Inventory 3445
Japan · 1,546 pages · 338 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
867 paduakang de Catharina Geertruijda, the commissioners served at the session of 18 April with a written report, essentially containing that on 10 March in the early morning a heavy leak was discovered in the last-mentioned paduakang, that they then found themselves below Keffing, which they could not make with the northerly wind, Captain-Lieutenant de Valleroij on the proposal of Mate de Lange resolved to turn the bow toward Goram, that the course finally taken, in the opinion of the aforementioned naval experts, is to be approved, that the high sea, the currents running strongly to the southeast, and the subsequent shifting wind were obstacles that thwarted that aim to such an extent that they were forced to go around south of Manowoeko, and therefore found themselves below Goram; that the leakage meanwhile, despite pumping and bailing, increased rapidly; that on 10 March at one o'clock at night no hope remained of saving the vessel; that de Valleroij then ordered Mate de Lange to bring up the boat, likely in order to leave the ship with the crew therein, but that the boat, with some crew members in it, was cast off and that small craft was seen no more; that the boats of the Saparoua and the Lassum, which had already been alongside the Geertruijda for some time and were held on their oars behind that vessel, had also remained lying there without answering the calls of de Lange or coming closer to him; that a moment thereafter the Geertruijda capsized over port, and de Valleroij and de Lange attempted to save themselves on the flat, but that they were swept off it by the sea shortly afterwards, with the sad consequence that the first-mentioned had to meet his end in the deep, as no boats rushed to their rescue until an hour later, during which time de Lange, both by swimming and by drifting on a plank with the quartermaster, tried to preserve his life, and that he was fished out only after an estimated hour's time by the boat of the Lassum and brought on board the Saparoua half-dead. Furthermore, the commissioners' report dictates that de Lange was guilty of no neglect of duty whatsoever, but on the contrary performed everything that seamanship required; but that, in contrast, the mates of the Saparoua and the Voortvarendheijd, after the wrecking of the Catharina Geertruijda until their arrival off Sawaij, exercised not the least seamanship, nor employed any means by which they could be in any way certain of their position, so that in none of the journals is any note of dead reckoning or observations of latitude to be found, which the commissioners must mainly attribute to the fact that the paduakangs, steering away into uncertainty, fell north of Ceram and along that coast finally fortunately arrived. Having deliberated over this report and the above-cited accounts at the aforementioned meeting, it was approved to declare the former master of the paduakang the Catharina Geertruijda, having been acquitted of any neglect of duty, again employable; but, on the other hand, to sentence the mates of the Voortvarendheijd and the Saparoua, Castelijn and Holst, for neglect in taking latitudes and observations etc., to a mild correction of a fine of three months' wages for the benefit of the church; further, to have the sailors of the wrecked paduakang the Catharina Geertruijda flogged at the wharf for casting off the towline and prematurely abandoning that vessel. In the aforementioned storm, the small fleet dispatched by Saparoua's chief Cruijpenning to conduct, according to the order received from the first undersigned, the small hongi along the Ceram villages subordinate to that post up to and including Walimetten, for the detection and extirpation of spice trees on the mountains along that coast, also suffered very severely, according to the report that he delivered to us upon his return from that commission and arrival at this main castle concerning that and his proceedings on that voyage, which we have the honor reverently to present to Your Right Excellencies among the appendices hereof, as well as the letters written to us during the aforementioned hongi, aside from the extirpations performed by him, of which indication is made in the general dispatches now departing, also making mention of the
Dutch transcription
867 Tatjalling de Catharina Geertruijda, hebben die gecommitteerdens ter sessie van den 18: April gedient van een schriftelijk Rapport hoofdzakelijk behelzende dat den 10' maart in den vroegen morgen een swaar lek in de laatst gem: Patjalling ontbekt wierd, dat zij zig toen bevonden beneeden kef„ fing, het welk zij met de woordelijke wind niet konnende bezeilen, was den Capitain Licutenant de valleroij op het voorstel van Stuurman de Lange ge„ „resolveert om de steeven na Goram te wenden dat de Cours ten eijnde genoomen na het gevoelen van voorn zee verstandigen voor goed is te keuren dat de hooge zee de sterk om de Z: O: loopende stroomen. en de daar na schalende wind hinderpalen geweest zijn. die dat oogmerk in zo verre verijdelden dat ze genood„ saakt waaren bezuijden Manowoeko om te loopen: en bevonden zig dies benee„ den Goram dat de Leckagie intusschen teegens 't pompen en baliem hand over „ voorm: hand toeneemende er op den 10: maart snagts ten een uur geene hoope meer overig bleef„ om het vaartuijg te redden dat de valleroij toen den stuurman de Lange g'or„ „donneert heeft om de schuijt op te halen, ten eijnde gelijk waarschijnelijk is zig neevens het volk daar meede van boord te begeeven maar dat de schuyjt met eenige daar in zijnde manschappen los gemaakt en dat kieltje, niet meer te zien was dat de schuijten van de Saparoua en de Lassum welkereets eenigen tijd bevoo„ „vens bij de heertruijda aan boord waren geweest en het agter dat vaartuijg, op de riemen hielden daar op almeede waaren blijven leggen sonder het toeroepen van de Lange te b' andwoorden of nader bij hem te koomen dat een oogenblik daar na de Geertruijda over bakboord omvallende de valleroy in de Lange. hen op het mak hebben getragt te sauveeren, dog dat zy kort daar aan door de zee weeder van het zelve afgeslaagen zijn met dat vroevig gevolg dat den Eerstgem: zyn eijnde in de diepte heeft moeten vinden, dewyl er geen schuijten tot redding toegeschooten zijn als een uur daarna, in welken tusschen tijd de Lange zo met swemmen als als 't dryven op een plank met de quartiermeester zijn leeven heeft zoeken te be„ houden en dat hij eerst na verloop van een uur. tijds na gissing door de schuijt van de Lassum is opgevist en half dood op de saparoua. aan boord gebragt. voorts dicteert der Gecommitteerdens. Rapport dat de Lange zig aan geener„ „leij „ na: t wind gelukt „loij peligt versuijm hooft schuldig gemaakt, maar in tegendeel alles belragt wat zeemanschap vorderde, maar dat daar en teegen de stuurlieden van de sapa„ geortruijda roua, en de voortvarendheijd na het verongelucken van de Catharina „ tot hun arrivement voor sawaij geen de minste Zeemanschap. gebruijkt nog: ook eenige middelen in 't werk gesteld hebben, waar door zij eenigsints verzeek kert konden worden van de plaats daar zy zig bevonden, invoegen in geene der Journaalen eenige aanteekening van gissingen of observantien der breete te vinden zijnde, hebben de gecommitteerdens daar aan hoofdzakelijk moeten toe„ schrijven dat de Patjallings in het onzeekere, weg stuurende benoorden. Ceram vervallen en langs die Cust nog eyndelijk geluk te regt gekoomen zijn Over dit Rapport en de boven geciteerde Relaasen ter voorm: bij een kemst ge„ delibereert zijnde, heeft men goedgevonden den gew: gezaghebber van de Patjal„ ling de Catharina Geertruijda, als van eenig pligt verzuijm vrygekent zijnde weeder emploijabel te verklaaren, dog daar en teegen de stuurlieden van de voort„ varendheijd en de Saparoua Castelijn en Holst, over versuijm in het neemen van breetens en observantien &: tot een sagte Correctie gecondemneert in een boete van drie maanden gagie ten behoeve van de kerk voorts de Matroosen van de verongelukte Patjalling de Catharina Geertrugda over het losmaaken: der sleeper en het ontijdig verlaaten van dat vaartuijg op de werf te laaten laarssen. In de voorsz storm heeft het vlootje door Saparouas opperhoofd Cruijpenning uijt gereist, om daar meede volgens de ordre van den eerst geteekende ontfangen, de kleine Hongyj langs de Ceramse Negorijen onder dat Comptoir resorteerende te doen tot walimetten inclessive ter opspeuring en uijtroeijing en uijtroeying van speierg boomen op de gebergtens langs dien oerd meede seer veel geleeden volgens het Rap„ „port dat hyj ons bij zijn retour van die Commissie en arrivement aan dit Hoofd Casteel daar van en van zijne verrigtingen op die togt heeft ter hand gesteld, en wij ons de Eere gewven uw Hoog Edelens onder de Bylaagen. deeses. zo wil reverentelijk aan te bieden als de brieven onder de voorsz Hongij aan ons ge„ schreeven, behalven van de door hem gedane Extirpatien, waar van de aan wijsing word gedaan bij de tans afgaande gemeene Advisen ook gewaagende van de
English
869 the fatal events in that Commission, regarding which the chief Cruijpenning informed us by letter of 20 March that the commissioners sent out by him for the aforementioned purpose had all returned safely and fulfilled the objective, but that they had had the misfortune of being struck by two different storms, whereby they had all ended up on Batoelomij very badly damaged in vessels and rigging, and were initially received there with friendship; that thereupon fifteen men, among them two orangtouas or elders of the negorij Ouw, having gone ashore to sell earthenware without even taking any weapon with them, were attacked and taken prisoner or killed by the Serammers; that at the same place, two more natives of Suaha who were fishing on the beach were attacked, one of them carried off and the other having escaped; and that the orangkaij of Hoealooij had gone missing there. Stepping away here from the vexing chapter of the Serammers and that which pertains to it, we would gladly wish to be able to give Your Right Honourables more favourable reports concerning the Papuans, but it is not without the utmost regret that we must make known to the same that this province also remains of a worrisome aspect in that regard, not only, but through the obstruction of the petty trade even in goods that man requires for sustenance, such as paddy, sago, dried fish, and other necessities, which in earlier years were brought very abundantly from Bouro, Amblauw, Manipa, and the north coast of Ceram, all those goods, especially dried fish, have not only risen enormously in price, but are even often unobtainable for any money; and this is not to be wondered at, since for most of the year no vessel dares to show itself along the aforementioned regions without it being taken away by the Papuan predatory and murderous rabble. This, according to the writings of Hila's chief Hartog by letters of 22 November, 5 and 8 December, happened to his Pamassie or fisherman, who was abducted at the corner of Sial eight Sial together with seventeen natives of the coast of Hetoe; and according to what was reported by Laricque's chief Huijgens by missive of 22 November, at the same place four men of Assehoele, who had been sent there to cut rattan for the Company, were carried off by a Papuan Mahoelij; Manipa's Resident Trino having reported by letters of 7 and 18 December that the island of Boanoa had received word that the aforementioned marauders had killed two men in a prahu and taken four others captive; furthermore that off the negorijen Cauwa and Lissabatta as well as along Ceram's north coast fully 40 to 50 Papuan kora-koras were roaming, that this rabble had destroyed an orembaij of the orangkaij of Toeniwara near Faha or above Lissabatta, and carried off the tjampan of the postholder at Sawaij, Bernard, which had just been purchased by him, the master of that vessel, a woman, and a slave girl of the said Bernard being murdered, the remaining crew still escaping the clutches of that rabble by flight. Furthermore, they had also carried off a man with his son and four slave women of Hatilen. The frequently mentioned Bernard had also reported to Resident Treno that from the Papuan islands twenty-five kora-koras had departed for Ceram and one hundred and fifty destined partly for Manipa and partly for Bouro and Xulla. The same postholder writes by letter of 12 March to the first signatory that the Radja of Roemasoal had arrived at Sawaij with three kora-koras, bringing along some people who had been abducted by the Papuans and ransomed by that little king, consisting of fourteen individuals, namely 2 from this main castle 10 from the coast of Hitoe 1 from Oering and 1 from Boanoa. As well as by a later letter of 22 March that the orangkaij of Walilen had sent to him three natives abducted by the Papuans and sold to the people of Roemasoal, namely two from Lillebooy and one from Boanoa, who had escaped from them on the occasion that they were about to be sold to the Alfurs of Hottij. From
Dutch transcription
869 de noodlottige gebeurtenissen in die Commissie waar omtrend het opperhoofd Cruijpenning bij brief van den 20: maart aan ons heeft bedeelt dat de door hem ten voorsz: eijnde uijtgezondene gecommitteerdens alle behouden waaren terug gekoomen en aan het oogmerk voldaan, maar dat ze het ongeluk ge„ „had hadden van door twee differete stormen aangelast te worden, waar door ze alle seer ontramponeert aan vaartuygen en tuijagie op Batoelo, mij waaren vervallen, en daar in 't Eerst met vriendschap bejeegend dat daar op vijftien man daar onder twee orangtouas of oudstens van de negorij ouw met aarde werk te verkoopen aan Land gegaan zijnde, sonder selfs eenig geweer meede te neemen, door de Cerammers overvallen en gevangen genoomen dan wel om het leeven zijn gebragt geworden dat terzelver plaatze, nog twee Inlanders van Suaha, die aanstrand visten waaren besprongen een daar van meede genoomen en de andere het onvlugt was. en dat aldaar vermist was geraakt den orangkaij van Hoealooij Hier meede van het annucante Chapiter. der Cerammers met het geen daar toe zijne betreckingen heeft afstappende, wenschten wy gaarne uw: Hoog Edelens favorabelder berigten te moogen doen omtrend de Papoeen maar het is niet dan met het uijterste Leedweesen dat wij dezelve moeten te kennen geeven dat deese Provintie in dat aspeit almeede nog van een zorgelijke aanschouw blijft, niet alleen, maar door het stremmen van den smallen handel selfs in wharen die den mensch tot leevens onderhoud noo„ „dig heeft als Padij, sagoe, drooge vis en andere behoeftens, welke in vroegere Jaaren seer abundant van Bouro, Amblauw, Manipa en de noord Cust van Ce„ „ram wierden. aangebragt, zijn alle die wharen inzonderheijd de drooge vis niet alleen een Capitaat in prijs gesteegen, maar selfs. dikwijls voor geen geld te bekoomen en dit is niet te verwonderen, nademaal zig den meesten tijd van het Jaar langs de voorsz oirden geen vaartuijgje verft vertoonen of het word door het papoesche Roof en moord gespuijd weggenoomen. dit is vol„ „gens schrijvens van Hilas opperhoofd Hartog bij brieven van den 22:' 9ber 5: en 8:' december zijn Pamassie of visser gebeurt, die aan de hoek van sial agt Sial is op geligt met nog seeventien Jnlanders. van de Cust Netoe en volgens 't bedeelde door Laricques. Hoofd Huijgens bij Missive van den 22:' november zijn tersel„ „ver plaatse door don een Papoese Mahoelij vier man van Assehoele, wilke aldaar gezonden waaren om rotting voor de Compagnie te kappen weg gerooft; hebbende. manipas Resident Trino bij brieven van den 7: en 18: december berigt dat het Eyland Boanoa. ryding ontfangen had dat de voorsz: Marodeurs twee man in een prauw om 't leeven gebragt en vier andere gevangen meede genoomen hadden voorts dat voor de Negorijen Cauwa en Lissabatta mitsg:s langs. Cerams Noord Cust wel. 40: â: 50: Papoese Corre Corren swarven, dat dit gespuijs een orembaij van den orangkaij van Toeniwara omtrend Faha. of booven Liscabat„ „ta verdestineert ende Champang van „ Posthouder te Sawaij Bernard, welke door hem eerst was ingekogte weg genoomen hadden het hoofd van dat vaartuijg Een vrouwspersoon en een saivin van x vermoort= ged:e Bernard meede gevoerd zijnde het overige volk de roofklau„ wen van dat geboefte nog door de vlugt ontkoomen. wijders hadden zo nog een mam met zijn zoon en vier slavinnen van Natilen meede genoemen. nog had meerm: Bernard aan den Resident Treno berigt dat van de Papoesche Eijlanden waaren vertrocken vijf en twintig Corre Corren na ce„ Manipa en gedeeltelik na „ram en hondert en vijftig gedeetelijk na e Bouro in Xulla. gedestineert. die dezelve posthouder schrijft by brieve van den 12: Maart aan den Eerstgeteekende dat het Radja van Roemasoal. te sawaij met drie Corre Corren was aan„ gekoomen meede brengende eenig volk. dat door de Papoein was geroeft en door koningje ingelost bestaande in veertien koppen, als 2: van dit. hoofd: Casteel 10: van de Cust Witoe 1: van Oering en 1 van Boanoa. mitsgaders bij laatere van den 22:e maart dat den orangkaij van Wali„ „len aan hem toegezonden had drie door den paporen geroofde on aan de. Roemasoalders. verkogte Jnlanders, te weeten twee van Lillebooy en een van Boanoa. die van hun g'echappeert waaren bij geleegendheijd zij aan de Al„ phoeren van Hottij stonden verkogt te worden. van
English
871 From the post Waypoete in the hinterland of Boero, the outgoing Commander Ostrouwskij, who on account of his continuous indisposition has at his request been replaced by Lieutenant Posseling, has informed the first undersigned by a letter of 3 December that on the 19th of the previous month an Inlander from Lisella had arrived reporting that two Papuan korakoras had been seen there, and on the 28th thereafter in the bay of Batiano four others. All these reports have not only often driven the first undersigned to despair, but have also caused him to spend the last four years of his administration in great anxiety and grief, the more so because all the most appropriate measures, by cruising as well as otherwise, have hitherto proved fruitless, and it is greatly to be feared that this predatory and murderous rabble, who have already developed a great appetite for the booty they have obtained from all around, rather than one being able to hope that their raiding and piracy will soon come to an end, if they are not attacked by force of arms in their own nests and driven thereto, will turn from bad to worse, as well as make invasions into our spice districts just as in earlier years, and there despoil, destroy, or burn everything that comes before them. To ward off this dreaded misfortune, it is that we, with great urgency though with due respect, repeatedly implore Your High Noble Lordships for a considerable reinforcement of one hundred and fifty soldiers, fifteen to twenty gunners for the artillery, and twenty-five sturdy sailors, for the continuation of the expedition to the coast of Halmaheira etc., proposed by the first undersigned and approved by Your High Noble Lordships; a reinforcement of militia and seafaring personnel of which we are in the highest need, both because of the mortality which the land and sea forces have again had to suffer since the past year, and because of the unfortunate loss of so many souls with the wrecked pajallang the Geertruijda and the missing of the Lassum; which we sincerely wish that Your High Noble Lordships, if not by the cessation, then at least by a noticeable reduction of mortality on the outgoing ships, will be or will yet be enabled to meet our demand, and in addition provide us with the two pajallangs promised for the aforementioned expedition, carrying gunports with two-pounder cannon besides the swivel guns on swivels, as well as with a two-masted vessel, of which we have the greater need as we are compelled to send the chaloup the Batavier, which has already sailed here for more than five years and is so riddled by shipworms that it will have to be provided with an entirely new bottom, which cannot be done here without excessive costs even if such heavy planks were available, back to the capital of the Indies. With regard to the new post at Waypoete, we can inform Your High Noble Lordships from the letter written to the first undersigned by Boero's Resident Knop under date of 6 September 1774 that the same is completed, except for the military guardhouse, which, on account of the unevenness of the ground that first had to be leveled, was not yet erected then, but has since also been completed according to the verbal report given by the said Knop to the first undersigned. Concerning Your High Noble Lordships' express order for the digging of the necessary wells for drinking water for the use of the garrison at the aforementioned Waypoete, the Resident was not only informed in that regard by transmitting an extract from Your High Noble Lordships' missive, but was also instructed, moreover, by the first undersigned by a letter of 3 February to comply with that order with the utmost speed, and if the intended purpose could not be achieved thereby, that he should then try to bring the river water as close to the aforementioned post as is ever possible by making a canal, which he orally assured the first undersigned can easily be done; but since, according to Knop's letter dated 17 February, the early season or the month of May or June had to be awaited for that, we cannot impart the result to Your High Noble Lordships for the present, which the second undersigned nevertheless hopes to do with the departure of the autumn advices in the coming month of September. Meanwhile we assure Your High Noble Lordships that with regard to the undertakings of foreign European nations, always the required vigilance the
Dutch transcription
871 van de Post waijpoete aan het agterland van Boero heeft den afgegaane„ Commandant. Ostrouwskij, die om de wille van zijne Continieele in dispositie op zijne Continueele in dispositie op zijn verzoek vervangen is door den Lieutenant Posseling den Eerstgeteekende bij brief van den 3: december berigt dat op den 19 der voorige maand bij hem was aangekoomen en. Jnlander van Lisella rap„ porteerende dat aldaar twee papoese Corre Corren gezien. waaren en den 28:' daar aan in de bogt van Batiano nog vier andere. alle de berigten hebben den Eerst geteekende niet alleen, dikwijls radeloos ge„ maakt, maar hem ook de vier laaste Jaaren van zijn bestier in veel zorg. en kom„ „mer. doen. doorbrengen te meer de aller gepaste maat regulen door bekruijssingen als andersints tot hier toe vrugteloes bevonden zijn en het is grootelijks te vree„ „sen dat het mierm Roof: en moord gespuijs die op de buijt welke zij van rond som„ „me gehaald hebben reeds acte seer verlekkert is geworden dan dat men zou kunnen verhoopen dat hunne stroop en rooverijen eerlang een eynde zoude neemen, indien zy niet door magt van wapenen in hun hun eijgen nesten aangetast en daar toe gedrongen worden, van boos tot erger overslaan, mitsg:s eeven als in vroegere Jaaren op onse specerij districten in vasien. doen en daar alles spolieeren en vernielen of verbranden zullen, wat hun voorkomt Om dit te deugtene. ontheil afteweeren, is het dat wij uw Hoog Edelens met veel empressement dog met de verschuldigde Eerbied bij retiratie implonee„ „ren om een aanzienlijk rinfort van Een hondert en vijftig Militaeren. vijftien a: twintig Busschieters voor d' arthillerij en vijf en twintig kloeke Matroo„ „sen tot voortsetting van de door den eerst geleekende geproponeerde en door Hoog de„ zelve g'amplecteerde Expeditie na de Cust van Walmaheira enz: een rinfort van Militie en zeevaarende dat wy daar toe ten hoogsten benodigt hebben zo door sterf re die de land en zee magt seedert het gepasseerd. Jaar weeder heeft moeten ondergaan als. door het ongelukig omkoomen van zo veel zielen met de verongelukte Patjalling de Geertruijda en het vernissen van de Lassum dis wij hertelijk wenschen dat uw Hoog Edelens, zo miet door het Cesseeren ten minsten door het merkelijk vermindering der sterftens op de uijtkoomende scheepen in staat zullen gesteld zijn of nog worden om aan onsen Eysch te voldoen en ons. daar beneevens. gerieven met de tot de voorsz Erpe, „ditie „peditie toe gezegde, twee Patjallings. voerende schuitpoorten met twee ponder Ca„ „non buyten de dragbassen op Polders. mitsg.:s met een twee maste warck welke men de noodzakelijker van doen heeft, also genoodsaakt zijn de Chaloup de Ba„ „tavier, welke hier bereds ruijm vijf Jaaren. gevaaren heeft en dermaaten van de wriam door knagt is dat met een geheel nieuw vlak zal moeten voorsien worden, het welk hier met sonder excessive kosten geschieden kan gesteld men al van zulke swaare swalpen voorsien was, na Indias Hoofdplaats te rug te zenden Ten aanzien der Nieuwe post op waijpoete kunnen wij uw voog Edelens uijt het schrijven van den eerst geteekende door Bouros Resident knop bij brieve van den 6:e September 1774. berigten dat dezelve voltoryt is, buijten de wagt der Militairen; die mits de ongelijkheijd van de grond, welke eerst diende aangevuld te wer„ „den toen nog niet opgezet was, dog seedert volgens. het mondeling gedaan Rap„ „port door gem knop. aan den eerst geteekende almeede klaar geraakt is van hoog derzelver expres aanschrijven tot het graven van de noodige Put„ ten voor drenkwater ten dienste der bezetting op waypoete voorm is den Resident onder torzending van een Extract uijt uw Hoog. Edelens Missive. op dat respect niet allien kennis gegeeven maar ook door den eerst geteekende by brief van den 3. februarij daar in booven gelast om aan die ordre ten spoe„ digsten te voldoen en zo daar meede het bedeelde oog merk niet kon worden berijkt dat hij als dan moest tragten de rivier water zo na bij de voorsz Post te leijden als maar, emmer mogelijk is, met het maaken van een derrgraaving, het geen hy den Eerstgeteekende mondeling verzeekert heeft dat faciel geschieden ken, maar dewijl dewijl daar toe volgens schrijven van knop. de dato 17:e februarij de vrooge tyd of demaand May of Junij moest worden. in gewagt kunnen wij uw. Hoog Edelens den uijtslag van voor teegenwoordig niet bedeelen het geen den tweeden geteekende nogtans men het afgaan. der na Jaarse. Advisen in demaand September aanstaande verhoept te zullen doen Ondertusschen verzeekeren wij uw Hoog Edelens. dat op den. onderneemingen van Vreemde Europeese Natien, stats de ver Eyjsth: waar saam„ Reijd de.
English
has been observed and will in the future also always continue to be observed by the second undersigned, because upon the report made to the first undersigned by the Governor of Ternate Valckenaer in a separate letter of 20 December last, that near the island of Bating situated around Batchian there was discovered a large English vessel or galley, whose crew had made known that their expedition consisted of an English ship and three galleys provided with proper passes from the Governor General of the English at Bombaay and destined for Bouton, he informed the chiefs and residents of the subordinate offices and the station holder at Sawaij thereof by letter of 6 January, with orders that in the unexpected event of the appearance of the said interlopers in their respective districts they should conduct themselves according to the orders in their possession concerning foreign European ships successively issued, and simultaneously instructing them that upon discovering the said rovers they should immediately give notice thereof to the first undersigned. However, nothing has been heard of them within the jurisdiction of this province up to now; but the first undersigned was indeed informed by the sergeant Bernard stationed at Saway by letter of 2 January last that the young King of Roemasoal, having arrived at his post the day before, had related that people from the island of Gede had been at Roimasoal to buy sago, from whom that young petty king had learned that a two-masted French brigantine had anchored before their village at the very same place where previously (note: that was three years ago) ships of that nation had lain at anchor; that they allegedly gave the King of Batchian one thousand pieces of cloth and to his imam or priest one hundred rixdollars; furthermore that six more ships were expected to arrive, and that there were four women with their children aboard the aforementioned vessel. What truth there may be in all these reports, and whether and to what extent reliance can be placed upon them, we cannot say with any certainty; but nevertheless it is true that the roaming of our aforementioned competitors and especially of the English in the Moluccos and their activities, of which Your Excellencies were pleased to impart to us a detailed account extracted from the separate letter of the Governor of Ternate Valckenaar to Your Excellencies dated 17 May 1774, increasingly becomes an alarming prospect. Regarding the clove cultivation, we respectfully note that in the meeting held on 31 January, as appears from what is recorded in the separate resolutions of that date, notice was given to the council of the order given to us by Your Excellencies in the secret letter of 24 November to have felled, over and above the clove trees already extirpated in the respective datijs, an additional number of fifty thousand of the very oldest fruit-bearing trees, and in this regard to effect an entirely reasonable distribution across the board, so that it was resolved thereupon, in conformity with the proposal of the first undersigned, to eradicate from the datijs both under this main castle and under the four spice offices a number of thirteen trees from among the very oldest fruit-bearing trees, which across a number of 3914 datijs that exist according to the latest survey in the spice-producing districts, amounts roughly to a total of 50,882 trees. At which extirpation there would have to be present, besides the kepala datijs or head datij holders, also the regents, in accordance with the proposal made in this regard by the first undersigned to Your Excellencies, so that the commissioners who were to be employed for this purpose, not proceeding arbitrarily, would not also fell the talamangs or private trees of the Amboinese. However, since on this occasion it was observed by the first undersigned that from the successive incoming reports of the annual survey and inventory of the trees, he had noticed that regarding the datijs not the slightest equality exists, as some datijs have as many as three hundred and more trees, and others, on the other hand, have only ten, twenty, or twenty-five trees; that it would therefore involve a hardship to place the latter on an equal footing in the felling of the trees with such datijs that contain such an excessive number of trees more; but that the datijs which at times have fewer than 135 trees, to which number the datijs were reduced by secret resolution of 18 February 1774, according to the first undersigned's opinion, should from this newly ordered
Dutch transcription
873 heijd gehouden is en in het vervolg, door den tweeden teekenaar ook attoos zal ge„ houden blijfft worden, want op het berigt dat den eerst geteekende door den Heer Per„ „naats gouverneur valckenaer wierd gedaan bij aparte brief van den 20.:' december passato dat bij het Eijland Bating geleegen omtrend Batchian ontbekt was een groot Engels vaartuijg of Taleij, welkers scheepelingen te kennen hadden gegeeven dat hun bezending bestond in een Engels schip en drie galeijen voorsien, met behoor„ lijke Passen van den Gouverneur Generaal der Engelsen te Bombaay en gedestineert na Bouton, heeft hij de Hoofden en Residenten der subalterne Comptoiren en den Posthouder te Sawaij bij Missive van den 6: January daar van verstendigt, met orore om by onverhoopte verscheijning van gem Lorren drayers onder derzelver dis„ „tricten respective zig te gedragen na de by hun berustende ordres omtrend vreem „de Europesche scheepen successive gegeeven en aanschrijven teffens om by ont„ decking van gem: swervens den eerst geleekende daar van terstend kinnis te gee„ „ven dog men heeft van dezelve onder het ressort deeser Provintie tot hier toe niets vernoomen, maar wel is den Eersten teekenaar door den te saway posthou„ „dende sergeanten Bernard bij brieve van den 2:' Januarij pass:o gecommun„ „ceert dat het Jonge- Radja van Roemasoal 'sdaags. bevoorens bij hem aan„ gekoomen zijnde verhaald had dat er volk van het Eijland Gede op Roimasoal was aangeweest om sagoe te koopen van dewelke dat Jong koningje vernoomen had dat er voor deunne Negorg ten anker was gekoomen een Twee maste fransche Bri„ „gantijn op dezelve plaats daar voor heen ( nota dat is voor drie Jaaren geweest:) scheepen van die natie Natie hebben ten anker geleegen. datze aan den koning van Batchian zoude gegeeven hebben duijsent kleedjes en aan zijn Iman of: Priester hondert Rijvd=s voorts dat er nog ses scheepen stonden te koomen en dat zig op het voorm: vaartuijg bevonden vier vrouwen met haare kinderen. wat van alle die berigten zy en of en in hoe verre op derzelver staat te maa„ „ken is, kunnen wy met geen zeekerheijd zeggen, maar nogtans is bit waar dat het swerven van voorm onse competeteuren en voor al der Engelsen in de Moluccos. en derzelver bedryven waar van uw Hoog Edelens ons een omstandig relaas hebben gelieven moede te deelen getrocken uijt de aparte brief van den Heer Ternaats m„ Ternaats Gouverneurs Valckenaar aan Hoog dezelve. geb:t 17 mai 174: langs. hoe meer van een zorgelijken aanschouw word Betreffende de Nagul Culture noteeren wij eerbiedig dat in de gehoudene vergadering op den 31:' January blijkens het aangeteekende by de aparte Re„ solutien van dien datum aan dezelve is kennis gegeeven van uw voog Edelens gam ons bi de secreete brief van den 24: 9ber gegeeven bevel om boven en be„ halven deroeto g'extirpeerde Nagul boomen in de respective datijs nog een aan„ tal van vijftig duijsend van de aller oudste vrugtdragende boomen te doen omvel„ „len en daar omtrend eene allesints reedelijke verdeeling over het generaal te doen plaats hebben invoegen. daar op Conform het voorstel van den eerst ge„ teekende beslooten is „ da tijs zo onder dit hoofd Casteel als de vier specerij Comptoiren van de aller oudste vrugt dragende boomen te doen uijtroeyen een getal van dertien boomen, het geen over een nommer van 3914: batijs, bie er na de Jongste beschryving onder de specirij geevende districten in weezen zyn, plus minus beloopt een tomtum van. 50. 882: boomen bij welke extirpatie zouden moe„ len present zijn behalven. de capalla datys of hoofd datij houders ook de Re„ gonten, volgens het voorstel daar toe door den eerst geteekende aan uw 1oog Edelens gedaan op dat de gecommitteerdens die daar toe stonden g'emploijeert te werden niet na eijgen. wille zeir. te werk gaande de Ialamangs of particu„ „liere boomen der Amboineesen meede niet quamen om te vellen. dan te deeser geleegendheijd door den Eerstgeleekende aangemerkt zijnde dat bij de successive ingekoomene Rapporten der Jaarlyks. gedaan werdende opneem en beschriving der boemen ontwaard had dat omtrend de datijs geen de minste equa„ liteyjt plaats heeft, also sommige. datijs wel drie hondert in mir boomen en an„ dere daar en teegen slegt hien, twintig, a: vijf entwintig boomen hebben. dat het oversulx een hardigheijd zou includeeren: om de laatste in de omwvel„ „ling der boomen eeven reedig te stellen met zulke satijs die 20. een excessief getal van boomen meer bevatten. maar dat de datijs die toms minder dan 135: boomen hebben tot welk nommer de datijs gereduceert zijn by secreete resolutie van den 18 februarij 1774: na des eerst geteekendens. gevoelen van deese op nieuw g'orden„ „neerde
English
875 aforementioned extirpation ought initially to be exempted and spared, at least until it shall have been seen how great the number of trees will be that are to be rooted out in the remaining datijs, which contain such an excessive number. Thus it has been approved to exempt, for the present, from the felling of any trees all datijs in which fewer than 135 trees are found, but in the datijs that contain such a large number of trees, to have rooted out pro rata that many more. The aforesaid order and the resolution taken upon it were presented to the Regents at this Main Castle in the conference held with them on the 7th of February, which we have the honor to present alongside this to Your High Nobilities, in the presence of the orangtuas or elders, also the marinjo oetangs or forest marinjoes; and at the same time the Regents were reminded of their solemn engagement made anni passati by notarial deeds to the felling of as many trees as the Company should see fit. And as the same has likewise taken place upon orders written to the chiefs of the four subaltern spice offices in the same manner, as can be seen from the minutes of the conference held at those offices with the Regents, which also accompany this, these as well as those of this Main Castle have unanimously declared that they will obey the aforementioned order with all willingness; whereafter, commissioners having subsequently been appointed both here and at the cited offices, a beginning was immediately made with this new extirpation, and already a considerable number of the very oldest fruit-bearing trees has been rooted out, as can be seen from the general advices now departing, to which we respectfully refer regarding this matter. And in response to Your High Nobilities' remark in the much-cited separate letter of the 24th of November regarding the privately planted trees and Talanamangs, we respectfully serve to state that those distinct words mean the same thing, since by Tatanamangs, an Ambonese word, privately planted trees must be understood, so that it also appears in the missive from the first signatory to Your High Nobilities of the 20th of September past under the name of tanamangs or private trees. The further orders and remarks contained in both of Your High Nobilities' more cited, highly respected letters, of which no special mention is made in this document to observe brevity as much as possible, will be dutifully obeyed with all zeal and promptitude by the second signatory. Meanwhile, among the annexes to this, we respectfully offer to Your High Nobilities a copy of the Memoir left by the first to the second signatory pursuant to Your High Nobilities' special order regarding the present state of the Company's affairs in this Province, and conclude by praying to God that He may take Your High Nobilities' illustrious Persons and the important interests of the Company under Your High Nobilities' Government into His safe keeping and protection; while we subscribe ourselves with the greatest respect. /was signed/ High Noble, Stern, Highly Honorable Gentlemen and Noble Stern Gentlemen /lower/ Your High Nobilities' very humble and obedient servants /was signed/ I. A. van der Voort and B. van Pleuren, /in the margin/ Amboina in the Castle Nieuw Victoria, this 26th of May, anno 1775. To the same as before Our accompanying respectful letter of today's date was not only drafted in advance and already concluded, but also already written in fair copy, when we received the pleasant tidings that the missing patjalling the Lassum had arrived safely at Amahey on the inner coast of Ceram; so that this small keel also arrived safely here after the lapse of a few days with the ensign Nagtul, who has handed to us such a record of what occurred during the voyage in the form of a report as we have the honor to present alongside this to Your High Nobilities, and to which we can all the sooner refer, since nothing of particular note appears therein. We add alongside this the report of the skippers Stavorinus and Meyer, also the master attendant Hogerscheidt, who by our order examined the logbook kept by the master of the abovementioned patjalling in the presence of the fiscal, and according to the tenor of that report found that this pilot, during his voyage, has done everything that ought to be observed by an attentive and prudent seaman.
Dutch transcription
875 „neerde Extirpatie voor eerst behoorden g'eximeert en verschoont te blijven immers tot zo lange men gezien zal hebben hoe groot het getal der boomen zijn zal die in de overige datijs, welke zo een excessief nommer bevatten staan uijtgevoeyt te worden. zo is daar op goed gevonden alle datijs waar in geen 135: boomen gevon„ „den worden voor als nog van de onvelling eeniger boomen uijt tezonderen, dog in de datijs welke zulken groot getal boomen bevatten prorato zo veel te meer te doen erterpeeren. de voorsz: ordre en het daar op genoomene besluijt de Regenten aan dit Hoofd Casteel in de met hun gehoudene. Conferentie op den 7:e februarij welke wij ons d'eere. geeven uw Hoog Edelens hier besijden te presenteeren in teegenstesn, digheijd van be crangtouias of oudstens item de maninja Oetangs of Bos Ma„ ringoes voor gehouden en teffens aan de Regenten herinnert zijnde derzelver an„ ni passati zo plegtig gedane. verbintenisse bij secretarieele actens tot het omvrs„ „len van zo veel boomen als de maatschappij zou koomen goed te vinden en zulks almeede op aanschrijvens. aan de opperhoofden der vier subalterne specerij Comp „toiren daar in zelver voegen plaats gehad hebbende, gelijk te zien is uijt de deesen almeede verzellende Notulen van Conferentie op die Comptoiren met de Regen„ „ten gehouden hebben deese zo wel als die van dit hoofd Casteel een pariglijk be„ tuijgd de voorn: ordre met alle bereijdwilligheijd te zullen gehoorzaamen, waar na vervolgens zo hier als op de geciteerde Comptoir en gecommitteerdens benoemd zijnde is met deese nieuwe extirpatie aanstonds een begin gemaakt en reeds een aanzienelijk getal van de aller oudste vrugtdragende boomen uijtgerorijd, zo als te zien is by de tans afgaande gemeene Abvesen, waar aan wij ons omtrend dit respect reverentelijk gedragen en op uw Hoog Edelens remarquie bij de veel ge„ „citeerde aparte brief van den 24:' 9ber ten aanzien der particulier aangeplante boomen en Talanamangs eerbiedig dienen dat die onderscheidene worden het selve beteekenen also door Tatanamangs een ambons woord particulier aan geplante boomen moet verstaan worden, invoegen het ook bij missive van den eerst gelee„ kende aan uw Hoog Edelens van den 20 7ber: pass:o voor komt onder denaam van tanamangs of particuliere boomen de verdere ordres en remarques. in beyde uw Hoog Edelens. meer gecileerde seer gerespecteerde brieven vervat, waar van in deesen ter betragting zo veel mogelijk and van 1 langs. 1 aan de ts kortheyd geen speciaal gewaagis gemaakt, zullen met alle yver en promplioude door den tweede geteekende pligt schuldig g'obtemporeert worden Wij bieden Hoog dezelve, midlerwyjl onder de Bylagen deeses eerbiedig aan een afschrift van de Memorie ingevolge uw Hoog Edelins speciaale ordre door den eerst aan den tweeden teekenaar nagelaten met betrecking tot den teegenswoordigen staat van 'sComp zaaken in deese Provintie en besluijten met Godt te bidden. dat wij uw Hoog Edelens illistre Persoonen en de importante belangen der Maratscha„ pij onder Hoog derzelver. Regeeringe wil neemen en zijne veijlige hoede en bescherming; terwyl wy ons met de meeste eerbied subscribeeren. /onderstond/ Hoog Edele Gestrenge Groot Agtbaren Heere en wel Edele Gestrenge sueren /lager /. uw Hoog Edelens, seer onderdanige en gehoorsame dienaaren / was. geteekend/ I: A: van der voort en B. van Pleuren, / in margine/ Am„ boina in 't Casteel Nieuw victoria deesen. 26. ' Maij A:o 1775. Aan als vooren Onse neevens leggende eerbiedige van heedigen. datum was met alleen bij anticipa„ tie vervaardigt en reets afgeslooten maar ook al in het net geschreeven wanneer wy de aangenaame tyding ontfingen dat de vermiste Patjalling de Lassum be„ „houden op Amahey aan Cerams binnen Cust. was g'arriveert, invoegen dat kieltje dan ook na verloop van eenige daagen alhier behouden is aangekoomen met den vendrig Nagiul, welke oms van het voorgevallen, op de reijse zodanigen aanteekening bij forma van Rapport heeft inhandigt als wy ons de eere geeven uw Hoog Edelens hier be„ zijden te presenteeren, en waar aan wy ons te eerder kunnen gedraagen, vermits daar bij niets van sonderlinge remarqiue. voorkomt Wij voegen. daar neevens het rapport van de schippers Stavorinus en Meyer item den Equipagie op ziender Hogerscheidt die ter onser ordre het Journaal door den gezagheb„ „ber vande booven gem: Patjalling gehouden ten overstaan van den fiscaal g'examineert en na den teneur van dat berigt bevonden hebben dat dien Piloot geduurende zijne voyagie alles gedaan heeft nat doen een attent en voorsigtig zieman behoord g'obser„ „veerd
English
to be sailed, except that he did not take any latitude for five days after the wreck of the Catharina Geertruijda, but as he testifies that the sky was so overcast during those days that he could not take any latitude with the cross-staff, the only instrument the helmsmen have on the vessels here, and this reason also appeared very probable to the commissioners, we considered ourselves satisfied with the aforementioned report at the session of the 1st of this month and also declared the aforementioned commander of the Lassum free from any neglect of duty or blame. Regarding the observed foreign European nations, the undersigned was recently informed by a letter of 10 March past from the Governor of Ternate, Mr. Valckenaar, just as we communicated to Your High Nobilities by our enclosed separate missive from His Honor's earlier reports, that the intention of the English was by no means to sail to Bouton, but rather to the Papuan coast with the objective of erecting a fort there on a certain silver-bearing island, No wok, situated close under the coast of Nova Guinea, for which purpose four ships and circa one hundred proas with English, sepoys, Moors, Xullockers, Chinese, Buginese, and other sorts of people were already said to have departed thither. But that this, Mr. Valckenaar adds, did not appear very probable to His Honor, he rather thinking that the British are only out to obtain spices or the seedlings thereof. In which suspicion His Honor was all the more confirmed because the commissioners Hemmekam and Gavenon had reported that an English vessel had called at the island Ompaij close to Gebe, with the addition that several convincing proofs had appeared to them of the infidelity of the people of Gebe and Patani, who were currently making it their strong business to sell the spices to foreign European nations, etc. Furthermore, according to the report of those commissioners, a large vessel with upwards of sixty Ceram people had called at Poulo Pisang, whence they had carried off a large quantity of nutmegs. With which objective that same nation in the month of January had likely also appeared at the rear of Dodingo, so that, continues Mr. Valckenaar, the English and other foreign Europeans currently do not lack opportunities to obtain spices, since plenty of faithless natives allow themselves to be used for this. In addition to this, says His Honor, the English continuously sail to and fro at Goram to purchase the spices that are secretly brought thither from elsewhere. We found ourselves obliged to bring the foregoing thus amply to Your High Nobilities' attention, being of the opinion with Mr. Valckenaar that the English apply themselves to nothing else than to make themselves masters of the spice trade, or at least that they seize every occasion to participate therein. Against which, therefore, provision must be made by all suitable means and ways, together with a constant vigilance to the utmost of our power, and which the second undersigned not only promises Your High Nobilities to expend without ceasing on a point of so much importance as this, but also respectfully requests You to rest assured of his zeal and attention in this regard, while we subscribe ourselves with all high esteem and respect. Underneath stood: High Noble, Rigorous, Right Honorable Lords and Well-Noble, Rigorous Lords. Lower stood: Your High Nobilities' very humble and obedient servants. Was signed: I: A: van der Voort, and: B: van Pleuren. In the margin: Amboina in Castle Nieuw Victoria, this 26 May Anno 1775. Respectfully reporting to Your High Nobilities on that which has occurred in the Master's service since the secret dispatches sent in the spring under date of 26 May of this year, I shall, following the order, note regarding the Ceram people that, concerning their bold trafficking and roaming about, not the least information has reached me thus far, but indeed that those of South Ceram, being tired of the chastisement endured now for some years, stood ready to await me with the Hongi fleet in order to submit to the Company. Of what value their submission is, experience has nevertheless taught. 1775
Dutch transcription
877 „veerd te worden, behalven, dat hy in vijf dagen na het verongelucken van de Catha„ rina Geertruijda geen breete genoomen heeft, maar dewijl denselven betuygt dat de lugt geduurende die daagen zo betrocken is geweest dat hy met de graad„ stok, het eenigste instrument dat de stuurlieden hier op de vaartuijgen hebben geen breete heeft kunnen neemen en die reeden de gecommitteerdens, ook seer waar„ schijnelyk voorgekoomen is hebben wy ons ter sitting van den 1=e deeser met het voorsz: Rapport voldaan gehouden en den voorn gezaghebber vande Lassum ook vry gekent van eenig pligt versuijm of schuld vreemde Europiesche Natien, is den onst getu„ „kende onlangs ook bij brief van den 10: maart pass:o door den Heer Ternaats bedeeld dat der Engelsen voornemen & Gouverneur valckenaar zo als wy uw voog Edelens by onse neevens leggende aparte Missive uijt zijn Ed:e vroegere berigten gecommuniceert hebben geensints was om na Bouton te sleevenen maar wel na de papoe met oogmerk om al„ „saak op zeeker zilver geevend Eyland No wok digt onder de Cust van Nova guinea geleegen een Fort op te rigten, ten welken eijnde er reeds vier scheepen en Circa hondert prauwen met Engelsen Sipaijp, Mooren Xullokkers, Chinees en Bouguineesen en meer ander zort van volk derwaarts zouden zijn vertrocken, maar dat zulx voegt de Heer valckenaer en bij zijn Ed niet seer waar scheynelijk voorquaam veel eer- denkende, dat het de Britten alleen te doen is om speceryen of derzelver Plantjes te bekoomen in welke vermoeden zijn Ed:e te meer bevestigt was door dien de Commissianten Hemmekam en Gavenon berigt hadden dat een Engels vaartuijg op 't Eijland ompaij digt bij Gebe was. aangeweest, met byvoeging dat hen verscheiyde overtuijgende blijken waaren voorgekoomen van de ontrouw der gebe en Pattanireesen, die tans sterk hem werk maakten om de specerijen aan vreemde Europeesche Natien te verkoopen &: nog was, volgens Rapport van die Commissianten een groot vaartuijg met ruijm sestig Cerammers op Poulo Pisang. aangeweest, van waarse een groote meenig„ „te Nooten. Misschaten hadden vervoert, met welk oogmerk dieselfde natie in demaand Januarij Ten belangen van de g'obser„ Aan als Eden Ianuarij denkelijk ook aan de agterkomt van Dodingo was, verscheenen, zo dat vervolg. de Heer valckenaar het de Engelsen en andere: vreemde Europan tans aan geen geleegendheyd ontbreekt om speceryen te bekoomen. dewijl zig daar toe trouwloose Inlanders genoeg laten gebruijken daar en booven zegt zijn Ed. e vaaren de Engelsen geduurig af en aan op Goram om de specerijen die aldaar van elders ter sluijt aangebragt worden op te koomen Wij hebben ons verpligt gevonden uw Hoog Edelens het vooren staande dus am„ „pel te moeten onder het oogbrengen met de Heer valckenaar van gevoelen zijnde dat de Engelsen zig nergens anders op toeleggen. dan om zig meester te maaken van den specery handel, of ten minsten dat zij alle occagien. arripieeren om daar inne te participeeren; waar teegen dierhalven: door alle dienstige middelen en weegen. mitsgaders eene geduurige waaksaamheijd na uijterste vermoogen diend te worden voorsien en die den tweeden teekenaar uw Hoog. Edelens met alleen beloofd sonder op houden te zullen besteeden op een poinct van zo veel belang gelijk dit, maar Hoog dezelve ook eerbiedig verzoekt zig van zijne ijver en attentio daar omtrend te willen verzeekert houden, midlerwijl wy ons met alle hoog agting en respect onderschrijven /onderstond /. Hoog Edelens Gestren„ „ge Groot Agtbaren Heere en wel Edele Gestrenge steeren. /lager) uw Hoog Edelens seer onderdanige en gehoorsaame Dienaar / was geteekend/ I: A: van der voort, en: B: van Pleuren. /in margiene/: Amboina in't Casteel Nieuw: victoria deesen 26:' Maij Ao 1775 uw: Hoog Edelens in Eerbied verslag doende van dat geene 't welke 't see„ „dert de voorjaars. afgezondene secreete advisen sub dato 26: Maij deeses Jaars in 's meesters dienst g'exteert is, zal ik de ordre volgende, omtrend de Cerammers Noteere dat myj betreffende der zelve stoute mershandie en rond swerven, tot hier toe geen de minste narigt is ingekoomen, maar wel dat die van zuijd Ceram moede zynde van de nu 't seedert eenige Jaaren ondergaane kas„ laar tijdinge, gereedstonde mij met de Hongij vloot op te wagten ten eijnde ^ aan de Maat„ geleerd, „schappij te onderwerpen, van wat aanzien haare submissie is heeft de ondervinding nogtans 775:
English
879 Nevertheless, it would not be beyond the realm of possibility that the continual harassment and destruction of their villages have finally brought them to repentance; I heartily wish the best in this regard, and hope to be so fortunate as to be able to give Your Right Honorables agreeable information concerning this in the coming spring. In the meantime, may I be permitted respectfully to propose to Your Right Honorables to allow the Cerammese, both from the north and the south side, to capture anyone called Bonean, Macassarese, Wajoese, Mandarese, Boutonese, or Balinese, and to bring them to this castle for sale, as well as to award them a bounty of fifty rixdollars for each paduakang that they turn over to the Company, a benefit that will undoubtedly appear attractive to them and would certainly be preferred by them over the meager profits that they gain, not without danger, through illicit trade. The orang kayas of Toeloeti, Tamilauw, Repa, and Waija, having arrived here after the departure of the former Governor, and having been engaged by me in conversation regarding what was just mentioned, gave me clearly to understand that they, as well as the other Cerammese, would gladly be willing to do so. The humble undersigned believes, subject to correction by your far wiser judgment, that this would be the surest and best means to deter the Celebian peoples from meddling with the Cerammese. For indeed, what has been gained or accomplished with the expeditions in the last five years, the costs of which amount to ƒ 39,114:9:8, other than destroying a number of gaba-gaba huts and coconut trees, and inciting the Cerammese to seek revenge? To be sure, various suspect regents were also apprehended and sent up to be at the disposal of Your Right Honorables, but has this brought about any redress? The contrary is true, for those of Tobo, Kellemoerij, and Batoeassa boldly fired upon the hongi fleet and have continually remained fugitives. If I may lend any credence to the report received today from the native messenger sent thither by the Chief of Saparoea on my orders, and the letters brought back by him from the said regents, copies of which I have the honor to offer herewith to Your Right Honorables under No. 13, I live in hope of being able to provide Your Right Honorables with a desired redress after the conclusion of the approaching outer hongi expedition. Having to rest content with that for the present, I proceed to the Sapoen, regarding which I respectfully inform Your Right Honorables that their acts of piracy continue to serve as a bitter scourge to the poor Ambonese, several examples of which Your Right Honorables may, if it pleases you, observe in the declarations accompanying the annexes of this letter under Nos. 7, 8, 9, and 10. Nevertheless, they have not been so bold as to make a landing on the Company's territory; indeed, whenever they men or defense 70 that [illegible] [illegible] [illegible] experience
Dutch transcription
879 nogtans soude het met buijte de mogelijkheijd zijn, dat de geduurige quellinge en ver„ nieling hunner negorijen haar eijndelijk tot in keer gebragt hadden, het beste wensche ik hier van hertelijk, en hoope zo geluckig te moogen zijn om in het aanstaande voor Jaar uw Hoog Edelens des weegen een aangenaam naregt te geeven, intusschen sij het mij gepermitteerd Hoog dezelve Eerbiedig voor te gedraagen om de Cerammer zo. van de N=s als de Z=de kant te tollereeren, al wat Bonijer, Maccassarar, wadjorees Man„ darees Boetonder off Balijer genaamd word op te pakken, en aan dit Casteel ten ver„ koop te brengen, mitsg.:s aan dezelve voor Elk Padiakang die zij aan de Comp:e koomen over te geeven. toe te wijsen Een premie van vijftig Ryxd:s, Een voordeel dat haar on„ twijffelbaar smakelijk zal voorkomen en zeekerl bij haar geprefereerde werde voor desobere winste die zy niet zonder pericul. door den sluijkhandel op doen. De orangkaije van Toeloeti, Tamilauw, repa en Waija naar het de part van den Heer afgegaane gouverneur hier op gekoomen en door mij discoursive over 't even vermelde onderhouden zijnde, gaan mij niet onduijster te kennen dat zij zo wel als de andere Cerammers zig daar toe gretig soude laaten vinden, en Eerbiedige Teekenaer vermeend onder Correctie van hoog wijser gevoelen dat dit het seekersteen beste middel soude zijn om de celebische volckeren afteschricken hun met den Cerammer te mesleeren en immers wat heeft men met de Expeditie in de Jongste vijf Jaaren welker ongelden ƒ 39114: 9:8: beloopen andersdog gewonnen off verrigt dan Een partij gabbi gabbe hutte en klappus boomen vernielt en den Cerammer tot wraak oeffening opge„ wekt, daar zyn zeeker ook deese en geene suspecte Regenten opgepakt en ter dispositie van uw Hoog Edelens opgezonden, maar heeft dit wel eenig redres te weeg gebragt 't teegendeel is waar, want die van Tobo: kellemoerij en Batoeassa, hebbe stondmoedig op de Hongyj vloot gevuurt, en zijn steeds de uijtgeweekene gebleeven, mag ik Eenig geloof attribueeren aan het heeden ingekomen relaas van den door Saparouias Hoofd op mijne ordre naar derwaarts afgezondene Jnlandse borde en de door hem meede gebragte brieve van gerepte Regenten welker afschriften d' Eere hebbe uw Hoog Edelens bij deese onder N=o 13. . aan te bieden, zo leeve ik in hoope van hoog deselve naar het afloopen der aannaderende buijten Hongij een gewenscht redres te zullen moogen bedeelen, voor 't teegenswoordige. daar bij moetende berusten ga ik over tot de Sapoen, wesweegen uw Hoog Ed:s reverent bedeelen dat derzelver Roveryjen steeds tot een bitteren roede van den armen Amboinees. blijft strecken waar van Hoog dezelve verscheijde staaltje des behaagende kunnen beoogen bij de onder de bijlaagen deeses verzellende declaratoire onder N:o 7: 8: 9: en 10: nogtans zijn. z' zo stoutmoedig niet geweest om op 's Comp: territoir Een landing te doen, Ja wanneer z' hen man. off: defensie 70 dat kas„ Mtaat„ erd,. . ervinding
English
defense, they easily lose heart and choose flight, as appears from the letter of the Lieutenant Commandant of the post of Waijpoetij on Bouro's hinterland, Gosseling, under date 24:e May last past, recorded in the Register under No: 11: whereby that officer gives to understand that a small commando of one sergeant, one corporal and six privates in a fishing orembaij chased out to sea three Papuan korre-korres, which had dropped anchor at the point of Wapalea, approximately a good half mile east of the post; that the Ambon burgher Stewens, who lay there trading with his chiampang, defended himself against them with two handguns, and a sailor from this small vessel, captured by those pirates after jumping overboard, escaped from their hands again. Upon his return, the latter was also able to report that the said marauders consisted of people from Pattanij and that another 150 korre-korres would follow shortly. Of this fleet nothing has been heard thus far, and the respectful signatory in time recommended the necessary vigilance to the said Commandant and the Resident of Manipa. Meanwhile, having noted these continuous piracies as a point worthy of consideration for the revival of the slender trade, and it having appeared to me from the respective papers that the outfitting of a cruising pantjalling has incurred nothing but expenses, without such a small vessel, which is unable to overtake the fast-sailing Papuan vessels, ever having fulfilled its purpose, it was decided by separate resolutions of 7: July last to instruct the head of Laricque, together with the Residents of Bouro and Manipa, for the sake of observation, to inform each other directly at the first report that the said marauders are in the fairway, and ipso facto each to cause to be fitted out as many well-manned orembaijen as can be brought together, well provided with ammunition, as well as to distribute over the same from each post one corporal and six European military privates, together with the necessary muskets, live cartridges, etc., in order, thus united, to attack that predatory rabble and, if possible, overpower them. Furthermore, for the greater encouragement of these combatants, the signatory has granted for the capture of a Papuan vessel, regardless of the booty, a premium of fifty Rds to be paid from his private purse, which appeared to me to be the most suitable means, as long as the force is lacking to execute the planned expedition, to curb those piracies as much as possible, and I hope that these measures may meet with Your Right Honourables' favorable approval. Under this heading, I find myself obliged to bring to Your Highnesses' knowledge how, according to the declaration given by the Banda burgher corporal Daniel Nicolaas, accompanying the annexes hereof in the Register under No: 8: it is consistently convincingly noted that the abducted Christian Ambonese are publicly sold on Banda and are to be found among both servants and burghers, truly a sad fate for Christians who had otherwise been given hope of being brought home again to their kin. It can be clearly deduced from the said declaration that the trade goes unpunished by that administration
Dutch transcription
defensie vinde laaten z. de moed ligt sinken, en verkiese de vlugt invoege sulks voorkomt by het schrijven van den luijtenant Commandant der Postwaijpoetij aan Bou„ „ros agterland Gosseling sub. dato 24:e maij Jongstleeden op Register gequoleert met N:o 11: geevende dien officier. daar by te kennen, dat Een kleine Commando van Een sergeant Een Corperaal en ses gemeene met een vis orembaij drie Papoese Corne Corre welke het anker op de hoek van wapalea Circa een groot halff wijl beooste de post hadde laaten vallen, zeewaards ingejaagd hebbe, dat den Ambons burger stewens welke met zijn Chiampang aldaar ten handel lag, zig met twee hand geweeretee„ „gens dezelve verdedigt heeft en ien matroos van dit kieltge door het overboord springen: bij die rovers bemagtigd, weeder uyt derselver hande ontfnaptis, deesen heeft dan ook bij zijn te rug komst weeten te relateeren: dat ged:e marodeurs uijt volckeren van Pattanij bestonden en dat er binnen korten nog. 150: Corre. corre soude volgen, van deese vloot heeft men tot hier toe niets vernoomen en den Eerbiedigen Teekenaar heeft in tijds gewaagde Commandant en Manepas. resident d'enoodige waaksaam„ heid aanbevoolen, intusse. deese aanhoudende Roverijen als een waardig poinct van Consideratie aan gemerkt hebbende ter opbeuring van den smallen handel, en bij de respective papieren my gebleeken zijnde dat met de uijtrusting van Een kruijs pantjalling niet dan onkosten gemaakt is, zonder dat zodanige een kieltje, 't welk met instaad is om der Papoese zeijlen schep vaartuijgen in te haalen, immer aan het oog„ merk heeft voldaan zo heeft men bij aparte Resolutien van den 7: Julij laastl: beslooten het hoofd van Laricque. nievens de Residenten van Bouro en Manipa ter obser van„ tie aante schrijven om bij het eerste narigt dat gewaagde marodeurs in 't vaarwaater zijn, elkander daar van direct kennis te geeven, en ipso facto door ieder te doen uijtreis„ „ten so veel wel bemande orembaijen als er by den andere zulle te brengen zijn, wel voor sien van ammunitie, mitsg:s van elk Comptoir over dezelve te verdeelen Een Corperaal en ses gemeene Europeese militaire neevens de noodige geweeren scherpe, patroonen &:a ten einde dus geconsungeert dat roof gespuijs aan te lasten en is 't mogelijk te overmeesteren, wijders heeft den Teekenaar tot meerder en couragement van deese bevegters voor het ver„ rovere van een papoes. vaartuijg ongereekend de buijt aan dezelve toe geweesen Een pramie van vijftig Rd=s prive beurs te betaalen, het convenabelste middel dat mij voorgekoomen is om zo lange de magt ontbreekt de beraamde Expeditie ter uijtever te brengen die roverijen zo veel mogelijk te beteugelen en hoope dat deese mesuires. uw Hoog Edelens goedgunstige approbatie sal moogen weg draagen. onder dit hoofd deel vind ik my gehoude Hoog dezelve ter kennis te brengen, hoe na volgens 't gegeevene: declaratoir bij den bandas burger Corperaal Daniel Nicolaas de bijlaagen deeses versellende op Register sub N:o 8: steeds overtuijgend Ceno„ teerd dat de geroofd werdende Christen amboineese op Banda publicq verkogt werden en zo by Dienaaren als burgers te vinde zijn, waarlijk een droevig lot voor Christenen die andersints hoope gegeeven wason by de haare weeder thuijs gebragt te sullen worde, klaar bljkelijk is uijt gerepte declaratoir afteneemen dat den handel strafloos bij dat ministerium
English
ministry was tolerated, yet the respectful signatory cannot see that this is an acceptable means to encourage the Ceramlauwer and Goram toward the abundant supply of provisions, pleading with Your High Nobilities in the most humble manner that it may please Your High Nobilities to devise such measures against this as will be sufficient to give the poor Christian native in this place hope of being able to see their relatives again before Ambon who have been carried off into slavery, at least whenever they fall into Christian hands. Departing from this so heart-touching, fatal event and punishing rod, I respectfully advance regarding the Extirpation of spice trees in unauthorized places, that the patty of Sila, faithful commissioner for that work on Ceram, upon his return from Goram on the 28th of June past, according to his rendered report, was unable to detect any nutmeg trees in those districts, but that he was told by the orangkay of Usong named Sibur that the same had discovered a genuine, fruit-bearing nutmeg tree on the side of the mountain Toeber, where he, the patty, had formerly felled three nutmeg trees, which had been covered with backs, in such manner as may be seen more fully in the accompanying account given in this regard under No. 6; which tree was also felled and burned, and the said place where it stood was pointed out to the aforementioned patty. With a historical narrative regarding the discovery of the said fruit-bearing nutmeg tree and its destruction, I shall not occupy Your High Nobilities' honored attention, but respectfully refer to the translated account of the aforementioned Usong orangkay Sibur annexed to the report of the patty of Sila. Continuing this chapter, however, I note to Your High Nobilities that according to the information received, there are said to be three or four nagul trees on Tobo that bore fine fruit. The informants thereof, consisting of four persons named Kodja Isa, Alij, Lebesalam, and Usmane, I have already summoned hither from Ceram, and the latter three arrived today in order to accompany the Hongi fleet and make the identification. Achieving my objective with the refugee Ceram regents, I shall see to it that a general extirpation takes place everywhere, so as to furnish Your High Nobilities with proof that nothing escapes my attention and that a watchful eye observes everything that the Master's interest might ever require, begging Your High Nobilities to be assured that no greater satisfaction will befall me than continually to carry off Your High Nobilities' pleasure in the administration so graciously entrusted to me. Concerning Foreign European Nations, I have heard nothing under the jurisdiction of this Province since the last dispatches that departed from here. However, under the Ternate territory, Governor Valckenaer informs me by dispatch of the 19th of June past that according to a native account, four foreign vessels were seen between Poelo Moar and Sagaffe, yet that the certainty thereof required further confirmation. Proceeding further with a much more pleasant report with respect to the British on the island of Blanbangan, that these competitors of ours had to abandon this their new establishment, leaving behind all their merchandise and war supplies, caused by the outrages committed against the Bugis, fully described in the aforementioned gentleman's letter among the enclosures of this, passing in copy to Your High Nobilities, to which I respectfully refer in order to avoid prolixity. In conclusion, I feel bound to inform Your High Nobilities that concerning the digging of wells for drinking water for the service of the garrison at Waipoete, or the channeling of the river water up to the aforesaid post, no complete report has yet been made to me. However, I trust that the same will have already been accomplished, and therefore expect the required further notice from Boeroe's Resident Knop in the next few days, while during the conducting of the approaching outer Hongi, if weather and wind permit, I shall carry out an ocular inspection of that necessary work. Meanwhile, after having commended Your High Nobilities' illustrious persons and the Company's weighty interests to the divine protection of the Almighty, I have the honor to subscribe myself with the greatest respect, Underneath stood: High, Noble, Severe, Highly Esteemed Lord, and Right Honorable Severe Lords. Lower: Your High Nobilities' obedient and faithful servant. Was signed: B. V. Peuren. In the margin: Amboina, Castle Victoria, the 24th of September, Anno 1775. Agrees, J. Beijnon, Clerk. Examined, I. L. De Vos. Letter etc. Decreed. Received from Ternate from the first of October to the end of December 1775. A. 883 With the vessel of the burgher Lieutenant Jan Carel Setlig. Batavia. To His High Nobility, The High Noble, Severe, Highly Esteemed, High-Commanding Lord, Petrus Albertus van der Parra, Governor General, together with The Right Honorable Lords Councillors of the Netherlands Indies. High Noble, Severe, Highly Esteemed, Valiant, Right Wise, Prudent, Discreet, Most Generous Lord, and Right Honorable Lords. Since the dispatch of my respectful secret letters of the 20th of July, of which I now have the honor to present Your High Nobilities with the duplicate, little of note has occurred here. I shall therefore only initially to Your High Nobilities
Dutch transcription
881 ministerium getollireerd werd, dog den Eerbiedigen teekenaar kan met zien dat dit een approbabel middel is om den Ceramlauwer en goram te aningeeren tot den overvloedigen aanbreng van vivres insteerende bij uw Hoog Edelens op het aller oodmoedigst dat het hoog dezelve behagen mag daar teegens zodanige middele te beramen als toerijkende sul„ „len zijn om den armen Christen Jnlander aan deese plaatse hoope te geeven van de haare welke in slaverwij zijn weg gevoert, ten minste wanneer z' in christen handen verval„ van dezen „len te zullen moogen weeder zien voor Ambon. zo hert treffende Noodlottige gebeurteneo„ „se en straffe roede afstappende avanceere ik in Eerbiedig nopens de Extirpatie van speceryboomen op ongepermitteerde plaatse, dat den pattij van Sila getrouwe Commissiant tot dat werk op Ceram met zijn terug komst van goram den 28: Junij Joleeden navolgens zijn gedient rapport in die Conterijen geen Noote boomen heeft kunnen opspeuren, dog dat hem door den orangkaij van usong genaamt siboer gesegt was dat denselven een Egte vrugtdraagende Nooteboom op de kant van het gebergte Toeber alwaar hij Pattij eertijds drie Noote boomen omgeveld heeft ontdekt had welke met ruggtens bedekt was geweest invoege zulx breeder te zien is bij 't dient weegen gegeeven in deese versellend Relaas sub N=o 6: welke boom ook omgeveld en verbrand is geworden mitsg:s de plaats gewaagde Pattyj aangeweesen waar deselve ge„ staan heeft met Een histories verhaal nopens de ontdekking van gem: vrergtdraagende Noote boom en derzelver vernieling sal ik uw Hoog Edelens g'eerde intentie met occe„ „peeren maar mij reverent gedraagen aan het Translaat Relaas van voorengemelde using orangkaij sibur annex 't Rappert van den Pattij van Sila nogtans ten vervolge van dit Cap„ pittel, Hoog dezelve Noteere dat volgens d' ontfangene Informatie op Tobo drie a vier Na„ „gul boomen soude te vinde zijn die schoone vrugte gaave, de aangevers derselve in vier per„ soonen bestaande gen:t kodja Isa, Alij, Lebesalam en usmane hebbe ik bereets van Ceram herwaarts ontboden en de laaste drie zijn heeden opgekoomen ten eijnde de Hongij vloot te vergezellen en aanwijsing te kunnen doen, mij oogmerk met de uytgeweekene ceramse Regenten bereykende sal ik 't daar heenen sien te derigeeren dat een generaale Extirpatie alomme plaats heeft ten eijnde uw Hoog Edelens bewijser te suppediteeren dat er niets mijne attentie ontslipt en Een waakend oog alles betragt wat 's meesters belang maar immers vordert, smeekende hoog dezelve verzeekerd te willen zyn, dat mij geen grooter satis„ „factio zal: weeder vaaren dan bij aanhouden, in 't mij zo goed gunstig toe vertrouwd bestier uw Hoog Edelens genoegen te moogewegdraagen: belangende Vreemde Europeese Natien heb ik seedert de laast van hier afgegane ad„ „visen onder het Resort deeser Provintie niet vernoomen egter onder het Ternaats gebied, meld my den Heer Gouverneur Valckenaer bij missive van 19:e Junij sleeden dat volgens een Inlands relaas vier vreemde vaartuijgen tassen Poelo. Moar en Sagaffe zoude gezien zijn nogtans dat de zeekerheijd daar van nader Confirmatie verEyschte vervolgende wij„ ders met een vry aangenamer mare ten opzigte der Britten ten Eijlande Blanbangan, dat deese onse Competiteuren met agterlating van alle hunne koopmanschappen en oorlogs behoeftens voege sulks aan Bou va an 1 vens re Een van „ met 644 en dat behoeftens &:a dit hun Nieuw Etablissement hadde moeten verlaaten, gecauseert door de gepleegde geweldenarij. aan de Beullockers. in 't breede beschreeven bij opgemelde zijn Ed:e lettere onder de bijlaagen deeses tot uw Hoog Edelens in Copia overgaande waar aan my ter vermijding van Proleviteijd Eerbiedig, refeereren Ten besluijte vinde mij gehouden uw Hoog Edelens te bedeelen, dat omtrend het graave van Pulten voor drinkmaten ten dienste der Besetting op waijpoete off wel de door leyding van 't revier water tot aan voorsz Post mij nog geen volleedig berigt is gedaan egter vertrouwe ik dat het zelve bereets zijn beslag, sal hebben erlangd en verwag„ te desweegen van Boeroes Resident knop Eerst daags 't ver Eyschte narigt, terweijl ik bij 't doen der aannaderende buijten Hangyj in dien het weer en wind permitteerd van dat noodsakelijk werk ocuilairen Inspectie sal neemen. In midden hebbe ik d' Eere na uw Hoog Edelens Illustre Personen en 's Comp swaarwigtige belangen in de divine Protectie des Aller hoogsten bevoolen te hebben mij met de meeste Eerbied te onderschryven :/ onderstond/ Hoog. Edele gestrenge groot Agtbaren Heere. en wel Edele gestrengen Heeren. /lager/ uw. Hoog Edelens gehoorsamen en getrou„ „wen dienaar /was geteekend/ B: V: Peuren, /in margine/ Amboina Nieuw victoria den 24:e September A:o 1775: Accordeert JBeijnon Geerck: ert door emelde. 90 waar a 0 Nagezezien I: L: De Vos Brief &a Decreete Ontvangen van Ternaten zedert primo October tot Ultimo De cember 1775. A. 883 Met 't vaartuig van den burger Luitenant Ian Carel setlig. Batavia Aan zijn Hoog Edelheid Den Hoog Edelen, Gestrenge, groot Agtbare, hoijd gebiedende heere, Petrus Albertus van den Parra, Gouverneur Generaal benevens De welEdele heeren Raaden van Nederlands Jndia Hoog Edele, Gestrenge, Groot, Agtbare, Manhafte, welwijze, voorzienige, Discreete, zeer Genereuse heer, en wel Edele Heeren. Seedert de verzending van mijne eerbiedige secreete letteren van den 20=e Juli, waar van ik de eere hebbe uw hoog Edelheeden het Duplicaat tans aan te bieden, is hier weinig merkwaardigs voorgevallen. Ik zal hoogstdezelve daarom maar aan„ vankelijk
English
...initially inform that the extirpation work, both on Messa and on Morotaij, was continuously and very diligently pursued; the commissioners Stephanus and Out having reported to us in their latest letter of 20 July that in the said district of Messa, since their last letter, there had again been eradicated a quantity of 11596 nutmeg trees of various sorts, which, with the previously mentioned 538 pieces, amounts to a sum of 12134 nutmeg trees, which were destroyed in the said district of Messa within the space of 66 days. Included herein is a considerable quantity of 1746 nutmeg trees, which were discovered on a certain hidden plantation along the stream Sief; and since some natives have offered to show the extirpators even more new spice locations in exchange for a small gift, we agreed in the session of the 19th of this month to reward these people for the identification with three pieces of guinees, namely bleached Coast cloth, which I am assured Your High Nobilities will be pleased to approve. Said commissioners estimated that the extirpation work would be finished on Messa by the end of the month of August, at which time they, with their subordinates, must proceed to Waisile to clear that district. If we had already had vessels at hand, we would have had these servants transferred to the said district of Waisile, but seven of our vessels have been lingering very long at the Celebes Residencies; without our being able to understand the reason for this, unless Resident Wenthold detained them out of fear of the Magindanauw pirates, who are said to be appearing again in great numbers of vessels around Manado: thus, if no vessels arrive from Manado within three to four days, I will be obliged to hire a private pantjalling to have the said extirpators transported and to provide them with rations. The eradication in the Ternate district of Morotaij is likewise making good progress, which is to be counted as great good fortune, since the work there might easily have been obstructed by the disagreements that arose between the two commissioners Bartholomeus and Krol; which Ensign Bartholomeus sent his fellow commissioner up in irons on 9 August, without having any statement drawn up to the charge of Krol, or supplying the Council with the slightest convincing proof of his misconduct. The points of accusation against said Krol, moreover, rest solely and entirely upon the testimony of Ensign Bartholomeus, and since the same are cited article by article in the letter in which this ensign complains about his repeatedly mentioned partner, I will take the liberty of referring Your High Nobilities to our separate resolution of 19 August, into which this letter has been inserted. I will, however, add that Krol has cleared himself to the satisfaction of the Fiscal van Raasveld from the charge of drunkenness, and from other transgressions of which Bartholomeus accuses him, as will clearly appear to Your High Nobilities from the report that the said judicial officer submitted concerning the investigation of this dispute, and which paper is also to be found in the aforementioned resolution of the 19th of this month. In this document, Raasveld shows that the points of accusation are puerile and have little substance; and we were all of the opinion that Bartholomeus truly acted quite thoughtlessly and passionately toward his fellow commissioner Krol, by arrogating to himself a very improper authority over this his colleague. Krol asserted here that Bartholomeus never regarded him as anything other than a petty clerk, and had frequently treated him very scornfully on account of his impoverished condition, which reproaches he admitted he also sometimes answered with sharp expressions; and this was further confirmed to me by a certain Ternate ensign who came up with the said Krol. If Krol had indulged in excessive drunkenness, then the first commissioner, in my judgment, should previously have made written complaints about it, without sending him up directly and on his own authority in irons; and it is on account of this outrage that the repeatedly mentioned Bartholomeus, upon the proposal of the Fiscal van Raasveld, was condemned by a separate council resolution of 19 August to a fine of one hundred Rds, of which 75 Rds were allocated to the bookkeeper Krol, as compensation and satisfaction for his suffered insult and distress, and 25 Rds to the Fiscal van Raasveld, who investigated this affair. Moreover, His Highness the King of Ternate made such strong entreaties not to appoint other commissioners, but to let the extirpation be carried out further under their supervision, that we consented to this in order to please the prince, to which we proceeded all the sooner because we imagine that Ensign Bartholomeus acted in such a manner more out of ignorance than by design. We have therefore sent the bookkeeper Krol back to Morotaij, and furthermore most emphatically urged both commissioners to live in better harmony with one another in the future, and since I do not doubt that they will now heed my admonitions, I hope next year to have the opportunity to entertain Your High Nobilities more fully concerning this Ternate spice expedition, meanwhile flattering myself to have satisfied Your High Nobilities with my actions in this affair. According to my estimate, this Ternate spice commission will likely continue for another ten months, after which it seems to me that the lands of Batchian and Oubi ought to be cleared, to deprive the ill-disposed of the opportunity
Dutch transcription
„vankelijk verwittigen dat het extirpatie werk, zoo wel op Messa als op Morotaij, bij Continuatie zeer vlijtig werd voortgezet; hebbende de Commissianten stephanus en out ons bij hunne laatste brief van den 20=e Juli gerelateerd, dat op gemeld district van Messa, zeedert hunne laatste brief wederom was uitgeroeid een quantiteid van 11596. Noote mus„ „caat boomen inzoort, het geen met de bevorens ver„ „nelde 538. stuks, komt te bedragen een montant van 12134. Note boomen, dewelke in den tijd van 66. dagen in gem=e district van Messa zijn verdelgt. Hier onder is gereekend eene aanzienlijke quantiteid van 1746. Note bomen, die op zeekere verborgene plantagie aan de spruit sief zijn ontdekt; en dewijl sommige Jnlanders aangeboden hebben om de extirpateurs voor een geschenkje nog meer nieuwe specerij plaatsen aan te toonen, hebben wij hen ter sessie van den 19. deezer geaccordeert om deeze menschen voor de aanwijzing te beloonen met drie p=s gunees gem: gebleekt Cust, 't geen ik verzeekert be„ dat uw hoog Edelheeden wel zullen gelieven te appro„ beeren. Gemelde Commissianten maakten staat dat het extir„ „patie werk in het laatste van de maand augustus 885 op Messa geëindigt zoude zijn, wanneer zij zig met onder„ hoorigen na waisile moeten begeven, om dat Landschap af te werken. soo wij vaartuigen aanhanden hadden reeds gehadt, zouden wij deeze Dienaaren ^ naar gem=e Dis„ „trict van waisile hebben laten overbrengen, dog seven onzer bodems blijven zig zeer lang op de Celebise Resi„ „dentien onthouden; zonder dat wij de reeden daar van kun„ „nen begrijpen, ten waare de Resident wenthold dezelve aanhield uit vreese voor de Magindanauwse roovers, die men zegt dat zig wederom met een groot aantal van vaartuigen ontrent Manada laten zien: dus ik, zoo 'er binnen drie â vier dagen geene vaartuigen van manado komen opdagen, wel genoodzaakt zal zijn een particuliere pantjalling te huuren om de gem=t ex„ „tirpateurs te laten transporteeren, en hen van randsoen te voorzien De introeijing op het Jernaatse District van morotaij heeft mede eenen goeden voortgang, dat voor een groot geluk is te reekenen, dewijl het werk aldaar ligtelijk gestremt hadden kunnen werden door de ontstaane oneenigheeden tusschen de beide Commissianten Bartholomeus en Krol; welke vaandrig Bartholomeus zijnen mede Commissiant op den 9=e augustus in de boeijen heeft opgezonden, zonder eenige verklaaring ten laste van Krol Krol te laten beleggen, of den Raad het minste over„ „tiigond bewijs van desselfs wanbedrijk te suppediteeren: De Poincten van beschuldiging ten laste van gem: krol steunen daar en boven enkel en alleen op het ge„ „tungenis van den vaandrig Bartholomeus, en dewijl dezelve artikels gewijze werden aangehaald in de brief waar in deeze vaandrig over meerm=r zijnen makker klaagt, zal ik de vrijheid nemen uw hoog Edelheeden te renvoijeeren tot onze aparte resolutie van den 19=e augustus, waar in deeze missive is geinsereerd. Jk zal 'er egter bij„ „voegen dat Krol zig ten genoegen vanden fiscaal van Raas„ „veld gezuiverd heeft van de pout van Dronkenschap, en van andere transgressien, waar mede Bartholo„ „meus hem betigt, zoo als uw hoog Edelheeden duidelijken zal kunnen blijken, bij het berigt dat gem=e Justitieele officier wegens het onderzoek van deeze twist heeft inge„ „diend, en welk papier mede in de erven aangehaalde Resolutie van den 19=e deezer is te vinden Bij dit geschrift toont Raasveld aan dat de poincten van beschuldiging pueril zijn, en weinig om 't lijk hebben; en wij zijn alle van gevoelen geweest dat Bartholomeus weezentlijk al vrij onbedagt en passieur met den mede Commissiant Krol heeft gehandelt, door zig eene zeer ongepaste antoriteit over deezen 387 deezen zijnen medemakker aan te matigen. Krol heeft alhier voorgegeven dat Bartholomeus hem nooit anders als eenen geringen schrijver aange„ „merkt, en hem wegens zijnen armoedigen staat dik„ „wild zeer schamperlijk hadde bejeegent, welke verwijtingen hij bekende zomtijds ook wel met scherpe uitdrukkingen te hebben beantwoord; en dit is mij nader bevestigd door zeekere Ternaatse vaandrig, die met gem=e krol is opgekomen. Indien terol zig in overmatige Dronkenschap te buiten hadde gegaan, dan hadde de eerste Commissiant, mijns eragtens, daar over bevorens schriftelijke klagten moeten doen, zonder hem direct en op zijn eigen gezag in de boeijen op te zenden; en het is om deeze buiten„ stax dat meerm=e Bartholomeus, op de propo„ „sitie van den fiscaal van Raasveld, bij apart raads besluit van den 19. aug=s gecondemneerd is in ^ waar eene geldboete van hondert Rd=s, van 75. rd=s zijn toegeweezen aan den boekhouder Krol, tot be„ „looning en satisfactie voor zijne geleedene hoon en smert, en 25. rd=s aan den fiscaal van Raasveld die deeze affaire heeft onderzogt. Daar Daar en boven heeft zijn hoogheid de koning van Terna„ „ten zulke sterke instanties gedaan om geen andere Commissianten te benoemen, maar de extirpatie verder onder hun lieder opzigt te te laten volvoeren, dat wij daar in om den vorst genoegen te geven hebben bewilligt, waar toe wij te eerder zijn overgegaan om dat wij ons verbeelden dat de vaandrig Bartholomeus meer ui't onkunde, als met opzet dusdaniger wijze heeft geageert. Wij hebben den boekhouder terol daarom weder naar Morotaij te rug gezonden, ende beide Commissianten wijders ook op het nadrukkelijkste gerecommandeert om in het vervolg in bleter eenigheid met elkanderen te leven, en dewijl ik niet twijffelen of zij zullen nu wel gehoor geven aan mijne vermaningen, hoope ik aanstaan„ „de Jaar gelegendheid te zullen hebben uw hoog Edelheeden omstandiger over deeze Ternaatse specerij togt te onder„ „houden, mij intusschen vleijende uw hoog Edelheeden met mijne verrigtingen in deeze affaire te hebben vol„ daan. Na ik gisse zal deeze Jornaatse specerij Commissie nog wel tien maanden aanhouden, waar na mij dunkt dat de landen van Batchian en oubi wel eens dienden te werden afgewerkt, om quaadwilligen de gelegendheid te benemen
English
889 depriving them of seeking their profit with the fruits that are to be found there in the very fertile spice forests. And this extirpation is the more necessary, since the Obi Islands have not been visited since the year 1765; concerning which proposal I shall therefore await Your Right Noblenesses' revered orders with respect. Being on the subject of spice destructions, I cannot refrain from pointing out to Your Right Noblenesses that His Highness the King of Tidore often has me engaged by his emissaries and scribes concerning the heavy expenses he has to incur to provide his subjects with what is necessary on the present important extirpation expedition. He also frequently seizes the opportunity to mention this to our commissioners who appear at his court, all with the intention of enjoying an extraordinary remuneration from Your Right Noblenesses for it. And if I am permitted to express my sentiment, then the king indeed deserves a recognition for it, as I learn that he truly spends a great deal on his extirpators to keep them in a good humor during this long, long-lasting labor. Should it therefore please Your Right Noblenesses to accommodate the monarch to some degree, and, according to your well-known generosity, favorably consider him with a gift of cash, such a recompense would probably somewhat free me from the ceaseless pestering for advances of money. I may not transgress Your Right Noblenesses' strict orders to settle the debts of the kings, and I cannot obey these orders without having to reject the king's urgings for cash, which puts the monarch in a bad humor, without any fault on my part. But the monarch is nevertheless more or less resentful toward me on account of such refusals, and the present secretary Noriman even revealed to the shopkeeper Hemmekam how the king, in his most recently dispatched letter, had complained to Your Right Noblenesses that he could obtain no money on loan from the Council, which he alleged that I had refused him while adding sharp words, notwithstanding that I can assure Your Right Noblenesses of the contrary. 891. a. This same Noriman also secretly warned Hemmekam that His Highness was offended that the Council had given him no notice of the incoming news of the appearance of the English adventurers at Bachian, nor of our intention to send the pantchiallang the Caneelboom with protests to that nation; which Your Right Noblenesses know was kept concealed from the Tidorese at the request of the King of Ternate, and to prevent the British from being forewarned of the arrival of our people. Now, whether Noriman stated these warnings truthfully, and whether His Highness truly wrote about these two points, I cannot report with any certainty, but I nevertheless take the liberty of giving Your Right Noblenesses the due notice thereof, so that you may, if you please, govern yourselves accordingly in your reply. Likewise, I have the honor herewith to present to Your Right Noblenesses the copies of the Instructions for the Commissioners to Xullok, the draft of an exclusive treaty of alliance and commerce with this nation, a letter from this government to the emperor dated the 2nd of August, along with a later letter to the said monarch of the 22nd of that month, which latter serves as the credentials of the commissioners and will be given along to them. The second article of the treaty contains the exclusion of other Europeans, and in the ninth article it was stipulated that all the products that are said to be produced on Xullok must be delivered solely to the Company, except for the shark fins and tails, of which, as trifles that cannot be sold off here, I made no mention; hoping that the arrangement of this draft and of the other papers may give satisfaction to Your Right Noblenesses, and also that I may communicate to you next year the favorable outcome of the Xullok commission, for which I shall perhaps also be compelled to hire a private sloop or pantchiallang, if the Jaccatra, which is planned for it but is meanwhile carrying the requisition to Gorontalo, does not soon return from there, this vessel having now stayed away for nearly a month beyond the allotted time. 891. b. In my last secret missive of the 20th of July, I most respectfully informed Your Right Noblenesses that the total arrears of the former Gorontalo Resident Houque at that time still amounted to a sum of 2186: 8 rixdollars. But the trade bookkeeper Meurs, who gave this to me, greatly erred in this to my regret, although he attests to having proceeded according to the transfer of the Company's effects from Houque to Van de Walle, in which document 190 reals of Kwandang dust gold are acknowledged, just as they had been handed over by the said Houque to his successor Van de Walle, whereas now, upon the closing of the Gorontalo trade books of the year 1774, it was discovered that Houque was erroneously credited for the said 190 reals of dust gold, because the former interim Resident Van de Walle wrote off the amount of this gold in linens to the administration of Kwandang Resident De Wolf; concerning which the aforementioned Van de Walle has undertaken to account for himself further satisfactorily as soon as the findings on the trade books kept by him have come in. Meanwhile, it is very painful to me that I, though through no fault of my
Dutch transcription
889 benemen van hun profijt te zoeken met de vrugten die aldaar in de zeer vruchtbaare specerij bosschen te vinden zijn: En is deeze extirpatie te noodzaakelijker, dewwijl de oubise eilanden zeedert den Jaare 1765. niet zijn bezogt; ontrent welke propositie ik uw hoogEdelheedens gevenereerde beveelen daarom met eerbied zal afwagten. Op het supt van specerij destructien zijnde, kan ik niet afzijn uw hoogEdelheeden te vertoonen, dat zijn hooghaid de koning van Tidor mij dikwils door zijne zendelingen en schrijvers laat onder„ „houden over de swaare kosten die hij te doen heeft om zijne onderdaanen, op de tegenswoordige impor„ „tante extirpatie togt, van het nodige te voorzien. hij Capteert ook veelmaalen de gelegentheid om hier van bij onze Commissianten, die aan zijn hof verschijnen, gewag te maken, alles met intentie om daar voor eene extra ord=re vergelding van uw hoog Edelheeden te ge„ „nieten: en indien het mij gepermitteerd is mijn ge„ voelen te uitten, dan verdient de koning daar voor ook wel eene erkentenis, dewijl ik verneeme dat hij wee„ „zentlijk veel aan zijne extirpateurs te koste Legt, om dezelve in een goede Luim te houden bij deezen Lang Langduurigen arbeid Mogt het uw hoog Edelheeden daarom behagen den vorst eeniger maten te gemoet te komen, en hem, volgens hoogst derzelver bekende edelmoedigheid, goedgun„ „stig met een gifte van Contanten te bedenken, zoude dusdanig recompens mij waarschijnelijk wat bevrij„ „den van het onophondelijk gequel om voorschieting van penningen. I mag uw hoog Edelheedens stricte beveelen om de schulden der koningen te vereffenen, niet overtreeden, en deeze ordres kan ik niet opvolgen of ik moet 'sko„ „nings instanties om Contanten van de hand wijzen, het geen den vorst in een quaad humeur brengt, zon„ der dat ik daar toe eenige schult hebbe; maar de vorst is wegens dusdanige weigeringen dog meer of min op mij gebeeten, en zelfs heeft de tegenswoordige secretaris Noriman aan den winkelier Hemmekam geopenbaard, hoe de koning in desselfs Jongst afge„ zondene brief bij uw hoog Edelheeden klagtig was gevallen, dat hij van den raad geen geld, te leen konde krijgen, het welk hij voorgegeven heeft dat ik hem, onder toevoeging van scherpe woorden; gerefuseerd zoude hebben, niet tegenstaande ik uw hoog Edelheeden van het tegendeel kan verzeekeren. 891. a. Deeze zelve Noriman heeft hemmekam mede in het geheim gewaarschouwt, dat zijn hoogheid gebelijt was de raad hem geen kennis hadde gegeven van de ingekomene tijding der verscheining van de Engelsche avanturiers op Batchian, nog ook van ons voorneemen om de pantjalling de Caneel boom met protesten na die natie te zenden; het geen Md„ hoogEdelheeden weeten dat voor den Tidoreer bedekt is gehouden op verzoek van den koning van Ternaten, en om voortekomen dat de Britten niet van de komst der onsen gepraadverteerd zouden worden. Of nu Noriman deeze waarschouwingen na waarheid heeft opgegeven, en of zijn hogheid weezentlijk over deeze twee poincten heeft geschreeven, kan ik met geene zeekerheid melden, dog neeme niet te min de vrijheid uw hoog Edelheeden hier van de verschuldigde kennisse te geven, om zig, der gelievende, hier na bij rescriptie te kunnen reguleeren. Van desgelijken hebbe ik de eere uw hoog Edelhee„ den nevens deezen aantebieden de afschriften van de Instructie voor de Commissianten naar Cullak Xullok, het model van een exclusief Tractaat van alliantie en Commercie met deeze natie, een brief van deeze Regeering aan den keizer de d=o 2=e aug=s benevens een latere brief aan gem=n vorst van den 22e dier maand, welke Laatste als een Credentiale van de Commissianten dienen, en aan dezelve zal werden mede gegeven. Het tweede artikel van het Tractaat behelst de Exclusie van andere Europeaanen, en bij het negende ar„ „tikel werd bedongen dat alle de producten, die gezegt werden op Xullok te vallen, alleen aan de Comp=e geleeverd moeten werden, uitgezondert de harije vinnen en staarten, waar van ik, als geringheden die hier niet te debiteeren zijn, geen gewag hebbe gemaakt; hoo„ „pende dat de inrigting van dit model, en van de andere papieren uw hoog Edelheeden genoegen mag geven, en teffens ook dat ik hoogst dezelve aanstaande Jaar den goeden uitslag der Hullokse Commissie zal mogen Commu„ „niceeren, waar toe ik misschien ook wel genoodzaakt zal zijn een part=re sloep of Pantjalling in huur te nemen, indien de Jaccatrae, die daar toe is geprojecteerd, dog inmiddels den eisch na Gorontalo brengt, niet spoe„ „dig van daar te rug keerd, zijnde dit vaartuig nu bij„ „kans een maand bovende randzoen tijd uitgebleeven. Bij 891. 6. Bij mijne Laatste secreete missive van den 20: Juli hebbe ik uw hoog Edelheeden op het eerbiedigste ver„ „wiltigd, dat het geheele agterstal van den geweesen Gorontaals Resident Pouque te dier tijd nog bedroeg eene somma van rd=s 2186: 8: dog de negotie boekhou„ der Meurs die mij zulks heeft opgegeven, heeft zig hier in tot mijn Leedweesen grootelijks vergist, hoewel hij betuigt te werk te hebben gegaan na het transport van 's Comp g Effecten van Houque aan van de walle, bij welk papier 190. Realen quandangs stofgoud bekent staan, even op ze door gem=e houque aan zijnen vervanger van de walle waren overgegeven, daar nu bij het sluiten der Gorontaalse handelbaekjes van 't Iaar 177/4. is ontdekt, dat houque abusivelijk voor gem=de 190. Reaalen stofgoud is gecediteerd, vermits de geweesen interims Resident van de walle het bedragen van dit goud in lijwaten heeft afgeschree„ „ven, op de administratie van Quandangs Resident de Wolf; waar over meerm=de van de Walle aangenomen heeft zig verder satisfactoir te zullen ver„ „antwoorden zoo dra de bevinding op de door hem gehoudene han„ „del boekjes zal zijn ingekomen: zijnde het mij ondertusschen zeer smertelijk, dat ik uw hoog Edelheeden, hoewel buiten mijne
English
my debt, misled by the previous incorrect statement of the arrears, which, due to the cost of the 190 Reals in gold charged to the named Resident Louque, is increased again by the sum of 1900 rixdollars, so that the said debit item currently amounts to a total of 4086:8 rixdollars, of which we shall try to secure as much as possible. While I further have the honor to commend Your Right Nobles' illustrious persons to the only safe keeping of the Almighty, calling myself at the same time with the deepest respect and veneration, was written beneath, Right Noble, Strict, Highly Esteemed, Valiant, Most Wise, Prudent, Very Generous Lord, and Noble Sirs, lower, Your Right Nobles' most obedient and bounden servant, was signed, P. G. Valckenaar, in the margin, Ternate in Castle Orange, 31 August 1775. Secret 893 Secret Instruction for the junior merchant and shopkeeper Francois Bartholomeus Hemmekam, and the chief mate Leendert van der Staal, departing with the sloop the Jaccatra, and the pantjalling, to carry out a commission to the Emperor of Xullok. It is known to you that on the 12th of May of this year a Xullok prahu arrived here, with which the important news was brought that the English on Blambangan have become engaged in an open war with the Xullokkers, and have been compelled to abandon the said island of Blambangan. The Emperor of Xullok has confirmed this news in a letter written to this government, in which he at the same time very kindly requested to send confidants from here thither, in order to investigate who gave cause for the murder that arose, so that it is evident enough that the Company is again being approached on Xullok, now that the friendship with the English has ended, which is likewise evident from the friendly terms in which the Emperor's letter is framed. Since a suitable opportunity now presents itself to resume the alliance with the Xullok nation, and Their Right Nobles have given me to understand not indistinctly that they would gladly have seen the planned exclusive treaty concluded, this Government in the secret session of the 16th of May resolved to make use of the Emperor's friendly invitation and to send you both again on a commission to Xullok, since this journey can now be undertaken under the specious pretext that you have been sent by this Government in fulfillment of the promise I made to the Emperor in my letter of the 2nd of this month, to send some envoys to the said prince again on occasion. You shall furthermore strictly observe the following articles, which I shall prescribe for your guidance. 895 First, immediately upon your arrival on Xullok, you shall deliver to the Emperor the letter of this Government, which is framed in very polite and obliging terms, and which will also serve you as credentials or a letter of credence, as proof of your dispatch with the character of envoys of the Company to the court and to the Emperor of Xullok. 2. You shall represent to His Highness that the content of his latest letter was very pleasing to this Government; furthermore expecting from your competence that the said prince, together with his grandees, will be confirmed by your reasons and addresses in the good opinion they profess in their last letter to have conceived of the Dutch nation. And since all gifts put the native princes in a very good humor, I have, in order to give your words all the more force, destined as a present for the Emperor: 8 pounds of assorted spices 1 piece of allegias with gold and silver stripes 4 pieces of fine bleached Coast guinees 4 pieces of Bengal Cangam betilles, and 1 piece of fine striped doriah. 3. You shall hand over these goods to the prince, together with the letter, in the name of Their Right Nobles and of this Government, and subsequently invite him to send hither for sale his country's products of wax, mother-of-pearl shells, teak woodwork, pearls, tortoiseshell, ambergris, birds' nests, cowries, and other wares, making it known that we shall satisfy his merchants for these goods, to their contentment, in linens or cash. 4. If it should happen that the Emperor on such an occasion were to ask you for merchandise, you shall represent to him that you have brought nothing other than some samples of linens that are in demand on Xullok, and with which His Highness, if it pleases him, could be accommodated for his country's products. But since there are currently very few assortments of cloth on hand here, I cannot provide you with anything other than: 2000 897 2000 pounds of iron in bars 100 pounds of steel 500 pounds of nails 10 pieces of fine bleached Coast guinees 20 pieces of fine narrow ditto betilles 10 pieces of Bengal Cangam ditto, and 100 spreads, or Surat palempores. These merchandises shall remain for your account, but if there is an opportunity, they may indeed be bartered for the above-mentioned Xullok products, provided that for the picul of wax no more is spent than the value of 16 rixdollars, and for the picul of mother-of-pearl shells, six, or at most six and a half rixdollars, if it is of the largest sort, and each piece not lighter than one pound, after it has been purified and cleaned. In addition, these seashells must be flat and lustrous, and the wax that might be bartered must also be clean and pure, just as you must also be mindful to chop the overly large pieces in half, to discover whether it is sound inside and not filled with any dirt.
Dutch transcription
mijne schuld, door de vorige verkeerde opgave van het agter„ „stal hebbe geabuseerd, het geen door het kostende vande 190. Reaalen goud, die de gen=te resident. Louque ten laste komen, weder vermeerdert is met de somma van 1900: rd=s, zoo dat de gem=e schuldpost tegenswoordig komt te be„ „dragen een tantum van rd=s 4086: 8:— waar van wij zoo veel zullen tragten in te palmen als mogelijk zal zijn. Terwijl ik verder de eere hebbe uw hoog Edelheedens Jelus„ „tre persoonen in de alleen veilige hoede der allerhoogsten te be„ veelen, mij teffend met het diepste respect en veneratie noemende /:onderstond:/ hoog Edele, Gestrenge, Groot agtb=re, manhafte, welwijze, voorzienige, zeer Genereuse heer, en welEdele heeren /:lager:/ uw hoogEdelheedens, gehoorsaamse en trouwschuldige Dienaar /:was getekend:/ P: G: Valckenaar /:in margine:/ Ternaten in 't Casteel orange den 31=e augustus 1775. Secreete 893 Secreete Instructie voor den onderkoopman en winkelier Francois Bartholomeus Hemmekam, en den opperstuurman Leendert van der staal, vertrekkende met de sloep de Jaccatra, en de Pantjalling ter aflegging van een Commissie bij den keizer van Xullok Det is UE. bekent dat alhier op den 12. maij deezes Jaars een Hullokse praauw is gearriveerd, waar mede de importante tijding is aangebragt, dat de Engelschen op Blambangan in een formeelen oorlog net de Xullokkers geraakt, en genodzaakt zijn geweest gemeld eiland Blambangan te verlaten De keizer van Hullok heeft dit nieuws be„ vestigt in een brief die aan deeze regeering heeft geschreeven, waar bij hij teffens zeer vriendlijk heeft verzogt om van hier vertrouwelingen naar derw=ts te zenden, ten einde te onderzoeken wie reeden tot de ontstaane moord te onderzoeken heeft gegeven; soo dat het klaarblij„ „kelijk genoeg is dat de Comp=e wederom op Xullok werd werd aangezogt, nu de vriendschap met de Engelschen geëindigt is, het geen van desgelijken Consteerd uit de vriendelijke bewoordingen waar mede der keizers brief is ingerigt. Dewijl zig nu dus eene bequaame gelegendheid op„ „doet om de alliantie met de Xullokse natie, wederom te intaieeren, en hun hoog Edelheeden mij niet onduidelijk te verstaan hebben gegeven dat hoogst dezelve gaarne gezien zouden hebben het beraan„ „de exclusief Tractaat geslooten hadde kunnen werden, zoo heeft deeze Regeering ter secreete sessie van den 16. maij gearresteerd om vande vriendelijke uitnodiging van den keizer gebruik te maken, en Ul. beide wederom in Commissie naar Hullok te zenden; dewijl deeze reis tand kan werden ondernomen onder het specieuse voorwendzel, dat UE. door deeze Regeering gezonden zijn tot naarkoming van de be„ lofte die ik den keizer, bij mijne brief van den 2„e deezer hebbe gedaan, om bij gelegendheid weder eenige zendelingen aan gem=n vorst te zullen zenden. zullende UE. wijders stipt moeten naarkomen de vol„ „gende artikelen, die ik UE. tot narigt zal voorschrijven. 895 Eerstelijk zullen UE direct bij hun aankomst op Xullok aan den keezer moeten overgeeven de briefe deezen Regee„ „ring, die in zeer beleefde en obligeante termes is inge„ „rigt, en die teffens voor Ul. als een Credentiale of geloops brief zal verstrekken; ten bewijze van Ul. afzending met het Caracten van afgezanten van de Comp=e aan het hofe en bij den keizer van Hul„ lok 2. ). sullen ul. zijn hoogheid moeten vertoonen dat den inhoud zijner Iongste brief deeze Regee„ „ring zeer aangenaam is geweest. voorts van ul. bequaamheid verwagtende, dat gem=de vorst, bene„ „vens zijne Rijksgrooten door Ul. reedenen en aanspra„ „ken bevestigd zullen werden in de goede gedagten die zij bij hunne Laatste brief betuijgen van de hol„ „landse natie te hebben opgevat. En dewijl alle ge„ „schonken de inlandse vorsten in een zeer goede Cuim brengen, zoo hebbe ik om UE. woorden te meer kragt bij te zetten, tot een present voor den Keizer gedestineerd 8. ponden specerijen in zoort 1. p=s allegias met goude en silvere streepen 4 4. p=s gunees fijn gebleekt Cust 4. „. Bethilles Cangam bengaals. en 1. „. Doerias fijn gestreept. 3./ Deeze goederen zullen Ul. den vorst, gelijkelijk met den briefe uit naam van hun Hoog Edelheeden, en van deeze Regeering overhandigen, en vervolgens invi„ „teeren om zijne Lands producten van was, paarle„ „maerschelpen, Iati houtwerken, Paarlen, Caret, am„ „ber de Grijs, vogelnestjes, Cauris, en andere waaren, herw=ts ter verkoop te zenden, met te kennen gave dat wij zijne kooplieden deeze goederen, tot hun ge„ „noegen, in Lijwaten of Contanten zullen voldoen. 4. Bij aldien het mogte gebeuren dat de keizer UE. bij zoo eene gelegendheid na koopmanschappen kwam te vraagen, zullen ul. denzelven voorhouden dat niet anders hebt mede genomen als eenige mon„ „sters van lijwaten die op Hullok getrokken zijn, en waar mede sijn hoogheid, des behagende, voor zijne lands producten: gerieft zoude kunnen worden. Dog dewijl hier tans zeer weinig sorteerin„ „gen van doeken aan handen zijn, zal ik UE. miet anders kunnen voorzien, als van: 2000: 897 2000: lb: ijzer in staaven 100: „. staal 500: „. spijkers 10: p=s gunees fijn gebleekte Cust 20: „. Bethilles fijne smalle _:o _„o 10: „. _ Cangam bengaals, en ig 100: spreijen, op Palempoosen Surats. Sullende deeze koopmanschappen tot UE. verantwoordinge loopen, dog soo 'er gelegend„ „heid toe is, wel voor de bovengem=e Xullokse producten verruilt mogen werden, mits voor het Picol wasch niet meer besteedende als de waarde van 16. rd=s, en voor het picol Paarlemoer schelpen, ses, of ten hoogsten ses en een halve Rd=s, zoo het de grootste zoort, en ieder stuk niet Ligter dan een pond is, na dat het zuijeer en schoon is gemaakt. Daar en boven moeten deeze zeeschulpen plat en glanzig zijn, en het wasch, 't geen ingeruild mogt werden, moet mede schoon en suiver sijn: gelijk Ul. ook verdagt moeten weezen om de al te groote stuk„ ken door midden te kappen, om te ontwaren of het zelve van binnen wel gesteld, en met geen vui
English
is filled with filth: in which case, in order to prevent damage, it must be returned to the owner. Since great fraud is also frequently committed with the native weights, I shall, to avoid such inconveniences, have shipped onto your transport vessel an iron balance with seven or eight weights of the sort, wherewith you must weigh in the bargained pound-goods. 7. Of the other wares of Hullok products, I cannot describe the true qualities and external appearances so accurately, much less determine their exact price, wherefore I leave the purchase of these goods, whose value is not so well known, to your loyalty and experience, and only recommend to use the necessary caution therein, and never to lose sight of the interest of our lords and masters. 8. You shall also have to do your best to bring the emperor and his court dignitaries to the idea that I have sent you rather with the purpose of inquiring after His Highness's well-being, and at the same time to confirm more closely the friendship between the Dutch Company and the Hullok Empire, than with the intention of investigating the cause of the disturbances between them and the British: to which you, if you notice that the representations made find acceptance, may well add that His Highness, as an independent prince, needs give no account to this Government concerning his conduct toward the English, and that the same therefore also does not desire to arrogate the right to decide the mutual dispute between the English and Xullok nations, unless it were to the satisfaction of both parties. 9. In addition, you must covertly try to investigate how matters presently stand with the English, and whither the remnant of their Balanbang colony has betaken itself; with further questioning as to the true reason for the troubles that have arisen, and at the same time also for tidings of the intentions of the British after the misfortune that has befallen them. 10. You must also try to discover whether persons of the English nation have remained behind on Blanbangan, or on Hullok; if so: on what footing these people are there, and whether they are also kept prisoner or otherwise ill-treated; in which cases we order you to be their advocates, and if possible to ransom them for some trade goods and bring them hither, out of consideration that the English, although our competitors in trade, are nevertheless our neighbors in Europe and coreligionists, to whom we as Christians are obliged to show all charity and assistance. 11. Therefore you must take great care not to trade for or purchase from the Xullokkers any goods that belonged to the English and were made booty by those of Xullok: which otherwise also must be avoided, since such could give rise to alienation between the Company and the English, wherefore I recommend that you refrain from such purchases, and ensure that your subordinates also do not make themselves guilty thereof, seeing that the violators of this order shall be punished according to the exigency of the matter. 12. Further, you must continually bear in mind that entering into an alliance and commercial treaty is the principal purpose of your departure, which must therefore above all be promoted, if the opportunity presents itself favorably, and you notice that the emperor and his subjects are inclined to enter into an alliance with the Company, for which I now have much greater hope than before, since the greatest obstacle, namely the presence of the British, has now been removed. 13. But since it would not at all square with the Company's interests that the Xullokkers maintained intercourse and traffic with other Europeans while we offer them our friendship, you must be well aware that such a treaty of alliance and commerce ought to be exclusive, that is: that other nations must be excluded from this, while the two contracting peoples mutually bind themselves to offer each other help and assistance as allies, and to carry on a reciprocal trade with their country's products. 14. Although in concluding the alliance you will indeed have to adapt yourselves in part to the circumstances of time and place, I have nevertheless seen fit to draft a form of a treaty myself, a copy of which I have attached hereto for your guidance, thinking that the principal points, which Their High Mightinesses wish to have executed, are described therein in such a manner that if you succeed in persuading the emperor to enter into the conditions laid down therein, I may well flatter myself with the hope of having fulfilled the principal purpose of our chief rulers. 15. It will therefore be your duty to present the alliance with the Company, and the advantages that may result therefrom for the Xullok nation, to the prince in the most favorable manner, and further, in concluding the treaty, to guide yourselves as accurately as possible according to my instructions, although I also do not wish to restrict you too narrowly, but leave you the freedom to alter and amplify the articles, as you shall judge useful to the advancement of our aim and to the benefit of our rulers. 16. In particular, I recommend you not to continue insisting on the ratification of such conditions as are not agreeable to the prince, or which are entirely
Dutch transcription
vuiligheid is opgevult: wanneer het, tot voorkoming van schade, aan de eigenaard moet werden te rug gegeven. Dewijl met het inlands gewigt ook dikwils groot bedrog werd gepleegt, zal ik ter vermijding van dusdanige inConvenienten in ul: Transport bodem, laten afscheepen een ijzere baland, met zeven op agt gewigten in zoort, waar mede uE. de ingeruilde pond goederen moeten inwegen. 7. van de andere waren van Hullokse producten kan ik de waare hoedanigheeden en uiterlijke ge„ „daanten zoo nauwkeurig niet beschrijven, veel mnnne derzelver nette prijd bepaalen, dus ik den inkoop van deeze goederen welkers waarde zoo wel niet bekend is, aan Ul. trouwe en ervarendheid over„ late en alleen recommandeere om daar in de nodi„ „ge voorzigtigheid te gebruiken, en het intrest onzer heeren en meesters immner uit het oogte verliezen. 8. ) ulieden zullen mede U best moeten doen om den keizer en zijne hofgrooten in het denkbeeld te brengen, dat ik ul: eerder hebben afgezonden met oogmerk om na zijn hoogheids welstand te vernemen, en teffens de vriendschap tusschen de Hollandsche Comp„e 899 Comp=e en 't Hulloksche Rijk nader te bevestigen„ als met intentie om onderzoek te doen naar de oorzaak der onlusten tusschen henlieden en de Britten: waar bij UE. , zoo bemerken dat de gedaane vertoogen ingang hebben, wel mogen voegen, dat zijn hoogheid als een vrij vorst, over zijn gehouden gedrag met de Engelschen geen verantwoording aan deeze Regeering be„ „hoeft te doen, en dat dezelve zig daarom ook het regt niet begeert aan te matigen om het onderling ver„ „schil tusschen de Engelsche en Xulloksche natien te beslissen, of het moeste zijn tot genoegen van beide de partijen. 9.) Daar en boven moeten ul: bedektelijk tragten te onderzoeken hoe het tegenswoordig met de Engel„ „schen gesteld is, en werwaarts het overschot van hunne Balanbangse Colonie zig heeft begeven; met verdere ondervraging na de waare reeden van de ontstaane troubles, en teffens ook na tijding van der Britten intenties, na het ongeluk dat hen is overgekomen. 10. / ulieden moeten ook zien te ontdekken, op 'er persoonen van de Engelsche natie op Blanbangan, dan wel op Hullok Hullok zijn agtergebleeven, zoo ja: op wat voet deeze menschen daar zijn, en op dezelve ook gevangen gehouden, of anders kwalijk werden behandelt; in welke gevallen wij Ul. gelasten derzelver voorspraaken te zijn, op ze des doenlijk voor eenige handel waaren in te lossen, en herw=ts te brengen, uit Consideratie dat de Engel„ „schen, hoewel onze Competiteuren in den handel, niettemin in Europa onze nabuuren en geloops„ „gesnooten zijn, waar aan wij als Christenen verpligt zijn alle liefdadigheid en handreikinge te bewijzen. 11. Daarom moeten Ul. zig wel wagten van de zul„ lokkers eenige goederen aan te handelen, of in te kopen, die de Engelschen hebben toebehoord en door die van Xullok tot buit zijn gemaakt: het geen buiten des ook vermijdt dient te werden, dewijl zulks aanleiding zoude kunnen geeven tot verwijdering tusschen de Comp=e en de Engelschen, alwaarom ik UE. recommandeere om zig van dusdanige in koopen te wagten, en te zorgen dat uwe onderhorigen zig ook daar aan niet schul„ „dig maken, aangezien de overtreeders deezer ordre naar exigentie van zaken zullen werden gestraft. 12. ) wijders moeten Ul. bij Continuatie verdagt zijn, dat het aangaan van een alliantie en Commarcie 901 Commercie Tractaat het voornaamste oogmerk is van ul. afreike, het geen daarom boven al bevordert moet werden, indien de gelegentheid zig daar toe gunstig opdoet, en Ul. bemerken dat de keizer en zijne onderhoorigen genegen is, om met de Comp=e in alliantie te treeden, waar toe ik nu veel grooter hoope hebbe als bevorens dewijl de grootste hinderpaal, namentlijk de tegenwoordigheid der Britten, tans uit den weg is geruimt. 13/ Dog vermits het geheel niet met 's Comp=s belangen zoude quadreeren, dat de Xullokkers omgang en verkeering hielden met andere Europeanen, terwijl wij hen onze vriendschap aanbieden, moeten UE. wel bedagt zijn dat dusdanig Tractaat van bontgenootschap en Commercie Exclusief behoort te zijn, dat is: dat andere naties hier van moeten werden uitgeslooten, waneer de beide Contracteerende volkeren zig van weerskanten verbinden om elkanderen, als bondgenooten hulp en bijstand te bieden, en met hunne Landsproducten eenen wedertijdschen handel te drijven. 14) hoewel ul. zig bij het sluiten van het verbond wel gedeeltelijk zullen moeten schifcken na de om„ „stan „standigheeden van tijde plaats, ben ik egter te raade ge„ worden om zelfs een formulier van een Tractaat te Concipieeren, waar van ik echter tot UE. narigt hier nevens hebbe gevoegd, denkende dat de hoofdzaakelijke poincten, die hun hoog Edelheeden gelieven uitgevoerd te hebben, daar bij op dusdanigen wijse zijn beschreeven, dat bij aldien het Ul: gelukt de keizer over te haalen om de daar in ter nedergestelde Conditien aan te gaan, ik mij wel met de hoope mag vleijen van aan het voornaame oogmerk onzer hoofdgebieders te hebben voldaan. 15. ) het zal daarom UE. post zijn om den vorst de alliantie met de Comp=e, en de voordeelen die daar uit voor de Xullokse natie kunnen resulteeren, op de favorabelste wijze voor te dragen, en zig verders bij het sluiten van het verbond zoo nauwkeurig als doenlijk is, na mijn voorschrift te rigten, alschoon ik uE. mede niet te naauw wil bepaalen, maar de vrijheid laate om de artikelen, te mogen veranderen en amplieeren, zoo als uE. tot be„ 2 „vordering van ons oogmerk en van het voordeel onzer gebieders zullen oordeelen dienstig te zijn. 16. ) Jnzonderheid recommandeere ik ul. om niet te blij„ „ven aandringen op de ratificatie van zodanige voorwaar„ „den die den vorst niet aangenaam zijn, of die hem ten eenemaal
English
903 appear entirely reprehensible; being primarily intended to exclude foreign nations from the trade with Tullok, and to foster the friendship of the Hullokkers for the Company. §7. For the rest, I recommend both of you to be united, and to proceed in everything communicatively and with a sound deliberation of matters, as well as to maintain good order and discipline among your subordinates. Meanwhile, in order to facilitate this commission, I have had sailing orders drawn up by the Equipagiemaster Adolfs, so that you may regulate yourselves thereby during the upcoming voyage, and also by the nautical charts which Their High Excellencies, in the past year, upon my request, have sent hither, and which will be delivered to you at departure. 18. The voyage must, with God's help, be undertaken on the 15. of the month of September, with the sloop the Jaccatra, which being the finest and most spacious vessel of this Government, is destined as your transport craft, in order to lend weight to our mission and to give the Hullok nation a favorable impression of the Company's the Company's power and prestige; to which end I intend to have you accompanied by one of our lesser pantjallings, provided the vessels make their appearance from the Coast of Celebes; the Jaccatra also being awaited on this date with the utmost eagerness from Gorontalo; for if the same does not appear from there within ten days, I shall, to my regret, have to consider hiring one or two vessels for this expedition. 19. But on the assumption that by the time of your departure I shall have two vessels at hand for the journey, I will proceed to note for your information that I intend to have the Jaccatra manned, in addition to your persons, with One non-commissioned officer, 8. soldiers, and 24. sailors, besides their officers, while the second vessel will be equipped proportionately with a sufficient number of mariners, but without soldiers, since at present we cannot spare any military personnel from our small garrison. 20. Likewise, I will have the crew provided with rations 905 rations for the period of 4½. months, calculated from mid-September next, until the end of January 1776, by which time I calculate that you may comfortably be back here, considering that on the previous voyage the trip was completed much more expeditiously. And it is for that reason that I recommend you not to delay anywhere unnecessarily, but after the accomplished commission to turn the prow directly back hither, and above all to decline if the emperor of Xullok should request you to assist him against any enemies, which proposals the native princes are sometimes accustomed to make when one shows them some friendship. 28. During the voyage you must be well on your guard, keep good watch both by day and by night, and never allow too many natives aboard your vessels, so as not to be ambushed unexpectedly. 22. And although it is to be hoped that you will remain free from hostile encounters, I have nevertheless deemed it necessary to properly supply both vessels with war ammunition, in order, in case of an attack, to defend yourselves against your assailants like brave men.
Dutch transcription
903 eenemaal verwerpelijk voorkomen; voornamentlijk bedagt zijnde om de vreemde natien van den handel op Tullok te secludeeren, en de vriendschap der Hullokkers voor de Comp=e te doen aanwakkeren. §7. ) voor het overige recommandeere ik Ul. beide een„ „drachtig te zijn, en in alles Communicatief en met een goed overleg van zaken te werk te gaan, als ook een goede order en discipline onder Ul. onderhoorigen te houden. Terwijl ik om deze Commissie te friditeeren, door den Equipagiem=r Adolfs een zeilagie order heb„ „be doen opstellen, ten einde UE. zig bij de aanstaande reise daar na kunnen reguleeren, en teffens ook na de Zeekaarten dewelke hun Hoog Edelheeden, in den gepasseerden Jaare, op mijn verzoek, hebben her„ „waarts gezonden, en die aan ul. bij het vertrek zullen werden afgegeven. 18. / De reise zal, onder Gods hulpe, den 15. van de maand September, moeten werden ondernomen, met de sloep de Jaccatra, het geen al het fraaiste en ruiniste vaartuijg van dit Gouvernement, voor Ul: transport bodem is ge„ destineerd, om onze bezending gewigt bij te zetten, en de Hullokse natie een gunstig denkbeeld te geven van 's Comp: 's Comp=s mogt en aanzien; ten welken einde ik voornee„ „mens ben ul. door een onzer mindere Pantjallings te laten verzellen; indien de vaartuigen maar van de Cust van Celebes komen opdagen; werdende de Jaccatra op dato deezes nog ook met het uiterste verlangen van Gorontalo te gemoed gezien; want indien het zelve binnen tien dagen niet van daar komt opdagen, zal ik tot mijn Leedweezen wel bedagt moeten zijn om een of twee vaartuigen voor deeze togt in huur te neemen. 19. / Dog in veronderstelling dat ik tegens den tijd van uE. vertrek twee bodems. voor de togt aan handen zal hebben, zal ik maar voortvaaren tot Ul. narigt te no„ „teeren, dat ik gezint ben de Jaccatra, behalven ul:n per„ zoonen, te laten bemannen met Een onder officier 8. Soldaaten en 24. mastroosen, benevens derzelver hoofden, zullende het tweede vaartuig na rato met een genoegsaam getal van zeevaarenden werden geëquipeerd, dog zon„ den zoldaaten, vermits wij tegenswoordig geen mili„ „tairen, uit ons klein garnisoen kunnen missen. 20. ) van desgelijken zal ik de manschappen van randpen. 905 randsoen laten voorzien voor den tijd van 4½. maanden, gereekent van medio september aanstaande, tot ult„o Januarij 1776. tegens welke tijd ik reekene dat UE. heer met gemak te rug kunnen zijn, aan„ „gezien de togt de vorige reis nog veel spoediger is afgelegt: En het is daarom dat ik UE. recomman„ deere van zig nergens buiten noodzaakelijkheid op te houden, maar nade volbragte Commissie den steven di„ „rect herw=ts te wenden, en voor al van de hand te wijzen zoo den keizer van Xullok ul. mogt verzoe„ ken om hem tegens eenige vijanden te assisteeren, welke voorslagen de Jnlandse vorsten Comwijlen wel plegen te doen als men hen eenige vriendschap bewijst. 28. ) Geduurende de reise moeten uE. wel op hun hoede zijn, zoo wel bij dag als bij nagt goede wagt houden, en nimmer al te veel Jnlanders op Ul. bodems laten komen, ten einde niet onverhoeds overvallen te worden. 22. / En hoewel het te hoopen is dat ul. van vijande„ lijke rencontres bevrijd zullen blijven, hebbe ik egter nodig geoordeelt om de beide bodems mede behoorlijk van oorlogs ammunitie te voorzien, om zig in Cas van aanranding als dappere Lieden tegens uwe bespringers te 's Comp=s magt en aanzien; ten welken einde ik voornee„ „mens ben ul. door een onzer mindere Pantjallings te laten verzellen; indien de vaartuigen maar van de Cust van Celebes komen opdagen; werdende de Jaccatra op dato deezes nog ook met het uiterste verlangen van Gorontalo te gemoed gezien; want indien het zelve binnen tien dagen niet van daar komt opdagen, zal ik tot mijn Leedweezen wel bedagt moeten zijn om een of twee vaartuigen voor deeze togt in huur te neemen 19. / Dog in veronderstelling dat ik tegens den tijd van uE. vertrek twee bodems. voor de togt aan handen zal hebben, zal ik maar voortvaaren tot ul. narigt te no„ „teeren, dat ik gezint ben de Jaccatra, behalven Ul:n per„ zoonen, te laten bemannen met Een onder officier 8. soldaaten en 24. mattroosen, benevens derzelver hoofden, zullend het tweede vaartuig na rato met een genoegsaam getal van zeevaarenden werden geëquipeerd, dog zon den zoldaaten, vermits wij tegenswoordig geen mit „tairen, uit ons klein garnisoen kunnen missen. 20. ) van desgelijken zal ik de manschappen van randpen. 905 randsoen laten voorzien voor den tijd van 4½. maanden, gereekent van medio september aanstaande, tot ult„o Ianuarij 1776. tegens welke tijd ik reekene dat UE. heer met gemak te rug kunnen zijn, aan„ „gezien de togt de vorige reis nog veel Spoediger is afgelegt: En het is daarom dat ik UE. recomman„ deere van zig nergens buiten noodzaakelijkheid op te houden, maar nade volbragte Commissie den steven di„ „rect herw=ts te wenden, en voor al van de hand te wijzen zoo den keizer van Xullok ul. mogt verzoe„ „ken om hem tegens eenige vijanden te assisteeren, welke voorslagen de Jnlandse vorsten Comwijlen wel plegen te doen als men hen eenige vriendschap bewijst. 28. ) Geduurende de reise moeten uE. wel op hun hoede zijn, zoo wel bij dag als bij nagt goede wagt houden, en nimmer al te veel Jnlanders op Ul. bodems laten komen, ten einde niet onverhaeds overvallen te worden. 22. / En hoewel het te hoopen is dat ul. van vijande„ „lijke rencontres bevrijd zullen blijven, hebbe ik egter nodig geoordeelt om de beide bodems mede behoorlijk van oorlogs ammunitie te voorzien, om zig in Cas van aanranding als dappere lieden tegens uwe bespringers te
English
to be able to depend, but expressly forbidding you to be the first aggressors, since all acts of war must be avoided as much as possible, being prejudicial to the purpose of this Commission. 23. For this same reason, I furthermore recommend that, upon discovering a ship or smaller vessels bearing flags of European powers, you continue your course without waiting for them or approaching them: but should such European vessels overtake you, and inquire about the reason for your journey, you shall only state that you have been sent by the Moluccan Government to deliver a letter to the sovereign of that island to maintain the old friendship with the Xullok nation; nothing more. Meanwhile, you shall also quietly try to learn what nation they are, what their purpose is, and what the place of their destination is! without, however, delaying yourselves for these travelers, much less familiarizing yourselves with them: Being on such occasions especially careful to keep the crew in a state of defense, and your vessels ready for battle, to always be able to counter violence with violence, and to defend yourselves bravely should such seamen have any evil intentions: although I have no great reason to fear such encounters, since the latest news has still reported the continuation of the general peace between the seafaring powers of Europe. 24. It should also serve for your information that the recommendation made under article 21 to avoid all acts of war must mainly be applied to the outward voyage, since it would not be fitting for the Company's vessels, on this occasion, to appear in the Xullok roadstead with prisoners or wounded, or battered by artillery fire. But on the other hand, I am of the opinion that both vessels are all too well equipped for war not to bravely resist Maguindanao, Tidung, or other pirates upon encountering them on the return voyage, if you see an opportunity, without noticeable delay to your journey, to gain an advantage over these rogues, and by force of arms make them pay for the troubles and disadvantages that they continually cause the Company in the Manado Residency. 25. Furthermore, the commander of the vessel that is to accompany you will be provided with a copy of articles 21, 22, 23, and 24 of these Instructions, with orders to strictly regulate himself accordingly. 26. If, contrary to expectations, the emperor of Xullok and his subjects should be disinclined to enter into the offered alliance with the Company, or if the sovereign should make you wait too long for the reply letter, you must request him to prepare it quickly, indicating that you need the time to return here promptly: But if the Monsoon should begin to run out, or if you should notice that they sought to delay the vessels unnecessarily, or that something evil was brewing, you must undertake the return voyage here without further delay, even if it were without a letter from the emperor; although it appears to me from all the circumstances that the inclination of the Xullok people to renew friendship with the Company is sincere, so I do not think you will need to resolve upon such a hasty departure, which therefore must not be undertaken out of panic fear, since nothing would be more painful to me than to see you return with nothing accomplished. 27. Regarding all other occurrences that you may encounter on Xullok or during the voyage, and which I cannot foresee, I will prescribe nothing to you, but leave it to your good judgment and discretion, with orders to accurately record all remarkable occurrences, and to hand me a concise written report of your experiences upon your return. With which I wish you the Lord's blessing in the execution of this Commission, and remain, below stood: Your Good friend, was signed: P: I: valckenaar, in the margin: Ternate in the Castle Orange, the 22nd of August 1775. underneath: Agrees, was signed: K: Koenes First Sworn Clerk. Exclusive Treaty of friendship and Commerce, concluded and ratified between Mr. Paulus Iacob Valckenaar, Governor and Director, as well as the Council of the Moluccas, in the name and on behalf of the Dutch Company, and of his High Nobility, The High Noble, Highly Respected, Widely Ruling Lord Petrus Albertus van der Parra, Governor General, together with the Right Honorable Lords Councillors of the Netherlands Indies, residing at Batavia, On the one part; And the mighty Emperor Mahomet Israel, who gloriously leads the rule over the realm of Xullok and the Lands and places belonging thereto; on the other part. Firstly, the mighty Contracting Parties declare that on both sides a sincere and lasting peace and friendship Article 1. between
Dutch transcription
te kunnen dependeeren, Ul. egter wel expresselijk verbie„ „dende om de eerste aggresseurs te zijn, dewijl alle krijgs„ acties zoo veel doenlijk gemeid moeten werden, als hinderlijk zijnde voor het oogmerk deezer Commissie. 23. / om deeze zelve reeden recommandeere ik UE. boven dien, om bij ontdekking van een schip, of kleindere vaartuijgen met vlaggen van Europeaansche mogend„ „heeden, Ul. Cours te vervolgen, zonder dezelve in te wagten of te naderen: dog indien dusdanige Europeaan„ „sche bodems UE. mogten inhaalen, en na de reeden uwer afreise vraagen, zoo zullen ul. eenlijk te kennen geven, door de Molukse Regeering gezonden te zijn, om tot onderhouding der oude vriendschap met de Xullokse natie, een brief aan den vorst van dat 'eiland over te brengen; zonder meer. ondertusschen zullen ul. als dan mede onder de handtragten te verneemen van wat natie zij zijn, wat hun Lieder oogmerk, en welke de plaats hunner destinatie is! zonder zig egter om deeze reisigers op te houden, veel min zig met dezelve te familiariseeren: Bij dusdanige gelegentheden inzon„ „derheid bezorgd zijnde van de manschap in staat van defensie, en Ul. bodems slagvaardig te hou„ „den, om altoos in staat te zijn van geweld met geweeld 907 geweld te keer te gaan, en zig dapper te defendeeren, zoo dusdanige zeelieden iets quaads in den zin mogten hebben: hoewel ik Juist geen groote reeden hebbe om voor dierge„ „lijke ontmoetingen te vreezen, dewijl de laatste tijdingen oude Continuatie der algemeene vreede tusschen de zeevaarende mogendheeden van Europa nog hebben geboodschapt. 24. /. ook diene tot Ul. narigt, dat de onder artikel 21. gedaane recommandatie om alle krijgs acties te vermijden, voornamentlijk op de heen reise applicabel moet werden gemaakt, aangezien het geen pas zoude geeven dat 's Comp=s bodems, bij deze gelegentheid, met gevangenen of gequetsten, dan wel door schiltgevaarte geteisterd, op de Xullokse rheede quamen te verschij„ „nen. Dog aan de andere kant ben ik van gevoelen, dat de beide vaartuigen al te wel ten oorlog zijn uitgerust, om bij ontmoeting van Magindanauwse, Thedongse, of aude zeeroovers op de te rug reise, de„ zelve niet met dapperheid te keer te gaan, indien uE. kan zagen, deeze schelmen, zonder merkelijke verhin„ „dering uwer reise, een voordeel of te zien, en hen door kragt van wapenen eens betaald te zetten de moeije„ „lijkheeden en nadeelen, die zij de Comp=e bij Continuatie in in de manadose Residentie verwekken. 25. ) voorts zal aan den gesaghebber van het vaar„ „tuig dat UE. staat te verzellen, een afschrift wer„ „den ter hand gesteld van de 21:e 22:e 23:e en 24=e artikels deezer Jnstructie, met ordre om zig daar na stiptelijk te reguleeren. 26. ). In dien den keizer van Xullok en zijne onderdaanen onverhoopt ongenegen mogten zijn de aangebodene allian„ „tie met de Comp=e, aan te gaan, dan wel zoo de vorst ul. na de brief in rescriptie te lang mogt laten wag„ „ten, dan moeten Ul. hem verzoeken om dezelve spoedig in gereedheid te brengen, te kennen geevende dat UE. de tijd nodig hebt om spoedig herw=ts te keeren: Maar indien de Mousson quam te verloopen, of dat ul. mog„ „ten bemerken dat men de bodems buiten noodzaakelijkheid zogt op te houden, dan wel dat 'er iets quaadts schuilde, moeten ul. zonder verder vertoevende te rug reise dit heen onderneemen, al was het zelfs zonder brief van den keizer; hoemel het mij uit alle de omstandig„ „heeden voorkomt, dat de genegentheid der Xullokkers om de vriendschap met de Comp=e te vernieuwen, onge„ „veinsd is, dus ik niet denke dat uE. tot zoo een ver„ „haaft vertrek zullen behoeven te besluiten, het geen daarom uit geen panique vreeze moet werden onder„ nomen 909 „nomen, aangezien niets mij smertelijker zoude vallen als UE. onverrigter zake te zien te rug komen. 27. ) ontrent alle andere voorvallen, die Ul. op Xullok of geduurende de reise zouden mogen ontmoeten, en die ik niet kan voorzien, zal ik Ul. niets voorschrijven, maar het zelvee aan UE. goed oordeel en overleg be„ volen laten, met laste van alle merkwaardige voor„ vallen nauwkeurig aan te teekenen, en mij bij UE. ^komst te rug een bondig schriftelijk rapport te overhandigen van derzelver wedervaaren. Waar mede ik Ul. in de uitvoering deezer Commis„ „sie der heeren zeegen toemensche, en voorts verblijve /:onderstond:/ UE. Goede vriend /: was geteekend/ P: I: valckenaar /:in margine:/ Ternaten in 't Casteel orange den 22=e aug=s 1775. /:daar on„ onder:/ Accordeert /:was geteekend:/ K: Koenes E: G: Klerk. Exclusief „ Exclusief Tractaat van vriend„ „schap en Commercie, gesloten en bekragtigd tusschen den heer Paulus Iacob Valckenaar Gouverneur en Directeur, mitsg=s den Raad der moluccos, in naame en van wegen de hollandsche Comp„s, en van sijn Hoog Edelheid Den hoog Edelen, Groot agtbaaren, wijd gebiedende heere Petrus Albertus van der Parra Gouverneur Generaal, benevens de wel„ Edele heeren Raaden van Nederlands India, resideerende te Batavia Ter eenre En den magtigen Keizer Mahomet Israel, die met roem het bestier voert over het rijk van Xullok en de daar onder gehoorende Landen en plaatsen; ter andere zijde Eerstelijk verklaaren de machtige Contractanten, dat van wedersijden eene oprechte en bestendige vreede en vriendschap Articul 1. tusschen - :
English
901 between the two powers, as well as their lands and subjects, which they also solemnly promise to maintain, without breaking or neglecting it for any reason. Article 2. Yet since mariners of other European powers might later also address themselves to the emperor of Xullok, with the aim of concluding contracts of friendship or commerce with the said monarch, to the detriment of the Dutch nation, the said emperor, together with his grandees of the realm, promises to reject all foreign Europeans directly, accepting and desiring to maintain friendship solely with the Noble Dutch Company, with which power the emperor and his grandees of the realm intend to associate and trade, just as ought to happen between confederated and allied friends, to the exclusion of all other European nations, with whom the emperor declares he shall never enter into a treaty of friendship or commerce as long as the currently sworn exclusive treaty of alliance between the Dutch Company and the Xullok nation shall endure. Article 3. In order to make this alliance lasting, and to let it flourish as well for the prosperity of the Dutch Company as of the Empire of Aullok, both parties promise to maintain a friendly and unbroken correspondence and exchange of letters with one another, to which end his highness the emperor undertakes to send his vessels and emissaries from time to time to Ternaten, in order to make known to the Moluccan government the condition of his lands and whatever remarkable events might occur there, and at the same time to deliberate together on everything that may serve their mutual benefit and security. Article 4. With this same aim, this Government, if it pleases his highness, shall also occasionally dispatch a Company vessel with news and letters to Hullok, to convince his highness that the Governor and Council do not fail to maintain the concluded alliance to the utmost of their ability. 5. 913 Article 5. Upon the arrival of such dispatched vessels in each other's lands, the mutual allies promise to receive the mariners with the requisite friendliness, and to protect them from harassment and injustice, indeed even to show them all help and assistance, and if necessary to assist them with provisions and other necessities of which they might be in need, provided that these necessities are paid for to the suppliers at a decent price. Article 6. The above shall particularly take place if vessels belonging to subjects of the two contracting Powers should unexpectedly, due to storms or other sea emergencies, happen to drift onto each other's lands or sea coasts, or suffer shipwreck, in which latter case the gentleman contracting parties undertake to take care that no goods or merchandise are robbed away, but that all salvaged items are properly preserved and handed over to the owners. Article 7. And whereas the mutual protection of powers that live in peace with one another mainly contributes much to making the bond of friendship upright and lasting, both parties promise that in case one of them should be attacked by enemies, the same shall be assisted by their ally in such manner as the far distance between the Company's and the Hullok territory shall permit: which assistance the allies specifically promise to each other in case of an invasion by roaming pirates, who must be regarded as common enemies of the human race, as they apply themselves to nothing else than enriching themselves with plunder and devastating lands and peoples. Article 8. Yet in particular, his highness the emperor of Hullok promises not to demand any help from the Dutch Company with the aim of making war on indigenous Potentates or foreign European nations with whom the said Company is at peace, such as the subjects of the kings 915 of Spain, France, England, Portugal, and other European countries, all of whom stand in a treaty of peace and friendship with the Dutch nation, against whom his highness the emperor therefore may not request any help from the Company, much less expect it: although the Governor and Council, in such cases with the approval of his highness, will gladly endeavor to remove the arisen disputes and to reconcile the Hullok nation with their enemies through a wholesome mediation. Article 9. Since it is also fair that both allied nations, to the exclusion of foreign merchants, enjoy the benefits that they can bring to one another through the mutual products and trade goods of their lands, his highness together with his grandees of the realm undertakes, as proof of his affection and friendship for the Dutch nation, to give the same precedence above all others in the matter of trade, and pursuant thereto to order his subjects
Dutch transcription
901 tusschen de beide mogendheeden, mitsg=s hunne Landen en onderdaanen plaats zal hebben, dewelke zij ook plegtig beloven te zullen onderhouden, zonder dezelve om eenige oorzaak te verbreeken op te verwaarloosen. Articul 2. Dog vermits scheepelingen van andere Europeaansche mo„ „gendheeden zig naderhand mede wel bij den keizer van Xullok zouden kunnen addresseeren, met oogmerk om Contracten van vriendschap of Commercie met gem=n vorst te sluiten, tot nadeel van de hollandsche natie, zoo beloven gem=e keizer benevens zijne Rijksgrooten, van alle vreemde Europeaanen direct af te zullen wijzen, aanneemende en begeerende om alleen vriendschap te onderhouden met de Edele Hollandsche Comp=e, met welke mogendheid de keizer en zijne Rijksgrooten gezint zijn te verkee„ „ren en handel te drijven, even als tusschen verbondene en geallieerde vrienden behoort te geschieden, met uit„ sluiting van alle andere Europeaansche naties, waar mede de keizer verklaart nimmer een Traclaat van vriendschap op Commercie te zullen aangaan zoo Lang het tans beswooren exclusief verbond van allian„ „tie tusschen de hollandsche Comp=e en de Xullokse natie zal slandgrijpen. om dit bondgenoodschap duurzaam te doen zijn, en zoo wel tot welstand van de Hollandsche Comp=e, als van het Rijk van Aullok te doen gedijen, beloven de beide partijen eene vriendelijke en onafge„ brokene Correspondentie en briefwisseling met elkanderen te zullen onderhouden, ten welken einde zijn hoogheid de keizer aanneemt zijne vaartuigen en sendelingen van tijd tot tijd na Ternaten te zullen zenden, om den toestand zijner Landen, en het meerkwaardige dat aldaar mogt voorvallen, aan de Molukse Regeering bekent te maken, en teffens met elkanderen te beramen, alles wat tot wedersijds nut en veiligheid kan strekken. Articul 4: Met dit zelfde oogmerk zal deeze Regeering, indien zijn hoogheid zulks aangenaam is, mede somwijlen een Comp=s vaartuig met tijding en brieven naar Hullok afgezonden, om zijn hoogheid te overtui„ „gen dat de Gouverneur en raad niet in gebreeke blijven om de geslootene alliantie naar hun uiter„ „ste vermogen te onderhouden Artikel 3. 5. 913 Artikel 5. Bij verschijning van dusdanige afgezondene vaartui„ „gen in elkanders Landen; beloven de wederzeidse ge„ „allieerden om de scheepelingen met de vereischte vrien„ „delijkheid te onthaalen, en voor overlast en ongelijk te beschermen, Ja hen zelfs alle hulpe en bijstand te bewijzen, en des noods te assisteeren, met Levensmid„ „delen en andere benodigtheeden, waar aan dezelve gebrek zouden kunnen hebben, mits dat deeze behoef„ „ten voor een ordentelijke prijs aan de Leveranciers werden voldaan. het bovenstaande zal inzonderheid plaats vinden, in„ „dien vaartuigen toebehoorende aan onderdaanen van de beide Contracteerende Mogendheeden, on„ „verhoopt door storm dan wel andere zeenooden op elkanders landen op zee kusten mogten komen te vervallen, of schip breuk te lijden, in welke laaste geval de heeren Contractanten aanneemen van zorge te zullen dragen dat 'er geene goederen of koopman„ „schappen weg gerooft, maar dat al het geborgene behoorlijk bewaart, en aan de eigenaars ter hand gesteld zal werden Artikel 6. En dewijl de onderlinge bescherming van mogendheeden die met elkanderen in vreede leven, voornamentlijk veel toebrengt om den band van vriendschap op regt en duurzaam te doen zijn, beloven de beide partijen, dat bij aldien een van henlieden door vijanden mogt werden aangetast, dezelve dusdaniger wijze van zijnen bondgenoot geassisteerd zal werden, als de verre distantie van Comp=s en van het Hullokse ge„ „bied zal toelaten: welke assistentie de geallieerden elkander in 't bijzonder beloven, ingeval van inva„ „sie van swervende zeeroovers, dewelke als alge„ „meene vijanden van het menschelijk geslacht moeten werden aangemerkt, als die zig nergens anders op toeleggen als om zig met buit te ver„ „rijken, en Landen en volkeren te verwoesten. Artigul 8: Dog in het bijzonder beloofd zijn hoogheid de keizer van Hullok om geen hulp van de hollandsche Comp=e te vorderen, met oogmerk om inlandsche Potentaten, dan wel vreemde Europeaansche natien te beoorlogen, waar mede de gem=de Comp„e vreede heeft, als daar zijn de onderdaanen van de koningen Articul 7: van 915 van spanje, vrankrijk, Engeland, Portugal; en andere Europeaansche Landen; die alle in ver„ „bond van vreede en vriendschap staan met de holland„ „sche natie, tegens dewelke zijn hoogheid de keizer daar„ „om geen hulp van de Comp=e zal mogen verzoeken, „veel min te wagten hebben: hoewel de Gouverneur en Raad zig in zulke gevallen met goedvinding van zijn hoogheid, gaarne willen toeleggen om de gereesene verschillen uit den weg te ruimen, en de Hullokse natie, door eene heilsame bemiddeling, met hunne vijanden te bevreedigen Articul 9. Aangezien het mede billijk is dat de beide verbondene natien, met uitsluiting van vreemde handelaars, de voordeelen genieten die zij elkanderen door de weder„ zijdsche producten en handelwharen van hunne Landen kunnen toebrengen, neemt zijn hoogheid beneevens zijne rijksgrooten aan, om tot overtui„ „ging van deszelfs genegentheid en vriendschap voor de Hollandsche natie, dezelve boven alle andere in het stuk van handel den voorrang te zullen geven, en ingevolge van dien zijne onderdaanen te zullen gelasten
English
to order to deliver their domestic products of wax, mother-of-pearl shells, teak woodwork, pearls, tortoiseshell, ambergris, trepang, and bird's nests solely to the Company, without tolerating that other trading nations come to export these goods from Hullok, or that his subjects deliver the same to other merchants, except to the servants of the Dutch Company in Castle Orange. Article 10. In return, the Governor and Council promise always to accept the aforementioned Hullok trade goods at a proper and fixed price, which His Highness, if he sees fit, may further regulate and determine with our envoys, the Junior Merchant and Shopkeeper Hemmekam and the Chief Mate van der Staal. Likewise, the Governor and Council promise to pay for the aforementioned goods, which shall be brought here with Xullok vessels, in cash, linens, or in such other merchandise as the suppliers shall choose in return. Article 11. 917 Article 11. Lastly, His Highness the Emperor of the Land of Tullok, together with his grandees of the realm, on the one part, and the Governor and Council of the Moluccas, residing in Castle Orange, together with the undersigned Junior Merchant and Chief Mate as their express envoys and plenipotentiaries, on the other part, promise to maintain the prescribed conditions and articles as sincere friends and allies, and to ensure that our subordinates will likewise observe the contents of this treaty, without any breach ever being suffered herein. In witness of the truth, we, the Emperor of Hullok and grandees of the realm, have confirmed this solemn treaty of friendship and commerce by taking the oath on the Quran and by our signature. Whereupon we, express envoys and plenipotentiaries, in the name and on behalf of the Dutch Company, of our illustrious supreme rulers the High Indian Government at Batavia, and of the Governor and Council of the Moluccas, have also signed this treaty and confirmed it with the Company's seal. Thus contracted and concluded at [illegible] the . . . day of the month of . . . . in the year 1189, and according to the Christian calendar the [illegible] 1775. below stood: Agrees signed: K: Koenes First Sworn Clerk. To . To the Sultan and Grandees of the Realm of Hullok After preliminary friendly greetings, this serves to inform that Governor Paulus Jacob Valckenaer, together with the Council of the Moluccas, have received and read with much pleasure and no less respect Your Highness's and his grandees' letter of the 7th day of the month Safar of the year 1189. In particular, it was very agreeable to the Governor and Council to learn from the kind contents of Your Highness's very honored missive that the Company's envoys Francois Bartholomeus Temmekam and Leendert van der Staal were very welcome to Your Highness, and that they conducted themselves very commendably in the land of Hullok; for although they did report to us that they had been very amiably and politely received by Your Highness and his grandees, we would nevertheless have been very pleased if Your Highness and his grandees had given these our envoys, upon their departure 919 from Hullok, a handwritten letter to make known to us the welfare of Your Highness's imperial person and of his realm, which we wish may long flourish in prosperity and live in friendship with the Dutch Company, toward which the Governor and Council of the Moluccas will continuously do their best. Since Your Highness and his grandees furthermore please to inform the Governor and Council that they had not failed to send after our envoys a letter with the imperial gifts for this Government, but that Your Highness's vessel had not been able to overtake them due to the strong winds, the Governor and Council cannot fail to express their thanks for this kindness just as if they had actually received this gift, as Your Highness's generosity and inclination to live in friendship with the Dutch Company clearly shines through therein. However, Your Highness's suspicion as if the sudden departure of our envoys was caused by apprehension of any betrayal is groundless; for since the Dutch nation is always accustomed to treating their friends and allies generously, it never needs to harbor any fear in foreign lands, and especially not among the people of Hullok, who for 150 years already have had intercourse and dealings in lasting friendship with the Dutch Company. But the true reason that the aforementioned officials had to leave Xullok so quickly is this: that shortly before their departure our envoys discovered how the English were making an effort to entice the sailors and soldiers of their sloop to enter their service, in which they also succeeded with four disloyal sailors; and since ours were apprehensive that other seamen might follow this bad example and also join the English, they were compelled, in order to prevent this, to decide to undertake the return journey as soon as possible. The
Dutch transcription
gelasten om hunne Landsproducten van was; Paar„ lemoerschelpen, Jati houtwerken, Paarlen, Caret, Arg„ „ber de Grijs, Taripang en vogelnesjes, alleen aan de Comp=e te leeveren, zonder te dulden dat andere handel drijvende natien deze waren van Hullok komen te vervoeren, of dat zijne onderdaanen dezelve aan an„ „dere kooplieden Leeveren, behalven aande Dienaaren van de Hollandsche Comp=e in het Casteel orange. Articul 10. Daar en tegen belooven den gouverneur en Raad van de evengem=e Hullokse handelwharen, altoos te zullen aanneemen tegens een ordentelijke en vastge„ „stelde prijs, dewelke zijn Hoogheid, des goedvindende, met onze zendelingen den onderh: en winkelier Hemmekam en den opperstuurman van der staal nader zal kunnen reguleeren en bepaalen. Gelijk de Gouverneur en Raad mede beloven om de evengem=e goederen, die alhier met Xullokse vaartuijgen zullen weerden aangebragt te zullen voldoen in Contanten, Lijwaten dan wel in zulke andere negotie goederen als de Leveranciers daar voor zullen verkiesen Articul 11. 917 Articul 11. Laastelijk belooven zijn hoogheid de keizer van 't Land van Tullok, benevens zijne Rijksgrooten ter eenre, en de Gouverneur en raad der moluccos, resideerende in het Casteel orange, benevens de ondergeteekende onderkoopman en opperstuurman, als hunne expresse zendelingen en gemagtigden, ter andere zijde, de voor„ „schreevene Conditien en artikelen als opregte vrienden en bondgenooten te zullen onderhouden, en zorge dragen dat onze onderhoorige den inhoud van dit verdrag mede zullen onderhouden, zonder dat hier in immer eenigd verbreeking zal geleeden werden. In teeken der waarheid hebben wij keizer van Hul„ lok, en Rijksgrooten dit plegtig verdrag van vriend„ „schap en Commercie met het afleggen van den eed op den Alcoran, en onze signature bevestigd. waar na wij expresse zendelingen en gemagtigden, in naame en van wegen de holland„ „sche Comp=s, van onze illustre oppergebieders de hooge Jndiasche Regeering te Batavia, en vanden Gouverneur en Raad der Moluccos, dit fractaat mede hebben onderteekend, en niet Comp=s zegul bekragtigd. Aldus Gecontracteerd en besloten tot den. . . dag van maand. . . . des Jaars 1189. en na der Christenen tijdreekening den . 1775. /:onderstond:/ Acoreert /: get:/ K: Koenes E. G. klerk: Aan . Aan den Sulthan en Rijksgrooten van Hullok Na voor afgaande vriendelijke groete dient, deeze tot naricht, dat de Gouverneur Paulus Iacob valcke„ „naar, benevens den Raad der Moluccos, u hoogheids en zijne Rijksgrootens brief van den 7=e dag der maand Iafav: van het Iaar 1189. met veel vermaakt en geen minder eerbied hebben ontfangen, en geleezen. Inzonderheid was het den Gouverneur en Raad zeer aangenaam uit den lieflijken inhoud van w hoogheids zeer geëerde missive te verneemen dat 's Comp=s zendelingen Francois Bartholomeus Temmekam, en Leendert van der Staal, zeer welkoom bij u hoogheid waren geweest, en dat ze zig op het land van Hullok zeer lofselijk hadden gedragen: want hoewel zij ons wel ge„ „rapporteerd hebben, dat ze zeer vriendelijk en be„ „liefd door U Hoogheid en zijne Rijksgrooten ont„ „haald waren geworden, zouden wij dog zeer wal verblijdt zijn geweest, indien u hoogheid en zijne Rijksgrooten deeze onze zendelingen, bij hun ver„ trek J: G 919 „trek van Hullok; eene eigenhandige brief hadden mede gegeven, om ons den welstand van U hoog„ „heids keizerlijke perzoon, en van zijn rijk, bekend te maken, het welk wij wenschen dat nog lange in voorspoed mag bloeijen, en in vriendschap Leeven met de Hollandsche Comp=s, waartoe de Gou„ „verneur en Raad der Moluccos bij Continuatie hun best zullen doen. Dewijl U hoogheid en zijne rijksgrooten daar en boven aan den Gouverneur en Raad gelieven te berigten, dat zij niet in gebreeke waren gebleeven onze zendelingen een brief met de keizerlijke ge„ schenken voor deeze Regeering na te zenden, dog dat UHoogheids vaartuig dezelve wegens de sterke winden niet hadde kunnen agterhaalen, kunnende Gouver„ neur en Raad niet nalaten voor deeze vriendelijk„ heid even eens dank te betuigen, of ze dit gezenk weezentlijk genoten hadden, vermitd Uhoogheids edel„ „moedigheid en neiging om in vrindschap met de holland„ „sche Comp=e te leven daar in ten klaarsten doorstraald Dog Dog uhoogheids vermoeden als of het schielijk ver„ „trek onzer zendelingen veroorzaakt zoude zijn iit bedug„ „ting voor eenig verraad, heeft geen grond, want dewijl de Hollandsche natie hunne vrienden en bond„ „genooten altoos edelmoediglijk gewoon is te behande„ len, behoeft ze nimmer eenige vreeze in vreemde Landen te hebben, en voornamentlijk niet bij de Hul„ „lokkers, die reeds voor 150. Jaaren in eene bestendige vriendschap met de hollandsche Comp„e hebben ver„ „keerd en omgegaan Maar de waare reeden dat meerm=d amptenaaren Xullok zoo spoedig hebben moeten ver„ laaten, is deze: Dat onse sendelingen kort voor hun vertrek ontdekt hebben hoe de Engelschen hun werk maakten om de mattroosen en soldaaten van hunne sloep te verleiden om in derzelven Dienst te gaan, het geen hen ook met vier ontrouwe mattroosen is gelukt, en vermits de onzen bedugt waren dat andere zeelieden dit quaade voorbeeld volgen, en zig ook bij de Engelschen konden begeeven, hebben zij, om zulks voortekomen, wel moeten besluiten om maar hoe eerder hoe liever de te rug reise aan te nemen De
English
925 The Governor and Council also find themselves obliged to express their thanks to Your Highness and his dignitaries for the communicated news of the disturbances that have arisen between the English and Xullok nations, in so far as Your Highness's subjects have been compelled to expel the English from the island of Blanbangan. Meanwhile, the Governor and Council are very pleased that this uprising arose without the knowledge of Your Highness and his dignitaries, for this being so, the English Company has no reason to avenge these disturbances upon Your Highness or upon the island of Hullok, since they occurred on Blanbangan, and thus on an entirely different island; in addition to the fact that the English, according to Your Highness's writing, are said to have given cause to the arisen disagreements themselves through their cruel treatment. And since Your Highness very kindly requests the Governor and Council to send some confidants to investigate who is the cause of the war, the English or the Xullokkers, it serves in reply thereto that we, upon Your Highness's generous invitation, would gladly send some envoys to Hullok again on occasion, yet more with the aim to inquire after Your Highness's welfare and at the same time to further confirm the friendship between the Dutch Company and the Xullok Realm, rather than with the intention of conducting an investigation into the cause of the disturbances, since Your Highness, as a free sovereign, does not need to account to the Dutch Company for his conduct held with the English, and we therefore also do not wish to presume the right to decide the mutual dispute between both nations, or it must be to the satisfaction of both parties. It also serves for Your Highness's information that the two Limbotters Sahisu and Mahamoer have arrived safely here, and have given very good testimony of the sincerity and faithfulness of the Xullok nation, entirely in accordance with what Your Highness was pleased to write to us in that regard. In particular, these people have highly praised Your Highness and his subjects for their affection toward our nation; which will always oblige the Governor and Council to regard the Hullokkers and Hollanders as one and the same people, and to favor Your Highness's subjects above all other nations. It is for this reason that the Governor has shown all possible kindness to the Chinese Watko, as well as the Xullokkers of Your Highness's vessel, and permitted them to trade here on Ternaten completely freely and according to their own discretion; and in this manner the Governor will constantly deal with all the Hullok merchants who might appear here in the future with a pass from Your Highness: the Hullokker Abdul-Rasak being able further to testify to Your Highness that the Governor has sought in every way to prevent gambling among the Chinese, to which end he has forbidden the Chinese who are under his authority, on pain of severe punishments, to gamble with the Chinese of Your Highness's vessel. Finally, the Governor and Council kindly thank Your Highness for the very pleasant gift of 4 wax dammars 4 large sombereels, and 1 lot of porcelain wares, consisting of drinking cups and Tanno Tannos; all of which has been properly delivered to the Governor and Council: who now take the liberty to offer to Your Highness, as a slight acknowledgment, 3 fine bleached Bethilles 1 ditto striped Doerias and 3 lb assorted spices which the Governor and Council hope that Your Highness, together with his dignitaries, will be pleased to accept favorably, and regard as a token of the respect and affection which they bear toward Your Highness, his dignitaries, and the rest of the Hullok nation. Underneath stood: Written on the island of Ternaten in the Castle Orange, the 2nd of August 1775. Was signed: Paulus Jacob Valkenaar. In the margin stood the Company's great seal stamped in red wax, and written alongside it: By order of the Right Honorable Lord, Governor and Director, together with the Council of the Moluccas. Was signed: Alexander de Champ, secretary. Underneath: Agrees. Was signed: K. Koenes, first sworn clerk. To the Sultan and Dignitaries of Hullok Furthermore, the Governor and Council of the Moluccas hope that Your Highness in due time properly received the letter which they wrote to his dignitaries in reply to their very kind letter of the 7th day of the month of Safar of the year 1189. This letter of ours, alongside some gifts for Your Highness, was delivered to the Chinese Nakhoda Limwatko, whom we wish may return safely to Hullok; on that assumption the Governor and Council will not repeat the contents of their dispatched missive, but only note for the information of Your Highness and his dignitaries that, although we had previously decided not to send any envoys to Hullok for the time being, since we had already received the pleasant news of Your Highness's health and welfare from his subject
Dutch transcription
925 De Gouverneur en Raad die vinden zig ook verpligt whoogheid en zijne Rijksgrooten dank te betuigen voor de bedeelde tijding van de ontstaane onlusten tusschen de Engelschen en Xullokse natien, in zoo verre dat u hoogheids onderdaanen genoodzaakt zijn geweest de Engelschen van het Eiland Blanban„ „gan te verdrijven. ondertusschen is het den gouver„ „neur en raad zeer lief dat dit oproer buiten - wee„ „ten van u hoogheid en zijne rijks grooten is ontstaan, want dit soo sijnde heeft de Engelsche Comp=e geen reeden om deeze onlusten op uhoogheid of op het Eiland van Hullok te wreeken, dewijl dezelve op Blanbangan, en dus op een geheel ander eiland zijn voorgevallen; buiten en behalven dat de Engelschen, volgens U hoogheid schrijven, door hunne wreede behandeling zelfs aanleiding tot de ontstaane oneenigheeden zouden hebben gegeven. En dewijl U hoogheid den Gouverneur en raad zeen vriendelijk verzoekt om eenige vertrouwelingen te zenden, om te onderzoeken wie oorzaak van den oorlog is, de Engelschen of Xullokkers, zoo dient daar daar op in antwoord dat wij op uhoogheids gul„ hertige uitnodiging bij gelegentheid gaarne weder eenige zendelingen na Hullok willen zenden, dog meer met oogmerk om na Whoogheids welstand te vernemen; en teffens de vriendschap tusschen de hol„ landsche Comp=e en 't Xullokse Rijk nader te bevestigen, als met intentie om onderzoek te doen na de oorzaak der onlusten, dewijl UE hoogheid als een vrij vorst over zijn gehouden gedrag met de Engelschen geen verantwoording aan de hollandsche Comp=e behoeft te doen, en wij ons daarom ook het regt niet begeeren aan te matigen om het onderling ver„ „schil tusschen de beide natien te beslissen, of het maeste zijn tot genoegen van beide de partijen. ook dient tot u hoogheids narigt dat de beide Limbotters sahisu en Mahamoer hier be„ „houden zijn aangekomen, en den zeer goed getuigenis van de opregtheid en getrouwheid der Xullokse natie hebben gegeven niet overeenkomstig met het geene u hoogheid oud dieswegens heeft gelieven te schrijven te schrijven. Inzonderheid hebben deeze menschen u hoogheid en zijne zijne onderdaanen zeer geroemt over hunne genegent„ „heid voor onze natie; het geen den gouverneur en Raad altoos zal verpligten om de Hullokkers en Sol„ „landers als eene en het zelfde volk aan te merken, en u Hoogheids onderdaanen boven alle andere vol„ „keren te bevoordeelen. Het is daarom dat de Gouverneur den Chinees wat„ „ko, benevens de Xullokkers van u hoogheids vaar„ „ting, alle mogelijke vriendelijkheid heeft beweesen, en vergunt om hier op Ternaten volkomen vrij en na hun eigen goedvinden te mogen negotieeren; en dusdanig zal de Gouverneur bestendiglijk hande„ len met alle de Hullokse kooplieden, die hier in 't vervolg met een pas van u hoogheid mogten komen te verscheinen: kunnende de Hullokker Abdul - Rasak verder ook aan uw hoogheid getuigen, dat de gouveneur op alle wijzen het dob„ „belspel aan de Chineeschen heeft zoeken te beletten, ten welken einde hij de Chineesen die onder zijn ge„ „bied staan, op swaare Straffen heeft verboden Com 923 om met de Chineesen van U hoogheids vaartuig te speelen. Eindelijk zeggen den Gouverneur en Raad w' hoogheid vriendelijk dank voor het zeer aangenaam geschenk van 4. was dammers 4. groote sombereels, en 1. partij porcelein werken, bestaande in Drink koppen en Tanno Tannos; het welk alles behoorlijk aan den Gouverneur en Raad is overhandigt: die tans de vrijheid nemen noogheid tot een geringe erkentenis. aan te bieden 3: Bethilles kijn gebleekt 1. Doerias _:o gestreepte en 3: lb: specerijen in zoort het geen de gouverneur en Raad verhoopen dat U hoogheid bene„ „vens zijne rijksgrooten gunstig zullen gelieven te accepteeren, en aan te merken als een teeken vande eerbied en genegentheid die zig uhoogheid, zijne Rijksgrooten; ende verdere Hul„ lokse natie toedragen. /:onderstond:/ Geschr: op het Eiland Jernaten in 't Casteel oronge den 2„e aug=o 1775. /:was geteekend:/ Paulus Iacob valkenaar /:in margine :/ stond 's Comp=s groot zegul gedrukt in rood sak, en daar bij geschr: Ter ordonnantie van den wel Edele agtb:r heer, Gou„ „verneur en Directeur, benevens den Raad der moluicor /:was get=d/ Alexander de Champ net. /: daar onder:/ Accordeert /:was get=d/ K: Koenes E: G: klerk. Aan 925 Aan den sulthan en Rijksgrooten van Hullok Wijders verhoopen de Gouverneur en Raad der Moluccos dat Uhoogheid te zijner tijd den brief behoorlijk en zijne Rijksgrooten hebben geschreeven, in antwoord op derzelver zeer vriendelijke brief van den 7=e dag der maand Iafar van het Jaar 1189. Deeze onze brief is nevens eenige geschenken voor u hoogheid, afgegeven aan de Chineesche Annachoda Limwatko die wij wenschen dat behouden op Hullok mag te rug keeren in die veronderstelling zullen de Gouverneur en Raad den inhoud hunner afgezondene missive niet her„ haalen, maar eenlijk tot narigt van N„ Hoogheid en zijne Rijksgrooten noteeren, dat hoewel wij bevorens besloten hadden nog voor eerst geene sendelingen naar Hullok te zenden, vermits wij de aangenaame tijding van uhoogheide gezondheid en welstaad bereeds van desselfs onder„ „daan P: O:
English
...from Daan Abdul Rasak, we nevertheless subsequently recalled how Your Highness invited and requested us to do so with such open-hearted and friendly expressions, that we were thereby moved to change our minds and resolved to confirm Your Highness and his dignitaries of the realm, through express emissaries, in the good opinion that they have formed of the Dutch Company, whose servants still retain the exact same friendship and affection for the Hullok nation that our fathers already held for them 140 or 150 years ago. Since Your Highness had the goodness to inform us in his latest letter that our aforesaid envoys, the junior merchant Hemmekam and the chief mate Van der Staal, conducted themselves well and laudably on Hullok during the last voyage, this good testimony has moved the Governor and Council to employ the same persons once again on this commission. We have instructed them, upon the delivery of the letter, to pay our compliments with all respect to Your Highness, and to give assurance of the sincere friendship that we bear toward Your Highness's illustrious person, as well as toward his dignitaries of the realm, which is so steadfast that it shall never end except with our lives. As proof of the truth of this declaration, our emissaries shall present Your Highness with a small gift, consisting of: 8 pounds of assorted spices, 4 pieces of fine bleached Guinees, 4 pieces of fine Bengal Cangam Bethilles, 1 piece of Allegias with gold and silver stripes; and 1 piece of fine striped Doerias, Which goods we request that Your Highness please accept as a token of the Company's sincere friendship and goodwill. Furthermore, we have also ordered these our emissaries to thank Your Highness, in the name of the Governor and Council, for the detailed account of the disputes that arose between the Hullokkers and the English, concerning which we have already written our thoughts to Your Highness at length; to which we shall only add that we remain assured that Your Highness as well as his subjects would find themselves far better off with the friendship and commerce of the Dutch nation than with that of other Europeans; for after all it is well enough known that we Dutch always treat our friends and allies with equal generosity. Since the English are now no longer on Xullok, and nothing can thus prevent Your Highness or his dignitaries of the realm from entering into the previously offered alliance with the Dutch Company, we have also given our aforementioned envoys Hemmekam and Van der Staal full power to conclude such a treaty of friendship and commerce with Your Highness, should you or your dignitaries of the realm be inclined thereto. In such case, the Governor and Council undertake to accept as well done and approve the conditions that Your Highness shall be pleased to devise with our envoys, for we are assured that the proposals which they will make to Your Highness will greatly serve the prosperity of the Realm of Cullok, since Your Highness as well as his subjects would through this treaty of alliance have the opportunity to sell the Hullok products here to the Company in an advantageous manner for cash, all kinds of fine linens, iron, or other goods according to Your Highness's pleasure. The Governor and Council therefore hope that their proposal will please Your Highness, and that they will have the pleasure of seeing the mutual friendship between the Dutch Company and the Hullok nation soon confirmed in the strongest manner by a concluded treaty; however, since other European mariners might sometimes also endeavor to enter into an alliance with Your Highness, with the intention of preventing or breaking the union between the Dutch and the Xullokkers, Your Highness, if he assents to our proposal, will please be mindful to enter into an exclusive treaty with our emissaries, whereby the Xullok nation declares never to conclude a treaty of friendship or commerce with other Europeans, so long as the alliance between the Dutch Company and the peoples of Hullok shall endure. We have also instructed our emissaries, upon fulfilling their commission, to promptly undertake the return voyage to Ternaten, wherefore the Governor and Council very kindly request Your Highness to lend them a helping hand therein, as well as in other matters, and to give them the opportunity to carry out our orders without long delay, just as we also do not doubt that Your Highness will also please assist our mariners, should they be obliged to purchase any provisions on Hullok, or to barter for them with some merchandise that we have given them for that purpose. Written on the Island of Ternaten, in Castle Orange, 22 August 1775. Was signed: P. I. Valkenaar. In the margin stood the Company's seal stamped in red wax and written alongside it: By order of the Honorable, Respected Lord, Governor and Director, together with the Council of the Moluccos. Was signed: A. de Champagnet. Below: Agrees. Was signed: K. Koenes, First Sworn Clerk. Saturday
Dutch transcription
„daan Abdul Rasak hadden vernomen, wij ons egter naderhand te binnen hebben gebragt, hoe Uhoog„ „heid ons daar toe met zulke gulhertige en vriendelijke uitdrukkingen heeft uitgenodigt en verzogt, dat wij daar door van gedagten verandert, en te raade zijn geworden om u hoogheid en zijne Rijksgrooten, door ex„ „presse afgezanten, te bevestigen in de goede gedagten die dezelve vande hollandsche Comp:e hebben opgevat, wel„ kers Dienaaren nog even dezelvde vriendschap en genegent„ „heid voor de Hullokse natie blijven behouden, die onze vaderen reeds voor 140. of voor 150. Iaaren voor dezelve hebben gehadt. Dewijl u hoogheid de goedheid heeft gehadt ond bij zijne laatste brief te verwittigen, dat onze gen=e zende„ „lingen, de onderk: hemmekamen de opperstuurman van der staal zig de laaste reid wel en Lofselijk op Hullok hadden gedragen, heeft dit goede ge„ „tingenis den Gouverneur en Raad bewogen om dezelvde perzoonen wederom in deeze Commissie te gebruiken. Wij hebben dezelve gelast om bij de overleevering der missive ons Compliment met alle eerbied bij 11 927 uhoogheid af te leggen, en verzeekering te geven van de opregte vriendschap die wij Uoogheids Doorluch„ „tige persoon, benevens desselfs Rijksgrooten toedragen, en dewelke zoo bestending is dat zij nimmer zal eindigen als met ons leeven. Ten bewijze van de waarheid dezer betuiging, zullen onze afgezanten aan U hoogheid overhandigen een geschenkje, bestaande in 8. Ponden specerijen in zoort, 4. p=s gunees fijne gebleekt, 4. „. Bethilles prijne Cangam Bengaals, 1. „. Allegias met goude en zilvere streepen; en 1: „: Doerias fijne gestreepte, Welke goederen wij verzoeken dat u hoogheid als een teeken van 's Comp=s opregte vriendschap en welmeenend„ „heid gelieve aan te merken. Daar en boven hebben wij deeze onze afgesanten mede bevolen om U1 hoogheid, in't naam van den Gouver„ „neur en Raad te bedanken voor het omstandig verhaal van de ontstaane oneenigheeden tusschen de Zul„ Hullokkers en Engelschen, waar over wij U„ hoogheid onze gedagten reeds breedvoerig hebben aangeschreeven: daar wij nog maar zullen bijvoegen, hoe wij ons verzeekerd houden dat u hoogheid benevens zijne onderdaanen zig veel beeter zouden bevinden bij de vriendschap en verkeering met de hollandsche natie, als bij die van andere Europeanen; wati't im„ „mors is het bekend genoeg dat wij Hollanders onze vrienden en bondgenooten altoos even edel„ „moedig behandelen. vermits de Engelschen zig nu niet meer op Xullok bevinden, en niets U„ hoogheid of zijne Rijksgrooten dus kan weerhou„ „den om de voormaals aangebodene alliantie met de hollandsche Comp=e aan te gaan, hebben wij onze meerm=e zendelingen hemme„ „kam en van der staal mede volkomene mogt gegeven om dusdanig Tractaat van vriendschap en Commercie met uHoogheid te sluiten, indien dezelve of zijne Rijks„ „grooten 929 grooten daar toe gemnegen mogten zijn. In zulken gevalle nemen den gouverneur en Raad aan om voor welgedaan te houden en goed te keuren de Conditien die u hoogheid met onze zendelingen zal gelieven te beraamen, want wij zijn verzee„ „kert dat de voorslagen die dezelve aan U hoog„ heid zullen doen grootelijk zullen strekken tot welstand Cullok, nademaal u„ van het Rijk van hoogheid benevens zijne onderdaanen door dit allian„ „tie tractaat gelegentheid zoude hebben om de Hullokse producten alhier op eene voordeelige wijze aan de Comp: te debiteeren voor Contanten, allerhande zoorten van fijne Lijwaaten, ijzer of andere goederen na U„ hoogheids welbehagen. De Gouverneur en Raad verhoopen daarom dat hun voorslag u Eoogheid zal wel gevallen, en dat ze het genoegen zullen hebben de onderlinge vriend„ schap tusschen de hollandsche Comp=e en de Hullokse natie eerlang, door een geslooten Tractaat, op het krachtigste bevestigd te zien: dog vernits andere Europe„ „aansche scheepelingen zig zomtijds mede wel zouden kunnen toeleggen om in alliantie met whoogheid te treeden, in't inzigt om de vereeniging der Hollanders en Xullokkers te verhind: verhinderen of te verbreeken, zal U Hoogheid, indien hij onzen voorslag beaamt, verdagt gelieven te zijn om een Exclusief Tractaat met onze afgezanten aan te gaan, waar bij de Xullokse natie verklaart van nimmer een verbond van vriendschap of Commercie met andere Europeaanen te sullen sluiten, zoo lang de alliantie tusschen de hollandsche Comp: en tusschen de volkeren van Hullok zal stand grijpen. wij hebben onze afgezanten mede gelast om, naar aflegging hunner Commissie, de te rug reise naar Ternaten spoedig aan te neemen, alwaarom den Gouverneur en Raad un hoogheid zeer vriendelijk verzoeken om hen daar in, zoo wel al „ andere zaken de behulpzaame hand te bieden, en gelegentheid te geven om onze beveelen, zonder lang vertoeven, te volbrengen gelijk wij ook niet twijffelen of U. hoogheid zal onze scheepelingen mede wel behulpsaam gelieven te zijn, in dienze genoodzaakt mogten werden van eenige Levens„ middelen op Hullok te moeten inkoopen, of te ruilen, voor eenige koopmanschappen, die wij hen ten dien einde heb„ „ben mede gegeven. /:onderstond:/ Geschr=n op het Eiland Ternaten, in 't Casteel orange den 22=e aug=so 1775. /:was getekend:/ P: I: valkenaar /:in margine:/ stond 's Comp=s zegul gedrukt in rood lack en daar bij geschr: ter ordonn=e van den wel Edele Agtb=e heer, Gouverneur en Directeur, benegtens den raad der moluccos /:was get:d / A: de Champagnet /:daar onder/ Accordeerd /:was get=d/ K: Koenes E: G: Klerk. Saturdag
English
931 Saturday, the 19th of August 1775. In the morning at nine o'clock, meeting of the Council of Policy. Present: The Right Honorable Governor and Director, Paulus Jacob Valckenaar, The merchant and second in command, Godfried Carel Meurs, The valiant Captain of the military, Johan Fredrik Wedel, The merchant and Fiscal, Johan George van Raasveld, The junior merchant and pay bookkeeper, Gerardus Willem van Renesse, The shopkeeper, Francois Bartholomeus Hemmekam, and The Secretary, Alexander de Champagnet. The prayer having been devoutly performed, it was resolved in the first place to record in the resolution how the commissioners of the Tidore extirpation, Stephaan and Out, informed this government in their latest letter of the 20th of July that since their last writing, a quantity of 11,596 nutmeg trees of various sorts had again been destroyed on Maba; and since the said servants, according to their letter of the 30th of May, had begun the extirpation work there with the destruction of 538 nutmeg trees of various sorts, general satisfaction was taken with this uprooting of 12,134 nutmeg trees in the span of 66 days. Since the said commissioners further complain intensely that they have never stripped the ration barrels of hoops, it was resolved not to investigate this further, because it is not worth the trouble to make so much ado over the small value of a few iron hoops, and the said servants will therefore only be recommended in general terms to take proper care of the Company's effects, under penalty that all goods and effects that might go missing through bad faith or carelessness will be made good by them, the commissioners. Furthermore, it was considered a good thing that at present no Wedas were hiding around the Ternate territory of Foya, which it was therefore found fit to report to the King of Ternate for his reassurance. But what the commissioners further brought forward concerning this incursion into Ternate territory was found to be so confused and muddled that it was resolved to reprimand the clerk Out for his negligence in writing. The council members were also of the opinion that the commissioners had done very well to have the hidden spice plantation at the stream Sief cleared; and since a considerable quantity of 1,746 nutmeg trees had been uprooted there, it was unanimously approved that they had given a small gift at the discovery site; and it was also resolved to consent to the distribution of 3 pieces of ordinary bleached guinees to certain natives for pointing out several other hidden spice locations. Upon the commissioners' request for a pantjalling in order to transport them, along with their subordinates, to Waisile after the work is done, it was unanimously agreed to consent thereto, and to use for this conveyance one of the first vessels that are daily expected from the Coast of Celebes, with which it was also thought fit to send the extirpators the necessary rations for 5½ months, calculated from mid-September of this year until the end of February of the following year; it being furthermore understood to record hereby that all the above-mentioned resolutions have already been communicated to the commissioners in the aforesaid manner in the latest dispatch sent by this Government on the 5th of this month. After the business concerning the Tidore extirpation was concluded, the discussion turned to the discord that had arisen between the extirpators on Morotai, Bartholomeus and Keroll, whose disputes had risen very high, to such an extent that the first-named commissioner, Bartholomeus, had taken the liberty of sending his fellow commissioner Kroll hither in irons, which action he attempts to excuse by certain points of accusation that are laid to the charge of the said Krol in a separately signed letter from Ensign Bartholomeus, dated the 25th of July, which was of the following content: Ternate. To the Right Honorable Paulus Jacob Valckenaar, Governor and Director of the Moluccas, together with the Right Honorable Council there. Right Honorable Ruling Sirs, Whereas I am obliged, to my great regret, to send to the Right Honorable Governor and Council the commissioner Johan Christoffel Keroll in irons, and to make known the practices he has carried out here on the extirpation expedition on Morotai against me and the Company's goods, as follows: 1. The named commissioner, from the very hour that we departed from Ternate and arrived on the named island, has sought to quarrel with me.
Dutch transcription
931 Saturdag den 19=e Augustus 1775. roeide noote bomen op 's morgens te negen uuren vergadering van Politie Present Den welEd: Agtb: heer Gouverneurden Directeur Paulus Iacob Valkenaar, Den koopman en secunde Godfried Carel Meurs, „ Manh: Cap=n militair Iohan Fredrik Wedel, „ koopman en Fiscaal Iohan George van Raasveld, „: onderh: en soldij boekhouder Gerardus Willem van Renesse, „. _ o „. winkelier Francois Bartholom=s hemmekam, en „. _:o „ Secretaris Alexander de Champagnet, Det gebed met aandacht verrigt zijnde, wierd besloten in de eerste plaatse bij de resolutie te laten aanteekenen, hoe de Commissianten der Jidoreese extripatie stephaan„ en out, deze Regeering bij hunne Laatste brief van den 20=' Juli hebben verwittigt; dat 'er zeedert hun laaste schrijvens wederom op mesja verniels was een quantiteid het getal der uitge„ van 11596: note bomen in zoort, en dewijl gem=de Die „ Meka, naaren, blijkens derzelver brief van den 30=e maij het extirpatie werk aldaar hadden begonnen met de vermeling van 538: Noote bomen in zoort, wierd ge„ „neraliter genoegen genomen met deze introeijing van 12134: Note bomen in den tijd van 66. dagen. Dewijl extripatie Commissian„ „dig geen wadareesen „arij perken Dewijl gem=e Commissiaeten wijders zeer klagtig betuigen van de randzoen vaten nimmers van hoepels te hebben ontbloot, is besloten om zulks niet verder te onderzoeken, omdat het de moeite niet waard is om de geringe waarde van eenige ijzere hoepels zoo veel beweeging te maken, zullende gem: Dienaaren recommandatie aan de daarom maar in generaale termes werden gerecom mandeert om 's Comp=s effecten behoorlijk in agt te nemen, op pene van alle de goederen en effecten, ieder quade trouw, of door agterloosheid absent mogten raaken, wederom door hen Commissianten te zullen laten vergoeden - op Poija zijn tegens woor„ voorts wierd als een goede zaak aangemaakt dat zig tans geene wedareesen ontrent het Ternaatse grond gebied van Foija ontschielden, het geen men daarom goedgvond aan den koning van Ternaten, tot zijn gerust„ „stelling te boodschappen. Dog het geene de Commissianten verder over deeze doordringing op het Ternaatse terri„ „toir te berde brengen, wierd zoo Confuur en verward bevonden, dat men besloot den schrijver oud over zijne nonchalance in het schrijven te bestraffen. onderkhig van verborgensp. De raadsleeden waren ook van gevoelen, dat de Com: „zen 933 Pantjalling na waische te laten brengen Commissianten zeer wel hadden gedaan om de verborgen specerij plantagie aan de spruit sief te laten afwerken, en dewijl aldaar eene aanzienlijk quantiteit van 1746. Note bomen was uitgeroeid, wierd eenpariglijk goedgekeurd dat zij een geschenkje aan de ontdekkers plaats hadden afgegeven; en is teffens ook beslooten om te bewilligen in de afgave van 3. p=s guinees gemeen gebleekt aan zommige inlanders, voor de aanwijzing van nog eenige andere verborge„ „ne specerij plaatsen. Op der Commissianten verzoek om een Pantjalling, ten einde hen nevens hunne onderhoorigen, na gedaan werk, na waisile over te brengen, is eenpariglijk ver„ de extripateurs met de staan daar in te bewilligen, en tot deeze overvoening te gebruiken een der eerste vaartuigen, die dagelijks van de Cust van Celeber wierden te gemoet gezien, waar mede men goedvond de extirpateurs ook te laten toeko„ „men de nodige randsoenen voor 5½ m:, gereekent van med=e september van dit tot aan ult„o febr: van het volgende Jaar; zijnde verders ook verstaan bij deezen bekend te stellen dat alle de opgem=de be„ „sluiten reeds in voor: maniere aan de Commissianten zijn „schen de extirpatie Commis„ „sianten op morotaij mijn te bakkelijen der zaak gezoekt. zijn verwettigt bij de Jongste afgegaane missive deezer Regeering van den 5. deezer. Nadat de besogne over de Tidoreesche extripatie was afgelopen, viel het gesprek over de ontstaane oneenigheid tusschen de extirpateurs op Morontaij Bartholomeus en twee dacht ontstaan tins „ keroll, welkers verschillen zeer hoog waren gereezen, in zoo verre dat de eerstgem: Commissiant Bartholo„ „meus zig geëmancipeerd hadde om zijnen mede Commissiant kroll in da boeijen herw=ts te zenden, welk bedrijf hij tragt te excuseeren door sonminge poincten van beschuldiging, die gem=e krol ten laste werden gelegt bij eene apart geteekende brief van den vaandrig Bartholomeus, de d=o 25. Juli die van den navolgenden inhoud was. Ternaten Aan den wel Edelen agtb=re heer Paulus Jacob valckenaar Gouverneur en Directeur der mo„ luccos benevens den welEd: agtb: Raad aldaar welEdel Agtb=e Gebieden de heeren, Nadien ik den welEd=e agtb: heer en Raad met grooten Leedweesen den Commissiant Iohan Christoffel Keroll in de boeijen op te stuuren, en zijne alhier op de extirpatie togt te morotaij aan mijn en Comp=s goederen uitgepoerde practijk bekend te maken, genoodzaakt ben als 1. / heeft ben=e Commissiant van de uur op aan, dat wij van Jernca„ ten vertrokken en op benaemd Eiland gekomen zijn, rung, om met