegen alle geweld van buiten te scheremen maar selfs in so verre dat z de mangarij of wel een gedeelte van dien door d' vermeestering des mac„ Cassaeren kwyt geraakt sijnde weder waeren magtig geworden dat men als nog in dit opsigt sodanig gesnit was en ik haar met am„ „munitie tot hun bescherming voor betaeling gerieven soude wanneer sij het selve benodigt mogte weesen om het gem: land in te houden waer toe ik haar te gelijk tot alle mogelijk voorsorge en waaksaamheid ver„ „maenen liet het welk ik bij de komst van den regent met den Jong ko„ „ning nader sal aandringen hier omtrend steeds nodig sijnde so lange het immer sijn kan voor het hof van goa 't onverinsen dat haar toe„ „leg de Compagnie bekend is. — van Tambora sijn alhier den 9 Janu:s meede drie gesanten g'arriveerd eenlijk em Exlus te versoeken over het agter blijven van den Jong koning en regent waar van sij de reden aan des eerstens indispositie toe schreeven 't welk met de waarheid over een komstig bevonden sijnde so hebbe ik Jaar weder gedepecheert met recommandatie om ten spoedigsten doenlijk hunnen Jongen vorsten den regent of wel des noods den laatsten Tekat niets te berigten hebbende en dus overgaande tot. Sumbauwa vatt mij te melden dat schoon den koning al weder door mij bij een brief in dato 23:' November laastleeden aan den selven ende rijksgroo„ „ton geschreeven op t kagtigste aangemaand is om ter besweering der Con„ „traften herwaarts te komen gelijk den Commandant Lecerf meede monde„ „ling heeft gedaan ter gelegendheid van sijn aanweesen aldaar daar van eg„ „ter tot hier toe nog niets geworden is nogthans heeft den schoiba te bima mij bedeed dat sij aldaar na een groot vaartuig tot tranport van den verst hadden laeten omsien na dat ik bij een tweeden brief ngmaals op des„ selfs overkomst aangedrongen en den Commandant daar en boven ge„ alleen herwaarts te brengen dat zock beloofd hebben. zedert hebbe ik van Dompo tijding ontfangen dat den vorst van dit rijk een van de getrouw„ „ste bondgenooten aan d' overwal overleeden is na dat het disput tusschen denselven en die van Sanger volkomen afgedaan was in so verre dat den Commandant Le„ „lers nevens eenige gecommitteerdens van weder sijden de limiten haeren landen eer lange afsteeken of bepaelen sal tot voorkoming van verdere geschillen in 't vervolg alleen laest van 134 269 Van Macasser Den 9' Junij A:o 174. — Van Macasser Den 9:' Junij A„o 174. — „ last hadde hem en de rijksgrooten door de kragtigste drang redenen daar toe meede aan te spooren die ik daar benevens op sijn schrijvens dat Craeeng biladje nader hadde beloofd hem den bekenden Tjalla banca„ „hoeloe in handen te leveren gequalificeerd hebbe den selven een europees toe te voegen om hem te assisteeren als sulx sonder sodanig een man aan ha zard bloot te stellen geschieden kan dog wanner men de ge„ ruchten gelooven mag soude dien swerver voor eeniger tijd verongelukt weesen 't welk den tijd sal moeten leeren. wat nu aangaat den uitslag van de het haalde onder handeling met Salemparing kan ik uw hoog Edelheedens, uit het mij dient wegen be„ „deelde door den voorm: secers wel berectten dat den koning gustij waij„ „antaga nevens desself som gusti madakaranassang mitg:s de oude sum„ „bauwarese princes op Sagaro radien sibalang en raden Tidapa eijn„ „delijk hebben betuigd welgenegen te sijn om met de Compagnie in ver„ „bond te treeden dog daar bij is het ook gebleven gemerkt gem: Lecers met geen van alle eenige vordere saemenspraek gehouden heeft over de midde„ „len en weegen tot het sluiten van sodanig een Contract sig eenlijk verge„ „noegd hebbende om den vorst op sijn betuiging van nog dit Jaar gecommit„ „te verwagten of dat hij anders de hollanders niet meer geloven zoude, te versekeren teerden, ^ souden gesonden worden 't geen mij gantsch niet voldaan heeft in voe„ „gen ik hem mondeling te kennen gegeeven hebbe. Dan vermits het mij voorgekomen is dat ingevalle gustij waijan„ taga waarlyk mogte genegen weesen tot het aangaan van sodanig Contract den mislag door Lecers begaan hem daar van niet diverteeren sal te meer den „selven sig bij dien vorst seer bemind gemaakt heeft en dit versuijm duislich„ „telijk kan worden gesedesseerd hebbe ik gedagt ten minste se verde toenlijk het ijser te moeten smeeden terwijl het heet is en dierhalven in rescriptie van den brief van gustij waijantaga in a:o passo ntfangen dog doenmaals onbe„ „antwoord gebleeven denselven mijn bijsonder genoegen betuigd over de vrien„ delijke en beleefde receptie van meerm: Lecers en hem verder onder toefen„ ding van den brief door sijn hoog Edelheid aan hem gerigt in generaale termen de novo aangesogt tot het aangaan van den verbond van vriend„ „schap mitsg„s ten opsigte van de schrikkingen welke daar toe alvoorens dienen te worden gemaakt tot Lecerf overgeweesen aan drien ik vervolgens so in 't nederduitsch als translaat eenige articulen tot een Contract in„ „handigt hebbe om z den vorst te doen aanbieden met versoek om sig daar op te declareeren 't sij om deselve sodanige of met eenige alteratie aan te neemen en wijders op te geeven wat haar daar en boven voor hem soude willen bedingen waar van ik in se verde de door heem bevoorens versogte vrij„ „heid van toll beltoft bij darticulen geen mentie hebbe gemaakt of sezulks ook iets Contribueeren konde om hem te beweegen tot het sehden van eeni„ „ge sijner grooten naar herwaarts dan wel aan uw hoog Edelheedens waar toe ik den Commandant gelast hebbe han jo 't immers mogelijk „taga sij
English
From Macasser the 9th of June in the year 174- From Macasser the 9th of June 174- to also dispose of, instead of receiving commissioners from here, not only with further qualification, but also with orders, should it be necessary, to return thither in person, while employing everything possible to win the prince over to the Company's interests for the attainment of the goal that I ardently wish for. And returning herewith to the Company's own lands and subjects, I must, to my regret, once again occupy your Right Honourables' esteemed attention with a brief account of the vexations that have confronted me in that regard through the conduct of the king and nobles of Bonij. So much so that upon the prince's remarks in two separate conferences that many other allies seemed to care little for the contracts anymore, and it even appeared as though they wished to estrange themselves entirely from the Company and Bonij, I judged myself obliged to counter him with how I was by far not so much afraid of that as of an estrangement between the Company and Bonij itself on account of the increasing acts of violence by his people, presenting him with several examples and proofs thereof, yet all without the slightest success, since he not only remained absolutely unwilling to give a hearing to my lawful complaints and grant satisfaction for the wrongs done to our people, but even, against his better judgment, sought to excuse the conduct of his people and shift the blame for the dissensions onto ours, among which that which occurred at Maros deserves the first place, where a certain Matoa Data together with an Androngseroe Talinko came forward with a trumped-up claim to a large number of paddy fields which the Boniers had tried to assert in the year 1766 belonged to them, although at that time the contrary was already convincingly demonstrated to them, as well as the invalidity of their supposed proof, since which time it has not appeared to me that anyone has mentioned it again, except the aforementioned matoa and androngseroe, who have even dared to drive the subjects away from there by force and, having the fields harvested, take possession of them, without paying the least heed to the order given to them in the name of the king of Bonij for the evacuation thereof, not even having shrunk from threatening the prince's own envoys with beatings and further ill-treatment, an enterprise so audacious that I thought I had reason to flatter myself with the hope of being able to move the king to punish those two chiefs severely and, in view of the subsequent discovery that the regent must be held as the cause and instigator of everything, to express his displeasure about it to the same and maintain the Company's subjects in their lawful rights, or at least leave me further unmolested regarding this unfounded claim, but it is indeed far from
Dutch transcription
135 Van Macasser Den 9:' JuijA:o 174— Van Macasser den 9:' Junij 174. sij almeede te disponeeren in steede van gecommitteerdens van hier te ont„ „fangen met verdere qualificutie niet alleen maar ook bevel om wanneer het nodig mogte weesen weder in persoon na derwaarts te gaan mitsg„s alles nat mogelijk is aan te wenden om de vorst tot sComp: belangen over te haalen ter bereiking van het oelmit dat ik van heeten wensch en hier mede estagede tot s Compagnies eijgen landen en onderdaanen moet ik uw hoog Edelhee„ „dens g'eerde attentie tot mijn leesweesen alweeder besig houden met een kort te tail van de verdrietelijkheeden welke mij daar omtrent door het gedrag van den koning en rijksgrooten van bonij sijn bejegent in soo verre dat mij op frorsten uittaeting in twee diverse Conferentien dat veele andere bind„ genooten sig der Contracten weijnig meer kwamen te bekreunen en het selfs toe scheen if =s sig geheel van de Comp: en benij verwijdeten wilde mij ver„ „pligt oordeelde hom te gemoet te voeren hoe ik daar voor in verrena so veel bedugting niet hatde als voor een verwijdering tusschen de Comp: en bonij selfs ter oorsaake van de toeneemende geweldenarijen der sijnen hem daar van verscheijde staaltjes en bewijsen voorhoudende dog alles sonder eenig het min„ „ste sucles, vermits hij niet alleen volstrekt weijgerig bleef aan mijne regt„ „maetige klagten gehoor en over de verongeleijkingen de onse aangedaan satisfactie te geeven maar selfs tegen beter weeten aan het gedrag der sijne verscheonen en de schuld van d' oneenigheeden op d'onse schuijven wilde onder Maros alwaar seekeren Matoa Data nevens een Androngseroe Ta„ linko met een opgeraapte pretentie sijn te voorschijn gekomen op een groot getat Padij velden die de boniers in a:o 1766. hebben willen beweeren dat hun soude toegehooren schoon haar doemaals reets het tegendeel: so wel overtuigend is aangetoond als de nietigheid van haar gewaant be„ wijs sedert welken tijd mij niet gebleeken is dat er iemand weder van gerept heeft dan gem:t matoa en androngreroe die sig selfs hebben derven onderstaan d'onderdaanen met geweld van daar te jaegen ende velden „doende afsteeken ps in bezitting te neemen sonder na de ordre hun uit „naam van de koning van bonij gegeeven tot dies ontruijming in 't minste te luisteren sig selfs niet ontsien hebbende frorsten eigen sonde„ lingen met stok slage en nog verdere kwaede behandelingen te dreij„ „gen, een bestaan so stout dat ik mij met reden meende te mogen vleijen om den koning te sullen kunnen beweegen die beide hoofden eenstig te straf„ fen en om mits de naderhand gedtaane ondeeking dat den rijks bestierde voor de oorsaak en aanleijder van alles moeste worden gehouden sijn on„ genoegen daar over aan denselven te betuigen en s Comp: ondaanen in haar wettig recht te maintineeren of ten minste mij over deese soon ge„ „gronde pretentie verder ongemoeijt te laeten dog het is er wel verre van welke d' eerste plaats verdiend het voorgevallene te welke 271