Inventory 3500
Japan · 1,446 pages · 247 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
would report to the Governor of Maccasser and await his choice, the soelewattang said further that whatever choice the Boniers made, they needed gunpowder for it, stating on behalf of the madanrang that after the distribution of the five barrels of gunpowder which they had received from me, each man had received only four to five cartridges; and noting that they well perceived that we felt some distrust towards them in that regard, the dignitaries of the realm had me requested to be so kind as to commission someone to their army who would then, accompanied by their first interpreter, go to all the chiefs to count and write down the firearms, requesting, according to the finding thereof, only two bunches for each firearm (which is certainly not much), to which I replied that not out of distrust, but in order to satisfy their request, I would commission Deefhout for this tomorrow and subsequently inform the Lord Governor of the number of their firearms along with the demand for gunpowder. Below stood: Agrees. Was signed: H:k B:s Modenpijl. 583 of Maccasser the To the Military Ensign Willem van Burghoff. Valiant, Pious, Discreet, Having given orders for the replacement of a gunner's mate and two sailors, as well as to send two sergeants and fourteen privates to the army to reinforce the military, I shall send Your Honour doits again, against which I await a statement of how much of that specie was received in total and handed over to the chief interpreter for the rupees exchanged for it. Without being verbose regarding the fickleness of the Boniers, who first make proposals themselves, and when one embraces them, pretend again to have to deliberate over them, as is again evident from the received notes, I shall turn only to the recently made tripartite proposal: That a speedy resumption of the attack would please me best, were I not all too well convinced of the Boniers' cowardice, and saw too much danger in placing the Europeans among their troops. For those reasons I deemed it best to choose the second option, to hem in the enemy more closely, and especially the throwing up of a benting at Toborang, concerning which I ordered Tadulla to confer with Madanrang, in order to attach one of the Bonese chiefs to Aron Pantjana for the protection of the workmen. Regarding the delivery of gunpowder, I declared in yesterday's letter that I shall do so upon the awaited reports. If there were an opportunity to procure evidence for me or means to obtain it concerning the remark about the servant in question, it will be received by me with great pleasure. Wherewith, after greetings, I remain, below stood: Your Honour's good friend. Was signed: P: G: van der Voort. In the margin: Maccasser in Castle Rotterdam the 21 August 1777. Below stood: Agrees. Was signed: H: B: Modenpijl. 585 of Maccasser the To the Military Ensign Willem van Burghoff. Valiant, Pious, Discreet, Continuing to look forward to the further decision of the Bonese dignitaries of the realm, I find it, along with Your Honour, necessary to keep somewhat stricter discipline among the military and also the seafaring men; but beforehand it seems to me that it would not be a bad thing, especially in my name, to encourage the former to better conduct and to recommend them to be obedient to the officers and non-commissioned officers placed over them, while Your Honour can at the same time provide yourself with some rattans, which the chief interpreter can easily provide, as I would not gladly send them from here. Instead of the soldier sent up under arrest whom I have confined inside, and the two disabled men alongside the sick sailors, others are going over again. Arou Pantjana should be dealt with somewhat gently in order to dispose him to occupying the post where I hope that the benting at Toborang will be placed, as according to my view this could be a means to achieve the long-desired end, even though the Boniers offered us no assistance. Meanwhile, it surprises me very much that the chief interpreter makes not the least effort to have investigated what is going on both among the Boniers and with the enemy, to which Your Honour may therefore well encourage him. Wherewith, after greetings, I remain, below stood: Your Honour's good friend. Was signed: P: G: van der Voort. In the margin: Macasser in Castle Rotterdam the 22 August 1777. 1717. Below stood: Agrees. Was signed: H: B:s Modenpijl. of Maccasser the 587 of Maccasser the Right Honourable, Highly Respected Sir, The Boniers have still not come to any decision, yet they continuously ask for gunpowder, being meanwhile always put off by me with the answer that Your Right Honourable, before the supply of gunpowder and lead, first awaited their firm decisions. Since the time I have been placed in command here, 400 Dutch rixdollars in doits have been sent to me, of which 300 rixdollars in rupees to the chief interpreter by
Dutch transcription
van Maccasser den gouverneur zoude melden, en van den zelven de verkiesing afwagten zegde de soele wattang verder, dat de boniers, wat verkiesing afwag„ ten zegde de soeke wattang verder, dat de bo„ niers, wat verkiesing ook gedaen wierd, kruijd door toe nodig hadden, verkeerende uijt naem van de madanrang dat na uijtdee„ ling van de vijf vaten kruijd, die zij van mij gekreegen hadden, de man slegts vier â vijf pattroonen had ontfangen, en gemerkt: zij wel bespeurden dat wij daar omtrent een wantrouwen in haer lieden stelden, lieten de Rijksgrooten mij verzoeken iemand in haer leger te willen committeeren, die als dan ingeselschap van hunnen eersten tolk bij alle hoofden zouden gaan, omme de gewee„ ren te tellen en op te schrijven: verzoeken de na bevinding hier van alleenig voor ieder geweer twee bossen (: welk zeeker niet veel is:/ waar op ik antwoorden, dak niet uijt wantrouwen maar om„ me aan haar verzoek te voldoen ik Deefhout morgen hier toe zoude Commit„ teeren, en vervolgens den Heere Gouverneur van het getal kunner geweeren nevens den eijsch van kruijd, verwittigen /:onder„ stond:/ Accordeert /:was geteekend:J H:k B:s Modenpijl. 583 van Maccasser den an den vendrig Militair willem van Burghoff Manhafte, vroome, Discreete Tot remplacement van stabelsmaat en twee mattroosen, zo wel ordre gegeven hebbende, als om tot verskerking van de militairen twee Sergeants en veertien gemeenen na het leger te zenden, zal ik uwEd: weder duijten laten toekomen, waar en tegen ik een opgave ver„ wagten hoeveel er van die Specie in het geheel ontvangen en aan den oppertolk anfgegeven is, van de daar voor ingewisselde Roppijen—. zonder breedvoerig te zijn, nopens der bo„ niers wispelturigheijk, die zelfs eerst voorstellen doen, en als men die amplecteert weder voorgeven over dezelve te moeten vaer pleegen, zo als zulks weder blijk uijt de ontfangene aanteekeningen, sal ik omtrend het op nieuw gedaan drie ledige maar een lijk nakeeren — Dat een spoedige hervatting derattacque mij best bevallen zoude, als ik niet maar alte wel over„ tuijgd H E £ van Maccasser den „tuijgd was, van der boniers lacheteijt, en er te veel gevoor in zag, om d' Europeesen onder hunne troupen beplaatsen om die redenen oordeelde ik best het tweede te verkiesen om den vijand nader in te sluijten en principael het op werpen van een ben ting op Toborang, waar omtrend ik Tadul la gelast hebbe, om Madanrang te onder„ houden, ten eijnde een der Bonijse hoofden te voegen bij Aron Pantjana ter bedec„ king van de werklieden, hebbende ik mij omtrend t' afgave van kruijk verklaert bij schrijvens van gisteren, dat ik op de ver„ wagt wordende berigten naden doen zal, zo er gelegentheijk was mij bewijsen te bezor„ gen dan wel middel om ze magtig te worden wegens de uijtlating over den bewuste dienaar, sal meij veel genoegen werden toe„ gebragt. waarmeede na groete blijve /:onderstond:/ uE: goede vriend /:was geteekend: / P: g: van der voort /:in marginne:/ maccasser in 't Casteel Rotterdam den 21: augustus 1777 /:onderstond/ Accordeert /:was geteekend/ H: B: Modenpijl. 585 van Maccasser den Aan den vendrig Militair willem van Burgholf Manhafte, vroome, Discrete, Het nader besluijt der Bonijs RRijksgrooten blij„ vende te gemoet zien, vinde ik het met uEd: noodzakelijk wat Strenger dissipline onder de militairen en ook de zeevaarende te houden dog voor af dunkt mij dat het niet kwaet soude zijn d' eerstgemelde insonderheijt, uijt 62 mijn naam tot een beeter gedrag op teweeken en te Recommandeeren, om d' officieren en on„ der officieren voor hun gesteld gehoorsaem- teweesen, kunnende uEd: zig teffens van enige rottingen voorsien, die den oppertolk gemacke„ lijk bezorgen kan, tewijl ik z' met gaerne van hier zou zenden —. Insteede van d' als arrestant opgezonde sol„ daak die ik binnen gebannen hebbe ende twee impotenten nevens de zieke mattrosen gaan weder anderen over. Met Arou Pantjana dient wat zagt gehandelt 8 gehandelt, ten eijnde hem „ disponeeren tot het bezetten van de plaats, daar ik verhopen dat de benting op Toborang zal worden gelogt als mijnes er agters een middel zullende kunnen zijn om het lang gewenschte doel eijnde te bereijken alschoon de Boniers ons geen bijstand boden— Ondertusschen verwondert het mij zoer dat dan oppertolk nog geen het minste werk maakt, om te doen uijt vorschen wat er zo bij de boniers als bij den vijand omgaat, waar toe uEd: denzelven dierhalven wel mag op wecken. Waer meede nagroete blijven /:onderstond./ UE: goede vriend /:was geteekend:/ P: G: van der voort /:in marginne:/ Macasser in 't Casteel Rotterdam den 22:' aug=s 1757. 1717. /:onderstond:/ Accordeert /:was geteekend:/ H: B:s Modenpijl. van Maccasser den 587 van Maccasser den Wel Edele Groot Agtb:r Heere De Boniers zijn dog toe, tot geen besluijt gekomen egter vragen zij bij continuatie kruijd werdende in tusschen altijd door mij afgescheepk, met te ankwoorden, dat uwel Edele Agtb: voorde verstekking van kruijd en loot„ eerst naerlieden vast besluijten verwagt„ de waaren. Zeedert den tijd ik hier in Commando gesteld geweest ben zijn aan mij 400: rds hollands aanduijter gezonden, waer van 300. rd:s aan den oppertolk in ropijen door
English
from Makassar the 50 rixdollars have been paid out by me already accounted for to Your Right Honorable, and 50 rixdollars are currently still in my hands. The orders of Your Right Honorable for urging the soldiers toward better conduct will be strictly followed today, being otherwise already provided with some rattans. Concerning Your Right Honorable's wish to have a benting built on Toborong by Arou Pantjana: I have the poor expectation that he will not easily be persuaded to this, notwith- standing Sadulla deceiving Your Right Honorable, giving far too much hope for it. His sinister conduct, demeanor, and answer to my message, in the manner of that of the Bonians, Your Right Honorable will be able to observe from the accompanying notes, and the enemy having now thrown up a strong benting of three banners on Mangassa, he will be so much the less willing to proceed with it; yet I will do my best toward that end. Nappon E 589 from Makassar the Regarding having the Bonians and the enemy investigated by people of the chief interpreter: the man has already been so often urged to this by me, and daily reminded of it again, that I truly sometimes even feel ashamed to have to repeat it to him; for another would have to believe that one wanted to make a fool of him; yet it is situated thus with him in all matters, and I read Your Right Honorable's own words to him again just yesterday evening. The gun thief whom I sent over late yesterday evening, I ought to have handed over again to the Madanrang according to his advice, fearing that the Bonians would otherwise fall upon our necks. The bearer of this, Corporal Schraam, brings a sick soldier named from Makassar the named Drode along, without weapons. I have the honor to be with the deepest respect was written beneath Right Honorable Lord lower Your Right Honorable's humble and obedient servant was signed W: van Burghoff, in the margin v In the headquarters before Goa the 23rd of August 1777. was written beneath Agrees was signed M: B:s Hodenpijl. 591 From Makassar The 1777 In the morning, Pongauwa Lisso sent to the chief interpreter Friday the 22nd of August requesting on behalf of the Company money for the maintenance of his people, having received as an answer to this that the Lord Governor would be informed of his request by me. Likewise, the northern regents standing under Arou Pantjana requested to receive money on behalf of the Company, receiving the same answer in return. Having received word that the enemy was making a benting on Mongassa, I rode on horseback with the chief interpreter to Pongauwa Lisso to see if one could perceive anything from there. Arriving there, I found the enemy stationed with three banners on Mongassa, being busy making bentings. My request to the Pongauwa not to permit this and to drive the enemy away from there was, however, From Makassar The however, fruitless, pretending that most of his people had gone to Makassar. Furthermore, the benting of the Queen of Thaing, to which Arou Pantjana has assigned people, lying directly opposite the place on Mongassa where I found the enemy, I immediately sent Deefhout to Arou Pantjana to ask him why his people did not fire upon it, yet he found him sleeping, and even his wife did not dare to wake him. On this occasion, Pongauwa Lisso related that after the day of our attack on Tingimaij, the fled or deposed King of Goa had sent to Sankilang with the request to please let him have the remainder of his goods, hoping furthermore that it would remain according to their old agreement, 593 From Makassar The expecting further also people from him in order to be able to begin hostilities against Makassar. Sankilang serving in answer to this that as long as Goa and he are not conquered, his goods were under good supervision and he could be without worry in that regard; concerning the people to begin against Makassar, he would send the same; having also actually dispatched three chiefs, yet Arou Palakka, judging the matter differently, had advised Sankilang to let them come back again, whereupon they received a counter-order again. Pongauwa Lisso further related that the Tomilalang of Bone, after the lost, fine prospect on Tingimaij, had already several times held a conference with his mother at Seero, From Makassar The held, over which Adatoua Sidenreng had even been frightened in the beginning. At four o'clock in the afternoon, I sent again with the aforementioned message to Arou Pantjana, who gave in answer that he had not yet received an order to have fire opened upon it, and also not yet from Thaing that they were warned about it; whereupon I immediately sent the under-interpreter Blij to Thaeng to address the Queen about it, that she let no fire be opened upon the enemy, receiving from her the answer that she now heard for the first time from me that the enemy was so close by, not having known the same yet; yet concerning having fire opened upon them, she requested that Arou Pantjana, who had been given to her for assistance, would take this upon himself. was signed W: van Burghoff. was written beneath Agrees was signed H=k B:s Hodenpijl
Dutch transcription
van Maccasser den door mij zijn afgegeeven geworden 50: rd:s reets aan uwel Edele Agtb: verant„ woord, en 50: Rd:s thans nog in mijnen handen zijn—. De ordres van uwel Edele Agtbaare ter opwerking van de militairen tot een beeter gedrag, zullen heeden stipke werden opgevolgt, zijnde overigens reeds met eenige rottingen voorzien. Aangaande uwel Edele Agtb: genegentheid omme op Toborong een benting door trou Pantjana te laaten maaken: ik ben inde slegte verwagting dat hij hier toe niet ligk zal over tehalen zijn, niet tegen„ „staande sadulla uwel Edele Agtbaere misleidende, alte niets hoop daar toe geefk. zijne Sinstere handel wijse ge„ dragen antwoord op mijne boodschap, bij wijse van die der boniers zal uwel Edele Agtb: uijt de nevensgaande aanteekeningen kunnen ontwaaren, en hebbende thans de vijand op mangassa een sterke bon„ ting van drie vaandels opgeworpen, zal w hij er zoo veel te minder toe willen overgaan, tog zal ik mijn best daer toedoen„ Nappon E 589 van Maccasser den Nopens de baniers ende vijand door volk van den oppertolk te laten uijt vor„ schen: de man is reeds zoo dikwils daar toe, van mij aangespoort, en dage„ lijks weederom daaraan erviment gewor„ den dat ik mij waarlijk som tijds zelfs Schaame, het hem te moeten her haaken; want een ander zoude moeten gelooven, dat men de gek met hem wilde scheeren; egter 't is met hem in alle stulken zodanig geleegen en ik heb hem nog gisteren avond, wederom uwel Edele Agtbaare eigene woorden voor„ geleezen. Den geweer dief, dien ik gisteren avond nog laat heb overgezonden, zoude ik volgens zijn raad wederom aan de Madanrang hebben moeten overgee„ ven bevreest zijnde dat de Boniers ons andere op den hals zouden ko„ men vallen. Overbrengen dezes de Corporael Schraam brengt een zieke militaire namens van Maccasser den namens drode zonders wapenen meede over Ik heb de eere met den diepsten ontzach te zijn /:onderstond:/ wel Edele groot Agtb Heere /:lager:/ uwel Edele Agtb: ootmoedi„ „ge en nedrige Dienaar /:was geteekend./ W: van Burghoff, /:in margine:/ v In 't hoofd quartier voor goa den 23. Augustus 1777. /:onderstond:/ Accordeert /:was geteekend:/ M: B:s Hodenpijl. 591 Van Macasser Den 1777 Smorgens zond Pongauwa Litso bij den oppertolk vrijdag den 22 aug:s verzoekende van Comp wegen geld tot onderhoud van zijn volk hebbende daar op ter antwoord gekreegen dat den Heere Gouverneur van zijn verzoek door mij zoude werden verwittigt Des gelijken verzogten de noorder regenten onder Arou Pantjana staande van Comp: weegen penningen te mogen hebben, die dezelve ant„ woord te rug ontfangen Tijding gekregen hebbende dat de vijand op mongassa een benting maakte reed ik met den oppertolk te poord bij den Pongauwa lisso omme te zien of men van daar iets konde ontwaaren daar komende vond ik den vijand met drie vaandels op mon gassa geposteert zijnde beezig met bentings te maaken mijn verzoek van den Pon„ gauwa omme dit niet toetestaan, en den vijand daar van daan te Jagen waar egter Van Macassen Den egter vrugteloos, geevende voor dat zijn meis„ te volk na macasser zijn verder de benting der koninginne van Iaing waar Arou Pan„ tjana volk bij gegeeven heeft, vlak over van de plaats op mongassa leggende, waar ik de vijand vond, zond ik terstond Deefhout bij Arou Pantjana omme hem te laaten vragen waarom zijn volk daar geen vuur op gaf egter hij vond hem slopende en zelfs zijne vrouw durfte hem net wakker maaken Bij deeze geleegendheid verhaalde pon gouwa lisso, dat na den dog van onsen aanval op Tingimaij de gevlugt of ver„ „stooten koning van goa bij Sankilang had gezonden met het verzoek omme hem tog zijner resteerende goederen te la„ ten toekomen hopende overigens dat het bij hunne oude afspraak zoude blijven verwagten 593 Van Macasser Den verwagtende verder ook volk van hem ten einde op macasser met vijandelijk„ heden te kunnen beginnen sankelang hier op in antwoord dienende dat zoo lang goa en hij niet overwonnen zij zijne goe„ deren onder goede opzigt waaren en hij daar omtrent buiten zorge konde zijn aan„ gaande het volk omme op macasser te beginnen hij zoude het zelve zenden; hebbende ook weezentlijk drie hoofden afgezonden tog Arou Palakka de zaak anders beoordeelende had sankilang ge raaden van ze wederom te laten te rug ko„ men als wanneer zeg wederom Contra order ontfangen hadden. verder verhaalde Pongauwa lisso dat de Tomilalang van Bonij na de verloorene schoon uitzeling op Tingemaij op reeds eenige rijsen met zyne moeder een te samen spraak op seero had gehouden Van Malassen Den gehouden waar over Adatoua sedeenring zilfs in het begin zij verschrokken geweest Te vier uuren 's agtermiddags zond ik wederom met de reets voormelde boodschap bij Arou Pantjana gee„ vende dezelve ter antwoord dat hy nog geen vrder had gekreegen omv'er op te laten vuuren en ook van Thaing nog niet, daar over zij gewaar„ schouwt maar op ik terstond den ondertolk Blij na Thaeng zond omme de koning inne daar over te laten aanspreeken, dat zij op de vijand geen vuur liet ge„ ven krijgende van haar tot antwoord dat zij nu eerst van my hoorde van de vijand zo na by te zijn hebbende het zelve nog niet geweeten tog aangaande 'er vuur op te laaten geeven zij verzogt dat Arou Pantjana dien men haar tot bijstand had gegeeven dit wilde over zig neemen /:was getekend:/ W: van Burghoff. /:onderstond:/ Accordeert /:was geteekend:/ H=k B:s Hodenpijl
English
From Makassar, the Right Honorable, Highly Esteemed Sir, Having been well able to gather from Your Right Honorable's esteemed letter received yesterday what choice the same would make regarding the three points of the Boniers, I sent the chief interpreter to the Madanrang, letting him know that by order of Your Right Honorable I made known to him that the choice had been made to draw the bentings around Goa; however, what kind of contrary answer he again gave thereto will appear to Your Right Honorable from the accompanying notes, expecting the communication of their newly taken resolution around this evening. The two sergeants and 14 common soldiers arrived here yesterday evening, yet I must with regret report to Your Right Honorable that the soldiers, taking advantage of my goodness, are beginning to get out of hand, and neither I nor the other gentlemen and non-commissioned officers are capable of keeping them in check here without harsher punishments. They do not care at all about their non-commissioned officers, saying openly that they would not dare strike them anyway, and that being sent to Makassar they received no punishment there either. Notwithstanding that I am by no means a friend of having people beaten much, I humbly propose to Your Right Honorable that in the future I may proceed a little more strictly here. Sending up here again as a prisoner a common soldier named Kleest, escorted without weapons by Corporal Palshof and four men commanded for that purpose, for the reason that yesterday he drew his cutlass against one of his comrades and slightly wounded another who wanted to take the cutlass away from him, requesting another in his place. Two sick soldiers also go along, named Vryligt and Janst, without weapons, as well as a sick sailor named Ottens, without a cutlass; those who come in their place can receive their weapons back here. I have the honor to be with the deepest respect, beneath stood, Right Honorable, Highly Esteemed Sir, lower, Your Right Honorable's humble and obedient servant, was signed, W: van Burghoff, in the margin, In the headquarters before Goa the 22 August 1777, beneath stood, Agrees, was signed, H:k B:s Hodenpijl. From Makassar, the 1777. Thursday the 21 August, at ten o'clock in the morning, I went with the second interpreter Blij to Arou Pantjana, requesting him according to the written order of the Lord Governor to be willing to raise a benting on Toborougen; the same gentleman giving in reply thereto that he was not at all in a position to give a precise answer to this request, considering he was so ill with gravel that he could neither ride a horse, nor walk or stand, and consequently much less fight; however, in the hope of improvement he would be inclined to undertake the matter then, provided that from the side of the Boniers Datou Soupa or Arou Nantakka were joined to him, whereto Sadulla, whom I found there, offered to persuade the Madanrang. Subsequently I sent the chief interpreter to the Madanrang to let him know that the Lord Governor, out of the three points which the Boniers had placed at his choice, had seen fit to choose that wherein it was stipulated to raise the bentings around Goa; however Sadulla had already spoken with him, and consequently he gave in reply in reply that while Arou Pantjana was ill, it would indeed be better to first go and destroy the small villages, and he would therefore meet anew tomorrow with the grandees of the realm to confer about it, and would then let me know of their taken resolution. Having commissioned Dufhout to go and inspect the guns of the Boniers, it appeared upon his return that the same amounted to a number of 1909, besides the blunderbusses, so that one may safely count 2000 pieces, for which reason they will demand 4000 bundles of cartridges for every expedition. Beneath stood, Agrees, was signed, H:k B:s Hodenpijl. Thursday the 21st August 1777. At ten o'clock in the morning I went with the second interpreter Blij to Arou Pantjana, requesting him according to the written order of the Lord Governor to be willing to raise a benting on Toborong; the same giving hereupon in reply that he was not at all in a position to give a precise answer to this request, considering he was so ill with gravel that he could neither ride a horse, nor walk or stand, and consequently much less fight; however, in the hope of improvement he would be inclined to undertake the matter then, provided that from the side of the Boniers Datou Soupa or Arou Nantakka were joined to him, whereto Sadulla, whom I found there, offered to persuade the Madanrang. Subsequently I sent the chief interpreter to the Madanrang to let him know that the Lord Governor, out of the three points which the Boniers had placed at his choice, had seen fit to choose that wherein it was stipulated to raise the bentings around Goa; however Sadulla had already spoken with him, and consequently he gave in in reply that while Arou Pantjana was ill, it would indeed be better to first go and destroy the small villages, and he would therefore meet anew tomorrow with the grandees of the realm to confer about it, and would then let me know of their taken resolution. Having commissioned Deefhout to go and inspect the guns of the Boniers, it appeared upon his return that the same amounted to a number of 1989, besides the blunderbusses, so that one may safely count them at 2000 pieces, for which reason they will demand 4000 bundles of cartridges for every expedition. Beneath stood, Agrees, was signed, I: B: Hodenpijl.
Dutch transcription
595 Van Maccasser Den Wel Edele Groot Agtb: Heere uit uwel Edele Agtb: g'Eerde letteren gesteren ontfan„ gen wel hebbende kunnen afneemen wat verkiesing dezel„ ven omtrent de drie puncten der boniers zouden doen zoud ik den oppertolk bij de Madanrang hem latende weeten dat ik ter ordre van uwel Edele Agtb: hem leet bekend maaken de verkie zing gedaan te hebben van de Bentings rondtomr goa te trek„ ken; egter wat hij daar op voor een dwars drijvende antwoord „Wederom gegeeven gegeeven heeft zal uwel Edele Agtb: uit de nevens gaande aantekeningen blijken zijnde omtrent heden avond de bedeeling verwagtende van hunne nieuw genomen besluit De twee sergeants en 14 gemeene militairen zijn gisteren avond hier g'arriveert tog moet ik uwel Edele Agtb met leedweesen melden dat de mili tairen van mijne goedheed een misbruik maaken„ de my beginnen over het hoofd te groeijen en ik zoo min als de andere Heeren en onder officieren in staat zijn dezelve zonder strenger straffen hier ter plaatse Van Maccasser Den plaatse en toom te houden om hunne onder officieren geeven zij in 't geheel niet met al vond uit zeggende dat zij haar tog niet slagen durften en na macasser werdende gezon„ den daar even ook geen straf ontfingen Niet tegenstaan de ik gantsch geen vriend ben van veel te laten slagen stel ik uwel Edele Agtb: in nederigheid voor van toeko„ mende een weinig strenger hier te mogen te werk gaan zendende hier wederom een gemeene militairen nomens kleest door de Corporaal Palshof niet vier daar toe gecom„ mandeerde zonder wapenen als arrestant op uit redenen hij gisteren zijn houwer tegens een zijner meede makkers getrok„ ken en een andere die hem de houwer afnemen wilde ligt ge„ quest heeft verzoekende voor den zelven een andere inde plaats ook gaan twee zieke soldaten meede op namens vryligt en Ianst zonder wapenen als meede een zieke mattroos namens ottens zon„ der houwer kunnende de geenen die in derzelven plaatskomen hunne wapenen hier wederom ontfangen Jk heb deeere met den diepsten ontzagel te zijn /:onderstond:/ wel Edele groot Agtb: Heere /:lager:/ uwel Edele Agtb: ootmoedige en nedrige dienaar /:was geteekend:/ W: van Burghoff /:in margine:/ In 't hoofde quartier voor gou den 22 aug=s 1777. /:onderstond:/ Accordeert /:was geteekend:/ H:k B=s Hodenpijl. 597 Van Macasser Den 1777. Smorgens te tien uuren vervoegde ik mij met den ander donderdag den Naug:s tolk blij bij Arou Pantjana hem volgens schrftelijke onder van den Heer gouverneur verzoekende omme op Tobo rougen benting te willen opwerpen geevende dezelve heer op ten antwoord dat hij in 't geheel geen precesie ant„ woord op dit verzoek te geeven in staat zij gemerkt hij aan steen pristen zodanig zeek waar dat hij nog te poord rijden nog gaan of staan en bij gevolg nog veel minder vegten konde egter in hoope van beeterschap waare hy genegen de zaak als dan te onderneemen mits hem van zijden der Boniers Datou soupa of Aavu Nantakka bij gevoegt wierd waar toe sadulla dien ik door vond zig aanbod den Madanrang te zullen overhalen. vervolgens zond ik den oppertolk bij de Madan„ rang omme hem te laten weeten dat de Heere gou„ verneur uit de drie puncten die de Boniers in des„ zelfs keuze gestelt hadden goedgevonden had dien te verkiesen waar bij bepaalt was de bentings rondom goa op te werpen egter sadulla had reeds met hem gesprooken en bij gevolg gaf hy ten ant woord Van Macasser Den woord dat terwij Arou Pantjana ziek zij het immers beeter waare, van eerst de kleijne Negorijen te gaan verneelen en hij dierhalven morgen op het nieuw met de Ryksgrooten zoude daar over vergaderen zullende mij, als dan hunne genomen besluit laten verwittigen Dufhout gecommitteert hebbende omme der Boniers geweeren te gaan opneemen is bij desselfs te rugkomst gebleeken dezelve een getal van 1909 te bedragen buiten de donderbussen zoo dat men te ruijm 2000: pees mag reekenen als waarom zij bij alle xpeditie 4000: bosschen pattronen zullen eisschen /: onderstond:/ Accordeert /:was geteekend:/ H:k B:s Nodenpijl. 590¼ Donderdag den 21=e Augustus 1777. — 's morgens te tien uuren vervoegde ik mij met den ondertolk Blij bij Arou Pantjana hem volgens schriftelijke order van den Heere Gouverneur verzoekende, omme op Toborong een benting te willen opwerpen; geevende dezelve hier op ten antwoord, dat hij in 't geheel geen precise ant„ woord op dit verzoek te geeven in staat zij; ge„ merkt hij aan steen punsten zodanig ziek waar„ dat hij nog te paard rijden, nog gaan of staan, en bij gevolg nog veel minder vegten konde; egter in hoope van beeterschap waare hij genegen de zaak als dan te onderneemen, mits hem van zijden der Boniers Datou soupa of Arou Nantak„ ka bijgevoegt wierd, waar toe sadulla dien ik daar vond zig aanbod, den Madanrang te zullen overhalen Vervolgens zond ik den oppertolk bij de Madan„ rang omme hem te laten weeten dat de Heere Gouverneur uit de drie puncten, die de Boniers in deszelfs keuze gesteld hadden, goedgevonden had, dien te verkiezen waar bij bepaalt was de bentings rondom Goa op te werpen; egter Sadulla had reeds met hem gesprooken, en bij gevolg gaf hij ten ten antwoord, dat terwijl Arou Pantja„ na ziek zij, het immers beeter waare, van eerst de kleijne Negorijen te gaan vernielen en hij dierhalven morgen op het nieuw met de Rijksgrooten zoude daar over vergaderen, zullende mij als dan van hunne genomen besluit laten verwittigen. Deefhout gecommitteert hebbende omme der Boniers geweeren te gaan opneemen, is bij deszelfs terug komst gebleeken, dezelve een getal van 1989. – te bedragen, buiten de Donderbussen: zoo dat men ze ruijm 2000. - peas mag reekenen, als waaroenr zij bij alle expeditie 4000. – bosschen pattronen zullen eijsschen. /:onderstond:/ Accordeert /:was getekend:/ I: B: Hodenpijl.—
English
599 From Makassar Date Right Honorable and Highly Respected Lord! Just now Fadulla came here to bring me word that Your Honorable is awaiting my demand of powder and lead for the Bonians, and at the same time an emissary from the Madanrang is present who again asks me for powder. Considering now that the Bonians have 2000 firearms, counting blunderbusses together, and they request 24 pieces of cartridges for each firearm, and at the same time believe they can make 1800 pieces of cartridges from each small barrel, the Bonians alone must have 11 barrels of powder, excluding Datoe Soping, Pongauwa Lissa, Arou Pantjana, Captain and Lieutenant of the Malays, alongside the other Company auxiliaries, for which one might well also reckon nine barrels. The Bonians furthermore request, instead of cast balls, to receive lead instead, since they cannot use our balls and must first recast them. Currently From Makassar Date Currently the Manado boat arrives with 6 barrels of powder and 2 ditto balls. My remaining stock amounted to 3 barrels of loose powder, which makes nine barrels, so that the Bonians still must have 2 barrels and the other auxiliaries still nine; I would still need to receive 11 barrels here for provision. Yet in case the Bonians will receive lead, I need no further balls for the present, only requesting 4 barrels of fixed musket cartridges for the militia, whose remaining stock consists of only 200 bundles. I shall provisionally first supply the Bonians with 6 barrels of powder, awaiting orders from Your Honorable whether I shall completely satisfy their demand. I have the honor to be, with the deepest respect, beneath stood: Right Honorable and Highly Respected Lord, lower: Your Honorable's humble and obedient servant, was signed: W: van Burghoff, in the margin: In the headquarters before Goa the 23 August 1777, beneath stood: Agrees, was signed: H:k B:s Hodenpijl. 601 From Makassar Date To the military Ensign Willem van Burghoff. Valiant, Pious, Discreet. Finding the answer to the Bonians' requests for powder and lead completely appropriate, while nevertheless having had a good quantity shipped off this morning, this serves as elucidation regarding the order given to Sadulla to request Arou Pantjana to throw up a benting at Toborong, or rather to position himself there, to the end that it might be done by others, and he has undertaken to persuade the former thereto, and also still this morning to request the Madanrang to assign some of the Maros auxiliaries to us in order to work on that as well, which proposals I could the less turn down because the matter in itself could not be other than advantageous for us and From Makassar Date and I did not want to show any sign of considering other measures to prevent them from marching out. That nothing will now come of the matter due to the construction of a benting by the enemy himself around Slangassa, I believe along with Your Honor, as is also evident from this once more, that the intentions of our people are turned by the enemy to his own reinforcement, whereby we continually draw the short straw. Nevertheless, Arou Pantjana can still be urged, namely to drive the enemies out of their benting again, which, being undertaken immediately, should surely require little effort. I have had the thief locked up, which however must be kept quiet, but for the future I would gladly see that such bold rascals were refuted immediately. Your Honor may have money supplied to the former Pongauwa and northern Regents through the chief interpreter. 603 From Makassar Date supplied, though I know by experience that the first-named is rather gullible, Your Honor will do well to question him on all occasions, and especially regarding what might become known to him about the conduct of the King at Matouangie, toward which the chief interpreter must also do his best, and this daily, so that I can be warned in time if he might wish to make any moves. I would also like to know, if it can in any way be discovered, what the conversation between the Bonian Tomilalang and his mother entailed, or at least what it concerned. For the sick man sent over, another soldier goes. Wherewith, after greetings, I remain, beneath stood: Your Honor's good friend, was signed: P: G: van der Voort, in the margin: Makassar in Castle Rotterdam the 23 August 1777, lower: P: S: When this was made ready, Your Honor's further letter was handed to me, whereto serves in brief answer, that I certainly allow the delivery of 6 small barrels of powder as a fait accompli, but nevertheless cannot see that the Bonians will have reason to complain if one leaves it at that for the present, the more so as they, even though having 2000 firearms, must surely be notoriously well supplied with powder and lead from what was last supplied to them, of which surely almost nothing has been used, besides which I must report with regret that our supply of lead is still very small; however, I shall see to sending some of that as well, just as I have already given orders for the shipment of another six barrels of powder and four with cartridges, beneath stood: Agrees, was signed: H:k B:s Hodenpijl. From Makassar Date
Dutch transcription
599 Van Maccasser Den Wel Edele Groot Agtb: Heere! Zoo even komt fadulla hier mij boodschappen dat uwel Edele Agtb: mynen eisch van kruijd en loot verragtende is voor de boneers en teffens vind zig een zendeling vande Madanrang in die my wederom kruit afvraagt ge„ merkt nu de Boniers 2000 geweeren met donderbus sen te samen gereekent hebben en zij voor ieder ge„ weer 24 pees pattroonen vragen teffens vermeenen uit ider vaatje 1800 pees pattroonen te kunnen maa„ ken moeten de Boniers alleen 11: vaaten kruijd heb„ ben buiten Datou soping Pongaura Lissa Atrou Pantjana Capitein en luitenant der maleijers nevens de andere Compagnies volkeren waar voor men ruim ook nog negen voeten mog reekenen De Boniers verzoeken daar en boven insteede van gegote kogels liever loot te ontfangen aange„ zien zij onse kogels niet kunnen gebruiken en eerst moeten vingieten „ Thans Van Macassie Den Thans komt de manaadoor aan met 6. vaten kruid en 2 dito kogelen bedrogende mijn bestond nog 3 va„ ten bos kruid 't welk negen vaten uitmaakt zoo dat de Be„ niers nog 2. vaten moeten hebben ende andere volkaren nog negen zoude ik nog 11 vaten ter verstrekking hier moeten ontfangen tog ingeval de Boniers loot zullen krijgen heb ik geen verdere kogels voor eerst nodig all eenig nog om 4: vaten vaste snaphaan pattronen voor de militie verzoekende wier bestaad slegts nog in 200 bosschen. Ik zal bij provisie eerst aan de boneers 6 vaten kruid ver„ strekken, van uwel Edele Agtb: ordres verwagtende of ik aan haaren eijsch in 't geheel voldoen zal Ik heb de eere met den diepsten ontzageh te zijn /onder„ stond:/ wel Edele groot Agtb: Heere /:lager:/ uwel Edele Agtb: ootmoedige en nedrige dienaar /:was geteekend:/ W: van Burghoff /:in margine:/ In 't hoofd quar„ tier voor goa den 23. Aug„s 1777. /:onderstond:/ Accor„ deert. /: was geteekend:/ H:k B:s Hodenpijl, 601 Van Maccasser Den Aan den venarig militaer Willem van Burghoff Manhafte vroome Discreete. Het antwoord op der Boniers verzoeken om kreit en loot volkomen gepast vindende terwijl nogthans dessen morgen een goede kwantiteit hebbe doen afscheepen zo dient tot ilucatie omtrend de gegevene ordre aan sadulla om Arou Pantjana te versoeken een benting op Toborong op te werpen of liever om zig daar te pos„ teeren ten einde het door anderen zoude kunnen gedaan en op zig genomen heeft om den eersten daar toe over te halen en ook nog desen morgen om den Albadstamrang te zullen versoeken eenige van de marosse volkeren aan ons bij te zetten om daar aan meede 't arbeiden welke voorstellen ik te minder hebbe mogen van de hand wijsen om dat de zaak op zig zelve niet dan voordeelig voor ons zoude zijn en Van Macasser Den en ik geen blijk hebbe willen toonen van op andere maat regulen verdagt te zijn ter voorkoming dat deselve mogten uittrecken Dat nu van de zaak niet komen zal mits d'aan„ leg van een benting, door de vijand zelfs omtrend slan„ gassa gelove ik met uwelEd: zo wel als hier uit weder blijkt dat de voorneemens der onsen door den vijand ter zyner eigene versterking vervoert worden waar door wij steeds agter het niet visschen Nogthans kan als nog bij Arou Pantjana aangehou„ den worden en wel om de vijanden weder uit hunne benting te verdrijven het geen ten eersten ondernomen wordende immers weijnig moeyte behoeft te kosten Den dief hebbe ik doen vast zetlen dat egter stelle gehouden diend te worden dog voor het vervolg zou„ de ik gaarne zien dat diergelijke stoute knopen maar aanstonds wierden weergelegt Aan den geweesen Pongauwa ende noorder Re„ genten kan uw Ed: door den oppertolk geld laten verstrekken 603 Van Maccasser Den verstrecken schoon ik bij ondervinding hebbe dat den eerstgemelde al vrij wat ligt gelovig is zal uw Ed: wel doen hem bij alle occasies uit te hooren en voor namentlyk wat hem bekend mogte worden om„ trend het gedrag vanden koning op matouangie door de oppertolk meede zijn best toe moet doen en zulks dagelyks ten einde ik tydig gewaarschuwt kan worden zo hij uitstappen mogt willen doen. ook wenschte ik wel te weten zo daar maar eenigsints agter te komen zij wat het gesprek tusschen den bonijs tomilalang en zijne moeder ingehouden of ten minste waar over het gerou„ leert heeft voor d' overgezondene zieke gaat een ander militaire waar meede na groete blijve /:on„ derstond:/ uE goede vriend /:was geteekend:/ P: G: van der voort /:in margine/ Macasser in 't Cas„ teel Rotterdam den 23 aug=s 1777. /:lager:/ P: S: als deeze in gereedheit was gebragt wierd mij uwE nader schrijvens inhandigt waar op nog kortelijk in en antwoord dient, dat ik d' afgave van 6 vaatjes bruit als dog een gedaan zaak wel passeere dog nogthans niet zien kan dat de boniers reden van klagen zul„ len hebben als meer het daar bij voor eerst laat bly„ ven te meer zij of schoon 2000 geweeren hebbende immers notoir nog ruim van kruit en loot moe„ ten voorsien weesen van het haar laastmaal ver„ strekte waar van immers genoegsaam niets is verbruikt behalven dat ik met leedweesen mel„ aen moet dat onse voorraad van loot nog zeer klein is egter sal ik daar van ook zien te zen„ den zo als ik tot de afscheep van nog ses va„ ten kruijt en vier met pattronen reets ordre gegeven hebbe /:onderstond:/ Accordeert /:was geteekend:/ H:k B:s Hodenpijl. Van Macasser Den
English
From Macasser The Right Honorable Lord. The commissions with which Your Right Honorable has charged Sadulla to this place, I did not learn of until after the receipt of Your Right Honorable's honored letters, considering that Sadulla did not speak a single word of it to me. This he might well do in the future, according to my humble request to Your Right Honorable, provided they are not secret matters of which Your Right Honorable might expressly order him to keep them concealed from me as well; since I consider it a shame for me, as head in the army, not to know what is going on in it. He nevertheless arrived yesterday at Brugman's, subsequently rode around to the chiefs, and returned again to Macasser without giving me the slightest notice, so that I am also completely ignorant of what he has executed or done. Datou Soping, Datou Baringang, the Bonian Tomilalang, and Arou Pantjana are, according to the report I have received of it, all in Macasser. The latter even had me informed yesterday of his departure, and in the morning promised the chief interpreter that he would take up a post at Toborang as soon as he was well again; yet I believe that such will not be able to happen otherwise than by first driving the enemy away from Mongassa with all available men. The chief interpreter himself goes today to Macasser to collect money for the Pongauwa and the northern regents, and will not fail to continuously question the former and listen regarding the conduct of the King of Goa as well as some other minor princes. Yet, regarding the contents of the conversation between the Bonian Tomilalang and his mother, such will be difficult to investigate, since, according to what the Pongauwa says, they spoke in private. Concerning the six barrels of powder with which Your Right Honorable believes the Bonians could consider themselves satisfied: the Madanrang is so far from it that he sent them directly back to me yesterday, letting me know that he does not intend to accept a single grain until his demand of eleven barrels is fulfilled in its entirety, and that the Bonians were otherwise not in a position to carry out the least thing. I have therefore received them back again and let him know that I as yet had no larger supply of powder here, and was first awaiting a larger amount from Macasser. What is more: yesterday they asked only for lead alone; yet upon the sending of the powder, they again requested one and a half barrels of bullets and the rest in lead, so that they are finally intent on continually mocking someone. They will in the meantime in all likelihood come again today to demand their claim of powder; however, I shall stall them until tomorrow if they do not want to receive six barrels, in order first to hear through Brugman what Your Right Honorable's further sentiments regarding that might be. Yesterday, alongside the commission of Totta, I also charged Mr. Zulver to purchase tamarind, sugar, and kattjang in Macasser for me, to subsequently be distributed to the people here, believing it will be better if I myself also directly look after the provisions rather than leaving it to Brugman, who has already failed me several times in that regard; nevertheless, I request Your Right Honorable to be so kind as to recommend that he look out for buffaloes, as I myself have no men for that purpose. I have the honor to be with the deepest respect, Right Honorable Great and Respected Lord, Your Right Honorable's humble and obedient servant, was signed: W. van Burghoff. In the headquarters before Goa, the 24th August 1717. Agrees, was signed: H. B. Klobenpijl. From Macasser
Dutch transcription
605 Van Macasser Den Wel Edele Groot Agtb: Heere. De Commissies waar meede uwel Edele Agtb: Sadulla hier na toe belast heeft heb ik niet eerder te weten ge„ kreegen als na den ontfangts van uwel Edele Agtb: g' eerde letteren gemerkt Sadulla mij door geen woord van gesprooken heeft 't welk hyj toekomstig volgens mijn nederig verzoek aan uwel Edele Agtb: wel doen mogt bij aldien het geen secreete zaaken zijn„ van dewelke uwel Edele Agtb: hem uitdrukkelijk mogten gelasten zo ook voor mij verzweegen te houden aangezien ik het mij voor een schande aan„ reekene van als hoofd in 't leger niet te weeten wat 'er invoorgaat hij is egter gisteren bij Brugman gekomen vervolgens bij de hoofden rond gereeden en weder na macasser te rug gekeert,„ zonder mij van het minste kennisse te geeven zoo dat ik ook in 't geheel onweetende ben wat hij uitgevoert Van Macasser Den of gedaan heeft Datou soping Datrui Baringang de bo„ nese Tomilalang en Arou Pantjana zijn volgens rap„ port dien ik 'er van ontfangen heb, alle op macasser de laatste heeft mij zelfs gisteren van zijn vertrek la„ ten verwilligen en des morgens aan den oppertolk be„ looft van op Toborang te zullen post vatten zoo dra hij wederom gezond was tog geloof ik dat zulks niet anders zal kunnen geschieden dan bevoorens met alle man de vijand van mongassa te ver„ jaagen. De oppertolk gaat heden zelfs na macasser ter afhaaling van geld voor den Pongauwa en de noorder regenten zullende niet onderlaten van den eersten by Continuatie uit te voorschenen aan te hooren omtrent het gedrag vanden ko„ ning van goa zoo wel als eenige andere klijner vorstenen tog aangaande den inhoud van het gesprek tusschen de bonise Tomilalang met zijne moeder zulks zal bezwaarlijk kunnen wer„ den uitgevorscht aangezien zij volgens zeggen van den Pongauwa 607 Van Macasser Den Sougauwa zig onder vier oogen hebben gesprooken Betreffende de ses vat en kruid waar meede uwelEdele Agtb: gelooft de boniers zig te kunnen voldaan agten de Madan„ rang is er zoo ver van af dat hij ze wij gisteren direct gederom te rug zond met te laten weeten dat hiy niet an zins zij een korrel te ontfangen tot aanzijnen Eisch van elf vaten in 't geheel voldaan wierd ende boniers ok anders niet instaat waaren het minste uit te voeren Jk heb ze dierhalven wederom te rug ontfan„ gen en hem laten weeten dat ik als nog geen groo„ ter voorraad aan kruid hier had, en eerst een meer„ er van macasser verwagtende was wat nog meer s gisteren vroegen zij slegts enkeld loot; tog bij ver„ zending van het kruid verzogten zij wederom on„ fert half vaatjes kogelen inde rest aanloot zoo dat zij finaal daar op verdagt zijn omme met iemand bij Continuatie de gek te scheeren zy zullen antusschen na alle gedagten leden wederom komen hunnen eisch van kruid aftevragen egter ik zal ze nog tot morgen ophouden bij aldien hij geen ses vaten willen Van Macasser Den of gedaan heeft Datou soping Datou Baringang de bo„ nese Tomilalang en Arvu Pantjana zijn volgens rap„ port dien ik 'er van ontfangen heb, alle op macasser de laatste heeft mij zelfs gisteren van zijn vertrek la„ ten verwilligen en des morgens aanden oppertolk be„ looft van op Toborang te zullen post vatten zoo dra hij wederom gezond was tog geloof ik dat zulks niet anders zal kunnen geschieden dan bevoorens met alle man de vijand van mongassa te ver„ jaagen. De oppertolk gaat heden zelfs na macasser ter afhaaling van geld voor den Pongauwa en de noorder regenten zullende niet onderlaten van den eersten by Continuatie uit te voorschenen aan te hooren omtrent het gedrag vanden ko„ ning van goa zoo wel als eenige andere klijner vorstenen tog aangaande den inhoud van het gesprek tusschen de bonise Tomilalang met zijne moeder zulks zal bezwaarlijk kunnen wer„ den uitgevorscht aangezien zij volgens zeggen vanden Pongauwa 607 Van Macasser Den Pongauwa zig onder vier oogen hebben gesprooken Betreffende de ses vat en kruid waar meede uwelEdele Agtb: geloofd de boniers zig te kunnen voldaan agten de Madan„ rang is er zoo ver van af dat hijke mij gisteren direct wederom te rug zond met te laten weeten dat hy niet van zins zij een korrel te ontfangen tot aan zijnen Eisch van elf vaten in 't geheel voldaan wierd ende boniers ook anders niet instaat waaren het minste uit te voeren Jk heb ze dierhalven wederom terug ontfan„ gen en hem laten weeten dat ik als nog geen groo„ ter voorraad aan kruid hier had, en eerst een meer„ der van macasser verwagtende was wat nog meer is gisteren vroegen zij slegts inkeld loot, tog bij ver„ zending van het kruid verzogten zij wederom on„ dert half vaatjes kogelen inde rest aanloot zoo dat zij finaal daar op verdagt zijn omme met iemand bij Continuatie de geke te scheeren zy zullen antusschen na alle gedagten leden wederom komen hunnen eisch van kruid aftevragen egter ik zal ze nog tot morgen ophouden bij aldien hij geen sesvaten willen willens ontfangen omme eerst door Brugman te hooren wat uwel Edele Agtb: verdere gevoelens daar omtrend mog„ ten zijn Ik heb gesteren den heer Zulver nevens de Commissie van Totta nog op gedragen tamarijnden zuiker inkattjang op macasser voor mij in te koopen omme vervolgens hier aan 't volk te werden verstrekt gelovende het te zullen beeter zijn wanneer ik nij mede deirect om„ me de mondkost bemoeijen als het aan Buugman over te laten die mij reeds eenige rijsen daar omtrent ingebreeken heeft laten blijven egter verzoeke ik uwel Edele Agtb: hem te willen recommandee„ ren zig na buffels om te zien als daar toe zelfs geen volk hebbende Ik heb de eere met den diepsten ontzageh te zijn /:onderstond:/ wel Edele groot Agtbaare Heere /:lager:/ uwel Edele Agtb: otmoedige en nederige Dienaar /:was geteekend:/ w: van Burghoff /:in margine:/ In't hoofd quartier voor goa den 24:' Aug„s 1717. /:onderstond:/ Accordeert /:was getee„ kend:/ H:k B:s Hlobenpijl. Van Macasser Den
English
From Makassar, the At seven o'clock in the morning, Pongaura Lesse sent for me, and I sent the assistant interpreter Blij back to him with the message whether it would not be better to discuss with Arou Pantjana the matter of seeking to settle the war amicably, seeing that we clearly perceived we could not rely upon our force. At nine o'clock, the interpreter of Boni arrived to demand, in the name of the Madaurang, the native whom the soldiers had apprehended yesterday; the same was dismissed with the answer that he had to address himself in that regard to the Lord Governor, into whose hands I had already delivered the thief yesterday evening. Subsequently, Subsequently, the Queen of Thaing sent to have a message delivered to me that she had given orders to her people to fire upon the enemy whenever he showed himself, and likewise to seize or kill whatever came over from the enemy, for which disposition I did not fail to thank her. Having sent the chief interpreter to Arou Pantjana regarding the construction of a benting at Toborong, the same promised to do so as soon as he is recovered. Signed: W. van Burghoff. Below: Agrees. Signed: H. B. Hodenpijl. From Makassar, the 611. From Makassar, the To the military ensign Willem van Burghoff. Valiant, pious, discreet, That the commission with which I have charged Sadulla is rather a matter of pro forma than of real importance, I already wrote to you yesterday, and therefore Your Honour need not trouble yourself about it, the less so as I shall give timely notice of whatever Your Honour ought to know; accordingly, I report that he has informed that Arou Pantjana and Datu Soppeng continue to persist in their promise to erect a benting at Toborong, and that the Madanrang for his part will assist therein, both by placing one of the Bonian chiefs with our people and by supplying a party of labourers; and although I, like Your Honour, imagine the execution to be more difficult more difficult than they as yet seem to think, I nevertheless deem it necessary that one first await what they will do. Having this morning again sent six barrels of gunpowder with upwards of 400 lb of lead in bars, the stipulated eleven barrels, alongside the aforementioned lead and also a few small kegs of bullets, can now be delivered to them in order to give them their full measure; but since the lead and bullets will not yet be sufficient, I await further report, preferring to furnish the former rather than the latter. The negotiation with the dispenser for the provision of victuals for the people I consider well done, and I have earnestly recommended the supply of buffalos to the chief interpreter. Wherewith, after greetings, I remain, below: Your Honour's good friend. Signed: P. G. van der Voort. In the margin: Makassar in Castle Rotterdam, the 24th of August 1777. Below: Agrees. Signed: H. B. Hodenpijl. From Makassar, the 613 From Makassar, the Honourable, Most Worshipful Lord, Nothing in the world having occurred here yesterday, I have this solely to inform Your Honourable Worship that Datu Soppeng yesterday had the number of his weapons reported to me, amounting to 382 muskets and 118 blunderbusses, and consequently also desires four barrels of gunpowder; I shall today, when he is awake, ascertain whether he might not also prefer to receive a party of lead instead of bullets. The Bonians will well content themselves with the eleven barrels of gunpowder, three bars of lead, and two barrels of bullets. In place of the two sick soldiers sent over yesterday, I have again received two others in their stead. However circumspectly the non-commissioned officers have kept watch over the weapons of their subordinates, a private nevertheless yesterday From Makassar, the lost his cutlass in cold blood, without being able to state at what place and in what manner. Since it is now impossible for a non-commissioned officer to watch over such weapons as the common man carries on his person day and night, and moreover this soldier is one of the worst subjects in the entire battalion whom I have already sent up before, and one must expect nothing else from this man than that he himself sold it to a native for a small sum, I humbly request Your Honourable Worship to have him compensate for his cutlass by charging his pay account. The assistant interpreter Blij having requested me to go to Makassar for some time in order to settle several domestic affairs, the same travels over herewith to request leave of Your Honourable Worship himself for a longer time. At the same time, another sick soldier named Anthon is sent over. I have the honour to be, with the deepest respect, below: Honourable, Most Worshipful Lord, lower: Your Honourable Worship's humble and obedient servant. Signed: W. van Burghoff. In the margin: In the headquarters before Gowa, the 25th of August 1777. Below: Agrees. Signed: H. B. Hodenpijl. 615 From Makassar, the To the King of Boni. After customary greetings, Furthermore, I make known to Your Highness that I have safely received your letter and have seen from it that Your Highness is no less desirous than I myself to come outside again, which I deem it my duty once more most kindly to request Your Highness to do as soon as possible, in order that I may thereby be enabled to deliberate with Your Highness in person on the means to subdue our enemies and to restore tranquility, of which I otherwise have little hope, since now already three times in succession a
Dutch transcription
609 Van Macasser den Smorgens de seven uuren liet Pongaura Lesse mij ver„ zoeken den ondertolk Blij bij hem met de boodschap wederom zond, of het niet beter Waare Arou Pantjana daar over te onderhouden van den oor„ bog in der minne te zoeken bij te leg„ „ gen gemerkt wij wel zagen dat wij op onse mogt niet steunen konden Te negen uuren quam de tolk van Bouie omme uit naam van de Ma„ daurang den Inlander op te eischen die militairen gisteren hadden opgeval; zijnde dezelve niet de antwoord afgevaardigt dat hij zig daar omtrent bij den Heere gou„ verneur moest adaresseeren als in wiens han„ den ik den dief reeds gesteren avond gesteld had. vervolgens vervolgens zoud de koninginne van Thaing omme mij te laten boodschappen dat zij aan haar volk vader gesteld had van op de vijand vuur te moeten geven 19 7 wanneer hij zig zien liet tevens alles op te pakken of te mollen wat van de vijand overquam voor dewelke bedeeling ik haar niet bedanken Den oppertolk bij Arou Pantjana gezonden hebbende wegens het maken van een ben„ ting op Toborong heeft dezelve zulks belooft te doen zo ara hij hersteld zij /:was getekend:/ w: van Burghoff /:onderstond/ Accordeert /:was getekend:/ H:k B:s Slodenpijl Van Marasser Den 611. Van Macasser Den Aan den vendrig Mititair Willem van Burghoff Manhafte vroome Discreete, Dat de Commissie waar mede ik Sadulla hebbe belaft veel een pro forma uwen van belang zij hebbe ik gesteren reets geschreeven en dier halven behoeft uEd: zig zijnen niet te bekreunen te minder ik tydig sal kennisse geven van het geene uwelEdele dient te weeten, invoegen ik dan melde hoe hyj geinformeert heeft dat Arou Pan„ tjana en Datou soping blijven persisteren bij hunne toezegging tot het opwerpen van een benting te Tobo„ rong en dat den Madanrang van zijn kant daar toe behulpsaam wesen zal zo door het plaat„ sen van een der bonijse hoofden bij d' onsen als het leveren van een parthij werk volk en of schoon ik wij met uEd: de uitvoering be swaarlijke swaarlijke voorstell, als zij voor als nog schijnen de den„ ken zo agte ik noodsakelyk dat men voor eerst afragt wat zij doen zullen Desen morgen weder ses vaten kruit gezonden hebbende met ruim 400 lb loot aan staven kunne als nu de bepaalde elf vaten nevens het gem: loot en nog een paar vatjes met kogels afgeven worden om haar dus de maatvol te meten. dan vermits het loot met de kogels nog niet tereikende zal zijn verwagte ik nader bescheit lie„ ver het eerste dan het laatste willende verstrecken d' onderhandeling met den diespencier ter bezorging van vivres voor het volk houde ik wel gedaan en hebbe den oppertolk de leverantie van buffels ernstig aanbe„ voolen. Waar meede na groete blyve /:onderstond:/ uE goede vriend /:was getekend:/ P: G: van der voort /:in mur„ gene:/ Macasser in't Casteel Rotterdam den 24 Au„ gustus 1777 /:onderstond:/ Accordeert /:was geteekend/ H:k B:s Hodenpijl. Van Macasser Den 613 Van Macasser Din Wel Edele Groot Agtbaare Heere Gister in hier niets ter waerelt voorgevallen zijnde hebbe ik d'eeze uw wel Edele Agtb: allenig te verwittigen dat Datou soping mij gesteven het getal zijner wapenen heeft talen opgeeven bedragende 382 giweeren en 118 donderbussen by gevolg ook nog vier vaten kruid wil„ len hebben zullende heden wanneer hij wakker is vermeenen of hy niet ook liever een parthij loot in steede van kogels ontfangen wil De Boniers zullen zig met de elf vaten kruid drie staaven loot en twee vaaten kogels wel contenteeren In steede van de twee gisteren overgezondene zike militairen hebbe ik wederom twee andere in de plaats ontfangen met wat omsigtigheid de onder officieren ook op de wapeeren hunner onder geddande latten heeft even wel tog gisteren wederom een gemeene zijnen Van Macasser Den zynen houwer zoo goeds moeds verlooren was zonder te weeten aan te geeven waar ter plaatse en op wat manier Terwijl het nu onmogelyk is dat een onder officier op de zodanige wa„ penen kon passen die de gemeene mandag en nogt om aan zig draagt, en buiten dien deeze militaire een der slegtste sibjecte mede in 't geheele battalon is dien ik reeds heb opgezonden gehad en van dien man niet anders verwag„ ten moet als dat hij hem zelfs aan een Inlander voor een weynige verkogt heeft verzoeke ik uwel Edele Agtb: nedrig hem zynen houwer met belasting van zijne soldij reekening te laten vergoeden. Den ondertolk Blij mij verzogt hebbende voor eeniger tijd na macasser te gaan, ten einde verscheidene huijslijke zaaken in order te schekken gaat dezelve hier meede over omme uwel Edele Agtb: zelfs vorlof voor een langeren tijd te verzoeken Tevens gaat wederom een zieke militai re opnamens Anthon Ik heb de eere de met den diepsten ontzagch te zin/ onderp:/ wel Edele groot Agtb: Heere /:lager:/ uwel Edele Agtb: oot„ moedige en nedrige dienaar /:was geteekend:/ w: van Brughoff /:in margine:/ In 't hoofd quartier voor goa den 25 aug:s 177 /onderstond:/ Accordeert /:was getekend:/ H:s B:s Hodenpijl. 615 Van Macasser Den Aan den koning van Bonij Na gewoone begroetingen Wijders maeke ik uw Hoogheid bekend dat ik desselfs brief wel ontfangen en daar uit gezien hebbe dat uw Hoogheid niet minder dan ik zelfs verlangende zyt om weeder buiten te komen het geen ik mij verpligt agte uw Hoogheid nogmaals op het aller vriendelykste te versoeken ten spoedigsten te doen ten einde ik daar door in staat mag wor„ den gesteld met uw Hoogheit zelve te kunnen raadpleegen over de middelen om onse vijanden t' onder te brengen en de ruste weeder te her„ stellen waar toe ik anderzints weijnig hoop hebbe, vermits nu al drie reijsen naden anderen een
English
From Maccasser The an attack was undertaken without the chiefs of your Highnesses troops properly fulfilling their promises to have the Honorable Company's people assisted by the Boniers, the reasons for which I cannot understand. Of the accident caused by the carelessness of some newly arrived soldiers who, along with the others ordered to fire blank cartridges, had loaded bullets into their muskets, whereby the son of Arou Biro was wounded and died of the wound, your Highness will no doubt have already been informed, and thus also of the satisfaction given for it, consisting in the Commander having sent a request for pardon to the Mabanrang and furthermore having placed him under arrest, with which I hope your Highness will be satisfied, the more so as that officer was indeed not at fault. Written at Macasser in Castle Rotterdam the 26 August 1777. Agrees. Signed H:k B: Hodenpijl. 617 From Maccasser the 1777. Sunday the 24 August Nothing at all occurred. Monday, 25 ditto To erect a fortification at the river of Thaeng at that place where the passage across it is, in order to prevent the enemy from attacking our rear. Having sent the Bookkeeper Diefhout to the Madanrang to inquire after his well-being, I ordered him to ask the Madanrang privately what they now intended to carry out after the receipt of powder and lead. Whereupon he answered that the Boniers would be ready within three or four days for a surprise of Mangassa; however, he did not like to say anything about it so early out of fear that our intention might leak out again, which was also why he had spread a rumor that he would attack Sandra Bony in a few days. In the morning I was informed by two Poelembankeners From Maccasser The that the enemy was on the side of Kiun intending to attack Poelembanking today. The Chief Interpreter, having ridden to the new fortification on the river of Thaeng, told me upon his return that he had spoken to some natives who had crossed over to Thaeng with rice in order to sell it there, having pretended to be people of Datou Soping. Whereupon I immediately let Pongauwa Lisso know to have all natives wishing to bring provisions to Thaeng detained in the future and sent to me. At the same time I sent to the Madanrang communicating to him the request made to the Pongauwa, and likewise to Datou Soping in order to complain to him about this incident; the former finding the order given good, and the latter excusing himself as knowing nothing of such offenses. Signed W: van Burghoff. Agrees. Signed H:k B:s Hodenpijl. 619 From Macasser The To the Right Honorable Worshipful Sir Paulus Godofredus van der Voort Governor and Director of the Coast of Celebes Right Honorable Worshipful Sir, Your Right Honorable Worship's much honored letter dated the 5th August having been duly delivered to me on the 15th following; in response to which it will serve to inform your Right Honorable Worship submissively that upon the report of the Glarrang Bitanga that a messenger of the Bonto Bango had supposedly arrived a few days ago, which messenger had reportedly already departed for Tanette, I immediately had inquiries made among the Regents, who together with the Pongauwa and Glarrangs testify to knowing nothing about it; whereupon I was obliged to send some men in search of the aforementioned messenger to Tanette, and on the 14th of this month he was brought to me; of which proceedings your Right Honorable Worship From Maccasser The will please see from the declaration annexed hereto, which I also had presented to the Bonto Bango, who finally confessed that this matter was kept secret from the Pongauwa and Glarrangs out of fear without their knowledge, and subsequently surrendered the letter to me, which is also enclosed herewith along with its translation. And since it was reported to me that Daaing Padoeni received a letter, the contents of which are that he is entrusted to bring the Saleyerese over to the Gowa side, which letter he opened and read in the presence of the Kali of Biera, who also immediately gave notice of it to Craaing Bueraken, from which it is to be believed, as your Right Honorable Worship has informed, that he, Padoenie, had caused the six vessels with Saleyerese to be recalled, and that everything the messenger of Glarrang Ritanga stated was also arranged by him; after which I shall not fail to make further investigation and give notice to your Right Honorable Worship at the earliest opportunity. Furthermore, I have earnestly recommended the messengers of Batangmata and Tanette to watch out for the two ships that are still expected from the East. While concluding this, I take the liberty to remain with all high esteem, Right Honorable Worshipful Sir, your Right Honorable Worship's submissive and obedient servant. Signed Jan Hendrik Roll, Junior. In the margin: Saleijer in the Honorable Company's fortress the 16 August 1777. Agrees. Signed H:k B:s Hodenpijl. 621 From Macasser The Declaration given by the Honorable Company's subject of Bonto Bango named Moetoe, dated 14 August anno 1777, relating That he, with the Bonto Bangors having Glarrang Ritanga as head, along with the vessels of Mare Mare, Boekies, Batang Mata, and Tanette, now about over a month ago on the voyage to Macasser off Tope Jawa, was prevented from continuing their voyage by six prahus, whereof four were manned by Macassers and two with Mandharese, compelling them to enter the river and requiring the chiefs to come ashore; however, none of them being willing to comply except only their representatives, the declarant being the first for Glarrang Ritanga and the remainder one common man from each, arriving in the settlement of Lenkes, and there about forty Macassers who had assembled in one place, among whom, as was stated to him, the Craeings Djaranika Pattoeng were supposedly present.
Dutch transcription
Van Maccasser Den een attacque ondernomen is zonder dat de hoof„ den over uw Hoogheets troupes hunne beloften behoorlijk nagekomen zijn om sComp:s volke„ ren door de Boniers te doen assisteeren waar van ik de raeden niet begrypen kan. van het ongeluk door onvoorsigtigheid van eenige nieuwe aangekomene militairen die nevens de ande„ re gelast met loskruit te vuuren de kogels op hun snaphaanen geladen hadden waar door de zoon van Arou Biro gequest en aan de woude overleden is zal uw Hoogheid buiten twijffel reets kennisse zijn gegeeven en dus ook van de daar over gegeevene satisfactie daar en bestaan hebbende dat den Commandant by den Mabanrang om vjcus doen versoeken endaar en bo„ ven en arrest gezet hebbe, waar meede ik hoope dat uw Hooghet zig voldaan zal hobbeen te meer dien officier in der daed geen schuld heeft /:onderstond:/ ge„ off schreven te Macasser in 't Casteel Rotterdam den 26 aug:s 177 / onderstond / Accordeert /:was geteekend/ H:k B: Hodenpijl, 617 Van Maccasser den 1777. zondag den 24 aug=s Niets ter waerelt voorgevallen. Een binting aan de rivier van Thaenglaten op maandag, 25 d=o werpen daar ter plaatse waar de passage over der zelven is, omme den vijand te beletten ons in de rug te vallen. Den Boekhouder Diefhout by de Madanrang gezon„ den hebbende omme na zyn welstand te verneemen gelaste ik den zelven partitulier aan de Madan„ rang te vragen wat zij thans na den ontfangts van kruid en loot van voorneemen waaren uit te voeren. waar op hij geantwoord heeft dat de bo„ niers binne drie of vier dagen zouden klaar zyn tot eene surprise van mangassa egter wilde hy er niet gaarne zo vroeg iets van zeggen uit be„ vreesheid dat ons voorneemen wederom mogt uit lecken als waarom hy ook een gerugt had ver„ spreed van in eenige dagen sandra bony te zul„ len aantasten. smorgens wierd ik door twee Poelembankee„ ners Van Maccasser Den nors berigt dat de vijand van kiuns zij van dog Poelem„ banking aan te lasten Den oppertolk na de nieuwe binting aande revier van Thaeng gereden zynde zeyde my bij zyn te rugkomst eenige Inlanders gesprooken te hebben dewelke over na Thaeng met reest waaren gegaan omme den zelven daar te ver„ hoopen; voorgegeeven hebbende volk van Datou soping te zyn. Waar op ik aanstonds Pongauwa lisso leet weeten van toekomende alle Inlanders vivres na Thaing willen„ de brengen te laten aanhouden en bij mij te zenden teffens zond ik bij de Madanrang hem het ver„ zoek aan de Pongauwa gedaan Communiceerende zoo meede bij Datou soping ten ende over dit voorval bij hem klagtig te vallen vindende de eerste de gestel de order goed ende laatste zig verontschuldigende van zodanige misdrijven niets te weeten /:was ge„ teekend:/ w: van Burghoff /:onderstond:/ Accordeert /:was geteekend:/ H:k B:s Hodenpijl 619 Van Macasser Den Aanden wel Edele Agtb: Heere Paulus Godofredus ander Voort Gouverneur en Directeur ter Custe celebes Wel Edele Agtbaaren Heere uwel Edele Agtb: veel g'Eerde letteren gedagtekent den 5: aug:s my op den 15 daar aan wel inhandigt zyjnde waar op uwel Edele Agtb: onderdaaniglyk sal dienen, dat op 't berigt van de gharrang Bitanga met een brief de bonto bango voor eenige dagen soude aangekomen welk sendeling reets na Tanette soude zyn vertrokken ten eerste bij de Regenten hebbe laten vernemen, die nevens de Pongauwa en glarrangs betuyge daar niets van te weten waar op genootsaak ben geweest eenige manschappen ter opsoeking van voorsz: sen„ deling na Tahatte gesonden en op den 14 deser bij mij aangebragt van welke verrigtingen uwel Edele Agtb: uit Van Maccasser Den uit de hier nevens gaande de Claratie sal gelieve te boogen 't geen de bonto bango meede hebbe late voorhouden die eynde„ ly bekende dat disaak buiten haar weete bij de Pongauwa en glarrangs uit vreese verswege gebleeven en vervolgens de brief aan mij overgegeven gelijk het selve nevens dies trans„ laat meede hier ingesloten gaat En dewyl mij aangebragt is dat daaing Padoeni een brief heft ontfangen en van inhoud zijnde dat hij aan vortrouwt word om de salijereesen aan de goase kant over te haalen welke brief in presentie van de Calie van Biera heeft geopent engelesen die ook ten eerste Crauing Buerakennisse heeft gegeven waar uit te geloven is, so als uwel Edele Agtb: g'informeert hebben dat hij Padoenie de ses vaartuijgen met saleijereesen hadde doen te rug roepen mitsgaders al't geen de sendeling van glarrang Ritanga heeft opgegeven door hem meede geformeert is waarna ik niet manqueeren sal nader ondersoek van te doen en uwel Edele Agtbaare ten spoedigsten kennisse geven voorts heb ik de sendeling van batangmata en Tanette ernstig aanbevoolen om op de twee scheepen die nog van de oost verwagt werde op te passen. Terwyl ik deese fineeren en met alle hoog agting de vrijheid neeme te naemen /:onderstond:/ wel Edele Agtbaeren Heere /:lager:/ uwel Edele Agtb: onderdanige en gehoorsame Dienaar /:was getekend:/ Jan hendrik roll, Junior /:in margine.:/ saleijer In sEd: Comp:s vesting den 16 aug=s 1777 /:onderstond:/ Accordeert / was geteekend:/ H:k B:s Wodenpijl. 621 Van Macasser Den Declaratie gegeven door den sComp:s onderdaan van Bonto Bango genaamt Moetoe in dato 14: Aug=s anno 1777. relateerende Dat hij met de Bonto bangors daar op als hoofd zijnde glarrang Ritanga nevens de vaartuigen van Mare Mare Boekies batang Mata en Tanette nu omtrent ruim een maand geleegen op dereijse na Macasser voor Tope Jawa door ses prauwen waar van vier Maccassaaren en tnee met mandha„ reesen bemanschap waren belet hun reijse te vervorderen dwingende de rivier in te lopen ende hoofden gerequireerd aan de wal te komen eg„ ter geen van alle willende opvolgen als eenelijk hun representanten wesenden den declarant de eerste voor glarrang Ritanga de overige van ieder een gemeene in de negorij Lenkes gekomen en aldaar omtrent veertig koppen maccassaaren die zig op een plaats hadde versameld waar onder so als hem is opge geven present soude de Craeings Djaranika Pat toeng
English
to Saponaang, who brought him through the son of the Tomilalang named Oedjong Nagoa, where, having entered the gate named Landjoboke, he was brought to a baruga that was crammed with people, and subsequently asked whether he was inclined to follow the Macassars, to which he replied that he could give no answer since we are but common subjects, whereupon the declarant was briefly given a sealed letter which was supposedly from Batavia Goa for the Regents of Bonto Bango. Furthermore, having obtained permission, he departed and returned on board, and gave notice of the foregoing to Glarrang Ritanga, who, together with the other chiefs, had seen fit to send him hither with the letter and to request orders from the Regent, as he finds himself in the utmost distress, not knowing what to do or refrain from doing, just as he himself did, but when the wife of Bonto Boroes had also entered the river, with whom the other five rowed further up the river to the negorij Bonto Manai, he departed from Macassar. And after five days of travel to Biro, he subsequently arrived here on a certain evening at Bonto Bango, and first went to lodge at the house of the aforementioned Glarrang Pitanga, meanwhile having Glarrang Jraaija summoned, who, asking him the reason for his arrival, nevertheless went away again without wanting to listen to any answer until the next day in the morning, when the aforementioned Glarrang and the Pongauwa returned, and having reported all the foregoing, he received as an answer that such was not the intention, but that he will have to depart immediately, whereupon, after the said Pongauwa and Glarrang would not accept the letter, he handed it over to an anong guru named Pogo, and departed for Tanette to go from there to Bira and subsequently to Topejawa, where he was brought up by the Regent to the Post near the resident. The declarant declared all that is written above to contain the pure truth, giving as reason for his knowledge that which is stated in the text, being prepared to confirm it further under oath. Thus done and executed on Saleijer in the Honorable Company's fortress on the date written above, in the presence of the assistant surgeon J:s Sulters and the corporal C:l A: Helmsdorp, requested for this purpose, who signed the original minute of this together with the declarant. Below stood: Agrees. Was signed: Jan Hendrik Roll Junior. Below stood: Agrees. Was signed: H:k B=s Hodenpijl. From Macassar. From Macassar. Translation of Macassar writing written by the King of Goa to the Bonto Bango, being of the following content: The greetings of the King as well as to the Tomilalang and all Macassars, and also the Councilors of Goa to the Bonto Bangang. Thus the King desires that you must be present for his intentions, and if he obtains his wish from God and the Prophet Mahamet, you shall be accepted as allies of Goa and thereafter together enjoy the good without adversity. Furthermore, the Councilors of Bonto Bango are also greeted by us, and it is desired that this letter must be read in their presence. Below stood: Saleijer the 15: August 1777. Was signed: Jan Hendrik Roll, Junior. Below stood: Agrees. Was signed: H=k H:s Hodenpijl. From Macassar. To the Right Honorable, Lord Paulus Godofredus van der Voort, Governor and Director of this Coast of Celebes. Right Honorable Lord. I find myself extremely obliged to serve your Right Honorable with the notice that the emissary of Glarrang Ritanga, whose given declaration and delivered native letter I also had accompany my latest humble letter of the 16th of this month to your Right Honorable, is currently keeping himself absent, possibly out of fear that the matter will further be found contrary to his given declaration, and indeed such as is presumed; while we have been further informed that the said Glarrang Rietanga, before he set his course for Tope Jawa, as well as his emissary named Schoetse on his journey hither, supposedly called at Lomo Lamo at Daeng Padvenie, and also that the six prahus with Saleijer people will be found not far from here, for the search of which, under favorable interpretation of your Right Honorable, I will send two prahus with trusted Company subjects to Bira the day after tomorrow, with orders to enter the bays and rivers from there up to Tope Jawa, and upon meeting them, to bring them in friendliness to depart for Macassar or else hither, and when perceiving any unwillingness, one of the said vessels will have to head for Macassar to give notice of this to your Right Honorable immediately. Meanwhile, having the honor, after commending your Right Honorable to God's precious protection, to sign myself with all due respect, Below stood: Right Honorable Lord, Lower: Your Right Honorable's humble and obedient servant, Was signed: Jan Hendrik Voll Junior. In the margin: Saleyer in the Honorable Company's fortress, the 23 August Anno 1777. Below stood: Agrees. Was signed: H:k B:s Hodenpijl.
Dutch transcription
toengen Saponaang, dewelke hem door de zoon van den Tomilalang gen:t oedjong nagoa, alwaar depoort genaamt Landjoboke ingekomen bij een Baroega die op geprop met volk gebragt vervolgens gevraagt of genege was de Maccassaren te volgen daar op ten ant woords gerepliceert geen antwoord te kunnen geven also wij maar gemeene onderdaanen zijn werdende den declarant hort daar op een versegelde brief gegeven 't geen van Ba tavia goa soude wesen voor de Regenten van Bonto Bango. Voorts na verkregene permissie vertrokken weder aanboort quame het voorenstaande glarrang Ri„ tanga kennisse gegeven dewelke nevens de andere hoofden hadde goedgevonden hem met de brief dit heen te senden mitsgaders ordres van de regent te versoeken, dewijl sig in de uiterste nood bevinde niet wetende wat se doen en laten zal gelyk hij ook het zelfden dog wanneer de vrouw van bonto boroes in de rivier meede was gekomen waar meede de andere vijf de rivier verder na de negorij bonto Manai zijn opgeroeit vertrok„ Van Maccasir Den ken 623 Van Macasser Den ken en na vijf dagen vijsen op Biro vervolgens al„ hier op zekere avond op bonto bango aangeko„ men en ten eerste op thuis van glarrang Pi„ tanga voorm: ging logeeren latende in tusschen glarrang Jraaija roepen die hem na de reede van zijn komst vragende egter sonder eenige antwoord te willen aanhoren weder weggegaan tot des anderen daags smorgens wanneer voorsz: glaarang ende Pangauwa weder quam van al het voorenstaande Rapport gedaan ten antwoord kreeg dat zulks de intentie niet was maar ten eerste sal moete vertrekken waar op hij na dat de brief die ge„ melde Pongauwa en glarrang niet hebbe wille accepteeren aan eenen anooug goeroe genaamt Pogo te hebben overgegeven na Tanette om van daar na Bera en vervolgens na Topejawa ver„ trokken alwaar door de regent na de Post byj den resident wierd opgebragt Alle het geene voorsz: staat verklaarden de Cla„ rant te behelsen de suijvere waarheid gevende voor reede van wetenschap als in den text bereid sijnde nader met met eede te bevestigen Alaus gedaan en gepasseert op saleijer in HEd: Comp: vesting dato voorschreeven ter presentie van den ondermeester J:s sulters enden Corporaal C:l A: Helmsdorp hier toe versogt die de minute deses nevens den declarant hebbe onderteekend /:onderstond:/ Accordeert /:was geteekend:/ Jan Hendrik roll Junior /:onderstond:/ Accordeert /:was geteekend:/ H:k B=s Nodenpijl. Van Macasser Den 625 Van Maccasser den Translaat Maccassaar, se geschrift geschreven door de koning van goa aan de Bonto bango zijnde van inhoud De groetenis van de koning als meede aan de To„ milalang en alle Maccassaaren mitsgaders de Raadslieden van goa aan de bonto bangang so begiert de koning dat gijlieden tot zijn voor namens present moete wesen en indien hij zijn wensch van god en den Propheet Maha„ met erlangde zal gijlieden als bondgenoten van goa worden aangenomen en daar na son„ der tegenspoed 't goede te samen profiteeren: voorts werd de Raadslieden van Bonto bangs van Van Maccasser den. van ons meede gegroet, en begeerde dat deese brief in haar presentie moet geleezen worden. /:onder„ stons:/ Saleijer den 15: Aug:s 177 /: was getee„ kend:/ Jan hendrik roll, Junior /:onderstond:/ Accordeert /:was geteekend:/ H=k H:s Hodenpijl. 627 Van Maccasser, den Aan den wel Edele Agtbare, Heere Paulus Godofredus van der voort Gouverneur en Directeur deser Custe Celebes. Wel Edele Agtbaren Heere. vinde mi ten uitersten verpligt uwel Edele Agtb: ter kennisse te deenen dat den sendeling van gharrang Ritanga welke gegevene declaratie en aangebragte Inlandse brief by mijn Jongst onderdaanige van den 16 deser aan uwel Edele Agtb: meede hebbe laete versellen thans zig absent houdende en mogelijk uitvreese dat de saak tegens zijn gegevene declaratie en wel sodanig als'er gepresumeert nader sal bevon„ den worden terwijl wij alverder g'informeert hebben dat gem: glarsang Rietanga voor dat hij zijn Coers na Tope Jawa heeft geset gelijk ook desselfs sendeling Van Macasser Den sendeling genaamt schoetse op zin reysena herwaards op Lomo Lamo bij daeeng padvenie zoude aangeweest zijn mitsgaders dat de ses prauwen met saleijeree„ sen niet verre van hier zal te vinden wesen ter welker op soeking onder gunstige welduijding van uwel Edele Agtb: twee Prauwen met vertrouwde sComp. onderdaanen. overmor„ gen na Bira sal senden met order om vandaar de boyten en rivieren tot op Tope Jawa in te lopen en bij ontmoeting desselve in vriendelijkheid tot het vertrek na Macasser dan wel dit heen te brengen en wanneere eenigzints onwillig heid bespeurende een der gem: vaartuig na Macasser sal moete stevenen om uwel Edele Agtb: ten eersten kennisse van te geven. Intusschen d' Eere hebbe na uwel Edele Agtbare in sechovas dierbaare goede te beveelen mij met alle schulde Eerbied te onderteekend te zyn /:onderstond:/ wel Edele Agtb: Heere /:lager:/ uwel Edele Agtbaare onderdaanige en gehoor„ same dienaar /:was geteekend:/ Jan hendrik voll Junior /:in margine:/ Saleyer Jn sE Comp vesting den 23 aug=s A:o 1777 /:onderstond:/ Accordeert /:was geteekend:/ H:k B:s Hodenpijl
English
From Macassar the Honorable Sir Your Honorable Respectable letters of the 5th of this month were safely received by me on the 8th following. It was exceedingly pleasant to be able to learn from them that the greatest difficulty would be over, which I hope God may grant. In accordance with Your Honorable Respectable writing, I have permitted Craing Bira, who requested it of me, to send some prahus to Sumbauwa and Bima, for which favor he humbly thanks Your Honorable Respectable, at the same time requesting that Your Honorable Respectable forgive him for his disobedient negligence on this occasion. He, Honorable Sir, after having been away to his negorij for one and a half months, has finally turned up again, able to bring forward nothing else in excuse than that he and his wife had been sickly, and other such excuses. Tosarassa, Honorable Sir, departed for the interior on the 13th of this month, and on the 11th Kraeing Have Teeko received a letter from the king of Bonij stating that he, together with Daeng Manako, who is also here, had to depart for Macassar, for which, according to their word, they are already preparing themselves. The said Aroe Iuko, Honorable Sir, told me that the king had sent him 1/2 picol of gunpowder for the journey. I often find myself perplexed in these circumstances, Honorable Sir; it seems one relies on the other. Aroe Iuko, Honorable Sir, who through his wife is very closely related to Arve Palacca, is under suspicion by many; he reportedly has more than 100 snaphaunces and blunderbusses. He, Honorable Sir, has at this time been appointed head of the Boniers by the king, but who will now attend to it is uncertain, since Jennang Boelecomba will possibly not yet turn up before the departure of Aroe Teeko. That Aroe Teeko, Honorable Sir, is not unknown to the so-called Batara Goa is indeed true, for he told me so himself, as well as that Batara Goa was said to have tried to persuade him to come to him. Yet I set my mind at ease concerning him, Honorable Sir; he comes to me at the post daily, and often although he has nothing to attend to other than to request one thing or another, which I gladly do for him if it can be done in any way. However, Honorable Sir, for the reason that he lives no five minutes away from the post, and his people, although his heart is good, are possibly not to be trusted, one keeps a watchful eye as much as possible. In the beginning of the troubles, Honorable Sir, he sent me every evening some men armed with snaphaunces, but I requested him, Honorable Sir, which he also did at once, to have a small hut built outside and to place those men there, pretending that I had enough of my own people to defend the post in time of need, which God forbid. I did so, Honorable Sir, for the reason that the Terang Teerongers and Calconcers who guard this post at night do not like having strange people with them and therefore had requested me to do so. In the beginning of the troubles, Honorable Sir, Tosarassa advised me, which I also did, to request Daeng Padoenie, who currently lives at Lemo Lemo, to come here, upon which he let me know he was not well. Shortly thereafter, Honorable Sir, I received verbal tidings here that the daughter of the said Daeng was about to marry Batara Goa, and at that time, Honorable Sir, Craeng Tiro requested me to lend him a helping hand to restore to him some people whom Daeng Padoenie was detaining. I, Honorable Sir, had the said Daeng, who was by then already recovered from his so-called illness, requested by Craeng Bira and Limo Lemo to come here to speak about that matter, but he declined, and said that he did not doubt I would currently have much to do, and that he would therefore wait until the matter came to an end. Shortly thereafter I received tidings, Honorable Sir, that the Saleijarese sent to Macassar had not arrived safely; but as these tidings were also verbal, I wrote about it to the Resident of Saleijer, who answered me, Honorable Sir, that it had been brought to him as the truth that Daeng Padoenie had been ordered by a letter to win over the Saleijarese to the side of the Macassars, which letter was said to be from Batara Goa, which he had opened and read in the presence of the Kali of Bira, who had also at once given knowledge of it to Craeng Bira. I then, Honorable Sir, took up the matter with Craing Bira in the presence of the interpreter and Craeng Tiro, who declared to me that this was the truth, at the same time telling me that about 20 Saleijarese, who had gone to Macassar with that prahu but had returned overland, were at Lemo Lemo. I at once, Honorable Sir, sent a messenger to Craing Limo Lemo, who requested me to go to his negorij for some days, to inquire whether this was true, and if so, that I then ordered him to send the Saleijarese hither. Which messenger, returning, reported to me that Craeng Lemo Lemo together with Daeng Padoenie declared they did not know that such Saleijarese were at Limo Lemo. Daeng Padoenie indeed says he has some Saleijarese there, but that they are his slaves, requesting that those
Dutch transcription
629 Van Macasser Den Wel Edele Agtbaare Heer uwel Ed:e Agtb: veel gerespecteerde letteren vanden 5 dee„ ser zijn mij op den 8: daar aan wel geworden 't was uij ten uitersten aangenaam daar uit te moogen verneemen dat de grootste zwarigheid voor bij zouden weezen 't welk ik hoop dat goa geeve. Ik heb volgens uwel Ed:e Agtb: schrijvens aan Craing Bi„ ra die mij daarom verkogt heeft gepermitteert om eenige praauwen na sumbauwa en Bima te zenden voor welke gunst hij uwel Ed: agtb: ootmoedig bedankt teffens verzoeken„ de dat uwel Ed: Agtb: hem voor deese reize over zijne onge„ hoorsaam naalatigheit pardonneert hij is wel Edele Agtb: .. heer na dat hij een en halve maand na zijn Negorij ge„ weest was eindelijk weeder op gedaagt niets anders tot verschooning kunnende bij brengen, als dat hij en zijn vrouw ziekelijk waaren geweest en andere diergelijke excusen Josarassa wel Edele Agtbaare heer is op den 13:e deeser na Van Macasser: den na de Binnen landen vertrokken en op den W=e kraeing Have Teeko een brievr van de koning van Borij als dat hij benevens danig, Manako die meede alhier is na Macasser moesten vertrek„ ken waar toe zij volgens hun zeggen zig reets gereet mae„ ken gemelde Aroe Iuko wel Edele Agtbaare Heer heeft mij gezegt als dat de koning hem voor de reese een ½2 picol kruit had toegezonden ik vind wel Edele Agtbaare in deese om„ standigheedens dik wils verleegen 't schijnt de eenissalvers op den ander Aroe Iuko wel Edele Agtb: hier die door zijn vrouw zeer na aan Arve Palacca geparenteert is legt byj veele onder suspecie hij heeft volgens zeggen meer dan 100 sna„ phaanen en donderbussen hij is wel Edele Agtbaare heer in deese tijd door de koning tot hoofd der Boniers aan„ gestelt dog nie 't nu zal waarneemen is onzeekere dewijl Jennang Boelecomba mogelijk voor 't vertrek van Aroe Teeko nog niet zal opdaagen Dat Aroe Teeko wel Edele Agtb: heer aan die zoo genaamde Batavia goa niet onbekent is, is wel waar want zulks heeft mij zelvs verhaalt als meede dat Batara goa hem zou hebben zoeken te persuadeeren om tot hem te koomen, dog ik stel mij wel Edele Agtb: heer omtrent hem gerust hij komt dagelijks bij mij inde post en dikwils schoon hij 631 Van Macasser Den hij niets te verrigten heeft als t een of 't ander te verzoeken 't geen ik hem zoo 't eenigzints geschieden kan geer dog egter wel Edele Agtb heer om reeden hij gen yf nunten ver van de post woort en zijn volk schoon zijn hart goed is mogelijk niet te vertrouwen zijn houd men zoo veel mooglijk een waakend oog: in de beginne der strub„ belingen wel Edele Agtb: heer zoord hy mij alle avonden sos met snaphaanen gewaapende manschappen dog ik heb wel Edele Agtbaare Heer hem verzogt 't geen hij ook ten eersten gedaan heeft om buiten een huijtje te laaten maaken en daar die manschappen te plaatzen woor„ geevende dat ik eijgen volk genoeg had, om de post in tijd van nood /:dat god verhoede :/ te defendeeren ik heb zulks gedaan wel Edele Agtb heer om reeden de Terang Tee„ rongers en Calconcers die snagts deese post bewaaken niet gaarn vreemd volk by haar hebben en my der„ halven daarom verzogt hadden In de beginne der strubbelingen Wel Edele Agtb: heer heeft Tosarassa mij aangeraaden 't geen ik ook ge daan heb om Daeng Padoenie die thans op Lemo Lemo Van Maccasser den Lemo woont te verzoeken om alhier te koomen als wan„ neer hij mij liet weeten niet wel te weezen, kort daar na wel Edele Agtbaare heer kreeg ik alhier mondelin„ ge tijding als dat de dogter van gem: Daeng met Ba„ tara goa stont te trouwen en dien tijd wel Edele Agtb: heere verzogt Craeng Tiro mij dat ik hem de behulp saame hand zoude bieden om eenig volk dat daeng Padoenie aanhielt hem wederom te bezorgen ik heb wel Edele Agtb heer gem: Daeng die toen reets van zijn zoo genaamde ziekte hersteld was door Craeng Bira en limo Lemo laaten verzoeken om alhier te koopren om over die zaak te spreeken dog hij liet wyg net en dat hij niet twijffelde ik zou thans veel te doen hebben en dat hij derhalven zoo lang zoude wagten tot dat de historie een eende had: ik kreeg kort daar op tij ding wel Edele Agtbaare heer als dat de na Ma„ Cassar gezondene zaleijereesen niet te regt gekomen waaren dog die tijding meede mondeling zijnde heb ik de Resident van zaleijer daar overgeschreeven die mij wel Edele Agtb: heer antwoord als dat hem voor de waar„ heit was aangebragt als dat Daeng Padoenie door een 633 Van Macasser Din een brief houden zijn aanbevoolen om de zaleijereesen aan de zijde der macassaaren over te haalen welke brief van Ba„ tara goa zoude weezen t geen hij in presentie van decalie van Bira had geopent en geleezen die ook ten eersten Craeng Bira door kennisse van gegeven had ik heb toen wel Edele Agtb: heer Craing Bira in presentie van de tolk en Cra„ eng Tiro daar over onderhouden die myj verklaarde zulks. de waarheit te weeken teffens wij verhaalende als dat er circa 20 Zaleijneesen die met die prauwe na Macasser waaren ge„ gaan dog over land te rug gekomen zig op Lemo lemo bevonden ik heb ten eersten wel Edele Agtb: heer een zendeling aen Craing Limo Lemo die mij verzogt heeft om eenige dragen na zijn negorij te gaan gezonden om te informeeren of zulks waar was zoo ja dat ik hem dan gelasten om de zalegreesen na herwaarts te zenden welke zendeling wederom koomende mij rapporteerde als dat Craenghemo Lemo benevens daaeng Padoenie verklaarden niet te weeten dat en diergelyke zaleyeriesen op limo Lemo waaren Daeng Padoenie zegt wel Eenige zaleyereesen daar te hebben dog dat dezelve sijn slaaven zijn verzoekende dat die
English
From Macasser The those who had reported such might prove it. I then, Right Honorable Sir, invited Craeng Bera to me and communicated this to him, who answered thereto that he had heard this from the Cali, adding further thereto that the said Cali had also told him that the letter from Batara goa had been brought by the Saleijreesen. I have, Right Honorable Sir, informed brueng Lemo Lemo that when coming here, he must bring the Cali with him, whereupon I shall investigate the matter further and write to Your Right Honorable: Datoe Lawang, Right Honorable Sir, who was with me yesterday, communicated to me that he will depart today for the inland areas, having been summoned by the king to go along to Macasser, so that, Right Honorable Sir, if Aroe Zeeko departs, not a single head of the Boniers will remain. The delivered krent, Right Honorable Sir, both here and at Ponthain, will amount to circa 60 lb, which I request to be allowed to enter under ultimo August with the rice. Right Honorable Sir, I find myself at a loss from time to 635 From Macasser The time, being plagued for provisions, especially for those of the upper region. I have, both here and at Bonthamn, Right Honorable Sir, from 17 July until today delivered circa five lasts of rice. If this continues so, Right Honorable Sir, my supply will not last long, and to refuse provisions to their members is impossible. Here, Right Honorable Sir, the native has barely finished planting, whereas on the other hand at Bontham most of the paddy has already sprouted, which, although one cannot say anything yet on account of its youth, stands reasonably well. I think, Right Honorable Sir, that the watch-holder of Rappoa will have to be relieved by mid-September, at which time I hope the troubles will have an end, since otherwise, by the dispatching of the watch-holders from time to time, the posts will be too much depleted. The pay for the post-holders I request that Your Right Honorable may send soon. I have always provided the same here, but I find myself presently not in a position to do so. The mason From Maccasser the. The mason, Right Honorable Sir, I request to be allowed to keep here for some time yet; the kitchen needed the roof repaired, which I cannot very well have done at this time, since I have many natives in the post and if something were to happen it would cause much inconvenience. The enclosed letter for Zaleijer I did not fail to dispatch immediately, and since I received this accompanying one yesterday from Zaleijer, I let this serve to convey the same, while for the rest I take the liberty to call myself, with all requisite high esteem and respect, was written below, Right Honorable Sir, lower, Your Right Honorable's humble and obedient servant, was signed, S=n Monsieur, in the margin, Boelecomba the 23rd of August 1777, below, Agrees, was signed, H:rk B: Hodenpyl. 637 From Macasser The Right Honorable Sir, From the writer's papers, of which I have taken a copy and return the originals again to Your Right Honorable, no one can make any sense, and according to the remarks made by me against them, may Your Right Honorable please observe the incomprehensible confusion that must prevail in the Macassarese notes. The best means of mediation in this will be, I believe, if Your Right Honorable pleases to accept my statements following behind the remarks herewith on good faith, as being able to swear to the same at all times, and subsequently to order the writer, in satisfaction of my humble request, to handle the matter from the first of September onward as I have indicated it, being intended, when he comes here to bring allowance money, to instruct him more precisely regarding crediting and debiting, of which he surely knows even less than I. In From Maccasser The In order not to confuse him in this again immediately, I request Your Right Honorable not to send me any reinforcement of military personnel, of whatever name, until I shall have received and distributed the allowance money. According to the order of Your Right Honorable to state the names of the provisionally appointed military personnel, the same are One Adjutant Johannes Lorschet, to ensign, Corporal Johan Wolfgang Troonhoofer to Sergeant, and the common soldier Pieter Puts to Corporal. Furthermore, I request Your Right Honorable to be pleased to provide me tomorrow with arrack and salt, touppas, loose powder, lead bullets, and fixed cartridges, having the honor to be with the deepest respect, was written below, Right Honorable Sir, lower, Your Right Honorable's humble and lowly servant, was signed, W: van Burghoff, in the margin, In the headquarter before Goa the 29 August 1777, lower, Datou Soping had me asked yesterday evening for another 4 small barrels of powder and a small barrel of bullets, but however received only 2 barrels of powder and one barrel of bullets; the same requests Your Right Honorable for 500 pieces of such bullets as Your Right Honorable took away with him yesterday, below, Agrees, was signed, H:k B s Hodenpijl.
Dutch transcription
Van Macasser Den die gaen die zulks overgebragt had't mogte bewijlen ik hebt toen wel Edele Agtb Heer Craeng Bera bij mij verzogt en zulks gecommuniceert die daar op ant woorde als dat hy zulks van de Cale gehoort had, daar nog bijvoegende dat gem Cali hem ook gekegt had dat de brief van Batara goa door de zaleijreesen was aangebragt ik heb wel Edele Agtbaare heer brueng Lemo Lemo laaten weeten als dat hij alhier komen, de de Cali moet meede brengen als wanneer ik de zaak nader zal onderzoeken en uwel Ed: Agtb: schrij ven: Datoe Lawang wel Edele Agtbaare heer die gister bij mij is, heeft mij gecommuniceert als dat hij op heeden na de binne landen zal vertrekken zijnde door de koning geroepen om meede na Macasser te gaan zoo dat er wel Edele Agtbaare heer zoo Aroe Zeeko vers„ trekt geen een hoofd der Boniers over blijft. t verstrekte Crent wel Edele Agtbaare heer zoo wel alhier als op Ponthain zal Cerca 60 lb bedragen, welk ik ver„ zeek onder ulto aug:s op te moogen brengen met de rijst wel Edele Agtbaare heer vind ik mij verleegen van tijd tot 635 Van Marcasser Den tot tyd wordik geplaagt om mondkoft en wel vooren die van de bovenstreek ik heb zoo wel alhier als op Bonthamn wel Edele agtb: heer van den 17: July tot heeden Ciria vijff lasten rijst verstrikt indien zulks zoo voortgaat wel Edele Agtb heer zal mijn voorraad niet lang duuren en om hun leeden de mondkost te weigeren is onmogelijk. alhier wel Edele Agtb: heer heeft den Jnlandernauwlijks met planten gedaan daar en tegen op Batham de meeste padyreets geschooten is, die schoon men om de Jonk heetshalven nog niets kan zeggen reedelijk staat ik denk wel Edele Agtb: heer 1 dat de wagthouder van Rappoa medio september op zal moeten gaan als wanneer ik hoop dat do strub beling een einde zal hebben dewijl anderzints door 't van tyd tot tijd opzenden der wagthouders de posten al te veel ontbloot zullen weezen d' gagie voor de postelingen verzoek ik uwel Ed:e Agtb spoedig te mogen krijgen ik heb altoos alhier deselve verstrekt dog ik vind my thans daar toe niet in staat d metzelen Van Maccasser den. d' metzelaar wel Edele Agtbaerre heer verzoek ik nog eenige tijd alhier te mogen houden die combuis moest 't dak of 't geen ik in deese tijd niet welken laaten doen dewyl ik veele Jnlanders in de post heb en zoo 'er iets voorviel veel ongeleegentheid zou veroor„ zaaken d' Inleggende brief voor zaleijer heb ik niet geman„ queert om ten eersten te bezorgen en dewyl ik deese nee„ vensgaande op gester van zaleijer ontfangen heb zoo laat ik deese dienen ten gelijde van deselve terwijl voor t overige de vrijheit naem met alle vereyschte hoog ag„ tingen eerbied mij te noemen /:onderstond:/ wel Edele Agtbaare Heer /:lager:/ uwed: Agtb: onderdaanige en ge„ hoorsame dienaar /:was geteekend:/ S=n Monsieur /:in margine:/ Boelecomba den 23:' augustus 1777 /:onderstond:/ Accordeert /:was geteekend:/ H:rk B: Ho„ den pyl 637 Van Macasser Den Wel Edele Groot Agtb: Heere Uit des schrijvens pampieren waar van ik Copij genomen hebbe ende origineelen wederom aan uwel Edele Agtb: terug zende kan niemand wijs worden en volgens wijne daar tegen gemaakte aanmerkingen gelieft uwel Edele Agtb de onbegrijpelijke Confusie op te merken die er in de macas„ Jaarse aanteekeningen moet keerschen Het best tot bemidde„ ling hier van zal geloof ik zyn, wanneer uwel Edele Agtb: geleeft mijne opgaaven agter de aanmerkingen hier ne„ vens volgende op trouwen geloof te accepteeren als dezelve ten allen tijden kunnende b'eedigen en vervolgens aan den schrijver ter voldoeninge van myn nederig verzoek te ordineeren van den eersten september af aan de zaak zoo te behandelen als ik ze hebb aangegeeven zullende wanneer hij hier komt omme kostgeld te brengen hem ten opzigte van het Crediteeren en debiteeren /:waar van hij tog zeeker nog minder wat als ik / naauwkeuriger on„ verrigten. Ten Van Maccasser Den Ten einde hem nu hier in niet aanstonds wederom te verwar„ ren verzoeke ik uwel Edele Agtb: my niet eerder versterking hoe genaamd aan militairen toete zenden als tot ik het kostgeld zal hebben ontfangen en uitgedeelt. volgens order van uwel Edele Agtb: omme de namens van de provisioneel aan„ gestelde militairen op te geeven zijn dezelve Een Adjudant Johannes Lorschet, tot vaendrig „ Corporaal Johan wolfgang Troonhoofer tot Sergeant en den gemeenen soldaat Pieter Puts tot Corporaal verder verzoeke ik uwel Edele Agtb: my morgen met arvak en zout touppas loskruid lood kogels en vaste pattroonen te wel„ len voorzien hebbende de eere met den diepsten ontzaegh te zijn /:onderstond:/ wel Edele groot Agtb: Heere /:lager:/ uwel Edele Agtb: ootmoedige en nederige dienaar /:was geteekend:/ w: van Burghoff /:in margine:/ In't hoofd quartier voor goa den 29 aug:s 1777 /:lager:/ Datou soping heeft mij gisteren avond nog om 4 vaatjes kruid en een vaatje kogelen laten vraa„ gen egter slegts 2 vaten kruid en een vat kogels gekree„ gen deselve versoekt uwel Edele Agtb: omme ƒ500 pees zoda„ nnge kogelen als uwel Edele Agtb: gisteren een van hem heeft meede genomen /:onderstond:/ Accordeert /:was geteekend:/ H:k B s Hodenpijl.
English
639 from Maccasser the 2. 1777: having learned that Pongauwa Lisso had caused some natives residing at thaenen to be detained on Thursday the 28: aug:st, because they had wanted to deliver rice, and he had not yet sent these people to me according to agreement, I sent the bookkeeper Deefhout to him to inquire into this, whereupon he answered that the matter was indeed true, yet Soeroe Patzelang, having brought him my message about the detention of the rice deliverers, had not told him to send the natives with their provisions to me, and he had consequently kept them for himself, yet he was prepared to turn them over again. Regarding the ill-treatment of the natives, namely that their trousers were opened and they were forced to display their privates, that their mouths were opened and subsequently spat into, and that they were also robbed of their assegais: this was the fault of Daeng Mandjaroengie, who had been drunk. Furthermore, the Pongauwa sent me word through the bookkeeper Deefhout that Craeng Bontopanno from Maccasser the Bantopanno was in macasser with Datou Baringang, intending to return to goa again tonight in the latter part of the night, and to be brought thither by Daeng Mambarie. Furthermore, sankilang had sent to Matouangi to the king of goa, letting him know that his residing at matouangi was of no use at all, which was his own fault, as he had warned him sufficiently not to leave goa and that he would remain the legitimate king if only he would fight together with him against the Company. Also, sankilang had sent to the Bone Tomilalang, though the Pongauwa did not know the message thereof; yet he had also sent to the said tomilalang's sister Craeng Bonto massourgi, letting her know merely to go to moccasser, from where he would have her brought inside goa /:was signed:/ W: van Burghoff, /:below was written:/ Agreed /:was signed:) H:k B: Hodenpijl. 641 from Maccasser the From the Ensign Military Willem van Burghoff Valiant, pious, discreet As the confusion caused by the confused notes of the military clerk in the issuing of the military muskets and, on the other hand, those received back from the army, can best be discovered and corrected at the upcoming inventory, I shall have to suspend the disposition concerning that until then, while in the meantime I shall demand a further account of all that according to his calculation ought still to be in the army and to remain here in the garrison E from Maccasser the garrison, in order to be confronted with the actual remaining balances—. The requisitioned provisions and ammunition are to be shipped off tomorrow, and then the request of the provisional ensign Lorchet, sergeant Troonhever and corporal Piets will also be somewhat fulfilled—. Wherewith, after greetings, I remain /:below was written:/ your good friend /:was signed:/ P:s G:s van der voort: /:in the margin:/ Macasser in Castle Rotterdam the 29: aug:st 1777: /:below was written:/:: Agreed /:was signed/ H:k B: Hodenpijl. 643 from Macasser the Right Honorable Grand Respected Sir nothing further having occurred here other than what is noted here and passed on to your Right Honorable, I only add to it that the fire which one might occasionally have seen from Macasser yesterday in the early part of the night was at Thaang, not knowing as yet, however, whether it originated through negligence or was deliberately set by someone; I have the honor to be with the deepest respect from Maccasser the to be /:below was written:/ Right Honorable Grand Respected Sir /:lower:/ your Right Honorable's humble and obedient servant /:was signed:/ W: van Burghoff /:in the margin:/ in the headquarters before goa the 30: August 1777: /:below was written:/ Agreed /:was signed:/ H: B:: Hodenpijl. — 645 from Maccasser the The Queen of Thaeng sent word to me that Pongauwa Lisso yesterday had detained some of her people who had been out to purchase rice for her; at the same time their weapons were taken from them, and they themselves, having been mistreated, were sent back again to Thaang, requesting me to be so good as to help her recover the weapons and the rice— whereupon I served her in reply that I had indeed given orders for the detention of the natives who brought provisions, not to mistreat them: much rather this had been my intention, that all natives wishing to bring provisions to Thaenen were merely to be detained and subsequently brought to me; and that I therefore begged her pardon for what occurred yesterday, as having happened partly through an error and partly through drunkenness of Daeng madjaroengie. Regarding the weapons and the rice, I am sending the Queen's messenger with the under-interpreter Israel Pieters to the Pongauwa, in order to request him to turn everything over again to this messenger E
Dutch transcription
639 Maccasser den 2. 17pC:: vernomen hebbende dat Pongauwa Lisso eenige Inlanders donderdag den 28: aug:s op 'thaenen woonagtig, had laten aanhouden; omme dat zij rijst hadden willen overbrengen, en hij mij deeze menschen volgens afspraak nog„ niet haf toegezonden, stuurde ik den boek houder Deefhout bij hem, omme hier nate verneemen, waar op hij antwoorde dat de zaak wel waar zij egter Soeroe Patzelang hem mijne boodschap over 't aanhouden der rijst overbrengers gebragt hebbende, hem net gezeijd had van de Inlanders met hun„ ne rivers bij mij te moeten zenden, en hij hem bij gevolg voor zig gehouden had, egter zij hij bereid hem wederom uijt te keeren Aangaande de mishandeling der Inlan„ ders, dat haar namelijk de broek zij geopent geworden, en zij hunne schaamters hebben moeten vertoonen, dat men haer de mond geoport en vervolgens er ingespoogen heeft, en dat men ze ook van hunne has„ Legaaijen heeft berooft: zij de schuld van Daerig Mandjaroengie die dronken geweest was. verder liet de Pongauwa mij door den boek houder deefhout boodschappen, dat Craenen Poutopanne van Maccasser den Bantopanno op macasser bij Datou Baringang zij zullende heden in de na nagt wederom na goa terug keeren, en door Daeng Mambarie daarna toe werden gebragt. verder had sankilang na Matouangi bij d de koning van goa gezonden, en hem laten wee„ ten, dat zijne huijswefting op matouangi van gantsch geen dienst zijnde, zijne eigene schuld zij, als hem genoeg gewaarschouwt hebbende van goa niet te verlaten en de wettige koning te zullen blijven bij aldien hij stegts met hem tesamen tegens de Compagnie wilde regten ook had sankilang bij de bomsche Tomila„ lang gestuurd, tog de Pongauwa de boodschap„ hier van niet weetende egter had hij meede bij des tomilalang zuster Craeng Bonto massour gi gezonden en haallaaten weeten van slegts na moccasser te gaan, als waar vandaen hijze zoude laten binne goa haalen /:was getee„ kend:/ W: van Burghoff, /:onderstond:/ Accor„ deerk /:was geteekend:) H:k B: Hoden „pijl. 641 van Maccasser den Van den venarig millitair Willem van Durghoff Manhaffte, vrome, Dikcreete De verwarring door de Confuse aanteekeninge„ van den militairen Schrijver veroorsaakt in de afgave van de militair geweeren en de daer en tegen uijt het leger terug ontfangene bij den aanstaanden opneem best zullende kun„ nen ontdekt en geretresseert worden, zal ik de dispositie daar omtrent tot dus lan„ ge moeten gesurcheert laten, terwijl ik in„ tusschen nadere opgave sal vorderen van alle hetgene is na zijne reekening nog in het leeger wesen moet en alhier in het guarnisoen E van Maccasser den guarnisoen berusten om tegen de wesentlijke res„ tanten geconfronteert te worden—. d' g'eijschte provisien en ammunitie staat morgen te worden. afgescheept en dan het ver„ zoek van de provisioneel vandrig Lorchet, sergeant Troonhever en Corporael Piets sal iets dan ook worden voldaan —. waer meede nagroete blijve /:onderstond:/ uE goede vriend /:was geteekend:/ P:s G:s van der voorz: /:in margine:/ Macasser in 't Casteel Rotterdam r777: /:onderstond:/:: Accordeert den 29: aug:s /:was geteekend/ H:k B: Hodenpijl. 643 van Macasser den Wel Edele Groot Agtb: Heere verder hier niets voorgevallen zijnde, als het geene hier aanteekend aan uwel Edele Agtbaare overgaat, voeg ik 'er nog alleenig bij, dat het uun 't welk men som wijlen gisteren in de voornagt : van Macasser uijt mogt hebben gezien, op Thaang geweest is, tot nog toe egter niet weetende of het door verwaarlosing is ontstaen dan wel door iemand met op zet is gestookt; Ia het de eere met den diepsten ontzagch te zijn van Maccasser den te zijn /:onderstond:/ wel Edele groot Agtb: Heere /:lager:/ uwel Edele Actb ootmoedige en nedrige dienaer /:was geteekend:/ W: van Burghoff /:in marginne:/ in't hoofd quar„ tier voorgoa den 30: Augustus 177 177: /:onder„ stond:/ Accordeert /:was geteekend:/ H: B:: Modenpijl. — 645 van Maccasser den De Koninginne van Thaeng zond over met mij te laten weeten, dat Pongauwa Lisso gisteren eeni„ „haer ge van haere volkeren had aangehouden, die voor„ hadden uijtgeweest, rijst in te koopen, tevens waaren hunne de wapenen afgenomen, en zij zelven gemishandelt wederom terug na Thaang gezonden geworden, verzoekende mij haer wederom van de wapeken en den rijst te willen helpen — waar op ik haar in antwoord diende, dat ik wel ordergesteld had, tot het aanhouden der inlan ders vivres bij gevoegt, omme zij te mishande len: veel meer zij dit mijne intentie geweest, dat alle inlanders vivres na Thoenen willende brengen, slegts moesten aangehouden, en vervolgens bij mij gebragt werden; en dat ik haer dier halven wegens het gisteren voor gevallene excus vroeg, als slegts ten deele door een abuijs„ ten deele door dronkenschappen van Daeng mad javoengie geschied zijnde. Aangaande de wapenen en den rijst ik zend der koning inne haren zendeling met den ondertolft Israel Pieters bij den Pongauwa, omme hem te verzoeken, alles wederom aan deezen zendeling uijt E #
English
from Macassar to turn back, letting the Queen of Thaeng know, however, that the rice coming for her that was to be brought across the river, must first be brought to me, and indeed with a trusted envoy of the Queen, who must testify that it is truly rice for the Queen herself, whereupon I would then first give orders to let the same pass. Regarding this order considered in itself, I request the Queen not to take the same amiss, seeing that I had already seen myself on some occasions that the enemy had crossed over from Mangassa to Thaeng, and that the inhabitants of Thaeng themselves testified that the enemy came there to purchase provisions, and I also issued this order not otherwise than with the consent, indeed even with the great pleasure, of Boni and Soppeng. The Pongauwa subsequently sent the under-interpreter Israel Pieters back with the message that the rice had already been consumed except for two small bags, and an assegai had gone missing. Also, the bookkeeper Deefhout had yesterday again not told him about sending the natives with the victuals to me, and besides this, he saw no chance of doing so because his people would not agree to it, but would much rather confiscate the victuals directly. The Queen of Thaeng, whom I had informed of this, sent word back that she would consider the matter for this journey as passed; however, she requested that in the future I might grant her a pass to Macassar in case she is compelled to have rice purchased there for herself, she would, upon the return thereof, first present an envoy with it to me, so that he could then be escorted by my people as far as the river in order to be able to pass safely. Furthermore, she requested me not to give any credence to all the talk and rumors that were being spread about her, solely with the purpose of bringing her into enmity with the Company, and that in such cases I might rather send directly to her, so that she could timely demonstrate the falsehood thereof. The chief interpreter, having been sent by order of the Lord Governor to the Madanrang in order to inquire what the Boniers were now intending to undertake, the latter replied that they would definitely make a start on Sunday or Monday by moving the bentings more towards the south side of Goa, having noticed that the conquest of Mangassa is the work of our side with Datu Soppeng, having undertaken in the beginning to erect bentings from Malankeri up to Taborang. Datu Sedeenning, having been here, requested the chief interpreter to allow him to be warned in case Mangassa were to be attacked at all from our side, so that he could quickly cross over with his people to our support. Was signed: W: van Burghoff. Below stood: Agrees. Was signed: H: D: Hodenpijl. To the Junior Merchant Simon Monsieur Resident there. Honorable, Pious, Discreet, Regarding the request submitted by your honor in the letter of the 23rd of this month from the Regent of Bira to be pardoned on account of his demonstrated negligence, I have deemed it necessary to consent, because the present state of the times does not permit the use of harsh measures with respect to such chiefs, and therefore your honor shall also need to act with all possible gentleness towards Daeng Paduni, nevertheless keeping a watchful eye on his doings in secret, while I approve your honor's conduct held in his regard thus far, and likewise regarding Aru Theko, who I, along with your honor, do believe is not pregnant with any harmful designs with respect to us, but in whom, however, not too great a trust must be placed, wherefore your honor also did well to place the men sent by him for the assistance of the post outside of the same. The summoning of all the Bonian chiefs by the King to the interior, although one might wish otherwise, must be endured, but it is to be hoped that everything around the south may remain quiet, as of yet nothing else can be said of the state of affairs here than that the rebels in Goa are still kept besieged, while we have already made three attacks which, due to the unwillingness of the Boniers to assist ours, have turned out fruitless. The gunpowder and lead supplied since 17 July being able to be brought onto the account of August, one shall endeavor to procure for your honor the good months in the best feasible manner as soon as the papers shall have been received, wherewith, after greetings, I remain. Below stood: Your honor's good friend. Was signed: P: E: van der Voort. In the margin: Macassar in Castle Rotterdam the 30th August 17[illegible]. Lower: P.S. Herewith a letter for Saleyer. Below stood: Agrees. Was signed: M: van den Zijl.
Dutch transcription
van Macasserden uijt te keeren, de koninginne van Thaeng egter daer bij laatende weeten, dat de rijst die toe komende voor haer, de rivier overgebragt moest worden, bevoorens bij mij moest werden aange„ bragt en wel met een vertrouwde zendeling van de koninginne die betuijgen moest dat het wezentlijk rijst voor de koninginne zel„ van zij als wanneer ik eerst order zoudt stellen. van den zelven te laten passeeren —. Nopens deeze order op zig zelfs beschouwt verzoeke ik de koninginne het zelve niet te willen qualijk opneemen gemerkt ik reeds eenige vijsen zelfs gezien had, dat de vijand van mangassa uijt, na thaengn zij overgegaan, en dat de inwoonders van thainen het zelfs betuijgden, van de vijand aldaer te komen om mond kosten te kopen en ik ook deeze ander niet anders dan met toestemming Jazelfs veel genoegen Bonij en soping nafgegeeven De Pongauwa zond vervolgens den ondertolkt Israel Pieters met de boodschaep wederom dat de rijsh: tot op twee blasjes reeds verteert en een hassegaaij absent geraakt was ook had de 647 van Macasserden de boekhouder Deefhout hem gisteren wederon niet gezegd, van de Inlanders met de vivels bij mij te zullen zenden, en hij ook brijten dien hier toe geen kans zag uijt reden zijn volk zig hier toe niet zoude willen verstaan maar veel meer de vivres direct Confisqueeren, willen De Koninginne van Thaene die ik hier van had laten verwittigen, liet te rug weeten dat zij de zaak voor deeze rijs als gepas„ seerd zoude houden egter verzoeke zij dat ik toekomende haer een pas na macasser mogt verleenen bij aldien zij genoodzaakt zij aldaar rijst voor zign te laaten inkoopen, zullende bij te rug komst van dien een zende„ ling daer meede eerst bij mij aangieven, om me vervolgens door mijn volk tot aan de ri„ vier te kunnen werden vertelt ten eijnde hem veijlig te kunnen passeeren —. verder verzoeke zij mij, tog geen geloof aan alle de praatjes en gerugten te willen slaan, die men van haer verspreeide, al„ leenig met oogmerk omme haer met de Com„ pagnie in vijandschap te doen komen, en dat ik in zulke gevallen liever direct bij haer - mogt ende van Macasserden mogt zenden, ten eijnde zij bij tijds het leugen agtige daar van konde aantoonen. Den opper tolk, ter order van den Heere gouverneur bij de Madanrang gezonden hebbende, omme te ver neemen wat de Boniers nu uijt tevoeren van zuis waaren. gaf dezelve ter antwoord dat zij den zondag, dan wel maandag vast, en begin zouden maken, met de bentings meer nade zuijd stant van goa toe te trekken, gemerkt hebbende, dat de overwinning van mongasso het werk van onse kant met Datou Soping zij, als in het begin aangenomen hebbende van malankerij of tot Taborang toe, te zullen bentings op wer„ Datou sedeenning hier geweest zijnde verzogt den oppertolk, hem toe telaten waarschouwen, bij aldien alteniets van onse kant mangassa zoude werden aangetast, ten eijnde uijschie„ lijk met zijn volk, tot onse ondersteuning „d konde overkomen /.was geteekend:/ W: van Burghoff /:onderstond:/ Accordeert /. was ge„ „teekend:/ H: D: Hodenpijl. „pen—. 649 van Macasserden Aan den onderkoop man Simon Monsieur Resident aldaar. Eersaame, vroome, Discreete, In het door UE: bij brieve van den 23:' deser voorgedragen versoek van den Regent van Bi„ ra om wegens zijne betoonde nalatigheijd ge„ pordonneert te worden, hebbe ik g'oordeelt wel moeten consenteeren ter zaake de presente tijds geskeldheijt niet toelaat strenge middelen ter opzigte van zodanige hoofden te gebruijken en dier halven zal uE ook met alle mogelijke zagtheijt dienen te handelen omtrend Daenen Padoenie, op zijne gedoentens nog thans in de stilte een wakend oog houdende terwijl ik uE: behandeling ten zijnen op zigte tot dus verre gehouden approbeere en zo meede omtrend Arou Theeko die ik met uE: wel gelove dat ten onsen opzigte met geene nadeelige desseijnen swanger gaat, dog op den welken egter geen altegroten vertrouwen moet worden gesteld alwaer om UE meede wel gedaan heeft, de door hem ten van Macasser den ter assistentie van de post toegezondene man schappen buijten deselve te plaatsen— Het oproepen van alle de bonijse hoofden door den koning nade binnen landen schoon wel an„ ders te wenschen, dient men zig te getrosten maar te hopen zijnde dat het alles om de zuijd stille mag blijven, vanden toestand der zaken alhier als nog niets anders te zeggen val„ lende dan dat de Rebellen in goa nog belegert wor„ den gehouden, terwijl wij nu al drie maelen een attacque hebben gedaan die door der boniers onwil„ ligheijt om donsen te assisteeren vrugteloos uijt: „gevallen is. Het verstrekte kruijk en vijst zedert 17: Juli bij de reekening van augustus kunnende worden opgebragt sal men uE: de goede maanden op de beste doenlijkste wijsetragter te bezorgen zo dra de papieren ontfangen zullen weesen waar meede nagroete blijve /:onderstond:/ uE: goede vrind /:was geteekend.:/ P: E: van der voort /:in marginne:/ Macasser in't Casteel Rotter„ /:lager:/ P: S. hier dam den 30: aug:s7 nevens een brief voor Sakeyjer /:onderstond:/ P: Mo. Accordeert /:was geteekend:/ M: den zijl.
English
651 From Maccasser, the From the Bookkeeper Jan Hendrik Voll, Junior Resident there Honorable, Pious, In reply to your letters of the 16th and 23rd of this month, I note in the first place that the Bonto Dango has made herself not a little suspect of unfaithful conduct, through the feigned ignorance of the letter written to her by the enemies from Goa, which she nevertheless handed over afterwards; you will therefore have to keep a watchful eye on her actions, without however giving any signs that she is suspected, treating her on the contrary with friendliness and guiding her in the best possible manner toward steadfast loyalty, and likewise also all the other Regents, of whom many cannot be unaware of how cruelly their ancestors were treated by the Macassars in earlier times, which fate they would have no less to expect should the rebels succeed in their wicked purpose, from which it is still so far off that we, From Macasser, the while awaiting God's precious blessing, hope to see the same completely frustrated shortly, all of which may also be presented to them on occasion in order to divert them from evil intentions or from joining the enemy. Regarding Sadoenie keeping house on Lemd, I have written about him to the resident of Boelecomba and given him orders to likewise watch his movements, as you are also commended to do so far as possible, and concerning his suspect correspondence, that for now is all that in my opinion can be done in his regard; it seems at least not advisable to use harsher measures toward him so as not to offend his son-in-law Aroi Pantjana, who along with his people assists the Company. Awaiting the outcome of the dispatch of the two paduakangs to search for the remaining Saleijarese vessels of this one, of which it is believed that the crew is with the enemy in Goa, I remain meanwhile with greetings, [below was written] Your good friend [was signed] P. G. van der Voort [in the margin] Macasser in Castle Rotterdam, the 30th of August 1777. [below was written] Agrees [was signed] H. B. Hodenpijl. 653 From Macasser, the Right Honorable, Highly Esteemed Sir! Since nothing has occurred here since the 31st of August, I humbly request Your Right Honorable for arak, rice, flints, and two sailors' cutlasses, the ship's carpenter Gusson and the glazier Pell having yesterday lost their cutlasses in drunkenness among the Buginese, which is however their own fault, because they have no need to go drink sagoweer with the Bonians since it is available here with us in abundance. Regarding the Writer's second statement of muskets which he believes he should have: it is just as confused as the first, considering that I showed him on Tuesday, when he was here with the subsistence money, that he had reported five soldiers as having come up without weapons, whom I then sent up with full weapons; furthermore, that he had still forgotten some who are noted by me From Macasser, the as having gone up without weapons, and finally that he named people who supposedly had come without weapons, who have never been seen here in the army; he has nevertheless promised me that he will come here again in a few days with a more accurate statement than the first two. I have the honor to be with the deepest respect, [below was written] Right Honorable, Highly Esteemed Sir, [lower] Your Right Honorable's humble and obedient servant [was signed] W. van Burghoff, [in the margin] In the headquarters before Goa, the 4th of September 1777. [below was written] Agrees [was signed] J. B. Hodenpijl. 655 From Macasser, the 1777: Saturday the 30th of August, having sent the bookkeeper Deelhouk to the Madanrang to inquire whether it still stood that the Bonians might begin throwing up a benting further toward the south side of Goa; he answered that he would speak with Datou Boringang about it this evening, and that he might therefore return in the evening. This having been done, the Madanrang stated that Datou Boringang would not return from Macasser until tomorrow— further giving as a private opinion that it was incomprehensible to him what Datou Boringang was tarrying so long in Macasser for, and likewise that he wished the Lord Governor might prevent the Queen of Paeng from having rice bought in Macasser for herself as well as for her people, believing moreover that it would be better if the Lord Governor declared war on the Queen of Thanete, unless she were willing to betake herself to Macasser. — Regarding Adatouang Sidenreng: one could warn this person beforehand
Dutch transcription
651 van Maccasser den Van den Boekhouder Jan Hendrik voll, Junior Resident aldaar Eersame Vroome Antwoorde op uE: brieven van den 16: en 23: deser merke ik in d' eerste plaats aan dat de Bonto Dango haar niet weijnig suspect gemaakt hebbende aan een ontrouwe behandeling, door de gepretendeerde ignorantie van den brief door de vijanden uijt goa aan haar geschreeven, die zij naderhand egter overgegeven heeft, uE dierhalven een wakend oog op haer gedoente sal moeten houden, sonder nogthans eenige blijken te geven dat men haer verdenkt, haer in tegen deel met vriendelijkheijd behandelende en op de best mogelijkste wijse op te lijden de tot een standvastige trouw, en zo meede ook alle de verdere Regenten, waar van veelen niet onbewust kunnen wesen hoewreed hunne voor anderen — door de macassaaren in vroe„ „gerij tijden behandelt zijn welk tot zij niet minder te wagten zoude hebben, wanneer de rebellen hun snood oogmerk bereiken mogten waar van het nog verre zoaf is dat wij onder van Macasser den onder inwagting van gods dierbaren zegen het zelve eerlange geheel verijdelt hopen te zien, alle het welke d' een en ander dan ook bij gelegentheijd kan worden voorgehouden ten eijnde haar te diverteeren van quade voornemens of wel om de zig bij de vijande te voegen. Daag Sadoenie op Lemd huijshou„ de hebbe ik over den zelven aan den resident van Boelecomba geschreeven en hem ordre gegeeven om insgelijks op zijn gangen te latten zoals uE: mede blijk aanbevolen in zo verre mogelijk en zijn suspecte correspontentie. betreft dat voor eerst alles is wat ten zijnen opzigte mij nes bedunkens kan worden gedaan het ten minste niet raadzaem schijnen de scherper middelen omtrend hem te gebruijken om zijn schoon zoon Aroi Pantjana niet voor het hoofd te sloten, die nevens de zijne de Comp: assisteert. van d'uijkzending der twee paduakangs om deses agter geblevene saleijereesen vaartuijgen op te zoe„ ken waar van men wel dat het volk bij den vijand in goa zoude wesen het effect zullende afwagten, blijve ik in middens nagroete /:onderstond:/ uE: goede vriend /:was geteekend:/ P: G: van der voorz: /: in marginne:/ Macasser in 't Casteel Rotterdam den 30: Augustus 1777. /:onderstond:/ Accordeert /:was geteekend:/ H: B: Hodenpijl. 653 van Macasser dan Wel Edele Groot Agtb: Heerel Zedert den 31: Augustus hier niets voorgeval„ len zijnde verzoeke ik uwel Edele Agtb: ne„ derig, omctraks, rijst vuursteenen en twee mattrosem houwers, hebbende gisteren de schips„ timmerman gusson ende glasemaaker Pell. hunne houwers en dronkenschap ander de Boe„ „gineesen verlooren, 't welk egter hunne eigene schuld is, om dat zij niet nodig hebben bij de Boniers te gaan saguweer drinken daar hij hier bij ons en overvloed te krijgen is Aangaande des Schrijvens tweede opgaaf van geweeren die hij gelooft temoeten hebben: zij iseven zoo verwaat als de eerste, gemerkt ik & hem den dingsdag toen hij met het kostgeld hier was, heb aangetoont dat hij vijf sol„ daaten had opgegeven van zonder wapenen te zijn opgekomen, die ik toe met volle wapenen heb opgezonden, verder dat hij nog eenige had vergeeten die bij mij zijn aangeteekent zondent van Macasser den zonder wapenen opgegaan te zijn, en eijndelijk dat hij menschen noemde die zonder wapenen zouden gekomen zijn, dewelke men hier in't leger nooit gezien heeft, hij heeft mij egter be„ looft in eenige dagen wederom te zullen hier komen met een nauw keuriger opgave als de twee eersten Ik heb d' eere met den diepsten ontzach te zijn /:onderstond:/ wel Edele groot Agtb: Heere /:lager:/ uwel Edele Agtb: ootmoedige en nedrige dienaar /.was geteekend. / W: van Burghoff, /:in marginne:/ In't hoofd quar„ tier voorgoa den 4: september 1777 ƒ 77. /onderstond:/ Accordeert /:was geteekend /. JB Hoden„ pijl. 655. van Macasser den 1777: Den boekhouder Dee fhouk bij de madanrang gezonden zaturdag den 30:' aug=s te hebbende omme te laten vragen, of het er nog bij bleef dat de boniers moogen beginnen zouden, met verder nade zuijd kant toe van goa bentingh op te werpen; antwoorde dezelve dat hij deesen avond met Datous Boringang daar over zoude spreeken, en hij dierhalven 's avonds, wederom komen mogt. Dit geschiet zijnde, gaf de madanvang voor„ Datou Bovingang eerst morgen van macasser te zullen wederom komen— verder particulier te kunnen geevende dat het hem onbegrijpelijk zijn, wat Dat ou Bovingang zoo lang op macasser vertoerde, zoo meede dat hij wel wenschte, de Heer gouverneur mogt de koninginne van Paeng laten beletten van voor haer zelven zoo min als voor denzelver volk, tot macasser rijst te laten kopen, meenende daar benevens„ dat het beeter waere wanneer de heere Gouver„ neur den koninginne van Thaenen der oorlog de cloreerde: het waere dan, dat zij zig na macasser wilde begeeven. —. Aangaande Adatouang Iedeenring: men konde deezen bevorens waarschouwen Commel
English
from Macasser the in order to take his family away from there. Sunday the 31: August Nothing occurred. Monday 1: September nothing occurred Tuesday 2: ditto ditto ditto Wednesday, 3. ditto ditto ditto Thursday 4 ditto Pongauwa Lisso, having been with me, related it to be the actual truth that Craenen Bonto panno has been for three days with datou Boringang in the campong Boegis, and subsequently went back inside goa with two small barrels having let them be dragged along behind him, though he did not know what was in them. Furthermore, that Datou Boringang has been to the King of goa at marieso, having persuaded him to also go live in the Campong Boegis, for which he also asked permission from the lord governor, though did not receive it. The Madanvang notified me of having reclaimed a party of Boniers who have already resided for a long time on Thaengwaaren, and that the queen had also granted them free departure. The Bonian interpreter corporal coming to fetch me, I learned privately from him that the Bone dignitaries had taken a decision to advance on Sunday in order to throw up some fortifications on the south side of goa. Below was written: goa the 5: September 1777: Was signed: W: van Burghoff Below was written: Agrees Was signed: H:k B: & Hodenpijl. Examined Piet van Hoorn Caklers A. Secret letters received from Macassar. 1777 in 17 B. July 1. To his High Nobility! The High Noble, Right Honourable, Rigorous, Far-ruling Lord Jeremias van Riemsdijk Governor General. Together with The Right Noble Rigorous Lords Councillors of the Netherlands Indies. High Noble, Right Honourable, Rigorous, Far-ruling Lord and Right Noble Rigorous Lords! On account of the troubles that have arisen, of whose origin and progress I have dutifully and briefly given your High Nobilities notice in my very humble letters of the 15: and 26 June as well as 17: July last, having been thus far so constrained Jan Tven osWart MacCasser having been compelled to postpone the answering of your High Nobilities' ever most respected letter of the 24 December past, as well as the customary report of what has occurred with respect to Native affairs, I proceed herewith with respect to both; and thus making a beginning with the article of Bonij, I find myself obliged to report beforehand that the disturbances which had arisen in anno passato through the resentment of the princes who remained here upon the king's departure to the interior, especially the present pongauwa, against the king's younger brother lacasie, have finally entirely ceased with the arrival from the interior of the masaurang, supreme commander of the realm, and the Tomilalang, council of the realm, who having requested me in the king's name to further admonish lacasie to settle for the firearms and in cash that were claimed from him, I finally satisfied them by inducing him to the restitution of the firearms and a serious promise to settle the cash, which however has not yet followed, wherefore I cannot suspect that new difficulties will arise again, at least not as long as the troubles here endure, while once those have ceased again, which is wished by all of us, the matter from Macasser will be easily settled, although I must add that datou baringang has since come forward again with various new complaints, which were answered by lacasie as mentioned in the daily register under the dates of 12: and 18 February and to be found among the appendices. To the aforementioned dignitaries of the realm I caused the firearms of arou madjang to be returned upon their departure, accompanied by a suitable reply to their representations made in the name of the ruler, as if I had acted too strictly toward that prince, as it seemed the matter was initially understood, but of the contrary of which the prominent persons have let themselves be convinced, which must then also be held as the reason that everything has remained quiet, notwithstanding a multitude of rumors that, if they obtained no satisfaction from this through the banishment of lacasie, they wished to break with the Company. Nevertheless, all my admonitions, both to the dignitaries of the realm and in writing to the king himself, have been in vain to induce them to come over hither, just as your High Nobilities' writings to the same have likewise failed to effect this, he having recently let me know in reply from Macassar the that he cannot leave the interior due to the lack of a competent person for the administration of affairs, and although one hears that he concerns himself with nothing and is not treated properly by his people at all, his staying behind will probably also result in that of the obligatory embassy, and that the occasion will not present itself to me to speak with the ruler about the hostilities that his subjects and the Manaharese commit in the districts of the king of Ternate, I will keep this point in mind. For the rest, I have had nothing further of importance to negotiate with the dignitaries of the realm, other than that they, contrary to all right and reason, wished to force me to compel the toll farmer to pay the contingent for the king in the sum of one thousand Spanish rd:s in currency, which I therefore declined, as recorded in the daily register under the dates of 17: April and 1: May; while they gave me notice on the 21: of the preceding month that the datou of Lamoeroe died six days previously and the former king of goa aron Mampoe, who is currently staying with the enemy, had departed thither, as it was said, in order to
Dutch transcription
van Macasser den omme zijne familie daar van daar van daan teneemen—. zondag den 31: aug=s Niets voorgevallen. mandag „ 1: septber niets voorgevallen dingsdag „ 2: d„o d„o d„o donderdag „ 4 d„o Pongauwa Lisso bij mij geweest zijnde, verhaelde van wel de weezentlijke waarheijd te zijn, dat Craenen Bonto panno, drie dagen bij datou Boringang, in de campong Boegis zij geweest, en vervolgens weder„ om binne goa zijn gegaan met twee vaatjes agter zig hebbende laten meede sleepen, tog wist hij niet wat is in geweest zij. T verder waar Datou Bdoringang:s den Koning van goa tot marieso geweest hem overhaelk hebbende omme meede in de Campong Boegis te gaan woonen waertoe hij ook van der heer gouverneur hebben verlof gevraagt, tog niet gekreegen. De Madanvang liet mij bekend maken, van een partij Boniers die reets langen tijd op Thaengwaa„ ren woonagtig geweest, te hebben gereclameert, en dat de koninginne hun ook den vrijen uijttogt had toegestaen De bonischerste tolk deporael bij wij komende halen vernam ik van denzelven particulier, dat de bomse rijksgrooten een besluijk genomen had„ den, omme den zondag te zullen opkrekken, ter eijnde eenige bontings aan de zuijd kant van goa te zullen op werpen /:onderstond:/ goa den 5: septber: 1777: /:was geteekend:/ W: van Burghoff /:onderstond:/ Accordeert /:was geteekend:) H:k B: & Hodenpijl. woensdag, 3. d„o d„o d„o „ d:o Nugzien Piet van Ho e Caklers A. Secreete brieven ontvangen van Macassar. 1777 in 17 ca B. Juij: 1. Aan zijn Hoog Edelheijd! Den Hoog Edelen Groot Agtbaren Gestrenge wijdgebiedende ber Jeremias van Riemsdijk Gouverneur Generaal. Benevens De wel Edele Gestrenge Heeren Raaden van Nederlands India. Hoog Edele Groot Agtbaare Gestrenge wijdge:e Heere en Wel Edele Gestrenge Heeren! uit hoofde van de ontstaane troubles van welker begin en voort gang ik uw hoog Edelheedens kortelijk pligt schuldig hebbe kennisse gegeeven bij mijne seer needrige vanden 15: en 26 Junij mitsgaders 17: Julij pass:o tot nu toe so wel genoodsaakt geweest Jan Tven osWart MacCasser geweest sijnde te verschuijven de b'antwoording van uw hoog Edelheedens altoos hoogst gerespecteerde van den 24 december be„ voorens als het gewoone verslag van het voorgevallene met opsigt tot de Jnlandsche sacken treede ik bij deese met eerbied tot het een en ander en dus een aanvank maekende met het articul van Bonij vind ik mij gehouden voor af te melden dat d' onlusten die in anno passato waer en ontstaen door de wrok vand' alhier bij 'tkonings vertrek na de binnen landen verbleevene princen insonderheijd den presenten pongauwa tegen kunnen onder broe„ „der lacasie eijndelijk geheel sijn gecesseert met de komste uit de binnen landen van den masaurang / opper rijks vele heer / enden Tomilalang /rijksraad/ die mij int skonings naam versogt hebbende om lacasie nader aan te maannen tot voldoening vande geweeren in contanten die van hem gepretendeerd wierden ik eijndelijk hebbe te vreede gesteld door hem te disponeeren tot de restitutie den geweeren en een serieuse belofte tot voldoening van de contanten die egter nog niet gevolg is waar om dewelke ik niet vermoeden kan dat weeder nieuwe moeijelijkheeden sullen uijsen ten minste niet so lange de troubles alhier auuren terwijl die weeder gecesseert sijnde waar na ons allerwenscht is desaak wel van Seed taestet Macasser wel sal te verevenen weesen, schoon ik en moet bij voegen dat datou baringang seedert alweeder met diverse nieuwe klagten is voor den dag gekomen is die door lacasie b'antwoord sijn na het vermel„ de bij dagregister onder datis 12: en 18 februarij en onder de bijlage„ te vinden. Aan de gemelde rijks grooten hebbe ik bij dis ociatie doen te rug geeven de geweeren van arou madjang onder een gepast antwoord op hunne te kennen gaaven uit naam van den vorst als hadde ik omtrend dien prins te strap gehandeld so als het scheen dat de saak in het begin is opgevat dog van welken te„ gendeel de voornaamsten sig hebben laten overtuigen 't geen dan ook voor de oorsaeke diend gehouden dat alles stil gebleeven is in weerwil van een meenigte gerugten dat men daar van geen satispactie krijgende door de verbanning van lacasie met de compagnie wilde breeken. nogthans sijn alle mijne aanmaningen soo aan de rijks grooten als schriftelijk aan den koning selfs te vergeef geweest om hun tot overkomt na herwaarts te disponeeren gelijk dan ook uw hoog Edelhedens schrijvens aan den selven sulks niet heeft kun„ „nen uitwerken hebbende hij mij nog Jongst in antwoord soeten weeten van Macatser den weeten de binnen landen niet te kunnen verlaeten mits ontsten„ „nis van een bekwaam persoon tot het bestier der sack en schoon men verneemd dat hij sig met niets bemoeijt en maar gantsch door de sijnen niet na behooren behandeld word dit sijn agter„ blijven denkelijk ook ten gevolge sullende hebben dat van het verpligte gesandschap en dat mij d'odccasie niet sal voorkomen om den vorst 't onderhouden over de vijandelijkheeden die sijne onderdaanen en de Manahareesen in de districten vande koning van Ternaten pleegen sal ik dit ponict in gedagten houden. voor het overige hebbe ik met de rijks grooten niets verder van belang te verhandelen gehad dan dat sij mij tegen alle regt en reden hebben willen dwingen om den pagter van de boom te constringeeren tot voldoening van het contingent voor den koning ten somma van duisend rd:s spaans in paijement t welk ik dierhalven van de hand geweesen hebbe na het vermelde bij dag register sub datis 17: april en 1: Meij terwijl sij mij den 21: maant bevoorens hebben doen Communicatie geeven dat den datou van Lamoeroe ses dagen bevoorend overleeden en den geweesen kooning van goa aron Mampoe die sig thans bij den vijand onthoud derwaarts vertrocken was so men wilde om met
English
From Makassar, the to marry the deceased's daughter, of which nothing has been heard since. I therefore conclude this chapter by only mentioning further that I received such a letter from the son of the regent, Daeng Masona, whose father died in the interior, as I take the liberty respectfully to present to Your Right Excellencies, and that I shall not fail to reject all further applications for the restoration of Buol. How the entire realm of Goa, most unexpectedly, turned from an outwardly faithful friend and ally into a treacherous enemy, sided with the rebel, and elected the latter as king upon deposing the legitimate ruler (who, along with his family, placed himself under the Company's protection), Your Right Excellencies will have seen from my successive previous dispatches, of which the duplicate of the last accompanies this. And likewise, how we find ourselves thereby, and due to the fruitless outcome of two attacks, in a very troubling situation, which I must now report with painful sorrow has by no means improved since my last dutiful letter, but rather has deteriorated even further, on account of the failure of a third assault undertaken on August 18. This I must once again attribute solely to the Bone chiefs, whose conduct in every respect is so fickle, indeed bizarre, that it cannot be comprehended at all. This was again demonstrated in the aforementioned action, to the extent that, had I not prevented it in time, probably more than a hundred Europeans would have been sacrificed to the fury of the enemy, and we would thereby have fallen into even more unfortunate circumstances; especially as the enemy's force, which is constantly increasing, would then without any doubt have grown to such an extent that we would have had to lift the siege. In order to reveal somewhat more fully to Your Right Excellencies the course of this matter, I respectfully note how, immediately after the previous attack, upon the advice and exhortation of the chiefs of our auxiliary troops, particularly Arung Pantjana and the former ponggawa, I decided to leave it to the Bone people to deliberate and determine for themselves what ought to be done, since those princes believed that by obtaining their own way they would assist our men properly and that this would set things right. This was done, with the result that they proposed nothing other than the attack on some bentings of the enemy on the south side of Goa, in order, having captured them, to hold them and plant artillery there. This having been accepted by me, and the 18th having been appointed for it, we agreed to have the troops march out at midnight, theirs to the east and ours to the west of the city, to unite with one another and subsequently attack. The appointed night having arrived, our troops, consisting of 80 European soldiers and 26 sepoys, provided with two field pieces, alongside the men of Arung Pantjana, he being sick, and furthermore those of Soppeng, Glissong, Palembang, and the Malays, marched out consecutively at two o'clock. Notice of this was given to the Matinroe, whose people, however, pretended that he was asleep and no one dared to wake him, until I, having arrived in the camp at half past two, gave orders to that effect, and he sent word that he would present himself to me. However, this only happened a good half hour later, when he acted as if there were nothing to be done. Having briefly admonished him to have his people march out, he promised to do so, so that they also began to march. But instead of joining with our troops, they advanced no further than just within their sight, refusing to come closer however much they were urged to do so by our chiefs. One appealed to the pretext that he had to wait for another, this other again that he had no orders, and similar excuses. Seeing that movements were already being made to encircle them, our men took the resolution to attack; but finding the enemy too strongly entrenched, after the loss of one dead and 26 wounded Europeans, they had to retreat. This was carried out in good order, though not without danger of being cut off, which, under God's blessing, I prevented by sending the former ponggawa thither in time. From this Your Right Excellencies will easily be able to understand how little reliance can be placed on the Bone people, besides the fact that it is suspected not without reason that some even supply the enemy with powder and lead. The Ponggawa Datu Baringang is even openly accused of this, and moreover, he is said to have declared for his part that he could absolutely not act against the Makassarese, both because his father-in-law was among them and because they several
Dutch transcription
3 Jan Macasserden met des overleedens dogter te trouwen waar van men sedert niets vernomen heeft Jk besluite dierhalven dit chapiter met nog eenlijk temelden dat ik van desoon van de reijks bestier den daeng Masona wiens vader in de binnen landen overleeden is sodanigen brief ontfangen hebbe als ik de vrijheijd neeme uw hoog Edelheedens reverentelijk aan te bieden en dat ik niet in gebreeke sal blijven alle verdere aansoeken tot het restabileeren van Bwool vande hand tewijsen Hoe het gantsche rijk Ioa op het aller onverwagts van een voor het uitterlijk aansien getrouwd vriend en bondgenoot in een verradelijk vijand ver„ keerd den rebel toegevallen en deese met afsetting vanden wettige„ vorst /die sig neevens sijne famillie onder tCompagnies bescher„ „ming begeeven heeft:) tot koning verkoonen is sullen uw hoog Edelheedens ui't mijne successive voorige van welk er laatste het duplicaat deesen met een bied verseld hebben gesien en teffens hoe wij ons daar door en door aen vrugteloosen uitslag van twee attacquees in een seer bekommerlijke omstandigheijd bevinden die ik thans met smertelijk leedweesen melden moet dat seedert myne gehoorsaeme laatste gants niet gebeterd maar veel eer eer vener gent is mits het misluikten van een aerden aanval op den 18 augustus ondernomen 't geen ik alwerder enkel moet attri„ bueeren aan de bonijte hoofden welker gedrag in allen optigt so wispeltuurig ja wonderbaar is dat er in het geheel geen begrip van te maaken sij invoegen dit weeder in de boven gemelde actie gebleeken is in soo verre dat in gevalle ik het niet tijding hadde verhoed waarschijnlijk meer dan honderd europeeten aan de woede vanden vijand op g'offert geworden en wij daar door in nog ongeluckiger omstandigheijd geraakt souden sijn te meer swij„ ands magt die nog algaande weg vermeeraert als dan buiten allen twijffel sodanig soude weesen toegenomen dat wij de belegening souden hebben moeten opbreeken. om uw hoog Edelheedens aen toedragt van deese saak wat ampeler t ontrouwen noteere ik eerbiedig hoe ik al aanstonds na de voorige attacque op raed en aenmaning van de hoofden onser hulp trou„ „pen insonderheijd arou PantJana ende geweesene pongauwa om aan de boniers over te laeten selfs te overleggen en te bepaelen water diende gedaan vermits die princen vermeenden dat sij daar daar door hun sin erlangende als aan d'onsen wel assisteeren en het „gemeen regten soude sulks gedaan hebbe met dat gevolg dat sij Van Macassen den niet ƒ Van Macasser den niet anders proponeerden als d'attacque van eenige bentings der vijanden aan de suid kant van goa, om die veroverd hebbende deselve in te houden en er geschut te planten 't geen dan door mij g'ampleiteerd sijnde en bij den 18: daar toe bepaald hebbende kwamen w' over een om de troupen ter middernagt te doen uit„ „trecken de hunnen boosten end' onsen bewesten de stad om met den anderen te confungeeren en vervolgens aan te vallen Der bepaalden nagt aan verscheenen trocken onse troupen bestaande in 80 Europeese militairen en 26 seer aerende voor„ sien van twee veld stucken nevens de volkeren van arou pantja„ „na hij siek sijnde en voorts die van soping glissong poelemban„ keeng en de maleijers reets agter den anderen ten twee uuren uit waar van den madanrang wierd kennisse gegeeven dog wiens volk voorgaf dat hij sliep en niemand hem duafde wacker maeken tot dat ik om half drie uuren in het leger gekomen daar toe ordre gaf en hij weeten liet sig bij mij te sullen laeten vinden, dat egter nog wel een half uur laeter eerst gebeurde wanneer hij sig even aanstelde als op er niets te doen waare dan hem kortelijk vermaand hebbende om sijne volkeren te doen uittrecken beloofde hij sulks invoegen sijmeede op mansch gingen maar Van Macasser den maar in steede van sig met de onsen te conjungeeren kwamen sijn niet verder dan even in hun gesigt. sonder nader te willen ko„ „men hoe seer sij daar toe door onse hoofden wierden versogt be„ roepende sig den een daar op dat hij na een ander wagten moest deese weeder dat hij geen ordre hadde en diergelijke uitvlugten meer waar door de onsen siende dat er reets beweeging ge„ maakt wierd hem t omcingelen het besluit namen van aan te vallen dog den vijand te sterk genetteld vindende na het verlies van een doode en 26 gequetste Europeesen moesten aftrekken gelijk in ordre geschiede egter niet sonder gevaar van afgesnee„ te worden dat ik door den geweesen pongauwa tijdig herwaart te senden onder godes segen ben voorgekomen. waar uit uw hoog Edelheedens ligtelijk sullen kunnen be„ seffen hoe weijnig staat er op de boniers te maeken sij behalven dat men niet sonder reeden vermoed dat sommige selfs den vijand van kruit en lood voorsien den pongauwa datou barin„ „gang daar van selfs opentlijk beschuldigt wordende en daar en boven dat hij voor sijn aandeel volstrekt soude verklaard hebben tegen de maccassaeren niet te kunnen ageeren so ter oorsaeke dat schijn schoonwader sig bij hun bevond als dat sij„ verscheijde
English
From Macasser the had declared several times that they had nothing against the Bonians but only against the Company. And since he, although subordinated to the Macassar realm, follows his own mind in every respect and commands the so-called Ioas, the king's bodyguards, who make up the principal force, we have all the more reason to fear very disadvantageous consequences. Therefore, I consider myself obliged once again humbly to beseech Your Right Honourables to provide us in this distress with all possible and prompt assistance, noting here in the meantime, while passing over all matters of lesser or little importance, only that Goa is still being kept besieged in order to resume the attack once more, while I have placed all our military forces, who were previously divided over two batteries, together with the artillery consisting of nine cannons and two mortars, into one of the same, in order to be better able to withstand an enemy sally. The Queen of Tello, who resides at Thaing, a settlement located almost directly opposite Goa, still on the south side of the river, has had no less a hand in the forged treason than Arou Palacca, having not only supported the rebel with men and weapons and at the same time allowed him to establish himself closer in Tello territory, but also held several conferences with him there. However, after our native troops dislodged him from there, she abdicated her realm by surrendering the regalia to those of Goa, giving as her reason that she was accused of having colluded with the enemy. In the communication she sent me concerning this, she simultaneously requested to be taken into the Company's protection, just as Craing Masjanang was previously. To this, I have kept the answer evasive until now, although outwardly she already behaves as if I had already consented to that request. Upon the first appearance of the rebel, I had, just as with those of Goa, requested her also to send out some people against him, which she likewise readily promised. But when I sent commissioners to her for the same purpose on 24 April, she indicated that she could not answer their message because she was subordinate to Goa, which the commissioners sought to refute in vain. From this I understood immediately that under that pretext she sought to evade all direct negotiations with us and thereby prevent her dealings from being discovered. At present, as said, she outwardly pretends to be well-disposed toward us, but nevertheless claims to be ignorant of all incidents about which complaints are lodged with her, with mere promises that she will investigate them and take measures against them; these are the usual tricks used by the Tellonese, who surpass even the Macassars in dissimulation, when they have no good intentions, as I take to be the case with her, although the circumstances of the times make it necessary above all to show no sign of suspicion and await the outcome. The newly elected King of Sandrabonij, of whose accession to the throne no communication was given to me, just as none was given regarding the decease of his predecessor—concerning both of which, in hope of Your Right Honourables' esteemed favorable interpretation, I judged it best to make no stir, given the changed state of affairs—has also joined the enemy with most of his subjects. This is despite the pretense that the remainder, who still live at Sandrabonij with their wives and children and keep themselves close to here in the wilderness, are said to have fruitlessly opposed this, having no intention of wanting to break with the Company. Although this is improbable and deserves no credence, it nevertheless holds us back from attacking them, in order not to increase the number of enemies by being the first to attack. Otherwise, we would have the greatest reason to do so regarding this vassal territory, as it is a place from which the enemy can obtain the most provisions, just as it is alleged that they have even sent vessels to Mandhaar, Sumbauwa, and Balij to obtain provisions, ammunition, and even cannon. Besides this, the King is a son-in-law of the former King of Tello, whom one must show consideration for in these times as aforesaid. Nevertheless, I have stationed two paduawangs before the mouth of the river to prevent the entry of all suspect vessels. Aside from that prince, there is also with the enemy: Craing Barombong with all his subjects, the principal villages of that district having been sacrificed to the fire as far as the houses are concerned. For the arrival here of the newly elected King of Tanette to give notice of his election and to swear to the contracts, I have waited in vain until now. He and the grandees of the realm seem to be of the opinion that they are not bound to do so, the contrary of which I have clearly demonstrated in a letter to the Datou of Soping dated 6 December. Since he has been the regent and administrator of this realm since the death of the Queen, I hoped that he would urge the Prince and grandees to fulfill their obligations, as I had requested him. However, I have not yet received an answer to this, so that regarding this realm we have nothing else to report than the receipt of a brief letter containing a promise to settle the debt, under a request, however, for a postponement on account of their poverty. In respect of Soping, the aforementioned letter from the Datu also stated that he intended to abdicate the realm in favor of his son Arou Patias, begotten by the daughter of the late, last deceased king, without showing any signs of wishing to recognize the Company therein. On account of this, in my honorable reply, I expressed myself seriously regarding that intention, whereupon
Dutch transcription
g Van Macasser den verscheijde reijsen betuigd hadden het niet tegen de boniens maar alleen teegen de Compagnie te hebben. En vermits hij schoon onder de Maaanrang gesuboudineerd in allen opsigte sijn eijgen sin volgd mitsgaders de so genaamde Ioas / skonings lijf volkeren/ commandeerd die den voor naamtten hoop uit maeken hebben wij des te meerder redenen om voor seer nadeelige gevolgen te vreesen en dierhalveng te ik mij gehouden uw hoog Edlheedens aandermaal ootmoedig te smeeken ons in deesen nood alle mogelijke en spoedige bijstand te doen bieden hier inmiddens nog eeniglijk met voor bij gang van alle saeken van minder op weijnig belang noteerende dat goa nog ingesloten word gehouden om d'attacque nogmaals te hervatten terwijl ik in alle onse militairen die bevoorens op twee batterijen verdeeld waeren nevens het geschut bestaande in negen Canons en twee motiven in een derselve gelegt hebbe om tegen een vijandelijke uitval beter bestand te sijn. — De koninginne van Tello die haar verblijf houd op Thaing een geheugt genoeg„ saam regt over goa nog aan de suidkant den revier geleegen heeft in het gesmeed verraad niet minder de hand gehad dan arou Van Macasser den aroupalaica als hebbende den rebel niet allien met volk en wapenen ondersteund en teffens toegelaeten dat hij sig in het sellose heeft naeder geslaagen maar aldaar ook verscheijde conferentien met hem ge„ houden dog na dat onse Jnlandsche troupen hem van daar op ge„ slagen hebben heeft bij afstand van haar rijk gedaan met overgave van de Jnsiegnea aan die van goa voorreeden van dien geevende dat men haar beschuldigde met den vijand te hebben geheuld; bij de Communicatie die sij mij daar van deed geeven. te gelijk ver„ 6 soekende om even als bevoorens craing masjanang in 's Comp: protectie aangenoomen te worden waar op ik het antwoord tot nog toe ailaijeerende hebbe gehouden schoon sij haar voor het uiter„ lijke bereets sodanige gedraagd of ik in die instantie reets bewil„ „ligt hadde op d' eerste verschijning van den rebel hadde ik haar even als die van goa aoen versoeken om meede eenig volk op han uit tesenden dat'z avenmaals eenvoudig toeseijde dog wanneer ik haar ten selven eijnde op den 24 april gecommitteerdens sond gap sij te kennen op hunne boodschap niet te kunnen antwoorden vermits sij onder goa gehoorde het welk de gecommitteerdens te vergeefs wilden weederleggen waar uit ik al anstonds begreep dat sij 11 Van Macasser den sij onder dien aek mantel alle directie onderhandelingen met ons bogt afte buijden en daar voor t witeeren dat haere gedoentens ontdekt wierden sij houd haar thans als gesegt voor het uitterlijke of z het wel met ons meende maar nogthans ignorant van alle voorvallen waar over men klagte bij haar inbrengd onder enkelde beloften van onder„ soek daar na te sullen doen en daar teegen onare testellen gewoone streeken waar van de Telloneesen die de marassaenen in veijnsen nog overtreffen sig bedienen als sij geen goed in den sin hebben ge„ lijk ik van haar vatt stelle schoon de tijds omstandigheijd nood„ saekelijk maekt om voor al geen blijk van agter aogt tetoonen waar de uitkomst afte wagten. De nieuw verkooren koning van sandrabonij van wien komste tot den troon mij so min als van het afsterven van sijn predecesseur communicatie gegeeven is dog overwelk een en ander ik mits de veranderde tijds gesteldheid in hoope van uw hoog Edelheedens g'eerde welduidinge g'ordeeld hebbe geen beweeging te moeten maeken heeft sig met demeeste sijn en onderdaenen meede bij den vijand vervoegd schoon men voorgeefd dat de overigen die met hunne vrouwen en kinderen nog Van Macasser den nog op sandra bonij woonen en dig tot hier woeste: houden sig daar tegen vrugteloos souden hebben aangekant als niet voorneemens met de Comp: te willen breeken 't welk schoon onwaarschijnlijk en geen geloofd verdienende ons nogthans weederhoud om haar op het lijf te komen ten eijnde het getal der vijanden niet te doen vermeerderen door de eenste aanvallen te sijn waar toe wij an„ dersints omtrend dit vazal wijk de grootste reden soude hebben als een plaats van waar den vijand de meeste toevoer krijgen kan, gelijk men wil dat sij selfs vaartuigen na mandhaar sumbauwa en balij uitgesonden soude hebben om proviand ammunitie en selfs Canon behalven dat den koning en schoon zoon is van de geweesene Tellos koning in die men in deesen tijd als voorsegt ontsien moet nogthans hebbe ik voor aemond den revier twee patjallangs gelegt om het inloopen van alle susperte vaartuigen te beletten buiten dien prins bevind sig ook bij den vijand. Craing Barombong met alle sijne onderhoorige sijnde de voornaamste negorijen van dat uijteje voor soo verre de huisen betreft aan het vuur op g'offent op de herwaarts komst van Den nieuw verkooren koning van Tanette 13 Van Macasser den Tanette om van sijn electie kennisse te geeven ende contracten te b'eedigen hebbe tot hier toe te vergeefs gewagt sijn de den selven neevens de rijksgrooten in begrip soo het schijnt daar toe met gehouden te weesen welken tegendeel ik duidelijk hebbe aange„ toond: bij een brief aan den datou van soping in dato 6: xber: die seedert het overlijden van de koninginne de duijfveder en afbeschik van dit rijk sijnde ik verhoopte dat den vorst en grooten tot de nakoming van hunne verpligting aan„ spooren soude gelijk ik hem versogt hadde dog waar op ik nog geen antwoord hebbe ontfangen so dat wij ten opsigte van dit rijk niet anders te melden valt aan de ontfangst van een briefje houdende belofte tot voldoening der schuld onder versoek nogthans om uitstel ten saeke van hunne armoede Ten aansien van Soping houd des aatons evengewagde brief ook in dat hij voorneemens was van het rijk afstand te doen ten behoeve van sijn soon arou patias bij de dogter van wijlen den laast overleeden, koning verwekt sonder eenige blijken te toonen van daar inde Comp: te willen erkennen; weshalven ik mij bij dies E'antwoor„ „ding ernstig over dat voorneemen hebbe uitgelaeten waar op
English
From Macasser the upon which I am still awaiting the reply, whether in writing or orally, provided his coming hither, to which he himself has offered, if I could think that matters would go so far that I should need him or that he could be of service, which hitherto has been little, being by no means a hero. Meanwhile, he also seems not inclined to the fulfillment of his formerly made promise to persuade the Mandharese, if possible, to the demanded satisfaction of the bank, only mentioning the freedom regarding this, how that nation was said to have declared to be ready for it if it might be ordered to them by the Boniers, while he could not proceed thither before, as mentioned, his son should have arrived from the inland. I have nevertheless maintained discourse with him again about this, of which the outcome will again have to be awaited. I have also attempted to effect a reconciliation between him and Arou Pantjana, to prevent all difficulties that might in time arise from their enmity, but he was strictly not to be moved thereto. With regard to Wadjo 15 Jan: Macasser the Wadjo, being bound to obey Your Right Excellencies' venerated order on all occasions to keep that nation in a good humor, I only note here how they, having been approached by the enemies for assistance, are reported to have refused the same, although a number of more than two hundred heads find themselves among them, of those who have been residing here. Concerning Bouton, nothing else falls to me to share than that the return of the commissioners for the extirpation on the 29th of March, in the company of several envoys, who brought with them 13 slaves, wherewith the debt would have been cleared, of which, however, one had to return three heads as undeliverable, for which others have been demanded in their place. From the report of the first commissioner, nothing appears other than that, just as before, several smuggling vessels have again shown themselves in the waterway, and the interpreters have again greatly obstructed him in conducting the extirpation expeditions, concerning which one has conferred de novo with the king and grandees of the realm, as well as regarding the cannons of various From Macasser the ships and vessels wrecked near Bouton, whose restitution they still refuse upon the most absurd pretexts, whereupon it has once again been insisted with all seriousness, the envoys subsequently being dispatched on the 19th of April and having returned with the extirpators. With regard to the princes on the opposite shore, I have received from Commander Zecerf a letter dated the 28th of February, containing that the king of Bima, having been circumcised on the 26th of November past, was to be crowned and subsequently proclaimed this year. That he would do his best to encourage those of Sumbauwa to positively bring their king hither this year, but if he might show himself unwilling thereto once again, then to urge the grandees of the realm for his deposition and the election of another. That the dispute between Dompo and Sangar has arisen anew over a small piece of land of little importance, which was to be imputed to the first-mentioned, is what I have ordered him to settle, and furthermore to give notice to all the princes, under repeated encouragement for the fitting out of 17 From Macasser the cruisers against the smugglers, of the prizes set thereon by Your Right Excellencies. Meanwhile, the commander has informed me, with respect to Balij and Salemparang, of having offered one hundred ropijen to the prince of the latter-mentioned realm for the vessel previously captured by the Sumbauwarese, and that this sum was accepted by the same; further reporting how a certain Pangerang Willis, calling himself king of Balamboangang, was said to have arrived there, with a request to the prince to be allowed to remain there to dwell and under his protection, which was refused him and he was forced to depart again, so that he did indeed depart, but having died suddenly shortly thereafter, the corpse was brought ashore and buried, from which occurrence he deduces the goodwill of the Balinese toward the Company; to which end I have ordered him, in the name of Your Right Excellencies, as well to encourage them further, as to secretly induce the prince of Karang Assang once more to enter into a contract. With regard to the Company's lands and subjects, having already in my respectful previous letter given notice to Your Right Excellencies of From Macasser the the entirely unexpected and sudden surprise of the post of Maros, which was so well provided with everything that in case only two hundred subjects had remained faithful, instead of many thousands, from whom I had expected such not without reason, it would not have been possible for the enemy to capture, or at least they could have held it so long until the arrival of the relief of sixty-five European military men and virtually all Malays, already sent on the same day, I now report how all the subjects of the Company in those provinces, having defected from the Company more by their own will, as before incited thereto by all kinds of superstitious pretenses, than by fear of the enemy, four of the five chiefs, after their departure from there, when the Bonian Pongauwa had driven his remaining following from there and had retaken the post, being on the 21st of May, declared to that prince to have repentance over their defection, with a request to ask pardon for them from the Company, which he promised them, having given me notice thereof on the 1st of June, adding how it seemed best to him that one should leave them for some time where they were, which I had to tolerate in order not to make matters
Dutch transcription
Jan Macasser den op ik het antwoord het sij in geschrift of mondeling nog verwagte mits sijn herwaarts komste waar toe hij dig selfs aangeboden heeft een ik denken konde dat desacken so verre komen souden dat ik hem nodig hebben of hij van dienst soude kunnen sijn dat tot hier toe weijnig geweest is als gantsch geen held sijnde. ondertusschen schijnt hij ook niet genegen tot de nakoming van sijne voormaals gedaene belofte om de mandhareesen des moge„ lijk te persuadeeren tot de gevorderde voldoening vande bank de vrijheijd daar omtrend eenlijk meldende hoe die natie soude hebben verklaard daar toe beraid te sijn als het hun door de bomiers mogte worden geordonneert terwijl hij sig niet derwaerts begeeven konde voor dat op gem: sijn boon uit debinnen landen soude weesen g'arriveerd Ik hebbe hem des niet te min andermaal daar over onderhouden waar van het gevolg alweeder sal dien en afgewagt te worden. ook hebbe ik getragt een verdoening tusschen hem en arou pantja„ „na te bewerken ter preeventie van alle moeijelijk heeden die in't hun vijandschap in der tijd soude kunnen ontstaan maar daar toe is hij voestrekt niet te beweegen geweest Ten aansien van wadso 15 Jan: Macasserden wadjo bij alle ouagien schuldpligtig sullende obedieeren uw hoog Edelheedens gevenereerde ordre om die natie in een goede luim te houden noteere ik hier eenlijk hoe sij, door de vijanden aangetogt tot assistentie, het selve, volgens de berigten, souden af geslagen hebben, schoon een getal van ruim tweehonderd koppen sig bij deselve bevinden van de geene welke alhier woonagtig sijn 9 geweest Boulon valt mij niet anders te bedeelen dat het retour onder commissianten tot d' extirpatie op den 29. maart in geselschap van diverse gesanten weeker meede gebragt hebbende 13 sla„ „ven waar meede de schuld soude vereerend geweest sijn dog waar van men arie koppen als onleverbaar heeft moeten terug geeven voor dewelke anderen in plaats gevordert sijn Bij het rapport vanden eersten Commissiant komt niet anders voor dan dat sig eeven als bevoorens weeder verscheijde smockel vaartuigen in het vaarwater vertoond en de tolken hem in het doen der extirpatie togten weeder seer getraverseert hebben overwelk een en ander men de koning en rijksgrooten so wel de novo onderhouden heeft als over de Canons van diverse Nopens omtrend Van Macasserden omtrend bouton verongelukte scheepen en vaartuigen welken res„ titutie bij op d' aller ongerijmtte pretexten nog al wigeren waarop aan nogmaals op het allen ernstigheijd weeder aangedrongen is sijnde de gesanten vervolgens den 19 april gedepecheert en met de extirpateurs terug gekeerd Ten aansien vande vorsten aan de overwal hebbe ik van de Commandant zecerf ontfangen een brief in dato 28: februarij houdende dat aen koning van bima op den 26 november bevoorens besneeden sijnde deesen Jaarestond gekroond en vervolgens geproclameerd te worden. Dat bij zijn best soude doen om die van Sumbauwa aan te spooren om hunn en koning dit Jaar positief herwaarts te brengen dog hij dig daar toe nogimaals onwilligt mogt betoonen als aan bij de rijksgrooten t urgeeren op sijne afseting ende verkiesing van een ander Dompo en sangar op nieuw gereesen over een kleen stukje land van weijnig belang en aan den eerst gemelde timputeeren was het geen ik hem gelast hebbe uit de wereld te helpen en voorts om aan alle de vorsten onder herhaalde aanmoediging tot het uitrusten van Dat het geschil tusschen. knussens 17 Van Macasserden krussens tegen de smockelaars kennisse te geeven van de daar op door uw hoog Edelheedens gestelde prijsen onder tusschen heeft den commandant mij ten opsigte van Balij en Salemparang bedeelde aan den vorst van het laastge„ „melde rijk een honderd ropijen aan geboden te hebben voor het vaar„ tuig veel eer door de sumbauwareesen verauistert en dat die somma door den selven g'accepteerd waare wijders berigtende hoe dat aldaar soude aangekomen weesen seekeren pangerang willis sig noe„ „mende koning van balamboangang met versoek aan den vorst om aldaar met er woon en onder sijne bescherming temogen blijven dat hem afgeslagen en hij gedwongen was weeder te vertrecken invoegen hij ook vertrocken doch kort. daar op subret overleeden sijnde het lijk aan de wal gebragt en begraven was uit welk geval hij de welgesindheijd van de baliers tot de Comp: afleijd waar toe ik hem uit naam uwer hoog Edelheedens so wel bevolen hebbe hun verder op te weeken als om den vorst van kanang assang nog maats onder de hand aan te setten tot het aangaan van een contract Ten aansien van s Compagnies Landen en onderdaanen reets bij mijne eerbiedige voorige aan uw hoog Edelheedens kennisse gegeeven hebbende van Van: Macasserden van de alsints onverwagte en subite overnompeling der pott maros die van alles so wel was voorsien dat ingevalle en maar tweehonderd onderdaanen waaren getrouw gebleeven insteede van veele duisende„ waar van ik sulks miet sonaen reeden verwagt hadde door den vijand niet soude te bemagtigen geweest sijn ten minste het so lange wel hebben kunnen onthouden tot dekomst van het reets ten selven dage gesonden secours van vijf en sestig Europeese militairen en genoeg„ saam alle maleijers melde ik thans hoe alle de onderdaenen vande Compagnie in die provintien meer door eijgen wil als bevoorens door allerlij supertitieuse voorgeevens daar toe aangetogt als door vreese voor den vijand van de Comp: afgevallen sijnde vier van de vijf hoofden na desselfs verhuising van daar wanneer den bonijs pon„ gauwa sijn agter gelatene aanhang van daar verdreeven ende pott weeder ingenoomen had, sijnde geweest den 21: meij aan dien prins hebben verklaard over hunnen afval beromw te hebben met versoek om voor hun bij de Comp: pardon te vragen het geen hij haar toegesegt heeft mij daar van den 1: Junij daar aankennis„ se gegeeven hebbende onder bijvoeging hoe hem best dagte dat men deselve maar eenige tijd moette laten daar sij waarent. geen ik mij wel hebbe moeten laeten welgevallen om de saeken niet
English
From Macasser, the not to make things worse, although it appears from behind the scenes that his true intention is to draw them away from the Company, having forbidden them from performing court services. In contrast, the Bonians meanwhile plague and mistreat them not a little, constantly taking away from the houses whatever pleases them, which they have amply deserved through their perfidious defection. It is to be hoped, however, that this will make them more cautious for the future and will also cause them to return to the Company. Meanwhile, not only in these but also in the further northern provinces, no collection of tithes could be carried out, the entire crop at Maros being practically trampled and destroyed, and practically nothing transported everywhere else, besides the fact that I would not know where to find the necessary men to undertake that work with peace of mind, as even in peacetime it cannot be done without a sufficient force without danger. In the southern provinces Boelecomba and Bonthain, everything has thus far remained in rest, and likewise on Saleijer, from where six vessels with working men were nevertheless sent hither; instead of directly continuing their journey, From Macasser, the they ran the vessels ashore in a river under the district of Goa, and the men went over to the enemy, as is believed, persuaded thereto by the long since deposed Bonto Bango /Keijts/ or possibly even forced, since one otherwise has no reason to suspect them of unfaithfulness, all the more so since others have shown up here. Nevertheless, the resident intercepted a letter addressed by the rebels in the name of the king and the grandees of the realm to the ruling Bonto Bango, whereby they, along with the Glarrangs, are requested to unite with them, with respect to which correspondence I have ordered the resident to keep a watchful eye. Regarding the Island of Tanna Malawa, the resident informed me that the Bonians have been dislodged from there and no Cerammers have shown themselves there, whereupon I ordered him to remain continuously attentive and to catch them in a trap upon their appearance if possible. Meanwhile, I merely add here that the regent of Marre Marre, on account of old age and sickly bodily condition, has been discharged from that regency at his own request, and that as his nearest relative has been appointed in his place his From Macasser, the son, Danig Makoe. This having been brought this far in readiness, there arrived here on the 16th of this month the burgher ensign Coutje with the joyful news of the considerable relief dispatched by Your High Nobilities per the ship Asia, and at the same time from Sourabaija an indigenous patjalling with thirty military men, as well as the day before, with a Chinese belonging here from Samarang, another twelve heads and two gunners; another twelve, transported from there by one of his countrymen, having transferred to the Asia, which was then, it being the 2nd of this month, lying between Sourabaija and Passarouang. I therefore find myself obliged to thank Your High Nobilities in the most humble manner for that prompt dispatch, in the hope that the aforementioned vessel may soon appear, along with the struggling bank The Arend, which, according to what was communicated to me by the Sourabaija chief Van der Niepoort, departed finally on 27 July from Pamnaroekan. Yet at the same time I may not neglect to make known to Your High Nobilities my apprehension that this entire reinforcement will not yet be sufficient to humble the enemies in such a manner as From Macasser, the would be required to be able to expect a stable and long-lasting peace for the future, considering they on the one hand have nested and secured themselves so strongly within Goa that even the cannon and bombs can harm them little or not at all /consequences of the conduct of the Bonians, whereby abundant time and occasion was given to them for that purpose/ and that we, on the other hand, fearing we will have to break up the siege before the relief has arrived, because it would be impossible in the rainy monsoon, for the natives as much as for the Europeans, to hold out, they will thereby gain not a little courage and probably new following, whereby their subjugation will become considerably heavier than if one could undertake it now, not to mention that even if Goa might be conquered, one cannot be sure that they will submit and thus the principal work will have been done, but we could be brought into the necessity of pursuing them further, for which a good force would be required. On account of all of which, I make so bold as to pray Your High Nobilities for some further relief in that regard, From Macasser, the not daring to solicit in detail, although I would otherwise judge that a good number of Madurese would be the best, although at the same time some relief of Europeans would be desirable in every respect, all the more because both can only serve to the Company's best advantage to see a speedy end to this war, the costs of which are already running up remarkably high, having amounted by the end of August already to f 14070: -: -, among which the supply of rice and cash to our indigenous troops forms a principal item, which one must spend as if forced, to which I must also add that the Bonians now also come forward to borrow cash under the pretext that they will otherwise not be able to keep their troops here, which I have refused up to now, since one may well consider such monies as lost, but to which necessity might indeed force me, in which case, however, I shall do it as sparingly as is ever possible. In conclusion, I take the liberty to refer with respect to the accompanying daily register and further enclosures.
Dutch transcription
19 Van Macasser den niet te verslimmeren schoon het van agteren blijkt dat sijn avelwit is om haar van de Comp: afte trecken deselve het doen van hof diensten verboden hebbende waar en tegen de boniens haar intusschen niet weijnig plaegen en mithandelen geduurig vande huisen maar weghaalende dat hun aanstaat het geen bij door hun trouwloosen afval ruim verdiend hebben dog te hoopen is dat hun voor het ver„ diend hebben dog te hoopen is dat hum voor het vervolg van tijd omsigtiger maeken en ook wel tot de Comp: sal doen wederkeeren ondertuschen heeft en niet alleen in deese maar ook in de verdere noorder provintien geen vertiening kunnen gedaan worden het gantsche gewasch op maros genoegsaam vertreeden en vermeld en overat elders genoegsaam neets vervoerd sijnde behalven dat ik niet soude weeten waar het noodige volk te vinden om dat werk met gerustheijd t onderneemen als selfs in vreedens tijde niet aan met een toerei„ kend magt sonder gevaar kunnende geschieden. In de zuider provintien Boelecomba en Bonthain is tot hier toe alles in nitte gebleeven en so meede op Saleijer van waar nogthand ses vaarthuigen met werk volk na herwaarts gesonden in steede van direct hunne reijse te Van Macass:r den te vervorderen de vaantingen in een revier onder goas district op den wal getet en het volk sig bij den vijand begeeven hebben so men wil door den voorlang afgesetten bonto bango /keijter/ daar toe overgehaald of mogelijk wel geawongen dewijl men anders geen reeden heeft haar van ontrouw verdagt tehouden te min der anderen hier sijn opgedaagd nogthans heeft den resident een brief onderschept door de rebellen op de naam van koning en rijksgrooten aan de regeerende bouto bango gerigt waar bij sij neevens de glarrangs aangesogt word om sig met hun te vereenigen ten opsigte van welke correspondentie ik den resideent bevolen hebbe een wakend oog te houden. — Betreffende het Eijland Tanna malawa heeft den re„ sident mij g'informeerd dat de boniers van daar gedelogeert sijn en geen cerammers sig daar vertoond hebben, waar op ik hem gelast hebbe bij continuatie attent te sijn en om deselve bij verschijning des mogelijk in den knip te krijgen ondertusschen voege ik hier eenlijk nog bij dat den regent van Marre Marre mits ouderdom en siekelijke lichaams gesteldheyd van dat regentschap op sijn versoek ontslagen en daar toe weeder als de naaste benoemt is desselfs 21 Van Macasser den zoon Danig Makoe Deese dus verre in gereedheijd gebragt sijnde arriv eerde al„ hier op den 16 deeser den burger vendrig coutje met het heu„ gelijk berigt van het door uw hoog Edelheedens afgestoken aansienlijk secours per het schip Asia en te gelijk van soura„ baija een Jnlandsche patjalling met dertig militairen so als daags bevoorens met een hier thus hoorende Chinees van Samarang nog twaalf koppen en twee bosschieters, sijnde nog andere twaelf door een sijner landslieden van daar vervoert op asia overgestapt dat doenmaals sijnde geweest den 2: hujus tus„ „schen sourabaija en passarouang lag jk vind mij dier„ halven gehouden uw hoog Edelheedens voor die te spoedige toesending op het aller ootmoedigste te bedanken in hoope dat voormelde bodem eerlange mag opdaagen nevens de suckelende bank den arend die na het mij bedeelde door het sourabaijs opperhoofd van der Niepoort laast den 27 Julij van Pamnaroek an is vertrocken; dog te gelijk mag ik niet voor bij uw hoog Edelheedens mijne bedugting te kennen te geeven dat dit gantsche renfort nog niet sal toe„ reijkende weesen om de vijanden sodanig te verneederen als Jan Macasser den als wel soude vereijsschen om voor het vervolg een bestendige en langduurige vreede te kunnen verwagten geconsidereerd sij zig aan de eene bijde so sterk binnen goa genetteld en verseekend hebben dat selfs het Canon en bommen hun weijnig of niet kunnen beschadigen / gevolgen van het gedrag der boniers waar door hun daar toe overvloedig tijd en occasie is gegee„ ven / en dat wij aan den andere kant vreesende het belegte sullen moeten opbreek en eer het ontset g'arriveerd is om de wille het in de regen mousson onmogelijk to min voor d' Jnlanders als Europeesen soude uit te houden weesen sij daar door niet weijnig moed en denkelijk op nieuw aanhong sullen krijgen waar door hunne 't onderbrenging vrij swaarder sal vallen dan of men sulks thans onderneemen konde on„ gereekend dat men wanneer goa al mogt overwonnen wor„ „den sig niet verseekeren kan dat sij in submissie komen en dus het voornaamste sal gedaan weesen maar wij in de noodsakelijkheijd souden kunnen gebragt worden hun verder te vervolgen waar toe een goede magt soude vereijsschen. uit hoofde van alle het welke ik omij dan verstoute uw Hoog Edelheedens nog om eenig nader secours te bidden daar omtrend 23 Van Macasserdn omtrend met speciaelen durvende solliciteeren dewijl ik an„ „dersints oordeelen soude dat een goed getal medureesen wel het beste soude weesen hoe wel teffens nog eenig ontsset van Europeesen in allen opsigte wenschelijk soude weesen temeer het een en ander niet dan strecken kan tot smaatschappijs meeste voordeel om een spoedig ende van deesen oorlog te sien welker kosten al merkelijk hoop op stok lopen als onder ultimo augustus reets ƒ14070: —: — bedragen hebbende onder welke de verstrecking van rijst en contanten aan onse Jnlandsche troupen een voornaame post maakt. die men als gedwongen uitgeeven moet waar bij ik nog voegen moet dat de boniers thans ook opkomen om contanten ter leen onder pretext dat'z anders hunne troupen niet sullen kunnen hier houden 't geen ik tot nu toe ontlegt hebbe dewijl men sodanige gelden wel als ver„ looren mag agten maar waar toe de nood mij wel soude dwingen kunnen in welke gevalle ik het egter bo spaar„ saam sal doen als immer mogelijk is Ten besluite neem ik eerbiedig de vrijheijd mij met eerbied te repereeren aan het overgaande dag register en verdere Bijlagen
English
Register Enclosures, and commending Your High Excellencies' illustrious persons together with the momentous interests of the Company to God's safe care and protection, I have the fortune to name myself, with the utmost high esteem and all due veneration. Subscribed: High Noble, Right Honourable, Rigorous, Far-Ruling Lord and Noble Rigorous Lords. Lower: Your High Excellencies' humble, obedient and faithful servant. Signed: P: F: vandervoort. In the margin: Macasser, in Castle Rotterdam, the 22 September Anno 1772. From Macasser, the 25 From Macasser, the 2 This register Register of the secret letter and the enclosures belonging thereto addressed To His High Excellency, The High Noble, Right Honourable, Rigorous, Far-Ruling Lord Jeremias van Riemsdijk, Governor General, Together with The Noble Rigorous Lords Councillors of the Netherlands Indies. Letter A: Original separate letter to the aforementioned Their High Excellencies, dated the 17th of this month. Letter B: Ditto, further report of today. Letter C: Secret Daily Register from 6 September to the 21st of this month. Letter D: Ditto, enclosures to the same since 4 September to the 28th of this month. Register Enclosures, and commending Your High Excellencies' illustrious persons together with the momentous interests of the Company to God's safe care and protection, I have the fortune to name myself, with the utmost high esteem and all due veneration. Subscribed: High Noble, Right Honourable, Rigorous, Far-Ruling Lord and Noble Rigorous Lords. Lower: Your High Excellencies' humble, obedient and faithful servant. Signed: P: G: vandervoort. In the margin: Macassers, in Castle Rotterdam, the 22 September Anno 1772. From Macasser, the 25 From Macasser, the Register of the secret letter and the enclosures belonging thereto addressed To His High Excellency, The High Noble, Right Honourable, Rigorous, Far-Ruling Lord Jeremias van Riemsdijk, Governor General, Together with The Noble Rigorous Lords Councillors of the Netherlands Indies. 2 This register Letter A: Original separate letter to the aforementioned Their High Excellencies, dated the 17th of this month. Letter B: Ditto, further report of today. Letter C: Secret Daily Register from 6 September to the 21st of this month. Letter D: Ditto, enclosures to the same since 4 September to the 28th of this month. 2 Letter E: A map of the island of Sumbauwa and Lomboek with the register relative thereto, of the main settlements and waters. Macasser, in Castle Rotterdam, the 27th October Anno 1777. Signed: H: B: Roderpijl From From Macasser, the 24 From Macasser, the To His High Excellency, etc. Having, in my humble last letter of the 22nd of the past month, dutifully rendered an account of the state of affairs here, I now have the honour, in continuation thereof with regard to the realm of Bonij, respectfully to inform Your High Excellencies that, after one of the principal grandees of the realm, named arou Tanette Mattoa, arrived here from the inland on the 2nd of this month to enquire, as he assured me, by order of the King into the condition of affairs concerning the war and what might be the cause that the siege of Goa lasted so long, I not only informed him extensively about everything, but also, on the occasion of his departure which followed shortly thereafter, wrote once again to His Highness and requested him to come hither or else send someone in his place to act as commander over the Bonijse troops with such authority that no other grandees of the realm can go against his orders or make them illusory, but that he alone shall confer with me; moreover, having ordered the said arou Tanette to urge that request most emphatically, which he promised to do and which it is to be hoped may meet with success, since the Bonijse chiefs present here (who, it is said, supposedly let the King know that his presence here was not necessary) show themselves not only utterly disinclined to undertake anything more against the enemy, but even, though the well-intentioned lesser allies wanted to do so immediately, held them back from it; whereby, since the last attack on Goa, which was on 18 August past, and thus in the span of two months, nothing has been achieved except only an accidental skirmish between some enemies and the adatouang of Sedeenring near a certain settlement named Sonkolo, which turned out very fortunate for him, as according to the reports they supposedly suffered as many as 150 or 200 dead and wounded; whilst some other Bonijse troops, having marched out twice since then under the pretext of wishing to attack another enemy settlement, returned fruitlessly, though on the last occasion the Macassar prince Mangerangi (alias Beetje, being a [illegible] of) was taken prisoner.
Dutch transcription
register Bijlagen en uw hoog Edelheedens ulluttue persoonen nevens de gewigtige belangen der maatschappij in godes veijlige hoede en bescherming beveelende hebbe ik het geluk mij met de uiterste hoog agting en alle schuldige veneratie tenoemen. /onderstond/ hoog Edele groot agtbaare gestrengen wijd gebiedende heere en wel Edele gestrenge keeren /lager / uw hoog Edelhee„ dens onderdaanige gehoorsaeme en trouwe dienaar /was geteekend/ P: F: vandervoort /in margine / Ma„ casser / in t Casteel rotterdam den 22 september Ao 1772 Van Macasser den 25 Van Macasser den 2 Dit register Register der secreete Brief en de Bijlaegen daar toe gehoorende gericht Aan zijn Hoog Edelheijd Den Hoog Edele groot Agtbaare gestringe wijd gebieden de Heere Jeremias van Riemsdijk Gouverneur generaal Benevens Dewel Edele gestrenge Hee„ „ren Raaden van Nederlands India L: A origineel aparte brief aan welmelde haar hoog Edel„ heedens gedateert den 17. deeser „ B _o nader berigt van heeden C: Secreet Dagregister van den 6. september tot den 21: deeser „ D _o Bijlagen tot deselve Seedert den 4: september tot den 28 deeser register Bijlagen en uw hoog Edelheedens ulluttie persoonen nevens de gewigtige belangen der maatschappij in godes veijlige hoede en bescherming beveelende hebbe ik het geluk mij met de uiterste hoog agting en alle schuldige veneratie tenoemen. /onderstond/ hoog Edele groot agtbaare gestrengen wijdgebidende heere en wel Edele gestrenge heeren /lager:/ uw hoog Edelhee„ aens onderdaanige gehoorsaeme en trouwe dienaar /was geteekend/ P: G: vandervoort /in margine / Ma„ cassers/ in't Casteel rotterdam den 22 september Ao 1772 Van Macaser den 25 Van Macasser den Register der secreete Brief en de Bijlaegen daar toe gehoorende gericht Aan zijn Hoog Edelheijd Den Hoog Edele groot Agtbaare gestringe wijd gebieden de Heere Jeremias van Riemsdijk Gouverneur generaal Benevens De wel Edele gestrenge Hee„ „ren Raaden van Nederlands India 2 Dit register L: A origineel aparte brief, aan welmelde haar hoog Edel heedens gedateert den 17. deeser „ B _o nader berigt van heeden C Secreet Dagregister van den 6: september tot den 21: deeser „ D _o Bijlagen tot deselve Seedert den 4: september tot den 28 deeser 2 „ E Een kaart van het Eijland Sumbauwa en lomboek met het daar toe relative register „vande hoofd negofrijen den watten Macasser In 'T Casteel Rotter„ 1770 dam Den 27:' october A„o 1777 /was geteekend/ H: B: Roderpijl Van Dan Macasser den 24 Van Macasserden Aan zijn Hoog Edelheijdt enz: Bij mijne onderdanige laatste van den 22: der voorliedene maand, schuldpligtig verslag gedaan hebbende van den toestand der saeken alhier geeve ik mij thans de eere uw hoog Edelheedens ten vervolge van dien met betrecking tot het rijk. Bonij eerbiedig te berigten hoe alhier op den 2: hujus uit de binnen landen g'arriveerd sijnde een der voornaemste rijks„ grooten met naeme arou Tanette Mattoa om so als hij mij be„ tuigd heeft ui't ordre van den koning te verneemen na de gesteld„ heijd van saeken betreffende den oorlog en wat de oorsaak waare dat het beleg van goa so lang bleef duuren ik den selven omtrend het een en ander, niet alleen in het breede onderrigt maar ook ter geleegentheid van sijn kort daar op gevolgd vertrek andermaal aan sijn hoogheijd geschreeven en den selven versogt hebbe om herwaarts te komen dan wel iemand in sijn plaats te senden om als chef over de bonijse troupen 't ageeren met sodanige magt dat geene andere rijksgrooten sijne ordres tegen Van Macasser den tegen gaan of deselve illusoir maeken kunnen maar hij alleen met mij hebbe te beraadslagen gemelde arou Tanette daar en boven heb„ „bende gelast om dat versoek op 't nadruckelijkste aan te dringen het geene hij beloofd heeft en het welk te hoopen sij dat van succs weeken mag vermits de hier sijnde bonijse hoofden (die so men wil aan den koning souden hebben laeten weeten dat sijne praesentie hier niet nodig waere,/ sig niet alleen volstrekt ongeneegen toonen om iets meer tegen den vijand te onderneemen maar sij selfs dewel g'intentioneerde mindere bondgenooten sulks met terstaan willen maar daar van te rug gehouden waar door er sedert de laatste attacque van Goa sijnde geweest den 18: augustus passato en dus in den tijd van twee maanden niets is verrigt dan eenlijk een toevallige schermutseling tusschen eenige vijanden en den adatouang van sedeenring omtrend seekere negorij sonkolo die seer geluckig voor hem uitgevallen is dewijl bij na de berigten wel 150 of 200 dooden en gequetsten souden hebben bekomen terwijl sommige andere bonijse troupen sedert nog twee maal uit getrocken onder voorgeeven van een andere vij„ andelijke negorij te willen attacqueeren vrugteloos te rug sijn ge„ keerd bij de laatste geleegentheijd egter gevangen genomen weesende den Macassaars prins Mangerangi (alias / Beetje sijnde een Com van
English
from Macasser the of one of the chief rebels named Craang Candplo, who was surrendered to me by the Bone chiefs, as well as by Arou Pantjana, a child of the same, having on the aforementioned occasion fallen into his hands. The father having given such an account concerning the condition of the enemies as is to be found among the enclosures, according to which most would no longer hold the rebel to be the former king, although they did not dare to declare this out of fear of Arou Palaica, who, being his principal supporters alongside the first Tomilalang, directed everything; which also agrees so well with the reports from elsewhere that one may well assume that those two will risk everything to carry out their godless intention, if it were feasible; while Goa continues to be constantly reinforced from within and the passage remains open to bring in both people and provisions and powder and lead, with which latter two articles Pengauwa Datou Paringang also repeatedly provides the enemies, at the same time maintaining almost openly a correspondence with the same, of which the other notables, no matter how much they are not unaware of it, pretend ignorance, as evidence that the one is as little to be trusted as the other. We from Macasser the We therefore long painfully for the arrival of the ship Asia and the bark Den Arend, in the hope that through the relief expected therewith and our own present forces, both European and native, we will be able to undertake something of importance, although for my part I still judge a further relief necessary to make a speedy end to matters, and therefore once more take the liberty to request this most humbly. Meanwhile I also add here how the Tanete Prince Arou Pantjana informed me that an emissary had come to him on behalf of the Mandar princes, to inquire whether they should come hither, being invited thereto by the Bone people. I requested him to urge them to do so, adding that the royal Bone standard would probably already have been brought here from the interior upon their arrival, in which case they had made known that they were obligated to appear at once. Regarding the other courts and kingdoms on this coast, there is nothing to note except only that I have notified the King and the kingdom's notables of Bouton of the troubles that have arisen here, and have requested assistance in the form of auxiliary troops, more however to comply with custom and the contracts than in the expectation that a considerable number from Macasser the will come, since a few cannot help anyway, besides that the experience of former times has taught how little use the Boutonese are in war. With respect to the princes across the strait, I find myself obliged respectfully to bring to your High Excellencies' notice how the Bima Commandant informed me in his letter of 3 September past that the King and kingdom's notables did not want to consent to the relocation of the fort, on the grounds that the planned site was occupied by the burial places of their ancestors, and another site having subsequently been pointed out to them, they had requested to address themselves first to me in that regard; and also that hereupon some emissaries arrived here with a letter containing a request that the aforementioned relocation might be abandoned, as this had never happened before. I expressed my astonishment and displeasure to the Commandant that he had not been more timely concerned about this matter and had proposed that relocation, with orders to persuade the prince and notables still, if possible, from his side to consent to it, as I also have done by a letter to the same, without however proceeding against their will from Macasser the in this present time, so as to give no discontent. Further he reports that the dispute between the princes of Dompo and Sangar was finally settled, and they as well as the others had accepted and promised to equip cruising vessels against the illicit traders and smugglers, while, having made known to him their embarrassment over the news that the Macassar prince Craeng Sapana had joined our enemies here, with a request to know how to act towards him if he should perhaps come thither, he ordered them to treat the same as an enemy, as a consequence of which he says that his goods, lands, and everything he owned there had according to native laws fallen to the King of Bima, who had also already appropriated the same, regarding which I nevertheless demanded further elucidation from him. The King of Sumbauwa still not being persuaded to come hither, the kingdom's notables had now given firm assurances that they would fulfill their promises, and that to this end two kingdom's notables were due to depart hither this month, while with respect to this kingdom he also reported how an emissary from the rebels had arrived there
Dutch transcription
29 van Macasserden van een der hoofd rebellen met naame craang Candplo den welken door de bonijschoofden aan mij to wel overgegeeven is als door arou pantjana een kind van den selven bij voormelde occasie in syne handen geracht hebbende de vader wegens den toekand der vijanden sodanig relaas gegeeven als onder de bijlagen is te vinden volgens het welke de meesten aen rebel niet meer souden houden voor den geweesen koning schoon sij sulks niet durfden verklaaren uit vreese voor arou palaica die nevens den eersten Tomilalang sijne voornaamste voorstanders weesende alles airigeerden 't welk ook met de berigten van elders soo wel over een stand als men wel seeken stellen mag dat die beiden en alles aan waagen sullen om waare het doenlik hun godloos voornemen als nog ten uitvoer te brengen; terwijl goa nog al bij Continuatie van binnen versterkt worden de passagie omer so wel volk als vivres en kruit en loot binnen te krijgen open blijft van welke twee laatste articulen aen pengauwa datou paringang de vijanden ook nog telkens voorsiet te gelijk genoegsaam opentlijk correspondentie met deselve houdende waar van d' andere grooten hoe seer hun sulks niet onbewust is ignonantie pretendeeren ten blijke dat d' een so min als d'ander te vertrouwen is wij van Macassen den wij verlangen dienhalven met smerte na de komst van het schip asia ende bark den arend in hoope dat wij door het daar meede verwagt wordend secours en onse eijgene presente so Europeese als Jnlandsche magt, iets van belang sullen kunnen onderneemen, schoon ik voor mijn aandeel, als nog een nader ontset nodig oordeele om en spoedig eijnde van saeken te maken en dierhalven nogmaals devrijheid neeme daarom te ootmoedig te versoeken ondertusschen dat ik hier nog bij voege hoe den tanets prins arou pantjana mij berigt heb„ „bende dat er een sendeling bij hem was gekomen uit naam vande „mandhareese vorsten, om te verneemen of sij sig herwaarts souden begeeven als daar toe door de boniers genodigt sijnde ik hem versogt hebbe hun daar toe aan te maanen onder bijvoeging dat dekoninglijke bonijse standaart denkelijk bij hun komste reets uit de binnen landen soude weesen hier gebragt en welken gevalle sij hadden doen weeten. dat zij verpligt waaren ten eersten te moeten verschijnen Ten belange van de verdere hoven en rijken te deeser custe valt niets te noteeren dan alleen dat ik den koning en rijksgrooten van Bouton van de hier ontstaane troubles kennsse gegeeven en vertogt hebbe om assistentie van hulp troupen egter meer om aan het gesuuk en de Contracten te voldoen als in verwagting dat er een naamwandig getal 34 Dan Macasser den getal komen sal terwijl eenige weijnige tog niet helpen kunnen behalven dat de ondervinding van vroegere tijden geleend heeft van hoe weij„ nig mit de boutonders in den oorlog zijn Met opsigt tot de overwalsche vorsten vind ik mij gehouden uw hoog Edelheedens eerbiedig, ten kennisse te brengen hoe den binas Commandant wij bij sijn schrijvens van den 3: september passato bedeeld heeft dat de koning en rijkes grooten niet hebben willen consenteeren in de verlegging van gg het fort op pundament dat de geprojecteerde plaats met graf sleeden van hunne voor onderen beset was en hun naderhand een andere aangeweesen sijnde sij versogt hadden sig daar omtrend alvoorens bij mij't addresseeren mitsgaders dat hier op ook eenige sendelingen hier gekomen sijnde met een brief houdende versoek dat van de gemelde verplaatsing mogte worden afgesien als bevoorens min„ „mer geschied weesende ik aen commandant mijne verwondering en ongenoegen te kennen gegeeven hebbe dat hij daar omtrend niet tijdiger besorgt is geweest en hij die verplaatsing heeft voorgeslagen met ordre om den vorst en grooten als nog des mogelijk van sijne sijde te disponeeren daar in te bewilligen/ so als ik ook bij een brief aan deselve gedaan hebbe:/ bonder er nogthans tegen hun zin in van Macassen den in deesen tijd toe te treeden om geen misnoegen te geeven verder berigt hij dat het aisput tusschen de vorsten van Dompo en sangar finaal was afgedaan en bij so wel als de overige aangenoomen en beloofd hadden kruissens tegende morshandelaars om sluikers uit te rusten terwijl bij hem hunne verleegentheijd te kennen gegeeven hebbende over de tijding dat den macassaers prins Craeng sapana sig bij onse vijanden alhier vervoegd hadde met ver„ boek om te weeten hoedanig met hem te handelen wanneer hij somwijlen ginter komen mogte bij hun geordonneerd haare den selven als een vijand te tracteeren als een gevolg van het welke hij segt dat sijne goederen landerijen en alles wat hij daar in eijgendom heeft gehad volgens d' Jnlandsche wetten ten behoeve van den koning van bia waeren vervallen die sig deselve ook reets g'eijgent hadde waar omtrend ik nogthans nadere lucidatie van ham hebbe gevordend„ De Koning van Sumbauwa als nog niet tot herwaarts komste te beweegen sijnde hadden de rijksgrooten als nu vatte verseekering gedaan hunne belaften te sullen volbrengen en dat ten dien eijnde in deese maand twee rijks grooten stonden herwaarts te vertrecken terwijl hij met opsigt tot dit rijk almeede nog meed hoe aldaar gekomen was een sendeling vande rebellen