VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3500

Japan · 1,446 pages · 247 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3500_0779 view scan ↗

English

451 from Macasser the the Lord Governor again served notice that matters were situated as previously stated, so that in his opinion a commander was necessarily required who could establish order over everything in case of attack and in all other occurring matters, and that his Honour accordingly was still awaiting the members to be pleased to express their opinions in that regard; which then subsequently being deliberated upon and taken into consideration, that no one was better aware of the circumstances and what must be performed than the Lord Governor, who, also having the greatest prestige and influence over the native chiefs, had already been pleased multiple times to charge himself with the burden of being present in the army and establishing the so highly necessary good order there, it was unanimously found good and agreed respectfully to request his Honour to be willing to take this burden upon himself as well, just as his Honour, expressing his pleasure regarding the confidence that the assembly thereby showed to place in his person, very willingly assumed it, adding that although the time and day of the attack could not yet be determined, he would give notice thereof toward his departure, from Maccasser from giving notice, deferring the defect of affairs here during his absence to the assembly, both individually and in general, should anything human befall him, which he hoped that God in this worrisome situation would graciously be pleased to prevent. underneath stood: Thus resolved at Maccasser in Fort Rotterdam, date as written above. was signed: P: G:k van der voort, P:r Reijke, J: Raket, I:n H:k voll, C=s Kraanen, Secretary. underneath stood: Agrees. was signed: W:k B: Hodenpijl 453 from Maccasser the e. 2.P Right Honourable Sir, Have the honour to send your Honour the requisition for the artillery as follows: 30 pieces cartridges of 4 lb 30 pieces cartridges of 2 lb 60 round shot of 4 lb 20 long shot of 2 lb 70 lead grape shot of 2 lb 20 light balls of 4 lb 1 sponge of 4 lb 1 hand mortar for exchange, of which the bed planks are in pieces. 1 barrel of fine powder 1 cartridge with mealed powder 7 bombs of 8 inches 10 bombs of 6 inches 10 incendiary balls of 8 inches 30 incendiary balls of 6 inches 7 incendiary balls of 7 inches from Maccasser for the cannons for use by the Boniers of Songauwa 2 2-lb rammers 2 2-lb sponges As for myself, not knowing that I lack anything, though it is nevertheless always better to have some surplus than falling short, if it should be ready, 3 to 4 barrels of live cartridges. I very humbly request your Honour for the board money for the upcoming 1st of July, and also take the liberty to remind your Honour concerning the good-months, which latter I leave to your Honour's attention. Wherewith I have the honour to call myself with all high esteem, underneath stood: Right Honourable Sir, lower: Your Honour's servant ready to serve, was signed: J=s Dieterich. in the margin: In the army of goa the 30th of June 1777. lower: P.S. at the closing of this there has also arrived a basket not containing meat, herewith sending 7 empty rice sacks with the boys of Tawaris. underneath stood: Agrees. was signed: H=k B=r Sodenzijl 455 from Maccasser the To the Junior Merchant Simon Monsieur Resident on the Company's behalf there Honourable, Pious, Discreet Sir, The pantchiallang De Bareas having arrived here alongside your Honour's letter of the 25th of June, we consider it well done that your Honour, not needing that vessel over there, has sent it hither, and hope that your Honour will soon obtain the opportunity to deliver the warrants received by your Honour to their holders. Meanwhile, we pass the made disbursement of 9840 pounds of rice to the natives guarding the posts and redoubts over there and to the second mate Jan de Lisa, with qualification to enter that amount into his rice account. Meanwhile, we also consider well done the removal from the aforementioned pantchiallang of the swivel guns and further war ammunition needed by your Honour, all of which your Honour must be mindful to enter into the inventory from Maccasser the inventory of the posts, in order to be able to account for the same again. The Resident of Saleijer Voll having furnished 10520 lb of rice to some natives employed in fishing up the goods from the wreck of the ship Blijswijk, your Honour must send him that quantity again; and also enter it into his rice account. However much we meanwhile wished to assist your Honour with some soldiers, it is impossible for us for the present, since due to the siege of goa we are scarcely able to man the guards in the fort. Wherewith, after greetings, I remain, underneath stood: Your good friend, was signed: P:s g:s van der voort. in the margin: Macasser in Fort Rotterdam the first of July Anno 1777. lower: P.S. the enclosed letter to the Resident of Saleijer your Honour must forward further with all speed. underneath stood: Agrees. was signed: H:k B: Hodenpijl.

Dutch transcription

451 van Macasser den den Heer Gouverneur weder diende dat de zaake„ zodanig gesteld waaren als voorsegt dat er na sijn gevoelen noodzakelijk eenhoofd gevorderd wierd die op alles in cas van attacque en alle andere voorkomende zaaken konde ordre te stellen en dat zijn Edele dien volgende als nog ver„ wagtende was dat de leeden daar omtrend hun„ „ne gevoelens geliefden te uijten; waar over dan vervolgens gedelibereerd en in aanmerking ge„ komen weesende, dat niemand de omstantig heeden en wat er moet werden verrigt beeter bewust waar als den Heer Gouverneur die ook het meeste aanzien en in vloed op de inlandsche Hoofden hebbende, zig al te meer maalen had gelieven te Chargeeren met den last van zig in 't leeger te laaten vinden, en aldaar de zo hoog nodige goedeordre te stellen soo wierd een poerig goed gevonden en verstaen zijn wel Edele Agtb: eerbiediglijk te versoeken deezer last meede opzigte willen neemen gelijk zijn wel Edele Agtb. onder betuij„ ging van zijn genoegen over het vertrouwen dat de vergadering daar door als nu betoonde in zijn Perzoon te stellen, zeer bereid willig om zig genoomen heeft, onder bij voeging dat schoon den tijd en dag van de attacque nog niet konde worden bepaald hij teegen zijn vertrek daar van zoude laatse kennisse van Maccasser van laate kennisse geeven, de mancance der zaaken alhier bij zijn absentie aan de ver„ gadering 'z wel de fereerende als in het al„ gemeen, wanneer hem iets menschelijks mogte overkoomen 't geen hij hoopte dat god in deese Sorgelijk gesteldheijd ge„ nadig zoude gelieven te verhoeden. /:onderstond:/ Aldus geresolveert tot Mac„ casser in 't Casteel Rotterdam, dato voor„ schreeven /:was geteekend:/ P: G:k van der voort, P:r Reijke J: Raket, I:n H:k voll, C=s Kraanen Secretaris /:onderstond:/ Accordeert /:was geteek.d / W:k B: Hodenpijl 453 van Maccasser den e. 2.P Wel Edele Agtbaare Heer. - Hebbe de Eers uw Edele Agtb: toe te senden den Eijsch voorde Arthillerij als volgt— 30: p:s cardoesen van 4: lb „ 2. - „ 60: Rondscherp„ 4: „ 20. „ Langscherp „ 2. „ 70 „ Loode druijven „ 2: „ 20 „ ligt kogels „ 4„ 1„ Zeepel - - „ 4„ 1 „ handmortier tot verrijling, waar van de stood planken in stukken. 1: vat fijn Kruijk 1: Cartoesch met meel kruijk 7. bommen van 8. duijn „ 6 _:o 10:: brandt Kogels „ 8. _„o 30„- 10. _o „ 6. _:o _ 7. _o van Maccasser voor de canons tot gebruijk bij de Bo„ 2:2: lb wissers niers van Songauwa 2:2: „ leegerss wat mijn betreffende, niet weetende, dat mij niets manqueert, dog egter is het altoos beeter wat over te hebben, als te kort schietende, bij aldien als het mog te klaar weesen, 3: â 4: vaaten scherpe pattroonen versoeke uw Edele Agtb: zeer nedrig om het kostgeld voor den 1: Julij aanstaande als meede neeme de vrijheijd uw Edele Agtb: omtrend de goedemaen„ den te hervinneren, welke laatste tot uwel Edele Agtb: attentie overlaat. waar meede d' Eere hebbe mij met alle hoogag„ ting te noemen /:onderstond:/ wel Edele Agtb: heer /:lager:/ uw Edele Agtb dienstbereijden dienaer /:was getekend/ J=s Dieterich /. . in marginne:/ In het leger van goa den 30„ Junij 1777. /. lager:/ P: S: bij het sluijten van deese is nog aangekomen een maend niet vleessende hier meede over 7. leedige Rijst sakken met de Jongens van Ta„ waris /:onderstond:/ Accordeert /. was getekend/ H=k B=r Sodenzijl 455 van Maccasser den Van den onderkoopman Simon Monsieur Resident=ds Comp: wegen aldaer Eersame vrome Discrete. De Pantjallang de Bareas nevens uwE: letteren van den 25: Junij a ijlier g'arriveerd zijnde, houden wij voor wel gedaen dat uE: dat kieltje ginter niet benodigende herwaards heeft ge„ sonden, en verhoopen dat uE binnen korte geleegenheijd zal krijgen, de bij uE ontfan„ „gen ordonnantien aan dies houders te besor„ gen, Intusschen passeeren wij de gedaane verskrekking van 9840: ponden rijst, aande ginter posten en Bentings bewakende inlanders en aan den onderstuurman Jan de Lisa, met qualifeisie om dat bedra„ gen bij desselfs Rijst reekening op te brengen In middens houden wij almeede voor de welgedaan de ligting uijt voorm: Pantjal„ ling der door uE: benodigde draaijbassen en verdere ammunitie van oorlog, welk een en ander uE: verdagt moet zijn bij de In„ ventarise van Maccasser den ventaris der posten inteneemen, ten eijnde het selve weder te kunnen verantwoorden De Saleijers Resident voll, aan eenige inlanders tot het op vissien der goederen uijt het wrak van het schip Blijswijk g'emploijeerd, verstrekt heb„ bende 10520: lb Rijst, moet uE hem die quan titeijt weder toesenden; en almeede bij desselfs Rijst reekening opbrengen —. Hoezeer wij ondertusschen wil wenschten om uE nog met Eenige militairen te assisteeren is om zulks voor teegenwoordig onmogelijk also wij door het belag van goa naauwliks instaat zijn dewagten in 't casteel te bezetten waar meede na groete blijve /:onderstond:/ us goede vriend /:was getekend. / P:s g:s van der voort /:in marginne:/ Macasser in't Casteel Rotterdam primo Iulij A=o 1777. /:lager:/ P: S: in leggende brief aan Saleijers Resident moet uE ten spoedig: sten naderwaarts voortschikken /onderstond:/ Accordeert /was getekend/ H:k B: Hoden„ „pijl.

NL-HaNA_1.04.02_3500_0785 view scan ↗

English

From Maccasser the To the Bookkeeper Ian Hendrik Voll Junior Resident on the Company's behalf there Pious, In reply to your letters of the 1st, 2nd, and 19th of June, we approve of the sending ahead, under the supervision of the soldier Lasuur, of some men who were ready first, but by no means the return of some others sent there by you; under the pretext, entirely devoid of all probability and finding no acceptance whatsoever with us, that they were attacked in the bay of Toratte by pirates and each vessel extorted of 20 rd:s by those people, a pretext which they undoubtedly devised in order to evade their required corvée service thereby. This has displeased us all the more because you, lending credence to it, detain them there, regarding which we cannot refrain from expressing our utmost displeasure, since you, being aware of how urgently those laborers are needed here, ought to have made them undertake the return journey hither immediately under the supervision of one of the post-holders, without paying the least heed to what was said, which shall take place From Maccasser the if they have not already departed before the receipt of this. In like manner we expect that the ordinances sent to you will be delivered to the ships passing there, and that you will continue to make every effort to fish up the remaining cannons, anchors, and whatever else may be recovered from the wreck of the ship Blijswijk, continually urging the natives thereto, to which the provision of rice will contribute not a little, for which reasons we have also decided to approve your having provided 10525 ed for that purpose, which will be reimbursed to you by the Boelecomba resident, although the calculation of sixty pounds per month to each person is excessive, while we consider the assistance rendered to the aforementioned resident with the firearms requested by him as well done, and after greetings I remain, below was written, Your good friends, lower, By order of the Right Honorable Lord P: G:t van der Voort, Governor and Director of this Coast of Celebes, was signed, C:s Kraane, Secretary, in the margin, Macasser in the Castle Rotterdam the First of July 1777, below was written, Agrees, was signed, H:k B:r Hodenpijl. From Maccasser the Tuesday the 1st of July. In the evening, a spy, or the Toelolo frequently sent out by the interpreter De Graaf, returned, reporting that he departed from here last Saturday and first took the road to his place of residence, Barombang, arriving at the negorij Caloekoeang, where he met several chiefs of the rebels, namely Crain Mandelle, or the son of the first Tomilalang of Goa, and his brother Crain Bonto Mojennang, Crain Saponong, and the Bonian prince Aroe Pakiada, who by his estimate were about 400 men strong; that he, being suspected by the said chiefs and upon the word of the said Crain Mandelle of being a spy, had thereupon to take an oath to clear himself and follow them into Goa, whither the said Crain Mandelle departed, bringing him to the first Tomilalang, who likewise did not trust him, but Crain Mandelle having told him that he had administered the oath to him, he nevertheless had to perform it once more before him; That he then heard that the Tomilalang had ordered his son to set fire to and destroy the negorijen in the southern provinces of the Company's subjects, such as Glissong, Poelombankeene, and others; That he subsequently went around in Goa and found the walls well manned all around, and From Maccasser the at each gate three chiefs with over 100 men, stationed at the gate of Malinkerie: Aroe Mampoe, Crain Biloja, and Crain Bonto Makis; at the gate of Lakioen: Crain Bonto Nompo, Crain Bonto Patonko; at the gate of Naroenroeng: Crain Palimba, Crain Biringkeke, and Crain Mangesoe; at the gate of Lonje Ooko, which goes to Tingi Maij: Crain Katappang with the [illegible], and that the aforementioned Aroe Mampoe is also chief of a redoubt named Bonto Biraing, situated between the gates of Malenkeeri and Mangassa; that on Tingi Maij there are three redoubts, the chiefs of which are Crain Kandjelo, Crain Barisallo, Crain Lanna, and Crain Manoezoe; furthermore, having heard that in the redoubt on Seero, Crain Pattoeng and Crain Tamasangoe are stationed as chiefs; Further, having seen that at or near the gate of Karoenroeng the wall is lowest, extending to the gate of Lakioene, and that on the opposite or south side it is indeed the highest of all, but that the river is there, and that all around the outside of the wall it is laid with caltrops of various sizes, which are still being increased daily; below was written, Agrees, was signed, H:k B:s Hodenpijl. From Maccasser the To the Military Captain Johannes Dieterich Valiant, Prudent, Discreet, Since the Bonians continue to lead me around the bush, asking once again for a postponement, I find myself obliged to recommend to you to proceed as sparingly with the cannonading and bombarding From Maccasser the as will be at all possible, so as not to entirely deplete us of ammunition. Wherewith, after greetings, I remain, below was written, Your good friend, was signed, J: G: van der Voort, in the margin, Macasser in the Castle Rotterdam the First of July 1777, below was written, Agrees, was signed, H:k B:s Hodenpijl.

Dutch transcription

457 van Maccasser den Aan den Boekhouder Ian Hendrik voll Junior Resident sComp: wegen aldaar vroome Op uE: schrijvens van den 1: 2: en 19 Junij ank: woorden de laaten wij ons welgevallen, de voor uijtsending onder opzigt van den soldaat Lasuur van eenige het eerste gereed geweest zijnde manschappen dog geensinks de terug keering van sommig te andere, door uE door na mede dit heen geschikt: onder den van alle waarschijnlijkheijd ontblood, en bij ons geensints het minste ingang van dend„ voorgeeven dat zij in de bogk van Toratte door zeerovers aangerand, en ider vaartuijg van hun 20: rd:s door dat volk afgeporst zoude zijn, een voor wendsel dat zij zeekerlijk uijtgedagt heb„ ben om hun daar door van de verschuldigde hof„ dient te onttrekken, het geen ons te meer ont„ sigt heeft, om dat uE daar aan geloofslaen„ de hun ginter aanhoud waar over wij niet kunnen af zijn ons uijterste ongenoegen te betuijgen, also uE bewust zijnde hoe verleegen men hier om die werk bieden is, sonder de minste reflectie op dat gesegde teslaan hun terstond onder opzigt van eene der postelingen derijse weder naherwaerds hadde behooren te doen onderneemen zal geschieden, Eersame, zo van Maccasser den zoo zij voorden ontfangs2 deeser niet bereeds ver„ trocken zijn Inselver voegen verwagten wij dat de uE toe: gesondene ordonnantien aan de daar passeerendeschee„ pen zullen werden bezorgt en dat uE: als nog alle vlijk sal aanwenden om de resteerende Ca nons ankers en het geen verder uijt het waak van het schip blijswijk te bekoomen zal zijn op te vissende Inlanders bij aanhoudendheijd daar toe aanspoovende waar toe de verstrecking van rijsz niet weijnig zal contribueeren, en om welke reedenen wij dan ook beslooten hebben te passeeren dat uE ten dien Eijnde 10525: ed verstrekt: heeft die uE: doorden Boelecombas resident sullen werden gerembourseerd schoon de bereekening van sestig ponden per maend aan ieder kop excessief is, terwijl de beweesfene adsistentie aangemelde resident met de door hem versogte geweeren als wel gedaan aanmerken en na groete bijve /:on„ derstond:/ uE goede vrienden /:lager.: / Ter ordonnar„ tie van den wel Edele Agtb: heer P: G:t van der Voort gouverneur en directeur deser Custe celebes /:was, getekend:/ C:s Kraane secret:s /:in marginne:/ Macasser in 't Casteel Rotterdam den Eersten /. onderstond:/ Accordeert. /. wafge: Julij 177 tekend:/ H:k B:r Hodenpijl. 459 van Maccasser den . 'S avonds retourneerde een verspieder of de door dingsdag den 1 Julij den tolk de graaf te meermalen uijtgezondentar Toelolo rapporteerende van hier voorleeden satur„ dag te zijn vertrokken en zich voor eerst de weg op naa zijn woonplaats Barombang begeven te heb„ ben komende bij de negorije Caloekoeang, daar hij verscheijde hoofden van de Rebellen ontmoete als Crain Mandelle af de zoon van den Eersten Bmilalang van goa en desselfs broe„ der Crain Bonto mojennang, Crain Sapo„ nong en den bonijs Prins Aroe Pakiada zijn na zijn gissing omtrent 400. mansterk dat hij door gem hoofden en op het zeggen van gem: Crain Mandelle gesuspecteert worden„ de als een spern daar op tot zuijvering een Eed had moeten, doen, en hen volgen tot binnen goa werwaards gem: Crain Mandelle ver„ trek hem brengende bij den eersten Tomilo lang die hem meede niet betrouwde dog brain Mandelle hem gezegt hebbende, dat hem den Eed afgenomen had, moest bij dien egter nog eens presteeren — Dat hij doen gehoort had dat de tomila„ lang aan zijn zoon belast had om de negorijen in de zuijden provintien van 's Comp. s onderda„ nen als glissong Poelombankeenen en meer onder alle in de brand te steeken en te ver„ nielen. dat hij vervolgens in goa rond gedaan en de wallen rontom wel bezit gevonden heeft, en aan van Maccasser den aan ieder poort drie hoofden met ruijm 100 man leggende aan de poork van malinkerie Aroe Mampoe, Crain Biloja en Crain bonto Makis aan de poort van Lakioen, Crain Bonto nompo„ brain bonto Patonko, aande poort van Naroen roeng Crain Palimba Crain BiringEere en „crain Mangesoe, aan de Poort van Lonje Ooko die na Tingi maijgaat, Crain Katappang met de wad preesen en dat voor m: Aroe Mampoe teffens hoofd is van een benting gen. t Bonto Biraing leggende tusschen de poorten van Malenkeeri en Mangassa dat, op tingi maij drie bentings en daar van de hoofden zijn Crain kandjelo Crain Barisallo, Crain Lanna en Crain ma„ noezoe voorts gehoort tehebbende in de Benting op seero als hoofden leggen Crain Pattoeng en crain Tamasangoe. wijders gesien te hebben dat aan of bij de poort van karoenroene de laagst wal is, lo: „pende deselve tot aan de poort van Lakioene en dat het aan de over of zuijd kank wel het hoogste van allen is dog dat daar de vi vier is, en dat het rondsom de wal van buijten met voetangels van diverse groot belegt is, die nog dagelijks vermindert worden /:onderstond:/ Accordeert:/ was geteekend H:k B:s Hodenpijl. 461 van Maccasser den Aan den Capitain militair Johannes Dieterich Manhafte, voorsienige Discreete, vermits de Bomers mij nog al bij continuatie om den thuijn beijden op nieuws weeder uijtstel versoekende, vinde ik mij gehouden uE te recommandeeren, om met het Cannoneeren en bombardee„ ven zo Spaarsaam te werk te gaan als van Maccasser den als maar doenlijk zal zijn, om ons met geheel t ontblooten van Scherk Waar meede na groete blijve /:onderstond /. UE goede vriend /. was getekend:/ J: G: vander voort /:in marginne:/ Macasser in 't Casteel Rot„ terdam den Eerste Iulij 1777. /onderstond:/ Ac cordeert /:was getekend:/ H:k B:s Hodenpijl

NL-HaNA_1.04.02_3500_0791 view scan ↗

English

from Maccasser the Translation of a Macassar writing written by the Company's emissary Daeng Mandjareki to the chief interpreter Gerrit Brugman After we received orders from the Lord Governor, we departed for Glissong with the auxiliary troops from Taleng, but passing by the settlements of Patalassang and Bonto Canra, we found that there were no more people in them because the fugitive Glavvang had carried them off without anyone knowing what settlements they are in now. Furthermore, that the enemy had intended to [illegible] Glissong was with us, they did not carry out their intention; however, we are currently on our guard. Further, I also make known that the First Tomilalang of Goa sent to me with the message that since he had learned that I had come here to Glissong with the people of Taeng to gather all the subjects together, and that through this assembly there was only strength to plunge ourselves into the fire, and that what had already happened should be considered as past. I answered him that I do not know that someone who has been burned could become alive again, and that I ask my son for nothing else than to let me know beforehand what he intends to do, so that one may be able to do what God is pleased to move our hearts to do. Lastly, I also report that the people of Thain are 100 men strong under four anrong goeroes, and those of Sanrabone consist of only 10 heads under the command of the son of Crain Tjelalangen. I therefore request to have further orders. Below stood: Agrees. Was signed: H: B: Hodenpijl. from Maccasser the Honorable and Respected Sir, Around half past three, the humble undersigned having sent an emissary to the Iongauwa Lisso to ask him about buying a carabao, the same informed me that not only do the Boners and the Macassars cut paddy together throughout the day, and that he also has it on good authority that Datoe Baringong himself in person was in Goa. Moreover, recounting to my emissary that last night, in two troops, each troop about one hundred men strong, being from the King Bole biela in the district of Bontham, and they were also said to have brought in five pikols of powder. Also adding thereto that he had requested Datoe Soppeng to come to him with his people, and he replied very willingly, but however that he did not [illegible] the bullets that he was to expect from him from the comers, because they did not shoot at them. What regarding the sokies I cannot say, but tomorrow evening SanKilang is to marry Datoe Baringang's wife's sister. I nevertheless found myself obliged to communicate the above to Your Honorable Respect. Wherewith I have the honor to remain with all high esteem, below stood: Your Honorable Respect's ready servant. Was signed: J: Dieterich. In the margin: in the army of Goa the 2 Iulij 1777. Lower: P.S. I request Your Honorable Respect to please send a small drum. Below stood: Agrees. Was signed: J J:k P:s HodenPijl. from Maccasser the Translation of a Macassar writing written by the Company's emissary Daing Mandjarekie to the chief interpreter Gerrit Brugman My humble compliments to Your Honor. Furthermore, I make known to Your Honor that those who come here to set fires are to be regarded as nothing other than highwaymen, for as soon as we wish to offer them resistance, they immediately take flight. And we are currently busy reinforcing Glissong, and as far as I can see, Your Honor's Glissong slaves are willing to risk their lives, even if the enemy were two hundred men strong. Furthermore, I also report that since the wife of Craing Glissong departed for Macasser, most on the east side of the river have become dispersed; I am not able to hold them back. Lastly, I make known to Your Honor that the auxiliary troops of Thaine have abandoned me, and I therefore request that I may be provided with an [illegible] flag, so that thereby I may be able to encourage the Glissongers to [illegible], and I therefore request a further order. Below stood: Agrees. Was signed: H:k B:s Hodenpijl. from Maccasser the Translation of a Buginese letter written by the King of Bonij to the Lord Governor After customary greetings and compliments. After receipt of Your Honorable's missive brought by the emissary Pavangie, I opened it, read it, and well understood the contents. I testify thereupon to be very pleased that the post of Maros has been retaken by Datoe Baringang. That the Lord Governor is longing for me, I must also testify that on my part it is no less to see the Lord Governor, but as yet I am not able to do it. Regarding the evildoers, my deputy is there alongside my bodyguards, and as for my friends and allies, they are currently making ready to march to Macasser. Please do not think that Bonij [illegible] of the Honorable Company; that I in person have not yet come out is because my people are not yet assembled, and I have no one to whom I can leave the country. Below stood: Written in Bonij the 26. Junij 777. Thursday. Below stood: Agrees. Was signed: H:k B:s Hodonpijl.

Dutch transcription

463 van Maccasser den Translaa Maccassaarse ge„ schrift geschreeven door den 'S Comp:s Sendeling Damg Mandjareki aan den opper tok Gerrit Brugman Nadat wij ordre van den heer Gouverneur gekree„ gen hadden, zijn wij vertrokken naglisjong met de hulp troupen van taleng, dog voor bij de ne„ gorijen Patalassang en Bonto Canra passeerende, bevonden wij dat en in dezelve geen volk meer waren door dien den gevlugten glavvang aeng z: weg gevoert hadden zonder dat men weet wat voor negorijen dat ze thans zijn voorts dat den vijand van intentie was, geweest om glissong bij ons was, hebben 't' hun voorneemen niet ter uijt voor gebragt: dog wij sijn teegens woordig op onse hoede— wijders maeke almeede bekend dat de Eerste Tomilalang van goa bij mij heeft gezonden, met de bootschap dat vermits hij had vernomen dat ik hier op Glissong met de volkeren van Iaeng gekomen was, om alle de onderdanen te van Maccasser den te zamelen en dat door die verzameling maar sterkte als om ons zelfs in 't vuur te steeken mitsgaders dat 't geene 'er reeds geschied men voor gepasseerde houdende ik heb daer op g'antwoord dat ik niet weet dat de geene die verbrand is weeder leevendig konde worden endat ik mijn zoon„ niets anders versoeke om mij bevoorens te laeten weeten wat dat hij van intentie is om te doen op dat men in staat kunnen wesen om 't geene te doe„ wat god onse horten gelieft te beweegen Laastelijk melde ik almeede dat de vol„ keren van Phain 100 man sterft is onder vier anrong goevoes en die van saurabone bestaan maar in 10. koppen onder aanvoering vande zoon van Crain Tjelalangen verzoeke mits dien om nader ordre te mogen hebben /. /onderstond /. Accordeert /:was geteekend/ H: B: Hodenpijl. 465 van Maccasser den Wel Edele Agtb: Heer Teegens half vier den nedrigen teekenaer een sendeling gesonden hebbende naden Iongau„ wa Lisso, om hem een karbon te koop gevraagt heeft mij denselven laaten weeten dat niet alleen de Bomers met de macassaeren den dag over 't saamen padij Snijden — En dat deselve ook van goeder hand heeft, dat Datoe Baringong selfs in perzoon zal in goa geweest zijn. Nog daar en boven aan mijn sendeling ver„ haalende dat in verleeden nagt, in twee troup„ „pen, ieder troup in de hondert mansterk, sijnde vanden koning Bole biela inde district van Bontham en deselve soude meede inge„ bragt hebben in de vijff Licols kruijk Ook nog daar bij voegende, dat hij aan datoe had Sopping versogt gehad bij hem te komen met sijn volk, deselve tot antwoord gaf, seer gaarne, dog egter dat hij de koegels, die hij bij hem F van Maccasser den hem te verwagten had, niet bij de komers, om dat sij daar op niet schooten wat vander van de sokies kan ik niet seggen dan mor„ gen avond staat sanKilang te trouwen net Da toe Boringang signer vrouwen suster Hebmijn egter verpligt gevonden uw Edele Agtb: het bovenstaande te bedeelen Waar mede d' Eer heb in alle hoogagting te verblijven /:onderstond:/ wel Edele Agtb: dienst bereijden dienaer /:was geteekend:/ J: Diete„ rich /:in marginne:/ in het leger van goa den 2 Iulij 1777. /:lager:/ P: S: versoeke uw Edele Agtb om een tromlein gelieven te senden /:onderstond:/ Accordeert. /:was getekend:/ J J=k P:s HodenPijl. O 467 van Maccasser den Translaat Macassaerse Schrif geschreeven door den s Comp:s Sendeling Daing Mandjarekie aan den oppertolk Ger: rit Brugman Mijne nedrige compliment aan uE voorts maake uEd: bekend dat de geene die hier brand komen Stigter niet anders aante merken zijn dan Sruijkroovers want zodra wij haerlieden tegenstand willen bieden neemen t' aanstonds de vlugt en wij zijn thans bezig om Glissong te versterken en zo als ik zien kan, zijn uEd glisjongse slaeven wil gemoed om haar leeven te waagen, alwaar 't ook dat de vijand twee honderd man Sterk was. voorts van Maccasser den voorts melde ik ook dat zedert de vrouw van Craing glissong na macasser is vertrocken de meesten aan de oostkant van de rivier verstrooijt sijn geraekt, ik ben niet instaat om haerlieden tegen tehouden Laestelijk maake ik uEd bekend dat de hulp troupen van Thaine mij verlaeten hebben, en versoekt dierhalven dat ik met een ver„ steeten vendel mag voorsien worden, op dat daar door in staat kan weesen omde Glissongers tot Regten te en courageeren en versoeke mits dien een nader ordre /:onderstond:/ Accordeert/ /was geteekend:/ H„k B. s Hodenpijl. 469 van Maccasser den Translaat boegeneese Brief Geschreeven door den Koning van Bonij, aan de Heer Gou„ verneur Nagewoone begroeting en Complimenten Na den ontfangst uwer welEd. E missive door den sendeling Pavangie aangebragt, heb ik deselve g'opent ge„ leezen en den inhoud wel verstaan Ik betuijge daarop zeer verblijve te zijn dat de Post maros weder door Datoe Ba„ ringang is overwonnen—. Dat den Heer Gouverneur na mij is ver„ langende, moet ik almeede betuijgen dat van van Maccasser den van mijn kant zulx niet minder is om den Heer Gouverneur te zien edog nog ben ik niet vermogens het tedoen De quaad doenders betreffende, daar toe is mijn stede houder aldaar nevens mijne lijfvolkeren en wat mijne vrienden en Bondgenooten aanbe„ langd die maaken thans kloorigheijd om naer macasser te trekken— Gelieft dog niet te denken dat Bonij van d E: Compagnie dat ik in persoon nog niet buijten komt is, om dat mijne volkeren nog niet versamelt zijn—. en ik niemank hebbe door ik 't land op verlaaten kan /.onderstond:/ Geschreven in Bonij den 26. Junij 777: 8/o donderdag /:onderstond:/ Accordeert. 27 /.was geteekend/ H:k B:s Hodonpijl.

NL-HaNA_1.04.02_3500_0799 view scan ↗

English

from Maccasser the To the Honorable, Respectable Sir The Honorable, Respectable Sir Paulus Godofredus vander voort Governor and Director of this Coast of Celebes Honorable, Respectable Sir, At six o'clock Datoe Soping appeared before me, notifying that he was of the opinion that, before beginning a general attack, the villages of Seerter Singimaijin should first be attacked, as it would be difficult if one were to attack the city of Goa simultaneously, and that once the aforementioned villages were enclosed, we could then choose a good location on which the artillery could best be placed to bombard Goa, as it would be so much easier for us to take Goa, as well as requesting that, whenever he might engage in battle with the enemy, he be provided with sufficient gunpowder and lead, in order to suffer no lack thereof. To the above, I replied nothing else to him than that I would inform Your Honorable Respectable thereof, as I have the honor of doing herewith, and for the rest I take the liberty to sign this with all respect. below stood: Honorable, Respectable Sir, lower: Your Honorable Respectable's ready-to-serve servant, was signed: J:s Dieterich, in the margin: In the camp of Goa, the 6th of July 1777. below stood: Agrees, was signed: H:k B. Hodenpijl! from Maccasser the Honorable, Respectable Sir, Gunpowder and lead have been issued to Datou Sopping in accordance with the contents of Your Honorable Respectable's orders, and furthermore I have the honor to inform Your Honorable Respectable that just now the interpreter of Bonij Montoe came to me, sent by the Madanrang, to request that he might be provided with as much gunpowder and lead as is required for the following muskets, namely: 140 muskets of the Madansang 640 ditto of Datou Baringan 1 ditto of Datoe Soeppa, and 134 ditto of both Arouctmaling and those of his other brothers 150 ditto. Likewise, Lakasie has sent to request gunpowder and lead, but since Mr. Dieterich has testified that he no longer has sufficient gunpowder, I therefore take the liberty of informing Your Honorable Respectable thereof: he has over 400 muskets. While I furthermore have the honor most humbly to request Your Honorable Respectable that both items be sent hither tomorrow, in order to be promptly supplied to them; and for the rest I am with all respect, below stood: Honorable, Respectable Sir, lower: Your Honorable Respectable's very obedient servant, was signed: G:l Brugman, in the margin: In the encampment before Goa, the 8th of July 1777. below stood: Agrees, was signed: H:k B: Hodenpijl. from Maccasser the Valiant, Prudent, Discreet To the Military Captain Johannes Dieterich Having given verbal orders to Ensign Burghof to transfer all the cannons to the great battery in the most convenient order, I hereby give you notice thereof, to the end that a detachment of soldiers be added to each of them pro rata from the battalion, so that with the last one all the militia has also crossed over. Meanwhile, all other officers must be ordered in the most serious manner to keep their platoons closed and in order during the storm or assault, properly engaging the same as soon as they have climbed the rampart. This being accomplished, attention must be paid to the movements of the enemy, to repel them by firing by platoons or otherwise, so that the rampart may thereby be held until an opportunity presents itself to advance inside, for which, however, my orders must first be requested and awaited. These then following, the advance inside must take place in the same order, and great care must be taken both for closing ranks and for maintaining continuous fire by platoons; but above all you must be on your guard against being attacked in the rear, therefore exercising the utmost caution in the advance and paying close attention to whether the enemy does not keep himself concealed in any corners. Considering it one of the principal matters for becoming master of Goa to gain one of the gates of Cronvong or Angang Tene, both situated across from the great battery, particular effort must then be applied thereto, and this being obtained, report must be made thereof as quickly as possible to give the order for the bringing forward of cannons. Should it happen contrary to my wish that one were forced to retreat, this must take place in order, and directly toward our battery, yet in such a way that the front is left open to reach the pursuing enemy with the cannon, so that the battalion, whole or divided, must advance right or left toward the same. The indigenous chiefs, in particular Arou Pantjana, must be urged as much as possible to keep as close as possible to our forces and not disperse their peoples, as has already been recommended to them, and I hope that they will comply, so that we, acting with combined force, may overcome the enemy according to all our wishes, which may God mercifully fulfill. Having deemed it necessary to note the foregoing, while I further rely upon your acquired skill in the matters of war as well as upon your courage and conduct, under the assurance that, after greetings, I remain, below stood: Your willing and affectionate friend, was signed: P: G: van der voort, in the margin: Macasser in Castle Rotterdam, the 9th of July 1777. below stood: Agrees, was signed: Hoden Pijl. from Maccasser the

Dutch transcription

471 van Maccasser den Aan den wel Edelen Agtb: Heer Den wel Edele Agtb: Heer Paulus Godofredus vander voort Gouverneur en Dierecteur dee„ ser Custe celebes Wel Edele Agtb: Heere. Om ses uuren verscheen bij mij datoe soping bekent maakende, dat hij van de gedagten sijnde alvos„ vens men een Generaale attacque te beginnen de Negorijen seerter Singimaijin eerst dien de aangetast te worden, terwijl het beswaar„ lijk soude vallen, als men destad goa gelij„ ker hand attacqueerende, en so wanneer men die bij de voornoemde negorijen al in beslot hadde wij als dan een goede plaats konde uijtkiesen waarop men het geschut het best kon plaatsen, om goa te beschieten, terwijl het so veel te gemakkelijker voor ons soude weesen van Maccasser den weesen om goa in te krijgen mitsgaders versoekende dat wanneer hij als laags met den vijand mogte weesen hem van genoegsaame kruijt en loot te versien, ten eijndom geen gebrek daar aan te hebben— Ik heb hem op het voorschreeven niets anders geantwoord als dat ik aan uw Edele Agtb: daar van soude berigten so als ik de Eere hebbe bij deeser te doen, en voor het overige neemik de vrijheyd deese met alle eerbied te onderschrijven—. /:onderstond:/ wel Edele Agtb: Heer /:lager:/ uw Edele Agtb: diensbereijden dienaer /. -was getek:d/ J:s Dieterich /:in marginne:/ Jn het lager. van goa Den 6 Julij 1777 /. onderstond:/ Accordeert /:was geteekend:/ H:k B. Hodenpijl! 473 van Maccasser den wel Edele Agtb Heer. Aan datou Sopping heeft men nadien inhoud van uwel Edele agtb: ordres het kruijt en Look afgegeven en voorts hebbe d'Eere uwel Edel Agtb: te berig dat zo even bij mij is gekomen de tolk van bonij mon„ toe gezonden door de madanrang om te verzoe„ ken dat hem zo veel kruijk en lood mogte werden verstrekt als voor de on„ dervolgende geweeren benoodigt zijn als. 140. Geweezen van de Madansang „ Datou Baringan 640: _:o 1 Datoe Soeppa, en „ 134 _o zo van Arouctmaling als die van zijne andere broeders 150. _o Insgelijks heeft Lakasie om kruijt en lood late verzoeken maar vermits d' heer Dicterich betuijgd had dat hij geene van Maccasser den geen genoegsaeme kruijt meer heeft: dus neem ik de vrijheid uwel Edele Agtb: daar van kennis te geven: hij heeft over de 400: geweeren Terwijl ik verders d'Eere hebbe uwel Edele Agtb: ootmoedigst: te verzoeken dat het een en ander op morgen herwaards gezonden worde: om spoedig aan harlieden te werden verstrekt: en voor 't overige ben ik niet alle Eerbied /:onderstond:/ wel Edele Agtb Heer:/ la „ger:/ uwel Ed Agtb: zeer gehoorsaeme dienaer /:was getekend:/ G:l Brugman /:in marginne:/ In 't Compement voor goa den 8: ' Iulij 1777. 4 /:onderstond:/ Accordeert /:was geteekend/ H:k B: Modenpijl. 475 van Maccasser den Manhafte, voorsienige Discreete Aan den Capitain Militair Iohannes Dieterich Aan den vendrig Burghof mondeling in man„ daties gegeven hebbende om alle de canons nade groote batterij over tebrengen in de gevoeglijkste ordre, zo geve ik uEd: hier van kennisse, ten eijnde bij ieder van deselve een commando militairen te voegen pro rato van het bataillon, zodat met het laatste ook alle de militie over is Ondertusschen zullen alle andere officieren op het aller ernstigsten moeten worden aanbevo„ len om bij den Storm of aanval hunne pelo„ tens gesloten en in ordre te houden deselve zodra zijden wal beklomme hebben nabehoren vangeerende. Dit volbragt zijnde moet gegeven worden op de van Maccasser d:en de beweginge van de vijand om die door het vuuren met pelattons of andersints aftekee„ ren op dat den wal daar door ingehouden kan worden, tot dat zig e gelegentheid prrsen„ teert om binnen te rucken, waartoe nogthans alvoorens mijne ordre gevraagd en afgewaagt zal dienen te worden — Deeze dan volgende moet het binnen trec„ ken in dezelve ordre geschieden en wel zorge gedragen zo voor het sluijten als dat men met pilattons gesladig vuur kan blijven maken, dog voor al dient uE op hoede te wezen om niet in den rug gevallen te worden, in den opmarch dies„ halven d' aller uijterste omzigtigheijt gebruijkende en wel lettende of den vijand zig niet in eenige hoeken verschoten houd Als een der voornaemste zaken om van goa meester te worden Considereerende dat men een der poorten van Cronvong of Angang Tene beide over de groote batterij gelegen in krijge zal daar op dan ook bijsonder dienen toegelegt en zulks verkreegen zijnde daar van ten spoedigsten moeten worden— va port 477 Van Maccasser den rapport gedaan den ordre te geven— tot het aanvoeren van Canons: Wanneer het tegens mijner wensch gebeuren mogt dat men genoodzaekt was of tetrecken zal zulks in ordre moeten geschieden en wel direct na or„ se batterij dog zo dat het frank open„ gelaten worde om den agter volgende vijand met het Canon te bereiken, zodat het bataillon geheel of verdeelt regts of lings naar dezelve moet aanrucken de Inlandsche hoofden in sonderheijt Arou Pantjana dienen zo veel doen„ lijk aangemaant om zig zo na moge„ lijk bij de onsen te houden en hunne te volkeren met doen verstroijen, zo als hun reets gerecommandeert is en ik: hope dat zij zullen nakomen op dat mendus met vreemder mogt ageerende ten vijand overwinnen mag naar ons alle'z wensch, die god genadig vervulle het het voorenstaande nodig g'acht hebbende te noteeren terwijl ik mij verder op uwEd: verkreegen kundigheijd in de zaken van den oorlog zo wel als op desselfs moed ter beleijt verlate onderbetuijging dat ik nagroete blijve /:onderstond:/ UE. goedwillige en genegen vriend /. was ge tekend:/ P: G: van der voort /: in mar„ ginne Macasser in't Casteel Rotterdam 77 den 9:' Julij 17 /:onderstond: / Accor„ t „teert /:was geteekend./ H oden Pijl. i van Maccasser den

NL-HaNA_1.04.02_3500_0807 view scan ↗

English

479 of Maccasser the Plan for the attack of Goa The day before the attack, Ensign Burghof and Fireworker Holt must transfer this inch-mortar and the cannons from the small batteries, together with the field carriages, to the great battery, beginning therewith when it shall have become dark, and that in the following manner 1st: the mortar 2nd: the four-pounder from the upper Battery 3rd: one of the two-pounders from the battery where Ensign Zacherwits is posted. 4th: Then the three-pounder from the upper battery. 5th: subsequently the two-pounder from the battery of Ensign Zacherwits, and finally. 6th: the two-pounder from the upper battery Having to of Maccasser the All the cannons must be discharged and reloaded before the transfer, and during the transport of the same, a part of the soldiers must be provided for their protection, in such a way that they have all crossed over with the last cannon. On the day of the attack, Ensign Burghof shall have the command of the cannon, while Fireworker Holt remains ordered to throw the bombs. The European militia, having in the meantime formed up on the right side of the great Battery in such a manner that they leave some space for the Natives whom they are to have on the left wing, the Captain-Commandant shall most strictly order all non-commissioned officers to keep their platoons well closed up when making the assault, and as soon as they shall have scaled the wall, to give them the order to remain standing upon the wall until opportunity allows moving inside; for which, however, besides the communication of the occupying of the wall and 481 of Maccasser the and the state of affairs, orders must first be requested and awaited from me; meanwhile firing from the wall by platoons or otherwise should the enemy advance upon it. It goes without saying that otherwise no powder should be wasted unnecessarily. When the order is then given to move inside, the same must again take place in the same manner as has just been said, and close attention must be paid to where the enemy is lingering, so as not to be unexpectedly surprised or surrounded by them; subsequently advancing slowly with platoon fire, through which Goa, as far as the militia is concerned, ought to be conquered. As soon as the cannons, together with the mortar, are transferred in field carriages to the great Battery, which must all be accomplished before four o'clock, the former Pongauwa, the Captain of the Malays, and Craeng ana badjang shall march out at that time from behind Mangassa to Singi maij, in order with of Maccasser the with the break of day to attack the enemy's benting situated there, to put them to flight and to capture the benting. Singi maij having been taken, of which notice must immediately be given to me, they must take post there, so that if the enemies from inside should happen to march out through one of the gates of Kallang or Oedjong Doko, they may attack them again or pursue them. As soon as the Pongauwa has marched out, the volunteer clerks and citizens with their slaves must occupy Malenkeerij, where three iron cannons will be left to deceive the enemy from that side by creating a false alarm and thus facilitate the advance of the Pongauwa; but if they subsequently see an opportunity for it, to make a fiery assault on the gates of Mangassa and scale the wall there, so as to subsequently advance inside with all caution, keeping a watchful eye both upon the wall and observing whether the enemy does not keep hidden in hiding-places, 483 of Maccasser the places, whereby they might cut off the passage to retreat. Of everything, a report must also immediately be made to me and orders requested. Just like the Pongauwa etc. to Singi maij, the Bonians depart at half past four o'clock to Sero to capture the enemy's battery situated there and subsequently post themselves before the gate of Bissie or else overpower the same and advance inside, in order to make an opening from that side for the bringing up of cannon. Meanwhile, the other Native chiefs of the auxiliary troops also leave their bentings to post themselves on the right and left wings of the Europeans in this manner: directly or closest to the right, Arou Pantjana; further, Craeng Labackang and the other northern subjects; on the left, the head interpreter with his subordinates; right there on the left side, the Lieutenant of Maccasser the Lieutenant of the Malays, and subsequently on the left hand of the great battery, the Datoe of Sopping, who thus with his people forms the left wing; having therefore on the march out to join with the others, after which the firing of the cannons shall be arranged. The advance must begin from the right wing, but in such a way that an even front is maintained until the wall shall be reached, when Arou Pantjana with his men shall scale the same simultaneously with the Europeans, and likewise all those who stand on their left wing, the Europeans thus remaining in front in the center. The Native chiefs, having the same that is strictly commended to the soldiers, shall consequently have to take care that their people do not come to scatter nor run blindly at it, but remain with the Europeans in order to master either the Gate of Boang Langit or that of Coerongong (between which the attack must take place at the location that shows the best opportunity upon approaching the wall) and

Dutch transcription

479 van Maccasser den Aan tot de attaque van Goa Daags voor dattacque zullen den vendrig Burg„ hof en vuurwerker Holt deses duijmer mor„ tier en de Canons van de kleene Batterijen— nevens de veld wagens moeten overbrengen na de groote batterij daar meede beginnende wanneer het donker zal geworden zijnen zulks in volgender voegen 1:e de mortier 2:e ten vier ponden van de boven Batterij 3:e een der twee ponder van debatterij daer den vendrig Zacherwits gesposteerd staat. 4: Dan den drie ponden van de boven bat„ terij. 5: vervolgens den twee ponden van de bat„ : „terij van vendrig Lacherwits, en eijndelijk. 6: den twee Ponden van de boven bat terije Moetende Maccasser den van Moetende alle de canons voor het over„ brengen gelast en weeder geladen mitsgaders bij het transporteeren van deselve een gedeel te van de militairen tot bedecking derzel ve meede gegeven worden, zodanig dat desel„ ve met het laatste Canon alle over zijn Ten dage van dattacque zal den vendrig Burghof de directie hebben van het Canon den vuurwerker Holt het werpen der bom„ men bevolen blijvende D' Europeese militie zig inmiddens geschaart hebbende aande regter zijde van de groote Batterij zoda„ nig dat zeenige plaats overlaeten voor de Inlanders die zij op den Linker vleu„ gel moeten krijgen zal der Capitain Com„ mandant alle onder officieren op het al„ ler ernstigste moeten Remandeeren om hunne pelotans bij het doen van den aanval wel geslooten te houden en zodra zij den wal zullen beklommen hebben dezelve in ordoe te van geeven om zo op den wal staan te blijven tot de gele„ gentheijd toelaat om binnen te trecken„ waar toe nogthans nevens de Communica„ tie van het betrecken van den wal ende 481 van Maccasser den ende gesteldheijd van zaeken alvoorens ordre van mij gevraagd en afgewagt zal moeten worden intusschen van de wal met pelatons of an dersints vuurende wanneer den vijant daar op afkomen mogt Spreekende het van selfs dat men andersints geen onnodig kruyjk behoord te verspillen —. Wanneer dan ordre gegeven word om na binnen te trecken moet het zelve weeder op deselve wijze als zo even gesegt is ge„ schieden en wel gelet worden waarden vijand zig onthout om niet onversints door den zelven overvallen of ingeslooten te worden vervolgens langsaam met Pelotons vuur voort marcheerende waar door goa wat de militie betreft diend te worden over„ wonnen. Zo dra de Canons nevens den mortier in veldwagens na de groote Batterij zijn over„ gebragt het geen alles voor vier uuren diend bezorgt te zijn, trecken den ge„ weesen Pongauwa de Capitein der maleijers en Craceng ana badjang op dien tijd uijt agter Mangassa na Pongi maij om met van Maccasser den met het aanbreeken vanden dag de aldaer leggende benting der vijanden 't attacquura„ deselve op de vlugt te drijven ende bonting in te neemen Singi maij overnoomen zijnde waarvan aan stonds kennisse aan mij sal dienen teworden gegeven moeten zij aldaar post vatten om wanneer de vijanden van binnen door een der poortier van Kallang of oedJong Doko mogten komen uijt te trecken de selve weder aan te vallen of te agtervolgen. zodra den Pongauwa uijtgerukt is zullen de vrijwillige Pennisten en burgers met hunne slavjen Malenkeerij moeten betrec ken daar drie ijsere Canons gelaten zullen worden om den vijand van die zijde door het maeken van een loose alarm t'abu„ „seeren en dus den op marsch van den Pongauwa te faciliteeren dog wanneer zij daar toe vervolgens kans zien een vuurige aanval op de poorten van Man„ gassa te doen en aldaar den wal te beklimmen om vervolgens met alle onzigtighijt binnen krucken, een waak„ saam ook zo wel op den wal houdende als toezinde of den vijand sig niet in schul„ hoeken, 483 van Maccasser den hoeken verborgen houde, waardoor hij de passagie zoude kunnen afstuijten om te retireeren — van alles zal ook aanstonds aan mij rapport gedaan en ordre moeten gevraagd worden— Even als den Pongouwa enz: na tingi man, vertrekken de boniers ten half fo 7 vijf uuren na Sero om de daar gelegene batterij van den vijand in teneemen en zig vervolgens voor de poort van Bissie te poskeeren dan wel deselve t overweldigen en na binnen te rucken, ten eijnde van die zeijde een opennng temaken tot het aan„ voeren van Canon al Onderwijlen verlaten ook hunne bentings de verdere Inlandsche hoofden der hulp troupen om zig te posteeren aan de regter en linker vleugel der Eu„ ropeesen in deser voegen. Direct of aller naast aan den vegter Arou Panthana vergens Craeng Labackang en de ver dere noorden onderdanen aandelin„ ker den oppertolk net zijne onderhoe„ vige daar wask ter linker zijde den # lieutenant „1 van Maccasser den lieutenant der maleijers. en vervolgens van den linker hand van de groete batterij den Datoe van Popping die dus met zijne den linker vleugel uijtmaekt moetende dierhalven bij den uijtmarsch zig met d' overigen confungeeren waarna het vuuren der Canons zal worden geschikt. De opmarsch moet beginnen vanden regter vleugel dog zodat een equaal fronk ge„ „ houden word tot dat den wal sal bereijkt zijn wanneer Arou Pantjana met de zijne deselve beklimmen tegelijk met d' Eurs peesen en voorts als alle die op hun linker vleugels staan d' Europeesen dus in fronk in het midden blijvende. De Inlandsche hoofden het zelve hebben dat den militairen ernstig word aan be„ voolen. zullen gevolgelijk hebben zorge te dragen dat hun volk zig met kome te verstroijen nog blindelings 'er op afte lopen maar om bij de Europeesen te blijven om zig of van de Poort van Boang Langit dan wel die van Coerongong /:intusschen de welke dan aanval moet geschieden ter plaatse daar bij d' aannaderen van den wal de beste gelegentheijd vertoond:/ meester en

NL-HaNA_1.04.02_3500_0813 view scan ↗

English

of Maccasser the and to open the same in order to bring cannon inside through it, wherefore, one of the gates being taken, notice thereof must be given to me with the utmost speed. A good half hour before the attack begins, Ensign Burghof and Fireworker Holt will have to proceed with cannonading and bombarding in the first instance, mainly at that place where the same must take place, and subsequently on either side of the troops, so as to drive the enemy from the wall and facilitate the scaling thereof by our men. However much I hope, under God's blessing, for a happy success of the entire undertaking from a good execution of all the aforesaid, it is nevertheless certain that the same may fail; therefore prudence requires that, by being prepared for it, one also prescribes as much as possible the orders for a regular retreat or withdrawal, one of the most principal points of the whole war, upon which one often reflects with more honor than when it is a battle. Wherefore I must further add here that in case one might be forced to take flight, such must take place toward the right or left side of the grand battery, and especially by our soldiers in as good order as will be possible, leaving the front of the same free so as, if necessary, to drive back those pursuing by cannon and to bring our men back into a state of defense. Beneath stood: Maccasser in Castle Rotterdam, the first of July 1777. Was signed: P. G. van der Voort. Beneath stood: Agrees. Was signed: H. B. Hodenpijl. 487 of Maccasser the Right Honorable Grand Respected Sir, The orders of Your Right Honorable regarding the attempts to retrieve the fallen Corporal Schaeffer by night from under the wall of Goa have been punctually executed; yet the men commanded for that purpose could not find him, and it was seen from the grand battery that a multitude of enemies were busy at the place where the Corporal was killed, dragging something up the wall, so that to all thinking they will have brought him inside. Brugman having consulted yesterday evening with the Pongawa and Arou Pantjana, the result thereof was that they approved taking Tingi maeng on Monday morning, then without the use of Europeans, who would merely show themselves at that time as if they intended to attack the gate of Bolangik. The Bone-men would at the same time make another attack on the gate of Bisse. Having conquered Tingi maeng, one could then bring the artillery pieces thither and make further preparations. Yesterday evening the three ammunition wagons and the six-inch mortar were brought back to us; today the other pieces that previously stood here will also follow, requesting Your Right Honorable's approval to know whether I shall withdraw all pieces from the grand battery, or leave there for some time such as stood there previously. Killed are no more than three men, to wit one Corporal and two privates, and five privates wounded. My provision of rice being sufficient only until tomorrow evening, I request Your Right Honorable to be pleased to supply me with more tomorrow morning; I shall otherwise take care that there are always buffaloes in stock for the men. The fireworker received his requisition with the peasant wagon; yet four barrels of coarse gunpowder also came along, which he says he did not requisition and also cannot use, any more than other native chiefs, seeing that the gunpowder is not filled into cartridges but lies loose in the barrels; therefore I shall send the same back again in the evening with the peasant wagon. There will also be sent with the same all such weapons as were found unfit this morning upon the cleaning thereof, together with a list of what was lost yesterday and consequently is missing. I also have the honor to be with the deepest respect, Beneath stood: Right Honorable Grand Respected Sir, Lower: Your Right Honorable Grand Respected's very humble and obedient servant, Was signed: W. van Burghoff. In the margin: In the siege before Goa the 11th July 1777. Beneath stood: Agrees. Was signed: H. B. Hodenpijl. of Maccasser the 491 of Maccasser the Translation of Malay Letter written by the King of Dompo, Abaul Rachman, and his grandees of the realm to the Right Honorable Governor and Council at Maccasser. After ordinary compliments. We make known by this that we have very well received the letter with which the Governor and Council have been pleased to favor us, and having opened and read the same, we see from its contents that a very great difficulty had arisen there, caused by a vagabond who is stirring up unrest here and there, pretending to be the person of the King of Goa banished to Ceylon, over which we all have become very astonished and alarmed, on which account we quickly sent over Bumi Loana Radja Sanaij

Dutch transcription

485 van Maccasser den en deselve open temaken ten eijnde daar door canon na binnen te brengen, weshalven een der Poorten ingenomen zijnde daar van ten allerspoedigsten aan mij moet kennis„ se gegaven worden— be Een groothalf uur voor dat den aanvalbe„ gint zullen den vendrig Burghof en vuur„ werker Holt aan het Cannoneeren en bom„ bardeeren moeten gaan ter eersten instantie voornamentlijk op die plaats daar desel„ ve geschieden moet en vervolgens aan wederzijde van den troupen om de vijan„ den dus van den wal te verdrijven en het beklimmen van die d' onse te facilie„ teeren. Hoe zeer ik van een goede opvolging van alle het voorsz: onder godes zegen een geluckig Succes van de gantsche— onderneming verhoope is het nogthans zeeker dat dezelve mislucken daar om vereijscht de voorsigtigheijt dat men door op vordagt zijnde ook zo veel mo„ gelijk ordre voorschrijve tot een gero„ guleerde retirade of aftrek, een van de allen . - van Maccasser der aller voornaemste poincten van den geheelen oorlog waarop veeltijds met eer gedagt word dan wanneer het betaal is. weshalven ik hier dan nog moet bijvoege„ dat ingevalle men genoodsaakt mogt worden om de vlugt teneemen zulks moet ge„ schieden na de regter of linker zijde van de groote batterij en zulks in sondertuijt door onse militairen in zogoede, ordre als mogelijk sal weesen het front van de„ selve vrijlatende om des noodig de agter volgende door het Canon terug te drijven en de onse weder in ordre van de fensiete brengen. /:onderstond:/ maccasser In't Casteel Rotterdam den Eersten Iulij 1777. /:was ge„ teekend:/ P: G: van der voort /: onderstond:/ Accordeert :/ was geteekend:/ H: B: HodenPijl. 487 van Maccasser den Wel Edele Groot Agtb=r Heere De ordres van uwel Edele Agtb: ten op zigke van de Pogingen om den gesneuvelde„ Corporael Schaeffer bij der magt onder de van goa weg te halen zijn nauwkeurig opgevolgt; toe hebben de daar toe gecommon„ deerde manschappen denzelven niet vin„ den kunnen, en men heeft uijt de grote batterij gezien dat 'er eene meenigte van vijanden daar ter plaatze waar de Corporaal omtrent gesneuvelt is, bezig geweest waar met iets de wal op te sleepen zoo dat zij heer na alle gedag„ ten zullen hebben binnen gehaalt. Brugman met den Pongauw en Arou Pantjana, gisteren avond geraad pleegt heb„ bende van Maccasser den bende is het resultaat daar van geweest: dat zij het goed keurden den maendag morgen Finge maenen weg te neemen, toen zonder ge„ bruik van Europeesen dewelke slegts op dien tijd zig quansins zouden vertonen, als of zij de poort van Bolangik wilde„ attaqueeren. De Boniers zouden op den zelfden tijd we„ derom een aanval op de poort van Biss= doen— Tingi maeng overwonnen hebbende zoude men als dan de stukken daar toe brengen en verderen toestal maaken kunnen. Gisteren avond zijnde de drie ammunitie wagens en de ses duijmer mortier weder„ om bij ons gebragt, zullenden heden de andere stukken die bevorens hier gestaen hebben ook navolgen, verzoekende uwel Edele Agtb: goed keuring te moogen wee„ ten, of ik alle stukken vande groote batterij zal intrekken, dan wel de zodanige nog voor eenigen tijd daerlaten die 'er bevoorens hebben gestaan—. ge„ sneuvelt zijn niet meer als drie man te weeten een Corporael en twee gemeenen en vijf gemeene gequetst. mijne provisie aan 489 van Maccasser den aan rijst slegts tot morgen avond toevij„ kende, verzoeke ik uwel Edele Agtb: mij morgen ochtend met meerderen te willen verzien; zullende overigens zor„ gedragen dat er altijd buffels voor het volk in voorraad zijn. De vuurwerker heeft zijnen eijsch met de boere wagen ontfangen; tog zijn vier vaten grof kruijd meede gekomen die hij zeijd van niet te hebben g'eijscht, en ook niet te kunnen gebruiken, zoo min als andere inlandse hoofden gemerkt het kruijd in geen kardoosen is gevult maar blook in de vaten legd: daarom zal ik deszelve op den avond met de broer wagen wederom terug zenden—: ook zullen met den zelven overkomen alle zodanige wapens dewelke deezen morgen bij 't schoon maken derzelve zijn onbequaam bevonden, nevens een lijst van 't geen gisteren verlooren ge„ „gaan en bij gevolgd manqueerende is. ook heb de eere met den diepsten ontzachte zijn zijn /:onderstond:/ wel Edele Groot Agtb: Heere /:lager:/ uwel Edele groot Agtb: zeer nedrige en gehoorzaeme Dienaer /:was getekend:/ W: van Burghoff /:in marginne:/ in 't beleg voor goa den 1777: /:onderstond:/ Accordeert 11. Julij /:was geteekend:/ H: B: Hodenpijl van Macasser den 491 van Maccasser den Translaat Maleijdsche Brief geschreven door den ko„ ning van Dompo Abaul Rachman en zijne Rijksgroo„ ten aan de wel Edele Achtb: Heer Gouverneur en Raad te Maccasser. Na ordinaire Compliment. Maeken wij bij deesen bekend dat wij den brief waar meede de Heer Gouverneur en Raad ons hebben gelieven toeteschiecken, zeer wel ontfangen en deselve g'epend: ge„ leesen hebben ziende wij uit dies inhoud dat aldaer een zeer groote Swarigheijd was ontstaande veroorsaakt door een swerver die hier en daar mogelijk heden maakt, met zig uijt tegeeve voor„ den persoon van de na Ceijlon gerelegeerde koning van Goa, waar over wij alle zeer verwonderd en verschrikt geworden zijn uijt welken hoofde zonder wij os spoediglijk over bomie Loana Ra„ Sanaij

NL-HaNA_1.04.02_3500_0820 view scan ↗

English

from Makassar the Sanaij, Doem Panangkavang, and Boemie Iare Tjangkar, together with their subordinates, in order to appear before the Honorable Governor and Council as well as to obey the order and the command concerning this, while all of us, and each of us in particular, on the land of Dompo, both old and young, great and small, day and night pray to the Almighty God that it may please Him to graciously put an end to this evil plague. Furthermore, regarding the order given to us by the Honorable Governor and Council to relocate the lodge on Bima according to their desires, it serves that we are very inclined and willing to assist therein, we merely await the further Commandant to put this into effect. Written on the land of Dompo on Friday the 21st of the month Djoumadulawal in the year after the flight of the Prophet Machometh 1191. Agrees. Was signed: H: B: HodenPijl 493 from Makassar the To the Right Honorable Worshipful Lord Paulus Godofredus van der Voort, Governor and Director of this Coast of Celebes, together with the Council. Right Honorable Worshipful Lord, Yesterday, via Doelecomba, your Right Honorable Worships' highly respected letters of the first of this month were safely delivered to me, and from them I noted the safe arrival of my successive dispatches of the 1st, 2nd, and 19th, except for that of the 12th of June per the vessel of the Regent of Batang Mata, which, as I mentioned to your Right Honorable Worships in my humble dispatch of the 19th, has already sailed toward the coast along with the other northern regents' vessels. On which occasion the vessel and people of the Bonto Bangors, after they had been provided with another chief from Makassar the chief named Glarrang Ritanga, I likewise had depart immediately, giving no credit whatsoever to the reported encounter, much less detaining them, while from the beginning, after the receipt of your Right Honorable Worships' respected orders by letters of the 13th of May, not knowing that I was negligent therein, I continually urged them to a swift departure, as your Right Honorable Worships may favorably observe from the dates of their letters of conveyance and passes, which are granted to each vessel as soon as they declare to be ready to depart. Further, I have the honor to inform your Right Honorable Worships that yesterday the regent of Bonto Boroes informed me that the vessel and people with Bonto Boroes subjects, having arrived before the negorij more than ten days ago, were immediately dispatched again by his deputy; however, fearing that they might not arrive properly, he has now again fitted out a vessel with men, which will depart from here one of these days. Furthermore, 495 from Makassar the Furthermore, that the messenger of the regent of Batang Mata, who was sent to await the passing ships at the Boeseroens islands, arrived here today, reporting that six sloops, both one- and two-masted, had already passed there, with one of the last-mentioned a certain burgher having spoken, and who is said to have stated that the ships will possibly depart somewhat late in this month from the east, which were delayed because an English ship had been seen there. I have again ordered the aforementioned messenger to return to the said island; likewise, the draftsman will not fail, with the decline of this east monsoon, to have the remaining cannons, anchors, and whatever else may be obtained from the wreck of the ship Blijswijk fished up. Herewith enclosed is the receipt and the valid monthly muster roll of the monthly wages disbursed under ultimo June to the servants stationed here, wherewith wherewith, Right Honorable Worshipful Lord and Lords, I conclude, commending your Right Honorable Worships' precious persons, together with the Company's weighty, important interests, to God's safe keeping, while with all respect I name myself, Right Honorable Worshipful Lord, your Right Honorable Worships' humble and obedient servant. Was signed: Ian Hendrik Voll Junior. In the margin: Saleijer, in the Honourable Company's fortress, the 11th of July 1776. Agrees. Was signed: H: B: Hodenpijl. from Makassar the 497 from Makassar the To the Right Honorable Worshipful Lord Paulus Godofredus van der Voort, Governor and Director of this Coast of Celebes, together with the Council. Right Honorable Worshipful Lord, My humble dispatch to your Right Honorable Worships of the 11th of this month, sent via Boelecomba, a duplicate of which is enclosed herewith, and principally let this also serve as an escort for the men promised by the regent of from Makassar the of Bonto Boroes under the supervision of the Anack Craing named Lariang. Furthermore, it serves to inform your Right Honorable Worships that the day before yesterday the Pongo, through her Pongauwa, informed me that a messenger from Glarrang Ritanga, who had long since departed from here as head over the subjects of that land, had arrived. This messenger came expressly, and upon my questioning testified that already ten days ago on Topo Iawa, where he was put ashore, he had been ordered by the aforementioned Glarrang to turn back to inform the regent that she need not be concerned about the enemy, but can rest easy, and that he, Glarrang, had continued his voyage, as well as on that same day, together with the vessels of Mare Boekit, Batang Mata, and Tanette, to Makassar. Whereupon I, with expressions of thanks for this notification, informed the Bonto Bango that the conduct of the aforementioned Glarrang Ritanga was entirely contrary to the intention of

Dutch transcription

van Maccasser den Sanaij. Doem Panangkavang en Boemie Iare Tjangkar nevens haere onderhorige om zo wel voor den Heer Gouverneur en Raad te verschijnen als om de ordre en 't bevel dien aangaande te obedieeren, terwijl wij alle en een ieder van ons in't bijsonder, op 't land van Dompo, zo oud als Jong groot en kleyne, dog en nagt den allerhoogsteegod bidden dat 't hem dog behoegen mag die guade plage genodig te doen ophouden— Voorts omtrend d' ordre van den heer Gou„ verneur en raad aan ons gegeven, om volgens derselver begeerten de logie op Bima te willen doen verplaatsen zo diend dat wij zeer genegen en bereidwillig zijn om daartoe behulpsaam te weesen blijvende w' alleen nader Commandant afwagten, om zulks werkstellig te maaken — /:onderstond:/ geschreeven op 't land van Dompo op vrijdag den 21: van demaend Djou madulawal in 't Jaer nade vlugt vande Prophees Machometh 1191: /:onderstond:/ Accordeert /:was geteekend: H: B: HodenPijl 493 van Maccasser den Aan den wel Edele Agtb: Heere Paulus Godofredus van der voort= Gouverneur en Directeur deser custe celebes nevens den Raad. Wel Edele Agtbaaren Heere Op gisteren sijn mij over Doelecomba seer wel ter hand gebragt uwel Edele Agtbaare veel gerespecteerde letteren van den eersten deser en daar uijt ontwaard de behoude overkomst mijner Successive afgesondene van den 1: 2: en 19. Excpto van den 12: Junij per 't vaar„ tuijg van de Regenk van batang Mata dewelke so als ik uwel Edele Agtbaare bij mij onderdanige van den 19: gemelt heb„ be, nevens de andere noorder regents vaar„ tuijgen reets naar Costij sijn gestevend bij welke gelegentheijd 't vaartuijgen volk der bonto bangors, na datse van een ander hoofd van Maccasser den hoofd genaamt glarrang Ritanga zijn voor zien geweest, ten eerste mede hebbe late ver trekken, en geensints aan de opgegevene ont„ moeting geloof geslagen, veel minder hun aangehouden terwijl van den beginne nade„ _o ontfangst van uwel Edele Agtbaare gerespecteerde ordres bij letteren vanden 13. meij niet wetende daar in nalatig ben geweest om hun telkens tot 't schielijk vertrek aante spooren, gelijk uwel Edele Agtb: bij de datums van hunne geleijde brieven en passen 't geen aan ieder vaartuijg Lo se betuijge klaer tewesen om te kunne vertrekken, werd verleend, gunstiglyk sal kunnen b'oogen —. verders d' Eere hebbe uwel Edele Agtb: ter kennisse te dienen dat op gisteren de regent van Bonto Boroes mij heeft late weten 't vaartuijg en volk met bonto boroes onderdaenen nu ruijm tien dagen gelede te sijn voorde Negorij was aangekomen, door des selfs steede houden ten eersten weder heeft late vertrekken, egter bevreest zijnde, niet te regt soude kome, thans weder een vaartuijg met volk uijtgerust: die eerst daags van hier sal vertrek„ ken„ voorts 495 van Maccasser den Voorts dat de sendeling vande regent van batang mata die ter afwagting der voor bij komende scheepen bij de boeseroens eijlanden sijn Gesonden, op heden alhier aange komen, berigtende dat er Ses so wel een als twee maste Chialoupen, reets aldaer waeren gepasseert met welk een der laast gem: seker burger wesende, heeft gesproken en soudde gesegt hebben dat de scheepen mogelijk wat laet in deese maend van de oost zal vertrekken wat laet in deese maend van de oost zal vertrek„ ken die aangehouden werd, vermits aldaer een engelsche schip was gesien geworden scheb ik voorsz: sendeking weder g'ordonneert nagem: eijland te vertrekken, desgelijks zal den tekenaer niet manqueeren om met het korteeren, van dese oostmousen den resteerende Canons, ankers, en het geen ver„ der uijt het wrak van het schip Blijs wijk te bekomen zal zijn op te laten vissen. Hier nevens gaat bij deese ingeslotene de quitantie goede maande roll vande onder ult=o Junij aan de alhier bescheijdene Dienaeren verstrekte maandgelden waer Waer meede u wel Edele Agtbaere Heere en Heeren dese bekorte na uwel Edele Agtbare dierbare Personen nevens 'sComp: swaare wigtige belangens in godes veijlige hoede beveelen, terwijl ik met alle eer bied noemen /:onderstond:/ wel Edele Agt„ ban„ Heere /:lager:/ uwel Edele Agtb: onderdaenige en gehoorsaeme Dienaar /:was geteekend:/ Ian hendrik voll Junior /:in marginne:/ Saleijer JnsE Comp vesting den 11 ' Julij 177 C: /:onderstond:/ Accordeert /:was geteekend/ H: den pijl. B: Mo van Maccasser den 497 van Macasser den Aan den wel Edele Agtb: Heere Paulus Godof redus van der Voort Gouverneur en Directeur deser Custe Celebes nevens Den Raad Wel Edele Agtbaaren Heere Mijne onderdanige aan uwel Edele Agtbaare van den 11:' deser over Boelecom„ ba afgesonden, welkers dupplicaat hier nevens, en principael deese meede late dienen ten geleijde van de door de regent van d van Maccasser den van Donto Boroes beloofde man„ schappen onder opzigt vanden Anack Craing genaemt Lariang. voorts dient uwel Edele Agtbaare ter kennisse dat eergisteren de Pongo mij door haere Pongauwa heeft laten weten dat een sendeling van glarrang Ritanga, dewelke als hoofd over de onderdaanen van dat land overlang van hier vertrokken was aangekomen welke sendeling Ex 6„ pres meede het komen dewelke op mijn afvraging betuijgende, nu reeds tien da„ „gen gelede door gem: glarrang op Topo Iawa, alwaar hij aanland wierd over„ geset, geordonneert terug te keeren omde regent tinne bekent te maken, dat zij over de vijand met behoefde bereets maar gerust kan wesen, en dat hij glar„ rang zijne Rheijze gelijk ook dien selfden dag nevens de vaartuijgen van Mare boekit Batang Mata Tanette na maccasser heeft vervordert waar op ik de Bonto Bango onder dank betuijging voordies bekent making liet weten, dat het gedrag van voorsz: glarrang Ritanga gants tegens de intentie van 6

NL-HaNA_1.04.02_3500_0827 view scan ↗

English

from Maccasser the since it appears that this dispatch was done more for her interests than for the Company's interests, and therefore may expect the displeasure of Your Honorable Esteemed. Furthermore, most humbly begging to be honored with Your Honorable Esteemed's order whether the draftsman may come up in the coming month of October alongside the Saleijareesen, or whether he must remain at his Residency. With which, Honorable Esteemed Sir and Sirs, I shall conclude this with a prayer that the Almighty may take Your Honorable Esteemed's precious Persons alongside the Honorable Company's weighty enterprise into safe protection, while remaining with all due respect, Honorable Esteemed Sirs, of Your Honorable Esteemed the most obedient, from Macasser the Your Honorable Esteemed's faithful and obedient servant, was signed: Ian Hendrik Voll Junior. In the margin: Saleijer In the Honorable Company's fortress the 17th of July Anno 1777. No: Below: Agreed, was signed: H: B: Hodenpijl. from Maccasser the To the Right Honorable Sir, The Right Honorable Sir Paulus Godofredus van der Voort, Governor and Director of this coast of Celebes. Right Honorable Sir, The promotion among the military has provisionally taken place this morning, according to the approval of Your Honorable Esteemed conveyed to me by Mr. Brugman, namely: the Adjutant as officer, Sergeant Heijtsman as adjutant, Corporal Mohring as sergeant, and Painter's mate Olivier as Corporal. Together with this, two sick soldiers are again being sent over who are suffering from fevers. The reason why this happens so frequently and unexpectedly, Your Honorable Esteemed may please trace to the fact that, out of fear of being sent away, the men conceal their illnesses so long from Maccasser the so long, until they get into such a state that they are utterly unfit for their duty, and consequently must immediately be sent away. The housing for the military in the Bugis benting was prepared yesterday, and indeed in such a way that they are now well accommodated. Corporal Staf, serving as provisional sergeant on the large battery, lost his cutlass yesterday in a state of drunkenness, and seeing that I would gladly withhold corporal punishment for as long as possible, I request Your Honorable Esteemed rather to have his pay account debited for this cutlass as a punishment, and to have another sent back in his place. Furthermore, a private soldier had the misfortune this morning, due to the slipperiness from the rain, of having fallen and having broken the blade of his cutlass, which I hereby send over as well, and request another in his place. One of the locks sent over yesterday has also already become unfit, specifically upon the first time the lock was opened; such good quality do the master craftsmen supply over here. I have the honor to remain with the deepest respect, Right Honorable Sir, Your Honorable Esteemed's humble and lowly servant, was signed: W: van Burghoff. In the margin: In the headquarters before Goa, the 20th of July 1777. The Madanrang sent word yesterday evening that cartridges were being sold on Thain by natives, three pieces for a dubbeltje, giving us sufficiently to understand that it was done by Lakasie's people, yet without naming him. Below: Agreed, was signed: Hendrik Jan Hodenpijl. Maccasser the from Right Honorable Sir, Sergeant Leschbach having been so drunk yesterday evening that he could not take his turn of duty on patrol, and consequently was not fit for his duty, I judged it necessary rather to send him away quietly, just as I did not even let him know that I would send him away as punishable, but merely ordered him to deliver these letters to Your Honorable Esteemed. I would still have shown consideration toward him had I not already on so many occasions severely rebuked him about his drunkenness and threatened that I would send him away, and if he had only still remained fit for his duty; requesting nevertheless that Your Honorable Esteemed may please still pardon him by merely rebuking him sharply by word of mouth and having him perform his duty at Maccasser, requesting Sergeant Kinzing back in his place. Yesterday evening I had someone with me who had been sent out from Maccasser the who had been sent out to spy on the Bugis a little, recounting to me that the chiefs had assembled at the Madarang toward evening, and that he had also been present in their meeting, having heard the decision which the Madanrang with all his chiefs had unanimously taken, consisting in that after six days of delay they would declare themselves ready for a new attack, and that a party of their forces would march around behind Goa, to attack Tingimoi from the east side, when ours would get underway from the west side. Having learned this in such a roundabout way, I did not wish to fail to inform Your Honorable Esteemed of it, and will around noon today send to ask the Madanrang what decision he has reached with his chiefs, and what report we may safely cause to be made to Your Honorable Esteemed in this regard. I have the honor to be with the deepest respect, Right Honorable Sir, Your Honorable Esteemed's humble and lowly servant, was signed: W: van Burghoff. In the margin: In the headquarters before Goa, the 27th of July 1777. Below: Agreed, was signed: Hendrik B: Hodenpijl.

Dutch transcription

499 van Maccasser den mits t' schijnt dat die versending, meer om haer, als om 's Comp:s be„ langen was geschied, dierhalven 't on„ genoegen van uwel Edele Agtbare kan verwagten verders op 't aller ootmoedigst sme„ kende om met uwel Edele Agtbare order vereerd te werden off den tekenaer in de aanstaande maand october nevens de Saleijereesen meede sal moge op ko„ men, dan wel op zijn Residentie te moeten blijven —. Waarmeede wel Edele Agtbaaren Heere en Heeren, deese zal sluijten met beede e den Almogende uwel Edele Agtbare dierbaare Persoonen nevens 'S Ed: Comp:s wigtige om„ meslag in veijlige beschutting wil nemen, terwijl met alle Schuldig Eerbied verblijven /:onderstond:/ wel Edele Agtbaren Heere /:lager:/ van uwel Edele Agtbare temeer ver uwele F van Macasser den uwel Edele Agtbaren Trouwschuldige en gehoorsame Dienaar /:was getee„ kend:/ Ian Hendrik voll Junior /:in marginne :/ Saleijer In 'SE Comp: 77. vesting den 17:' Iulij Anno 177 No: /:onderstond:/ Accordeert /:was getee„ kend:/ H: B: Hodenpijl. 501 van Maccasser den Aan den wel Edelen groot Agtb: heere Den wel Edelen groot Agtbaaren Heere Paulus Godofredus van der Voort Gouverneur en Directeur dee„ ser custe celebes Wel Edele Groot Agtb:r Heere De bevordering onder de militairen is vol„ gens goedkeuring van uwel Edele Agtb door den Heer Brugman aan mij gebootschap, heden ochtend provisioneel geschied te weeten, den Adjudank als offi cier sergeant Heijtsman als adjudank, corporaal Mohring als ser„ „gant en Schilder gast olivier als Corporael. Sevens gaan wederom twee zieke sol„ taaten over dewelke aankoortsen laboree„ ven de reden waarom dit zoo dikwils en onverwagts geschied, gelieft uwel Edele Agtbare daarin na te speuren, dat de menschen uijt bevreestheijd van op„ gezonden teworden, hunne ziektens zoo lang van Maccasser den lang verswijgen, tot zij in soodanigen staat gerzaken, dat zij finaal tot haar dienst onbe„ quaam zijn, en bij gevolg terstont moeten opgezonden worden—. De behuizing voor de militairen inde boegina„ se benting is gisteren gemaakt, en wel zodanig dat zij het thans wel hebben— De corporaal staf op de groote batterij dienst doende als provisioneel sergeant heeft geesteren zijnen houwer in dronkenschap verlooren en ge„ merkt is delijflijke straffen gaarne zoolang als mogelijk wilde inhouden versoeke ik uwel Edele Agtbr: hem liever tot straffe des„ selfs soldij reekening voor desen kouwer„ telaten belasten, en een ander in zijn plaets wederom telaaten terug gaan voorts heeft een gemeene soldaat heden morgen het ongeluk gehad, door de gladdigheijd van den Regen„ te zijn gevallen en het lemmet van zijnen hou„ war te hebben gebrooken, die ik hier meede over zende, en een ander in zijn plaats verzoeken Een van dit gisteren overgesondene slooten ik ook reets onbequaam geraakt en wel te weeten bijde eerste reijse dat het slot open gedaan wierd zodanig goed bezorgen de baazen hier natoe. Ik heb de Eere met den diepsten ontzagh te verblijven /:onderstond:/ wel Edele groot Agtb: heer /:lager:/ uwel Edele Agtb: ootmoedigen en ne„ drigen dienaar /:was geetekend:/ W: van Burg hoff /:in margine:/ In'thoofd quartier voor goa den 20: Julij 1777. de Madanrang heeft gisteren avond laten weeten dat 'er op Thain door inlanders patronen, drie pees voor een dubbeltje verkogt wierden, ons genoegsaem te verstaan geezonde dat het door Lakasie zijn volk geschiede tog zonder hem te noemen /:onderstond:/ Accordeert /:was getekend/ H:k J: HodenPijl 503 Maccasser den van Wel Edele Groot Agtbaare Heere Den sergeant Leschbach gisteren avond zodanig dronken geweest zijnde, dat hij zijne beurt van patrouille tedoen, niet heeft kunnen waernemen, en bij gevolgd tot zijn dienst niet in staat waar heb ik het nodig geoordeelt hem lieven in stilte op te zenden gelijk ik hem dan zelfs niet eens gezogt heb, dat ik hem als strafbaar op zoud maar slegts g'ordonneert deeze letteren aan uwel Edele Agtb: over te brengen — 2 Ik zoude nog consideratie met hem heb„ ben gebruikt bij aldien ik hem met reeds zoo meenige rijsen over zijne dronkenschap ernstig had onderhouden en gedreigd, hem te zullen op zenden, en wanneer hij nog stegts voor zijn dienst in staat gebleeven waare ver„ zoekende egter uwel Edele Agtb: hem nog te gelieven pardonneeren met derselver stegts mondelijk scherpelijk te onderhouden en hem sijn dienst op maccasser te laten doen, den serge ank kinzing in zijn plaats wederom ver„ zoekende — Ik heb gisteren avond iemand bij mij gehad, die er op ƒ van Maccasser den die er op uijt gezonden waar, de boegineesen wat uijt te spionneeren mij verhaalende dat de hoofden bij „ madarang tegens den avond zijn verga„ derk geweest en hij mede in hunne vergade„ ring geweest waar, hebbende het besluijt ge„ hoort 't welk de Madanrang met alle zijne hoofden een parig had genomen, daar in bestaen de dat zij nases dagen uijtstel zig zouden ver„ klaaren tot een nieuwen aan val bereid te zijn, en dat een parthij van hunne volkeren agter goa hierom marcheerende zoude, omme Fingi moij van de cost kant te attacqueeren; wan„ neer de onse van de westkant zouden aan de gang komen—. Dit zoo ter zijde vernomen hebbende heb ik met willen ingebreeken blijven er uwel Edele Agtb van te verwettigen, zullende heden tegens de middag de madanvang laten vragen tot wat besluijt hij met zijne hoofden gekomen is, en wat rapport wij in dit op zigt met veiligheijd aan uwel Edele Agtb kunnen laten doen Ik heb de eere met den diepsten ontzagch te zijn /:onderstond:/: wel Edele groot Agtb: Heere /:lager:/ uwel Edele Agtb: ootmoedige— en nedrige Dienaar /: was getekend:/ W: van Burghoff /in margine:/ In't hoofd quartier voorgoa den 27. ' Iulij 1777 /:onderstond:/ Accordeert /:was getekend:/ H„k B: Sodenpijl

NL-HaNA_1.04.02_3500_0833 view scan ↗

English

505 From Maccasser, the Translation Bugis letter written by Arod Mamzoe to Arou Pantjana, read- ing as follows: After preceding greetings to Your Honour as well as to all my younger brothers. This serves expressly for the commu- nication that Your Honour must not be too rash, but cautious, while the affection and love that I bear Your Honour, and being a son of Your Honour married to one of Your Honour's nieces, I consider myself to be doubly Your Honour's son, makes me warn Your Honour how the Boniers have said to be afraid of no one but Your Honour alone, and otherwise would have turned their shield around, since From Maccasser, the shield around, since they, even if Goa were already conquered, nevertheless would not come into it, but only the son of the Europeans, denoting Arou Pantjana. Furthermore, Matinroa Risoreang, mother of Arou Pantjana, has said to her sister Palacka that neither of the two of us nor our children or grandchildren can or may come upon the throne. Below stood: Agrees. Was signed: H:k B: Hodenpijl. 507 From Maccasser, the Translation of answer to the aforementioned letter, reading as follows: That which Your Honour has heard does not at all correspond with the truth, being nothing but a loose rumour. It is true that the Boniers have had some dissatisfaction, because a Bonier was hit during the drilling of the Europeans, which perpetrator was immediately sent by the Governor to the Boniers, but was brought back again in grace; thus that matter has again been settled, and therefore I say that it is all but rumours that my son has heard. Also From Maccasser, the Also I have said to Your Honour's envoy that it is better to have our Queen depart from Goa, because the friend- ship between the Company and Boni is very close and too steadfast, and if this has been resolved upon, then let me know immediately. Below stood: Agrees. Was signed: H:k B: Hodenpijl. 509 From Maccasser, the Right Honourable, Highly Respected Lord, The Madanrang being pleased with my arrival in the army, only requested that I might still keep quiet until this evening, since he would first have his chiefs warned that Your Right Honourable had seen fit to place me in command here again, so that I shall only make a beginning this evening with bombarding. Regarding the unrest that arose among the mili- tary: I already settled it yesterday shortly after my arrival. The Madanrang has sent to request me to make the following report to Your Right Honourable; namely, Datou Sedeen- ring came yesterday to communicate to the Madanrang that he intended to attack and take away Tingimaij alone with his people already during this past night; however, the Ma- danrang has kept him from it for the past night night, by advising him first to give notice thereof to Your Right Honourable and to venture permission thereto, which the Madanrang hereby has me do, requesting Your Right Honourable's answer to this. I have the honour to be with the deepest respect, Below stood: Right Honourable, Highly Respected Lord. Lower: Your Right Honourable's most hum- ble and obedient servant. Was signed: W: van Burghoff. In the margin: In the head- quarters before Goa, the 2nd of August 1777. The indisposition of Heitsman places me in no small embarrassment regarding having his post as sergeant observed; considering the corporals presently remaining are all so ill that I dare not entrust a sergeant's post to any of them; yet I shall arrange the matters, unless the ser- geant Sinkouski were in a position to come here, which would certainly be much preferable to me. Below stood: Agrees. Was signed: H:k B:k Hodenpijl. From Maccasser, the 511 From Maccasser, the To the military Ensign Willem van Burghoff. Valiant, Pious, Discreet, Viewing the request made by the Madanrang to Your Honour to keep quiet for the time being until he should have warned his chiefs of Your Honour's return to the army as a proof of his goodwill, and I having tried to confirm it by a demon- stration that otherwise no bombs can be thrown, I will hope that no consequences will arise on account of the accident. The settling of the unrest that had arisen among the soldiers meanwhile serves to my particular satisfaction. Then, as regards the proposal of the Adatouang to capture Tingimaij alone with his people, I find regarding this this From Maccasser, the this difficulty: that if that undertaking should fail—and who indeed can assure the contrary— the state of affairs would thereby significantly worsen for us, and the enemy would gain new courage and probably also more support again, whereas by acting all at the same time and thus with united force, in my judgment, one may surely expect not only the conquest of that place, but also of the entire enemy, if everyone comes to fulfill his duty. I would therefore wish that one could dispose the Madanrang to the latter, and to add the Sourattereesen, or the Tol- long Limpoea, or one of our chiefs with his own to the Adatouang, in order to be able to promise oneself a good outcome of his intention, and at the same time to see an end to the whole matter. To this end I have already given orders to Captain Mateijer to confer with the Madanrang, which Your Honour can likewise order the chief interpreter to do, and to procure me a speedy answer. I have already commanded Sergeant Sinkouski and Corporal Welgemoed together with a soldier, and the required supplies shall be delivered. Wherewith, after greetings, I remain, Below stood: Your Honour's good friend. Was signed: P: G: v: d: Voort. In the mar- gin: Macasser in Castle Rotterdam, the 2nd of August 1777. Below stood: Agrees. Was signed: H: B: Hodenpijl.

Dutch transcription

505 van Maccasserden Translaat Boeginees brief geschreven door Arod Mamzoe aan Arou Pant Jana Luij dende aldus Na voor afgaande groete zo uE als aan alle mijne Iongene Broeders. Deeze diend expresselijk ter communi„ catie dat uE niet al tevoor baerig maar voorsigtig moet zijn, terwijl de genegent„ „heijd en liefde die ik uE: toedraag, en dat ik een zoon van uE met een van uE nigten getrouwt zijnde ik mij reekene dubbel zoon van uE te zijn, mij uE daet waar„ schouwen koe de boniers gezegt hebben voor niemand als voor uE: alleen be„ schroomt te zijn, en anders hunnen schild „ van Maccasser den schild alomgekeerd zouden hebben, vermits zij schoon goa al verwonnen waere, egter niet intel zouden komen maar alleen de zoon van de Europeesen /: de noteerende Arou Pantjana wijders heeft Matinroa Risoreang /:moe„ der van Arou Pantjana :/ tegens haer Zusker Palacka gezegt dat niemand van ons beijde nog onse kind of kinds kinderen op den throon kunnen of mogen komen /:onderstond:/ Accordeert /:was geteekend:/ H:k B: Hodenzijl. 507 Van Maccasser den Translaat antwoord op de voormelde brief, luijdende als volgt Het geene uE: gehoord hebt komt geen sints met de waarheijd over een als maar een losse gerugt zijnde 't is waar dat de Boniers eenig misnoegen gehad hebbe, om dat 'er een Bonier bij het excerceeren van de Europeesen is geraakt, welke daeder ten eersten door den gouverneur na de Boniers gezonden is dog is weder in genade terug gebragt, dus die zoot weederom is vereffent, en daar om zegge ik dat het alles maar gebrugten zijn, 't geen mij zoon gehoord heeft. oot van Maccasser den Ook hebbe ik aan uE: sendeling ge„ zegt, dat het beter is onse koningin uijt goa te doen vertrecken wilde vriend schap tusschen de Comp en Bonij / zeer naauw en te standvastig is, en zout hier toe geresolveert is, zo laat mij ten eersten weeten /:onderstond:/ Accordeert /:was geteekend:) H:k B: Hodenpijl 509 van Maccasser den Wel Edele Groot Agtb: Heere De Madanrang met mijn komst in 't leger te vreeden weezende, verzogt alleenig dat ik mij nog tot op heeden avond magt stil houden, aangezien hij eerste zijne hoofden zoude laten waarschouwen, dat uwel Edele Agtb het goed gevonden hadden mij wederom hier in commando te stellen zoo dat ik eerst deezen avond een begin zal maaken, met bombardeeren— Aangaande de onlusten onder de militai„ ven ontstaan: ik heb zegisteren reeds kort na mijn komst wederom bij gelegd. De Madanrang heeft mij laten ver„ zoeken, om uwel Ed: Agtb: den volgenden rapport te doen; te weeten, Datou sedeen„ ring heeft gisteren den madanrang komen communiceeren, dat hij van sins waare Tingi maij reeds als deeze verlopene nagt alleenig met zijn volk te at„ tacqueeren en weg teneemen, egter de ma„ danrang heeft hem voor de verleedene nagt s nagt nog daar van afgehouden, door hem teraaden eerst uwel Edele Agtb: daar van kennis te geven en permissie daar toe tewae„ „gen, het welk de madanrang bij deezen door mij laat doen van uwel Edele Aft: antwoord hier op verzoekt. Ik heb d'eere met den diepsten ontzagh te zijn /:onderstond:/ wel Edele groot Agtb: heere /:lager:/ uwel Edele Agtb: ook ook moe„ dige en nedrige dienaer /:was getekend:/ W: van Burghoff /:in marginne:/ in 't hoofd quartier voor goa den 2:' Augustus 1777: De indispositie van Heitsman, stelk mij in geen gerings verleegendheijd, van zijne posk als zergeant te laaten waernee„ men; geconsidereert, de corporaals thans nog verschietende allegaar zoodanig aan de lig zijn, dat ik naar geen sergeants post durf aan vertrouwen: tog zal ik het zaeken te schikken, het zij dat deser ge„ ank sinkous instaat waaren om hier te komen, 't welk mij zeeker wellie„ ver was /:onderstond:/ Accordeert / was getee„ kend:/„ H:k B:k Modenpil. van Maccasser den 511 van Maccasser den Aan den vendre Militar Willem van Burghoff Manhafte, vroome Discreete Het verzoek van de Madanrang aan— uwEd: gedaan om zig voor eerst stil te hou den tot hij zijne hoofden zoude hebben gewaarschouwd van uwEd: te rug komst in het leeger als een bewijs van zijn wel meenentheijt aansiende in ik her hebbe tragten te bevestigen door een ver toon dat andersints geen bomben kun„ nen worden gewoopen zo wil ik verho„ „pen dat er wegens het ongeluk geen gevolgen sullen ontstaan— Het stellen van de geresen onlusten on„ der de militairen strekt mij inmid„ dens tot bijsonder genoegen — Dan wat betreft den voorslag van de Adatouang om alleen met zijn volg singi maij in te neemen daar omtrent vind ik deese van Maccasser den deese swarigheijt dat wanneer die onderneeming mislucken mogt, en wie tog kan het tegendeel verzekeeren toestand den zaaken daar door voor ons merkelijk verergeeren en den vijand op nieuw moed en ook denkelijk weeder meer aanhang verkrijgen zoude, daar men alle tegelijk en dus met vereende magt ageerende mijnes oordeels niet alleen het vermeesteren van die plaats waar ook van de gantschen vijand zeeker verwagten kan, wanneer een ieder aan zijn pligk komt te voldoen — Ik wenschte dierhalven wel dat men de madanrang tot het laatste konde disponeeren en om den Adatouang de Sourattereesen, of de tol„ long Limpoea dan wel een van onse hoofden met de zijne toe tevoegen, om zig een goede uijkkomst van zijn voorneemen te kunnen belooven en tege „lijk om een eijnde van de gantsche zaak te zie Hier toe hebbe ik reets aan den Capt.n mateijer last gegeven den modanrang t'onderhouden dat uw Ed: den oppertolk kan gelasten insgelijkste doen en om mij spoedig antwoord te bezorgen. De sergeant sinkouski en corporaal wel gemoed nevens een soldaat hebbe ik reets gecommandeert zullende het geeijschte te bezorgt worden waermeede na groete blijve. /. onderstond:/ uE goede vriend /:was geteekend:/ P: g: v: d: voort /:in mar„ gine:/ Macasser in 't Castee Rotterdam den 2:' Aug=s 1777 /:onderstond:/ Accordeer t /:was getee„ kend:/ H: B: Modenpijl.

NL-HaNA_1.04.02_3500_0841 view scan ↗

English

From Makassar Right Honourable and Most Respected Sir, The Bonians, having clashed this morning behind Goa near the village of Sonkolo with a detachment of the sallying enemy, and having subsequently informed us of the outcome of their affair alongside the delivery of two heads, I have the honour to report this to Your Right Honourable. The Bonians had ten wounded and no dead; the enemy, on the other hand, who were over six hundred men strong, had fully twenty dead heads and very many wounded, the Bonian forces consisting of the retinue of Adatouang, the Tomilalang, and the Sauratta people. The Honourable Brugman thought it proper that I might give five Spanish rixdollars as a reward to the bringers of the enemy heads, which I have accordingly done. Where the enemy has been driven to, I have not yet received any reliable report, yet it is certain that thus far he has not been able to re-enter Goa. I have the honour to be with the deepest respect, Right Honourable and Most Respected Sir, Your Right Honourable's humble and obedient servant, was signed, W. van Burghoff. In the margin: In the headquarters before Goa, the 5th of August 1777. Below stood: Agrees, was signed, H. B.s Hodenpijl. From Makassar From the Bookkeeper Jan Hendrik Voll Junior, Resident there. Honourable, Pious, In reply to your obscure and virtually incomprehensible letters of the 11th and 17th past, it briefly serves to state that here, both with the soldier Lesuur and afterwards, only six vessels with Saleyerese have arrived, namely from Bala Bulo, Loyolo, Barang, Gantarang, Bonea, and Bonto Borusu, whereas it is claimed that six others were said to have entered the river of Popo Jova, regarding which I had inquiries made, but they were no longer to be found, I having been informed that Daeng Fadoeme had caused them to be recalled; whereof Your Honour will consequently have to make an investigation and report the same to me with the utmost speed. The pretext of the Regents of Batang Mata, or rather their emissary, that no ships from the east were said to have passed, having proven untrue by the event, this gives an indication that they have troubled themselves little with what was commanded them; but since two more vessels are still expected, they must be earnestly commanded to watch for them, while I await the fulfillment of Your Honour's promise regarding the salvage of the remaining goods from the wreck of the ship Blijswijk, being as yet unable to declare myself on Your Honour's request regarding coming up in the month of October with the Saleyerese against that time, and will look forward to the repetition of the same. Wherewith, after greetings, I remain, Your Honour's good friend, was signed, P. G. van der Voort. In the margin: Makassar, in Castle Rotterdam, the 5th of August 1777. Below stood: Agrees, was signed, H.k P. Hodenpijl. From Makassar Right Honourable and Most Respected Sir, The sailor who is sent over herewith as a prisoner has long been noticeable to the natives on account of the numerous molestations that he continually undertakes against them in drunkenness; and seeing that he was drunk again yesterday, he not only threw the two severed heads sent here by the Madanrang among the natives several times, but also attempted by violence to brawl with one of the soldiers, who fortunately was sober, and also actually attacked him. I have deemed it necessary to send him up, being a subject from whom further accidents among both the natives and the Europeans are to be expected, in order that he may be corrected in Makassar, requesting at the same time another in his place. The two cooks complain that they have already broken their knives several times in carving the portions of meat and can no longer suitably furnish them from their own pockets; therefore, I request Your Right Honourable to be pleased to purchase half a dozen of those large knives that are for sale at the passes, so that they may subsequently be furnished to the cooks. The Queen of Tain informed Arung Pancana yesterday evening that Karaeng Sanrabone with a party of men had marched into Goa in the afternoon. How it happens that the Queen always has dealings with Arung Pancana I cannot comprehend; however, I received strange intelligence about this yesterday, which I shall report further to Your Right Honourable as soon as I can safely give an account of it; I will only say briefly that a Moor is hiding behind it. I have the honour to be with the deepest respect, Right Honourable and Most Respected Sir, Your Right Honourable's humble and obedient servant, was signed, W. van Burghoff. In the margin: In the headquarters before Goa, the 6th of August 1777. Below stood: Agrees, was signed, H.k B. Hodenpijl. From Makassar Right Honourable and Most Respected Sir, Herewith I send over two military prisoners named Bonda and Berens, of whom the latter is otherwise a bad subject, yet in this case bears no guilt whatsoever, and is merely sent along so that the wound inflicted upon him by the former may be shown in Makassar. Berens went yesterday with his share of punch, wherewith the men were treated, to sit with a native who otherwise sells saguwer; Bonda, being half drunk and likewise coming to this native to buy saguwer, finds Berens's share of punch sitting there, and imagining that Berens had sold the punch to the native, he draws his hanger and wounds Berens in such a manner as the wound is yet to be determined by the surgeons in Makassar, seeing that the first dressing has not been opened again.

Dutch transcription

513 Van Maccasser den Wel Edele Groot Agtb: Heere De boniers dezen morgen agter goa omtrent de Negorij sonkolo met een partij van den uijtvallenden vijand slaags geraakt zijnde, en ons vervolgens van den uijtkomst hun„ ner zaak nevens toezending van twee koppen, kennis gegeeven hebbende, heb ik de eere uwel Edele Agtb hier van verslag te doen. De boniers hebben tien gequetschde tog geen dooden gehad, de vijand daar en tegen /: die over dr sas honderd man sterk geweest is:/ groote twintig koppen aan dooden en zeer veel gequetschte hebbende de bonische volkeren bestaan in het gevolg van Adatouang de Tomilalang en Souratterees De E: Brugman vond het goed, dat ik de overbrengers der vijandelijke koppen vijff rijxd:s spaans tot een Recom„ pens mogt geeven 't welk ik dank 00k gedaan heb. waar de vijand na toegedreeven is heb i van Maccasser den ik nog geen veilige rapport van gekree„ gen tog is dik zeeker, dat hij binnen goa tot nog toe niet wederom heeft kunnen komen. Ik heb de eere met den diepsten ont„ zach te zijn /:onderstond:/ wel Ed: groot Agtb heere /:lager:/ uwel Ed: Agtb: ootmoedige en— nedrige dienaar /:was geteekend:/ W: van Burghoff /:in marginne:/ In't hoofd quar„ 7 tier voorgoa den 5: Augustus HC: Con derstond:/ Accordeert /:was geteekend. / H: B:s Modenpijl: 515 van Maccasser den Van den Doekhouder Ian Hendrik voll Junior Resident aldaar Eersaame vroome In antwoord van uEduijstere en genoegsaem onverstanbare brieven van den 11: en 17: pass:o dient kortelijk dat alhier zo met den soldaat Lesuur als naderhand maar ses vaartuigen met Saleijereesen namentlijk van Bala Boelo, Loijolo, Barang, gan„ tarang Bonea en bonto Boroesoe aange komen zijn, terwijl men wil dat ses andere de rivier van Popo Jova ingelopen zouden wesen waar na ik hebbe laten vernee„ men dog die haar met meer te vinden waeren men mij g'informeert hebbende dat Daeng fadoeme haar hadde doen te rug roepen, waar na uE dierhalven ondersoek sal moeten doen en mij het selve ten spoe tigsten berigten —. het 6 Het voorgeven van de Regenten van Da„ tang Mato of wel desselvs zendeling dat er nog geen scheepen van de oost zoude zijn gepasseerd bij d' uijtkomst onwaerbe„ vonden zijnde geeft zulks een blijk dat ze zig het hoor aanbevooene weijnig bekreund hebben dan vermits 'er nog twe bodems verwagt worden dient haer ernstig te worden aan bevolen om daar op te passer inmiddens dat ik de nakoming verwag„ te van uE: belofte tot het opvissen vande resteerende goederen van het wrak van het schip Blijswijk als nog niet vermogens mij te verklaaren op uE versoek tot opkomst in de maand october met de Saleijereesen tegens dien tijd, de herhaaling van het zelve sal te gemoed zien— waar meede na groete blijve /:onderstond:/ uE goede vriend /:was geteekend:/ P: G: van der voorz /:in marginne Macasser in't 777 Casteel Rotterdam den 5. augustus 177 4 /:onderstond:/ Accordeert /:was geteekend:/ H:k P: Hodenpijl van Maccasser den 517 van Maccasser den Wel Edele Groot Agtb: Heere De mattroos die hier nevens als arrestant overgaat, heeft reets lang bij de inlanders in't oog geloopen, weegens meenigvuldige sperijen die bij het Continuatie in dronkenschap met dezelve voorneemt, en gemerkt hij gisteren wederom dronken zijn, mat alleen met de twe afgekapte koppen die de madan„ rang hier zond, onder de inlanders eenige reisen heeft gegooit, maar ook met gewelt met een van de militaire die bij geluk nugteren was, heeft willen botkelijen en hem ook weezentlijk heeft aangetaet heb ik het nodig g'agt hem als een sub„ Jeck zijnde, waar van nog verdere ongevallen zoo wel onder den Inlander als de Euro„ peesen te verwagten zijn, op te zenden, ten eijnde op macasser te kunnen werden zo corrigeert, verzoekende tegelijk om een andere in desselfs plaats De twee kocks klagen, dat zij reeds ver„ scheidene reisen hunne messen bij het toeswij den ter Portier van vleesch hebben gebrooken en dezelve met voegelijk verder uijt hunne beurs kunnen fourneeren, dierhalven ver soek van Maccasser den soek ik uwel Edele Agtb een half dosijn van die groote messen die men op de passen te koop heeft te gelieven laten in kopen, omme vervolgens aan de kocks te kunnen werden verstrekt. De koninginne van taijn heeft gisteren avond aan Arou Pantjana laten weeten, dot C:raeng sandra bonij met een partij volks 'sag„ ter middags binne goa getrokken was hoe 't komt dat de koning inne altijd met Aron Pantjana te doen heeft kan ik niet begrijpen, dog heb ik gisteren wonder„ bare narigt hier van gekreegen, die ik uwel Edele Agtb: nader melden zal zo era ik 'er met veiligheijd van zal kunnen rapport doen, kortelijks zal ik slegts zeggen dat er eene moria geagter schuilt Ik heb de eere met den diepsten ontzagh te zijn /:onderstond:/ wel Edele groot Agtb: heere /:lager:/ uwelEdele Agtb ootmoedi„ „ge en nedrige dienaer /:was geteekend:/ W: van Burghoff /:in marginne/ In't hoofd quartier voorgoa den 6: aug=s 1777. /:onderst=/ Accordeert /:was geteekend:/ H: vk B: Ho. den pijl. 519 van Maccasser den Wel Edele Groo Agtb= Heere Hier nevens zonde ik twee militaire arres„ tanten over namens Bonda en Berens, waer van de laetste anders een slegts subject is, tog in dit geval in 't geheel geen schuld heeft, en slegts daarom mede overgaat om de wonde die hem d' eerste heeft bij gebragt op maccasser te laten zien — Bovens is gisteren met zijn aandeel punsch waer meede het volk onthaald wierd bij een in lander gaan zitten die anders saguweer verkoopz; Bonda half dronken zijnde en bij deezen inlander insgelijks komende om saguweer te kopen, vind Bevens aan„ deels punsch daarstaan, zig verbeeldende tal Devens, den Punsche aan den Inlander verkogt had; trekt hij zijn houwer„ en quetse Bevens zodanig als de wonden door de meesters op macasser nog staat bevonden te worden, gemerkt de eerste verband nog niet wederom geopend is. van 0

NL-HaNA_1.04.02_3500_0848 view scan ↗

English

from Makassar, the Regarding further matters to be communicated from here, Brugman will make a verbal report to Your Right Honorable. The Madanrang requests through me to ask Your Right Honorable for an unloaded eight-inch bomb without a fuse. In place of the soldiers sent over, I humbly request two others, their weapons having remained here so that those to be sent here can come up without weapons. For the genever, tobacco, and the basket with vegetables sent over, I express my humble thanks to Your Right Honorable, having the honor to remain with the deepest respect. Below stood: Right Honorable Grand Sir. Lower: Your Right Honorable's humble and obedient servant. Signed: W. van Burghoff. In the margin: In the headquarters before Goa, the 7th of August 1777. Below stood: Agrees. Signed: H.k B.r Sodenpijl. 521 from Makassar, the Right Honorable Grand Sir, The Honorable Brugman went this morning, according to Your Right Honorable's orders, to the Madanrang in order to persuade him, along with the other dignitaries of Boni, to take a renewed resolution for an attack. He succeeded so far that the Madanrang promised to assemble the dignitaries this very evening to make a decision; having said, however, that the resolution in and of itself would remain the old one, namely to take Singimai, and that they would determine the day directly. Also, the Madanrang was still of the opinion that the Europeans should not be used for it. Regarding from Makassar, the Regarding Your Right Honorable's orders given to Arou Pantjana and Pongauwa Lissong to attack Sandraboni: they request Your Right Honorable to please take into consideration whether it would not be better first the trunk. So they seem once again to have little inclination for it, which in this case, however, does not turn out so badly, seeing that I believe the Boniers will set Monday to be ready for a third attack; and Arou Pantjana along with Pongouwa coming before Sandraboni would first spend a whole month throwing up redoubts, it being known to Your Right Honorable that they believe they cannot execute redoubts, especially since Sandraboni is likewise enclosed with an entrenchment. Furthermore, through an inhabitant of Tain whom we use as a spy, and from whom I have already received much news of the condition in Tain, I received information again this afternoon that Kraeng Sandraboni this morning sent one of his unfit firearms to the blacksmith in Tain for repair, and that it was accepted by the blacksmith for this purpose. If Brugman had been of the same mind with me, 523 from Makassar, the with me of the same concept, I would have immediately addressed the Queen of Tain about this and sent a message that, if she wished to demonstrate her fidelity, she must surrender this blacksmith to the Company. However, Brugman was not really in favor of it, and therefore I did not press it any further. Of what use, anyway, are the two barely placed pennons in Tain together with some men of Arou Pantjana in the meantime, when one daily hears even worse news? Regarding the two muskets that were stolen again last night from Mr. Lacherwits: the matter seems inexcusable to me, and I would not even be able to comprehend it, were I not to consider that drunkenness, negligence, and poor conduct in the service produced it. Requesting to know from Your Right Honorable what disposition you please to take in that regard. Wherewith from Makassar, the wherewith I have the honor to remain with the deepest respect. Below stood: Right Honorable Grand Sir. Lower: Your Right Honorable's humble and obedient servant. Signed: W. van Burghoff. In the margin: In the headquarters of Goa, the 8th of August 1777. Below stood: Agrees. Signed: H.k B.r Sodenpijl. 525 from Makassar, the To the military ensign Willem van Burghoff. Valiant, pious, discreet. Awaiting the result of the Madanrang's promise to promptly determine the day for the attack, I hope to be informed thereof at the very earliest in order to make the necessary arrangements on our part for it, which will already prove difficult if he should fix it for the day after tomorrow. I find the excuse of Arou Pantjana and Pongauwa Lissong very weak, but I am often used to it; my intention was by no means to assault Sandraboni, but rather to do that new enemy all possible damage by setting fire to houses and vessels, which those two chiefs will be the less inclined to undertake because their own interest probably conflicts with it, as I fear time will show. Your from Makassar, the Your Honor's intention to demand the blacksmith in question from Kraeng Tain could, in my opinion, well have been carried out, and therefore I should like to know what the chief interpreter brought against it. If I overlooked the loss of a musket from the detachment under Ensign Lagerwits, it was done in the expectation that such would not happen again; how much annoyance it causes me to experience the contrary, that officer will well be able to realize when I add that I impute the cause thereof to inexcusable negligence and lack of the necessary supervision, and that too, to give it the best name, since one could think quite worse of it. At least that loss is not to be passed over, but will have to be compensated, and I hope this mild correction will be a means to prevent such thefts, of which Your Honor may inform him. Meanwhile I remain, Your Honor, after greetings, below stood: Your Honor's good friend. Signed: P.s G.s van der Voort. In the margin: Makassar, in Castle Rotterdam, the 9th of August 1777. Below stood: Agrees. Signed: H.k B.r Sodenpijl.

Dutch transcription

van Maccasser den van hgt verders hier te bedeelende zal brug„ man uwel Edele Agtb: mondelijks ver„ slag doen de Madanvang laat uwel Ed: Agtb verzoe„ ken om een ongevulde agt duijmer bomb„ zonder buijs In de plaats van de overgezondene militaire verzoeke ik nedrig om twee andere, zijnde hunne wapenen hier geblee„ ven zoo dat de hier te zendene zonder wapens kunnen op komen voor de overgezondene genever, tabacke de mant met groente betuijge ik uwel Edele Agtb: onderdanigen dank hebbende deeere met den diepsten ontzach te zijn /.onder„ stond:/ wel Edele groot Agtbaare Heere /: lager:) uwel Edele Agtb ootmoedige en nedrige dienaar /:was geteekend:/ w: van Burghoff, in marginne:/ in 't hoofd quartier voorgoa den 7: aug=s 177 UC:o /:onderstond:/ Accordeert /: was geteekend. / H:k B:r Sodenpijl. 521 van Maccasser den Wel Edele Groot gtb: Heere De E: Brugman is heden morgen, vol„ „gens order van uwel Edele Agtb: bij de madan„ rang geweest, ten eijnde hem te beweegen, met de verdere Rijksgrooten van bonij op 't nieuw een besluik ter attacque teneemen, zijnde daar in zoo verre geslaagt, dat de Madan„ rang belooft heeft, van nog heeden avond de rijksgrooken te vergaderen, om een besluit teneemen; egter gezegd hebbende, dat het besluijt aan en voor zig het oude zoude blijven, met namelijk Singi maij inte neemen, en zij Regts den dag zouden bepaelen ook waar de madanrang als nog van ge„ voelen dat de Europeesen 'er niet moesten toe gebruikt werden— aangaende -- van Macasserden Aangaande uwel Edele Agtb: beveelen aan Arou Pantjana en Pongauwa Lissong ge„ „geeven, omme sandra: bonij aan tevallen: zij verzoeken uwel Edele Agtb: te gelieven in aanmerking teneemen, of het niet beter waare, eerst den stam. zoo dat zij er al wederom weinig zin in schijnen te hebben 't welk in dit geval egter zoo qualijk niet uijtvalt gemerkt ik geloove dat de boniers, den maandag zullen bepaalen om tot een derde aanval bereid te zijn, en Arou Pantjana nevens Pongouwa voor sondra bonij koomende en vast een maand met bentigs op te werpen eerst zouden toebron gen, zijnde het uwel Edele Agtb: bekend dat zij meenen zouden bentings niet ter uijtvoer te kunnen brengen, bijsonder daer sandra bonij insgelijks met een wal omslooten is. Ik heb verder door een Inwoonder van Pain, die wij als Apion gebruijken, en van den welken ik reeds meenig tijding van de gesteldheijd op Toin heb gekreegen, deezen middag wederom berigt ontfangen dik braeng Sandra bonij van deezen morgen een van zijne onbequaeme geweeren aan den ijser smits op Tain ter repatatie gezon„ den heeft en door den smits ten deezen eijnde is aangenomen waer Brugman met 523 van Maccasser den met mij van een Concept geweest ik nad terstond de koninginne van tain hier over laten aanspreeken een boodschappen, dat bij aldien zij haare getrouwheijt wilde aantoonen, zij deezen ijzer Smits aande compagnie moest uijtleeveren, edog Brrng: man wilde er niet regt aan, en daarom heb ik 'er ook niet verder op aangedrongen van wat nut zijn tog intusschen de twee eerst nauwlijks geplaatste vaantels op tain nevens eenig volk van Arou Pan„ „tsana wanneer men dagelijks nog slimmer tijdingen verneemt. Betreffende de twee geweeren die de verledene nogt werderom bij den heer Lacher„ wits zijn gestolen geworden de zaak komt mij onvergeeflijk voor, en ik zoude 'er mij zelfs geen begrijp van kunnen maa„ ken; bij aldien ik niet overweegde, dat dronkenschap sloffigheijd en slegts beleid in den dienst voortbragt verzoekende van uwel Edele Agtb: temogen weeten wat dispositie dezelve daer omtrent gelieven teneemen. waer van Maccasser den waer meede d' eer heb met den diepsten ontzaegh te zijn /:onderstond:/ wel Edele groot Agtb:: Heere /:lager:/ uwel Edele Agtb ootmoedige en nedrige dienaer /:was geteekend:/ w: van Burghoff /: in margine:/ Jnthoofd quartier van goa den 8: augustus 1777: /:onderstonts:/ Accor „deerteer /:was geteekend:/ Ib B: Hodenzijl 525 van Maccasser den Van den vendrig militair Willem van Burghoff. Manhafte, vroome, Discreete Het gevolg van des madanrangs toezegging af wagtende omspoedig den dag tot d'attacque te bepalen wel ik verhopen daar van ten allen eersten te worden g'informeert om de nodige schicking onsenk wegen daar toe te maken het geen reets beswaarlijk zal vallen wanneer hij deselve op overmorgen bepaalen mogt. zeer flaauw vind ik het excus van trou Pantjana en Pongauwa Lisso, dan ik: ben het veeks gewoon; mijn intentie was geensints, om Sandrabonij aan te lasten maar wel door het in den brand steeken van huijsen en vaartuijgen dien nieuwen vijand alle mogelijke afbreuk te doen het geen die beijde hoofden te minder onder„ neemen zullen om dat haer eijgen interest waarschijnlijk daar tegen strijd, gelijk ik vreese dat den tijd leeven zal —. uw Ede van Maccasser den uw Ed:e voorneemen om der bewuste smit van Craing Thaeng op te eijsschen, hadde mijnes dunkens wel ten uijtvoer mogen worden gebragt en daarom wenschte ik wel te weten wat d'op„ pertolk daar tegen ingebragt heeft Hebbe ik het verlies van een geweer van het commando onder de vendrig Lagerwits, gepasseert het is geweest in die verwagting dat zulks niet weder gebeuren zoude; tot hoeveel ergernis het mij niet strekk het tegendeel t' ondervinden sal dien officier wel kunnen besef „fen als ik 'er bij voege dat ik de oorsaak daer van imputeeren aan een onvergeeffelijke Sloffigheijd en gebrek van de nodige toezogt en dat nog wel om het den besten naam te geven, dewijl men 'er vrij wat erger van zoude kunnen denken, ten minste dat verlies is niet te passeeren maar sal dienen vergoed te worden en deeze zagte Correctie wil ik hopen dat, een middel zal zijn om diergelijke diverijen voortekomen, waar van uw Ed: denselven kan verwittigen, inmiddens blijven ik: uwEd: na groete /:onderstond:/ uE: goede vriend /: was gete„ kend. P:s G:s van der voort :/in margin:/ Maccasser in 't Casteel Rotterdam den 77. /onderstond:/ Accordeert:/ 9: Augustus 177 /was geteekend:/ H:k B: Modenpijl

NL-HaNA_1.04.02_3500_0855 view scan ↗

English

527 from Maccasser the Honorable, Highly Esteemed Sir The Madanrang has not been able to fulfill his promise to assemble the chiefs yesterday evening, because Datou Baringang is at macasser and the Tomilalang is indisposed, which the Madanrang made known to us yesterday evening in order to inform Your Honorable Worship thereof. The reason why Arou Pantjana was mainly of the opinion not yet to attack sandrabonij became clear yesterday evening, as he came to me late, asking me if I permitted him to persuade the Queen of Tain to induce her brother Craeng sandrabonij to march out of goa again and to join with Arou Pantjana against the enemy, being of the opinion that he had only gone inside goa out of fear because of the large quantity of powder that the enemy had taken and obtained from Sandrabonij. I answered him thereto that I did not doubt that Your Honorable Worship would be inclined to grant forgiveness to anyone who defected from the enemy and joined our side. This morning I again sent word to ask the Madanrang regarding the decision to be taken and received the answer that he hoped to have reached a decision by tomorrow, at which time I shall immediately report thereon to Your Honorable Worship. Concerning from Maccasser the Concerning the requisition of the blacksmith at Tain, Mr. Brugman excuses himself by saying that he had received no orders to that effect from Your Honorable Worship nor directly from me, and that one could not rely merely on the statements of a native, but that the matter should first be properly investigated. But having received Your Honorable Worship's letter at eleven o'clock, I immediately sent the interpreter Blij to Tain to requisition the blacksmith with all his tools and apprentices; however, I received the answer that the smith at tain is capable of making nothing other than spades, parangs, and krises, but is entirely unable to repair firearms, and also dares to make nothing without the prior knowledge of the Queen. In the meantime, to satisfy Your Honorable Worship, she would have a closer inquiry made and then report to us according to the findings. I have the honor to be with the deepest respect, underneath: Honorable, Highly Esteemed Sir lower: Your Honorable Worship's humble and obedient servant, was signed: W: van Burghoff, in the margin: at headquarters before goa the 9: August 1777. Mr. Lacherwits not having come to me today, I will have him see Your Honorable Worship's handwritten orders tomorrow concerning the missing firearms. Herewith also follow the accounts of Brugman and the receipt for the goods received, underneath: Agrees, was signed: I: B: Hodenpijl 529 52 from Maccasser the Honorable, Highly Esteemed Sir. Arou Pantjana having written to the Queen of Thaing to persuade Kraeng Sandrabonij to leave Goa again, and the Queen having returned her son's answer, Arou Pantjana has sent his letter together with Kraeng Sandrabonij's answer to me, which, translated, Your Honorable from Maccasser the Worship I hereby have the honor to transmit, remaining with the deepest respect, underneath: Honorable, Highly Esteemed Sir, lower: Your Honorable Worship's humble and obedient servant, was signed: W: van Burghoff, in the margin: At headquarters before goa the 18 August 1777. 74. underneath: Agrees, was signed: H: B: Hodenpijl. 531 from Maccasser the Letter from Arou Pantjana written to the Queen of Saijn dated under the 8th day 1777. translated by the sub-interpreter Blij and drafted in an intelligible style by signed: W: van Burghoff Arou Pantjana requests the Queen of Thaing to persuade Kraeng Sandra bonij to march out of goa with his people, promising him that in this case nothing evil shall befall him from the side of the Honorable Company, yet under the condition that he may henceforth show proof of loyalty to the Honorable Company and the Bonians, which Arou Pantjana trusts will be best for Kraeng Sandra bonij along with his land and people, since from Maccasser the he has reason to fear for the ruin of his land and people, indeed even for the evil consequences concerning his own person, in case Kraeng Sandra bonij should come to refuse this proposal. Requesting to receive an answer hereto most quickly, since the Honorable Company along with the Bonians will take their measures according to the answer they are to receive, which measures might very well already have been put into effect to the detriment of Sandra bonij if Arou Pantjana had not requested first to make use of this expedient, which he herewith comes to employ. Letter from Kraeng Sandra bonij to the Queen of Thaing, in answer to the above letter received the 10: August 1777. translated by the assistant Diefhout and cleanly transcribed by signed: W: van Burghoff Kraeng Sandra bonij greets the Queen of Thaing very

Dutch transcription

527 van Maccasser den Wel Edele Groot Agtbaar Heere De Madanrang heeft zijne beloftens, van de hoofden gisteren avond te zullen vergaderen niet kunnen nako„ men uijtredenen Datou Baringang op macasser is, en de Tomilalang zig onpasselijk vind, 't welk. de Madanrang ons gisteren avond heeft laten weeten ten eijnde uwel Edele Agtb: daar van te verwettigen. waarom hoofd zakelijk Arou Pantjana van ge„ voelen waar, om als niet sandrabonij aan te lasten is gisteren avond gebleeken, gemerkt hi nog laet bij mij kwam, mij vragende, of ik het toestond, dat hij de Koninginne van Tain persuadeerde om haren broeder Craeng sandrabonij daer toe over te halen weder om uijt goa te trekken en zig met Arou Pantjana tegens de vijand te conjungeeren, van gedagten zijn„ de, dat hij alleenig uijt bevreesheid bin„ ne goa gegaan zij wegens het meenig vuldige kruid 't welk de vijand uijt Sandrabonij gehaelt en gekreegen had ikk heb hem daar op g'ant„ woord dat ik niet twijffelde of u wel Edele Agtb=re zoude geneegen zijn den ijder vergiffenis te geeven, die van de vijand aftrok en zig bij de onse begaf. Heden morgen heb ik de Madanrang wederom we„ gens het te neemende besluijt laten vragen en ter antwoord gekreegen, dat hij hoopte morgen ten be„ sluijtgekomen te zijn, als wanneer ikuwel Edele Agtb=re ogen blijkktelijk daar van zal verslag doen. Aangaende van Maccasser den Aangaande het opeijsschen van den ijzer Smidt op Ia in de Heer Brugman, verontschuldigt zig daer over met te zeggen, dat hij daar toe geen ordre van uwel Edele Agtbaere dan wel van mij direct gekreegen had, en men zig ook op de Enkelde gezegtens van een Jnlander niet verlaken konde, maar bevoorens diende dezaek regt te verneemen: dan uwel Edele Agtb: letteren, te elf uuren ontfangen hebbende heb ik terstond den tolk Blij na Tain gezonden, omme den ijzer smidt met al„ le desselfs gereedschappen, en leenlingen op te eijsschen, egter daar op ter ankwoord gekreegen, dat de smidt op tain niets anders instaat is te maeken dan schoppen parrangs en kritzen, tog om geweeren te repareeren, in 't geheel onbequaem ook niets zonder voorken nisse van de Koninginne maaken durft, in tus„ schen zoude zij ter voldoeninge van uwel Ed:e Agtb=re naauwkeuriger onderzoek nalaten doen, en als dan nabevinding van zaken onslaten verslag doen Ik heb de eere met den diepsten ontzach te zijn /:onderstond:/ wel Edele Groot Agtbaere Heere /:lager:/ uwel Edele Agtb: ootmoedige en nedrige dienaer /.was geteekend:/ W: van Burghoff /:in margine:/ in 't hoofd quartier voorgoa den 9: Aug=s 1777. De Heer Lacherwits heden niet bij mij gekomen zijnde, zal ik hem morgen uwel Edele Agtb: eigenhandige ordres over de absente geweeren laten leeken Ngg volgen hier nevens de reekeningen van Brugman en de quitantie over de ontfangene goederen /:onderstond:/ Accordeert. /:was getekend/ I„k B: Hodenbuijt 529 52 van Maccasser den Wel Edele Groot Agtbaare Heere. Arou Pantjana aan de konin„ „ginne van Thaing geschreeven heb„ bende, omme Kraeng Sandrabonij over te halen van Goa wederom te ver„ laten en de koninginne de antwoord van haaren zoon wederom terug ge„ zonden hebbende, heeft Arou Pan„ „tJana zijnen brief nevens kraeng Sandrabonij antwoord aan mij ge„ zonden, die ik vertaelt uwel Edele Agtb van Maccasser den Agtb: hier meede d' eere hebbe toetezenden, verblijvende met den diepsten ontzagel /:on„ derstond:/ wel Edele groot Agtbaare Heere „ /:lager:/ uwel Edele Agtb: ootmoedige en nedrige Dienaar /:was geteekend:/ W: van Burghoff /:in marginne: In't hoofd quartier voor goa den 18 Augustus 1777. 74. /:onderstond:/ Accordeert /. was geteekend. / H: B: Hodenpijl. 531 van Maccasser den Brief van Arou Pantjana aan de koninginne van Saijn geschreeven onder den 8: dag 1777. gedagteekend. vertaalt door den ondertolk Blij en in een verstaan„ baare Stijl opgesteld door /:geteekend:/ W: van Burghoff Arou Pantjana verzoekt de koninginne van Phaing omme kraeng sandra bonij daar toe over te halen met zijn volk uijt goa te trekken, belovende hem in dit ge„ val, voor zijden der E: Compagnie niets quaads te zullen overkomen, tog onder conditie dat hij voortaan voor de E: compagnie Boniers mogt komen blijken van getrouwigheijd te geeven, 't welke vrou Pantjana vertrouwt het best voor kraeng Sandra bonij nevens zijn land en volk te zullen zijn gemerkt nij van Maccasser den hij reden heeft voor den ondergang van zijn land en volk, Ja zelfs voor de quaade ge„ volgen zijne eigene persoon betreffende te vreesen bij aldien namelijk kraenen Sandra bonij deezer voorslag mogt ko„ men te weigeren. verzoekende hier op ten schielijksten antwoord te mogen ont„ „fangen, aangezien de E: Compagnie nevens de Boniers hunne maat regelen vol„ „gens antwoord die zij staan te ontfangen zullen neemen, dewelke veel ligt reeds tot nadeel van Sandra bonij zou den zijn in 't werk gestelt geworden, bij aldie„ Arou Pantjana, niet verzogt had, bevoorens dit middel te gebruiken waar van hij zig bij deezen komt te bedienen — Brief van Kraeng sandra Conij aan de koningenie van Thaing, in antwoord op den bovenstaan den brief ontfangen den 10: Augus„ 7p 177 cus 17 verzoek door den adsistent Diefhout en in 't net opgestelt door /:geteekend:/ W: van Burghoff kraeng sandra bonij groet de Koninginne van Thaing 7. — Zeer ƒ

NL-HaNA_1.04.02_3500_0861 view scan ↗

English

from Makassar the very friendly; being pleased with the good intention of Arou Pantjana on his part, serving however in reply thereto that the Sandraboneans in no way show themselves hostile towards the Honorable Company, as merely following their ancient laws, concerning which the previous Makassarese kings petitioned the Batavian Government that they might never be broken, just as the same also granted their request, further testifying that notwithstanding the Honorable Company and Boni give their king the name of Sonkilong, the Makassarese have recognized him as their lawful king, and consequently Sandraboni, being a vassal of Gowa, likewise considers itself obliged thereto, as he has indeed truly always been the lawful king of Gowa. If therefore the Honorable Company pleases to take it amiss that Karaeng Sandraboni has marched into Gowa, it thereby clearly indicates its desire to break the ancient Makassarese laws, wherefore we, on account of our just cause, must rely upon God's dispensations in this regard. Below stood: Agrees. Was signed: H. K. B. Hodenpijl. from Makassar the from Makassar the To the Military Ensign Willem van Burghoff Valiant, Pious, Discreet, While awaiting the promised report from the Matanrang with the utmost impatience, I consider the reply of Karaeng Sandraboni to the letter of the former kings to be of such a nature that it would be fruitless to enter into further negotiations with him, as it provides clear proof of his hostile intent, the more so as he, as well as the King, is persuaded that the real Batara Gowa is still on Ceylon. Very weak is the reply of Brugman regarding the smith at Thaeng, but the King's denial is no less deceitful, so that likely nothing will come of their promises. Yesterday the Captain of the Malays told me that Brugman had ordered him on my behalf to make a statement of his disbursements, for which I nevertheless have given no order, wherefore your honor will need to ask him about this, but quietly. With which, after greetings, I remain. Below stood: Your honor's good friend. Was signed: P. G. van der Voort. In the margin: Makassar in Castle Rotterdam, the 18th of August 1777. Below stood: Agrees. Was signed: H. K. B. Hodenpijl. from Makassar the from Makassar the Right Honorable Grand Noble Sir, According to the report made to me by the Matanrang, the enemy marched out of the gate of Bissie with two thousand men, have now already almost entirely encircled Datu Sidenreng, and are making a beginning with throwing up redoubts. From the side towards Ponggawa Lesso they have likewise thrown up a redoubt outside the rampart, being to all appearances intending to block his road to Sungguminasa. What otherwise occurred yesterday and today up to the time of closing this follows hereunto, drawn up in the manner of a daily journal, together with the requisition for the necessary goods here. I had to send the Matanrang a small barrel of loose powder and eleven hundred bullets, as well as to Ponggawa Lesso forty bundles of fixed musket cartridges and twelve pieces of two-pound canister shot. I have the honor to be with the deepest respect. Below stood: Right Honorable Grand Noble Sir. Lower: Your Right Honorable's humble and obedient servant. Was signed: W. van Burghoff. In the margin: In the headquarters before Gowa, the 14th of August 1777. After closing this, I had to give another small barrel of loose powder to the Captain of the Malays, as everyone is holding and making himself ready to receive the enemy, who indeed seems to want to come out. Below stood: Agrees. Was signed: H. K. B. Hodenpijl. from Makassar the from Makassar the Anno 1777. In the morning at ten o'clock, Karaeng Malawa, with the other northern mountain regents, came to me to report that he has arrived in the camp and was under the retinue of the Matanrang. The other chiefs who came with him were those of Tanete, Bengo, Tjamba, Laiwoi, Labakkang, and Dellottjie. In the evening at seven o'clock, the discharged Lieutenant of the Malays came to warn me that his people, coming from Makassar and having taken the road along the river of Thaeng, had seen enemy troops on horseback roaming about there. Shortly thereafter appeared the interpreter of Boni, Passir, who told me he had certain news that the enemy would come to surprise us this night. Subsequently the Matanrang sent me a message with the same news. I immediately sent word to Arou Pantjana, Ponggawa Lesso, and the Captain of the Malays to inform them likewise of this apprehension. Ponggawa Lesso on that occasion let me know that a party of Sandraboneans had just marched into Gowa when Arou Pantjana returned yesterday from Thaeng, and that Karaeng Sandraboni with the rest of his people only marched into Gowa this afternoon, so that Arou Pantjana's report of yesterday was unfounded. Subsequently I send a party of people of the chief interpreter on horseback to the riverbank in order to patrol there and observe the enemy, who also saw some people on horseback late at night; however, having perceived our people, they did not cross the river but went back. Was signed: W. van Burghoff. Below stood: Agrees. Was signed: H. K. B. Hodenpijl.

Dutch transcription

133 537 van Maccasser den zeer vriendelijk; verblijd zijnde over de goede intentie van Arou Pantjana zijn thalven dienende egter daar op in antwoord dat de Sandra boniers zig geenzints vijandelijk tegens de E: Compagnie betoonen, als slegts hunne oude wetten opvolgende, aan„ gaande dewelke de voorige maccassaarse koningen de bataviasche Regeering hebben verzogt, van nooik te mogen werden verbrooken, gelijk dezelve hunne ook dik verzoek hebben toegestaan, betuij„ „gende verder dat niet tegenstaande de E Compagnie en Bonij hunnen koning den naam van Sonkilong geven, de mac„ cassaaren hem toe voor hunnen wet„ tigen koning hebben erkend, en bij :d „gevolg sandra bonij als rasal van goa zijnde, zig Insgelijks agt verpligt daar toe te zijn, gelijk wij ook weezentlijk altijd de wettige ko„ ning van goa geweest is. bij aldien dan de ECompagnie het qualijk gelieft of op teneemen, dat kraeng sandra bonij binne goa getrokken is, geeft zij daer door klaarblijkelijk te kennen van de oude maccassaarsche wetten te willen verbreeken dierhalven wij ons wegens onse gerogte zaak op godd Schifkingen door omtrent moeten verlaten /:onder: stond:/ Accordeert /:was geteekend. / A K B:r Modenpijl. van Maccasser den 3 535 5 van Maccasser den Aan den vendrig Militair willem van Burghoff Manhafte, Vroome, Discreete, Het beloofd bescheijk van den Madan„ _ rang met het uijtste ongedulk blijvende af„ wagten, houde ik het antwoord van Craing Sandrabonij op den brief van de geweesen koningen van dien aart, dat het vrug„ te loos zoude zijn met hem verder in onder„ handeling te komen, als een duijdelijk bewijs uijtleverende van zijn vijandelijk karttemeer bij zo wel als de Koning in overreed is dat de regte Batava goa sig nog op Ceijlon bevind, zeer flaauw is het ankwoord van Brugman nopens den Smith op Thaeng, dog de ontkentenis van de koning in niet minder bedriegelijk: zo dak er denkelijk van haer beloften niets komen zal. Ge. Steven Gisteren heeft de Capitain maleijers mij gezegt dat Brugman hem mijnen twegen gelast hadde opgave van zijn verschot te doen, waar toe ik nogthans geen ordre gegeven hebbe, welhalven uE: hem daer na zal dienen te vragen dogen kel instilte. waar meede na groete blijve /:onderstond:/ uE: goede vriend /:was geteekend/ P: G van der voorz: /: in margine:/ Macasser in't Casteel Rotterdam den 18 Augustus 1777: /:onderstond:/ Accordeert /:was getekend/ H:k B: Hoden wijl. van Maccasser den 537 van Maccasser den Wel Edele Groot Agtb: Heer De vijand is volgens rapport van de Madan„ rang aan mij gedaan de poort van Bissie met twee duijzend man komen uijt„ trekken, hebben nu reeds Datou se„ deenring bij kans in 't geheel omcin gelt, en maakende een begin met bentings op te werpen— van de kant na Pongauwa Lesso toe hebben zij insgelijks een bentings buijten de wal opgeworpen zijnde na alle gedagten van zins den zelven de weg na Singi maeng te Sperven: wat overigens gisteren en heeden voorge vallen is tot op den tijd van het sluiter deezes, volgt hier nevens, bij wijse dag register ingestelt, nevens den eijsch van de benoodigde goederen alhier. Ik heb de madanrang moeten een voet je los kruid en elf hondert kogels zenden, zoo meede aan den Pongauwa Lisso Lisso veertig bosschen vaste Snaphaens pattroonen en twaalf pees twee ponden druijven- Ik heb d' eere met den diepster ontzach te zijn /:onderstond:/ wel Edele groot Agtb: Heere /lager:/ uwel E:deE Agtb: ootmoedige en ne„ „rige Dienaer /:was geteekend. / W: van Burghoff /:in margine:/ in 't hoofd quartier voor goa den 14. augustus 1777. Naa 't sluijten van deezen heb ik nog een vaatje los kruid aan den Capi„ „tain der maleijers moeten geeven gemerkt: zig een ijder klaarhoud en klaer macht om den vijand, die wel schijnt te wil„ Gul len buijken komen te ontfangen /. onder„ stond. / Accordeert /:was geteekend: ) H:k B: Sodenpijl van Maccasserder 539 van Macasser den A=o 1787: Smorgens te tien uuren quam Craeng malawa woensdag den 13 aug=s met de andere woorden berg regenten bij mij, om te melden dat hij in 't leger g'arriveerd zij en zig onder het gevolg van de madanrang be„ vond, de andere hoofden die met hem ge„ komen zijn, waaren die van Tinrana Bengoe„ Tjamba Laive, Laboeaja en Dellottjie A:vonds te seven uuren quam de ont„ slagene Lieutenant der maleijers mij waer schouwen, dat zijn volk van macasser ko„ mende en de weg langs de rivier van Thaens genomen hebbende, aldaar vijandelijke volkeren de paard hadden zien zwerven Kort daar op verscheen de tolk van bonij Passir, die mij zeijde gewisse tijding te heb„ ben, dat de vijand ons deeze nogt zoude komen overvallen vervolgens liet mij de matanrang dezelfde tijding boodschappen—. Ik zoud terstand bij Arou Pantjana„ Pongauwa Lisso en den Capitain der ma„ leijers om naerlieden insgelijks van deeze bedugtlijk te verwettigen Songauwa van Maccasser den Pongauwa Lisso liet bij die gelegentheijd mij weeten dat een parthij van sandra boniers even binnegoa gemarcheert zij toen Arou Pantjana gisteren van Thaeng wederom was terug gekeert, en dat kraeng Ian„ drabonij met de rest van zijn volk: heden middag eerst binne goagetrokken zijn, zoo dak Arou Pantjana rapport van gis„ teren ongegrondt zij geweest vervolgens zend ik een parthij volk van den opper tolk te poord nade rivier kant, om al„ daar patrouilleerende den vijand ont„ waeren, dewelke ook eenig volk te paart ende na nagt hebben gezien egter dezelve ons volk bespeurt hebbende zijn zij de rivier niet overgekomen maar terug gegaan. /: was geteekend:/ W: van Burghoff /:onderstond/ Accordeert /:was geteekend./ Bodenpijl. Hk B

NL-HaNA_1.04.02_3500_0869 view scan ↗

English

591. from Maccasser the Anno 1777. In the morning at seven o'clock came the glarrang of Glissong, having departed from Glessong yesterday evening, reporting to me that Kraeng Sandrabonij marched directly into Goa the day before yesterday with his men, consisting of three company flags and one standard, his men amounting to about six hundred, saying that the five chiefs of Sandrabonij who previously pretended to side with the Company, declared to Kraeng Majareiki that they were compelled to obey the orders of their Kraeng, consisting of the order that from each house half had to march along to Goa, and the other half had to remain to defend the negorij. The chiefs who entered Goa with Kraeng Sandrabonij are the following Kraengs, to wit: Kraeng Bajou at Java Oejoeng Bilaja Bontotanga Bontomatka At nine o'clock Arou Mario and Arou Paidjo came to me, during which however nothing of importance occurred. At twelve o'clock the Madanrang informed me that the enemy had marched outside the gate of Bissee, being about two thousand men strong, for which communication I sent my thanks. I also received news that the enemy had thrown up bentings before the gates of Balangit and Mangassa. Shortly after twelve the Madanrang did not fail to inform again that the enemy had now already surrounded Datou Sedeenring and made a start with throwing up bentings all around there. Agrees Was signed H. B. Hodenpijl. from Maccasser the 543 from Maccasser the Right Honorable Sir, Herewith I have the honor to send your Right Honorable the continuation of what further occurred here yesterday. I must also report to your Right Honorable that instead of loose powder, which I sent to the Captain of the Malays yesterday, I subsequently had to issue a barrel of fixed musket cartridges, consisting of sixty bundles, and that Pongauwa Lisso, who only received musket cartridges the day before yesterday, again requested a barrel of loose powder yesterday but received only half a barrel, as did the chief interpreter and the armed Saleyerese fixed cartridges, so that if it continues this way, instead of the two barrels of cartridges demanded yesterday, I will certainly need four. I also sent over unserviceable gun flints with the mandadoor the day before yesterday, which I request back in serviceable condition. Yesterday with Sergeant Meijer I sent up a sick soldier named Smits with full weaponry, and according to orders of your Right Honorable ordered the sergeant to bring the sick man directly to your Right Honorable; however the Lord Commandant, who sat outside his house on the porch before the door, asking the sergeant what he wanted to do at your Right Honorable's, and having learned my orders from the sergeant, sent him directly into the castle, saying that this was not necessary, and he only had to hand the sick man over to Mr. Roedolph, who would know well enough what to do next, which I can only view as a new obstruction and in such manner I am blameless if the orders given to me by your Right Honorable are not carried out, because the Lord Commandant in Macasser again overturns my orders that I give here, of which I considered it my duty to inform your Right Honorable. I have the honor to be with the deepest respect, Right Honorable Sir, Your Right Honorable's humble and lowly servant, Was signed W. van Burghof. In the margin: in the headquarters before Goa the 15th of August 1777. Agrees Was signed H. B. Hodenpijl. 545 from Maccasser the Continuation of yesterday's notes. Having received the message from the Madanrang, I sent the under-interpreter Blij to him, who had to urge him on my behalf to order Datou Sedeenring to attack the enemy, and received in reply that he had sent glarrang Bontuala there to see what the enemy's movements were, and upon his return would report to me at once about the orders he would issue, however no one came. Arou Pantjana sent to ask me yesterday who it had been that had seen the enemy on horseback at the river, considering he had men stationed at Thaeng who should have noticed this earlier, and he considered the matter an insult. I replied to him that not only the men of the dismissed lieutenant of the Malays, but also those of the chief interpreter whom I had sent out, had spotted them, so if he wished to feel insulted, this should be directed at his own men for not having kept a better watch. Pongouwa Lisso informed me that Datou Sedeenring had already sent to the Madanrang up to three times to ask permission to drive the enemy away, yet could obtain none, from which we could further observe the Boneans' way of acting. While the enemy before the gate of Bissie seemed to engage with Datou Sedeenring, given that they fired small arms back and forth, I sent on horseback there to see what it actually was, receiving upon their return the news that the enemy had retreated inside of their own accord without the Boneans engaging them. At eight o'clock in the evening I sent the chief interpreter according to the order of the Lord Governor to the Madanrang, letting him know on behalf of the Lord Governor that his Right Honorable

Dutch transcription

591. van Maccasser den A=o 1777. S morgens te seven uuren quam glasvang donderdag den 14 aug:s glissong zijnde gisteren avond van glessong vertrokken, mij meldende dat kraeng sandra bonij eergisteren met zijn volk uijt drie vaandels en een standaart bestaande direkt binne goa getrokken zijn hebbende zijn volk omtrent ses hondert man bedraagen zeg„ gende dat de vijf hoofden van sandrabonij die bevoorens hebben voorgegeven het met de Compagnie te houden, aan kraeng maja„ reiki hebben verklaart, van genoodzaekt, te zijn, de order van hunnen kraeng op te volgen, daar in bestaande dat uijt het ider huijs de helft nagoa moest meede— trekken, ende andere helft moest blij ven om de negorij te verdeedigen — De hoofden die met kraeng sandra bonij binnen goa zijn gegaan zijnde volgende krangs te weeten—. Kraeng Bajou aan Java oejoeng Bilaja Bontotanga— „ „ Bontomatka E negen uuren quam Arou mario en Arou Paidjo bij mij waar bij Egter niets van om twaalf uur belang voorviel liet liet de madanrang mij weeten dat de vijand de poort van Bissee buijten getrokken waer„ omtrent twee duijzend man sterk zijn de voorde welke Communicatie ik na liet bedanken ook kreeg ik tijding dat de vijand voor de poork van Balangit en mangas„ sa bentings had opgeworpen kort na twalven zoud de madanrang wederom niet te laeten weeten, dat de vijand nu nu reeks Datou Sedeenning omcingelt had„ en een begin maakt met bentings daar in 't rond op te werpen /:onderstond:/ Accordeert /:was geteekend: H: B: Hodenpijl. van Maccasser den 543 van Maccasser den Wel Edele Groot Agtb=re Heere Hier nevens heb ik de eere uwel Edele Agtb: het vervolg van het gisteren hier verder voor„ gevallen toe te zenden Nog moet ik uwel Edele Agtb: melder dat insteede van Los„ kruid, 't welk ik gisteren aan den Capitain der maleijers heb gezonden, vervolgens een vaakje vaste Snaphaans pattroo nen heb moeken afgeeven, bestaande in sestig bosschen, en dat Pongauwa Lisso die voorgisteren eerst snaespaens patroonen ontfangen hadde gisteren wederom een vaetje loskruijt gevraagt tog slegts een half gekreegen heeft, als meede de oppertolk en de gewapende saleijreesen vaste pat„ tronen zoodak wanneer het verder zoo gaat ik wel in steede van de gisteren g'eijsche twee vatten pattroonen, vier van nooden heb. ook heb ik onbequaame zunder staak met den mandadoor voorgisteren overgezonden, die ik bequaam wederom verzoeke gisteren heb ik met den sergeant Meijer een zieke soldaak namens Smits met volle wapenen opgezonden, en volgens order van uwel van Maccasserden uwel Edele Agtb den sergeant gelast, den zee„ ken direct bij uwel Edele Agtb: te brengen egter de heer Commandant die buijten zijn huijs op het had voor de deur zat, den sergeant vragende, wat hij bij uwel Edele Agtb: doen wilde, en van den sergeant mijne ordres„ vernomen hebbende zend hem direct in 't caskeel, met te seggen, dat dit niet nodig waare, en hij den zieken, maar „ den heer Roe„ dolph aftegeeven had, die wel wist, wat hem vervolgens tedoen stond, het welk ik niet anders dan als een nieuwe dwars trijverij, moet aanmerken en op zodanige wijse onschuldig ben. wanneer de ordres van uwel Edele Agtb aan mij gestelt niet werden ter uijtvoer gebragt, door dat de heer Commandant mijne belastingen die ik hier geeve, op macasser wederom om verre gooit, waar van uwel Edele Agtb: te ver„ wittigen, ik heb het van mijn epligt g'agt te zijn Ik heb de eere met den diepste ontzach te zijn /:onderstond:/ wel Edele groot Agtb: Heere. /:lager:/ uwel Edele Agtb: ootmoedige en nedrige dienaar /: was geteekend:/ w: van Burghof /:in marginne:/ in 't hoofd quartier 77. /.onderstond:/ voorgoa den 15: augustus 177 B Accordert /:was geteekend:/ H:kB Hoaenpijl —. 545 van Maccasser den vervolg van de gisterige aanteekeningen. De boodschap van de Madanrang ontfangen hebbende, zend ik den ondertolk Blij na hem toe, die hem uijt mijn naem moest aanhouden, om tog aan Datou Gedeenning ordre te stellen dat hij de vijand attacqueerde, en hier op ter ankwoord gekreegen, dat hij glarrang Bontuala daer na toegezonden had omte zien hoedanig des vijands beweegingen waa„ ren zullende mij bij terug komst van deezen, van zijne ordres die hij daer op zoude stellen, terstond verslag doen, egter quam niemand. Arou Pantjana liet mij gisteren vragen, wie het was geweest, die den vij„ and aan de rivier had zien te paard kwer„ van gemerkt: hij volk op Thaenghad staan; die zulks wel vroegen hadden moeken ontwaaren, en hij zig gezaak voor een affront hield. ik antwoorden hem hier op, dat het volk van den ont„ slagenen luitenant der maleijers met alleen van Maccasser den alleen, maar ook dat van den oppertolk 't welk ik:o op utgezonden haed, den zelven had„ den bespeurk dus hij zig geaffronteert wil„ lende vinden, zulks over zijn eigen volk ge„ schieden moest, als geen beter wagt hebbende gehouden. Pongouwa Lisso liet mij weeten dat datou Sedeenring reeds tot drie rijsen toe bij de madanrang gezonden had, om per„ missie tevragen, van den vijand voorzig weg teslagen tog geene had kunnen krijgen, waar uijt wijder boniers handel wijse we„ derom konden bespeuren. Terwijl de vijand voorde poort van Bissie met datou sedeenring scheen aan de gang te raaken. gemerkt zij over en weder uijt het klijne geweer vuurden, zendik te paart daer natoe, om te laeten zien, wat het eigentlijk was, ontfangende bij terug komst van deeze de tijding dat de vij„ and van zelven wederom binne gerok„ ken zij zonder dat de bouiers met hem slaags geraakt waaren. Te agt uuren 'Savonds zoud ik den op„ „pertolk volgens order van den Heer gouver„ neur bij de Madanvang hem uijt naem van den heer Gouverneur laatende weeten, dat zijldele Ogtbr

NL-HaNA_1.04.02_3500_0875 view scan ↗

English

from Makassar the The Honorable had received a report from me that the enemy had moved outside and had encircled Datoe Sedeering near us, wherefore the Governor urgently had the Mandharang admonished to immediately give orders to Datoe Sedeering to drive the enemy away from there; and considering His Right Honorable was expecting that the enemy would go back inside toward evening, though also fearing that during this night, or tomorrow, they might come out to make a sally again, the Governor hoped the Mandharang would still give such orders this evening that, in such a case, the enemy's intention would immediately be thwarted by their people. Whereupon the Mandharang again informed the Governor that he would not fail to give these orders, just as he had in fact, in the presence of the chief interpreter, sent word to Datoe Baringang, commanding him to have the enemy attacked immediately if they should come outside again; the Mandharang having also said to the chief interpreter that he would already have given the order for the attack today from Makassar the had it not happened that most chiefs were at Makassar, whom he first had to have fetched from there in haste, and who subsequently arrived too late. A native of the chief interpreter's people was murdered on his return from Makassar to this place, it is not known by whom. Below stood: Goa the 15 August 1777. Was signed: W. van Burghoff. Below stood: Agrees. Was signed: H. B. Hodenpijl. from Makassar the Right Honorable Great Noble Sir, From the attached notes of what occurred here yesterday, Your Right Honorable will see the answer that the Mandharang gave to Brugman. As for the propositions of the Mandharang, I find them so frankly loyal to the Company and well-founded that I must fully agree with him; for it seems to me that no danger can be greater for the Company than that of losing the third attack, and, besides, according to the Bone people's own words, it is an undeniable truth that if the Europeans do not take Goa, the natives will never take it. And whereas Your Right Honorable from Makassar the recently, at the request of Datoe Sedeering, did not want to risk seeing a small attack end fruitlessly, it would now be considerably worse if the combined force had marched out with a disadvantageous outcome. Ian Kilang would thereby be able to prove all his alleged sorceries all the more, and everyone would flock to him. Mr. Brugman, being of the same opinion as I, assures Your Right Honorable that if the same would be pleased to decide to send a detachment of Europeans with Arou Pantjana and give them to him—even if it were only the forty armed sailors from here whom Your Right Honorable intends to send—they would not abandon them as long as there was still a drop of blood in their body. All of which I had to report to Your Right Honorable according to duty, with the assurance that whatever orders Your Right Honorable may be pleased to give in that regard, they will be strictly obeyed. The bearer from Makassar the The bearer of this, Sergeant Koning, brings along two sick soldiers with their full weapons. I further request Your Right Honorable for a kettle, considering that the single kettle that is here is not sufficient for all the people who are still due to arrive here, and if it were possible, meat and pork belly to treat them to beans tomorrow. The two cooks also humbly request two water tubs. I have the honor to be with the deepest respect, Right Honorable Great Noble Sir, Your Right Honorable's from Makassar the humble and obedient servant. Was signed: W. van Burghoff. In the margin: In the headquarters before Goa, the 16 August 1777. Below stood: Agrees. Was signed: H. B. Hodenpijl. from Makassar the At twelve o'clock noon, on the 15 August 1777, Arou Pantjana sent word to me, letting me know that because he had heard that a report had been made to me that the Queen of Thaing had entrenched herself, he had sent people across to inquire the reason for this, and upon this inquiry found that the Queen had indeed secured herself on the side toward Goa, but was not entrenched at all toward us. The Queen of Thaing sent me this same message shortly thereafter, whereupon I thanked both of them for their friendly communication. At five o'clock in the evening, the dismissed lieutenant of the Malays came to tell me that one of his people had found six proas with Saleyerese at Mangado, who declared that out of fear they neither wanted to return home nor go to Makassar, and even much less join the enemy

Dutch transcription

547 van Maccasser den Agtbaare van mij had rapport gekreeken— de vijand na buijten toe getrokken te zijn en Da„ tou sedeering bij kons omcingelt te hebben, als waarom de Heer Gouverneur den madanrang ernstelijk liek aanmaenen, om terstond aan Datou sedienring order te stellen, van den vijand: daar van daan te Jagen en gemerkt zijn wel Edele Agtb: in de verwagting stond, dat de vijand tegens den avond wederom zoude binnen gaan, tot ook bedugt van in deeze na nagt alte niets, of morgen wederom te zullen ko„ men uijtvallen: hoo poe de heer Gouverneer, de Madanvang nog dezen avond zodanig order te zullen stellen, dat in zulks geval, des vij ands voorneemen oogenblijkelijk door haarlie„ den zoude werden te keer gegaan. waar op de Madanvang de Heer Gouverneur wederom leet weeten, van niet gebreeken te zullen blijven, deeze onder testellen; gelijk hij ook nog wee zentlijk in presentie van den oppertolk bij datou Baringang zond hem beveelende ten vijand terstond te laten aanvallen bij al„ dien hij wederom buijken quam, hebbende de Madanvang nog aan den oppertolk gezegd, dat hij reeds heden order tot den aanval zoude hebben van Maccasser den hebben gegeven bij aldien niet Juijtk gevallig de moeste hoofden op Macasser geweest waaren; die hij eerst in de schielijkheijd had moeten laten daar van daan halen, en dewelke ver volgens te laatgekomen waaren—. Een Inlander van des oppertolks volk, is op zijn terug komst van macasser hier na toe vermoord geworden toe men weet niet door wie /:onderstond:/ goa den 15: Augustus 177 177 /: wal geteekend:/ w: van Burghoff /:onderstond:/ Accordeert /was geteekend:/ H: B: Hoden„ „pijl. 549 van Maccasser den Wel Edele Grod Agtb: Heere uijt de hier bij leggende aanteekeningen van het gisteren hier voorgevallene zal uwel Edele Agtb: de antwoord zien, die de Ma„ danvang aan Brugman gegeeven heeft. wat aangaak de voorstellingen van de Ma„ danrang ik vinde ze zoo openhartig trouw voorde Comp. e en gegrondt dat ik mij volko„ men met den zelven moet Confirmeeren, want mij dunkt dat geen gevaar groote voor de Compagnie zijn kan, dan die van de derde attacque te verliessen, en het is buij„ ten die Boniers naareigen zeggen een no„ taris waarheijd dat all de Europeesen goa niet vernomen de Inlanders het nooit zullen krijgen, en terwijl uwel Edele Agtb van Maccasser den Agtb: laatst bij 't verzoek van datoe Gedeenning net resigueeren wilde van een klijnen aanval, vrugeloos tezien afloopen, zou„ de het thans vrij wat slimmer zijn wanneer de gezamentlijke magt met een nadeezig succes was opgetrokken geweest Ian Kilang zoude alle zijne voorgegevene toverijen zoo te meer daar door kunnen staaven en alles zoude hem toeloopen De Heer Brugman, met mij van een concepte zijnde, verzeekert uwel Edele Agtb: dat bij aldien dezelfde geliefden te be„ sluijken, een parthij Europeesen met Arou Pantjana, em hem Meede te geeven /:alwaeren het stegts de veertig gewapende mattroosen hier die uwel Edele Agtb: van ziens zijn te zenden:/ zij dezelven niet zouden verlaeten zoo lange als er nog een drppel bloed in haer lichaam was. Al het welk ik volgens pligt uwel Edele Agtb heb moeten berigten, onder ke verzee„ing dat hoedanig uwel Edele Agtb: daar omtrent ook gelieven orders te stellen, dezelve naauwkeurig zullen werden opgevolgt. overbrenger 551 van Maccasser den Overbrenger deezes, de sergeant Koning brengt twee zieke zoldaaten meede met der zelven volle wapenen—. Ik verzoek uwel Edele Agtb: nog om een ketel, gemerkt den eenen ketel die hier is niet Toerijkende is voor al het volk het welk nog staat hier te komen en bij aldien het mogelijk waare vlees en Speck om haer morgen op kattjang onthaa„ len—. De Twee koks verzoeken meede nederig om twee waater baliers. Ik het de eere met den diep„ sten ontzagch te zijn /:onderstond:/ wel Edele groot Agt„ baare Heere /:lager:/ uwel Edele Agtb: van Maccasser den Agtbaare ootmoedige en nedrige Die naar /:was getekend/ w: van Burghof /:in marginne:/ In 't hoofd quartier voor goa den 16: Augustus 1777 /: onderstond:/ 1777 Accordeert /:was geteekend:/ H:k B:s Hodenpijl. . 553 van Maccasser den. De twaalf uuren 's middags zond Arou opa den 15 aug:s 1777: Pantjana bij mij, laatende weeten dat door dien hij gehoort had, het zij mij berigt gedaen, dat de koninginne van Thaing zig ver„ ƒ schantsk had, bij overgezonden had omme de reden daar van te verneemen, en bij diton„ Verzoek gevonden, dat de koninginne zig wel na de kant van goa toe in veijligheijd ge„ skelk had, tog na ons toe in 't geheel niet verschanst zij. Deeze zelfde boodschap liet de koning nnne van Thaene mij kork daar op doen. waer op ik ze alle bij de voor haare vriende lijke Communicatie liet bedenken. Avonds te vijf uuren quam de ontsla„ „gene luikenant der maleijers mij zeggen dat een van zijn volk op mangado ses praauwen met Saleijreesen gevonde„ had, dewelke verklaarden uijt be¬ vreeskheijt zoo min na huijs te wil„ len keeren, als na macasser te gaan, toe ook nog veel minder zig bij de vijand

NL-HaNA_1.04.02_3500_0882 view scan ↗

English

of Macassar, the to engage the enemy. Furthermore, he proposed having the road from Jongaya all the way to the army occupied by our natives, partly for the security of the road and partly for safety against an attack in the rear by the enemy. He also proposed sending sloops before the river of Sanrabone, in order to prevent powder, muskets, rice, or men from entering Goa, as they had firm intelligence that prahus had been sent to Bali and Mandar, the first to fetch rice, the others to bring men and ammunition. A little while after this, the Lord Governor arrived regarding some orders concerning the aforementioned attack, though without staying long. In the evening at eight o'clock, in accordance with the order of the Lord Governor, I was to send the chief interpreter to the Madanrang to ask him whether the firm determination still remained for the 18th of this month, being the coming Monday, to launch the attack. To which the Madanrang answered yes, though the other Bonian dignitaries of the realm had been with him today and had pointed out to him that whereas from of old and in all wars wherein the Company had been allied with Boni, they had always marched together against the enemy and had never fought so separated as will now happen, they did not expect much good from the third attack. The Madanrang also let me know that he would not conceal from the Lord Governor his apprehension of a very poor outcome of this attack if the Lord Governor did not please to provide a certain number of Europeans, sufficiently indicating that it would come to nothing. He therefore requested me to present to the Lord Governor the danger into which His Honorable would place himself by losing the third attack, in which case he is afraid that everything would fall into disorder, and even some already prominent Bonian chiefs would go over to the enemy, for then it would indeed appear that the Company and Boni were not in a state to overcome Karaeng Kitting, and considering they could not attack Singminasa before joining with our troops behind the same, the Lord Governor could indeed send along a number of Europeans with our Company troops who stand on the right wing. Bringing all this into consideration for the Lord Governor, he nevertheless maintained that the Bonians were to be ready by Monday, and everything would be prepared. Was signed: W. van Burghoff. Below: Agrees. Was signed: H. B. Hodenpijl. of Macassar, the To Ensign Willem van Burghoff. Valiant, Pious, Discreet. However candid, faithful, and well-founded the proposals of the Madanrang may seem to Your Honor, it nevertheless deserves particular reflection that he brings this forward at the very last moment, adding that the Company and Boni had never fought separately before but always joined together, except in the present circumstance, as if that were my fault, whereby he certainly cannot deny that the Bonians did nothing in the first attack, and in the second wanted to take upon themselves nothing other than to attack a paltry benteng at Sawo, pretending that they would look out further for the enemy when he might come outside, which, however, also did not happen when the occasion existed; besides that, previously, far from coming out candidly, he kept us waiting with all kinds of frivolous pretexts and thus willfully gave the enemy the opportunity to strengthen himself, and on the other hand deprived the best of our auxiliary troops of their courage by making them wait needlessly until now; as a consequence of all which I readily understand that he is not without reason fearful of an unfortunate outcome if the attack should be undertaken without the assistance of Europeans, in which unexpected event I am of the same opinion as Your Honor that our situation would deteriorate to the utmost, even if the difficulties mentioned by the Madanrang did not follow from it. Notwithstanding this, the employment of the Europeans also has its difficulty, and that chiefly because if the entire corps is sent out, we have no one left for the protection of our cannon, and a small part cannot accomplish much. I will nevertheless try to arrange it as well as possible to satisfy the Madanrang. But it would be very agreeable to me if one of the Bonian chiefs, when the others march out with Arung Pantjana, etc., would position themselves near the cannon or in the bentengs of the latter, to be able to second our men in case of an enemy sally. If I can manage it, I will see about coming closer myself, but in the meantime, the Madanrang can be maintained in conversation regarding the aforesaid. The sending of sloops to Sanrabone to prevent the entry of vessels I shall take into further consideration, having for the present to leave it postponed due to lack of men. The requested goods accompany this, wherewith, after greetings, I remain, below: Your Honor's good friend. Was signed: P. G. van der Voort. In the margin: Macassar, in Castle Rotterdam, the 16th of August 1757. Lower: P.S. As the good monthly payroll is not yet ready, two hundred rixdollars are being sent provisionally to be distributed among the common soldiers. Below: Agrees. Was signed: H. B. Hodenpijl.

Dutch transcription

van Maccasserden vijand te begeeven verder sloeg dezelve voor, den weg van Jong. aia af, tot aan 't leger toe, met onse inlanders te laten bezetten, ten deele tot veiligheijd vanden weg, ten deele tot zekuriteijd tegens het inde rug vollen van de vijand. Nog soei hij voor, om sloepen voor 't rivier van sandra bonij te zenden, ten eijnde te beletten, dat er geen kruijt en snaphanen, nog rijst of volk binne goa kwam, gemerkt zy vaste tijding had. dat praauwen na Balie ende Mandhaer ge zouden waaren, de eersten om rijst, de anderen om volk en ammunitie aan te brengen Een wijnig hier na quam de Heer gouverneur om eenige ordres wegens de bovenstaende attacque, tog zig niet lange hebbende optgehouden 'Savonds te agt uuren zoud ik den oppertolk ƒ volgens order van den heer Gouverneur, bij de Madanvang, omme hem te vragen, of het nog bij de vaste bepaaling bleef van den 18: deezer, zijnde de aanstaende maandag te zullen atta „que doen. waer op de Madanrang antwoorde van Ia egter de Bouische verdere rijksgrooten waaren heden bij hem geweest en han voorgestelt, dat terwijl van ouds af, en bij alle oorloo„ gen, waarde Compagnie met Bonij zij geallieerd geweest 555 van Maccasser den geweest dezelve altijd te zaemen tegens de vij„ „ant waaren opgetrokken en nooit sodanig gesc: „pareert gevogten hadden, als het thans geschie„ den sal, zij niet veel goeds van de derde attacque verwagtende waaren, ook liet de Madanrang mij weeten den Heer gouverneur met te zullen verzuijgen, zijne bedugtheijd van een zeer zologte uijtslag deezer attaque bij aldien de heer gouverneur met een zeeker aan tat Europeesen geliefde meede tegeeven, geevende gpnoegzaan te kennen dat het op niet zoude uijtlopen. hij verzogt mij dierhalven de heer gouverneur gevaar voor testellen, in die de Agtb: Heer zig gebragt, door de derde attacque te verliesen, als wanneer hij bevreesd zij dat alles zoude in de wars geraaken, en zelfs eenige, reeds aanzienelijke Bomische Hoofden tot den vijand zouden, overgaan, want dan zoude het immers blijken dat de Compagnie en Bonij in staat waaren, Ian Kilang te overwinnen en gemerkt zij Singi maij tog niet eerder konde„ aanvallen dan nabevoorens agter het zelve zig met onze troupen te hebben geconjungeert. zoude van Maccasserden zonder de heer gouverneur immers met onse compagnies troupen die op de regter vlougelstaen„ een getal Europeesen kunnen meede geeven. Dit alles den Heer Gouverneur inconsideratie geevende, bleef hij egter daar bij, dat de Boniers tot den mandag klaar waaren, en alles zoude gereed zijn /: was geteekend:/ W: van Burghoff /:onderstond:/ Accordeert /: was ge„ tekend:/ H: B:s Hodonpijl. 557 van Maccasserden Aan den venderig Willem van Burghog Manhafte, Vroome, Discreete Hoe openhartig, getrouwd en gegrond de voor„ stellen van den Madanrang ook aan uEd te schijnen verdient het nogthans bij sondere reflectie het dat hij die op laatste tijd tiplest te berde brengd en 'er bijvoegd dat de Comp: in Bonij bevorens nooijt afsonderlijk maar altijd met elkan„ hebben deren geconjungeert gevogten „ behalven inde tegenwoordige omstandigheijt even of dat mijn schuld waar door hij immers niet loochenen kan dat boniers bij de eerste attacque niets gedaen en bij de tweede niets anders op hun ƒ van Maccasser den hun hebben willen neemen dan een prullige benting op sevo aante tasten voorgeevende verder op den vrijand te zullen passen wanneer hij buijten kome mogte, dog het geen meede niet geschied is toen het geval exteerde, buij ten dat hij bevoorens wel verre van rond bor„ stig tewesen uijtgekomen, ons niet allerlij frivole voorwendsels opgehouden enden vijand dus als moedwillig occasie om zig te ver„ sterken gegeven mitsgaders. daar en tegen de besten onser hulptroupen de couvogie be„ nomen heeft door hun tot hier toe nodeloos te doen wagten, als een gevolg van alle het wel ke ik ligt begrijpen dat hij niet sonder rede„ voor een ongeluckige uijtslag vreest wanneer d'attacque mogt ondernomen worden sonder assistentie van Europeesen, in welk onver„ hoopt geval ik met uEd van sentiment ben, dat onse toestand ten uijtersten ver slimmeren zoude alkwamen daarzelfs niet op te volgen de swarigheden waar van de Madanvang gewagmaakt. Des niets tegenstaande heeft het emplorij van de Europeesen meede zijn swarigheijt en wel voornamentlijk omdat het gant„ sched e 559 van Maccasserden sche Corps uijtjesonderwordende, wij niemand overhoude hot decking van ons Canon en een gedeelte niet veel uijtvoeren kan, Ik zal ƒ het nogthans zo goed mogelijk zien te schit„ ken om den madanrang genoegen te geven. maar het zoude mij zeer aangenoomen zijn wanneer een van de bonijse hoofden, als d' anderen met Aroe Pantjara enz: uijttrec„ ken sig bij het Canon dan wel in des laastgem: bentings posteerden, om d' onsen in Cas van een vijandelijken uijt val kunnen Secundeeren Als ik het kan bij brengen zal ik zien zelfs nader te komen dog kan dden Ma„ danrang over het voorzegde inmiddens on der houden worden—. Het senden van Chialoupen na sandrabonij om het inlopen van vaartuijgen te beletten sal ik nader in bedonken neemen het voor als nog door gebrek aan volk moetende uijt gesteld laten— de gevorderde goederen gaan hier nevens waar meede nagroete blijve /:onderstond:/ ub van Maccasser den uE: goede vriend /:was geteekend:/ P: G: van der voort, /:in marginne: Macasser in't Casteel Rotterdam den 16: Augustus 1757 /:lager:/ P: S: de goede maanden vol nog niet klaar zijnde gaan bij provisie twee hondert rd:s over om hondert het gemeen verdeelt te worden—. /:onderstond:/ Accordeert /was geteekend:/ H: B: Hodenpijl. ƒ

NL-HaNA_1.04.02_3500_0889 view scan ↗

English

from Makassar Honorable, Most Respected Lord. The accompanying daily register contains everything that I have to report to Your Honorable and Respected Lordship up to now. I only humbly request herewith that the garrison clerk, upon further receipt of the specification of the lost weapons that I have sent to Your Honorable and Respected Lordship, may be ordered to inspect what weapons he must still receive from me, and how many of each sort, so as subsequently to make the receipt here in the army in person; at which time it may appear that not as many muskets were lost as I have now had to report according to my calculation, being fearful that if I just send them over in that way, the master of the armory together with the clerk might play the same trick on us as they played on the Lord Commander when he was short three muskets, and consequently had to pay for them; for then they sent a soldier here sometimes with weapons, then again without weapons, then once without a musket but with a cutlass, then again with a cutlass and without a musket, all of which I wished to have in proper order again by the end of this month, so as to be free from further accountability with respect to weapons. I have the honor to be with the deepest respect, below was written, Honorable, Most Respected Lord, lower, Your Honorable and Respected Lordship's humble and lowly servant, was signed, W: van Burghoff, in the margin, in the headquarters before Goa the 20th of August 1757, below was written, Agrees, was signed, H: B: Hodenpijl. from Makassar In the morning at seven o'clock the Captain of the Malays came to me saying that he very much wished that Europeans of the Company might be seen attacking together in company with the natives, since otherwise he foresaw very poor success in matters. Shortly thereafter Pongauwa Lisso sent to me, letting me know that Kraeng Bontopanna had sent 80 rixdollars to Datou Baringang from Goa in order to have gunpowder for it, and that he had indeed received gunpowder for it; for which notification I had him politely thanked. At three o'clock Glarrang Bontuala was sent to me by the Madanrang to bring me the message that Kraeng Sapanang, Kraeng Kandsjilo and Kraing Bontomario had marched to Maros, having stayed today at Boekor Boekoeroe. Subsequently at five o'clock in the evening the Lord Governor came here to give the orders here for the attack of the 18th on Singimaij, namely that 80 soldiers and 20 marines with two two-pounder pieces should advance on the west or south side of Goa, to attack Singimaij at the break of day, or to surprise it, seeing that the Boniers had on the 12th made the resolution with the Lord Governor to attack before daybreak. At eight o'clock I send the chief interpreter once again to the Madanrang, in order to have him ask whether the Boniers were ready for tomorrow morning after night, making known to him that the wish of the Boniers would be met by having Europeans find themselves at Tingimaij, provided that they, the Boniers, merely kept their promises to be likewise at Pingimaij before daybreak; whereon the Matanrang answered that according to their resolution taken on the 12th of this month with the Lord Governor, they had to fight, yet he thought whether it would not be better that the Boniers together with the Europeans and the other Company troops advanced on the south or west side, seeing that the Boniers gladly were together with the Europeans. In the evening at seven o'clock a detachment of 1 sergeant, 2 corporals and 52 private soldiers arrived here as reinforcement. In the morning at seven o'clock Sunday the 17th of August the provisional ensign Vorscht was ordered out with four sergeants, 4 corporals, a drummer, and 70 privates, making together 80 heads, to be able to attack Tingimaij tomorrow morning at four o'clock, as well as 20 volunteer seafarers, and six sailors to maintain the two pieces. Subsequently hand grenades, cartridges, flints, priming needles and other necessary goods were distributed for the fighting tomorrow. At two o'clock in the afternoon the Madanrang let me know with a terrible outcry that the enemy, 2000 men strong, had marched out of the gate of Desse; whereupon I had five barrels of gunpowder and two barrels of bullets supplied to him, riding on horseback with the chief interpreter straight away to Datou Sedeenring, to see how the enemy's movements were. However, arriving there and seeing that the enemy with all men moved outside in such a way that I ran the risk of being cut off from my post, seeing that the Boniers remained sitting in their redoubts, I wanted to turn back again, when I was requested by Datou Sedeenring and the Tomilalang to provide them assistance with a couple of pieces and troops, which I promised him to do immediately, warning beforehand that until the main engagement I had no order and would merely show myself, then whenever they got into distress I would not leave them in the lurch, and if they merely wanted to attack the enemy, my movement with Europeans and some cannon shots would serve them as a great support. He promised upon this to attack immediately, however did not keep his word, and I rode back to fetch the soldiers with the pieces, yet marching out with them the enemy immediately retreated back inside, and came back again at six o'clock, one private having been wounded on the march by a shot from the rampart. In the evening

Dutch transcription

561 van Maccasser den Wel Edele Groot Agtb: Heere. Het hier nevens gaande dog register alles ont„ houden, wat ik uwel Edele Agtb tot nu toete melden heb, verzoeke ik bij deezen alleenig in nederigheijd dat de garnisoen schrijver e nader ontfangst van de Specificatie der verlorene wapenen die ik aan uwel Edele Agtbaare hebgezonden, mag werden geor„ de neerk, omme natezien, wat waponen hij nu nog van mij ontfangen moet, en hoe veel van ieder zoork, omme vervolgens den ontfangshier in't leger in perzoon te doen, als wanneer mogelijk zal blijken, dat er niet zoo veel geweeren zijn verlooren gegaen, als ik thans volgens mijne bereekening heb moeten opgeeven, bevreest zijnde dat wan„ neer ik zo maar zoo overzende, de baas der wapenkamer nevens den schrijver wij den pots zoo konden speelen, als hij het den heer Commandat hebben gebatken de drie gewee„ ren te kork komt, en dezelve bij gevolg betaelen n G 8 van Maccasser den betaalen moet; want dan hebben zij eens een zoldaat met wapenen, dan wederom zonder wapenen, dan eens zonder geweer edog met houwer, dan wederom niet houwer en zonder geweer hier gezonden, al het welk ik wenschte met uijtgang van deeze maend wederom in behoorlijke order te hebben, omme vrij van verdere verantwoording ten opzigte van wa„ penen te zijn Ik heb de eere met den diepsten ontzach te zijn /:onderstond:/ wel Edele groot Agtb: Heere /:lager:/ uwel Edele Agtb: ootmoedige en nedrige dienaar /.was geteekend:/ W: van Burghoff /:in marginne:/: in't hoofd quartier 1757. /:onderstond:/ voorgoa den 20: Aug:s 177 Accordeert /:was geteekend:) H: B: Hoden„ „pijl. 563 van Maccasser den 'S morgens te seven uuren quam de Capitain der maleijers bij mij zeggende dat hij wel wee„ sen van de Compagnie zeer wenschte van Eu„ ropeesen te mogen meede zien attacqueeren in geselschap der inlanders, aangezien bij anders een zeer slegt Succes van zaaken voorzag Kort daar op zond Pongauwa Lisso bij meij, mijlatende weeten, dat kraeng Bonts panna 80: rd s aan Datou Baringang uijt goa gezonden had, omme kruijd daar voor te hebben, en dat hij er ook werkelijk kruijd voor ontfangen had; voor de welke bedee„ ling ikem vriendelijk liet bedanken Te drie uuren wierd glarrang Bontuala door de Madanrang bij mij gezonden, omme mij te bootschappen dat kraeng sapanang, krainen kandsjilo en Kraing Bonto ma„ Rio na maros waaren gemarcheert, heb: bende heden op Boekor Boekoeroe gestaen. vervolgens quam te vijf uuren 'savonds de Heer gouverneur hier, omme de ordres hier te stellen tot den aanval. van den 18. op E van Macasserden op Singi maij, dat namelijk 80. militairen en 20: marijnen met twee stukken van twee 7 pond, de west of zuijd kank van goa moes„ ten opkrekken, omme Singimaij met het krieken van den dag te attaqueeren, dan wel te overwinpelen, gemerkt de boniers den 12: het sluijk met den Heer Gouverneur geno„ men hadden, van voorden dag te moeten aanvallen. Te agt uuren zend ik den oppertolk nog„ „maals bij de Madanrang, ten eijnde van te laten vragen, of de boniers tot den morgen de na nagt klaar waaren, hem daar bij bekend maakende, dat der Boniers zien zou„ de werden gedaan, met hun Europeesen bij Tingimaij telaten vinden, bij aldien zijde boniers, slegts hunne beloften naquamen van voorden dag insgelijks bij Pingimaij te weezen, waar op de matanrang ant„ woorde dat volgens hun genomen besluijt op den 12. deezer met den Heere gouver„ neur genomen, moest gevogten worden, tog meerde hij of het niet beeter waere dat de boniers met de Europeesen en de andere Comp. 565 van Maccasserden Comp: volkoren tesamen, de zuijd of west kant optrokken, gemerkt: de Bouiers gaarne met de Europeesen tesamen waaren. avonds te seven uuren quam een Commando van 1: sergeant 2: Corporaals en 52: gemeene mili„ tairen tot versterking hier aan—. S morgens te seven uuren wierd de provisio zondag den 17: aug. s neele vaandrig vorscht met vier sergeant 4: Cor poraels, een tamboer, en 70. gemeenen, makende tesamen 80: koppen uijt gecommandeert om te vier uuren 's morgens aanstaande Tuginaij te kunnen attacqueeren, zoo meede 20: wij willige zeevaorende, en ses mattrosen tot handhaving van de twee stukken vervolgens wierden hande vanaten pat„ tronen, vuursteenen, ruijmnaelden en an„ dere benodigde goederen uijgeteelt tot het moogende gevegt N Te twee uuren 's agter middags liet de Madanrang mij met een vreeslijk mis: baar weeten, dat de vijand 2000: man Stork, de poork van Desse was uijtge trokken; waarop ik hem vijf vaten kruijd en twee vaten kogels liet verstrek kan, rijdende te poord met den oppertolk ter Hout „ van Maccasser den stond na Datou Gedeenring toe, omme te zien hoedanig des vijands beweegingen waaren egter daar komende en ziende dat de vij„ „and met alle man zodanig buijten took dat ik gevoer liep van mijn post afgesneden te worden, gemerkt de boniers in haere hatken bleeven zitten, wilde ik wederom terug keeren, toen ik verzogt wierd door Datou Sedeenring en de Tomilalang omme hunne bijstand te doen met een paer stuk„ ken en militie, 't welk ik hem beloofde aanstonds te zullen dan toe bevoorens waer„ schouwende dat ik tot te regter geen order had en mij slegts vertoonen zoude, toe wanneer zij in nood quamen zoude ik ze 'er niet inlaten blijven steeken en wanneer zij den vijand slegts wilden attacqueeren, zoude mijne beweeging met Europeesen en eenige kanon schooten hun tot groote ondersteuning dienen hij beloofde hier op aanstonds te zullen aan„ vallen /:hield egter zijn woord niet:/ en ik reed terug omme te militairen met de Stukken tehaalen, tog daar meede op trekkende trok de vijand terstond wederom na binnen, en quam teses uuren wederom terug, zijn de een gemeene op de marsch door Een schooten uijt de wal gequetst Savont

NL-HaNA_1.04.02_3500_0895 view scan ↗

English

from Maccasser the 1777. 567 In the evening at six o'clock a detachment of 1 sergeant, 1 corporal, and thirty ordinary marines arrived here as reinforcements. At one o'clock at night I sent to the Madanrang on Monday the 18th September to ask whether the Boniers were ready to advance; however, he was asleep and no one dared to wake him. At two o'clock I dispatched the chief interpreter with his men, the Galessonners, Poelembankeeners, Malays, Sopingers, and Aron Pantjana's men, together with the Europeans who were 100 men strong, along with two field pieces, in order to march from Tingimaij. These having departed, I sent again to the Madanrang, but he was still asleep. At half past two o'clock I sent to him for the third time, and he was still sleeping continuously. Shortly thereafter the Lord Governor arrived with a portion of his bodyguard on foot and on horseback, as well as a number of citizens and other resident volunteers of Macasser. And a messenger was again sent to the Madanrang, who finally, after the passage of a short hour, arrived, conducting himself as if there was nothing to be done and he knew of nothing. Yet stood towards Datou Sedeenring to see how the enemy's movements were. However, arriving there and seeing that the enemy were moving outside in full force, so that I ran the risk of being cut off from my post, considering that the Boniers remained sitting in their strongholds, I wanted to turn back, when I was requested by Datou Sedeenring and the Tomilalang to give them assistance with a couple of field pieces and militia. This I promised him I would do at once, beforehand warning him that I had no orders to fight directly and would only show myself, yet if they came into distress I would not leave them in the lurch, and if they merely wished to attack the enemy, my movement with Europeans and a few cannon shots would serve as a great support to them. He promised upon this that he would attack at once; however, he did not keep his word, and I rode back to fetch the soldiers with the field pieces. Yet marching out with them, the enemy immediately withdrew inside again, and I returned at six o'clock, one common soldier having been wounded on the march by a shot from the rampart. from Maccasser the Evening 527 from Maccasser the 1777 In the evening at six o'clock a detachment of 1 sergeant, 1 corporal, and thirty ordinary marines arrived here as reinforcements. At one o'clock at night I sent to the Madanrang on Monday the 18th September to ask whether the Boniers were ready to advance; however, he was asleep and no one dared to wake him. At two o'clock I dispatched the chief interpreter with his men, the Galessonners, Poelembankeeners, Malays, Sopingers, and Aron Pantjana's men, together with the Europeans who were 100 men strong, along with two field pieces, in order to march from Tingimaij. These having departed, I sent again to the Madanrang, but he was still asleep. At half past two o'clock I sent to him for the third time, and he was still sleeping continuously. Shortly thereafter the Lord Governor arrived with a portion of his bodyguard on foot and on horseback, as well as a number of citizens and other resident volunteers of Macasser. And a messenger was again sent to the Madanrang, who finally, after the passage of a short hour, arrived, conducting himself as if there was nothing to be done and he knew of nothing. Yet from Maccasser the. Yet after the Lord Governor pointed out to him that the Europeans and our remaining forces were already at Tingimaij waiting for the Boniers, he departed again to make preparations for marching out his troops. The commanded ensign, having already waited for the Boniers at Tingimaij since four o'clock, and they still not being there at seven o'clock, except for the Tomilalang and the Datou Sedeenring, who however pretended that they first had to await orders from Datou Boringang or wait for him in person, found himself compelled to make the attack, out of apprehension that when the sun rose higher the Europeans would quickly grow faint from the heat, and besides that he noticed that the enemy was continuously advancing in greater strength toward Tingimaij. He made the attack fiercely, and arriving upon the mountain with defile fire, considering that the enemy had three bentings situated on this mountain, and the situation demanded that he absolutely had to enter between two bentings. But notwithstanding that the Europeans fought like lions and had already thrown over forty hand grenades into that benting which they actually intended to storm, 529 from Maccasser the intended, the Wadjo-Wadjarese and Macassars who were inside remained steadfast, defending themselves furiously, throwing, those who had no firearms, stones, krises, and assegais at our Europeans; so that the ensign saw himself compelled to retreat, since no natives had followed him to the top, but all of them had remained standing below during the storming, and he already had one dead and 24 wounded. Subsequently, having had a report made of this to the Lord Governor, the latter gave him orders to return back to the army again. At five o'clock in the evening the wounded were brought to Macasser, and the detachments of militia and navy were likewise sent back. The loss of this skirmish consisted of 1 dead corporal, 1 wounded sergeant, 2 wounded corporals, 22 wounded soldiers, and wounded sailors. At eight o'clock in the evening I sent the chief interpreter, according to the order of the Lord Governor, to the Madanrang

Dutch transcription

van Maccasser den 1777. 567 'Savonds te ses uuren quam een commando van 1: serg:t 1: Corporaal en dertig gemeene marijnen, tot versterking her aan„ 's nagts te eer uuren zond ik bij de Madanrang omma teen Maendag den 18:' Ser:s ten vragen of de boniers klaar waaren tot het optrekken; egter hij sloep en niemand mogte hem watker maaken. R twee uuren zoud ik den oppertolk met zijn volk, de galessonners, Poelem ban keeners, ma„ leijers, sopingers, en Aron Pantjana, volk, met de Europeesen /: die 100. man sterk waaren:/ nevens twee stukken of, omme van Tingi„ maij te marscheeren deese vertrokken zijnde, „7 zond ik wederom bij de Madanvang, egter hij sliep nog. De half drie uuren zond ik voordederde rijse na hem toe en hij sliep algaande weg. kork daar na quam de Heer Gouverneur met een gedeelte van zijne lijfwagt te voet en tepoord, als meede een getal borgens en an„ dere ingezeetene vrijwillige van Macasser. en wierd wederom bij de madanvang ge„ zouder, die eijndelijk na verloop van een kleijn uurtje aanquam zig zodanig gedragen, de, als of 'er niets te doen was en hij van niets wisl: tog stond na Datou Gedeenring toe, omme te zien hoedanig des vijands beweegingen waaren egter daar komende en ziende dat de vij„ „and met alle man zodanig buijten took dat ik gevoer liep van mijn post afgesneden te worden, gemerkt de boniers in haere hatken bleeven zitten, wilde ik wederom terug keeren, toen ik verzogt wierd door Datou Sedeenring en de Tomilalang omme hunne bijstand te doen met een paer stukk„ ken en militie, 't welk ik hem beloofde aanstonds te zullen dan toe bevoorens waer„ schouwende dat ik tot te regter geen order had en mij slegts vertoonen zoude, toe wanneer zij in nood quamen zoude ik ze 'er niet inlaten blijven steeken en wanneer zij den vijand slegts wilden attacqueeren, zoude mijne beweeging met Europeesen en eenige kanon schooten hun tot groote ondersteuning dienen hij beloofde hier op aanstonds te zullen aan„ vallen /:hield egter zijn woord niet:/ en ik reed terug omme te militairen met de Stukken tehaalen, tog daar meede op trekkende trok de vijand terstond wederom na binnen, en quam teses uuren wederom terug, zijn de een gemeene op de marsch door Een schooten uijt de wal gequetst van Maccasser den Savont 527 van Maccasser den 1777 Savonds te ses uuren quam een commando van 1: serg:t 1: Corporaal en dertig gemeene marijnen, tot versterking her aan„ 's nagts te eer uuren zond ik bij de Madanrang ommo telen Maendag den 18:' Serp:rs ter vragen of de boniers klaar waaren tot het optrekken; egter hij sloep en niemand mogte hem wakker maaken. R twee uuren zoud ik den oppertolk met zijn volk, de galessonners, Poelem bankeeners, ma„ leijers, sopingers, en Aron Pantjana, volk, met de Europeesen /: die 100: man sterk waaren:/ nevens twee stukken of omme van Tingi„ maij te marscheeren diese vertrokken zijnde, zond ik wederom bij de Madanvang, egter hij sliep nog. De half drie uuren zond ik voor de darde rijse na hem toe en hij sliep algaande weg. kork daar na quam de Heer Gouverneur met een gedeelte van zijne lijfwagt te voet en tepoord, als meede een getal borgens en an„ dere ingezeetene vrijwillige van Macasser. en wierd wederom bij de madanrang ge„ zouden, die eijndelijk na verloop van een kleijn uurtje aanquam zig zodanig gedragen„ de, als of 'er niets te doen was en bij van niets wisl: tog. van Maccasser den. tog nadat hem de Heere gouverneur voorhield dat de Europeesen en onse overige magt reeds bij Tinge maij waaren, en op de boniers wagten, ver„ „trok hij wederom, om toestel te maaken tot het opmarscheeven zijner volkeren —. De gecommandeerde vaendrig, reets zedert vier uuren bij Singi maij op de boniers gewagt hebbende, en zij te seven uuren er nog niet zijnde, buijken de Tomilalang den Datou se„ deenring, die egter voorgaven dat zij eerst: onder van Datou Boringang, dan wel hem zelfs moesten afwagten vind hij zig genood zaekt de attacque te doen, uijt bedugtheijd dat wanneer de zon hoger opquan, de Europee„ sen door de hitte schielijk zouden ver„ flaauwen, en hij ook buijten dien gewaer wierd dat de vijand geduurig sterker na tingimaij toetro k: hij deed den aanval nevig. en op de berg komende met een difilee vuur, gemerkt: de vijand drie bantigs op deezen berg had leggen, ende Dituatie het zoo vereijschte dat hij absoluut tusschen twee bentigs moest inkomen, dog niet te gestaende de Europeesen als leeuwen vogten en zij over de veertig hand granaden in die benting reeds hadden geworpen die zij eigentlijk bestoomen wilden 529 van Maccasser den wilden bleeven de wadja wadjareesen en macassaeren die 'er in waaren, standvas„ tig met zig verwoedende, te verweeren gooijende de zulken die geen geweeren had„ den met Steenen, kritsen en nassegaaijen op onze Europeesen: zoo dat de vaendrig zig genoodzaakt zag terug te trekken aangezien geen Inlanders hem na boven toegevolgt waaren, maar alle gaar bij 't storm loopen, beneden waaren staan ge bleeven en hij reets een booden en 24: ge„ quetsten had„ vervolgens hier van aan den heer gouverneur hebbende laten rapport doen, gaf die hem order, omme wederom na 't leger terug te keeren. Avonds te vijf uuren wierden de gequet„ sken na Macasser gebragt, en de Comandos van militie en zeevaart insgelijks te rug gezonden. T verlies van deeze Schermutzeling heeft bestaan in 1: dooden Corporaal, 1 gequet sen Sergcank, 2: gequetste Corporaels, 22. gequetste soldaaten en gequetste mattrosen Te agt uuren 's avonds zond ik den oppertolk volgens order van den heer Gouverneur bij de madan van

NL-HaNA_1.04.02_3500_0900 view scan ↗

English

From Maccasser the madanrang, to point out to him that the Boniers were now already for the third time to blame for the bad success of our attacks, and furthermore to ask him what he thought should now be done. To the first he replied that the ensign should have waited for the Boniers at Tingimaij, pretending to be ignorant of the fact that he had agreed with the Governor to begin at Tingimaij at four o'clock, and that he had moreover been reminded of this by me daily, with the representation that when the sun rises strongly, the Europeans in this country can be employed only with great difficulty. Further he said that he had not been able to receive any gunpowder from the Company, as if five barrels of gunpowder, which he himself admitted to have received, were not enough, besides the fact that the Boniers during this attack have not fired off the hundredth part of the five received barrels of gunpowder, not to mention that Datou Bavingang, of whom the Tomilalang and Daton Gedeeuring had pretended that one had to wait for him first, only at nine o'clock marched out of his benting. Regarding what was now to be done, he thought that one should gradually draw the bentings all around Goa, and starve out the enemy. Still late there came an indigenous pair of the Boniers, who seemed to me to have been sent by the Madanrang in order to let us know the grievances of the Boniers through a third hand, recounting for themselves in particular that the Boniers blamed the bad outcome of the fight on four points; namely: Firstly, why the Governor had not remained at Macasser, and placed a member of the Council of Policy in command here, as if a member of the Council of Policy could have handled the matter differently. Secondly, why I had sent the ensign thither, and had not gone thither myself, just as if they would then have been there at four o'clock, and fought better. Thirdly, why the ensign had not waited for them, when they themselves had previously decided to begin before daybreak, and have been warned often enough that the Europeans are not to be employed in a fight so late in the day. Fourthly, why no gunpowder had been supplied to them, pretending to be ignorant of having received five barrels of gunpowder and two barrels of bullets, with which they could fire over nine thousand shots, which would have made the affair turn out differently if they had been fired against the enemy. Tuesday the 19th of August 17: in the morning everything was again put in order among the militia, to be ready for a new fight. In the evening at five o'clock Pongauwa Lisso came to me, recounting that he had received word through his spies that he would be attacked by the enemy in the late night, requesting me therefore for a supply of gunpowder, lead and grapeshot, whereupon I had him supplied with 14 pieces, two pounds of grapeshot, together with a barrel of gunpowder and 200 bundles of cartridges. He also requested me to propose to the Governor whether he would not please summon the King of Bonij from the interior, so as to have to deal with him alone, as he clearly saw that the Bonian grandees of the realm did not at all follow the orders of their king, who in his last letter had so strongly recommended to them that they must strictly obey the orders of the Governor. Subsequently Daton Soping appeared before me, communicating that he had consulted with his chiefs about making a benting at Taborang, but that they had not approved of it, pretending that he had not marched thither in the name of his country, nor had he been summoned by the Governor to the assistance of the Honorable Company, having merely offered himself for it voluntarily. At eight o'clock in the evening Datou Soping let me know through an emissary that he had received news that the enemy would send out two parties to fetch ammunition, namely one to Boenissalloe and the other to Sandrabonij, for which notification I thanked him. Upon receipt of this news I sent the under-interpreter Blij to the madanrang in order to inform him of this, with the request to send out some chiefs to cut off the enemy's pass upon their return with the ammunition; to which he answered that he was indeed inclined to send people out to Boenissalloe, but because the Company provides no gunpowder, they would have to march out without firearms and consequently be of little use; he also wondered why I did not request the chiefs for this who stand on our right wing, by which he made known the Boniers' jealousy towards Pongauwa Lisso and Aron Pantjana, neither of whom could be employed for this, seeing that the first was to be attacked this night, and the other is at Macasser, and so the matter remained as it was without anyone going out after them. Beneath stood: Agreed. Was signed: H:k B: ModenPijl. From the ensign Willem van Burghof. Valiant, Pious, Discreet. Your Honor's request concerning the missing weapons shall be complied with. This serves to order Your Honor to urge the Madanrang to a speedy fulfillment of his promise to draw the bentings closer around Goa, and thus enclose the enemy; and seeing that I would gladly see that one were also constructed at Tobarong, which is not feasible except under the cover of a good

Dutch transcription

van Maccasser den madanrang, omme hem voor tehouden, dat de boniers nu al voorde derde reijse aan het Regt Succes onser attacques schuld waaren, en ver„ volgens hem te vraegen, wat hem dunkt dat 'er thans moest gedaan worden hij gaf op het eerste ter antwoord dat de vaen„ drig bij Pingi maij de boniers had moeten inwagten zig ignorant daar van houdende dat hij met den Heere Gouverneur besto„ ten had, van vier uuren bij tingimaij te moeten beginnen, en dat hij nog buijten dien dagelijks door mij daar toe erri„ neert was geworden, met voorstelling, dat de zon sterk op komende de Europeesen, hier te lande bezwaarlijk te gebruijke zijn. verder zeijde hij geen kruijd van de Com„ „pagnie te hebben kunnen ontfangen /:gelijk als of vijf vaten kruijd, die hij zelfs bekende ontfangen te hebben, niet met abwaaren, buijten dat de boniers bij deesen aanval niet het honderste gedeelte van de vijf ontfangene vaten kruijd hebben verschooten, behalven dat datou Bavin„ gang van wien de Tomilalang en Daton Gedeeuring hadden voorgegeeven den zel„ ven eerste te moeten inwagten, eerst tenogen 97 uurend 571 van Maccasser den uuren uijt zijne benting is getrokken— Aangande het geen nu moest gedaen worden meerd hij dat men de bentings algaande weg rontom goa moest trekken, en den vijand uijt hongelen Nog taat quam een inlandse paar van de boniers, die door de Madanrang mij toescheen te zijn gestuurt, om ons door de derde hand der boniers besnaarssen te laten weeten verhaalen voor zig en particulier dat de 30: niers den quaden uijtslag van het gevegt, aan vier poincten ter last legden; teweten. Eerstelijk waarom de Heere gouverneur niet op macasser waar gebleeven, en een lid van Politie hier in Commando gesteld hod:/ gelijk als of een lid van Politie de zaak had anders kunnen tracteeren. Tweedens, waarom ik de vaendrig daer na toegezonden had, en niet zelve na toe gegaan waar. / even als of zij als dan te vier uuren zouden hebben daar geweest, en beeter gevogten hebben. Ten derden, waarom de vaendrig haer niet had: ingewagt:) daar zij toe bevooren zelfs besloten van Maccasser den besloten hadden voor den dag te moeten beginnen, en dikwils genoeg zijn gewaer„ schouwt geworden, dat de Europeesen niet zoo laat op den dag in een gevoegt te ge„ bruijken zijn—. Ten vierden waarom haar geen kruijd waar verstrekt geworden. / zig in gnorant houdende van vijf vaten kruijd en twe # vaten kogels te hebben ontfangen, met de„ welke zij over de negenduijsend schoten doen, dewelke de zaak zouden hebben doen anders uijtvallen, bij aldien zij te„ gens de vijand waaren gedaan geworden dingsdag den 19 aug:s 17: 's morgens wierd bij de militie alles wederom in ordre gebragt, om tot een nieuw geregt gereed te zijn. avonds te vijf uuren quam Pongauwa Lis„ so bij mij verhalende dat hij door zijne Spions had tijding gekreegen, van in de na nagt door den vijand te zullen wer„ den aangevallen, verzoekende mij dierhal„ ven om onderstond van Kruijd, loot en druijven, waar op ik hem 14: pees, twee ponden druijven, nevens een vat kruijd en 200. bossen pattroonen liet verstrekken ook verzogt hij mij den Heere Gouverneur voor 577 van Maccasser den voor te slagen, of dezelve niet geliefde den koning van bonij uijt de binnelander te ontbieden, omme als dan met deezen alleenig te doen te hebben, als wel ziende dat de bonische Rijksgrooten, de ordres van hunnen koning gantsch niet opvolgten, die haar in zijn laatste brief zoo sterk had aan gerecommandeert van de beveelen der Heere gouverneur Stiptelijk te moe„ ten opgevolgen. vervolgens verschen Daton Soping bij O mij, communiceerde dat hij met zijne hoof„ den had geraad pleegt, over het maaken van een benting op Taborang tog dat dezel ve het niet goed gevonden hadden voor geevende dat hij niet uijt naam van zijn land hier natoe getrokken, tevens ook niet tot bijstand van dE: Comp: door den Heer Gouverneur waar op ontboden geworden als zig sleghs van zelven daar toe aangeboden hebbende. Te agt uuren 's avonds liet Datou so„ „ping mij daar een zendeling weeten, tij ding te hebben gekreegen, dat de vijand twee partijen zoude uijtzenden, ter afhaeling van ammunitie te weeten de eene na Boenssallt van Maccasser den. Boeris salloe ende andere na Sandrabonij voorde welke bedeeling ik hem biek bedenken volgens ontfangs van deeze tijding ik den ondertolk Blij bij de madanvang omme hem hier van te verwettigen, met het verzoek van eenige hoofden te willen uijt zenden ten eijnden den vijand bij desselfs terug komst met de ammunitie, den pas aftesnijden; geevende hij daar op ter ant„ woord, dat hij wel genegen zij, volk na Boenissalloe uijt te zenden togom dat de Compagnie geen kruijd verstrekt zou„ den zij moeten zonder geweeren optrefkten en bij gevolg van weinig niet zijn, ook meende hij waarom ik dan met de hoofden hier toe verzogt, die op onsen regten vleugel staan, waer meede hij der Boniers Jaloersheijd over Pongauwa Lisso en Aron Pantjana te kennen. gaf, dewelke geen van beijde hier toe konden werden g'emploijeert. gemerkt de eerste in deeze nagt stond aangevallen te worden, en de andere op macasser is, en dus is de zaak zo gebleeven zonder dat er iemand op uijtgegaen is /:onderstond:/ Accordeert /:was geeteekend:/ H:k B: ModenPijl. 575 van Maccasser den Van den vendrig Willem van Burghof„ Manhafte, vroome, Discreete Aan uEd: versoek betreffende de absont geraakte wapenen zullende voldaan dient deese om uEd: te gelasten den Ma„ danvang te doen aanman, tot een spoedi„ ge volbrenging zijner belofte, ten eijnde de bentings nader om goa te trecken, en dus den vijand in te Sluijten, en gemerkt ik gaaren zoude zien, dat er ook een wierd aangelegt op Tobarong, het geen met doenlijk zij dan onder bedecking van een goed

NL-HaNA_1.04.02_3500_0906 view scan ↗

English

from Maccasser the good number of armed men, I have ordered Sadulla to dispose Arou Pantjana thereto, which I hope he will be willing to do, in which case the chief interpreter will have to try to obtain as many people together as will ever be feasible for a speedy completion of the work, even if it should cost a trifle of 16 to 20 rd.s, provided it is well made, over which I recommend the supervision to Your Honour. The king of Bonij, having already requested several times to come hither, can be informed thereof through the former Pongauwa, but that I shall do so at greater length in due course. The proposal of Datoe Soping being acceptable to be answered, Your Honour has done well to thank him for the imparted news and also not to fail to give notice thereof to the Madanrang, as well as to request him to send out personnel in response thereto; he being also able to be entertained regarding his reply by the chief interpreter, and it being shown to him that, far from having refused him powder and lead, the same was supplied in such a 577 from Maccasser the great quantity that not even half could have been consumed if no improper use had been made of it, and that evidence has been found that the enemy has received their share of it; that I am as yet not unwilling to provide a further supply, being far from imputing this to him, but that I then want to hope that there will truly be fighting and that it will not be needlessly fired off or lost, so that a couple of small kegs with bullets can also indeed be delivered pro rata, especially if he should wish to send to Borcsallo. From which, however, I can promise myself little or no success, it being known how they do not dare to face a party not a tenth part as strong as they are, much less attack them, so that in all respects a speedy containment of the travelers towards inside Goa is much to be preferred. If I can at all manage it, I hope to come in person tomorrow, although I am not feeling at all well from Macasser the well, and moreover not a little burdened with paperwork which is extremely difficult for me. Wherewith, after greetings, I remain beneath Your Honour's good friend was signed P: G: van der Voort in the margin Macasser in Castle Rotterdam the 20: August 1777. beneath Agrees was signed H: B: Modenpijl. - 8 579 from Maccasser the Right Honourable, Most Respected Sir. I have the honour to send herewith to Your Right Honourable the notes of yesterday. Also, the bearer of this, the vice sergeant Paff, brings over with four commanded soldiers a sailor under arrest named Steijger, who, being drunk yesterday, brawled with three or four soldiers and lightly wounded two of them. The naval contingent has been reduced by three men due to a wounded sailor named Kolkers, along with a sick gunner's mate named Aansulrich, and this arrested sailor, for whom I request three others in their place. Things also look bad with the soldiers, as there remain, besides the adjutant named from Maccasser the named Koning, only two effective sergeants, five effective corporals, and 104 privates with 2 drummers. The 50. Rd:s in doit coins sent to me yesterday have already been exchanged; I am still constantly overrun for doits, since after the attack around 200: rd. s in rupees were distributed among the men, all of which will gradually be exchanged again. The balance follows herewith, amounting to 54: rd:s 36: stuivers, along with six empty money bags: remaining with the deepest respect. beneath Right Honourable, Most Respected Sir lower Your Right Honourable's humble and obedient servant was signed W: van Burghoff in the margin In the headquarters before Goa the 21: Aug=s 1777 beneath Agrees was signed H:k D: Rodenpijl. 581 from Maccasser the In the morning at eleven o'clock I sent the chief interpreter to the Madanrang, letting him know that the Lord Governor approved his views of starving out the enemy by throwing up bentings around the city, and that he should only give orders to make a beginning with this, to which the Madanrang replied that he first had to consult on this with the other grandees of the realm of Bonij. At five o'clock in the evening, the Poelewatlang of Bonij with Glarrang Bontuala came to me in order to communicate to me on behalf of the Madanrang that the Bonians had resolved, out of three things that had to be done, to request the Lord Governor to choose one, namely: either one had to make a general attack again on Tingimaij with all men within a short time, in which, however, the Europeans had to be placed among the Bonians; or one had to attack and destroy the nearest surrounding settlements beforehand. After I had answered them that I would submit such their decision to the Lord Governor 2

Dutch transcription

van Maccasser den goed getal gewapende manschap hebbe ik sadulla gelast Arou Pantjana daer toe te disponeeren, 't welk ik hoop dat hij wel zal willen doen, in welk geval den oppertolk zoveel volk tot een Spoedige vol toijing van het werk bij den anderen zal moeten tragten te krijgen, als immer maar doenlijk zal zijn al zoude het ook een klenigheijt van 16: â 20: rd. s kosten, mits wel gemaakt wordende, waar over uEd: het opzigt aan beveelen. Den koning van Bonij, al verscheijde rijsen verzogt hebbende, om herwaerts te komen, kan ten geweesen Pongauwa, door van worden g'informeert, dog dat ik het zelve een lang nader doen zal. Het voorgeven van Datoe soping te aanssel zijnde, om b'antwoord teworden, heeft uEd: wel„ „gedaan hem te bedanken, voorde mede gedeelde tijding en ook niet daar von kennisse te ge„ ven aan den Madanrang, mitsgaders den zelven te versoeken om daar op uijt te zenden, kun nende hij omtrend zijn replicq door den op„ „pertolk almeede onderhouden, en hem vertoond worden, hoe ik wel verre van hem kruijk en loot te hebben geweijgert het zelve in een zo gvolet 577 van Maccasser den grote meenigte verstrekk is, dat onmogelijk de helft hadde kunnen geconsumeert zijn, wanneer er geen kwaad gebruijk van waere gemaakt, en dat men blijken gevonden heeft dat den vijand er zijn deel van heeft gekre„ gen; dat ik als nog niet ontwillig ben tot eene verdere verstrecking, als wel ver„ ve zijnde van dik aan hem te imputeeren, dog dak ik als dan hopen wil, dat 'er werkelijk gevogten zal worden en het niet nodeloos verschooten of te zoek gebragt invoegen dan ook wel een paar vaatjes met kogels pro rato kunnen worden afge„ geven, in zonderheijt als hij na Borc„ sallo mogt willen zenden. waar van ik mij egter weijnig of geen Succes beloven kan, bekend zijnde, hoe zij tegen een par„ tij geen tiende gedeelte zo sterk als zij der verstaan veel min deselve attac„ queeven zodat allenthalven een Roe„ dige beketting van de passagiers na bin nen goa, vrij wat te prefereeren zij. Als ik het immer kan bij brengen hoope ik morgen in persoon te komen, of Schoon ik mij maar gansch niet wel van Macasserden wel bevinde en daar en boven niet weijnig geobrueert met schrijf werk dat mij uijter maten moeijlijk valt. waer meede na groete blijve /:onderstond:/ uE: goede vriend (:was geteekend/ P: G: van der voort /: in margine:/ Macasser in 't Casteel Rotterdam den 20: augustus 1777. /:onderstond:/ Accordeert /:was geteekend. / H: B: Modenpijl. - 8 579 van Maccasser den Wel Edele Groot Agtb Heere. Ik heb de Eere uwel Edele Agtb: hier nevens de aantekeningen van gisteren toe te zenden. Ook brengd overbrenger deezes, device Sergeank Paff met vier gecommandeerde militairen over een matt:s als arrestent namens Steijger, die gisteven dronken zijnde, met drie of vier militairen gebakkelijd en twee daar van ligt gequetst heeft. De zeevaart is door een gequetste ma„ troos namen kolkers, nevens een zieke Constapels maat namen Aan sulrich en deeze g'arresteerde mattroos, omme drie man vermindert, waar voor ik drie andere in de plaats verzoek. ook ziek het met de militairen slegt uijt, als nog slegts buijten den adjudant namen .. van Maccasser den namens koning, twee effective Sergeants vijf effective Corporaels wEn 104: gemeene mak 2: tamboers, overhoudende. De 50. Rd:s aan duijten mij gisteren toe gezonden zijn reeds uijtgewisselt, werden de nog algaande weg overlopen om buijten„ aangezien nade attacque aan de 200: rd. s in ropijen, onder het volk zijn uijtgedeelk die allegaar allengs kens wederom zulden werden Ingewisselt. Het saldo volgt hier meede over bedra„ gende 54: rd:s 36: stuijvers nevens ses ledige geld zakken: verblijvende met den dier„ sten onkzach. /:onderstond:/ wel Edele groot Agtb Heere /:lager:/ uwel Edele Agtb: ook moedige en nedrige Dienaer /:was geteekend:/ W: van Burghoff /:in margine:/ In't hoofd quartier voor goa den 21: Aug=s 1777 77 /:onderstond / Accor:„ deerk /:was geteekend:/ H:k D: Rodenpijl. 581 van Maccasser den Smorgens te elf uuren zond ik den oppertolk bij de madanrang, hem laetende weeten, dat de Heer gouverneur zijne gevoelens approbeerde, van de vijand door bentings vondom den stad op te werpen te doen uijt hongeren, en dat hij slegts mogt ordere stelle omme een begin hier van temaken, dienende de Madanrang hier op in antwood dat hij hier over eerst met de verdere Rijksgrooten van Donij raad pleegen moek. Te vijf uuren 'Savonds quam de Poele watlang van bonij met glarrang Bontuala bij mij omme uijt naem van de Madan„ rang mij te communiceeren, dat de Boniers beslooten hadden uijt drie dingen die er moesten gedaan worden, den Heere gouverneur te verzoeken, een te verkiesen, namentlijk. of men moest binnen korten tijd met alle man wederom een generalen aanval op Tingi maij doen, waar bij egter de Europeesen tusschen de Boniers moetsten geplaatst werden. of men moest de naast hier omme leggende negorijen bevoorens attacqueeren en vernielen Na dat ik haar hier op g'antwoord had, dat ik zulks haar besluijk aan den heer gouverneur 2

← previousnext →