Inventory 3435
Malabar · 300 pages · 135 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
132 he did not speak a single word, not even concerning the staying away of the counter-present, notwithstanding I had orally instructed the Commissioners concerning the latter to such extent as was necessary to explain this in a modest manner. On the contrary, he said, as if of his own accord, that he would not speak of old matters, just as he also seems to have intentionally left unanswered my previous letters, among which even that accompanying the counter-gift, whereas, on the contrary, he has made his counter-presents more considerable in comparison, and most especially in comparison to his manner, the ordinary native manner of bestowing gifts, since a single dress or a horse without more is usually the most considerable that is given by him. The Commissioners returned on the 21st of April and delivered to me the following Report, together with two letters written in the French language and the gifts mentioned therein, both for His High Nobility the Lord Governor-General and for me. Report. For the prompt fulfillment of Your very venerable order, the first undersigned, on the 23rd of February last, together with a detachment of sepoys, a sergeant, a corporal, and 12 lascars, with such gift goods as were handed to him by the same, and an Instruction for the information of himself and the Chettua resident Carel de Riberto, crossed the river to Chettua, in order to pursue the journey from there via the overland road to Chettua and subsequently to Seringapatnam according to the written Instruction also given by Your, to meet the Nabab Heijder Alijchan: Having arrived at Calicut on the last day of the month, we immediately sent word with the Interpreter to the Army Chief there, named Triniwaza Raijer, that we had arrived to undertake the journey to his Master the Nabab, in order to present a letter together with Gifts from Your, requesting good guides; to which we received in answer that the aforementioned army chief had departed inland with some troops to the south in order to defeat some rebelling Nairs; but that the second in command, named Nargie Rauw, had immediately dispatched a letter to the aforementioned Chief and given notice of our arrival, upon which he expected an answer within a few days. We sent daily messages, but in vain, which lasted until the 7th of March, when he let us know that he had received writing, and that the aforementioned Priniwaza Raijer was due to arrive within 5 to 6 days; Report 133 yet if we could tarry no longer, that we might then proceed with the journey, as the necessary guides were ready for it; we resolved thereupon to undertake the march on the 10th, waiting as we were for some coolies instead of those who had run away and become disabled on the way; then also departed on the aforementioned date in the company of Jzak Curion, who was already at Calicout before us, and after we had passed a very difficult road, we arrived inside the city of Seringapatnam on the 19th at midday, taking up our residence in a dwelling which was assigned by a servant of the Nabab. The next morning we sent the interpreter to the Palace, made our arrival known, inquired after His Highness's health, and at the same time gave notice that we had come here on behalf of the Dutch Company in order to present a letter together with some Gifts from Your, with the request to be allowed to know when it would please him to grant us an audience; we received in answer that the Nabab was in his garden, but as soon as he returned notice thereof would be given: subsequently we also paid our compliments to his prime minister Alisa Machan; whereupon in the evening around six o'clock we received a mace-bearer or servant of the Nabab, with the notification to hold ourselves ready to come to the meeting; shortly thereafter there appeared to us one by the name of Medij Alichan, who had recently been to the Coromandel Coast, who gave us to understand that he had been appointed by His Highness to attend to the affairs of the Dutch, and in proof of which he showed two letters written in the Dutch language and signed by the Honorable Mr. van Vlissingen, Governor and Director of Coromandel: we requested him to be permitted to know the contents thereof, but he said he had no orders to that effect, but rather to write down the Gifts brought along for his master; after having performed this he departed, and we were shortly thereafter requested to the meeting; whereupon we immediately went in the company of Surion, the Gifts being carried by the Nabab's men; having arrived inside the garden, we were brought before His Highness, made a salam, presented the accompanying Nesser, and were seated on the ground in the Moorish fashion next to the prime minister; being seated, and after having paid our compliments on behalf of Your, which was reciprocally answered by His Highness, we presented the letter brought along together with the Gifts, whereupon that prince handed the letter over to his attending secretary, who having made its contents understood, the chests were opened and the presents inspected, together with the presents that the last undersigned delivered to the Nabab's General Sriniwaza Raijer at Calicut in the month of July of the past year; yet we could see that the chests had already been opened beforehand and only closed again pro forma: His Highness requested us to hold the illumination box ready, in which latter that prince, together with his grandees, took much pleasure.
Dutch transcription
132 heeft Hij geen enkeld woord gesprooken zelfs niet over het úijtblijven van het con¬ „traprezent, niet tegenstaande ik de Gecommitteerdens nopens het laatste in zo verre mondeling ge-instrueerd had, als nodig was om zulks op een beschij¬ „dene wijze te ontleggen, integendeel zo heeft hij als uijt zig zelfs gezegt dat Hij van geen oude dingen spreeken zoude gelijk hij dan ook mijne voorige brie„ ven, waaronder zelfs die ten geleijde van het Contra geschenk met op zet schijnd onbeantwoord gelaten te hebben, daar Hij integendeel zijne Contra prezenten„ aanzienlijker gemaakt heeft in vergelijk „en aller bijzonderst in vergelijk van zijn manier vande ordinaire inlandse manier „ van beschen„ „ken, alzo een eene kleed of een paard zonder meer doorgaans het aanzienlijkst is dat van Hem gegeven word De Gecommitteerdens zijn den 21. April — terug gekomen en hebben mij overgegeeven het ondervolgend Rapport benevens twee in de fransche taale ge= „schreevene brieven en de daarbij vermelde Geschenken zo voor zijn Hoog Edelheijd den Heere Gouverneur Generaal als voor mij. Rapport. ser prompte voldoening van uw. . . . . zeer gevenereer„ „de ordre heeft de Eerstgeteekende, zig den 23: Februarij Jongst leeden, nevens een Comando sipaijs een zergeant een Cor„ „poraal, en 12. Laskorijns met zodanige schenkagie Goe„ „deren, als door Hoogst Dezelve aan Hem ter hand gesteld en een Instructie tot narigt van Hem en den Chettuasen resident Carel de Riberto, over de revier na Chet„ „tua begeeven, ten eijnde van daar volgens de door uw. . . . . meede gegeevene schriftelijke Instruc¬ „tie de reijze over den landwag na Chettua en vervol„ „gens na Seringapatnam ter ontmoeting van den Nabab Heijder Alijchan te vervolgen: Den laatsten der maand op Calicut ge-arriveerd weezende, hebben wij ten eersten met de Tolk aan het Legerhoofd aldaar„ genaamt Triniwaza Raijer laten weeten, gekomen te zijn om de reijze na zijnen Meester den Nabab aan„ „teneemen, ten eijnde een briev nevens Geschenken van uw. . . . . te prezenteeren, met verzoek om goede wegwijzers; waarop tot antwoord kreegen, dat voorm: legerhoofd landwaards in, met eenige troupen om de zuijd was vertrocken ten eijnde eenige rebelleerende nairos te verslaan; maar dat de tweede in naame Nargie Rauw inmediaat een briev aan voorm: Hoofd en afgevaardigt en van onze komste kennisse gegeven had, waarop Hij antwoord binnen korte dagen verwagte wij zonden daagelijks boodschappen dog te vergeevs, het welk duurde tot den 7. Maart, wanneer Hij ons liet weeten schrijvens erlangt te hebben en dat gem: Priniwaza Raijer, binnen 5: â 6: dagen stond afte„ Rapport „komen 133 „komen, dog indien niet langer konden vertoeven dat wij als dan de reijze kosten voort zetten, alzoo de benoo „digde wegwijkers daartoe gereed waaren; wij resolveerden hierop, den 10: de optogt aanteneemen als wagtende na na eenige Coelijs insteede vande onderweegs weg gel „pene en impotent geraakt zijnde, dan ook op voorm datum vertrocken in gezelschap van Jzak Curion die reeds, voor ons, te Calicout was, en na dat wij een zeer moeijelijke weg gepasseerd hadden, zijn wij den 19=e opd middag binnen de stad Seringapatnam g'arriveerd neemende onze verblijfplaats in een wooning welke doo een bediende van de Nabab aangeweezen wierd. — sanderdaags 'smorgens zouden wij de tolk na . het Paleijs lieten onze aankomst bekent maken na zijn Hoogheijds gezondheijd verneemen, en teffens teken„ „nen geven, dat wij van weegens de Hollandse Comp: hier gekomen waaren, ten einde een brief nevens eenige Geschenken van uw. . . . . te prezentee„ „ren, met verzoek om temoogen weeten wan„ „neer het hem behaagen zoude ons audientie te van„ „leenen; wij kreegen tot antwoord, dat den Nabab in zijn thuijn was, dog zo dra hij terug kwam daar van kennis zouden gegeeven werden: vervolgens lieten wij ons Compliment bij desselvs eerste minister Alisa Ma„ „chan meede afleggen; waarop des avonds omtrend ses uuren een stokke draagen of bediende van den Nabab kreegen, met aanzegginge ons klaar te houden om ter ontmoeting te komen; kort daarna verscheen er een bij ons in naame Medij Alichan jongst na de Cust Cormandel geweest, dewelke ons te kenne gaf door zijn Ho=t benoemt te weezen om de zaaken der Hol= „landers te verrigten, en tot welks bewijs Wij vertoonde twee brieven in de Hollandse taal geschreeven en getee„ „kend door „ welEdelen Heer van Vlissingen Gou„ „neur en Directeur van Cormandel: wij verzogten Hem den inhoud daarvan te mogen weeten; dog hij zegde geen order daartoe hadde, maar wel om de meede gebragte Geschenken voor zijn meester op te schrijven; na zulks ver„ „rigt hebbende vertrok hij en wij wierden kort daar na ter ontmoeting verzogt; waarop wij ten eersten gingen ingezelschap van Surion; werdende de Geschenken door sNababs volkeren gedraagen; binnen de thuijn ge„ „komen zijnde, wierden wij voor zijn Ho:t gebragt maakten een slam, prezenteerde de meede gegeevene Nesser en wierden op de moorse wijze op de grond naast d' eerste minister geplaatst; gezeeten zijnde, en na ons Com„ „pliment uijt naam „ uw. . . . . . afgelegt heb„ „bende, hetwelk door zijn Ho:t reciproque b'antwoord wierd, prezenteerde wij de meede gebragte briev nevens de Geschenken, waarop die vorst de briev aan desselvs bijweezende secretaris overgaf dewelke dies inhoud te verstaan gegeeven hebbende zo wierden de kisten ge-opend, en de prezenten bezigtigd, benevens de prezenten die de Laatstgeteekende in de maand Ju„ „lij des verleeden Jaars op Calicut aan 's Nababs Generaal Sriniwaza Raijer bezorgd heeft; dog wij konden zien dat de kisten al bevoorens geopend en weder maar proforma toegemaakt waaren: Zijn Hots verzogt ons om de Eluminatie kas, klaar te houden in wel„ „ke laatste die vorst nevens zijn grooten vael vermaak door schepten
English
took pleasure, principally in the display of the ships that were engaged in combat; subsequently, we also had dancing performed before us, and after having spoken in between about indifferent matters and having also said that he still knew the first-undersigned alongside Surion from the previous commission at Calicout, we requested our leave and a further meeting, upon which His Highness replied that he would have us summoned the following day; further, after a small spoon of sandalwood oil and betel had been presented to us according to the custom of the country, we received our leave and were brought home by the Nabab's people with torches. The next day, Jurion going to pay a visit to the prime minister of state, we requested him to pay our compliments and to inquire when it pleased him that we should come to pay our respects; upon his return, he reported that the statesman had requested to wait with that until we had further visited the Nabab, from whom permission for it had to be requested. After having been at an audience two more times, though in vain, having the first time requested to be allowed to treat our matters with his minister, which His Highness answered he would do in person, while at the other gathering there was also no opportunity because it was then so-called not a good day, on which account the treatment of affairs according to the custom of the native was postponed once more. On the 24th, around 7 o'clock in the evening, we were summoned to the meeting. The customary salutation having been made and having been seated, His Highness ordered those who were inside to go outside, except for the person who fanned him, and at the same time had the aforementioned Medij Alijchan enter, to whom, as said before, he had entrusted the affairs of the Dutch, after which we had to come and sit close to him. We opened the conference according to our instruction and made known to the Nabab in a polite manner that the Company is, and remains, inclined to live in a good friendship with His Highness and that it will be very agreeable to Their Honours to increase and further confirm the same, and that, since His Highness had requested commissioners, we had come to learn what was of His Highness's service; upon which we received in answer that he, the Nabab, assured the Honourable Company of his true and sincere friendship, which he hoped would increase more from time to time, to which he on his part will also contribute everything, as also that he would speak of no old matters, having great esteem for the Dutch, and that he would later tell us what he actually had to speak about, asking at the same time what points we had to present. Firstly, we presented to His Highness the privileges and prerogatives that the Company has in the Samorin kingdom, such as free trade throughout the entire country and the liberty to erect lodges for the storage of merchandise, both at Pananij, Calicoet, and elsewhere, with the request that His Highness, as conqueror of the aforementioned Samorin kingdom, be pleased to confirm the aforesaid old privileges. Secondly, we requested in friendly terms that His Highness also please give orders that none of his troops henceforth come onto the territory of Chettua and Cranganoor (as standing under the Company's dominion), nor onto any other territory of the Honourable Company, to prevent the Company's lands from being molested again as happened recently, and that your [illegible] gladly wished to trust that such was done without prior knowledge and order of him, the Nabab, and for that reason thought best to leave the grievances on that account postponed until this occasion. Thirdly, we showed His Highness in friendliness that the little King of Cranganoor, standing under the special protection of the Honourable Company, has also recently suffered much offense, and hoped that he will be so good as to provide against this in the future. To which first point the prince replied that it was a small matter, and that because he, the Nabab, had a firm intention to live in a sincere and true friendship with the Dutch Company, he permitted all liberties to the Company not only at Pananij and Calicout but throughout his entire country; and concerning the two other articles, he gave in answer that he would give orders that henceforth nothing of that nature should happen anymore, and that the Company could be assured of that. Further, we made known to His Highness that these days two two-masted vessels and six galwets of His Highness having arrived there in the roadstead, the head of the same conducted himself very unfriendly and caused many troubles, having had all vessels coming from the south and north to Cochim intercepted, inspected the same, and subsequently indeed released them again; though seldom without desiring one thing or another from them, which conduct has tended to the prejudice of the navigation and trade from and to Cochim, besides that the esteem of the Honourable Company has also been injured thereby; that it is also entirely improper that the naval force of one power on the coasts of another with whom they live in friendship commits such things against seafaring nations that are in no open enmity with His Highness, and that such may even less take place in the roadstead: That the aforementioned squadron having departed from the roadstead also saw fit to have a vessel provided with a pass from the Dutch Company brought up south of the Cochim roadstead under the pretext that he, the Nabab, needed the iron that was in it and that it therefore had to be sold to the sea warden, and that the same indeed happened in the presence of the first-undersigned; though that he did not know whether that vessel was subsequently released or taken along, with the request that His Highness please give orders.
Dutch transcription
134 schepten, principaal in de vertooning der scheepen, die slaags waaren; vervolgens liet wij ook voor ons baljuren en na tusschen beide over onverschillige zaaken ge„ „sprooken en teffens gezegt te hebben dat Hij de eerst¬ „geteekende nevens Surion, van de voorige, Com„ „missie op Calicout nog kende zo verzogten wij ons afscheijd en een nader ontmoeting waarop zijn Ho: antwoorden, ons 's anderdaags te zullen laten roepen; wijders na 'slands gebruijk aan ons een leepeltje sandel olij en beetel geprezenteerd zijnde verkreegen wij ons afscheijd en wierden door se Nababs volkeren met Dammers thuijs gebragt Des anderendaags Jurion een visite bij den eer¬ „ste staats minister gaande afleggen verzogten wij ons Compliment temaaken en te verneemen wan„ „neer het Hem behaagde dat wij onze opwagtinge kwa„ „mendoen; dezelve raporteerde bij zijn terug komst dat die staatsman verzogt had daarmeede te wagten tot dat wij nader bij den Nabab geweest waaren van wien daartoe permissie gevraagt moest werden. Na nog twee keeren ter audientie dog te vergeevs geweest zijnde, als hebbende de eerste keer verzogt onze zaaken met desselvs minister te mogen verhandelen het welk zijn Hot: b'antwoord in perzoon te zullen doen terwijl 'er in de andere bij eenkomste ook geen gelee„ „gendheijd is geweest om dat het toen zo gen:t geen goede dag was, waarom de verhandelinge van zaaken na 't ge„ „bruijk van den Jnlander nog uijtgesteld wierd. Den 24. omtrend 7. uuren 's avonds wierden wij wa= „den ter bij eenkomste geroepen: Het ordinair slam gemaakt Wij opende de Conferentie volgens onze Jn„a„ „structie en gaaven de Nabab op een beleevde wijze te een kennen hoe de Comp: geneegen is, en blijft om met Ee„ zijn Hoogheijd in een goede vriendschap te leeven en het Haar Edelen zeer Aangenaam zal zijn om dezelve te vermeerderen en nader te bevestigen en dat ver„in „mits zijn Ho:t om Gecommitteerdens verzogt had wij gekomen waaren om te verneemen wat van zijn Hots dienst was, waarop in antwoord erlangde aan dat Hij Nabab d' EComp: verzeekerde van zijn waare en opregte vriendschap, dewelke verhoopte van tijd en tot tijd meerder te zullen toeneemen, waartoe aann: zijn kant mede alles zal contribueeren zo meede dat Hlij van geen oude dingen spreeken zoude als voor de Hollanders groote agtinge hebbende en dat Hij ons naderhand wel zeggen zoude waarover Hij eijgend= „lijk te spreeken had vragende teffens welke poinc-an „ten wij voorte draagen hadden. Eerstelijk hielden wij zijn Ho:t voor de voorreg„ „ten en prerogative die de Comp: in het sammorijnse rijk„ heeft als den vrij en handel door het geheele land en de vrijheijd om logies opteragten tot het opslaan den Negotie hebbende en nedergezet zijnde, zo ordonneerde zijn Hot de geene die binnen waaren nabuijten tegaan excepto de perzoon die Hem waaijde, en liet teffens binnen komen de voormelde Medij Alijchan, aan wien Wij ge„ „lijk voorzegt de zaaken der Hollanders had opge„ en „draagen waarna wij digte bij hem moesten komen 'e zitten. hebbende wharen 135 Wharen, zo te Pananij Calicoet als elders met verzoek dat zijn Ho:t als overwinnaar van het Cammorijns rijk voorsz: oude voorregten gelieve te bevestigen Tweedens verzogten wij in vriendelijk terman dat zijn Ho:t ook order gelievde testellen dat geene zijner troupen op de landstreek van Chettua, en Cranganoor (als onder 's Comp:s heerschappije staande voortaan meer komen, zo min als op eenig ander territoir van d' E Compagnie ter voorkominge dat 'sComp:s landen niet weder werden gemolesteerd gelijk onlangs geschied is, en dat uw. . . . .. gaarne wilden vertrouwen dat zulks buijten voort „kennisse en ordre van Hem Nabab gedaan is, en uijt dien hoofde best gedagt heeft de beswaarnissen der waa „gens tot deze geleegendheijd uijtgestelt telaten. Derdens vertoonden wij zijn Hot: in vriendelijk „heijd dat het Cranganoorse koningje onder de speciaa„ le protectie vand' EComp: staande onlangs ook veel aanstoot def geleeden heeft en hoopte dat zo goed zal weezen hiertegen inden aanstaande te voorzien Op welk eerst poinct de vorst repliceerde, dat het eene geringe zaak was en dat uijt hoofde Hij Nabak een vast voorneemen hadde om met de Hollandse Comp: in een opregte en waare vriendschap te leeven niet alleen op Pananij en Calicout maar door zijn geheele land alle vrijheeden aan de Comp: permitteerde en betreffende de twee andere articuls gaf Hij ten antwoord ordre te zullen stellen dat voortaan niets van die natuur meer geschieden zoude en dat de Comp: daar verzeekerd van kon zijn. Verder gaven zijn Ho:t te kennen dat deezer dagen twee sweemastige vaartuijgen en ses galwets van zijn Ho:t aldaar ter rheede gekomen zijnde het Hoofd der zelve zig zeer onvriendelijk heeft gedraagen en veele moeijelijkheeden veroorzaakt als hebbende alle vaartuijgen van de zuijd en Noord na Cochim ko„ „mende laten opvangen, dezelve gevisiteerd en ver„ „volgens wel weder gelargeert; dog zelden zonder het een of ander van Haar te begeeren, welke gedoente strak„ „kende geweest is, tot nadeel van de vaart en Handel van en na Cochim behalven dat ook d'agting van d' EComp: daar door geledeert is geworden dat het ook ten eenemaal ongevoeglijk is, dat de zee magt van eene moogentheijd op de Custen van een ander daar ze mee¬ „de in vriendschap leevd, diergelijke dingen pleegd aan„ handeldrijvende Naties die met zijn Hot: in geen openbaare vijandschap zijn, en dat zulks nog minder= op de rheede mag plaats vinden: Dat ook voorm: Esquader van de rheede vertrocken zijnde ook heeft kunnen goed vinden een vaartuijg voorzien met een pas van de Hollandse Compagnie besuijden de Cochimse rheede te doen ophaalen onder voor„ „geeven dat dat hij Nabab het ijzer dat daar in was, benoodigde en daarom aan zee voogd moest ver „kogt werden, en dat hetzelve bij aanwaezen van den Eerstgeteekenden welgebeurt is; dog dat hij niet werp of dat vaartuijg vervolgens gelaugeert dan wel meede genomen is, met verzoek dat zijn Ho:t: ordre gelievde Comp:e te
English
to ensure that such unfriendly acts should occur no more, in order to prevent the disasters that could arise therefrom, just as already, though through a misunderstanding, a battle took place between the aforementioned squadron of His Highness and the Portuguese, of which there were also witnesses. The Nabab, shaking his head over this, declared that the reported incident had occurred without his orders and knowledge, adding that he was sorry for it, and that your honors could be assured that he would issue such orders that similar injustices would not happen again; and if one of his chiefs should dare to undertake such a thing again, that he will have such a person's head laid at his feet as an example to others. Furthermore, seeing that His Highness left the continuation of the conversation to us and showed himself to be very friendly, we brought up the chapter of arms and munitions and gave His Highness to understand that we did not doubt but that the Honorable Company would gladly accommodate him with some arms and munitions if His Highness, on his part, would also be willing to accommodate the Honorable Company with the country's products in a manner that may serve to mutual satisfaction and advantage, and that His Highness could correspond about this with your honors in order to understand each other's views more closely and clearly; which seemed to be agreeable to the Nabab, and he replied that he would write to your honors about what he needed, adding that he, on the other hand, would accommodate the Company with as much rice, sandalwood, cardamom, and other goods as the Honorable Company desires and his country produces, with the promise that if he can come to an agreement with the Company, the Honorable Company shall have preference over other European nations; of all of which we undertook to give a proper report upon our return to Cochim. On this occasion we made His Highness understand the nature of the Dutch, namely that they seek to live in peace and friendship with everyone, and always maintain strict fidelity toward their special friends and allies, to whom they gladly render all accommodations and service, while in these regions, as far as concerns themselves, they primarily aim only to carry on and promote their trade by honest and proper means; in which it appeared to us that he took much pleasure. Whereupon the Nabab, through the aforementioned Medij Alijchan, made known to us the contents of the Coromandel letters, namely that its Governor had offered him his friendship, upon which he had sent the aforementioned person on a mission thither to speak orally about some points of alliance; but because the said Governor had replied to this that he must first write to Batavia about it, and could enter into no engagement with the Nabab before and until he had obtained orders to that effect, His Highness thereupon addressed himself to your honors and requested commissioners in order to declare also to them his good intentions and sincerity, in the confidence that the points proposed by the Nabab to His High Excellency the Right Honorable Governor General at Batavia may not only be approved, but serve toward an everlasting treaty of peace and friendship. Subsequently, His Highness said that he would have letters prepared both for His High Excellency the Right Honorable Governor General at Batavia and for your honors, and as soon as they were ready, deliver them to us and grant our leave to return to Cochim. We expressed our gratitude to His Highness, and herewith this conference came to an end. Regarding the points mentioned in the aforementioned instructions, both in respect to the Kings of Trevancoor and Cochim, the sequestered lands of the King of Sammorijn, and the dispatch of commissioners from the other foreign European nations, His Highness made not the slightest mention, and for that reason we also left them untouched; which we hope will meet with your honors' approval; as also that we did not give the proposed presents for the first minister to him, for the reason that this statesman no longer seems to be in the Nabab's favor as before and could do nothing to the advantage of our affairs, but that we handed them over to the repeatedly cited Medij AlijChan, who, as said before, was employed for that purpose. After having been to His Highness four more times without obtaining anything regarding our departure, he finally let us know on the 5th of this month around 9 o'clock in the morning to come to him, which also took place. Having made the customary salaam and seated ourselves, His Highness asked whether we were ready to depart, to which we answered yes; whereafter he delivered to us two letters, namely one for His High Excellency the Right Honorable Governor General at Batavia and one for your honors, together with some presents, adding that we should deliver both to your honors upon our arrival at Cochim, and requesting that your honors have the goodness to send the former to the capital by the first opportunity in order to obtain a speedy reply thereto. Furthermore, His Highness also requested that your honors have the goodness to write to Ceylon on behalf of His Highness for 4 to 6 elephants of the largest kind, and if they are to be had, to let him know so
Dutch transcription
136 te stellen dat zulke onvriendelijke bedrijven niet meerder exteeren ter voorkominge van de onheijlen die daaruijt zoude kunnen ontstaan gelijk bereeds hoewel door mis verstand een Gevegt geschied is, tusschen meerm: Esquader van zijn Ho:t en de Portugeezen en dat daar ook getuijgen van geweest zijn. Den Nabab schuldende hier over het hoofd en betuijgde dat het gerecteerde buijten zijn order en voorkennis geschied is met bijvoeging dat het Hem leed was, en dat uw. . . . . . . verzeekert konde weezen, dat zij zodanige ordres zoude stellen dat dier„ „gelijke onbillijkheeden niet meerder en gebeuren en wanneer een zijner Hoofden zulks wederom durv¬ „de onderneemen dat wij zo een het hoofd voor de voeten zal laten leggen tot exempel voor anderen. Wijders ziende dat zijn Ho:t: het vervolg van het gesprek aan ons verliet en zig zeer vriendelijk toonden, ze bragten wij op het chapiter van wapen goederen en gaven zijn Ho:t tekennen dat wij niet twijffelde of d EComp: zoude hem wel niet wat wapen goederen gerieven indien zijn Hoog„ „heijd van zijne zijde d' ECompagnie ook zoude willen doen gerieven met 'slands producten op een wijze die strekken kan tot wederzijds ge„ noegen en voordeel en dat zijn Hot: daarover met uw. . . . zoude kunnen Correspondeeren ten eijnde malkanders meninge nader en duijde„ „lijker te verstaan het geen den Nabab aangenaam scheen te zijn en diende in antwoord dat het geene Hij benoodigd had aan uw. . . . . zoude schrijven met bij voe„ „ginge, dat stij daarentegen de Compagnie met zoo veel Rijst, sandelhout Cardamom, en andere Goederen meer die d'E Compagnie begeert, en zijn land voor„ „brengt zoude gerieven met belofte, dat wanneer Hij met de Compagnie kan over eenkomen, D'E: Comp: boven anderen Europeeze naties de praeferentie zal hebben, van welk een en ander wij aangenoomen hebben, bij onze terug komste op Cochim behoorlijk verslag te zullen doen. Bij deeze geleegendheijd deeden wij zijn H: begrijpen, de ge-artheijd der Hollanders nament„ „lijk dat zij met ider in vreede en vriendschap zoeken te leeven, en altoos een naauw gezette trou„ „we houden tegens hunne bijzondere vrienden en bondgenooten, aan dewelke zij gaarne alle gerief„ „lijkheeden en dienst bewijzen, terwijl zij in deeze gewesten, van hun zelven aangaat, voornamend„ „lijk b'oogen, om alleen hunnen handel door eer„ „lijke en betamelijke middelen voorttezetten en te bevorderen; waarinne het ons toescheen dat Hij veel genoegen nam. Waarop Hij Nabab ons door meerm: Medij Alijchan tekenne liets geeven den inhoud der Cor„ „mandelse brieven, namendlijk dat dies Gouver„ „neur Hem zijnen vriendschap had aangeprezenteerd en waarop hij voornoemde perzoon in Commissie na derwaarts had gezonden om over eenige poinc„ „ten van alliantie mondeling te spraeken dog door dien hier op van gem: Gouverneur g'antwoord was dat Hij „ginge eerst 137 eerst na Batavia daarover moest schrijven, en geen engagement, met Hem Nabab konden aangaan voor, en al eer Hij daar toe order bekomen had, zijn Ho:t als doen zig bij uw. . . . . . heeft ge-af„ „dresseert en Gecommitteerdens verzogt ten einde aan dezelve zijn goede meening en welmeenent„ „heijd ook te verklaaren in dat vertrouwen dat de poinc„ „ten door Hem Nabab aan zijn Hoog Edelheijd den Wel Edelen Groot Agtbaaren Heer Gouverneur Ge„ „neraal te Batavia voorgedraagen niet al„ maar „leen ge-approbeert „ tot een eeuwig duurend verbond van vreede en vriendschap zullen mogen strekken. Vervolgens zegde zijn Ho:t: dat Wij brieven zo voor zijn Hoog Edelheijd, den wel Edele Groot Agtbar„ „Heer „re „ Gouverneur Generaal te Batavia als voor uw. . . . . in gereedheijd zoude laten brengen en zo dra die klaar waaren ons dezelve overhan„ „digen en onze peche weder na Cochim verleenen zoude= wij betuijgden zijn Ho:t onze dankbaarheijd en hiermee„ „de nam deze de Conferentie een eijnde. Aangaande de poincten, bij meerm: Jnstructie vermeld zo ten reguarde van de Koningen van Jrevan„ „coor en Cochim de gesequestreerde Landen van den ko: van sammorijn, en de bezending van Gecommit„ „teerdens der andere vreemde Europeze naties heeft zijn Ho:t geen de minste mentie gemaakt en uijt dien hoofde hebben wij dezelve ook onaangeroert gelaaten; Het welk verhoopen van uw. - -. - approbatie zal zijn zoomeede, dat wij de geprojecteerde Geschenken voor de eer„ „ste minister niet aandenselven hebben afgegee„n „ven om reeden die staatsman niet meer gelijk bevoo„ „rens in 's Nababe Gunst schijnt teweezen en nopens onze zaaken niets ten voordeelen heeft, kunnen doen maar dat wij dezelve aan meer Gecitteerde Medij AlijChan / dewelke gelijk voorzegt, daar toe ge-emploij en „eert is geworden / hebben afgelangt. Na nog vier keeren bij zijn Ho:t geweest te zijn zon„ „der iets weegens, ons vertrek te obtineeren liet Hij ons eijndelijk op den 5: deezer 'smorgens omtrend 9. uuren weeten, om bij hem tekomen, het welk ook geschiede: na het ordinair slam gemaakt en ons nedergezet hebbende, zo vroeg zijn Ho:t of wij gereed buij waaren om te vertrekken, het welk met ja de-ant„ „woorden, waar na tij ons intrageerde twee brieven n als een voor zijn Hoog Edelheijd, den welEdele Groot Agtbaaren Heer Gouverneur Generaal te Bata„ „via en een voor uw. . . . . nevens eenige Ge„e „schenken met bijvoeging om het een en ander bij onze komst op Cochim aan Hoogst Dezelve te overhandigen, en met verzoek dat uw. . . . . de ins„ goedheijd gelievd te hebben eerstgem: per eerste ge„ van „leegendheijd na de hoofdplaats te verzenden ten ar= einde een spoedig antwoord daarop te erlangen: Wijders verzogt zijn Hot: ook dat uw.... . . de goedheijd gelievd te hebben voor zijn Ho=t na en Ceijlon te schrijven, om 4. â 6: Eliphanten van de grootste zoort, en als die te bekomen zijn Hem zoo zulks
English
to distribute such; whereupon he would then send his people along with the cost thereof to Cochin or Nagapatnam (from where it can best be collected); finally His Highness also requested that your honor would please accommodate him with 50 shipwrights and blacksmiths in order to build two or more ships at Calicut, for whose collection his admiral would be sent to Cochin with the necessary money; all of which we undertook to make known to your honor. After being presented with a gift by His Highness, and being offered a little sandalwood oil and betel, we took our leave, and after having exchanged the ordinary compliments we departed for our residence; it being at midday. We immediately had the baggage packed and undertook the journey at 2 o'clock in the afternoon, while we subsequently, after having endured many fatigues, arrived at Calicut on the 13th following at twelve o'clock at night, from where we departed again by sea on the 16th and having arrived at Chettua the next day, had to tarry there until the people and the goods had arrived, whereupon on the 20th we again undertook the journey from there, and today have returned inside this city. We hope in this our commission to have complied with the much-honored intentions, etc. In the letter to me, His Highness says that he would cause to be handed over to the said commissioners, for my information, a copy of what he writes to Batavia, which however was neglected; at least the commissioners have assured me that they obtained no copy from the Nawab. But Commissioner Saffin has given me a copy thereof, which he, upon his special request and for his own speculation, without instructions from the Nawab, managed to obtain from a French officer whom the Nawab used to write the aforementioned two letters. The commissioners who, on account of the illness and endured fatigues of the coolies, came by sea with a small native vessel from Calicut to Chettua, experienced such heavy downpours of rain that the vessel was almost constantly full of water, so that, the writing box of Commissioner Saffin having filled with water, both letters were very disordered and entirely soaked, so that I had to decide to open the Batavia letter immediately in order to dry the sheets, without which they would have been illegible upon receipt at Batavia, as the sheets, due to the gluey substance of the Surat paper, adhered to one another, but, being not yet entirely dry, could be separated from one another. The aforementioned letter with its enclosures, of which I have caused a copy to be made in the French language in order to send the same with the duplicate of this, accompanies this as well as the copy of what Saffin obtained, as this latter may serve for some further clarification of the Batavia letter, which in one place is somewhat faded and in another place somewhat obscurely written. According to the translation that was made here of the aforementioned letter, it reads as follows: Sir! To Sir, The Honorable Petrus Albertus van der Parra, Governor-General of the Indies on behalf of the Honorable Dutch Company at Batavia. The friendship that has long existed between your esteemed Company and me will cause me to seek all possible means to maintain it, just as I am assured on the part of your Company, Sir, that you will not seek to break it. Your interests and mine must henceforth be the same. I make known to you that the Honorable Gentleman of your Company, Mr. Adriaan Moens, has sent to me the gentlemen Samuel Constantin Saffin and Carel de Riberto with orders to treat with me and to settle matters concerning your Company; and since their arrival, my affection for the same has increased. Their arrival has given me a real satisfaction. Previously Mr. van Vlissingen, Governor of Nagapatnam, had begun to treat about these matters and spoke about them in 1774 with my envoy Madij Alikan, who gave my letter together with a copy of the matters concerning those with which they are charged.
Dutch transcription
138 zulks tebedeelen; als wanneer Hij dan desselvs volkeren nevens het kostende van dien na Cochim of Na„ „gapatnam (van waar het best afgehaald kan worden) zenden zoude; eijndelijk verzogt zijn Ho:t ook, dat uw. . . . . . Hem gelievde te gerie„ „ven 50. scheepstimmerlieden en smits ten eijnde op Calicout twee of meerder scheepen te bouwen ter welker afhaal zijn zeevoogt met de benoodigde penn: na Cochim stond gezonden tewerden; welk een en ander wij aannamen uw. . . . . tezul„ „len bekent maken. Heer na door zijn Ho:t: met een prezent beschon„ „ken, een wijnig sandelolij en beetel geprezenteerd zijnde kraegen wij ons afscheijd, en na over en weeder het ordinair Compliment afgelegt te hebben vertroc„ „ken wij na onze woonplaats; zijnde het op de middag Lieten ten eersten de bagagie in packen en namen de reijs om 2: uuren na de middag aan, terwijl wa vervolgens na veele fatieges uijtgestaan te hebben op den 13: daaraan 'snagts om twaalf uuren op Cali„ „cout arriveerden van waar den 16: over zee waeder ver„ trokken en 's anderdaags op Chettua aangekomen zijnde, aldaar moesten vertoeven tot dat het volk en de Goederen gekomen was, wanneer als doen den 20: van daar weder de reijze aangenoo„ „men hebben, en Heden binnen deze stad gere„ „verteerd zijn Wij verhoopen in deeze onze Com= „missie aan de veel ge-eerde intentie &:a In de briev aan mij zegt zijn Hoogheijt, dat Hij aan gemelde Gecommitteerdens tot mijn narigt, zoude doen ter hand stellen, Copia van het geen Hij na Batavia Schrijft dat egter verzuijmd is; ten minsten de Gecommitteerdens hebben mij verzee„ kert dat zij geen afschrift van de Nabab erlangd hebben; Dog de Ge= „committeerde Saffin heeft mij een afschrift daarvan gegeeven, het geen Hij op zijn bijzonder ver„ zoek en tot zijn eijge speculatie buij¬ „ten last van den Nabab had weeten te verkrijgen van een frans offi¬ „cier die de Nabab tot het schrij „ven der voorschreevene twee brie „ven gebruijkt heeft. De Gecommitteerdens die wegens de ziekte en uijtgestaane fatieques van de Coelijs met een klijn inlands vaar¬ „tuijg over zee van Calicut tot na Chittua gekomen zijn, hebben toen zulke zwaare stort reegens gekreegen dat het vaartuijg bij na gestadig vol Jn water 139 om met mij te handelen uw Comp: en zedert hun„ toegeneegentheijd voor „na komste is mijne water was, zo dat het Schrijflaadje van de Gecommitteerde Saffin volgeloo= „pen zijnde beijde de brieven zeer on= „tranponeerd en ten eenemaal nat geworden zijn, zo dat ik moest beslúij¬ „ten, om de Bataviase Brief ten eersten te openen, ten einde de vellen te doen droogen, zonder welk zij bij ontfangst te Batavia onleesbaar zoude geweest zijn, alzoo de vellen door de Lijmagtige stof= „fe van het suratspapier aan elkan= „der gekleevd dog nog niet geheel droog „kunnen zijnde van elkander hebben „ geligt worden voorsz: briev met haare bijlagen waarvan ik in de franse taal afschrift hebbe doen neemen om dezelve met het dupt: dezes te verzenden gaan hiernevens zo wel als het afschrift van geen saffin gekreegen heeft, alzo dit laatste voor de Bataviase briev die op eene plaats wat uijtgegaan en op d'andere plaats wat dúij¬ „ster geschreeven is tot eenige meerder op= „heldering dienen kan. volgens de vertaaling die Hier van voorsz: briev gemaakt zijn luijden dezelve als volgt De vriendschap welke zedert lange bestaat tussen uw aanzienelijke Maatschappij en mij, zal mij naar alle mogelijke middelen doen uijtzien om ze te hand,en „haaven gelijk ik verzeekert ben van de zijde van uw Maatschappij Mijn Heer dat gij niet zoeken zult om ze te breeken. uw belangens en de mijne moeten voortaan dezelvde zijn. Jk doe uw weeten dat d' Edele Heer van uw Comp: Mijn Heer Adriaan Moens aan mij komt, te zenden de Heeren Samuel Constantin saffin en Carel de 't Bij het afschrijft staat: Riberto met ordre om met mij te handelen en hun„ gegeeven wegens de zaaken die ze gelast zijn voor heen had Mijn Heer van Vlissingen Gou¬ „verneur van Nagapatnam begonnen over deeze zaaken te handelen en heeft daarover gesprooken in 1774. met mijn zendeling Madij Alikan, dezelve vermeerdert met mij afte doen. mijn briev benevens een afschrift van het overzaaken rakende „ ne komst heeft mij een werkelijke voldoening Mijn Heer! Aan Mijn Heer De Heer Petrus Albertus van der Parra, Gouverneur Generaal van Jndien van weegens d' Edele Hollandse Comp: te Batavia. aan die
English
140 Beside the copy is written: and to fulfill the intentions that prompted My Lord Adriaan Moens to send to me the gentlemen Saffin and de Riberto. who made known to him my way of thinking on the subject of the negotiation, which is now resumed again by My Lord your Governor of Cochim, and I am assured, My Lord, that the aforementioned Lord of Vlissingen will have imparted to you the matters negotiated in various audiences which he granted to my ambassador. It is on account of these negotiations that I write to you to make known to you my goodwill to support your aims, as well as those of the gentlemen Samuel Constantin Saffin and Carel de Riberto, envoys of your Company, who acquitted themselves before me with so much modesty and intellect regarding what they were ordered to negotiate with me, that I request of you, My Lord, to kindly bear them in mind for good when there shall be an opportunity to reward and promote them as they deserve. The interest, I repeat, of your Company and mine requires that we be closely allied, in order to prevent your and my enemies from undertaking disturbances against either the one or the other, just as Machmet Alikan has done regarding your trading post situated at Naoer in the kingdom of Jansjaoer, a possession which you had lawfully obtained and in which no one was justified in disturbing you, as it was purchased with money. My astonishment, allow me, My Lord, to say it to you, is very great to see that you have not sought by any means to retake possession of the colonies that were wrested from you; whether by way of negotiations or by means of actions if the former proved to be insufficient. Your Company could make use of the power that it has distributed across a great multitude of trading posts which it possesses in the Indies; it lacks neither war supplies nor money to be able to wage a long and bloody war, but it perhaps has its own reasons for not having come to this extreme. Fame will undoubtedly have made you aware of the fortunate manner in which Providence has brought me to conclude the wars which I was forced to wage against the English and against the Marattas, and how on many occasions I showed them the power of my arms through the victories which I achieved over them, compelling them to sue me for peace. If I could now see your Company allied with me through a well-secured treaty 141 Beside the copy is written: and you send me the articles and agreements according to the prescribed form of the articles that your Lordship seems to wish, and the contents of those which I enclose herein, in order to grant us mutual assistance, then I believe that no one would dare to disturb either the one or the other of us in the peaceful possession of our states. from Patanna the 26th of the month Moroum of the Year Hegira of the flight 1189. treaty, according to what you have made known to me of your intention, and you send me the articles of the aforesaid alliance with the customary and required formalities according to the draft of the articles enclosed herein, then by granting each other mutual aid we can defy all our enemies. No one would wish to disturb us in the peaceful possessions of our states. As soon as this shall be received by you, I pray you, My Lord, with all the dispatch that can depend upon you, to send to me the alliance that we are to enter into, signed by you, My Lord, as well as by the Gentlemen of the Council and sealed with the arms of your Company, so that I may confirm it with my signature and likewise have it sealed with my arms. I shall always and with the greatest sincerity be the friend and protector of your person. My Lord! Your faithful friend, The Nabab Heder Alikan Bader. List of the goods sent as a present for My Lord the General: A jericaul of precious stones, a padaque or diamond necklace, a pearl necklace, two rings with brilliants, a piece of fabric for a turban, two pieces for a robe or Moorish cabai, a piece for a sash, a piece of kinkhob or brocade from Suratte. Articles of the alliance regarding which the Dutch Company wishes to negotiate with the Nabab Heder Ali kan Bader. Art. 1: If the Nabab Heder Alijkan Bader finds himself involved in war and asks for aid from the Dutch Company or from its representative in the Indies, it shall be obliged to grant it, as well as war supplies. Art. 2: Likewise, if the Dutch Company is attacked and asks for aid, the Nabab shall be obliged to grant it to them. Art. 3: After the concluded peace between us and the English, it is established in the contract signed by His Majesty the King of Great Britain that we shall undertake nothing against one another. If the English on their part do not undertake to me
Dutch transcription
140 # Bij het afschrift staat: en te voldoen aan d'oog„ „merken die Mijn Heer Adriaan Moensbe„ „woogen hebben, om aan mij tezenden de Heeren saffin en de Riberto. die hem heeft te kennen gegeeven mijne wijze van denke op het onderwerp der handeling, die nu weder hervat word door Mijn Heer uw Gouverneur van Cochim en ik ben verzeekert Mijn Heer dat Gem: Heer van Vlissingen uw zal hebben bedeelt de dingen verhandelt in verschijde audienties, die Hij aan mijn Ambassadeur heeft ver„ „leent. Hot is wegens deeze onderhandelingen dat ik aan uw schrijf om uw te kennen tegreven mijne goede wil om uwe oogmerken te ondersteuren, als meede die van de Heeren Samuel Constantin Jaffin en Carel de Riberto afgezanten van uw Maatschappij, en die zig bij mij met zo veel beschijdentheijd en verstand gequeeten hebben van het geene ze ordre hadden met mij te verhandelen dat ik uw verzoek Mijn Heer om Hun ten goede indagtig te willen weezen wanneer er geleegendheijd zal zijn om hun te kunnen beloonen en bevorderen zo als ze verdienen. Het intrest, ik herhaale het, van uw Comp: en het mijne vorderen dat we naauw verbonden zijn, ten einde uwe en mijne vijanden te beletten om ver„ „stooringen tegens den een of den anderen te ondernee„ „men, zo als Machmet Alikan heeft gedaan om„ „trent uw Comptoir te Naoer geleegen in het koning „rijk van Jansjaoer eene bezitting die gij regtma„ „tig verkreegen had en in de welke niemand gewet„ „tigt was om uwe te ontrusten wijlze met geld gekogt was. Mijn verwondering, vergunt mij MijnHteer dat ik het uw zig, is zeer groot van tezien dat gij door gee„ „nerhande middelen gezogt hebt om te herneemen de bezitting der Colonien, die uw zijn afgedwongen; het zij bij weege van onderhandelinge of door middel van daaden zo de eerste bleeken niet toerijkende te zijn. uw Maatschappij konde gebruijk maaken van de magt, dieze verspreijt heeft op een groote meenigte van Comptoiren, welke ze in Jndien bezit; haar manqueert nog oorlogs behoeftens nog Geld om een lange en bloedigen oorlog te kunnen voeren, maarze heeft misschien voor haar zelve reedenen om niet gekomen te zijn tot dit uijterste De faam zal uw ongetwijffelt hebben doen ken„ „nis krijgen vande gelukkige wijze waar op de voor„ „zienigheijd mij heeft doen ten einde brengen de oorlogen die ik genoodzaakt geweest ben te voeren tegens de Engelschen en teegens de Maratten en hoe ik in veele geleegentheeden hen heb doen zien de magt van mijne wapenen door de over„ „winningen, die ik op hun heb behaalt en hun genoodzaakt hebben mij om de vreede te vraagen. Jndien ik nu uw Maatschappij met mij konden zien verbonden door een wel verzeekert gekogt traktaat 141 Artikelen van het schijnt te wenschen en den inhoud der geene die ik hier insluijt ten einde ons een onder„ „linge hulp te verleenen dan geloove ik dat zig onderstaan om den een te ontrusten in de vreed„ „zaame bezitting van onze staaten. tikels en overeenkom„ uijt Patanna den 26:sten van de maand Moroum van het Jaar Gagire / der vlugt/ 1189: traktaat volgens het geene gij mij hebt doen weeten van tBij het afschrift staat: uw voorneemen en gij mij zend de Artikels van voorsz: en gij mijzend de ar„ verbond met de gewoone en vereijste plegtigheeden vol„ „sten naar het voorschrijft „gens het opstel der artikelen in deezen ingeslooten dan kunnen we door malkanderen onderlinge hulp te verleenen alle onze vijanden uijttarten niemand zoude willen, van ons te stooren in de vreedzaame bezittingen Zodra deeze bij uw zal ontfangen zijn bidde ik uw mijn Heer met alle de spoed die van uw af„ „hangen kan aan mij tezenden het verbond dat we moeten aangaan, geteekend door Uw Mijn Heer als meede door de Heeren Raaden en verzeegeld met de Waapens van uw Comp:e op dat ik het bekragtige met mijn handteekening en insgelijks met mijne wapens doe verzeegelen. Jk zal altoos en met de grootste opregtheijd zijn de vrienden de beschermen van uw Perzoon. Mijn Heer! uw Getrouwde vriend De Nabab Heder Alikan Bader volgens het geene gij of den anderen van ons van onze staaten Lijste der Goederen gezonden tot Geschenk voor Mijn Heer de Generaal. Een Jericaul van Gesteentens, Een Padaque, of Hals Cie„ „raad van diamant, een Hals Cieraad van paarlen twee ringen met brillanten, een stuk tot een tulband twee stukken tot een rok of moorse kabaaij, een stuk tot een middelband, een stuk Guinkube of Desteleer van Suratte. Art. 3. Na de geslootene vreede tusschen wij en de Engelschen is in het Contract, geteekend door zijn Majesteijt de Koning van Groot Brittanien, vastgesteld, dat we niets tegens malkanderen onder„ „neemen zullen. Bode Engelschen van hunne zijde niet onderneemen mij Als de Nabab Heder Alijkan Bader zig ingewik„ „kelt vind in oorlog en dat wij hulp vraagt vande Hollandse Comp: of van Haar reprezentant in Indien zal hij verpligt zijn die tegeeven, als meede oorlogs behoeftens. Art: 2. Insgelijks zo de Hollandse Compagnie word aangetast en dat ze hulp vraagt zal de Nabab verpligt zijn haare die te geeven. Art: 1: verbond, waarover de Hol= „landse Compagnie wil handelen met den Nabab Heder Ali kan Bader Artikelen te .
English
141 Articles of the treaty according to what you have had me informed you seem to wish, and you send me the articles and the contents of those which I enclose herein, in order to grant each other mutual assistance; then I believe that no one would dare to disturb either of us in the peaceful possession of our states. From Patanna, the 26th of the month of Moroum of the Year Hegira of the Flight 1189. In the copy is written: your intention, and you send me the Articles of alliance with the usual and required solemnities, according to the draft of the articles enclosed herein, then through mutual assistance we can expel all our enemies, and no one would wish to disturb us in the peaceful possession of our states. As soon as this is received by you, I request you, Sir, with all the dispatch that may depend thereon, to send to me the treaty we are to enter into, signed by Your Honour as well as by the Gentlemen of the Council and sealed with the arms of your Company, so that I may confirm it with my signature and likewise have it sealed with my arms. I shall always and with the greatest attention be the friend and protector of your person. Sir! Your faithful friend, The Nawab Hyder Ali Khan List of Goods Sent as a Present for the Lord General: A sarpech of jewels, a padague or breast ornament of diamonds, a neck ornament of pearls, two rings with brilliants, a piece for a gown, two pieces for a coat or Moorish cabaya, a piece for a waistband, a piece of kincob or dastarkhan of Surat. Art. 1. Articles of alliance concerning which the Dutch Company wishes to negotiate with the Nawab Hyder Ali Khan Bahadur. If the Nawab Hyder Ali Khan Bahadur finds himself involved in war and asks for assistance from the Dutch Company or from its representative in India, he shall be obliged to provide it, as well as war supplies. Art. 2. Likewise, if the Dutch Company is attacked and asks for assistance, the Nawab shall be obliged to provide it to them. Art. 3. After the peace concluded between me and the English, it is established in the contract signed by His Majesty the King of Great Britain that we shall undertake nothing against each other. If the English on their part do not undertake to disturb me in my states, then I likewise cannot disturb them in theirs. If in the course of time Muhammad Ali Khan Mahomet Ali Khan seeks to break the peace through ambiguities, the Dutch Company shall be obliged to grant me assistance; the same shall apply to me with regard to it in such circumstances. 142 Art. 4. Likewise, I oblige myself to deliver to the Dutch Company the troops that shall be requested by it or its representative. Art. 5. I oblige myself to pay to the European soldiers sent to my assistance fifteen rupees each per month, and to the sepoys seven and a half rupees, as well as to the officer as much as the Lord General shall determine. Art. 6. The Dutch Company shall in like manner pay to the men sent by my order to its assistance fifteen rupees per month for each horseman and seven and a half rupees for each infantryman. Art. 7. The soldiers requested by me shall be sent by order of the Lord Governor-General. 143 Art. 8. In payment for the goods mentioned in article 9, I ask that the Dutch Company shall cause to be delivered to me cannons and cannonballs, etc. In the copy is written: Cannonballs and other war supplies requested. Art. 9. The articles stipulated above being accepted, I oblige myself to cause to be delivered to the Dutch Company all the rice, cardamom, and sandalwood that are to be obtained from the produce of my country of Coorg. To Mr. Adriaan Moens, Governor on behalf of the Dutch Company at Cochin. Sir, The letter which Your Honour wrote to me with Messrs. Samuel Constantin Saffin and Carel de Riberto has been duly delivered to me, and these gentlemen have informed me of the perfect well-being that Providence grants you. For many years and until now I have always maintained friendship with your Governor-General of Batavia, and by means of the gentlemen whom you have sent to me to negotiate with me, I also have the satisfaction of establishing friendship with you. The said gentlemen have handed over to me all the gift goods given to them by Your Honour for me, according to the list that you sent me.
Dutch transcription
141 Artikelen van het volgens het geene gij schijnt te wenschen en gij mijzend de ar„ en den inhoud der geene die ik hier insluijt ten einde ons een onder„ „linge hulp te verleenen dan geloove ik dat zig onderstaan om den een te ontrusten in de vreed„ „zaame bezitting van onze staaten. of den anderen van ons van onze staaten uijt Patanna den 26:sten van de maand Moroum van het Jaar Gegire /der vlugt/ 1189: t Bij het afschrift staat: uw voorneemen en gij mij zend de Artikels van verbond met de gewoone en vereijste plegtigh „sten naar het voorschrift „gens het opstel der artikelen in deezen ing dan kunnen we door malkanderen onder hulp te verleenen alle onze vijanden uij niemand zoude willen, van ons te stooren in de vreedzaame bezi Zodra deeze bij uw zal ontfangen zijn uw mijn Heer met alle de spoed die van d „hangen kan aan mij tezenden het verbon we moeten aangaan, geteekend door Uw MM als meede door de Heeren Raaden en verze de Waapens van uw Comp:e op dat ik het be met mijn handteekening en insgelijks m wapens doe verzeegelen. Jk zal altoos en met de grootste op a zijn de vrienden de beschermen van uw Perz Mijn Heer! uw Getrouwde vriend De Nabab Heder Alikan traktaat volgens het geene gij mij hebt doen n tikels en overeenkom„ Lijste der Goederen Gezonden tot Ge¬ voor MijnHeer de Generaa Een Jericaux van Gesteentens, Een Padague, of „raad van diamant, een Hals Cieraad van p twee ringen met brillanten, een stuk tot een twee stukken tot een rok of moorse kabaaij, tot een middelband, een stuk Guinkube of Deste Suratte. Art. 3. Na de geslootene vreede tusschen mij en de Engelschen is in het Contract, geteekend door zijn Majesteijt de Koning van Groot Brittanien, vastgesteld, dat we niets tegens malkanderen onder„ „neemen zullen. Iode Engelschen van hunne zijde niet onderneemen mij Als de Nabab Heder Alijkan Bader zig ingewik„ „kelt vind in oorlog en dat wij hulp vraagt vande Hollandse Comp: of van Haar reprezentant in Indien zal hij verpligt zijn die te geeven, als meede oorlogs behoeftens. Art: 2. Insgelijks zo de Hollandse Compagnie word aangetast en dat ze hulp vraagt zal de Nabab verpligt zijn haare die te geeven. Art: 1: verbond, waarover de Hol= „landse Compagnie wil handelen met den Nabab Heder Ali kan Bader An te 3 „ 142 „3 te verstooren, in mijne staaten dan kan ik dezelve insgelijks in de hunne niet ontrusten. zoo in het vervolg van tijd Mamedelikan /:Mach„ „met Alikan:/ door dubbelzinnig„ „heeden de vraede zoekt te breeken zo zal de Hollandse Compagnie zig moeten verpligten om mij hulp te verleenen; het zal in zelver voegen met mij zijn ten aan= „zien van Haar in zulke gelee¬ „gentheijd Ik verpligt mij aan de Europeeze zoldaaten gezonden tot mijn hulp te betaalen elk vijfthien ropijen ieder maand en de Sipaijen seven en een halve ropij mitsgaders aan de officier zo veel als de Heer Generaal zal bepaalen. Art: 5: De Hollandse Compagnie zal in zelver Art. 4. Jnsgelijks verpligt ik mij om te leeveren aan de Hollandse Compa¬ „gine de troupen die door Haar of Haar Reprezen „tant zullen worden Art. 7. Art: 6: De door mij gevorderde mij Zoldaaten Zullen gezonden worden uijt ordre van de Heer Gouverneur Generaal voegen betaalen aan het volk gezonden door mijn order tot Haar hulp vijfthien ropijen 's maands voor elke ruijter en se„ ven en Een halve ropij voor el„ „ke infanterist voegen ge 261 Vn 3 8„ 2„ ver 143 t bij het afschrift staat: Canon ko„ „gels en andere oorlogs behoeftens gevraagt De Artikelen hier boven ge= „stipuleert aangenomen zijnde verpligt ik mij aan de Hollandse Compag¬ „nie te zullen doen lee= „veren alle de rijst, Car damom en Bandelhout die teneemen zijn uijt de voorbrengzels van mijn land van Corgue. Art: 9. Jn voldoening der Goederen bij art: d genoemt vraage ik dat de Hollandse Comp: mij zal doen leeveren Canons en kogels etc=a Art: 8: Aan de Heer Adriaan Moens. Gouverneur wegens de Hollandse Comp: te Cochim. Mijn Heer De briev die uwelEdele mij geschreeven heeft met de Heeren Samuel Constan¬ „tin Saffin en Carel de Riberto is aan mij behoorlijk bestelt en deeze Heeren heb¬ „ben mij geinformeert van de volmaak„ „te welstand die u de voorzienigheijd gunt zeedert veele jaaren en tot nu toe heb ik altoos vriendschap onderhouden met uw Gouverneur Generaal van Batavia en door middel van de Heeren die gij mij ge„ „zonden hebt om met mij te handelen, heb ik ook de voldoening van met uw t vriendschap te maaken. Gem: Heeren— hebben mij inhandigt alle de prezent¬ Goederen door uwelEdele aan Hem voor mij meede gegeven volgens de Lijst die gij mij gezonden hebt. Aan Al
English
Everything that you have requested of me through Messrs. Samuel Constantin Saffin and Carel de Riberto for your Company shall be fulfilled, God willing, as I seek only the means to keep myself closely allied with Her, should the Governor-General of Batavia see fit to conclude a treaty with me, the draft and the contents of the articles of which I have made known to him. I have sent several goods as a gift to Your Honour, as well as to your Governor-General. I pray Your Honour to send these to him as soon as it may depend on you, and likewise also my letter, so that I may receive his answer shortly; and as soon as I am informed of the ratification of my treaty, I assure you that an unbreakable friendship shall exist between your Company and us. My assistance in case of necessity will always be ready for Her protection, and the produce of my country, such as rice, cardamom, and sandalwood, shall be given to your Company before all others. The modest and sensible manner, as well as the conduct, with which Messrs. Constantin Saffin and Carel de Riberto have managed the interests of your Company, deserve that you pay some attention to them by writing to the Governor-General to grant them a gift as well as a more distinguished post. These are rewards which the trouble they have taken rightfully deserves, and which I pray you to request on their behalf. I am writing to your Governor-General of Batavia, and so that you may not be unaware of the contents, I shall hand a copy thereof to the ambassadors of your Company to communicate to you. Be assured, Sir, that I shall not fail to inform the Governor-General of the manner in which it appears that you attend to the interests of the Company you serve, and as often as I can be of any service to you, I shall always be ready to support your intentions. As soon as the negotiations begun by Messrs. Saffin and de Riberto are concluded, I shall grant them leave so that they do not lose the opportunity of the monsoon. Regarding the goods that I send you as a gift, you will give me great satisfaction by letting me know of their receipt, and be assured, Sir, that I have such a particular esteem for your merits that I am ready to give you proofs thereof on all occasions. You may therefore dispose of us with full confidence. I remain with the most perfect esteem. From Patanna, the 27th day of the month Moroum of the year of the Hegira (of the Flight) 1789. List of presents sent to the Governor of Cochin: A diamond ring, a piece of Mutubie for a turban, two similar pieces for a coat or a Moorish cabaye, a piece of white shawl, and a piece of Quinkube or brocade, a chestnut Arabian horse, and a black Turkish horse with white spots. The Nabob Hyder Ali Khan Bahadur. However, because in the copy that Saffin gave me I find a small difference here and there, I have indicated the same in the margin for Your High Excellencies' consideration. It seemed to me somewhat curious at first that the Nabob now writes in French, and so I inquired further about the person who wrote the letters for him, and I am informed that it is a Frenchman from Pondicherry, currently a subaltern officer in the service of the Nabob, who was used for this, as it seems, more by chance than out of custom to be used in such matters; so that I think one should not understand these and those expressions in the Nabob's letter as well as in the contract in too literal a sense—for example, that we should promise him our aid in case he might be involved in war, and thus without specifying whether the war was started by himself or not, whereas according to article 2 he would only owe us aid if we were attacked by others, as the 6th article, among others, provides proof of these thoughts of mine, since the Nabob stipulates thereby that
Dutch transcription
144 „monde Al wat gij mij bij vande Heeren Sa „muel Constantin Jaffin en Carel de Riberto voor uw Comp: hebt doen vraagen zal ver„ vult worden zo het god belieft, wijl ik alleen zoek naar middelen om mij met Haar naauw verbonden te houden indien Mijn Heer de Generaal van Batavia goetvind om met mij tesluijten een verbond waarvan ik Hemkend het opstel en den inhoud der artikelen Jk zond tot Geschenk verscheijde Goe= deren aan uwel Edele als ook aan Mijn Heer uw Generaal. Deeze bidde ik uw Edele zo spoedig als dat van uw afhangen kan aan hem tezenden, en insgelijx ook mijn briev op dat ik zijn antwoord binnen korten kan erlangen en zo spoedig als ik zal zijn ge= informeert van de bekragtiging van mijn verbond verzeekenr ik uw dat 'er een onver„ „breekelijk vriendsz: tusschen uw Comp:e en wij bestaan zal; mijn bijstand ingevalle van noodzaakelijkheijd zal steeds gereed zijn tot Haar bescherming en de voorbrengzels van mijnLand, als rijst, Cardamom en zandelhout zullen aan uw Comp: gegee„ „ven worden voor alle andere. De beschijdene en verstandige wijze mitsgaders het beleijd, waarmeede de Heeren Constantin saffin en Carel de Riberto hebben behartigt de belangens van uw Comp:e verdienen dat gij eenige oplettentheijd voor hun hebt met teschrijven aan Mijn Heer uw Gouverneur Generaal om hun toe te staan een Geschenk als meede een aanziene„ „lijker post. Dit zijn belooningen die hun„ „ne genomene moeijte regtmatig verdient en die ik uw bid voor Haar te verzoeken. Jk schrijv aan Mijn Heer uw Gouver= „neur Generaal van Batavia en op dat gij niet onweetende mogt zijn van den in„ „houd, zal ik aan de Heeren Ambassadeurs van uw Comp:e een Copij daarvan ter hand stel= „len om ze uw te Communiceeren. Weest verzeekert Mijn Heer dat ik niet verzuijmen zal kennis tegeeven aan Mijn Heer de Gouverneur Generaal van de wijze; waarmeede het blijkt dat gij behar¬ „tigt het intrest vande Comp: die gij dient en zo dikwils als ik uw tot iets goed zijn kan zal ik altoos gereed zijn om uw oogmerken te ondersteunen zo spoedig als de onderhandelingen, be„ „gonnen door de Heeren Jaffin en de Riberto zullen Mitsgaders zijn 145 uijt Patanna den 27. sten dag van de maand Moroum van het Jaar Hegire (der vlugt) 1789. zijn afgeloopen zal ik ze hun afscheijd geeven op datze geleegendheijd van de moisson niet verliezen. Belangende de Goederen, die ik uw tot Geschenk zend, gij zult mij zeer veel voldoening geeven met mij den ont „fangst daarvan te bedeelen, en weest verzeekert mijnHeer, dat ik een zo be„ „zondere agting heb voor uw verdiensten dat ik gereed ben om uw bij alle geleegentheeden daarvan blijken te geeven Gij kunt dierhalven met volle verzeekertheijd over wij beschikken „Hoog Jk ben met een volmaakte „ agting. Lijst der prezenten gezonden aan Mijn Haer De Gouverneur van Cochim Een diamante ring, een stuk Mutubie tot een tubband, twee diergelijke stukken tot een rok of een Moorsche Kabaaij, een stuk witte chaille, en een stuk Quinkube of Desteleer een rood hairig arabis paard, en een swart turks paard met witte vlekken. De Nabab Weder Ali han Bader Dog om dat ik bij de Copia die Saffin aan mij gege= „ven heeft, hier en daar een klijn diffarensje vinde, zo hebbe ik dezelve, in margine tot speculatie van uw Hoog Edelheedens aangeweezen Het quam mij in den beginne wat speculatier voor, dat de Nabab nu in 't frans schrijvd, en dus heb- „be, ik mij eens nader ge-informeerd, na de perzoon de „welke de brieven voor Hem geschreeven heeft, en ik ben onderrigt, dat het een Fransman van Pondi„ „cherij is, thans subaltern officier indienst van den Nabab, en die hier toe, zo het schijnd, gebruijkt is, meer bij toeval als uijt gewoonte, om in diergelijke dingen gebruijkt teworden, zo dat ik denke dat men deze en geene uijtdrukkingen zo wel bij 's Nababs briev als bij het Contract, in geen al te letterlijken zin moet verstaan bij voorbeeld dat wij Hem onze hulpe beloven zullen ingevalle Hij in oorlog mogt ingewikkeld zijn, en dus zonder bepaaling of de oorlog door Hem zelve aangevangen zij of niet, waartegen Hij ons volgens artikel 2: alleen hulpe zoude schuldig zijn, wanneer wij door andere mogten worden aangetast gelijk het 6. artikel van deeze mijne gedagten, onder andere ook een bewijs aan de hand geevt, dewijl de Nabal daar bij bedingt, g Dog dat
English
that the troops for his assistance will be sent to Him on the order of the Lord Governor-General, whereas it is nevertheless beyond doubt that this cannot be his actual intention, since in case of need He would undoubtedly desire speedy assistance from us, without wishing to wait for an express order from Batavia. I must further remark that the Land of Corque, of which the Nabab speaks in the 8th article of his draft Contract, is called here on the Malabar Coddemaloer, lying to the West of Maisoer, having Cotteatte to the South and Manjeseram to the north, in which land of Corque or Coddemaloer the best Sandalwood, Cardamom, pepper, and much Grain is harvested, and whither the Company formerly sent much spices and Japanese copper from Cannanoor, and disposed of them: all of which I judged not unserviceable to note for the clarification of the letter. The Present Goods belonging to both letters are transferred by the bearer of this, in two sealed small cases marked No. D: and 11:, together with two horses, which may possibly be good for Japan; for I recall that horses from here were once requested for Japan. Upon their return, the Commissioners also delivered to me the following specification of what they paid to the Coolies and their retinue during their journey back and forth on account of the Company: For daily wages to 14 native seafaring heads who were back and forth to Chettua on two scows for the transport of the Gifts and baggage for 8 days: ropias 16. 24. Daily wages to 20 heads as above who served on 3 manchuas for the transport of the First in the Commission together with retinue for 7 days: ropias 21. —. Daily wages to 172 heads who were taken into service at Chettua to carry the palanquins and baggage over the overland route to Seringapatnam and back, each rop: 6½: ropias 1718. —. Board money for the abovementioned 172 heads, each 3 stivers: ropias 1032: —. Board money for one Aratchi and 12 Lascorins, each 3 stivers: ropias 78. —. The crossing of various rivers as well as of the Baggage as people: ropias 10. —. A present to the people who provided lodging along the way, procured water and firewood for the people, as well as oil for night light with the baggage: ropias 89. 10. Guides who were given to us, subject to payment during the entire journey: ropias 50. —. Carried forward: Ropias 2415. 4. 147 Brought forward: ropias 2415. 4. For the Nabab's numerous Servants as a Present according to the custom of the country: ropias 377. —. 3 hired manchuas which brought us along with the sick and baggage from Chettua to Cochin with their coolies: ropias 40: 15: Sum: ropias 2832. 19. I have examined the account and find the same to be modest according to the circumstances of this Country and after the long journey, so that I have had that amount paid to them; but their own travel expenses they did not enter, but left to the discretion of Your High Noblenesses, as they kept no record thereof and are not able to make a specific account thereof; being content to remain satisfied with whatever might be granted to them for it; therefore I request that Your High Noblenesses please determine for me how much I may have disbursed to them for this. It was not a Commission like in the Year 1766, solely up to Calicut, but it was fully 8 to 9 days further; they were away for two months, and to live somewhat decently for so long with their retinue, that takes quite something; besides this, I also know that they endured many fatigues, indeed that they were not without danger in the Zamorin territory, on account of the Zamorin Nairs who are still malcontent and plunder along the roads, so that on their return journey, although there were people of the Nabab with them, they were forced to leave most of their baggage behind, which they are still looking out for daily. Now as far as the Commission itself is concerned, I have to that extent achieved my objective, namely to remove his coolness and to enter into correspondence with Him; but the effective objective at which Your High Noblenesses' order actually aims, namely to enter into a Contract of friendship with Him, has not been achieved. It is meanwhile provisionally so far that I am now in Correspondence with Him, which I shall certainly keep alive: I recently wrote Him a complimentary letter, and among other things announced that I shall send the letter and Presents at once to Batavia; and one day before the Commissioners returned, one of his sea Captains arrived here with a two-masted small vessel.
Dutch transcription
146 dat de troupen tot zijn sulp, Hem zullen gezonden worden, op ordre van den Heer Gouverneur Generaal daar het nogtans buijten bedenking is, dat dit zijn eij= „gendlijk meeninge niet zijn kan, dewijl Hij ingevalle van nood ongetwijffeld spoedige hulp van ons zoude verlangen, zonder tewillen wagten na expresse on „dre van Batavia. Nog moet ik aanmerken dat het Land Corque waarvan de Nabab spreekt bij het 8. art:s van zijn ontworpen Contract hier op de Mallabaar genoemd word Coddemaloer, leggende ten Westen van Maisoer hebbende Cotteatte ten Zuijden en Manjeseram ten noorden, in welk land van Corque of Coddemaloer, het beste Zandelhout Cardamom peper en veel Graanvald, en werwaards de Comp: wel eer van Canp „noor veel specerijen en Japans koper gezonden, en aan den man geholpen heeft: welk een en ander ik niet ondienstig ge-oordeelt hebbe tot eclarissement van de brief te noteeren. De Schenkagie Goederen tot beide de brieven gehoorende gaan per brenger deezes over, in twee verzeegelde kasjes Gem N:o D: en 11: benevens twee paarden, die mogelijk goed voor Ja„ „pan zullen zijn; want mij staat voor dat 'er eens paarde van hier voor Japan ge-eijscht zijn. De Gecommitteerdens hebben ook met Hunne terug komste mij overgegeeven d'ondervolgende specifi¬ „catie van het geen zij geduurende hunne reijze heen en weeder voor reekening van de Comp: aan de Coelijs en Hun gevolg betaald hebben. voor daghuur aan 14. koppen inlandse zeevaarende die op twee schouwtjes heen en weeder na Chettua geweest zijn ter overbreng der Geschenken en bagagie voor 8. dagen rop:s 16. 24. „daghuur aan 20. koppen als boven die op 3: mans= „jouws dienst gedaan hebben ter overbreng van den Eersten in de Commissie nevens gevolg voor 7. dagen „ 21. —. „daghuur aan 172. koppen dewelke op Chettua in= „dienst aangenomen zijn om da palenquins en bagagie over den landweg na seringapatnam en terug ider rop: 6½: - - - - - - - - - - - „ 1718. —. „kostgeld voor bovengem: 172. koppen ijder 3. stxr: - - „ 1032: —. „ kostgeld voor een Araatje en 12. Laskorijns ijder 3. stxs: „ 78. —. „ het overvoeren van diverse revieren zo van de Bagagie „een prezent aande menschen die onderweegs logies verleend water en brandhout voor het volk be= „zorgd hebben als ook olij tot nagt Ligt bij de bagagie „ 89. 10. „wegwijzers dewelke aan ons gegeven zijn mits betaalende geduurende de geheele reijze 50 Transporteere Ropias 2415. 4. als volkeren - - - - - - - - - - - - „ 10. —. de 147 P:r Transport - - - - - - - - ropias 2415. 4. voor 'se Nababs veelvuldige Bediendens tot een Geschenk volgens 's lands gebruijk – - - - - „ 377. —. „ 3: gehuurde mansjouws dewelke ons nevens zieken en bagagie van Chettua na Cochim gebragt hebben met dies coelijs - - - - - - 2 40: 15: Somma ropias 2832. 19. 6 Ik hebbe de reekening ge-examineerd en vinde dezelve na de omstandigheeden van dit Land en na de Lange reijze modicq, zo dat ik Hun dat bedragen heb= „be laten voldoen; dog de reijs onkosten van Hun zelfs hebben zij, niet opgebragt, maar aan het goed vinden van uw Hoog Edelheedens overgelaaten alzoo zij geen aanteekeninge daarvan gehouden en niet in staat zijn een specificque reek: daarvan temaken; zullende zig tevreeden houden met het geen Hun daar voor mogt toegelegt worden; derhalven verzoeke dat uw Hoog Edelheedens mij gelieven te bepaalen hoeveel ik aan Hun daar voor mag laaten afgeeven: Het is geen Commissie geweest gelijk in 't Jaar 1766: eenelijk maar tot Calicut, maar het is nog wel 8. â 9. dagen verder geweest: zij zijn twee maanden lang uijtgeweest, en om zo lange met Hunnen omslag, eenig zinds ordentelijk te leeven, daar behoord al wat toe; buijten des zo drage ik ook kennis, datze veel fatieques hebben uijtgestaan, ja datze in het sammorijnse niet zonder gevaar ge„ „weest zijn, wegens de sammorijnse nairossen die nog malcontent zijn, en langs de weegen stroopen zo dat ze in hunne terug reijze schoon er volk van den Nabab bij Hun was, genoodzaakt zijn ge= „weest, hunne meeste bagagie agter te laaten daar ze nog dagelijks na uijt zien. J Wat nu de Commissie op zig zelfs aangaat, zo hebbe ik in zo verre mijn oogmerk wel berijkt, namendlijk om zijn koelheijd weg teneemen, en met Htem in Cor „respondentie te geraaken; dog het effective oogmerk waarop uw Hoog Edelheedens ordre eijgendlijk doeld, namendlijk om met Hem een Contract van vriendschap aantegaan, is niet berijkt: Het is in¬ „tusschen bij provisie zo verre dat ik nu met Hem„ in Correspondentie ben, die ik wel levendig zal houden: Ik hebbe Hem onlangs een Compliment brievje geschreeven, en onder andere bekent ge= „maakt dat ik de briev en Geschenken, ten eersten na Batavia zal zenden; en een dag voor dat de Gecommitteerdens retourneerden quam hier een van zijne zee Hoofden, met een twee mastig daar Scheepje
English
vessel, in order to acquire some craftsmen, just as he then also acquired several who could agree with him on the daily wage, with which that Admiral was very pleased; and regarding the Nabab's request, namely for Elephants, I shall also endeavor to satisfy him. If ever the time has come to take the Company's interests on the Malabar into cordial and earnest consideration, it is now, when Trade here begins to revive so much: Both the Nababs Mahomet Alij and Ajder Alij Chan expand their power so greatly, and the French as well as the Portuguese seek to restore their affairs in India, indeed now that the English are already truly after our pepper. I need not remind your Right Excellencies how greatly we would entangle ourselves in great difficulties in many ways through such an engagement as the Nabab seeks; he is a suspicious and shrewd prince; he would let no European Nation lay down the law to him, as Mahomet Alij lets the English do to him; he is virtually an enemy of everyone, never will he be left in peace, Mahomet Alij, as well as the Marhattas, will always thwart his aims, and nevertheless he is pregnant with great projects; he is unyielding in his intentions, and being thus engaged with us, he might wish to undertake even greater things. At least, once he had us on a string, he would soon know how to get into a conflict with Mahomet Alij and thus entangle us in a war with this prince in whose Lands many of the Company's possessions lie and also with the English. Besides this, experience has taught that the English Company has not spun much silk with its Nababs, but rather that many of their servants have grown rich thereby, though at the same time the Lands have become exhausted and the People impoverished. However little it suits us to engage ourselves with him in that manner, it seems to me that one must not let him see our aversion to it all too clearly, and that one should rather leave him somewhat in uncertainty regarding it, than to refuse him such an alliance so abruptly, at least in so far as it would only be defensive, concerning which one can still keep him in uncertainty for some time by answering in a dilatory manner under one pretext or another, as for example: that regarding the concluding of such treaties, the Directors of the Company must first be consulted, that this will happen at the next opportunity, and that one thanks him in advance for his cordial offers and in particular that he has been pleased to give us notice of the peace and friendship that he has made by Contract with Mahomet Alij, whereby he obligates himself to leave the same undisturbed in his states, just as the latter has reciprocally bound himself thereto: That with the same candidness one cannot refrain from likewise giving him notice of our alliance on this side both with the King of Travancore, with whom we have long stood in confederacy and have a protective and defensive treaty, as also with the kings of Cochin and Cranganore, who are of old the Company's Allies and stand under its special protection: That meanwhile and until one shall be able to explain oneself further, one is very inclined to enter into a commercial treaty with him according to the proposals that he makes in Articles 8 and 9 thereof, and of which a draft could be sent to him just as he has done on his side regarding the manner in which he wishes to ally himself with us, to which could also be added that we shall then at the same time make use of the Nabab's previously made offer to have our old Lodge in the Canarese restored and to resume the Trade broken off there, which in such case can always be attempted in small matters with a single servant to see how he takes it: for even if we can obtain nothing else thereby than to keep him talking for a while, to preserve and foster his friendship as much as possible, then we do enough for the present: He is already an elderly man and one does not know, moreover, what upheavals may occur with him in a short time; in any case, there elapse
Dutch transcription
148 scheepje, om wat Ambagtslieden opte doen gelijk Hij er dan ook verschijde opgedaan heeft die met Hem over het dagloon konden eens worden, waarmeede die Zeevoogd zeer in zijn schik was; En omtrent 'se Nababs verzoek namendlijk om Eliphanten zal ik Hem ook tragten genoegen tegeeven. Zo het ooit tijd is geworden om 'sComp:s belangens op de Mallabaar hartelijk en ernstig te overweegen, het is tans, nu den Handel hier zo begind opteluijken: Beijde de Nababs Maho„ „met Alij en Aijber Alij Chan Hunne magt zo zeer uijtbrijden, en de Fransen zo wel als de Por„ „tugeezen haare zaaken in Indien zoeken te her„ „stellen, Ja nu de Engelschen reeds werkelijk op onze peper uijt zijn Ik behoeve uw Hoog Edelheedens niet te herinneren, hoe zeer wij ons door zo een engagement als de Nabab zoekt op veelerhande wijze in groote moeijelijkheeden zouden inwikkelen; Hij is een wantrouwing en schrander vorst; Hij zoude zig door geene Euro„ „peeze Natie de wet laaten stellen, gelijk Ma= „homet Alij zig van de Engelsche laat doen; Hij is genoegzaam een vijand van ider een, nimmer zal Hij met rust gelaaten worden, Mahomet Alij zo wel als de Marhettas, zullen zijne oog„ „merken altoos dwars boomen, en evenwelgaat Wij met groote projecten swanger; Hij is onver= „zettelijk in zijne voorneemens, en met ons— zodanig ge-engageerd zijnde, zoú Hij mogelijk nog al grooter dingen willen onderneemen ten minsten, als hij ons eens aan het lijntje had, dan zou Hij spoedig met Mahomet Alij aan den gang weeten teraaken en ons dus met deeze vorst /:in wiens Landen veele van 'sComp: bezittingen leggen:/ en ook met d' Engelse in een oorlog wikkelen; buijten des zo heeft de ondervinding geleerd, dat d'Engelse Comp: met Haare Nababs niet veel zijde gespon= „nen heeft, maar wel dat veele Hunner dienaaren, daar bij rijk geworden dog ook teffens de Landen uijtgeput ende Lieden arm geworden zijn Dan hoe wijnig het ook ons Convenieerd zig met Hem op die wijze te engageeren, zo dunkt mij, dat men Htem onze afkeerigheijd daarvan niet al te duijdelijk moet doen zien, en dat men Hem liever, derweegens wat in het onzeekeren diend te laaten als hem zulk een verbond /:ten min„ zal „Hten 149 „sten voor zo verre het alleen verdedigend zoude zijn :/ zo eensklaaps te ontzeggen, waaromtrent men Hem nog al eenigen tijd in onzeekerheijd kan houden, met onder het een of ander voorwendzel op eene uijtstellende wijze te antwoorden, als bij voorbeeld; dat over het sluijten van zulke var bon„ „den, de Directeurs vande Comp: eerst dienen te worden onderhouden, dat dit bij de naaste gelee„ „gendheijd geschieden zal, en dat men hem bij voorraad bedankt voor zijne Cordaate aan= „biedinge en in het bijzonder dat Hij ons heeft gelieven kennis te geeven van de vreede en vriend- schap die Hij met Mahomet Alij bij Contract gemaakt heeft, waarbij Hij zig verpligt om den zelven in zijne staaten ongestoord te zul= „len laaten, gelijk ook deeze, zig reciproque daartoe verbonden heeft: Dat men met dezelv= „de openhartigheijd ook niet kan afzijn, Htem ins= „gelijks kennisse te geeven van onze alliantie aan deze zijde zo met den Koning van Jrevan= „coor met wien wij 'tzeedert lange in bondge= „nootschap staan en een beschermend en verde „digend tractaat hebben, als ook met de ko= „ningen van Cochim en Crang anoordie van ouds 'sComp:s Bondgenooten zijn en onder Haar speci„ „aale bescherming staan: Dat men ondertusschen en tot dat men zig nader zal kunnen verklaaren zeer geneegen is, om met hem een tractaat van Commercie aantegaan volgens de voorstellingen die Hij bij Art:s 8: en 9: daar van doed, en waarvan Htem een opstel zoude kunnen worden gezonden zo als hij dat van zijne zijde over de wijze, waarop Hij zig met ons verbinden wild, gedaan heeft, waar bij nog konde worden gevoegd dat wij dan ook teffens gebruijk zullen maaken, van Te Nababs voor heen gedaane aanbiedinge om onze oude Logie in 't Cannareesche tedoen herstellen en den aldaar afgebrooken Handel te hervatten, het welk in zulken geval altoos met een enkelde bediende in kleenigheeden te probeeren is, om te zien, hoe het opneemd: want al is 't dat wij daar door maar niets anders kunnen verkrijgen dan Hem wat aan de praat te houden zijn vriend= „schap zo veel mogelijk te bewaaren en aante= „kweeken, dan doen wij voor eerst genoeg: Hij is reeds een bejaard man en men weet boven dien niet, wat omkeeringen met hem in korten tijd kunnen voorvallen; in allen gevalle zo verloopen ouds er
English
and a year or three, before we need to explain ourselves more closely, when, if we deem it good, we can always keep putting him off further. Perhaps, in the hope of leading us further, he may provisionally allow himself to be persuaded to such a treaty, which could be advantageous to us in obtaining the country's products. The conveniences in war necessities that we would owe him on that account can easily be proven to him, and the objection that one makes him strong through such things is now of less weight than before, because now all such things are brought out and delivered in abundance by the French, English, and Danes to all who merely wish to buy them; and all that might further be promised to him, in case one could absolutely no longer avoid it, would be a specific number of European troops with an express and special condition not to be allowed to use them against the Company's allies. But it seems especially to be our concern at present that we remain closely allied with Trevancoor. Meanwhile, as matters now stand, this prince cannot maintain himself without powerful assistance. He understands this very well himself, and has therefore recently addressed your Right Excellencies directly by letter to be allowed to know what he can count on from our side. The question upon which it then hinges here is this: whether it is, namely, in the Company's interest to retain this place with the advantages attached to it, in addition to the share we have had in the pepper up to now; and this being granted, it follows of itself that one, if one cannot improve things, must at least keep them on that footing as they stand at present, and even if one were to expend all the additional advantages that are to be obtained through a change of measures for that purpose, one would at first do enough merely by securing our present state, which otherwise can suffer much from the changes that are impending, and I think that one would even do more; for in case we do not sustain Trevancoor and give no courage at this critical juncture, it is natural that he will ally himself more closely with the English and accept their protection, as he undoubtedly will do if we merely give him a refusing answer, just as I have already set down my apprehension thereof in my respectful letter of 1 January last; and of which protection the first condition will then without doubt be to have to deliver the pepper that grows in his lands to them; or if this does not result from it, then I fear that the Nabab will subject the kingdom of Trevancoor to himself and with it also the kingdom of Cochim; and then we run the danger of obtaining not one grain of pepper more, except for the highest market price, to say nothing of other dreadful consequences that are to be expected from the proximity of such a dangerous neighbor; and even if Trevancoor should happen to succeed in maintaining himself by his own power without the aid of the English, then in the consequences, at least with regard to the pepper, it would amount to almost the same for us, as it cannot be thought that the King of Trevancoor, if we directly deny him our aid now that he needs us, will further want to deliver pepper to us for less than he can get every day from others; and thus the interest as well as the honor of the Company would require that we care for the preservation of the kingdom of Travancoor; but if one wished to do such with actual aid, then one should also not resolve thereto except with the firm intention to await this shock, which can sometimes hit rather hard, and for which one would then have to consult with Trevancoor on what means and resources ought to be employed for that purpose. On the power of Trevancoor alone, whatever one may say of it, not too much can be counted, but being supported by another and well led, then his power is not to be dismissed, and I even believe, if the Nabab saw that we take the preservation of Trevancoor to heart, he might possibly abandon his intention. Besides, I believe that Trevancoor, if he sees that we wish to help him effectively, would rather be helped by us than by the English, as he knows very well that we do not seek sovereignty over the native princes as much as the English do. Yet if one should go so far and wish to engage further with Trevancoor, then one should beforehand also stipulate from him as a condition sine qua non, not only, as something
Dutch transcription
150 en een Jaar of drie, voor dat wij nodig hebben ons nader te verklaaren, wanneer wij het met Hem altoos des goedvindende verder op de lange baan kunnen houden: Misschien laat Hij inhoop van ons verder te brengen zig bij provisie tot zulk een tractaat wel beweegen het geen ons in het verkrijgen van 'slands producte„ voordeelig kan zijn: De Gerieflijkheeden, die wij Hem uijt dien hoofde in oorlogs behoeftens, zouden schul= „dig zijn kan men hem ligt bewijzen, en d' aanmer„ „kinge dat men Hem door zulke dingen sterken maakt is thans van minder gewigt, als bevoorens om dat thans alle diergelijke dingen, in menigte door de Franschen Engelschen en Deenen uijtgebragt en geleeverd worden, aan alle die dezelve maar koopen willen: en alles wat hem meer zoude mogen worden toegezegt, ingevalle men het volstrekt niet langer ontwijken kon, zoude zijn een bepaald getal van Europeezen troupen met uijtdrukkelijk en speciaal beding om dezelve tegens sComp:s bondgenooten niet temogen gebruijken. Maar het schijnt inzonderheijd thans onze zaak te zijn, dat wij met frevancoor naum ver„ „bonden blijven: Deze vorst kan zig ondertusschen, zo als bedingen nu staan, zonder een magtigen onder„ „stand, niet soutineeren: Hij zelve begrijpt dit zeer wel, en heeft zig daarom onlangs bij missive aan uw Hoog Edelheedens zelve ge-addresseerd om temogen waeten waar op Hij van onze zijde staat maken kan: De vraage waarop het dan hier aan„ „komt, is deze; of het, namendlijk van 'sComp:s belang zij deze plaats met de voordeelen die daar aan gehegt zijn, benevens het deel dat wij tot nog toe in de peper gehad hebben te behouden en dit toegestaan zijnde dan volgd van zelvs dat men de dingen, kan men ze niet verbeeteren, ten minsten moet houden op dien voet als zij tans staan, en schoon men al eens alle de meerdere voordeelen die bij veranderinge van maatregulen te verkrijgen zijn daartoe besteede, dan zoude men voor eerst genoeg doen, alleen met onzen tegen„ woordigen staat te verzeekeren, die anders door de veranderingen dewelke voor de deur staan veel lijden kan, en ik denke dat men zelfs meer zoude doen; want ingevalle wij in dit tijds ge¬ „vrigt Trevancoor niet opbeuren en geen moed geeven, zo is het natuurlijk dat Hij zig nauwer met d' Engelschen zal verbinden en Hunne bescherming zo aanneemen 151 aanneemen, gelijk wij ongetwijffeld doen zal, indien wij hem maar een weijgerend antwoord geeven gelijk ik mijne bedugtinge daar voor, bij mijne eerbiedige van den 1. Januarij J:o Leeden al ter nedergesteld hebbe; en van welke bescherminge als dan buijten twijffel de eer„ „ste voorwaarde zijn zal, om de peper die in zijne Landen valt, aan Hun temoeten leeveren; of indien er dit niet uijtvolgd dan vreeze ik dat Nabab zig het Cre- „vancoorse rijk zal onderwerpen en met het zelve ook het rijk van Cochim; en dan loopen wij gevaar van geen Corl peper meer te krijgen, als voor de hoogste markt prijs, geswijge van andere misselijke gevolgen, die uijt de nabijheijd van zo een gevaar= „lijken Buurman tewagten zijn; en indien het Jrevan„ coor al eens gelukken mogt zig met eijgen magt buijten hulp der Engelschen staande te houden dan zoude het in de gevolgen ten minsten ten aanzien van de peper voor ons bij na op het zelvde uijtkomen alzo het niet te denken is, dat de koning van Trevancoor indien wij Hem nu Hij ons nodig heeft, onze hulp direct ontzeggen ons verder paper zal willen leeveren voor minder als Hij alle dagen van andere krijgen kan en dus zoude het belang zo wel als de eere vande Comp: vorderen dat wij voor de behoudenis van het Travancoorse rijk zorgen; dog als men zulks met dadelijke, hulpe wilde doen, dan zoude men daartoe ook niet dienen te besluijten als met het vast voorneemen, om deze schok die somtijds wat hart aankomen kan, aftewagten en waartoe men dan met Trevancoor zoude moeten overleggen wat middelen en vermogens daartoe dienen in het werk gesteld te worden: op de magt van Trevancoor alleen (men mag 'er ook van zeggen wat men wil) kan niet al teveel geceijfferd worden, dog door een andere ondersteund, en wel aangevoerd wordende, dan is zijne magt, niet te verwerpen, en ik geloove zelfs, als de Nabab zag, dat wij ons het behoud van Trevancoor aantrekken, Hij mogelijk van zijn voorneemen wel afzien zoude; buijten des zo geloove ik, dat Trevancoor, als Hij ziet, dat wij Hem effectiev willen helpen liever van ons als van d' Engelsche zoude willen geholpen worden, als zeer wel weetende dat wij zo zeer niet na d' opper¬ „heerschappij, over de Jnlandse vorsten staan als de Engelsche. Dog indien men zo verre mogt gaan en zig met frevancoor nader wilde inlaaten dan zoude men alvoorens ook van hem als een Conditie Sine qua non, dienen te bedingen niet alleen, als rijk iets
English
a certain incident with the Nabab's vessels here in the roads. something that speaks for itself, namely that everything done for his assistance should also be paid for by him, but also that he shall henceforth deliver to us in full the 5000 Candijlen of pepper which he must deliver to us according to contract, with the further condition that the Company shall deduct a certain quantity to be determined from the delivered pepper, without making any payment for each Candijl that is delivered less than 5000. I would not have dared to communicate my thoughts in this manner to Your High Nobilities, had it not appeared to me that a closer alliance with Trevancoor is nothing other than an acceleration of that which will eventually have to happen anyway if we wish to keep the pepper we still obtain now and not reduce ourselves to insignificance, as I have been further informed that the English design is effectively to wrest the pepper from us, and indeed in such a manner that this is, among other things, a secret order from the Gentlemen English Directors, and that the Government of Bengal, under which the remaining subaltern administrations now fall, has sent a special order to the Government of Madras to make use of this juncture; and for that purpose to promise Trevancoor direct assistance if he should be attacked by the Nabab; and who knows whether Hijder Alijchan, who after all has secret and clever spies everywhere, having caught wind of this, has therefore postponed his enterprise and has now sought to engage us; if he thus leaves Trevancoor undisturbed out of apprehension over the assistance of the English, who he knows presently have their hands full everywhere, then he would surely respect our Company as well, and then we would meanwhile fully oblige Trevancoor to us and undoubtedly obtain more pepper, merely for a single promise of assistance. In the Instruction for the Commissioners Saffin and Riberto, mention is made of an incident here in the roads with the Nabab's vessels; this incident actually occurred with three Portuguese Macao ships named Srn De Luz, St. Cecilia, and N:a S:a de Boa Viagem; the first two mentioned ships had arrived here on 2 and 12 February, and the last-mentioned the day before, and even toward evening, when two two-masted pals and six galwats also came in sight from the north, without anyone knowing whether this was a Maratha squadron or the fleet of Aijder Alijchan. Meanwhile, when it had already long been dark, two shots were heard falling in succession in the roads; in the morning it was seen that the two pals and six galwats lay in the roads and flew the Nabab's flag. The Macao ship N:a S:a Boa Viagem, while hoisting the Portuguese flag at sunrise, fired a shot with live ammunition, as was later understood, to assure the flag or to show that they were truly Portuguese, but the commander of the Nabab's fleet, understanding this differently, weighed anchor and sailed with the vessels under his command behind the Portuguese ship, drew up in order, and heavily cannonaded the Portuguese, who subsequently also brought his cannons to bear on the Nabab's vessels, and in this was followed by the other ships S:ta Cecilia and S:ra de Luz, although little by the latter, which separated itself from the others and, as far as the wind permitted, retreated toward the mouth of the river. Meanwhile, the back-and-forth firing continued for a little while until the Nabab's fleet fell back and, sailing back and forth a bit, anchored again in the ordinary roads, this attack having lasted from around half past six until circa eight o'clock; and which affair I had to witness here without preventing it, because the roads here lie very far beyond the range of our artillery, and there was also no Company ship lying in the roads at the time, which otherwise certainly would have prevented it. Toward noon, the second captain of the Portuguese ship N:a S:a de Boa Viagem, named Anthonij Louis Pereira—the first captain having remained on board, named Gonsalvo de Gerre—came ashore and gave the following account: That yesterday evening at eight o'clock, a fleet of two two-masted vessels and six galwats, coming into the roads and wishing to sail under the guns of the Portuguese ships S:a de Luz and S:t Cecilia, a shot with live ammunition was fired from each of those two ships to make them stay out of range of their artillery, as they thought they were Marathas, whereupon those vessels also dropped anchor; until that
Dutch transcription
152 zeker geval met 'snababs vaartuijgen hier ter rheede iets dat van zelvs spreekt, namendlijk dat alles wat men ter zijner hulpe doet ook door Hem zoude moeten betaald worden, maar ook dat Hij ons voortaan vol uijt zal leeveren de 5000: Candijlen peper die Hij ons volgens Contract leeveren moet, met beding teffens dat de Comp: op de geleeverde peper zeekere te bepaalene quantiteijt korten zal, zonder daar voor eenige betaalinge te doen voor elk Candijl dat 'er minder als 5000: geleeverd word. Ik zoude mijne gedagten op die wijze uw Hoog Edelheedens niet hebben durven mededeelen, indien het mij niet voorquam dat een naauwere verbindin„ „ge met Trevancoor niet anders is als eene ver= „haastinge van het geen tog eerlang zal moeten ge= „schieden indien wij de peper die wij nu nog krijgen willen behouden en ons in geene klijnagtige wil- „len brengen alzo ik nog nader g'informeert ben dat de toelag der Engelsche effectiev is, om ons de peper afhandig temaken en wel zodanig, dat dit onder andere een secrete order van de Heeren Engelse Directeurs is, en dat de Regeering van Bengale waar onder nu d' overige Ministeries subalterne zijn na de Regeering van Madras speciaal order gezonden heeft om zig van dit tijdstip te bedienen; en daar toe Trevancoor directe hulpe te belooven als Hij door den Nabab mogt aan= „gevallen worden; en wie weet of Hijder Alijchan die tog overal geheijme en zistige spions heeft, de lugt daarvan niet gekreegen hebbende daarom 3: zijne onderneeminge nog uytgesteld en nu gen „tragt heeft, ons te engageeren; indien Hij dus Trevancoor ongestoord laat uijt bedugtinge voor de hulp der Engelse die Hij weet dat tans overal de handen vol hebben, dan zoude Hij immers, onze Comp: ook wel ontzien, en dan zoude wij intusschen Trevancoor, ten eenemaal aan ons verpligten en ongetwijffeld meer peper krijgen, alleen maar voor een enkelde belofte van hulp. Bij de Instructie voor de Gecommitteerdens Saffin en Riberto word gemeld van een Geval hieris ter rheede met 's Nababs vaartuijgen; dit geval is eijgendlijk ge-exteerd, met drie Portugeeze Maccause scheepen Gen:t: Srn De Euz St. Cecilia en N:a f:a de Boa viage; de twee eerst gem: schee„ „pen waaren den 2. en 12. februarij en het laatst = „gem: 'sdaags bevoorens en zelfs eerst tegens den avond hier g'arriveerd, wanneer ook van de Noord in het gezigt quamen twee twee maate tijdstip paalen 153 Zaalen en Ses Galwets, zonder dat men wist of dit een Marattas Esquader of de vloot van Aijder Alijchan was, intusschen hoorde men toen het raeds lange donker was, twee schooten agter elkander op de rheede vallen; Smorgens zag men dat de twee paalen en zes Galwets ter rhee„ „de lagen en 'scababs vlagge voerden, het Mac„ „cauws schip N„o s„o Boa viage deed onder het op„ „heijssen van de portugeeze vlag, met zons op„ „gang een schoot met scherp, zo als men nader„ „hand verstond om de vlagge te verzeekeren of te toonen dat zij waarlijk portugeezen waaren, dog het Hoofd van '2Nababs vloot zulks anders verstaande ligte het anker en zeijlde met zijne onderhebbende vaar„ „tuijgen agter het portugees schip rangeerde zig in ordre en Canoneerde hevig op den por„ „tugees die zijn Canons vervolgens ook op de Nababse liet speelen, en daar in gevolgd wierd door d' andere scheepen S:ta secilia en s=ra de Luzo, hoewel wijnig door het laatste, dat zig van d' andere afzonderde, en zo veel de wind toeliet na de mond van de revier retireerde; Jntus= „schen duurde het over en weer schieten nog wat tot dat 's Nababs vloot afdeijnsde en wat over en weer zeijlende, weder op d'ordinaire rheede ankerde, hebbende deze attacque geduurt van omtrend half zeven tot Circa agt uuren e„ en welke affaire ik hier moest aanzien zonder 8: dezelve te beletten, om dat de rheede alhier hael verre buijten het bereijk van ons Ge= „schut legt, en 'er toen ook geen 's Comp:s schip et op de rheede lag, die zulks anders zekerlijk wel zoude belet hebben Iegens de middag quam de tweede Capitain van het portugees schip N:n C:a de Box viage, in name Anthonij Louis Pereira, zijnde d' eerste Capitain aan boord gebleeven en genaamt Gonsalvo de Gerre:) aan de wal; en deed het volgende verhaal. Dat Gisteren avond om agt uuren, een vloot van twee „ maste vaartuijgen en zes G:alwets op de rheede komende, en onder het geschut van de portugeeze scheepen S:a de Lux en s:t Secilia willende zeijlen, van een ijder dier twee scheepen een schoot met scherp was gedaan om buijten het bereijk van Hun geschut te blijven alzo ze meenden dat het Marattas waaren, waar op die vaartuijgen ook het anker hebben laten vallen: tot dat
English
154 that in the morning at sunrise, the grabs and galwats having flown the Nabob's flag, Captain de Gerre of his ship Nossa Senhora da Boa Viagem also had a live round fired at sunrise while hoisting the Portuguese flag, yet not at the Nabob's vessels, but solely to make known that they were truly Portuguese; that thereupon, after a short delay, the Nabob's vessels set sail, and having come behind the Nossa Senhora da Boa Viagem, fired upon it with live ammunition from all sides, so that several cannonballs passed into and through the ship, and the fore topmast was also disabled; that as the Nabob's vessels came within musket-shot of the ship, Captain de Gerre had the cannon discharged at them, whereupon firing was exchanged, and also from the ship São Mateus, until the Nabob's men had abandoned the ship. After I had thus been informed of the matter, I sent a person skilled in the Moorish language on board to the commander of the Nabob's squadron, and had him asked whose vessels they were, what the reasons were for his coming here to this roadstead, why he committed hostilities upon the same, and whether he had orders to that effect from his master. And as in the meantime it had also been seen that the galwats bore down on some vessels arriving here or departing from here and brought them to the commander of the squadron, I also had him addressed on that subject and warned that unpleasant consequences must arise from this, and that he remained responsible for it. The answer of this fleet commander was that the squadron under his command had been sent out by the Nabob Hyder Ali Khan to keep the pirates out of the fairway; that he had come here to the roadstead for water and firewood; that he had committed no hostilities here at the roadstead, but that the Portuguese had first fired upon him in the evening and in the morning, and he subsequently upon them; that he had no order from his master to commit acts of violence here at the roadstead, but on the contrary that his master would punish him for doing so, since he lived in friendship with the Dutch Company's vessels; 155 that as regarded the intercepting of arriving and departing vessels, he had them come to him to see whether they had passes from his master, and he also sent ashore one of his men to explain further that he had not had the least intention of causing anyone molestation on this roadstead, but that since the Portuguese had fired upon him with live ammunition both in the evening and in the morning, he had been obliged to take satisfaction for it. I informed this envoy that the firing by the Portuguese had taken place in the evening so as not to come within range of their guns, and in the morning upon hoisting the Portuguese flag to assure him that they were truly Portuguese, and that I would absolutely not permit them to inspect arriving and departing vessels. Whereupon he answered that this strange custom was unknown to them, and that they had regarded the firing of the Portuguese as nothing other than a challenge or provocation; likewise that the commander of the fleet had not known that inspecting vessels and inquiring after passes is offensive to us, but that, since this displeased me, he would desist from doing so here at the roadstead. Meanwhile, the intercepting of vessels ceased, and the fleet departed two to three days thereafter, yet also remained cruising back and forth for about three days, or properly speaking until 18 February, when they intercepted a vessel coming from the south, about one hour south of the roadstead, and towed it with its cargo to the north. Two persons who had escaped from it in a small boat and come ashore here related that the vessel had its home port at Manapaar; that it was provided with a Dutch pass and laden with iron belonging to an inhabitant of Anjengo, where it had taken on freight some iron to be delivered here to the Jewish merchant Samuel Abrahams; and that the Nabob's men had taken this vessel with them under the pretext that their master was in great need of iron, that it would be brought to Calicut and paid for, just as that vessel, according to private reports received from Calicut, was indeed brought there; but the army commander there would have nothing to do with it, but because
Dutch transcription
154 dat 'smorgens met zons opgang de paalen en Gal„ „wets 's Nababs vlag hebbende laaten waaijen; Capitain de Gerre van zijn schip N:o Ct. de Boa viage ook met zons opgang, onder het opheijssen der por„ „tugeezer vlagge een scherpe schoot had laten doen, dog niet op 's Nababs vaartuijgen, maar alleen om te kennen tegeeven, dat zij waarlijk portugeeken waaren; dat daarop na een wijnig vertoevens, serababs vaartuijgen onder zeijl ge= „gaan, en agter het N:o s=o de Boa viage gekomen zijnde, daarop, van alle kanten met scherp ge¬ „schooten, zodanig dat verschijde kogels in en door het schip waaren gegaan, en ook de vorsten„ „ge onbequam geraakt was: Dat 's Nababs vaar= „tuijgen tot op een snaphaan schoot bij het schip komende, Capitain de Gerre het Canon op Hen had laten los branden, en toen over en weer geschooten was, en ook van het schip s=m desux tot dat de Nababse het schip hadden verlaten. Na dat ik dus van de zaak ge-infor= „maart was, zond ik een perzoon de moorse taal kundig, na boord bij het hoofd van 's Na= „babs Esquader, en liet Hem afvragen wiens vaartuijgen het waaren ? wat de reedenen was van zijn komste hier ter dezer rheede, en waarom wij op dezelve hostiliteijten pleegde en of Wij daartoe onder van zijnen Meester had. en dewijl men intusschen ook had gezien, dat de Galwets sommige vaartuijgen hier natoe komende of van hier gaande opzeijlden en bij het Hoofd van het Esquader bragten, liet ik Item daarover ook onderhouden, en waarschouwen dat hieruijt onaangenaame gevolgen moesten ontstaan, en dat wij daarvoor verantwoor„ „delijk bleev. Het antwoord van dezen vlood-voogd was dat het Esquader, onder Hem staande, was uijt„ „gezonden door den Nabab Aijder Alijchan, om de rovers uijt het vaarwater te houden: dat hij hier ter rheede gekomen was om water en Brandhout: dat wij geen hostiliteijten hier ter rheede had gepleegd, maar dat de Portugee„ zen des avonds en des morgens eerst op Hem hadden geschooten, en hij vervolgens op Hen:= dat hij geen order had, van zijn meester, om¬¬ fijtelijkheeden hier ter rheede te pleegen, ter Contrarie dat zijn Meester Hem daarover zoude straffen, dewijl met de Hollandse Comp: vaartuijgen 155 in vriendschap loefde: dat wat aanging het aanhaalen van d' aankomende en vertrekkende vaartuijgen, Hij de¬ „zelve bij zig liet komen om tezien of ze ook pascen van zijnen Meester hadden, en Hij zond teffens mede aan de wal, een van de zijne om nader te verklaaren; dat Hij gants geene mening gehad heeft op deze rheede iemand molest aantedoen; maar dat dewijl de por„ „tugeezen zo s'avonds als 's morgens met scherp op hem hadden geschooten, hij daarvan satisfactie had moeten neemen. Ik onderrigte dezen afgezondenen dat het schietender Portugeezen was geschied 's avonds om niet onder hun geschut tekomen en smor „gens bij het opheijssen der portugeeze vlagge om Hem te verzeekeren dat ze waarlijk portugeezen waaren, en dat ik absolut niet zoude toestaan, dat zij d'af en, aankomende vaartuijgen visiteerde waarop Hij ten antwoord gaf, dat bij hun die vreem„ „de manier onbekend was, en dat zij dat schieten van de portugeezen niets anders als een uijtdaginge of terginge hadden aangemerkt; zo meede dat het hoofd der vloot niet geweeten had, dat het visiteeren der vaartuijgen en het vernemen na passen voor ons beledigende is, dog dat Hij dewijl mij dit mishaagde, daarvan hier ter rheede zoude afzien. Intusschen cesseerde het aanhaalen der vaar tuijgen, en de vloot vertrok twee a drie dagen daar na, dog blaav ook nog wel drie dagen of eijgendlijk tot den 18: Februarij over en waer swerven; wanneer dezelve, een vaartuijg vande zuijd komende, omtrend een uur Zuijdwaarde van de rheede opzeijden, en het zelve met zijne Lading na de Noord steepte: Twee perzoonen met een kleen vaartuijgje daar van ontvlugt, en hier aan de walgekomen, verhaalden dat het vaartuijg te huijshoorde, op Manapaar: Dat het van een Hollands pas voorzien en beladen was met ijzer toebehoorende een inwoonder van Ansjenga, al¬ „waar het opvragt ingenomen had eenig ijzer om hier aan den Joodskoopman Samuel Abrahams afgeleverd te werden; en dat de Nababse dit vaar„ „tuijg hadden meede genomen onder voorwendsel dat hun Meester zeer verleegen was om ijzer; dat het op Calicut gebragt en betaald zoude worden gelijk dan ook dat vaartuijg, volgens particu= „lieren ingekomen berigten van Calicoet, daar aan= „gebragt is; dog het LegerHoofd, aldaar heeft daarmeede niet willen te doen hebben, maar dewijl aan
English
156 to inform the Head of the fleet that he would have to answer for this conduct to the Nabab himself; meanwhile, the English Resident has indeed demanded the return of the iron, as belonging to English subjects, but so far as is known, it has not yet been restituted. The pride of the Nabab’s people goes far, for although their power at sea is small and no match for a single well-manned ship, they nevertheless wish to usurp mastery of the sea here, just like the Marattas, and compel all traders sailing therein to take their passes, as indeed all Bombadasses are already obliged to provide themselves with passes from Aijder Alijchan, except those of Musquetta, whose prince complained to Aider Alijchan about this, announcing that he would recover the damage done to his subjects from the ships of Aijder Alijchan sailing to Muscetta for trade, with the result that they sail freely and unhindered. On the 18th of February last, the Nabab's vessels departed together to the north, and on the 19th in the evening, about an hour south of this city, two persons came ashore in a small vessel, who, having been brought into the city by the native and interrogated, gave the following account: That that morning, far out at sea, two of the Nabab's vessels had engaged in battle with two Portuguese frigates; that the Portuguese had captured one of the Nabab's vessels, on which they had been, and that they had thereupon taken flight with the small boat of that vessel and had come ashore here. Whether the Nabab's people were indeed engaged in battle far out at sea and those people fled for that reason, or whether, aside from that, they had been inclined to leave the Nabab's service and found the opportunity to do so, could not be known with certainty; but it is indeed known that at that time Portuguese frigates were in this vicinity; however, if they were engaged in battle, it was with an English ship, equipped for war, bound from Bengal to Bombay to serve in the war against 157 the Marattas, of which there was news that it had passed by here at that time, as was also heard later that an English ship, having encountered a small fleet that came under its fire, fired several shots in passing at one of the two pals and severely damaged it. The good monsoon has meanwhile passed this time without the Nabab coming down any further; the reason for this is being guessed at; some believe that he wishes to await how matters between the English and the Marattas will turn out; others again that he, not yet being sufficiently secure of the Zamorin's realm, has not dared to take any further step out of apprehension that the malcontent Zamorin Nairs and inhabitants would join Travancore; then again that he respects us or the Company, or actually waited for our Commissioners, flattering himself that he will lead us along on a string so as then later to achieve his objective with greater ease; but as for me, I dare not state anything of that nature for certain; nevertheless, it seems to me very necessary merely to keep him talking, which in any case can do no harm, but rather much good. He has meanwhile secured himself tolerably well of his recently made conquests; at least he has entrusted the administration of the occupied realms of Cottaatte and Bargare to the old King of Colastrij, so that those lands are mostly administered on the former footing and their inhabitants are not so very discontented as those of the Zamorin's realm, who until now are very restless and must repeatedly be brought to a halt by force. Here I must also report something, though it is almost beyond belief, namely: when both the Commissioners being at Seringapatnam heard from an English Doctor of Medicine from Bombay who had some business there, and from a French officer in the Nabab's service, though not the writer of the letters, that the General of Goa had effectively made an application to the Nabab through express emissaries, namely for the Nabab's help and assistance of native troops in case it should happen that they were obliged to take Cochin and Colombo, those two places having been named, from the
Dutch transcription
156 aan het Hoofd der vloote laten weeten dat hij dit gedoente zelfs aan den Nabab moest verantwoor¬ „den; intusschen is door den Engelsche Resident het ijzer, als aan Engelse onderdanen toebehoorende, welterug ge-eijscht, dog zo veel men weet, nog niet gerestitueerd. Den Hoogmoed vande Nababte gaat verre¬ want schoon hunne, magt ter zee gering en niet bestand is, tegen een enkeld wel bemand schip zo willen zij egter het Meesterschap ter zee al= „hier even gelijk de Marattas, aanmatigen, en alle daarin vaarende trafficanten verplig= „ten, van Hun pascen teneemen, gelijk dan ook alle Bombadassen reets verpligt zijn zig van pas= „cen van Aijder Alijchan te voorzien, behalven die van Musquetta; welks vorst daar over bij Aider Alijchan gedoleerd heeft, onder aankun¬ „diging; dat Hij de schaade zijne onderdanen toe„ „gebragt, op de scheepen van Aijder Alijchan, te Muscetta ten handelvaarende, zoude verhaalen, met dat gevolg, dat die vrij en onverhindert vaaren. Den 18: februarij J:t leeden vertrokken 's Nababs vaartuijgen gezamendlijk na de Noord en den 19. 's avonds Of nu de Nababse wezendlijk diep Zee slaags zijn geweest, en die menschen daarom ontflugt zijn, dan wel datze buijten des geneegend= „heijd gehad hebben sesababsdienst te verlaten, en daartoe geleegendheijd hebben gevonden, heeft men niet zeker kunnen weeten; dog wel weet men, dat er als toen de Portugeezen freguats hieromtrend waaren; dog indien zij slaags ge= weest zijn is het geweest, met een Engels Schip, ten oorlog ge-equipeerd van Bengale na Bom„ „baij gedestineerd om te dienen in den oorlog ren Dat dien morgen, diep zee twee vaartuijgen van den Nabab slaags waaren geraakt met twee Portugeeze freguatten: Dat de portugee„ zen een van 's Nababs vaartuijgen, waarop zij waren geweest, hadden genomen, en dat ze daar„ „op met het schuijtje van dat vaartuijg de vlugt hadden genomen en hier aan de wal waren ge„ „komen. quamen, omtrend een uur zuijdwaards van deze Stad, met een klijn vaartuijgje aan land twee perzoonen, welke door den Inlander, in de stad gebragt, en ondervraagt zijnde het volgende verhaal deeden. quamen tegens „ 157 onzeekerheijd van N Na„ „babs verder voornee„ „men. te seringapatnam nopens de portugeezen gehoort hebben. tegens de Marattas, waarvan men tijding had, dat het tedier tijd hier voor bij (was gepasseert, gelijk men dan ook, naderhand gehoord heeft, dat een Engels schip, een vlootje ontmoed hebbende dat onder zijn Geschut quam, empassant op een van de twee paalen eenige schooten gedaan, en dezelve heer beschadigt heeft. De Goede mousson is intusschen ditmaal verloopen, zonder dat de Nabab verder afgekomen is, men gist na de reeden daarvan, zommige meenen dat Hij wild afwagten, hoe de zaaken tusschen de Engelschen en de Marattas zullen uijtvallen, andere weder dat Hij van het sammo „ wat de Gecommitteerd=s „rijnse rijk nog niet genoeg verzeekerd zijnde geen verdere stap heeft durven doen, uijt be¬ „dugtinge dat de malcontente sammorijnse Nairossen en ingezetenen zig bij Travancoor zouden voegen, dan weer dat wij of de Comp: on„ ziet of eijgendlijk gewagt heeft, na onze Gecommitteerdens, en zig vlijd dat Hij ons aan het lijntje krijgen zal om als dan naderhand met meerder gemak zijn oogmerk te berijken; dog ik voor mij durve niets van die natuur, voor zeker opgeven; egter komt het mij zeer noodzakelijk voor, Hem maar aan de praat te houden, het geen in alle gevallen geen quaad, maar veel eer goed ijt kan doen: Hij heeft zig intusschen, van zijne Jongst gemaakte conquesten tamelijk wel verzoekert, te ten minsten de oude Koning van Colastrij heeft hij het bestier over de ge-occupeerde rijken van Cottaatte en Bargare opgedragen gelijk dan ook die Landen meest na den voorigen voet bestierd worden en de„ inwoonders daarvan niet zo zeer onvergenoegd zijn als die van het sammorijnse, dewelke tot als nog zeer gekreveld en telkens met geweld tot stil-en „stand moeten gebragt worden. Hier moet ik nog iets melden schoon het bij na niet tegelooven is, namendlijk; toe zen beijde de Gecommitt:s teseringapatnam zijnde van een Engels Doctor in de Medicina van Ban¬ „barij die daar iets te doen had, en van een frans officier in 's Nababs dienst (dog niet de schrijver derbrieven :/ hebben gehoort, dat de Generaal van Goa effectiev aanzoek bij den Nabab heeft laten doen, door expresse zendelingen, namend „lijk om 'swababs hulp en bijstand van Jnlandse trou„ „pes, ingevalle het mogt gebeuren, datze Cochim en Colombo /(die twee plaatzen hadden ze genoemd/ van noodzakelijk de
English
158 The English and the Marhattas. The recently concluded pepper account. wanted to take it away from the Dutch again, note: because the Dutch, being very fortunate at that time, had taken everything from the Portuguese and left them virtually nothing of importance, and that the Nabab had flatly refused this; if the English doctor had not related this as well, I would have thought that the Nabab specially ordered this to be told to our commissioners to incite the Company all the more to engage with him in the manner he would like to see; for the Nabab is so secretive in all his actions that his principal servants seldom know what is going on with him, and thus it is unthinkable that these two people could know what goes on in the cabinet of the Nabab, and therefore I believe most likely that, having seen Portuguese envoys in Seringapatnam, they merely guessed at it thereafter as a consequence of a former engagement and the present boastfulness of the Portuguese in Goa. The English have chased the Marhattas out of the fairway and kept them blockaded in the harbor of Gheriah, after having previously set fire to their so-called admiral ship and blown it up into the air, besides inflicting much more damage on the Maratha vessels; meanwhile, the English still hold the island of Salsette in possession, are arming themselves heavily at Bombay, and now that the matter has gone so far, are obtaining reinforcements of men and ammunition from Madras and elsewhere: I say now that the matter has gone so far, because it has been learned that the Bombay administration took that step on its own authority, without qualification from the Bengal government: but Bassein, which also seems to have been their objective, they have not yet captured. On 12 April last, the pepper account of Travancore was concluded; the chief pepper supplier did not come along this time, but the second and third suppliers, known by the name of pepper writers, assisted by the King's agent named Ananda Mallen, were sent for this purpose; I believe that the chief pepper supplier was intentionally not sent out of fear that I might speak too harshly about the meager pepper delivery of this year. 159 The King of Cranganore's visit to the city. Private trade. I nevertheless spoke further and seriously about it with the aforementioned three persons, though in a somewhat gentler manner than I was accustomed to doing on account of the present circumstances; they, however, very politely requested me not to take it amiss, protesting that it had been utterly impossible for His Highness to deliver more pepper this time, with a strong promise that it would go better this year; upon which I dare not rely, however, all the less so because we effectively had an excessive and prolonged drought this year, and because they made me such good promises, I also did not significantly reduce the customary gift; last year it amounted to f256. 16. –. and now f199. 4. — in order not to be too harsh; the new delivery is meanwhile proceeding again; up to the present date, between 3 to 400,000 lb has been delivered. On 24 March, the petty King of Cranganore paid a visit to me in the city for the first time; I spoke to him at length about his indolent manner of governing and that he allows himself to be so misled by his ministers, which I experience daily in the settling of native complaints and similar matters; at the same time I addressed him in a prudent manner regarding his recent conduct toward the Zamorin and the Nabab; he candidly confessed to me that in the year 1766, out of fear of the Nabab, he had promised an offering which he could not furnish then, and therefore had to give last year; and because he is effectively a simple man, and the affairs of his little realm are much neglected, of which he now seems to be convinced, I have brought him so far, as he is also doing presently, namely that he communicates everything that occurs with him to the Resident of Cranganore, and the effect thereof has been very good so far. The private trade on account of the Company has also succeeded fairly well this time; the time had already somewhat elapsed before I received Your High Excellencies' approval regarding this: I nevertheless immediately pursued it with greater earnestness: as soon as the yield thereof has been drawn up by the second-in-command, I shall have the honor.
Dutch transcription
158 d'Engelse en de Marhettas De Jongst gesloote peper reekeninge, de Hollanders weder wilden afneemen, NB: dewijl de Hollanders als te diertijd zeer gelukkig zijnde, den portugeezen alles afgenoomen en genoegzaam niets van belang gelaten hebben, en dat de Na= „bab zulx glad-uijd vande hand geweeken had; indien de Engelse Doctor, dit ook niet verhaald had, dan zoude ik verleerdenken, dat de Nabab speciaal gelast heeft om zulks aan onze Gecom= „mitt:s te vertellen om de Comp: destemeer aan „tezetten, zig met Hem te engageeren op die wijze als hij gaarne zoude zien; want de Nabab is in al zijn doen zo geheijm, dat zijn eerste bediendeng zelden weeten wat er bij Hem omgaat, en dus is het niet te denken dat dezen twee Lieden zouden kunnen weeten wat er in 't Cabinet van den Nabab omgaat, en daarom geloove ik voor het naaste, dat zij te Seringapatnam, zendelingen vande Portugeezen gezien hebbende daarna maar zullen geraden hebben, als een Consequens van een voorig ppargement en het tegenswoordig grootspreeken van de Portugeezen in Goa. De Engelsche hebben de Marhettas uijt het vaarwater gejaagd, en in de haven van Ghria bezet gehouden, nadat zij alvoorens Hun zo Den 12. April J.o Leeden is de paper ree„ keninge van Trevancoor geslooten; de Hoofd peper leverancier is ditmaal niet meede gekomen, maar de tweede en derde Leveranciers bekend onder de naam van peper schrijvers g'assis= teert door 's Konings Agent gent. Ananda Mallen zijn daartoe gezonden; Ik geloove dat de Hoofd peper Levarancier expres niet afge„ „zonden is, uijt bedugting dat ik mogelijk over de magere peper Leverantie van dit Jaar genaamd Admiraal schip in brand geschooten ens in de Lugt hebben doen springen, behalven veel ijt meer andere schaaden aan de Maratse vaar„ „tuijgen toegebragt; Jntusschen houden de Engelse het Eijland salsette nog in bezit, rusten zig sterk toe op Bombaij, en erlangen, nu de zaak, zo verre is van Madras en elders secours van Volk en Ammonutie: Ik zegge nu de zaak zo verre is, om dat men vernomen heeft, dat het Ministerie van Bombaij, die stap op eijge authoriteijt; zonder qualificatie vande Bengaalse regeering gedaan heeft: Dog Bassin waarop de toeleg ook schijnt geweest te zijn, hebben ze nog niet vermeestert genaamd ten 159 De Koning van Cran„ „ganoors visihe in de stad. te sterk spreeken zoude; Jk hebbe met voorsz: drie perzoonen egter eens nader en serieuslijk daar over gesprooken, dog op eene wat zagtere wijze als ik gewoonden te doen, om de wille van de tijds omstandigheeden, dog zij verzogten mij zeer vriendelijk, dat ik dat tog zo qualijk niet mogt neemen onder betuijging dat het zijn Hots: ditmaal volstrekt onmogelijk was geweest meer peper te leeveren, met kragtige belofte dat het dit jaar bater zoude gaan; waarop ik egter niet reekenen durve¬ teminder wij dit Jaar effectiev een excessive en langduurige droogte gehad hebben, en om datze mij zulke goede beloften deden heb= „be ik het ordinair geschenk ook niet van belang vermindert; verleeden Jaar bedroeg het ƒ256. 16. –. en nu ƒ199. 4. — om niet al te hard te zijn; De nieuwe leverantie gaat in¬ „tusschen weder voort, onder dato dezes is 'er geleeverd tusschen de 3: â 400'000: lb: Den 24. Maart, heeft het koningje van Cranganoor voor d' eerste maal bij mij in de stad een visiete afgelegd; ik hebben Hem omstandig onderhouden over zijn indolente de particuliere Handel; De particuliere Negotie voor reek: van de Comp: is ditmaal ook tamelijk gelukt; de tijd was al wat verloopen eer ik uw Hoog Edelheedens goedkeuringe daaromtrend ontving: ik hebbe de„ „zelve egter ten eersten met meer ernst voortge„ „zet: zo dra het rendement daarvan door den secunde zal opgemaakt zijn, zal ik de eere hebben manier van regeeren en dat Hij zig van zijn Ministers zo laat mislijden, het geen ik dagelijks ondervinde bij ijt het afdoen van inlandse klagten en diergelijke din= „gen meer; teffens hebbe ik Hem op een voorzigtige wijze onderhouden, over zijn laatste gedrag omtrend den Sammorijn en den Nabab; Hij heeft mij open= „hartig bekend, dat Wij A:o 1766: uijt vreeze voor den Nabab, een offerte beloofd heeft die hij toen niet kon fourneeren, en daarom nu verleeden Jaar heeft moeten geeven: en dewijl Hij effectiev een onnozel man is, en de zaken van zijn rijkje veel verwaarloosd worden, waarvan Hij nu overtuijgd schijnt te zijn, zo hebbe ik Hem zo verre gedisponeert, gelijk Hij ook tansdoed, namendlijk dat Hij van alles wat bij hem voorvald, Communicatiev gaat met den Resident van Cranganoor, en het effect daarvan is tot nog toe heel wel. manier uw
English
160 General Trade; The Canarese Christna Porboe; to send the same to Your Right Nobles: this, however, I can assure Your Right Nobles in advance, that the net profit made on it for the Company far surpasses that of last year. In the general letter it is stated that the late arrival of the second ship so greatly disrupted trade that it would have had to come to a complete standstill had I not found an opportunity to keep it going for some time through the qualification obtained from Your Right Nobles, by which I actually mean the sale of pepper and private trade on account of the Company: for everything was sold, and so it is natural that I would have been unable to accommodate the traders if I had not purchased goods privately, with which I can accommodate the foreign merchants and keep trade lively for a while, as well as with the sale of pepper when the private sugar was also sold out, and from which it appears that both the sugar and the pepper are the bait to draw the traders here, and thus both those articles are necessary to make trade flourish here and to dispose of the Company's bar copper and spices; this I have seen clearly this time, for as long as sugar was sold, spices were sold at the same time, but as soon as the Company's and private sugar from Zeeduijn was finished, I immediately saw a decrease in the sale of spices, which would not have been collected at all then if I had not sold some pepper with them; but as soon as the Macau traders arrived here and, not daring to carry their sugar any further on account of the disturbances in the North, sold it to the Company, the sale of spices began to increase again, so that with that latter, or Macau sugar, I helped dispose of the rest of the spices. When I informed Your Right Nobles in my respectful letter of 1 January about what occurred with Callaga Porboe and the reasons that moved me to send him away, I at the same time demonstrated how a certain Canarese named Christna Porboe had collaborated in this affair, and that I therefore intended to send him to Ceylon: 161 The fraud committed in the Trade Books However, since then I have thought it best to send him further away from here, and take the liberty of sending him over with the bearer of this at the disposal of Your Right Nobles, with the request that he may at least for the present not return here, as I fear that if what occurred between him and the servants of the King of Cochin should by chance become public, this might cause me trouble; what is charged against him does not, according to the native way of thinking, make him guilty to such a high degree as to have to undergo severe punishment for it: it is enough if he does not come here in the first years, and I trust that Your Right Nobles, considering it likewise, will be pleased merely to keep him there in custody for some time. The second, van de Graaff, has handed over to me his further report in the case of Jzaaksz: with the relevant annexes, among which are also the authentic proofs that were required by Your Right Nobles and are to be found here, which papers I have the honor of presenting herewith to Your Right Nobles. Regarding the entries of the petty cash pointed out by van de Graaff: one cannot doubt that the Company was shortchanged by the cashiers because of everything that they counted too little in the receipts and too much in the expenditures; at least this is proved by all such sheets on which no forgery was committed, and from which it appears that the cashiers, according to the count made therewith, balanced and accounted for their remainder. As for the charges which van de Graaff points out were made to the account of Erechiel from the year 1758/9 to the year 1754/5 inclusive: one cannot deny that the warehouse master of that time fell under suspicion therein, and it is not even comprehensible how Jzaaksz: this fraud... As for the shortfall in accounting by the shopkeepers demonstrated by van de Graaff from their own accounts and books; there is certainly no doubt about that, and as it thus appears that the shopkeepers at least, as far as these entries are concerned, acted together in this with Izaaksz:, who arranged this for them in the Trade Books, this certainly also gives a strong presumption regarding other entries that are less proven.
Dutch transcription
160 De algemeene Handel; De Canarijn uw Hoog Edelheedens hetzelve toeteschikken: dit kan ik egter uw Hoog Edelheedens bij voorraad verzeekeren, dat het geen daarmeede zuijver voor de Comp: gewonnen is, verre dat van verleeden Jaar surpasseerd. Bij de algemeene briev word gezegd dat de laate aankomst van het tweede schip den handel zo zeer gederangeerd heeft, dat dezelve ten eene„ „maal zoude hebben moeten stilstaan indien ik geen geleegendheijd gevonden had, dezelve nog eeni„ „gen tijd aan den Gang te houden door de erlangde qua„ „lificatie van uw Hoog Edelheedens, waarmeede ik eijgendlijk meene den verkoop van peper ende particuliere handel voor reek: vande Comp: want alles was verkogt, en dus is het natuurlijk dat ik de Handelaars, niets zoude hebbe kunnen ge„ „rieven indien ik geen Goederen particulier had„ „de ingekogt, waarmeede ik de vreemde kooplieden kan gerieven inden handel een tijd lang levendig houden, zo wel als met de verkoop van peper toen de particuliere zuijker ook al verkogt was, en waar uijt blijkt dat zo wel de zuijker als de peper het Lokaas is om de Handelaars hiernator te trekken en dus beijde die artikels Toen ik uw Hoog Edelheedens bij mijn eer„ Christna Porboe; biedige van den 1. Januarij onderhield over het voorge„ „vallene met Callaga Porboe en de reeden dien mij bewoo„ „gen hebben om hem te verzenden hebbe ik daarbij teffens aangetoond, hoe zeeker Cannarijn in naame Christna Lorboe in dezen handel heer mede gewerkt had en dat ik daarom voorneemens was Hem na Ceilon te verzenden: noodzakelijk zijn om den Handel hier te doen bloeijen en 'sComp:s staafkoper en specerijen te vertieren; dit hebbe ik ditmaal duijdelijk gezien, want zo uijt lange er zuijker verkogt wierd, wierden teffens specerijen verkogt, maar zo dra sComp:s en parti„de „culiere zuijker van Zeeduijn op was, zag ik ten eersten verminderinge in den verkoop van spe„ „cerijen, die toen in 't geheel niet zouden afgehaald zijn geworden, indien ik niet wat peper daar bij verkogt had; maar zodra de Maccauws vaar„ „ders hier quamen en wegens de onlusten om de Noord, Hun zuijker niet verder durvende bren„en „gen, dezelve aan de Comp: verkogten, begon de verkoop van specerijen weder toeteneemen, zo zen dat ik met die laatste, of Maccauwse zuijker de rest van de specerijen aan den man ge„ „holpen hebben. noodzakelijk dog 161 De gepleegde fraude bij de Negotie Boeken Dog 't zeedert hebbe best gedagt Hem verder van hier te verzenden, en gebruijke de vrijmoedigheid Hem met brenger dezes overtezenden ter dispozitie van uw Hoog Edelheedens, met verzoek dat Hij ten minsten voor eerst niet herwaards komen mag, wijl ik bedugt ben, dat zo het voorge„ „vallene tusschen Hem en de Bediendens van de Koning van Cochim zomtijds mogt rugt„ „baar worden mij dit aan moeijte helpen kon; het geen 'er tot zijn lasten is, maakt hem wel juijst naar de wijze van denken onder de inlanderen niet schuldig in zo een hoogen graad om daar over swaare straffe temoeten onder„ gaan: Het is genoeg als hij in d' eerste Jaaren niet hierkomt, en ik vertrouwe dat uw Hoog Edelhee¬ „dens zulks ook zodanig Considereerende Hem ginter eenelijk voor eenigen tijd in zeekerheijd zullen gelieven te houde De secunde vande Graaff heeft mij zijn nader berigt in de zaak van Jzaaksz: overgeeven met de daartoe behoorende bijlagen, waaronder ook de authenticque bewijzen die door uw Hoog Edelhee„ „dens gerequireerd en hier tevinden zijn, welke papieren ik d' eer hebbe uw Hoog Edelheedens hiernevens aantebieden Betreffende de posten vande kleene kas door van de Graaff aangeweeken: Men kan niet twijffelen of de Comp: is door de Cassiers verkort, wegens all' het geen zij in den ontvangst temin en in d' uijt„ „gaves teveel geteld hebben, ten minsten dit bewijzen alle zulke vellen, waarin geen vervalsing is ge„ „pleegd, en waarvan het blijkt, dat de cassiers volgens de daar bij gedaane telling, hun restand afgeslooten en verantwoord hebben Wat aangaat de belastingen die van de Graaff aanwijsd, dat van het Jaar 17 5/9. tot het Jaar 175 4/5. ingeslooten op Erechiels reek: gedaan zijn: Men kan niet ontkennen dat de Pakhuijsmeester van die tijd daarin onder verdenking lagd en het is zelfs niet te begrijpen, hoa Jzaaksz: dit bedrog Wat aangaat de door van de Graaff aange „toonde tekort verantwoordinge vande winkeliers uijt Hunne eijge reekeningen en Boeken; daarover valtze= „kerlijk geen bedenkinge, en wijl het dus blijkt, dat de Winkeliers ten minsten, zo veel deze posten aangaat met Izaaksz: die dit voor Hun bij de Negotie Boeken plooijde, hier in hebben tzamen gedaan, zo geeft dit „ omtrent andere posten zeekerlijk ook een groote presumptie „ die minder be„ „wezen zijn. wat buijten .
English
162 would have committed without his participation, unless the cashier was more or less implicated therein, as one seems to have to deduce from the agreement of Ezechiel's notes with the cashier's monthly accounts; for although the evidence for this is merely derived from a memorandum, and such daily notes certainly do not possess an equal credibility to a regular trade book, yet these notes, however simply they are kept, acquire a high degree of probability through the neat agreement of the entries noted therein, both in the quantities and in the prices of the goods, with the cashier's monthly accounts. Moreover, the aforesaid charges made are in themselves exceedingly suspicious, and that separate money was sometimes received for them may easily be a consequence solely of Izaaksz's arrangements, without one being able to conclude anything positive from it regarding the legality of these charges. The differences in the auction account probably arose, as van de Graaff points out, through Izaaksz's thefts alone without other help; on the other hand, it is again utterly impossible that Izaaksz's false write-offs for the amount of the goods that are still short in the warehouse, over and above what was written off on Ezechiel's account in the auction account, could have had any real consequence if the cashiers or the warehouse masters had not agreed with him in this. But the dispute concerning this between these administrators cannot be decided because of the defective papers, at least not to the extent that one can convict either the one or the other of it with completely certain proof; so that if any recourse is to be sought from them beyond the other entries, this can only be by way of conviction of those who appear from visible documents to have participated with Izaaksz in this fraud. But how far the cashiers lie under suspicion in this is uncertain; however, since the corruptions and falsifications in the monthly accounts of the petty cash remained without consequence for the cashiers, this is perhaps all the more reason to suspect them therein less than others. It likewise appears to me that one cannot, solely from the proof 163 that can be drawn from the shortages drawn up in their time according to the trade books and the monthly accounts of the petty cash, consider the warehouse masters as fully proven accomplices of Izaaksz, in order to demand compensation from them based on that, unless it appears from elsewhere that they were effectively of one mind with Izaaksz and therefore jointly guilty with him. As for the management of the main cash: the indication given thereof by van de Graaff shows that the false entries and write-offs, as far as they can be traced, never had any actual consequence; and as for the uncertain entries that relate to the missing cash accounts, the reasons upon which van de Graaff bases his opinion in this regard also appear acceptable to me. Concerning the remaining administrations, he shows that a further confrontation must be held, and thus I hope that with this work of his he has given satisfaction to Your High Nobilities and, as far as there was any possibility for it, will have fulfilled the objective more than has yet been fulfilled. A second who diligently assists the chief commander here in trade, as van de Graaff truly does, has enough occupation with that alone, not to mention that as chief administrator and trade bookkeeper he also finds his work; and since I assigned the aforesaid investigation to him and strongly encouraged him to do it, just as he has frequently had to buy out hours for it that are granted for rest, I hope all the more that Your High Nobilities will be pleased with his work. In the meantime, I have the high honor to remain with the greatest respect. /was signed below/ High Noble Great Honorable Far-ruling Lord, and Right Honorable Lords: Your High Nobilities' very obedient and humble servant /was signed:/ A: Moens /in the margin/ Cochin the 12th of May Anno 1775. /Lower/ PS: At the closing of this, the King of Travancore has me requested for ten of the best copper drums; and since I had none here, I promised His Highness to request them from Batavia; thus I request that Your High Nobilities be so good as to send the aforesaid ten copper drums here. The lighter they are, 164 the better he likes them, and this is properly the reason why he desires the smallest kind, as they have been made known in the general letter. I hope that so many can be spared over there, for with such conveniences one can do him quite a lot of pleasure, and it would grieve us now if the Company could not provide them to him, so that he would then go and request those drums from the English; at least I have assured His Highness that if they are in stock in Batavia, Your High Nobilities will provide them to him with all pleasure. agrees EE Clercq On the occasion of the ship De Venus, having arrived at Tuticorin, being scheduled to depart from there at the end of this month directly for Batavia, I have the honor to offer to Your High Nobilities the duplicate of my High Noble Great Honorable Far-ruling Lord Right Honorable Lords! The Right Honorable Lords Councillors of Netherlands India. To His High Nobility. The High Noble Great Honorable Lord Petrus Albertus van der Parra Governor General Along with Batavia. Separate Copy J Saminckieus last
Dutch transcription
162 buijten zijn participatie zoude gepleegd hebben, indien de cassier, daarin niet min of meer is gemangt ge„ „weest, gelijk men uijt de overeenstemming van Eze„ „chiels aanteekeningen, met 'sCassiers maand ree„ „keningen, schijnd temoeten opmaaken; want of wel het bewijs hiertoe maar ontleend word uijt een ma„ „moriaal, en dat zulke dagelijkse aanteekeningen zekerlijk niet hebben een gelijke geloofwaardigheijd met een gewoone Negotie Boek, zo krijgen egter dezen aan„ „teekeningen hoe een voudig ze ook gehouden zijn, een hooge graad van waarschijnlijkheijd, door de nette overeenstemming, der daarbij genoteerde potten zo wel in de quantiteijten als in de prijzen der goederen met 'sCassiers maandreekeningen, boven dien zo zijn de voorsz: gedaane belastingen op zig zelve ten uijtersten verdagt, en dat daarvoor zomtijds apart geld ingeko„ „men is, kan ligtelijk een gevolg zijn alleen van Izaaksz: schikkingen, zonder dat daaruijt voor de wettigheijd van deze belastingen, iets positievs te besluijten valt. De verschillen inde vendu reek: zijn waar„ „schijnlijk ontstaan, zo als van de Graaff dat aan„ „wijsd door Izaaksz dieverijen alleen zonder andere hulp, daarentegen is het wader volstrekt onmogelijk, dat Izaaksz: valse afschrijvingen /:voor het beloopden Goo„ lijk „deren, die in het pakhuijs buijten hetgeen op Ezechi„ „els reek: in de reekening van vendutie afgeschreeven is, nog tekort komen:/ eenig werkelijk gevolg konden gehad hebben, indien de Cassiers of de Pakhuijs= „meesters het hier in met hem niet waaren eens geweest, dog het geschil hierover tusschen dezes„ administrateurs kan mits de gebrekkige papie„ „ren niet worden beslist, ten minsten in zo verre dat men nog den een nog den ander met volkomen zeker bewijs daarvan overtuijgen kan, zo dat indien er buijten d' andere posten van hun nog eenig verhaal zal worden gezogt, zulks alleen zijn kan, bij wege van overtuijginge der geene die uijt zigtbare stukken komen te blijken, dat zij met Jzaaksz: in dit be„ „drog hebben geparticipeerd: dog hoe verre de Cassiers hierin onder verdenkinge leggen is onzeker; dan dewijl de verdervingen en vervalsingen in de maand reekeningen van de kleene kas, voor de Cassiers buij¬ „ten gevolg gebleeven zijn, zo is zulks mogelijk wel een reede temaer, om Hun daarin minder als andere te verdenken. Ook komt het mij insgelijks voor, dat mende Pakhuijsmeesters eenelijk uijt het be¬ dat „ wijs 163 „wijs, dat men trekken kan, uijt de tekort komingens in Hun tijd opgemaakt, volgens de Negotie boeken en de maand reekeningen vande klijne Cas, voor geen vol„ „komen beweezene medepligtige van Jzaaksz: hou„ „den kan, om daarop van hun vergoedinge te vorderen, indien niet van elders blijkt dat zij effectiev met Izaaksz: eens gezind geweert en dus met Hem te¬ „zamen schuldig zijn. Wat voorts de behandeling vande groote kas aangaat; de aanwijzing die vande Graaff daar van doet, toond aan, dat de valse in en afschrij„ „vingen, zo verre ze nategaan zijn, nooit eenig dadelijk gevolg gehad hebben; en wat d' onzekere posten aangaat, die Haare relatie hebben tot de ontbreekende Cassa reekeningen, de raeden waarop van de Graaff zijne meening derwegens grond, ko„ „men mij mede aanneemelijk voor. van d' overige administratien toond Hij aan dat een verdere Confrontatie te doen vald, en dus hoope ik dat Hij uw Hoog Edelheedens met dezen zijnen arbeijd genoegen gegeven en voor zo verre daar toe maar eenige mogelijkheijd geweest meer aan het oogmerk voldaan zal hebben, als er nog aan voldaan is: Een secunde die den hoofd Gebieder hier in den Handel naarstig assisteerd, gelijk vande Graaff waarlijk doet, heeft daarmeede alleen occupatie genoeg, geswijge dat Wij als Hoofd administra„ „teur en Negotie Boekhouder almede zijn werk vind; en vermits ik Hem voorsz: onderzoek opgedragen, en daartoe sterk aangemoedigt hebbe, gelijk Hij dan ook daar in menigmaal, uuren heeft moeten uijt„ „koopen, die voor de rust gegund zijn, zo hoope ik des te„ „meer dat uw Hoog Edelheedens in zijn werk ge„ „noegen zullen geeven. Inmiddels hebbe de hooge eere met de meeste eerbied te verblijven. /onderstond/ Hoog Edele Groot Agtbaare wijdgebiedende Heer, en wel Edele Heeren: uw Hoog Edelheedens zeer ge= „hoorzaame en onderdanige dienaar /:was getee„ „kend:/ A: Moens /in margine/ Cochim den 12. Meij A:o 1775: /Lager / PS: Bij het sluijten de zas laat mij de koning van Trevancoor verzoeken om thien van de beste kopere Trommels: en dewijl ik 'er hier geene had, zo hebbe ik zijn Ho:ts: be„ „loofd, dezelve van Batavia te zullen eijsschen, dus verzoeke dat uw Hoog Edelheedens zo goed ge= „lieven te zijn om voorsz: Thien kopere trom= „mels dit heen tezenden: Hoe ligter za zijn, gebieder hoe 164 hoe liever hij ze heeft, en dit is eijgendlijk de reeden waarom hij de klijnste zoort begeert, gelijk de „zelve zodanig bij de Gemeene briev bekend ge= „steld zijn, ik hoopa dat 'er ginter zo veel te mis= „sen zullen zijn, want met diergelijke gerief „lijkheeden kan men Hem nog al veel plaijzier doen, en het zoude wij tans spijten, indien de Comp: Hem dezelve niet kon bezorgen, dat Hij dan die trommels van d' Engelse zoude gaan verzoeken, ten minsten ik hebbe zijn Ho=t verzeekerd dat als ze te Batavia in voor„ „raad zijn uw Hoog Edelheedens Hem dezelve met alle plaijzier zullen bezorgen accordeert EE Clercq D Bij geleegendheijd het schip De Venus te Tutucorijn aangekomen van daar in het laat „ste van deze maand direct na Batavia staat te vertrecken, hebbe de eere Uw Hoog Edelhee„ „dens aantebieden het duplicaat van mijnen Hoog Edele Groot Achtbaare wijdgebiedende Heer Wel Edele Heeren! De Wel Edele Heeren Raaden van Nederlands Jndia. Aan zijn Hoog Edelheijd. Den Hoog Edelen Groot Achtbaaren Heer Petrus Albertus van der Parra Gouverneur Generaal Benevens Batavia. Copia Apart J Saminckieus laatsten E
English
6 165 last separate letter addressed to Your High Nobilities. Therein I demonstrated to Your High Nobilities the necessity that exists, in my opinion, to take care that Travancore, in his present embarrassment and uncertainty regarding Hyder Ali Khan, should by no means engage himself with the English, and completely abandon his trust or hope in us. Thus I have in the meantime prudently encouraged Travancore and made him understand that it is never to be believed that the Nawab will attack him as long as he knows that the Company is his friend, and that the latter therefore now depends solely on himself, by making himself worthy of the Company's friendship through faithful compliance with that to which he has bound himself by contract, and among other things also principally through the delivery of the contracted pepper. And so that his trust in the Company might increase all the more and the English in the meantime should not talk him out of so much pepper as recently, I have taken special care that he, through his agent who usually resides here to see and learn what is going on, came to know, as if entirely without my knowledge, that our Commissioners, who recently were with the Nawab, had clear orders to include him, together with the King of Cochin, in the friendship as the Company's friends and allies. And I know intimately that he is extraordinarily pleased with this, for although the Commissioners indeed had no opportunity to speak thereof, he still to this day believes nothing other than that it has effectively taken place; and thus this can produce more trust in us with him than if I had informed him of it directly, which is also why, whenever he now and then has me sounded out, I intentionally give only a simple answer: that His Highness should just deliver pepper properly and for the rest just let me go my way. And as a consequence thereof I have the pleasure of being able to inform Your High Nobilities that from various circumstances I can observe that, however much the English are still actively engaged in bringing Travancore over to their 166 interests and attaining their objective, the King has nevertheless not yet allowed himself to be persuaded, and I believe most likely that he is actually waiting and first wants to see what answer will come from Your High Nobilities, in order then to take his measures accordingly. I also informed Your High Nobilities recently that I had closed the annual account with Travancore, but I forgot to mention therein that he then again requested not 10 but only 7 pepper passes, ostensibly to show thereby that he does not intend to send much pepper to Coromandel, but rather wants to supply the Company first with as much as will be possible for him, which I then simply accepted; yet I believe most likely that he did not dare to ask for 10 passes out of fear that I would have refused him the same. In that same letter I made mention of a vessel that was said to have been taken south of the river by the Nawab's fleet, and that I had lodged a complaint thereover with the Nawab. Since then, the Chief of Tellicherry, because the cargo belonged to the English at Anjengo, has also lodged a complaint thereover with the Nawab, and now I am informed that the said vessel and goods have been released without the slightest thing being detained, though it is not known whether the naval commander was reprimanded for his action, which I also do not believe. In my separate letter of 10 October last I reported that the King of Cochin had received a piece of land from the Nawab which previously belonged to him, but had since been taken away by the Zamorin; yet since then, or actually when the surrender was to take place, the King of Cochin, seeing that this region was not ceded to him entirely but only in part, would not accept that part and thus made no further application to the Nawab for it, so that His Highness has received little for his two lakhs of rupees. These days I received from the Nawab a letter in French addressed to the Governor of Nagapatnam, but directed to me, of which the copy accompanies this, together with its translation.
Dutch transcription
6 165 laatsten aparten aan uw Hoog Edelhee„ „dens gerigt. Ik hebbe uw Hoog Edelheedens daarbij vertoond de noodzaakelijkheijd die er is na mij= „ne gedagten omtehorgen dat Trevancoor in zijne tegenswoordig overleegendheijd en onzeekerheijd nopens Aijder Alijchan zig tog niet met de Engelsche engageere, en zijn vertrouwen of hoope op ons ten eenemaal late vaaren: dus hebbe ik intusschen Trevancoor op eene voor„ „zigtige wijze moet in 't lijf gesprooken en doen begrijpen dat het nimmer te gelooven is, dat de Nabab Hem overvallen zal; zo lange blij weet, dat de Comp: zijn vriend is, en dat dit laatste derhalven nu van hem zelven maar afhangd, met zig 'sComp:s vriendschap waar„ „dig temaken door getrouwe nakomingen van het geen waartoe Hij zig bij Contract verbon„ „den heeft, en onder andere ook voornamend„ „lijk door Leverantie van de gecontracteerde paper, en op dat zijn vertrouwen op de Comp: des temeer moge aangroeijen en d' Engelsche Hem intusschen zo veel peper niet zouden afpraaten als laatst, zo hebbe wel speciaal gezorgd, dat wlij door zijn Agent die hier door„ „gaans zig ophoud om te zien en te verneemen be wat 'er omgaat, quans wijs even al buijten mijn kennisse teweeten is gekomen dat onze Gecom„ „mitteerdens, die onlangs bij den Nabab geweest erd zijn duijdelijke Last gehad hebben om Hem benevens den Cochimer als 'sComp:s vriend en Bondgenooten de vriendschap in te sluijten en ik weet van nabij, dat Hij daarmeede bij„ „zondere in zijn schik is, want schoon de Ge„ „committeerdens wel geen geleegendheijd gehad hebben, „ daarvan te spreeken, zo weet Hij tot nog toe dart niet beeter of het is effectiev geschied; en dus kan dit bij hem meer vertrouwen op ons uijt„ „werken, als of ik hem zulks direct had laten weeten, en waarom ik ook wanneer hij mij nu en dan laat polsen, expres maar eenvoudig ant¬ „woorde; dat zijn Ho: maar braar peper leeveren en voor de rest mij, mijn gang maar moet laten gaan, en ik hebbe als een gevolg daar van het genoegen uw Hoog Edelheedens te moge„ bedeelen, dat ik uijt verscheijde omstandigheeden, kan bemerken dat hoe zeer d'Engelse tot als nog sterk bezig zijn, om Trevancoor in hunne gezorgd belangens d 166 belangens te brengen en Hun oogmerk te b „ken, de Koning zig egter nog niet heeft late overhalen en ik geloove voor het naaste dat eijgendlijk wagt en eerst zien wild wat an „woord: van uw Hoog Edelheedens komen z om dan zijne maatregulen daarna tenee Ook bedeelde ik uw Hoog Edelhee laatst dat ik met Trevancoor de Jaarlijks reekening geslooten had, dog ik hebbe daar vergeeten temelden dat Hij toen weder gea 10. maar alleen 7: peper passen verzogt heb quanswijs om daarmeede te toonen dat Hij voorneemens is veel peper na Cormand te verzenden maar liever eerst aan de zo veel bezorgen wild, als Hem zal moged zijn, het geen ik mij dan ook maar het laten aanleunen; dog ik geloove voor he naaste dat Hij om geen 10: passen heeft ven vragen uijt bedugtinge, dat ik Hem dezelve zoude geweigerd hebben. Bij die zalvde briev hebbe melding gemaakt van een vaartuijg dat bezuijden revier door 's Nababs vloot zoude genomen en dat ik daarover bij den Nabab gedoleerd Ed 't zeedert heeft de Chef van Tallicherij, om dat de Ladinge aan de Engelse te Ansjenga toebehoorde bij de Nabab daarover ook gedoleerd en nu ben ik onderrigt, dat gem: vaartuijg en Goederen zonder het geringste aantehouden gelargeerd zijn, dog het is niet bekend of de zeevoogd over zijn bedrijt gecorrigeerd is, het geen ik ook niet geloove, Bij mijne aparte van den 10. October J:t leeden hebbe gemeld dat de Cochimen een stuk grond van den Nabab gekreegen had, het geen Hem bevoorens toebehoord heeft, maar 't zedert door den sammorijn afgenomen is; dog 't zedert of eijgendlijk wanneer d' afgave zoude geschieden heeft de Cochimer ziende dat hem die Land„ „streek niet ten eenemaal maar voors een een gedeelte afgestaan wierd, dat gedeelte niet willen accepteeren en dus geen instantie meer„ bij den Nabab daarom gedaan, zo dat zijn No=ts voor zijne twee Lak ropijen wijnig gekreegen heeft, Dezer dagen erlangde ik van den Nabab een brief in 't frans aan den Heer Gouverneur van Na„ „gapatnam gerigt, dog aan wij gesuperscribeerd, waarvan de Copia hiernevens gaat en dies ver„ 't zeeder te „talinge
English
bring their interests to bear and achieve their aim, the King nevertheless has not yet let himself be persuaded, and I believe most likely that he is actually waiting and wants to see first what answer will come from Your High Nobilities in order to take his measures accordingly. I also informed Your High Nobilities recently that I had closed the annual account with Trevancoor, but I forgot to mention in that connection that he then again requested not 10, but only 7 pepper passes, as it were to show thereby that he does not intend to send much pepper to Coromandel, but rather wants to deliver as much to the Company first as will be possible for him, which I then simply accepted; but I believe most likely that he did not dare ask for 10 passes out of apprehension that I would have refused them to him. In that same letter I made mention of a vessel that was supposedly taken south of this river by the Nabab's fleet, and that I have complained about it to the Nabab. In my separate letter of 10 October last year I reported that the Cochin ruler had obtained a piece of land from the Nabab, which previously belonged to him, but has since been taken away by the Samorin; however, since then, or actually when the surrender was to take place, the Cochin ruler, seeing that this tract of land was ceded to him not entirely but only in part, did not want to accept that part and thus made no further representation about it to the Nabab, so that his Highness has received little for his two lakh rupees. These days I obtained from the Nabab a letter in French addressed to the Governor of Nagapatnam, but superscribed to us, of which a copy is attached hereto, and since then the Chief of Tellicherry, because the cargo belonged to the English at Anjengo, has also complained about it to the Nabab, and I am now informed that the said vessel and goods have been released without the slightest detention, but it is not known whether the admiral was reprimanded for his action, which I also do not believe, and its translation reads as follows. To My Lord van Vlissingen Governor on behalf of the Dutch Company at Nagapatnam. Sir! I have received the letter that Your Honour has written to me in Persian, dated the 26th day of the month of Zilkat 1188 / 1774, through your vakil (business agent) who properly handed it over to me. The sincerity with which you have written to me makes me presume that our friendship will be of long duration. In the past year, on the 18th day of the month of Zilkat 1187, I had sent to you Madi Alikan to negotiate with you in my name, who upon his return spoke to me of you with much praise, and in which I am further confirmed by your letter. As for the various matters that were negotiated, discussed, and done on both sides in the meetings that you held with him, I have no doubt that they are all very well present in your mind. The letter that you sent to me with the aforesaid Madialikan was likewise duly handed to me, and in answer to the same I had written to you to send to me Dobhashi Herli Poulle and Mirbacker your Persian writer, as well as another person to reside with me as your ambassador, and instead of those people you have sent to me the Brahmin Narsinque, with whom you have written to me your last letter. In the past year, a man had come to me from Lianour, likewise named Narsingue, pretending to be your business agent and sent by you, but I discovered his deceit, which is why I took no notice either of what he presented to me on your behalf, or of what I replied to him in response. I am convinced that you take no more notice of him than I do. Through this letter of mine, you will perceive how very simple and just my intentions are in the alliance and friendship that I desire to exist.
Dutch transcription
166 belangens te brengen en Hun oogmerk te berij„ „ken, de Koning zig egter nog niet heeft laten overhalen en ik geloove voor het naaste dat Hij eijgendlijk wagt en eerst zien wild wat ant„ „woord: van uw Hoog Edelheedens komen zal om dan zijne maatregulen daarna teneemen Ook bedeelde ik uw Hoog Edelheedens laatst dat ik met Jrevancoor de Jaarlijkse reekening geslooten had, dog ik hebbe daarbij vergeeten temelden dat Hij toen weder geen 10. maar alleen 7: peper passen verzogt heeft, quanswijs om daarmeede te toonen dat Hij niet voorneemens is veel peper na Cormandel te verzenden maar liever eerst aan de Comp: zo veel bezorgen wild, als Hem zal mogelijk zijn, het geen ik mij dan ook maar hebbe laten aanleunen; dog ik geloove voor het naaste dat Hij om geen 10: passen heeft dur„ „ven vragen uijt bedugtinge, dat ik Hem dezelve zoude geweigerd hebben Bij die zelvde briev hebbe meldinge gemaakt van een vaartuijg dat bezuijden deze revier door 's Nababs vloot zoude genomen zijn en dat ik daarover bij den Nabab gedoleerd hebbe: Bij mijne aparte van den 10. October J:b leeden hebbe gemeld dat de Cochimen een stuk grond van den Nabab gekreegen had, het geen Hem bevoorens toebehoord heeft, maar 't zedert door den sammorijn afgenomen is; dog 't zedert of eijgendlijk wanneer d' afgave zoude geschieden heeft de Cochimer ziende dat hem die Land„ „streek niet ten eenemaal maar voor den een gedeelte afgestaan wierd, dat gedeelte niet willen accepteeren en dus geen instantie meer„ bij den Nabab daarom gedaan, zo dat zijn Nots voor zijne twee Lak ropijen wijnig gekreegen heeft, Dezer dagen erlangde ik van den Nabab een brief in 't frans aan den Heer Gouverneur van Na„ „gapatnam gerigt, dog aan wij gesuperscribeerd, waarvan de Copia hiernevens gaat en dies ver„ 't zeedert heeft de Chef van Tallicherij, om dat de Ladinge aan de Engelse te Ansjenga toebehoorde bij de Nabab daarover ook gedoleerd en nu ben ik onderrigt, dat gem: vaartuijg en Goederen zonder het geringste aantehouden gelargeerd zijn, dog het is niet bekend of de zeevoogd over zijn bedrijt gecorrigeerd is, het geen ik ook niet geloove, tzeedert „talinge .1o 167 „talinge aldus luijd. Aan Mijn Heer van Vlissingen Gouverneur van wegens de Hollandse Comp: te Nagapatnam. Mijn Heer! Ik heb ontvangen de briev die uwEd: mij ge„ „schreeven heeft in het persiaans gedateerd den 26:en dag van de maand Bilkat 1188 / 1774. / door uw waquille (zaakbezorger/ die ze mij behoorlijk heeft inhandigt: De opregtheijd waar„ „meede gij mij hebt gesz: doct mij vermoeden dat onze vriendschap van langen duur zijn zal. In het Jongst gepasseerde Jaar den 18=de dag van de maand Zilkat 1187. had ik uw gezonden Madi Alikan om in mijn naam met uw te handelen, die met zijn terug komst mij van uw met veel lof heeft gesprooken, en waar in ik door uw briev nader ben bevastigt. Da verschijde zaken die van weerszijden ver= „handelt gesprooken en gedaan zijn, in de zamen „komsten, die Gij met hem gehouden hebt, twijffel ik ik niet of staan uw alle tezamen zeer wel voor. De briev die Gij mij gezonden hebt, met voorsz: Madialikan is mij ins= „gelijks wel inhandigt en in antwoord van dezelve had ik uw geschreeven, om bij mij te tezenden Dobasie Herli Poulle en Mirbac= „ker uw persiaansche schrijver, mitsgaders nog iemand om bij mij te resideeren als uw Ambassadeur, en in steede van die menschen hebt gij mij gezonden, de Braminees Nar„ „sinque, met wien gij mij uw laatste briev hebt geschreeven. In het Jongste verleeden Jaar was van Lianour bij mij gekomen een man, ins„a„ „gelijks Narsingue gen:t zig uijtgeevende voor uw zaak bezorger en als door uw gezonden, maar ik heb zijn bedrog ontdekt waarom ik dan ook geen werk gemaakt heb, zo min van het geen Hij mij uwent wegen heeft aan gedient, als het geen ik Hem in antwoord dus heb gekogt. Ik ben overtuijgt dat gij geen meer werk van Hem maakt dan ik doe Door deze mijn briev zult gij ontwaaren hoe zeer mijn inzigten eenvoudig en regt„ „en vriendschap „matig zijn in de verbintenis „ die ik wil, dat zes niets bestaat
English
exists between your Honorable Company and me, as well as with you in particular, and if this friendship remains enduring, as I do not doubt in the least, it will certainly be an advantage for your Company and the true means to prevent our enemies from undertaking anything unlawful against either of us, just as Machmet Alijkan and the English have done with regard to your factory of Naour, situated in the kingdom of Tansjour, by making themselves masters of it without any sufficient reasons and purely out of malice, against all the laws of war, which, I testify, has caused me sensible grief. Your Company, having many possessions and war supplies, and very much power spread over a great multitude of factories in the Indies, can it not take back or put itself in a position to take back this colony? Its negligence on that matter is a mystery to me that certainly causes me much concern. The reason that prevented your Company from taking revenge on Machmet Alijkan is perhaps that it was not allied with any princes of this country who could render it help and assistance. You will perhaps have been informed of the distinguished favor that Divine Providence has granted me by making me victorious over the English and the Marattas, with whom I have had a long and cruel war, whereby I have provided my states with a well-established peace after having filled my enemies with terror and dread of the power of my arms, and brought them so far that they no longer disturb me. signed The Nabob Heder Alikan Bader in the margin stood the 19th day of the moon Rabissoome in the year of the flight 1189. I therefore sent this letter immediately to Coromandel, and I think that the Nabob must have written to both of us at the same time and that those two letters were erroneously placed in the wrong envelopes, so that I will perhaps obtain a letter from Mr. Van Vlissingen in the same manner, which will certainly serve as an answer to one that I wrote to him after the return of the commissioners to communicate the dispatch of his letter and presents to Batavia. From the aforementioned letter to Mr. Van Vlissingen, it appears clearly with what earnestness and zeal he seeks to strengthen himself through us, as if he foresees that something will happen to him, unless his far-reaching designs alone incite him thereto. I have obtained from a certain native an account concerning the Marattas and the English, which, though simple and even somewhat resembling a little tale, nevertheless follows word for word below, just as I obtained it. Previously, the Marattas were ruled by a woman named Rana. Since then, the government has changed; the Brahmins removed Rana and brought some grandees into the government to rule the Marattas. Among the aforementioned grandees was one named Mahadarauw, general over the military forces. This Mahadarauw, being a shrewd man, undertook to raise himself up to king, but was repeatedly thwarted in his design by his uncle Ragaboij, also one of the realm's grandees, whereupon Mahadarauw, through his military force, apprehended this Ragaboij and subsequently had himself appointed king. Mahadarauw, being very sick on his deathbed and wishing to have as his successor his son, who was still very young and could not assume the government, had Ragaboij brought to him from the prison. Thereupon Mahadarauw, with tears in his eyes, made his intention known to Ragaboij with the request to help his son to the crown after his death, which Ragaboij promised and also fulfilled, by respecting the deceased's son as a young prince, etc. Yet at a certain time, while these two were directing the affairs of government in peace and tranquility, the wife of the deceased Mahadarauw wrote to her son in a letter the following sentence: I advise your honor for the best not to engage yourself with Ragaboij, but
Dutch transcription
168 bestaat, tusschen uw Honorable Comp: en mij als ook met uw in 't bijzonder, en zo deze vriendschap, komt bestendig te zijn, gelijk geen„ „zints twijffele, zal het zeekerlijk voor uw Comp: een voordeel zijn en het waare mid= „del om onze vijanden te beletten van iets tegens een van ons onregtmatigs „ te onderneemen zo als Machmet Alijkan en d' Engelschen ge¬ „daan hebben, met betrekking tot uw Comp„ „toir van Naour, geleegen in het koningrijk van Tansjour, door zig zonder eenige voldoende redenen en enkel uijt quaadaardigheijd daarvan meester temaken, tegens alle reg„ „ten van den oorlog hetgeen mij, ik betuij„ „ge het een gevoelige droefheijd heeft gedaan uw Comp:, hebbende veele bezittingen en oorlogs behoeftens, en zeer veel magt, verspreijd op een groote menigte van Comp= „toiren in Jndien kan die niet terug neemen of zig in staat stellen om terug teneemen deze volkplanting ? Haare nalaatigheijd op dat stuk, is mij een raadzel, dat zekerlijk mij veel moeijte maakt, de reeden die uw Compt belet heeft om wraek teneemen van Machmet Alijkan, is misschien datze niet ge„ „alieert was, met eenige vorsten van dit land die haar konden hulpen bijstand verleenen. Gij zult misschien zijn onderrigt van de uijt„ „steekende Gunst die de Goddelijke voorzienigheijd mij heeft gegunt, met mij overwinnaar te maken over de Engelschen en de Marattes, met de welke ik een lange en mraede oorlog heb gehad, waar door ik aan mijne staten een wel geves„ „tigde vreede heb bezorgt na mijne vijanden te hebben vervult met schrik en vreeke voor de kragt van mijne wapenen, en ze zo verre ge„ „bragt hebben datze mij niet meer ontrusten. /was geteekend/ De Nabab Heder Alikan Bader /ter zijde stond/ den 19. dag van de maan Rabissoo„ „me in het Jaar der vlugt 1189. -„ Dus hebbe deze briev ten eersten na Con„ „mandelgezonden; en ik denke dat de Nabab te dier zelver tijd aan ons beijde zal geschreeven hebben en dat die twee brieven abusivelijk verkeerd ge„ 3 „couverteerd zullen zijn, zo dat ik mogelijk van „„ de Heer Van Vlissingen op dezelvde wijze een briev erlangen zal, die zeekerlijk in antwoord zal dienen op een die ik Hlem na de terug komste van de Ge„ van committ:s 169 „committeerdens geschreven hebbe ter Communi„ „catie van de verzendinge van zijn briev en Geschen„ „ken na Batavia. uijt de voorschr: briev aan den Heer van Vlis- „singen, blijkt duijdelijk met welken ernst en ijver Hij zig door ons zoekt sterk temaken, even, als of Hij vooruijtziet, dat Hem iets zal overkomen ten waa„ „re dat zijne verregaande desseijnen alleen Hem daartoe aanzetten. Ik hebbe van zeker Jnlander een Relaas erlangd, nopens de Marattas, en d' Engelse het welke schoon eenvoudig en zelfs eenigzints na een Historietje gelijkenende, egter hier onder bewoordelijk volgd, zo als ik hetzelve er„ „langd hebbe. Bevoorens zijn de Marattas beheerst geworden door een vrouw met naame Rana, 'tzedert is de regeeringe verandert; de Bramineezen hebben Rana weggedaan, en eenige groote in de Regeeringe gebragt om de Marattas te regeeren. onder voorsz: Grooten is een geweest, met name Mahadarauw generaal over de mi„ „litaire magt: dezen Mahadarauw een Dog op zeekere tijd, terwijl deze twee de Re= „geerings zaaken in rust en vreede dirigeerden, schreev de vrouw vanden overleedenen Maha„ „darauw bij een briev aanHaar zoon d' onder„ „volgende periode: Ik raad VE: ten besten on zig met Ragaboij niet te engageeren maar schrander man zijnde, ondernam, om zig zelven dog tot koning op tewerpen dog wierd telkens door gter zijnen oom Ragaboij ook een van de rijks Grooten boij in zijn voorneemen gedwarsboomd, waarop Ma„de, „hadarauw door zijn militaire magt dezen Ra„ste „gaboij apprehendeerde vervolgens zig zelven den tot koning liet aanstellen. Mahadarauw zeer ziek op zijn dood bedde zijnde :/ en gaarne tot zijn opvolger willende heb„ „ben zijn zoon die nog zeer Jong was en geen regee„ „ring aanvaaren kon/ liet Ragaboij uijt de Gevan„a „genis bij Hem komen, als wanneer Mahada „ gd „rauw met traanen in de oogen Ragaboij zijne te intentie te kennen gaf met verzoek om na zijn dood zijn zoon tog tot de kroon te helpen, het geen Ragaboij beloofde en ook naquam, matje des overleedens zoon, als Jonge prins te res„ „pecteeren &:a schrander alle 70
English
170 to employ all means to do away with the said Ragaboij, as being a man who has done your father all manner of wrongs, which letter by accident fell into the hands of Ragaboij. Ragaboij, having become very dismayed after reading this letter, resolved immediately to have this prince put to death, as he had nothing but evil consequences to expect, to which end he employed some Jemedaars there who promised him to execute it, just as then also happened as follows: The young prince, knowing of nothing, went on a certain day with Ragaboij to a pagoda that lay not far from Poena, and having retired there somewhat to rest on account of fatigue, was warned by one of his old servants that he had to try to flee, as he would otherwise be put to death by some Jemedaars who for that purpose were in front of his dwelling with drawn sabers. At this rumor he took his refuge with Ragaboij who lived next door, embraced him, and begged him for help; but no sooner was he with Ragaboij than he saw behind him 4 Jemedaars with drawn sabers. Ragaboij, then being moved with pity, although he had nevertheless forged this plot, requested the said Jemedaars for pardon for the young prince and did what he could; but the Jemedaars paid no heed, but tore the young prince away from Ragaboij and hacked him to pieces. This incident caused great terror among the community; however, after some time the community deliberated together to avenge themselves against Ragaboij for the loss of the aforementioned young prince, upon which rumor Ragaboij had other people assembled to stand against that community, but not having been able to bring together such a large force, he fled to the English. And it is him whom the English now wish to place upon the throne. From Suratta I am informed that the objective of the English is effectively to place the pretender Ragaboij on the throne in the city of Poena, the place of residence of the Marattas, Separate Copy 171 which, if successful and of long duration, would add much credit and power to the English, and when they would then again have the opportunity to use the Marattas to carry out their designs and objectives. I was also informed how a rumor circulated that the Portuguese might possibly join the other party, to which I can as yet give no credence, however, but much sooner to what was further communicated, namely that on the side of Suratta there is already a general dearness in foodstuffs, and the country round about is miserably devastated, to such an extent that a place named Poelpara, belonging to an English broker, to the value of easily two lakh rupees, has been burned down, and that the hostilities of the contending parties of the Marattas increase daily more and more; and however great the enterprise of the English may be, it seems to me from various circumstances that the English flatter themselves and have great hopes that they will succeed in their objective, although they at the same time understand very well that the matter must be decided quickly, as in the contrary case they are not in a position to sustain that game any longer. Meanwhile, the last return ship is still staying over at Bombay expressly so long to wait for the outcome of affairs, in order to carry the communication thereof to England, but the ship will not stay over longer than the month of July. It is fully known that the ministers of Bombay have taken Salsette and thus have engaged with the Marattas on their own authority, at least without authorization from the Bengal government, under which the English establishments are now subordinate; and as I cannot understand how that ministry has dared to take so weighty a step on its private authority, I have had the curiosity to inform myself thoroughly about it from various angles, and have finally been elucidated in that regard, namely that at Bombay there is said to be an order by a letter of former times, when Bombay was not yet— Separate Copy 172 not yet under Bengal, whereby the Bombay ministry is indeed recommended never to seek troubles with the Marattas, but that if there should nevertheless at any time be an opportunity to gain possession of Salsette, that opportunity must then not be neglected; and now it is said that the one party of the Marattas, namely Ragaboij, is said to have promised Salsette to the English, and that the ministry of Bombay, on the foundation of that order and also to anticipate the Portuguese, took the resolution to take away Salsette. Meanwhile I have the high honor to remain with the greatest respect, beneath stood: Right Honorable, Highly Esteemed, Far-Commanding Lord and Honorable Sirs, Your High Honors' obedient and humble servant, was signed: A. n Moens, in the margin: Cochin the 13th of July anno 1775. My last separate letter to Your High Honors was of the 13th of July of last year, and since, or actually on the 6th of August following, I have had the honor to receive Your High Honors' very respected missive of the 16th of December. Right Honorable, Highly Esteemed, Far-Commanding Lord, And Honorable Sirs, The Honorable Lords Councilors of the Netherlands Indies, Together with To His High Honor The Right Honorable, Highly Esteemed Lord Petrus Albertus Van der Parra, Governor-General, Batavia. J. Anninckens Agreed
Dutch transcription
170 alle middelen in 't werk te stellen om gem: Ra„ „gaboij van kant te helpen, als zijnde een Man die VE: vader alle torten heeft aangedaan welke briev per ongeluk in handen van Ra„ gaboij geraakte. Ragaboij na Lectura dezer briev zeer ont„ „steld geworden zijnde, resolveerde ten eersten om dezen prins om het leven te laten bren„ „gen, als niet anders dan quade gevolgen te verwagten hebbende, waartoe Hij emploijeer„ „de eenige Jemedaars aldaar die Hem beloovden zulks ter uijtvoer te zullen brengen, gelijk dan ook geschied is als volgd: De Jonge Prins nergens van weetende ging op zeekeren dag met Ragaboij na een pagood die niet verre van Poena lag, en daar wagens ver„ „moeijdheijd zig wat tot rusten begeeven heb„ „bende, wierd door een van zijne oude die„ „naars gewaarschouwd, dat Hij moest zoaken te vlugten, alzo wij anders om het leven zou„ „de gebragt worden door eenige semedaars die ten dien eijnde met bloote Zabels voor zijn wooning waaren: Op dit gerugt nam Hij zijn toevlugt bij Ragaboij die daar naast woonde omhelsde en bad Hem om hulpe; dog zo dra was Hij niet bij Ragaboij of Hij zag agter Hem 4. Jemedaars met bloot zabels: Ragaboij toen niet medelijden aangedaan wordende, schoon Hij egter dit Spel gesmeed had verzogte 11, gem: Jemedaars om verschooning voor den 2e Jongen vorst, en deed wat Hij doen kon; dog de Jemedaars gaven geen gehoor maar rukten de Jonge prins van Ragaboij weg en hakten hem aanstukken Dit geval veroorzaakte veel schrik onder de Gemeente; Edog:s nu eenigen tijd raadslaagd de Gemeente tezamen om zig tegen Ragaboij te wreeken, over het verlies van meerm: Jonge prins, op welk gerugt Ragaboij ander volk liet verzamelen om tegen die gemeente te staan, maar zodanigen groote magt niet hebbende kunnen bij een brengen namtij de wijk na d' Engelschen: En deze is het wien d' En„ „gelsche tans op den troon willen brengen. Uijt suratta is mij berigt, dat het oogmerk der Engelse is, om den pretendent Ragaboij in de stad Poena de Residentie plaats van de Marattes effectiev op den throon te stel„ woonde „len Copia Aparte 171 „len het welk gelukkende en van duur zijnde den Engelsen veel Credit en pouvoir zoude bijzetten en wanneer zij dan weder geleegend„ „heijd zoude hebben om de Marattes tot het uijt„ „voeren Hunner ontwerpen en oogmerken te ge„ „bruijken: ook is mij bedeeld hoe er een gerugt liep dat de bortugeeken zig mogelijk zouden voegen bij de andere partij, waaraan ik egter nog geen ge„ „loofkan slaan, maar veel eer aan het verdere bedeelde, namendlijk dat 'er reeds aan de kant van suratta een algemeene duurte in de Levensmiddelen is, en 't land daarom„ „streeks elendig verwoest word, in zo verre dat er een plaats genaamt Poelpara toebe„ „hoorende aan Engelse Makelaar, ter waarde wel van twee Lak rop:s verbrand is, en dat de hostiliteijten van de twistende partijen der Marattas, dagelijks meer en meer toenee„ „men; en hoe groot de onderneeming der Engelse ook moge zijn, zo schijnd het mij uijt verscheijde omstandigheeden toe, dat de Engelse zig vlijen en groote hoope hebben dat zij in Hun oogmerk reuzeeren zullen schoon zij teffens zeer wel begrijpen, dat zig de zaak spoedig moet decideeren dewijl zij in Con„ „trarie geval niet in staat zijn, om dat spel langer uijttehouden: Jntusschen legt het laatste retourschip nog te Bombaij expres zo lange over om tewagten naden uijtslag van zaken, ten eijnde de Communicatie daar van na Engeland te brengen dog langer als de maand Julij zal het schip niet overleggen. Het is ten vollen bekend dat de min„ „nisters van Bombaij salsette weggenomen hebben en dus met de Marettes aan den Gang geraakt zijn op Hun eijgen houtje ten min„ „sten zonder qualificatie van de Bengaal„ „sche regeeringe, waaronder nu d' Engelsche Etablissementen subalterne zijn; en dewijl ik niet kan begrijpen, hoe dat Ministerie eene zo gewigte stap prive authoritate heeft durven doen, zo hebbe de liefhebbe„ „rij gehad mij derwegens over verscheij„den „de boegen naauwkeurig te informee„ „ren en ben eijndelijk daaromtrend ge-elucideert, namendlijk dat 'er te Bombaij een order zoude leggen bij een briev van vroeger tijd, toen Bomboij nog zaak niet— Copia Aparte 172 niet onder Bengale stond, waar bij het Bombaijse Ministerie wel gerecom„ „mandeert word om met de Marattas nammer moeijelijkheeden te zoeken maar dat als 'er egter eens geleegent„ „heijd mogt zijn omsalsette magtig teworden die geleegendheijd dan niet mag verzuijmd worden; en nu zegt man, dat d' eene partij van de Mariet„ „tes gen. t Ragaboij saljette aan de Engelse zoude beloofd hebben, en dat het Ministerie van Dombaij op fun„ „dament van die order en om teffens de Portugeezen inde voorbaat te zijn de resolutie genomen hebben om Sal„ „sette weg teneemen. Inmiddels hebbe de hooge eere met de meeste eerbied te ver„ „blijven /onderstond /: Hoog Edele Groot Agtbaare wijdgebiedende Heer en wel Edele Heeren: uw Hoog Edelhee„ „dens gehoorzaame en onderdanige dienaar /was geteekend/ A.: n Moens, /in man„ „gine/ Cochim den 13. Iulij A:o 1775: Mijn laatste aparte aan uw Hoog Edelheedens was van den 13:' Julij J:o leeden, en zedert of eijgent„ „lijk den 6:' Augustus daar aan, hebbe d' eer gehad te ontvangen, uw Hoog Edelheedens zeer Gerespecteerde missive van den 16:' December Hoog Edele Groot Agtbaare Wijd-gebiedende Heer, En Wel Edele Heeren De wel Edele Heeren Raaden van Nederlands India Benevens Aan zijn Hoog Edelheijd Den Hoog Edelen Groot Agtbaaren Heer Petrus Albertus Van der Parra „Gouverneur Generaal Batavia J annickens accordeer des leren