Inventory 3435
Malabar · 300 pages · 135 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
78 A memorandum from the warehouse master A ditto from the purser One from the equipment supervisor Five memoranda of shortfalls from the general inventory Their High Excellencies are thanked for the provided elucidation concerning the forge coal and the general inventory is disposed of short weights in the first six months of the past financial year, discovered upon the delivery of pepper from the northern outer offices, and of four iron stirrup-irons that were lost due to the escape of four exiles. In our meeting of the 17th of October last served: A memorandum of write-off for leached-out and deteriorated lots of merchandise, submitted by the warehouse master Steffin. A memorandum of write-off for supplied provisions, drinks, and grease, presented by the purser Van Spall. A memorandum of write-off for supplied parcels of rosin and hoop iron over the course of a full year by the equipment supervisor Buijs. Also five memoranda of such shortfalls, both irreparable and reparable goods. Regarding assessments and reimbursements, we express our In our meeting of the 17th of November was resumed the finding of the unserviceable, spoiled, and reparable goods, discovered and found during the general inventory of the end of August last, on all of which papers has been disposed according to the order and the standing regulation. As also on the five memoranda of shortfalls found deficient and unserviceable during the general inventory taken at the end of August last at Coilan, Chettua, Cranganoor, Paponettij, and Porca; as well as on a report from the chief administrator Willem Jacob van de Graaff regarding discovered shortfalls in delivered lots of pepper and paddy, as well as Cape provisions. humble 79 The purser justifies himself regarding the assessment imposed upon him His reasons are submitted to Their High Excellencies in kind humble gratitude to Your High Excellencies for the elucidation given to us that one hoed of forge coal is to be calculated at 2250 lb, according to which we shall have accounted for what was received with the ship Zeeduijn anno passato and what will be brought in henceforth. Concerning the reimbursement imposed upon the purser Van Spall, amounting to f258:6:— for 3 3/15 lasts of paddy accounted for as short by the officers of the ship Zeeduijn at Colombo on the cargo transported from here, the same has made known to us that here paddy was never received or delivered with shovels, but that this has always been done with baskets, and requested that this might most humbly be presented to Your High Excellencies for his excuse, and that he in the meantime might suffice with reimbursing so much paddy in kind to the Company. And since it is known to all of us that the paddy and rice here have always been received and delivered with baskets, and not with shovels, we take the liberty to note his adduced reasons of objection in this matter and most humbly request Your High Excellencies to take a favorable reflection upon them; meanwhile, subject to Your High Excellencies' honored approval, we have allowed the said Van Spall to suffice with reimbursing the 3 2/5 lasts of paddy in kind to the Company, and have given the necessary order that the paddy from Paponettij, where according to old custom it is also received with baskets and from there brought over here into the Company's dispensary, shall henceforth be received and measured out with shovels, the purser satisfies the assessment in the meantime paddy 80 The measure with which the grains are weighed shall be sent along with the shipment The fiscal Van Harn thanks Their High Excellencies for the recommendation regarding his assessment to Europe The pepper collection has not been very favorable How much was purchased privately How much the suppliers have delivered as also in the future the parra or measure with which the grains are measured out shall be sent to the place where the delivery is to take place, and the contents of some of those measures shall be weighed, and the weight thereof made known on the invoice. The fiscal Reijnier van Harn most humbly thanks Your High Excellencies for the favorable recommendation to the lords masters in Europe toward the remission of the assessment imposed upon him, for which we also express our grateful acknowledgment. And proceeding herewith to the products of the country, we must to our regret report that the collection of The Travancore suppliers have brought to the scale 820443 lb, namely: At Porca - - lb 615293:— At Calicoilan - - 190186:— At Cranganoor - - 14964:— At Calicoilan was collected privately - - 2000:— At Cranganoor - - 10051:— At Paponettij - - 27750:— At Chettua - - 1750:— pepper on this coast has not been too favorable; since the 15th of December anno 1774 until mid-December last, only a quantity of 861994 lb was collected, and thus 235750 lb less than the collection of the previous year, of which a specific memorandum accompanies this, and which shows that The greater or lesser delivery Reasons for the smaller collection of pepper at this office
Dutch transcription
78 Een memorie van den pakhuis m=r Een dito van den dispensier Een van den Eqcuipagie opsiender vijf memories van minderheden van den generaalen opneem haar hoog Edelheds. werden bedankt voor de gegevene elucidatie wegens de 't meekoolen en den generaalen op neem is geispo nent min wigten en de Eerste ses maanden van het afgeloopen boekjaar, op den aan„ „breng van Peper, van de noorder buijten Comptoiren ontwaard, en van vier ijsere spring beugels, die mits het wegloopen van 4: bannelingen verlooren zijn ge„ „gaan. In onse vergaderinge van den 17. oc„ „tober Iongst leeden hebben gedient. Een memorie van afschrijving op uijtgeeoogen en afgeloopene parthijen Koopmanschappen, door een pakhruijs„ „meester Steffin, overgegeven. Een memorie van afschrijving op verstrekte provisien, dranken en wesmeer, door den dispencier van spall overgelegt. Een memorie van afschrijving op verstrekte parthijen harpuijs en hoep ijser, in een rond Jaar door den Equipagie op„ „siender Buijs nog vijf memories van zoodanige minderheeden ir en reparable goederen Belastingen en vergoedin„ „gen aangaande, betuijgen wij onse In onse bij eenkomste van den 17. 9ber: is geresumeert de bevinding van de onbequaame bedorve en reparable goederen, bij den generaa„ „len opneem onder ultimo aucg=s Iongst leeden ontwaard en bevonden, op alle welke papieren na de ordre en het leggend Reglement is gedispo„ „neert. als bij het doen van den Generaalen op Vememories van minderheden opneem onder ult=o aug=s Iongstlaeden te Coilan, chettua, Cranganoor, Papo„ „nettij en Porca te kort en onbequaam bevonden, zijn; als meede nog op een berigt van den hoofd administrateur Willem Iacob van de Rraaff van ontwaarde minderheeden, op aangebragte par„ „thijen peper en nelij mitsgaders Caab„ „se provisien. en als nedrige 79 den dispen sier verantwoord zich wegens de hem opgelegde belasting van Edolhedns vorgedraagen in matura nedrige dankbaarheid aan Uw Hoog Edelheedens voor de aan ons gegevene Elucidatie, dat een Hoed smee koolen teegens 2250: lb: te reekenen is hoedanig wij de met het schip zee„ „deeijn Anno passato ontvangene en de voorthaan aangebragt werdende, zullen laaten verantwoorden, Betreffende de opgelegde vergoe„ „ding aan den dispencier van spal, van ƒ258:6:— voegens 3 3/15. lasten nelij door de overheeden van het schip Zeeduijn te Colombo te min verant„ „woord, op de van hier overgebragte laading heeft denselven ons te kennen gegeven, dat alhier nimmer de Ne„ „lij met schoppen ontvangen of afge„ „levert, maar dat zulx altoos met manden was geschied, en versogt desselfs redenen werden haer Hoog dat uw Hoog Edelheedens zulx oolmoedigst ter zijner verschooning mogt werden voorgedraagen, en hij intusschen mogt volstaan met zoo veel nelij in natura aan dE Comp: te vergoeden en dewijl het ons allen bekent is, dat de nelij en Rijst hier altoos ontfangen en afgelevert is niet manden, maar niet met schoppen, zo gebruijken wij de vrijheijd zijne bijgebragte reedenen van be„ „swaar in deesen te noteeren en uw Hoog Edelheedens ootmoedigst te ver„ „soeken, daar op een gunstige reflectie den dispensier vodoed agter de belestinge willen slaan; Intusschen hebben wij gemelde van spall op uw Hoog Edelheedens g'eerde approbatie laaten volstaan, met de 3 2/5. lasten Nelij en natura aan dE Compagnie te vergoe„ „den, en de noodige ordre gesteld, dat de Nelij de Paponettij, alwaar die ook volgens oud gebruijk met manden word ontfangen en van daar overge„ „bragt wordende hier in s Compagnies dispens voortaan met schoppen zal intusschen ontfangen velij 80 de moet waermede de graanen ge„ woogen zijn, zel bij verzanding mede geheven werden den fishaal van harn bedankt haar d Hoog Edelhed=s voor het voorschrijvens, de paper insaam is niet zeer favorabel gewest hoeveel particuleer ingekogt: is hoevrel de leveranciers hebben ge leert ontfangen en uijtgemeeten werden, ge„ „lijk ook in 't vervolg de parra of maat, waar meede de graanen afgemeeten woorden meede na de plaatse daer de uijtleveringe moet geschieden, zal ver„ „sonden en den inhoud van eenige dier maaten gewoogen, en het gewigt daar van bij de factuur bekent gesteld werden. Den fiskaal Reijnier van Harn wvejins zijn belesting naar Europa bedankt Uw Hoog Edelheedens nedrigst voor het Geunstig voorschrijvens aan de heeren meesteren in Europa ter ontheffing der hem opgelegde belasting waar voor wij meede onse dank erkentenisse af„ „leggen. En hier meede overgaande tot slands productien, moeten wij tot onse leedweesen melden, dat den In„ „saam van. De Trevancoorse Leveranciers ter schaale gebragt hebben 820443 - 00 teweeten. Te Porca. . . - - lb - 615293: — „ Calicoilan. . „ - 1901. 86:—. Changanoor - „ 14964 Le Calicoilan „is particulier ingesamelt - - „ 2000: „ Cranganoor. „ 10051: „ Laponellij - - „ 27750. Cheltuca - - - - „ 1750: Peper ter deeser Custe niet De meerder of minder leverantie te favorabel is geweest, zeedert den redenen van de mindere insaam van peper ten deesen Comptoire voor 15. December Anno 1774. tot medio December Jongstleeden, zijn maar ingesamelt een quantiteijt van 861994:— lb: en dus 235750:— lb: minder als den voorjarigen insaam waar van een specifique memorie neevens deesen overkomt; en welke aantoent dat 15 namentlijk „ 6
English
a poor harvest, but with a better outlet for the pepper. Also gratified the English at Anjengo. With three sloops, pepper was sent to Ceylon. Little hope remains for an improvement in the pepper collection. Namely, being dependent on the King of Travancore, His Highness has been continuously urged toward an opulent delivery; and although we have always been given the best promises, no more has nevertheless been brought to the scale than the aforementioned quantity. Travancore always excuses himself with the ordinary pretense of a poor harvest, but the true reason is that His Highness can sell his pepper in a more advantageous manner to the merchants of the Coromandel Coast, who transport this grain in large quantities overland with pack oxen; the circumstances of the times also obliged His Highness to allocate a larger quantity of pepper to the English at Anjengo, in order, through their influence upon the Nabob Mahomet Alij Chan, not only to obtain that he, by paying the usual contribution to the same, is left in peace, but also in case of need to obtain help and assistance against the Nabob Hyder Alij Chan, in case His Highness might be attacked by him; so that little hope remains to us, even though the King still promises to increase the delivery, as long as the circumstances of the times do not change for the better, which we wish may happen soon. To Ceylon was sent with the sloops Sieuda, Colombo and De Jonge Martijn, which, due to the misfortune that befell the ship Geinwensch, were sent hither from there for the transport of a company of soldiers and gunpowder, a quantity of 377022 pounds. The Ceylon ministers request to send the mentioned sloops back quickly, and with a Batavia ship a cargo of pepper. Sending a cargo of pepper with Zeeduijn was doubtful, and to give them notice thereof, The Ceylon ministers had left it to our discretion to send the aforementioned sloops back with a cargo of pepper if the circumstances of the times would permit it, or without cargo, but above all requested that they might be dispatched back quickly, in addition to which they also informed us that both ships that had arrived from the Netherlands would have to repatriate and thus none of them could be spared to fetch a cargo of pepper, with the request that we would send them a parcel of pepper with the first ship that might arrive here from Batavia, without paying regard to whether somewhat less is shipped than last year, provided it was ensured that the ship departed so early that the pepper could serve for loading the return ships of the second dispatch; but if we should not be able to comply with that, then to give them notice thereof at the earliest via Tuticorin, so that they could devise other means in time to have the required pepper fetched; but since the ship Zeeduijn, upon receipt of that letter, had arrived only the day before and thus still had its full cargo in, it was doubtful whether it could be unloaded so quickly and loaded again with pepper at the outer factories so that it could still arrive at Galle with it early enough that it could still serve for the dunnage of the return ships for the second dispatch; and with writing via Tuticorin to make this apprehension known to the said ministers, in order that they would provide us with another opportunity, the time would probably also have advanced too far to provide the pepper there early enough; therefore we considered it best to send the aforementioned sloops back with a cargo of pepper, which could also be shipped into them with the utmost speed because the aforementioned quantity remained in the warehouse here at Cochin. and therefore the mentioned sloops were employed for that purpose. Zeeduijn is nevertheless sent to Porca and Calicoilan to collect pepper. The extra pepper sent can serve in reduction of the Ceylon demand. Cowhides, 3480 pieces, have been sent to Ceylon. Of the collection of Cardamom, nothing can yet be said with certainty. We have subsequently with all speed, the bearer of this, the ship Zeeduijn, caused to be unloaded, and sent to Porca and Calicoilan to take in the pepper lying there to the quantity of circa 800000 lb, with which this vessel departs for Galle, and will possibly still arrive there early enough that if some pepper should be lacking for the dunnage of the later return ships, use can be made of it; thus we have in total provided to Ceylon circa 1180000 lb of pepper, with a request to the ministers to let the additional pepper beyond what Ceylon annually requires from here, which we estimate at 800000 lb more or less, serve in reduction of their forthcoming demand. Cowhides for the packing of the cinnamon have on this occasion been sent thither: 3480 pieces, and all possible means are being employed to obtain a larger quantity. The Homeland demand for Cardamom, for the year 1776, dated 15 October 1774, amount 20000 lb, we shall try to fulfill as much as possible, if the market prices only somewhat come close.
Dutch transcription
81 een slegt gewas, doch met een beeter uit weg met de pper gerieft ook de Engelschen te ansjinge met drie chialoupen es peper na ceilon verzonden is eekinig hope overig „namentlijk afhangende van den koning van Trevancoor is, zijn Hoogheijd bij aanhoudentheijd, tot een opulente leverantie aangemaant; en hoewel ons altoos de beste beloften gegeven zijn, is egter niet meer ter schaale Gebragt als de voorschreeven Tevancoor verschoont zich alloos met Quanteteijt, zijn hoogheijd wild de slegte leverantie verschoonen, met het ordinair voor wendzel van een slegt Gewas, maar de waare reeden is, dat zijn hoogheijd zijn peper op een voordeeliger wijse kan debiteeren aan de kooplieden van de Cust Cormandel die deesen Corl in grove quantiteijten over den landweg met draag assen vervoeren; ook verpligte de tijds om„ „standigheeden zijn Hoogheijd, om de Engelschen te Ansjenga een grooter quantiteijt peper toe te deelen, om door hem vermogen op den Nabab Mahomet Alij Na Ceilon is met de Chialoupen Sieuda, Colombo en de Ionge Martijn die mits het ongeluk, het schip Geijn wensch overgekomen, van daar her„ „waarts gesonden zijn ten overbreng van een Compaijnie militaien en beiskruijt, versonden, een quantiteijt Chan, niet alleen te verkrijgen, dat hyj door denselven de gewoone Contri„ „bulie voldoende, met rust word ge„ „laaten, maar ook in cas van noor„ hulp en assistentie te verkrijgen te„ „gens den Nabab Shijder Alij Chan, indien zijn hoogheijd daar van mogh tot beeterschap van de paper insaam werden g'attacqueert; in voegen ons weijnig hoope overblijft, schoon den koning daar toe als nog belofte geeft, dat hij de leverantie zal vergrooten, zoo lange de tijds omstandigheeden niet ten Goede veranderen, het geen wij wenschen dat spoedig geschieden mag. Chan van 82 de ceilonse ministers verzoeken, om de gem: chioloupen spoedig terug te zenden en met een batavias schip een lading peper met zeeduijn een lading peper te ver„ zueden was twijfelagtig van 37:7022:= ponden. De Ceijlonse ministers hadden aan ons gedefereert gelaten om de voorm: Chialoupe met een lading peper zoo de tijds omstandigheeden het willen toelaaten, of zonder la„ „ding te rug te zenden, dog voor al„ versogt, dat ze spoedig mogte werden te rug gedepecheert, waar benevens deselve ons nog te kennen gaven, dat de beijde uijl nederland gekomene scheepen zouden moeten repatrieeren en dus geen daar van gemest kun„ „nen werden om een lading pper afte„ „haalen met versoek dat wij hen met het Eerste schip 't welk van Batavia hier mogt kome een parthij peper wilden toesenden, zonder te letten of er wat minder in worde af„ „gescheept als voorleeden Iaar, als maar gesorgd wierd, dat het schip zoo vroegtijding vertrok dat de peper kon dienen tot belaading van de retour scheepen van de tweede besen„ hun daar van kennissen te geseedinge, dog zoo wij daar aan niet mogten kunnen voldoen, als dan ter Eersten over Tutucorijn aan hen kennisse daar van te geven, op dat ze in tijds andere midelelen zouder ken„ „nen beramen om de benodigde poper, te doen afhalen; maar nadien het schip Zeeduijn bij ontfangst van die brief maar eerst sdaags bevoorens g'arriveert was en dus nog zijne volle lading in had, wes het twijffelagtig of het zelve wel zoo spoedig ontlost en op de buijten Comptoiren weder met peper beladen konde werden, dat het nog daar meede op gale konde ko„ „men, zoo vroeg, dat die nog dienen kon ter bestorting van de Retour schee„ „pen voor de tweede besending, en met het schrijven over Teilucorijn, en gem: ministers deese bedugting te kennen kon te 83 en daarom wierden gem chialou„ pon daar toe g'emploijeert Zeeduijn is egter na porca en van peper van den insaam van Cordamom han noch niets met zeekerheid werden gezegt koehuijden zijn 3480 p=s naceilon verzonden de meerder gesondene peper kan besck te geven, ten eijnde ze ons een ander occagie besorgdne zoude, den tijd waar„ „schijnelijk ook te ver in-geschooten zijn, om de peper nog vroeg genoeg daar te besorgen; derhalven wij best hebben geoordeelt de voormelde Chialoupen met een lading peper te rug te senden, welke ook ten spoedigste daar in heeft kunnen werden afgescheept, om dat de voormelde quantiteijt hier te Cochim in het pakhuijs per restant was wij hebben vervolgens niet alle Colicoilan gesonden ten afhaal spoed brenger deeser het schip Zeeduijn doen ontlossen, en na Porca in Calicoilan gesonden ten inneem van de daar leggen„ „de peper ter Quantiteijt van Circa 800'000. lb: waar meede deesen bodem aan na Gale vertrekt, en mogelijk nog wel zoo vroeg daar zal komen, dat zoo er al eenige peper het bestorting der na-retour scheepen mogt ontbrecken, daar van gebruijk zal kunnen werden Cardamonn, voor den Iaar 1776 gedateert 15: october 1774: groot 20000: lb: zullen wij, zoo veel mogelijk trag„ „ten te voldoen, indien de maarkts prij „sen, maar Eeniger maate bij komen Roehuijden tot imballeringe van den Caneel zijn bij deese gelegent„ „heijd derwaarts Gesonden - 3480: — pees en tot bemagtiging van een meerder quantiteijt worden alle mogelijke middelen te werk gesteld. Den Patriasen Eijsch van gemaakt, dus hebben wij in het geheel na Ceilon besorgt Circa 1180'000 – lb dienen inmindering van de culonse peper met versoek aan den ministers, om de meendere peper als Ceijlon Jaar„ „lijks van hier requireerd, het geen wij op 800000 lb: min of meer stellen te laaten dienen in minderinge van hunnen aanstaanden Eijsis. gemaakt bij
English
84 Persian sulfur earth was sent, as well as coir yarn; in the future the sending of coir will be excused. Deacons and the regents of the leper house rendered their administration account. The Reformed religion is in a good state. concerning the stipulations prescribed to us, of which as yet nothing can be said with certainty, because the cardamom harvest only begins in or around the month of March. The 100,000 lb of Persian sulfur earth demanded by Your Right Excellencies was purchased at 11 guilders per 100 lb, and is being transferred on this occasion to the Indian capital, along with 25,000½ lb of coir yarn, which had already been purchased before the receipt of Your Right Excellencies' esteemed dispatch of 16 December 1774, which was only received here on 6 August last. Since the sending of coir yarn was excused therein, no further purchases thereof will be made in the future. The Deacons and outside Regents of the Leper House have publicly rendered account, in the presence of two members of our Council, of the poor and leper funds administered by them during the book year 1775. The report submitted regarding this is recorded in our resolution of 7 October of the past year, and shows how large the capital of both was as of the last of August aforesaid, the poor capital having been 18,479 rupees, 10 annas, and that of the lepers 6,538 rupees, 7 annas. The Reformed religion continues in that respectable state in which it was shown to Your Right Excellencies in the preceding year. 85 Establishment of the Leper House: eight lepers are being maintained at Baliaporto; a slave boy has also been placed there. Arrival of a new Carmelite Bishop at Varapoly; his acts are inserted into the resolution of 27 October according to custom. At Baliaporto, eight infected persons are maintained, who are recorded on the accompanying roll of names, being the soldiers Michiel Levenius de Wou of Antwerp and Nicolaas de Koster of Chitlua, who upon examination were found afflicted with the grievous disease of leprosy, and as appears from our resolutions of 15 June and 10 September of the past year, were placed there for sustenance. Also placed there, as appears from our resolution, is a slave boy of the recently deceased matron of the orphanage Maria Abrahamsz, named Chrispino, who upon examination was likewise found infected with the grievous disease, in order to remain separated from human society. Regarding the Roman mission on this Coast, we must respectfully bring to Your Right Excellencies' notice that in the month of October of the past year there arrived here a new Carmelite Bishop named Francesco van Sales, to take up his residence in Varapoly instead of the deceased Florentius of Jesus the Nazarene. The same landed at Chetwai and, with the permission of the first undersigned, departed thence for Varapoly, from where he sent to us by two of his clergymen the Papal Bull of his appointment as Bishop over the Varapoly congregation granted by Pope Clement XIV, along with a letter from His Holiness written to the Bishop, and a deed of his consecration as Bishop, all written in the Latin language, of which we according to previous custom took copies and had them translated into Dutch, which are inserted in our resolution of 27 October of the past year. 86 The secretaries of the colleges have rendered accounting and proof of their administrations. The total strength of the military is transmitted. Some soldiers were requested and obtained from Ceylon to reinforce the garrison. No changes having occurred in the Council of Justice and the lesser colleges, we report only that the Curator Ad Lites took over no estates in the past book year, and that the secretaries of Justice and the Orphan Chamber properly rendered account, proof, and balance of the funds administered by them, as appears from the reports inserted in our resolutions of 20 March and 12 September past. The reports received from the head administrator regarding the stamped paper produced, sold, and remaining in stock can be found in our resolutions of 15 June and 7 October last. The military, artillerymen, and seafaring personnel stationed here on the Coast—the first two having properly exercised again in the past year—consist of a total number of 834 heads, as appears from the accompanying general short strength list, namely: 594 Europeans, 132 Natives, and 108 Easterners, not counting 237 sepoys, who are only kept in service temporarily and until better times. Among the aforementioned Europeans are 237 heads whom we previously requested and recently obtained from Ceylon, under the promise of returning the same as soon as they are demanded or circumstances permit.
Dutch transcription
84 persiaanse swavel aarde werd gesonden zoo mede Caijerdraad in 't vervolg zal 't zendere van Caijer g'excuseert werden zijn. Diaconen en de regenten van 't leproo„ hunne administratie de gereformeerde gods dienst is in een goede staat bij de ons voorgeschreeven bepaalinge waar van voor als nog niets met zee„ „kerheijd te zeggen valt, om dat den Cardamons-oegst eerst in de maand maart of daar omtrend begint. De door Uw Hoog Edelheedens g'eijschte 100'000: lb: Swavel aarde Persiaanse zijn ingekogt tegens ƒ 11: —. de 100: lb: en gaan bij dese gelegentheijd na de Indiase hoofd plaatse over, benevens 25000½ lb: Caijerdraad, welke reets zijn ingekogt geweest voor den ontfangst van uw Hoog Edelheedens gevene„ „reerde missive van den 16: December 1774: die op den 6 aug=s Jongst leeden, hier eerst ontvangen is, waarbij de zending van baijerdraat g'excu„ „seert zijnde, zal in het vervolg daar De Diaconen en buijte Regen, na de huis hebben bereweis gedaan van „ ten van het Leprosenhuijs hebben in het openbaar bewijs gedaane ten over„e„ „slaan van twee leeden onses Raads, van de arme en Leprose middelen, er geduurende bij hen het boekjaar 17/5. en g'administreert, het derwegens inge„ „komen rapport staat in ons besluijt len van den 7. october ao pass=o ingeschreeven, en toont aan dat het Capitaal der hoegroot de Capitaalen van beide armen onder ult=o Aucg=s voorm:, groot aar is geweest. . . . . . . . . rop=s 18479: 10: — is En dat van de Leprosen - – - - „ 6538: 7: — Den Gereformeerde Gods dienst continueert in dien Keuche„ „lijke staat waar in deselve in den voorleeden Iaare Uw Hoog Edelhedens is vertoont van geen meerder inkoop worden ge„ „daan van In ftica 85 Instel Leprosenhuijs agt leproosen werden te Baliaports g'alimenteert ook is een slave jonge daar geplaatst 2. besschip te varapolij in de resol: van den 27. 8ber g'insereert tot Baliaporto werden onderhou„ „den 8. - besmeltelingen bekent staande bij nevens-gaande naam Rolle zijnde de zoldaaten Michiel Levenius de wou van antwerpen, en Nicolaas de Koster van Chitlua, welke bij visilatie met de bedroefde zichte van Lazernije bevonden, blijkens onse Resoluties van den 15. Iunij en 10 7ber: Ao pass=o aldaar ter allimentatie geplaatst. ook is blijkens ons besluijt daar in geplaatst, een slave Jongen van de Iorgst overleedene weesmoeder Maria Ab=rahamsz in naam Chrispino die meede bij visitatie met de bedroefde ziekte besmet bevonden zijnde, om van de menschelijke samen levinge gesepareert te blijven. Aangaande komste van een nieuwe Carmeltsen De Rroomis gesende ter deeser Custe moeten wij uw Hoog Edelheedens in Eerbied ter kennisse brengen, dat in de maand 8ber: a:o pass=o alhier aangekomen is, Een nieuwen Carmelitsen Bisschop in name Francesco van Sales om in steede van den overleeden Florenlius van sesus den Nazareener, de warapolij zijn verblijf te houden, den selven is op Chellica aan land gestapl, en met permissie van dese Eerste geteekende van daar na warapolij vertrokken, van waar hij door twee zijner Geestelijken aan ons toe„ desselfs actens zijn volgens gebruik gesenden heeft, de Lausselijke Bulle van zijne aanstellinge als Bisschop over de arapolitaansche Gemeente door den Paus Clement den XIV e verleent, be„ „nevens een brief van zijn Ht: aan den bisschop geschreeven, en een acte van zijne in wijinge als Bisschop, alle in de latijnsche taale geschreeven waar van wij volgens voorig Gebruijk Copias hebben geligt en deselve en het neder„ Edelheedens duijts 3 86 de secretarissen van de collegien heb„ ben reek: bewijs gedaan van hunne administraties. de zeult daar zijn eenige militairen van „ceelon veregt en bekomen tot verterking van 't guarnesoen ent komt over „duijts laaten oversetten, welke in onse resolutie van den 27. 8ber: anno pass=o zijn g'insereert. In Den Raad van Justitie dekote sterke van de militairen en de mindere Collegien geen veranderin„ „gen voorgevallen zijnde, melden wij eenelijk, dat Den Ceerater Adlites het gepasseerde boekjaar geene boedels aan„ „vaart heeft, en dat de secretarissen van Iustitie en weeskamer behoorlijk ree„ „kening bewijs en Reliqua hebben ge„ „daan van de gelden door hen g'admi„ „nistreert, blijkens de Rapporten, in onse besluijten van den 20: maart en 12: 7ber: passato g'insereert, en de ingekomen en den hoofdadministriteur van berigten van den hoofd administrateur wegens de aangemaakt, verkogt, en per restand gebleeven gestempelde papie„ „ren zijn te vrnden in onse besluijten onder de voormelde Europeesen be„ „vinden zig 23. 7: koppen die wij bevoo„ „rens in Jongst van Ceijlon verzogt en bekomen hebben onder belofte van de zelve te zullen tereeg zenden, zo dra die ge-eijscht werden of de tijds omstan„ 8.:34: koppen blijkens de over komende gene„ „rale Korte sterkte als 594: Eeeropeesen - - . 132: Inlanders en „. . 10. 8. oosterlingen, ongereekent. 2. 3. 7:– sipaijens die maar voor een tijd en tot beetere tijds omstandigheeden in dienst gehouden werden. De Militairen Arthil„ „leristen en Zeewaarende hier ter Custe beschijden, welke twee eerste in het Iongst gepasseerde Iaar weder behoorlijk ge-exerceerd hebben bestaan in een getal van van den 15. Iunij en 7: 8ber Iongst leeden. van digheeden
English
87 not been able to send back. The cartridge pouches of the soldiers have been changed for reasons. A specification of the cannon for the head of the artillery is being transmitted. How much has been granted to the overseer of the armory for the manufacture of 50 pieces of new cartridge pouches. See resolution of 6 August 1775. circumstances here will change for the better; however, one has, for reasons, our garrison, which now for some time has received no reinforcement or relief, has by death, discharge, and desertion become so weakened and diminished down to 375 heads, that therewith this city and the subordinate forts could not properly be occupied, so that the sending back of the aforementioned soldiers would fall very burdensome upon us, unless we retain a part thereof or Your High Nobilities might send us some European soldiers. Among the militia here, very small cartridge pouches were still in use from olden times; commonly called worm boxes, in which a sufficient number of cartridges cannot be stored, nor can the cartridges be adequately preserved therein, which nevertheless ought to be; we have therefore, in the session of 6 August last, resolved to let the few so-called worm boxes that still remain in stock serve for the out-stations, and for the Cochin garrison, and subsequently also for the out-stations, to have larger cartridge pouches made such as are in use everywhere among the infantry in Europe; according to a specification inserted therein, the overseer of the armory shall be allowed to write off for the 50 pieces 7 skins of chamois leather, and to be paid to him from the treasury for the remaining necessities rupees 112.-. There is now, pursuant to Your High Nobilities' revered order, provided by the head of the artillery here, Johannes van Asbeek, to the Honorable Major of the Artillery Gideon Deelez, a specification of the proportions and marks of the cannon, both here in Cochin and at the subordinate Session out-stations, 88 as also the short strength of the artillery. How many persons from here have deserted. The pay books have been properly examined and 3 sets thereof are being sent over. properly performed. Against which the muster rolls have been collated. out-stations, as well as on the sloops or vessels in existence, and of the remnants of all ammunition goods, accompanied by the annual short strength of the artillerymen stationed here, all to be found in a packet under flying seal addressed to the said Honorable Major, which is being transmitted among the annexes hereof. Desertion seems an evil that cannot be entirely removed, since from the first of January 1775 until the ultimate of December of the past year, 11 persons on this Coast have again deserted the service of the Company and defected to others, to wit: 5 common European soldiers, and 6 ditto native ditto. The pay books, of which three sets are now being sent over in two chests, have, according to our resolution of 19 December of the past year, been examined by special commissioners, who have inspected everything and found it in order, and have stated in their report that the Curator ad lites in that financial year has accepted no estates of deceased servants, and that the retracted and settled pay accounts have been properly receipted. The latest general muster rolls have also been collated against these books, which will follow by the first available direct opportunity, and found to agree, as appears from the report inserted in our resolution of 6 August of the past year, together with the report of the mustering, wherein it is noted that three salaried persons did not appear on account of illness, who however, upon investigation, were found to be alive. Under the heading of examined past cloth not 89 and have cost 850 rupees. A part of the trade warehouse has had to be remedied of its defects. contracted last year's description of the first of January, we respectfully communicated how all the defects found at the general workshop here, called the timber yard, had been contracted out for repair to the master shipwright Paulus Kip, and that he was still busy with the repair; in continuation whereof we now note that this work has been properly performed, according to a report received thereanent inserted in the resolution of 10 February of the past year, upon which we have caused the agreed 850 rupees to be paid from the treasury. The repairs and carpentry work that have since had to be done out of necessity consist of the following: A part of the Trade Warehouse on the east side, commonly called the lodge, in which, among other goods, sugar must also always be stored, as well as in the pens on the other side of the warehouse, was found in a poor condition; from a report received and to be found in our resolution of 15 June, it appeared that the timber frame, together with the wall plates and roof battens, were rotten and decayed through age, as was also the wooden floor lying therein; and since this room, now that trade here is beginning to increase more and more, can be spared much less than before, we could not delay that repair any longer, but had it taken in hand as soon as possible, and contracted out to the overseer of the armory, Andries van Eijk, for 600 rupees, as no one was to be found who was willing to perform it for less, and which sum was also judged moderate, according to the extent of that room. That repair has been contracted out for 600 rupees. also
Dutch transcription
87 niet kunnen terug zonden de patroon lossen van de militai„ ren heeft om reeden verandert Een specificatie van 't Canon voor 't hoofd der arthillerie komt over hoeveel voor het aanmarken van 50. p=s niauwe patroon tassen aan den opsiender der wapencamer is toegelyk vide res: van den 6: aug=o 1775. „digheeden hier ter goede veranderen; dog doch men heeft deselve om reden ons guarnisoen, dat nu al 't zedert eeni„ „gen tijd Geen versterking of ontset heeft bekomen, is door sterfte, verlossing, en dezertie zo zeer verswakt en vermin¬ „dert tot op 375: koppen dat daar meede deze stad en de onderhoorige forten niet behoorlijk zoude kunnen besetten zo dat het te rug zenden van voorsz mi„ „litaire voor ons zeer beswaarlijk zoude vallen, indien wij niet een gedeelte daar van aanhouden of uw Hoog Edelheedens ons geen Europeese mili„ „tairen, mogten komen toeschikken. onder de militie waaren hier nog van ouds af in gebruijk heel kleene pat„ „troontasten; gemeenlijk genaamt worin bakjes, waar in geen toerijkent getal pattroonen kan geborgen, nog ook de patroonen daar in niet genoeg be„ „waard werden, het geen egter wel behoorde, wij hebben derhalven ter onder setting van den 6:' aug=s passalo g'ar„ „resteert de weijnige zoo genaamde worm bakjes die nog per Restant zijn te laaten dienen voor de buijten Comp„ „toeren, en voor het Cochims guarni„ „soen en vervolgens ook voor de buijten Comptoiren te laaten aanmaken grooter paltroon tapsen zoodanig als in Europa over al bij de infanterie in gebruijk zijn, volgens een aldaar g' inse„ „reerde Specificatie, zal den opsiender der wapenkamer voor de 50: pees mogen afschrijven 7: vellen zeemleer, en uijt cassa aan hem betaalt werden voor de overige benodigtheeden rop=s 112:-. werdende thans jngevolge uw Hoog Edelheedens Gevenereerde ordre door het hoofd der Arthillerije alhier Iohannes van Asbeek aan den E: Majeor der Arthillerije Fideon Deelez besorgt, rerr specificatie der proportien en ken„ „teekenen van het Canon, zoo hier te Cochim als de op de onderhoorige Sitting Comptoiren 88 zoo mede de korte sterkte der arthilleris hoe veel persoonen van deese hieft zijn gedeserteert de zoldij boeken zijn behoorlyk gevisi„ teert en daar van komen 3. stellen over hij n behoorlyjk verrigt waar tegen de monster vollen zijn geconfrorteert. Comptoiren mitsgaders op de chialoepen ofte vaartuijgen, in weesen, en van de Restanten van alle ammunitie goede„ „ren, verselt van de Iaarlijkse korte sterkte van de alhier bescheijden arthilleres ten alles tevinden in een pacquet onder Cachet „volant aan gem: E: majoor gerigt dat on„ „der de bijlagen van deesen overkomt. De Desertie schijnt een quaad dat niet ten Eenemaal weg teneemen is, alsoo zeedert primo Jann: 1775: tot ult:o December J:oleeden wederom VV: per „soonen ter deeser Custe den dienst van dE Comp: hebben verlaaten en tot anderen overgeloopen zijn, teweeten 5: gemeene Europeese zoldaten, en 6: _=o oosterse _=o De soldij Boeken waar van „thans drie stellen in twee kassen overkomen, zijn uijt„ „„wijsens ons besluijt van den 19: xber: J:o leeden door Expresse gecommitteerdens de re paroties aan de houtthuijn Simmeragie en Reparatie hebben wij Uw Hoog Edelheedens bij inse gevisiteert, welke alles nagesien en na„ „behooren bevonden, mitsgaders bij hun Rap„ „port opgegeven hebben, dat de Curator adlites in dat boekjaar geene boedels van overleedenee dienaren aanvaart heeft en dat de ingetrokke en afbetaalde soldij Reekeningen behoorlijk zijn gequiteert, De Iongste Generaale monster Rollen zijn ook teegens deese boeken, die bij eerste venande sirecte gelegentheijd zul„ den volgene, geconfronteert en accordeerende bevonden blijkens het rapport in onse reso„ „lutie van den 6: aug=s ao pass=o geinse„ „reert benevens het rappoit van de mon„ „steringe waar bij bekent staat dat drie gegagieerde persoonen mits ziekte niet verscheenen, dog welke egter bij ondersoek in levende lijve bevonden zijn. onder het hoofdeel van gevisiteert voorleeden doek niet 89 en hebben gekoft 850 r=s Een gedeelte van 't nego tee pakhuijs heft moeten van zijne gebreeken werd en verholpen desteed voorleeden Iaarse beschrijving van den Eersten Iann: eerbiedig bedeelt hoe alle de gebreeken aan het algemeene werk =huijs alhier genaamt de houtthuijn tevinden, ter verhelpinge waaren aan „besteed aan den meesterknegt der scheeps„ „timmerlieden Paulus Kip en dat denselven nog niet de reparatie besig was ten vervolge van dien wij thans noteeren, dat dit werk behoorlijk is ver„ „rigt uijtwijsens een derwegens ingeko„ „men berigt ter Resolutie van den 10: feb: poleeden g'insereert, waarop wij de bedonge 850: ropias uijt Cassa hebben laa„ „ten betaalen. de reparaties en vertimmeringen die zeedert nog uijt noodzaakelijkheijd hebben moeten werden gedaan bestaan in de volgende. Een gedeelte van het Negotie Pakhuijs aan de oost kant, doorgaans genaamt de logie, waar in onder andere goederen ook altoos zuijker zoo wel als in de hokken aan de andere zijde van het pakhuijs moet opgeslagen werden, is in een slegte gesteldheijd bevonden bij een ingekomen, en ter onser Resolutie van den 15. Iunij te vinden rapport, bleek dat het spankwerk beneevens de muurplaaten en daklatten door onder„ „dom verrot en vergaan waaren als meede de daar in leggende houtle vloer en dewijl dit vertrek nu den handel hier meer en meer begint toetenemen, veel minder als bevoorens kan werden ge„ die reparatie s voor 600 r:s aan mist, hebben wij die reparatie, niet langer kunnen eeijlstellen, maar deselve hoe eer hoe liever onder handen laaten neemen en aan den opsiender den wa„ „penkamer Andries van Eijk aanbe„ „steed voor 600: Ropias alsoo niemand te vinden was die het voor minder wilde verrigten, en welke somma ook maatig g'oordeelt es, na de uijtgestrekthijd van dat ook vertrek
English
90 A minor repair has also been made at Tengapatnam. In the smithy and in the slave quarters a few minor repairs have also been made. How much was gifted in 12 months. Apartment, which has now also already been properly repaired, as appears from the report of the inspection made, inserted into our resolution of 6 August, when we caused the final payment to be made. At the residency at Tengapatnam a minor repair also had to be made, because otherwise the postholder could no longer take up residence in it, which the Coilam chief communicated to us here, and whereupon we requested and received from there a calculation of the costs, whereby it appeared that the most necessary repair could be done for 31 ropiaes. Thus, in our session of 20 March last, we thought proper to qualify the Coilam chief to spend this small sum on it. Furthermore, the overseer of the armory, Andries van Eijk, has repaired The gifts since the first of January until the last of December last amount to a sum of ƒ3261:13:— cost price, and ƒ3643:19:— selling price, and thus ƒ354:2:8 less in cost price, and ƒ227:2:— more in selling price than the previous year, as appears from the following list: Cost price Selling price In the month of February, gifted to the Nabab Heeder Alechan - - - - - - - ƒ 2697:3:8 ƒ 3034:15:— Ditto, ditto, February, to the First Minister of State of the said Nabab - - - - - - - „ 252:—:— „ 252:—:— Carried forward - - - ƒ2949:3:8 ƒ 3286:15:— the fireplaces in the smithy, and a few small defects in the slave quarters, which together cost 20 ropias, as noted in the resolution of 12 September last. 91 The supply of gunpowder from Ceylon was replenished. Arrival and departure of the ships Zeeduijn and Amsterdam. The requisition for duiten is excused. Unneeded cash will be sent to Ceylon. Cost price Selling price Brought forward ƒ2949:3:8 ƒ3286:13:— In the month of May, to the King of Cranganoor on His Highness's arrival - - - - „ 111:5:— „ 132:16:— Ditto May, to the emissaries of the King of Trevancoor, who arrived here at the closing of the pepper accounts - - - - - - - - - - - „ 201:4:8 „ 224:8:— Total . . . . . ƒ 3261:13:— ƒ 3643:19:— In anno passato gifted - - - - - - - „ 2906:—:8 „ 3871:1:— Thus, cost price less - - - ƒ 354:2:8 and Selling price more - - - - - - ƒ 227:2:— Gunpowder we have, to replenish the shortfall, pursuant to Your High Honours' esteemed authorization by missive of 25 September 1770, requested and received from the Ceylon ministers a quantity of 30,000 lb, whereby our supply over the entire Coast is now 74,275½ lb. Regarding cash, apart from the paid bills of exchange and dispatched provisions mentioned in our last year's advices, we have further remitted ƒ138000:—:— to Tutucorijn for the service of the Ceylon government, and if, after providing a ship's cargo of rice or paddy thither at the close of the trading season, we can still calculate that we have surplus cash, we shall remit it to Ceylon. While, in fulfillment of Your High Honours' much esteemed order, we note in this regard that the duiten will circulate no further here than within this city, whereby only a small quantity can be in circulation, and why we then have made no further requisition for them. Regarding the article of Ships Zeeduijn and Amsterdam the 25th and 30th of November. Ships and vessels, we have nothing else to report than that the ditto 92 Of 3 Ceylon sloops. The findings on the delivered cargo. The overages and write-offs validated. Departure of the vessel De Verwagting to Galle. Spar charged to the account. November last arrived here. The first departed from here today for the southern subordinate stations to take in pepper for Ceylon, in order to sail via that government to Batavia, and the second vessel, with the unloading of which they are busy, will transport a cargo of rice or paddy to Ceylon, and thus also return via that government to Batavia. The sloops, Colombo, De Sienda, and De Jonge Martijn, arrived here from Ceylon on 26 and 30 November last, and after the soldiers from them were landed on shore and the gunpowder was unloaded, laden with pepper they returned back to Ceylon around 11 December past. Our vessel De Verwagting now departs with our papers Pro Patria to Ceylon, and otherwise has its work with the transport of goods and necessities to and from the subordinate stations. The findings on the delivered cargo of the ship Zeeduijn are inserted in our resolution of the first of this month, which confirms that nearly everything was delivered well; on some items, small surpluses were delivered on account of the permitted write-off, and on others there were deficits beyond the permitted write-off. The former we have credited to the ship's officers at selling price on account, and for the latter we have caused them to be debited at selling price; as well as for two spars. Skipper Pietersz is charged for two spars which, out of the three brought over, as appears from the enclosed copy of the report, were found worm-eaten and unfit. Skipper Pietersz says that they at Batavia
Dutch transcription
90 Te tengapatnam is ook een geringe reparatie gedaan in de smits winkel en tes laven quar„ tiel zijn ook eenije klijne reparaties gedaen „ hoeveel in 12: maanden verschenken vertrek het welk nu ook reets behoor„ „lijk gerepareert is blijkens rapport van de gedaane besigtiging in ons besluijt van den 6. ' aug=s g'insereert, wanneer wij de afbetalinge hebben laaten geschie„ „den. Aan de Residentiete Tengapatnam heeft ook eene geringe reparatie moeten werden gedaan, de wijl anders den post„ „houder daar in niet langer verblijf kende houden, het welk het Coilans opperhoofd na herwaarts heeft bedeelt en waar op wij van daar gerequireerd en ontvangen hebben een Calculatie van het kostende, waar bij bleek dat de noodzaakelijkste verhelping konde gedaan werden voor ropiaes 31. zoo hebben wij ter onser sitting van den 20: maart pleeden goedgevonden het Coilans opperhoofd te qualificeeren, om dit sommetje daar aan te koste te leggen Nog zijn door den opsiender der wa„ „penkamer Andries van Eijk gerepareert verschonkene zeedert primo Ianuarij tot ultimo December Iongstleeden be„ „draagt een Somma van ƒ3261:„13. —. in, en ƒ3643. 19:— uijtkoops, en dus ƒ354. 2:8. min„ „der in, en ƒ227: 2 – meerder, uijt „koops als het Iaar bevoorens, blijkens de ondervolgende Lijst uijtkoops inkoops Alechan verschonken - _ _ - - _ _ _ _ ƒ 2697. 3. 8 ƒ 3034. 15. — _=o _=o februarij dian den Eerste staads Minis„ 252 – – „ 252 –. – „ter van gemelde Nabab - - - - - - - „ Transporteere - - - ƒ2949 38 ƒ 3286 15 — In de maand februarij Aan den Nabab Heeder de vuursteedens in de smits wenkel, en eenige kleene manquement aan het slaaven quartier het welk tesamen gekost heeft ropias 20:, zo als aange„ „teekent staat, bij resolutie van den 12: 7 bet: pleeden. Het de 91 men heeft den voorraad van Gus„ kruijt van Ceilon gesuppleert gekreegen komst en vertrek van de schepen Zeeduijn en amsterdam den Eisch van duijten werd g' excuseert na Cceelen gesonden werden in koops uijthoops P:r Transport ƒ294938 ƒ328613— In de maand Meij aan den koning van Cranganoor op zijn hoogheits binnen komst - - - - „ 111. 5. . „ 13216 — d=o Meij aan de zendelingen van den koning van Trevancoor, die bij 't sluijten van de peper reekening alhier zijn aange 2248 – Teld. . . . . ƒ 3261. 13 — ƒ3643. 19 — in anno passato verschonken - - - - - - - „ 2906 – 8„ 3871. 1. Dus inkoops minder - - - ƒ 3542. 8. en uijt koops meerder - - - - - - ƒ 2272 — koomen - - - - - - - - - - - „ 201. 4. 8„ Buskruijd hebben wij tot suppleeringe van het ontbreekende, inge„ „volge uw Hoog Edelheedens g'eerde qua„ „lificatie, bij missive van den 25: 7ber 1770: van de Ceilonse ministers versogt en beko„ „men een quantiteijt van 30'000: lb: waar door onsen voor raad over de geheele Cust thans groot is 74275. ½. lb:; Contanten zijn buijten de af„ Scheepen Zeeduijn en Amsterdam den 25. en 30: Scheepen en vaartuijgen, valt ons niets anders te melden, als dat de de onbenoodigde contanten zullen „ betaalde wissels en versondene provisien bij onsen voorleeden Iaarse advijsen vermeld, nog ten dienste van het gouvernement lei„ „len na Tutucorijn geremitteerd ƒ 138000: –. – en als wij na het derwaarts besorgen van een scheeps lading Rijst of Nelij, bij het aflopen van den handel tijd, nog bereekenen kunnen, dat ons Contanten overschieten zul„ „len wij die na Ceilon remitteeren. Terwijl in voldoeninge van uw Hoog Edelheedens veel g'eerde ordre, in deesen no„ „teeren, dat de duijten hier niet verder willen roulleeren als binnen deese stad, waar door maar een geringe quantiteijt, in de wande„ „ling kan zijn, en waarom wij dan daar van geen noderen Eijsch hebben gedaan. Aangaande het artikul van betaalde 9ber d=o 92 van 3: Ceilonse chialoupen de bevinding van de uijtgeleverde den oer d' afschrijvings gevalideert vertrek van 't smalschip de verwagting na gale s pieren op reek: belast 9ber: J=o leeden hier g'arriveert zijn. Het Eerste is op-heeden van hier na de zuijder buijten Comptoiren vertrokken ten inneem van peper voor ceilen, om over dat gouvernement na Batavia te steevenen, en de tweede bodem, met welks ontlossinge men besig is, zal een lading rijst of nelij na Ceilon over„ voeren, en dus ook over dat gouvernement na batavia retourneeren. De Chialoupen, Colombo De Sienda, en De Ienge Martijn, zijn op den 26 en 30: 9ber Jongst leeden van Ceilen hier aan„ „gekomen, en na dat de militairen daar van aan de wal geslapt en het buskruijt gelost was, met peper belaaden om den 11: December passato weeder na Ceilon te rug gekeert. ons smal schip De verwagting vertrekt De Bevinding op de lading van teduijn, is wel bevon. UEt geleverde Lading van het schip Zeeduijn is g'insereert en ons besluijt van den Eersten deser waar bij consteert, dat meest alles wel is uijt gelevert; op sommige articulen zijn wegens gepermitteerde afschrijving eenige geringheiden overgelevert, en op andere boven de gepermitteerde afschrij„ „ving te kort de eerste hebben wij de scheeps overheeden uijtkoops op reekening ten goede laaten brengen, en voor de andere uijtkoops doen belasten; benevens nog voor twee schipper Lieters is voor twee spieren, die van de drie aangebragte blij„ „kens overkomend Copia rapport, vermo„ „lent, en onbequaam bevonden zijn, den schipper Pietersz: zegt dat die te Batavia thans met onse papieren Pro Patria na Ceelon, en heeft overigens zijn werk met het overbrengen van goederen en benoodigtheeden van en na de onder„ „hoorige Comptoiren. thans zoo :..:
English
93 they were in Batavia already regarded as decayed. Also a small error has been corrected. See Resolution of the 1st instant regarding the supplies furnished to Zeeduyn, which, with the supplies furnished, cost ƒ 6056:—8. The defects on the vessels belonging here have also been repaired. were received in such a decayed state that he, on account of his indisposition, ordered the third mate Fredrik Willem Schendelaar to receive the spars, and that the latter informed him that they had already been decayed at Batavia, which he had also pointed out upon receipt, but because there were no others, the shipment nevertheless went forward. The officers, instead of two small balance scales with medicine weights, also brought here two small hand-cases with instruments, which we believe must have been mistakenly sent one for the other, and we have therefore had this rectified by having the said cases with instruments entered into the books. The supplies furnished to the aforementioned vessel Zeeduyn can also be seen in the aforementioned Resolution of the first of this month, where the request of the skipper and the report regarding the examination by the Master of Equipping Buys are recorded. The defects of the aforementioned small vessel and the lesser vessels belonging here were, according to annual custom, inspected by specially appointed commissioners; the report received thereon is to be found in our resolution of 6 August last, which shows that these vessels required ordinary, but no extraordinary repairs. We immediately had the repair work undertaken at that time, in order to have everything in good condition when navigation opens, so that everything has been properly completed, and which repairs, with the ordinary supplies of equipment goods and other necessities, cost ƒ 6056:— 8: as appears from the accompanying specification. 94 A statement of the vessels belonging here is being sent over. The correspondence was maintained as required. Ceylon will be accommodated with rice and paddy pursuant to the orders, but the ministers have not yet requested grain. Ministers and a cargo list might require from them. He even has paddy bought up to the north. The purchase of paddy is difficult. The King of Travancore makes To comply with Your Right Excellencies' much-honoured order, there is transmitted herewith a statement of the sloops and all lesser vessels belonging here, showing when they were built, of what charter, and how named, as well as how many may be kept according to the regulations. The correspondence between this and the other western offices has been maintained by us as required and with all politeness, and we shall not fail, pursuant to Your Right Excellencies' venerated order, to govern ourselves in the provision of rice and paddy according to the letters from the Ceylon ministers, who have not yet requested any grains from us. We could not provide paddy from here now, since it is at present not only very expensive here but also difficult to purchase, caused by the fact that the King of Travancore has had the entire harvest in the lands of Parur and Mangatti locked up, such that not only is there no export at all from there, but even the inhabitants are forced to buy up what is needed from other regions. He even has paddy bought up to the north of Chavakkad and Ponnani and fetched away with vessels. His Highness has this locking up and buying up of grain done in order to have sufficient provisions on hand, in case he should be forced to assemble an army there against Hyder Ali Khan. However, the first-undersigned, having been informed that the Ceylon ministry does not yet have any certainty of sufficient grains, and because it might well happen that they will require a cargo of rice from us, It is however reported that the Ceylon 95 cargo bought to the north will be sent. The private small ship De Welhelmein has called here and departed for Bombay. The surveyor De Graaff was ordered to depart for Surat. Doch has died suddenly. from us, though possibly so late that we would then not be able to provide it to them; and also because, as aforesaid, paddy here is now too expensive and difficult to purchase, and having emptied our pantry last year, we ourselves require the paddy now coming in, especially with the increase of our garrison; and for that reason we have decided to procure a shipload of northern or Canarese rice for Ceylon, as we also have hopes of obtaining a shipload for 92, if not indeed for 90 rupees per last, which we shall send over to Colombo with the ship Amsterdam. Which with the ship Amsterdam We have proceeded to this all the sooner because this price is still somewhat cheaper than last year, and also because, should the Honourable Company at Ceylon not greatly need that rice, the same could always be sold to the inhabitants without loss. Regarding Free Navigation and Trade, we have only to note that on 16 October last there arrived here In compliance with Your Right Excellencies' much-honoured order, the surveyor Jan Willem de Graaff had been ordered to depart for Surat, in order to inspect the condition of the stone stairs renewed there in front of the Company's wharf, to see whether everything has been made firm and strong, and whether all the materials listed for it have been consumed, etc. He was also already prepared for the journey and only waiting for an opportunity, when, on 22 December, he very suddenly passed away from a stroke, whereby the aforementioned honoured order could not be fulfilled. Regarding
Dutch transcription
93 deselve waaren te Batavia ruels als vermolmt aangesien ook is een klijn abuis geredres„ seert vide Resol: van den 1=en courant wegens de verstrekkingen aan zee„ diijn gedaan dewelke met de gedaane verstrek. kingen gekoft hebben ƒ 6056:—8 de gebreeken aan de vaartuijgen hier thuijs leerende zijn ook verholpen zoo vermolant ontfangen zijn, dat hij mits zijne indispositie den derde waak Fredrik Willem Schendelaar heeft ge„ „last, de spieren te ontfangen, en dat die hem heeft berigt, dat ze reets te Batavia vermolmt zijn geweest, en hij zulx ook bij ontfangst heeft aangeweesen maar dat dewijl er geen andere waaren, des niet te min den afscheep is voortgevaren. ook hebben de overheeden in steede van twee schaaltjes met medicament gewigt hier aangebragt, twee handkokert„ „jes met instrumenten, dat wij vermee„ „nen abusief het een voor het ander zal zijn versenden en daarom hebben laten redresseeren door de gemelde kokertjes met instrumenten bij de boeken te laaten in neemen De verstrekkingen aan voor„ „schreeven bodem Zeeduijn gedaan zijn meede te zien bij voorschreeven Resolutie van den Eersten deeser, alwaar het request van den schipper en rapport wegens de Exa„ „minatie van den Equipagiemeester Buijs ingeschreeven staan De gebreeken aan het voorschreeven smalschip en de mindere hier thuijs hoorende vaartuijgen, zijn na Iaarlijkse gewoonte door Expresse gecommitteer¬ „dens op genoomen; het daar van ingekomen rapport is te vinden bij onse resolutie van den 6: aug=o Jongstleeden waar bij consteert, dat aan die vaartuij„ „gen wel gewoone, dog geene Extra ordi„ „nairs reparaties benodigt zijn geweest wij hebben de verhelpinge als toen ten eersten onder hauden laaten neemen om alles bij het opengaan elen vaart in een goeden staat te hebben zoo als dan ook het een en ander behoor„ „lijk is g'absolveert en welke reparaties met d' ordinaire verstrekkinge van Equi„ „pagie goederen en andere benodigtheeden gekost hebben ƒ 6056:— 8: blijkens over„ komende specificatie van ter 94 Een opgave van de hier thuins hoorende vaartuigen komt over de correspondenties werden na vereisch onderhouden men zal ingevolge der ordres Ceilon met reijste en neli gerieven doch de ministers hebben noch geen graanen g'erolt ministers en lading lijst zoud en hun nam requireeren. bij laat zelfs nelij om de noord op koopen den inkop van nelij besewaarlijk Ter voldoening aan uw Hoog Edelhee„ „dens veel geEerde ordre komt hier nevens over een opgave van de Chialoupen en alle hier thuijs hoorende mindere vaar„ tuijgen aanthoonende, wanneer deselve aangebouwt van wat charter en hoe ge„ „naamt zijn mitsgaders hoe veel er volgens de bepalinge zijn mogen, De Correspondentien tusschen dit en de verdere westerse Comp„ „toiren zijn door ons na verEijsch en alle beleeftheijd onderhouden, en wij zullen niet nalaaten, ingevolge uw Hoog Edelheedens Gevenereerde ordre, ons in het bezorgen van rijst en nelij te rigten na het aanschrijvens der Eijlonse minesters, welke nog geene graanen van ons hebben gerequireert, nelij zou„ „den wij nu van hier niet kunnen be„ „zorgen, dewijl die hier tans niet alleen heel duur maar ook beswaarlijk den koning van trevancir maakt inte kopen is, veroorzaakt door dat den kening van Trevancoor den ge„ „heelen oegst in de landen van Parce en mangattij heeft laaten op sluijten zodanig dat niet alleen van daar in t geheel geen uijtvoer is, maar dat zelfs ook de inwoonders genoodzaakt zijn het noodige uijt andere landstreeken opte hopen, zelfs laat hij nelij om de noord van Chavacatto en Pananij op kopen en met vaartuijgen afhaalen deze opsluijting en op kopinge van graanen laat zijn ho=t doen, omge„ „noegsaame provisien bij der hand te hebben, ingevalle hij Genoodzaakt mogt worden daar een leger te vergaderen te „gens Hijder Alij Chan, den eerst gete„ „kende egter g'informeert zijnde, dat het Cijlons ministerie nog geene zekerheijd heeft, tot genoegzaame gra„ men is egter bedigt dat de culonse, „ nen, en om dat het legt zoude kunnen gebeuren, dat dezelve een ladinge rijst heel van 95 ding om de nomn unyckogt zel verzonden worden het particulier scheepje de welhel mein is hier aangeweest en na bombhaij ver trekken Dock is subiet komen te overlijden den landmater de graaff was g'ordon neert om na souresta te versteekken van ons zouden requireeren, dog moge„ „lijk zoo laat dat wij als dan hen de„ „selve niet zouden kunnen besorgen en ook dewijl als voor zegt de nelij hier nu te duur en bezwaarlijk om in te kopen is, en wij onse dispens voor„ „leeden Iaar ledig gemaakt, in de nu weder ingekomene nelij insonderheijd met de vermeerderinge van ons guar„ en om die reden is een scheepsla„nisoen zelfs benodigen, zo zijn wij te raade geworden, om een scheeps lading noordse of Canareeze rijst voor Eijlon op tedoen, gelijk wij dan ook hoop hebben een scheeps ladinge te zullen magtig worden, voor ropias 92: zo niet zelfs voor 90: 't last, welke wij met het de met het schip amsterdam schip Amsterdam na Colombo zul„ „len oversenden, wij zijn te eerder hier toe getreeden om dat deese prijs nog wat goed koper is als verleede Jaar, zoo meede om dat indien D E Comp: die rijst te Ceilon niet zeer mogt benodigen deselve De Vrije Vaart en Handel hebben wij eenelijk te noteeren, dat op den 16:' 8ber: Jongst leeden hier aange„ altoos zonder nadeel aan de ingeseete„ „nen zoude kunnen werden verkogt, In voldoening van Uw Hoog Edel„ „heedens veel g'eerde ordre was den land„ meeter Ian Willem de Graaff g'ordon„ „neert om na Souratta te vertrekken, ten eijnde aldaar te ondersoeken na de ge „steldheijd der aldaar voor 's Comp=s werff vernieuwde steene Trap, of alles hegt en sterk gemaakt is; mitsgaders of alle de daar toe opgegevene materia„ „len verbruijkt zijn ensz: Hij was ook reets klaar tot de reijse en wagte maar op eene gelegentheijd, wanneer hij den 22: xber zeer subict, aan een beroerte es komen te overlijden, waar door aan de voormelde geeerde, ordre niet heeft kunnen werden voldaan. Aangaande altoos „komen
English
96 the list of foreign ships comes over come The Portuguese Macao ship has not yet appeared here a snow from bengele one from pondicherij item a chaloup Two from mauritius arrived, the private Dutch vessel Wilhelmina, and provided itself here with water and firewood and some provisions, after which it departed again on the 19th following, intending to go to bombhaij. The list of all foreign ships and vessels that have been here comes over among the appendices, from which it can be seen, among other things, that since the departure of our general description of last year until the date hereof, there have been at this roadstead French ships and lesser vessels, as: The ship Lintieffe, arrived on the 8th of March from Pondicherij and departed for Mahe, arrived here at the roadstead again from there on the 30th of April and departed on the 2nd of May for Pondicherij. The ships Le Britton and Le C=t De Maurepar, both arrived here on the 4th of November from mauritiees and departed again on the 20th of that month for mahe. The chaloup Le Mareinadelen, arrived on the 5th of November also from mouritius and on the 20th thereafter, departed for mahe. The ship L' attsalance, arrived here on the 25th of November from Pondicherij and on the following day or the 26th of November departed for make, furthermore. The snow Les Deuk Amis, arrived here on the 26th of December from Bengale, and on the following day or the 27th departed for make. The Portuguese Macao ship Sant Joaquein E: santa anna, commanded by Captain Ioacquim Modesto De Britto, not having appeared here on the Coast during the previous sailing season, 97 to demand back the steersman roodhuijl the head surgeon martinsart thanks for the received increase the widow Dekreuse for sending her granddaughter transport also granted to 18 pilgrims with Zeeduijn sixteen soldiers discharged to repatriate we have not been able to demand back from him the steersman Alberties Roodkuijl lent to him; if he should arrive here this good monsoon, we shall take up the matter with the said Modesto de Britto, and demand the said steersman back. Among the servants, the head surgeon Louis Quintin Martinsart presents his humble gratitude to Your High Noblenesses on account of his obtained increase in salary; likewise the widow of the late bookkeeper De Krouse, named Johannes Abrahamsz, has requested us to offer to Your High Noblenesses her most submissive acknowledgement of thanks for the favor shown to her in sending hither her granddaughter Johanna Libregta sweers de Landas, who arrived safely here together with her goods and slaves, the received account and other papers concerning the inheritance of the said young daughter having been handed over to the orphan masters for speculation. To 16 persons from the military, namely 3 corporals and 13 privates, we have, on account of the expiration of their time, granted their discharge to repatriate, and let them cross over with Zeeduijn, as appears from the accompanying muster roll. We have also granted transport on this vessel to 18 pilgrims returned from Mocha, of Banjermassing, Bantam, and Samarang; from the first-mentioned place 5 persons, who showed us an extract from Your High Noblenesses' missive dated 14th August 1772 written to Souratta, whereby, upon the request made thereto by the Ratoe Anom of Banjermassing, that ministry is ordered to assist these five persons in case of 98 lack of provisions assisted Here in actual existence the list of present servants is specified some of them will in case of lack of provisions, to assist them with that, and since they have made a request to us that the officers of the frequently mentioned ship might be ordered, in case of need, to assist them with provisions, we have condescended to their request and instructed the officers thereof by ordinance, in the hope that this will agree with Your High Noblenesses' intention. The pensioners here on the Coast, who most humbly thank Your High Noblenesses for the enjoyment of their pension and most humbly request the continuation, consist of a number of eighteen heads, as appears from the muster roll accompanying this, among whom the soldiers Pieter Walthoff of bergen op zoom and Coenraad Busselman of Bremen, who according to our resolutions of the 6th of August and 12th of September last, for the sake of their long years of service, advanced age, and physical infirmities, have been placed among the retired servants at ƒ 7. – each. In compliance with Your High Noblenesses' much-honored order, there is noted herein the number of present servants with each person's occupation and capacity as they are in actual existence under the date hereof, showing in a separate column the number that has been determined for each occupation by Your High Noblenesses. According to the determination by state more less of the civil administration and commerce as 1 Councilor Extraordinary of Dutch India, Governor and Director - - - - - - - — 1. —. — —. Commander - - - - - - - - - - - - - - - - -- 1. Senior merchant and chief administrator and secunde - - - - - - - - - - - - - 1. —. — 5. Junior merchants - - - - - - - - - - - - 3. 2. — 1. Merchant, fiscal, and cashier - - - - - - - - - - 1. —. — 1. Chief interpreter - - - - - - - - - - - - - - 1: 4. Bookkeepers with junior merchant's emoluments - - - - - - - - - - - - 4. —. 38. Clerks - - - - - - - - - - - - 28. 18. — 38. clerks, as: 19. Bookkeepers, among whom 1 with the interpreter 10. Assistants 8. ditto ditto, among whom 1 with the interpreter 1. Clerk
Dutch transcription
96 de lijst der vreemde scheepen komt over koman Het portugeesch maccaus schip is hier noch niet verscheenen een sndauw van bengele een van pondicherij item een chialoup Twee van mauritius „komen is, het particulier nederlands scheepje Wilhelmina en zig hier van water en brandhout en eenige provisie heeft voorsien, waar na het op den 19: daar aan, weder is vertrokken, de wil hebbende na bombhaij. De Lijst van alle de hier aan geweest zijnde vreemde scheepen en vaartuijgen komt onder de bijlagen over, waar uijt onder anderen te sien is, dat zeedert het afgaan van onse voor„ „leeden Iaarse Generaale beschrijving tot dato deeses hier ter Rheede geweest zijn. sesfpansche schapen zijn hier aange Fransche Scheepen en min„ „dere vaartuijgen als. Wa Het schip Lintieffe den 8. maart gekomen van Pondicherij en vertrekke na Mahe, den 30:e April van daar weder hier ter rheede g'arri„ „veert en den 2:e maij na Pondicherij vertrokken De scheepen Le Britton en Le C=t De Maurepar, beijde op den 4: 9ber van de mauritiees hier aange„ „komen en den 20: dier maand wee„ „der vertrokken na mahe„ De Chialoup Le Mareinade„ „len, den 5. November ook van de mouritius aangekomen en den 20. daar aan, vertrokken na mahe. Het schip L' attsalance, den 25: 9ber: van Pondicherij hier aange „komen in sdaags daar aan ofte den 26: 9ber: na make vertrokken, nog. De snaauw Les Deuk Amis, den 26: xber van Bengale hier aangekomen, en sdaags daar aan ofte den 27. vertrokken na make Het portugeesch: Maccaaus schip Sant Joaquein E: santa anna gevoert bij de Capitain Ioacquim Modesto„ De Britto den voorigen vaarbaaren tijd hier ter Custe niet verscheenen vertrokken zijnde 97 nen afvraagen den opperchirurgijn martinsart be„ dan ke: voor de geckregene verbretering van haar klijn dochter ook is aan 18. bede vaartgangers met dordeijn transport verleen sesthien militairen verlost om te repatreeren zijnde, hebben wij hem niet kunnen afvragen den aan hem geleenden stuur„ om de stuurman reodhuijl te kun, man Alberties Roodkuijl, indien hij deese goede moussen, hier mogt aankomen, zullen wij gem: Mollesto de Britlo daar over onderhouden, en ge„ „melten stuurman te rug eijsschen, onder de Dienaren legt zijn ootmoedi„ „ge dankbaarheijd aan Uw Hoog Edelheeden safden opperchirurgijn Louis Quintin Martinsart wegens zijne g'obtineerde verhooging in gagie, insgelijks heeft de weduwe van wijlen den boekhouder De Krouse de wede Dekreuse voor hut toesenden in name Iohannes Abrahamsz ons versogt aan uw Hoog Edelheed=s haar onderdanigste dank erkentenisse te offereeren, voor de aan haar beweese gunste in het na herwaarts besorgen, van haare kleijn-dogter Johanna Li„ „bregta sweers de Landas, welke alhier benevens haare goederen in slaven, wel aangekomen is, zijnde de ontvangene Reekening en andere papieren, rakende de Erffenisse van gem: Jonge dogter aan weesmeesteren tot speculatie afgelangh. aan 16. persoonen uijt de militie als 3: Corporaals en 13. gemeenen, hebben wij mits tijds Expiratie hunne veelos„ „singe om te repatrieeren g'accordeert, en laaten deselve met Zeeduijn overvaren blijkens nevens gaande naam rol ook hebben wij met deesen bodem Transport verleend, aan 18. van mocha te rug gekomene bevaart-gangers van Banjermassing, Bantam en Samarang van de eerst gem=e plaatse 5. persoonen, welke aan ons hebben vertoond een Extract uijt uw Hoog Edelhedens mis„ „sive onder dato 14:' aug=s 1772: na souratta geschreeven, waar bij op het daar toe ge„ „daan versoek door den Ratoe Anom van Banjermassing, dat ministerie g'or„ „donneert word, deese vijff persoonen bij benevens gebrek 98 provisies wer en g'assesteert Alhier in weesen het jet der aanweesende dienaren werd gespecificeert eenige dar van zullen uis nodsims: gebrek van provisie, daar meede te assistee„ „ren, en dewijl deselve versoek aan ons heb„ „ben gedaan, dat den overheeden van het meermelde schip mogt werden aan be„ „voolen, om ingevalle des benodigt, hen met provisien te assisteeren, zoo hebben wij in hun versoek gecondescendeert en den overheeden zulx bij ordonnantie belast in hope dat zulx met uw Hoog Edelheed=s iutentie zal over een komen depepjerden besaen en o kn De Gegagieerdens hier ter Custe, welke Uw Hoog Edelheedens oot„ „moedigst bedanken voor het genot hunner rust gagie en nedrigst versoeken om de continuatie bestaan in een getal van agtien koppen, blijkens naam Rolle deesen versellende, waar onder de soldaaten Pieter Walthoff van bergen op soom en Coenraad Busselman van Bremen, die blijkens onse Resoluties van den 6: aug=s en 12=' 7ber: Jongst leeden, om de wille van hunne langjaarige diensten, hoogen ouderdom 1. —. — 1. — 1: 1. wordende in voldoening van Ue Hoog Edelheedens vel g'eerde ordre in deesen ganoteert, het getal die aanwee„ „sende dienaaren met iders beroep en qualiteijt zoodanig, als deselve onder dato deeses zig in waaren wesen be„ „vinden, met aantooning in een aparte Colom, het getal dat van ieder beroep door Uw Hoog Edelheedens is bepaald. volgens de bepaling bij scute tams meer minder van de politie en Commercie als 1 Raad Extra ordinair van Nederlands India gouverneur en Directeur - - - - - - - — 1. opperkoopman en hoofd-administrateur en secunde - - - - - - - - - - - - - 1. koopman fiscaal en Cassier - - - - - - - - - - 1. hoofd tolk - - - - - - - - - - - - - - 4. Boekhouders met ondercoopmans Emolu 38. permisten als 19. Boekhouders, waar onder 1: bij den tolk 10: assistenten 8. r=o d=o daar onder 1: bij den tolk 1: pennish —. Commandeur - - - - - - - - - - - - - - - - -- 5. onderkooplieden - - - - - - - - - - - - menten - - - - - - - - - - - - 38. pennisten - - - - - - - - - - - - en lighaamelijke Gebreeken, onder de Rustende dienaaren gesteld zijn met ƒ 7. – ider. en 28. 18. — Kerkel on na 1. —. — 3. 2. — 1. —. — 4. —.
English
Here present according to the here according to the regulation by 9 D Ecclesiastical Servants as 83 privates 1 Captain 2 lieutenants 3 ensigns 8 sergeants 11 Corporals by secret regulation 2 sick-visitors 1 minister Military 4 fifers and 2 8 drummers 201 privates as 113 Europeans 88 Natives 1 garrison clerk 1 Captain Lieutenant 32 Corporals 1 Drum major 2 lieutenants 201 soldiers 5 ensigns 25 Sergeants 1 Captain 1 Major Sepoys 1 Captain 1 lieutenant eastern military 1 2 3 8 11 83 1 213 12 4 drummers Marines both on shore and on the Shallops and smaller vessels 1 Titular master and Master of Equipage lieutenant and Equipage overseer 39 sailors Artillerymen Extra Lieutenant 199 Privates 2 Extra ordinary fireworker 2 6 quartermasters 1 master sailmaker 2 coopers 1 Captain Lieutenant 1 1 Captain Lieutenant 1 2 Captain of arms 2 2 boatswains 3 ensigns 9 sergeants 4 fifers and 2 1 fireworker 1 3 bombardiers 5 Gunners 1 Captain 1 2 lieutenants 2 12 Corporals 12 199 8 3 219 memory more less Military from Colombo detached here 219 privates 8 Corporals 2 ensigns 6 Sergeants 1 1 1 1 2 2 3 8 17 1 12 12 20 1 memory more less in existence 1 1 3 1 6 50 11 2 ensigns 2 gun-carriages 1 2 1 1 1 4 1 3 1 1 1 1 9 secret 2 6 8 No. 1. Here present according to the regulation by Here according to the 100 2 master surgeons messenger and bookbinder Servants of Medicine and Surgery Craftsmen 1 ditto shipyard 1 glazier and rough painter In Diverse services 1 overseer of house carpenters 1 3 masons 1 soldier in surgery master over all saddler and leather dresser 1 1 36 helpers 2 Surgeons 5 shipwrights 12 7 carpenter 4 house carpenters coppersmith 2 junior and third ditto 4 2 1 Saddler 1 1 head mandor 1 1 brass founder 1 1 Gunstock maker 1 10 smiths 2 gun-carriage makers 1 turner blockmakers 1 court messenger 2 Trumpeters 1 provost 1 4 6 2 2 1 1 1 1 1 1 1 2 1 4 1 1 1 1 1 2 28 memory more less secret 2 helpers At Chettua 1 Gunner at Quilon 1 native drummer 1 Gunner 1 native drummer 5 helpers 3 Corporals 24 Soldiers 1 under-master 1 Lieutenant 1 soldier at Poica 1 Bookkeeper 1 ensign 1 Sergeant 1 Bookkeeper ensign 4 Corporals 22 soldiers 1 assistant 1 bombardier 1 Corporal at Ayacotta 1 1 junior merchant 1 sergeant 1 under-master 1 1 1 1 4 68 46 1 1 4 2 30 6 1 1 2 1 1 secret less regulation by memory more At Cranganore in existence 1 bookkeeper 1 merchant 8 1 1 1 1 1 1 1 4 1 1 1 1 1 1 1 1 1 5
Dutch transcription
Alhier in weesen volgens de Alleier volgens de bepaling bij 9 D Kerkelijke Bediendens als 83 gemeenen - -- 1. Capitain - - - - - - - - - - - - 2. luijtenants - - - - - - - - - - - - - - - - „ 3. vaandrigs - - - - - - - - - - - - - - - - 8 sergeants. . . . . . . . . . —. 11. Corporaals - - - - - - - - - - - — bij secreete bepaling 2: krankbesoekers - - - - - - - - - - - - - - 1. predikant - - - - - - - - - - - - - - - - Melitaeren 4. fluijters en 2 8 lamboers} 201. gemeenen als 113. Europeesen 88 Inlanders 1. guarnisoen schrijver - - - - - - - - - 1. Capitain Luijlenant - - - - - - - - - - - - 32. Corporaals - - - - - - - - - - - - - - 1 Tamboer majoor - - - - - - - - - - - 2. luijtenants - - - - - - - - - - - - 201. soldaaten - - - - - - - - - - - - - - - 5. vaandrigs - - - - - - - - - - - - - - 25. Zergeants - - - - - - - - - - - - -. 1 Capitain - - - - - - - - - - - - - - - - - 1. Majoor - - - - - - - - - - - - - - - - — - - . . . . . . . . . . . . . Ziepaijers 1: Capitain - - - - - - - - - - - - - - — 1. luijtenant - - - - - - - - - - - - —. oostersche militairen 1. — 2. — 3. —. 8. — 11. — 83. — 1. 213. —. 12. 4. tamboerss Marines so aan land als op de Chialoupen en mindere vaartuijgen 1. Titulair schipper en Equipagiemeester - - - - - - - - —. luijtenenant en Equipagie op siender - - - - -- 39 mattroosen - - - - - - - - - - - - - - - Arthillerislen — Extra Luijtenant - - - - - - - - 199 Gemeenen - - - - - - - - 2 Extra ordinair vuurwerker - - - - - - „ —. 2. —. 6 quartiermeesters - - - - - - - - - 1. opperzeijlmaaker - - - - - - - - - - 2 kuijpers - - - - - - - - - - - - 1: Capitain Luijtenant - - - - - - - - . —. 1. — 1 Capitain Luijtenant - - - - - - - - — 1. — 2. Capitain des armes - - - - - - - - —. 2. — 2 boodslieden - - - - - - - - - - - - - 3 vaandrigs. . . . . . . . . . —. 9. sergeants - - - - - - - - . . . —. 4. fluijters en 2- - - - - - - - - - - - - - - 1. vuurwerker - - - - - - - - - - - - 1. —. — 3 bernbardiers - - - - - - - - - - - —. 5. Cannoniers - - - - - - - - - - - - 1. Capitain - _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ —. 1. — 2. luijtenants - - - - - – – – - - - - - —. 2. — 12. Corporaals - - . . . . . . . . . . . —. 12. —. -.. 199. — —. 8. — 3 — 219 — morie meer minder Militairen van Colombo alhier gedelacheerd 219 gemeenen - - - - - - - - - - - - 8. Corporaals - - - - - - - - - - - - 2. vaandrigs - - - - - - - - - - - - 6 Zergeants - - - - - - - - - - - - - — 1 1. —. 1. 1. —. — 2. —. — 2. 3. — 8. 17. — 1. — 12. — 12. 20. — —. 1. — memorie meer minder in weese 1. —. 1. 3 —. 1. 6. —. — 50. —. 11. 2: vaandrigs 2: affuijt. 1. 2. — —. —. - — 1. . . . . . . . . .. —. . - - 1. —. . 1 4. 1. – 3. — „ 1. — 1. —. — 1. — 1 9. — -- - - - —. - — — secreeteme 2. — 6. — 8. — .. No. 1. Alhier in weesen volgens de bepaling bij Alhier volgens de 100 2 oppermeesters - - - - - - - - - - - — boode en boekebinder - - - - - - - - - - - Bediendens van de Geneeskunde en Chirurgie Ambagtslieden 1. _=o „ scheepstimmerwerf - - - - - - 1. glasemaker en klad schilder - - - - - - In Diverse diensten 1. opsiender der huijstimmerlieden - - - - - -. —. 1. — 3: metselaars - - - - - - - - - - - - - - 1. soldaat bij de chirurgie - - - - - - - - —. — baas over alles - - - - - - - - - - — sadelmaker en leertouwer - - - - - - - - 1. —. 1 36. hand langers - - - - - - - - - - - - 2: Chirurgijns - - - - - - - - - - - 5. scheepstimmerlieden - - - - - - - - - 12. —. 7. — timmerman - - - - - - - - - - - - - 4. huijstimmerlieden - - - - - - - - - — . . koper slager - - - - - - - - - - - - - - 2. onder en derde d=o - - - - - - - - - 4. —. 2. 1 Sadelmaker - - - - - - - - - - - - - - —. 1. — 1 oppermandoor - - - - - - - - - - —. 1. — 1. geel gieter - - - - - - - - - - - - — . „ 1. — 1 Lademaker - - - - - - - - - - - - - - - 1. —. — 10 smits - - - - - - - - - - - - - - - 2. affuijtmakers - - - - - - - - - - - - - - 1 draijer - - - - - - - - - - - - - - - - - — blokmakers - - - - - - - - - - - - - 1 geregts boode - - - - - - - - - - - - - - -- 2: Trompetters - - - - - - - - -- 1: geweldiger - - - - - - - - - - - - - - - - - - 1. — 4. 6 — 2. — 2. 1 —. — 1. — 1 1. — 1. 1. —. — 1. 2. — 1. — —. 4. — 1: — — 1. 1. — 1. — 1. 2. — 28. — morie - - - meer minder secreete men 2 handlangers - - - - - - - - - - - - - Te Chettua 1. Cannonier - - - - - - - - se Coilan 1. tamboer inlander - - - - - - - - - - - 1. Cannonier - - - - - - - - - - - - 1 tamboer inlander - - - - - - - - - - - 5: handlangers - - - - - - - - - - - - - 3 Corporaals - - - - - - - - - - - - -- 24. Zoldaaten - - - - - - - - - - - - - - - 1. ondermeester - - - - - - - - - - - 1. Luijtenant - - - - - - - - 1 soldaat te poica - - - - - - - - - - - —. 1. Boekhouder - - - - - - - - - - - - - - - - 1 vaandtig - - - - - - - - - - - . 1. Sergeant - - - - - - - - - - - - - - - - 1. Boekhouder - - - - - - - - - - - —. —. vaandrig - - - - - - - - - - - - - - 4. Corporaals - - - - - - - - - - - 22 soldaaten - - - - - - - - - - 1 assistent - - - - - - - - - - - - - - 1. bombardier - - - - - - - - - - - - 1: Corporaal tot aijcotta - - - - - - - - - - —. „ 1. — 1: onderkoopman - - - - - - - - - - - - - - - - - - 1 sergeant - - - - - - - - - - -- 1. ondermeester - - - - - - - - - - - - - . —. 1. — 1. —. 1 1. —. — 4. —. — 68. —. 46 1. — - - . —. 1. — 4. —. 2. 30. —. 6 1. — — 1. —. — 2. 1. — —. 1. — secreete me minder bepaling bij morie. meer Ti Cranganoor in weese 1 boekt 1 koopne - —. 8. 1. 1 - 1. — „ —. 1. —. 1 1. —. — 1. 1. — -- . -- -. 4. 1. — 1. —. — —. 1. — 1„ —. — —. 1. — „e 1. — —. 1. —. 1 —. 1. —. — 1. — -- „5
English
Here present according to the specification of clothing: 26 soldiers, namely 22 in the city, 1 at Great Ayweka, 1 at Tengapatnam, 1 at Calicoilan, [illegible] pieces at Calicoilan, 1 Bookkeeper; at Lorca, 1 Bookkeeper; at Laponettij, 26 soldiers, 1 native drummer, [illegible] Merchant, [illegible] clerks, [illegible] gunner, 1 Ensign, 1 Bookkeeper, [illegible] visitor of the sick 1, [illegible] 1, 1 under-master 2, [illegible] 1, 1 Cannoneer 1, [illegible] [illegible], 3 assistants 6, [illegible] 3, 3 Sergeants, 2 Corporals 3, [illegible] 1, [illegible], 7 Bookkeeper 1 [illegible], 90, [illegible] 64, 1. 28 rupees for coolie wages upon the receipt, weighing, and shipping of salt at 10 pence 4/5 per candy ƒ 24. 12½ paras of salt used for preserving the said coir ƒ 4.10. 28.10. ƒ 928.14.8. Cut stones of ¾ covids for ballast at 30,000 pieces at ¾ rupees or ƒ 2:2 per hundred pieces ƒ 630. 100,000 lbs Persian sulfur earth at ƒ 11 per 100 lbs ƒ 11,000. For 2 percent Calicut charges on ƒ 12,758:1:8 is ƒ 255.3. Sum ƒ 13,066:18:8. Wherewith giving ourselves the high honor to remain with the utmost respect and high esteem. Underneath: From the Equipment Warehouse: 25,000½ lbs Malabar coir rope cost ƒ 900.1.8. Charges: 1, 1, 2, 1, 2, 2, 1. Memorandum: more, less, stipulation, in total. The cargo of the bearer hereof consists of the following articles, namely: From the Trade Warehouse: 50 lbs in 1 piece of copper, being a test weight, which goes back again ƒ 21. From the Medical Shop: 40 lbs Semen Cardamomi at ƒ 2.2 the lb ƒ 84. 30 lbs Radix Calumba at 2.8 the lb ƒ 72. 3 calabashes Oleum Rosarum at 24 each ƒ 72, making ƒ 228. Charges: ½ piece Gerras ƒ 1.4. 3 pieces [illegible] ƒ 3. Total ƒ 4.4, making ƒ 232.4. 1 package. Copy Separate. Stood: Right Honorable, Highly Esteemed, Far-Commanding Lord and Honorable Lords, Your High Honors' humble and obedient servants. Was signed: A. Moens, W. J. van de Graaff, J. H. Medeler, R. van Harn, S. C. Saffin, J. L. van Spall, A. R. Schutz, C. G. Seijfjer, and A. J. S. Vernede. In the margin: Cochin, the 4th of January 1776. The Honorable Councilors of Netherlands India. Right Honorable, Highly Esteemed, Far-Commanding Lord and Honorable Lords! Via the ship Zeeduijn I had the honor to receive Your High Honors' separate missive of the last day of September of the past year, and I thank you most respectfully for the favorable approval with which To His High Honor, The Right Honorable, Highly Esteemed Lord Petrus Albertus van der Parra, Governor-General, Batavia. Checked by Willem van Haellen. Agreed. H. Schutt, Secretary. Along with Your High Honors having been pleased to honor my transactions of the preceding year. My last separate letter to Your High Honors was of the 1st of January last; whilst upon the departure of the Zeeduijn I now have the honor to let this serve both in answer to Your High Honors' aforesaid honored missive and in continuation of my just-mentioned recent separate letter. In the Zamorin's Realm everything still continues more or less on that footing as I have had the honor to inform Your High Honors in my earlier letters. The Nawab Hyder Ali Khan still stays in or around Seringapatam, where it is said that he has assembled an army around him, though with what intention is still unknown. The most probable explanation given of it is that he wants to wait and see from time what turn matters take, in order to be quickly at hand to take his measures accordingly. Meanwhile, according to Your High Honors' honored orders, whatever outcome matters may have, I shall continue to observe a strict neutrality, and as much as possible seek to preserve the Company's authority and prestige unblemished. Since repeatedly my last separate letter of the 1st of January last, the Nawab's Army Commander and Governor of Calicut has let me know that the Nawab is at Seringapatam and awaits our deputies there with yearning, and that for the sake of safety they will even be properly escorted to the Nawab, although a large road has now been made straight through the woods and the mountains from Seringapatam and is nearly completed. For this commission I have appointed the Junior Merchant Saffin and the Resident of Chettua. The first was also on a commission to the Nawab in the year 1766 and thus knows the connection of affairs, and the second went recently to Calicut with the designated counter-gift, from which this commission has further flowed, so that he too knows the necessary matters. Besides this, I shall not fail to provide them with a clear instruction in order to be able to conduct themselves prudently; and thus they are due to depart in the next few days, in the hope that I shall soon be able to inform Your High Honors of a good effect of that commission. Concerning the Kings of Cochin and Travancore, I have extensively entertained Your High Honors in my previous letters. Since
Dutch transcription
Alhier in weesen volgens de 101 specificatie van klading 26 soldaaten als 22 in dle stad 1. tot groot aijweka 1: „ Tengapatnam 1. „ Calicoilan _„o peza se Calicoilan 1. Boekhouder - - - - se Lorca — 1 boekhouder - - - - Te Laponettij 26 soldaaten - - - - - - - - 1. tamboer inlander - - - - - - - - - —. Koopman - - - - - - - - - - - - -- — schribenten - - - - - - - - - - - - — constabel - - - - - - - - - - - - 1. vaandrig - - - - - - - - - - - - - - 1. boekhouder - - - - - - - - - - - - - - - - - —. krank besoeker - - - - - - - - - - - - 1. —. 1 1. ondermeester - - - - - - - - - - „ 2. —. 1 1. Cannonier - - - - - - - - - - - - - 1. —. — 3 handlangers - - - - - - - - - - - - 6. — 3 3 Zergeants - - - - - - - - - - - - - 2. Corporaals - - - - - - - - - - - - 3 —. 1 - . . . . . . —. - - - - . . . —. 7: boekhouder - - - - 1. — 90. —. 64. 1. — 28. ropia aan Coelij loonen bij den ontvang zoute weegen en afscheepen â r0 p s 4/5 peCsnpdo ƒ 24 —— 12½ parr s zout tot conserveeren van gem Caijer verbruijkt _ _ _ _ _ _ „ 4. 10. —„ 28. 10.– „ 9 28. 14. 8 Capchsteenen van ¾: Cobido tot ballast a 30'000 - p=s rop=s -¾ of ƒ 2:2:- 't Cento pees - - - - - - - - „ 630 — — 100000 - lb: persiaanse swavelarde a ƒ1:— —. de 100 ld. - - -. - - „ 11000 – – voor 2: prCt Cahimse ongelden - op ƒ12758:1:8. is - – „ 255. 3 — Somma ƒ1306:18. 8 Waar meede ons de Hooge Eere geven van met de uijtters te Eerbied en Hoog lgting te blijven /onder uijt 't Equipagie Pakhuis 25000½ b: Cacerdraat mallabaars koften - - - - - - - ƒ 900. 1. 8. ongelden 1. —. „ 1. —. — 2: 1. — 2. —. 2. —. 1. — memorie meer minder bepaling bij secheele De Laeding van Brenger deser bestaat en de volgende Articuelen als. Uijt 't Negotie Pakhuis 50. —. lb: aan 1: p„s koperg9' bijks proef gewijt dat wederom te Uijt de Medicinaale winkel 40 - „ Sem Cardamoms â ƒ 22:- 't lb. . ƒ 84 — — 30. „ Rad Calumba „ „ 2:8 - „ „ „ 72. —. 3 - Calbassen ag: rosareim „ „ 24:- - ider - - - „ 72 — — ƒ 228 —. – ongelden —½ p=s Gerras - _ _ _ _ _ _ - - ƒ 1. 4. — 3 ==„ 4. 4. – „ 232. 4. — rug gaat - - - - - - - - - - - - - 1 - pakkas - - - - - - - - - „ 21. — — De stond - 1 1. —. 1 .. — 1. — 1 —. -. . - — - ƒ 102 Copia Apart „stond:/ Hoog Edele groot Achtbaare, wijd gebiedende Heer in wel Edele Heeren VW Hoog Edelheedens onderdanige in gehoorsa„ „me Dienaaren /was Getekend /. A: Moens, W: J: van de Graaff, J: Hl Medeler, R: van Harn, S: C: Saffin, J: L: C: G: van spall, A: R: Schutz, C Seijfjer, en A: J: S: Vernede /:in margine/ Cochim den 4. Januarij 1776. — De wel Edele Heeren Raaden van Nederlands Jndia. Hoog Edele, Groot Agtbaare, Wijd gebiedende Heer En Wel Edele Heeren! Per het schip Zeeduijn hebbe de eere gehad te ontvangen uw Hoog Edelheedens apparte missive van den laatsten zeptember des verleeden Jaars, en bedanke zeer eerbiedig voor de gunstige goedkeuringe, waarmeede Aan zijn Hoog Edelheijd, Den Hoog Edelen Groot Agtbaaren Heer Petrus Albertus van der Parra. Gouverneur Generaal Batavia Naegezien door Willem van Haellen Accordeert. H Schutt 170 secret:s Benevens 103 uw Hoog Edelheedens mijne verrigtingen van het voorgaande Jaar hebben gelieven te verëeren Mijn laatste apparte aan uw Hoog Edelhee„ „dens, is geweest van den 1:' Januarij J„o leeden; terwijl bij vertrek van zeeduijn thans de eere hebbe dezen te laaten dienen, zo ter b'antwoor„ „dinge van voorsz: uw Hoog Edelheedens g'eerde missive, als ten vervolge van mijne evengem: Jongste apparte In het Sammorijnse Rijk Continueerd nog alles min of meer op dien voet, als ik de eere gehad hebbe uw Hoog Edelheedens bij mijne vroe„ „gere brieven te bedeelen De Nabab Haijder Alijchan houd zig nog op in of omstreeks siringatnam, alwaar men zegd, dat bij een armee bij zig verzameld heeft, dog met wat inzigt, is nog onbekent, het waarschijnlijkste, wat men daar van gift, is, dat hij van de tijd afwagten wild, wat keer dezaaken krijgen, ten eijnde, schielijk bij de hand te zijn, om zijne maatregulen daar na te kunnen neemen; Jk zal ondertusschen volgens uw Hoog Edelheedens g'eerde ordre, wat uijt„ „komst ook dezaaken hebben moogen, een stipte neutraliteijt blijven in agt neemen, en zo veel mogelijk, Comps gezag en aanzien on„ „gekrenkt zoeken te bewaaren. 't zederd meerm: mijn laatste apparte van den 1:' Januarij J:o leeden heeft mij 't Nababs Leger „Hoofd en Gouverneur van Calicout laaten weeten, dat de Nabab zig te Siringapatnam bevind, en onze Gecommitteerdens met verlangen aldaar verwagt, en dat zij zelfs vijligheijds halve, behoorlijk tot bij den Nabab zullen g'escorteerd worden, schoon 'er thans een groote weg van siringa„t nam door de bosschen en het gebergte Linice recta gemaakt en bij na voltooijd is: tot deeze Commissie hebbe ik benoemd den onderkoopman Jaffin en den Resident van Chettua: de Eerste is a:o 1766: ook bij den Nabab in Commissie geweest en weet dus de connectie van zaaken, en de tweede is laatst met het bew: Contra geschenk na Calicout geweest, waar uijt deeze Commissie verder voortgevloeid is, zo dat deeze ook het noodige weet; buijten des, zo zal ik niet manqueeren Hin een duijdelijke Jnstructie meede tegeven, ten eijnde zig voorzigtig te kun„ „nen gedraagen; en dus staan zij eerst daags te vertrekken, in Hoop, dat ik uw Hoog Edel„ „heeden eenlang een goed effect van die Com„ „missie zal kunnen bedeelen Nopens de koningen van Cochim en Jrevancoor, hebbe ik uw Hoog Edelheedens breedvoerig onderhouden, bij mijn voorgaande 'T zederd van
English
of 1 January of the past year; since then, nothing of note has occurred among these princes. I humbly thank Your Right Honourable Lordships for the favorable approval of the recruited Corps of Sepoys, and Your Right Honourable Lordships' esteemed authorization to increase the same somewhat further according to the circumstances of the times, as well as for the order given to Ceylon to reinforce Cochin, if possible, with some European troops, as has indeed already taken place. It also obliges me particularly that Your Right Honourable Lordships have been pleased to acquiesce in my having, in view of the uncertain times, made a start prior to the receipt of Your Right Honourable Lordships' esteemed authorization on the retrenched place of arms in front of the curtain wall, between the bastions Holland and Gelderland, whereby the two lines of sight of these bastions, which lay outside the fire of the fortress, are now reasonably well defended. I am proceeding gradually with the deepening of the moat in such places where it is first and most necessary, along with the most necessary preparations for the projected work outside the Boom Gate, until I shall be provided with Your Right Honourable Lordships' final orders regarding the design by the engineer De Graaf, sent to Your Right Honourable Lordships in that regard under separate dispatch of 18 June of the past year. The parapets of the main ramparts are also being repaired here and there, insofar as this can be done without great expense; the bastions Gelderland, Holland, and Het Galjoen are virtually finished, and the other bastions are also about to be taken in hand, in order to comply with the authorization obtained in that regard by separate letter of 25 September 1772. The sale of pepper, to which Your Right Honourable Lordships have been pleased to consent insofar as it is not needed for Ceylon, will certainly greatly promote trade with the natives. Most of the northern merchants who arrive here seek pepper and also have need of it, and although they might purchase pepper somewhat more cheaply at Calicut, Onor, and other places in that vicinity, this price difference cannot make up for the inconvenience of calling expressly at another port merely for this article, whether coming or going, which for them is always accompanied by some expenses. Thus
Dutch transcription
104 van den 1:' Januarij J:o leeden; zedert is 'er niet deeze vorsten niets van naam voorgevallen. voor de gunstige Goedkeuring van het aangeworvene Coups Sipahis, en de Hoog g'eerde qualificatie van uw Hoog Edelheeden om het zelve na tijds omstandigheeden nog eenigzints temoogen vergrooten; bedanke ik uw Hoog Edelheeden ootmoedig, zo wel, als voor de gegevene last na Ceijlon, om Cochim des mogelijk, met eenige Europeese Man„ „schappen te versterken, gelijk ook reeds geschied is, Ook verpligt het mij bijzonder, dat va„ Hoog Edelheeden hebben gelieven inteschikken dat ik, mits de onzekere tijden, voor den ontvangst van uw Hoog Edelheedens g'eerde qualificatie een begin hebbe doen maaken met de geretrancheerde wapenplaats voor de gordijn, tusschen de punten Holland en gelder„ „land, waar door de twee gezigtslijnen dezer plaats punten, die buijten het vuur der vesting: lagen, nu redelijk wel gedefendeerd zijn: Met het uijt diepen der gragt, doe ik gaande weg en op zulke plaatzen, daar het eerst en meest noodig is, voortgaan, benevens het eerst noodige, tot het geprojecteerd' werk buijten de Boompoort, tot dat ik met uw Hoog Edelheedens finaale ordre, nopens het bij apparte missive van den 18:' Junij Joleeden aan uw Hoog Edelheedens ten dien belange toegezonden ontwerp van den Jngenieur de Graaf, zal zijn Gemu„ „neerd: ook worden de borstweeringen der Hoofd wallen hier en daar verholpen, voor zo verre buijten groote kosten tedoen is: de punten gelderland, Holland en het galjoen zijn genoegzaam klaar en de andere pin„ „ten staan ook onderhanden genomen tewor„ „den, ten eijnde te voldoen aan de derweegens erlangde qualificatie bij apparte briev van den 25:' 7ber 1772: Den verkoop van Peper, waar in . uw Hoog Edelheedens hebben gelieven te consen„ „teeren, in zo verre die voor Ceilon niet noodig is, zal den Handel met de inlanderen zekerlijk zeer bevorderen: De meeste Noordse. kooplieden die hier aankomen, zoeken de peper, en hebben dezelve ook noodig, en schoon zij de peper op Calicout, onor en andere plaatzen daar omstreeks, wel wat beeter koop mogten krijgen, zo kan dit verschil der prijs egter niet goed maaken; de on„ „gelegentheijd van alleen om dit artikel, het zij in het gaan of komen, expres een andere haaven aantedoen, het geen voor Hun altoos met eenige ongelden verzeld gaat het Dus 104 van den 1:' Januarij J:o leeden; zedert is 'er nie deeze vorsten niets van naam voorgevallen voor de gunstige Goedkeuring van het aangeworvene Coups Sipahis, ende Hoog g'eerde qualificatie van uw Hoog Edelheeden om het zelve na tijds omstandigheeden nog eenigzints temoogen vergrooten; bedank ik uw Hoog Edelheeden ootmoedig, zo wel, ## voor de gegevene last na Ceijlon, om Cochin des mogelijk, met eenige Europeese Ma „schappen te versterken, gelijk ook reeds geschied is. Ook verpligt het mij bijzonder, dat va Hoog Edelheeden hebben gelieven inteschikken dat ik, mits de onzekere tijden, voor den ontvangst van uw Hoog Edelheedens g'eerd qualificatie een begin hebbe doen maaken met de geretrancheerde wapenplaats voor de gordijn, tusschen de punten Holland en geld „land, waar door de twee gezigtelijnen der plaats punten, die buijten het vuur der vest lagen, nu redelijk wel gedefendeerd zijn Met het uijt diepen der gragt, doe ik gaan weg en op zulke plaatzen, daar het eers en meest noodig is, voortgaan, benevens het eerst noodige, tot het geprojecteerd wer buijten de Boompoort, tot dat ik met uw Hoog Edelheedens finaale ordre, nopen het bij apparte missive van den 18:' Junij Joleeden aan uw Hoog Edelheedens ten dien belange toegezonden ontwerp van den Jngenieur de Graaf, zal zijn Gemu„ „neerd: ook worden de borstweeringen der Hoofd wallen hier en daar verholpen, voor zo verre buijten groote kosten tedoen is: de punten gelderland, Holland en het galjoen zijn genoegzaam klaar en de andere pun„ „ten staan ook onderhanden genomen tewor„ „den, ten eijnde te voldoen aan de derweegens erlangde qualificatie bij apparte briev van den 25:' 7ber 1772: Den verkoop van Peper, waar in uw Hoog Edelheedens hebben gelieven te consen„ „teeren, in zo verre die voor Ceilon niet noodig is, zal den Handel met de inlanderen zekerlijk zeer bevorderen: De meeste Noordse„ kooplieden die hier aankomen, zoeken de peper, en hebben dezelve ook noodig, en schoon zij de peper op Calicout, onor en andere plaatzen daar omstreeks, wel wat beeter koop mogten krijgen, zo kan dit verschil der prijs egter niet goed maaken; de on„ „gelegentheijd van alleen om dit artikel het zij in het gaan of komen, expres een andere haaven aantedoen, het geen voor Hun altoos met eenige ongelden verzeld gaat het Dus
English
Thus I will ensure that for Ceilon, in addition to the requirement for one year, well over half of the pepper is in stock, as soon as I have received word from the Ceilon Ministers regarding their remaining stock and how much they will need for the following year. Of Your High Noblenesses honored qualification to purchase pepper at Calicout, Pananij, and other places to the north at such prices that it can be sold again here with a moderate profit, I will make all possible use as opportunities arise, and I flatter myself that this will succeed well and leave something to spare, since this pepper would otherwise only fall into the hands of foreigners, and everything that might come of it will therefore be pure profit. It also does not appear impossible to me to induce the northern merchants to bring such linens as the Company purchases at Souratta both for the Netherlands and for the Indian trade, which would also greatly advance the active trade of the Company at this place, if the aforesaid merchants who are accustomed to trade at Souratta or thereabouts could bring and sell such goods here instead of cash, and if Your High Noblenesses please to authorize me to make a trial of this, I then request that the samples of the aforesaid linens, with the prices that the Company at Souratte pays for them, may be sent to me by the next opportunity. It also gladdens me that the trial made by me (namely, whether some articles could not be traded with some profit for the Company) was so pleasing to Your High Noblenesses. The return of what was profited on it in the latest year I sent to Your High Noblenesses with my most respectful letter of 1 January. And although a good part of the sailing season had already passed when I received Your High Noblenesses pleasure in this regard, I nevertheless do not doubt that this year it will turn out even more to the satisfaction of Your High Noblenesses, as I leave nothing unexamined to make the Company profit from all that it can profit from here. Now, in proportion as trade increases here for the Company, so too will navigation from all sides grow here, which will cause this city as well as the trade of the community to flourish; thus also, as a natural consequence, the import and export duties of the Company will increase thereby, for where many vessels arrive and depart, much is also bought and sold. It is known to Your High Noblenesses that the King of Cochim has from of old shared in these entitlements, and from the following statement it appears how his share therein (which in the book year 1723/4 to 1724/5 included, to say nothing of earlier times, amounted to only 6456 ropias in total) has increased from time to time in such a manner that in the latest five years it already amounts to 60200 ropias, or well over 12000 ropias a year, and thus, even including the 3 percent on the pepper that he once enjoyed and the 2 percent on the fanums when struck, it has more than tripled. Statement of what the King of Cochim has received in 35 years from the Honorable Company, both in import and export duties, as well as on account of the 3 percent paid to him until the year 1752/3 on the pepper collected here, along with 2 percent on the struck fanums, averaged over every 5 years, namely: From the year 1740/1 to 1744/5 included, in import and export duties: 6456 ropias Ditto ditto ditto on account of 3 percent on the incoming pepper: 7933 1/3 ropias Ditto ditto ditto on account of 2 percent on the struck fanums: 3516 1/5 ropias, total 17905 3/5 ropias From the year 1745/6 to 1749/50 included, in import and export duties: 13650 1/5 ropias Ditto ditto ditto on account of 3 percent on the incoming pepper: 7983 9/10 ropias, total 21634 1/10 ropias From the year 1750/1 to 1754/5 included, in import and export duties: 24964 1/6 ropias Ditto ditto ditto on account of 3 percent on the incoming pepper: 1736 1/12 ropias Ditto ditto ditto on account of 2 percent on the struck fanums: 441 5/6 ropias, total 27142 1/12 ropias From the year 1755/6 to 1759/60 included, in import and export duties: 25002 1/15 ropias Ditto 1760/1 to 1764/5 ditto: 36969 3/5 ropias Ditto 1765/6 to 1769/70 ditto Ditto 1770/1 to 1774/5 ditto: 24262 1/5 ropias Ditto: 60200 ropias in 5 years averaged together. The Kingdom of Cochim has already for a long time been governed by indolent kings, as can also be said of the currently reigning monarch; and this is the reason that nothing is done for the welfare of the realm, which otherwise still has some resources; and this is likewise the reason that everything (except what the monarch needs for his personal maintenance)
Dutch transcription
105 Dus zal ik zorgen dat 'er voor Ceilon, boven de benodigtheijd voor een Jaar, ruijm de helfte peper in voorraad zij, zodra ik van de Ceilonse Ministers berigt zal hebben ontvangen, nopens Hun restant en hoe veel ze voor het volgend Jaar zul¬ „len noodig hebben. van uw Hoog Edelheedens g'eerde quali„ „ficatie, tot het inkoopen van Peper te Cali„ „cout, Pananij en andere plaatzen om de Noord tegen zulke prijzen, datze met een matig voordeel hier wederom kan worden ver „kogt, zal ik na maate van de gele„ „gentheijd alle mogelijke gebruijk maaken, en ik vlije mij, dat zulks wel gelukken zal en daar op nog al iets kunnen over„ „schieten, alzo deze peper tog anders maar kwam in handen van vreemdelingen en het dus alles zuijver winst zal zijn, wat daar van mogt komen. ook komt het mij niet onmoogelijk voor, om de Noordse koopluijden te beweegen, tot het aanbrengen van zodanige lijwaaten als de comp:e te souratta zo voor Nederland als de Jndiase Handel doet inkoopen, het geen teffens den activen Handel van de comp: te dezer plaats ook zeer zoude bevorderen, indien de voorsz: koopluijden, die op souratta of daar omstreeks gewoon zijn te handelen zulke goederen in steede van Contanten hier konden aanbrengen en verkoopen, en indien uw Hoog Edelheedens mij ge„ „lieven te qualificeeren, om daar van eens een preuve teneemen, dan verzoeke dat mij per naaste gelegentheijd demonsters der voorsz: lijwaaten met de prijzen die de Comp: te souratte daarvoor besteed, mogen worden toegezonden. Het verblijd mij ook, dat de door mij ge„ „nomene preuve (namentlijk, of 'er in deeze en geene artikelen niet met eenig voor„ „deel voor de Comp: te handelen zij:/ uw Hoog Edelheedens zo welgevallig geweest is: Het Rendement van het geene in het Jongste Jaar daarop is geprofiteerd, hebbe ik bij mijn meerm: eerbiedige van den 1:' Januarij aan uw Hoog Edelheedens gezonden: En schoon 'er reeds een goed gedeelte van de vaarbaare tijd verstreeken was, toen ik uw Hoog Edelheedens genoegen derweegens ontving, zo twijffele egter niet, of het zal dezen Jaare nog meer ten genoegen van uw Hoog Edelheedens daarmeede afloo„ „pen, alzo ik niets onbezogt late, om de Comp: te doen profiteeren, van all het geen zij hier profiteeren kan; of Na 17: 106 Na maate nu de Handel voor de Compe hier toeneemd, na maate zal hier ook de vaart van alle kanten aangroeijen; het geen deeze stad, zo wel als den Handel vande gemeente ook zal doen floreeren; dus zullen ook, als een natuurlijk gevolg, de in en uijtgaande regten van de Comp: daardoor accresseeren, want, alwaar veel vaartuij„ „gen af en aankomen, word ook veel gekogt, en verkogt: Het is uw Hoog Edelheedens be„ „kent, dat de koning van Cochim, van ouds in deeze geregtigheeden participeert, en uijt de ondervolgende aanwijzinge blijkt hoe zijn aandeel daar in (het geen in 't boek „Jaar 17 23/41: tot 17 24/5: ingeslooten, (:om van geen oudere tijden tespreeken:) tesamen maar bedragen heeft rop:s 6456:/ van tijd tot tijd zodanig is g'accresseert, dat het in de Jongste vijf Jaaren al 60200:- ropias of ruijm 12000:- ropias 'sjaars beloopt, en dus zelfs met de 3: p:r op de pper: die hij eentijds genoot en de 2: p:r C=to op de fan:s als die gesla„ „gen, zijn ruijm getripliceert is. Aanwijzing van het geen den ko„ „ning van Cochim in 35: Jaaren genooten heeft vand' EComp:e zo aan inkomende en uijt„ Het Cochimse Rijk is reeds langen tijd, be¬ „stierd, door indolente koningen, gelijk van den thans Regeerenden vorst, ook kan gezegt worden; en dit is de oorzaak, dat 'er ook niets gedaan werd, tot wel zijn van het Rijk, dat anderzints nog al eenige recoursen heeft; en dit is teffens oorzaak, dat alles (behalven het geen de vorst tot zijn perzoneel onderhoud - - - - - 36969 3/5 _o. . . „ 60200:— in 5: Jaaren door malkanderen „gaande regten, als weegens de aan hem tot den Jaar 1752/3 betaalde 3: p:r C=tos op de alhier ingezamelde Peper, mitsga„ „ders 2: p:r C:o op de aangeslaa„ „gene fanums, elke 5: Jaaren door malkanderen geslagen, teweeten. van het Jaar 174 /8 tot 174 2/: ingesl: aan inkomende en uijtgaande regten R/an 6456:— _=o do „ d_o wegens 3: p:r C:to op de ingekomene per. . . . „ 7933. 1/3 _-o d=o „ d=o „ 2: „ „ „ aangeslagene fan:t - „ 3516 1/5 „ 17905 3/5 van het Jaar 1747/6. tot 174 23/50 ingesl: aan inkomende en uitgaande regten. . „ 13650: 1/5. _=o d.:o „ d=o wegens 3: p:r C=to op de ingekomene pper. „ 7983 /10 „ 21634 1/0 van het Jaar 175/1 tot 175 2/5 ingesl: aan inkomende en uijtgaande regten „ 24964 1/6: _=o d:o „ d. o wegens 3 p:r C=to op de ingekomene pper: „ 1736 1/12 „ „ „ „ 2: „ „ „ aangeslagene fan:s „ 441 5/6 „ 27142 1— „ van het Jaar 175 5/6 tot 17 37/60 ingesl: aan inkomende en uitgaande regten - - - - „ 25002. 1/15 _o 176/ „ 176 2/15, __o _o 176 5/6 „ 17 3/70 __o 177 _o 177 /, „ 177 1/5 __o „gaande nodig - _„o _o - _o - - - „ 24262 1/5
English
needs, and in essence is not much) is spent on petty and unnecessary expenses, as for example, the holding of great feasts, the feeding of a party of lazy brahmins, and more such idle extravagances, as is fully known here; so that it would not have the least influence on the prosperity of the realm, nor on the consolidation of the present government, even if the income that the king derives from the import and export duties were to be quadrupled; for if this could contribute anything to that end, the Company would find itself sufficiently interested in the present peaceful manner of governing to be willing to contribute something toward its consolidation. But since this can do nothing toward that end, it has occurred to me whether it would not be better to buy this right off from the king for an annually fixed sum, by way of a present, even if a sum were fixed for that purpose above what he currently enjoys annually, rather than to continue longer with the old method. The principal reason that has brought me to these thoughts, and which seems no less to recommend it, is this: that if the realm of Cochin, in the course of time, should happen to fall into the hands of a powerful prince, such a prince might easily wish to derive and assert from the right to participate in the aforesaid revenues the right to take part alongside the Company in the leasing as well as in the means for the collection thereof, and wish to share with the Company in the administration thereof; to say nothing of all kinds of chicanery with which a powerful and troublesome conqueror of the realm of Cochin could continually plague us. I well know that this would be a far-fetched right, but experience has taught that sometimes quite unfounded things have been maintained and pushed through by those who had enough power to enforce them. At least, I have found myself obliged to submit this respectfully to Your High Excellencies for consideration, and if Your High Excellencies should see fit to authorize me to attempt such a thing, I shall not fail to do so in the most prudent manner. For the present, nothing but daily repairs need to be done to the forts Chettua and Cranganoor, for which I, by a regulation made and inserted in our resolution of 16 September 1772, have determined a fixed sum of money for each place, which is very little, with which they nevertheless must manage and also effectively can manage, provided they keep to it through good and daily supervision, which thus accords with their own interest, and to which I also otherwise have careful attention paid. And since at Coilan, according to the design approved by Your High Excellencies from the second in command Van de Graaff and further commissioners, the new cut-off on the sea side need only be made at first when that part of the fortress, which undoubtedly cannot be maintained, comes to collapse, there is provisionally nothing of importance to be done at this place either, aside from some minor repairs, except that the sea quay outside the gate must be revetted, and the stone revetment of the main rampart on the land side (which, although otherwise still solid and strong, looks somewhat dilapidated) must be somewhat repaired. All of which, together with the cleaning of the moat and the clearing away of the collapsed faussebraye, I shall, as opportunity permits, cause to be done gradually and as inexpensively as possible, pursuant to the favorable authorization that Your High Excellencies may be pleased to grant me for that purpose. The work contracted to the engineer and surveyor De Graaff, between the bastions Stroomburg and Overijssel, and that which had to be done to the latter bastion itself, has been completely finished, and examined by the second in command, the head of the militia, the captain of the artillery, the master of the equipment, and the overseer of the armory (persons who have knowledge of such work and of construction), as appears from the report thereof made to me, a copy of which is enclosed herewith. From this it appears that the execution thereof fully meets the specifications on which the contract was undertaken; and I dare well assure Your High Excellencies that this work could not have been made more sufficient, even had it been contracted for more money. Experience has shown me that with good planning one can build here quite cheaply, and at the same time straight and strong. If the remaining part of the curtain along Sloterdijk to Stroomburg (which as yet consists of only a single wall) were now also provided with a wall on the inside and filled with earth, then that entire curtain from Overijssel to Stroomburg would obtain good communication with each other and at the same time proper strength, whereas otherwise that single wall could now immediately be shot down from the opposite side of Baypin.
Dutch transcription
107 nodig heeft, en inweesen niet veel is:) besteed word, aan nietige en nodelooze uijtgaven, als bij voorbeeld, het houden van groote feesten, het voeden van een partij luije bramineesen, en meer diergelijke ijdele verkwistingen, gelijk dat hier ten vollen bekend is; zo dat het op de welstand van het Rijk, nog op de bevesti„ „ging van de tegenswoordige Regeering, geen de minste invloed zoude hebben, alwierd ook het inkomen, dat de koning van de in en uijt „gaande regten heeft, viervoudig verdubbelt; want indien dit daar toe iets konde bijbrengen zo zoude de Comp: bij de tegenswoordige gerusti wijze van Regeeringe zig genoeg geinter„ „reseert vinden, om ter bevestinge daar van, iets tewillen bijbrengen; dog vermits hier toe niets doen kan, zo is mij in gedagten gekomen, of het niet beter zoude zijn, dit regt van den koning aftekoopen voor een Jaarlijkse vast gestelde som, bij weegen van een present, alwas het ook, dat daar toe vastgesteld wierd een somma boven het geen Hij thans Jaar¬ „lijks geniet; als langer bij de oude metrode te Continueeren: de voornaame reeden, die mij tot deeze gedagten gebragt heeft, en niet minder daar toe schijnt te raaden, is deeze, dat in„ „dien het Cochimse Rijk bij verwisseling van tijden eens inhanden van een magtigen vorst komen mogt; zo een vorst ligtelijk uijt het regt om in voorsz: inkomsten te participeeren ook zoude willen aflijden en bewijzen, het regt om zowel in de verpagting als in de middelen ter invordering daar van nevens de Comp:e temoogen deel neemen; en met de Comp:s daar in de bestellinge willen doen; geswijge van allerleij chikaanen, waarmeede een magtige en quastige overwinnaar van't Cochimse rijk, ons bij Continuatie zoude kunnen quellen: Jk weet wel, dat dit een te verre gezogt regt zoude zijn, dog de ondervin„ „dinge heeft geleerd, dat somtijds vrij on„ „gegronder dingen zijn staande gehouden en door„ „gedrongen, door zulke, die magt genoeg hadden om dezelve te doen gelden, ten minsten ik hebbe mij verpligt gevonden uw Hoog Edelheed:s dit eerbiedig in bedenking tegeven, en indien vw Hoog Edelhed:s mogten goedvinden mij te qualifi„ „ceeren om zulks eens te beproeven, zo zal ik niet manqueeren, dat op de voorzigtigste wijze tedoen. Aan de Forten Chettua en Cranganoor be „hoeven voor eerst niet als dagelijkse Reparatien teworden gedaan, waar toe ik bij gemaakte Re„ „glement, g'insereert in onse Resolutie van den 16:' 7ber: 1772:, voor ijder plaats een vast geld bepaalt hebbe, dat zeer weijnig is, waarmeede komen zij 108 zij egter moeten toekomen en ook effectiev kunnen toekomen, indien zij door een goed en dagelijks toezigt dehand daar maar aan „houden, het geen dus met hun eijge belang over een komt, en waar op ik buijten des ook nauwkeurig laate agt geeven; en wijl te Coilan volgens het door uw Hoog Edelheedens goedgekeurd ontwerp van de secunde vande Graaff, en verdere gecommitteerden, denieuwe afsnijding, aan de zee kant maar eerst behoefd teworden gemaakt, teweeten, wanneer dat gedeelte der vesting, dat ongetwijffeld niet tehouden zal zijn, komt intestorten, zo is bij provisie aan deeze plaats, buijten eenige klijne repa„ „ratien, ook niets van belang tedoen; als dat de zee kaaij, buijten de Poort bekleed, en het steene bekleedsel van de Hoofd wal aan deland zijde /:dat, schoon anderzints nog hegt en sterk is, 'er wat haveloos uijtziet:/ wat moet ver„ „holpen worden, all het welk mitsgaders het schoonmaaken der gragt en het weg ruijmen van de vervallene fausse braaij, ik naar maate het de gelegentheijd permitteerd, lang zamer„ „hand en zo min kostbaar als mogelijk is, zal laten geschieden, ingevolge de gunstige qua„ „lificatie die uw Hoog Edelheeden mij daar toe gelieven te verleenen Het aan den Jngeneur en Landmeeter De graaff aan besteede werk, tusschen depunten stroomburg en overijssel en het geen aan laatst„ gem: bolwerk zelve moest werden gedaan, is ge„ „heel volbragt, en door den secunde, het Hoofd der Militie, de Capitain vande Arthillerij, de Equipagiemeester, ende opziender van de wapenka„ „mer, slieden die kennisse van zulk werk en van het bouwen hebben:) g'examineerd, blijkens het daarvan aan mij gedaan berigt, dat in Copia hier nevens gaat, waarbij blijkt, dat de execu„ „tie daarvan volkomen voldoet, aan het bestek, waar op de aanneeming gedaan is; en ik durve uw Hoog Edelheedens wel verzekeren, dat dit werk niet suffiçanten heeft kunnen gemaakt worden, alwas het ook voor meer geld aanbe„ steed: de ondervindinge heeft mij doen zien, dat men met een goed overleg hier nog al tamelijk goed koop, en teffens regt en sterk bouwen kan; indien nu het overige gedeelte van de Goudijn langs sloterdijk tot stroomburg (:het welk nog maar uijt een enkelde muur bestaat:/ aan de binnen zijde ook met een muur voorzien en met aarde opgevuld word, dan zoude die geheele gordijn van overijssel tot stroomburg een goede Communicatie met elkander en teffens een behoorlijke sterkte erlangen, daar anders die enkelde muur nu van de overkant van Baijpin, ten eersten zoude kunnen om verre geschooten worden; De en
English
109 and because this is the only thing that, in my opinion, would still be lacking in the city, I will reflect further on whether this cannot also be done for a modest and tolerable sum, of which I shall then have the honour to report further to Your High Excellencies. Furthermore, I have handed over to the secunde van de Graaf Your High Excellencies' further order in the case of Pieter Jzaaks, together with a copy of the report from the visitateur-generaal Dormieux and the boekhouder-generaal Fillietas, to provide me with information in this regard, which I shall have the honour to present to Your High Excellencies, together with my considerations thereon, by the still-awaited ship the Princes van Orange. Concerning the article of the rice recommended to me, I shall make every possible effort so that Your High Excellencies' esteemed intention in this regard may be fulfilled. About two months ago, it was heard here that the English had contemplated making themselves masters of some Maratha places situated in the vicinity of Bombay, and shortly thereafter, we received news that they had indeed made an incursion onto the island of Salsette, and after a siege of a few days had taken by storm the port of Thana situated thereon, and would furthermore have subjugated the entire island; what cause the Marathas gave them for this is unknown to me; I think most likely that the convenient location of the island of Salsette opposite Bombay, of which it is the pantry, is the main reason for it; at least it is certain that this enterprise will have taken place on the express order of the government in Bengal, which perhaps did not want to neglect this juncture, when the Marathas are not on very good terms with each other, to subjugate for themselves this so convenient place; some believe that the Maratha governor of Thana is suspected of treachery by the Court of Pune, and this is somewhat confirmed by the unexpected reinforcement which the Maratha government had thrown into the city of Thana just before it was besieged by the English, which had the effect that more men fell on the side of the English—who, as is said, thought that the city was not garrisoned by so many people—than they had thought, among whom was also Commander Watson, 110 Watson, whose loss was very much lamented by the English government, it being known that this gentleman has served the English Company with great loyalty and vigilance on various occasions; the revenues of Salsette are calculated at 6 to 7 lakh rupees per year, so that this is a most momentous gain for the English: it is said that the English, after having subjugated Salsette, also wish to attack the Marathas on the mainland, and those who believe themselves to be somewhat informed of their intentions think that this would not take place with any view of wishing to possess more places from the Marathas, but only to get, if possible, some more of their possessions into their hands, in order to induce them more easily to the surrender of Salsette by the return thereof, when they reach an agreement with them. Furthermore, I have the high honour to remain with the greatest respect, below was written: High Noble, Greatly Esteemed, Widely Ruling Lord, and Right Noble Lords! Your High Excellencies' humble and obedient servant, was signed: A:n Moens, in the margin: Cochin, 10 February anno 1775, lower: P: S: Major Medeler has handed me a muster roll of forty-five Eastern soldiers who believe they still have wages due to them from the Company, and who therefore had me requested that what is due to them might be paid to them; before I made a decision on this, I handed that muster roll to the pay boekhouder, who provided me with a report on the matter, which is attached hereto in copy, whereby he indicates that he cannot say with any certainty whether these Easterners are still in credit, because they are not formally registered here, but that he believes, after what they have already received on Ceylon, they cannot well have anything due, which I caused to be announced to them; but now upon the departure of Zeeduijn they have requested, not in an irreverent but in a very polite yet at the same time forceful manner, that I would at least make Your High Excellencies aware of their request, as they flatter themselves that it will become apparent yonder what they still have due from the Company, and the aforementioned major believes that if they do not succeed in their request, they will persist in asking for their discharge thither, which I would not be able to refuse them, all the less because, having the country open before them, they can desert daily 111 desert and take service with the Nawab or other native princes, and thus I have found myself obliged to inform Your High Excellencies of this. The undersigned, pursuant to Your Right Noble and Greatly Esteemed's honoured written order, have examined the work completed by the ensign and surveyor de Graaff: on the curtain between the bastions Stroomburg and Overijssel, as well as the enlargement and repairs done to the last-mentioned bastion, and have the honour hereby to report to Your Right Noble and Greatly Esteemed that everything has been properly completed by the aforementioned ensign de Graaff. Right Noble, Greatly Esteemed, High Ruling Lord! To the Right Noble and Greatly Esteemed Lord Adriaan Moens Extraordinary Councillor of the Dutch East Indies, as well as Governor and Director of the Malabar Coast, with its jurisdiction Agreed J Jannicken DEClercx J: Schemering according to Examined
Dutch transcription
109 en om dat dit het eenigste is, dat na mijne gedagten, dan nog maar aan de stad zoude manqueeren, zo zal ik mijne gedagten daar over nog eens, nader laten gaan, ofdat ook niet voor een modicque en dragelijke somme tedoen is, en waarvan ik dan de eere zal hebben, uw Hoog Edelheeden nader verslag te doen. voorts hebbe ik den secunde van de graaf„ uw Hoog Edelheedens nadere ordre in de zaak van Pieter Jzaaks, met een Copij van het Rapport van den visitateur Generaal Dormieux en den Boekhouder Generaal Fillietas ter hand gesteld, om mij derweegens tedienen van berigt, het welk ik de eere zal hebben uw Hoog Edelheden, benevens mijne Consideratien derweegens aante„ bieden, per het nog verwagt werdend: schip de Princes van orange. . Nopens het mij aanbevolene artikel van de Rijst, zal ik alle mogelijke devoir aanwen„ „den, op dat aan uw Hoog Edelheedens g'eerde intentie derweegens werde voldaan. Omtrent twee maanden geleden, hoorde men hier, dat de Engelschen in gedagten genomen hadden, zig meester temaken, van eenige Marhetasse plaatsen, in de nabijheijd van Bombaij gelegen, en kort daar aan, kregen wij tijding, dat zij met 'er daad een inval op het Eijland salsette gedaan, en het daar op gelegene port Jana, na een beleg van weijnig dagen stormender hand zou„ „den ingenomen, en zig voorts het geheel Eijland zouden onderworpen hebben; wat oorzaak de Marhettas hier toe aan hun gegeven hebben, is mij onbekend, voor het naaste denke ik, dat de wel gelegentheijd van het Eijland salsette voor Bombaij, waarvan het de spijs„ „kamer is, de voornaamste reeden daar van is, ten minsten het is zeeker, dat deeze onder„ „neeming zal geschied zijn, op Expres bevel van de Regeering in Bengale, welke moge„ „lijk dit tijdstip, dat de Marhettas het met malkanderen niet al te eens zijn, niet heb„ „ben willen verwaarlosen, om ten deeze voor tin zo aangelegen plaats, te onderwerpen sommige meenen, dat de Marhettase Gouver„ „neur van Jana bij het Hoff van Poena ver„ „dagt gehouden word, van ontrouw, en dit word eenigzints bevestigt, door de onverwagte verster„ „king, die de Marhettase Regeering even voor dat de stad Jana door de Engelsen belegerd wierd, daar in heeft doen werpen, het geen van die uijtwerking is geweest, dat daar, vande kant der Engelschen /:die zo als men wil, meenden dat de stad met zoveel volk niet bezet was:/ dus meer volk als zij gedagt hadden, gesneuveld is, onder welke zig ook bevond de Commandeur gedaan watson „ 110 watson, waar van het verlies bij de Engelsche Regeering zeer wond beklaagd, zijnde het bekend, dat deeze Heer in verschijde gelegentheeden de Engelse Comp: met groote trouw en wakkerheijd gedient heeft; De revenuen van salsette worden op 6: â 7: lak ropijen 'sJaars gerekend, zodat dit een allergewigtigste aanwinning voor de Engelschen is: men zegt, dat de Engelsen, naar zig Talsette te hebben onderworpen; de Marhettas aan de vaste wal ook willen gaan aantasten, en de geene die hier van Hunne oogmerken eenigzints meenen onderrigt tezijn, denken, dat dit niet zoude geschieden, met eenig inzigt, om vande Marhettas meer plaatsen tewillen bezitten maar alleen, om des mogelijk, nog wat van hun inhanden te krijgen, ten eijnde tin door de terug gave daar van, wanneer ze met Hun tot een vergelijk komen, te ligter tot den afstand van salsette te beweegen. voorts, hebbe d' Hooge Eere met de meeste Eerbied te verblijven /:onderstond:/ Hoog Edele, Groot Agtb:, wijd „gebiedende Heer, en wel Edele Heeren! uw Hoog Edelheedens onderdanige en Gehoorzame Dienaar /:was getekent:) A:n Moens /:in margine:) Cochim den 10:' feb: a:o 1775: /:lager:/ P: S: De Majoor Medeler heeft mij overgegeven een naam rolle van vijf en veertig oosterse Militairen, dewelke meenen bij de Comp: nog gagie tegoed te heb„ „ben, en die mij dus lieten verzoeken, dat het geen zij te goed hebben, aan hun mogt afgegeven worden; alvoorens ik mij daar op verklaarde, hebbe ik die naam rolle ter hand gesteld aan den zoldij Boekhou„ „der, die mij daarop van berigt gedient heeft, dat hier nevens in Copia overgaat waarbij tekennen geeft, dat hij met geene zekerheijd zeggen kan of deeze oosterlingen nog tevooren staan, om datze hier niet formeel loopen, dog, dat hij vermeent datze na het geen ze reeds op Ceijlon genooten hebben, niet wel tegoed kunnen hebben, het geen ik hun hebbe doen aankundigen dog nu bij het vertrek van Zeeduijn hebben zij, niet op eene irreverente maar zeer beleefde, dog teffens kragtige wijse laten verzoeken, dat ik tog ten min„ „sten van Hun verzoek aan Uw Hoog Edel„ „heedens zouden kennis geven, alzo zij zig flatteeren, dat ginter wel blijken zal, wat zij nog bij de Comp: tegoed hebben, en gem: Maijoor meend, datze in hin verzoek net reuzeerende, zullen aanhouden, om Hunne verlossinge na Ginter, het geen ik hin niet zoude kunnen weijgeren, teminder zij het land voor zig open hebbende, dagelijks kunnen het dezerteeren 111 dezerteeren en bij den Nabab of andere inlandse vorsten dienst neemen, en dus hebbe mij verpligt gevonden uw Hoog Edelheedens hier van kennis tegeven De ondergeteekende, hebben ingevolge vwel Edele groot Agtb g'eerde schriftelijke ordre, g'examineert het door ar den vaandrig en Landmeeter de Graaff volbragte werk: aan de gordijn tusschen de bolwerken Stroomburg en Overijssel, mitsgaders de vergrooting en reparatien aan laast gem: Bolwerk gedaan en hebben de eere vwel Edele Groot Agtb: door deezen te berichten dat allej„ door op gem: vaandrig de Graaff, behoorlijk is volvoert Wel Edele, Groot Agtb:, Hoog Gebiedende Heer! Aan den Wel Edelen Groot Agtb: Heer Adriaan Moens Raad Extra ordinair van Nederlands 's Jndien, mitsgaders Gouverneur en Directeur der Custe Mallabaar, met dies ressorte Accordeerd J Jannicken DEClercx J: Schemering volgens Nagezien
English
according to the specifications on which this work was undertaken by him, and that it has been fulfilled by him in every respect, while for the rest they have the honor to remain, with all high esteem and respect. Below stood: Right Honorable, Highly Esteemed, High-Commanding Lord! Your Right Honorable, Highly Esteemed very humble and obedient servants. Was signed: W: J: van de Graaff, I: H: Medeler, J: v: Asbeek, L:s Buijs, and And:s van Eijk. In the margin: Cochim, 30 January 1775. The undersigned Pay Bookkeeper, having been presented by Your Right Honorable with a nominal roll of 45 Eastern soldiers, wherein they request to be permitted to receive the pay which they still had accrued from the Honorable Company from the year 1757 to 1761, when they departed for Ceijlon; The humble signatory hereof has examined with the utmost attention the Eastern books of those years up to the present date, and found that of those troops who arrived here from Batavia in the year 1757 and were sent to Ceijlon in 1761, from where they returned here again in the year 1766, there are still stationed here Right Honorable, Highly Esteemed, High-Commanding Lord! To the Right Honorable, Highly Esteemed Lord Adriaan Moens, Extraordinary Councillor of the Dutch Indies; as well as Governor and Director of the Coast of Mallabaar, Canara, and Wingurla. Examined Agreed J Samnicken Clerk H S Schemering stationed here are 42 heads, of whom however several names do not agree with those that were submitted by them. The nominal roll annexed hereto shows them as they appear here in the books, with such extension as could be traced here in order to serve as elucidation. I further find myself obliged to elucidate to Your Right Honorable that the aforementioned 42 heads of Eastern soldiers, since their arrival, which was in the year 1757 in the month of December, until their departure, earned more pay than was disbursed to them, because in accordance with the order of Their High Mightinesses the High Indian Government no more than half pay was issued to them, the enjoyment of which was successively charged to their debt accounts and sent as such to Ceijlon, because Easterners have never arrived here with formal pay accounts, but these always continue to run at the capital Batavia; consequently, one cannot know whether, upon their departure from Batavia, their accounts showed a credit or a debit balance. I must also make known herewith that to the aforementioned Easterners, upon their request according to a letter received from the Colombo ministers, dated 11 October 1766, there was issued there 2/3 of the monthly pay accrued here, and another 3 months in deduction of the remaining 1/3, so that, even if upon departure from Batavia they had owed no more than the ordinary advance payment of two or four months, they could not possibly be owed what has been stated by them. In the hope of having fulfilled this assigned charge according to the highly respected intention of Your Right Honorable, I presume the honor to remain, with the utmost high esteem and most dutiful respect. Below stood: Right Honorable, Highly Esteemed, High-Commanding Lord, Your Right Honorable's humble and very obedient servant. Was signed: C: G: Peijffer. In the margin: Cochim, 11 November 1774. D Schemering Agreed J Jannichen Clerk L Nominal Roll of the following 42 heads of Eastern Soldiers, who most respectfully request that there may be paid out to them that which they still have accrued from the Honorable Company in earned monthly pay since their arrival here, which was in the year 1757; they being sent, among a greater number of those warriors, from here to Ceilon in the year 1761, and returned here again in the year 1766, from which time full monthly pay has been issued to them, but previously, namely from the year 1757 to 1760, no more than half pay was disbursed to them here, and the other half remained with the Honorable Company according to the esteemed order of Their High Mightinesses the High Indian Government; in reduction of the same there was issued, upon their request in Colombo at the time they were stationed in Colombo, 2/3 of what they had accrued, and another 3 months in deduction of the remaining 1/3, according to a letter received from the Colombo ministers dated 11 October 1766; however, it cannot well be verified here how much each person might still have to his credit, since they are kept here only on debt and their formal account runs in Batavia. With Nominal Roll of the following 42 heads of Eastern Soldiers, who most respectfully request that there may be paid out to them that which they still have accrued from the Honorable Company in earned monthly pay since their arrival here, which was in the year 1757; they being sent, among a greater number of those warriors, from here to Ceilon in the year 1761, and returned here again in the year 1766, from which time full monthly pay has been issued to them, but previously, namely from the year 1757 to 1761, no more than half pay was disbursed to them here, and the other half remained with the Honorable Company according to the esteemed order of Their High Mightinesses the High Indian Government; in reduction of the same there was issued, upon their request in Colombo at the time they were stationed in Colombo, 2/3 of what they had accrued, and another 3 months in deduction of the remaining 1/3, according to a letter received from the Colombo ministers dated 11 October 1766; however, it cannot well be verified here how much each person might still have to his credit, since they are kept here only on debt and their formal account runs in Batavia. With
Dutch transcription
112 volgens het bestek, waar op dit werk door hem aangenoo„ men is, en dat door hem in allen deele daaraan is voldaan, terwijl ze voor het overige de eere hebben, van met alle hoog agting en eerbied te zijn. /:onderstond:/ wel Edele, Groot Agtb: Hoog Gebiedende Heer! Vwel Edele, Groot Agtb: zeer onder„ „danige en Gehoorzaame Dienaaren /:was getekend:) W: J: van de Graaff, I: H: Medeler, J: v: Asbeek, L:s Buijs, en And:s van Eijk, /:in margine:/ Cochim den 30. Jann: 1775. — Den ondergeteekende zoldij Boekhouder, door vwel Edele Groot Agtbaren ter hand gesteld zijnde, een naam Lijst van 45. Oosterse militairen, waar bij deselve verzoek doen, om te mogen ontvangen die Gagie welke zij bij de E: Comp: nog te goed hebben gehouden, 't zedert Jaar 1757: tot 1761, als wanneer na Ceijlon zijn vertrocken; Den nedrige teekenaar deeses, heeft met de uijtterste at„ „tentie de oosterse boeken van die Jaaren nagesien, tot dato deses en bevonden, dat van die manschappen, dewelke a„o 1757: alhier van Batavia zijn aangekomen en 1761. na Ceijlon gesonden, van waar deselve het Jaar 1766. wederom herwaarts zijn overgekomen, als nog alhier Wel Edele, Groot Agtbare. Hoog gebiedende Heer! Aan den Wel Edele Groot Agtbaaren Heer Adriaan Moens, Raad Extra ordinair van Nederlands India; mitsgaders Gouverneur, en Directeur der Custe Mallabaar, Canara en Wingurla. Nagezien Accordeerd J Samnicken Clerde H S Schemering bescheiden 113 bescheiden zijn 42. koppen waar van egter verscheidene naamen niet accordeeren, met die dewelke door haarlieden zijn opgegeven. zijnde de naam Lijst desen annex zoo als deselve alhier bij de boeken loopen, met zoodanige Extentie als men alhier heeft konnen nagaan, om tot Elucidatie te konnen strecken. Vinden mij verders verpligt Vwel Edele, groot agtb: te Elucideeren, dat voormelde 42. koppen oosterse mili„ „tairen, 't sedert hun komst, dat geweest is a:o 1757. in de maand xber, tot hun vertrek meer gagie te goed gemaakt hebben, als aan haarlieden afbetaald is, nademaal aan deselve volgens ordre van Haar Hoog Edelens de Hooge Jndiase Regeering niet meer dan halve gagie is verstrekt, welkers genot successivelijk ook op haar schuld Reeke„ „nings is belast en zoodanig na Ceijlon gesonden, om dat alhier noit oosterlingen met formeele zoldij reek: zijn aangekomen, maar altoos op de hoofd plaats Batavia blijven voortloopen, gevolglijk men niet weeten kan, of deselve bij hun vertrek van Batavia, te goed of te quaat staan. Nog moet bij desen bekend stellen, dat aan voorm: Nagezien Oosterlingen op hun versoek /:volgens ontfangene missive van de Colombose minister, gedateerd den 11: october 1766: /: aldaar is verstrekt 2 2/3. van de alhier te goed gehad hebbende maandgelden en nog 3. maanden in afkorting van de restee„ „rende — 1/3. , zoo dat, alwas 't deselve bij vertrek van Batavia niet meer dan de ordinaire vooruijt verstrecking van twee of vier maanden hadden te quaat gestaan, de„ „selve onmogelijk konnen te goed hebben, 't geen door haarlieden is opgegeven. In hoope dese opgelegte Last, na de Hoog g'eerde Jntentie van Vwel Edele, Groot Agtbaren, te hebben voldaan, zoo matige mij d'Eere aan, van met de uijtter„ „ste hoog agting en verschuldigste ontsag te zijn. /:onderstond:/ wel Edele, Groot Agtbare, Hoog Gebiedende Heer, Vwel Edele, Groot Agtbare onderdanigen, en zeer gehoorzaamen Dienaar /:was getekend:/ C: G: Peijffer. /:in margine:/ Cochim den 11. November 1774. — D Schemering Accordeerd J Jannichen Clercq L aldaar 114 Naam Rolle der ondervolgende 42. koppen Oosterse Militairen, dewelke eerbiedigst verzoeken dat aan hem mag werden afbetaald het geen deselve wegens verdiende maand gelden bij de E: Comp: nog te goed hebben 't sedert hun komst alhier, dat geweest is anno 1757., zijnde selve onder een meerder getal dier krijgers in 't Jaar 1761. van hier na Ceilon gesonden, en in 't jaar 1766. wederom herwaarts overgekomen, van welke tijd af, aan haar lieder 's maandelijks volle gagie verstrekt is, dog be„ „vorens als van het Jaar 1757. tot 1760. is aan deselve alhier niet meer dan halve gagie afbetaald, en de de anderhelfte volgens g'eerde ordre van Haar Hoog Edelheedens de Hooge Jndiase Regering bij de E: Comp: blijven staan, in mindering van het selve it zijn is op Haar versoek te Colombo dier tijt, dat op ien— Colombo bescheiden zijn geweest verstrekt — 1/3 en van het te goed Gehad hebbende, en nog 3. maanden in afkorting van het resteerende 1/3, volgens ont„ ets „vangene missive van de Colombose minis„ „ters gedateert den 11. 8ber: 1766: dog alhier niet wel nate gaan is hoe veel een ider nog zoude te goed hebben, vermits deselve alleen op schuld en hun formeel Reek: te Batavia loopt. Met 114 Naam Rolle der ondervolgende 42. koppen Oosterse Militairen, dewelke eerbiedigst verzoeken dat aan hem mag werden afbetaald het geen deselve wegens verdiende maandgelden bij de E: Comp: nog te goed hebben 't sedert hun komst alhier, dat geweest is anno 1757, zijnde selve onder een meerder getal dier krijgers in 't Jaar 1761. van hier na Ceilon gesonden, en in 't jaar 1766. wederom herwaarts overgekomen, van welke tijd af, aan haar lieder 's maandelijks volle gagie verstrekt is, dog be„ „vorens als van het Jaar 1757. tot 1761. is aan deselve alhier niet meer dan halve gagie afbetaald, en de anderhelfte volgens g'eerde ordre van Haar Hoog Edelheedens de Hooge Jndiase Regering bij de E: Comp: blijven staan, in mindering van het selve rt zijn is op blaar versoek te Colombo dier tijt, dat op Colombo bescheiden zijn geweest verstrekt — 1/3 van het te goed Gehad hebbende, en nog 3. maanden in afkorting van het resteerende 1/3, volgens ont„ „vangene missive van de Colombose minis„ „ters gedateert den 11. 8ber: 1766: : dog alhier niet wel nate gaan is hoe veel een ider nog zoude te goad hebben, vermits deselve alleen op schuld en hun formeel Reek: te Batavia loopt. Met
English
114 Muster roll of the following 42 heads Eastern Soldiers, who most respectfully request that there may be paid out to them what they are still owed on account of earned monthly wages by the Honourable Company since their arrival here, which was anno 1757, the same having been, among a greater number of these warriors, sent from here to Ceilon in the Year 1761, and returned hither again in the year 1766, from which time on, full monthly pay was provided to them, but beforehand, namely from the Year 1757 to 1761, no more than half Pay was paid out to them here, and the other half, according to the honored order of Their High Nobilities the High Indian Government, remained standing with the Honourable Company, in reduction of which, at their request at Colombo during the time that they were stationed at Colombo, there was provided 1/3 of what was owed, and another 3 months in deduction of the remaining 1/3, according to the received dispatch from the Colombo ministers dated 11 8ber 1766; though here it is not well possible to ascertain how much each person would still be owed, since the same runs only on debt and their formal Account at Batavia. With 115 Examined Arrived here from Batavia with the ship Amerongen on 6 Jann: 1757 1. Siedien samarang - - - - - Corporal 1. Bapa Corsia malaijo - - - - - ditto 1. Gadien pakapoerang - - - ditto 1. Abdul Cadier pakojang - - soldier 1. Abdul Jadil Samarang - - - ditto 1. Aarragman paggerman - - - ditto 1. Bapa bongso - - - - - - - soldier 1. ditto Sakar Campong - - - soldier 1. Balawa samarang - - - - soldier 1. Bassier loear batang - - - soldier 1. Bapa poepan Gamalakan - - - soldier 1. Badjing paggerman - - - soldier 1. Bapa Jamalie Samarang - - soldier 1. ditto suma Campong - - - soldier 1. Draman samarang - - - soldier 1. Dul Samarang - - - soldier 1. Dul pacodjang - - - - soldier 1. Hat samarang - - - - soldier 1. Jalanie Batavia - - - soldier 1. Jntje rampot kampong baroe - - soldier 1. Joera batoe - - - - - - - soldier 1. Jiewa Campong - - - - soldier 1. panting patamovang - - - soldier 23 Heads carried forward. Adriaan Boolvliek 23 Heads Brought forward 1. Soera samarang - - - soldier 1. Sampong Clinting - - - - ditto 1. salem Campong - - - soldier 1. Soedie samarang - - - soldier 1. salim Campong boegies - - - - soldier 1. Wangsa pakapoerang - - - soldier 1. Wadier - - - - - - - - - - soldier Arrived here from Batavia with the ship Lapinnenburg on 11 xber 1757. 1. Jaja Campong Jakkatra sergeant 1. Cidien Campong - - - - Corporal 1. badje pamangisang - - - ditto 1. Carrangassan Campong - - - soldier 1. dul Campong - - - - - - soldier 1. Cariem paggerman - - - - - soldier 1. mondil Campong - - - - soldier 1. machomet pangarangan - - soldier 1. parat mangadoea - - - ditto 1. soera mangadoea - - - - - soldier 1. salim Clinting - - - soldier 1. sarip Calie bata - - - - - soldier 42 Heads in total. Cochim the 11 November A.o 1774. was signed C:G: Seijffer. Agrees JLannichens EClercq 116 The Commission to the Nabab Batavia. Copy Apart To his High Nobility The High Noble Great Honourable Lord Petrus Albertus van der Parra, Governor General Together with The Right Honourable Lords Councillors of the Netherlands Indies. High Noble Great Honourable Ruling Lord, Right Honourable Lords: With my last separate letter of 10 Februarij, of which the Duplicate went via Cormandel, I informed Your 117 Your High Nobilities that the Commissioners Saffin and De Riberto were to go to the Nabab shortly, and that I would provide Them with the necessary Instruction. I have intentionally delayed this Commission for so long, and meanwhile kept the Nabab in good humour, and made him look forward with longing to our Commissioners by making slow preparations for it, and by corresponding with the Governor of Calicut about the condition of the interior and the safety of the roads, to see what might happen in the meantime that could have any influence on this Commission; Yet I have not dared to postpone the Commission any longer, so that the Commissioners might still be able to return before the onset of the bad monsoon. Just before the departure of the Commissioners, I was also informed and assured by the Resident of Cranganoor that the little king of Cranganoor has, with much difficulty, collected together the last installment of what He still had to give to the Nabab, and to which He had bound himself in writing, even borrowing from various people, and has dispatched it to the Nabab; so that that affair is now finished; yet on this occasion I must also note, namely how I have learned in secret that the King of Trevancoor secretly lent that remainder to the little king of Cranganoor
Dutch transcription
114 Naam Rolle der ondervolgende 42. koppen Oosterse Militairen, dewelke eerbiedigst verzoeken dat aan hem mag werden afbetaald het geen deselve wegens verdiende maand gelden bij de E: Comp: nog te goed hebben 't sedert hun komst alhier, dat geweest is anno 1757., zijnde selve onder een meerder getal dier krijgers in 't Jaar 1761. van hier na Ceilon gesonden, en in 't jaar 1766. wederom herwaarts overgekomen, van welke tijd af, aan haar lieder 's maandelijks volle gagie verstrekt is, dog be„ „vorens als van het Jaar 1757. tot 1761. is aan deselve alhier niet meer dan halve Gagie afbetaald, en de de anderhelfte volgens g'eerde ordre van Haar Hoog Edelheedens de Hooge Jndiase Regering bij de E: Comp: blijven staan, in mindering van het selve at zijn ien is op baar versoek te Colombo dier tijt, dat op aen Colombo bescheiden zijn geweest verstrekt — 1/3 van het te goed Gehad hebbende, en nog 3. maanden in afkorting van het resteerende 1/3, volgens ont„ „vangene missive van de Colombose minis„ „ters gedateert den 11. 8ber: 1766: dog alhier niet wel nate gaan is hoe veel een ider nog zoude te goed hebben, vermits deselve alleen op schuld en hun formeel Reek: te Batavia loopt. Met 115 Nagezien Met 't schip Amerongen den 6. Jann: 1757. van Batavia alhier g'arriveert 1. Siedien samarang - - - - - Corporaal 1. Bapa Corsia malaijo - - - - - d„o 1. Gadien pakapoerang - - - d„o 1. Abdul Cadier pakojang - - soldaat 1. Abdul Jadil Samarang - - - d:o 1. Aarragman paggerman - - - d„o 1. Bapa bongso - - - - - - - „ 1. d:o Sakar Campong 1. Balawa samarang - - - - „ 1. Bassier loear batang - - - „ 1. Bapa poepan Gamalakan - - - „ 1. Badjing paggerman - - - „ 1. Bapa Jamalie Samarang —„ 1. d„o suma Campong - - - „ 1. Draman samarang - - - „ 1. Dul Samarang - 1. Dul pacodjang - - - - „ 1. Hat samarang - - - - „ 1. Jalanie Batavia - - - „ 1. Jntje rampot kampong baroe„ 1. Joera batoe - - - - - - - „ 1. Jiewa Campong - - - - „ 1. panting patamovang - - -„ 23. Coppen die Transporteere. Adriaan Boolvliek 23. Coppen P:r Transport 1. Soera samarang 1. Sampong Clinting - - - - d„o 1. salem Campong - - 1. Soedie samarang - - - „ 1. salim Campong boegies - - - - „ 1. Wangsa pakapoerang - - - „ Met 't schip Lapinnenburg den 11: xber: 1757. van Batavia alhier aangekomen. 1. Jaja Campong Jakkatra sergeant 1. Cidien Campong - - - - Corporaal 1. badje pamangisang - - - d„o 1. Carrangassan Campong - - - „ 1. dul Campong - - - - - - „ 1. Cariem paggerman - - - - - „ 1. mondil Campong - - - - „ 1. machomet pangarangan - - soldaat 1. parat mangadoea - - - d„o 1. soera mangadoea - - - - - „ 1. salim Clinting - 1. sarip Calie bata - - - - - „ 42. Coppen tesamen. Cochim den 11. November A. o 1774. (:was getekend:/ C:G: Seijffer. — accordeert 1. Wadier - - - - - - - - - - „ -soldaat JLannichens EClercq „ „ 116 De Commissie na den Batavia. Aan zijn Hoog Edelheijd Den Hoog Edelen Groot Achtbaaren Heer Petrus Albertus van der Parra, Gouverneur Generaal Benevens De Wel Edele Heeren Raaden van Nederlands India. Hoog Edele Groot Achtbaare Wijdgebiedende Heer, Wel Edele Heeren: Bij mijn laatste apparte van den 10: Februarij waar van het Duplicaat over Cormandel is afgegaan, bedeelde ik :Nababa Copia Apart uw 117 uw Hoog Edelheedens, dat de Gecom „mitteerdens Saffin en De Riberto eerstdaags na den Nabab stonden te gaan en dat ik Hun zoude voorzien van de nodige Instructie. Ik hebbe expres met deze Com¬ „missie zo lange getraineerd en den Nadab intusschen in eene goede luijm gehouden en met verlangen na onze Gecommitteerdens doen uijt„ „zien, met langzaame preparaties daar toe temaaken, en met de Gou„ „verneur van Calicut te Corres„ „pondeeren over de gesteldheijd der binnen Landen en veijligheijd der weegen, om te zien wat er intur¬ schen mogt voorvallen dat eenigen invloed op deeze Commissie konde hebben: Dog langer hebbe ik de Commissie niet durven uijt= „stellen, op dat de Gecommitteerdens nog voor het invallen van de quade mousson zoude kunnen terug komen. Effen voor het vertrek van de Gecommitteerdens, is mij ook door den Resident van Cranga „noor bedeelt en verzeekert, dat het koningje van Crangandor het laatste termijn van het geen Hij aan den Nabab nog geven moest, en waartoe Hij zig schriftelijk verbonden had, met veel moeijte bij elkander gekree¬ „gen, zelvs van dezen en geene opgenoomen, en aan den Nabab afgezonden heeft; zo dat nu die affaire gedaan is; dog bij deeze geleegendheijd moet ik ook noteeren, namendlijk hoe ik in het geheijm kennisse gekreegen hebbe dat de Koning van Trevancoor in stilte dat restand aan het Cranganoors quade koningje zijn
English
118 little King, so that the people of the Nabob would not, under that pretext, come to make similar movements again as around this time last year, though I act as if I do not know this. But even if I had not come to know this with certainty, I would nevertheless have assumed it, because I am aware that the King of Trevancoor last year, when the King of Cochim collected his promised two lakhs of rupees and dragged things out somewhat, not only had him repeatedly advised underhand to quickly settle that affair, but also at the end even lent some money for that purpose, in order to keep the Nabob's troops away from that side. The Commissioners then departed on the 23rd of February with the following Instructions, Letter, and Presents. Instructions Concerning the purpose of this Commission and how Your Honours are to conduct yourselves therein, I have discussed with Your Honours orally so clearly and in such detail that I do not doubt that Your Honours will be sufficiently informed about everything and in a position to fulfill the purpose. Besides this, both of Your Honours have a great advantage in this Commission, because the first was also on a Commission to the Nabob in the year 1766, namely when His Highness was in Calicut, and the second recently, or actually in the month of July last, was also in Calicoet with the counter-present from Batavia, of which this Commission is actually a consequence. Also enclosed herewith are various incoming and outgoing letters and papers that will give Your Honours abundant guidance to carry out Your Honours' Commission prudently and properly. However, I have judged it necessary, for the sake of completeness, to prescribe the following further for Your Honours' information. From here Your Honours shall depart via Chettua to Calicout, where Your Honours must let the Army Commander of the Nabob, named Criniwaza Raijer, 119 know that Your Honours have arrived to undertake the journey from there to the Nabob, his master, and to present a letter along with Presents from the undersigned, with the request that he provide Your Honours with good guides to show Your Honours the shortest route to Seringapatnam. Having arrived at Seringapatnam, Your Honours must properly inform His Highness of your arrival there, with the request to be allowed to know when it might be convenient for His Highness to grant Your Honours an audience. Having obtained an audience, Your Honours must go to meet His Highness in the most friendly manner, and after presenting a nazar of gold species, which are given to Your Honours for that purpose, compliment him in the Moorish manner. After the conclusion of the usual compliments, Your Honours must hand over to the Nabob the letter addressed to His Highness that was given into Your Honours' hands, while presenting such Presents as are given to Your Honours for that purpose and are specified on the annexed note. Subsequently, after having held some indifferent yet friendly discourse, Your Honours must also request the honour of being allowed to wait upon the Nabob further, and having obtained permission for that, take your leave. Meanwhile, while Your Honours await the Nabob's further summons, Your Honours may pay a visit to the first minister of state of His Highness, or the person who, according to general opinion, has the most influence with His Highness, and offer such a Present as is also specified in the aforementioned Note. On that occasion, Your Honours must, in a discreet manner and without letting it appear in any way that Your Honours are seeking to make the slightest inquiry, try to learn as much as possible from him about how the Nabob is actually disposed toward the Honourable Company, and to what extent one might come to an agreement with His Highness to cause the friendship 120 between His Highness and the Company to increase even more and to be further confirmed. If Your Honours should learn from this or from another minister that the Nabob's previously expressed affection has waned because the correspondence and negotiations begun in the years 1766 and 1767 were not pursued, then Your Honours must attribute this to the vicissitudes of the times, which for years in succession made correspondence not only unsafe but even impossible. Having arrived at the audience with the Nabob, Your Honours must make known in a polite manner that the Honourable Company is and remains inclined to live in good friendship with His Highness, and that it will be very agreeable to Their Excellencies to increase and further confirm the mutual friendship with His Highness; and that since His Highness requested Commissioners from me, Your Honours have thus come to learn what may be of service to His Highness, and what the matters are about which His Highness wished to speak. And in case His Highness should desire some opening from Your Honours in that regard, then Your Honours may declare yourselves in this manner, namely that if His Highness is willing to bind himself to the Company and its friends. If the Nabob should ask whether the Company would perhaps be willing to oblige him with some weapons and other goods, or also if Your Honours should naturally find a suitable opportunity to speak of that, then Your Honours may bring it up and say that Your Honours do not doubt that our Company will be willing to please His Highness in this, if His Highness, on his part, would also be willing to oblige the Company with the products of the country in a manner that may serve their mutual satisfaction and advantage; and that His Highness could correspond with me about that, in order to understand each other's intentions more closely and clearly. If
Dutch transcription
118 Koningje zoude geleend hebben, op dat het volk van den Nabab, onder dat pretext niet weder zoort gelijke mouvementen zoude komen maken als verleeden Iaar omtrend dezen tijd, dog ik houde mij „ of ik zulks niet weete: Dog indien ik zulks al eens niet met zeekerheijd was teweeten gekomen, zo zoude ik het evenwel verondersteld hebben omdat ik kennis drage dat de Ko„ „ning van Trevancoor verleeden Jaar den Koning van Cochim toen deze zijn beloofde twee Lakken ropijen bij den anderen verzamelde en daarmeede wat traineerde niet alleen telkens onder de hand liet aanraaden om tog maar spoedig die affaire aftedoen maar ook op het laatste zelfs eenig geld daartoe geleend heeft om 's Na¬ „babs troupes tog maar van die kant aftehouden, De Gecommitteerdens zijn dan den 23: Je¬ bruarij vertrokken met d' ondervolgende Instructie Brief en Geschenken. Instructie Over het oogmerk van die Commissie en hoe VE:s zig daarin moeten gedragen, hebbe ik VE:s monde„ „ling zo duijdelijk en omstandig onderhouden dat ik niet twijffele, of VE: zúullen nopens alles genoeg ge- informeert, en in staat zijn, om aan het oogmerk te voldoen; buijten des zo hebben VE: beijde in dee„ „ze Commissie, veel vooruijt, om dat de eerste anno 1766: bij den Nabab ook in Commissie ge= „weest is, namentlijk toen zijn Hoogheijd te Calicut was en de tweede nu onlangs of eijgendlijk, in de maand Julij Jongst leeden, met het Contra Geschenk van Batavia ook te Calicoet is geweest, en waar van deze Commissie eijgend- „lijk een Consequens is: Ook gaan hier nevens verschijde aangekomene en afgegaane brieven en papieren die VE: overvloedig en aanlijdinge zullen geeven, om VE: Commissie voorzigtig en wel uijttevoeren. Egter hebbe nodig ge-oordeelt, VE:s ten overvloede, het volgende nog tot VE: na„ „rigt voorte schrijven. van hier vertrekken VE:s over Chettua na Calicout alwaar VE:s aan het Leeger Hoofd van den Nabab gen:t Criniwaza Raijer zijn Instructie moeten 119 moeten laten weeten, dat VE:s gekomen zijn om de reijze vandaar naden Nabab zijnen meester aanteneemen, en te prezenteeren een briev benevens Geschenken van den ondergeteekenden, met verzoek dat Hij VE: goede weg wijzers meede geeve, om UE: den kortsten weg na seringapatnam tewijzen. Te Seringapatnam gekomen zijnde, moe„ „ten VE: zijn Ho:t van hunne komst aldaar behoorlijk laten kennisse geeven met ver„ „zoek om temogen weeten wanneer het zijn Ho: geleegen mogt komen om VE: audien „tie te verleenen Audientie verkreegen hebbende, moe¬ „ten UE:s zijn Ho:t op de vriendelijkste wijze gaan ontmoeten, en na het prezenteeren van een Nesscher goude spetien, die VE: ten dien eijnde mede gegeven werden op de moor= „sche wijze Complimenteeren Na het eijndigen der gewoone Compli„„ „menten, moeten VE: aanden Nabab over„ „handigen, den VE: ter hand gestelden brieve aan zijn Ho:t: gerigt, onder prezentatie van zodanige Geschenken, als VE: ten dien eijnde Bij die geleegendheijt moeten VE: op eene bedekte wijze en zonder op eenigerhande manier telaten blijken, dat VE:s de min= „ste navorsinge zoeken te doen, zo veel moge „lijk van hem tragten te verneemen, hoe den Nabab omtrend D EComp: eijgendlijk gezint is, en in hoe verre men met zijn Hot: zoude kunnen overeenkomen, om de vriendschap meede gegeeven worden, en op annexe No=ze „titie bekent staan. Vervolgens moeten VE:s na eenige in= „differente, dog vriendelijke discoursen gehou„ „den te hebben, ook verzoeken, de eere temogen hebben van den Nabab nader temogen opwag= ten, en daarop toestemminge gekreegen heb= „bende, afscheijd verzoeken. Intusschen dat VE: se Nababs nader ont¬ „bod afwagten, kunnen VE: den eersten staats minister van zijn Ho:t of den geenen die vol= er„ „gens het algemeen gevoelen, bij zijn Ho=t wel het meeste magt intebrengen hebben, een vi„ „sie te geven, en zodanig een Geschenk aanbieden zijn als bij voorm: Notitie almeede Gespecificeert staat. meede tusschen n 120 tusschen zijn Ho:t en de Comp: nog al meer te doen toeneemen en nader tebevestigen. Indien VE:s uijt dezen of wel een an= „deren minister mogten verneemen dat 's Na„ „babs voormaals betuijgde geneegendheijd, ver„ „flauwt is, omdat in anno 1766: en 1767. begonne Correspondentie en onderhandelinge, niet vervolgt is, dan moeten vE:s zulks toeschrijven aan de wisselvalligheeden des tijds, die Jaaren ag= „ter een de Correspondentie niet alleen onvijlig maar zelfs ondoenlijk hebben gemaakt. Bij den Nabab ter audientie geko= „men zijnde, moeten VE:s op een beleefde wijs — „ze tekennen geeven, toe d' E Comp: geneegen is en blijfd, om met zijn Ho:t in een goede vriend„ „schap te leeven, en dat het HaarEd: zeer aan= „genaam zal zijn om de onderlinge vriend „schap met zijn Ho:t te vermeerderen en nader te bevestigen, en dat vermits zijn Hot: mij om Gecommitteerdens verzogt heeft, VE:s dus gekomen zijn om te ver= neemen wat van zijn Ho:t dienst is, en welke zaken het zijn waar over zijn Hot: te spreeken had. En bij aldien zijn Ho:t van VE: daar„ omtrend eenige openinge mogt begeeren: dan kunnen VE:s zig verklaaren op deze wij=et „ze namendlijk dat indien zijn Ho:t zig wild VE verbinden om de Comp: en Haare vrienden Indien den Nabab mogt vraagen of de Comp: Hem zomtijds wel met wat wa „penen en andere Goederen zoude willen gerieven, of ook wel indien VE: van zelfs eene gevoegelijke aanlijdinge mogten vinden om daar van te kunnen spreeken, dan „zulks wel mogen VE: al wijle zig zeeke vn tee zeijde Jarraham Rynalwaar Lekema en zeggen e Ben op het Chapiter te brengen dat VE:s niet twijffelen of onze Comp: zal zijn Ho:t hierin, wel willen plaijzier doen er„ indien zijn Ho:t: van zijne zijde, de Comp: ook zoude willen doen gerieven, met 'slands producten, op eene wijze, die strekken zijn kan tot wederzijds genoegen en voordeel, en dat zijn Ho:t daarover met mij zoú„n; „de kunnen Correspondeeren, ten eijnde elkanders meeninge nader en duijde „s „lijker te verstaan. Indien en
English
121 and neighbours with whom she is actually in alliance, as also all those who belong under Her Honourable's protection, not to insult nor damage, the Company on the other hand will accommodate His Highness to the utmost of her ability with whatever he might need in the way of war equipment and other necessities, against cash payment, along with free commerce back and forth, about which all His Highness can then negotiate further with me. Yet because thereby the kings of Cochin and Travancore, as allies of the Honourable Company, are implicitly included in the friendship, the Nabob will certainly not be satisfied with that, at least not regarding Travancore, and therefore Your Honours must make His Highness understand this article in the mildest and most discreet manner, or else leave it entirely untouched with the Nabob, especially if Your Honours have previously conferred with the first Minister of State or some other courtier, and might have understood from him that this proposal is disagreeable to the Nabob, as I recall also happened in the year 1766. Yet if His Highness would still be willing to be found conditional regarding Travancore, and thus declared absolutely that the Travancore prince must first settle his outstanding matters (as one is customary to call it among the native princes) with him, the Nabob, then Your Honours may well say that if His Highness pleases to declare which outstanding matters he has with Travancore, and in what manner His Highness would amicably settle them, the Company would then gladly speak with Travancore about it and wishes to exert her utmost effort to help those matters out of the world. But then Your Honours must at the same time give the Nabob to understand that the Honourable Company will let herself be found all the more willing to assume that mediation, partly to render on our side every possible service to the Nabob 122 as our friend, and partly because the Company has entered into exclusive treaties with the said kings of Travancore and Cochin and thereby enjoys many of the country's products; and that this is also the reason why we request that the Nabob would also let these kings enjoy his friendship. However, in case Your Honours might obtain no desired answer to this, or might also notice that this kite will not fly, and that this displeased His Highness, then Your Honours need not press further on it, but may undertake to make a further report thereof to us. If the Nabob should ask Your Honours how the Honourable Company would conduct herself if he should wish to expand his conquests further southwards, then Your Honours can answer thereto in general terms: that the Company is not accustomed to concern herself with the disputes of native powers as long as her interests and prerogatives do not suffer thereby. However, in case it should be asked specifically what the Company would actually do if he, the Nabob, wished to subjugate the king of Travancore to himself; then Your Honours can serve in response that Your Honours are not instructed so far as to be able to answer with certainty, that the undersigned, being acquainted with the intentions of the Honourable Company in that regard, can also declare himself thereon, while at the same time indicating in gentle terms that between the Honourable Company and the king of Travancore contracts have been made tending to their mutual advantage, and through which the Honourable Company on her part enjoys the country's products and other benefits; and that the Honourable Company expects from the generosity of the Nabob, and is in the firm trust, that he the Nabob will not wish to make any change therein or cause any disadvantage to the Honourable Company. I must expressly repeat to Your Honours again and again that the Company is under contract with Travancore, 123 and that the Company thereby on her side enjoys the country's products and many benefits, because this, if not suitable to be brought up in one instance, will then have to be said on another appropriate occasion when that critical and delicate article might be spoken of with Your Honours, just as Your Honours see that the above passages lead thither, although on account of the delicate and important nature of the matter I would prefer that the Nabob did not test Your Honours too strongly in that regard, but wished to correspond with me about it. Furthermore Your Honours' commission consists in this: 1: To present to the Nabob the privileges and prerogatives which the Honourable Company has in the Zamorin's empire, namely free trade through the entire country, and the freedom to erect lodges for storing trade goods, both at Pananij, Calicut, as elsewhere, with the request that the Nabob as conqueror of the Zamorin's empire may be pleased to confirm the aforementioned old privileges. 2: To request the Nabob in friendly terms that he will please to give orders in the meantime that none of his troops come any more in the future onto the territory of Chettua and Cranganore (as standing under the Company's sovereignty), as little as upon any other territory of the Honourable Company, in order to prevent that the Company's lands be molested again, as happened recently, while we in the meantime gladly trust that this happened without the knowledge and orders of the Nabob, and we have therefore in particular thought it best to have our grievances in this regard deferred until this opportunity. 3: Further to demonstrate to His Highness in friendliness that the little king of Cranganore, standing under the Company's special protection, has recently also suffered much trouble; that we hope that His Highness will be so good as to provide against this in the future.
Dutch transcription
121 en buuren, waarmeede ze effective in bond= „genootschap staat, zomeede alle de geene die onder Haar Ed: protectie behooren, niet te beleedigen, nog te beschadigen, de Comp: daarentegen zijn Ho:t: na uijtterste ver= „mogen zal gerieven, met het geen Hij aan oorlogs gereedschap, en andere be= „hoeftens mogte nodig hebben, tegens Contante betaaling, benevens, een vrije Commercie over en weeder over welk een en ander zijn Ho:t: met mij /dan nader handelen kan. Dan dewijl daar bij de Koningen van Cochim en Trevancoor als bondgenooten van d' E Comp: ongevoelig meede in de vriend„ „schap geslooten worden zo zal de Nabab zeekerlijk daar geen genoegen inneemen ten minsten niet omtrend Trevancoor en daarom moeten VE: zijn Ho:ts dit ar„ „ticul op de sagtste en gevoegelijkste wij„ „ze te verstaan geeven ofte ook wel geheel onaangeroert laaten bij den Na= „bab inzonderheijd wanneer VE:s bevoo= „rens met den eersten staats Minister of eenig ander hoveling geconfereerd, en van ken den zelven mogten verstaan hebben, dat deze Voorstellinge bij den Nabab onaan„ „genaam is, gelijk mij voorstaat, a:o 1766: ook plaats gehad te hebben. Dog indien zijn Hot: Zig nopens Trevan¬ „coor nog wel Conditioneel wilde laten vinden, en dus absolut verklaarde dat de Trevancoorse vorst eerst zijne uijt¬ „staande zaaken (zo als men dat onder de Jnlandse vorsten gewoon is tenoemen/ met Hem. Nabab moet afmaken, dan kunnen VE: welzeggen, dat indien zijn Hot. zig gelievd te declareeren, welke zijn úijtstaande zaaken, Hij met Trevancoor heeft, en op welke wijze zijn Hot: die inder n minne wilde bijleggen de Comp: dan gaarne met Trevancoor daarover spreeken en Haar devoir aanwenden wild, om die zaaken uijt de wereld: te helpen. Maar dan moeten VE:s ook teffens aan den Nabab te verstaan geven, dat d' E Comp: zig tot dat mediateurschap, des te gaarne zal laten vinden deels om aan onze zijde den eenig Nabab 122 Nabab als onzen vriend, alle mogelijke dienst te doen, en anderdeels, om dat de Comp: met gem: koningen van Trevancoor en Cochim exclusive tractaten heeft aangegaan en daar door veele 'slands producten geniet; en dat dit ook de reeden is, waarom wij verzoeken, dat den Nabab deze koningen van zijne vriendschap ook wild laten souisseeren Dog ingevalle UE: hier op geen ge= „wenscht antwoord mogten bekomen of ook wel bemerken mogten, dat die vlieger niet op zal gaan, en zijn Hot: zulks mishaagde dan behoeven VE: daarop niet verder aan= „tedringen, maar kunnen aanneemen daar van aan wij nader verslag te doen. Indien de Nabab; VE: mogt vraagen hoe d' EComp: zig zoude houden, indien Hij zijne Conquesten verder Zuijdwaarts mogt wil¬ „len uijt brijden, dan kunnen VE: daarop in Generaale termen antwoorden; dat de Comp: niet gewoon is, zig de Geschillen der inlandse mogentheeden aantetrec= „ken, zo lange haare belangens en preroga= „tiven daar bij niet lijden. Maar ingevalle speciaal gevraagt mogt werden, wat de Comp: effectiev zoude doen, indien Hij Nabab, den Koning van Trevancoor aan zig wilde onderwerpen; dan kunnen VE: daarop dienen, dat VE: zo verre niet ge-instrueert zijn, om daar op met zeekerheijd te kunnen antwoorden dart de ondergeteekende dordras van d'E: Comp: daarootrend bekent zijnde zig onk daaroven kan verklaaren, met teffens nman in sagte termen tekennen gee „vende dat tusschen d' EComp: en den ko„ „ning van Trevancoor Contracten zijn gemaakt, streckende tot weederzijds zijn voordeel, en waar door d' EComp: aan haare zijde 'slands producten, en andere voordeelen geniet; en dat d' EComp: van de Edelmoedigheijd van den Nabab ver„ „wagt, en in het vast vertrouwen is, dat Hij Nabab daar in geen veranderinge zal willen maaken ofte eenig nadeel: aan d' EComp: toebrengen. Ik moet expres eens en andermaal UE repeteeren, dat de Comp: mets Trevancoor maar in 123 in Contract staat, en dat de Comp: daar door van Haare zijde 'slands producten en veele voordeelen geniet, omdat zulks, in het eene geval eens niet te pas kunnende gebragt worden, dan bij een andere gevoegelijke ge¬ „leegendheijd zal moeten gezegt worden, wan„ „neer er over dat Criticque en teder articul tegen UE: mogt gesprooken worden, Gelijk VE: zien dat de bovenstaande perioden daar heen leijden, schoon ik om de tederheijd en aangeleegentheijd der zaak liever zag, dat de Nabab VE:s daaromtrend niet te„ „sterk toetste maar met mij daar over wilde Correspondeeren. verders bestaat VE: Commissie hier in 1: Om den Nabab voortehouden de voorregten en prerogativen die d'E Comp: in het Sammo„ „rijnse rijk heeft, teweeten den vrijen han= „del door het geheele land, en de vrijheijd om logies opteregten, tot het opslaan der Negotie whaaren, zo te Pananij, Cali„ cut, als elders met verzoek dat de Na¬ „bab als overwinnaar van het Sammo„ „rijnse lijk voorschr: oude voorregten gelieve te bevestigen. 2: Om den Nabab in vriendelijke termen te verzoeken, dat Hij intusschen, order gelievd testellen, dat geenen zijner troupen, op de Landstreek van Chettua en Cran¬ „ganoor (als onder 's Comp:s opperheerschap= „pije staande) voortaan meer komen, zo min als op eenig ander territoir van d' E Comp:, ter voorkoming, dat 's Comp:s landen weder werden gemolesteert, ge„ „lijk onlangs geschied is, dat wij onder„ „tusschen gaarne vertrouwen, dat zulks buijten voorkennisse, en order vanden Nabab geschied is, en wij inij zonderheijd ook daarom best gedagt hebben, onze beswaarnisse derweegens tot deze geleegendheijd uijtgesteld te laten 3: zijn Ho:t verder in vriendelijkheijd te ver„ „toonen dat het Cranganoorse Koningje, or„ „der 'sComp:s speciaale protectie staande on„ „langs ook veel aanstoot heeft geleeden; dat wij hoopen dat zijn Ho:t zo goed: zal zijn hier tegen inden aanstaande te voor„h „zien. gelieven Nan
English
After the foregoing has been discussed, Your Honors must also inform the Nabob that recently two two-masted vessels and six galvets of His Highness arrived at the Cochin roadstead, the commander of which conducted himself very unfriendly and caused many difficulties; that he intercepted all vessels coming to Cochin from the south and north, inspected them, and subsequently released them, but seldom without demanding one thing or another from them; that this conduct has been to the detriment of shipping and trade to and from Cochin, and that the esteem of the Honorable Company has also been harmed thereby; that it is also entirely improper for the naval force of a power, on the coasts of another with whom it lives in friendship, to commit such acts against trading nations that are in no open enmity with His Highness; much less that such should take place on the roadstead itself. Whereupon Your Honors must then request that His Highness please give orders that such unfriendly acts cease in the future, in order to prevent the misfortunes that could arise therefrom; just as already, though through a misunderstanding, a fight has arisen between the aforementioned squadron of His Highness and the Portuguese, of which Your Honors can then give the account as it occurred and is known to everyone as well as to Your Honors. That the aforementioned squadron, having departed from this roadstead, also saw fit to have a vessel provided with a pass from the Dutch Company brought in south of the Cochin roadstead, under the pretext that His Highness needed the iron contained therein, and that this iron therefore had to be sold to the naval commander; that this incident occurred at Your Honors' departure, without knowing whether this vessel was subsequently released or taken along. And in case His Highness should ask Your Honors about the lands of the King of the Zamorin which are in our sequestration and from which we enjoy the revenues (for without necessity this article must not be mentioned), then Your Honors must explain to the Nabob that the Zamorin, now more than 10 years ago, was still in arrears to our Company for over 12,000 rupees, and that he therefore placed these lands in the hands of the Company, the revenues of which are so small that they cannot cover the interest on the capital. But if Your Honors further notice that the Nabob seems to have taken it into his mind to demand those lands back, then Your Honors must show His Highness how they are of no or little importance to him, and then further request that they may remain in the hands of the Company as before; being careful not to let it be noticed that we entered the revenues of those lands in our books in reduction of the capital; and I recommend Your Honors in this regard to use all the more foresight and caution, because it would not suit the Company now to surrender those lands to the Nabob, even if he were to pay what we were to have from the Zamorin before taking possession of those lands, because everyone should as much as possible be kept away from the region between Chettua and Cranganore, and especially this so dangerous and formidable neighbor. I am also informed that the other European nations, like the English, French, Portuguese, and Danes, have recently also sent embassies to the Nabob, and that the Nabob had expected that the Dutch would have followed suit, indeed that he even smirked at this and interpreted it as a slight. If the Nabob should speak of this, Your Honors must then answer that this was all the easier for the aforementioned nations as they lie further to the north to do, but that however long I have also considered sending an embassy to His Highness, I could not do this earlier because we, being situated further away, could send no person of distinction before the season had advanced so far that one can proceed with certainty regarding the weather, and especially not before having previously informed myself of the roads and of the opportunity for making such a journey. And if it should be fitting in the conversations, and European nations in general are spoken of, then Your Honors may well make the Nabob understand the nature of the Dutch, namely that they seek to live in peace and friendship with everyone, and always maintain a strict fidelity toward their special friends and allies, to whom they gladly render all conveniences and service; while in these regions, as far as concerns themselves, they primarily aim only to advance and promote their trade by honest and proper means. The Jewish merchant Isaac Curion is also travelling up to Seringapatam on his own affairs; he has offered his services for the benefit of the Honorable Company, just as he also did in the year 1766; he is known to the Nabob and could, if Your Honors need anything, be of service, and could even facilitate Your Honors' access in Seringapatam to one person or another who could be of further service to Your Honors; thus Your Honors may also use him as an interpreter, but must otherwise be cautious with him and reveal nothing more of our intention to him than what is absolutely necessary; since he, being a merchant and finding his livelihood in the lands of the Nabob, seeks to make himself esteemed and beloved by the Nabob, and thus might sometimes want to work imperceptibly to grant requests of the Nabob.
Dutch transcription
124 Na dat het voorenstaande verhandelt zal zijn, moeten VE:s den Nabab ook teken= „nen geeven, dat dezer dagen twee twee mastige vaartuijgen en ses galwets van zijn Ho:t: ter Cochimse rheede gekomen zijnde, het Hoofd derzelve zig zeer onvriendelijk heeft gedragen en veele moeijelijkheeden veroorzaakt; dat Hij alle vaartuijgen van de Zuijd en Noord na Cochim komende, heeft laten opvan= „gen, dezelve gevisiteert vervolgens wel weder gelargeert, dog zelden, zonder het een of ander van dezelve te begeeren; dat dit gedoente streckende is geweest, tot nadeel vande vaart en Handel van en na Cochim, en dat ook de agting van d'E Comp: daar door is geledeert; dat het ook ten eenemaal ongevoeglijk is, dat de Zee magt van eene mogentheijd: op de Custen van een ander daar ze meede in vriend= „schap leevd diergelijke dingen pleegd aan Handel drijvende Naties, die met zijn Ho:t in geen openbaar vijandschap zijn; veel min dat zulks op de rheede zelvs zoude mogen plaats vinden. Waarbij UE: dan moeten verzoeken dat zijn Ho: ordre gelieve te stellen dat zulke onvrien= „delijke bedrijven voortaan niet meer exteeren; ter voorkoming van de onheijlen, die daar uijt zouden kunnen ontstaan; zo als reets ook al hoewel door misverstand een gevegt ontstaan is tusschen voorm: Esquader van zijn Ho:t ende Portugeezen; waar van VE: dan het verhaal kunnen doen zo als het is voorgevallen, en een ider zo wel als UE bekent is. Dat het voormeld Esquader van dezen rheede vertrocken zijnde ook heeft kun= „nen goedvinden; een vaartuijg voorzien met een pasce van de Hollandse Comp: bezuijden de Cochimse rheede te doen ophaalen, onder voorgeeven, dat zijn Hot: het ijzer dat daarin was, nodig had, en daarom dit ijker aan den Zee= „voogt moest verkogt worden; dat dit Geval gebeurt is, bij VE: vertrek, zonder teweeten, of dit vaartuijg ver„ volgens gelargeert, dan wel meede genomen is. dat En 125 En ingevalle zijn Ho:t UE:s mogte vragen na de landen van den koning van Sammo„ „rijn die bij ons in sequestratie zijn, en waar van wij de inkomsten genieten /:want buijten nood moet van dit articel niet geropt worden:/ dan moeten VE:s den Nabab vertoonen dat de Sammorijn nu ruijm 10: Jaaren geleeden, aan onze Comp: nog ten agteren stond over de 12'000: rop:s en dat Hij daar over deze landen gesteld heeft in handen van de Comp:, waar van de Jnkomsten zo gering zijn dat zij de inte„ „resten van het Capitaal niet kunnen goed„ „maken: Dog indien VE: voorts bemerken dat de Nabab, ingedagten schijnd te hebben genomen, om die landen terug tevragen, dan moeten VE: zijn Ho:t vertoonen hoeze voor Hem van geen of wijnig belang zijn; en dan verder verzoeken, dat dezelve ge¬ „lijk voor heen inhanden van de Comp: mogen blijven; voorzigtig zijnde van niet telaten merken, dat wij de inkom„ „sten van die Landen in minderinge van het Capitaal bij onze boeken innaemen; en ik recommandeere VE:s hieromtrend Ook ben ik g'informeerd, dat d'andere Europeezen Naties, gelijk d' Engelsche Fransche Portugeezen en Deenen, onlangs ook be„ „zendingen aan den Nabab gedaan hebben en dat de Nabab verwagt had, dat de Hol¬ „landers zulks ook nagevolgt zouden hebben, Ja dat Hij zelvs daarop al gesmeeld en zulks als een minagtinge uijtge¬ „legd heeft: Indien de Nabab hier van mogt spreeken, dan moeten VE:s daar„ op dienen dat zulks de voorm: Natien na maate zij verder om de noord leg„ gen, te gemakkelijker geweest is des temeer alle voor-en omzigtigheijd te gebruij= „ken, om dat het de Comp: nu niet zoude Con„ „venieeren die Landen aan den Nabab over„ „tegeeven, schoon Hij al eens betaalde, het geen wij voor de aanvaardinge dier lan= „den van den Sammorijn moesten hebben om dat men zo veel mogelijk ijder een van de landstreek tusschen Chettua en Cranganoor diend te houden, en inhou„ „derheijd, dezen zo gevaarlijken en gedug= „ten buurman. des te 126 te doen, dog dat hoe zeer ik ook reeds lan¬ „ge eene bezendinge aan zijn Hot: inge¬ „dagten genomen hebbe ik dit niet eer „der hebbe kunnen doen om dat wij verder afgeleegen zijnde, ik niemand van aanzien zenden kon, voor dat het saijsoen zo verre gevordert was dat men omtrend het weer zee¬ „ker kan gaan, en inzonderheijd niet, dan na mij alvoorens van de weegen en van de geleegendheijd tot het doen van zo een togt te hebben laten infor„ „meeren En als het in de gesprekken mogt te pas komen, en 'er van de Europeeze naties, in't generaal gesprooken word dan mogen VE: den Nabab wel eens doen begrijpen, de ge-aartheijd van de Hollanders, namendlijk dat zij met ijder een in vreede en vriendschap zoe„ „ken teleeven, en altoos een naauw ge¬ „zette trouwa houden tegens Hunne bijzon„ „dere vrienden en bondgenooten, aan dewel„ „ke zij gaarne alle geriefelijkheeden en De Joodskoopman Izaak Curion trekt ook op, na Seringapatnam, om zijn eijgen zaaken; Hij heeft zijne diensten ten be„ „hoeve van d' E Comp: aangebooden gelijk Hij Ao 1766: ook zodanig mede is geweest, Hij is bij den Nabab bekent en zoude VE:s het een en ander nodig hebbende, van dienst kunnen zijn: Ook zelvs te Seringapatnam VE:s den toe„ „gang kunnen faciliteeren, tot den eenen of anderen, die VE: verder van dienst kunnen zijn; dus mogen VE:s Hem ook wel als tolk gebruijken, dog moeten voor 't overige met Hem voorzigtig zijn, en Hem niets meer van onzen intentie openbaaren als het geen absoluit na „dig is; alzo Hij een Koopman zijnde, en zijn bestaan vindende inde Landen van den Nabab zig bij den Nabab zoekt ge-agt en bemind ter„ „maken, en dus zomtijds ongevoelig zoude willen arbijden, om instantien van den Nabab intewil„ dienst bewijzen; terwijl zij in deze Gewesten wat Hun zelven aangaat, voornamentlijk be¬ oogen om alleen Hunnen Handel door eerlij= „ke en betamelijke middelen voor ttezetten en te bevorderen. dienst „ligen :
English
proposals which would please the Nabab very well, but would not suit the Honorable Company at all; wherefore Your Honors must maintain a prudent distrust toward this person, without however letting it show, so that he does not withdraw from Your Honors, and Your Honors thus remain deprived of the opportunity to learn through him various particulars for Your Honors' information, although he speaks much with exaggeration and sometimes pretends to have accomplished matters through his skill and ability to which he contributed nothing at all in the world, or which did not even take place; and since the second person named in the heading of this document understands the Moorish language somewhat, he must be attentive regarding the translation of Izaak Surion so that he does not mix and trade his own affairs with those of the Honorable Company. Furthermore, it is recommended to Your Honors (in case His Highness should ask Your Honors some critical questions relative to the present state of the times, whether concerning Mahomet Alij, the Marathas, or any other European as well as native princes of note, or perhaps regarding Your Honors' present commission, in order, if possible, to surprise Your Honors and, as the saying goes, to scrape the tongue) that Your Honors then only answer with modesty that you know nothing of it, or have not been instructed upon it; but in case His Highness should nevertheless speak of matters that are too well known, and regarding which it would appear altogether too clumsy to play the ignorant every time, Your Honors must then answer only and as much as possible in general terms that can give no offense. Finally, Your Honors ought continually to remember in their commission that the Nabab is a shrewd and political prince, who is indeed willing to listen to candid speech provided that it is spoken to him with politeness and friendliness; that he, moreover, possessing the quality of all native princes, both in his questions and answers, usually proceeds step by step, and when he must answer something with reluctance, regarding which he cannot very properly refuse an answer, then he answers only by half, or properly speaking only that part which is least to the point, solely to lead someone imperceptibly away from the matter; according to all of which Your Honors must also conduct yourselves. After Your Honors shall have accomplished their commission, Your Honors must politely request your dismissal, and having obtained it, proceed hither, rendering us an account of Your Honors' proceedings by a report in writing. Meanwhile, however, Your Honors may write to the undersigned, if there is an opportunity, how far Your Honors have advanced, and what has been accomplished or has occurred; but Your Honors must be very circumspect in this regard that nothing be noted in the letters over which the Nabab could reasonably be offended, if he should come to know the contents thereof; since it could easily happen that Your Honors' letters are opened on the way. For the rest, I enjoin upon Your Honors the utmost secrecy in everything and wish Your Honors good success in the commission, both for the well-being of the Company and for Your Honors' own honor and satisfaction. Letter to the Nabab. I hope that my previous letters, together with the counter-gift from the Lord Governor-General of Batavia, will have been received by Your Highness in good health; at least I have long had news from Your Highness's army chief at Calicout that the gift was about to be sent up, and that Your Highness, on account of many occupations and absence from Seringapatnam, had not yet been able to answer my letters. However, since the said army chief has also written to me that Your Highness would gladly have seen that the persons who delivered the aforementioned counter-present at Calicout had brought the same to Seringapatnam to Your Highness, in order to be able to speak with them about matters of importance, I have therefore become very glad about this, since I have also long yearned for an opportunity to enter into close friendship and correspondence with Your Highness, although it was then in the rainy season, and one cannot then decently have gentlemen of rank make such a long journey; so that I have had to postpone the dispatch of commissioners until the rainy season had passed.
Dutch transcription
127 „ligen, die den Nabab zeer wel behagen, dog de Comp: in 't geheel niet Convenieeren zouden waarom VE: een voorzigtig wantrouwen, omtrend dezen perzoon moeten houden, zonder zulks egter te laaten blijken op dat Hij zig niet van VE: reti„ „reere, en VE: dus versteeken blijven van de ge„ „leegendheijd om door Hem nog al deze en geene specialiteijten tot VE:s narigt teweeten te„ „komen, hoewel Hij veel bij vergrooting spreek en zomwijlen voorgeeft, door zijne bequaam„ „heijd en vermogendingen uijtgevoert te heb„ „ben, daar Hij niets ter wereld toe gecontri„ bueert heeft, of die zelvs niet eens voor¬ „gevallen zijn; en dewijl de tweede in den Hoofde dezes de moorse taal eenigzints ver¬ „staat, zal Hij oplettende moeten zijn om= „trend de vertaaling van Izaak Surion op dat Hij zijne zaaken „ met die van d' E Comp: menge en verhandele voorts recommandeeren VE:s (ingevalle zijn Ho:t VE: eenige Criticque vraagen relatief tot de prezente tijds gesteldheijd mogt doen, het zij nopens Mahomet Alij, de Marhetters of eenig andere zo Europeeze als inlandse vorsten van aanmerkinge, of ook wel nopens VE:s tegenswoordige Commissie, om waare het mogelijk VE: te overrassen en gelijk men zegd de tong te schrabben) dat VE:s dan maar met beschijdentheijd moeten antwoor„ „den, daar niet van teweeten, of niet op ge- instrueert te zijn; dog ingevalle zijn Hot: eg¬ „ter mogt spreeken vandingen, die tebekent zijn, en waar op het al te lomp zoude staan telkens den ignoranten te speelen, dan moe„ „ten VE:s maar en zo veel mogelijk in ge„ „neraale termen antwoorden die geen aan„ „stoot kunnen geeven. Eijndelijk dienen VE:s in hunne Com= „missie zig telkens te herinneren, dat de Nao „bab een schrander en staatkundig vorst is, die wel een hartelijke taal wild aanhooren mits datze, Hem met beleefdheijd, en vriendelijkheijd gezegt word; dat Hij buijten des de hoedanigheijd van alle inland„ „se vorsten bezittende, zo in zijn vragen als ant„ „woorden, doorgaans trapswijze voortgaat, en als Hij iets ongaarne moet antwoorden; waar„ „op Hij niet wel voeglijk antwoord wijgeren vorsten kan 128 kan, dan maar tenhalve antwoord of eij„ „gentlijk maar op dat gedeelte, hetgeen minst terzaake doet, alleen maar om iemand on„ „gevoelig van het stuk aftelijden; na walk een en ander UE: zig dan ook tegedragen hebben. Na dat VE:s hunne Commissie zullen hebben volbragt moeten VE:s hun afscheijd beleef= „delijk verzoeken, en bekomen hebbende, zig dit heen begeeven ons verslag doende van UE:s verrigtingen bij Rapport in scriptis. Intusschen kunnen VE:s egter aan den ondergeteekenden, indien er geleegendheijd is schrijven hoe verre VE: ge-advanceert zijn, en wat verrigt of voorgevallen is, dog VE:s moeten hieromtrend zeer omzigtig zijn dat niets in de brieven genoteerd wierd; waarover de Nabab met reeden gestoord kan zijn, indien Hij den inhoud daarvan mogt komen teweeten; de= „wijl het ligt zoude kunnen gebeuren, dat VE: brieven op weg ge-opent worden voor het overige beveele ik VE:s in alles de uijtterste secretesse en wensche VE:s een goed: suc= „ces in de Commissie zo tot wel zijn van de Comp: als tot VE:s eijge eer en satisfactie Briev aan den Nabab. Jk hoope dat mijne voorige brieven beneffens het Contra geschenk van den Heer Gouverneur Generaal van Batavia bij utto:t in goede wel „stand zullen ontfangen zijn, ten minsten ik hebbe al lange tijdinge van utto:ts leger Hoofd te Calicout dat het geschenk stond opgezonden te worden en dat uHo: weegens veele occupaties en afweezigheijd van seringapatnam mijne brie„ „ven nog niet had kunnen be=antwoorden. Dan nadien gem: Legerhoofd mij ook geschreeven heeft, dat UHo:t: gaarne gezien had, dat de perzoonen die het voorschr: Contra prezent te Calicout be„ „zorgd hebben, het zelve teseringapatnam bij utto:t gebragt hadden om met dezelve te kunnen spreeken, over zaaken van aangeleegendheijd, zo ben ik zeer verblijd daarover geworden vermits ik ook al lange verlangd hebbe na geleegentheid om met utto:t in een nauwe vriendschap en Corres= „pondentie te traeden schoon het toen inde regen tijd was, en men dan niet welvoeglijk Heeren van aanzien, zo eene lange reijze kan laten doen; zo dat ik de afzendinge van Gecommitteerdens hebbe moeten uijtstellen, tot dat de regen tijd verstrecken Briev
English
is, and the unhealthy land winds that blow fiercely in the months of December and January cease. And whereas I have also recently received from your Excellency's army chief the pleasant tidings that your Excellency is once again in Seringapatnam, I therefore now have the pleasure of sending up to your Excellency the Junior Merchant and Warehouse Master, as well as Member of my Council, Samuel Constantia Saffin, together with the Resident of our fort Chettua, Carel de Riberto, in order to give your Excellency further assurance of our goodwill and good intentions, with the request to be pleased to disclose further to my said deputies, or in a letter addressed to me, whatever may be further to your Excellency's service, so that I may then negotiate and correspond further with your Excellency about this. As a further token of high esteem and affection, the said commissioners will also have the honor to present to your Excellency on our behalf such gifts as are listed in the accompanying separate note, which we hope your Excellency will accept with favor. Furthermore, I wish your Excellency all salvation and blessing, and in particular I wish that the fame which your Excellency has already acquired through his bravery and leadership may continually increase, and that my commissioners, returning soon, will be able to inform me that they found and left your Excellency in good health. List of Gifts: 4 Long fine muskets. 2 Fine pistols with silver mountings. 2 Ditto ditto with two barrels. 2 Cutlasses with gilded mountings and two small pistols attached to each side of each blade. 1 Gold watch with an embossed case and gold chain. 1 Rattan cane, 4 feet and 5 inches long, with a gold chased knob on top, set with a large amethyst. 1 Water bowl with gold mountings. 20 Pieces of silk fabrics with gold flowers. 1 Gold bodidar of the heaviest and first sort. 20 Pieces of gold lace with foil. 2 Japanese gilded large water basins with their lids. 4 Ditto smaller. 1 Coach coupe, fitted inside with velvet, likewise gold lace and ditto fringes, and heavily gilded outside as well as the chassis. 1 Large canopy of green satin with white copper mountings. 25 lb. mace. 25 lb. nutmeg. 25 lb. cloves. lb. 3: 3 — 2: 5 cinnamon oil. 1½ ounce mace oil. 1½ ounce clove oil. 1 Illumination box with its magnifying mirror and 36 illuminated views, both on glass and on paper. 1 Airgun with its accessories. 2 Pots with candied nutmegs. For the First Minister of State of the Nabob: 1 Sabre with gilded mountings. 1 Roll of Chinese fabric. 1 Gold bodidar, medium sort. 2 Pieces of armozeen. 1 Piece of batiste or fine Dutch linen. One ream of paper with gilt edges. 2 lb. red sealing wax. A small bottle of cinnamon oil. The said commissioners subsequently arrived at Seringapatnam on March 19 after a very exhausting journey and, as they related to me, were received by the Nabob with uncommon friendliness, in a distinguished manner, far above the other European nations that have visited him on a commission thus far, so that one can clearly see that he truly longed for our commissioners and was particularly pleased with their arrival; they were even permitted to see the Nabob and pay visits to him once or twice beyond their arrival and departure, on which occasions he sought to afford them every pleasure and entertainment. First, as I had ordered them by instruction, they assured the Nabob in general terms of the Company's inclination to remain living in friendship with him and to confirm that friendship further; subsequently they likewise presented various grievances and at the same time requested that he confirm the Company's ancient privileges in the Zamorin's realm conquered by him; furthermore, they also indicated to him that the Company would not be disinclined to provide him with munitions of war if he, on his part, would accommodate us with the products of his country. The latter did not seem disagreeable to him, and to the rest he answered to reasonable satisfaction; but the purpose for which he requested the commissioners proved to be the same that he had already proposed to our commissioners of that time in the year 1766, albeit with this difference, that this was now done with greater earnestness and emphasis, and he even drafted the points of an offensive and defensive treaty; but concerning the Kings of Travancore and Cochin, likewise the broken-off correspondence with him since the year 1766, as well as that upon his latest descent I did not send commissioners to him as other nations did, he has
Dutch transcription
129 is, en de ongezonde landwinden die in de maanden December en Januarij hevig waaijen, ophouden. En dewijl ik nu onlangs ook van gem: utto=ts Legerhoofd de aangenaame tijdingen ontvangen heb= „be dat utto:t weder te seringapatnam zig bevind zo hebbe het genoegen om thans na Utto:t telaaten opgaan, den onderkoopman en Pakhuijsmeester mits„ „gaders Lid van mijnen Raad Samuel Constanti Saffin benevens den Resident van ons fort Chettua Carel de Riberto om UHto:t: nader verzee „keringe van onze welmeenendheijd en goede intentie te geven met verzoek, om van het geen en verder van utto:ts dienst kan zijn, aan gem: mijne afgezondene dan wel in een briev aan mij gerigt nadere openinge tewillen doen op dat ik dan daarover nader met ulto:t handelen en Correspondeeren kan Tot een nader blijk van hoog agtinge en genee„ „gentheijd zullen gem: Gecommitteerdens ook de eer hebben utto:t van weegens ons aantebieden zodanige Geschenken als bij nevensgaande apparte notitie vermelt staan dewelke wij hoopen dat uHtot met geneegentheijd zal accepteeren. Voorts wensche ik uttot: alle Heijl en zeegen toe, en inzonderheijd wensche ik, dat den roem die uHto:t door desselvs dapperheijd en beleijd reets verkreegen heeft steeds mag vermeer„ „dert worden, en dat mijne Gecommitteer„ „dens spoedig terug komende mij zullen kun„ „nen bedeelen dat zij Utto:t in goede welstand gevonden en gelaaten hebben Notitie der Geschenken. 4. Lange fijne snaphaanen. 2. fijne pistoolen met zilver beslag 2: d=o. d=o. „ twee loopen. 2:e Houwers met verguld beslag en twee pistooljes aan ijder zijde van ijder kling gehegd. 1: Goud Horologie met een gedreeve kas en gou„ „de Ketting. 1: rotting lang 4. voeten en 5: duijmen met een goud ge= „dreere Knop van boven met een groote amatist bezet 1: water kom met goud beslag. 20. Ca: zijde stoffen met goude bloemen 1: goude bodidaar van de zwaarste en eerste zoort. 20: Ca: Goud passament mets klinkant 2: Japanse vergulde groote water bekkens met hunne dekzels. 4. d=o. klijnder zegen 130 1. koets Coepee van binnen met fluweel item goud passament en d.o franjes uijtgemonstert en van buijten nevens het onderstel swaar verguld. 1: groote Cammoreel van groen satijn met wit koper beslag 25: lb: foelij. 25: „ Noten 25: „ Nagelen lb: 3: 3 — 2: 5: Caneel olij 1½. one foelij, olij 1½: „ Nagel olij. 1: Elumineer Kas met dies vergroot spiegel en 36: ge= elumineerde vertooninge zo op glas als op papier 1: windroer met dies toebehooren. 2: potten mets Geconfijte Nooten voor den Eerste staats minister van den Nabab. 1: sabel mets verguld beslag 1: rol Chineese Stoff 1: goude bodidaar middel zoort 2: p. s armozijnen. 1. stuk patist of Hollands fijn linnen Een riem papier verguld op snee 2: lb: rood Lak Een flesje met Caneel olij gemelde Gecommitteerdens zijn vervolgens na een zeer fatiquante reijze, den 19. Maart te Seringa „patnam aangekomen, en zo als ze mij verhaald hebben, door den Nabab niet ongemeen veel vriende„n „lijkheijd ontvangen, op eene ge„ „distingueerde wijze, verre boven de andere Europeeze Naties, die tot nog toe bij Hem in Commis= sie geweest zijn, zo dat men duij¬ delijk zien kan, dat hij regt na onze Gecommitteerdens verlangt heeft, en met Húnne komste bijzon¬ dar in zijn schik was, zelfs hebben zij buijten Hunne komste en af„ „scheijd eens en andermaal den Nabab mogen zien, en bij Hem visietes afleggen, bij welke geleegendheijd, Hij Hun alle plaijzier en vermaak heeft tragten toetebrengen. Gemelde Eerst 1 131 Eerst hebben zij, zo als ik Hun bij Instructie gelast had; dan Nabab in algemeene termen ver= „zeekert van 's Comp=s geneegend= „heijd, om met Hem in vriendschap te blijven leeven, en de vriendschap nader te bevestigen: vervolgens hebben zij Item deze en geene beswaarnissen voorgesteld, en teffens verzogt dat hij sComp=e oude voorregten en het door Hem overheerde Sammorijnse rijk wilde bevestigen: voorts hebben zij Hem ook te kennen gegee¬ „ven, dat de Comp: niet ongenee„ „gen zoude zijn, Hem met oor„ „logs behoeftens te voorzien in„ „dien Hij ons van zijne zijde met de producten van zijn land wilde gerieven. Dit laatste scheen Hem niet onaangenaam te zijn en op het overige heeft Hij tot reedelijk genoegen g'antwoord; dog het oogmerk waarom Hij Gecom= mitteerdens verzogt heeft is ge= bleeken, het zelfde te zijn, het tien geen Hij Anno 1766: al aan onze 2. 12 Gecommitteerdens van dien tijd, voor„ geslagen heeft, egter met dit onderscheijd, dat wij zulks nu met meerder ernst en nadruk gedaan, en zelfs de poincten van een offensiev en defensiev tractaat ontworpen heeft; dog wegens de Koningen van Trevancoor en Cochim, item de afgebrooke correspondentie met Hem zedert het Jaar 1766: zomede dat ik Hem bij zijn laatst afkomst niet gelijk andere Naties Ge„ „committeerdens toegezonden hebbe, het heeft