Inventory 3455
Coromandel · 872 pages · 198 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
The 20th of September Anno 1776. And the resulting disadvantage. Petition to be allowed henceforth to receive and pay vendue monies in Porto Novo mint. It was demonstrated by petition that it is a generally known matter that all the new Nagapatnam pagodas issued here by the Company or paid to its merchants are directly exchanged by self-interested natives, transported to Portonovo, and there converted into Portonovo pagodas; that this has long caused a general scarcity of this coin, but has now increased to such an extent that it is virtually impossible to obtain anymore; that this general lack of new Nagapatnam pagodas was extremely detrimental and exceptionally troublesome to them in collecting vendue monies (which until now have been paid here in new Nagapatnam pagodas), because many inhabitants who would otherwise gladly pay are forced, for want of new Nagapatnam pagodas, to excuse themselves from payment for months, to their considerable encumbrance in their respective offices; with the added petition that it might graciously please this government to authorize them 515. 1776 The 20th of September Anno 1776. To devise for them. Acceding to the petitioners' request, for what reasons. to henceforth be permitted to receive and disburse all vendue monies, which they in their various offices will have to receive and disburse, in Portonovo pagodas, with a fixed agio on the new Nagapatnam pagoda, or else to devise and establish for them such other suitable expedient—or another means for them—that could serve neither to the detriment of the seller nor the buyer, whereby they might be enabled to account for the vendues held by them sooner than could currently be done. Whereupon, after ample deliberation, taking into consideration on the one hand that the Portonovo pagoda, although declared bullion here, cannot however be barred from trade, since it is admitted in commerce as a current coin throughout the entire Tanjore kingdom, in which this city is situated, and one was therefore virtually compelled, unless one wished to bring trade here to a complete standstill, to tolerate the same connivingly; as well as considering on the other hand The 20th of September Anno 1776. And how the Porto Novo is to be calculated. However, what was sold in fanams must be paid in that coin. Publication of notices to be made regarding this and with what warning. hand, that the petitioners' request is entirely consistent with truth and equity, it was approved and resolved to accede hereby to the same, and consequently to permit them henceforth to receive all goods already sold by them in their aforementioned capacities for old Nagapatnam pagodas with a 2 percent agio on the new Nagapatnam pagoda or at 10 percent on the old, insofar as this shall concern pagodas; provided that everything that has been or is sold for fanams must also be paid and accounted for in that currency. And notice of this resolution shall be given to the public by placard, with the warning that the same shall only apply to private vendues and shall by no means be extended to such vendues as shall be held on the Company's behalf, since the payment and accounting regarding those must, as of old, be made in new Nagapatnam pagodas with 517. The 20th of September Anno 1776. Resolution to file the bond of Scossier concerning a certain debt, and for how long. with an eight percent agio on the old Nagapatnam pagoda. The junior merchant and secunde of Palleacatta, Hendrik Scossier, in compliance with the resolution of this Board of the 29th of April of this year, having sent hither an obligatory act executed by him on the 11th of July last before the scribe there in the presence of witnesses: and whereas thereby, for the security of the Company for his debt to the same amounting to ƒ 10317:5- on account of the loss fallen in the Netherlands on 1500 pieces of Palicol chintzes, his house at Nagapatnam was specially pledged by him together with all his salary due and yet to be earned, as well as the 1500 rupees belonging to him from the gratuity granted by the Gentlemen Masters to the Coromandel servants, and this until such time as a further disposition concerning his aforementioned arrears shall have been made by the High Indian Government, it was approved and resolved to accept the aforementioned act of mortgage for the security of the Company and to deposit it in the large money vault. The The 20th of September Anno 1776. Request of the fiscal to send these two petitions to Batavia. With what petition to be made. Oath of the president, vice... The merchant and fiscal Martinus Koning submitted to the assembly two petitions, addressed to His High Nobility the Governor-General and the Gentlemen Councillors of the Netherlands Indies, containing a respectful petition to Their High Nobilities, requesting that, before final disposition is made upon the advice that the Bengal ministers will give concerning his positions alleged in previous petitions to demonstrate his innocence and certain Bengal imposts regarding the debt of Radja Commelbos etc., they graciously grant him a copy of their report and time for his defense; with the request to this Board to present these to Their High Nobilities with the ship De Wakkerheid, approved in form. Thus it was approved and resolved to agree to this herewith and consequently to present the aforementioned petitions of the fiscal Koning to Their High Nobilities under the attachments of the letter to be dispatched shortly, with a respectful request to make a favorable disposition thereupon. By the newly elected president...
Dutch transcription
Den 26 September A:o 1776. en het daar door te recultee rende nadeel. Jnstantie om voortaan de ven due penn: in poort„e mint te moge betaald „veld, is by Requeste vertoond, dat het een alom bekende zaak was, dat al de nieuwe Nagapatnamsche pago„ „den die de Comp„e alhier uitgeeft, off aan haare kooplieden betaald, direct door baatsugtige Jnlan„ „ders op gewisseld, naar Portonovo vervoerd, en al„ daar in Portonovosche pagoden geconverteerd wor„ den; dat hier door sedert lange eene algemeene Schaarsleid in dit geld ontsaan, dog tans zoodaanig toegenoomen was, dat hetselve genoegsaam niet meer zoude weesen te krijgen: dat dit algemeene gebrek aan nieuwe Nagap„s pagooden hun ten uittersten naadeelig en bij uitstek hinderlijk was in het innen van vendupenningen :/ die tot nog toe alhier in Nieuwe Nagat„n pagoden betaald zijn:/ alsoo veele ingeseetenen die anders gaarne be„ taalen. zouden, door gebrek aan Nieuwe Nagapat namse genoodsaakt waaren, zig maanden lang van de betaaling te excuseeren tot merkelijk beswaar van hun in hunne respective amptemr; met bijgevoegde instantie, dat het deese Regeering goed gunstiglijk belagen mogte, hun te qualificee„ ren 515. 776 Den 20: September A„o 176./ haar uit te vinden. — Condescendeerende in den Iuffr versoek, om welke reeden. — om voortaan alle vender penningen, welke zij in hun„ „ne onderscheide bedieningen zullen moeten ont ^ te mogen ontfangen en uijtgeeven vangen en uitgeven ^ in Portouovosche pagooden, met een bepaald opgeld op de nieuwe Nagapatnamse pagood, dan wel voor hun soodaanig een ander ge„ schikt expedient, dat nog tot nadeel van hun den dan wel een ander middels voor verkooper off kooper kon strekken, uit te denken en te statueeren, waardoor zij in staat konden worden gesteld, om de door hun gewordende vendu„ tien, eerder dan nu geschieden kon, te verantwoorden Waarover in het breede gedelibereerd zijn „de, is, uit aanmerking aan de eene zijde, dat de Portonovose pagood schoon hier voor bil„ „lion verklaard, egter niet uit den handel kan ge „weerd worden; alsoo die door het gansche Panjour„ sche rijk, waarin deese stad gelegen is als een Aandpenning in den handel is geadmitteerd en men dierhalven welgenoodsaakt geweest is, wilde men hier den handel niet geheel doen stilstaan, deselve oogluijkende toe te laaten: mitsgaders uit Consideratie aan den anderen kant Den 20 September A„o 1776. en hee poort„s de breekene E dog sal het fank gewis verkoijt in de munt moeten betaald worden. te doene essexe dier weg„ van biljesten en met welke waar„ schouwing kant; dat der supplianten versoek allesins met de waarheid en billijkheid over eenstemt, goedgevonde en verstaan, in hetselve bij deesen te Condescendee„ „ren, en dien volgende haar te permitteeren om voortaan alle goederen, die door hun bereeds in hunne voorsz: qualiteiten voor oude Nagap„se pago„ „den met 2. prCent op geld op de nieuwe Nagapat„se pagood off met 10. p=rCent op de oude; voor zoo ver dit de pagooden zal aangaan: zullende al het gee„ „ne voor fanums verkogt is, off wordt ook in die geld- specie moeten betaald en weder verantwoord worden. — En zal van dit besluit aan de gemeen, „te kennes gegeeven worden bij Biljet; onder waarschuwing, dat het selve maar alleen plaats zal hebben omtrent particuliere vendutien en geensins zal mogen worden gextendeerd tot soo„ daanige vendutien, die Comp„s wegen sullen ge„ houden worden; wijl daar omtrent de betaaling en verantwoording, gelijk van ouds zal moeten gescheeden in Nieuwe Nagapatnamse pagoden met y77 171 517. Den 20 September A„o. 176 besluit om de acte oblagater van schoffier weeg„s seekere en hoe lang met agt perCent opgeld op de oude Nagap=s pagood. — Door den onderkoopman en secunde van Palle„ acatta Hendrik Scossier ter voldoening aan het besluit Debet te sepoieeren. — deeser Tafel van den 29. ' Aprill deeses Jaars, herwaarts overgesonden zijnde, een acte Obligatoir, door hem op den 11 Julij laastleden voor den scriba aldaar, ten overstaan van getuigen gepasseerd: zoo is wijl daarbij tot securiteit der Comp„e, voor synen debet aan deselve, groot ƒ 10317:5- wegens het verlies in Nederland gevallen op 1500. –. p„s Palicolse Chitsen, door hem speciaal verbonden is sijn huis tot Aa„ gapatnam nevens alle sijne te goed hebbende en nog te verdienene gage mitsgaders de hem Com„ peteerende 1500. – pxs uit het douceur, door de Hee„ ren Majres aan de Cormandelse Bediendens toe„ „gelegt, en zulks tot'er tijd, dat wegens zijn voorsz: agterweesen bij de Hooge Jndiase Regee„ ring nader zal weesen gedisponeerd, goedgevonden en verstaan, de voorsz: Acte van verband tot Securiteit van de Maatschappij te accepteeren en in de groote geld kasse te seponeeren. — Den 33 Den 20e: September Ao. 176 versoek van den fiscaal om deese 2. requesten na batavia te sen„ den. met welk te doen instantie Eed van den president, veceppie Den koopman en Piscaal Martinus Koning heeft ter vergadering overgelegt twee requesten, aan zyn Hoog Edelheid den Heer Gouverneur Generaal en de Heeren Raaden van Nederlands Jndia gedediceerd, behelsende eene eerbiedige Jnstantie aan Hoog desel„ ve, om alvoorens, op het advies, dat de Bengaalse Ministers op sijne positien, bij voorige Requesten geallegeerd, ter aantooning van sijne onschuld en Sekere Bengaalse belastingen, raakende de schuld van Radja Commelbos ensz:, geven zullen, fi„ „naal te disponeeren, hem gratieuselijk Copie van hun berigt en tijd van verantwoording te vergun„ „nen; met versoek aan deesen Raade, om die met het aggreatie in vorm verseken schip de wakkerheid Hoog-deselve aantebieden: zoo is goedgevonden en verstaan, daarin bij deesen, te accordeeren en dienvolgende de voorsz: Requesten van den Piscaal Koning, onder de bylaagen van den eerstdaags aftegaanen brief Haar Hoog Edelheedens aantebieden, met eerbiedig versoek, om daarop eene gunstige dispositie te neemen.— Door den nieuw geligeerden Presi„ dent. cis
English
519. 778 The 20 September Ao 1776. The president, vice-president and members of the Civil or Town Council, having duly taken the oath framed for the President and Members of this College before the Lord Governor, it is decided to keep this record thereof; as also that the sworn clerks Wenger and Beggle have duly taken the usual oath of secrecy before his Honour. In place of Jacobus Hermanus de Later, who has transferred to the clerical service, it has been approved and decided to promote Jan Fredrik Nieman of Middelburg, bottle-maker's mate on the said vessel, to bottle-maker on the return ship the Princes van Orange, and to replace him as bottle-maker's mate with the penman Johan Adolph Mauclart, who made a request thereto and has sufficiently completed his term of service. Further, it has been approved and decided to admit Hans Jacob Smith of Ulm and Johan Anthonij Theyslaar of Londouw, both having come over here from the Moors inland, into the Company's service as soldiers at f 12. -. Likewise, as soldiers at f 9. per month: Jan Hendrik Swart of Nagapatnam Johannes Cornelis Warnike ditto ditto Christiaan Philippus of Bimilipatnam, and Elias Jansz of Colombo; the latter to do service at the pen. Likewise, it has been approved and decided to promote from among the native military to corporal the soldier Stam of Batavia, with a pay of 4. rds. per month; as well as to take into service as soldiers August of Batavia, Toejong of Queda, Konjong ditto Queda, Amath of Queda; all with the usual pay of 3. rds. per month. 779 521 The 20. September Ao. 1776. On the other hand, however, it has been approved and decided to discharge from the Company's service the sergeant among the native troops here, Barak of Batavia, and the soldiers Abdoel Saliem of Campong Krokot, and Seeg Mustapha of Nagapatnam; as well as to permit the first two to depart shortly for Batavia on the ship the Wakkerheid. Furthermore, it is decided to take into service as sailor at f 9. -- Anthonij Elderman of Nagapatnam; and to transfer the soldier Cornelis Soeteman of Goerie to sailor at his present earning wage. Subsequently, the Lord Governor proposed to spend the remainder of this meeting in holding consultations regarding the principal contents of the letters received from the respective factories, in order to be able to frame the necessary orders thereupon. Proceeding thereto in accordance with his Honour's desire, It is decided, with regard to the Residency of Portonovo, upon the letters received from there dated 29 July, 10 and 27 August, as well as 3 September of this year, to write to the Resident that upon reading them, it was noted with pleasure the continual care he applies to the furtherance of the linen procurement, and consequently it is also reasonably expected that his good efforts in this matter on behalf of the Company will be crowned with a blessed outcome. In the meantime, it has been approved and decided to note in the outgoing letter for his information that the dispatched invoices of 16 and 74 packs of accepted Portonovo linens will be dealt with according to order. Likewise, it is decided to notify him of the receipt in duplicate of the extract answered by him from the findings of errors in the Coromandel trade books of 1771/2, with the instruction that it will be dealt with shortly. 780 523. The 20. September Ao. 1776. However, concerning the complaints of the merchants regarding the smallness of the petitions, and their assertion that they could no longer make good the expenses unless the Homeland and Indian requisitions were increased, it is decided to remark in this regard that such complaints are very ill-suited to the mouths of merchants who have served the Company as poorly for some years as they have done; yet nevertheless with the instruction that as soon as the requisitions in the Netherlands and at Batavia are increased, out of special consideration the share of Portonovo will likewise be successively increased, and that they will consequently also be allotted more blue goods, in the expectation that they will finally endeavor through zeal and loyalty to acknowledge the special favors that
Dutch transcription
519. 778 Den 20 September Ao 176. ses en de Leeden van den staads Raad. — bevordering van een botta„ lies in dat tot bottelien en Changeering van peminst tot botteliers maet. — admissie voor eenige sol. daaten. dent, vie paeses en leden van de Civilen off Staades Raad, in handen van den Heer gouverneur behoorlijk gepres„ „teerd weesende den Eed voor den President en de Le„ „den van dit Collegie beraamd; zoo is verstaan, daar„ van deese aanteekening te houden; gelijk mede dat door de geswoore klerken wenger en Beggle behoor, Jtem van 2 gesw: klerquen lijk in handen van zijn Edele is afgelegd den gewoonen Eed van secretesse. — Jn steede van den aan den Penne-dienst overgegaan zijnde Jacobus Hermanus de Later, in wort plats is goedgevonden en verstaan tot Bottelier op het retour schip de Princes van orange te bevorderen den Botteliers-maat op gemelden bodem, Jan Fredrik Nieman van Middelburg, om weder als botteliers- maat vervangen te worden door den daarom versoek gedaan hebbende Pennist Johan Adolph Mauclart, die sijn verband genoegsaam heeft uitgediend. — Wijders is goedgevonden, en verstaan Hans Jacob Smith van ulm, en Johan. 3 Den 20: September A: 176 bevordering na een oosterse sol„ daar tot Corporaal.— admissie van eenig: Johan Anthonij Theyslaar van Londouw beide beide van de Mooren uit het land herwaarts overgeko„ „men voor soldaaten met ƒ 12. -. in Comp„s dienst te ad„ mitteeren. — gelijk meede voor soldaaten met ƒ9. ter maand Jan Hendrik Swart van Nagapatnam Johannes Cornelis Warnike d„o d„o Christiaan Philippus van Bimilipatnam, en Elias Jansz: van Colombo; de laaste om aan de Ten dienst te doen Des gelyks is goedgevonden en verstaan, onder de Oostersche Militairen tot Corporaal te be„ vorderen den soldaat Stam van Batavia, onder een genot van 4. rd„s ter maand; mitsgaders voor soldaalen in dienst te neemen August van Batavia, Toejong van Queda, Konjong d„o queda, #o Amath van queda; alle met het gewoone genot van 3. rd„s ter maand. — Dog: 779 521 Den 20. September A. 1776. twee gemeene en ter welken friie Jn dienst neeming van de Katvoor. — Changering van een sol„ Part tot Matooos. — Propositie om te besorg reere.— Dog daaren tegen is weeder goedgevonden en Dewisse van d„o sergeant en verstaan uit sComp„s dienst te ontstaan den sergeant onder de Oosterlingen alhier Barak van Batavia, en de soldaaten Abdoel Saliem van Campong krokot, en Seeg Mustapha van Nagapatnam; mitsgaders de twee eerste te permitteeren, om eerstdaags met het schip de wakkerheid naar Batavia te mogen vertrekken. Voorts is nog verstaan, voor Matroos met ƒ 9. —. in dienst te neemen Anthonij Elderman van Nagapatnam; En den soldaat Cornelis Soeteman van goerie met syne present winnen„ „de gage te Changeeren tot Matroos. — Vervolgens heeft den Heer Gouverneur geproponeerd, om den overigen tijd deeser bij een„ komste te besteeden in het houden van besorgne, over den voornaamsten inhoud der van de respec„ „tive Factorijen ontvangen brieven, ten einde daarop de noodige ordres te kunnen beraamen. waar . ƒ Den 20. September A„o 176 beslunt om den Port„o Resident 't genoegen omtrent sijne Jver in den Lyjwatt handel te betuijgen.. Notitie dat men de fonteure van 16. en 74. pak Lywaat na de ordre gehandelt. — en op het Extract uit de erreur gedisponeerd worden sal. — waar toe na de begeerte van sijn Edele overgegaan weesende, Js ten aansien van de Residentie Portono„ vo, op de van daar ontvange brieven van den 29:' Juli, 10. en 27. Augustus, mitsgaders 3. ' September deeses Jaars, verstaan, den Resident aan te schrijven, dat men bij lectuure van deselven met genoegen gesien heeft, de Continueele zorgen, die hij tot voortsetting van de Lijwaat procuure aanwend, en dienvolgen„ de ook met reeden verwagt, dat sijne goede pogingen in deesen ten besten der Maatschappij, door eene ge„ zeegene uitkomst zullen bekroond worden. — Onder tusschen is goedgevonden en verstaan bij den afgaanden brief tot sijn narigt te noteeren, dat men met de overegezonden Factuit„ „ren van 16. en 74. –. pakken geaccepteerde Portono „vosche Lijwaaten na de orde zal laaten hande„ len. Desgelyks is verstaan hem kennisse te geeven van de ontvangst in duplo van het door hem „ 780 523. Den 20: September Ao. 176. Remarque op den koopl. klagten over de geringe pe„ tien. belopten daar omt reend:— hem beantwoord Extract uit de bevinding der eneuren in de Cormandelsche Negotie boeken van 171/½: onder aanschryving, dat daarop eerstdaags zal worden gedisponeerd. Maar betreffende de klagten van de kooplieden over de geringheid van de petitien, en hun voorgeeven, dat se onmogelijk langer de ongel„ „den konden goedmaaken, indien, de vaderlandse en Jndiasche Eysschen niet vergroot wierden; is verstaan, hier omtrent te remarqueeren, dat diergelijke klag„ „ten zeer qualijk voegen in den Mond van koop„ „lieden, die zedert eenige Jaaren de Maatschappij zoo slegt hebben geduend, als zij gedaan hebben; dog zulks egter onder aanschryving, dat men, Zoo dra de Eysschen in Nederland en op Batavia vergroot worden, uit particuliere Consideratie het aandeel van t Portonovo mede successive zal ver„ „meerderen, en dat men hun gevolgelijk dan ook meerder blaauw goed zal toedeelen, in verwagting, dat zij eyjndelijk eens door ievers en trouwe zul„ „len tragten te erkennen de particuliere gunsten, die
English
The 20 September Anno 1776. Resolution to send the Extracts of the latest Demand thither, and with what order. Notice that the proper procurement of 6 packs of boelangs is expected. which they repeatedly enjoy from the Company. Meanwhile it is decided to send the Resident an Extract from the Demand of returns for the Fatherland for the year 1777; in which are requisitioned from that Residency 102 packs of diverse linens, accompanied by an Extract from the Demand of returns for the Indies for the year 1777; in which to Portonovo is allocated the procurement of 65 packs of various cloths, with orders to the same to communicate this immediately to the merchants, with the warning that they will be expected here, after the closing of the accounts of the recently expired trading year, to contract anew. However, in the meantime it is understood to keep as communicated the delivery accepted by the merchants of 6 packs of Boelang for the Cape; with further instruction that it is expected that these linens will be furnished by them in good sorts. The 20 September Anno 1776. The communicated improvement of the Danish Lodge taken as communicated. The expense account of July passed for write-off. Authorization for deepening the washers' tank, and when to begin therewith. and an added order to the Resident to pay close attention to this, as well as to the quality of the cloths that will be collected for the Netherlands and the Indies. The communicated improvement of the Danish Lodge at Portonovo having been accepted as communication, it is decided to authorize the Resident to write off the expense account for the month of July, in which upon examination no excesses or errors were detected. Likewise, because of the demonstrated necessity that the washers' tank at Warnaarpalium would have to be deepened, it is approved and decided to hereby authorize the Resident thereto, provided that this deepening is done for the calculated sum of Pagodas 89. 8. —, and is carried out in such a manner that one need not fear any drying up again for years to come; to which end the Resident shall be instructed that, to achieve this purpose well, it will be best to wait with that deepening until the bad monsoon has passed. The 20 September Anno 1776. To send report to Sadras that the beside-mentioned vessels have duly delivered their cargo. Item that this account has been passed for write-off. And hereupon the Sadraspatnam letters, received here from 29 June up to and including 25 August, with the trade and pay records sent therewith, having been taken under consideration, it is initially decided to inform the chiefs that with the Monij, the Johanna Maria, and the sloop the Walvisch, there have been duly brought here the 215 pieces of hard freestone plinths and 25 pieces of hard freestone floor tiles shipped therewith, together with 22 packs of ordinary bleached Guinea cloth and dark blue for the Fatherland, with further instruction that they have caused the bill of lading and invoice sent thereof to be dealt with according to orders. Furthermore, it is decided to pass for write-off the expense accounts for the months of June and July, alongside the memoranda of the supplied board money and rations to the seamen stationed on the sloops the Walvisch and the Papegaaij, The 20 September Anno 1776. Both commander and quartermaster of the Walvisch will be debited on the pay account for the cloves delivered short. Notice that the rations of Blaaukamer and Tadama will be delivered to their authorized representatives. stationed, as the aforementioned papers upon examination were found to be drawn up according to orders. Since by a memorandum alongside the Chiefs' letter of 12 July there has been charged at f 82. 8. — the cost out of pocket of 15 5/8 lb of cloves accounted for short on the cargo of the sloop the Walvisch, below the allowed percentage: it is approved and decided to debit the commander of that vessel Willem Gysbertsz and his quartermaster Jan Adolph for the aforementioned sum of f 82. 8. — in the customary proportion on their pay accounts. Upon a received statement of the due rations belonging to the Chief Blaaukamer and the former Second Tadama, still due for the financial year 1775/6, it is approved and decided to let the aforementioned rations for the financial year 1775/6 be delivered to their authorized representatives here, according to their request. The 20 September Anno 1776. Resolution to approve the transfer of the seconds. And to thank Their Excellencies for the appointment of Ravallet, while forwarding his request. The transfer executed by the outgoing Second Nicolaas Tadama to his successor in that service, George Francois Jacques de Ravallet, on 15 August 1776, having upon examination been found properly drawn up, it is approved and decided to accept the same, with instructions to the Second that it is hoped that the Second de Ravallet, who has already entered into the execution of his service, will endeavor in the performance thereof to give satisfaction to this Government. Meanwhile, it is also decided to note in the outgoing letter thither that they will not only reverently thank the High Indian Government on behalf of the said Second de Ravallet for his appointment, but that they will also present to the Same his request, in which he asks to become junior merchant in his present post, however premature the same has appeared to this Council.
Dutch transcription
Den 20 September A„o 176. besluit om de Extracter in't den Jongsten Eysch derwaarts 'te senden. en met welke last Notike dat men de goede be sorging van 6. p„r boelangs verwagt. die zij telkens van wegen de Maatschappij genieten. Ondertusschen is verstaan, den Resident te laa„ - 6 „ten toekomen een Extract uit den Eijsch van retou „ren pro Patria voor den Jaare 1777; waar bij van die Residentie zijn gepetitioneerd 102. –. pakken diverse Lijwaaten, verseld van een Extract uit den Eijsch van retouren voor Jndien en den Jaare 177: waarbij Portonovo is torgedeeld de besorging van 65. –. pakken onderscheide doeken, met last aan den zelven, om hier van ten eersten aan de kooplieden Communicatie te geeven, onder waar„ „schuwing, dat men hun, na het sluiten der reeke„ „ningen, van het Jongst gedepireerd handel Jaar, hier verwagten zal, om weder op nieuw te Con„ „tracteeren. — Dog inmiddens is verstaan voor gecom„ municeerd te houden de door de kooplieden aange„ nomene Leverancie van 6. –. pakken Boelang voor de Caab; onder aanschrijving verder, dat men verwagt, dat die Lijwaaten door hun zullen worden voldaan in deugdsaame sortementen„ en. E 525 781 Den 20. September A:o 176./ „sche Loge voor bedeeld houdende de onk: reek: van Iulij ter afschr: passeerd. de wassers tank. en, wanneer daar meede te begin„ en bijgevoegden last aan den Resident, om daarop zoo wel attent te weesen, als op de deugd der doeken, die voor Nederland en Jndie zullen ingesaameld worden. De bedeelde verbetering van de Deensche Lo„ „ge op Portonovo voor Communicatie aangenomen Ende verbetering der Dem„ Zynde, is verstaan den Resident te qualificeeren tot het afschryven der onkost-reekening van de Maand Julij, waarin bij Examinatie geene excessen offer- reuren ontwaard sijn. — Desgelijks is, om de aangetoonde nood,„ qualifeate ter utiesingn van saakelykheid, dat de wassers Pank op warnaarpa„ „lium zoude moeten worden uitgediept, goedge- vonden en verstaan, den Resident daartoe bij dee„ sen te qualificeeren, mits die uit die ping geschiede. voor de gecalculeerde Somme van P ao 89. 8. —, n zoodaanig worde verrigt, dat men in Jaaren lang voor geen weder opdrooging bedugt behoeft te weesen. ten welken einde den Resident zal worden aangeschrven, dat, om dit oogmerk wel te berijken Jan het best sal weesen, van met die uitdieping zoo lang Den 20. September A„o 176. te doen berigt naar Sadras dat de nevens gem: vaartuigen haare landinge wel uitgeleverd hebben mente na de ordre handel zal Item dat deeze reek: ter af„ schrijving gepasseerd. lang te wagten, tot de quaade Mousson verloopen is. En hiermeede de Sadraspatnamsche brieven, sedert den 29. ' Junij tot den 25. ' Augustus in Clusive, alhier ontvangen, met die daarbij overge„ Sondene Negotie en soldij-papieren, onder handen genoomen weesende is aanvangkelijk verstaan, de opperloofden te Communiceeren, dat met de Monij de Johanna Maria en de sloep de walvisch alhier wel aangebragt zijn de daarmede afgeschepte 215. —. p„s arduine neuten, en 25. –. p„s arduine vloersteenen, mitsgaders 22. . pakken guinees gemeen gebleekt en dat men met de coposee, en bruin blaauw pro Patria, onder aanschrijving verder, dat men met het daarvan overgesonden Cog „nossement Factuur naar de ordre heeft laaten handelen wijders is verstaan ter afschryving te passeeren de onkost reekeningen van de Maanden Junij en Julij, nevens de Memorien van het ver„ strekte kostgeld en randsoenen aan de Zeevaa„ rende, op de sloepen de walvisch en de Papegaaij bescheiden. 782 527. Den 20:' September A„:o 176. tiermeester van de walvisch voor de te min geleeverde Na„ guelen op zoldij reek. belast zul„ len worden. zoenen van Blaaukamer en Iadama aan derzel„ bescheiden, alsoo de voorschreve Papieren bij examina„ „tie na de ordre ingerigt zijn bevonden. — Bij een Memorie nevens der Opperhoof„ buden gezaghebberen quaar„ „den brief van den 12. ' Julij met ƒ828. . aangereekend zijnde, het uitkoopas. kostende van 15 5/8 - lb. Garrioffel nagulen, op de laading van de sloep de walvisch, be„ neden de gevalideerd wordende prCento, te min ver„ antwoord: zoo is goedgevonden en verstaan den gesag„ „hebber van dat vaartuig Willem Gysbertsz; en zynen quarturmeester Jan Adolph voor de voor„ schreeve Somme van ƒ 02. 8. - in de gewoone propor„ „tie op hunne soldij-reekeningen te doen belasten. Op een ontvange Aantooning van 'te Notitie dat men de van't„ goed hebbende randsoenen, die het opperhoofd Blaauw ver gemagtigdens afgeven kamer en den geweesen Secunde Tadama, nog voor het Boekjaar 1775/6 17/6 Competeeren, is goedge„ 17776 vonden en verstaan, de voorsz: randsoenen voor het Boekjaar 177 1/6 aan hunne gemagtigtens alhier te laaten afgeven, volgens hun versoek.— 3 zal. Wet. ƒ Den 20. September A:o 176. Besluit om het Transport van de secundtes te approbee„ En waar HE: E:s vorde aasteling van Ravallet te bedanken onder afdending van zijn request Het Transport door den afguanden Secunde Nicolaas Padama, aan zijnen Successeur in 6 die dienst george Francois Jacques de Ravallet, op den 15„e aug„s 1776. gedaan, by Examinatie wel ingerigt bevonden sijnde, is goedgevonden en verstaan, hetselve te accepteeren, onder aanschrijving aan de Bedundens, dat men hooft; dat den Secunde de Ravallet, die bereeds in de exectie van synen dienst getreden is, in het waarneemen van denselven, deese Regeering zal tragten genoegen te geeven. Ondertusschen is, almeede verstaan, bij den afgaanden brief naar derwaarts te no„ „teeren, dat men niet alleen de Hooge Jndiasche Regeering uit naam van den gemelden Secunde de Ravallet, reverentelyk bedanken zal, voor zijn aanstelling, maar dat men ook sijn Request, waarbij hij versoek doot, om op sijnen presenten dienst onder koopman te mogen worden, Hoog- deselve zal aanbieden, hoevoorbaadig het selve ook deesen Raade is voorgekomen. — tut ren
English
783 529. The 20th September Anno 176 Satisfaction of the Council concerning the profits there in June and July, and in what expectation. spices has already been fulfilled, and the provisional requisition will be forwarded as occasion permits. It being seen from two received returns of the merchandise sold there in the months of June and July that the profit of the first-mentioned month had amounted to only ƒ18. 8. 8., but on the other hand that of the other to fully 10140. 18. -., it is, although the profit of June was modest enough, nevertheless resolved to be satisfied with the profits paid in those two months on the handled merchandise, in the expectation that the advantage of August will have compensated for this lesser profit. The spices demanded by the servants' requisition of the 21st August having already been supplied by the dhoni the Johanna Maria, it is resolved to write to the servants that one will fulfill as much of their provisional requisition for the book year 1776 as the stock will allow, and that whatever may be lacking to its complete fulfillment will be supplemented as soon as supplies are provided from Batavia. The 20 September Anno 176:— Memorandum of the debit made regarding 18 pieces found deficient accounting of the servants regarding this. to accept, and to release from that payment. By a memorandum, sent together with the circular letter of this Government of the 1st August of this year to Sadraspatnam, debited at ƒ54. —., being the amount of 18 pieces of parcalles brown blue found deficient on Ternate in a bale from Sadras No. 240, to be compensated by the packers; it having been submitted in respectful consideration by the servants there in their humble letter of the 21st August following, that the deficiency of so many pieces in a bale could not have been caused by any error during the packing over there, seeing that such must have been discovered at once at Nagapatnam, where this bale, according to the inspection of the 2nd April Anno 1773, was opened and resorted; with a respectful urgent plea for a further decision. It is therefore, since it appears completely from the cited inspection that the said bale was found to be properly packed upon opening here at the packing house, approved and resolved to accept the aforesaid accounting of the 531. 789 The 30th September Anno 176. to impute to the invoice keeper. to keep a separate record of the numbers and packers. and the payment to the invoice keeper chiefs, releasing them from the aforementioned compensation; but on the other hand to have the amount of the aforesaid linens at ƒ54. -. compensated into the Treasury by the junior merchant and invoice keeper here Fredrik Willem Bloem, since he cannot state by whom this bale was packed after it had been resorted, of which he, as head of the packing house, under whose supervision and direction all the bales are wrapped, ought to have kept a record. And to prevent such errors, it is also resolved to order the said invoice keeper hereby to keep a record henceforth, in a separate notebook, of all bales that will be tied up here at the packing house, stating the numbers of the bales and the names of the appointed packers; to the end that, in the event of the loss of packing notes, one will always be able to discover by whom any bale in which linens are deficient was packed. However: The 20th September Anno 176. Approval of the servants' handling regarding 1 1/2 pieces of Guinea cloth also found deficient. and with what qualification further. However, with regard to 1 1/2 pieces of Guinea cloth brown blue, likewise discovered deficient on Ternate in a bale from Sadras, No. 188. -.; it being communicated by the servants in their aforementioned letter of the 21st August that of the amount charged for this at ƒ19. 13. -., they had charged half at Jaggernaikpoeram to the account of the former Sadraspatnam second de Neijs, in whose time this bale was packed there, and had the 1/4 part of it compensated by the assistant Misselaar, who, together with the since absconded assistant Cornelis de Bruijn, had packed the aforesaid bale; it is not only approved and resolved to sanction all this, but also to authorize the said chiefs to charge the remaining 1/4 part likewise at Jaggernaykpoeram to the account of the junior merchant de Neijs, since he, due to the desertion of the assistant de Bruin against whom there is no recourse, is the closest in line to compensate it, which must be done according to orders, to [illegible] the Company
Dutch transcription
783 529. Den 20:' September A:o 176 Genoegen des Raads over de winsten aldaar in Iunij en Julij, en in welke ver„ wagting. specerijen bereeds voldaan is, en de provicioneele d=o naar geleegenheijd toegezonden zal worden. uit twee ontvange Rendementen van de al„ daar verlierde koopmanschappen in de Maanden Junij en Julij, gesien weesende, dat de winst van de eerstgemelde maand maar bedraagen hadt ƒ18. 8. 8.; dog daarentegen, die van de anderen wel 10140. 18. -. , zoo is, schoon het avans van Juny sober genoeg ge„ „weest is, egter verstaan, met de winsten in die beide Maanden op de gedmanureerde koopmanschappen betaald, genoegen te neemen in verwagting, dat het voordeel van Augustus deese mindere winst zal vergoed hebben. — De bij der Bediendens Eijsch van den Notilictat de Eijsch van 21. Augustus gevorderde Specerijen, bereeds per„ P de Thonij de Johanna Maria voldaan zijnde, is verstaan de Bediendens aanteschryven, dat men op hunnen Provisioneelen Eijsch voor het Boekjaar 1776, zoo veel zal voldoen; als den C voorraad zal willen permitteeren, mitsgaders dat men het geen aan dies Compteete voldoening mogt komen te ontbreeken, zoo Dra supplee„ ren zal, als men daarvan, van Batavia wordt voorsien. Bij ƒ ƒ Den 20 September A„o 176:— Memorie van gedaane aan„ reek: weg=s 18. p:s te min verantwoording der bediendens dierweegens. gen te neemen, en van die be„ taling te libireeren. Bij een Memorie, nevens het Circuliere bevondene parcalen goot ses5 schryvens deeser Regeering van den 1. Aug„s deeses Jaars, afgesonden Sadraspatnam met ƒ54. —. aange„ „reekend zijnde, het bedraagen van 18. p„s Paicallen bruin blaauw in een pak van Sadras N„o 240. op Ternaten te min bevonden, om door de Afpassere vergoed te worden, is daar omtrent door de Bedien„ =dens aldaar bij hun nedrig schryven van den 21. ' Aug„s daaraan volgende, in eerbiedige Consi„ deratie gegeeven, dat het ontbreeken van soo veele stukken in een pak, door geen abuis bij de af pakking ginder konde veroorsaakt weesen, ge- „merkt sulks aanstonds te Nagapatnam, al„ waar dit pak, blijkens bevinding van den 2. ' Ap„l A„o 1773. geopend en gelersorleerd was, hadt moete ontdekt worden; met eerbiedige instantie om beslut om daarmede geme eene nadere dispositie, zoo is, wijl uit de aan„ gehaalde Bevinding volkomen Consteert, dat het gemeld pak, bij opening alhier ter paksaa„ „le, welaf gepakt bevonden was, goedgevonden en verstaan, met de voorsz: verantwoording der 531. 789 Den 30: September A„:o 176. tuurhouder te imputeeren. parte aanteekening van de nommers en afpakkers te houden. der Opperhoofden genoegen neemende, hun van de voorge„ waagde vergoeding te libereeren, dog daarentegen het mitsg=s de betaaling den fac„ bedraagen der voorsz: Lywaaten met ƒ 54. –. in Casse„ te laaten vergoeden door den onderkoopman en Factuur houder alhier Fredrik Willem Bloeme„ alsoo hij niet kan opgeeven, door wie dit pak, na„ dat het gelersorteerd was, is afgepakt geworden waarvan hij als hoofd van de Paksaal, onder wiens op - en toesigt alle de pakken worden g'embaleerd aanteekening hadt moeten gehouden hebben. — En is, tot voorkoming van diergelyke abuir„ lat van hem omveortaen af„ sen almeede verstaan, den gemelden Factuur houder bij deesen te demandeeren, om voortaan van alle pak„ „ken, die alhier ter Paksaale zullen worden in den band gebragt, bij een appart Notitie boek je aantee„ kening te houden, met bekentstelling van de Aom„ „mers der pakken en de naamen der gecommitteerdenss afpakkens; ten einde hierdoor bij het vermessen van ten welken fine afpakbriefjes altoos in staat te weesen te ontdek„ ken, door wie het een of andere pak waarin Lijwaa„ ten te kort koomen, is afgepakt geworden.~ Dog: Den 120:e September A:o 176. ling omtrent 1½. p=s mede te min bevonden guinees. en met welke qualificatie„ verders. Approbatie op der bed=s behanden Dog ten aansien van 1½ stuk guinees bruin blaauw almede in een pak van Sadras, N„o 188. -. , op Ternaten te min ontdekt; door de Bediendens hij hunnen voorgewaagden brief van den 21:' Aug„s ge= Communiceerd zijnde, dat zij van het daarvoor aangereekend bedraagen tot ƒ19. 13. -. , de helft Jag- gernaik poeram hadden aangereekend ten lasten van den geweesen Sadrasp=m secunde de Reijs, in wiens tyd dit pak daar afgepakt was, en 'er 74„ gedeelte van hadden laaten vergoeden door de Assistent Misselaar, die nevens den sedert geau fugeert en Assistent Cornelis de Bruijn het voor„ schreeve pakhadt afgepakt; zoo is niet alleen goed„ „gevonden en verstaan dit een en ander te approbee„ ren, maar ook de gedagte opperhoofden te quali„ „ficeeren, om het overige /4. -. gedeelte almede Jagger„ 16 nayk p=r aan te reekenen ten laste van den onder „koopman de Neijs, alsoo deese, mits de desertie van den Assistent de Bruin, waarop geen ver haal is er de naaste toe is om het te vergoeden, het geen na de ordere geschieden moet, om de Maat„ Schappij
English
533. — 785 The 20th September Anno 1776 Relief from there of a gunner to this place. Bill of exchange drawn from Gadhaat to be delivered to the sequestrator. Particular pleasure concerning the profits gained at Palliakatta. the Company not suffer any prejudice through the inattention of its servants. Furthermore, upon the proposal of the servants, it has been resolved to permit the gunner Hendrik Rood to come over here with the first sloop opportunity. — Noted price of bar copper at Madras. — Likewise, it has been resolved to consider as communicated the notified price of Japanese bar copper at Madras. — And further, in the outgoing letter for the information of the servants, still to note that the bill of exchange drawn hither from the proceeds out of the estate of the bookkeeper Gadhaat, amounting to P.o 21 20½, has been properly disbursed to the sequestrator here. — Regarding Pallea Catta, it has initially been resolved, upon the letter of the servants dated the 20th August last and the trade papers of the months of June and July received therewith, to express the pleasure of the Government ƒ 84 The 20th September Anno 1776. those of July. in which expectation however the memorandum of short weights over the profits gained on the sold merchandise in the first-mentioned month; since those have yielded a principal sum of ƒ 7398:7:—, under further notification that it is also out of consideration of this considerable advantage that the insignificant advances of the month of July, which only amounted to ƒ 66. 3. —, are passed without remark, and in the expectation that the servants will apply the utmost attention to the consumption, in order thereby, if possible, to bring about that a considerable benefit is achieved monthly on the merchandise consumed there. — Examination of the memorandum of short weights, etc. in the warehouse of the said office discovered and occurred in the first six months of the recently expired book year 1775/76, it has been approved and resolved to dispose thereof in such manner as will be noted in the margin of the short extract inserted below, of which a copy will be sent to the servants, with orders to adjust the items appearing therein accordingly. — f 35. 786 The 20th September Anno 1776. also write-off account of profit and loss Copy thereof to be sent for the insertion of the extract thereof 90¾ lb mace, thereof 59¾ lb on 258½ lb in short weights both upon opening for consumption, and in consumption crate per cent calculated on average a loss of 23 — s.s. 31. -. lb out of 154 lb or sochel of white leaves debris and dust. 40 5/8 lb cloves, whereof 2 5/8 lb on 2684 1/16 lb in short weights both in consumption and dispatch, as well as in the consumption crate, calculated. 13¾ lb dust and heads of cloves out of 35¾ lb or 11 crates opened for consumption calculated 4: 3/8: s.s. 126¼ lb nutmegs, whereof 43½ lb on 4372 5/16 lb both in consumption and dispatch as well as found short in the consumption crate, calculated on average - - 1. —. 82¾ lb worm-eaten and pierced out of 949¾ lb or 11 crates opened for consumption. . . . . 8. 7/16. r=m — 3/16 lb cinnamon on 21¾ lb at the consumption crate short 1. —. 3/16 lb Japanese bar copper on 444 lb short. — 1/8 — 3/8 lb sandalwood on 31 lb provided in these 6 months 2. —. 3. -. lb coffee beans on 309 lb the same - - - - - 1. —. 240. -. parras paddy on 9136 parras short both upon receipt and issue calculated . . . 2.½. 19. - measures lamp oil on 388 measures short upon issue calculated on value - . . . . 5. —. 2. -. lb on 72. -. lb wax calculated as before - . 3. —. 7½ lb on 757. -. lb Dutch iron, calculated as said . . . . . 1. —. 3½ lb on 233¼ lb Dutch nails also thus - - - - 1½. 1/16 lb on 43. — lb Dutch steel also as just mentioned - - — ½ 3/4 lb on 47. – lb pepper the same - - - - - 1. ½. Unappraised goods: 1 crate for transporting cloth eaten through by worms, thus of no value. — Write-off on profit and loss Write-off on said account and transfer to debris and dust of spices. Write-off on profit and loss Transfer to debris and dust of spices. Write-off on profit and loss. Write-off on just mentioned account and transfer to debris and dust of spices. Write-off on profit and loss. Write-off on profit and loss. Write-off on profit and loss. Write-off on profit and loss. Write-off on profit and loss. Write-off on profit and loss. Write-off on profit and loss. Write-off on profit and loss. Write-off on profit and loss. Write-off on profit and loss. Write-off and remove from the books for the servants' information. The 20th September Anno 1776. pass, under which notification however. Item the charged expenses incurred for the boat de Hersteller, to be charged to Baticaloa, but to credit thither the proceeds of the said boat sold. Approval of the surrounding said resolution to pass these accounts for write-off. Meanwhile, after examination, it has been resolved to pass for write-off the expense accounts of the months of June and July, though however under notification that what was entered therein for six native warriors taken into service has been passed on account of the demonstrated necessity, and in the expectation that no misuse will be made thereof. — — There being charged hither by two memoranda the expenses incurred there for the boat de Hersteller, which was condemned there but belonged to Baticaloa, and the sustenance of its crew, together amounting to ƒ 194:19. —, it has been approved and resolved to debit Baticaloa for the aforesaid sum; but on the other hand again to credit in its favor the proceeds of the aforesaid boat, which, along with some equipment goods, yielded ƒ 249. 15. — upon sale at PalleaCatta, as soon as the servants there will, according to order, credit this amount hither, which has hitherto been neglected by them. — Furthermore, it has been resolved to write off
Dutch transcription
533. — 785 Den 20. September A„o 176 verlossing van daar van een Canonier na herwaarts. getrokke wissel van Goedhaat aan den sequester afgeven Besonder genoegen over de te Palliakatta behaalde winsten. schappij geen nadeel te doen lijden, door de Jnattentie van haar Dienaaren. Voorts is, op der Bediendens voordragt verstaan den Cannonier Hendrik Rood te Permit„ „teeren, om met de eerste sloop geleegenheid herwaards over te komen. — bewuste paijs van 't staaf Desgelyks is verstaan, voor gecommu koper te madras. — „neceerd te houden, den bedeelden prijs van het Japansch staaf-kooper op Madras. — En wijders bij den afgaanden brief tot Noteering dat de herwaarts der Bediendens narigt nog te noteeren, dat de herwaarts getrokke wissel van het geproflueerde uit de Nalaatenschap van den Boekhouder Gad„ „hart, groot P„o 21 20½. . behoorlijk aan den Se„ questor alhier is uitgekeerd geworden. — is. Ten aansien van Pallea Catta, is op der Bediendens brief van den 20. ' Aug„s laastleeden en de daarmede ontvangene handel papieren van de Maanden Junij en Julij, aan„ vankelyk verstaan, het genoegen der Regeering te ƒ 84 Den 20. ' September Ao 176. die van Julij. in welke verwagting eter de miemorie van onderwigten te betuigen over de winsten, op de verkogte koop- manschappen in de eerstgemelde Maand behaald; alsoo die afgeworpen hebben eene Capitaale Som„ non refleterig derhalven aen mie van ƒ7398:7:—:, onder aanschrijving verder; dat het ook uit Consideratie van dit aanmerke„ „lijk voordeel is, dat sonder remarque gepasseerd t wordt, de niet noemenswaardige avancen van de Maand Julij, die slegts bedraagen hebben ƒ66. 3. —., en in verwagting, dat de bediendens de uiterste attentie op den vertier zullen vestigen, ten einde daar door, is het mogelijk, te bewerken, dat'er maandelijks op de aldaar verteerd wordende koopmanschappen een aansienlijk voordeel be„ haald wordt. — Examinatiede, in de poltio Na examinatie der Memorie van onder„ wigten, ensz:, in de eerste ses maanden des Jongst J g'expireerden Boek Jaars 17 7/6, bij de Pakhui„ 56 Ten ten voorsz: Comptoire ontdekt en gevallen, is goedgoevonden en verstaan, daarop sodaanig te dis„ poneeren, als in Margine van het hier onder gein sereerd f 35. 786 Den 20 September A„o 1776. E almeede afschop reek: van winst en verlies Tereerd wordende korte uittreksel zal worden genoteerd, te zendene Copij daar van tot waarvan een afschrift den Bediendens zal worden toegesonden, met last, om daarna de daarbij insertie van 't uittreksel daar voor komende posten te verevenen. - van 90 /¾. lb foelij off Macis, daarvan afsch: op winst en verlies 59. ¾ lop 258½. aan onderwigten zoo bij het openen l tot den vertier, als bij Consumptie kistp: Cents reek: door malkander een verlies van „23. —. s„s afsch op eeren gem reek: en oversch: op gruns en stoff van Specerijen. . 31. -. lb. uit 154. lb offe zoekel aan witte blaadjes gruis 40. 5/8. lb. garrioffel nagulen, waarvan 2. 5/8. lb. op 2684 1/16 lb. aan onderwigten zoo bij den vertier en versending, als bij de Consumptie kist, reekend. op gruis en stoff van Specerijen. 13.¾. lb stoffen kruintjes van nagulen uit 35¾ lb: off 11. kisten reak: tot laen vertier geopend „ 4: 3/8: s„s 126.¼. lb Nooten off Rompen hiervan 43½ lb. op 4372 5/16 lb: zoo bij den vertier en versending k kort als ook bij de Consumptie kist be„ vonden reekend door Malkander - - „ 1. —. op grueven Htoff van Spiceryen. . . . 82. ¾. lb. vermijlerde en aangestookene uit 949¾. lb: off 11. kisten tot den verthier geopend. . . . . „ 8. 7/16. r=m —3/16 lb. Canneel of 21. ¾ lb. bij de Consumptie kist te min „ 1. —. 3/16 „ Japans. staaf koopser op 444. lb. te kort. „ – 1/8 — 3/6 „ Zandelhout op 31. lb. in deese 6/. m„t verstrekt „ 2. —. 3. -. „ koffyboonen „ 309. „ ad Jdem - - - - - 1. —. nelij op p 136. parcas 240. –. parras ^ zoo bij aanbrenge als verstrekking te kort reek. . . . „ 2.½. - 19. - Maat: Lampolij op 388. maat: bij verstrekking te kort reek: aan validatie - . . . . „ 5. —. 2. -. lb op 72. –. lb. wax als vooren reek: - . „ 3. —. 7½. „ „757. —. „ Ijser hollands, als gesegd: reek:. . . . . „ 1. —. 3½. „ „ 233¼. „ spijkers hollands ook zoo - - - - „ 1½. 1/16 „ „ 43. — „ Htaal Hollands meede als even - - „ — ½ „ „ 47. – „ Peper ad Jdem - - - - - „ 1. ½. 3 4 ongetaxeereerde goederen/ 1. kist tot het brengen, van laaken door rourmen door wreeten dus van geen Niet. — en stoff. . . . . . . . „20. /8. r=m . - - . „ 1. —. „ afsch en uit de boeken laaten Afseh op winst en verlies Afsch: op winst en verlies. Afsch: op even gem reek en oversch: Afsch: op winsten. verlies. Afsch: op winst en verlies en oversch: der bed:s narigtd . - - Den 20: September A„o 176. passeeren, onder welke aan„ schrijvens egter. Jtem de aangereekende ongelden aan de boots de hersteller gedaan, Baticaloa aan tereekenend dog het provenu dien ver Kogtet bootens: derwaarts „ten goede te brengen. — approbatie der omme gan reesz: besluit deese reek: ter afschr: te Ondertusschen is, na examinatie, verstaan, ter afschrij„ ving te passeeren de onkeostrekeningen van de Maanden Juhij en Julij, dog egter onder aanschryving, dat het daar„ bij opgebragte voor zes in dienst genoomen Jnlandsche krijgers gepasseerd is, uit hoofde van de aangetoonde noodsaakelijkheid, en in verwagting, dat daar van geen Misbruik zal worden gemaakt. — — Bij twee Memorien herwaarts aangeree„ kind zynde aldaar gedaane ongelden, ten behove van de ginder vervallen, dog te Baticaloa 't huis gehoord hebbende boot de Herstelder, en het genot van dies Equipage, te zaamen bedraagende ƒ:194:19. — zoo is goedgevonden en verstaan, de voorsz: somme Bati„ caloa ten lasten te brengen; dog daarentegen weder ten faveure het provenue der voorsz: boot, die nevens eenige Equipage-goederen, bij verkoop op PalleaCatta afgeworpen heeft ƒ249. 15. — zoo dra de Bediendens aldaar, dit bedraagen, na de ordre, herwaarts ten goeden zullen brengen, dat tot nog toe door hun verstumd geworden is. — Wyders is verstaan, ter afschryvinge te
English
787 537— The 20th of September Anno 1776. Reported price of bar copper communicated. Transfer of the storehouse master. Promotion of a corporal to sergeant. Dismissal of a soldier to come here and for what purpose. To pass the amount entered for rations supplied to the seafarers on the pantjalling De Goede Verwagting during the past month of August, since nothing noteworthy was found therein. And likewise to consider as communicated the reported price of the Japanese bar copper at Madras; as well as the advised transfer of the storehouses, done by the outgoing storehouse master De Ravallet to his successor in that office, the bookkeeper Jacob Bisber. Furthermore, upon the nomination by the servants on account of the expiration of his contract, it was approved and resolved to promote Corporal Barend Meyer to sergeant with the wage of ƒ28.- per month on a new contract of five years starting the middle of this month, and likewise to grant permission to the soldier Abraham Marcus, who has served his contract there, to come over here with the opening of navigation at the first sea opportunity, in order to be discharged to Europe in the coming year. Zwaara ƒ The 20th of September Anno 1776. Special satisfaction over the profits made at Jagganaykpoeram in May and June. Further instructions regarding this. Satisfaction over the considerable profit on the tikals coined there. Whereupon, proceeding to the reading of the letters received from Jagganaykpoeram dated the 13th and 20th of June as well as the 1st, 15th, and 20th of July last, it was first resolved to express to the servants the special satisfaction of the Government regarding the profits gained there on the merchandises sold in the months of May and June, on which ƒ36886:8:8 and ƒ6842:16.- respectively were profited, with further instruction that, although the latter profit is by far not as large as the gain of the preceding month, it is nevertheless passed without comment, in consideration of the fact that sales adjust to the greater or lesser number of merchants who arrive to conduct trade, and in the confidence that everything that may serve to advance the sales is being employed by them. Having also seen with satisfaction from a received mint return that 788 539. The 20th of September Anno 1776. Hope that the Company will enjoy a profit proportionate with the English. Contention that this can best be effected for the rupee. Order regarding this. Passing of the aforementioned accounts. upon the coining of 29841.- Siamese pikuls into rupees, there was purely gained for the Company ƒ12790:16:-; it was thus resolved to express the satisfaction of the Government to the chiefs in this regard, making known their hope that the work of the mint will be continued on the present footing, in order to secure for the Company thereby a profit on the coining of money proportionate with the English; and with the further instruction that it is maintained that this can nowhere be better effected than by keeping the rupee, assaying at 11 pennyweights 10½ grains, at the present valuation, with explicit orders to regulate themselves accordingly hereafter, and to keep the strictest supervision and oversight of the mint, and all that depends thereon. Furthermore, after examination, it was resolved to pass for entry the expense accounts of the months of May and June; as well as The 20th of September Anno 1776. Remark regarding the two last orders on this matter. The wage not received by the boatswain Theodorus will be paid to him here. the account of the monthly board and ration money supplied to the native sailors on the bark De Liefde for this month of September; as well as the account of expenses incurred on the said vessel, since no excesses were discovered in the aforesaid papers. Yet on the other hand, it was approved and resolved not to pass without remark the improper handling that took place in drawing up the two last-mentioned papers, by erroneously entering in the account of supplied board money etc. the cost of 3 pieces of sailcloth and the paid labor wages for repairing two pumps and the capstan, instead of entering this in the expense account of the vessel itself, under which the aforesaid items more properly belonged; with orders at the same time to the chiefs to debit such items in the future to the expenses of sloops and lesser vessels. To the question of the Government, by letter 789 541. The 20th of September Anno 1776. The wage not received by him will be paid to him here and charged back to Jagganaykpoeram. Note that one is aware of the death of the merchant Enkena and therefore awaits a report on his estate. Mention that De Liefde and Eendragt have delivered their cargo well. to that place dated the 13th of April of this year, how matters actually stood with the monthly wage that the former boatswain Pieter Theodories claimed not to have received, it having been answered by the servants in their letter of the 20th of June that he had been erroneously entered for it on the payroll memorandum of the last day of November 1774, it was thus approved and resolved to have this amount paid out to him here, but meanwhile to charge it back to Jagganaykpoeram for re-entry into the head account. Considering the decease of the Masulipatnam merchant Soendoer Enkena as communicated, it was resolved to await the report promised by the servants on the state of his estate, in order to judge from it whether his heirs can be allowed to continue in trade, or not. Meanwhile, it was resolved, for the information of the servants, to note in the outgoing letter that
Dutch transcription
787 537— Den 20. September A„o 176: bedeelde prijs van 't staaf gecommuniceert, Transport van de pakhuis-meester bevordering van een Coep„l tot sergaget. verlossing van een soldaat na herwaart en ten welke eijnde. te passeeren het opgebragte voor verstrekte randsoenen. aan de Zeevaarende op de Pantjalling de goede verwag„ ting bescheiden, geduurende gepasseerde Maand Augs„ alsoo daar op niets te remarqueeren gevallen is. — En teffens voor gecommuniceerd te houden den bedeelden prijs van het Japansch staafkooper kooperste Madras. — op Maaras; mitsgaders het geadviseerd gedaan trans„ port van de Pakhuisen, door den afgaanden Pak„ huismeester de Ravallet, aan synen sucesseur in die dienst den Boek houder Jacob Bisber. — Voorts is, op den voordragt der Bedin„ dens mits tijds expiratie, goedgevonden en verstaan, den Corporaal Barend Meyer, te bevorderen tot ser„ „geant met de gage van ƒ28. - ter maand op een nieuw verband van vijf Jaaren ingaande medio deeser, mitsgaders den soldaat Abraham Marcus, die zijn verband aldaar heeft uitgediend, te vermit„ steeren, om met het opengaan der vaart, bij de eerste Zees gelegenheid herwaarts overte komen, ten einde in het aanstaande Jaar naar Europa verlost te kunnen worden. Zwaara ƒ Den 20. September A„o 176 besonden Contentement over de te Jagg: behaalde winste in Mai en Junij — verdere aansch„ daar omtren„ genoegen over het aansien„ lijk voordeel op de aldaar verminte tikals. — Waarna overgegaan weesende, ter lectuure van de van Jaggernayk p=r ontvangene brieven in datis 13. en 20:' Junij mitsgaders 1. „ 15. , en 20 ' Julij Jongsleden, is vooraf verstaan, aan de Bediendens te betuigen het bysonder genoegen der Regeering over de aldaar behaalde winsten op de vertierde koop „manschappen in de Maanden Maij en Juhij, waar„ „op ƒ36886:8:8: en ƒ6842: 16. —. respective geprofi„ teerd geworden is, onder aanschrijving verder, dat, Schoon de laastgemelde winst op verre na zoo groot niet en is, als het voordeel van de voorige Maand, het egter zonder remarque gepasseerd wordt, uit Consideratie, dat den vertier sigschikt na de min off meerderheid van de handelaaren, die tot het dryven van den koophandel afkoomen, en in vertrouwen, dat door hun alles wat maar tot voortsetting van den vertier strekken kan, wordt aangewendt. Uit een ontvange Munts Ren„ „dement almeede met genoegen gesien weesende, dat 788 539. Den 20.' September A„o 176 hoop dat de Comp„e met de Engelschen een evenreedig voor deel genieten sal. — Sustenue, dat voor de ropij het beft Effectueeren te kunnen. last verweegs. — passeering der omme gem: treek. — dat bij vermanting van 29841. –. samsche Pikals tot ropijen, daarop voor de Maatschappij zuiver gewon„ „nen was ƒ12790:16:—: zoo is verstaan, daaromtrent aan de opperhoofden het genoegen der Regeering te betuigen, onder te kennen geeving van haaren hoope, dat'er met het werk van de Munt op den presenten vat zal worden gecontinueerd, ten einde daar door, aan de Maatschappij op de vermunting van geld een eeven reedig voordeel met de Engelschen te besorgen; en aanschryving verder dat men sustineerd, dat dit nergens door beter zal kun nen worden geeffectueerd, als door de ropij, dictant 11. penn: 10½ grijn Essayjeerd op de presente wva„ „luatie te houden met nadrukkelyken last, van zig hierna te reguleeren, mitsgaders het naauwkeurigst op- en toesogt op de Munterij, en al wat daar van dependeerd, te houden. — Wijders is, na Examinatie, ver„ „staan, ter averschayving te passeeren de onkost zee keningen van de Maanden Maij en Junij; mits. ƒ d Den 20 September A„o 176. remarque omtrend de 2laaste ordre dierweegens. — da door den bootsman Theodorus met ontfan„ mitsgaders de Rekening van het verstrekte maand- kost- en randsoen geld aan de Jnlandse Matroosen op de bask de Liefde bescheiden voor deese Maand September; gelyk meede de reek: van gedaane onkosten aan het gemelde kieltje nadien in de voorsz: Papieren geene Exessen ontwaard zijn Dog daarentegen is goedgevonden en verstaan, niet ongeremarqueerd te passeeren de verkeerde behandeling, die by het opmaaken van de twee laastgemelde papieren plaatsge„ had heeft, door bij de rekening van het verstrek„ te kostgeld- ensz:, abusive op te brengen, het kosten„ de van 3. p„s zeildoeken, en het betaalde albeids. loon voor het repareeren van twee Pompen en het spil, in steede van dit bij de onkost reekening van het kueltje zeler, waronder de voorsz: posten eigenaarde„ ger behoorden, op te brengen; met last teffens aan de opperhoofden, om diegelijke posten voortaan op onkosten van sloepen en mindere vaartuigen afte boeken. Op De vraag der Regeering, bij brief. gen. 789 541. Den 20. September A„o 1776. — gen gage zal hem hier uit gekeerd.— werden. — Notatie dat open dea bood van den koop: Enkena weet en dierhalven verslag van sijn staat verwagt. Melding dat de Liefde„ en Eendragt haare laa„ ding wel uitgeleeverd heb„ brief naar derwaarts van den 13. April deeses. Jaars, hoe het eigentlijk gelegen was met de maand Gage, die den geweesen Bootsman Pieter Theodo„ „ries voorgegeeven hadt, niet genooten te hebben, door de Bediendens bij haaren brief van den 20 ' Junij geantwoord weesende, dat hij daarvoor bij soldij- Me„ „morie van Ultimo November 1774. abusive was opgebragt zoo is goedgevonden en verstaan, dit be„ draagen alhier aan hem te laaten uitkeeren, dog en Jagg: te rug gereekend hetselve intusschen Jaggermay o poeram te rug te ree„ kenen, ter weder Jnneemerig bij de kapse reeke„ ning. Het overlijden van den Masuli- „patnams koopman Soendoer Enkena voor gecommuniceerd houdende, is verstaan, aftewagten, het door de Bediendens beloofd verslag van den„ staat zynes boedels ten einde daar uit te oordeelen, off men zijne Erfgenaamen in den handel zal kunnen laaten Continueeren; off niet. Jntusschen is verstaan, tot der Bedien„ dens narigt bij den afgaande brief te noteeren, er: dat
English
The 20th of September Anno 1776: and that, concerning the aforementioned disbursement, an amended memorandum is expected. Notice to Paliool that the transfer from the Chief to the Second is approved. that the barks De Liefde and De Eendragt, having arrived here, have delivered their cargoes, and that the 1000 pieces of three-image Pagodas dispatched with each of the said vessels are well accounted for. Likewise, it was also resolved to write to the said Chiefs that, the memorandum of what was disbursed from the Company's main cash treasury there to the merchants Batje Cammelnapeddoe and Batje Tiwengalam to the amount of Pagodas 700.- on account of the estate of the late Second Jan Dumon having been sent back for rectification, an amended one is expected shortly, so that matters may be handled in accordance with the orders. On the Paliool letters of the 26th of June and 20th of July of this year, which served solely to accompany trade and other papers, there being nothing extraordinary to respond to, it was, with regard to the transfer sent alongside the last-mentioned letter, executed by the Chief Aocama to the Second De Tan, 790 543. The 20th of September Anno 1776: to be passed. Grief to be expressed regarding the increasing dearness at Bimilipatnam. executed regarding the Company's assets, etc., belonging under the administration of the latter, which upon examination was found to be drawn up in accordance with orders, approved and resolved to confirm the same hereby, and to give notice thereof to the servants for their guidance. Likewise, it was resolved to authorize the said Chiefs in these accounts to write off the expense accounts for the months of May and June, as well as to write off the 150.- pieces charged for the dredging of the washers' tank, as this completely accords with the calculation of the year 1774 and the further authorization of this Government by letter of the 6th of July of this year. Regarding Bimilipatnam, it was, after reading the servants' letters of the 20th of June and 8th of July of this year, resolved to answer that one has seen from the first-mentioned letter with very great regret The 20th of September Anno 1776. Wish for a speedy cessation. Perceived change in and regarding the sale. Praise on that account to the Chiefs, and in what expectation. Consignment made of spices to facilitate the business of those servants. seen that, due to the increasing dearness of provisions, trade at that factory had come to a complete standstill during the month of May, and that it is therefore wished that this dearness will soon cease, and thereby the sale of merchandise will increase again. And, since a notable change regarding this has already begun to be perceived from the return for the month of June, from which it appeared that a respectable sum of f 11,874.5.- had been profited on the merchandise traded there in that month; it was resolved to praise the servants on that account, in the expectation that they, being now supplied with sufficient merchandise, will also apply themselves with all diligence, as one ought to expect from loyal and honor-loving servants, to the increase of sales: further notifying them that, to facilitate this, 8 suckels of mace have already been dispatched with the sloop De Walvisch to Jaggernaikpoeram for Bimilipatnam, so as not to leave them in difficulty for want of spices. 791 545. The 20th of September Anno 1776. Notice of the return of the sloop 't Loo; in which hope, however. Servants' request to be accommodated with another sloop. Non-agreement with the request. Passing of the aforementioned accounts. Furthermore, it was resolved to consider as communicated the notice that the return of the sloop 't Loo was on account of leakage, in the hope that the damage caused thereby will not be as great as the servants feared. However, regarding their request made to the Jaggernaikpoeram servants for another sloop for the shipment of the linen bales from the sloop 't Loo, it was resolved to write to the Chiefs that they will have to make do with this little vessel as soon as it has been repaired of its defects, as there is no sloop at hand at Jaggernaikpoeram to come and fetch the linens from them. Furthermore, or lastly, it was resolved to authorize them to write off the expense accounts for the months The 20th of September Anno 1776. This aforementioned letter from the new Paliacatta Chief was circulated for reading, containing among other things the refractory conduct of Johnson in and regarding the transfer to be made. of May and June, on which, upon examination, nothing was found to remark upon. Thus done and resolved in the Castle of Nagapatnam on the date aforesaid. was signed by all, except the First Warehouse Master S. Mossel. Friday the 20th of September Anno 1776 in the evening at half-past seven o'clock By canvassing of votes There was, by order of the Lord Governor, circulated for reading among the members of this Council by the First Sworn Clerk of this Castle, Johannes Abraham Bronsveld, a missive written to His Honour by the Merchant and chosen Chief of Paliacatta Nicolaas Padama, dated at Paliacatta the 13th of September 1776, in which among other things was found the following passage: Since the 22nd of the aforesaid month I have been here at Paliacatta, without having up to now
Dutch transcription
Den 20:' September A„o 1776: en dat men weg„s de neevens gem verstrekking een verbee„ terde Memorie te gemoet Siet. Meld ing naar Paliool dat het transport van 't opperhoofd aan den secunde gedaan eg' approbeer dat de barken de Liefde en de Eendragt, alhier gear„ „riveerd, hunne ladingen uitgeleeverd en de 1000 stuks driebeeldige Pagooden, die met ieder van de gemelde kieltjes zijn afgesonden, wel verantwoord zijn:— Des gelijks is almede verstaan, gedagte opper„ hoofden aan te schryven, dat de Memorie van het verstrekte uit Comp„s groote geld kasse aldaar aan de kooplieden Batje Cammelna beddoe, en Batje Tiwengalam groot P„, 700.- voor reekening des boedels van den overleedenen Secunde Jan Dumon, ter redasseering te rug gesonden zijnde, men eerstdaags eene verbelerde te gemoet ziet, om daarmeede na de ordre te kunnen laaten hande„ len. — Op de Palioolsche brieven van den 26. Junij en 20. Julij deeses Jaars, die eenig„ lijk gediend hebben, ten geleede van Negotie - en andere papieren, niets sonderlings te rescubee„ „ren vallende, is ten aansien van het nevens laast„ gemelde brief overgesenden transport door het opperhoofd Aocama aan den Secunde de Tan gedaan 790 543. Den 20. September A„o 1776: gepasseerd worden. — doleur over de te B mi lip=r toeneemende d uurte te belaa„ len.— gedaan van Comp„s effecten ensz:, onder de administra„ „tie van den laasten behoorende, het geen bij exami„ „natie na de erdre ingerigt bevonden is, goedgevonden en verstaan, het selven bij deesen te approbeeren, en daarvan de Bediendens kennis te geeven tot hun narigt. — Desgelijke is verstaan, de gedagte Opper, in dese reek: ter afsch: hoofden te qualificeeren tot het afschrijven der Onkostreekeningen van de Maanden Maij en Junij, mitsgaders tot de afboeking van 150. –. ps voor het uitdiepen van de wasserstank in reekening gebragt, alsoo dit met de Calculatie van den Jaare 1774. , en de nadere qualificatie deeser Regeering bij brief van den 6. ' Julij deeses Jaars volkomen over een stemd. — Belangende Bimilipatnam, biflent m het agtmaetig is, na lectuure van der bediendens brieven van den 20 ' Junij en 8. ' Julij deeses Jaars, ver„ staan, te antwoorden, dat men uit den eerstge„ melden brief met zeer veel leetweesen heeft gesien. . Den 20e: September Ao. 176. Wensch van een spoedige Cessie. bespeurde verandering in, en omtrent den verhier. — Lonange dier weeg„s aan de wagtinge gedaane wesene mij van spe„ Cerijen tot ffacrt d' eersig dier bedienders. — gesin, dat door de toeneemende duurde der levensmid„ „delen, den handel geduurende de Maand Maij ten dien Comptorre stokstil gestaan hadt, en dat men dierhalven wenscht, dat die duurle spoedig zal Cesseeren, en daar door den vertier van koopmansz: weder zal toeneemen. — En, nadien men daaromtrent al eene mer„ kelijke verandering heeft beginnen te bespeuren bij het Rendement van de Maand Junij, waar„ uit gebleken is, dat op de aldaar gedemanu„ vreerde koopmanschappen in die maand gepro„ „fiteerd geworden was eene naamwaardige some opperhoofden, en in welke ver van ƒ11874. 5. —. ; zoo is verstaan, de bedien„ „dens dierwegens te louangeeren, in verwagting dat zij, die nu van genoegsaame koopmansz: voorsien zijn, zig ook met alle attentie, off ge„ lijk men zulks van trouwe en eerlievende Die„ naaren hoopen moet, op de vermeerdering van den vertier zullen toeleggen: onder aanschrij„ ving verder, dat men tot faciliteering daarvan, bereeds met de sloep de walvisch naar Jagger „naijp=m 791 545. September A„o 176 Den 80 van 't soo voor bedeeld houd, in welke hoope egter. — bed:s versoek om met een ander sloep gerieft te moge passeering der nev„s gem Reek„s. naijkpoveram afgesonden heeft, 8. - sockels- Foelij voor Bimilipatnam, ten einde hun niet om sppecerijen in verlegenheid te laaten. — Wijders is verstaan voor gecommunt„ Notitie dat men de, Petur ceerd te houden de bedeelte te rug komst at daar van de sloep 't zoo wegens lekkagie in hoope dat de schaade daar door veroorsaakt, niet soo groot, zal weesen, als de bediendens wel gevreest hebben. — Dog betreffende der selver versoek om een andere sloep, ter versending van de Lijwaat- Nom accordeeren in der pakken uit de sloep 't Loo, door hun aan de werver. Jaggernayk poeramsche Bediendens gedaan, is verstaan, de opperhoofden aante schryven, dat zij sig met dit bodemtje, zoo qra het van zyne gebreeken zal weesen hersteld, zullen dienen te vergenoegen, alsoo er op Jaggernagkp=m geen sloep aan handen is, om bij hun lijwaa„ ten te komen afhaalen. — wijders, off laastelijk is nog verstaan, hun te qualificeeren tot het afschrij„ ven van de onkostreekeningen van de Maan„ den Den 20 September A„o 176 Deese omme gem: brief van 't niewe palleacats opperhoofd is ter Legtimre gesonden. behelsende onder anderen het weederspannig gedrag van sohrson in - es omtrent het te doen Trans„ port. „den Maij en Junij, waarop, bij examinatie, niets te remarqueeren gevonden is. Aldus gedaan, en gearresteerd Jn't Casteel Tot Nagapatnam Dato voorsz: /:was geteekend:/ door alle :/ Excepto den eerste Pakhuis meester S„ Mossel. — vrijdag den 20:' September A„o 176 's Avonds ten half agt uuren Bij Rondvraag Js op ordre van den Heer Gouverneur, door den Eersten geswooren klerk deeses Castels, Johannes Abraham Bronsveld, bij de Leden deeses Raaas ter lectuure rond gebragt, een Missive, door den koopman en het geeligeerd opperhoofd van Pallea Catta Nicolaas Pa„ dama, aan zijn Edele geschreven, gedateerd tot Palle„ „a Catta den 13. ' September 1776, waarin onder anderen gevonden is de navolgende percode „ seedert den 22:' der voorsz: Maand bevind ik mij „hier tot PalleaCatta, zonder dat tot nog toe geen „de. ƒ
English
742 547. The 20th of September, in the Year 1776. Propositions by the Lord Governor, as Johnson's disobedience appears from the aforementioned letter. I can obtain the least conclusion regarding the handover by Mr. Johnson, although I urge His Honor daily to do so; His Honor treats everything in such a manner, just as if no handover needs to be done, indeed even as if His Honor can and must continue for a long time as Chief of Paleacatte. Therefore, I request Your Noble Honorable very submissively to establish other orders concerning these affairs. And somewhat lower, or just above the conclusion of the letter, also these words: It appears to me that Mr. Johnson is beginning to seek all manner of evasions; therefore, I request Your Noble Honorable once again very kindly not only to provide me very promptly with orders, but at the same time also please to send a sloop here to fetch His Honor. After which, by the aforementioned First Clerk, in the name of the Lord Governor, it was proposed that, since from the aforementioned letter of the chosen Chief Padama it completely The 20th of September, in the Year 1776. Explicit orders to hand over his authority and to come hither. completely can and must be concluded that the Chief called up to Batavia, the merchant Hendrik Ambrosius Johnson, is disinclined to comply with the orders of the Supreme Government of the Indies, contained in their most revered letter of the 5th of May of this year, of which proper communication was given to him by circular letter of the 18th of June following; to order the aforementioned Chief Johnson further and with earnestness, by an express letter to be dispatched tomorrow addressed to both Chiefs, that upon receipt of that letter he surrender authority to his successor in the Chiefship of Paleacatte, the merchant Nicolaas Padama, and within three days thereafter at the latest, hand over the Chiefship itself; with further notification that, after the handover, he come hither without any further delay with the sloop De Papegaai, which for that purpose was dispatched again from here to Paleacatte the day before yesterday, in order to be able, according to the desire of Their Noble Excellencies, to depart in the coming month 793 549. The 20th of September, in the Year 1776. With orders to Padama, upon refusal, to send the said Johnson hither under military arrest. Unanimous consent of the members, and in which hope month of October with the ship De Wakkerheid to Batavia; or, upon refusal of any of this, to order the incoming Chief Padama to establish himself directly in authority there, or have it done: with the authorization at the same time, in this case but otherwise not, to send the repeatedly mentioned Chief Johnson hither under military arrest with the sloop De Papegaai as an ill-willed and rebellious servant. Whereupon, for the reasons expressed above, it was approved and agreed by unanimous vote to conform entirely with the aforesaid proposition of the Lord Governor, and consequently to let the aforementioned letter, couched upon the proposed footing and in emphatic terms, be dispatched tomorrow to Paleacatte, in the hope that Chief Johnson will finally dutifully comply with this last order of the Government without awaiting the extreme measure. Thus done and resolved in the city of Nagapatnam, date as aforesaid. Signed by all. Friday, the 11th of October, in the Year 1776. In the morning at nine o'clock. Extraordinary Meeting of Police. All present. Pursuant to the resolution of this Table of the 22nd of July 1773, a complaint having been lodged with the Supreme Government of the Dutch Indies by letter of the Government of the 16th of September following, against the merchant Hendrik Ambrosius Johnson, on account of some far-reaching offensive expressions appearing in a certain libel presented by him to the Court of Justice here, to the prejudice of that Board; as well as on account of violating the majesty of this meeting by daring to summon them before the Noble and Honorable Court of Justice of the Castle of Batavia, through the aforementioned Court of Justice, without their foreknowledge, much less authorization; with the request for an eclatant satisfaction for the Board of Justice and themselves. 794 551. The 11th of October, in the Year 1776. Resolution of Their Excellencies to recall him, provided that before his departure from the Board... citation of the same into the Council of Police for the aforesaid purpose. His requested excuse asking. And having been answered and notified regarding this in the letter recently received from Batavia from the Supreme Government under date of the 5th of May of this year, that Their Noble Excellencies aforesaid, because of the obstinate and disobedient conduct of the Chief of Paleacatte, Hendrik Ambrosius Johnson, had seen fit to have him called up to Batavia with suspension of salary, provided that before his departure from Coromandel he requested excuse of this Council and the Court of Justice in a satisfactory manner for his arrogance and disobedience shown toward the first-mentioned Board, and on account of the sensible offense caused to the latter mentioned; the Lord Governor has summoned the repeatedly mentioned merchant Johnson, who recently arrived here from Paleacatte, to the meeting today to give the aforesaid satisfaction, in so far as it concerns the Police; who, having appeared there, duly begged excuse of this Board for the insult inflicted upon them. Whereof
Dutch transcription
742 547. Den 20. September A„o 176. Propositien door den Heer Gouver„ neur wijl's Cohnsons disobedi„ ente int voorm: brief blijkt. — „de minste uitsluitsel wegens het doen van het Transport „van den Heer Johnson erlangen kan, schoon ik zijn E: „daartoe dagelijks aanspoore zijn E: tracteerd alles zoo da„ „nig, even eens, off er geen Transport moet gedaan wor„ „den, Ja ook, off zijn E nog voor een langen tijd als „ PalleaCats opperhoofd kan en moet blijven Continueeren, „dierhalven versoek ik uwel Edele gestrenge zeer „ onderdaaniglijk, omtrent deese affaires andere ordres „te willen stellen.. — En wat laager off even boven het slot des C briefs, nog deese woorden. — „. Het schijnt mij toe, dat den Heer Johnson „ alle uitvlugten begint te soeken dierhalven versoeke uwel Edele gestrenge nog maals zeer vriendelik, „ om mij niet alleen zeer spoedig, met ordre te willen „ voorsien; maar teffens ook dit heen ten affhaal „ van zijn E: een sloop gelieft te zenden. — Waarna door den gemelden Eersten klerk, uit naam van den Heer gouverneur, is geproponeerd, nadien uit het voorgewaagd schryven van het geeligeerd opperhoofd Padama volkomen ƒ Den 26:' September A„o 1776 Exapreselijkt gelafte et a van sijn vernecdssin over te geven. herwaarts te koomen. ten welken fernie: volkomen kan en moet worden opgemaakt, dat het nes Batavia opgeroepen opperhoofd den koopman Hendrik Ambrosius Johnson ongenegen is aan de ordres der Hooge Jndiasche Regeering, vervat bij Hoog derselver zeer gevenereerde Missive van den 5. Maij deeses Jaars /:waarvan hem behoorlijk Com„ „municatie is gegeeven bij Circuliere schrijven van den 18. ' Junij daaraanvolgende:/ te voldoen, het evengemelde opperhoofd Cohnson bij een expres op morgen aftesenden briefje aan beide de opperhoofden gerigt, na„ „der en met ernst te gelasten, om op den ontvangst van dat schriyven aan sijnen Successeur in de PalleaCatse opperhoofdijk den koopman Nicolaas Padama, het Transport te oe, en ten esten gesag over te geeven, mitsgaders uiterlijk drie dagen daarna, transport te doen van de opperhoofdije zelve onder aanschryving verder, om na het doen van trans„ „port zonder eenig meerder uitstel herwaarts over te komen met de sloep de Papegaai, Die ten dien einde wederom op eergisteren van hier naar Palle „acatta gedepecteerd is, ten fine nog na de begeerte van haar Hoog- Edelheedens in de aanstaande Maand. E 793 549 Den 20: „ September A„o 1776. met ordre aan sadama om bij wij„ gering gem: Johnson in Mili„ tan anrest herwaarts te sin den. Unanime toestemmij der „seeden, en in welken hoope Maand October met het schip de wakkerheid na Batavia te kunnen vertrekken off om, bij wijgering van dit een en ander, het aankomende opperhoofd Padama te gelasten, om sig aldaar direct in het gesag te stellen, off te doen stellen: met qualificatie teffens om dit geval, dog anders niet, het meergemelde opperhoofd Johnsen, als een quaadwillig en weederstreevig Dienaar met de Sloep de Papegaai in Militair arrest herwaarts op te senden Waarop, em redenen hiervooren geex„ „presseerd, met unanime stemmen is goedgevonden en verstaan, zig met de voorsz: propositie, des Heeren gouverneurs volkomen te Conformeeren en dienvolgende den gemelden brief op den voor„ gedraagen voet en in, termen van nadruk gecou„ „sheerd, op morgen naar PalleaCatta te laaten afgaan, in hoope, dat het opperhoofd Jchnson eindelijk aan deese laaste ordre der Regee„ ring schuldpligtig zal voldoen, zonder het uiterste aff te wagten. Aldus gedaan en gearresteerd in 35 DDden 120. September A„o 1736 gedaane klagte aan H: H: E„ over Johnson soo de Justitie als politie alhier aangedaan Leesse in de stad Nagapatnam dato voorsz: /:was geteekend/ /:door alle. — Vrijdag den 11:' October A„o 1776. Smorgens ten Negen uuren Extra. ordinaire vergadering van Politie Allen present Jn gevolge het besluit deeser Tafel van den 22. ' Julij 1773, bij brief der Regeering van den 16. ' September daar aan volgende, bij de Hooge Regeering van Neder landsch Jndie klagtig gevallen zijnde over den koop „man Hendrik Ambrosius Johnson, wegens eenige verre gaande lasive uitdrukkingen bij zeker Libel, door hem in Raade van Justitie alhier overgelegd, ten nadeele van dat Collegie voorkomende, mitsgaders wegens het schenden van de hoogheid deeser vergade„ „ring door den Raad van Justitie voormeld zonder Haar voorweeten, veel min qualificatie te durven dagvaarden voor den wel Edelen en agtbaaren Raade van Justitie des Casteels Batavia, met versoek van eene eclatante Satiffactie voor het Collegie 794 551. Den 11. October A„o 1756 besliuit van Hoogderselve vm hem op te roepen, mits voor sijn vertrek by de Collegie om siteering van denselven in Reede van Politie ten voorsz nie. — desselven gevraagde bacuuo Collegie van Justitie en haar selven; en hierop, bij den Jongst van Batavia ontvangen= brief van de Hoo, dvecrus vraagende. — „ge in Regeering sub dato 5. Maij deeses Jaars, geant„ 6 „woord en aangeschreeven sijnde, dat haare Hoog Edel„ „heedens voornoemd, om het weerbarstig en disobedient gedrag van het Palleacats opperhoofd Hendrik Am„ „brosius Johnson, goedgevonden hadden, hem naar Batavia te laaten op koomen met stilstand van gage, mits hij voor sijn vertrek van Cormandel deesen Raade in den Raad van Justitie op eene sa„ tisfactorie wijse excuus versogt wegens zijne anogan„ „tie in disobuentie, omtrent het eerstgemelde Collegie betoond, en wegens de sensibele Casie het laast gem: aangedaan, heeft den Heer gouverneur den meerge„ melden koopman Johnson die onlangs van Pallencatta alhier gearriveerd is, op heeden tot het geeven van de voorsz: satisfactie /: Voor zoo ver die de Politie betreft./ in vergadering ontboden, die daar verscheenen weesende, dit Collegie behoorlijk excuus gevraagd heeft voor de beleediging, Haar E aangedaan. — Waarvan
English
11 October in the year 1776. Record and notification thereof to the High Government. Reading of the prepared European and Batavian letters. Whereof it is understood not only to keep this record, but also to give notice thereof to the aforementioned High Government in the letter being prepared for Batavia, which is to be dispatched shortly with the country vessel De Wakkerheid. Thus done and resolved in the Castle at Nagapatnam on the date aforesaid; was signed by all. Monday, 14 October in the year 1776. In the morning at nine o'clock. Council of Policy. Absent: The Junior Merchants Jan Appingh and Johannes Daniel Simons; the first due to indisposition, and the second due to occupation. This meeting having been expressly convened by the Governor in order to review and sign the letters put to paper by order and under the high supervision of His Honour, addressed to the Gentlemen Directors in the Netherlands and to Their Right Honours in Batavia. Thus, after reading, it was approved and agreed to conform entirely with their contents, to sign them today, so that they may be dispatched tomorrow with the return ship De Princes van Orange and the country vessel De Wakkerheid to the Netherlands and Batavia respectively. Furthermore, it was agreed to admit into service as soldiers at 11 guilders: Jan Cleef, of Eerlijk, and Jan Hendriks, of Harlingen, both having arrived here from the inland. On the other hand, however, it was agreed to discharge from the Company's service the eastern soldiers Ismael and Oesman, of Cheribon, in order to be sent to Batavia with the ship De Wakkerheid. Thus done and resolved in the Castle at Nagapatnam on the date aforesaid; was signed by all, except the provision master Jan Appingh and the second warehouse master Joan Daniel Simons. Monday, 21 October in the year 1776. In the morning at nine o'clock. Council of Policy. All present. The bookkeeper Jacob Wijnand Saalveld, who was elected on 1 August of this year as a member of the Honourable Court of Justice of this Castle, having today taken before the Governor the oath prescribed for the members of Justice; it was approved and agreed to keep a record thereof herewith, and to give communication hereof to the Court of Justice by extract of this document. 21 October in the year 1776. Receipt and reading of the homeland and Their Right Honours' missives. Resolution thereon. With the ship Honkoop arrived in Ceylon from the Netherlands, brought thither, sent hither by the ministers there, and opened today in the meeting: a packet of homeland letters addressed by the Gentlemen Directors to this Council; it was approved and agreed to note herewith that thereby Their Right Honourable High Worships' original missive of 10 October 1775 was received and read for the second time, accompanied by such enclosures as are noted on the register sent therewith. Furthermore, having also received via Ceylon Their Right Honours' venerated original and duplicate missives of 27 July of this year, brought from Batavia to Colombo by the ships Overhout and Hoolwerd, accompanied by such enclosures as are noted on the register; it was not only approved and agreed to keep a record hereof herewith, but also, according to the intention of Their Right Honours, to frame during the sitting meeting the necessary resolutions as well as a suitable reply. 21 October in the year 1776. Disposition regarding the loss incurred on the aforementioned Palicol chintzes. And having proceeded to this, it was initially agreed to charge the loss incurred at the Amsterdam Chamber on the purchase cost of two of the three bales of Palicol chintzes—which, pursuant to the resolution of Their Right Honours of 26 March 1773 on the letter of this Council dated 15 October 1772, were sent to the Netherlands, amounting, after deduction of 173 guilders 9 stivers, being the profit made on the third bale, to 250 guilders 18 stivers—two-thirds to the debit of the Chief of Bimilipatnam Dirk Vrijmoet, as former Chief of Palicol, and the remaining one-third to the debit of the estate of the deceased Second Jan Onstee, since they both collected the aforesaid chintzes, in order to be reimbursed by them or from their estates to the Company; under serious recommendation to the present Palicol chiefs to act, when collecting such cloths, with somewhat more
Dutch transcription
Den 11 October A„o 176 Aanteekening en kennis gee„ ving hier van aan H: H: d„s— Lectumre der in gebeedheid gebragte Europas - en Bataviose brieven. — Waarvan niet alleen verstaan is, deese aantekening te houden, maar ook hiervan aan de Hooge Regei„ ring voormeld, kennisse te geeven bij den voor Bata „vra in gereedheid gebragt wordenden brief, welke eersdaags met het Contra schip de wakkerheid staat afgesonden te worden. Aldus gedaan en gearresteerd Jn't Casteel Tot Nagapatnam dato voorsz: /:was ge„ „teekend:/ door alle. — Maandag den 14:' October A„o 1776. — 'Smorgens ten Negen uuren Vergadering van Politie Absent Den Onderkooplieden Jan Appingh, en Johannes Daniel Simons; den eersten door indispositie, en den anderen metsocupatie Deese vergadering door den Heer Gouverneur expresselijk zijnde geconvoceerd, om daarin te re„ „sumeeren 795 553. Den 14' October A„o 1776. Jn dienst neeming van 2 sol„ daaten. ontslag van 2 Oosterlingen sumeeren en te teekenen, de op ordre en onder het hoogen opsigt van sijn Edele ten pappieren gebragte 6 brieven; aan de Heeren Majoores in Nederland en Haar Hoog- Edelheedens op Batavia gerigt: Zoo is, na lectuure goedgevonden en verstaan, zig met dies Jnhoud volkomen te Conformeeren, heeden te teekenen om op en deselve nog op morgen met het retour schip de Princes van Orange en het Contra schip de wakkerheid naar Nederland en Batavia respec„ „tive versonden te kunnen worden. Wijders is verstaan voor soldaaten met ƒ 11. -. in dienst te admitteeren. Jan Cleef, van Eerlijk, en Jan Hendriks, van Harlingen, beide uit het land alhier aangekomen. — Dog daaren tegen, is weder verstaan, de Oostersche soldaaten. J smael, en Oesman, van Cheribon, uit den dienst der Compagnie te ontstaan, om met het schip de wakkerheid naar Batavia gesonden te kunnen 6 worden # Den 14. October Ao. 176. Eed van Caalveld als Lid van Justitie. Communicatie daarvan aan 't selve Collegit. — worden. Aldus gedaan en gearresteerd Jn't Casteel Tot Nagapatnam dato voorsz: /:was ge„ „tekend door alle / E:xepto:/ den dispensier Jan Appengh, en den tweede Pakhuismeester Joan Daniel Simons. — Maandag den 21:' October A„o 1776:— Smorgens ten negen Uuren Ever Vergadering van Politie Allen Present. en op den 1:' Augustus deses Jaars, tot Lid ec in den Agtbaaren Raad van Justitie deeses Casteels g'eeligeerden Boekhouder Jacob Wijnand Saalvold, op heden in handen van den Heer gouverneur gepresteerd hebbende den Eed, voor de Leden van de Justitie beraamd: zoo is goedge„ E vonden en verstaan, daarvan bij deesen aanteke„ ning te houden, mitsgaders den Raad. van #. Justitie hiervan Communicatie te geven bij Extract deeses. Met - 796 557. Den 21. October A„o 1776. ontvangst en Leesuij der Patriase. — En H: H: E. Misrive. besluit daarop Met het uit nederland op Ceelon gearriveerde schip Honkoop, aldaar aangebragt, door de Ministers gin„ der herwaarts gesonden en heden in vergadering geopend zijnde een Patriasch brief pakket, door dens Heeren Majores aan deesen Raad geadresseerd: zoo is goedgevonden en verstaan bij deesen te notee„ „ren, dat daarmede voor de tweede maal ontvangen en geleesen is Haar Hoog Edel: Hoog Agtb: originee„ „le Missive van den 10. ' october 1775. , verseld van zodaanige Bijlaagen, als op het daarvan overge„ Sonden Register zijn genoteerd. — Wijders nog over Ceilon ontvangen sijnde Haar Hoog- Edelhedens gevenereerde Ori„ „gineele en duplicaat Missive van den 27 ' Julij deeses Jaars, met de schepen overhout en Hool„ werd van Batavia op Colombo aangebragt, verseld van sodaanige Bijlaagen, als op het Register zijn genoteerd, zoo is niet alleen goedgevon„ den en verstaan, hiervan bij deesen aanteekening te houden, maar ook na de intentie van Haare Hoog-Edelhedens, staande vergadering de noodi„ ge. Den 21. October A„o 176. — Disposatie over 't op de rev„ gem Paliacolse Chitsen ge„ vallen verlieds.— te opperhoofd in dier gan aan de ge besluiten mitsgaders eene gepaste rescreptie te beraamen. — En hier toe overgegaan weesende, is aanvanke„ „lijk verstaan, het gevallen verlies bij de kamer Amsterdam op het inkoops- kostende van twee„ van de drie pakken Palecolsche Chitsen, die vol„ „gens besluit van Haar Hoog-Edelhedens van den 26. Maart 1773, op den brief van deesen Raa„ de sub dato 15. October 1772. na Nederland ver„ „sonden zijn, bedraagende, na detraheering van ƒ173:9. —. of de winst op het derde pak behaald ƒ250: 18. — . voor 2/3 Bimilipatnam aantereeken ten lasten van het opperhoofd Dirk Vrijmoet, als geweesen Opperhoofd van Palicol en het overige 1/3. Palicol ten lasten des Boedels van den over„ ledenen Secunde Jan Onstee, alsoo zij beiden de voorsz: Chitsen hebben ingesameld, om door recommandatie vnde pasen hun off uit hunne Boedels aan de Compagnie vergoed te werden; onder Serieuse recommandatie aan de Presente Palicolse opperhoofden, om bij het insamelen van diergelijke doeken, mit wat. meerder
English
797 559 21 October Anno 1776. Order to Jagganaykpoiram and Paliacatte to further investigate and report the place and the price of the English fine cotton yarn, to which end. Resolution regarding the decrease of the agio between the pagodas to proceed with more attention and circumspection than seems to have occurred in this matter. In consequence of Their High Excellencies' highly respected order, it has been approved and agreed to write again shortly to the chiefs at Jagganaykpoiram and Paliacatte to make new and further efforts in order to be informed with certainty of the place where the English collect their fine cotton yarn, and of the price they pay for it, with orders to inform this Council thereof at the earliest opportunity, in order thereby to enable them to communicate the same to the Lords Masters according to Their High Desires. Upon the communication from Their High Excellencies that the Lords Masters had been pleased to remark that the decline of the agio between the New Nagapatnam and Porto Novo pagoda from 4¾ down to 1 and 1¼ per cent, which had been noted by this Council as 21 October Anno 1776 As also to inform about the treatment of the remaining unusable goods in 1772. as a consequence of the prohibition against melting down the former, also depended on other causes, and thus that conclusion did not appear so clear to Their High Right Honourable Excellencies as to make it completely certain; and the added order to provide Their High Right Honourable Excellencies with further information in that regard, it has been agreed to respectfully reply that further elucidation will be supplied to Their High Right Honourable Excellencies in the respectful letter of this meeting that, as usual, will depart via Ceylon for the Netherlands at the beginning of the coming year. Likewise, according to the desire of Their High Excellencies, it has been agreed on that occasion to inform the Lords Masters how the remaining unusable goods, which both here and at the subordinate factories on this Coast amounted to a sum of ƒ59402. 9., besides some unappraised goods on hand in Anno 1772, and not sent to Batavia in that year, or sold here in the following year, were dealt with. 798 561. 21 October Anno 1776. Patriarchal letter regarding the findings of the imported cloths, and how one intends to conduct oneself in that regard. Under the attachments to Their High Excellencies' highly respected missive, having received an extract of the Patriarchal missive dated 4 December 1775 written by the Lords Directors of the Amsterdam Chamber to Their High Excellencies, containing the findings on all the varieties of linens brought to the Netherlands and sold in 1775, with the accompanying considerations of Their Right Honourable Excellencies; it has been approved and agreed, with humble thanksgiving for its favorable transmission, to assure Their High Excellencies that here one will not only adhere strictly to the aforesaid considerations in the collection of cloths, but also that this Council will send a copy of the aforesaid extract to all its subordinate factories, with an earnest recommendation to the respective chiefs to govern themselves without deviation in the collection of cloths according to the remarks occurring therein. 21 October Anno 1776. A rotten bale of Tassa Chelas, with order to make an inquiry in that regard. To whom one intends to entrust the same. Remark of Their High Excellencies. With the transmission of the accompanying documents, it being imparted by Their High Excellencies in the aforementioned highly respected missive that in the past year on the ship Vredelust from Coromandel there was brought to Batavia a bale of taffachelas extra fine No. 17 which was found completely stained and rotten, with orders to report to Their High Excellencies after a careful investigation how it came about that the linens in the aforementioned bale, of which the outer packing was found to be in good condition, became stained, rotten, and soiled with mud just like the inner packing. It has been approved and agreed to demand the aforesaid investigation, so far as it concerns this Head Office, from the two warehouse keepers here, the merchant Seracalus Mossel and the junior merchant Joan Daniel Simons; and so far as it concerns Paliacatte, where those cloths were collected, to emphatically 799 563. 21 October Anno 1776. Further proposition as to what might be the cause of the rotting. Order to be established in that regard. order the present chiefs, the merchant Nicolaas Padama and junior merchant Hendrik Cossier, with orders to all of them to serve this Council with a written report of their findings. Upon the further communication in that regard from Their High Excellencies that it has indeed happened that a bale having become wet in a cheling during shipping, its outer packing was already completely dry again due to the penetrating heat of the sun by the time the bales came alongside the ship, while the penetrated seawater kept the linen inside moist and caused it to smother and rot during the voyage to Batavia; and the added order to make the necessary provisions in that regard, it has been approved and agreed, by extract of this, to recommend to the master of equipment here, and to the respective chiefs by circular letter, with all emphasis, not only to use all possible precaution in shipping linen bales to keep the same from getting wet, but also to the head
Dutch transcription
797 559 Den 21. October A:o 1776. — Last na Jag: na pall:o m na den Cusaam en de prigs van het Engelsen fijn Cattoen gaa„ ren nader te iiguereen en op teleggen — ,te welken eijnde. — res om weeg„s de daaling der a„ „gie tusschen de pag:. — meerder attentie en omsigtigheid te werk te gaan, dan in deesen schijnt geschied te weesen. — Jngevolge Haar Hoog Edelhedens zeer geve„ „nereerde ordre, is goedgevonden en verstaan, de Jag„ ganayk poiramsche en Pallea Catsche opperhoofden eerst„ o „daags weder aan te schryven, om op nieuw nadere pogingen te doen, ten einde met sekerheid gein„ g formeerd te worden van de plaats, daar de Engelsen hun fijn kattoen- garen, insamelen, en van den prijs, die zij er voor betaalen, met last, om hier van deesen Raade, ten eersten te informeeren; om haar daar door in staat te stellen, van'er aan de Heeren Meesters Communicatie van te geven, na Hoog derselver begeerte. — Op de Communicatie van Haar Hoog: Edel, beslent de Heeren Majoo„ „hedens, dat de Heeren Meesters remarque hadden gelieven te maaken, dat het daalen der agio tusschen de Nieuwe Nagapatnamse en Porto novosche Pagood van 4/¾ tot op 1. en 1¼. p„r Cento, het geen door deesen Raade was aangemerkt, als Den 21. October A„o 1776 someede van de behandeling der restant onbruckbaare goederen in 172., te informeeren. — als een gevolg van het verbod tegen het smetten der eersten, ook van andere oorsaaken afhangen, en dus die Consequentie Haar Hoog Edelhe Hoog- Agtb:r zoo klaar niet voorquam, om die volkomen zeker te stellen; en bijgevoegde last, om daar omtrent Haar Hoog-Edele Hoog Agtb„s nader van berigt te dienen, is verstaan, eerbiedig te rescribeeren, dat men naar Haar Hoog- Edele, Hoog. Agtb„rs dienwegens nader elucidatie zal suppediteeren, bij het eerbiedig schryven deeser vergadering, dat nagewoonte in het begin van het aanstaande Jaar over Ceelon naar Nederland zal afgaan. — Des gelyks, is na de begeerte van haar Hoog Edelheedens, verstaan bij die ocasie de Heeren Ma= E soo res te informeeren, hoedaanig alhier gehandeld is, met het restant onbruikbaare goederen, die zoo hier, als op de onderhoorige Factorijen, ter deeser Cus„ „te, tot een bedraagen van ƒ59402. 9. , behalven nog eenige ongetaxeerde goederen in A„o 1772, aan handen geweest, en niet in dat Jaar naar Ba„ tavia versonden, of in het volgende alhier verkogt zijn. 798 561. Den 21. October aA:o 176. — „„triase missive na p„r de bevin„ „ding der aangebragte doeken En hoe men sig daar omtrent gedraagen wil. zijn. — Onder de Bijlaagen van Haar Hoog Edel, ontrngt van en betat a hedens zeer gevenereerde Missive, ontfangen heb„ „bende een Extract Patriasche Missive in dato 4:' xbr: 1775. door Heeren Bewindhebbers ter kamer Amsterdam aan Haar Hoog-Edelhedens geschre„ ven, behelsende de bevinding van alle de soorten der in Nederland aangebragte, en en 1775 ver„ kogte Lywaaten met de daarbij gevoegde Consi= „deratien, van Haar wel Edele, Groot Agtb„s, zoo is, onder nederige danksegging voor dies gunsti„ „ge toeschikking, goedgevoinden en verstaan, Hunne Hoog Edelhedens te versekeren, dat men sig hier niet alleen bij het in samelen der doe„ ken, na de voorschreeve Consideratien stiptelijk zal gedraagen maar ook dat deesen Raade, naar alle Haare onderhoorige Factorijen Coppie van het voorsz: Extract zal afsenden, met # ernstige recommandatie an de respective opperhoofden, om sig bij het insamelen van doeken, na de daar„ bij voorkomende remariques, zonder afwyking te re„ guleeren. — onder - Den 21 October Ao. 176. een verrot pak Tassa Chelas met last ovm en daaromtrenton„ versoek te doen. — aan wien man het selve opdraagen wil re margue van H:H: E:d wog: Onder tesending van de daarbij behoorende bescher„ „den, door Haar Hoog- Edelheedens bij de voorgewaagde Zeer gevenereerde Missive, bedeeld zynde, dat in het voorleeden Jaar, met het schip vredelust van Cor„ „mandel op Batavia was aangebragt een pak saf„ fachelas extra fijne N„o 17. het geen geheel bevlekt en verrot bevinden was, met ordre, om na een naauw keurig ondersoek Hoog deselven te berigten, hoe het toigekomen zij, dat de Lijwaaten in het voormelde pak, waarvan de buiten embalagie wel geconditioneerd was bevonden, Even als de bin„ „nen Embalagie gevlekt, verrot en met Modder zijn beset geraakt. zoo is goedgevonden en ver„ staan, het voorsz: ondersoek voor zoo ver het dit Hoofd- Comptoir betreft de beide Pakhuismeester alhier, den koopman Seracalus Mossel en onder„ koopman Joan Daniel Simons, te demandeeren; en voor zoo ver het PalliaCatta Concerneerd, waar die doeken zijn ingesameld het de presente opperhoofden, den Koopman Nicolaas Padama, en onder koopman Hendrik Ccossier met nadruk te 799 563. Den 21. October a„o 1776. Positie verders wat de oor„ saak van 't verrotten wel konde sijn. — gaande.— te gelasten, met bevel aan alle dezelven, om van hunne bevinding deesen Raade te dienen van Schriftelijk Rapport. — Op het verdere aanschryven dierwegens van Haare Hoog Edelhedens dat het wel gebeurd is, dat een pak in Chialeng bij den afscheep nat geworden Zijnde, dies buitenste Embalage door de penctran„ „te hitte der sonne, reeds weder volkomen droog was, een mien metde pakken aan scheepsboord quaamen terwijl het doorgedrongene seewater het Lijwaat van binnen vogtig hield en op de reise naar ba„ tavia deed verstikken en verotten; en bygevoeg„ om # „den last dierwegens de noodige voorsiening te doen, is goedgevonden en verstaan, den Equipa, te stellene Ordre dien van „ge meester alhier bij Extract deeses, en de respective opperhoofden bij Cidculair schryvens, met allen na„ druk te recommandeeren om niet alleen bij het afscheepen van Lywaat-pakken alle precautie te gebruiken, die maar mogelijk is, om de selve voor C:V: nat worden te bewaaren, maar ook, om aan het hoofd
English
The 21st of October, Anno 1776. Remark that the dispatch of the powder mill has already been dealt with. The head of each chialing that brings linens on board is to be earnestly commanded not to deliver on board any linen bales that might accidentally become wet in the chialings from the splashing of seawater, even if the outer packaging might already have been dried by the penetrating heat of the sun; but on the contrary, with notification to the commanding mate of the ship or vessel to which they are bringing the linens on board of the wetting or splashing of the aforementioned bales, to bring the same back ashore at once to be dried, on pain that those who are discovered to have sinned against this express order by delivering onto a ship or vessel linens splashed with seawater, will be corrected in such manner as shall be deemed proper. Regarding the further order of the High Government with respect to the powder mill, it has been resolved to refer respectfully to the humble letter of this Government of the 1st of October, in which its dispatch to Jaffanappatnam was most respectfully communicated. And furthermore, to note in the outgoing letter that their High Mightinesses' further repeated order appearing in the postscript under their High Mightinesses' letter of the 5th of May of this year, namely to allow the Moor and inhabitant of Batavia, Mahomet Miera Oesien, who came over here on the ship De Wakkerheid, to return in the coming year, taking with him some packs of linens, will be dutifully complied with. Among the enclosures of their High Mightinesses' aforementioned very respected missive having also been received an extract from the general resolutions of the Castle of Batavia, taken in the Council of the Indies on Friday the 3rd of May 1776, containing a circular order to all the outer offices of the Company in the Indies, henceforth to send over with each of the ships and vessels departing for Batavia three expense accounts, one for the office of the General Audit Office, the second for the Pay Audit Office, and the third for the Equipment Wharf, arranged in such manner as is further ordered in the aforementioned extract; so it has been approved and resolved, with the delivery of a copy of the aforesaid extract, to demand of the Honorable Chief Administrator to issue the necessary orders here, so that henceforth, upon the departure of ships or vessels for Batavia, the wish of their High Mightinesses shall be dutifully complied with. By resolution of this Table of the 26th of June of this year, it having been demanded of the members of the assembly, the titular merchant Willem Duijneveld and the sub-merchant Joan Daniel Simons, accurately to trace and investigate the state of the former Bimilipatnam renter Nagamalloe Perentaal, they have now regarding that matter served the following written report: To the Right Honorable Sir Reijnier van Vlissingen, Governor and Director of this Coast of Coromandel, with the dependencies thereof, together with the Council. Right Honorable Ruling Sir and Sirs. By the resolution of this Government of the 26th of June of this current year, it having been demanded of us accurately to trace and investigate the state of the former Bimilipatnam renter Nagamalloe Perentaal, and his debt to the Honorable Company arising from the lease of the villages of Bimilipatnam and Kommelpalium transferred to him and his partner Sakrewarti Ramana, as well as the mouth of the river, etc., of the bookkeeping years 177 1/2 and 177 2/3, according to a letter from the former chief of that factory, Casper Theodorus Pfeisser, dated the 16th of April, Anno 1774, addressed to the Right Honorable Governor, still amounting to 7251 5/6 rupees, namely: on account of the mouth of the river, 5231 5/6 rupees, and the aforementioned villages, 2020 rupees. We, examining the same and the circumstances of that affair, have had to find that the named Perentaal is unable to give even the slightest elucidation in this regard, testifying that although he was directly known as the renter, nevertheless
Dutch transcription
Den 21' October A„o 1776: Remargie dat de ver„ sending van de kruit mol= bereeds bedeeld is. — hoofd van ieder Chialong die Lywaaten naar boord sal brengen, met ernst te beveelen van geene Lijwaat pakken, die bij ongeluk in de Chialengen door over„ spatten van Seewaater nat mogten worden aan boord over te geeven, schoon ook de buitenste emba„ lage door Genetrante hitte der sonne al mogt ge„ droogt weesen; maar daaren tegen onder te ken„ nen geving aan den gesaghebbende Stuurman van het schip off vaartuig, waar sij Lywaaten aan boord brengen, van het nat worden off bespatte der voorsz pakken, deselve wederom ten eersten aan de wat te brengen, om gedrooge te worden, sub peene„ dat de geenen die ontdekt worden, teegen deesen uit„ drukkelijke ordre, door het afgeeven van met see„ „waater bespatte Lijwaaten aan boord van een schilp off vaartuig, gesendigt te hebben soodanig sullen worden gecorigeerd als men bevinden sal te behooren. — Op de nadere ordre der Hooge Regeering met opsigt tot de kruitmolen, is verstaan, zig eer„ biedig te refereren van het nedrig schrijven deeser Regeering V 565. 800 Den 21. October A„o 1776.— De neev„s gem: Mhoor word passage na Batavia verlaerd Receptievan een Extrant uit H: H: E:s Resolutie nop„s het versenden der onk reek„s. — Regering van den 1:' ctober waarbij zijne versending naar Jaffanappatnam eerbiedigst bedeeld is. — En wijders bij den afgaanden brief te notee„ „ren, dat men Haar Hoog-Edelhedens nader geinha„ reerde ordre bij Post schreptum onder Hoog derselver Brief van den 5. Maij deeses Jaars voorkomende, namelijk, om den met het schip de wakkerheid her- waarts overgekomen Mhoor en Jnwooner van Bata= „via Mahomet Miera Oesien Cs, in het aanstaan„ de Jaar te laaten retourneeren, onder medeneeming van eeniger pakken Lijwaaten, schuldpligtig zal nakomen. Onder de Bijlaagen van Haar Hoog- G„ Edelheedens op gemelde seer gevenereerde Missive al„ mede ontvangen weesende, een Extract uit de generaale Resolutien des Casteels Batavia, ge„ „noomen in Raade van Jndie of vrijdag den ordre 3. ' May 1776. , behelsende Circulaire na alle de buite Comptoiren van de Compagnie in Jndien, om C:V voortaan met ieder der na Batavia vertrekkende scheepen en vaartuigen, drie onkost rekeningen over ƒ C „d e Den 21. October Ao 1776. — Het selve wir aan den Hoof admi„ nistrateur ter effectueering op gedraagen. Diening van Ropport weg„s der staat van den pagter Peren„ Staal. Jusitie.— over te senden, de eene voor het Comptoir van de ^d'tweede voor het zoldij visite . C Generaale visite=Comptoir, en de derde voor de Equi„ pagie- werf, zoodanig ingerigt, als bij het ge„ melde Extract nader bevoolen word; zoo is goed„ gevonden en verstaan, onder afgave van Copie van het evengemelde Extract, den E. Hoofd-ad- ministrateur te demandeeren, om alhier de nodige ordre te stellen, dat hieren voortaan, bij verstrek van scheepen off vaartuigen na Bata- „via, aan de begeerte van Haar Hoog-Edelhedens schuldpligtig worde voldaan. — Bij besluit deeser Tafel van den 26:' Junij deeses Jaars, aan de Leden der vergadering den Pitul: koofman willem Duijneveld, en onder koop man Joan Daniel Simons gedemandeerd geworden zijnde, naauwkeurig na te gaan en te ondersoeken, den staat van den geweesenen Bimilipalnamschen Pagter Nagamalloe Perentaal, hebben zy dier wegens tanst gediend van het naarvolgende schriftelijk Rapport Aan V E 567 801 Den 21 October A„o 1776: Aan den wel Edele gestrenge Heer Reijnier van Vlissingen gouverneur en Directeur deeser Custe Cormandel, met den RResorte van dien nevens den Raad Wel Edele Gestrengen Gebiedende Heer En Heeren. Bij het besluit deeser Regeering van den 26 ' Junij J„o Heden, aan ons gedemandeerd wesende, naauwkeurig nate gaan en te ondersoeken naar den staad van den geweesenen, Bimilipatnamse Pagter Nagamalloe, Perentaal, en Desselis debet aan de E: Comp„e voortkomstig uit de aan hem, en sijn portionaris Sakrewarti Ramana, overgelate pagt van de Dorpen Bimilipatnam en kommel palium, mitsg„s de mond van de revier Etc: van de Boek. Jaar 177½. en 177 2/8. na Luia eener brieff van het geweese opperhoofd dier Factorij Casper Theodorus Pfeisser, in dato 16. April A„o 1774. , aan den welEdelen gest: Heer gouverneur ge„ rigt, , nog bedraagende 7251 5/8. Ropias, te weeten. — wegens de Mond van den Revier Rop„s 5231. 5/6 En de Dorpen voorm:. . . . „ 2020. —. –. : Hebben wij deselve, off den toedragt dier affaire Exa„ „mineerende, moeten onder vinden, dat genoemde Pe„ „ventaal, buiten stad is, eenig de minste Elucidatie deesen aangaande te geeven, als betuigende, dat Schoon direct als Pagter bekend stond, egter Nagapatnam de 367.
English
The 21 October Anno 1776. the entire administration and management of the same had been completely deferred to his aforesaid partner Sakrawartij Ramana, and that he in that capacity had also received everything, made the receipts and expenditures, as well as kept the accounts thereof, which was known to everyone in Bimilipatnam, this statement of his being also confirmed by the letter from the aforesaid former resident Pfeisser dated 18 April 1773, addressed to the highly esteemed Right Honorable Lord Governor, on the occasion when he reported that nothing had been received in reduction of the lease money of 1771/2, and therefore he had placed under arrest within the fort the aforesaid partner Sakrewartij Ramana, who from the beginning had directed the lease affairs on account of the continuous illness of the leaseholder himself. This defective elucidation and formal ignorance of Nagamalloe Perentaal rendered all our further proceedings in this matter illusory, since one had to judge everything like the blind judge color, and thus solely by guesses and suppositions, in no way satisfying the intention which this Government aimed at in taking its aforesaid decision; for the matter remained thereby just as obscure and vexatious, without any resource or prospect of a fair decisive resolution, whereby the Honorable Company might be indemnified through the realization of its rightful dues, so nothing remained for us 569. 802 The 21 October Anno 1776. nothing remained for us but to bring the aforesaid to Your Right Honorable's attention, as is done herewith in all respect, and to present to the same, if one is ever to arrive at a regular settlement of these debt items, the very emphatic urgent request of Nagamalloe Perentaal to summon here at once, or as soon as possible, his partner Sakrewartij Ramana with all the accounts relating to these leases, without whose presence, Perentaal testified, nothing could be accomplished, much less could the necessary light be obtained concerning the state of those lease affairs, and particularly regarding the moneys still outstanding and already recovered, for which he was still obliged to render account, not to mention the elucidation that he could still provide regarding the debtors who are in arrears for unpaid dues etc. to an amount of Ropies 1879 1/16, according to a note presented under date of 18 April 1773 to the Right Honorable Lord Governor by the said former resident Pfeisser. The leaseholder furthermore forms a claim against the Nagapatnam merchants Sieroemeni Chittij, Ramalinga Poelle, Conda pillij wengadassalam Chittij, and Padasiwva Chittij, on account of the 223 bales of common raw guinees collected by them since 1768 until 1770 in Bimilipatnam and its surrounding districts, and transported from there to this place without payment of toll, amounting at 30 pieces per corgie to 6690 pieces, or 334 1/2 corgies, the same The 21 October Anno 1776. the same, calculated at 10 Ropies the corgie, yield 36795 Ropies, bringing the half toll of 3 1/2 percent thereon to 1287 13/16 Ropies, as well as upon Tieroemenij Chittij alone an amount of 247 3/4 Ropies for a like toll of 3 1/2 percent on 99 chests or 39 3/8 bahars of Japanese bar copper at 330 Ropies per bahar, 25375. He bases his claim regarding the toll on the linens on the following reasons, namely: that when the lease of the river mouth was leased out, he had leased the same based upon the calculation and estimate made of the amount of merchandise and other goods that were usually brought there annually and consumed, as well as other merchandise transported in their place, and on which toll was constantly paid, but that he had had to experience the contrary through the loss of 1585 9/16 Ropies in toll for the aforesaid 223 bales of linens transported from there and 12375 lb of Japanese bar copper imported, over and above having had the misfortune that the southern boatmen, two years in succession, not only discharged little or no merchandise at Bimilipatnam on account of the low market at Visianagaram, but also because further to the north the grains and other products suitable for the south were to be had more cheaply, they had transported their brought wares elsewhere, whereby he had consequently been deprived of the import and export duties for the same. Furthermore, for the further demonstration of the obligation of the aforesaid merchants to pay
Dutch transcription
Den 21 October A„o 1776. de gansche beheering en behandeling derselve ten eene, maal aan sijn voorsz: portionaris Sakrawartij Ramana gedefereerd was geworden, en denselven uit dien koorde ook alles ontfangen, en de in- en uit gave gedaan, mitsg:s de Rekeningen derselve gehouden had, het geen een ieder te Bimilip„n be„ kend was, wordende dit sijn gesegde ook geconfir- meerd door het schryven van het voorsz: geweese opperhoofd Pfeisser de dato 18. ' April 1773. , aan hoogst gedagte welEdelen gestrengen Heer gouverneur gerigt, bij gelegenheid hij verslag deede dat in mindering van de pagt penn: van 177½ niets ingekoomen, weesende, dierhalven voorsz: Portio„ naris Sakrewartij Ramana, die van de be„ ginne aff de pagt saken, om de wille, van de Continueele indispositie van den pagter selve, gederigeerd hadde, binnen het fort in arrest hadde laten setten. — Deese gebreekige Elucidatie en formeele on„ kunde van Nagamalloe Perentaal, maakte alle onse verdere verrigting in deesen illusoir; de„ wijl men van alles, gelyk de blinde van de kou„ leur, en dus en kel bij gissingen en veronderstellingen oordeelen moste in geenendeele voldoenende aan de Jntentie, die deese Regeering in het neemen van voorsz: haar besluit, beoogd heeft; want de saak bleeff daar door even duister en verdrietig, sonder eenig resourlen off uitsigt, tot een billijk Decitieff besluit, waar door d'E: komp„s door het doen erlan„ gen, van hagie soo wettige Competeerende penn: schadeloos gesteld zoude kunnen worden, dus bleeff ons 569. 802 Den 21 October A„o 1776. — ons niets over, dan het voorsz: uwel Edele Gestr: ter kepris„ se te brengen, gelijk bij deesen in alle Eerbied geschied, en hoogst deselve, sal men eens tot een regel. maatige veressening deser schuldposten geraaken, voor te draagen, de seer nadrukkelijke instantie van Nagamalloe Perentaal, om sijn portionaris Sakrewartij Ra„ mana, met alle de reekeningen tot deese pagten betrekking Hebbende; ten eersten, off soo spoedig mogelijk, dit heen te ontbieden, sonder winst pre„ sentie; Perentaal betuigde, niets soude konnen werden verrigt, veel min het noodsaakelijk ligt te erlangen weesen, van den toestand dier Pagt assaire, en wel insonderheid van de nog uitstaande, en reeds gerecouvreerde penn:, waar van Hij ver„ pligt was als nog verantwoording te doen; ongeree„ G kend de Elucidatie, die denselven nog soude konnen geeven, omtrent de Debiteuren, die wegens onvoldaane geregtigheeden &:a een Montant van RRop„s 1879 1/16 ten agteren sijn; na Luid eener Notitie door gedagte ge„ weesen opperhoofd P feisser, onder dato 18:' April 1773 aan den welEdelen gestr Heer Gouverneur gepresen„ „teerd. — Den P: agter formeerd wijders een pretentie op de Nagapatnamse kooplleden Sieroemeni Chittij, Ramalinga Poelle, Conda pillij wenga„ „dassalam, Chittij, en Padasiwva Chittij, weegens de door haar 't seedert 1768. tot 1770 te Bimilip„s en dies omleggende, districten ingesaamelde, en van daar sonder betaaling van Tholl, dit heen vervoerden 223. pakken guinees gemeen ruw, uitmaakende â 30. p.:s p C„o 6690. stukken, off 334:½ Corgiers, deselve Den 21' October A„o 1776. — deselve gereekend teegens 10: Rop„s het Corgie, uit bren„ gen Ropyjen 36795. , imsorteerende daar op de halve Tholl van 3½ prCento, Rop„s 1287 13/16. someede op Tieroemenij Chittij alleen en Cantum van Rop„s 247¾. voorgelyke Tholl van 3½ ten Honderd, of 99. kisten: off 39/88 bhaaren staaff kooper Japans, â 330 Rop„s p„r bh„r 25375 Hij fondeerdt sijn pretentie omtrent der Tholl of de Lywaaten op de volgende reedenen, nament„ lijk: dat toen de pagt van de Mond der rivier ver„ „pagt wierde, hij deselve gepagt hadde, op de gemaak„ „te Calculatie en overslag, van het bedragen der Coop„ mansz: en andere goederen, die men gewoon was Jaar„ „liks aldaar aante brengen en vertieren, mitsg„s an„ „dere koopmansz: in dies plaatse te vervoeren, en waar van 't steeds Tholl betaald wierde dog dat hij het Contrairie hadde moeten ondervinden door het gemis van Rop„s 1585 9/16. aan Tholl voor de voorsz: van daar vervoerde 223 packen Lijwaaten, en ingevoerde 12375. lb staas koper Japans, buiten en behalven, dat hij het ongeluk hadde gehad, dat de Suijdsche Barquiers, twee Jaaren na den an„ „deren niet alleen weinig off geen koopmansz:, mits de Lage markt te visianagaram te Bimilipatnam ontlost, maar ook om dat verder om de Noord de graanen en andere producten; voor de suiddienelijk goed koo„ peg te bekoomen geweest synde, hunne meede gebragt Whaaren, elders leen vervoerd hadden, oversulx densel„ „ven van de in en uitgaande regten voor deselve, ge„ priveerd was geworden. wijders tot nadere aantooning van de ver„ pligting der voorsz: kooplieden tot het betaalen van
English
571 803 The 21st of October Anno 1776 of toll for the linens transported by them, adding that both the southern inland and other merchants as well as the Choliars, without any exception, for the Guinees and other linens and goods that they transferred or imported from elsewhere, had been obliged to pay the established toll to the Visianagaram Princes without the least contradiction or exception, and which practice had remained in force, and the payment of those duties had always taken place after Bimilipatnam and its dependencies came under the Honourable Company by lease; but that notwithstanding this, the aforesaid four Nagapatnam merchants sought to exempt themselves therefrom; whereas the merchant Pieroemenie Chittij himself could neither deny nor hesitate that he had paid to him, the Farmer, the toll on the export of 4 packs of Guinees transported by him here in Anno 1771. That furthermore the aforesaid dispatched quantity was not all acceptable or admissible for the Honourable Company, but indeed a part thereof was rejected, which, being sold to private individuals, they had profited from at least as well as from the cloths accepted by the Honourable Company, besides the fact that, even had those linens been for the Honourable Company, they were nevertheless not exempt from the payment of the toll to the Prince's toll-gatherers upon bringing them down. Concerning the toll on the imported copper, he says that previously no Company's merchandise or those goods in which their Honours alone traded had been imported by Pieroemenie Chittij and others, but they had confined themselves to such permitted goods in which the other traders dealt, so that this merchant was consequently obliged to pay toll thereon, as he would have had to do if he had imported and sold that copper at Konada, situated only 1½ miles by sea from Bimilipatnam, or any other seaports round about, to which payment he was all the more entitled because some of the traders, having also imported a small quantity of sheet and bar copper, had paid the established toll for it; thus no reasons could be found why Pieroemenie Chittij should be excluded from the payment. The Chief Elsesser, writing about this in his letters of the 18th of April 1773 and 16th of April 1774, says that if the Farmer and his partner could not or might not balance their debit with these and other outstanding moneys, he then did not know how they were to liquidate their arrears, urging therefore that favorable consideration might be given to the application made by the Farmer for obtaining those unpaid tolls, which would contribute greatly to the reduction of the overdue funds, which otherwise would never be collected and settled. The merchants mentioned herebefore, summoned before us—though of them only Ramalinga Poelle and Sadasiva Chittij, Wengadassalam Chittij 173 804 The 21st of October Anno 1776 Chittij having recently been excluded from trade, and Pieroemenie not having appeared, having excused himself on account of indisposition—the claim of the Farmer was presented to them; but they testified that they were not obliged to make the desired payment, since they had collected those cloths due to the urgent necessity for coarse linens, under the express authority of the Governor here given for that region, and the collected cloths, pursuant to the order established or given by his Honour to the chiefs to give them every assistance in that collection, had been transported here with Company's vessels; maintaining therefore, as having been procured directly for the Honourable Company at a time when they were terribly in want of coarse cloths, and the southern regions could not contribute as much as the supply assigned to them required. As much as this is, on the one hand, the truth, and the argument presented by those traders is entirely acceptable, so on the other hand it is also certain that this is an incident for the Farmer to the detriment of his lease, which he could not have foreseen at the assumption thereof, that so great a purchase on account of the Honourable Company on behalf of the merchants of this principal place was to take place there, whereby the purchase and transport of and by others, or private individuals, absolutely had to decrease, and thus less toll
Dutch transcription
571 803 Den 21. October A„o 1776 van Tholl, voor de door haar vervoerde Lijwaaten, bij brende, dat soo wel de suidsche binnenlandsche, en andere kooplieden als de Sjoliassen, geene uitge„ „sondert, voor de guineesen en andere Lywaaten en goederen die deselve ovr deeden, off van elders in voerden, in de verpligting geweest waaren, om den ge„ „stelden Tholl aan de visianagaramse Prinsen sonder eenige de minste teegenspreeking, off uitsondering of te brengen, en by welke magime gebleeven was, en de betaling van die regten steeds plaats gehad hadde na dat Bimilipatnam en dies onderhoorigheeden door pagt onder d'E Comp„e gekoomen sijn; dog dat mde des niet tegenstaande de voorsz vier Nagap„m kooplieden sig daarvan sogten te ontrekken; daar den koopman Pieroemenie Clittij selve niet negeeren nog hasiteeren konde, den Tholl van den uitvoer voor 4 Packen guineesen door Hem„ in A„o 1771. dit heen vervoerd aan Hem Pagter betaald te hebben Dat wijders de voorsz: versondene quantdat, niet alle voor de E Comp„e aanneemelijk, off acceptabel: soude sijn geweest, maar wel een gedeelte, daar van uitge schoten geworden, die aan der particulieren ver „kogt weesende sij de minsten daar van soo wel, als op de door d' E. komp„e aangenomene Doeken gegaudeert hadden, behalven dat zij, schoon die Lijwaaten voor de E Comp„s egter van de betaaling van den Tholl aan 'Sprinsens tothefsers bij den affbreng derselve niet vrij geweest waaren. Een belange van de Tholl op 't ingevoerde kooper segt hij dat bevoorens geen komp„s koop„ mansz: off die waar in Haar Ed: alleen handede door L Den 21' October A„o 1776. door Pieroemenie Rhittij en andere ingevoerd waren maar sig bepaald hadden aan sulke gepermitteerde whaaren waarin de ander handelaars handelde, dat dierhalven dien koopman verpligt was, dage voor Tholl te betaalen, soo als hij soude hebben moeten doen indien hij dat kooper te konada, maar 1½ mijll ter zee van Bimilip„r geleegen, off eenige andere see havens, daar om her, ingevoerd en verkogt had„ de tot welke betaaling hij soo veel te meer bevoegt was, om dat eenige der Handelaars meede een kleen quantiteit plaat en staafkooper ingevoerd heb„ bende 'er de gestelde Tholl, voor betaald hadde, dus men geen reedenen vinden konde, waarom Pieroe „menie Chittij van de betaaling uitgeslooten soude moeten werden. Het opperhoofd Efeisser hier over bij Sijn brieven van den 18. ' April 1773. en 16. April 1774. Schrijvende, segt, dat wanneer den Pagter, en sijn Portionaris, met die en andere uitstaande gelden Hun debet niet konde off mogte verevenen, hij dan niet wist hoedaanig sij hun agterstal Liquideeren soude, dringende mits dien aan dat een grati „euse reflectie geslagen mogte werden, op de geda„ „ne instantie van den pagter, ter erlanging van die onvoldaan gebleevene Tollen, het geen grotelyks Contribueeren soude ter vermindering der agterstal„ „lige penningen; de welke anders nimmer inge Palmd en verevend werden zoude.— De kooplieden hier vooren vermeld, voor ons ontboeden, dog daar van alleen Bannaginga poelle en Sadasiwa Chitlij, wengadassalam Chittij 173. 804. Den 21 October A:o 1776. Chittij Jongst uit den handel gesecludeerd, en Sie„ roemenie, niet gecompareerd is als hebbende sigmits indispositie g'eaciseerd :/ wierd de pretentie van den Pagter haar voorgehouden, dog betuigden tot de be„ „geerde betaaling niet verpligt te weesen, alsoo sij den Jnsaam dier doeken mits de Hooge benoo„ digheid om groove Lijwaaten, op de expresse qua„ lificatie van den Heer Gouverneur alhier om dien oord gedaan, en de Jngesaamelde kleeden ingevolge de gestelde off gegeve ordre door sijn Edele aan de opperhoofden, ten einde haar omtrent dien insaam alle behulpsaamheid toete brengen, met 's Comp„s vaartuigen dit heen overgevoerd waren Sustineerende dus, als direct voor d'E Comp„e besorgd Sijnde, in een tijd dat men schrikkelijk om groove doeken verleegen was, ende suidsche Con„ trijen soo veel niet Contribueeren konde, als de aan hun opgedraagene Leverancie daarvan im„ „porteerde Soo seer als dit aan de eene kant de waarheid, en het ingebragte dier Handelaars alle sints aaneemelyk is, soo is het aan de an„ dere kant ook seeker, dat dit voor den pagter een tusschen val is, ten naaeele van sijn pagt, die hij bij het aanvaarden van deselve, niet heeft kunnen voorsien, dat aldaar een soo groote overkoop voor Rekening van dE: Comp:e ten behoe„ ve van de kooplieden deeser Hoofdplaatse te zullen geschieden waar door den inkoop en ver„ voer, van en door andere, off Particuliere absolute„ „lijk heeft moeten verminderen, en dus minder Tholl
English
The 21st October Anno 1776. Toll was paid, than the Farmer would otherwise have been able to enjoy, so that by this extraordinary interval, and privileged collection, the Farmer merits a favorable mitigation regarding his aforesaid arrears; likewise regarding the unqualified free importation of Japanese bar copper by Pieroemenie Chittij, the more so because he acted in that regard contrary to the content of the contract entered into with him concerning the sale of that mineral. As for what further concerns the Farmer and his partner, he declared, upon the explicit question asked in what manner he arrived here, whereas he and his partner had been under arrest and it had been ordered by the Government here to send him here by sea under arrest, that the chiefs, having released him and his partner from it, admitted Sakrewartij Rawana anew as Farmer of the river, and had told him, Perentaal, to go seek his fortune, since his debt to the Honorable Company would indeed be recovered, wherefore, due to destitution as well as otherwise, he had betaken himself hither in order if possible to find some help with his family residing here, at the same time requesting that, as long as this matter remains undecided, he will not render himself fugitive, and may be released on bail, because the arrest bore too hard on him, and he remained destitute of the necessary sustenance for his livelihood; offering besides, as surety for his person, the native Appoe. While we cannot leave untouched 805 The 21st October Anno 1776. untouched, the indifference that occurred in this matter, in that the chiefs at Bimilipatnam took no further pains to secure those outstanding farm monies from the said Farmer or his partner, and in case of their insolvency from their sureties Bollapieggadda Endana, Mamoeneyna, and Gaddedassoe Soerappa, since these, or the guarantors, are in the second place obligated to keep the Honorable Company indemnified, yet it nowhere appears that anything was done in that regard or that any suitable measures were taken, which nevertheless ought to have happened if one did not wish to be subject to a reproach of negligence or carelessness, for although through the timely precaution used by this Government in securing the principal assets of the chiefs, the Honorable Company is somewhat covered, yet duty required recovering as much as would have been possible both from the Farmer and his partner, as well as their sureties, who are said to be quite well-to-do, in order thereby to accommodate those whose assets have been seized and to make their burden more bearable; all of which we have deemed it our duty to bring before the eyes of Your Right Honorable, and to present the instances made by the Farmer mentioned hereinbefore, for the taking of such dispositions as Your Most Prudent Judgment shall judge to agree with the true interest of the Honorable Company; while we give ourselves the honor to be with due respect, was undersigned, Right Honorable Commanding Lord, below, Your Right Honorable's humble and obedient servants, in the margin, Nagapatnam, this 27th September Anno 1776, was signed, Willem Duyneveld, J. Daniel Simons. 175 The 21st October Anno 1776. On the impetration of his co-partner of Bimilipatnam, on the farmer's aforementioned pretension. Whereupon, after reading, having deliberated, before deciding finally thereon, it was approved and understood: 1. To write to the Bimilipatnam officials to send his co-partner Sakrewartij Rawana, who according to the Farmer's claim had the entire management of the Farm, hither under arrest by the first sea opportunity, together with all his accounts and further proofs belonging to the Farm of Bimilipatnam; further giving notice of the Government's confidence that the chiefs will promptly comply in this with its express order, since it will tolerate no indifferent treatment in this, such as occurred regarding the first-mentioned Farmer; Stay of the disposition. 2. On the Farmer's formulated claims against the Nagapatnam merchants Pieroemenie Chittij, Ramalinga Poele, Conda Pillij, Wengedassalam Chittij, and Sadasiwa Chittij, on account of non-payment of the half toll of 223 packages of common guinea cloth 806 577 The 21st October Anno 1776. Order to Pieroemenie Chittij to pay the aforementioned amounts. Release of the farmer's person on bail. Vote of thanks to the honorable members for the trouble taken. common unbleached, transported by them from Bimilipatnam to here, to stay the disposition until his co-partner shall have arrived here, and further elucidation shall have been obtained in this regard. 3. But on the contrary to have paid by Pieroemenie Chittij alone into the Company's small cash office a sum of Rupees 2974, or Rupees 85. 1. 30, which he owes the said Farmer on account of toll at 3½ percent, on 99 chests or 2 9/60 bahar of Japanese bar copper imported by him at Bimilipatnam, and sold at 330 Rupees the bahar. 4. And lastly, to release the frequently mentioned Farmer Nagamalloe Perentaal, who is still detained by the visitor, upon his lamentable plea, and under bail for his person, so far as concerns the risk of flight, from the native here Appoe Chittij, from his arrest, with permission to reside here with his friends as long as his case remains undecided. And it was furthermore understood to thank the aforementioned Honorable Members Duyneveld and Simons in the name of the assembly for
Dutch transcription
Den 21' October A„o 1776. Tholl betaald is, dan den Pagter anders soude hebben kunnen genieten, over sulx door dit Extra ordinair in„ ter val, en gepriveligeerd insaam den Pagter omtrent sijn voorm agterstal een gunstige miligatie meriteerd; soo meede omtrent de ongequalificeerde tot vrije invoer van het Staaf-kooper Japans, door Pieroemenie Chittij, te meer Hij daar omtrent gehandelt heeft Contraire den inhoud van het Contract, omtrent den verkoop van dat mine, „raal met hem aangegaan. wat wijders den Pagter en sijn Pertionaris aanbelangd, betuigde hij op de Expresse gedaane vrage, op wat wijse, hij hier is gekoomen, daar hij en sijn Portionaris in arrest geweest waaren en door de Re„ „geering alhier geordonneerd was hem ter Zee in arrest dit heen te zenden, dat de opperhoofden hem en sijn Portionaris daar uit ontslagen hebbende Sakrewartij Rawana, op niew als Pagter van de Revier g'ad„ mitteerd, en Hem Perentaal aangesegd hadden sijn portuin te gaan zoeken, dewijl zijn debet aan DE: Comp„e wel gevonden zoude werden dierhalven door gebrek als andersints sig naar herwaarts begeeven haade, om des mogelijk eenigheul bij zijn hier synde Lamilie te vinden, teffens versoek doende, dat soo lange deese saak ongedecereerd blijft, sig met fugatieff stel„ len sal, op borgtogt gelargeerd te mogen werden, wijl hem het arrest te hart viel, en van het noodwendig nood. druft tot sijn Levens onderhoud ontblood blaf„ presenteerende Neffens, tot borge voor sijn persoon den Jnlander Appoe. — Terwijl wij niet af sijn kunnen onaange roerd 805„ Den 21. October Ao 1776:— Roerd te laaten, de onverschilligheid, die in deesen plaats heeft gehad, over dat de opperhoofden te Bimilipn: geen meer werkt hebben gemaakt, om die agterstallige Pagt Penningen van genoemde Pagter off synen Portionaris te bemagtigen en bij hun Jnsolventie van hunne borgen Bollapieggad„ da Endana, Mamoeneyna en gaddedassoe Soerappa dewijl deese, off de Cautionarissen in de tweede plaatse ver„ opligt sijn d' E Comp„e schadeloos te houden, dog daar blijkt nergens, dat daar omtrent iets gedaan is off eenige daartoe dienende middelen bij der hand genoomen sijn het geen even„ „wel hadde moeten geschieden, soo men aan geen verwyting van Negligentie off verwaarloosing subject heeft willen weesen, avant schoon door de teidige gebruikte voorsorge deeser Regeering, in het secureeren van de voornaam„ ste Middelen der opperhoofden, d'E: Comp„e eenigsints gedekt is, zoo heeft het egter de pligt vereijscht, om soo wel van den Pagter en sijn Portionaris, als hunne borgen die men segd nog al bemiddelt te sijn soo veel te recou„ vreeren als mogelyk zoude sijn geweest, ten einde daar door die geene wiensmiddelen in beslag genoomen sijn te gemoed te komen en hun last dragelyker te maaken al het geene wij van onse gehoudenisse geoordeelt hebben, uwelEdele Gestr: onder het oog te brengen en de gedaane Jnstantien van den Pagter hier vooren vermeld, voor„ te draagen tot het neemen van soodaanige Dispositien als Hoogst desselvs prudent Beleid oordeelen sal, met het waare belang van dE: Comp„e te Convenieeren; Terwijl wij ons de Eere geeven met het verschuldigt re„ spect te zijn /:onderstond:/ welEdele gestrengen gebie„ dende Heer ten Heeren /:lager:/ uwelEdele gestrengens, onderdaanige en gehoorsaame Dienaaren /:in margine/ Na„ gapatnam desen 27. September A„o 176. /:was geteekend:/ Willem Duyneveld , J„ D„l Simons. — 175 Den 21:' October A„o 1776: op impng van sijn meede portonaris van B uaclip=m op 's pagters neevens gem pre tentiel. — Waarover, na tectuure, gedelibereerd weesende, is, alvoo„ „vens er finaal of te disponeeren, goedgevonden en ver„ „staan 1. /. De Bimilipatnamse Bedundens aan te schryven, om zijne mede Portionaris Sakrewartij Rawana, die volgens des Pagters voorgeving de gan„ sche beheering van de Pagt gehad heeft, bij de eerste Zees gelegenheid in arrest herwaarts op te senden, nevens alle zyne reekeningen en verdere bewijsen, tot de Pagt van Bimilipatnam behoorende; onder te kenne geving verder van het vertrouwen Der Regee„ „ring, dat door de opperhoofden in deese aan haare uitdrukkelijke ordre prompt sal worden voldaan; wijl sij in deese geene onverschillige behandeling, ge„ „lijk omtrent den eerstgem: Pagter plaats Gehad heeft zal gedoegen; — surcheance den dispositie . Op 's Pagters geformeerde prtentien, ten lasten der Nagapatnamse kooplieden, Puroemenie Chit„ „tij, Ramalinga Poele Conda pillij wengedassa„ „lam Chittij, en Sadasiwa Chittij, wegens non C betaaling der halve Plolt van 223. . pakken guinees gemeen 806 577 Den 21 October A„o 1776. — laft aan sieroemenij Chittij om het omme gem bedraagen betaa len. — largatie van s peegters per„ soon onderborgtogt. — Dank sogng aan despeleede voor de genoomene mooite gemeen ruw, door hun van Bimilipiatnam naar Eer„ „waarts vervoerd, de dispositie soo lang te surcheeren, tot sijn „nen meede Portionaris hier zal gekoomen weesen, en men dierweegens nadere elucidatie zal erlangt hebben. — 3 Dog daarentigen door Pieroemenie Chittij alleen in Comp„s kleene gelakasse te laaten voldoen en tantum van Rop„ 2974. - of Rp: 85. 1. 30. die hij den gemelden Pagter schuldig is, wegens Tholl tegen 3½ ten honderd, of 99. —. kisten of 2 9/60. haa„ „ren Japans staaff kooper door hem te Bimilip=n ingewerd, en voor 330. . Rof„s de bhaar verkogt. — 4. / off laastelijk, den meergem: Pagter Nagamalloe Perentaal, die nog bij den visiadoor gearresteerd is over syne lamentabele bede, en onder borgtogt voor sijn Persoon, voor soo ver dit het pericul van ausi„ „ge Concerneerd; van den Jnlander alhier Appoe Chittij, uit sijn arrest te ontslaan, met Permissie, om, soo lang zijne saak ongedecideed blijt bij sijne vrienden alhier te mogen inwoonen. — En is voorts verstaan, de overgemelde E Leden Duynevelden Simons, uit naam der vergadering te ƒ
English
The 21st of October Anno 1776. Report from the Bimilipatnam chief, and that they had sent the aforementioned papers. Receipt of a packet. To thank them for their trouble taken in this matter. The chiefs of Bimilipatnam having given notice by their letter of the 19th of September last that they had received with the sloop Bengalen from the Hugli Ministry, and had sent hither via Jagannathapuram, the following Company papers, namely: A small chest, addressed to the Right Honourable Gentlemen Seventeen; A small chest, addressed to the Honourable High Indian Government; A packet for the Ministry at Cape of Good Hope; and A small chest, addressed to this Council; it is, since only the first two and the last-mentioned chest, but not the packet for the Cape, were brought hither from Jagannathapuram with the bark De Liefde, approved and understood to make this record of its non-receipt. 807 579. The 21st of October Anno 1776. Report from Hartman Corneliszoon, regarding the vessels present here, of what they consist. From an incoming written report of the Master of the Equipage here, Jacob Hartman Corneliszoon, containing the statement of the number of vessels on hand here, with notification of their names, and years, as well as their present condition, it is not only approved and understood hereby to note that the same consist of: Three sloops, namely: The sloops De Papegaai and Waterschout, both 56 feet long from stem to stern, 18 feet wide at their waterline, and 7½ feet deep in their hold; and arrived here from Batavia Anno 1765; being still reasonably strong in wood and iron; and The sloop 't Loo, 73 feet long from stem to stern, 23 feet wide at its waterline, and 9 feet deep in its hold; brought from Batavia in Anno 1774; being good and strong in wood and iron, and fitted with a second mast and a hooker rig in the past year. One thonij, the Johanna Maria, 50 feet long from stem to stern, 18 feet wide at its waterline, and deep under The 21st of October Anno 1776. Number of the same. under the deck 7 feet; being well and strongly provided with wood and iron, and built at Palikol in Anno 1770; One pantjalling, De Goede Verwagting, 56 feet long from stem to stern, 14 feet wide at its waterline, and 7 feet deep in its hold; being reasonably strong in wood and iron, and newly purchased in Anno 1772; Two barks, namely the bark De Liefde, 90 feet long from stem to stern, 26 feet wide at its waterline, 12 feet deep in its hold; And the bark De Eendragt, 84 feet long from stem to stern, 26 feet wide at its waterline, and 10 feet deep in its hold; both firm and strong in wood, but poorly provided with iron, and newly brought from Batavia in Anno 1775; making together: 7 vessels, namely: 3 sloops, 1 thonij, 1 pantjalling, and 2 barks; or rather, with the two thonijs in Northern Coromandel, 581. 808 The 21st of October Anno 1776. To make a detailed report regarding this, with which request. How many vessels are too many. Coromandel, the Orange Spruit and the Jonge Pieter, nine vessels, or two vessels more than is determined by the Memorandum of Ménage; but also to make detailed mention of this in the forthcoming general report to the High Indian Government, pursuant to the recently received order; yet with the humble demonstration at the same time that, when the aforesaid Memorandum of Ménage was established, no ship was dispatched from here to Europe, as is now done annually, nor did any re-sorting of textiles take place, which all requires a greater employment of vessels, and it therefore is no longer possible on this coast, now that most textiles both for Europe and the Indies are collected from the factories to be re-sorted here, to manage with the fixed number of vessels; and with an accompanying respectful petition to Their Excellencies, in consideration of the essential benefit of the re-sorting, of which such agreeable fruits are already being reaped in the Netherlands through the increased profits that the Coromandel textiles yield from year The 21st of October Anno 1776. Request of Hartman and Blome to send their petitions to Batavia. To which end condescending. Yet with what remark. to year, henceforth to fix the number of vessels for this coast at 9 pieces. The titular skipper and Master of the Equipage here, Jacob Hartman, and the junior merchant and invoice keeper, Fredrik Willem Blome, having requested by petition the forwarding to Batavia of two petitions dedicated by them most respectfully to the High Government of the Dutch Indies, both tending to the request to be granted a seat in the Council of Policy, it is, without expressing any view in favour of or to the disadvantage of either of the two supplicants, approved and understood to present the aforesaid petitions to Their High Excellencies among the Company papers that are soon to depart with the bark De Arend for Batavia, yet however under respectful representation in the letter of this Government that the supplicants' pretext, as if a place in the Council of Policy here were vacant, is very mistaken; since this Council
Dutch transcription
Den 21:' October A:o 176: berigt van de Binil p„s opper hoofd en dat se de nev:s gem: pa„ pieren gesonden hadden. — ontvangst van een pakkelge. te bedanken, voor hunne in deesen genomene moete. Door de Bimilipatnamse opperhoofden bij hunnen brief van den 19. ' September Jongst leden kennisse gegeeven sijnde dat sij met de sloep Ben„ galen van het hougliys Ministerium ontvangen; en voor Jaggerayk poeram herwaarts gesonden had„ „den de navolgende Comp„s Papieren; als Een kasje, beschreeven aan de wel Edele Agtbaar Heeren Zeventhien; Een kasje, beschreeven aan de Edele Hooge Indiasche Regeering; Een pakketje voor het Ministerium aan Cabo de goede Hoof; e aan reekenijvan de vor Een kasje, geadresseerd aan deesen Raade zoo is, wijl hier met de Bark de Liefde van Jagger„ naykpoeram maar zijn aangebragt de twee eerste, en het laastgem: kasje, dog niet het pak„ ketje voor de Caab, goedgevonden en verstaan, van dies non ontvangst deese aanteekening te houden. — tist 807 579. Den 21. October A„o 1776. van de hier synde vaartuige waar i deselve bestaan. — Dit een ingekomen schriftelijk Rapport van den Rapport van Hartman C:s„ Equipage. meester alhier Jacob Hartman C:s: behelsen, de opgave van het getal der alhier aan handen sijnde vaartuigen, met bekend stelling van haar Naamen, en Jaaren mitsgaders tegenswoordige gesteldheid, is niet alleen goedgevonden en verstaan bij deesen te noteeren, dat deselve bestaan in Drie sloepen, als de sloopen de Papegaai en watersch; bade lang over steven 56. –. , breed op haar uitwaatering 18. – , en diep in haar ruim 7½. -. voeten; en A„o 1765 van Batavia alhier aangekomen: zijnde nog redelijk sterk van hout en Yser, en de sloep 't Loo lang over steven 73. , breed op sijn uitwaatering 23-—., en diep in sijn ruim 9. - voeten in A„o 174. van Batavia aangebragt zijnde goed en sterk van Hout en Yser en in het voorleden Jaar met een tweede mast en een Hoekerstuig voorsien. — Een Thonij, de Johanna Maria lang over steven 50. –. , breed op haar uitwaatering 18: -. en diep on der Den 21.' October A„o 1776. — getal der selve. der den overloop 7. voeten zijnde goed en sterk van Hout in YJser voorsien, en in A„o 170. op Palicol aange„ bouwt; Een Pantjalling, de goede verwagting, lang over Steven 56: –, breedt op sijn uitwaatering 14. ., en dief in sijn ruim 7. voeten sijnde reedelijk sterk van Hout en YJser en in A„o 1772. nieuw ingekogt;. Twee Barken, als de bark de Liefde lang over steven 90. - breed op sijn uitwaatering 26. –. diep in sijn ruim 12. voeten. — En de bark de Eendragt lang over steven 84. breed op sijn uitwaatering 26. -. en dief in sijn ruim 10. v=tm beide hegt en sterk van Hout, dog slegt van ijser voorsien en in A„o 175. nieuw van Batavia aange„ bragt uitmaakende te saamen. 7. -. vaartuigen, als: 3. -. sloepen, 1. –. Thonij, 1. Pantjalling, en 2. . Barken; dan wel met de twee Thonijs op Noorder Corman„ del, 581. 808 Den 21 October Ao. 176. te doen omstandig verslag daar omtrent met welk versoek. — „del, de orange spruuit, en de Jonge Pieter, Negen vaar„ „tuigen, of twee sluks vaartuigen meer, als bij de Memorie toe velen t' vel sijn van Menago is bepaald; maar ook hiervan bij het aanstaande Generaal verslag aan de Hooge Jndiasche Regeering omstandig mentie, te maaken, ingevolge de Jongst gerecipeerde ordre; dog met nedrige demonstratie teffens dat, toen de voorsz: Memorie van Menage wierdt gearresteerd, er van hier geen schip naar Enropa, gelijk tans Jaarlijks geschied gedepescheerd is, of eenige her fortatie van Lijwaaten plaats hadt, dat dit een en ander een meerder em„ plooi van vaartuigen requireerd, en het dierhalven tans, nu de meeste Lywaaten zoo voor Europa, als Jndien van de Factoryen afgehaald worden, om alhier te worden gehersorteerd; ter deeser kuste niet meer mogelijk is, om het bepaald getal vaartuigen te kunnen stellen; en bij gevoegde eerbiedige in„ stantie aan Hoog deselven, om uit, Considera, tie van het weesentlijke niet der herfortatie, waar„ van bereeds in Nederland, door de meerdere wins„ ten, die de Cormandelsche Lijwaaten van Jaar tot Den 21. ' October A„o 1776. versoek van Hantman en bloeme om haare requesten naar ten welken eijnde Condescendeerende.— dog met welke remanque„ tot Jaar komen te geeven, sulke aangenaame vrugten worden geplukt het getal der vaartuigen voor deese kust, voortaan of 9. - stuks te bepaalen. — Door den schipper titulaer en Equipage meester Batavia te senden. — alhier Jacob Hartman en den onderkoopman en Factuur houder Fredrik willem Blome, bij Re„ queste versogt weesende, adres na Batavia van twee Requesten, door hun aan de Hooge Regee„ „ring van Nederlandsch Jndie aller eerbiedigst gede diceerd, beide tendeerende versoek, om sessie te mogen hebben in Raade van Politie zoo is, sonder sig in faveur off nadeel van een der beide suppliante uittelaaten, goedgevonden en verstaan de voorsz: suppliquen, onder Comp„s papieren, die eersdaags met de Back de Arend naar Batavia staan. afte gaan, Haar Hoog Edelhedens aan te bieden, dog egter onder eerbiedige vertooning bij den brief deeser Regeering, dat der supplianten voorgeven, ^alhier als off er een plaats in Raade van Politie zoude vacant weesen, zeer abusief is; alsoo deesen Raade
English
809 The 21st October Anno 1776 The widow St. Paul and her daughter obtain passage to Batavia upon their request. Council still consists of a governor and eight members: and is thus complete, according to the determination made by their High Nobilities themselves in the general Regulation on the reform of the Servants, decreed at Batavia the 29th September 1767. Upon a submitted petition of Catharina Johanna Keyser, widow St. Paul, and Catharina Johanna St. Paul, wife of the merchant Ambrosius Johnson, containing a request that they may be granted passage to Batavia with the bark Den Arend, for the reason that the last-mentioned, who had to initiate a lawsuit against her said husband before the Council of Justice here on various charges, has appealed the sentence rendered therein before the Right Honorable and Venerable Council of Justice of the Castle of Batavia, and is therefore strictly required there in person; it was approved and resolved to accede hereby to the aforementioned request, and consequently 37 583. The 21st October Anno 1776. Order to credit the salary account with the ƒ1245. 8. credited from Bengal to the Fiscal. Report concerning a quantity of damaged bundles at the secretariat. to grant the petitioner passage to Batavia with the bark Den Arend, which is due to depart thither shortly. Having been credited hither by the Hugli Invoice of the 20th July 1776 from Bengal with ƒ1245. 8. —, as the share of the merchant and Fiscal here, Martinus Koning, in ƒ13584. 18. —, which had been paid there since the first of September 1775 in reduction of the arrears of the Linen Suppliers Radja Kommelboos and associates; it was approved and resolved hereby to instruct the salary bookkeeper here to properly credit the salary account of the merchant and Fiscal Martinus Koning for the aforementioned amount of ƒ1245. 8. —. The First Clerk of Policy and Secretary of Justice here, Johannes Abraham Bronsveld, having shown by petition that a quantity of bundles of old letters and other papers at the secretariat here, through lying for many years in the chests, have been so damaged by the white ants 810 The 21st October Anno 1776. Resolution to have them burned. With which order. that they have become entirely or for the greatest part illegible or unmanageable; therefore, as the aforementioned bundles consist mostly of incoming and outgoing letters to Masulipatnam and other offices on this Coast from which the Company has since withdrawn, and which are thus of little or no use to it, it was approved and resolved to have all the decayed, defective, and useless books of the secretariat destroyed by fire, in the presence of the junior merchant Gerrardus van Haasten and the bookkeeper Brouwerius Brouwer; who shall have to submit a written report of their proceedings, with the declaration that no other than decayed, defective, or useless books were burned, as far as they could verify by ocular inspection and from the list of the burned books that will be handed to them by the First Sworn Clerk; and that under the offering of the oath. Upon the lamentable plea of the discharged 585. The 21st October Anno 1776. Permission to the said discharged men to address the High Government. With which aforementioned. Promotion of a boatswain to third mate. discharged Bombardier Barend Hendrik Jongsprink and Gunner Lodewijk de Martinus, to graciously permit them, who are both blind and very destitute, and currently unable to get by on their pension due to the general high cost of essential provisions, principally rice, however frugally they manage, to address Themselves to Their High Nobilities, the High Indian Government at Batavia, to obtain their full salary; it was approved and resolved not only to accede to the aforementioned request, but also to emphatically recommend the said miserable persons to the widely known charity of the High Government, with a humble plea to grant them some relief in their oppressive and deplorable condition by conceding their request. Upon a received petition of the boatswain Jan Lots, who upon examination in the theory of navigation was judged competent, it was approved 811 587 The 21st October Promotion of some soldiers to corporals. Admission of various persons. and resolved to appoint him to third mate at ƒ26. — per month, under a new contract of three years, starting the middle of this month. Furthermore, it was approved and resolved to admit into the Company's service as soldiers at ƒ9. — per month: Jacobus Steenman of Trincomalee, and Johannes Philip of Colombo. Likewise as sailors with the pay of 9 guilders per month: Gabriel Rodrigo, and Proena of Batavia; As well as soldiers among the Company of Easterners here, with the customary allowance of three Rixdollars per month: Kasien of Batavia, Sabar of Queda, and Stam of Malacca. Further, it was resolved to promote to corporals among the garrison here at the pay of ƒ14. — per month the soldiers: Exchange of 2 sailors to soldiers. Domingo Spade, Johan George Volkwijn, and Jan Meijer. And lastly, to transfer to soldiers the sailors: Dirk Esterman, and Bernardus Arnoldus; both with the assignment of the pay of ƒ9. — per month. Thus done and decreed in the Castle at Nagapatnam, date as above. /: was signed / by all. Monday the 1st November Anno 1776. In the morning at 9 o'clock. Meeting of Policy. Absent: The Honorable Chief Administrator Philippus Jacobus Dormieux, owing to indisposition. By the Governor in the meeting. The 21st October Anno 1776. over ƒ letter
Dutch transcription
809 Den 21' October Ao. 1776 de weduwe St. Paul nevs haare Dogter obtineeren op na Batavia. — Raade nog bestaat uit een gouverneur en agte leden: en dus Compleet is, naar de bepaaling bij hunne Hoog Edelhedens zelve gemaakt bij het generaale Reglement, op de verbetering der Dienaaren gearresteerd ove Batavia den 29. ' September 1767. — Op een Jngediend Request van Catharina, Johanna Keyser, wed„e S„t Taul, en Catharina haar versoek passage Johanna S„t Paul, huisvrouw van den koop- „man AAmbrosius Johnson, behelsende versoek dat aan haar met de Bark den Arend Trans„ „port naar Batavia mogt worden verleend, om reden, de laastgemelde, die tegens haaren gem Man over diverse beschuldigingen proces hadt moeten moveeren voor den Raad van Justitie al„ hier, zig van de daarin geslagen sententie gesteld hadt, appellatee voor den welEdelen en Agtb: Raad van Justitie des Casteels Batavia, en dus daar volstrekt in persoon gerequireerd wierd, is goedgevonden en verstaan, in het voorsz: d: versoek bij deesen te Condescendeeren, en dienvol„ gende 37 583. Den 21. October A„o 1776. — last de van Bengale den Fiscaal ten goede gebragte ƒ1245. 8. op soldij reek te Crediteeren. — berigt weeg„s een monigte ter secretarij defectueurs sijnde bon„ bels. — „gende aan de supliante met de Bark de Arend die eerstdaags na Batavia staat de vertrekken, trans„ „port naar derwaarts te verleenen. — Bij Holiglijsch Factuur van den 20:' Julij 176. van Bengale met ƒ1245. 8. —. herwaarts ten goede gebragt zijnde, de portie van den koopman en Fiscaal alhier, Martinus Koning in ƒ13584. 18. — , die sedert primo September 1775. gender waaren voldaan, in min„ dering der agterstallen van de Lywaat- Leveranciers Radja Kommelboos C. S: zoo is goedgevonden en verstaan, den soldij- Boek houder alhier bij deesen te demandeeren, om voor het voorsz: bedraagen van ƒ1245. 8. —. de soldy reekening van den koopman en Fiscaal Martinus koning, naar behooren te Crediteeren Door den Eersten klerk van Politie en Secretaris van Justitie alhier Johannes Abraham Bronsveld, bij Requeste vertoond sijnde, dat er een menigte bondels, van oude Brieven en andere Papieren ter secretarij alhier door het lang Jaarig leggen in de kassen zoodanig door de witte mie „ren„ 810 Den 21' October A:o 176. — beschuit om se te laaten ver„ branden.— Met welke last „ven waren beschadigd geworden, datse ganseh, off voor het grooste gedeelte onlas, off onhandelbaar geworden waaren: zoo is, wijl de voorsz bondels meest bestaan uit ontvangen en afgaane brieven naar Masulip=r en andere Comptoiren ter deeser Custe, van waar de Compagnie sedert is opgebrooken, en die Haar dus van wynig off geen nit meer sijn, goedgevonden en verstaan, alle de vergaane, defectueuse en onnutte boeken van het secretarij door het vuur te laaten vernietigen, ten overstaan van den onderkoopman Gerrardus van Haasten, en den Boekhouder Brouwerius Brouwer; die van hunne verrig ting sullen moeten dienen van schriftelijk Rap„ „port, onder bekend-stelling dat 'er geen andere dan vergaane defecte off onnutte boeken zijn verbrand, voor soo ver sij hebben kunnen nagaan door orulaire inspectie, en uit de Notitie van de verbran„ „de Boeken, die haar door den Eersten gesw: klerk zal worden ter hand gesteld; en sulks onder aanbieding van den Eed. — Op de lamentabele bede van den permisse vandenev„ gega. 585. ge do Den 21:' October A„o 1776.— gem: gegageerde om ter erlan„ p„s te adresseeren. — met welke voorsz:„ bevordering van een botsmuan tot derde waak. — gen van oleg ag tuen an :o : Gegageerden Bombardier Barend Hendrik Jong — Sprink, en Cancnnier Lodewijk de Martinus, om thun, dier beide blind, en seer behoeftig sijn, en tans & door de generaale duurte van de onontbrekelijke le„ „vens middelen, principaal de Rijst niet meer met hun gagement, horsuinig sij het ook aanleggen, toe„ kunnen, goedgunstig te permitteeren, om sig ter erlanging van hunne volle gage, te mogen adressee„ „ren aan Haar Hoog- Edelhedens, de Hooge Jndiasche Regeering te Batavia, is goedgevonden en ver„ „staan, in het voorsz: versoek niet alleen, te Condes- „cendeeren, maar de gem: miserabele Persoonen, teffens met nadruk te recommandeeren, in de alom = bekende barmlertigheid van de Hooge Regeering, met nederige instantie, om hun, door het toestaan van hun versoek eenig soulaas in haare drukkenden en beklaagens waardigen toe„ „stand toete brengen. — Op een ingekomen Request van den Boots, „man Jan Lots, die bij examinatie in de theorie der zewaart bequam gecordeeld is, is goedgevonden en 8„ 587 Den 21 October bevordering van eenige soldaa„ ten toe Corporaals. — en verstaan, hem aan te stellen tot deede waak met ƒ26. —. ter Maand, onder een niuw verband van drie Jaaren, ingaande Medio deeser. — wijders is goedgevonden en verstaan, voor Admissie van diverse per„ soonen. — Soldaaten met ƒ9. —. ter Maand, in Comp„s dienst te admitteeren. Jacobus Steenman van Princonomale, en Johannes Philip van Colombo¬ Desgelijks voor Matioosen met de gage van 9. gls: ter Maand Gabriel Redrigo, en Proena van Batavia; Gelijk meede voor soldaaten onder de Comp„n Oosterlingen alhier, met het gewoone genot van drie Rixd„s ter Maand: — Kasien van Batavia, Sabar. Queda, en stam. . „ Malacca Voorts is verstaan, onder het quar„ nisoen alhier tot Corporaals met de gage van ƒ 14. —. ter Maand te bevorderen, de soldaaten. — Doningo Change ment van 2. Matroosa tot soldaaten.— Domingo Spade, Johan George volkwijn, en Jan Meijer En laastelijk tot soldaaten te Changeeren de Matroosen. — Dirk Esterman, en Bernardus Arnoldus; beide onder toelegging der gage van ƒ9. -. ter Maand, Aldus Gedaan en gearresteerd Jnt Casteel Tot Nagapatnam dato voorsz: /: was geteekend/ ¶ door alle.— Maandag den 1. ' November A„o 1776. — Smorgens ten 9. Uuren Vergadering van Politie Absent Den E: Hoof d. adminstrateur Philippus Jacobus Dormieux mits indispositie. het vertoleng en n beakang Door den Heer Gouvrnur ter vergadering Den 21. October Ao 176. over ƒ brief
English
812. The 4th of November Anno 1776. Addition of junior merchant board money and qualified bookkeeper rank to the commissioners in the mint. Having submitted a covering letter for the bark Den Arend to Batavia, prepared by order of His Honour, it was, after reading, approved and understood to conform completely with its contents, as well as to sign the same during the meeting so that it may be dispatched tomorrow with the said vessel. It having been requested by the member of this assembly, the titular merchant and mintmaster Willem Duijneveld, that junior merchant board money and the rank of qualified bookkeeper might be granted to the ordinary commissioners in the mint, in consideration of the fact that they occupy a position in which junior merchants were always employed previously: it was, both for that reason and because they are placed in a very important post that requires their daily presence without their enjoying any benefit from it, in order to prevent those errors which might otherwise very easily be committed in the minting of pagodas or fanams, 589. The 4th of November Anno 1776. Promotion of a steward to bookkeeper. committed, approved and understood to condescend to the aforesaid request, and consequently to grant junior merchant board money to both commissioners in the mint, the bookkeepers Jacobus van Pessel and Jan Willem Luijken; and at the same time to consider them, along with the bookkeeper and commissioner in the Company's trade warehouses Wouter Pietersz, as qualified bookkeepers, following one another in rank according to the time each of them has served as commissioner. Further, it was approved and understood, in view of the ample expiration of his term, to promote the steward at the pen Philip Hendrik Heshusius, who arrived here as such with the ship De Bovenkerkerpolder in the year 1772 and has since performed his duties in the trade office and elsewhere to full satisfaction, to bookkeeper at 30 guilders per month, on a new 591. 813 The 4th of November Anno 1776. Enlistment of 2 sailors arrived from the inland. Promotion of a gunner to bombardier. new engagement of five years, commencing the first of this month. Two sailors who arrived there from the inland, named Jan Smith of Kampen and Dirk Jansch of Rotterdam, having been sent here with the sloop 't Loo from Bimilipatnam: it was approved and understood to take them into the Company's service as sailors at 12 guilders per month, under a three-year engagement, commencing on the first of September, or from the day they reported to the chiefs at Bimilipatnam and entered service. Among the artillery corps, upon the favourable recommendation of the head of the artillery, and in view of the ample expiration of his term, it was approved and understood to promote the gunner Lambert Elders of Olderson to bombardier with the pay of 20 guilders per month on a new engagement of 5 years, commencing The 4th of November Anno 1776. Admission of some soldiers. Transfer of a boy sailor to soldier. Promotion of 2 eastern corporals to sergeant and one soldier to corporal. the first of this month. Further, it was approved and understood to take into service as soldiers at 9 guilders per month: Jan Jurgen Brouwer, Bastiaan de Croes, Marcus de Croes, Benjamin de Costa, Michiel de Rosairo, and Adriaan Christiaan Meijer, the first five to serve at Bimilipatnam, and the last to serve among the garrison here. And further, to transfer to soldier, to serve here, the boy sailor Jan Christoffels; granting him the usual pay of nine guilders per month on his current contract. Lastly, it was also resolved, among the Company's eastern forces here, to promote to sergeants the corporals Proena of Samarang, and Stam of Batavia; and 814 593. The 4th of November Anno 1776. Admission of a common soldier. Submission of reports regarding the goods found defective here. and to corporal, the soldier Serina of Samarang; as well as to take into service as soldier Segoeseen of Queda; all with the usual benefits. Thus done and resolved in the Castle at Nagapatnam, date as above. Signed by all, except the chief administrator Philippus Jacobus Dormieux. Friday the 13th of November Anno 1776, in the morning at 9 o'clock. Council of Policy. All present. After the matters mentioned in today's secret resolution were dealt with, the Honourable Chief Administrator presented to the assembly the reports received on the unserviceable goods found during the inventory taken as of the end of August last in the Company's armoury, the dispensary, the artillery, and the cooperage. Whereupon, after examination, it was approved and understood: The 13th of November Anno 1776. Notice that these goods have already been sent to Batavia. To destroy the same. To note hereby that of the unserviceable goods in the armoury, 198 pieces of muskets, called bastards, 100 old musket locks, 14 cutlasses and swords, 80 burst musket barrels, 5 ditto pistol barrels, 1 musket from the garrison, and 2 musket locks from the artillerymen, have already been sent to Batavia with the country ship De Wakkerheid, pursuant to what was resolved in the Council of Coromandel on the 22nd of March and the 31st of August of this year. 2nd. To have destroyed by fire in the presence of expressly
Dutch transcription
812. Den 4. NNovember A„o 176. .— toevoeging van onder koopmaar kost geld en gequalificeerde boek teerden in de kunt. overgelegt zyjnde, een op ordre van zijn Edele in gereedheid gebragt geleide briefje voor de Bark den Arend na Batavia, zoo is, na lectuure, goedge„ „vonden en verstaan, zig met dies inhoud volkomen te Conformeeren, mitsg„s hetselve staande vergade„ „ring te tekenen om morgen met het gemelde kielt, „je gedepecheerd te kunnen worden. — Door het Lid deeser vergadering, den koop„ „man Titulair en Muntmeester Willem Duijne, houdert rang aan de gecommit: „veld versogt zijnde, dat aan de ordinaire gecom„ „mitteertens in de Munt onder koopmans kastgeld en rang van gequalificeerd Boek. houder mogt worden toegevoegd, uit aanmerking zig een dienst bekleeden, waarin bevoorens altoos onderkoop„ „lieden geemploieerd geworden waren: zoo is, soo wel om die reden, als om dat sig in een seer ge„ „wigtige post sijn gesteld, die hunne presen, „tie, tot voorkoming van die ferstallen /:welke er anders bij het Munten van pagooden off fanuras seer ligt zouden kunnen worden begaan 589. Den 4. November A„o 1776.„ — bevordering van een boltohier tot boekhouder. — „begaan :/ dagelijks vereijst, sonder dat sij daarvan eenig voordeel genieten, goedgevonden en verstaan in #t het voorsz: versoek te Condescendeeren, en dienvol„ „gende de beide gecommitteerdens in de Munt, de Boekhouders Jacobus van Pessel, en Jan Willem Luijken toedeleggen onderkoopmans kost geld; en hun teffens nevens den Boekhouder en gecom„ „mitteerde in Comp„s Negotie. pakhuisen wouter Pietersz te Considereeren als gequalificeerde Boekhouders, om elkanderen in rang te volgen na den tijd, dat een ieder van hun als gecommit= teerdens dienst gedaan heeft. — Wijders is goedgevonden en verstaan, den Bottelie aan de Ven Philip Hendrik Heshú, „sius, die als sodaanig met het schip de Boven- kerkerpolder in den Jaare 1772. alhier is aange„ land, en sedert op het Negotie. Comptoir en elders zynen dienst tot volkomen genoegen gepresteerd heeft, mits ruime tijd expiratie te bevorderen tot Boekhouder met ƒ 30. - ter Maand, op een nieuw. 591. 813 Den 4 Nevember A„o 1776. — Jndienst neeming van 2. uit het Land gekoomene Matrosa bevordering van een Jannonier tit bambandier. — nuuw verband van vijf Jaaren, ingaande primo. deeser. — Met de slap't Loo van Bimilipnam herwaarts overgesonden sijnde, twee uit het Land aldaar aangekome Matroosen in naame Jan Smith van Kampen, en Dirk Jansch van Rotterdam: zoo is goed- gevonden en verstaan, hun in Comp„s dienst aan te neemen voor Matroosen met ƒ 12. -. ter Maand, onder een drie jaarig verband, ingaan, „de met primo september, off van den dag af„ dat sij sig te Bimilipatnam bij de opperhoof„ „den geadresseerd en dienst gedaan hebben. — Onder het Corps Artilleristen is, op den favorabelen voordragt van het Hoofd der „ Artillerij, en mits ruime tyds expiratie, goed gevonden en verstaan den Canonier Lambert Elders van Olderson, te bevorderen tot Bom„ „bardier met de gage van 20. gls: ter Maand of een nieuw verband van 5. Jaaren, ingaan, de Den 4. ' November A„o 1776. — Admisie van eenige soldaan ten Changement van een Jong Matroos tot silaaat. bevordering van 2oostersche Corp„l tot serg„t en een soldaat tot Coltes. — Wijders is goedgevonden en verstaan voor Soldaaten met ƒ9. ter Maand in dienst te neemen Jan Jurgen Brouwer, Bastiaan de Croes, Marcus de Croes, Benjamin de Costa„ Michiel de Rosairo, en Adriaan Christaan Meijer, de vijf eersten„ om op Bimilipatnam, en den laasten, om onder het guarnisoen alhier dienst te doen, En voorts tot soldaat, om hier dienst te doen te Changeeren den Jong. Matroos Jan Christoffels; onder toelegging der gewoone gage van Negen guldens ter Maand, op sijn loopend verband. Laastlijk is nog verstaan onder de Compag= neen Oosterlingen alhier, tot segeants te bevordenen de Corporaals Proena van Samarang, en Stam van Batavia „de primo deeser en 2 814 593. Den 4. November A:o 1776. — admissie van een gemeene Diening van Rapporten weg, de alhier defect bevonden goederen. en tot Corporaals, den soldaat Serina van Samarang; gelijk meede voor Soldaat in dienst te neemen. Segoeseen van queda; alle met het gewoon genot Aldus Gedaan en Gearresteerd Jn't Casteel Tot Nagapatnam Dato voorsz / was geteelend:/ door alle :/ Exepetof den Hoofd administro„ teur Philippus Jacobus Dormieux. — Vrijdag den 13. November A„o 1776 Smorgens ten 9. Uuren vergadering van Politie Allen present Na dat de zaaken; bij secreete Resolutie van heeden vermeld afgehandeld waren, is door den E Hoofd administrateur ter vergadering ge„ exhibeerd de ingekome Rapporten van de on„ bequaame goederen, die in Comp„s wapen- kamer, het Dispens, de Artillerij, en de kui„ „pens. winkel, bij het doen van den opneem on„ der. d„o — Den 13. November Ao 1776 Notitie dat deese waaren goederen bereeds na batavia gesonden sijn. — daso d„os te vernieligen. onder ultimo Augustus laastleden bevonden zijn. Waarop, na examinatie, is goedgevonden en verstaan Bij deesen te noteeren, dat van de onbequaame goederen in de wapenkamer bereeds. 198. p:s snaphaanen, genaamd bastaarden 100. — „ oude snaphaan slooten, 14. – „ Houwers en degens. 80. „ gesprenge snaphaan-loopen, 5. . „ _„o Pistool-loopen 1: - „ snaphaanen van het guarnisoen, en 2. – „ snaphaan slooten van de Artilleristen/ met het Contia„ schip de wakkerheid naar Batavia versonden zijn, ingevolge het geresolveerde in Raade van Chormandel op den 22. Maart en31. aug=s deeses Jaars 27. De in de voorsz: administratie ten eene — maal onbruikbaar gevonden wordende. — 46:- p„s houwer- scheede gemeen, 12. — „ Patroon.- tassen gemeene, en 12. . „ Patroon-riemen gemeene; door het vuur te laaten vernietigen ten overstaan van expres„ fo
English
815 595 The 13th of November Anno 1776. The aforementioned Dispensary and Equipage goods have been sent to Batavia. To burn this said ammunition and take in the iron and copper therefrom by Commissioners, in order to be written off the books. Likewise to record herewith that the 3. unserviceable goods from the Dispensary, and the Equipage yard, consisting of 1 piece of tin can, 1 ditto pint, 1 ditto mutsje, 1 ditto half-mutsje, 1 ditto wel, 6 tin funnels, 7 azimuth compasses, 8 copper spyglasses and 3 jackscrews, and 2 anchors, also having been dispatched with the aforementioned vessel according to the order to the Indian Capital, and likewise written off the aforementioned administrative books here; 4. of the unfit and unserviceable ammunition goods in the Artillery according to the Inventory of Anno 1775 and 1776, not only 4 The 13th of November Anno 1776. only 612 pieces of filled firepots, 7 gun carriages, with their wheels, for cannons of various weights, 7 pieces of naval gun carriages with, and for the same, 14 iron broad mattocks, 1 morning star, 1 leather fire bucket, 9 rattan baskets, 31 pitch wreaths, 9 sponge staffs, 3 cannon hoops, 1 iron linchpin, 6 powder horns, 8 capstan bars, 16 sponges with their rammers, 8 linstocks, 7 handspikes, 17 wooden cartridge cases, 4 churn barrels, 2 saltpeter tubs, turn over 816 597. The 13th of November Anno 1776. 1 piece of whole leaguer, 1 wooden funnel, 1 half leaguer, 2 large water tubs, 5 powder brushes, 2 bandejas on which the powder is dried, 1 chest to store charcoal for powder in, 9 wedges, 12 quoin blocks, 2 tarpaulins, 1 field chest, 1 stand, 2 ordinary frames, 3 cartridge formers, 11 handspikes, 249 filled firepots, 20 iron broad mattocks, 21 powder horns, 18 sponges with their rammers, 23 linstocks, 13 wooden cartridge cases, turn over turn over. 17 pieces of quoin blocks, 42 wedges, 60 handspikes, 12 capstan bars, 320 quick matches, 6 gun carriage wheels of 12-pounders, 36 iron linchpins, 7 tarpaulins, 18 large powder chests, 1 stand, 9 portable powder chests, 50 ballast baskets, 2 coir hawsers, 63 sponge staffs, 3 iron ramp or buffer chains, 5 wooden canister shot cases, 3 stands, 103 empty powder kegs, 6 limbers, 3 ammunition chests, 2 firing blocks, The 13th of November Anno 1776. 38 599. 817 The 13th of November Anno 1776. To burn these cooperage goods, take in the copper and iron therefrom. 2 pieces of cartridge chests, 45 gun carriages with their wheels for cannons of various calibers, 39 pieces of naval gun carriages with their wheels for the same, and 3 mortar beds of 10 to 12 inches, to be destroyed by fire in the presence of specially appointed commissioners, subsequently to be written off the books; but also to take in again according to weight into the aforementioned books the iron and copper found thereon. 5. But on the other hand 19 pieces of wheels for gun carriages, 16 ditto ditto for naval gun carriages, 25 axle-trees for gun carriages, 21 gun carriage cheeks, and 3 iron fittings for gun carriages, all of which are indeed damaged, yet still repairable, to be repaired again firm and strong. 6. or lastly, all the unfit goods in the cooper's shop, consisting of these ditto to be repaired. turn over 38 & C: The 13th of November Anno 1776. Granting of under-merchant's board money and qualified bookkeeper's rank to the auditor and the pay ledger transferrer. 14 pieces of whole leaguers, 14 half leaguers, 36 mattocks, 3 oil and vinegar casks, 4 pork tubs, 4 buckets, 1 funnel, 3 draw buckets, and 1 copper kettle, likewise to be destroyed by fire as usual in the presence of specially appointed commissioners, and to write off the aforementioned goods from the books, and on the other hand to take in again the copper and iron found thereon. By the Auditor at the Trade Office Johan Fredrik Samuel Neitje and the Transferrer at the Pay Office Jacobus Wilhelmus Swart, having also requested to be endowed with under-merchant's board money as well as the commissioners in the Mint, and to be considered as qualified 601 818 The 13th of November Anno 1776. To preserve this deed of suretyship in the Company's treasury. bookkeepers, it has been approved and agreed, considering that they have always been deemed of equal standing with the commissioners in the Mint, and moreover both have a laborious service that affords them not the slightest emolument, to condescend to their request herewith, and consequently to grant henceforth to the Auditor at the Trade Office Johan Fredrik Samuel Neitje, and Pay Transferrer Jacobus Wilhelmus Swart, who indeed merit some particular favor, Under-Merchant's board money, and the rank of qualified Bookkeeper according to the previous determination; yet nevertheless with this understanding, that the aforementioned favor shall not be drawn into any precedent in the future. Furthermore, there having been produced at the meeting by the Governor, a deed of suretyship, by the Merchant Willem Duyneveld, and the Captain Commandant of the Naga, p=s
Dutch transcription
815 595 Den 13. November A„o 1776. — De ommegem Dispens- en Equipage goederen sijn meer de twa batavia gesonden. — Deese ammonitie d„o ver„ branden en het ijser en kooper daar van inneemen se Gecommitteerens, om bij de Boeken afgeschreven te kunnen worden. — Almede bij deesen aan te teekenen, dat de 3. onbruikbaare goederen van het Dispens, en de Equipage werf, bestaande in 1. . p„s Sinne kan, 1 – „ _„o pintse, 1. „ d„o Musse, 1. – „ d„o halfse. 1:„ „ d„o wel. 6. — „ blikke Tregters, 7- :„ Pijl. Compas, 8. – „ kopere verre kijker en 3. . „ Domme kragten, en 2: – „ Ankers, ook met den voormelden bodem, ingevolge de ordie naar Jndiasch Hoofdplaat„ „se afgesonden, mitsgaders bij de voorsz: Admi„ ff1 nistratie- boeken alhier afgeschreeven zijn; 4. ) van de onbequaame en onbruikbaa„ re Ammonitie. goederen, in de Artillerij vol- gens den Opneem van Anno 1775. en 1776., niet alleen 4 Den 13. ' November A:o 176. — alleen 612. p„s gevulde vruur potten, 7. - „ affuiten, met haare wielen, Tot Canons van Diverse Zwaarte„ 7. p„s Rampaarden met, en tot alseven, 14. – „ Ysere breede Houwelen, 1. –. „ Morgen ster, 1. -. „ Ledere brand-emmer 9 — : Rotting -manden, 31. -. „ Pik kransen, 9. -. „ wissers-stokken 3. -. kanon beugels. 1. . „ ijsere Lens, 6. „ kruijt-Hoorens, 8. — „ spilse Raaden, 16. – „ wissers met haar aansetters, 8. -. „ Lond- stokken, 7. „ Han ppaaken 17. - „ Houte kardos kookers, 4. . „ karn vat„ 2. . „ salpeter balies verte 816 597. Den 13. November A„o 1776. — 1. p„s Heele Legger, 1: Houte Tregter, 1. - „ Halve Legger, 2. – „ groote waater Balus, 5. „ kruijt- Borstels, 2. „ Bandeesen, daar het kruijt op word gedroogt, 1: „ kist, om Buskoolen in te beigen. g. - wiggen, 12. - „ stelhouten 2. . „ Persennings, 1. – „ veld:kisse; 1. Stelling 2. „ gemeen praade, 3. -. kardoes stokken, 11. - „ sland. fpaaken 249. - „ gevulde vuurpotten 20. – „ Isere breide Houwelen, 21. „ kruijt Hoorens, 18. -. „ wissers met hunne aansetters, 23. -. „ Lond stokken 13. . „ Houte kardoes kokers, verte verte. 17. p„s Htet: Houten, 42. „ wiggen 60. –„ Handspaaken, 12. spille feraaden, 320. – „ geswinde buisen, 6. - „ Asfuetswilen van 12. ponders, 36. – „ ijsere Lintsen, 7. . Presennings, 18. -. „ groote kruit kisten„ 1. – „ stellings 9. -. draag kruijtkisten 50. - „ Ballast Manden, 2. - „ kayer Trossen, 63. -„ wissers stokken, 3. - „ ijsere ramp off stoot kettings, 5. . „ houte schroot kokers, 3. -. „ stellingen, 103.- „ ledige kruitvaatjes, 6. „ voorwagens, 3. -. „ ammonitie- kisten 2. . schiet Balkjes, Den 13. ' November A„o 1776. — 38 599. 817 Den 13. November Ao 1776. — Deese Kuipers-goederen verbranden, 't koper en ijser daar van inneemen. 2. . p„s kardoes kisten 45. „ affuilen met derselver wielen tot Canons van verschei„ de Calibers 39. - p„s Rampaarden met haare weelen tot alseven, en 3. —. „ Mortier stokken van 10. â 12 duimen, ten overstaan van expresse gecommitteerdens door het vuur te laaten vernietigen, om vervolgens bij de boeken af„ het geschreeven te worden; maar ook daaraan te vin„ den sijnde ijser en koopper weder volgens het ge- wigt bij de voorschreeve Boeken te laaten innee„ „men. 5. Maar daarentegen 19. - p„s wielen tot Affuiten, 16. . „ _„o _„o rampaarden, 25. – „ Ashouten voor appuiten 21. – „ Assuijt- kolven, en 3. . „ ijstuken voor alsuijten, die alle wel beschadigd, dog nog te herstellen sijn, weder hegt en sterk te laaten reppareeren. — 6.:) off laastelijk, alle de onbequaame goederen in de kuipers winkel, bestaande in deese d„o te repareeren. — verte 38 & C: Den 13. November A„o 1776. — Toe voeging van onberen: tootgeld en gequalificeerde boekh„s rang aan den nareekenaar en den soldij overdraager. 14. p„s Heele Leggers, 14. – „ Halve Leggers, 36.- „ Houwelen, 3. - „ Olien asijn valen, 4. „ Spek Balius. 4. . „ Putsen 1. –„ Tregter, 3. - „ slag, Putsen, en 1. . „ kopere Ketel, almede â uso ten overstaan van expresse gecommitteerdens door het vuur te laaten vernietigen, mitsgaders de voorsz: goederen bij de Boeken afteschryven, en daaren tegen weder in te neemen het daar aan bevonden wordende koper en IJser. Door den Na rekenaar op het Negotie Comp„ toir Johan Fredrik Samuel Neitje en den over„ „draager op het soldij Comptoir Jacobus Wilhel- mus swart, almede versogt weesende om soo wel als de gecommitteerdens in de Munt met onder koopmans kostgeld begiftigd, en als gequalifi ceerde 601 818 Den 13. November A„o 1776. — Deese acte van borgtogt in 's Comp„s kas te bewaaren ceerde Boekhouders geconsidereerd te mogen worden, zoo is, uit aanmerking, dat sij attoos met de gecom- mitteerdens in de Munt gelijk standig geagt sijn„ en boven dien beide een laborieusen dienst hebben, die hun geen het minste borset geeft, goedgevonden en verstaan, in hun versoek bij deesen te Condes- cendeeren, en dienvolgende aan den Na- reekenaar op het Negotie- Comptoi Johan Fredrik Samu„ -el Neitje, en soldij Overdraager Jacobus Wilhel„ mus Swart, die wel eenige particuliere gunst meriteeren, voortaan toe te voegen Onderkoopmans kostgeld, en rang van gequalificeerd Boekhouder na de voorige bepaaling; edog met deesen ver„ stande negtans, dat de voorsz: gunste in het worden vervolg niet sal mogen getrokken in eenige Con„ Sequentie.— Wijders door den Heer gouverneur ter vergadering geproduceerd weesende, een Acte van borgtogt, door den Koopman Willem Duijneveld, en den Capitain Commandant van de Naga, p=s
English
The 13 November Anno 1776. Promotion of a soldier to Corporal and belt-maker in the armory. Admission of soldiers. Nagapatnam outer town, passed by Gijsbert Zegelaar in favor of the Secretary of this assembly Martinus Hoffsenberg, in the capacity of vendue master, amounting to a sum of two thousand Rijksdaalders: it is therefore approved and agreed to accept the aforesaid bond, which is properly drawn up, on behalf of the public, and to have it deposited in the grand treasury. Furthermore, it is agreed, with promotion to Corporal, to place the soldier Martin Preusch of Koningsbergen as belt-maker in the armory, and to take into service as soldier at f 9.- per month Carel Klaasen, to serve at Palleacatta. While lastly it is also agreed to admit into service as soldiers among the Company's Easterners here: Tjatfang of Batavia, Pokkoesen of Queda, and Java of Batavia, with the grant of the usual allowance of 3.- Rijksdaalders per month. Thus done and resolved in the Castle at Nagapatnam, the date as above /: was signed / by all. Monday the 25 November 1776. In the morning at 9 o'clock. Meeting of the Council of Policy. All present. Authorization to the trade bookkeeper for closing the trade books of 1773/4. Resolution to favorably nominate Ensign Koks to Their High Excellencies as Lieutenant. The merchant and Trade Bookkeeper here, Heracules Mossel, having represented by petition that he had now advanced so far with the trade books of Anno 1773/4 that the same could be closed: it is therefore approved and agreed to hereby authorize him to proceed with the closing of the aforesaid books. Furthermore, upon a petition submitted by the ensign in the garrison here, Johannes Simon Koks, who has been ordered to depart from here by sea to Malabar as Commander of two hundred sepoys with the same, it is approved and agreed, on account of the aforesaid commandership, for which his rank of ensign appears somewhat too low, to recommend him favorably to Their High Excellencies in the next outgoing letter, with an earnest request, as he is a worthy officer, to promote him thereupon to Lieutenant. Submission of answered extracts from 2 Memoranda of discovered errors in the Coromandel trade books. Note that on this nothing was found to remark upon. Concerning this error committed in Jaggernaikpoeram, the necessary orders will be given. Subsequently, the Honorable Chief Administrator having exhibited to the assembly the answered extracts received from this head station and the subordinate factories from two Memoranda of discovered errors in the Trade Books of this government for the book years 1771/2 and 1772/3, both drawn up by the Honorable Visitor General Anthonij Hendrik Dormieux at Batavia and presented to Their High Excellencies, the first on the 6 September 1774 and the other on the 20 November 1775, and respectively received here on 31 July 1775 and 19 June 1776: it is, after resumption, approved and agreed, with regard to the first, to note hereby that upon examination of the Nagapatnam, Porto Novo, Sadraspatnam, Palicol, and Bimilipatnam Trade Books, no errors having been discovered therein by the Honorable Visitor General, there was also nothing for the High Government to remark upon. However, concerning Jaggernaikpoeram, upon the remark of the Honorable Visitor General that the chiefs had indeed, according to the order, written off some goods in transit from the Masulipatnam lodge etc. to prior years' expenses and charges, but upon closing the books had very improperly balanced this account under the current year's expenses, and the order of the High Indian Government founded thereon to transfer henceforward whatever the account of prior years' expenses and charges runs credit or debit to the General Ledger, as well as to act likewise with the account of prior years' profits and losses, it is approved and agreed to answer that Their revered order on this matter will be further and earnestly recommended to the Jaggernaikpoeram servants for observance. But concerning the answer of the servants set down upon the discovery of the errors, both with respect to the prior years' expenses and charges and with regard to the prior years' profits and losses; namely, that following the order of this government they had written off the said Masulipatnam goods etc., as well as the balance of the account of prior years' profits, directly onto those accounts themselves, it is agreed regarding this to write to the said chiefs that this handling, so far as it was ordered of them, was good and according to the order, but that they had neglected, upon the closing of the books, to transfer both of these accounts to the General Ledger, and to
Dutch transcription
Den 13. November A„o 1776. — bevordering van een sold, tot Corp„l en rien snyder in de wapenkamer patnamsche Buiten stad, Gyjsbert Zegelaar voor den Secretaris deeser vergadering Martinus Hoff„ senberg, in qualiteit van vendumeester gepasseerd, groot eene somme van twee duisend Rijksdaal- ders: soo is goedgevonden en verstaan, de voorsz: Borgtogt, due na behooren is ingerigt, ten behoeve van het gemeen te accepteeren en in de groote geld- kas te laaten seponeeren. — voorts is verstaan onder bevordering tot Corparaal, den soldaat Martin Preusch van Koningsbergen, als Ruemsnijder in de wapen ad missi van Caldooten.- kamer te plaatsen en voor soldaat met ƒ 9. —. ter Maand in dienst te neemen Carel klaasen, om op Palleacatta dienst te doen. — Terwijl laastlijk nog verstaan is, onder de Compagnuen Oosterlingen alhier voor soldaaten in dienst te admitteeren. — Tjatfang van Batavia, Pokkoesen van Queda, en Java van Batavia, onder toelegging van het gewoone genot van 3. –. Rijks daalders ter Maand 603. 819 Den 13. ' November A„o 1776. — qualificatie aan den Nego= tie boek„ tot het sluiten der Negotie boeken van 177¾. besluit om den vaandrig Koks „aan H: H: E:s als zeent: voor„ Maand. Aldus Gedaan en gearresteerd Jn't Casteel Tot Nagapatnam Dato voorst /: was geteekend / door alle;— Maandag den 25. November 1776: — 'S morgens ten 9. Uuren Vergadering van Politie Allen present. — Door den koopman en Negotie- Boekhou„ „der alhier, Seracules Mossel, bij Requeste te kennen 6 gegeeven sijnde, dat hij met de Negotie- boeken 1773¾ van A„o 173/4 tans soo verre gevorderd was, dat desel„ „ve geslooten konden worden: zoo is goedgevonden en verstaan, hem bij deesen te qualificeeren, om met het sluiten van de voorschreeve Boeken te mogen voortvaaren. — Wijders is, op een ingekomen Request van den vaandrig in het guarnisoen alhier Johannas tedroegen. Simon Den 25. November A„o 1776. — Diening van beantwoorde Ea„ „tracten unt 2. Memorien van ontdekte erreuren in Simon Koks, die gecommandeerd geworden is, om als Commandant van twee honderd Sipaais, met deselve van hier over zee naar Mallabaar te vertrekken, goedgevonden en verstaan, hem uit hoofde van het voorsz: Commandantschap, waartoe sijne quali„ teit van vaandrig wat te gering schijnt, bij den eerst afgaanden brief aan Hunne Hoog Edel„ heedens favorabel voortedraagen, met Jnstantie om hem, als een braaf officier zijnde, daarop tot Luitenant te bevorderen. — Vervolgens door den E: Hoofd administra= de Cormandelse Negotie boek teur ter vergadering geexhibeerd sijnde, de van deeser Hoofd: plaatse en de sabalterne Comp- toiren ingekome beantwoorde Extracten uit twee Memorien van ontdekte ericeuren in de Negotie Boeken deeses gouvernements van de Boek — Jaaren 1774, en 177½, beide door den 8 visiateur Generaal Anthonij Hendrik Dormieux te Batavia opgemaakt en aan Haar Hoog Edelhedens gepresenteerd, als de eerste op den 6. 605. 820 Den 25. November A„o 1776. — „te remarqueeren gevallen is. omtrent dit begaan abuijs in de Jaggh sal men de noodige 6. September 1774. en de andere op den 20. ' Novembers 1775, mitsgaders op den 31. Juli 1716 en 19' Junij 1776 respective alhier ontvangen: zoo is, naresum, Notitie dat op deese niets „tie goedgevonden en verstaan, ten aansien van de eerste bij deesen te noteeren, dat bij examinatie der Nagapatnamsche, Portonovosche, Sadraspat„, Palicolsche en Bimilipatnamsche Negotie. Boe- ken, daarin door den E visitateur generaal geen erreuren ontaekt sijnde, er ook niets bij de Hooge Regeering op is te remarqueeren gevallen. — Dog Jaggernayk poeram betreffende, is, op de remarque van den E: visitateur generaal, dat ordre stellen.— de opperhoofden eenige binnen 'slyns loopende goederen van de Masulipatnamse Logie ensz: wel volgens de ordre op voorjaarige Lasten en Ongelden afgeboekt, dog deese rekening bij het sluiten der Boeken zeer oneigen onder eigen- jaarige Lasten verevend hadden, en de daar op gefundeerde ordre der Hooge Jndiase Regee= 18. ring, om voortaan het geen de Rekening van voorjaarige Lasten en ongelden Credit of Debit. ƒ Den 25. November A„o 1776. — Debit loopt, op de Hoofd Rekening te vercoeren., mitsgaders zoo ook te handelen met de Rekening van voorjaarige winsten en verliesen goedgevon- den en verstaan, te antwoorden, dat men Hoog- derselver gevenereerde ordre op dit stuk, de Jagger- naykpoeramsche Bediendens ter observantie nader en met ernst zal aanbevelen. — Maar betreffende der Bediendens antwoord, bij de bevinding der erireuren ter neder gesteld = Lasten en ongelding, als met betrekking tot des voorjadige zoo wel met opsigt tot de voorjaarige - winsten en verliesen; naamelijk, dat zij de op gemelde Masulipatnamsche goedertjes insz:, mitsgaders het geen de reekening van voorsaarige winsten ten agteren was, na de Ordre deeser Requening op die Rekeningen selvs afgeschreeven hadden, is hier omtrent verstaan, de gemelde opperhoofden aanteschrijven, dat die behandeling, voor soo ver die hun gelast is, goeden na de ordre was, maar door hun versuimd geworden is, die beide Requeningen bij het sluiten der Boeken op de Hoofd Requening over te brengen, en te
English
821 607. The 25th of November, in the Year 1776. Note that the payment for the blankets is entered here according to custom. To settle, as ought to have been done; with an added order to observe this strictly henceforth according to the intention of Their High Excellencies; and likewise never more to liquidate the aforesaid accounts under the respective year's charges and profits, as was done by them erroneously. Further, with regard to the trade books of this government for 1771/1772, except those of Palleacatta and Jaggernaijkpoeram, of which the answered extract-findings have not yet arrived, and specifically in the first place with relation to Nagapatnam: It was approved and agreed, pursuant to the reply of the Honorable Head Administrator, to demonstrate to Their High Excellencies that everything currently paid to the caterer for blankets, etc., is also, according to order, entered in the books to the account of hospital expenses. Likewise, The 25th of November, in the Year 1776. and concerning the high price of those blankets in 1772/1773 approval was requested. Also that a certain debit of 1765/1766 was liquidated in 1772/1773. Resolution to request release from the fine on account of the errors in 1772/1773. Likewise, it was agreed to conform with his answer concerning the higher price entered here in the year 1772/1773 for the blankets compared to what they cost at Jaggernaykpoeram, namely, that the blankets from here are larger and also more durable, and consequently to request Their High Excellencies most reverently to be satisfied therewith. Upon the written instruction of Their High Excellencies to settle as soon as possible the charged compensation and debit from the year 1765/1766, which still showed an outstanding balance of f 1337: 14. 8, it was agreed to let serve as a humble reply the note from the Honorable Head Administrator that this account was liquidated in the books of 1772/1773. And since it was also demonstrated by him, with regard to the errors appearing in the aforesaid books of 1772/1773, that these were truly copying and collation errors, 609 822 The 25th of November, in the Year 1776. Nothing remarked on the books. Record of the aforesaid resolutions. Promotion of 2 soldiers at the pen to the title of Junior Assistant. errors, it was likewise agreed to petition Their High Excellencies that a favorable release might be granted from that compensation, as well as from the fine assigned by the Honorable Visitor General. While, in conclusion to this, it was further agreed to note that since no errors were committed in the trade books of Porto Novo, Sadraspatnam, Palicol, and Bimilipatnam of 1771/1772, nothing was remarked thereon by Their High Excellencies. And it was further agreed to keep a record of the above-mentioned resolutions in the margin of the said findings, in order to serve as a humble reply to the remarks made therein by the High Indian Government. Further, in view of the ample expiration of their terms, it was approved and agreed to promote the soldiers at the pen, Hermanus Thomas November, in the Year 1776. The 25th. Item, from 3 Corporals to Sergeant, one soldier to Corporal, admission of 3 persons. Thomas Kersseboom and Frans Kaspers, the latter serving at Bimilipatnam, to Junior Assistants with the salary of f 20.- per month on a new contract of 5 years, commencing in the middle of this month. Further, it was approved and agreed to promote in the garrison here to Sergeants, with the salary of f 20.- per month, the Corporals: Frans Joseph Cijffert, Johan Willem Janes, and Samuel Hesse; and to Corporal, with the salary of 14 guilders, the soldier Manuel Teijle, all on the ordinary contract. Subsequently, it was also agreed to admit into the Company's service: as Sailor, Gerrit Gerrits; as Soldier, Carel Daniel Misammele; and as Drummer, Jan Joost Ribera; all with the usual salary of 9 guilders per month and 611. 823 The 25th of November, in the Year 1776. Transfer of a Sailor to Soldier. Production of the minutes of the incoming letters of the subordinate stations of the Company. Notice of the receipt of 16 bales of Porto Novo linens with accompanying letters. Note to Sadras that these vessels duly delivered their cargo here. and on the ordinary contract. While it was further agreed, upon his request, to transfer to soldier the sailor Johannes Verbruggen, and that with his currently earned salary of f 9.- on his current contract. Further, minutes excerpted from the incoming letters of the subordinate factories having been produced by the Governor, insofar as they have not yet been dealt with, in order to deliberate thereon as necessary, it was agreed, with regard to Porto Novo on the Resident's letter of the 17th of September, to reply that the 16 bales of various linens, along with the aforesaid accompanying letters sent hither with the thoni Johanna Maria, were duly delivered here. And concerning Sadraspatnam, upon the chiefs' letters of the 3rd, turned over.
Dutch transcription
821 607.— Den 25. November Ao 1776. — Noteering dat de betaaling ,voor de Combaarsen alhier va stijl opgebragt. — te verevenen, gelyk hadt behooren te geschieden; met bijgevoegde last, om dit voortaan na de intentie van =Haar Hoog Edelhedens stiptelyjk te observeeren; mits gaders de voorsz: Requeningen nimmermeer on„ der eigen Jaarige Lasten en winsten, gelijk door hun abusive geschied is, te liquideeren. — Wijders is ten aansien van de Negotie- Boeken deeses gouvernements van 17 2/12 /: Ecepto die van PalleaCatta en Jaggernaijk poeram, waarvan de beantwoorde Extract- bevinden- gen nog niet ingekoomen zijn :/ en wel in de eerste plaatse met relatie tot Nagapatnam. E goed gevonden en verstaan, ingevolge het ant= woord van den E: Hoofd administrateur haar Hoog-Edelheedens te vertoonen, dat al het geen tans aan den schafbaas voor Cambaarsen ensz: wordt betaald, ook volgens de ordre bij de Boeken opgebragt wordt ten lasten van : Hospitaals- ongelden.— Desgelijks Den 25. November A„o 1776. — en omtrent de hooge paijs dier deekens in 177 1/3. approbatie ver„ sogt werd.— Zomeede seeker belasting van 177 5/6 geliquideerd is in 177 1/3. besluit om liberatie van de t premie weg„s de erreuren in 1177 2/3 te verpeken. — Desgelijks is verstaan, met desselvs antwoord, be„ tueffende den menderen prijs, die hier in A„o 171/3. voor de dekens opgebragt is, als die op Jagger- naykpoeram kosten, naamelijk, dat de Deekens van hier grooter en ook duur zaamer sijn, sig te Conformeeren, en dienvolgende Haar Hoog Edel- hedens seer reverentelijk te versoeken, om daarme„ de genoegen te neemen op het aanschrijven van Haar Hoog Edel. hedens om de aangereekende vergoeding en be„ „lasting van A„o 176 5/6, die nog met ƒ1337: 14. 8 per restant liep, soo spoedig mogelijk, te vereve„ nen, is verstaan almede in nederig antwoord te laaten dienen, het aangetekende van den E: Hoofd- administrateur, dat die reekening bij de Boeken van 177 2/3 is geliquideerd ge worden: En dewijl almede door hem ten aansien van de erreuren in de voorsz: boeken van 1772 177 2/3 voorkoomende gedemonstreerd geworden is, dat het warelijk Copieers en Collation eer- Foulen 609 822 Den 25. November A„o 176.— „boeken niets geremarqueerd is. — aanteekening van voor m besluiten bevordering van 2. sold: aan de per tit Jong assistea Fouten sijn, zoo is almede verstaan, Haar Hoog Edelhedens te suppliceeren, om van dies ver- goedinge, mitsgaders van de piemie den E: Visitateur generaal toegelegd, gunstig gelibe- reerd te mogen worden. Terwijl tot slot deeses nog verstaan is, te Notitie dat op deese Notitie noteeren, dat in de Portonovosche, Sadras patnamsche, Palicolse en Bimilipatnam sche Negotie-Boeken van 177½ geen erreuren begaan sijnde, daarop niets door Haar Hoog- Edelhedens geremaiqueerd geworden is. En is voorts verstaan van de opgemelde besluiten aantekening te houden in margine van de gemelde bevindingen, om in nederig antwoord te kunnen die nen op de daarbij voorkoomende remar- ques der Hooge Jndiasche Regeering. — Wijders is, mitsruime tijds ex- piratie goedgevonden en verstaan, de Soldaaten aan de Ten Hermanus- Thomas November A„o 1776. — Den 23. Jtem van 3. Corp.:s tot serg„t een soldaat tot Corp:l ad missie van 3 persoonen Thomas Kersseboom en Frans kaspers, /: de laaste op Bimilipatnam dienst doende:/ te bevorderen tot Jong- Assistenten met de gage van ƒ 20. –. ter Maand op een nieuw verband van 5. –. Jaaren, ingaande medio deeder: voorts is goedgevonden en verstaan in het guarnisoen alhier te bevorderen tot Ter— geants met de gage van ƒ 20. –. ter Maand, de Corporaals. — Frans Joseph Cijffert, Johan Willem Janes, en Samuel Hesse, mitsgaders tot Corporaal met de gage van 14 gls: den soldaat Manuel Teijle, alle op het ordinair verband. — vervolgens is nog verstaan voor Matroos in Comp„s Dienst te admitteeren, Gerrit ger„ rits; voor soldaat Carel Daniel Misammele„ en voor Tamboer Jan Joost Ribera; alle met de gewoone gage van 9. gls:, ter Maand en marren 611. 823 Den 25. ' November A„o 1776. — Changement van een Matroos tot soldaat. — productie der Notulen van de aank: brieven der Buite Comp„s.— Notitie van de ontvangst van 16. pakken portonoooje „teren Noteering naar Cadras dat deese vaartuigen haare Laa„ ding alhier wel uit geleever hebben. — en op het ordinair verband. — Terwijl nog verstaan is, op sijn versoek tot soldaat te Changeeren den Matroos Johannes verbruggen, en zulks met sijne tans winnen„ „de gage van ƒ9. – op zijn loopend verband. — Wijders door den Heer Gouverneur ge= ƒ produceerd zijnde Notulen uit de aange= koomene Brieven van de onderhoorige Fac= torijen geexerpeerd, voor soo ver daarover nog het nodige. vn niet gebesoigneerd is, ten einde daarop ^ te beraamen, zoo is, ten aansien van Portonovo op 's Residents brief van den 17. ' September, verstaan, te antwoorden, dat Lij wagten nevr geleede Let„ de 16. –. pakken diverse Lijwaaten, nevens de voorsz: geleide-Letteren met de Thonij Johanna Maria, herwarts gesonden, alhier wel uitgeleeverd zijn. — En betreffende Sadraspatnam, is op der opperhoofden brieven van den 3.' verte.