VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3482

Coromandel · 1,042 pages · 189 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3482_0413 view scan ↗

English

horses lay, while the fort was guarded by an English watch. And although this account by no means constitutes a full report, since its outcome is still uncertain, I have nonetheless deemed it necessary to inform Your Right Noblenesses of that event, since our Company, with respect to the contract concluded with the princes, relates more or less to their circumstances, and all the more so because it cannot be foreseen what influence the decision in that matter by the Madras government may have on our seat at Bimilipatnam; of which I hope to communicate the outcome to Your Right Noblenesses on a following occasion. Regarding the dispute between the Company and the Nabob over the pearl fisheries, I have often had him sounded out by natives who had access to His Excellency, but have not been able to obtain any opportunity to renew the broken-off trade with the Nabob in a suitable manner on that account; it will therefore, in my opinion, be best to await the time in this regard until a fitting occasion presents itself. Meanwhile, the affair of the overdue recognition elephants also remains stalled, and their account unliquidated. Although I and the Council, at the strong and earnest urging of the Souba as conqueror of Tanjore for the delivery of the overdue elephants to the aforementioned principality, have urgently requested the Ceylon government by letter of 17 March 1776 for their delivery, while demonstrating at the same time to those ministers that, for want of elephants, the Company's arrears must increase from year to year, and that consequently this point, which had already caused some difficulty and trouble, might one day have very disadvantageous consequences for the Company and its seat on this coast. A consideration which we requested the Ceylon ministers to take into serious consideration, and at the same time to consider whether, upon the restoration of the prince of Tanjore, which was then on the table and has also happened since, sound statecraft did not demand that His Highness, from whom one could expect nothing else than that he would immediately after his restoration demand all that the Company was in arrears to Tanjore, both in tribute monies and elephants, be given as much satisfaction therein as was feasible, in order thereby to deprive him of all reason for displeasure. Upon which writing, the Ceylon ministers, probably being of one mind with us, directly dispatched an order to Jaffanapatnam to fulfill the Coromandel requisition for elephants completely, which also happened since or in the beginning of this year; when we received from Jaffanapatnam 24 pieces of recognition elephants, which, together with the elephant that had been on hand here, made a total of 25 pieces. However, three pieces of these have since died, the amounts of which, being ƒ3534. 7. 8., have been written off to the Nagapatnam fore-town or outer-town. A loss that is very disadvantageous to this head station; but the maintenance of the remaining beasts burdens it even more. And this seems likely to continue for a long time yet, since the prince of Tanjore, although already restored to his states for a long time by the English Company, has never yet given communication of his restoration to me and the Council, much less made any application for the payment of the recognition monies or elephants in arrears to Tanjore. A conduct that not only surprises me, but has raised the doubt in my mind whether the prince might not perhaps doubt the legitimacy of his restoration; especially as shortly thereafter followed the removal of the Madraspatnam Governor, Lord Pigot, who had effected the aforementioned restoration as having been expressly charged therewith; whereby all affairs concerning Tanjore have been brought into the utmost uncertainty; all the more because the inspecting ministry at Madras, immediately after the arrest of Lord Pigot, altered all his arrangements made regarding Tanjore, and placed other officers there, both high-ranking and subordinate; for apart from this, I have until now been unable to conceive of any other reason that could have restrained the Tanjore prince from demanding the recognition monies and elephants which he lawfully claims from the Company on account of Nagapatnam. Consequently, I have also hesitated to have any offer made from this side to the aforementioned prince, and dared still less to do so to the Souba of the Carnatic, since he is no longer the conqueror of Tanjore, and thus can no longer be regarded as the prince of the country. Yet the consideration of all this had almost made me resolve, in order to manage the heavy expenses that one must incur for the maintenance of the aforementioned animals, to sell all the elephants on hand here for the account of the Company, had I not been restrained by the consideration of the difficulty one has in obtaining so many other good beasts from Ceylon. Thus, on 27 August last, I thought it best to submit my aforementioned considerations to the Council for deliberation, with the proposal to present everything to Your Right Noblenesses, with a respectful request for orders as to how it may please Your Right Noblenesses

Dutch transcription

189 peerd lagen, terwijl de Zoort door een Engelsche wagt bewaard wierdt En Schoon dit verhaal nog geenzins een volleedig verslag uit„ maakt, nadien den uitslag er van nog onzeeker is, heb ik egter nood„ „zaakelijk g'oordeeld, Uwe Hoog„ Edelheedens van die gebeurtenis kennis te moeten geeven, nadien onze Compagnie met opzigt tot het met de Princen geslooten Contract min of meer betrekking heeft, tot dersel„ „ver omstandigheeden en nog te meen, om dat het niet te voorzien is, welke invloed de decisie van die zaak door de Madrasche Regee„ „ring hebben kan op onzen zeet te Bimilipatnam: waar van ik den uitslag bij eene volgende ge„ leegendheid aan uwe Hoog Edel„ „theedens hoope te bedeelen. Noopens het verschil tusschen E de Compagnie en den Nabab over de Paarl visschenijen, heb ik dikwils door Inlanders W Inlanders, die toegang tot zijn Excel„ lentie hadden, hem laaten polsen, dog geene geleegendheid kunnen krij„ „gen, om dierweegens op eene gevoegelijke wijze, den afgebrooken handel met den Nabab te kunnen vernieuwen; het zal dierhalven, mijns bedunkens, best weezen, hier omtrend den tijd af te wagten, tot zig eene gepaste occasie daar toe zal voordoen. In middens blijft de affaire van de agterstallige recognitie Elifan„ „ten ook nog steeken, en dies reeke„ „ning ongeliquideerd: Schoon ik en den Raad op het Sterk en ernstig aandringen van den Souba als over„ „winnaar van Tansjour om vol„ „doening van de agterstallige Elifan„ „ten aan het voorschreeve vorstendom bij brief van den 17. ' Maart 1776. de Ceilonsche Regeering met empres„ „sement verzogt hebben om dies voldoening, onder vertooning tef„ „fens aan die Ministers, dat bij man„ „quement N=o 15. O 190 quement van Elifanten het agterstal van de Compagnie van Daar tot Daar toeneemen moest, en dat gevolge„ „lijk dit poinct het geen al wij wat moeijelijkheid en hacquettes ver„ „oorzaakt hadde, eens van zeen nadeelige gevolgen worden kon, voor de Compagnie en Haaren zeet ter Een bedenking, die wij deesen kuste de Ceilonsche Ministers verzogten, in ernstige Consideratie te neemen en tefffens te overweegen, of bij her„ stelling van den vorst van Jans„ Tour, het geen toen op het tapijt was, en ook Seedert geschied is, de gezonde staat kunde niet en vorderde, om zijn Hoogheid /: van wien men niets anders konde verwag„ „ten, dan dat hij direct na zijne hen„ „stelling zoude opeisschen, al het geen de Maatschappij aan Tansjour ten agteren was, zoo aan tribut-gelden als Elifanten:/ daar in zoo veel ge„ „noegen te geeven, als doenlijk was, ten ten einde hem daar door alle reden van misnoegen te beneemen Op welk Schrijvens, de Ceij„ „lonsche Ministers waarschijnlijk met ons van een Sentiment weezen„ „de, directelijk naar Iaffanapat„ „nam, ordre hebben afgevaardigd om den Chormandelschen Eisch van Elifanten Compleet te voldoen, het geen, ook Seedert of in het begin van dit Iaar is geschied; wanneer wij van Iaffanapatnam ontvangen hebben 24. stuks recognitie-Elisan„ „ten, die met den hier aanhanden ge„ weest zijnde Elifant hebben uit„ „gemaakt een getal van 25. Stuks. Dog hier van zijn Seederd Drie stuks komen te Creveeren, welkers bedraagen, met ƒ3534. 7. 8. op de Nagapatnamsche voor- of Buijten stad is afgeschreeven gewor„ „den. Een verlies, het geen deeze Hoofdplaats zeer nadeelig is; maar het onderhoud van de Overige beesten drukt. N=o 15. E 191 drukt haar nog meerder En dit Schijnt nog lang te zullen duuren, alzoo de vorst van Tansjour Schoon bereeds lange door de Engelsche Compagnie her„ „steld zijnde, in zijne Staaten nog nimmer van zijne herstelling aan mij en den Raad Communi„ „catie gegeeven, veel min eenig aan „zoek gedaan heeft tot afbetaa„ „ling van de aan Tansjour ten agteren staande recognitie-pen„ „ningen of Elifanten. Een gedrag dat mij niet alleen verwonderd, maar bij mij bedenking gebaart heeft, of de vorst niet Somtijds twijfelen mogt aan de wettigheid van zijne herstelling; voor al wijl kort daar op gevolgd is de dimoveering van den Maddraspatnamschen Gouver„ „neur, de Heer Pigot, die de voorschreeve herstelling, als daan„ meede expresselijk gechangeerd zijnde, hadt verrigt; alzoo daar door alle sten alle zaaken, Tansjour betreffende, in de uiterste onzeekerheid zijn ge„ „bragt geworden; te meer wijl het insinspeerend Ministerium op Madras immediatelijk naar het arresteeren van Lord Pigot alle zijne ge„ „maakte Schikkingen nopens Ians„ „jour veranderd, en er andere zoo hooge als mindere officieren geplaats heeft; want ik buiten dit tot nog toe geen andere reden heb kunnen uijt denken, die den Tansjourschen vorst zoude hebben kunnen wee„ „derhouden, om de recognitie pennin„ „gen en Elifanten, die hij van de Maatschappij weegens Nagapat„ „nam wettig heeft te pretendee„ ren, niet te eisschen. In dien volgende heb ik ook Swaarigheid gemaakt, van deeze zijde eenige aanbieding te laa„ „ten doen aan den voorschreeven vorst, en het nog minder durven doen aan den Souba van Carnatioa dewijl No. 15 192 dewijl die niet meen over winnaar van Tansjour, en dus als vorst van het Land kan worden aangemerkt Dog de overweeging van dit een en ander hadt mij haarst doen resolveeren, om tot menagement van de zwaare onkosten, die men tot onderhouding der voorschreeve dieren doen moet, alle de alhier aan handen zijnde Elifhanten voor reekening van de Maatschappij te verkoo„ „pen, ware ik niet weederhouden geworden, uit overweeging van de moeijelijkheid, die men heeft, om zoo veel andere goede beesten van Ceilon te krijgen. Dus heb ik op den 27. ' augustus Jongstleeden best g'agt, mijne voor„ schreeve Consibteratien den Raad in bedenking te geeven, met propo„ sitie, om et een en ander uwe Hoog Edelheedens voor te dragen, onder eerbiedige instantie om ordre hoedanig het Uwe Hoog Edelhee„ dens

NL-HaNA_1.04.02_3482_0420 view scan ↗

English

would please, that the aforementioned animals should be dealt with: and since the Council not only conformed with my aforementioned proposal, but also requested me to mention the aforementioned considerations in these my respectful separate letters, I have accordingly done so; while I subsequently request Your High Noblenesses to inform us regarding the aforementioned animals of Your High Noblenesses' pleasure, namely: whether it pleases Your High Noblenesses that we offer them to the prince of Tansjour, or to the Nabab! and if not, whether we shall sell them here in favor of the Company, or else keep them for some time yet! on which I shall await Your High Noblenesses' positive orders. No. 15. 193 For the demonstrated pleasure over the increase of families in the new village of Reinier Lette, and the heartfelt blessing appended thereto, I express my deepest gratitude to Your High Noblenesses, whom I have the honor to inform that the aforementioned village, according to the report of the Adigaan, now contains within itself a number of 130 houses and families. Furthermore, I respectfully thank Your High Noblenesses for the approved assistance that we have rendered to the Mallabaar Ministers by sending the requested Sepoys. In the general letter now departing, Your High Noblenesses will find extensively treated the causes to which the decreased sale, especially of Japan bar copper at the Northern Factory Iaggernaikpoenam, must be attributed. On this matter we have amply deliberated at our meeting of 30 August last; whereupon the Council thought fit to request me, in these my separate letters, to propose to Your High Noblenesses such means of redress as I should judge necessary for the revival of that partially decayed advantageous branch of commerce for the Company. Encouraged by the confidence that the members of this Government have placed in me, I proceed most respectfully to lay my thoughts on a matter of such weight before Your High Noblenesses. And I initially observe in this regard that the causes given by the Iaggernaikpoeram chiefs for the decline of the sale in Japan bar copper No. 15 194 are so well-founded and of such weight that they indeed deserve to be seriously considered, especially in the present condition of the times, in which the burdens of the Company increase from year to year, and on the contrary the profits decrease more and more. This has also spurred me, out of consideration that I might otherwise give cause to be accused of indifference to the prosperity and the interests of the Company, to devise such means as I judge will not only be capable of preventing the total ruin of the trade, but also of reviving the decayed sale therein, especially in Japan bar copper, in order that the Company might thereby in the long run continue to enjoy those considerable advantages which have been enjoyed by Her for a long period of years on the purchases. And it seems to me that the opportunity to devise a suitable means for the recovery of the sale in Japan copper, and to put it into effect, has now arrived, since according to a broad estimate as of today's date or by the middle of this month, we have a remainder of over seven hundred thousand pounds of Japan bar copper, both here at the main office and at the subordinate factories, principally at Iaggernaikpoeram; among which are counted two hundred thousand pounds that were sent hither from Ceilon at the beginning of this year, which remainder is still due to be increased in the coming year upon the arrival of the ships from Batavia by the provisionally requested No. 15 195 300,000 lb; and thus by the ultimate of next August, assuming that in the intervening time 200,000 lb of it will still be disposed of, a remainder of 800,000 lb of that mineral will remain on this coast. And this ample supply I consider to be precisely suitable to put a stop to the trade of our competitors in European copper, as well as to compel the English to dispose of their stock of that mineral, which the Iaggernaikpoeram chiefs describe as important, with little profit, or to leave it unsold; and this by introducing a specific reduction in the selling price of Japan bar copper on this coast. It is true that this humble advice of mine is diametrically opposed to my considerations on the copper trade presented to Your High Noblenesses in the year 1773, as I then maintained that it was not yet time to proceed to a reduction of the selling price of that mineral, but since that time the trade of the Company in all its articles of commerce has had to struggle with very many adversities, and now the Japan bar copper contends against inconveniences above which it must quickly be raised, or it is to be feared that it will succumb beneath them forever. And for that reason as well, as because the Iaggernaikpoeram chiefs say that, if the difference in price between the Japan and the European copper differed by only six percent, the No. 15.

Dutch transcription

dens zoude behagen, dat met de voorschreeve Dieren zoude wor„ „den gehandeld: en dewijl den Raad zig niet alleen met mijne voorschreeve propositie geconformeerd, maar mij teffens verzogt heeft, van de voor„ schreeve bedenkingen gewagte maaken bij deeze mijne eerbiedige aparte letteren, heb ik dit ook bij deeze verrigt; terwijl ik ten vervolge uwe Hoog Edelheedens verzoeke, om ons nopens de voorschreeve Dieren te informeeren, van Hoog derselven wel behaagen, naamentlijk: of het uw Hoog Edelheedens be„ „haage, of wij die den vorst van Tansjour, of den Nabab aanbie„ „den! en zoo niet, of wij dezel„ „ven alhier verkoopen zullen, ten faveure van de Maatschappij, dan wel nog eenigen tijd aanhou„ „den! waar op ik Uwen Hoog „ Edelheedens positive ordre zal blijven afwagten. eegens N=o 15. 193 teegens het betoond genoegen over den aanwasch der huizgesinnen in het nieuwe Dorp Reinier Lette, en den daar neeven gevoegden hartelijken zegen- „wensch, betuige ik mijne diepste dank„ erkentenisse aan Uwe Hoog Edelhee„ „dens, die ik de eere hebbe te Communi„ „ceeren, dat het voorschreeve dorp, vol„ „gers Rapport van den Adigaan, thans in zig bevat een getal van 130. hui„ „zen en huisgezinnen. Wijders bedanke ik Uwe Hoog„ Edelheedens reverentelijk, voor de goedge„ keurde assistentie, die wij de Malla„ „baarsche Ministers door het toezenden van de gevorderde Sipaais beweezen heb„ „ben. Bij den thans afgaanden ge„ meenen brief zullen uwe Hoog Edel„ „heedens breedvoerig verhandeld vinden de oorzaaken waar aan het vermin„ „derd verthier, vooral van het Ia„ „pansch Staafkoper op de Noorden Iaggernaikpoenam moe Factorij worden. G Hier over hebben worden toegeschreeven. wij ter onzer bij eenkomst van den 30:' au„ „gustus I„o leeden ampel gebesoigneerd; wan„ neer den Raad goedvond, mij te ver„ „soeken bij deeze mijne aparte letteren aan uwe Hoog Edelheedens voor te dragen zoodanige middelen van re„ „dres, als ik oordeelen zoude noodsake„ „lijk te weezen tot weeder opbeuring van dien gedeeltelijk vervallen voor„ „deeligen zak van Commercie voor de Compagnie. Aangemoedigd door het vertrouwen, dat de Leeden van deeze Regeering in mij gesteld hebben, ga ik over om mijne gedagten over een zaak van dat gewigt op het aller eerbiedigste voor uwe Hoog Edelheedens bloot te leggen. En ik merke hier omtrend aan„ vangkelijk aan, dat de oorsaake, die door de Iaggernaikpoeramsche opperhoofden, voor den voorval van het verthier in het Iapanstaaf„ kooper N=o 15 194 kooper wordt opgegeeven zodanig gegrond en van dat gewigt zijn, dat ze wel ver„ „dienen, ernstig overwogen te worden, voor„ „al in de presente gesteldheid des tijds, waar in de lasten van de Maatschappij van Daar tot Iaar, toe, en daar en teegen de winsten meer en meer afnec„ Dit heeft mij dan almeede, men. uit Consideratie, dat ik anders reeden zoude kunnen geeven, om mij van on„ verschilligheid voor de welvaart en de belangens van de Maatschappij, te beschuldigen, aangespoort, zoda„ „nige middelen uit te denken, als ik oordeele, niet alleen in staat te zul„ „len weezen, het totaal ruiën van den handel te prevenieeren, maar ook het vervallen debiet in het zel„ ve, vooral in het Iapansch staafkooper, weeden op te beuren, ten einde daar door de Maatschappij op den duur zoude kunnen blijven gaudeeren van die aanmerkelijke voordeelen, die door door Haar Seedert een geruimen tijd van Iaaren op het koopen genooten geworden zijn. In mij dunkt, dat de geleegendheid, om een gepast middel tot herstel van het verthier in het kooper Iapans uitte denken, en in het werk te stel„ „len, thans gebooren is, alzoo wij vol„ „gens eene ruime gissing onderheedigen datum of onder medio deeser maand, ruim zeeven maal honderd Duij„ send ponden Iapansch Staafkoo„ „per, zoo hier ten hoofdComptoire, als op de onderhoorige Factorijen, prin„ „cipaal op Iaggernaikpoeram per restand hebben; waar onder gereekend zijn twee„ „maal honderd duizend ponden, die in het begin van dit Daar van Ceilon herwaards zijn gezonden, welk restand in het aanstaande Iaar met de komst der Scheepen van Batavia nog Staat vermeer„ „derdt te worden met de provisioneel gevraagde N=o 15 195 gevraagde 300'000 lb: en dus zal en onder ulto augustus aanstaande, wan„ „neen men verondersteld, dat 'er in dien tusschen tijd nog 200'000 lb: van ver„ „debiteerd zullen worden, een restand van dat mineraal ter deeser kuste overblijven van 800'000. lb: En deezen ruimen voornaad agt ik Iuist gepast te weezen, om den handel van onze Competiteuren in het Europasch kooper paaten te stellen, mitsgaders de Engelschen te noodsaaken, haaren voorraad van dat mineraal, die de Iaggernaik„ poeramsche opperhoofden als impor„ tant beschrijven, met weinig voordeel van de hand te zetten, of onver„ „kogt te moeten laaten leggen; en zulks door eene bepaalde verminde„ „ring op den verkoops preis van het Iapansch Staafkoper ter deesen Wel is kuste te introduceeren. waar, dat dit mijn needrig advies regtsdraads. regtsdraads Strijdig is met mijne in anno 1773. Uwer Hoog Edelheedens aangebooden Consideratien over den kooperhandel, alzoo ik daar bij beweerde, dat het toen nog geen tijd was, om tot eene vermindering van den verkoops preis van dat mine„ raal overte gaan, maar Seedert dien tijd heeft den handel van de Compagnie in alle haare articulen van Negotie met zeer veel teegen„ spoeden te worstelen gehadt, en nu strijdt het Iapans Staaf„ „kooper teegen inconvenieten, waar boven men het spoedig diend op te heffen of het is te vreezen, dat het er voor altoos onder zal be„ En uit dien hoofde Zwijken. zoo wel, als om dat de Iagger„ „naikpoeramsche opperhoofden zeggen, dat, wanneer het ver„ schil in de preis tusschen het Ia„ „pansch en het Europasch kooper maar ses percent differeerde, den N=o 15. E

NL-HaNA_1.04.02_3482_0427 view scan ↗

English

196 the native will always prefer the former over the latter, I suppose that the right time has now come to consider a price reduction; and that it was therefore most necessary to fix the bahar of 480 lb at 97 New Nagapatnam Pagodas instead of 100, whereby the Company, in place of 230 1/16 percent, would make a profit of only 220 1/16 percent, or 10 3/8 percent less than at present, yet still, when compared to the selling prices at the other offices to the west of the Indies, fully 40 1/16 percent more than is obtained anywhere else. Meanwhile, even if the aforementioned price reduction were introduced at Jaggernaikpoeram and Bimlipatnam, one could maintain the selling price of 100 New Nagapatnam Pagodas per bahar of 480 lb of Japanese bar copper here as well as at Sadras and Paleacatte, since it is not likely that this higher selling price at the aforementioned places would cause any harm to the trade, as the English sell most of their European copper to the north. Behold, Right Honorable Sirs, my humble considerations for reviving the declined sales of Japanese bar copper, respectfully set down. I hope that their length will find a favorable excuse, and that I may be honored regarding this weighty matter as soon as possible with Your Right Honors' positive order. With regard to the changed Madras Government, I have nothing else to communicate thus far than that the arrested Governor, Mr. Pigot, passed away in his arrest on the 11th of May last and was interred without the slightest ceremony in the great church at Madras; and that shortly after his decease, according to an order received from England via the Red Sea, Mr. Stratton, who had set himself up as Governor, together with the unlawful members of his Council, were removed from the administration of affairs and arrested in their houses by order of Mr. Whitehill, who, together with another English gentleman, has been sent from Europe to take over and observe the authority in Madras until Mr. Rumbold, who has been appointed Governor in England, shall have arrived there. The further course of this English affair I hope to report on a subsequent occasion; meanwhile, I commend Your Right Honors' most illustrious persons, together with the welfare of the Company, to the protection of Almighty God; while I remain, with the greatest respect and high esteem, underneath stood, Right Honorable, Highly Esteemed, Widely Ruling Lord and Honorable Sirs, Your Right Honors' humble and obedient servant, was signed, R. van Vlissingen, in the margin, Nagapatnam In the Castle the 15th of October 1777. Agrees. R. van Vlissingen No. 15 Copy of a Letter Dated the 17th of January 1778. Directed via Ceylon to Batavia No. 3. No. 16 No. 16 198 Copy No. 1. Register of such Letters and Papers as are offered this day with all respect to Their Right Honors the Noble High Indian Government at Batavia by the Governor and Council of Coromandel via Ceylon; the same consisting of: An Original General missive respectfully addressed by the aforementioned Noble Governor and Council to the Highly Esteemed Noble High Indian Government of today's date, annexed to this Register as well as the copied marginals of that letter with indication of the folios. In: No. 1. A Duplicate missive by and to the same as just directed, of which the original was dispatched on the 17th of October per the ship 't Veldhoen, together with the Register of the papers offered therewith; also the copied marginals on that letter with indication of the folios. No. 2. No. 3. A small packet, Duplicate separate missive, the original of which was offered to Their Right Honors per the aforementioned ship. A Copy Missive whose original of today's date is directed to the Right Honorable, Highly Esteemed Lords Major in the Fatherland, together with the register of the papers being sent therewith. No. 4. A Copy letter whose original was addressed today to the ministers at Cape of Good Hope. No. 5. A small Packet sent hither by the Noble Lord Governor and Council at Cochin for further addressing to Their Right Honors. No. 6. A Packet superscribed by the Noble Lord Director and Council in Bengal to the aforementioned Their Right Honors. No. 7. A Packet directed by the Court of Justice of this Castle to the Noble Venerable Court of the Castle of Batavia. No. 8. A small Packet superscribed by the Lieutenant and Head of the Artillery here to the Major and Head of that corps in Batavia. Originals. No. 9. 199 Original Resolutions taken in the Council of Coromandel on the day of the Public inauguration of His Right Honor Mr. Jeremias van Riemsdijk as Governor-General of the Dutch East Indies, being the 18th of October 1777, annexed with all the certificates both of Nagapatnam and the subordinate offices. No. 10. Copy of Resolutions taken in the Council of Coromandel from the 17th of October to the 31st of December 1777. Copies. No. 11. Copies of the letters received from Paliacatta from the 9th of October to the 30th of November 1777. No. 12. Copies of the letters directed thither from the 17th to the 30th of November 1777. No. 13. Copies of the letters received from Sadraspatnam from the 18th of October to the 15th of December 1777. No. 14. Copies of the letters sent thither from the 18th of November 1777 to the 2nd of this month. No. 15. Copy of the letters received from Porto Novo from the 20th of October to the 15th of December 1777. No. 16.

Dutch transcription

196 den inlander altoos het eerste boven het laaste zoude prefereeren, Sup„ poneer ik, dat thans de regte tijd daan is, om op een vermindering van preis bedagt te weezen; en het dus over„ noodzaakelijk was, die in steede van op 100. op 97. Nieuwe Nagapat„ „namsche Pagooden de bhaan van 480. lb: te bepaalen, waar door de Compagnie in plaats van 230. 1/16. per„ sent maar profiteeren zoude 220 1/16. per Cent, of wel 10 3/8. per cent minder als teegenwoordig, dan egter, bij verge„ „lijking van de verkoops-prijzen op de overige Comptoiren om de west van Indie, nog wel 40 1/16. percentos meerder, als ergens behaald wordt. Ondertusschen zoude men, schoon de voorschreeve preis vermindering op Iaggernaikpoeram en Bimi„ „lipatnam wiert g'introduceerd, den verkoops preis van 100. nieuwe Nagapatnamse pagooden voord bhaan bhaar van 480. –. lb: Iapansch staaf„ kooper, zoo hier als op Sadras Palleacatta, kunnen laaten en stand houden alzoo het niet ap„ parent is, dat dien hoogeren ven„ „koops preis op de voorschreeve plaatzen, eenig nadeel zoude toe„ „brengen aan den verthier, alzoo de Engelschen hun meeste Europasch kooper om de noord verkoopen zie daar Hoog Edele hee„ „ren, mijne needrige Consideratien tot opbeuring van het vervallen debiet in het Iapansch Staafkoo„ „per, eerbiediglijk ter needer gesteld. jk hoop, dat de langwijligheid en van verschooning zal mo„ eene gunstige gen vinden, en dat ik, omtrend deeze gewigtige zaak, zoo dra moge„ „lijk, met uwer Hoog Edel„ „heedens positive ordre zal mo„ „gen worden gehonoreerd. Me't opsigt tot de verwan„ „de Madrassche Regeering staat mij N=o 15. d 197 mij tot nog toe niets anders te bedeelen, als dat den g'arresteerden Gouverneur de Heer Pigot op den 11:e Mai laast„ „leeden in zijn arrest overleeden en zonder eenige de minste Ceremonie in de groote kerk tot Madras ter aarde besteld geworden is; en dat kort na zijn overleiden, volgens een door het Roode mein ont„ „fangene ordre uit Engeland, den zig selfs tot Gouverneur opgewor„ „pen hebbende M:r Stratton, nee„ „vens de onwettige Leeden van zijnen Raad, uit het bewind van zaaken gesteld en in hunne huizen g'arresteerd geworden zijn, op ordre van M:r Withehil, die neevens nog een Engelsch heer uit Europa gezon„ „den is, om het gezag op Madras over- en zoo lange waartenee„ „ment, tot dat M:r Rombold, die in Engeland tot Gouverneur is aangesteld geworden, aldaar zal an„ a zal weezen g'arriveerd. Het verder beloop deezer Engelsche affaire hoope ik bij een volgende geleegendheid te melden; Ondertusschen beveele ik Uwen Hoog Edelheedens zeer illustre Perzoonen, neevens den welstand van de Maatschappij, in de be„ Scherminge van God Almagtig; terwijl ik met de meeste eerbied en hoog agting blijve /:onderstond:/ Hoog Edele Groot Agtbaare wijd Gebiedende Heer en Wel„ Edele Heeren, Uwer Hoog¬ „Edelheedens ootmoedige en Gehoorsamen Dienaar /: was ge„ teekend:/ R: van vlissingen, /:in margine:/ Nagapatnam In't Casteel den 15. october 1777. Accordeerd. W Hlissingen N=o 15 Copia Briev Onder dato 17 e January 1778. Over Ceylon naar Gerigt. Batavia No. 3. N=o 16 N=o 16 198 Capia N:o 1. Register van soodanige Brie„ ven en Papieren, als op heeden Aan Haar Hoog Edelheedens de Edele Hooge Indiase Regeering te Batavia door den heer Gouverneur en Raad van Cormandel over Ceij„ lon in alle Eerbied werden aan„ gebooden; Bestaande deselve Een Origineele Gemeene missive door welmelde Edele Heer gouverneur en Raad aan Hoog gedagte Edele hooge Indiase Regeering Eerbiedig g'addresseerd van heedigen datum, annex dit Register soowel, als de gecopieer„ de mariginaalen of die briev met aan wijsing der folios. - len Duplicaat missive door en aan als Even gerige welkers origineel onder dato 17=e october per het schip 't veld„ hoen afgevaardigd is, nevens Register der daar meede aan„ gebooden papieren; item de gecopieerde marginaale op die brief met aanwijsing der folios. — Een. In: „ 2. N:o 3. Een pakjetje Duplicaat apparte missive, welkers orgineele per het evengemelde schip haar hoog Edelheedens aan„ gebooden is: Een Copia Missive welkers origineel onder heedigen datum aan de hoog Edele hoog agt„ baare heeren Majores in het va„ derland werd gerigt, beneevens het register der daar meede af„ gezonden werdende papieren. - Een Copia brief welkers origineel op heeden aande ministers a: cabo de goede hoop werd g'addresseerd. - Een Patketje door den Edelen heer Gouverneur en raad te couchim ter verder addresse aan haar hoog Edelhedens, her„ waards gezonden. - Een Patket door den Edelen heer Directeur en Raad in Bengale aan hoog gedagte haar hoog Edelheedens gesuper„ scribeerd. - een Pakket door den Raad van Justitie deeses Cas„ teels aan den Edelen Agtb: Geregte des Casteels Batavia gerigt. — een Patketje door den Luijtenant en hoofd der Arthil„ leri alhier, aan den majoor en hoofd dier corps te Batavia gesuperscribeerd. - „ origineele. N=o 15 „ 4. „x. o „ 6. 7. „9 199 Origineele Resolutien genomen in Raade van Corman„ del op den dag der Publieque voorstelling van zijn hoog Edel„ heid den heere Jeremias van Riemsdijk als gouverneur ge„ neraal van Nederlands India, Zijnde den 18. October 1777. an„ nex alle de certificaaten soo van Nagapatnam als de onder„ hoorige Comptoiren. - Copia Resolutien genoomen in Raade van Cor„ 17. october tot den mandel 't zeederd den 31. ' de„ cember 1777. — Copias der van Palliacatta ontfangene brieven 't zeederd den 9. ' october tot den 30. november 1777. — Copias der naarderwaards gerigte brieven 't ze„ derd den 17. ' tot den 30. novem„ ber 1777. — Copias der van Sadraspatnam ontvangene brie„ ven 't zederd den 18. october tot den 15. ' december 1777. — Copias der naar derw=s gesondene brieven 't zederd. den 18. ' november 1777. tot den 2. deezer. - Copia der van Portonovo ontfangene brieven 't zeederd den 20. 8ber tot den 15. december 1777. — „ 16. copias. No: 18. 11. „ 12. „ 13. „ 14. „ 15. a v

NL-HaNA_1.04.02_3482_0438 view scan ↗

English

No. 15. No. 17. No. 18. 19. 20. 21. 22. 23. 24. 25. 2. Copies of the letters sent from here to that place, dated 25 and 30 November 1777. Copies of the letters received from Jaggernaikpoeram from 31 October until 26 November of the past year. Copies of the letters dispatched from here to that place from 22 November until 20 December 1777. Copy of the letters received from Bimilipatnam from 15 September until 19 November of the past year, together with its register. Copies of the letter under date 30 November 1777 sent to that place. Copies of the letters received from Palicol from 28 August until 30 November 1777. Copy of the letter under date 30 November 1777 sent to that place. Copy of the letter which was sent as a circular to the outer factories under date 5 November 1777. Copies of the writings sent from here to the respective outer quarters, from 23 September until 27 December of the past year. 200 No. 26. No. 27. No. 28. No. 29. No. 30. No. 31. No. 32. No. 33. No. 34. No. 35. No. 36. No. 37. No. 15. 2. Copies of the letters received from foreign nations and the letters drafted in reply thereto. A calculation of what the construction of a warehouse etcetera at Narsapoer will cost; appended is a ground plan of the same. A specification of what the repair of some vessels at Nagapatnam will cost. A statement of accounts of the Orphan Chamber on this Coast as of the ultimate of August 1776. A statement of accounts of the Diaconate Fund here as of the ultimate of August 1777. A statement of accounts of the Leper Funds as of the ultimate of August 1747. A list or short summary of the monies collected for the benefit of the church from 10 December 1775 until the ultimate of December 1777. A petition from both warehouse masters, Heracules Mossel and Joan Daniel Simons, requesting a gratuity for the storage of private packages. A petition from the assayer Pieter Willem Geeke, requesting a gratuity of 3/16 reals on each bar of Company gold that he might come to assay. A petition by the chiefs of Palicol, Johannes Accama and Tacques Theodore Vaucquet Dejan, addressed to their High Nobles, whereby they request a surgeon. A petition by the provisional chief surgeon of this Castle, Fancratius Haringa Meppen, addressed to their High Nobles, requesting his confirmation as such. A petition by the provisional chief surgeon of this outer town, Fredrik Jerloenen, who likewise requests confirmation as such. 201 No. 38. No. 39. No. 40. No. 41. No. 42. No. 43. No. 44. No. 45. No. 46. No. 47. No. 48. No. 49. No. 50. No. 51. No. 52. No. 53. No. 15. Copies of acts of the improved, exchanged, and promoted persons since [illegible]. Copy note of the winds which blew here from the first of January until the ultimate of December 1777. Copy daily register regarding what occurred at this main settlement from the first of January until the ultimate of December 1777. Copy note of the vessels that arrived at and departed from this roadstead in the year 1777. Copy of the positive orders extracted from the incoming letters etcetera from Batavia from the year 1765 until 1775. Copy of the positive orders extracted from the letters etcetera received from Europe from the year 1766 until 1775. A sealed small box wherein a small bottle with little creatures resembling weevils. Note of the trade papers which are presently being sent, according to which the same consist of: Two copies of the formal answered Home requisitions for the year 1777. Two copies of the provisional answered Home requisitions for the year 1778. Four original statements for further demonstration of the collected, dispatched, and remaining cloth bales in the year 1776/7. A memorandum of various cloths and linens that remained left over at the factory of Palliacatta on the requisition of 1777, departing in duplicate. Two original formal answered requisitions of cloths for India and the year 1777. Two formal requisitions for gold, silver, merchandise etcetera for the coming year 1778, after which are appended the notes of the balances in this government. Two catalogues of the requested medicines for Nagapatnam. A note of the balances of merchandise which were resting in the Company trade warehouses at the departure of the formal requisition, departing in duplicate. 202 No. 54. No. 55. No. 56. 3. A memorandum of the merchandise remaining in stock with their costs, departing in duplicate. Two memoranda of the vessels that are on hand here for the book year 1776/7, to wit: 1 ditto of supplied equipage goods and further necessities, showing where the same were overwintering. 1 ditto of the carpentry repairs on those vessels, after which is appended: a summary of gifts presented in the aforesaid book year, departing in duplicate. Seven summaries of gifts presented in the aforesaid book year, departing in duplicate, as: 1 original of Nagapatnam, after which is appended a comparison of Southern and Northern Cormandel. 1 copy of Portonovo 1 ditto ditto of Sadraspatnam 1 ditto of Palliacatta

Dutch transcription

„19. „20. „ 22. „ 23„ Copias der van hier derwaarts afgezondene brieven van den 25. en 30. Novem ber 1777. Copias der van Jaggernaikpoeram ontfangene brieven 't zederd den 31. 8ber: tot den 26. ' november des voor„ leeden Iaars. — Copias der van hier na derwaards afgevaardig„ de brieven 't zederd den 22. No„ vember tot den 20. december Copia van Bimilipatnam gerecipieerde brie„ ven 't zederd den 15. 7ber: tot den 19: 9ber: des voorleeden Jaars, nevens dies, Register. - Copias des briefs onder dato 30. november 1777. naar derwaards gezonden. - Copias der van Palicol ontfangene brieven 't zeederd den 28:' august=s tot den 30. 9ber: 1777. — Copia des briefs onder dato 30. 9ber: 1777. na derwaarts afgezonden: — Copia des brief welke circulair naar de„ buijten comptoiren onder dato 5. 9ber: 1777. is afgezon„ den. - copias der van hier naar de respective buij„ ten quartieren afgezondene schrijvens No: 17. „ 18. N=o 15 1777. — „21. „ 24. „ 25. 2: 200 N„o 26. „ 27. „ 28. „ 29. „ 30. „31. „ 32. „ 33. schrijvens, 't zederd den 23. 7ber: tot den 27. ' december anni preteritie. — Copias der van de vreemde natien ontvangen en daar op weeder in antwoord gerigte brieven. — Een calculatie van het geene den opbouw van Een pakhuis &=a te narsapoer zal komen te kosten; annex een grondteekening van dat een en ander. - Een specificatie van het geene de vertim„ mering van eenige vaartuij„ gen te Nagapatnam zal ko„ men te kosten. - Een staat Reekening van de weeskamer te deeser Custe onder ult=o aug=s Een staat Reek: van de diaconij Cassa alhier onder ult=o aug=s 1777. Een staat reeck: van de Leproose gelden on„ der ult=o aug=s 1747. -. . . Een Lijst of korte te zamentrekking der gecol„ lecteerde penningen ten be„ hoeve van de kerk 't zeederd den 10. xber: 1775. tot ult=o xber: 1777. — een Request van de beide Pakhuismeesters sera„ „cules. 2: gene 1776... No. 24. „36. „37. „35. cules Mossel, en Joan Daniel Simons, verzoekende om: een douceur voor het bergen der Particuliere pakken. - Een Request van den essaijeur Pieter Willem geeke verzoekende om 3/16. re„ aalen doceur op elk staaf comp: goud die hij mogt koo„ men te Essaijeeren. — Een Request door d' opperhoofden van Palicol Johannes Accama, en Tac„ ques Theodore vaucquet. De„ Jan, aan haar hoog Edelheer„ dens gedediceerd, waar bij sij om een chirurgijn versoe„ Een Request door den Provisioneel oppermeester deeses Casteels Fancratius Haringa Meppen aan haar hoog Ed: gerigt versoekende om sijn bevestiging als soo„ Een Request door de Provisioneel oppermeester deeser buijten stad Fredrik jerloenen, die almede versoekt om bevestiging als soodaa„ nig. - daanig. - Copias. N=o 15. ken. „ 201 No 38. „ 39. „ 40. „ 41. „ 431 „44. „ 45: Copias Actens der 't zederd den ver„ beeterde gechangeerde, en be„ vorderde persoonen. - Copia aanteekening der winden welke 't ze„ derd Primo Januarij tot ult=o xber: 1777. alhier hebben ge„ waaijd. - tot Copia dag register weegens het voorgevallene te deeser hoofdplaatse, 't ze„ derd primo Januarij tot ult=o december 1777. — Copia Aanteekening der ter deeser rheede aan„ gekomene en vertrokkene vaartuijgen in den Jaare 1777. Copia der Positive ordres 't zederd anno 1765. tot 1775. uijtgetrokken uijt de aankomende brieven &=a van Batavia. - Copia der Positive ordres uijt d't zederd anno 1766. tot 1775. uijt Europa ont„ fangene brieven &=a getrokken; Een verzegelde doosje waar inne Een flesje met beesjes na Calanders gelijkend; Notitie der Negotie Papieren, dewelke thans afgezonden werden volgens dewelke deselve bestaan in: Twee copia Vaderlandse formeele beantwoorde „46 Eisschen. „ 42. N=o 47. „49.. „ 50. „ 51. „ 52 Eisschen voor den Jaare 1777. Twee Copias Vaderlandse provisioneel b'antwoor de Eisschen voor den Jaare 1778. Vier origineele opstellen tot Nader vertoog der ingesamelde versonden en over gebleevene Lijwaat. pak„ ken in anno 1776/7. — Een Memorie van diverse kleeden en lijwaaten die ten comptoire Palliacat„ ta op den Eisch van 1777. zijn blijven overleggen dubbel af„ gaande. Twee origineele formeele b'antwoorde Eisschen van Lijwaaten voor Jndia en den Jaare 1777. twee Formeele Eisschen aan goud, zilver, Coop¬ manschappen &=a voor het aanstaande Jaar 1778. waar agter gevoed zijn de Notities der restanten ten deesen gou„ vernemente. - twee Cathalogus der gevraagde medicamenten voor nagapatnam Een Notitie der restanten van de Coopmanschap pen welke bij het afgaan van den formeelen Eisch in 's Comps negotie pakhuisen zijn be„ rustende geweest, dubbeld af„ „gaande N=o 15 „ 48. „53. 202 No: 54. „. 55. „ 56 gaande. - Een Memorie van de Perresto zijnde Coopman„ schappen met dies kostende dubbel afgaande. - Twee memorien der vaartuijgen die alhier aan handen zijn voor het boek„ jaar 177 6/7. te weeten. — 1. d„o van verstrekte Equipagie goederen en verdere Noodwen„ digheeden met aantooning waar deselve ter over winte„ ring geweest zijn. — 1. d„o van het vertimmerde aan die vaartuijgen waar agter gevoegd is: Een saamen trek„ king van gedaane schenka„ f gie in voorsz boekjaar dub„ beld afgaande. — Seeven stuks zaamen trekkinge van gedaa„ ne schenkagie in voorsz: bok„ jaar, dubbeld afgaande, als 1. origineele van Nagapatnam waar agter gevoegd is Een ver„ gelijking van Zuijder en noorder Cormandel. - 1. Copia van Portonovo 1. d„o d„o Sadraspatnam „ Palliacatta 1. d„o 3.

NL-HaNA_1.04.02_3482_0444 view scan ↗

English

No 57. No 58. 59. No 60. 1 copy of Palicol 1 ditto Jaggernaijkpatnam, and 1 ditto Bimilipatnam An original summary of carpentry and repairs completed in the financial year 1776/7 across the entire Coast. Eight monthly returns sent in duplicate, namely: 1 from Nagapatnam 1 from Portonovo 1 from Palleacatta 4 from Jaggernaikpoeram and Bimilipatnam Six general returns or 12-month summaries for the financial year 1776/7, sent in duplicate, namely: 1 from Nagapatnam 1 from Portonovo 1 from Sadraspatnam 1 from Palleacatta 1 from Jaggernaikpoeram, and 1 from Bimilipatnam. A summary of merchandise sold throughout Coromandel from 1 September 1776 to the last day of August 1777, sent in duplicate. No 15. 203 No 62. No 66. No 67. No 68. 1777, sent in duplicate. No 64. A general list of goods purchased by the respective administrations in the financial year 1776/7, sent in duplicate. A copy of the inventory of the Company's military supplies as of the last day of August 1777, sent in duplicate. A list of various firearms held in the armory and the garrison. Two original accounts of candy sugar sold on this Coast of Coromandel in the year 1776/7. Two original accounts of powdered sugar sold on this Coast of Coromandel. A price current of gold and silver specie, sent in duplicate. Two specific demonstrations of the quantities of European merchandise sold at each office here on the Coast across ten consecutive years. Two lists of the prices etc. of European merchandise sold across ten consecutive years No 69. No 70. No 71. No 72. No 73. years at each office here on the Coast. A general register of debtors in Southern and Northern Coromandel for the year 1776/7, sent in duplicate. A memorandum of the aforementioned debts and financial year, sent in duplicate. A summary of the same debts showing what each merchant owes, etc. 52 final accounts, namely: 7 ditto from Portonovo 6 ditto from Sadraspatnam 3 ditto from Bimilipatnam 20 ditto from Jaggernaikpoeram 16 ditto from Palicol - ditto from Palliacatta A copy invoice of the cargo loaded onto the ship 't Veldhoen, with the short invoice attached. An original bill of lading and invoice of the hewn stone masonry shipped on the very same vessel. An original bill of lading of the loaded linens etc. on the said vessel. A. No 15. No 74. 204 79. 180. No 83. No 76. An original bill of lading of the linens sent on freight aboard the aforementioned vessel. 77. An original expense account of the costs incurred at Nagapatnam for the ship 't Veldhoen. An invoice of calculation, sent in duplicate. A list of the pay documents currently being sent via Ceylon to Batavia, which according to the same consist of the following, namely: Two copies of the register of the pay ledgers and other papers of the financial year 1776/7, packed in a small chest and now sent via Ceylon to the Fatherland. A qualified muster roll of the whole of Coromandel as of the last day of June 1777, together with a short list for the same. A short military strength return of those present on this Coast as of the last day of August of the past year. A muster roll of the ship De Wakkerheid, dated 12 October 1777. A muster roll of the ship 't Veldhoen, also dated 12 October 1777. 178. A. 181. 182. No 84. No 86. No 87. No 88. No 89. No 85. A nominal roll of a certain pensioner named Lodewijk de Marthinus, and A nominal roll of the sailor Michiel Jacobsz, who is here on debt account. A memorandum serving to show how many Company servants were present on this Coast as of the last day of August 1777. A small invoice of some linens sent via Ceylon to Batavia by the ensign and engineer here, Adam Godlieb Henck. A supplementary requisition for 200 leaguers of arrack. Nagapatnam, in the Castle, 17 January 1778. Signed: J. A. Bronsveld, E. G. Clerq. Approved J. A. Bronsveld E. G. Clercq No 15. No 11 1 1 1 Copy 205. Batavia. To His Excellency, The Right Honorable, Highly Esteemed and Far-Ruling Lord, Jeremias van Riemsdijk, Governor General, and the Honorable Lords Councilors of the Dutch Indies, etc. etc. etc. Right Honorable, Highly Esteemed, Far-Ruling Lord, and Honorable Lords! By the dispatch ship 't Veldhoen, we had the high honor most humbly to present to Your Excellencies our submissive letter of 17 October last; which we heartily wish has already been safely delivered to Batavia by the aforementioned vessel; nevertheless, in accordance with standing orders, we take the liberty to enclose a duplicate thereof herewith, accompanied by a second copy of the missive sent by us to the Right Honorable and Highly Esteemed Lords Majores in the Netherlands in the previous year with the return ship De Wakkerheid. The day after concluding the aforementioned 206 missive, in dutiful compliance with Your Excellencies' highly respected order appearing in the circular missive of 12 June 1777, we formally and solemnly presented His Excellency the Right Honorable and Highly Esteemed Lord Jeremias van Riemsdijk with the customary formalities to the public as their lawful Governor General; and of the manner in which that highly distinguished ceremony was celebrated here, we caused a distinct resolution to be drawn up, which we present to Your Excellencies among the enclosures to this letter in the original, together with the certificates from the outer offices.

Dutch transcription

N=o 57. „ 58. 59. „ 6. 8. 1. Copia van Palicol 1. d„o Jaggernaijk p=m en „ 1. „ „ Bimilipatnam Een origineele 't zamentrekking van ge„ daane timmeragie en repa„ ratie in het boekjaar 177 6/7. over de gantsche Cust. — Agt stuks maandelijkse Rendementen dubbel afgaande; als: 1. Van Nagapatnam 1. „ Portonovo. 1. „ Palleacatta 4. „ Jaggernaikpoeram en „ Bimilipatnam Ses generaale Rendementen of sommariumt van 12. maanden op 't boek Jaar 1776/7. dúbbel afgaande; te weeten: 1. van Nagapatnam 1. „ Portonovo 1. „ Sadraspatnam 1. „ Palleacatta 1. „ Jaggernaikpoeram en 1: „ Bimilipatnam, Een Sommarium der verkogte koopman„ schappen over geheel Cor„ mandel van Primo sep„ tember 1776. tot ult=o aug=s 1. 1777. N=o 15. 203 „ 62. „66. „657. „68 1777. dubbeld afgaande. — N=o 64. Een generaale Notitie van het ingekogte bij de respective administratien in het boekjaar 177 6/7. dubbeld afgaande. - Een Copia opneem van 's Comp: wapen goede„ ren, onder ult=o aug=s 1777. dub„ beld afgaande. - Een Notitie van diverse geweeren in de wa„ penkamer en 't guarnisoen berustende. - Twee origineele Reekeningen van de verkogte suijker kandij te deeser kus„ te Cormandel in A=o 1776/7. Twee origineele reekeningen van verkogte zuij„ ker Poeder te deeser Custe Cor„ mandel. Een Prijs Courant van goude en zilvere spe„ cien dubbel afgaande. - Twee specificque aantooningen van de quan„ titeijten der Europase Coop„ manschappen welke in thien agter een volgende Jaaren op ieder comptoir alhier ter Custe zijn omgeset. — Twee Notitien der prijsen etc: van de Europa„ se Coopmanschappen welke in thien agter- een -. volgende „66. „ 6. 4. „ 63. Jaaren. N=o 679. „ 70 „74. „75. „72. Jaaren op ieder Comptoir alhier ter Custe zijn omgezet. Een generaale opstel der debiteuren op Zuijder en noorder Cormandel de a=o 177 6/7 dubbeld afgaande. — Een Memorie van gemelde Schulden en boek„ Jaar dubbeld afgaande. - Een 't zamentrekking van deselve schulden met aantooning wat ieder Coopman debet is &=a „72. 52 stuks afreekeningen; als 7. d„o tan Portonovo 6. „ „ Sadraspatnam 3. „ „ Bimilipatnam 20. „ „ Iaggernaikpoeram 16. „ „ Palicol . - . „ „ Palliacatta Een Copia Factuur van het geladene in 't schip 't veldhoem annex het korte factuur. - Een origineele cognoiscement. factuur van de afgescheepte arduijne steenwerken in het schip even gemeld. - Een origineele cognoiscement van de gelaa„ dene lijwaaten &=a in gedagte bodem. - Een. N=o 15 „74. 204 79. 1 . 8. D. „843. N=o 76 Een origineel cognoiscement van de lijwaaten per welmelde Kiel op vragt gesonden. - 77. Een origineele onkost reekening van het bekos„ tigde te nagapatnam aan het schip 't veldhoen. - Een factuur van aanreekening dubbeld af„ gaande. - Een Notitie der Zoldij papieren dewelke thans over Ceijlon na Batavia wer„ den overgesonden volgens dewil„ ke deselve in de volgende be„ staan; als: Twee copias Register der zoldij boeken en andere papieren des boekjaars 177/. welke in een kusje afgepakt en thans over Ceijlon na het Patria wirden gezonden. - Een gequalificeerde Rol van geheel Corman„ del de ult=o 1 Junij 1777. nee„ vens een korte Lijst op deselve, Een korte sterkte der militairen dewelke on„ der ult=o aug=s J„o Leeden te dee„ zer Custe te vinden zijn geweest; Een Monster Rol van het schip de wakker„ heid, gedateerd 12. ' 8ber: 1777. - Een Monster Rol van het Schip 't veldhoen meede van den 12. 8ber: 1777. 178. Een 11. 8. 1. 182. „8. 4. „86. „87. „88. „ 89 N=o 85. Een Naam Rolletje van Seeker gegagieerden in naame Lodewijk de marthi„ nus, en Een Naam Rolletje van de Mattroos Michiel Iacobsz: die alhier op schuld reekening Loopt. - Een Memorie dienende tot aanwijsing hoe„ veel 's Comp:s dienaaren onder ult=o aug=s 1777. te deeser Custe bevonden. - Een factuurtje van Eenige lijwaaten welke door den vaendrig en geneur alhier Adam Godlieb henck over Ceijlon naar Batavia gezonden werden. — Een Nader Eijschje van 200. Leggers arak. - Nagapatnam Jn 't Casteel den 17. Janu: 1778. /:was geteekend:/ J: A: Bronsveld, E: G: Clerq. — aprordeerd J„ A„ Bromveld Cy Clercq N=o 15. i„ lesoy No11 1 1 1 Copia 205. wensch dat de brief van den 17. 8ber: bereeds mogt urzen aan gebragt. Batavia. Aan zijn Hoog Edelheid. Den Hoog Edelen Groot Achtbaar en Wijdgebieden den Heere. Jeremias van Riemsdijk Gouverneur Generaal, en De Wel-Edele Heeren Raaden van Nederlands India. &a: &a. &a.. Hoog Edele Groot Achtbaare Wijdgebiedende Heere, en. Wel Edele Heeren! Per het Contra=Schip T veld=hoen; hebben wij de hooge eere gehad uw Hoog Edel=heedens aller Onderdanigst aantebieden. thans over nevens Copia van rie p=r 't schip vreedenlust sijn hoog edelh: van Riemsdijk 10 den 18. 8ber: voorgesteld. aante bieden onze submisese Letteren van den 17. October Laastleeden; die wij van harten wenschen dat Gereeds door den voorschreeven Bodem op Batavia gelukkunglijk zal weezen het duplicaat daar van gaat aangebragt; egter neemen wij volgens na Europa is afgezsonden de Constante Ordre de vrijheijd Edu„ „plicaat daar van deezen bij te vorgen verzeld van een tweede Copia missive door Ons in het voorige Iaar met het Retour schip De wakkerheijd naar Neederland afgezonden, aan de Hoog Edele Hoog Agtbaare Heeren Majores. Sdaags na het sluijten van de voorgewaagde. No. 15. tie 206 „tie in originali dezen verzeld neevens de Certificaalen van Voorgewaagde missives, hebben wij in verschuldigde nakoming van uw Hoog= Edel=heedens Heer gerespec„ „teerde Ordre, bij Circulaire missive Van den 12. Junij 177. Voorkomende, zijn Hoog-Edel=heijd den Hoog- Ede„ „len Groot Agtbaaren Heer Jeremias van Riemsdijk, met de gewoonelijke Formaliteijten den volkeren e plegtiglijk voorgesteld als haaren wettigen gouverneur gene„ „raal, en van de wijze, waar op die hoog aansienlijke Plegtigheijd alhier is ge„ waar van eendistinte brezolu„celebereerd geworden, doen formeeren de buijten Comptoiren een distincte Resolutie, die wij Uwe Hoog-Edel=heeden, onder de bijlaagen deezes agde.

NL-HaNA_1.04.02_3482_0454 view scan ↗

English

Introduction to the rendering of the report according to the annual custom. we offer herewith in originali, together with authentic copies of the certificates received from our subordinate factories, to prove that there also His High Nobility was publicly presented on the prescribed day; wherewith we hope that we in this matter may have fully complied with the orders prescribed to us by Your High Nobilities. The time at which we are annually accustomed to render a general report to Your High Nobilities of our operations in the Master's service having now appeared again, we proceed also, as bound by duty, to furnish to Your High Nobilities in this document a complete report of the recently concluded trading year 1776/7, in so far as the papers of the outposts have been received. in so far as we have been enabled to do so by the trade papers received from our respective factories; also demonstrating all that has since been performed here in the service of the Company, in so far as no report of this has already been made in our aforementioned missive of 17 October. However: Extract from the general letter of 30 October 1776. Answer to the Patria missive. However, in order to follow the customary order in this matter, we first take the liberty herewith to insert the received Extract General Patria Missive of 30 October 1776, with our respectful answer to the same placed in the margin, wherewith we wish that the High Noble and Right Honourable Lords Majores as well as Your High Nobilities will be pleased to be satisfied; the same being of the following content: Extract. No. 15. Extract of the Patria General Missive written by the Noble Honourable Lords Directors of the General Netherlands East India Company in the Assembly of XVII to Their High Nobilities the Governor-General and the Council of the Indies at Batavia, dated 30 October 1776: Containing on the Subject of Coromandel. The late arrival on Coromandel of the ship De Pallas has brought the ministers there into no small embarrassment as to how to arrange it so as to be able to dispatch that vessel to the Netherlands at the appointed time. The precaution, however, which they had taken to have the linen packages which were ready at Jaggernaikpoeram fetched in the meantime when the ship had not yet appeared on 31 August, has That our taken precaution to have the linen packages ready at Jaggernaikpoeram fetched when the ship De Pallas had not yet appeared on 31 August 1774, as well as our efforts made to procure a cargo to the value of f842097:3:-, may have met with the approval of Your High Noble and Right Honourable Lordships, will spur us on from time to time more and more to devise all possible means in order to enlarge the cargoes of the ships dispatched from here to Europe, so that one may at last satisfy Your Lordships' desire, namely to bring the lading of each return ship to nine tons of gold, for which we trust that the change proposed by us to Your High Nobilities regarding the lower stowage will be a suitable means; while we already in the month of October of the past year had the pleasure of being able to offer Your High Noble and Right Honourable Lordships a considerable cargo to the amount of f870248:9:8 on the return ship De Wakkerheijd. enabled them to dispatch the said vessel directly from Nagapatnam on 15 October. We therefore gladly express our special satisfaction with the commendable attention of the ministers, as well as with their applied diligence in procuring a cargo to the value of f842097:-, or fully 1 1/4 ton of gold more than that of the previous direct return ship, expecting now expecting that in the future the lading of those ships will amount to no less than the fixed 9 tons. We must meanwhile acquiesce in the judicial investigation which the ministers have caused to be made into the causes of the long voyage of over 3 months which the ship De Pallas had from Batavia to Coromandel; since according to the report of the commissioners appointed for that inquiry, the ship's officers were found completely guiltless of neglect of duty, and the aforementioned long voyage must be attributed solely to fierce contrary winds and rainstorms which caused the ship to drift below Ceylon. The ship Vreedenlust, destined by you as a counter-ship according to your advices to us of 11 May 1775, not having been able to make the voyage, but having made port at Malacca, and thus having arrived at the Nagapatnam roadstead only on 2 February 1775, will probably have spent little less than a full year in making that voyage back and forth. And since, on an ordinary voyage, the Company could have derived much more profit from the employment of that vessel and the crew assigned to it than it has now enjoyed from it, besides various other detrimental consequences that necessarily arise from such long voyages, we trust that you will have investigated with the requisite accuracy whether that long voyage was to be blamed on the conduct of the ship's officers, in order that we also regarding the true state of the matter can be

Dutch transcription

inleijding tot het doen van verslag volg:s het Jaarlijks gebruijk. —. deezes aan bieden in Originali, met en neevens Authentique Afschriften der van onze Onderhoorige Factorijen ont„ „fange Certificaaten, ten bewyzen dat ook aldaar zijn Hoog Edel=heijd ten Voorschreeven dage Publicquelijk is voorgesteld geworden; waar meede hoopen dat wij in deezen aan de Or„ „dres, ons door uwe Hoog-Edel hee„ „den voorgeschreeven, volkomen mogen hebben voldaan. —. Den tijd, waar op wij Iaare„ „lijks gewoon zijn, aan Uwe Hoog „ Edel= heeden een generaale verslag te doen van Onze verrigtingen in 'Smeesters No. 15 23 45 207 de buijten Comptoiren sijn ontfangen. —. 'Smeesters dienst, tans weederom ver„ „scheenen weezende, gaan wij Ook „door daar toe schuld-Pligtig Over „ aan Uwel=Hoog-Edelheeden, in deezen te suppediteeren een volleedig vertoog van het Iongst afgeloopen Man„ voor soo vere de papieren van del Iaar 177. 6/7., Voor zo ver wij daer tor, door de ontfangen handel Papie„ „ren van Onze Respective Factorij„ „en, zijn in staat gesteld; onder ver„ „tooning teffens van al het geen hier in den dienst van de Maatschappij ook seedert is verrigt geworden, voor zoo ver daar van bereeds geen verslag gedaan is bij Onzen voorgewaagde mis„ „sive van den 17: October. —. E: dog: Extract uijt de generaale brief van den 30. 8ber: 1776. —. m: andwoording van het Patriaus E: dog, om hier in egter de gewoon„ „lijke ordre te volgen, neemen wij alvoorens de vrijheijd, bij deezen te inzeoir en het Ontvange Extract Generaale Patriasche missive van den 30. ' October 1776: met ons eerbiedig andwoord op het zelve, in margine gesteld, waar mee„ „de wij wenschen dat zoo wel de Hoog-Edele Hoog-Agtb:r Hee„ „ren Majores, als uwe- Hoog Edel„ „heeden zullen gelieven genoegen te neemen: zijnde het zelve van den volgende inhoud. —. Extract. No. 15. 208. Extract Patriasche Generaale Missive geschree¬ „ven door de Edele Agtbaare Heeren Bewindhebberen van de Generaale Nederlandsche Oost=Indische Comp:e ten Vergadering van XVII: aan hunne Hoog-Edel„ „heeden den gouverneur generaal en de Raaden van Jndie te Batavia gedateerd 30. ' October 1776: Vervattende in Materie van Chormandel. De laate aankomst op. op Chormandel van het schip De Pallas, heeft de ministers aldaar niet wij„ 8i„ „nig in verleegendheijd ge„ „bragt, hoedanig het te schik„ „ken om dien bodem op den bepaalden tijd naar Nee„ „derland te kunnen afsen„ „den. de voor zorg egter; die Dat onze gebruijkte voor zorge wanneer het schip De Pallas op Zij hadden gebruijkt om den 31:' aug:s 1774. nog niet quam opdagen met de op Iaggernaikp:r toen het schip den 31. aug:s in gereedheijd zijnde Lijwaat Patk: af te laaten haalen, zo wel als onze nog niet kwam opdaagen aangewende Pogingen tot het besorgen van een Carguazoen ter waarde van inmeddels van Iagger„ ƒ842097:3: het welbehagen van uw= „Hoog Edele Hoog Agtb: heeft moogen „naijkpoeram de in ge„ wegdraagen, zal ons van tijd tot tijd „reedheijd zijnde Lijwaat meer en meer aanspooren, om alle moo„ „gelijke middelen uijttedenken ten einde Patk: ter doen afhaalen, de Carganzoenen van de van hier naar Europa. heeft. N=o. 15. 11 209 heeft hun in staat gesteld Europa gedepecheerd wordende scheepen, te vergrooten, op dat men eindelijk eens aan Hoog derzelver begeerte Nament„ gemelde Bodem nog op den „lijk om de Lading van ijder retour schip op Negen Ton te brengen, vol„ 15: October direct van Na„ „doen mag, waar toe wij vertrouwen dat de door ons aan Haar Hoog Ede„„gapatnam te depecheeren. „lens geproponeerde verandering om„ „trend de onderlaag, een gepast mid„ „del weesen sal; terwijl wij bereeds E Wij willen dierhal„ in de maand October van het Jongst gepasseerde Iaar het genoegen hebben „ven Over de Prijzelijken at„ moogen erlangen, om uw Hoog Edele Hoog Agtb: met het retourschip de „tentie van de ministers wakkerheijd, een aanzienlijk Laading ten ten bedraage van ƒ870248:9:8: te gaarn ons bijzonder genoe„ moogen aanbieden. —. „gen betuijgen, zoo wel als over hunne aan gewende vlijt in het bezorgen van een Carga„ „zoen ter waarde van ƒ442097: of ruijm 1¼: Thon gouds meer, dat van het vorigen direct Retour schip als nu verwagtende. verwagtende dat in het ver„ „volg de Lading dier scheepen niet min der dan de pepael„ „de 9. Ton zal bedraagen. Wij. moeten onder„ „tusschen berusten in het Justitieel Onderzoekt, 't geen de ministers hebben laaten doen na de Oorzaa„ „ken van de Lange Reijs van Ruijm 3: maanden die het schip De Pallas van Batavia naar Corman„ „del heefd gehad; terwijl volgens het Rapport der gecommitteerdens. No. 15 210 gecommitteerdens tot dat onderzoek de scheep:s Over„ „heeden aan pligt versuijm volkomen onschuldig zijn bevonden en de voorschreeve lange reijs eeniglijk moet werden toegeschreeven aan Felle teegen Winden en Storm buijen die het schip beneeden Ceijlon hebben doen verval„ „len. —. Dit schip Vreedenlust door UE: tot een Contra= =schip gedestineerd volgens uwe adviesen aan ons van 11. maij. n. der maij 1775. de reijs niet hebbende kunnen krijgen, maar op Malacca ter houw gekomen, en dus eerst den 2: Februarij 1775: ter Nagapatnamsche Rheede g'arriveerd zijnde zal waar¬ „schijnlijk wijnig minder dan een rond Iaar tot het doen dier reijze heen en Weeder om hebben toege„ „bracht. —. En vermits bij een gewoo¬ „ne Rijs de Comp:e van het emplooij van dien bodem en die. No. 15. 4. 211 die daar op bescheijden man„ „schappen veel meer voordeel zoude hebben kunnen trek„ „ken, dan dezelve daar van als nu hadt genoten, behalven verscheijden andere nadeelige „gevolgen die uijt dusdanige lan„ „ge reisen noodwendig ontstaan; vertrouwen wij dat UE: met de vereijschte naaukeurigheijd zou hebben onderzogt, op die lange voijagie aan het gedrag der scheeps-Overheeden ge„ „weeten morst werden, ten einde ook wij nopens de waare toe„ „dragt der zaake kunnen worden.

NL-HaNA_1.04.02_3482_0464 view scan ↗

English

be informed: it would not be the first time, however, that one private interest or another had influenced the delay of voyages, and that calling at ports other than the destined ones had to be attributed to entirely different reasons than the accidental circumstances of wind or weather, which certainly will also have been taken into consideration by you. In the marginal response of the ministers to the extract of our missive of 15 October 1773, they demonstrated at large the reasons why, in their opinion, it would not be advisable to ballast the direct return ships with saltpetre instead of stone. On that occasion, they made a distinction that appears to us to be useful for treating this subject with greater precision in the future. Maintaining that saltpetre is never shipped as ballast in the return vessels, but indeed as dunnage. For this latter purpose, according to their judgment, the saltpetre can be employed, but not for the former, because the ships, being very top-heavy due to their linen cargo, would be exposed to the danger of capsizing in case the saltpetre that was loaded as ballast instead of stones began to melt through leakage, and this liquid was subsequently pumped out. Having reviewed, as much as time has permitted us, what you have successively written concerning the employment of saltpetre as ballast, it has appeared to us that you do not always make use of such a distinction, whereby it becomes difficult to determine whether the grounds on which you reason agree with those of the ministers. And since that determination is nevertheless necessary if one is to compare your considerations regarding the ballasting of the ships fruitfully with those provided by the ministers on this subject, we shall await the necessary elucidation from you in this regard, in order subsequently to be able to declare ourselves further. We desire all the more to be served with your report on the ministers' aforementioned considerations, because from your reply under the matter of this office to our missive of 15 October 1773, it appears that you gave no order to the Coromandel ministers for ballasting the return ships with saltpetre, for the reason that there was no possibility of procuring a sufficient quantity from Bengal to this coast, and little or no prospect for purchase here; but that otherwise the ballast of saltpetre was considered by you to be more serviceable than that of stones, whereas nevertheless in another place a similar difficulty as that which the Coromandel ministers have raised concerning the danger of the melting of the saltpetre was also urged by you. In our multi-mentioned letter, it having been remarked that the excessive underweight of fully 15 to 18 percent on the pepper from the cargo of the ship the Bartha Petronella, the ministers have alleged that the full lading of this and the following ships in 1772 and 1773 had taken place at Iaggernaikpoeram, and thereby thought to excuse themselves from giving reasons regarding the said underweight. That circumstance, however, ought not to have restrained them from demanding an accounting from the servants at the said office regarding the handling that took place during the loading of that ship with regard to the pepper, which we therefore expect that they will let serve as their guidance in the future. We must in all humility confess our committed neglect in not demanding an accounting from the Iaggernaikpoeram servants regarding their handling that took place there during the loading of the ship the Bartha Petronella concerning the pepper, for which we most respectfully ask for excuse. Meanwhile, we assure your Right Honorable Worships that we shall in the future take as our guidance that which was recommended by your Honours, to demand, on all occasions when a noteworthy shortfall might be found in Europe upon the cargoes of those repatriating from this government, an immediate accounting from those whose duty it is to care for that during the loading of those keels; as has also already been done by us regarding the underweight of pepper found in the Netherlands on the cargo of the ship Alkemade amounting to as much as 25274 pounds, of which we have communicated the answer of the Iaggernaikpoeram chiefs, where that keel was fully laden, to Their Right Honors the High Indian Government in our respectful letter of 15 January 1776, to which we in this matter most humbly refer, while we yet respectfully note to our satisfaction that the ministers have had the requisite oversight kept regarding the pepper of the ship De Pallas, in order that nothing of it would be alienated.

Dutch transcription

worden g'informeerd: het zou„ „den dog niet de eerste maal zijn dat deeze of geene Parti„ „culiere belangen van invloed waaren geweest op de vertra„ „ging der Reijzen, En dat het aandoen van Plaatzen, buijten de gedestineerde, aan geheel andere reedenen, dan de toeval„ „lige omstandigheeden van Wind of weer hadden moe„ „ten werden toegeschreeven, 't geen zeezerlijk bij UE: mee„ „de in aanmerking zal zijn genoomen. —. Bij No. 15. 15 212. Bij het marginaal andwoord der ministers op het Extract onzer missive van den 15: Oc¬ „tober 1773: hebben dezelve in het breede vertoond de Reede„ „nen, waarom na hunne gedag¬ „ten niet Raadzaam zoude zijn de directe Retour-Scheepen in plaats van met steen, met salpeeter te ballasten. —. Bij hebben bij die geleegend„ „heijd een Onderscheijding ge„ „maakt die ons voorkomt van dienst te kunnen zijn, om dit Onderwerp, in het vervolg met meerder meerder praeciesheijd te verhan¬ „delen. de salpeeter sustineeren„ „de is nooijt tot ballast in de retour bodems afgescheept, man Wel tot onderlaag. Tot dit Laaste kan na hun Oordeel de salpeeter g'emploieerd werden maar niet tot het eers„ „te uijt hoofde dat de scheepen door derzelver Lijwaat-Lading zeer booven, Lastig zijnde aan het gevaar van omslaan zou„ „den worden bloot gesteld in„ „gevalle de salpeeter die in plaats van steenen tot ballast was. No. 15 29 57 17. 213 was ingegeeven door letkagie aan het smelten geraakte, en dies vogt vervolgens wierd uijt„ „gepompt. —. Zoo veel de tijd ons heeft toe„ „gelaaten na gegaan hebbende het geen u E: Over het em„ „plooij van de salpeeter, tot ballast successivelijk hebben geschreeven is het ons voorge„ „koomen dat UE: van zooda„ „nig een Onderscheijding zich niet altoos bedienen, waar door het moeijelijk wordt te bepaalen, of de gronden waar op. op UE: redeneeren met die van de ministers Over een stem„ „men. — En vermits die bepaaling echter is noodzaakelijk, zal men UE: Consideratien wee„ „gens het ballasten den schee„ „pen met vrugt vergelijken, tegen die welke door de minis„ „ters op dit sujt zijn gefour„ „neerd; zullen wij hier omtrend de noodige Elucidatie van UE: te gemoed zien om vervolgens ons nader te kunnen verklaa„ „ren. —. wij No. 15. 19: 214 Wij verlangen te meer om gediend te zijn van uw berigt op der ministers voormelde Consideratien, om dat uijt uwe rescriptie onder de materie van dit Comptoir op onze Missive van 15. ' October 1773: blijkt dat UE: tot het ballasten der retour scheepen met salpeeter aan de Cormandelse minis„ „ters geen order hebben gegeeven om reeden dat er tot bezorging van een genoegzaame quantiteijt uijt Bengale naar deeze kust, geene moogelijkheijd en tot den inkoop alhier wijnig of geen apparentie. klaa„ Sapparentie was, dog dat anders de ballast van salpeeter door UE: dienstiger werd geagt, aan die van steenen: daar nogtans op een andere Plaats een gelijke swaarigheijd als de Corman„ „hebben „delse ministers „gemaakt, weegens het gevaar van het smelten der salpeeter ook door UE: is aangedrongen. —. Bij meergemelde onse lette„ „ven geremarqueerd zijnde het het ocorssief:s onderwigt van wel 15/18: prC:o op de Peeper uijt de Laading van het schip ten de No. 15. No. 215 de Bartha Petronella heb„ „ben de ministers g'allegeerd dat de volladig van dit, en de volgende scheepen in 1772: en 1773: op Iaggernaikpoe„ „ram was geschied en daar mee„ „de gemeend zich te kunnen verschoonen, van het geeven van reedenen weegens het ge„ „dagte Onderwigt. — Die omstandigheijd had wij moeten in alle needrigheijd be„ „kennen, ons gepleegd versuijm, in het echter hun niet behooren te niet afvorderen, van een verandwoor„ „ding van de Paggernaikpoeramse weerhouden van de bediendens bediendens, noopens haare behandeling, die bij het belaaden van het schip de aldaar verantwoording te vor„ Bartha Petronella omtrend de peeper ten gem: Comptoire heeft Plaats gehad, „deren, nopens de behandeling waar die. waar over wij op 't eerbiedigst om ver„ „schoning vragen; Inmiddens verse„ „keren wij uw: Hoog Edele Hoog Agtbaare dat wij ons in 't vervolg tot narigt zullen laaten strekken, het door Hoog deselve aanbevoolene om bij alle geleegendheeden, wanneer eene naamwaardige minderheijd in Euro„ „pa op de Ladingen van de uijt dit gouvernement repatrieerende, mogte bevonden worden direct verantwoor„ „ding te vorderen, van die geene, wel„ „kers Pligt het meede brengt, om daar voor bij belaading dier kielen te zorgen, zo als dan ook, door ons bereeds geschied is omtrend het in Neederland bevondene minwigt van Alkemade tot wel 25274: - Ponden, waar van wij het andwoord der Iaggernaikp:r opperhoofden, al„ „waar die kiel volladen is, Haar Hoog Edelens de Hoge Indiasche Regeering bij onse eerbiedige Let„ „teren van den 15. Januarij 1776:; hebben bedeeld, waar aan wij ons in deezen op het needrigst gedraa„ „gen, terwijl wij nog in eerbied aan„ Peeper op de Lading van het schip tot genoegen dat de ministers Het strekt ons immiddels „ omtrend de Peeper van het schip De Pallas, de vereijsch„ „te torsligt hebben doen houden, ten einde daar van niets ver„ „vreemd wierd. die bij het beladen van dat schip omtrend de Peeper ten gem: Comptoire heeft Plaats gehad, het geen wij derhalven „ verwagten dat zij in het ver„ „volg zich tot naricht zullen laaten dienen. —. „merken. Op N=o 15.

NL-HaNA_1.04.02_3482_0473 view scan ↗

English

2: 256. to note that all the pepper that has successively been brought here from Batavia by the ships was packed in straw sacks, with this distinction however, that for those of the ships the Bartha Petronella, Alkemade, and the Jonge Lieve only single straw sacks containing 50 lb each were used, and for those of the remaining ships double straw sacks of 100 lb each, so that one might partly attribute the great difference in shortweights between the first three and the subsequent vessels arrived in Europe to that difference in packaging. In the same there was also no great shortweight, having amounted to only 4½ per cent; but whether this must be attributed to the fact that the entire loading of that ship was done at Nagapatnam, and thus under the eyes of the ministers, is not certain, since the shortweight on the pepper of the immediately preceding ship, the Jonge Lieve, which was fully loaded at Jaggarnaikpoeram, was also no more than 5 9/16 per cent, and therefore very moderate in comparison with that of the previous ships. We see from your advices of 11 May 1775 that the 300,000 lb of black pepper which you sent to this office with the return ship the Both was packed in double straw sacks. It has not appeared to us whether the pepper sent with the Jonge Lieve and the Pallas likewise had such packaging, but in that case, and if the pepper of the previous ships was not provided for in the same manner, one might very likely attribute to this the great difference in the shortweights on that grain which occurred between the two last-mentioned vessels and the preceding ones. The principal matter regarding the textile collection is, as we flattered ourselves and as was respectfully shared with Your Right Honourables on our demands for returns in the margin of the article on textiles in the extract of the Patria missive dated 29 September 1775, turned out in the recently ended year 1777 about 300 more favorable than in the year before, so that it mounted to a quantity of 2553 bales, and thus fully 463 packages more collected than in the year 1776, when the collection amounted to only 2090 packages. Notwithstanding that in this recently ended trading year it had to contend with various adversities, whereby on the Patria and Indian petition of up to 2900 bales some 347 remained unfulfilled, the reasons for which are treated at length in our respectful formal reply to the demand for returns for the year 1777, which is now most submissively presented to Your Right Honourables, to which, to avoid repetitions, we take the liberty humbly to refer; whilst we further note in this that on the 31st of December last we resolved to have five of the six Nagapatnam merchants, who received 2795 Pagodas 6 fanums and 73 Casses more out of the treasury than they delivered textiles to the Company, restore that amount into the Company's treasury with 10 instead of the penalty of 25 per cent set by us on 27 September 1773, to which they have already complied, not without many objections and adduced reasons of the impossibility of procuring the cloths undertaken by them for delivery; reasons, we say with respect, which were not judged entirely dismissible, wherefore we proceeded to the aforementioned mitigation of that stipulated penalty, the details of which are described at length in our aforementioned Resolution of the 31st of December last, to which, in the hope of Your Right Honourables' most highly revered approval, we most humbly refer. being treated, and to which we must refer, we shall briefly cite here: That however much we gladly wish to acknowledge with you that the troubles of war and further disturbances of the country can noticeably obstruct the collection of textiles, and prevent the merchants from carrying out that for which they would otherwise not lack the necessary zeal or fidelity, that consideration ought nevertheless to be accompanied by a second, no less equitable one, consisting herein: that when those merchants made no difficulties during the troubled state of affairs in submitting to the conditions stipulated upon entering into the contracts, it may not without ground be concluded therefrom that they were convinced of the possibility of fulfilling what was promised, and therefore ought to be held to the actual execution of their engagements. This general reflection finds, in our opinion, a full application to what you have written to the ministers regarding the stipulated 25 per cent advance from the Nagapatnam merchants for what they should fail to deliver. And we believe that if the merchants voluntarily subjected themselves to that penalty, its collection, in default of fulfilling the undertaken delivery, can be put into execution without the least hesitation. Moreover, this measure seems to be regarded by the ministers as a necessary precaution against the intriguing nature of the native and his indifference in fulfilling contracts; but if that precaution is to have the required effect in the long run, one ought to be circumspect in

Dutch transcription

2: 256. „merken dat al de Peeper die van Batavia met de scheepen sinoes„ „sive alhier aangebragt geworden is, in stroo sakken is g'embaleerd geweest, met dat onderscheijd egter, „dat tot die Per de scheepen de Bar„ „tha Petronella, Alkemade, in de Ionge Lieve eenlijk enkelde stroo sakken inhoudende 50. lb: ijder, en tot die der Overige scheepen dubbel„ „de stroo sakken van 100: lb: ieder gebruijkt geworden zijn, dus men aan dat diffierent der Em„ „balagie het groot onderscheijd der onderwigten, tusschen de drie eerste, en de nadere in Europa aangekoo„ „men bodems voor een gedeelte zou„ „de moogen attribueeren. —. If dezelve is ook geen groot onderwigt geweest als hebben„ „de maar bedraagen 4½: prC:o maar of dit moet werden toegeschreeven daar aan, dat de gantsche belaading van dat schip is gedaan te Na„ „gapatnam, en dus onder het oog der ministers, zulx is niet zeeker dewijl meede het onderwigt op de Peeper van het naast voorgaande schip de Ionge Lieve 't geen te Iagger„ „naikpoeram was vollaaden niet meer is geweest dan 5 9/16: pC. o en over sulx seer maatig in s ven en s 2 ser ver¬ 1 in vergelijking van dat der voorige scheepen. Wij zien uijt Uwe adviesen van 11: Maij 1775. dat de Peeper 300'000: lb: Zwarte die UE: met het Retour schip de Both naar dit Comptoir hebben gezonden in dubbelde stroo zakken is g'embareerd geweeest, Het is ons niet geblee„ „ken of de Peeper met De Ionge Lieve en de Pallas ver„ „zonden insgelijks zoodanig een emballagie heeft gehad, dog in dat geval en wanneer de No. 15. No. 257 de Peeper van de voorige Schee„ „pen niet inzelver voegen: be„ „zorgd is geweest. Zou,men veel ligt hier aan kunnen at„ „tribueeren het groot onderscheijd der onderwigten op dien Korl welke tusschen de twee Laast„ „gemelde bodems en de voorgaan„ „de heeft Plaats gehad. —. Het voornaamste nopens Den Lijwaat Insaam is zo als wij ons geflatteerd, en in margine van het het articul der Lijwaaten, bij Extract Patriase missive in dato 29: September 1775: ter needergesteld onze Eijsschen van Retouren uw Hoog Edele Hoog Agtbaare Eer„ „biedig bedeeld hebben, in het Iongst verhandeld wordende, en ons afgeloopen Iaar 1777, ruijm 30o favo„ „rabel als in het Iaar bevoorens uijt„ daar toe moeten de Refereeren „gevallen, zo dat dezelve gemonteerd heeft, Een quantiteijt van 2553: far„ zullen wij alhier kortelijk aan„ deelen. „haalen der deelen, en dus wel 463: Pakken meer„ „der ingesameld, dan het Jaar 1776: wanneer den inzaam maar bedroeg 2090: Pakk: Niet teegenstaande de„ Dat hoe zeer wij gaarn „selve in dit Iongst afgeloopene han„ „deljaar met diverse teegenspoeden te worstelen heeft gehadt, waar door met UE: willen erkennen dat op de Patriase en Indiase petitie tot 2900: fardeelen wel 347: on„ de oorlogs onlusten en verdere „voldaan zijn gebleeven, waar van troubles van het Land den de reedenen breedvoerig verhan„ „delt staan, bij onze eerbiedige for„ Jnzaam van Lijwaaten mer„ „meele beantwoording op den eijsch van Retouren voor den Jaare 1777. „kelijk kunnen stremmen, en die thans uw- Hoog Edele Hoog de kooplieden beletten dat geen Agtbaare op het onderdanigst aan„ „gebooden werd, waar aan wij ter ter uijtvoer te brengen waar vermijding van rediten, de vrijheijd neemen ons in oodmoed te gedraagen toe hun anders de noodige terwijl wij nog in desen noteeren, dat wij op den 31. ' December Jongst iever of trouw niet zouw ont„ verweeken beslooten hebben, om door vijff van de ses Nagapatnam„ „breeken, die Consideratie egter „se handelaaren, welke 2795: Pag: 6. fanums en 73. Casses meerder uijt verzeld behoord te gaan van Cassa genoten, dan Lijwaaten aan een tweede niet minder billijk de Comp:e geleverd hebben, dat mon„ „tant met 10. in steede van de door en hier in bestaande dat wan„ ons op den 27. 7ber: 1773: gestelde „len. panaliteijten. „neer N=o 15. 27o: 218 Panaliteijten van 25: prC:o in Comp:s neer die kooplieden geene Zwaa„ cassa te restitueeren, waar aan te bereeds, niet zonder veele teegenstree„ „righeeden hebben gemaakt „vingen, En bijgebragte reedenen van de onmoogelijkheijd der Procure geduurende de onrustige der door haar ter Leverantie aange„ toestand van zaaken aan. „noomene kleeden voldaan hebben; Reedenen zeggen wij in eerbied, wel„ „ke niet ten eenemaal verwerpelijk de Conditien, zig te onder„ zijn geoordeelt geworden, waar om wij tot de voormelde mitigatie dier „werpen, die men bij het aan„ bepaalde Panaliteijt zijn overge„ „gaan der Contracten gesti„ „gaan, het een en ander breedvoerig en beschreeven staande bij onze vooren„ „puleerd heeft, daar uijt met „gewaagde Rezolutie van den 31:' december Jongst verweeken, waar zonder grond kan worden aan wij in Hope van uw Hoog Edele Hoog Agtbaare zeer hoogte geconcludeerd dat zij Over„ eerene goedkeure, ons op 't allen„ „tuijgd zijn geweest van de „needrigst refereeren. —. moogelijkheijd om het be„ „loofde na te koomen en Over sulx tot de dadelijken vol„ „brenging van hunne enga„ „gementen, zouden dienen te worden an dat dere geen worden gehouden. Deese algemeene Reflexie vind onzes bedunkens eene volkoome applicatie op 't geen UE: de ministers hebben aan„ „geschreeven, nopens de bedongen 25: prC:o advans van de Naga„ „patnamsche kooplieden voor het geen ij in gebreeken zou„ „den blijven te leeveren. — En wij meenen dat als de kooplieden zig aan die pana„ „liteijt vrijwillig hebben gesub„ „jecteerd dies invordering, bij faiote No. 15. 23 67 29 . 239 faute van voldoening der aan„ „genoomene Leverancie zonder de minste handigheijd ten exse„ „cutie kan worden gelegd. —. Daar en booven scheijnd dit middel door de ministers te worden aangemerkt als eene noodzaakelijke Pracautie tee„ „gen de intreganten aant van den Inlander en desselfs on„ „verschilligheijd in het nakoo„ „men der Contracten; maar zal die Precautie op den duur de vereijschte werking doen, dan behoort men omzigtig te zijn in.

NL-HaNA_1.04.02_3482_0480 view scan ↗

English

in remitting the aforesaid penalty, since otherwise the fear of its collection would easily disappear among them, and therewith also the principal and most efficacious motive for fulfilling their obligations. It is therefore not without this remark that we pass the granted waiver to the Nagapatnam merchants of the 25 per cent advance on that which remained delivered by them on account of the contract of 1773 No. 18. No. 220 in the hope that now in 1774, this same condition having been renewed, the ministers will have acted with the requisite earnestness in this regard. Your Honors having shown by their advices of 11 May 1775 the inconveniences to which, according to the understanding of the ministers, the strict execution of your order would be subject—to supply the assortments of linens that were last demanded for the Netherlands from what remained thereof in arrears from a previous year, without then making a new contract for those assortments—we have found it proper, for the reasons alleged by the ministers, to approve that Your Honors have revoked the aforesaid order and consequently granted permission to dispatch the incoming packs on the requisition of a previous year also on that requisition, and moreover to fulfill what was demanded in a subsequent requisition. No. 15 23 1 No. 221 The linen delivery of 1773/1774 having amounted to 267½ packs less than that of the previous year, we will indeed consider this as arising principally from a lesser quantity demanded; however, as the fulfillment of the European and Indian requisitions still lacked a number of 111 packs, it would have been wished otherwise. Your Honors have rightly observed the differences that took place in the reported collection of linens in the years 1771/1772 and 1772/1773, for the clarification of which we take the liberty to represent respectfully to the same that the delay, or rather the late arrival, of the Paleacatte papers annually is the cause whereby our first returns will always be less than the last, because in the interim, through the receipt of the aforementioned documents, we are informed of the completed collection at the aforesaid office and of the quantity of packs remaining there, as took place with regard to those of 1771/1772 with 26, and to those of 1773/1774 with 32 bales; and the like will happen repeatedly in the following years whenever said papers of that factory are brought to us so late from time to time. And since Your Honors will also discover a difference regarding our return of the collection in the year 1776 when compared against that which we shall respectfully submit to Your Honors for this year, we note for speculation that from the quantity of 2156 packs reported by us in the past year as collected, a full 66 packs had to be deducted, both on account of the linens rejected during sorting from the offices of Palicol and Jagernaikpoeram, as well as on account of those brought here wet and stained from Northern Coromandel, and also the Bimlipatam packs gnawed through by insects, whereby then also for the most recently completed collection an excess of 463 packs is reported, which otherwise would amount to only 397 bales. Rightly has it been observed by Your Honors that the reports of the ministers regarding the number of linen packs collected in 1771/1772 do not agree with one another, as that number in their letter of 31 December 1772 was stated at 2596 packs, whereas according to the letter of 24 June 1774 the same would have amounted to 2622 packs. A similar contradiction has also been discovered by us regarding the collection of 1772/1773, which in the comparison with the following year in the ministers' letter of 10 January 1775 is entered and set at a quantity of 2807 packs, while that collection in their letter of 20 January 1774 is recorded as only 2775 packs. No. 15 No. 222 Pursuant to the plan of calculation and distribution of the 3 per cent on the yield of the Coromandel linens favorably sent to us by Your Honors, that gratuity has been distributed here among the ministers and servants, for which each offers his humble gratitude to Your Honors for his portion or share enjoyed. From the accompanying plan of calculation and distribution of the allocated 3 per cent on the yield of the Coromandel linens, more fully contained in our letter of 25 October 1769, Your Honors will see that some change has been made by us in that distribution. The object of granting the aforesaid 3 per cent having principally to be to effect, as much as possible, that the Company be served in the matter of linens according to requirement, we have judged it necessary to place that gratuity on such a footing that the aforesaid 3 per cent shall henceforth be enjoyed only by No. 15 197 No. 223 those who have collected linens upon which a profit has been realized here in this country. We have consequently found it proper that, on the one hand, the payment of 3 per cent of the general yield of the Coromandel linens will indeed remain in effect, but that the amount of that 3 per cent will be distributed among the ministers and servants in proportion and pro rata to the profit realized on the linens collected by them.

Dutch transcription

in het remitteren van de voorsz: pornaliteijt, dewijl anders de vrees voor dies invordering bij hun ligt zou Verdwijnen, en daar meede teffens het voor„ „naamste en efficacieuste Motif tot het gestand doen hunner verbintenissen. Det is derhalven niet dan onder deese remarque dat wij Passeeren de gedaane quijtschee„ „ding aan de Nagapatnam„ „sche kooplieden van de 25:e prC:o advans op het geen wee„ „gens de aanbesteeding van 1773: No. 18. No. 220 bij hun ingeleeverd is gebleeven„ in hoop dat nu in 1774: dit zelfde beding vernieuwd is de ministers daar omtrend de vereijschte ernst zullen hebben gebruijkt. —. Door UE: bij derzelver adviesen van 11: maij 1775. zijnde vertoond de inconveni„ „enten waar aan volgens het begrip der ministers zoude onderheevig zijn de stricte er„ „ecutie uwer ordre om de son„ „tementen der Lijwaaten die het Laaste voor Neederland zijn dan chee„ 1773: zijn gevordert te suppleeren uijt het geen, daar van in een voorig Iaar Per Restant is gebleeven zonder als dan van die sortementen een nieuwe aanbesteeding te doen, hebben wij om de door de ministers g. allegeerde Reedenen goedgevon„ „den ons te Laaten welgevallen, dat UE: de voorsz: order inge„ „trokken en dienvolgende Permis„ „sie verleend hebben om de inge„ „koomene Pakken op den eijsch, van een voorig Iaar ook op dien eijsch af te zenden, en daar en booven te voldoen het geen No. 15 23 1 27o: 221 geen bij een volgende Eijsch werd gevraagd. De Lijwaat=Leverantie van 177¾. 267½: Pakk: mindten hebbende bedraagen, dan die van het voorige Iaar willen wij zull wel aanmerken als voor„ „naamelijk ontstaande uijt een minder g' Eijschte quantiteijt, daar egter aan de voldoening der Europasche en Indische Petiten nog heeft ontbrooken een getal van 111: Pakk:, was zulx wel anders te wenschen geweest. Te: uw Hoog Edele Hoog Agtb: hebben te Te regt is door UE. geremar„ regt gelieven te remarqueeren de differenten dien in de opgegeevene Jnsaam van Lijw: „queerd, dat de berigten van de in anno 177 1/8: en 177 2/3: hebben Plaats ge„ „had, tot welkers opheldering wij de vrij„ ministers Omtrend het getal „heijd neemen Hoog dezelve Eerbiedig te vertoonen, dat daar van 't agterblijven, der Lijwaat Patk: in 177½: in„ of wel 't laat inkomen der Palleacatse papieren Jaarlijks, de oorsaak is waar „gesameld met den andere niet door onze eerste opgaaven althoos min „een Overkoomen als zijnde dat ge„ „der, dan de laaste zullen weezen, wijl we in die tusschen tijd door den ont„ „tal bij Hunne Missive van „fangst der voorm: Documenten g:' in„ „formeerd worden van den afgeloopen 31. december 1772: opgegeeven Jnsaam ten voorsz: Comptoire, en van de quantiteijt der aldaar Overgeblevene met 2596: Patk:, daar volgens Patk:, zo als met opzigt tot die van 177½. met 26;, en tot die van 177¾. met 32. den brief van 24: Iunij 1774. fardeelen heeft Plaats gehad, en zulks het zelve zoude hebben bedraa„ zal in de volgende Jaaren telkens gebeu„ „ven, wanneer gedagte Papieren van die factorij, van tijd tot tijd 30 laat ons „gen 2622: Pakk:. —. worden toegebragt, En dewijl u Hoog Edele Hoog Agtbaare omtrend onze op„ „gaave van den inzaan in A:o 1776:, almee„ „de een different bij vergelijking tegens die wij eerbiedig tot uw Hoog Edele Hoog Agtb: voor dit Jaar zullen ontdekken, zo noteeren ook bij ons ontdekt, nopens speculatie;, dat van de door ons in den gepas„ den Jnsaam van 177 2/3. die Een gelijke strijdigheijd is „seerden. bij. N=o 15. No. 222 „seerden Jaare opgegeevene quantiteijt van bij de vergelijking met het 2156: Pakk: als ingesameld wel 66: Patk: zo wegens de bij hensorteering uijtgeschotene volgende Iaar in den minis„ Lijw: van de Comptoiren Palicoe en Iag„ „gernaikp:n, als weegens de nat en ge„ „tens Missive van 10. Iann: „vlekt van Noorder Cormandel alhier aangebragte, zoo meede door de beesjes 1775. g'insereerd op een quan„ doorknaagde Bimilip:m Patk: hebben moeten gedeconteerd werden, waardoor „ titeijt van 2807: Pakken word dan ook voor den Jongst afgelopen insaem gesteld, terwijl dien Insaam eene meerderheijd van 463: Patk:, die anders maar 397. fardeelen bedraagen bij hunne Letteren van den zoude, word opgegeeven. —. 20. Januarij 1774. maar met 2775. Patk: bekend staat. — Uijt het neevens deeze af„ Navolgens het door uw Hoog Edele Hoog Agtb: ons goedgunstig toegeschik„ „gaande Plan van bereeke„ „te Plan van bereekening en verdee„ „ling der 3. pC. o op het rendement van de Cormandelse zijn: is dat „ning en verdeelige der toegetelde douceur alhier onder de ministers en 3. pC: o op het Rendement van bediendens verdeelt geworden, waar voor een ijder, voor zijn Portie of genoten de Chormandelse Lijwaaten aandeel uw: Hoog Edele Hoog Agtb: „ desselfs nedrige dankbaarheijd offereerd. breeder vervat bij onze Missive van van 25. October 1769: zullen UE: Zien, dat door ons in die Verdeeling eenige verandering is gemaakt. — Dit oogmerk van het toe„ „leggender voorsz: 3: prC:o voor„ „naamentlijk moetende zijn, om zoo veel moogelijk, te espec„ „tuuren, dat de Comp:e in het stuk der Lijwaaten na ver„ „eijsch bediend werde, hebben wij noodig g' Oordeelt dat douceur op dien voet te bren„ „gen, dat de voorsz: 3: prC:o voortaan alleen worde genooten door No. 15 197 27: 223 door die geenen welke hebben in„ „gezameld Lijwaaten, waar op hier te Lande een winst is gevallen. Wij hebben vervolgens goed„ „gevonden, dat aan de eene zijde wel zal blijven stand grijpen, de afgaave van 3. prC. o van het „generaal Rendement de Cor„ „mandelse Lijwaaten, dog dat het bedraagen van die 3. pr C. o onder de ministers en bedien„ „dens zal worden verdeelt. in Proportie en na rato van de winst, die op de Lijwaaten door hun inge„ „sameld.

NL-HaNA_1.04.02_3482_0488 view scan ↗

English

from the last factory, or Portonovo, we fear a slow settlement, since those traders, having fallen into very great poverty, remain insensitive to our continuous exhortations. collected respectively has been achieved, while we have allowed this change to commence with the linens sold here in this country in the Hall last year. Under the main heading of the traders' arrears, we have learned with pleasure that those of Bimilipatnam had entirely paid off their debts and even were in advance by a sum of f 694:4:-. With respect to the merchants' arrears, we have the pleasure to inform your Right Honourable Worships that of the general amount thereof, which under the ultimate of August 1776 was still as much as f 81119:15:-, an amount of f 5167:8:8 has again been paid off in the most recently expired trading year, whereby the same under the ultimate of August 1777 still amounted to f 76025:6:8, in which Iaggernaikpatnam participates for 12996:8:-, Palicol for 8914:18:8, and Portonovo for 54114:-:-, thus as above f 76025:6:8. That of the two first-mentioned factories will, we hope, under the ultimate of August 1778 be liquidated and settled, to which end we promise to apply all our best efforts; but that toward the settlement of their arrears. Furthermore, it having appeared to us that the consent granted by you for a free shipment to Batavia over four years of 33000 Pagodas in linens by and for the benefit of the Iaggernaikpoeram merchants, to the end that the freight of 20 percent on that amount should serve for the settlement of their debt amounting to Pagodas 6533:8 1/4, we must regarding that remark that, as it appears to us, the aforesaid debt will at present in effect be paid not by the Iaggernaikpatnam traders, but by the Company itself. We say at present, because since the proposal of that measure the matter has somewhat changed in appearance through the extension of the liberty of sending linens on recognition to Batavia, also to others than the Company's servants and Batavian citizens. Because, before the enactment of the regulations on that private trade, dated 13 May 1774, no one, with the exception of the aforesaid servants and citizens, was permitted to send linens on freight to Batavia by or outside the Company's ships, and from that it followed that when, in that singular case, a special concession was granted by you to the aforesaid merchants for such a shipment, there could then, for the liquidation of the aforesaid debt, without direct damage or prejudice to the Company, be converted the profit which the Company, so to speak, accidentally enjoyed from the recognition or freight that was paid for that shipment. Whereas after the introduction of the aforesaid regulation, the profit that one is to enjoy from the granted concession to the aforesaid Iaggernaikpatnam merchants seems no longer capable of being regarded as accidental, as this profit is now a necessary and immediate consequence of the shipment made by the Company's ships under payment of 20 percent for freight or recognition; from this it further appears that the settlement of the traders' debt with the amount of what the Company, on account of that shipment, must enjoy in the manner aforesaid, is precisely the same as if the Company remits the aforesaid 20 percent of freight or recognition, or rather the debt itself, to the Iaggernaikpatnam merchants. Yet since the reports of the Coromandel ministers regarding the frequently mentioned means of settlement are not so clear that we have sufficient certainty whether we conceive of it in the proper terms, we shall on what has just been treated your Meanwhile, regarding the remark made by your Right Honourable Worships concerning the consent given by Their High Excellencies the High Indian Government to the defaulting Iaggernaikpatnam traders for a free shipment to Batavia of 33000 Pagodas in linens within the time of four years, to the end that the freight of 20 percent on that amount should serve for the settlement of their debts, we for our part can inform the same of nothing other than that the aforesaid consent was graciously granted by Their High Excellencies to the said traders in order to accommodate them in their poor condition, and thereby to finish that tedious affair once and for all and see it settled, although in this case that does not remove the appearance as if the Company, through the lack in its treasury of the aforesaid 20 percent freight, liquidated that debt itself; but when one considers the poor state and indigent circumstances in which the majority of those defaulting merchants find themselves, and that they are thereby unable to bring any compensation to the Company, nay, would not even be able or seek to get together the means to make a shipment of linens to Batavia for their account, except if they were supported and spurred on to this by some few of their associates who are somewhat more or better provided for, from which, in our opinion, it should be gathered and concluded that the aforementioned concession granted by Their High Excellencies is the actual source through which the settlement of those Iaggernaikpatnam debts has already advanced so near, and stands to be completely liquidated in this year.

Dutch transcription

van het laaste Comptoir of Portonovo vreesen wij voor eene langsame verhoening, alsoo die hande„ „laars in zeer groote armoede vervallen sijnde, ongevoelig blijven voor onse geduurige adhortatien „sameld Respectivelijk is behaald, terwijl wij dee„ „ze verandering hebben laaten aanvang neemen, met de Lijwaaten in den „Hall een 330 voorleeden Iaare hier te vier Pro lande verkogt. —. tot Onder het Hoofd=deel „leend Sober die van de Agterstallen der te in kooplieden hebben wij met haar vra genoegen vernoomen dat dog „ die van Bimilipatnam die hunne Schulden geheel hadden afgelegt en zelfs te te vooren stonden een onse Edele „forn Met betrekking tot der kooplieden agterstallen, hebben wij het genoegen uw Hoog Edele Hoog Agtb: te bedeelen dat van dies generaal montant, onder ult:o aug:s 1776: nog groot ƒ81119:15:- in het Iongst afgeloopen Handel Jaar wederom afge„ „legt geworden is, een bedraagen van ƒ5167:8:8:, waar door deselve onder ult:o aug:s 1777:, nog bedra„ „gen hebben. . . . . . . . . . . . . ƒ76025: 6:8: waar in Iaggernaikp:m participeerd voor „12996: 8: —. Palicol voor - - - - - - - - „ 8914: 18: 8: En Portonovo Voor - - - - - - „54114: —: —:— Dus als boven - ƒ 76025: 6: 8: Zullende dat van de twee eerstgen: factorijen 300 wij hoopen, onder Ult:o aug:s 1778:, gelequideert en verevend weezen, waar toe wij alle onze beste pogingen beloven aan te zullen wenden dog dat ter. Som N=o 15. Cons zijn reek „nig 39 224 ter verevening van haare agter stallen. Middelerwijlen kunnen, wij op de gemaakte remarque door uw Hoog Edele Hoog agtb: nopens het door Haar Hoog Edelens de Hooge Indiase Regeering gegeeven Consent aan de agter„ „stallige Iaggernaikp:rs handelaars tot een vrije versending na Batavia van 33000: Pag: aan zijn: in den tijd van vier Iaaren, ten einde de vragt van 20. p C. o op dat bedraagen te doen strekken, tot de verening hunner Schulden, van onse zijde niets anders Hoog dezelve in„ „formeeren, dan dat het voorgenoemde consent, goedgunstig door Haar Hoog Edelens aan gedagte handelaars ver„ =deel „ leend geworden is, om haar in haaren soberen staat te gemoed te koomen, En die langdradige affaire daar door eens af te doen, en verevend te sien, schoon sulx in dit geval niet weg neemt, de scheijn, even als of de Comp:e, door het gemisin haare Cassa van voornoemde 20: prc. o vragt, die schuld selfs Lequideerde, dog wanneer men Overweegt de sobe„ „re staat, en armoedige omstandighee „den waar inne het grootste gedeelte dier agterstallige Marchiandeurs zig bevinden; En daar door niet in staat sijn de Comp:e eenige vergoeding toe„ te brengen, Ia selfs ook geen vermogens bij elkanderen zouden kunnen of trag„ „ten te krijgen om eene versending van „Lijwaaten na Batavia voor haare „reek: te doen, ten bij de door eenige wij„ „nige hunner meedemakers, die wat Wijders aan ons zijnde gebleeken het door UE: ge„ „geeven Consent tot een vrije„ versending naar Batavia in vier Iaaren van 33000: Pagooden aan Lijwaaten door en ten behoeve der Iaggernaikpoeramse kooplieden, ten eijnde de vragt van 20. prC. o op dat bedraagen te doen strekken tot vereffening van hunnen Schuld groot Pag: 6533:8¼. moeten wij dien aangaande Som van ƒ 694: —4::—. meer remarqueeren. der met tot am meer, of beeter bemiddeld zijn onder„ „stena, en daar toe aangespoord wier„ „den waar uijt dan onses bedunkens gevonden en opgemaakt zoude die„ „nen te worden, dat de voorwaards vermelde, door Haar Hoog Edelens verleende Concessie, de eijgentlijk bron ader is, waar door de verevening dien Iaggernaik p:r Schulden be„ „reeds so na bij gevorderd is, en in dit Jaar in 't geheel staan gelequideert te worden. remarqueeren, dat na het ons toescheijnt de voorsz: Schuld, teegenwoordig in Eeffecte niet door de Iagger„ „naikp:ms handelaars maar door de Comp:e zelve zal wor„ „den betaald. — Wij zeggen teegenwoordig dewijl de zaak zeedert den voor„ „dragt van dat middel eenig„ „sints van de gedaante is veran„ „dert door het extendeeren der vrij„ „heijt in 't verzenden van Lijw: op recognitie naar Batavia, ook tot andere als 's Comp:s dienaaren en Bataviasche Burgers want. No. 15 117 „ No. 225 Want voor het arresteeren van het reglement op dien Parti„ „culieren handel, de dato 13: maij 1774: was het, de voorsz: dienaaren en Burgers uijtgeson„ „dert, aan niemand gepermitteerd, met of Buijten 's Comp:s Schee„ „pen Lijwaaten op vragt naar Batavia te zenden, en daar uijt volgden dat wanneer in het Singulier geval den voorm: kooplieden tot zoodanig een verzending, door UE: een spia„ „le Concessie wierd verleend, als dan tot Lequideering der voorsz: schuld buijten directe schaade ot: wor¬ offte Prejudie van de maat„ „schappij geconverteerd kan Worden het voordeel, 't geen„ de Comp:e om zoo te spreeken, toevallig genoot uijt de re„ „cognitie of vragt, dewelke voor die verzending wierd betaald. — Waar na de introduc„ „tie van het voorsz: Regle„ „ment scheijnt het voordeel, dat men uijt de verleende Concissie aan voorsz: Iagger„ „naikp:r kooplieden staat te genieten niet meer als toeval„ „lig No 15 43. 226 „lig te kunnen worden aange„ „merkt, als zijnde dit voor„ „deel thans een noodzakelijk en onmiddelijken gevolg van de gedaane verzending met 's Comp:s scheepen onder be„ „taaling van 20. pC. o voor vragt of Recognitie hier uijt Consteerd dan verder, dat het vereffenen den schuld van de handelaars, met het bedraagen van het geen de Comp:e weegens die verzen„ „ding, invoegen voormeld moet genieten, Juijst het zelfde is als of de maatschappij de. al„ de voorsz: 20. pC. o van vragt of Recognitie dan wel de Schuld zelver aan de Iaggernaik p:r kooplie„ „den remitteerd. —. Dan nadien de Berig„ „ten, der Cormandelsche ministers omtrend het meer gemelde middel van verevening niet zo klaar zijn, dat wij genoegzaame zeekerheijd hebben of wij ons het zelve in de regte ter men voorstellen, zullen wij op het 30o eeven verhandelde uwen. No. 15 21

NL-HaNA_1.04.02_3482_0495 view scan ↗

English

12½ 45227 Although the Porto Novo merchants and brokers, together with the Resident, have arrived here in order to contract anew with the Company according to the annual custom, we have not yet come to an agreement with those merchants regarding the manner in which the contract with them may be concluded, because we, for our part, constantly keep the Company's benefit in mind, and they, for their part, intend nothing other than their private gain; so that we shall endeavor to conclude the contracting with them on the terms of the previous year, namely to obtain from them, upon the moneys to be advanced, eight percent in reduction of their arrears, without conceding to them, in facilitation thereof, an increase of 8 percent above the ordinary price on a portion of the demanded goods and the coarse guinees ordered from them for delivery, as has taken place for several years; upon which arrangement to be made we hope to obtain the honored approval of Your Right Honorable Worships. We may furthermore not pass by without mention what has been written by the ministers: that from the Porto Novo merchants, whose debts were still standing large at a sum of ƒ 72318: 2: 8, they had stipulated, at the latest contract, the collection of 8 instead of 6 percent on the moneys advanced to the merchants for the delivery of linens, but that, in facilitation thereof, they had to grant that of the demanded 95 bales of bleached guinees for Europe and the Indies, 50 pieces would be delivered with an increase of 8 percent above the latest paid prices. Indeed, the ministers will not be able to deny that stipulating 2 percent more interest on the moneys advanced to the merchants can be of very little benefit to the Company when, at the same time, one must concede a considerable price increase on a large portion of the goods to be delivered. Meanwhile, we are extremely satisfied with their continuous efforts to collect all the arrears, viewing it as a consequence thereof that those arrears, as of the last of August 1774, were reduced to ƒ 115958: 7: -. On the other hand, we have learned with nothing but reluctance that the profits on the sale of trade goods in 1773/4, having fallen to saab a 35: 4: 8, thereby amounted to ƒ 102465: 14: - less than those of the previous year. That the continuous unrest and the warlike disturbances in these lands are for the greatest part the causes of the increasingly sharp decline in trade is indisputable according to our daily experience thereof, and the most recently concluded financial year of 1776/7 provides abundant proof of it, as no more profit could be made on the sale of trade goods than a modest amount of ƒ 346045: 18: 8, and thus indeed ƒ 146990: 4: 8 less than the previous financial year, when the same still amounted to a considerable sum of ƒ 493036: 2: 8. The reasons for this very unusual decrease in this financial year are described in detail in our respectful letters dispatched to Their Excellencies the High Indian Government at Batavia under date of 17 October 1777, to which we most submissively refer. Meanwhile, Your Right Honorable Worships are most sincerely assured that we leave nothing unattempted to cause trade to flourish, both here at the main station and at the subordinate factories, even putting our own interests at stake; whereby the advances gained on the turnover of merchandise, both at Paleacatte and at Sadras, in proportion to the previous year, have been able to make an agreeable showing. This very sharp, increasing decline in trade, according to the ministers' reports, can be attributed to no other causes than the continuous unrest and warlike disturbances, as well as the consequences with which the same are accompanied. We must therefore hope for a more peaceful state of the lands, meanwhile relying on their assurances that they will employ everything possible for a more fortunate continuation of that trade. And just as we remain assured that you, for your part, will also contribute everything that is in your power toward this, so we wish that the regulation which you have made for the other western offices, to sell the Japanese bar copper at not less than a profit of 180 percent, will be sufficient to prevent in the future the harmful importation of that metal by private individuals, as has recently taken place with the 54375 lb brought from Colombo, about which the indigenous merchant, who bound himself to an annual acceptance of 96000 lb, has complained not without reason, as shown by the separate dispatch of the Governor of Vlissingen dated 30 December 1774. But

Dutch transcription

12½ 45227 Wij moogen voorts Alschoon de Portonovose handelaar en berecas neevens den Resident herwaards niet onaangevoerd Passeeren overgekomen zijn, om naarvolgens Jaarlijk„ „se gewoonte op nieuw met de Comp:e te het geschreeven door de mu„ Contracteeren, zo zijn wij tot nog toe niet met die handelaars overeengeko„ „nisters, dat zij de van de „men, op welke wijze die contracta„ Portonovosche kooplieden „tie met hun zal kunnen geslooten worden, wijl wij van onze zijde steeds welker schulden nog waaren daar bij het voordeel van de Comp:e in het oog houden, En zij van hunne zijde niets anders bedoelen, aan haar Groot gebleeven, een somma Particulier gewin, zo dat wij tragten van ƒ 72318: 2:8: bij de Jongs„ zullen de aanbesteeding op de voor„ „jaarige voet met haar te sluijten, na„ „te aanbesteeding hadden bedoon„ „mentlijk om door haar op de voor„ „gen inpalming van 8. in „uijtverstrekt wordende gelden agt„ Percentos in mindering hunner agter„ Plaats van 6: pC:o op de „stallen betaald te krijgen, zonder dat wij tot faviliteering van dien, aan naderen kooplieden voor uijt haar zullen koomen inte willigen, uwen en der ministers na„ „deren informatien verwag„ „ten. — linc. verstrekte de eene augmentatie van 8: pC. o boo„ verstrekte gelden ter Leve„ „ven de ordinaire prijs op een ge„ „deelte van het gevorderde, en haar ter „rancie van Lijwaaten, dog Leverantie opgedraagen grof guinees, „ 3oo als 't Zesdent eenige Jaaren heeft dat zij tot facilteering van Plaats gehad, op welke te maakene „schikking wij de g'eerde approbatie dien hadden moeten inwilligen van uw: Hoog Edele Hoog Agtb: hoopen te erlangen. —. dat van de g'eijschte 95:—. Pakken gunees gebleekt voor Europa en Indie 50. stux: met een augmentatie van 8: pr C:o boven de Laatst betaalde Prijzen zouden worden gelee¬ „verd. — Immers zullen de mi„ „nisters, niet kunnen teegen„ „spreeken dat het bedingen van 2: pC. o meerder Jntrest op. No. 15 17: 228 op de gelden, die aan de koop„ „lieden worden voor uijt ver„ „strekt, de Maatschappij zeer wijnig kan baaten wanneer men ter zelver tijd op een groot gedeelte van het te Leeverene goed, een merkelij„ „ke verhoging van Prijs moet toestaan. —. Jntusschen zijn wij ten uijtterste voldaan Over hunne aanhoudende, Pogin„ „gen tot inpalming der gesa„ „mentlijke agterstallen be„ „schouwende als een gevolg daar daar van dat die agterstal„ „len onder ult:o aug:s 1774. waaren vermindert tot op ƒ115958:7:—. —. Daar en teegen hebben wij niet dan met weer zin vernomen, dat de wins„ „ten op den verkoop van handel whaaren in 177¾. gedaald zijnde tot saab a 35: 4:8: daar door ƒ102465:14:— minder hebben bedraagen dan die van het voorig Iaar.— Dat de geduurige onlusten en oorlogs bevoertens deeser Landen voor het grootste gedeelte oorzaken zijn van het toeneemend sterk verval in den handel, is navolgens de dagelijks ondervinding, die wij daar van hebben onwederspreekelijk, en het Jongst afgeloopen BoekJaar van 177 6/7. le„ „vert daar van een Overvloedig be„ „wijs uijt, alzoo op den verkoop der handel whaaren niet meer heeft moogen geprofiteerd worden, dan een gering bedraagen van ƒ346045: 18: 8: en dus wel ƒ146990: 4. 8. minder dan het voorige Boek=Iaar wanneer dezelve nog bedroegen Een aansienlijk montant van ƒ493036:2:8:— Dee reeden van deeze 3o bijzon„ „dere vermindering in dit boekjaar, staan Dit. N=o 15 13 137 N 229 Dit 30o sterk toenee„ „staan omstandig beschreeven in onse eerbiedige aan Haar Hoog „mend verval in den handel„ Edelens de Hooge Indiase Rege„ „ring te Batavia afgevaardigde Letteren in dato 17. October 1777:, kan volgens der ministers waar aan wij ons op het onderda„ berigten aan geenen anderen „nigst refereeren. —. Terwijl intusschen uw Hoog Edele oorzaaken werden toegeschre„ Hoog Agtb: op het sinceerst verse„ „keren, dat wij niets onbesogt laaten om den handel zoo hier ter Hoofd „ven dan aan de geduurige „Plaatze, als op de onderhoorige fac„ onlusten en oorlogs beroer„ „torijen, Ja selfs met het in de waag„ schaal stellen van onze eijgene „tens mitsg:s aan de gevolgen belangens te doen opluijken; waar door de behaalde advancen op de waar meede dezelve verzeld omgesette koopmanschappen 300 gaan. wij moeten derhalven tot Palleacatta als Sadras naa eevenredigheijd van het voorige op een vreediger gesteld heijd Iaar, een aangenaame verthooning hebben mogen maken. —. der Landen hoopen, inmiddels ons verlaatende op hunne verzeekeringen van al het mogelijken te zullen aanmen„ „den tot een gelukkiger voort„ „zettinge. p en „zettinge van dien handel. En gelijk wij ons ver„ „zeekerd houden, dat UE: van haaren kant, daar toe meede alles zullen toebren„ „gen wat in derzelver vermo„ „gen is, zoo wenschen wij dat de bepaaling, die UEd: voor de overige Westersche Comp„ „toiren hebben gemaakt, om het Iapans staaf=skooper tot niet minder dan met een winst van 180: prC. o te verkoopen terrijkende zal zijn, om in het vervolg voor te. No. 15. No. 230 te koomen de o schadelijken aanbreng van dat metaal door Particulieren, hoedaa„ „nig nu Laatst heeft Plaats gehad in de van Kolombo aangevoerde 54375: lb: waar over door den Jnlands koopman, die zig heeft ver„ „bonden tot een Jaarelijksche acceptatie van 96000: lb: niet zonder reeden is gedo„ „leerd, uijtwijsens de aparte missive van den gouver„ „neur van Vlissingen de dato 30. December 1774. Maar ver„

NL-HaNA_1.04.02_3482_0502 view scan ↗

English

We readily acknowledge that what was written from here regarding the sale of spices brought successively from Ceylon to this Coast at lower prices than private individuals pay to the Company here must cause some remark, because the prices of spices are equal throughout the Company's offices and it is unthinkable that merchants would sell them at Naoer or elsewhere at a loss, as long as no sufficient explanation on that account had been brought to the attention of Your Right Honourable, as we have the honour to do in this instance. 480 lb of cloves cost in Indian money ƒ 2520:-.-. which make 525 old Pagodas, which calculated with 8 percent agio are 567 N. N. Pagodas, and according to the present exchange rate fully 589 1/15 Portonovo Pagodas. Accordingly, those cloves, according to the Company's selling price here on the Coast or at the Company's factories, are worth the aforementioned amount of Portonovo Pagodas 589 12/5. The trader brings them to the nearby sea place Naoer and parts with them there to private shopkeepers or merchants at a loss of 5 percent; thus he will receive for them in cash: Carried over ƒ 2520:-.-. But we have found particularly noteworthy what is stated in that same missive regarding the large supply of spices from Ceylon, which, just like Japan copper, were sold near there at lower prices than private individuals pay for them to the Company on Coromandel; since the price of spices is equal throughout the Company's offices, and it is unthinkable that those merchants would sell them again at a loss at the aforementioned sea place. No. 15 14 14: 231 EG. Carried over ƒ 2520.-. Portonovo Pagodas 561 1/2 approx., which are current in Ceylon or can be exchanged for silver money at 17 schellingen or 102 stuivers each, and thus make 2863:13.-. Thus a profit of ƒ 343:13:-. Deduct further from this 10 percent for freight, risk, commission, and other expenses on ƒ 2520:-.-. or 252.-.-. There still remains in pure profit 91:13:-. or 3 5/8 percent approx. This advantage only takes place when the Portonovo Pagodas are carried over in cash by those private merchants; but when the same are spent on sought-after cloths that can yield greater profit, the profit is incomparably larger, and the carrying over of Japan copper and spices to this Coast is considerably more profitable. For the rest, we consider it a good thing that, as appears from the answer of the ministers to our missive of 15 October 1773, no more mention was heard of the supply of Swedish copper, and that, if the supply thereof was no larger than in the last four years, that supply would cause no prejudice to the Company's sales. The true reasons that have restrained us from making any demand for Japan camphor in the book-years 1772/3 and 1773/4 are principally: Primo, because the vent thereof had decreased to such an extent that the quantity demanded and brought in the year 1770/1 had remained unsold, and that the same, in order to prevent the great leakage to which that gum is subject, was disposed of not earlier than in the year 1771/2 with a small advance of 113 3/16 percent, which was not at all to be compared with the profit obtained thereon in earlier years. Secundo, because the troubles that occurred in the Tanjore lands in the year 1773 gave us not the slightest prospect that the diminished vent in the gum would revive again, since that kingdom, having fallen into the hands of the Nabob Mahomet Ali Khan and thus under a Moorish government, all ceremonial solemnities and heathen offerings—in which the use of camphor is very great—largely fell away, or at least were celebrated not nearly as sumptuously as before under the government of the prince of Tanjore. The reasons that the ministers have given why no demand for Japan camphor was made by them in 1773 are, considered in themselves, not unacceptable; but when we consider that this article in 1771/2 still yielded a profit of 113 5/16 percent, that in 1772/3 no sale was made thereof, and that the prices of the same but a few years ago were much higher. No. 15

Dutch transcription

Wij willen gaarne bekennen, dat het van hier geschreevene, nopens den verkoop van specerijen die van Ceij„ „lon Successive ter deser Custe worden aangebragt voor mindere Prijzen, dan Particulieren daar voor aan de Comp:e alhier betaalen eenige opmerking baaren moet, wijl de prijsen der specerijen over „al op 'sComp:s Comptoiren Equaat staen en het niet te denken is, dat negotianten dezelve tot Naoer of elders met verlies zouden verkopen, zo lange men dier„ „weegens uw Hoog Edele Hoog agtb: geen voldoende Elucidatie, onder het vog gebragt heeft, zoo als wij de eere hebben in deezen te doen. 480. lb: Nagulen kosten Jndias geld ƒ2520:—. —. die uijtmaken 525: oude Pag:, welke met 8. pC. o opgeld bereekenen 567. N: N: Pag:, en vol„ „gens de presente Cours wel 589:1/15. Portonovo„ „se Pagooden. —. Over sulx die Nagulen volg:s Comp:s verkoops prijs alhier ter Custe of wel op 'sComp:s farto„ „rijen waardig zijn voorn: montant van Portonovose. . . . - Pag: - Den handelaar brengt deselve op de na bij geleegene zer plaats Naoer en staat deselve daar aan Particuliere bouticqueurs of hande„ „laars af, met een ver„ „lies van 5. pC:o dus zal hij daar voor in contant ontfangen. . . . . Transportere ƒ 2520: —. —. Haar wij hebben bij zonder van opmerking gevonden, het geen bij die zelfde missive word gezegd weegens den grooten aan„ „breng van Spicerijen van Ceijlon, die eeven als het ver Iapans kooper te na„ tot minder Prijzen wierden verkogt dan Particulieren daar voor aan de Comp. s op Cormandel betaalen; na de„ „maal de Prijs der specerij„ „en over al op 's Comp:s Comp„ „toiren egaal staat, en het niet te denken is, dat die negotianten! N=o 15 14 589: 12/5. 14: 231 EG. ƒ2520. —. Transporteere. Portonovose Pag: 561½: r:m welke op Ceijlon gangbaar zijn of voor zilvere geld verwisseld kunnen worden teegens 17. Schellings of 102: Stuijv:s ieder, en dus uijtmaaken. - - - - - - - - . „2863: 13. — Dus een winst van ƒ 343: 13:— Trekke hier nog af 10: pC„o voor vragt, resico, provi„ „sie en andere ong: op ƒ2520: —. —. off - - - Resteerd nog aan Zuij„ „vere winst. . . . . 91: 13:—. of 3 /5. pr C. o rm . Dit voordeel heeft nu maar een„ „lijk plaats wanneer de Portono „vose Pagooden door die Particulie„ „re handelaan in Contant worden Overgebragt dog wanneer dezelve besteed worden in gewilde kleeden, die meerder voordeel afwerpen kunnen, zoo is de winst ongelijk grooter, en den Overbreng van Ia„ „pans kooper en specerijen na dee„ „se kust vrij voordeeligen. —. Voor het overige mer„ „ken wij als een goede zaak aan, dat men blijkens het andwoord der minister op onze missive van den 15: Oc„ „toober 1773: niet meer hoor„ „de spreeken, van den aanvoer van Zweedsch Kooper, en dat, zoo den aanvoer daar van niet grooten was dan in de laaste vier Jaaren dien aanvoer 's Comp:s de biet geen negotianten dezelve met ver„ „lies op voorm: zee Plaats weeder zoude verkoopen. — Praesuditie. - De waare reedenen, die ons hebben wederhouden om in de Boekjaa„ „ren van 177 2/3. en 177¾. geen Eijsch te doen van Iapanse Cam„ „phun, zijn voornamentlijk. P=mo om dat den verthier daar van zoodanig vermindert was, dat in Ao1770 /4. gt Eijschte en aangebrag„ „te quantiteijt onverkogt was blij„ „ven leggen, En dat dezelve met eer„ „der aan in anno 177½: om de groote spillagie, welke die gom onderheevig is voortekomen, is van de hant geset geworden met een gering advans van 113: 3/16: pr. o het welk in het geheel niet te verge„ „lijken was, met de winst in voe„ „gere Jaaren, daar op behaald.—. Secundo: om dat de Troubelen in de Tansjoursche Landen in E:a 1773: voorgevallen, geen de minste vooruijtzigt aan ons gaven, dat de verminderde verlhier in de gom„ weederom zoude herleeven, alsoo dat rijk in handen van den Nabab Machomet Alichan, en dus on„ „der een moorse Regeering geraakt zijnde, alle ceremonieele plegtighee„ „den, en heijdense offierhanden, waar bij het gebruijk van Camphur heer groot is voor een groot gedeelte kwa„ „men te vervallen, ten minsten zoo Kostbaar niet als bevoorens onder de regeering van den vorst van TansJour De Reedenen die de ministers hebben gegeeven Waarom door hun in 1773: geen Eijsch van Iapanse Kamfer is gedaan, zijn op zig zelve beschouwd niet onaanneemelijk, dog als wij Considereeren dat dit arti „kul in 177½: nog heeft ge„ „haald een winst van 113 5/16. PC. o dat in 177 2/3. daar van geen verkoop is gedaan, en dat de Prijzen van het zelve maar wijnige Jaaren Praesuditie zou toebrengen. gevierd. geleeden. N=o 15

NL-HaNA_1.04.02_3482_0505 view scan ↗

English

232 55. — were celebrated. Thirdly: that the parcels of which we were informed that were successively brought to Madras and elsewhere, consisted of large quantities, and were not yet entirely sold or disposed of; And. Finally, because on most articles of trade regarding their vent no reliance can be made as to when one will be able to dispose of them with any profit, in that regard camphor is one of the most dangerous articles, which when not sold, and thus must lie over for one or two years, can be nothing other than disadvantageous to the Company and detrimental to whoever holds the administration thereof. Notwithstanding all these difficulties which existed in the year 1773, in order to comply with the intention of Your Right Honourable Grandeur and Their Excellencies the High Indian Government at Batavia, beyond the 5,000 pounds already requested in the year 1774/5, but 10,000 pounds received from the principal place, which were disposed of with a profit of 107 1/4 percent, we demanded 10,000 lbs for the year 1775/6, 5,000 lbs for the year 1776/7, and 20,000 pounds for the year 1777/8, of which the first quantity was sold with 9 1/2 percent and the second with 114 3/8 percent profit, while for the last parcel we do not flatter ourselves with any lesser profit, and may this our respectful demonstration carry the pleasure of Your Right Honourable Grandeur. suffered according to the ministers' account have run from 166 to 198 and 300 percent, then it appears to us that the ministers, when in 1773 there was no Japanese camphor in stock anymore, could and ought to have requested a suitable quantity of that camphor anew: it having been rightly remarked by Your Honour that the natives should not be disaccustomed to so profitable an article, or private individuals encouraged in their smuggling trade: in any case the ministers should not have excused this article without at the same time reporting to Your Honour the reasons that moved them thereto; they were all the more obliged to that information because the causes which operated to the detriment of the Company's sale in camphor were partly of such a nature that they could in some measure be provided for by Your Honour. No. 15 165 233 It would also have been more agreeable to us if the ministers had not waited until information was demanded by Your Honour regarding the state of the trade in camphor, but of their own accord had given notice to Your Honour of the large quantity which they maintain is yearly transported clandestinely to Madras of this article by the English who fetch sugar and arrack from Batavia: since that would have indicated a particular attention on their part to all such circumstances on which the greater or lesser vent of the Company's wares must necessarily depend; And although that communication would have implied that at the principal place means were found to evade the edicts issued on this subject, we nevertheless trust from their zeal and resoluteness that they will not have been timid in presenting to Your Honour with the requisite discretion the detrimental consequences of the violation of the edicts: just as we now also expect that Your Honour will have been seriously contemplating further and more efficacious measures for the prevention of the private importation of camphor from Japan and its clandestine conveyance from Batavia. No. 15 234 Meanwhile it is pleasant for us to see that the 5,014 lbs of camphor, which the ministers received with the ship De Pallas in 1774, were sold with a profit of 115 1/4 percent and that now lastly 5,000 lbs of this article have again been requested by them. Under the article of cash, it is not entirely without reflection by us that the ministers have taken on interest from the agent of the English banker Benfield a sum of 60,000 Pagodas. The principal of 60,000 Pagodas which we have been in the necessity of taking up successively since the concluded contract with the Nabob under date of 23 November 1773 from the agent of the English banker Paul Benfield, in order to assist therewith the Nagapatnam as well as the Portonovo merchants for the making of advances for the deliveries entrusted to them, has from time to time been allowed to serve in reduction of the first term of the conditioned restitution by the Nabob of 484,545 pagodas, which did not expire before 20 April 1774, without the same having been considered as a bond debt that was taken up under payment of a certain interest on account of the Company; And thus only because of the early payment of that sum, or earlier than the appointed time of the set term had matured according to their writing, the agreed interest of one quarter percent was not charged, and thus also not credited to the Company or paid by the said banker, as the same clearly appears from the specific account drawn up here and presented by us to Their Excellencies the High Indian Government of the collected interest monies amounting to f 117,372:7 under date of 16 September 1775, while we have the honour to inform Your Right Honourable Grandeur at the same time that the aforementioned taken-up principal of 60,000 Pagodas was directly set off and balanced upon the maturity of the first term, namely on 20 April 1774. The ministers negotiated the aforesaid sum in order to provide the linen suppliers, and especially the Portonovo ones, with the necessary monies in time, but when we consider that the aforesaid negotiation was made on 12 February, when on the following 20 April the first term was to expire.

Dutch transcription

232 55. — gevierd wierden. Derdens: dat de Parthijen, waar van wij onderrigt wierden dat successive tot Madras en elders aangebragt, in groote quan„ „titeijten bestonden, en og niet ten eenemaal vertierd of van de hand gezet waaren; En. Eijndelijk, om dat op de meeste artikulen van Negotie omtrend dies verthier geen staat te maa„ „ken is, wanneer men van dezelve met eenig voordeel zal kunnen af„ „raaken, zo is ten dien reguarde be camphur een der gevaarlijkste ar„ „tikulen, die wanneer niet ver„ „thierd word, en dus een a. twee Jaa„ „ren overleggen moet, niet anders dan nadeelig voor de Comp:e, en schaadelijk voor die de adminis„ „tratien daar van heeft, weesen kan. Ongeagt alle deeze swarighee„ „den, die in anno 1773: Eesteerden, hebben wij, om aan de intentie van uw Hoog Edele hoog agtb: en Haar Hoog Edelens de hooge Indiase Regeering te Batavia te voldoen boven de bereeds in anno 179 4/5. gevraagde 5000: - dog van de hoofd Plaats ontfangene 10'000: Ponden, welke met een winst van 107¼. prC:o van de hand gezet zijn, voor Ao 17757/6. 10'000: lb: voor Ao 177 8/. 5000: lb: en voor A:o 177 7/8. 20'000 ponden gevordert, waar van de eerste quantiteijt met 9½: en de tweede met 114 3/8. pC:o winst ver„ „kogt geworden zijn, terwijl wij voor de laaste parthij ons met geene geleeden volgens der mi„ „nisters opgaave hebben geloopen van 166: tot 198: en 300: prC:o dan komt het ons voor, dat de ministers toen er in 1773. geen Iapanse Kamphur, meer in voorraad was, van die Kamphur op nieuws een Convenabele quantiteijt hadden kunnen en behooren te vraagen: zijnde door UE: ten rechte geremarqueerd dat de inlanders, van een 300 „ Articul voordeelig, niet dienden te worden ontwend, of de Par¬ mindere. „ticulieren. gen. de : ƒ wij ar /16. mindere winst flatteren, En dese onze eerbiedige demonstratie het genoegen van uw: Hoog Edele Hoog Agtb: sal moogen wegdraagen. Particulieren in hunnen Smok handel aangemoe„ „digt: in allen geval had„ „den de ministers dit arti„ „kul niet moeten Excuseeren zonder teffens aan UE: de Reeden te melden, die hun daar toe bewoogen, zij waa„ „ven tot die Jnformatie te meer verpligt, om dat d' oor„ „zaaken, die ten nadeele werk„ „ten van 's Comp:s de biet in Kamphur gedeeltelijk van dien aart waaren, dat daar in eeniger maaten door UE: kan worden voorsien. Het No. 15 15 165 233 Het zoude ons ook wellge„ „valliger zijn geweest, indien de ministers niet hadden gewagt tot dat door UE: be„ „rigt was gevordert omtrent den staat van den handel in kamfer maar uijt zig zelven aan UE: kennis ge„ „geeven van de groote quanti„ „teijt welke zij sustineeren dat van dit artikul Jaar„ „lijks ter sluijk naar Ma„ „dras vervoerd werd door de Engelschen die van Batavia suijker en arrak afhaalen: dewijl zulx soude hebben gedenoteerd. k„ 46: gedenoteerd eene bijzondere attentie van hunne zijde op alle zulke omstandighee„ „den, als waar van het meer„ „dere of mindere vertier van 'sComp:s waaren, noodwendig moet afhangen; En of wel die Communicatie zoude hebben ingeslooten dat men aan de Hoofd=s Plaats geleegendheijd wist te vinden om te eludieren, de op dit Sujet g'emaneerde Placcaaten, vertrouwen wij nog, tans van hunnen ieven en Cordaat„ „heijd, dat zij niet zullen zijn. N=o. 15 cg 234 zijn beschroomt geweest, om met de vereijschte discree„ „tis de Schaadelijke gevolgen van de Overtaiding der Plac„ „caaten, aan UE: voor te dra„ „gen: gelijk wij dan ook als nu verwagten dat UE: Serieuselijk zullen zijn be„ „dagt geweest op nadere en meer officacieuse middelen tot weering van den Parti„ „culieren aanbreng van kam„ „fer uijt Iapan en desselfs Clandestinen vervoer van Batavia. — Jntusschen daat„ en Intusschen is het ons aangenaam te zien dat de 5014: lb: Kamfer, die de ministers met het schip de Pallas in 1774. hebben ontfangen, met den winst van 115¼. prC: o verkogt en dat nu laast van dit arti„ „cul weeder 5000: lb: door hun gevraagd zijn. — Het Capitaal van 60'000: Pag: Onder het articul der dat wij in de noodzakelijkheijd geweest zijn, 't zeedert 't gesloten Contanten is bij ons niet Contract met den Nabab in dato 23. Nov: 1773: Successive op te neemen, van de gemagtigde van geheel buijten Reflexie dat den Engelschen Bankier Paul Benfielt, om daar meede de Na„ de ministers van de gemag„ „gapatnamse zoo wel als de Por„ van aanbesteeding der aan haar „tigde van den Engelschen „tonavose Cooplieden, tot het doen opgedraagen Leverantie van zijn; te. Bankier No. 15 16: 16: 235 61. te adsisteeren heeft men van tijd tot tijd in mindering van het eerste Termijn van de geconditioneerde restitutie door den Nabab van 484545: pagooden, het welk niet voor den 20. april 1774: Expireerde laaten strekken, zonder dat dezelve als een Obligatoire schuld, die on„ „der betaling van zekere Jntrest voor reekening van de Comp:e opge„ „noomen was, geconsidereert gewor„ „den is, En dus eenlijk door de vroeg„ „tijdige betaling van die somma gestelde termijn verscheenen was de g'accordeerde Jntrest van een quart p r. o niet bereekend, en dus ook door gedagte bankier aan de Comp:s niet te goed gedaan, of betaald geworden is, zoo als het zelve uijt de alhier geformeerde, en door ons Haar Hoog Edelens de Hooge Indiase Regeering aangeboodene specifique reek: der g'incasseerde Jntrest Penn: tot ƒ117372: 7. in dato 16. September 1775. duijdelijk Consteerd, Terwijl wij de eere hebben uw: hoog Edele Hoog Agtb: teffens te informeeren van 60'000: pag: bij verscheijning van het eerste termijn of wel op den 20. april 1774. direct gerescontreerd en verevend geworden is. of eerder dan bepaalde tijd van het volgens hun schrijven, de dat voorm: opgenoomene Capitaal als wij overweegen dat de De ministers hebben voorsz: som genegotieerd om de Lijwaat=Leveranciers en speciaal de Portonovo„ „sche in tijds van de noo„ „dige Penn: te voorzien dog voorsz: Negotiatie den 12: februarij is gedaan, toen den 20. april daar aanvolgende stond te Expireeren, het Bankier Benfield, op Intrest hebben genoomen een Som van 60'000: Pag: eerste. de 7

NL-HaNA_1.04.02_3482_0512 view scan ↗

English

first term, of the restitution of the 484545: Pag: which had been paid to the Prince of Tans Jour for the purchased lands and places with the further appurtenances thereof, it appears questionable to us whether one could not have made such arrangements for that short intermediate time that one remained out of embarrassment without having recourse to the borrowing of money. — We. No. 15. 236 63 36 Resti We assume meanwhile that the sum of 60000 Pag: will have been paid off again upon satisfaction of the aforesaid first term. Passing over the remainder relating to the article of cash, and notifying for your information that we have requested the Chambers concerned to send the gold for Cormandel, and especially that of 15: Carats, as much as possible with the first ships, we proceed to the coin and mints; and regarding that, we can well approve the orders given by you to use all possible precaution in order to make the Company's rupee—the intrinsic value of which was 3/16. stiver lower than that of the Pondicherry rupee—circulate for the same value as the latter, and to prevent the Jaggernaikpoeram rupee from falling into discredit. — Ever since the Jaggernaikpoeram rupee has been brought to the specified standard of 11: pence 10½: grains, just like the Pondicherry one, not the slightest difficulty has been encountered in the issuance of that silver money at the northern factories; indeed, that coin species is accepted by everyone just as eagerly as that of the other nations, so that the lack of silver for minting is the reason that the Company does not come to enjoy annually those profits that can be obtained from it, and principally in the processing of Siamese ticals, on which a handsome amount of f3601: 13: 8: or 36 3/8. percent was profited upon minting into rupees, according to the latest yield received, dated the last of December 1776. —. While we observe regarding the rate of all sorts of rupees that the same does not always stand in private trade or in exchange for other species in proportion to their intrinsic standard, but rises and falls according to necessity, and the abundance or scarcity that this species brings about, for No. 15 17 fol. 237 assistant Gronau is for now the one upon whom and upon whose expertise in assay work we must place trust. —. the circulation of the Pondicherry rupees is often 3¼. 3 7/16: 3 7/32. 3 3/16. 3 1/8. and also 3 1/5. for a new Nagapatnam pagoda. —. The Bombay rupees from 3¼. to 3 3/10. The Arcot rupees from 3¼: to 3 7/16. The Bengal rupees from 3½: 3/10: to 3. 7/16. And thus, taken in general, little reliance can be placed on its price or value; meanwhile, But when we consider that the standard of the Pondicherry rupee, according to previous reports of the ministers, is no higher than 11: pence 10½: grains, and we must conclude from the ministers' letters to you of 30 December 1774 that that of the Company has recently assayed at 11: pence 12¼: grains, it appears to us virtually incomprehensible that the one from Pondicherry has a higher rate of exchange than the Jaggernaikpoeram one; but if that higher rate nevertheless really takes place, then it seems that one of two things must necessarily follow: either that the value for which the different rupees circulate on this coast does not always stand in proportion to their intrinsic standard, or that the reduced standard of 11: pence and 11¾. grains to which the Jaggernaikpoeram servants have provisionally brought the rupee will cause that rupee to fall still further below the Pondicherry one. No. 15 p. 238 We shall therefore await further information regarding this, and it will be particularly agreeable to us to see an end finally put, through clear and well-founded reports, to the uncertainties, not to say the obscurity, with which, as it seems to us, more than a part of the mint system on this coast still labors. —. Meanwhile, we profess not to know what interpretation must be given to what was written in the aforesaid letter by the ministers, that they had been unable to find any reason why the Jaggernaikpoeram chiefs had not complied in the minting of the rupee with the ordered standard of 11: pence 10½: grains, and had therefore demanded a report from those servants, No. 15 18. fol. 239 and had instructed them to bring the rupee to the aforesaid standard at once, or as quickly as possible, whereas in that same letter, only a few lines earlier, it is expressly stated that the said servants had informed the ministers that they had not dared to reduce the standard of the rupee to 11: pence 10½: grains all at once, for fear that its circulation might at times become obstructed. Assistant Gronau, to whom the ministers give testimony of understanding assay work, having been stationed by them at Jaggernaikpoeram, and the necessary assay tools having been sent thither in accordance with the request of the chiefs, we hope that this may meet expectations. How casually and ignorantly the No. 15 No. 240 work of minting has been handled at that office until now seems to be shown anew from the ticals that were sent back from there because a loss of 20: and 50. percent respectively would have fallen on them upon minting into rupees; although those ticals were sold at Nagapatnam with a profit of 18: percent, and those which have since been received from Batavia and assayed at the main office, according to

Dutch transcription

eerste termijn, van de Resti¬ „tutie der 484545: Pag: welke voor de gekogte Lan¬ „den en Plaatzen met de verdere aakleeven van dien, aan Tans Jours Vorst waa¬ „ren betaald, dan komt het ons bedenkelijk voor, of men voor die klijnen tus„ „schen tijd niet sodanige schikkingen zou hebben kunnen maaken, dat men buijten verleegendheijd bleeft zonder tot het lee„ „nen van geld recours te neemen. — wij. No. 15. 236 63 36 Resti„ Wij onderstellen in„ „middels dat de som 60'000 Pag: bij voldoening van het voorsz: eerste termijn weeder zal zijn afgelegd. Het Overige, 't geen tot het artikul der Contanten betrekking heeft Passeeren„ „de en tot uw narigt mel„ „dende dat wij de kameren, die zulx aangaat hebben verzogt het goud voor Cormandel en speciaal dat van 15: Carraaten 300 veel doenlijk met d' eerste Scheepen men 'T seedert dat de Iaggernaikp ms ropij op het bepaalde gehalte van 11: Penningen 10½: grijn eeven als de Pondicherijsche gebragt ge„ „worden is, heeft men in de uijt„ „gaave van dat zilver geld, op de noorder factorijen geen de minste difficulteijten ontmoet, Ia zelfs word die munt specie even gree„ „tig, als die der andere natien door een ijder g'accepteerd, zoo dat het gebrek dan zilver ter vermunting de oorzaak is, dat de maatschappij niet Iaarlijks komt te gaudeeren van die voordeelen die daar op kunnen worden behaald, en wel Principaal bij het verwerken der Siamse Ticals, waar op bij ver„ „munting tot Ropijen volgens het Jongst ontfangene rendement ge„ „dateerd ult:o December 1776. ge„ „profiteerd geworden is, een fraaij montant van ƒ3601: 13: 8: of voor 36 3/8. prCentos. —. Terwijl wij omtrend de Cours van alle zoorten van Ropijen aanmer„ „ken, dat deselve niet altoos in den particulieren handel of bij verwis„ „seling voor andere spetien, staat, in evenredigheijd met derzelver inner„ „lijke gehalte, maar rijst en daald na maate der benodigtheijd, En de ruijmte, of schaarsheijd dien spetie sulx komt uijt te werken, want scheepen te verzenden, gaan wij over tot de munt en munterijen; En dien aan„ „gaande kunnen wij wel goed keuren, de door UE: ge„ „stelde Ordres om alle moo„ „gelijke voorzorg te gebruij„ „ken, ten einde Compagnies Ropij waar van de Coene — 3/16. stuijv: lager was dan die der Pondicherijsche voor dezelfden waarde als de Laastgem: te doen voul„ „leeren, en daar voor te koo„ „men dat de Iaggernaik„ „poeramsche niet in de. dis Credit. N=o 15 17 f5o. 237 adsistent gronau voor als nog die geene, waar op wij, en op derzelver vertrouwen moeten stellen. —. dis Crediet geraaken. — de roulliering der Pondicherijsche ropijen is dikwils van 3¼. 3 7/16: 3 7/32. 3 3/16. 3 1/8. en ook 3 /5. voor een nieuwe Nagapatnams Pagood. —. De bombaijse ropias van 3¼. tot 3 3/10. Doch als wij nagaan, De Arcadse ropias van 3¼: tot 3 7/16. De Bengaals ropias van 3½: 3/10: tot 3. 7/16. dat het gehalte der Pondiche„ En dus in 't generaal genomen wij„ „nig staat op dies prijs of waarde te maaken is, zijnde inmiddens den rijsche Ropij, volgens vorigen berichten der ministers, niet kundigheijd in het Essaij werk ons hooger, is dan van 11: Penn: 10½: gr:, en wij uijt der min.: t missiven aan UE: van 30. De„ „cember 1774: moreten besluijten, dat die van de Comp:e laast nog heeft geessaijeert n: Pen„ „ningen 12¼: gr: komt het ons genoegzaam onbegrijpelijk voor„ dat die van Pondicherij een hoogen Cours heeft, daen de Jag„ gaan Iaggernaikpoeramsche maar zoo die hoogere Cours des onaangezien weezentlijk Plaats heeft dan Scheijnt noodzakelijk een van beide te moeten volgen. Off dat de waarde waar voor de differente Ropijen ter dee„ „zer kuste rouleeren niet al„ „toos staat, en eevennedigheijd met der zelver innerlijken gehalte, dan wel dat het verlaagde gehalte van 11: Penn: en 11¾. gr:, waar op de Iaggernaikpoer amsche. bediendens. No. 15 p. 238 bediendens de ropij Provisio„ „neel hebben gebragt die ropij nog verder beneeden de Pondi„ „cherijsche zal doen daalen. Wij zullen derhalven hier omtrend nadere informatien verwagten, en het zal ons voor al bij zonder aangenaam zijn, door klaare en gegronde berig„ „ten, eijndelijk eens te zien op„ „houden, de onzeekerheeden, om niet te zeggen het duijstere waar aan, na het ons toe„ „scheijnt meer aan een gedeelte van het munt Weezen te dezer kuste. beide kuste, als nog laboreert. —. Inmiddens betuijgen wij niet te weeten hoedanig een uijttegging moet werden ge„ „geeven aan het geschreevene bij voorm: missive door de ministers, dat zij geen ree„ „den hadden kunnen vinden, waar om door de Iagger„ „naikpoeramsche opperhoof„ „den met het munten der ropij niet was voldaan aan het g'ordonneerde, gehalte van 11: penn: 10½: gr:, en Over„ „zulke van die bediendens des weegen No 15 18. bi 239 desweegen berigt gevordert, mitsgaders hun gelast had„ „den de Ropij, ten eersten, of 300 spoedig moogelijk te brengen op het voorsz: ge„ „halte daar in die zelfde brief maar eenige wijnige reegels te vooren uijtdrukke„ „lijk word gezegd, dat gemel„ „de Bediendens aan de minis„ „ters hadden bedeeld het ge„ „halte den Ropij niet in eens op 11: Penn: 10½: gr: te heb„ „ben durven verminderen uijt bedugting, dat door de Cours der zelve Somtijds zoude kunnen. kunnen gestremd raaken. Den adsistend Gru„ „nan die de ministers het getuijgenis geeven het Essaij werk te verstaan door hun op Jaggernaikpoeram ge„ „plaats en derwaards inge„ „volge het verzoek der opper„ „hoofden, de noodige Essaij gereedschappen, gezonden zijn„ „de, Hoopen wij dat zulks aan de verwagting mooge beantwoorden. Hoe Los en onkundig het. No. 15 No. 240 het werk der Vermunting tot hier toe, ten dien Comptoi„ „ren is behandeld scheijnd op Nieuws te Blijken uijt de tikals, die van daar te rug gezonden zijn, om dat op dezelve bij vermunting tot Ro„ „pijen een verlies van 20: en 50. pr:o respectivelijk zou zijn ge„ „vallen; hoe zeer die Ticals te Nagapatnam met een winst van 18: Percent ver„ „kogt zijn, en die welke men zeedert van Batavia ontfangen en aan het Hoofde Comptoir g'essaijeerd heeft, volgens.

NL-HaNA_1.04.02_3482_0522 view scan ↗

English

according to the calculation made, in reminting, instead of a loss, they ought to have yielded a profit of as much as 34½ per cent. The state of this office, which, when compared under ult:o aug:s 1772 with the previous year, appeared entirely unfavorable, was found, upon the closing of the books of 177 2/3, to have deteriorated considerably further, as that deterioration, by comparison with 177½, amounted to a sum of ƒ65649: 9:— due to a deficit in profits and revenues of ƒ64377: 16:— and an increase in burdens of ƒ1271:13:—. The state of this government, deteriorating more and more from year to year due to a chain of troubles and decline in trade, and thus presenting an unpleasant prospect to Your High Noble High Mightinesses, increases our fear to bring the financial statements thereof before the eyes of the same, as we have nothing other to expect than Your High Noble High Mightinesses' displeasure on that account. Yet, because a concurrence of unforeseen disadvantageous circumstances, which do not depend on our direction, contributes greatly to those unpleasant appearances of increased burdens and diminished profits, and as we dare to assure Your High Noble High Mightinesses with an easy conscience that we are exceedingly attentive to devise all possible means in order to relieve the Company in this government of many unnecessary burden items, and on the other hand to increase the profits, revenues, and benefits through all mercantile ways, we live in the pleasant expectation that the close of the general ledgers of this government in the following financial years—except that of 177 ¾, when the burdens surpassed the profits and revenues by an amount of ƒ147966: 14:8—will make such a favorable appearance that the same will come to earn the satisfaction of Your High Noble High Mightinesses. In so far now as the reduction of profits has contributed to this disadvantageous close, we must regard the same as caused by a concurrence of circumstances that do not depend on the direction of the ministers; but we cannot view in that same light the burdens which this government has borne in the said financial year of 177 ¾ and which together amount to a rather considerable sum of ƒ506532:—:—. For although it is not denied by us that various expenses appear therein which the ministers could not have avoided, we must nevertheless remark concerning those burdens in general that the same surpass that which was determined thereby in the Memorandum of Retrenchment by an amount of ƒ247600:—:—, and thus require a proper reduction, which we then also expect from the ministers' zeal for the Company's interests. Meanwhile, your demonstrated earnestness to relieve the Company in this establishment as well of unnecessary burden items is particularly pleasing to us; while we rely on the promise, made separately by Governor Van Vlissingen, to consider means in order to reduce the burdens of this government more and more. However much we do not intend for the present to enter into any particulars in this respect, we can nevertheless not leave entirely untouched the report concerning the conditions upon which the Company's house at Cuddalore was sold for a sum of 2000: - Star Pagodas to the English ministry at Madras, consisting herein: that the Company has bound itself, along with the transfer of the aforesaid house, also to renounce the right to establish itself there again, be it for the purpose of carrying on trade, or with any other intention; and that the Governor and Council at Negapatnam have made no difficulty in consenting to this, because—and this reason has surprised us not a little—because with the sale of the lodge at Masulipatnam it was dealt with in like manner. Indeed, this example was reclaimed by the ministers without paying attention to what we noted by letter of 25 7ber 1770 regarding the surrender of the right to the Masulipatnam lodge, wherein it was simultaneously demonstrated by us how averse we are to such a renunciation. However, since the past cannot be undone, we must now let this pass again as a settled matter, nevertheless seriously recommending to the ministers in future to pay better heed to the considerations and remarks which we take the trouble to treat in our letters. On the other hand, we find reason for satisfaction in their management regarding the leasing of Bimilipatnam and dependent villages, it meeting with our approval that they have kept the negotiations concerning this lease still pending. The Company being sufficiently secured for the arrears of Bimilipatnam lease monies, and [illegible] this year will obtain its renewal, we respectfully inform that the leasing of the domains at this capital under ult:o aug:s 1747 amounted to ƒ58356:—:—, and thus in comparison with the previous year have increased by 17270:—:—; for the arrears of lease monies there we hope that the Company will be properly secured, while we the remainder of

Dutch transcription

volgens de gemaakte bereeke„ „ning bij vermuntingen Plaats van verlies een winst van wel 34½: pr C. o zullen hebben moeten geeven. —. De staat van dit Comp„ „toir die zij onder ult:o aug:s 1772: met het voorige Iaar geconfronteerd, gantsch niet voordeelig vertoonde, is bij het sluijten der Boeken van 177 2/3. nog vrij meer verag„ „terd bevonden, als hebbende die veragtering bij vergelij„ „king van 177½: door een Den staat van dit gouvernement door eene aan een Schakeling van Troubles en verval in den handel van Jaar tot Jaar meer veragteren„ „de, en dus eene onaangenaame verthooning voor uw: Hoog Ede„ „le Hoog Agtb: makende, doet onze vreeze vermeerderen om de staat Reekeningen derzelve, on„ „der het oog van Hoog dezelve te brengen, wijl wij niet anders dan uw: Hoog Edele Hoog Agtb: misnoegen dierweegens te wagten hebben, Edag wijl tot die onaangenaame Vorthoo„ „ningen van vermeerderingen der Lasten en verminderingen der winsten veel Contribueeren een saamenloop van onte voor„ „siene nadeelige omstandighee„ „den, die van onze directie niet dependeeren: En wij met gerus„ „ten gemoede uw: hoog Edele Hoog agtb: durvens versekeren, dat. minderheijd. N=o 15 19. 19. 73. 241 dat wij ten uijttersten attent zijn, om alle mogelijke middelen uijt te denken ten einde de maatschap„ „pij in dit gouvernement van veele onnoodige Last Posten te ontheffen, En daar en teegen door alle Mercantile weegen de wins„ „ten Inkomsten en voordeelen te vermeerderen, zoo leeven wij in die aangenaame verwagting, dat het slot der Hoofd-Boeken van dit gouvernement, in de volgende boekjaaren uijtgesondert dat van 177. ¾. wanneer de Lasten de winsten en Inkomsten een mon„ „tant van ƒ147966: 14:8: gesur„ „paseert hebben, zoodanig eene voordeelige verthoning maaken zal, dat dezelve het genoegen van uw: Hoog Edele Hoog Agtb. zullen komen te verdienen. —. ƒ65649: 9:—. —. In zoo ver nu tot dit nadeelig slot de verminde„ „ring der winsten heeft ge„ „contribueerd, moeten wij het zelve aanmerken als ver„ „oorzaakt door een samen„ „loop van omstandigheeden, die van der ministers di„ „rectie niet afhangen; maar minderheijd aan winsten en inkomsten van ƒ 64377: 16: —. en een meerder=heijd aan Lasten van ƒ1271:13:— een somma bedraagen van wij ke„ Winst Comp„ do: wij kunnen in dat zelfde ligt niet beschouwen de las„ „ten, dewelke dit gouverne„ „ment in het gemelde boek„ „Iaar van 177 /. heeft gebra„ „gen en die te samen beloo„ „pen een vrij importante Somma van ƒ506532:—: — Want of wel door ons niet word ontkend dat daer onder verscheijde uijtgaaven voor=komen, die de minis„ „ters niet hebben kunnen ontgaan, moeten wij echter omtrend die tasten in 't al„ „gemeen No. 15 242 75 de „gemeen aanmerken, dat de„ „zelve, het daar door bepaal„ „de bij de Memorie van me„ „nagie surpasseeren met een montant van ƒ247600: —: en dus een behoorlijke re¬ „ductie vorderen, die wij dan ook van der ministers iever Iong voor 's Comp:s belangen verwagten. —. Intusschen is ons bij zon„ „der wel gevallig uwen be„ „toonde ernst om ook in dit Etablissement de maatschappij van onnoodige bezwaar Posten te. te ontheffen: terwijl wij ons verlaaten op de toezegging door den gouverneur Van Vlissingen, afzonderlijk gedaan, om op middelen te zullen bedagt zijn, ten einde de Lasten van dit gouverne„ „ment meer en meer te ver„ „minderen. —. Hoe zeer wij voor het tee„ „genwoordige niet voor neemens zijn op dit Respect in eeni„ „ge bijzonderheeden te treeden kunnen wij egter niet geheel onaangeroerd laaten het berigt aangaande. No. 15 69 20: 77 243 aangaande de Conditen waar op 'sComp:s huijs te koedeloer voor een som van 2000: - ster Pagooden aan het Engelsche ministerie te Maaras ver„ „kogt is, hier in bestaande, dat de Comp:e zich heeft verbon„ „den met den Overdragt van het voorsz: Huijs ook af„ „stand te doen van het recht om zig aldaar weeder te Eta„ „blisseeren, het sij tot het drij„ „ven van handel, of met eeni„ „ge andere intentie en dat den gouverneur en Raad te Na„ „gapatnam geen swaarigheijd hebben. hebben gemaakt hier in te bewilligen, om dat /:en deeze reede heeft ons niet wijnig gesurpreneerd:/ om dat bij den verkoop van de Logie te Mazulipatnam in Bel„ „ver voegen was gehandelt. Immers is dit voor„ „beeld door de ministers gere„ „clameend, zonder te Vetten op het geen wij bij brief van 25: 7ber: 1770. nopens den af„ „stand van het recht der Mazulipatnamsche Logie hebben aangemerkt waar bij teffeens. N=o. 15 1/244 teffens, door ons is aangetoond hoe afkeerig wij zijn van zoort gelijke renunciatie. Dan het voorleedene niet te herdoen zijnde moeten wij zulks als een gedaane zaak nu weeder Passeeren, de ministers niet te min Sirieuselijk aanbeveelende in het vervolg beeter agt te gee„ „ven op de Consideratien en remarquies, die wi de moeijte neemen bij onze brieven te verhandelen. —. Daar Daar en teegen vinden wij Hoff van welbehagen in hunne directie nopens het in Pacht neemen van Bi„ „milipatnam en onder hoo„ „rige dorpen zijnde het van onze goedkeuring dat zij de onderhandelingen Over deeze Pagt als nog sleep inde hebbende gehouden. — Voor de agterstallige Voor de agterstallige Bimilip:rjs Pagt=Penningen de maatschappij voldoende gescrureerd sijnde, en Pagt=Penningen aldaar hoo„ deesen Jaare desselfs verwening sullen erlangen, bedeelen wij in eerbied, dat „pen wij dat de Comp:e behoor„ de verpagtingen der domijnen ter deeser Hoof=Plaats onder ult. o aug:s 1747. bedragen hebben ƒ58356: „lijk zal weezen gesecureerd, — —. en dus in vergelijking van het voorige Iaar 17270. - - - . ver„ terwijl wij het Overige „meerdert zijn. — van No. 15

NL-HaNA_1.04.02_3482_0531 view scan ↗

English

No. 245 pass over the main part of the leases in silence, as the lease of the domains at Nagapatnam had to continue until 31 August 1775, with the sole exception of that of strong spirits, which was to expire only in 1775. In our general missive of last year, we already expressed our concern over the dilapidated state of the Nagapatnam fortifications. Pursuant to the orders of Their High Mightinesses given to the Governor and Council at Ceylon, Captain Engineer Elias Paravicini di Capelli, having arrived here to conduct a further inspection of the dilapidated fortifications of the Nagapatnam Castle, has accurately completed the same in accordance with what was requested of him. He has completed it, whereof he is to offer his written report together with the plans drawn up by him directly from Ceylon to Their High Mightinesses, upon which we shall await Their High Mightinesses' highly esteemed disposition. The defects discovered therein have already increased considerably, and the restoration of the same appears to become utterly inevitable. We therefore wish that Your Honours may soon find yourselves in a position to have those works further inspected by a capable and skilled engineer, and to have such repairs and such improvements made thereto as their condition shall require. No. 246 We shall furthermore await what shall have been determined by Your Honours regarding the proposal made by the Governor of Vlissingen in his separate missive of 15 October 1774, to have the daily occurring defects on walls, bridges, warehouses, etc., remedied henceforth by public tender, whereby he believes that a considerable sum would be saved annually for the Company, which proposal we therefore assume will have been further considered by Your Honours. With regard to the Foreign Nations, we are by no means pleased with the conduct observed by the French Commandant at Carcal, Monsieur Hocquart, who No. 247 who refused the return of five deserted soldiers from the Nagapatnam garrison, and this under the invalid pretext that they had served in the French army and were native-born Frenchmen. The Governor of Vlissingen has with good reason addressed the Governor of the said Nation at Pondicherry, Mr Law, regarding this matter, and and pointed out to him the injustice done to the Dutch Company by withholding those deserters. This also had the effect that the Governor of Pondicherry undertook to order Commandant Hocquart to adhere strictly to the Cartel; yet we can by no means agree with the statement of the ministers that they No. 248 that they had to let the matter rest here on account of information received that those deserters had in the meantime been sent from Karcal elsewhere, or that they had been allowed to depart connivingly. In the first case, one seems justified in presuming that they had remained in French service, and consequently that a further reclamation might have been fruitful. And in the other, it would have been very proper to make a second representation to the Governor of Pondicherry in order to obtain the effect of his ordered observance of the Cartel, and as long as no definitive answer had been received on this, the ministers could pretend ignorance of the dispatch or departure of the aforementioned deserters. No. 249 deserters. And if they subsequently obtained direct knowledge of either case, they could have further considered whether the matter warranted demanding satisfaction for it. We therefore believe that a decision was made too hastily to drop the matter, and that in the present case more pressure ought to have been exerted to maintain the Cartel. To

Dutch transcription

21: 21: No. 245 van het Hoofd=deel der ver„ „pagtingen stie swijgen voor bij gaan alzoo de Pagt der domainen te Nagapatnam nog tot den 31. ' aug:s 1775. heeft moeten voortloopen, met uijtzondering alleen van die der sterke dranken, als wel„ „ke eerst in 1775. Zou Expiree„ „ren. —. Bij onze generaale mis„ „sive van het voorleeden Iaar hebben wij reeds onze bekom¬ „mering te kennen gegeeven Over den vervallen staat der Ingevolge Haar Hoog Edelens or„ „dre aan den heer gouverneur en Raad tot Ceijlon gegeeven her„ „waards Overgekomen, zijnde, den Capitain Ingenieur Elias Para„ „vicine de Capelli tot het doen van een nadere opneem van de verval„ „lene fortificatie werken van het Nagap:ms Casteel, heeft den„ „zelven zulks ingevolge het aen hem gedemandeerde naukeurig volbragt. Nagap:n wij de d „de dispositie zullen blijven te gemoed zien. —. volbragt, waar van hij zijn schriftelijk Rapport neevens de door hem geformeerde Plans, Haar Hoog Edelens direct van Ceijlon staat aan te bieden, waar op wij Hoog Dezelve zeer gseer„ De daar aan ont„ „dekte gebreeken zijn reeds nog merkelijk toegenomen, en de herstelling van deselve scheijnt te worden vol„ „srtrekt onvermijdelijk. - . Wij wenschen, den hal¬ „ven dat UE: zig spoedig zullen mogen vinden in staat om door een bekwaam en kun„ „dig Ingenieur die werken na„ „den te doen opneemen en daar Nagapatnamsche vesting werken. —. aan No. 15. No: 246 ting aan zoodanige Reparatien en zoodanige verbeteringen te laaten geschieden, als de gesteld heijd derzelven zal ver„ „eijsschen. —. Wij zullen voorts af„ „wagten hoedanig door UE: zal zijn gedisponeerd, op de Propositie die door den gou„ „verneur van Vlissingen bij zijne aparte Missive van den 15: October 1774: is ge„ „daan, om de dagelijks voor„ „vallende gebreeken aan wallen, bruggen, Pakhuij„ „zen. de dig staat kun„ nna„ daar . hal„ E 22: „zen &:a voortaan bij aanbe„ „steeding te doen verhelpen, waar door hij meend dat Iaar„ „lijks een naamwaardige som voor de Maatschappij zou werden uijtgewonnen, en wel„ „ke Propositie wij derhalven vaststellen dat door UE: na„ „der zal zijn Overwogen.. Met opzigt tot de Vreemde Natien, zijn wij gantsch niet gestigt over het gehouden gedrag van den Franschen Commandant te Carcal Monsr Hocquart, die. No. 15 22: No. 247 die geweigent heeft de te rug gaan van vijf gedreserteerde soldaaten uijt het Nagapat„ „namsche guarnisoen, en zulks onder het nietig voor„ „wendsel dat dezelve in de armee der Franschen haa„ „den gediend en gedienden gebooren Franschen waren. De gouverneur van Vlissingen heeft over dit geval met reeden aan den gouverneur van gemelde Na„ „tie de Pondicherij den heer Lou zig g'addresseerd, en. en aan denzelven vertoond het ongelijk 't geen de Ne„ „derlandsche Comp:e met het te rug houden dier de„ „serteurs wierd aangedaan. Het zelve is ook van dat effect geweest, dat den gou„ „verneur van Pondicherij heeft aangenoomen den Com„ „mandant Hooguard te zullen ordonneeren, zig stiptelijk aan het Cartel te houden; dog wij kunnen geenzints toestemmen het zeggen der ministers dat zij No. 15 248 177 Zij het hier bij hebben moe„ „ten laaten berusten uijt hoofde van bekoomene in„ „formatie dat die overlopers intusschen van Karcal naar elders verzonden waaren, dan wel dat men dezelve oogluijkende had doen ver„ „strekken. — In het eerste geval scheijnt men te moogen on„ „der stellen dat dezelve waa„ „ren gebleeven in Franschen dienst en mits dien dat een naadere reclame van vrugt. had. te had kunnen zijn. —. En in het andere was het een zeer gevoeglijk geweest een tweede instantie te doen bij den gouverneur van Pon„ „dicherij ten einde het Effect te moogen erlangen van de door hem g'ordonneerde ob„ „servantie van het Cartel en 3oo Lang men hier op geen uijtsluijtend andwoord had bekoomen, konden de ministers ignorantie preten„ „deeren van de versending off het vertrek der voorsz: deserteurs. N=o. 15 23. 8 249 deserteurs. En kreegen zij op vervolgens van dit een ander directe kennis aan hadden zij nader kunnen overweegen of de zaak gescha„ „pen stond om daar voor sa„ „lisfactie te vraagen. —. Wij meenen derhalven dat men te schielijk heeft beslooten, om de zaak te laa„ „ten steeken, en in het Presente geval tot mainctien van het Cartel nog meerder aandrang had dienen te gebruijken. Tot.

NL-HaNA_1.04.02_3482_0540 view scan ↗

English

However much we had flattered ourselves and most humbly hoped that the demonstrations, particularly in the separate respectful letter of the first undersigned dated 30 December 1774, regarding what their Right Excellencies the Noble High Indian Government at Batavia were pleased to remark in their venerated missive of 8 June of the said year, would have removed all the suspicions and unfavorable impressions that existed concerning our actions in the matter of the loans of money to the prince of Tanjore and the subsequent purchase of various lands; yet we find to our inward regret and particular dismay that they not only failed to have that desired influence and effect of absolving us from having acted in bad faith in this regard, but also that the unforeseen circumstances which that affair brought forth and accidentally caused were bound to turn out to our disadvantage in the deliberation of that matter. This touches us, and especially the undersigned governor, most sensitively. We therefore most humbly request permission from your Right Noble High Mightinesses to be permitted hereby to further clear ourselves with the same. Having postponed until now speaking of what concerns indigenous matters, we could now enter into a detailed discussion of the thought which the ministers in general, and the governor of Vlissingen in particular, maintained both before and after the conquest of the principality of Tanjore by the subah of the Carnatic, Mahomet Ali Khan. We do not doubt, and also remain assured, that we shall be fortunate enough to see this our further accounting in that regard receive the venerated approval of your Right Noble High Mightinesses; in that expectation we take the liberty most humbly to assure your Right Noble High Mightinesses that in this affair—which appeared advantageous, but was made precarious through unforeseen and unexpected turns of events and the intervention and underhanded dealings of malevolent individuals—we could not have done or acted otherwise, given the circumstances in which we found ourselves; our course of action in this matter aimed and targeted nothing other than the true interest of the Honorable Company, in order, by striving for and procuring the aforementioned purchase of the lands and the redemption of the burdensome servitudes, to add luster to this government, as the undersigned governor had the honor to demonstrate amply in his aforementioned respectful separate letter to the Noble High Indian Government dated 30 December 1774; to which we submissively refer, and now, with reference to the remark made that although the agreed purchase money for the province of Kiwaloer, Tripondi, both amounting to 350,000 Pagodas, and thus 34,000 Pagodas less had been paid to the prince's emissaries than the bills of sale executed for them dictate, yet not all of it reached the prince's hands, according to the statement which the prince allegedly made both to the young Nawab and to others; we take the humble boldness to testify that when this confession was made, the prince being an actual prisoner of war of the Nawab, the conqueror under those circumstances was able to extort from him whatever he wanted and whatever best suited his interest and served to wrest back from the Honorable Company the costly lands and other significant advantages of which Her Honor had become the master and owner through purchase. In order to achieve this, all kinds of subtleties and fictitious pretexts had to be sought, invented, and used, as his jealousy, and that of his allies and others, could by no means tolerate that such considerable advantages were torn away from the principality of Tanjore, of which he, namely the Nawab, had become the master. The enemies of the prince and of his confidants, by whom the young Nawab was then surrounded, acted in accordance with the vengeful nature. But we deem this unnecessary, since regarding that conduct, such appropriate remarks were made by your secret missive to the governor on 8 June 1774 that we can fully concur with them. The reflections, however, nay more, the unfavorable impressions and suspicions that necessarily arise from an attentive and impartial consideration of what occurred regarding the loan made to the prince of Tanjore and the subsequent purchase of various lands and places, are all of such a nature that, although with reluctance, we find ourselves obliged to touch a little more closely upon this and that point relating thereto. It has been asserted that one still maintains [illegible]

Dutch transcription

Hee seer wij ons geflatteerd, en onderdaanigst gehoopd hadden, dat de demonstratien insonder„ „heijd bij des eerst ondergeteeken„ „dens apparte eerbiedige letteren van den 30. December 1774: op het geene haar Hoog Edelens de Edele Hooge Indiase Regeering te Batavia, bij Hoogst dersel„ „ver gevenereerde missive van den 8. Iunij des gemelden Iaars, heb„ „ben gelieven te remarqueeren, weg„ „genoomen zoude hebben alle de verdenkingen en nadeelige im„ „pressien die omtrend onze behan„ „delingen ten belange van de geld„ „leeningen, aan den vorst van Iansjour, en de daar op gevolgde koop van verscheijde Landen, plaats hebben gehad soo ondervin„ „den wij egter tot onze innerlijke Leedweessen en bijzondere aanboe„ „ning, dat deselve niet alleen van die gewenste invloed en uijtwerking niet hebben konnen zijn, om ons vrij te kennen van daar omtrend ten quaade trouwe te hebben gehandelt, maar ook dat de onvoorsiene om„ „standigheeden welke die affaire voortgebragt en toevallig gecaukerd hebben; bij de deliberatie dier zake, ten onzen nadeele hebben moeten uijt„ „vallen. — Dit toucheerd ons, en in het bij„ „zonder den ondergeteekende gouver„ „neur op het allersensibelst. —. Wij verzoeken dierhalven uw: Hoog Edele Hoog agtb: onder daa„ „nigst om verlof, om ons zig dier„ aan Gou Zijn Tot hier toe uijt gesteld heb„ „bende te spreeken van het geen de Inlandsche zaaken betreft, zouden wij als nu ons kunnen begeeven tot een breed=voerige discussie van 't gedagt 't geen de Mi„ „nisters in 't algemeen en der gouverneur van Vlis„ singen, in het bijzonder „ hebben behouden zoo voor als na de Overing van het Vorstendom van Tans Jour door den souba van Car„ber „natica Mahomet Alichan. „s Al „weegens. Dog N=o 15 „ wij „ „ te nu reme koo Kin No. 250 „weegens bij hoogst= Dezelve bij deezen nader te moogen suijveren. — Wij twijffelen niet, en houden ons ook verseekerd, van wel soo geluk„ „kig te sullen sijn om deeze onze naadere verantwoording dier we„ „gens te sien wegdraagen uw Hoog Edele Hoog Agtb: gevenereer„ „de goedkeure; in die verwagting neemen wij de vrijheijd uw: hoog Edele Hoog Agtb: onderdanigst te verseekeren, dat in deese zig voor„ „deelig opgedaane, dog door onvoor„ „siene, en onverwagte omwenteling van zaaken, en tusschen komst en onderkruijpingen van quaad„ „willige, netelig gemaakte affaire, na de omstandigheeden waar in en den wij ons hebben bevonden, niet an„ „ders hebben konnen doen nog han„ „delen; onse handelwijse in deesen heeft niet anders gebuteerd en ten doel gehad, aan het waare belang van de E: maatschappije, ten eijn„ „de door het betragten en bezorgen van de voorsz: koop der landen, en afkoop den Lastige servituiten, luijster aan dit gouvernement bij te setten, gelijk den ondergetekende gouverneur de eere heeft gehad, bij zijne voorsz: eerbiedige apparte Let„ Jour aem aan de Edele Hooge India„ „sche Regeering de dato 30: Decem„ Car„ „ber 1774. , ampel te vertoonen; waar aan wij ons submis refereeren, en als nu met betrekking tot de gemaakte remarque, dat schoon de bedongene koop Penn: voor de Provintie van Kiwaloer, Tripondi, beijde impor„ heb„ gepaste- remarques zijn gemaakt dat wij ons met deselve volkomen kunnen Conformeeren. — De Reflaxien nogtans, wij zeggen meer, de nadeeli„ „ge impressen verdenkingen die noodzakelijk worden ge„ „boonen bij een aandagtige en aan den gouverneur van 8. Iunij 1774: zoodanige derzelver Secreete missive dat gedrag door UE: bij Dog wij agten zulks onnodig nademaal ontrend „teerende. onzijdige. eld n sie Mi„ der voor het 9 „teerende Pagooden 350000, dus Pagooden 34000: minder aan de sendelingen van den vorst betaald waaren, dan de daar van verleende koop brieven dicteeren, eg„ „ter niet alle den vorst ter handen gekomen zoude zijn, na luijd der verklaaring, die den vorst soo aan den Iongen Nabab, als andere sou„ „de hebben gedaan, de needrige har„ „diesse gebruijken, te betuijgen, dat toen deeze bekentenis geschiede, den vorst een reile krijgsgevangen van den Nabab geweest zijnde, den derwinnaar in die omstandigheijd „les wat hij wilde, en met sijn in„ „trest best over een quam, en diene„ „lijk was, om de E: Comp:e de kostbaa„ „ve Landerijen, en andere voorname voordeelen, waar van Haar Edele door koop meester en eijgenaar ge„ „worden was, weeder afhanding te maaken, om hier toe te geraaken moesten er allerhande fenesses en ge„ „fingeerde uijtvlugten gesogt, uijtge„ „vonden, en gebruijkt werden, alsoo sijne Iacolisie, en die van sijne g'allieerdens en andere, het onmoo„ „gelijk veelen konden, dat sulke aansienelijke voordeelen van het Vorstendom Ians Jour, waar van hij te weeten den Nabab meer„ „ster geworden was, afgescheurd wierden. De vijanden van den vorst en van sijne vertrouwelingen waar van den Iongen N Abab toen omringt was, bedienden zig Ovreenkomstig den wraakgierigen van hem heeft kunnen afvergen, al„ en Plaatzen, zijn alle naader aan te roeren. — Men heeft beweerd dat men blijft als nog staande „wel nog „ten Het onzijdige beschouwing van d het voorgevallene omtrend allesin eijnde de gedaane geldleening aan het tie den Vorst van TansJour den va negen zijn en de daar op gevoegde koop te rigte „tie van verscheijde Landen maak de da „strij „ten van dien aart, dat wij hoe„ „wel met teegenzin, ons verpligt vinden deese en geene Poincten daar toe betrekkelijk een wijnig Lievel deese „heijd veel het aard. houden N=o 15 24. wel vorst Jans „ling ter se Su gerem alleen Jan Jo een „der „der geblee „Heij geslee

NL-HaNA_1.04.02_3482_0543 view scan ↗

English

24. A3: 251 nature of this treacherous nation of this opportunity to make His Highness, and particularly his favourites and their actions, utterly odious in every way, inspiring in the Nabob for that purpose everything that could give rise to the slightest suspicion. Thus the prince was under the necessity, nine days after the loss of his principality, of addressing the letter to us mentioned in our separate resolution of 2 October 1773, but which, because of the contradictions and suspicious matters appearing therein, had to be suspected in all respects with great reason. It is nevertheless at the same time true that the prince of Tanjore may have given the young Nabob and others, both directly and indirectly, to understand that although not actually received into the hands of the unfortunate prince, 330,000 Pagodas were nevertheless paid to his emissaries for the province of Kiwaloer and 20,000 Pagodas for the territory of Tripondi. On the assurance of the contrary, the Nabob demanded proper proof; according to the Coromandel Secret Resolution of 28 October 1773, he wished to be shown by a specific account how much had first been advanced on the security of jewels as well as lands, the first-mentioned never having enjoyed the full sum of those monies, what manner the interest thereon was calculated, in what manner this was subsequently liquidated, and how the purchase money had been paid; and without this information he refused to enter into any negotiation concerning the restitution of the monies paid for the Prince of Tanjore. We have not in the least, not with certainty, been able to discover what it actually No. 15. It may be, and we can also believe and establish from what emerged afterward, that at the time of the surrender of Tanjore, not all the money his emissaries received here came into the hands of the prince, because before all of it was remitted—since it was not transferred all at once, but successively in parts—the siege not only began, but Tanjore was enclosed ever more tightly. Yet the prince will well have known where the monies not yet received at that time, as well as a quantity of his own separate jewels which he specifically entrusted to Cannagasawe, remained; for although His Highness was kept captive in his palace and Cannagasawe Poele was in Jaffanapatnam and elsewhere in Ceylon territory, they nevertheless knew and had the means to maintain correspondence with one another, both through messengers and otherwise. Thus the prince, after his restoration and the return of Canagasawea Poele—who was immediately placed in his former administration as subahdar of Mannaar Coil and various other lands, and still continues therein—will well have liquidated with the other, and Cannagasawea Poelle will also well have been in a position to give a satisfactory accounting thereof. Otherwise, it is neither conceivable nor believable that an official who had committed fraud and treated his prince and lord in bad faith would have remained in such glowing favour and been received as he was before, the more so as he does not lack enemies and enviers who are still constantly active in thwarting him in everything, especially his greatest enemies still living, the present factotum named Batjena, who is continually out to lay traps for him. From this confidence existing between the prince and his favourite, it is easy to infer that His Highness made no difficulty in handing over to him bills of sale for the lands and others, for different sums or sizes, in order to make such use of them as would best accord with the interest of the prince and his great distress for money, 252 No. so as thereby, if possible, not only to buy off the threatening danger of siege, but also to satisfy the Nabob concerning his claim regarding the overdue tribute money. Being furnished with these bills of sale and with such ample power to look after his master's interest as best he could, he left nothing untried, using first the highest or largest of the bills of sale, until he had come down to that of 360,000 Pagodas for Kiwaloer and 24,000 Pagodas for Tripondi, at which, being provided with none lower, he remained standing. But his distress, and that of the prince, caused him, after much bargaining and offering, to cede the first territory for 330,000 and the second for 20,000 Pagodas, and to conclude the purchase upon that, since the worsening circumstances of the prince as well as the importance of the matter for the Honourable Company with regard to the monies advanced on loan upon the jewels and lands demanded a complete and speedy settlement. Thus not much time remained to send for other bills of sale for the actual amounts of the stipulated and contracted purchase monies, the more so as the emissary himself could not travel back to the court for that purpose, because his presence in these lower parts of Tanjore had become of the utmost importance for the prince. These and no other reasons have moved us to the aforementioned bills of sale.

Dutch transcription

24. A3: 251 aard deeser verradelijke natie van deese geleegendheijd, om zijn Hoog„ „heijd en wel voornamentlijk zijne Lievelingen en derzelver verrigtingen, allesints hatelijk te maaken, ten dien eijnde den Nabab inboesemende, al het geene maar tot de minste suspec„ „tie aanleiding geeven konde, dus was den vorst in de noodsakelijkheijd om negen daagen na het verlies van zijn vorstendom de brief aan ons te rigten waar van onze apparte resolu„ „tie van den 2: October 1773: mentie maakt dog die men, om de wille van de daar in te vooren gekoomene teegen„ „strijding - en nadenkelijkheeden, met veel reeden in allen deelen heeft moe„ „ten suspecteeren. —. het geen naderhand is te vooren gekomen, wel gelooven, en vaststellen, dat den vorst op den tijd van den Overgang van Tansjour al het geld dat sijne sende„ „lingen hier hebben ontvangen, niet is ter handen gekomen om dat eer al het selve, dewijl niet alle te gelijk, maar successive bij gedeeltens Overgemaakt is, geremitteerd is geworden, het beleg niet alleen aanvang heeft genomen, maar Tan Jour-nauwer en nauwer is ingesloo„ „ten geworden, dog den vorst zal even„ „wel wel geweeten hebben, waar de toen nog niet ontfangene penn: soo wel, als een parthij van sijn eijgene afgeson„ „derde Iuweelen, die hij in het bijson„ „der aan Cannagasawe toevertrowt heeft gebleeven sijn, want schoon sijn Hoog„ „Heijd in zijn paleijs gevangen heeft Het kan sijn, en wij kunnen ook uijt „waloer en 20'000: Pagooden gesleeten, en Cannagasawe Poele zig op kunnen hebben gegeeven dat Het is echter teffens waar dat den vorst van TansJour den Jongen Nabab en andere zoo direct als indirect te voor het land van Tripon„ „zendlijk zijn ter handen gekoomen nogthans aan des„ „selfs zendelingen betaald zijn 330'000: —. Pagooden Poventie van Ki„ voor de houden dat zoo al aan den ongelukigen vorst niet wee„ Iaffanap:m den. „di. — Iaffanap:m en elders in het Ceijlons ge„ „bied bevond, soo heeft men egter wel middel geweeten en gehed, om met den anderen, soo door boodschappen, als andersints Correspondentie te hou„ „den, dus zal den vorst na zijne herstel„ „ling, en te rug komst van Canagasa„ „wea poele, die ten eersten in zijn voo„ „rig bestier, als soubedaar van Man„ „naar Coil, en verscheijde andere Lan„ „den, gesteld is, en daar in als nog Con„ „tinueerd, met den anderen wel gelequi„ „deerd hebben, Cannagasawea Poelle, ook wel in staat geweest zijn, daar van genoeg doende Reekenschap, te geeven, anders is het niet te begrijpen, nog te gelooven, dat een bediende die gefraudeert en sijn vorst en heere ter quader trouwe behandelt heeft, nog in die blaakende gunst soude sijn ge„ „bleeven, en ontfangen, als te vooren is geweest, te meer hem aan geene vijan„ „den, en benijders ontbreekt, en die als nog in een geduurige beweeging zijn, om hem in alles den voet kwars te set„ „ten, insonderheijd zijne tans nog in weesen zijnde grootste vijanden den presenten Albeschik Batjena genaamd, die 'er bij Continuatie op uijt is, om hem strikken te Leggen. — Uijt deeze tusschen den vorst en zijnen Lieveling substeerende Confiden„ „tie, is ligt af te meeten, dat zijn Hoog„ heijd swaarigheijd heeft gemaakt, hem koop brieven van de Landerijen, en andere, van differente Sommas of grootheijd ter handen te stellen, ten eijnde van deselve soodanig gebruijk te maaken, als met het meeste intrest van den Vorst en sij„ „ne groote verleegendheijd om geld soude de verzekering van het teegendeel heeft de Nabab behoorlijk bewijs gevordert; Hij heeft ge„ „wild, uijtwijsens de Cor„ „mandelsche Secreete Rezolutie van 28. October 1773: dat men hem bij een specificque Reekening zou aantoonen, hoe veel 'er eerst 300 op Pand van Juweelen, als Landen verstrekt, op den eerstgemelde de volle som dier Penningen nimmer had genooten. — over. wat. N=o 15. 252 No. over een koomen, om daar door het mogelijk niet alleen het drijgend ge„ „vaar van beleg af te koopen, maar ook den Nabab, omtrend sijne preten„ „tie weegens de agterstallige tribut Penn: te vreede te stellen. — Denzelven van deeze koopbrieven, en met soodanige eene ample magt om sijn meesters Intrest soo goed hij kon„ te betragten, bedienende zig eerst van de Hoogste of grootste der koopbrie, „ven, tot dat op die van 360'000: Pag: voor kiwaloer, en 24000: Pag: voor Tripondi gedaald was, waar op hij, als van geen mindere voorzien zijnde, staan bleef, dog sijne verleegendheijd, en die van den vorst, deeden hem, na veel looven, en bieden het eerste Landschap voor 330'000, en het tweede voor 20'000:„ Pag: afstaan, en daar op de koop te sluij„ „ten, dewijl de verergerende omstandig„ „heeden van den vorst soo wel; als de aangeleegendheijd van de saak voor dE: Comp:e met tetrekking tot op de Juweelen en Landerijen, ten Leen verschootene Penn: een volleedige en spoedige afdoening vor„ „derde, dus geen veel tijd Overbleef om an„ „dere koopbrieven van de wezentlijke bedragens der bedongene; en gecontrac„ „teerde koop Penn: te ontbieden, te meer hij sendeling selfs daar omme niet weer naar het hof opreijzen konde, om dat sijne teegenwoordigheijd in deese benede gedeeltens van Tansjour van de uijters„ „te aangeleegendheijd voor den vorst geworden was. Deese en geene andere reedenen, heb„ „ben ons gemoveerd, om de voorsz: koop„ gemunieerd weezende, liet niets onbesogt „lequideert mitsgaders hoedaa„ wat wijze den intrest daar op bereekend, in welker voe„ „gen zulks vervolgens ge„ „nig het geld van den koop betaald was, En zonder die onderrigtingen heeft hij geweijgerd in eenige on„ „derhandeling te komen over de Restitutie voor den Vorst van Jans Jour van de Penningen afgegeeven. Wij hebben niet ten minsten, niet met zeekerheijd kunnen Waar aan het Ontdekken brieven. eijgentlijk. mer van e

NL-HaNA_1.04.02_3482_0546 view scan ↗

English

to accept deeds of purchase of 384000 for 350000 Pagodas, in which we found all the less difficulty because the said envoys, as has become fully evident from all circumstances of their conduct, took it upon themselves to answer to the prince for being provided with an unlimited power in that regard, just as it was done at their express desire that the sums expressed in the deeds of purchase were also stated on the receipt, in order that the same should agree with each other. We declare, with a respectful repetition, that the circumstance in which we found ourselves placed us under the necessity of giving our consent thereto, in order to be released from all further negotiations in that regard with them and their prince, for the trouble that one has had with them during the same is impossible to be expressed as required, because of their very loquacious and fickle nature, being moreover malicious and deceitful, constantly employing all kinds of evasions and distortions, retracting their word consequently at the very moment it was given. We shall not detain your Right Honourable Esteemed Worships with a detail of the multiplicity of the same which one has encountered, and disturb you therewith in your momentous affairs, but only report that, the envoys having agreed regarding the purchase of Naoer and Topotore, and the same having been firmly established, nothing else but Kiwaloer and Tripondi should also be taken, and agreeing with us in that regard to provide the former for a sum of 310000 and the other for 15000 Pagodas, the one traveled to the court to fetch the consent and deeds of purchase from the prince, while the other, or Canneagasawea Poele, went meanwhile to Mannaar Coil, and both stayed away entirely without making even the slightest move to bring the same and the other already agreed matters and sales, as well as the redemption of the pawned jewels, to a conclusion, so that the undersigned Governor found himself obliged to address the prince directly by letters, laying open to him what his envoys had promised and contracted on his behalf. Upon this followed the answer of the prince, along with the deed of purchase of the recognition moneys, with mention that those of Kiewaloer and Tripondi, the first amounting to 360000 and the other to 24000 Pagodas, were also handed over, as the same had already been granted previously, and the envoys were instructed with the giving of this testimony in respect of Canagasawea Poele that he was very capable of executing matters, and further declaration that Naver and Topotorre would not be sold, but would only remain under pawn for the money advanced thereon; yet, however much this declaration conflicted directly with his conduct, one discovered during the further or renewed negotiations, since His Highness on that same occasion, where he declared the sale would not take place, granted the formal deeds of purchase of both coastal places, with the prospect of avoiding the real sale of Naoer and Topotorre by demanding more money for both provinces of Kiewaloer and Tripondi than the provisionally agreed amounts of 310000 and 15000 Pagodas imported, at the same time requesting that the money borrowed upon the pledge of jewels might not be deducted from the purchase price of the lands, but that the full sum thereof might be delivered, in order to try in that manner whether there might not be any possibility of averting the danger threatened from the side of the Nabab with that money and what was previously enjoyed on loan upon those two coastal places. The envoys, also flattering themselves with this, were neither willing nor able to be brought to hand to give satisfaction to what was contracted, until after they saw the impossibility thereof, and it had been threatened to them that if they continued to drag out the settlement of the debt any longer, whether they wished to do so through the surrender of those lands etc. or not, one would then [illegible] One has sought to help oneself with him with the receipt already granted on 6 July by the prince's authorized agents, although, as Your Honour has reasonably remarked, only inserted in the Resolution of 11 October following. What actually failed was that no satisfaction was given in this matter to the Nabab. According to the same, 360000 Pagodas would have been paid to the prince for the Province of Kiwaloer and 2400 Pagodas for the Land of Tripondij. And yet Governor van Vlissingen had acknowledged in his letters to the Souba and the young Nabab that essentially no more had been paid for it than a sum of 330000 Pagodas and 20000 Pagodas respectively. But that receipt could give little reassurance to the Nabab. This therefore had to bring those princes into doubt about what they were to think of this matter, and that doubt would necessarily increase when they were made aware of the letter previously written by Governor van Vlissingen to the prince of Tansjour, wherein it stood mentioned that with [illegible]

Dutch transcription

brieven van 384000. voor 350'000: Pag: te accepteeren, waar in wij so veel te minder swarigheijd vonden, om dat genoemde sendelingen, die so als uijt allen omstande van hun handel„ „wijze ten vollen is komen te blijken, daar omtrend van een onbepaalde magt, voorsien te weezen op zig naamen, om daar over aan den vorst te ver„ „andwoorden, soo als op derzelver Es„ „presse begeerte dan ook geschied is dat de sommen bij de koopbrieven uijtge„ „drukt ook bij de quitantie bekend zijn gesteld geworden, op dat dezelve met den anderen accordeeren hou„ „den. Wij betuijgen het bij eene eerbiedige herhaaling dat de omstandigheijd, waar inwij ons bevonden, ons in de nood zaa„ „kelijkheijd heeft doen komen, om onse toestemming daar toe te geeven, ten einde van alle verdere onderhandelin„ „gen dien aangaande met haar, en hun„ „nen vorst, ontslaagen te werden, want de moeijte die men geduurende deselve met haar heeft gehad, is onmoogelijk, om naar vereijscht uijtgedrukt te wer„ „den, mits de„zelve talmagtige en wis„ „peltuurigen aard, daar bij arglustig en bedriegelijk zijnde, zig steeds van allerhande omweegen en verdraajin„ „gen bedienende, retractreerende mits dien hun woord, op dat selfde oogen„ „blik dat gegeeven is; Wij zullen uw: Hoog Edele Hoog agtb: met een detail van de meenigvuldigheijd derselve die men ontmoet heeft niet ophouden, en in derzelver hoogwigtigen beesighee„ „den daar meede stooven, maar eenlijk melden, dat de sendelingen weg: de koop Men heeft getragt zig bij hem te helpen met de 6: quitantie reeds op den Iulij door 's vorsten ge„ „magtigdens verleend, hoe wel, zoo als UE: met reeden hebben geremarqueerd, eerst van den in de Rezolutie 11: october daar aan vol„ „gende g ' insereerd. „bab geen genoegen is gegeeven. eijgentlijk heeft gehaperd dat in dit stuk aan den Na„ 1de een van Maan. N=o 15 25. „ d1 „ R di de 2 - voo 25. 87. 253 van Naoer en Topotore eens geworden, en dezelve vast gesteld zijnde, niets dan we Kiwaloer en Tripondi meede hou„ „de moeten neemen, en dierweegens met ons Overienkomende, de eerstgem: voor een Somma van 310000: en de an„ „dene voor 15000: Pag: te zullen bezor„ „gen, reijsde den eenen naar het hof, om de toestemming, en koop brieven van den vorst af te haalen, terwijl den anderen, of Canneagasawea Poele, zig intus„ „schen naar Mannaar Coil begaf, en beide ten eenemaal weg bleeven, sonder eenige de minste mouvementen te maaken, om dezelve, en de andere reeds Over een gekomene zaaken en verkoopin„ „gen, mitsgaders aflossing van de ver„ „pande Iuweelen, ten einde te brengen, invoegen den ondergeteekende gouver„ „neur zig verpligt vond, zig bij brie„ „ven direct aan den vorst te addres„ „seeren, hem open Leggende het geene sijne sendelingen zijnentweegen be„ „loofd, en gecontracteerd hadden; hier op volgde het andwoord van den vorst, neevens de koop brief van de Recognitie penn:, met melding dat die van Kiewaloer en Tripondi„ de eerste groot 360'000:, en de andere 24000: Paq: meede Overgongen, daar deselve reeds te vooren verleend, en de sendelingen g'intrageerd waaren on„ „der het geeven van deeze getuijgenis ten opzigte van Canagasawea Poele dat seer Capabel was, om saaken uijttevoe„ „ren, en verder betuijging dat Naver en Topotorre niet verkogt zoude wor„ „den, maar eenelijk onder verpanding voor het daar op verschooten geld blijven zouden, dog hoe seer deeze betuijging di„ Volgens dezelve zouden aan den vorst betaald zijn 360'000:–. Pag: voor de Provincie van Kiwaloer en 2400: Pag: voor het Land van Tripondij, En egter hadde Gouverneur van Vlissingen bij sijne brieven aan den Souba en den Iongen Nabab en„ „kend, dat weezendlijk daar voor niet meer was voldaan gerustheijd geeven. — Maar die quitantie kon aan den Nabab wijnig „rect. aan „rect teegens zijne handelwijze streed, heeft men bij de naadere of weeder aangeknoopte onderhandeling onder„ „vonden, alzoo zijne Hoogheijd bij die zelfde geleegendheijd, daar hij ver„ „klaarde den verkoop niet te zullen geschieden, de formeele koop=brieven van de beide Zeeplaatzen heeft verleend met dat voor uijt zigt om door het be„ „dingen van meerder geld voor de beijde Provintien kiewaloer en Tripondi, dan de daar voor Provisioneel verac„ „cordeerde bedraagens van 310'000: en 15000: pagooden, quamen te importee„ „ren den reelen verkoop van Naoer en Topotorre te ontwijken, teffens versoekende dat het geld op pand van Juweelen opgenoomen, van de koop penn: der Landen niet afgehouden, maar de volle som derzelve afgegeeven mogte werden om het op die wijse te Probeeren, of 'er geen moogelijkheijd zijn zoude, om met die penn:, en het te voo„ „ren ter leen genootene op die beide zeeplaatzen, het gevaar, waar meede aan de kant van den Nabab ge„ „dreijgd wierde, afte keeren. —. De sendelingen ook sig daar meede flatteerende, hebben niet eerder aan de hand willen koomen nog ge„ „bragt konnen werden, om aan het gecontracteerde voldoening te geeven, aan na dat zij de onmoogelijkheijd daar van gesien hebben, en haar ge„ „dreijgd was geworden, dat indien zij de afdoening van de schuld, het zij dat zulx door den afstand dier Landen en etc.a doen wilden, of niet, nog langer „d bleeven traineeren, men 'er dan midde„ S „ aan „de Dit moest derhalven die vorsten in Twijffel bren„ „gen wat zij van deeze a zaak hadden te denken, 2 hier en die Twijffel zou noodza„ ge „ „kelijk vermeerderen, wan„ wij end „ „neer hun wierd bekend de „ke „tie brieff te vooren door den „de „gaan „S Gouverneur van Vlissin„ „gen aan den vorst van daag S Tansjour geschreeven, waar bij vermeld stond, dat met hier Reek: Jours dan een som van 330'000. – pag: „len brui dien en van 20'000:- Pag: respecti„ „ken „len. de. N=o 15. „velijk. — op Jaa on „te ha 11 118

NL-HaNA_1.04.02_3482_0549 view scan ↗

English

would have to use earnest measures, or would break off all further negotiations in that regard entirely, so that in this manner, having at last reached a conclusion of the matter, they were dismissed from her. Furthermore, there was not the least reason, nor could there have been, to withhold from the young Nabab the requested specific demonstration of the manner of the money loan made to the prince, and calculating the interest thereon, as well as the subsequent payment of the same through the purchase of the lands, etc. This has been pointed out to him repeatedly in various meetings or conferences held before 28 October between him and the commissioners dispatched from here, clearly and convincingly, in what manner that affair between the prince and the Honorable Company stood and was concluded, with all of which he was satisfied and promised the restitution of those moneys. Yet he would never have departed from this again, had not one of the Tanjore courtiers named Batjena, mentioned above, who was the general accountant or bookkeeper of the Tanjore principality and some days before the siege of Tanjore had betaken himself from there to Carcal, but through the agency of the sinister Goelam Alichan, who during the conferences and negotiations caused all hindrances and repeatedly diverted the young Nabab from his good disposition toward the settlement of the dispute, appeared before the said Nabab later and instilled all detrimental sentiments in him. And he had thus instigated him to demand the aforementioned envoys, especially Canagasawae Poelle, of whom he, as mentioned above, was a bitter enemy, with the promise that upon their appearance he would demonstrate that the prince had not received all the money demanded from the Nabab. By these and other false and malicious demonstrations, originating solely from particular personal hatred against Cannegasawea Poele, which were not a little supported by the false intrigues of Goelam Allichan and associates, overturning everything that had been achieved with the young Nabab toward a harmless accommodation, so that the Nabab was made entirely intractable and brought to all kinds of far-reaching demands and claims, as well as standing firm upon them. And finding that he was no longer receptive to all the representations made to him from the side to convince him that all that was said and reported to him in this regard consisted of sheer falsehood, we, having no other way out nor means, saw ourselves brought under the necessity of proceeding to an expenditure of 15000 Pagodas through bribes, to regain what had been achieved up to that time, namely the full restitution of all the money that had been spent and paid to the prince for the purchase of the lands, etc. To avoid this, the Nabab spared no efforts nor pains, and by putting forward all kinds of feigned excuses and sinister exceptions accompanied by threats, left nothing untried. Thus, to ward off that dangerous blow with which we were threatened anew in those dismal and critical circumstances, and to preserve the Honorable Company from greater harm and more detrimental consequences. It is true that in the Governor's separate letter of 30 December 1774 the willingness of the young Nabab to restore the funds advanced for the lands and for the redemption of the recognitions is alleged as proof that he was sufficiently convinced of the validity of the debt. Yet from the same letter it appears how the reclaimed willingness had to be brought about. With the emissaries it had been contracted that there would be ceded to the Company Kiwaloer for a sum of 310,000 Pagodas and Tripondi for 15,000 Pagodas. It was therefore, as it appears to us, not so unreasonable that the Souba or at least the young Nabab desired further and more specific indications regarding both. He states the same to consist of the interests that had already been settled on the advanced capital by the prince, which strikes us as very strange. The means by which the Governor thought that this sum could be made good without burdening the Company is, in our opinion, through an expenditure, namely of a rather considerable sum of 15,000 Pagodas. We take the liberty in this regard also most humbly to refer to what the undersigned Governor, in his separate respectful letter of 30 December 1774, repeatedly cited in this matter, had the honor to show, humbly entreating Your High Excellencies to remain persuaded that the settlement of that affair, which had become troublesome, truly stood and had to be concluded in such a manner as set down in the aforementioned separate letter, and which we hereby take the liberty to bring to the attention of Your High Excellencies for our further discharge; just as may be viewed with a similar favorable eye of indulgence what has been set down.

Dutch transcription

254 84 00. —pag: „ len van ernst toe soude moeten ge„ „bruijken, of alle verdere handelingen dien aangaande in 't geheel afbrei„ „ken soude, invoegen op deeze wijze op het laast tot een eijnde van de zaak geraakt zijnde, van haar ontslaagen wierden. —. Men heeft voorts geen de mins„ „te reeden gehad, nog kunnen hebben, om den Iongen Nabab te onthou„ „den van de begeerde specificque aanwijsing van de wijze der geda„ „ne gelaleening aan den vorst; en daar op bereekenende intrest, mitsg:s gevolgde betaaling derzelve door koop der Landen &. a hem is sulx een en andermaal in verscheijde bij een„ „komsten of conferentien, die voor den 28. October, tusschen hem ende van hier afgezondene gecommitteerdens gehouden sijn, duijdelijk en overtuij„ „gend aangeweesen geworden, op wat wijze die affaire tusschen den vorst en d' E: Comp:e geleegen geweest, en afge„ „maakt geworden is, in alle het wel„ „ke hij genoegen genoomen, en de restitu„ „tie dier Penn: beloofd heeft, dog hij sou„ „de daar nimmer van weeder afge„ „gaan hebben, indien een der Ianjour„ „se Hovelingen Batjena genaamd, hier vooren vermeld die generaale Reek:= of= Boekhouder van het Ian„ „Jours vorsten dom geweest is, en eenige daagen voor het beleg van Tans Jour sig van daar naar Carcal begeeven aan hadde, dog door toedoen van den Sinisteren goelam Alichan, die 'S is waar dat bij des „geduurende de Conferentien en onder„ Gouverneur apparte missive de sendelingen was gecon„ „tracteerd dat de Compagnie affgestaan zou worden kiwaloer voor een Somma van 310'000 Pag: en Tri„ „pondi voor 15000: Pag: Het was derhalven na het ons toescheijnt soo onree„ „delijk niet, dat de souba of ten ten minste de Ionge Nabab van het een en ander naader en specific„ „quer aanwijsingen ver„ „langden. —. „handelingen. van pecti„ a„ „handelingen alle empechementen veroorzaakt en den Jongen Nabab telkens van sijn goede geneijgheijd tot de afdoening van het geschie afgebragt bij gen: Nabab te naver verscheenen is, en denselven alle nadee„ „lige sentimenten niet ingeborsemd, en dus opgerokkend hadde, de voorsz: Sendelingen, insonderheijd Canagasa„ „wea Poelle, van wien hij, gelijk hier vooren verm: een bitter vijand was, op te eijsschen, met belofte dat hij bij derzelver verscheijning, aan„ „toonen Goude, dat den vorst, al het geld dat van den Nabab g'eijscht wierde, niet ontfangen hadde, haalen„ „de door die, en meer andere valsche en quaadaardige Demonstratien, al„ „leen uijtsonderlinge persooneele haat teegens Cannegasawea poele voort„ „gesprooten, dewelke niet wijnig door „de valsche menées van goelam al„ „lichan C: S: ondersteund wierden, al„ „les om verre wat men bij den Ion„ „gen Nabab tot een schadeloos acco„ „„modement heeft uijtgewerkt ge„ „„had, invoegen den Nabab ten eene„ „„maal onhandelbaar gemaakt, en tot allerhande verregaande eijsschen en vorderingen gebragt zijnde, mitsg:s daar op pal vast staan blijvende en ondervindende dat niet meer vat„ „baar was voor alle de vertoogen die men hem van ter zijden heeft laten doen, ten Overtuijging dat al 't geen „hem deesen aangaande gezegde, en aangebragt wierde, in zoutere vals„ „„heijd bestond, ons, als geen ander uijtweg„ nog middel weezende, in de noodsakelijk„ „heijd gebragt zagen, door omkopingen N „weest. met gewor Dog uijt dezelfde brief„ „nig blijkt hoedanig de gerecla„ „meerde bereidwilligheijd heeft moeten bewerkt wor„ te wil Hoog afg „gaan aan „ver ge 30. van 30: December 1774: de dit „men bereidwilligheijd van den al Lande en bet Iongen Nabab om te res„ ontwe „gen „titueeren de uijtgeschootene voort „finge „tien gelden voor de Landen, en „bepro „datie om ter affkoop van de recogniti„ „ „en als een bewijs word ge„ „dreij maa „de „allegeerd, dat dezelve van de „den deugdelijkheijd der schuld genoegzaam is overtuijgt ge„ weder. „den. N=o 15 26. „had ke w 26. No: 255 die op het uijtgeschoote weeder te verkrijgen, het geen men tot die tijd toe uijtgewerkt hadde, na„ „mentlijk de volle Restitutie van al het geld, dat tot den afkoop der Landen etc:a aan den vorst besteed en betaald was, om het welke te ontwijken, den Nabab geene Pogin„ „gen nog moeijte gespaard, en door 't voortbrengen van allerhande ge„ „fingeerde Excusen en sinistere excep„ „tien verzeld van dreijgementen on„ „beproeft gelaaten heeft tot een spen„ „datie van 15000: - Pag: Overtegaan, om alsoo die gevaarlijke slag, waar meede men in die akeloge en Criti„ „que omstandigheijd op nieuw ge„ „dreijgd wierde aftekeenen, en DE: maatschappij voor grootere scha„ „de en naadeliger gevolgen te bevrij„ „den.— Wij neemen de vrijheijd ons deezen aan„ „gaande meede needrigst te gedraagen aan het geen den ondergeteekende gou„ „verneur bij zijn in deezen meermaals geciteerde apparte eerbiedige van den 30. ' December 1774:, de eere heeft ge„ „had te vertoonen, uw: Hoog Edele Hoog Agtb: oodmoedig insteerende, zig te willen gepersuadeerd houden, dat met de afdoening van die verdrietig gewordene affaire waarlijk sooda„ „nig is geleegen geweest, en op die wijse afgemaakt heeft moeten werden, als bij voorsz: apparte Letteren is ter nee„ „der gesteld en bij deesen ons vervrij„ „mordigen ter onser nadere decharge onder het oog van uw: hoog Edele Hoog Agtb: te brengen; soo als met een gelij„ „ke gunstige oog van inschikking mag werden beschouwt, het ten needer ge„ Capitaal reeds door den Hijsteld het zelve gelee„ „gen te sijn in de Intressen „kens seer vreemd. —. Het middel waar door den gouverneur meende dat buijten bezwaar van de Comp:e die som kan worden goed gemaakt, is ons bedun„ „den door een spendagie naa„ „melijk van een vrij aan„ „sienlijke som van 15000: „stelde. vorst. e ti„ Pag:

← previousnext →