VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3430

Coromandel · 633 pages · 270 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3430_0085 view scan ↗

English

Carpentry and Repairs Carpentry and Repairs 19 May 1775 3 July 25 August 25 August Authorization to Palliacatta to write off the Carpentry Memorandum for the first 6 months of this financial year. [pages] 419 –. Order to Jaggernaekpatnam to send over an estimate for the requested new stone Equipment Warehouse. [pages] 432. 433. Also to exercise more supervision in the future regarding the caulking of vessels, as seems to have occurred with the bark Den Arend. [pages] 438. –. How the keel was conditioned. [pages] 438. –. Under what threat. [pages] 438. –. Order sent there to complete the new Bleachers Warehouse at Gollepallium as quickly as possible, and to submit the cost of the timber works required for it at the earliest opportunity. [pages] 443. Also to Palicol to proceed with the improvement of the boundary wall of the lodge. [pages] 453. 454. Yet under what condition and excuse. [pages] 454. Passing for the writing-off of the Carpentry Account of the last day of February last. [pages] 457. –. Also to Sadraspatnam as above. [pages] 528. –. Order sent there to submit an estimate for the officer's dwelling. [pages] 534. Demonstrated necessity by the Chief of Jaggernaikpatnam for the construction of the new warehouse for the storage of linens, already approved in the year 1767. [pages] 805. 806. Authorization to the same to send over a separate estimate of what would have to be spent on the repair and transport of the present one, and with what addition. [pages] 806. 24 October 1775 How much was entered by the Chief of Jaggernaikpatnam in the 4-month Memorandum of Carpentry etc. for the construction of a new Bleachers warehouse, and what had only been granted for it by His High Excellency. [pages] 814 –. Resolution to grant authorization for the writing-off of the latter, or f: 29314-8, and to leave the excess amount entered, or f. 1462. 9, at the disposal of His High Excellency. [pages] 814. 815. As well as demanding from the said Chief a clear specification of the costs of that warehouse, etc. [pages] 815. Further passing of the remainder entered in the aforesaid Memorandum. [pages] 815. –. Except for the errors found therein. [pages] 815. 816. Remark to Palicol regarding the poor condition reported from there of the Bleachers Warehouses, and the dwellings of the Chief and the clerks. [pages] 826. 827. And denial of their request for a further repair of the same. [pages] 827. Authorization to Bimilipatnam to write off the Carpentry Account for the first 4 months of this financial year. [pages] 834. –. 24 October 1775 Carpentry and Repairs Carpentry and Repairs 24 November 1775 24 November 1775 Detailed presentation by the Governor of the poor condition of the floor of the Castle church, which also served as a ceiling for the Spice Warehouses, and why it did not require as large a repair as previously. [pages] 913. 916. Also that everything was made strong and remedied by the land surveyor Stenk for Pagodas 786. 12. 40. [pages] 916. –. With an inquiry to the members whether they could concur with this. [pages] 916. 917. Their agreement thereto, and therefore a resolution to have the aforementioned Pagodas 786. 12. 40 disbursed to Stenk. [pages] 917. Insertion of that account on that matter. f. [pages] 917. 918. What was required for the repair of the vessels at hand. [pages] 955. 956. Contracting of their repairs to Hartman for the estimated sum of f: 5229. 17. 8. [pages] 956. –. Insertion of a report and estimate concerning this. [pages] 956. 962. Authorization to Sadraspatnam to write off the Carpentry Account for the last 6 months of 1774/5, with satisfaction regarding its reduction. [pages] 986. 987. Displeasure sent to Palliacatta over the discovered errors in the Carpentry Account for the last 6 months of 1774/5. [pages] 1005. Reproach to the Second on this matter. [pages] 1005. –. And under what recommendation. [pages] 1005. 1006. Return of that paper for correction. [pages] 1006. With an order to the Second to pay the f: 9. 2 entered in excess into the treasury. [pages] 1006. –. Validation to Jaggernaikpatnam of only Pagodas 10. 12. – for the gingelly oil entered for the carpentry of the sloop Het Loo, instead of Pagodas 17. –. ff. [pages] 1016. to f. 1017. And an order to have the Pagodas 6. 20, and also Pagodas 23, erroneously entered in excess for 15 coir tubs, paid by the person responsible. [pages] 1017. Reduction of the Carpentry Account of the bark Den Arend, and in what manner. [pages] 1017. 1018. Submission to be made to His High Excellency of a specific estimate for a new Equipment House at Jaggernaikpatnam. [pages] 1020. Approval sent to Palicol of the postponed repair to the boundary wall of the lodge there. [pages] 1037. 1038. Under what written instructions. [pages] 1038. And acknowledgement of the precaution taken by the Chief against its further ruin. [pages] 1038. 1039. With an order to send over the account thereof. [pages] 1039. –. Authorization sent there to write off that Carpentry Account of the last 6 months of the year 1774/5, although f: 1583 larger than that of the first months. [pages] 1052. 1053. Yet under what recommendation. [pages] 1053. Approval sent to Bimilipatnam of the repairs carried out on the sloop De Papagaaij. [pages] 1063. And authorization to write off the amount entered for it. [pages] 1063. –.

Dutch transcription

Timmeragie en Reparatie Timmeragie en Reparatie den 19 Maij 1775 den 3 Julij den 25. Augs. den 25. Augs. Qualificatie na Pallia catta ter affboeking van de Timmeragie Memoria van de eerste 6/m deeses boekjaars.. : . Ordre na Jaggernaekp=m om een Calculatie van 't versogte nieuwe steen Equipagie= Pak„ „432. „ 433. huijs over te senden. Item om in 't Vervolg meer toegesigt te gebruij„ ken omtrent het Calfaaten der vaarthuij„ gen als met de Bark den Arend Schijnt geschiet te zijn. „438. „ Hoedanig de Kieltje is gesteld geweest „438. „ Onder welke bedruijging „430. „ —. Last dat heen om het nieuwe Wassers Pack- Huijs te Gollepalium ten spoedigsten te absolveeren, en het kostende der daartoe be„ noodigde Hout-werken ten Eersten op te „419 „ —. „443. „ Jtem na Palicol om met de melioratie van de Ringmuur van de Logie voort te gaan. . . „453. „. 454. Dog onder wat mits en Excusatie - - - „454. „. Passeering ter affschrijving der Timmeragie Reecq: van ulto febr: passo --„ 457. „. — Item na Sadraspm als even - „ 528. „ —. .. Last dat heen om een Calculatie van des offi„ „ 534. ciers wooning overte senden.. . Vertoonde Noodzaakelijkheijd door de Jagger„ naik p=ms Opperhoofd tot den opbouw van het in A=o 1767. reeds geaccordeerde nieuwe „805. „ 806. Packhuijs ter Berging van Lijwaaten Qualificatie aan deselve om van het geene tot beetering en Vervoering van het teegenswoor„ den 24. Octbr: dige soude moeten werden bekostigd een distincte Calculatie over te senden, en on„ der welke Bijvoeging Hoeveel door de Jaggernaik p=s opperhoofd bij de 4m: Memorie van Timmeragie &a voor het opbouwen van een nieuw Wassers pak„ huijs opgebragt is, en wat daarvoor door H: Hoog Ed maar toegestaan was.. Besluijt tot affschrijving van het laaste off ƒ: 29314-8. qualificatie te verleenen en het meerder opgebragt off ƒ. 1462. 9 ter Dispo„ sitie van H: Hoog Ed: te laaten. . . . „814. „ 815. Mitsg„s van ged: Opperhoofd een deijdelijk spe„ cificatie van het bekostende van dat pack„ huijs etc: vorderen . „815.„ . Passeering voorts van het verdere opgebragt bij „ 815. „. — voorsz: Memorie. Behalven de daarbij bevondene Erveuren. . . - „ 815. „. 816. Remarque na Palicol nopens de vandaar be„ deelde slegte Gesteldheijd der Wassers Pack- Huijsen, en de Wooningen van de Opper„ En ontsegging van der Bed s, Verzoek om een nadere Reparatie van deselve. . . „827. Qualificatie na Bimilip=m om de Timeragie Reecq: van de eerste 4m. deeses boekjaars af te schrijven. . . Breedvoerige Vertooning door de Heer Gouver„ neur van de slegte Constitutie van de vloer der Casteels kerk, die teffens diende tot een hoofd en de Pennisten. „806. „ „826. „ 827. „814 - „. —. dige zolder geeven. . - . . . . : „834.„ . —. . 1775 den 24. Octbr: Timmeragie en Reparatie Timmeragie en Reparatie den 24. Novbr: den 24. Novbr: zolder van de Specerij-Packhuijsen, en waarom die soo een groote Reparatie als bevoorens niet benoodigde. . . . . „913. „ 916. Item dat het alles, door den Land meeter stenk voor Pag 786. 12. 40. sterk en verholpen was. . . „ 916. „ —. Met afvrage aan de Leeden, off se sig daar meede konde conformeeren. . „916. „ 917. - Toestemming van de selve daarin, en Besluijt dier„ halven voorm: pag: 78.6—. 12. 40 aan stenk te laa„ ten uijtkeeren. .. „917. „ Insertie van die Reecq: dierweegens. . f„ 917. „ 918. Wat tot Verhelping der aan hande zijnde vaarthuij„ gen benoodigd werd. „955. „ 956. Demandeering van derselver Reparatien aan Hartman voor de gecalculeerde som van ƒ: 5229. 17. 8. „956. „ —. . Insertie van een Rapport en Calculatie dierwee„ gens . „956„ 962. Qualificatie na Sadrasp=m: tot de afschrijving der Timmeragie Reecq: van de laaste 6/m: van 177 24/5 met genoegen over dies Minder„ . „986„ 987. Ongenoegen na Palliacatta over de ontdekte fauten in de Timmeragie Reecq: van de laas„ te 6/m. van 177 4/5. . * „1005.„ . Reproche aan den Secunde daarover - - . „1005. „ —. En onder welke Recommendatie „ 1005. „ 1006. . Terug sending van dat papier ter verbeetering „1006. „ Met Last aan den secunde om de daar te veel opgebragte ƒ: 9. 2. in Cassa te voldoen. . . . „1006. „ — Vallideering naar Jaggernaikp=m „ maar pag. 10. 12. om de bij de Timmeragie van de Chialoup —. 'T Loo opgebragte Ginge Olij in steede van Pa„ goden 17. „. - ƒƒ 1016. tof. 1017. En Last om Pag: 6. 20. item nog Pag: 23. abusivelijk voor 15 Kajate bakjes te veel opgebragt door die het incumbeerd te laaten voldoen. . . „1017. „ Diminutie van de Timmeragie Reecq: van de Bark Den Arend, en hoedanig. . . . . „1017. „ 1018. Te doene aanbieding aan H. Hoog Ed: van een specifique Calculatie, van een nieuw Equipa„ gie-Huijs te Jaggernaikpm. „ 1020. „ Approbatie na Palicol van de uitgestelde Repa„ ratie aan de Ringmuur der Logie aldaar „1037. „ 1038. Onder welke aan schrijvens.. „1038. „ En Betuijging nopens de gedraagene Voorsorge door het Opperhoofd teegens dies verdere ruine „ 1038. „ 103. 9. Met Last de Reecq: daarvan over te senden - - - „ 1039. „ —. qualificatie dat heen tot het afboeken van die Timmeragie Reecq: van de laaste 6/m: d' An„ no 177 4/5, schoon f: 1583 grooter dan die van de Eerste 1/m Dog onder welke Recommendatie. Approbatie na Bimilipm van de gedaane Re„ paratie aan de Chialoup De Papagaaij. . . . „ 1063„ En qualificatie om het daarvoor opgebragte alfsz „ 1063. „ . „1052 „ 1053. „1053. ^ Loo 1775 . : . . heijd 1775 75 . . —. .

NL-HaNA_1.04.02_3430_0087 view scan ↗

English

Veniam Agendi. the 22nd of November Requested by Catharina Johanna St. Paul against her husband, the acting Administrator, the Honorable Hendrick Ambrosius Johnson 348. 350. Insertion of the petition presented in that regard 350 351. Acquiescence to that request with communication to the Honorable Council of Justice 351 353 Foreign Nation Communication to be made to Their High Mightinesses regarding the admission here as a soldier of a French deserter, as a reprisal for the five deserters from here detained at Carical 734. 735. Production by the Governor of a French letter from the Commander of Carical, containing a claim for the soldier Johannes Beuken, who deserted from there and was taken into service here on the 16th ultimo, together with His Honor's reply 735. —. Persisting in the aforementioned admission, and agreement of the members with the appropriate reply sent by His Honor to the aforementioned Commander, and why 736. —. Insertion of the aforementioned letters 736. —. Letters requisitorial granted to the Council of Justice at Carical concerning 3 auction notes of one Louis Sebastiaan Larock serving as a soldier there 947. 948. Pay Books and said Papers. the 23rd of March To be sent to Bimilipatnam: 2 Pay Memoranda, 3 closed accounts, and a copy of the assessment order, to the debit of the gunner Hendrick Christiaansz 222. 223. the 18th of February Notice to the Pay Bookkeeper of the obligation made by Junior Merchant Appengh regarding his pay due and yet to be earned for his service as storekeeper in the year 1773/1774 165. 168. Requisitioning from Jaggernaikpatnam of the pay account paid off there, closed under August 1772, and why 19. 20. Offense taken at the negligence regarding the transmission thereof 20. —. And with what recommendation 24. —. Also with a serious recommendation regarding the transmission of papers in the future 24. —. What has been demonstrated by the second surgeon Oltman Fehr, who departed for Jaggernaikpatnam, with respect to his pay account 92. 93. Decision to inform Their High Mightinesses thereof at the first opportunity, and why 94. To make a requisition for the third time from Palicol of a pay account, while sending the triplicate of the pay note 23. And to express dissatisfaction both with the failure to send the same and further careless treatment 19. 20. the 19th of May the 16th of August the 22nd ditto the 24th of November the 30th of December Resumption and insertion of the report of Council members Mossel and Appengh, regarding the conducted inspection of the pay books 711. 712. qualification 1774. 771 1775 41. thereon. Pay Books and said Papers Pay Books and said Papers the 19th of May the 3rd of July the 16th of August the 24th of November Qualification to Bimilipatnam to pay out to a gunner what stands to his credit at the closing of his account of the 5th of June 1772 471. —. Order to the Pay Bookkeeper to issue Bronsvelt a formal pay account for the year 1770, in place of the one lost by him 507. 508. Requisition from Sadraspatnam for a pay account of a sailor who remained there 536. —. Debit of the pay account of a deserter apprehended there, for the expenses incurred for his retrieval 536 537. Representation by petition by the boatswain Pieter Thomas of the manner in which 5 pay accounts of his, on which well over 500 guilders stood to his credit, were lost, with an urgent request to recommend him on that account to Their High Mightinesses to obtain others or authentic copies thereof 633. 636. Consideration regarding the aforementioned loss of those accounts 636. —. And decision to recommend said request to Their High Mightinesses 636. —. Decree ordering Pay Bookkeeper Buijs to redress the errors discovered in the ledger of the ship De Both 661. 662. And to inform the Gentlemen Directors thereof 662. —. Expression of thanks to be made to Their High Mightinesses by the Jaggernaikpatnam Surgeon Fehr and the former Sadraspatnam Second De Neijs for the favorable decisions on the requests made by them in the previous year 703. 704. Discharge in accordance therewith of the latter's pay account for 150 guilders, 2 stivers, 8 pence 704. the 16th of September the 25th ditto Transmission to Sadraspatnam of a pay account of a sailor who remained there sick 801. Debit of the pay account of the officers of the bark De Eendragt for various equipment and ammunition supplies found deficient on their vessel 886. 887. Likewise that of the bark De Liefde also for various equipment and ammunition supplies found deficient on that vessel 887. 888. Decision to request Their High Mightinesses in the outgoing letter for the deed and closed pay account of third surgeon Jan Willem Sinter, who remained in the hospital here from the ship De Wakkerheijd, upon his urgent request made to that end, and representation of the circumstances by which he had not brought them along from the main settlement 904. 906. Debit of the pay account of the officers of the bark De Eendragt for 152 1/8 lb Japanese bar copper delivered short at Jaggernaikpatnam 1021. Discharge. 1775 the 16th of August 1775 386. 387.

Dutch transcription

Veniam Agendi. den 22 Novbr. Zoldij-Boeken en dito Papieren. den 23. Maart den 16. Augs den 22. ditto den 24: Novbr: Verzogt door Catharina Johanna St. Paul teegens haar Man den pl„ Administrateur D: E Heer Hendrick Ambrosius Johnson „ 348. „ 350. Jnsertie van het dierweegens gepraesenteerd Re„ „350„ 351. Condessendance met dat versoek met Commu„ nicatie aan den Agtb: Raad van Justitie „ 351„ 353 quest. Vreemde Natie Tedoene Bedeeling aan H: Hoog Ed: van de Ad„ missie alhier voor zoldaat van een france Overlooper tot het neemen van Repraesalie over de van hier te Carical aangehoudene vijff Deserteurs Productie door den Heer Gouverneur van een france Brieff van den Commendant van Carical, inhoudende Reclame van den van„ daar gedeserteerde, en op den 16 p=o hier in Dienst aangenoomene zoldaat Joh„s Beu„ ken neevens het antwoord van zijn Ed: - - „734. „ 735. Persisteering bij voorsz: admissie, en Conformee¬ ring van de Leeden met de gepaste Rescrip„ tie door zijn Ed, aan voorsz: Commendant en waarom Insertie van voorsz: brieven Verleende Letteren Requisitoriaal na Carical aan de Raad van Justitie over 3 vandu brief„ jes van eenen aldaar militeerende Louis Sebastiaan Larock „ 735. „ —. - „ 736. „ —. den 19. Maij den 18 febr: Te doene sending na Bimilip=m van 2. Zoldij Me„ morien, 3 afgeslootene Reecq: en een Copia ordonn: van belasting, ten nadeele van den Kannonier Hendrick Christiaansz:. . . „ 222. „. 223. kennisgeeving aan den soldij Boekhouder van de Verbintenisse door den Onder-Coopman Appengh van zijn te goed hebbende en nog te verdienende Gagie voor zijn Dienst van Dispencier de A=o 177 7/4. . . . . . . . „165. „. 168. „92. „ 93. - - -. „ 24. „ —. Jtem met ernstige Recommendatie omtrend het oversenden der papieren in 't vervolg. . „ 24. „ — Wat door den na Jaggernaik pm vertrockene twee„ de Meester Oltman Fehr ten opzigte van zijn Zoldij Reecq gedemonstreerd is. Besluijt Haar Hoog Ed: daarvan bij eerste Ge„ leegendheijd kennisse te geeven en waarom „ 94. „ den 30. Decbr: Resumptie en Insertie van het Rapport van de Raadsleeden Mossel en Appengh, wee„ gens de gedaane Visitatie der zoldij boeken „ 711. „ 712. Requireering van Jaggernaik p=m van de aldaar afbetaalde soldij Reecq: onder Augs„ 1772, affgeslooten en waarom ƒ 10. tot. 19 Onstigting over het versuijm omtrend het oversen„ den derselve En met welke Recommendatie - - - - „ 20. „ —. Te doene Requireering voor de derde keer van Pall: van een zoldij-Reecq: onder Toesen„ ding van het Triplicaat der Zoldij notitie „ 23. „ En te betuijgene ongenoegen zoo over het niet overstuuren derselver, als verdere inatten¬ te Behandeling - - -„ 19. „ 20. „ 386 „. 387. „947. „ 948. qualificatie 1774. . . . 771 1775 . . 41. .. daarop. Zoldij-Boeken en dito Papieren Zoldij-Boeken en dito Papieren den 19 Maij den 3. Julij den 16. Augs„ den 24. Novbr Qualificatie na Bimilip=m om aan een Canno„ nier af te langen het geene hij per slot van zijn reecq: van den 5. Junij 1772 te vooren staat. . . „ 471. „ —. Ordre aan den Zoldij-Boekhouder om Bronsvelt een formeele Zoldij-Reecq: van 't jaar 1770. af te geeven, in steede van de bij hem verlooren geraakte Rerering van Sadraspm. van een zoldij reecq -. „ 536. „ —. van een aldaar verbleevene Matroos Belasting van de soldij reecq: van een aldaar op„ gevatte Deserteur, voor het verstrekte tot zijn Agterhaling. Vertooning bij Request door den schieman Pie„ ter Thomas op hoedanig een wijs van hem 5. stuk soldij reecq: maar op het ruim 500 gl=s te vooren stond, soek geraakt waaren, met Jnstantie, hem dierweegens aan H. Hoog Ed: voor te draagen ter Erlanging van andere dan „633. „ 636. wel Copijen authenticq derselve Consideratie weegens voorm: verlies dier reecq: „ 636:„—„ En besluijt ged: Jnstantie H: Hoog Ed: voortedraa„ „636. „ —. Arrest den Soldij-Boekhouder Buijs te gelasten om de ontdekte Abuijsen bij het groot boek van het schip De Both te redresseeren. . . „661. „ 662. En de Heeren Majores daarvan kennis te geeven „662. „— Te doene dankofferte aan H. Hoog Ed: door den Jag„ gernaikp=se Chirurgijn Fehr en den geweese„ ne sadras p„s secunde De Neijs voor de gun„ stige Dispositien op de door hunne in A=o p=o gedaane versoeken. „703. „ 704. „ 536 „ 537. „ 507. „ 508 den 16. Septbr: den 25. ditto Ontlasting in gevolge van dien van des laastens Zoldij Reecq. van ƒ: 150. 2:8. „ 704. „ . sending na Sadrasp=m. van een soldij Reecq: van een aldaar siek verbleevene Mattroos. . . . „ 801. „ Belasting van de soldij reecq: van de Overheeden van de Bark De Eendragt voor diverse op hun Bodempje te kort bevondene Equipagie, en Ammonitie- Goederen. 886. „ 887. Zoo ook die van de Bark De Liefde meede voor diverse Equipagie en Ammonitie Goederen op dat bodemptje te kort bevonden. . . . „887. „ 888. Besluijt H: Hoog Ed: bij de afgaande brieff te versoeken, om de Acte en afgeslootene zoldij Reecq: van den hier van het schip D: Wakken„ heijd in 't Hospitaal verbleevene derde mees„ ter Jan Willem Sinter, op zijn daartoe ge„ daane Jnstantie, en Vertooning door welk ge„ val bij die van de Hoofd-plaatze niet mee„ de gebragt hadde „ 904. „ 906. Belasting van de soldij Reecq: van de overhee„ den van de Bark de Eendragt voor 152 1/8 lb Japans staff- kooper te Jaggernaikp=m te min uijtgeleeverd. . . „ 1021 „. Ontlasting. 1775 . den 16. Aug„s 1775 . . gen

NL-HaNA_1.04.02_3430_0089 view scan ↗

English

Tuesday the 22nd of November Anno 1774. In the morning at eight o'clock. Council of Policy. All Present. The Right Honorable Lord Reijnier van Vlissingen, Governor and Director of this Coast of Coromandel, with the jurisdiction thereof. The Senior Merchant Henricus Leembruggen, Chief Administrator. The Titular Major, Commandant, and Head of the Militia Johan Ernst Godlob Haselman. The Merchant and Fiscal Martinus Koning. The Merchant and First Warehouse Master Hendrik Ambrosius Johnson. The Junior Merchant and Provisioner Ian Appengh. The Junior Merchant and Mint Master Willem Duijnevelt. The Junior Merchant and Assayer Iacob van Tessel, and The Junior Merchant and Second Warehouse Master: Ioan Daniel Simons. The meeting having been opened by invoking the Lord's Holy name, the Lord Governor said that he had convened the same to deal with various matters, and thereupon initially produced the short minutes from the letters successively received since the last meeting held concerning the same, in order to deliberate thereon and to provide the chiefs with the necessary reply; for which reason, with respect to the office of Bimilipatnam, upon the missives received from there dated the 28th of July, two of the 24th of August, as well as one of the 3rd and 14th of September last, it was understood to accept for information what was communicated regarding the negotiation of the chief Vrijmoet with the Princes Visia and Tjittaramarasoe concerning the leasing of Bimilipatnam with its dependencies, and the correspondence written back and forth on that account, and furthermore to approve the clearance of the vessel of Moetoe Ananda Poele with a cargo of salt, and the acceptance for it in cash into the treasury of 5000 Rupees, as being appraised at that value. Regarding the debts that had arisen during the transfer of outstanding lease monies, it was resolved to note: that although there was no difficulty concerning the share of the aforementioned Moetoe Ananda Poele therein, partly because his sequestered goods were worth well that much, and on the other hand because he was in great credit with the princes, the government nevertheless desired that both this debt, as well as the debt of the fellow lessee Nagamalloe Perentaal, still amounting to 7201 1/8 Rupees, should be settled as soon as possible; this latter either from the estate of the lessee himself through the sale of his possessions, or, insofar as necessary, from the sequestered jewels etc. of the former chiefs Pfeiffer and Brouwer, who according to the Resolution of this table of the 8th of December of the past year were each judged responsible for half thereof, and regarding which one could by no means see fit to make the slightest change at the request of the aforementioned Brouwer; wherefore it was also resolved to order them there to send the aforementioned jewels etc. here, since if there should be any shortfall concerning Brouwer's share, as he is present here, one would well know how to recover the same from him; while with relation to the remaining outstanding lease monies of the concluded financial year, to the amount of 749 3/4 Rupees, on account of which the chiefs had caused the merchants as former lessees to bind themselves in writing to pay that sum in linens and thus liquidate the said debt, it was expected that the necessary elucidation of its settlement would be supplied at the first opportunity; and furthermore, on this occasion having also reviewed the extensive statement sent from there concerning the losses successively incurred on the lease of Bimilipatnam and its dependencies to an amount of 78812 guilders, 12 stivers, the same was found to be well and properly drawn up.

Dutch transcription

Dingsdag den 22 November A„o 174. S Morgens ten Ligt uuren. Vergadering van Politie Alle Present. Den Wel Edele Gestr: Heer Reijnier van Vlissingen, Gouverneur en Direkteur deeser Custe Cormandel, met „den Resorte van dien. Den opperkoopman Henricus Leembruggen Hoofd administrateur Den Majoor Titulair, Commandant, en Hoofd van de Militie Iohan Ernst Godlob Haselman. Den Koopman en Fiskaal Martinus Koning, Den koopman en Eerste pakhuismeester Hendrik Ambrosius Johnson. Den onderkoopman en Dispencier Ian Appengh„ den onderkoopman en Muntmeester Willem Duijnevelt den onderkoopman en Essaijeur Iacob van Tessel, en den onderkoopman en twee pakhuijsmeester: Ioan Daniel Simons De vergadering door het aanroepen van besorgne over de Comptoiren des Heeren Heijligen name geopend zijnde voor gecommuniceerd houden van Berni¬ „liptn, van de onderhandeling van het opperhoofe, met de rrinsen te sorge dat de agterstallige pagt zijnde, seijde den Heer Gouverneur deselve geconvoceerd te hebben ter verhandeling van verscheijdene Saaken, en produceer„ „de mits dien aanvankelijk de korte No„ „tulen uijt de Successive 'tseedert de laaste gehoudene besoigne over deselve, ontfangene brieven, ten eijnde daar over te delibereeren, en de opperhoofden de noodige rescribtie te doen erlangen; welkentweegen ten opsigte van het Comptoir Bimilipatnam, op de van Daar gerecipieerde missives de datis 28=e Iulij, twee van den 24. augustus, mitsga„ „ders een van den 3=e en 14:e September Jongstleeden, verstaan wierd, voor Communicatie aan te neemen, het bedeel„ „de noopens de onderhandeling van het opperhoofd vrijmoet, met de Prin„ „cen visia, en Tjittaramarasoe, om„ „trend het in pagt verkrijgen van Den 22=e november A:o 1774. Bimilipatnam met dies onderhoorig„ „heeden, en het dierweegens over en wee„ „der geschreevene, en voorts te approbeer„ teringagthrijgeng domilij:s onr: „ren de Largatie van het vaarthuijg van Moetoe Ananda Poele, met „ lading onder aceptatie van 00 op: Sout, en de acceptatie daar voor in kassa van 5000. Ropijen in kontant, als daar op getaxeerd zijnde. Aangaande de Schulden die sig noering dat heeren, om so wel„ bij het doen van Transport aan agtern enm an born amanda poll „stallige pagt penningen hadden opge„ „daan, wierd g'arresteerd, te noteeren; dat of schoon er omtrend het aandeel van voorschreeve Moetoe Ananda poele, daar in, geen swarigheijd resi„ „deerde, eensdeels om dat zijne geseque„ streerde goederen ruijm soo veel waar„ „dig waren, en ten anderen, om dat hij bij de princen in groot Crediet stond, de Reegeering egter begeerde, dat dien Den 22e. November Ao. 171. Bimilipm debet renotaal ten eersten verevend wind de laste het se uijt des pagters besittingen uijt de door het opperh: en secunde gesequestreerde Juweelen dit heen over te senden aantoningen van het successive op de „de pagt aldaar velooren tot ƒ7812. 12. —. den hadde de Lijw: te leveren van 't afgelegde boekjaar als de schuld van Jagamaloepe, debet soo wel, als de Schuld van den meede pagter Nagamalloe Perentaal, nog groot zijnde Rop=s 7201 1/8. ten eer„ „sten vereerend soude moeten werden, dit laaste het sij uijt de boedel van den pagter selfs door verkoop van dan welvor ze vrenodigis zijne besittingen, dan wel, of voor soo verre 't noodig is, uijt de gesequestreerde Juweelen etc: van de geweesen opperhoov„ „den Pfeiffer en Brouwer, die volgens Resolutie deeser tafel van den 8. december des gepasseerden Iaars, ider voor de helft daar van responsabel geoordeelt sijn, en waaromtrend men geensints goed„ „vinden konde op het versoek van voor„ melde Brouwer eenige de minste ver„ „andering te maken; weshalven dan Last dat hee onged:jJuwelen ook verstaan wierd, derwaards te ge„ „lasten, om de voorsz: Juweelen etc: dit heen te senden, alsoo men indien 'er om„ Den 22 November 1774. „trend het aandeel van Brouwer iets te kort komen mogte, als zig alhier bevindende, het selve van hem wel zoude weeten te recouwee„ ren; Terwijl men met relatie tot de over„ mngean agterallign paat penn „rige ten agteren staande pagt penningen van het afgelegde boekjaar, ten bedragen van Ropias 7493/4. , welkentweegen de op„ „perhoofden, de Cooplieden als geweesen pag, zaarvorde got er een so „ters sig schriftelijk hadden laaten ver„ „binden, om die som in Lijwaaten te voldoen, en gedagte schuld soodanig te Liquideeren, verwagtede, dat van dies verevening bij eer„ „ste geleegendheijd de noodige elucidatie sou„ „de werden gesuppediteerd, en voorts bij de estante van een an daargesondene „se geleegendheijd ook geresumeerd zijnde „ van daar overgesondene g'extendeerde aantooning van het successive op de pagt van Bimi„ „lipatnam en dies onderhoorigheeden ver„ „loorene tot een montant van ƒ78812. 12. —. wierd deselve wel en behoorlijk ingerigt gedvinding derselve Den 22=e November Ao 1774. „trend bevonden en waarom

NL-HaNA_1.04.02_3430_0092 view scan ↗

English

The 22nd of November 1774. to let continue was lost on it annually. secunde in the books was in arrears to stand to charge this to to contribute to princes had bound a paper of his was still to be found there found, and consequently decided to have the same written off, pursuant to the resolution of this council of the 10th of June 1771, and to enter it into the books as a memorandum, just as the chiefs, by letter of the 15th of the said month, were once and for all authorized to do with what was lost annually on that lease, instead of letting the same continue in the books, because it was a loss whose write-off the Honourable Company, which had leased and also re-leased the aforementioned village of Bimilipatnam and its dependencies for certain years and for a specific sum, had to accept; therefore, the Government could not refrain from expressing their surprise as to why this had not happened after that order; just as with regard to the entry found in the books there to the debit of the deceased Secunde Jan Visscher amounting to ƒ11796. 7. —, and what was written and requested concerning it by the chiefs, it was understood to order them that everything that the account of the said Visscher might be in credit or in arrears should be charged or credited hereto, with the forwarding of everything of his that might still happen to be found there. Furthermore, it came to the utmost dismay and annoyance of the meeting that the merchants had supposedly been insolent and shameless enough to pass a deed to the princes, and thereby bind themselves to contribute 5000 Rupees annually to Their Highnesses, The 22nd of November 1774. whereof the truth could not be doubted at all, despite their denial, since first of all their nature was sufficiently known to believe that they committed that cowardice out of fear of the threats of the princes, and secondly it was also their concern to keep this secret from the chiefs and this Government as long as possible, because being convinced of having done wrong in this, they also had to be notoriously afraid of being punished for it, just as it was remarked in the meeting that if one treated the matter with the utmost rigor, they would justly have deserved it through such conduct; but regarding which, for various reasons, it was resolved not to proceed to that, and for the present also not to express oneself further about it, but meanwhile to approve that the chiefs, notwithstanding that those merchants stood in credit ƒ1377. 10. 8 upon the taking over of the transfer, had nevertheless made no new advance to them other than only 500 pagodas upon delivery of Bithilles, partly so as not to expose the Company's money to any apparent danger, because the princes had intended to take sinister possession of the traders in order to force them in that manner to the payment of the aforementioned 5000 Rupees, regarding which the meeting remarked that it would indeed have been the right time The 22nd of November 1774. as soon as they had received money upon delivery, and that it could very easily be that such had indeed been the intention of the princes, and secondly, because it had already been too late in time, while further making it known that, notwithstanding all this, one did not doubt in the least that the merchants, who had almost on their own initiative undertaken to settle the debt of the former chief Bronsveld, would also have liquidated their accounts as of the ultimate of August of this year, and that one consequently also hoped that it would be entirely unnecessary to select other candidates for this who have not the slightest relation to the debt, to be appointed as such by virtue thereof, with the rejection of the old merchants, since it was taken into consideration that from such frivolous offers, as was made by those persons to pay seven percent annually in reduction of a debt that does not concern them directly nor indirectly, little good could seldom be expected, as it is evident that they would try to get that loss reimbursed or paid again in one way or another at the expense of the Honourable Company; furthermore, it was resolved to authorize the chiefs to write off the expense account of the month of July last, on which upon resumption nothing was found to remark, and to approve that the 11¾ Catties of green velvet over-entered on the bill of lading of the chaloup De Walvisch The 22nd of November in the year 1774.

Dutch transcription

Den 22=e November 1774. doen voortlopen JJaarlijk daar op verlooren werd. cunde bij de boeken ten agtere ovfr te voorstaan dit heen aan te rekenen princen te Contribrueeren een papier verbonden hadde van hem daar nog te vinden was bevonden, en mits dien beslooten het selve ingevolge het besluijt deeser tafel van den beslug dat bedagen sinen zijn 10. Iunij 1771. aftelaaten schrijven, en bin„ „nens zijns bij de boeken tot geheugenis in„ teliing de vereen ormngoder dat teneemen, gelijk de opperhoofden bij brie„ „ve van den 15=e der gemelde maand eens voor al gequalificeerd waren met het verloorene Iaarlijx op die pagt te doen, insteede van het selve bij de boeken te doen voortloopen, dewijl het een verlies was welkers afschrijving de E: Comp: die het voorschreeve Dorp Bimilipatnam en dies onderhoorigheeden voor seekere Jaaren, en een bepaalde Somma gepagt en ook weeder verpagt hadde zig moe„ „ste laten welgevallen, dierhalven de Reegeering niet konde af zijn hun ver„ „wondering te betuijgen waar om sulx ordre m het geen enoverledene se, na die ordre niet geschied was; Soo als met betrecking tot de bij de boeken Wijders quam de vergadering tot ontrijteg deda de opshin bij de uijtterste ontstigting en ergernisse te vooren, als dat de Cooplieden lacieus en schaamteloos genoeg zoude zijn ge„ „weest, om aan de Princen een geschrift onsjaarlijk 500: rop:s ande te passeeren, en zig daar bij te verbin„ „den, om sjaarlijks 5000 Ropijen aan Haar Hoogheeden te Contribuee„ aldaar zig bevindende post ten laste van den overleeden Secunde Ian visscher groot ƒ11796. 7. —. en het dienweegens ge„ schreevene en versogte door de opperhoof„ „den, verstaan wierd, haar te gelasten, dat al het geene de reecq: van gedagte visscher, te vooren, of ten agteren mogte staan, dit heen aangereekend, of ten goede gebragt zoude moeten werden, met oversending van al het geene van sten met vertendinghetgen, hem Somtijds aldaar nog te vinden soude zijn. Den 22e November 1774. aldaar „renz e Den 22=e November 1774. Den 22 November 1774. niet te twijffelen was maal, en waarom Waarom aandes waarheijdt ven, nadien men, ongeagt waare ontken„ „tenisse, aan dies waarheijd geensintstwijf„„ „felen konde, alsoo voor eerst haar im„ „borst genoegsaam bekend was, om te ge„ „loven, dat se die lafhartigheijd, uijt vreese voor de drijgementen der princen begaan hebben, en het ten andere Haar saak ook was, sulx soo lange het mogelijk is, voor de opperhoofden, en deese Regeering te Secreteeren, dewijl se overtuigd weesende, van daar aan quaad gedaan te hebben, ook notoir bevreesd moeste zijn daar over gestraft, wat e wldaar won den haden en verslooten te zullen worden, soo als bij de vergadening geremarqueerd wierd, dat se indien men de saak ten rigoureusten tracteerde door een dusdanig gedrag billijk soude heb„ dog uijtstallig van het wor dit, ben gemeriteerd; dog tot het welke, om verscheijden motiven, verstaan wierd, niet overtegaan, en zig voor als nog daar over ook niet verder uijt„ te laaten, maar intusschen te approbeen almis de van bngen voor „ren, dat de opperhoorden, niet teegenstaan„ „de die Marchiandeurs bij het overnee„ „men van het Transport ƒ1377. 10. 8, te vooren hadden gestaan, egter geen nieu„ „we voor uijt verstrecking aan Haar gedaan hadden, dan alleen van 500 dan oop„roplevirantie van Be„ pagoden op Leverantie van Bithil„ „les, eensdeels om vermits de Princen en waarom voorneemens geweest waaren, sig Si„ „nisterlijk van de Handelaars Mee„ „ster te maken, ten eijnde Waar op die wijse tot de betaling van voormelde 5000 Ropijen te Constringeeren, 'sComp geld aan geen oogschijnelijk ge„ „vaar te exponeeren, waar toe de ven„ „gadering remarqueerde, dat het weesent„ „lijk de regte tijd geweest zoude zijn wierd soo thille Den 22:e november 1774. der ult„o Augustus en wat mitsdienvehooft wierd reecq: boeken van 11 ¾ C: f luweel groen propositie van andere tot vevening dies dedet, zoo dra zegeld op Leverantie gekree„ „gen hadden, en dat het seer faciel wee„ „sen konde, dat sulx in der daad den princen intentie was geweest, en ten anderen, om dat het reeds te laat in de tijd geweest was, onder verder te doene te kennen gee„ zandesend nan orens e detering, dat men niet teegenstaande dit alles egter geensints twijffelende, of de Coop„ „lieden, welke de betaaling van de schuld van het geweesen opperhoofd Brons„ „veld, bij na uijt eijgen beweeging op sig genomen hadden, om deselve te voldoen, souden haare Reecquenings onder ult:o augustus deeses Iaars ook wel heb„ „ben geliquideerd, en dat men mits dien ook verhoopte, dat het gansch onno„ „dig weesen soude, daar toe andere lief„ „hebbers, die geen de minste relatie tot de schuld hebben, te kiesen, om uijt hoofde van dien, met verwerping der oude Cooplieden, als soodanig aangesteld te werden, nadien in overweeging quam, dat en in overwaging van omtrend de„ van dusdanige ligtvaardige presentaties als door die persoonen was gedaan, om sjaarlijks seeven percento te betaalen inmindering van een schuld die Haar direct nog indirect niet aangaat, sel„ „den veel goedskonde werden verwagt, als evident zijnde, dat se dat nadeel ten Laste der E: Comp:e op de eene of ande„ „re wijse weeder soude tragten vergoed of betaald te krijgen; voorts wierd qualisiatie te afs danen nt verstaan de opperhoorden te qualificee„ „ren ter afboeking van de onkost Reec„ quening van de maand Iulij Iongst„ „leeden, waar op men bij resumptie niets te remarqueeren vond, en te approbeeren aporstate van het meeme bij de dat het bij Cognoiscement van de. Chialoup Dewalvisch te veel aan„ „geschreeven Groen fluweel met 11¾ C@. Den 22:e November Ao 1774. Cooplieden bij

NL-HaNA_1.04.02_3430_0095 view scan ↗

English

13. The 22nd of November 1774. The collection for the construction of the new church here is still awaited by bill of exchange; and for the information of the chiefs, it is noted that the 2 small boxes and 1 small packet with papers brought there from Bengal by the sloop De Haring and forwarded by them to Iaggernaijkpoeram, were properly delivered here. Finally, upon the proposal and request of the chiefs, the drummer Thomas de Sousa of Portonovo, due to the expiration of his term, is increased in wage to ƒ9 per month under a new contract of three years, starting in the middle of this month; however, the request of the soldier Pieter Hendriksz: of Iaffanapatnam for an increase in pay is denied, as he already earns ƒ11, and thus, according to the Regulations, no further increase may be granted. To the Office of Iaggernaijkpoeram, it was resolved, in reply to all the letters received from there dated 22 August, 9, 23, 25, and 28 September, as well as 2 and 4 October last, to write back that the Government approved the actions of the chiefs with regard to the sloops and other vessels that had been there, except that it had pleased them to dispatch the sloops De Walvisch, De Papagaaij, and De Nagelboom from there with a single bill of lading, and to postpone the transmission of the invoices of their cargoes until the departure of the bark Den Arend, by whose failure to appear here—having had to turn back there due to heavy weather— 15. one had also remained deprived of those so highly needed papers at a time when one was most at a loss for them in order to send those bales to Europe, as the return ship was waiting for them at this roadstead. For these reasons, it was also agreed to express the meeting's utmost surprise that they had not sent at least a bill of lading invoice with each of those vessels instead of a single bill of lading, as this was always practicable in case of haste and press of business—which one was willing to admit had taken place at the Office there at the time—and in accordance with the so manifold orders given on that subject, which had been directly contradicted and violated by them in this instance. For this, the meeting judged that they had fairly deserved a sharp reprimand, though it was nevertheless decided not to proceed to that for this time, but to let the matter rest with a serious reproach over their negligence and carelessness, and with an instruction that it was expected that this indulgence of the Government would animate them to greater zeal and attention in the Master's service. In the meantime, permission was granted for the write-off of the expense accounts for the month of July past, and those of the aforementioned sloops De Walvisch, De Papagaaij, and De Nagelboom, as well as the accounts of the provisions issued to the seafarers on the two last-mentioned vessels, The 22nd of November 1774. as also those of rations delivered &c. for the month of November, and those of the kedge anchor and a coir anchor rope delivered to the sloop De Papegaaij, which it was agreed to have entered on the inventory of that vessel for accountability; with the recommendation to be sent, however, by no means to lose sight of the so very highly needed economy, but rather and more to strive for the increase of profits, and consequently to employ all possible and conceivable means for the promotion of the sale of merchandise. For although the yield of the month of July to the amount of ƒ23914. 8. 8 was indeed passable, it nevertheless did not come anywhere near in comparison with the profits that the said Factory had yielded in earlier days, when the expenses were considerably less; with the declaration, however, that since trade could not be forced, this would only be left recommended to their attention. With relation to the minting operations there, it was agreed to express the Government's justified displeasure that the order sent in that regard by letter of the 5th of February 1770 concerning the fineness of the Rupees minted there had not been complied with earlier, but that the same, according to their letter of the 22nd of August past, had now only recently been reduced by half a percent; and on that account not only to demand sufficient reasons from the chiefs, but also to order them at the same time to introduce the further reduction as soon as possible.

Dutch transcription

13. Den 22. November 1774. fangst van de 2. gesondene 2. katjes en 1. pakketije met bengaalse pa„ pieren. versoek, dooreen sold. daarom om met reeden derselver factuuren, met de sarcq de arend „ aloupen, met een enkel Cognoisement Approbatie van de Verrigtingen der Jagg: opperh: omtrent daar aan geweest zijnde Chialoupen tde bij de boeken ingenoomen was, terwijl men het gecollecteerde tot den opbouw van de nieuwe kerk alhier als nog per wissel te kennsge ing at heen vande ont„ gemoed Siet; mitsgaders tot narigt den opperhoofden noteerd dat de uijt Ben„ „gale per de Chialoup De Haring al„ daar aangebragte, en door Haar na Iaggernaijk poeram versondene 2. kasjes en 1. pacquetje met papieren alhier verhoogn ingagie van een wel waaren besteld; wordende eijnde„ „lijk op der opperhoofden voordragt en ver„ „soek, den tamboer Thomas de Sousa van Portonovo mits tijds expinatie in gagie verhoogd tot ƒ9 'smaands, onder een nieuw verband van drie Iaaren, in dog van d' hand wijsing van het gaande medio deesen; dog het versoek van den soldaat Pieter Hendriksz: van Iaffanapatnam om vermeer„ „dering van besolding ontsegt, als reeds ƒ11. winnende, en dus volgens het Reglement. geen verhooging meerder moogende toe „gelegd werden. Na het Comptoir Iaggen„ „naijkpoeram, wierd g'arresteerd op al vaartuijgen de van daar ontfangene brieven de datis 22. augustus 9. 23, 25, en 28. 7ber, mitsgaders 2. en 4. october Jongstleeden, te rescribee„ „ren, dat de Regeering, der opperhoof„ „den verrigtingen, met relatie tot de al„ daar aangeweest zijnde Chialoupen, en andere vaarthuijgen, approbeerde, ex„ „cepto, dat het Haan hadde kunnen Exect ande desele en hi gelusten, de Chialoupen De Watvisch, De Papagaaij en de Nagulboom met een enkeld Cognoiscement van daar te depecheeren, en de oversending den Eeneijgestelde wertening van factuuren van derselver ladingen, tot het vertrek van de barcq den Arend uijttesetten, door welkers non opda„ „ging alhier, als mits swaar weer Den 22. November 1774. geen weeder. kerk Tamboer 15. geld dit maal, meriteerd hadde, aan deselve weeder na derwaards te rug hebbende moe„ „ten keeren, men dan ook van die soo Hoog„ „benodigde papieren verstooken gebleeven was, in een tijd wanneer men daar omme het meest verleegen is geweest, ten eijnde die fardeelen na Europa te versenden, alsoo den rethour bodem daar betuigd de ervondering dier wee, na te deeser rheede wagtede, welkent weegen dan ook verstaan wierd; de uijtterste verwondering der vergadering te betuijgen, dat se ten minsten instee„ „de van een enkeldt Cognoiscement, geen Cognoiscement factuur met ider dier bodemptjes overgesonden hadden, soo als dat in Cas van haast en volhandigheijd, die men wel advoueeren wilde, dat toen ter tijd aldaar ten Comptoire hadde plaats gehad, altoos practicabel, en over eenkomstig was, met de soo meenig„ vuldige gegeven beveelen op dat stuk, Den 22 November 1774. die door Haar in deesen direct waren ge„ „contradiceerd en overtreeden, waar over de wat de pes daar ver wl ge„ vergadering oordeelde, dat se wel billijk een gevoelige Correctie hadde gemeriteerd, dog waar toe egter beslooten wierd voorde govergan van het selve voor dit maal nog niet over tegaan, maar sulx bij een ernstige reproche over Haare en onderwelke reproche negligentie en agteloosheijd te laaten berusten, onder te doene aanschrijvens En aan schrijvens dat men verwagtede, dat deese inschic„ kelijkheijd der Regeering, haar tot meerder ijver en attentie in 's Meesters dienst annimeeren soude; middelerwijlen benise te art en nek wierd permissie verleend ten afboeking van de onkost reecq:s van de maand Iulij pass:o, en die van de voorm=de Chialoupen Jtem van die Van d: Chaloupen De walrisch, de Papagaaij en de nagul„ „boom, mitsgaders de Memorien van onde Memore van't vertrekte de aan de seevaarende op de twee Laast gemelde vaartuijgen bescheijden, vertrekte reek: Den 22:e november 1774. die Randcoenen H Den 22: 9ber 1774. 9. zoo meede die van een afgeland tot menagie, als opluijking der verthier dier wegens der ropijen niet volgens ordre vermindaad wees, Randcoenen &c:a voor de maand november, balous de pasaamnde Jtem die van het afgelangde werpanken, en een Caijen ankertouw aan de Chialoup dijde mntentelie van det eie de Papegaaij, het welk men verstond bij den Inventaris van dat bodemptje ter verandwoording te doen in neemen, met welk recommendati so met aftesendene recommandatie nog tans, de soo seer hoog noodige mena„ „ge voor al niet uijt het oog te verlie„ „sen, maar veel eerder, en meerder de vermeerdering der winsten te betragten, mitsgaders oversulx alle mogelijke en uijtdenkelijke middelen ter opluijking van den vertier der Handelwaaren aantewenden, nadien of schoon het Rendement van de maand Iulij ten bedragen van ƒ23914. 8. 8. wel passa„ bel was, het selve egter op verre na nog niet in Comparatie quam, bij de voordeelen die gedagte Factorij in Den 22:e November 1774. vroegere dagen, toen de lasten merkelijk minder waren, opgeworpen hadde, onder Enondewelk etuijging te doene betuiging nogtans, dat ver„ „mits den handel niet te dwingen was, men sulx alleen Haare attentie aanbe„ „voolen laaten Soude; Met relatie tot het munt werke ongenoegen opedat het gehalte aldaar, wierd verstaan, het regtmatig ongenoegen der Regeering te betuigen, over dat niet eerder voldaan was geworden aan den ten dien belange afgesondene ordre bij brief van den 5:e Februarij 1770. nopens het gehalte der aldaar gemunt werdende Ropijen, dan dat deselve na luijd van haere danonlang met ½. p„rC=to brief van den 22. e augustus pass=o nu maer eerst onlangs een half percento verminderd waren geworden, en dierweegens van de opper, de verdere redenen van de opperh: „hoofden niet alleen voldoende reedenen te vorderen, maar haar teffens ook te ge„ „lasten, om de verdere vermindering soo last tede der emindering spoedig mogelijk meede in te voeren, vroegere nadien 2

NL-HaNA_1.04.02_3430_0098 view scan ↗

English

The 22nd of September 1774. The 22nd of November 1774. Presumed of 3 forwarded bills of exchange to address Heuven to the Curator ad lites, a quartermaster with the flag watch there negligence in forwarding pay ledger. What the council concerning this since the council presumed that such would not cause the least hindrance in its circulation, as it then first would be on an equal footing with the other note of the payment rupees that were current there, it was further decided, for the information of the chiefs, to note that the forwarded bills of exchange for the benefit of the construction of the new church and diaconate poor of this city, as well as the small seal here, Item the estate of have been properly paid, and that the estate of the deceased clerk at that office, Iohannes van Heuven, should not have been addressed and remitted to the orphan chamber, but to the Curator ad lites, as well as to increase the pay of the soldier Jacobus Captijn of Leijden, on expiration of his term, to 11 guilders under approval of the change of a new contract of three years, starting in the middle of this month; item to approve that the quartermaster of the pinnace De Kok, of Adersleeben, was exchanged against the quartermaster and flag watch stationed there, Iohannes Kiers from the Pekel; further, upon the note submitted by the paymaster, it was decided to request from there the pay account paid at that office mentioned therein, of the cannoneer Barend Bergrien of Noordkopping, closed on the date of the last day of August 1772, to be sent from here to Europe with the pay books, and at the same time to express the extreme dismay of the government, over the fact that this, contrary to the old and so emphatic orders on that subject, had once again been neglected, and that for the sake of similar trifles, one here was constantly embarrassed to be able to send along with the books that which belongs to them, Walrisch in name Hans Hansz Walvisch. could bills 21. with serious admonition delivery of the key of the large money vault by the second-in-command to chief. Demand having lacked 55 packages of linens, the reduction of lease of the of the merchants of the merchants The 22nd of November 1774. to send, with a serious admonition to carefully guard against all omissions of that nature in the future, as one would otherwise be forced, however reluctantly, to proceed to the application of daily penalties. Approving Calijal of the Concerning Palicol, it was thought fit, upon the letters from there dated the 19th and 20th of August as well as the 5th of September last, to approve the actions of the second-in-command with regard to the key of the large money vault, namely that he, due to the death of the chief Pfeissen, had handed it over to the bookkeeper Fruijthoven, with the notification that under which it was hoped that the 55 packages of diverse linens that were still missing from the respective Homeland and Indian demands, would also have arrived, and those requisitions The 22nd of November 1774. would thus be completely fulfilled, in order to make the debts of the merchants decrease more and more thereby, concerning which it was decided to earnestly recommend him to leave no stone unturned in order to finally get on an even footing with those merchants, which one had aimed for for so long, giving to understand that one therefore looked forward to the outcome thereof with eagerness, and would expect the settlement of accounts of the merchants concerning such as soon as possible, in the confidence that the council in this regard would not be given cause for displeasure, as had happened concerning the lower leasing of the domain there to an amount of 622 guilders, 2 stivers, 8 pence, since, although this might well be owed to the conditions of times and affairs, which the council nevertheless thus not

Dutch transcription

Den 22 97ber 1774. Den 22 9ber 1774. voor onderstelde van 3. overgesondene Wisselt„ Heuven aan den Curator adli„ tes te addresseeren, een quart: met de vlagge v'agter aldaar =o negligentie in het oversenden soldij reecq: Wat de vergadering daar omtrend nadien de vergadering voor onderstelde, dat zulx geen de minste stremming in dies rou„ „leering zoude veroorsaaken, alsoo deselve dan eerst gelijkstandig weesen soude, met de andere noteering van de voldoening Ropijen die aldaar gangbaar waaren, won„ „dende voorts verstaan, tot narigt der op„ „perhoofden te noteeren, dat de overgesonde„ „ne wisseltjes ten behoeve van de opbouw den nieuwe kerk, ende diaconij armen deesen steede mitsgaders het kleijn segel alhier Item on de nalatenschap van van behoorlijk betaald zijn, en dat de nalaten„ schap van den overleeden scribaten dien Comptoire Iohannes van Heuven niet aan de weeskamer, maar aan den Cu„ „rator adlites geaddresseert en overgemaakt verhooging in gagie van een claat werden, moest, mitsgaders den soldaat Ja„ „cobus Captijn van Leijden, mits tijds Ex„ „piratie in gagie te verhoogen tot ƒ11. onder approbatie van de Changeering van een nieuw verband van drie Jaaren, in gaen„ „de medio deeser, item te approbeeren, dat den quartiermeester van de Chialoup de Kok, van adersleeben, teegens den aldaar bescheijdene meede quartiermeester en vlagge wagter Iohannes kiers uijt de pekel gechangeerd was; voorts wierd op den requireerig van en afbitaalde overgegeevene notitie door den zoldij boek„ „houder verstaan, van daar te requiree„ „ren de daar bij vermelde ten dien Comp„ „toire afbetaalde Soldij Reekening /: van den Canonnier Barend Bergrien van noordkopping, in dato ulto augus„ tus 1772. afgeslooten, om met de soldij boeken van hier na Europa te werden versonden, en teffens de uitterste ontstig te betuijgene ontsittingovar de „ting der Regeering te betuigen, over dat van benodige papieren, sulks teegens de oude en soo nadrukkelijke ordres op dat stukk, alweder vernegligeerd geworden was, en dat men om de wille van soortgelijke bagatellen, alhier steeds in ver„ „leegendheid weesen moest, om de neevens de boeken het geene daar toe behoord, te walrisch in name Hans Hansz walvisch. kunnen jes 21. met ernstige vermaning gave van de Cleutel der groote geld Cassa door den secunde aan oppers. Eeijsch ontbrooken hebbende 55: pac„ ken Lijwaaten, de vermindering van verpagting der der Coopl: der Coopl: Den 22 November 1774. kunnen versenden, met ernstig te doene vermaaning zig voor alle versuimenissen van die natuur in het vervolg sorgvul„ „dig te wagten, nadien men anders genood„ „saakt weesen soude, schoonhoe ongaarne tot de applicatie van dagelijkse Correctien overtegaan. Goed keurena Calijal vande as„ Ten opsigte van Palicol, rond men goed, oragtbonen bij vert van het op de brieven van daar gedateerd 19. en 20. augustus mitsgaders 5 7ber Iongstleeden te approbeeren, de behandelingen van den Secunde onste met relatie tot de sleu„ „tel der groote Geld Cassa, namentlijk dat hij deselve, mits het overlijden van het opperhoofd Pfeissen, aan den Boekhou„ „der Fruijthoven hadde g'intrageerd, onder te doene te kennen geeving, dat onderwelk koopinop„ d op den men verhoopte, dat de op de respective Patriasche en Indiasche Eijsschen nog ontbrooken hebben; de 55. packen divers Lijwaaten, meede ingekomen, en die petitien Den 22 November 1774. dus Compleet voldaan zoude zijn, om de en vermindering van de schulden Schulden den Cooplieden daar door meer en meer te doen verminderen, waar om„ „trend men verstond, hem ernstig te recommet e Commandatien on de „mandeeren, niets onbesogt te laaten, ten eijn„ „de met die handelaars eens op een effenvoet te geraaken, waar na men al soo lange „em gewagd getragt „ hadde, onder te doene te kennen tegemet seninen van de afreecq geeving, dat men mits dien den uijtslag daar van met verlangen te gemoedsien, en de afreekening der Cooplieden over sulx ten spoedigsten verwagten soude, in vertrouwen dat de vergadering daaren in wat verouwen omtrend geen reedenen van ongenoegen gegeeven soude werden, soo als sulx geschied was, omtrend de mindere ver„reden van ongenoegen over de „pagting der Domeijn aldaar tot een domeijken. montant van ƒ622. 2. 8. nadien, of schoon het selve wel zijn oorsaak aan de Constitu„ „tie van tijden en Saaken verschuldigd weesen, het welk de vergadering egter dus niet e

NL-HaNA_1.04.02_3430_0100 view scan ↗

English

23. The 22nd of November 1774. The 22nd of February 1774. Drafts Surprise at the lack of letters from Palliacatta, a paid-off pay account soldiers sent hither, to the designated Second Dormieux to Jagg: could not know, his duty had nevertheless dictated that he should supply the necessary reasons thereof for each item, and therefore it was resolved to order him to submit the same as yet, with a serious recommendation to guard carefully in the future against all such inattentions; furthermore, the expense account for the month of July last was passed for write-off, and at the same time it was resolved to note for his information that the drafts for the benefit of the new church and the diaconate here, as well as those for the stamped paper here, have been duly satisfied. Since the last meeting held concerning the factory of Palliacatta, to the surprise of the assembly, no other letters have been received than a letter dated 6th September past, which contains nothing of importance, it was resolved in reply to approve the granted transport on the chaloup The Papegaaij to Jaggernaikpoeram of the chosen Bimlipatnam Second Johannes Marcus Dormieux, and the sending hither via the pantjalling The Goede Verwagting of the head surgeon Jan De Jager, released to Batavia, together with the soldier Jan de Jager Junior, and Coenraad Lorrie. As it was further resolved to send to the chiefs the triplicate of a pay note, whereby, according to the memorandum from there dated the ultimate of May last, the paid-off pay account of the sailor Anthon Peter from Dantzig, closed under the ultimate of August 1772, was demanded for the third time, in order to be sent in original with the pay books from here to Europe, 25. The 22nd of November 1774. The 22nd of October in the year 1774. dispatch, as well as negligence regarding other papers, Satisfaction with the outcome of the sales at said place on account of dissatisfaction regarding this to Europe, in which respect the assembly could not refrain from expressing its rightful displeasure, not only because the same had not been sent along with the dispatched original and duplicate of the notes, but also because people at the subordinate factories were always so inattentive in failing to forward papers that the officials know, or at least ought to know, were absolutely required here, and had to be sent over according to the ancient order; with a serious recommendation to all those whom the sending of any papers concerns, to commit not the slightest neglect in that regard any longer, if they did not wish willfully to expose themselves to the execution of the threats so often made. Upon the received letters from Padraspatnam, dated 21st and 27th September, as well as 16th and 27th October past, it was decided to reply that although the profits gained in the month of August last were very small and of no account, amounting to no more than ƒ577. 7. 8., the Government nevertheless had to express its complete satisfaction with the outcome of the sales there in the past trading year; since the same amounted to fully ƒ126600. 1. –., and thus ƒ23673. 10. 8. more than the previous year, on which account it was resolved not only to praise the zeal and vigilance of the chiefs, but also to recommend them to continue employing every conceivable means for the revival of trade, for the relief of the burdens which in every way press so very heavily, about which the High Authorities complain with very great emphasis, more than has ever happened before. 27. The 22nd of September 1774. The 22nd of September 1774. of the coarse weave at Vekrena would by no means be fulfilled Whereby therefore to warn seriously accounts under the ultimate of August liquid impossible to deliver 6 packs according to the sample sent to make known complaining, but it served the assembly on the other hand to its great regret that those same reasons for satisfaction had not appeared with respect to the linen collection, and that on the contrary there was great cause for vexation in that regard, since it again became apparent that the demand for the coarse weave would by no means be fulfilled, as, due to the poor condition of the cloths that the merchants brought for sorting to fulfill the demanded raw goods, and which mostly had to be rejected, no more had come in than 13 packs of Guineas and 3 ditto of Salempores; wherefore it was also decided, although one relied fully upon the zeal and attentiveness of the chiefs in this matter, nevertheless to order them to warn the merchants in serious terms that if they continued to persist in their obstinacy in this manner, and refused to listen to any further admonitions at all, but cast all gentle means to the wind, one would then proceed to means of constraint and exclude them from trade, and would certainly find a way to obtain other vigilant merchants; for all of which reasons it was also further resolved to charge the officials most seriously to take care above all that their accounts are liquidated under the ultimate of August, the more so since it appeared to the assembly that Chadeappa Chittij and Maddoe Gasjesjala Chittij under the ultimate of July had still been considerably in arrears.

Dutch transcription

23. Den 22 Iber 1774. Den 22 Fber 1774. Wisseltjes verwondering over het weijnig schrijvens van Palliacatta, een afbetaalde zoldij reecq: soldaten dit heen, aan d' bem: sacunde Dormiux na Jagg: niet weeten konde, zijn pligt dog gedic„ „teerd hadde, om daar van de nodige vordaring vn 't eleke lsng reedenen te suppediteeren, en dierhal„ „ren wierd beslooten hem te ordonneeren, deselve als nog op te geeven, met ernstige en iet welk re commendate e Commandatie sig in 't vervolg voor alle diergelijke in attentien, sorgvuldig te wagten, werdende wijders ter afboe„ „king gepasseerd, de onkost reecq: van de maand Iulij Iongstleeden en teffens te noteren vodening van 3. verstaan, tot zijn narigt te noteeren, dat de wisseltjes ten behoeve van de nieuwe kerk ende diaconij alhier, mits„ „gaders die van het gestempeld pa„ „pier alhier behoorlijk voldaan ge„ worden zijn. 't Seedert de jongste gehoudene be„ „soigne over de Comptoir van Pallia„ katta tot verwondering der vergade„ „ring geen ander schrijvens ontfangen zijnde, dan een brieff gedateerd 6: 7ber pass:o die niets van aangeleegendheijd behelst, soo wierd verstaan in andwoord derselve a protatie van het verendt ransp.:t te approbeeren, het verleend Transport met de Chialoup de Papegaaij na Iag„ gernaikpoeram van den g'eligeerd Bimili„ „patnams Secunde Iohannes Marcus Dormieux, en de Sending dit heen per de van de opperchirurgijn en 2. Pantjalling de Goede verwagting, van den na Batavia verlosten opper Chirurgijn Jan De Jager, neevens de soldaat Ian de Iagen Junior, en Coenraad Lorrie. Soo als wijders nog verstaan wierd, Eijschen voor den maal van de opperhoofden toetesenden, het Tripli„ „caat van een soldij notitie, waar bij de volgens memorie van daar de dato ul„ „timo Moij Jongstleeden afbetaalde sol„ „dij Reecq: van den mattroos Anthon Peter van dantzig, onder ulto augustus 1772. afgeslooten, voor de derde maal gerequireerd werd, om in origineel met de soldij boeken van hier, na pass=o Europa 25. Den 22 november 1774. Den 22 Ojber Ao 174. sending, als versuijm omtrend andere papieren, Contentement over den uijtslag van den Vertier te bed: wegens ongemoegen sor overdies on Europa versonden te werden, ten welken opsigte de vergadering niet aft zijn konde, derselve regtmatig ongenoegen te betuijgen, niet alleen om dat deselve op het afge„ „sonden origineel en Duplicaat der Noti„ „tien niet overgestuurd geworden, maar ook omdat men op de onderhoorige Comp„ „toiren altoos so in attent was, in't niet oversenden van papieren, die de bediendens weeten of ten minsten behooren te weeten; dat alhier absolut benodigd waeren, en volgens de al oude ordre overgestuurd moest werden, met ernstige recommandatie, aan met eenstige recommandatie alle de geene die het oversenden van eenige papieren aangaat, daar omtrend geen het minste versuijm meerden te pleegen, indien sij sig aan de Executie van de soo mee„ „nigmalen gedane drijgementen niet moetwillig, exponeeren wilden. Op de ontfangene brieven van Pa„ „draspatnam, gedateerd 21. en 27 7ber, mitsgaders 16. en 27:e october passado, wierd g'arresteerd te rescribeeren, dat of schoonde winsten in de maand augustus Jongstlee„ „den behaald, seer gering, en van geen naam waaren, als niet meer dan ƒ577. 7. 8. be„ „dragende, de Regeering egter derselven volkomen Contentement betuijgen moeste, over den uijtslag der verthier aldaar in 't afgeloopen handeljaar; nadien de zelve wel ƒ126600: 1. –. en dus ƒ 23673. 10. 8. meerder quamen te importeeren, dan anno bevoo„, kendatie van de opperh: diea„ „vens, en welkentweegen men dan ook verstond, de ijver en vigilantie der op„ „perhoofden niet alleen te Laudeeren, maar haar teffens ook te recomman„ „deeren, om steeds alle uijtdenkelijke mid„ „delen ter opbeuring van den handel aan te wenden, tot Soulaas van de allesints soo seer swaardruckende lasten, waar over de hooge Gebieders met seer veel na„ „druk, Jatans meer als nog ooijt is geschied, mitsgs doleeren. 27. Den 22 7ber 1774. Den 22 7ber 174 van het grof gewees op Vekrena niet stond voldaan te werden Waar door dierweg„ ranstig te waarshouwe reecq: onder ult„o aug: lequid onmogelijk tot het leveren van 6. packen na het gesondene mons„ te kennen te geeven dog moengenoverde en Eesd do leeren, dog het streekte de vergadering daar en teegen weeder tot groot leedwee„ „sen, dat die selfde reedenen van genoegen niet te vooren gekomen waren ten op„ „sigte van den Lijwaat jnsaam, en dat men daar en teegen ten dien reguarde groote stoffe van ergernisse hadde, nadien al„ weeder quam te Consteeren, dat den Eijsch van het grof geweeff op verre na niet voldaan worden soude, als weesende daar van door de slegte Constitutie der doeken, die de Cooplieden tot de voldoe„ „ning van 't g'eijschte ruw goed, ter Sor„ „teering gebragt, en meest uijtschoten had„ „de moeten werden, niet meer ingeko„ men, dan 13. packen Guinees, en 3 di„ Bevelaande perki on de Copl: tot Salempoeris, weshalven men dan ook arresteerde of schoon men sig omtrend dit stuk volkomen op de ijver en attentie der opperhoofden gerustede, haar egter te beveelen, de Cooplieden in Met opsigte tot de van daar gevonbesluyt haar teEd: van de beluijde „derde 6 packen Roggevellen, na het ter aan die zevaraneerte d ernstige termen te waarschouwen, dat in diense dusdanig bij haare hartneckigheid bleeven volharden, en in 't geheel nageen vermaningen meer luijsteren wilde, maar alle sagte middelen in de wind sloegen, men dan tot die van Contraincte overgaen„ en haar uijt den Handel Secludeeren, mitsgaders wel een uijt weg weeten soude, om andere vigilante Marchiandeurs te bekomen, om alle welke reedenen van e stonde ogen dat hunne ook alverder verstaan wierd, de bedien zijn „dens op het Serieuste te gelasten, voor al sorge te dragen, dat derselver Reecq: on„ „der ult augustus liquid zijn, te meer waarom te meer nadien de vergadering te blijken quam, dat Chadeappa Chittij en Maddoe Gasjesjala Chittij onder ult:o Iulij. — nog rijkelijk ten agteren geweest waa„ „ren. ernstige van „

NL-HaNA_1.04.02_3430_0103 view scan ↗

English

29. The 22nd of September 1774 The 22nd of September 1774. Regarding requesting The found sample Of a small bill of exchange Regarding the condition of his dwelling Granting of house rent Lieutenant Stroebel Having received the sample from Batavia here and sent it there, it was resolved to note that the stated impossibility by their supplier to provide the same according to that sample, under pretext that he would otherwise be left with the remainder or the refuse, since those hides had always been sorted through one another and according to three different samples, would be made known to Their High Nobilities, the Noble High Indian Government at Batavia, and that Their High Nobilities' disposition regarding this matter would be requested; yet in the meantime, to instruct the servants to take care, as far as possible, that the requested parcel be sorted according to the Batavia sample that they had retained there, and delivered to the Honorable Company, wherefore it was also deemed proper to return the ones sent here by them. Furthermore, one would await the arrival of the military Lieutenant Stroebel, stationed there, by the first sea opportunity, as soon as he had recovered from the fever from which he was suffering and would be in a condition to undertake the voyage; however, regarding the request made by the servants to grant him house rent during the short period of his stay there, due to the poor condition of the dwelling of that officer, it was deemed proper to postpone a disposition for the time being, and in the meantime to require from there a report and verification of the true condition of that dwelling, with the presentation of an oath, upon the receipt of which it was resolved to take a final decision thereon; and meanwhile, for the information of the chiefs, to note that the small bill of exchange transmitted for the benefit of the Diaconate here had been duly paid out to the same, and that a declaration had been submitted here regarding the incident of the boat sent out from the chaloup Het Loo, which had run aground and been smashed to pieces, as nothing further or more could be done against it than what had already been done by them. 1. The 22nd of November 1746 The 22nd of November 1746. Authorization to write off an expense account Item 2 memoranda Approval of the dismissal of the sepoys Conjemere, together with the catamarans To urge the merchants to fulfill the contracts To request Their High Nobilities Furthermore, the chiefs would be authorized to write off the expense account for the month of July last, and the memoranda of rations etc. supplied to the chaloup De Papegaaij and the lanchang De Goede Verwagting for the month of August, as well as to the chaloup De Papegaaij for the month of September last. Furthermore, the dismissal of the sepoys there, and at the servants in Alemparve and Conjemere, together with the withdrawal of the catamarans, dated 15 October past, was approved as being in conformity with orders; yet although the meeting was willing to give credit to the reasons given by them for the necessity of retaining the sepoys, and however much one felt assured of the servants' attentiveness regarding the practice of economy, the same nevertheless judged itself unauthorized to grant permission for their continuation, wherefore it was also decided to submit the motives cited by them to Their High Nobilities, the Noble High Indian Government at Batavia, and to request and await Their High Nobilities' disposition regarding this, while instructing them in the meantime to manage as best they could. In response to that of the Resident

Dutch transcription

29. Den 22=e 7ber 1774 Den 22 7ber 1774. wergens te versoeken het gevondene monster van een Wisseltje van de Gesteldheijd sijne woo„ verstrecken van huijshuur Luijtenantstroebel, van Batavia alhier ontfangen, en dit heen gestuurd monsten, is verstaan te no„ teeren, dat men de betuijgde onmogelijk„ „heijd door dies leveransier, om deselve na dat monster te besorgen, uijthoorde, off lieven onder protext, dat hij dan met de Rest of het uijtschot soude blijven sitten, alsoo die vellen altoos door den anderen, en na drie verscheijdene monsters geson„ „teerd waaren geworden, aan Haar Hoog Edelens, de Edele Hooge In„ „diasche Regeering te Batavia te ken„ on hoogft derselver dis posie dier men geeven, en Hoogst Derselver dispositie dierweegens versoeke soude, dog de bediendens intusschen te gelasten, om soo veel het mogelijk was te betragten dat gevraagde parthij na het Batavias monsten, dat sij aldaar aangehouden met waerte ugsturing van hadden gesorteerd, en aan d' E: Comp: gelee„ „verd wierden, weshalven men dan ook goed„ „rond, de door haar dit heen gesondene weeder Voorts soude men den aldaar bescheijden te gemoedskiening van den Luijtenant militair Sroebel, per eerste Zees geleegendheid te gemoed zien, sodra densel„ „ren van de Koorts, waar aan hij laboreerde, hersteld en in slaat weezen zoude, de reijse uijtgestele dispostie tot het te onderneemen, dog de dispositie op het door aan den selven de bediendens gedaan versoek, om mits de Slegte Constitutie van de wooning van dien of„ „ficier, aan denselven geduurende de konte tijd van zijn verblijf aldaar Huishuur te mo„ „gen verstrecken, rond men goed voor als nog uijttestellen, en intusschen een rapport en requireering en rapport van de waare gesteldheijd dierwooning, n min „der presentatie van Eede, van daar te requireeren, na inkoming van het welke men resolveerde daar over een finaal besluijt te neemen, en middelerwijlen tot te noteeren voldoeningen narigt der opperhoofden te noteeren, dat het overgesondene wisseltje ten behoeve van de Diaconij alhier aan denselve te rug te sluuren. behoorlijk 1. Den 22 9ber 1746 Den 22. November 174. qualificatie ter afsz: van eem onkost reecq: Item 2. memorien, pprosbatie van de afdonking der sipaijs Conjemere nev: de Cattamatauw dent, om de Coopl: tot voldoening aan de Contracten aan te setten H: Ed: te versoeken behoorlijk uijtgekeerd, en van het gerenknee„ „gear druijsgeveerd en van het geval weegens de uijtgezondene, dog gestrande en aan stucken geslagene schuijt van de Chialoup het Loo, alhier een verklaaring overge„ „geeven was, alsoo daar teegens niet ver„ „der nog meerder gedaan werden konde, dan door haar reeds was geschied Voorts zoude de opperhoofden werden gequalificeerd ter afboeking van de onkost Reecquening van de maand Iulij Iongstleeden, en de memorien van verstreckte Randcoenen Etc: aan de Chialoup de Papegaaij en de Lant„ „jallang de Goede verwagting; voor de maand augustus, mitsgaders aan de Chialoup de Papegaaij voor de maend Her Iongstleeden. Wordende wijders nog g'approbeerd, de gedaane afdanking van de Sipaijs Ende Ed: te alamnplreseen, aldaar, ende bediendens te alemperive en Conjemere, neevens de intrecking van de Cattamarauws, onder dato 15. oc„ „tober pass=o, als Conform de ordre zijnde, dog of schoon de vergadering wel accredi„ „teeren wilde, de door haar gegeevene reede„ „nen van de noodsakelijkheijd tot de aan„ „houding der Spaijs, en hoe seer men zig van der bediendens oplettendheijd in't stuk der betragting van de menage verseekerd hield, soo oordeelde deselve sig egter onbevoegd tot dies Continuatie permissie te verleenen, weshalven dan ook beslooten, dog besluijt het selve van H: wierd, de door haar aangehaalde mo„ „tiven Haar Hoog Edelens de Edele Hooge Indiasche Regeering te Bata„ via voortedragen, en hoogst derselver dispositie daar omtrend te versoeken en aftewagten, mitsgaders haar te ge„ „lasten sig intusschen soo goed mogelijk te moeten behelpen. In rescribtie op de van den Resident REesomendati anden bort rek„ en van

NL-HaNA_1.04.02_3430_0105 view scan ↗

English

33. And concerning the expense accounts, sent trade papers, vacating of the said house, the four expense accounts, and the notification of the payment of the draft for the benefit of the new church, in letters received from Porto-novo dated 13 June, 2 and 6 August, as well as 30 September and 15 October last, it was agreed to recommend to him that he continually and persistently urge the merchants there by all gentle means to fulfill their contracts entered into with the Honourable Company, as it appeared to the satisfaction of the government from the Resident's letter of 30 September that upon his amicable encouragement they had been vigilant according to their obligations and had already supplied 72 packs of various linens toward the new demand; and furthermore to authorize him to write off the expense accounts for the months of June, July, and August last, as well as to note for his information that upon examination the sent trade papers of the last day of August, both for Batavia and Nagapatnam, 28 December 1741, were found to be in good and proper order; and also that the draft for the collection made there for the construction of the new church here had been properly paid out to those who have oversight thereof. Likewise it was agreed to grant permission by letter to the Postholder at Cuddalore upon his letters of 8 June, 25 July, 4 August, 5 September, and 11 October last for the writing off of the expense accounts for the months of May, June, July, and August, upon the review of which nothing was found to remark upon, nor upon the papers sent by him regarding the Honourable Company's house situated there, requested from him by letter of the 4th instant and sent over in conformity therewith. Whereas, with respect to the effects and the flagpole there, an order had already been given to vacate the house for the English, 22 November 1741, and to send the said effects to Porto-novo, it was agreed to persist therein for the present, and consequently to order him that, after the packs had been secured, he should send them thither by the chialoup and also transport himself hither at once, since the government could not nor would cast the slightest reflection upon his request to remain there as agent on behalf of the Honourable Company, it being a foolish proposition; with further orders meanwhile, or as long as he still continues there, to communicate hither at once on each occasion the continuation of the news regarding the descent of the Marathas and whatever further might happen in that respect. Whereas the government, to its utmost dismay and no less annoyance, came to experience once again that an unaccountable, indeed completely condemnable delay occurred regarding the sending of the trade and other papers of the offices for the expired financial year, as had happened almost every year, notwithstanding the so frequent threats and stipulations that have successively been framed and sent out on that subject—which were deemed unnecessary to cite and quote entirely, as they must or at least ought to be very well known to the chiefs—it was therefore agreed to express the utmost displeasure thereof by a circular letter, as it can no longer be tolerated that the government of a Governorate is continually hindered by the servants of the factories subordinated under it through the failure to send the necessary papers in a timely manner in making its report to the High Authorities, and forced to deal with and send everything piecemeal without coherence.

Dutch transcription

33. En Waarom onk: reecq: overgesondene Negotie papieren inruijming van het selve huijs van 4. onk: reeck: ninge van het wisseltje ten behoeve van de nieuwe kerk van Porto-novo ontfangene brieven, gedateerd 13. e Iunij 2. en 6. augustus, mits„ „gaders 30. 7ber en 15. october Iongstleeden, wierd verstaan denselven te recommandee„ „ren, om de Kooplieden aldaar door alle Sagte middelen, steeds en bij aanhoudend„ „heijd aantesetten, om aan haar met d'E sComp:s aangegaane Contracten te voldoen, alsoo de Regeering uijt des Residents brief van den 30. 7ber tot genoegen quam te blijken, dat sij op desselfs minnelijke gedane aanspooring na gehoudenisse ge„ „vigileerd, en op den nieuwen Eijsch reeds 72. packen diverse Lijwaaten voldaen hadden, en hem voorts te qualificeeren, qualificatie ter aff: van 3. tot de afboeking van de onkost Reecq van de maanden Iunij, Iulij en aug=s goedbevinding der van daat Jongst gepasseerd, mitsgaders tot zijn narigt te noteeren, dat de overgeson„ „dene Negotie Papieren van ulto aug„o soo voor Batavia als Nagapatnam Den 28 Xber 1741 bij examinatie wel en na behooren bevonden. waaren, mitsgaders dat het wisseltje van kinnisgeting van den voldoe„ het gecollecteerde aldaar, tot den opbouw van de nieuwe kerk alhier, aan de geene die het opsigt daar over hebben, behoorlijk uijtge„ „keerd geworden was, Soo als insgelijks verstaan wierd, Permissie na Codilier ter ap= den Posthouder te Coedeloer, op zijn brieven van den 8. Junij 25. Iulij, 4. augustus 5. 7ber permissie en 11. Gber pass=o per missive ^ te verleenen, ten afschrijving van de onkost Reeckening van de maanden Meij, Iunij Iulij en aug=s waar op men bij resumptie niets te re„ „marqueeren vond, nog ook niet op de door hem overgezondene papieren van het aldaar staande 's Comp=s Huijs, bij brieven van den 4. e Courant van hem gerequireerd, in Conformiti van dien overgesonden, Ten Persisteerig bij de ordrete„ „wijl met opsigte tot de aldaar zijnde Effecten ende vlagge mast, reeds g'ordon„ „neerd weesende, om 't Huijs aan de Den 22 9ber 174. bij 3. Engelschen Den 22 9ber 1774. Den 22 Iber 174. met een Chialoup dit heen te sijn versoek als agent der E: Comp: daar te verblijven, ontstigting over het talmen„ met het oversenden der papie„ ren van de Comptoiren daar over bij een Circulaire Engelschen inte ruijmen, en deselve na Por„ „tonovo te versenden, verstaan wierd, daar bevel dierw: om de effecten bij als nog te persisteeren, en hem oversulx te ordonneeren, dat hij, na dat de Pae„ „ken haar beslag er langd hadden, deselve per den Chialeng dat heen senden, en zig ook ten eersten naderwaards transportee„ nongeslagen reflectie op ven soude, nadien de Regeering op zijn versoek, om aldaar als agent van wee„ „gens d' E: Comp:e te verblijden, geen de minste reflexie slaan konde, nog wilde, als een sotte propositie zijnde, met verdere last om in tusschen, of soo lange hij aldaar nog Continueeren „ het vervolg der tijdingen wee„ „gens de afkomst der Marattijs, en het geene ten dien opsigte verder Exteeren mogt, telkens ten eersten dit heen te Communiceeren. Nademaal de Regeering tot derselven uijtterste ontstigting en geen minder en ger„ „nisse, alweeder om quam te ondervinden, dat omtrend het afsenden der Negotie en andere papieren der Comptoiren van het af„ „geloopen boekjaar, op een onverantwoordelijke, Ja gansch Condemnabel wijse getal met wierd, soo als meest alle Iaaren geschied was, niet teegenstaande de soo meenigvuldig e de Dreijgementen en bepaalingen, die op dat stuk Successive beraemden afgezonden zijn, dewel„ „ke onnodig geoordeelt wierden, alle te Citee„ „ren en aantehaalen, als de opperhoofden seer wel bekend moetende of ten minsten behoorde te weesen, soo wierd verstaen, te betuijgene ongenoegingen bij een Circulaire brief daar over het untrie „terste ongenoegen te betuigen, als niet lan„ „ger te dulden zijnde dat de Regeering eener Gouvernement door de bediendens der daar onder sorteerende factorijen, telkens door het niet tijdig oversenden der benodigde Chantres in het doen van verslag aan de Hooge Gebieders verhinderd, en genoodsaakt wierd, alles stux gewijse sonder Samenhang te en verhandelen senden,

NL-HaNA_1.04.02_3430_0107 view scan ↗

English

The 22nd of February 1741 could be noted, where even the pay records are missing; and a warning to provide a three-monthly list of deceased persons and what such a person happened to leave behind. to negotiate, and at the same time to forbid them in the most emphatic terms to try the patience of the assembly in that regard any longer, since such practices could only be viewed as deliberate, and to instruct with special orders the chiefs of Palliakatta, from where all papers, even the pay records of the ultimate of August, were still missing, as a result of which the books that had to be sent via Ceylon to the fatherland could not be closed, to dispatch all of these with regard to the letter to be sent, if it has not already been done, as well as those of Sadraspatnam and Palicol, to immediately send the final accounts of the merchants and whatever else is still missing from there ipso facto hither, with a serious warning to cause not the slightest further delay in that regard, under whatever pretext it might be; since it was firmly resolved that, if the aforementioned still missing papers, or any of them, which are awaited here, were not received in time, the one responsible for the failure, as well as the one who is obliged in case of negligence to bring such a person to his duty, shall be corrected as an example to others, so that there might finally be a deterrent against handling the Company's service so carelessly and mocking the orders, since from all this it was evident that no reproaches, however strong, had any further effect or impression on the minds of the servants, whereas everyone in his assigned post could protect himself from harm through prompt observance of the orders. Definite order to continually report every three months what persons Just as it has furthermore been understood to order anew that henceforth, with the three-monthly list of deceased persons, it shall be reported without fail whether such servant left behind a will, wife, and children, as well as anything else, since the order concerning this also seems to have fallen into oblivion, and because of this and similar omissions, one is always in uncertainty here. Production of the findings on various resorted textiles of the factories, resolution to send copies thereof to the chiefs; what has been decided to recommend to the Jaggernaikpoeram and Palicol servants in that regard. Hereafter were produced at the assembly the findings of various textiles resorted here from the offices of Porto-novo, Sadraspatnam, Palliacatta, Palicol, and Jaggernaikpoeram, and it was resolved to send copies thereof to the chiefs for their information. And since it was established thereby that the greatest part of the Jaggernaikpoeram and Palicol cloths were found to be very common, coarse, and flimsy, it was resolved to recommend most seriously to the servants of those offices to apply themselves especially to the improvement of the textiles, since the grievances of the lords and masters on that subject, and particularly regarding those at the factories, were increasing so severely that it was not without reason to fear that those who failed in their bounden duty in that matter would bring about their own ruin through heavy compensation for damages and loss of profit, so that they might guard against this in time through prudent and attentive conduct. Record of a finding on the assayed Siamese tikals brought with the Pallas, what is shown thereby. Further having been submitted a rough model finding and report from the Assayer Jacob van Tessel concerning the assay of the Siamese tikals recently received here from Batavia per the ship De Pallas, showing the difference in the content of each tikal, and also what on.

Dutch transcription

Den 22. Fber 1741 merkt konde werden, ballia: daar selfd' zoldij me„ morien manqueeren; En Waarschouwing maandige lijst der overl: sodanig een persoon quam na te laten. — verhandelen, en haar teffens op het nadruk„ „kelijkste te verbieden, het geduld den vergadering in dat opsigt niet langen, Waarover sulx alles aange, nog meerder te tergen, alsoo men soort gelijke gedoentens voor niet anders, dan voor opsettelijk aanmerken konde, en de met bijsondere last na opperhoofden van Palliakatta, van waer als nog alle papieren, Ia selfs de Zoldij Memorien van ulto augustus manqueer„ „de, waar door de boeken die over Ceilon, na 't vaderland afgaan moeste, niet geslooten konde werden, te gelasten, alle deselve opsigt der afte sendene brief, soo het niet reeds geschied mogte weesen, dit heen te senden, soo meede die van Sadras„ „patnam en Palicol, om ten eersten de af„ „reecq: der Cooplieden, en het geene verder van daar nog ontbreekt ip Cofacto her„ „waards te stuuren, met ernstige waar„ „schouwing daar omtrend geen de minste verdere tardance te maaken, het sij onder Den 22 November 1774. wat pretext zulx ook soude mogen weezen; na dien vast beslooten wierd, indien de voorsz: nog ontbreekende papieren, of eenige van dien, waarna men alhier wagt, niet tijdig ge„ „noeg ontfangen wierden, den geene aan wien sulxhaperd, soo wel, als den geene vervolg die gehouden is, een soodanige in Cas van negligentie, tot zijn pligt aantesetten, tot Exempel van andere zoodanige te Corrigeeren, dat er eijndelijk wel een afschrik koomen sou„ „de, om 's Comp:s dienst soo agteloos te trac„ „teeren, en met de ordres te spotten, dewijl uit allen deesen evident quam te Consteeren, dat geen Reprocheshoe sterk ook meerder van Effect of in druk op de gemoederen der bediendens waren, als een ider in sijn aanbevoolen post door de prompte obsenvantie der ordres, zig voor schade wagten konde. Soo als wijders ook nog verstaen Bepaalde ordre omde 3. is, weeder de novo te ordonneeren, om voor„ teeds bekend te stallen, wat „taan bij de driemaandige lijst, der overleeden wat persoonen 1 1 39 Productie van d' bevinding van diverse gehersorteerde lijw=t der factorijen aan de opperh: te sonden, Wat verstaan is de Jagg: en Palicolse bed„s dierwegens werd, van de g'Essaijeerde Siamse Ti„ bragt, perzoonen, sonder foutbekent te stellen, of soodanige dienaar, testament, vrouw, en Kinderen, mitsgaders iets anders nage„ „laten heeft, nadien de ordre dien aangaen„ „de almeede in't vergeet boek geraakt schijnd te weesen, en men door die, en meer soortge„ „lijke versuimenissen, alhier althoos in't Hier na wierden ter vergadering geproduceerd, de bevinding van diverse alhier gehersorteerde Lijwaten van de Comptoiren Porto-novo, Sadras„ besluijt daar van Copij,„ patnam, Palliacatta, Palicol, en Paggernaikpoeram en beslooten de Copijen daar van de opperhoofden tot derselver narigt toetesenden. En dewijl daar bij quam te Consteeren, te recommandeeren) dat het grootste gedeelte den Sagger„ „naikpoeramde en Palicolse doeken seer gemeen, grof en ijl bevonden waren, Soo is verstaan de bediendens dier Comptaren Den 22 November 174. op het ernstigste derecommandeeren, om zig voor al op de verbeetering der Lijwaaten toe„ „teleggen, nadien de Doleantien der heeren en meesters op dat sujet, en wel voornament„ „lijk tot die bij de factorijen, soo heerig toena„ „men, dat het niet sonder reedenen te dug„ „te was, dat de geene die in dat stuk aan haar schuldige pligt quamen te manquee„ „ren, door swaare vergoedingen, van de scha„ „de en winstder ring haar eijgen ruine op den Halshaalen soude, op dat se zig bij tijds door een voorsigtige oplettende behandeling daar voor konde precaveeren. Al verder ingediend zijnde een opneem van een bevinding Model Ruwe Bevinding en berigt kals met de pallastaange„ van den Essaijeur Iacob van Tessel, weegens het essaij den Iongst van Batavia per het schip De Pal„ „las alhier ontfangene Siamse Tikals., waar bij aangetoond word, het different wat daar bij aangetoond van het gehalte van ider tikal, en teffens Den 22 November 1774. op wat onseekere is.

NL-HaNA_1.04.02_3430_0109 view scan ↗

English

41. The 22 November 1774. And with which further [illegible] weigh together - - 4. 16. 1/2. what the same, being melted together, would assay on average, with further demonstration that upon the minting of the same into rupees there would be profited ƒ12798. 9. —. or 34 1/2 per cent, whereas upon sale of the same here, on average in profit it would not yield more than ƒ7357. 5. 8. or 19 3/4 per cent, appearing more closely from the insertion of those papers, the aforesaid papers reading as follows: To the Right Honourable, Valiant Sir Reijnier van Vlissingen, Governor and Director of this Coromandel Coast with the jurisdiction thereof Etc: Etc: Etc: Right Honourable, Valiant Sir, having examined the 10 samples that Your Honour had assayed and found the same to contain as follows: No 1. assay 0 penn: 4. gr: s:s - - - weighs —. —. 10 s:s „ 2. „ 11. „ 7 1/2. „ - - „ - - - - „ -. - „ —. —. 3 1/4: „ „ 3. „ 11. „ 7 1/2 „. „ - - „. . „ —. —. 9 1/4. „ 4. „ 11. „ 7 1/2 „. „ - - - - „ - „ —. —. 9 3/4. „ 5. „ 11. „ 7. – „. „ - - - - „. . . „ —. —. 9 1/4. „ 6. „ 11. „ 9 1/2 „ - „ - - - - - „ - - „ —. — „ 9 3/4: „ 7. „ 11. „ - - 9 1/2 „ - „ - -. - „. . „ —. —. 9 1/2. „ 8. „ 11. „ - - 9 1/2 „ –. . „ - - - - „ -. „ —. —. 10. -. „ „ 9. „ 11. „ - - 10. – „ - „ - - - - „ - - „ —. —. 9 3/4. „ 10. „ 11. „ 9 1/2 „ —„ - - - „. . „ —. —. 8. 1/4 Whereupon having deliberated, it was approved and resolved to desist from the sale thereof here, and to send the same at the first opportunity to Jaggernaikpoeram to be minted into rupees, with orders to the chiefs to first melt and assay a quantity of 100 pieces unsorted or without being selected, and to communicate that assay hither, upon receipt of which it was decided to forward the further orders of the Government in that regard to the servants, and in the meantime to order them to send hither by the first opportunity a copy of the findings of the ticals minted there in the year 1772/3. Findings or yield of the following, marks 1779. 1. 10. or 2998 pieces or fine marks 1686. 6. 6. 3/16. Siamese ticals, which would be yielded in the mint at Jaggernaikpoeram, Namely: Marks ounces grains 1779. 1. 10. in 2998 pieces of silver Siamese ticals, assaying on average 11. penn: 9. gr: makes fine marks 1686. 6. 6. 3/16. costing according to invoice the fine mark ƒ 22. —. 3. r=m or ƒ37122. 10. 8. 9. 3. 11 1/16. deducted from this for the lesser assay that the said ticals contain below 11. penn: 10 1/2. grains. 1769. 5. 18 7/16. Remainder. Calculated at 21. 1/4. weight per mark making Rupees 38491. 7/8. from which deduct that lost in melting. „ 521. 1/16. Remains rupees 37965 5/6 Deducted for mint charges at 13. 7/16 per mille „ 529: 1/64 Which reduced at 3 1/4 rupees per pagoda making pagodas 11093. 13. 16. or - - - - ƒ49920. 19. 8. Giving the aforesaid silver an advance of 34. 1/2 per cent nearly or ƒ12798. 9. —. Upon sale here. Above mentioned ticals cost according to invoice - ƒ37122. 10. 8. Yet there was offered for them 6 new pagodas per mark making new pagodas 10675. 2. 60. or old pagodas 9884. 8. 76, being ƒ44479. 16. —. The above more gained than will be - ƒ7357. 5. 8. Calculated 19 3/4 per cent. The 22 November 1774. 43. Submission of the justification of the spoiled coir anchor cable at Jaggernaikpoeram by the boatswain Pieter Theodorus. Subsequently was submitted the justification of the boatswain and former overseer of equipment at Jaggernaikpoeram Pieter Theodorus regarding a 17-inch coir anchor cable charged to him for compensation, which had been spoiled at that factory, mentioned in the resolutions of this Table of the 8th December of the past year, and which the chiefs impute to him, wherein the same essentially indicates that he had given the necessary notice in good time, Right Honourable, Highly Respected Commanding Sir! To the Right Honourable, Highly Respected Commanding Sir Reijnier van Vlissingen Governor and Director of this Coromandel Coast, with the jurisdiction thereof, etc. etc. etc. Shows with the utmost respect, Your Right Honourable, Highly Respected's humble and low servant, the boatswain and former overseer of equipment at the factory of Jaggernaikpoeram, Pieter Theodorus. How he, in the beginning of the year 1771, or rather in the month of February, in his aforesaid capacity departed from here for the said factory, and having arrived there, the key to the equipment storehouse was handed to him by the Second, the Junior Merchant Johannes Dumon, with orders to deliver some small matters from it to the dhoni De Orange Spruijt, not only of the poor condition of that cable, but also of the warehouse itself in which the equipment goods were stored there, without the chiefs having concerned themselves to prevent the further spoiling of that cable as well as the other goods, appearing more closely from the said document, reading as follows: The 22 November 1774.

Dutch transcription

41. Den 22 November 1774. En met welke verdere wolf ol gosan eer aneldede Ragen: onderdn weegen de tesamening - - „ 4. 16. ½. wat deselve bij een gesmolten zijnde door den anderen zoude Essaijeeren, met verdere Demonstratie, dat op deselve bij vermunting tot Ropijen geprofiteerd soude werden ƒ12798. 9. —. of 34:½ p„r C„o daar deselve bij ver„ „koop alhier, door den anderen aan winst niet meer soude komen opte werpen, dan ƒ7357. 5. 8: of 194. p„r Co, nader Consteerende bij Jnsertie dier papieren de voorsz: papieren, die aldus luijden. Aan den wel-Ed: Gestr: Heer Reijnier van vlissingen, Gouverneur en Direkteur deeser Custe Cormandel met den Resorte van dien Etc: Etc: Etc: Wel-Edele Gestrengen Heer dign ondergeseeken de t0 santu wE Ed: Pastmist ge en „faijeert en deselve bevonden, intehouden, als volgd. N:o 1. ess„:0 penn: 4. gr: s:s - - - weegtmg —. —. 10 s:s „ 2. „ 11. „ 7½. „ - - „ - - - - „ -. - „ —. —. 3¼: „ „ 3. „ 11. „ 7½ „. „ - - „. . „ —. —. 9¼. „ 4. „ 11. „ 7½ „. „ - - - - „ - „ —. —. 9¾. „ 5. „ 11. „ 7. – „. „ - - - - „. . . „ —. —. 9¼. „ 6. „ 11. „ 9½„ - „ - - - - - „ - - „ —. — „ 9¾: „ 7. „ 17. „ - - 9½„ - „ - -. - „. . „ —. —. 9½. „ 8. „ 11. „ - - 9½„ –. . „ - - - - „ -. „ —. —. 10. -. „ „ 9. „ 11. „ - - 10. – „ - „ - - - - „ - - „ —. —. 9¾. „ 10. „ 11. „ 9½„ —„ - - - „. . „ —. —. 8. ¼ Waar over gedelibereerd zijnde, Goed gevonden en beslooten is van dies ver„ „koop alhier aftesien, en deselve bij eerste geleegendheid ter vermunting tot ro„ „pijen, na Iaggernaikpoeram te sen„ „den, met last aan de opperhoofden, met wat lastaande opperh: om daar van eerst een quantiteijt van 100. stuks ongesorteerd of sonder besluijt deselve ter vermemting Bevinding of Rendement vande ondervolgende, mg: 1779. 1. 10. of ps 2998. of mq: fijn 1686. 6. 6. 3/16. Tik als siamse, dewelke in de munt te Iaggernaikpoeram zoude komen aftewerpen, Namentlijk: Mgj onc: Eng: 1779. 1. 10. aan 29998. stuks silvere Tik als siamde Essaijeeren door den anderen 11. penn: 9. gr: komt ma: fijn 1086. p. 6. 3/16. kostende volgens aan reekening 't mij: fijn ƒ 22. —. 3. r=m of ƒ37122. 10. 8. 9. 3. 11 1/16. hier van afgetrocken voor 't minder Essaij dat gemelde Pik als komen in te houden dan 11. penn: 10½. grijn. 1769. 5. 18 7/16. Rest nog. Gereekend â 21. ¼. Rosb: swaarte p=s ma uit„ Rop 38491. 7/8. „makende waar van aftrekke het verloorene bij het smolten. „ 521. 1/16. Blijft nog rop 37965 5/6 Jaat af voor 'smunts ongelden â 13. 7/46. p=s tps mil„ 529: 1/64 Dewelke gereduceerd â 3 1/1. rop„s pten open o: 2 74. 1/1 pag: uijt makende pag: 11093. 13. 16. off - - - - „49920. 19. 8. Geevende voorsz: zilver een arans van 34. ½ p=r C=o schaars of ƒ12798. 9. —. Bij verkoop alhier. Boven gem: Tik als kosten volg Factuur - ƒ37122. 10. 8. Dog daar werd voor geboden pag 6. nieuwe pr mq uijt„ „ 8. 76 en de nieuwe pag: 10675. 2. 60. of oude pag 9884. „44479. 16. —. het bovenste van taarogenste a meer gewonnen - ƒ7357. 5. 8. sal werden dan - Reekend 19¾. p„r Co r=m. Den 22 November 1774. Bevinding uijtgesogt Demonstratie te senden 43. Diening van de verantwoording van het bedurden Caijer anker touw te Jagg: door den boolsman Theodorus gemelde factorij vertrekken, en aldaar gekomen weesende, door den Secunde den onderkoopman Iohannes Dumon, de steutel van het Equipagie huis, aan hem ter hand wierde gesteld, met last om eenige klijnigheeden daar uijt aan„ de Thonij De orange spruijt, die uijtgesogt te weesen, te doen smelten en esccrij„ „eeren, mitsgaders die Essaij dit heen te be„ „deelen, naerlanging van het welke men arresteerde, de bediendens de nadere ordre der Reegering dien aangaande te doen toe„ „komen, en haar intusschen te gelasten, om per eerste geleegendheijd dit heen te sen„ „den, een afschrift van de bevinding der in anno 177 2/3. aldaar vermunte Tik als, Vervolgens diende de verantwoor„ „ding van de bootsman en geweesen opsien„ „der der Equipagie te Iaggernaikpoe„ „ram Pieter Theodorus nopens een ter vergoeding opgelegd Caijen anker touw van 17 d„ms, dat ten dien Comptoire bedurven geworden is, ter Resolutien deeser Tafel van den 8. december A„o p„r vermeld, en het geen de opperhoofden wat deselve daar bij te kennen hem imputeeren, waar bij den selven sackelijk te kennen geeft, dat hij bij tijds de nodige kennisse gegeeven hadde, Verthoond met de meeste Eerbied, uwel Edele Groot Agtbaare onderdanigen en Nedri„ „gen dienaar, den bootsman en geweesen op„ sigter van de Equipagie ten Comptoire Jag„ „gernaikpoeram Pieter Theodorus. Hoe hij in't begin van het Iaar 1771., ofte eijgentlijk in de maand Februiari, in zijn voorsz: qualiteit van hier na Wel-Edele Groot Agtb: Gebiedende Heer! Aan den wel-Edelen Gr: Agtbaaren Gebiedende Heer Reijnier van Vlissingen Gouverneur en Direk„ „teur deeser kuste kor„ „mandel, met den Re„ „sorte van dien H:r &=a niet alleen van de slegte gesteldheid van dat„ touw, maar ook van het pakhuis selve, waer in de Equipagie goederen aldaar opgesta„ „gen waaren, zonder dat de opperhoofden sig hadde laeten geleegen leggen, om het verder bederft van dat touw soo wel, als de andere goederen te precaveeren, nader Consteerende bij gemelde schriftuur, al jntrte van dat chripteur „dus luijdende Den 22 November 1774. Den 22 november 1774. niet geef te.

NL-HaNA_1.04.02_3430_0111 view scan ↗

English

The 22 October 1774. The 22 November 1774. to furnish to the chiefs and why [illegible] lay at the roadstead there at that time. The humble petitioner, wondering that the said key was handed over to him without the presence of commissioners to take over the equipage goods etcetera into his accountability, yet flattered himself with the hope that the same, having been under the administration of the said Secunde for some time, would also be in proper order, and thus he had nothing to fear in that regard. But when he came into the said equipage house, he saw that it threatened to collapse, and among other things, that two heavy anchor ropes of 18 inches each, of which one had its yarns decayed and snapped in various places, and the other was no less subject to decay, owing to the length of time that the said ropes had lain in such a ruined and dilapidated warehouse, the more so as it was not even provided with a stone floor, but only a clay ground, and the roof was thatched with straw. Whereupon the petitioner immediately gave notice of the poor condition of that building and the said ropes etcetera to the chief, the merchant Pieter Baars, and the aforesaid Secunde Dumon, and at the same time had said that it was indeed necessary to send the said ropes to this main place at the first opportunity, in order not to expose them to further decay, as there was no better place there to be able to coil them more suitably, with the request that the aforementioned equipage house might be repaired and improved, to prevent total ruin of the remaining goods lying therein; but no attention was paid to this, and the said ropes have since lain there for nearly three years before they were transported to this place. Since men might now, or in time, wish to impute duty-neglect or carelessness to the humble suppliant with regard to the aforesaid decay of those ropes: he therefore takes the liberty herewith, in hope of favorable interpretation, to further demonstrate to your Right Honorable Worships that the same had already suffered from decay prior to his administration, as previously reported to the aforesaid chiefs, requesting therefore very humbly that your Right Honorable Worships, through your highly renowned equity, graciously declare him free from co-responsibility and compensation for the same. Below stood: Which doing etcetera. And whereas according to that paper the decay of the said coir anchor rope is not to be imputed to the said boatswain, as he gave the necessary notice thereof in time to the chiefs, but rather to themselves, who did not concern themselves with it, and particularly the Secunde Dumon whom it concerned the most, it was after careful deliberation thereon approved and understood to persist in the resolutions already passed in this account under the dates 8 December of last year and 11 April of this year regarding this matter, and consequently to directly charge the chiefs with the compensation thereof with two capital advance sums, with reservation of their action against the said boatswain Pieter Theodorus, and subject to the liberty to address themselves in this matter to Their High Excellencies, the Honorable High Indian Government at Batavia, for relief; to which end it was further understood to send them for their information a copy of the aforesaid defense, and to enter the aforesaid compensation, being the amount of the aforesaid rope of 3657 guilders, 4 stivers, 8 pence, into the record here as a memorandum, to be immediately counted into the Company's treasury. And since from the said paper it also had to be gathered that the other two coir anchor ropes still remaining there could likewise not be in favorable condition, it was also resolved to order them to be examined, and to send the report of the findings here at the first opportunity. Further was read the defense of the commander of the wrecked sloop De Nagtegaal, the second mate Ian Hansz, concerning the various short-found goods of the said sloop charged to him for compensation according to the resolution of 22 September last, mentioned at large in the resolution of that day. And whereas from that, as well as from a report submitted therewith by the skipper and equipage overseer of this main place, Iacob Hartman, dedicated to the Honorable Chief Administrator, it appeared that the sea chart of Coromandel had been properly handed over to the said equipage master, but that the 100 bullets of 1/2 pound, 50 pieces of canister shot of 2 pounds, and 50 ditto of 1 and 1/2 pounds, as also [illegible] The 22 September 1774.

Dutch transcription

Den 22. 8ber 1774. Den 22 November 1774. —. aan de opperh: en waarom te dien tijd aldaar ter rheede lag, te verstrek„ ken. Den needrigen vertoonder verwondende zig over dat hem gelmelde sleutel afge„ „geeren wierde sonder bijweesen van Geom„ mitteerdens, om de Equipagie goederen etc: ten zijner verantwoording te doen overneemen, dog denselven vleijde zig met de hoope, dat deselve, als een tijdt lang onder administratie van gemelde Secunde geweest zijnde, ook behoorlijk zoude weesen, en dus daar omtrend niets te vreesen hadde. Maar toen hij ingemelde Equipagie huis quam, zag denselven, dat het zelve dreijgde inte storten en ook onder anderen, daet twee swaare anker touwen, van 18. duijmen iden, waar van eene op differente plaatsen de garen vergaan en losgespron„ „gen waren, en het andere niet minder aan bederf onderheevig was, mits de langheid des tijds, dat gem: touwen in zoo een ont„ „ramponeerd en bouvallig pakhuis hadden geleegen, te meer het zelve niet eens van een steene vloen, maar alleen een kleij grond voorsien, en het dak met stroo gestekt was. waar op den vertoonder ten eersten aan het opperhoofd, den koopman Pieter Baars, en voormelde Secunde Dumon van de slegte gestelheijd van dat gebouw en gemelde Douwenetc: kennisse gegee„ „ren en teffens gesegd hadde, dat heet wel Noodsaakelijk was, meer gerepte touwen na deese hoofdplaatse bij eerste geleegend„ „heid overtesenden, ten eijnde deselve aen geen verdere bederf te exponeeren, alsoo aldaar geen beeter plaats geweest is, om se convenabelijker te hebben, konnen op„ „schieten, met versoek dat meermelde Equipagie huis mogte voorsien, en ver„ „beeterd worden, ten prevenieering van een totale bederf der overige daar inne geleegen hebbende goederen, dog daar wierd geen reflectie opgeslagen, en ge„ „melde touwen hebben seedert bij na drie Iaaren aldaar geleegen, eer de„ „selve na deese plaatse getransporteerd wierden. Dan nademaal men den needrigen Suppliant nu, ofte in der tijd aan wande„ „roir ofte onagtsaamheijd ten opsigte van voorsz: bederf dier touwen, zoude willen imputeeren: Zoo vervrijmoe„ „digd hij bij deesen /:inhoope van gunstige welduijding :/ uwel Edele Grotot agtb: En dewijl volgens dat papier het bederff oplegging van dies vergoeding van gedagte Caijerankentouw niet aan„ „gedagte Bootsman te imputeeren is, als daar van bij tijds aan de opperhoof„ „den de noodige kennisse gegeeven hebben„ „de, maar wel aan, Haar selve, die sig daar aan niet hebben laaten gelee„ „gen leggen, en voornamentlijk den se„ „cunde Sumon die sulks wel het meeste aanging, soo wierd na aandagtige deli„ „beratie daar over goedgevonden en ven„ „staen bij de sub: datis 8. December des gepasseerden, en 11. april deeses Iaars, dierweegens bij deese Reekening reeds gevallen besluijten te persisteeren, en mits dien de opperhoofden dies vergoe„ alverder te demonstreeren, dat deselve bereeds ofte voor zijn administratie aan bederf gelaboreerd hebbende, over sulx gelijk voor„ telts aan vooorsz: opperhoofden van rap„ „port te doen, versoekende mitsdien uw wel-Edele Groot Agtbaare zeer oot„ moedig, door hoogst desselfs wijdberoem„ „de Equiteit hem goedgunstiglijk van de meede verandwoording, en vergoeding derselve vrij te kennen /:/:onderstond:/ 'Twelk doende &=o. alverder. „ding 47. onder welke Reserve en Liberteijt verantwoording toe te senden 4. 8. per memorie aan te reekenen, en waarom, twee ankertouwen te laten Examineeren Rapport van den Equipagie van de gesaghebber van de Chi„ alonp de Nagtegaal „ding met twee Capitaalen advans di„ „rect op te leggen, met reservatie van derselver actie op gem: Bootsman Pieter Theodorus, en behoudens de vrijheijd om zig dierweegens, ter ont„ „heffing aan Haar Hoog Edelens de Edele Hoog Indiasche Regee„ „ring te Batavia, te addresseeren, ten besluijt haar Copia van voorm: welke eijnde al verder verstaan wierd, tot derselver narigt Copia van de voor„ „schreeve verandwoording toe tesenden, en voorsz: vergoeding van ƒe 657. en het bedragen van voorsz: touw zijn„ „de ƒ3657. 4. 8. per Memorie dat heen aantereekenen, om ipsof acto in 'sComp Cassa geteld te worden. ordre omde daar nog berustende En nadien uijt gedagte papier almee„ „de opgemaakt werden moest, dat de andere aldaar nog berustende twee Caijer ankertouwen, meede niet favo„ „rabel gesteld weesen konde, soo wierd ook nog beslooten, dat hee te ordonneeren, het om deselve te laeten Examineeren, en Rapport van En het rapport daar van over dies bevinding, ten eersten dit heen over tesenden Wijders wierd geleesen, de verandwoording van reeding van de pernteweording, den Gesaghebber van de verongelukte Chialoup de Nagtegaal den onderstuurman Ian Hansz: weegens de hem volgens besluit van den 22. 7ber J„s leeden ter vergoeding opgelegde diverse van te kort bevondene goede„ te kort bevondene goederen van gedagte Chia„ „loup, in't breede bij de Resolutie van dien dag vermeldt. 6 En dewijl daar uit so wel, als uit wat soo daar uijt als uijt een„ een daar neevens overgelegt Rapport van opsiender, is koomen te blijken den schipper en Equipagie opsiender dee„ „ser hoofdplaatse Iacob Hartman, aan den E: Hoofdadministrateur gede„ diceerd, quam te Consteeren, dat de seekaert van Cormandel aangedag te Equipagie= „meester behoorlijk overgegeeven was, dog dat, de 100. kogels van ½. lb: 50. p:s druijven van 2 lb: en 50. ditos van 1. en ½. lb als te senden ken Den 22 7ber 1774. ook bij 9

NL-HaNA_1.04.02_3430_0113 view scan ↗

English

48. The 22nd of September 1774. having not been in stock at the artillery, were also not received due to the sudden departure of that small keel, and that the deep sea lead was lost during sounding on the voyage, while the gunpowder along with the other small items remained therein upon the wrecking of that vessel, as it was not possible then to search for everything together, and thus the gunpowder dissolved in the sea, and the remainder was partly washed away and sunken, and partly embezzled by the divers who had been in the said small keel to search for the remaining goods, as appears further and in more detail from the thought papers. Insertion of these papers. To the Honorable, Respectable, Wide-Ruling Lord, Reijnier van Vlissingen, and so forth, and so forth, together with the Council of Policy of this Castle. Right Honorable, Highly Respectable, Ruling Lord, and Respectable Lords. The humble signatory of this, having been handed in these days, The 22nd of November 1774, an extract from your Right Honorable's adopted Resolution dated 22 September last, concerning various equipment goods and so forth missing according to the inventory of the wrecked and since sold sloop De Nagtegaal, consisting of the following, namely: 1 pump rod, 5 scrapers, 1 hatch clamp, 1 small bucket, 4 small hooks, 1 sponge with its rammer, 4 wooden cartridge cases, 100 lb. of gunpowder, 57 two-pounder cannon balls, 100 half-pound balls, 50 two-pounder grape-shot, 5 one-and-a-half-pounder grape-shot, 1 priming wire, 1 powder horn, 3 loading prickers, 2 cartridge sticks, 1 chopping knife, 1 skimmer, 1 tart pan, 2 axes, 1 cold chisel, 2 buoy clamps, 1 deep sea lead, and 1 paper nautical chart of Cormandel, in order that it could be demonstrated by him, as being deficient, how and in what manner the same were lost without his doing, or else to be charged for them on account. Thus he takes the respectful liberty to inform your Right Honorable that he, through an oversight due to the hasty departure of the said sloop De Nagtegaal from here to Jaffanapatnam, did not receive the aforementioned cannon balls and grape-shot from the ammunition house. The deep sea lead was lost during sounding on the voyage. The gunpowder along with the other small items mentioned herebefore remained in the vessel upon the wrecking of the said vessel, as it was not possible on that occasion to search for and salvage them together; thus, that vessel dissolved in the seawater, and the said goods were apparently partly washed away and sunken, and partly embezzled by the divers who had been in the said small keel to dive up the remaining goods, but the aforementioned sea chart was delivered upon return from Jaffanapatnam to the Master of Equipment here. Hoping hereby to have fully satisfied your Right Honorable's revered intention to acquit of reimbursement, he takes the honor to call himself with the greatest respect, Right Honorable Ruling Lord and Respectable Lords, your Right Honorable and Respectable Lords' very humble and lowly servant, was signed, I: Hansz:, in the margin: Nagapatnam the 20th of November 1774. 51. The 22nd of September 1774. To the Honorable, Respectable Lord Henricus Leembruggen, Senior Merchant and Head Administrator here. The following goods, which according to the extract and esteemed decision in the Council of Policy under date of the 22nd of September were charged to the second mate and commander of the wrecked sloop De Nagtegaal, Jan Hansz:, were not shipped upon his departure from here to Jaffanapatnam due to a lack of stock in the artillery, and the nautical chart of Cormandel is acknowledged to have been received in my rendered report of receipt of goods from that wrecked small keel, being: 100 balls of half-pound 50 grape-shot of 2 pounds 50 ditto of 1 and a half pounds I remain with deep due respect and high esteem, Honorable, Respectable Lord, your Honorable's humble and obedient servant, was signed, Jb Hartman, in the margin: Nagapatnam the 21st of November 1774. Having deliberated on this matter, it was approved and resolved to let the aforementioned commander rest with that justification, and therefore to acquit him from the reimbursement of the one and the other. The 22nd of November 1774. Also on this occasion was reviewed and verified the account of the expenses incurred by the Resident at Caits, the Bookkeeper Anthonij Mooijaart, for the lifting and so forth of the aforementioned wrecked sloop De Nagtegaal, amounting to Rds. 246. 21. 1/2, reading as follows: Insertion of the same, Anno 1774. on the 4th of November, supplied to the divers who salvaged the stones and spelter from the sloop De Nagtegaal, paras of rice 274, costing Rds. 32. -. -. ditto supplied to the sailors who worked on the abovementioned sloop, Rds. 20. -. -. on the 6th of March, supplied to natives for the bailing of water from the sloop abovementioned, Rds. 2. -. -. ditto a small dhoni which was used to ferry the people to and from aboard, Rds. -. 24. -. on the 25th ditto, ditto to natives for the bailing of water from the aforementioned sloop, Rds. 7. -. -. ditto two large dhonis as mentioned above at 1 Rds. each, Rds. 2. -. -. ditto a small dhoni as above, Rds. -. 24. -. paid to the sailors who worked as abovementioned, Rds. 20. -. -. on the 28th, ditto for his vessel which during the lifting of the aforementioned sloop suffered damage, Rds. 80. -. -. A native who served in the abovementioned sloop, Rds. 15. -. -. on the 4th of June, paid off to the master carpenter according to his submitted account, Rds. 83. 5. 1/2. ditto, Rds. 7. -. -. ditto, Rds. -. 2. 32. -. Sum Rds. 246. 21. 1/2.

Dutch transcription

48. Den 22 7ber 1774. bij de arthillerij niet in voorraad geweest zijnde, door het spoedig opgekomen vertrek van dat Kieltje ook niet ontfangen waeren, en dat het dieploot, onder het looden op de reijse verlooren, mitsgaders het kruijt neevens de overige kleenigheeden, bij het verongelucken van dat vaarthuijg, als niet mogelijk geweest zijnde, toen alles bij elkanderen te soeken, daar in verblee„ „ren, en dus het kruijt in see versmolten, en het overige deels weggespoeld, en ge„ „sonken, en deels door de Duijkers, die in gem=te Kieltje geweest waren, om de overige goederen op te speuren, verduij„ Jnsertie van dies papieren „ sterd geworden was, nader en omstan„ „diger bij gedagte papieren blijkende. Aan den wel Ed:e E: Agtbaare weijd„ Gebiedende Heer. Reijnier van vlissingen orte van dien etc: etc: beneevens politie deeses Casteels. Wel- Edele Groot Agtbaare Gebieden Heer, en E: Agtbaaren Heeren. Den needrigen teekenaar deeses, deeser dagen Den 22 November 1774. ter handgesteld zijnde, Extract à Extract uit uwel Edele Groot agtbaarens genomene Re„ „solutie de dato 22. September I„o leeden, nopens diverse volgens den Inventaris van de verongelukte en seedert verkogte Chia„ „loup De Nagtegaal, ontbreekende Equipagie Goederen etc: bestaande deselve in het volgende, teweeten: 1. pompstang, 5. Schrapers, 1. Luijkbeugel, 1. emmertje, 4. haetjes, 1. wissen, met zijn aansetter 4. houte Cardoes kokers, 100 lb: kruit, 57. twee ponders Canons kogels, 100. een half ponden kogels, 50. twee ponders, druiven, 5. ander half ponden druijven, 1. Schutboor, 1. kruithoorn, 3 Laadprie„ „men, 2. Cardoes stokken, 1. kapmes, Een Schuim span, 1. Tarte pan, 2 beijlen, 1. koubeijtel, 2. boeijbeugels, 1. die plood, en 1. papiere zeekaart van Cormandel, ten eijnde door denselven als niet vol„ „doende konde werden, aangeweesen, hoe, en op wat wijse deselve buijten zijn toe„ doen te zoek geraakt zijn, als dan opreekening daar voor te belasten. zo neemt hij de Eerbiedige vrijheid uw wel Edele Groot agtbaarens te b„ „rigten, dat denselven de voormelde kogels en druijven, mits het spoedig vertrek van gemelde Chialoup de Nagtegaal van hier na Iaffana„ patnam, abusief uijt het ammonitie huis niet ontfangen heeft. Het dieplood is onder het looden op de reise absent geraakt. Het kruit neevens de overige klei„ nigheeden hier vooren gemeld, te zijn bij het verongelukken van meerm: vaar„ thuig, als bij die geleegendheid niet mo„ gelijk geweest, zijnde, deselve bij elkan„ deren te soeken en bergen, in het zelve gebleeven, dus is dat vestilt in het zee„ „water versmolten, en gemelde goederen sijn apparentelijk deels weggespoelden versonken, en deels door de Duijkers die ingemeld kieltje geweest waren, om de overige goederen op te duijken, verduij„ sterd, dog de voormelde eekaart van ve te ruakomst van Jaffanapatnam, aan den Equipagiemeester alhier afgegeeven. Hiermeede verhoopende aan Uwel Edele Groot Agtbaare gevenereerde intentie ten vollen voldaan. ten 51. Den 22 7ber 1774. vergoeding vrij te spreken, voldaan te hebben, des de Eere aanmatige zig met de meeste eerbied te noemen /:onderstond:/ wel Edele Groot Agtbaare Gebiedende Heer en E Agtb: seeren Uwel Edelens Groot Agtbaarens en E: agtbarens zeer onderdanigen en nedrigen Dienaar /:was geteekend:/ I: Hansz: /: in„ „margine:/ Nagapatnam den 20. november Aan den E: E: agtbaaren Heer Henricus Leembruggen opperkoopman en Hooffd administrateur, alhier. De ondervolgende goederen dewelke volgens Ex„ „tract en g'eerde besluijt in Raade van po„ litie onder datum den 22. Sept: ten Laste van den onderstuurman en gesagvoerder van de verongelukte Chialoup De Nagte„ „gaal Jan Hansz: zijn gebragt, sijn bij zijn vertrek van hier na Iaffanapatnam door gebrek van niet in de arthillerij in voorraad zijnde niet afgescheept, ende Zeekaart van Cormandel staat bij mijn gedane Rapport van ontfangst van goe„ deren van dat verongelukte kieltje be„ „kent ontfangen te hebben, als. 100 koegels van —½ lb: 50. Druijven „ 2. –. „ verblijve met diep schuldig respect en hooge agting /:onderstond:/ E: E: agtb: Heer uwel Edele Agtbaare onderdanige en Ge„ „hoorsame Dienaar /:was geteekend:/ Jb Hartman /:in margine:/ Nagapatnam den 21. November 1774. 50. _=o - - „ 1. —½„ besluitged gesagh:t ten voorm: Waar over gedelibereerd zijnde, goed„ „gevonden en beslooten is, de voorsz: gesag„ „hebber met die verandwoording te laten volstaen, en hem mits dien van de vergoeding van het een en ander vrij Den 22. e November 1774 Ook wierdbij deese geleegend, Gestumte den oen door wae „heijd geresumeerd, de Reecquening van de door den Resident te Caits den Boek„ „houder Anthonij Mooijaart gedaane ongelden ter Ligting etc=ra van to voorm„te verongelukte Chialoup De „sagtegaal, groot Rd=s 246. 21. ½ luij, Jntertie derselve, adij Med: gber a verstrekte aan de duijkers, die de steenen en spiaulter uit de Chialoup De Rd:s §. 32. —. „rrat de partot mijn d kosten aan deselven paras Rijst 274. „ „ red:s verstekte aan d' zelwaarende die van boven gem: Chialoup g'arbeijd 20. —. „ aalij 6. maart„ verstrekte aan Jnbancten tot uijthoosen van water uit de Chia„ „loup bovengemeld- d:o g waanen hebben is ad=o mette volk na boord heen en werder - 2. —. —. dd:s aan een aoorne Tahonij welke bij het overen weeder vaaren —. 24. —. „- „ 25. d:o d:o aan Inlanderen tot uijtgoosen van water uit meerm: Chialoup - 7. —. — d:o Twee groote Thonijs als bovengezegd â rd sieder - - - „ 2. —. d:o een horve Thonij ut Supra „—. 24. —. waest andij zoevarende, die bij het werk als boven gesegd 20 —. „- - 28 zo voor zijn vaartuig die bij het ligten van voorm: - -- - „ - - „ 80. –. –. Een nantie in overgem: Chialoup dienst Schae„ zijn „den geleeden heeft ƒ - - - - „ - - 15. –. —. 4. Iunij„ afbetaalde aanden baas Timmerman volg=s zijn overgegeeven Reekening „ 83. 5. ½ „ - 7. —. —. „- —. 2. 32. —. „- Somma Rd=s 246. 21. ½. „dende als volgd. - van voorm: Chialoupen te spreeken. E te anno 1774. 6 „ - — ƒ De -

NL-HaNA_1.04.02_3430_0115 view scan ↗

English

53. The 24th September 1774. Payment of that amount to be made to the chief administrator Leembruggen. A passing for written off. And in what capacity. Summary of a report from the logbook of the sloop 't Loo. Overseer concerning this. Which it was understood would be passed for write-off, and therefore that amount by warrant from the Company's petty cash fund, to the chief administrator Henricus Leembruggen, as authorized agent of the present Captain of the Artillery at Colombo John Brohier, who provided the money for it, to have disbursed. Subsequently having been resumed with attention, a short report from the logbook kept on the sloop 't Loo, during its voyage from Batavia to this place, by the second mate Johannes van Oostveen appointed thereon as commander, from where he together with the bark Den Arend, also destined for this Coast and already arrived here long ago, departed the 5th July of this year, but did not appear here until the 24th October last, whereby it is most clearly evidenced that his aforesaid long voyage is not to be attributed to any incompetence, neglect of duty, or lack of seamanship, but solely arises from encountered contrary winds and currents, together with other fatalities which no man could have prevented, as the master and equipment overseer of this place, who examined the logbook and dead reckoning kept by the aforesaid commander, has also declared in a submitted report, so it is understood to let the matter rest there and to insert the aforementioned papers into these records. Short Report from the logbook Kept by me, the undersigned, as Commander of the sloop 't Loo. Anno 1774. The 5th July sailed from the Batavia Roads together with the bark Den Arend, both for Nagapatnam. The 8th ditto in the evening by a heavy squall from the shore separated from the said bark, and not seen again during the voyage. The 10th ditto got outside Sunda Strait with heavy weather from the southeast, so that one could carry no sail, until the following day when the weather calmed down. Set the course according to sailing orders at west half west to the south latitude 55. The 22nd September 1774. The 22nd September 1774. of 10 to 45 minutes, where one first encountered the persistent southeast winds, having varied the northeast and north-northeast. Anno 1774. 18th August passed the Line, where one encountered much rainy weather, also strong currents, which one observed ran to the east, and nothing but west, west-northwest, and northwest winds, and a high rising northwest swell, which continued up to the north latitude of 4 to 5 degrees, where one again got west-southwest and southwest winds with a heavy storm of rain and wind. The 22nd ditto by dead reckoning we were 40 degrees 2 minutes 23 seconds, or 38 and one quarter miles due east of Punto Gale, which longitude one had sailed off in the evening at sunset; and one having no land or landmarks, the multiple aforementioned, since the Line having had nothing but west and northwest winds, encountering current out of the Maldives to the east with which one could make no westing, resolved to heave to near the wind presently as the wind permitted, in order with the southwest winds which one still had to expect at this time of year, to reach one of the northern coast places, for if one sailed further to the east one might miss it and into the bay of Bengal, also some hours must discover, and to bring the Coast of Madura on board, from which it is to be seen that one could not have so much westing, of the Maldives to the east of Ceylon, from where one with a west course Bimlipatam with a southwest wind by the wind thus with keeping watch until one saw good. The 27th August at noon got a change in the water, cast the lead, immediately found bottom at the depth of 25 fathoms, and got land in sight, also some fishermen from that direction; could recognize nothing through the hazy sky until in the afternoon the sky cleared up somewhat, got sight of Tuticorin in the west, according to that 15 miles or 1 degree west of the bearing from Prince's Island of the 10th July last, resolved to call at that factory, as one was scarcely provided with water, had the day before seen many small red crabs and snakes drifting, as well as some stingrays and seagulls, pleasant weather, came on the 28th ditto to the Roads of Tuticorin, and after having received water and firewood, on the 5th September, west wind, whereby one pitched heavily. 6th ditto, one heavy pitch, the mast cracked, came to anchor, could detect nothing on it above decks, went into the hold and found it broken straight through about a foot below the deck, resolved immediately, as one was still close and windward of Tuticorin, to be provided with the necessary there, as on the 7th ditto sailed thither again, and came on the 8th ditto early in the morning there, in the roads, having made it known, commissioners came to inspect, brought on the 9th ditto to the Island, all landed, upon dismantling found the gaff as well as the foresail yard to be wholly decayed by water, was condemned by the commissioners as unfit, and received new ditto in their place. 19th ditto were again provided with all necessities, received the Honorable Company's Dispatch, and set sail, encountered persistent west half west to 23rd ditto, in the evening at 6 o'clock passed Punto Gale, and were on the 24th at daybreak before Matara, in the evening sailed.

Dutch transcription

53. Den 24 7ber 174. te doene uijtkering van dies bedragen aan den hoofd admi„ nistrateur Leembruggen Een passering ter afsz: En in wat qualiteijt Resumtie van een berigt uijt het journaal van d' Chi„ aloup 'T Loo. opsiender, dien aangaande Dewelke verstaan wierd ten afschrijving te passeeren, en over sulx dat bedragen per ordonnantie uijt 's Comp:s kleene geld Casso, aan den hoofd administrateur Hen„ „ricus Leembruggen, als gemagtigde van den presenten Capitain van de an„ „thillerij te Colombo John Bro„ „hier, die het geld daar toe verstrekt heeft te laaten uitkeeren. Vervolgens met aandagt geresur„ „meerd zijnde, een kort berigt uit het Journaal gehouden op de Chialoup 'tt Loo, geduurende desselfs reise van Ba„ „taria dit heen, door den daan op als gesaghebben bescheijdene onderstuurman Iohannes van Oostveen, van waar hij beneevens de meede voor deese Cust„ gedestineerde en alhier voor lange reeds gearriveerde bark den arend, den 5 Iu„ „lij deeses Iaars vertrocken, dog den 24. october pass:o eerst alhier opgedaegd is, waarbij ten klaarsten Consteerd, dat zijne wat daar bij Consteerde voorschreeve langereijse aangeen onkunde, pligt versuijm, of gebrek aan Seeman„ „schap te attribueeren, maar alleen voor„ „spruitende is, door ontmoete teegen win„ „den en stroomen, mitsgaders meer andere fataliteiten die voor geen mensch te ver„ „hoeden zijn geweest, soo als den schipper in den schipper en Equipagie en Equipagie opsienden deezer plaatse, ook verklaard heeft —. die het Iournaal en bestek door voorsz: gesaghebber gehouden g'examineerd, bij een overgegeeven Rapport ook verklaard heeft, soo is verstaen zulx daar bij te laaten berusten en de voormelde papieren Jnsartie dies papieren, in deesen te insereeren. kort Berigt uijt het Journaal Gehouden door mij ondergeteekende als Gesaghebber van de Chialoup 't Loo. Ao 1774. de 5 Julij Zeijlende van de Bataviase Rheede„ tffens de barcq den arend bij de voor Nagapatnam. „8 „ 'savonds door een swaare buij uit, de wal raakte van gem: barck, af, en geduurende d' reijse niet weeder gezien „ 10. „raakte buijten straat Sunda met swaar weer uijt den Z. o:t dat men geen zeijl konde voeren, tot des ande„ rendaags wanneer 't weer bedaarde, „stelde de Coers volgens zeilagies on„ „dres om de w½ w: tot de Z: br:t Den 22 7ber 1774. is, van C 55. Den 22 Iber 1774. Den 22 Iber 1774. van 10. â 45. min: alwaar men de doorstaen„ „de ZO:t winden, eerst moete hadden verien Gereert den N:Ot en N: N: O. ao 1774. 18. aug=s Passeerde de Linie alwaar men veel neegenagtig weer, almeede sterke stroomen ontmoete, die men ob„ „serveerde dat dezelve om de oost„ „liepen, en niet dan w:t w: N: W:t en N: W:t winden en hooge aanneemen„ „de N:t w:t dijning dewelke behielde tot op de NBf: van 4. â 5. gr: alwaar men weeder w: Z:t af:t en Z: W:t winden kreegen met swaare storm van veegen, en wind ver„ 22. do vn teste da 92 7 stonden 4oe: 2. 23/. ofte 38. ¼. mijl regt oost van punto Gale welke lengte men 'savonds met zons ondergang had„ „den afgezeijld; en men geen land of menerempels hebben dat de verschee„ voorengemeld, zeedert de linie niet dan w:t en N w:t winden had„ „den, ontmoetende stroom uyt de maldieres om de oost waarmeede geen west konde bezeilen, besloo„ op te steeken om de Nabide wird preesentelijk als de wind toeliet, om met de z w:t winden die men in deesen tijd van 't Jaar nog te ven„ wagten hadden, een van de noord kust plaatsen te bezeijlen, doen wanneer men verder om de oost zeijlde van ontstooken zoude konnen raaken, en in de bogt van selde teffens, zoomere honden „si sen mat dagen moeste ontdekk en de Cust van Madure aan boord fletete nlaan te sien is, dat men soo veel west niet konde hebben, van de maldusses zzouer ontekens beoosten Ceijlon, van waar men met eenv:t w: Cours Bimili„ een zw:t windt bij de wnt aken dus met uijt kijken tot op saag goede 27. aug:s op de middag kreegen verandering in't wa„ „ter wierpen, opp stond grond op de diepte van 25. r=m en kreegeland te meede eenige vissers van d:r:w: als konde door de nevelagtigenerugt niets verkennen tot in de agtermiddag de kunmen wat opklaarde kree„ „gen Tutucorijn te zien, in't west volgens dien 15. mijl of 1 gr: weste„ de pijling van 't Princen eijland zijn ge„ „weest den 10. Iulij Iongstleeden, resol„ „reerde om dat Comptoir aan te doen, wijl men schaars van water voorsien waren, hadden daags te vooren veel roode Crabbetjes en slange zien drij„ „ren, als meede eenige Pijlstaarten en strandnieuwen aangenaam weer qua„ „men den 28. d:o ter Rheede van Tutucorijn en naar waater en brandhout ontfangen te hebben den. 5. Her wt wind waar door men swaar Stampte. men een swaare stamp, de mastkraak anker quamen, konde boven deks niets aan de zelve ontwaaren, gingen in't ruim en bevonden dezelve cirka een voet, beneeden 't dek dwars door gebrooken weesen resolvoerde op stond wijl men nog digt en bovens wind van Tutu„ nen om aldaar van 't nodigavane „sien te werden, gelijk op den. 7: d:o weeder dat heen zijlde, en quamen den Smorgens vroeg aldaar, ter rheede kree„ maakt te hebben gecommitteerdens ken, haalden den. 9. d:o aan 't Eijland alle lande bij 't aftuigen bevonden de Gaffel als meede de fokke„ raa, ten eenemaal door waterde vermolmt te zijn, wierd door de Ge„ committeerdens voor onbequaam, af„ „gekeurt, en kreegen weeder nieuwe ditos in dies plaats. 19. d:o waren weeder van alt nodige voorsien ontfangen 's E: Comp Missive, en zeijlen ontmoete door staande w½ w:t tot d:o savonds om 6. uuren passeerde Punte Tale, en waren, den 24. met den dag voor Mature, 'savonds „seld. „ 23. d:o 6. d:o 8. d:o d

NL-HaNA_1.04.02_3430_0117 view scan ↗

English

The 22nd of September 1774. The 22nd of September 1774. At 5 o'clock passed the Great Basses with a fresh southwesterly wind; from the 25th until the 4th of October much calm and a counter-current toward the south, which gave one trouble to kill with an ordinary topgallant breeze; in the evening at 5 o'clock passed Battekalo, where we got the currents again toward the north and encountered fresh west-southwesterly winds; on the 25th of October passed Trinconomale, where we got scant westerly winds that pushed us off the coast; tacked now and then to the east, but could gain nothing on account of the strong northeasterly storm; on the 1st ditto were at the north latitude 48 minutes, having according to that Punte Pedro west half south 11 miles from us; steered from here west-northwest and north-northwestward, but this was prevented by the westerly wind that blew through here with heavy squalls, as well as the current toward the north; tacked now and then to the south, but could gain nothing; therefore let her stand on, as much to the west as the wind allowed, until the 12th ditto, when at the latitude of 11 degrees 56 minutes, near the village of Callemoerie just north of Pontcherij, on account of the southerly wind that blew through strongly here, we came to anchor; before this, a three-masted ship and a 2-masted bark which showed a French flag, and the ship had a pennant flying from the masthead and was striving to reach Pontcherij; the 13th ditto, the southerly wind still blowing through strongly and the current running toward the north, we saw no opportunity to gain anything by tacking; at noon, the breeze decreasing to fair weather, sent the boat with an empty half leaguer to the shore near the village of Callemoerie to fetch water, since we had no more than one full half leaguer left on board, and with that little water, if the opportunity should present itself to gain something by tacking, no sea [illegible] boat did not return. The 14th of October we kept a lookout at daybreak, but could sight no boat; weighed anchor and let the vessel drop down as close along the shore as possible to see if one might see the boat lying on the beach, but not perceiving it, came to anchor again until 2 o'clock in the afternoon; still seeing no boat coming, supposed that some accident had befallen it; resolved then, since we lacked water, to bear away for Sadraspatnam, it being the nearest office we had downwind, where we on the... On the 15th, the crew of the boat arrived overland at Sadraspatnam, except for one sailor who had managed to abscond the day before; they testified that the boat was smashed to pieces against the beach, the oars drifted away, as well as 2 deep-sea leads and some stones that had been bound together to be used as a grapnel in case of need were lost; the 19th departed again from Sadraspatnam; tacked up against the southerly wind until the 23rd ditto, when we got the northerly wind and heavy squalls of thunder out of the northwest from the shore, as well as the current beginning to run strongly toward the south, with which arrived in the roads of Nagapatnam on the 24th ditto. Had discovered nothing remarkable during the voyage. In the sloop 't Loo, arriving in the roads of Nagapatnam on the 24th of October anno 1774. /: was signed :/ J: van Oostveen. To the Right Honorable, Highly Esteemed, Commanding Lord Reijnier van Vlissingen, Governor and Director of this Coast of Coromandel and its dependencies. According to your Right Honorable Highly Esteemed's highly respected orders, the undersigned has the honor to report to your Right Honorable Highly Esteemed in the most respectful manner that, after examination of the journal and reckoning kept by the second mate and commander of the Company's sloop 't Loo, Johannes van Oostveen, during his voyage from Batavia until his arrival here, his long voyage has stemmed from nothing other than the influence of wind and weather; I hope herewith to have carried out your Right Honorable Highly Esteemed's highly respected order, and I take the high honor, with the deepest respect and high esteem, to subscribe myself. /: beneath stood :/ Right Honorable Highly Esteemed Lord, your Right Honorable Highly Esteemed's humble and obedient servant /: was signed :/ Jacob Hartman /: in the margin :/ Nagapatnam the 1st of November anno 1774. 59. The 22nd of November 1774. Resolution concerning the stranded boat of the aforesaid sloop and what goes with it, as lost and rendered useless on the voyage, to be written off from its inventory. Whereas from that, as well as from a declaration submitted by the aforesaid commander and the letter of the chief officers of Sadraspatnam dated 16 October last, it has become evident that the boat of the said sloop on the 13th of October last, at the latitude of the village of Callemoerie situated just north of Pondicherij, was sent to the shore for want of water in order to fetch the same; The 22nd of November 1774. According to the report of the crew who were upon it, who arrived overland at Sadraspatnam on the 15th thereafter, it was smashed to pieces against the beach, and the oars were washed away, and two deep-sea leads along with some stones that had been lumped together to be used for a grapnel in case of need were lost; it is therefore resolved to write off the same, as well as the goods mentioned in the five declarations submitted herewith that were lost and rendered unserviceable during the voyage, from the inventory of that vessel, and to insert the aforesaid declarations into this record. Insertion of the declarations thereof. Today, the 17th of October 1774. Appeared before me, Simon Suijnevelt, sworn clerk of this office, in the presence of the witnesses to be named hereafter: Jan Thansz from Avendsdaat, boatswain; Pieter Bosman from Duisburg, quartermaster; Philip Pietersz de Lange from Copenhagen; and Jan Willemsz from Amsterdam, according to, on account of.

Dutch transcription

Den 22 Iber 1774. Den 22:e Iber 1774. om 5 uuren passeerde de groote Bazies met een frisse Z: w:t wind, den 25. tot den 4. oc„ „tober veel stilte, en teegen stroom om de z:a die men werk hadde met een gemeene Bramzijls Coelte dood te zeijlen, des savonds om 5 uuren Passeerde Battekalo alwaer men de stroomen weeder om de No kreege en frisse WZw:t e winden, ont„ „moete, den 25 october passeerde Trin„ „conomale alwaar men schraale weste winden kreegen, die men uit de wal zette, lijden 't nu en dan om de E=t maer konde door de Sterke N: O:t Storm niets gewinnen den 1:o dito waaren op de N: vang. 48. min: hadden, volgens dien Punte Pedro west ½. Zuijd 11. mijl van ons stuurde van hier w:t Nenw:t N: w: aan maar zulx wierd door de westelijke wind die hier door waaijde met swaare buijjen als meede de stroom om de noordbelet, lijden nu en dan om de Z:t maankonde niets gewinnen, lieten het dierhalven door staan, soo veel om de west, als de wind toe liet, tot op den 12. d:o wanneer men op de breete van 11. 56. min: onder 't Dorp Calle„ moerie eeven benoorden Pontcherij door de zuijde wind die hier sterk door waarijde ten anker quamen, voor de al„ hier een drie mast schip en een 2. maste barcq dewelke een france vlag vertoonde, en't schip een standert van de Tophad waaijen en moeite deede naar Pontcherij teijn terganken den 13 d:o de zuijde wind nog al sterk door waaijde ende stroom om de noordliep, zagen geen geleegendheijd iets te gewinnen met La„ „veeren, op de middag de koelte afnee„ „mende tot mooij weer zonden de schuit met een leedige halve legger naar de wal bij 't dorp callemoerie om water te halen, wijl men niet meer dan nog een volle halve legger meer aan boord had„ „den, en met dat wijnig water wanneer de occagie mogt presenteeren om met laveeren wat te kunnen gewinnen geen zee schuijt niet weeder koomen. Den 14. October hadren metden daa jagen uijt maar konde geen schuijt ontwaaren, ligten anker en lieten 't zodigt als men konde langs de wal zakken, om te zien of men de schuijt aan 't Strand zoude zien leggen, maar zulx niet ontwaarde, quamen weeder ten anker tot des na middags om 2 uuren nog geen schuit ziende koomen, veronderstelde deselve eenig ongeluk was overgekomen, resol„ Wel- Edele Gestrenge Heer. veerden doen wijl man gebrek van water had, naar Sadraspat„ nam af te houden al zijnde 't naaste Comptoir dat men onder de zij had„ den, alwaar men den. e den 1 qua t volk vande schuit over den land weg op Sa„ draspatnam excepto een mat„ „troos die zig daags te vooren had weeten absent te maken, zij getuigde de Schuit teegens 't strand aan stukken was ge„ „slagen, de riemen weg gedreeven, als meede 2. diephoofden en ee„ „nige steenen die bij elkanderen gestord waeren, om des noods sijn„ „de voor een dregte gebruiken weg geraakt waeren, den 19. vertrok„ ken weder van Sadraspat„ „namlaveerde met de Zuijde„ „lijke wind op tot op den. 23. d:o wanneer men de noordelijke wind en swaare donder buijen uyt de N: W:t van de wal kreegen, als meede de stroom sterk om de zuijd begon te lopen, waarmeede den 24 d:o ter rheede van Na„ „gapatnam arriveerde. Hadden geduurende de Reiseniets aanmerkens waardig ontdekt. In de Chialoup 't Lookoo„ mende ter Rheede Naga„ patnam den 24. october anno 1774. /:was geteekend:/ J: van oostveen. Aan den wel Edele Gestrenge Gebiedende Heer Reijnier van Vlissingen Gouverneur en Direkteur deesen Custe Cormandel met den Resorte volgens uw Wel-Edele Gestr: hoog geres„ recteerde ordres heeft den ondergeteekende de „veerden van dien. bere 59. Den 22 Gber: 1774. Besluijt de gestaande schuijt vam„ als op de reijze verlooren en onnut geworden is op dies Jnventaris te laten afsz: Eere uw Wel-Edele Gestrenge op het Eerbie„ „digste te berigten als nagedane Examinatie van Journaal en bestek gehouden door den onderstuurman en Gesagvoerder van 'SComp:s Chialoup't Loo Iohan„ „nes van Oostveen, geduurende zijne reijse van Batavia tot zijne arrive al„ „hier, zijne lange Reijse anders niets is voort„ „spruitende als door toe doen van winten weer, verhoope hiermeede uw wel Edele Gestrengens hoog gerespecteerde order vol„ „bragt te hebben, en wijd' hooge Eere aanma„ „tigs: met het diepte ontsagen hooge ag„ „tinge te onderschrijven. /:onderstond:// wel„ Edele Gestrenge Heer uw wel Edele Gestrenge onderdanige en Gchoorsame, Dienaar /:was geteekend:/ Iacob Hart„ „man /:in margine:/ Nagapatnam den 1. November anno 1774. voord: Chialoup en wat daar bij, Indewijl daar uijt soo wel, als uijt een door voorschreeve gesaghebber overgegee„ „vene verklaring, en de brief der Sadras„ „patnamse opperhoofden de dato 16. octo„ „ber Iongstleeden is koomen te Constee„ „ren, dat de schuit van gedagte Chia„ „loup op den 13. 8ber Iongstleeden, op de hoogte van het Dorp Callemoerie eeven benoorden Pondicherij geleegen, door gebrek aan water, na de wal ge„ sonden zijnde, om het selve te haalen, Den 22 November 1774. volgens berigt van het daar op geweest zijn„ „de volk die den 15 daar aan overland te Sadraspatnam aangekomen zijn, tee„ „gen het strand aan stuckend geslagen was, mitsgaders de riemen weg gedreeven, en twee dieplooden, neevens eenige steenen, die bij elkanderen gestort waren, om des noods voor een dreg gebruikt te werden, absent geraakt waaren, soo is verstaan, het een en ander zo wel, als bij de daarneevens overgelegde vijf verklaringen vermelde goederen, die geduurende de reijse verloo„ „ren en onbequaam geraakt waren bij de Jnventaris van dat bodemptje af te schrijven, ende voorschreeve venkla, intertie vandeverklaringe dier„ „ringen deesen intelijven Op Huiden den 17. october 1774. Compareerde voor mij Simon Suij„ „nevelt, geswoore scribaten deesen Comp„ „toire, present de natemeldene getuijgen Ian thansz: van avendsdaat, boortsman Pieter Bosman van dusbung quartier„ „meester, Philip Pietersz de Lange van koppenhage, en Ian Willemsz: van volgens Amsterdam wegens

NL-HaNA_1.04.02_3430_0119 view scan ↗

English

61. The 22nd of October 1774. The 22nd of December 1774. Amsterdam, both sailors, all in the service of the Honorable Company and stationed on the sloop 't Loo lying here in the roads, who, at the requisition of its commander, the second mate Ian van oostveen, declared as they hereby do, to be true and truthful. That they, the deponents, on Thursday the 13th of this month, between Sadraspatnam and Pondicherij, due to a very great shortage of water, were sent ashore by the Commander with the boat and an empty half-leaguer, together with another sailor named P:r franc= Potvliet of Eke, to fetch water, and that having arrived among the breakers, they were struck by the same in such a manner that two planks were torn away from the boat. That they, the deponents, having thereupon made every effort to return on board with the same boat, found it to be impossible, because the boat drifted closer and closer to the shore, and that they were therefore forced to run it aground in order to save their lives, and having done so, were obliged to abandon the boat, which was smashed to pieces against the beach. That, having seen that they could not get back on board, and that the said Sloop set sail the next day in the afternoon, they sought the way to a Dutch trading post. That they subsequently arrived here today, the four of them, as the aforementioned P:r franc= Polvliet yesterday afternoon had wandered away from the deponents in a choultry, without them knowing where to. Concluding herewith, the deponents declared that they were prepared, if required, to further confirm this statement of theirs by oath. Thus done and declared. Leendert Smit, third mate. Jan Hansz, boatswain. Stationed in the aforementioned capacities on the sloop 't Loo, declare hereby at the requisition of the second mate and Commander of the aforementioned vessel, Iohannes van Oostveen, to be true and truthful, that on the 20th of July 1774. Leendert Smit, third mate, and Jan Hanse, boatswain, stationed in the aforementioned capacities on the sloop 't Loo, declare hereby at the requisition of the second mate and Commander of the aforementioned vessel, Iohannes van oostveen, to be true and truthful, that on the 19th of July 1774, in a heavy squall, the half-worn jib was blown out of its bolt-ropes and torn to pieces, and that being irreparable, it was used for repairing the other sails. All that is stated above we testify to be the truthful truth, and we remain ready and willing, whenever required, to confirm it by oath. Was signed: L. Smit, and Ian Hansen. In the margin stood: On the Sloop 't Loo, sailing at the latitude of 10. 34. and longitude 109. 23., the date aforesaid, 1774. We, the undersigned. In the Dutch Trading Post Sadraspatnam, date as above written, in the presence of the assistants Adrianus van Odijk and Thomas De Lange, as witnesses, who signed the original of this along with the deponents and me, the sworn clerk. Below stood: Which is attested. Was signed: I: Duijnevelt, sworn clerk. We, the undersigned, in the

Dutch transcription

61. Den 22 Gber 1774. Den 22 Iber 1774. Amsterdam, beide Mattroosen, alle in dienst der E: Comp:e en bescheiden op de hier ter rheede leggende Chialoup 't Loo. dewelke ten Re„ „quisitie van dies gesaghebber den onder„ stuurman Ian van oostveen, ver„ „klaarden gelijk doen bij deesen, waar en waaragtig te weesen. Dat ze attestanten op donderdag den 13. deeser tusschen Sadraspatnam en Pon„ dicherij uit seer groot gebrek aan wa„ „ter door den Gesaghebber met de schuit en eene ledige halve legger, neevens nog een mattroos met naame P:r franc= Potvliet van Eke, naar de wal waren gestuurt, om water te halen, en dat se tusschen de brandings gekomen zijnde, door deselven zoodanig waren geslagen dat er twee planken van de Schuit wa„ ren weggeraakt. Dat se attestanten daar op alles aangewend hebbende om hen met deselve schuit wederom aan boord te begeeven bevonden hadde zulx onmogelijk te wee„ „sen, door dien de Schuit hoe langer hoe nader na de wal kwam, en dat zij dier„ halven genoodsaakt waren geweest op deselve te setten, om haar leeven te salveeren, gelijk dan sulx gedaan hebben„ „de de schuit die teegen Strand in stuk„ „ken geslagen is, hadden moeten verlaten. Dat ze daar opgezien hebbende niet weeder aanboord konnen koomen, en dat de gem: Sloep des anderen daags na de middag onder zeijl ging, den wegnaar een hollands Comptoin gesogt hadden. Dat vervolgens op heeden alhier met hun vieren aangekomen zijn, alsoo de voorm: P:r franc= Polvliet gisteren middag in een Sjauderij van den attes„ tanten was weg geraakt, zonder te weeten werwaarts. Eijndigende hier meede verklaarden de attestanten bereijd te weesen, deese hunne verklaring des gerequireerd wer¬ „dende, nader met Eede gestand te doen. Aldus Gedaan en Verklaard Leendert Smit Derdewaek. Jan Hansz Bootsman. Bescheiden in voorsz: Qualiteiten op d' Chialoupt Loo. verklaaren bij deesen ter requisitie van den onder„ Stuurman en Gesaghebber van voorn: bodem Iohannes van Oostveen, waar en waaragtig te zijn, dat op den 20 Iulij 1774. Leendert Smit Derdewaek. en. Bootsman. Jan Hanse Bescheijden in voorsz: qualiteiten op d' Chialoupt Loo. verklaaren bij deesen ter requisitie van de onderstuurman en Gesaghebber en voorn bo„ „dem Iohannes van oostveen, waar en waaragtig te weezen, dat op den 19.=e Iulij 1774. / met een swaare buij de half slee„ ten kluijven is uijt zijn lijken, en aan„ „stukken koomen te waaijen, dat dezel„ „ve Prneparabel was gebruikte dezelve tot 't verstellen van de andere zeijlen Twelk voorsz: staat betuigen wij de„ waaragtige waarheijd te zijn, en blij„ ven bereijd willig wanneer sulx ver„ Eijscht werd met Eede gestand te doen /:was geteekend:/ L. Smit, en Ian Wan„ sen /:in margine:/ stond Jn de Chialoup 11 't Loo Zijlende op de 2 l:t 10. 34. en lengte 109. 23. den datum voorsz: 1774. wij ondergeteekendens. In't Nederlands Comptoir Sadraspatnam dato voorschree„ „ven, ter presentie van de adsistenten Adrianus van Odijk, en Thomas De Lange, als Getuigen Die de minute deeses neevens de attes„ „tanten en mij geswoore Scriba ondertee„ „kend /:onderstondt:/ 'T welk Getuijgd /:was geteekend:/ I: Duijnevelt 9: scriba Wij ondergeteekendens Int

NL-HaNA_1.04.02_3430_0120 view scan ↗

English

63. The 22nd of November 1774. On the Honorable Company's Sloop 't Loo The 22nd of September 1774. Upon soaking and inspecting the ropes, it was found that the Dutch rope that had served for daily use was no longer than seventy to seventy-five fathoms, as well as being entirely worn out and unfit to entrust the Honorable Company's vessel to. Consequently, we condemned the same and hauled the warp that had served for a towrope, after having first chopped off seventeen fathoms from the end where a strand had snapped, in its place, and used the aforesaid end of the warp for ship's needs. All that is stated above we attest to be the genuine truth and remain willing, whenever such is required, to confirm under oath. Signed: L: Smit and I: Hansen. In the margin: In the Sloop 't Loo, day and date aforesaid, sailing at the latitude of 10. 45. longitude 108. We, the undersigned, Leendert Smit, Third Watch, and Jan Hansz:, Boatswain, Stationed on the Sloop 't Loo in the aforesaid capacities, Declare hereby at the requisition of the mate and commander of the above-mentioned vessel, Johannes van Oostveen, to be true and genuine, that on the 30th of September 1774, lying at anchor by our kedge at the depth of 40 fathoms, upon attempting to heave the same home, the kedge warp happened to break, whereby we have lost our grapnel together with two-thirds of the said warp. Which stated above we attest to be the absolute truth and remain willing, whenever such is required, to confirm under oath. Signed: L: Smit and I: Hansen. In the margin: in the Sloop aforesaid, the 30th of September 1774. We, the undersigned, Leendert Smit, Third Watch, and Jan Aanz:, Boatswain, Both stationed in the aforesaid capacities, Declare at the requisition of the mate and commander of the mentioned vessel, Johannes van Oostveen, to be true and genuine, that on the 10th of October 1774, by a squall, our half-worn outer jib, which had already become completely worn out during the voyage, was further blown to pieces from its bolt-ropes, so that the same was beyond repair or irreparable, and we used the remainder for serving the ropes. All that is stated above we attest to be the genuine truth, and remain willing, whenever such is required, to confirm under oath. Signed: L: Smit and Ian Hansz:. In the margin: done on the Sloop aforesaid, day, year, and date aforesaid. We, the undersigned, Leendert Smit, Third Watch, and Jan Hansz, Boatswain's Mate, Both stationed in the aforesaid capacities on the Honorable Company's Sloop 't Loo, Declare at the requisition of the mate and commander of the aforesaid vessel, Johannes van Oostveen, to be true and genuine, that during the voyage we required and also consumed for ship's needs the old Dutch rope of 70 to 75 fathoms, which, as shown by our declaration of the 20th of July 1774, was found unfit, and that principally at Tuticorin with the stepping of the new mast and refitting of the rigging. All that is stated above we attest to be the absolute truth, and remain willing, whenever it is required, to confirm under oath. Signed: L: Smit and I: Hansz:. In the margin: In the Sloop 't Loo sailing along the Ceylon coast towards Nagapatnam, the 2nd of October 1774. 65. Widow N: Campie delivered an account of the expenses incurred by her husband for the villages, with request to receive the balance in fanams. Request by the Reverend Minister for the submission of his petition to Their High Excellencies with a favorable recommendation. By the widow of the deceased bookkeeper and adigar of the villages, Nicolaas Campie, named Maria Hendrina Simons, having been delivered a general account of the expenses incurred by her husband, both for the surveying of the lands situated in the aforesaid villages, beginning with the year 1771, as well as of the ordinary expenditures in the book-year 1774, with a demonstration of what he had successively enjoyed for that purpose from the Company's small-money cash office, and that according to the final balance, pagodas 349. 20. 79. were still due to her, alongside two separate accounts or demonstrations to show that the expenses spent on the surveying amounted in total to pagodas 359. 6. 55., and those of the book-year 1774 came to import pagodas 490. 14. 24., with request that the aforesaid balance might be provided to her in fanams from the Company's cash office, as being the currency in which those expenses had been incurred by her husband; so it has been resolved to grant such, and consequently to let her be provided that amount by warrant in fanams from the Company's small-money cash office, as well as to enter into the books pagodas 40. 17. 25. thereof to the credit of previous years' profit and loss, and pagodas 490. 11. 24. to the debit of the revenues of the villages. The Reverend Minister Carel Willem Gebhardt, having made a request by petition addressed to this Government, that a petition dedicated by him to Their High Excellencies, the Honorable High Indies Government at Batavia, might be submitted to the same under a favorable recommendation, tending to his Reverence's repeated request to be favored with the ordinary salary and emoluments of an ordinary Batavia minister, and further, to be freed from the [illegible] to him by resolution of the 22nd of November 1774.

Dutch transcription

63. Den 22 9ber 1774. op 's E Comp: Chialoup 't Loo Den 22. 7ber 1774. bij 't wateren en visiteeren van de touwen bevonden 't Hollands touw dat voor een daags gedient hadij niet langer dan Zeeventig â vijff en zee„ „ventig v=m te zijn, als meede ten eenemaal versleeten en onbequaam, om 's E: Comp„s bodem aan te vertrouwen keurde dierhalven 't zel„ „ve af en schooten de vijger die voor een Juij gediend had, naar alvooren Zeeventien rae„ dens van 't End daar een Eltreng van gespron„ „gen was, afgekapt te hebben, in dies plaats en gebruik te voorsz: end vijgen tot scheeps behoefte. Al 't welke voorsz: staat betuijge wij de waaragtige waarheid te zijn en blijven bereijdwillig wanneer sulx vereijscht werd, met Eede gestand te doen, /:was geteekend:/ L: Smit en I: Hansen /:in margine:/ Jn de Chialoup 't Loodag en datum voorsz: zeijlende op de Zort: van 10. 45. lengte 108. wij ondergeteekendens. Leendert Smit Derdewaak. en Jan Hansz: Bootsman Bescheijden op de Chialoup 't Loo in voorsz: qualiteiten. Verklaren bij deezen ter Requisitie van den on„ derstuurman en Gesaghebber van boven gem: Bodem Iohannes van oostveen waar en waaragtig te weesen, dat op den 30 sep„ „tember 17714. voor ons werp ten anker leegen„ „de op de diepte van 40 v=m bij 'tthuis willen winden van 't zelve de werptros is koo„ „men te breeken, waar door onse dreg beneft„ „fens twee derde van dito tros hebben ver„ „looren. 'Twelk voorsz: staat betuijgen wij de zuijvere waarheid te zijn en blijven bereijd willig wanneer sulx vereijscht werd met Eede gestand te doen /:was geteekend:/ L: Smit en I: Hansen /:in margine:/ in de Chia„ loup voorm:t den 30. September 1774. Wij ondergeteekendens Leendert Smit Derdewaaken. Jan Aanz: Bootsman. Bij de in voorsz: qualiteiten bescheiden Verklaaren ter requisitie van den onderstuur„ man en Gesaghebber van gem: bodem Johan„ nes van oostveen, waar en waaragtig te weesen, dat op den 10 october 1774. door een buij onse half sleete buijten kluijver die geduurende de reijse bereeds ten eenemaal ver„ „sleete was geraakt, verder uit zijn lijken aan stukken is gewaaijd, dat dezelve on„ „herstelbaar of Trrepparabel was, en ge„ „bruikte 't overige tot kleeding voor de Touwen Alle 't welk voorsz: staat betuijge wij de waaragtige waarheid te zijn, en blijven bereid„ „willig wanneer sulx vereijscht werd, met Eede gestand te doen /: was geteekend:/. L: Smit en Ian Hansz: /:in margine:/ actum in de Chialoup voorm: dag Iaar en datum voorsz: Wij ondergeteekendens Leendert Smit Derdewaek. en Jan Hansz Bootsmansm=r Bij de in voorsz: qualiteiten bescheiden op 'S E Comps Chialoup 't Loo. Verklaaren ter Requisitie van den onderstuur„ „man en Gesaghebber van voorm bodem Iohan„ „nes van Oostveen, waar en waaragtig te weesen, dat wij geduurende de reijse 't oudhol„ „lands touw van 70. â 75 v=m. dat door ons blij„ „kens verklaring van den 20. Iulij 1774. onbequaam bevonden is, hebben benoodigt ge„ „had en ook verbruijkt tot scheeps benoo„ „digtheeden, en wel principalijk op Tutuco= „rijn met 't insetten van de nieuwe mast, en weeder klaarmaaken van t Tuijg Al 't geene voorsz: staat betuijge wij de suijvere waer„ „heijd te zijn, en blyven bereijd wanneer 't vereijscht werd, met Eede gestand te doen /:was geteekend:/ L: Smit en I: Hansz: /:in margine:/ In de Chialoup 't Loo zeij„ „lende, onder de Ceilonse wal, naar Naga„ „patnam den 2. october 1774. 6 Loor 131. 65. wed: N: Campie overgegeeven van de ongelden door haar man„ de dorpen gedaan, ten in famimns te mogen ge„ Versoek door den Eerw: Predikant, ter aanbieding van sijn request aan H H Ed„s met vavorable voorschrijvens, stantie, Proucte van en deer ode Door de weduwe van den overleeden boek„ „houder en adigaar der dorpen Nicolaas Campie, in name Maria Hendrina tot het meten der landerijen in Simons, overgegeeven zijnde, een Generaale Reecq: van de door haar man gedane on„ „gelden, soo tot het meeten der Landerijen in voorsz: dorpen geleegen, beginnende met anno 1771. als van de ordinaire uijtgave in het boekjaar 1774, met aanthooning weijlhij successive ten dien eijnde uijt 's Comp:s kleene geld kassa genooten hadde, en dat neevens teve aparte reecq: haar per slot nog pag: 349. 20. 79. kom„ „peteerende was, neevens nog twee aparte Reecq: of aanthooningen, tan blijken dat de ongelden tot het meeten besteed, in het geheel pag: 359. 6. 55. , en die van het boek„ „Jaar 1174 pag: 490. 14. 24. quamen te im„ met versoek het saloderees„ porteeren, met versoek, dat haar het voor„ „schreeve saldo in fanums uijt 'sComp:s Kassa mogten werden verstrekt, als de specie weezende, waar inne die ongelden Den 22 Aber 1741 door haar man gedaan waaren, Soo is accordeering van die in„ verstaan sulks te accordeeren, en haar mits dien dat montant per ordonnan„ tie in fanumsuijt 's Comp:s kleene geld kassa te laten verstrecken, mitsgaders daar van pag: 40. 17. 25. ten goede van voorjarige winst en verlies en pag: 490. 11. 24. , ten laste van de Jnkomsten der dorpen bij de boeken inteneemen. Den Eerwaarden Predikant Carel willem Gebhardt, bij request aan deese Regeering gerigt versoek gedaan heb„ „bende, dat een door hem aan Haar Hoog„ Edelens de Edele Hoog Indiasche Regee„ „ring te Batavia, gedediceerde Supplicq, Hoogst deselve onder een favorabel voorschrijvens aangeboden mogte werden, ten deerende zijn wa sijn herin antie kekeld, Eerw:s andermalig versoek, om met de ge„ woonegagie en emoliementen van een or„ „dinair Batavias Levaar begunstigd te werden, en voorts, om van de hem bij Den 22 Iber 1774. door Resolutie C nieten

NL-HaNA_1.04.02_3430_0122 view scan ↗

English

decided to present the same to Their High Excellencies via Ceylon. Extraordinary allowance to the steward, etc. Resolution of this table of 8 December past, by virtue of a previous decision already approved by the said Their High Excellencies of 10 June 1771, dictating that henceforth, during the ecclesiastical inspection of the subordinate stations, the minister would have to make that journey back and forth by sea, without such being permitted overland unless at his own expense; that the imposed payment into the Company's Treasury of a sum of pags 150, which he had received during his last inspection of the subordinate stations from the same at Bimilipatnam and Jaggernaikpoeram to make good the expenses of his land journey from the first-mentioned to the last-mentioned station and Palicol, be remitted, and that in the future a gratuity be granted to him for that journey, or that he otherwise might be entirely excused from that inspection; thus it was agreed to present respectfully the aforesaid petition, together with the letter to be sent via Ceylon, to the said Their High Excellencies. The 22nd of November 1774. Withdrawal of the allowance granted to the steward. Furthermore, upon the proposal of the Governor, it was approved and agreed, in consideration of the so highly recommended economy, to withdraw, as of the first of next month, the extraordinary allowance granted to him by Resolution of 16 October 1773 and 20 January 1774 upon requests submitted by him for that purpose, on account of the large number of sick who were then in the hospital due to the Ceylon auxiliary troops having been here, and the high prices and scarcity of foodstuffs caused by the unrest in the principality of Tanjore, consisting of: 2000 pieces of Firewood 2 lb Pepper 1/8 lb of each of the four main spices monthly 24 Kasjes daily for each sick person more than they had previously received; The 22nd of September 1774. Continued. And why. And to allow him henceforth no more than the ordinary provision, consisting of: 1½ Canum for each Sick person daily 1/8 lb of each of the main spices 3 lb Pepper, and 4500 Pieces of Firewood monthly, since the necessity for which this was granted, namely the great number of invalids for whom it was then very difficult to obtain sustenance, has now ceased owing to the departure of the Ceylon detachments, and one ought therefore to be absolutely mindful of reducing as much as possible the hospital expenses, which run very high. Appointment of Accama as chief of Palicol. The chief at Palicol, Jasper Theodorus Pfeiffer, having passed away there on the day before the 19th of August last, according to a letter from the Secunde there, Jan Onstel, dated 19 August last, the Junior Merchant Johannes Accama, presently without employment here, was nominated and appointed to that post upon the proposal of the Governor, subject to the approval of Their High Excellencies, and it was decided to let him depart thither at the first opportunity. Summoning of the merchants to the council, and why. On this occasion, the merchants of this city were also summoned to the Council in order to enter into negotiations with them concerning the contracting of the 683 packs of various cloths and linens that fell to them upon the distribution of the respective demands; but before proceeding thereto, the settlement held with them regarding the collections of the past financial year, or the brief statement drawn up from it, having been reviewed, whereby it became evident that, having left a number of 32 packs unfulfilled, amounting together to a sum of pag: 1107. 14. 20, they remained indebted for the same; Failure by the same to deliver 32 packs, and remaining indebted for pags 1107 14 20. The 22nd of November 1774. The 22nd of November 1774. Demanding payment of 25 per cent loss of profit on that account. wherefore they were informed, according to the content of the Contract entered into with them pursuant to the Resolution of 27 December of the past year, and it was demanded that they should pay the contracted 25 per cent loss of profit on that amount; What they demonstrated in response. whereupon they demonstrated that it had been impossible for them in the past year to fulfill the contracts punctually, owing to the war in the principality of Tanjore, and the resulting high prices of all products in that kingdom, as well as the impoverishment and flight of the craftsmen, both on account of the said unrest and the resulting high cost of foodstuffs; so that they said they flattered themselves that they had earned the full satisfaction of the Government by fulfilling the demand so closely notwithstanding all the impediments, And with what they flattered themselves. with the request that this might be taken into favorable consideration, and that they might consequently be excused for this time from the payment of the aforesaid 25 per cent advance; Deliberation on the matter. whereupon, the matter having been attentively deliberated, and it being noted that what had been brought forward by them in this respect consisted of real truths, it was approved and agreed to exempt them for this time on that account from the payment of the aforesaid 25 per cent, and to let it suffice with the payment into the Treasury of their actual arrears amounting to pagodas 1107. 14. 20, which they were fully willing to do, Yet to pay the arrears into the Treasury. under a serious warning, however, that in the future in this matter no The 22nd of November 1774.

Dutch transcription

besluijt het selve H H Ed„s ov er Ceijlon aan te presenteren Etc: Extaa ord: aan de schafbaas Resolutie deeser tafel van den 8 december p„o uijtkragte van een voorig door welmelde Haer Hoog Edelens reeds geapprobeerd besluijt van den 10 Iunij 1771. dicteerende, dat voor„ „taan door den predikant in de kerke„ „lijke visite na de Comptoiren, die reijscheen en weeder terug over see soude hebben te doen, sonder dat sulx overland sou„ „de mogen geschieden, ten waare vooreij„ „gen reecq: opgelegde betaling in 's Comp:s Cassa, van een Somma van pag„s 150. die hij in zijn laaste visite na de onder= „hoorige Comptoiren uijt deselve te Bi„ „milipatnam en Iaggernaik poeram genoten hadde, om de ongelden zijnen land reijse van het eerst na het laast gemelde Comptoir en Palicol goed te maken, te werden gelibereerd, en dat hem in't ver„ volg voor die reijs een douceur toegelegd, of dat hij anders ten eenemaal van die visite g'excuseerd werden mogte, soo is ver„ Den 22. Gber 1774. staan voorm=te supplicq, neevens het over Ceijlon aftegaan schrijvens welm: Haer Hoog Edelens eerbiedig te presenteeren. og wierd op den voorstel van den Heer ontreking van het met diunte Gouverneur goedgevonden en verstaan, te oegewegde betragting van de soo seer aanbevolene me„ „nage, het ter Resolutie van den 16. 8ber 1773. en 20: Ianuarij 1774. op zijn bij Requesten daar om gedaan versoek, uijt hoofde van het groot getal sieken die zig als toen, mits de alhier geweest zijnde Ceijlonse hulptroupen, in't Hospitaal bevonden, en de duurte en schaansheijd der leevens„ vervolg „middelen veroorsaakt door de onlus„ „ten in het tansjours vorstendom, Extra ordinair toegevoegde, bestaande in: 2000 stux Brandhout 2. lb: Peeper — 1/8. „ van ieder der vier hoofd specerijen smd„s 24. Kasjes 'sdaags voor ider sieke meerder, dan te vooren genoten hadden, met Den 22 7ber 174 „staen Pmo mo vervolg 67. En Waarom opperh: van Palicol van 32. packen en schuldig blij„ p„mo der aanstaande maand weeder inte„ „trecken, en hem voortaan niet meer dan het ordinair bestaand, in. 1½. Canum voor ider Sieke 'sdaags. 1/8: lb: van ider der hoofd specerijen 3. „ Peeper en 4500. P:s Brandhout 'smaands goed te doen, nadien de noodsakelijkheijd, waarom sulx toegestaan is, te weeten de veel„ „heijd der impotenten voor dewelke het toen seer moeijelijk was, aan de kost te koomen, mits het vertrek der Ceijlonse detachementen tans was koomen te Cesseeren, en men dus abso„ „lut behoorde verdagt te zijn, om de hospitaals ongelden, die seer hoog opstok loopen, soo veel mogelijk te verminderen. Amstelling van dccamatot Het opperhoofd te Palicol Jasper Theodorus Sfeiffer, volgens brief van den Secunde aldaer Jan Onstel gedateerd den 19e' au„ „gustus Iongstleeden, 'sdaags bevoo„ „vens aldaar, overleeden weesende, soo wierd op de propositie van den Heer Gou„ „verneur, op approbatie van Haan Hoog Edelens, daar toe weeder be„ „noemd en aangesteld, den alhier buijten Emploij zijnde onderkoopman Io„ „hannes Accama, die men besloot, bij eerste geleegendheid dat heen te laa„ „ten vertrecken. Te deeser geleegendheid wierd ook in onbieding z in rade van de Cooplieden, Raade ontbooden, de Cooplieden dee„ „ser Steede, om met deselve omtrent de aan, en waarom besteeding van de haar bij repartitie der Res„ „pective Eijsschen te beurt gevallene 683 packen diverse kleeden en Lijwaaten, in onderhande„ onvoldaan lating door deselve „ling te treeden, dog alvoorens daar toe over rend van p„ro 10 ƒ 420. te gaan, geresumeerd zijnde, de met haar gehoudene afreecq: van den Insaam van het afgeloopen boekjaan, of de korte Den 22. November 174. Den 22 ber 1744 Jan E vertooning 71 2½: p„r C=to winst derving te laa„ ten voldoen, streerde, in Cassa te voldoen. vertooning daar uijtgeformeerd, waar bij te Consteeren quam, dat zij een getal van 32. packen onvoldaan gelaaten hebbende te samen een Somma van pag: 1107. 14. 20: begeerde om daar op door haar schuldig gebleeven waaren, weshalven men haar na inhoud van het volgens Re„ „solutie van den 27. December anno pass=o met haar aangegaan Contract, te ken„ „nen gaef, en begeerde, dat zij de gecontrac„ „teerde 25 p„r C o winst derring daar op Wat deselve darop dem on„ betaalen moesten, waar op zij de mon„ „streerde, dat het voor haar onmoge„ „lijk was geweest, in 't afgeloopen Taar„ punctueel aan de Contracten te hebben kunnen voldoen, mits den Oorlog in 't vorstendom van Tansjour, en de daar uijt ontsane duurte in dat Rijk, van aller producten niet alleen, maar ook het verarmen en verlope ter ambagts„ „lieden, soo uit oorsaak van gem on„ lusten als de daar door onstane duur te Den 22. Gber 1774. van leevensmiddelen, invoegen zij zeijde En waarmede zijsig leteren, zig te flateeren, het volle Contentement der Regeering te hebben verdiend, door ongeagt alle de empechementen, den Eijsch soo na te voldoen, met versoek dat sulx in gunstige Consideratie koomen, en zij mits dien van de betaling van voorm: 25 p„r C=to advans voor dit maal gelibereerd wer„ „den mogte, waar over den met aandagt Diliberatie daar over gedelibereerd, en geremarqueerd zijnde, dat het door haar ten deese opsigte in„ „gebragte in reele waarheeden bestond, is goedgevonden en verstaan haar voor deese keer uijt dien hoofde van de beta= =ling van voorm=te 25 p:r C=o vrij tespreeken, en met de voldoening in Cassa van haar dog het ten agteren zijnde dadelijk agterstal ten bedragen van pa„ „goden 1107. 14. 20. , waartoe se volko„ „men bereijdwillig waaren, te laaten volstaan, onder ernstige waarschouwing nogthans, dat in 't vervolg in dit stuk Den 22. 9ber 1774. van T. geene O 9

NL-HaNA_1.04.02_3430_0125 view scan ↗

English

73. The 22nd of November 1774. The 23rd of December 1774. proof of the decline alongside the said merchants to think in that regard interposed not the least compassion would be shown to them, and thus, to prevent their loss, they could only apply themselves to the collection with all seriousness. And whereas from the aforesaid demonstration it not only also became apparent that the merchants Condapillij Wengedassalam Chittij and Condapillij Wenketerama Kistna Chittij, who together participate for a one-sixth share in the trade, alone had the largest share of the aforesaid remaining or unpaid sum, their portion amounting to as much as pag: 634. 3. 7., but their weak and declining constitution was also so notorious that the Administration had full knowledge that during the past collection they had been accommodated and supported by the collective merchants, or the most compassionate among them, through the lending and procuring to them of the necessary linens to such an extent that no more remained in arrears than the aforesaid sum, and their otherwise inevitable ruin had thereby been prevented; therefore the meeting deemed it entirely necessary to devise measures to protect the Honorable Company in that respect from otherwise suffering losses. This being made known and presented to them in emphatic terms in the presence of the other merchants, they declared thereon, of their own motion and without being solicited for it, that they would interpose themselves jointly and severally as sureties for those two merchants, to fully account in sound linens for all that should be entrusted to them upon the new delivery. Whereupon, deliberation having taken place, it was approved and 75. The 22nd of November 1774. to let continue according to custom, more inclined their affairs Difficulties raised regarding of 105 bales of linens resolved to accept the aforesaid suretyship of the collective merchants on their behalf as satisfactory, and accordingly to let them continue for their customary share of one-sixth part in the ordinary delivery; to which the meeting inclined the sooner and the more, partly because these presently declining traders were persons whose family had attended to the trade of the Honorable Company for upwards of 40 years, and partly because the Honorable Company remained secured by the aforesaid surety against all losses to be suffered through those merchants, while awaiting in the meantime how their affairs would turn out, since according to outward appearances they would not be able to sustain themselves longer than the current collection, because it was not to be expected, much less to be assumed, that it would always suit the other merchants to support and bolster their fallen fortunes through advances or otherwise. And having now proceeded to the new contracting, the merchants, after many difficulties raised—namely, the ruin of the Principality of Tanjore through the late war, the passing of that realm under the power of the Carnatic Subahdar Mahometh Alijchan, and the consequent dispersal of the weavers and other laborers, as well as the scarcity of cotton etc. and the high cost of provisions as undeniable consequences thereof, by which they not only asserted and demonstrated the difficulty of the delivery of the required goods, but on account of which they also claimed a price increase—were finally persuaded and induced to deliver together, according to custom in six shares, each for an equal 77. The 22nd of November 1774. The 22nd of September 1774. percent of lost profit to be paid And commissioning alongside the said merchants separately of 206 bales of Cuddalore and Sadras samples Representation by petition by the farmer of the revenues etc. of the sea, of what has occurred since to my damage. share, 405 candeels of the ordinary sort, for the prices last paid, and in case of default thereon, to calculate on what remains unpaid 25 percent loss of profit, just as was contracted in the previous year, of which the contracts already prepared for that purpose were then also signed by them, and it was likewise understood to insert them into one of the resolutions of the following sessions. Just as, on that same footing, were separately assigned for delivery to the merchants Thieromenij Chittij and Ramalinga Poele, and accepted by them for the prices last paid, 206 bales according to the new or Cuddalore and Madraspatnam samples, as well as to the merchant Moetoe Waijtelinga Poele 72 bales of that same sort. The farmer of the revenues on goods imported and exported by sea having made known and shown by a full petition that, since he farmed and bid for that lease on the 1st of September 1772 for the period of three consecutive years at pag: 3710 per year, various matters, circumstances, and changes had arisen and existed regarding the same to his great damage, which caused him great loss in that regard and took away a large part of the profits he had anticipated, without the same having been foreseeable upon entering into the lease so as to have been able to regulate his bid accordingly; with the request that in consideration thereof, a favorable mitigation be granted in his regard, and that he therefore, both for the two past years and this current year, continuation a

Dutch transcription

73. Den 22 9ber 174. Den 283 Xber 174 blijking van het verval nee„ vens gem: Coopl: dien aangaande te denken terponeerden geen de minste Compassie met haar soude werden gebruikt, en z zig dus tot voor„ „koming haar schade, maar met alle ernst op den insaam toeleggen konde. En dewijl uijt de voorm=te aanthoo„ „ning niet alleen almeede quam te blij„ „ken dat de Cooplieden Condapillij wen„ „gedassalam Chittij, en Condapillij wen„ „keterama kistna Chittij, die te samen voor een sesde gedeelte inden handel par„ „ticipeeren, ende voorsz: ten agteren of on„ „voldaan gebleevene Somma, alleen het grootste aandeel hadde, als bedra„ „gende haar portie wel pag: 634. 3. 7. maar haare swakke en dalen de Constitutie ook soo vulgair was, dat de Regeering ten vollen kennisse hadde, dat se in den afgeloopen Insaam, door de gesament„ lijke Cooplieden, of wel de meede dogenste vandien, door het leenen en besorgen aen haar, van de nodige Lijwaaten, in soo verrete gemoed gekomen en ondersteund waaren; dat niet meer als voorm: Som„ „maten agteren gebleeven zijn, en haar andersints onvermijdelijke val daar door verhoed was, soo oordeelde de vordeling om op middelin vergadering ten vollen noodsakelijk, om middelen te beraamen, om d' E: Comp in dat opsigt voor andersints te lijdene scha„ „de te bevrijden, het welk haar in teegens woordigheijd der andere Marchiandeurs in nadruckelijke termen te kennen gegee„ ren, en voorgehouden weesende, ven= welke haar voor dese in„ klaarden deselve daar op, uijt eijgen beweeging en sonder daar om aange„ „sprooken te weesen, en zig in Solidum als borgen voor die beijde Cooplieden te sullen interponeeren, om al het geene haar op de nieuwe leverantie stond gefieerd te werden, in deugdsame Lijwaten Compleet te verandwoorden, waar over dan gedelibreerd zijnde, goed gevonden acceptatie van gedbongtig=t verre en 75. Den 22. ebr 174 gewoonte te laten Conti„ nueeren, meer overging haaren saaken Gemaakte swaarigheeden tot van 105 pack Lijw: en beslooten is, de voorm borgtogt der ge„ „samentlijke Kooplieden ten haaren behoe„ en besluijt haar dus na ve, als Satisfactoir te accepteeren, en haar mits dien voor haar gewoonelijke aandeel van een sesde gedeelte in de ordinaire Leve„ Waarom men daartoe rantie te laaten Continueeren, waartoe de vergadering te eerden en te meender over„ „helde, eensdeels, uijt hoofde die tans daa„ „lende Handelaar, menschen waaren, wel„ „kers familie ruijm 40 Iaaren den handel der E: Compagnie waargenomen hadde, en ten anderen, om dat haar Edele door de voorschreeve Cautie voor alle te lijdene Schade, bij die Cooplieden gesecuneerd bleef, afwagting na de uitslag mitsgaders intusschen af te wagten, hoeda„ „nig het met haar saaken afloopen soude, nadien zij na den uijtterlijken schein„ het niet langer als den loopenden insaam soude kunnen staande houden, dewijl het niet te denken, veel minder te voor„ onderstellen was, dat het de andere Coop„ lieden althoos Convenieeren zoude, om door verschot als andersints, haare gedaalde actien staande te houden en opte beuren. En nu tot de nieuwe aanbesteeding overhalingder Coopl: na veele overgegaan weesende, wierden de Cooplie het leveren, in desportien „den, na veele ingebragte swarigheeden te weeten, de ruine van het vorstendom Ians„ „joer, door den Iongste oorlog den overgang van dat Rijk in de magt van den Carna„ „ticasen Souba Mahometh Alijchan, en het verloop daar door van de weevers en verdere arbeijdslieden, mitsgaders de schaars„ „heijd van Cattoen &:a, en de duurte van lee„ „vensmiddelen, als onweederspreekelijk gevolgen daar van zijnde, waardoor zij de difficielheijd der Leverantie van het g'eijschte niet alleen beweerde, en aantoon„ „de, maar uijt hoofde der welke zij ook een prijs verhooging pretendeerde, eijndelijk overgehaald en bewoogen, tesamen na usantie in sesportien ider voor een gelijke Den 2. 9ber 174 „lieden aandeel 77. Den 22 November 1774. Den 22 7ber 1774. d:r C: Wint der ving te betaal„ En opdoening van nev„s gem: Coopl: appart van 206. packen Coedeloers en sadras monsters Vertooning bij request door den pagter van de inkomsten Etc: der zee, van 't geen het zedert mij„ schaade is voorgevallen. aandeel 405: Candeelen van de Ordinaire Portee„ „ring, voor de Iongst betaalde prijsen te leveren, en bij mancquement van dien, op miets bij manquement z: het onvoldaan blijvende, even als in't voor„ „leeden Iaar gecontracteerd is, 25. p:r CC=o winst derring te bereekenen, waar van de Contracten die ten dien eijnde reeds ver„ vaardigt waren, door haar dan ook onderteekend wierden, en teffens verstaen is, bij een der Resolutien van de volgende sit„ „tingen, te Insereeren. Soo als op die selfde voet, aan de Cooplieden Thieromenij Chittij en Rama„ „linga Poele, appart ter leverantie op„ en door haar voor de Iongst betaalde prijsen, ook aangenomen zijn, 206. Cac„ ken na de nieuwe of koedeloense en Pa„ „draspatnamse Monsters, mitsgaders aan den Koopman Moetoe Waijte= „linga Poele, 72. Packen van dat selfsde Den Pachter van de Inkomsten den te zee aangebragt en vervoerd werdende na derzelve tot sijn groote Goederen, bij een ampel Request te kennen gegeeven en vertoond hebbende, dat in 't see„ „dert dat hij die pagt primo September anno 1772. voor de tijd van drie agter een volgende Iaaren, en pag: 3710. sjaars ge„ „meijnd en aangeslaagen hadde, ten opsigte van deselve verscheijdene saaken en om„ „standigheeden en veranderingen opgeko„ „men, en g'exteerd waren, die hem daar om„ „trend groote schaade veroorsaakte, en een groote gedeelte den voordeelen, die hij zig hadde voorgesteld wegnamen, Sonder dat deselve bij het aanvaarden der pagt te voorsien waaren, om sig daar na in zijn boot te hebben kunnen reguleeren, met versoek dat uit Consideratie van dien, een gunstige meligatie ten zijnen Reguarde gebruikt, en hem over zulks, soo voor de twee gepasseerde, als dit loopende Jaar, vervolg Den een Soort.

NL-HaNA_1.04.02_3430_0128 view scan ↗

English

79. The 22nd of November 1774. The 22nd of November 1774. such a reduction of lease monies might be granted, as should be found consistent with the equity of the matter, to enjoy, as is fully demonstrated in the said petition, which, having been read out, was found to be of the following contents. Insertion of that petition. To the Honorable, Valiant Sir Reijnier van Vlissingen, Governor and Director of this Coast of Coromandel with its Dependencies. Honorable, Valiant Sir, Rama Sandra Dewe, Farmer of the Revenues on goods imported and exported by sea, demonstrates with deep respect: That the petitioner on the first of September in the year 1772 leased that revenue for the term of 3 years and a sum of 3710 pagodas per year, and since the said time until now, in respect of the same, various matters, circumstances, and changes have arisen and existed, which have caused him great damage in that regard, and take away a part of the profits thereof that he had envisioned, without the same having been foreseeable at the time of undertaking the lease, so as to have been able to govern himself accordingly in his bid, namely: Firstly, that in the conditions entered into thereof under article 19 it was indeed contracted and stipulated that the farmer shall levy no toll nor enjoy anything for all cloths and linens which, by virtue of the Plakaat or Regulation concerning private trade issued by the Noble High Indian Government at Batavia under date of the 3rd of December 1771, were accepted by the Honorable Company and shipped on Her Honors' vessels, as well as shipped out from the trade warehouses for that purpose and registered by Company's bill of lading, since the same are exempted from all tolls and imposts whatsoever through the payment of a 20 percent recognition fee to the Honorable Company. Yet that nothing was mentioned therein that such a duty-free transport of cloths might also take place with private ships and vessels. And that such has also not existed until these years, after it pleased the said Their High Honors to permit such further by an amplified plakaat dated the 13th of May last past, under payment of only a 10 percent recognition fee to the Honorable Company, whereupon the private small ship Mastenbroek, which was here with a pass from Batavia and belongs to some residents of the said Indian capital, first took from here a similar cargo, which, according to the petitioner's estimate, amounts to approximately 30,000 pagodas. And whereas the petitioner, in bidding on the lease, relied on no other duty-free transport than that with the Company's ships departing from here for Batavia, which are mostly only one, and at most 2 per year, and which ordinarily find their full cargo in the Company's bales, thus being only very slight, and therefore could be of little or slight detriment to the lease, he bid as high for the said lease, and indeed even higher, than the previous lease amounted to when this duty-free transport did not yet exist, which he surely would not have done if it had been contracted at that time that such a private transport would be allowed to take place, since, viewing the matter somewhat reasonably, one could easily have understood the consequences thereof; Etc: Etc: Etc: sub

Dutch transcription

79. Den 22 9ber 1774. Den 22. Iber 1774. een zodanige afslag van pagt penningen verleend mogte werden, als met de billijk„ heijd der sake bevonden werden zoude, te gaudeeren, soo als het een ander bij dat supplicq in het breede komt te Consteeren, het Jnsertie van dat supplicq welk opgeleesen zijnde van de volgende inhoud bevonden wierdt. Aan den Wel Ed: Gestrengen Heer Reijnier van Vlissingen. Goouverneur en Directeur deesen kuste Cormandel met den Resorte Wel Edele Gestrengen Heer vertoond met diep Respect Rama Sandra Dewe Pagter van de Jnkomsten „ ter zee aan„ gebragt, en vervoerd werdende goederen. Dat hij supp: primo September anno 1772. die pagt voor de tijd van 3 Jaaren, en een somma van 3710. pag: sjaars gemeijnd hebbende, en 't zeederd gemelde tijd tot nu toe, ten opsigte van deselve verscheijden zaaken, omstandigheeden, en ver„ „anderingen opgekomen en g'exteerd zijn, die hem daar omtrend groote schaade veraccagio„ neerd, en een gedeelte der voordeelen derselve die hij zig hadde voorgesteld, wegneemen zon„ der dat deselve bij het aanvaarden der pagt te voorsien geweest zijn, om zig daar na in zijn bod te hebben kunnen reguleeren, teweeten: Eerstelijk dat bij de daar van aangegaane Conditien sub art: 19 wel gecontracteerd en bepaald is, dat den pagten geen tol heffen nog iets genieten zal, voor alle kleeden en Lijwaaten die uijt kragte van het bij de Edele Hooge Indiasche Regee„ „ring te Batavia sub dato 3. December 1771. g'emaneerd Placcaat of Reglement omtrend den particulieren handel bij d' E: Comp:e g'accepteerd, en met Haar Edele scheepen verzonden, mitsgaders ten dien eijnde uijt de Negotie Pakhuisen afgescheept, en bij Comp: Cognoiscement bekend gesteld wierden, alsoo deselve door de betaaling van 20. per Cento recognitie aan d' E: Comp: van alle thollen, en imposten hoegenaamd bevrijd Dog dat daar bij niets gewaagd werd, dat een dus danigen tol vrijen vervoer van doeken meede soude moogen geschieden, met Particuliere schee„ „pen, en vaarthuigen. En dat sulx ook nog niet is g'exteerd, dan dee„ „ser Iaaren, na dat het Hooggedagte Haar Hoog Edelens behaagd heeft sulx bij een g'amplieerd placaat, de dato 13. Meij Iongst„ leeden onder betaaling van maar 10. p„r C„o ne„ cognitie aan d' E: Comp:, nader toe testaan, als wanneer het met een pas van Bata„ „via alhier aangeweest zijnde Particulier scheepje masten broek toebehoorende eenige ingeseetene ter gem: Indiasche Hoofdplaat„ „se, voor eerst een zoortgelijke laading van hier meede genomen heeft, die na des sup„ „pliants gissing C. C: 30'000 pag: importeerd En dewijl den supp=t in't aanslaan van de pagt op geen andere tot vrijen vervoer staat ge„ maakt heeft, dan op die met 'sComp:s van hier na Batavia vertreckende Schee„ pen, welke meesten tijds maar een, en ten hoogsten 2. sjaars zijn, en dewelke ordinair aan 's Comp:s Packen haar volle lading vindende, dus maar seer gering, en oversulx van wijnig ofgering nadeel voor de pragt weesen konde zoo heeft ged:te pagt zoo hoog, en selfs wel hooger gemeijnd, als de voorige verpagting, toen deesen tot vrijen vervoer nog niet sub„ „sisteerde, bedraagen heeft, het welk hij seekerlijk niet gedaan hebben zoude, indien er te dier tijd teffens gecontracteerd was, dat 'er een zodanige particulieren vervoer zoude mogen plaats heb„ „ben, nadien men de zaak eenigsints verstan„ „dig inziende, faciel zoude hebben konnen zijn. begrijpen van dien; Etc: Etc: Etc: sub

← previousnext →