Inventory 3500
Japan · 1,446 pages · 247 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
Jan Macasserden to do and to remain faithful subjects, and whereas they had made known to the said madanrang and datou baringang that they had received an emissary from me who had summoned them, whereupon it was specifically recommended to them by the aforementioned princes to appear before me and present their interests and requests, and at the same time also hear how they were to conduct themselves in the future; whereupon I, in a gentle manner, presented to them the contents of Your Right Honorable's revered letter of the 10th ultimo concerning their apostasy and rebelliousness, to which they answered nothing; but as to what concerned the election of the currently reigning Crain balotje, they said the chiefs who had chosen the aforementioned Crain balotje were all of his parentage. Having further presented to them that if they, two Crains, were directly dependent on Your Right Honorable and had need of no other regent, whether they also wished to fulfill their own made promises to give tribute to the Company and perform Cassuwieang, 179 Jan Macasserden they gave me for an answer that they would not fail in that; whereupon I told them that both Crains, Tanette and padattanga, stood directly under Your Right Honorable and had to listen to no other regent. Both Crains most humbly expressed their gratitude for Your Right Honorable's shown favors, adding and saying that they would not fail to appear here by the time when Your Right Honorable comes to collect the tithes. Furthermore, the aforementioned Crains Tanette and padatanga most humbly request of Your Right Honorable that the standard, which belonged to their ancestors and was taken by Crain balotje, may be restored to them again, and their further request is that, should it please Your Right Honorable, their people who live in the negorij balleagang may be placed under their obedience, as they have always stood under them in previous years. As for the last-mentioned Jan Macasserden last-mentioned of the three, Crain Ammaros, being an old man, his request is solely to be reappointed as chief over his taken negorij ammarro, as he was ousted on that occasion with the appointment of this currently reigning Crain balotje; and whereas the said Crain ammarro learned that his comrades were going towards Macasser to seek their justice, he also went along and, from the said supplication, presented himself to me to state his interests; to which I answered him that I could do nothing regarding his request, but would make it known in its nature to Your Right Honorable, as I am doing with this. I also flatter myself with the happiness of receiving Your Right Honorable's most respected orders, so that I may let the people be informed of what Your Right Honorable has been pleased to decide upon the requests they have made. Further, 181 Van Macasserden I also find myself obliged to inform Your Honorable that the female slave of poca rabelle has not yet been delivered, and the aforementioned female slave was brought to Macasser by the Bonian amma bara. With Datoe baringang. Corporal herstel, having completed the Honorable Company's shipment of rice and paddy at pankadjene, requested me on the first of last month by a letter from pankadjene to sail to Macasser with the Honorable Company's boat to account for his received tithes, which I permitted him, and at the same time also recommended to him that as soon as he had settled his account, he should betake himself hither to his assigned post; but until now it is not known where he is staying. I do not doubt that the said Corporal has arrived safely in Macasser and has long since rendered his account to Your Right Honorable, so it is my most humble request to Your Right Honorable to send the aforementioned Corporal hither to perform his customary service. Further, Van Macasserden knowing nothing more from here to report that is worthy of any attention to report to Your Right Honorable, I take the honor of shortening this, and with dutiful obedience I subscribe myself, Was underwritten: Right Honorable sir, Lower: Your Right Honorable's very humble and dutiful servant, Was signed: T Bosch In the margin: Maros in the Honorable Company's fortress Valkenburg, primo March 1777. Underneath: Agrees, Was signed: H: B: Hodenpijl Ian 183 Van Macasserden Honorable, Pious, Prudent, In response to your letters of the 16th and 2nd ultimo as well as the 1st of this month, it serves to inform that following the receipt of the first-mentioned, I sent the Company's ordinary emissary Daeng mandjanekie both to the former Bonian pongauwa and to the Tanete prince poeanna Tasia, alias aroupantjana, to complain about the acts of violence committed by their subordinates and to demand satisfaction, but that the same has not yet returned to this day, so that I still await the outcome. What meanwhile concerns the craeeng of Tanette and padatanga, holding as well done that which has been performed by you up to now, I still expect that you will confront Crain balatje with his wrong behavior, which does not appear to me to have happened, at the same time ordering him to make restitution of the standard in question and to permit their subjects living in the negorij balleanging to betake themselves further to them, in case the statement made in this regard squares with the truth, under which condition To the Junior Merchant Theodorus Bosch and
Dutch transcription
Jan Macnserdem te doen en getrouwe onderdaanen te blijve en terwijl sijlieden aan gemelde madanrang en datou baringang hadden bekeent gemaakt dat sij een sendeling van mij hadde gekreegen en hun had laten requireeren waar op hun specialijk van meer„ gemelde prinssen is aangerecommandeert van bij mij temoete verschijnen en hunne belangens en versoeke konden in dienen en teffens ook konden aanhooren soe sij sig hadden in 't ver„ volg te gedragen waar op ik hun lieden op eene kagte wijse den inhoud van uw wel Ed: agtb: gevenenaerde lettere vanden 10 ga ls omtrend kunnen afval en weeder spannigheijd heb voor„ gehouden antwoordende sij niets op dog wat de verkiesing van den thans regeerende Crain balotje betreffende is geweest zijdense de hoofde die voornoemde Cuam balotse hebbe gekoote alle van sijn parrentagie sijn geweest verder hun voorgehouden hebbende dat als wan„ neer sij twee Crains directelijk van uw wel Edele agtb: afhangkelijk waaren en met geen ander regent verder van nooden hadde of sij aan ook hun eijgen gedaane verslaage van tribut aande Comp: te gaven en Cassuwieang te doen wilde 179 Jan Macasserden wilde nakoomen ten antwoord mij geevende dat sij daar niet aan en soude mankeeren waar op ik hun sijde dat sij beide crains Tanette en padattan„ ga directelijck onder uw wel Ed:e agtb stonde en naar geen ander regent hadden te luisteren de beide Crams sig needrigst bedenkende voor uw wel Ed: agtb: be„ weesene gunste en met bij voeging, seggende dat sij niet en soude mankeere teegens de tijd als wanneer uw wel Ed:e agtb: de vertiening komt doen van hier te verscheij„ „ne verder laatende meergemelde crains Tanette en padatanga op 't needrigtt aan uw wel Ed agtb: versoeke dat 't vaendel t welk van haar voor ouders is en door Cram balotje ontnoomen hun weederom mag gerestitueerd worden en hun verder versoek is dat als wanneer 't uwel Ed agtb: behaagen mogt hun lieden vol„ keren die op de negorij balleaging woone onderhunlieden gehoorsaamheijd gegeeven mogen worde gelijk sij in voorige Iaaren al„ tijd onder hunlieden gestaan hebbe wat den laastgemelde Jan Macasser den laastgemelde van de drie crains Ammaros betreft sijnde een outman sijn versoek is en heb en alleenig om weederom als hoofd aangesteld te worden over sijn ontnoomen ne„ gonij ammarro hij bij die geleegendheijd was uitgestoote met 't aanstellen van deesen thans regeerende Crain balotje, en terwijl gemelde Crain ammarro vernomen heeft dat sijn meede maats macasser waards ginge om hun regt te soeke, so was hij meede gegaan en sig uit gemelde smeekinge bij mij vervoegt heeft om sijne belangens voor te stelle, waar op ik hem antwoorde dat ik in sijn versoek niets konde doen maar 't in natuure aan uw wel Ed agtb: bekend maake gelijk ik met deese ben doende fatteere mij ook het geluk te hebbe uw wel Edele agtb hoogst gerespecteerde ordres te ontfangen dat ik de menschen kan laten aanseggen wat dat uw wel Ed agtb heeft gelieven te behaagen op haare versoeke gedaan te hebbe Nog 181 Van Macasserden Nog vind ik mij verpligt uw Ed:e agtb bekent te maake dat de slavinne van poca rabelle nog niet uitgeleeverd is ende voornoemde slavinne door de lonijse amma bara naar macasser is gebragt bij Datoe baringang aen Corporaal herstel op pankadjene sEd: Comp: afscheep van rijsten pady gedaan hebbende heeft mij primo J:leeden maand door een brief van pankadjene ver sogt om naar macasser met sEd Comp: boot te vaare ter verandwoording van sijn ontfange vertiening t welk ik hem heb gepermitteerd en teffens ook daar bij g'recommandeert heb dat so dra hij sijne reekening afgelegt had sig herwaards na syn bescheijde plaats zou begeeven dog is nu toe niet weetende waar den selven sij ophoud ik twijffele te niet op de ge„ melde Corporaal is op maccasser behoud gear„ „riveerd en sijn reekening allang bij uw wel Ed agtb: afgelegt hebben so is mijn nedrigst versoek aan uw wel Ed: agtb: meergemelde Corpo„ rael herwaards te senden om sijnen gewoonen dienste doen verder Van Macasser den Derder van hier niets meer weetende te melden dat eenige attentie waardig is uw wel Ed agtb: te melden de Eere neeme van deese te bekorte en mij met trouwschuldige gehoorsaamheijd noeme /:onderstond/ wel Edelen agtb heer /lager/ uw wel Edele agtb: seer onderdanige en trouwschuldige dienaar /was geteekend/ T Bosch /in margine / maros in 't Ed Comp: vetting valkenburg primo maar 1777 /onderstond/ accordeert /was geteekend/ H: B: Hodenpijl lan 183 Van Macasserden Eersame vroome Discreete In antwoord uw er brieven van den 16 en 2: passo mitsgaders 1: deeser dient dat ik den ontfangst den eer stgemelde sComp: onrdi„ nain sendeling Daeng mandjanekie to aan den geweesen bonijs pongauwa als aan den Tanets prins poeanna Tasia (alias aroupantjana gesonden hebbe om over de geweldenarijen door hunne onderhoorige gepleegd te doleeren en satisfactie te vorderen dog dat aen selven tot heden nog niet geneventeert is so dat ik den uitslag nog verwagt wat ondertusschen de craeeng van Tanette en padatanga betreft voor wel gedaan houdende het door uE tot hier toe verrigte ver„ wagte ik als nog dat uE cnaring balatje als nog syn verkeend ge„ drag sal voor oogen stellen het geen mij niet blyjkt geschid teweesten hem teffens de restitutie beveelende van het bewutte vendel en om hunne op de negorij balleanging woonende onderndaamn en te per„ mitteeren sig verder bij hun te begeeven, ingevalle de dintwegen gedane op gave met de waarheit quadeert onder welke voorwaarde Aan den onderkoopman Theodorus Bosch en
English
To Macasser the and in case there might be no lawful reasons against it, which your Honour will therefore have to investigate beforehand, I have no objection to the old regent of amarro being restored again, although this could otherwise be postponed until my hoped-for arrival in the coming month of aug:s, of which your Honour can notify him. The female slave of poea rabelle, having arrived here, has been found to be a free subject of the Company, who alleged that Craeng balotje had wished to force her to marry one of his slaves, which is not permitted, and concerning which your Honour likewise will have to remonstrate with the regent under strict admonition to refrain from such actions henceforth. Wherewith after greetings I remain beneath your Honour's good friend was signed: P: G: van der voort in margin macasser in Castle rotterdam March 1777 beneath agrees was signed H: B Hodenpijl To 185 From Macasser the To the Right Honourable Sir Paulus Godefridus van der voort Governor and Director Of this Coast of celebes etc. Right Honourable Sir Having received very well yesterday afternoon your Right Honourable's most revered letter of the 7th of this month, and upon the respected orders I immediately sent an envoy to Craeeng Balotje to appear here before me, just as the said craeeng was also with me this morning, whereupon I placed before that craeeng your Right Honourable's displeasure at his improper conduct and cruel treatment that occurred at the villages of Tanette and padattanga, and that he would have to conduct himself somewhat more amicably in the future with his subordinate village chiefs, and that your Right Honourable ordered him that he should return the stolen banner to the villages of Tanette and Padattanga, and that the people who From Macasser the live in the village of balleanging, who formerly stood under Tanette and padattanga, should again perform service for their former chiefs, which the more-mentioned craeeng balotje has promised to comply with promptly. But regarding the cruel treatments that occurred at the two villages of tanette and padattanga, van balotje persists in his former statements that he bears no guilt therein, since the late Mr. van rossum was at that time present in person at the village of baleanging, and had ordered how the interpreter was to conduct himself upon the refusal of the banner, upon which nothing was done regarding the various complaints that he made to the late resident van rossum about the unwillingness of Craeng Tanette and padattanga, who did not address himself directly to the Chief Interpreter at macasser to submit his interests, whither more people from this province go to seek their rights, answering me thereto that he had not dared to do so out of fear of the late resident, who had always appeased him by saying that he would make it right himself with your Right Honourable. Concerning Craeng ammaro, 187 87 From Macasser The I put it to the regent balotje, who also had brought complaints against him, having requested to be restored again, that he should give me a reason why that old man was cast out, answering me thereto that he knew nothing of that having happened, adding and saying that one could not inform oneself about that matter, just as I have already sent an envoy to the mountains to summon the aforementioned Craeng amarro hither to show accurate and genuine evidence of who deposed him, Craeng balotje placing it on the late Mr. van rossum. As regards the said female slave of poea rabbele, as your Right Honourable pleased to mention that she was found at macasser to be a free subject of the Company, I have the honour in all humility to report to your Right Honourable that this morning, likewise with Craeng balotje, there was at this post with me claarang Tabaea and poea rabbele, who declared to me that they cannot show all their village people, that the said female slave of poea rabelle, who declared at macasser that she is a free subject of the Company, seeks to make herself free with untruths, just as the mother of the aforementioned From Macasser The female slave, by name of tanga, testified here to me that her daughter Tjierie as well as she herself is a slave of poea rabbele, but that the father of her daughter is a Makassarese whose name is roema, who impregnated her when she lived with friends of poea rabelle and is presently at macasser with her daughter. Knowing nothing further of importance to report to your Right Honourable, I have the honour with the utmost obedience to call myself, Right Honourable Sir, lower, your Right Honourable's very humble and obedient servant, was signed: Bosch, in margin, maros in the Honourable Company's fortress valkenburg the 11th of March 1777, beneath agrees, was signed H: B: Hodenpijl. Translation Honourable
Dutch transcription
De Macasser den en ingevalle daar tegen geen wettige reed onien mogten sijn / het geen uEt dierhalven alvorens sal moeten ondersoeken ik wel lijden mag dat den ouden regent van amarro weeder hersteld worde schoon dit andersints tot mijne verhoop te komst inde maand aug:s aanstaande kan worden uitgesteld waar van uEd den selven kan kannise geven Deflawinne van poca rabelle hier gekomen, sijnde is bevonden een vrije sComp: onderdaan te sijn die voorgaft dat Cuaing balotje haar hadde willen dwingen om met een sijner slave„ te trouwen dat niet g'oorloofd is en waar over uE den regent oversulks int gelijks sal moeten onder houden onder ernstige vermanning om voortaan sig voor diergelijke gedoentens te wagten. waar meede na groete blijve /onderstond/ uE goede vriend /was geteekent:/ P: P: van dervoort /in margine/ macasser in't Casteel rotterdam maart 1777 /onderstond/accondeert /was geteekend/ H: B Hodenpijl Aan 185 Van Macasser den Aan den wel Edelen Agtb: Heer Paulus Sodofredus van der voort Gouverneur en Directeur Deeser Ciste celebes & V l Wel Edelen Agtb: Heer Ditteren na de middag seer wel ontfangen hebbend uw wel Ed agtb hoogst geveneneerde lettere van den 7. husus en op de gerespecteerde ordres heb ik aanstonds een sendeling na Cra„ eeng Balotje gesonden van hier bij mij te verscheijnene soo als gemelde cuaeeng deese morgen ook bij mij geweest is waar op ik dien eraeeng uw wel Edele agtb: misnoegen heb voor oogen gesteld van sijn verkeert gedrag en vreede be„ handeling die op de negorij Tanette en padattanga geschied sijn en sig wat minsaemen in 't vervolg van tijd souw hebben te gedraagen met sijne mindere dorps hoofden en uw wel Ed agtb: hem liet gelasten van 't geroofde vaandel aan de negorij Tenette en Padattanga soude restitueeren ende volkeren die op de negorijen Van Macasserden negorij balleanging wo:ne die onder Tanette en padattanga bevoorens gestaan hebbe weederom bij hunne voorige hoofde dienst soude doen t welke meer gem: craeeng balotje belooft heeft prompt te sullen nakomen dog betreffende de wreede behandelinge die op de twee negorije tanette en padattanga geschied sijn blijft van balotje presteere bij sijne voorige gesegdens van daer geen schuld aan te sijn dewijl de overleedene heer van rossum toen den tijd in persoon op de negorij baleanging present is geweest, en gelast had hoe de tolk sig sou hebbe te gedraage bij wijging van 't vandel waar op de ver scheijde klagte niets gedaan is geworde die hij bij den overleedene resident van rossium gedaan heeft over de onwilligheijt van Crain Tanette en padattanga sig niet direct na macasser bij den Oppertolk vervoegt heeft om zijne belangens in te diene alwaar meer mensch hier uit denoodige provintie heere gaan om hunne regt te soeke mij daar op antwoorde dat hij sux niet had der vendoen uit vreede van den Overleedene resi„ „dent die hem altijd g'paijt had van sulx selfs bij uu wel Edele agtb: te wille goedmaeke belangende Crain ammaro ik 187 87 Van Macasser Den ik den regent balotje voorgehouden heb die ook klagte tegens hem had ingebragt van weederom versogt heeft hensteld te worden mij daar eens reeden van geeven soude waarom dien ouden man verstooten is geworden mij daar op antwoorde van daar niets van te weeten dat sulx geschied is met bij voeging seggende dat men sig na die saak konnen niet formeeren so als ik bereets al een sendeling na 't gebergte gesonden hieb om vroenwemde Chaleng amarro herwaards te roepe om nauwkeurige en egte bewijse aan te toone wie dat hem afgeset heeft Crani balotje op den overleeden heer van rossum wat betreft de gedrot slavinie van poea rabbele so als uw wel Edele agtb geliefte te melde dat op macasser bevonden is van een vrij s Comp: onderdaan te sijn heb ik de Eere in alle needrigheijd uw wel Edele agtb: te melde dat deese moge ook nns gelyjks met Cram balotje aan deese pott is bij mij gewast glaarang Tabaea poia rabbele dewelke my verklaarde hebbe dat sy niet al hun negorijs volkeren konnen aantoone dat de gedrotte slavinne van poea rabelle die op macasser ver klaard heeft en vrij Comp: onderdaan te sijn sig met onwaar„ heijd soekt vrij te maake zoo als de moeder van voornoemde Slavinne Van Macasser Den slavinne met noeme tanga hier bij mij betuijgt heeft haar dogten Tjierie soo wel ais sij selfs een slaap van poea rabbele is maar dat de vader van haar dogter een macasser wiens noeme roema is die haar bevrugt heeft gehad toen zij bij poca rabbels vriende woonde en teegenswoordigop matcassen bij haar dogter is verden niets van aanbelang aan uw, Edele agtb: weetende te melde heb ik de Eere mij met ee uiterste gehoorsaamt eijd te nreme /onderstond/ wel Edele agtb: heer /lager/ uw wel Edele agtb: zeer onderdanige en gehoorsaeme dienaar /was geteekend/ Bosch /in margine / maros in sE Comp: vetting valkenburg den 11 Maart 1777 /onderstond/ accordeert /was getekend/ H: B: Hadenpijl Translaat wel
English
From Makassar Translation of a Bugis letter written by the former Bone Punggawa Lakiasie to the chief interpreter and captain of the Malays, of the following content: My manifold greetings to you both, and I inform you that I have received your letter via Lasolle and have well understood its contents. It serves in reply that the fear you have that the Bone people might say one does not believe what they declare in their service is surely well-founded, and therefore I testify that I am by no means the one who wants to make Bone out to be a liar. However, since the matter in question is a strange case, I could not refrain from inquiring into it, seeing that they have imposed the compensation on me without first hearing me or stating what I have done. Yet it is now indifferent to me, since thereby a way is paved so that our children and grandchildren, if such a case should ever happen to them afterwards, will also be able to say they have dealt thus with our parents. Meanwhile, however, I had expected that your honors would have questioned the Bone people once regarding the matter in question. From Makassar questioned, but that your honors have not done so, I suspect, is in order not to make the lesser folk unhappy who have placed their trust and confidence in the Honorable Company. For I do not say that I will not pay what is claimed, but on the contrary, while the Bone people have declared in their service to the Honorable Company what the claim is. The statement of Lasolle that I already had the muskets ready to hand over is a mistake. However, as your honors have informed the lord Governor of this today, I send by this opportunity the 19 pieces of muskets in question. And regarding the money, I find myself at present unable to pay it here at Pankadjene, but if your honors can obtain from the lord Governor that I may come up toward Makassar after the planting of the paddy, I will see to getting it there on loan. Below stood: written at Pankadjene, 10 March 1717. Below stood: agrees. Was signed H. B. Hodenpijl. Respectfully From Makassar Respectful Report from the undersigned To the Right Honorable, Venerable Sir, The Right Honorable, Venerable Sir Paulus De Godefredus van der Voort, Governor and Director of this Coast of Celebes. Right Honorable, Venerable Sir and Gentlemen, In the year 1776 January 22: Departed from Makassar. January 27: Arrived at Buton. January 28: Summoned by His Highness. After compliments paid, delivered the recognition monies on condition that I might be taken anywhere I wished to be, and especially to Kalisusu. After the letter was read, I requested His Highness From Makassar requested to dispatch me at once to the islands, and especially to Kalisusu, for that was the reason your Right Honorable had sent me here so early, in order to have time for it. Whereupon His Highness replied that he would look into compensation for it one of these days. Seeing that I could obtain no further resolution from him, after paying proper respect to His Highness, I took my leave. February 12: I sent two interpreters to His Highness to request an audience, stating that I had already been here half a month and had not yet obtained any resolution to depart for the islands, for I had not been sent here by my lords and masters to sit idle, but to perform my duties. February 14: 2 interpreters came, sent by His Highness, saying that he would have the people gathered together and would let me know of my departure. February 23: The soldier Godlob Schutter passed away after having been sick for some days. February 24: I had him properly buried. From Makassar February 25: I again sent 2 interpreters to His Highness to be allowed to know when I could depart, stating that I had already been here about a month and did not yet see the slightest movement, but I received no answer. February 26: 2 Mandar and 3 Bugis prows arrived here, and traded here with opium, linens, and chintzes without the Honorable Company's marks. I thereupon informed His Highness of this, that these prows should depart. February 27: Even more Bugis and Wajo prows arrived, such that in all the nine years I have sailed back and forth here, I have never seen so many prows on a single trip. And whether I requested it of His Highness or not, they nevertheless remained lying there and, to the spite of my residence, openly walked past daily with linen. March 7: Summoned by His Highness. After compliments paid, His Highness was at once presented with the fact that every year I traveled to the islands, though knowing well that nothing lay hidden there of what I had been From Makassar sent for; but if any of the same sort were on Buton, that His Highness should have me taken to where such trees actually are. Whereupon His Highness replied that he did not even know that any were on his land, and that he himself bought from other people to use for medicines. Whereupon I replied to him again that there surely must be some on the land of Buton, because they had been sold here on the bazaar last year. Whereupon His Highness replied again that there were indeed some trees of that same sort here, which he did not sell, but used for medicine. Whereupon I requested of him to be allowed to be taken thither to see if no others were mixed among them. Whereupon he replied again that I should first go to the islands, and upon returning he would then have me taken there. I could indeed perceive some anxiety in him, while he murmured with his councilors and had me asked
Dutch transcription
189 Van Macasserden Translaat Bougineese Brief geschree„ ven door den geweesene Bonijs Boen„ gauwa Lakiasie aan den oppertolk en capitain der Maleijers van den volgenden inhoud. Mijn meenigvuldige groet aan u beijde en maak uE bekkend dat ik derselver brief per Lasolle ontfangen en inhoud van dien wel verstaan hebbe, en dient daar op dat de vreese die uE hebben dat de Boniers niet soude seggen dat men niet gelooft 't geen z ten dienste verklaar en seekerlijk gegrond is en daar om betuige ik dat itgeensints de geene ben die bonij tot een leugenaer wil maken dog dewijl de bewuste saak en vreemd geval sijnde, heb ik niet k unn en nalaten mij daar na te Jnfermeeren, vermits z mij de vergoeding hebben opgelegt sonder mij alvoorens te hooren ofte seggen wat dat ik gedaan heb dog het is mij thens on„ verschillig vermits daar door een weg gebaant worde dat onse kinderen en kindskinderen ook naderhand wanneer hun sodanig geval eens mogte overkomen sullen kunnen seggen sij hebben met onse onders sodanig gehandeelt ondertusschen had ik egter verwagt dat uE de boniers omtrent de bewitte affaire eens soude hebben ondervraagt Dan Maedsser den ondervraagd dog uE sulks niet hebben vermoede ik is om de mindere„ niet ongelukkig te doen worden die hun stemn en vertrouwendheyt op d'Ed Comp: gesteld hebben, want ik seg niet dat ik t gepreeten„ deerde niet betaalen wie maar ter contrarie terwijl de boniers optdienste aan dE Comp: verklaard hebben dat de pretentiet sij het gesegde van Lasolle dat ik de geweeren al gered hebbe om se over te leeveren is abuis dog terwijl uE den heer gouverneur daar van heeden kennis gegeeven soo sende ik miet deese geleegentheid de bewuste 19 p.s snaphaanen over en ten aansien van het geld soo vinde ik mij voort tegenswoordig in capabel om z alhier op pankadjen te voldoen maar so uE van den heer gouverneur kunnen verweeren dat ik na 't planten der padij macasser waarts kan op komen sal ik sien het aldaar ter leentekrijgen /onderstond/ geschreeven te Pankadjene den 10 maart 1717 /onderstond:/ accordeert / was getekend H: B: hodenpijl. Eerbidig 191 Van Macasser den Eerbiedig Rapport van den ondergetekende Aan Den wel Edelen Agtb: Heer Den wel Edelen Agtbaren Heer Paulus De defredus van der voort Gouverneur en Directeur deeser Custe Cilebes. Wel Edelen Agtb: Heer en Heeren Ao 1776 den 22 Januarij „ 27 — van macasser vertrecken op Bouthong g'arriveert Bij sijn hoogheijd ontboden na gedaanen compliment „ 28 — de recognitie penningen overgeleevert met conditie dat ik over al mogte gebragt werden waar ik maar weesen wilde en voornamentlijk op kalisoesoe Na den brief geleesen, sijnde so hebbe aan sijn hoogheijt versogt Van Macasserden versogt om mij ten eersten te depecheeren ward' Eijlanden en voornamentlijk na kalisoetoe want om die reeden hadde mij uw Ed en agtb so vroegtijdig hier ge sonden, om tijds daar toe te hebben waar op sijn hoogheijt repliceerde dat hij eerst daags daar over vergoedting soud siende dat verders geen resolutie van hem krijgen konde so hebbe na behoorlijk honeur van sijn hoogheijt mijn afscheijt genomen. den 12: februarij hebbe twee telken na sijn hooghijt gesonden om andientie te versoeken dat ik reeds een halve mand hier sijnde in nog geen resolutie krijgende om te vertrecken nade Eijlanden want dat ik van mijn heeren en meesters niet hier getonden was om stel te sitten maar mijn affairens te verrigten quamen 2: tolken van sijn hoogheijt gesonden met te seggen dat hij 't wolk soude laeten bij malk anderen soeken en mij aen laeten weeten mijn vertrek „ 23 — is den militair godlob schutter na Eenige daagen suk geweest te zijn Overheeden. „ 24 _o hebbe hem behoorlijk ter aarde gebragt hebbe „ 14. — Van Macasserden 193 hebbe weederom 2: tolken na syjn hoogheit gesonden om te den 25 Februarij mogen weeten wanneer dat ik vertrecken konde dat ik reeds een maand omtrent hier synde en de minste beweginge nog met siende maan kreeg geen antwoord quamen 2 mandareesen en 3: boegineesen prauwen alhier „ 26 _o alhier, en met amphioen lijwaaten en Chitsen sonder sE Comp: merken negotie gedreeven hebbe daar op sijn hoog„ heijt sulks laeten weeten, dat deese prauwen vertrecken mogten. quamen nog meer boegineesen en wad joreesen prau„ „wen dat ik nog nooijt in de negen Jaren hier op en afgevaaren hebben so veele prauwen op eene rijse gesien hebbe en of ik versogt of niet bij sijn hoogheijt zij bleeven even wel leggen en da„ gelijks tot spijt voor mijn wooninge met linnen opentlyk voor bij gaande. Bij zijn hoogheijt ontboden na gedaanen Compli „ 7 maart „ment zijn hoogheijdt ten eersten voorgehouden, dat ik alle Jaaren na de Eijlanden gronde maar wel weeten de dat daar niets schuijlde van 't geene ik om 27: — Van Macasserden om gesonden was, maar bij aldien van deselve soo rt op bou thong sijnde, dat sijn hoogheijt mij soude laeten brengen daar weesentlijk zullen boomen zijn waar op sijn hoogheijd repliceerde dat hij selfs niet weetende dat op sijn landt welke sijnde en dat hij selfs van ander menschen kogte om voor mediceijnen te gebruiken waar op hem wederom repliceerde dat eerst op 't land van bouthong welke sijn moesten, om dat deselve alhier voor„ leeden Jaar op den bazaar verkogt sijnde waar op sijn hoogheijdt weederom repliceerde dat van deselve soort wel Eenige boomen alhier sijnde dewelke hij niet verkogt maar voor medieijn gebruikte waar op aan hem versogt om aldaar temogen gebragt worden om te sien op geen ander onder liepen waar op hij weederom repliceerde dat ik eerst na de Eijlanden gaan soude en in 't weederom komen dat hij myj dan soude laten brengen. konde wel Eenige benautheijd aan hem bespeuren terwijlen hij met sijne raaden murmureerde en liet mij vraagen
English
From Makassar the to ask whether that was not all with the Honorable Company; to which I replied to him that he had nothing to fear on that account, provided no others interfered. Upon which I asked him once again whether, on my return, I might touch at Kaliboesoe, to which His Highness replied that such could not happen, but that he would first have prahus prepared, so that the whole force could go with him. To which I replied to him that Your Honorable and Esteemed was informed that peace had already been restored there; upon which His Highness smiled and said that such was an untruth. After which, having taken my leave with due respect from His Highness, given to the mandoor: 1 rd 12. Departed from Bouthon the 8th of March. Arrived at Wanchi Wanchi and sent the interpreter to the Radja to announce my arrival to him and to request men to undertake an expedition into the woods: 16th. A native comes before me, falling on his knees and extending his hand to me: 18th, From Makassar the extending his hand and begging me for help in the Malay language, saying that he was a Christian from Amboina and had been sold by the Cerammers to Mandarese, by these to Bugis, and by these sold again here; upon which the interpreter was called and sent to his master to say that he had lost his money and that I took this person to keep with me in order to take him along to Makassar. The interpreter returning says to me that his master had not known this and that he was gladly satisfied to hand him over to me. Whereupon I kept him with me and let him go along into the woods alongside the other Ambonese because he is knowledgeable in the language. And made an expedition into the woods over the land of Wanchi Wanchi, over Towara and spent the night there: the 25th of March. In the morning further woodwards over Wonabie and spent the night at the village of Lea: 26th. In the morning further woodwards and in the evening coming home, given to the men: 2 rd 24: 27th. From Makassar the Departed from Wanchi Wanchie: the 2nd of April. Arrived at Kaijdoepa, whereupon sent the interpreter to the Radja to make known my arrival and requested an audience; have found here several Mandarese and Bugis vessels coming from Banjarmassing carrying on trade with pepper and linens without the Honorable Company's marks: 3rd. Been to the Radja and requested men to undertake an expedition into the woods; questioned him about these vessels, to which he replied that they are married and residing here, and sailing up and down every year: 5th. Made an expedition into the woods over the village of Wattole and spent the night at Racka: 11th. In the morning further woodwards over Wattante, Roecko Roeko; in the evening coming home, given to the men: 1 rd 12: 12th. Departed from Kaijdoepa: 18th. Arrived at Thonghanoe, whereupon sent the interpreter to the Radja to make known to him my arrival and to request men to undertake an expedition into the woods: 19th. From Makassar the Made an expedition into the woods over Thonia, Wacha and in the evening coming home again, given to the men: 1 rd 12: the 22nd of April. Departed from Thonghanoe: 26th. Arrived at Binoncko, and requested men to undertake an expedition into the woods, and to prepare a prahu to bring me back again to Thonghanoe: 27th. Made an expedition into the woods over the village of Roekouang and spent the night there: 30th. In the morning further woodwards over Zakeo, Watto Anna, Wallje Ballo Indi, and spent the night there: 1 May. In the morning further woodwards over Koeleijvr, Kammo Bassa, Wattande, Tommotontoe, Oihoe, and spent the night there: 2nd. In the morning further woodwards and in the evening coming home, given to the men: 2 rd 24: 3rd. The interpreter requested provisions, given to him: 2 rd 24. Departed from Binoncko: 5th. Returned to Thonghanoe: 6th. Made an expedition into the woods over Thimo, Lacoela, Toneko and spent the night at Kajange: 10th. From Makassar the In the morning further woodwards over Mamaha, Dewomboe, Bataca and in the evening coming home again, given to the men: 1 rd 12: the 11th of May. Departed from Thonghanoe: 20th. Returned to Kaijdoepa; have found again 3 Mandarese prahus here coming from Beeram, but seeing me arrive they immediately set sail. Made an expedition into the woods over Mant: Kola, Sampa Toug and spent the night there: 3 June. In the morning further woodwards over Woeha, Lea Lea and in the evening coming home, given to the men: 1 rd 12: 4th. The interpreter again requested provisions, given to him: 1 rd 12. Made an expedition into the woods on the islands Hooga and Gibolo; in the evening coming home, given to the men: 1 rd 12: 7th. Departed from Kaijdoepa: 11th. Returned to Wanchi Wanchi. Made an expedition into the woods on the island Kapoetta; in the evening From Makassar the coming home, given to the men: 1 rd 12: the 24th of June. Wishing to undertake another expedition into the woods on the land of Wanchi Wanchi, all the chiefs of the villages came to me and said that it was not their custom, when I returned from Kaijdoepa, to go into the woods again. Whereupon I said to them why, when I was here in the past year, I had made two expeditions into the woods; to which they replied that they at that time had orders from the Sultan of Boutong, and that they were now forbidden to do so. Whereupon, my hands being tied, I therefore requested a prahu to depart for Boutong; departed from Wanchie Wanchie: 2 July. Returned to Boutong, whereupon sent the interpreter to His Highness to make known my return and requested an audience: 3rd. Finding upon my arrival here 2 Bugis and one Wadjoese prahu carrying on trade with all kinds of linens and chintzes without the Honorable Company's marks: 5th.
Dutch transcription
195 Van Macasser den vraagen of dat niet met al was bij de EComp: waar op hem repliceerde dat hij daar voor niets te vreesen hadde bij aldien geen andere onderliepen. waar op hem nogmaals vragte op ik in't weeder om keeren kalibvesoe mogte andren, waar sijn hoogheid repli„ ceerde dat sulks niet geschieden konde maar dat hij eerst prauwen soudelaeten klaar maaken, met de heele mogt met hem meede gaan. waar op hem repuiceerde dat uw E en agtb onderregt sijnde dat de rust aldaar reeds hersteld sijnde waar op sijn hoogheijds grumlachte en segte dat sulks onwaarheijt. waar na behoorlijk honeur van sijn hoogheids mijn afscheijdt genomen aan den mandoor gegeeven rd: 1: 12 van bouthon vertrocken den 8 maart op wanchi wanchi gearriveerd enden tolk na het raadja „ 16 _o gesonden hem mijn aankomst bekent te maken en om volk te versoeken om een besch togt te doen. komt een Jnlander voor mij op de krijen vallende en mij dehand „ 18 _o teruijkende Van Macasser Den toerijkende en op de maleijtsche taal om hulp bij mi smweekende dat hij een christant van amboina en van de Cerammers verkogt aan mandhareesen van dese aan beugineesen en van deese weederom alhier verkogt waar op den tolk geroepen en han na sijn meester toege„ sonden met te seggen dat hij sijn geld quit en dat ik deese persoon, bij mij houden deede om meede na macasser te neemen den tolk weederom komende segt tegens mij dat sijn meester sulks niet geweeten hadde en dat hij gaarne te vreeten sijnde hem aan mij over te geeven. waar op hem bij mij gehouden en neffens de andere amboineesen laeten mede in 't bosch gaan om dat hij de taalkundig sijnde en bosch togt gedaan over 't landt van wanchi wanchi over Towara en daar overnagt „ 26 —: smorgens ver den boschwaarts over wonabie en op de negorij Lea overnagt 27 _o Smorgens verder boschwaards en s avonds te huijs komende aan het volk gegeven den 25 Maart rd:s 2: 24 . van 197 Van Macasserden den 2. April van wanchi wanchie vertrocken op Kaijdoepa g'arriveert waar op den tolk na het raadja„ gesonden mijn arrivement laeten bekent maaken en vertogt en audientie hebbe alhier verscheijde mandhareesen in boegineesen vaarthuigen gevonden komende van banjer„ massing met peper en lijwaaten sonder sE Compmer„ „ken negotie drijvende Bij het raadja geweest, en versogt om volk om een boschtogt„ te doen hebbe hem over deese vaarthuiigen onderhouden waar op hij repliceerde dat deselve alhier getrouwten woonagtig sijnde, en alle Jaaren open afvaarende Een bosch togt gedaan over de negorij wattole en op „ 11— racka overnagt. „bosch Smorgens verder derwaarts over wattante roecko roe „ko 's avonds tehuis komende aan't volk gegeeven rd:s 1: 12. van kaijdoepa vertrocken „ 12: _ Op Thonghanoe g'urriveert waar op den toek raadja gesonden hem mijn arrivement bekent te maken en om volk te versoeken, om een boschtogt te doen. 18 een 3: _o 5: _o - 19 „ Van Maledserden den 22: April een bosh togt gedaan over Thonia, wacha en s'avonds weederim te huis komende aan het volk gegeeven. . . rd:s 1: 12 26 _o van Thonghawa vertrocken _o op Bnoniko g'arriveert, en versogt om volk om een bosh togt te doen, en een prauw klaar temaaken om mij weederom na Thonghanoe te brengen. 30 — een bosch gedaan over de negorij roekouang en aldaar overnagt. 1 maij smorgens verder boschwaarts over zakeo watto anna wallje ballo Indi, en aldaar overnagt. 2: _ 'Smorgens verder boschwaarts over koeleijvr kammo bassa wattande, Tommotontoe oihoe, en aldaar overnagt. 3 _o S morgens verder boschwaarts en 's avonds te huis ko „mende aan het volk gegeeven - . rrd:s 2: 24: den tolk versogt om levens middelen aan hem ge„ „geeven 5 — van binoncko vertrocken 6 — op Thonghanoe geretourneert 10 _o een bosch togt gedaan over Thimo Lacoela Toneko en op kajange overnagt rd:s 2: 24. smorgens 27 „ 199 Van Macasser den Smorgens veraen boschwaarts over mamaha dewomboe den 11 Maij bataca en 'savonds weder om 't hus komende aan het volg gegeeven rd:s 1: 42. van Thonghanoe vertrocken op kaijdoepa geretourneerd hebbe weeder om 3 maar dareesen prauwen alhier gevonden komende van bee„ „ram maar mij siende aankomen sijn sij ten eersten onder seijl gegaan. Een bosch togt gedaan over mant: kola sampa toug en aldaar overnagt. Smorgens verder boschwaarts over woeha Lea Lea en„ s avonds tehus komende aan het volk gegeeven rd:s 1: N2. den tolk nog versogt om leevens middelen aan hem rd:s 1: 12 gegeeven Een bosch togt gedaan op de Eijlanden hooga en gi„ bolo 's avonds te huis komende aahetolk gegeven rd: 1: 12: van kadjdoepa vertrocken op wanchi wanchi geretourneert een bosch togt gedaan op 't Eiland kapoetta s avonds „ 3 Junij huis 20. — 4: _ 7 „ „ 11 Van Macasserden den 24 Junij rds 1: 12 huis komende aan het volk gegeeven nog een bosch togt willende den op 't landt van wanchi wan„ chi, soo quaamen alle de hoofden van de negorijen bij my en segten dat 't bij haar lieden geen gewoonte was als ik van kaijaoepa weederom komende om nog maar in't bosch te gaan. waar op teegens haar sogte, waarom ik aan in 't gepasseerde Jaar hier gewast synde twee bosch togten gedaan waar op sij repliceerden dat sij doen ten tids ondres van den zultan van boutong gehad, en dat haar thans sulks verboden was. waar op mijn hand gebonden sunde en dierhalven versogt om een praauw om te vertrecken na boutong vertoeken van wanchie wanchie op boutong geretourneert, waar op den tolk na sijn hoogheijt gesonden hem mijn retour laeten bekent maaken en vertogt om audientie vindende bij mijn aankomst alhier 2: boegineesen en een wadjoreesen pouw wat alderhande lijwaaten en Chitsen sonder sE Comp: merken negotie geduuven waar 5 2 Julij 3
English
From Macasser the Whereupon His Highness made this known and that they might depart, but received no answer and no audience. Summoned by His Highness, after paying compliments His Highness was duly reported to, and principally regarding the resistance of the people of Wanchie, whereupon His Highness smiled, but received no answer. Wherewith His Highness was requested for a prahu with people to bring me to the strait, and principally where the male nutmegs are, whereupon His Highness replied that he would give orders to prepare a prahu. Whereupon, after paying the proper honors to His Highness, took my leave. the 29 July Departed from Bouton and arrived in the evening at Siompo. 12 August There made an expedition over the Lontuym, Kam Blawa, Bibimipada, Melona, and stayed overnight there. 13 ditto In the morning further into the woods and coming to the prahu departed immediately. 18 [14] ditto Arrived at Kadeterang and there made an expedition into the woods [illegible], in the evening coming to the prahu departed immediately to the strait. 15 ditto From Macasser the Arrived at Wattoe Mattobbe. the 17 August There made an expedition into the woods from Coessambi, and stayed overnight there. 18 ditto In the morning further into the woods over Kobaneko and stayed overnight there. 19 ditto In the morning further into the woods over Kabola and Koebessie, and wishing to take the road to the beach, for seeing Kalisoesoe lying before my eyes, the interpreter said to me that sometimes a misfortune might occur. 20 ditto Whereupon taking another road to return to the prahu via Lampello, Todange, and Malenga. Indeed they led me the wrong way; after having marched the entire day on the very same road from where I had come, and I noticing this, said to the interpreter whether he was making a fool of me, to bring me back along the very same road from where I had come. The interpreter knew nothing else to say than that there was no other road than this one. Coming further and seeing another road on the right hand, said to the interpreter that he should bring me to Lampello and Dumrada, but he replied that I had better cut his throat than have him go against his orders. Seeing From Macaser the Seeing that the matter was again premeditated, had to turn back on that account. Departed from Wattoe Mattobbe. the 21 August Made an expedition into the woods at Kalindi and Tette. 22 ditto Departed and made an expedition into the woods at Watte Comba. 23 ditto Departed and made an expedition into the woods at Kammelanta. 24 ditto Made an expedition into the woods at Batoe Lea and Kambenackveen. 25 ditto Made an expedition into the woods at Dolokien Bombonopoloe. 26 ditto Made an expedition into the woods at Batoe Nawa. 27 ditto Made an expedition into the woods at Lobbo Lobboe, Boengij, Cassaboe, Sinampoeri, and in the evening going to the prahu departed for Bouthong. 28 ditto Arrived at Bouthong and sent the interpreter to His Highness and requested an audience. 29 ditto Given to the interpreter: rixdollars 1: 12. the crew: rixdollars 3: -. 3 prahus departed for Batavia carrying over 600 slaves to buy weapons there for them. 14 October 3 Mandarese vessels arrived here from Woena. 16 ditto From Macasser the Having over 300 slaves from there on board, learning underhand that they were sea rovers, the nakhoda having been baptized in Manila, seeing him go to His Highness every day, having all carriages for his artillery. Have learned underhand that they wanted to go to Benkoelen. 17 October Have caused His Highness to be requested to be allowed to make another expedition into the woods behind the small castle, but His Highness sent word to me that I could be content this year, that Europeans had never yet been as far on the land of Bouthong as I, and that he would see in the coming year. Have caused to be requested that I would like to know when I should depart, seeing that the west monsoon was already at hand. 20 ditto Summoned by His Highness, after paying compliments I asked His Highness for what reason he had detained me so long, as the west monsoon was already setting in, and I seeing no chance whatever of sailing to Bontham, much less Macasser. Whereupon His Highness replied that he had not been able to obtain any prahus and that I must try it, for that he From Macasser the he was in the greatest anxiety, while the peoples of Woena were again rebelling and had already murdered several Boutoners, and that the old radja's son had been to the Bugis to ask for help and had brought along 30 prahus with 500 men, who committed all manner of hostilities, and for that reason had the guard kept along all beaches for some days. Concerning Kalisoesoe, His Highness said that he had so many unserviceable muskets, and therefore had sent 3 prahus to Batavia to buy weapons, and as soon as they should arrive that he would go along himself. He also said that he now sent along with me the remaining slaves for the Honorable Company; also told me of the Bugis prahu with an envoy without a letter, that such never happens, and therefore had sent him back without a letter. But now had himself sent a prahu with an envoy with a letter to the Radja of Boni to hear the truth. Whereupon, after paying proper honors to His Highness, took my leave and went on board, further to the
Dutch transcription
201 Jan Macasserden waar op sijn hoogheyjt sulks laeten weeten en dat syj ver„ trecken mogten maar kreeg geen antwoorden geen udientie Bij sijn hoogheijd ontboden na gedaane complimentabe sijn den 29 Julij hoogheijt behoorlyk gerapporteert en voornamentlijk vande wederstreevinge van 't volk van wanchie waar op sijn hoogheijd grimlagte maar kreeg geen antwoord waar meede versogt aan sijn hoogheijd, om een prauw met volk om mij na destraat te brengen en voornamentlijk alwaar de mannetjes nooten sijn de waar op sijn hoogheijt repliceerde dat hij ondres soude geeven om een prauw klaar te maaken. waar op na de beloorlijk honeur van sijn hoogheijd mijn af„ scheijt genomen vertrocken van bouton en savonds op siompo aangekomen„ 12. aug:s aldaar ee bestogt gedaan over den lontuym. kam blawa bi „ 13 _o bimipada melona en aldaar vernogt smorgens verder boschivaarts en naden prauw komende ten „ 18. — eersten vertrocken op kadeterang aangekomen en aldar eenbosch togt gegaan beangen „ 15 _o 's avonds na den prauw komende ten eersten vertrocken na de staat op Van Macasserden den 17: Aug:s op wattoe mattobbe aangekomen „ 18 —o aldaar een bosch togt gedaan van Coessambi, en aldaar overnogt 19 _o Smorgens vader bonswaarts over kobaneko en aldaar over nagt „ 20 — Smorgens ver den bokhwaards over kabola en koebessie en den wegt na strandt neemen willende want sien de kalisoesoe voor mijn oogen leggen do segte den tolk tegens mij dat somtijds een ongeluck mogte overkomen. waar op een anderen weg neemende, om na Lampello, To„ dange en malenga weederom na den prauw te keeren Ja bragten mij den weg ijser, na den heelen dog gemarcheert sijnde op den eijgensten weg alwaar van daar gekoomen sijnde, en ik sulks ontwaarende, segte aan den tolk of hij mij voor den geck houden dede, om den eijgensten weg weederom te brengen W. van waar ik gekomen so weetende den tolk anders niet te seggen als dat geen anderen weg zijnde als deeser. 9 verder komende en een anderen wegten regten hand siende zegdens, den tolk dat hij mij soude na Lampello en Dumrada brengen maar hij repliceerde dat ik hem liever den hals soude afsnijden als buiten sijn ordres te gaan Ziende 103 Jan Macaser En ziende dat de saak weederom overlegt was moeste dierhal„ ven weederom keeren vertrocken van wattoe mattobbe op kalindi en Tette en boschtogt gedaan. vertrocken en op watte comba een boschtogt gedaan vertrocken en op kammelanta een boschtogt gedaan op batoe Lea en kambenackveen boschlogt gedaan op Dolokien bombonopoloe een boshtogt gedaan op batoe nawa en boschtogt gedaan op Lobbo Lobboe Boengij cassaboe sinampoeri een „ 28 — boschtogt gedaan en s avonds na den prauw gaande vertrocken na bouthong. op bouthong gekomen en den tolk na sijn Hoog heijd gesonden en versogt om audientie aan den tolk gegeeven rd: 1: 12. het volk „ „ 3: — zijn 3 prauwen na batavia vertrokken over de 600 sla „ 14 october ven meede voedende om wapens daar voorte koopen quamen 3 mandareesen vaartuigen van woena alhier „ 16 _o „ „ 26 —: „ 25 _. „ 24 „ 23 _ 22 den 21: Augustus _oo —. —. 27: 29 over Van Macasser den over de 300 slaven van daar op hebbende onderhand ver neemende be waaren sij hee schuijmers den annachoda op de manilhas gedoopt siende hem alle dagen bij sijn hoog„ heijd gaan hebbende altemaal rampaarden tot sijn geschut hebbe onder de hand vernomen dat sij na benkoelen toe wilden den 17 october hebbe aan sijn hoogheid laeten versoeken om nog een beschagt agter het kleijne Casteel te mogen doen maar sijn hoogheid liet mij seggen dat ik dit jaar konde te vreeden sijn dat nog oijt Europeesen so ver op tland van Bouthong geweest als ik en dat hij uit toekomende Jaar sien soude „ 20 _o hebbe laten versoeken dat ik graag weeten mogte wandeele „neer dat ik vertrocken soude siende dat de west maiton reeds voor handen bij sijn hoogheijd ontboden na gedaanen Compliment hebbe aan sijn hoogheijd gevraagt om wat reeden hij mij so lange opgehouden dat de west maison reeds vast stond en ik ommogelijk kans siende om bontham te beseijlen nog veel weijniger macasser. waar op sijn hoogheijd repliceerde dat hij geen prauwen hadde kunnen krijgen en dat ik 't probeeren moett want dat hij „ 2055 Van Macasser den hij in de grootste ongerustheijd was ter wijlen de volckeren van woena weederom rebelleerden en al verscheijde bouthon„ der vermoeijt hadden en dat den ouden raadja sijn soon in de boegis geweest hadde om hulp te vraagen en 30 prau„ wen met 500 man meede gebragt hadde welke alle vijande„ lijkheeden bebreeven en daar om is eenige dagen de wagt laeten houden om alle stranden aangaande kalisoetoe se slegte sijn hoogheijd dat hij so veele onbequaame snaphaanen hadde en dienrhalven 3. prauwen na batavia gesonden om wapens te koopen en sodra deselve souden arriveeren dat hij selfs soude meede gaan nog segte hij dat hij thans de retteerende slaven voor dE Comp: met mij meede sond segte mij ook van den boegineesen prauw met een afgesant sonder brief dat sulks noijt gebeurt en hem dierhalven sonden brief weederom gesonden maar thans selfs een priauw met een afgesant met een brief naar den raadja bonij gesonden om de waarheijd te hooren waar op na behoorlyk heneur van sijn hoogheid mijn afscheijd genomen en na boord gegaan nog aan de
English
From Makassar the toek distributed rd:s 1:12 The 12 December departed from bouthong, but due to the strong west monsoon could not get further than 2 miles from bouthong, coming to anchor near the Island siompo. 18 ditto driven from the anchors several times by the strong currents and winds. 22 ditto sent to bouthong and requested to be permitted to return, as our people were all beginning to fall ill from rain and hardships, and sometimes an accident might happen at night while moving forward, seeing no chance; but his highness had me told that I had to try once more to sail to macasser. Whereupon the envoy asked whether he would venture to sail, but he said flatly no, while we daily saw ships and sloops sailing past boutheng; whereupon sent once more to his highness, stating that we could no longer manage here due to lack of provisions, and sometimes the prau went drifting; whereupon his highness granted this. Again 207 From Makassar 1175 Anno 1777 Again arrived in the roads of bouthong, whereupon the toek on 25 December was sent to his highness and requested an audience, finding here in the roads the Chinese Captain of Ternate. 26 ditto arriving here in the roads the free burgher vat Landon from ternate, coming from batavia and trading here. 2 January arriving here in the roads the Honorable Company's bank the Jda with another pantjallang the Jonge Cornelis from batavia to Ternate. 6 February arriving here in the roads the Chinese Tjoa Kincko from Ternate destined for batavia with the Honorable Company's missives, and having drifted to the latitude of bali, and being unable to make the voyage, therefore turned back. They departed together. 10 ditto three Mandarese and 3 Buginese praus arriving here from passie, having traded in opium, linens, and pepper; I informed his highness thereof, but just the same. ditto the praus from batavia arriving back here, bringing 50 pieces of flintlocks, 2 barrels of gunpowder, 2 small barrels with musket balls as a present for his highness. 9 March took my leave of his highness and asked him once more when he intended to go to kalesoesoe. Whereupon his highness replied in 3 months when the praus would be ready. The 18 March departed from bouthong. 28 ditto returned to macasser. I am always ready to confirm under oath /below stood/ Your Right Honorable's very obedient and faithful servant /was signed/ J C Heijnbach /in the margin/ macasser the 28 March 1777 /below stood/ agrees /was signed/ H: B: Hodenpijl. Translation From Makassar 9 209 From Makassar Translation Malay Letter written by Paduka Sri Sultan Khaij Moedien together with his councilors of state and other notables of the realm of Bouton. To the Right Honorable Lord Governor and Director on behalf of the General Dutch East India Company together with the Council at Castle Rotterdam in Ujung Pandang. Compliments and customary greetings. With the arrival of our envoys here, namely Raja Laba lawa and the mantri Dette, together with the commissioner of the Honorable Company who is sent here annually, we received in all reverence and welcomed with the requisite honor the letter from the Lord Governor and Council, accompanied From Makassar accompanied by the annual recognition pann: to the amount of rd:s 150 together with a state parasol. We were very pleased with the contents of the highly mentioned letters; wherefore we also quickly provided the aforementioned commissioner of the Honorable Company with the necessary lodgings, and caused the needed vessels and crew to be made ready, in order to depart for all the islands lying near and around bouton, according to the orders demanded of him by the Honorable Company, for the extirpation of the clove and nutmeg trees that might be found there; whither he also, together with the company he had with him, departed after a stay of several days, and subsequently, after executing the said commission, returned again to bouton. Furthermore, this serves to communicate to the Lord Governor and Council that the long stay of the Honorable Company's commissioner here at bouton, together with the reason why we did not dispatch him and our envoys sooner to macasser, arises from our manifold 211 From Makassar manifold affairs with which we have been occupied. As firstly, we had to make the necessary preparations for sending a distinguished embassy to Their High Excellencies at batavia; and secondly, made preparations for having the circumcision and teeth-filing performed for some of our children and grandchildren, wherewith we spent fully two months before one could proceed to anything else. But since both matters have now been completed, we have seen fit to appoint as our envoys, who are now departing for macasser with the commissioner of the Honorable Company in two vessels along with the necessary crew, the mantri Litaijoe together with two pangelassangs and the Toek named Latjarabon, to the end of appearing on our behalf before the Lord Governor and Council, and this as well for the maintenance of our old custom as for the cultivation of our brotherly friendship and alliance, which we wish may endure eternally. With our aforementioned envoys we now let the Lord Governor
Dutch transcription
Van Macasserden de toeken uitgedeelt rd:s 1:12 Den 12 December vertrocken van bouthong maar door de sterke west maison niet werden als 2: meijlen van bouthong bij 't Eijland siompo ten anker gekomen. „ 18 _o door de sterke stroomen en winden verscheijde reijsen van de ankers, gedreeven. „ 22 _o na bouthong gesonden en versogt om mogen weederom te komen, dat ons volk altemaal door regen en onge makken suek begen te worden en somtijds bij nogt een ongeluck vemogt overkomen avant voorwaarts dog geen kans siende maar sijn hoogheijd liet mij seggen dat ik nogmaals probeeren moest den macasser te seijlen. waar op den afgesant vraagde of hij hem onderstond om te seijlen maar hij segte rond uit van neem terwijlen wij dagelijks scheepen en Chialoupen siende voor bij boutheng seijlen waar op nogmaals na sijn hoogheijd gesonden met te seggen dat wij 't hier met langer goed 99 maken door gebrek van leevens middelen en somtijds gaan den prauw verleeden waar op sijn hoogheijd sulks bewilligt wederom 207 Van Macasserden 1175 A 1777 weederom ter rheede gekomen van bouthong waar op den toek den 25 decemb:r na sijn hoogheijd getonden en versogt om audientie vindende alhier ter rheede den Capitain Chinees van Ternaaten komende alhier ter rheede den vrij burger vatt Landon „ 26 _o van ternaten komende van batavia en alhier negotie gedreeven komende alhier ter rheede sE Comp: bank de Jda met den 2 Januarij nog een pantjallang d Jonge Cornelis van batavia na Ternaten komende alhier ter rheede den chinees Tjoa Kincko van Ternaten na batavia gedestineert met 'sE Comp: missiven en tot op de hoogte van balij vervallen, ende rheijse niet kunnende krijgen dienhalven we„ der om gekeert. zijn zy tesamen vertrocken komende drie mandar eesen en 3: boegineesen prauwen alhier „ 10 van passie met amphioen lijwaaten en peper negotie gedreeven hebbe daar op sijn hoogheid sulks laaten weeten maar even tselfs komende de prauwen van batavia weederom alhier brengende „ 50 p:s snaphaenen 2 vaten buskruit 2 vaatjes met snaphanen kogels tot eenpreesente voor sijn hoogheijd bij sijn hoogheijd mijn afscheijd genomen en hem nogmaals „ 9 maart 1 gevraagt wanneer dat hyj gedagte om na kalesoesoe tegaan 6: februarij waar . _o _o _o waar op sijn hoogheijd repliceerde over 3 manden als de prau„ wen souden klaar sijn den 18 Maart vertrocken van bouthong „ 28 op macasser geretourneerd ik ben allijd gereet met leden te bevestigen /onderstond/ uw wel Edelen agtbaaren seer gehoorsamen en trouwschuldigen dienaar /was geteekend/ J C Heijnbach /in margine/ macasser den 28 maart J: C 177 /onderstond/ accordeerd /was getekend/ H: B: Hoden pij. Translaat Van Macasserden 9 209 Jan Macasserden Translaet Maleijtsche Brief geschreeven door padoeka Sierie sul„ than Khaij Moedien beneevens des¬ selfs rijksraeden en verdere grooten van 't rijk-Bouton Aan den wel Edelen agtb Heer gouver„ „neur en directeur van wegen de generaele Neederlandsche oost indische compagnie nevens Den raad ten Casteele rotter„ dam te bedjong Pandang Compliment en onder gewoonte Met dekomst van onse gesanten. alhier in name radja Laba lawa en den mantrie dette benevens de gecommitteerde vand E Comp: die Jaarlijks hier worde gesonden hebben wij in alle eerbied ontfangen en met de vereijschte honneur ingehaald den brief van den heer gouverneur en raad g'accompagneert Dat Macasserden g'accompagneert geweest sijnde van de Jaarlijkse recognitie pann: ten bedrage van rd:s 150 met en benevens Een quitazol van staat wij syn over den inhoud van hoog gem: letteren seer verblijd geweest alwaaromme w' ook alras welm: gecommitteerde van de E Comp: het nodige logies versorgt mitsgaders de benoodigde vaarthuigen en manschappen hebben doen in gereedheijd brengen om navolgens de hem gedemandeerde last van dE Comp: in alle de Eij„ landen leggende bij en omtrent bouton te komen ver„ „trekken ter uitvoeijing der nagul en Noote boomen die aldaar mogte gevonden worden werwaards hij ook beneevens sijne bij hebbende geselschap na Eenige dagen vertoevens vertrokken en vervolgens na verrig„ „ting van gem: commissie weeder op bouton is te rug gekeert. vervolgens dient tot Communicatie vanden heer gouverneur en raad dat het lang verblijf van sComp: gecommitteerde hier te bouton mitsgaders waarom dat w' hem en onse gesanten niet vroeger na macasser hebben gedepecheert spruit uit onse meenigvuldig. 211 Van Macasser den meenigvuldigheeden waar meede wij geaccripeert sijn gewast als eerstelijk hebben de noodige aanstalt moeten maken tot het senden eener aansienelijke ambassade aan haar hoog Edel„ heedens te batavia en ten anderen preparatie gemaakt tot het laate behuijden en tande slijpen van eenige onser kinderen en kinds kinderen waar meede wij wel twee maanden door gebragt hebben eer men tot iets anders heeft kunnen treeden dan vermits het een en anders als nu afgeloopen is so hebben wij goedgevonden tot onse ge„ santen die thans met de gecommitteerde van dEComp: in twee vaartuigen neevens de benodigde volkeren na macasser vertrekken te benoemen den mantrie Li„ taijoe beneevens twee pangelassangs enden Toek ge „naamt Latjarabon ten eijnde onsentweegen voor den heen gouverneur en raad te verschijnen en sulks so ter onderhouding van onse oude gewoonte als ten Cultie veering onser broederlijke vriend en bondenoot„ schap die wij wenschen dat Eenurglijk mogen voort duuren. Met onse voorn: gesanten laten w' thans den heer gouverneur
English
To the Governor and Council of Macasser, thirteen female slaves are delivered to serve toward the satisfaction of our remaining debt to the Honourable Company, the fourteenth of them having already been sent by us with our envoys to Batavia to the Governor-General, because the first delivery having taken place at Batavia, it was therefore proper that the final delivery to settle our entire debt should also be made there. For which reason we most humbly request the Governor and Council that the aforementioned thirteen slaves may now be accepted. Regarding what the Governor and Council wrote to us in the past year with respect to Kallingsoesoe, we declare that we have not yet been able to put this into effect, for the reason that we first wanted to wait until they had satisfied their debt to us in the number of 200 slaves, at which time we will then prepare the necessary vessels to depart for the aforementioned place. However, the only difficulty we have in that regard is that we are not provided with sufficient weapons. For that reason, we have sent two of our grandees of the realm as envoys to Batavia in order to solicit humbly on our behalf before His High Nobility the Governor, so that, should it please His High Nobility, he may favorably permit us the purchase of some snaphaunces along with the powder and lead required for them. And in case His Excellency shall most favorably deign to grant this our humble petition and our aforementioned envoys shall have returned here safely, the Paduka Siri Sultan shall himself proceed in person to Kallingsoetoe to search there for those who plundered the cargo of the sloop de Nooteboom, since it is now positively known that the subjects of Kalingsoetoe were also complicit in it, and the Paduka Siri Sultan upon arrival there will bring them to their duty by gentle means or, if necessary, by forceful measures. Furthermore, we have learned with sorrow from the letter of the Governor and Council that some unpermitted and illicit traders with contraband goods had been in our harbor. Thereupon we declare that we by no means deny that in the past year two or three vessels, both Wadjoese and Mandharese, have been here at Bouton. But because they pretended that they came from Batavia and Bima, we were also under the firm impression that they must have been provided with proper passes, all the more because they came from places that belonged to the Honourable Company, and because the sergeant had also seen the aforementioned vessels there without having spoken a word about it; all of which were the reasons why we did not chase them from our harbor. Concerning the fact that the Governor and Council in letters come to claim from us the cannons of wrecked ships that our people have fished up, and this pursuant to the contract, Article 12, that we were to send them to Macasser: the Paduka Siri Sultan hereupon caused all his councillors of the realm and elders to gather with him, in which meeting they asked one another and recalled how the custom in such cases had been of old. Whereupon it was jointly declared that whenever Company ships or sloops came to call at Bouton and should have any difficulty or lack of drinkable water or firewood, we are bound and obliged to assist them as far as possible and provide them with everything. But concerning the cannons or a piece of iron from wrecked ships or sloops that the mariners abandoned and that were afterwards fished up by our people, we cannot recall that in ancient times and under the reign of our previous kings, the former Governors-General or the Governors of Macasser ever asked for them, much less claimed them or made inquiry after them. But on the contrary, we are bound to provide the mariners of wrecked Company vessels who reach shore on Bouton with all necessities, both in terms of provisions and otherwise, as well as to keep a good and strict watch over all the goods that they had salvaged and brought along with them, in order subsequently to be transported by us either to Batavia or Macasser, at which time we are also first freed from all responsibility. We cannot therefore omit to set down here how, in the time and under the reign of our late king, the Paduka Siri Sultan Sakie Oedien, a ship named Noordbeek having run aground on the shore of one of the dependent villages of Bouthon named Lapando, after the passage of some time the then Governor of Macasser, Johan Sautijn, had demanded the cannons of the aforementioned vessel from His Majesty. But His Majesty having been very alarmed by that demand, then thereupon promptly dispatched the Mantri Milayoe with a letter to Macasser, as well as sending for this purpose a letter to the Governor-General and the Council of the Indies via the then Commissioner Johannes Bernard, who had called at Boutong with a ship from Ternate; and that aforementioned His Nobility, with the blowing of the west winds, had sent a letter in reply to that of His Majesty to the Governor at Macasser, Johan [illegible], for further instruction to the aforementioned ruler, which
Dutch transcription
Van Macasser den gouverneur en raad toekomen derthien stuks slavin om ze te strekken tot voldoening van onse restant schuld aand E Comp sijnde de veerthiende daar van bereeds door ons met onse gesaten na batavia aan den heer gou„ verneur generaal versonden overmits de Eerste leeve„ rantie op batavia geschied sijnde het dus pligtelyk was dat de laatste leeverantie tot verbevening van ons geheele schuld ook gedaan wierd weshalven versoe„ „ken w den heer gouverneur en raad ootmoedigst dat de voorm: derthien slavenals nu mogen worden ge„ accepteerd het door den heer gouverneur en raad ons in 't voor„ leeden Jaare aangeschreevene ten opsigte van kalling soesoe betuigen w' tot w' voor als nog niet hebben kunnen werkstelling maken om reeden w' eerst „wilden afwagten dat 'z hunnen debet ten getalle van 200 slaiven aan ons soude hebben voldaan als wanneer wij dan de nodige vaarthuigen daar toe sullen klaar maken om na gem: plaats te ver„ trekken, dog de Eenigste swaarigheid die wij daar omtrent 213 Van Macasser den omtrent hebben is dat w' van geen genoegsaeme wapens voor sien sijn uit dien hoofde hebben u' twee van onse rijks„ grooten als gesanten na batavia gesonden ten eijnde voor ons bij sijn hoog Edelheyd den heere gouverneur ootmoedigt te besolliciteeren om so het sijn hoog Edelheijd behagen mogte ons gunstiglijk te permitteeren 't inkoopen van eenige ma„ phaanen beneevens het daar toe benodigde kruit en Lood En ingevalle nu hoogst deselve deese onse onderdanige beede hoog gunstiglijk gelieve toetestaan en onse gem: gesanten alhier behouden weder sullen sijn gereventeerd sal den padoeka sierie sulthan sig als aan selfs in persoon na kallingsoetoe begeeven om aldaar de geenen op te soeken die lading van de chialoup de Nooteboom getpolieert hebben vermits men thans positief weet dat de onder„ hoorige van kaling soetoe mede daar aan handadig sijn geweest sullende den padoeka sierie sulthan bij aan„ komst aldaar haarlieden met sagtheijd dan wel des noods door kragtige middelen tot hunnen pligt noorsaken wij hebben voorts met leedweesen uit den brief van den heer gouverneur en raad vernomen als aat en Eenige onge permitteerde Van Macasser den vermitterde en mooshandelaars met contrabanda goederen in onse haven waaren aangeweest daar op betuigen w' dat w' geen: „sints ontkennen dat er in 't voorleeden Jaar Twee adrie so wad foreese als mandharese vaarthuigen hier te bouton sijn geweest maar terwijl sij hebben voorgegeeven dat van batavia en bima qua„ „men sijn w' ook in het vaste denkbeeld geweest dat 2 van behoorlijke passen moetten voorsien sijn te meer om dat z van plaatsen quamen die dE Comp: toebe„ hoorde, en dat de sergeant gem: vaartuigen aldaar ook gesien hadde sonder en woord daar over gespro„ ken te hebben alle 't welke de reedenen sijnde geweest dat wij haarlieden met uit onse haven hebben verjaagt. Aangaande dat den heer gouverneur en raad bij brieven van ons komen te reclameeren de canons van verongelukte scheepen die ons volk hebben op gevischt en sulks navolgens t contract art: 12: dat wij die na macasser moeste oversenden den padoeka sieri Sulthan heeft hier op alle sijne rijks raden en oude Lieden bij ben doen vergaderen in welke bij 215 Van Macasser den bij een komst is malkanderen hebben gevraagd en herinneert hoe dat 't gebruik bij zoort gelijke gevallen van ouds ware geweest; waar op gesamentlijk verklaart is dat wanneer comp: scheepen of chialoupen op bouton quamen aan te gieven en Eenige swaa„ righeijd of gebrek van betwharen water op brandhout mogten hebben, so sijn w gehouden en verpligt om de sulke na mogelijkheijd te adsisteeren en van alles te voorsien maar aangaande de canons dan wel een stuk ijser van verongelukte scheepen of chialoupen die de scheepelingen verlaten en naderhand door ons volk is opgevischt so kunnen w' ons niet te binne brengen dat in oude tijden en onder de regeering van onde voorige koningen door de voorige heeren gouverneurs generaal dan wel de gouverneurs van macasser daar na gevraagt veel min gereclameerd dan wel ondersoek daar na gedaan is dog daar en tegen sijn w' gehouden de schee„ pelingen van verongelukte Comps bodemis die op bouton ter houw komen van al 't nodige te versorgen soo van leevens mid„ delen als andersints, mitsgaders op alle de goederen die sij geborgen en meede hadden gebragt eene goede en nauw 1 toeligt te houden om vervolgens door ons 't sij na batavia of Van Macasser den of macasser getransporteerd te worden als wanneer wij dan ook eerst van alle verantwoording vrij sijn wij kunnen dierhalven niet voor bij in deesen ter neederte stellen hoe er ten tijde en onder de regeering van onsen ouden koning den padoeka bienie sulthan Sakie oedien ben schip genaamt noordbeek aan den oever van een der onderhoorige negorijen van bouthon genaamt- lapando sijnde komen te stranden, na verloop van eenige tijd den toenmaligen heer gouverneur van macasser Johan sautijn de canons van gem: bodem van sijn majettijt hadde laten afvragen maar dat sijn majettijt als op dien Eisch seer verschuikt sijnde gewast toen daar op ten spoedigtten den mantrie milaijoe met een brief na macasser afvaardigde mitsgaders en ten deesen eijnde ook een brief aan den heer gouverneur generaal en de raden van Jndia, per den toemmaligen en te boutong met Een schip van Ternaten aangeweest heer Commissaris Iohannes Ber„ „nard gesonden en dat gem: sijn hoogheijd met het door waijen vande wette winden Een brief een antwoord op die van sijn majestijt aanden heer gouverneur te macasser Johan Catite„ ten vardere ordresse aan wel welm: vorst gesonden hadde welk
English
217 From Makassar The which was then also handed over by his Honourable Worship to the aforementioned envoy Mantrie Milaijoe, in order that upon his arrival at Bouton he might present the same again to His Majesty, from the contents of which it then appeared that the cannons which Governor Sautijn had demanded back from the King could be retained by His Majesty to be used in the service of the country, as it was not seemly that the Company should further use cannons from wrecked vessels; furthermore, because the previous Governors-General and Council of India have willed that the Kingdom of Bouton might remain unchangeable and steadfast in peace and quiet under the protection of the Company into eternity; for all the large cannons that we have are for the most part from the Company ships and chaloups wrecked hereabouts successively; thus our former kings have provided the Castle of Bouton with large cannons, for otherwise where should we obtain them if not from the Honorable Company? While by the highly favorable pleasure and compassion shown to our former kings by the highly respected Governors-General and Council of India, we have been permitted to keep our weapons until this day for protection and defense From Makassar the of our country, otherwise the country of Bouton would have been destroyed long ago by the multitude of our enemies, and for that reason we cannot express in sufficient words of gratitude and acknowledgment the manifold benefactions experienced by us from the Company, and we therefore place our trust and hope entirely in the Honorable Company. Furthermore, we inform the Governor-General and Council that the King of Bonij had sent an envoy to us, though without a letter, to communicate that His Majesty had received an envoy from the deposed King of Woena in the name of his said King, requesting His Majesty that the land of Woena might be annexed to Bonij, whereupon we dispatched one of our realm's grandees with a letter to the King of Bonij, whereby we served the said monarch in answer that this action is entirely contrary to the ancient maxims of the former kings of Bonij and Bouton. Written in the land of Bouton at the house of the King on Sunday the 25th day of the month Sauwal in the year 1190. Agreed. Was signed: H:k B:s Hodenpijl. To 219 From Makassar the To the Right Honorable Worshipful Paulus Dodefredus van der Voort, Governor and Director of the Coast of Celebes. Right Honorable Worshipful Sir, In humble reply to your Right Honorable Worship's highly esteemed letters of 16 July, 24 September, and 19 October of the past year, I have initially to report to the gentleman that the Prince of Salamparang has given your Right Honorable Worship an entirely incorrect account regarding the vessels which he says were taken successively by the Honorable Company cruisers, for the satisfaction of which he claims I asked him the value; I know nothing other than what the Sumbawarese have withheld, as I have already reported to your Right Honorable Worship, for the settlement of which I recently caused one hundred ropijen to be offered to that prince through an envoy. From Makassar the Whether he will accept it, I do not know to this day, since the aforementioned envoy, the panghoeloe of the Malays here, has not yet returned; meanwhile, I transmit herewith for your Right Honorable Worship's perusal a letter written to me by the said envoy, wherein he makes known that a certain Pangerang Willes, King of Balangbangan, arrived at Salemparang on a Mandharese vessel whose nachoda, named Jamoe, resides on Boetong, and had requested the king there, Gusti Kattoe Karang Assang, to be allowed to remain living there under the protection of Bali; but that the Salemparang ruler answered that he could not give his consent, but that he would make it known to the King of Bali, as was indeed done immediately. The Balinese prince thereupon informed the ruler of Salemparang that, according to the alliance or contract which the Balinese made with the Honorable Company, it is forbidden to receive such deserters 221 From Makassar the and presumed enemies of the Honorable Company, and he must therefore make the aforementioned Pangerang Willis and his people depart immediately, or drive them away from the roadstead by force. This was also carried into execution, but the repeatedly mentioned Pangerang thereupon, while he was about to depart, died suddenly, and his corpse was brought ashore and buried near the grave of Radeeng Pidappa. From this the sincere goodwill of the Balinese to live in friendship with the Honorable Company is sufficiently evident; therefore I do not doubt in the least that the detrimental impressions which others have tried to instill in them against the Honorable Company will now be entirely frustrated. In the meantime, I have brought matters so far that the Prince of Sumbawa managed to persuade the fugitive son of the Sultan of Bali, named Korda, with all his belongings, so that he has returned again to his father and has already departed for Bali. On the other hand, no opportunity is missed by me to keep them in good humor by maintaining continuous correspondence with both of those princes.
Dutch transcription
217 Van Macasser Den welke dan ook door sijn Edele agtb: aan den voorn: gesant man„ trie milaijoe was overgegeeven ten eijnde bij sijn aankomst te bouton deselve weeder aan sijn majestijt te Jntraqueeren in't welkers inhoud als doen quam te geblijken dat de Canons die de heer gouverneur sautijn van den koning terug g'Eijscht had sijn majetteijt konde behouden om z tot slands dienste te gebruiken als niet betamelijk sijnde dat dE Comp: Canons van verongelukte bodem is meer kwam te gebruiken voorts om dat de voorige heeren gouverneur generaals ende raaden van india hebben wil dat 't koning rijk van bouton onveranderlijk en standvattig in rust en vreede onder de bescherming van dE Comp: tot in Eenurgheijd moogt blijven want alle de groote Canons die wij hebben sijn voor 't meeste gedeelte van de hier omtrent en successive verongelukte Com„ opagnies scheepen en Chialoupen dus hebben onse voorige ko„ „ningen het Casteel van bouton met groote Canons voorsien, wantan„ „dens waar sullen w't van dan haalen als vand E Compagnie Terwijl wij door het hoog gunstige welbehagen en meedelijden der hoog gerespecteerde heeren gouverneur generaals en de raeden van Jndia aan onse voorige koningen beweesen onse wapens tot heeden toe nog mogen behouden tot bescherming en desen die van Van Macasser den van ons land anders so soude het land bouton reeds voorlange vernielt sijn geworden ter sake door de meenigte onser vijanden en uit dien hoofde kunnen w' voor de meenigvuldige en door ons ondervondene weldaden van dE Compagnie met geen genoeg„ same bewoording van dank erkentenisse in deesen betuigen en stellen mits dien onse vertrouwendheijd en hoope eene maale op d Edele Compagnie. wijders maeken w' den heer gouverneur generaal en raad bekend dat den koning van bonij een sendeling dog sonder brief aan ons had gesonden ter Communicatie als dat sijn majesteijt een sendeling vanden afgesetten koning van woena gekreegen had in't naam van even gem: sijnen koning sijn majesteijt versoekende dat 't land van woena aan bonij mogte worden geaccrocheert waar op wij een onde rijks grooten met een brief na den koning van bonij hebben gedepecheert waar bij wij hoog gem: vorst in antwoord hebben gedient dat die behandeling ten Eenemaal is strijdende met de oude magiemes vande voorige koningen van bonij en bouton /onderstond:/ geschreeven op 't land van bouton ten huise van den koning op sondag den 25 dag vande maand sauwal in't Jaar 119=e (onder„ „stond/ Accordeert /was geteekend:/ H:k B:s hodenpijl Aan 219 Van Macasser den Aan den wel Edele Agtb: Heer Paulus Dodefredus van der Voort Gouverneur en Directeur ter Custe celebes. Wel Edele Agtb: Heer In needrig antwoord op uwel Edele agtb: veel g'Ede Letteren van den 16 Julij 24 september en 19 october A:o p:o heb ik de heer aanvankelijk te melden dat den salamparangs vorst uwel Edele agtb: Eene gantsch ver„ keerde opgave heeft gedaan omtrent de vaartuigen die den selven segt door sE Comp: kruissens succesive soude sijn genoomen tot welkers voldoening door mij hem na de waarde soude gevraagd hebben ik niet anders weete als het geen dat de sumbawareesen hebben agter ge„ houden gelijk ik bereeds uwel Edele agtb: hebbe gemeld waar voor ik de volaoening derselve Jongst door Een zendeling dien vorst hondert ropijen heb laate. Van Macasser den laate aanbieden doen of den selven het accepteeren sal weet ik tot heeden nog niet vermits voornoemde sendeling den panghoeloe der maleijers alhier nog niet weeder gereventeerd is terwijl ik hier neevens tot uwel Edele agtb: speculatie oversend een brief van gemelde sen„ deling aan mij geschreeven waar bij den selven bekendt maakende dat Eenen pangerang willes koning van balang bangan met Een mandharees vaarthuig den nachoda gen:t Jamoe op boetong woonagtig op salemparang is aangekoo„ „men, en aan den koning aldaar gusti kattoe karang As„ sang versogt hadde om onder de bescherming van ba„ bij aldaar te moogen blijven woonen doch dat den salemparangs g'antwoord hebbende sijne toestemming niet te kunnen geeven maar dat hij aan den koning van balij sal laate bekend maaken gelijk ook ten eersten geschied is Den balijsen vorst liet daar op aan die van salemponang weeten dat volgens het verbond of contract die de baliers met d'E Comp: gemaakt hebben verbooden is diergelijke de serteurs 221 Van Macasser den serteurs en denkelijk vijand van dE Comp: aanteneemen hij dierhalven den voorn: pangerang willis met desijne ten eersten moet laten vertrekken op met geweld van de rheede weg Jaagen sulks ik ook ter uitvoer gebragt doch den meerm: pangerang kreeg daar op, terwijl hij op sijn vertrek stond een schielijk doot en desselfs lijk is aanland gebragt en begraaven bij het graaf van radeeng pidappa hier uit blijkt genoegsaan de oprigte welmeenendheijd van de balieus om met dE Comp: en vriendschap te leeven daarom twijffel ik ook geensints of het nadeelige denk„ „beelden die anderen gedragt hebbende hun teegen dE Compagnie in te besoenen sal nu ten Eenemaal vereijdelt sijn intusschen heb ik so verre gebragt dat den sumbauwas vorst den gevlugten soon van den sulthan van balij genaamt korda met alle het sijne heeft weeten te beweegen dat hij weeder na sijn vader te rug gekeerd is en ook albereeds na r bces balij vertrokken is ten anderen werd door mijn geen geleegentheijd versmind om hun in Een goede Luim te houden geduurig met die beijde vorsten brieve wisseling
English
From Makassar the correspondence I have maintained. Furthermore, it serves for the information of Your Honorable Worship that regarding the one Caijang of rice and 400 bunches of paddy which the king of Bali says he is sending over, no more has been delivered here than 46 measures of 66 1/3 lb to a Last. The deliverer of the same declares to me having received no paddy, but only the aforementioned rice, without knowing how many gantings there have been in it. The undersigned requests Your Honorable Worship to be allowed to retain the same for the ordinary price of 30 Holland guilders. Further, the undersigned shall not fail, upon arriving on Sumbawa, to urge the king and the grandees of the realm there once more with all earnestness to depart for Makassar, and in their absence to employ such means as the grandees of the realm promised me to do anno passato, and regarding this I have already given notice to that monarch and the grandees of the realm. As to the claim of the ruler of Dompo against that of Sangar on account of a piece of land named Sandoe E, situated near Camboe, it is a land that rightfully belongs to Sangar. The same was 223 From Makassar the was not included in their previous dispute, because at that time no dispute arose concerning it, and therefore no mention was made of it in the resolution of 21 July 1774 taken here with the rulers and grandees of the realm. However, since the king of Sangar, who is fully aware of the objective of the ruler of Dompo, has made it sufficiently known that in case the other should come to request him to cut sappanwood there, he would not refuse him, but Dompo does not wish to acknowledge Sangar in that regard; thus the king of Dompo, in order to annex that same land to his own and to obtain possession of it, has addressed Your Honorable Worship, these being the reasons, Honorable Worshipful Sir, which have moved Dompo to come forward with a new claim against Sangar. I have ordered our people living on Dompo to render their obliged service there in the future, and the penghulu of the Malays here is not to meddle with them in that regard directly or indirectly any longer. Lastly, From Makassar the Lastly, with regard to the other rulers, there is nothing to note except only mentioning herewith that the young king of Bima was circumcised on 26 November anno passato, and is to be proclaimed or crowned as king in this year. And herewith I hope to have answered Your Honorable Worship's letters in full, having the honor, after having commended Your Honorable Worship's precious person together with the Company's weighty interests to the protection of the Almighty, to subscribe myself with all respect. Underneath stood: Honorable Worshipful Sir. Lower stood: Your Honorable Worship's humble and faithful servant. Was signed: A: Eecerp. In the margin: Bima, in the Company's fortress, 28 February 1757. Underneath stood: Agrees. Was signed: H: B: Hodenpijl. From 225 From Makassar the To the Honorable Worshipful Sir Paulus Godofredus van der Voort Governor and Director of this Coast of Celebes Honorable Worshipful Sir, Pursuant to the esteemed order of Your Honorable Worship, we, accompanied this morning by two Bugis commissioners, being the Gallarang of Bontoala and the Anak Karaeng Lanaoeng, proceeded to the court of Gowa and represented to the king, together with the grandees of the realm assembled there, how the Company and Boni had agreed to send commissioners together to Gowa in order to ask the sentiment of His Highness and the grandees of the realm regarding the well-known vagabond Sankilang, who, passing himself off as the king banished to Ceylon, has, since he was driven from the south of the village of Barana, been residing in Borisallo under the Makassar jurisdiction and commits all kinds of acts of violence without anyone being seen to make any move to attack him in order to drive him from there or, if possible, do away with him, under further notice that Your Honorable Worship could once again assure that his pretending to be From Makassar the he the aforesaid former king was false, considering the latest news received that the latter was still on Ceylon in the past month of December passato, and he, Sankilang, was therefore nothing other than a vagabond. The king himself replied to this that His Highness, together with the grandees of the realm, had agreed two days ago to determine the day, after the ending of their month of Maedde, which had already begun and was held by them to be their best month, when they would jointly attack the frequently mentioned Sankilang; that even though the Company had not assured them of it, they had not believed that the former king of Gowa would have returned from Ceylon, because no example could be shown of anyone banished elsewhere by the Company ever returning to us; and that since the Company took this matter so much to heart, one could not imagine how much it must affect the Makassarese. And having subsequently turned to the grandees of the realm and asked them what they had to say to us regarding the aforesaid, the Tumilalang answered in the name of the other grandees of the realm that they had no more than one and no other than the present king under whom they stood, and that even if he, Sankilang, might also be the one whom
Dutch transcription
van Macasser den wisseling heb onderhouden. voorts dient uwel Edele agtb: ter kennisse dat omtrend de een Caijang rijst en 400. bossen padij die den koning van balij segt over te senden, alhier niet meer aangebragt is geworden als 46 maaten van 66 1/3 lb op Een Last, den overbrenger der„ selver geefd mijn betuigd geen padij te hebben ontfangen als alleenlijk gemelde rijst sonder te weeten hoe veel gantings op 't geweest sijn den ondergeteekende versoek uwel Edele agtb: om het selve te moogen behouden voor ord:s 30 hollands wijders sal den ondergeteekende niet ingebreeke blij„ „ven op sumbauwa koomende den koning en rijksgrooten aldaar met allen Ernst andermaal te sullen aanspooren om na macasser te vertrecken en bij ontstentenis derselve sodanige middelen in het werk sal stellen als de rijks groote mij in anno passato beloofd hebbende te sullen doen en hier omtrend heb ik bereeds aan dien vorst en rijk„ grooten kennisse gegeeven. wat nu betreft de preesentie van dompos vorst teegens die van sangar weegens een stuk land sandoe E genaamt, bij Camboe 1. geleegen is een grond die sangar regtmatig toekomd deselve is 223 Jan N:decaser den is niet ondergereekend geweest bij hun voorige questie, ver„ mits daar omtrend te dier tijd geen disput gevallen is, en daar„ om ook geen mentie gemaakt is geworden bij de resolutie van den 21 Julij 1774 alhier met de vorsten en rijks grooten genoomen Dan vermits den koning van sangar die het doelwit van dompos vorst ten vollen bekend sijnde genoegsaam heeft te kennen gegeeven dat ingevalle den ander hem kwam te versoeken om aldaar sappanhout te kappen bij hem niet soude weijgeren, doch dompo wil sanger daar omtrend niet konnen dus den koning van Dompo om het selve grond bij de sijne te trekken, en in possessie te krijgen bij uwel Edele agtb: heeft geadduesseert, dit sijnde de reedenen wel Edele agtb: heer die dompo bewoogen heeft om met nieuwe preetentie teegens sangar voor den dag te koomen. Hande op dompo woonagtigen wij lieden heb ik belast om in het vervolg hunne verpligte dienst aldaar te presteeren enden panghoeloe der malaijers alhier ginter direct met hunlieden daar omtrend niets meer te bemoeijen. Laastelijk Van Macasser den Laastelijk ten aansien van de overige vorsten niets te nooteeren vallende als alleenlijk hier bij meldende dat den Jong koning van bina op den 26 november Ao p:s besneeden is geworden, en indesen jaare als koning staan te proclameert op gekroond teworden, en hier meede verhoope uwel Edele agtb: brieven ten vollen se„ antwoord hebbende ik de Eere na alvoorens uwel Edele agtb: dierbaare persoon nevens sComp: swaarwigtige belangens in de protexsie des alderhoogsten aanbevoolen hebbende mij met alle Eerbied te onderschrijven /:onderstond:/ wel Edele agtb: heer /:lager/ uw wel Edele agtb: onderdanige en trouw schuldige dienaar /was geteekend/ A: Eecerp. /in margine/ bima In s Comp: vetting den 28 februarij 1757 /onderstond/ Accordeerd /was geteekend/ H: B: hodenpijl. Van 225 Van Macasser Den Aan den wel Edelen Agtb: Heer Paulus Godofredus van der voort Gouverneur en directeur deeser custe celebes Wel Edele Agtb: Heer Ter g'eerde ordre van uwel Ed: agtb hebben wij ons heeden morgen verseld van twee bouijte gecommitteerdens synde den glaurang bon„ toala en den anak Caaeng lanaoeng begeeven na het goate hop en den koning neevens de daar vergaderde rijksgrooten voorgehouden hoe de Compagnie van bonij over een gekomen waren om te samen gecommitteerdens na goa te senden ten eijnde het sentiment van sijn hoogheijd en rijks grooten afte vragen nopens den bekenden swenver sankilang die sig uitgeevende voor den na ceijlon gereligeerden koning seedert dat hij van de suid van de negorij barana verdreeven is, sig in borisallo onder het Macassaars gebied ophoud en allerlij gewel„ denarijen aan regt sonder dat men eenige beweeging siet maeken om hem aan te tasten ten eijnde hem van daar te verdrijven of des mogelijk van kant te helpen onder verder tekennen gave uwel Ed: agtb: nogmaals verseekeren konde dat sijn voorgegeeven als waar hij Van Macasser den hij de voorn: geweesen koning valth was gemenkt de Jongst er langd tijding dat deese sig in de verweekene maand december passato nog op Ceijlon hadde bevonden en hij sankilang dus niet anders dan een swerver waare Den koning heeft hier op selfs gerepliceerd dat sijn hoogheijd neevens de rijksgrooten voor twee dagen waeren over een gekomen om na het eijndigen hunner maand maedde die albereeds begonnen was en door haar voor hunne beste maand gehouden wierd den dag te sulle bepalen wanneer sij meerm: sankilang gesamentlijk souden aantasten dat sij schoon de compagnie haar sulx met verseekerde niet geloofd hadden dat den geweesene koning van goa van Ceijlon te rug gekomen soude sijn ter saake men geen voorbeeld konde aantoonen dat eene door de Comp: naelders gerelegeerde weeder ons te rug gekomen en dat daar de Comp: sig deese saak so seer aantrok men met konde denken hoe seer het de macassaeren moest ter herten gaan en sig vervolgens tot de rijksgrooten gewend en hun gevraagd hebbende wat sij op het voorz aan ons te seggen hadden antwoorde de Tomilalang uitnaam der verdere rijksgrooten dat sij niet meer als eenen en geenen andere als den teegenwoordigen koning hadde onder wien sij stonden en dat schoon hij sankilang ook den geenen mogt sijn waar
English
Jan Makassar the for which he passed himself off, they would nevertheless for those reasons have to attack him, as they could not have two kings at the same time, which statement was subsequently mainly repeated by Glarang Mangasa also on behalf of the other grandees of the realm, adding that according to the Bungaya contract they were obligated to attack him, that whoever made himself an enemy of one of the three allies, the Company, Boni or Gowa, must also be an enemy of the two other allies, and that they thus only awaited orders from their king, which was also repeated by Glarang Tombolo. After this, the king having asked the Boni delegates whether that was also not maintained in Boni, namely that whoever made himself an enemy of one of the three allies must also be considered an enemy of the two others, Glarang Bontoaso answered yes. Finally, upon taking our leave, the king said further that after the end of the aforementioned month of Mawlid he would come in person to Your Honorable Worship, and after the aforesaid as well as the aforementioned grandees had each repeated once again what he had said, he requested us to report it as such to Your Honorable Worship, which we have the honor to do hereby, in the hope of having hereby complied with the honored intention of Your Honorable Worship, while for the rest we take the liberty to call ourselves with the most complete respect, below stood, Honorable Worshipful Sir, lower, Your Honorable Worship's humble and faithful servants, was signed, C. Kraane and A. Rosselet, in the margin, Makassar the 17th April Anno 1777, below stood, agreed, was signed, H. B. Hodenpijl. From Makassar the Instruction for Sergeant Johan Christoffel God departing in company of Corporal Hendrik Stolberg and three common soldiers along with two Amboinese to Buton for the eradication of the clove and nutmeg trees that are to be tracked down everywhere in that realm and subordinate islands. Honorable, pious. Whereas you have already several times been employed alongside Sergeant Steijmbag in the commission mentioned in the heading of this document, and therefore, as we trust, will have acquired the necessary knowledge to execute the same, we have decided to assign it to you this time, and will therefore let this serve as your instruction, keeping it brief for the cited reasons, in the expectation that you will make every possible effort to fulfill the essential intention and give us complete satisfaction in all respects. As soon as you have arrived at Buton, you must, while handing over the 150 Spanish rixdollars that are given to you, make known to the king in our name the purpose of his arrival, and at the same time request him not only to provide him with the necessary vessels and people to make the expedition, but also that your guides, be they interpreters or others, may be most earnestly ordered to have you brought to all places where either spice trees are found or where they are suspected to be found, both on the land of Buton itself and on the subordinate islands, principally mentioned in the extract from the contract of the Company in the realm that is handed to you alongside this as being the foundation upon which the commission rests, and next to which we also add an extract from the description of Dr. Valentijn along with the distinction and drawing of clove and nutmeg trees, which the crossing Amboinese, however, knowing them completely, upon discovery must point out to be eradicated and consumed by fire without leaving the least branch or sprout standing, while you alongside Corporal Stolberg and the other soldiers will have to make it your work to also learn to recognize the aforementioned trees in order to be able to be employed fruitfully in this commission in the future. For distribution to the forest-runners when conducting the land marches, 25 rixdollars being also given to you, a record thereof will have to be kept in the daily journal or the report to be made to us as soon as you will be able to return here, which we would like to see happen before the breaking of the wet monsoon, during which nothing can be carried out anyway, and upon which you will have to insist with the king just as we have done in our letter that departs with his presently returning vessels. We could conclude with this, but since the Company is very concerned to know what is going on at Buton, we thus order you to keep an accurate oversight thereof, especially on matters of importance and in particular on the appearance of foreign European ships, against whose admission, in case any should come, you will have to protest most earnestly to the king, as well as against that of all kinds of smugglers and illicit traders, who are heard to be admitted to trade more and more without fear despite the solemn promise in the contract, and among whom especially stand out the Mandarese, Wadjoese, and Buginese, who, extending their navigation to the entire Straits of Malacca and thereabouts, yea to the West Coast of Sumatra, import all kinds of textiles and opium as well as pepper and other contraband goods
Dutch transcription
127 Jan Macasser Den waar voor hij sig uitgaf sij egter om die reedenen hem soude moeten aantatten als geene twee koningen te gelijk kunnende hebben wel„ ke gesegde vervolgens door glarnangs mangasa almeede uitnaam der verdere rijks grooten principalijk wierd herhaald met bij voe„ „ging dat sij volgens het boen ngaijse contract verpligt waren hem aan te lasten dat den geenen die sig tot vijand van eene der drie bond„ genooten de compagnie bonij ofte goa aanstelde ook een vijand vande twee andere bondgenooten moest sijn en dat sij dus maar ordres van hun koning verwagteden het geen door glaurang Tombolo: meede herhaald wierd. hier na den koning aan de bonijse gecommitteerdens gevraagd hebbende of bij bonij dat ook niet onderhouden wierd namentlijk dat den geenen die dig vijand van eene den arie bondgenooten stel„ de ook als vijanden van de twee overige moest worden aangemenkt antwoorden glarrar: g bontoaso van Ia Eijndelijk heeft aen koning bij het nemmen van on afcheit nog gesegd na het eindigen van voorm: maand maoedoe bij uwel Edele agtb: selfs in persoon te sullen komen en na het voorsz: to wel als de voorm: rijksgrooten ieder het geene hij getegt hadde nog eens te hebben gerepteerd ons versogt het sodanig aan uwel Edele agtb Instructie agtb: te rapporteeren het geen wij de der hebben bij deesen te doen inhoope van hier meede aan de g'Eerde intentie van uwel Edele agt: teshullen hebben voldaan terwijl wij voor het overige de vrijheijd neemen ons met de volmaakste Eerbied tenoemen /onderstond/ wel Edele agtb: heer /:lager/ uwel Edele agtb: onderdanige en trouwschuldige dienaaren /was geteekend:/ C:s kraane en A: Rosselet /in margine / macasser den Ao 1777 17: april A:o 1777. / onderstond / accordeerd /was geteekend:/ H: B: hodenpijl Van Macasser den 229 van Macasser den Jnstructie voor den Zerge„ geant Johan Christoffel God vertrockende in gesel„ schap van den Corporaal Hendrik Htolberg en drie gemeene militairen nevens twee Amboineesen na Bouton ter uijtroeijing van de Nagel en Noote boomen die alomme in dat rijk en onderhoorige Eij„ landen op te speuren zijn Eersaeme vroome Dewijl us rees verscheijdene reijsen neevens den sergeant steijmbag sij't g'emplooijeert geweest in de commissie in hoofde deeses vermeld en dierhalven soo wij vertrouwen de noodige kennisse sal Van Macasser den sal hebben g'acquireert om deselve uit te voeren hebben wij beslooten die aan uE ditmaal op te dragen en sullen dierhalven deesen laten dienen tot desselfs instructie m de aangehaalde reedenen de kortheijt betwragten de inverwagting dat uE alle mogelijk de voiren sal aanwenden om aan de weesentlijke intentie te voldoen in ons in alleen opsigte volkomen genoegen te geeven. so ara uE te bouton sal sijn geariveert sal ul den koning onder ter handstelling vande 150 rd:s spaans die uE worden meede gegeeven, uit onsen naame het oogmerk sijner komste moeten bekend maaken en teffens versoeken om hem niet alleen de noodige vaartuigen en volk te besorgen tot het doen van de togt maar ook dat aan uwe ge„ leijders het sij tolken of anderen ten aller ernstigste mag worden gelast om uw op alle plaatsen te doen brengen daar of specerijen boomen gevonden worden of daar men vermoed dat z te vinden sijn soo wel op het land Eijlanden van bouton selve als op d' onderhoorige ten principaale vermelt bij het extract uit het son„ tract de Comp: in het rijk dat uE nevens deesen word terhand gesteld als het pundament sijn de waar op de Commissie berust 231 Van Macasser den berust en neevens het welke wij nog voegen en uittrec„ sel uit de beschrijving van d valentijn mitsgaders des onderscheijde en afteekening van nagul en noote boomen die de overvaarende amboineesen egter vol„ komen kennende bij ontdecking dienen aan te wijsen om uitgeroeijt en door het vuur vermeld te worden sonder het minste telije of spruijtijen te laaten staan terwijl uE nevens de Corporaal stolberg en verdere militairen hun werk sullen moeten maken op gemelde boomen almeede te leeren kennen ten eijnde in den aanstaande met vrugt tot deese Commissie g'emploijeert te kunnen worden. Tot uit deeling aan de boslopers bij het doen der landagter aan uE meede gegeeven wordende 25: rd:s sal daar van aanteekening dienen gehouden bij het Dagregister of het rapport aan ons te doen bo ara uE alhier salweerken te rug te komen dat wij gaarne souden sien dat geschiede voor de door breeken der wett mousson en dewelke er dog niets kan worden uitgevoerd en waar op Van Macasser den op uE bij den koning sal moeten aandringen soo als wij sulks hebben gedaan bij onsen brief die met sijne thans retourneerende geleeten afgaat wij sonden hier meede kunnen besluiten maar vermits de comp: er veel aangeleegen legt om te weten wat er te bouton omgaat, so gelasten w uE daar op reben nauwkeurige toesigt te houden voor al op saken van belang en wel inbonderheit op de verscheijning van vreemde Europeeshe scheepen teegen wel„ „ker admissie bij aldien er Eenige komen mogten uE bij aen koning ten aller Ernstigste sal hebben te protesteeren gelijk ook teegen die van allerhande sluikers en morshandelaars welke men verneemt dat langs hoe meer onbeschroomt ten handel toegelaten worden in weerwil van de plegtige belofte bij het contract en onder welke insonderheijd uitmunten de manahareesen wadjoreesen en bougineesen die hunnen vaart tot geheel instraat malacca en daar omstreeks Ja tot west Cust van sumatra uitbreijdende allerleij lijwaten en amphioen mitsgaders peeper en andere verbondene waren
English
From Macasser The goods, to the considerable prejudice of the Company's trade, and therefore ought to be prevented as much as possible, as well as the Ceram people who now and then also call at Bouton with spices, who, whenever you see an opportunity to do so without risking too much, may freely be engaged and reported; whereas, on the contrary, you are earnestly warned to leave unmolested the lawful traders or those who only carry provisions, and likewise the inhabitants of the villages where you shall arrive, just as you shall also need to guard yourself against all other unlawful actions whereby the king or others could be given reasonable cause for complaint, all on pain of rigorous punishment upon finding the contrary, which we hope we shall not encounter, but that you, as a dutiful servant, will apply yourself to succeed in everything to the best of your ability in the objective of your commission, which we grant that, in the event of your death, shall devolve upon the corporal Stolberg, while we To we, in conclusion, once again recommend to you always to observe the necessary caution in all undertakings, as well as to be vigilant and on your guard, and for the rest, after wishing you a successful outcome, we remain, underneath, your friends, was signed, P: G: van der voort, B: reijke, J:s Dieterich, J:s raket, J: H: voll, C: kraane, R: Houque, and A:r rosselet, in the margin, Macasser in the castle Rotterdam, the 18th of April 1777, underneath, Agrees, was signed, H: B: hodenpijl. From Macasser the 235 From Macasser the To the king and grandees of Bouton After customary compliments Furthermore, we make known by this that we have duly received from the hands of Your Highness's now returning envoys Your Highness's letter of the 25th of the month of Shawwal of the year 1198, alongside which thirteen head of slaves were delivered to us by the envoys, among whom three were found who were far too old and weak to be accepted by us, and we consequently had them returned, in the expectation that Your Highness and grandees will send three others in their place, as we request, in order to see at last a complete settlement of the debt. As for the contents of the letter from Your Highness From Macasser the Highness and grandees, we have been willing on this occasion to accommodate the long detention of our commissioners sent thither in the past year for the extirpation of spice trees, but for the future we hope, and therefore wish to have admonished Your Highness, to send them back early, namely at the end of the east monsoon, as was formerly customary and is also extremely fair, so that the Company's servants are not needlessly detained to their detriment. That Your Highness and grandees had dispatched an embassy to Their High Mightinesses at Batavia with the aim of requesting permission for the purchase of gunpowder and lead, and having obtained such, to attack those of Calesoesoe and bring them into subjection, was very pleasing for us to see, and we therefore wholeheartedly wish that Your Highness and grandees will successfully prosper in your intention; yet we find it very strange that Your Highness 237 From Macasser the Highness and grandees once again say that you only now know for certain that those peoples were complicit in the plundering of the cargo of the Company's sloop Nooteboom wrecked there, since this was already fully known to us shortly thereafter and we ourselves had written to Your Highness previously. No less groundless appears to us the excuse that Your Highness and grandees put forward regarding the admission of illicit traders and smugglers, who, even according to general reports last year, were again present in great numbers both in the Bouton roadstead and in other harbors, which is clear proof that preventing them cannot be an earnest matter for Your Highness and grandees, especially considering that the passes of all arriving vessels need only be demanded in order to discover which are the permitted traders and which, on the contrary, are smugglers and illicit dealers; from which it follows that Your Highness's and the grandees' profession of not from Macasser the otherwise having known whether those noticed there came from Bima or Batavia must seem incredible, while it is irrelevant that the sergeant would not have spoken a word about it, since this has happened many times before, yet always just as fruitlessly as we have hitherto in vain insisted upon the prevention of the smugglers, as we then also do again by this, therefore also most strongly admonishing Your Highness and grandees to cause all such persons immediately to depart and not to tolerate that they come ashore, much less sell their wares. As for the cannons that were fished up by Your Highness's people from various Company ships wrecked near Bouton and have been withheld up to now, it is so far from the case that Your Highness and grandees would be entitled to appropriate them for yourselves that we consider the same to be a breach of the contract and the friendship subsisting thereon.
Dutch transcription
233 Van Macasser Den waaren aanbrengen tot merkelijke prejuditie van scompa„ gnies handel en dierhalven so veel doenlijk dienen te wor„ den geweert, gelyk ook de cerammers die nu in dan ook als op bouton aangieren met specerijen dewelke wan„ neer uE daar toe kans mogten sien sonder nogthans te veel te hazardeeren vrijelijk aangelast en vermeld mogen worden waar en tegen uE ernstig gewaar„ schouwd worden de goede handelaars of die alleen leevens middelen in hebben ongemoletteert te laten en so meede d' Jnwoonders op de negorijen daar uE sal aanko„ „men gelijk uE sig ook sal dienen te wagten voor alle andere ongeoorloofde handelingen waar door aan de koning of anderen billijke reedenen van klagten sou„ den kunnen worden gegeeven alles op peene van rigou„ reuse straffe bij bevinding van het tegendeel dat wij verhoopen niet te sullen ontmoeten maar dat uE als een erleevend Dienaar sig sal toeleggen om in alles navermogen te slagen in het oogmerk sijner Commissie dewelke wij begeeven dat in cas van uE over„ lijden sal overgaan op den corporaal stolberg terwijl wij Aan wij uE ten besluite nogmaals recommandeeren omsteeds in alle onderneemingen de noodige voorsigtigheijd in agt te neemen mits„ „gaders waaksaam en op hoede te sijn, en voor het overige na toewensching van een geluckig suices verblijven / onderstond/ uE vrienden /:was geteekend/ P: G: van der voort/ B: reijke J:s Dieterich, J:s raket, J: H: voll, C: kraane R: Houque en A:r rosselet / in margine/ macasser in 't casteel rotterdam den 18 april 1777 /onderstond/ Accordeert /:was geteekend/ H: B: hodenpijl. Van Macasser den 235 Van Macasser den Aan den koning en Rijksgrooten van Bouton Na gewoone Complimenten Wijders maken wij bij deesen bekend dat wij uit han„ „den van uw hoogheid thans te rug keerende gesanten wel ontfangen hebben uw hoogheid brief van den 25: der maand sauwal des Jaars 1198 nevens dewelke ons door de gesanten sijn overgeleevert derthien koppen slaven waar onder er arie sijn gevonden die veel te ouden swak waaren om door ons geaccepteert te worden en wij haar dien volgende hebben doen te rug geeven en die verwag„ „ting dat uw hoogheid en rijksgrooten drie andere inder„ selver plaats sullen senden gelijk wij versoeken om een„ „maal een volkomen vereevening van de schuld te sien wat nu den inhoud van den brief van uw hoog heit Jan Macasserden heijt en rijksgrooten aangaat so hebben wij ditmaal wel willen inschicken delange aanhouding van onse in het voorleeden Jaar na derwaarts gesondene Commitse„ anten tot extripatie van specerij boomen dog voor den aanstaande verhoopen wij en willen uw hoogheijd dierhalven vermaand hebben om deselve vroegtijdig en wel in het laast van de oottmousson te rug tesenden so als voormaals gebruikelijk geweest en ook ten ittersten billijk is ten eijnde sComp: bediendens niet noodeloos tot haar schade worden aangehouden. Dat uw hoogheijd en rijksgrooten een gesandschap haar hoog Edelheedens te batavia hadden gedepecheerd met oogmerk om permissie tot den inkoop van kruit en loot te versoeken en sulks verkraegen hebbende die van calesoesoe te attacqueeren en tot onderwerping te brengen is ons seer lief geweest te sien en wij wenschen dierhalven van herten dat uw hoogheit en rijksgrooten en derselver voorneemen gelukig sullen slagen dan wij vinden het seer vreemd tot uw hoogheit 237 Van Macasser den hoogheijd en rijksgrooten andermaal seggen als nu eerst seeker te weten dat die volkeren handdadig sijn aan het spolieeren van de lading van sComp: aldaar verongelukte Chaloup Nooteboom dewijl sulks al kort daar aan volken bij ons wij uw hoogheijd selfs bevoorens hebben geschreeven Niet minder ongegrond komt ons het excus voor dat uw hoogheijd en rijksgrooten bij brengen over de admissie van morshandelaars en sluijkers die er selfs voorleeden Jaar na de algemeene berigten weder in meenigte so ter boutonse rheede als in andere havenen sij geweest tot een duidelijk bewijs dat het weeren van deselve uw hoogheijd en rijks grooten geen Ernstig moet sijn gemerkt immers de passen van alle de aankomende vaartuigen maar behoe„ ven te worden afg'eijscht ter ontdecking welke de gepermitteerde handelaars en welke daar en tegen sluikers en moussers sijn waar uit volgt dat uw hoogheits en rijksgrooten betuiging van met anders van Macasser den anders te hebben geweeten of de aldaar gemerkt sijnde kamen van bima of batavia ongelooflijk moet voorkomen terwijl het niets ter saeke dat den sergeant daar over geen woord gesprooken soude hebben dewijl sulks veel maal bevoorens dog altoos so wel vrugteloos geschied is als wij tot hier toe te vergeefs op het weeren des sluikers aangedrongen hebben gelijk wij dan ook weeder doen bij deesen uw hoogheit en rijksgrooten, dierhalven almeede op het kragtigste vermaande om alle de sodanige dadelijk te doen vertrecken en niet te ge„ doogen dat sij aanland komen veel min hunne wharen verkopen. wat nu de Canons betreft die van verscheijde omtrend bouton verongelukt sComp: scheepen door uw hoog heijts volkeren opgevischt tot nu toe sijn aangehouden is het er so verre van dan dat uw hoogheijt en rijktgrooten souden geregtigt weesen om sig deselve tot 't eijgenen dat wij het selve reekenen als een schending van het Contract en daar op subsisteerende vriendschap
English
From Macasser, the friendship between the Company and the Bouton kingdom, not to mention that Your Highness and the grandees of the realm, after having left all the admonitions unanswered for years one after the other, only now come forward with that contention, at the same time citing the case of the cannon of the ship Noordbeek to substantiate it, although it appears from the letter of the then Governor Abraham Patras that the detention of those cannon was favorably granted for the journey upon Your Highness's urgent request and expressed embarrassment in order to equip the fort with them, without it stating that it would not be proper for the Company to use cannon from wrecked vessels, as Your Highness and the grandees of the realm add; whereas, on the contrary, in response to Your Highness's absurd question as to where else they would obtain cannon from than from the Company, it was said that one, being in need, ought to request the Company to be assisted therewith, which contains no acknowledgment or consent whatsoever that those from all ships which meet with the misfortune of stranding would belong to Your Highness and the grandees of the realm, but that on the contrary all salvaged goods of whatever kind are to be returned, as is also clearly said in the aforementioned letter, with the addition, however, that the Company was accustomed to give a fair reward to those who demonstrated their assistance in the salvaging, just as this is observed everywhere here with regard to common merchants, so that according to the state of affairs it is determined how much the owners are obliged to pay to those who have helped and saved them, who must surrender everything. For all of which reasons we also hereby persist in demanding the return of the cannon of the Seelelij and other lost ships, with the request that the same may be sent to us, as far as practicable, at the first opportunity, or else upon the return of the commissioners now crossing over again, headed by Sergeant Grod, who, upon safe arrival, will hand over to Your Highness and the grandees of the realm the customary recognition money to the sum of 150 Spanish rixdollars, and to whom we expect all proper assistance will be shown to fulfill the purpose of his mission, the extirpation of all spice trees in accordance with the contract, without being thwarted as has occurred hitherto regarding all previous commissioners under all kinds of pretexts, which seem to have no other aim than to hinder the extirpation, whereas Your Highness's and the grandees' own confession of the obligation which they profess to have toward the Company demands the contrary, and that the commissioners should therefore be brought to the places where trees are actually to be found, which we wish to hope will in future be done uprightly so that the friendship may be increasingly confirmed. The application which Your Highness and the grandees of the realm say was made by the deposed king of Woena to the king of Boni to annex Woena to the kingdom of Boni, we cannot think will have any consequence; nevertheless, we consider the sending of an embassy regarding this to Boni's king to be very prudent and proper. It was subscribed: Written at Macasser in Castle Rotterdam, the 13th of April 1777. Subscribed: Agrees. It was signed: F. B. Hoorenpijl. From Macasser, the To the Military Lieutenant Alexander Zecerl, Commander there. Valiant, Pious, Discreet, In reply to your letter dated the 28th of February last, it briefly serves to state that I can indeed approve the offer to the ruler of Salempaang of one hundred rupees for the vessel that belonged to him and was embezzled by the Sumbawanese, although it would have been more fitting had he estimated the damage suffered thereby himself and demanded compensation accordingly; but that I nonetheless wish to expect that he will be properly satisfied and consequently an end will be made to that affair as speedily as possible, to which end the Sumbawanese will therefore have to be compelled. Regarding the case concerning the Salemboeangang prince, taking it as a reasonable sign of the good disposition both of the Balinese ruler, or rather the one of Karang Asem, as well as the one of Salemparang, you are repeatedly recommended not only to cultivate friendship with the same, but moreover to privately encourage the first-mentioned to conclude a contract, with the exclusion of all foreign Europeans; while in the meantime, however, all requests for free trade in Java and the purchase of vessels there must be referred to Their High Excellencies, in accordance with their esteemed order in the accompanying extract from the separate letter of the 24th of December last, from which you will further see that Their High Excellencies have agreed to the relocation of the post, for the erection of which the materials requested by you together with two masons are being sent over; however, the place where the same will be situated must be determined or clarified, and if possible provided with a map of the island of Sumbawa, showing the location of the post and the main settlements of the rulers, the procurement of which is therefore recommended to you. Further
Dutch transcription
239 Van Macasser den vriendschap tusschen de comp: en het boutonse rijk om niet te spreeken dat uw hoogheijd en rijks„ grooten na alle de aanmanningen nu Jaren agter den anderen onbeantwoord te hebben gelaten eerst als nu met die sustenue voor den dag komen te gelijk het ge„ val van de canons van het schip noordbeek bij brengende om deselve te staven daar nogthans uit den brief van den toenmaligen heer gouverneur Abraham Patras blijkt dat de aanhouding van die canons op uw hoogheijts instan„ tig versoek en betuigde verleegentheid om deselve ten eijnde daar meede het fort te monteeren voor de reijse gunstig geaccordeerd is sonder dat er bij staat dat het niet betamelijk soude weesen dat de Comp: Canons van veronge„ lukte bodems kwam te gebruiken gelijk uw hoogheijt en rijksgrooten en bijvoegen; terwijl daar en teegen bij de„ selve op uw hoogheijt ongereijmde vraage waar sij anders Canons van dan souden halen als van de Compagnie getegd word dat men verleegen sijnde de C Compagnie behoord te versoeken om daar meede g'assitteert Jan Macasserden g'assisteert te worden 't geen gantsch geen en kentenisse of toestemming behelst als of die van alle scheepen welke het ongeluk overkomt van te stranden uw hoogheijds en rijks„ grooten souden toebehooren maar dat in teegendeel alle op gevisht wordende goederen van wat nam dien en te rug ge„ „geven te worden gelijk dan ook dudelijk bij voormelde brieff gesegt word met bijvoeging nogthans dat deComp: gewoon was een billijke belooning te geeven aan de geene die hunne hulpe tot het opvissen hebben beweesen gelijk sulks hier alomme ten aansien van de gemeene handelaars g'observeert word sodanig dat na den toestand der saaken bepaald is hoe veel d'eijgenaars verpligt sijn te voldoen aan de geene die hun geholpen en gereed hebben die aen alles moeten overgeven om alle welke reedenen wij ook ons als nog alterug gave van decanons van de seelelij en andere gebleven schepen bij deesen aandringen met versoek dat deselve ons mogen worden toegeschikt in so verre doenlijk met de Eerste ge„ leegentheijd of wel het retour van de Commissianten dithans weeder overgaan aan het hoofd hebbende den sergeant grod die 241 van Maccasser den die aan uw Hoogheijd en Rijksgrooten bij behoude overkomst sal ter handstellen de gewoone recognitie penningen ter somma van 150 rd„s spaans en denwelken wij verwagten dat alle behoor„ „lijke dssistentie zal worden bewesen, om te voldoen aan hetorg„ merk zijner zending de uijtroeing van alle specerij boo„ „men over een komstig het contract, sonder zodanig getroversoert te worden als tot hier toe omtrend alle voorgaan„ „de commissianten geschied is onder alle n leij voor wendselen, die geen ander doel schijnen te hebben aan de uijtroering te„ verhinderen, daar de eijgen bekentenis van de verpligting die uw Hoogheijd en Rijksgrooten, tot de compagnie be„ „tuijgen te hebben het tegendeel vorderd en dat den com„ missianten oversulks gebragt wierden op de plaatsen door werkelijk boomen te vinden zijn 't geen wij ver„ loopen willen dat voor het vervolg aprechtelijk geschieden sal opdat de vrondschap door meeren meer moge worden bevestigt. Het aanzoek dat uw Hoogheijt en Rijksgrooten zeggen door de afgezetten koning van woena gedaan te zijn bij den koning van Bonij om woena aan het bonijs rijk te accrocheeren kunnen wij met denken dat van gevolg zijn zal, nog thans houden wij de bezending door over aan Bonijs koning zeer voorzigtig en gepost. /:onderstond:/ geschreeven te Macasser in 't Casteel Rat„ „terdam den 13:e April 1777 /:onderstond Accordeert /:was geteekend:/ F=k B:s Hoorenpijl. Maccasser den van 243 Maccasser den van Aan den Lieutenant Militair Alexander Zecerl. commandeur aldaar Manhafte vroome, Discreete In ontwoord van uE schijvend de dato 28 februarij jangst: leeden dient kartelijk dat ik d' aanbiering aan salempaangs vorst van een hondert Ropijn voor het vaartuijg dat hem toebehoord hebbende, door de sumbauwareesen ver„ duijstert is, wel passeeren kan schoon het gevoeglijker waar geweest dat hij zijne daar door geliedene schade zelfs begroot en ausdanig vergoeding gevordert had„ de, dog dat ik in allen verwagten wil, dat hij behoorlijk te vrede gesteld en gevolgelijk ten spoedigeten en eijnde van dat historiaal sal gemaakt worden, waar toe de sumbauwareesen dierhalven sullen dienen te worden geconstringeert. „Het geval omtrend den Salemboeangangs prinswilles metrs: vooreen billijk houdende van de goede gezindheijt zo van Nden van Maccasser om van den balijs vorst of eigentlijk die van kanrang Assong als die van Salemparang, blijft uE: bij recteratie met al„ „leen aanbevoolen om de vriendschap met dezelve te cultivee ren maar daar en boven om den eerstgemelden als nog on„ der de hand aan te zetten tot het sluijten van een contract, met uijtsluijting van alle vreemde Europeesen, terwijl in tusschen nogthans alle versoeken om een vrijen handelops Java en het inkoopden van vaarthuijgen aldaar aan haar Hoog Edelhedens zullen moeten worden gerenvoijeert, conform hoog derselver g'eerde ordre bij het overgaande Extract aparte brief van den 24. decem„ ber: pass:o waar bij uE wijders geblijken zal dan haar Hoog Edelhedens in de verplaatsing der post hebbende bewilligt, ter opregting van welke de door UE gerequireerde materia„ len nevens twee metscharen overgaan, nogthans de plaats daar deselver sal gelegt worden begeeven of elucibeert te weesen en om dat doenlijk van een kaart te worden voorsien van het Eijland Sum bauwa de lagging der post en hoofd negorijen der vorsten welker bezorging uE dierhalven recom„ mandeeren. voorts
English
From Makassar the Furthermore, it appears from the said extract that Their High Mightinesses, approving of my proposal to encourage the princes of the outer coast to equip cruisers against the Ceramites and other smugglers who render their coasts unsafe, will leave the vessels to them when making prizes, and for the crew, provided they are not defective, pay thirty rix-dollars per head, as well as for the spices the following: for the fine nutmegs 42 rix-dollars per lb. for the mace 18 rix-dollars per lb. for the wild nutmegs 33 rix-dollars per lb. provided they are good, of which your Honour must notify the princes, urging them in all earnestness to pursue the smugglers. Holding myself satisfied with what was communicated regarding the rice which the King of Bali previously wrote in one of his letters that he would send hither, I consent to your Honour's request to take over the received one last for thirty rix-dollars, which small sum will consequently have to be accounted for in your cash account. Furthermore, with regard to the local princes, I take special note for communication of the completed circumcision of the King of Bima, and that the same was to be proclaimed as king this year; and deeming it well done that your Honour has ordered the free men residing in Dompo to perform court service henceforth according to their duty, as well as forbidding the Pengulu of the Malays from interfering further with them, I would also recommend your Honour to do his best to settle the newly arisen dispute between this prince and that of Sangar, or at least to prevent further difficulties from arising, which I could the less expect if the matter were truly as your Honour states, considering that Dompo's prince has appeared to us too discreet and too pliable by nature not to let himself be persuaded when your Honour encourages him to request the use of the piece of land called Sandoe E from Sangar. Finally, with regard to Sumbawa, I wish to hope that your Honour will be able to persuade the King to come hither after all, or else that in the event of further unwillingness, the grandees of the realm will fulfill their promise, since it cannot consist at all with the Company's respect to be blessed with so much contempt from that prince any longer. Wherewith, after greetings, I remain, your Honour's good friend, was signed: P. G. van der Voort. In the margin: Makassar in Castle Rotterdam, the 18th of April 1777. Lower: P.S. The enclosed letters for the kings and grandees of the realm your Honour should address at the earliest opportunity, while the copy of the same is added hereto for your Honour's information. Underneath: Agrees, was signed: H.k B.s Hodenpijl. From Makassar the To the Kings of Bima, Dompo, Tambora, Sangar, and Papekat, together with their grandees of the realm. After the usual preamble. Furthermore, this serves to make known to our friends that it has pleased Their High Mightinesses the Governor-General and the Council of the Indies to have the Company's post at Bima relocated, for which purpose orders have accordingly been given to the commander. Then, since our friends according to the contracts have undertaken in such case to supply the necessary timber for construction and the workmen, notification of this intention is hereby given to the same, in the expectation that everyone on his part will show himself willing and ready to fulfill their obligations, so that the work may be completed as soon as possible, which will bring much pleasure to Their High Mightinesses and at the same time serve to gain the favour of the Company in general and Their High Mightinesses in particular, who will always strive for whatever may be conducive to the welfare of Your Highnesses' lands, persons, and subjects, of which we assure our friends hereby. Underneath: written in Makassar in Castle Rotterdam the 18th of April 1777. Underneath: Agrees, was signed: H.k B.s Hodenpijl. From Makassar the 251 To the Right Honourable Paulus Godofredus van der Voort, Governor and Director of this Coast of Celebes. Right Honourable Sir, Pursuant to the honoured order of Your Right Honour, we the undersigned betook ourselves this morning to the King of Tallo and her, and together with the grandees of the realm assembled there, with friendly greetings from Your Right Honour, made known: That we were sent by Your Right Honour in the name of the Company to inquire into her sentiment regarding the well-known vagabond Saukilang, who, posing as the King of Gowa relegated to Ceylon, since he was driven from the south out of the negorij Barana, now resides in Barisallo under the territory of the Macassars, and there continues to commit all kinds of violent acts, without anyone being seen to make any move to destroy him or drive him from there, while Your Honour...
Dutch transcription
2451 Van Maccasser den voorts komt bij het gemelde extract te Consteeren dat Haar Hoog Edelhedens met approbatie van mijnen voorstel om de overwalsche vorsten aante moedigen tot het uijtrusten van kruijssers tegen de Cerammers en andere smokelaars, die haare kusten onvijlig maken aan deselve bij het maken van prijsen sullen laten, de vaartuijgen, en voor de manschap mits niet gebreekig zijnde betalen dertig rd„s per kop mitsga„ ders voor de specerijen 't volgende als. 42 Mb„r 1lb. voor de Jalij 18 „ „ „ 33. „ „ „ „ „ magulen wel verstaande dat goed zyn, waar van uE: de vorsten sal moeten kennisse geven, hun met alle ernst aan„ spoorende om de sluijkers t' ogterhaten Mij met het bedeelde noppens de rijst die den koning van Balij bij een zijner brieven bevorens geschreeven heeft herwaarts te senden voldaan houdende Consenteere ik in uE: versoek om d' ontfangene een e last voor dertig „ „ noten - - - - Rijijd=r S - Van Maccasser den Rijxd„s over ter noemen, welk sommatje bij uld Cassa ree„ kening gevolgelijk sal moeten worden verantwoord Wijders neeme ik met opsigte tot de landsborsten in het bij sonder voor Communicatie aan de volbragte be„ snijdenisse aan den koning van Bima en dat den selven in dit Jaar als koning stond gepro„ Clameert te worden, en voor wel gedaan houdende dat uE: de op Dompo woonende voijlieden heeft gelast voortaan na pligt hof dienst te verrigten mitsgaders den Pongoeloo der maleijers g'interdiceert zig met hum verder te bemoeijen zo wel ik uE: ge„ recommandeert hebben om zijn best te doen ten eijnde het nieuw ontstaane disput tusschen deese vorst en die van Sangar te verevenen ten minste te prevenieeren dat 'er geen verdere moeijelijkheden uijtkomen te ont„ staan het geen ik te minder vermogten kon als het met de zaak waarlijk indiervoe„ gen gelegen zijn als uE: deselve opgeeft, ge„ merkt Dompos vorst wij te discreet en te - 243 Van Maccasser den te buijgbaar van aard is voor gekomen om zig niet te laten gezeggen monneeren uE hem komt te animeeren het gebruijk van het stuk gronds sandoe E ges„ „naamt van Sangak te versoeken Eijndelijk wel ik met betrecking tot Sumbauwa verhoopen dat uE: den Koning sal kunnen disponeeren als nog herwaarts te komen, dan wel dat bij verdere onwillig„ heijt, de rijksgrooten hunnen belofte zul„ len volbrengen, dewijl het gantsch met sComp respect niet bestaan kan, door dien vorst nog langer zo veel kleijnog„ ting besegend te worden Waar meede na groote blijve /:onderstond:/ uEd goede vriend /: was geteekend:/ P: G: van der voort /:in margines:/ Macasser in 't Casteel Rotterdam den 18: April 1777. /:lager P: S: de Jnlaggende Van Maccasser den Jnleggende brieven voor de koningen en Rijk„ groten sal uE ten eersten addres dienen te geven terwijl de Copia van deselve ter uE narigt deeser word bijgevoegd /:onderstond:/ Accordeert /:was geteekend:/ H:k B:s Ho„ den pijl. 249 van Maccasser den Aan de Koningen van Bi„ ma Dompo Tombora, San„ gar en Pekat, nevens der„ selver Rijksgrooten Na gewoone voorreden Wijders dient desen om onse vrienden bekend te maken dat het Haar Hoog Edelhedens den Heere gouverneur generaal ende Hee„ ken Raden van Indien behaagd heeft om 's Compagnies Post te Bima te doen ver„ leggen waartoe dierhalven aan den Com„ 19 man dant ordre gegeven is. Dan vermits onse vrienden volgens de Contracten aangenomen in zodanig geval daar toe het nodige hout, ten op bouw en werk volk te leveren, zo word aan deselve van dit voorneemen kennisse gegeven in die verwagting Van Maccasser den verwagting dat een ieder in't zijne zig gewillig en bereid sal toonen tot nakoming van hun gehoudenisse, ten eijnde het werk ten spoedig„ sten voltooyt mog raken, dat Haar Hoog Edel hedens tot veel genoegen en teffens stercken sal om de genentheyd van de Compagnie in 't gemeen en meerm: Haar Hoog Edelhedens in't bijson„ der te verwerven die steeds sullen betragten wat tot den welstand van uw Hooghedens landen personen en onderdaan en vorderlijk sijn kan, waar van wij onse vrienden bij de„ sen verzeekeren /:onderstond:/ geschreeven te Maccaesser in 't Castoel Rotterdam den 18: April 1777 /:onderstond:/ Accordeert /:was geteekend :/ H:k B: Stodenpijl Van Maccasser den 251 Aan den Wel Edelen Agtb Heer Paulus Godofredus van der Voort Gouverneur en Directeur deser Custe Cehebees Wel Edele Agtbare Heer Ingevolgd de g' Eerder ordre van uwel Edele Agtb: hebben wij ondergeteekende ons heeden morgen begeeven de Koningen van Tello en haar nevens de daar vergaderde Rijks of stof grooten onder vriendelijk groete van uwel Edele Agtb: te kennen gegeven Dat wij door uwel Edele Agtb: uijt naam van dE Com„ pagnie gezonden waren om haar sentiment afte vraa„ genonopens den bekenden zwerver Saukilang die zich voor ben na Ceijlon gerelogeerden koning van goa uijtgevende, sedert dat hij van de zuijd uijt de Nego„ bij Barana verdreven is, thans in Barisallo on„ der het gebied der Macassaaren op houd, en aldaar nog voort vaard alderhande geweldenoaijen te pleegen, te pleegen, zonder dat men eenige beweeging ziet maken om hem te veredelgen of van daar te verdrijven terwyl uwel Edele.
English
From Maccasser Your Honorable informed Her Highness that his pretense of being the aforementioned former king was false, because according to the most recently received reports, he was still on Ceylon in the month of December of last year, and this Sankilang is therefore nothing other than a vagabond. Whereupon, without the king speaking, Crain Pattoengeng Glaarang Tello answered in the name of Her Highness that they could not declare themselves on this matter, as they stood under or belonged to the kingdom of Gowa; to the extent that even if that vagabond were to come to Tello, their people would not dare nor be able to lay hands on him without having previously obtained permission from the king and the regent of the kingdom. We replied to this that we were under the impression that Tello was a separate ally of the Company, and that Your Honorable would not have sent us to her if they were not considered as such. However, with the king as well as the dignitaries of the realm persisting in their answer and thus maintaining the contrary, we replied that we would report this to Your Honorable, as we have the honor to do herewith. Trusting to have fulfilled our commission with this, we take the liberty to call ourselves with deep respect, Your Honorable's humble and faithful servants. Was signed, A: Rosselet and G:r Bremer. In the margin, Maccasser, 24 April 1777. Below stood, Agrees. Was signed, H:k B:s Hodenpijl. 253 From Maccasser To the Right Honorable Lord Paulus Godefredus van der Voort, Governor and Director of the Coast of Celebes, etc., etc. Right Honorable Lord, With this, I take the liberty to inform Your Honorable that some time ago, by order of the King of Bonij, the Tomilalang arrived here to settle some disputes concerning the paddy fields, which was done amicably to the satisfaction of both the Company's subjects and the people of Boni, whereupon the said Tomilalang departed again. The head of the so-called people of Anke, named Tosarassa, has also arrived here some time ago, Right Honorable Lord, as he says by order of the King of Boni, in order to offer a helping hand to the Company if such should be necessary, should that so-called Batara Gowa show up with force. However, Right Honorable Lord, until today I have not heard anything of that here, where everything is in peace and quiet. Aroe Teeko, Haoe Saletonga, and the son-in-law of Croeng Gantorang, named Datoe Lawa, are mostly here, but until today they cause not the least trouble to the Company's subjects. For the rest, I take the liberty to call myself with the utmost high esteem and respect, Right Honorable Lord, Your Honorable's humble and obedient servant. Was signed, J:n Monsieur. In the margin, Boelecomba, 4 May Anno 1777. Below stood, Agrees. Was signed, H:k B:s Hodenpijl. From Maccasser 255 From Maccasser To the Honorable Lord Theodorus Boek, Under-Merchant and Resident. Number 8a. Honorable Lord, Herewith I have the honor humbly to advise His Honor that this evening at half past six o'clock, Crain Tandaralilie came here and reported that Crain Borro Sallo sent an envoy to him and let him know that Batara Gowa wanted to come to the land of Tsidoe tomorrow morning at eight o'clock with a force of 5000 men to seize the land, and requested orders as to how he should conduct himself. Whereupon I ordered him to assemble his people as soon as possible and, if violence were done to him, to resist with violence, whereupon he also requested assistance, which I promised him. I also immediately had all the chiefs summoned to order them to gather with their people as quickly as possible, and to go tomorrow with the interpreter Djoennang Maros, who let me know that he also wanted to go with all his people. However, if the interpreter did not go along, he had it said that all effort would be in vain, whereupon I had to allow the interpreter to go along. Just now, Djaanang Maroes sends his envoy once more and lets me know that the Boni Prince Aroe Goeroende sent word to him that two envoys of Batara Gowa, being Aroucau and Arou Limoentsoen, have arrived at Tsidoe to commandeer a house there for the Batara Gowa. Thereupon I ordered Crain Tandaralilie to drive those two envoys away, and to let me know immediately what their house and further intentions were. The same Crain Tandaralilie had requested of me two bottles of gunpowder, 6 flints, and 30 bullets, which I have given him, provided that if he does not use them, he must return them. I have made every preparation for defense here, should it be necessary to offer this deceiver every possible resistance. With which I have the honor to conclude this, requesting that I may call myself with deep respect, Honorable Lord, His Honor's ready to serve and obedient servant. Was signed, Jacob Aolbregt Landorff. In the margin, Maros, 8 May 1777. Below stood, Agrees. Was signed, H:k B:k Hodenpijl.
Dutch transcription
Van Maccasser den uwelEdele Agtb: haar Hoogheijd liet verzekeren dat zijn voorge„ ven van de voorm: gewezen koning te zijn valsch was vermits dese, volgens de Jongsterlangde tyding zich in de maand december anno passato nog op Ceijlon bevonden haden hij sankilang dus niet anders zij als een swerver Waar op zonder dat de koning in spaak, door Crain Pattoengen glaarang Telto, uijt naam van haar hoogheijd wierd antwoord: dat zij zig daar op niet konden de Clasteeren, olzo zij onder het rijk van graes tonden, of gehoorden; in zo verre dat alquam dien zwerver zelfs op Tello zij lieden hem niet zouden dierden of vermogen aante lasten zonder daar toe alvoorens door den koning en Rijksbestieader op goamogt te hebben bekomen Wij Repliceerden hier op dat wij niet beter wisten of Tello was een aparte Bondgenoot van dE Compagnie en dat uwel Edele Agtb: ons niet bij haar zoude gezonden hebben, ingeval zij als zodanig niet wierden geconsidereert dog de koningen zo wel als Rijks grooten bij hun antwoord persisteerende en dus het teegen deel sustinee„ rende, hebben wij g'antwoord daar van Rapport te zullen daar, aan uwel Edele Agtb: gelijk wij d Eer hebben te doen bij desen In hoofde van hier meede aan onse commissie te hebben voldoen neemen wij de vrijheijd ons met diepen Eerbied te noemen (onder„ stond:/ wel Edele Agtb: Hteer/(lager:/ uwel Edele Agtb: onderdanige en Trouw schuldige dienaaren /:was geteekend:/ A: Rosselet en g„r Bremer /:in margine:/ Maccasser den 24: April 1777 /:onderstond:/ Accordeert:/ was geteekend H:k B:s Hodenpijl 253 Van Maccasser den Aan den Wel Edele Agtb Heer Paulus Godefredus van der Voort Gouverneur en Directeur Custe celebees & &:a Wel Edele Agtb Heer. Bij deese ineeme de vrijheijt uwelEd: Agtb: ter ben„ nisse te brengen als dat zeedert eenige tijd uijt ordre van de koning van Bonij alhier gekoomen is d' Tomila„ lang om eenige dispunten omtrent de padij velden uijt de weg te ruijmen 't welk zoo wel ten genoegen van de Comp onderdaanen als d' Boniers in der minne is geschiet, al wanneer gem: Tomilalang weder vertrokken is 'T Hoofd van 't zoo genaamde volk van Anke, Tosa„ rassa genaamt, is meede alhier wel Edele Agtb: heer zedert eenige tijd zoo als hij zegt uijt ordre der Bonijse koning g'arriveert om aan de Comp zoo zulks noodig mogt weezen d behulp saamen had te bieden, wan„ neer die zoo genaamde Pater goach zog magt op doen dog. dog ik heb wel Edele Agtb: hoer tot heeden alhier waar alles in rust en vreede is, daar van nog niets vernoomen Aroe Teeko, Haoe Saletonga in de schoon zoon van Croeng gantorang, Datoe Lawa genaamt zijn meeste alhier, dog doen tot heeden aan de Comp onderdaanen gaan de minste overlast voor 't overige neem de vrijheyjd met de uijterste hoog agting en eerbied mij te noemen /:onderstond:/ wel Edele Agtb: Heer /:lager:/ uwelsd Agtb onderdaanige gehoorzaame en Dienaar /:was geteekend:/ J„n Monsieur /in margine :/ Boe„ lecomba den 4. meij Ao 177 /:onderstond:/ Accor„ voert /:was geteekend:/ H:k B:s Htodenpijl Van Maccasserden 255 Maccaesser den Van Aan den Wel Edelen Heer Theodorus Bochh onder Coopman en Resident No: 8a Wel Edele Heer Hier meede hebbe de Eer sijn wel Edelen needrigot te advissee ren, dat deesen avond om half seven uure Cram Tanderalilie hier gekomen is, en geapporteert, dat Crain Borro Sallo aen sendeling bij hem gestuurt en liet hem weeten, dat Battava goa morgenagtent om agt uuren op het land van Tsidoe wil„ „de Comin, met een mogt van 5000: man om het land in tenee„ men, en versoek te om ordre, waarna hij hem te gedragen had waar op ik hem gelast hebbe om spoedigst sijne vol„ keren bij een beroepen, en soo hem gewelt aangedaan woad„ met geweld te keer te gaan, waar op hij ook om hulp ver„ soekte zoe ik hem belooft hebbe, en ook inmediaat alle Hoofden hebbe laaten roepen om haar te ordonneeren ten alderspoedigsten met haar bij malkander te komen, en op morgen met den tolken DJonnang Maros, die mij liet woeten, dat hij ook met al sijn volk wilde na toegaan Van Maccasser den toegaan, edog soo de tolk niet meede ging soo liet hij seg„ gen, dat alle moeijte voor niet sal gedaan syn, waar op ik den tolk mast toestaan om moede te gaan, soo affen stuurt Djaanang Maroes nogmaals sijn sendeling en laat mij weeten, de den bonijs Prins Arou Groende hem liet seggen dat op ssidoe twee sendelingen van Battara goa sijnde Aroucau en Arou Limoentsoen aangekomen sijn om alldaar een huijs voor den Battavas goa te pressen daar op hebbe ik Cramn Tanderalilie belast om die twee sendelingen weg te Jagen, en mij immediaat laten welen wat haar huijsen den verder soekenis den sel„ ven Crain Tandaralilee had mij versogt om twee bottels buskruijd 6 vuursteene en 30 kogels dier ik hem gegeven heb„ be, dog, soo hij het niet Eomploijeert te rug moet geeven Ik hebbe hier alle aanstalt tot defensie gemaakt soo het mogt noodig sijn dien bedreeger naar alle mogelijk te gen„ stand te bieden. Waar meede de Eere hebbe deeser te besluijten verssoeke dat mij met een diepe eerbied mog noemen /:onderstond:/ wel Edelen Heer /:lager :/: sijn welEdelen dienst bereijden en gehoorsamen dienaar /:was geteekend:/ Iacob Aol„ bregt Landaoff /in margine:/ Maros den 8:e meij 1777: /:onderstond:/ Accordeert /:was geteekend:/ H:k B:k Ho„ den pijl.
English
257 From Maccasser the To the Right Honourable Sir Theodoris Bosch Junior Merchant Resident etc. etc. Right Honourable Sir Not doubting the receipt of my humble letter of yesterday's date, I now have the honour most humbly to advise hereby that this morning at half past nine the interpreter Pieters, with the chiefs and subjects, joined with the djannang Maroes, who with upwards of 1500 men went to Tsidoe, but did not find Battara goa according to his promise, but found his rebels sent ahead, being Aroucan and Arou Lamontjoeng, with about 500 men at the village Biring-aloe. The interpreter wanted to advance upon them immediately because he saw that they showed themselves ready for battle, but Crain Tanderalilie, who had previously gone to the djannang Maroes and spoken with him, was sent at the very last and told the interpreter that he had orders from Djanaang Maros to go in person to the rebels, From Maccasser the to go and warn them that if they did not depart promptly, they would be attacked by force. The interpreter agreed to this and let that old Cram Tauderalitie go. Upon his return, the same assured the interpreter and the Jannang Maros that they had immediately obeyed, and furthermore said that they would speak to Battara goa and try as much as possible to persuade him that he must henceforth leave the Company's territory unmolested. The interpreter Pieters and the januang Maros most strongly recommended to Caam Tanderalilie, Crain Simbang, and Arou Paoenioe to keep good watch and, as soon as they noticed anything, to make a report without delay. The interpreter told me that it seemed to him that Caain Tanderallie himself is not entirely trustworthy, for several of the Company's subjects have perceived that some of his people were also among the rebels. With which having the honour to conclude this, requesting that with profound respect I may call myself, stood below, Right Honourable Sir, lower, his Right Honour's service-ready and obedient servant, was signed, Iacob Albregt Landonf, in the margin, Maros the 9th May 1778, stood below, Agrees, was signed, H:k B:s Htodenpijl. 259 From Maccasser the Paulus Godofredus van der Voort Governor and Director of this Coast Celebes etc. etc. Right Honourable and Respected Sir Not doubting that the Resident Mr Bosch will have properly reported both my humble writings of the 8th and 9th of this month, yet yesterday the interpreter Peeters and Djannang Maros were very ill-timed, for the impostor Battara goa invaded this morning with all his force and had already taken the land of Tanderalilie and Simbang, and also advanced so far that he had occupied all the villages up to below marang se soo. Upon the first notice, I immediately had two signal shots fired to gather the chiefs with their peoples, but they dallied so long that it was already 12 o'clock before the interpreter could proceed. As he was about to cross the river, To the Right Honourable Respected Sir he learned that the enemy wished to cross the river below Boelio Sapong, so he marched up together with the Jannang Maros. Now the djanuang Maros wanted to attack the enemy, upon which Arou Iasibda and Arou Proeniede wished to fall upon the Djuanarig Maros, since they had both joined the impostor, and the same impostor had sent an emissary to djannang maros to summon him to his presence, but received as an answer that he was already his subject and requested a postponement of three days. Thereupon the enemy had withdrawn back to Matsina, and the interpreter, upon my given order, had posted the subjects Bontoe, Tankoeroe Lomo, and Cram Balotse in such a manner that the Honourable Company's fortress is so far protected, hoping that hereby his Right Honourable and Respected most esteemed intention will be satisfied. I have made so much preparation here to defend the Honourable Company's fortress to the best extent until I shall receive further most esteemed orders. With which having the honour to conclude this, very humbly requesting that I may call myself with the deepest respect, stood below, Right Honourable and Respected Sir, lower, his Right Honourable and Respected's very humble and faithfully devoted servant, was signed, Iacob Albregt Lander, in the margin, Maros the 18 May 1727, stood below, Agrees, was signed, H:k B:s Htodenzijl. From Maccasser the 261 From Maccasser the To the Junior Merchant Theodorus Bosch, Resident, and the Military Lieutenant Iohan Martin Basserman. Honourable, Valiant, Discreet, The unexpected invasion of the well-known wanderer and rebel Sankilang into the Company's province of Maros, where the same has already made himself master of the districts Tanralille and Simbang by capturing and holding the villages situated there, making it necessary not only to secure the Company's post by a good reinforcement of troops, but also to intercept the vagabond in his further undertakings, to attack him and if possible to defeat him, or at least to cause him to evacuate the Company's territory again, as well as to restore peace there, and also to encourage the subjects and Bonians, who out of fear had to submit to him, to abandon his faction and return to the Company, so I have decided to send Lieutenant Baesserthans 67
Dutch transcription
257 Van Maccasser den Aan den WelEdelen Heer Theodoris Bosch OnderCoopman Resident &:a :o Wel Edelen Heer Niet twijffelende aan den ontfangst, van mijne meedrige letteren van den gisteren datum, soo hebbe thans de Eere hier door nedrigst te advisseeren, dat hee den morgen om halft thien uure den tolk Pieters met de hoofden en onderdaa„ nen, geconjungeert met djannang Maroes die met ruijm 1500: man, haar na Tsidoe vervoegt hebben edog den: Battara goa, volgens sijn belofte niet gevonden hebben, maar sijne vooruijt gesonde rebellen, sijnde Aroucan en Arou Lamontjoeng met omtrent 500: man op de Negorij Biring-aloe gevonden hebbe, den tolk wilde inmediaat op haar afgaan dewijl hij sog dat sij haar slagvaardig vertoond, maar Crain Tanderalilie, die bevoodens na djannang Maroes gegaan was, en met den selven gesprooken, kan in al„ der laast gezent en den tolk gesegt dat hij ordre van Djanaang Maros had om Personelijk na de rebellen te gaan Van Maccasser den te gaan, en haarluijden te waarschouwen soo hij niet schie„ lijk vertrokken, dat sij dan met gewelt aangelast worden, den tolk had hem dit laaten gevallen, en die oude Cram Tau„ deralitie hem gaan laaten, denselven bij sijn terug komst, had den tolk en d Jannang Maros verseekert, dat zij luij„ den inmediaat gehoorsaam hebben, en daar bij gesegt, dat sij aan Battara goa wilden seggen en hem soo veel mo„ gelijk tracten te overreeden, dat hij hinvoert het Comps gebiet ongemolesteert moet laaten den tolk Pieters en d januang: Maros hebben aan Caam Tanderalilie Crain Simbang en Arou Paoe„ nioe op het hoogst aanbevoolen, om goede mogt te houden„ en bij 't eerste soo hij iets verneemen sonder uijtsteld rapport te doen. Den tolk had mij gesegt, dat het hem dagt dat Caain Tan deralitie selfs niet regt suijver met sijn want ver„ scheijde van sComps onderdaanen hebben bespeurt dat van syne volkeren meede bij de rebellen haar bevonden Waar meede de Eere habbe deses te besluijten versoeke dat mij met een diepe eerbied mog noemen /:onderstond:/ wel Edelen Heer /:lager: /. sijn wel Edelen dienst bereijden en gehoorsaa men dienaar /:was geteekend :/ Iacob Albregt Landonf /:in margine:/ Maros den 9:' meij 1778 /:onderstond:/ Accor„ voert /: was geteekend H:k B:s Htodenpijl 259 Van Maccasser den Paulus Godofredus van der Voort Gouverneur en Directeur deeeser lueste celebees &:a &:a Wel Edele Agtb: Heer Niet twijffend of den Heer Resident Bosch, sal van beijde mijnernedrige schrijven van den 8 en 9:' deesses behoorlijk rapport gedaan hebben, edog is gisteren dat tolk: Peeters en Djannang Maros, seer mistijd, dan den Bedrieger Battara goa is hee„ den morgen, met alle sijn macht ingevallen; en had bereeds het land van Tanderalilie en Simbang ingenomen, en ook soo ver gevordert, dat hij tot on„ der marang se soo, alle de Negorijen beset had op de eerst narigt hebbe ik inmediaat twee sijn schooten laaten om de hoofden met haare volkeren bij een te kregen dog hebben syluijden soo lang getaalmt dat bereeds 12: uur was, voor dat tolk kan voorte„ gaan, soo als hij over het rivier wilde gaan, soo Aan Den Wel Edelen Agtb Heer hoeft. heeft hij verstaan, dat den vijand onder Boelio Sa„ pong; het rivoer wilde passeeren, soo is hij beneevens t' Jan„ nang Maros opgetrocken nu wilde djanuang. Maros den vijand aan tasten, waar op Arou Iasibda en Arou Proeniede tegen D Januarig Maros wilden invallen, der wijl sij beijde haar had den Bedrieger vervoegt te hebben, en den selfden Bedrieger had een sendeling bij djannang maros gesonden om hem bij seg telaten roepen maar tot antwoord gekreegen, dat hij nu bereeds sij onderdaan wat en uijt stel van drie dagen vorsoekte daar op had hem den vijand terug tot Matsina vertrocken, en den tolk op mijn gegeven ordre de onderdaanen Bontoe, Tankoeroe Lo„ mo en Cram Balotse sodanig geposteert had, dat sE: Comp:s resting soo vergedekt is, hoopende dat hier door zijn wel Ede„ len Agtb: hoogst g'Eerde intentie sal genoegen geschieden ik hebbe hier soo veel aanstaalt gemaakt, om 'sE: Comp:s ves„ ting op het best te defendeeren tot ik vorder hoogst g'Eerde ordre sal ontfangen Waar meede de Eere hebbe tebes te besluijten seer nedrigst ver„ soekende dat mij de diepste eerbied mag noemen /:onderstond:/ WelEdelen Agtb: Heer /:lager:/: sijn WelEdelen Agtb: Seer needrigen en trouw schuldigen dienaar /:was geteekend/ Iacob Albregt Lander/ /:in margine:/ Maros den 18 meij 1727 /:onderstond:/ Accordeert /:was geteekend:/ H:k B:s Htodenzijl. Van Maccasser den 261 Van Maccasser den Aan den onderkoopman Theodorus Bosch, Resident en den Luitenant militair Iohan Martin Basserman Eer same Manhaften doeme Ddesfecte De onverwagte inval van den bekenden swerven en Re„ bel Sankilang in Comp protintie Maros, alwaar den selven reets van de districten Tanralille en Simbangmes„ ter geworden is door het mineemen en best houden van de daar gelagene negorijen noodsaekelijk moekende, om niet alleen sComps post door een goede verrsterking van man„ schap in veijligheijd te stellen, maar ook om den vagebond in zijne verdere onderneemingen te sluijten, hem aan te lasten en das mogelijk te vradelagen, of ten minste sComp:s terri toir weder te doen ruijmen, mitsgaders daar voor de ruste te herstellen, als meede d' onderdaanen en Boniers die zig uijt vriese den selven hebben moeten submit„ teeren aan te moedigen zijn parthij te verlaeten en dot „de Comp terug te keeren zo hebbe ik besloten den luitenget Baesserthans 67
English
From Makassar the Basserman, mentioned in the heading of this document, to be dispatched to Maros with a number of sixty common soldiers and the necessary non-commissioned officers, and to him has been entrusted the chief command, both over all those warriors who are currently there and over the Company's native troops who are to depart thither either from here or from elsewhere, or are already actually there, in order, alongside the Bonians, who will be commanded in person by the Pongawoe Datu Baringang, with whom, as well as with the chiefs of our natives, Lieutenant Basserman can consult on everything necessary with all possible speed, yet at the same time with no less courage and good deliberation, to put into effect everything that shall be deemed necessary for the achievement of the aforementioned aims; regarding which I can prescribe no further orders, considering that it will depend on the circumstances and requirements how one thing and another ought to be directed, and in which respect I rely upon him; adding hereto that, besides the Regent of Labakkang and the former Pongawoe Lacasie, I have also summoned to Maros the Tenri Pais Ioana I-Assia alias Aru 263 From Makassar the Aru Pantjana, who shall indeed also be under the authority of the Honorable Basserman, but to whom it must nevertheless be left to operate separately with his people, provided however that care is taken as much as possible that no harm is done to ours, while regarding the former Bonian Pongawoe Lacasie, it serves for information that he must not be employed together with the other Bonians on account of the discord between him and the present Pongawoe, but that he can nonetheless be of great service, regarding which the arrangement is likewise left to the repeatedly mentioned Lieutenant Basserman, whom I must not fail further to recommend to be on guard and watchful in every respect against the tricks and lies both of the enemy and of some of our ostensible friends, it being known that behind the whole story of the wanderer something must be hidden of which the essential truth could not hitherto From Makassar the be discovered, although this is certain: that many Gowanese Makassarese and Tallenese are devoted to his party or collude with him, and the Kraengs Caudsilo and Sapona, princes subordinate to the court of Boni, are with him, upon whose destruction also special attention must be directed. The Makassarese matters that belong to the ordinary department of the Resident remaining with the same, I shall expect that your Honor will live in unity with one another and employ everything that shall be deemed necessary and expedient to the achievement of the objective, whereto Heaven may grant its blessing; while, after greetings, I remain, below was written, your Honor's good friend, was signed, P. G. van der Voort, in the margin, Makassar in Castle Rotterdam the 12th of May 1777, below was written, agrees, was signed, H. B. Hodenpijl. 265 From Makassar the To the Bookkeeper Jan Hendrik Voll, Junior Resident there. Pious, Honorable. Since an unexpected revolt has occurred here, caused by a certain rebel who passes himself off as the King of Gowa who was banished to Ceylon, and who has already overwhelmed the post of Maros, your Honor is hereby ordered to demand from the Regents as many men as they can supply, and to send them hither with the utmost speed under the interpreter Leseur, those who can be ready first also to be sent first without making them wait for the others. Wherewith wherewith I remain, below was written, your Honor's friend, was signed, P. G. van der Voort, in the margin, Makassar in Castle Rotterdam the 13th of May 1777, below was written, agrees, was signed, H. B. Hodenpijl. From Makassar the 67 267 From Makassar the To the Junior Merchant Mr. Simon Monseur, Resident there. Honorable, Pious, Discreet. While I take the opportunity to send your Honor the enclosed in order to obtain the speediest dispatch to Saleyer, I must not omit to recommend your Honor to be on your utmost guard, and to that end also to give orders to those of Bantaeng, against all unexpected attacks by enemies, and therefore also to bring and keep everything in readiness that in such an unexpected event may serve for an alert and courageous resistance, so as not to suffer the misfortune that has, to my From Makassar the painful regret, befallen the residency of Maros, it having been overwhelmed yesterday by the well-known rebel. Wherewith, after greetings, I remain, below was written, your Honor's good friend, was signed, P. G. van der Voort, in the margin, Makassar in Castle Rotterdam the 13th of May 1777, below was written, agrees, was signed, H. B. Hodenpijl. To 269 From Makassar the To Lieutenant Alexander Lecocq, Commandant there. Valiant, Pious, Discreet. Since I have fallen into distress here through the revolt of a certain rebel who, passing himself off as the former King of Gowa banished to Ceylon, already yesterday overwhelmed the post of Maros and made himself master of that district, and is forging even more harmful designs, I find myself placed under the necessity to demand assistance of as many men from the princes across the strait as can possibly be gathered together, and that with the utmost speed; wherefore your Honor shall have to urge them thereto, while delivering the enclosed letters, and to offer assistance to the Company as faithful allies, and thus fulfill their promise strengthened by oath. To From Makassar the promise, in the expectation of which, after greetings, I remain, below was written, your Honor's good friend, was signed, P. G. van der Voort, in the margin, Makassar in Castle Rotterdam the 13th of May 1777, below was written, agrees, was signed, H. B. Hodenpijl.
Dutch transcription
Van Maccasser den Basserman, in hoofde dedes gemeld na Maros aftavaardigen met een getol van sestig gemeene militairen ende nodige on„ der officieren en aan den selven het hoofd Commando opge„ dragen zo over alle die krijgers en die zigteets daar be„ vinden als over s Comps Jnlandtroupen die zo van hier als elders derwaarts staan te vertrecken of ginter reets werkelijk zijn ten eijnde nevens de Beniers, die den Pongauws Datoe Barngong in per soon zullen wor„ den gecomman deorden met den welke mitsgaders de hoof„ den onser Jnlanders den lueutenant Basserman alle het nodige bezaamen kan met alle mogelijke spoed dog teffent met geen minder moeden goed overleg, allet in het werk te stellen wat nodig zal worden g'oordeeld tot bereking van voor sch. dogmaaken waar omtrend ik geene verdere beveelen kan voor schrijven gemerkt van de omstandigheden, verzoeken sal of hangen hoedanig het een en ander behoord te worden gedirigeerd en ten welken opzigte ik wij op den selven verlaete hier nog bij voegende dat ik behalven den Regent van Labackang en den geweesen Pom„ gauwa Lacasie nog na Maros hebbe doen ontbieden den Tenits Pains Ioeana I= Assia /:alias:/ Arou. 263 Van Maccassar den Arou Pantjana: / die wel meede onder„ het gezog van den E: Basserman sal staan, dog aan den welken egter moet overgelaeten worden met de zij„ pen afsonderlijk tageeren mits nogthans zo voel mogelijk gezorgd worde, dat d' onser geen malest worde aangedaan terwijl om„ trend den gewesen Boniers Poengauwa Lacasie, tot narigt diend dat hij noet tege„ lijk met d' andere Boniers worden g'emploij„ raad mits d' oneenigheijd tusschen hem ende presenten Pangauwa, dog dat niet te min van veel dienst kan zijn, waar omtrend de schic„ king insgelijks aan meermelte lieutenant Ba„ Perman word overgelaten, den welken ak niet voor„ bij mag, nog te recommandeeren om in allen opzig„ te op hoeden en maaksaam te zijn tegen de kisten en logen zo wel van den vijand als sommige onsere uijterlijke vrienden bekend zijnde dat er agter geheele historiaal van den swerver iets schuijlen moeten/ waar van men tot hior toe het moesentlijke niet heeft kunnen Van Maccasser der kunnen ontwaar worden, schoon dit zeker is dat vee„ le goase macassaeren ende Talloneesen zijn parthij zijn toegedaan off met hem heulen en d' onder het hof van Bonij sorteerende princende Cradengs Caudsilo en Sapona zig bij hem bevinden, op wel„ ker verdelging ook insonderheijd met worden toege„ logt De Mancance verzoeken die van het gewoone der„ portement van den Resident zyn aan den zelver ver„ blijvende wil ik verwagten dat uE met den anderen in een dragt sullen leeven en allos aan wenden wat no„ dig en dienstig sal worden g'oordeeld tot bereiking van het oogmerk, waar toe den Heneel zijnen zegen geeve terwijl ik na groete blijve /onderstond:/ uE goede vriend /:was geteekend:/ P:s g:s van der voort /:in margine:/ Maccasser in 't Casteel Rotterdam den 12 Meij 1717: /:onderstond:/ Accordeert /:was geteekend:/ H:k B:s Haden pijl. 265 Van Macaser den Aan Den Borthouwr Jan Hendrik voll Junior Resident aldaar Broome Eersaeme Dewijl alhier op het onverwagte een opstand geweesen is, door seeker rebel die sig voor den na Ceijlon gerebegeerden koning van goa ui'tgeeft en reets de post maros overrompeld heeft so word uE gelast om van de regenten so veel volk te vorderen als sij leveren kunnen en deselve ten allerspoedigsten onder den tolk Le„ seur herwaarts te senden de sulke die het eerste gereed kunnen komen ook eerst sonder 'z na d' andere te doen wagten waar waar meede blijve /onderstond/ uE vriend /was geteekend. / P: g: van der voort /in margine:/ Macasser in 't Casteel Rotter„ dam den 13: Meij 1777 /:onderstond/ Ac„ cordeert / was geteekend/ H:k B:s Hoden„ pijl. — Van Macasserden 67 267 Van Macasserden Aan den ondercoopman He:r Simon Monseur Resident aldaar. Eersame, vroome Discreete. Terwijl geleegentheijd dat ik uE d'inleggende toesen„ de om ten spoedigsten aadres t erlangen na saleijer mag ik niet of uE te recommandeeren om ten aller uitterste op hoede te sijn en daar toe ook orare aan die van banthijn te geeven teegen alle onverhoopte aanvallen van vijanden en dierhalven ook alles in gereedheijd te brengen en te houden wat in soda„ nigen onverhoopte geval tot een wackere en man„ moedige resittentie strecken kan om het ongeluk niet 't ondergaan dat de residentie maros tot mijn van macasserden mijn smertelijk leedweesen is overgekomen als sijnde gisteren door de bekenden rebel overrompeld waar meedena groote blijve /onderstond/ uE goede vriend /was geteekend/ P: G: vander voort /in margine/ Macasser in 't Casteel rotterdam den 13 Meij 1777 /onderstond/ Accordeert /was geteekend/ H: B: hodenpijl Aan 269 Van Macasser dan Aan den Luitenant Alesander Lecorp Manhafte vroome Discreete. Dewijl ik hier in ongeleegentheijd geraakt ben door de opstond van seekeren rebel die sig voor den geweesen en na Ceijlon gerelegeerden koning van goa uitgeevende op gisteren reets de pott maros overrompeld entig dat district meester gemaakt heeft mitsgaders nog nadeeliger desseijnen smeed vind ik mij in de noodsaekelijkheijd gebragt om assittentie van so veel voek aand' overval sche vorsten te vorderen als maar immers bij den anderen te krijgen sijn en sulks ten allerspoedig„ sten, weshalven uE deselve daar toe onder inhan„ diging van de inleggende brieven sal moe„ „ten aanspooren en om als getrouwe bondge„ „nooten de compagnie bij stand te bieden en dus te voldoen aan hunne met Eede gesterkte be Commandant aldaar loofde O Aan Van Macasser den lofte in de verwagting van die na groete blyve /on„ derstond/ uE goede vriend /:was geteekend/ P: g: van der voort /in margine/ macasser in 't Casteel rotterdam den 13: meij 1777 / onderstond/ accor„ „deert / was geteekend/ H: B:s Hodenpijl. —
English
From Macassar, the To the kings of Bima, Dompo, Tambora, Sangar, and Pekat. After the customary greetings. Furthermore, we inform our friends that we have fallen into difficulty here through the uprising of a certain rebel, who claims to be the king of Goa banished to Ceylon, although one has certain reports that the latter is still on Ceylon and that this rebel is thus another person; and since we wish to suppress that uprising and restore peace as soon as possible, we hope that our friends, as the Company's loyal allies from of old, will send us as many men as is ever possible, as we hereby request, and that as swiftly as possible and without any delay of time, whereby the Company's affection and esteem for our friends shall increase even more. Subscribed: Written at Macassar in Castle Rotterdam, the 13th of May 1777. Subscribed: Agreed. Signed: H. B. Hodenpijl. To From Macassar, the Honorable, Pious, Discreet, We transmit to you herewith four copies of an ordinance for the commanders of ships which, being expected shortly from the eastern governorships, come into the jurisdiction of you, the residents, with orders to deliver one of the copies to every ship that appears there, and this notwithstanding you also should unexpectedly fall into some difficulty through the well-known rebel who claims to be the former king of Goa and appears here before the Castle; and that, in whatever manner it may be, this order be complied with, concerning which we recommend to you the utmost promptness; and after greetings, we remain, Subscribed: Your good friends. Lower: By order of the Honorable Paulus Godefridus van der Voort, Governor and Director of this Coast of Celebes. Signed: C. Kraane, Secretary. In margin: Macassar in Castle Rotterdam, the 14th of May 1777. Lower: P.S. for Boelecomba: Furthermore, you must ensure that this enclosed for Saleijer reaches its address as swiftly as possible. Subscribed: Agreed. Signed: H. B. Hodenpijl. To the Residents of Boelecomba and Saleijer. From Macassar, the The commanders of the ship or ships to whom this shall be delivered Are hereby ordered by the Governor and Council at Macassar, because of the aforementioned trouble and the danger in which we find ourselves due to a powerful enemy appearing here before the Castle, to turn their course immediately toward this government and to come here, even if they might have contrary or other orders, of whatever kind, that might conflict therewith; for which we take the accountability before our high superiors upon our own account, and in the contrary case or upon refusal to come hither, we leave the responsibility for the consequences that might arise therefrom to those who show themselves so disobedient in this matter, as extreme necessity forces us to give this order. Subscribed: Thus done and given at Macassar in Castle Rotterdam, today the 14th of May, anno 1777. Signed: P. G. van der Voort, B. Reijke, J. Dieterich, J. Raket, C. Kraane, R. Houque, and A. Rosselet. Subscribed: Agreed. Signed: H. B. Hodenpijl. Report. From Macassar, the From Macassar, the Report made by the Company's subject Ialla, brother-in-law of the junior interpreter Jacobus de Graaff, put in writing at the requisition of the Honorable Paulus Godefridus van der Voort, Governor and Director of this Coast of Celebes. The deponent relates that on the rumors that the rover Sankilang had betaken himself to Maros, he was sent from here by the above-mentioned interpreter De Graaff with a small vessel carrying four men in total, including himself the deponent, and departed on Saturday, the 10th of this month, to inquire into the truth of those rumors. That on Sunday, or the 11th of this month, he arrived at Liang and heard that the said Sankilang had already captured a portion of the villages belonging under Maros, just as he also learned there the following day, or the 12th of this month, that that rebel had made himself master of the post of Maros. That having departed from Liang on Tuesday, the 13th of this month, to proceed hither, he met near the Coeris two vessels of the aforementioned rebel, who, asking him who he was, he answered that he was people of Aroe Palacka, whereupon they replied that he should just pass, as they were their friends or comrades. That he then in the evening put ashore near the village of Ventia, situated in the river near the Coeris, going ashore alone yesterday morning and proceeding further to the village of Zanteboen, where he found his uncle named Towadjie, living there under the territory of the Queen of Tello, but appointed by Aroe Palacka as matoor, whom he found to be devoted to the party of the rebel; who asked him what he came to do there, the deponent answering that he had deserted from the Europeans because he could no longer hold out with them, whereupon he asked the deponent further whether he then wished to remain there, his answer was yes, and thereupon the other replied that he should then go along to the King, meaning the said rebel Sankilang, taking him further thither to the village of Parang Lob, situated not far from there, where close by the house of the rebel he encountered a bondsman of the local burgher ensign Routje named Manoeroeki, and a flogged slave of the Shahbandar Voll named Pada or Bappa Beetje, who upon seeing the deponent immediately raised the alarm, shouting, what are you doing here, adding, there is an enemy, there is one of the interpreter's people; the deponent had answered thereto, what are you doing here, I too have deserted for nearly a year.
Dutch transcription
271 Van Macasser den Aan de koningen van Bima Dompo, Tambora, sangar en Pekat Na gewoone begroetingen. Wijders maeken w' onse vrienden bekend dat wij alhier in swaerigheijd sijn geraakt door den opstand van see„ ker rebel, die dig uitgeeft voor den na Ceijlon gerele„ g'eerden koning van goa schoon men seekere berigten heeft dat deese nog op ceijlon en dien rebel dus een ander persoon is en vermits wij hoe eerder hoe liever dien op stand wenschten te dempen ende rust te herstellen soo hoopen wij dat onse vrien„ den ins Compagnies van oudtheer getrouwe bond„ genooten ons so veele manschap, en sullen toesenden als maar immer doenlijk is gelijk wij bij deesen versoeken en sulks ten allerspoedigsten en sonder eenige tijds versuim waar door sComp: Van Macassenden sComp: geneegentheijd en agting tot onse vrien„ den nog meer vergrooten sal /onderstond/ geschreeven te Macasser in 't casteel rotterdam den 13 maij 1777 /onder„ stond/ Accordeerd /was geteekend/ H: B:s hodenpijl Aan 273. Van Macasserden Eersaame, vroome, Discreete Wij laaten uE hier neevens toekoomen vier afschrif„ ten van een ordonnantie voor de overheeden van scheepen die binnen korten van de oostersche gouvernementen ver„ wagt werdende in het gesegt van uE residenten koomen met last om aan ieder schip dat sig daar verthoond een der afschriften afte geeven en sulx niet teegen„ staande uE meede onverhooptelijk in Eenige on„ geleegentheid geraaken door den bekenden rebel die sig voor den geweesene koning van goa uitgeest en sig hier voor het Casteel vertoond en over sulx op wat manier het ook sijn moge werde voldaan aan deese ordre waar van wij uE de uitterste terretesse aanbeveelen en na groete blijve /onderstond/ uE goede vrienden /lager/ Ter ordonnantie vanden wel Edelen agtb: heer Paulus Aan de Residenten van Boe„ lecomba en saleijer godefaadus Van Macasser den godofreaus van den voort gouverneur en directeur ter deeser Celebes /was geteekend/ C:s kraane secretaris / in man„ „gine / macasser in 't Casteel rotterdam den 14 maij 1777 1777 /lager / P: S: voor Boelecomba voorts moet uE deese inleggende voor saleijer ten spoedigsten addres doen erlangen /onderstond/ Accordeerd /was geteekend/ H: B: hodenpijl E 275 Van Hacasserden De overheeden van schip of scheepen daar deese aan sal werden overhandigt Werden door den gouverneur en raad te macasser omde vorregelukten ongeleegentheijd en het gevaar daar wij ons in bevinden door een magtige vijand die sig hier voor het Casteel verthoond bij deesen gelast aen steeven ter stond na dit gouvernement ter wenden en hier te koomen schoon sij ook al contrarie ofte andere vrare hoe genaamt die daar teegen soude strijden mogte hebben waar van wij de verantwoording aan onse hooge gebiederen voor onse reekening nee„ „men en bij het teegendeel of bij wijgering van herwaarts te komen de verantwoor„ „ding van de gevolgen die daar uit soude kunnen ontstaan laaten voor de geene die tig in deesen, so dis abedient komen te betoonen alsoo ons de uitterste nood tot het geeven van deese deese ordre dwingt /onderstond /: aldus gedaan en ge„ geeven tot macasser in 't Casteel rotterdam heeden den 14 maij anno 1747. /was geteekend/ P: P:s vander voort, B: reijke J:s Dieterich J:s raket C:s kraane, R: houque en A: Rosselet / onder„ „stond/ accordeert /was geteekend/ H: B: hodenpijl relaas Van Macasser den 277 Van Macasser den Relaas gedaan door DE: comp: onderdaan Ialla zwager van den ondertolk Jacobus de Traapen ter Requi sitie van den wel Edelen achtb: Heer Paulus Lodofredus van der voort gouverneur en Directeur deeser Custe celebes inschrift gestelt. De comparant relateert dat hij door boven gemelde Tolk de graaff de graaff op de gerugte dat den swerver san„ kilang bich naa maros soude hebben begeeven met een vaartuigje sterk met hem Comp:t te samen vier koppen van hier gesonden en vertrokken is op Saturdag aen 10 deeser om na de waarheid van die gerugten te verneemen. Dat hij sondags of den 11: deeser te biang ge„ „komen en gehoord had dat gem: sankilang bereeds Van Macassenden bereeds een gedeelte der negorijen onder maros sor„ teerende hadde ingenoomen gelijk hij aldaar s' daags daar aan of den 12: deeser meede hadde vernomen dat dien rebel sich meester gemaakt had van de post maros. Dat hij op dings den 13: deeser van liang ver„ „trokken sijnde om sich herwaards te begeeven om„ „trent de coeris twee vaarthuigen ontmoed had van voorn: rebel die hem vragende wie hij was hij g'antwoord had volk van aroe palacka te sijn waar op te gerepliceert hadden om dan maar te passeeren als hunne vrrenden of maats sijnde. Dat hij doen of savonds bij denegorij ventia leg„ „gende in denevier bij decoeris aangegiert is gaande gisteren morgien alleen aan land en voorts nog naa de negorij zanteboen daar bij sijn oom genaamt To„ wadjie aantroff woonende aldaar onder het gebied vande koningin van Tello dogthans door aroe palacka aangesteld tot mator die hij bevond departhij van den 239 Jan Macasserden den rebel te sijn toegedaan hem vragende wat hij daar quam doen de Comparant antwoordende dat van de Europeesen gedrost was om dat 't bij deselve niet langen uithouden konde had hij hem Comp:t verder gevraagt of hij dan daar blijven wilde sijn antwoord was Joa en daar op had den ander gerepliceerd om dan meede te gaan naaden koning meenende gemelden rebel sankelang brengende hem voorts derwaards naa de niet verre van daar gelegen negorij parang Lob alwaar bij digt bij het huis vanden rebel een verpandeling van den burger vaendrig alhier routje genaamt Manoeroeki in een geschavotteerde slaaf vanden heer sjabandhaar voll in name pada of bappa beetje aantrof die op het sien vanden Comparant aanstonds alarm maakten roe„ „pende wat doet gij hier met bijvoeging daar is Een vijand daar is van aen tolk sijn volk de Comparant had daar op g'antwoord wat doet gijl: hier ik ben ook gedrost bij na een Jaar
English
From Macassar, the years ago, but he had replied that it is not true, and went to Manoeriki directly to Glarrang Patjeroekang, who then arrived with some armed men, while the aforementioned Pada also joined them with a blunderbuss and wanted to kill him. However, his uncle having said to the Glarrang not to kill him because he was a Macassarese and of his family as well as of their party, and that doing otherwise they would also have to fight against him, he was spared and thereupon brought to the rebel, who was staying at and in the house of Aroe Palacka, having arrived there, so it was said, to visit his grandmother. That the rebel hereupon had asked the appearer whether he truly had deserted from us, and receiving as an answer Yes! and how else he would have gotten there, he had further asked who, or what countryman he was then! The appearer answering thereto that he was a subject of Palacka, he had said, 281 From Macassar, the said, then it is well, just stay here then and accompany me, for the Palackarese and Macassarese are all my slaves; subsequently asking him whether he had already eaten, which he answered with Yes, having however to eat with the other people at the desire of the rebel. After which the appearer, having sat down before the rebel alongside some elders, had heard that he asked Crain Borisallo what he was now of a mind or intention to do, the other answering that is up to you, he had replied that he intended to gather the people on a certain [place] the following day, today, and then to take the road to Goa. Crain Borisallo having asked hereupon whether the King of Goa would have nothing against it! Sankilang had answered no, for the King had already taken the oath or sworn allegiance to him, From Macassar, the sworn allegiance to him, and thus one could rely thereon. That they would subsequently proceed from there to Bonthain and Boelecomba, where Aroe Kajoe, living at Kalakonkong, was awaiting them, intending, as soon as he heard they were at Bonthain, to attack the post at Boelecomba. That while the appearer was still there, an envoy had come from Teeker, who communicated to the rebel that the cannons from the post at Maros with fifty muskets had been brought to Teeker by Jenang Maros with two vessels or Palembang prahus, which they have named Lamber Pantjana and Lamber Compagnia. That the rebel, speaking with Crain Borisallo, had among other things said that if he had the heart of the Madaurang of Bonij and that of Datou Baringang, he would eat them with chillies and salt, scolding them and calling them 283 From Macassar, the calling them his slaves, yes, that even the deceased King of Bonij had been his slave. That the appearer had also heard from the mouth of the aforementioned rebel that the Lomo of Tiang and Labakkang, alongside Lolo Kalo Koca to the north, still held steadfast or remained adhering to the Company. That the appearer, after having seen and heard all this himself, had around half past eight in the evening sought an opportunity to get away from there again, going downstairs from the house under pretext of having to relieve himself, and thus through some woods came to his vessel, which lay about half an hour away from there, immediately setting the sail and returning here this morning at seven o'clock, reporting all the above-written to the aforementioned interpreter De Graaf upon explicit interrogation, being prepared From Macassar, the where he finds himself today. After which the Captain further ordered the interpreters to bring an answer to the Shahbandar upon his aforementioned request, to be made known by him to the King, that the Shahbandar must tell the King that His Majesty must remain steadfast to what the Lord Governor recently had the Shahbandar tell him, and that His Majesty must still exercise patience for five to six days, when the matter would be brought to a firm conclusion, and the Lord Governor would send further word to the King. Underneath was written, Agreed. Was signed, H. B. Hodenpijl. To 287 From Macassar, the Paulus To the Honorable, Respected Lord Dodofredus van der Voort, Governor and Director of the Coast of Celebes. Honorable, Respected Lord! This morning I received Your Honorable Respected's esteemed letter of the 13th of this month, wherein with regret I perceived the misfortune that befell the post at Maros. I have not failed to send an envoy immediately to Bonthain to order the postholder Kramer to be on his guard as much as possible, and to order Crain Bonthain as well as Aroe Goeuve Toupo Boeloe to be found at the post with their men day and night. I have also, Honorable, Respected Lord, summoned the chiefs present here, of whom Cuam Tind has already arrived, and I expect every moment Caam Gantarrang, who From Macassar, the who is the principal one, alongside the others. I have also had with me these days Aroe Teko, Aro Sala Toega, and the chief of Anke, who all live near the post and who, at least as it outwardly appears, will not oppose the Company, but on the contrary will lend a helping hand, and principally the chief of Ankee who, as I communicated to Your Honorable Respected by letter of the 4th of this month, was expressly sent for that purpose by the King of Bonij in case such were necessary. However it may turn out here, Honorable, Respected Lord, I shall do all that is in my power to preserve the post. Yet it were to be wished, Honorable, Respected Lord, that the provisions prahu were here, since I currently lack two corporals and one private, besides one in place of the murdered marksman, thus four men. I have moreover two invalids, and another three to four who are not capable of performing more than sentry duty.
Dutch transcription
Van Macaser den Jaar geleeden dog hij hadden gerepliceerd dat is niet waar en gang manoeriki direct na glarrang patjeroekang die toen aanquam met eenig gewapent volk terwijl voormelde pada meede met een don„ derbusch sich daar bij voegde en hem wilden van kant maken, egter sijn oom teegens den glarrang gesegt hebbende van hem niet te dooden wijl een ma„ cassaar en van sijn familie mitsgaders van hunne parthij was en dat ter contrarie doende sijlieden tegens hem meede moesten regten so was hij ver„ schoont en daar op bij den rebel gebragt die bij en op het huis van aroe palacka logeerde als sijnde daar gekomen so men seijde om sijn groot moeder te betoeken. Dat de rebel hier op aan den comparant hadde gevraagd af waarlijk van ons gedrost was en ten antwoord krijgende Jaa! en hoe hij anders daar komen soude had hij verder gevraagd wie op wat landsman hij dan was! de Comparant daar op ten antwoord dienende een onderdaan van palacka had hij gesegt 281 Van Macasser den gesegt dan is 't wel blijft dan maar hier en verseld mij want de palackers en macatsaa„ „nen sijn alle mijne slaaven; vragende hem vervolgens of hij al gegeeten had 't geen hij beantwoorde met Ja moetende egter op de begeerte van den rebel met het andere volk meede eeten. waar na den comparant nevens Eenige oude voor den rebel sijnde gaan neer sitten gehoort had dat hij aan crain borisallo vroeg wat hij nu van gedachten of voorneemen was te doen den ander antwoordende dat staat aan uhad hij gerepliceert dat van concept was om sdaags daar aan /:op heeden :/ het volk te versamelen op seekere en dan de weg te neemen naar goa crain Borisallo hier op gevraagt hebbende of de koning van goa daar niets teegen soude hebben! had sankilang g'antwoord van neen want dat de koning bereeds den eed gedaan of hem van Macasser den hem trouwe geswooren had en sich dus daar op te verlaten. dat de vervolgens van daar hun souden begeeven na bonthain en boelecomba al„ waar aroe kajoe / woonachtig op kalakon„ kong / hun stond te verwagten sullende do dra bij hun te bonthain vernam de post Boelecom„ ba attacqueeren. Dat terwijl de comparant daar nog dat een sendeling was gekomen van Teeker die den rebel communiceerde dat de canons van de post maros met vijftig snaphanen op Teeker gebragt waaren door Jenang maros met twee vaartuigen of prauwen palim„ bang die sij genoemt hebben lamber pantjana en Lamber compagnia. Dat de rebel met crain barisallo spreekende onder anderen gesegd had als hij het hart van den madaurang van bonij en dat van datou baringang hadde hij deselve met bitjes en sout soude eeten hun uitschuldende en hem noemende 283 van Macasserden noemende slaven van hem Ja dat selfs deoverleedene koning van bonij sijn slaaf geweest had. Dat de Comparant ook uit de mont van ge„ melden rebel gehoord had dat de lomo van tiang en labakkang neevens lolo kalo koca om de noord sich noch standvattig hielden of dE Compagnie bleeven aankleeven. Dat de Comparant na dit een en ander selve gesien en gehoort te hebben s avonds Cir„ ca half negen na geleegentheijd gesegt had om vandaar weeder weg te komen gaande van het huns na beneeden onder protext van eens agter afte moeten weesen en so voorts door Eenige bosschen tot bij sijn vaarthuig quam 't geen omtrent een half uur daar van afgeleegen was makende aanstonds het sijl bij en retourneerende alhier desen morgen te seeven uuren rapporteerende al het voorschreeven aan voornoemende Tolk de graaf op expresse afvrage bereijd sijnde ƒ van Macassenden waar dat hij sig heeden bevind waar na den capitain verders aan de Tolken heeft beveelen om den sjabandhaar op sijn voorschreeven versoek tot antwoord te brengen om door hem aan den koning te werden bekend ge„ maakt dat de sjabandhaar aan den koning moete eggen dat sijn majesteijt sig standvattig moete blijven houden aan 't geen den heer gouverneur hem Jongst door den sja„ bandhaar heeft laten seggen en dat sijn majetteit nog vijf a ses dagen gedult moette oeffenen wanneer desaak wil tot een vatte besluit soude weesende gebragt end' heer gouverneur bij den koning aan wel nader soude senden /onderstond/ accordeerd /:was geteekend/ h: B: hodenpijl Aan 287 Van Macasser den Paulus Aan den wel Edele agtb: Heer Dodofredus van der voort Gouverneur en Directeur der custe Celebes. Wel Edele Agtb: Heer! Heeden morgen ontvang ik uwel Edele agtb: gerespec„ teerde letteren van den 13: deeser waar in met leetweesen ont„ waarde t ongeluk aan de pott maros overgekomen, ik heb niet gemanqueert om ten eersten een sendeling na bonthain tesenden om de posthouder kramer te gelas„ „ten om soo veel mogelijk sijn hadde te sijn en crain bonthain to wel als aroe goeuve Toupo boeloe te gelatten om sig bij de post met hun luiden man„ schappen dagt en nagt telaten vinden. Ik heb meede wel Edele achtbaare heer de alhier sijnde hoofden laaten roepen waar van reets Cuam Tind gekomen is en ik ben alle momenten Caam gantarrang die Van Macasser den due de voornaamste is benevens de andere te wagten. ok heb ook deese dog bij mij gehad aroe Teko aro sala toega en 't hoofd van anke die alle bij de post woonen en die ten minsten soo als 't sig uitterlijk laat sien de Com„ pagnie niet sullen teegenweeren maar ter Contrarie de behulpsame handbieden en voornamentlijk 't hoofd van ankee die so als ik uwel Edele agtb: bij brief vanden 4: deeser gecommuniceerd heb door de koning van bonij ingeval sulks no„ dig was daar toe Expres gesonden is dog 't mag alhier wel Edele agtb hier uitvallen so als 't wil ik sal aldoen wat in mijn vermoo„ gen is om de post te bewaaren dog twas wel Edele agtbaare heer te wenschen dat de provi„ tie prauw alhier was dewijl ik thans twee Cor„ poraals en een gemeene behalven nog een insteede„ van de vermoorde schuts dus vier man man„ queere ik heb boven dien nog twee inpotanten en nog drie a vier die niet mistaat sijn om meer dan een schild wagt waarteneemen enen
English
From Makassar the 289 so that here, Right Honourable Sir, in my opinion, if the matter takes no other turn, it would be highly necessary that I be supplied with men, who could subsequently be sent back again if they are not needed. The muskets, Right Honourable Sir, are few here at present, as the provision prahu has not yet appeared. The chief of Stnke as well as Staoe Teko have requested powder from me, regarding which I request Your Right Honourable's orders as soon as possible as to how I shall have to conduct myself therein in time of need; yet if they as well as the subjects receive powder (which at times would be necessary), the post could humanly speaking fall into want. The letter for Saleijer, Right Honourable Sir, I have not sent, while for the rest remaining for the rest with all high esteem and respect (was written below:) Right Honourable Sir (lower:) Your Right Honourable's humble and faithful servant (was signed:) L: Monsieur (in the margin:) Boelecomba in the Company's fortress the 17th of May 1717 (below was written:) Agrees (was signed:) H:k B:s Hodenpijl. From Makassar the From Makassar the 291 To the Junior Merchant Simon Monsieur Resident there. Honourable, Pious, Discreet, Fully approving the orders given by you to cover the posts of Boelecomba and Bonthain as much as possible against an unexpected attack by our enemies, according to what was noted in your letter of the day before yesterday, I hope that the provision prahu that already departed from here on the 13th will soon appear with the men and supplies sent with it, besides which I cannot for the present send any more men without exposing myself too much, in order to offer powerful resistance to the enemy who lies barely three quarters of an hour away or in the Tello territory, and who, as the reports have it, intends to surprise us here. From Makassar the to offer resistance, or, if he should move down to the southern province, to intercept and pursue him, in which case our forces shall if necessary follow as far as the Bonthain or Boelecomba district in order to serve for the assistance and preservation of our posts and garrisons, whom I meanwhile ardently wish and pray that the Almighty may be pleased to take into His safe custody and protection, graciously preserving them from the misfortune of falling into the hands of our enemies. Meanwhile, I wish you and all of them to be exhorted, should it come to an attack, to offer brave resistance while praying for the Lord's precious blessing; and in order to encourage and enable the Bugis sent to your assistance by the king for that purpose, you will need to provide them with powder so far as the supply allows, since for the reason cited above in this article I cannot send anything just yet, the less so as I do not dare trust the delivery of it with the natives, besides which it would likely arrive too late if the rebel should choose to take the march thither, since this would then have to happen within two to three days, when our force, as stated, will follow him on his heels to engage him, which God grant may happen with a fortunate outcome for us. Wherewith, after greetings and heartfelt wishes for the best, I remain (below was written:) Your good friend (was signed:) P: G: van der Voort (in the margin:) Makassar in Castle Rotterdam the 19th of May 1717 (below:) Agrees (was signed:) H:k B:s Hodenpijl. 293 From Makassar the Translation of a Buginese letter written by Daeng Masonna, to the Governor, of the following content: After the usual compliments. I hereby make known to the Governor that I have properly handed over the letter which His Right Honourable gave me for delivery to the Resident of Quandang, who forwarded it to Gorontalo, without my having received any news from Ternate to this day; while owing to the piracies of the Magindanaos everywhere in places where Europeans are, I have been compelled to depart for Toli Toli, as it was said that they had plundered that place and Buol; but on arriving there, I pursued the aforementioned pirates as far as Koliedoepa. Further. From Makassar the Further, I report hereby that the Magindanaos and the king of Liboentoe have resolved together to surprise the four places, namely Toli Toli, Buol, Kalidoepa, and Bola, and if possible utterly destroy them; but we two who have authority here are still united, and therefore the four aforementioned places have jointly seen fit to submit themselves to the obedience of the Honourable Company, and to represent their grievances concerning the outrages committed by the Magindanaos and the king of Liboentoe, and that the Honourable Company would be pleased merely to stand on a hill and watch their fight with the enemy, and afterwards act as mediator; these now being the sentiments of the four aforementioned places, I have resolved to protect the Company's trading post against all invasions, as they are no longer able to bring them to reason, and also because I see that the aforementioned places can no longer endure the oppression of the Magindanaos and Liboentoe. Furthermore.
Dutch transcription
Van Maccaesser den 289 men, zoo dat alhier wel Edele Agtb: Heer mijne bedunkens zoo de zaake geen andere keer neeme, het hoog nootzakelijk zoude weesen dat ik met monschappen voorsien wierd, kunnende desselve naderhant niet nootsakelijk zijnde wederom ge„ zouden werden, d' Snaphaanen wel Edele Agtb: Heer zijn alhier thans weijnig de wijl de provisie prouw nog niet opgaagt 'T hoofd vonr stnke zoo wel als staoe teko hebben mij om kruijt versogt waar omtrent uwel Edele Agtb ordres soo spoedig mogelijk versoek hoe ik mij tyt vonr nood daar in zal hebbe te gedraagen, dog zoo die zoo wel als de onderdaenen kruijt krijgen /:dat som„ tijds noodsakelijk zou weesen:/ kan men„ schelijk in de post gebrek krijgen de Brief voor Saleijer wel Edele Agtb: Heer hebbe ik niets versonden Terwijl voor het overige overige met alle hoog agting en respect ver„ blijve /:onderstond:/ wel Edele Agtb Heer /:lager:/ uwel Ed„e Agtb onderdanigs en Trouw schuldige dienaar /:was geteekend:/ L: Monsieur /in margine:/ Boelecomba in sComp:s vesting den 17: meij 1717: /: onder stond /: Accordeert /:was geteekend:/ H:k Bs Hodenpijl Van Maccasser den Maccassser den Van 291 Aan den onderkoopman Simon Monsieur Resident aldaar Eersame, Vroome, Discreete, De ordres door uE gesteld om de Posten Boele„ comba en Bonthain zo veel mogelijk tegens een onverhoopten aanval onser vijanden te decken, na het genoteerde bij uE schrijvens van eergisteren volko„ men approbeerende, wil ik hopen dat de provisie praauw die deets den 13 van hier vertrocken is spoedig sal opdagen met het daar meede gezondene volk en beno„ digt haden, buijten dewelke ik voor nog geen meek monschap, zenden kan, sonder mij selve te veel te ontblooten, om den vijand die naauwlijks drie quar„ tier verre of in het Tellose gebied legt, en zo als de berichten willen voorneemens zoude zijn ons hier t' overvallen een kragtdadigen tegenstond te bieden. Van Maccasser den bieden of wel wanneer hy na de zuijder provintie mogt af„ sacken te doen onderschappen en natzetten inwelke geval onse magthen des noods tot inhet Bonthijnse of Boelecombase sal volgen om den te kunnen strecken tot assistentie en behoudenisse onser Posten en bezettelingen die ik in„ middens vierigelijk wensch en bidde dat den Almachti„ gen in zijne veijlige hoede en bescherming gelieve te nee„ men hun voor het ongeluk genodig bewaarende van te vallen in de harden onser vijanden. Ondertusschen wil ik uE nevens alle deselve vermaand hebben om wanneer het tot een attacque komen mogte onder afbidding vans Heeren dierbaren zegen manmoedige tegenstand te bieden en om de uE door den koning tot assistentie toegezondene boniers daartoe ook 't en Courageeren en instaat te stellen sal uE haar van kruijt dienen te voorsien zo verreden voorraad zulks toelaat kunnende ik om de boven aangehaalde reden van dit articul nu nog niets of senden te minder ik den overbreng van het zelve met Jnlands niet derf vertrouwen, behalven dat 't dinkelijk to laat komen zoude bij aldien den Rebel den morsch derwaarts mogt willen neemendewijl zulks als dan binnen twee â drie dagen zou„ de moeten geschieden wanneer onse mogt hem als gezogt op de hielen zal volgen om hem aan te lasten, het geen godgeve dat met een galuc„ kige uijtslag voor ons geschieden mag Waar meede na groote en her tgrondige toewensching van het beste verblijve /:onderstond:/ uE goede vriend /:was geteekend:/ P: g: van der Voort /in margine:/ Maccasser in't Casteel Rotterdam den 19 Meij 1777 /ondeast:/ Accordeert /:was geteekend:/ H:k B:s Hodenpijl. 293 Van Maccasser den Translaat Bougineese brief geschreeven door Daeng Mason„ na, aan den Heer Gouverneur van de volgenden inhout Na gewoonlijke Complimenten Zo make bij deese aan den Heer gouverneur bekent dat ik den brief die zijn Edele Agtb: mij ter besetting heeft meede gegeven behoorlijk aan den Resident van quan„ dang heb over han digt, die dezelve na gorontalo heeft voort„ geschikt, zonder dat tot heeden eenige narigt van Ternaten hebbe gekreegen, terwijl ik door de zeer overijen der Magindanauers over ab op plaatsen daar Europeesen zijn ben genoodzaakt geweest om na Toli Toli te ver„ taekken, wijl'er gezegt wierd dat z' die plaats en Bewool zouder hebben geplundeert, dog ik daar komen„ de hebbe de voornoemde Rovert versoogt tot op kolie doepa toe Wijders. Van Maccasser Den Wyders melde bij desen dat de Mangin dananers en dan koning van Liboen toe met malkanderen besloten hebben om de vier plaatsen als Toli Iolie Bwaol, 3vr kalidoe, pa en Bola te overrompelen en des mogelijk ten einanoo, te vernielen, dog wij zijn nog met ons beijden die hier het gezog hebben en daar, en daarom hebben de vier voorn: plaatsen met malkanderen goed gevonden om zig onder de gehoorsaamheijd van d' E Comp te begeven, en hunne bezwaarnisse over de gepleegde gewel denooijen van de Mangindanoueres en den koning van Liboen toe voor te dragen en van dE: Comp: mara op een heuveltje geliefde te staan en haarlieden gevogt met den vijand aan te zien en daar na als middaar te ageeren, dit nu de sentimen„ len van de vier voorn: plaatsen zijn, de ben ik geresol„ viert 'sComp: Comptoir voor alle invasien te beschermen, dewijl men met meer instaat is om haarlieden tot reeden te brengen als meede om dat ik zie dat de voorn: plaatzen niet meer kunnen verdragen de onderdruk king der Magindanauers en Liboentoe voorts. _
English
From Maccasser the Furthermore, it also serves to inform that the subjects of Toli Tolie have fulfilled the word given to me at Macasser and, as a consequence thereof, have chosen my son Lapactaraij as their king, to rule over them with unlimited power; and I think that Bwool will follow those of Toli Toli, as they have deferred to me to arrange their well-being. Likewise, the Boniers and Caijelireesen, who live here and formerly used to do evil, have promised and assured me to do no more evil henceforth, provided they are left in peace and can find their livelihood and sustenance, because the Europeans had previously granted them nothing, and that this was the reason why they had committed evil. All the foregoing being true words from me to the Lord Governor. Written on Friday in the year 1777. Agreed. Was signed: H:k B:s Hodenpijl From Maccasser the Account given by the Peranakan Chinese inhabitant here, Intje Treo, properly named Lie Kamlong, at the requisition of the Honorable and Esteemed Lord Paulus Godofredus van der Voort, Governor and Director of this Celebes. The deponent declares that he was approached by the chief interpreter, Brugman, on behalf of the Honorable and Esteemed Lord Governor, to send someone out to Maros, where he has a brickworks and many acquaintances, and to inform himself incognito how matters are presently situated there after the rebel Sankilang overwhelmed the post. That he thereupon wrote a letter to Gallarrang Bonto, whom he calls father, being not only an old acquaintance of his but also of his family, wherein he, as if out of his own motives, had expressed great sympathy for him, since he had heard that he too was said to have gone over to the enemy, at the same time advising him to remain with the Honorable Company and, as proof thereof according to old custom, to come here and present himself to the Lord Governor. That the deponent had sent off with that letter his slave youth and overseer over his paddy fields there, named Soling, who had just come here four days ago; who, having returned this morning, brought him a clear report that Gallarrang Bonto had said he could not answer the letter, but verbally conveyed many thanks to his master, whom he called his son, for the sympathy expressed; that he had sought the Honorable Company and had sworn loyalty to Sankilang, and could not or would not depart therefrom, but would die and perish with him, adding that he should just take care of himself. Further, the deponent declared that after the said Soling had gone that morning to Crain Candsilo to bring him some present of vegetables and thereby show himself as a subject of his, he had heard on that occasion that Crain Candsilo, having assembled with the five regents of Maros together in the house of the Lord Governor, had said that since they had now joined him, they must also remain steadfast, however things might turn out, for they must not think that if they deserted him now, all would go well with them, but on the contrary, since the Honorable Company already knew of their defection, they would nevertheless be unfortunate; whereupon the said regents had risen together and unanimously reaffirmed their steadfastness, so that they wished to die and perish with him even if the whole country were laid waste. That the said Soling had also heard on that same occasion that Crain Candsilo, alongside the aforesaid five regents, intended to come hither and attack Macasser, but that shortly thereafter two emissaries having been sent by Lomo Siang and Crain Pagang with the news that the former Arou Pantjana was approaching to attack them, they were deterred from doing so, while Crain Candsilo had given as an answer to the said emissaries, being the son of Lomo Siang and a certain Boram, that it was well, and that they should tell their masters that if Arou Pantjana came to summon them, they should just join him and follow him, and when he was engaged in battle with them, then to give a signal so as not to be struck, and then also immediately to desert over to him; with which reply they had departed. The above having been clearly explained to the deponent in Malay, he declared it to be the upright truth, giving as reason for his knowledge that, being ready in text, he would always confirm the same more closely if necessary. Thus done and related at Maccasser in Castle Rotterdam the 19 May 1777. Was signed: Liekamlong. Below: Which I attest. Signed: G. Bremer, First Sworn Clerk. Agreed. Was signed: H:k B:s Hodenpijl From Maccasser the Account given by Bandia, subject of the Honorable Company, at the requisition of the Honorable and Esteemed Lord Paulus Godofredus van der Voort. The deponent declares that one of his family, being married to a so-called lady-in-waiting of the Queen of Tallo, under the pretext of fetching firewood, had come yesterday with a lepa-lepa out of the river and to the deponent, communicating to him that the rebel Sankilang had sent an emissary to the aforesaid King of Tallo, bringing with him two maids as a present who looked like housekeepers of Europeans, and that this emissary had at the same time said that Sankilang had also sent two [illegible] or Christian women to Barisallo; further that he was of the intention to come in person to them at Tallo the day after tomorrow (or the 21st of this month), for which the necessary preparations, or a large baruga (or assembly house), were already being made.
Dutch transcription
295 Van Maccasser den voorts dient almeede dat de onderdanen van Toli Tolie hun aan wij gegeven woord te Macasser, volbragt en inge„ volgd van dien mijn zoon Lapactaraij tot hunnen koning verkooren hebben, om over haar met een onbepaalde mogt te Regeeren en ik denke dat Bwool die van Toli Toli wel zul„ len na volgen, wijze aan mijn hebbe gedefereert om haar wel zijn te bedertigen, ook hebben de Boniers en Caijelireesen, die hier woonen en voor desen quaad plogten te doen, mij beloofd en verzekert om voortaan geen quaad meer te doen, zo ze maar in vreede gelaten worden en hun bestaan en onderhoud vinden kunnen, want dat de Europoesen hem bevoorens niets hadden vergunt en dat zulks de Reeden was, waarom zij quard hadden bedreven alle het voorenstaan de zijnde waare woorden van mij aan den Heer gouverneur /:onderstond:/ ge„ schreeven op vrijlag in't Jaar 1777. /:onderstond:/ Accordeert /:was geteekend:/ H:k B:s Hodenpijl Van Maccasser den Relaas gedaan door den Parnackang Chineesin Inwoonder alhier Intje Treo ten rechten genaamt Lie„ Kamlong, ter Requistie van den wel Edelen Agtbaaren Heer Paulus godofredus van der voort, gouverneur en Directeur deser Celebes. De Relatant verklaart dat hij door den oppertolk, brug„ man uijt naam van den wel Edelen Agtbaaren Heer gouverneur aangesproken is, om eent uijt tezenden na Marcos, daar hij een stoen bakkerij en veel kennissen heeft en zich in Cognito te Jusfor meeren hoedigrig het aldaar na dat den Rebel Sankilang de post overkompelt hadde, thons gesteld zij Dat hij daar op een brief geschreven heeft aan gladarang Bonto, die hij vader moemt, zijnde niet alleen zijn oude ken„ nis maar ook van zijn familie, waaren bij hen als uijt eijgen motiven 297 Van Maccasser den motessen hadde betuigd groot moedelijden met hem tehebben, dewijl gehoort had, dat hij meede tot dan vijand zoude zijn over„ gegaan, hem teffens aanradende om toek bij dE: Comp te blijven en ten blijke van dien volgens ond gebruijk, hier te komen en zich by den Heer gouverneur te verthoonen Dat de Comparant zijn slave Jonge en mondhoor over zijne d Padij velden aldaar in naame Soling die nu vier dagen geleden Juijst hier was gekomen met die brief weg gezonden had, die heeden moregen geretourneert zijnde, aan hem tot keir be rigt gebragt had, dat glarrong Bonto had gezegt die brief niet te kunnen beantwoorden maar mondeling aan zijn heer die hij zijn zoon noemde veelmaals van ka„ te zeggen, voor de betuijgde meedelijdentheijd dat hy dE Comp verzoekt en Sankilang trouwe gez wooren had en Comp daar van niet te kunnen ofte zullen afgaan, maar met den zelven te zullen sterven en vergaan met bij voe„ ging dat hij maar zorge voor zijneeijgen zoude dragen Wijders verklaarde de Relatant na dat gem: saling des morgens daar aan gegaan zijnde bij Cadin Candsilo om den Van Maccasser den den zelven eenig geschenk van deruijtagie te brengen en zich daar door quaetie als een onder daar van den zelven te betoonen bij die gelegentheijd gehoort hadde dat Cram Randsilo tegens de vijf Regentan van maros te zamen in het sluijs van den Heer Gouverneur vergadert zijnde hadde gesagt, dat zylieden hem nu eens toegevallen zijnde, ook stand vas toge moesten blijven, hoe het ook gaan mogte wont dat hy niet moesten denken als zo hem nu verlieten, dat het Een wal zoude gaan, maar dat ze ter Contrarie wijl 88: Compagnie hunnen af val nu reeds, wist, toeh onrgeluckkig wesen zouden waar op de gemelde Regenten gezamentlijk waren opgestaan en een„ paarig op nieuwotverzekering gedaan hadden van hunne standvastigheijd, sa dat ze met hem sterven en verder„ „ven wilden ol woierd het gantsche land verbelgt. Dat gemelde saleng nog bij die zal fda ocasie gehoort heeft dat Caain Candsilo nevens de voorsz: vijf Regenten voornemens waren, om herwaards te komen en macasser te attacqueeren, dog dat korts daar op twee zendelingen van Lomo Siang en Crain Pagang gezonden zijnde met de tijding dat den geweesen Arou Pantjana aanquam oms 199 van Maccassere den Om haarlieden te attacqueeren, zijlieden daar in weder houden wierden, terwijl Cram Candsilo de gemelde sendelingen, zijnde „de zoon van Lomo Siang en eenen Boram, tot antwoord had gegeven, dat het wel was, en dat zij lieden aan hunne mees„ tert zouden zeggen Arou Pantjana quam, om haar te roepen, zij zich maar bij hem vervoegen en hem volgen zouden, en als hij met hun slaags was, dan een teeken te moeten geven om niet geslogen te wordens, en dan ook ten eersten bij hem te moeten komen overloopen met welk bescheijd dezelve waren sien gegaan Het geen voorsz staat den Comparant duijdelijk in 't maleijtsch te perstaan gegeven zijnde, betuijgde hij de op regte waarheijd te weesen, gevende voor reeden van weetenschap als in textie bereijd zijnde 't zelve des noods altoos nader gestand te zullen doen /:onderstond:/ Aldus gedaanen gezelateert tot Maccasser in 't Casteel Rotterdam den 19: Maij 1777 /was geteekend :/ Liekamlong /:lager:/ quod attestor /:geteekend:/ g=o Bremer E: g: Clercq /:onderstoond:/ Accordeert /:was geteekend:/ H:k B:s Stodenpijl Van Maccasser den Relaas gedaan door Bandia SE Comp:s onderdaan, ter Re„ quisitie van den wel Edele Agtbaeren Heer Paulus Godofredus van der Voort De Comparant verklaart dat een van zijn Familie ge„ trouwt zijnde, met een zo genaamde stof dame van de ko„ ninginne van Tillo, onder pretekt van brandhout tehalen gisteren met een Lip Lip de Rivier buijten en bij den Comp:t was gekomen, hem Communiceerende dat de Rebel San„ kilang Een sendeling had gezonden, bij voorm: koning van Tillo meede brengende twee meijden tot preesent die na Huijshoudstert van Europeesen geleeken, en dat die sendeling teffens gezigt hadde dat Sankelang ook twee Monjes of Christen vrouwen naa Barisallo had gezonden voorts van intentie te wezen om over mor„ gen /:of den 21. dezer:/ bij haar op Tham in perzoon te zullen komen waar toe de nodige toestel of een grote Baroega /: of vergader huijs:/ bereeds wierd gemaakt