VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3500

Japan · 1,446 pages · 247 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3500_0627 view scan ↗

English

From Makassar the made, and that the subjects had been ordered each to supply rice proportionally for the provisions of the same and the people with him. That the Appearer had then asked his friend whether the kings of Tello were conspiring with Sankilang, and received as an answer: Yes, surely they are conspiring, because when he departed for Maros, she assisted him not only with three cannons, ten blunderbusses, ten snaphaunces and ten assegais, but also with people from Thain and two gongs along with those who can beat upon them. That the Appearer had further asked what he thought of the king of Goa, whereupon he had answered that after Sankilang had returned from Maros to Teekere, he had written a small letter to the same and had it delivered by the old Tomilalang, but that Sankilang, pretending to be still too tired to read it, had handed it back to the Tomilalang and requested him to take a look at it, who having done so, but having read only half of the letter, was stopped by Sankilang, saying to just stop, adding: Grandfather, it is now too late, you people are already down and if you now wanted to raise yourselves up again that cannot happen, but turn back again, grandfather, and let your people assemble and order them when I come to just remain quiet and make no commotion, but to let me have my will. That the Appearer had further asked whether Craan Sandrabonij was also with his mother-in-law, the queen of Tello, to which the other answered yes, that the same had arrived the day before with all his subordinate chiefs in three large Paduackangs and ten prau Padjallas. The Appearer having replied to this, how he understood that, since the shahbandar of Makassar had recently spoken entirely differently, the other had answered again that the Macassars knew how to speak fair words, but that one should weigh their words well. The aforementioned having been clearly made known once again to the Appearer by the under-interpreter Coenraad Jonsz: Blij, he testified that the same contained the pure truth and being prepared to further stand by what is mentioned in the text. Below stood: Thus done and related at Makassar in Castle Rotterdam on 20 May 1777. Was signed with a cross next to which was written: by Bondea. In the middle for the translation signed: C: J: Blij. Below stood: Agrees. Was signed: H:k B:s Hodenpijl. From Makassar From Makassar the Translation of a small note written by Joeanna I: Asia to the Governor. My humble greeting to the Governor, and make known to his Honorable Worship that I have now arrived at Pankadjeene with all the people, and therefore request to receive further orders from his Honorable Worship, as well as to be assisted with some gunpowder and snaphaunces, while that which we further require is well known to his Honorable Worship. Below stood: Agrees. Was signed: H:k B:s Hodenpijl. From Makassar the Makassar the From Message delivered from the Madanrang to the Governor. I have something in case the Governor should be pleased to approve it, namely I am of the opinion whether it might not be necessary to reinforce our present troops who must come hither from Maros, for the reason that they do not need to cross a river, which would be very difficult for our people who would have to march from here against the enemy, and would only serve to delay our intention to carry out the enterprise as quickly as possible; I also think whether it would not be necessary to demand of the Macassars to keep occupied all the roads running to the mountains, so that the enemy may not break through there and escape. Escape. If they should comply with this, I think that one does not need to suspect them of any evil design, but in the contrary case, it will then be evident that they are in league with the enemy and thus are not sincere with us, but then we shall nevertheless be able to be on our guard against them, because in my opinion, in order to avoid all suspicion that the Macassars might have against us as if we considered them as adherents of the enemy, it is necessary to demand the above from them; nevertheless I submit what has been said to the pleasure of the Governor. Below stood: Agrees. Was signed: H:k B:s Hodenpijl. From Makassar the Whereas the Honorable Company and the Kingdom of Bonij have agreed to attack with weapons the known enemy who has raised himself against them, in hope of God's blessing, they hereby give notice thereof to their friends and allies, the courts of Goa and Tello, with the request, in accordance with the mutually sworn Bongaya Contract, to offer all possible resistance and damage to the enemy alongside us, and on that account to have the roads to the mountains occupied by troops, so that the same may not break through there or escape once again. Below stood: Thus delivered on behalf of the Honorable Company and the Kingdom of Bonij the the 24 May 1777, or according to the latest reckoning, the day of the month Rabial-Achier of the year 1191. Below stood: Agrees. Was signed: H:k B:s Hodenpijl. From Makassar the

Dutch transcription

301 Van Maccasser den gemaakt, en dat de onderdaanen waren gelast ieder na rato rijst op te brengen tot mond kost voor den zelven en bij hebbend volk Dat de Comparant doen aan zijn vriend gevraagd had of de koningen van Tello dant met sankelang zamen spande! en ten antwoord bekomen Ia zeeker„ lijk spannen zij te zamen, want toen hij naa Maros is vertrokken heeft zij hem geassisteert niet alleen met drie daendels, thien donderbussen, thien sna„ phanen en thien assagaijen maar ook met volk van Thain en twee ganvangs met de geene die er opslaan kunnen Dat de Comparant verders had gevraagd wat hyj dogt van den koning van goa. ? waar op g'antwoord had dat die na dat sankilang van Maros weeder op Teekere gekomen was, Een briefje aan den zelven geschreeven en had laten bestellen door den ouden Tomilalang, dog dat Sankilang voorgevende, nog te vermoeijt te zijn om 't zelve te lezen het waderaan den Tomilalang had overgegeven en varzogt om het zelve eens op te beken, die die zulx gedaan dog maar de helfte van de brief gelezen hebben door sankilang was gestuijt zeggende om maar op te houden, met ver„ reeds dat byvoeging groot vader het is nu te laat, gijlhieden zyt en re onder en wist gij unu weder verheffen dat kan niet geschieden, maar keert weder terug groot vader, en taat u lieden volk bij malkander komen en ordonneert hun als ik kome om zoob maar stil behouden en geen bewaeging te maken, maar mij mijn wil te laaten doen Dat de Compt verder had gevraagd of Caam Sandrabonij ook bij zijn schoon moeder de koningin van Tello was, daar den ander op antwoorde van Iaa, dat dezelve daags bevoorens met alle zijne onderhoorige hoofden in drie groote Paduackangs en thien praauw Padjallas was aangekomen de Comp:t hier op gerepliceerd hebbende, hoe hij dat verstond daar de sjaban„ draar van Macasser onlangs geheel anders sprak, zo had den ander weder gedient, dat de Macassaaren schoon wisten te praaten, dog dat men haare woorden wel over wegen mogt Het geen voorschreeven staat den Comp:t nogmaals door den onder tolk Coenraad Jonsz: Blijduijdelijk te verstaan gegeven zijnde, zo betuijgde hij zulks de zuijvere waarheijd te behelsen en bereid zijn„ „de het intext gem: nader gestand te doen /:onderstond Aldus gedaan en gevelateert tot Macasser in 't Casteel Rotterdam van 20: maij 1777: /:was geteekend:/ met een kruijsje waar bij gesz stond gesteld bi Bondea /:in 't midden voor de vertaaling /:geteekend:/ C: J: Blij /:onderstond:/ Accordeert /: was ge„ teekend:/ H:k B:s Stodenpijl, Van Maccasser 303 Van Maccassr den Translaat van Een kleijn Cedeltje Teschreeven door Joeanna I: Asia aan den Heer Gouverneur Mijn ootmoedige groot aan den Heer gou„ verneuren make zijn Edele Agtb: bekend dat ik thans op Pankadjeene, met alle de volkeren g'arriveerd ben, en verzoek mitsdien om nader ordre van zijn Edele Agtbaare te mogen hebben mitsgaders om met eenige kruijt en snaphaanen g'adsis„ teert te werden terwijl het geene W. W verder benodigt hebben, zijn Edele agtbaare wel bekend is /:onder„ stond:/ Accordeert /:was geteekend:/ H:k B:s Hodenpijl Van Maccasser den 305 Maccasser den Van Boodschap van de Madan rang aan den Heer Gou„ Verneur uitgedragt„ Ik he biets in gevalle de Heer gouverneur zulks naar gelieft goed te keuren namentlijk ik ben van gevoelen of het niet nodig zy onse tegenswoordige troupen die van Maros na herwaarts moeten komen, te versterken, om reden te over geen tivier behoeven te passeeren, dat zeer moeijelijk voor ons volk zoude, dat van hier na den vijand zoude moeten mancheeren, de zulks zouden moeten den dog tot vertroeging strecken van onse intentie om de onderneeming ten spoedigsten te volvoeren: ook denkeik of het ook niet nodig zoude weesen de macassaeren te demandeeren om alle de wegen, die na de gebergtens loopen bezet te houden op dat den vijand daer niet kome door te breeken en 't ontvlugten E Van Maccasser den Ontvlugten zo zo dit mogten nakomen delk ik dat men hun van geen quaad desseijn belooft te suspec„ teeren maar ingevalle van 't Contrarie dan zal 't blijk baar zijn dat zij zig met den vijand verstaan en het dus met ons niet opregt meenen, dog den zul„ len wij ons egter voor hoorlieden kunnen wagter want na mijn gevoelen, is het ter vermijding van alle orgwaan die de Maccassaeren tegens ons mogten hebben als of mij haarlieden als aen aanhang van den vijand Considereeren nodig het bovenstaande haarlieden te demandeeren nog thans onder werf ik mij het gezegde aan 't goedvinden van den Heer gou„ verneur /:onderstond:/ Accordeert /:was geteekend:/ H:k B:s Stodenbijl 307 Van Maccassar den Dewijl DE: Compagnie en het Rijk van Bongj over een gekomen zijn, om den bekenden vijand, die zig tegen haar opgeworpen heeft inhoope op godes zegen, door de wapenen te doen aantasten, zoo geeven zij bij deesen daar van kennisse aan haare vrienden en bondgenooten, de hoven van goa en Tello, met versoek om in over een komst van het onderling beswoore Bongaijs Contract den vijand nevens ons alle mogelijke tegenstand te bieden en afbrenk te doen, mitsgadars uijt dien hoofde door troupen de wegen na het gebergte te laeten bezetten op dat denzelven daar niet kome door te breeken of andermaal te ont„ vlugten /:onderstond:/ Aldus overgegeven uijt„ naam der E: Compagnie en het Rijk van Bonij den den 24. Meij 1777. of na der laatste reekening den dog van de maand Rabbel Achier des Jaars, 1191. B:s Stodenpijl /:onderstond:/ Accordeert: /:was geteekend: /. Hk Van Maccasser den

NL-HaNA_1.04.02_3500_0635 view scan ↗

English

From Maccasser the Letter from the Governor to the Tanette Prince Poeanna I-Asia. Greetings to you, my son, and I inform you hereby that the Honourable Company and Bony have agreed that you and Datou Baringang shall unite with each other to command the subjects of the Honourable Company and Bony, and lead them hither to attack the enemy, because we are as yet uncertain whether the Macassars mean sincerely with us or not, and one will not be able to know their intention until you have attacked the enemy; the Macassars having indeed made a request to us to occupy all the roads leading to the mountains, where the enemy could From Maccasser the 24th May 1777, or according to the latest reckoning the day of the month Rabbel Achier of the Year 1191. B:s Stodenpijl Underneath stood: Agrees. Was signed: H:k From Maccasser the Letter from the Governor to the Tanette Prince Poeanna I-Asia. Greetings to you, my son, and I inform you hereby that the Honourable Company and Bony have agreed that you and Datou Baringang shall unite with each other to command the subjects of the Honourable Company and Bony, and lead them hither and attack the enemy, because we are as yet uncertain whether the Macassars mean sincerely with us or not, and one will not be able to know their intention until you have attacked the enemy; the Macassars having indeed made a request to us to occupy all the roads leading to the mountains, where the enemy could could escape, but upon which we may not rely before and until they fulfill this. When we on our part shall get into motion to join with you or else directly attack the enemy from here: meanwhile I await with the bearer of this notice what you have determined with Datou Baringang in the aforementioned regard. Underneath stood: Macasser the 23 May 1778. Underneath stood: Agrees. Was signed: H: B: Hodenpijl. From Maccasser the. From Maccasser the Report given by the Chinese Tan Haijle, who departed from here on the 12th of December of the past year for the Islands of the Paternosters, Postilions, Boneratte and Clauwt. The Relator, provided with a proper pass from the Right Honourable Lord Governor and Director of this Celebes, having departed on the 12th of December of the past year with a prow paduakang from here to the above-mentioned Islands, says that en route he was forced by maritime distress to put into Luwu, where he arrived after the passage of a month; having found there the Chinese Ouw Kompeeng and Tan Tongkoen still busy selling the merchandise they had with them. That after having been in Luwu for 7 days he had again departed from there, from Maccassie from there, continuing his voyage further to the above-mentioned Islands, from where, after having fished for tripang for over two months, he had returned again to Luwu. That on this his second arrival he had presented himself to the King of that place, who had recounted to him, the Relator, how the aforementioned Chinese Ouw Kompeeng and Tan Tongkoen, along with another named Tjong Korijko, had been bestially murdered and killed by four of the crewmen or sailors at a certain village named Djongsawa, belonging to the territory of the King of Bony, adding that he, the King of Luwu, had caused three of the perpetrators thereof to be apprehended and taken into custody, the fourth having already escaped or fled, asking of the Relator to take those people with him to Macasser, which was accepted by the Relator, but from which intention that King had desisted again upon the dissuasion of some of his Council members, giving to know to the Relator that he would detain those murderers with him From Maccasser the detain until such time as he should have received letters from the Right Honourable Lord Governor and the King of Boni. That he, the Relator, was at the house of the aforesaid King when His Highness asked the fellow Chinese Goukoko, alias Toekang Maas, who was just there for trade, to take the prow of the said murdered Chinese Ouw Kompeing and companions with him to Macasser, who also accepted this, placing at the same time 2 heads of his crewmen on the same, as the Relator had also done, wherewith they had departed for the village Tjaloeng under Bony's territory, where the Chinese Goukoko took his aforementioned 2 crewmen off that prow again, while handing over to the Relator a paper written in the Buginese language, sealed by the King of Luwu, by way of a pass, in which are also mentioned the goods goods or merchandise of the murdered Chinese; which Goukoko had taken from there with him to Saleyer, while he, the Relator, having placed another 2 of his sailors on that vessel, departed from there in company of the same, and having called at the Residency of Bonthain, turned the prow hither alongside the same, and arrived here yesterday. Underneath stood: Thus related at Macasser the 25 May Year 1777. Was signed: with a Chinese character, by which was written: written by the Chinese Tan Haijle. Underneath stood: Agrees. Was signed: H:k B:r Hodenpijl. From Maccasser the

Dutch transcription

309 van Maccasser den Brief van den Gou„ verneur aan de Tanetse Prins Poeanna I- Asia. De groetenis aan uE mijn zoon, en melde uE mits„ deesen dat dE: compagnie en Bonjover een zijn gekomen, dat uE: en Datou Baringang zig met elk ander zul„ „len hebben te vereenigen om de onderdaanen van d E: Compagnie en Bony te gebieden, en herwaarts op te voeren in den vijand te gaan attocqueeren, dewijl w' voor als nog in 't onzeeker zijn of de Macas„ „jaerens het met ons opregt meenen of niet, en men hunne intentie niet eerder zal te weesen, kunnen krijgen, voor dat uE: den vijand zal heb„ „ben aangetast; hebbende de Macassaeren ons wel versoek gedaan om alle de weegen na de gebergtens loopende te gaan bezetten, waar den vijand het zoude kunnen Van Maccasser den den 24. Meij 1777. of na der laatste reekening den dog van de maand Rabbel Achier des Jaars, 1191. B:s Stodenpijl /:onderstond:/ Accordeert : /:was geteekend:/. H:k 309 Van Maccasser den Brief van den Gou„ verneur aan de Tanetse Prins Poeanna I- Asia. De groetenis aan uE mijn zoon, en melde uE mits„ deesen dat dE: compagnie en Bonjover een zijn gekomen, dat uE en Datou Baringang zig met elk ander zul„ „len hebben te vereenigen om de onderdaanen van d E: Compagnie en Bony te gebieden, en herwaarts op te voeren en den vijand te gaan attocqueeren, dewijl w' voor als nog in 't onzeeker zijn of de Macas„ „jaerens het met ons opregt meenen of niet, en men hunne intentie niet eerder zal te weesen, kunnen krijgen, voor dat uE: den vijand zal heb„ „ben aangetast; hebbende de Macassaeren ons wel versoek gedaan om alle de weegen na de gebergtens loopende te gaan bezetten, waar den vijand het zoude kunnen kunnen ontvlugten maar waar op wij ons niet ver„ „laaten mogen voor en al eer zij zulks natkomin. wanneer wij van onse kant in beweeging geraeken zullen, om met uE te conjungeeren dan wel van hier direct den vyand te gaan aantosten: onder„ „tusschen verwogte ik met brenger deeses bescheijd wat uE: ten voorschreeven opzigte met Datou Baringang be„ „naamt heeft /: onderstond:/ Macasser den 23 Meij 1778. /:onderstond:/ Accordeert. /: wargeteekend:/ H: B: Hodenpijl. Van Maccasserden. 311 Van Maccasser den —: Helaas gegeven door den Chinees Tan Haijle, een den 12: december anno vergangers, van hier na de Eijlanden de Paternosters, Postilions„ Boneratte en clauwt is vertrocken. Den Relatants met een behoorlijke Pas van den wel Edele Achtbaere Heer gouverneur en directeur deser celebes voorsien, op den 12:' december anno passato met een Prauw Paauaekang van hier na boven gemelde Eijlanden vertrocken, zegt onderwegens door zeenood gedwongen gewiert te zijn, zoe wol aan te doen alwaar hij na verloop van een maand was g'arriveerd; daar gevonden hebbende de chineesen ouwkom„ „peengen Tan Tongloew nog bezig hoeve in hebbende negotie te verkopen. Dat hij na op Loeo- 7 dagen te hebben geweestweeder van door van Maccassie daar was vertrocken zijne reijse verder na boven gemelde Eijlan„ den voort zittende, van waar hij na ruijm twee maanden Tri„ „pangs gevrst te hebben, werder na Loiroe was te rug gekaad. Dat hij zig bij deeze zijne tweede komste bij den koning van die plaats hadde begeeven, die aan hem verlatant had„ de verhaald, hoe dat den voorgemeede Chineesen ouw kom„ „perng en Tan Tongkoen, nevens nogeen onder Tjong korijko genaamd, door vier van de scheepelingen of motmra„ sen dierlijk waeren omgebragt en vermoord op zeeker negorij de dgong sawa, gehoorende onder het gebied van de koning van Bonij, met bijvoeging dat hij koning van Loewol drie der daeders daar van harve laeten oppocken en ins verseekering genomen zijnde de vriende reets gesoap„ „peerd of ontvlugt onder afvagge aan den Relatant om die menschen na Macasser meede te noe„ „men, 't geen door dem Relatant was g' accepteerd, dog van welk voorneemen dien ko„ „ning door afraeding van eenige zijner Raads-lieten weeder hadde afgesien, onder te kennen gave aan den Rela tant dat hij die moordenaars bij hem zoude aan housen x 313 Van Maccasser den aanhouden tot tijd en wijle hy brievens van den wel Edele Agtb: Heer gouverneur en den koning van Boni zoude ont„ „fangen hebben. Dat hij Relatant op het huijs van voorin ko„ „ning was, wanneer zijn Hoogheijl aan den Juijst al„ daar ten handel zijnde meede Chinees goukob: ko /:alias:/ Toekang maas, hadde verzogt, de prouw van de gedagte vermoorde Chineesen ouw kompeing c: S: na Macasser meede te neemen, die zulk ook hadde aangenomen, teffens 2 koppen van zijn scheepe„ „lingen op het zelve plaatsende, zo als den Relatant ook gedaan hadde, waar meede zij vertrocken waeren na de Negory Tjaloeng onder Bonijs= gebied, alwaar den chinees gouko Eko, zijne gemelde 2 scheepelingen weeder van die praauwd hadde ge„ „legt onder ter handstelling aan den Relatant van een in de bougineese taal geschreevene papier door den koning van Loewoe gezegeld, bij wijse van een Pas in het welke teffens vermeld staan, de goederen 3 goederen of negotie van den vermoorden Chinees; dewelke gouw kobko, van daar meede na saleijer genomen hadde, Terwijl hij Relatant weeder 2 andere van zijne mattroo„ „sen op dat vaartuijg gesteld hebbende, in gezelschap van het zelve van daar vertrocken, en op de Residentie Bonthain aangegierd, nevens het zelve, den steven Eer„ waarts, en op gisteren hier g'arriveerd was. /:onderstond:/ Aldus gerelateerd tot Macasser den 25 Mey Ao 1777. /:was geteekend:/ met een chineese caractero„ waar bijstond gesz: bij den clinea Tan Haijlo/(onder„ stond:/ Accordeert /:was geteekend:/ H:k B:r Hodenpijl. Van Maccasser den ƒ

NL-HaNA_1.04.02_3500_0643 view scan ↗

English

From Macassar the Translation Note written by the King of Loehoe concerning such cash and goods belonging to the murdered Chinese Oukompeing found in the vessel and which have been handed over for further delivery to Macasser, to the Chinese named Goukeko, namely: Spanish Rds 88:46 in cash paid on the patoenroe Rds 16:-- paliwaroe ditto 64:-- Two thail of gold Eleven pieces of gold buttons five pieces of slaves Spectacles three pieces of flintlocks two blunderbusses One unusable flintlock twenty catties of copper wire One piece of silk cloth for badjoes Eleven pieces of silk badjoes two ditto waistbands One Sarong two handkerchiefs One pair of native trousers or breeches One steel pan One sourie two parangs two assagais One copper betel box One karet two chisels One drill One hammer One knife three Chinese old batjaar three Lombareels One Paduackang prau was written the 24th of the month of Rabi al-awwal in the year 1191 or the 2nd of May Anno 1777. Agreed. Was signed: H:k B:s Hodenpijl. From Macassar the. From Macassar the To the Right Honorable, Worshipful Sir Paulus Godofredus van der Voort Governor and Director of the coast of Celebes, together with The Council. Right Honorable, Worshipful Sir and Gentlemen Your Right Honorable Worships' respected letters circular of the 28th of April by the boreas, of the 13th of May by the provision prau, together with those sent therewith, two of the 14th and One of the 19th of this month, have all been duly received by me. As long as affairs, Right Honorable, Worshipful Sir and Gentlemen, take no other turn, I find myself not in a position to ship the rice. Regarding the four copies of the ordinance, Right Honorable Worships, I shall, if at all possible, execute this according to Your Right Honorable Worships' order, and have not failed to send the two enclosed to Zaleijer, which have already arrived there. With sorrow, Right Honorable, Worshipful Sir and Gentlemen, I learned of the approaching danger, and hope that God will take us into His protection. I pray and beseech Your Right Honorable Worships that, should the enemy march toward Bonthain or here, to have them pursued in order to assist us unfortunates. We shall, Right Honorable, Worshipful Sir and Gentlemen, while praying for God's precious blessing, should it come to an attack, do everything in our power, both here and at Bonthain. We are here exceedingly eager for further news, for although I have sent several people for reconnaissance into the mountains, one can learn nothing here. The number of subjects, Right Honorable, Worshipful Sir and Gentlemen, who are here to protect us is not large. Craing Gantarang lies dying. From Macassar the dying. Craing Bieran, Craing Lemo Lemo, Craing Wero, and Craing Grossing, although I have sent several messengers, have to my bitter sorrow not yet appeared, although they continually let me know that they will come at once, wherefore Your Right Honorable Worships' assistance is once again beseeched as much as possible. Just now, Right Honorable, Worshipful Sir and Gentlemen, I had the head of the people of Ankee with me, recounting that yesterday he had learned that the Company, together with the Boniers, will march out this day against the great Rebel, which I hope may turn out for the best under God's blessing. Wherewith, after having commended Your Right Honorable Worships to God's protection, I have the honor to call myself, Right Honorable, Worshipful Sir and Gentlemen, Your Right Honorable Worships' humble and faithful servant. Was signed: J:n Monsieur. In the margin: Boelecomba in the Company's fortress the 24th of May Anno 1777. Agreed. Was signed: Hk B:s Hodenpijl. From Macassar the. From Macassar the To the Junior Merchant Simon Monsieur Resident there. Honorable, Pious, Discreet. Your writing of the 24th of this month having been duly received by me, it serves as an answer thereto that, notwithstanding that we are here in need of paduakang vessels, I am quite content that you retain the boneas so that, in case of emergency, it may serve to assist or, should we—which God mercifully forbid—find ourselves in more unfortunate circumstances, to escape, which I think to be your intention, as I otherwise do not understand for what reason a portion of the rice could not be shipped, which in any case can cause no hindrance if it remains limited to a generous half-cargo. From the delivery of the ordinances we hope for a good effect, the more so as everything is presently still at peace with you and

Dutch transcription

315 van Maccasser den Translaat Notitie geschree„ ven door den koning van Loenoe van soedanige contanten en goe„ deren van den vermoorden chi„ nees oukompeing in 't vaartuig als er bevonden zijn en welke ter verder bestelling op Macas ser is overgegeeven, Aan den Chinees genaamt goukeko Namentlijk. spaans Rd=s 88 46: — aan contant op de patoenroe betaald Rd=s 16:—. „ paliwaroe — „no „ 64: —. Twee thaijl goud Elff p„s goude knoopen vijf stuk slaaven Briel drie p:s snaphaanen. twee „ donderbussen Een „ onbequaame snaphaan twintig kattjes koopere draat Een stux seijde kleed tot badjoes Elf p s seijde badjoes. twee „ _„o kuisbonden Een „ Sarong. twee „ neusdoeken. Een „ inlandse broek af broatje Een „ Htaale pan. Een „ sourie. twee „ parrings twee „ assagaijen Een „ kopere takaks door. Een „ karet twee „ beytels. Een „ boor Een „ hamer Een „ mes drie Chineese oude batjaar. drie „ Lombareels. Een prauw Paduackang. /:onderstond:/ geschreven den 24 van de maand Rabelawiel in 't jaar 1191 of den 2: May Ao 177. /: onderstond/ Accordeert /:was geteekend:/ H:k B:s Bodenpijl. Van Maccasser den. 317 Van Maccasserden Aan den wel Edele Agtb: Heer Paulus Godofredus van der Voort. Gouverneur en Directeur der custe celebes nevens Den Raad. Del Edele Agtbaare Heer en Heeren V DUwel Ed: Agtb: gerespecteerde letteren sorkel van den „ 28 april p:r de Borcas van den 13:e mij p„r de provisie prauw benevens 't daar bij gezondene twee van den 14:e en Een van den 19 deser zijn mij alle wel geworden. zo lang de zaaken wel Ed: Agtb: Heer en Heeren geen andere keer neemen vind ik mij niet instaat om de Rijsts of te scheepen. omtrent de vier afschriften van de ordonnantie wel Ed. Agtb: zal ik zoo 't Eenigsints moogelijk is volgens uwel Ed: Agtb: ordre zulks uitvoeren, en heb met ge„ manqueert Maccasser den manqueert om de inleggende beide na Zaleijer te zenden, die reets aldaar g'arriveert zijn. Met Leetweesen wel Ed: Agtb: Heer en Heeren ver„ „naam ik 't naderend gevaar en hoop dat god ons in zijn bescherming zal neemen, ik bid in Smeek uwel Ed: Agtbaare Heeren om zoo de vijand na Bonthain of hier mogt trekken dezelve te laate ver„ volgens om ons ongelukkige te adsisteeren. wij zul„ „len wel Edele Agtbaare Heeren onder afbidding van gods dierbaare zeegen zoo 't tot Een attacque mogt komen aldoen wat in ons vermoogen is, zoo wel alhier as op Bonthain, wij zijn alhier ten uijtersten verlan„ gende na nader teijding want schoon ik verscheijde„ menschen ter ontdekking in 't gebergte heb gezon den kan men alhier niets te weeten koomen. T getal der onderdaanen wel Edele Agtbaare Heer en Heeren die alhier zijn om ons te bewae„ ren is met groot, Craing gantarang legt op sterven Van 319 Maccasser. den Van sterven Caaing Bieran Craing Lemo Lemo Craing zijn schoon is verscheijde wero en Craing grossing, zendelingen het gezonden tot mijn bitter leet weesen nog niet opgedaagt, schoon zij mij telkens laaten weesen ten eersten te zullen koomen, wert„ „kalvijik nogmaaks zoo veel mogelijk uwel Edele Agtbaare adsistentie smeekt. zoo aanstonds wel Edele Agtbaare Heer en Heeren krijgt ik t hoofd van 't volk van Ankee bij mij verhaalende als dat op gister gelaand had als dat de' Compagnie benevens d' Boniers van deese dag teegens den groote Rebel op zul„ „len trekken 't welk ik hoop dat voor gods zeegen ten besten mag uijtvallen. waar meede na uwel Edele Agtb: in gods bescher„ „ming bevoolen te hebben vber hebmij te noemen /:onder„ stond:/ wel Edele Agtb: en Heeren /:lager/ /:lager:/ uwel Edele Agtb: onderdanige en trouwschul„ dige dienaar /:was geteekend:/ I:n Mensieur /: in mar„ „gine.:/ Boelecomba jns Comp: visten den 24 Meij Ao 1717 /:onderstond:/ Accordeert /:was geteekend:/ Hk B. s Hodenpijl. Van Maccasser den. 321 van Maccasser den Aan den onderkoopman Simon Mousieur Resident aldaar. Een same, Vroome, Discreete. Zun schrijvens van den 24 deser mij wel geworden zijnde dient daar op tot antwoord dat ik niet te„ „genstaande wij alhier om Patjallangs verlegen zijn wel lijden mag dat uE de Boneas aan houde om in gevalle van nood te kunnen dienen tot assistentie af wil wanneer wij dat gad genodig verhoede in ongelukkiger omstandigheijd mogten geroken ter ontkoming 't geen ik denke uE uijtzigt te zijn, dewijl ik anders niet be„ „grijden om wat reden er met een gedeelte van de rijst zoude kunnen worden afgescheept 't geen in allen gevalle geen belemmering kangeven wanneer zulks blijft bij een ruijme halve lading. E van de bestelling der ondonnantien willen wijen goede ffect verhopen te meer het tans bij uE nog alles in rustis en

NL-HaNA_1.04.02_3500_0650 view scan ↗

English

Maccasser the and the time strongly approaches that the ships are expected. Meanwhile I must not omit to note that the rebel, as far as it presently appears, seems not yet to have any intention to depart from here to the south, in which case one should then follow him with as much force as ever possible, yet I deem it utterly necessary that Your Honour encourage and persuade Tasarassa and other Bone chiefs sent to you, nevertheless to request more people from the king from the interior and also the chiefs of the subjects to come to the post with their people, instilling in the one and the other as much as possible, yet in the most cautious manner, the sentiment that in case the enemy might achieve his goal, all who are not Macassarese would have to feel cruelty even worse than ever before, and all desire would then again be to be delivered through the help of the Company, and wherefore they have reason to hope and to wish that it may never come to this extreme, while we are obliged to pray and beseech the Almighty most fervently that it may graciously please Him according to His loving-kindness to take us under His protection and to give a happy outcome in our distress. Wherewith, after greetings, I remain beneath Your Honour's good friend was signed P: G: van der Voort in the margin Macasser in Castle Rotterdam the 29 May 1777 beneath Agreed was signed H:k B:s Hodenpijl. From 323 From Maccasser the Translation of a Macassarese letter from the king of Goa to the Governor. This serves to earnestly request the Governor not to have any mistrust toward my person along with my family and the second Tumilalang, as we speak the pure truth. I now see and am convinced that the deeds of the Macassarese do not accord with their words, and I am the more embarrassed because Sankilang has been with the queen of Tallo, without the grandees of Goa troubling themselves about it. For which reason I am now minded, in this distressed circumstance, together with my family and those who are still faithful to me, to go to to go to Maccasser, in order to show the Honourable Company my upright heart. At the same time I request that the Governor please not make any haste to attack the enemy, but to wait until, having departed from Goa and arrived at Maccasser, I shall have appointed a day for it with the Governor beneath Agreed was signed H:k B:s Hodenpijl. From Maccasser the 225 From Maccasser the. Translation of a Macassarese letter written from the king of Goa to the Governor After preceding greetings. What the Governor says, that Tallo claims to belong under Goa, we testify to be the truth; however, they do not observe the laws of Goa, to present any difficulty to Goa whenever they have one, so that Goa could look after their well-being; for that reason they must now also experience what is befalling them. I also make known to the Governor that I have learned from another quarter that the queen of Tallo wishes to abdicate her kingdom of her own accord, as as now having remorse for having spoken with Sankilang. Meanwhile, I find it difficult to answer her according to my own judgment, as the Governor has let me know, because I am apprehensive that such might not always agree with the intention of the Governor, for the Honourable Company is the one that is accustomed always to help us onto the right path and to pardon us beneath Agreed was signed H:k B:s Hodenpijl. From Maccasser the 327 Maccasser the From To the Right Honourable, Valiant Sir Paulus Godofredus van der Voort Governor and Director Right Honourable, Valiant Sir We humbly take the liberty to inform Your Right Honourable Valiance that the Malay Captain has executed Your Right Honourable Valiance's orders and intention toward these native princes, Arung Pancana and Datu Baringang, whereby he was informed that Teke is burned, and nothing more can be perceived of the enemy, and thereupon it was deemed good, with the approval of Your Right Honourable Valiance, to leave this place again on Tuesday the 3rd of June, to leave, and to go to Macasser; by this given notification, we find ourselves obliged humbly to request Your Right Honourable Valiance whether we might be needed and of any use and service here at Tallo, if not, may Your Right Honourable Valiance kindly favour us with your esteemed orders in writing, by which we may govern ourselves; wherewith we have the honour to remain with the greatest respect beneath Right Honourable, Valiant Sir lower Your Right Honourable Valiance's obedient servants was signed P: J:b Dresler and C: C: Brauw in the margin Macasser the first of June 1777 beneath Agreed was signed H:k B:s Hodenpijl 329 Maccasser the To the Ensigns of the Military Jan Paul Jacob Dresler and Carel Christiaan Brauw Valiant, pious, discreet. I have duly received Your Honours' letter of yesterday, and it serves in answer thereto that Your Honours can simply come hither with the pancallangs, as soon as the native troops cross the river, with which I understand that they are already busy, so that Your Honours, having embarked, can immediately weigh anchor. Wherewith, after greetings, I remain beneath Your Your Honours' good friend: was signed P: G: van der Voort in the margin Maccasser in Castle Rotterdam the 2 June 1777 beneath Agreed was signed H:k B:s Hodenpijl. From Maccasser the.

Dutch transcription

Maccasser den. en den tijd sterk nadert dat de scheepen verwagt worden. ondertusschen mog ik niet voor bij te noteeren dat den Rebel voor /o verre het zij thans laat aansien nog geen intentie schijnt te hebben om van hier nade zuijd te vertrecken in welk geval men hem doen vervolgens met zo veel mogte als maar immers mogelijk is nogthans agte ik het ten uijtersten noodsakelijk dat uE: Tasarassa en verdere uij toegezondene bonijse hoofden amineert en bewiegd om tog meerder volk van den koning uijt de binnen landen te verzoeken en ook de hoofdwe der onderdanen om met hun velk aande port te komen, d' een en ander zo veel mogelijk dog op de aller voor zij„ „tigste wijse in hetgevoelen brengende dat ingevalle den vijand zijn oogmerk bereeken mogte alles wat geens macassaar zij nog slimmer dan ooijt bevorens vreedsheijt zoude moeten gevoelen en alle verlangen als dan weder zoude zijn om door hulpe van de Compagnie verlost te worden, en waar om zij reeden hebben om te hoopen en te wanschen dat het tot dit uijterste nimmer komen magterwijl wij verpligt zijn slerhoogsten vuurigte bidden en te smeeken dat het hem na zijne goedertierentheijt genoodigt behagen mag ons in zijne be„ „kherming te neemen en een heugelijke uijt komst in onse nood te geeven Waar meede na groote blijven /:onderstond:/ uE goede vienrd /:was getekent:/ P: g: van der voort /:in margine:/ Macasser in 't Casteels Rotterdam den 29 mij 1777 /:onderstond. / Accordeert /:was getekent:/ H:k B:s Hodenpijl. Van 323 Van Maccasser den T Translaat Maccassaarsche Brierf van den koning van goa aan den Heer gouver„ „neur. Dese dient om den Heer gouverneur instantig te verzoeken om toek op mijn Perzoon nevens familie ende tweede Tomilalang geen wantrouwen te hebben wijl wij de zuijvere waarheijd komen te spreeken. ik zil thans en ben overtwijgt dat de daden der maccassaaren met - over een komen met hunnen woorden, en ik ben te meer verleegen om dat sanklang bij de koning in van tn. Ze Tello geweest is, zonder dat de Rijksgrooten van goa, zich daar aan bekrennen. om welke reeden ik tans van Luis ben mij in deze kommerlijke omstandigheijd nevens mijn familie ende geene die mij nog getrouw zijn, naa 5 naa Maccasser te begeven, ten eijnde dE: comp: mijn op reeht harte te bethoonen. Toffens verzoeke ik dat de Heer gouverneur toeh geen„ spoed geliever te maken om den vijand te attacqueeren maar te wagten, tot ik uijt gea vertrokken en op maccasser gekomen den Heer gouverneur een dag daar toe zal hebben bestent /:onderstond:/ Accondeert /:was geteekend:/ A:k B:s Hodenpijl. Van Maccasser den e 225 Van Maccasser den. Translaat Maccassaar„ „sche brief geschreeven. van den koning van gea aan den Heer Gouverneur Na voor afgaande groete. 't geen de Heer gouverneur zegt dat Telle voorgeeft onder goa te gehooren, betuijgen wij de waarheijd te zijn egter observeeren dezelve met de wetten van goa, omr wanneer zo eenige zwarigheijd hebben zulx aan goa voor te dragen, ten eijnde die hun wel wezen konde behartigen om die reede moeten. zo ook thans onder vinden 't geen hen overkomt. ook make den Heer gouverneur bekent dat van ter zijde heb vernoomen dat de koningin van Tello uijt haar zelven afstand wil doen van haar Rijk als als thans berouw hebbende, met sankilang te hebben gespraoken. ondertusschen vinde ik mij bezwaard ous haar te antwoorden na eijgen goedvinden gelijk mij de heer gouverneur heeft laten weeten, vermits be„ „weerst ben, dat zulx somwijlen met de intentie van den Heer gouverneur met mogte over een ko„ „men, want DE: compagnie is de geene die gewent is ons altoos op den rechten wegte hebpen en te pardonneeren /:onderstond:/ Accordert /:was gestee„ kend:/ H:k Bs Bodenpijl. Van Maccasser den 3 327 Maccasser den van Aan den wel Edele Gestreegen Heer E Paulaus Godofredus van der voort Gouverneur en Directeur Wel Edele Gestrengen Heer Deemen nedrigt de vrijheijd uwe wel Edele gestrengen kennis te geven, dat den capitain Ma„ „leijer aan deese inlandse vorsten Arou Pantjana en Datoe Baringang uwe wel Edele gestren„ „gen ordres en intentie ten uijtvoer heeft gebragt, waar bij hij wierd berigt dat Teke„ re verband, en van den vijand niets meer be„ speurd kan werden, en daar op goed bevonden op Dingsdag den 3:' Junij met goed bevinden van uw wel Edele gestrenge wederom deese plaatse te verloe„ ten an Maccasser den. ten, en na Macasser te gaan door deese gegevene ken„ „nnis ons verpligt bevinden uwe wel Edele gestren„ ge nedriget te versoeken, of wij alhier op Tellonrg benodigt en van eenig nit en dienst zijn kunnen, zoo niet ons goedgevustig uw wel Edele gestrenge g'Eerde ordres gelieven schriftelijk te bedeelen, waar na wij ons instaat te reguleeren waar meede wij de Eer met den grootsten Eerbies te verblijven /:onderstond:/ wel Edele gestrengen Heer /:lager:/ uwer wel Edele gestr: gehoorsaame Dienaars /:was geteekend:/ qu P P: J:b Dresler en CCC eC Cn Brain /:inmargine:/ Macasser den Eersten Juny 1777 /:onder stond:/ Accordeert /:was geteekend:/ H=k B:s Fodenpijl 329 Maccasser den 17 Aan de venderigs Militair Ian Paul Jacob Dresler en carel Christiaan Brauw Manhafte vroome, Discreete B uE. schrijven van gisteren hebbe ik wel ontfangen en dient daar op in antwoord dat uE: met de Pantgallangs maar harwaarts kunnen komen, zo dra d' jnlandsche troupende rivier oversteeken, waar meede ik ver„ „neemen dat zij rerts bezig zijn, zo dat uE zig ingescheeps hebbende ten eersten het anker kunnen ligten. Waar meede na groete blijve /:onderstond:/ uE uE goede vriend: /: was geteekend:/ P: g: van der voort /:in margine:/ Maccasser in 't Casteel Crotterdam den 2 Junij 1777 /: onderstond:/ Accordeerd /:was getekend:/ H„k B:s Hodenpijl. an Maccasser den.

NL-HaNA_1.04.02_3500_0659 view scan ↗

English

331 From Makassar Translation of a Makassarese letter written by the Queen of Tallo to the former Ponggawa Lacasie and presented to me. After preliminary greetings. I hereby make known that I have placed my trust and hope in no one but your honor alone to seek the welfare of my land Tallo and its subjects, since the people of Tallo have refused to listen to me any longer, seeing that they joined with the rebel Sankilang, and after they were defeated, they first fled with him to Tallo, for which reason, and because they refused to listen to me, they must now undergo what they are presently experiencing. Regarding my own person, I testify that I had no blame in Sankilang coming to my house; I had to tolerate it because I was then devoid of men to offer him resistance. I made this known to the King of Gowa in the trust that he would assist me in this, but he refused to do so. Underneath stood: Agrees. Was signed: R. B. Hodenpijl. From Makassar 333 From Makassar Verbal reply of Lacasie to the preceding letter of the Queen of Tallo, given to the son of the Aratun of Tidengrang named Moehamma. Even if it were one of my equals who placed his trust in me, I would be pleased, much more so from the Queen of Tallo, who is my superior. But I find myself exceedingly burdened thereby, since I am a slave of the Honorable Company and therefore also bound to observe the orders that the Lord Governor gives me; thus I do not know what I shall reply to your honor. Underneath stood: Agrees. Was signed: P. R. Hodenpijl. From Makassar 335 From Makassar To the Right Honorable and Respected Lord Paulus Godofredus van der Voort, Governor and Director of the Coast of Celebes, besides the Council. Right Honorable and Respected Lord, On the 19th, 23rd, and 26th of last month, Your Right Honorable’s much respected letters came to my hands, dated the 13th and the last two the 14th of May, together with four sealed copies which must be delivered to the ships passing by here from the East. Whereupon I respectfully serve notice that I did not fail to make Your Right Honorable’s honored orders known immediately to the regents of this island, as everyone accepted, the vessel and people of Barang-Barang and Laiolo being the first to arrive yesterday, who are now crossing over to Your Right Honorable under the escort of the soldier Lasum. Likewise, to deliver the sealed documents, I have charged the regents of Batang Mata and Tanette, whose vessels now lie near the Boeseroens to await the ships there. The pantchiallang De Doradus, which also crosses over to Your Right Honorable under this escort, with such reclaimed goods from the wrecked ship Blijswijk as the accompanying requisition dictates, being what the Selayarese have been able to fish up thus far, over and besides some cannons and heavy anchors that are so pressed down by rigging and heavy cables, and the said pantchiallang dared not venture to lighten them, since I found that there was no safe place for that vessel, it is deferred to a closer opportunity. Going herewith also enclosed is a rice account of what the humble signatory supplied to the fishermen. The Chinese Goutobko returned here from the islands a few days ago, testifying to his inability this year to pay the amount of 668 rixdollars and 20 stuivers which he still owes to Jacob Bitkers Bekker. To reduce the said sum, he has placed into the hands of the Chinese Nijo Sianko some piculs of trepang, or according to appraisal the value of two hundred rixdollars, in order that the same, after being monetized by the Captain of that nation, Castij, and his son-in-law, the fellow Chinese Soustienko, be delivered to the Reverend Orphan Masters, promising to pay off the remainder, or as much of his outstanding debts as he can collect, successively to the undersigned. Furthermore, I have to inform Your Right Honorable that the soldier Jan Mulder drowned while washing on the 6th of the past month in the river of Pangiliang, situated close to this fortress, leaving nothing worthy of mention, and also that, at the request of the Resident of Boelecomba by letter of the 21st of the past month of May, I assisted with ten pieces of Company muskets. Wherewith, Right Honorable and Respected Lord and Lords, I conclude this, commending Your Right Honorable’s precious persons along with the Company’s important interests to God’s safe keeping; while with all due respect I shall strive to be, Underneath stood: Right Honorable and Respected Lord, lower: Your Right Honorable’s faithful and obedient servant. Was signed: Jan Hendrik Voll, Junior. In the margin: Selayar in the Honorable Company’s fortress, 2 June Anno 1777. Underneath stood: Agrees. Was signed: H. B. Hodenpijl. 339 From Makassar To the King of Boni, After the usual preamble. My brother will undoubtedly have already been informed by the Matinroe and other realm dignitaries present here of what occurred here with the rebel Sankilang. I now have the pleasure to report that he, with his men, has again taken flight to his old hiding place, Barissallo. But since it is necessary that one apply oneself to his total destruction in order to restore ourselves to complete safety, I deem it utterly necessary to have him pursued further with our troops, and for that reason I most urgently request my brother likewise to charge him from the side of the interior, or

Dutch transcription

331 Maccasser den Translaat Macasjaarse brief geschreeven door de ko„ „ningen van Tello aan den ge„ wese Pongauwa Lacasie en ter vertooning bij mij gebragt. Na voor afgaande groet. zo make bij deese bekend, dat ik op niemand mijn verteu„ wen en hoope gesteld hebbe, als op uE alleen om 't welweesen van mijn Land Talug en dies onderdaarige te zoeken, terwijl de Telloneesen na mijn niet meer hebben willen luijsteren, vermits zijlieden te zamen met den Rebel sankilang hebben meede gedaan en na dat 2 verslagen zijn geworden eerst de vlugt met hem na Tello genomen hebben uit welken hoofde en dat z' na mijn niet hadden willen luijsteren zij nu het tot moeten ondergaan dat zij thans ondervinden belangende mijn van mijn eijgen perzoon betuijg ik geen onder schuld te hebben gehad den dat sankilang bij mijn op thuijs is gekomen; dat ik heb moeten gedogen vermits ik toen ontbloot was van mans volk om hem tegenstand te bieden, hebbende ik zulk den koning van goa wellaten bekent maken invertrouwen dat hij mij daar in zoude adsisteeren maar den zelven heeft zulks niet willen doen /:onder„ stond:/ Accordeert /:was getekend:/ R:k B: s Iodenpijl. Van Maccasser den 333 van Maccasser Mondelinge antwoord van Lacasie op de voor„ gaande brief van de ko„ ningen van Tello, ge„ geven aan de zoon van den Aaatouan Tiden rang genaemt Moe„ hamma Al was het ook een van mijns gelijk die zijn vertrouwen op mij Htelde zou„ de ik verheugt zijn veel meer dan de ko„ ningen van Tello die mijn meerder is „ maar ak vinde mij door omtrent ten hoogsten bezwaart, vermits ik een Claaff di ben van D E: Compagnie en dierhalven ook gehouden de ordres die d' heer Gouverneur Gouverneur mij komt te geven, te ob„ serveeren: dus weete ik met wat ik aan uE: zal antwoorden /:onderstod/: Accordeert /:was getekend. PC=k R:s Hodenpijl van Maccasser den 335. van Maccasser den — Aan den wel Edelen Agtb: Heere Paulus Godofredus van den voorz: Gouverneur en Directeur ter custe celebes bereven den Raad wel Edelen Agtbaaren Heer Den 19: 23: en 26: den voorleede maand zijn mij ter hand gekomen uwel Edele Agtb: veel gerespecteerde missivens, van dato 13:e en de twee laatste 14: meij, benevens vir gesegelde afschriften, den welke aan de alhier voor bij komende Scheepen vande oosk moete werden bestelt, waar op in Eerbied diene dat niet hebbe gemanqueert u wel Edele Agtb: g' Eerde ordres de Re„ genteer „genten deses Eijlands ten Eerste kennisse„ hebbe late geven, gelijk een ider heeft aen„ genomen zijnde het vaartuijg en volk van Ba„ rang Barang en Laiolo opgisteren de Eersten die alhier is kome opdagen, dewelke thans onder geleijde van den zoldaak Lasum tot uwel Edele Agtb: overkomt. Desgelijks om de versegelde Schriften te bestellen heb ik de Regenten van Batang Mataen Tanette opgedragen welke vaartuijgen thans bij de boeseroens legt, om aldaar de scheeper af te wagten—. De Pantjallang D: Doradus die meede ondergeleijde deses tot uwel Edele Agtb: over komt, met sodaanige opgeiste goederen van't verongeluckke schip Blijswijk als het nevens gaande Eijst dickeert zijnde 't geen de salaijereese tot dus verre heeft kunne op vissen buijten en behalven nog eenige Canons en swaare ankers die soodanig van 't werk„ en swaare touwen zijn gedruk en gem: Pan Gaalang daar hem tot het ligter niet durve hasardeeren, vermits nader bevonden hebbe aldaar geen vijlige plaats voordien boden was van Maccasser den tot 337 van Maccasser den tot nader gelegenkheijd uijtgestelt gaande hier nevens meede ingesloten een rijst Rekening van 't geen den onderdaanigen tekenaar aan de op vissers zijn verstrekt. den Chinees goutobko voor Eenige dagen van de Eijlanden alhier weder aangekomen, betuijgen de onvermoge te weese dit Jaar het bedrage van rds 668: 20: ter geen hij aan Iacob Bitkers Batker nog de bek is te kunne voldoen, gaende tot afkorting van gem: somma inhanden van den Chinees Nijo sianko eenige Pittkols trippangs, off volgens taxsatie de woorde van rd s twee handert, om het selve nadat door der Capitain dier natie â Castij en desselvs schoon soon den meede Chinees soustienko, ten gelde zijn gemaakt aan d' Eerwaerde heeren weesmeesteren afteleggen. belovende met het verteerende off zo veel hij van zijn uijtstaande kan in palmen Successive aan den ondergeteekende af te leggen— voorts heb ik uwel Edele Agtb: nog ter kennisse te dienen dat den soldaat Jan Mulder op den 6: der Gepasseerde maend in de rivier van Pangiliang digt aan deese vesting gelegen onder 't wassen, was ver„ dronken, hebbende niets naams waardig na„ gelaten gelijk ook dat op versoek van— Boelecombast van Maccasser den Boelecombas Resdent bij brief van den 21: der verweekene maand meij hebbe g'adsisteert met thien p:s Compagnies geweeven—. Waar meede wel Edele Agtb: Heere en heeren desen fince ven met uwel Ed: Agtb: dierbaere persoonen nevens uE Comp. e wigtige belan„ gens in godes veijlige hoede te beveelen; terwijl met alle schuldige eerbied sal ge„ tragten te zijn—. /:onderstond:/ wel Edelen Agtb: Heer, /:lager:/ uw wel Edele Agtb: Trouwschuldige en gehoorsamen Dienaer /:was geteekend. / J:n H:k voll, Junior /. in margine:/ salarijer in sE Comp: vesting den 2: Junij anno 1777 /:on„ terstond:/ Accordeert. /:was geteekend/ H: B=s Hodenpijl 339 van Maccasser den Aan de koning van Donij, Na gewoone voorreeden Mijnen broeder zal buijten twijffel, door de Matanvang en verder hier aanweesende Rijks groot ten reets onderrigt zijn van het alhier voorgevallene met den Rebel sankilang„ ik hebbe thans het genoegen te melden dat hij met zijn ook weeder de vlugt naar zijn oude schuijlplaats Barissallo genomen heeft, dan vermits het noodsoe kelijk zij dat men op zijne tot ale ver„ meling toelegt, om ons zelven weeder in vol„ koomen veijligheijd te stellen, oordeele ik het ten uijtersten nodig hem verder met onse troupen te doen vervolgen, en uijt dien hoofde versoeke ik mijnen broeder op het aller in stantigste, om hem van de kank- derbin„ nan landen insgelijks te doen aanlasten, ofte „

NL-HaNA_1.04.02_3500_0668 view scan ↗

English

from Maccasser the — or at least to cut off his pass so that he does not advance further and carry out even more evil elsewhere than he has already done here to the notable damage and disadvantage of the Company. Meanwhile, I have long yearned for Your Highness's return from the interior, and nothing would be more agreeable to me than to meet my Brother in person in this present state of affairs, for which reason I likewise kindly request that my brother please come here as soon as possible. Was written beneath: written at Maccasser in Fort Rotterdam the 4th of Iunij 1777. Was written beneath: Agrees. Was signed: H:k B: Hodenpijl 341 from Maccasser the To the King and Grandees of the Realm of goa The Honorable Company, together with the realm of Bonij, having recently given notice to Your Highness and Grandees of the Realm, as their friends and Allies, of their intention to cause the enemy, who has risen up against them, to be attacked, as has also actually occurred, with this result: that the same has once again retreated to his old hiding place, the mountains, and thus toward and into the territory of goa; so the Company and bonij hereby give notice thereof to Your Highness and Grandees of the Realm, and likewise how we now expect that Your Highness and Grandees of the Realm, in accordance with the promise and assurance repeatedly made to us, will cause the enemy to be pursued, attacked, and destroyed, in order that the peace here may be restored once again, and that without any further delay or from Maccasser the or postponement, under whatever pretexts it might be, the Comp: and Bonij will gladly join their troops with those of goa for the aforesaid purpose, whenever we learn that Your Highness and Grandees of the Realm mean it from the heart and faithfully, and are thus minded to cultivate mutual friendship with the Honorable Company and Bonij and thus to comply with the Contracts; but on the contrary, being compelled to take such measures as we shall deem expedient to put ourselves and the other allies on Celebes in safety against the cunning tricks and lies of the enemy and all those who openly or secretly adhere to his faction and therefore collude with him, as well as to obtain satisfaction at the same time for the damages and disadvantages already inflicted upon us in the most treacherous manner, and also to take revenge for the insult done to us without the least reason, both through the surprise capture of 343 from Maccasser the of the Company's Post at Maros and the murders and committed atrocities against some of the garrison together with their wives and Children. The Company and Bonij nevertheless wish and hope that it may not come to that, but that the King and Grandees of the Realm, as said, as quickly as possible without the least delay, will carry out their promises and assurances, to which they are hereby admonished in the most emphatic manner, in order that mutual friendship may remain lasting, and likewise that the reasonable suspicion may be removed under which, if not the courts of goa and tello, at least many Grandees of the Realm have brought themselves with one and all, of being attached to the enemy, on account of the multitude of Princes and grandees who are with him without from Maccasser the without our having been given the least communication thereof, however well this could not be unknown, as proof that one has not acted in good faith in this regard. Was written beneath: Thus delivered on behalf of the Honorable Company and the Realm of Bonij the 5th of Iunij 1777, or according to the latest Reckoning the 28th day of the month Rabial Achier 1191. Was written beneath: Agrees. Was signed: H:k B: Hodenpijl — 345 from Maccasser the To the Right Honorable Worshipful Paulus Godofredus van der voort, Governor and Director of the Coast of celebes, together with the Council Right Honorable Worshipful Gentlemen— My last to Your Right Honorable Worships, both original and duplicate, was of the 24th ultimo, per a Bireneese prahu named the palopitomara, and the duplicate per the Malay Ella, whereas I let this one depart per the Malay Carve manijarekie to inform Your Right Honorable Worships that until today not the least news is heard, except only that some banners would be joined toward macasser, as well as some Salayerese, on which rumors one can place little reliance from Maccasser the reliance. The Natives, Right Honorable Worshipful Gentlemen, are busy on boerthain with planting and here with plowing, which cannot be refused to those people, but which nevertheless in these circumstances deprives me of many men. In the hope of soon receiving good news from Your Right Honorable Worships, I take the liberty to call myself with all requisite high esteem and respect. Was written beneath: Right Honorable Worshipful Gentlemen. Lower: Your Right Honorable Worships' humble and dutiful servant. Was signed: S: Monsieur. In the margin: Boelecomba in the Company's fortress the 2nd of Junij 1777. Was written beneath: Agrees. Was signed: H:k B: Hodenpijl 347 From Maccasser the To the Right Honorable Worshipful Paulus Godofredus van der voort, Governor and Director of the Coast of celebes, together with the Council Right Honorable Worshipful Gentlemen My last to Your Right Honorable Worships were both original and duplicate of the 24th ultimo, as well as one of the 2nd of this month, whereas on this occasion I take the liberty to inform Your Right Honorable Worships that not the least is heard here or on Bonthain of that notorious rebel, except only various rumors that often contradict each other. I look forward with great yearning to a letter from Your Right Honorable Worships in which I hope to receive good news. The Company's subjects, Right Honorable Worshipful Gentlemen, who must now cultivate their fields, make daily requests to me to return to their dwellings in order to

Dutch transcription

van Maccasser den — of ten minsten den pas afte swijden dat hij ver„ der geroeke en elders nog meer kwaad uijt voere, dan hij hier reets tot merkelijke schade en nadeel van de Compagnie gedaan heeft. Ondertusschen hebbe ik lange na uw Hoogheijts terug komste uijt de binnen landen verlangd en niets zoude mij aan„ genaemen zijn aan mijn Broeder in dese te„ „genwoordige gesteldheijd van zaaken in per„ zoon 't ontmoeten alwaar om ik insgelijks vriendelijk versoeke dat mijn broeder ter spoe„ digsten herwaarts gelieve te komen /.onderstond:/ geschreven te Maccasser in 't Casteel Rotterdam den 4.: Iunij 177. /: onderst=d/ Accordeert /:was geteekend:/ H:k B: Ho„ den pijl 341 van Maccasser den Aan den Koningen Rijksgoeten van goa D' E: compagnie nevens het rijk van Bonij Iongst aan uw Hoogheijd en Rijksgrooten, als haere vrienden en Bondgenooten, ken„ nisse gegeven hebbende van haare voornee„ men om den vijand, die zig tegen haer opgeworpen heeft, te doen aantasten, gelijk ook werkelijk geschied is, met dit gevolg dat denzelven andermaal naar zijn oude schulplaats het gebergte en dus naar en in het goas gebied geweken is, zoo geeven de Compagnie en bonij uw Hoogheid en Rijksgroote daar van bij deesen kennis, en teffens hoe wij als nu willen verwagten dat uw Hoogheijd en Rijksgroote„ over een komstigt de ons meermalen gedae„ ne belofte en toezegging den vijand zullen doen vervolgen, aantasten en vermelen ten eijnde de ruste alhier weeder horsteld mag worden, en zulks zonder eenig langer diloij of 6 van Maccasser den of uijtstel, onder wat voorwendselen het ook weesen mogte, zullen de Comp: en Banij gaarne haare troupen, ten voorsz eijnde bij die van goa voegen wanneer wij verneemen dat uw Hoogheijd en Rijks„ grooten het van herten en getrouw meenen mitsgaders aldus gezints zij d'onder linge vriendschap met d'E Compagnie en Bonij te cultiveeren en dus de Contrac„ ten natekomen, dog bij het tegendeel genoodzaekt weesen zodanige maat regulen te benoemen als wij dienstig zullen oor„ deelen ons de overige bondgenooten op Cele„ bes in veijligheijd: te stellen, te gede listen en logen van den vijand en alle de geene die zijn parthij opentlijk of bedektelijk aan kleeven en overzulks met hem heulen, mitsgaders teffens voldoening te erlangen over d' ons reets op d' aller verra„ delijkste wijse toegebragte schade en na deelen als ook wraak te neemen over de ons buijten de minste reden aan gedaene beleediging, zo door het overrompelen van 343 van Maccasser den van 'SComp.:s Post te Maros als de moorden gepleegden wreedheden aan Eeni„ ge van de bezetteling nevens hunne vrouwen en Kinderen De Compagnie en Bonij wenschen en hoopen nogthans, dat het daer toe niet komen mag, maar dat de koning en Rijksgrooken, gelijk gezegt ten aller eerster Sonder het minste draele hun„ nen belaften en toezegging ten uijtvoor sullen stellen, waar toe zij bij deesen op het aller nadrukkelijks te ver„ maand worden, ten eijnde d'onder Eenige vriendschap bestendig blijven en teffens weggenomen mag worden de billijke verdenking waar onder zo niet de hoven van goa en tello, ten minste veele Rijksgrooten zig bij alle en een ieder hebben gebragt, van den vijand toegedaan te zijn, ter zoeke van de deenigte var Princen die en grooten zig bij hem bevinden sonder dat van Maccasserden dat ons daar van eenige deminste Com„ municatie gegeeven is. hoe zeer dit niet onbekend konde zijn, ten blijke dat men in deesen opzigte niet ter weder trouwe gehandeld heeft. /:onderstond:/ Aldus overgegeven uijtnaem der E: Compargnie en het Rijk van Bonij den 5:' Iunij 1777: of naderlaatste Re„ kening den 28: dag van de maend Rabial Achier 1191; /:onderstond:/ Accordeert /:wal„ „getekend./ H B: Hodenpijl — 345 van E Maccasser den Aan den wel Edele Agtb Heer Paulus Godofredus van der voorz: Gouverneur en Directeur der custe celebes nevens den Raad Wel Edele Agtb: Heere Heeren— Mijn laatste aan uwel Ed: Agtb zoo wel origineel duplicaat was van den 24. J:L: per een birraneese prauw d' palopito mara gen:t en't duplicaat per den ma leijer Ella dewijl ik deese laate af„ gaan per de maleijer Carve manijarekie om uwel Edele Agtb te communiceeren als dak men tot heeden geen de minste tij„ ding verneemt als alleen dat der kom„ mige baniers na macasser op zoude gevoe„ „pen werken, als meede eenige salaijereesen op welke gerugte men weinig staat kan maaken van Maccasser den maaken D' Inlanders Wel Ed: Agtb: heer en heeren zijn op boerthain skerk bezig met planten en alhier met ploeger 't geen uurlieden niet te weijgeren is dog egter in deese omstandigheedens mij veel volks doek ontboeren: in hoope van Spoedig Een goede tijding van uwel Edele Agtb: te zullen krijgen, zoo neem de vrijheijt met alle vereijschte hoog agting en Eerbied uijt te noemen /:onderstond:/ wel Edele Agtb: Heer de Heeren /:lager:/ uwel Edele Agtb: onderdanige en trouwschuldig dienaer /:was geteekend:/ S: Monsieur /:in marginne/ Boelecomba in 'sComp:s vesting den 2:' Junij 1712. /:onderstond:/ Accordeert: /:was geteekend:/ H=k B: Hoaanpijl 347 Van Maccasser den Paulus Godofredus van der voort Gouverneur en directeur der Cus„ te celebes, nevens den Raad Aan den welEdele Agtb: Heer wel Edele Agtb Heer Heeren Mijn laatste aan uwel Ede Agtb: wooren zoo wel origineel als duplicaat van den 24: J. L: als meede een van den 2: deser, dewijl ik bij deeze gelegentheid de vrij heijk neem uwel Edele Agtb: te Commu„ niceeren, als dat men alhier of op de Bon„ thain van dien berugte rebel niets te minste verneemt dan alleen verscheijde uijtstrooij se„ len die veel tijds malkander tegenspreeken ik zie met groot verlangen een missivee van uwel Edele Agtb: Tegemoed waar in ik hoop goede tijding te mogen verneemen d' Comp:s onderdaanen wel Edele Agtb: Heer en Heeren die thans hunne velden moeken bewerken doen mij met den dagelijks „der versoeken om werom na hunne wooningen te ƒ

NL-HaNA_1.04.02_3500_0676 view scan ↗

English

from Makassar the to be allowed to depart, for the reason that they had been here for about half a month, since they have received nothing, but I have politely refused them all those requests and, because they said they had no more provisions, I have had to provide them with rice both here and at Bonthain, which I hope will again be taken in good part, as, Most Noble, Honorable Sirs, if I refused them such, I would not know how else they would obtain food; for the rest, taking the liberty to call myself with the utmost respect and reverence, below stood: Most Noble, Honorable Sir and Sirs, lower: your Most Noble, Honorable humble and faithful servant, was signed: Simon Monsieur, in the margin: Boelecomba, in the Company's fortress, the 8th of June, anno 1777, below stood: Agrees, was signed: Hendrik Dirk Hodenpijl. 349 from Makassar the To the Junior Merchant Simon Monsieur, Resident there. Honorable, Pious, Discreet, Having to conclude from the contents of your letters of the 2nd and 8th of this month, but especially the latter, that mine of the 29th of May has not yet been delivered, I send you a duplicate of it herewith and note in addition that, the rebel still keeping himself in his old hiding place, he is about to be pursued by our troops, while the roads by which he might infiltrate into the Boelecomba and Bonthain districts are occupied, so that I flatter myself that you will remain unmolested there, which nevertheless does not take away that you should be on your guard, although the subjects meanwhile, in my opinion, should as much as possible be permitted the plowing of the fields; for the rest, approving the supply of rice to them, in expectation of a proper report of what quantity it amounts to. Wherewith, after greetings, I remain, below stood: your good friend, was signed: Pieter Gerardus van der Voort, in the margin: Makassar in Castle Rotterdam, the 11th of June 1777, below stood: Agrees, was signed: Hendrik Dirk Hodenpijl. 351 from Makassar the Letter written by Ioeanna Patande, Arou Pantjana and the Captain of the Malays, to the Lord Governor. Translation from the Macassarese. After preceding greetings, we make known hereby that as soon as Arou Pantjana arrived at Padang at noon, the enemy awaited him at Tekene, but Arou Pantjana did not want to attack him, out of fear that he might flee before Ioeanna Lafanro and the Captain were with him, who only arrived in the evening at 7 o'clock, whereupon we with our men found it best to attack the enemy in the morning, who in the meantime having fired on us from afar, which was answered accordingly until at night, from Makassar the at three o'clock at night they had the usual signal of a general attack struck on the gong, which we awaited in vain until the break of day, when we intended to attack his benting, we perceived that the same was already abandoned and he had retreated to Matjiina and Dancaka, whither we would have pursued him had it not been that an emissary from the Macassarese had come to us, reporting that the enemy was at Bontopadja, and also that there were likewise enemies to the east and south of us, namely at the negorij Lanteboe. Meanwhile we must add hereto that the enemy negorij Banto Podjo, where the Tomilalang was stationed, was passed without this dignitary showing the least resistance; and for that reason we have found it best to summon the said Tomilalang to us and to stay, in order to discover what he actually has in mind, in order to take our measures accordingly, of which we will inform the Lord Governor, meanwhile expecting them by tomorrow, below stood: written on the 13th of June 1777, below stood: Agrees, was signed: Hendrik Dirk Hodenpijl. 353 from Makassar the Translation from the Macassarese. Document written by Arou Pantjana, the Pongauwa Lacasie, and the Captain of the Malays, to the Most Noble, Honorable Lord Governor. The humble greetings of us three to the Lord Governor, and we make known hereby that we have received the four baskets of drinks in very good order. Furthermore, we make known that the King has been absolutely deposed by the Macassarese, so that at present the State banner called Soelang-ankoija is in the hands of SanKilang. The King has said to the Macassarese: you have handed it over to me and now demand it from Makassar the back again; it is well, there you have it; after which the Macassarese have permitted him to transport his goods out of Goa. So that we have requested vessels from Craeeng Carwissie to transport the King's goods to Matoangin, and if the Lord Governor could also assist him with some vessels, it would please us most. This is all that the deposed King has told us, below stood: Agrees, was signed: Hendrik Dirk Hodenpijl. 355 from Makassar the Letter from the Lord Governor to Arou Pantjana, the former Pongauwa Lacasie, and the Captain of the Malays, in reply to a verbal message to give the King of Goa the opportunity to come outside of Goa. Greetings from me to you three, and I make known to you hereby that if you can be assured that the enemy cannot flee together with the King out of Goa, I may well allow from Makassar the that he be given some room. But otherwise he will have to content himself to remain where he is, below stood: written at Makassar in Castle Rotterdam, the 16th of June 1777, below stood: Agrees, was signed: Hendrik Dirk Hodenpijl.

Dutch transcription

van Maccasser den te moogen vortrekken om reede zij lieden Circa een halve maand alhier geweest zijnde mits hebben vernoomen, dog ik heb hunlieden alle die versoeken in't vriendelijk ge„ weigerk en hun lieden om reeden zij zeide geen mondkost meer te hebben van rijst. zoo wel alhier als op Bonthain moe„ ten voorsien 't geen ik hoop dat wij weeder zal ten goeden gedaan wordende wijl ik wel Edele Agthb: heeren heeren hunlieden zulks weigerende niet week hoe zijlieden anders aan de kost zoude komen voor 't overige de voijheijd mij met de uijterste agting en Eerbied te noemen /:onderstond:/ wel Edel Agtb: Heer en Heeren /:lager:/ uwel Edele Actb. onderdaanige en trouwschuldige dienaar /: was geteekend, I=n Monsieur /:in margine:/ Boelecomba In sComp. s vesting der 8. Iunij A=o 1777: /:onderstond:/ Accordeert: /:was: geteekend:/ H:k D:s Hodenpijl 349 an Maccasser den Aan den onderkoopman Simon Monsieur Resident aldaer 6a Eersame, vroome, Discreete, uit den inhoud uwer brieven van den 2. en 8: de„ ser dog insonderheid de laatste moetende besluijten dat de mijne van den 29. meij nog geen bestel ling heeft erlangd laat ik uE dies wedergade hier nevens toekomen en noteeren dater bij dat den Rebel zig nog in sijn oude Schuijl plaats onthoudende door onse troupen staat nage zek te worden, terwijl de wegen waar door bij in het Boelecombase en Bonthijnse zoude kunnen indringen beset zijn, zo dat ik mij vlije dat uE: daar wel ongemoeijt sal blij„ ven, 't geen egter niet wegneemt dat uE zig op hoede dient te houden schoon de onder„ daeren ondertussen- mijnes eragters zo veel immer geschieden kan tient toegelaten te worden het beploegen den velden, voor het overige de verstrecking van rijst aan dezelve P van Maccasser den — dezelve passeerende, in verwagting van een behoorlijke opgave hoeveel de guan„ titeijt bedragd. Waer mede na groete blijve /:onderstond:/ ul goede vriend /:was getekend:/ P:s G:s van der voorzz /:in marginne:/ Macasser in't Casteel Rotterdam den 11:' Iunij 1777. sonder stond:/ Accordeert (:was getekend:) : B: Hodenpijl. 35 van Maccasser den brief Geschreven door Soeanna Patande Arou Partjana en de Capitain der Maleijders, aan den Heer Gouverneur Translaat macassaarse Na voor afgaande Begroeting zo maken w: bij deese bekend, dat so dra ta Arou Pantjana op de middag te padang arriveerde, de vijand hem te Tekene heeft afgewagt, dog Arou Pantjara heeft hem met willen aantasten, uijt vreese dat hij mogte komen te ontvlug ten voor dat Ioeanna Lafanro en den Ca„ pitain bij hem waren, die 's avonds eerst ten 7. uuren sijn G'arriveert, wanneer w' met ons dien goed gevonden den vijand in den morgen stond te attacqueeren die intusschen van verre op ons hebbende doen vuuren het welk zodanig b'antwoord wierd tot 's nagts van Maccasser den Snagtsten drie uuren het gewoonlijke teeken van een generaelen aanval op de gaurang lietslaan hebben die wij te vergeefs af„ „wagtende tot 't aanbreeken van den dag, wanneer wij sijne benting meende te gaen attacqueeren, zo ontwaarden w:' dat deselve al verlaten en hij matjiina en Dancaka geretireert was, verwaarts w' hem zouden vervolgt hebben gehad ten waere het niet dak er een zendeling van de macassaaren bij ons was gekomen berigtende, dat den vijand zig op Bontopadja bevond, mitsgaders dat er van de oost en zuijdkant van ons en wel ter negorij Lanteboe mede vijanden waren Ondertusschen moeten wij nog hier bij voegen dat den vijandsche necorij banto podjo waer den Tomilalang geposteerd lag, geposseert is sonder desen rijksgroot de minste resistentie heeft betoont: en om die reeden hebben wij goed gevonden gemelde tomilalang bij ons te ontbieden en te blijven ten eijn„ de 't ontwaert wat hij wesentlijk in sijn schild voerd ten eijnde daar na onse mesures te neemen waar van wij den heer gouverneur zullen verwettigen, de ondertusschen dat w' haar tegen morgen verwagten /:onderstond:/ geschreeven op, den 13 Junij 17 77. /: onderstnd:/ Accordeert /:was getekend pijl J B. Hoden 353 van Maccasser den Translaat Macassaarse Geschrift geschreeven door Aroa Pantjana de son„ gauwa Lacasie en Capi„ tain maleijer aan de wel Edele Agtb: Heer Gou„ verneur De Nedrige groetenissen van onse drien aan den Heer Gouverneur en maeken wbij deelen bekend dat wij de vier Kranjangs mek dranken zeer wel ontfangen heb„ ben wijders maeken wij bekend dat den ko„ ning absolut is afgezet door de Macassae„ ven, zodat tegenwoordig het Htaas ven„ del genaemd Soelang-ankoija in handen van SanKilang is de konnen streeft tegen„ de Macassaeren gesegt gijlieden hebben mij het zelve ter hand gesteld en eijschte het van Macasser den het nu wederom, het is wel daar hebt gy het waar nade macassaeren hem hebben toe„ gestaen om zijn goederen uijt goa te mogen vervoeren. zo dat wij van Craeeng carwissie vaartuijgen hebben versogt om des ko„ nings goederen te transporteeren na mato angin, en indien den heer Gouverneur hem ook nog met eenige vaartuigen kan assisteeren zoude het ons liefst zijn dik alles wat den afgezette koning ons„ gezegt heeft /:onderstond:/ Accordeert /: was„ geteekend:/ H:k B: Hodenpijl. 355 van Maccasser den Brief door den Heer Gouverneur aan Drou Pantja na, den ge„ weesen Pongauwa Lacasie en Capitain der Maleijers, in antwoord van een mondelinge boodschap om den Koning van Goa gelegentheijd te geeven buijten goa te komen De groetenisse van mij aan UE: drien en maeken ik uE:s bij deeze bekend dat zo gijlieden zig kunnen gerusten dat den vijand met de koning te Saamen met uijt goa kan vlugten ik wel lijden van Maccasser den lijden mag dat hem wat ruijmte gege„ ven word. dog anders zal hij zig moe„ ten Getroosten te blijven waar hij is /:onderstond:/ Geschreven 't Macasser in 't Casteel Rotterdam den 16: Iuni 1777. /:onderstond:/ Accordeert /:was getekend:/ S Hodenpijl

NL-HaNA_1.04.02_3500_0685 view scan ↗

English

From Makassar the coast Celebes The Right Honorable Paulus Godfredus van der Voort Governor and Director of this place To the Right Honorable Sir! Right Honorable Sir, Herewith I have the high honor to inform Your Right Honorable that yesterday evening toward 11 o'clock we marched onto the field Malingeeng directly opposite the settlement Goa, and having passed the night there, at daybreak we joined with our fusiliers, and around 7 o'clock we marched upon the Castle with the cannon in front, whereupon immediately the king of Tijdalong came out with folded hands, whereupon the head interpreter went to meet him and held a conference, whereupon the interpreter gave me notice that they would let us fire upon the Castle, whereupon I began to play with the cannon, having immediately thereupon begun to engage with my corps of infantry, and also scaled their wall; but not being followed and seconded by the natives, I was compelled to retreat; having immediately recovered myself, I commenced once more to engage with cannon, which was again seconded by my corps, yet in vain, because the expected assistance of the auxiliaries was not according to expectation. In the action I had 2 wounded officers, being the Lieutenant Passerman and Ensign Braun, and 7 privates; and in the Castle were killed Corporal Henes and Soldier Kemmerich. I would well have made the third attempt, but because I did not want to sacrifice the Europeans any further, I found myself compelled to occupy my old camp again. I hope that Your Right Honorable will please send me orders how I am to conduct myself further. At the close of this, I have to request Your Right Honorable regarding the artillery ropes to send others, since yesterday everything failed, and I had much trouble bringing forward the cannons. The five hundred bundles of sharp cartridges I did not find on the wagon, which caused me a great hindrance, since I did not find them there while a heavy fire was required, and I now find myself in embarrassment, as Your Right Honorable will please judge from my letter. I and my men are greatly exhausted, as Your Right Honorable can easily judge from the march endured and the fatigues that occurred. For the rest, awaiting Your Right Honorable's favorable orders, I remain with the deepest respect. Below stood: Your Right Honorable's most humble servant. Was signed: J: Dieterich. In the margin: In the field Malengeeren the 16th of June 1777. Below stood: Agrees. Was signed: H: B: Hodenpijl. From Makassar the To the Military Captain Johannes Dieterich. Valiant, Prudent, Discreet, With as much satisfaction as I have viewed the courageous conduct of Your Honor and his subordinates during the attack on Goa from Your Honor's writing of today, so sensibly it pains me that our native troops offered no similar assistance, whereby we otherwise apparently would have seen ourselves master of that place. The enemy nevertheless having suffered no less than our own, and moreover already considerably weakened by the flight of many of his followers, no time serving to be lost, I am sending Your Honor herewith, besides a corporal and eight privates, a new supply of ammunition, and among other things two more field pieces, a mortar with bombs and fire-balls to set the place on fire, in order thus to distress the enemy. To which I must still add that storming with the Europeans can be of no effect if the natives do not lead the way, so that in case Your Honor might not be able to persuade the chiefs to that, the safest course will be merely to leave it to the use of the artillery and mortars, for the rest keeping the place enclosed and only pursuing those who might flee from it. Among the items being transferred are forty common muskets, whereof twenty can be delivered to Arung Pantjana, ten to the former Tomarilalang, and ten to the Malay captain, and besides these still six grenadier ditto in reserve for our men. Wherewith, after greetings, I remain. Below stood: Your Honor's good friend. Was signed: P: G: van der Voort. In the margin: Makassar in Castle Rotterdam the 16th of June 1777. Below stood: Agrees. Was signed: H: B: Hodenpijl. From Makassar the This letter is written by the Right Honorable Lord Governor to the Matinroe. Given the received report that the Bugis offered our men no assistance this morning during the attack on the enemy, I find myself obliged to recommend to you, for your own best interest and to make a speedy end to matters, to see to it that your people attack the enemy hand in hand with ours; and this I expect from you. Below stood: Written the 16th of June 1777. Below stood: Agrees. Was signed: H: B: Hodenpijl. From Makassar the

Dutch transcription

357 van Maccasser den custe celebel Den welEdele Agtb: D=e Paulus God fredus vander voort Gouverneur d Directeur deser Aan den wel Edele Agtb: Heer! Wel Edele Agtb Heer Hier meede hebbe de hooge Eere uwel Edele Agtb: te berigten dat wij gisteren avond teegen 11: uuren op het veld malingee„ ven regt over de negorij goa sijn opge„ manschreerk, en aldaar over nogt met het aanbreeken van den dag, hebben wij ons met onse sturilieeren geconjunpeert, en omtrent 7: uuren hebben wij op het Casteel aange„ marcheerd met het Canon en front, waer op alstonds de koning van tijda hen uijt gekoomen met toestaande handen waar op hem den oppertolk te gemoet is. gekoomen, en een te Samen spraak gedaan, waar op de tolk mij kennis de gegeven, dat men op het Casteel soude vuuren 6 van Maccasser den vuuren laaten waar op met het Canon hebbe beginnen te speelen, hebbende daer op alstonds met mijn Coops Infanterie beginnen te ogeeren, ook haar wall beste„ gen, dog door de Inlanders met opge„ volgten Secundeert werdende, ben ik genoodsaakt geworden de vilivatte te neemen, hebben ik mij als tons hersteld aandermaals met Canon wederom aangevangen te ageeren, het welk weder door mijn Corps ge„ se condeert worden, egter vrug te„ loos door dien te verwagten De„ cundering der Auxelierten niet nae verwagting was Ik hebbe bij de Actie 2: gequetste officieren sijnde d' Heer Luitenant Passerman — en vaendrig Braun en 7: gemeene en in 't Casteel sijn gesneevelt de Cor„ „poraal Henes en Soldaat Kem„ merich Ik soude het derde tenta„ menk wel gedaan hebben, maar door dien met verders de Euro„ „peesen op offeren wilde hebbe mij genootsaakt 359 van Maccasser den nooksaakt gevonden, mijn oud nog leeger weeder te betrokken verhoope dat uwel Edele Agtb: mij gelieven or„ dre toetesen woumij verders te ge„ „ draagen hebbe bij het Sluijten van deese hebben uwel Edele Agtb: te versoeken, omtrent de Arthillerij aangaande de tauwen om andere toe„ te senden terwijlen gisteren alles mis„ tutken gegaan, en veel moeijte hebbe gehad de Canonen voort te brengen de vijf hondert bossen Scherhoe Patroonen hebbe niet op den wagen gevonden het welk mij een Groote Be„ lemmering maakte, daar deselve niet bevond terwijlen een groot vuur daar moeste, en mij thans in verleegentheijd bevinde, so als uwel Edele Agtb: uijt mijne mis„ „sive sal Gelieven te oordeelen, Ik en mijn volk sijn grootelijks af„ gemaakt, soo als uwel Edele Agtb: door de geleedene marsch en opgevallene vatikens van Maccasser den vatikens ligtelijk kunnen oordeelen overigent verblijve met de diepste respect u wel Edele Agtb geneegende ordre te verwagten blijve /:onderstond:/ uwel Edele Agtb die post schuldigen dienaar /:was geteekend/ I:s Dieterich /:in margine:/ In het veld Malengeeren den 16: Junij 1777: /:onderstond: Accordeert: /:was geteekend:/ H: B: Modenpijl. 361 van Maccasser: den Aan den Capitain militair Johannes Dieterich. Manhafte voorsienige Discreete Met zoveel contentement als ik het con„ ragieus gedrag van uEd: en desselfs onder„ noorige bij d'attaque van goa hebben be„ schoud uijt uEd' schrijvens van heden zo gevoelig smerk het mij dat ons eijlandsche troupen geen even diergelijke assistentie ge„ boden hebben waar door wij ons andersints apparentelijk van die plaats meester had„ den gezien den vijand nogthans niet min„ der dan d' onsen zullende hebben geleeden en daar en boven reets merkelijk verswakt door de vlugt van veele van zijn aanhang geen tijd dienende gelatene worden laat ik uEd: hier neven behalven een corporaal en agt gemeenen een nieuwen voorraed van ammu„ intie toekomen en onder anderen nog twee veldstucken een mortier door Commen en vuur kogels de plaats en brandssteeke om dus den vijand te benaauwen bij ik nog moek E van Maccasser den moet voegen dat 't stormloopen met de Eu„ ropeesen van geen effect kan zijn bij aldien d: Inlanders niet voorgaan zo dat in geval„ le uEd de hoofden daar toe niet mogt kun„ nen disponeeren het vijlige zal zijn het enkeld bij het gebruijk van het geschut ende montieren te laeten de plaats voor 't overige en gesloten houdende en alleen die geene ver„ „volgende die daar uijt mogten vlugten — Onder de overgaande goederen zijn veer„ tig gemeene geweiren waarvan twintig : aan Aroi Pantjana tien aan de geweese„ ne Tongauwa en tien aan den capitain maleijer kunnen werden afgegeven en buijten des nog ses granadiers dito reserve voor ons volk waarmede na groete blijve /:onderstond:/ uE goede vriet /:was getekend:/ I: g: van der voort: /:in marginne:/ Macasser in't Casteel Rotter„ dam den 16: Juni 1777/:onderstond:/ Accordeert B: Hodenpijl. /:was geteekend:/ HC=k 363 van Maccasser den Heel Brief is Geschreeven door den wel Edele Agtbae ren Heer Gouver„ aan den Madan rang Mits het ontvangen berigt dat de banceis desen morgen bij de at„ „geen tacque van den vijand d' onser „ bijstant geboden hebben, zo vind ik mij ge„ houden uw te Recommandeeren om ten uw eijgen beste en om een spoedig eijnde van Zaaken te te maeken zorge te draagen dat uE volkeren met d' onse Gelijken hand den vijand aantasten en dit wil ik van uw verwagten— /:onstond:/ Geschreeven den 16 Iunij 1777. /:onderstond:/ Accordeert /:was geteekend/ AK Noe P: Hodenpijl van Maccasser den

NL-HaNA_1.04.02_3500_0693 view scan ↗

English

From Makassar the To the Honorable, Venerable Sir The Honorable, Venerable Sir Paulus Godofredus van der Voort Governor and Director of this Coast of Celebes Honorable, Venerable Sir, Just now Glarrang Bontewalle came to me, sent by the Mandarang and Dato Baringang, to report that envoys had come from the city of Goa to meet with him, but the Mandarang did not want to receive them without my prior knowledge, requesting that I might send someone to him to hear the message. Whereupon I sent the bookkeeper Deethout to him, who upon his return reported that the envoys, namely Daij Malili and Kare Nontron, had been sent expressly by the Tomilalang and Batara to ask the Mandarang and Datoe Baringang what the reason might be that Goa was attacked yesterday, while they did not know that they had done anything wrong, and therefore they were frightened by these actions; and that Batara Goa has done nothing else and still does nothing but care for the welfare of Goa and Bonij, and further seek to expand it; and that Batara Goa is not aware that he had done the slightest damage to Bonij, as was evident when he was at Maros, indeed that he had not even taken an apple from the tree without the owner's prior knowledge. Furthermore, the said envoys, on behalf of Batara regarding the Bongaya contract that Palacca in Goa, the Mandarang has requested me to inform Your Honorable, Venerable Sir of this and to be allowed to have an answer to reply to the Makassarese thereon. For the rest, I remain with the deepest respect and high esteem, below stood, Honorable, Venerable Sir, lower, Your Honorable, Venerable Sir's obedient servant, was signed, J: Dieterich and G: Brugman. In the margin, In the field Malingeeren, the 17th of June 1777. Below stood, Agrees. Was signed, H:k B:l Rodenpijl. From Makassar the Translation of a Makassarese document written by the Mandarang to the Honorable, Venerable Sir Governor. With friendly greetings, I expressly inform the Lord Governor that the Commandant has let me know of his intention to bombard and cannonade Goa, and if the Makassarese still will not take flight from Goa, he was then of the intention to march into Goa and attack it. Whereupon I sent for the Malay Captain and consulted with him, and together we found it proper to inform the Lord Governor of this hereby, because we now have not only Sankilang as our enemy, but also indeed the Makassarese who are currently violating the Bongaya Contract, so that we now truly wished to be allowed to know the intention of the Lord Governor. Below stood, Written the 17th of June 1777. Below stood, Agrees. Was signed, H:k B:l Rodenpijl. From Makassar the To the Honorable, Venerable Sir Honorable, Venerable Sir, In accordance with Your Honorable, Venerable Sir's esteemed verbal orders, the undersigned proceeded this afternoon to Goa and there, with the assistant interpreter Coenraed Jansz Elij, met with the Mandarang of Bonij to inform him how exceedingly incomprehensible it appeared to Your Honorable, Venerable Sir that, according to the agreement and promise of yesterday, he had not wanted to attack the enemy this morning with our forces, and that, according to a letter written to Your Honorable, Venerable Sir and given to us, he regarded the Makassarese within Goa, because they were now in agreement with Sankilang, as allies of the Honorable Company and Bonij, whom he maintained, according to the Bongaya Contract, he was not allowed to attack, but must await further orders. Paulus Godofredus van der Voort: Governor and Director of this Celebes. That From Makassar the That Your Honorable, Venerable Sir had him answered thereto that the said Contract clearly dictated that whenever one of the three allies, be it the Honorable Company, Bonij, or Goa, was injured, the others were obligated to assist the injured party; that the Honorable Company considered itself aggrieved in the highest degree in this case by the said Sankilang, as he had acted directly hostile against us and had overrun the post at Maros, as was sufficiently known to them, wherefore he, along with all the Makassarese and those who conspired with him, could be considered nothing other than enemies of the Honorable Company, and that the Bonians were consequently bound to assist the Honorable Company. That Your Honorable, Venerable Sir therefore now requested a categorical answer on these three points: namely, whether he also declared himself an enemy of the Honorable Company; if not, whether he sought to conduct himself neutrally; or whether, according to his obligations, and as Your Honorable, Venerable Sir still trusted, he wished to join with ours and the other native chiefs encamped there, and attack the enemy within Goa at the same time. Where

Dutch transcription

365 van Maccasser den Aan den wel Edelen Agtb: Heer Den wel Edele Agtb: Heer Paulus Godofredus van den voort Gouverneur en Directeur deeser custe celebes wel Edele Agtbaare Heer Soo opstonds quam glarrang Bontewal„ le tot mij gesonden door de Maaanrang, en Dato Baringang ter bekentmaaking. e dak er sendeling uijt stad goa gekomen waaren om bij hem te wesen, maar de Mandarang heeft denselven met willen accepteeren buijten mijne voorkennisse, met versoek dat ik iemand bij hem mogte senden om het boodschap aan te hooren, waarop ik den boekhouder Deefhout nae denzelven hebbe gesonden die bij sijn terug komst rapporteerde dat de senbe„ lingen met naemen Daij malili en hare nontron expris waaren gesonden door den tomilalang en Battave om de Matan„ rangen Datoe Baringang aftevragen wat „dog de reden mogte weesen dat goa gisteren was attacqueert geworden, terwijl sij met wisten dat sij iets quaads hadden gedaen, en daar om sijn sij overde behandelingen ver„ Schrift van Maccasser den schrift geworden, en dat Battavo goa niets anders hadde gedaen en nog doet als om het welweesen van goa en Bonij te behertigen, en verders soeken uijtteboraij: den en dat Battava goa niet weet dat hij eenige den minsten schaden aan bonij gedaan hadde, soo als gebleeken is doen hij te Maros geweest was, Ia zelfs met een appel van de Boom genoomen hadde buijten voorkennisse van den eij genaar voorts heeft den vermelden sen„ delingen uijtnaam van Battava pa aan„ „gaande de Bongaijse contract dat Palacca in goa de Madanrang heeft mij versogt dat ik daar van uwel Edele Agtb: sul„ le kennis geeven, en antwoord te mogen hebben om de maccassaeren daar op te ant„ woorden overiges verblijve met de diepste respect en hoog agting /:onderstond:/ wel Edele Agtb: Heer /:lager:/ uwel Edele Agtb: Dienst bereijden Dienaer /:was getee„ „kend:/ J: Dieterich en g: Brugman /:in margine:/ op het veld malingeeren den 17: Iunij 1777/: onderstond:/ Accordeert /:was getekend:/ H=k B:l Rodenpijl 367 van Maccasser den Translaat Maccas„ saarse Geschrift geschreeven door den Madaurang, aan de wel Edele EAgtb: Heer Gouverneur. Onder vriendelijke groete maeke ik expres aan den Heer Gouverneur bekend dat den Commandant mij heeft laeten weeten om goa te willen bombardeeren en canno„ neeren en wanneer de Macassaeren de vlugt nog niet willen neemen uijt goa hij als dan van intentie was om binnen goa te trecken en 't attequeeren — Waarop ik den Capitain maleijer bij mij hebbe laaten ontbieden en met de selve Geraad pleegd, en tesaemen goed ge„ vonden om den Heer Gouverneur hier van kennisse 8 ƒ van Maccasser den kennisse bij deese te geeven wank bij hebben niek alleen Sankilang nu tot onse vij„ and maar wel ook de Macassaeren die de Bongaijs contract thans kome 't over„ treeden zodat wij thans welwenschten de intentie van den heer Gouverneur te mogen weeten /:onderstond:/ geschreeven den 17: Iunij 1777: /:onderstond:/ Accor„ deert. /:was getekend H:k D: Hodempijl. 369 van Maccasser den Aan den wel Edele Agtb Heer wel Edele Achtb: Heer Conform uwel Edele Achtbaarens g'Eeerde mondelinge ordre hebben de ondergeteekende hun desen middag begeeven maar goa en aldaar met den ondertolk Coenraed Iansz Elijbij den Madanvang van bonij om der selven aan te seggen hoe het uwel Ed: Agtb over zo onbegrijpelijk voorquam dat hij het volgens afspraak en toesegging van gisteren met de onsen der vijand heeden mor„ gen niet hadde willen attacqueeren als dat hij volgens een aan uwelEd: Achtb: geschreven en aan ons meede gegeeven brief de Maccassaren binnen goa om dat die thans met sankilang eens waren aan„ zeg voorbond genooten van dE. Comp: de Bonij, die hij sustineerde volgens het Bongaijse Contract niet te mogen aan„ tasten maar op nadere ordre te wagten. Paulus Godofredus van der voort: Gouverneur en Directeur deser Celebes. Dat van Maccasser den Dat uwel Edele Achtb: hem daer op liet antwoorden dat het gemelde Contract wel duijdelijk dicteerde, wanneer een van de drie bondgenoote het zij d E: Comp Bonij of Goa beleedigt wierd t' andere verpligt waren, den beleedigde te assisteeren dat dE Comp: zich in dit geval ten hoogsten beleedigt agte door Gemelden Sankilang als direct tegen ons vijandelijk g'ageert en de Post Maros over rompelk hebben de gelijk hun genoeg bekent was, wes„ halven hij nevens alle de Maccassaren en die met hem zamen Spanden niet anders als vrijanden van dE Comp. kon„ den werden geconsidereert, en dat de ba„ niers dien volgens gehouden waren dE: Comp: te assisteeren. Dat uwelEd: Agtb: Aan derhalven thans Cathaconisch ankwoord liet afvragen op deese drie poincten namentlijk of hij zich meede als een vijand van dE: Comp: decareerde zo men, of hij zich om een zijdig zocht te gedragen, dan wel of hij volgens gehoudenisse, en gelijk uwel Ed. Achtb nog was vertrouwende, nevens. d'onse en d' overige aldaar gecampeert leggende Inlandsche hoofden Conjungeeren en tegelijke hand den vijand binnen goa attacqueeren wilde. 3 waer

NL-HaNA_1.04.02_3500_0699 view scan ↗

English

from Macassar, the Whereupon he, together with Datou Baringang, who was present there, answered that Bonij could not be separated from the Honorable Company, although such seemed to be the intention or aim of the enemy according to a letter sent to him from Goa, namely by the First Tomilalang. That for this reason, and because the Macassars had accepted Sankilang and in that letter addressed him as their King, he had become perplexed, and therefore thought it best to communicate this to Your Honorable Worship and await further orders. And that he had done all this solely out of prudence and for the sake of the Europeans, since he had seen that several of them were wounded; readily admitting that the Boniers were not so brave. Further asking us what he should now answer to the aforementioned letter, since according to their custom they were obliged to give an answer even to their greatest enemies. We answered thereto that he could do so and could answer him that the Honorable Company did not recognize any San Kilang as King of Goa, but considered him and all those who were with him inside Goa as enemies, further urging that he from Macassar, the should declare himself categorically on the aforementioned three questions, as we saw that he came to no conclusion. Whereupon he requested that the chief interpreter Brugman, who was indisposed in his tent, might be called, which was done. And he and the Malay Captain having also arrived there, the Modaurang finally undertook, together with our men and the other chiefs, to attack the enemy tomorrow morning. Of all of which we, having informed the aforementioned chiefs over the indigenous troops while showing the Modaurang's letter, they declared themselves fully prepared to make a further attack. Trusting to have hereby fulfilled the intentions of Your Honorable Worship, we call ourselves with deep respect, was below: Honorable Worshipful Sir, lower: Your Honorable Worship's humble and dutiful servants, was signed: A:s Rossetet and G: Bremer in the margin: Macassar, the 17th of June 1777. was below: Agrees, was signed: F: B: Hodenpijl from Macassar, the To the Honorable Worshipful Sir, The Honorable Worshipful Sir Paulus Godofredus van der Voort, Governor and Director of this Coast of Celebes. Honorable Worshipful Sir, I have just now received the messenger from Pongouwa Lisso, informing me that Craen Karwisse had sent him the Campong Baroe people belonging under Thaijn for assistance, and therefore had him ask for my opinion. But I gave him no answer to that, but said from Macassar, the said that I would report this to Your Honorable Worship. Further I remain with the deepest respect and high esteem, was below: Your Honorable Worshipful Sir, lower: Your Honorable Worship's servant ready to serve, was signed: J:s Dietrich, in the margin: in the field bivouacking the 17th of June. lower: P.S. I have sent a sick soldier off to that place. was below: Agrees, was signed: H:k B:s Hodenpijl from Macassar, the Honorable Worshipful Sir, Having arrived here before six o'clock, the ammunition has only just arrived, lacking however still one ammunition wagon which, having broken down on the way, had to be left behind; and the craftsmen claiming that they could not repair it again, the Commandant ordered the mandador to take it back to Macassar. Upon arriving here, and finding the enemy stationed outside Goa in a benting, I immediately had the artillery aimed at this benting and fired, which had such a good effect that the enemy immediately retreated inside Goa. This being so, I, together with the pyrotechnician and our artillery, marched closer to Goa, presently intending to see what effect our mortar will have. In case we can quickly set Goa on fire, we will have a small battery thrown up to make the mortar and the cannons of better effect. from Macassar, the The Commandant requests 400 flints for himself and the other chiefs, which the chief interpreter requests Your Honorable Worship to have asked from his wife. Further, the chief interpreter proposes to Your Honorable Worship whether any burghers could and would be employed here with the pieces, because with the men to bring the artillery forward it looks, as yet, extremely miserable here. I will possibly have to remain here until toward the evening; until then I will not fail to give Your Honorable Worship prompt reports from time to time of all occurrences. was signed: W: van Brughoff was below: Agrees, was signed: H:k D: Hodenpijl from Macassar, the To the Military Captain Johannes Dieterich, Valiant, Prudent, Discreet. To your letter it briefly serves: that the commissioners sent by me to the Maydanrang have already fully instructed him what answer he should give to the rebels, whilst he has made a commitment on that account properly to assist our men; which nevertheless, before an attack is undertaken, can be asked again in polite yet serious terms. As for the request of the former Pongouwa regarding the Campong Baroe people of Thaing, I know no better answer than to leave the same to his discretion, with my greetings. I must not omit to remind you once again of my letter of yesterday regarding the

Dutch transcription

371 van Maccasser den waarop deselve nevens Datou Barin„ „gang, die daar bij present was, antwoord= dat Bonij van dE Comp: niet konde gescheijden worden, schoon zulx d' intentie of het zoeken scheen van den vijand vol„ gens een briefje dat aan hem uijt goa en wel door den Eersten Tomilalang ge„ sonden was dat hij om die reeden en wijl de macassaren sankilang aangeno„ men en bij die brief getituleert hebben als hunnen Moning, verleegen gevorden en daerom best gedagt hadde zulx aan uwelEd: Achtb: te Communiceeren en nadere ordre te verwagten. En dat hij dit een en ander eenelijk had gedaan uijt voor„ sichtigheijd en om de Europeesen, vermits gesien hadde dat ter verscheijde waren gequest: willende gaarne bekennen dat de boniers zo dapper niet waren— ons verders vragende wat hij als nu op de voorschreeve brief antwoorden zoude also ze volgens hun gebruijk: verplicht waren zelfs hunne grootste vijanden bescheijd te doen geworden— wij antwoorden daarop dat hij zulx doen en hem antwoorden konde dat d'E: Comp: geen san Kilang voor koning van goa erkende maer hem en aldie binnen goa met hem waren voor vijanden hield voorts aandringende dat hij Zich van Macasser den zich op de voornoemde drie vragen Cathagorische declaveeren mogt wijl wij zager dat hij tot geen besluijt quam waar op hij verzogt dat de oppertolk Brugman die in dispostliaq uijt zijn tent mogt werden geroepen, gelijk geschiede en deese en de Capitain Maleijer meede aldaar gekomen zijnde, zo nam de Modaurang eijnde lijk aan, om nevens de onse ende overige hoofden den vijand morgen ogtend te attacqueeren van al het welke wij de voorm: hoofden overd' In„ landsche troupen, onder vertoning van 's Ma„ aanrangs brief kennis gegeven hebbende, zo betuijgden deese tot het doen van een nadere attaque volkomen bereijd te wesen In vertrouwen hier meede aan de intentie van uwel Edele Achtbaare te hebben vol„ daan noemen wij ons met die per eerbied /:onderstond:/ wel Edele EAchtb Heer /:lager:/ uwel Edele Achtb: onderdanige en trouw: schuldige dienaaren /:was getekend :/ A:s Rosse„ tet en G: Bremer /:in margine:/ Macasser den 17:' Iunij 1777: /:onderstond:/ Accorteert /:was geteekend:/ F: B: Hodenpijl 373 van Maccasser den Aan den wel Edele Agtb: Heer Den wel Edele e: b: Heer Paulus Godof redus van der voort Gouverneur en Directeur deser custe celebes Wel Edele Agtb Heere Ik heb soo even den sendeling van Pongouwa Lisso gekreegen, mij bekont maeken dak Craen karwisse, de Campong baroes volkeren die on„ der thaijn gehooren, hem tot adsistentie hadde toegesonden en dierhalven om mijn sentiment liek vraagen, maar ik heb hem daar op geen bescheijd gegeeven dog gesegt van Maccasser den gesegt hebben dat ik sulks aan den wel Edele Agtb: soude berigten verders verblijve met de diepste respect en hoog agting /:onderstond:/ uwel Edele Agtb Heer /:lager:/ uwel Edele Agtb: dienst bereijden dienaar /:was getekend:/ J:s Diekrich, /:in marginne:/ op het veld malingeerende den 17: Iunij /:lager. / P: S: Ik hebbe offans eenen Sieken soldaaten gesonden na der„ waarts /:onderstonds/ Accordeert /: was, geteekend./ H=k B:s Hodenpijl 375 van Maccasser den Wel Edele Agtb: Heer Nog voor ses uuren hier g'arriveert zijnde, waarde ammunitie eerst zoo even aangeko„ men, manqueerende egter nog een ammuni„ tie wagen die onder weegs onbequaam ge„ raakt zijnde heeft moeten leggen blij„ ven, en de ambagtslieden voorgevende dat zij hem niet weer herstellen konden heeft de Commandant den mandadoor g'ordineert om hem na maccasser terug te brengen ik heb 't geschuk aanstonds hier aankomen„ de en den vijand buijten goa in eene benting „laaten. geposkeert vinden op deeze benting „ rigting en af vuuren, het welk van zodanig een goed effect waar dat de vijand zig aan„ stonds weer binnen goa begaf, dik zoo zijnde ben ik, nevens den vuurwerker met ons geschut nader aan Goa aan marcheert, zijnde thans in begrip om te zien wat effect onse mortier zal doen zullende ingeval wij de brand metschie„ lijk in goa kunnen krijgen, een klijne batterij laaten opwerpen om de mortier en de Canons van beeter effect te doen worden dot van Maccasser den De Commandant verzoekt voor zigen de overige hoofden 400: vuursteenen die de oppertolk van uwel Edel Agtb: ver„ zoekk van zijne vrouw te willen laaten afvragen verder sloegt de oppertolk uwel Edele Agtb: voor van ijder Ingezee„ tenen kunnen en willen dewelke hier bij de stukken zullen werden g'emploij want met het volk om 't geschuk voor te brengen ziet het hier, als nog toe ten uijtersten bedroeft uijt Ik zal mogelijk tot tegen den avond moeten hier blijven van toen zal ik niet manqueeren uwel Edele Agtb: van tijd tot tijd van alle voorvallen schielijk rap: „port te doen /:was geteekend:/ W: van Brughoff /:onderstond:/ Accordeert /:was getekend:/ H:k D: Hodenpijl 377 van Maccasser den Aan den Capitain Militair Iohannes Dieterich Manhafte voorsienige, Discrete Opp uEd: Schrijvens diend kortelijk: dat de gecommitteerdens door mij aan den May„ danvang gezonden, hem reets volkomen hebben geinstrueerd wat antwoord hij diend te geeven, aan de Rebellen terwijl hij daar op toelegging heeft Gedaan om d' onsen behoorlijk te zullen assisteeren het geen nogthans voor dat er een atta„ que ondernomen, werd nader in beleefde dog ernstige ter men kan worden afgevraegd. wat het versoek van den geweesen Pongouwa omtrend de Campong laroes volkeren van Thaing betreft, weet ik niet beter te antwoorden dan het zelve aan zijn goed vinden over te laeten onder mijne groete; Ik mag niet af, hier bij nogmaals te heringeeren mijn schrijvens van Gisteren omtrend het F

NL-HaNA_1.04.02_3500_0706 view scan ↗

English

From Macasser the the use of the Europeans during the attack. When Your Honours need to let me know one thing or another, or require anything, I expect it in writing by a reliable express messenger. Wherewith, after greetings, was written below: Your Honour's good friend, was signed: P: G: van der voort. In the margin: Macasser in Castle Rotterdam, the 17th of June 1777. Below was written: Agrees, was signed: H:k B:s Hodenpijl. 379 From Macasser the Honourable, Respected Sir, Having arrived here last night around eleven o'clock in the evening, I found as yet no preparations whatsoever to throw up the so necessary batteries. The commandant being asleep, I immediately gave such orders that the two batteries were ready this morning at five o'clock. Around six o'clock we began to bombard and cannonade, this being of such effect that the enemy saw themselves forced to make a sortie, which taking place with 4 banners, I asked the Madenrang in the name of the Commandant what his opinion presently was regarding a formal attack. However, he let us know that he judged, unless the enemy came directly at us, the attack From Macasser the or assault should be postponed and that we should rather continue with cannonading and bombarding. I deemed it necessary, and indeed expressly according to the orders of Your Honour, to travel with the chief interpreter to the other chiefs in order to ascertain their views as well. Arou Pantjana, the Captain of the Malays, and the Pongauwa of the Mandanrang being of the same opinion, namely to continue today solely with bombarding and cannonading, promising, however, that if they came to attack us, to fight then unto death or life. I deemed it necessary to inform Your Honour of this with all speed, the commandant presently being of the same opinion as myself to follow the wishes of the native chiefs, all the more so since the enemy, after having shown themselves outside, withdrew inside again. I would have come myself, but all the chiefs having requested the chief interpreter that I might please stay, as they saw that my batteries and the firing had 381 From Macasser the had a good effect, I preferred to wait until the evening. Furthermore, the Pongauwa has me tell Your Honour that Datoe Loping about three days ago sent to SanKilang inside Goa 21 blunderbusses, as well as a picol of gunpowder; further, that he sends emissaries inside Goa with both verbal and written messages. The fireworks master humbly requests the gunner from Rhee, so that he, being able to write well, will record everything in writing that is sent here and consumed in turn. We still have 10 pieces of round shot for each cannon, which to all likelihood will be used up today, therefore requesting more round shot. Furthermore, there is only 1 tube of fine powder left, which is why the fireworks master requires another tube, besides some cartridges for two-pounders. A limber From Macasser the of a two-pounder is unusable, the axle being broken in pieces; therefore he requests another limber. The house carpenter requests some pounds of double nails. Signed below: W: van Burghoff. The Pongauwa further has me tell Your Honour that he judges one must be extremely cautious with a second assault or attack, being able to assure with certainty that if the Company's troops are beaten for the second time, all will fall away from the Company, and none will remain except him, Arou Pantjana, and Raja Labattang. Signed below: Agrees, was signed: H:k B:s Hodenpijl. 383 From Macasser the To the military Captain Johannes Dieterich and Ensign Willem van Burghof. Valiant, Prudent, Discreet, In view of both the report communicated to me and on account of other considerations, the undertaking of an attack being deemed by me to be most strongly ill-advised, I confirm my agreement with the opinion of Your Honours and all the chiefs to continue for the present only with the use of the cannons and mortars, for which a new supply is again being sent over. Ensign Burghof will do best to follow the wishes of the chiefs and to remain there. For the From Macasser the For the warning of the former Pongauwa Lakasie, my friendly gratitude may be conveyed, it being apparent from the above that I myself am of his opinion regarding the attack. But with respect to D: S:, I earnestly request further elucidation or report if he can learn or get to know anything further, it being of the utmost importance to me. Wherewith, after greetings, I remain, was written below: Your Honours' good friend, was signed: P: G: van der voort. In the margin: In Castle Rotterdam, the 18th of June 1777. 385 From Macasser the To the military Captain Johannes Dieterich and Ensign Willem van Burghof. Valiant, Prudent, Discreet, In answer to Your Honours' letter, it serves to state that I still persist in my previous orders not to undertake a general assault. On the other hand, however, I find it advisable, in case the chiefs of our native troops, Arou Pantjana and the former Pongauwa, do not disapprove, to throw up a few more bentings closer to the city. The fascines have already been sent. Wherewith, after greetings, I remain, was written below: Your Honours' good friend, was signed: P: G: van der voort. In the margin: Macasser in Castle Rotterdam, the 19th of June 1777. Below was written: Agrees, was signed: H:k B:s Hodenpijl.

Dutch transcription

van Maccasser den het gebruijk van de Europeesen bij d'atta„ que —. wanneer uEd:s mij het een of ander diend te laeten weeten of iets benodigd het verwagte ik het schriftelijk niet een goed Expresse waer mede nagroete /:onderstond:/ uE goede vriend /:was getekend:/ P: G: van der voort /:in margine Macasser in 't 777 Casteel Rotterdam den 17:' Junij 17 : /:onderstond:/ Accordeert /:was geteekend /. J: k„ B:s Hodenpijl. 379 van Maccasserden Wel Edele Agtb: Heere De verleedene nagt omtrent elf uuren des avonds hier G'arriveerd zijnde vond ik nog in 't minst geen toestel om de zoo be„ noodigde batterijen op te werpen de com„ man dan't Slapende stelde ik terstond zodanige ordre dat de twe batterijen, deezer morgen om vijf uuren klaar waaren, om ses uuren omtrent begonnen wij te bom„ bardeeren en te kannoneeren zijnde dit van zodanigen effect geweest dat op de vijand zig genoodzaakt zo geen uijtval te doen dik met 4: vaendels geschiedende het ik uijt naam van de Commandant den Madenrang vraagen wat hij thans van gevoelen waar omtrent een formeele attacque egter hij ons laaten de weeten dat hij oordeelde, bij aldien de vijand niet volstrekt op ons afkwam de attacque van Maccasser den attacque of storm uijtstellen en liever met Canonieren en bombardeeren blijven aanhouden heb ik nootsaakelijk g'oor„ deelt en wel uijt drutstelijk volgens order van uwel Edele Agtb: met den oppertolk na de andere hoofden terijsen ten eijnd hunne gevoelens mede te ver„ neemen Arou Pantjana, de Capitain der Maleijer en de Pongauwa van des Mandanrang eigens te gevoelens zijnde met Namelijk heden te blijven voorhou„ den alleenig met bombardeeren en kanonee„ ren, beloovende egter bij aldien hij kwam ons attacqueeren als dan op dood en leeven of te zullen regten, heb ik g'oordeelt uwel Edele Agtb hier van in alle schielijk hier te moeten verwettigen zijnde de commandant thans met mij van gevoe„ len om den inlands hoofden zin op te volgen, temeer de vijand nazig buijten te hebben vertoont, wederom binnen trock Ik zoude zelfs gekomen zijn egter alle de hoofden den oppertolk verzogt hebbende dat ik tog mogt blijven terwijl zij lagen„ dat mijne batterijen en het vuuren van een 381 van Maccasser den een goed effect gewest is, heb ik liever tot op den avond willen wagten verder laat de Pongouwa uwel Edele Agtb: zeggen Dat Datoe loping voor om„ trenk drie dagen aan sanKilang binnen goa heeft gezonden 21: Donderbussen— benevens een picol kruijt, verder dat zendelingen binnen goa stuurl: zoo wel met mondelijke als schriftelijk bood boodschappen De vuurwerker ver„ zoekk nedrig om den boschieter van rhee ten eijnde deeze goedschrijven kan, en alles schriftelijk zal aanteeken wat hier gezonden, en wederom verbruijkt word. Wij hebben nog bij ieder kan on 10 stuks rondscherk, het welk deezen dag na alle gedagten zal opraaken, verzoekende daarom, om nog meer rondscherp verder is 'er maar nog 1 koken meel kruijd waarom de vuurwerken nog een kooker verbruijkt nevens nog eenige kardoe„ sen van twee ponders, een voorwagen van van Maccasser den van een twee ponders is onbequaam zijnde de as instrukken, daarom verzoekt hij om een andere voorwagen De huistimmerman versoekt om eenige ponden dubbelde Spijkers /:onderstond:/ W: van Burghoff de Pongauwa- laat uwel Edele Agtb: nog zeggen dat hij oordeelk: met een tweede storm of attaque ten uijtersten te moeten verzigtig zijn kun„ nende met gewisheijd verzeekeren dat bij aldien is Comp trouppen voorde twee de rijse geslagen werd, alles vande Comp: zal afvallen, en niets meer verblij„ ven, als hij Arou Pantjana en Raja Labattang /:onderstond:/ Accordeert /:was geteekend./ H:k B:s Hodenpijl 383 Van Maccasser der Aan den Capitain militair Iohannes Dieterich en vendrig willem van Burghof. Manhafte voorsien Discreete uit aanmerking zoo van het mij meede „gedeelte berigt als uijt hoofde van andere bedenkingen het doen van een attacquie ten uijtersten angeraaden agterde confir„ meere ik mij met het Sentiment van uEd:s en de gesamentlijke hoofden om voor eerst maar te blijven continueeren bij het gebruijk van de Canons en mor„ tiers waar toe weeder een nieuwen voor„ raad overgaak. Den vandrig Burghof zal best doen de begeerten der hoofden te volgen ten eijn„ de daar te blijven. voorde van Maccasser den voor de waarschouwing van den gewee„ sine Pongauwa Lakasie, kan mijne vriend= Lijk dankbaarheid of gelegt worden zullen de uijt het bovenstaande blijken dat ik selfs van zijn gevoelen ben omtrend vat„ tacque dog met opzigt tot D: S: versoeke ik zeer om nader elucidatie of wel be„ rigt zo hij iets naders verneemen of 't weeten Krijgen kan als voor mij van de uijterste aangelegentheijd zijnde waar mede na groete blijve /:onderstond:/ uE:s goede vriend /:was getekend:/ P: G: van der voort /:in marginne:/ In't Casteel Rotterdam den 18 Iuni 1777: — 385 van Maccasser den Aan den Capitaij militair Johannes Dietench, en vendrig Willem van Burghof Manhafte, voorsienige, Discreete In antwoord van uE: Schrijvens diend dat ik als nog blijven persis„ teeren bij mijn voorige onder om geen generaele aan val 't onderneemen dog daar en tegen vinde ik het geraeden om in gevalle de Hoofden onser In„ landsche troupen Arou Pantjana de geweesen Pongouwa het niet afkeu„ ven nog een paar bentings digter aan de stad. op H _ van Macasser den op te werpen d' krassers zijn reets ge„ zouden — Waar mede na groete blijve /:onder„ stond:/ uE:s goede vriend:/ was getekend:/ P: G: van der voort /:in marginne Mac„ casser in 't Casteel Rotterdam, den 12. Juni 1777. /:onderstond:/ Accordeert /:was eteekend:/ H:k B:s Hoaenpijl

NL-HaNA_1.04.02_3500_0715 view scan ↗

English

383 From Makassar To the Honorable, Respected Paulus Godofredus van der Voort, Governor and Director of this Coast of Celebes. Honorable, Respected Sir, I have duly received Your Honor's honored missive of the 17th of this month, and I shall not fail to act in accordance with its contents. I also have the honor to inform Your Honor that during this night two bentings were thrown up, from which this morning we undertook to alarm the enemy with bombs, fire-balls, and round shot. After I fired upon the castle of Gowa, I proposed to the chief interpreter to send an emissary to the Matarang to ask him whether he intended to make a general attack with me. However, he sent back the answer that it From Makassar was better to continue this day with the heavy ordnance and to postpone the attack to another day. Thereupon I requested the chief interpreter to make the opinion of the Madanrang known to all the other chiefs, who were in agreement with the said Madanrang. Upon this, we resolved to have a few more shots fired to see if there was any possibility of setting fire to the castle. Even assuming that the fire-balls were well aimed at the place where I was told there were plenty of houses, it was nevertheless of no effect, as we firmly believe that the roofs have been removed. Thereupon I resolved to keep each benting garrisoned with 25 men, and I have withdrawn a musket-shot distance, the reason being that my people had not the least shelter from the sun. Sent herewith are 2 gunners who were accidentally burned, and one disabled soldier who has an injury to his foot and cannot march with his weapons. For the rest, remaining with the deepest respect and high esteem, Honorable, Respected Sir, Your Honor's humble servants, signed: P. Dieterich and G. Brugman. In the margin: In the field Melingeeren, the 18th of June 1777. Postscript: I kindly request Your Honor to send 2 gun-scrapers, as they are needed and I have already sent back the unserviceable ones. Below stood: Agreed. signed: H. B. Hodenpijl. 389 From Makassar Translation from the Macassarese. Written by the Malay Captain to his brother Inche Sadolla. After manifold greetings to you, as well as to the children, also my humble compliments to the Governor. Furthermore, my request to you is to communicate the contents of this to the Governor: that yesterday afternoon, when the commissioners were here, all the Macassarese together agreed with Sankilang to send emissaries to the Madenrang, as was indeed done, in order to ask what the reason might be that the Boniers have treated them in such a manner, since he, Sankilang, had not caused the least nuisance in Maros—nay, far from it, had not even damaged a single lime or leaf of a tree belonging to the Boniers, and moreover, if he had wanted to have anything, he would have asked From Makassar to buy it. That Arou Palacka had indeed made the contract, and they are now here, and indeed the same, and as far as Batana Gowa was concerned, who was now in Gowa, that he, Sankilang, speaks of nothing other than the welfare of the lands of Boni and Gowa, to extend them far and wide. To this message, the Madanrang had the following answer given, which was delivered by Glarrang Bontuala: "We are not in a position to answer your question, but you may address yourselves to the Honorable Company and ask them, for we hold steadfastly to the contract made by the three of us; that is to say, those who violate the contract are considered criminals. Gowa now joins itself with the criminal; therefore we say that our friend Gowa no longer wishes to abide in what is good, but wants to proceed to evil intentions. Thus we say that you may keep the dead, and we the living." These are all the words that Glarrang Bontuala delivered to the enemy. 391 From Makassar These words were no sooner spoken than Sankilang, having become very angry at this, wanted to stand up and kick the emissary, saying with harsh words: "What have I taken from the Boniers or done wrong to them?" Meanwhile, the Tomilalang Matoa replied that he was not aware of the aforementioned agreement, since the Regent had spoken those words. Such is the report of the said Glarrang. Furthermore, the three of us, as well as Madanrang and Datu Baringang, have found it good to carry out matters somewhat more gently as long as the enemy makes no attack upon us, so that our people may not fall into misfortune so much, the more so because this morning until noon the bombardment was continued without ceasing, and we also perceived some change, in that they no longer shout or yell as loudly as before, so that I presume that the people inside have greatly diminished. I therefore think, if it continues in this way and the Commander also wishes to heed our advice, From Makassar little misfortune is to be expected for our people, while we shall wait for a good opportunity and until the path is clear to enter in order to make an attack then. Furthermore, I also report here that at noon today a boy belonging to Gowa's Shahbandar deserted to us, who informed us that a multitude of people inside have been wounded by the bombs, though he could not rightly know how many, but that every time they gather there, the bombs come falling down. Below stood: Written the 18th of June 1777. Below stood: Agreed. signed: H. B. Hodenpijl

Dutch transcription

383 van Maccasser den Den wel Edele Agtb: Heer Paulus Godo„ fredus van der boort. Gouverneur en directeur deeser Cuske celebes Wel Edele Agtb: Heer uwel Edele Agtb: gevenoreerde missive van den 17: deeser hebbe wel ontfangen, en sal ik niet mancqueeren mij volgens den inhoud te ge„ dragen, als meede hebbe de Eere uw Edele Agtbr te berigten, dak van deesen nagt twee bontings sijnde opgeworpen, waer uijt wij van deesen morgen, soo met bomben, vuurkoegels, en scherp rond den vijand hebben genomen te alemeeren. nadat ik het Casteel van goa hebbe beschooten, hebbe aan den oppertolk ge„ „proponeert een sendeling nae de mata„ rang toetesenden en hem te laaten vraagen. of hij gesonnen was, met mij eenen gene„ raalen aan val te doen, dog deselve, ons tot antwoord heeft laaten weeten dat Aan den wel Edele Agtb: Heer het van Maccasser den het beter was, deesen dog te Continueeren, met het Groff geschut en tot den aanvall een anderen dog uijtgestelt waar op ik den oppertolke versogt om alle de andeere hoofden, de meninge van de Madanrang bekent te maaken, ende welke met gemelde de Madanvang over een stemmig waaren, waar op wij resolveerenden nog eenige Schooten telaaten doen, of 'er geen mogelijk: „heijd was brand in't Casteel te stooken schoon genoomen dat d' vuurkoegels wel aan de plaats te houden quam, soo als mij gesegt rijkelijk„ huijsen souden weesen, egter van geen effect geweest, terwijlen ons voor vast gelooft is, dat de datken afgenoomen waaren, waarop ik geresolveert hebbe ijder bentings met 25: man besett te houden en ik mij een sna„ phaans schook hebbe terug getrokken, de reden daar van is, dat mijn volk deminste berginge niet hadde voor de fon. Hier neffens gaan naderwaarts 2: bosschieter de per ongeluk verbandt sijn, en een inpotente soldaat dewelke een manquement aan den voet heeft en niet gaan kan met sijne waapens. overigens verblijven met de diepste respeck en hoogagting /:onder /E:/ wel Edele Agtb: Heer /:lager:/ uwel Edelen agtb: dienst beneijde dienaaren /:was geteekend:/ P: Dieterich en g:t Brugman /:in margine:/ op het veld melingeeren den 18: Junij 1777:/lager:/ P: S: versoeke uw Edele Agtb: dog gelieven 2: geweere kratsers over te senden ter wijlen deselve benoodigh ben, ende onbequaame reets overgesonden hebbe. /:onderstond:/ Accordeert /:was getekend:/ H: B: Hodenpijl. 389 van Maccasser den Translaat Macassaarse Geschreeven door den Capi„ tain maleijer aan desselfs broeder Intje Sadolla Na meenig vuldige groete aan uE als ook aan de kinderen, item mijne nedrige Com„ pliment aan den Heer Gouverneur Wijders is mijn versoek aan uE: om den inhoud deeses aan den Heer Gouverneur te communiceeren, dat gisteren nademid„ „dag wanneer de gecommitteerdens alhier geweest zijn, de gesamentlijke Macassoeren met sankilang over een gekomen zijn om sendelingen nade Madenrang te senden so als ook geschied is ten eijnde te laaten vraagen wat of de reden mogt wesen dat de Boniers haarlieden sodanig heeft beje„ gend, wijl hij sankilang geene de minste overlast op Maros had gedaan, Ja verre daar van daan zelfs geen enkeld lemmetje of blad van een boom de boniers toebehoo„ „rende schadigd mitsgaders wanneer hij iets hadde willen hebben het zelve te koop „ van Maccasser den tekoop zoude hebben gevragd, Dat Arou Palacka immers het Contract hadde gemaakt en zij thans hier, en im„ mers dezelfde en wat batana goa aan belangde, die thans in goa was, dak hij san Kilang niet anders zegt dan het wel weesen van de landen bonij en goa om ze wijden zijd uijt te strecken op deese boodschaap heeft den Madanvang het volgende ten antwoord doen geeven„ 't geen door glarrang Bontuala is over„ gebragt, „ wij zijn niet instaat om op uE vrage te „ andwoorden maar uE: kunk zig bij de Edele „ compagnie addresseeren en het deselve te „vragen, want wij houden ons standvas„ „tig aan het door ons drien gemaakte „ contract, teweeten, die het Contract „komt te overtreeden die worden voor „ misdadigers gehouden, goa vervoegt „ zig thans bij den misdaediger daarom „ zeggen wij dat onsen vriend goa, thans „ niet meer in het goede wil blijven, maer „ tot quade voorneemen overgaan wil „ zo zeggen wij dat gijlieden het doorde „ behouden en wij het leevende, Dit zijn alle de woorden welke glar„ rang Bontuala aan den vijand heeft overgebragt . ƒ 391 van Maccasser den overgebragt welke zodra niet waeren uijtgesprooken of sankilang daar op zeer boostgeworden zijnde, wilde denselven opstaan om den sendeling te schoppen— met barsch woorden zeggende wat ik van de Bomers ontnomen of haar misdaen„ Intusschen gaf den Tomilalang Matoa ten antwoord; dat hij van de hier vooren vermelde vereeniging niet bewusk was also de Rijksbestierder die woorden hadde uijtgesproken; zodanig is het heer berigt van Gemelde glarrang wijders hebben wij met onse drien als ook Madanrang en Datou Baringang goed gevonden om de zoeken zolange de wat vijand op ons geen aanval doet „ zag ter uijt te voeren op dat onse volk niet zo veel in ongeluk graake te meer deesen morgen tot Smiddags toe sonder ophouden met bombardee„ ven aangehouden zijnde wij ook eenige verandering hebben bespeurd dat ze zo Sterk niet meer schreeuwen of Toelen als van te vooren, sodat ik presu„ meere dat het volk van binnen zeer verminderde, denke dierhalven, wanneer 't zo voortgaat en dat den Commandant ook na onsen raad wil gehoor geeven en van Maccasser den en weijnig ongeluk voor onse volkeren te wagten zij, terwijl wij zo lange zullen wagten op een goede occasie en dat de boan schoon is om binnen te komen ten eijnde als dan een aanval te doen wijders melde hier nog dat heden mid„ dag een Ionge van Gous Sjabandhaar bij ons komen overloopen, die ons berigt heeft dat er meenigte volk van binnen door de bomben zijn beschadigd geworden, dog niet regt konde weeten hoeveele, maer telkens daar te komt te versamelen de bomben komt neer te vallen. 1777 /.onderstond:/ Geschreven den 18 Iunij 1717. /:onderstond:/ Accordeert /: was getekend:/ H:k B:r Hodenpijl

NL-HaNA_1.04.02_3500_0721 view scan ↗

English

From Makassar, the To the Honorable Paulus Godofredus van der Voort, Governor and Director of this Coast of Celebes. To the Honorable Sir, Honorable Sir, The King of Goa, through the emissary Jalale, has inquired after the welfare of the undersigned, on which occasion we learned that the second Tomilalang, Craeng Bontolankas, Craeng Data, since yesterday morning, had joined with the Captain of the Malays, without us receiving any notice thereof either from the Captain or from them; therefore we are of the opinion that Your Honor might not have knowledge of it either, and consequently we take the liberty to inform Your Honor. The third signatory requests Your Honor for a last of rice for the native Company subjects who are gathered here together. For the rest, we remain with From Makassar, the with the deepest high esteem. Below stood: Honorable Sir. Lower: Your Honor's obedient servants. Was signed: J: Dieterich, W: v: Burghof, and G:t Brugman. In the margin: In the field at Malingeën, the 19th of June 1777. Lower: P.S. The Madanrang having been sent here to ascertain our sentiments regarding the extent to which the Company can rely on the faithfulness and sincerity of the Queen of Taang, since she daily allows the enemy forces to cross the passes at Taang, just as even today the son of Kraeng Kandjilo was seen there with some troops; we report this to Your Honor to learn what we should convey in that regard to the Madanrang. Below stood: Agrees. Was signed: P: G: van der Voort. From Makassar, the To the Military Captain Johannes Dieterich, Ensign Willem van Burghof, and Chief Interpreter Gerrit Brugman. Valiant, prudent, discreet sirs, Yesterday the King of Goa informed me that he had sent the second Tomilalang with his men to the Captain of the Malays, to which I replied that it was well; nevertheless, it surprises me that he gave no notice of it, but it is best to let the matter pass in silence. Regarding the inquiry of the Madanrang concerning the Queen of Thaing, he should be requested to send an embassy to her alongside one of our men in order to warn her to forbid the admission of the enemy forces, and that this is strictly expected from her, for which purpose, on our part, the From Makassar, the bookkeeper Delfhout may be employed. As soon as the chief interpreter sends men, I will have the rice handed over. Herewith the horse and some cooked rice. Wherewith, after greetings, I remain. Below stood: Your good friend. Was signed: P: G: van der Voort. In the margin: Makassar, in Castle Rotterdam, the 19th of June 1777. Below stood: Agrees. Was signed: H:k B:s Hodenpijl. From Makassar, the To the Honorable Sir, The Honorable Paulus Godofredus van der Voort, Governor and Director of this Coast of Celebes. Honorable Sir, I have the honor to inform Your Honor that, in accordance with the contents of this letter, after the departure of mine, I have received a basket and a water tub with rice, as well as a horse, and also received from the Honorable Pilaat the following artillery goods: 2 mortar sponges 2 iron crowbars 2 handspikes 3 shot boxes 2 priming irons 5 powder measures of various sorts 10 From Makassar, the 10 fireballs 16 loaded bombs 40 langrel shot 1 bullet tongs 10 wooden tompions 1 water level 1 copper plumb line 1 probe without stick 1 copper cartridge with meal powder Received the following for the carpenter Smith: 10 lbs double nails 3 lbs single nails 2 lbs long spikes 2 lbs pump nails ½ piece mill plank 2 pieces sawn laths 50 lbs nails of various sorts Herewith the pyrotechnician requests the following: 1 barrel of fine powder 50 langrel shot of 2 lbs 100 From Makassar, the 100 cartridges of 4 lbs Herewith I take the liberty to inform Your Honor that a 2-pounder cannon here has become unserviceable, so I request that another be sent over, and therefore I send 25 Saleijerese over there to bring it here. The unserviceable cannon will be sent over on another occasion, because the Madanrang is of the opinion that the enemy would take great heart if they were to see any artillery being moved from here by day, and thus we judge it best to send it over tonight. Furthermore, I remain with all respect and deference. Below stood: Your Honor's obedient servant. Was signed: J: Dieterich and Gerrit Brugman. In the margin: In the field at Malingeën, the 20th of June 1777. Lower: P.S. Herewith I also request another scraper, as I am sending over the unserviceable one. According to From Makassar, the According to the proposal of the second signatory, we have requested the Queen of Train to send the cannons to her people who are with the Pongauwa. We most humbly request Your Honor's intention. We have duly delivered the sent goods to Aroo Pantjana Pongauwa and Craeng Labakkang. Below stood: Agrees. Was signed: H:k B:s Hodenpijl.

Dutch transcription

393 van Maccasser den Den Wel Ed: Agtb: Heer Paulus Godofredus van den voorz: Gouverneur en Directeur deeser custe celebes Aan den wel Edele Agtb: Heer Wel Edele Agtb: Heer. De koning van goa, door den sendeling Jalale nae den welstand van den onder„teekendens heeft laaten verneemen bij welke gelegent„ heijd verneemen wij, dat de tweede Fomila„ lang, Craeng Bontolankas, Craeng data, seedert gisteren mogen, met de Capitain maleijer sig hadden g'conjungeert sonder dat wij soo wel van den capitains, als van haarlieden eenige kennisse hebben gekreegen, daarom binnen wij van meening dat uw: Edele Agtb: ook geen weet daer van mogten hebben dierhalven neemen wij de vrijheijd uw Edele Agtb: heer vante verwittigen De derde teekenaar versoekt uw Edele Agtb:r om een last rijst voor desaamentlijk Inlandsche Comp:s onderdanen dewelke sig alhier bevinden overigens verblijven wij met van Maccasser der met de diepste Hoogagting /:onderstond:/ wel Edele Agtb: Heer /:lager:/ uwel Edelens Agtb: dienst bereijd Dienaeren /:was geteekend:/ J: Dieterich, w: v: Burghof en g:t Brug man. /:in margine:/ op het veldmalingeeven„ den 19.: Iunij 1777: /:lager:/ I: S: de Madan„ vang hiergestuurt hebbende, om ons gevoe„ lens te verneemen, in hoeverre de Comp: staak houde maaken op de trouwe ende ongeveinstheijd der Koninginne van Taam, daar sij dagelijks toestaat, dat des vijands volkeren, op taai ten Passen mogen gaan, gelijk en en nogheeden den Soon van Kraeng kand, Jilo met eenige volkeren daargesien — heeft doen wij uw Edele Agtb: hier van rapport, om te verneemen, wat wij daer omtrent aan de Madanrang hebben /:onder„ stond:/ Accordeert, /:was getekend/ P: G: van den voort. 395 van Maccasser den Aan den Capitain militair Iohannes Dieterich vendrig willem van Burghof en oppertolk Gerrik Brugman Manhafte voorsienige, Discreete, Gisteren heeft de koning van goa mij laeten weeten dat hij de tweede Tomila„ lang C: I: aan den Capitain der maleijers gezonden had, daar ik op g'antwoord heb, dat het wel was, egter verwon„ derd het mij dat hij daar van geen ken„ nisse gegeeven heeft, dog het is best de zaak maar stil swijgend te passeeren Op de vraag van de Madanrang omtrend de Koninginne van Thaing, diend dat hij maek worden versogt om nevens een der onsen een besending aan haar te„ laeten doen ten eijnde haar te waarschou„ wen om d' admissie van 'S vijands volkoren te verbieden en dat men zulx volstreckt verwagt waar toe onsen't wegen de van Maccasser den de boekhouder Delfhout kan werden gebruijkt Als d' oppertolk maar volk zend zal ik de rijst laaten afgoeven Hier nevens het paarden eenige gekokte rijsk. Waar meede na groste blijve /:onderstond:/ uE: goede vriend /:was geteekend: P: G van der voortz /:in margine. Macasser in 't Casteel :onder Rotterdam den 19:' Iunij 1777 stond:/ Accordeert. /:was getekend./ H.:k B:s HodenPoijl. 392 an Maccasser den Aan den wel Edele Agtb: Heer Den wel Edele Agtb: Heer Paulus Godofredus van der voort. Gouverneur en Directeur deeser Custe celebes: Wel Edele Agtb: Heer. Ik hebbe de Eere uw Edele Agtb: te bedeelen, als dat volgens Inhoud deeser, nae afgaande mijner ontfangen hebbe een mand en een waater balij met Rijsk, benevens een Paard als meede ook van de E: Pilaat ontfangen de volgende Arthillerij goederen 2: morthier wissers 2: ijsere Coevoeten 2. handspatken 3. Schuttboozen 2. laad Priemen 5. kruijkmaaten in soork 10 van Maccasser den 10: brandkoegels 16: gevulde bommen 40: lang Scherp 1: koegel tang 10: houte Spiegels 1: water Pas. 1. Koopere Schietlook 1: zonders stok 1: koopere Kardoes met meelkruijk Het onderstaande ontfangen voor den timmermaan Smith. 10. lb dubbelde spijkers 3: „ Enkelde 2 „ Lange duijkers 2„ Pomp Spijkers ½. pees moole plonk 2: „ gesagte Lanlatten 50: „ Spijkers in zoork. Hier mede versoekt den vuurwerker het volgende 1. vak fijn kruijt 50: lang scheep van 2: lb: 100 399 van Maccassers den 100: Cardoesen van 4: lb Bij deesen neeme d' vrijheid uw Edele Agtb te bedeelen als dat alhier een Canon van 2: lb onbequaam geraakt is, Soo versoeke een ander over te Senden, dierhalven 25. zaleijereese„ derwaarts sende, deselve na„ herwaarts te brengen— De Onbequaame Canon sal met andere occasie overgaan terwijlen den ma„ danrang van meeninge is dat den vijand groot herkig soude worden, als deselve soude sien bij dage eenig geschult van hier te brengen, en also oordeelen het goed te weesen sulks van avond over te senden verders verblijve met alle Respect en eerbied /:onderstond:/ uw Edele Agtb: dienst bereijden Dienaar /:was geteekend/ S. r Dieterich en gen:t Brugman /:in mar„ gine :/ op het veld malingeeren den 20. Iunij 1777. /:lager. P: S: Hier meede versoeke om een anderen kratser terwijl den onbo„ quaame oversende volgens - van Maccasser den volgens Propositie van den tweeden tee„ kenaar hebben wij de Koninginne van Train versogt om de Canons aan haar volk over te senden dewelke sig bij den Pon„ gauwa bevinden versoeken nedrigst den Intentie van uw Edele Agtb: Aroo Pantjana Pongauwa en Craeng Labatkang hebben wij de toegesonden goederen wel besteld /:onderstond:/ Ac„ „cordeert /:was geteekend:/ H:k B:s HodenPijl:

NL-HaNA_1.04.02_3500_0729 view scan ↗

English

From Makassar the The undersigned, having been sent by order of the Honorable Governor through the Honorable, Valiant Captain Commandant and head of the Company's Expedition, Johannes Dieterich, to the Queen of Taijn, accompanied by the Bone interpreter Moentoe and the Company's ordinary messenger Daene mand Jarekie, in order to inform Her Highness of how it had been learned that some of the enemy's people had been on Taijn, wherefore the Honorable Governor wished to warn her most earnestly to take care in that regard that it does not happen again in the future, since such will only serve to her disadvantage; to which the Queen replied that she was most astonished at this message, and thus wished with all her heart that she might meet the person who had spread such slanderous words against her, assuring that she would never deviate from her given word to the Honorable Governor. Thereafter, upon the order of the aforementioned Honorable Commandant, I proposed to the Queen whether it would not be better that she also send over her artillery which she currently has on Taijn, since she had indeed sent people to the so-called Campong baroes under Lakasie; which the Queen agreed to, to send over the said artillery. Below stood: the 20th of June Anno 1777. Was signed: D:k Deefhout. Below stood: Agrees. Was signed: H:k P: Hodenpijl. From Makassar the To the Right Honorable, Highly Esteemed Lord: The Right Honorable, Highly Esteemed Lord Paulus Godefredus van der Voort, Governor and Director of this Coast of Celebes. Right Honorable, Highly Esteemed Lord, His Right Honorable has sent the sub-interpreter Blij to the Queen of Thain and Karwasi in order to urge her to send over the artillery as soon as possible, to which the Queen of Thain and Karwiesz gave as an answer that they will not fail to send it over. Also, the Queen of Thain had me informed through Glarrang Pabietjara that her realm's grandee Kraeng Pattoeng has absented himself without Her Highness knowing where he has gone, and I take the liberty herewith of giving Your Right Honorable notice thereof. The Madanrang of Bonij made it known around 1 o'clock that an envoy from Goa had come out to speak with him, to which I replied that the chief interpreter, on account of his sickly condition, was not in a state to do so, and that I have therefore sent the bookkeeper Deefhout thither. At the same time, I also asked the Honorable Brugman whether such envoys were not obliged to come to us and deliver their message, to which he answered me that this was indeed customary, so that I therefore very humbly come to ask Your Right Honorable how I am to conduct myself henceforth concerning the Goan envoys. I also take the liberty herewith to communicate to Your Right Honorable that just now there appeared before me the Bone interpreter Moentoe, sent by the Madanrang to notify that envoys from Goa were about to come to him, requesting that I please send someone on my behalf to hear the message of the Macassars, whereupon I immediately sent the bookkeeper Deefhout thither, who upon returning reported that there appeared before the Madanrang Glarrang Tombolo and Glarrang Tjamba, who indicated they had been sent expressly to inform the Madanrang that Lady Palatha and her grandson had seen fit to renew the old treaty between the Macassars and Bonij in order thereby to bring an end to matters; that the said Madanrang had given them as an answer that they could by no means renew the treaty, as they had previously become unfortunate through it, but that the Boniers strictly adhere to the contents of the Bongaaij contract. Herewith I also have the honor to impart that just now I have received 2 cannons from the Queen of Thain. For the rest, I remain with the deepest respect and high esteem, Below stood: Right Honorable, Highly Esteemed Lord, Lower: Your Right Honorable's ready servant, Was signed: J:s Dieterich. In the margin: the 21st of June 1777. Below stood: Agrees. Was signed: H:k B: Hodenpijl. From Makassar the To the Captain of the Military Johannes Dieterich. Valiant, prudent, discreet friend, In answer to Your Honor's letter, it serves merely to state that one cannot oppose the Boniers receiving the enemy's envoys, but must tolerate such. Wherewith, after greetings, I remain, Below stood: Your Honor's good friend. Was signed: P: G: van der Voort. In the margin: Makassar in Castle Rotterdam, the 21st of June 1777. Below stood: Agrees. Was signed: H:k B: Hodenpijl. From Makassar the Right Honorable, Highly Esteemed Lord, I have the honor to impart to Your Right Honorable that, according to the contents hereof, I have received the following artillery goods: 3 barrels with cartridges of 4 lb or 60 pieces 4 ditto with ammunition or 245 bundles 20 canister shots of 4 lb 60 round ditto of 4 lb 40 loose grapeshot of 4 lb 2 cannon augers 2 ditto priming irons 3 quoins 2 ramrods Herewith the pyrotechnician sends: 2 empty powder barrels 1 unserviceable cannon auger Also sent thither from me are: 2 empty half-aams, and 1 large and 1 small basket, as well as a maidservant who had fled and was sent to me by Arou Pantjava. I request Your Right Honorable not to send any meat for the present, as I have obtained two buffaloes, but on the contrary I request some salt and 2 drum skins. For the rest, I remain with the deepest respect and high esteem, Below stood: Your Right Honorable's ready servant, Was signed: J:s Dieterich. In the margin: the 22nd of June 1777. Below stood: Agrees. Was signed: H: B: Hodenpijl.

Dutch transcription

401 van Maccasser den Den ondergetekende door den E: Manhaften neer Commandant en hoofd van sComp: Ex E.. peditie Iohannes Dieterich, door ordre van den heer Gouverneur na de koning in van Taijn gezonden zijnde verzeld van den bonijs Tolk moentoe en Comp:s ordinair zende ling Daene mand Jarekie, ten eijnde haer hoogheijd bekent te maken, hoe men verno„ men hadde, dat er enige van 's vijands vol„ keren op Taijn zoude zijn geweest, alwaar omme den heer Gouverneur haar ten ernstig sten willen gewaarschouwt hebben, van daar omtrent zorg te willen daagen dat het in 't toekomende niet weder gebeuren, vermits zulks maar strekken zal tot haare nadeel: waar op de ko„ ningen antwoord dat z' over deze boodschaap ten hoogsten verwondert was, en dus van harten wenschende de Per zoon te mogen ontmoeten die zulke lasten Taal tegens haar uijt gestrooijt hebben, met verzekering nimmer van naer gegeven woord aan den heer Gouverneur te zullen afwijkende Hier van Maccasser den Hier na heb ik op de ordre van bo„ ven gem: E: commandant, de koningin voorgeslagen op het niet beeter zoude weezen dat t' ook haer geschut die 2' thans op Plaijn heeft, meede over„ zend, terwijl z' dog naar zogenoemde Campong baroes volkeren onder Lakasie hadde gezonden; 't geen de koning in aangenomen heeft om 't gem: geschut over te zenden /:onderstond:/ den 20. Junij A=o 1777 /:was geteekend:/ D:k Deefhout /:onderstond:/ Accordeert /:was geteekend:/ H: k P: Hodenpijl 403 van Maccasser den Aan den wel Edele Agtb: Heer: Den welEdele Aigtb: Heer Paulus Gode fredus vander voorst Gouverneur en Directeur dee„ ser Custe celebes wel Edele Agtb: Heer Sijn wel Edele Agtb: heeft den ondertolk Blij bij de koninginne van Thain en kar„ wasi gestuurt, ten eijnde haer te onderhouden, dat sij het geschutt ten spoedigsten sal„ hebben overtesenden, waer op de Koninginne van thain en karwiesz ten antwoort ge„ dient heeft, niet sullen mancqueeren sulks over te senden, ook liet mij de Koninginne van Thain door glar„ vang Pabietjara bekert maaken dat haar Rijks groot kram Pat: toeng Sig selven heeft g'absenteert sonder dat haar Hoogheid weet maar dat deselve belank was, en nevens hier van de vrijheid neemen uw Edele Agtob: Maccasser der van Agtb kennisse daar van te geeven— De Madanrang van Bonij, heeft omtrent 1. uur laaten weeten, dat daar een sende„ ling van goa uijt gekoomen was, om hem te spreeken waar op ik g'ant„ woord hebbe, dat de oppertolk weegens zijn Siakelijken staat, niet instaet was, en dat derhalven den boekhouder Deefhout, daar na hebbe gesonden teffens hebbe ook de E: Brugman gevraagt, op sulke sendelingen niet verpligt waren bij ons te komen en haere boodschap afteleggen, waar op mij ter„ antwoord Gegeven, dat het soo gebruij„ kelijk was, soo dat ik derhalven seer nedrigst aan uw: Edele Agtb: komen vraagen, hoe ik mij vervolgens hebbe te gedragen aangaande de goase sende„ lingen Naeme bij deesen ook de vrijheijd uw Edele Agtb ter Communiceeren, dat Sooven bij mij verscheenen is den bouissche Tolk Moentoe gesonden door den Madanrang te verwettigen dat er sendelingen van 405 van Maccasser den van goa bij hem standen te komen, versoeken„ de dat ik iemand mijnent weegen daar„ bij gelieft te senden om de boodschap van de macassaeren aan te horen waar op its terstond den boekhouder Deefhout daar na toesond, die bij terug komst berigt Rapporteerende dat bij de Madan„ vang verscheenen sijn glorvan Tombolo en Glarrangs Tjamba, dewelke teken„ nen gaf expres te zijn gesonden, om de Madanvang bekent temaaken dat vrou Palatha met haar kleen soon goed ge„ vonden hebben, om het oude verbod tus„ schen de maccassaeren en bonij te vernieu„ wen, om daar door een eijnde van saa„ ken te maaken, dat gemelde Madan„ vang haar daar op ten antwoord had gegeven dat sij de verband geensints kunde vernieuwen terwijl sij daar door bevoorens sijn ongelutkig gewor„ den maar dat de Boniers Stipt= aan den inhoud van het Bongaijse contract blijft aanhouden Hier van Maccasser den Hier neffens hebbe ook de Eere te be„ deelen als dat soo opstonds van de ko„ ninginne van Thain z: Canons ontfan„ ge hebbe Overigens verblijve met de diepste respeck en Hoog agting /:onderstond:/ wel Edele Agtb: Heer /:lager:/ uwer Edelen Agtb: Dienstbereijden Dienaer /:was ge„ teekend: / J:s Dieterich /:in margine:/ den 21. Iunij 1777/: onderstond:/ Accor„ deenk /:was geteekend:/ H: k B: Ho„ „den pijl 407 van Maccasserden Aan den Capitain militair Johannes Dieterich Manhafte, voorsienige Discreete In antwoord van uEd: Schrijvens diend eenlijk dat men zig tegens het ontfangen van 'S vijands Sende„ lingen bij de Boniers niet ver„ zetten kan maar zulx gedoogen— moet waer van Macasser den waar meede na groeke blijve /:onderstond:/ uwd: Goede vriend /: was getekend:/ P: G: van der voort /:in margine Macasser in't Casteel Rotterdam den 21 Iunij 1777 /:onderstond:/ Accordeert /: was ge„ teekend:/ M=k B: Modenpijl 409 F Van Maccasser den Wel Edele Agtb: Heer Ik hebbe de Eere uw Edele Agtb te bedeelen, als dat volgens Inhoud dee„ Per, de volgende Arthillerij goederen ont„ hebbe 3. vaaten met Cardoesen van 4: lb of 60. pees 4: _„o met Pattroon of 245. bossen 20: langscherk van 4: lb 60: Ronde —„ „ 4: —: 40: Losse duuijver „ 4. -. „ 2: schuttebooren 2: _„o Priemen 3. Stelhouten Landstotken 2. Hier van Maccasser den Hier meede versend den vuurwerker Leedige kruijk vaaten 2. 1: Schult boor onbequaam Als meede gaat over na derwaarts van mij 2: leedige half aam, en 1: groote en 1: kleine mand benevens Een meijd dewelke uijtgea gevlugt En mij van Arou Pantjava is toegesonden versoeke uw Edele Agtb: voor eerst: geen vlees te senden terwijl twe buffels gekree„ gen, maar in tegendeel versoeke om wat sout en 2: trom vellen overigens verblijve met d' dipoul Respect, d Hoog agting /:onderstond:/ uw Edele Agtb: dienst be„ reijde dienaer /:was getekend:/ J:s Diete rich /:in margine:/ den 22. Junij 177 77: /onderstond/ Accordeert (:was geteeken:d: H: B: Hoden„ pijl.

NL-HaNA_1.04.02_3500_0739 view scan ↗

English

411 From Macasser the Right Honorable Sir Herewith follow the four calibers of the Queen of Thain, one piece of which is unserviceable; the pencil marks show in length the caliber of the pieces to which the shot alongside cartridges must be sent over. The unserviceable piece will be brought to Macasser was signed W. van Burghoff. Datou Baringang has just now arrived here asking why we do not wish to place the cannons in their benting, whereto we served him with the answer that we had orders from Your Right Honorable From Maccasser the had to keep our pieces together so as not to disperse ourselves. He said hereupon that if the cannons did not come here, the Boniers could not maintain their benting on the corner of the southeast side, considering that Sakilang had today shot such a ball inside their benting as here follows, having been shot from one of the pieces that they brought with them from Maros to Goa. Arou Salatka yesterday made known the message that the Commandant reported, consequently she must be inside Goa was underwritten Agrees was signed H.k B.r Hodenpijl. 413 From Maccasser To the Right Honorable Sir Paulus Godofredus van der Voort, Governor and Director of this Coast of Celebes, together with the Council Right Honorable Sir Under the escort of the soldier Hermanus Lasuur, I now also send over to Your Right Honorable two vessels, namely one with barang barang and one with Shiolas subjects, each under the supervision of their district glarang. Wherewith these ending, I commend Your Right Honorable precious person, together with the Honorable Company's weighty interests, to the safe and good keeping of God; I have the honor From Maccasser the to name myself with all high esteem, was underwritten Right Honorable Sir lower Your Right Honorable's humble and dutiful servant, was signed Jan Hendrik Voll, Junior in the margin Saleijer in the Honorable Company's fortress, the 2nd of June, Anno 1777 lower P.S. Right Honorable Sir, after the closing of this, the vessel and people of Gantarang arrived here, who now also depart under escort of this was underwritten Agrees was signed H. B. Hodenpijl. 415 From Maccasser the To the Right Honorable Sir Paulus Godofredus van der Voort, Governor and Director of this Coast of Celebes, together with the Council Right Honorable Sir My humble letter to Your Right Honorable of the 12th of this month per the vessel of Batana Mata, which alongside the other fellow northern regents, although I sufficiently recommended them to make a speedy departure, to my regret before yesterday I learned was still lingering before their negorijen and only recently set sail, together with the vessel of the Bonto Banco, who already departed on the 5th and returned on the 14th of this month with such report that he, together with the people of Bonto Baroes, were prevented by five pirates near the bay of Parratta from continuing their journey to Macasser, and thereby were robbed from each vessel to the value From Maccasser the value of 20 Rijksdaalders, which last mentioned Bonto Baroes subjects, close under the Verkens Island, were lost from their sight in the evening, and up to the date of this have not yet appeared. Further the honor duty-bound to inform Your Right Honorable hereby, that the provision prahu arrived safely here on the 13th of this month, wherewith we received in very good order Your Right Honorable's much respected writings dated the 22nd of the past month, together with such necessities for this residency as dictated by the enclosed bill of lading, for which shipment, as well as the reimbursement of the monies disbursed by me to the sent-over Javanese refugees, I express the most humble thanks to Your Right Honorable. Meanwhile having the honor, after commending Your Right Honorable to Jehovah's precious keeping, to sign myself with all due respect, was underwritten Right Honorable Sir lower Your Right Honorable's humble and dutiful servant was signed J. H. Voll, Junior in the margin Saleijer in the Honorable Company's fortress, the 19th of June 1777 was underwritten Agrees was signed H. B. Hodenpijl. 417 From Maccasser the Translation of a Buginese letter written by Poeanna Latanro together with Aroe Pantjana to the Lord Governor, which read as follows: Thus we expressly make known to the Lord Governor that we asked the Tomilalang and the Shahbandar about the true situation concerning Goa, and received for an answer that the only place where there were few thorns and also only a narrow passage where about ten persons could pass abreast, was on the north side near Karoenrong, but the walls were equally thick all around; also the Tomilalang and Shahbandar added thereto, that if one erected a benting on Singimaij From Maccasser the or erected and placed bombs with cannons there, just as the Governor yesterday had made by the Boniers on Karoenrong, one would not even need to attack Goa, as the Macassers might at once flee therefrom, since even in ancient times, when their enemies had occupied those two places, they were likewise overcome. was underwritten written at Maleenkerie the 22nd of June 1777 was underwritten Agrees was signed H.k B. Hodenpijl

Dutch transcription

411 Van Macasser den Wel Edele Agtbaare Heer Hier nevens volgen de vier Kalibers der koninginne van Thain zijnde een stuk daar van onbequaam de streepen van 't potlook toonen in de langte het Rali„ ber de stukken aan waar toe het scherp nevens Cardoesen moet werden overgezon„ Het onbequam stuk zal na Macas„ ses werden gebragt /:was geteekend:/ w: van Burghoff, Datou Baringang is zoo even hier gekomen vraagende waarom wij de Canons niet in haar benting willen plaatsen, waar wij hem ten antwoord dienden dat wij orders van uwel Edele Atb: hadden den van Maccasser den hadden, onse stukken bij malkanderen te houden om ons niet te vertrooijen. Hij zijde hierop dat bij aldien de Canans„ hier niet kwamen de boniers haare benting op de hoek van de zuijd oost kant niet konden blijven houden, gemerkt: sakilang heden zodanige kogel hadde binnen hun„ ne benting geschoten, als hier nevens volgt zijnde uijt een der stukken geschooten, die zij van maros hebben mede nagoa ge„ Arou Salatka heeft gisteren de boodschap laten weeten die de Comman„ dank heeft gemeld, bij gevolg moet zij binne goo weezen /:onderstond:/ Accordeert /:was getekend:/ H=k B:r Hodenpijl. bragt. 413 van Maccasser Aan den wel Edele Agtb: Heere Paulus Godofredus van der voorzz: Gouverneur en Directeur deeser custe celebes benevens Den Raad Wel Edele Agtb: Heer Ten geleijde van den soldaat Hermanus Lasuur laat ik uwel Edele Agtb: thans meede over nomen twee vaartuigen, als een met Barang Barang en een met shio„ las onderdanen, ieder onder opzigt van hun lants glavrang waar meede deese eijndigen beve„ le uw wel Edele agtb: dierbaare Per zoon neven's: 'SE: Comp: wigtige belangens in de veijlige goede godes heb ik d' Eer 2 met van Maccasser den met alle hoogagting te noemen /:onderstond:/ wel Edele Agtb: Heere /:lager:/ uwe wel dele Agtb: onderdanigen en trouwschuldigen dienaar, /:was geteekend/ Ian hendrik voll, Junior /:in marginne Paleijer in SE. Comp:s vesting den 2: Junij A: o 1777 /:lager:/ P: S: wel Edele Agtb: Heer na't sluijten deser arriveerde alhier 't vaartuijg en volk van gantarang die thans onder geleijde deses meede vertrek /:onderstond:/ Accordeert /:was getekend:/ H: B: Hodenpijl. 415 van Maccasser den Aan den wel Edele Agtb: Heere Paulus Godofredus van der voorz: Gouverneur en Directeur deser Custe celebes nevens Den Raad wel Edele Agtb: Heere Mijne onderdanige aan uwel Edele Agtb van den 12: deeser per 't vaartuijg van Batana Mata dewelke nevens de andere meede noorder regen„ ten, schoon ik hun tot het schielijk ver„ soek genoegsaam gerecommandeert tot mijn beedweesen eer gisteren vernomen hebbe, voor haer negorijen zig nog blij¬ ve op houden, en opgesteven eerst onder zeijl gegaan, benevens 't vaartuijg van de bonto Banco, die op den 5: reets ver„ trokken en den 14: deser weder terug is gekomen met soodanige berigt, dat hij, nevens 't volk van Bonto Bo„ voes bij de bogt van Parratta door vijf zeer overs belet ware hun reijse na Macasser te vervolgen en daar bij van ider vaartuijgde waerde d van Maccasser den— waarde van 20. Rijksd=s afgenomen, welk laast gem: bonto baroes onderdaanen, digt onder 't verkens Eijland, hen des avonds uijt 't gesigt geraakt, en tot dato deses nog niet kome opdagen — voorts de Eere uw Edele Agtb: bij dese Schuldpligtelijk te bedeelen, dat de Provisie prauw op den 13. deser behoud alhier is aan„ gekomen, waar meede seer wel ontfangen hebben uw welEdele Agtb: veel gerespecteer de Schrijvens de dato 22. der overleeden maend benevens sodaanige benodigtheedens voor deese Residentie, als bij 't daar ingeslotene Cognoisse„ merk dicteert, voor welk toesending so wel als de voldoening van de door mij ver„ schookene penningen aan de overgesondene Javas vlugtelingen uwel Edele Agtb=e op 't aller onderdanigst dank betuijge Intusschen d' Eere hebbe na uwel Edele Agtb: in Iehovas dierbaere hoede te beveelen mij met alle schulde eerbied te onderteekend te zijn /:onderstond:/ wel Edele Agtbaaren Heere /:lager:/ uw wel Edele Agtb: onder„ Eanige en Trouwschuldigen dienaer /:was getee„ kend: / I: h: voll Junior /:in marginne:/ Saleijer in sE: Comp: vesting den 19: Iunij 7: /:onderstond:/ Accordeert: /:was getekend:/ K Hodenpijl, 417 van Maccasser den Translaat Boegineese brief Geschreven door Poe„ anna Latanro nevens Aroe Pantjana, Aan den Heer Gouverneur welk aldus luijde Soo maaken wij Expresselijk den heer Gouverneur bekend, dat wij den Pomi„lang en den Siabandhaar de waere gesteld„ „heijd omtrent goa hebben gevraagt, en ten antwoord bekomen, dat de eenigste plaats daar weijnig door nen en ook maar een smalle gang was, alwaar om„ trenk thien Persoonen op een vaije konden Passeeren, aan de Noord kant bij Ka„ voenrong maar te muuren rondom even dich waaren, ook voegde den Tomilalang en Siabandhaar, daar nog bij, wan„ neer men op Singi maij een Benting of 5 van Maccasser den op werp en aldaar bomben met Canon„ nen stelden, gelijk den Gouverneur gis„ ter door de Daniers op karoenrong heeft laaten maaken, men goa niet eens be„ hoefde te attacqueeren also de Maccas„ soeren ten eersten daar uijt mogten vlugten; dewijl zelfs in oude tijden= wanneer haarlieden vijanden, die twee plaatsen hadden beset deselve ook over wonnen waere /:onderstond:/ geschreeven op Maleenkerie /:onderstond:/ Accordeert den 22. Iunij 177 /:was getekend:/ H:k B: Hodenpijl

NL-HaNA_1.04.02_3500_0747 view scan ↗

English

From Maccasser, the To the Honorable, Venerable Paulus Godefridus van der Voort, Governor and Director of this Coast of Celebes To the Honorable, Venerable Sir Honorable, Venerable Sir, After the departure of Your Honor yesterday evening, Mr. Burghof went with a 4-pounder to the new battery which lies in front of the Boniers. Having brought it there, he returned and fetched another two 4-pounders, which he brought over as well. Upon returning for the second time around 11 o'clock, he reported that there was nothing good about the battery, and that the cannons could not be placed inside it without great difficulty, or else around the outside, where one would run great danger. At the same time, he reported that Datoe Baringang had offered to take the three cannons into his benting and would guard them as well as, or even better than, his own head. However, as it was known to us that Your Honor would not approve of the handover, we resolved to have them brought back again, because we found it even less advisable to leave them standing in the open field, while Mr. Burghoff reported that the native chiefs who were detached indicated that they could not guard the cannons in such a manner, as they would retreat back to their kings early tomorrow morning. Around one o'clock past night, both the cannons and the commissioners returned here. When we were back, the Malay Captain came to us, and not long after him followed Aroe Pantjana as well. Both of them informed us that Datoe Baringang would think that we distrusted him. To this we answered them that, on the contrary, we would gladly entrust him with everything, and that it had happened solely and exclusively because we had no orders to that effect, and that we would inform Your Honor thereof first thing tomorrow morning. Aroe Pantjana merely said that he could not fail to observe his duty and to give notice thereof, since by [illegible] we might gain little respect with the Datoe Baringang, for I am a chief, and I would have been offended by it, as much as anyone in the kingdom of Bonij. Herewith are sent the bombardier and 2 privates who have once again injured themselves through their carelessness. We also request that, according to the enclosed note, the same be forwarded as swiftly as possible, wherewith we have the honor to call ourselves, with all respect and high esteem, underneath stood: Honorable, Venerable Sir, lower: Your Honor's obedient servant, was signed: F: Dieterich, in the margin: Melingeeren, the 24: Iunij 1777: P: S: Just this moment the interpreter of Bonij was sent by the Madanrang in order to ask why and for what reason the cannons were brought back again, since they were already so close to our benting, and whether we distrusted them. To which we gave the answer that it had not happened out of distrust at all, but the reason was that the benting which the Honorable Sir had ordered to be made there was not approved by the ensign for leaving the cannons there, since, according to what the natives say, it is impossible to remain safe from musket shots. Therefore, the commanding officer deemed it proper to bring the cannons back. Since we had heard from their side that the Madanrang had become very disheartened over the incident with the artillery, we deemed it most necessary this morning to go to him, as we indeed did after the arrival of Mr. Brughoff. We first informed him that we had the artillery fetched back from the bentings of the Boniers yesterday evening for no other purpose than because it did not agree with the sentiment of the Governor, and secondly because it lies somewhat too far from our benting. And as we had now received orders from the Governor to bring the artillery to the benting of the Boniers and place it there, we had come expressly for that purpose to inform the Madanrang that we would bring the artillery there immediately, with the request that the Madanrang please give orders to the head of the said benting that the necessary men be stationed there to cover the same. To which the Madanrang answered us that it was well, and that he would arrange the necessary measures for that purpose. Underneath stood: Agrees, was signed: A: B: Hodenpijl. From Maccasser, the Honorable, Venerable Sir, By order of the Honorable Sir, I went in the company of Deefhout and Jntje Sadulla to the Madanrang, in order to bring him to the opinion that the benting which the Honorable Sir indicated might be completed, after which everything would be done with him that the Honorable Sir demanded. He only indicated that it could not happen so quickly, considering that he could not strictly command his people to do such things, but must properly request it, yet he would see to it that the Honorable Sir would be satisfied. Saying this, he let me go again, keeping Sadulla with him, and promising to give a further answer on this after he had sent to Datou Boringang and taken his counsel on the matter. Sadulla, returning from this council, brought the following answer: the Maddarrang judges that the cannons should remain in his benting; that his benting was well placed and already reinforced; that one should still observe the situation as it is for a few days; however, since the Honorable Sir wished to come here himself tomorrow, one could then hear from the Honorable Sir what his sentiments were.

Dutch transcription

419 van Maccasser den Den wel Ed: Agtb: Heer Paulus Podofrecus van der voort. Gouverneur en Directeur deeser Custe celebes Aan den wel Edele Agtb Heere wel Edele Agtb: Heer Nae het vertrek van uw Edele Agtb: ges„ „teren avond is den Heer Burghof met Een 4: ponden nae de nieuwe Batterje dewel„ ke voorde Bomiers leijd gegaan, daargebragt hebbende, weder terug komende, en nog twee 4. ponden afhaalende die wederom door gebragt hebbende, en deselve voor de tweede rijse terug koomen de Circa 11: uuren gaf kennis, dak aan de Batterije mets goeds aan was, en dat men sondergrook ongemak. de kanonen niet konnen daar in krijger„ of den wel buijten om, daar men veel gevaar soude loopen, en teffens tekennen gaf Datoe Baringang sig geafferkeert hadde, de drie Canonnen in sijn benting te neemen, en soo goed soude bewaaren ik selfs beeker als sijn kop, dog egter ons bekent dak van Maccasser den dat uw Edele Agtb: de overgave niet soude aanstaan, soo waaren wij Geresolveert= wederom deselve terug te laaten haalen om dat wij nog minder raadsaam van den, om deselve in het vrije veld te laeten staan terwijlen de heer Burghoff teken„ nen gaf om dat de inlandsche hoofden dewelke gedetacheert waaren, teken„ nen gaven de canonnen in diervoegen niet kunnen bewaaren, als dat sij morgen vroeg wederom souden terug trekken bij haare koningen, teegen een uur verloopende nagt soo wel de Canon„ nen als de committeerdens daar wij wederom terug waaren, quam de Capitain maleijer bij ons, met langer daer nae Volgte Aroe Pantjana ook, en sijlieden met haar beijden ons te kennen gaaven dat Datde Baringang daarover soude denken, dat wij hem mistrouwden waarop wij haar tot andtwoord gaven, Contrarie van dien wij wolten hem wel alles aan vertrouwen dat het enkel en alleenlijk geschiet was om dat wij geene onder daar toe hadden, en morgen vroegten eersten souden aan uw Edele Agtb: kennisse daar van geeven— Aroe Pantjana nog alleenlijk seggende dat hij niet kunnen naelaeten om sijn pligt te observeeren en daar van kennisse te geeven 421 an Maccasser den te geeven, terwijlen doorden Canaab wij bij den Datoe Baringang een kleen agtinge soude beko„ men danick ben men een kleer hoofd, e ik soude daar over geraakt sijn sooveel en een het rijk van Bonij Hier meede gaat over den bombardier en 2: gemeene dewelke sig al wederom door haer onvoorsigtigheijd hebben onglussig gemaekt Als meede verzoeke volgens inleggende Notitie het selve op het geschwindste overte senden, waarmeede wij ons de Eere neemen met alle Respect en hoog agting te noemen /:onderstond:/ wel Edele Agtb: Heer /:lager:/ uw Edele Agtb: dienst bereijde dienaar /:was getekent:/ F: Dieterich /:in marginne/ Melingeeren den 24: Iunij 1777: P: S: soo oogenbliksch is den tolk van bonij gesonden door den madanrang teneijnde te vraagen, waarom en uijt wat reden de Canons wederom sijn terug gebragt worden; terwijlen deselve reeks soo na bij onse benting waaren„ of ben wij dan wantrouwe. waar op wij ter ankwoord gegeeven, dat het niet om wan„ trouwe hol van geschied is, maar de reden ge„ weest sijn terwijlen d' Benting dewelke den wel Edele Agtb: aldaar neefz laaten maa„ „ken, doorden vaandrig met goedgekeurt is, om de Canonnen daar toelaaten, terwijlen door het seggen vande inlanders onmoge„ „lijk is, voor de snaphaans schook bevrijt te blijven, soo heeft den heer commandank het voor goed g'agt om d' Canons wederom terug te brengen dewijl wij van den sijden gehoort van Maccasser den gehoort hadden dat de Madanrang over het geval van het geschut seer mismoedig was geworden soo hebben wij ons heeden morgen als ten hoogst nodig g'oordeelt hebbende bij denselven te vervoegen soo als wij ook nae komst van de heer Brughoff natoe sijn gegaan, aan den selven eerstelijk te kennen gevende dat wij „ geschut op gisteren avond tot geen andere eijnde hebbende weder van de bentings der bouiers wederom te rug hebben laeten hoelen, geschut om dat het sulks niet met sentiment vande heer gouverneur over eenquamen, en ten ande„ ven om dat het selve eenigsints ter verre van onse benting afligt en terwijlen wij thans ordre van den heer Gouverneur gekreegen hadden, om het geschut nade benting vande boniers daar toe brengen en daar te plaatsen sijn wijuiijk dien hoofden expres gekomen, om de madan„ rang daar van te verwittigen, dat het geschuk so aanstonds daer nae toeson„ den brengen, met versoek dat de Ma„ danrang aan het hoofd van gemelde benting gelieft ordre te stellen dat het nodige volk tot dekkinge van het selve daer bij mogte worden gesteld, waer op de Madanvang ons ten antwoord dienende, dat het wel was, en dat hij ten dien eijnde de noodigste sulle stellen /:onderstond:/ Ac„ cordeert /:was getekend:/ A: B: Ho„ den pijl. „ 422 van Maccasser den wel Edele Agtbaare Heer Ter ordre van den Agtb Heer, heb ik mij in geselschap van deefhout en Jntje sadulla bij de madanrang vervoegt, ten eijnde nam in dat gevoelen te brengen dat de benting de welke den Agtb: Heer heeft aangetoont mogt werden deeze nog voltoort na hier over met hem alles te zullen doen wat de Agtb Eijscte alleenig gaf hij te kennen, dat het zoo schielijk niet geschiede konde, gemerkt hij zijn volk zodanig dingen niet volstrekt ordinneeren konde, maar Regts verzoeken moet toe zoude hij zorgen dat de Agtb heer wel geschee„ den dit zeggende liet bij mij wederom gaan, sadulla bij zig houdende, en beloven„ de nog nadere antwoord hier van te zullen geeven, nadat hij bij Datou Boringang ge„ stuurk, en desselfs raad daar over ingenomen hadde sadulla uijt deezen raad terug ko mende bragt volgende antwoord: de mad„ darrang oordeelt dat de Cannons in zijne benting moesten blijven; dat zijne benting wel geplaats was, en reeds verstrekt dat men het sodanig eenige dagen nog aanzien moest, egter daar den Agtb: heer morgen zelfs hier komen wilde, zoude men als dan van den Agtb: hooren kunnen wat derzelven gevoelen waern o 3

NL-HaNA_1.04.02_3500_0752 view scan ↗

English

from Maccasser the were/ a clear proof of how much the scoundrel was played again in this matter. The chiefs then assembled at the Captain Commandant's, and were asked what they judged regarding our message to the madanrang in his reply, whereupon they unanimously said that it was far better to keep the benting occupied near the Boniers, considering that the Boniers, as little as the other peoples, would wish to remain exposed so close to the enemy's fire, which they, among others, would also be whenever the natives had to leave the benting to fetch water and provisions. The pongauwa, however, replied to the aforementioned statements of the madanrang that this was spoken beside the truth, since the peoples of bontoalacq were subjects of the Boniers, who were entirely subordinate to them; for the rest, the chiefs were ready to fight daily whenever the Honorable Lord found it necessary, only the Pangauwa indicated that the Honorable Lord ought beforehand to settle the plan of attack with the Boniers and the Datu of Soppeng; this having happened, the chiefs would then only have to receive the order for the attack, to be able to show how ready they were to fulfill their duty. Signed: W. v. Burghoff and D.k Deekhout. Underneath stood: Agrees. Signed: H. B. Hodenpijl. 425 From Maccasser the Right Honorable Lord By some summoned and arrived Glissonders here, it was communicated to us that the Company's negorijen belonging under Glissong, such as Batoe, Bantapadja, Bonto Lanva, Jampoeloengang, Bonto Rita, Soreang, Pamanrodja, Pakaba, and Nabalokang, were set on fire today, which one learns here was done by the Karaengs of Barambong, Crain Manhalla, and Crain Donto Madjannang, both sons of the old Tomilalang, as well as Crain Pattoena and the son of Crain Candsilo named Tjetja. While for the from Maccasser of rest we call ourselves with all respect Underneath stood: Right Honorable Lord Lower: Your Right Honorable's very obedient servants. Signed: I. Dieterich and G.t Brugman. In the margin: In our camp before Goa, the 26th June 1777. Underneath stood: Agrees. Signed: H.n B.s Hodenpijl. 427 From Maccasser the Right Honorable Lord The Pongauwa Lissou, Captain Moor, Tomilalang, and Syahbandar of Goa assembled today, wherein it was said by the latter two that Goa on the side of Karoenroeng, at the place where the Boniers recently by order of the Honorable Lord were to have a benting thrown up, was the weakest for our artillery, the wall there being very low and a place where at least ten men could enter side by side; no less weak is Goa, according to their statements, from the south side, there being a small hill called Fingi Maijer, believing that if a battery were erected there, the enemy inside Goa would not from Maccasser the be able to hold out long. This is the content of the accompanying Macassar letter. If one could divide the Company's troops tomorrow, one half immediately near Karoenroeng and the other to throw up a battery on Pingi Maijer, bringing the artillery thither so that one could begin firing on Wednesday morning at four o'clock, this would certainly be advantageous; however, the Honorable Lord himself knows how lingering this would again proceed in execution; and how most dangerous the dark moon can be for the Company's people. Signed: W. v. Burghoff, the 27th June 1777. Underneath stood: Agrees. Signed: H.k B.l Hodenpijl. 249 from Maccasser the Right Honorable Paulus Godofredus van der Voort, Governor and Director of the coast of Celebes To the Right Honorable Lord Sir, Your Right Honorable's much honored letter of 13 May last was duly received by me on the 28th thereafter, together with the native letters accompanying it, which I have caused to be delivered in full to the princes here, adding my own thereto, urgently exhorting everyone to render assistance of people as soon as possible as faithful allies according to the treaty. The gathered princes declare unanimously from Maccasser the unanimously that they will faithfully fulfill their duty, as Your Right Honorable will fully ascertain from the accompanying letters of the kings of Bima, Sangar, Pekat, and two of Tambora, having for that purpose collected as many as they could gather together, all of whom will depart from here eastward within a few days, particularly the king of Dompo, who assured me his people and vessels were already prepared to depart, and therefore no letter from that prince accompanies this. Furthermore, Your Right Honorable receives, beside the letter of the Palainparang prince Gusti Kattoe Kavang written to me, whereby Your Right Honorable will ascertain that the one hundred rupees sent by me in satisfaction of the well-known vessel which the Sumbawanese had detained, have been received and accepted by him. While 431 from Maccasser the While I can further give Your Right Honorable no report of how matters stand with the salvaged goods of the wrecked ship Aschat, since my emissary, the Bumi Salankarang, whom I sent to Bali last year, has not yet returned to this day, nor has any report been received as to where he is currently staying. With which concluding this, I have the honor to subscribe myself with the required respect and high esteem. Underneath stood: Right Honorable Lord. Lower: Your Right Honorable's faithful servant. Signed: A. Zecerf. In the margin: Caboe, the 19 June, anno 1777. P.S. from Maccasser the P.S. Tonight we depart with the ship for Sumbawa. Underneath stood: Agrees. Signed: H.k B.r Hodenpijl.

Dutch transcription

van Maccasser den waren/ een duijdelijke blijk hoe zeer wederom in deeze zaak de schelm is gespeelt. De hoofden zijn vervolgens bij den Capit:n Comman„ dant vergadert geweest, en gevraagt worden wat zij over de boodschap van ons aan de madanvang in desselvs ontwoord oordeelden, waarop zij een parig hebben gezegd dat het vrij beeter was de benting bij de bomers te blijven bezet houden, ge„ considereert de boniers zo min als de andere volkeren zodigte bij aan het vuur der vijands zouden willen bloot gestelt blijven, het welk zij onder anderen meede zouden zijn wanneer de Inlanders uijt de benting moeste gaan om water en kost haalen de pongauwaeg„ ter antwoord op de boven onderhaalde gezag„ tens van de madanrang dat dit bezijden de waarheid gesprooken zij aangezien de vol„ keren van bontoalacq onderdaan van de boniers waaren dewelke volstrekt onder derzelven onderstonden overigens waar en zij de hoofden bereijd om dagelijks te regten wanneer den Agtb heer het nodig rond allee„ nig geefsz: de Pangauwa tekennen dat den Agtb. heer bevoorens diend den „e der attacque met de boviers en datou sopping te behaalen dit ge„ schied zijnde hoofden zij als dan slegts order ter attacque te ontfangen, om te kunnen too„ nen hoe bereid zij waeren aan hunne pligt te voldoen /.was geteekend:/ W: v: Burghof en D:k Deefhout /: onderstond.:/ Accordeert /: was getekend:/ H: B: Modenhoijl 425 Van Maccasser den Wel Edele Agtb: Heer Door Eenig op ontbodene en alhier aangeko„ „mene glissonders wierd ons gecommuniceert dat 's Comp:s negorijen gehoorende onder glis„ song, als batoe, bantapadja, bonto Lanva, Jampoeloengang bonto Rita Soreang Pamanrodja, pakaba en Nabalokang opheeden in de brand waren gestokten 't geen men hier verneemt door Caraenen barambong, Crain manhalla en Crain Donto madjannang beijde zoons van de oude Tomilalang, benevens Croin pattoena ende zoon van Crain Candsilo gen:t Tjetja, te zijn geschied. ter wij voor van Maccasser van voor 't overige ons met alle eerbied noemen /:onderstond:/ wel Edele Agtb: Heer /:lager:/ uwel Ed: Agtb: zeer gehoorsa„ me dienaaren /:was getekend:/ I: Dieterich en g:t Brugman /:in margine:/ In ons compement voor goa den 26: Iunij 1777: /:onderstond:/ Accordeert /:was getekend:/ H:n B:s HodenPijl. 427 van Maccasser den wel Edele Agtb: Heer De Pongauwa Lissou, Capitain maleijer, Tomilalang en Djabandhaar van goa zijn heden vergadert geweest waal waar bij door de twee laatste is gezegd, dat goa van de kank van Karoenroeng ter plaatse waar de Boniers laats op or„ dre van den Agtb: Heer een benting zouden laaten op werpen voor ons ge„ schut het zwakste was, zijnde daar de wal zeer laag en een plaats waar ten minsten tien man neven malkanderen binnen komen kon den, niet minder zwak is goa volgens derzelven gezegtens van de Zuijdktant vindende zig daar een kleijne berg gen:t Fingi maijer meenende dat bij aldier daar een batterij wierd opgewapenden, de vijand zig niet lange binnen goa zoude van Maccasser den zoude kunnen houden. dit is den inhoud van den Nevensgaanden macassaarschen Bij aldien men morgen d's Comp:s troupen konde verdeelen de eene helft aanstonds bij karoenroene en andere op Pingi maaijen en batterij op werpen het geschuk daar na toe brengen zodanig dat men woensdag 's morgens te vier uuren konde begin nen met vuuren, zoude dit zeeker voordeelig zijn; edog den Agtb: Heer weet zelfs hoe draalende dit wederom zoude in het werk gaan; en Ure aller gevaarlijkst de donkere maan voor 's Comp: volkeren kan zijn, /:was getekend:/ W: V: Burghoff den 27:' Iunij 1777: /onderstond:/ Accordeert /:was geteekend/ H:k B:l Ho„ den pijl. brief 249 van Maccasser den Wel Edelen Agtb: Paulus Godof redus van de voortz Gouverneur en Directeur ter cuske Celebes Aan den wel Edelen Agtb: Heer Heer uwel Edele Agtb veel g'Eerde letteren van den 13: Maij J: L: is mij op den 28:' daar aan wel ge„ worden benevens de daar bij verzellende In„ landse brieven, waar op ik ten verlken, aan de vorsten alhier hebbe doen terhand stellen, on„ der toevoeging van de mijne daar bij een ieder op het Kragtigste aangespoord om als ge„ trouwe bondgenooten volgens contract, so spoedig moogelijk is adsisteeren van volk te verlenen —. De Gezaamentlijke vorsten betuijgen een pariglijk O van Maccasser den pariglijk datse aan hunne pligt getrouwelijk zullen nakoomen, gelijk uwel Edele Agtb: uijt het nevensgaande brieven van de koningen van Bima, Sangar, Pekak„ en twee van Tambora ten vollen zal consteeren, hebben ten dien eijnde soveel ver„ zameld als zij bij den anderen hebbe kunnen krijgen zullende alle binne korte daa„ „gen van hier Castij waards vertrekken, voornamentlijk de koning van Dom„ „po, die mij verzeekerd hebbe zijn volk en vaartuijgen bereeds klaar waaren om te vertrekken, en daarom geen brief van dien vorst bij deesen is verzellende Wijders bekomd uwel Edele Agtb: heer nevens den brief van den Pa„ lain parangs vorsk gusti kattoe kavang, aan mij geschreeven waar bij uwel Edele Agtba: zal Consteeren dat de door mij gezonden hondert Ropijen tot voldoening van het bewust vaar„ thuijg die de Sumbawareesen hebben agter gehouden, bij hem ontfangen, en aangenoomen is geworden Termit 431 van Maccasser den Terwijl ik verders uwel Edele Agtb: geen berigt aangeven hoedanig of het met de gesalveerde Goederen van 't ver„ ongelukte schip Aschat gesteld is, vermits mijn zendeling den boemie Salankarang, dien ik in den voorleeden Iaar na Balij het gesonden, tot heeden nog niet weeder geretourneerd is, nog ook geen berigt ontfangen, waar op den zelven thans zig ophouden Waar meede deese sluyte, heb ik de Eer mij met de vereijschte eer„ bied en hoog Agting te onder schrijven (:onderstond: wel Edelen Agtbaaren Heer /:lager uwel Edele Agtbaare Trouwschul¬ dige Dienaar /. waa getekend:/. A. Zecerf, /:in margine :/ Caboe den Iunij anno 1777 7. /:lager./ 19. N 7 P: S. - van Maccasserden I: J: heeden avond vertrekken wij met het schip na Sumbauwa /:on„ derstond:/ Accordeert /:was getekend:/ H:k B:r Hodenpijl.

NL-HaNA_1.04.02_3500_0761 view scan ↗

English

433 from Maccasser the Letter written by the king and grandees of Bima, to the Honorable Governor and Council at Maccasser Malay Translation After ordinary compliments We make known that the letter from the Honorable Governor and Council arrived in very good order at Bima, and having been received with splendor and read, we found its contents to be that the Company was encountering very great difficulty, caused by a vagrant who makes trouble here and there, falsely pretending to be the king of Goa banished to Ceylon by the Honorable Company, over which we have been very much astonished and frightened. To that end, we along with our brother the commander have agreed to give notice thereof at once to all the other allies. As for us, we shall not neglect our duty to comply with the tenor of the contract as the former kings have done, to render assistance together with the Honorable Company both in good and in bad times. For that reason we have from Maccasser the speedily caused vessels to be prepared for our people and readied weapons to go over to the assistance of the Honorable Company. The reason why they have departed so late is that we have waited for our brother commander, who had been out to weigh sapanwood and also to gather the other allies, namely: Dompo, Tambora, Sangar, Papekat, in order to have them depart together with our people when they shall all have come together. Thus we have agreed with our brother the commander, and if any deficiency or fault should be committed in this, we request a favorable pardon from the Honorable Governor. Below was written: Written in the land of Bima on Monday the 3rd of the month Jumada al-awwal in the year 1191. Below was written: Agrees. Was signed: H. B. Hodenpijl. 435 from Maccasser the Malay Translation of a letter written by the king of Pekat Abdul Rachman and his grandees, to the Honorable Worshipful Governor and Council at Macasser After customary greetings We have received very well the letter from the Honorable Governor and Council on Thursday the 29th of the month Rabi al-akhir. Having opened, read, and understood the same, that the Honorable Governor and Council currently find themselves in a very great difficulty caused by a vagrant who makes trouble here and there by passing himself off as the king of Goa, who was exiled to Ceylon and is still on Ceylon, and thus this is an entirely different person, just as we also now thereby firmly establish that he is merely an instigator. from Maccasser the Wherefore the Honorable Governor and Council have requested us to send armed men. To that we say that we shall not only follow and comply with this order in all obedience, but also at the same time with all humble gratitude from a pure and very well-pleased heart, and in all promptness, in confirmation of the contract between the Honorable Company and all the allies together, so that we, in all well-being, may always continue to live peacefully and quietly under the wings of Your Excellency's Company. In the meantime, we place our hope and firm trust in the Honorable Governor and Council, who will regard our lives, lands, and people's well-being as subjects of Your Excellency's Company themselves. Having nothing that is agreeable to be able to send as a token of life other than our sincere, humble greetings. Below was written: written in the land Pekat on Sunday the 9th of the month Jumada al-awwal in the year 1191. Below was written: Agrees. Was signed: H. B. Hodenpijl. 437 from Maccasser the Malay Translation of a letter written by the king and grandees of Sangar to the Honorable Worshipful Governor and Council at Macasser After customary compliments. We make known to the Honorable Governor and Council that on Tuesday the 26th of the month Rabi al-akhir, the letter on the Company's behalf reached us, which we, according to old custom, have received with the requisite respect; from which we have understood with sorrow that the enemy is causing much unrest and trouble here and there on the Company's territory by passing himself off as the exiled king of Goa, who, according to the letter of the Honorable Company, is still on Ceylon, which we also hope, trust, from Maccasser the and confirm a hundred times the truth thereof, that he is still on Ceylon, and we are therefore not faint-hearted or foolish enough to abandon the Honorable Company in this present circumstance, but on the contrary to assist as much as is possible for us, praying to God day and night graciously to save and deliver the Honorable Company from this and all other difficulty, so that we may remain under the Honorable Company in eternity; for if we did not have the Honorable Company as our ally, by whose might our lives and lands are protected so that we have been able to preserve everything up to now, we would surely have perished. On which account we have now caused vessels with people and weapons to be prepared, as many as we can spare from our small land, going over as chiefs Boemie Tonga alongside Boemie Neodjo, Nakkalasa, Djenigodja, and Marrang Bilo and their subordinates, who are placed with twenty-five heads in each vessel. Below was written: written on Saturday the 8th of the month Jumada al-awwal in the year 1191. Below was written: Agrees. Was signed: H. B. Hodenpijl. 439 from Maccasser the Malay Translation of a letter written by the guardian over the young king and the grandees of Tambora to the Honorable Worshipful Governor and Council at Maccasser After customary compliments. Furthermore, we make known hereby that our brother the lieutenant and commander has sent to us by a soldier of Bima a Company letter from Macasser, which we received with proper honor on Wednesday the 23rd of the month Rabi al-akhir; which, as soon as we had read and understood its contents,

Dutch transcription

433 van Maccasser den Brief geschreeven door den koning en Rijksgroo ten van Bima, aan den Heer Gouverneur en Raad te Maccasser Translaat Maleijdsche Na ordinaire Compliment Maeken wij bekend dat den brief van den Heer Gouverneur en Raad zeer wel te bima overgekomen en met heerlijkheijd ingehaald en geleesen zijnde bevonden wedies inhoud, dat de Comp. en zeer groote swarigheijd was ontmoetende, veroor„ saakt door een swerver diehier en daar, moeije„ lijk heden maakt niet voortegeven zig den door dE: comp. na Ceijlon uijtgebannen koning van goa te zijn waar over wij zeer werwonderd en ver„ schrikt geworden zijn, ten dien eijnde hebben wij nevens onde broeder den commandant over een gekomen om ten eersten aan alle d' andere bond genooten daar van kennisse te geeven. Ons aangaande zullen wij van onse pligt met versuijmen om nader teneur van 't Contract na te komen zoals devorige koningen gedaan hebben dE: comp tesaemen hulpe te bewijsen zowel in't goede als quade, om die reden hebben wij met s So van Maccasser den met ter spoed vaartuijgen laeten klaer maeken voor onse volk en klaar wapenen om ter assis„ tentie van dE Comp: overtegaan. De reden waarom zij Polaat vertrocken zijn is. dat wij na onse broeder Commandement gewagt hebben, die uijt was geweest om sa panhouk te weegen en om teffens d' andere bond genooken te doen versamelen te weeten: Dompo Tambora, Ianger Papekot, om haar wan„ neer z'allebij malkanderen gekomen zullen wesen tegelijk met ons volk te doen vertrocken also zijn wij met onse broeder der comman„ tant over een gekomen, en so bij aldien eenig gebrek of fout hier in mogte begaan worden versoeken wij aan den Heer gouverneur een gunstige verschooning /:onderstond:/ Geschreven op 't lant Bima op maandag den 3. van de maand D Jumabul awak in 't Jaer 1191. /:onderstond:/ Accordeert:/ /:was getekend:/ IJk D: Hodenpijl. 435 van Maccasser der Translaat Maleijtsche brief geschreeven door den koning van Pekat Abdul Rachman en zijne Rijks grooten, aan de wel Edele Achtbaare Heer Gouverneur en Raad te Macassser Nagewoone Degroetingen Wij hebben de brief van den heer gouverneur en raad op donderdag den 29: van de maand Rabul achir zeer wel ontfangen, deselve gopend geleesen en verstaan hebbende dat den heer gouverneur en raad thans zig in een zeer groote Swarigheijd bewinden veroorsaakt „die hier door een swerver „ in daar mogelijk maekt met zig zelven uijtegeven voor den na Ceijlon gerelegeerde koning van goa, welke sig nog op ceijlon bevind, en dus deeze een geheel andere perzoon is gelijk wij daar door nu ook vast stellen dat met maar een opvoermakers is 30 van Maccasser den is weshalven den heer Gouverneur en raad ons hebben laeten versoeken om gewapende manschappen de fte doen, zo zeggen wij daer op„ dat wij niet alleen deese ordre in alle gehoor: saamheijd maar ook teffens met alle nedrige dankbaarheijd uijt een stuijvere in zeer wel„ behagelijke herte, in alleen ijs zullen op„ volgen en nakomen ter bevestiging van't contract tusschen d' E: compagnie en geza mentlijke bandgenooten, op dat wij, in alle wel zijn, vreedsaam en gerust onder de vleu„ „gelen van VE- comp altoos mogen leeven blijven Intusschen stellen wij onse hoopen en vast ver„ trouwen op den Heer gouverneur en raad, die ons leeven landen volks wel zijn zullen betragten als onderdaanen zelve van UE: Compagnie. Niets hebbende dat aangenaam is tot een teeken van leeven te kunnen zenden dan on„ se opregte nedrige groete. /:onderstond:/ geschreven op 't land Rekat op sondag den 9. van de maand tJunadul awal in't Jaar 1191: /:onderstond:/ Accordeert /: was getee„ kend:/ H: B: Hodenpijl. 437 van Maccasser den Translaat Maleijdsche brief geschreeven door den ko„ ning: en Rijksgrooten van Sangar aan de wel Edele Achtbaer Heer Gouver„ neur en Raad te Macas„ ser Nagewoone compliment: Maeken wij den Heer Gouverneur en raad be„ kend dat op dingsdag den 26: der maend Rabul achir de brief 'sComp:s wegen tot ons overge„ komen is, die wij volgens oud gebruijk met de vereijschte eerbied ontfangen hebben uijt de welke wij met leedweesen verstaen hebben, dat de vijand hier en daar op sComp=s territoir veel onrust en mogelijk heeden maakt met zig uijt te geeven voorden ge relegeerden koning van Goa, die volgens de brief van dE: Comp:e zag als nog op Ceij 67„ lon bevind 't geen wij ook hoopen vertrouwen en E van Maccasser den en bevestigen honderdmaal de waarheijd van 't zelve dat hij nog op Ceijlon is, en wij zijn dierhalven niet kleijn moedig of onver„ nuftig om dE: comp. in deese presente omstandigheik te verlaeten maar wel inte„ gendeel zo veel ons mogelijk is, 't assistee ren, dag en nagt god biddende dE: Comp. uijt die en alle andere Swarigheijd genodig teredden en te verlossen op dat wij in eeu „wigheijd onder dE: Comp: mogen blijven want indien wij dE: Comp: niet tot onse bondgenoot hadde door wiens mogt ons leeven en landen beschermt word dat wij tot nog toe alles hebben mogen behouden zouden wal vergaan zijn. uijt welken hoofde wij thans vaartuijgen met volk en wapenen gereed hebben laeten mae„ ken, zo veel als wij van onse klijne land: missen kunnen, gaande over als hoofde Bomie Tonga nevens Boemie Neodjo, Na„ Kalasa, Djenij godja en alarrang Bilo en haare onderhoorige die in ieder vaartuijg met vijf en twintig koppen geplaats zijn /:onderstond:/ geschreeven op saturdag den 8. van de mand d'Jumadul awal in 't Jaer 1191: /:onderstond. / Accordeert /. was geteekend:/ H=k B: Hodenpijl. 439 van Maccasser der Translaat Maleijasche brief geschreeven door de voogd over de Jon„ gen Koningen de Rijks. grooten van Tambora aan den wel Edele Acht baare Heer Gouver„ neur in Raed te Mac„ casser Na gewoonte Compliment wijders maken w' bij desen bekend dat onse broeder den luitenant en Commandant ons door een soldak van bima toegezon„ den heeft een Comp brief van Macas„ see, die wij op woensdag den 23. der mand Rabul achir, met behoorlijk eere ontfangen hebben de welke sodra wij geleesen en dies inhoud verstaan hadden f F

NL-HaNA_1.04.02_3500_0768 view scan ↗

English

From Maccasser the and we were very astonished at this as it touched us deeply, which is why we very quickly caused to be prepared the weapons for the war in order to satisfy as much as possible the purpose of the Right Honourable Governor and Council, having nothing else as a sign of life than our submissive fellows. Beneath stood: written in the country Ian bora the 2nd of the month 18 Jumadul awal in the year 1191, on Sunday. Beneath stood: Agreed. Was signed: Hk P P:r Stoden pijl. 441 From Maccasser the To the Right Honourable Sir The Right Honourable Sir Paulus Godofredus van der Voort, Governor and Director of this coast of Celebes. Right Honourable Sir, Your Right Honourable's respected letter of the 26th of this month I have duly received along with the subsistence money sent, which has been properly distributed. Yesterday evening at about 9 o'clock, the madenrang made known to us through his interpreter basier that he had heard by rumor that the enemy intended to come and attack us here in the rear, upon which message we immediately gave notice to all the chiefs on our side, but from that rumor, God be thanked, nothing came. Subsequently, krain Lisso appeared before us today around half past 8 o'clock, making known that that this morning he had again seen fire which, according to his presumption, was near the district of Glissong, and pieces from the said fire being krain Tattong, krain Brombong, krain Mandelie, krain Bonto Majjanriang. Furthermore, the former Malay Lieutenant requests that it may please Your Right Honourable to grant some small amount of subsistence money to his people. Herewith I return to Your Right Honourable the musket and lock that were sent, because the Pouguwa Lisso, saying that neither belonged to him, did not want to accept the same. Also enclosed are 10 empty rice sacks, 1 half sam, and 2 small baskets, but on the contrary, I request Your Right Honourable for some meat and bacon, and for the artillery 1 barrel of fine gunpowder, and for the house carpenter 1 whetstone, a three-sided file for the bucksaw. For the rest, I remain with the deepest respect and high esteem. Beneath stood: Right Honourable Sir. Lower: Your Right Honourable's dutiful servant. Was signed: J:s Dieterich. In the margin: the 27th of June 1777. Beneath stood: Agreed. Was signed: H:k B: Hoden pijl. 443 From Macasser The Right Honourable Sir Paulus Godoffredus van der Voort, Governor and Director of this coast of Celebes. To the Right Honourable Sir. Right Honourable Sir, Your Right Honourable's very respected letter, together with what was sent, I have duly received around 6 o'clock according to the contents of the letter. For greasing the muskets, train oil has already been provided to the people, but I shall not fail to observe Your Right Honourable's orders in all obedience. For the rest, I remain with the deepest respect From Macassar the respect and high esteem. Beneath stood: Right Honourable Sir. Lower: Your Right Honourable's dutiful servant. Was signed: J:s Dieterich. In the margin: in the camp of Goa the 29th of June 1777. Lower: P.S. I most humbly request some meat and bacon. Beneath stood: Agreed. Was signed: H:k B: Hoden pijl. 445 From Macasser the To the Right Honourable Sir Paulus Godofredus van der Voort, Governor and Director of the coast of Celebes. Your Right Honourable's much respected letter of the 29th ultimo, both original and duplicate, reached me on the 15th, as well as that of the 11th of this month on the 16th following. According to Your Right Honourable's honored letter of the 20th of April, which I received on the 18th of May, I now have the honour to send Your Right Honourable twelve lasts of rice by the pantjalling Boreas, as appears from the receipt concluded in all reverence thereof by the commanding second mate Ian Dese. So much more, Right Honourable Sir, would I have fulfilled for Your Right Honourable, but because all subjects, as soon as the news of the misfortune of the Maros residency was heard, had to work to erect two bentings and had to keep watch there by night, I could not compel them to, moreover, Right Honourable Sir, From Macasser the ship off rice above that, the more so because the native, as soon as he had any time, went to his paddy fields, which could not be refused to them since this was necessary. The pantjalling, Right Honourable Sir, can in my opinion not serve for the assistance of the post of Bonthain; however, Right Honourable Sir, if we had such artillery in the post, it would serve us better than these heavy guns which are almost impossible to manage. To escape with the pantjalling in time of need was, for us at least at Boelecomba, impossible. I certainly, Right Honourable Sir, could have loaded some lasts of rice into that pantjalling if I had had men, but the commanders do nothing else when they are here than complain bitterly about leakage, for which reason they seek to depart immediately as soon as they have taken in rice. Up to today, Right Honourable Sir, there has been no opportunity to deliver one of the warrants, but I flatter myself that it will still succeed. According to Your Right Honourable's writing, I did not fail to request both Tolarassa and the other Bone chiefs to ask for more men from the King of Bone, which has been promised to me, and which I hope will take place. The chiefs of the Company's subjects, Right Honourable Sir, do nothing but daily request me to go to their negorijs for a few days.

Dutch transcription

van Maccasser den of wij hebben daar over zeer verwonderd gestaan als zijnde ons zeer ter hertelje gaan, waarom wij zeer spoedig in gereed„ heijd hebben doen brengen, de wapenen tot den oorlog om zo veel mogelijk aan„ het oogmerk van den heer gouverneur en Raad te voldoen met anders heb„ bende tot een teeken van leeven dan onse onderdanige genooten — /:onderstond:/ geschreven op 't land Ian bora den 2. van de maand 18 Jumadul awal in 't Jaer 1191: op sondag /. onder„ stond:/ Accordeert /. was geteekend. / Hk P P:r Stoden pijl: 441 van Maccasser den Aan den wel Edele Agtb: Heer Den wel Edele Agtb Heer Paulus Godof redus van der voort Gouverneur en Directeur deeser custe celebes Wel Edele Agtb: Heer uw Edele Agtb: gerespecteerde missive van den 26: deeser, hebbe wel ontfangens de toegesondene kost penningen, dewelke behoorlijk sijde uijtgegee„ ven. Op gisteren avond omtrent: 9: uuren heeft den madenrang door desselfs tolk basier ons be„ kent laaten maaken, dat hij bij gerugt had vernomen, dat den vijand van meening soude weesen ons alhier in te rug te komen aantastende, op welke boodschap wij ten eersten aan alle de hoofden van onse seijde hebben kennisse gegeeven, dog van dat gerugt is goed sij dank mits van gekomen vervolgens is krain Lisso, op heeden bij ons ƒ verscheenen tegen half uuren bekend maakende dat 8 —. van Maccasser den dat van morgen weeder brand had gesien het geene na sijn presumatie, maar bij het district van glissong soude wesen sijnde en stotkens van gemelde brand, kran Tat tong krain brombong, krain mandelie, krain bonto Majjanriang. wijders versoekt den oud Luitenant maleijer dat het uw Edele Agtb: behaagen moge aan desselfs volk eenige weinige kostpenn: geleeve te verstrekken Hier mede sende uw Edele Agtb: het toegeson„ dene geweer en sloot wederom, omdat den Pouguwa Lisso seggende geene van beijden het sijne teweesen enderselven het selve niet accepteeren wilde, als meede gaat hier over 10 leedige rijst latken 1: half sam en 2. kleene manden, maer in teegendeel versoeke uw Edele Agtb: om wat vlees en speck en voorde Arthillerij 1: vat fijn kruijk en voor de huijstimmerman 1: schuijf„ steen een drie kantige Pijl voor de span„ zaag overigens verblijve met de diepste respect en hoog agting /.onderstond:/ wel Edele Agtb: Heer /:lager:/ uw Edele Agtb: dienst beveijde dienaar /.:was geteekend./ J:s Dieterich /:in margine:/ den 27. Junij 777 /:onderstond./ Accordeert /. was geteekend H:k B: Hoden pijl. 443 van Macasser den wel Ed: Actb: Heer Paulus Godoff redusvanden voort Gouverneur en directeur dee„ ser Custe lelebes Aan den wel Edele Agtb Heer Wel Edele Agtb: Heer uw Edele Agtb seer gerespecteerde letteren be„ nevens het toegersondene hebbe omtrent 6: uuren wel ontfangen volgens inhoud van de brieff voor het insmeeren dergeweeren hebbe„ reets vistraan aan het volk verstrekt dog niet ingebrek sal blijven uw Edele Agtbaare ordres in alle onderdanigheijd te observeeren —. O verigens verblijve met de diepste resfect van Macassar den respeck en hoogagting /:onderstond:/ wel Ede le Agtb heer /:lager:/ uw Edele Agtb dienst bereijde die naar /:was geteekend./ J:r Dieterich /. in marginne—:/ in 't lager van goa den 29: Junij 1777. /:lager. / P: S: versoeke wat vlees en speck seer nedrigst /:onderstond:/ Accordeert /:was geteekend. / H„k B: Ho: den pijl. 445 van Macasser den Aan den wel Edele Agtb Heer Paulus Godofredus van der Voort. Gouverneur en Directeur der Custe celebes. uwel Edele Agtb veel gerespecteerde letteren van den 29: JL: zoo wel origineel als duplicaat zijn mij op den 15. beide geworden, als mede die van den 11: de ser op den 16: der aan. volgens uwel Ed Agtb g'eerde onder bij brief van den 20: april die ik op den 18. meij ontfangen heb, heb ik thans de Eer uwel Ed: Agtb: per d'pantjalling d' Boreas twaalff lasten rijst toetezenden blij„ kens dat in alle eerbied geslooten verbondschrift daer van de opgezagvoerende onderstuurman Ian Dese soo Meerder wel Ed: Agtb: heer, zou ik aan uwel Edele Agtb onder voldaan hebben dog om reeden alle onderdaanen zoodra men van de tijding 't ongeluk van de residentie Maros had vernoomen, aan't werk moesten om twee bentings op terigten, en deselve bij nogt daar moesten waken kon ik hunlieden niet noodzaaken om daer en el Edele Agtb: Heer bovre van Macasser den. boven nog rijst af te scheepen, te meer daarden in lander zodraa hij maar eenige tijd had, zig na zijn padij velden begaf 't geen hunlieden dewijl zulks vereijschte niet teweijgeren was de pantjal„ lings wel Edele Agtb: heer kan mijns bedun kers tot adsistentie van de post Bonthain met dienen, dog hadden wij wel Edele Agtb: heer zulk geschut in de pos=t zoude ons beterte paskomen dan deese swaare stukken die bij na niet te regeereeren zijn—. Om met de pantjallang in tijd van nood 't te ontkomen was voor ons ten minsten op Boelecomba onmogelijk J: k had ze„ kerlijk welEd: Agtb: heer dien pantjalling zoo ik volk gehad had wel eenige lasten vijst: kunnen ingeeven, dog de gezaghebbers doen niet anders wanneer zij alhier zijn dan sterk klagen overle Magie om welke reeden zijlieden zoo draa zij rijst ingenoomen hebben ten eersten zoeken te vertrekken tot heeden wel Edele Agtb. heer is er geen gelegendheijd geweest om een der ordonnantie te bezorgen dog ik flatter wij egter zulks nog zal gelukken Ik heb volgens uwel Ed: Agtb: schrijvens met gemanqueert om zoo wel Tolarassa als de an„ dere bonijse hoofden te versoeken om van de bo„ nijse koning meerder volk vragen 't geen wij belooft is, en 't welk ik hoop dat zal geschiedden De hoofden der Comp e onderdaanen welEd: Agtb. heer doen mij niet dan dagelijks verzoeken om voor eenige daagen na hunne negorijen— tegaen „

NL-HaNA_1.04.02_3500_0775 view scan ↗

English

447 of Macasser the to go, which I cannot allow them to do, and particularly the aforementioned: those from the upper district who are sometimes not able to return within fourteen days. I have, as far as possible, Honorable Right Honorable Sir, permitted the chiefs to have the paddy fields cultivated, and we hope for good news so that some may return to their places of residence. The number of Company subjects, Honorable Right Honorable Sir, who currently occupy both the post of Bonthain and Boelecomba, as well as two outer redoubts at Bonthain and three here, amounts to over eight hundred heads, who from the 19th of May until the 20th of this month have received - - - - lb 8640. – – To the second mate Ian de Lisoo departs „ 400. — To the Saleijer prahus which cruise with the ordinance and arrived here for lack of provisions - - - - or together lb 9840: — More rice, Honorable Right Honorable Sir, I have not dared to ship off, because I am sometimes apprehensive that the distribution would exceed the remaining stock with the few Europeans, among whom are many old, unfit men. Honorable Right Honorable Sir, we are here not in a position to guard both posts at this time, and if the rebel is not yet eradicated, to maintain all the natives will fall costly to the Company and hard on the subjects, wherefore I humbly request Your Honorable Right Honorable, if Your Honorable Right Honorable deems such necessary, that we may be provided with more troops for this time, until. of Macasser the For the assistance of the post of Bonthain, Honorable Right Honorable Sir, I requested from the second mate Ian de Lisoo, who also gave me this under a written bond, two swivel guns, one ladle, and one pigtail, one rammer, twenty rounds of solid shot, and forty canister shot, which I hope Your Honorable Right Honorable will not take amiss of me, as I shall account for it myself, while for the rest I have the honor with all due high esteem and respect to call myself, was written below, Honorable Right Honorable Sir, lower, Your Honorable Right Honorable's humble and dutiful servant, signed S:n Monsieur, in the margin: Boelecomba in the Honorable Company's fortress the 25th of June 1777. was written below: Agrees: signed: H: B: Modenpijl. 449 Of Macasser the In the forenoon at 9 o'clock meeting Monday the 30th of June anno 1777. Absent: The Captain and head of the Military Johanna Dieterich, being in the army before Goa. After handling the matters described in today's common Resolution, the Governor made known to the meeting that His Honorable Right Honorable had, to his deep regret, noticed that concerning all of His Honor's actions since the outbreak of the present troubles, various remarks were made and practically everything he had undertaken was criticized, principally by those who by virtue of office and oath were bound and obliged, if they believed that something had been done wrongly or neglected, to bring such to His Honor's own attention, which he would then accept with gratitude and as tokens of loyalty, as he had repeatedly declared. That His Honor considered himself obliged to present these his grievances to the members, however averse he was to giving any cause for estrangement, 6 of Macasser the as he had always sought to observe harmony and unity, which he hoped to continue; further proposing to the members that the circumstances in which we currently find ourselves on account of the war against the rebel Sankilang, who had retreated into Goa and was besieged therein by both European and native auxiliary troops, required appointments so that, in case of an attack, for which they stood ready, as well as in all other occurring circumstances, orders could be given immediately for everything, and necessary provisions made, since Commander Dieterich in the attack could only lead the European military and had enough to do with that, requesting therefore that the members would be pleased to declare themselves on this. The Senior Merchant and Head Administrator, the Honorable Barend Reijke, having thereupon declared, while the other members kept silent, that he made no other remark about His Honorable Right Honorable's actions, other than that he had received no knowledge of the circumstances of the matters, having heard of the surprise attack on the post of Maros from outside, the people were answered by the Governor with the statement that such was generally known soon enough and it was therefore not necessary to inform anyone of it, whereupon His Honor further indicated that he could not declare himself regarding the proposal, being unaware of the state of affairs in the army, and of what ought to be done, to which the

Dutch transcription

447 van Macasser den tegaan 't geen ik hunlieden niet kan toestaen en wel voorn: die van :de bovenstreek die zomtijds niet in staat zijn om in veerthien dagen wederom tekomen. Ik het zoveel als innet mogelijk wel Ed: Agtb: heer de hoofden gepermitteert om de padij velden telaten bewerken, en wij noopen op goede tijding op dat zommige weder na hun ne woonplaatsen kunnen vertrekken 't getal der Comp: onderdaanen welEdele Agtb: heer die thans zoo wel d: post: Bonthain als Boele„ comba bevooren, als meede twee bijten ber„ „„r bonthain„ „tings „ en drie alhier bedraagt ruijm Agthondert Coppen die zedert den 19: maij tot den 20: deser - - - - lb 8640. – – genooten hebben—. : Aande onderstuurma Ian de Sisoo vertrekt „ 400. — Aan de saleije reesen die met de ordonnantie Creijssen en alhier bij gebrek van monkkost aangegieert zijn - - - - „ off tezamen lb 9840: — Meerder Rijsk: wel Edele Agtb: heer heb ik niet durven afscheepen om reeden ik zomtijds dedugt ben dat de verstrekking meerder dan't restant zoude bedragen met 't gevinge Euro„ peesen waar onder veel oude onbequaam wel Edele Agtb: heer zijn wij alhier niet instaat om de beide posten in deese tijd te bewae„ ven, en om zoo den rebel nog niet uijtgeroeck is alle de Inlanders te onderhouden zal 't Comp:s koskbaar en de onderdaanen zwaar vallen weshalven ik uwel Edele Agtb: ool„ moedig verzoek zoo uwel Ed: Agtb zulks noodzakelijk oordeelt om met meerder man„ schappen voor deese tijd te mogen werden voorsien tot. van Macasser den Tot assistentie der post Bonthain wel Ed: Agtb: Heer heb ik van den onderstuurman Ian de Lisoo verzogt die mij zulks onder een verbandschrift ook gegeeven heeft twee draai bassen een lepel en Een varkenstaart een wisser twintig lang scherp en veertig vondschert, 't welk ik hoop uwel Ed: Agtb: mij niet qualijk zal duijden, zullende ik het selve nder verantwoorden terwijl voor overige de eer heb met alle verschuldige hoog agting en eerbied mij te noemen /:onderstond:/ wel Edele Agtb: Heer /:lager:/ uwel Ed: agtb: onderdanige en Trouwschuldige dienaer /:was geteekend:/ S.:n Monsieur /:in margine:/ Boelecomba in SE: comp: resting den 25:' Iunij 1777. /:onderstond:/ Accordeert: /:was geteekend:/ H: B: Modenpijl. 449 Van Macasser den Des voorde middag ten 9 uuren vergadering Maandag Den 30 Iunij anno 1777. Den Capit:n en hoofd der Militer Johanna Dieterich als in het Leeger voorgoa zijnde. Na het afhandelen der bij gemeene Resolutie van heeden beschreevene zaaken, gaf den heer Gouverneur de vergadering te kennen, hoe zijn wel Edele Achtbaere tot zijn gevoelig leedweesen ontwaard geworden was dat over alle zijn wel Edele verrigtingen zeedert het onstaan van de tegenwoordige toebles veelerhande aan„ merkingen gemaakt en genoegsaam op alles ge crtiseerd wierd, wat hij in 't werk hadde gesteld, voornamentlijk door de zulkken die ampt en Eeds halven verbonden en gehouden waeren zo zij ver„ meenden dat er iets verkoerk gedaan of ver„ suijmk wierde zulxs zelfs onder zijn Edele oogte brengen, dat hij dan in dank en als blijken van trouw zoude opneemen, zoo als hij meermalen verklaard hadde Dat zijn Edele zig verpligt agterde deese zijne beswaarnisse aan de leeden voorte houden, hoe avers hij ook waare om eenige oorsake tot verwijdaring Absent te geven 6 van Macasser den tegeven als steeds de harmonil en Eendragt ge„ kogt hebbende te betragten, maar bij hij hoop te te continueeren wijders aan de leeden voorstellen de hoe de omstandigheeden waar in wij ons thans bevinden mits den oorlog teegen den Rebal sankilang, die in goa geweeken was en soowel door Europeesen als Inlandsche hulp traepen daarinne belegert wierd benoemd, om zo in Cas van attacque, waar toe zij gereed stonden, als in alle andere voorkomende omstandighee den terstond ordre tot alles te kunnen geeven, en in het noodige te voorsien, vermits den Commandant Dieterich in de attacque de Europeesche militai„ ven alleen opvoeren konde en daer meede ook genoeg tedoen had, versoekende over zulks dat de Leeden zig hier op geliefde te verklaaren Den opperkoopman en hoofd administrateur d' E: E: Barend Reijke hier op betuijgd hebbende terwijl de overige Leeden stilsweegen, geen andere aanmerking over zijn wel Edele Agtb: verrigtin„ gen gemaakt, dan dat hij van de omstandig„ heden der zaaken geen kennisse hadde gekree„ gen, de overrompeling der post Maros van buijten of gehoord hebbende het volk doorde gouverneur b'antwoord wierd met te zeggen dat zulx vroeg genoeg algemeen bekend en hiet dus niet noodig was geweest om daar van aan iemand de weet telaeten doen, zoo gaf zijn E: E: verder te kennen zig omtrend het voorstel niet te kunnen verklaaren als onbewust zijnde hoedanig 't in 't legar gesteld was, en van het geene er diend te werden gedaan, op 't welk der

← previousnext →