VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3429

Coromandel · 386 pages · 126 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3429_0256 view scan ↗

English

Examined 11. 7 244 D„l Vick [illegible] Statement to show the difference found in a greater or lesser number of linen packs negotiated and collected by the Honorable Company, both at all offices of this Government in particular and in general on this Coast of Coromandel during the course of the years 1774 and 1775, whereby it is also shown, among other things, how many packs of those collected remain lying over at the respective offices, which were packed after the departure of the last ship from this Coast, namely: This year collected more or less than in Ao Passato: More: Less: At Nagapatnam the shipment in Ao Passato amounted to packs 414. To which added the remainder of Ao passato: 385. Amounts for the collection of Ao passato to: 799. This year departed from there: 1059. Less the remainder of Ao passato: 385. Remainder: 674. To which added the remainder of this year: 140. Counts for the collection of Ao stantij: 814. Consequently this year more: 15. At Portonovo sent in Ao primo: 16. To which added the remainder of Ao passato: 237. Together for the collection of Ao passato: 253. This year departed from there: 275. Less the remainder of Ao passato: 237. Remainder: 38. To which the remainder of this year: 190. Counts for the collection of this year: 228. Consequently this year less: 25. Carried forward: packs 15. 25. Per Transport At Sadraspatnam the shipment in Ao Passato is: 181. To which added the Ao passato remainder: 237. Together for the collection of Ao passato: 418. This year departed from there: 387. Less the remainder of Ao passato: 237. Remainder: 150. To which added the remainder of this year: 125. Counts for the collection of Ao stantij: 275. Consequently this year less: 143. At Palliacatta sent in Ao primo: 63. To which added the remainder of Ao passato: 103. Together for the collection of Ao passato: 166. This year departed from there: 143. Less the remainder of Ao passato: 103. Remainder: 40. The papers from this office not yet having been received, no report can be made, but only the remaining extra fine moeris for Batavia are taken, being: 4. Thus set for the collection of Ao stantij: 44. Consequently this year less: 122. At Palicol sent in Ao primo: 91. Therewith the Ao passato remainder: 80. Together for the collection of Ao passato: 171. This year sent from there: 173. Less the remainder of Ao passato: 80. Remainder: 93. To which added the remainder of this year: 117. Counts for the collection of Ao stantij: 210. Consequently this year more: 39. At Iaggernaijkpoeram the shipment in Ao passato amounted to: 224. To which the remainder of Ao passato: 186. Together for the collection of Ao passato: 410. This year departed from there: 377. Less the remainder of Ao passato: 186. Remainder: 191. To which added the remainder of this year: 175. Counts for the collection of Ao Stantij: 366. Consequently this year less: 44. From Bimilipatnam the shipment in Ao passato was: 0 The collection of Ao passato that remained: 231. This year departed from there: 268. Less the remainder of Ao passato: 231. Remainder: 37. To which come the remainders of this year: 109. Counts for the collection of Ao stantij: 146. Consequently this year less: 85. Together Packs: 54. 419. The greater collected subtracted from the lesser procured: 54. Then it appears that the collection of this year is less than the year before by a number of packs: 365. Nagapatnam In the Castle, 30 December Ao 1775. Packs: 54. 290. More: Less: J: Clssingen Carried forward: packs 54. 290. packs: 15. 25. than Ao passato Collected More: Less: This year collected than Ao passato: 245 247 Examined 247 246 V. Slaesten Memorandum of the following cloth and linen chests and packs that remain lying over at the Palliacatta office against the demand of the year 1775, and because of the late receipt of the papers from that office were not included, but stated as a deficit; therefore the same are hereby specified further, and the actual state of the collection of this year is shown in its entirety; namely: 54 packs and chests of diverse linens pro patria remain lying over at the Palliacatta office; thereof: 2 handkerchiefs superfine of 1¾ Ca: 7 Roemaals Cestergantij in sort 2 Bethillos superfine length 32 width 2¼ Cobidos 6 Moerisses length 26 width 2 Cobidos 1 Roemaals de Esta of 1 7/8 Ca: 20 Roemaals checkered Indian sort 5 Bethillos Callawaphoe 8 Bethillos Cestergantij 8 Gingham underpants striped 2 Gingham underpants checkered 54 packs together as above Brief demonstration of the actual collection for the year 1775; as: On the respective demands for the year 1775 amounting to 2495 packs; whereof 2038 for the Fatherland and 457 for India, 2137 bundles have been fulfilled; namely 1736 for Europe and 401 for India, thus short 358 packs; thereof 302 pro Patria, and 56 for India. At the Palliacatta office, after deduction of the currently remaining 54 packs, only 4 packs pro Patria remain unfulfilled.

Dutch transcription

Nagesien 11. 7 244 D„l Vick suklic „schil dat 'er Gevonder word in Een Meerder of minder getal Lijwaat Pakken dewelke door d' E: Compagnie zijn genegotieerd en ingesameld, so op alle de Comptoiren deeses Gouvernements in 't bij sonder als in 't generaal te deeser Custe Cormandel geduurende den Loop den Jaaren im 1774. 75. waar bij dan ook onder anderen komt te blijken hoe veel pakken van de ingesamelde op de respective Comptoiren blijven over leggen, dewelke na het vertrek van het Laaste schip ter deese Cust zijn in den band gebragt namentlijk: Deezen Jaar meerd: mind: ingesameld dan A:o Pto Opstel ter Aanthooning van 't ver„ Te Nagapatnam beliep de versending in A:o Passato p=len 414. -. bij dewelke g'addeert de overgeblee„ ven van A:o pass:o 385. Komt voor d' Jnsaam van A:o p=lo - - „ 799. dit Jaar zijn van daar afgestooken, 1059. - af de overgebleeven van A:o pass:o „ 385. — Rest„t 674. waarbij g'addeert de overgebleeven van dit Jaar - - - - - „ 140. Teld voor den Jnsaam A: stantij - „ 814. Oversulks dit Jaar Meerder. . . . . . . „ 15. — —. — E Te Portonovo is A:o p=mo versonden „ 16. bij dewelke g'addeert de overgebleeven A:o passato „ 237. te zaamen voor den Jnsaam A:o p=to „ 253. dit Jaar zijn van daar afgestooken „ 275. af de overgebleeven van A:o p=lo „ 237. - Rest „ 38. waar bij de overgebleeven van dit Jaar„ 190. Teld voor d' Insaam deezes Jaars - – – – „ 228. Oversulks dit Iaar Minder 25. - Transporteere p=ken 15. 25. deesen Jaar P„r Transport - Per Transport Te Sadraspatnam is de versen„ ding A:o P=o - - - - - - - „ 181. bij dewelke addeert d' A:o p=lo overgebleeve „ 237. te zaamen voor den insaame van A:o p=to „ 418. dit Jaar zijn van daar afgestooken - - „ 387. -. af de overgebleeven van A:o C=to - - - „ 237. - Rest - - „ 150. Waarbij g'addeert d' overgebleeven van dit Jaar - - - - - „ 125. teld voor den insaam van A:o stantij „ 275. Over sulks deezen Iaar minder - - - - „ —. „ 143. —. Te Palliacatta is A:o p=ro versonden„ 63. — bij dewelke g'addeerd d' overgebleeven A:o C„to 103. te zaamen voor den in saame van A:o p=to „ 166. dit Iaar zijn van daar afgestooken „ 143. af de overgebleeven van A:o C=to „ 103. „ „ Rest „ 40. van dit Comptoir de papieren nog niet ontvangen zijnde, zoo kan ook geen verslag werden gedaan, maar werden alleen genoomen de overblijvende moeris Extra fijne voor Batavia zijnde„ 4. stelle dus voor den Insaame van A:o stantij „ 44. Oversulks dit Iaar minder - - - - - - - - - „ —. „ 122. Te Palicol zijn A:o p=r versonden „ 91. —. daar bij de A:o p=to overgebleevene „ 80. te zaamen voor den Jnsaame A:o p„o „ 171. dit Jaar zijn van daar afazonden „ 173. af de overgebleeven van A:o p=o „ 80. Rest - „ 93. waar bij g'addeert d'overgebleeven deesen Iaar - - „ 117. —. Teld voor den insaame van A:o stantij - - - „ 210. Oversulks deesen Iaar meerder - „ 39. Te Iaggernaijkpoeram heeft de versending in A:o p=lo beloopen „ 224. to bij dewelke de overgebleeven Ao: 186. te zaamen voor den Insaame A„o p=o - - - „ 410. —. dit Jaar zijn van daar afgestooken „ 377. af de overgebleevene van A:o p„l - - „ 186. . Rest „ 191. Waar bij g'addeert de overgebleeven van dit Iaar - - - - - - - „ 175. Teld voor den insaame van A:o Stantij - - „ 366. —. oversulks deesen Iaare minder - - - - - „ —. -„ 44. —. van Bimilipatnam is de versending in A:o p=s geweest - - - „ — Den Jnsaame A:o p=o dat overgebleeven „ 231. Dit Jaar zijn van daar afgestooken „ 268. af de overgebleeven van A:o p=lo. - „ 231. Rest „ 37. waarbij koomen d' over gebleeven deese J„r „ 109.— Teld voor den Insaame A:o stantij - - - „ 146. Oversulks dit Iaar minder - - - - - „ —. „ 85. — Te Zaamen Pakk: 54. „ 419. -. Het Meerder Ingesamelde van 't minder geprocureerd afgetrokken - - - „ —„ 54. - Dan komt te blijken dat den Insaame deeses Iaars minder is dan A: Bevooren een getaal van Pakken „365. Nagapatnam Jn't Casteel Den 30. xber: A:o 1775. — Pakk: 54. 290. meerd: mind: J: Clssingen Transporteere - - - pakk: 54. 290. patkik: 15. 25. -. dan A.:o p=to Jngesamelt Meerd: Mind: Deezen Jaar Ingesameld aan A:o p=to 245 247 - Nagesien 247 246 Memorie der volgende kleeden en V. Slaesten Lijwaatkisten en Packen, die ten Comptoire Palliacatta op den Eijsch van den Jaare 1775. blijven overleggen, en weegens den Laaten ontfang der Papieren van dat Comptoirniet zijn ingenoomen, maar als te kort bekent ge„ steld, derhalven werden deselve bij deesen nader opgegeven; en dies wesentlijken staat van den Jnsaam deses Jaars in zijn geheel ver„ thoond; namentlijk 54. -. packen on kisten diverse Lijwaaten pro patria blijven ten Comp„ toire Palliacatta overleggen; daar van 2. - „ Neusdoeken supra fijne de 1¾. Ca: 7. . . „ Roemaals Cestergantij in Zoort 2. „ Bethillos suprafijne Lg: 32. br„t 2¼. Cob„s 6. „ Moerissen Lang 26. br„t 2. Cob„s 1. -. „ Noemaals de Esta d' 1 7/8. Ca: 20. –. „ Noemaals geruijte Jndiasche zoort 5. - „ Bethillos Callawaphoe Bethilles festergantij 8. — „ 8 Gingam onderbroeks gestreepte 2. „ gingam onderbroeks geruijte min„ 54. - packen te samen als vooren korte aanthooning van den wesentlijken Jnsaam voor den Jaare 1775. ; als op de respective Eijsschen voor den Jaare 1775. groot 2495. packen; waar van 2038. voor 't Patria en 457. voor Jndia is voldaan 2137. fardeelen; als 1736. voor Europa en 401. voor Jndia, dus te kort 358. packen; daar van 302. pro Patria, en 56. voor Jndia Ten Comptoire Palliacatta blijven na aftrek der thans over blijvende 54. packen, maar onvoldaan 4. packen Pro Patria. den

NL-HaNA_1.04.02_3429_0259 view scan ↗

English

Examined Sept: Hendk Nieboer L=a K: General statement of the debit of the Company's merchants on this Coast of Coromandel, as found upon the closing of the trade books as of the end of August of this year at the respective Southern and Northern offices, with an indication of their state and condition, namely: Pagodas ƒ 3288: 18 7/8 ƒ 32797: 4: 8. — At Jaggernaikpoeram, according to the transferred settlement, as follows. — pa/o 310: 17 35/8. ƒ 1398: 5: —. Pintepoele kittaija „ 342: 6 3/8. „ 1540: 4: —. Badam Ramalingam. „ 292: 17 3/8. „ 1317: 5: —. calla, sesterloe „ 324: 17 7/8. „ 1461: 7: —. Teketie Iapaija „ 331: 19 5/8. „ 1493: 2: 8: condoerie Narsinga Appadoe „ 310: —½. „ 1395: 2: —. Bandaar Enktels „ 301: 11 7/8. „ 1356: 15: —. Bollapregada Togie „ 350: 20: —. „ 1578: 15: —. Bollapregada bnkteraijloe „ 326: 22 7/8. „ 1471: 5: —. Cottaar wieresa. „ 306: 16 5/8. „ 1380: 1: 8. Calloerie kittaija. „ 295: 19½. „ 1331: 3: —. Daatcherie Redie „ 312: 10¼. „ 1405: 18: 8. chicacoeloe Perie chittij „ 386: 19 1/8. „ 1740: 12: —. weenwalesalingam. „ 386: 19: 1/8. „ 1740: 12: —. Rakapillie soubaija „ 338: 9¾. „ 1522: 18: —. Batjoe Ammaija „ 386: 19 1/8. „ 1740: 12: —. Mamedie Onktekistna „ 182: 3½. „ 823: 7: 8. Batjoe Trewengalom. „ 386: 19¼. „ 1740: 12: —. Majettie kistna. „ 386: 19: 1/8. „ 1740: 12: —. Coesoerie Rangaija. „ 386: 19 1/8. „ 1740: 12: —. Tunnoerie sarasoe. 386: 19 1/8. „ 1740: 12: —. soenaarie Enkenna. „ 253: 8¼. „ 1137: 11: 8. The washers in partnership. 6115: 16½ „ 2750: 12: 8. At Palicol, see the accompanying accounts, namely: pa/o —: —: —. ƒ —: —: —. Bangaar Letjemie Naraijna is still credited Pa/o 3: 17¼. „ 77: 22: — „ 350: 12: 8: Bangaar Narsaija, against which his stock of linens, according to the inventory taken by the commissioners F: I: Nurensberg and P: H: Heshusius, amounts to P a/o 103: 16 1/8, after deduction of which he is in credit by po/o 25: 18 1/8. „ 103: 15 5/8. „ 466: 7: 8. Reppaka Enkene, his stock of cloths amounts to P o/o 78: 1 1/8: consequently he still owes Pag: 25: 4: —. „ 414: 19½. „ 1866: 13: —. Daatcherij gowindoe, his stock of cloths amounts to pag: 95: 2 1/8. Thus there remains for his debit pra/o 319: 17 3/8. 13404: 1¾. ƒ 60317: 17: — pƒ 596: 8: ¼ ƒ 2683: 13: —. To be carried forward Pagodas 13404: 1 1/8 ƒ 60317: 17: — 596: 8: 1/4 ƒ 2683: 13: — Carried forward —. sollasa Narsaija still stands credit P a%o 125: 14 7/8. „ 361: 6½. „ 1625: 14: 8. Bangaar Enkaija, on the other hand his stock of cloths, according to the inventory taken by the aforementioned commissioners, amounts to a sum of Pag: 163: 18 5/8. Thus there remains for his debit Pagodas 197: 12 3/8. „ 472: 10 1/8. „ 2127: 8: —. kammamoerie Togie, on the other hand his stock of linens amounts to P a/o 33: 4¼. Thus he still remains in arrears P a/o 439: 13 7/8. —. gammanie Atjeraloe is in credit at the closing of his account pa/o 92: 9/8. „ 1016: 2 7/8 „ 4572: 11: —. Mahamadoe Assen, his stock of cloths amounts to P: r/o 47: 9½. Consequently still owing pr/o 968: 17 7/8. „ 559: 18: — „ 2518: 17: 8. welloewollie Perassoe, and his stock amounts to P a/o 47: 3 7/8. After deduction of which he still runs a debit of Pa/o 512: 14 1/8. „ 813: 5: — „ 3659: 9: —. Bolla Pregada wirasoe, the same's stock of linens is in the amount of P a/o 57: 16: —. Thus after deduction he is still in arrears Pra/o 755: 13: —. „ 1457: 8¼. „ 6558: 1: —. kannemoerie chittaija, his stock amounts to Pa/o 29: 16: —. After subtraction of which he is then still owing P a/o 1428: 2¼. 70: 11: — „ 317: 1: 8. golla Malaija, against which his stock amounts to pag: 49: 9: —. Consequently he still remains in debit Pag: 21: 2: —. pr/o 13404: 1 1/8. ƒ 60317: 17: — p:s 5347: 6 7/8. ƒ 24062: 15: 8. To be carried forward p=r/o 13404: 1 1/8. ƒ 60317: 17: — prs 5347: 6 7/8. ƒ 24062: 15: 8. Carried forward. „ 34: 2 7/8. „ 153: 10: —. Mamedie Enkattingam, according to the inventory taken by the said commissioners his stock of cloths amounts to P a/o 140: 21 7/8. Whereby he is in credit P a/o 106: 18½. „ 734: 7¼. „ 3304: 7: —. The Private Supplier, his stock amounts to P a/o 110: 6 5/8. Thus at the closing of his account he still remains in arrears P a/o 624: —: 1/8. —. The washers in partnership stand in credit at the closing of the books for an amount of - - - - - - - - R a/o 169: 10 7/8. further for earned washing wages - „ 19: 6 1/8 consequently in total Credit - pra/o 188: 17: —. „ 665: 12 1/8 „ 2995: —: 8 At Sadraspatnam, see the sent accounts: namely pa/o —: —: — ƒ —: —: — Andiappa Moddelij has balanced his account „ —: —: — „ —: —: — gopaal Moddelij has likewise balanced „ 62: 22¾. „ 283: 7: —. Madahoe chessasselam Chittij —: —: — chedeappas chittij has balanced his account —: —: — goend hoer Baal chittij ditto 602: 14¼. „ 2711: 13: 8. The blue dyers or Cambay weavers —: —: — At the Office of Paliacatta, and Bimilipatnam The merchants have balanced their accounts Porto Novo Of this the settlements are yet [illegible] p /. 14070: —¼ ƒ 63312: 17: 8. To be carried forward

Dutch transcription

Nagezien Sepl: Hendk„ Nieboer L=a. K: te deeser Custe Cormandel zoo als die op het sluijten der Negotie Boeken onder ultimo Augustus deses Iaars op de Respective Zuijder en Noorder Comptoiren zijn bevonden, met aanwijsing van derselver staat en gelegendheid Namentlijk: p:r ƒ 3288: 18 7/. ƒ 32797:4: 8. — Tde Jaggernaikpoeram, volgens overgaande aftreekenings Als. — pa/o 310: 17 35/8. ƒ 1398. 5: —. Pintepoele kittaija „ 342. 6 3/8. „ 1540: 4: —. Badam Ramalingam. „ 292. 17 3/8. „ 1317. 5. —. calla, sesterloe „ 324. 17 7/8. „ 1461: 7. —. Teketie Iapaija „ 331. 19 5/8. „ 1493. 2: 8: condoerie Narsinga Appadoe „ 310: —½. „ 1395: 2. —. Bandaar Enktels „ 301: 11 7/8. „ 1356:15. — Bollapregada Togie „ 350: 20. –. „ 1578:15: —. Bollapregada bnkteraijloe „ 326: 22 7/8. „ 1471: 5. —. Cottaar wieresa. „ 306: 16 5/8. „ 1380: 1: 8. Calloerie kittaija. „ 295: 19½. „ 1331: 3. —. Daatcherie Redie „ 312: 10¼. „ 1405. 18. 8. chicacoeloe Perie chittij „ 386: 19 1/8. „ 1740: 12:—: weenwalesalingam. „ 386. 19. 1/8. „ 1740. 12. — Rakapillie soubaija „ 338. 9¾. „ 1522: 18. — Batjoe Ammaija „ 386: 19 1/8. „ 1740: 12: —. Mamedie Onktekistna „ 182: 3½. „ 823: 7. 8. Batjoe Trewengalom. „ 386: 19¼. „ 1740. 12. —. Majettie kistna. „ 386: 19. 1/8. „ 1740. 12:—. Coesoerie Rangaija. „ 386. 19 1/8. „ 1740: 12: —. Tunnoerie sarasoe. 386. 19 1/8. „ 1740. 12. —. soenaarie Enkenna. „ 253: 8¼. „ 1137. 11: 8. de wassers in geselschap. 6115. 16½ „ 2750: 12: 8. Te Palicol vide nevens gaande Rekeningen Namentlijk. pa/o — —. —. ƒ Bangaar Letjemie Naraijna. staat nog tevooren Pa/o 3: 17¼. „ 77: 22: —„ 350: 12: 8: Bangaar Narsaija, waar en: teegen zijn voorraad van Lijwaaten volgens opneem der gecommitteerdens F: I: Nurensberg en P: H: Heshusius bedraagt P a/o 103: 16 1/8 na welkers aftrek hij dan te vooren is po/o 25. 188 „ 103: 15 5/8. „ 466: 7: 8. Reppaka Enkene, zijn voorraad van klee„ „den bedraagt P o/o 78: 1 1/8: oversulks blijft hij nog schuldig Pag: 25. 4. —. „ 414: 19½. „ 1866. 13. —. Daatcherij gowindoe, zijn voorraad van doeken beloopt pag: 95: 2 1/8. dus resteerd voor zijn Debet pra/o 319. 17 3/8. 13404. 1¾. ƒ 60317. 17. — pƒ 596. 8. ¼ ƒ 2683: 13. —. Die Transporteere Generaalen opstel van Den Debet van 'scomp:s Cooplieden p/ p.r 13404 1 1/ ƒ 60357.1. 96. 8 1/ ƒ603. 13. — P„rs Transport —. sollasa Narsaija staat nog credit P a%o 125: 14 7/8. „ 36: 6½. „ 1625. 14. 8. Bangaar Enkaija daar en tegen bedraagt zijn voorraad van kleeden, vol¬ „gens opneem door voorengemelde ge„ „committeerdens een somma van Pag: 163: 18 5/8. dus Resteerd voor zijn Debet Pagoo„ „den 197: 12 3/8. „ 472:10 1/8. „ 2127: 8. —. kammamoerie Togie zijn voorraad van Lijwaaten daar en teegen monteerd P a/o 33: 4¼. dus blijft hij nog ten agteren P a/o 439: 13 7/8. -.gammanie Atjeraloe staat bij het sluijten zijn reekening te vooren pa/o 92: 9/8. „ 1016. 2 7/8 „ 4572:11:—. Mahamadoe Assen. zijn voorraad van doeken beloopt P: r/o 47: 9½. oversulks nog schildig pr/o 968:17 7/8. „ 559. 18. —„ 2518. 17: 8. welloewollie Perassoe en zijn voorraad monteerd P a/o 47: 3 7/8. na welkers aftrek hij nog Debet loopt Pa/o. 512: 14 1/8. „ 813. 5. — „ 3659: 9. —. Bolla Pregada wirasoe der„ „selver voorraad van Lijwaaten is groot P a/o 57:16. —. Dus hij na aftrek nog ten agteren is Pra/o 755: 13. —. „. 1457. 8¼. „ 6558: 1: —. kannemoerie chittaija zijn voorraad beloopt Pa/o 29:16. —. na welkers substractie hij dan nog schuldig is P a/o 1428: 2¼. 70. 11:—„ 317: 1: 8. golla Malaija waar en tegen zijn voorraad bedraagt pag: 49: 9:—. oversulks wij nog Debet blijft Pag: 21: 2: —. pr/o 13404. 1 1/8. ƒ 60317: 17 p:s 347: 6 7/8. ƒ 24062: 15:8. Die. Transporteere „——. p=r/o 13404. 1 5/8. ƒ 6031. 17.— prs 347. 6 7/4. ƒ 24062. 15. 8. P„r Transport. „ 34. 2 7/8. „ 153: 10: —. Mamedie Enkattingam volgens gedaane opneem door gedagte gecom„ „mitteerdens beloopt sijn voorraad van kleeden P a/o 140. 21 7/8. waar door hij te vooren is P a/o 106: 18½. „ 734: 7¼. „. 3304: 7. —. den Particuliere Leverancier zijn voor„ „raad beloopt P a/o 110: 6 5/8. dus blijft hij bij het sluijten zijner reekening nog ten agteren P. a/o 624. –. 1/8. —. de wassers in geselschap staan bij het slot der boeken tevooren een montant van - - - - - - - - R a/o 169: 10 7/8. nog aan verdiende waschloon - „ 19: 6 1/8 oversulks in 't geheel Credit - pra/o 18: 17. —. „ 665: 12 1/8 „ 2995 —. 8 se sadraspatnam vide de overgesondene Reekenin„ „gen: teweeten pa/o —. — — ƒ -Andiappa Moddelij heeft sijn reekening verevent „ —. —. — „— - —: gopaal Moddelij heeft al„ „meede vereffent „ 62. 22¾. „ 283. 7. —. Madahoe chessasselam Chittij — — — chedeappas, chittij heeft zijn reekening vereffent —. — — goend hoer Baal chittij adidem - 602:14¼. „ 2711: 13. 8. de blaauw verwers of Cambaaij weevers —. . — Ten Comptoire Paliacatta, en. _„o Bimilipatnam Hebben de marchiandeurs hunne ree„ „keningen veroffent Portonovo Hier van zijn de afreekenings p /. 14070. –¼ ƒ 63312. 17. 8. Die Transporteere nog „ „ -. —„ -—„ _:o

NL-HaNA_1.04.02_3429_0261 view scan ↗

English

pagodas 14070. – ¼ ƒ 63312. 17. 8. Carried forward Lesser. pagodas 14070. – ¼. ƒ 63312. 17. 8. Total together, whereof: on South Coromandel _ _ _ - - - - - ƒ 2995. —. 8. on North Coromandel - - - - - - - ƒ 60317. 17. —. Counts as above - - - - - - - ƒ 63312. 17. 8. Nagapatnam In the Castle, the last of August Anno 1775. Count well These not yet arrived. At Paggernaijkpoeram Pinte Poele kittaija - - - - - - - pagodas 310. 17. 3/8. Badam Ramalingam - - - - - - pagodas 342. 6. 35/8. calla sesterloe - - - - - - - - - pagodas Coendoerie Marsinga Appadoe - - - - pagodas 331. 19. 3/8. calloerie hittaija - - - - - - - - - pagodas At Palicol Bangaar Letjemie Naraijna - - pagodas. Mangaar Marsaija - - - - - - - - pagodas Reppaka Enkena - - - - - - - - pagodas The Private Supplier - - - - - pagodas 734. 7. ¼. Peketie Papaija - - - - - - - - - - pagodas 324. 17. 7/8. Bangaar Enklees - - - - - - - - pagodas 310. –. ½. -. Bolla pregadda Togie - - - - - - - pagodas 301. 11. 7/8. Bolla pregada Enkteraijloe - - - - - - pagodas 350. 20. –. Mamedie Enkte kistna - - - - - - pagodas 38. 6. 19. 7/8. Batjoe Triewengalom - - - - - pagodas 182. 23. ½. Majettie kistra - - - - - - - - pagodas 386. 19. 1/8. coesoerie Rangaija - - - - - - - pagodas 386. 19. 1/8. Soendoerie Enkenna - - - - - - - pagodas 306. 19. 1/8. Kamamoerie Pogie - - - - - - - pagodas 472. 18. 1/18. Gammanie Atjeraloe - - - - - - - pagodas —. —. —. on the last of August Anno 1775, at the subordinate trading posts: Together cottaan wieressa - - - - - - - pagodas 326. 2. 5/8. daatcherij Redie - - - - - - - pagodas 295. 19. ½. chicacool peerchittij - - - - - - - pagodas 312. 10. ¼. weemwale salingam - - - - - - - pagodas 386. 19. 1/8. Rakapillje soubaija - - - - - - pagodas 386. 19. 1/8. Batjoe Ammaija - - - - - - - pagodas 338. 9. ¾. Tunoerie Sarrassoe _ _ _ - - - - - pagodas 306. 19. 1/8. Daatcherij Gowindo - - - - - - - pagodas 414. 19. ½. Sollasa Marsaija - - - - - - - - - pagodas —. -. —. Bangaar Enkaija - - _ _ - - - - - pagodas 361. 6. ½. Mahamadoe Assen - - - - - - pagodas 1016. 2. 3/8. Mamedie Enkallingam - - - - pagodas 34. 2. 7/8. Memorandum of all the debts of the Honorable Company's merchants welloewollie Perassoe - - - - - - pagodas 559. 18. —. Boela Pregada wierassoe - - - - - pagodas 813. 5. —. The washers and Company – – – – - pagodas —. —. —. The washers in company – - - - - pagodas 253. 8. ¼ pagodas 28. 10. 7/6 ƒ 32797. 4. 8. Kannemoerie chietlaija - - - - - - pagodas 1457. 8. ¼. Golla Malaija - - - - - - - - pagodas 70. 11. — 6115. 16. ½. ƒ 27520. 12. 8. Carried forward - pagodas 13404. 1. 7/16 ƒ 60317. 17. -. 77. 22. —. 103. 15. 3/8. 292. 17. 3/16. 306. 16. 3/16. J. V. Vassingen 247 Letter R: -. - Examined Tambbe Moddelij - - - J. D. Vichje Carried forward - - - - - - pagodas 13404. 1. 7/16 ƒ 60317. 17. - . At Sadraspatnam - - - - pagodas —. –. —. Maddhoeches Casselam chittij - - - pagodas 62. 22. ¾. Cheddeappa chittij - - - - - - pagodas —. -. Goendhoer Baal Chittij - - - - pagodas —. -. -. The blue-dyers or cambay-weavers - pagodas 602. 14. 1/8. pagodas 665. 12. 7/16 ƒ 2995. —. 8. At Bimilipatnam And Palliacatta The merchants have settled their accounts Porto Novo At From this trading post the final accounts have not yet arrived — Total Pagodas 14070. - ¼ ƒ 63312. 17. 8. Nagapatnam In the Castle, the last of August Anno 1775. — Andiappa Moddelij . . . - - - - pagodas —. –. –. W Hessingen Count well Examined Nothing Summary Of all the debts of the merchants on the Coast of Coromandel In the financial year 1775/76. No. S. 248

Dutch transcription

pa/o 14070. – ¼ ƒ 63312. 17. 8. P„ Transport Kleinner. pa/o 14070. –¼. ƒ 63312. 17. 8. Sommeeren. tesaamen, daar van. op Zuijder Cormandel _ _ _ - - - - - ƒ 2995. —. 8. „ Noorder Cormandel - - - - - - - „ 60317: 17. —. Teld als vooren - - - - - - - ƒ6312. 17. 8. Nagapatnam In 't Casteel ultimo Augustus A:o 1775. Tetawel JDeitge nog niet ingekoomen. De Paggernaijkpoeram Pinte Poele kittaija - - - - - - - pa/o 310. 17. 3/8. Badam Ramalingam - - - - - - „ 342. 6. 35/8. calla sesterloe - - - - - - - - - „ Coendoerie Marsinga Appadoe - - - - „ 331. 19 3/8. calloerie hittaija - - - - - - - - - „ Te Palicol Bangaar Letjemie Naraijna - - pa/o. Mangaar Marsaija - - - - - - - - „ Reppaka Enkena - - - - - - - - „ Den Particuliere Leverancier - - - - - „ 734. 7. ¼. Peketie Papaija - - - - - - - - - - „ 324. 17. 7/8. Bangaar Enklees - - - - - - - - „ 310. –. ½. -. Bolla pregadda Togie - - - - - - - „ 301. 11. 7/8. Bolla pregada Enkteraijloe - - - - - - „ 350. 20. –. Mamedie Enkte kistna - - - - - - „ 38. 6. 19. 7/8. Batjoe Triewengalom - - - - - „ 182.23.½.. Majettie kistra - - - - - - - - „ 386. 19. 1/8. coesoerie Rangaija - - - - - - - „ 386: 19: 1/8. Soendoerie Enkenna - - - - - - - „ 306. 19. 1/8. Kamamoerie Pogie - - - - - - - „ 472. 18. 1/18. Gammanie Atjeraloe - - - - - - - „ —. —. —: den onder ultimo Augustus A:o 1775. op de onderhoorige Comptoiren: Samentlijk cottaan wieressa - - - - - - - „ 326. 2. 5/8. daatcherij Redie - - - - - - - „ 295. 19.½. chicacool peerchittij - - - - - - - „ 312. 10.¼. . weemwale salingam - - - - - - - „ 386. 19. 1/8. Rakapillje soubaija - - - - - - „ 386:19. 1/8. Batjoe Ammaija - - - - - - - „ 338. 9. ¾. Tunoerie Sarrassoe _ _ _ - - - - - „ 306. 19 1/8. Daatcherij Gowindo - - - - - - - „ 414. 19. ½. Sollasa Marsaija - - - - - - - - - „ —. -. —: Bangaar Enkaija - - _ _ - - - - - „ 361. 6. ½. Mahamadoe Assen - - - - - - „ 1016. 2. 3/8.. Mamedie Enkallingam - - - - „ 34. 2. 7/8. Memorie van alle de schulden der 'sE: Compagnies Cooplie„ welloewollie Perassoe - - - - - - „ 559. 18. —. Boela Pregada wierassoe - - - - - „ 813. 5. —: De wassers en Geselschap – – – – - „ —. —. —: „ De wassers ingeselschap – - - - - „ 253. 8. ¼ pr/„o 28. 10. 7/6 ƒ 32797. 4. 8. Kannemoerie chietlaija - - - - - - „ 1457. 8. ¼. Golla Malaija - - - - - - - - „ 70. 11. — 6115. 16. ½. „ 27520. 12. 8. Transporteere - p/o. 13404. 1. /6 ƒ6317. 17. -. 77. 22. —. 103. 15. 3/8. 292. 17. 3/16. 306. 16. 3/6. J:V: Vassingen 247 L=a R: -. - Nagesien Tambbe Moddelij - - - J: D: Vichje P=r Transport - - - - - - pa/o 13404 1 /. ƒ 317. 17. - . Te Sadraspatnam - - - - „ —. –. —. Maddhoeches Casselam chittij - - - „ 62. 22. ¾. Cheddeappa chittij - - - - - - „ —. -. Goendhoer Baal Chittij - - - - „ —. -. -. De Blaauw verwers of Cambaaij weevers. - „ 602: 14: 1/8: „ 665: 12: 7/6: „ 2995. —. 8. Te Bimilipatnam En Palliacatta Hebben de Cooplieden hunne Reeke„ ningen vereffent Portonovo Te Van dit Comptoir zijn de afreekenings nog niet ingekoomen — Somma Pag: 14070. - ¼4 ƒ 6312. 17. 8. Nagapatnam Jn't Casteel ultimo Augustus A„o 1775. — Andiappa Moddelij. . . - - - - pa/o. —. –. –. W Hessingen Tel wel Nagsin Neets Samentrecking Van ale de schulden den Copleten te Cust Cormandel In 't Boekjaar 177 3/6. No. S. 248

NL-HaNA_1.04.02_3429_0264 view scan ↗

English

Summary of all the Debts of the Merchants on this Coast of Coromandel in the financial year 1774/5, showing how much each Merchant actually remained Debit according to the balance of the books in the Year 1773/4, the Cash advanced to him for the Collection of the Year 1774/5, what he delivered against this in cloths and fabrics, and what he still remains in arrears on the advances made, as well as how much he delivered against his Debit of the Year 1773/4, showing the increased and decreased debts of each Merchant in the most recent trading year, likewise how much each Merchant still actually remains Debit according to the balance of the books, and Finally how much the combined Debts of all the Offices together amount to, Namely: According to the balance of the books of the year 1773/4, the Merchants were in arrears; In the year 1774/5 was advanced to the Merchants; In return the Merchants delivered linen in the said financial year; The Merchants remain in arrears on the advances made; The Merchants paid on the debts of the past year; The debts of each Office in the most recent financial year increased, decreased; The Merchants remain in arrears according to the balance of the books of 1774/5; The debts of all the Offices amount to, according to the books together: At Saggernaikpoeram. Ditto Badam Ramalingam - - - - - - - - - - - - 1494. 7. - 9151. 9. 8. 9105. 12. 8. 9151. 8. - 9250. 13. 8. -. -. - 9151. 8. - 9174. 9. 8 -. -. - 9151. 8. - 9265. 13. - —. –. – 1494. 6. 8. 9151. 8. - 9314. 11. 8 —. -. - 9151. 8. - 9239. 16. - 11511. 17. 8. 11511. 17. 8. —. -. - ƒ507. 8. -. 11507. 8. - —. –. – 11524. 13. - 11668. 11. 8 -. -. - 11510. 9. - 11510. 9. - —. -. - 11524. 11. 8. 12183. 12. 8. -. –. – 11506. 10. 8. 11506. 10. 8. -. -. - 11505. 16. 8. 11505. 16. 8. - 11506. 19. 8. 11506. 19. 8 — 11494. 9. - 11494. 9. - — 3096. 8. - 3070. 1. - 26. 7. - 156. 12. 8. ƒ 1736. 4. -. . . . . . . ƒ32797. 4. 8. At Iaggernaikpoeram the Merchant Bangaar Letjemie Naraijna Credit 6923. 14. 8. ƒ 6923. 14. 8. ƒ —. –. –. ƒ ƒ 904. 10. - 6553. 17. 8. 350. 12. 8. Ditto Reppaka Enkana - - - - - - - - - - - — 6915. 9. 8. 6449. 2. -. 466. 7. 8. — Ditto Daatcherie Towindoe - - - - - - - - 6900. 16. -. 5803. 6. 8. 1097. 9. 8 — Ditto Sollasa Narsaija stands ditto - . 565. 5. — ƒ 7468. 4. 8. 7468. 4. 8 — 9151. 8. - 9152. 12. 8. —. –. – 1. 4. 8. — 9151. 8. 8. 9289. 1. 8. —. –. – 137. 12. 8. — At Palicol Ditto Bangaar Narsaija - - - - - - - - - - - - Carried over - - - - - - ƒ 35145. 19. 8. ƒ 251618. 18. — ƒ 251284. —. - ƒ1914. 9. 8. ƒ —. —. — ƒ 156. 13. 8. ƒ 1736. 4. - ƒ 2683. 13. - ƒ 32797. 4. 8. Ditto Coendoerie Narsinga Appadoe - - - - - - - - 1494. 7. – Ditto Bolla Pregada Enkteraijloe - - - - - - - - 1494. 6. 8. Ditto Soendoerie Enkenna - - - - - - - - - - - 1740. 12. — The Merchant Sintepoele Kittaija - - - - - - - - - - - - - - - - ƒ 1494. 7. — ƒ Ditto Calla Sesterloe. - - - - - - - - - - 1494. 7. – 9151. 9. 8. 9328. 11. 8. —. – – 177. 2. -. —. –. - Ditto Peketie Papaija - - - - - - - - - - - - - - 1494. 7. – 9151. 8. 8. 9184. 8. 8. —. –. – 33. – – —. –. – Ditto Bandaar Enktees - - - - - - - - - - - - 1494. 7. 8. Ditto Bolla Pregada Logie - - - - - - - - 1494. 7. 8. 9151. 8. 8. 9067. -. - 84. 8. 8. —. –. –. —. –. – Ditto Chicacool Peer Chittij - - - - - - - - - - 1494. 6. 8. Ditto Coesoerie Rangaija - - - - - - - - - - - 1740. 12. — Ditto Tunnoerie Serrasoe - - - - - - - - - - - 1740. 12. — 9151. 8. 8. ƒ 9247. 10. — ƒ —. –. — ƒ 96. 2. — ƒ —. –. –. ƒ —. —. — ƒ 1398. 5. 1. Ditto Cottaar Wieresa - - - - - - - - - 1494. 6. 8. Ditto Calloerie kittaija - - - - - - - - - - - 1494. 6. 8. Ditto Weemwale Salingam - - - - - - - - - - 1740. 12. — Ditto Rakapillie Soubaija - - - - - - - - - - - - 1740. 12. – Ditto Batjoe Ammaija - - - - - - - - - - - - - 1666. 16. 8. Ditto Mamedie Enkte kistna - - - - - - 1740. 12. –. Ditto Batjoe Triwengalam - - - - - - - - - - - 1482. 8. 8. Ditto Majettie kistha - - - - - - - - 1740. 12. — The Washers in Company - - - - - - - - 1111. 4. 8. Ditto Daatcherie Redie - - - - - - - - - - - - 16. 14. 8. ƒ ƒ -. -. -. -. 769. 3. 8. -. . . - -. –. – 659. 1. - . -. -- 163. 3. 8. 88. 8. -. — 23. 1. 8. —. –. – — 114. 5. -. —. –. – -. –. — 99. 5. 8. 45. 17. — —. –. –. —. –. – —. –. – 1540. 4. - 1356. 15. 8. -. -. -. 1317. 5. -. -. -. - 1461. 7. -. -. - - 1493. 2. 8. - . - . - 1395. 2. —. - . - . -. 1578. 15. -. - - - - . 1380. 1. 8. -- - 1331. 3. – -. - . -. 1405. 18. 8. -. - . -. 1740. 12. -. . - . - . 1740. 12. – -. - . -. 1471. 5. -. - . . . - . 1522. 18. — -. -. -. 1137. 11. 8 -. -. -. 1740. 12. -. 350. 12. 8. . . . -. -. -. -. 466. 7. 8. - . -. - 1866. 13. -. . -. . -. - -. - . - . ƒ . –. 248 1 -. -. -. - . - -. -. –. – -. –. – -. –. — -. - ƒ - -. –. – . -. - -: -. —. -. -. -. 1740. 12. -. -. -. -. 1740. 12. -. -. -. -. 1740. 12. -. - . -. -. 823. 7. 8. . - . -. 1740. 12. -. -. –. – -. –. – -. -. – -. -. - -. –. . – —. –. – 143. 18. 8. -. –. – – . – . – . —. –. – -. -. – -. –. – .- .. - -. – -. –. – – -. - –. -:-. -

Dutch transcription

Samentrecking van alle de Schulden der Cooplieden te deeser Custe Cormandel in 't boekjaar 17 1/5. waar bij aangewesen werd, hoe veel ider Coopman volgens 't flot der boeken in A„o 178 3/¾. nog wesentlijk Debe 't stond, de aan hem verstrekte Contanten tot den Insaam van het Iaar 177 4/5. wat denselven daarop aan kleeden en doeken heeft geleeverd, en wat hij op de gedaane voor uijt verstrekkingen nog ten agteren blijft, mitsg:s hoe veel denselven op sijn Debet van A„o 178¾4. geleeverd heeft, met aanthooning der vermeerderde en verminderde schulden van ider Marchiandeur in het Iongste handeljaar, Idem hoe veel ider de gaddeerde Schulden, van alle de Comptoiren te saamen bedraagen, Namentlijk Coopman volg:s slot der boeken, nog wesentlijk Debet blijft, en Laastelijk hoe veel boekjaar daaren tegen hebben de Cooplieden blij„ de Cooplieden heb„ De schulden van ider Comp„ de Cooplieden blij, de schulden van alle Volgens 't slot der, In het boeken de a„o 177 /4. 177 1/5. is) aan de deselve ingesegde ven op de gedaane „ber op de schulmtoir zijn in het Iong„ „ vervolg: 't slot der de Comptoiren be„ stonden de Coop, Cooplieden voor boekjaar aan vooruijs verstreken den van a„o pass:o, ste boekjaar boeken van 177 4/5. . draagen volgens de „lieden ten agteren uijt verstrekt lijwaten geleverd, kingen ten agteren voldaan vermeerdert vermindert nog ten agteren boeken te saamen Te Saggernaikpoeram. „ _„o Badam Ramalingam - - - - - - - - - - - - „ 1494. 7. -„ 9151. 9. 8. „ 9105. 12. 8. „ 9151. 8. -„ 9250. 13. 8. „ -. -. -„ 9151. 8. -„ 9174. 9. 8„ -. -. -„ 9151. 8. -„ 9265. 13. -„ —. –. –„ 1494. 6. 8. „ 9151. 8. -„ 9314. 11. 8„—. -. -„ 9 1. 8. -„ 9239. 16-„ 11 7. 11. 17. 8. „ 11511. 17. 8. „ —. -. -„ ƒ507. 8. -. „ 11507. 8. -„—. –. –„ 11 524. 13. -„ 11668. 11. 8„-. -. -„ 11 510. 9. -„ 11510. 9. -„—. -. -„— 11 524. 11. 8. „ 12183. 12. 8. „ -. –. –„ 1 506. 10. 8. „ 11506. 10. 8. „ -. -. -„ 11 505. 16. 8. „ 11505. 16. 8. „- 11 506. 19. 8. „ 11506. 19. 8„— „ 494. 9. -„ 11494. 9. -„— 3096. 8. -„ 3070. 1. -„ 26. 7. -„ 156. 12. 8. ƒ 1736. 4. -. . . . . . . ƒ32797. 4. 8. Te Iaggernaikpoeramƒ den Coopman Bangaar Letjemie Naraijna Creditƒ 6„923. 14. 8. ƒ 6923. 148. ƒ —. –. –. ƒ ƒ 904. 10. -„ 6553. 17. 8. „ 350. 12. 8. „ _„o Reppaka Enkana - - - - - - - - - - - „— 6915. 9. 8. „ 6449. 2. -. „ 466. 7. 8. „— _:o Daatcherie Towindoe - - - - - - - - „ 6 900. 16. -. „ 5803. 6. 8. „ 1097. 9. 8„— _„o Sollasa Narsaija staat _:o - . „ 565. 5. —„ ƒ 468. 4. 8. „ 7468. 4. 8„— 9151. 8. . -„ 9152. 12. 8. „ —. –. –„ 1. 4. 8. „— 9151. 8. 8. „ 9289. 1. 8. „ —. –. –„ 137. 12. 8. „— Te Palicol _„o Bangaar Narsaija - - - - - - - - - - - - „ Transporteere - - - - - - ƒ 35145. 19. 8. ƒ 251 ƒ618. 18. — ƒ 251284. —. ƒ1914. 98. ƒ —. —. — ƒ 156. 13. 8. ƒ 1736 4. ƒ 2683. 13. - ƒ 32797. 4. 8. „ _„o Coendoerie Narsinga Appadoe - _ _ _ - - - - - „ 1494. 7. –„ „ _„o Bolla Pregada Enkteraijloe - - - - - - - - „ 1494. 6. 8. „ _=o Soendoerie Enkenna - - - - - - - - - - - „ 1740. 12. — „ Don Coopman Sintepoele Kittaija _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ ƒ 1494. 7. — ƒ „ _„o Calla Sesterloe. - - _ _ _ - - - - - - - - - - „ 1494. 7. – „ 9151. 9. 8. „ 9328. 11. 8. „ —. – –„ 177. 2. -. „ —. –. -„ „ _„o Peketie Papaija - - - - - - - - - - - - - - „ 1494. 7. – „ 9151. 8. 8. „ 9184. 8. 8. „ —. –. –„ 33. – –„ —. –. –„ „ _:o Bandaar Enktees - - - - - - - - - - - - „ 1494. 7. 8. „ „ _:o Bolla Pregada Logie - _ _ - - - - - - - „ 1494. 7. 8. „ 9151. 8. 8. „ 9067. -. -„ 84. 8. 8. „ —. –. –. „ —. –. –„ „ _o Chicacool Peer Chittij - - - - - - - - - - „ 1494. 6. 8. „ „ _:o Coesoerie Rangaija - - - - - - - - - - - „ 1740. 12. —„ „ _:o Tunnoerie Serrasoe - - - - - - - - - - - „ 1740. 12. — „ 9151. 8. 8. ƒ 9247. 10. — ƒ —. –. —ƒ 96. 2. —ƒ —. –. –. ƒ —. —. — ƒ 1398. 5. 1. „ _„o Cottaar Wieresa - _ - - - - - - - - - _ „ 1494. 6. 8. „ „ _:o Calloerie kittaija - - - - - - - - - - - „ 1494. 6. 8. „ „ _„o Weemwale Salingam - - - - - - - - - - „ 1740. 12. —„ „ _„o Rakapillie Soubaija - - - - - - - - - - - - „ 1740. 12. – „ „ _„o Batjoe Ammaija - - - - - - - - - - - - - „ 1666. 16. 8. „ _„o Mamedie Enkte kistna _ _ _ _ _ - - - - - - „ 1740. 12. –. „ „ _„o Batjoe Triwengalam - - - - - - - - - - - „ 1482. 8. 8. „ „ _„o Majettie kistha - _ _ _ _ _ - - - - - - _ „ 1740. 12. — „ De Wassers in Geselschap _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ „ 1111. 4. 8. „ „ _„o Daatcherie Redie - - - - - - - - - - - - „ 16. 14. 8. ƒ ƒ -. -. „ -. -. „ 769. 3. 8. „ -. . . - „ -. –. – „ 659. 1. -„ . -. -„- 163. 3. 8. „ 88. 8. -. „— 23. 1. 8. „ —. –. – „ — 114. 5. -. „ —. –. –„ -. –. — „ 99. 5:8. „ 45. 17. —„ —. –. –. „ —. –. – „ —. –. –„ 1540. 4. - 1356. 15: 8. -. -. -. „ 1317. 5. -. -. -. - „ 1461. 7. -. -. - - „ 1493. 2. 8. - . - . - „ 1395. 2. —. - . - . -. „ 1578. 15. -. - - - - . „ 1380. 1. 8. -- - „ 1331. 3. – -. - . -. „ 1405. 18. 8. -. - . -. „ 1740. 12. -. . - . - . „ 1740. 12. – -. - . -. „ 1471. 5. -. - . . . - . „ 1522. 18. — -. -. -. „ 1137. 11. 8„ -. -. -. „ 1740. 12. -. 350. 12. 8. . . . -. „ -. -. -. „ 466. 7. 8. - . -. - „ 1866. 13. -. . -. „ . -. -„ -. - . - . „ ƒ . –. „ „ 248 1 -. -. -. - . -„ -. „ -. –. –„ -. –. – „ -. –. — „ -. -„ ƒ -„ -. –. – „ . -. „ -„ -: -. —. -. -. -. „ 1740. 12. -. -. -. -. „ 1740. 12. -. -. -. -. „ 1740. 12. -. - . -. -. „ 823. 7. 8. . - . -. „ 1740. 12. -. -. –. – „ -. –. – „ -. -. – „ -. -. - „ -. –. . – „ —. –. – „ 143. 18. 8. „ -. –. – „ – . – . – . „ —. –. –„ -. -. –„ -. –. – „ .- .. - „ -. –„ -. –. – „ –„ -. - –. „ -:-. „ - „

NL-HaNA_1.04.02_3429_0265 view scan ↗

English

Brought forward The same Sammanie Atjeracoe stands credited ƒ 415. 14. — The same Solla Malaija - - -- Private Supplier - - - - - - - - ƒ 1834. 12. 8. ƒ 6926. 1. 8. The Washers in Company stand credited - - - - ƒ 762. 10. – ƒ 1231. 8. 8. ƒ 945. 17. - The Merchant Kamamoerie Pogie - - - - - ƒ 1529. 9. – ƒ 6906. 17. 8. The same Mamedie Enkatlingam - - - - - ƒ —. -. - ƒ 6937. 7. — The Merchant Teannemoerie Chietaija - - - - - - ƒ 1802. 8. 8. ƒ 6529. 7. — The same Bolla Pregada Wierasoe - - - - - ƒ 2009. 18. 8. ƒ 7359. 15. 8. The same Bangaar Onkaija - - - - - - ƒ —. -. - ƒ 6908. 8. — The same Mahamadoe Essen - - - - - - - ƒ 2571. 18. — ƒ 6925. 13. - The same Telloewoldie Perasoe - - - - - - ƒ 182. 4. – ƒ 6914. 12. — At Sadraspatnam The Merchant Andiappa Moddelij ƒ —. —. — ƒ 26157. -. -. ƒ 26157. —. — The same Goendhoer Baal Chittij ƒ —. –. –. ƒ 21576. 3. 8. ƒ 21576. 3. 8. The same Chedeappa Chittij ƒ —. -. -. ƒ 23726. 18. -. ƒ 23746. 18. -. The same Tamboe Moddelij and his partner Iopaal Moddelij ƒ —. -. - ƒ 23245. 1. 8. ƒ 23245. 15. 8 ƒ —. -. -. ƒ 1421. 8. 8. ƒ 1704. 15. 8. ƒ 14214. 8. 8. ƒ 15635. 17. -. The same Maddhoe Chessalam Chittij ƒ 2449. 17. 8. ƒ 7018. 3. -. ƒ 6756. 7. -. ƒ 261. 16. - The Blue Dyers or Cambay Dyers At the Sadraspatnam Factory: ƒ 261. 16. —. ƒ 1421. 8. 8. - - . - - - ƒ 2995. -. 8. Palliacatta At both these Factories, the Merchants have cleared their accounts Carried forward ƒ 50462. 1. 8. ƒ 438147. 6. — ƒ 425297. —. — ƒ —. –. –. At Bimilipatnam ƒ 17239. 7. – ƒ 283. 7. -. ƒ 2711. 13. 8. According to the close of the books of the year 1774/5, the merchants were in arrears: ƒ 35145. 19. 8. In the financial year 1774/5, advanced to the merchants: ƒ 251618. 18. - In return, the same have in the said financial year delivered in linens: ƒ 251284. -. —. The merchants remain, on the advances made, still in arrears: ƒ 1914. 9. 8. The merchants have settled on the debts of the past year: ƒ 156. 12. 8. The debts of each factory in the latest financial year have: Increased: ƒ 1736. 4. —. Decreased: ƒ 2683. 13. -. The merchants remain, according to the close of the books of 1774/5, still in arrears: ƒ 32797. 4. 8. The debts of all factories combined amount, according to the books, to: ƒ 6308. 18. 8. ƒ 597. 19. - ƒ 2127. 8. -. ƒ 5282. 13. 8. ƒ 1625. 14. 8. ƒ 1625. 14. 8. ƒ 7320. 10. - ƒ 4925. -. - ƒ 2000. 13. -. ƒ 4572. 11. - ƒ 4377. 18. 8. ƒ 2336. 13. 8. ƒ 2518. 17. 8. ƒ 5710. 5. - ƒ 1649. 10. 8. ƒ 3659. 9. -. ƒ 6589. 3. 8. ƒ 317. 1. 8. ƒ 317. 1. 8. ƒ 6783. 17. - ƒ 153. 10. -. ƒ 153. 10. -. ƒ 5456. 7. - ƒ 1469. 14. 8. ƒ 3304. 7. – ƒ 2177. 5. 8. ƒ 1231. 8. 8. ƒ 1773. 14. 8. ƒ 4755. 12. 8. ƒ 6558. 1. -. At the Palicol Factory ƒ 16820. 18. 8. ƒ 1231. 8. 8. - - - - - ƒ 27520. 12. 8. ƒ 7320. 10. - ƒ 6916. 5. - ƒ 4389. 1. - - - - - - - ƒ 63312. 17. 8. 248 And settled Brought forward Porto Novo. From this Factory, the final settlements have not yet arrived. The Debts of the whole of Coromandel, except for the Factory just mentioned, amount to, per balance according to the books: The remaining entries sum: ƒ 50462. 11. 8. ƒ 438147. 6. —. ƒ 425297. - -. - - - - - - - - - - - - - ƒ 17239. 7. – ƒ 4389. 1. - Subtract the decreased debts from the increased: ƒ 4389. 1. —. Thus it appears that the same have increased in this financial year: ƒ 12850. 6. —. This increase added to the debts of last year: Then comes, as stated, for the Arrears: ƒ 63312. 17. 8. Balances: ƒ 63312. 17. 8. of this Government in the year 1774/5 ƒ 63312. 17. 8. Dated the final day of August, the year 1775. Nagapatnam, in the Castle. According to the balance of the books of the year 1774/5, the merchants were in arrears: ƒ 50462. 1. 8. In the financial year 1774/5, advanced to the merchants: ƒ 438147. 6. — In return, the same have in the said financial year delivered in linens: ƒ 425297. —. —. The merchants remain, on the advances made, still in arrears: ƒ —. –. –. The merchants have settled on the debts of the past year: ƒ —. –. –. The debts of each factory in the latest financial year have: Increased: ƒ 17239. 7. – Decreased: ƒ 4389. 1. -. The merchants remain, according to the close of the books of 1774/5, still in arrears: ƒ 12850. 6. -. The debts of all factories combined amount, according to the books, to: ƒ 63312. 17. 8. JB V Vlissingen 248 Sak. Adr. Dennieuk. Seen, Lta

Dutch transcription

P„r Transport „ _„o Sammanie Atjeracoe staat Credit ƒ 415. 14. — „ „ _„o Solla Malaija - - -- „ particulieren Leverantier - - - - - - - - „ 1834. 12. 8. „ 6926. 1. 8. „ de Wassers in Geselschap staan Credit - - - - „ 762. 10. – „ 1231. 8. 8. „ 945. 17. -„ den Coopman Kamamoerie Pogie _ _ _ _ _ - „ 1529. 9. – „ 6906. 17. 8. „ „ _„o Mamedie Enkatlingam - - - - - „ —. -. - „ 6937. 7. —„ den Coopman Teannemoerie Chietaija _ _ _ _ _ _ „ 1802. 8. 8. „ 6529. 7. —„ „ _:o Bolla Pregada Wierasoe - - - - - „ 2009. 18. 8. „ 7359. 15. 8. „ „ _„o Bangaar Onkaija - - - - - - „ —. -. - „ 6908. 8. —„ „ _„o Mahamadoe Essen - . - - - - - - - „ 2571. 18. —„ 6925. 13. -„ „ _„o Telloewoldie Perasoe - - - - - - „ 182. 4. – „ 6914. 12. —„ De Sadraspatnam den Coopman Andiappa Moddtelij ƒ —. —. — ƒ 26157. -. -. ƒ 261 7. —. ƒ _„o Goendhoer Baal Chittij „ —. –. –. „ 21576. 3. 8. „ 215 16. 3. 8. „ -. -. „ _„o Chedeappa Chittij -. -. -. „ 23726: 18: -. „ 23746. 18. -. „ -. –. „ . -. „ _„o Tamboe Moddelij en sijn portionaris Iopaal Moddelij„ —. -. . „ 23245. 1. 8. „ 23245. 15. 8„— -. -„ -. -. -. „ 1421. 8. 8. „ „ 1704. 15. 8. „ 14214. 8. 8. „ 15635. 17. -. „— _„o Maddhoe Chessalam Chittij 2449. 17. 8: „ 7018. 3. -. „ 6756. 7. -. „ 261. 16. -„ de blauw verwers of Cambaij Verwers Ten Comptoire Sadraspatnam. ƒ 261. 16. —. ƒ 1421. 8. 8. - - . - - - „ 2995. -. 8. Palliacatta Op deese beijde Comptoiren hebben de Cooplieden hunne reekeningen verEfsend Transporteere ƒ50462. 1. 8. ƒ438147. 6. — ƒ425297. —. — ƒ —. –. –. ƒ Te Bimilipatnam 17239. 7. – ƒ -. - . -. „ . -. „ -. -. -. -. „ 283. 7. -. -. -. -. „ 2711. 13. 8. -. „ Volgens stot den In't boetja 101 /k laar en tegen heb, de Coopleden blij de Cooplieden heb„ de schulden van ider de Coopleden blij de schulden van boeken de A„o 17 /¾1:s aan de Coop, ben deselve in gem: ver op de gedane ben op de schul„ Comptoir zijn in het ven volg. s stot alle de Comptoiren stonden de Coop„lieden voor uijt boekjaar aan lij „ vooruijt verstrekkin, den van A:o pass:o Iongste boekjaar aen boeken van bedraagen volg:s de „lieden ten agteren verstrekt „waaten geleeverd gen nog ten agteren voldaan vermeerdert vermindert 1771/5: nogten agteren boeken te samen ƒ35145. 19. 8. ƒ 251618. 18. - ƒ 251284. -. —. ƒ 1914. 9. 8. ƒ . -. -.ƒ 156. 12. 8. ƒ 1736. 4. —. ƒ 2683. 13. -. ƒ32797. 4. 8. 6308. 18. 8„ 597. 19. -„ -„ -. -. „ 2127. 8. -. 5282. 13. 8. „ 1625. 14. 8. „ -. -. „ 1625. 14. 8: 7320. 10. -„ —. –. –. „— -„ -- -. -„ -. –. —. 4925. -. -„ 2000. 13. -.„ „ . - . -. „ 4572. 11. - 4377. 18. 8. „ 2336. 13. 8. „ -- . -. „ 2518. 17. 8. 5710. 5. -„ 1649. 108.„ - . -. „ 3659. 9. -. 6589. 3. 8. „ 317. 1. 8. „ - . - . „ 317. 1. 8. „ 6783. 17. -„ 153. 10. -. „- - . -. „ 153. 10. -. 5456. 7. - „ 1469. 14. 8.„ - - - . „ 3304. 7. – . -. –„ 2177. 5. 8. „ -. -. -. „ 1231. 8. 8„ -. —„ . -. – „ -. -. 1773. 14. 8. „ 4755. 12. 8. „ -- -- 6558. 1. -. . -. -„ Ten Comptoire Palicol ƒ 16820. 18. 8. ƒ 1231. 8. 8. - - - - - „27520. 12. 8. -. -. -„ 7320. 10. -„ - - - - - - „ —. -. -„ 6916. 5. -„ 4389. 1. - - - - - - - ƒ63312. 17. 8. 248 „ En -. -. -. „ -. . -. „ -. –. –. „ — -. „ -. „ -. - seld wel Heitge Transport e Portonovo. P Van dit Comptoir zijn de affreekenings nog niet ingekoomen De Schulden van geheel Cormandel excepto 't Comptoir evengenoemd mon¬ „teeren lb„a Stantij volgens de boeken - - - - - - -- de overige Poslen tellen. . . . . . . . . ƒ50462. 11.8. „ 438147. 6. —. ƒ 4252 97. - -. - - - - - - - - - - - - - ƒ17239. 7. – ƒ4389. 1. - Substraheere de verminderde Schulden van de geaugmenteerde - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 4389. 1. —. Soo blijkt dat deselve in dit boekjaar vermeerdert sijn - - - - - - - - - - - - - - deese Vermaerdering g'addeert tot de schulden des Voorleeden Iaars - - . „ 12850. 6. —. Dan komt als gesegd voor de Agterstallen. Balanceert. ƒ63312: 17. 8. deeses Gouvernements in r„o 171/5 ƒ6312. 17. 8. . . - - - adij Ultimo Augustus A:o 1775. Nagapatnam In 't Casteel – – – – – – – – – – – – — Volgens stat In 't boekjaar daaren: tegenheb„ de Cooplieden de Cooplieden De schulden van de Cooplieden, de schulden Hier boeken ge 177 4/5. is ben de selve in blijven op de hebben op ider Comptoiren zijn blijven volg:s van alle de Comp: boekjaar Gedaane voor de schil„ in het jongste A„o 171 /¾. fton: aan de Coop: gem: „den de Cooplie, lieden voor aan lij waaten uijt verstrekkingen, den van A„o Boekjaar gele verd. nog ten agteren prC:o voldaan. vermeerder 't vermindert. nog ten agteren boeken te samen „den ten agteren. uijt verstrekt. -. . . . ƒ50462. 1. 8. ƒ 438147. 6. — ƒ4252 37. —. —. ƒ —: –. –. ƒ —. –. –. ƒ17239: 7. – ƒ 4389. 1. -. -. . . . . . . ƒ63312:17: 8. - - - - - - - _ _ - - - - - - ƒ12850. 6. -. . . . . . . . . . . . .- - - - - - - - ƒ63312. 17. 8. 't' slot der boe„„toiren bedraa„ „ken van 17 /5. gen volg:s de JB V Vessingen 248 - -- — „ - .. Sak. Adr. Dennieuk. gezien, Lta

NL-HaNA_1.04.02_3429_0268 view scan ↗

English

Nagapatnam In the Castle the last day of August Anno 1775, Specific Account of the candy sugar consumed in this Coromandel Government in compliance with the honored orders of Their High Mightinesses the Noble High Indies Government at Batavia, contained in their respective Resolution of the 19th of August 1765, drawn up after such a formed Contra Account Amsterdam 1764, which was sent to us for consideration by Their said High Mightinesses; Namely Debit 1773. the last day of July: Brought from Batavia by the ship de Both to this principal station - - - - - - lb: 50191. –. – ƒ 6491. 10. —: freight of the said lb: 50191: — at ƒ 3. 12. per hundred lb: - - - - - - - 1806. 17. 8. 2 Years Interest of the advanced Capital, or the purchase cost of the aforementioned 50191 lb: being ƒ 6491:½: calculated at 4½ per Cent per year - - - - - - - - - - - 584. 4. 8. 3 per Cent Insurance or Risk charges of the aforementioned Purchase price - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 324. 11. 8. 5 per Cent of the value of the said ship, or the length of 150 feet at one million pounds amounts for 1/20 ship calculated against 100000 ƒ per ship, so amounts for 1/20 part to ƒ 5000 —, and for the 5 per Cent - - - - - - - 250. –. –. 1½ per Cent Nagapatnam expenses taken for the unloading, weighing, and storage of the said quantity, or on ƒ 6491. 10. -- - - - 97. 7. 8. Checked Sum - - - - lb: 50191: —. - ƒ 9554: 11:— Credit 1775. the last day of August: By the consumption of - - - lb: 47711. -. -. ƒ 9525. 13 -. validated underweight at Nagapatnam 3 per Cent - - - 1506 –. –. and according to Confrontation - - - 974. –. –. the loss on this parcel - - - - - - - -. -. -. 28: 18 —. Sum - - - - - lb: 50191. –. - ƒ 9554. 11. — J: Vlissingen J: J: V: Neitger Checked C:n H:k Steenkelder At Nagapatnam under date the 17th 211818:16: —. ƒ950317: 10. — Portonovo - - - - the last day of August 523. —. –. 2353. 10:— Sadraspatnam. . . . . Ditto 5253. –. –. 23638. 10. — Palliacatta Ditto 15786. —. — 71037. -. — Palicol Ditto 5100. —. –. 22950: —. – Jaggernaikpoeram the last day of July 65024: —. —. 292608. —. — Bimilipatnam August 9498. –. –. 42741:—.— Sum Pagodas 312365:16: — ƒ 1405645: 10. — Nagapatnam In the Castle the 31st of December 1775. List of such Cash as has been held at this Principal Station and the subordinate Offices under the dates to be specified here below; Namely; Baucquet de Jan EG Clercq Letter U: 251 251 At Nagapatnam under date the 17th 211818:16: —. ƒ 950317: 10. — Portonovo - - - the last day of August 523. —. –. 2353. 10:— Sadraspatnam. . . . . Ditto 5253. –. –. 23638. 10. —. Palliacatta. . . Ditto 15786. —. — 71037. –. —. Palicol Ditto 5100. –. –. 22950: —. — Jaggernaikpoeram the last day of July 65024. -. –. 292608. –. —. Bimilipatnam August 9498: —: —: 42741:—:—. Sum Pagodas 312365: 16: —. ƒ 1405645: 10. — Nagapatnam In the Castle the 31st of December 1775. List of such Cash as has been held at this Principal Station and the subordinate Offices under the dates to be specified here below; Namely; Baucquet De Jan EG Clercq Letter U: 1775. the 1st of February: Arrived here a two-masted snow named Machamadoe Mateen from Bengal, be- longing to the Moor and resident here Kanasahib Abdoel Rasoel Kanasahib; com- manded by the Nacoda Pieer Sahieb and the Sarang Naijna Marican, laden with Rice, and departed again on the 4th of April for Ben- gal laden with salt and sand- alwood. the 3rd ditto: Arrived in the roads a two-masted sloop named Meijganda welaijda porawvie from Ben- gal, belonging to the native and resident here Waijtinada Chittiaar, com- manded by the Nacoda Baden Sahib, and the sarang Miera Sahab, laden with Rice, and diverse beans, and departed again on the 7th of August for Aceh laden with diverse goods. List of the following foreign and private Ships and vessels that called at this Coromandel principal station Nagapatnam in this current Year, with Specification of that which was laden therein, and whither they have departed again from here, Namely— Letter V: 252

Dutch transcription

Nagapatnam Jn 't Kasteel ult:o Augustus A„o 1775, Specifique Reekening van de sen deesen Cormadelsen, Gouvernemente verthierde Candij suijker ter voldoening aan de g'Eerde ordres van Haar HoogEdelens de Edele Hooge Jndiase egeering / Batavia vervat bij Hoogst derselver respective Resolutie van den 19' Augustus 1765. op gemaakt na soodanig geformeerde Contra Reekening Amsterdam 1764. en dewelke ons tot speculatie door welmelde Haar Hoog Edel„ „heedens is toegsonden; Namentlijk Debet 1773. 1lt„o Julij a: Van Batavia pr 't schip de Both te deeser Hoofd plaatse aangebragt - - - - - - lb: 50191. –. – ƒ 6491. 10. —: „vragt van gem: lb: 50191: — â: ƒ 3. 12. 'tCento lb: - - - - - - - „ 1806. 17. 8. „ 2. Jaaren, Jntrest van 't verschootene Capitaal, of 't inkoops kostende van voorm: 50191 lb: sijn„ „de ƒ 6491:½: tot 4½. p„r C„o p„r f: gereekend is - - - - - - - - - - . - „ 584. 4. 8. „ 3. p„r C:o Assurantie of Rifico ongelden van voorm: Jnkoops prijs - - _ - - - - - - - - - - - - - - - - „ 324. 11. 8. „ 5. p„r C„o van de waarde van gem: schip of de lengte van 150. voeten op een Milligen ponden komt voor 1/20. schip gecalculeerd teegens 100000 ƒ 't schip soo komt voor 1/20. gedeelte ƒ 5000 —. en voor de 5. pr Cento - - - - - - - -- -- 1½ prC: Nagap=t ongeden genoomen voor t los„ sen weegen en bergen van gem: quantiteijt off op ƒ 6491. 10. -- Nagereekend Somma - - - - . lb: 50191: —. - ƒ 9554: 11:— - - - „ 97. 7. 8. - - - - - - - „ 350. –. –. „ Credit 1775. 11t. Aug:s p. 'T verthierde van - - - W: 47711. -. -. ƒ 9525. 13 -. „gevallideerde onderwigten te Nagapatnam 4: 3. p„rC:o - -- - -- - - – – – – - „ 1506 –. –. „en volgens Confrontatie _ _ _ _ _ - - - „ 974. –. –. „ 't verloorene op deese parthij - - - - - - - „ -. - . -. 28: 18 —. Somma - - - - - l: 50191. –. - ƒ 9554. 11. — J: Hlissingen J: J: V: Neitger R 177 ƒ Nagesien C„n H„k Steenkelder 250. Te Nagapatnam onder dato det 17 1:16: —. ƒ950317: 10. — „ Portonovo - - - - „ ult„o Aug„s „ 523. —. –. „ 2353. 10:— „ Padraspatnam. . . . . D„o „ 5253. –. –. „ 23638. 10. — D„o -. „ 15786. —. — „71037. -. — Palliacatta D„o „ 5100. —. –. „ 22950: —. – Palicol : Saggernaikpoeran ult„o Juli„ 65024: —. —. „ 292608. —. — Bimilipatnam „ Aug„s „ 9498. –. –. „ 42741:—.— Somma Pagooden 312365:16: — ƒ405645: 10. — Nagapatnam In't Casteel den 31. December 1775. Lijst van Zodanige Contan„ ten als op deese Hoofd plaatse en de onderhoorige Comptoi¬ ren onder de hier onder te specificeerene datums berustende geweest sijn; Namentlijk; Baucquet de Jan G Clercq L=a U: 251 251 Te Nagapatnam onder dato de 17 31818:16: —. ƒ 950317: 10. — „ Portonovo - - - „ ult„o Nug„s „ 523. —. –. „ 2353. 10:— „ Padraspatnam. . . . . D„o „ 5253. –. –. „ 23638. 10. —. Palliacatta. . . D„o -. „ 15786. —. — „ 71037. –. —. D„o „ 5100. –. –. „ 22950: —. — „ Palicol Iaggernaikpoeram ulto Julij„ 65024. -. –. „ 292608. –. —. Bimilipatnam „ Aug„s „ 9498: —: —: „ 42741:—:—. Somma Pagooden 312365: 16: —. ƒ1405645: 10. — Nagapatnam In 't Casteel den 31. December 1775. Lijst van zodanige Contan„ ten als op deese Hoofd plaatse en de onderhoorige Comptoi¬ ren onder de hier onder te specificeerene datums berustende geweest sijn; Namentlijk; Baucquet De Jan EG Clercq L=ra U: 1775. den 1. febr: Is alhier gearriveert een twee mastig snauw gen:t Machamadoe Mateen van Bengale toe„ behoorende den Mhoor en in woonder alhier kanasahib Abdoel Rasoel kanasahib; ge„ commandeert door den Nacoda Pieer Sahieb en den Sarang Naijna Marican, beladen met Rijst, en is den 4. April wederna Ben„ gale vertrocken beladen met zout en zan„ „delhout. 3. d:o ter reede gearriveert een twee mastigchialoup gen:t Meijganda welaijda porawvie van ben„ gale toebehoorende den inlander en inwoon„ „der alhier waijtinada Chittiaar, gecomma„ „deert door den Nagoda Baden Sahib, en den sarang Miera Sahab beladen met Rijst, en diverse boonen en is den 7. aug:s weder naar Atchim vertrocken beladen met diverse goederen. Lijst der onder volgende te deser Cormandelse hoofd plaatse Naga„ „patnam aan geweest zijnde vreemde, en particuliere Schee„ „pen, en vaartuijgen, in dit loopen„ „de Iaar, met Specificatie van het geene daar in gelaaden ge„ „weest, en werwaards weeder van hier vertrocken zijn, Na„ „mentlijk— van Lra V: 252

NL-HaNA_1.04.02_3429_0272 view scan ↗

English

253 The 6th of February: arrived at the roads from Bengalen, a two-masted snow named Alimachadoe, belonging to the Moor and resident here named Kansahib abdoel Rosoe Kansahib, commanded by the nacodoe mietoe Fatoe and the Sarang Segoe pagodien, laden with rice and beans, and departed again for the north on the 9th of this month. The 15th ditto: arrived from atchien under the Pegu flag, a sloop named Santa Crut, carrying Captain dom Nararet Satur, laden with rice and areca nut, and departed again for pegoe on the 16th of March, laden with arrack. The 26th ditto: arrived from Malacca, a two-masted brigantine named gaijeer Moebrak, belonging to the resident at batavia Mohamat Nina, laden with gambier, Javanese tobacco, and lanterns, and departed again for the south on the 2nd of September. The 26th ditto: arrived from Malacca, a two-masted brigantine named Arnasselam, belonging to the widow of the deceased Moor captain Moetoe Mara Chittij, commanded by the Gentile Nelij Chittij, laden with powdered sugar, cut ginger, sliced areca nut, dried areca nut, planks, rose water, and lanterns, and departed again for her place of residence on the 10th of August, laden with diverse linens. The 26th of February: arrived here at the roads, a two-masted brigantine from malacca named de lastdrager, belonging to the Moor merchant there malek fazel, commanded by the Moor Sadmalek, laden with powdered sugar, sliced areca nut, gambier, sandalwood, resin, swalpen, Chinese planks, and lanterns, and departed again for his place of residence on the 13th of August, laden with diverse linens. Arrived: a two-masted English snow named Kettij, from atchim, commanded by Captain Barnet Berzen, laden with areca nut, pepper, and benzoin, and departed again for bengale on the 7th of March. The 5th of March: arrived from Malacca, a two-masted brigantine named Johanna Petronella, belonging to the former burger captain there Iohannes Bartholdmeus de wind, commanded by the native burger domingo froijs, laden with powdered sugar, sliced areca nut, dried areca nut, and lanterns, and departed again for his place of residence on the 6th of August, laden with diverse linens. The 19th ditto: arrived from mallacca, a two-masted brigantine named Sebastiana, belonging to the former burger lieutenant there Michiel Sanders, commanded by the chief mate Christiaan vrolijk, laden with lanterns and some trifles, and departed again for his place of residence on the 15th of August, laden with diverse linens. 254 The 4th of April: arrived, a two-masted snow named de triton, belonging to the former chief surgeon there Lucas Cramer, commanded by the skipper Jan ottens, laden with rice, and departed again for his place of residence on the 2nd of May. The 30th of May: arrived here at the roads, a three-masted ship from Batavia named de Eendragt, belonging to Mr. Lucas Cramer and the burger at bengale Ian ottens, commanded by the burger captain Lodewijk Jonas Eurques, laden with arrack and sugar, and departed again for bengale on the 14th of June. The 9th of June: arrived at the roads, a two-masted English vessel from bengale named de fringe, commanded by Captain gabriel vrignon, laden with rice, and departed again for his place of residence on the 3rd of July. The 17th of August: arrived from Bengale, a snow named de hoof, belonging to the burgers Michiel groenewoudt and fredrick thotte, commanded by the skipper matthijs Bosman, laden with rice and beans, and departed again for his place of residence on the 13th of September. Nagapatnam, the 28th of December 1775 Signed: D:l Vick, collector Agreed: JPaucquet De Jan The 3rd of November: arrived from pegu, a two-masted English brigantine named hibernia, commanded by Captain Samweijs, laden with timber, and departed again for the south on the 18th of this month. EG Clercq Separate 155 To His Most Serene Highness The Highborn Prince and Lord Willem, By the Grace of God Prince of Orange and Nassau, Hereditary Stadtholder, Captain and Admiral General of the United Netherlands, etc., etc., etc., Supreme Governor-General and Supreme Director of the Honourable East India Company, Together with The Most Honourable and Highly Esteemed Lords Directors of the Assembly of the Seventeen, Deputed to the Presidial Chamber of Zeeland. Illustrious Highborn Prince and Lord, Most Honourable and Highly Esteemed Lords! The customary time having approached once again that one to the Fatherland

Dutch transcription

253 den 6. febr: van Bengalen ter Rheede gearriveert een tweed en 26: febr: alhier ter Rheede gearriveert een twee mastig n„ briguantijn van malacca gen:t de lastdrager„ mastig snauw gen:t Alimachadoe, toe behooren toe behoorende den Mhoors Coopman aldaar „de den inhoor en inwoonder alhier gen:t Kansa„ malek: fazel, gecommandeert door den Moor hib abdoel Rosoe Kansahib, gecommandeerd Sadmalek beladen met poeder zuijker, ge„ door den nacodoe mietoe Fatoe, en den Sarang „sneeden arreek, gamber, sandelhout, harpuijs, Segoe pagodien, beladen met Rijst en boon„ swalpen, Chineese, planken, en lanteesen, en en is den 9. deser weder na de noord vertrocken is den 13. Aug:s weder na zijn woonplaatse 15. d:o van atchien met peguse vlag gearriveert vertrocken, beladen met diverse lijwaaten een Chialoup gen:t Santa Crut, voerende Is een twee mastig engelse snauw gearriveert den Capitain dom Nararet Satur, belast gen: Kettij, van atchim, gecommandeert door met rijst en arreek, en is den 16. Maart we„ den kapitaijn Barnet Berzen, beladen der naar pegoe vertrocken beladen met met arreek, pippel, en benjamin, en is den 7. arrank Maart weder na bengale vertrocken „ 26. d:o een twee mastig brigantijn gearriveert 5. Maart Een twee mastige bring & tijn gearriveert van Mallacca gen:t gaijeer Moebrak, toebe„ van Malacca gen:t Johanna Petronella toe„ „hoorende den inwoonder te batavia Mo„ „behoorende den oud burger Capitain aldaar „hamat Nina beladen met gamber, Javaa Iohannes Bartholdmeus de wind, gecom„ „se tabak, en lanteesen, en is den 2. 7ber: weder „mandeert door den inlandsburger domingo naar de zuijd vertrocken froijs, beladen met poeder zuijker, gesneede „ 26. d:o van Malacca is een twee mastig briquantin arreek, gedrooge arreek, en lanteesen, en is gearriveerd gen:t Arnasselam toebehoorende den 6. aug:s weder na zijn woonplaatse vertroc„ de weduwe van den overleeden kapitain Moor ken beladen met diverse lijwaaten Moetoe Mara Chittij, gecommandeert door 19. d:o van mallacca is een twee mastig briquan„ den Jentief Nelij Chittij beladen met poe„ tijn gearriveerd gen:t Sebastiana toebehooren „der zuijker, gattegember, gesneede arreek, „de den oud burger lieutenant aldaar Michiel drooge arreek, planken, roose waater, en Sanders, gecommandeert door den opperstuur„ lanteesen, en is den 10 aug:s weder naar zijn „man Christiaan: vrolijk, beladen, met lan„ woonplaatse, vertrocken beladen met diverse lijwaten. tee:/ „ 26. d:o Al ƒ 254 teezen en enige kleenigheeden, en is den 15. Aug: weder na zijn woonplaatse vertrocken, be„ „laden met diverse lijwaaten. den 4. April Een twee mastig snauw gearriveert gen:t de triton toebehoorende den oud opperChu„ „rurgijn aldaar Lucas Cramer, gecom„ „mandeerd door den schipper Jan ottens, belaaden met Rijst en is den 2. Meij, weder na zijn woonplaatse vertrocken. 30. Meij alhier ter Rheede gearriveert een driemastig schip van Batavia, gen:t de Eendragt, toebe„ „hoorende de heer Lucas Cramer, en den bur„ „gerte bengale Ian ottens, gecommandeert door den burger Capitain Lodewijk Jonas Eurques, beladen met arrank, en zuijker, en is den 14. Iunij weder na bengale vertrocken 9. Iunij ter rheede gearriveert een twee mastig En„ „gelse scheepje van bengale gen:t de fringe„ Commandeert door den Capitaijn gabriel vrignon, beladen met Rijst, en is den 3. Iulij weder na zijn woonplaatse vertrocken „ 17. Aug:s van Bengale gearriveert een snauw gen:t de hoof toebehoorende der burgers Mic„ „hiel groenewoudt, en fredrick thotte, ge„ commandeert door den schipper matthijs Bosman, beladen met Rijst en boonen, en is den 13. ' 7ber: weder na zijn woorplaat„ „se vertrocken. Nagapatnam Den 28. ' xber: 1775 /:was geteekend:/ D:l Vick ontvanger — Accordeerd JPaucquet De Jan 3. 9ber: Arriveerde Een twee mastig Engelse briquan„ tijn van pegu, gen:t hibernia, gecomman„ deert door den Capitain Samweijs, beladen met houtwerken, en is den 18. deeser weder na Zuijd vertrocken. — Arri EG Clercq ƒ 254 teezen en enige kleenigheeden, en is den weder na zijn woonplaatse vertrocken „laden met diverse lijwaaten. den 4. April Een twee mastig snauw gearriveert of de triton toebehoorende den oud opper „rurgijn aldaar Lucas Cramer, gec mandeerd door den Schipper Jan otto belaaden met Rijst en is den 2. Meij, we na zijn woonplaatse vertrocken. 30. Meij alhier ter Rheede gearriveert een drie m schip van Batavia, gen:t de Eendragt, d „hoorende de heer Lucas Cramer, en der „gerte bengale Ian ottens, gecomman„ door den burger Capitain Lodewijk Eurques, beladen met arrank, en zul„ en is den 14. Iunij weder na bengale ver 9. Iunij ter rheede gearriveert een twee mastig „gelse scheepje van bengale gen:t de fr Commandeert door den Capitaijn gab vrignon, beladen met Rijst, en is der Iulij weder na zijn woonplaatse, ver„ 17. Aug:s van Bengale gearriveert een snauw g de hoof toebehoorende der burgers A „hiel groenewoudt, en fredrick thol commandeert door den schipper matthi Bosman, beladen met Rijst en boor„ en is den 13. ' 7ber: weder na zijn woon„ „se vertrocken. Nagapatnam Den 28:' xber: 1775 /:was geteekend:/ D:l Vick ontvangen — Accordeerd Baucquet De Jan den 3. 9ber: Arriveerde Een twee mastig Engelse briquan„ tijn van pegu, gen:t hibernia, gecomman„ deert door den Capitain Samweijs, beladen met houtwerken, en is den 18. deeser weder na Zuijd vertrocken. — Art EG Clercq „ Appart 155 Aan zijn Doorlugtigste Hoogheid Den Hoog hebeeren Vorst en Heere Willem, Bij den Tratie Gods Prince van Orange en Nassauw, Erfstadhouder, Capitain en Admiraal Generaal der Vereenigde Nederlanden Htc: Etc: &t=a, Opper= Gouverneur Generaal en Opper Bewind„ hebber van de Edele Oost Indische Maatschappij Benevens De Hoog Edele Hoog Agtbaare Heeren Bewind hebberen Ter Vergadering van seventhiene Gecommitteerd ter Praesidiaale Kamer J Zeeland Doorlugtige Hoog hebooren Vorst en Heere Hoog Edele Hoog Agtbaare Heeren! De ordinaire leid wederom genaderd zijnde dat Patria men

NL-HaNA_1.04.02_3429_0276 view scan ↗

English

As per annual custom, when presenting to Your Serene Highness and Your Right Honourable Nobles the General Report of what has transpired on this Coast during the financial year of 1774/5, I seize this opportunity to accompany it with this letter, principally serving as a cover for my separate advices of 16 September and 30 October of the recently passed year, as well as those of today, which have already been presented, and are presently being presented, to Their Right Noble Excellencies, the Supreme Indian Government in Batavia, to whose contents I most respectfully refer; and further, in continuation thereof, I have the honour to note: That rumours are increasing from day to day of the descent of the Marathas upon these lands, joined with the famous commander Hayder Naik and the Great Nizam of Golconda with an army of 120,000 men, aiming to invade the lands of the Carnatic Subah, and if possible to diminish his widely extended territory by taking from him the cities of Trichinopoly and Arcot, as well as his usurped states, such as the Kingdom of Tanjore and the Marava districts. In this regard, Hayder Naik, or Hayder Ali Khan, has for a considerable time sought an alliance with the Marathas with great earnestness and urgency. This descent, although not aimed directly at these lands situated to the south, will nevertheless lead to the very great ruin and detriment of many people, and make provisions scarce around these regions; indeed, it will cause such devastation to the lands that they will require several years to return to their former state. Meanwhile, committing Your Serene Highness and Your Right Honourable Nobles, along with the weighty interests of the Company, to God's safe keeping, and commending myself to Your most precious favour and protection, I take the respectful liberty to subscribe myself with the most perfect veneration and highest esteem, as: Illustrious, Highborn Prince and Lord, Right Honourable Nobles, Your Serene Highness's and Your Right Honourable Nobles' humble and faithful servant, J. Falck. Nagapatnam, in the Castle, 15 January 1776. Batavia. Copy of separate letters written to Their Right Noble Excellencies in Batavia. Nagapatnam, in the Castle, 15 January 1776. To His Right Nobility, the Right Noble, Highly Respected, Far-Commanding Lord Petrus Albertus van der Parra, Governor-General, together with the Honourable Lords Council of the Netherlands East Indies. Right Noble, Highly Respected, Far-Commanding Lord, Honourable Lords: With the ship De Wakkerheid, I had the high honour to receive Your Right Noble Excellencies' most venerable secret dispatch of 29 May of this year. I thank Your Right Noble Excellencies very much for the prompt transmission of the decisions taken upon the separate dispatches sent from here dated 15 October and 30 December 1774; and at the same time I assure Your Right Noble Excellencies that it will always be an infinite satisfaction to me whenever I am capable of accurately executing the orders and commands of Your Right Noble Excellencies. This certainly would have been done by providing Your Right Noble Excellencies with the requested information regarding how the merchants of Bimilipatnam and Palicol had received the proposal to follow the Company to Jagannathapuram, if necessary, in order to continue trade there, had not the situation with regard to the merchants of Bimilipatnam completely changed, and had they not fallen into general discredit with the chiefs, who complained very fiercely about them by letters of 10 March 1775 on account of their treacherous conduct at the time of the violent outrage undertaken against them by the young Prince of Vizianagaram to extort a cash gift. Yet, in order to give Your Right Noble Excellencies a complete account thereof, I shall show the cause of their grievances from its beginning by noting that on 2 March last, most unexpectedly, twelve sepoys and their chief arrived at Bimilipatnam, who in the name and by order of the young Prince Vijayaramarazu occupied the houses of the merchants until such time as they should pay the promised cash gift of 10,000 rupees. Scarcely had the chiefs received notice of this when they immediately dispatched twelve armed sepoys from their garrison for the protection of the said merchants, and at the same time lodged their complaint with His Highness over such an unlawful proceeding; but before they received an answer thereto, they learned that the sepoys previously dispatched by Prince Vijayarama Raja had been reinforced by an additional fifty men under the command of one of the principal officers of Their Highnesses, who had brought two dolis with him in order, as was said,

Dutch transcription

256 men volgens Jaarlijkse gewoonte uwe Doorlug¬ tige Hoogheid en Hoog Edele Hoog Agtbare aanbied het Generaal verslag van het verrig„ te ter deeser Custe geduurende het boekjaar van 177 4/5. Capteer ik die gelegendheid, om deeze daarmede verzeld te doen gaan, Princi„ paal dienende ten geleide van mijne apparte advijsen van den 16=e zeptember en 30=e Octo„ „ber des Jongstverweeken Jaars, mitsgaders van die van heeden, welke Haar Hoog„ Edelens den Edele Hooge Indiase Regeering te Batavia bereeds aangebooden zijn, en thans nog aangebooden worden, aan welkers inhouwd ik mij op het Eerbiedigst refereer, en voorts ten vervolge van deselve de Eere heb to noteeren, Dat de Gerugten van Dag tot Dag vermeerderen van de afkomst der Maratters na deese Landen, gecon„ Junigeerd met den beroemden Veld heer Haijder Naijk en den Grooten Nisam van Polconda met een Leeger van 120'000. man, ten doelwit hebbende om de 0 Landen van den Carnaticasen souba te in„ vadeeren, en des mogelijk desselfs wijd uijt„ gestrekt gebied te verminderen, door hem de Hleeden Tritsnapalij en Arcadoe, mits„ „gaders sijne Gusurpeerde staaten, als het Rijk van Tansjour en de Maruase Districten afteneemen, ten welken Opzigte Haijder„ Naijk off Haijder Alichan 't zeederd een geruijmenleid de Vereeniging met de Ma„ ratters met zeer veel Ernst en Aandrang gezogt heeft; Deese aftogt, schoon Juijst niet direct op deese om de zuijd geleegene Landen gemunt zijnde, zal egter tot zeer groote ruine en nadeel van veele menschen strekken, en de Leevensmiddelen ronds omme deesen Oird schaars maaken, Ja selfs de Landen tot soodanig een bederff weezen, dat se verscheide Jaaren nodig hebben, om tot haar voorige staat wederom te geraken. Inmiddens uwe Doorlugtige Hoogheid en Hoog Edele Hoog Agtbaare nevens de gewigtige belangen van de Maatschappij Landen Nagapatnam In't Casteel van ruw Doorlugtige in Godes veijlige hoeden en mij in Hoogst der„ selver dierbaare Ginst en Protectie aanbe„ veelende, neem ik de Eerbiedige Vrijheid deese met de volmaakste veneratie en hoogste ag„ ting te onderschrijven; als: Doorlugtig Hoog heboven Vorst en Heere Hoog Edele Hoog Agtbare Heeren! uw Doorlugtige Hoogheid Hoog Edele Hoog Agtbarens ootmoedige in Getrouwe Dienaar J Arlissingen Hoogheid en uw Hoog Edele Hoog Agtbaare Den 15e: Januarij 1o. 176. Batavia Copia Dparte Brieven Geschreeven Man Haar Hoog Edelens Te Nagapatnam In't Casteel van ruw Doorlugtige in Godes veijlige hoeden, en mij in Hoog selver dierbaare Ginst en Protectie veelende, neem ik de Eerbiedige Vrijhed met de volmaakste Veneratie en hoog ting te onderschrijven; als: Doorlugtige Hoog heboven Voost en Heer Hoog Edele Hoog Agtbare Heeren uw Doorlugtige Hoog Hoog Edele Hoog Agtba ootmoedige in Getrouwe Dienaar J Corlis Cingon Hoogheid en uw Hoog Edele Hoog Agtbaare Den 15e: Januarij 1776. Batavia Copia Sparte Brieven Geschreeven Aan Haar Hoog Edelens Te 57 Aan hijn Hoog Edelheid - Den Hoog Edelen Groot Agtbaaren Wijd Gebiedende Heere Petrus Albertus van der Parra, Gouverneur Generaal, Benevens DeWel Edele Heeren Raaden van Nederlands India„ Hoog Edelen Groot Agtbaare Wijd Gebiedende Heere Wel Edele Heeren. Met het schip de wakkerheid had ik de hooge Eere te recipieeren uw Hoog Edelens zeer Gevenereerde L. heot schip De Wakberhaed Batavia Copia Apparuet Secreete 258 secreete Missive van den 29. e Maij deeses Jaars; Ik bedanke uw Hoog Edelens zeer voor de spoedige toe„ schikking van Hoog derselver genomen dispositien op de van hier afgezondene apparte Missives sub datis 15. e October en 30. e December 1774; en Ver„ zeekere Hoog dezelve teffens dat het mij althoos, een oneindige satisfactie wezen zal, Wanneer ik capabel zij de ordres en beveelen van uw Hoog„ Edelens accuraat te mogen uijtvoeren. Dit zoude ook zeekerlijk geschied zijn, door aan uwe„ Hoog Edelens de gerequireerde informatie te geeven hoedanig de Bimilipatnamsche en Palicolsche Cooplieden den voorslag hadden opgenomen, om des nodig weezende de Compagnie na Jaggernaik„ poeram te volgen, teneinde aldaar den handel voor't tezetten bij aldien niet ten opzigte van de Bimilipatnamsche Kooplieden de zaaken ten eenemaal van gedaante veranderd, en sij in een Generaal miscrevikt gekomen waren bij de opper„ hoofden die zeer heevig over haar Coleeren bij Letteren van den 10e. Maart 1775. wegens Cun Trouwloos gedrag door hun gehouden, ten tijden van het door den Jongen Prins van Visianago¬ ram teegen hun ondernomen gewoldadig atten„ taat, ter afpersing van een zigt gift. Dog om uw Hoog Edelens daarvan een volkamen verslag te geeven zal jk de oorsaak van hunne beswaar„ nisse van sijn begin aantoonen, door te noteeren dat op den 2e. Maart Laastleeden Op het aller„ onverwagtste op Bimilipatnam aanquamen Twaalf Sipaaijs en hun hoofd, die uijt naam en bevel van den Jongen Prins Visiaramarasoe de huijzen der Kooplieden bezetten tot leid en wijle sij het toegezegd zigt gift. van 10'000. rop: zouden voldoen: Naauwlijks kreegen de opper„ hoofden hiervan knidschap of sij zonden uijt haare bezetting ten eersten af Twaalf gewaa„ pende Sipaaijs ter bescherming der Gemelde Coop„ lieden, en deeden teffens aan zijn Hoogheid haar beklag over sulk eene onwettige gedoente, maare een sij daarop antwoord ontvingen vernamen sij dat de tevooren door den Prins Visiarama„ raaija afgezonden sipaaijs verstrekt waren door nog vijftig man onder het bevel van een der voornaamste Officieren van Hunne Hoogheeden, die met sig twee doelijs gebragt had, om soo als Zai gezegd

NL-HaNA_1.04.02_3429_0281 view scan ↗

English

259 it was said, to carry off the merchants therewith at night from Bimilipatnam, which statement was further substantiated by the repeated threats made by the said officer to the merchants, that if they did not immediately settle the demanded bill of exchange, they would be transferred to Visianagaram, in order to give reason and account of their actions to the Prince there. Hereupon the chiefs, in order to prevent the execution of this threat, sent, besides the aforesaid twelve sepoys, another eighteen of the best men under the command of two of the most trusted sergeants for the guarding of the houses of the merchants, with orders to oppose all violence with violence. The Prince, receiving news of the measures taken by the chiefs, ordered his emissary to hand over those two merchants to the chiefs, which took effect the following day in the afternoon, whereby the Prince, in communicating that order, made it clearly known that he regarded them in the light of arbiters to settle the dispute between him and the merchants. Concerning this, much correspondence back and forth has since been caused, but as this does not relate so much to the principal matter, I refer in this regard to the aforementioned letter of the chiefs; and note further that while the houses of the merchants were occupied by the Prince's sepoys, the chiefs had an application made to them to transfer all linens they might have in their houses, along with the effects they wished to secure, under escort of the Company's sepoys to the Fort. But instead of accepting this offer, they replied that this would cause too much suspicion, and at night, as the chiefs were informed, they had everything that was of any value secretly transported not only to Visiagapatnam, but even to Visianagaram. Upon receiving news of this blameworthy conduct of theirs, the chiefs, as soon as the Prince's people had departed, had the merchants brought inside the Fort, and ordered them to render account of the monies received in advance; from which accounting they discovered

Dutch transcription

259 gezegd wierd, de Koopliesen daarmeede des nagts van Bimilipatnam te vervoeren, (: welk gezegde door de herhaalde bedrijgingen die Gemelde offi„ „cier aan de kooplieden deed, om wanneer se niet ten eersten het gevordende zigt gift quamen te voldoen, sij naar Visianagaram overgebragt zouden werden, om aldaar reeden en verantwoor„ ding van hun gedoente aan den Prins te geeven, nader bewaarheid is:/ Hier op zonden de opper„ hoofden om het volvoeren van deese bedrijging voor„ te komen, buiten de voorzegde Twaalf Sipaaijs, nog agthien van de beste manschappen onder het be„ vel van Twee der Vertrouwste Sergianten ap, der bewaaking van de Huisen der kooplieden, met Last om alle geweld niet geweld tekeen te gaan. . De Prins van de Maatregulen der opperhoofden tij„ ding krijgende, gelast sijnen zendeling om die beide kooplieden aan de opperhoofden overtegeeven, soo als des anderen daags na de middags gevolg nam„ waarbij den Prins onder meededeeling van dien Last niet duister te kennen gaff dat hij hun in het Ligt van goede mannen beschouwde, om het geschil tusschen hem en de Cooplieden te be„ beslisschen. Waeroven 'tzederd veel over en weder„ schrijvens is veroorsaakt, maar alsoo dit niet soo„ seen tot de Principaale zaak relatie heeft, refeereere Jk mij ten deesen opzigte tot den voormelden brief der opperhoofden; en Noteere ten vervolge dat in„ middens de huisen der Cooplieden door 's Princen sipraijs bezet waren de opperhoofden bij dezelve aanzoek lieten doen, om alle Lijwaaten die se in hunne huisen mogten hebben, nevens de effecten die se in verseekering wilden stellen, onder geleide van 's Comp:s Sipaaijs naar het Fort over te bren„ gen: dog in steede van deese aanbieding te am„ plecteeren, antwoorden sij, dat sulks te veel na„ denken zouden geeven, en lieten snagts (: soo als de opperhoofden g'informeerd wierden:) alles wat maar van eenige Waarde was steels gewijze ver„ voeren na Visiagapatnam niet alleen, maar selfs naar visianagaram. Op de kundschap van dit hun strafwaardig gedrag lieten de opperhoofden soo dra het volk van den Prins Vertrokken was, de Cooplieden binnen in' het Fort brengen, en gelasten hun reekenschap van de vooruijt genotene gelden te doen; uit welke verantwoording sij ontwaar„ vlisschen den 259 gezegd wierd, de Koopliesen daarmeede des„ van Bimilipatnam te vervoeren, (: welk„ door de herhaalde bedrijgingen die Gemeld cier aan de Kooplieden deed, om wannee niet ten eersten het gevordende zigt gift te voldoen, sij naar Visianagaram over zouden werden, om aldaar reeden en Veran„ ding van hun gedoente aan den Prins te nader bewaarheid is:/ Hier op zonden de hoofden om het volvoeren van deese bedry„ te komen, buiten de voorzegde Twaalf Sif agthien van de beste manschappen onder vel van Twee der Vertrouwste Sergiante bewaaking van de Huisen der kooplieden, om alle geweld niet geweld tekeen te gaan, Prins van de Maatregulen der opperhoo„ ding krijgende, gelast sijnen zendeling om kooplieden aan de opperhoofden overtegee„ als des anderen daags na de middags ge„ waarbij den Prins onder meededeeling vi Last niet duister te kennen gaff dat in„ in het Ligt van goede mannen beschouw het geschil tusschen hem en de Coopliedten beslisschen. Waeroven 'tzederd veel over en weder„ schrijvens is veroorsaakt, maar alsoo dit niet soo„ seer tot de Principaale zaak relatie heeft, refelrene Jk mij ten deesen opzigte tot den voormelden brief der opperhoofden; en Noteere ten vervolge dat in„ middens de huisen der Cooplieden door 's Princen sipaaijs bezet waren de opperhoofden bij dezelve aanzaek lieten doen, om alle Lijwaaten die se in hunne huisen mogten hebben, nevens de effecten die se in verseekering wilden stellen, onder geleide van 's Comp:s Sipaaijs naar het Fort over te bren„ gen: dog in steede van deese aanbieding te am„ plecteeren, antwoorden sij, dat sulks te veel na„ denken zouden geeven, en lieten 'snagts (:soo als de opperhoofden g'informeerd wierden:) alles wat maar van eenige Waarde was steels gewijze ver„ voeren na Visiagapatnam niet alleen, maar selfs naar visianagaram. Op de kundschap van dit hun strafwaardig gedrag lieten de opperhoofden soo dra het volk van den Prins Vertrokken was, de Cooplieden binnen in het Fort brengen, en gelasten hun reekenschap van de vooruijt genotene gelden te doen; uit welke verantwoording sij ontwaar„ Slisse den

NL-HaNA_1.04.02_3429_0283 view scan ↗

English

they discovered that the merchant Wisiappa Chittij was in arrears by more than one thousand, and the merchant Daaroherij Coermana not far from two thousand pagodas. Whereupon, being asked why they had brought in no goods during all that time according to their promises, they came forward with frivolous pretexts, notwithstanding the chiefs had already been informed that they had not ordered a single piece of cloth for that amount or had any in stock in their residences, but had used this money for their private trade and not for that of the Company. Upon this, the chiefs most emphatically pointed out to them their perfidious conduct, both in this instance and in secretly removing their possessions, and demanded that they should provide security for the outstanding monies, offering that upon that condition advances would again be made to them in the future, or else when they had delivered the cloths for the monies trusted to them. But since one thing and another was rejected by them under many evasive pretexts, the chiefs were finally compelled to detain their persons inside the fort, until such time as they should settle their arrears. However, as this was not excessive, according to further writing from the chiefs in a letter of 15 June, the debit of Wikiappa sjittana Chittij was settled in full, and that of Daatcherijen Coermana down to 259. 13. 26 pagodas. Regarding which the chiefs raise no difficulty, but observe that although the said merchant had secretly caused everything of value he possessed to be transported to other places, nevertheless a quantity of salt and some real estate of his remained there, from which the debt could be settled. However, this reprehensible conduct of the merchants has instilled such fear in the chiefs that they dare not trust them with anything more, and they have therefore, on the basis of these and other accusations, most urgently requested me and the Council in their aforementioned letter of 10 March that they might be excused from entering into any contract with those merchants in the future, with an urgent plea at the same time to qualify them for such other trade arrangements as might best serve the Company's benefit and the chiefs' security; with the added communication that they would meanwhile try to obtain the contracted sorts of cloths by means of private suppliers, on condition that they would receive payment for them after acceptance of the delivered goods. Upon which requests a provisional decision was made as is detailed in the letter thither of 5 August last, to which I respectfully refer; while I await the outcome of the aforementioned private delivery, in order to regulate myself thereafter in the new contracting. Meanwhile, with relation to the Palicol traders, I remark with the utmost submission that all of them without exception are persons of a poor character, and on that account, in my opinion, nothing advantageous for the Company would be effected by their transfer to Jaggernaikpoeram; the more so since they are all poor and destitute creatures, who ought rather to be excluded from trade once their debts were settled than retained. For these reasons, I also thought it best to confer with them as little as with the Bimilipatnam merchants concerning the proposal ordered by Your Excellencies, especially because I would not willingly give them any suspicion that the Company intends to abandon those trading posts, for fear that some of the Palicol merchants might thereby decide to pay off nothing more of their old debt, in order to compel the Company to take them along to Jaggernaikpoeram, which in the present circumstances might have harmful consequences. And I am therefore of the opinion on this point, with humble submission to Your Excellencies' far wiser judgment, that as soon as the Company shall have come to an even footing with the present Palicol and Bimilipatnam merchants, and Your Excellencies

Dutch transcription

260 sjiftana ontwaarden dat den Koopman Wisiappa Chittij ruim Eenduizend, en den Coopman Daaroherij Coerma„ na niet verre van Tweeduijzend pagooden ten agteren was. Waarop hun gevraagd zijnde waarom sij vol„ gens hunne beloften in al dien heid geene Goederen hadden aangebragt, zijn sij met frivole Exceptien te voorschijn gekomen, niet teegenstaande de opper„ hoofden bereeds g'informeerd waren dat sij voor dat montant geen stuk goed aanbesteed of in hunne Wooningen in voorraad hadden, maar dit geld tot hunnen particulieren, en niet tot 's Comp:s handel hadden aangelegd. Hierop hebben de opperhoofden hun hunne trauwloose behandeling soo in dit ge„ val als in het hijmelijk vervaeren van hunne bezit„ tingen op het nadrukkelijkste voorgehouden, en be„ geerd dat sij securiteit voor de agterstallige penninc„ gen zouden geeven, onder aanbieding dat op die voorwaarde aan hun in het vervolg weder voor„ uijtverstrekkingen zouden worden gedaan, dan„ wel wanneerse voor de aan hun gefieende pen„ ningen de Lijwaaten hadden aangebragt —. Dog dit een en ander door hun onder veele beutel„ agtige voorwendzels afgeslagen wezende, zijn de opperhoofden eindelijk genoodsaakt geworden huw, le ne persoonen binnen het fort in Verseekering te m houden, tot heid en wijle zij hun agterstal zouden Verevenen: dan dit niet excessief zijnde, is volgens te het nader-schrijvens der opperhoofden bij brieff van den 15=e Junij het debet van Wikiappa sjit„ tana Chittij in, het geheel, en dat van Daatcherijen„ Coermana tot op pa/o 259. 13. 26. Verevend; Waarom„ in„ „trend de opperhoofden geene swarigheid maken, maar daaromtrend remarqueeren dat alschoon de Gemelde Marchiandeur al het geene hij van E waarde bezat heinelijk naar andere plaatsen had doen Vervoeren, en egter nog eene quantiteit zout en eenige Vaste goederen van hem aldaar over„ gebleven waren, waaruit de schuld zoude kunnen Verevend worden-. Egter heeft dit Laakbaar gedrag„ der kooplieden de opperhoofden sulk eene vrees aang„ gejaagd, dat zij dezelve niets meer durven fieeren, en zij hebben dierhalven Op fundament van deese en meer andere beschuldigingen, mij en den Raad bij haaren voormelden brieff van den 10e Maart zeer instantig verzogt, dat sij bevrijd mogten we„ zen om in den volgheid met die koopluiden eenige opper Contractatie 261 Contractatie aan te gaan, met instantie teffens om haar tot soodanige andere schikkingen in den han„ del te qualificeeren, als ten meesten nutte van de Maatschappij en den opperhoofden seekerheid zou„ den kunnen strekken; onder bij gevoegde Commu„ nicatie dat sij intusschen de gecontracteerde soor„ ten van Lijwaaten door wegen van particuliere Leveranciers zouden tragten magtig te worden, onder voorwaarde dat sij na de acceptatie der aangebragte goederen, de betaaling daar voor zoude genieten; Op welke verzoeken provisioneel en soodanig is gedisponeerd als bij brieff naar der„ waards van den 5=e Augustus pass=o breedvoerig beschreven staat, waaraan ik mij met Eerbied ge„ drage; Terwijl ik den uijtslag der voorschreve par„ ticuliere Leverancie blijf afwagten, om mij daarna te reguleeren bij de nieuwe Contractatie. Ondertusschen merke ik met relatie tot de Palicol„ sche handelaars met de meeste submissie aan, dat alle dezelve geen een uijtgezonderd persoonen zijn van een slegt interieur, en uit dien hoofde zoude en, mijns bedunkens, door hunne verplaat„ sing naar Jaggernaikpoeram niets voordeeligs voor de Comp: bewerkt worden; teieer daar sij alle Arme en onvermogende schepsels zijn, die veel een Wanneer hunne schulden verevend waren uit den Handel dienden gesecludeerd dan aangehouden te worden-. Om deese reedenen heb ik dan ook best gedagt, haar Soomin als de Bimilipat„ namsche kooplieden over den door uwe hoog„ heedens g'ordonneerden voorslag te onderhouden, voor al wijl ik hun niet gaarne eenige arg„ waar zoude geeven, dat dE Comp: Voornemens is die Comptoiren te verlaaten, uit vreese dat daar door sommige der Palicolsche Cooplieden wel tot het besluit konden overgaan, om niets van hunnen Ouden debet meer afteleggen, om daar door de Comp: te noodsaaken haar naar Jaggernaikpoeram te moeten mede neemen, dat in den heid van schadelijke gevolgen zoude kunnen wezen; en ben dierhalven omtrend dit Poinct van gedagten met nedrige onder„ werping aan uw Hoog Edelens hoog wijzer oor„ deel, dat soodra de Compagnie met de presente Palicolsche en Bimilipatnamsche kooplieden op eenen effen voet geraakt zal wezen, en uw„ voor Hoog Edelens

NL-HaNA_1.04.02_3429_0285 view scan ↗

English

262 Your Right Honourables' supposition of no longer needing those trading stations, the Company also being able to do without those deficient and no less obstinate merchants, since I consider the number of Jaggernaikpoeram traders sufficient to be able to deliver what is annually demanded from Bimilipatnam and Palicol both for Europe and India, in such good assortments as were formerly delivered by the said traders at those factories. However, as I shall respectfully await Your Right Honourables' further orders in this regard, or with respect to the Bimilipatnam and Palicol merchants, I assure the same that I will keep my attention constantly fixed on observing appropriate economy by abolishing everything unnecessary or superfluous, in order to reduce the expenses from year to year through this means; just as I have already, in accordance with Your Right Honourables' authorization, had the houses in the inner city, together with the house occupied by the Provost, and an old dilapidated warehouse sold at public auction; except for the dwelling of the Head of the Artillery and the Powder Mill house, which have remained unsold at the request of Extraordinary Lieutenant Helmann. The first because it is inhabited by him and stands among other private houses; moreover, he has there the best opportunity to keep an eye on what belongs to his administration, as well as on the gunpowder that is dried there annually according to orders; to which the late Ordinary Lieutenant Kruger, having been a very indifferent man in his lifetime, paid no heed during the survey of those buildings, or at least never reported to me about it. And the second because, the powder mill still standing therein with all its appurtenances, there is no other place open for its storage. But this will shortly, for which we have not yet had an opportunity, be sent to Ceylon, and then the sale of this house will be executed. Meanwhile, I very 263 respectfully request Your Right Honourables to authorize me to leave the aforementioned dwelling of Extraordinary Lieutenant Helman unsold; especially because, in the contrary case, he will also have to enjoy monthly house rent. Furthermore, with respect to the buildings, I note that the Equipage Master's warehouse will be sold as soon as the new one is completed, and the choultries in the villages of Anthonij pette and Nertemangalam as soon as the opportunity presents itself in any way; moreover, the houses already sold by public auction have yielded an amount of 1385. –. pagodas; with which I hope Your Right Honourables will be content; while regarding the post of overseer of works, I assure the same that I will not allow the Surveyor Henck to continue in that post any longer than until the work already begun by him for the repair of the dilapidated bastions of the Castle and other necessary improvements are completed; unless the same should meanwhile be pleased to dispose otherwise in this regard. And while I shall in this case await the same's further orders, I offer thanks for Your Right Honourables' favourable approval of the arrangements made by me with respect to the Sepoys, regarding which, as well as regarding all other matters, I shall constantly keep economy in view. Concerning the state of Coromandel with respect to the native princes, in relation to the principality of Tanjour and its dethroned prince, not the slightest change having occurred since my respectful separate letter of 15 October of the past year, those lands, as far as the revenues and products are concerned, being administered by the former Secretary of Tanjour or the old Dabir, under the higher authority of the young Nabob Madaroel Moelk; I proceed to the respectful demonstration of the so-called negotiation with the emissary of the Nabob Haijder alichan, named Mahadoe Rao.

Dutch transcription

262 Hoog Edelens supponeeren van die Comptairen niet meer nodig te hebben, de Compagnie ook die Gebrekkige en niet min halstarrige koop„ lieden wel missen kan, nadien ik het getal der Jaggernaikpoeramse Bandelaars voor vol„ doende agt om het geen van Bimilipatnam en Palicol soo voor Europa als Indien 'sjaarlijks gevraagd word te kunnen Lereeveren in soodanige goede sortementen als dezelve door gedagte han„ delaars op die Factorijen wijl geleeverd geworden zijn. Dan dewijl ik hieromtrend, of met opzigt tot de Bimilipatnamsche en Palicolsche koop„ lieden uw Hoog Edelens nadere beveelen met Eerbied zal blijven afwagten, verseeker ik Hoog dezelve dat ik mijnen aandagt steeds gevestigd houden zal, op het betragten van eene gepaste menage, door al het onnodige of Overtollige intetrekken, teneinde door dien weg de Lasten van Jaar tot Jaar te Verminderen, gelijk ik dan ook reeds in gevolge uw Hoog Edelens qualificatie de Buisen in de binnenstad, ne„ vens het huijs dat door den Geweldiger bewoond word. en een oud vervallen Pakhuis pen Publicque vendutie heb laaten verkopen; excepto de woning van het Hoofd der Arthillerij en het Huis van de Kruitmolen, die op verzoek van den Extraordi„ wair Lieutenant Helmann zijn onverkogt gebleven. Het Eerste om dat hetzelve door hem bewoond word, en tusschen andere particuliere buizen in staat; Mitsgaders hij aldaar de beste geleegendheid, heeft om sijn oog te houden op het„ geene tot sijne administratie behoord, als op het kruit dat daar sjaarlijks volgens de ordres gedroogd word; Waarop den overleedenen ordi„ nair Lieutenant Kruger, als een seer onver„ schillig man in sijn Leeven geweest zijnde, bij den opneem van die Gebouwen geen agt. ge„ slagen, of ten minsten sig daarover nooit bij mij gemeld heeft—. En het Tweede, om dat de Kruitmolen daarin nog met al sijn 'tgebehoo„ ren staande, er tot sijne berging geene andere plaats open is: Dog deese zal in het kort waar„ toe wij nog geene gelegendheid gehad hebben, naar Ceijlon verzonden, en dan den verkoop van dit huijs volvoerd worden. Intusschen versoeke word ik 263 ik uw Hoog Edelens zeer Eerbiedig om mij te qua„ lificeeren om het voormeld woonhuijs van den Eee„ traordinair Lieuitenant Helman onverkogt te mogen laaten; vooral wijl hij bij het teegen„ deel ook van maandelijksche huishuur zal moe„ ten gaudeeren. Voorts nokere ik nog met opzigt tot de Gebouwen, dat het Pakhuis van den Equipage meester ver„ kogt worden zal, soodra het nieuwe zal wee„ zen volkooit, en de Sjauwderijen in de dorpen Anthonij pette en Nertemangalam, soo als„ de geleegendheid sig daartoe maar eenigsints schikken wil; mitsgaders dat de bereeds per Publicque Vendutie verkogte huisen een mon„ kant van 1385. –. pagooden afgeworpen hebben; Waarmede Jk hoope dat uwe Hoog Edelens content zullen wezen; Terwijl ik nopens den dienst van opziender der werken Hoog deselve assureere, dat ik in die dienst den Landmee„ „ter Henck, niet Langer zal laaten Continueeren dan tot het door hem bereeds begonnen werk, ter repareering der Vervallen punten des Casteels en andere noodsaakelijke verbeeteringen meer zullen weezen g'absolveerd; ten zij Hoog dezelve onderbus„ schen daaromtrend anders geliefden te disponee„ ren En terwijl ik in dit geval Hoog derselver nadere beveelen zal blijven afwagten, bedanke ik voor uw Hoog Edelheedens gunstige appro„ batie van de door mij gemaakte schikkingen met opzigt tot de Sipaaijs, waaromtrend ik soowel als omtrend alle andere zaaken steeds de zuinigheid in het oog behouden zal. Den koestand van Cormandel ten opzigte den Inland„ sche vorsten betreffende, met relatie tot het vor„ stendom van Tansjour in dies gedetroneerdens vorst, seederd mijne eerbiedige apparte Letteren, 1„ van den 15„e October des gepasseerden Jaars geen de minste verandering voorgevallen wezende, als wordende die Landen voor soo ver de inkom„ sten en producten aangaan, door den Gewezen Secretaris van Tansjour of den ouden Dabier, onder het hooger gezag van den Jongen Na„ bab Madaroel Moelk bestierd; Ga ik over ten eerbiedige deministratie van de soo ge„ naamde onderhandeling met de zendeling van den Nabab Haijder alichan in naame wezen Mahadoé 8

NL-HaNA_1.04.02_3429_0287 view scan ↗

English

264 Mahadoe Alichan, of whom I had the honor to make mention in my humble separate letter of 31 January 1774, as I observed from a copy of a letter sent to me by the Extraordinary Councillor of Netherlands India and Governor of Malabar Adriaan Moens, to which was annexed a letter addressed to me from Haijder Alichan dated the 19th of the month Rabisamme in the Year of the Hegira or the Flight 1189, that His Excellency at the same time had dispatched a letter to Batavia to His High Excellency the Governor General, in which His Excellency was said to speak of the aforementioned negotiation with his envoy; just as if very great matters were concealed therein, and I had even granted that native envoy an oral audience: It is indeed far from true that I would negotiate matters of importance to the Company with native princes without giving Your High Excellencies extensive notice thereof, as my duty in this regard would already have dictated me to do in my aforementioned separate letter of 31 January 1774, in which, however, I only gave Your High Excellencies communication of the arrival at Nader of such a person under the name of an elephant buyer: But from which place he, deeming himself not safe there, retired to Karikal; where then also that alleged negotiation took place: But in order not to detain Your High Excellencies in your weighty affairs with any useless tale of trifles, I take the liberty respectfully to offer hereunto authenticated copies of all the letters exchanged with me by that envoy, as well as a copy of the letter recently received from Haijderalichan, to which I take the liberty, under favorable interpretation, to refer; meanwhile I assure Your High Excellencies in all sincerity that nothing else has occurred or been negotiated between me and the Nabab's envoy 265 than what is described in the aforementioned authenticated copies. Regarding the person of Appaija Naijker, I shall conform to Your High Excellencies' intention; and with respect to Naver take care that no other than the flag of the Souba be planted there, according to the content of the contract concluded with that prince. Meanwhile, in accordance with Your High Excellencies' respected requisition, I herewith offer the account of the interest paid by the Nabab Machomet Alichan on the capital liquidated by him since then, for which the Tanjore lands purchased for the Company were surrendered to the prince, the same amounting to a sum of P/o: old 24439. 22. 49; as Your High Excellencies will be able to ascertain further from the account itself: and since by the receipt of this entire capital the balance of the general treasury has been greatly increased, it was not necessary to set the provisional demand for gold and silver, now departing with the general letter, higher than seven tons; with which I trust to be well able to manage for the collection of anno 1776: —. If it should happen to occur that the Nabab himself, or indeed whoever His Excellency might send to me, should come forward with any new proposals for settling the dispute over the pearl fishery pending up to now between the Company and the Souba, I shall, according to Your High Excellencies' revered wish, immediately give Your High Excellencies information thereof, and meanwhile keep those proposals in statu quo, until I shall have been furnished with Your High Excellencies' further orders in that regard; according to which I shall strictly conduct myself. Meanwhile, nothing favorable has yet occurred in this respect, yet I have again maintained some correspondence about this with the Souba himself, and his son Madavoel Moelk, who is currently in Tanjore (where the revenues of the lands, as I have had the honor to note hereinbefore, have been placed by the Souba under the administration of His Excellency) and indeed in the province of Combagonam, surrounded by various favorites of the old Nabab, among whom, it is said, the notorious crafty Goelam alichan is also to be found; who, according to the writing of the Nabab's factor Mr. Paul Benfielt in his letter to me dated 17 July last, is said to have been sent to Combagonam alongside one Alij Nawarchan to settle the dispute over the pearl fishery with me alongside the young Nabab; but as no mention is made of this either in the letter of the Souba dated 28 July, or in that of His Excellency Madaroel Moelk dated 6 August, it remains yet doubtful who will be authorized by the Souba to decide that matter between the Company and His Excellency; and moreover I am very uncertain as to how I shall conduct myself regarding that affair, since I indeed received the aforementioned letter of the Souba dated 28 July sealed with his signet, but unsigned, and furthermore I was informed by the Extraordinary Councillor and Governor of Ceylon Mr. Iman Willem Falck, in His Honor's separate letter of 24 July past, that an envoy of the Souba named AliRasa had arrived at Colombo with a letter and some gifts; that this man had declared he was orally instructed by the old Nabab to settle the disputes over the pearl fishery with His Honor, but since his brought-along letter from the Nabab contained merely expressions of friendship toward the Dutch, Governor Falck deemed it most advisable to write to the Nabab himself about it; having promised to communicate to me the reply and the further outcome of that negotiation: by which divergent actions of the Souba, I truly [illegible] between two

Dutch transcription

264 Mahadoe Alichan, waarvan ik de Eere gehad hebbe mentie te maaken bij mijn nedrig appart schrijven van den 31=e Januarij 1774, alsoo ik uijt een Copia brieff, die den Heer Raad Extraordi„ nair van Nederlands India en Malabaars Gouverneur Adriaan Moens mij toegezanden heeft, waarbij gevoegd was een aan mij g'ad„ dresseerden brieff van Haijder Alichan geda„ leerd den 19. e van de maand Rabisamme in het Jaar der Hegira of den Vlugt. 1189. bespeurd heb, dat zijn Excellentie ter zelvden beid een brieff naar Batavia heeft laaten afgaan, aan zijn Hoog Edelheid den Heere Gouver„ neur Generaal, waarin zijn Excellentie van voorengewaagde onderhandeling met sijnen zendeling zoude spreeken; even eens als of daarin zeer groote saaken Verborgen waren; en ik dien inhoorschen afgezant selfs een mondeling gehoor verleend hadden: Het is en wel verre van daan, dat ik zaaken van belang voor de Maatschappij met Inland„ sche Vorsten zoude verhandelen, sonder daar„ van aan uwe Hoog Edelens eene breedvoerige Kennis te geeven, gelijk mijn pligt in deesen mij reeds zouw hebben gedicteerd te doen, bij mijne voorengenoemde apparte Letteren van den 31=e Januarij 1774, dog waarbij ik eeniglijk uwe Hoog Edelens Communicatie gegeeven heb van de komst op Nader van soodanig een per„ soon onder den naam van een Eliphants koo„ per: Dog van welke plaats hij sig, als aldaar niet vijlig agtende naar Karikal geresireerd heeft; alwaar dan ook die voorgewende onder„ handeling heeft plaats gehal: Dog om uw„ Hoog Edelens in haaren gewigtige besognes met geen onnut verhaal van geringheeden op„ te houden, neeme ik de vrijheid Hoog dezelve Rier„ nevens eerbiedig aantebieden g'auventiseerde Copijen van alle de door dien zendeling met mij Gewisselde brieven, gelijk mede Copie van den Jongst ontvangen brieff van Haijderalichan, waaraan ik onder gunstige Welduijding de Vrij„ heid neeme, mij te refereeren; ondertusschen Ver„ seekere ik uwe Hoog Edelens met alle opreg„ tigheid, dat er tusschen mij en 's Nababs zende„ ling niets anders voorgevallen of verhandeld Kennisse 265 is, dan bij de voormelde g'authentibeerde af„ schriften beschreeven staak. Omtrend den Persoon van Appaija Naijker, zal Jk mij gedragen naar uw Hoog Edelens in„ tentie; en met opzigt tot Naver zorgen, dat aldaar geene andere dan de vlag van den sou„ ba warde geplant, volgens den inhouwd van het met dien vorst geslooten Contract —. Intusschen biede Jk uwe Hoog Edelens ingevolge Hoog desselfs g'eerd requisit bij deesen aan, de reekening van den door den Nabab Macho„ met Alichan betaalde renten van het door hem sederd geliquideerd Capitaal, waar voor men aan den vorst de voor de Compagnie gekogte Tansjoursche Landen heeft afge„ staan, bedragende dezelve een somma van P/o: oude 24439. 22. 49; zoo als uw Hoog Ede„ lens bij de reekening selve naden Consteeren zal: en dewijl door de inpalming van dit Gantscha Capitaal het restand der Groote ged„ Cassa zeer Vermeerderd is, heeft men den nu bij den gemeenen brieff afgaanden provisio„ neelen Eijsch van Goud en zilver niet hoogen behoeven te stellen dan op seven Ton; waur„ mede ik vertrouw het wel te zullen kunnen stellen voor den insaam van anno 1776: —. Wanneer het mogte komen te gebeuren, dat den Nabab selfs, of wel die geene die sijn Excellen„ tie bij mij zenden mogt, ter afdoening van het tot nog toe zweevende verschil, tusschen de Com„ pagnie en den souba over de Paarlvisscherij, met eenige nieuwe propositien mogte opko„ men zal ik volgens uw Hoog Edelens Geve„ nereerde begeerte Hoog dezelve daarvan ten eersten informatie geeven, en intusschen. die voorslagen houden in statu quo, tot dat Jk met uw Hoog Edelens nadere beveelen dien„ aangaande zal wezen geiunieerd; waarna 2 ik mij stiptelijk zal gedragen~ Ondertus„ schen is en nog niets favorabels ten deesen opzigte voorgevallen, egter heb ik daar over weder eenige briefwisseling gehouden met den Souba selfs, en sijnen soon Mada„ voel Moelk, die sig thans in het Tansjoer„ sche /: waarvan de inkomsten der Landen, zol gelijk ik de eere gehad, hebbe hier vooren te behoeven t noteeren 266 noteeren, door den souba, onder de bestiering van zijn Excellentie gesteld zijn:) en wel in de provincie Combagonam bevind, omringd van diverse gunstelingen des ouden Na„ „babs, waar onder, zoo gezegd word, ook den berugten arglistigen Goelam alichan wee„ zen zoude; die ingevolge het schrijvens van S Nababs Faxtoor M=r Paul Benfielt bij sijnen brieff aan mij in dato 17=e Julij Jongst„ leeden, neevens eenen Alij Nawarchan naar Combagonam sou gezonden wezen, om nevens den Jongen Nabab het verschil der Paarlvitscherij met mij te Vereffenen; Dog wijl hiervan Soo min bij de brieff van den Souba in dato 28=e Juli, als bij die van zijn Excellentie Madaroel Moelk geda„ teerd 6=e Augustus mentie gemaakt word„ blijft het nog twijffelagtig wie door den Souba gequalificeerd worden zal om die saak tusschen dEComp: en sijn Execelleutie te beslissen; En ik ben boven dien ook seer in het onseekerd hoe ik mij omtrend die affaire gedragen zal,; alsoo den voorm: brieff van den Souba ind: dato 28=e Juli wel met desselfs Cachet verzegeld, maar onge„ teekend ontvangen heb, en mij boven dien door den Heer Raad Extraordinair en Ceilons Gouverneur M=r Iman Willem Falck, bij zijn Edeles apparte Letteren van a„ den 24. e Julij passo is bedeeld, dat op Co„ lonibo, gekomen was een zendeling van den Pouba in naame AliRasa met een brieff en eenige geschenken; dat deese Verklaard had door den ouden Nabab in mondeling gelast te wezen, om de Geschil„ len over de Paarlvisscherij met zijn Ed: 1 afte doen, maar Vermits sijne mede ge„ bragte Brieff van den Nabab, slegts betui„ gingen van Vriendschap tegen de Nederlan„ ders ingehouden had, heeft den heer Gou„ verneur Falck het raadsaamst g'oordeeld daarover aan den Nabab selve te schrijven; mij belooft het antwoord en den Verderen uitslag van die onderhandeling te bedee„ len: door welke verschillende, handelinge E van den Souba, ik waarlijk als tusschen brieff 5 8 1 twee

NL-HaNA_1.04.02_3429_0290 view scan ↗

English

sitting between two fires in the ashes, scarcely knowing how I shall conduct myself regarding those negotiations. Meanwhile, alongside this, I am forwarding to Your Right Honourables authenticated copies of the aforementioned received letters, and of the answers written thereto by me to His Excellency Madaroel Moelk on the dates of 10 and 22 July, as well as 6 August, from which I trust it will appear most clearly to Your Right Honourables that I am delaying the matter as much as possible, so that I may first be informed from Ceilon to what extent progress has been made through Mr. Falk; for dealing with the settlement of that dispute cannot well be handled simultaneously on Ceijlon and at Nagapatnam without giving rise to differences that could at times have detrimental consequences for the Company. I dare assure Your Right Honourables in the meantime that if they desist from those negotiations on Ceijlon, I shall leave nothing untried to ensure that before the end of this year this questionable matter shall be settled to the complete satisfaction of Your Right Honourables; in the meantime, I implore Your Right Honourables' favourable approval for what has already been accomplished by me in this regard. Regarding what occurred at kilkare concerning the diving of the Pearl banks by the Ramenadapoeram regent, His Highness Machamet Alichan having been spoken to by me, that prince answered me that he had already written to the aforementioned Regent and ordered him, with respect to the affairs of the Honourable Company at the kilkare trading post, to proceed according to ancient custom, as will further appear to Your Right Honourables from His Excellency's letter of 28 July already cited above. And since I do not doubt that the Governor of Ceilan, Mr. Falck, will have given Your Right Honourables a full report of this bold undertaking, in order not to burden Your Right Honourables with a duplicate account of one and the same matter, I take the liberty of referring to the advices provided by His Honour in this regard. Meanwhile, I have the honour and the particular pleasure of being able to inform Your Right Honourables that the Chiefs of Bimilipatnam, after many exerted efforts, have finally succeeded in obtaining the lease of Bimilipatnam, its Roadstead, the mouth of the river, the Villages of Commerpalium and Nagamaijapalium, as well as the villages belonging to Jehentawaroe named Sjittanalasoe, Tjiriekoepalie, and Goederwara, whose sowable fields are said to yield an annual revenue of rop:s 101, together with everything else that is named under the leased villages, such as the Ground of Middij, along with the tolls collected there, with the mango gardens situated therein and everything from which the Company might benefit, excepting the maniams of the Pagodas and those of the Brahmins; all on very advantageous terms, and that for the period of 3 Years, calculated from the First of Junij 1775 to the last of Mai 1778, against the payment of 8331. –. ropias per year, or 24993. ropias in three Years, which the chiefs, subject to the approval of myself and the Council, have paid to Their Highnesses under receipt. The terms and conditions upon which the leasing of the aforementioned villages, etc., took place are described at length in the Draft Contract which the chiefs sent to me for approval alongside their letter of 18 Juni past, and of which I have the honour today to offer Your Right Honourables a copy, alongside the Copies of the Translated Sanads and orders herewith. Furthermore, I have the honour to note that the aforementioned Conditions offered by the Visianagaram Princes having been reviewed by myself and the Council on 22 Julij of this Year, it was resolved to approve the aforementioned Contract as being in all respects arranged according to the order and given instructions, as well as being very advantageous for the Company.

Dutch transcription

267 twee Vuuren in de asschen zit, naauwlijk weefende hoe ik mij omtrend die onder„ handeling zal gedragen. Intusschen laat„ ik bezijden deesen aan uw Hoog Edelens afgaan g'authentiseerde afschriften van de voorm: ontvangene brieven, en van de daar„ op door mij aan zijn Excellentie Mada„ roel Moelk in datis 10 e en 22=e Julij, mits„ gaders: 6=e Augustus geschreeven ant„ woorden, waaruit ik Vertrouwe dat het uwe Hoog Edelens ten evidentsten blijken zal dat jk de zaak zooveel als het moge„ lijk is tardeere, opdat ik eerst van Ceilon g'informeerd worden mag in hoeverre men door wege van de heer Falk zal gevorderd wee„ zen, want er over de afdoening van dat ver„ schil niet wel te gelijk op Ceijlon en Naga„ patnam kan worden gehandeld sonder diffe„ Benten te baaren, die somteids van nadeelige gevolgen voor de Compagnie zoude kunnen wezen: Ik durff inmiddens uwe Hoog Edelens verzeekeren, dat wanneer men op Ceijlon van die onderhandeling afziet, ik niets onbeproeft laaten zal om te bezorgen dat nog voor het ein„ de van dit Jaar, die questieuse zaak tot vol„ ^ zal verewend weezen; ondertusschen imploreer ik op het bereeds door mij hier in verrigte„ komen Contentement van uwe Hoog Edelens^ uw Hoog Edelens „toegenegene approbatie;— Over het voorgevallene te kilkare omtrend de beduijking der Paarl zeeven, door den Ra„ menadapoeramse regent, zijn Hoogheijd Machamet Alichan door mij onder„ houden zijnde, heeft dien vorst mij g'ant„ woord dat hij bereeds aan voormelden Re„ gent geschreeven, en hem gelast had om ten opzigte der zaaken van d EComp: ten Comp„ taire kilkare naar de oude usantie te werk te gaan, gelijk uw Hoog Edelens nader blij„ ken zal uit sijn Excellenties brieff van den 28=e Juli hier vooren bereeds geciteerd. En nadien ik niet twijffel of den Heer Cei„ lans Gouverneur Falck zal van deese stou„ te onderneeming aan uw Hoog Edelens een ampel verslag gedaan hebben, zoo„ neeme ik, om Hoog dezelve met geen dub„ beld verhaal van een en dezelvde zaak te vermoeijelijken, de wrijheid mij aan de ad„ laaten visen - 268 advisen van zijn Edele dier weegens gesuppe„ diteerd te refereeren—. Intusschen heb ik de Eer en het bijzonder ge„ noegen uw Hoog Edelens te mogen bedeelen, dat de Bimilipatnamse Opperhoofden naar veele aangewende devoiren eindelijk geslaagd zijn in de erlanging van de pagt van Bi„ milipatnam, desselfs Rheede, de mond der rivier, de Dorpen Commerpalium en Naga„ maijapalium, mitsgaders de aan Jehenta waroe toebehoorende dorpen Sjittan alasoe, Tjiriekoepalie en Goederwara, welkers Zaaijvelden sjaarlijks een inkomen zoude opbrengen, van rop:s 101, benevens alhet„ geen nog onder de inpagt afgestaane dar„ pen word genoemd; als de Grond van Middij„ mitsgaders de aldaar geleeven werdende tol„ len, met de daarin geleegen mangus tunnen en al het geene waaruit de Compagnie sig zouw kunnen, bevoordeelen, uitgezonderd de maurius der Pagooden en die den Bra„ mineesen; alles op zeer voordeelige voorwaar„ den, en dat voor den leid van 3. Jaaren, geree„ gereekend van Primo Junij 1775. tot ultimo Mai 1778. teegens de betaaling van 8331. –. ropias sjaars, off 24993. ropias in drie Jaa„ ter ven, die de opperhoofden op approbatie van mij en den Raad aan Hunne Hoogheeden onder quitantie hebben toegeteld: zijnde de Conditien en voorwaarden waarop de in pagtneeming der voorschreeve dorpen ensz: is geschied breed„ voedig beschreeven bij het Concept Contract het welk de opperhoofden mij nevens hunnen brieff van den 18=e Juni pass=o ter approbatie toegezonden hebben; en waarvan Jk heeden de Eere heb uw Hoog Edelens een afschrift nevens de Copias der Translaat Senadoe en bevel schriften hiernevens aanteboeden; Terwijl ik verder de Eere hebbe te noteeren, dat de voorsz: Conditien door de visiana„ garamse Princen aangebooden, door mij en den Raad op den 22=e Julij deeses Jaars geresumeerd zijnde, beslooten is het voorsz Contract als in allendeele na de ordre en het gegeeven voorschrift ingerigt, mits„ gaders als zeer voordeelig voor de Compag„ kend nien

NL-HaNA_1.04.02_3429_0292 view scan ↗

English

to work in the best interest of the Company was to be approved; with authorization granted to the servants, under promise of ratification, to formally contract on that basis with the Princes, as has indeed taken place since. But because two articles are inserted in the aforementioned Contract which deserved further clarification, we also thought it well, in regard to the item whereby it is agreed, among other things, that the Company, as previously, shall henceforth also be allowed to enjoy the revenue of the villages belonging to Schentawaroe, whose sown lands would yield an annual income of 101 rupees, to ask the chiefs whether the aforementioned sown lands were also ceded to the Company under the previous Contract or not, and if so, where those revenues had remained. Furthermore, to demand an elucidation from them regarding the following points: What precisely is the grant of Middij? Whether that too was previously ceded to the Company or not? What tolls are collected there? What they yield? How much income the mango gardens produce? And finally, what one must understand by the maniums of the pagodas and those of the Brahmins? But no answer having been received by me to this as yet, I shall communicate the same to Your High Nobilities upon an upcoming opportunity. Meanwhile, I live in the hope that what has been performed herein by me and the Council in approving the aforementioned Contract may be crowned with Your High Nobilities' favorable approval, which we respectfully request hereupon. Meanwhile, in accordance with what was noted on that account in Your High Nobilities' aforementioned secret letter, I shall grant the Ceylonese trader freedom to import and sell Japanese bar copper and spices here, as well as strictly observe, without deviation, the designated sailing date for a ship from here by the 15th of October at the latest, should we again be compelled to such a dispatch by the too late arrival of the ships there. For the transmitted Memorial of the Noble High and Honorable Lords Seventeen, dealing with the direct navigation to the Western offices, with Your High Nobilities' highly esteemed remarks set in the margin, I thank Your High Nobilities most humbly; and I shall, upon the arrival of any English or other ship that might bring saltpetre, make the most advantageous use for the Company of the granted authorization to purchase that salt if the 100 lb can be obtained for 10 guilders on such an occasion, and for the present, pursuant to Your High Nobilities' orders, ship it to Batavia, but in case the Lords Majors resolve upon a direct consignment, ship it to Europe. Meanwhile, I have already observed the order not to send one kind of goods or linens to more than one Chamber at the same time with the loading of the return ship the Both, and have likewise recommended the observance of that order to the chiefs at the respective offices. Concerning Your High Nobilities' order henceforth to requisition directly from Europe the required equipage goods and domestic necessities which, after a proper estimate, I should consider necessary for an entire year, as well as all European trade wares that could be marketed here with some profit, in order to receive them with the ship coming out for Bengal, if the Lords Majors were pleased to agree to the proposal presently being made on that account: I shall dutifully observe this as soon as Your High Nobilities will be pleased to inform me whether the aforementioned proposition has been accepted by Their High Noble High Mightinesses; because under that condition, as I understand, that liberty is given to me, and not otherwise; and therefore, in the hope that I shall meet Your High Nobilities' intention, I have let those petitions for this year go not to Europe, but again according to annual custom to India's Capital, and shall continue to do so until I shall have received Your High Nobilities' further orders regarding this. But with respect to the charge to provide the Lords Majors not only with the required specific statement of all the European merchandise that has been vented within the ten years at each trading post or office here, but also to send to the same annually a note of the prices of all the goods as they are sold each year, citing the quantities sold: I shall endeavor to comply with this as much as possible in our dispatch to be sent to the same via Ceylon in the coming year, and also subsequently. The recognition monies of Nagapatnam for the years 177 3/4 and 177 4/5, to a sum of 10000 parsauw, have been paid to the Nabob's emissary under proper receipt. But regarding the recognition elephants, His Excellency wrote to me in his letter dated the 28th of January of this year, which I received no earlier than the middle of the month of June, when the Moors are accustomed to close their accounts, that from the year 1179 to 1184 according to the Fasli reckoning kept by the Moors concerning the lands, that is from the year 1769/70 to 1774/5 or for 6 years, his 18 recognition elephants had not been received; and further, that the old custom was that the cornacs and mahouts went to Jaffanapatnam and picked out and brought along the elephants that were visibly good, and also that the same were handed over by the people of Nagapatnam at Wiwaloer, falling under the principality of Tanjore; that in accordance with that custom, the Dabir Naro Pandit (who deserved His Excellency's favor) sent the cornacs and mahouts of the divan to

Dutch transcription

269 Compagnie aantewerken wezende te appro„ beeren; met qualificatie aan de bedienden, Ouder beloften van ratificatie, om op dien voet met de Princen formeel te mogen Con„ tracteeren, soo als ook 't zeederd is geschied. Dog dewijl bij het voorschreven Contract twee articulen g'intereerd staan, die wel eene nadere Opheldering verdienden, van den wij teffens goed, ten opzigte van de post, waar„ bij onder anderen g'accordeerd word, dat de Compagnie, zoo als voor deesen voor„ taan ook zal mogen faudeeren van de aan schentawaroe toebehoorende dorpen, welkers Zaaijvelden Jaarlyks een inkomen zoude op„ werpen van rop:s 101. de opperhoofden te vra„ gen of de voorschreeven Zaaijvelden ook bij het voorig Contract aan de Compagnie waren afgestaan of niets en Soo Ja, waar dan die inkomsten gebleeven waren = Voorts van hun elucidatie te vorderen omtrend de naar vol„ gende paincten; Wat eigendlijk de grand van Middij is.! of die bevorens ook aan de Com„ pagnie is afgestaan of niet ? welke tollen aldaar geheeven worden. Wat die Opbrengen! hoeveel inkomsten de mangus thuijnen geeven„ en eindelijk wat men door de maniums der„ pagooden en die der bramineesen verstaan moet maar hierop tot nog toe bij mij geen antwoord Ontvangen zijnde, zal ik hetselve uwe Hoog Edelheeden bij eene naastkomende gelegend„ heid bedeelen, Intusschen Leeff ik in die hoope, dat het verrigte hier in door mij en den Raad in het approbeeren van het voorschreven Contract, bekroond mag worden met uwer Hoog Edelens Gunstige goedkeure die wij hierop met eerbied verzoeken. Intusschen zal ik in opvolging van het dier„ wegens genoteerde bij uwer Hoog Edelens hier vooren genoemde secreete Letteren, den Ceilonschen Handelaar vrijheid laaten ter aan„ voer en verkoop alhier van Japans staaf„ koper en specerijen, mitsgaders den bepaal„ den Zeijldag voor een schip van hier, op den 15=e October uijtterlijk, sonder afwij„ king opvolgen; wanneer wij tot eene diergelijke depeche, door te laate aankomst der schee„ aldaar pen den 802. 270 scheepen wederom mogten genoadsaakt worden Voor de toegezondene Memorie van de Edele Hoog„ Agtbaare Heeren Zeeventhienen, handelende Over de directer Vaart op de Westersche Comp„ tairen, met uw Hoog Edelens zeer g'eerde aan„ merkinge in margine gesteld, bedanke ik uw„ Hoog Edelens op het aller humbelst; en zal van de Verleende qualificatie, om bij aan„ komst van eenig Engelsch of ander schip die Salpeeter mogte aanbrengen, van dat zilt inkoup te doen, soo de 100. lb: voor 10. Guldens te bekomen is, bij eene diergelijke geleegendheid voor de Compagnie het voordee„ ligst gebruijk maken, en het vooreerst in gevolge uw Hoog Edelens bevelen naar Ba„ tavia, dog ingeval de Heeren Majores tot eene directe bezending resolveeren, het naar Europa afscheepen-. Ondertusschen heb ik de ordre om een soort van goederen of Lij„ waaten niet te gelijk aan meer dan eene kamer toeteschikken, bereeds met het be„ laaden van het retourschip de Both geob„ serveerd, en teffens de opperhoofden op de respective Comptoiren de observantie van die ordre aanbevoalen—. Belangende uw Hoog Edelens Ordre om in het vervolg de benodigde Equipage goederen en huijzelijke noodwendigheeden, die ik na een goed overslag vermeenen zoude, voor een geheel Jaar noodig hebben, mitsgaders alle Eutopesche Handelwhaaren die hier met eenige avancen zouden te debiteeren zijn, direct uijt Europa te vorderen, ten einde met het voor Bengale uitkomende schip te ontvangen, bij aldien de Heeren Ma„ Jores het voorstel diendwegen thans gedaan wordende geliefden te aggreeren, zal ik schuldpligtig observeeren, soodra uwe hoog„ Edelens mij zullen gelieven te informeeren, of de voorsz: propositie door Haar Hoog„ Edele Hoog Agtbare is g'accepteerd; wijl onder die bepaaling, zoo ik vermeen, aan mij die wijheid gegeeven word, en anders niet en dierhalven heb ik in hoope dat ik aan uw Hoog Edelens intentie zal b'antwoor„ den die petitien voor dit jaar niet naar respective Europa 271 Europa maar wederom volgens jaarlijksche gewoonte naar Indias Hoofdplaatse laaten afgaan, en zal daarmede blijven Continueeren tot ik dierwegens uw Hoog Edelens nadere be„ veelen zal hebben ontvangen—. Dog ten aanzien van den Last om aan de heeren Majores niet alleen te bezorgen den gere„ quireerden Specificquen staat, van alle de Europesche Coopmanschappen die binnen de Thien Jaaren op ijder handelplaats off Comptoir alhier vertierd zijn, maar ook aan Hoog dezelve Jaarlijks toetezenden EEene No„ sitie der prijsen van alle de goederen, soo als dezelve ieder Jaar Verkogt worden, on„ der aanhaaling van de verkogte quanti„ teiten; hieraan zal ik sooveel mogelijk is tragten te voldoen bij ons aftegaan schrij„ vens aan Hoog dezelve over Ceilon in het aanstaande Jaar; En ook vervolgens. den De recognitie penningen van Nagapatnam voor de Jaaren 177¾ en 177 24/5. tot eene som„ ma van 10000. parsauw, zijn aan 's Nababo zendeling, onder behoorlijk quitantie voldaan. Dog ten aanzien van de recogni„ tie Eliphanten, schreef zijn Excellentie mij bij sijnen brieff in dato 28:e Januarij deses Jaars, die Jk niet eerder dan media van de maand Junij, wanneer de inhooren de ge„ woonte hebben hunne reekeningen te sluij„ ten ontvangen heb —. Dat van het Jaar 1179. tot 1184. na de Leid ree„ kening die door de Mhooren omtrend de Landen gehouden word, dat is van anno 17 39/0 tot 177 2/5. of voor 6. Jaaren sijne 18. recognitie Eliphanten niet ontvangen waren; en wat verder, dat de oude usantie was, dat de Cornax en Mahaldaars na Jaffanapat„ nam gingen, en de Eliphanten die op het„ oog goed waren uijtkipten en medebragten, mitsgaders dat dezelve door de Nagapat„ nammers te wiwaloer, sorteerende onder het vorstendom Tansjaur, overgegeven wierden; dat in overeenstemming van die gewoonte den Dabier Naro Pandidair /:die zijn Excellenties Gunst verdiende:/ de Cornax en Mahaldaars van den Iwan voldaan tot

NL-HaNA_1.04.02_3429_0295 view scan ↗

English

would send to me, with the request that, in view of the friendship subsisting between the Company and his Excellency, those people might cross over to Jaffanapatnam with ours, in order to select there elephants that looked good to the eye, so that, having been brought back, they could be handed over at Touwaloer. And since that matter could not be settled with the Nabab's envoy, I thought it most advisable to confer with his Excellency himself about it, as I did by my letter dated 19 July last, wherein I showed the souba the illegality of his claim. However, no reply having been obtained to this as yet, although his envoy, waiting for it, must tarry here, I meanwhile offer to your Right Excellencies the copies of the said letters for your perusal, while I hope to have the honour of imparting to you the settlement of this dispute on a future occasion. Various households from the surrounding regions, belonging under the jurisdiction of the Nabab and also under that of the Danish Company, having arrived here from time to time in order to settle down to live, if possible, in the lands of the Dutch Company, and specifically under the jurisdiction of Nagapatnam, in order to seek their bread there, this has induced me, since they are all artisans who over time must yield good advantages to the Company, to have a piece of land pointed out to them by the Adigaar of the villages, where they can build houses for themselves and lay out a new village; as has since been done west of the seaside place Senhora de Saude, to the extent that already 42 households are located there, or in the so-called Reinier Pette, whereof 19 households of weavers, [illegible] of red-dyers, and 10 households of painters, which will increase more and more daily on account of the mild government they enjoy here under the protection of the Company, where justice is done to every subject and no one is curtailed in anything belonging to him. In addition, the five-year exemption from taxes which I have granted to the new villagers will encourage them even more, in order to relieve and accommodate those people as much as possible at their initial settlement, and through that means to procure considerable advantages for the Company without harm to anyone, since the land assigned to them belongs among the brackish grounds and has thus never yet been sown by the renter. And since these new villagers are far remote from such places where they could obtain the necessary provisions for their money, I also deemed it necessary for the convenience of these new inhabitants to establish a new marketplace not far from that village, of which the market day is held once a week, namely on Tuesday; all, however, subject to the approval of your Right Excellencies, from whom, while submitting a copy of the report of the Adigaar of the villages speaking in detail of these new arrangements made without prejudice to anyone, I request a favourable apostil. And having herewith communicated to your Right Excellencies all matters that required any secrecy, I note in conclusion that among the enclosures of this letter there also goes a letter received by me from Heijderalichan, addressed to his Right Excellency. Wherewith I commend your Right Excellencies' most illustrious persons, together with the state and prosperity of the Noble Company, to the divine protection of God, and myself to your most precious favour; while I have the honour to remain with the utmost veneration. Was written below: Right Honourable, Highly Esteemed, Widely Ruling Lord and Honourable Lords. Lower: Your Right Excellencies' humble and obedient servant. Was signed: R. V. Vlissingen. In the margin: Nagapatnam, in the Castle, the 16th of September 1775. To the same as before. Per the private vessel the Wilhelmina Elizabeth. With the ship de Wakkerheid I had the high honour to bring before your Right Excellencies several matters concerning the government of the country and its princes, in so far as notice thereof had been given to me in secret or was known to me myself. Today, as the private bark the Wilhelmina Elisabeth lies ready to depart from here for Batavia, I take the humble liberty to present separately to your Right Excellencies the duplicate thereof along with this under the Company's other papers, with a respectful prayer to be permitted to refer to its contents. When I dispatched my aforementioned separate letter to your Right Excellencies, I had little thought that so soon thereafter as today I should have to give notice to your Right Excellencies of an event of weight directly affecting us. Yet on account of the importance of the matter, I now find myself duty-bound to report to you that the chiefs at Palliacatta, by their letters of the 6th, 9th, and 15th of this month, have communicated to me that the Haweldaar had seen fit to prevent the unloading of some bales of linens brought by a vessel from Wentepalium for the Company's account, by means of a detachment of sepoys, demanding beforehand in the name of the Nabab that toll should be paid for those cloths; that since this was a demand entirely contrary to

Dutch transcription

272 tot mij zouw zenden, met versoek om uijt hoofde van de Vriendschap die tusschen dE„ Comp: en sijn Excellentie subsisteerde, dat volk met het onse naar Jaffanapatnam te laaten overgaan, om aldaar, Eliphanten, die goed op het oog waren, uit te kippen; om terug gebragt zijnde, op Touwaloer overge„ geeven te kunnen werden. En dewijl die affaire met de zendeling van den Nabab niet te beslissen was, heb ik raad„ saamst gedagt zijn Excellentie daar over selfs te onderhouden, Gelijk ik gedaan hebbe bij mijnen brieff in dato 19=e Julij Jo leeden, waar„ bij Jk den souba hebbe vertoond, de onwet„ tigheid van sijne pretentie; dog hierop tot nog toe geen antwoord erlangd zijnde, schoon sijnen zendeling, daar mede na wagtende hier moet vertoeven; biede ik uw Hoog„ Edelens intusschen aan de Copias van ged: brieven, tot speculatie, terwijl ik hoope de Eer te zullen hebben, de afdoening van dit verschil Hoog dezelve bij eene nadere gele„ genheid te bedeelen 19. huijs gezinnen weevers Van de omleggende Landstreeken, behoorende onder het gebied van den Nabab, en ook onder dat van de Deensche Compagnie, van heid tot heid diverse huijs gezinnen dit heen gekomen zijnde, om sig soo er mogelijkheid toe was, in de Landen van de Hollandsche Compagnie, en wel onder het gebied van Na„ gapatnam met er woon neer tezetten, ten„ einde aldaar hun brood te zoeken, heeft mij dit bewogen, dewijl het alle hand werks„ lieden zijn, die in derheid goede voordeelen zid aan de Compagnie moeten geeven, om aan hun door den Adigaar der dorpen een stuk gronds te laaten aanwijzen, alwaar se voor sig huijsen bouwen en een nieuw dorp aanleggen kunnen; Gelyk tzeederd bewesten de zeeplaats senhora de saude is geschied, in sooverre dat sig aldaar of in het soo genaamde Reinier Pette bereeds 42. huijs gezinnen bevinden, waar„ van Van „ Roodverwers, en 10. B3. 273 10. huijs gezinnen schilders zijn, die dage„ lijks meer en meer zullen aangroeijen, om de zagte regeering die zy hier onder de bescherming der Comp:e, waar een ieder on„ „derdaan regt geschied en in niets dat hem toebehoord verkort word, genieten; Hier bij zal hun nog meerder aanspooren, de vijf„ Jaarige vrijheid der Lasten die ik aan de nieuwe dorpelingen verleend hebbe, ten einde die menschen bij haaren eersten zeel soo„ veel als het mogelijk was te soulageeren, en te gemoet te komen; mitsgaders de Maatschappij door dien weg aan zienlijke voordeelen te bezorgen, buiten schaade van iemand, alsoo de Grond die hun aangeweezen is, onder de brakke Gron„ den behoord, en dus door den pagter nog nooijt bezaaijd geworden is: En dewijl die nieuwe dorpelingen Verre afgelegen zijn van soodanige plaatsen waarse voor hun geld de benodigde Leevensmidde„ len zouden kunnen krijgen, heb ik ook noodsaakelijk g'oordeeld tot gemak van die nieuwe inwoonders, een nieuwe markt plaats niet verre van dat dorp op te regten, waarvan den markdag eens ter week, en wel des Dingsdags gehouden word; dog alles op approbatie van uw Hoog Edelens van wien ik, onder aanbieding in Copie van het daarvan omstandig spreekend berigt van den Adigaan der dorpen over deese nieuwe, buiten nadeel van iemand gemaakte schikkingen, een Gunstig ap„ postil verzoeke —. En hiermede alle zaaken, welke eenige se„ cretesse vereijsschten, aan uw Hoog Edel„ heedens bedeeld hebbende, noteer ik tot slot, dat onder de bijlaagen deeses ook overgaat, een bij mij ontvangen brief van Heijderalichan, aan zijn Hoog Edel„ heid gesupersribeerd —. Waarmede ik uw Hoog Edelens zeer Illu„ stre persoonen nevens den staat en wel„ vaard der Edele Maatschappij in de divine protectie Godes, en mij in Hoog derselver te dierbaare Gunste beveele; Terwijl ik de 1 die des d 274 Aan als vooren P=r het Particulier scheepje de Wil„ Eere hebbe met de uitterste Veneratie te blijven. /:onderstond:/ Hoog Edele poot Agtbaare WijdGebiedende Heere en Wel„ Edele Heeren. /:Lager:/ uw Hoog Edelens ootmoedige en Gehoorsaame dienaar /:was geteekend:/ R: V: Vlissingen. /:in margine:/ Nagapatnam in't Casteel den 16=e September 1775. helmina Elizabeth Met het schip de Wakkerheid heb ik de hoo„ ge Een gehad, onder het oog van uw Hoog Edelens te brengen verscheide zaaken raakende de Regeering des Lands en haare Vorsten, voor sooverre mij daarvan in secretesse kennisse gegeeven was, of mijselve bekend waren; Ik neeme heeden dat de parti„ culiere bark de Wilhelmina Elisabeth gereed Legd om van hier naar Batavia te vertrekken, nedrigst de vrijheid het du„ plicaat daarvan nevens deese onder Com„ pagnies andere papieren uw Hoog Ede„ Edelens appart aantelioeden, met Eerboe„ dige beede mij aan desselfs inhouwd te I mogen refereeren—. Toen ik mijne eeengemelde apparte aan uw„ Hoog Edelens afzond, had ik wijnig gedag„ ten dat ik soo kort daarop als heeden aan uw Hoog Edelens zouw moeten ken„ nnis geeven van een gebeurtenis van gewigte ons onmiddelijk raakende: dan ik vinde mij thans om het belang der saak ver„ pligt Hoog deselven schuldpligtig te berigten dat de Palliacatsche opperhoof„ den bij hunne brieven van den 6=e 9=e en 3 15. e hujus mij hebben gecommuniceerd dat den Haweldaar had kunnen goed„ vinden de ontscheeping van eenige pak„ ken Lijwaaten, met een vaartuijg van Wentepalium voor reekening der Compagnie aangebragt, door een Commando Jewapoue e„ Sipaaijs te beletten, voor af uit naam van rin„ den Nabab begeerende dat voor die doeken & Tol zauw werden betaald; Dat dewijl dit de een Eisch was ten eenemaal strijdig tee„ 1 lens gens

NL-HaNA_1.04.02_3429_0298 view scan ↗

English

against the Company's ancient and lawfully acquired privileges, whereof the Great Firman granted to our Company by the Emperor Orangseeg and subsequently by other Princes of the Land, Firmans, Parwannas, Cauls, and other letters of privilege serve as indisputable proof to us of the privilege that has been granted to our Company, to be allowed to import and export toll-free at Palliacatta all its goods that are brought in from outside or collected for the Company in the country; they had excused themselves from the payment thereof and pointed out his unlawful claim to the Haweldaar; but that this obstinate minister would listen neither to their friendly representations nor to the mediation of the heads of the castes, although several days were spent on this, but on the contrary prevented the unloading of those goods by force; that this unreasonable conduct had finally, after mature deliberation, caused them to resolve—since the bad monsoon could break through at any moment with disadvantageous consequences and the Company's goods were no longer to be risked to the peril of the sea—to push through the unloading of the aforesaid linens by force; that hereupon on the 6th of this month they had sent to the beach 24 armed soldiers and some marines, provided with the necessary chialengen and coolies to carry through the unloading of those cloths, with orders to resist opposition, but by no means to be the first aggressors; that the Haweldaar, as soon as our men were on the march, had also sent a detachment of sepoys to the beach, and these, as our men were busy unloading the bales, had fired upon the same, with the result that the boatswain was mortally wounded (who also died of his wounds an hour thereafter), along with two soldiers and a quartermaster wounded, and finally that our men, then also using the right of nature, fired upon their attackers and shot three of them dead and wounded two, which was of this desired effect, that the sepoys retreated and our men arrived safely in the fort with the bales: the said chiefs offering, alongside this their account, also several declarations from the chialengeniers and others who were present at the aforesaid encounter; whereby it is most clearly demonstrated that not our men but the sepoys of the Hauweldaar attacked first; requesting at the same time my orders as to how to conduct themselves in the future in similar encounters, which are insulting to the Company's reputation and very detrimental to its acquired privileges. Judging this case to be of very great weight, I communicated the same to the Council of Policy on the 24th of this month, and pursuant to the secret resolution of that day, wrote to the chiefs that very same evening that, from their aforementioned letters of the 6th, 9th, and 15th of this month, we had indeed on the one hand seen with consternation that the Haweldaar there, in the name of the Nabab, had dared to demand from them the payment of toll for linens brought from wentepalium for the account of the Company, as well as how, upon their refusal to pay toll for them, he had dared to prevent the bringing ashore of those linens, without troubling himself in the least about their representations that his conduct was contrary to the Company's ancient privileges and the Firmans, Parwannas, Cauls, and other letters of privilege granted to it both by the Emperor Orangseeg and other princes of the land, wherein it has always been granted the toll-free import and export of its linens at Palleacatta, nor about the intervention of the heads of the castes; but that on the other hand we had also noticed with regret the disadvantageous and hateful consequences that resulted from his refusal, namely the attacking of our soldiers by the Hauweldaar's sepoys, whereby some men were killed and wounded on both sides; that we indeed approved of their conduct and actions maintained during the course of this unpleasant affair, since they, as becomes faithful and worthy servants, guarded and showed zeal for the right of our Company, which the Hauweldaar sought to destroy, but nevertheless we would rather have seen that they had never let it come to that extreme to which it has now been brought, since this can produce nothing other than hatred and estrangement for the future; that in our opinion it would have been better, or at least we would have preferred, that when they saw that representations, whether made in a friendly manner or with earnestness, had no effect upon that ill-disposed court official, they had applied to the Nabab and complained about the unreasonable actions of his Hauweldaar, which were contrary to the Company's ancient and lawful privileges, rather than undertaking the unloading in the aforesaid manner, the more so since the Nabab was nearby, and thus not much time would have been lost in awaiting his reply: that we doubted, had they taken that course, whether the encounter that occurred would ever have happened! But rather believe that His Highness would have done justice to them and to the Company's ancient privileges by ordering the Hauweldaar to let the Company's goods pass without levying toll on them; but that, this now no longer being remediable, it is meanwhile to us

Dutch transcription

275 teegens Compagnies oude en wettig ver„ kregen voorregten, waarvan het Groot fir„ man door den Keizer Orangseeg ende naderhand door andere Vorsten des Lands aan onse Compagnie Verleende firmans, Parwannas, Cauls en andere brieven van previlegie, aan ons tot onbetwistbaare bewijzen strekken, van het voorregt dat aan onse Maatschappij is Vergund, om alle haare goederen die van buijten wor„ „den ingebragt, of voor de Compagnie in het Land ingezameld op Palliacatta Thol wij te mogen in= en uijtvoeren, sij de betaaling daarvan g'excuseerd en den Haweldaar sijne onwettige pretensie aangetoond hadden; dog dat deesen hal„ starrigen ministen nog na haar vrien„ delijke Verhoogen, nog na de bemiddeling der hoofden van de kastens heeft willen Luijsteren, schoon men daarmede ver„ scheide dagen heeft toegebragt, maar in teegendeel de ontscheeping dier goederen niet geweld gekeerd heeft; Dat dit onreede„ onreedelijk gedrag hun eindelijk na een rijp overleg, had doen resolveeren, nadien de quaade mousson alle oogenblikken met nadeelige gevolgen kunnende door bree„ ken, Compagnies goederen niet Langer aan het gevaar den Zee te hasardeeren waren, de ontlossing der voorschreeve Lijwaaten met magt door te zitten; dat sij hier op den 6e E deeser na Strand gezonden hadden 24=e gewapende militairen en eenige Mari„ nes, voorzien van de nodige Chirlengen en koelies om de ontlossing dier doeken door te zetten, met Last om de teegenkanten te keer te gaan, maar geensints de eerste beleedigers te zijn; Dat den Haweldaar soo dra ons volk op marsch was, ook een detacheuent Sipaaijs naar Strand gezon„ den had, en deesen soo als ons volk met het ontlossen der Pakken beezig waren e„ Op het zelve gevuurd hadden, met dit gevolg in„ dat den bootsman doodelijk (die ook een uur daarna aan sijne wonden overleedende is:/ met nog twee soldaaten en Een quars lijk tiermeester 276. quartiermeester gequetst waren, En eindelijk Dat de onse Sig toen ook van het regt der natuur bedienende, Op hunne aanvallers Los gebrand en van dezelve drie dood ge„ schooten en twee gekwetst hadden, het geen van dit Gewenscht Tibroes geweest was, dat de Jipaaijs geweeken en onse man„ schappen met de pakken behouden in het port aangekomen waren: Biedende ge„ dagte opperhoofden nevens dit hun relaas teffens aan verscheide verklaaringen van de Chialeugeniers en andere die de voor„ schreeven rencontie hebben bij gewoond; waarbij ten duidelijksten manicesteerd dat niet ons volk maar de Sipaaijs van den Hauweldaar het eerste g'attacqueerd hebben; met versoek teffens om mijne ordre hoe sig bij soort gelijke voor s Comp:s resu„ tatie beledigende, en voor haare verkre„ gene previliqien seer nadeelige rencon„ wes in het vervolg te gedragen. Jk dit geval van seer veel gewigt oordee„ lende, heb hetselve op den 24=e deeser in Raade van Politie gecommuiceerd, en in„ gevolge secreete resolutie van dien dag de opperhoofden nog dienselven avond aange„ schreeven dat wij uijt hunne opgemelde Litteren van den 6e 9e, en 15e deeser wel aan den eenen kant met ontstigting hadden gezien dat den Haweldaar aldaar uit naam van den Nabab van hun had durven afvorderen het betaalen van Tol: voor Lijwaaten voor Reekening van de Compagnie van wentepalium aan„ gebragt, mitsgaders hoe hij op hunne wijgering om daar voor Thol te betaalen, het aan de wal brengen van die Lijwaaten had durven beletten, sonder sig aan hun„ ne vertoogen dat sijn gedrag strijdig was teegens Compagnies oude voorreg„ ten en de aan haar soo door den Keizer Orangseeg als andere vorsten des Lands verleende Firmans; Parwannas, Cauls en„ en andere brieven van privilegie waar„ in aan Haar voor althoos vergund is te den holorijen in - en uijtvoer op Palles Raade de acatta 277 Palleacatta van haare Lijwaaten, nog aan de tusschenkomst der Hoofden van de ka„ stens in het minst te stooven; dog dat wij aan de andere zijde ook met Leedwezen hadden bespeurd de nadeelige en haatelij„ ke Gevolgen die uijt sijne weigering zijn geresulteerd, naamelijk het attacquee„ Een van onse Militairen, door 's Hauwel„ daars Sipaaijs, waar door aan weers zijde eenige manschappen waren gesneuveld en gequetst; dat wij hun gedrag en, han„ delinge geduurende den loop deeser on„ aangenaame affaire gehouden wel goed„ keurden, wijl sij gelijk het Getrouwe en braave dienaaren betaamd gewaakt en gijverd hebben voor het Regt van onse Maatschappij, die den Hauweldaar den bo„ dem heeft willen inslaan, maar egter Lie„ ver hadden gezien dat zij het nooit tot dat uitkerste hadden laaten komen, waar„ toe het thans gebragt is, wijl dit niet an„ ders dan haat en verwijdering voor het ver„ volg. Geeven kan; dat het ons bedunkens beten zoude geweest zijn, ten minsten dat wij het Liever gezien hadden dat toen sij zagen dat nog Vertoogen het zij in het vriendelijke of met Ernst gedaan, eenige ingressie bij dien kwaadwilligen Hofs be„ dienden hadde, sij sig bij den Nabab Ver„ voegd en over de onreedelijke en tegens Comp: Oude en wettige Voorregten strijdende Chande„ lingen van sijnen Hauweldaar geklaagd hadden, dan de ontlossing op den voorsz: voet te onderneemen, temeer wijl den Na„ bab kort bij was, en er dus niet veel teids met na sijn antwoord te wagten zoude verloopen hebben: Dat wij twijffelde soo zij dien weg hadden ingeslagen of wel ooit de voorgevalle rencontre zouw zijn gebeurd ! maar veel eer gelooven dat zijn Hoogheid hun en sComp:s oude voor„ regten regt gedaan zoude hebben door den Hauweldaar te ordonneeren 'sComp:s in„ goederen sonder daarvan Tholl te heffen te laaten passeeren; dog dat dit thans niet meer te remedieeren wezende, het ons on„ is beter dertusschen 3

NL-HaNA_1.04.02_3429_0301 view scan ↗

English

meanwhile was pleased that it was not they but the haweldaar who had been the aggressor, and that our people had gained the victory. And whereas the Nabab as well as his son Madarael Moelk have notified me of the incident in favor of their haweldaar, with the request that I should order the chiefs not to insist upon any matters contrary to custom, but to change their conduct for the better, I have answered His Highness thereto in substance: That his haweldaar has not only presumed, contrary to all ancient firmans, parwannas, dastaks, etc., to hinder the duty-free transport of cloths granted to the Company, but even that, when our servants, relying on their aforesaid prerogatives, caused the bales of linen to be carried away by force, he ordered fire to be opened upon the people dispatched for that purpose, and that, the latter having fired back in return, some were killed and wounded on both sides; that from the whole course of the matter the entire world can plainly see that our chiefs were forced to repel force with force in order to preserve our acquired right. And whereas his haweldaar alone is to be considered the cause of this incident, I have earnestly requested of His Highness to discipline his haweldaar according to the merit of his offense, as an example to others and for the satisfaction of the Dutch Company, and furthermore to issue such orders whereby similar occurrences may never take place again; but to this no answer in return has yet been received. Meanwhile, in our aforementioned letter to the chiefs, I and the Council have given notice of what has been negotiated here concerning this between the Nabab and myself, writing to them that we think he will protect his haweldaar, and that we shall therefore have much difficulty on both sides to obtain the requested satisfaction; that whereas we have resolved to maintain and protect to the utmost of our power the right of our Lords and Masters and the outraged majesty of their Company, we order them to collect all proofs that may possibly be obtained to show that not our people but those of the haweldaar were the first aggressors. We have also required of them sworn certificates that all the bales brought in duty-free by them during this incident truly and genuinely belong to the Company and not to private individuals, and furthermore that, if there should have been any private linens in this vessel (for which toll must be paid), they must give us a distinct and specific account of the number of those bales, their marks, their value, the person or the persons to whom they belong, as well as the toll that was paid for them, so that we may conduct ourselves accordingly in the future; additionally enjoining upon them most earnestly to observe prudence and above all to avoid all acts of violence, so long as extreme necessity does not absolutely require it. Concerning this incident, our chiefs have also written to the Nabab and clearly demonstrated to His Highness the indisputable right that the Company possesses to import and export all its goods duty-free; they have likewise asked satisfaction from His Highness in respectful terms, and requested to know whether His Highness had truly ordered the haweldaar (as the latter claimed, but never demonstrated) to levy toll on those goods; but from the Prince they received an unsatisfactory answer to the first, and an indirect answer to the second, he merely saying: I ordered him to levy toll as was customary in the time of Sadatullah. What he actually means by that, I shall have investigated, and as soon as I receive an answer to my letter, I shall firmly remonstrate with him regarding this incident and the Company's undisputed privileges. I would be very much mistaken if we did not obtain satisfactory redress in this manner; since, as I am informed on good authority, he is very much afraid of becoming involved in a war with the Dutch Company; and therefore I shall by no means follow the advice given in secret by several prominent English gentlemen to the son of Chief Dormieux (who was sent to Madras by his father to sound them out from afar regarding the incident): that whereas we were entirely in the right and had been attacked in our privileges, the government of Nagapatnam should not leave it at that, but ought to appoint someone to demand justice or satisfaction from the Nabab and the government there; that we would thereby not only obtain it, but they would also take care that we got our parwannas confirmed and that the claims to tolls by the Nabab were annulled; unless Your High Excellencies should previously please to approve this: for I fear, although I am willing to believe that their advice is sincere in the present case as they are merely looking for an opportunity to pick a quarrel with the Nabab, that following it might subsequently be disadvantageous to us: because they might thereby claim a sort of recognized mastery over the territories of the Nabab, which we can never concede to them without making ourselves entirely dependent on them, as our southern factories on this coast are situated in the lands of the subah. Behold, High Noble Lords, the incident of Palleacatta in its full context and circumstance presented by me to the same.

Dutch transcription

278 ondertusschen Lief was dat niet sij waar den Hauweldaar aggresseur geweest was, en ons volk de overwinning behaald had, En dewijl den Nabab soowel als sijnen zoon „Madarael Moelk mij van het geval in faieur van Haaren Hauwel daar hebben kennis gegeeven, met versoek dat jk de op„ perhoofden zoude beveelen om op geen Iaa„ ken die teegens het gebruijk strijdig wer„ ren te blijven staan, maar sig ten goede te veranderen, heb Jk zijn Hoogheid daar„ op in substantie g'antwoord: Dat sijnen Hau„ weldaar niet alleen teegen alle van ouds her zijnde firmans, Parwannas, dat tek„ ken ensz: onderstaan heeft te beletten de aan dEComp: Vergunden Tholirijen aan„ breng van doeken, maar selfs dat hij wanneer onse bediendens steuwende op hunne voorschreeve prerogativen, met ge„ weld de Lijwaat pakken wegdragen lie„ ten op het ten dien einde afgezonden volk heeft doen vuuren, en dat deese daarop weder gevuurd hebbende er aan weerszijde eenige Gesneuveld en gequetst geworden zijn, dat uijt den Jantschen toe„ dragt der saake de Geheele waereld wel zien kan dat onse opperhoofden Gedwon„ gen geworden zijn, om tot behouwd van ons verkreegen regt, Geweld met Geweld te keer te gaan; En dewijl sijnen Hauwel„ daar alleen te houden is voor de oorsaak van dit voorval, hebbe ik van sijn hoog„ heid ernstiglijk verzogt om sijnen Ha„ teg weldaar tot voorbeeld van andere en sa„ tisfactie van de Hollandsche Compagnie, waar merite sijner offensie te Corrigee„ „ren; en voorts soodanige ordres aftevaar„ digen, waardoor, nooid diergelijke voor„ vallen meer komen te gebeuren; dog daar„ „weder Op nog geen „ antwoord bekomen Ondertusschen heb ik en den Raad bij onsen Opgedagten brieff aan de opperhoofden ken„ nis gegeeven, van het geen hier over tusschen den Nabab en mij is verhandeld, onder aan„ ^sijnen schrijven dat wij denken dat hij ^ daweldaar de protegeeren zal, en wij dierhalven veel werks weerszijde zullen 279 zullen hebben om de verzogte Satisfactie te krijgen; dat dewijl wij beslooten hebben het regt van onse Heeren Meesters en de gehoonde Hoogheid van Haase Maatschap„ pij naar uijtterste vermogen voortestaan en te beschermen, wij hun gelasten alle bewijzen die maar te krijgen zijn intewinnen ter aantoo„ ning dat niet ons volk maar dat van den Haweldaar de eerste aanvallers geweest zijn. Ook hebben wij van hun gerequireerd b'eedigde Certificaaten dat al de Pakken die staande dit voorval door hun Talvrij zijn binnen gebragt, weezendlijk en waaragtig de Compagnie en geene particulieren toebehoo„ ren, mitsgaders dat soo er in dit vaartuijg eenige particuliere Lijwaaten (:waar voor Thol moet worden betaald:) mogte geweest zijn, sij aan ons distinct en specificq moeten opgeeven, het getal dier Pakken ^ de Persoon off derselver merken, haare waarde de Persoo„ „nen aan wien sij behooren, mitsgaders de Thol die daarvoor betaald is, teneinde ons daarna in het vervolg te kunnen gedragen; hun daar nevens wel ernstiglijk re Comman„ deerende de Voorzigtigheid te betragten en vooral alle daadelijkheeden te vermeiden en soo lang de uitterste nood die niet volstrekt Ee vorderd —. Over dit voorval hebben onse opperhoofden ook aan den Nabab geschreven, en zijn Hoog heid duidelijk aangetoond het onweder„ spreekbaar regt dat de Compagnie heeft, om alle haare Goederen Salvrij in - en uijt tead voeren; sij hebben teffens van zijn Hoogheid in Eerbiedige termen Satisfactie gevraagd, rg„ en verzogt te mogen weeten, of zijn Hoog„ v heid wezendlijk den Hauweldaar /:ge„ le lijk die voorgegeeven dog nooit aangetoond heeft:/ g'ordonneerd had om van die Goe„ deren Thol te heffen; maar van den Vorst op het eerste een onvoldoenend, en op het tweede een indirect antwoord be„ komen, zeggende hij eenlijk: Ik heb hem g'ordonneerd om tholl te heffen soo als ten teide van Satoelahan gebrui„ kelijk geweest is Wat hij daar eijgendlijk Hun mede 280 mede meend zal ik laaten nagaan, en hem soo dra ik op mijnen brieff antwoord krijge, over dit geval en 'sComp:s onbetwist„ baare voorregten met nadruk onderhou„ den. Ik zouw mij seer misgiesen soo wij langs dien weg geen voldoende satis„ factie kreegen; wijl hij, zoo ik van goeder„ hand ben g'informeerd, seer bevreest is om met de Hollandsche Compagnie in oorlog te zaaken: en dierhalven zal ik geensints op volgen den Raad door verscheide En„ gelse heeren van Naam in secretesse aan den zoon van het opperhoofd Dormieux gegeeven, /:die door sijn vader na Madras is gezonden geweest, om haar van Verse over het geval eens te polsen:/ dat dewijl wij volkomen gelijk hadden, en in onse voorregten waren aangetast, de regee„ ring van Nagapatnam het niet daarbij laaten maar iemand Committeeren moest om van den Nabab en de Regeering al„ daar regt of voldoening te Eijsschen, dat wij die daar door niet alleen bekomen zoude, maar sij ook zorger zouden doa„ gen, dat wij onse Parwannas bevestigd kregen, en de pretentien der Thollen van den den Nabab vernietigd wierden; ten zij uwe Hoog Edelheeden dit alvoorens ge„ bieve goed tekeuren: Want ik vreese, schoon ik wel wil gelooven dat hunnen raad in het presente geval opregt is, alsoo sij maar 91 na occasie zoeken om met den Nabab in disput te zaaken, de opvolging daar„ eerd van ons in het vervolg nadeelig zoude kunnen weezen: Wijl sij daar door een 209 soort van een erkend meesterschap zoude de kunnen pretendeeren over de Landschap„ ele pen van den Nabab, hetgeen wij hun nooit kunnen toestaan, sonder ons volstrekt van hun afhankelijk te maa„ ken, wijl onse zuijder Comptoiren ter deeser kuste in des soubas Landen gelee„he„ gen zijn. Ziedaan Hoog Edele Heeren, het geval 6 van Palleacatta in sijn Gantschen tezamen, le hang en Circumstantie door mij aan Hoog, ns zoude l denselven

NL-HaNA_1.04.02_3429_0304 view scan ↗

English

presented to Your High Excellencies with great respect, and as clearly as was possible for me. I hope that my actions herein conducted thus far may deserve Your High Excellencies' most esteemed approval, and that the conduct of the chiefs as absolutely necessary for the honor of the Company will also be approved. I do not think that this affair will be followed by further difficulties; but that it will indeed be cleared out of the way through mutual actions and much correspondence, to the honor of the Company. However, since it is nevertheless, though improbable, not impossible that the Nabab, incited by evil counselors, might refuse us the requested satisfaction, and might not recognize the Company's right to import and export all goods freely at Palleacatta, I request in this case to be provided with Your High Excellencies' positive orders, so that we may conduct ourselves accordingly in protecting our legally obtained prerogatives; all the more so because a rumor is circulating that the English intend to take possession of the Nabab's lands, and to grant His Excellency an annual salary, for we would then have to deal with a proud nation who surely, if the Nabab called our privileges into question and we conceded to him therein, would follow in his footsteps and completely destroy them. To what extent this circulated rumor, of which I hereby respectfully inform Your High Excellencies, deserves credence, time will reveal; but that the English bear ill will toward the Nabab and his son Madaroel Moelk, and that the ministry at Madras intends to curtail the power of that prince, which has become somewhat too formidable to them since the conquest of the Tanjore realm, seems certain to me. At least, the sudden summons in the past month of the Nabab's son Madaroel Moelk from the Tanjore lands to Madras, and the recall of the prince's minister Goelam Alichan, who was dispatched to negotiate with me over the pearl fishery and had already arrived at Naver, gives rise to great suspicion with me that matters of weight are afoot in Madras. I hope to discover them shortly, when I shall report thereof to Your High Excellencies at a next opportunity according to my duty. Meanwhile, I still have the duty to inform Your High Excellencies that I have been informed on good authority that the brother of the Nisam with his 3 to 400 French deserters and 2000 native horsemen have actually invaded the lands of the Nabab to the north and devastated everything, and that the English troops with those of the Nabab are already in motion from all sides and are marching towards Elloen, in order to seek out their enemy and give battle once united there, so that I also anticipate events of weight from that quarter, of which I likewise hope to inform Your High Excellencies on a next occasion. At present I know nothing further to add here, and therefore I commend Your High Excellencies' illustrious persons, together with the state of our Company, to the powerful and solely safe protection of God Almighty, and for the rest dutifully take the liberty to call myself with profound respect. Underneath stood and signed: as before; in the margin: Nagapatnam in the Castle, the 30th of October 1775. To as before. Respectfully referring to my submissive letter of the 30th of October 1775, respectfully dispatched to Your High Excellencies with the private barque the Wilhelmina Elizabeth, of which the duplicate is attached hereto, I have deemed it necessary to inform Your High Excellencies by this occasion that, although the condition of the Tanjore land and its dethroned Prince has still remained in that same situation as I noted in my previous respectful communications, the Nabab nevertheless has recently returned several villages which were donated by the previous Princes of Tanjore to the Moorish temple at Naoer, but which gift had been revoked by him upon the conquest of that principality, again according to the tenor of the Parwanna that were granted thereof by the Tanjore princes to the heads or priests of that temple, without it being possible to discover from what motive this was done. It is also said, though this rumor requires confirmation, that His Highness is also supposed to have returned to the heathen or Malabar pagodas the villages that the Princes of Tanjore donated thereto. With the account of interest paid by the Nabab on the principal of the sold Tanjore lands, which I had the honor to present to Your High Excellencies with my humble letter of the 16th of September of the past year, an accounting error having crept in of 309. 11. 20 old Pagodas which were underpaid, I respectfully take the liberty by this to present a corrected account to Your High Excellencies, from which it is evident that the whole sum, instead of 24439. 22. 49 old Pagodas, now amounts to 24749. 9. 69 old Pagodas, or as said 309. 11. 20 old Pagodas more; for which committed mistake I very humbly ask Your High Excellencies' pardon, while I meanwhile note for Your High Excellencies' esteemed information that the aforementioned underpaid sum of 309. 11. 20 old Pagodas was subsequently paid by the Nabab's factor and counted into the Company's treasury. In my aforementioned separate letter of the 16th of December of the previous year, I had the fortune to entertain Your High Excellencies at length on the state of the dispute between the Company and the Nabab concerning the pearl fishery; and communicated therewithal that

Dutch transcription

281 Hoog deneselven met veel Eerbied, en soo dui„ delijk als mij mogelijk was voorgesteld. Ik hoope dat mijne handelinge hier in tot dus„ verre gehouden uw Hoog Edelens zeer G'eerde approbatie zal mogen verdienen, en het ge„ drag der opperhoofden als volstrekt nood„ saakelijk voor de Eer der Maatschappij ook zal werden goedgekeurd—. Ik denke niet dat deese affaire van verdere moeijelijkheeden zal gevolgd worden; maar dat die wel door over en weder da ao„ en vee schrijvens zal worden uit den weg geruijmt, tot Eer der Maatschappij: Edog, wijl het evenwel, schoon onwaar„ schijnlijk, niet onmogelijk is dat den Na„ bab door kwaade raadslieden opgewuit, ons de versogte satisfactie wijgeren, en sComp: regt, om alle goederen op Pallea„ catta, wij in en uijt te voeren, niet erkennen mogt, Versoek ik in dit geval met Hoog„ derselver positive ordre te mogen werden gemunieerd, om wij daarna in het be„ schermen van onse wettig verkreege preroga„ prerogativen te gedragen; Temeer nog wijl en een gerugt loopt, dat de Engelsen voornee„ men zoude wezen 's Nababs Landen in be„ den zit te neemen, en sijn Excellentie eene Jaar, ike lijkse bezolding toeteleggen, want wij dan roe„ met eene trotsche Natie zoude te doen krijgen, die seekerlijk, wanneer den Nabab onse voorregten in twijffel trekkende door ons daarin werd toegegeeven; sijn voete spoor volgen en se geheel vernietigen zouden eer In hoeverse dit verspreide gerugt, Waarvan ik uw Hoog Edelens bij deese in Eerbied kennis geeff, geloof verdiend zal de beid ontdekken; Dog dat de Engelsche den Nabab en sijnen Zoon Madaroel Moelk een quaad hart toedraagen, en het Mi„ nisterium op Madras voorneemens is, de magt van dien vorst, die haar 'tzeederd de Overwinning van het Tansjoursche rijkse„ wat te ontzaggelijk geworden is, te snuijken Ein„ schijnt mij seeken; ten minsten, heeft het 6 schielijk op ontbod in de voorleede maan de van 't Nababs zoon Madaroel Moelk us tiven riit 282 over Ceijlon uit de Tansjoursche Landen na Madras en de terugantbieding van 's vorsten mini„ ster Goelam Alichan, die afgezonden was om met mij over de Paarlvisscherij te hande„ len, en reeds op Naver gekomen, bij mij groote bedenking; dat er op Madras zaa„ ken van gewigt in til zijn — Ik hoop se in't kort te ontdekken, wanneer ik bij een volgende gelegendheid daarvan aan uw„ Hoog Edelens verslag zal doen volgens mij„ nen pligt; Intusschen heb ik nog de Een Hoog dezelve schuldpligtig te bedeelen, dat mij van goederhand is berigt, dat de broe„ der van den Nisam met fijne 3 a 400. fran„ sche deserteurs en 2000. Inlandse ruijters werkelijk om de Noord in de Landen van den Nabab zijn gevallen, en en alles ver„ melt, mitsgaders dat de Engelsche trou„ pen met die van den Nabab reeds van allekanten in beweeging zijn, en na Il„ loen oprukken, om daar geconjungeerd wezende, haaren vijand opte soeken en slag te leeveren, dus ik ook van dien kant Aan als vooren Aan mijne Submisse Lebteren van den 30en october 1775. met de Particuliere barcq de Wilhelmina ge„ Elizabeth aan uw HoogEdelens reverentelijk der„ afgezonden, en waarvan het duplicaat deesen is bijgevoegd, mij eerbiediglijk gedragende, heb le ik nodig g'oordeels uw Hoog Edelens by deese ns den gebeurtenissen van gewigt te gemoet zie, die ik bij eene volgende Occasie Hoogde„ en zelve almede hoope te bedeelen. 1 Thans weete ik hier niets meerder bij tevoe„ uike gen, en dierhalven beveele ik uw Hoog„ zelve Edelens Illustre persoonen, nevens den ir staat van onse Maatschappij, in de kraegen tige en alleen veijlige hoede van God Al„ magtig, en neeme voor het overige schuld„ pligtig de vrijheid mij met prafunt re„ teerd spect te noemen. /:onderstond en Ge„ teekend:/ als vooren; /:in margine:/ Naga„ patnam in't Casteel den 30. e October 1775. gebeurtenissen Occagie F 283 ocragie te bedeelen, dat schoon den toestand van Land het Tansjours v en dies gedetroneerden Vorst nog in die zelvde Situatie gebleeven is, als ik bij mijne voorige eerbiedigen heb genoteerd, den Nabab egter onlangs verscheide dorpen die door de voorige Vorsten van Rusjour aan den Mhoor„ schen Tempel op Naoer geschonken waren, dog welke Girft door hem bij de vermeestering van dat vorstendom, was ingetrokken, weder„ om na den teneur der Parwanna die daar„ van door de Tantjoursche vorsten aan de hoof„ den of Priefters van dien Tempel verleend waren, heeft terug gegeeven, sonder dat men ontdekken kan uit wat inzigt dit geschied is; Ook zegd men, dog dit gerugh vereischt Con„ firmatie dat zijn Hoogheid aan de Heiden„ sche of Malabaarsche Pagooden mede zoude terug gegeeven hebben, de dorpen die de Vorsten van Tansjour daar aan Geschonken hebben; Bij de reekening van Interessen door den Nabas betaald op het Capitaal van de Verkogte Tan„ sjoursche Landen die Jk de Eer gehad heb bij mijnen onderdanigen van den 16=e 7ber: anno passo uw Hoog Edelens aantebieden, Eeer reeken fout ingesloopen zijnde van oude Pagoden 309. 11. 30. welke temin betaald waren, Gebruike ik desen reverentelijk de voijheid Hoog dezelve eene Verbeterde reekening aantebieden, waar„ uit Consteerd, dat de geheele som in steede van oude Pag: 24439. 22. 49. als nu bedraagd Oude pag: 24749. 9. 69, of gelijk gezegd oude pa/o 309. 11. 20. meerder; Over welk gommitteerd abuijs ik uwe Hoog Edelens seer nedrig om excuus vraage, terwijl ik intusschen tot Hoog„ Derselver g'eerde informatie noteere dat de voorschrevene temin betaalde somme van oude P pa/o: 309. 11. 20. nader door 'S Nabales Factoor voldaan en in sComp:s Cassa geteld zijn. Bij mijnen voormelden apparten brieff van den 16. e xber: des voorigen Jaars, had ik het Ge„ „luk uw Hoog Edelens breedvoerig te onder„ houden over de gesteldheid van het verschil tusschen de Comp: en den Nabab wegen de paarl visscherij; en Communiceerde daarnevens bij dat

NL-HaNA_1.04.02_3429_0307 view scan ↗

English

that his Excellency had also made an application in that regard to the Honorable Governor of Ceylon, Mr. Falck; as well as that his Honor had also conferred with the Nabob about that dispute by letter. Since then, or rather on the 14th of November last, a certain native servant and favorite of his Excellency named Comaro, who also manages affairs in the Tanjore region as the agent of Mr. Paul Benfield, came to me again on behalf of the Nabob to negotiate with me about that matter. And having entered into discussions with him about this, I orally gave him, in response to his question as to what the Company would ultimately be willing to grant to his Prince, the articles upon which your Right Honors have resolved in order to clear away the differences that have arisen with the Nabob over the pearl fishery, and declared therewith emphatically, indicating that this should be communicated to the Nabob in my name, that the Company would not yield a finger's breadth more of its privileges than it had now done in the given and offered articles, which was the final word of its resolutions. With this answer he departed directly for Madras, but regarding this negotiation I have until now received no other message than that the Nabob was so preoccupied with other business that he had not yet been able to be spoken to about the affairs of the pearl fishery, but that this would nevertheless take place in the coming days; thus I nevertheless expect further report on this shortly. Meanwhile, the Honorable Mr. Falck has communicated to me that his Honor has not yet received an answer to his Honor's letter written to the Nabob, and thus supposes that the person who addressed his Honor to negotiate about that matter will have been sent not by the Nabob himself, but rather by the young Regent of Ramanathapuram, who is his son-in-law. And although this is all that I can presently share with your Right Honors concerning this affair, I nevertheless hope that your Honors will kindly remain persuaded of my zeal and good intentions to clear away these damaging disputes that have now hovered for ten years, to the honor and advantage of the Company; which I trust will be brought to a happy conclusion by the negotiations now newly resumed, although, according to the custom of the native princes, they are being put off on the long track. In response to my letter of the 19th of July of the previous year written to the Nabob, by which I not only attempted to evade the settlement by the Company of the 18 recognition elephants demanded by him as conqueror of the Tanjore realm, but also complained against his demand to let those beasts be selected at Jaffnapatnam by his own cornacs, and of which writing I have already made respectful mention in my humble letter of the 16th of September 1775; I received an answer by letter from his Excellency dated the 24th of September thereafter; thus I now dutifully take the liberty to share with your Right Honors the substantial contents of that missive, which, after preliminary compliments, principally entails: That the customary practice with respect to Tanjore had always been that the cornacs and mahouts of the deposed Prince went with the Company's people to Jaffnapatnam to pick out good elephants, and that these, having been brought to Tiruvalur by the Company's servants, were handed over to them there; and that meanwhile all expenses remained for the account of the Company, as well as the loss if an elephant should happen to perish; that his Excellency was therefore surprised that his cornacs had been detained here for seven months and that it was now written to receive two elephants. That if his cornacs had been to Jaffnapatnam to seek out good beasts, and these had been brought to Tiruvalur and handed over by the Company's people, his people would also have received them there. That his Excellency had further understood from my writing that I maintained that, just as he demanded recognition moneys for two years, he was also entitled to recognition elephants for only two years, and thus he had no right to claim them for a longer period; as well as that, because he demanded those beasts for six years and to the number of 18 head, I would write to Batavia about it. That for that reason he sent me, together with his letter, a note extracted from the Maratha accounts of Batjena, by which it was evident that the Company is four years in arrears with recognition elephants to the Prince Raja Tuljaji, or since the year 1769/70 to 1772/3. That it was known to me that he had repaid the 30,000 pagodas that had been paid to Tuljaji Raja for the redemption of the recognition elephants, as well as that the 15,000 pardaus that the Prince had enjoyed in advance on account of recognition moneys had been paid again by his Excellency on the occasion of the conclusion of the contract. That just as the recognition moneys were paid to Tuljaji Raja and afterwards to his Excellency up to 1774/5, so too the recognition elephants in arrears for four years under Tuljaji Raja, and for two years of his own time, had to be delivered to him. That he therefore requested, as a great friendship existed between the Company and his Excellency, to be pleased to send his cornacs to Jaffnapatnam in order to select there 18 head of good elephants for 6 years.

Dutch transcription

284 dat door zijn Excellentie daaromtrend ook aan„ zoek gedaan was bij den Edelen Heer Ceilons Gou„ verneur Falck; mitsgaders dat zijn Edele bij een brieff den Nabab ook over dat geschil onder„ houden hadden. 'tzederd off wel op den 14=e November pass o is er weder van wegen den Na„ bab bij mij gekomen seeker Inlandse bediende„ en Gunsteling van zijn Excellentie in naame Comaro, die teffens als factoor van Mr Paul Benfielt, de zaaken in het Tansjoursche Waar„ neemt, om met mij over die affaire te hande„ leen; En hierover met denselven in discours ge„ komen zijnde, heb ik op sijne vraage wat de Compagnie wel uitterlijk aan sijnen Vorst Zouw willen toestaan, hem bij monde opgegeeven de articulen waarop uwe Hoog Edelens sig bepaald hebben, om de gereezen verschillen over de paarlvisscherij met den Nabab uit den„ weg te runmen, en daarbij met nadruk gede„ clareerd, onder te kennen geeving om dit den Nabab uit mijn naam te Communiceeren, dat de Compagnie Geen vinger breed meer van haare voorregten afstappen zouden, dan se nu bij de opgegeevene en aangebroodene articu„ len, dat het ultimo van haare besluiten was gedaans had—. Met dit antwoord is „ divect na Madras Vertrokken, dog ik heb wegens deese onderhandeling tot nog toe geen ander be„ scheid bekomen dan, Dat den Nabab soodanig g'abrueerd was met andere beezigheeden, dat hij over de zaaken van de Paarlvisscherij tot„ nog toe niet had kunnen onderhouden werden, dog dat dit egter eerst daags zoude geschieden„ dus Jk evenwel hiervan in het kort een nader berigt verwagten. Intusschen heeft de Edele Heer Falk mij gecom„ municeerd, dat zijn Edele tot nog toe geen ant„ woord bekomen heeft, op zijn Edeels brieff aan den Nabab geschreeven, en dus supponeerd dat den Persoon, welke sig bij zijn Edele g'addres„ seerd heed om over die zaak te handelen, niet door den Nabab zelve maar wel doar den Jongen Regent van Namanadapoeram /:die zijn schoon zoon is :/ zal gezonden wezen. haar lb E En 285 En schoon dit het alles is, wat ik thans uwe„ Hoog Edelens over deese affaire bedeelen kan„ hoope ik egter dat Hoog dezelve sig geper„ suadeerd zullen gelieven tehouden van mijnen ijver en welmeenendheid om die schaadelijke en nu 'tzederd thien Jaaren Gesweefd hebbende verschillen tot Eer en voordeel van de Maat„ schappij uit den weg te ruinnen; het geen ik vertrouwe dat door de thans weder opnieuw„ begonnen onderhandeling, schoon die volgens de Gewoonte der Inlandsche vorsten wat op de Lange baan geschoven word, tot een Gelukkig einde gebragt worden zal Op mijnen brieff van den 19 e Julij des voorigen„ Jaars aan den Nabab geschreeven, en waar„ door ik niet alleen getragt heb te ontduiken, de voldoening voor de Comp: der door hem als overwinnaar van het Tansjoursche Befe Rijk gevorderde 18. stuks recognitie Eliphan„ „ten, maar ook gedoleerd heb tegen sijnen Eisch om die beesten door sijne eige Cornaa op Jaffanapatnam te laaten uit kiezen, en van welk schrijven ik reeds in eerbied mentie gemaakt hebbe bij mijnen nedrigen van den 16=e September 1775; heb ik antwoord ontvangen bij brieff van zijn Excellentie de dato 24:e 7ber daaraan; dus neem ik thans schuldpligtig de vrijheid den saakelijken inhouwd van die missive uwe Hoog Edelens te bedeelen, die na voorafgaande Complimenten principaalijk behelsd:„ Dat het gewoon gebruijk ten opzigte „van Tansjoer althoos geweest was, dat de „ Cornaso en Mahaldaars van den gedetro„ „neerden vorst, met het volk van de Comp: „naar Jaffanapatnam gegaan waren, om er „goede Eliphanten uittekippen, en dat deese „door Compagnies bedienden op Triwaloen - „gebragt zijnde, die beesten aldaar aan hun „waren g'intrageerd geworden; en dat intus„ „schen alle de ongelden voor reekening van de „Comp: gebleven waren, soo mede de schaade „ wanneer en een Eliphant kmam te zakken; Dat zijn Excellentie sig dierhalven Verwanderd had, dat sijne Cornax alhier seeven maanden van aan 286 aangehouden waren, en nu geschreeven wierd om twee Eliphanten te ontvangen. Dat wanneer sijne Cornax naar Jaffanap=m geweest waren om en goede beesten uit te zoe„ ken, en deese door 'sComp:s volk op Toiwaloen gebragt en overgegeeven waren, zijn volk die aldaar ook ontvangen zoude hebben. Dat zijn Excellentie voorts uijt mijn schrijven verstaan had dat ik sustineerde, dat even soo gelijk hij voor twee Jaaren recognitie pen„ ningen vorderde, hem ook maar voor twee Jaaren, recognitie Eliphanten Competeerde en dus hij geen regt had om die voor langerheid te pretendeeren; mitsgaders, Dat dewijl zij die beesten voor ses Jaaren en tot een getal van 18. stuks Eijschte, ik daar over na Batavia zoude schrijven Dat hij uijt dien hoofde mij benevens sijnen brieff, toezond Een Notitie uit de Maratze reekening van Batjena getrokken, waarbij Consteerde dat de Compagnie aan den vorst „ Raasja Toelaasja „ vier Jaaren recognitie Eliphanten ten agteren staat, of tzederd anno 17 29/0. tat 7/3 Dat het mij bekend was dat hij de 30000. pag: die aan Toelaasja Raasja tot afkoop den re„ cognitie Eliphanten betaald waren weder ge„ restitueerd had, mitsgaders dat de 15000. pan„ dauws die de Vorst wegens recognitie penn: vooruit genoten hadde, door zijn Excellentie „weder „voldaan waren bij geleegendheid van het slui„ ten van het Contract. Dat even gelijk de recognitie penningen aan Toelaasja Raasja, en daarna aan zijn Ex„ cellentie tot 177 4/5. behaald waren, ook de voor Vier Jaaren bij Poelaasja Raasja ten agteren staande recognitie Eliphanten, en voor twee Jaaren van sijn heid aan hem ge„ leeverd moesten werden. Dat hij dierhalven verzogt, dewijl en eene Groote vriendschap tusschen de Compagnie en zijn„ Excellentie subsisteerde, sijne Cornax na Jaffanapatnam te willen zenden om al„ daar voor 6. Jaaren 18. Stuks goede Eliphan„ ten ten e

NL-HaNA_1.04.02_3429_0310 view scan ↗

English

to select elephants and bring them over here to be delivered to his people at Triwaloer, from where he would receive them. And whereas the fairness of the Nabab's claims with regard to the recognition elephants themselves can no longer be refuted with any well-founded objections, but indeed the selection thereof by his cornacs at Jaffanapatnam, I have answered His Excellency on this latter point in short terms, stating that he would find nowhere that it was contracted with the Company to grant transport to Jaffanapatnam to the cornacs of the King of Tansjour for the selection of recognition elephants; that if someone from the King's people had sometimes been permitted by previous Governors to go to Jaffanapatnam in the capacity of cornac in order to choose those beasts, this had not occurred by right of the Company, but solely by indulgence, so that, since this was contrary to the contract, I could not permit the mahaldars or cornacs of His Excellency to cross over to Jaffanapatnam for the selection of recognition elephants, and therefore requested him, in conformity with the contract, to have those beasts taken over at Triwalaer from the Company's people, who would bring them there. And concerning the first point, I communicated that I would communicate his demand for 18 pieces of recognition elephants for six overdue years, together with the refused acceptance of two of those animals, to Your Right Honourables at the very first opportunity, and after receiving an answer give him notice of the order I would receive regarding it. I hope that my conduct in this matter will merit Your Right Honourables' approval; and while I rest in that pleasant hope, I have the honour to present to the same the aforesaid copies of translated letters with the aforementioned Persian note, and at the same time request Your Right Honourables to furnish me with Your formal orders concerning this. Regarding the incident at Palliacatta between the Nabab's havaldar and the Company's servants, I addressed His Excellency in emphatic terms in my letter of the 20th of October of last year, but have hitherto received no answer or the least satisfaction, so that this matter, like all other negotiations we have with that haughty Moor, has remained stalled; nevertheless, I will not let the matter rest there, but as soon as I have received all the evidence relating to that incident which I requested from the chiefs of Palliacatta, according to my humble advice by letter to Your Right Honourables of the 30th of October, I will again address His Excellency about this in a serious manner and demand adequate satisfaction from him for the hostilities committed by his havaldar. But because some time will pass with the translating of the cited evidence at Palliacatta, I request Your Right Honourables to provide me with Your final orders in this regard, and at the same time prescribe to me how I am to conduct myself in maintaining and protecting our legally acquired privileges and prerogatives, should the Nabab turn a deaf ear to giving any adequate satisfaction. In my frequently cited report letter of the 16th of September of the past year, I had the pleasure to inform Your Right Honourables that the chiefs of Bimilipatnam, after many exerted efforts, had finally succeeded in obtaining the lease of Bimilipatnam etcetera, and that for the term of three years against the payment of 8334 rupees per year or 24993 rupees for three years, and also that the chiefs, subject to our approval, had counted out that money in cash to the Visianagaram Princes against a receipt, just as this is also described in detail in the draft contract that I had the honour to present to Your Right Honourables with my aforesaid letter. Subsequently, in the said letter, I also gave notification to Your Right Honourables that I and the Council on the 22nd of July of that year had decided to approve the aforesaid contract, which we found to be drawn up according to the order, with authorization to the chiefs to formally contract on that basis with the Princes. In consequence of this resolution, I could not think otherwise than that this so long-delayed matter had thereby reached its full conclusion, and therefore I was daily looking forward to the formally concluded and signed contract. However, I was not a little astonished when, instead of the expected document, I received a detailed letter from the chiefs dated the 5th of October 1775, from which it appeared to my utmost dismay that the conclusion of the aforementioned contract had not gone through. The reason for this circumstance the servants communicate to me by way of a narrative, of which I have the honour to give the following account to Your Right Honourables. After the chiefs had received the order from here to conclude the contract, they gave notice thereof to the Dewan Saganadoeraasja; shortly thereafter that minister came to visit the chiefs, on which occasion they asked him what time the Princes would prefer to choose for concluding the contract. Thereupon he answered them that Their Highnesses were at that time very burdened with the leasing of their lands and other affairs.

Dutch transcription

287 Eliphanten uit te kippen en herwaards over„ tebrengen om Triwaloer aan syn Volk over„ geleeverd te worden, van waar hij se ontvan„ gen Zouw —. En dewijl de billijkheid van 'S Nababs preten„ tien met opzigt tot de recognitie Eliphan„ ten zelve, met geene gefundeerde tegenwer„ pingen langer kunnen worden wederlegd, dog wel hunne uijtkiping, door Sijne Cornax op Jaffanapatnam, heb ik sijn Excellentie over dit Laaste poinct in korte termen g'antwoord, dat hij wergens vinden zoude dat met de Compagnie Gecontracteerd was, om de Con„ nax van den vorst van Tansjour ter uit„ kipping van recognitie Eliphanten transport naar Jaffanapatnam te moeten verleenen; dat bij aldien iemand van den Vorsten volk Somteids door voorige Heeren Gouverneurs gepermitteerd geworden was om in naam van Cornax na Jaffanapatnam te gaan, ten„ einde die beesten uittezoeken het zelve niet Compagnies wegen, maar eenlijk bij toelating geschied was, dat jk over sulks nadien dit Com„ trarie het Contract was, niet permitteeren kon dat de Mahaldaars of Cornaae van zijn Excel„ lentie ter uitkipping van re Cognitie Eliphan„ ten naar Jaffanapatnam Overgingen, en hem dierhalven verzogt die beesten Conform het Contract ok Triwalaer van sComp:s volk, die se daar brengen zoude te laaten overna„ men—. En omtrend het Eerste Gecommun„ ceerd, dat Jk sijnen Eijsch van 18. stuks re„ cognitie Eliphanten voor ses agterstallige Jaaren, mitsgaders de gerefuleerde acceptatie van twee dier dieren aan uw Hoog Edelens Communiceeren zoude bij de allen eerste gelee„ gondheid, en hem na bekomen antwoord ken„ nis geeven van de ordre die Jk daar over zoude ontvangen. Jk hoope dat mijne handeling in deese uw„ Hoog Edelens goedkeuring Verdienen zal; En Onderwijl ik in die aangenaame hoope verzeere, heb ik de Eer Hoog Dezelve aan„ tebieden de voorsz: Copien Translaat brieven geschied met 288 met de opgemelde Persiaansche Notitie, en verzoeke uw Hoog Edelens teffens om mij dierwegens met Hoogderzelver formeele ordre te iuniueeren. Over het voorval op Palliacatta g'exteerd tus„ schen 's Nababs Hauweldaar en sComp:s bediendens, heb Jk zijn Excellentie in nadruk„ kelijke termen onderhouden bij mijnen brieff „ october van den 20=e des gepasseerden Jaars, maar tot nog toe geen antwoord of de minste sa„ tisfactie bekomen, dus die zaak almeede gelijk alle andere onderhandelingen die wij met dien Grootshartigen Mhoor hebben, is blij„ ven steeken; egter zal ik dit geval daar niet bij berusten laaten, maar soodra ik alle de bewijzen tot dat geval rebatieff, die Jk van de Palliacatse opperhoofden gevraagd heb, vol„ gens mijn nedrig advies bij brieff aan uw Hoog Edelens van den 30. e October zal ontvangen hebben, zal jk zijn Excellentie daar over andermaal op eene ernstige wijze Onderhouden, en van hem eene voldoende Satisfactie vragen, voor de hostiliteiten door synen hauweldaar gepleegd. Dog wijl en met het Translateeren van de aangehaalde bewijzen op Palliacatta nog wel eenigen heid verloopen zal; versoeke Jk uwe Hoog Edelens Om mij dierwegens wet Hoog derselver fi„ naale Ordres te voorzien, en mij teffens voor„ te schrijven hoedanig ik mij in het voor„ staan en beschermen van onse wettige Verkregene voorregten en prerogativen zal hebben te gedragen, bij aldien den Nabab sig voor het geeven van eenige voldoende Satisfactie doof houwd Bij mijnen dikwerff geciteerden apporten brief van den 16=e 7ber Anno passo, had ik het ge„ noegen uw Hoog Edelens te bedeelen, dat de Bimilipatnamse opperhoofden na vee„ le aangewende devoiren eindelijk geslaagd waren in de erlanging van de Pagt van Bimuilipatnam ensz:, en dat voor den teid van drie Jaaren teegens de betaaling van 8334. ropijen sjaars af rop:s 24993. –. voor Satisfactie drie 289 drie Jaaren, mitsgaders dat de opperhoofden die penningen op onse approbatie aan de visianagaramse Princen in Contant had„ den toegeheld, onder quitantie, gelijk dit een en ander almeede breedvoerig beschreven staat bij het Concept Contract dat Jk de Eere gehad hebbe bij mijne voorschrevene Letteren uw Hoog Edelens aantebieden Vervolgens gaff ik bij gedagte Letteren uw hoog„ Edelens almeede notificatie dat ik en den Raad op den 22=e Julij van dat Jaar be„ slooten had het voorschreeven Contract, het„ geen wij bevonden na de ordre ingerigt te zijn, te approbeeren met qualificatie aan de opperhoofden om op dien voet met de Pom„ cen formeel te mogen Contracteeren,. Inge„ volge van dit besluijt kan ik niet anders denken, of die soo lang gehardeerde zaak had daarmede zijn volkomen beslag, erlangd, en dierhalven zag ik dagelijks uit na het formeel geslooten en geteekende Contract. Maar ik was niet wijnig verwonderd wan„ wanneer Jk in steede van het verwagte Doek„ ment een breedvoerige brieff van de opper„ hoofden ontving welke gedateerd was den 5. ' October 1775, waaruit mij tot mijne uitter„ ste ontstigting gebleeken is dat het sluiten van het voornoemd Contract„ t niet geloopen was; De reeden van dit geval Communiceeren mij de bediendens bij wijze van Verhaal, waar„ van ik de Eese heb aan uwe Hoog Edelens het navolgende verslag te geeven. Na dat de opperhoofden tot het sluiten van het Contract van hier oon de ordre ont„ vangen hadden, gaven sij den Duan„ Saganadoe raasja daarvan kennis; kost daarop kwam dien minister de Opper„ hoofden bezoeken, bij welke geleegendheid zij hem afgevraagd hebben wat teid de Prin„ cen tot het sluiten van het Contract Lierst kiezen zouden; Dierop heeft hij hun ge„ antwoord dat hunne hoogheeden op dien leid seer belenmerd waren met de verpag„ ting van haare Landen en andere bezig„ neer heeden

← previousnext →