VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3462

Surat · 1,080 pages · 190 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3462_0451 view scan ↗

English

to turn to obtaining such orders as we hoped would be able to keep the Surat government back from committing open acts of violence, so that we had the honor to inform Your Right Honorable regarding this in our letter of the 17th of February aforementioned, while the second commissioner then also, in accordance with Your Right Honorable's orders, left Bombay again on the 19th of the said month. Shortly after this departure, or on the 25th of February, the undersigned had his first public audience with the Right Honorable Governor of Bombay, in which he had the honor to present to His Right Honorable Your Right Honorable's letter of the 13th of January, to serve as a letter of credence given along with us, so that I took the liberty to inform Your Right Honorable in my letter of the 26th ditto, and in which, having at the same time requested from them to inform the Bombay Council, in order to prevent all objections and delays in the negotiations, that they had charged me alone with the settlement of affairs, the letter serving thereto was also sent to me in Your Right Honorable's respected letters of the 7th of March, but the Council making no objections to that of the 13th of January previously, I kept the latter back, as I have the honor to present it again to Your Right Honorable herewith under No. 1. Thus now being able to make a beginning with the commission entrusted to me, I wrote on the 14th of March the letter to the Governor and Council, accompanying herewith under No. 2, containing a request to appoint a committee from their assembly with whom I could enter into conference concerning the BrootChia disputes, and toward the removal of the same. And receiving in reply to this by letter of the 12th of the said month, herewith with its translation under No. 3, that a committee for the aforementioned purpose had been appointed, consisting of the members of the assembly Servies, Tailer, and Schaw, I subsequently entered into conference with this committee on the 15th and 16th ditto, which after that had to be resumed once more on the 20th ditto, so that I had the honor to bring this to the knowledge of Your Right Honorable in my letters of the 7th, 13th, and 19th of the more aforementioned month. At which conference I did not fail to inform the appointed members by way of narrative of all the acts of violence committed by the English troops at the capture of BrootChia against the Company, its lodge, servants, and subordinates, as recorded in the report accompanying herewith under No. 4, which the undersigned had previously extracted from the letters and reports successively sent over by the factors there, as well as the daily journal and declarations, while I subsequently punctually refuted the letter of the Governor and Council of Bombay of the 22nd of December 1772, demanding that all these committed acts of violence should be redressed in a manner satisfactory to the Dutch Company, and that care be taken against the like in the future. However much, Right Honorable Sirs, I had now also wished and expected that the Bombay government would have complied with this, to effect such was completely impossible, since this committee /: declaring that their officers had solemnly testified that none of them had given any order to shoot the two sepoys of the Company dead, and moreover that it was unknown to them who the perpetrators thereof might be :/ subsequently wanted to push all the rest that occurred onto the conduct of the factors, whom they maintained had first, by accusing the English soldiers of brutalities /: as they put it, bestiality :/, aroused the hatred among the troops, which after that could not be restrained, while they tried to prove with a multitude of declarations that the artillery in BrootChia was truly placed by the Company's servants and that they had openly assisted the Nawab, as well as that on the day of the storming their troops had supposedly been shot at from our lodge, further advancing that they had taken proper care of the goods of the Company, which had remained entirely untouched, and had only taken those from the lodge which our broker, when in the Darbar Lat, had declared to their chiefs to belong to foreigners outside the Company's protection, demanding thereupon reciprocally from us that we should withdraw the letter or protest sent off by the factors under date of 5th of December 1772 to the chiefs Gordon and Watson, and furthermore that the factors their

Dutch transcription

193 wenden ter verkrijging van soodaane aanschrijvin¬ „gen, als wij hoopten dat in staat zijn honden, om de souratse Regeeringe van het pleegen van openbaare Violentien terug tehouden, invoegen wij d' Eer had„ „den, uwelEd: agtb: hier omtrend op tewagten bij onse Missive van den 17 e Febrij meergem: terwijl den „ Tweeden Commissiant dan ook ingevolge van Uwel Ed: agtb: beveelen op den 19:e van gedagte Maand Bombaij weederom verlaaten heeft. Kortna dit Vertrek off op den 25:e Febrij hadden ondergeteekenden sijne Eerste Publicque Audientie bij den Heere Bombaijsen Gouverneur in dewelke hij d' Eere had, aan sijne WelEd: Groot¬ Agtbaare te presenteeren uwel Ed. agtbaaren Mis„ „sive van den 13:e Januarij, om te strekken tot een Geloofs Brieff aan ons meede gegeeven, invoegen ik de Vrijheijd nam uwelEd: Agtb: te bedeelen, bij— mijnen brieff van den 26:' d=o en bij dewelke ik Teffens van deselve versogt hebbende, om den bombaijsen Raad ten eijnde alle Objechien en vertragingen in de Negotiatien te voorkoomen te willen bedeelen, dat mij met de affdoening van saaken alleen had= „den gechargeerd, is mij de Missive daar toe dienende ook bij uwel Ed: Agtb: gerespecteerde Letteren van den E Num: 1. Num. 2. No 3. den 7:e Maart toegesonden, dog den Raad geene Captien op die van den 13e Januarij bevoorens maa¬ „kende, heb ik de laatste terug gehouden, soo als ik d' Eer heb deselve uwel Ed: Agtb:e bij deese weederom aantebieden onder No 1. Dus dan nu met de mij opgedraagene Commis„ „sie een aanvang kunnende maaken, schreeff ik op den 14:' Maart de Missive aan Gouverneur en raad, hier bij gaande onder N:o 2. houdende versoek om eene Commissie uijt haare Vergadering te willen benoemen, met dewelke ik over de BrootChiase geschillen, en terwijl de wegruijming van deselve souden Kúnnen in Conferentie treeden. En hier op bij brieff van den 12. e derselver maand hier bij met sijn Translaat onder N:o 3. in antwoord ontfangende dat eene Commissie ten fine voorsz, benoemd geworden was, bestaande uijt de leeden der Vergade„ „ringe Servies, Tailer, en Schaw, ben ik met deese Commissie vervolgens op den 15e: en 16e: do: in Conferen¬ tie getreeden, welke na dies nog eens op den 20. e d o hervatted heeft moeten werden invoegen ik d' Eer had uwelEd: agtb:s ter kennisse te brengen bij mijne Missi„ „ven van den 7:e 13. e en 19:' van meer genoemde Maend. Bij welke Conferentie ik niet heb nage¬ =laaten 194. laaten, de Gecommitteerde Leeden bij wijse van narre, te informeeren van alle de Geweld pleeging en n door de Engelsche Troupes bij het inneemen van BrootChia, teegens de Compagnie haare Logie, Dienaaren en onderhoorigen gepleegd; soodaanig als bij het sub N=o 4. hierneevens gaande Verbaal, dat den ondergeteekende uijt de bij de Factoors al„ „daar successive overgesondene brieven en berigten mitsgaders het Dag Verhaal ende Verklaaringen bevooreng getrokken had, vermeldstaan, terwijl ik vervolgens den brieff van Gouverneur en Raad van Bombaij van den 22:e December 1772. punctueel refuis eerde met Eijsch dat alle deese gepleegde ge„ „weldaadigheeden, op eene voor de hollandsche Comp„e Satisfactoire wijse gebeterd wierden, en in den aan„ „staanden voor diergelijken gesorgd. Hoe seer WelEdele Agtbaare Heeren dat ik nu ook gewenscht en verwagt had, dat de Bombaijse Regeeringe hier aan soude hebben voldaan is sulx te effectueeren ten eenemaalen onmoogelijk ge„ „weest, alsoo deese Commissie /:verklaarende dat haare Officieren plegtig hadden betuijgd dat niemand van haar Eenige last had gegeeven tot het dood schieten der twee sipaijs van de Compe mitsgaders om No. 4. mitsgaders dat het haar onbekend was welke daar„ van de Daaders sijn mogten :/ vervolgens, alle het verdere voorgevallene wilde schuwven op het gedrag¬ der Factoors, die sij staande hielden, dat Eerst door d' Engelsche soldaaten met brutaliteijten /. soo als sij wilden Beestigheid :/ te beschuldigen, den Haar bij de Troupen verwelt hadden, dienna dies niet te beteugelen geweest was, terwijl sij met eene meenigte Verklaarin„ „gen tragten te betoogen, dat het Geschut waarlijk in BrootChia door 'sComp s Bediendens gesteld was en dat die den Nabab openbaar hadden bij gestaan, soowel als dater op den Dag vanden Storm op haare Troupes uijt onse Legie soude sijn geschooten, verders avanceerende dat sij behoorlijke sorge voor de Goederen van de Comph: die geheel onaangeroerd gebleeven waaren, hadd en gedraagen, en eeniglijk de sulks uijt de Logie gehaald welke onsen Ma„ „kelaar wanneer in den Derbhaar Lat aan haare Opperhooffden hadde verklaard, dat aan vreemde buijten Comp s bescherminge behoorden, over sulx rediproque van ons vorderende, dat wij den brieff off het protest door de Fractoors sub dato 5:e Decbr 177 1772. aan de Hooffden Gordon en Watson aff„ gesonden souden in tretten, en verders de factoors haar

NL-HaNA_1.04.02_3462_0455 view scan ↗

English

195 correct their conducted behavior. This demand having been immediately declined by me with the declaration that the BrootChia factors had in all respects acted according to their duty, and that both the aforementioned letter or protest and their entire conduct had been formally approved by your Honors, I subsequently tried to demonstrate the contrary of their advanced complaints, using the declarations drawn up by the factors at BrootChia and dated the 5th of December 1772. But these declarations being rejected by the committee, on the grounds that they had been provided by people who were all, or at least for the most part, interested parties in this affair, I left nothing untried to convince their Honors of the violence done to us, and of the improbability that accompanied their complaints; but they continually appearing anew with a great multitude of declarations from their officers and common soldiers, upon which, however, quite a lot could also be said and was advanced by me, I was indeed forced to agree that all that had passed on both sides should be regarded as forgotten and forgiven, and as never having occurred. Four reasons have impelled me thereto, and I flatter myself that the same will justify my conducted behavior before your Honors, consisting in this: First. That however much we may be convinced of the violence and injustice done to us, there nevertheless could often be found many members, nay, even the English Company in Europe itself, who would give credence to the produced declarations of the English. Second. That therefore all remonstrances which our high paying masters in the Fatherland might make in England concerning this would often be of no, or at least little, fruit. Third. That it does not seem to suit the Company in this part of the Indies, where we have no power at all, to continually quarrel with the English, while they here have a thousand means at hand to inflict great damage and disadvantage upon us without exposing themselves or appearing on the stage, while the Surat disputes, and the intentions that had been forged there to play an ugly trick on the Honorable Company 196 and its servants, made it now more than ever necessary to remain in a good understanding and harmony with the Bombay ministry. Fourth. That if we continued to insist upon this public satisfaction, we could never expect that they would let the factory at Brootchia remain, but be certain that they would immediately have caused us to move from there. After this having been demanded by me that it was permitted to the Honorable Company, and must remain so, to maintain henceforth a factory in BrootChia according to its pleasure, upon the same privileges and customs, and this as an indisputable right that was grounded: First, upon the firmans and letters of favor from the sovereign Lord of these lands, the Great Mogol, as evidently appeared from four different firmans of the years 1633, 1643, 1712, and 1729, of which I produced the translations. Secondly, upon what follows from this, that the English are bound to let us enjoy this same right unmolested, because their conquest [illegible] of them as possessors of the Surat Castle, and thus as servants of the same sovereign who granted us our privileges there, and also on the grounds of the axiom that no one by inheritance, purchase, gift, conquest, etc., can acquire more than the previous owner, the giver, or the conqueror possessed. And Thirdly, upon the English's own solemn assurances, as at the time of the first expedition of the Surat Council by letter of the 14th of April 1771, and now lastly from the commanders of the army by letter of the 11th of November 1772. The oppositions which I encountered in this regard are far too manifold, and the reasons brought forward by them to demonstrate that, now that BrootChia had become their property, they had the right to dislodge us from there, far too unfounded to detain your Honors regarding this with a long detail; their intention therewith was solely to make me acknowledge it as a favor, in order thereafter to have the power to treat us there according to their pleasure; and finding myself entirely armed against this, it was then finally granted that it was permitted to the Company, and should remain so, to maintain a factory at Brootchia, on the same footing and with its privileges as at the time of the previous Nabab, provided [illegible] that the original firmans originating from this right, and of which the copy translations were handed over by me, should be shown to those whom the Bombay Council should commission for that purpose. With this, then, the conference would have been at an end and the matter terminated, had the Council of Bombay not thought fit to add to their resolution a restriction that your Honors should recall the present factors of BrootChia; but having been informed of this before I received the public letter regarding it, I went to the Governor with a declaration that I could never agree to such a thing, as a demand of which the committee had made no mention, and which would constitute a sort of satisfaction that would be entirely improper; and upon this finally

Dutch transcription

195 haar gehouden gedrag Corrigeeren. Deese Vorderinge immediaat door mij gede„ „clineerd sijnde met Verklaaringe, dat de BrootChia„ „se Factoors in alle opsigte na haaren pligt gehan„ „deld hadden, en dat soo wel de voorsz: Brieff off Rrotest als haar geheele Gedrag bij uwelEd: Agtbaare Formeel g'approbeerd was geworden, tragtende ik vervolgens het tegendeel van haar g'avanceerde klagten te betoogen, met de Verklaaringen door de Factoors te BrootChia belegd, en gedateerd den 5:e Decembr: 1772. dog deese Verklaaringen door het Committé gewraakt wordende, uijt hooffde de= selve waaren verleend door menschen welke alle immers het meestendeel bij deese affaire waaren g'in¬ terresseerd, liet ik niets onbesogt om haar Ed:s te overtuijgen van het ons aangedaan Geweld, en van de onwaarschijnlijkheijd welke haare klagten verselden, dog sij telkens wederom met een groote meenigte Verklaaringen van haare Officieren en Gemeenen, waarop egter ook al vrij veel te seggen viel, en door mij g'avanceerd wierd, te voorschijn koomende, was ik wel genoodsaakt daarin toe te stemmen, dat al het gepasseerde van weedersijden, voor vergeeten en Vergeeven, en als nimmer voorge„ „vallen „ a Pmo „vallen gehouden wierd. Vier reedenen hebben mij daartoe gedrongen, en ik flatteere mij dat deselve bij uw el Ed: Agtb:e mijn gehouden gedrag billijk en sullen, hier in bestaande. Dat hoe seer wij ook overtuijgd sijn moogen, van het ons aengedaane Geweld en onregt, er tog. — dikwerff veel leeden, Ia de Engelsche Comp„s in Europa selven soude kunnen werd en gevonden welke de geproduceerde Verklaaringen der En„ „gelschen gelooff geeven souden. Dat dus alle Remonstrantien welke onse hooge Betaals heeren in het Vaderland hier om„ Arend in Engeland doen mogten, dikwerff van geen immers weijnig Vrugt souden sijn. Dat het de Compt. in deesen Oordt van Indien daar we geenige magt hebben niet schijnt te Con„ „venieeren omgestadig met de Engelschen te que: „relleeren, terwijl sij hier duijsend middelen aan Handen hebben, om ons sonder sig selfs bloot te stellen offte op het Tonneel te verschijnen groote schaade en nadeelen toe te brengen, terwijl de Souratse Oneenigheeden, en de voorneemens wel¬ „ne men daar hadde gesmeed, om de E: Compe en e 196 Enten A:n en haare Dienaaren eenen leelijken trek te spee„ „len, het thans meer als immers noodsaakelijk maakten om met het Bombaijse ministerie in een goede Verstand houding en Harmonie te blijven. Dat wij op deese publicque Satisfactie blijvende insteeren, nimmer konden verwagten, dat men het Comptoir te Brootchia soude laaten blijven maar seeker weesen dat men ons immediaat, vandaar soude hebben doen verhuijsen. Hierna door mij gevorderd sijnde, dat het de Ed. Compl: gepermitteerd was, en blijven moeste om in BrootChia voort aan een Comptoir op deselve voorregten en gewoonten aan tehouden na goed vin„ „den, ende sulx als een indisputabel regt dat— gegrondet was. Eerstelijk op de Firmans en gunst brieven van den souverainen Heer deeser Landen den Groo„ „ten Mogol, soo als uijt vier differente firmans van den Jaare 1633. 1643. 1712. en 1729. van de„ welke ik de Translaaten produceerden evident Kwaa„ „men te geblijken. Ten Tweeden op het hier uijtvolgende, dat de Engelschen gehouden Sijn, ons van ditselve regt on¬ „geschonden te laaten forrisseeren, om dat haar Ver„ „meesteringen E „meesteringen van haar als besitteren van het sou„ „raten Casteel en dus als Dienaaren van denselven souverain, welke ons onse Voorregten aldaar ver„ „gunt heeft en meede uijt hooffde van het ascioma, dat niemand bij Erffenisse, koop, Gifte, over„ „winning etc: meerder kan acquireeren, dan den v Voorigen Eijgenaar, den Geever off over winnaar beseeten heeft. En Ten Derden op de eijgene plegtige verseeke: „ringe der Engelschen als ten tijden der Eerste Expeditie van den souratsen Raad bij Brieff van den 14:e April 1771. en nu laastelijk van de Hoofden van het Leeger bij Missive van den 11e November 1772. De teegenstribbelingen welke ik hier omtrend ontmoete, sijn altemeenigvuldig ende reedenen door haar Voorsgebragt om te betoogen dat sij nu BrootChia haar in Eijgend om gewor„ „den was, het regt hadden ons van daar te delogee„ „ren, alte ongegrond, om uwelEd. Agtb„e dien aan„ „gaande met een lang detail op te houden, haar voorneemen daarmeede was eeniglijk om het mij te doen erkennen als eene gunste om daarna het vermoogen te hebben, ons aldaar te handelen na goedvinden 197. goedvinden, en mij daarteegen ten Eenemaale gewaapend vindende, soo wierd dan Eijndelijk toe„ „gestaan, dat het de Comp:e gepermitteerd was, en blijven soude, om te Brootchia een Comptoir aan„ „te houden, op denselven voet en met haare privilegien als ten tijde van den voorigen Nabab, mitz in aan¬ „nam dat de Origineele Firmans uijt ditregt voort„ sprot: en van dewelke de Copie Translaaten door mij waaren overgegeeven, aan die geene welke den Bombaijsen raad daartoe soude Committeeren, souden worden vertoond. Hiermeede dan soude de Conferentie ten Eijnde sijn geweest ende saak getermineerd, soo den Raad van Bombaijniet had goed gevonden, om bij haar besluijt te voegen een restrictie dat uwel„ „Ed: Agtb:r de tegens woordige Factoors van Broot„ „Chia neemen Zouden, dog hiervan bevoorens, ik des weegens de Publicque Brieff ontfing, verstendigt geworden Sijnde, vervoegde ik mij bij den Heere Gou¬ „verneur met eene Verklaaringe dat ik sulx nimmer soude kunnen toestaan, als een Vorderinge waarvan het Committé geen gewag gemaakt had, en die een soort van satisfactie soude uijtmaaken, die geheel oneijgen sijn souden, en hierop eijnde„ „lijk

NL-HaNA_1.04.02_3462_0460 view scan ↗

English

No. 5. No. 6. having conferred again on 20 March with the Committee, they saw fit to largely waive this demand in the manner in which it had been made by them, and this matter was thus finally settled, as I had the honor to inform Your Right Honorable in my respectful letter of the 7th of this month; while I finally received, in the beginning of this month, by a letter from the Bombay Secretary under No. 5, the letter from the Governor and Council to Your Right Honorable of the 31st preceding, under flying seal, which I have the honor to present to Your Right Honorable under No. 6, solely with this remark: that although the said letter might at first glance appear to declare as if the undersigned had requested the continuation of a counting house at Broot Chia from the Bombay Council as an extraordinary favor, this must be attributed solely to its drafter, the Secretary, and some of the members, and the weakness of the Governor to prevent or alter it, etc.; since the report of the Committee was never of such a nature, and the letter, of which I append a copy to this under No. 7, clearly shows that I claimed this residence as a right founded upon our firmans. And although I did not fail to complain about this treatment to the gentlemen of the Commission, and they could not deny that the said letter was not entirely drawn up according to what had been negotiated, as it was also not co-signed by two of the Commissioners, a multitude of political reflections not unknown to Your Right Honorable forbade me to make further public appeals against it, and these would also likely have made little impression on a nation so inflated by incomprehensible prosperity that they esteem everyone beneath themselves, and on a government full of all kinds of factionalism and lacking any subordination. Hoping therefore, Right Honorable Gentlemen, that these my actions will meet with Your Right Honorable approval, I must ask permission to now further serve Your Right Honorable with a report regarding the commission otherwise entrusted to me by the same. That after having previously had the honor, by my letter of 26 February, to forward to Your Right Honorable a letter from the Bombay Governor to the Surat Chief, Mr. Price, intended to bring the latter thereby, if possible, to terms of an amicable settlement regarding the Surat disagreements and sought-after quarrels, I subsequently, as evidenced by my obedient letters of 7 and 13 March, did not fail to employ everything privately that I judged could be of any use toward removing the aforementioned disputes; and it could not but stimulate my zeal when I perceived from Your Right Honorable's ever-honored letter of 7 March that what had been negotiated here by me and the Honorable Holmberg had had the good fortune to carry Your Right Honorable approval, while the same wished to test whether there might be a possibility here to remove all disputes through an amicable settlement. When Your Right Honorable, by your letters of the 12th of the aforementioned month, was pleased to charge me to urge the Governor and Council most emphatically to move Their Honors to grant their consent and send orders to Surat to settle all differences with the Nabab through Mr. Price alone and without interference from his Council, I took the liberty to present to Your Right Honorable, in my letter of the 19th following, the manifold reasons that had caused me to postpone the execution of this charge until further instructions; and Your Right Honorable having further ordered me, by your letter of 16 March 1773, to publicly request that the obstructions caused to the textile collection and sale be withdrawn, as well as to persuade the Governor to recommend by letter to the Surat Nabab to settle matters with us amicably, I had to postpone the first point once again, since the postscript of that letter informed me that the obstructions to the collection had been withdrawn, the affair of Boetoesa was on a good footing, and that of the Persian would be settled; and on the second point I could not succeed despite all efforts and solicitations, as the Governor told me that this conflicted with the regulations of the English service. Pursuant to the order contained in Your Right Honorable's honored letter of the 18th of the same month, I presented to the said Governor on the 23rd of the same—after having made the day before, to the Governor and Council, public and most emphatic representations so that the Company's trade here might be allowed unhindered progress while all disputes were settled equitably—the letter dispatched by Your Right Honorable to His Honor and Council in the affair of Deanaat; while at the same time I did not fail to support the same to His Honor and the members of the meeting through powerful arguments, namely those contained in Your Right Honorable's letter of the 16th mentioned above. And having resumed this further, when Your Right Honorable was pleased to inform me, in your letters of 20 March, of the perfidy that Mr. Price had shown in the affair with Boetoesa, I had the misfortune of being stricken by a dangerous throat disease, which compelled me, on the 25th of the same, to one of the members

Dutch transcription

No. 5. No. 6. lijk weederom den 20„e maart met het Committé geconfereerd hebbende, vonden sij goed van deese Vorderinge invoegen door haar was gedaan groo„ „tendeels aff te sien, en wierd dus deese affaire ten finaalen gedetermineerd, soo als ik de Eer heb gehad, uwelEd: agtb=r bij mijne eerbiedige van den 7„e dee„ „ses te bedeelen; Terwijl ik eijndelijk in 't begin deeser maand, bij een brieff van den Bombaijs en Secretaris sub N„o 5. heb ontfangen, de Missive van den Heer Gouverneur en Raad aan uwelEd. Agtb:r van den 31. ' bevoorens onder Cachet volant welke ik d' Eer heb uwel Ed: Agtb:s onder N„o 6. aantebieden, eeniglijk nog met deese remarque„ dat schoon gedagte Brieff in den Eersten opslag wel soude schijnen te dicleeren als off den onder¬ „geteekenden de aanhouding van een Comptoir te Broot Chia van den Bombaijsen Raad hadde ver¬ „sogt als een buijten gewoone gunst bewijsing, sulx alleen moet werden toegeschreeven aan dies in steller den secretaris en sommige der Leeden ende swake „heijd van den Gouverneur om sulx te verhin„ „deran off te veranderen Ensz: alsoo het rapport. van het committé nimmer dusdanig is geweest, ende Brieff van dewelke ik een affschrift deese bij voege 198. No. 7. bijvoege, onder N„o 7. klaarlijk aantoond, dat ik dit verblijff als een regt op onse Firmans gegron„ „det gevorderd hebbe en schoon ik niet heb nagelaa„ „ten over deese behandeling bij de Heeren van de Com„ „missie te klaagen, en sij niet konden ontkennen, dat deselve Brieff niet ten vollen na het gehandel„ „de was ingesteld, soo als ook door twee der Com„ „missarissen niet meede geteekend is, soo hebben eene Meenigte Politicque Reflectien uwel Edele Agtb: niet onbekend mij verbooden daar teegens nadere openbaare instantien te doen, en die ook tog moogelijk, van wijnig indruk souden sijn ge„ „weest, bij eene Natie die door eenen onbegrijpelij„ „ken voorspoed dermaaten opgeblaasen is, dat sij allen beneeden Sig Schat, en bij eene Regeering die vol van allerleij Parthij schappen en buijten eeni¬ „ge sub ordinatie is. Dus dan verhoopende WelEd: agtbaare Heeren dat dit mijn gehandelde met uwel Ed Agtb: goedkeu„ „ringe agtervolgd worden sal moet ik permissie vraagen, om uw elEd: Agtb: nu voorts ten reguarde vande mij door deselve verders opgedraagene Com„ „missie te dienen van Rapport. Dat ik na alvoorens bij mijnen Brieff van den den 26:e Febrij d' Eer te hebben gehad van uw elEd: Agtb: te doen toekoomen een Missive van den heere Bombaijs en Gouverneur aan den Sourats en Chieff de Heer Price, sullende strekken om deese laatste daardoor soo moogelijk te brengen in de termen„ van een minnelijk accommodement, ten reguarde van de souratse oneenigheeden en gesogte querel¬ „les vervolgens blijkens mijne gehoorsaame Letteren van den 7:e en 13:e Maart niet heb nagelaaten, alles in 't particuliere in 't werk te stellen, wat ik ter uijt de wegruijming van voorm: geschillen maar van eenigen dienst oordeelden te kunnen sijn, en het konde niet anders als mijnen ijver opwetken wanneer ik bij uwel Ed: agtb: altoos g'Eer„ „de van den 7:e Maart ontwaarde dat het door mij, en de E: Holmberg alhier gehandelde, het geluk hadde gehad, uwel Ed: agtb: goedkeuring weg te draagen, immiddels dat deselve wilde be„ „proeven, off er hier moogelijkheid soude sijn„ om alle Geschillen door een minnelijke accomo¬ dement uijt den weg te ruijmen. Wanneer UwelEd: agtbaare mij bij der„ „selver Letteren van den 12:e van Eevengemelde maand gelieven te gelasten om bij den Heere Gouverneur 199 Gouverneur en Raad op 't nad ruttelijkste aante„ „dringen, ten Eijnde hun Edele te beweegen, tot het geeven van hunne toestemminge en het senden van ordres na Souratta om alle de differenten door den Heer Prise alleen en sonder bemoeijenisse van sijnen Raad met den Nabab te vereevenen, nam ik de Vrijheijd uwelEd: Agtb: bij mijne Brieff van den 19. e daaraan voorte draagen, de meenigvuldige reedenen welke mij de Uijtvoeringe van deesen Last hadden doen verschuijven tot nader aanschrijven en uwel Ed: agtb:e mij alverders bij haare Missive van den 16:e Maart 1773. hebbende g'ordonneerd, om in het Publicq te versoeken, dat de Verhinderingen aan den Lijwaat Insaam en Verhoop toe gebragt ingetrokken wierd, alsmeede om den Heere: Gouverneur te persuadeeren, om den souratsen Nabab bij Brieff te recommandeeren om de saa„ „ken met ons in het minnelijke te schitten heb ik het Eerstens alweeder moeten uijtstellen, alsoo mij bij P: S: van die Brieff bedeelde dat de Verhin¬ „deringen aan den Insaam waaren ingetrokken de saak van Boetoesa op een goede Voet was, en die vanden Persie soude worden afgedaan, en in het 2:e heb ik met alle moeijten en sollicitatien niet 8 8 niet kunnen reuisseeren, alsoo den Heer Gouverneur mij seijde sulx te strijden teegens de Regulen van den Engelschen dienst. Ingevolge de Ordre vervat bij UwelEd: Agtbaare G'Eerde Brief van den 18:' van dieselve maand, heb ik op den 23:e dito nadat ik des daags bevooren, bij den Heere Gouverneur en Raad Publicque en aller„ „sterken te Instantien hadde gedaan ten Eijnde aan 's Comp. s Negotie alhier een onverhinderden Voort: „gang gelaaten wierd, intusschen dat alle Verschillen na de billijkheid wierden afgedaan, aan gemelde Heer Gouverneur gepresenteerd de aan sijn Ed: en Raad door uwelEd: Agtb: affgevaardigde Brieff in de saak van Deanaat, terwijl ik ter selver tijd niet naliet om deselve aan sijn Edele en de Leeden der Vergadering door kragtdaadige Vertooningen wel die bij uwel Ed. agtb: missive van den 16:e hier vooren gemeld vervalted sijn te adstrueeren, ende dit nog nader bij mij hervatted sijnde, wanneer uw el Ed: agtb: mij bij derselver Letteren van den 20. e. Maart: gelieffden te bedeelen de ontrouw die M„r Prile in de affaire met Boetoesa had betoond, had ik het Ongeluk door een gevaar„ „lijke keelziekte te worden aangelast, het geen mij noodsaakten, om op den 25:e dito, aan een der Leeden

NL-HaNA_1.04.02_3462_0465 view scan ↗

English

200. Members of the Council who enjoyed the primary confidence of the Governor, No. 8 and 9. to write the letter No. 8, and they answering me under No. 9 that they would do nothing in the matters without seeing the Company's Firmans, I replied to this on that very same day with the letter No. 10. And when I fully perceived from the answer received thereto of the 27th ditto under No. 11 that they had resolved to force us, cost what it may, to produce the Company's privileges, I went the following day to the Governor, and receiving nearly the same answer here, I did not deliberate a moment longer, but immediately wrote to the Governor and Council the letter under No. 12, thereby requesting for many reasons to interpose their authority, to the end that the Surat Council, as Castle Governor, oblige the Nabob to desist from all violent proceedings and to allow the trade of the Honourable Company to proceed without hindrance, while we had time to inquire regarding the production of the Firmans the pleasure of our High Masters; while in the meantime all solicitations and arguments were employed with this and that of the most accredited Council members, as appears from No. 12, 2nd. And subsequently, when this letter was left unanswered, I dispatched on the 3rd of April separately to the Governor the letter under No. 13. And although the answer received thereto, No. 14, as well as that of the Governor under No. 15, seemed to notify me that they did not wish to let go of this point, the sequel has nevertheless shown that for now they have desisted from this demand to such an extent that they have ordered hither not to bring any further hindrances to our trade, in so far as it was necessary for the dispatch of the ship, although it is not without fear that they will revive the same after the departure of this vessel, or possibly when an opportunity presents itself. Meanwhile, as this was passing concerning the Firmans, in accordance with Your Right Honourable's further orders contained in your honoured letter of the 24th of March, received by me on the 29th following, and serving in reply to my obedient letter of the 19th prior, I indeed endeavoured to move the gentlemen there to dispatch, as if of their own accord, an order hither whereby the settlement of all disputes was demanded of Mr. Price alone, without his Council. But the distrust prevailing among the members of the English Council, as well as the bad harmony and the desire that one has to ruin the other, have made fulfilling this commission impossible for me. In like manner, to my particular regret, it was impossible for me to have the disputes with the Bania merchant Deanaat referred to our court of justice, as being a point to which the Bombay Government, however lawful it may be, will never consent. And since I clearly saw that all solicitations therein were of no avail, I declared that Your Right Honourable had resolved to let the ship depart empty for the main station, leaving the damages and consequences thereof to the English gentlemen. And I further acted as if I were about to depart with nothing accomplished, to which end having already taken leave of the Governor, I received on the evening of the 5th of April, from a Council member and his factotum, the letter annexed hereto, No. 16. And having expedited that very same night my letter No. 17 in response, I still hoped that it would bring about some change on this point, when finally on the 6th ditto, by the note No. 18, I was informed that the Bombay Council had resolved to let our affairs here proceed in such a manner that the ship could depart loaded, provided the matters of Deanaat and Boetoesa were left to an impartial arbitration. Thus, being unable to accomplish anything more here, I took the resolution the following day to undertake the journey hither, just as I indeed commenced it from there on the 7th of this month, after first giving notice thereof, and of what had come to my knowledge, to Your Right Honourable; having received on the way Your Right Honourable's letter of the 6th of this month. And having thereupon subsequently reappeared on the evening of the 17th at Attua and on the 19th in Your Right Honourable's assembly, I have the honour now to present this my report, wishing nothing more ardently than that my actions and weak efforts made shall merit and obtain Your Right Honourable's approval, while I request Your Right Honourable to do me the justice of being assured that I am with the greatest respect, beneath was written: Right Honourable Sir and Gentlemen, lower: Your Right Honourable's very obedient and humble servant, was signed: A. J. Sluijsken, in the margin: Surat, the 22nd of April 1773, still lower: Agreed, was signed: H. Spiereije, First Sworn Clerk. Bombay

Dutch transcription

200. Leeden van den Raad die het voornaamste Ver„ ƒ „trouwen van den Heere Gouverneur hadde te schrijven, N„o 8 en 9. het Briefjen N„o 8 en deese mij sub N:o 9' antwoor„ „dende, dat men niets inde saaken doen souden sonder 's Comp. s Firmans te Lien, reschribeerden ik daarop dienselven dag nog de Missive No. 10. en wanneer ik uijt het daarop ontfangene aantwoord van den 27e dito sub No 11. ten vollen ontwaarden, dat men beslooten had, om ons, het koste wat het wil te dwingen, tot de Productien van 's Comp:s Pruvilegien, sondik den volgenden Dag bij den Heer Gouverneur, en hier bij na het selffde antwoord ontfangende, bleeff ik: geen Oogenblik langer in beraad maar schreeff in„ „mediaat aan Gouverneur en Raad den Brieff on„ „der N„o 12: daarbij om veele reedenen versoekende, om haar Gesag te interponneeren, ten Eijnde den souratschen Raad als Casteels Gouverneur den Nabab verpligten, om van alle Geweldige Proce¬ „duures afftesien, en den Handel van de E: CompC:e een ongestoorden Voortgang te laaten hebben, inmid„ „dels dat we tijd hadden, om omtrend de Productie der Tirmans het Welbehaagen onser Hooge Ge„ „biederen te vraagen, terwijl intusschen alle solli„ „cisatien en betoogen bij deese en geene der het meeste No„ 10. No. 11. No. 12. No. 12 2do meeste gecrediteerde Raad, beeden in het werk stelde, blijkens N=o 12, 2. o En ik vervolgens wanneer deesen brieff onbeantwoord gelaaten wierd, op den 3:e April, aan den Heer Gouverneur afsonderlijk affvaardigde de Missive onder N„o. 13. en off schoon het daar op ontfangene Antwoord num 14. gelijk meede dat van den Gouverneur onder N„o 15. mij scheenen te notificeeren, dat men dit Poinct niet wilde loslaaten, soo heeft egter het Gevolg doen sien, dat men voor Eerst van deese Vorderinge in soo verre heefft afgesien datse na herwaards hebben g'ordonneerd, om geene ver„ „dere Verhinderingen aan onsen handel toete brengen, sooverre als die tot depeche van het schip noodsaa„ kelijk was, schoon het niet buijten Vrees is, dat Sij denselven na het vertreck van deesen Kiel, off moo¬ „gelijk als sig daartoe geleegentheijd voordoet weeder levendig maaken zullen. Intusschen dat dit omtrende Firmans pas„ g „seerden, heb ik ingevolge UwelEd: agtbaares nadere beveelen vervat bij derselver gehonnoreerde van den 24:e Maart bij mij op den 29. ' daaraan ontfangen, en Stretk ende in Antwoord op mijne Gehoorsaame van den 19:e bevoorens, wel getragt, om de heeren— aldaar te beweegen, om als uijt haar selve een ordre „ 13. „ 14. „ 15. 201 ordre na herwaards aff tevaardigen waar bij de aff¬ „doeninge van alle Verschillen aan Mr. Price alleen buijten sijnen Raad gedemandeerd wierd, dog het wantrouwen dat onder de Leeden van den Engelschen Raad heerscht, soo wel als deslegte har„ „monie, en het verlangen dat den een en heeft om den anderen te bederven, hebben mij het welbehaagen, in deese Commissie ondoenlijk gemaakte Ingelijker voegen is het mij tot mijn bij sonder leetweesen on„ „moogelijk geweest, om de Verschillen met den Benjaans koopman Deanaat aan onse regt bank te doen overlaten, als sijnde een poinct waar¬ „inde Bombaijse Regeering soo regtmaatig het ook 9 sijn mag nimmer sullen Consenteeren, en vermits ik duijdelijk sag dat alle sollicitatien daarin van geene Vrugt waaren, declareerden ik dat uw el Edele Agtbaare hadden beslooten om het schip leedig na de hoofdplaats te laaten vertrekken, en de schaaden en gevolgen daarvan voor de Heeren Engelschen overtelaaten, en geliet ik mij verders om onverrigter saaken te zullen vertrekken ten welken Eijnde bereets affscheijd van den Heer Gouverneur genoomen hebbende ontfing ik van een Raadslid en sijnen Factotum des avonds van No. 16. van den 5:e April de Brieff deesen g'annexeerd N„o 16. en waarop nog dienselven nagt hebbende g'ex„ „pedieerd mijne Missive no 17. hoopse ik nog dat die in dit poinct eenige Veranderinge te weege gebragt hebben soude, wanneer ik eijndelijk op den 6:' dito bij het Briefje N=o 18. g'informeerd wierd, dat den Bombaijs en Raad had beslooten, om onse saaken alhier dermaaten te laaten voortgaan dat het schip gelaaden soude kunnen vertrekken, mits de saaken van Deanaat en Boetoesa wierden overgelaaten, aan een onpartijdige Arbitrage.- Dus dan niet meerder alhier kunnende ver„ „rigten nam ik het besluijt om den volgenden Dag de Reijse na herwaards aanteneemen, soo als ik die dan ook op den 7:e deeses maands van daar aanvaard hebbe, na alvoorens daarvan, en van het tot mijne kennisse gekoomene, aan UwelEd: Agtbaare te hebben kennisse te geeven, hebbende ik onder den weg ontfangen uwelEd: Agtb:e Missive van den 6:e: deeses. En waarop dan vervolgens des avonds van den 17. e op Attua en den 19 e in uwelEd: agtb: Vergaaderinge terug verscheenen sijnde, heb ik de Eer thans te dienen van dit mijn Rapport, niets vieriger „ 17. „ 18. 202 vieriger wenschende, als dat mijn gehandelde en aangewende swatke poogingen uwel Ed: Agt„ „baaren goedkeuringe sullen meriteeren, en weg„ „draagen, terwijl ik uw elEd: Agtb: versoeke, mij het regt te doen, van verseekerd te sijn, dat ik met de meeste agting ben. /:onderstond:/ WelEdele Agtbaare Heer en Heeren /:Laager:/ uwelEd: Agtbaaren seer gehoorsaamen en Dienstwillige Dienaar /:was geteekend:/ A=m J:s sluijsken /:in margine:/ Souratta den 22:e' April 1773. /:nog laager:/ Ad„ „cordeerd /:was geteekend:/ H=k spiereije h. E. g:Clercq. Bombaij

NL-HaNA_1.04.02_3462_0470 view scan ↗

English

Bombay To the Right Honorable William Hornby, Esquire President on behalf of the Honorable English East India Company and Governor of His Britannic Majesty's Castle there The Council Right Honorable Sir and Gentlemen! The Right Honorable Director and Council of the Noble Dutch Company at Surat having had the honor to inform Your Honors by their letter of 9 January that they had decided to dispatch a Public Commission to Your Honors, for the purpose mentioned in the said letter, and principally for the reason that the settling of affairs with Your Honors, when it must be done in writing, is very difficult and tedious, besides that by this means misunderstandings are often created, and serve not a little to alienate and cool the good understanding that has so happily existed between the two Companies, and particularly Your Honors and my superiors, I have subsequently, together with Mr. Holmberg who since, for necessary reasons, had to return to Surat, arrived here, and a few days ago, as the indisposition of the Governor prevented me from doing so earlier, I had the honor to present to His Right Honor my credentials of 14 January last. It is now, gentlemen, that according to my instructions and animated with all the amicable dispositions of my masters, I have the honor to request Your Honors to be pleased to appoint a commission from Your Honors' assembly with which I will be able to confer extensively on all these matters, and through which I flatter myself that all the same can be cleared away to mutual satisfaction, whilst I find myself obliged to press this request the more strongly because I find myself here at present devoid of anyone sufficiently capable of serving as a translator; since I have not been able to accompany this with a translation except with great difficulty, and the translating of voluminous writings first into French and then back into our respective languages requires a very long time and cannot but produce much work and trouble on both sides. I have the honor to be with great respect. was written underneath: Right Honorable Sir and Gentlemen, lower: Your Right Honors' and Your Honors' very humble servant, was signed: A. J. Sluysken, in the margin: Bombay, 4 March 1773. still lower: Agreed, was signed: H. Spierejee, First Sworn Clerk. Translation No 3. To Mr. Sluysken Dutch Secunde in the Council of the Honorable Company's affairs at Surat, currently at Bombay Honorable Sir The letter which Your Honor addressed to the President and Council having been laid before Their Honors today, I am instructed to inform Your Honor in reply that pursuant to Your Honor's request a committee consisting of Benjamin Jervis, William Tayler, and William Shaw, Esquires, has been appointed, who will soon hear all that Your Honor is instructed to represent to the Right Honorable President and Council concerning the Factory of Your Honor's nation in the city of Broach. I am with respect, Honorable Sir, Your Honor's very obedient servant, was signed: Skipp, Secretary. In the margin: Bombay Castle, 12 March Anno 1773. Agreed, was signed: H. Spierejee, First Sworn Clerk. Narrative Of the violence committed by the English troops during the siege after the conquest of Broach upon the lodge and servants as well as the dependents of the Noble Dutch Company there, extracted from the journal sent by the Factors van Citters and Meyer from 10 November to 13 December, with a short refutation of the journal dated the 7th of the same month delivered by Messrs. Gordon and Watson to the Governor and Council of Bombay and sent by Their Honors with a letter of 22 December 1772 to the Director and Council of Surat, as the same was answered in the meeting on 13 January 1773 by the aforesaid Factor van Citters. When the English troops approached Broach on 12 November, the Factors received at night a letter from Messrs. Wedderburn and Watson, containing an assurance that no harm would be done to the Dutch factory. This letter was also given for delivery to a servant of the Nabob named Emmet Khan, who had also come to the English camp as an envoy of the Nabob to make peace, and had returned to the city that day. Hereupon, in the evening, the Nabob had the Factor van Citters called in order to open it in his presence; this was refused by him, and hereupon the Nabob only sent him the letter during the night. Hereby all reflections fall away as if the Factors had been negligent in promptly answering the aforesaid letter as the journal of the commanders says, for the night between the 12th and 13th passed in translating it, writing an answer to it, and translating that again, and on the morning of the 14th the letter or answer was sent. This

Dutch transcription

Bombaij Aan den WelEdelen Agtbaaren Heere William Hornbij, Schildkraegp Praesident van weegens de Honorabele Engelsche Oost Indische Compagnie en Gouverneur van sijn Groot Brittani„ „sche Majesteijts Casteel aldaar Den Raad WelEdele Groot Agtbaare Heer en Heeren! Den WelEdelen Agtbaaren Heere Directeur en Raad van de Edele Hollandsche Compagnie te souratta d' Eer gehad hebbende uwel Edelens bij haaren brieff van den 9:e Januarij ter kennisse te brengen, dat sij beslooten hadden om eene Publicque Commissie aan uwelEd: aftevaardigen, ten Eijnde als bij deselve Missive vermeld, en voornaamentlijk om reedenen dat het affdoen van saaken met uwel Edele wanneer in Geschriffte moet geschieden seer moeij„ Beneevens „elijk No. 2. 203 =elijk en langwijlig is, buijten dat langs dien weg dikwerff hadelijk gemaak werden, en niet wijnig strekken tot verwijdering en Verhoeling vande steed e tusschen de twee Compagnien, en bij Con„ „derlijk uw el Edelen en mijne superieuren soo ge„ „luktig gesubsisteerd hebbende goede Verstand „houding, ben ik vervolgens met den Heere Holm„ „berg (:die seederd om noodwendige reedenen wee„ „der na souratta heeft moeten keeren :/ alhier g'arriveerd, en voor wijnig dagen /:alsoo de jn„ „dispositie van den Heer Gouverneur mij versin¬ „derde sulx vroeger te doen:/ heb ik d' Eer gehad, sijn Wel Ed: Groot Agtbaare aantebieden mijne Gelooffs brieff van den 14e Jannij laatstleeden. Thans is het mijne heeren dat ik volgens mijnen last en besield met alle de de Amicale dis„ „positien, mijner Meesteren, d' Eer heb uwelEd. te versoeken, van te willen benoemen eene Com„ „missie uijt Uwel Edeles Vergaderinge met dewel„ „he ik instaat sal sijn kunnen over alle deese saa¬ „ken breedvoerig te confereeren, en waardoor ik mij Vlije dat alle deselve tot weedersijdse satis¬ „factie sullen kunnen uijt den weg geruijmd, Terwijl ik mij verpligt vinde, dit versoek te Sterker sterker aantedringen uijt hooffde ik mij alhier thans ontbloot vinde, van iemand genoegsaam ƒ kundig om voor Translateur te dienen; Terwijl- ik deese niet dan met veel moeijse van een Trans„ „laat heb kunnen doen versellen, en het oversetten van Volumineuse schriftuire eerst inde fransche e en dan weeder in onse resp=te Taalen een seer langen tijd vorderd en niet dan veel werk en moeij¬ „ten van weedersijden baaren kan. Ik heb d' Eer met veel agting te sijn. E /:onderstond:/ WelEdele Groot agtbaare heer en heeren /:laager:/ uw el Edele Groot Agtbaaren en uwel Edeles seer ootmoedige Dienaar /.was geteekend:/ A=m J:s Sluijsken /: in margine:/ Bombaij den 4:e Maart 1773. /:nog laager:/ Accordeerd /:was geteekend:/ H=k Spierejee P:l E: G: Clercq — Aan 204. Vertaaling No 3. Aan Mijn Heer Sluijsken Nederlands secunde in den Raad van 's E: Comp s saaken te soeratta thans te Bombaij WelEdele Heer De brieff welke uwelEd: aan den Heere Praesidenten Raad heefft g'addresseerd heeden voor hun Edeles overgelegd sijnde, ben ik gelast uwelEd. daarop in antwoord te bedeelen, dat ingevolge uwelEd. versoek een Committeschap bestaande in Benjamin Servis, Willem Tailler, en Willem Schar, Schild¬ „knaepen aangesteld is, die spoedig sal aanhooren al het geen uw el Ed: ok gelast is, den WelEd: G: A: Heere Praesident en Raad aangaande de Factorij van Uweld: Natie in de Stad Broot Chia voortedraa¬ „gen. Ik ben met agting /:laager:/ Wel Ed: Heer /:nog laager:/ uwel Ed: seer gehoorsaamen dienaar /:was geteek:d:/ . . . . . . Skipp secretaris /. in— margine:/ Bombaij 't Casteel den 12:e Maart A„o 1773. /:nog laager:/ Accordeerd /:was geteek:d/ H:ts spierejee p:l E: G: Clercq Verhaal Verhaal Van het door de Engelsche Troup en onder het belegen na de Verovering van Broot Chia gepleegde Geweld aan de Logie en dienaa„ „ren mitsgaders de onderhoorigen vande Edele Hollandsche Comp. e aldaar g'exe„ „traheerd uijt het gesondene Dagregister vande Factoors van Citters en Meijer van den 10:e 9ber tot den 13. ' December - met eene korte refu„ „tatie van het door de heeren Gordon en Watson aan den Heere Gouverneur en Raad van Bombaij overgegeeven en door haar WelEdelen bij Missive van den 22:' xber 1772. aan Directeur en Raad van Souratta toegesonden Dag ver„ „haal gedateerd den 7:e van deselve maend, soo als het selve in Vergaderinge op den 13„e Januarij 1773. door den Factoor van Citters voorn: beantwoord geworden is. Wanneer d' Engelsche Troup en op den 12:e 9ber Broot Chia naderden ontfingen de Factoors No. 74. 205 Fachoris des nagtes eene Missive van de Heeren Wed„ „derburn en Watson, behelsende Eene verseekering dat er geenig kwaad aan de Hollandsche Factorij — soude worden gedaan. Deese brieff was om te bestellen meede gegeeven aan een bedienden van den Nabab genaamt Emmet, Chan, soo meede de affgesondenen van de Nabab om vreede te maaken in het Engelsche Leeger was gekoomen, en dien Dag weeder na de Stad terug gekoomen was. Hier op liet de Nabab des avonds den Factoor van Citteres roepen, om die in sijne presentie te opener„ dit wierd door denselven geweijgerd, en hierop, heeft den Nabab hem de Brieff eerst inde nagt toege„ sonden. Hiermeede vervallen alle reflectien als off de Factoors nalaatig waaren geweest, in het spoedig b'antwoorden van voorseijde Brieff soo als het Dagverhaal der hooffden segt, want des nagts tusschen den 12=e en 13„e verliep met die te Translateeeren, daarop een Antwoord te schrijven, en dat weeder te Trans¬ „lateeren en den 14. ' smorgens wierd de Brieff off antwoord gesonden. Dit

NL-HaNA_1.04.02_3462_0476 view scan ↗

English

This reply of the factors was in properly polite terms, thanking the commanders of the army for their given assurance, with a request that their Honors would be pleased to see to it that the gardens of the Company also remained free from all violence and outrages, for so it stands in the original Dutch letter, because Dutch flags fly from there. And thus in no respect insulting to the character of the troops, for outrage stands there in the Dutch, which being translated as brutalité, in that same language conveys nothing other than rudeness, unreasonableness, ferocity, and is a term that is very common. On the evening of the 14th, approximately 25 men, Bombay sepoys, come into the garden outside the Gottoppers Gate, rob all the property of the gardener there, beat and ill-treat him, drive him away, and pull down the Dutch flag. The factors, writing a proper letter about this to the commanders of the army, with a request to counter such outrages. This is dispatched on the 15th with the brother of the Company's broker, and according to the custom of the country three sijsaijs of the Noble Dutch Company are also given to him. Arriving at the first guard, they are brought by a European and 12 sepoys to near the second guard, and here the letter was taken from the letter-bearer, and he was ordered to remain sitting there, which having done for a few hours, someone comes to tell him, just go back and let that gardener remain in the garden; thereupon he is brought back again to the first guard, and as soon as he arrives there he is violently attacked by a European who seemed to command there, and struck in the face, everything is taken from him as well as from his sepoys who had been given to him on behalf of the Dutch Company, thereupon they all take flight and seek to save their lives, but in going away two of the mentioned sepoys are shot through in cold blood by the soldiers. That same evening of the 15th a party of English soldiers comes into another garden, force the people to pull down the Dutch flag that also flew there, under threat of otherwise murdering them, tear off the locks of the rooms and warehouse of the garden house, and smash everything they find to pieces. From this it appears that the journal of the gentlemen commanders is mistaken when it mentions that only a single waistcoat had been stolen; on the contrary, it is clear that they pulled down the Dutch flag by force, or forced others to do so on their own ground, indeed it is a gross error when it is said that these gardens had previously been occupied or seized by any people of the Nabab. At the same time it is provable, if necessary, that of the four peons of the Dutch Company who had been given to their letter-bearer as an escort, two were shot through in cold blood, against the public faith and the safe-conduct granted to a deputy of a neutral nation, indeed contrary to all humanity and the laws of all, even the most barbarous nations, which do not permit that someone during his safe-conduct is killed so pitifully and defenselessly. And against this, the pretext that the journal of the commanders gives of this is of no force. For did the soldiers of the Nabab need to go outside with our letter-bearer, since they were still masters of the gates themselves, and it contradicts sound reason, indeed contradicts the journal's own reasoning, that those same soldiers would have fired upon the English escort that brought back our letter-bearer, because they could not fire upon it without placing the letter-bearer himself in danger, whom they nonetheless, according to the English journal, used as a spy, and thus the Nabab would have been able to foil his own cherished intention to be informed about the English army, and the letter-bearer would have made a signal to shoot at himself as well. Also, the statement that this man had performed the duty of a spy is utterly trumped up, indeed impossible, for he had only been as far as the outposts, and had seen neither the headquarters nor the batteries. Indeed, it is ridiculous to wish to say that after that the army was fired upon for the first time, since General Wedderburn had already been shot dead before then. The mentioned claim in the English journal that their officers saw the artillery being laid by people wearing hats is impossible. Because there were at least two English deserters in the city during the siege, who as one hears served as artillerymen. Of these deserters, one was shot through and found dead during the taking of the city, and the other saved himself by swimming across the river, notwithstanding that the English fired heavily upon him while swimming across. And thus it is contrary to the truth that no hat-wearer was found in the city besides the Dutch, as the English journal says. Some English officers have even declared that they had heard the aforementioned deserters give the command at the Nabab's artillery in the English language. Besides that, the soldiers of the Nabab in the first or second assault had brought several shot-dead Englishmen as well as some 15 to 16 hats and muskets into the city, which they possibly put on their heads as a token of triumph; however that may be, all the Dutch who were in Brootchia can prove and swear under oath that during the siege they were not outside the lodge of the Company. Also, as the English journal mentions, there were never batteries in the city, and the

Dutch transcription

Dit Antwoord der factoors was in behoorlijke beleeffde Termes de Hooffden van het Leeger be„ „dankende voor haare gegeevene Verseekering met Versoek dat haar WelEd: gelieffden te sorgen dat versie de Thuijnen van de Comp. s meede van alle geweld en Baldaadigheeden bevrijd bleeven /:dus staat er in de Origineele Hollandsche brieff:/ om dat van daar hollandsche vlaggen waeijen. En dus in geenen opsigte beleedigend voor het Caracter van de Troupes want Baldaadigheid staat er in het hollands dat door Brutalité overgezet sijnde, in dieselve taal niet anderen te kennen geeft, als onbeschoftheijd onreedelijk heijd, Woestheijd, en is een Termen die zeer gemeen is. Den 14:e 'savonds koomen er Circa 25 mannen, Bombaijse Sipaijs in de thuijn buijten de Gottop¬ „perse Poort rooven aldaar al het goed van den 8: Thuijnier, slaan en mishandelen denselven Jaagen hem weg, en haalende Hollandsche Vlagneer. Hier over schrijvende factoors een orden„ „telijke brieff aan de hooffden van het Leeger, met Versoek 206. versoek om dier gelijke Baldaadigheid teegen te gaan. Deese word den 15:e met de broeder van 's Comp. s Makelaar affgesonden, en worden hem volgens 's lands wijse drie sijsaijs van de Edele hollandsche Comp:s meede gegeeven. Bij d' Eerste Wagtkoomende, worden sij door Een Europees en 12 Sipaijs tot bij de tweede Wagt gebragt en hier wierd den Brieffe draager de brieff ontnoomen, en hem gelast aldaar te blijven sitten, het welk een paar uuren gedaan heb„ „bende, komter iemand hem zeggen, gaat maar terug en laat die Thuijnier in de Thuijn blijven, hierop word hij weeder na d' Eerste wagt terug gebragt, en zoo als hij daar komt word hij door een Europees welke daar scheen te Commandee¬ „ren met Geweld g'attacqueerd, en in 't gesigt geslaagen, alles word hem soowel als fijne fi„ „paijs die hem van weegens de hollandsche Comp„s waaren meede gegeeven ontnoomen, hier opneemen sij alle de Vlugt en soeken haar leeven te bewaa¬ „ren, maar in het weg gaan worden er door de soldaaten twee vande geme. sipaijs in koelen bloede door schooten dienselvden Avond van 15e. koomen hoomen er een Parthij Engelsche soldaaten in een ander Thuijn dwingen het Volk omde hol= landsche Vlag, soo aldaar meede woeij neer te haalen; onder bedreijging van haar anders te sullen vermoorden, ruthen de slooten van de ƒ Kaamers en Pakhuijs van het thuijn huijs en slaan alles stukken wat sij vinden. Hieruijt blijkt dat het Dag verhaal der Heeren Hooffden dwaald, wanneer het meld dat er eeniglijk een kamisool soude gestoolen sijn, het is in teegendeel klaar dat men de Holland sche Vlagmet forse neergehaald, off andere daartoe gedwon¬ „gen op haar eijgen grond Ja het is een— groove dwaaling wanneer men segd dat 9. deese Thuijnen bevoorens door eenig Volk van den Nabab beset off ingenoomen was. Teffens blijkt het des noods be¬ „wijslijk dat er van de Vier Pions van de hollandsche Comph welke haaren brievedraager tot eene Escorte waaren meede gegeeven, twee in hoelen bloede doorschooten sijn, teegen d' openbaare trouwe 207 trouwe en het verleende Vrij geleijde aan een afgevaardigde van een Neutraa„ „le Natie Sa strijdig teegens alle mensch„ „lievend heid, en de Wetten van alle, selffs de Barbaarste Natien die niet toelaaten, dat iemand geduurende sijn Vrijgeleijde soo Tammerlijk en weerloos word omge„ En hier teegens is het voorwendsel dat het Dag Verhaalder Hooffden hier van geeffs, van geene kragt. Want behoeffdende soldaaten van de Nabab met onsen Brievedraager na buijten te gaan, immers waaren sij nog selfs de Meesters van de Poorten en het strijd teegen de gesonde reeden Ia tee„ „gen het eijgen Raisonnement van het Dag Verhaal dat die selffde soldaaten Vuur souden hebben gegeeven, op d' En„ „gelsche Escorte, die onsen brieve draager terugbragt, om datse daarop niet konden ges Vuuren, sonder de brievedraager selfs in gevaar te brengen, deese egter volgens het Engelsch Dagverhaal tot Een spion ge„ „bruijkte „bragt. „bruijkse, en dus soude de Nabab sijn ge¬ „waarde voorneemen, om van het Engelsch Leeger onderregt te worden, selfs hebben Kunnen verijdelen, ende brievedraager sou¬ „de een seijn maaken, om op hem selven meede te schieten. Ook is het gesegde dat deese mande pligt van een spion soude hebben waargenoomen eeven opgeraapt Ia onmoogelijk want hij was alleen maar tot aande Voorposten ge„ „weest, en had nog het hoofd quartier nog de Battarijen gesien. Ja het is belachelijk te willen zeggen dater daarna d' eerstemaal op het Leeger 3 gevuurt wierd daar de Generaal Wedder„ „burn al bevoorens dood geschooten was. Het gem: bij het Engelsche Dag Verhaal, dat haare Officieren het Geschut hebben zien stellen, door menschen met hoeden gedekt is onmogelijk Om dater ten minsten twee Engelsche Deserteurs geduurende de beleegering inde stad zijn geweest, welk zoo men hoord voor Arthille¬ „risten hebben gediend. van deese Deserteurs is er een 208 een bij het inneemen vande stad doorschooten en Doodgevonden, ende andere heeft zig met swemmen over de revier gesalveerd, niet teegenstaande de Engelschen sterk op hem hebben geschooten in het over swemmen. En dus is het strijdent met de Waarheijd dat er geen Hoedendraager inde stad gevonden wierd buijten de Hollanders soo als het Engelse Dag verhaal segt. Eenige Engelsche Officieren hebben selfs ver¬ „klaard, datse de voorengenoemde Deserteuren het Commando bij de nababs Geschut hadden hooren voeren inde Engelsche Taal. Buijten dat haddende Nababer soldaaten in d' Eerste off tweede. Aanval eenige doodgeschoo„ „tene Engelschen beneevens wel 15 á 16 hoeden en snaphaanen binnen de stad gebragt welke sij mogelijk tot een teeken van triumph op het hooffd setten, hoe dat ook sijn mag, alle de hol„ „landers welke in Brootchia geweest sijn, kunnen 0 bewijsen en met Eeden sweeren, dat sij geduurende het beleg niet buijten de Logie vande Campl. ge„ „weest sijn. Ook sijner soo als het Engelsche Dag Ver „haal meld, nooijt Batterijen inde stad geweest, en de 8

NL-HaNA_1.04.02_3462_0482 view scan ↗

English

the, and the Dutch Lodge and the custom house, are so far apart that one cannot see the one from the other. The city being subsequently captured on the 18:th of November, English troops march directly to the Lodge of the Company, immediately firing upon the same in such a manner that the windows and the balcony are riddled with bullets, and subsequently demanding that it be opened to them, under threat of otherwise shooting it open. Hereupon the gate is opened by the Factors themselves and the crowd forces its way inside by violence. Colonel Broucx puts his fist before the face of van Citters, saying to him, you are a damn Scoundrel; another officer pierces him with a sword through his clothes and slightly wounds him. A guard is placed in the Lodge and reinforced in the evening with several officers and soldiers. With force and without paying any regard to the flag of the State and its district, and contrary to the given declarations, they proceed to inspect the Company's property. Yea, the man forces the servants to open their chests and closets down to the very smallest 209 smallest, or breaks them open. This conduct the commanders sought to gloss over by the fury of the soldier, for when complaint was made regarding this occurrence on the 19:th of the same by the mouth of the Second Factor Meijer to Mr Gordon, his Honor said that no orders had been given for that, that such had to be ascribed to the fury of the soldier, and that the Company's Lodge and goods should suffer no further harassment. Yet however weak this excuse may be, even more groundless is that which the English journal gives thereof, namely that an officer had declared that he was fired upon from the Dutch Lodge. For this declaration of a single person, besides serving for his own excuse, proves nothing at all, because he very easily may have mistaken another house for the Dutch Lodge, and because his declarations run counter to sound reason, which does not allow one to believe that three persons would have the folly to oppose a crowd of 3 to 4000 men. And thus the same declaration can in no way justify a public breach of Neutrality and of solemn treaties, just as little as the same can be warranted because one thought, as the English journal says, that armed people were harbored inside; for then upon a pretended presumption one could commit all manner of acts of violence against friends and allies without fearing any accountability. The author of the aforementioned journal, well foreseeing that from this the question had to arise why, since no armed people were found during this search, they nevertheless kept the Lodge occupied for 8 days, says that this had been done to protect the property of the Dutch Company; if this were true, it would 210 merit obligation, but why then during all that time did they not permit anyone to go in or out of the Lodge without being searched from top to bottom, even down to his bare body, and why did they not permit any room to be opened without their supervision? Surely this was no sign of protection, but indeed of oppression and force. Van Citters acknowledges further that no personal insults were inflicted upon him nor his servants by the guard, but on the contrary it is true that he was rendered unable to give any news of all that occurred to his superiors and to ask their orders in this so vexatious treatment. Director Bosman, alarmed by this, sends a letter to the Factors with orders to impart their circumstances to him at once; this letter arrives on the 23:rd of November, thus 5 days after the capture at Brootchia. Colonel Gordon has the letter-carrier brought to him, takes the letter from him, has van Citters summoned to the Durbar, and requires him, against all protests, to open the letter from his Chief in his presence and to communicate its contents to him, the Colonel. On the 26:th the Aide-de-Camp Mechelan sends a letter to van Citters in which he writes to him that he had orders to withdraw the troops from the Lodge, except for those that van Citters should deem necessary for his safety; van Citters replies that he needs no troops for his safety, and towards the evening the same are withdrawn from the Lodge. On the 27:th at 9 o'clock in the morning Messrs Martij and Mackenseij return with a band of armed men with an order from the commanding gentlemen to search the Dutch Lodge from bottom to top. It appears that the Lodge had thus been free of armed men for only 17 hours, and that they were only withdrawn for that short time 211 to give the matter a better appearance; for it is contrary to all probability that they should have discovered precisely within these 17 hours that weapons and effects of the Nabob, as the English journal says, were being kept in our factory. And with whatever pretexts they seek to justify this order, it is and always remains in the highest degree unjust and contrary to the law of nations, as well as against the given assurances of the Surat Council of 14:th April 1771 and of the Commanders of the Army of 11:th November 1772; for if one had truly believed that goods of the Nabob were hidden in our Lodge, then those goods should have been publicly claimed before one proceeded to any violence. The claim did not happen and could not happen, because there were no such goods; and thus such a violent search on the pretense

Dutch transcription

de, en de hollandsche Logie ende Tholplaats, sijn soo verre van een, dat men vanden een den anderen niet kan zien. De stad vervolgens op den 18:e: November ver¬ „overdwordende. Marcheerende Engelsche Troupes- direct nade Loge, vande Comph: beschieten deselve immediaat, soodaanig dat de Vensters en het Bal„ „con met koogels door saait sijn, en vorderen ver„ „volgens dat haar deselve g'opend word, niet be„ dreijging om se anders opente schieten. Hier op word de Poort door de Factoors selfs g'opend ende meenigte dringt met Geweld binnen Collonel Broucx brengt sijn Vuijst voor het aan¬ „gezigt van van Citters, tot hem seggende, ij ouare adem Scunder, een ander officier steekt hem met een deegen door sijn kleederen en kwetst hem een weijnig. Men set een Wagt in de Loge en des avonds die met eenige officieren en soldaaten versterkt. men gaat met force en sonder agt te slaan op de Op Vlag van den staat en dies district en teegende gegeevene Verklaaringen aan het visiteeren van sComph:s Eijgendom Ja de Man dwingt de bedien¬ „den, om haare kisten en kassen tot selfs het aller kLeijnste 209 allerkleijnste te openen, off men breeklse open, dit gedrag hebben de Hooffden soeken te Collo„ „reeren met de furie van den soldaat, want wan„ „neer over dit gebeurde op den 19. e dito bij Monde van den Tweeden Factoor Meijer aan de Heer Gordon wierd geklaagt, seijde sijn Ed: dat daar toe geen ordres waaren gegeeven, dat sulx aende furie van den soldaat moest werden toegeschree„ „ven, en dat 'sComp=s Loge en goederen geen ver„ „dere overlast lijden souden. Dog hoe swak deese Verschooning ook sijn mag, nog ongegronder is die welke het Engelsch Dag verhaal daarvan geeft„ naamentlijk dat een Officier verklaard had dat op hem uijt de hollandsche Loge geschooten was. Want deese Verklaaring van een En„ „held mensch buijtendatse tot eijgen Ver„ „schooning strekt, bewijst niets met al, om dat hij seer ligt een ander huijs voor hollandsche de Loge kan hebben aangesien, en dat sijne Verklaaringen teegende gesonde reedenen aanloopt, welke niet toelaat om te gelooven, dat drie Menschen de dwaas¬ heijd te =heijd hebben souden, om sig te willen opposeeren teegen een meenigte van 3 à 4000. Man. En dus kan deselve verklaaringe op geenige wijse billijken een openbaare verbreeking van de Neutralitijt en vande plegtige Tractaaten, alsoo min als deselve ƒ kan gewettigd worden, om dat men dagt, soo als het Engelsch Dag Verhaal zegt, dat er sig gewaapend Volk binnen ont„ „hield, want dan soude men op een voorge„ „wende praecumtie alle Geweldaadighee„ „den teegen Vrienden en bondgenooten bedrijven kunnen sonder eenige Ver„ „antwoording te vreesen. Den Insteller van het voorm. Dag Verhaal wel voorsiende dat hier d uijt moesten onstaan de Vraag waarom dat men dan, terwijl er geen gewaapend Volk bij deese Visitatie gevonden wierd, de Loge eevenwel 8 daagen beset hield, segd dat zulx was geschied om den eij„ „gendom vande hollandsche Compagh te beschermen, soo dit waar was soude het 210 het verpligting meriteeren, maar waarom heeft men dan in aldien tijd niet toege„ „staan, dat er iemand in off uijt de Loge ging, sonder van boven tot onderen selffs # tot op sijn bloote Lijff gevisiteerd te worden en waarom permitteerde men niet om sonder haar toesigt eenig Vertrek te ope„ „nen, immers was zulx geen teeken van bescherminge, maar wel van Ver„ „drutkinge en force van Citters er, „kend als nog, dat hem nog sijne Die¬ „naaren door de wagt geene personeele beleedigingen sijn toegebragt maar— daar en teegen is het waaragtig dat hij buijten staat wierd gehouden, om eenige tijdingen van al het Gebeurde aan sijne superieuren te geeven en haare ordres in deese soo Facheuse behandeling te vraagen. Den heer Directeur Bosman hier door in ongerustheijd gebragt. send een brieff aande Factoors met ordre om. haare Omstandigheeden ten Eersten aan hem te bedeelen, deese brieff komt op den 23:e 9ber: dus dus 5 daagen na de Verovering te Brootchia Collonel Gordon laatden Brievedraager bij hem brengen ontneemd hem de Brieff laat van Cittere in den Derbhaar roepen en vergd hem teegens alle protestatien om den Brieff van zijn Opperhoofd in sijn presentie te openen en hem Collonel dies Inhoud meede te deelen. Den 26:e send den Aide Camp Mechelan een brieff aan van Citters waarbij hij hem schrijfft, dat hij last had om de Troupes uijt de Logieweg te neemen, uijtgesonderd de geene welke van Citters noodig oordeelen sou, voor sijn veijligheid, van Ctters antwoord geenige Troupes voor sijne Veijlig„ „heijd noodig te hebben, en teegen den avond worden deselve uijt de Loge weggenoomen. Den 27=e morgens om 9 Uuren koomen de Heeren Martij en Mackenseij met een hoop gewaapend Volk terug met een ordre van de heeren hooffden om de Hollandsche Logie van onderen tot boven te visiteeren. Het blijkt dat de Loge dus maar 17 Uuren van gewaapend Volk is bevrijd geweest, en dat men die dus er maar alleen voor die horte tijd uijtgenoomen # heeft 211 heeft om het werk een beeter schijn te geeven, want het strijd teegen alle waarschijnlijkheid dat men juijst in deese 17:e Uuren soude hebben ontdekt dat er Waapenen en Effecten van de Nabab„ soo als het Engelsch Dag verhaal segt, in onse factorij bewaard wierden. En met welke voorwendselen men deese ordre soekt te billijken, sij is en blijft altoos ten uijtersten onregtwaardig en strijdig met het regt der volkeren soo wel als teegende gegeevene Verseekeringen, van den Souratsen Raad van den 14e. April 1771. en van de Hooffden van het Leeger van den 11:e 9ber 1772. want soo men waarlijk vermeent had, dat er Goederen van den Nababverborgen waaren, in onse Loge, soo moesten die goederen pub¬ „licq gereclameerd geworden zijn, eer men tot eenig Geweld overging. De reclaame is niet geschied en hon„ „de niet geschieden, om dat er sulke goe„ „deren niet waaren, en dus is eene dierge„ „lijke geweldaadige Visitatie op het voorgeeven

NL-HaNA_1.04.02_3462_0488 view scan ↗

English

pretense of suspicion was nothing but insulting and offensive to a Free Nation. This also caused the factors to decide to refuse the demanded inspection to the dispatched gentlemen Marleij and Maehenseij, and to protest publicly against it in the name and on behalf of the Noble Dutch Company. At the same time, the same Factors made known to these Gentlemen that to their knowledge no other goods were stored in the lodge than those of their servants and subordinates, and these latter were delivered by van Citters on a note to Mr. Marleij, consisting of the brokers, suppliers, the Moedie, and money changer with their households. Thus, the pretext in the English journal, as if those who belonged under the protection of the Company could indeed make up an entire crowd and could well be officers of the former Nabab, is completely unreasonable, since, as stated, they had been specified in writing to Mr. Marleij. The protection that was granted to people 212 people who kept quiet is sorrowful when one plunders for three days and three nights. This is all the more evident when, 10 days later, one still carries off that which had escaped such an unheard-of plundering from neutral people. And van Citters utterly denies, under offer of oath, ever having said that he had orders from his superiors to receive goods and effects in the lodge from whoever brought them, nor did he ever do so; and had it happened, the English would certainly have produced evidence of it, but this not being the case, all charges based upon it fall away. Notwithstanding these so solemn protests, without regarding the district of a neutral nation, the flag of the State, which has now been an ally of the English realm for nearly a century, and the law of nations, they occupy the lodge once again with armed men, they break open the doors, and smash smash cupboards and chests to pieces and search the entire lodge, down to the dwellings of the factors and their warehouses, place sentries before them, set guards before the gates just as in a conquered fortress, occupy the house of the broker, and even carry him along into imprisonment. In the afternoon they return and bring the imprisoned broker with them, break open the remaining chests, and to reduce the servants to the utmost extremity they seal the warehouse in which their provisions were locked up, take the broker back into prison again, and hold him there for several days. On the 27th of November, the Factors protest by a public letter against all violence and domination, demanding that the guard be removed, the broker released, and everything restored once again to its former state. In the evening the commanders send to the Factors to ask whether they had firmans to maintain a factory there, adding that when they were at Bombay they had contracted with the former Nabab 213 not to let any European nation remain there. On the 29th of the same month, without paying any heed to the formal and public protest of the Factors submitted the day before, they remove from the lodge all the goods of the Company's subordinates and of their own servant whom they keep in prison; they force the Factors to open their own chests and cupboards and smash to pieces whatever is not promptly opened, and they do not allow any of the Company's servants to leave the lodge without being thoroughly searched from top to bottom, while Colonel Gordon maintained to the Factors that such had to be the case. Finally, they return yet again on the 30th and continue to carry off everything until there was nothing left but the Company's piece goods; and of these they even demanded the presentation of the Company's books to show that they belonged to it. All the foregoing, as well as the shooting in cold blood of the two Company sepoys, is confirmed with depositions, and thus the entire world is left to judge whether examples of such an overt act of violence can be found in history. This procedure was thus exceedingly violent and groundless, because it was without any foundation and based upon pure suspicion. The outcome showed this even more when it was discovered that all those alleged suspicions were false. Yet the journal of the English seeks to justify their conduct. To that end, they first seek to call into doubt the Company's privileges when they say it is asked by what right the Dutch arrogate to themselves the power to grant protection in this city to anyone other than their immediate servants; but they have forgotten, when writing thus, that van Citters specified on a note to Mr. Marleij all the protected persons of the Company who had their goods in the lodge, and all these were in the actual service of the 288 Dutch Company. It is stated in the same journal that weapons of war of all kinds were found in the lodge, especially matchlock muskets, which from their appearance and especially the matches had undeniably only recently been used. However, they are ashamed to state the number and the quantities of the weapons so as not to be mocked by the entire world, and these weapons consisted of five muskets, six cutlasses, and some shields, without gunpowder or bullets, and these weapons were moreover packed together in a bundle and locked up in a warehouse; and yet they dare to say that these muskets had recently been used. The journal further states that rich durbar garments were found, with a seal of the Bakshi. Although it is not impossible that one or another of the natives sought to hide some garments among the goods of the Company's subordinates, this serves

Dutch transcription

voorgeeven van Suspitie niet dan hoonend en beleedigend voor een Vrije Natie. Dit deed dan ook de factoors besluijten om de gevorderde Visitatie aan de afgesondene Heeren Marleij en Maehenseij te weigeren, en daar teegens openbaar uijt Naame ende van weegens de Edele Hollandsche Compl: te protesteeren. Teffens gaaven deselve Factoors aan deese Heeren te kennen, dat er hunnes weetens geene andere Goederen inde Loge waaren geborgen als die van haare Dienaaren en onderhoorigen en deese laatste wierden door van Citters op een briefjen aan M„r Marleij ter hand gesteld, bestaande in de Makelaars, Leveranciers, de Moedie en Wis„ „selaar met haar Huijs gesinnen. Dus is de Uijtvlugt bij het Engelsch Dag„ „verhaal als off die geene welke onder de Protectie van de Comph: behoorden wel een heele Meenig te konden uijtmaaken, en wel officieren van den geweesener Nabab„ konden sijn, geheel reedeloos, alsoo de heer Marleij als gesegt in geschrift waaren op„ „gegeeven. De bescherminge welke men vergunde aan Lieden 212 Lieden die zig stil hielden is droevig wan¬ „neet men drie daagen en drie nagten plun¬ „derd. te meer geblijk dit wanneer men 10 daagen daarna nog weghaald het geene van Neu„ „traale menschen sulk een ongehoorde plunderinge ontkoomen was. En van Citters ontkend ten uijtersten onder presentatie van Eede ooijd te hebben gezegd dat hij ordre van sijne superieuren had, om inde Loge goederen en Effecten te ontfangen, van wie se maar bragt, ook heeff hij het nooijt gedaan, en was het ge„ „schied d'Engelschen souden daarvan wel preuves hebben voortgebragt, dog sulx niet sijnde vervald allen daarop gefundeer¬ „den Lasten. Niet teegenstaande deese soo plegtige pro„ „testatien sonder aan schouw te neemen op het Dis„ „trict van een Neutraale Natie, op de Vlag van den staat, welke nu bijna een Eeuw de Bond genoot van het Engelsche Rijk is geweest, en op het regt der Volkeren, neemt men de Loge andermaal met gewaapend Volk in, men breek de deuren open, en slaat slaatkassen en kisten aan stuttz en visiteeren de geheele Loge, tot de Wooningen van de factoors en haare Pakhuijsen, plaatsen schildwagten voor deselve, setten Wagten voor de Poorten eeven als in een geconquesteerde Vesting, bezetten het Huijs van den Makelaar, en voeren hem selfs ingevangen is meede. 'S nademiddags komt men weederom en brengd den gevangen Makelaar meede breeken de verdere kisten open en om de Dienaaren tot het uijterste te brengen soo versegulen zij het Pakhuijs waarin de Leevensmiddelen van haar waren opgeslooten, neemen de Makelaar weeder 30 terug in gevangenis, en houden hem daar geduu¬ „rende eenige Daagen. Den 27:e November protesteeren de Factoors bij een Publicque Brieff teegen alle Gewelden Overheersching vorderende dat de wagt weg genoomen wierd, den Makelaar gelargeerd, en alles weeder„ „om in voorige staat hersteld wierd. SAvonds Senden de Hooffden bij de Factoors om te vraagen off men Firmans had om aldaar een Factorij te hebben met bijvoeging datse met de voorige Nabab op Bombaij zijnde, hadden gecon„ „tracteerd, 213 tracteerd, om geen Europeese Natie aldaar te laaten blijven. Den 29:e dito sonder eenige agt te slaan op het daags bevoorens overgegeeven formeele en Publicque Protest van de Factoors, haald men alle de goederen van 's Comp:s Onderhoorigen en van haar eijgen— Dienaar die men in Gevangenis houd uijt de Loge, men forceerd de Factoors om haar eijgen kisten en kassen te openen en slaat stukken wat niet vaardig g'opend word, en men staat niet toe dat iemand van de dienaaren van de Comph. uijt de Loge gaat sonder van onderen tot boven naauw„ „keurig gevisiteerd te worden, terwijl Collonel Gordon teegens de Factoors staande hield dat sulx soo weesen moest. Eijndelijk komt men den 30:e alweederom en hald nog alweg, tot dater niets meer en was, als 's Comp:s Lijwaat Patten en van deese vor„ „derde men, selvs aanthooning van 's Comp:s boek en datse aan haar behoorden. Al dit voorenstaande is soo wel als 't in— koelen bloede door schieten vande twee Comp:s Sipaijs, met verklaaringen bekragtigd en dus laat men dan de geheele Waereld oordeelen offer voor„ „beelden. „beelden van een diergelijke openbaare geweldplee„ „ging inde Historien te vinden zijn. Was deese Proceduure dus ten uijterste geweldig en ongegrond, omdat sonder eenig fondament, en op loudere suspicie gegron„ „det was. De uijtkomst heeft zulx nog meer doen sien wanneer men ontwaarde dat alle die voorgeweende suspicien vals waaren Egter soekt het Dag verhaal der Engel„ „schen haar Gedragte billijken. Daartoe soek men Eerst 's Comp:s privilegien in twijffel te trekken wan¬ „neer men zegt daar word gevraagd bij welk regt de Hollanders sig de magt aan„ „maatigen aan eenige andere in deese stad protectia te verleenen, dan aan haare onmiddelijke Dienaaren dog men heeft vergeeten, wanneer men dus schrijfft dat van Citters op een briefjen aan de heer Marleij heeft opgegeeven alle de Ge„ „protegeerdens vande Comp:e welke haare goederen in de Loge hadden, en deese alle waaren in daadelijke dienst van de 288 de Hollandsche Maatschappije. Men zegt bij datselve Dag Verhaal dat er inde Loge oorlogs Waapenen van aller¬ hande soorten gevonden zijn, bijsonderlik snaphaanen met Lonten, de welke ma hun¬ „ne aansien en vooralde lonten ontwijffel„ „baar maar pas gebruijk geweest waaren. Maar men schaamt zig om het getal en de quantibeijten der Waapenen opte„ „geeven om niet van de geheele Waereld be„ „spot te worden en deese Waapenen hebben bestaan in Vijff Snaphaanen, Ses Houwers, en eenige Schilden, sonder kruijs ofr hogels, en deese Waapenen waaren nog te saamen gepaks in een bondel en in een Pakhuijs opgeslooten, en deese snaphaanen durft men nog seggen, dat pas gebruijkt waaren. Het Dag Verhaal segt verders dat er Rijke Derbhaars kleederen gevonden waaren, met een Zegul van de Baxie. Schoon het niet onmogelijk is, dat d' een of andere van d' Inlanders eenige kleederen onder de goederen van 's Comp:s onderhoorige heeft soeken te verbergen, soo verstrekt dit

NL-HaNA_1.04.02_3462_0494 view scan ↗

English

this serves after all as no proof, because it can be as untrue as what was stated concerning the arms of all kinds, and had they wished to demonstrate their right to these procedures, they could have left the goods there in the Lodge, and they could have made it known that everyone who had secured his goods in the Dutch Lodge could retrieve them, and if it had then appeared that goods of the Nabab were hidden therein, it would have served as some proof. The writers of the English Journal, afraid of this remark as being irrefutable, [asserted] that van Citters had been offered to put his seal upon the goods that were being transported, to the end etc., but this is most emphatically denied by van Citters as a gross untruth. Yet let one suppose now for a moment that there had indeed been hidden a few clothes of this or that unfortunate inhabitant among the goods of the Company's subordinates, what harm could the Company of the English possibly suffer from that, and what evil was there in the whole matter that they were thereby saved from an unheard-of plundering of three days and three nights. And while van Citters passes over all the injurious expressions with which the Journal of the honorable Commanders is filled regarding him, with the contempt which such writings deserve that seek to damage someone's good name in public affairs, so it serves as a proof of his honesty that he wished to claim nothing as his own except what he knew to be the Company's property, leaving the rest to the account of the commanders of this expedition. Of the goods taken away from the Lodge, much has been returned, but from our Broker and immediate servant of the Company they have retained some Pomerijs, the chest in which they had been having been brought back empty. A certain quantity of women's clothes and jewelry, a chest with personal effects of the Broker, and a chest with silverware belonging to the ceremonies of the Banyan religion. Because it was deemed necessary to know in what capacity the commanders of the army had thus acted against the possessions of the Company and its servants, they were asked this by a letter of the 4th of December. Yet their Honors saw fit to answer thereto on the 5th ditto, twisting the question that had been posed without answering the requisition, and ending their letter with insults and unfounded accusations. On the 5th of December the Factors sent the formal protest to the English commanders, and this is called impertinent, because it brings the truth of the acts of violence to light, and by which he believed he had defended the right of a free nation as far as his capacity there allowed. On the 6th of December some armed men came into the houses of the servants of van Citters, from where they drove the owners away and destroyed everything; van Citters lodged a complaint about this with Colonel Gordon, and he answered: I have nothing to do with you. Beneath stood: Agreed. Was signed: H. Spierejee, First Clerk. Secunde in the Council of His Honor Dutch Company affairs at Souratta currently To Mr. Sluijsken Bombaij Honorable Sir! The Right Honorable Lord President and Council, having properly considered the representation made by Your Honor to the Committee of our Council, have seen fit to grant the requisition made by Your Honor on behalf of its Chief and Council of the Company at Souratta, thereby permitting the continuation of your factory in BrootChia, and herewith goes a letter written by the Right Honorable Lord President and Council to Your Honor's Chief and Council signifying the same. I am with respect, lower: Honorable Sir, yet lower: Your Honor's very obedient servant, was signed: [illegible] Ship Secretary. In the margin: Bombaij the 31st of March 1773. Yet lower stood: Agreed, was signed: H. Spierejee, First Clerk. Translation of the English letter written by the Right Honorable Lord Bombay Governor William Hornbij and Council to the Honorable Martinus Joan Bosman and Council dated Bombaij the 31st of March 1773, and received on the 18th of April following, per the Commissioner the Honorable Sluijsken. Gentlemen! We have paid attention to the representations which were submitted to us by Mr. Sluijsken, whom Your Honors have informed us that you had sent thither with full power to present everything to us which Your Honors deemed necessary to be submitted to us regarding the Lodge of Your Honors' Noble Company in BrootChia, just as Your Honors requested of us in their letter dated the 13th of January, adding that you would hold valid everything that this gentleman should happen to perform. Pursuant to his representations and the assurance which he has given us, that Your Honors were urgently requesting that we would be willing to permit the same to maintain a Lodge in our city of BrootChia, and since we are always very desirous of every opportunity

Dutch transcription

dit tog tot geen bewijs, om dat het soo— onwaaragtig kan weesen, als het gemelde omtrend de Waapenen van aller hande soort, en had men zijn regt tot deese pro„ Ceduures willen aantoonen had mende goederen daar laaten kunnen inde Loge, en men had kunnen laaten bekend maa¬ „hen, dat een jeder sijne goederen die in— de Hollandsche Logie had geburgen — konde terughaalen, en wanneer dan gebleeken was, dat er goederen van de Nabab in verborgen waaren, had het tot eenig bewijs verstrekt. De schrijvers van het Engelsche Dag Verhaal voor deese remarque bevreest als niet te refuleeren, dat van Citters was aangeboden om zijn zegul te zetten op de goederen die vervoerd wierden, ten Eijnde Ac„a, dog dit word door van Citteren ten kragtigsten ontkend als een grove on„ „waarheijd. Dog men ondersteld, nu eens voor een Oogenblik als men er waaren eens eenige wijnige kleederen van deese off geene 215 geene der ongelutkige Inwoonders, on„ „derde goederen van 's Comp s onderhoori¬ „ge verborgen geweest, welke schaade konde de Comp:e der Engelschen daar tog bij hebben, en wat kwaad was daar in 't geheel datse daardoor aan een onge„ „hoorde plunderinge van drie daagen en drie nagten wierden onttrotken. En terwijl van Citters alle de injuri¬ „euse Expressien waar meede het Dag Verhaal der heeren Hooffden ten zijnen opzigten op gevuldis passeerd, met de Verag„ „ting welke diergelijke schriffuuren die iemands goede Naam in publicque saaken soeken te quetsen verdienen, soo verstrekt het tot een blijk van sijne Eerlijkheijd dat hij niets heeft willen eijgenen als het geen hij wiste 's Comp:s eijgen te zijn het andere voor Reekening der Hoofden van deese expeditie over laatende. Men heeft van de uijt de Loge weggehaalde goederen veel te rug gegeeven, dog van onsen Ma„ „kelaar en onmiddelijk en dienaar van de Comph heeft men onder sig gehouden Eenige Pomerijs sijnde de de kist, waarin geweest waaren leedig terug gebragt. Eenige quantitijt Vrouwe kleederen en Sie¬ „raaden, Een his met Lijfs toebehooren van de Make¬ „laar, en eene kist met zilverwerken behoorende tot de Ceremonien van den Benjaansen Godsdienst. Om dat men oordeelden te moeten weeten, in welke hoedaanigheijd de Hoofden van het Leeger aldus teegen de besittingen vande Compt: en haare Dienaaren hadden g'ageerd, wierd haar sulx bij een eb brieff van den 4:e December afgevraagd. Dog haar Ed:s vonden goed om den 5:e dito daarop te antwoorden verdraaijende de gedaane Vraag sonder op de requisitie te antwoorden, en — Eijndigden haare Missive met Injurien en ongegron¬ „de beschuldigingen. Den 5:e December sonden de Factoors het formeele Protest aande Engelsche Hooffden en dit word impertinent genoemd, omdat het waarheijd van de Geweldpleegingen aan den Dag brengt, en waarmeede hij meende, het regt van eene vrije Natie te hebben gedefendeerd soo veel sijn Vermoogen al¬ „daar toelief. Den 6:' Decemb:r komt er eenig gewaa„ pend Volk inde Huijsen vande Dienaaren van van 216 13 Vertaaling N„o 5. van Citters van waarse de Eijgenaars wegjoegen, en alles vernielden, van Citters laat daarover klaa„ „gen, bij Collonel Gordon, en die geeft ten antwoord, ik heb met uw niet te doen. /:onderstond:/ Accordeerd. /:was geteekend:/ H=tn Spieraijee psl E: G: Clercq. Secunde in den Raad van s. Ed. Nede: Compe affaires te Souratta thans Aan Mijn heer Sluijsken Bombaij Den WelEdelen Groot Agtbaaren heer Prae„ „sident en Raad behoorlik over woogen hebbende de Verthooning door UwelEd: aan het Committé van onsen Raade voorgedraagen, hebben goed WelEdele Heer! gevonden te No. 6. gevonden het requisit /:door UwelEd:/ van weegens desselfs Opperhoofd en Raad rud er Compl: te souratta gedaan, in tewilligen, mits toelaatende de aanhou„ „ding uwer factorij te BrootChia en hier neevens gaat een brieff gesz: door den WelEd: Groot Agtb:e Heere Praesidenten Raad aan UwelEd: Opperhoofd en Raad bedúijdende hetselve. Ik ben met agting /:laager:/ WelEd: Heer: /:nog laager:/ uweEd:s seer gehoorsaame dienaar„ /:was geteekend:/ . . . . Ship Secretaris /:in mar„ „gine :/ Bombaij den 31:e Maart 1773. /:nog laager stond:/ Accordeerd /:was geteekend:/ H=m Spierejee pps E. G: Clercq. Translaat Engelsche Missive geschreeven door den WelEdelen Groot Agtbaa¬ ren Heer Bombaijse Gouverneur William Hornbij en Raad Aan den WelEdelen Agtbaaren Heer Martinus Joan Bosman en Raad 217 23 Raad gedateerd Bombaij den 31:e Maart 1773. en ontfangen den — 18:e April daaraan volgende, per den Commissiant den E: Cluijsken. Mijne Heeren! Wij hebben gelet op de Vertoogen, die aan ons zijn voorgedraagen door mijn Heer Sluijskens die uwel Ed:s ons bedeeld hebben, dat zoo naar derwaarts hadden afgesonden met volkoomene magt, om ons alles voor te stellen, wat uw elEd: nood saake bijk agten dat ons soude werden voorgesteld noopens de Logie van UwelEd: Edele Compl in BrootChia, gelijk UEd„s ons versogt hebben, bij derselver Missive gedateerd den 13:e Januarij, met bijvoegen van alles van waarde te sullen houden wat dien Heer quam te verrigten. Ingevolge van sijne vertoogen, en de Ver= „seekering die hij aan ons gegeeven heeft, dat UEdelens instantig versoekende waaren dat wij de„ „selve permitteerend vilde om een Logie in onse stad van BrootChia te meugen aanhouden, en dewijl wij altoos seer verlangende zijn van ieder geleegendheijd tta

NL-HaNA_1.04.02_3462_0500 view scan ↗

English

to embrace the opportunity and, so far as is compatible with our power, to benefit Your Honors' employers or Your Honors, my Lords; we have therefore decided to grant Your Honors the permission, which Your Honors so much desire, to maintain a lodge of Your Honors' Company there, on the same terms as Your Honors had under the former Nabab. We have for this reason revoked the orders which we previously gave to our Chief and Council at Souratta regarding this subject, relying at the same time upon it that the conduct of the gentlemen whom Your Honors may appoint to reside there may be such as to cause no umbrage to those to whom the government of the city is entrusted. Since we have thus granted Your Honors permission to maintain a lodge in Brootchia, we shall notify our Most Noble Employers thereof, their decision regarding this point having to be definitive, and their orders, whatever they may be, must be obeyed upon receipt. It stood below: We are with respect. Lower: My Lords! Your Honors' most obedient servants. It was signed: Wm Hornbij, D:l Draper, Nath: Stakhousen, Jn Watson, B. Fletcher, Wm Schaw, Robbert Gordon. In the margin: Bombay Castle the 31st of March 1773. Still lower: Agreed. It was signed: Hk Spierijer E. G. Clerk. Translation of an English letter written by the Honorable William Andrew Price, Esq. and Council, to the Most Honorable Martinus Joan Bosman, Director and Commander-in-Chief of this Directorate, together with the Council, dated the 15th of April, and received here on the following 16th, a quarter before one o'clock in the afternoon, by the English Council Members Seton and James. No. 57. Honorable Sir and Gentlemen! We have the pleasure to inform Your Honors etc.: Since it has pleased the Most Honorable President and Council to permit Your Honors to maintain a lodge in Brootchia, and Mr. Sluijsken having produced to them translations of some Firmans of the Mogul whereby such privileges were granted to Your Honors, having engaged to exhibit the originals to us here, we therefore, in accordance with Their Honors' orders, have to request Your Honors to produce all such as give Your Honors any right to this privilege. We are with respect. It stood below: Honorable Sir and Gentlemen. Lower: Your Honors' most humble and obedient servants. It was signed: Wm An Price, Rt Gambier, Jn Halseij, Wm. Stratton, Ths. Daij, Cl: Bourchier, G. Perrot, Dl Crokatt, Dl Seton, Wm James, F:k Dorien. In the margin: Souratta the 15th of April 1773. Still lower: Agreed. It was signed: H:s Spierijer E. G. Clerk. No. 8. Translation No. 18. To Mr. Wm Tailor Dear Sir. At this moment I receive letters from Souratta which inform me that the Nabab there would not allow free course to our trade before and until the affair of Deanaat be ended, and Mr. Price declares that it is impossible for him to make the Nabab change his mind without an order from Bombay. Since matters stand thus, I hope that Your Honor, pursuant to the letter which I handed yesterday to the Governor regarding Deanaat's affairs, will please bring it about that orders be sent to Souratta that the Nabab there do not meddle with matters solely between the two nations, and that he thus hinder us in no way in the course of our trade on account of such disputes. I must at the same time submit to Your Honor's consideration, Sir, that such conduct of this Nabab prevents all business transactions between private individuals of the two nations in these regions of India; for how should we dare in the future to trade with people standing under English protection, if in the event of disputes they have it in their power to apply to the Nabab, who sometimes takes by coercion what he could not obtain by legal means. I would have come myself to confer with Your Honor about this, but finding myself, besides the fever, also afflicted by the gravel, I take the liberty to commend this matter to Your Honor's care and justice, having the honor to be with respect, It stood below: Dear Sir! Lower: Your Honor's most humble and obedient servant. It was signed: Am Js Sluijsken. In the margin: Bombay the 25th of March 1773. Still lower: Agreed. It was signed: Hk Spierijer E. G. Clerk. No. 9. Translation No. 9. To Mr. Sluijsken Dear Sir! I have received Your Honor's esteemed letter of yesterday, with its enclosure from Souratta. Please be assured that I shall endeavor to bring about everything that is in my power to attain the object of your desires; but according to what I observed last Tuesday, they will proceed to nothing beyond the Firmans, and to assure Your Honor of the truth, they have already committed themselves too far in this matter to change their minds regarding it. I have the honor to be. It stood below: Dear Sir. Lower: Your Honor's most humble and most obedient servant. It was signed: Wm Tailor. In the margin: Friday. Still lower: Agreed. It was signed: Hk Spierijer E. G. Clerk. No. 10.

Dutch transcription

geleegendheijd te omhelsen en met ons vermogen bestaanbaar om UEd:s betaals heeren off uEd:s mijne Heeren te bevoordeelen soo hebben wij dierhalven beslooten, om UEd:s de permissie te vergunnen, waarna UEd:s soo seer verlangen om een Logie van UEd:s Comp„s aldaar temeugen aanhouden, op deselve termes soo als uEd:s sulx bij de geweesene Nabab hebben ge„ „had, Wij hebben om deese reeden de ordres terug „geroepen, die wij bevoorens gegeeven hebben aan onse Opperhoofden Raad te souratta nopens dit onderwerp, ons te selver tijd daarop verlaatende, dat het Gedrag van de Heeren die uEd: mogen aan„ „stellen aldaar te resideeren soodaanig weesen mag, als om geene Ombragie te veroorsaaken aan de geene wiende Regeeringe der stad is toevertrouwd. Nadien wij UEd:s dus permissie vergund heb„ „ben, om een Logie in Brootchia te meugen aan„ „houden sullen wij onse Hoog Edele Betaals= Heeren daarvan kennis geeven, moetende haare affdoening noopens dit poinct beflissend zijn, en haare beveelen watse ook maar immers weesen meugen, moeten op den ontfangst gehoorsaamt wer„ „den. /:onderstond:/ wij sijn met Agting /:laager:/ Mijne heeren! UEd:s seer gehoorsaame Dienaa„ ren 288 123 „ren /:was geteekend:/ W=m Hornbij, D:l Draper, - - - - - . . - Nath: Stakhousen, J:n Watson 13. o Fletcher, - - - - - . . Wm Schaw, Robbert Gordon, /: In Margine. /. Bombaij Casteel den 31:e Maart 1773. /:nog laager:/ Accordeerd. /:was geteekend:/ H=k Spierijer E. G. Clercq. Translaat Engelsche Missive gesz door den Agtb:r Heer William Andrew Price, Schildhp: en Raad, Aan den WelEdelen Agtbaaren Heer Martinus Joan Bosman Directeur en Hoofd Gebieder deeser Directie beneevens den Raad, gedateerd den 15„e April, en alhier ontfan„ „gen den 16:' daaraan volgende, quartier voor Een Uur Nade¬ Middag, door de Engelschen Raadsleeden No. 57. Raads Leeden Seton en James. H„ Heer en Heeren! Wij hebben het genoegen UEd:s te bedeelen etc: Nadien het den WelEdelen Agtb:r Heer Prae„ „sident en Raad behaagd heeft UEd: te permitteeren, van een Logie in BrootChia te moogen aanhouden en de heer sluijsken, aan deselve geproduceerd heb„ „bende Translaaten van Eenige Firmans van den Mogol waarbij UEd: diergelijke Voregten ver„ „gund wierden, zig verbonden hebbende, om de Origineelen aan ons alhier te vertoonen, soo hebben wij over eenkomstig met haar Ed:s beveelen uEd: te versoeken, om alle de zoodaanige te willen produceeren, die uEd: tot dit privilegie eenig regt geeven. Wij zijn met Agting /:onderstond:/ A: Heer en Heeren /:laager:/ uwelEd:s secroot. „moedige en Gehoorsaame dienaaren /:was getee„ „kend. / W=m A„n Price, R:t Gambier, J:n Halseij, Wm. Stratton, Ths. Daij: Cl: Bourchier, G. Perrot, D:l Crohatt, D=l Seton, W=m James, F:k Dorien /. in Margine:/ Souratta den 15:e April 1773. /:nog laager:/ Accordeerd / Was gebeek:d/ HC:s Sierije Jl E. G. Clercq No 8 E 219 223 Vertaaling No 18. Aan de Heer W=m Sailer Waarde Heer. Op het Momert ontfange Brieven van Souratta welke mij bedeelen dat den Nabab aldaar den vreijen loop aan onsen handel niet wilde toestaan, voor en aleer de saak van Deanaat ten Eijnde zij, en M„r Price verklaard, dat het hem onmogelik is, den Nabab van gedagten te doen veranderen sonder een Order van Bombaij, nademaal het dusdaanig is, verhoope dat UEd: ingevolge de Brieff welke ik op gisteren aan den Heere Gou„ „verneur hebbe overhandigd, aangaande Dea„ „naats saaken, gelieve te bewerken, dat na souratta worde gelast, dat den Nabab aldaar zig niet bemoeije met zaaken eenig lik tusschen de twee Natien, en dat hij ons dus niets belette in de loop van onsen Handel, om diergelijke ge¬ „schillens halve. Ik moet uEd: ter gelijker tijd doen over„ „weegen, mijn Heer dat diergelijk gedrag van deesen Nabab alle Negotiatien tusschen parti¬ „culieren s. culieren van de twee Natien in deese Gewesten van Indien belet want hoedaanig zouden wij in het toekoomende durven waagen, om met men„ „schen onder de Engelsche Protectie staande te handelen, wanneer sij bij toeval van geschillen het in haar vermoogen hebben, sig bij den Nabab„ die somwijlen door dwang neemt wat hij door middel van Regten niet zoude kunnen verkrij¬ „gen te vervoegen. Ik zoude zelfs gekoomen zijn, om UEd. e daarover te onderhouden, maar vindende mij buij„ „ten de koorts nog door 't Graveel aangelast, nee„ „me ik de Vrijheijd deese zaak aan UEd=s sorge en regtmaatigheijd te beveelen, hebbende d' Eere met agting te sijn, /:onderstond:/ Waarden Heer! /:laager:/ uEd:e seer onderdaanige en gehoorsaeme dienaar /:was geteekend:/ A=m J:s Sluijsken /:in Margine:/ Bombaij den 25:e Maart 1773 1773. /:nog laager:/ Accordeerd. /: was getee„ „kend:/ H:k Spierejee p l E. G: Clercq. N„o 9. 220 2 Vertaaling No 9. Aan de Heer Sluijshen Waarden Heer! UWelEd:s g'Eerde Letteren van gisteren, met dies inleggende van souratta hebbe ontfangen, Gelieft — verseekerd te zijn dat ik tragten zal alles te be„ „werken, wat in mijn vermoogen is, om het oogmerk Uwer Verlangens te bereijken, maar volgens het geene waarop ik voorleeden Dingsdag gelet hebbe, sal men tot niets overgaan buijten de Firmans, en om UEd. van de waarheijd te verseekeren, men heeft zig albereeds hierinne te veel overgegeeven, om daaromtrend van gedagten te veranderen. Ik heb d' Eer te zijn. /:onderstond:/ Waar„ „den Heer. /. laager:/ uwelEd: seer onderdaanige en seer Gehoorsaame Dienaar /:was geteekend./ W=m Tailer /:in Margine :/ Vrijdag /:nog laager:/ Accordeerd /:was geteekend. / H=k Spierejee Jl. E: G: Clercq. No. 10.

NL-HaNA_1.04.02_3462_0506 view scan ↗

English

Translation No. 10. To Mr. Tailer Worthy Sir, However much I long to converse with your Honour, I have been prevented from doing so by my constant indisposition, and have therefore only to recount, in answer to your Honour's note of last Friday, that however hard it may be for us that they continue to insist at Souratta upon the presentation of our Firmans, it is yet far more vexatious for us, not to use any other expressions, that they seek to meddle there in the matter of Deanaat, and the decision whereof they wish to leave to the Nabab, notwithstanding these different matters have nothing to do with one another, for in the first proposal they have to act at Souratta as Governor of the Castle, and in the second as servants of the English Company, under whose protection the said Deanaat finds himself. It is therefore impossible that the Nabab should act violently in this latter matter, unless he be incited thereto by the one or the other, and therefore the impartial world must find this proceeding destitute of all reason. Notwithstanding, I have newly learned from the letters received today from Souratta that the Nabab, pursuant to these demands, has prevented the preparation of our linens there, and that consequently everything is now hindered for us. Thus I request your Honour that an answer may be given to us as soon as possible to the letter which was written from Souratta to your Governor and Council here, in order that we may thereupon take such a decision as we shall deem necessary, just as I have until now learned nothing concerning the decision of the Broot Chiase disputes, I request your Honour to be pleased to send me the same, it being my intention to set out on my way upon recovery. And in the meantime I have the honour sincerely to be, below stood: Worthy Sir, lower: Your Honour's most obedient servant, was signed: A:m F:s Sluijsken, in margin: Friday the 25th of March 1773. Lower: Agrees, was signed: H:rk Spierejee first clerk. Translation No. 11. To Mr. Sluijsken. Worthy Sir! I have duly received your Honour's esteemed last letter, and am very grieved at your indisposition. I should have waited upon your Honour today, had I learned of it earlier, which I have then postponed until tomorrow. Regarding the Sourat affairs, in case your Honour can resolve that the firmans be presented, I think that those of Deanaat could be placed on such a footing from here that they will cause no hindrance to the trade of your Honour's Company. According to my thoughts, I find not the slightest difficulty in producing the firmans. Since your Honour has the right, why not then show them? Your Honour will please forgive me the liberty that I assume to send your Honour my thoughts hereupon. Your Honour asked me for them, and I promised them to your Honour. In order to succeed in this matter, I judge it best for your Honour that your Honour write a letter to the Governor and Council here, declaring therein that whereas your Honours are prepared to accommodate yourselves as much as is in your power, so that the service of your masters be not hindered, your Honour assures on their behalf that the firmans shall be produced, and requesting at the same time that the matter of Deanaat be submitted to the decisions of two of your Honours and two of our gentlemen, and if your Honour finds it convenient, to two natives, the one named by Mr. Holmberg and the other by Deanaat. Regarding the Broot Chiase matter, your Honour will please write a word to the secretary, from whom it has possibly slipped. I have the honour to be with great esteem, below stood: Worthy Sir, lower: Your Honour's most humble and most obedient servant, was signed: W:m Taijler, in margin: Saturday evening the 27th of March 1773. Lower: Agrees, was signed: H:k Spierejee first clerk. No. 12. Bombaij To the Right Honourable William Hornbij, President on behalf of the Honourable English Company and Governor of His Britannic Majesty's Castle, together with the Council. Right Honourable Sir and Gentlemen. When the Nabab of Souratta since the month of December last past until now could think fit, upon various frivolous pretexts, to cause diverse obstructions to the trade of the Noble Dutch Company there, we were constrained to request and ask of the English Council at Souratta, in the capacity of Governor of the Mogul's Castle, to guarantee and preserve us, according to their obligation, in all such privileges and ancient customs as the Noble Dutch Company at Souratta is entitled to. We thought we might flatter ourselves with the satisfaction of this request; in the event, it has not answered our expectation, as the Nabab has proceeded with the committing of all violences, and your Right Honourable Chief and Council there have not thought fit to show us any assistance against it, under the pretext that they were ignorant of our Firmans and that they must be produced beforehand. Meanwhile, the Nabab has already extended his proceedings so far that, after the entire trade has already stood still for two months, he has now, a few days ago, also caused all workmen to be forbidden from preparing the Company's linens. I should not need many words to demonstrate to your Right Honours the unlawfulness of such conduct and the damage that is thereby caused to the Dutch Company; but rather passing over that, I may assure your Right Honours, and that it to us at Souratta according to

Dutch transcription

Vertaaling No 10. Aan de Heer Tailer Waarden Heer Hoe seer ik ook verlange UEd: te onderhou¬ „den, is mij zulx door mijne gestaadige onpasselijk„ „heijd belet, en hebbe dus alleenlijk te verhaalen, in Antwoord op UEd:e Briefje van Vrijdag last, dat hoe hart het ons ook zij dat men te Souratta op de Verthooning onser Tirmans blijve aandringen, het nog vrij Verdriefiger voor ons is, /:om geene andere uijtdruttingen te gebruijken :/ dat men daar inde saak met Deanaat soeks te withelen, en waarvan men de beslissinge aan den nabab wil overlaaten, niet teegenstaande deese Verschil„ „lende saaken, niet met malkand er uijtstaande hebben, want in het Eerste Voorstel heeft men te souratta te handelen als Gouverneur van 't Casteel, en in 't tweede als dienaaren van de Engelsche Compl. onder wiens bescherminge gemelde Deanaat zig bevind; Het is dus onmo„ „gelijk dat den nabab in deese laatste zaak geweldiglijk 221 223 geweldiglijk handele, ten zij hij daartoe door den voor een off anderen worde aangespoort en daarom moet d de onpartijdige Waereld dit geding van alle reeden ontblood vinden Niet teegenstaande hebbe op 't nieu„ „we door de opheeden van souratta ontfangene Brieven vernoomens dat den Nabab ingevolge deese Vorderingen het bereijden onser Lijwaaten aldaar heeft belet, en dat ons dus teegenwoordig alles belet is, Dus versoeke UEd=s dater ons mag worden g'ant„ „woord, soo ras moogelijk op de Brieff welke men van souratta aan Uwen Gouverneur en Raadal„ „hier heeft geschreeven op dat wij daarop sulk een besluijsmoogen neemen als nood wendig sullen agten, gelijk ik tot nog toe nog niets aangaande de beslissinge der Broot Chiase Geschillen hebbe vernoomen versoeke ik UEd: mij sulx te willen doen toekoomen, zijnde ik voorneemens mij bij beeterschap op weg te begeeven. En Intusschen hebbe d' Eere opregtelijk te zijn. /:onderstond:/ Waarde Heer, /:laager.:/ UwelEd: seer gehoorsaame Dienaar /:was geteekend:/ A=m F:s Sluijsken, /: in— Margine:/ Vrijdag den 25„e Maart 1773. /:laager:/ Accordeerd /:was geteekend:/ H:rk Spierejee p.l E. G: Clercq. — No 11 Vertaaling No. 11. Aan de Heer sluijsken. Waarden Heer! Ik hebbe wel ontfangen uw Ed:s g'Eerde laatste, en ben: seer bedroefd over derselfs onpasselijk„ „heijd, ik soude uw Ed. heeden zijn gaan opwagten, indien sulx vroeger vernoomen had, het geene dan tot morgen hebbe uijtgesteld. Belangende de souratse saakelijkheeden bij aldien uw Ed: besluijten kunnen dat men de firmans vertoond denk ik dat van hier die van Deanaat, op soo een Voet soude stellen, datse geen Verhindering aan den Handel uwel Ed: Comp: zal veroorsaaken, volgens mijn gedagten vind ik geen de minste swaarigheeden in 't produceeren der firmans. Vermits uw Ed: 'tregt hebben, waaromme ze dan niet doen zien uw Ed. gelieve mij te vergeeven de Vrijheijd die ik mij aanmaa„ „tige uwEd. mijne gedagten hierover te doen toekoomen, Uw Ed: heeft er mij na gevraagd En ik ze uw Ed. belooffd. Om in deese saak te slaagen oordeele ik voor E 222 223 voor uwEd: best te zijn, dat uw Ed: aan Gouverneur vo en Raad alhier een Brieff schrijve, waariene Verklaarende, dat dewijl uwel Ed: Heeren bereijd zijn om zig zoo veel in haare Vermoogen is te voegen, soo„ „daanig dat den dienst haarer meesters niet beletworde uwEd, hunnend weegen verseekerd dat de firmans zullen worden geproduceerd, en versoekende ter gelijker tijd dat de zaak van Deanaat worde onderworpen aande beslissingen van twee van uw Ed: en twee onser Heeren, en indien ruwEd. zulks gevoeglijk vind, aan twee Inlanders den eenen door den Heer Holmberg en den anderen door Deanaat benoemd. Aangaande d' Broot Chiase zaak gelieve uwEd: een woord aanden secretaris die het mooge„ „lijk ontschooten is te schrijven. Ik heb d' Eere met veelagting te zijn. /:onderstond:/ Waarde Heer /:laager:/ uw Ed:s seer onderdaanige en seer Gehoorsaame dienaar /:was geteekend:/ W=m Taijler /:in Margine:/ Saturdag 's avonds den 27:e Maart 1773. - /:laager:/ Accordeerd: /: was geteekend:/ H„k spie„ „rejee pl. E: G: Clercq. — No. 12. No. 12. Bombaij Aan den Wel Edelen Agtbaaren Heer William Hornbij Prae„ „sident van weegens de Honora¬ „bele Engelsche Compagh. en Gouverneur van Zijn Groot Brit „tanische Majesteijts Casteel. beneevens Den Raad WelEdele Groot Agtbaare Heer En Heeren. Wanneer den Nabab van Souratta seederd de maand December l: l: tot nu konde goedvin„ „den op verscheijde frivole pretexcten diverse stremmingen aan den Handel van de Edele Hollandsche Comp:e aldaar toe te brengen wier„ „den wij genoodsaakt om van den Engelschen Raad te souratta in de Qualiteijt van Gouver„ „neur van 't Mogols Casteel te versoeken om te vraagen, om ons volgens derselver verpligting te 223 te guarandeeren en te bewaaren bij alsulke voor„ „regten en oude Gewoonten, als waartoe d' E. Neder„ „londsche Comp„e te souratta geregtigd is. Wijdagten ons te moogen ferlatteeren met de Voldoeninge van dit versoek, bij de uijtkomst heeft onse verwagtinge niet beantwoord, alsoo de Nabab met het pleegen van alle Violenties is voortgevaa„ „rens en uwelEd: Groot Agtb:s Cheff en Raad aldaar niet heeft kunnen goedvinden ons daarteegens eenige Adjude te bewijsen op voorgeeven dat van onse Firmans onkundig waaren en die vooraff gepro„ „duceerd worden moeten: Ondertusschen heeft den Nabab sijne proceduures bereeds tot soo verre uijtgestrekt dat hij na dat den geheelen Handel al twee maanden heeft stil gestaan, nu voor weijnig daagen, ook aan alle werklieden het in gereedheijd brengen van 's Comph. s lijwaaten heeft laaten verbieden. Ik soude niet veel woor„ „den noodig hebben, om uwel Ed: Groot Agtb: de onregtmaatigheid van soodaanig een Gedrag ende schaade welke daardoor aan de Hollandse Comp:e word toegebragt, te betoogen, dan sulks liever passeerende, soo mag ik uwel Ed: Groot Agtb:s verseekeren, en dat het ons op souratta volgens

NL-HaNA_1.04.02_3462_0512 view scan ↗

English

according to the rules of our service it is strictly impossible to proceed to such a step as the disclosure of the Company's privileges without preceding orders from our superiors, I therefore find myself obliged, being here on a public commission before Your Right Honourable, humbly to request herewith that Your Right Honourable will favourably deign to interpose your authority, to the end that the Surat Council, as Castle Governor, oblige the Nabab there to desist from all violent proceedings, and to allow the trade of the Honourable Dutch Company to proceed undisturbed, while we have time to ask the pleasure of our High Rulers, to which we can receive an answer in the month of 9ber. Hoping that Your Right Honourable will be pleased to grant this request, the more so because we ourselves have repeatedly, and most recently in the case of the free mariner James Steevens, been referred to the answer of your superiors, and this has also happened to us repeatedly by the Surat Council, and because 224 Translation No. 122nd because otherwise we should be forced to let the entire trade of the Company come to a standstill, and to let the ship depart without goods, so I have the honour to subscribe myself with true high esteem. was written below: Right Honourable Sir and Gentlemen lower: Your Right Honourable's very humble servant was signed: A. J. Sluijsken. in the margin: Bombay, the 29th of March 1773. still lower: Agreed was signed: H. Spierejee provisional First Sworn Clerk. To Mr. William Tailer! Worthy Sir, Having had the honour to receive Your Honour's very pleasant letter of today, I express my thanks to Your Honour for the interest you are pleased to take in my welfare. welfare, it is no longer a secret for us to learn that it was already decided a long time ago to treat us in Surat like the Portuguese and French as long as the firmans have not been shown, as well as that they wish to have the matter with Deanaat decided by the Nabab; our eyes have been opened in this matter, Sir, and I leave it solely to Your Honour's reflection what an impartial world will say of such proceedings, which have now been brought so far that we shall finally be compelled to make public complaints; what must our High Government in Batavia think when they perceive that in return for hundreds of courtesies shown in Batavia to private ships arriving now and then, they have refused in Surat to allow a free course to the Company's trade until the upcoming month of 9ber, when orders concerning the production of the firmans could be expected from Batavia. When our Company has funds to claim from someone under English protection, we are 225 we are answered by the Council: Gentlemen, Your Honours please claim it before our Court of Justice, and when their protected persons demand something from us, the matter is left to the judgment of the Nabab, who pays on sight; is that acting justly and according to equity? If so, may the Lord help us. A Captain James Steevens owes money to our Company, which we demand from the Council in Bombay, who for 3 years have steadily answered us: When we have obtained orders from our superiors, we shall satisfy you. We ask only seven months postponement of the production of the firmans, and it is refused us. Finally, worthy friend, not to go any further, I must mention to Your Honour that there are gentlemen among you who think to take advantage of these critical circumstances of some to compel us to satisfy their wish; but I assure Your Honour to the contrary, the Government in Surat may indeed do us much violence, but will nevertheless never force us force us to the production of our firmans without an authorization from our high superiors in Batavia; as far as I am concerned, I would rather venture everything than give my consent to it, and thus, having no other choice, the ship will have to depart empty for Batavia at the earliest opportunity, and for 7 months we shall remain struggling motionless under the oppressions of the Nabab in expectation of what God's Providence has decided for us, not failing, however, to make the proper protests against it. I have received the letter regarding the Broach disputes, and shall take it with me myself, and yet, as far as I recall, I requested that our Company might be allowed to maintain its factory there, having a right thereto by Firmans etc., but I did not solicit for it like a slave. My goods are departing tomorrow for Surat, and on Saturday I am going to stay with our friend Ramsay for a few days, after which I shall return home, very sad that I am unable to settle my commission. 226 Translation No. 13. settle. I have the honour to be with perfect esteem. was written below: Worthy Sir lower: Your Honour's very obedient and humble servant was signed: A. J. Sluijsken in the margin: the 1st of April 1773. still lower: Agreed was signed: H. Spierejee provisional First Sworn Clerk. To Mr. Hornby, Governor etc. etc. etc. Right Honourable Sir! On the 29th of March last I had the honour to request of Your Right Honourable together with the Council that you would favourably deign to interpose your authority, to the end that the Surat Council, in the capacity of Governor of the Mogul Castle, would oblige the Nabab there to cease all acts of violence and to allow the trade etc. of the Honourable Dutch Company to enjoy a free course, and that until the month of

Dutch transcription

volgens de Regulen van onsen dienst volstrekt on¬ P „mogelijk is, om tot sulk een stap als het open„ leggen van 's Comp:s Privilegien over te gaan, son„ Z „der voorgaande Ordres onser superieuren, vind ik mij dies verpligt als mij alhier in een Publicque Commissie bij uwelEd: Groot Agtb: bevindende, om bij deesen van uwel Ed: Groot Agtb:s gehoorsaemst te versoeken, dat deselve gunstig haar Gesag ge„ „lieven te interponneeren, ten eijnde den souratsen Raad als Casteels Gouverneur den Nabab aldaar verpligten van alle Geweldige Proceduures affte¬ „sien, en den Handel vande Ed: Hollandsche Comp:e een ongestoorten voortgaan te laaten heb„ „ben, immiddels datwe tijd hebben om het wel„ „behaagen onser Hooge Gebiederen te vraagen, en waarop wij in de Maand 9ber antwoord ontfan„ „gen kunnen. Verhoopende dat uwelEd: Groot Agtb: dit versoek wel sullen gelieven te accordeeren, te meer daar ons selfs differentemaalen en nog laast in het geval van den Vrij schipper James steevens hebben gerenvoijeerd na het antwoord haarer superieuren, en ons sulks ook te meer= maalen, door den souratsen Raad geschied is, en daar 224 Vertaaling No. 122de daarwe andersints souden genooddrongen zijn, om den heelen Handel vande Comp„e te laaten stilstaan, en het schip sonder Goederen te laaten Vertrekken, zoo hebbe d'Eer, mij met waare hoog„ „agting te onderschrijven. /:onderstond:/ Wel Ed. e Groot Agtb:e Heer en Heeren /:laager:/ uwel„ „Ed:e Groot Agtb:s seer ootmoedige dienaar /: was geteekend:/ A=m J„s sluijsken. /:in Margine:/ Bombaij den 29 e Maart 1773. /:nog laeger:/ Accordeerd /:was geteek=d / H:k Spierejee gol„ E: G: Clercq. Aan de Heer William Tailer! Waarden Heer De Eere hebbende gehad, welke ontfan„ „gen uwel Ed: seer aangenaame van heeden, be„ 8„ „tuijge uw Ed: dank voor 't deel welke aan mijne Welstand Welstand gelieft te neemen, het is niet meer een Geheijm voor ons te verneemen, dat men bereeds voor langen tijd beslooten heeft ons te souratta te handelen, gelijk de Portugeesen en Fransen zoo lange de firmans niet zullen hebben vertoond, als meede dat men de saak met Deanaat door den Nabab wil laaten beslissen, onse Oogen sijn hier in opgehelderd, mijn Heer, en ik laat eeniglijk aan UEd. naedenken over, wat een on„ „partijdige Waereld van diergelijke proceduire welke men althans tot zoo verre heeft gebragt, dat wij eijndelijk sullen gedwongen zijn, Public„ „que klagten te doen, seggen sal, wat moet onse Hooge Regeering te Batavia denken, wan„ „neerse zullen ontwaaren, dat tot vergelding van honderden beleeftheeden, welke men te Batavia nu en dan koomende Particuliere scheepen bewijst, men geweijgerd heeft te sou¬ „ratta toe te staan een vrijen loop aan 's Comp. s Handel tot inde maand van 9ber: aanstaande wanneer men van Batavia omtrend de Pro„ „ductie der firmans ordre verwagten kon. Wanneer onse Comph: gelden te vorderen heeft van iemand onder Engelsche Protestie, word ons 225 ons door den raad geantwoord; Mijne Heeren uwelEd:s gelieven 't voor onsen Raad van Justitie te vraagen en wanneer derselver geprotegeerden iets van ons verlangen, laatmende saak aan het Oordeel van den nabab over die daar op sigt betaald, is dat Regt gedaan en volgens de bil„ „lijkheijd! als dan hoome ons de Heere, te hulp. Een Captn. James Steevens is Geld aan onse Comph: verschuldigd, 't geene wij van den 8 Raad te Bombaij vraagen, die ons geduurende 3 Iaaren gestaadig antwoord, Wanneer wij or„ dres van onse superieuren sullen hebben erlangd, Zullenwe uwe voldoen. Wijvraagen eeniglijk seeven Maanden uijtstel vande Productie der firmans, en 't word ons geweijgerd. Eijndelijk waarden Vriend om niet verder te gaan, moet ik uw Ed: melden, dat er Heeren onder Uwed zijn, welke denken deese Criticque omstandigheeden, van sommige waer te sullen neemen, om ons tot de voldoeninge na haaren Wensch te verpligten; Maar ik ver„ „seeker uw Ed: het teegendeel, der Regeeringe te souratta te vermoogen van ons nog veel ge¬ „weld aan te doen, maar sal ons eevenwel nooit dwingen dwingen tot de Productie onser firmans, buijten een qualificatie van onse hooge superieuren te Batavia, voor soo verre mij betreft soud ik ex lie„ „ver alles aanwaagen daan mijne toestemming daar in te geeven, en dus niet anders kunnende sal het schip ten Eersten na Batavia leegmoeten ver„ „trekken, en we sullen geduurende 7 Maanden roerloos onder de Verdrukkingen van den nabab blijven soekelen in verwagting van 't geene Gods Voorsienigheijd over ons heeft beslooten, sullende Eeven„ „wel niet nalaaten om de behoorlijke Protestatien daar teegen te doen. De brieff over de Broot Chiase Geschillen hebbe ontfangen, en sal hem selfs meede neemen, en dog voor sooveel het mij heugd, hebbe ik ver¬ „sogt dat onse Comp:s mogte worden toegestaan, om sijn Comptoir aldaar te blijven aanhouden, als — hebbende daartoe regt bij Firmans &:a maar hebbe daartoe niet gesolliciteerd als een slaave. Mijne Goederen vertrekken morgen nea souratta en ik ga saturdag voor eenige daagen bij onsen Vriend Ramsaij woonen, waar van dan ik te huijs sal keeren, seer droevig dat ik onvermoogens ben, om mijne Commissie te verEe„ „venen 226 Vertaaling N„o 13. „venen. Ik heb d' Eer met volmaakte agting te zijn. /:onderstond:/ Waarde Heer /:laager:/ uwelEd:s seer gehoorsaame en onderdaanige Dienaar /:was geteekend:/ A=m J„s Sluijsken /:in margine:/ p=mo April 1773. /:nog laager. / Accordeerd /:was ge„ „teekend:/ H:k Spierejee pl E: G: Clercq — Aan den Heere Hornbij Gouverneur &: &a &a Wel Edele Groot Agtbaare Heer! Den 29 Maart A:l. heb ik d' Eer gehad bij uwelEd. Groot Agtb:e beneevens den Raad te versoe„ „ken, dat deselve gunstig, haar Gesag gelieffden te interponeeren ten eijnde den souratse Raad in qualiteijd van Gouverneur van het Mogols Cas¬ „teel, den Nabab aldaar wilde verpligten om alle Violentien te staaken en om den Handel &=a van de Ed: Hollandsche Comp:e een vrijen — loopte laaten genieten, en sulx tot de maand van

NL-HaNA_1.04.02_3462_0518 view scan ↗

English

of November next, by which time we would be provided with the orders of our superiors regarding the production of our firmans. And since up to now I have not been honored with any reply, may Your Right Honorable please pardon me that the urgency of the matters forces me to solicit Your Right Honorable repeatedly, and thereby to submit for consideration that granting such a request can certainly not cause the very least prejudice to the Council of Surat, not to mention to the English Company, as they indeed have it just as much in their power seven months from now as at present to make the aforementioned requisition to us regarding the firmans. That Your Right Honorable yourselves have repeatedly, whenever we had any claim, as recently in the matter of James Stevens, delayed us for 2 to 3 years pending the orders of your superiors. Indeed, the letters from your Council in Surat would show twenty examples where we were kept waiting for months merely by being told that they had no orders from their superiors; and thus I believe I may expect from the generosity of Your Right Honorable that in similar cases we may be treated equally, the more so in a case of so much importance as the production of the Company's privileges, regarding which I must, and may sincerely assure Your Right Honorable, we are incapable of doing, whatever one may see fit to do, without prior authorization from our superiors. Indeed, it is with all possible earnestness that I take the liberty to request Your Right Honorable to make such provision that the trade of the Company may proceed undisturbed, and that the ship which must depart for Batavia within a few days may be fully loaded, while we will be able to see ourselves reinforced in November next with the orders of our superiors regarding the production of the firmans. Wherewith I have the honor to remain with profound respect. Was written below: Right Honorable Lord. Lower: Your Right Honorable's very humble servant. Was signed: A. J. Sluijsken. In the margin: Bombay, 3 April 1773. Still lower: Agrees. Was signed: H.k Spiering p.l E. G. Clercq. To Mr. Sluijsken. Dear Sir! I have the honor to send to you the only one of your papers that you had given me, and am grieved that no means are at hand to bring your matters to an end, which is not feasible without the firmans. I wished with all my heart that this might happen, as I fear that your Gentlemen in Batavia will be far more displeased to see the ship return without cargo than to learn that you have presented them: If you can resolve upon this, I promise you that all other matters will be arranged to your satisfaction. Translation No. 14. Translation No. 15. I am very pleased about your recovery, and having the honor to be with the most perfect respect. Was written below: Dear Sir. Lower: Your very obedient and very humble servant. Was signed: Wm. Tayler. In the margin: First of April 1773. Lower: Agrees. Was signed: H.k Spiering P.dl E. G. Clercq. To Mr. Sluijsken. Sir! Your letter to the Council written on the 29th ultimo has been read, but expecting daily correspondence from the Chief and servants in Surat, the answer has been deferred until we shall have heard from them, at which time your letter will be answered. The production of your firmans may be contrary to the orders of your superiors, but is not beyond your power; as Governor of the Mogul's Castle, they can judge whether the Nabob acts improperly when they shall be presented to them. I am, Sir, your very humble servant. Was signed: Wm. Hornby. In the margin: Bombay, 4 April 1773. Lower: Agrees. Was signed: H.k Spiering P.l E. G. Clercq. Translation No. 16. To Mr. Sluijsken. Dear Sir! The Governor having informed me that you had taken leave of His Honor this morning, and that you intended to depart tomorrow, contrary to what you did me the honor to assure me yesterday; I have the honor to report that we have received letters from Surat today, which promise a favorable outcome to your affairs. The gentlemen, the Chief and Council, have proposed to us that the affairs of Deanaat and Boetoesa be submitted to mediation, that you leave the road across your shipyard open as before, and that regarding the affair of the Persian you make an apology to the Nabob. In these proposals nothing seems impossible to me, and if you can consent to this, I think that tomorrow in the Council all matters will be concluded. I give you this notice so that, if you can arrange your affairs in such a manner as to stay a day longer, you might possibly be able to take the news of it with you. Herewith etc. I have the honor to be with great respect. Was written below: Dear Sir. Lower: Your very obedient and very humble servant. Was signed: Wm. Tayler. P.S. There is a fourth proposal, that you shall not be permitted to purchase gardens without the express consent of the Nabob.

Dutch transcription

van November eerst koomende in welk en tijd wij omtrend de Productie onser Firmans met ordres onser superieuren souden weesen voorsien. En vermits ik mij tot nog toe met geenig antwoord verEerd gevonden hebbe, gelieve ruw= WelEd. Groot Agtb:se mij te pardonneeren, dat de aangeleegendheijd der saaken mij dwingd uw Ed: Groot Agtb:e bij herhaaling te solliciteeren, en deselve daarbij in bedenking te geeven, dat het accordeeren van sulk een Versoek immers geen het allerminste nadeel aanden souratschen Raad ik geswijge aan d' Eng:s Comp:e kan toe„ „brengen, alsoo sij het immers over 7 Maanden— soowel in haare Magt heeft als thans om ons de gementioneerde requisitie omtrend de firmans te doen. Dat uw elEd: Groot Agtb. e selven te meermaalen wanneer wij iets te vorderen had„ „den als laest in het geheel van James Steevens, ons 2 â 3 Jaaren hebben uijtgesteld tot de ordres van haare Superieuren. Ia de brieven van Uw en Raad te sou„ „ratta souden twintig Voorbeelden aantoonen dat men ons maanden heeft laaten loopen eeni„ glijk 227 „glijk met te seggen, dat geen ordres van haare superieuren hadden; En dus meen ik vande Edel¬ „moedigheijd van uwelEd: Groot Agtb: te mogen verwagten, dat wij in gelijke gevallen eguaal moo¬ „gen behandeld worden, te meer in een geval van sooveel aangeleegendheijd, als het produceeren van 'sComp:s pruvilegien daar ik uw Ed: Groot Agtbaere moet, sa opregtelijk mag verseekeren daar wij toe onvermoogens zijn, men doe dan ook wat men goedvinde sonder voorige qualificatie onser Superieuren. Ia het is met alle mogelijke Empresse„ „ment dat ik de Vrijheijd neem uwelEd: Groot= Agtb: te versoeken, om die Voorsieninge te doen, dat den Handel van de Comp:e ongestoord mag voortgaan, en 't schip dat binnen weijnig daagen na Batavia vertrekken moet vollaaden worden mag, terwijl wij in staat zullen zijn, om ons in November aanstaande met de ordres onser su¬ „perieuren gesterkt te sien, omtrend de Productie der firmans. Waarmeede d'Eer heb met een diepen Eer„ e „bied te verblijven. /:onderstond:/ WelEd: Groot Agtb= Heer /:laager:/ uw Ed: Groot Agtb:re seer ootmoedige Dienaar /:was geteekend./ A=m J:s Sluijsken sluijsken /:in Margine:/ Bombaij den 3.:e April 1773. /:nog laager:/ Accordeerd /:was geteekend:/ H:k Spiergjee p:l E: G: Clercq Aan den Heer Sluijsken. Waarden Heer! Ik heb d' Eer uwel Ed: toetesenden het eenig„ „ste Uider Papieren, dat uw Ed: mij had gegeeven, en bendroevig dat er geen middelen aan handen zijn, om uw elEd s zaakelijkheeden te doen Eijndigen het geen niet buijten de firmans doenlijk is. Ik wenschte van herten, dat dit moge geschie„ „den, nademaal ik vreese dat uw Ed:e Heeren te Batavia vrijmisnoegder sullen zijn het schip sonder Laading te zien terug koomen, dan te verneemen, dat uw Ed: se hebben aangetoond: Indien Uwel Ed: hierover kunnen besluij„ ten, beloove ik uwelEd: dat alle andere saaken sig nae UwelEd: genoegen zullen schitken. Vertaaling No. 14. Ik 226 Vertaaling No. 115. Ik ben seer verheugd over uw Ed: beeterschap, in hebbende d' Eer met de volmaakste agting te zijn. /:onderstond:/ Waarden Heer /:laager:/ uwel Ed: seer onderdaanige en seer gehoorsaeme Dienaar /:was geteek:d:/ W=m Taijler /:in marg:s / Eerste van April 1773. /:laager.:/ Accordeerd /:was geteekend:/ H„k Spierejee P:dl E. G. Clercq. Aan de Heer Sluijsken. Mijn Heer! UWel Ed:s Brieff aan den Raad op den 29„e E: l: geschreeven is geleesen, maar dagelijx verwag„ „tende nae schrijvens van 't Opperhoofden dienaaren te souratta is 't antwoord uijtgesteld, tot dat we van hun sullen hebben vernoomen, als wanneer U Ed:s sal worden beantwoord. „De Voortbrenging UEd„ firmans, mag teegens n de Ordres uwer superieuren strijdig zijn, maar is niet buijten en buijten uw Ed: vermoogen, als Gouverneur van Mogols Casteels, kunnen ze oordeelen, off den Nabab onbetaamlijk handeld, wanneer se hun v „ sullen werden Verthoond. Ik ben mijn heer uwelEd: seer ootmoedige Dienaar /:was geteek:d:/ W=m Hornbij/in Marg:s:/ Bombaij den 4:e April 1773. /:laager:/ Accor„ „deerd /:was geteek:d:/ H:k spierejee J. l E: G: Clercq. Vertaaling N„o 16. Aan de Heer Sluijsken Waarden Heer! Den heer Gouverneur mij bedeeld heb„ „bende dat uw Ed: deesen ochtent affscheijd van sijn WelEd:e hadde genoomen, en dat UEd.:s vermeende morgen te vertrekken, 't teegendeel van 't geene uw Ed: mij gisteren d' Eere deed te verseekeren; hebbe d' Eere te melden, dat we op heeden sourat„ „se brieven hebben ontfangen, welke een favorable Uijtslag aan uw Ed s saaken belooven. De heeren den 229 den Opper hooffden Raad, hebben ons voorgesteld, dat de zaakelijkheeden van Deanaat en Boetoesa aan een bemiddeling onderworpen worde, Dat uE d„le den Weg over UwelEd=s Werff, gelijk van te vooren vrijlaaten, en dat uw elEd: belangende de zaak van den Persie een Excuus aan den Nabab maaken zullen. In deese Voorslaagen komt mij niets on„ „mogelijks voor, en als uuw Ed. s hier in kan bewil„ „ligen denk ik dat men op morgen in den Raad alle saaken sal Eijndigen. Ik geeve uwel Ed:s dit berigt op dat wanneer Uwel Ed: desselfs zaaken zoodaanig kunnen schitten, om een dag langer te verblijven, zoude Uel Ed: mogelijk d'tijdingen daarvan kunnen meede. neemen. Hiernevens &a Ik heb d' Eer met groote agting te sijn /:onder. „stond:/ Waarden Heer /:laager:/ uwelEd:s seer on„ „derdaanige en seer Gehoorsaamen dienaar /:was geteek:d:/ W=m Paijler. P. S. Daar is een Vierde Voorstelling, dat uwel Ed: miet zij g'oorlooffs Thuijnen te koopen buijten uitdrutkelijke gedooging van den nabab /: in margine:/ e ren

NL-HaNA_1.04.02_3462_0524 view scan ↗

English

In the Margin: Bombay, the 5th of April 1773. Lower: Agreed was signed: H:k Spieringjee p. l E. G: Clercq To Mr. Wm. Tayler Worthy Sir! It is true that yesterday I had the honor to inform the Governor that I would depart this evening for Mahim and from there the day after tomorrow for Suratte. Nor could I abandon this intention of mine, since our Company ship, laden or not, must set sail for Batavia, and it would only increase the harm to detain the same any longer and at the same time to let it depart empty. I must candidly declare to you, my Lord, that I no longer know what is wanted. For more than two months, all Translation No. 17. our our affairs in Suratte have been suspended. We complained about this to your Council, who answered us that they cannot protect us against the Nabab without having seen our firmans beforehand. In consequence of which, I asked your Council here to intervene with their authority, so that all oppressions might be suspended until we were permitted by our high superiors (from whom we expect an answer next November) to produce the same. This is what I took the liberty to repeat in writing to the Governor the day before yesterday. Yesterday morning His Honor gave me reason to hope that he would grant it to me today. In consequence of which, my Lord, I repeat my request to you, namely, that you please contribute everything in your power, both in the Council and especially by strengthening the good disposition of the Governor, upon which I rest assured; and please observe what they will think in Batavia, where they show so much indulgence toward your Gentlemen, if they refuse us for merely 5 to 6 5 to 6 months to postpone a matter that makes no difference in your intentions. The proposals made to you by the Gentlemen of Surat will, I believe, be the same as those they mentioned in a very lengthy letter to our Director and Council there. I have no copy of it, and they will answer it from there. Indeed, I do not find myself authorized to treat concerning it, and forgive me, my Lord, for assuring you between ourselves that contrary to your sentiments regarding the four proposals, in which you find nothing impracticable, I deemed it far more advantageous for us to abandon Suratte etc. entirely than to resolve to consent thereto. The proposal concerning Bhukhandas, which your Gentlemen suggest leaving to arbiters, is a proof of the small balances we have to expect, since the parties have already appointed two persons each to settle it amicably. In the matter of Dayanatha, force overcomes force overcomes reason. Nevertheless, it is certain that none of us will ever consent to a subject of the Republic being withdrawn from his natural judge, and all the more so since Dayanatha has in this case bound himself to and under the laws. The matter of the Persian having already been decided by the Nabab himself, I do not understand, my Lord, how you can arrive at the point of an apology. Regarding the further articles, the answering of which will uncover to you the trifling nature thereof, I shall make no reply. And it only remains for me to repeat my urgent request to you, namely that you please bring it about that our affairs in Suratte be allowed a free course until a decision regarding the production of the firmans, which we expect from Batavia in November; within which time all other disputes might possibly be adjusted, that being what I long for; and with thanks for etc., I have the honor to be with true respect. was written below: Worthy Sir. lower: Your Honors very humble servant was signed: A:m J:s Sluysken In the Margin: Bombay the 5th of April 1773. lower: Agreed was signed: H:k Spieringjee p:l E: G: Clercq: Translation No. 18. To Mr. Sluysken Worthy Sir! I have the pleasure to inform you that permission has been granted for the departure of your ship, on condition that you leave the matters of Dayanatha and Bhukhandas to arbiters was written below: Your most obedient etc. was signed: W:m Tayler lower: Agreed, was signed: H:k Spieringjee p:l E: G: Clercq — No. 11. Copy To His Excellency The Most Noble, Highly Esteemed and Honorable Far-Ruling Lord Jeremias van Riemsdijk on behalf of the State of the United Netherlands and its General East India Company Governor General; together with The Honorable Gentlemen Councillors of Netherlands India. Most Noble, Highly Esteemed, Far-Ruling Lord And Honorable Gentlemen! Your Excellencies, following that which was written in your venerated missive of the 18th of August last, last, having been pleased to decide that the damages which the Noble Company came to suffer by the unfortunate stranding of the ship Walcheren on the 1st of May 1773 on the sandbanks of Dumas, should be made good by the undersigned Director for 1/3, by the likewise undersigned Secunde for 1/6, and for an equal 1/6 part by the undersigned members of the Political Council who gave their consent to the detention of the aforesaid Walcheren beyond its appointed time, or after the 10th of April, while the remainder should be made good for 1/6 by the former Storehouse Keeper Holmberg and for an equal 1/6 from the estate of the deceased Captain Thomassen, find.

Dutch transcription

/:in Margine:/ Bombaij den 5:e April 1773. /:laager:/ Accordeerd /:was geteekend:/ H:k Spiergjee p. l E. G: Clercq Aan d' Heer Wm. Tailer Waarden Heer! Ik had het is waar op gisteren d' Eere den Heer Gouverneur te bedeelen, dat ik deesen avond voor Mahim en daarvan daan op overmorgen — na souratta soude vertrekken, ik soude ook van dit mijn voorneemen niet kunnen afzien aangezien ons 'sComp:s schip gelaaden off niet voor Batavia onder zeijl moet gaan, en 't soude 't kwaed alleenlijk vermeerderen, met het selve nog langer op te houden, en het teffens leeg te laa„ „ten vertrekken. Ik moet uw Ed:s opregtelijk verklaaren, mijn Heer niet langer te weeten wat men wil, 5„ zeedert ruijm twee maanden worden alle Vertaaling N„o 17. onse 230 onse zaakelijkheeden te souratta opgehouden wij hebben daarover bij Uw Ed:s Raad geklaagd, die ons Antwoord van ons teegenden Nabab niet te kunnen beschermen zonder van te vooren ons fir¬ „mans te hebben gezien, Ingevolge van 't welke heb ik alhier aan uw Ed.:s Raad gevraagd, met haar Gezog tusschen beijde te koomen, op dat alle onder¬ „drukkingen op geschort wierden, tot dat het ons van weegens onse hooge superieuren (:van dewelke wij in November aanstaande Antwoord verwagten:) toegestaan wierd, deselve te produceeren. Dit is het geene ik de Vrijheijd nam op Eergisteren aan den Heere Gouverneur Schrifffe¬ „lijk te herhaalen, gisteren morgen heeft zijn WelEd: e mij doen hoopen, van mij sulx op heeden. toe te staan, ingevolge van het welke ik uw Ed s mijn Heer mijn Versoch herhaale, te weeten, dat uwEd: daarbij gelieve toetebrengen alles wat in desselffs vermoogen is, soo wel in den Raad dan met afson„ „derlik de goede Dispositie van den Gouverneur te versterken, en op het welke ik mij gerust stelle en geliefft aantemerken, wat men te Batavia alwaar men soo veel toegeevendheijd voor Uw Ed Heeren gebruijks denken zal, dat men ons weijgerd, voor 5à 6 5 â 6 Maanden eeniglijk uijtsellen eene saak dewelke geen Verandering in uw Ed:s voorneemens maaks. De Voorstellingen die de Couratse heeren Uw Ed: hebben gedaan, sullen geloove ik deselfde zijn, diese in een seer breedvoerigen Brieff aan onsen Directeur en Raad aldaar hebben gemeld. Ik heber geen affschrift van, en men— sal deselve vandaar beantwoorden, immers vind ik mij niet gelast, om daarover te handelen en ver„ „geefft mij, mijn Heer dat ik uwEd: onder ons ver„ „seekere dat Contrarie van uw Ed: gevoelens, aan„ ge „gaande de Vier Voorstellingen, waarinne uw Ed:e niets ondoenlik ontdekt, ik oordeelde 't vrij voor„ „deeliger voor ons te zijn, in 't geheel maar sourat„ „ta &=a te verlaaten, dan te besluijten, om daarin toe te stemmen. Die van Boetoesa welke uw Ede. Heeren voorslaan aan goede Mannen over te laaten is een bewijs van de geringe ballancen welke wij te verwagten hebben, nadien de Parthijen al bereeds twee menschen ieder hebben benoemd, om het in der Minne aff te doen. In de Zaak van Deanaat overwind het Geweld 231 Geweld de Reeden, niet teegenstaande is het seeker dat er nooijt een van ons toestemmen zal, dat een Onderdaan van de Republicq van sijnen nahuur¬ „lijken Regter onttrotken word, en te meer, daar zig Deanaat in dit geval, onder en aan de Wetten heeft verbonden. Die van den Persie door den Nabab selven bereets beslooten sijnde, begrijp ik niet mijn heer hoedaanig uw Ed:e op 't poinct van een Appologie kunnen koomen. Aangaande de verdere Artikulen, waarvan de beantwoording uwEed=s dies beuselagtigheeden zal ontdetken, sal ik niets repliceeren. En resteerd mij niet als alleenlijk om uw Ed. mijne instantie te herhaalen, naamentlijk dat Uw Ed:e gelieve te bewerken, dat men te souratta een vrijen loop aan onse zaaken laate, tot besluijt aangaande de Productie der Firmans, welke wij in November van Batavia verwagten in welke Een tijd alle andere Geschillen sig mogelijk souden kunnen schitken, dat het geene sijnde waarna ik verlange, en onder dank„ „zegging voor &„a hebbe de Eere met waare agting te zijn. /:onderstond:/ Waarden Heer. /:laager / ruw. WelEds. „WelEd:s seer Ootmoedige Dienaar /:was geteekend:/ A=m J„s Sluijsken /:in Margine:/ Bombaij den 5:e April 1773. /:laager:/ Accordeerd /:was geteekend:/ H=k Spierejee p:l E: G: Clercq: Vertaaling N„o 18. Aan d' heer Hluijsken Waarden Heer! Ik heb het vermaak uw Ed:s te berigten, dat men tot het Vertrek van uw Ed:s schip heeft bewil„ „ligd, onder beding dat uw Ed:e de zaaken van Dea„ „naat en Boetoesa aan goede Mannen zullen over„ „laaten /:onderstond:/ Uw Ed:s seer onderdaanige etz: /:was geteekend:/ W=m Taijler /:laager:/ Accordeerd, /:was geteek:/ H=k Spierejee p:l E: G: Clercq — N„o 11. 232 Copij Aan sijn Hoog Edelheid Den Hoog Edelen Groot Agtbaren Wijelgebiedende Heer Jeremias van Riemsdijk van wegens den staat der vereenig„ „die Nederlanden, en Haare Alge„ „meene Oost Indise Maatschappije Gouverneur Generaal; mitsgaders De Wel Edele Heeren Raeden van Neederlands Indien. Hoog Edele Groot Agtbaere Wijd gebienden de Heer En Wel Edele Heeren! UW Hoog Edelheedens, agtervolgens het aangeschreevene bij hoogst derselver gevenereerde missive van den 18=en Aug:s laastleeden. laastleeden, hebbende gelieven goed te vinden om de schaaden welke de Edele Compagnie is komen te lijden bij het ongelutkig stranden van het schip Walcheren op den 1e. Maij 1773 op de banken van Domus, te laten ver„ „goeden, door den ondergeteekenden Directeur voor 1/3, door de meede On„ „dergeteekenden Secunde voor 1/6. en voor een gelijke 'k gedeelte door de ondergeschreevene Leeden van den Peliticquen Raad welke hunne toestemminge souden hebben gegee„ „ven tot het aanhouden van voor„ „seijde Walcheren boven dies bepaalde tijd, off na den 10=e April terwijl het overige soude moeten worden vergoed voor 1/6 door den geweesen Pakhuijs„ „meester Holmberg en voor een gelijk '/6 Uijt de nalatenschap van den overleedenen schipper Thomassen, vinden.

NL-HaNA_1.04.02_3462_0537 view scan ↗

English

they, the Remonstrants, find themselves plunged thereby into great sorrow, both because they find themselves unable to comply in this manner with that high order, since they find themselves, person by person, unable to raise such sums, and there are many among them who possess no property, wherefore they also on the 4th of November were obliged to resolve, in order to demonstrate their absolute submission to the high commands of their superiors, to allow each person's pay account to be debited for the amount imposed upon him, as well as principally because they, each for himself, are convinced that however much it truly grieves their souls that this misfortune has befallen the Company, it was never within their power to prevent the same by dispatching the ship earlier, and that this fatal incident, which naturally has caused Your High Noblenesses much displeasure, can by no means be attributed to their conduct. It is the full certainty of all this, and that they hope to be able to demonstrate the same most clearly to Your High Noblenesses, being well persuaded that if they should succeed in this, they will also then most favorably and graciously be relieved of this levy, which is so oppressive and ruinous to them, that they take the liberty to submit in all humility to Your High Noblenesses: That although they, the Remonstrants, can by no means deny that among the proceedings which the English and the Nabab conducted against the Company and its servants here in Souratta in the years 1772 and 1773, two were to be found that arose from the claims of two different natives, Deanaet and Boetoesa, against the then Packhouse Master Holmberg, and they cannot deny that they may have erred when they protected the latter as a subordinate and servant of the Honorable Company by maintaining that, just as the said English themselves oblige the Honorable Company, in case of any disputes or claims concerning property, to institute their lawsuits before the Court of Justice at Bombay, in such manner as occurred in the claim of the deceased free merchant Boucard who was under English protection, as appears from their letters of 18 March 1767 and 26 March 1770, they with equal and greater right might demand that the merchants belonging under English protection should institute their claims against the subordinates of the Honorable Company solely in like manner before our Council of Justice, without it being permitted to this nation to involve the Nabab in all their disputes and let him decide at his pleasure; nevertheless, they, the Remonstrants, can declare this person by person with a clear conscience, that they in good faith deemed themselves obliged to protect a subordinate and servant of the Honorable Company as much as possible and preserve him before his natural judge, and not to abandon him at mercy and discretion to the judgment of an arbitrary judge, ignorant of the customs and laws, and moreover entirely dependent on the English, namely the Sourat Nabab, as this appeared to them of too great consequence for the Company's privileges, which absolutely dictate that none of the Dutch may be judged by the native Governors, and in such a case no security would remain either for the Company itself or for its servants; while they were fortunate enough to maintain this privilege and to keep the decision out of the hands of the Nabab by consenting to the settlement of these disputes through the arbitration of good men, as soon as the English proceeded to this and offered it to them, as appears from the resolution of 19 April 1773. On which grounds they, the Remonstrants, also hope that Your High Noblenesses, regarding these private matters, will be pleased to be persuaded of the purity of their actions, and they flatter themselves besides that it will appear to Your High Noblenesses that although these disputes of the aforementioned natives with Holmberg did indeed serve as an object upon which so much violence was done to the Company in 1772 and 1773, they nevertheless by no means constituted the sole or true cause thereof, when Your High Noblenesses will be pleased to take into most favorable consideration how the English, ever since the year 1759, when they became masters of the Castle and consequently of the entire city of Souratte, have from time to time sought to get hold of the Company's firmans and privileges, as appears from the Sourat papers as early as the time of Mr Hodges in the year 1765, possibly and as is to be feared in order to have them translated then and interpreted to their best advantage, just as they previously practiced with the French in Bengal. That these same Britons, possibly thinking that the opportunity was then more favorable for them, already by their letter of 29 December 1772 demanded that they, the Remonstrants, should show them the Company's privileges and provide copies thereof; and that, this request having been declined by them, finally by letter of 24 February 1773 from Article 255 to 279, because the Remonstrants feared the consequences thereof only too much, and they judged themselves incompetent, without the high consent of Your High Noblenesses, to take such a step as the showing and delivering of the privileges of the Honorable Company, the English resolved to compel them thereto by all ways of violence; in order to attain which, and to reduce the Remonstrants to the necessity of protection.

Dutch transcription

233 vinden sij Remonstranten sig, hier door in eene groote droefheid gedom„ „pelt, soowel om dat zij zig selven buijten staet bevinden om aan die hooge ordre dus te voldoen, aange„ „sien sij sig hoofes voor hoofd onvermo„ „gens bevinden om sulke sommen bij een te krijgen, en er veele onder haar sijn die niets in bonis-hebben, en waaromme sij ook op den 4e. Novem¬ „ber hebben moeten besluijten, om ten eijnde haare volstrekte onder„ „werpinge aan de hooge beveelen van haare overigheijd aan den dag te leggen, een jeders soldij Reekeninge voor het bedragen van het hem opgelegde te laten belasten, als wel voornamentlik om dat sij een jeder voor sig sel„ „ven overtuigd sijn, dat zij hoe seer haarlieden ook eehdes in „het haare siele smert dat dit onge„ „luk. „luk de Maatschappije is overgeka„ „men, het nimmer in haar vermo„ „gen hebben gehad, om hetselve te voorkomen door het schip vroeger te depecheeren, en dat dus dit sa„ „taal geval, dat UwHoog Edelheed:s natuurlik veel ongenoegen gebaert heeft, geensints aan haar geerrag kan toegeschreeven worden. Het is de volle versekerdheid van dit alles, en dat sij verhoopen in staat te sullen sijn, om UW Hoog Edel heedens hetselve ten klaarsten te betogen, wel gepersuadeerd sijnde, dat soo haar dit mag gelutken sij ook als dan grootgunstig van dese voor haar soo drukkende en ruineuse belastinge gratieuselik sullen worden ontheven, dat sij de vrijheid neemen UWHHoog Edelheedens in 2 234 in allen Ootmoed voor tedragen. Dat off schoon sij Remonstranten geensints vermogen tegen te spreeken, dat er onder de procedures welke de Engelschen en de Nabab tegens de Maatschappije en haare Dienaren in A:o 1772 en 1773: hierin Souratta ge„ „houden hebben, twee te vinden wa„ „ren, welke voortsprooten uijt de vor„ „deringen van Twee differente Jnlan„ „ders Deanaet en Boetoesa teegens den toenmaligen Pekhuijsmeester Holmberg, en sij niet mogen ontken„ „nen, dat sij kunnen gedwaeld heb„ „ben, wanneer den laastgem: als een Ondekhorige, en Dienaar van de Edele Compagnie hebben beschermd met staande te houden dat sowel als gedagte Engelschen selfs de Edele Compagnie verpligten, om, in 2: in Cas van eenige differenten off vor„ „deringen in nieuw en tuum be„ „staande, haere Actien te institu„ „eeren voor het Geregtshoff te Bombaij, invoegen sulx heeft plaats gehad in de vorderinge van den Onder Engelsche Protectie Overleedenen vrij koopman Boucard, blijkens haare missives van 18:e maart 1767. en 26:e maert 170: sij met even veel en meerder regt mogten vorderen dat de on„ „der de Engelsche Protectie behoren„ „de Cooplieden haere pretensien slegts op de onderhorigen van de Edele Compagnie, inselver voegen voor on„ „sen Raad van Iustitie moesten institueeren, sonder dat het deese natie gepermitteerd was om in al„ „le haare disputen den nabab te melleeren, en die te laten desi„ „deeren na welbehagen zij Remonstrant egter. 235 egter dit Hoofd voor Hoofd met een reijn geweeten kunnen verklaren dat sij in goede trouwe hebben vermeend ver„ „pligt te zijn om een onderhorige en Dienaer van de Edele Compagnie soveel haar mogelijk was te moeten bescher„ „men en bevaren bij sijnen natuur„ „lijken Regter, en hem niet op gena„ „de en Ongenaae aen de bescheijdent, „heijd van een Arbitrair en van de gewoonten en wetten onkundig mitsgaders van de Engelschen geheel afhankelik Regter, den Souratsen Nabab namentlijk te mogen overlaten, alsoo haar sulx van te veel gevolg voor 's Comp.:s privele„ „gien die absolut dicteeren dat niemand der Hollanders door de Jnlandse Gouverneurs mag worden beregt, toescheen en er in sulk een geval nog voor de Comp. selfs Nog. nog door haare Dienaren eenige se„ „kerheid meerder overbleef, terwijl sij gelukkig genoeg geweest sijn, om dit privilegie te maintineeren, en de beslessing buijten de handen van de Nabab te houden, met te consenteeren in de afdoeninge van dese verschillen, door de arbi„ „trage van Goede mannen; soo ras de Engelschen daartoe overgingen en haer deselve aanboden blijkens res: van den 19e April 173. Uijt welken hoofde sij Remonstranten dan ook verhoopen dat UW Hoog Edelhd:s wat dese particuliere saken betreft van de suiverheid haarer handelingen sullen gelieven gepersuadeerd te sijn, en sij flatteeren sig selven daer be¬ „nevens dat Hoogst Deselve sal ge„ „blijken, dat Schoon dese disputen Van 236 van de voorm: Jnlanders met Holmberg wel mede hebben verstrekt tot een voor„ „werp waarop de Comp: in 1772: en 1773. soveel geweld aangedaan is sij egter geensints de eenige of regte oorsaak daartoe gegee„ „ven hebben wanneer Uw Hoog Ed:s sullen gelieven in groot gunstige verweginge te neemen, hoe dat de Eng: ab sederd den Jaare 1759. wanneer sij de meesters wier„ „den van het Casteel en bij gevolge van de geheele stad souratte, van tijd tot tijd hebben getragt om 's Comp:s Firmans en vorregten in handen te krijgen, invoe„ „gen dit uit de Soeratsche Papieren al ter tijde van M:r Hodges in A:o 1765: ge„ „blijkt, mogelik en soo als te vreesen is, om die als dan te laten Translateeren en ten haeren meesten voordeele interpre„ „teeren, soo als sij sulx wel eer met de Transsen in Bengalen hebben geprac„ „tiseerd. 3 Dat. Dat dese selfde Britten mogelijk denkende dat de gelegendheid toenmals voor haar gunstiger was, al bij haeren brief van den 29:e December 1772. gevorderd hebben dat sij Rem. haar 's Comp: privi„ „legien vertoonen en daarvan Copien verleenen souden, En dat dit versoek door haar gedeclineerd sijnde laatste„ „lik bij brief van den 24:' Febr: 1773. Van Art 255 tot 279. om dat de Rem: de gevolgen daarvan maar, al te seer vreesden, en sij sig buijten de hooge toestemmin„ „ge van UW Hoog Ed=s onbevoegd oordeel„ „den om een diergelijke stap als daar is het vertoonen en afgeeven van de Voorregten den Edele Comp: te doen de Engelschen, de partije genomen hebben, om haar door alle wegen van geweld daartoe te dwingen, om waer toe te geraeken, en de remst:n in de noodtsakelijkheid te brengen van de bescherming.

NL-HaNA_1.04.02_3462_0545 view scan ↗

English

to require the protection of the English according to their obligations, when the Nabab made a beginning with occupying the house of a subordinate, taking two of its servants into prison, demanding satisfaction to Deanaet and Boetoese, abandoning the shipyard, restitution of the lands that belonged to the Company, storing the spices in the city, etc., just as all those demands consisting of 10 articles are inserted in the resolution of 24 February, and subsequently, as appears from the aforesaid resolution of 24 February 1773, preventing the unloading of the Company's vessels that had returned from Brootchia with the Company's linens, whereby the remonstrants were then brought into that predicament which had been expected, they addressed themselves to the English Ministry, and the latter declared further by their letters of 2 and 11 March of the same year frankly that they did not wish to meddle with the affairs of the Honorable Company before its Firmans were delivered into their hands, indeed, in order to bring the remonstrants into still further predicament, the Nabab forbade all dyers and printers from working for the Company or putting its linens in readiness, even under severe penalties, as appears from the resolutions of 24 March and 5 April of the more-often-mentioned year. And in order to demonstrate to Your High Noble Honors still further how the English in all their conduct held at that time had intended nothing other than to make themselves master of our Firmans, may Your High Noble Honors be pleased to cast their eye upon the journal kept by the secunde Sluijsken in his Bombay commission, and the documents attached thereto, particularly those to be found there under No. 9, 10, 11, 12, 12bis, 13, 14, 15, 17, and 18, which we take the liberty to annex hereto, from which it will clearly appear to Your High Noble Honors that both the Bombay and the Surat English Council have proposed nothing other to themselves than to force the remonstrants to the surrender of the Company's privileges through the predicament in which they necessarily had to find themselves because the Company's entire trade of sale and purchase was halted by the Nabab, which prevented them from being able to dispatch Walcheren even empty, and that the Council of Bombay would not resolve to desist therefrom before 6 April 1773, on which day that government first resolved to put us in a position to let the ship Walcheren depart from Soeratta, under that pretext of submitting the case of Deanaet to an impartial arbitration, as appears from the note of a member of that assembly, No. 18, and the letter from the English ministry at Souratta of 15 April inserted in the resolution of the 19th thereafter, of which arbitration, however, they had never made mention before. May the remonstrants not flatter themselves that from all this it will have appeared to Your High Noble Honors that the hindrances caused here to the Company and its subordinates in 1772 and 1773 had, in the first place, the production of the Company's precious privileges as their foundation; they flatter themselves further that it will clearly appear to Your High Noble Honors that it was entirely impossible for the undersigned Director and the members of the Council to let the ship Walcheren depart, even empty, before this misfortune befell it, let alone on or before 10 April; for not only had the Nabab from 13 February onward, as appears from the resolutions of the 24th ditto and 24 March as well as 5 April previously cited, forcefully obstructed their entire trade and especially also the dyeing and printing of the linens, but His Excellency even, as appears from the resolution of 10 April, on the 7th prior thereto, when, in order to be able to let the ship depart empty, the necessary permission was asked of him for the shipment of the provisions and native sailors, absolutely refused this, and declared never to grant it before and until his demands had been complied with; which prohibition was not revoked before 22 April, as appears from the resolution of the 26th ditto, notwithstanding the remonstrants even publicly protested to the English Chief, according to the resolution of the 10th of that month. The undersigned consequently most graciously beseech Your High Noble Honors to consider that they were utterly beyond the possibility and were prevented by force majeure from dispatching Walcheren earlier than would have happened if it had not perished, and that they have done everything that their power permitted to comply with the orders and to let it depart empty at the appointed time is shown by their resolution of 10 April, wherein they resolved, in order to provide the aforesaid Walcheren at least with provisions, to send the Company's vessels to the surrounding places and villages to obtain them; yet this was just as impossible for them as it was that they could let the aforesaid vessel depart without Moorish sailors, who are not to be obtained outside Surat, for of the 64 European heads, including also all the officers, boys, etc., with which it had arrived at Suratta, so many had died, and deserted, or were in the hospital at the Veel, that only 34 heads were on board, which small number was utterly unable to.

Dutch transcription

237 bescherminge der Engelsen volgens haare verpligtinge te requireeren er door den „met nabab een begin gemaakt wierd het Comp:s besetten van 't huijs van een onderhori„ „ge, het in gevangenis neemen van twee haarer Dienaren het vorderen van voldoeninge aen Deanaet, en Boetoese, het verlaten van de werff, res„ „titutie van de gronden die de 'sComp:s toebehorden, het bergen der specerijen in de stad, ensz: soo als alle die vorderin„ „gen in 10. Articulen bestaande, ter res:e van den 24. ' febry g'insereert sijn, en ver„ „volgens blijkens voorm: res: van den 24:e Febrij 1773. het Verhinderen om 's Comp:s vaartuijgen soo van Brootchier waren te rug gekomen met de Lijwaaten van de Comp: te ontlaeden waar door dan de Remst. in die verlegentheijd gebragt sijnde welke men verwagt had„ addresseerden sij sig aan het Engelse he mine. Ministerie, en dese verklaarden nader bij haar brieven van den 2:e en 11:e maert desselven jaers rondborstig van sig met de saeken van de Ed: Comp: niet te willen moeijen voor dat men haar desselfs Firmans ter hande stelden, ja ten eijnde haar Rem: nog verder in verle„ „genetheijd te brengen, wierd door den Nabab aan alle verwers en datukkers verboden om niet voor de Comp: te werken off haare Lijwaten ingereeek„ „heijd te brengen, selfs bij scherpe poenaliteiten, blijkens Res: van den 24:e Maart en 5„e April des meergenoem„ „den Jaars. En om UWHoog Edelheedens nog nader aentetoonen, hoe de Engelschen in all haar toenmalige gehouden gedrag niets anders hebben bedoeldt als om sig van onse Firmans meester te 238 te maaken, soo gelieven hoogst Deselve het oog te slaan op het gehouden ver„ „baal van den secunde sluijsken in sijne Bombaijse Commissie, en de daer agtergevoegde Documenten, bijsonderlik die al daartoe vinden sijn onder N:o 9, 10, 11. 12: 12:de 13. 14: 15: 17: en 18. welke de tem: wij de vrijheid neemen dese te annexee„ „ren, als waaruit UW Hoog Edelheedens klaarlik sal consteeren dat soo wel den Bombaijschen als den Coerat„ „sen Eng: Raad sig niets anders voor„ „gesteld heeft; als om de Rem: door de verlegendheid in dewelke sij sig ter oorsaeke 'sComp:s geheelen handel van Verkoop en Insaam door den Nabab gestremt wierd, en die haer selven beletten om Welcheren selfs ledig te kunnen versenden, noodwsendig bevinden moesten, tot de overgaave van 'sComp:s Privilegien te verpligtan„ en. 176 4. en dat den Raad van Bombaij niet eerder als op den 6: April 1773 heeft wil„ „len besluijten om daervan aftesien, op welke dag die Regeeringe eerst besloten heeft om ons instaat te stellen van het schip Walcheren van soeratta te kunnen laten vertrecken, onder dat voorwendsel van de saek van Deanaet aan eene onpartijdige Arbitrage over te laten, blijkens het briefjen van een Lid dier Vergaderinge N:o 18 en de brief van het Eng. ministerie te souratta van den 15:e April g'inle„ „reert ter res: van den 19=e daaraen, van welke Arbitrage sij egter nimmer bevorens hadden gewaegd. Mogen de remonstranten sig nie flat„ „teeren dat UwHoogEd:s uit desen allen sal sijn gebleeken, dat de traverses aan aan de Comp: en haere onderhorigen hier in. 239 in 1772: en 1773. toegebragt in de eerste plaats de Productie van 's Comp:s dierba„ re voorregten, ten grondslag gehad heb„ „ber, sij vleijen sig al verder dat het hoogst deselve klaarlik sal consteeren dat het den Ondergeteekenden, Directeur en de Leeden van den Raad, ten eenemaale ondoenlik is geweest om het schip Weelcheren selfs niet ledig te laten vertrekken bevorens hetselve dit ongeluk overge„ „komen is men geswijge dan op off voor den 10:e April, Want niet alleen dat den Nabab al van den 13:e febrij: afaan, blijkens de res: van den 24:e dito en 24: maart mitsgaders 5:e April hiervoor en g'allegueerd ders geheelen handel en voornamentlijk mede het verwen, en drukken der Lijwaten met geweld belethad„ „de, maar sijn Excellentie haer selfs„ blijkens tes. Van den 10:e April op den 7: daer bevorens. bevirens wanneer hem, ten einde het schip ledig te kunnen laten verstrek„ „ken, de noedige permissie wierd gevraagd tot den afscheep der provisie en Jnlandse zeevarende, sulx absolut geweigerd, en Verklaerd die nooijt te sullen geeven; voor en al eer men sijne vorderingen had ingewilligd en welk verbod niet voor den 22:e April blijkens de Res. van den 26:e dito wierd ingetrokken niet tegenstaen„ „de sij Rem: selfs publijcq bij den Eng: Cheff, hebben geprotesteerd, volgens tes: van den 10:e van die maend. De Ondergeteekende smeeken UW Hoog Ed:s om dienvolgens grootgunstig te considereeren, dat sij volstrekt, buij„ „ten de mogelikheid waren en door Overmagt verhinderd wierden om walcheren eerder te depecheeren als soude geschiet sijn, soo hetselve niet verongelukt. 5 248 verongelukt was, en dat sij alles hebben gedaan wat haar vermogen toeliet, om aan de ordres te voldoen en hen ter bepael„ „der tijds leedig te laten vertrecken, toond haar besluijt van den 10:e April, alwaer sij hebben beslooten, om ten eijnde voorm: Walcheren, ten minsten van Provisien te voorsien, 's Comp:s Vaartuijgen tot dies bemag„ „tiging na de omleggende plaetsen, en Dorpen aftesenden, dog even dit is haar soo ondoenlijk geweest, als dat sij voormelde Bodem sonder moorse zeevarende die buij„ „ten, „suratte niet te krijgen sijn, konden laten ver„ „stretken, want van de 64 Coppen Europeese waaronder meede gereekend alle de officie„ „ren, Jongens enz: met welke hetselve te suratta was aangekomen waren er soveel overleeden, en gedeserteerd off bevonden sig aen de Veel in het hospitael dat er sig slegts 34 Coppen aen boord bevonden welk ge„ „ring getal volstrekt buijten staat was, om. 176

NL-HaNA_1.04.02_3462_0552 view scan ↗

English

to bring the ship across in that season when a ship can no longer call at any ports on this coast and must directly continue its voyage to Batavia, while moreover the provisions could not be spared, since the 9 months for which the ship had been provisioned upon its departure from the Main Place had expired by half a month, and thus the same was unprovided with all provisions, the meat and bacon excepted. And as it is evident from this that it was impossible for the remonstrants to let Walcheren depart at the appointed time and not empty, so it further appears from the Resolution of the 19th of April cited above that as soon as the English waived the demand of the firmans and were inclined to let the disputed matters between Deanat and the Warehouse Master Holmberg be decided by an arbitration, where the Nabob previously demanded to settle them, they made known by letter of the 15th preceding that they, in order to enable the remonstrants to dispatch the ship, would intercede with the Nabob in order to remove all hindrances under which the Company's trade lay, insofar as was necessary for the dispatch of the ship; provided they agreed to submit the aforementioned case of Deanat to an impartial arbitration, to which the remonstrants immediately consented; and after all hindrances were only removed on the 22nd of April, it was impossible to let Walcheren depart by the 1st of May, for even if the same had gone empty, at a place like Surat, where the vessels are mostly all three and sometimes even 7 days on the way between the shore and the ship, at least 9 days are required to send the necessary crew, provisions, and water on board, and at the time that the misfortune befell Walcheren, the vessels with these, and with goods, lay in its sight, which due to the stiff breeze could not come outside. Above all this, the remonstrants must still beseech Your High Excellencies to take into most favorable consideration that the very thing that befell Walcheren on the 1st of May 1773 at the roads could just as well have happened in the best of the season, since according to the written report of the skipper Thomassen, Equipage Master van der Hegge, and mate de Sille, who examined the account of what occurred at the stranding of this unfortunate vessel, of the 24th of May 1773, inserted in the Resolution of that day, the misfortune was solely and very clearly to be attributed to the dereliction of duty of the first mate Hilkes, who had the command there; and although the remonstrants, not being seamen, cannot judge thereof to determine to what extent it was Hilkes's own fault, they can nevertheless assure Your High Excellencies, head for head, and prove with the testimony of all Surat, that at that time no heavy wind blew such as is customary here many times, let alone a heavy storm, and that on the night that the ship stranded, several heavy three-masted ships lay at the roads, all of which remained undamaged without even once going adrift. Indeed, never have these roads been judged so dangerous at the beginning of the month of May that any ship would avoid them for that reason, and those who successively have had the honor to govern this factory have never made any difficulty, when necessity demanded such as in this case, to keep the Company's ships here until late in May, as the following ships departed from the roads in that month; namely: Anno 1751: 1 May, 't Casteel van Tilburg 1758: 1 May, Vrijburg ditto: 5 May, Middelburg 1753: 7 May, de Admiraal de Ruyter ditto: 20 May, Tulpenburg 1754: 10 May, Thoornvliet 1755: 22 May, Ghiessenburg 1756: 2 May, Middelburg 1757: 14 May, Rhoon, to Denda Rajapoer Continuation. Anno 1757: 15 May, Lapienenburg ditto: 15 May, Vlissingen 1759: 27 May, Amelisweert 1762: 1 May, Noordbeveland 1763: 1 May, Bleijswijk. So that the remonstrants, with all due respect and subject to Your High Excellencies' superior wisdom and pleasure, flatter themselves that while it is fully demonstrated that Walcheren could not possibly sail on the 10th of April and not even before the 1st of May, having been virtually under detention until the 22nd of April, it can never be imputed to them that this vessel was wrecked, but that the same must be attributed to the violent conduct of the Nabob, which had as its foundation and guideline the intention of the English to make themselves masters of the Company's privileges, and to the dereliction of duty of some of the ship's crew, whose unpardonable conduct caused a costly ship, which had been provided with two new cables only a few days before, to run aground at the very same time that 9 other ships remained quietly at anchor without suffering damage. While finally the Second Sluijsken in particular takes the liberty very humbly to beseech Your High Excellencies that it may be taken into most favorable consideration in his regard that he, according to what has been advanced hereinbefore, and moreover from his official journal in the commission at Bombay, as well as from the previously cited proofs Anno 9, 10, 11, 12, 12, 13, 14, 15, 17, and 18, it is most clearly established, has not failed during his presence at Bombay to do everything that could in any way be of use to enable

Dutch transcription

om in dat Jaargetij wanneer een schif geenige haren meerder op dese kust kan aandoen, en direct sijne reijse na Batavia moet vervolgen, het schip over te brengen, terwijl daar en boven nog de Provisien niet te missen waaren, alsoo de 9 maanden voor dewelke het schip bij sijn vertrek van de Hoofdplaatse was geproviandeerd op een halve maand verstreken was, en dus hetselve van alle Provisien, het Vleed en Spek Uytgesonderd onvoorsien. En gelijk hier uijt dan consteerd dat het haar rem: ondoenlik is geweest om Walcheren op de bepaelde tijd &ddeselfs niet ledig te laten verstrecken, soo geblijkt het alverders uit de Res: van den 19e April hiervoren geciteerd dat soo ras de Engelschen, van de forderinge der fir„ „mans afsagen, en genegen waren om de questieuse saeken tusschen Deanat, en. 241 en den Pakhuijsmeester Holmberg door een arbitrage te laten beslissen, daer de Nabab bevorens vorderde om die af„ „te doen, bij brief van den 15:e bevorens, be„ „kend maekten, dat sij ten eijnde de Rem. instaet te stellen om het schip„ te kunnen depecheeren bij den Nabab Souden intercedeeren ten eijnde alle verhinderingen, waaronder 's Comp:s haen„ „del lag, weg te neemen, in soverre als er tot de depeche van het schip benodige was; mits zij toestemden om de saek van Deanaet voorm: overtegee„ „ven aan een oppartijdige Arbitrage sij Rem: aanstonds daer in geconsenteerd hebben; En waarna alle verhinderin„ „gen eerst op den 22=e April weggenomen sijnde, soo was het onmogelik om walcheren door den 1:e maij te laten verstrekken, want al soude hetselve ook ledig sijn gegaan, soo sijn er op een plaets./ plaats als te suratte, daer de vaartuigen meest alle drie, en somtijds wel 7 dagen tusschen de wal, en het Schip onder den weg sijn, ten minsten 9eeegen benodigd om de benoeligde manschappen, pro„ „visien en water na boord te senden en ten tijde dat het ongeluk walcheren overgekomen is lagen de vaertuijgen daer„ mede, en met goederen in sijn gesigt, die door de stijve hoelte niet na buijten konden komen. Boven dit alles moeten de Remn: VW Hoog Ed:s nog smeeken om in grootguns„ „tig aenschauw te neemen, dat hetselfde dat Walcheren op den 1:e meij 1773 Een de ver Rheede is overgekomen, even sowel soude hebben kunnen gebeuren in het beste van de tijd alsoo volgens het schriftelijke Rapport van den schipper Thomassen Equipagie meester van der Hegge, en stuur„ „man de Sille, welke het Relaas van het voorgevallene 242 voorgevallene bij het stranden van desen ongelukkigen kiel, hebben g'examineerd Van den 24:e meij 1773. g'insereert ter res:t van dien dag, het ongeluk alleen, en wel duijdelik aen pligt versuim van den daer op het Gesag gehad hebbende opperstuur„ „man Hilkes toeteschrijven geweest is; en schoon sij rem: als geene Zeelieden ^ nog, sig sulle vermeelen sijnde daarover niet kunnen oordeelen om vast te stellen in hoe verre het de eigen schuld van Hilkes is geweest, soo kunnen sij UWHhoog Ed: egter dit alle hoofd voor hoofd verseekeren, en met het getuigenisse van heel suratta bewijsen, dat er toen„ „maels geen swaere wind soo als men hier veel malen gewoon is, men geswijge dan een swaeren storm, gewaat heeft, en dat er dien nagt dat het schip stran„ „den, welgen daaronder diverse swaere Driemaste scheepen ter Rheede hebben ge„ „legen, welke alle sonder selvs eens driftig te raeken. 176 6. raaken onbeschadigd gebleeven sijn, Ja num„ „mer is dese Rheede in het begin van de maand Meij soo gevaarlik g'oordeeld, dat eenig Schip om die reeden deselve menagee¬ „ren soude, en de geenen, welke successive de eer hebben gehad, om dit Comptoir te bestieren hebben nooijt swarigheid gemaekt om de Comp: scheepen, wanneer de noodsaak sulx vorderde als in dit geval, hier tot verre in meij aente„ „houden, gelijk hier de volgende scheepen, in die maand van de Rheede vertrekken sijn; Namentlijk A:o 1751: 1: maij 't Casteel van Tilburg „ 1758: „ _o Vrijburg „ _:o 5: _o middelburg „ 1753. 7: _o de Admiraal de Ruyter _o 20:e _o Tulpenburg „1754: 10:e _ Thoornvliet „1755. 22. — Ghiessenburg „ 1756: 2: _o Middelburg „1757: 14: _ Rhoon, na Denda Rajapoer Vervolg. 243 A:o 1757. 15: maij Lapienenburg „ _ 15: „ Vlissingen „ 1759: 27: „ Amelis Weert „ 1762: 1: „ Noord beveland „ 1763. „ „ Bleijswijk. sulx dat de rem: salvo reverentia, en voor behou„ „dens UW Hoog Edelens hoog wijser wel behagen, sig flatteeren, dat terwijl het volkomen aangetoond is, dat valcheren onmogelik den 10:e April en selfs niet voor den 1„e meij seijlen konde, als tot den 22:e April genoegsaem in detentie geweest sijnde, het haer nimmer kan worden g'impu„ „teerd dat desen kiel verongelukt is, maer dat hetselve moet worden toegeschree„ „ven aan het geweldadig gedrag van den Nabab, dat ten grondslag en rigtsnoer hadde, het voorneemen der Engelschen om sig van 'sComp. s Crivilegienmeester te maaken, en aan het pligt versuijm van ^welkers sommige der scheeps verheeden onverander der„ „delik. 0 wel lg „delik gedrag, een kostelik schip, dat weijnige dagen bevorens nog van twee nieuwe touwen was voorsien geworden, laten stranden, ter selver tijd als er 9: andere scheepen gerust blijven leggen, sonder schade te lijden: Terwijl nog eindelik den secunde sluijskhen in het bijsonder de vrijheijd neemd; UW Hoog Edelheden seer Otmoedig te smeeken, dat tog ten sijnen reguarde in grootgunstige Consideratie komen mag dat hij volgens het geene hier vooren g'avanceert is; en daar benevens uijt sijn Verbaal in de Commissie te Bombaij, mits„ „gaders uit de hier voren aangehaelde bewijsen A:o 9 10: 11: 12: 12 rd 13: 14:15:17: en 18: ten klaarsten consteerd, niet nagelaten heeft om Geduirende sijn aanweesen te Bombaij alles aantewenden, wat eenig „sints van nuttigheid sijn konde om instaat te

NL-HaNA_1.04.02_3462_0559 view scan ↗

English

to arrive, to be able to let the Walcheren depart, that the remonstrant also succeeded in this here so far that the Bombay Council took the resolution thereto on the 6th of April, as appears from No. 18; that thereupon he left Bombay on the 7th, and by traveling night and day, although he had not yet completely recovered from a severe illness, arrived in Surat on the night of the 18th of April, where, according to the notes of that day, he immediately on the 19th ditto also applied his endeavors to let the Walcheren depart as soon as possible, and that it follows therefrom that the remonstrant could not have given any private consent before the 10th of April to detain the Walcheren, which, moreover, was unnecessary both for the first undersigned and for the members of the Council, since the detention or departure of the Walcheren did not depend upon their will and discretion, but upon absolute impossibility. For all of which the remonstrants for themselves, as well as the second, fifth, and seventh undersigned, in their capacity as authorized representatives of the former Warehouse Keeper Holmberg, then very humbly turn to Your High Noble Eminences, with the humble petition to very graciously relieve them again from the imposed and very oppressive tax of the Walcheren, and thereby kindly prevent the total ruin of many of the remonstrants, who otherwise, if they must remain deprived of their wages, will have to perish of want; while they may assure Your High Noble Eminences that they will acknowledge this favor for life, and will seek to make themselves worthy thereof through faithful and diligent conduct. Which doing, etc. Translation, Accordeert Jb. Goerdel P. G. Klark Examined Translation No. 9. To Mr. Muijsken Dear Sir! I have received Your Honor's honored letter of yesterday with its enclosures from Surat; please be assured that I shall try to bring about everything within my power to achieve the objective of your desires, but according to what I observed last Tuesday, they will proceed to nothing beyond the firmans, and to assure Your Honor of the truth, they have already committed themselves too much in this matter to change their minds about it. I have the honor to be, Dear Sir, Your Honor's very humble and very obedient servant, signed, Wm. Tayler. In the margin: Friday. Lower: Agreed: signed, H. br. Spieringee p.l E. G. Clercq. No. 10. Translation Dear Sir! To Mr. Wm. Tayler. However much I desire to converse with Your Honor, I have been prevented from doing so by my continual indisposition, and thus have only to recount, in reply to Your Honor's letter of last Friday, that however hard it is for us that they continue to insist in Surat on the presentation of our firmans, it is even more distressing for us, not to use other expressions, that they seek to involve the matter with Deanat therein, the decision of which they wish to leave to the Nabab, notwithstanding that these different matters have nothing to do with each other; for in the first proposal they have to act in Surat as Governor of the Castle, and in the second as servants of the English Company, under whose protection the said Deanat is located. It is therefore impossible that the Nabab acts violently in this latter matter, unless he is incited thereto by some word or other, and therefore the impartial world must find this proceeding devoid of all reason. Notwithstanding, I have learned anew through the letters received today from Surat that the Nabab, pursuant to these demands, has prevented the processing of our linens there, and that everything is therefore currently denied to us. Therefore, I request Your Honor that an answer may be given to us as soon as possible to the letter that was written from Surat to your Governor and Council here, so that we may take such a decision upon it as we shall deem necessary. As I have not yet learned anything to date regarding the decision of the Broach disputes, I request Your Honor to be pleased to send it to me, being of the intention to set out on my way upon recovery. And in the meantime I have the honor sincerely to be, dear Sir, Your Honor's very obedient servant, signed, A. J. Sluijsken. In the margin: Friday the 25th of March 1773. Lower: Agreed, signed, H. k Spierijer. p.l E. G. Clercq. No. 11. Translation To Mr. Sluijsken Dear Sir! I have duly received Your Honor's honored last letter and am very sorry about your indisposition; I would have come to wait upon Your Honor today had I learned of it earlier, which I have then postponed until tomorrow. Regarding the Surat matters, if Your Honor can decide to present the firmans, I think that from here they would place those of Deanat on such a footing that they will cause no hindrance to the trade of Your Honor's Company. In my view, I find not the least difficulty in producing the firmans. Since Your Honor has the right, why not show them? Your Honor will please forgive me the liberty I take to send Your Honor my thoughts on this; Your Honor has asked me for them, and I promised them to Your Honor. To succeed in this matter, I judge it best for Your Honor that Your Honor writes a letter to the Governor and Council here, declaring therein that since Your Honor's gentlemen are prepared to accommodate as much as is in their power, so that the service of their masters is not obstructed, Your Honor can assure them that the firmans will be produced, and requesting

Dutch transcription

24n te geraaken, van walcheren te kun„ „nen laten vertrekken, dat hij remonstr:s hier ^ euws ook soo verre geslaegd is dat daartoe bij den Boumbuijsen Raad op den 6:e April het besluijt is genomen blij„ „kens N:o 18:e dat hij daarop den 7:e Bombaij verlaten heeft, en door, nagt endag, door te reijsen, schoon hij nog niet vol„ „komen van een swaare siekte hersteld was des nagts van den 18:e April te soeratta is aangekomen alwaer hij den 19:e d:o volgens tes van dien dag aen„ „stonds sijne devoiren mede heeft aen„ „gewoend om Welcheren ten spoedig„ „sten te laten vertrekken, en dat daer uijtvolgd, dat hij rem:t voor den 10:e April geene particuliere toestemminge om Welcheren aantehouden heeft kunnen geeven, het geen ook buijten dien soo wel voor de Eerste ondergeteekende als voor de Leeden van den Raad onnodig. 76 87. ennodig was alsoo het aanhouden off vertrekt van Walcheren niet van haere wil en goedvinden maar van de ab„ „solute onmogelikheid heeft afgehangen. Om al hetwelke sig de remonstran„ „ten voor sig selven, mitsgaders de tweede, vijfde, en seevende Ondergeteekendens, in de qualiteit als Gemagtigdens van de geweesen Pakhuijsmeester Holmberg, dan seer Ootmoedig keeren tot UW Hoog Edelheeden, met nedrige beede, om haarlieden „haer soo van de opgelegde, en seer drukkende belastinge van Weilcheren groot guns„ „tig wederom te ontheffen, en daer door goediglik voor te komen de totaele ruine van veele van haar rem=ten welke Andersints wanneer van haere Gagien moeten verstocken blijven van gebrek sullen moeten vergaen, terwijl sij 24W Hoog Ed: 245 Hoog Edelheedens mogen verseekeren dat sij dese gunste levenslang sullen erkennen, en door een getrouw en vlijtig gedrag sig deselve soeken waardig te maeken. /:onderstond:/ 'T welk Doende; &c. Vertaaling, Aacameart Jb. Goerdel P: G: Klark Nagesien 176 6 Verraaling 246 Vertaaling N:o 9. Aan de Heer Muijsken Waarden Heer! UWel Ed:s geerde letteren van gisteren met dies inleggende van souratta hebbe ontfangen; gelieft verseekerd te sijn dat ik tragten sal alles te bewerken wat in mijn vermogen is, om het oogmerk uwer verlangens te berijken, maar volgens het geene Waarop ik voorleeden Dingsdag gelet hebbe, sal men tot niets overgaan buijten de Phirmans, en om UWEd: van de waarheijd te verseekeren, men heeft sig Albereeds hierinne te veel overgegeeven, om daaromtrend van ge„ „dagten te veranderen. Gk: 176 Ik heb d' eer te sijn /:Onderstond:/ waarden Heer /:lager:/ UW Ed: seer onder„ „danige en seer gehoorsame Dienaar /:geteekend:/ W=m Taijler /:in margine:/ Vrijdag /:nog lager:/ Accordeerd : /: getee„ „kend:/ H:b:r Spiergjee p:l E: G: Clercq. No: 10. 247 Vertaling Waarden Heer! Aan de Heer W=m Taijler. Hoe zeer ik ook verlange UWEd. te onder„ „houden, is mij sulx door mijne gestadige onpasselikheid belet, en hebbe dus alleen„ „lijk te verhaelen, in antwoord op UWE. brief „se van Vrijdag laatst, dat hoe hart het ons ook sijn dat men te souratte op de vertoning onser Tirmans blijve aandrin„ „gen, het nog vrij verdrietiger voor ons is /om geene andere uitdrutkingen te ge„ „bruijken:/ dat men daar in de saek met Deanaat zoekt, te witkelen, en waarvan men de beslissinge aan den Nabab wil overlaten, niet tegenstaande deze verschillen de saaken, niet met malkander uijtstaande hebben, wan in het Eerste voorstel heeft men te souratte te handelen als Gou„ „verneur van 't Casteel, en in 't tweede No. 101 176 tweede als dienaren van de Engelsche Comp:s onderwiens bescherminge gem: Deanat sig bevind. het is dus onmoge„ „lijk dat den Nabab in dese laetste zaak geveldiglijk handele, 't en zij hij daartoe door den een of anderen woorde aangespoord, en daarom moet de onpartijdige wareld dit geding van aller reeden ontbloot vinden niet tegenstaande hebbe op 't nieuwe door de op heeden van Souratta ontvangene brieven vernomen, dat den Nabab ingevolge dese vorderin¬ „gen het bereijden onser Lijwaten al „daar heeft belet, en dat ons dus te„ „genwoordig alles belet is. Dus versoeke UwEd: dat er ons mag worden g'ant„ „rovord, soo ras mogelik op de brief wel„ „ke men van souratta aen Uwen Gouverneur en Raad alhier heeft geschreeven, op dat wij daar op sulk een 2 - 248 waarde een besluijt mogen neemen als nood„ „wendig sullen agten. – Gelijk ik tot nu toe nog niets aangaande de beslis„ „singe der Trootchiase geschillen hebben vernomen, versoeke ik UWEd: mij sulx te willen doen toekomen, sijnde se voornemens mij bij beeterschap opweg te begeeven. - en intusschen hebbe de eere opregtelijk te sijn; waarde Heer UWEd:e seer gehoorsame Dienaar /.geteekend:/ A: J: Sluijsken. /: in mar„ „gine:/ Vrijdag den 25:e Maart 1773: /:lager:/ Accordeerd /:geteekend:/ H:k Spierijer. p:l E: G: Clercq. sche 1776 No. 11. bertaling Aan de Heer Sluijsken Waarden Heer! Jk hebbe wel ontvangen UWEd: g'eerde laatste en ben zeer bedroeft over des„ „selfs onpasselikheid; Jk soude Uwel Ed: heeden sijn gaan opwagten indien sulx vroeger vernomen had het geene dan tot morgen hebbe uitgestetd. Belangende de Souratse zaako„ „lijkheeden, bij aldien UWEd: besluij„ „ten kunnen dat men de Cirmans vertoond denk ik dat van hier die van Deanaet op soo een voet soude stellen, dat so geen ver„ „hindering aan den handel UWEd: Comp:e sal veroorsaaken. — Volgens 249 Volgens mijn gedagten vind ik geen de minste swarigheeden in 't produ„ ceeren der Firmans. -Vermits UW Ed: 't regt hebben, waaromme se dan niet doen zien UWEd. gelieve mij te ver„ geeven de vrijheid die ik mij aan„ matige UW Ed: mijne gedagten hier„ over te doen toekomen UWEd: heeft er mij na gevraagt, en ik ze UWEd. bebooft. Om in dese saak te slagen ordeele ik voor UWEd: best te sijn doet UWEd: aan Gouverneur, en Raad alhier een brief schrijven, waarinne ver„ klarende, dat dewijl UW Ed:e Heeren berijd sijn om sig zooveel in haere vermogen is te voegen; sodanig dat den dienst harer meesters niet bezet worde UEEd: hunnend wegens versekerd dat de Pirmans zullen worden geproduceert, en Verdoekende 1776

NL-HaNA_1.04.02_3462_0570 view scan ↗

English

No. 11. To Mr. Sluijsken better Dear Sir! I have duly received your latest and am very distressed [illegible] own indisposition; I [illegible] Your Honour's today have gone [illegible] if I had learned such earlier [illegible] had that which on until [illegible] I have postponed. Concerning the [illegible] [illegible], in case you [illegible] can that one [illegible] shown I think that [illegible] that of Deanaet in such a way [illegible] would set, that they no [illegible] hindrance to the [illegible] Your Honour's Company will cause [illegible] According According to my thoughts I find not the least difficulty in producing the Firmans. Since Your Honour has the right, why then not show them? Your Honour, please forgive me the liberty that I assume to send Your Honour my thoughts here- upon. Your Honour has asked me for it, and I promised them to Your Honour. In order to succeed in this matter I judge it to be best for Your Honour that Your Honour write a letter to the Governor and Council here, wherein stating that, since Your Honour's Gentlemen are prepared to comply as far as is in their power, in such a manner that the service of their masters be not impeded, Your Honour on their behalf assures that the Firmans will be produced, and requesting requesting at the same time that the matter of Deanaet be submitted to the decisions of two of Your Honour's, and two of our Gentlemen; and if Your Honour finds such convenient, to two natives, the one by Mr. Holmberg, and the other by Deernaet appointed. Concerning the Broach matter, please write a word to the secretary, who may have forgotten it. I have the honour to be with much respect, underwritten: Dear Sir, lower: Your Honour's very humble and very obedient servant, signed: W:m Taijler. In margin: Saturday evening, the 27th of March 1773. Still lower: Agreed, signed: H: Spiering, first clerk of the Honorable Company. Bombay No. 12. Bombay To the Right Honourable William Hornby, President on behalf of the Honourable English Company, and Governor of His Britannic Majesty's Castle; together with The Council Right Honourable Sir and Gentlemen. Whereas the Nawab of Surat since the month of December past until now has seen fit upon various frivolous pretexts to inflict diverse impediments upon the trade of the Noble Dutch Company there, we were compelled to request of the English Council at Surat in the capacity of Governor of the Mogul Castle, asking them to guarantee and maintain us according to their obligation in all such privileges and ancient customs as to which the Noble Dutch Company at Surat is entitled. We thought we might flatter ourselves with the satisfaction of this request, but the outcome has not answered our expectation, as the Nawab has continued in committing all manner of violences, and Your Right Honourable Chief and Council there have not seen fit to render us any aid against this, under the pretext that they were unacquainted with our Firmans, and that these must first be produced; meanwhile, the Nawab has already extended his proceedings so far that, after the entire trade has already stood still for two months, he has now, a few days ago, also forbidden all workmen to prepare the Company's linens. I should not need many words to demonstrate to Your Right Honourables the illegitimacy of such conduct, and the damage which is thereby inflicted upon the Dutch Company; rather passing this by, I may assure Your Right Honourables that it is, for us at Surat according to the rules of our service, utterly impossible to proceed to such a step as the laying open of the Company's privileges without prior orders. Orders of our superiors, I thus find myself obliged, as I am here on a public mission to Your Right Honourables, to most obediently request hereby of Your Right Honourables that you kindly interpose your authority, to the end that the Surat Council, as Castle Governor, oblige the Nawab there to desist from all violent proceedings and to let the trade of the Noble Dutch Company proceed without disturbance, in the meantime that we have time to ask the pleasure of our High Masters, and upon which we can receive an answer in the month of November. Hoping that Your Right Honourables will be pleased to grant this request, the more so as we ourselves, on various occasions and most recently recently in the case of the free skipper James Stevens, have been referred to the answer of their superiors, and as this has also repeatedly occurred to us by the Surat Council, and as we otherwise should be compelled to let the entire trade of the Company stand still, and to let the ship depart without goods, so I have the honour to subscribe myself with true high esteem, underwritten: Right Honourable Sir, and Gentlemen, lower: Your Right Honourables' very humble servant, signed: A: J: Sluijken. In margin: Bombay, the 29th of March 1773. Still lower: Agreed, signed: H: Spiering, first clerk of the Honorable Company. Dear 2 ditto No: 12 To Mr. Taijler Dear Sir. Having had the honour to duly receive Your Honour's very agreeable letter of today, I express Your Honour thanks for the interest you are pleased to take in my well-being. It is no longer a secret for us to learn that it was already decided a long time ago to treat us at Surat like the Portuguese and French, as long as the Firmans shall not have been shown, and also that they wish to have the matter with Deanaet settled arbitrarily by the Nawab; our eyes have been opened in this, Sir, and I leave it solely to Your Honour's reflection.

Dutch transcription

No. 11. Aan de Heer Mluijsken berter Waarden Heer! Jk hebbe wel ontvangen Uw. laatste en ben zeer bedrot„ „selfs onpasselikheid; Jk U Wel Ed: heeden sijn gaan indien sulx vroeger vern had het geene aan tot hebbe uitgesteld. Belangende de Coura „lijkheeden, bij aldien U „ten kunnen dat men vertoond denk ik dat v die van Deanaet op soo soude stellen, dat se ge„ „hindering aan den h UWEd: Comp:e sal veroorsaa Volgen 249 Volgens mijn gedagten vind ik geen De minste swarigheeden in 't produ„ „ceeren der Firmans. - Vermits UWEd: 't regt hebben, waaromme se dan niet doen zien UWEd: gelieve mij te ver„ „geeven de vrijheid die ik mij aan„ „matige UwEd: mijne gedagten hier„ „over te doen toekomen UWEd: heeft er mij na gevraegt, en ik ze UWEd. belooft. Om in dese saak te slagen ordeele ik voor UWEd: best te sijn dat UW Ed: aan Gouverneur, en Raad alhier een brief schrijven, waarinne ver„ „klarende, dat dewijl UW Ed:e Heeren berijd sijn om sig zooveel in haere vermogen is te voegen; sodanig dat den dienst harer meesters niet beket worde UWEd: hunnend wegen versekerd dat de Pirmans zullen worden geproduceert, en Verdoekende versoekende ter gelijker tijd, dat de zaak van Deanaet worde onderworpen aan de beslissingen van Twee, van UWEd, en Twee onser Heeren; en indien UWEd: sulx gevoeglijk vind, aan Twee Jn„ „landers, den eene door den Heer Holmberg, en de andere door Deernaet benoemd. Aangaande de Brootchiase zaek gelieve UWE: een woord, aan den secreta„ „ris die het mogelik onschooten is te schrijven. Jk heb de Eere met veel agting te zijn /:onderstond:/ waarde Heer /:lager:/ UWEd: seer onderdanige en seer gehoor„ „samen Dienaar /:geteekend:/W:m aijler /:in margine:'/ Saturdag 's avond: den 27. maart 1773. /. nog lager:/ Accordeerd /: geteek:t/ H: Spiergjer, p:s E: G: Clercq. Bombaij 250 No. 12. Bombaij Aan den Wel Ed: Agtbaren Heer William Hornbij President van wegens de honorable Engelsche Comp:, en Gouverneur van zijn Groot Brittanische ma„ „jesteits Casteel; benevens Den Raed Wel Edele Groot Agtbare Heer Er Heeren. Wanneer den Nabab van Souratta sederd de maand December C:l: tot nut toe konde goedvinden op ver„ „scheijde frivole pretexten diverse stremmingen aan den handel van de Edele Hollandse Compag„ „nie aldaar toe te brengen wier„ „den wij genoodsaakt om van den 7 den Eng:s Raad te Souratta in de Qua„ „liteit van Gouverneur van het mogolse Casteel te versoeken om te vragen om ons volgens derselver verpligting te guaran„ „deeren en te bewaren bij alsulke voorregten en oude gewoonten als waar„ „toe d' E: Nederlandsche Comp: te Sourat„ „ta geregtigt is. Wij dagten ons te mogen flattoeren met de voldoeninge van dit versoek bij de uitkomst heeft onse verwagting niet b'antwoord, alsoo de nababmet, het pleegen van alle violenties is is voort gevaren en Uw Groot Agtb: Chef en Raad aldaar niet heeft kunnen goedvinden ons daar tegen eenige adjude te bewijsen op voorgee¬ „ven dat, van onse Firmans onkun„ „dig waren, en die vooraf geproduceerd worden moeten ondertusschen heeft. 251 heeft den Nabab sijne procedures bereeds tot soo verre uijtgestrekt, dat hij na dat den geheelen handel al twee maanden heeft stil gestaen„ nu voor weinig dagen ook aan alle werklieden het ingereedheid brengen van 's Comp. s Lijwaten heeft laten verbieden. - Jk soude niet veel woorden nodig hebben om UWEd: G: Agtb: de onregtmatigheid van sodanigen gedrag, en de schade welke daar door aan de Hol„ landse Comp:e word toegebragt te betoogen, dan sulks liever passeeren„ soo mag ik UWEd: G: Agtb: Verseeke„ „ren en dat het ons op soeratta volgens de Regulen van onse dienst volstrekt onmogelijk is; om tot sulk een stap als het open leggen van 'sComp:s Privilegien overtegaan, sonder voorgaande Ordres. 179 Ordres onser superieuren vind ik mij dus verpligt als mij alhier in een Publicque Commissie bij UEdEd: G: Agtb: bevindende, om bij desen van Uwel G: Agtb: Gehoorsaamst te versoeken dat deselve gunstig haar gesag ge„ „lieven te interponeeren, ten eijnde den Souratsen Raad als Casteels Gouverneur den Nababaldaar verpligten van alle geweldige Proce„ „duires aftesien en den handel van d' E: Holl: Comp: een ongestoorden voortgang te laten hebben immid„ „dels dat we tijd hebben om het wel behagen onser hooge Gebiederen te vragen, en waarop wij inde maand van Nevember antwoord ontvangen kunnen. Verhoopende dat uwEd: Agtb: dit versoek sullen gelieven te accordeeren, te meer daar ons selfs differentemalen en no„ laast. 252 laatst in het geval van den vrij schipper James Stevens hebben ge¬ „renvoijeerd na het antwoord harer superieuren, en ons sulx ook te meer„ „malen door den Souratsen Raea geschied is, en daar we andersints souden genooddrongen sijn, om den heelen handel van de Comp:e te laten stitstaan, en het schip son„ „der goederen te laten vertrekken, soo hebben d' Eer mij met waare hoogagting te onderschrijven /:on „Heer, en derstond:/ Wel Ed: Groot Agtbaare„ 1 Heeren /:Lager:/ UwelEd: Groot Agtbare seer Ootmoedige Dienaren /:geteekend:/ A: J: Sluijken /:in margine:/ Bombaij den 29:' Maart 1773. /. nog lager:/ Ac„ „cordeerd /:geteekend:/ H:s Soicagjee p:l E: G: Clercq: — Waarde./ 776 28t. 2 d:o No: 12 Aan de Heer Taijler Waarden Heer. De Eere hebbende gehad wel te ontfan¬ „gen UWEd: seer aangename van heeden betuijge UWEd. dank voor 't deel welke aan mijne welstand gelieft te neemen, het is niet meer een geheijm voor ons te verneemen, dat men bereets voor lange tijd beslooten heeft ons te souratta te handelen gelijk de Portugeesen, en Fransen, soo lange de Fix„ „mans niet sullen hebben ver„ „toond, alsmede dat men de snak met Deanaet door den Nabab willatig es lissen; onse Oogen sijn hiel in opgeheldert mijn Heer, en ik laat eeniglik aan UWEd: nadenken Over.

NL-HaNA_1.04.02_3462_0579 view scan ↗

English

253 about what an impartial world will say of such proceedings, which have at least been brought so far that we shall finally be forced to make public complaints; what must our High Government at Batavia think, when they shall discover that, in return for hundreds of civilities which are shown at Batavia to the private ships arriving now and then, it has been refused at Souratte to allow a free course to the Company's trade until the coming month of November, when orders from Batavia regarding the production of the Firmans could be expected. When 176 When our Company has funds to claim from anyone under English Protection, we are answered by the Council: Gentlemen, please ask it before our Court of Justice; and when their protégés demand something from us, the matter is left to the judgment of the Nabab, who has himself paid thereupon; if that is done rightfully and according to equity, then the Gentlemen come to our aid. Captain James Stevens owes money to our Company, which we demand from the Council at Bombay, who for 3 years have constantly answered us that when we shall have obtained orders from our superiors, we shall satisfy you; we ask only seven months' postponement. 254 Postponement of the Production of the Firmans, and it is refused to us. Finally, worthy friend, not to go further, I must inform your Honour that there are Gentlemen among you who think to take advantage of these critical circumstances of some, in order to oblige us to the satisfaction according to their wish; but I assure your Honour of the contrary; the Government at Souratte has the power to do us much violence yet, but will nevertheless never force us to the Production of our Firmans without an authorization from our high superiors at Batavia; as far as I am concerned, I would rather risk everything than give my consent thereto. 176 and thus, being unable to do otherwise, the ship will at once have to depart empty for Batavia, and we shall remain struggling motionlessly for 7 months under the oppressions of the Nabab, in expectation of what God's providence has decided concerning us, not failing, however, to make the proper protests against it. I have received the letter concerning the Brootchia disputes, and shall take it with me, and yet, as far as I remember, I requested that our Company might be permitted to continue to maintain its factory there, having the right thereto by Firmans etc., but I have not solicited thereto as a slave. My 255 My goods depart tomorrow for Souratta, and I am going on Saturday to live for a few days with our friend Ramsay, from where I shall then return home, very grieved that I am unable to settle my commission. I have the honour to be with perfect respect, /:was written underneath:/ worthy Sir! /:lower:/ Your Honour's very obedient and humble servant /:signed:/ A: J: Sluijsken /:in the margin:/ 1st April 1773. /:still lower:/ Agrees /signed:/ Hbs Spiering C: E: Clerk Right Honourable 1776 To Mr. Willem Hornby Right Honourable and Most Worshipful Sir! On the 29th of March last I had the honour to request of Your Right Honourable Worship together with the Council that they would be pleased to interpose their authority, to the end that the Sourat Council, in the capacity of Governor of the Mogul Castle, should oblige the Nabab there to cease all violences, and to let the trade etc. of the Honourable Dutch Company enjoy a free course, and that until the month of November next, in which time we should be provided with orders from our superiors regarding the production of our Firmans. No. 13: 256 And whereas until now I have not found myself honoured with any answer, may Your Right Honourable Worship please pardon me that the importance of the matters forces me to solicit Your Right Honourable Worship repeatedly, and thereby to submit to the same for consideration that granting such a request can certainly cause not the very least detriment to the Sourat Council, I testify to the English Company, as it certainly has it as much in its power in 7 months as at present to make the mentioned requisition to us regarding the Firmans. That Your Right Honourable Worship yourselves several times when we had something to claim, 176 as lately in the case of James Stevens, have postponed us 2 to 3 years until the orders of their superiors; yes, the letters of your Council at Souratte would show twenty examples that we were kept waiting for months, merely by saying that they had no orders from their superiors, and thus I may expect from the generosity of Your Right Honourable Worship that we may be treated equally in similar cases; the more so in a case of so much importance as the producing of the Company's privileges, where I must, yes sincerely may assure Your Right Honourable Worship that we are unable thereto—let them then do whatever they think fit—without previous authorization of our superiors. Yes, it is with all possible urgency that 257 that I take the liberty to request Your Right Honourable Worship to make such provision that the trade of the Company may proceed undisturbed, and the ship, which within a few days must depart for Batavia, may be fully laden, while we shall be in a position to see ourselves supported in November next with the orders of our superiors regarding the Production of the Firmans. With which I have the honour to remain with deep respect, /:was written underneath:/ Right Honourable and Most Worshipful Sir /:lower:/ Your Right Honourable Worship's very humble Servant /:signed:/ A: J: Sluijsken, /:in the margin:/ Bombay the 3rd of April 1773. /:still lower:/ Agrees /:signed:/ Mr. Spiering C:l E: G: Clerk. Worthy 176

Dutch transcription

253 over wat een onpartijdige vareld van diergelijke proceduiren welke men althans tot soo verre heeft ge„ „bragt dat wij eijndelik stullen gedwongen sijn Publicque klagten te doen; seggen sal wat moet onse hooge Regeering te Batavia denken, wanneer se sullen ont„ „waren dat tot vergelding van honderden beleeftheeden, welke men te Batavia aan de nu en dan komende Particuliere scheepen bewijst, men geweijgert heeft, te souratte toetestaan een vrijen loop aan 's Comp:s han„ „del, tot in de maand van Novem„ „ber aanstaande wanneer men van Batavia omtrend de pra„ „ductie der Firmans ordre verwagten konde. Warineer 176 Wanneer onse Comp:s gelden te vorderen heeft van iemand onder Engelsche Pro„ „tectie, word ons door den Raad g'ant„ „woord. - Mijne Heeren UWEd:s gelieven 't voor onsen Raad van Iustitie te vraa„ „gen, en wanneer derselver geprotegeerde iets van ons verlangen; laat men de zaak aan 't oordeel van den nabab over, die daarop sigt betaeld, is dat Regt gedaan, en volgens de billijk„ „heid als dan komen ons de Heeren te hulp. ten Cap:t James Stevens is geld aan onse Comp: verschuldigd, 't geene wij van den Raad te Bombaij vragen„ die ons gedurende 3 jaren gestadig antwoord wanneer wij ordres van on„ „ „se superieuren sullen hebben ex„ „langd, sullen we UE: voldoen wij vragen eeniglijk seeven maanden, Uijtstel./ 254 Uijtstel van de Productie der Tir„ „mans, en 't hoord ons geweijgerd. Eijndelik waarden vriend om niet ver„ „der te gaan, moet ik UwEd. melden, dat er Heeren onder UWEd. sijn wel„ „ke denken, dese Creticque omstan„ „digheeden, van sommige waar te sullen neemen, om ons tot de vol„ „doeninge na haren wensch te verpligten. — maar ik verseeker UWEd: het tegendeel, der Regeerin„ „ge te souratte, te vermogen van ons nog veel geweld aente doen; maar sal ons evenwel nooijt dwin„ „gen tot de Productie onser Pir„ „mans buijten een qualificatie van onse hooge superieuren te Batavia voor soo verre mij betreft soud ik er liever alles aang wagen dan mijne toestemming daarin te geeven. 176 geeren, en dus niet anders kunnende sal het schip ten eersten na Batavia leeg moeten vertrekken, en wo sul„ „len gedurende 7 maanden Roerloos onder de Verdrukkingen van den Nabab blijven sukkelen in Verwag„ „ting van 't geene Gods voorsienig„ „heid over ons heeft beslooten sul„ „lende evenwel niet nalaten om de behoorlijke protestatien daartee„ „gen te doen. De brief over de Brootchiase geschil„ „len hebben ontfangen; en sal hem selfs mede neemen, en dog voor Corel het mij heugd, hebbe ik verkogt dat onse Comp:e mogte worden toegestaen om sijn Compt:r aldaar te blijven aan„ „houden, als hebbende daartoe regt bij Firmans &=a maar hebbe daartoe niet gesolleciteerd als een Clave Tijne 255 Mijne Goederen vertrekken morgens na Souratta, en ik gae saturdag voor eenige dagen bij onsen vriend Ramsaij woonen, waarvan dan ik te huijs sal keeren, seer droevig dat ik onvermogens ben om mijn Commissie te vereevenen. Ik heb de Eer met volmaakte ag„ „ting te zijn. /:onderstond:/ waerde Heer! /:Lager:/ UWEd: seer Gehoorsame, en On„ „derdanige Dienaar /:geteekend:/ A: J: Sluijsken /:in margine:/ 1:o April 1773. /:nog lager:/ Accordeerd /geteekend:/ Hb:s Spiagjer C: E: Clercq Wel Edele 1776 ƒ Aan de Heer Willem Hornbij Wel Edele Groot Agtbare Heer! Den 29:e Maart b:l: heb ik deer gehad bij UWEd: Groot Agtb: benevens den Raed te versoeken dat deselve gunstig hall gesag gelievden te interponeeren ten eijnde den Souratse Raad in de qualiteid van Gouverneur van het mogols Casteel den Nabab aldaar wilde verpligten om al„ „le violentien te staaken, en om den handel &: van de Ede Hollandse Comp: een vrijen loop te laten genieten, en sulx tot de maand van November Eerstkomende in welken tijd wij omtrend de Productie onder Firmans met ordres onder supericu„ N:o 13: „ken. 256 „ren souden weesen voorsien. En vermits ik mij dat tot nog toe met geenig antwoord vereere gevon„ „den hebben gelieve UWEd: Groot Agtb: mij te pardonneeren dat de aengelegend„ „heid der saken mij dwings UWEd: Groot Agtb: bij herhaling te solliciteeren; en deselve daarbij in bedenking te geeven dat het accordeeren van sulk een versoek immers geen het aller„ „minste nadeelen aan de Coratse Raad ik getuijge aande Eng: Comp:s kan toebrengen, alsoo sij het immers over 7 maanden soowel in haare magt heeft als thans om ons de gementioneerde requisitie omtrend de Firmans te doen. Dat UWEd: Groot Agtb: selven te meeren „malen wanneer wij iets te vorderen had„ „den. /. 176 en „den, als laast in 't geheel van James Stevens, ons 2 à 3 Jaren hebben uitgesteld tot de ordres van haare superieuren Ja de brieven van Uloen Raad te Cou„ „ratte souden, twintig Voorbeelden aan„ „toonen, dat men ons maanden heeft laten loopen, eeniglijk met te seggen dat geen ordres van hare superieuren hadde, en dus meer ik van de Edel„ „moedigheid van UWEd: Groot Agtb: te mogen verwagten, dat wij ingelijke gevallen egaal mogen behandelt worden, —. te meer in een geval van sooveel aangelegentheid als het prodec„ „xeeren van 'sComp:s privilegien daar ik UW Groot Agtb: moet, Ja opregtelijk „daar mag verseekeren dat wij „ toe onvermo„ „gend zijn, men doe dan ook wat men Goed vinde sonder vorige qua¬ „lificatie onser superieuren. - Ja het is met alle mogelijke Empressement dat. 257 dat ik de vrijheid neem UW Ed. Gaart Agtb: te versoeken; om die Voorsieninge te doen, dat den handel van de Comp: ongestoord mag voortgaen, en 't schip dat binnen weinige dagen na Bata„ „via vertrekken moet volladen worden mag, terwijl wij instaat sullen sijn; om ons in Novemb: aanstaande met de ordres onser superieuren gesterkt te sien omtrent de Pro„ „ductie der Firmans. - Waarmede de Eer heb met een diepen Eerbied te verblijven. /:onderstond:/ Wel Ed: Groot Agtbare Heer /:Lager:/ Uwel Ed: Groot Agtb: seer Ootmoedige Dienaar /:geteek:d:/ A: J: Sluijsken, /:in margine:/ Bombaij de 3:e April 1773. —. /:nog lager:/ Accordeerd /: geteekend:/ M:r Spierejer C:l E: G: Clercq. Waarde 176

← previousnext →