VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3430

Coromandel · 633 pages · 270 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3430_0129 view scan ↗

English

81. The 22nd of January 1774. The 22nd of November 1774. to understand that this necessarily took away the greatest part of the benefits of the lease, for the reasons: First. That if this license had not existed, indisputably so much more cloth would have been transported to other places, such as Ceylon, Atchim, Queda, Malacca etcetera, for which lease dues were paid, since the country must in one way or another be relieved of its products, and the merchant always strives for profit through the conduct of trade, and to that end seeks to find all ways and means, of which a clear proof is to be found in the aforesaid transport with the small vessel Mastenbroek, for if this opportunity had not presented itself now, which nevertheless none of the dispatchers of cloths could have foreseen or known in order to regulate themselves accordingly in the collection, and wherein thus also lies enclosed a convincing proof that even if this permission did not exist, one nevertheless always seeks to sell the products of the country and to make a profit therewith, they would indeed have had to dispose of them in another manner, and indeed in that manner which had always taken place previously or before the date of this permission, namely by selling here to other traders to be transported, or else by a direct dispatch elsewhere for their own account, in both of which cases the lease dues thereon would have been paid, which now does not happen, and thereby to him, through a single shipment in the manner aforesaid, estimated at 30,000 pagodas, approximately 1000 pagodas of damage has been caused. That it had been very easy to foresee that such transport would in time by no means decline, but on the contrary would increase more and more, for the reason that the merchants have greater advantage therein than in dispatching with the Company's vessels, since they can agree at their pleasure with the owner or commanders regarding the freight for the same, possibly for much less than the transport with Company's vessels, and the merchant eager for profit, being able to get it transported in this manner with fewer charges than with the Company's vessels, is encouraged, and thus in this manner will also dispatch a much greater quantity of cloth than he would otherwise be inclined to do with the Company's ships, especially when the sale of the cloth at Batavia turns out somewhat profitable, so that the petitioner must with reason expect an even greater damage for the coming year from this than he has already suffered in the present year, since it is indisputable that the more the aforesaid dispatch takes up, the less cloth will be transported to other quarters for which lease dues must be paid. Secondly: that in the aforesaid lease conditions article 15 it was indeed expressly permitted that all private ships sailing with the Company's passes and destined for this Coast, but upon their arrival here not being inclined to break their cargo, but minded to sell it elsewhere outside the Company's territory, must nevertheless pay three per cent toll for it. Yet that nevertheless this has not taken place concerning the aforementioned small vessel Mastenbroek, which arrived directly at this main place from Batavia, but later finding a market to the commander's liking, sailed with its full cargo to Madraspatnam, and after having traded the same there, returned here again, and subsequently departed from this roadstead to Batavia with a cargo of private bales; for although the petitioner claimed the same in conformity with equity, it was nevertheless asserted by the commander, under the recent arrangement of Their High Nobilities, that he was not bound to pay such, but on the contrary could sell his cargo wherever he wished without being bound to pay toll here for it, whereby the petitioner, who, by what was expressly stated in the aforementioned 15th article of the conditions upon accepting the lease, assumed that all private ships of whatever kind without distinction were subject thereto, and could not have foreseen that during his lease term private traders coming directly from Batavia would dispute such on that basis, and that such a change to his detriment would arise therefrom, has thus, contrary to his aforesaid expectation, also suffered a considerable loss of over 300 pagodas, as the cargo of the vessel could well

Dutch transcription

81. Den 22 Jber 1774. Den 22 9ber 1774. begrijpen, dat zulx het grootste gedeelte den voordeelen van de pagt wegneemen moest, om„ reedenen. 41. Dat deese Licentie geen plaats hebbende, er dan in dusputabel soo veel meerder Lijwaaten naan„ dere plaatsen, als na Ceijlon, atchim, queda, Malacca W=ra vervoer zoude werden, waar voor pagt betaald werd, nadien, het land op de een of andere wijse van haar producten ontlast werden moet, en den Koopman altijd door het drijven van den handel na voordeel tragt, en ten dien eijnde op alle weegen en middelen soekt uitte vinden waar van een klaar bewijs te vinden is, in de voorsz: vervoer met het scheepje Masten= broek, want ingevalle sig deese occasie, daar toe nu niet hadde opgedaan, dat eg„ „ter niemand der versenders van doeken heeft kunnen voor uitsien, of weeten, om haar in den insaam daar na te regu„ „leeren, en waar in dus ook een Convincant bewijs opgeslooten legt, dat of schoon deese toelaating niet, subsisteerde, men egter altoos de producten van 't landtragt te verdebiteeren, en daar meede gewin te doen, zoo soude deselve zigimmers op een an„ „dere wijse daar van moeten ontdoen, en dat wel op die wijse als bevoorens of pro dato deeser permissie, altijd plaats ge„ „had heeft, namentlijk door den verkoop alhier aan andere traffiquanten om ver„ „voerd te werden, dan wel door een directe versending naelders voor haar eijgen reecq: in welke beijde gevallen er de pagt van betaald sooude zijn geworden, dat thans niet geschied, en bij hem over sulks door een enkelde versending in voege voorsz: geschat op 30'000 pag: plusminus 1000 pag: schaade toegebragt is. Dat het zeer wel te voorsien was geweest, dat een soodanigen vervoer door den tijd gansch niet vervallen, maar ter Contrarie meer en meer toeneemen zoude, om reeden de Negotianten daar bij meerder voordeel hebben, dan bij de versending met 's Comp:s bodems, nadien ze met de eijgenaar of ge„ „zaghebbers omtrend de vragt voor de selve na welgevallen, mogelijk voor veel minder„ accordeeren kunnen, als den vervoer met begeerig na dein hend doonman op deese wijse Com met minder ongelden dan met 's Comp:s B. bodems vervoerd kunnende krijgen aandoorg'an„ meerd werden, en dus op deese wijse ook een veel grooten quantiteit Lijwaaten, dan hij anders met 'sComps scheepen geneegen weesen zoude te doen, versenden, zal voornamentlijk wanneer den verkoop der Lijwaaten te Ba„ taria wat voordeelig uit valt, zoodat den Supp:t Sig daar uit voor het aanstaan„ „de Iaar met reeden nog een grooten Schaade voorstellen moet, dan hij Anno present reeds geleeden heeft, nadien het indisputabel is, dat hoe meer de voorsz: versending opneemt, hoe minder Lijwaaten er na anderen quartie„ „ren, waar voor pagt betaald werden moet, vervoerd werden zullen Ten Zweeden: dat bij de voorsz: pagt Conditie art: 15. wel expresselijk toegestaan is, dat alle particuliere Scheepen met 'sComp:s Passen vaa„ rende, en na deese Custe gedestineerd, dog bij haar aankomste alhier niet geneegen weesende, om hun lading te breeken, maar gesind die el„ „ders buijten SComp:s gebied te verkoopen, daar voor egter drie p„r C„o tot sullen moeten be„ „taalen. Dog dat sulx des niet teegenstaande omtrend voormeld bodemptje Mastenbroek, dat van Batavia direct te deeser hoofd plaatse aangekomen, dog naderhand een markt na des Gesaghebber zin vindende, met zijn vollen La„ „ding na Madraspatnam gezeijld, en na deselve aldaar omgezet te hebben, weeder alhier geretourneerd, mitsgaders vervolgens met een lading Particuliere pac„ ken van deese Rheede na Batavia vertrocken, is, egter geen plaats heeft gehad, want hoe wel den sup„ „pliant het selve Conform de billijkheid heeft gepre„ „tendeerd, zo is door den Gesaghebber egter beweerd, en sa onlegen oeden schikking van Haar Hoog Edelens niet gehouden was sulks te betaalen, maar ter Contra„ rie zijn lading verkoopen, konde waar hij wilde, sou„ der dat gehouden was daar voor alhier thol te be„ xpres„ taalen, daar door den supp:t, die door het „seerde bij het voorm: 15. art: der Conditie bij het aanvaarden der pagt, voor ondersteld heeft, dat alle particuliere scheepen hoegenaamd sonder on„ „derscheijd, daar aan subject waaren, en niet heeft kunnen voorzien, dat er staande zijn pagt tijd, particuliere traffiquanten direct van Batavia komen, en op fundament van dien sulx betwisten, en daar uijt een soodanige verandering ten zijnen nadeel, ontstaan soude, over sulx teegen zijn voor„ „schreeve meening almeede een merkelijk nadeel van ruim pag: 300 toegebragt is, als kunnende de lading bodem wel

NL-HaNA_1.04.02_3430_0130 view scan ↗

English

83. The 22 November 1774. The 22 November 1774. may well be estimated at 10 to 11000 pagodas, and which, like the private conveyance of cloth, tends to increase, will also accrue from year to year. Thirdly: That in the past year 1773, he also in the aforesaid lease, as well as that of the town, owing to the disturbances that arose between the Carnatic Nabob, followed by the siege of the city of that name and the subjugation of that entire kingdom under the power of the Subah, whereby on the one hand all labor having ceased, nothing has come out of the country to be transported by sea; on the other hand, the ships and vessels that arrived here, carrying such goods and merchandise as served for trade in the Tanjore country, and in which the principal commerce of this place consists, have had to depart again without being able to dispose of their cargo, for which consequently no toll was paid. To this may also reasonably be added that, although the import of products of the country has since increased somewhat again, the trade and sale there of goods formerly brought there has nevertheless remained in decay this whole year, yea, to such an extent that the ships from Macao and many other vessels that were here have had to leave this roadstead again without being able to get rid of their merchandise, whereas these used otherwise to go off very eagerly and the lessee drew his toll from them, as all men of means are ruined and have fled; and which apparently will continue in such manner as long as that kingdom remains under the power of the aforesaid Subah and does not become a separate court, since the Subah residing at Madraspatnam or thereabouts, and not in Tanjore, but leaving the same to be governed by a servant, obtains or buys everything required for his state from the English, whereas the King of Tanjore had to have what was required from here; notwithstanding also that whatever is otherwise required in that principality from elsewhere, and previously sent thither from here or purchased here by its inhabitants, will henceforth be brought and sold at Nagore by the English or through their intercession, to the considerable prejudice of the sea toll of this place, which thereby, as well as by the matters alleged in articles 1 and 2, will in time decay completely and become nothing worth mentioning, whence the petitioner, over and above the losses already suffered in the past and present years for the reasons mentioned in this item, which he could not foresee at the taking over of the lease, and whereon therefore in bidding the lease money no calculation was made by him, also faces a considerable disadvantage in the coming year; for the more the roadstead of Nagore boasts with ships and vessels, the poorer the sea lease of Nagapatnam becomes, since Tanjore being able to obtain what is required there, absolutely no commerce in the country remains for this place: Fourthly, that whereas on account of the aforementioned disturbances as well as the poor harvest of grains in the past and this year, no export thereof to Ceylon and elsewhere was permitted to take place, but the same having been explicitly prohibited, the petitioner thereby—as it is among other things also one of the principal items that brings profit to the sea toll as well as that of the city gates—has likewise had to suffer a significant loss, which, even though that prohibition might happen to cease in the coming year, will nevertheless continue as long as the Moorish government maintains itself in Tanjore, since the arrival of grains to this city will never be as abundant as it was under the king, because they, requiring much grain for the large extent of their lands, employ all that Tanjore yields for that purpose, and dispatch it elsewhere where it is required in their states, notwithstanding also that the English will take possession of whatever does not please the Subah, and send it away from Nagore by sea wherever they think to get a good market, whereas that nation otherwise or formerly even exported grains from this city. And whereas from all this it appears most clearly that the petitioner in his two already expired leases, through the aforesaid accidents—of which none was expected, much less to be foreseen by him at the striking down of the lease, but the cases mentioned in articles 1 and 2 are changes arising from the arrangements made since then by the High Government of these lands for the benefit of their inhabitants, though not yet existing at the bidding of the lease, and the matters mentioned in articles 3 and 4 are visitations of Heaven against which no man can do anything—has suffered very important, yea insufferable loss, and as he has to expect further loss for the same reasons, he turns to Your Right Honorable, seeking out of consideration of all this, in conformity with the equity that has always had place with the Honorable Company, the present

Dutch transcription

83. Den 22 9ber 1774. Den 22 Iber 1774. wel op 10. â 11000 pag: begroot werden, en het welk gelijk de particuliere vervoer van sratn geven„ toeteneemen, ook van Iaar tot Iaar accresseeren zal. Ten Derden: Dat hij in het gepasseerde Iaar 1773, al„ meede bij de voorsz: Pagt.: /: soo wel als die der stads tusschen den Carnaticascher ode ontstaane onlusten „volgde beleegering van de stad van die naam en de„ orengang van dat gansche Rijk, en den magt van den Poriba, waar door aan de eene kant, alle arbeid e nanstit estaan hebbende, uit het Land, ook niets afgekomen is, om ter zee vervoerd te werden, aan de andere zijde de alhier aangekomen scheepen, en vaarthuigen, met zoodanigen Goederen en Coopms: als tot negotie in het Tansjoursche diende, en waar in de voornaamste handel te deeser plaat„ „se bestaat, sonder haar lading te kunnen van de hand setten, weeder hebbende moeten ver„ „trecken, daar voor gevolgelijk ook geen thol betaald geworden is, waarbij ook nog billijk gevoegd werden kan, dat of schoon den aanvoerder producten des„ „lands 't zeedert alweeder wat toegenomen is, den handel en verkoop aldaar van bevoorens aldaar getrokkene goederen, dit gansch Iaar egter nog in verval geweest is, Ia sodanig dat de alhier aangeweest zijnde maccause scheepen en veel andere vaarthuigen, meer sonder haare Coop„ „mansz te kunnen quit raaken, deese rheede weeder hebben moeten verlaaten, daar desel„ ve anders seer greetig van de handgingen, en den pagter 'er zijn thol voortrock, als zijn„ „de alle menschen van vermoogen geruineerd en gevlugd, en het welk apparent wel sooda„ „nig Continueeren zal, soolang dat rijk onder de magt van voorsz: Souba blijft, en geen ap„ „part hof word, nadien den souba afste Ma„ „draspatnam of daar omtrend, en niet in tans„ „jour Resideerende, maar het selve door een be„ „diende laatende bestieren, alles wat tot zijn staat benodigd van de Engelse krijgt of koopt, daar den Tansjoursen vorst het benodigde van hier hebben moest, ong'agt nog dat het geene buijten des in dat vorstendom van elders word vereijscht, en bevoorens van hier dat heen geson„ „den, of door de ingeseetene van het selve alhier ingekogt wierd, voortaan door de Engelsen off in haare intercessie te Naaer aangebragt en ver„ kogt werden sal, tot Consederabel voor de zee thol deeser plaatse, die daar door, soo wel als bij art: 1. en 2. geallegueerde zaaken door den tijd nog geheel en al vervallen en niets noe„ menswaardig worden zal, waar uit den sup„ pliant buiten en behalven, de in de voorleeden, en presente Jaare om reeden in deese post vermeld reeds ge„ „leedene schaade, die hij bij het aanvaarden den pagt niet heeft kunnen voorsien, en waar op over sulx in't bieden den pagt penn: door hem niet gecijffert is, in anno aanstaande ook weeder een aanmerkelijk nadeel te gemoet siet, want hoe meer de Naverse Rheede met scheepen en vaarthuigen pronkt, hoe schraaldende zee„ pagtte Nagapatnam word, nadien Tansjour aldaar het benodigde kunnende krijgen, er te deesen steede gansch geen verthier in 't land overblijft: Ten vierde dat mits uit hoofde van de voorm: on„ lusten soo wel, als den schraalen oogst der gra„ „nen, in het gepasseerde en dit Iaar, geen fuit„ „voer van deselve na Ceilon en elders hebbende moogen geschieden, maar deselve wel Expres„ „selijk zijnde g'interdidiceerd, den Suppliant daar door /:als zijnde onder anderen ook een aan de voornaamste posten die voordeel aan de zee„ thol toebrengt:/: daaromtrend:/ soo wel als der Stadspoorten / almeede een merkelijk verlies heeft moeten ondergaan, het welk of schoon, dat inderdict in anno aanstaande al mogt koomen te cesseeren, egter soo lang als de moorse Regeering in Tansjour Slandhoud, aan houden sal, nadien, der afkomst der Gra„ nen na deese Stad nooijt soo abundant als se onder den vorst geweest is, worden sal, ver„ mits zij voor de groote omtrek haaren Landen, veel granen benodigende, alle het geene tansjour opleeverd, daar toe emploijeeren, en elders daar het in hunne Staaten ver„ eijscht werd, versenden, ongeagt nog dat de Engelsche zig van het geene den souba niet aanstaat, meester maaken, en van Naven„ ter zee over al daar sedenken een goede markt te krijgen, weg stuuren zullen, daar die natie anders of bevoorens selfs uit deese stad graanen vervoerden. En dewijl uit allen deesen ten klaarsten Consteerd, dat den suppliant in zijn twee reeds verloopene pagt, door de voorsz: toevallen, waar van bij het aanslaan der pagt geen door hem verwagt, veel min te voorsien geweest is, maar de gevallen bij art: 1. en 2. vermeld, veranderingen zijn die uijt de 't zeedert gemaakte dog bij het meijnen der pagt nog niet gesubsisteerd hebbende, schik„ kingen van de Hooge Regeering deeser Landen, ten besten van der elver ingeseetenen, voor vloeij„ en, en de zaaken bij art: 3. 4. vermeld, besoekingen 7 des Hemels zijn, waarteegens voor geen menschiets te per important Ja ondragelijk is, mitsgs hij om reeden zio wend hij zig tot uwel Ed: gestr: te wagten heeft, soekende uit Consideratie van het een en ander, Con„ form de althoos bij d' E: Comp: plaats gehad hebbende, Presente E Equiteed

NL-HaNA_1.04.02_3430_0131 view scan ↗

English

85. The 22nd of September 174. The 22nd of September 174 To propose to Their Excellencies. Appointment of Van Someren as member of the Council of Justice. Dismissal from the vice-presidency of the Civil Council. Civil Council. Of the aforementioned Dormieux. To. 6. equity to grant a favorable mitigation in his regard, and to him therefore for the two passed [illegible] reduction of lease moneys [illegible] a [illegible] Right Honorable Gestr: who knows all these matters fully, according to the situation of the same, in prevention of the petitioner's insurmountable damage, shall judge to square with equity. /:underwritten:/ Which doing the N: W: N:r Deliberation thereupon. Whereupon having deliberated, and having remarked that the cited motives are by no means dismissible, but to the contrary are fundamental, but that it was nevertheless far beyond the power of the Government to grant any reduction of lease moneys, it was approved and agreed to propose the aforementioned petitioner's instance to Their High Excellencies the Noble High Indian Government at Batavia, and to request a favorable disposition thereon. Decision to submit that instance. Since the membership in the Council of Justice here has become vacant through the appointment of the junior merchant Johannes Accama as chief of Palicol, it was approved and agreed upon the proposal of the Lord Governor to elect thereto the Commissioner at the Company's trade warehouses, Hieronimus Jacobus van Someren van Vrijenesse, who was consequently discharged from the vice-presidency of the Civil Council and Commissioners of Matrimonial Affairs of this place, and to have him succeeded therein by the extractor of the positive orders Jacob Adriaan Dormieux; whereupon the said Van Someren as well as the bookkeeper Broerius Brouwer, appointed at the session of the 17th of August last as member of the said Honorable Council of Justice, together with the bookkeepers Wouter Pieterszz: and Pieter Willem Seeke, appointed on that same occasion as members of the Civil Council, having been admitted, took the oaths drafted for their offices into the hands of the Lord Governor, while it was understood that the swearing-in of the aforementioned Dormieux would take place at the next meeting; just as it was also found good in the same manner to dismiss the aforementioned Van Someren likewise as Commissioner at the warehouses and to fill the same at the next sitting with someone else. Succession of the same by Dormieux. As well as of 2 members in the Civil Council. The postponement of the swearing-in of the same. Elect. 87. The 22nd of September 174 Administration of the oath to Duijnevelt as adigar and mint master. Decision on the accounted rations etc. provided at Jaffanapatnam charged from Trinconomale to the detachment sent back. On grenadier pouches. Weapon goods back again. Also on this occasion, the junior merchant Willem Duijnevelt, appointed by Their High Excellencies as adigar of this outer city and mint master, who currently still holds the office of Secretary, took the oath drafted for the service of mint master into the hands of the Lord Governor. By invoice from Trinkonomale dated the end of August past, the provided rations at Jaffanapatnam having been charged here to the detachment of military personnel that was sent back from here thither, it was understood, as was furthermore also understood, to likewise charge thither the money, or the cost of: 1 cartridge pouch, common, and 24 grenadier pouches, which were brought back thither by the European military personnel who were here on detachment from there, instead of cartridge pouches with copper cases, straps, and buckles; the amount of which being ƒ15. 12. 8., to write off to extraordinary detachment expenses. Extraordinary detachment expenses. So as to charge it thither. The goods not received back to be accounted. The 22nd of September 174. The. Still. The 8th: is. However, to charge back the weapon goods entered in the same invoice for settlement which allegedly were not received back there, in order to find the liquidation there, as having to be accounted for by the head of the detachment, since the same were left under his supervision, and no notice or report was made of their going missing. 89 9 The 22nd of November 174. [illegible] What was decided thereon. Commissioners of various unserviceable ammunition goods etc. There being further submitted a list of the missing weapon goods among the detachment of Ceylonese artillerymen, consisting of: From Colombo: 1 cutlass scabbard, and 1 chamois leather sword belt of H: Laurens. 1 sword belt upon the desertion of the assistant Adam Thoog. From Jaffanapatnam: 1 cutlass with its scabbard. 1 chamois leather sword belt. 1 bayonet and its scabbard upon the desertion of Nicolaas van Doorn. 1 chamois leather sword belt upon the desertion of Jurgen Pieter Boedas; so it was decided to write off the same likewise to the debit of extraordinary detachment expenses; whereupon it was similarly resolved to write off the ammunition goods found deficient, given in a list by the Lieutenant of the artillery here, for the detachment that encamped outside the China Gate, namely: 282 pieces of cannonballs, various 106 pieces of grape shot, various 209 pieces of filled linen cartridges 4 sponges with their rammers 4 copper cannon ladles 1127 lb of gunpowder 16 pieces of iron-shod shovels 2 pieces of drag ropes 126 pieces of empty linen cartridges Destruction to be carried out. Just as it was also resolved, in the presence of express commissioners, to cause to be destroyed by fire the goods found unserviceable among the war ammunition received back from the aforementioned detachment according to a report of the said Lieutenant, and to throw the gunpowder among it into the sea; namely: The 23rd of November 1774. Ammunition. 82 1 1 1

Dutch transcription

85. Den 22 Iber 174. Den 22 7ber 174 HuH: Ed„s voor te dragen Aanstelling van, van someren tot lid in d' Raad van Justitie Dormisi sedentschap van den Civilen raad Civilen Raad, van voormn: Doremiex te 6. Equiteid een gunstige miligatie ten zijner reguarde te gebruiken, en hem over sulx soo voor de t twee gepas„ ering afslag van pagt penn: gte rrieuselijk een soo„ wel Edele Gestr: die alle deeze zaaken volkoomen des Suppliants onoverkoomelijke schaade, sal oor„ „deelen met de billijkheid te quadreeren. /:onderstond:/ 'T welk doen de N: W: N:r bekend is, na de situatie derselve tot preventie van Delieratie daar over Waar over gedelibereerd, en geremarqueerd zijnde dat de aangehaalde motiven, gansch niet verwerpelijk, maar ter Contrare fon„ „damenteel zijn, dog dat het egter verrebuij„ „ten de magt der Regeering was, eenig afslag besluijt die instantie aan van pagt penningen te verleenen, soo is goed„ „gevonden en verstaan des pagters voorm Jn„ „stantie Haar Hoog Edelens de Edele Hooge Indiasche Regeering te Batavia voorte dragen, en daar op een gunstige dis„ „positie versoeken. Mits de aanstelling van den onderkoop„ „man Iohannes Accama tot opperhoofd van Palicol, het Lidschap in den Raad van Iustitie alhier, zijnde koomen te vacee„ ren, is op den voorstel van den Heer Gouverneur Goedgevonden en verstaan, daar toe te verkiesen, den Gecommitteerde aan 's Compag„ „nies negotie pakhuijsen Hieronimus Jacobus van Pemeren van Vrijenesse, die dierhalven ontslagen wierd van het Enontlagdreak tam het reijseen vice presidentschap van de Civilen Raad, en Commissarissen van Huwelijksche Sa„ „ken deeser steede, en hem daar in te laten Succedeeren, door den Extraheerden der succedering van den selven door positive ordres Iacob Adriaan Dormieuxt, waar op gem=te van So„ „meren soo wel, als den ten sessie van den 17:' augustus Iongstleeden tot Lidinge„ „dagte Agtbaren Raad van Iustitie aangestelde Boekhouder Broerius Brouwer, neevens de ter dier selven geleegend, zoo meede van 2 leden in den „heijd tot Leeden in den Civilen Raad benoeu„ „de Boekhouders Wouter Pieterszz: en Pieter willem Seeke, binnen ge„ „laaten zijnde, de Eeden tot derselven ampten beraamd, aanhanden van den Heer Gouverneur afleijden, terwijl de beedi, Der uijsteling van det selve verkiesen ging N 87. Den 2 beir 174 Prestering van den heddoor duijnevelt als adigaar en muntmeester besluijt het van Trinconomale aangerekende Weg„ verstrekte randcoene Et: aande lerug geson„ dene Commando te Jaffemap: op granadiers zakken. wapengoederen weder terug „ging van voorsz: Dormieux verstaan wierd, per naaste vergadering te laten geschieden; Soo als men inselver voegen nog goedvond, voorm=de van Someren almeede als gekommitteerde aan de pak„ huisen te ontslaan en deselve bij de volgende sitting met een ander te vervullen. Ook wierd te deesen geleegendheid, door den door Haar Hoog Edelens, tot adigaar deeser buijten Stad en muntmee„ „ster aangestelden onder koopman Willem Duijnevelt, die thans nog het ampt van Secretaris bekleedt, den Eed, op de dienst van munt meester beraamdt, aanhanden van den Heer Gouverneur gepresteerd. Bij Factuur van Trinkonomale Exlra orde deatoleckementongel„ de dato ultimo augustus pass=o dit heen ten laste gebragt zijnde, het verstrek te randioen te Iaffanapatnam aan het Commando militairen, dat van hier dat heen te rug gesonden is, soo wierd e staen, Soo als wijders ook nog verstaan soomdatheer te bast te rengen wierd, almeede dat heen aantereekenen, het geld, of 't kostende van. „. patroontas gemeene, en 24. Granadiers sakken, die per de Europeese Militairen, dewelke van daar alhier in Commando geweest zijn, insteede van pa„ „troontassen met kooper kassen, riemen, en Geppen aldaar terug zijn gebragt. het bedragen van dien zijnde ƒ15. 12. 8. op extra ordinair de tachements ongelden af te„ „boeken. Dog de bij die selfde Factuur ter verogdeniet te rugentjangen en „eerening aangereekende wapen goederen te reekenen. die aldaar niet te rug ontfangen soude weesen, weeder terug te reekenen, om aldaer de Liquidatie te vinden, als door het hoofd van het Commando moetende werden ver„ „andwoord, dewijl deselve onder zijn opsigt gelaten zijn, en van dies absentraking geen notitie of rapport gedaan geworden Den 22 7ber 174. het Nog den 8: is. 89 9 Den 22 9ber 174. ine ien i i Wat daar op besloten is gecomm: van diverse onbequa„ men ammonitie goederen &:a Nog ingediend zijnde een notitie der ver„ „miste wapen goederen bij het Commando der Ceijl onse arthilleristen, bestaande in. Van Colombo. 1. Krommehouwer Scheede, en. 1. Zeemleere port de spee van H Laurens. 1. port despee bij desertie van den handlan„ „ger Adam Thoog. van Iaffanapatnam. 1. Kromme Houwer met dies Scheede. 1. port d'espée Zeemleere. 1. Bajonet en dies scheede bij desertie van Nicolaas van Doorn. „ port d'espée zeemleere bij het deserteeren van Iurgen Pieter Boedas, soo is verstaan, deselve almeede ten laste van Extra ordinaire detachements on„ „gelden afteschrijven, waar op insgelijx beslooten is, te laten afboeken, de door den Luitenant der arthillerij alhier bij een Notitie opgegeven te kort bevondene Ammonitie Goederen, bij het Detachement, dat buijten de poort China geaccompeerd heeft, te weeten: 282. stux kanon kogels, diverse 106. „ Druijven, Diverse 209. „ Gevulde Linne kardoesen 4. wissers met haar aansetters 4. Kopere kanon Lepels 1127. lb: Buskruijt 16. stux beslaagen schoppen. 2. „ Trek Touwen 126. „ Linne kardoesen Leedig Soo als ook nog geresolveerd wierd, ten over, te doene verntiging door „staan van Expresse gecommitteerdens, door het vuur te laten vernietigen, de volgens een rapport van gedagte Luitenant onder de van het voorm: Detachement te rug ont„ „fangene Ammonitie van oorlog, onbequaem bevondene goederen en het daar onder zijnde kruijt in zee te werpen; te weeten: Den 23 9ber: 1774. Ammonitie 82 1 1 1

NL-HaNA_1.04.02_3430_0134 view scan ↗

English

91. The 22nd of September 1774. Item. Concerning the weapons and goods of the Ceylonese artillerymen. Invoice sent from Colombo having gotten wet, another to be requested. 22 pieces of 4 lb powder cartridges 52 ditto ditto of 1 lb 10 iron-shod shovels 8 handspikes 5 rammers with their sponges 2 leather fire buckets 4 powder horns 4 priming irons 6 vent picks 2 morning stars 11 linstocks 7 drag ropes 113 empty linen cartridges 11 tarpaulins 1 portable powder chest 600 bundles of live cartridges, the powder unserviceable 173 ditto ditto ditto 15 powder kegs. Which was also decided to be done with the weapons left behind by the Ceylonese artillerymen, received in the Company's armory from the point Amsterdam according to a report by two commissioned officers, which were likewise found unserviceable, namely: 4 grenade pouches of Russia leather 4 ditto ditto pouch straps of chamois leather. As well as with the weapons found unserviceable, received back from the peons according to a report by the overseer of the armory Emanuel Tregoor: 8 gun stocks of flintlocks, and 8 cartridge pouches with their Malaysian straps. While it was furthermore agreed, instead of the invoice received from Colombo dated July 20 of this year, which got wet and is so damaged that it cannot be read, to request another copy thereof from the ministers there, in order to then be able to act properly in accordance with it. 93. The 22nd of September 1774. Continuation. What is demonstrated by the second surgeon who departed for Jaggernaikpoeram with regard to his pay account. It having been demonstrated by the second surgeon Oltman Ther, who has now departed for Jaggernaikpoeram, that upon his pay account closed under the date of the last of July 1772 on the ship De Jonkvrouwe Cornelia Jacoba, he remained indebted under that date for f 117. 15. 11., but that he, according to a further account of December 6 of that same year, which was allegedly closed on the ship De Bovenkerkerpolder on which he was never stationed, was charged in the ship's ledger of the ship De Tempel as brought forward in debit f 161. 15. 11., so that at the closing of this last account under the date of the last of August 1773, when he remained here, he would still have been in debit f 7. 15. 11., whereas under the aforementioned date he should have been in credit f 36. 4. 5., as further appears here below: According to the account of the last of July 1772 he had remained in debit: f 117. 15. 11. Since which time his pay was suspended due to the loss of the ship De Jonkvrouwe Cornelia Jacoba, but had resumed under the date of the first of February 1773, when he was stationed on the ship Den Tempel, so that from that day until the last of August of that same year, being 7 months, was earned by him at f 22. per month: f 154. —. —. Thus, at the closing of the pay account on the ship Den Tempel, instead of being in debit f 7. 15. 11., he should have been in credit: f 36. 4. 5. 95. The 22nd of September 1774. Resolution to give notice thereof to Their Excellencies. Promotion of a soldier to locksmith. Appointment of a sailor to hospital father. Transfer of 6 sailors and handlangers to soldiers. Admission of 12 soldiers, 2 topasses. Thus it was decided to give respectful notice thereof to Their High Excellencies, the Noble High Indian Government at Batavia, by the first outgoing dispatch, and to request that this may be favorably redressed there at the headquarters. Finally, the following persons were increased in pay, transferred, and admitted into the Company's service, namely: Johannes Bernardus Minne, of Middenhagen, soldier earning f 9., promoted to locksmith at f 14.; the locksmith Anthonij Dauphin, of Clermont, increased in pay from f 18. to f 22. The sailor Christiaan Leman, of Hertsberg, appointed to hospital father in the hospital with an increase in pay from f 9. to f 13. The handlangers Nicolaas van der Bom, of Amsterdam, and Willem Beesemmaker, of Haarlem, transferred to soldiers at f 9. The sailor Juriaan Repke, of Ceesen; the ordinary seamen Joachim Pieter Swenke, of Hoppenbeek; Johan Philip Plagge, of Siffhorn; Casper Eijgenberg, of Overreeden; Jan Coenraad Krans, of Eijssenag; and the boy Dirk de Groot, of Amsterdam, transferred to soldiers at f 9. And further admitted into service as soldiers at f 9.: Jeronimo Anthonij, of Nagapatnam; Ernst Hendrik Heijntz, Jan Ernst Heijntsz, Christiaan Gerrard Dopsig, and Hendrik Richard, all of Nagapatnam; Johannes Lot and Cornelis Pot, both of Bimilipatnam; Johan George Weijmesdenger, of Wuntenburg; and Joseph Renald, of Zeestraan, both at f 12. each; Robbert Williams, of Epsins, at f 11.; as sailor at f 12., Laurens Anderson, of Malmoe; as boys [illegible].

Dutch transcription

91. Den 22 Gber 1774. Jtem Vaponteg oederen der Ceij„ lonse artilleristen Colombogesondene nat geworden factuur, een ander te Eijsschen 22. p:s kardoesen met kruijt van 4 lb 52. „ _:o „ - d:o „ 1. „ 10. „ beslaagen schoppen. 8. „ handspaaken. 5. wissers, met haar aansetters 2. Leere brand Emmers 4. kruijthoorns 4. Schuet booren. 6. Laadpriemen 2. Morgen Sterven 11. Lond stokken 7. Trek Touwen. 113. Linne kardoesen leedig 11. Presennings 1. draagkruijt kist 600. boss: scherpe patroonen. het kruit onbequaem 173. „ „ - - „- 15. p:s kruijt vaatjes. 'T welk men almeede besloot te laten geschieden met de onder de van de punt Den 22 Gber 1744. Amsterdam volgens een Rapport van twee gecommitteerdens Offecieren, in 'sComp=s wapenkamer ontfangene wapenen door de Ceijlonse Arthilleristen nagelaten, insge„ „lijks onbequaam bevondene ditos, als 4. Dranaat Sacken: Iugtleere. d:o d:o Sakriemen zeemleere. 4. soo meede met de volgens een Rap tome o sin schaen tode „port van den opsienden der wapenkamer Emanuel Tregoor onder de van de pions te rug ontfangene wapenen, onbequaam bevonden 8. p:s Laade van Snaphaanen, en. 8. „ Patroon Tassen met dies riemen maleijdse Terwijl alverder verstaan wierd, inste, estuijtinstede am en un „de van de van Colombo ontfangene Fac„ „tuur, gedateerd 20:e Iulij deeses Iaars, die nat geworden en soodanig beschadigd is, dat men de selve niet leesen kan, Een ander dito van de Ministers aldaar Amsterdam te 93. Den 22 Iber 1774. Wat door den Jagq: vertrokkene tweede meester ten opsigte van sijn soldij reecq: gede„ monstreerd word vervolg te versoeken, ten eijnde daarmeede als dan na behooren te kunnen werden gehan„ „deld. Door den tans na Iaggernaik„ poeram vertrockene tweede meesten olt„ „man Iher gedemonstreerd zijnde als dat hij bij zoldij Reekening onderda„ „to ultimo Iulij 1772. in het Schip de Ionkvrouwe Cornelia Iacoba afge„ slooten, onder dien datum schuldig gebleeven was ƒ117. 15. 11. , dog dat hij volg=s een nadere reecq: van den 6:e december van dat selffde Iaar, die in het schip de Bovenkerkerpolder op hij nooit bescheijden geweest is, afgeslooten soude weessen, bij het scheepsboek van het schip de Tempel belast wierd, als te quaad aangebragt ƒ161. 15. 11. invoegen hij bij het sluijten van deese laaste Reecquening on„ „der dato ultimo Augustus 1773. wanneer 154. — 117. 15. 11. hij alhier verbleeven is, nog te quaad ge„ „staan zoude moeten hebben ƒ7. 15. 11. daar hij ondergedagte datum, te vooren hadde moeten staan ƒ36. 4. 5. soo als hier on„ „den naden komt te blijken, volgens Reec„ „quening van Cltimo Iulij 1772. was hij te quaad gebleeven. - - - - - 't seedert welke tijd zijn gagie mits het verlies van het schip de Ionkvrouwe Cornelia Iacoba Hilgestaan, dog onder„ dato primo februarij 1773. , wanneer hij op het schip den Tempel geplaatst was, weeder Cours genomen hadde, soo dat seedert dien dag tot ultimo augustus van dat selfde Iaar zijnde 7. maanden bij hem à ƒ 22. per maand verdiend is Dus hij bij de afgeslootene Soldij Reeckening in het schip den Tempel in Steede van ƒ7.15. 11. te quaad te zijn, te vooren hadde moeten staan. Den 22 7ber 1774. hij „ ƒ 36. 4. 5. Soo 95. den 23 9jbr 174 besluijt daar van aan E: : Een slotemaker troos tot sieken verder langersd tot soldaaten. Ed„s kennisse te geeven, en Soo is verstaan haar Hoog Edelens, de Edele Hooge Indiasche Regeering te Batavia, daar van bij het eersterf te gaan schrijvens Eerbiedig kennisse te geeven, en te versoeken, dat sulx aldaar ten hoofdplaatse gunstig „lijk geredresseerd werden mogte. Eijndelijk wierden de ondervolgende persoonen in gagie verhoogd, gechangeerd en in 'sComp:s dienst geadmitteerd, als. Verhooging van een soldaat Iohannes Bernardus Minne, van middenhagen, soldaat winnende ƒ 9. tot Slootemaker met ƒ14. , den Sloote„ „maker Anthonij Dauphin, van Cler„ „mont in Gagie verhoogd van ƒ18. tot ƒ 22. „ Leman Aamstelling von een mat„ Den Mattroos Christiaan „ van Hertsberg tot Siekevader in het Hospitaal met verhooging in gagistanit hed 3. de handlangers Nicolaas van der Bom, van Amsterdam, en willem Beesemmaker van haarlem, van ƒ 9. shangeering van 6. Matroten tot ƒ 13. gechangeerd tot soldaaten met ƒ 9. den Mattroos Juriaan Repke van Ceesen, de Iong mattroosen Joachim Pieter Swenke, van Hop„ „penbeek, Iohan Philip Plagge van Siffhom, Casper Eijgenberg van over„ „reeden, Ian Coenraad Krans van Eijssenag, ende hooplooper Dirk de Groot van Amsterdam, en wijders admissie van 12. folduaten in dienst geadmitteerd tot soldaaten met ƒ9. Ieronimo Anthonij van Nagapatnam, Ernst Hendrik Heijntz, Jan Ernst Heijntsz, Christiaan Ger„ „rard Dopsig, en Hendrik Richard, alle van Nagapatnam, Iohannes Lot, en Cornelis Pot, beijde van Bimi„ „lipatnam, Iohan George Weijmes den„ „ger van wuntenburg, en Ioseph Re„ nald van zeestraan, beijde met ƒ 12. ieder Robbert Williams van Epsins met ƒ11. tot mattroos met ƒ12. Laurens- Anderson van Malinoe, tot hooplopper 2 kooplopers Den 22 7ber 1774. Repke met Waarom

NL-HaNA_1.04.02_3430_0137 view scan ↗

English

Tuesday the 6th of December anno 1774. In the morning at nine o'clock, Meeting of the Council of Policy, all present except the Junior Merchant and Dispenser Jan Appengh, due to indisposition. Initially, an extract was produced and reviewed from the Criminal Roll of the Honorable Council of Justice of this Castle, dated the 24th of November last, whereby the eastern soldier Jeremie was condemned for committed theft to be severely flogged with a sjambok, and further to be put to work in chains ad opus publicum for the period of 7 consecutive years, in such place as the Government should see fit; whereupon it was resolved to send him to Jaffanapatnam at the first available opportunity, to serve out the term of his banishment there. and 8 easterners from the Criminal Roll condemned to the chains, to send with f 7: Alexander De Zouza from Pondicherij and Alexander Mendis from Iaggernaikpoeram, furthermore as soldiers among the Company's easterners, with 3 Rixdollars each per month: Sata of Macasser, Iomanie of Bogies, Canim of Macasser, Doel Campon of Boegies, Cariem of Malacca, Lanson of Boegies, Seeg Mustapha of Nagapatnam, and Samaloedien of Cheribon. Thus done and resolved in the Castle Nagapatnam on the date aforesaid. (signed) R: van Vlissingen, A: Leembruggen, I: E: G: Hazelman, M: Koning, H: A: Johnson, Jan Appeng, W: Duijnevelt, I: van Tessel, and I: D: Simons. It was also agreed to record in this matter that the estate of the merchant Paliconda Kistnama Chittij—who was excluded from commerce by Resolution of the 27th of December of last year due to inability and insolvency, as no other way could be found to obtain payment of his arrears to the Honorable Company amounting to N: N: Pag: 1107. 16. 67.—having been sold by public auction, had realized a sum of Pag: 1306. 12. 22., or after deduction of the lord's dues, the auction charges, and the salary of the Secretary and judicial members who assisted at that sale, amounting to Pag: 124. 4. 44., only Old Pag: 1182. 7. 58. or New Pag: 276. 21.; and that his debt to the Honorable Company on the other hand, as stated, amounts to no more than N: N: Pagodas 1107. 16. 67., and therefore there still remained for the benefit of his private creditors Pag: 169. 4. 13.; in which regard it was further resolved to have the amount of his debt to the Honorable Company paid into the treasury by the Sequestrator upon ordinance, in order to liquidate the merchant's account, and to leave the remainder under sequestration with him for the benefit of the general creditors, to be dealt with in such manner as is customary in cases of insolvency and as his office and duty entail. It having been resolved by Resolution of the 22nd of November last to withdraw and terminate, as of the first of this month, the extraordinary allowance granted to the caterer in the Company's hospital beyond the old custom by Resolutions of this table dated the 16th of October 1773 and the 20th of January of this year, for such reasons as are cited in the first-mentioned resolution; and the same having been announced to the aforesaid caterer by the Governor, the caterer had thereupon declared to His Honor that it was absolutely impossible for him to provide the sick with food for 1 1/2 fanum per day, since foodstuffs were still just as expensive and scarce as when he had submitted the request for an increase in the boarding money; petitioning therefore that he might retain the 1 1/2 fanum granted to him by the resolution of the last-mentioned date for each sick person per day; and subsequently having submitted a petition addressed to His Honor and the Council, in which he not only renews that petition, but in support thereof adduces that although it is quite true that the number of sick is currently significantly less than at the time when he submitted that request, this did not in any way change the essential matter, since foodstuffs remained just as expensive and scarce as they were at that time, appealing to that end to the knowledge that the Government had thereof; further declaring that it was absolutely impossible for him to keep things going with 1 1/2 fanum per day, currently having the utmost difficulty and care in the world even with 1 1/2 fanum, to

Dutch transcription

97. Dingsdag den 6: december a:o 174. en 8. oosterlingen uijt de Cremeneele hol tot de Ceetenen gecondemneerd was, te zenden met ƒ 7: Alexander De Zouza, van Pondicherij en Alexander Men„ „dis van Iaggernaikpoeram, voorts tot soldaaten onder de Comp:s ooster„ „lingen, met 3. Rijxdaalders ider Smaans, Sata van Macasser, Iomanie van Bogies, Canim van Macasser, Doel Campon van Boegies, Cariem van Malacca Lanson van Boe„ „gies, Seeg Mustapha van Naga„ „patnam, en Samaloedien van Cheribon. Aldus Gedaan en Gearresteerd in 't Casteel Nagapatnam dato voorschreeve /:was geteekend:/ R: van vlissingen A: Leembruggen, I: E: G: Hazel„ „man M: Koning, H: A: Johnson, Jan Appeng, W: Duijnevelt, I: van Tessel, en I: D: Simons. Aanvankelijk wierd geproduceerd Coredectie van een petract en geresumeerd, Extract uijt de Criminee„ „le Rol van den Agtbaaren Raad van Iustitie deeses Casteels, de dato 24. No„ „vember Iongstleeden, waar bij den o„ war zienosterlin voor aren „sterling soldaat Jeremie overbagane diefstal gecondemneerd is, om strengelijk gesjambokt, en wijders voor de tijd van 7. agter een volgende Iaaren, in de ket„ „ting adopus Publicum ten arbeijde ge„ „steld te werden, ter plaatse daar het de Regeering goedvinden zoude, waar op de,„ besluijt deselve na Japf: Slooten is, dewselven bij eerst voorkomende S Morgens ten negen Uuren Vergadering van Politie, alle Present Dempto. Den onder koopman en Dispencien Ian Appengh. Mits indispositie. Den 22. 7ber: 1774. Dingsdag geleegendheid 6 99 koop d: ovon date oanna van en der van heer gem: insolventen Coopman, Wat deselve opgewopen hadde hoeve der particulieren, schulden te doen aanhouden Wat den schaepbaas ten opsigte van betrecking van het aan hem Extraordinair toegevoegd de„ over te schielen geleegendheid na Iaffanapatnam te senden, om aldaar de tijd zijnes banissements uijt te dienen. Ook wierd verstaan in deesen aanteekening te houden, dat de be„ „sitting van den Conform Resolutie van den 27. December des voorleeden Jaars, mits onvermogen en Jnsolventie uijt den handel gesecludeerde Coopman Pali„ „conda Kistnama Chittij, als geen andere uijt weg te vinden geweest zijnde, om zijn agterstal aan de E: Comp:e groot N: N: Pag: 1107. 16. 67. betaald te knij„ „gen, per publicque vendutie verkogt zijnde, opgeworpen hadde, een Somma van pag: 1306. 12. 22. of na aftrek van sHeeren geregtigheid, de vendu ongelden, en het Salaris van den Secretaris ende Iustitieele Leeden, welke bij die verkoop hebben geadsisteerd, ten bedrage Den 6 December 1774. van Pag: 124. 4. 44. maar oude pag 1182. 758. of Nieuwe Pag: 276. 21. en dat zijn Debet aan d' E: Comp: daar en teegens gelijk ge„ „segd, niet meer bedraagt dan N: N: pai„ „goden 1107. 16. 67. en en over sulx ten behoe habet den : Ccomp an an „ve zijner particuliere Crediteuren nog quam te resteeren pag: 169. 4. 13. ten wel„ „ken opsigte dan al verder beslooten wierd, het bedragen zijner schuld aan d' E: Comp:e door den Sequester per ordonnantie in Cassa te doen tellen, om des Coopmans Reecq te Liquideeren en het gerschend ten be„ en het overschietende, onder hem ten be„ „hoeve der algemeene Crediteuren in se„ „questratie te laten blijven, om daar meede te handelen, soodanig als in Cas van insolventie gebruikelijk is, en zijn ampt en pligt meede brengt, Ter Resolutie van den 22. Novem„ „ber p:l beslooten zijnde, het Extra ordinaurtuijgd heeft, Den 6. december 1774. van 101. Den 16. december 1774 Den 6. december 1774. versoekt of booven de oude gewoonte toegevoegde aan den schafbaas in 's Comp:s hospitaal bij Resolutien deeser tafel de datis 16. october 1773. en 20. Januarij deeses Jaars, om sooda„ „nige motiven als bij het eerst gem: besluit aangehaald staan, met primo deesen maand weeder in te trecken, en te doen Ces„ „seeren, en het selve aan voorm: schaf„ „baas door den heer Gouverneur aankun„ „digd weezende, hadde derselven daar op aan zijn Ed: betuijgt, dat het voor hem absolut, onmogelijk was, de Sieken voor 1. ½5. fanum sdaags van kost te kunnen voorsien, alsoo de leevensmiddelen nog eeven duur en schaars waaren, als toen hij het versoek om verhooging van 'theergeld aangelegt hadde, met In„ „stantie dierhalven, dat hij de hem bij be„ „sluit van laast gemelde datum toege„ „voegde 1:½ fanum voor ieder sieke'sdaags, dederde getugten en renet te houden mogt, mitsgaders vervolgens overgegeeven een Request, aan welmelde zijn Edele, en den Raadgerigt, waar bij wat daar bij aantoonden hij die Instantie niet alleen renoveerd, maar tot staving derselve bij brengt, dat of schoon het wel een veële waarheid behelst, dat het getal den siekentans merkelijk minder was, dan ten tijde wanneer hij dat versoek aan leijde de„ sulks de weesentlijk zaak, egter geen„ „sints van gedaan te veranderde, na dien de leevensmiddelen nog even duur en schaars bleeven, als se toen ter tijd geweest waaren, beroepende zig ten dien eynde op de moede bewustheijd die de Regee„ „ring daar van hadde, onder verdere verklaaring, dat het hem absolut onmogelijk was, met 1/½ fanum 's daegs het te kunnen gaande houden, als tans met 1½ fanum selfs de uitterste moeijte en sorge des werelds hebbende, overgegeeven d om Vervolg d

NL-HaNA_1.04.02_3430_0140 view scan ↗

English

to provide the incapacitated with the necessary and, conforming to their condition, suitable food, without thereby suffering great loss, as the greatness of the number of the sick was not a real motive on which he had founded that request, but indeed the scarcity of provisions itself, the greatness of the number of the incapacitated having then only been cited by him to demonstrate thereby the difficulty he had to provide board for so many people in such a meager time, requesting therefore that the aforementioned increase might still continue, further and more amply by his aforesaid petition that his Honour also submitted, and upon reading of the following contents, the insertion of that petition appeared evident. Your Right Honourable Severe and Honourable Lordships' humble and obedient servant, Lankratius Haringa Mespe, Surgeon and Victualer here, having been recommended and ordered by the same, pursuant to the resolution of your Right Honourable Severe and Honourable Lordships dated the 20th of January of this year, upon his request made by petition thereto, for the sake of the means alleged therein, granted an increase of 1 1/2 instead of 1 1/5 fanum tea-money per sick person per day, to revoke the same and return it to the old footing, since the Ceylon auxiliary troops having now departed, the number of the sick was thereby also much diminished, uses the humble liberty to demonstrate most respectfully to your Right Honourable Severe and Honourable Lordships in that regard. That although it indeed contains a real truth that the number of the sick is now noticeably less than at the time when he presented that request, such nevertheless in no way changes the essence of the matter, since provisions, as is known by experience to everyone, and regarding which he respectfully refers with confidence to the awareness of your Right Honourable Severe and Honourable Lordships today. Right Honourable Severe Sir. To the Right Honourable Severe Sir Reijnier van Vlissingen, Governor and Director of this Coast of Coromandel, with the jurisdiction thereof, etc. etc. etc., together with the Gentlemen Members of the Political Council at Nagapatnam. The 6th of December 1774. The 6th of December 1774. The 6th of December 1774. so that the aforesaid reduction is absolutely impossible for him, having even now the utmost difficulty and care in the world to provide the present incapacitated, for the 1 1/2 fanum per person per day currently credited to him, with the necessary and, conforming to their condition, suitable food, without thereby suffering great loss, since the greatness of the number of the incapacitated is not a real motive on which he has founded that request, but indeed the scarcity and dearness of provisions itself, the increase in the number of the sick having only been cited to demonstrate thereby the difficulty he had to provide board for so many people in such a meager time. And therefore he very humbly requests your Right Honourable Severe and Honourable Lordships that the aforementioned increase may still continue to remain in force. Underneath stood: Which doing, etc. etc. etc. And although the meeting was willing to give credence to the reasons alleged therein, as everything is now still just as expensive and scarce, it was nevertheless understood not to make a disposition thereon, but to refer the Petitioner with that request to Their High Honours the Honourable High Indian Government at Batavia, and consequently to offer the aforesaid request to the same along with the letters to be dispatched via Ceylon, and in the meantime to credit the victualer no more than the ordinary tea-money of 1 1/5 fanum per day for each person, since the meeting judged itself incompetent, in a time when economy was so strongly insisted upon, to consent to any novelties increasing the burdens. Hereafter was presented the report of the Commissioned Boatswains Michiel Kindt and Pieter Theodorus, who inspected the sails and the further rigging of the sloop Het Loo sent hither this year from Batavia, according to which not only were the topsails and broad foresail of that vessel, which are made of coarse Bengal cloth, found old, worn out, and unfit to be used any further, but also a spanker of Holland cloth, and the rigging on the mast and topmast, were judged much too light for such a heavy hull. The 6th of December 1774.

Dutch transcription

103. om de impotenten van het nodig en Conform haare gesteldheijd dienelijk voedsel te voor„ „sien, sonder daar bij groote schaade te lijden, alsoo de grootheijd van het ge„ „tal der sieken geen reël motif was, waar op hij dat versoek hadde ge„ fundeerd, maar wel de schaarsheijd van leevensmiddelen selve, als zijnde de grootheijd van het getal der impo„ „tenten, door hem toen maar eenelijk aangehaald, om daar door te demon„ „streeren, de moeijte die hij hadde, om in soo een schraale teijd, voor soo veel volk kost te besorgen, met ver„ „soek dierhalven, dat de voorm: ver„ „hooging als nog Continueeren mogt, na„ „der en ampelden bij zijn voorsz: supplicq dat zijn Edele teffens overleijde, en bij opleesing van de volgende inhoudt be„ insertie van dat suplicq vonden wierd blijkende. Uwel-Edele Gestr: en Edelens onder dani„ „gen en Gehoorsaamen Dienaar, Lankratius SHaringa Mespe, Chirurgijn en Schafbaas alhier, door hoogst Deselve aanbevoolen, en gelast zijnde, de hem besluit van uwel Edt: GGestr: en Edelens de dato 20:e Ianuarij deeses Jaars, op zijn bij request daar toe gedaan, versoek, om de wille van de middelen daar in g'allegueerd, toegevoegde, verhoo„ ging van 1. ½ in steege van 1. 1/5. fanum theergeld voor ider Zieke 'sdaags, wee„ „der inte trecken, en op de ouden voet te bren„ „gen, vermits de Ceijlonse hulptroupen tans vertrokken zijnde, het getal der sieken daar door ook seer verminderd was, ge„ „bruikt de needrige vrijheid uwel Edele Gestr: en Edelens ten dien opsigte Eerbiedigst te Demonstreeren. .Dat of schoon het wel een reele waar„ „heid behelst, dat het getal der sieken tans merkelijk minder is, als ten tijde toen hij dat versoek aanleijde de, sulx de wveesent„ „lijke zaak, egter geensints van gedaan te doet veranderen, nadiende Leevens gelijk een ider sulx bij ondervinding bekent is, en, waar omtrend hij sig in eerbied met gerustheid aan uwel Edele Pestr: en Edelens Heeden. WelEdele Gestrenge Heer Aan den Wel-Ed: Gestr Heer Reijnier van Vlissingen Gouverneur en Direkteur deeser kuste Kormandel, met den Resorte van dien. Etc: Etc: Etc: neevens. De Heeren Leeden van den Politicquen Raad. te Nagapat„ Den 6. December 1774. Den 6 december 1774. Aan nam. meede 105: Den 6. december 1774. eede persoon gaet te daen„ de visitatie der Ceijlen & van de meede bewustheid gedraagd, invoege de voorssz: in„ trecking hem absolut, onmogelijk is, als hebbende „tans selfs, de uitterste moeijte en sorge des werelds, om de presente impotenten voor de hem tans goed gedaan werdende 1.½. fanum voor ider Idaags, van het noodig en Con„ „form haar gesteldheid dienelijk roedsel te versorgen, sonder daar bij groote schae„ „de te lijden, vermits de grootheid van het „getal der impotenten, geen reel motif is, waar op hij dat versoek gefundeerd heeft, maar wel de schaarsheijd en duurte den Leevensmiddelen, selve, als zijnde de ver„ meerdering van het getal der sieken, maar eenelijk aangehaald om daar door te de„ „monstreeren, de moeijte die hij hadde, om in soo een schraaletijd voor soo veel volk kost te besorgen. En dierhalven versoekt hij uwel Edele Gestr: en Edelens, seer ootmoedig dat de voorm: verhooging, als nog mag blijven stand houden /:onderstond:/ I twelk doende Etc: Etc: Ec=ra. de dan e e e n hoevel de vergadering de reedenen daar bij geallegueerd, wel accreditee¬ „ren wilde, als zijnde tans alles nog even duur en schaars, soo wierdeg„ „ter verstaan, daar op niet te disponeeren, maar den Suppliant met dat ven„ „soek tot Haar Hoog Edelens de Edele Hooge Indiasche Re„ „geering te Batavia te renvoijeeren, en het voorsz: Request mits dien nee„ „vens het over Ceijlon aftegaan schrijvens meest in agen aan en der Regeering Hoogst deselve aan tebieden, en den schafbaos intusschen niet meer als het ordinair theergeld van 1 1/5. Canum 'sdaags voor ieder perzoon goed te doen, nadien de vergadering sig onbevoegd oordeel, hn waarom „de in een tijd dat soo sterk op de menage aangedrongen werd, eenige nieuwigheeden, tot vermeerdering der lasten intewilligen Hier nadiende het rapport van Diening van een Raport weeg. de Gekommitteerde Bootslieden Mi c Chialoup het Loo. „hielkindt, en Pieter Theodorus die de zeijlen, en het verderetuijg van de Jaare van Batavia dit heen geson„ „dene Chialoup 't Loo, gevisiteerd hebben, volgens dewelke, de topseijlen breef ok wat daar bij consteerde van dat Kieltje, die van Bengaals Grof doek gemaakt zijn, niet alleen oud ver„ „sleeten en onbequaam bevonden waren, om verder gebruikt te kunnen werden, maar ook een besaan van hollands doek, en het tuijg op de mast, en Steng, veel te ligt g'oordeelt is, voor soo een swaar Den 6. december 1772. den Lichaam

NL-HaNA_1.04.02_3430_0142 view scan ↗

English

107. the 6. December 1774. kept for 3. Sloop and What also appeared therefrom Insertion of the papers regardless of the hull, nor that it was likewise altogether old and worn out, as also appeared from another report by the master carpenter Manus Hamer, who, in the presence or attendance of the Boatswains Willem Tijsberts and Ian Iacob Beerenstraet, inspected the spars of the wrecked Sloop the Nagtegaal, and the decommissioned ones the Anthonia Dorothea, and the Poeijoer, that of the two masts of the Sloop the Nagtegaal, one could be used for a mast of another Sloop, and the other for a Bowsprit of the Sloop 't Loo, but that the two topmasts and four yards were entirely unfit and usable for nothing else than for buoys, for which two of the last mentioned could not even be used, being entirely rotted away, while the That of the Sloop Anthonia Dorothea, all the spars were unfit and useful for nothing else than for buoys on the anchors for the Sloops, but that the mast and the rudder of the Poeijoer were fit to be used on the pantjallang the Goede verwagting, but the topmast, two yards, and Boom of that small vessel were completely useless, as further and clearly appears from the aforementioned Reports, which it was resolved to insert here. To the Right Honorable, Valiant, Commanding Lord Reijnier van Vlissingen, Governor and Director of this Coast of Coromandel with the Dependencies thereof. Right Honorable Valiant Lord. Pursuant to Your Right Honorable Valiant's highly respected order, we the undersigned have proceeded to the Sloop 't Loo and found its sails, namely the topsails and broad foresails, not only to be of coarse Bengal canvas, but also at the same time worn out and unfit, also torn, and entirely useless the 6. December 1774. 109 The 6. December 1774. The 6. December 1774. to serve further, as also one spanker of Dutch canvas is old and worn out, the standing rigging on the mast and topmast is not only far too old and worn out, hoping hereby to have fulfilled Your Right Honorable Valiant's highly respected order, and we assume the high honor to subscribe with the deepest respect and high esteem, was written below: Right Honorable Valiant Lord, Your Right Honorable Valiant's humble and Obedient Servant, was signed: M: Kint, and P:r Theodorus, in the margin: Nagapatnam the 1. December 1774. To the Right Honorable Valiant Commanding Lord Reijnier van Vlissingen, Governor and Director of this Coast of Coromandel with the Dependencies thereof. Right Honorable Valiant Lord. Pursuant to Your Right Honorable Valiant's highly respected order, we have the Honor most respectfully to report to Your Right Honorable Valiant, that I have inspected in the most accurate manner the spars, both of the wrecked Sloop the Nagtegaal, and of the decommissioned Sloops the Anthonia Dorothea, and Poeijoer, and found them to be in the following conditions, namely: Of the Sloop the Poeijoer 1 piece of mast, fit for a mast in the pantjallang the Goedeverwagting 1 Rudder, ditto to be used on the said small vessel. 1 Topmast, unfit 2 Yards, namely 1 piece broad foresail yard, 1 piece Topsail yard, unfit to be used again 1 Boom, unfit. Of the Sloop the Nagtegaal. 2 pieces of masts, of which one can be used again in a one-mast Sloop, the other for a bowsprit in the Sloop 't Loo. 2 topmasts, unfit to be used except as buoys. 4 [illegible] rotted away, and 2 ditto for 1 Rudder, broken, and thus unfit. Which having been deliberated upon, it was approved and resolved, what was resolved thereupon: to have the unfit sails and the rigging of the Sloop 't Loo written off, and to instruct the Master of the Equippage to provide that small vessel, insofar as necessary, with other sails and rigging in proportion to its size, and to use for that purpose whatever is usable from the decommissioned Sloops, furthermore to employ the spars as is proposed in the last report, and whatever is entirely unfit Of the Sloop the Anthonia Dorothea 2 masts, unfit, and to be used again only to serve as buoys on the anchors for the Sloops 4 Yards, unfit, as in the previous conditions 2 Topmasts, unfit Hereby hoping to have fulfilled Your Right Honorable Valiant's highly respected order, and having bound myself to be willing at all times to confirm the above-mentioned under solemn oath, we hope to assume the Honor to subscribe with the deepest respect and high esteem, was written below: Right Honorable Valiant Lord, Your Right Honorable Valiant's humble and Obedient Servant, was signed: with a cross, and written beside it: this is the mark of the master carpenter Manus Hamer, in the presence of us undersigned Commissioners, was signed: W: Tijsberts, and I: I:b Beerenstraet, in the margin: Nagapatnam the 24. November 1774. Of unfit

Dutch transcription

107. den 6. december 1774. houden voor 3. Chialoup en Wat daar bij meede quam te blijken Jnsertie van de papieren Lichaam ongeagt, nog dat het selve meede t de een en eee ens oud en afgevaaren was, soo als bij een an„ „der berigt van den oppertimmerman Ma„ „nus Hamer, die ten overstaan of bij wee„ sen van de Bootslieden Willem Tijs„ „berts en Ian Iacob Beerenstraet, de rondhouten van de verongelukte Chia„ „loupde Nagtegaal, en de afgelegde ditos de Anthonia Dorothea, ende Loeijoer, gevisiteerd heeft, almeede is koomen te blijken, dat van de twee masten van de Chialoup de Nagtegaal, de een tot een mast van een andere Chialoup, en „de andere tot een Boegspriet van de Chia„ „loup 't Loo, gebruikt, konde werden, dog dat de twee stengen en vier rhaas, ten eenemaal onbequaam, en tot niets anders emploijabel waaren, als tot boeijen, waar toe twee der laast gem: nog niet eensgebruikt konde werden, als ten eene„ „maal vermolmt zijnde, terwijl het Dat van de Chialoup Anthonia Do„ „rothea, alle de rondhouten onbequaam, en tot niets anders dienstig waaren, als tot boeijen op de ankers voor de Chialoupen, dog dat de mast, en het roer van de Poeij„ „ger, bequaam was, om aan de pantjal„ „lang de Goede verwagting g'emploijeerd te werden, dog de steng, twee rhaas ende Giek van dat kieltje, geheel en al onbruik„ „baar waaren, naden en duijdelijken blijkende bij de voorm: Rapporten, die „deesen men besloot „ te insereeren. Aan den wel Ed: Gestr: Gebiedende Heer Reijnier van Vlissingen; Gouverneur en Directeur deeser Custe Cormandel met den Resorte van dien. Wel Edele Gestrengen Heer. Volgens uwel Edele Gestr: hoog gerespec„ „teerde ordre so hebben wij ondergeteekendens ons beij de Chialoup 't soo vervoegt en bevon„ „den desselfs zeijlen, als de topzeijls en bree„ „fokken niet alleen van bengaalse grofdoek maar ook teffens versleeten en onbequaam voer ook aanstuckend, en geheel en al onnut den 6. december 1774. Croers was, Conen 109 Den 6.:' december 1774. Den 6. december 1774. om verder dienst te doen, soo meede de eene bezaan van hollands doek oud en versleeten, het staan„ „de tuijg op de mast en stenge is niet alleen veelstefens oud en afgevaaren, verhoope hiermeede uwel Edele Gestrengens hoogge„ respecteerde onder volbragt te hebben, en ons de hooge eere aanmatigen met het diepste ontsag en hoogagting te onderschrijven /:onderstond/ wel Edele Gestrengen Heer uwel Edele Gestrengens onderdanige en Ge„ „hoorzaame Dienaar /:was geteekend:/ M: Kint, en P:r Theodorus /:in margine:/ Naga„ patnam den 1. december 1774. Aan den wel Ed: Gestr: Geb: Heer Reijnier van Vlissingen, Gouverneur en Directeur dee„ ser Custe Cormandel met den Resorte van dien. Wel-Edele Gestrenge Heer. Volgens uwel Ed: Gestr: hoog gerespecteerde order soo hebben wij de Eere uwel Ed: Gestr: op het eerbiedigst te berigten, als dat ik de rond „houten, soo wel van de verongelukte Chis„ „loup de Nagtegaal, als van de afgelegde Chialoupen de Anthonia Dorothea, en Poeijoen, op het nauwkeurigste hebben ge„ visiteerd, en deselve in de ondervolgende qua¬ liteijten bevonden; als. van de Chialoup d' Poeijoen 9 1. p:s mast bequaam tot een mast in de pantjallang dgoed vfrwagting 1. Roer _:o te Emploijeeren aangem: kiteltje. 1. Steng onbequaam 2. Rhaas als 1: p„s breeffok, 1. p s Topseijl rhaa, onbeq: om weeder te emploijeeren 1. Giek onbequaam. van de Chialoup de Nagtegaal. 2 2. p:s masten, waar van de eene weeder kan g'emploijeerd weeder, in 't een mast Chialoup, d'andere tot een boeg spriet in de Chialoup 't Loo. 2. stengen onbequaame om te emploijeeren als tot boeijen. 4. laast gem: garalta t en ploijabeal vermolmnt, en 2 d„o tot 1. Rover stuckend, en dus onbequaam. Waar over gedelibereerd zijnde, goed gevon, wat daar op besloten is „den en beslooten is, de onbequame seijlen, en hettuijg van de Chialoup 't Loo, te laaten afschrijven, en den Equipagiemeester te gelas„ „ten, dat Kieltje soo verre het noodig is, van andere seijlen, en thuijg na proportie van dies grootheid te voorsien, en daar toe het geene van de afgebegde Chialoupen bruik„ „baar is, te emploijeeren, voorts de rond„ „houten, soodanig te emploijeeren, als bij het laaste rapport word geproponeerd, mitsgaders het geen ten eenemaal onbe„ Van de Chialoup d'anthonia Forethea 2. pinasten onbequaam, en om weeder te emploijeeren als tot boeijen op de ankers aan de Chial: te verstrecken 4. Rhaas onbequaamen, als in voorige qualiteiten 2. Stengen onbequaam Hier meede verhoope uwel Edele Gestr: hoog ge„ „respecteerde order volbragt te hebben, en na mijn verbonden te hebben, het boore genoemde ten allen tijde met solemneele eede te willen bekragtigen, wij hoope de Eere aanmatige met het diepste ontsag en hooge agting te onderschreeven, /:onderstond:/ / wel Edele/ Gestr: Heer Uwel Edele Gestr: onderdanige en Gehoorzaame Dienaar /:was geteekend / met een kruis, en daar bij geschreeven dit is het merk van den oppertimmerman Manus Stamer„ ten bijweesen van ons ondergeteekende Gecommit„ „teerdens /:was get:/ W: Gijsbert, en I: I„b Beerenstraat /:in margine:/ nagap„n den 24. 9ber 1774. Van „quaam

NL-HaNA_1.04.02_3430_0144 view scan ↗

English

111. The 6th of December 1774. Submission of an Estimate Report on the defects of the Shallops etc., and to write off and have destroyed that which here in the ropewalk has become unusable. On this occasion also having been received and reviewed, the Estimate Report of the aforementioned European master Carpenter Manus Hamer and the Native master Smith, who in the presence of the skipper and Master of Equipment Jacob Hartman, surveyed the defects on the Shallop 't Loo, the pantjallang de Goede verwagting, and the thonijs the Iohanna Maria and the orange Spruit, as well as the tent Chialengen and that which is missing in the ropewalk here, and have made an estimate of what, taking the most economical approach, would be needed for the repair of the one and the other, appearing more fully and in detail from the aforementioned report, which upon reading the insertion of that document was found to be of the following content: According to your Right Honourable High Respected order, the undersigned proceeded with the Master of Equipment, first to Naoer to both the Shallop 't Loo, and subsequently to the pantjallang de Goede verwagting, and proceeded to the ropewalk, surveyed most accurately and inspected the defects, that which is necessary and ought to be repaired, and made the estimate in the most economical manner regarding the materials needed for it, which we have the honour to present most respectfully to your Right Honourable, as follows. First: For the Shallop 't Loo: a new upper deck. 14 pieces Ambon beams, for underdeck beams. 28 Ambon knees. 14 ditto beams, for futtocks and railing. 36 Mole planks of 2 inches, for the deck. 18 ditto, of 3 inches, for waterways. 11 ditto, of 2 inches, for lining the raised side. 2 beams of 18 feet long and 12 inches thick, for catheads. 1½ ditto, 25 feet long and 12 inches thick, for a galley and stanchions. 4 Mole planks of 3 inches, for ports in the gunports. 1 piece of wood, for new chainplates. 1 piece new bowsprit, for which can be employed the mizzen mast from the Shallop de nagtegaal. This is the requisition of the master carpenter for timber works, and the master Smith requisitions for that work: 6 Bhaare of iron, including nails, bolts, plates in the galley. 1 piece capstan, for which can be employed the windlass of the Nagtegaal. Pair of small beams of pandjallima or Iasmesse, for capstan bars; and for stays can be employed the rigging of the mainmast of the Shallop de Nagtegaal; the topsail and foresail of the same also suitable as sails for 't Loo. Right Honourable Sir. To the Right Honourable Born Sir Reijnier van Vlissingen Governor and Director of this Coast of Coromandel with its dependencies. The 6th of December 1774. To To missing costs, 113. The 6th of December 1774. The 6th of December 1774. Gentoo letter written by the Visitenagaram Princes to His Honour. On the Pantjallang de Goede verwagting is needed: 1 piece new mast, for which can be employed the mast from the Shallop de Loeijoer. For a new deck: 30 pieces mole planks of 2 inches, including 6 of 3 inches. 12 small Ambon beams, for underdeck beams. 3 Mole planks of 3 inches, for a false keel. 1 Swalp of 6 inches, for the skeg. 1 new rudder, for which can be employed the rudder of the Shallop de poeijoer. 1 glass in the binnacle. According to the statement of the master smith, there is needed for the upper work: 2 Bhaaren of Iron. For both Thonis, namely: The Iohana Maria and the orange spruit: nothing is to be done except caulking and greasing. In the ropewalk is needed: A new large sledge, for laying heavy ropes, for which is needed: 7 pieces beams of 25 feet. 4 heavy knees. 2 house beams or Ambon. 16 Tingtang planks. 300 lb of iron. Further needed is a new small sledge for laying hawsers, for which is needed: 6 pieces Ambon or Iasmes beams. 100 lb of iron. Further, 10 pieces new trestles, for which is needed: 12 pieces Ambon or Iasmes beams. 40 Chinese planks, and) including repairing the other 300 lb of iron. - - ) trestles as well. On the small tent Chialeng is needed: 4 pieces Swalpen of 3 inches, to be placed between wind and water. 6 Mole planks of 1 inch, for a new floor. 1 ditto of 2 inches, for benches. On the large Tent Chialengen: 8 pieces mole planks of 1 inch, for a new floor. 1 ditto of 1 inch, for benches. Herewith the master carpenter gives notice that he, when he Whereupon, having deliberated, it was approved and resolved, regarding what was decided thereon, to abandon the new deck on the Shallop 't Loo for now or as yet, as the estimate made for it was deemed too exorbitant and costly, but on the other hand to carry out all the rest as being necessary and unavoidable, and to employ in conformity with what was shown from the decommissioned Shallops so far as it is serviceable, and to spend the further estimated amount thereon. Furthermore, the well-mentioned Lord Governor produced the translation of a Gentoo Production of a Translation of a Gentoo letter has eight Native carpenters with him, will finish the above-mentioned works in thirty-six days; likewise the master smith, if he may have three fires going, will finish in the aforementioned days; hoping herewith to have fulfilled your Right Honourable High Respected order, with the deepest respect and high esteem to subscribe ourselves at once, Right Honourable Sir, your Right Honourable humble and obedient servants, was signed with a cross and written next to it: this is the mark of the master carpenter Manus Hamer; at the side signed in Malabar characters the name of the master Smith; in the margin: Nagapatnam the 24th of November Anno 1774; lower: In my presence, was signed: Jacob Hartman. l 49

Dutch transcription

111. Den 6. december 1774. Diening van een Calcula„ tief Rapport van de gebree„ ken van de Chialoupen &:a En het geene hier in de baan „quaam, en onbruikbaar is, afteschrei„ ven, en te laaten vernietigen. De deeser geleegendheid almeede in= „gekoomen en geresumeerd weezende, het Calculalief Rapport van de voorm: Euroopees baas Timmerman Ma„ „nus Hamer, en den Inlandsbaas Smith die ten overstaan van den schip„ „per en Equipagiemeester Iacob Hartman, de gebreeken aan de Chialoup 't Loo, de pant„ „jallang de Goede verwagting, en de thonijs de Iohanna Maria en de orange Spruit, mitsgaders de tent Chialengen en het geene in de baan alhier manqueerd, our slag wat het anze opgenomen, en een overslag gemaakt hebben, watten suijnigsten genomen, tot verhelping van het een en ander benodigt zoude weesen, nader en omstandigen blijken- de bij het voorm: rapport, dat bij opleesing van Jnsartie van dat schriftuur de volgende inhoud bevonden wierdt. Volgens uwel Edele Gestrenge hoog gerespecteerde, ordre sooo hebben de ondergeteekende, zig met de Equipagie„ „meester vervoegt, voor eerst na Naoer beijde Chialoup 't Loo, en vervolgens bij de pantjallang de Goede„ verwagting, en in de baan vervoegt, op 't nauwkeu„ „rigst opgenomen, en nagezien de gebreekens, het geene noodsakelijk is en dient gemaakt te werden, en op 't Suinigste den overslag gemaakt, aangaande de materiaren daar toe benodigdt te zijn, het welk wij de Eere hebben uwel Edele Gestr: op het eerbiedigste te verthoonen, als voor eerst. tot de Chialoup't Loo. een nieuwboove deck. 14. ps balken ambon, tot balken onderdeck. 28. „ Knies ambon. 14. „ Balken d:o tot oplangers en Leuning 36. „ Moole planken d'2 d=m. tot het deck. 18. _:o - „ . „ 3. „ Dovisen lijfhoute 11. _:o. . „ - „ 2. „ beschieten van het verhoogde boort 2. balken de 18. v:t lang en 12. d=m dik tot kraan balken. 1½. d:o - - „ 25. „ „ „ tot een Galeij en Standers 4. Molle planken de 3. d:m tot poorten in de Schietgaaten 1. Stuk hout tot nieuwe Rusten 1. p:s nieuwe boegspriet, waartoe kan g'emploijeerd wer„ den, de bezaans mast uit de Chialoup de vragtegaal Dit is den Eijsch van den oppertimmerman aan hout werken, en den baas Smit Eijscht tot dat werk. 6. Bhaare ijser, waaronder begreepen, speijkers, bouten, plaaten in de Combuis. 1. p:s Gang spil waar toe kan g'emploijeerd werde, het braad„ spil van de Nagtegaal. P:r balkjes pandjallima of Iasmesse tot wind boo„ i men, en stage, kan g'emploieerd werde het tuig van de groote mast van de Chialoup de Nagtegaal, het Topseijl en breefok van d:o meede goet voor zeijlen voor 't Loo. WelEdele Gestrengen Heer. Aan den Wel Ed: Gestr Geb: Heer Reijnier van Vlissingen Gouverneur en Direkteur deeser Custe Cormandel met den Resorte van dien. Den 6. december 1774. Aan Aan manqueerd kosten, 113. den 6. december 1774. Den 6. december 1774. liefse brief door de visitenaga„ ramse princen aan zijn Ed: gesch: Aan de Pantjallang de Goede verwagting is benodigd. 1. ps nieuwe mast waar toe kan g'imploijeerd werden, de mast uit de Chialoup d' Loeijoer tot Een nieuw deck. 30. p:s mooleplanken de 2 d=m waar onder 6. van 3. d=o 12. „ Balkjes ambon, tot balkjes onderdeck. 3. „ Moole planken de 3. d=m tot een loose kiel 1. „ Swalp van 6. d=m tot Scheg. 1. „ nieuw Roer waartoe kan g'emploijeerd werden, het Roen van de Chialoup de poeijoer 1. Glas in't Nagthuis volgens opgaaven van de baassmit is tot het boven werk benodigt. 2. Bhaaren Ijzer De Beijde Thonis, als. De Iohana Maria, en is niets te doen, als Cal= orange spruit Ivaaten, en smeeren. In de baan is Benodigt. Een nieuwe Groote slee, voor swaare touwe te slaan, waar toe is benodigt. 7. P:s balken de 25. voeten 4. Swaare knies 2. huis balken of ambon 16. tingtangse planken 300. lb: ijzer Nog is benodigt een nieuw kleene slee om Tros„ „sen te slaan, daar toe benodigt 6. p:s Balken ambon, of Iasmes. 100. lb: ijzer Nog, 10. p:s nieuwe schraagen daar toe is benoo„ „digt 12. p:s balken ambon of Iasmes. 40. Chineese planken, en) hier onder begreepen de andere schraagen meede te repa„ „reeren. 300. lb: ijzer - - Aan de kleene thent Chialeng is benodigt 4. ps Swalpen de 3 d=m om tusschen wind, en water in tesetten 6. „ Moole planken d' 1. d=m, tot nieuwe vloer _:o. do „ 2. „ 1. „— _:o banken Aan de Groote Thent Chialengen, 8. p:s moole planken de 1. d=m tot nieuwe vloer 1. „ „ 1. „ _:o banken Hier beij geeft den oppertimmerman te kennen dat hij booven genoemde werken, wanneer hij Waar over gedelibereerd weesende Goed, wat daar op besloten is „gevonden en beslooten is, van het nieuwe dek op de Chialoup 't Loo, voor eerst of als nog aftesien, als werdende het daar voor ge„ Calculeerde, te Exchorbitant en Kostbaan geoordeelt, dog daar en teegen al het overige als noodsakelijk en onvermij„ „delijk weesende, van gevolg te doen zijn, en Conform het aangetoonde van de af„ „gelegde Chialoupen zoo verre dienstig is, te Emploijeeren, en het verder gecal„ „culeerde daar aan te besteeden. Wijders produceerde welmelde Heer Productie van een Transl: Jen„ Gouverneur, het Translaat eenen Jentieffse agt Jnlandse Timmerlieden bij zig heeft, in ses en dertig dagen sal klaarmaaken, soo meede den baas smit, wanneer hij drie vuuren aan de gang mag hebben, in voorenbenoemde dagen sal affmaken, verhoope hiermeede uwel Edele Gestrenge hoog gerespecteerde ordre volbragt te hebben, ste ontsag en hooge agting te onderschrivede „derstond/ wel Edele Gestrenge Heer Juwel„ Edele Gestr: ootmoedige en Schoorsaame Dienaaren /:was geteekend:/ met een kruis en daarbij geschreeven dit is het werk van den oppertimmerman Manus Stamer, ter zijde in mallabaarse Caracters geteekend de naam van de baas Smit /:in margine:/ Nagapatnam den 24. November A:o 1774. /:lager Jnkennisse van mij /:was geteekend:/ Jacob Hartman. l 49 brief

NL-HaNA_1.04.02_3430_0146 view scan ↗

English

The 6th of December 1774. The 6th of December 1774. Regarding the contents of the letter addressed to him by the Vizianagaram Princes Visia and Tjettarama Rasoe under date of 6 October last, written to His Honour, essentially containing that they were no longer minded to lease their villages to the Honourable Company, but were indeed inclined to cede Bimilipatnam with its dependencies, and the villages Commerpalium and Nagamaijapalium, together with the salt pans, to Their Honours for 3 years, provided that the same would advance them 50,000 Rupees at an interest of half a percent per month, and moreover pay the lease money annually in cash, with the further intimation that His Honour, regarding this as entirely unacceptable, had flatly refused it by a brief note addressed to the princes dated the 12th of the past month, which was also produced and submitted by the same, concerning which it was resolved solely to keep a record thereof and to insert the aforementioned letters. Translation of a Gentoo letter written to the Right Honourable Reinier van Vlissingen, Governor and Director of this Coast of Coromandel with the dependencies thereof, etc. etc., by the princes of Vizianagaram, Tittarama Raasjoe and Wiesarama Raasjoe, dated 6 October 1774. After preceding compliments. Whereas the Chief at Bimilipatnam, Mr. Dirk Vrijmoet, has summoned our Duan Tempenne Jagganade Raasjoe thither through His Honour's interpreter and Brahmin, we permitted him to depart to His Honour, and when he had returned, we were well able to gather from his report of what he had discussed with that gentleman concerning the matters touching the villages etc., that His Honour is a very quiet and peaceful man, and that if that gentleman should remain long at Bimilipatnam, the friendship between us and the Honourable Company will increase from day to day, whereas on the contrary, if the former Chief and the Second had remained there until now, disputes would likely have already arisen between us and them. Not to lease any more to the Honourable Company, according to the contents of the letter which Your Right Honourable Sir wrote to Jaggenada Raasjoe when he was at Madraspatnam on our business, we have, after consideration thereof, resolved, besides Bimilipatnam with its dependencies, and the villages Commarapalium and Nagamaijapalium mentioned therein, also to lease the salt pans to the Honourable Company for three years, on account of the friendship long residing between us and the same, provided that, in return, Their Honours will lend us 50,000 Rupees at half a percent interest per month. We request that the said Chief of Bimilipatnam, Mr. Vrijmoet, may be permitted to deal with us in such manner as His Honour discussed there with Jagganadoe Raasjoe, and has certainly made clearly known to Your Right Honourable Sir. What more shall I write, than that we request Your Right Honourable Sir always to favor us with news of his good health. Was signed: Seal. Below stood: for the translation according to the interpretation of the Brahmin Wengetasouberaijer Aijen. Lower: Nagapatnam the 9th of November 1774. Was signed: Cornelis Obdam, Sworn Translator. To the Princes Visia and Titta Ramarasoe. I have duly received the letter written by Your Highnesses to me, and understood its contents. I was inclined that Bimilipatnam with its dependencies, and the villages Commerpalium and Nagamaijapalium, should be ceded in lease to the Honourable Company, and I am still inclined to accept the same, together with the salt pans which Your Highnesses now also offer to cede, but to advance on loan 50,000 Rupees at the interest of half a percent per month, and moreover to pay the lease money annually in cash, I have never offered nor promised, as being a matter to which I neither can nor will consent. I request Your Highnesses to favor me with news of your good health. Was signed: R. van Vlissingen. In the margin: Nagapatnam the 12th of October 1774. In the same manner, the well-mentioned Lord Governor communicated to the assembly the contents of the translation of a Persian letter written by the Subah of these Carnatic Lowlands, Mahomed Ali Khan, under date of 9 October last to His Honour, which, aside from the compliments, essentially contained His Highness's expression of thanks for the pounds of cinnamon and ounces of oil of the same sent by His Honour at his express request, and the sending, in return thereof, of a counter-gift consisting of: 7 pieces of fine doreas without flowers, each valued at 30 Rupees, or together 210 Rupees, making Pagodas 64. —. 2 shawls, each valued at 12 Pagodas, or Pagodas 24. —. 2 dresses of honour, each 7 Pagodas, or Pagodas 14. —. Thus in total Pagodas 102. —. Whereupon it was likewise understood in this resolution to leave the counter-gift, valued at 102 Pagodas, to His Honour.

Dutch transcription

115. Den 6. december 1774. Den 6. december 1774. Wat deselve behelsd aan haar gerigt brief door de visianagramse Princen Visia en Tjettarama Rasoe in dato 6. octo„ „ber Iongstleeden, aan zijn Edele Geschree„ „ven, saakelijk behelsende, dat Sij niet meer, voorneemens waaren, haar Dor„ „pen aan d' E: Comp: te verpagten, dog wel inclineerenden, Bimilipatnam met dies onderhoorigheeden, en de Dor„ „pen Commerpalium, en Naga„ „maijapalium neevens de Soutpan„ „nen, voor 3 Iaaren aan haar Ed: aftestaan, mits dat deselve haar 50000 Ropijen teegens den jntrest van een half percento 'smaands, quam voor uijt te schieten, en daar en boven de pagt penn: sjaars nog onderwelke te kennen geveng in Contant betaalde, onder verdere te ken„ „nen geeving, dat zijn Edele sulks als gansch niet Convenieerende, bij een kleen briefje in en productie van een brief dato 12. der gepasseerde maand, aan de vor„ sten gerigt, en het welk door hoogst den„ „selven teffens almeede overgelegd wierd, plat afgeslagen hadde, waar van ver„ Dewijl het opperhoofd te Bimilipatnam d' heer Dirk vrijmoet, ons Duan Tempenne Jaggana„ „de Raasjoe, door zijn Ed: tholk, en brameni, aldaar ontboode heeft, hebben wij hem tot zijn Ed: laaten vertrecken, en wanneer denselve wee„ „der te rug gekomen was, soo hebben wij uit zijn rapport van het geene hij met dien Heer, weegens de saaken raakende de dor„ „pen &:a gesprooken hadde, seer wel kunnen opmaaken, dat zijn Ed: een seer stil en vreedsaam man is, en dat soo dien heen, nog lange te Bimilipatnam mogte verblijven, de vriendschap tusschen ons en d' E: Comp: van dag tot dag accresseeren sal, daar er inteegendeel, indien tot heeden het voorige opperhoofdende Secunde aldaar nog verbleeven waaren, mo„ gelijk tusschen ons en deselve reeds dis„ puten ontstaan soude weesen. „nen merder aan de E: Comp: te verpagten, volgens „daar voor afgaande Complimenten. de inhoud der brief, die uwel Edele Gestr: aan Translaat eener Ientiefse brief geschreeven aan den wel Edelen Gestrengen Heer Reijnier van Vlissingen Gouverneur en Direk„ „teur deeser Custe kor„ mandel met den Resorte van dien Ete Etc: door de princen van visianagaram, Titta„ rama Raasjoe, en wiesarama Raasjoe gedateerd den 6. octobr Staan is, in deesen eenelijk aanteekening te bestuijd dar ten antekening te houden houden, en voormelde brief te Inseree„ Jnsertie van de brieven staan Jaggenada door zijn Ed:s „ren. 1774. 117. Den 6. december 1774. Den 6. december 1774. geschenk ter waarde van Pag: 102: —. Iaggenada Raasjoe, wanneer denselven wel„ „gens onse affaire te Madraspatnam was ge„ „schreeven heeft hebben wij na overweeging van het selve beslooten, neevens Bimilipatnam met dies onderhoorigheid, en de dorpen, Com„ „marapalum, en Nagamaijapalum daar„ bij vermeld, ook nog de zout pannen aan d' E: Comp: voor drie Iaaren in pagt afte„ „staan, uithoofde van de tusschen ons ende selve, reeds lange Resideerende vrindschap, mits dat daan en teegen haar Edele ons 50'000 ropijen teegens een half percento jn„ trest 'smaands sal koomen te leenen. Wij versoeken, dat gedagte Bimilipat„ namse opperhoofd d' heer vrijmoet, ge„ permitteerd werden mag, indier voegen met ons te handelen, als zijn Ed: met Jagganadoe Raasjoe aldaar gesproo„ ken, en seekerlijk aan uwel Edele Gestr: wel klaar te verstaan gegeeven heeft, wat zal ik meer schrijven, dan dat wij versoeken dat uwel Edele Gestr: ons desselfs welstant altoos bedeeld /: was ge„ „tetekend:/ Sil: /onderstond voor de over„ „setting volgens vertaaling van den bra„ „mine wengetasouberaijer aijen /:lager:/ Nagapatnam den 9. gber 1774 /: was ge„ „teekend/ Cornelis obdam G: Transl: Aan de Princen Visia en Titta Ramarasoe. Ik heb de brief door uw Hoogheedens aan mijn geschreeven wel ontfangen, en dies inhoud verstaan. Ik heb toen he vf ijlengen wadogt anpatanteshen dat furmiele butnare do b „hoorigheeden, en de dorpen Commerpalium en Nagamaijapalum in pagt aan d' E: Comp: af„ „gestaan wierd, en ben ook nog geneegen, om deselve, neevens de soutpannen, die uw Hoogheedens tans meede aanbieden aftestaan, te accepteeren, dog om 50000 Ropijen, teegens den Intrest van een half percento, 's maands ter leen te schieten, en daar en boven de pagt penn:, sjaarlijk in Contant te betaalen, heb ik nimmer aangebooden, nog be„ „loofd, als een zaak weesende die ik niet in wil„ „ligen kan, nog zal. Hoogheedens versoek miet den welstand te willen bedeelen /:was geteekend:/ R: van vlissingen /:in margine:/ Nagapatnam den 12 8ber 1774. aansche brief van den Nadaa So0 als inselver voegen door welm: 7. pees fijne doeriassen zonder bloemen, ieder getaxeerd op Rop 30. of tesamen Ropias 210. makende - - - - - Pag: 64. —. 2. Tjaals ieder geschat op pag: 12. of „ 24. — 2. Eerkleederen ieder pag: 7. of „ 14. — Dus in't Geheel Pag: 102. —. Waar van almeede verstaan wierd, in besluijt het selve daar voor aan Heer Gouverneur, aan de vergadering meede gedeelt wierd, den inhoud van het Tran„ staat van een persiaansche brief door den Souba deeser Carnaticasche beneeden Landen. Machomethalij Chan, in dato 9. october Jongstleeden, aan zijn Ed: geschree„ „ven buijten de Complimenten Sakelijk behel„ „sende, zijn Hoogheijds dank betuiging over door zijn Ed: op desselfs expres gedaan versoek gesondene. lb: Canneel, en oncen dito Olij, en sending in recompens En aanbieding van en Contra van dien, van een Contra geschenk bestaan„ „de in: deesen Heer sijn Ed„s over te laaten.

NL-HaNA_1.04.02_3430_0148 view scan ↗

English

119 The 6th of December 1774. The 6th of December 1774. and to enter the same to the credit of the Gift account; to keep note of a gift horse to the Governor around these matters, and to leave those goods to the Governor for the appraised value, and to enter the amount thereof to the credit of the Gift account, as well as to incorporate the aforementioned translated letter into this record. Translation of a Persian letter written to the Right Honourable Reynier van Vlissingen, Governor and Director of this Coast of Coromandel and its dependencies etc. etc. etc. by the Subah of these Carnatic Lowlands, Mahometh Alijchan, dated the 29th of October 1774. Preceded by compliments: I have duly received your Honour's letter of the 15th of November last, together with the cinnamon and cinnamon oil sent therewith, which has greatly rejoiced me, as your Honour's friendship and affection were evident to me therefrom. And I also understood from the first mentioned that the Right Honourable Governor of Ceylon has finally settled the matter of the Candian Elephants with the King of that Realm, about which I am also very glad. In all matters concerning the Dutch Company that are just, I shall always show them my friendship and affection, and also constantly be helpful, even without being requested to do so, and I trust that your Honour is also persuaded that my affection will always be toward your Honour, and for that reason to continuously inform me of your Honour's well-being, and to accept the goods that I send to your Honour in accordance with the note enclosed herein. What more shall I write. It was signed below. For the translation, according to the translation of the Brahmin Hengela souberaijer aijen from the Malabar language, which was translated from the Persian by the Persian writer Saboedien, Nagapatnam the 27th of November 1774. It was signed: Cornelis Obdam, Sworn Translator. While on this occasion it was also decided to sell the gift horse mentioned in the Resolution of the 27th of December of the past year, which was indeed appraised at 40 pagodas, but on account of old age no one being willing to take it over for that amount, the day after tomorrow at public auction for the going price. Whereupon the aforementioned Governor also gave notice to the meeting of the receipt of a letter from the Palliacat Secunde Hendrik Scoffier, dated the 24th of September last, addressed to his Honour, wherein he uses the far-reaching arrogance and impertinence simply to write straight away that, owing to the indisposition of the bookkeeper Van der Waard, the trade books of that office for the year 1774 would not be ready before the middle of February next, without deigning in the least to put forward any other relevant or acceptable excuse, nor on the basis of any sufficient grounds to request a favourable accommodation or prolongation of time, but only the illness of the aforementioned Van der Waard, just as if the Government were obliged to be satisfied with that, and the service of the Honourable Company in that principal matter, upon which everything depends, concerned him no further than to look for someone to keep the books for him, and that upon the illness of such a person, he could suffice with merely letting them lie, and not only depriving the Government of the necessary account of affairs, but thereby also rendering them unable to make a complete report to the High Superiors in Batavia and in Europe without meriting punishment for it, whereas on the contrary his duty indisputably dictated that he ensure that the books and the other highly necessary as well as the usual annual papers pertaining thereto were prepared and sent off at the appointed time, without any excuse of illness of the one whom he had perform his work being admissible or satisfactory in that regard, much less such a clumsy and shameless statement that the books, for such a reason, would not be ready for a time that he merely pleased to name, from which it shone through not obscurely that he did not care in the least about the 121. The 16th of December Anno 1774. The 6th of December 1774.

Dutch transcription

119 Den 6. december 1774. Den 6. december 1774. en het selve ten goede onder schenkagie reecq: te doen innemen van een geschenk paart aan den Heer Gou: omtrend de deesen notitie te houden, en die goederen voor de getaxeerde waarde aan den Heer Gouverneur over te laten, en het bedragen derselve ten goede van de Schenkagie reecq: inteneemen, mits„ „gaders de voorm: Translaat brief dee„ „sen inte lijven Translaat eenen Ver= „siaansche brief geschreeven aan den Wel-Edele Gestrengen Heer Reijnier van Vlissingen, Gouverneur en Direkteur deeser kuste Kormandel met den Resorte van dien Etc: Etc: Etc: door den Sou„ „ba deeser Carnaticasche beneeden Lan„ „den Mahometh Alijchan, gedateerd den 29. October 1774. daar voor afgaande Complimenten Ik heb uwel Ed: Gestr: brief van den 15 9ber: Iongstlee„ „den neevens de daar bij gezondene Caneel, en Caneel olij, wel ontfangen, welk een en ander, mij seer ver„ „heugd heeft, als zijnde mij daar uit uwel Ed: Gesstr: vriendschap en geneegendheijd gebleeken. En ik het uit de eerst gemelde teffens ook ver„ „staan, dat den wel Ed: Gestr Heer Ceilons Gou„ verneur de zaak van de Candiasche Elipphanten, met den Koning van dat Rijk finaal afgemaakt heeft, waar Over ik almeede seer verbleijd ben. In alle zaaken de Hollandsche Compagnie be„ treffende die in billijkheid bestaan, zal ik desel„ „ve althoos mijn vriendschap en geneegendheid bewijsen, en ook steeds behulpsaam zijn, selfs sonder dat ik daarom, versogt werde, en ik in Heere uwel Ed: Gestr: teffens gepersucideerd te zijn, dat mijne geneegendheid altijd tot Hoogst Denselven weezen zal, en mij uit dien hoofde, bij aanhoudendheid uwel Ed: Gestr: welstand te bedeelen, ende goederen die ik Conform de hier inne geslootene Notitie aan Hoogst denselven Terwijl te deeser geleegendheid teffens besloo„ te doen verkopep.:s vendutie ten wierd, het geschenk paard ter Resolutie van den 27. december des voorleeden Jaars ver„ „meld, dat wel op 40. pag geschat is, dog mits ouderdom niemand het daar voor willende overneemen, op overmorgen per„ rendutie voor het geldende te verkoopen. e Waar nagedagte heer Gouverneur Wat de pall:s secunde Particulier aan de vergadering almeede kennisse gaf legotie papheren geschreven hadde: van de receptie eener brief van den Pallia„ „katse Secunde Hendrik Scoffier, in dato 24. 7ber J„o leeden, aan zijn Edele gerigt, waar bij denselven de verregaande „en arrogantie in pertinentie gebruikt, om maar direct weg te schrijven, dat mits de indispositie van den boekhouder van den zende, te Accepteeren. Wat zal ik meer schrijven /:onderstond:/ voor de oversetting volgens vertaling van den Bramine Hengela souberaijer aijen, uit het mallabaars, die sulx uyt het persi„ „aans /:vertolkt is, door den persiaans Schrij„ „ren Saboedien, Nagapatnam den 27. November 1774. /:was geteekend:/ Cor„ „nelis obdam. G: Translateur. zende Waard 121. Den 16. december Ao 174. Den 6. december 1774. Waar, de Negotie boeken van der Comp„ „toir de anno 17/4 niet voor medio februarij aanstaande, klaar soude weesen, sonder zig in 't minste te verwaardigen eenige andere ter zaake dienende of aanneemelijke ver„ Schooning in te brengen, dan wel op Cunda„ „ment van eenige voldoende motiven, een gunstige inschikking of prolongatie van tijd te versoeken, dan alleen de siekte van voorm: van der waard, even als of de Re„ „geering verpligt was, zig daar meede maar te vreede te houden, en hem den dienst der E: Comp:e in dat voorname stuk waar van alles dependeerd, niet verder Conserneerde dan om iemand op te soeken, om de boeken voor hem waar te neemen, en hij mits siekte van een soodanig pen„ Soon, volstaan konde, deselve maar te laaten leggen, en de Regeering niet alleen het noodig verslag van saaken te onthouden, maar deselve daar door ook buijten staat te stellen, om een vol„ „leedig berigt aan de Hoogers Gebieders te Batavia, en in Europa te kunnen doen, zonder daar over straffe te meriteeren, daar zijn pligt ten Con„ „trarie onweederspreekelijk dicteerde, om sorge te dragen, dat de boeken, en de verdere daar toe gehoorende hoognood„ „sakelijke mitsgaders de gewoone Jaar„ „lijkse papieren, ter bepaalde tijdt ingereed„ „heid gebragt en afgezonden wierden, zonder dat dierweegens eenig excuus van Siekte van de geene die hij zijn werk liet verrigten, admisibel of satisfactoir was, veel minder soo een lompen onbeschaamd zeggen, dat de boeken uit een dusdanige oorsaak voor een tijd als het selfs maar gelustede te noemen, niet klaar soude weezen, waar uit niet duijster quam door te Straalen, dat hij zig in't geheel niet stoorde aan ook de

NL-HaNA_1.04.02_3430_0150 view scan ↗

English

123. The 6th of December 1774. Deliberation thereon and taking his conduct to be impertinent. Well deserving not yet to declare definitively the successive orders determined on that subject, and boldly imagining that he may violate the same with impunity. Whereupon it being deliberated, this conduct of his was regarded by the assembly as very audacious and petulant, since all servants of the Honorable Company must be obliged and capable of performing themselves the duties belonging to the post they occupy, without availing themselves of the capacity or convenience of a servant, or being allowed to rely upon the same, and still less to bring such forward in so bold and shameless a manner as a sufficient motive for excuse. As all such incapable subjects, who are useless and detrimental to their Lords and Masters, deserved nothing other than to be immediately removed from their posts and sent away as incompetent, in order to entrust such important employments to vigilant and able persons, and in that manner to fill all posts with experienced servants possessing the required competence, of whom enough were at hand, and thus to watch that the Company's interests were not neglected through the ignorance of its servants. And although the aforesaid Scoffier had also justly deserved this, since in that respect it was even an indelible shame that he, who had served the Honorable Company for so long, and that in several posts, still dares to say without blushing that he is not capable of handling the books, and his petulant and arrogant conduct in coming forward with that so directly, as if such 125. The 6th of December 1774. Condemned in salary and ordered to take care of his own preservation. were completely sufficient for his defense, and he could therewith suffice in all respects and answer for himself, gave the assembly yet greater indignation, it was nonetheless unanimously resolved not to declare definitively for the present regarding this misconduct and extreme shamelessness of his, but provisionally to condemn him on account thereof to a fine of three months' salary, for the benefit of the Diaconate poor of this city, and furthermore to leave all the disadvantageous consequences that might result from this negligence of his to his account and responsibility, and at the same time to command him in the most serious manner, in order to prevent all of the same and to provide for his own good and preservation, to ensure that the books are sent hither at once without the slightest delay, in accordance with the regulations and threats so frequently made and repeatedly renewed in that regard, especially in the extension of the regulation on the keeping of the trade books drafted on the date of 19 October in the year 1753, which dictates for negligence in that matter alone first a fine of three months' salary, and subsequently removal from the post one occupies, and dispatch to Batavia at the disposal of Their High Excellencies; holding before him that he could thereby easily comprehend and must be convinced that if one were to take his incompetence, added to his shameless, audacious, and arrogant conduct, duly into consideration, he would then justly have deserved to be punished immediately and without the least connivance in the last-mentioned manner, if one had not, although undeserved, wished to use some indulgence with him, 127. The 6th of December 1774. Indignation also over the indifference of the chief in that case. which, however, it was resolved to grant no further place in his regard if he delayed any longer and tried the patience of the assembly, with a serious warning that he could thereby guard himself against further damage by a prompt observance of the order. While there also came before the assembly, to their utmost dismay, the indifferent conduct of the Chief Dormieux in this matter, as he did not even deign to make any mention of this case, neither in particular nor on behalf of the Company in his letters, though this could not be entirely unknown to him, or at least ought not to be, as his duty as Chief required of him to ensure that everything, and especially the timely preparation of the trade books and other annual papers, was performed, settled, and maintained according to the order, since otherwise everything was and remained for his account, especially if he treated all matters with silence and conducted himself indifferently, as evidently appeared to have taken place in this present case; since his duty indisputably entailed that, if the Secunde or anyone else among the servants placed under him was incapable or neglected that which they were obliged to do, he was at once to exercise his higher authority, and if necessary even put his hands to work and devise means so that the Company's interests were not neglected, as well as immediately to inform the

Dutch transcription

123. Den 6. december 1774. Deliberatie daar over en voor impertinent aanmerk vin sijn gedaag. Wel meriteeren nog niet fernaalder de Clazee„ de successive op dat stuk bepaalde ordres, en zig Houtelijk verbeelde de deselve maar straffeloos te moogen overtreeden, Waar over gedelibereerdt weesende, dit zijn gedrag bij de vergadering voor seer vermetel en petulant aangemerkt wierd, dewijl alle dienaaren der E: Comp: gehouden en in staat moeten zijn, de verrigtinge tot de post diese beklee„ „den gehoorende, selfs waarte neemen, sonder zig mits in Capaciteit of gemak„ „kelijkheijd van een knegt te bedienen, of het op denselven te mogen laaten aan„ „koomen, en nog veel minder om sulx maar soo brutaal en onbeschaamd weg, als een voldoenend motief tot Wel diergelijke onbequamen verschoning in te brengen, alsoo alle dusdanige onbequaame en voor haar Heeren en Meesters onnutte en schadelij„ „ke subjecten, niet anders meriteerden, dan om immediaat uijt haar posten Den 6. december 1774. geligt en voor inhabil versonden te werden, om soodanige aangeleegene emploijen aan vigilanten en habielden persoonen optedragen, en op die wijse alle posten met ervarene ende vereischte bequaam„ „heijd besittende Dienaaren die 'er genoeg aan handen waren, te vervullen, en dus te waken dat 's Comp=s belangens door onkunde van derselven bediendens niet verwaarloost wierden, En alhor dog de daar var ontrinhen wel voorsz: Scoffier sulx dan ook billijk hadde verdiend, alsoo het op„ „sigt, selfs een onuitwisselijke Schande was, dat hij die d'E: Comp:e alsoo lange, en dat in verscheijdene posten hadde gediend, nog sonder schaamroot te woorden seggen durft, niet in staat te weesen om de boeken te kunnen maniee„ „ren, en zijn petulant en arrogant ge„ „drag om daar meede maar soo direct te berde te koomen, Eeven als of sulx te hen geligt over 1 125. Den 6. december 1774. Den 6 december 1774. ven / in gagie Condemneerde en last om voor sijn eijgen behoudenisse te sorgen„ over voldoende tot zijn verdeediging was, en hij daarmeede in alle opsigte volstaan en zig verandwoorden konde, de verga„ „dering nog grooten verontwaarding baar„ „de, soo wierd egter met eenparigheid van stemmen beslooten, sig over dit zijn wanggedrag, en verregaande onbeschaemd„ „heijd, voor als nog niet finaal te decla„ maar bijprovisie n een boe reeren, maar hem ten saake van dien, bij provisie te Condemneeren in een boete van drie maanden gagie, ten behoeve van de Diaconij armen deeser steede, en voorts alle de nadeelige gevolgen die uit deese zijne negligentie resulteeren mogte, voor zijn reecq: en verandwoor„ ding te laaten, en hem teffens op het aller ernstigste te gelasten, om tot pre„ ventie van alle deselve, en tot zijn eijge beste en behoudenis te besorgen, dat de boeken sonder de mindste tardance ten eersten dit heen wierden gezonden Conform de soo meenigmaalen dienwelgens gemaakte en iterative maalen gerenoveer„ „de bepalingen en drijgementen, insonder„ „heijd bij de ampliatie van het reglement op het houden der negotie boeken in da„ „to 19. october anno 1753. beraamdt, die voor de negligentie alleen in dat stuk eerst een boete van drie maanden gagie, en vervolgens ligting uit de post die men bekleed, en opsending na Bata„ „via, ter dispositie van Haar Hoog Edelens, dicteert, onder te doene voor„ en onderwelke vorhouding „houding dat hij over sulx selfs faciel penetreeren konde, en overtuigt weesen moest, dat soo men zijn onbequaam„ „heijd gevoegd bij zijn schaamteloos, vermetel en arrogant gedrag, daar bij teffens na vereisch in Consideratie quam te neemen, hij dan billijk hadde gemeriteerdt, immediaat en sonder de minste Conniventie op de laast gem: Conform wijseh nngeg 127. Den 6. december 1774. Den 6: December A:o 17714. ontsligting mede over dat onver„ schilligheijd van hat opperh: in dat geval geweest was wijse gepunieerd te werden, indien men schoon onverdiend nog niet eenige in„ „schickelijkheijd met hem hadde wil„ „len gebruijken, die men egter besloot ingevalle hij nog langer tardeerde, en het geduld der vergadering tergde ten zijn opsig te geen meerder plaats te geeven, met Serieuse waarschou„ „wing, dat hij zig over sulx door een prompte observantie der ordre, voor verdere schade wagten konde. Terwijl de vergadering teffens ook nog tot de uitterste ontstigting te voo„ „ren quam, het onverschillig gedrag van het opperhoofd Dormieux in deesen, als zig niet eens verwaardigd hebben 4 antboke van dit „ geval, nog in het bijzonder, nog sComps weegen bij zijne brieven eenig gewag te maaken, daar hem sulx wat daromtaen zijn pligt egter gantsch niet onbekend konde, of ten minste behoorde te zijn, alsoo zijn pligt als opperhoofd van hem vorderde, om sorge te dragen dat alles, en insonder„ „heijd het tijdig, in gereedheijd brengen der ne„ „gotie boeken, en andere Iaarlijke papieren, na de ordre verrigt, en in effenheijd gebragt, en gehouden wierd, vermits sulx ander„ „sints, alles voor zijn reecquening was, en bleef, principaal indien hij alle Saa„ ken met stilswijgen tracteerde, en zig onverschillig gedroeg soo als ten evi„ „dens ten Consteerde, dat in Cas subject had„ „de plaats gehad, nadien zijn gehoude„ „nisse onweeder spreekelijk meede bragt den Secunde of iemand, anders van de on„ „der hem gestelde Dienaaren, onbequaem zijnde, of het geen waar toe zij verpligt waaren, verwaarloosende, aanstonds zijner hoogergesag te oeffenen, en des noods selfs handen aan het werk te slaan en middelen te beraamen, dat 's Comp:s belangens niet vernegligeerd wierden, mitsgaders daar van ten eersten aan om de

NL-HaNA_1.04.02_3430_0153 view scan ↗

English

The 6th of December 1774. The 6th of December 1774. to give notice to the Government, regarding which, upon deliberation, it was remarked that he had likewise deserved a sensible correction, since all of this, he being an old servant, could not, or at least ought not to be, unknown to him; yet on which account the assembly also resolved not, for the present, to express itself finally, or to make use of such means as the power entrusted to it provides to awaken slothful servants to their duty, but provisionally to express to him regarding this matter the serious displeasure of the Government, and to reproach him in the sharpest terms, as well as to hold him responsible for all the disadvantageous consequences that would result from the aforementioned conduct if not timely redressed, with an accompanying recommendation no longer to be so indifferent in the Company's service in the future, nor to treat the same so commonly as the Government, to its great grief, had for a considerable time observed and experienced in all his dealings, as nothing but harm and disadvantage to himself would arise from this. By the Senior Merchant and Chief Administrator here, the Honourable Henricus Leembruggen, in an ample petition presented by him, Furthermore, in place of the Junior Merchant Johannes Accama, appointed Chief of Palicol by resolution of the 22nd of November last, who was also a member of the Orphan Chamber, the bookkeeper and trade transferrer Petrus van Troll was elected again as such. The 6th of December 1774. The 6th of December Ao 1744 wherein having been demonstrated the impossibility of being able to continue any longer in the aforementioned post and whatever further belongs thereto, or to observe and perform the same properly, partly on account of the weak condition of his body, having spent most of the time of His Honour's presence here with falling and rising, and having been on the brink of death not once but several times, and the inconveniences and other troubles continually resulting therefrom, which increased daily more and more at this place with his advancing years, so that he could no longer endure or overcome the vexations and adversities which he met with from time to time in this his service (on account of a lack of sufficient knowledge and skill, especially concerning what was to be done in the trade work, of which the principal part had necessarily to be performed by another person qualified thereto), and on the other hand, and indeed principally, on account of the irreparable loss of his third wife which befell His Honour and his 9 children in the latter part of the month of July last, not only, but also because of the request made by her shortly before her bitter passing and the touching farewell from him and his children, in the most powerful and earnestly friendly manner, to bring up and raise the said children in all honour and virtue himself directly, or at least under his principal supervision, as long as he should remain in life and health, The 6th of December Ao 1744. The 6th of December Ao 1744. with the addition that for His Honour and the children it would be best to resign his aforementioned service as soon as possible, and subsequently to depart from here for Colombo, as a place far healthier and advantageous to live in (just as he had there more than once recovered his former health from illnesses from which he could not be restored in other places by the application of diverse medicines), not only, but at the same time a place better provided with good doctors and other means than here, for the complete attainment of the true object and end so earnestly desired of him by his said wife, alongside yet more other pressing reasons alleged at large in that document, with the further notification that after having well and ripely considered and examined everything, he found himself under the absolute necessity of having to address this Government directly, without first addressing Their High Excellencies the Honourable High Indian Government at Batavia on this account, as it could not well suffer delay for so long, unless he wished in the meantime to leave his children to mere chance, having in the past four months already become not a little wild and strayed from the right path, over and above that he held himself too well assured of Their High Excellencies' philanthropy and generosity to doubt in the least that Their High Excellencies would not take pleasure in his being, through the aforesaid occurrence, so fatal as well as soul-affecting for him and his children,

Dutch transcription

129. Den 6. december 1774. Den 6. december 1774. reproche daar over aan den lige gevolgen "E: Hoofdadministrateur Leembruggen tot het lang waarnemen zijner diensten van d' Weeskamer de Regeering kennisse te geeven, waar over bij deliberatie, aangemerkt wierd, dat hij almeede een gevoelige Correctie hadden gemeriteerd, nadien hem al het selve als een oud dienaar zijnde, niet onbe„ „kend weesen konde, of ten minsten niet behoorde te zijn, dog welkent weegen de vergadering besloot zig almeede, voor als nog niet finaal uit te laaten, of gebruik te maaken, van soodanige middelen, als de aan deselve toe ver„ „trouwde magt, haar aanhanden geeft, om ijverloose dienaaren tot derselver pligt, op te wecken, maar hem bij pro„ „visie ter saake van dien, het ernstig on„ „genoegen der Regeering te betuigen, en ten scherpsten te reprocheeren, mitsga„ huijs voort te klen nandaar„ders voor alle de nadeelige gevolgen, die uijt het voorschreeve gedrag, indien niet tijdig geredresseerd wierde, resulteeren soude, responsabel te stellen, met afte„ Door den opperkoopman en hoofd keluijd mogelijkhijd onde administrateur alhier d' E Hen„ „ricus feembruggen, bij een ampel sendene recommandatie, om voortaen soo onverschillig in 's komp dienst niet meer te zijn, nog deselve soo gemeene„ „lijk te tracteeren, als de Regeering tot groot verdriet seedert een geruimen tijd, in alle zijn behandelingen ont„ waarden ondervonden hadde, alsoo daar uijt niet dan schaade en nadeel voor hem selfs soude ontstaan. Wijders wierd insteede van den ter bewening en van gesl tetled Resolutie van den 22. 9gber Iongst„ „leeden tot opperhoofd van Palicol aangestelden onderkoopman Iohan„ „nes Accama, die teffens lid van de weeskamer geweest is, als soodanig weeder verkooren, den boekhouden en Negotie overdrager Petrus van Troll. Sendene Request selven, 131. Den 6 december 1774. Den 6. december Ao 1744 Waar door Request gedemonstreerd zijnde, de on„ „mogelijkheijd om langer in de voorsz: bediening, en het geene daar toe verder ge„ hoord, te kunnen Continueeren of deselve na behooren gaade te slaan, en waar te neemen, eensdeels uit hoofde de swak„ „ke gesteldheid zijnes Lichaams, als de meeste tijd van zijn E: aanweesen al„ „hier, met vallen en opstaan door ge„ „bragt, en niet eens maar verscheijdene maalen op den oever des doods geweest hebbende, en de daar uijt telkens voort„ „vloeijende ongemacken en andere in Conve„ „nienten, die te deeser plaatse met zijn opklimmende Iaaren, dagelijks meer en meer toenaamen, en hij dus de ver„ „driettelijkheeden en teegen Spoeden die hij nu en dan in deese zijne dienst /: uit hoofde van gebrek van genoegsaame kennisse en kundigheijd, voor al om„ trend het geene bij het Negotie werk te doen viel, waar van over sulx het voornaamste, door een ander daar toe bequaamperzoon wel hadde moeten laaten waarneemen:/ ontmoetede niet langer uitstaan nog te booven koomen. konde, en ten anderen, en dat wel princi„ „paal, ter saake van het in het laaste vervolg van de maand Iulij Iongstleeden, zijn Een Desselfs 9 Kinderen, overge„ „koomen onherstelbaan verlies van des„ „selfs derde Huisvrouw, niet alleen, maar teffens ook van weegen het door haar kort voor derselver bitter overlei„ „den, en het aandoenelijk afscheijd nee„ „men van hem, en zijne kinderen, op het aller kragtigste en ernst vriendelijkste gedaan versoek, omgedagte kinderen, in alle Eer en deugd selfs direct, of ten minsten onder zijn principaal toever„ „sigt, soo lange bij leeven, en gezondheijd blijven, soude, op te voeden, en grootte brenge, te met FP 133. Den 6. december Ao 174. Den 6. december Ao 174. met welke bijvoeging En te kennen geving met bijvoeging, dat daar toe voor zijn E en de kinderen het beste soude weesen, van de maar hoe eer hoe liever zijn voorm:te dienst te quiteeren, en vervolgens van hier na Colombo te vertrecken, als een plaats wijgesonden en voordeeligen om te kun„ „nen leeven /:soo als hij aldaar ook meer dan eens tot zijn voorige gesondheid was geraakt, van siektens, waar van hij op andere plaatsen, door de applicatie van diverse middelen niet konde werden hersteld /: niet alleen, maar teffens een plaats beeter voorsien van goedemee„ „sters en andere middelen meer dan hier, ter volkomen bereijking, van het waare oogmerk, en eijnde, van het door ged: zijn huisvrouw op hem soo ernstig be„ „geerde, neevens nog meer andere drang reedenen bij dat schriftuur in't breede geallegueerd, onder verdere te kennen gee„ ving, dat hij na alles wel en rijpelijk te hebben overwogen, en nagegaan, zig in„ de absolute noodsakelijkheijd bevond, van hem direct tot deese Regeering te moeten werden, zonder zig dierweegens eerst bij Haar Hoog Edelens de Edele Hooge Indiasche Re„ „geering te Batavia te addresseeren, als soo lange niet wel uijtstel kun„ „nende lijden, ten ware hij intusschen zij„ „ne kinderen aan het enkel geval wilde overlaaten, als in de gepasseerde vier maanden reeds niet weijnig verwil„ „derd, en van de regte wegafgedwaalt zijnde, buijten en behalven, dat hij zig van Haar Hoog Edelens mens„ „lievendheijd en Edelmoedigheijd alte seer verseekerd hield, dan dat hij in't min„ „ste durfde dubiteeren, dat Hoogst de„ „selve, geen genoegen zoude scheppen, dat hij door het voorschreeve voor hem en zijn kinderen soo fataal als siels„ te treffend

NL-HaNA_1.04.02_3430_0156 view scan ↗

English

135. The 6th of December 1774. To the Right Honourable, Valiant Lord Reijnier van Vlissingen, Governor and Director of this Coast of Coromandel with its dependencies, etc., together with the Esteemed Council. Right Honourable, Valiant Lord and Gentlemen, It pleased Their High Excellencies the High Indian Government, in their widely known noble discretion, to employ the petitioner herein, Henricus Leembruggen of Leiden, your Right Honourable Valiant Lords' humble servant, after he arrived in the Indies at Ceylon in the year 1742 as a sergeant on the ship Horssen, first in several notable posts there for a considerable time, namely: from the year 1743 until 1746 as bookkeeper and scribe in the commission to Kandy, and further as private secretary to the late Right Honourable, highly esteemed Lord Governor of Ceylon, Julius Valentijn Stein van Gollenesse of blessed memory; furthermore from the year 1746 until 1748 as under-merchant and second warehouse master; from 1757 until the end of 1758 as Chief of Kalpitiya; and subsequently in the capacity of captain... Having suffered a grievous death, he sought peace for himself and the welfare of the children, all the more so since he had the honour of having served the Honourable Company for over 32 years in various important offices, and during that time served his term as senior merchant more than three times over. Consequently, he requests this assembly to discharge him from his present office of head administrator and everything appertaining thereto, namely the presidency of Justice, the captaincy of the Company's clerks and burghers, and as political commissioner on the Reverend Church Council, and to permit him, the sooner the better, after having properly transferred everything, to depart with his family to Colombo. All of which appears more fully and in detail from the aforementioned petition, which was read to the assembly by the Lord Governor and found to be of the following content:

Dutch transcription

135. Den 6. december 1774. Den 6. december 1774. bo te vertrecken aansienelijke diensten te emploijeeren /: te weeten van 't Jaar 1743. tot 17146. , als boek„ „houder en Scriba in de Commissie na Can„ „dia, en wijders als geheimschrijven van den geweesene wel Edele Groot Agtbaare Heer Ceijlons Gouverneur Iulius va„ „lentijn Steijn van Gollenesse L: M:, voorts van het Iaar 1746. tot 1748. , als onderkoopman en tweede Pakhuismee„ „gens van 1757. tot in het laast van 1758. gegeven Rrequrest treffend sterfgeval, zijne rust voor hem, en het best van de kinderen was soekende, te meer na dien hij de Eere hadde, van Ruim 32. Iaaren lang bij de E: Comp:s verscheijdene aangeleegene func„ „tien te hebben bekleed, en daar onder Ruim driemaal zijn tijd als opper„ en veroekdeets van sijn erslak koopman uitgediend, en over sulx van deese vergadering te versoeken, om hem uijt zijne presente dienst van hoofd administrateur en het geen verder daar toe gehoord, te weeten het praesidium van de Iustitie, het Capitain Schap der Comp:s pennisten, en burgers, en als Commissaris Politicus in den Eerwaarden kerken Raad N:r en permissie om naar blom, te ontslaan, en te permitteeren van hoe eer hoe liever te weeten nabehoorlijk transport van alles te hebben gedaan, met de zijne na Colombo te mogen vertrecken, alles nader en omstandiger blijkende, bij het Het heeft Haar Hoog Edelens de hooge Indiasche Regeering na hoogst derselfver alomme bekende Edelmoedige be„ „schijdentheid behaagt den Suppliant in deesen, Henricus Leembruggen van Leijden, uwel Edele Gestrenge Heeren Heeren onder„ „danigen Dienaar, na dat hij in de Iaare 1742. , als Sergeant met 't schip Horssen in Indien tot Ceilon was aangeland, eerst liteit als Kapitain vande nedlen egua als opperhoofd van Calpettij en vervol„ aldaar selfs een geruime tijd in verscheide Wel Edele Gestrengen Heer, en Heeren! Aan den Wel Edele Gestrengen Heer: Reijnier van Vlissingen Gouverneur en Direkteur deeser Custe Cormandel met den Resorte van dien Hr. Hr. neevens den Agtbaaren Raed. voorm: Supplicq, dat door den Heer Gouverneur de vergadering voorgelee„ „sen, en van de volgende inhoud bevonden Jnsite van in dar e ve wierd voorm als

NL-HaNA_1.04.02_3430_0157 view scan ↗

English

137 The 6th of December 1774. The 6th of December A 1774. as merchant and Lieutenant Dissava, and finally in the year 1759 promote him to that high character of senior merchant, and at the same time as Dissava of Matara and Secunde of Galle, and which until the end of [illegible] to the greatest delight and pleasure both of himself and principally of his High Masters, as far as he knows, he was permitted to administer, in the flowing hope at the same time of soon being advanced to even higher offices of honor. However, as all sublunary things are subject to changes, so it happened to the petitioner as well, and shortly thereafter he had the misfortune of not only having to leave his service and subsequently march into the war against the Kandiyans, but finally even to spend as a prisoner more than [illegible] in the most extreme misery, most dreary, saddest, and most distressed circumstances, so that no one knows better than the petitioner how one feels in such cases, where almost at every moment one sees nothing but death before one's eyes, without being able to fathom how it will end with his wife and children, etc. Yet since Almighty God imposes no more on any man than he can bear, and thus with the trials also in due time grants everyone a merciful outcome, so it also pleased His Adorable Majesty finally to turn his captivity, and thus to cause him and his family to attain the most blessed outcomes, so that by God's special goodness and undeserved Grace he finally had that exceedingly great fortune and pleasure, on the 24th of February 1763, although in a completely weakened yet otherwise [illegible] state of health, to return again to Colombo, and there to be able to meet all his loved ones in no less blessed prosperity, whereby he could indeed imagine nothing else than that he would now again with his family be able and allowed to enjoy a desired rest, peace, and contentments. However, in this regard he soon found that he saw himself compelled to depart again from Colombo, however weak and exhausted, and leave for Batavia in order to be able to clear and justify himself before Their High Excellencies concerning the charges brought against him, just as he then indeed departed from there with his family on the 15th of March following, and subsequently through God's special providence and safe conduct had that exceedingly great fortune of arriving at the aforementioned capital in a reasonable state on the 7th of April following, not only that, but even being received by and through Their High Excellencies in general in the most favorable and amiable manner, etc., so that, after having spent some time there with his family as desired and having thus also duly justified himself, he furthermore enjoyed that high honor and that exceedingly great pleasure of being reinstated in the latter part of that same year 1763 by the aforementioned Their High Excellencies not only as senior merchant, but shortly thereafter even promoted to Secunde and head administrator of this Coast, so that then, humanly speaking, nothing was lacking of that which he and his family had so greatly longed for, and for which reason he and his family were then also intent on nothing other and more than upon their departure for here. But as he has already said once, all sublunary things being constantly subject to changes, so there befell again for the greatest part his household, but especially him, new and heavy trials, so that while still being there he lost not only a multitude of slaves, but even his late dear second wife and an infant son of whom she had shortly before safely been delivered, and furthermore he himself was so severely stricken by the fever that he in such a manner had to spend a considerable time there in that sorrowful state, not only that, but also having since departed from there for here, finally arriving here on the 5th of August 1764 in such a deplorable state that there seemed to remain for him little or no hope of recovery, as all of this to Their High Excellencies likewise and well

Dutch transcription

137 Den 6:' december 1774. Den 6. December A 1774. als koopman en Luitenant Dessave:/ en eijndelijk in den Iaare 1759. hem bevorderen tot dat hooge Caracter van opperkoopman, en teffens als des„ „save van Mature en Sekunde van Gale, en ge„ tot in het laast van 't Tianonorweldiens grootste vermaak en genoegen zoo van hem selfs als wel principaal van zijne Hooge Gebieders, soo als hij niet beeter weet, heeft moogen waarneemen, in die vloeijende hoope, teffens van eerlange tot nog sal hoogere eere ampten te zullen worden g'avanceert. Edog gelijk alle ondermaande zaaken de veranderingen onderworpen zijn, al„ „soo gebeurde 't den suppliant ook, en hij hadde dus kort daar na't ongeluk van niet alleen zijn dienst te moeten verlaten en vervolgens in den oorlog teegens de Candianen optrecken, maar eijndelijk selfs als een gevangene ruim dlbdeareste ppeter doorbrengen in de alleruijttersteelende, aller naarste„ bedroefste en bedrukste omstandig„ „heeden, zoo dat niemand beeter dan den suppliant weet, hoedanig imand te moede is, in diergelijke ge„ vallen, waaren men bij na alle ogenblikken niet anders als de dood voor oogen siet, sonder te kun nen bevroeden, hoedanig 't met zijn vrouw en kinderen N=a sal aff„ loopen. Dan nadien den Almogende God geen mensch meerder oplegt, dan hij dragen kan, en dus met de besoekingen ook te zijner tijd een ijder weeder eene gena„ „dige uijtkomste verleend, alsoo behaag„ de 't zijne aanbiddelijke Majesteijt ook eijndelijk zijne gevangenisse te wenden, en soo hem ende zijne de allergezegenste evenementen te doen erlangen, zo dat hij door Gods bijzondere goetheid en onverdiende Genade eijndelijk dat over groot geluk en genoegen had, den 24. februarij 1763, of Schoon in een gantsch verswakte egter anders hamelijke rstaet van gezondheid tot Colombo weeder te keeren, en aldaar alle de zijne in eene niet minder gezegende welvaart te mogen ontmoeten, en waar door hij dan ook niet wel anders konde verbeelden, of hij soude nu met de zijne weeder een gewenste Ruste, vreede, en vergenoegingen kunnen en mogen genie„ „ten, edog hier omtrend bevond hij niet lan„ dat hij zig genoodsaakt vin de nadelijk weeder van Colombo, hoe swaken af„ gemat ook, op te breeken en na Bata„ via te vertrecken, teneijnde zig bij Haar Hoog Edelheedens te kunnen Suiveren en verantwoorden van weegens 't hem ten laste gebragte, gelijk hij dan ook den 15. Maart daar aan al van daar met de zijne vertroken vervolgens door Gods bijzondere voorzienigheid en vijlig gelijde dat over groot geluk had, van op den 7. ' april daar aan vol„ gende al ter gemelde hoofdplaatse in een reedelijke slaat te arriveeren, niet alleen, maar selfs bij en door Haar Hoog Edens in het Generaal op de favorabelste en minsaamste wijse te worden ontfangen &:a invoegen, na al„ „daar eenige tijd met de zijne naar wensch te hebben doorgebragt en soo teffens zig na behooren ver„ „andwoord, wijders hij die hooge eere, en dat over„ „groot genoegen genoot van in het laast van dat Selfde Iaar 1763. , door meer gem: Staan Hoog Edelens te worden herstelt niet alleen tot oppercoopman maar kort daar op selfs bevordert tot Secunde en hoofdadministra„ „teur te deeser Custe, zoo dat er toen men„ „schelijken wijse niets manqueerde, aan het geene, waarna hij ende zijne soo seer hadden gereijkthalst, en waarom hij en de zijne dan ook op niet anders en meer be„ „dagt waaren, dan na derselver vertrek na herwaarts. aar gelijk hij bereeds eens gezegt heeft, alle ondermaanse zaaken telkens de verande„ „ringen, Subject zijnde, alsoo weeder voeren voor 't grootste gedeelte zijn huijsgezin, edog voor al hem weeder nieuwe en sware besoekingen, zo dat hij aldaar nog zijn„ „de niet alleen een meenigte slaven, maar selfs zijne geweesene waarde tweede huijs„ „vrouwe en een soontje, waar van zij kort bevoorens geluckig was verlost, quam te verleeden, en wijders selfs zoodanig door de koorts wierde aangetast, dat hij in„ „diervoegen in die bedroefde staat nog een geruime tijd aldaar heeft moeten door brengen, niet alleen, maar ook 't seedert van daan, na herwaards vertrocken, ar„ riveerende eijndelijk alhier op den 5 aug=s 1764. , in een soodanige deplorable staat, dat 'er voor hem wijnig of geene koopmeen„ overig scheen van opkoomen, zoo als dit alles Haar Hoog Edelens alsoo en wel

NL-HaNA_1.04.02_3430_0158 view scan ↗

English

139. The 6 December A 1774. The 6th December A 1774. is well known, as the Right Honourable and Highly Esteemed Lord Pieter Haksteen, who a few months after him, the petitioner, happily arrived here as Governor and Director of this Coast, and who, together with the members of the Council of that time, can best serve as witnesses to how he, the petitioner, during his Right Honourable and Highly Esteemed Lord’s praiseworthy administration, spent his days with ups and downs, and even to such an extent that shortly before his departure from here the petitioner’s final hour seemed to have arrived. Indeed, what more shall the petitioner say, your Right Honourable Rigorous Lord and the present gentlemen of this Esteemed Council are likewise ear- and eyewitnesses to how often he, the petitioner, from that time until now, has stood on the very brink of having to bid farewell to this world, etc. etc., and that therefore this succession of the most sorrowful and dreadful circumstances that can indeed befall a person, and that for fully 14 consecutive years, paired with a multitude of other griefs and adversities encountered from time to time in this, his service, due to a lack of sufficient knowledge and skill regarding what must particularly be done in the mercantile work, whereby he, the petitioner, has constantly had to have the principal part thereof observed by another capable person, have caused him, the petitioner, more than once to lose his head, and have likewise moved him to be dismissed therefrom, if at all possible, in one honourable way or another, although such, after having observed the same for fully 10 years according to his utmost abilities to the satisfaction of his respective rulers, has not been permitted him to this day, and he would therefore also be willing to continue in the same for some time in the hope of a speedy change, were it not that such has now become impossible for him, partly because the weak condition of his body and the discomforts and other inconveniences continually flowing therefrom in this place begin to increase daily more and more with his advancing years, and especially on account of what befell him and his nine children in the latter part of the month of July past, being the death of his as dear as beloved 3rd wife, etc., not only, but likewise on account of the request most powerfully and earnestly-friendly made to the petitioner by her shortly before her bitter passing and most touching farewell from him and her children, to please take care above all that her children begotten with the petitioner during her lifetime be raised and brought up in all honour and virtue directly by him, or at least under his principal supervision, as long as it should graciously please the Lord God to keep him in life and health, with the addition, furthermore, that to that end it would therefore be best for him and the aforementioned children to quit this service of his as soon as possible and then subsequently to depart from here for Colombo, as a place far healthier and more advantageous to live in, just as the petitioner has also regained his former health there more than once from illnesses of which he could not be cured in other places through the application of various remedies, not only, but also a place better provided with good masters and other means than here, for the full achievement of the true intent and purpose of what was requested by her, to the end also that the petitioner, with his children there, in further awaiting the Lord's most precious blessings, might enjoy the true fruits of those exceedingly great kindnesses and undeserved benefactions which the Lord our God had pleased out of sheer grace to bestow upon us together during our almost ten years of so peaceful and blessed living together, etc. And it is therefore that he, the petitioner, now, after having well and maturely examined and considered everything, finds himself in that necessity to take

Dutch transcription

139. Den 6. december A 1774. Den 6:e December A 1774. —. wel bekent is, als den wel Edelen Groot Agtbae„ ren Heer Pieter Haksteen, die eenige maen„ „den na hem Suppliant alhier gelukkig arri„ veerde als Gouverneur en Direkteur deeser Custe, en Hoogst dewelke over sulx benee„ „hagie vangadering van die tijd aller best tot getuijgenis kunnen strecken, hoeda„ „nig hij Suppliant geduurende zijn wel„ Edele Groot Agtbaares Loffelijk bestier zijne dagen met vallen en opstaan heeft gepasseerd, en zoo verre selfs, dat kort voor Hoogst Derselver depart van hier des suppliants laaste uur scheen gekomen te zijn, Ja wat zal den suppliant meerder zeggen, uwel Edele Gestrenge Heer en tans presente Heeren, deeses Agtbaaren Raads zijn teffens oor en oog getuijgens, hoe dikwils hij sup„ pliant van die tijd af tot nu toe, op het 't oppunt gestaan heeft, van deese wereld vaar wel te zullen moeten zeggen &=a &=a. en dat oversulx Deese aan een Schakelingen van de be„ droefdste en naarste omstandigheeden, /:die een mensch immers kunnen overkoo„ men, en dat ruijm 14. Iaaren agter den „anderen, gepaart van een menigte andere verdrietelijkheeden en teegen spoeden, nu en dan, in deese zijn en dienst ont„ moet, uijt hoofde van gebrek van ge„ noegsaame kennisse en kundigheijd om„ „trend 't geen voor albij 't Negotie werk te doen valt, waar door hij suppliant steeds 't voornaamste daar van door een ander daar toe bequaam perzoon wel heeft moeten „ waarneemen:/ hem Suppliant meer dan eens zijn hoofd heb„ ben doen op 't hol loopen, en soo hem teffens bewoogen, om waare timmers mogelijk op deese of geene honorable wij„ se uijt deselve ontslagen te worden, off schoon zulx hem, na ruim 10. Iaaren deselve te hebben na zijne uitterste ver„ mogens ten genoegen van zijne respective Gebieders waargenomen tot heeden toe niet heeft mogen gebeuren, en hij soude over sulx ook nog wel eenige tijd in deselve op hoope van een spoedige verandering willen Continueeren, was 't niet dat sulx 6 voor hem thans ondoenlijk waare ge„ „geworden, eensdeels door dien de Swacke gesteldheijd zijnes Lichaams ende daar uijt telkens voort vloeijende ongemac„ „ken en andere inconvenienten te deesen plaatse met zijne opklimmende Jaaren dagelijks meer en meer beginnen toete„ resaal uijt hoofde van het in't lanst van de maand Iulij I„o Leeden hem en zijne negen kinderen overgekoomene d devan hem soo dierhaare als geliefste 3=de Huisvrouwe &a, niet alleen, maar teffens van weegens 't daar bij nog door Haar Ed: /: kort/ voor derselver bitten overlijden, en 't aandoenelijkste afscheid„ neemen, van hem en zijne kinderen:/ op 't allerkragtigste en ernst vriende„ „lijkste gedaan versoek aan den zup„ pliant van dog voor al sorge te willen haare bij den suppliant in „ Ed: leeven verkreegene kinderen in alle eer en deugd door hem direct of ten minste onder zijn principaal toe„ versigt soolange 't de Heere God genadiglijk behaagen zoude, hem bij leeven en gezond„ heijd te houden, wierden opgevoed, en groot gebragt, met die bijvoeging teffens, dat daantoe over sulx voor hem en meerm: kinderen 't beste zoude weesen van maar, hoe eer hoe liever deese zijne dienst te quiteeren en soo vervolgens van hier na Kolombote vertrecken /:als een plaats vrij gesonder en voor„ deeligen om te kunnen leeven, gelijk den Suppliant dan ook aldaar meer dan eens tot zijne voorige ge„ „sondheid is geraakt van ziektens, waar van hij op anderen plaatsen door de applicatie van diverse midde„ „len niet konde worden hersteld, niet alleen, maar teffens een plaats beeter voorsien van goede meesters en andere middelen meer dan hier ter volkoo„ „men bereiking van 't waare oogmerk en eijnde van het door Haan E: ver„ „sogte /: ten eijnde teffens hij Suppliant met zijn kinderen aldaar onder al„ verdere inwagtinge van des Heeren Dierbaarste Zeegeningen soude mogen genieten, de waare vrugten van die over„ „groote goedgunstigheeden en onverdiende weldalader, die de Heere onse God ons te zaamen:/ geduurende ons bij na thien Jaaren soo ovreedsaame als gesegende te saamen leevingen:/ uijt loutre genade hadde gelieven te schenken &=a En het is over sulx, dat hij Suppliant zig thans, na alles wel en rijpelijk te heb„ ben nagegaan en overwoogen, in die noodsakelykheid „neemen

NL-HaNA_1.04.02_3430_0159 view scan ↗

English

141. The 6th of December A 1774. The 6th of December 1774. finds himself under the necessity of having to turn directly to Your Right Honourable, Valiant Sir and Sirs, and furthermore to request most respectfully of the very same, without having gone astray in this regard, unless he has in the meantime become somewhat bewildered and wandered from the right path; outside of and besides which, he, the petitioner, considers himself far too assured of Their High Excellencies' favour to dare doubt in the least that the aforementioned Their High Excellencies would take no pleasure in the petitioner seeking his peace for himself and the best of the repeatedly mentioned children through this incident, so fatal as well as soul-stirring for him and his children, after having served in various important duties for more than 32 years with the Honourable Company, and therein having served out his term as Upper Merchant more than 3 times; I say then, to have to request most respectfully of the very same to be pleased to finally discharge him, the petitioner, from this his present service as Second and Chief Administrator, and thus at the same time graciously permit him to depart with all his family, the sooner the better (to wit, after having made a proper handover of everything) to the aforementioned destination, for the care and better maintenance of all that to which he considers himself bound to the utmost before God, as well as upon the request of his aforementioned most beloved second [or third] wife, as well for his own benefit as especially for that of his 8 still mostly innocent children, not to mention his poor and ailing mother-in-law, or rather the lawful mother of the petitioner's aforementioned deceased wife. May the Lord God then incline Your Right Honourable, Valiant Sir and Sirs' hearts and minds, as well out of Christian compassion as out of favourable and fair consideration on account of all that has been alleged herefore by him, but especially on account of the request—made so cordially as well as most soul-stirringly to him by the petitioner's so dearly beloved 3rd deceased wife (shortly before Her Honour's most tender and bitter parting from him and his children) for the benefit of the petitioner and his repeatedly mentioned 8 dear children—as a request not only consisting in truth, but (in his judgment) at the same time so reasonable and fair that the same, by every right-thinking and reasonable person, and thus especially by Your Right Honourable, Valiant Sir and Sirs (as the very ones who also best know the impossibility that exists to give or provide these aforementioned 8 children of his such an education here as they absolutely need, and that it is therefore impossible to continue here in such a manner any longer), can be regarded in no other way than with eyes of mercy, and therefore can be decided by the very same in no other way than to grant him, the petitioner, a most favourable fiat thereon in its entirety, so that both may at the same time be crowned by Their High Excellencies in like manner with the very same's complete approval; and wherefore he, the petitioner, then once again most respectfully and emphatically supplices Your Right Honourable, Valiant Sir and Sirs, as from whose special goodwill and favour he expects nothing else (subscribed:) Doing which. Deliberation and remark. Whereupon, after the aforementioned Honourable Leembruggen had been left outside the meeting, it being deliberated and remarked that all that was presented by His Honour consisted of much truth, as it is fully known to the entire assembly how he, since his arrival at this place, had already spent the time ailing, and had several times been so gravely ill that, humanly speaking, there seemed almost no hope of recovery, which, added to His Honour's advancing years, notoriously had to cause a weak condition of the body and several other ailments, just as one could really notice and observe from time to time that His Honour's strength and physical condition declined more and more, so that the assembly very well wished and had to credit that His Honour judged himself incapable of further attending to and observing the aforesaid offices as required; the more so if there were taken into fair consideration at the same time the death, truly as fatal as it was sad for His Honour and his nine children, of his third wife, whereby all care for those innocent children The 6th of December Ao 1774. has fallen upon him alone, and for whose welfare and advancement his duty dictates to care most and above all, alongside several other sad circumstances resulting for His Honour from that death, which oppress a person, who is already in a weak and languishing state, even more; Thus it was approved and resolved by unanimity of votes, upon the emphatic request made on the foundation of many compelling reasons by the aforementioned Honourable Leembruggen, to discharge him as Chief Administrator, President of the Honourable Council of Justice of this Castle, Captain of the Company's Clerks and Burghers, as well as Political Commissioner in the Reverend Church Council here, subject to the favourable approval of The 6th of December a:o 1774. Their...

Dutch transcription

141. Den 6. december A 1774. Den 6. december 1774. noodsaakelijkheid bevind, van hem direct tot uw wel Edele Gestrenge Heer en Heeren te moeten wenden, en voorts van hoogst deselve op 't eer„ „biedigste versoeken, sonder zig derweegens bij ten waare hij intusschen ende leijden, nig verwildert en van de regte waaat weij¬ „dwaalt zijnde buijten en behalven hij sup„ pliant, zig van haar Hoog Edelens aange„ al te seer verseekert houd dan dat bigheid minste zoude durven twijffelen, dat Hoogst gem: Haar Hoog Edelens geen genoegen zou„ „den scheppen, dat den suppliant door dit voor hem, en zijne kinderen so fataal als Zielstreffende incident zijne rust voor hem, en 't best van dik gerepte kinderen is, soeken„ „de, na ruim 32. Jaaren lang bij d'E: Comp: verscheide aangelegene diensten te hebben ge„ lingeert, en daar onder ruim 3. maal zijn „gels opperkoopman uitgediend, ik zegge dan, van Hoogst deselve op 't eerbiedigste te moe„ „ten versoeken van hem suppliant finaal uijt deese zijne prensente, dienst als sekunde en hoofd administrateur te willen ont„ slaan, en soo teffens gratieuselijk permit„ teeren, van zig hoe eer hoe lieven /: te weeten na behoorlijk, Transport van alles te hebben gedaan :/ met alle de zijne na voorm: ko„ „rer besorging en beeter handhavinge van al„ 't geene waar toe hij van Gods weegen als op 't versoek van meermelde zijn dier„ „baarste Huisvrouw 2 vermeend ten uit„ „terste gehouden te zijn, soo ten beste van hem, als wel voor al van zijne 8. nog meest onnosele kinderen, ongereekend nog van desselfs arme en ukkelende schoonmoeder, dan wel eijgentlijk wet„ „tige moeder van des suppliants meerm: B=de Huisvrouwe Lr d' heere God neijge dan uwel Edele Gestrenge Heer, en Hee„ ren herten en Sinnen soo wel uit Chris„ „telijk mededoogen, als uijt gunstige en billijke Consideratie van weegens al 't hier vooren door hem g'allegueerde, edog voor al van weegen 't door des suppt. soo seer beminde 3=de Huisvrouw Zr /: kort voor haar Ed: allerteederste en bitterste„ afscheid neemen van hem en zijne kin„ „deren:/ soo hertelijk als aller zielstref„ „fende aan hem gedaan versoek ten beste van den Suppliant en zijne meerm: 8: lieve Kinderen, als een versoek niet alleen in waer„ heid bestaande, maar /: zijne seragtens:/ teffens soo reedelijk en billijk, dat 't selve van een ijder wel denkent en reedelijk mensch Waar over na dat voormelde E: Leem„ Poliboratie en remarque bruggen buijten de vergadering gelaaten was, gedelibereerd, en geremarqueerd wee„ „zende, dat al het bij gebragte door zijn E, in veele waarheijd bestond, als zijnde het de gantsche vergadering volkoomen bekend, hoedanig denselven 't seedert zijn komst te deeser plaatse, de tijd Reeds suckelende door gebragt had„ „de, en verscheijdene maalen soo swaar siek geweest was, dat 'er menschelijker en dus vooral van Uwel Edele Gestrenge Heer en Heeren /:als Hoogst dewelke teffens best weeten de Onmoogelijkheijd, die 'er resideert om deese meerm: zijne 8. kinderen alhier eene sodanige educatie te geeven of te besorgen, als deselvse absolut noodig hebben, en dat 't over sulx voor lijk is om langer alhier soodanig te continueeren /:niet wel anders dan met oogen van ont„ „fermingen kan worden beschouwt, en oversulx door Hoogst deselve ook niet wel anders daar omtrend gedisponeerd, dan aan hem sup„ pliant daar op in zijn geheel te verleenen een aller favorabelst fiat, ten eijnde 't een en ander teffens door Haar Hoog Edelens ingelijker voegen mogen worden bekroont. met Hoogst Denselven volkomen goed„ „keurige en waarom hij supp:t dan mogmaals uwel Edele Gestr: Heer, en Heeren, als van wiens bijsondere welmeenendheid en goedgunstigheid, hij niet wel anders is verwagtende, op 't al„ „ler eerbiedigste en nadrukkelijkste is Suppli„ „ceerende /:onderstond:/ 'T welk doende. wijse en G 143. vervolg. wijse bij na geen hoop van opkomst scheen, het wel gevoegd bij zijn E klim„ „mende Iaaren, notoir een Swacke gesteldheijd des lichaams, en meer andere ongemacken veroorsaaken moeste, soo als men van tijd tot tijd werkelijk merken, en bespeuren kon„ „de, dat zijn E: kragten en Lighaams gesteldheid hoe langs hoe meer afna„ „men, in voegen de vergadering zeer wel accrediteeren wilde en moeste, dat zijn E: zig selfs buiten staat oordeelde om de voorsz: ampten verder na vereijsch te kunnen waarnee„ men en gade slaan, te meer in dien daar bij teffens in billijke Consideratie genoomen wierde het waarlijk soo fataal als droerig sterffgeval voor zijn E: en desselfs negen Kinderen, van desselfs derde huisvrouw, waar door alle sorg voor die onnosele kinderen Den 6. december Ao 1774. op hem alleen gevallen was, en voor welkers welstand en bevordering zijn pligt dicteerd, het meest, en boo„ ven al te sorgen, neevens meer an„ „dere droevige omstandigheeden uit dat sterfgeval voor zijn Egere„ sulteerd, die een minsch, dewelke reeds in een swacke en quijnende staat is, op aete da nog meerder ter neederdrucken, Soo wierd met een parigheid van Stem„ „men goedgevonden en g'arresteerd, voorm=de E: Leembruggen, op des„ „selfs nadrukkelijk en op fondament van veele drang reedenen gedaane versoek, als Hoofdadministrateur, pre„ „sident, van den Agtbaaren Raad van Iustitie deeses Casteels, Kapitain van de Comp: Pennisten, en burgers, mitsgaders Commissaris Politicus in den Eerwaarden kerken Raad alhier, op gunstige approbatie van Den 6. december a:o 1774. op3 Haar —

NL-HaNA_1.04.02_3430_0161 view scan ↗

English

145. The 6th of December Anno 1774. The 6th of December Anno 1774 and in which hope Their High Excellencies, the Noble High Indian Government to discharge, with suspension of salary, board money and emoluments, from the day that his Honour shall make proper transfer and conveyance of everything to his provisionally to be named replacement, and at the same time to permit his Honour provisionally, on account of the urgent applications made both in the aforesaid petition and repeated verbally in Council, to depart for Colombo for a time after the transfer of everything has been effected, in order to make and take in advance the necessary arrangements and dispositions for his forthcoming settlement there, which the Government hoped that his Honour, for the sake of its necessity as well as being compelled thereto by his present condition and for the promotion of his own and his children's welfare, would graciously obtain from the said Their High Excellencies' benevolence, which is accustomed always to have compassion on all those who stand in need of help, the more so because one fully trusted that his Honour's many years of service and the satisfaction given in various important employments would indeed be taken into favorable and equitable consideration by the very same, wherefore one then further resolved to represent the matter in the most favorable manner to the very same, and respectfully to request to grant and accord favorably the applications of the said Leembruggen just as they lie; whereupon, after his Honour had been readmitted and the aforesaid decision had been made known, he expressed his obligation for 147. The 6th of December Anno 1774. for the consideration which the assembly had been pleased to give to his urgent application, requesting at the same time that this might be represented to Their said High Excellencies in the most favorable manner, citing the knowledge and awareness that the Government had of his Honour's condition and the necessity of the said request. And whereas by the aforesaid disposition the office of Head Administrator, with that which further pertains thereto, has become vacant, the members of the assembly, the merchant and Fiscal Martinus Koning, and the Merchant, Trade Bookkeeper and First Warehouse Keeper Hendrik Ambrosius Johnson, stood up and requested, both verbally and by petitions addressed to the Government, that they might be favored therewith, and that their petitions, likewise dedicated to that end to Their High Excellencies, the Noble High Indian Government at Batavia, might be submitted with favorable recommendations, with the further concurrent application by both that, in case the assembly should think fit provisionally to grant the discharge of the Honourable Leembruggen as had now been done, they might then also directly be authorized to hold the aforesaid function until such time as Their High Excellencies' final disposition in that regard should be obtained; whereupon, after the aforesaid members Koning and Johnson had stepped outside, after deliberation and consideration of that which was applicable to the matter, it was unanimously agreed and resolved to allow the Merchant, Trade Bookkeeper and First Warehouse Keeper Hendrik Ambrosius Johnson 149. The 6th of December Anno 1774. The 6th of December Anno 1774. Johnson to step forward provisionally in the place of the Honourable Leembruggen as Head Administrator, President of the Honorable Court of Justice of this Castle, and Captain of the Company's clerks and burghers, as well as Political Commissioner in the Reverend Church Council; and in addition, upon his request made to that end both in the aforesaid petition and verbally, to allow his Honour to retain the Trade Books of this Government for the present, pending the further approval of Their High Excellencies in that regard, on the grounds that he declared he had for some time diligently applied himself to managing the same, and had endeavored to make himself as proficient as possible in that matter, wherein he had not only found great satisfaction, but would therefore also not gladly see himself deprived of it before and until he had been fully perfected therein, it being one of the principal points in order to be able properly to perform the service of the Lords and Masters, and principally the employment to which the assembly had now been pleased provisionally to appoint him, yet without consequence for any other Head Administrator who might have no inclination for it. After the performance of which, and after the aforesaid members Johnson and Koning had re-entered and taken their seats, the Junior Merchant and Second Warehouse Keeper Joan Daniel Simons stood up, and by petition addressed both to Their High Excellencies and to this Government, requested that, upon advancement to the services of

Dutch transcription

145. Den 6.' december Ao 1774. Den 6. december A:o 174 en in welke hoope. Haar Hoog Edelens, de Edele Hooge Indiasche Regeering te ont„ slaan, met stilstand van Gagie, kost„ pp: t stilftandwangpgie geld en Emolumenten, met den dag dat zijn E: aan desselfs bij provisie te noemene vervangen, behoorlijk trans„ „port, en overdragt van het een en ander sal koomen te doen, en zijn E: tef„ „fen uithoofde van de soo bij voorm: Request met seer veel empresse„ „ment gedaane, als mondeling in Rade herhaalde Instantien, bij pro„ „visie te permitteeren, om na gedaane overdragt, van alles voor een tijd, na Colombo te vertrecken, ten eijn„ „de bij anticipatie de noodige Schic„ „king en arrangementen te maken, en te neemen, tot desselfs aanstaen„ „de ter needersetting aldaar die de Regeering verhoopte, dat zijn E: om de wille van dies noodsake„ „lijkheijd als daar toe door zijn presente Staat, en tot bevordering van zijn eijgen en Kinderen wel zijn wel genecessiteerd zijnde, van welmelde Haar Hoog Edelens goedertierendheid, die gewoon is, zig altoos over alle de geene die hulpe noodig hebben te ontfermen, wel gratieuselijk verwerven zoude, te meer dewijl men volkoomen vertrouw„ „de, dat door Hoogst deselve, zijn E lang jaarige diensten, en het gegeeven genoegen in verscheijdene aangeleegene imploijen, wel in een gunstige en Equitable overweeging genoomen werden zoude, weshalven d men dan ook alverder besloot het een en ander op het favorabelste aan Hoogst„, te doen instantied amentaend deselve voor te dragen, en Eerbiedig te ver„ „soeken, de instantien van gedagte Eleem„ „bruggen soo als deselve legt, gunstiglijk toetestaan, en te accordeeren, waar oper bekendmaging van het zelve zijn E: weeder binnen gelaaten en het voor„ „schreeve besluit bekend gemaakt zijnde, betuigde denselven zijne verpligting van voor 147. Den 6. december Ao 1774. wagt van het selve aan U:Ht: d„ds d versoek door den fiscaal koning, en negotie boekh:r Johnson om die diensten bstante stellen en deliberatie daarover. Leembruggen, tot het bekleeden zijner functien g'authoriseert te werden. voor de reflexie die de vergadering op zijn gedane hoog nodige instantie hadde gelie„ met verzoek om een fawrable voor„ ven te slaan, met versoek teffens dat sulx welmelde Haar Hoog Edelens op het gunstigste met aanhaaling van de kennisse en bewustheid die de Regeering van zijn E: slaat, en de noodsakelijk„ „heid van het gemelde versoek hadde mogte werden voorgedragen. En dewijl door de voorm=te dispositie den dienst van hoofdadministrateur, met het geene daar toe verder ge„ hoord, is koomen te vaceeren, soo stonden de leeden der vergadering den koopman en Fiskaal Martinus koning, en den Koopman, Negotie boek„ houder en Eerste Pakhuismeester Hen„ drik Ambrosius Sohnson, op, en verzogten soo mondeling als e ete e n e te bij Requeeten, aan de Regeering gerigt„ dat daar meede begunstigd, en haer Den 6 december ao 174. ten dien eijnde aan Haar Hoog Edelens„ de Edele Hooge Indiase Regeering te Bata„ „ria almeede gedediceerde versoek schrif„ „ten, onder favorabel voorschrijvens aange„ booden werden mogten met verdere eensluidende instantie, door beijde, om Jtemon ij ontslag van voorm: ingevalle, de vergadering mogte goedvin„ „den het ontslag van den E: Leembruggen, soo als tans was geschied, provisioneel inte willigen, sij dan ook direct, tot het bekleeden der voorm: functie mogte werden geauthoriseerd, tot tijd en wijle Haer Hoog Edelens finaale dispositie dierwee„ „gens erlangt, weezen soude, waar oper buijten laating ven vorom eden, de voorm=de Leeden Koning, en Johnson, buijten gelaten zijnde, na deliberatie, en besluijt om plintmn tot voorm: overweeging van het geene ter saake appli„ „cabel was, met een parigheijd van stem„ „men, goedgevonden en beslooten is, den Coopman, negotie boekhouder en Eerste pakhuismeester Hendrik Ambrosius ten Johnson 149. Den 6 december ao 174. Den 6 december Ao 1774. Lieden Johnson, in plaats van d' E: Leem„ „bruggen, bij provisie tot Hoofdadmi„ „nistrateur president van den agtb: Raad van Iustitie deeses Casteels, en kapitain van de Comp:e pennisten en burgers, mitsgaders Commissaris poli„ behondende segterboeken licus in den Eerw: Kerken Raed, te lae„ „ten optreeden, en zijn E: daar benee„ vens, op zijn ten dien eijnde soo bij het voorm=de Regust als mondeling gedaen versoek de Negotie boeken deeses Gou„ „ tot nader goedrinding van Haar Hoog Ed:s dienaangaande vernements, voor eerste „ te laaten be„ houden, uit hoofde hij betuigde, sig 'tseedert eenige tijd omtrend het manieeren derselve seer bevlijtigd, en getragt, hebbende, hem in dat stuk soo veel mogelijk bequaam te mae„ ken, daar in niet alleen een groote vergenoeging gevonden hadde, maar sig over sulx daar van ook niet gaarne verstooken soude willen sien, voor en al eer daar inne ten vol„ „len was geprefectioneerd, als een de voornaamste poincten weezende, om den dienst der Heeren en meesters, en principaal het Emploij waar toe de vergadering, hem tans p.l had gelie„ „ven te benoemen, na vereijsch te kun„ „nen waarneemen, dog sonder Con„ „sequentie, voor een ander Hoofdad„ „ministrateur die er geen inclinatie toe hebben mogte. Na het verrigten van het welke, waeder binnen komen den boven er na dat de voorm: Leeden Iohn„ son en Koning weeder binnen gekoo„ „men waaren, en Sitplaats genoo„ „men hadde, den onderkoopman en tweede pakhuismeester Ioan Da„ „niel Simons opstond, en bij Request soo aan Haar Hoog Edelens, als deese Regeering gerigt, versogte om bij verschansing met de diensten Sien van

NL-HaNA_1.04.02_3430_0164 view scan ↗

English

The 6th of December Anno 1774. might be favored with the position of First Warehouse Master and trade bookkeeper, who was therefore left outside the meeting in order to dispose of the offices that had become vacant through the promotion of the Honorable Johnson, for which, either as First Warehouse Master and President of the Orphan Chamber, and Lieutenant of the burghery, as well as Member in this assembly and the Honorable Council of Justice of this Castle, was elected upon the proposal of the Honorable Governor and subsequently with unanimity of votes, the Junior Merchant and overseer of the Company's public works, Peracules Mossel; as stays noted herebefore, the keeping of the trade books was reserved for the Honorable Johnson, for the time being, until Their High Nobilities' pleasure regarding this should be obtained; whom, after the aforementioned Simons was readmitted and informed of this resolution, it was resolved to have replaced as such by the fellow Junior Merchant and Porto Novo Resident Nicolaas Sadama, in whose place it was understood to send thither as Resident the bookkeeper Brouerius Brouwer, yet all subject to the favorable approval of Their High Nobilities, the Noble High Indian Government at Batavia, to whom it was deemed good to nominate the aforementioned persons to that end, and also to submit besides the petitions of the Fiscal Koning and the Second Warehouse Master Simons, as well as the written request of the land surveyor Stenck, to be favored, because of his dismissed sought dismissal, by the aforementioned Honorable Leembruggen with an office as a means of subsistence, together with all further petitions of that nature that might still come in for the aforementioned purpose. And whereas through the appointment of the aforementioned Brouwer as Resident of Porto Novo a seat in the Honorable Council of Justice became vacant, the Junior Merchant Gerrardus van Haeften, being out of employment, was again appointed thereto. And whereas from the said Council many commissions must constantly be decreed, both in the service of the Honorable Company and for other judicial duties themselves, and a portion of the members were sick most of the time, whereby the Council on account of the incompleteness of members could not decide many cases, but had to postpone them, it was further resolved, outside the ordinary 9 members, to introduce as such also the bookkeeper Thomas Campie, whom it was therefore deemed good to discharge as ordinary commissioner at the trade warehouses, and to appoint in his place, as well as in that of the bookkeeper Hieronimus Jacobus van Pomeren van Vrijenesse, who also stepped down as such by Resolution of the 22nd of November last, the bookkeepers Jacobus Wijnand Saalfelt and Jacob van Tessel. Furthermore, the following persons were changed, increased in wages, and admitted into the Company's service, namely: The Sergeant Philip Hendrik Heshusius, changed to assistant, with his current wage of 20 guilders; the sailor Jacob Dirks of Nagapatnam, and the boy ditto Johan Nicolaas Thijsing of Erffort, together with the laborer Domingo Spado of Venice, to soldiers, the first with his current wage of 9 guilders, and the others with an increase to that same salary, in order to serve out their current contract for it; the sailor Lucas Jansz of Emden and the soldier Dirk van den Berg of Nagapatnam increased in wages, the first from 12 guilders to 14 guilders, and the other from 9 guilders to 11 guilders, both under a new three-year contract; and admitted into the Company's service Jacob Jan Obdam of Nagapatnam, as soldier at 9 guilders, and Jan Andries, also of Nagapatnam, as boy at 5 guilders a month, the first under a contract of five, and the other of ten years, commencing the first of this month. Hereafter, the aforementioned persons appointed as Members in the Honorable Council of Justice of this Castle, namely the Junior Merchant Gerrardus van Haeften and the Bookkeeper Thomas Campie, as well as the fellow Bookkeeper and trade clerk Petrus van Troll, appointed as member in the Orphan Chamber, together with the Bookkeeper and Extractor of the positive orders Jacob Adriaen [illegible], elected as Vice President of the Reverend Civil Council and Commissioners of Matrimonial Affairs by Resolution of the 22nd of November last.

Dutch transcription

151. Den 6 december Ao 1774. buijten laating von hem en be„ sluijt tot die dienst den opsiender der werken mossel te Eligeeren 69 „dent sadama te laten vervangen. Hoog Ed„s mogte van eerste Pakhuismeester en negotie boekhouder begunstigd te werden, die over sulks buijten de vergadering ge„ „laten wierd, om over de door de op„ „treeding van den E: Sohnson, vacant geraakte bedienigen te disponeeren, waar toe of tot eerste pakhuismee„ „ster, en president van de weeskamer, en Luitenant der burgerij, mitsgaders Lid in deese vergadering, en den agtb: Raad van Iustitie deeses Casteels, op de propositie van den Heer Gou„ verneur, en vervolgens met een parigheid van Stemmen g'eligeerd wierd, den onderkoopman en opsien„ „der over 'sComp:s gemeene werken Peracules Mossel /:als blijvende hier vooren genoteerd staat, het houden der negotie boeken, voor eerst dat Haar Hoog Edelens goed„ vinden dien aangaande er langd soude Den 6. december ao 174. weezzen, aan d' E: Iohnson gereserveerd/ die men na dat voormelde Simons weeder binnen gelaaten, en van dit in die door den portonovose Resi„ besluit kennis gegeeven was, arresteer„ „de als soodanig te laaten vervan„ „gen door den meede onderkoopman en portonovose Resident Nico„ laas Iadama, inwiensplaats verstaan wierd, als Resident dat heen tesenden, den boekhouder Brou„ „erius Brouwer, dog alles opguns, dog ale op apporsatie van H: „tige approbatie van Haar Hoog Edelens de Edele Hooge Indiasche Regeering te Batavia, aan wien men goed vond, de voorm: persoonen ten dien eijnde voor te dragen, en buijten des ook aantebieden, de Requesten van den fiskaal Koning, en den tweede Pakhuismeester Simons, mitsgaders het versoek schrift van den land „meeter Stenck, om mits het vern, enversek welke nog in koomen weesen sogt er an 153. Den 6. december ao 1774. aanstelling van den onderkoopm: van haeften tot Lid van Justitie Jtem den boekh: Thomas Cam„ pie, en waarom 't assistent, steede van hem en van Comeren pakhuijsen sogt ontslag door de voorm„te E: Leem„ „bruggen met een dienst tot een middel van bestaan begunstigd te werden, nee„ „vens alle verdere supplicquen van dien aard, welke ten fine voorsz: nog inkoomen mogten En dewijl door de aanstelling van voorm: Brouwer tot Resident van Portonovo een lid in den agtb: Raad van Iustitie quam te man„ „queeren, soo wierd daar toe weeder benoemd, den buiten Emploij zijnde, onderkoopman Gerrardus van Haeften. En dewijl 'er uit gedagten Raade Soo in den dienst der E: Comp als tot andere Justitieele besigheeden selfs steeds veele Commissien gedecerneerd moeten werden, en er meesten tijds een gedeelte der Leeden siek waaren, waar door den Raad mits onvol„ Den 6 december A:o 1774. talligheijd van Leeden, veele saaken ^ maar uijtstellen moeste niet decideeren konde soo is alver„ „der gearresteerd, buijten de ordinaire 9 Leeden, nog als zoodanig te laten introduceeren, den boekhouder Tho„ „mas Campie, die men over sulks goed entwhindens als ge omende vond, als ordinaire gecommitteerde aen de negotie pakhuisen te ontslaan, en in zijn plaats mitsgaders in die van aanstelling van 2. andera in de ter Resolutie van den 22. novem„ „ber Iongstleeden, almeede als soo„ „danig afgegane Boekhouder Hie„ „ronimus Iacobus van Pomeren van vrijenesse, weeder aantestellen de boekhouders Iacobus wijnand Saalfelt, en Iacob van Tessel. Voorts wierden de volgende persoo„ „nen gechangeerd in gagie verhoogd, en in s Comps dienst geadmitteerd; te weeten. Den Sergeant Philip Hendrik Changering van een Cagiant „taltigen Heshusius 155. Den 6. december 1774. soldaaten, verhooging in gagie van een mat„ 't roof en soldaat Jongen, Civilen Raad titieele Leeden Heshusius, gechangeerd tot adsis„ „tend, met zijn winnende gagie van Jtem 2. mataosen en1hop: tot ƒ 20. den mattroos Iacob Dirks van Nagapatnam, en den Iongen dito, Iohan Nicolaas Thijsing van Erffort, mitsgaders den hand„ langer Domingo Spado, van venetien, tot Soldaaten, den eersten met zijn winnende gagie van ƒ 9, en den anderen met verhooging tot die selfde besolding, om daar voor haar loopende verband uit te dienen, den mattroos Lucas Iansz: van Emden en den Soldaat Dirk van den Berg van nagapat„ „nam in gagie verhoogd den eersten van ƒ12. tot ƒ 14. en den andere van ƒ 9. tot ƒ 11. bij de onder een nieuw drie Jaa„ admissie van een soldaaten rig verband, mitsgaders in 'sComp: dienst g'admitteerd Iacob Ian obdam van Nagapatnam, voor Soldaat met ƒ9, en Ian andries mee„ „de van Nagapatnam, voor Iongen met ƒ5. 'smaands den eersten. onder een verband, van vijf, en den an„ „deren van thien Iaaren, ingaen„ „de primo deeser Hier na wierden de voorm: tot beladeiging van voormelde Jus„ Leeden in den Agtbaaren Raed van Iustitie deeses Casteels aange„ „stelde persoonen van den onder„ koopman Gerrardus van Haeff„ „ten, en den Boekhouder Thomas Cam„ „pie, mitsgaders den tot lid in de wees„ Jtem langnl als zid in de kamen benoemde meede Boekhouder en negotie overdragen Petrus van Troll, neevens den ter Resolutie van den 22. November I„o Leeden, als ricepresis van den Eerw: Civilen Raed en Commissarissen van Huwelijke saaken, g'eligeerden boekhouder en Extraheerder der positive ordres Jacob Den 6. december Ao 1774. Soldaat Adriaen G

NL-HaNA_1.04.02_3430_0167 view scan ↗

English

157. Production of the accounts of the state of the orphan chamber, poor, and lepers capital of the same. 1772. per balance of the residue of ultimo August past according to the closed ledger p 18. 4. 60. ultimo the issued capitals 1773 and the interest standing to the benefit of various pupils p 75129. 19. 57. being orphan masters - 1477. 9. -. To be indemnified. Adriaan Dormieux, admitted inside, and by him the oaths, framed for their respective offices, administered into the hands of the Right Honourable Governor. On this occasion, in fulfillment of the honored order of Their High Excellencies, also having been submitted the Accounts of the state of the Coromandel orphan chamber, or of the orphans' means, as well as those of the Diaconate, or poor Capital, and the Lepers funds, so were the same, having been summarized and found in good order, approved and agreed to insert a report thereof into this, and upon the departure of the dispatch via Ceylon, to render the owed report thereof to said Their High Excellencies. Insertion of the papers. Their High Excellencies. The 6th of December anno 1774. Notification. together - - p. 54615. 13. 60. accounts have been rendered, and approved interest on the Capitals of pupils pagodas - 722. 4. -. yearly cloak money [illegible] 1512. - provided wages to the servants of the chamber for 12 months - - 45. -. -. The remainder transferred and credited to the benefit of the remaining Interest moneys - - 524. 17. - Together as above in received Interest moneys - p 147. 9. - 7 The receipts from various in cash - 11738. 22. 43. Sum pagodas 56354. 12. 23. Sum pagodas 56354. 12. 23. underneath was written: Nagapatnam The 4th of December anno 1774. was signed: Dk Buijs - 2549. 14. 19. 49747. 7. 46. 230. 12. -. 524. 17. -. Approved interest on the capital of the pupils - 722. 4. -. provided wages to the servants for 12 months pagodas 45. -. - [illegible] 185. 12. - That which the chamber has fallen behind in this financial year Present balance, as of Capital and Interest belonging to the pupils pagodas 24247. 17. 27. the remaining interest moneys 104 fund of the orphan chamber to indemnify the pupils from it in case of insolvency of the debtors of the chamber and their guarantors. Statement of Account of the Coromandel orphan chamber, drawn up and prepared by honored order of the Honorable Severe Sir Reijnier van Vlissingen Governor and Director of this Coromandel coast with the Dependencies thereof, as the same was found under ultimo August 1773; namely: Credit. The 6th of December 1774. statement statement Debit. the 159 The 6th of December Anno 1774. Credit Statement of Account of the Lepers Fund anno 1774. [illegible] in uniform 3. 13. 4. 8. 16. 27. Credit. Debit per Balances see statement of Account of ultimo August 1773 namely: For the monthly distribution both inside and outside the orphanage pagodas 1162. 5. -. purchased [illegible] 178. 22. 48. or transferred to the lepers Fund 200. 2. -. black grogram tailor wages - - - 25. 19. -. Cash in Fund - - - 1580. 2. 7. f 10246. 14. 71. Collected during church services 569. 4. 48. Nine-monthly share of the out-of-town revenues - - 136. 16. -. 9. 42. To Sexton for outside the church. 5. 13. 26. received levied fines by the Fiscal - 1. 13. -. received, both on account of spreading carpets, and rental of pall cloths mourning bands etc. - 231. -. 40. 55. 2. 70. Yearly [illegible] 30. -. -. 4. 10. 4. Gained on various Collected exchanged Money species - paid for the [illegible] 41. 13. 20. The received Love Gifts - - 158. 82. 5. Interest on the lent Capital pagodas 19. 19. 14. From this deduct the non-received [illegible] 39. 5. 25. 97. 16. 15. 622. 2. 79. the receipts of a Lifted baptism certificate -. 12. -. [illegible] pall cloth . 11. -. Received the goods of the deceased poor. 40. 14. - provided clothing [illegible] 84. 4. - [illegible] 418. -. - Together amounts to p f 2037. 9. 45. from Anno past pagodas 10246. 14. 71. Deduct the arrears of this financial year - - 250. 10. 3. Remains the Capital still 9996. 4. 68. Namely: At Interest at 9 per Cent per year pagodas f 7879. 12. - Lent to the lepers fund - - 200. -. - Cash in Fund - 1916. 16. 68. Sum p f 12033. 14. 33. Sum p f 12033. 14. 33. Nagapatnam ultimo August Anno 1774. Pietersz Overseer was signed: Statement of Account of the Diaconate Fund of [illegible] 1774. The 6th of December Anno 1774. Debit [illegible] 173 as statement of Account of the [illegible] 12 persons pagodas 104. 4. - the provided cloths 3. 18. 48. the bringing of paddy - - 108. 8. 6. Cash in Fund f 5 32 957. 3. 3. Donated to the bridal party -. 15. -. [illegible] 72. -. -. 3. -. -. Repairs made to the Lepers house - 4. 23. 40. Lent to the brahmin Ramaaije 7. 11. 70. paid for the water duct in the paddy fields - -. 6. 70. from anno past pagodas 957. 3. 3. deduct that which fell behind in this financial year 35. 23. 19. Remains a capital Total 921. 3. 64. Namely: at 2 Interests at 9 per Cent per year pagodas 800. -. - Cash in Fund 121. 3. 64. Sum f 152430. Sum pagodas 104521. 30. underneath was written: Nagapatnam ultimo August Anno 1774. was signed: Wm Pietersz: overseer of the Lepers received from the [illegible] As was finally also reviewed and resolved to incorporate into this the Account of the stamped paper sold and remaining as Balance in the last six months of the concluded Trading Year 1774, amounting the receipts for it to pagodas 160. 22. 40., which is agreed to be counted into the Cash per Warrants. Insertion of the aforesaid account. Account 18. -. - f 39

Dutch transcription

157. Productie der reecq: van de staat der weeskamer, armen en leprosen Capitaal derselve, 1772. p=r ster â het restand van ulto aug voleeden volgens affgeslooten boekje p 18. 4. 60. ulto de afgegevene kapitaalen 173 e de es es opde int staan„ van zijnde weesmeesteren -„1477. 9. —. behoeve van diverse pripillen p7 5129. 19. 57. Schadeloos gesteld te wer„ Adriaan Dormieux, binnen gelae„ „ten, en door deselve de Eeden, tot Haar res„ „pective ampten beraamd, aan handen van den Heer Gouverneur gepresteert. Te deesen geleegendheid in vol„ „doening van de gevenereerde ordre van Haar Hoog Edelens, ook ingekoomen zijnde, de Reecqueningen van den staat der Cormandelse weeskamer, of der wee„ „sen middelen, als meede die van de Diaconij, of armen Capitaal, ende resumptie en wel bervonding Leprosen gelden, soo wierden deselve geresumeerd weesende, goedgevon„ „den en verstaan, in deesen te te doenvrlag daar van aan Jnsereeren, en bij het aftegaan schrij„ „vens over Ceilon, welmelde Haar Hoog Edelens daar van, het Jnsertie der papieren verschuldigt verslag te doen. H: H: Ed„ Den 6. december ao 1774. kennisse- tesaamen - - p. o54615. 13. 60. mael den zijn gedaan, ende goedgedane intressen op de Capitaalen â pupillen pa„ gooden - 722. 4. -. „lijks mantel geld„ den en oer nt „ 15 1 2. - „ verstrekte gagie aan de bediendens der kamer voor 12 maen„ „den - -„ 45. –. –. „ Het overige over ge„ schreeve en inge„ nomen open ten goe„ „den van de ove„ „rige Jntrest pen„ „ningen - - „ 524. 17. — Tesamen als boo„ ren aan ingeko„ „mene Jntrest pen„ „ningen - p /o 147. 9. - 7 Het ontvangene van di ver„ „se in kassa — „11738. 22. 43. Somma p„a/ 56354.12. 23. Sommapag: 56354. 12. 23. /:onderstond:/ Nagapatnam Den 4. December anno 1774. /:was gesteekend:/ D=k Buijs - „2549. 14. 19. „ 49747. 7. 46. 230. 12. -. 524. 17:—. „„ Goedgedane jntressen op de capitaal der pu„ „pillen - „verstrekte gagie aan de bediendens voor 12. maanden. . pa/. 45. -. „tol daer leeden en „ 185. 12. -„ „ „ Het geen de kamer in dit boekjaar is te vooren ge„ raakt „ „ „ „ Restant van heeden, als â Capitaal en Jn„ „tressen de pupillen toe„ „behoorende pra/o 24247. 17. 27. het overige jntrest penna 104 sond van de wees„ kamer om bij in„ Solventie W: den debiteuren van de kamer, ende„ „selveren borgen uit de pupillen daar Staat Reeckening vande Cormandelse weeskamer, ten g'eerde ordre van den wel Edele Gestrengen Heer Reijnier van vlissingen Gouverneur en Direkteur deeser kuste Cormandel met den Resorte van dien, geformeerd en opgemaakt zoda„ „nig als dezelve onder ult:o augustus 1773 bevonden heeft; te weeten: Credit. 722. 4:—. Den 6. december 1774. staat staat Debet. den 159 Den 6. december A 1774. Credit Staat Reeckening der eprosen Kast a 177/4. d o E: E: agb: Moer ormeu aijels in mondering „ 3. 13. 4„ 8. 16. 27. Credit. Debet â p:r Restanten vide staat Reekening van ulto aug:o Pr de maandelijkse uitdeling zoo in als buij„ ten 't weeshuis pr/ 1162. 5. —. 1773. teweeten: „ „ ingekogte elij. „ 178. 22: 48. „ oft deteeverde aan de leprosen Cas„ 200: 2: —: swarte grijn Snijderloor - - - „ 25. 19. —. „ Contant in Cassa - - - „1580. 2. 7. ƒ10246. 14. 71. „ „Gecolle toonde onder den Goods dienste Nijmaandelijkse „ 569. 4. 48. „ aandeel der buitenstads inkomsten - - „ 136. 16. —. 9. 42. _:o Koster voor „ ontfangene aangeslagene boetens door ten de kerk . 5. 13. 26. „den Heer Fiskaal- „ 1. 13. —. „ ontfangen, zoo weegens 't sprijen den reeldino Diacou tapijten, als nitteeren van doordkleeden roubanden ensz: - „ 231. –. 40. 55. 2. 70. „Jaer weestintstel„ „ Gewonnen op diverse Gecollecteerde 30. –. „ 4. 10. 4. verwisselde Geld specien - „betaalde voor d' „ De ontfangene Liefde Piften - - „ 158. 82. 5. andegiun s titu „ „ _:o Rhenten op het uitge„ „leende Kapitaal pr/o 19. 19. 14. _ „Hier van de traheere 't 41. 13. 20. di res art rien „ 39. 5. 25. non ontfangene „ 97. 16. 15.„ 622. 2. 79. „'t ontfangene van een Geligte doop —. 12. —. „- „rana di parag Ceel „demre dood klee„ „Jngekomen de goesderen deer overdu„ . 11. —. „ 40. 14. - verstrekte kleede„ „leedene armen. - alseve te e 84. 4. „ Copmieur - - „ 418. —. Paantgaare bedragen te p ƒ2037. 9. 45. van A:o pass=o . p a/o 10246. 14. 71. Trekke aftenage„ dit boekjaar - - „ 250. 10. 3. Blijft het Cappitaal nog „9996. 4. 68. Teweeten: 4 Renten teegens 9 p„rC„ sjaars p r ro ƒ/879. 12. — Geleende aan de lee„ „ 200. — „ proosen kas - -„ „ Kontant in Kassa -„1916. 16. 68. Sommap ƒ12033. 14. 33. Somma p ƒ12033. 1433. Nagapatnam ult augustus Anno1774. Pietersz D: Kapsr Wr /:/was geteekend:/ Paat Reeckening ter Diaconij sCassad' lbd 17714. Den 6. december A 1774. Difbet Matig: 173 „ alstaat Reekening van net hritin 12 pr:s toagdeen„ 104. 4. „ het verstrekte kleedjes„ 3. 18:48. „het arengen over Nelij- -„— /7 108. 8. 6. „ kontant in Cassa ƒ 5 32: 957. 3. 3. „Geschonken tot de bruist aansjaer —. 15. —. e eeten E 72. –. –. 3. —. —. „ Gedane reparatie aan 't Laprosen huijs - 4. 23. 40. „'t Geleende aan den bramine ramaaije„ 7. 11. 70. „betaald tot de waterleijding in de nelij velden- „ „ -. 6. 70. van anno p:s p 957. 3. 3. af 't den agteren ge¬ raakte in dit boekjaer „ 35. 23. 19. Rest een kapitaal Groot „921. 3. 64. Teweeten: „ „ op 2henten teegens 9 prCto pa/o 800. —. sjaars - „Contant in Kassa „ 121. 3. 64. Somma ƒo 152430. Sommapag: 104521. 30. /:onderstond:/ Nagapatnam ult„o Augustus A:o 1774. /:was geteekend:/ W:m Pietersz: ops:/ der Lep: ontfangene van den motugetig van 't ter zijde ver„ Soo als eijndelijk ook geresumeerd en beslooten wierd, deesen inte lijven, de Reecq: van het verkogte per Restant gebleeven ge„ „hempeld papier, in de laatste ses maenden van het afgelegde Handeljaar 177 7/4. bas te oe bedragende het ingekomene daar voor pag: 160. 22. 40. welk verstaan is per Ordonnantien Jn Cassa te doen tellen. jntertie der voorm: reesf: Maal Reeckening 18. –. ƒ 39

NL-HaNA_1.04.02_3430_0169 view scan ↗

English

161. Friday the 30th of December 1774. and P. Account of the remaining, received, and sold stamped paper in the last 6 months of the book year 1774, to wit Debit Credit. [illegible] 1. 3/24. 1. 3/24. 1. 3/24. 1. 1/24. 2. 7/24. 2. 1/24. 2 7/24. 2 17/24. -. 1/24. -. 3/24. 13. 7/24. 8 7/24. 80. 1/24. 102. /4. Together book 4 7/24. 14 /24 1 : 4 4 being the proceeds of what was sold here paid into the treasury pagodas 160. 22. 40. was signed aa: Baatnaar from Castle ut 1 August 1734. present was signed M: Koning in the margin our present as commissioners was signed P: Zegelaar, and C: Midratel. Thus done and arrested in the Castle at Nagapatnam Date as aforesaid was signed by all except Jan Appengh. 36 stuivers . 3/4. -. -. -. 24. - 36 stuivers 6. 62. /24. 40. -. 102. 124. 12. - 1/24. 1. -. 1. 13/28. 12. - 24. 11. 124. 12. - 23 /24. 24. 4. -. 1. /24. 18 7/24: 23 1/24. 5. 1. 1/24 1. -. 2. 13/34. 5. - 1/24 -. -. Together book 14 1/24. 10. -. 4. 4. 10. 2 2/24. -. -. 2. 3/84. 10. - 1/24. - 1/24. 2. 1/24. 2. 1/24. 6. 1 1/24. 1. - 2. 1/24. 6. - 1/24. -. -. 3. 4. 1/21. -. -. 4. 1/24. 3. 4. 1/24. 4. 1/24. 2. 4 1/24 - -. 4. 1/24 - 2 -. 1/24. -. 1/24. 3. 1/24. 4. 1/24. 1. 2 1/4 4. . 6 1/84 - . 1. 1. 1/24. -. -. 5. 1/24. 6. 1/24. 8. 2. 1/24. -. -. 2. 24. 8. - 1/24. -. -. 2 7/24. 2 7/24. 4. 3 1/24. -. -. 3. 1/24. 4. - 1/24. - 1/24. 2 7/24. 3 3/24. 12. 4. 1824. 0. -. 2. 3/4. 12. 20. 7/24. 4. 1/24. 57. /24. 12 1/24. 15. - 1/24. 1. -. 1. 3/4. 15. - of 25 rixdollars sheet-book 24 -. -. - 1/24. Of 25 rixdollars the sheet-book: -. 1/24. - 1/24. The 6th of December Anno 1774. In the morning at eight o'clock Meeting of Policy Absent The provisional Chief Administrator Hendrik Ambrosius Johnson, and The Fiscal Martinus Koning Both due to indisposition Initially, the provisional First Warehouse Keeper here, Teracules Mossel, having been admitted inside, having been appointed thereto at the session of the 6th of this month and also as a member of this assembly, took the oath as such, and also as president of the Board of Orphan Masters here, and furthermore a seat was assigned to him below the Fiscal Koning. Thereafter served the report of Captain Gijsbertus Zegelaar, concerning Friday the 6th 163. the missing, or loss of a musket of the sepoy Teweraijen, who had the guard at the Orange Gate, without it having been possible to trace up to now by whom the same was stolen, so it was resolved to have the same written off, and in place of that to have another firearm issued from the armory. One of the merchants at Jaggernaijkpoeram, Piccacol Larweesie, having recently passed away, in place of the same, upon the proposal of the chiefs there, his son, Pikakol Perie Chittij, was readmitted as a merchant in trade. Furthermore, the Lord Governor informed the meeting that the merchants of Portonovo, having come over to close their accounts according to yearly custom, upon the occasion that the new demand was given to them so that they might know what goods or sorts of linens they must deliver for 1775, had requested that the full amount of that demand, amounting to circa 17,900 pagodas, might be advanced to them, in order that, having plenty of cash, the weavers and other suppliers could also be provided therewith each time. So, having deliberated thereon, on the proposal of the aforementioned Lord Governor, it was approved and resolved to advance to them for the present no more than an amount of 10,000 pagodas, as it was judged too dangerous to deliver all the money to them at once, unless they were willing to bind themselves one for the other, or in solidum, for it; to which, however, not only all the traders The 30th of December Anno 1774. The 30 December Anno 1774.

Dutch transcription

161. Vrijdag den 30' December 1774. en P. Reeckening van het per Restant gebleevene ontfangene en ver„ „kogte Gestempeld pappier in de Laaste 6 maenden van 't boekjaar 177/4. te weeten Debet Credit. e in ei ee te do eeteud parnt n ontum tesamen. 1. 3/24. 1. 3/24. 1. 3/24. 1. 1/24. 2. 7/24. 2. 1/24. 2 7/24. 2 17/24. - - - - - - - - - - - . —. 1/24. —. 3/24. 13. 7/24. 8 7/24. 80. 1/24. 102. /4. Tesaamen boor 4 7/24. 14 /24 1 : 4 4 zijnde het ingekoomene van 't alhier verkogte in Casssa voldaan worden pa/o 160. 22„ 40. - /was geteekend:/ aa: Baatnaar uijt Castee ut 1„ aug„s stud„j 17 34. present /:was geteekend:/ M: Koning /:in margine:/ ons pre„ als gecommitteerdens /:was geteekend/ P: Zegelaar, en C:Midratel. Aldus Gedaan en Sarres„ „teerd in't Casteel tot nagapatnam Dato voorschreeve /:was geteekend:/ door alle /:Excepto:/ Ian Appengh. „ „ 36. stuijv: . 3/4. —. —. –. 24. „ - 36. stuics „ „ 6. „ „ 62. /24. 40. —. 102. 124. „ - „ „ 12„ —„ „ — 1/24. 1. —. 1. 13/28. „ 12. „ –. „ -. . „. . „ — —. —. —: „ „ 24. „ „ 11. 124. 12. — 23 /½4. „ 24. _:o – . 4. —. 1. /24. 18 7/24: 231/24. „ „ 5. „ „ 1. 1/24 1. —. 2. 13/34. „. 5 „ „. . „. „ — 1/24 —. —. Tesaamenboek 14 1/24. 10. —. 4. 4. „ „ 10. „ „ „ 2 2/24. —. —. 2. 3/84. „ 10. „. . . „. „. . . „. — 1/24. —. 1/24. 2. 1/24. 2. 1/24. „ „ 6. „ —. „ 1 1/24. 1. — 2. 1/24. „. . 6. „. . . „. . . „. . . „ — 1/24. —. —. „ „ 3. „. . „ 4. 1/21. —. —. 4. 1/24. „ 3. „. . . „. . „. „ _o/24: —. —. 4. 1/24. 4. 1/24. „ „ 2. „ „ 4 1/24 — —. 4. 1/24 „ — 2 „. „. „. „ —. 1/24. —. 1/24. 3. 1/24. 4. 1/24. „ „ 1. „ „ 2 1/4 4. . 6 1/84 „ — . 1. „ „ . „ –. „ 1. 1/24. —. —. 5. 1/24„ 6. 1/24. „ „ 8. „ „ 2. 1/24. —. —. 2. 24. „. 8. „ . „. . „ - „ — 1/24. —. —. 2 7/24. 2 7/24. „ „ 4. „. . „ 3 1/24. —. —. 3. 1/24. „ 4. „. . „. . „. . „ — 1/24. — 1/24. 2 7/24. 3 3/24. „ „ 12. „ „ 4. 1824„ 0. –. 2. ¾. „ 12. _:o - - - — 20. 7/24. 4. 1/24. 57. /24. 12 1/24. „ „ 15. „ „ „ — 1/24. 1. —. 1. 3/4. „ 15. „ — „. . „. . . „ —. —. —. —. „ van 25 rd:st relboer 24 —. —. — 1/24. Van 25 Rd:s 't vel-boek: —. —. — -. . —. 1/24. — 1/24. Den 6. december Ao 1774. Morgens ten agt uuren Vergadering van Politie Demptis Den provisioneel Hoofdadministrateur Hendrik Ambrosius Johnson, en Den Fiskaal Martinus Koning Beijde door Indispositie Aanvankelijk wierd door den provr e d: jin aan attossel als sioneel Eerste pakhuismeester alhier Tera„ „cules Mossel, ter sessie van den 6. deeser daar toe en teffens als lid deeser vergade„ „ring aangesteld, binnen gelaaten weezende, den Eed als sodanig, en ook als president apresident van d' woes„ van het Collegie van weesmeesteren alhier, afgelegd, en voorts aan denselven sit plaats aangeweesen beneeden den fiskaal Koning. Daar nadiende het Rapport van den i ver goet Capitain Gijsbertus Zegelaan, weegens Vrijdag het 6. _:o- - - v 163. bij het aan sagenpnan een Coopm: 1or kom sloand Port: Coopl: „dragen van den Eisch versogt het vermissen, of te soekraken eener snaphaan van den Sipaij teweraijen, „heeft die de wagt aan de poort orange „ gehad, sonder dat tot nog toe heeft kunnen nagespoord werden, door wie deselve ge„ te doene afschrijving denselve slooten is, Soo is verstaan deselve te laten overstrkin omeienander afschrijven, in steede van dien een ander geweer uit de wapenkamer te laten ver„ strecken, Een der Kooplieden te Iaggernaijk„ „poeram, Piccacol Larweesie, Iongst over„ „leeden weezende, wierd in steede van den„ „selven, op de voordragt der opperhoofden aldaar, weeder als koopman in den handel desselfs zoon geadmitteerd Pi„ Kakol Perie Chittij Voorts gaf den heer Gouverneur de vergadering te kennen, dat de koop„ „lieden van Portonovo, om hunne Ree„ „keningen te sluiten volgens Iaarlijk „ dit heer gewoonte, overgekomen weesende, bij gelee„ „gendheijd dat haar den nieuwen Eijsch opgegeeven is, op dat zij weeten kunnen wat goederen, of soorten van Lijwaeten voor 1775. leeveren moeten, versogt hadden, dat aan hun het volle be„ „dragen van dien Eijsch cc: p a/o 17900. be„ „lopende, verstrekt mag werden, ten ein„ „de zij ruimte van Contanten hebbende, de weevers en andere leveranciers ook daen„ „meede telkens konde werden voorsien, Soo is daar overgedelibereerd zijnde, En wat daar gpbslootenis. op den voorstel van welmelde Heer Gouverneur goedgevonden en verstaen, aan denselve voor eerst niet meer dan maar een montant van 10'000 pag: te verstrecken, alsoo te gevaarlijk En waarom wierd geoordeelt om al het geld te geleek aan haar aftegeeven, ten zij, dat den een voor den anderen, of in solidum daar voor wilden verbinden, dog waer toe niet alleen, alle de handelaars te - Den 30. december A:o 1774. Den 30 December A 1774. „gendheid gelijk

← previousnext →