Inventory 3500
Japan · 1,446 pages · 247 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
from Macasser the from the rebels to request assistance in men and provisions, but the king had refused him, while the Tomilalang or councilor of state Caring bilaajie, being of Macasser descent, made preparations to depart hither with a vessel for that purpose; which report was afterwards not only confirmed from elsewhere, but that he, in spite of all the king's admonitions, is likely to arrive with as many as forty vessels, as appears from the account of a certain Peranakan Chinese recently returned from there, which is transmitted among the enclosures and to which I respectfully refer. With regard to Karrang Assang and Salemparang, he states in his aforementioned letter that he has written several letters to both rulers in order to invite them once again to enter into a contract; but since then I have received further writing from him dated the 3rd of this month, serving principally to accompany four Malay letters, from which he says the goodwill of the Balinese would appear to live in friendship with the Company, and that they had even expressed their surprise at not having been informed of the troubles that have arisen here in order to assist us, which they were still prepared to do whenever they should be requested by me; whereto he From Macasser the he also adds that both rulers had requested him to come to Bali or to Tello dallam situated on Salemparang in order to speak with him orally, for which he simultaneously requests my authorization, giving to know that he of Salemparang did not mention the purpose of that invitation in the letter, but had informed him orally that he was of intention to shake off the yoke of the Balinese, with the promise subsequently to cede a piece of land on Salemparang to the Company and to submit himself, alongside other allies, to Their Honors. In reply to which writing I have ordered him to excuse himself to the rulers regarding their invitation to come to Tello dallam or Bali under the pretext of presently being unable to leave Bima, but to request them on the contrary, as I have also done by a separate note, to send some auxiliary troops hither, in order thereby to discover whether they are truly as well-intentioned as they pretend, before entering into negotiations with them concerning their aforementioned pretended intention just mentioned. Concerning the Company's lands and subjects, I presently have nothing else to communicate than that I, on the occasion when the Bone Ponggawa Datu Baringang came to request a loan of money from me on 20 September past, having requested him to bring the chiefs of the Maros plains into submission to the Company, he referred to the Madanrang; and the latter, having subsequently been exhorted on this matter, made a show of being inclined thereto, but finally, after many alleged pretexts, they informed me that they did not dare do such a thing without orders from the king, who I believe knows nothing of the entire matter; and from which one can thus again deduce how little those grandees of the realm care for the welfare of the Company; against which, however, upon my strong insistence, they have promised to allow the Mountain Regents of the aforementioned province, whom they had likewise managed to get on their side, to return again under the Company as their lawful master, the outcome of which I shall await. Having herewith again briefly treated all that I judge especially worthy of Your Right Excellencies' esteemed attention, I take the liberty, regarding all points of lesser importance, respectfully to refer to the daily register and further enclosures accompanying this, to which I further add a map of the islands of Sumbawa and Lubok, pursuant to To From Macasser the pursuant to Your Right Excellencies' much esteemed requisition, sent hither by the Bima Commander. While in conclusion I commend Your Right Excellencies' illustrious persons and the weighty interests of the Company to God's sole safe keeping and protection, and take the liberty to subscribe myself with all deeply due respect and high esteem, Right Honourable, Highly Esteemed, Valiant, Far-Ruling Lord, and Right Honourable Gentlemen, Your Right Excellencies' humble, obedient, and faithful servant, Signed: P. G. van der Voort. In the margin: Macasser, in Castle Rotterdam, 17 October 1777. From Macasser the My accompanying respectful letter of the 17th instant had just been drafted when the agreeable news was received here of the arrival of the ship Asia, which arrived in the roadstead that very same afternoon; but to my regret in a very bad condition regarding the crew, including the men of the barque Den Arend, as 28 of the military, 9 of the seafarers, and 8 of the Papangers, and thus together 45 persons have died, and furthermore of the remaining, 66 sick, and of these by far the greatest part brought ashore in a very lamentable condition, of whom three soldiers have already descended into the grave; of this I have considered it my duty to give respectful notice to Your Right Excellencies, as well as to inform Your Right Excellencies regarding the war, how just before the receipt of the said news I was unexpectedly informed on behalf of the Bone Madanrang that the Bone troops would march against the enemy the following morning, without more. To His Right Excellency, etc. I
Dutch transcription
33 van Macassen den van de rebellen om assistentie van volk en leevens middelen teversoe„ keen dog den koning hem afgeweesen hadde ter wijl den Tomilalang of rijks raad Caring bilaajie sijn de een macassaar van afkomst klae„ righeijd maakte om ten dien eijnde met een vaartuig naherwaarts te vertrecken welk berigt naderhand niet alleen van elders is gecom„ formeert maar dat hij in weerwi: van alle afmaaningen des konings wel met veertig vaartuigen staat te komen, blijkens het relaas van seek eren Jongst van daar geretourneerde parnakan Chinees het geen onder de bijlaagen overgaat en aan het welk ik mij eerbudig refereren Met opsigt tot Karrang Assang en Salemparang betuigd hij bij voormelde zijne letteren verscheijde brieven aan beide vorsten geschreeven tehebben om hun als nog uit te noodigen tot het aangaan van een contract dog Cendert hebb: ik nader schrijven van hem ontfangen in dato 3: deeser dienende voornamentlijk ten geleijde van vier maleijsche brieven uit dewelke hy segt dat de welmeenentheijd den balieus soude Consteer en om met de Compagnie in vriendschap te leever, en dat sij selfs hunne verwondering hadden te kennen gegeeven niet onderrigt te sijn van de hier ont„ staane troubles ten eijnde ons t assitteeren; het geen sij bereid waaren als nog te doen wanneer sij door mij wierden gerequireerd waar bij hij Van Macasser den hij nog voegd dat de beide vorsten hem versogt hadden op balij of op telto dallam op salempanang geleegen te komen ten eijnde mondeling met hem te spreeken, waar toe hij teffens mijne qualificatie versoekt met te konnen gave dat die van salemparang het oogmerk van die wodiging niet in den brief vermeld maar hem monaeling doen weeten hadde dat hij van intentie was het Jok der baliers ofte schuaden met belofte om vervolgens aan de Comp: een stuk land op salemparang afte staan en sig nevens andere bondgenooten aan haar Edele t onderwerpen. Jn antwoord van welke schrijven ik hem gelast hebbe sig bij de vonstente verschoonen omtrend hunne nodiging om op Iello dallam of balij te komen onder pretext van bina teegenwoordig niet te kunnen verlaeten, dog haar daar en tegen te versoeken bo als ik ook bij een apart briefje hebbe gedaan om eenige hulptroupen herwaarts tesenden ten eijnde daar door 't ontwaaren of sij het weesentlijk soo wel meenen als sij voorgeeven alvoorens sig met hun in te laeten over denselver voorgewende intentie, so even gemeld 'SCompagnies Landen en onderdaanen hebbe ik thans niet anders te bedeelen dan dat ik den bonijs pongauwa datou Baringang ten geleegentheijd hij mij op den 20 september passato Betreffende om 35 van Macasser den om gela ter leen kwam versoeken versogt hebbende om de hoofden van de Marose vlacktens bij de Comp: en submissie te brengen, hij sig op de Madanaang, beriep en deesen daarom vervolgens aan„ „gemaand quasie wel voorgaf daar toe geneegen teweesen dog dat sij mij eijndelijk na veele voorgewende pretexten hebben doen weeten sulks niet te durven aven buiten ondre van den koning die ik geloove dat van de heele saak niets weet; en waar uit men dus weeder afneemen kan hoe wijnig die rijksgrooten voor het welweesen van de maatschappij g'emporteerd sijn waar en tegen sij nogthans op mijn sterk aanhouden hebben toegesegt om de Berg regenten van voorm: provintie die sij almeede bij sig hebben weeten te krijgen weeder onder decomp: als haaren wet„ „tigen heer te sullen laeten te rug keeren waar van ik het gevolg sal afwagten. hier meede aan weder kortelijk verhandeld hebbende al het geene ik oordeele uw hoog Edelheedens g'eerde attentie voor„ „namentlijk te verdien en gebruike ik de vrijheijd mij omtrend alle pointen van minder belang eerbiedig te refereeren aan het deesen versellende dagregister en verdere bijlagen waar bij ik nog vroege een kamt van de Eijlanden sumbauwa en luboek ingevolge Aan Jan Macasser den ingevolge uw hoog Edelheedens veel g'eerd requisit door den biias „ Commandant herwaarts gesonden. Terwijl ik ten besluite uw hoog Edelheedens Illustre persoonen ende gewigtige belangen den mantschappij in godes alleen veijlige hoede en bescherming beveele en de vrijheijd gebruike mij met alle diep schuldige eerbied en hoog agting tendemen /onderstond/ hoog Edele groot agtbaare gestrengen wijdgebiedende Heere en wel Edelegeheeren / lager/ uw hoog Edelheedens onderdanige gehoorsaame en getrouwe dienaar /was ge„ teekend:/ P: G: vandervoort / in margine / Macasser in 't Casteel rotterdam den 17. october 1777 37 Van Macasserden Mijne hier neevens gevoegde eerbiedige van den 17 husus was even in concept gebragt toen men alhier d' aangenaame tijding ontving van de aankomst van het schip asia dat nog dien selven nade middag ter rheede arriveerde, dog tot mijn leedweesen in een seer slegte gesteldheijd omtrend het volk waar onder begreepen de manschappen van de bank den arend als sijnde van de militairen 28 van de seevarende 9 en van de papangers 8: en dus te samen 45 koppen overleeden, mitsgaders van de overige 66. sieken, en daar van verre het grootste gedeelte in een seer erbarmelijke toestand aan de wal, waar van ook reets drie militairen ten grave sijn gedaalt, hier van hebbe ik mij verpligt g'agt uw hoog Edelheedens so wel eerbiedig kennisse te geeven, als hoog de„ selve met betrecking tot den oorlog nog te berigten, hoe mij even voor de ontfangst der gemelde tijding uit naam van den bonijs Madanrang op het onverwagt berigt sijnde dat de boniers den volgenden morgen tegen aen vijand souden optrecken sonder meer Aan zijn Hoog Edelheijdt enz: ik
English
From Macassar I could not imagine otherwise than that he accepted this solely in order to have a benting raised by the well-intentioned Datoe of Sedenring behind or near those of the enemies, situated on a certain hill that is their principal stronghold, merely for communication; all the more because I had personally first proposed this project and had fruitlessly urged its execution on several occasions, with the prospect that whenever there should be an opportunity on our side to undertake something, we would be able to obtain the assistance of that prince, without the Boniers—as they were all entrenched on the other or northern side of the city—being able to thwart him or take it amiss that he had acted without their orders. With this message, I was therefore not a little pleased, but considerably more so when I received news the following day that not only had the aforementioned project already made progress, but the respective Bonian troops, as well as Arou Pantjana, had furthermore constructed up to ten bentings on the south side of Goa, whereby all supplies could be cut off from the enemy to such an extent that he would have to surrender or take flight to the mountains, in case everyone would now fulfill his duty. From Macassar Yet whether this is to be expected, time will have to show, it being certain that the enemy, who had hardly concerned himself with the raising of the said bentings, having marched out the following day with some men, immediately overran one again and would apparently have captured all the others as well, had not a detachment of our military from the army, to the number of over 50 heads under the capable Ensign van Burgh, brought up to assist the Boniers, rushed forward to prevent it; who were also left behind there to keep one of them occupied, and whom I, having just arrived in the army at half past four accompanied by Major Engelert, immediately caused to be reinforced with over forty heads to be all the better capable of resistance; in addition to having 120 more men march from the Castle to the army, both to garrison our battery and, if possible, to dislodge the enemy from the only two bentings they still had on that side from which they could obtain supplies; which succeeded very happily this morning, without our side having received more than five wounded Europeans, while the enemy suffered several dead, among whom From Macassar among whom is a son of the first Tomilalaing. Hoping from this beginning for further good success, and that it may graciously please God to bless the Company's arms to the destruction of its enemies, I take the liberty to call myself with the deepest respect, Right Honorable, Highly Esteemed, Severe, Far-Ruling Lord and Well-born, Severe Lords, your Right Honors' humble, obedient and faithful servant. Was signed: P. G. van der Voort. In the margin: Macassar in Castle Rotterdam, the 21st of October, Anno 1777. From Macassar To His Right Honor and etc. At the conclusion of my humble last letter of the 21st of this month, having dutifully made mention of the successful capture of two enemy bentings, I now have the honor respectfully to inform your Right Honors that in the night between the 26th and 27th following, we became master of six more, and that virtually by our European force of soldiers and sailors alone, two of them being kept occupied and the rest set on fire. In that action we sustained three dead and thirty wounded, of which latter three more died shortly thereafter; yet how great the loss of the enemy has been cannot well be determined, although it far exceeds that of ours, because From Macassar because sixteen to eighteen dead were found, and over as many were taken prisoner by our native troops, who, although requested for assistance, only appeared when everything was already done, whereupon they pursued the fleeing enemy; the Boniers not having been warned of our intention before the troops were already on the march, as a precaution so that the enemy would not be warned, to which one owes the good success of this undertaking, which, having thus turned out to our particular advantage and the remarkable detriment of the enemy, gave the greatest hope of attacking them with no less success in Goa itself; so that it was indeed undertaken early yesterday morning, yet to my most painful regret with a completely different and even very unfortunate outcome, since the enemy, having been informed of our intention, resisted our men on the first assault with such a furious rage with small arms, assegais, and the throwing of stones, as well as round and bar shot, that after sustaining six dead and over sixty mostly dangerously wounded, they had to retreat; among which latter is the provisional Ensign Schlosser; which considerable loss falls all the heavier because of the numerous sick we still have besides this, whereby our force is already so far weakened
Dutch transcription
van Macasserden ik mij niet anders konde voorstellen dan dat hij daar meede eenlijk om door den wel g'intentioneerde Datoe van sedenring eene benting te doen opwerpen agter of wel besunden die der vijanden op seekere bergje geleegen dat haar voornaamste sterkte is sulks enkel voor Communicatie aannam te meer ik dit project selfs eerst voorgesteld en op dus executie verscheijde neijsen vrugteloos aangedrongen hadde met uitsigt om wanneer er van onse seijde occasie soude weesen iets 't onderneemen dien prins tot assistentie te kunnen krijgen sonder dat de bomiers / als alle aan de andere of noordkant der stad verschanst/ hem dwaarsboomen nog ook kwalijk neemen konden buiten hunne ordre g'ageerd te hebben met deese boodschap was ik dierhalven niet weijnig in mijn schip maar nog vrij wat meer toen ik den volgenden dag tijding ontring dat niet alleen het voorschreeven project reets voortgang genomen maak de res„ pective bonijse troupen so meede arou pant Jana nog wel tem bentings daar en boven aan de suia kant van goa aangeleyd hadden waar door den vijand allen toevoer sodanig afgesneeden soude kunnen worden dat hij sig overgeeven of de vlugt na het gebergte soude moeten neemen in geval een ieder als nu sijn pligt wilde nakomen. — 39 Van Macasserden Dan op dit te verwagten sij sal den tijd moeten leeren dit seeker sijnde dat den vijand, die sig het opwerpen der gemelde bentings naauwlijks bekramd hadde des daags daar aan met eenig volk uitgetrocken sijnde en aanstonds weeder een overnom„ pelde en ook aparent alle de andere soude ingekreegen heb„ ben bij aldien een gedeelte van onse militairen uit het leger ten getalle van ruim 50 koppen onder den kundigen ven„ drig van Burgh of op gevoerd tot assistentie van de boniers toegeschooten sulks niet voorgekomen hadden; dewelke aan ook tot het beset houden van een derselve daar gelaten sijn, en die ik als ten half vijf uuren suist in het leger gekomen ver„ „nog„ seld vanden majoor Engelert aanstonds met, uim veertig kop„ pen hebbe doen versterken om des te beter bestand te sijn daar en boven nog 120 man uit het Casteel na het leger hebbende doen marcheeren so tot besetting van onse batteorij als om des mogelijk aen vijand u't de twee eenigste bentings die sij aan die kant nog hadden van waar z toevoer krijgen konden te ver„ nettelen het geen deesen morgen seer geluckig gereusseert is sonder van onse zijde meer als vijftigt gekweeste Europeesen tehebben bekomen daarden vijand verscheijde dooden heeft gehad onder dewelke Van Macasser den dewelke sig bevind een soon van den eersten Tomilalaing. van dit begin een verder goed succes verhoopende en dat het gode ge„ nadig behaegen mag sComp: wapenen tot vermieling haaren vijanden te tegenen neem ik de vrijheijd mij met de diepste eerbied te noemen / onderstond/ hoog Edele groot agtbaare ge„ strengen wijd gebiedende heere en wel Edele gestrenge heeren /:lager/ uw hoog Edelheedens onderdanige gehoor„ same en getrouwe dienaar /was geeteekend/ P: G: vander voort /in margine/ macasser in 's Casteel rotterdam den 21 oc„ Ao 1777 4ber Ao 177 41 Van Macasser den Aan zijn Hoog Edelheijdt en z: Bij het slot mijner onderdanige laatste van den 21: deeser schuldpligtig vermaan hebbende gedaan van de geluckige overrompeling van twee vijandelijke bentings hebbe ik thans de eere uw hoog Edelheedens eerbiedig te berigten dat wij in den nagt tusschen de 26 en 27 daar aan nog van ses anderen en sulks genoegsaam alleen door onse Europeese magt van militaeren en seevaarende sijn meester geworden sijnde daar van twee beset gehouden en d' overige inden brand gestooken. In die actie hebben wij drie rooden en dertig gequetsten bekomen van welke laatste kort daar aan nog drie overleeden sijn, dog hoe groot het verlies der vijanden is geweest, is niet wel na te gaan schoon het datder onsen verre overtreft vermits Van Macasser den vermits men sestien a agtien dooden heeft gevonden en er ruim soo veel gevangen sijn genomen door onse Jnlandsche troupen die schoon tot assittentie versogt eerst te voorschijn kwamen toen alles reets gedaan was wanneer bij de vlugtelingen hebben nagetet de boniers niet eerder gewaarschuwd sijnde van ons voorneemen voor dat de troupen neets op marsch waaren in't voorsorge dat den vijand niet soude worden gewaarschuwd waar aan men het goed succes deeser onderneeming te danken heeft die dus tot ons bijsonder vooren merkelijk nadeel van den vijand uitgevallen de grootste hoop opleverde om hun met geen minder goed succes in goa selfs te attacqueeren invoegen dan ook gisteren in den vroege„ morgen ondernomen is dog tot mijn aller smertelijkst leedweesen met een geheel andere en selfs seer ongeluckigen uitslag also de vijanden van ons voorneemen g'informeerd geweest 'onsen op den eersten aanval met eene soo verwoede furie met hand geweer assegaijen en het werpen van steenen item rond en langscherp te keer gegaan sijn dat z na het bekomen van des dooden en ruim settig meest gevaarlijk gequetsten hebben moeten afstrekken onder welke laatste sig bevind den provisioneel vendrig schlosser welk aanner„ kelijk verlies te swaarder valt mits de meenigvuldige sieken die wij nog buiten des hebben waar door onse magt reeds soo verre is versw aak
English
weakened that we are barely able to keep the aforementioned two bentings garrisoned, together with one of those previously captured, the other already having been demolished, and the one at the main quarters, without fear that the enemy will attempt to surprise them, as it is believed they are already intending to do. This, however, ought to be prevented, both because the supply of provisions can best be cut off from them on that side, and because, by a premature abandonment of the same, they would reinforce themselves anew, and in that case even be emboldened to more daring undertakings. Our concern regarding this is already increased due to the open treason that is now showing itself on the side of the Boniers, considering that Datou Baringang has sent most of his own subordinate peoples inside Goa to assist the enemy, according to the reports given to me this morning, which are all the more credible on account of the general testimony of those who were in the action that the inside swarmed with enemies, estimating their number at several thousands, whereas the prisoners of war taken two days before, or on the 27th of this month, in agreement with all other reports, had stated that there were no more than upwards of a thousand men inside, besides the fact that some have even been recognized and fired upon generally with Company cartridges, so that we find ourselves through all this once again in much more worrisome and precarious circumstances than we have been up to now, seeing as we presently see no possible chance of expelling the enemy from Goa, without which there is no likelihood of making an end to the war, since an uncommonly large force is required for that purpose. Wherefore I therefore once again take the liberty to request more assistance from your Right Noblenesses, not doubting that the preservation of Macassar will cause your Right Noblenesses to employ all possible means to come to our aid, the more so as it is undeniable that the other eastern provinces would also run a risk if the Macassars gained the upper hand and they might bring all Celebes again under their power as in ancient times, which God graciously forbid. Meanwhile, it is heartily to be wished that the expected arrival of the King of Boni, who sent me a letter stating that he would depart hither at the beginning of coming December, will bring about some change for the better, especially regarding the conduct of the aforementioned Datou Baringang, who, according to the report also given to me, besides the proven assistance to the enemies, probably done up to now principally for the sake of Arou Palaca, declared only a few days ago that it would not trouble him even if the Castle itself were lost, because the Boniers had nothing to fear, from which one can easily infer what he is plotting, while some suspect that he might well aspire to the Boni crown, and from this springs the fear of the other grandees of the realm to oppose his hostile conduct, which suspicion is no less to be wished may be found groundless, as one may well imagine in such an unexpected case that it would be all over here, even outside of the war with the Company. Adding hereto in the meantime a further modest demand of highly necessary ammunition, with the prayer that the same may be fulfilled as fully and expeditiously as is ever possible, I commend your Right Noblenesses' illustrious persons and the precious interests of the Company to the gracious protection of the Almighty, and have the honor to call myself, with the deepest respect and all due high esteem, was signed, Right Noble, Highly Respected, Severe, Most Honorable Gentleman, and Noble Severe Gentlemen, your Right Noblenesses' humble, obedient and faithful servant, was signed, P. J. van der Voort. In the margin: Macassar, in Castle Rotterdam, the 31st of October 1777. To His Right Nobleness, etc. Taking advantage of the last opportunity that presents itself this year, due to the departure of two more vessels for Sourabaija, to inform your Right Noblenesses of the present state of affairs here, I let this serve for that purpose, and have thus the honor to report that, although nothing extraordinary has occurred since the dispatch of my last humble letter of the 31st of the past month, nor has the enemy undertaken anything against our people up to now, as we had expected not without the utmost concern, their movements nevertheless, combined with the thoroughly suspicious conduct of the Boniers, disquiet us more and more, disquiet us, seeing that they have constructed, virtually in the sight of our people, very close to the bentings that the latter threw up on the south side of Goa under pretext of surrounding them, but in fact with entirely different objectives, four similar fortifications, through which they can now attack us from two sides, without the Boniers, no matter how much requested thereto, having been willing to offer us any the least assistance to prevent the same, which could have been done solely by dispatching a good number of men thither. To which I must further add how I have not only been assured as the truth by the Datoe of Sedeenring that the chiefs who are here had once again requested the King to merely remain in the interior, or rather let him know that his presence here was not necessary, but he has moreover given me to understand in covert terms that they were here as good as one with the enemies, or at least that none of them all were truly to be trusted, as fully
Dutch transcription
43 Jan Macasserden verswakt dat wij nauwlijks in staat sijn de voormelde twee bentings neevens een der bevoorens veroverde de andere meede reets geslegt sijnde en die van het hoofd quantien beset te houden sonder bedug„ ting dat den vijand deselve sal wragten t overrompelen gelijk men wil dat ze reets voorneemens souden sijn het geen egter diend teworden afgewagt soo ten oorsaake dat men hun van die kant den toevoer van virres best kan afsnijden als dat sij door een voorbarige verla„ „ting den selve sig weeder op nieuw souden versterken en in dien gevalle selfs tot stoutere onderneemingen aangeset worden waar voor onse bekommering nu al reets vermeerderd mits het openbaar verraad dat sig thans vertoond aan de sijde der boniers gemerkt Datouba„ „ringang de meeste sijner eijgen onderhoorige volkeren tot assistentie der vijanden binnen goa gesonden heeft na de berigten mij deesen mor„ „gen gegeeven die des te meer te accrediteeren sijn uit hoofde van het generaal getuigenis der geenen die sig in de actichebben bevonden dat het binnen van vijanden heeft gekrielt die hun getal op verscheijde duisenden begrooten daar de twee dagen bevoorens of wel op den 27 deeser gemaakte krijgsgevangenen over een komttig alle andere berigten hadden opgegeeven dat er niet meer dan ruim duisend mans persoonen binnen waaren behalven dat sommigen selfs sijn erkand en en generaal met sComp: patroonen geschooten is invoegen wij ons Van Macasser den ons door dit alles weeder in veel sorgelijker en kommerlijken omstandigheeden bevinden dan wij tot hier toe geweest sijn als thans onmogelijk kans siende den vijand uit goa te vernettelen buiten het welk en geen apparentie is om een eijnde van den oorlog temaaken dewijl daar toe een ongemeene grooter magt vereijscht word waar om ik dierhalven nogmaals devrijheijd neeme uw hoog Edelheedens om meer der assistentie te versoeken niet twijffelende of macatsaars behoud sal uw hoog Edelheedens alle mogelijke middelen doen aanwenden om ons bij te springen temeer het ontegenseggelijk sij dat ook de overige ostersche provintion gevaar souden loopen wanneer de maccassaeren de overhand en sij geheel Celedes weeder als in ouden tijden onder haar geweld mogten kuijgen dat god genadig verhoede ondertusschen van herten tewenschen sijnde dat deverwagte komst van den koning van bonij die mij bij een brief toeging heeft laeten doen om in het begin van december aanstaande na herwaards te vertrecken eenige verandering ten goede te weegsal brengen insonderheijd omtrend het gedrag van den voormelden datou baringang die volgens het mij almeede gegeeven be„ nigt behalven de beweese assistentie aan de vijanden denkelijk tot nu toe ten principaelen geschied om de wille van arou palaia /: nog voor wennig dagen heeft verklaard dat het hemn niet deeren soude alwaare het cattel selfs wen vermits. de boniers niets te vreesen hadden waar uit men gemackelijk opmaeken kan wat hij in den schild voert terwijl sommige vermoeden dat hij wel na de bonijse kroon konde aspineeren en hier uit devreese van de andere rijksgrooten spruit om sig tegen sij vijandelijk gedrag aantekanten welk vermoeden niet minder te wenschen sij dat ongegrond mag worden bevonden als men sig in sulks een onver„ hoopt geval wel mag voortellen dat het selfs buiten den oorlog met de comp: alhier gedaan soude weesen hier neevens intusschen nog voegende een nader Eijschje van hoog benoodigde ammunitie met beede dat deselve soo veel en spoedig immer doenlijk moge worden voldaan beveele ik uw hoog Edelheeden illustre persoonen ende dierbaar belangen der maatschappij in des allerhoogsten genadige bescherming en hebbe de eere mij met het diepste respect en alle verschuldigde hoog agting tenoemen /onderstond, hoog Edele groot achtb: gestr: wijd geb: heere en wel Edele gestr: heeren /lager/ uw hoog Edelh:s onderdanige gehoorsame en getrouwe dinaar /:was geteekend/ P: J: van der voort /in margine/ macasser in 't Casteel rotterdam den 31: october 1777 45 Van Macasser den Aan zijn Hoog Edelheijd enz: De laatste occasie waarneemende die sig mits het vertrek van nog twee vaartuigen na sourabaija voor dit Jaar op doet om uw hoog Edelheevens kennisse te geeven van de presente gesteldheijd der saeken alhier laat ik deese ten dien eijnde dienen en hebbe dus de eere temelden dat schoon er seedert de afsending mijner laatste onder da„ „nige van den 31 der voorleedene maand wel niets bijson„ ders voorgevallen is, nog den vijand tot hier toe iets teegen de onsen ondernomen heeft, soo als wij niet sonder de uiterste bekommering verwagt hadden, hunne beweegingen nogthans gevoegd bij het allesints suspecte gedrag der Boniers ons meer en meer ontrusten Dan Iavas oost kust den ontrusten gemerkt sij genoegsaam in het gesigt der onsenebeer na bij de bentings die de laatste quasie meede onder pretext van hun in te sluiten dog in der daad met geheel andere oog„ „merken aan de suidkant van goa opgeworpen hebben, vier diergelijke sterktens hebben aangelegt waar door sij ons als nu van twee kanten kunnen aan„ vallen sonder dat de boniers hoe seer daar toe versogt ons eenige de minste assistentie hebben willen bieden om het selve te beletten dat alleen met het derwaarts depecheeren van een goede parthij maanschap waere te doen geweest waar bij ik nog moet voegen hoe mij door den datoe van sedeenring niet alleen voor d waarheijd verseekert is dat de hier sijn de hoofden den koning andermaal souden hebben versogt om maar in de binnen landen te blijven dan wel hem laeten weeten dat sijne preesentie hier niet nodig was maar hij mij in bedekte termen daar en boven heeft te kennen gegeeven dat sij hiet met de vijanden soo goed als eens ten minsten geene van allen regt te betrouwen waaren als voeltrekt
English
47 From Makassar completely colluding with them, and that they consequently intended no good toward us, which latter point, however, I cannot yet credit except solely regarding the pongauwa Datou baringang, being of the opinion that the others are primarily striving merely to keep matters dragging on, and thereby to promote their private interests. Meanwhile, the situation is becoming worse from day to day, the more so because with our small force of Europeans, upon which virtually everything depends, we can no longer act offensively, all the less so as there are still more than two hundred sick among them, notwithstanding all possible efforts to keep the people healthy, among which is considered a necessary measure the distribution of a somewhat more generous ration of arrack beyond the set three kans per head for those who are in the field and thus exposed to the harsh and cold weather, the worst of which is only now beginning to arrive, which also compels me humbly to request your Excellencies that, above the thirty leggers requested in the requisition, another twenty-five to thirty leggers may be sent to us, and if there could also be added here some From Makassar Checked some casks of good fresh groats and prunes for the hospital, the same would also be very useful. I hope and wish that we shall soon receive some relief through your Excellencies' wise measures; praying above all that adorable Providence itself may graciously be pleased to grant us a speedy and fortunate outcome, I take the liberty, with the deepest respect and all due veneration, to call myself, below stood: Right Honorable, highly esteemed, severe, widely commanding Lords and Honorable, severe Lords, lower: Your Excellencies' humble, obedient, and faithful servant, was signed: P. G. vander Voort. In the margin: Makassar in Castle Rotterdam, the 8th of November 1777. Gf LeBeken A. Makassar Secret Daily Register since the 6th of September until the 21st of October 1777. Received alongside the letter of the 21st of October last. B: : 49 From Makassar Secret Daily Register Saturday the 6th of September 1777 Having ridden to the camp in the afternoon in order to learn from the madanrang what the Bonians' intention now was regarding the attacking of the enemy, he begged to be excused from coming to me, but at the same time let me know that he would send me an answer. Furthermore, I gave orders to send a party of our native troops, numbering about 240 to 150 men, under one of the chiefs, Poelem Bankeemy and Glissong, in order to drive away some enemies gathering there. Sunday the 7th Nothing occurred. Monday the 8th Tuesday the 9th Shortly beforehand, four grandees of the former Queen of Tallo, Craeng Carawriesie, came to me, after being granted access, by the names of Craeng Bene, Glannang Pabitjana, Androng Oeroe Pamanakan, and Daeng Mamagoen, announcing in her name that the Mohammedan fast would begin in 24 days; for which I caused thanks to be conveyed to her. Wednesday the 10th Rode again to the camp early in the morning with the intention of further inquiring about the madanrang's intentions, whereupon he let me know that he would come to me immediately, it being then half past seven o'clock, eight o'clock; but having waited for him in vain until after ten o'clock, I returned home, having him requested to send the answer to Ensign Burghoff, who, at half past eight in the evening, through the bookkeeper Deefhout, in the name of the aforementioned grandee, informed me that the Bonians intended to attack the settlement of Sonkolo and some others situated on the southeast side of Goa by tomorrow. Thursday the 11th Having received in the afternoon, around five o'clock, from Ensign Burghoff in the camp of Goa such a letter as is to be found among the enclosures, I immediately gave orders as far as possible for the reinforcement of our European force there by tomorrow morning, in order to act against the enemy on our side as well, should a favorable opportunity arise; but having received further news at half past twelve in the night that the Bonians had changed their minds and thus had no intention of fighting, I gave counter-orders to let the already commanded men, both naval and militia, remain here; nevertheless, I set out on Friday the 12th at six o'clock in the morning for Goa, where I learned that the Bonians had engaged in battle with the enemy yesterday with good success, and had inflicted, by estimation, as many as 150 both dead and wounded upon them. Whereupon I sent to summon to me the former pongauwa and Arou Pantjana from Makassar
Dutch transcription
47 Jan Macasserden volstrekt met deselve heulende en dat sij oversulks ten onsen opsigte niets goeds in den sin hadden, welk laatste ik egter nog niet accrediteeren kan dan enkeld omtrend den pongauwa Datou baringang van begrip sijnde dat de overige maar voornamentlijk betragten de saeken sleepende te houden en daar door hun bijsondere belangen te bevorderen. ondertusschen word de toestand daar door van dag tot dan erger te meer wij met onse geringe magt van Europeesen waar op het genoegsaam geheel aankomt niet meer officier kunnen ageeren te minder onder deselve nog meer dan twee honderd sieken sijn in weerwil van alle mogelijke poogingen om het volk gesond te houden onder het welk als een noodsake„ lijk articul gereekend word de verstrecking van wat rumer arak aande bepaalde drie kan perk op voor de geenen die sig in het leger bevinden en dus voor het guure en konde wee„ der bloot staan waar van het swaarste eerst begint aante komen het geen mij ook noodsaakt uw hoog Edelheedens oot„ moedig te versoeken dat ons boven de bij den Eijsch gepeti„ tioneerde dertig nog vijf en twintig a dertig leggers mogen toegesonden worden en konde hier nog worden bij gevoegd eenige Van Macasserden Nagesien eenige vaten met goede versche goat en pruimen voor het hospitaal het selve soude meede seer dienstelijk weeten Ik hoop en werkh dat wij eerlange door uw hoog Edel„ heedens wijse maatregulen eenig ontset sullen bekomen door voor al dat het d' aanbiddelijke voorsienigheid selve genadig sal mogen behaegen ons een spoedige en geluckige uit komst te geeven neem ik devrijheijd mij met. de diepste Eerbied en alle verschuldigde veneratie tenoemen /onderstond/ hoog Edele groot achtbare gestrengen wijd gebiedende heere en wel Edele gestrengeheeren /lager / uw hoog Edelheedens onderdanige gehoorsame en getrouwe dienaar /was geteekend/ P: G: vander voort /in margine:/ macasser in 't Casteel rotterdam den 8: November 1777 Gf LeBeken A. Macassaars Secreet Dagregister zedert den 6. 7ber. tot den 21. 8ber. 1777. Ontvangen nevens de brief van den 21. october E. A. B: : 49 Van Macasser Den Secreete Dagregister Des nademiddags na het leeger gereeden sijnde om van den Madan Zaturdag den 6. sep 177 „rang te verneemen wat den boniers intentie als nu was omtrend het attacqueeren van den vijand liet hij sig excuseeren om bij mij tekomen dog teffens weeten dat hij mij antwoord senden soude voorts gaf ik ordre om een parthij van onse Jnlandsche troupen ten geval van 240 a 150 man onder een der hoofden poelem bankeemy en glissong te senden ten eijnde eenige aldaar saemen rottende vij„ anden te verjaegen zondag den 7„ viel niets voor 1 Maandag „ 8 „ kwamer na kort voor af verdogt acces bij mij vier rijksgrooten Dingsdag „ 9„ van de geweesene koninginne van Tello craeng Carawriesie met nae„ „men craeng bene glannang pabitjana an drong oeroe pama„ nakan en daeng Mamagoen uit haar naam bekend maekende dat de Mahometaanse vatten over 24: daagen een aanvank soude „neemen; waar voor ik haar hebbe doen bedanken: Des morgens vroeg weeder na het leger gereeden met intentie woensdag „ 10 om des madanrangs voorneemen nader afte vragen so liet hij weeten aanstonds te sullen bij mij komen weesende het toenhalf agt agt uuren dog tot over tien uuren te vergeefs op hem gewagt heb„ „bende keerde ik na huis hem doende versoeken om het antwoord aan den vendrig burghoff te senden die mij des avonds ten half negen uuren door den boekhouder deefhout uit naam van voormelde rijks groot liet bekend maeken dat de boniejs voorneemen waeren de negorij sonkolo en eenige andere aan de suid oostkant van goa gelegen tegens morgen te gaan attacqueeren. Donderdag den 11. Des nademiddags omtrend vijf uren van den vendrig burghof int het leger van goa sodanige brief ontfangen hebbende als onder de bij lagen is te vinden stelde ik aanstonds so veel mogelijk ordre tot ver„ sterking van onse Europeesche magt aldaar tegens morgen ochtend, ten eijnde bij gunstige occasie ook van onse sijde teegen den vijand 't ageeren dog des nagts ten half een uuren nader tijding enlangd hebbende dat de boniens van sentiment verandert en dus niet van intentie waa„ „ren te vegten gaf ik weeder latt om het reets gecommandeerde volk ho seevaert als militie maar te laeten hier blijven nogthans begab ik mij vrijdag „ 12 des morgens te ses uuren na goa alwaar ik vernam dat de beniers op gisteren met een goed succes tegen den vijand slaagts geweest waaren en hij na gissing wel 150 so dooden als gequetsten bekomen hadde. waar op ik den geweesen pongauwa en arou pantjana bij mij liet van Macassen den versoeken
English
39 From Makassar the requesting them, proposing to make an attack from our side this day likewise against the enemy's benting at Mangassa, to which the first-mentioned declared to be ready, but the other showed no inclination at all, yet finally allowed himself to be persuaded, marching subsequently around ten o'clock alongside the Malays and the chief interpreter with his subordinate peoples, with which latter actually engaging in skirmishing with the enemy, but Arou Pantjana with his, having scarcely reached halfway, turned back, proceeding towards the east of Thaing under pretext of wanting to attack the enemy from the south side, of which I seeing nothing come, for that reason sent someone to him, but with this result that he let me know he could not cross the river on that side because the enemy lay posted across in a benting. I therefore had him requested to turn back again as he did, subsequently admonishing him anew to assist the chief interpreter, but all without fruit since he did not even shrink from having given me an indiscreet answer, but when I subsequently sent orders to the chief interpreter to withdraw if he could no longer hold out, he said he had already sent to inquire how matters stood, which gave me hope that he would still march thither, but instead of that the chief interpreter From Makassar the chief interpreter unexpectedly came back, testifying that Lieutenant Sadulla, who commanded the Malays due to the indisposition of the Captain, had positively recalled him in my name, whereas he had otherwise intended to keep the enemy engaged as long as possible, having obtained more advantage than disadvantage over the same and having received only two wounded on his side; which message Sadulla in turn claimed that the son of Arou Pantjana had brought to him to bring to the chief interpreter. Saturday the 10th to nothing of particular note occurred. Friday the 19th. Saturday the 20th appeared, after access had been requested beforehand, before me the Bone pongauwa Datou Baringang with no other purpose than to ask to borrow money, which I declined, under the pretext that the Company itself was not sufficiently provided, although upon his declaration that he would be satisfied if the boom lessee would satisfy the usual contingent of the king for one year in advance, I gave this order to furnish it if possible, even if it were only provisionally for half a year, who declared he would do his best to that end, with reciprocal urgency that he, pongauwa, might urge the multitude of Bone people who still owed him lease money, but postponed the payment under all kinds of pretenses, to do so. Further 53 From Makassar the further I entertained that grandee of the realm about the Todolimas or chiefs of the subjects in the province of Maros, in order to dispose him to bring the same to the Company to request pardon, but he appealed to the Madamrang, saying he could not do such without his prior knowledge, yet with a promise to confer with the same about it. Sunday the 21st I had the former pongauwa and Tanete prince Arou Pantjana /alias Poeanna J. Asia/ invited to my presence for tomorrow before noon, which the first-mentioned promised to do, but the other had departed for the army. Monday the 22nd, the former pongauwa having appeared before me, I entertained him at length about the present state of affairs with respect to the enemies, and in particular the altogether incomprehensible conduct of the Bone people, pointing out that in my opinion there was no other way than, if possible, to attack the enemy without them, and thus solely by the Company's force and that of its auxiliary troops, with the request that for that reason he would not only assemble his subordinates together and keep them in the army, but also sound out the Datou of Sedeenring whether he might be inclined to assist us if I should undertake something most unexpectedly. Which From Makassar the which first being promised by him, he promised the latter, with the added declaration that he would try to dispose the Adatouang to likewise pay me a visit in person. Tuesday the 23rd early in the morning I proceeded to the army before Goa to establish some order, where subsequently appeared before me the Tanete prince Arou Pantjana, to whom I made a similar proposal as yesterday to the former pongauwa, which he declared to embrace, with the promise to fulfill it. Subsequently having returned home, it was reported to me by the Company's confidant Daeng Mandjarethie, who declared to have this from Daeng Mangappa /a son of Daeng Padvenie/: That the king's secretary had arrived from the interior with a verbal message to the Madanrang and Datou Baringang, containing an expression of the highest displeasure regarding the failure to assist the Company against the enemies, and that they had not even made a move toward that in three attacks made by us, and that if they wished to act in such manner, it would be better if they simply came to depose him from the throne, since the Company and Bone could not be separated from each other. — Further
Dutch transcription
39 van Macasser den versoeken hun voorstellende om van onse kant deesen dag insgelijksein attacque tegen des vijands benting op mangassa te doen waar toe den eerstgemelde betuigde bereia te weesen dog den anderen in 't geheel geen genegentheyd toonde dog sig eijndelijk liet overhaelen treckende vervol„ gens nevens de maleijers en den oppertolk met sijne onderhoorige volkeren omtrend ten tien uuren uit welken laatste ook werkelyjk met devijand aan het schermitselen geraakte dog aroupantsana met de syne nog naeuwelijks halven wegen gekomen keerden te rug begeevende sig na „„oost Thaing onder pretext van den vijand van de sud, kant te willen aan„ tasten waar van ik niets siende komen uit dien hoofde iemand bij hem sond dog met dit gevolg dat hij mij weeten liet aan die kant niet over de revier te kunnen vermits den vijand aan d'oversijde in een benting geposteerd lag ik liet hem dierhalven versoeken om weer terug te keeren gelijk hij deed hem vervolgens op nieuw aanmaanende den oppertolk t assisteeren dog alles sonder vrugt dewijl hijsig selfs niet ontsagt mij in discreet antwoord te hebben geeven dog wanneer ik ver„ volij aan den oppertolk ondre sond om wanneer hij het niet meer hou„ den konde terug te trecken seijde hij ook reets gesonden tehebben om te verneemen hoe het gesteld was het geen mij hoope gap„s dat hij als nog derwaarts marcheeren soude maar in steede van dien kwam d' oppertolk Van Macasser den oppertolk onverwagts te rug betuigende dat den lieutenant Sadulla die mits in dispositie van den Capitain de maleijers commandeerde hem uit mijn naam positief terug hadde geroepen daar hij anders voorneemens was ge„ weest aen vijand bo lang mogelijk gaande te houden, als meer voor dan nadeel op den selven behaald en aan sijn kant nog maar twee gequetten bekomen hebbende welke boodschap sadulla weeder voorwende, dat de soon van arou pantjana, hem hadde gebragt om z: aan den oppertolk tebrengen Zaturdag den 10: tot is niets van bijsondere aanmerking voorgevallen. vrijdag „ 19. Zaturdag „ 20 verscheen na voor af versogtaces, bij mij den bonijs pongauwa Datou baringang met geen andere oogmerk dan om geld ter leen te vragen dat ik ontlegt hebbe, onder voorwendsel dat de comp: selve niet genoeg voorsien was schoon ik op sijne te kennen gave van sig te sullen te vreede houden wanneer den booms pagter het gewoone centingent van den koning voor een Jaar in avans kwam te voldoen deese last gaf om het des mogelijk alwaar het maar bij provisie voor een half Jaar te pourneeren die daar toe betuigde sijn best te sullen doen met reciprocque instanti dat hij pon„ gauwa de meenigte boniens en hem nog pagt penningen schuldig waeren dog de betaeling onder allerleij voorgevens uitstelde daar toe aan te setten mogte voorts 53 Van Macasser den voorts onderhelt ik dien rijks groot over de Todolimas of hoofden den onderdaanen in de provintie maros ten eijnde hem te disponeeren deselve bij de comp: te brengen, om par don te versoeken dog hij beriep sig op de Madamrang seggende sulx buiten sijn voorkennisse niet te kunnen doen met toesegging nogthans om denselven daar over te sullen onderhouden liet ik den geweesen pongauwa en Tanets prins arou pantjana Calias/ Zondag den 21: Poeanna J. Asia tegen morgen voor de middag bij mij invriteeren het geen den eerstgemelde ded toeseggen dog den anderen was na het leger vertrocken. De geweek pongauwa bij mij verscheenen synde onderhield ik hem Maandag „ 22. in 't breede over de tegenwoordige gesteldheijd der sacken met betwec„ king tot de vijanden en insenderheijd het allesints onbegrijpelijk gedrag der boniers onder te kennen gave, dat er mijnes bedrukens niet anders op was aan des mogelijk buiten haar en dus alleen door sComp: magt en die van haare hulp troupen den vijand 't attacqueren met versoek dat hij uit dien hoofde niet alleen sijne onderhoorige bij den ander en versamelen en in 't leger wilde houden maar ook den datou van sedeenring ondertatten of hij wel geneegen soude weesen ons t assitteeren wanneer ik op het onverwagtste its mogte willen onderneemen. welk Dan Macasser den welk eerste door hem toegesegt sijnde belofde hij het laatte met bij gevoegde te kennen gave dat hij den adatouang soude tragten te disponeeren om mij isgelijks selfs een viste te geeven. Dingsdag den 23 Des morgens vroeg begaf ik mij naar het leger voor goa om eenige ordre te stellen alwaer vervolgens bij mij verscheen den Tanets prins arou pantja„ „na aan den welken ik een gelijke voorslag deed als op gisteren aanden ge„ „weesen pongauwa die hij betuigde 't amplecteeren met belafte vanz te sullen nakomen. vervolgens weeder 'thus gekomen sijn de wierd mij door s Comp: Condeling Daeng Mandjarethie die sulks betigde te hebben van daeng Mangappa /een soon van daeng Padvenie / gerapporteerd. Dat skonings secretaris uit de binnen landen was gekomen met een mondelinge boodschap aan den madanrang en datou ba„ „ringang houdende een betuiging van toorsten mitnoegen over het nie assisteeren van de Compagni tegen de vijanden en dat sij selfs in arie door ons gedaene attacques daar toe miet een bewvee„ „ging had aen gemaakt en dat sij in diervoegen willende handelen het beeter waare dat sij hem maar vanden troon kwamen te ver„ stooten vermits de Comp: en bonij niet vanden anderen konde gescheijden worden. — voorts
English
From Macassar the furthermore that the Arou Tanette Mattoua with some more people were about to come here and another party would depart for the mountains behind the Gowa borders to cut off the pass of the Macassars to prevent them from moving to the south. In the evening at half past eight, the former Pongauwa Lacasie and Datou Sedeenring came to me in all secrecy, with whom I conversed at length about the means to deal the enemy a sensible blow or indeed to capture Gowa, asking them and particularly the latter whether he would be inclined, even if the Boniers gave no prior order for it, to assist us whenever and as quickly as I should request it, since in that case, and being able to firmly rely upon it, I had formed a project to /:under God's blessing/ achieve victory over our enemies, provided everything remained secret until the moment it was to be executed. To which he replied that he was indeed well inclined to do so, but that being unable to do anything without the prior knowledge of the Boniers, this placed him in an awkward position, the more so as he easily understood that the outcome of the enterprise depended on secrecy; that he therefore wished I could arrange it in such a way that no displeasure would be given to the Boniers, in that case promising that he would do everything possible to demonstrate his loyalty to the Company. I thereupon expressed my satisfaction to him and said that I would let my thoughts dwell upon this legitimate difficulty and try to clear it out of the way without it turning to his disadvantage. After which they took their leave, it having already become ten o'clock. Wednesday the 24th. Towards evening the Adatouang of Sedeenring came to me again, accompanied only by a single servant whom he left behind, making known how, being ordered by the Boniers now to one thing and then again to another, and yet repeatedly being called off again, he well noticed that they were not in real earnest to attack the enemies; that having let his thoughts dwell upon what was discussed with him yesterday, he would, if I should approve of it, try at the first opportunity to spy upon the enemy's condition by night in order to give me a report thereof; which I requested him to do under the promise that, if he did so, and when I gave him notice that the enterprise I was contemplating was about to be executed, he would then vigorously assist our men, I From Macassar the would not leave the same unrewarded. After which he recounted to me how on the day of the second attack against Gowa, being ordered by the Boniers to march along, he had intended to join up with the Europeans, having already been on the march for that purpose, but that Datou Buringang had directly forbidden him to do so, having had him called back, asking what on earth he wanted to do and whether the war was for his father's or mother's sake that he was so zealous; that subsequently during the third attack, instead of obtaining permission conform to his request to help the Europeans in overpowering the enemy's benting on Tingi Maij, he had been ordered to attack their benting behind Tingi Maij, but that they had likewise had him called back at the point where he had virtually made himself master of it, having on that occasion let him know that the Europeans had already retreated and he therefore must not stay any longer either. From Thursday the 25th until Saturday 27th nothing of special note occurred. The junior surgeon De Graaf, having been invited by the Adatouang of Sedeenring to bring a message to me, reported upon his return how that prince had testified to having spied on the condition of the enemies in Gowa, but particularly on Tingi Maij, and found From Macassar the that at night they are not only very careless, but also keep few people in the bentings, and that he gave me notice thereof. Furthermore, the King of Gowa had access to me requested for tomorrow before noon, which I granted. Sunday 28th. Monday the 29th. The King of Gowa having appeared around ten o'clock, he stated that he had solely come because he had heard that I found myself indisposed and had an ailment in the right eye, after which condition he inquired and which I made known to him. After which we spoke with one another about some matters, mainly relating to the present state of affairs, though not of particular importance to be recorded in this. After staying a long hour, he took his leave. After this I had the export of rice and provisions with vessels to the south from our kampongs here prohibited, in view of the reports that everything is being transported to the enemies through the rivers of Gowa and Guassie. Tuesday 30th nothing occurred. Wednesday 1 October. Having ridden early in the morning to the army before Gowa, I was informed there that the Boniers had sent out some of their troops under the Adatouang of Sedeenring, Datou Soupa, and Arou Ngatacka, who had also been joined by Arou Pantjana, to the Macassars
Dutch transcription
5 Van Maccasser den voorts den arou Tanette mattoua met nog eenige volkenen her„ waarts stonden te komen en een andere parthij na het gebergte souden vertrecken agter de goate limiten om de macassaaren den pas iete huijden van sig nade suid te begeeven Des avonds ten half negen uuren kwamen in alle stilte bij mij aen geweesen pongauwa Lacasie en daton sedeenring, met dewelke ik lange hebbe geredeneerd over de middelen om den vijand een gevoe„ lige neep toe te brengen of wel om goa in te neemen hun en insonder„ heijd den laatstgemelde afvragende of hij geneegen soude weesen om ofr schoon de bomiers daar toe voor af geen ordre gaven ons t assiteeren wanneer en to spoedig als ik daarom liet versoeken dewijl ik in dien gevalle en daar op vastelijk kunnende staat makken een project hadde geformeerd om /:onder godes tegen/ d'overwinning op onse vijanden te behaelen, mits alles geheijm bleef, tot op het oogen„ blik dat het stond uitgevoerd te worden. op het welk hij diende daar toe wel geneegen te weesen dog dat hij niets buiten voorkennisse van de beriers kunnende doar sulks hem verleegen maakte, te meer hij ligt begreep dat den uitslag der onder„ neeming van het geheijm afhing dat hij dierhalven wenschte, dat ik het so konde schicken dat de bomens geen ongenoegen wierd ge„ geeven geeven, in dien gevalle beloovende dat hij alles wat mogelijk was soude aven om syn trouwe voor de Comp: te betoonen. Jk gaf hem daar op mijn genoegen te kennen en dat ik over de wet„ tige swaerigheijd mijne gedagten laeten gaan en tragten soude om se uit den weg te ruimen sonder dat het hem tot nadeel konde gedijen. waar na zij hun afscheijd versogten reets tien uuren gewonden sijnde woonsdag den 24 Tegen den avond kwam den adatouang van sedeenring weeder hij mij niet dan van een enkelde bediende verseld die hij liet blijven, te kennen geevende hoe hij door de boniers aan tot het eene dan weeder tot het andere gelast, en eyter telkens weeder afgesegt wordende hij wel bemerkte dat het hun geen regte ernst was de vijanden aan telatten dat hij over het met hem op gisteren verhandelde sijn gedagten heb„ „bende laeten gaen als ik sulks mogte goedvinden bij d' eerste occasie tragten soude aen vijanden toestand bij der nagt te bespioneeren, ten eijnde mij daar van berigt te geeven het geen ik hem versogt onder belofte dat hij sulks doende en wanneer ik hem liet kennisse geeven dat d' ondernaeming waar op ik bedagt was stond ten uit voer te worden gebragt hij d'onsen als dan kragt daedig adsitteeren wilde ik Van Macasser den het S7 Van Macasser den Zaturdag „ 27„ het selve niet onbeloond soude laeten waar na hij mij verhaalde hoe hij ten dage van de tweede attacque tegen goa door de boniers gelast ommeede op te trecken van intentie was geweest om sig met de Europeesen te copingeeren ten dien eijnde reet isk aantogt geweest sijnde dog dat datou buringang hem sulks direct verboden hadde hem hebbende doen te rug roepen onder afvrage wat hij tog doen wilde en of den oorlog om sijn vaders op moeders wille was dat hij to ieverde Dat hij vervolgens bij de derde attacque in steede van Conform sijn versoek permissie 't erlangen om de Europeesen in het overrompelen van der vijanden benting op Tingi maij te helpen was gecommandeerd om hunne kenting agter Tingi maij aan te latten dog men hem insgelijksterug hadde doen roepen op het punt dat hij sig daar van genoegsaam meester hadde gemaakt hebbende men hem doenmaals laeten weeten dat d' Europeesen reets afgetrocken waaren en hij dus ook niet langer blijven moeste is niets van bij sondere aanmerking voorgevallen D'ondertoek de graaf door adatouang van sedeemring genodigt zondag „ 28. om een boodschapt aan mij te brengen rapporteerde voor sijn weeder„ vaeren hoe dien prins betuigd hadde, der vijanden gesteldheijd in goa dog insonderheiyd op Singimaij bespioneerd en bevonden te hebben Donderdag den 25 tot dat Van Macasser Den dat sij snagts niets alleen seer songeloos sijn maar en ook weijnig volk in de bentings huishoud en dat hij mij daar van liet kennisse gewven. voorts liet de koning van goa acces bij mij vragen tegen morgen voor de middag het welk geaccordeerd hebbe Maandag den 29 de koning van goa tegen tien uren verscheenen sijnde gab hij te komnen eerlijk gekomen te weesen om dat vernomen hadde dat ik mij ompesse„ lijk bevond en een ongemaakt aan het regter ook hadde na welken gesteldheijd hij vroegen die ik hem bekend maakte waar na bij met den anderen over eenigesaeken spraken wel voor„ namentlijk betreckelijk tot detegenwoordige toestand van saeken, dog niet van bij sonder belang om in deesen aangeteekend te worden. Na een groot uur vertoevens nam en sijn afscheijd hier na hebbe ik den uitvoer van rijst in leev ens middelen met vaar„ tuigen nade zind uit onse Campons alhier doen verbieden mits deberigten dat alles door derevieren van goa en guassie nade vijanden word vervoerd woensdag „ 1: october Des morgens vrcg na het leger voor goa gereeden sijnde, wierd mij aldaar berigt dat de boniers eenige van hunne troupen onder den adatouang van sedeening Datou soupa en arou Ngatacka waar bij sig ook arou pant Jana gevoegd hadde uit gesonden hadden omde Dingsdag „ 30 viel niets voor Mauassaaate
English
From Makassar the to attack the Makassarese village of Bonto Lebang. However, at two o'clock they were seen returning, having accomplished nothing other than that Datu Soupa had seized a son of Craeng Landsili named Tjeetje, whom I immediately demanded from the Madanrang, whereupon he sent him to me solely to be shown to the Soelewattang and Glaurang of Bontoala who brought him, indicating that the Madanrang would consult with the other grandees concerning my request and would let me know the decision, while he subsequently had me informed that the prisoner was as much an enemy of Boni as of the Company, adding that Arou Pantjana had seized a child of the prisoner. Which prince also came to me shortly thereafter, bringing the same, a little boy about five years of age, to the surrender of which he did not seem inclined, at least indicating that he would keep him with him. I further inquired of him the reason why nothing had been accomplished again, which he answered by saying that the people of the village had declared that they were not enemies but subjects of the Company and Boni, the chief having to that end first sent out his son, while he subsequently had also come himself, having also given him along as further proof of their sincerity to show him to me, which I let pass unnoticed, remarking how surprising it was that the Bonians had accused the aforementioned people of having provided the enemy with provisions, and they had now allowed themselves to be persuaded so quickly of their innocence. Thursday the 2nd in the afternoon there was brought to me by the Glaurang of Bontoala the son of the Makassarese prince Craeng Candsilo, mentioned yesterday, named Tjeetje, with an accompanying message that the Madanrang and the grandees of the realm sent him as an enemy of the Company and Boni, to the end that I, together with the king my brother, might deal with him as pleased; whereupon I merely replied that it was well, while I subsequently had him secured in the jail. Furthermore, I ordered the chief interpreter to likewise demand his little son from Arou Pantgana in polite terms, or rather to request him to hand over that child as well. The 3rd, Friday, in the forenoon, after having previously requested an audience, there came to me the aforementioned Bonian Pongauwa Lacasie, requesting my help in recovering a stolen Bonian from the family of the deceased king, concerning which I promised him that I would do my best, and accordingly I immediately gave the necessary orders to the interpreters. Whereupon From Makassar the Whereupon, I entering into discourse with him concerning the matters of the war, he related to me among other things that the Bonian grandees of the realm present here were said to have informed the king in the interior that his presence here was not needed, and that His Highness, having consulted about this with the Tomilalang who was there, the latter had thereupon advised that in his judgment it would then be necessary that he, Tomilalang, or someone else be sent hither to command the Bonians, since the Madanrang did not do so properly, remaining entirely inactive; which the prince had again answered by saying that he would first send someone to inquire into the state of affairs. After this, the Tanete prince Arou Pantjana also appeared before me, who seemed to have nothing else to say than that, while assuring his loyalty to the Company, he requested me not to lend an ear to evil rumors regarding him; whereto I only gave as answer that, holding myself convinced of his good disposition, he need not be apprehensive of that, since it was not my custom to occupy myself with slanderers. The Arou Tanette Mattoua having arrived yesterday from the interior with a retinue of about two thousand Bonians, and having come to me this afternoon in accordance with the granted audience, he From Makassar the indicated that he had been sent by the king to inquire, both of me and of the Madanrang and other grandees of the realm present here, into the state of affairs regarding the war, and especially into the reasons why it was taking so long that nothing was being done, to which I replied: that as for the state of affairs, things were indeed becoming more precarious from day to day, and I was reasonably apprehensive of bad consequences; and that the reason why nothing was accomplished had to be attributed solely to the lack of good order among the Bonian army commanders, as they did not seem able to agree with one another, as I had already communicated in writing to the prince, while not only the inferior, as it were, laid down the law to the superior, but all admonitions on my part were fruitless to attack the enemy jointly, relating to him various occurrences that had already happened, adding further how it was of the highest necessity that this be provided for with the utmost speed and that someone therefore be appointed to the supreme command, who, just as in the time of the war against Craeng Bontolankas, should consult only with me, and carry out the decisions without opposition from
Dutch transcription
55 Van Macassaarden macassaarse negorij bonto lebang aantelatten. Dog ten twee uren sag men haar weeder te rugkeeren niet uitgewoerd hebbende dan dat dat ou soupa een soon hadde opgevat van craeng landsele met naeme Tjeetje die ik ten easten bij den madamrang heb„ „bende doen opeijsschen so sond hij mij den selven enkel ter vertooning de soelewattang en glaurang van bontoeala die hem bragten te kennen geevende dat de madanrang over mijne begeert, met de overige grooten beraadslaagen en mij bescheijd laeten weeten soude terwijl hij mij vervolgens liet seggen dat de gevange soo wel een vijand van bomi was als vande Compagnie met bij voeging dat arou pant Jana een kind van den gevangen hadde opgevat. welken prins ook kort daar aan bij mij kwam het selve meede brengende een Jengetje van circa vijf Jaeren tot overgave vanhet welke hij meede opgeneegen scheen ten minste te kennen geevende: dat hij het bij sig soude houden. Jk informeerde mij wyjders bij hem nade reeden dat er weeder niets was uit gevoerd het geen hij b' antwoorde met te seggen dat de negorij volkeren verklaard hadd en geen vijanden maar onderdaenen vande Comp: en bonij te sijn hebbende het hooft ten dien eijnde eerst sijn soor„ buiten gesonden terwijl hij vervolgens ook selfs gekomen was denselven tot Van Macasser den vrijdag tot naden bewijs van hunne opregtheijd meede gegeeven hebbende om hem aan mij vertoonen dat ik ongemerkt liet passeeren onder tekennen gave hoe het verwonderde dat de boniens de opgemelde volkeren ten laste gelegt hadden den vijand van leeftogt voorsien te hebben en sij nu to schielijk ong sig van hun„ schuld hadden laeten overreeden. Donderdag den 2: des nademiddags wierd mij door den glarrang van bontuala gebragt de opgisteren voormelde toen van den matcassaars prins craeeng Candsi„ lo in naame Tfeetse met een bij gevoegde boodschap dat den madanrang en rijks grooten den selven als een vijand van de comp: en bonij sonden ten eijnde ik neevens de koning mijnen broeder met hem na believen handelen mogte waar op ik enkel hebbe gediend dat het wel was terwijl ik den„ selven vervolgens in de tronk deed verseekeren. voorts gaf ik den oppertolk last om desselfs soontje almeede van arou pant„ gana in beleefde termen afte vorderen of wel hem te versoeken aatkind meede over te geeven. „ 3 kwam des voordemiddags na voor afversogt dicet bij mij den gemelde bonijs pongauwa Lacasie mijne hulpe versoekende tot het weederkrijgen van een gestolen bonier van de famille vande overleeden koning waar ter ik hem beloofde mijn best te sullen doen invoegen ik ten eersten ook aan de tolken de noodige last gap. waar 64 Van Macasserden waar op ik met hem in aisCouns geraak overde kaeken van den oorlog so verhaalde hij mij onder anderen dat de hier sijnde bouijde rijksgrooten aanden koning inde binnenlanden souden hebben doen weeten dat sijne praesentie alhier met nodeigj waare en dat sijn hoogheijd daar over met de ginten sijnde Tomilalang geraadpleegd hebbende deese daar op gediend hadde dat het sijnes oordeels dan woaig soude weesen dat hi Tomilalang ofr eimnand anders wierd herwaarts gesonden om de beniens te Comman„ deeren vermits de madanrang sulx niet deed na behooren als geheel in actip blijvende 't geen den vorst weeder hadde b'antwoord met te seggen dat hij eerst iemand senden sende om na degesteldheijd van saeken te verneemen hier na verscheen nog bij mij den Tanets prins arou pantjana die miets anders scheen te seggen te hebben, dan dat hij wij onder verseekering van sijne trouw voor de Comp: versogt het oor niet te leenen aan kwaade gerugten ten sijnen opsigte waar op ik eenlijk ten antwoord gaf dat ik mij van sijn goede gesindheijd overtuigd houdende hij daar voor met behoefde bedugt te weesen wijl het mijne gewoonte niet was mij met quaadspreekers op te houden. Den arou Tanette mattoua gitteren, met een gevolg van circa twee duisend bomierd uit de binnen landen g'arriveerd en confoom het g'accordeerde acces deesen nade middag bij mij gekomen weesende gaf Van Macasser den gaf hij tekennen dioon dekoning gesonden te sijn om so wel bij mij als den madaurang en verdere hier sijn de uijksgrooten te verneeen nade getelaheyjd van saeken betreffende den oorlog en in sonderheijd nade redenen waar om het so lange bleef auu ren dat er niets gedaan wierd daar ik op repliceerde dat de gesteldheijd der sacken betrof- het daar meede inderdaad van dag tot dog engerwierd en ik billijk voor quaeden gevolge„ bedugt was en dat de oorsaeke waarom waets wiend uitgewoerd alleen aangebrekt van goede ondre onder de bonijse leger hoofden moest worden toegeschreeven also die met elkanderen met scheenen te kunnen over een tekomen so als ik reets schriftelijk aanden vorst hadde bedeeld terwijl niet alleen de mindere de meerdere als het waare de wet voorschreep maar alle aannanningen aan mijn kanrt vrugtelos waeren om gesam enderhand den vijand 't attacqueeren hem diverse voorvallen verhaalende die rees ge„ beurd sijn onder verdere bij voeging hoe het ten hoogsten nood sackelijk was dat daar in ten allen spoedigsten voorsien en er dierhalven iemand benoamd wierd tot het opperbevel om even als ten tijde vanden Oorlog tegen Craeng Bontolankas allien met mij te raadpleegen en het beslotene sonder teegenkanting van
English
23 From Macasser the opposition, to carry it out against anyone and that this required the utmost haste, requesting him on that account to communicate all of this on my behalf to the prince without delay, either orally or by means of a letter or emissaries, whereupon he indicated that he would first speak with the madaurang and subsequently return to me. Shortly thereafter, aroupantjana sent me the child mentioned yesterday, the son of craeng Candjilo, for which I had him thanked. In the evening at half past eight, the datou of sedeenring appeared before me, having been granted access, with whom, having entered into discourse concerning the state of affairs with respect to the enemies and in particular the incomprehensible conduct of the Bonians, he asked when I intended to undertake something against the enemies, declaring that he would assist me to the best of his ability, and after I had given him to understand that I could not yet determine this, he subsequently asked whether he might be permitted to attempt something himself to the detriment of the enemy upon my consent thereto, subsequently declaring that he intended then to act in concert with arou pantsana and datoua soepa, with whom he would therefore first speak and bring me further word. From Macasser the To which I served reply that both would be most agreeable to me and that, for a better execution of the project, I would also add some of our troops to theirs, noting however that no one should know of this, but that everything should be handled with the utmost secrecy, to which he, assenting, promised that he would observe this. Saturday the 4th. In the afternoon, after having requested prior access, there appeared before me the datou of soping on behalf of the Bonian Madanrang, requesting to know whether I did not approve of the adatouang of sedeenring being ordered by him to erect a benting behind the one already made by him, in order to garrison the same with his subordinates, to the end of then having the Sopingers move into the first-mentioned; to which I replied that I had long since not only consented to the proposal to erect bentings in order to enclose the enemy better, but had even urged it several times, and having therefore nothing against this project, I wished to await its speedy execution. The former pongauwa subsequently having asked me that the ondertoek de quaap might visit him, for which I gave orders, he let me know through the same that the arou Tanette mattoua, who arrived from the interior the day before yesterday, 65 From Macasser the Sunday the 5th had not so much received orders to inquire how matters stood with the enemy, but rather to inform both the Bonians present here and the Company that the rebel was indeed the former king who had fled from Ceylon, and on that account to order the first-mentioned to break camp from before Goa; but that the madanrang had persuaded him to make no mention to me of both of the latter two points, but merely to pretend the first. Furthermore, that arou palacca had already written five letters to the king to assure him that samkelang was his grandson, while the gallarrang of bontuala, who had seen him, was convinced of the contrary and was said to have expressed that he would keep himself entirely out of it. Nothing of particular note occurred. Monday the 6th. The king of Goa inquired after my health and at the same time made it known that he had learned that Craeng bonto bonto panno, father-in-law of the Bonian pongauwa datou baringang, had departed from Goa because of a dispute with arou mampoe, and that he wished that he might come to him; in reply to which I let his highness know that he should do his best to that end and to From Macasser the encourage the same to submit. Furthermore, in the afternoon, after having requested prior access, I received the former Bonian pongauwa lacasie, who related among other things: that the arou Tanette Mattoua had asked him through an emissary what was the reason that the war or properly the siege of Goa had already lasted so long, and that he had replied thereto that this was principally to be attributed to datou baringang, since the same followed his own inclination in all respects and did not seem to intend to attack the enemies. He also added that he was reliably informed that the same had again supplied the enemies anew with powder and lead. Tuesday the 7th. In the forenoon, arou Tanette mattoua appeared before me again to announce that he intended to return to the interior tomorrow; to which I replied that I would send along a soek and emissary with a letter for the king, with the request to urge the prince to fulfill its contents, adding that otherwise, if the inactivity of the Bonian grandees present here continued, I would have to devise means solely to secure the Company's safety, without concerning myself further with what pertains to the Bonians, however matters might then turn out.
Dutch transcription
23 Van Macasser den tegenkanting, van eeinand ten uitvoer te stellen mitsgaders dat dit d' uitterste spoed vereijschte hem uit dien hoofde versoekende om dat alles sonder uitstel mijnentwegen aan den vorst te Com„ municeeren hiet sij mondeling dan wel door een brief ovsen„ delingen waar op hij te kennen gaf met den madaurang eerst te sullen spreken om vervolgens weeder bij mij tekomen„ kort daar aansond aroupantjana mij het kind van gisteren ver„ melde zoon van cram Candjilo waar voor ik hem hebbe doen bedanken Des avonds tenhalf negen uur en liet sig volgens verleend acies bij mij vinden den datou van sedeenring met den welken ik in discours ge„ raaks sijnde over den toestand van saeken met betrecking tot de vijanden en insonderheijd het onbegrijpelijk gedrag der boniers to vroeg hij wanneer ik voorneemens was het een of ander tegen der ijan den tonder„ „neemen met betuiging van mij na vermogen bij te sullen staan en na dat ik hem hadde te kennen gegeeven mij als nog niet te kunnen bepaelen versogt hij vervolgens of het hem wel g'oorlooft soude sijn selfsiets tot affreik vanden vijand 't onderstaan op mijne toestem„ „ming daar toe, vervolgens betuigende dat hij voorneemend was als dan met arou pantsana en datoua sorpa deconcert t ageeren met dewelke hij oversulks eerst preeken mij nader bescheyd brengen zoude Van Macasserden soude waar op ik dien de dat mij het een en ander ten uittersten aan„ genaam weesen en ik tot beetenre uitvoering van het project ook wel eenige onser troupen bij dehunnre voegen soude onder aanmerking nogthans dat niemand daar van weeten maar alles met het uitter„ ste geheijm dien de getracteerd te worden, het geen hij toestammende beloofde hij sulks in agt te sullen neemen. Zaturdag den 4. Des nademiddags verscheen, na voor af versogte acces bij wij den datou van soping uit naam van den benijs Madanrang versoe„ „kende te weeten op ik niet goedvond dat den adatouang van bedeenring door hem wierd gelast een benting besinden de door hem rets te selve gemaakte op te werpen, om deselve met sijn onderhoorige te besetten ten eijnde desopingers als dan in de eerstgem: te doen trecken, waar op ik diende dat ik reets voor lange in den voorstel tot opwerping van bentings om den vijand beter in te sluiten niet alleen bewilligt maar en seefs al verscheijden maalen op aangedrongen hadde en ik dierhalven niets tegen dit project hebbende diespoedige uitwvering ver„ wagten wilde Den geweesen pongauwa mij vervolgens hebbende laeten vraegen dat den ondertoek de quaap eens bij hem mogt komen die ik daar toe ordre gaf so liet hij mij door den selven weeten dat den op eergisteren uit binnen landen 65 Van Macasser den zondag den 5 landen gekomen arou Tanette mattoua niet so seer last soude hebben ge„ kreegen om te verneemen hoedanig de saeken met den vijand gestel d waaren maar om so wel de hier sijnde boniers als de comp: te onderrigten dat den rebel in der daad de van Ceijlon gevlugte geweese koning waar en om uit dien hoofde de eerstgemelde te beveelen van voor goa maar op te breeken dog dat demadanrang hem hadde overreed om van beijde de twee laastgemelde perncten tegen mij geen melaing te maeken maar enkel het eerste voor te wenden. voorts aat arou palacca bereets vijf brieven aan den koning ge„ schreeven hadde om hem te verseekeren dat samkelang naar kleen soon was terwijl de glarrang van bontuala die hem gesienen van het leegendeel overtuigd was sig soude uitgelaeten hebben sig als muer buiten te sullen houden Is niets van bijsondere aanmerking gepasseerd. Liet den koning van goa na mijn welstand verneemen en teffens Maandag „ 6 bekend maeken hoe hij vernomen hadde dat Craeng bonto bonto panno schoon vader van den bonijs pongauwa datou baningang uit goa geweeken was ter oorsaake van een geschil met arou mampoe en dat hij wel wenchte dat denselven bij hem komen mogte in antwoord van het welk ik sijn hoogheijd hebbe laeten weeten dat hij daar toe sijn best doen moette en om Van Macasser den en om den selven 't amimneeren sigt onderworpen. — voorts ontfing ik des nademiddags, na voor af versogt acces bij mij den geweesen bonijs pongauwa lacasie die onder anderen verhaalde: dat den arou Tanette Mattoua hem door een sendeling hadde laeten vraegen wat de oorsaak was dat den oorlog ofe eijgentlijk het beleg van go a reets so lange geduurd en hij daar op gediend hadde hoe sulx ten prineipaten aan datou baringang moest worden toe geschreven vermits den selven in allen op sigte sijn eijgen sin volgde en niet voorneemens scheen on de vijanden t attacqueeren. ook voegde hij er bij iit seekere onderrigt te weesen dat denselven de vijanden weeder op nieuw van kruit en lood voorsien hadde. Dingsdag den 7. des voor de middags verscheen weeder bij mij arou Panette mattoua ter behiendmaeking dat hij van intentie was morgen na de binnen lam„ „den te rug te keeren waar op ik diende dat ik een soek en sendeling met een brief voor den koning soude meede geeven met versoek om den vorst tot de nakoming van dies inhoud aan te maanen onder bij voeging dat ik andersints of hij voortduurende in activileit van de hier sijnde bonijte grooten op middelen souden moeten bedaagt sijn om alleen voors Compagnies veijligheijd te borgen sonder mij met het geen de bonierd betreft verder te benoeijen hoedanig desaaken dan ook loopen mogten..
English
From Macasser the Wednesday the 8th: I dispatched the under-interpreter Pietersz and extraordinary emissary Carre Mandcarekie with a letter to the king to the Bonijse inland regions in order to depart under the escort of the Arou Tanette Mattoa with further orders to probe the Beng peoples of Laboetanga, the majority of whose chiefs have betaken themselves to the Boniers here through the instigation of the grandees of the realm, regarding their disposition toward the Company, to the end of being able to take better measures thereafter to make them return under Her Noble obedience; which the aforementioned grandees of the realm seek to prevent, referring me now to the king, according to the report that was brought to me this forenoon by the bookkeeper Deefhout in the name of the Madamrang. Thursday the 9th: Nothing of special importance occurred to be noted herein, other than merely that I granted access to the Datou of Soping for tomorrow before noon. Friday the 10th: The Datoe Soping having appeared before me toward ten o'clock, he gave to know that he had urged the Madanrang to authorize the Adatoianang of Sedeenring to erect a benting behind Seero, but that the same did not come to give any positive answer, with a request that I might urge that grandee of the realm thereto; which I told him From Macasser the told him occurred daily, but that it seemed as if it occurred all the less on that account, just as experience had taught me concerning all proposals, both those made to him on our behalf and those he made to us himself; requesting him therefore to urge the same once more that the aforementioned project should proceed, adding that I had little expectation of it, but held myself assured that the Boniers' intention was not to assist us against the enemies, but that I lived in the hope of not needing their help thereto. Whereupon he served that the Madanrang apparently held that same sentiment, declared to be ashamed over the disposition and conduct of others, and had moreover expressed that it would not go well with the Boniers if such should happen. Saturday the 11th: The Datou Soping let me know that the Madamrang, upon his further urging, had made a promise to permit or indeed to demand of the Adatouang of Sedemring the erection of a benting behind that of Seero, and that he, the Datou, would occupy that of the Adatouang. But having ridden to the army in the afternoon, the chief interpreter reported to me that no preparation was yet being made for it, and the Madamrang had expressed to him that he was waiting for Datou Baningang, who was in Macasser; whereupon I tasked him to betake himself to the same yet this evening and From Macasser the and to remonstrate with him in my name in the most earnest manner concerning his misleading pretexts as well as concerning his in every respect questionable conduct in keeping matters delayed, and to urge him once again that the erection of the said benting be proceeded with, inquiring who might be the cause that nothing more was carried out by the Boniers, nor any proposals made regarding that which in their opinion could be put into effect to the detriment or possibly the defeat of the enemies, for which I had now already waited fruitlessly for so long. Sunday the 12th: Toward noon the bookkeeper Deefhout brought me a report in the name of the chief interpreter how the Madamrang, having been remonstrated with yesterday by the same concerning what was given him in mandatis, that grandee of the realm had pretended that the delay in the erection of a benting behind that at Seero was not his fault, but that such must be attributed to the illness of the Adatouang of Sedeenring, and that for the rest he did not know that any of the Bonijse chiefs were the cause that nothing was accomplished, without having declared himself further; upon which message I again let him know that Datou Sedeenring, far from being sick, was very well and only waiting for authorization for the erection of the benting, and that I therefore now trusted and willed that such should happen. From Macasser the Monday the 13th: Nothing remarkable occurred. Tuesday the 14th: Appeared before me the Tanete prince Poeanna I Asia, alias Arou Pantjana, giving to know that an emissary of the Mandharese princes had been with him to ask his advice whether they should come here, although the Bonijte royal standard named Samparaja had not yet been brought outside, requesting to know regarding that what he should answer them; whereupon I served that he would do well to advise them such, adding that the aforementioned standard would likely already be here upon their arrival. Wednesday the 15th: Nothing occurred other than that the ordinary emissary Dareeng Mandjanckie reported to me to have learned that eight vessels, all laden with rice, had arrived at Sandrabonij from Sumbauwa; Raden Biladjie alongside Datou Boeseeng were said to have arrived to betake themselves to Goa, which the king of Sumbauwa had fruitlessly opposed, with the declaration that if they wanted to go fight, they could stay away from Sumbauwa forever. Thursday the 16th: In the evening there came to me the Tanete prince Arou Pantjana and the Adatouang of Sedeening, whom I requested to betake themselves to the army, since the Madamrang had let me know that the erection of the benting behind that at Sero could be proceeded with; which they undertook to do yet this evening. Friday the 17th: Besides what was communicated to me by the ensign Burghof, the bookkeeper Deefhout came to report to me just before noon that the Bonijs Madamang had let him, Burghof,
Dutch transcription
62 van Macasser den hebbe ik den ondertolk pietersz en extra ordinair sendeling Carre woonsdag den 8: mandcarekie met een brief aan den koning na de bonijte binnen landen gedepecheert om onder het geleijde van den arou Tanette mattoa te vertrecken met verdere ondre om de beng volkeren van laboetanga E weeker meeste hoofden sig bij de boniers alhier begeeven hebben door insligatie van de rijksgrooten te bondeeren nopens hunne gesintheijd tot de Compagnie ten eijnde daar na te beter maat regulen te kunnen neemen, om hun onder haar Edele gehoorsaamheijd te doen weder„ keeren het geen de gemelde uijksgrooten tragten te beletten mij als nu aanden koning overwijsende volgens het berigt dat mij deesen voor„ middag door deen boekhouder Deefhout uit naam van den madamrang wierd gebragt. Donderder 2a den 9:' Is niets van bijsonder belang voor gevalleneen in deesen genoteerd te worden dan eenlijk dat ik aan den datou van soping acces hebbe g'accordeerd tegen morgen voor de middag Datoe koping tegens tien uren bij mij verscheenen weesende gab lijte vrijdag den 10 kennen aen madanrang aangeport te hebben om den adatoianang van sedeenring tot het op werpen van een benting besinden seero te qualificee„ „ren dog dat den selven geen positie aantwoord kwam te geeven met ver„ soek dat ik dien uijksgroot daar toe aansetten mogte hiet geen ik hem seijde Van Macasserden seijde dagelijks te geschieden dog dat het scheen of het daar om te minder geschiede, so als d' ondervinding mij omtrend alle voorslagen so wel die hem onsentweegen gedaan wierden als die hij selfs aan ons deed geleerd hadde hem dierhalven versoekende, om nog eens bij den selven aan te duingen dat het gemelde profect voortgang kwam te neemen, onder bij voeging dat ik er weijnig verwagting van hadde maar mij neets verseekert hield dat den bomiers intentie niet was om ons tegen de vijanden tas„ sisteeren dog dat ik in hoope leefde daar toe hunne hulpe niet te sullen nodig hebben waar op hij diende dat aen madanrang apparenten die selve gevoelen verklaard hadde bephaamt te sijn over het gesoente en gedrag van anderen en sig daar en boven uitgelaten dat het niet wel met de boniens vergaan soude als sulx gebeuren mogte Zaturdag den 11 iet aen aatou loping mij weeten dat den madaurang op sijn nadere aanarang toetegging gedaan hadde om den adatouang van sedem„ ring het opwerpen van een benting agten van seero te accondeeren dan wel te demandeeren en dat hij daton die van den adatouang, soude betrecken. Dog de nad emiddags na het leger gereeden sijn de beregte mij den oppertolk dat daar toe nog gan preeparatie gemaakt wierd en den madamang sig tegens hom ui't gelaten hadde te wagten nadatou baningang die sig op macasser bevond waar op ik ham lattgas tig nog deesen woond bij deneven te vervoegen en 69 Van Macasserden en hem uit mijn naam op d' aller emnstigste wijse over sijne misleijdende voorgeevens so welals over sijn alles ints bedenkelijk gedrag, in het dilaij eerende houden der saeken 't onderhouden en hem als nog aan te maanen dat met de opwerping van gedagte benting wierd voort gevaaren onder af„ vrage wie d' oorsaak mogte sijn dat er niets meer door de boniers wierd uijtgevoerd nog eenige voorslagen gedaan nopens het geene er hunnens bedunkens tot nadeel of des mogelijk overwining der vijanden souden kun„ „nen worden in 't werk gesteld waar na ik nu al bo lange vrugteloos ge„ wagt hadde degen den middag bragt den boekhouder Deefhout mij uit naam van Zondag den 12 den oppertolk napport hoe den madamrang doon den selven op gisteren onder houden sijnde over het hem in mandatis gegeevene dien uijks garot hadde voorgewend dat de vertraging van d' opwerping een er benting, agter die he bij seero sijn schuld niet was maar sulks aan de siekte vanden adatouang van sedeenning moete worden toe geschreeven en dat hij voor het overige niet witte dat eenige van de bonijse hoofden oorsaak waare dater niets wierd uitgerigt sonder sig verder te hebben verklaard op welke boodschap ik hem weeder hebse doen weeten dat datousel eenning wel verre van sack te sijn soseer wel en maar op qualificatie tot opregting vande benting wagtende was en dat ik dierhalven als nu vertaouw en wilde dat sulks geschieden soude Is Van Macasser den Maandag den 13: Isniets van sonderling voorgevallen „ 14: verscheen hij mij den Janels prins poeanna I: Asia / alias, arou pantjana Dingsdag te kennen gaven hoen en een sendeling van de mandhareese vousten bij hem geweest waere om sijn raad te vragen of lij ouden hier komen alshoon ok ebomijte ko„ ninglijke standaant samparaja genaamd nog niet buiten was gebragt daar omtrend versoekende te mogen weeten wat hij hun antwoorden soude waar op ik diende dat hij wel soude aven haar sulk aan te raden met bij voeging dat de ge„ „melde staandamt denkelijk met haar komst al soude hier weesen. woonsdag „ 15 viel niets voor dan dat den ordinaire sendeling dareeng mandjanckie mij berigte vernomen te hebben dat agt vaartuigen alle met uijt geladen van Jumbauwa op sandrabonij g'arriveerden raen biladjie neevens datou boeseeng over aen gekomen souden weesen, om dig na goate begeven daar den koning van Sumbauwen sig vrugtelos tegen gekant hadde met betuiging als ijegten wilden gaan, sij voor altoos van sumbauwa konden wegblijven. — Donderdag „ 16 kwamen des avonds bij mij den sanets prins arou pantjana en den Adatouang van sedeening, aan dewelke ik versogt, om sig nahet legen te begeven vermits den madamrang mij haade laeten weeten dat met de opwerping van debenting agter die op sero konde voortgevaeren worden het gen sij aannamen nog desenavonder den vrijdag „ 17 behalven het mij bedeelde door den vendrig burghof quam den boekhouden des ou mij eeven voor de middag berigten dat den bonijs madamang ham burghof hadde laeten
English
71 From Macassar let it be known that he intended to advance against the enemy the coming night, having requested him to hold himself in readiness to assist the Bone and other troops with the Europeans if necessary. Whereupon I immediately gave orders to the Bimarese and Domporese present here to proceed to the army, who also marched thither in the evening in silence under the escort of the under-interpreter Blij. In the morning the said Blij returned, reporting that the Bone troops had indeed marched out, Saturday the 18th but had not yet accomplished anything; however, a relief was subsequently prayed for, just after noon and subsequently in the evening such report from Ensign Burghoff as is to be found and referred to in his two letters among the annexes. In the afternoon, in the company of Major Engelent, taking a good Sunday the 19th upon my arrival there I learned that Ensign Burghoff had marched out with over 50 men to assist the Boniers, who were attacked by the enemy in the bentings they had built yesterday, so that he, having returned shortly thereafter, brought me further report concerning this, and how he had driven the enemy out of two bentings again, of which they had made themselves masters, but that he, at the request of the Boniers, had had to leave his company there to keep one of them garrisoned. Whereupon I immediately gave him orders to send three platoons or about 40 men thither, and commanded another 120 men from the Castle, alongside the Papangers, to the army, both for garrison duty and in the early morning the two bentings From Macassar read and Letter to surprise the bentings of the enemy at Mangassa if possible, to which end I ordered Ensign Schlosser, currently holding the command over the aforementioned corps, and the chief interpreter, who was quartered in the same benting, to begin the attack from that side, provided that they first requested the assistance of Arou Pantjana and the Adatouang of Sidenreng, to the end that Burghoff would subsequently attack from the other side. Monday the 20th I received news that the attack on the enemy bentings at Mangassa could not proceed, because Arou Pantjana had abandoned the benting erected by him with all his people, and the Adatouang of Sidenreng in person had also not been in his, but had gone to Thang. Tuesday the 21st Ensign Burghoff came to me from the army in the morning at half past seven with the joyful news that two bentings of the enemy at Mangassa had been captured by our men without losing a single man and having suffered no more than five wounded; whereas on the other hand the enemy had several dead, and among others a son of the first Tomilalang, who had been finished off by the Adatouang of Sidenreng with his own hands, whose people also brought along his head, together with two of other lesser chiefs. Checked D. Transloop Annexes belonging to the received Secret Letters and Daily Register of Macassar in 1777 A. C-a B From Macassar read Letter to surprise the benting of the enemy at Mangassa if possible, to which end I ordered Ensign Schlosser, currently holding the command over the aforementioned corps, and the chief interpreter, who lay in the same benting, to begin the attack from that side, provided that they first requested the assistance of Arou Pantjana and the Adatouang of Sidenreng, to the end that Burghoff would subsequently attack from the other side. Monday the 20th I received news that the attack on the enemy bentings at Mangassa could not proceed, because Arou Pantjana had abandoned the benting erected by him with all his people, and the Adatouang of Sidenreng in person had also not been in his, but had gone to Thang. Tuesday the 21st Ensign Burghoff came to me from the army in the morning at half past seven with the joyful news that two bentings of the enemy at Mangassa had been captured by our men without losing a single man and having suffered no more than five wounded; whereas on the other hand the enemy had several dead, and among others a son of the first Tomilalang, who had been finished off by the Adatouang of Sidenreng with his own hands, whose people also brought along his head, together with two of other lesser chiefs. Checked P. Drangloos A. Annexes belonging to the received Secret Letters and Daily Register of Macassar in 1777 B Yes : Register of the Annexes belonging to the Page: letter from the bookkeeper and Saleijer Resident Jan Hendrik Voll to the Governor, dated 4 September 1777. 1. Translation of a Macassar letter written by the Company's ordinary messenger Daing Mandjancki to the under-interpreter Jacobus de Graaf, without date. 3. Letter from the Military Ensign Willem van Burghoff to the Governor, dated 8 September. 5. Daily notes as above. 3. The answer to this from the Governor to the aforementioned Ensign Burghoff, dated 9 September. 11. Letter from the Military Ensign Willem van Burghoff to the Governor, dated 10 September. 13. Daily notes as above. 17. Letter from the Military Ensign Willem van Burghoff to the Governor, dated 11 September. 19. Ditto from the Lieutenant-Commandant at Bima, Alexander Zeceup, to the Governor, dated 3 September. 25. Ditto from the Military Ensign Willem van Burghoff to the Governor, dated 14 September. 27. Daily notes as before. 31. The answer to this from the Governor to the aforementioned Ensign Burghoff, dated as above. 33. Letter from the Governor at Samarang, Johannes Robbert van der Burgh, to the Governor, dated 11 August. 35. Ditto from the Military Ensign Willem van Burghoff to the Governor, dated 16 September. Separate letter and the Daily Register of Castle Rotterdam, dispatched the 21 October 1777.
Dutch transcription
71 Van Macasserden laeten weeten voorneemens te sijn d'anstaande nagt tegen de vijanden op te kreeken hem versogt hebbende om sig geneea t houden om des noods de bonije en andere troupen te komen assisteeren met de Europeesen waar op ik aanstonds lat gaf aan de hier sinde bimaneesenen Domponeesen om sig na het leger te begeeven die ook des avonds in stulle onder geleijde van den ondertolk Blij denwaarts sijn gemarchant. smorgens ken am de gemelde blijt rug berigtende dat de bonije troupen wel iu't ge, zaturdag den 18 marcheert waaren dog nog niets verigt hadden dog vervolgens baden ontkeffing even nademiddag en vervolgens des avonds sodanig berigt van den vendrig burghof als bij sijne twee brieven onder de bijlagen te vinden te berogen is Des nademidag, in geselschap van den majoor Engelent naam tlegen goeden zondag „ 19 vernamn ik bij mijn komst aldaar aat aen vendrig burghof met ruim vijftigh man uitgetwocken wa, om de bonmiens'tasfisteeren die in hune gisteren gemaakte bentingen door den vijand gattacqueerd wier den invoegen hij kont daar aan te rug gekeerd mij daar omtrend nader berigt bragt en hoe hij den vijand weeder uit twe bentings verdreeven hada waar van sij sig nes meester had den gemaakt acg dat hij sij Comps, op versoek aen boniers daar hadde moeten laten om een derselve beset te houden. waar op ik hem aan stonds latt gap ommg arie pelatons of rum veertig man derwaarts tesenden en nog 120 koppen it het Catteel nevens de papangers na het legen deed Commandeeren to tot besetting als om inden vroegen mongen de twee bentings Van Macasser den gelessen en Litert bentings den vijanden op mangassa des mogelijks te overrompelen, ten welken eijn„ de ik den venarig schlofser het commando thans over het evengemelde Corps voerende en den oppertolk die in deselve benting log dee beveelen om van die sijde 'attacque te beginnen mits daar bij alvoorens ter assistentie versoekende arou pant Jama en aen adatouang van bedeening ten eijnde burghof vervolgens vande andere kant te doen aanvallen Maandag den 20 ontfing ik tijding dat d'attacque aen vijandelijke bentings op mangassa geen voortgang hadde kunnen neemen ter oorsaeke arou pantjana met al sijn volk de door hem aangelegde benting verlaeten hadde en den adatouang van ses emaring inpersoon ook niet in de sijne geweet maar na thang geeden was. Dingsdag „ 21 kwam den vendrig burghof des morgens ten half agt uit het leger bij mij met de blijde tijding dat twee bentings der vijanden op mangassa door d'onsen verovert waeren sonder een man verlooren en meer dan vijpligt gequetten bekoomen te hebben waar en tegen den vijand verscheijden dooden had gehad en onder anderen een soon van den eersten Tomilalang die door den adatouang van seveenring met eijgehanden was afgemaakt wiens volk deselfs kop ook meede bragten nevens nog twee van andere mindere hoofden. Nagetien D Transloop Bijlagen gehoorende tot de ontvangen Brieven Secrete en Pagregister van Macassar in 1777 A. C=a B Van Macasser den oelessen Litker bonting oden vij an den op mangassa des mogelyks te overompelen ten welken de ik den vendrig schlosen het commando thans over het evengemelde Co„ voerende en den opentolk an in deselve benting leg deed bweelen om van sijde d'attacque te beginnen mits daar bij alvoorens ter assistentie versoe arou pant Jana en aen adatouang van bedening ten eijnde burgh of vervolgens vande andere kant te doen aanvallen Maandag den 20 ontefing ktijding dat dattacque ae vijandelijke bentings op manga„ genvoortgang hade konnen namen ter oorsaeke venou pantjana met sijn volk de door hem aangelegde benting verlaeten hadde en den adai van seleenring inpersoon ook niet in de sijne geweest maar na thanig gereer Dingsdag „ 21 kwam den vendrig bunghof des morgens ten half agt uit het teger bij met de blijde tijding dat twee bentings der vijanden op mangassa do d'onsen verovert waeren sonder een man verlooren en meer dan vijf gequeltten bekoomen te hebben waar en tegen den vijand verscheijden dooden had gehad en onder anderen een soon vanden eersten Tomilai die door den adatouang van seveenring meteijgehanden was afgema wiens volk desels kop ook meede bragten nevens nog twee van an mindere hoofden. Nagesien P Drangloos A. Bijlagen gehoorende tot de ontvangen Brieven Secreté en Pagregister van Macassar in 1777 B Ja : Register der Bijlagen gehoorende tot de brief van den boekhouder en Saleijear resident Janhendrik voll aan den heer gouverneur de dato 4: september 1777. Translaat macassaarse brief gesz door den Comp: ordinair tendeling Daing mand jancki aan den ondertolk Jacobus de Graaf sonder datum brief van denvendrig militair willem van burghof aan den heer gouverneur de dato 8: sept:e, 5 Dagelijks aanteekeningen van als boven. hetantwoord hir op van den heer gouverneur aan den bovengem: vendrig burghofde ato 9. „ 3. brief van den vendrig militair willem van burghoff aan den heer gouverneur de dat 1s sept:„ 11. dagelijks aanteekening van als even brief vanden vendrig militair willem van burghoff aan den heer gouverneur de „ 17. dato 11: september —:o vanden luitenant Commandant te bima alexander zecerp aan den heer gouverneur „19 de dato 3: september —o vanden vendrig militair willem van burghoff aan den heer gouverneur de dato 14 sept: „ 25. dagelijks aanteekeningen van als vooren. „27. het antwoord hier op vanden heer gouverneur aangem: vendrig brurghoff de dato alsboven 3. brief van den heer gouverneur te samarang Johannes robbert van der burgh aan den heer gouverneur de dato 11: augustus _o vandenwvendrig militair willem van Burghoff aan den hen gouverneur de dato ag„ 16 september september aparte brief en het Dag register des casteels rotterdam afgesonden den 21: october 1777 Pai: 1. „3 „ 13. „ 35
English
Letter from the Lieutenant Commandant at Bima Alexander Lecerf to the Governor dated 9 July, page 41. Ditto from the Governor to the Bookkeeper and Saleyer Resident Jan Hendrik Voll Junior dated 19 September, page 43. Translation of a Malay letter written by the King and Nobles of Bima to the Governor and Council dated 14 of the month Rajab in the year 1191, page 45. Ditto by the same as above to the Governor and Council dated 14 of the month Rajab in the year 1191, page 47. Letter from the Military Ensign W: van Burghoff to the Governor dated 20 September, page 49. Daily journal of the same, page 53. The reply hereto from the Governor to the aforementioned Ensign Burghoff dated 20 September, page 55. Letter from the Junior Merchant and Bulukumba Resident Simon Monsieur to the Governor dated 20 September, page 57. Ditto from the Bookkeeper and Saleyer Resident Jan Hendrik Voll Junior to the Governor dated 19 September, page 59. Ditto from the Governor to the Governor at Semarang Johannes Robbert van der Burghoff dated 25 September, page 61. Ditto from the Governor to the Lieutenant Commandant at Bima A: Lecerf dated 25 September, page 63. Ditto Military Ensign W: van Burghoff to the Governor dated 30 September, page 67. Daily journal of the same, page 69. Letter from the Governor to the King and Nobles of Bima dated 3 October, page 73. Ditto from the same to the King and Nobles of Buton dated as above, page 75. Ditto from the Governor to the Lieutenant Commandant at Bima A: Lecerf dated 6 October, page 77. Page Declaration of the Prince Mangerangi, alias Tjeetje, dated 6 October, page 79. Letter from the Governor to the King of Boni dated 7 ditto, page 85. Ditto from the Lieutenant Commandant at Bima Alexander Lecerf to the Governor dated 3 October, page 87. Translation of a Malay letter written by the King of Selaparang Gusti Made Karangasem to the King of Bima dated 29 of the month Rajab in the year 1191, page 89. Translation of a Malay letter written by the King of Bali Gusti Ngurah Made Karangasem et cetera to the Lieutenant Commandant of Bima Alexander Lecerf dated 23 of the month Jumada al-Akhir, page 93. Letter written by the King of Selaparang Gusti Ketut Karang to the Lieutenant Commandant of Bima without date, page 97. Letter written by Gusti Made Karangasem to the Lieutenant Commandant at Bima Alexander Lecerf without date, page 99. Daily journal of the Military Ensign Willem van Burghoff from the 1st to the 3rd of October, page 101. Report of the Chinese peranakan Lue Jlong dated 14 October, page 111. Daily journal of the Military Ensign Willem van Burghoff from the 13th to the 14th of October, page 113. Letter from the Bookkeeper and Saleyer Resident Jan Hendrik Voll Junior to the Governor dated 14 October, page 117. Report made by the Company subject Poeanna Mangalla dated 6 October, page 121. Daily journal of the Military Ensign Willem van Burghoff from 16 to 17 October, page 125. Letter from the Governor to the Lieutenant Commandant at Bima Alexander Lecerf dated 17 October, page 127. Letter from the Governor to the Kings of Bali and Selaparang dated 17 October, page 129. Ditto from the Military Ensign Willem van Burghoff to the Governor dated 18 October, page 131. Ditto from the same to the Governor dated as above, page 133. Ditto from the Governor to the King of Tanete and its Nobles dated 20 October, page 135. Page 1. From Makassar the Paulus Godefridus van der Voort Governor and Director of this Coast of Celebes et cetera. To the Right Honourable, Right Worshipful Sir. Right Honourable, Right Worshipful Sir. In no way doubting the safe arrival of my humble letter to Your Right Honourable Worship of the 23rd of August last, I have the honour to let this serve as a respectful notification that the emissary of the Regent of Tanete, who was designated to await the ships arriving from the east near the Buton Islands, arrived here yesterday and reported to me that on Saturday, being the 30th of the past month, he had encountered a ship, whereto he had immediately sailed and delivered the orders; which vessel, as far as the emissary was able to observe, at once set course for Makassar. The undersigned, alongside the Regents, shall hold himself in readiness to come over to Your Right Honourable Worship in the coming month according to custom, awaiting meanwhile further orders, which again Page 1. From Makassar the Right Honourable, Right Worshipful Sir: Paulus Godefridus van der Voort Governor and Director of this Coast of Celebes et cetera. To the Right Honourable, Right Worshipful Sir. In no way doubting the safe arrival of my humble letter to Your Right Honourable Worship of the 20th of August last, I have the honour to let this serve as a respectful notification that the emissary of the Regent of Tanete, who was designated to await the ships arriving from the east near the Buton Islands, arrived here yesterday and reported to me that on Saturday, being the 30th of the past month, he had encountered a ship, whereto he had immediately sailed and delivered the orders; which vessel, as far as the emissary was able to observe, at once set course for Makassar. The undersigned, alongside the Regents, shall hold himself in readiness to come over to Your Right Honourable Worship in the coming month according to custom, awaiting meanwhile further orders, which again
Dutch transcription
brief van den luitenant Commandant te bima Alexander zecerp aan den heer gouverneur de „ 41. dato 9: Julij —o van den heer gouverneur aan den boekhouder en Saleijens resident Jan hendrik voll junior de dato 19: september Translaat maleijtte brief gesz door den koning en rijksgrooten van bima aan den heer gou„ verneur en raad de dato 14 van demaand radjaal in 't Jaar 191. „ 45 „ doon als boven aan den heer gouverneur en raad de dato 14 van demaand radjaab in 't Jaar 1191. brief van den vendrig militair w: van brunghoff an den her gouvernaur de ato 0 sopt 49 het antwood hierop van den heer gouvernair aan gem: verdrig burghnof dedato 20 sept: 15 brief van den onderkoopman en boelecombas resident Simon monsieur aanden heer gou„ verneur de dato 20 september —o van den boekhouder ensaleijers resident Jan hendrik voll Junior aanden heer gouver„ „neur de dato 19 september _o van den heer gouverneur aan den heer gouverneur te samarang Johannes robbert van der Bunghaff de dato 25 September - - - - - „ 61. _o van den heer gouverneur aan den luitenant Commandant te Bina A: Eecerp de dato „63 25 september _o „ „ vendrig militair w: van Burghoff aanden heer gouverneuir de dato 30 septemb: 67 1169. dagelijks aanteekeningen van als boven brief van den heer ouverneur aan den koningen ijkes grooten van bina de dato 3: october. - „ 33 —o van als even aan aen koning en rijksgroten van bouton de dato als boven - - - „ 75 —o van den heer gouverneur aan den luitenant Commandant te binna A: Lecerp:s de dato - - „59. Dagelijks aanteekeningen van adidem- - - - - - - - - - - „ 53 - - -„ 47. „ 57 Pag: 6: october de Claatovir „ „43. 477 Pag Declaratoir van aen prins mang Erangi /alias / Tjeetje de dato 6: october - - - - - - - 79. brief van den heer gouverneur aan den koning van bonij de dato 7: d. - . . - 85. —o van den duitenant Commandant te bina Alexander zecerep an den heer gouverneur de dato 3: october Translaet maleijtse brief geschreeven door den koning van Salemparang gusti madeka„ rang assang aan den koning van bima de dato 29 vandemaand radjaap in Jan 175 9. Translaet maleijtsche brief geschreeven door den koning van balij gutti moera madek arong; ge asfang C: s: aan den luitenant Commandan: van bima Alexander zecerps de dato 23: vandemaand sumadel achier - - - - - - - „ 93 brief geschreeven door den koning van salemparang gusti kato karang aanden luitenant Commandant van bina sonder datum - - - - - 97 brief geschreeven door guste madekanang assang aandenluitenant Com„ mandant te bia alexander Lecerb sonder datum - - - - „ 99 dagelijks aanteekeningen van den vendrig militair willem van Burghof van den tot den 30ctob:, 101 relaad van den pormakan Chinees Lue Jlong de dato 14 october - - - - - - „ 111 dagelijk anteekeningen van den venarig militai willen van bunghoff vanden13 tot en oet„ 1 brief van den boekhouder an saleijers resident Jan hendrik voll Junior aan den heer gouverneur de dato 14 october „ 117. berigt gedaan door den Coompagnies onderdaar poeanna mangalla ged:t 6: october - - - „ 121 dagelijks aanteekeningen van den vendrig militair willem van burghop vanden 16„ 7 october „ 25 briev van den heer gouverneur aan den luitenant Commandant te binna alexander zecerp de dato 17: october 1127. brief van den heer gouverneur aan de koningen van balij en salemparang de dato 17 october „ 129 „willem 131 _:o van den vendrig militair van burghof aan den heer gouverneur de dato 18: october „133 _o van als even aan den heer gouverneur de dato als boven _ „ den hier gouverneir aan den koning van Tamete endsls ijk otend dt 20 cober 5 „ „99 87. sag: 1. Van Macasser den Paulus Dodofredus van der voort gouverneur en directeur deeser custe ce„ lebes R: &: dh: Aan den wel Edele gestrenge Agtbaare heere Wel Edele gestrenge Agtbaare heere. aan de behoude overkomst mijner onderdanige aan uwel Edele gestrenge agtb: van den 23 augustus Jongstleeden geensints twijffelende so hebbe re bere deesen te laten dienen ten Eerbiedige berigt dat desendeling van de regent van tanette dewelke ter afwagting van de oost komend scheepen na de boeseroengs eijlanden sijn gedestineert geweet op gisteren alhier aangekomen en mij gerapporteert dat op saturdag sijnde den 30 der gepasseerde maand een schip hadde ontmoet alwaar ook ten eersten na toe was geseijlt ende ordonnantie overgegeeven welke bodem„ so als hij sendeling niet beeter heeft k= minen sien ten eerste decoers na macasser gestelt den ondergeteekende nevens de regenten sal sig gereet houden om in de aanstaande maand volgens gebruik tot uwel Edele gestrenge achts over tekomen dog intusschen de nadere ordres't geen nogmaals sug: 1. Van Macasser den Wel Edele gestrenge Agtbaare heere: Paulus Sodofredus van der voort gouverneur en directeur deeser custe ce„ lebes R: &: h: Aan den wel Edele gestrenge Agtbaare heere aan de behoude overkomst mijner onderdanige aan uwel Edele getrenge agtb: van den 20 augustus Jongstleeden geensints twijffelende so hebbe de Eere deesen te laten dienen ter Eerbiedige berigt dat desendeling van de regent van tanette dewelke ter afwagting van de oost komend scheepen na de boeseroengs eijlanden sijn gedestineert geweest op gisteren alhier aangekomen en mij gerapporteert dat op saturdag sijnde den 30 aer gepasseerde maand een schip hadde ontmoet alwaar ook ten eersten na toe was geseijlt ende ordonnantie overgegeeven welke bodem so als hij sendeling niet beeter heeft k= minen sien ten eerste decoers na macassen gestelt den ondergeteekende nevens de rigenten sal sig gereet houden om in de aanstaande maand volgens gebruik tot uwel Edele gestrenge achtb over tekomen dog intusschen de nadere ordres't geen nogmaals
English
From Makassar the again implores of Your Right Honourable Esteem and continues to await how the humble subscriber shall have to conduct himself. Furthermore, to express the most humble thanks to Your Right Honourable Esteem for the favour shown to me concerning the assistant Jacobs, who now departs back thither under escort of this letter. While further having nothing to impart to Your Right Honourable Esteem, this shall end with commending Your Right Honourable Esteem's precious persons to God's safe keeping, subscribing myself with all due respect, was underneath, Right Honourable Esteemed Lord, lower, Your Right Honourable Esteem's humble and obedient servant, was signed, J: E: Voll Junior. In the margin, Saleijer the 4th September Ao 177[illegible]. Lower, P.S. Right Honourable Esteemed Lord, as this was being closed, a note was delivered to me written in the Makassarese script by the emissaries who departed on the 26th of last month to Bira via Boelecomba, the content being that he, the emissary, had been truthfully informed that three of these proas with Saleijer rice crossed over from Petang to the opposite shore a few days ago, and the said emissary intends to proceed tomorrow to Petang for further investigation and subsequently to go thither in order to come and report his actions to Your Right Honourable Esteem. Was underneath, agrees, was signed, H: B: Hodenpijl. — From Makassar the Translation of a Makassarese letter written by the Company's ordinary emissary Daing Manajarekie to the assistant interpreter Jacobus de Graaff, reading as follows: My greetings to you, and I make known to you hereby that on account of weakness I did not find myself capable of carrying out the mission myself, and therefore I called at Marana to look for Care Mandsarekie, but not finding him there, I summoned to me the subjects and emissaries of the Honourable Company at Maros, Daing Mangelaij, Daing Mazaleh and Maza, and told them that if they are still faithful to the Honourable Company, they should bring the letter for the King of Bonij to the interior; whereupon they answered me that the Bonij Tomilalang had ordered them that whenever any emissary of the Honourable Company might come to them to order anything whatsoever, they must merely say that he has forbidden this, and if they will not believe it, they can then bring that emissary over to him. Herewith I parted from them and therefore had the aforementioned Carre Mandsarekie of Laijkang called, who having also come, I saw that he had swollen legs and From Makassar the and thus also could not carry out that mission, and therefore I was obliged to send for the brother of Craing Balotje of Baleanging, who also came, with whom I dispatched the said letter, and who together with his eight subordinates undertook the journey thither. Furthermore I also make known that no Company subjects of Maros wish to perform lord's service any longer, and will not even appear before me out of fear of Datou Baringang, just as it also appeared to me that they are more inclined towards the Boniers than towards the Company, except for the subordinates of Craing Balotje, who are willing thereto and still remain faithful. Meanwhile I await the esteemed order of the Right Honourable Lord Governor as to how His Right Honour pleases to position me, whether I shall remain here or come up. Was underneath: agrees. Was signed: H: B: Hodenpijl. From Makassar the Right Honourable Great Esteemed Lord, Having been to Pongauwa Litso to inspect a place where one could place roughly twelve-pounder pieces in order to bombard the enemy's three redoubts at Mangassa, I found that there on the site by the river is the best spot where the Pongauwa's top-board stands. Subsequently, coming home, I found an emissary from the Madanrang who sent me the enclosed note of the following content: If Goa pleases, we shall definitely march out three days from today. With the request to send this immediately to Your Right Honourable Esteem. If the heavy pieces could already be used here on that day, it might occasionally help the Boniers somewhat in their enterprise, this being however a great difficulty, added to which the enemy will continually make his redoubts at Mangassa firmer and stronger. Having no more paper in stock, I humbly request Your Right Honourable From Makassar the Esteem to kindly provide me with some again, having the honour to be with the deepest respect, was underneath, Right Honourable Great Esteemed Lord, lower, Your Right Honourable Esteem's humble and dutiful servant, was signed, W: van Burghoff. In the margin: In the headquarters of Goa the 8th September 1747. Was underneath: agrees, was signed, H: B: Hodenpijl. Nothing
Dutch transcription
Van Macasserden nogmaals van uwel Edele gestr: agtb: afsmeek en de blijve afwagten hoedar„ nig sig den onderdanigen teekenaar sal hebbe te gedragen. voorts de Eene uwel Edele gestr: agtb: otmoedigste dank betuigen voor de aan mij beweesene gunst omtrent den adsistent Jacobs dewelke onder geleijde deeses thans weeder derwaarts vertrekt. Terwijl verders uwel Edele gestrenge achtb: niets te bedeelen hebbende sal deesen eijndigen met uwel Edele gestw: achtb: dierbaare persoonen in godes veijlige hoede te beveelen met alle schuldige eerbied mij ondertekene /onderstond/ wel Edele gestrenge achtbaare heere /lager/ uwel Edele gestrenge achtb: onderdanige en gehoorsamen dienaar /was geteekend/ J: E: voll Junior / in margine / saleijer den 4: september Ao 177: /lager/ P: S: wel Edele gestrenge achtbaare heere onder t sluiten deeses wierd mij een briefje in 't macassaarse geschrift geschreeven door de sendeling welke op den 26 der voorleede maand na bira sijn vertrokken overboele„ Comba terhand gestelt sijnde den inhoud dat hij sendeling voor dewaar„ heid was aangebragt dat er drie van deses prauwen met saleij reesen voor eenige dagen van petang na de overwal sijn overgestok en staande gem: sendeling ter verdere ondersoeking op morgen na petang h. en ver„ volgens na derwaarts te begeeven om uwel Edele gestrenge achtb: van des„ selfs verrigting rapport te kome doen /onderstond/ acordeerd/ was get:/ H: B: Hodenpijl. — Van Macasser den door den scomp: ordinair sendeling Daing Manajarekie aan den ondertolk Jacobus de graaff luidende aldus Translaat Macassaerse brief geschreeven Mijn groete aan uE en maake uE bij deesen bekend dat ik mij u't hoofde van swakheijd niet instaat bevonden hebbe om de commissie selfs int tevoeren en daarom ben ik op marana aangegieerd om Care mandsarekie tesoeken dog hem aldaar niet vindende heb ik de onderdaanen ensendeling van dE: Compagnie op maros danig mangelaij danig Mazaleh en maza tot mij geroepen en haarlieden gesegt de sijlieden nog getrouw sijn bij dE Comp: dat z aande brief voor den koning van bonij nade binnenlanden souden brengen waar op sijlieden mij ten antwoord gaven dat de bonijse tomilalang haar gelast hadde dat wanneer eenig sendeling van d' E Compagnie bij haar mogte komen om iets hoe genaamd 't ordonneeren moeten sijlieden maar seggen dat hij sulx verboden heeft en to wanneer sij geen geloof daar op willen aanslaan dan kunnen te dien sende„ ling tot hem overbrengen hier meede scheijde ik van haarlieden en liet daar om opgemelde Carre mandsarckie van laijkang roepen die ook gekoomen sijnde sag ik dat hij op geswolle beenen hadde en Van Macasserden en dus ook die Commissie niet konde volvoeren en dierhalven ben ik genoodsaakt geweest om de broeder van craing balotje van balean„ „ging te laeten roepen welke ook gekomen is met wien ik gemelte brief gedepecheerd hebbe, en die neevens sijne agt onderhoorige de reijse na derwaarts hebben ondernomen. wijders maeke ik nog bekend dat geene Comp: onderdaenen van maros sheeren dienst meer willen doen en selfs niet voor mij willen verschijnen uit vreese voor datou baringang gelijk mij ook toege„ scheenen is aat se meer geneijgt sijn voor de boniers dan voor de Compagnie excepto de onderhoorige van craing balotje die daar toe gewillig sijn en nog getrouw blijven. Jntusschen verwagt ik de g'eerde ordre van dewel Edele agtb: heer gouverneur hoedanig dat sijn wel Edele achtbaere mij gelieft te stellen of ik hier nog sal blijven aan wel op komen /onderstond/: accordeerd / was geteekend/ h: B: hodenpijl Wel 1 Jan Macassenden Wel Edele Groot Agtbaare Heere Dij pongauwa Litso geweest sijnde om een plaats te besien, waar men omtrent twaalf ponden stukken konde plaatsen ten eijnde des vijands arie bentings tot mangassa te beschieten heb ik gevon„ den dat daar ter oplaatse aan de revier de beste plek is waar des pongauwa top bort staat. vervolgens te luis komende vond ik ik een sendeling vande madanrang die mij het inleggende briefje toesond van den volgenden inhoud. Bij aldien het goa gelieft sullen mij heeden over drie dagen vast op trekken. met het versoek omme sulks terstond aan uwel Edele agtb: overtesenden. Bij aldien deswaare stukken op dien dag reeds hier konden gebruikt werden soude het somwijlen den boniers inhunm voornee„ „men iets kunnen helpen sijnde dit egter een groote swarigheijd daarbij dat de vijand sijne bentings op mangassa altoos meer en meer vatter en sterken sal maaken. geen papier meer in voornaad hebbende versoeke ik uwel Edele agtb Dan Hasser den achtb needrig mij weederom daar meede te gelieven voorsien hebbende de eere met den diepsten ontsach te sijn /onderstond / wel Edele groot achtbaar heer /lager/ uwelEdele achtbaare oot„ moedige andeveedrige dienaar /was geteekend/ w: van buughoff Jn margine/ Jnt hoofd quartier van goa den 8 september 1747 /onderstond/ accordeert /was geteekend/ h: B: hodenpijl Niets
English
From Macasser the Friday the 5: Sept: 1777 Nothing occurred. Saturday the 6: ditto — Having sent the chief interpreter to the madanrang in order to ask him on behalf of the Governor what resolution they would finally adopt, he replied that he had appointed Tuesday, being the 9: September, to march behind Tingi maeng and throw up bentings there; however, having first to seek the advice of datou baringang and the Tomilalang in this regard, he would inform us tomorrow which day they had jointly chosen. Sunday the 7: ditto Pongauwa hisso informed me through the bookkeeper aeefhout that, the madanrang having proposed to datou baringang to make a movement and subsequently throw up further bentings behind Tingi maeng, the latter had replied that he must openly confess how very burdensome he found it to undertake the minatte against the Macassars, for the reason that he not only had his father-in-law among them, but they had also already so often assured the Boniers that they certainly bore no ill will toward them, and that they would remain in the quiet possession of their lands and goods if the Company were defeated; upon which the madanrang was said to have replied that he had never expected such From Macasser the poor sentiments in him, and if he intended to persist in them he ran the risk of being abandoned by the Boniers, as he surely knew how very emphatically their late father had commended them never to abandon the Company; these proposals, however, having availed nothing with datou baringang, they parted from each other as enemies. In the afternoon a party of our people marched out to the number of 120 men, namely consisting of 10 Sangirese, 30 Dompoese, and 100 men of the chief interpreter's people, in order to make some movement against galissong and polembankeeng, being led by the missionary manambon. In the evening, having sent to the madanrang to inquire what report of the Boniers' decision I should make to the Governor, he gave as his answer that they had agreed among themselves on Thursday, being the 11 September, to march against Tingimaeng; however, the adatouang of sideenring was not present, whose opinion he also wished to hear beforehand. Beneath stood: Goa the 8: September 1777. Was signed: W: van burghoff. Below stood: agrees. Signed: H: B: hodenpijl. To From Macasser the To the Military Ensign Willem van Burghoff Valiant, Pious, Discreet. The communication given by the madanrang concerning the Boniers' intention to march out in three days, which according to our calculation would be next Thursday, strikes me as rather strange; for if he means thereby to attack the enemy, then it seems to me he ought to have inquired what our intention is, as it cannot be supposed that they will wish to act alone; but if it refers to the throwing up of a benting at Toborong, then he might well have omitted that notification. An explanation in this regard will therefore have to be requested of him by the chief interpreter, which I thereupon await. Twelve-pounders being unable to be transported, I have ordered two six-pounders to be prepared, which will follow as soon as possible with the From Macasser the corresponding shot and cartridges, for the present merely to be placed near our battery. With which, after greetings, I remain. Beneath stood: Your Honor's good friend. Was signed: P: G: van der voort. In the margin: Macasser in Castle Rotterdam the 9: September 1777. Lower: P: S: At the request of Caaing Thaing I have granted a pass to an emissary for a vessel with six hands to navigate in and out of the river of Goa to fetch rice from the north. Beneath stood: agrees. Was signed: H: B: hodenpijl. — The From Macasser Right Honourable and Respected Sir! The strange answer given by the madanrang to the chief interpreter, who asked him for an explanation of his note sent yesterday, Your Right Honourable will be pleased to see from the accompanying notes. In place of the sick sergeant Saijer and the common soldier lareneij, who are also being sent over herewith, I request another sergeant alongside another soldier. As soon as the madanrang informs us of his new resolution, which he is to take today, I shall immediately report thereof to Your Right Honourable. All the unserviceable weapons will also follow From Macasser the follow today with the mandadoor, who I believe will arrive here with rice, arrack, vinegar, pepper, and tobacco. I have the honour to be with the deepest respect, Beneath stood: Right Honourable and Respected Sir. Lower: Your Right Honourable's humble and obedient servant. Was signed: W: van burghoff. In the margin: In the headquarters before Goa, the 18 September 1777. Beneath stood: agrees. Signed: F: B: Hodenpijl.
Dutch transcription
Van Macasserden vrijdag den 5: Sept: 177 Niets voorgevallen. Den oppertolk bij demadanrang gesonden hebbende omme uit ondre zaturdag „ 6: d:o — van den heer gouverneur den selven tevraagen wat besluit sij tog eijn„ delijk souden neemen heeft deselve ter antwoord gegeeven dat hij den dingsdag sijnde den 9: september daar toe bepaalt had omme agter Tingi maeng op te trekken en aldaar bentings op te werpen tog egter het advijs van datou baringang en den Tomilalang daar omtrent eerst moeten de afvraagen soude hij ons morgen laten be„ kend maaken wat dag sij gesamentlijk verkoosen hadden. pongauwa hisso liet mij door den boekhouder aeefhout weeten zondag 7 de„ dat de madanrang aan datou baringang voorgeslagen hebbende om eene beweeging te maaken en vervolgens agter Tingi maeng verdere bentings op te werpen deese geantwoord had van het rond uit te moeten bekomen hoe seer beswaard hij sig vond teegens de macassaaren het minatte te onderneemen uit de reedenen hij er niet alleen sijn en schoon vader onderhad maar sij ook reeds soo dik„ werp de boniers verseekert hadden dat si 't immers niet teegens hun hadden en sij in het geurst besit van hunne landen en goederen souden blijven wanneer de Compagnie overwonnen waar waar op demadanrang soude geantwoord hebben dat hij diergelijke slegte Van Macasser den slegte gevoelens nooit in hem waare verwagtende geweest en hij deselve willende blijven houden gevaar liep van door de boniers te werden velatende immers het sij hem bekend hoe seer nadrukkelijk hun overleeden vader t hunne had aanbevoolen de Compagnie nooit de Comp te verlaten deese voorstellen egter bij datou baningang nitheb„ „bende kunnen helpen waaren sij als onvrienden van malkan„ „deren gescheiden. smiddags trok een parthij van ons volk op in't 120 man nament„ lijk 10 sangareesen 30 domponeesen en 100 man van des oppertoek volk bestaande ten eijnde eenige beweeging teegens galissong en polem„ bankeeng temaken werdende aangevoert door den sendeling manambon. Avonds bij demadaurang gesonden hebbende omme te vragen wat rapport ik vander boniers besluit aanden heere gouverneur doen gaf deselve ter antwoord dat sij met malkanderen aen donderdag sijnde den 1 september bepaalt hadden omme tegens Fingimaeng op te trekken; egter adatouang van sideenring sij nits teegens„ woordig wiens gevoelen hij gaarne ook bevoorens wilde aanhooren /onderstond/ goa den 8: september 1777 /was geteekend/ W: van burghoff /:iaaeg onderstond / accordeert / geteekend/ h: B: hodenpijl Aan Van Macasser dan Aan den vendrig Militair Willem van Burghoff Manhafte vroome Discreete De gegeevene communicatie door den madanrang van der boniens voorneemen, om over drie dagen te sullen optrecken dat na onse bereeke„ „ning donderdag aanstaande soude moeten sijn, komt mij al vrij wat vreemt voor want als hij daar meede neemen mogte, om de vijand tat„ „tacqueeren aan dunket mij dat hij sig wel dien de g'informeerd te hebben wat onse intentie is immers niet kunnende vermoeden dat sij alleen sullen willen ageeren dog denoteerd bij het opwerpen van een benting op Toborong dan hadde hij die bekendmaking wel kunnen agten laeten hier omtrend. sal hem door den oppertoek dierhalven elucidatie dienen te worden gevraagd die ik vervolgens verwagte Twalff ponders niet kunnende vervoerd worden hebbe ik twee bes ponders doen gereed maeken die so spoedig mogelijk sullen volgen met het wel Van Macasser den het daar toegehoorende scherp en candoesen om voor eerst maar om„ trend onse batterij geplaatst te worden. waar meede na groete blijve / onderstond / uE goede vriend / was ge„ „teekend / P: G: van der voort /:in margine :/ Macasser in 't Casteel rotterdam den 9: september 17 /:lager/ P: S: op versoek van Caaing Thaing hebbe ik aan een sendeling een pas verleend voor een vaar„ „ting met ses koppen om de revier van goa in en iit tevaeren ter afhaal van rijst vandenoord /onderstond/ accordeerd / was geteek:/ H: B: hodenpijl. — Den Jan Macasser Wel Edele Groot Agtbaare Heere! De wonderbaare antwoord van de madanrang aan den oppertolk gegeeven die hem elucidatie over sijn gisteren toegesonden briefje vroeg geliefd uwel Edele agtb: „ uit de hier neevens gaande aanteekeningen te zien. voor den hier meede overgaande sieken terge„ „ant Saijer den gemeenen lareneij versoeke ik een anderen sergeant neevens een andere soldaat in de plaats. soo ara de madanrang wij van sijn nieuw be„ sluit 't welk wij heeden staat te neemen sal heb„ „ben verwittigt sal ik uwel Edele agtb: terstond daar van rapport doen. ook zullen de onbequaame wapenen heeden alle Bij Van Macasser den alle gaan met den mandadoor volgen die ik geloof met rijst arak asijn Peper en toppak te sullen hier komen. Jk heb de eere met den diepsten ontsach te sijn /onderstond/ wel Edele groot agtbaare heere /lager/ uwel Edele agtb: ootmoedige en nedrige dienaar /was geteekend/ w: van burghoff /in margine/ Jn 't hoofd quartier voor goa den 18 september 1777 /onderstond/ accordeert /geteekend/ F: B: Hodenpijl
English
From Makassar the Monday the 8th of September 1777. Having been with Pongauwa Lisso to look for a place where one could place about twelve-pounder pieces in order to shell the enemy's three bentings at Mangassa, I found that there on site by the river is the best spot, where the pongauwa's topbort stands. Afterwards, coming home, I found an emissary from the Madanrang, who sent me a note of the following content: "If it pleases God, we shall certainly advance three days from today." with the request to send this immediately to the Governor. In the evening at five o'clock, our men returned home, who had marched to Glissong yesterday, having encountered near Soreang a party of Arou Mampoe's men, estimated to be 38 men strong and all of them on horseback, who nevertheless, upon the sight of our two banners, immediately took flight. Coming to Glissong, they found no more enemy, and from Poelembankeeng came the news that the enemy had already abandoned it again as well, having promised, however, to return early this morning, upon which the Sabandhaar of Goa From Makassar the. Goa continued to wait for them until the afternoon. However, at two o'clock, no one having appeared yet, he returned here to the army camp again. The people of Glissong had very much wished to obtain a sloop for their support, firmly imagining that the enemy would not return so easily then. In the evening, the Madanrang sent a request to me to propose to the Governor to send one of the two Company ships to Sandra Bonij to prevent the enemy from bringing in rice and ammunition from that side, to which I served him in reply that the Governor had already informed me today of having given the order to two sloops to depart for Sandra Bonij this evening. Tuesday the 9th of September 1777. Pangauwa Lisso having been with me, related that Datou Baringang yesterday had sent into Goa eight natives of his people with flintlocks, four armed with blunderbusses, and four carrying bayonets. Also, Craing Bonto Panno was said to have requested rice from Datou Baringang, upon which the latter had immediately sent to the north to collect it. Further From Makassar the Further, he said that the three Company muskets that had been stolen under Ensign Zacherwits were made away with by the hands of a native named Zatoondo, whose father is named Latakker, and that one of them had been sent to Maros, while the other two, however, were still in the bentings of Datou Baringang. Furthermore, he had heard that Arou Tanette stood to come first from the interior with the people of Mampoe, which he thought would amount to many people for our reinforcement. Having sent the chief interpreter to the Madanrang to ask him for elucidation regarding the note which I had to send to the Governor at his request, that is to say, to learn from him what the Boniers' intention is regarding the advance on Thursday, he answered that his objective actually is to first go and attack Sonkolo and to chase away the enemy who constantly stayed there near the mother of the Tomilalang, to destroy the village, and subsequently, upon return, to have a benting thrown up above that of Datou Sedeenring towards the south side. He requests Datou Soping and the other Company people to remain quiet, yet to be ready, so that in case the enemy might perhaps come to march out of Goa and attack them near Sonkolo, the Madanrang, seeing a good opportunity, would send word to us so that we may fall into Goa from our side. This being his intention alone, he did not yet know what the other grandees of the realm might think of it, and he would therefore hold a meeting about it early tomorrow morning, promising, however, after their decision is made, to inform me of it again in writing, in order to be able to transmit it to the Governor. Was underwritten: Goa, the 10th of September 1777. Was signed: W: V: Burghoff. Was underwritten: agrees. Signed: H: B: Hodenpijl. — From Makassar Right Honorable Sir, The Boniers advanced to Sonkolo this morning at six o'clock, and having divided themselves from there into two parties, one remained at Sonkolo and the other marched towards the east side of Pingimaeng, there engaging in battle with the enemy at two o'clock in the afternoon, who, marching out of Goa, quickly surrounded them in such a way that the Boniers saw themselves forced to retreat. However, they made their rearward movements with such good conduct that they thereby caused the enemy to fall back again, the latter now continuing to retreat gently all along the way. According to loose rumors, the Boniers have so far 10 men in dead and wounded, the Madanrang having informed me of nothing further than the above-mentioned, with the request to supply him with powder and lead, which Datou Sedeenring lacks, under whose command the battle is being fought, for the Madanrang and Soelewattang have remained at Karoenaseng, and the Tomilalang alongside Datou Baringang at Sero. I have sent the Madanrang my last supply of powder and lead, consisting of two barrels of powder and a small keg of bullets, however, because the Madanrang has informed me that Datou Sedeenring will stand his ground there where he is currently engaged in battle.
Dutch transcription
13 Van Macasser den Bij Pongauwa Lisso geweest sijnde omme een plaats te besien Maandag den 8 sep 17 waar men omtrent twaalf ponder stukken konde plaatsen ten eijnde des vijands drie bentingen tot mangassa te beschie„ ten heb ik gevonden dat daar ter plaatse aan de revier de beste plek is waar des pongauwa topbort staat vervolgens t huis komende vond ik een sendeling van de madan„ rang die mij een briefje toesond van den volgenden inhoud. Bij aldien het god gelieft sullen wij vast heeden over drie dagen optrekken. met het versoek, om sulks terstond aan den heere gouver„ „neur toe tesenden. Avonds te vijf uuren quam ons volk weeder om t huis t geen gisteren na glissong was marcheert hebbende omtrent bij sore„ „ang een parthij van arou mampoe volk ontmoet na gissing 38 man sterk en al te saemen te paard die egter op het gesigt van onse twee vaandels terstond te vlugt genomen hebbe tot Hlisjong komende vonden sij geen vijand meer en van Poelem„ bankeeng quam er de tijding dat de vijand het selve ook reeds wee„ derom had verlaten hebbende egter belooft en heeden morgen vroeg weederom te sullen komen waar op de sabandhaar van goa Van Macasser den. goa tot nademiddag op haar bleef wagten egter te twee uuren nog niem aand verscheenen sijnde keerde hij weederom hier nat leger terug De glissonners hadden seer gewenscht een chialoup tot hunne onder„ steuing te krijgen sig vast verbeeldende dat er de vijand als dan soo ligt niet weeder om komen soude. avonds liet de madanrang mij versoeken den heere gouverneur voor te stellen omme een van de twee compagnies scheepenen na san„ dra bonij te senden omme den vijand het aanbrengen van rijst en ammunitie van die kant te beletten waar op ik hem in antwoord diende dat de heere gouverneur mij reeds heeden had laten weeten van aan twee Chialoupen de order te hebben gestelt deesen avond na Sanara bonij bonij te vertrekken. Dingsdag den 9: september 1777 pangauwa lisso bij mij geweest sijnde verhaalde dat datou baringang gisteren agt inlanders van sijn volk met snaphaanen vier met donderbusschen gewapend en vier bajo„ „rantes dragende binne goa had gesonden. ook soude Craing bonto panno aan Datou baringang om rijst hebben versogt waar op deese terstond om de noord gesonden had ter afhaaling vandien verder 15 Van Macasser den verder seijde hij dat de drie comp: geweeren dewelke onder den vaendrig zacherwits sijn gestoolen geworden door handen van een en Jnlander zatoondo genaamt wiens vader Latakker heet waaren afweesig ge„ maakt en dat en een van na maros gesonden bij de twee anderen egter nog in de bentings van datou baringangeaaren. wijders had hij gehoord dat arou Tanette de eerste uit de binnelanden stand te komen met het volk van mampoe 't welk hij meende veel volks tot onse versterking te sullen bedraagen. Den oppertolk bij de madanrang gesonden hebbende omme hem over het briefje dlucidatie te vragen 't geen ik op sijn versoek aanden heere gouverneur heb moeten senden dat is te leggen van hem te verneemen wat der beniers intentie bij het optrekken vanden donderdag bij heeft deselve g'antwoord dat sijn oogmerk eigentlijk sij omme sonkolo eerst te gaan aanvallen en den vijand die sig daar altijd bij de moeder vande Tomilalang op hield te versaegen de negorij te vernielen en vervolgens bij te rugkomst een benting te laten op werp boven die van datou sedeenring na desuid kant toe datou soping en de andere compagnies volk eren versoeke hij sig stil te houden egter tot klaar teweesen omme in geval de vijand somwijlen mogt komen uit goa te trekken en haar bij bonkolo te Van Macasser den te attacqueeren de madaurang een goedekans tiende ons soude laten waarschouwen ten eijnde als aan van onse kant binne goa te vallen. dit alleenig sijn intentie sijn de wist hij nog niet wat de andere rijk sgrooten daar van denken mogten en hij dee daarom mon„ „gen vroeg eerst daar over soude doen vergaderen beloovende egter na hunne genomen besluit mij weederom schriftelijk daar van te laten verwittigen omme sulks aan den heere gouverneur te kunnen oversenden /onderstond/ goa den 10 september 1777 /was geteekend/ W: V: Burghoff /onderstond/ accordeert / geteekend/ H: B: hodenpijl. — Wel 17 Van Macaspram Wel Edele Groot Agtbaare Heere De boniers sijn heeden morgen te ses uuren na sonkolo opgetrokken en van daar sig in twee panthijen verdeet hebbende is de eene bij sonkolo blij„ ven staan en de andere na de oostkant van Pingimaeng toegemarcheert aldaar te twee uuren agtermiddags met de vijand slaags geraakt die uit goa trekkende haar schielijk sodanig omcingelde dat de boniens sig genoodsaakt sagen van te retireeren egter maakten sij hunne be„ weegingen agterwaarts met sodanig een goed beleid dat sij den vijand daar door weederom aan 't agter uit sakken bragten blijvende de„ selve thans algaande weg sagtjes te retineeren de boniers hebben volgens losse gerugten tot nog toe aan dooden en gequetsten 10 man hebbende de madanrang mij verder niets als het boven gemelde laten weeten met het versoek omme hem kruid en loot bij te setten waar datou sedeemring gebrek aan heeft, onder wiens onder de slag geleevert word want de madanrang en soelewattang sijn op karoenaseng en de Tomilalang neevens datou bannin„ gang op sero staan gebleeven Jk heb de madannang mijn laatste voor„ „raad aan krut en loot toegesonden bestaande in twee vaten kruid en een vaatjes kogels egter om dat de madanrang mij heeft laten weeten dat dat ou sedeenring daar waar hij thans slaags is sal blijven staan.
English
From Macasser the to be ready to begin anew tomorrow, it is to be expected that they will request yet more powder and lead, requesting therefore that Your Honourable Worship might approve supporting the Boniers in their good intention. The madanrang had me asked what I thought about attacking Goa from our side with the Company's forces, because the enemy had marched out in such great numbers, yet I answered him that I had no order for this from Your Honourable Worship and that it was also otherwise not advisable because of the enemy's bentings at Mangatsa, and moreover it was already somewhat late towards the evening. I have the honour to be with the deepest respect, /below was written/ Right Honourable Sir, /lower/ Your Honourable Worship's humble and lowly servant, /was signed/ W: van Burghoff, /in margin/ In the headquarters before Goa the 11 September 1777. P: S: Just now the madanrang sends to me again, informing me that the enemy had gone outside with every man and was advancing all the way against Datoe Sedinring, kindly requesting an attack from our side, yet I gave the abovementioned answer back again. However, if Your Honourable Worship had been here in person to give the order for this, we would have had a very good opportunity this afternoon to get inside, all the more because it had come over the enemy unexpectedly from our side. /below was written/ Agreed. /signed:/ H: B: Hodenpijl. To 19. From Macasser the To The Right Honourable Sir Paulus Godofredus van der Voort Governor and Director on the Coast of Celebes. Right Honourable Sir, I hope my humble letter of the 19 June last will have reached proper delivery, this serving in reply to Your Honourable Worship's highly respected letter of the 18 April last, beginning initially with Salaparang, to which ruler Gusti Koetoet Karang the one hundred rupees sent by me in satisfaction of the known vessel that was plundered by the Sambawarese has been accepted and received by him, while the undersigned does not fail continually to cultivate friendship by sending letters both to this ruler and to that of Karang Assem, having encouraged them time and again to enter into a written contract, but for a long time no reply has been received to my successive letters sent. Yea From Macasser the Yea, even my envoy mentioned in my previous letter of the 19 June has not yet returned to this day. Furthermore, I have been informed as truth by several traders coming from there that on Great Bali there is a heavy war between the King of Karang Assem against the Sultan Dewa Manggis, which has not yet ended, and this native war that has arisen will likely be the sole reason why my letters remain unanswered. Meanwhile the undersigned shall comply with Their High Honours' esteemed order that, upon the emergence of further requests to purchase vessels on Java and for free trade there, they shall refer to the most highly mentioned. To the combined rulers of Bima, Dompo, Tambora, Sangar, and Pekat I have caused the native letters sent by Your Honourable Worship to be properly delivered, and at the same time made known Their High Honours' esteemed order concerning the relocation of the post here, upon which they all promise and agree to perform their duty thereto according to contract, except the King and grandees of Bima, who are unwilling to grant the place where the post is to be set, presenting as reasons that it is the burial place of their ancestors and not wishing to ruin the same. To that end I have designated another piece 21. From Macasser the piece of land close by a freshwater river, and as this aforementioned place is an open plain where nothing else stands except paddy fields, I asked the combined grandees whether they also had anything against that, but being unable to give a satisfactory answer they only requested that its construction might be suspended until they shall have made known their sentiments in that regard by an express envoy with a letter to Your Honourable Worship and wishing to await further orders, for which reasons I have then, subject to Your Honourable Worship's favourable approval, taken the liberty to grant their request. Now as regards the place where the post shall be set, it serves, in fulfilment of Their High Honours' esteemed intention, to inform Your Honourable Worship by this that it lies right on a river, 5 to 600 paces beside the old post and about 1000 paces on this side of the King's dalem. The mentioned river did not exist in former times, but was made some years ago by the deceased king, and because the water is good, I have taken it to be a healthy place, yea even in times of need the post garrison can always obtain good water, which on the contrary could not be obtained in the old post. From the island of Sumbawa to the island of Lombok the undersigned has, pursuant to high esteemed order, drawn a map which is annexed hereto
Dutch transcription
Van Macasser den staan ten eijnde morgen op 't nieuw te beginnen is het te verwagten dat sij nog meer krud en loot sullen vraagen versoekende dienhalven uwel Edele agtb: het selve het goedkeuren dat men de boniers in hun goedvoorneemen ondersteunt. De madanrang liet mij vraagen wat ik er omtrent van dagt omme met sCompagnies volkeren van onse kant goa te attacqueeren uit reeden devrijend in soo groote meenigte buiten getrokken was egter ik heb hem daar op g'antwoord dat ik hier toe van uwel Edele agtb: geen order had en het ook buiten dien weegen des vijands bentings op mangatsa niet wel raadsaam was daar en boven sij het ook en wat laat na den avond toe. Ik heb de eere met den diepsten ontsach te sijn /onderstond/ wel Edele groot achtbaare heere /:lager/ uwel Edele agtb: ootmoedige en nedrige dienaar /:was geteekend/ W: van burghoff /in margine/ In t hoofd quartier voor goa den 11 september 1777 P: S: boo evend send de madan„ „rang weederom mij laetende dat de vijand met alle man na buiten was en algaande weg teegens dat ou sed eenring op trok versoekende vriendelyk van onse kant te attacqueeren egter ik heb te bovengemelte antwoord weederom terug gegeeven, tog bij aldien uwel Edele agtb: hier in persoon geweest waaren, omme hier toe onder te stellen wij hadden deese ag„ teermiddag een seer goed kansje gehad om binne tekomen te meer om dat het den vijand onverwagts van onse kant was overgekomen /onderstond/ accordeerd /geteekend:/ H: B: hodenpijl Aan 19. Jan Macasser den Aan Den wel Edele Agtbaare Heere Paulus Iodofredus van der Soort Gouverneur en directeur ter Custe celebes. Wel Edele Agtbaare Heere Mijne neerige letteren van den 19 Junij J:leden hoop Ee rigtige bestelling sal enlangd hebben, deese in antwoord dienende op uwel Edele agtb: hoog gerespecteerde letteren van den 18 april J: L: beginnend aanvankelijk met salamparang aan welken vorst gusti koetoet karang het door mij toegesondene Een hondert ro„ pijen tot volaoening van het bewust vaarthung, dat door de simbareesen geplundeert is bij hem geaccepteerd en aangenoo„ „men is geworden terwijl den ondergeteekende niet in gebreke blijft geduurig door toesending van brieven soo wel aan deesen vorst als die van karang atsang de vriendschap worden gecul„ tiveerd hun telkens aangemoedigt hebbende tot het aangaan van een schriftelijken Contract doch in een langen tijd geen ant„ woord op mijn sucessive toegesondene brieven ontfangen Ja Van Macasser den Ja selfs mijne sendeling bij mijn voorige brief van den 19: Junij gemeld tot heeden nog niet weeder gereverteerd, voorts is mij van verscheijdene van daer komende handelaars voor waarheijd be„ rigt gedaan dat op groot balij een swaaren oorlog is tusschen den koning van karang assang teegens den sulthan dewa mangis het geen nog niet geeijndigt is en door deese ontstaane Jnlandse oorlog sal aenkelijk oorsaak sijn dat mijne brieven onbeantwoord blijft jntusschen sal den ondergeteekende nakoomen haar hoog Edel„ heedens g'eerde ordre om bij opdaaging van nadere versoeken tot het inkoopen van vaarthuigen op Java en vrij en handel aldaar aan hoogst gemelde sullen renvoijeeren. aan de gesamentlijke vortten van bina dompo tambora sangaren pekat heb ik 't aoor uwel Edele agtb: toegesondene inlandse brieven be„ hoorlijk doen ter handstollen teffens haar hoog Edelheedens g'eerde onder omtrend de verplaatsing van de pott alhier bekend gemaakt waar op sij alle belooven en anneemen hunnepligt daar toe volgens Contract te sullen volbrengen behalven den koning en rijk sgrooten van bima die de plaats niet willende vergunnen alwaar de post sal geset worden voor reedenen bij brengende dat t alaaar degraaf plaets te sijn van hunne voor onderen deselve niet willende ruineeren heb ik ten dien eijnde een ander stuk 21. Van Macasserden stuk grond digt aan een soet water revier aan geweesen en als deese genoemde plaats een op en vlakte is alwaar niets aldaar anders opstaan als padij velden vroeg ik aan de gesamentlijke rijksgrooten of hij daar ook iets teegen hebben doch geen voldoenende antwoord kunnende geeven versogten se alleerlijk dat tot den op bouw derselve so lange mogte worden gesurcheerd tot sijnaare gevoelens daar omtrend door een Expresse sendeling met een brief aan uwel Edele agtb: sullen hebben tekennen geeven en nader onare willende afwagten om welke reedenen ik dan onder gunstige approbatie van uwel Edele achtb: de vrijheid heb genoomen haar versoek te accordeeren. wat nu deplaats betreft alwaar aepost sal geset worden so dient in volaoening haar hoog Edelheedens g'eerde intentie bij deesen uwel Edele agtb: ter kennisse dat het rigt aan een revier legt 5: a 600 schree„ den besiiden van het oude post en omtrend 1000 schreeden beweesen sko„ „nings dalm gemelde revier is voor deesen niet geweest maar voor eenige Jaaren door den overleeden koning gemaakt en om dat het waater boet is heb ik t voor een gesondplaats genoomen Jaselfs in tijd van nood het post volk altijd boet water kan krijgen dat inteegendeel in het oude post niet gekreegen kan worden. van het eijland sumbawa tot het eijland Lombok heeft den ondertee„ „ende ingevolge hoog g'Eerde ordre een kart geformeert dewelke hier nevens
English
From Macasser the alongside accompanying I have made known therein all the principal settlements of the princes, the location of the old and new posts, together with bays, rivers, and creeks, everything placed in its proper location, shaped as my slight knowledge and eyesight weakened by old age have permitted, thus in the hope of having fulfilled the intention of their High Nobles. Furthermore, with respect to the native princes, there being nothing to note, it serves for communication to your Right Honourable that I have made known to the same that their High Nobles have permitted that they themselves may equip cruising vessels against the Ceramers and other smugglers who roam about here, provided they deliver the seized spices to the Company against the value of 1/3 redemption price and for each crewman 30: rd:s, for which great favour the collective princes show humble gratitude to your Right Honourable, promising each to carry this into effect according to their abilities. For the rest, everything is in good rest and peace with one another, particularly the princes of Dompo and Sangar, whose dispute that arose having been brought by me so far that it is now settled. The undersigned shall in the future prevent as much as possible that any further movements will be made concerning that. Under this chapter, it serves for communication to your Right Honourable that the rumours 23. From Macasser the rumours are here on account of the Macassar prince Craang Sappanang concerning his hostile actions against the Company, and that he is said to have joined the rebel, the so-called king of Goa, whereby the princes of this opposite shore, having fallen into perplexity, asked me how one should treat the same in this case in the event that he, fleeing, might arrive here. In the hope of your Right Honourable's favourable approval, I have instructed the princes here and up to the Manggarai to treat the aforementioned prince upon appearance here as an enemy of the Company, and for which reasons also his goods, lands, and everything that he owned here according to indigenous laws have fallen forfeited to the king of Bima, who has confiscated all of the same. And passing herewith to the kingdom of Sumbawa, which prince cannot be moved to fulfil his duty but stubbornly continues to refuse therein, the collective grandees of the kingdom have given me firm assurance that they will now fulfil their promise, to which end in the coming month of October two of the principal grandees, namely the first administrator of the realm Nene Ranga cum suis, are to cross over to your Right Honourable. Finally, I have duly received into my cash account the balance generously left to me by your Right Honourable, which amounts to the sum of rd:s 30, and herewith From Macasser the hoping to have fully answered your Right Honourable's letter, I thus conclude this, after having recommended your Right Honourable's highly esteemed person alongside the Company's weighty interests to the protection of the Almighty, I call myself with all respect, underneath stood, your Right Honourable Sir, lower, your Right Honourable's dutiful servant, was signed, A: Lecerf, in the margin, Bima in the Company's fortress the 3: September Ao 1777. Ao 1797 lower: P: S: Just now learned privately that an emissary of Goa has arrived on Sumbawa, sent by the rebel to the king there to request assistance of men and provisions, but that this prince has dismissed the aforementioned emissary, saying he does not wish to meddle with them. Furthermore, that Craang Biladjie had made preparations to depart in person for Sandrabone with a vessel loaded with rice to come assist the enemy with auxiliary troops and provisions. I have also been informed that the son of the Sultan of Bali named Conda, who fled from his father and arrived at Allas, I have at once sent an emissary thither with orders to persuade the same to return to his father. I also have news that my emissary Boenie Salankarang is on his return journey to Bali, underneath stood, agrees, was signed, A: B: Hodenpijl wel 25. From Macasser the Right Honourable Great and Respected Sir! The chief interpreter having been with the Madanrang to encourage him to undertake something again, the same promised that the Bonians would advance again early tomorrow morning against Bonkolo, of which I wished to inform your Right Honourable in haste. In the event that anything remarkable occurs during their fight tomorrow, I shall immediately inform your Right Honourable thereof, and especially if they request military personnel for help, whom I shall give them according to Brugman's words in the name of your Right Honourable. I humbly request ten or twelve skeins of match for tomorrow, alongside fifty rijksdaalders in copper duiten, with the bearer of this going 50 rijksdaalders in rupees in return. I From Macasser the I have the honour to be with the most humble respect, underneath stood, Right Honourable Great and Respected Sir, lower, your Right Honourable's humble servant, was signed, W: van Burghoff, in the margin, in the headquarters before Goa the 14: September Ao 1777, underneath stood, agrees, was signed, H: B: Hodenpijl In the morning
Dutch transcription
Van Macasser den nevens versellende hebbe daar in bekend gesteld alle de hoofd negorijen der vorsten de legging van het oude een nieuwe potten mitsgaders baijen, ri„ vieren en kreegen alles op sijn behoorlijk plaats gesteld bedanig als mijn geringe kennisse en door ouderdom swakke gesigt heeft toegelaten dus varn hoope aan de intentie haaren hoog Edelheedens te sullen hebben vold aan. wijders met opsigt tot d' lands vortten niet tenoteeren vallende so dient uwel Edele achtb ten Communicatie dat ik aan deselve hebbe bekend gemaaket dat haar hoog Edelheedens gepermitteerd hebbende om door hun selfs krnuissens uit te rusten teegens de Chierammers en andere smokkelaars die hier omtreeks swerven mits het aangehaalde specerijen aan dE Comp: over te leevenen teegens dewaarde van 1/3 uitkoops prijs en voor ieder manschap 30: rd:s op welke hooge gunst de gesamentlijke vorsten uwel Edele achtb: ootmoediglijk aankbaar betuijgen beloovende een ieder daar toe na hunne vermogens te sullen ter intvoer brengen sijn de overigens alles met den anderen in een goede rust en vreedsaem„ heid bij zonderlijk de vorsten van aompo onsangar die weegen hunne ontstaane disput door mij soo verre gebragt dat het nu vereevend is den ondergeteekende sal in het vervolg soo veel mogelijk is prevenieeren dat daar omtrend geen verder beweegingen sullen worden gemaakt. onder deese Chapiter duent uwel Edele agtb ter Communicatie dat de gerugten 23. Van Macasser den gerugten hier sijn van weegen den macasaars prin Cuang Sappanang over desselfs vijandelijk bezeegeningen teegen de Comp: en bij den rebel ove so genaam„ de koning van goa soude hebber: vervoegt waar door de vorsten deeser over„ wal in de verleegendheid geraakt sijnde mij gevraagd, hoe men in dit geval den selven soude bejeegenen ingevalle hij vlugtende hier mogte aan„ koomen heb ik inhoope van uwel Edele achtb: gunttige approbatie aan de vortten alhier en tot op de mangarij onder gegeeven om den voor„ „melden prins bij verthooning alhier als vijand vand'E Comp: tehan„ delen en om welke reedenen aan ook sijne goederen landerijen en alle het geene hij alhier in eijgendom gehad heeft volgens de Jnlandse wetten vervallen geraakt is aanden koning van bima die deselve alles heeft afgenoomen en hier meede overgaande tot het rijk van sumbawa wel„ „ken vorst niet te beweegen is om aan sijn pligt te voldoen maar hand nekkij daar in blijft weijgeren hebben de gesamentlijk rijk grooten mij vaste verseekering gedaan datse als nu aan hunne belofte sullen volbren„ „gen staande ten dien eijnde indemaand october aanstaande twee der voornaamte grooten namentlijk den eersten rijskt besterder nene ranga /C:s:/ tot uwel Edele achtbaare overtekoomen. Eijndelijk heb ik 't door uwel Edele achts aan mij guntig overgelaa„ tem een latst uijt die bedraagen groot rd:s 30 bij mijn Cassa reecq: be„ hoorlijk Jan Macasserden hoorlijk ingenoomen en hier meede verhoope uwel Edele agtb: brief ten vollen beantwoord hebbende so besluit deeses na uwel Edele achtb: hoog g'unde persoon neev en s scomp: swaarwigtige belangens in de protectie des alderen„ hoogsten aanbevoolen hebbende noeme mij met alle eerbied / onderstond / uwel Edele achtb: heer/lager/ uwel Edele achtb: trouwschuldige dienaar/ was get:/ A: Lecerb / in margine/ bina in sComp: veting den 3: september Ao 177. Ao 1797 /:lager:/ P: S: so even particulier vernomen dat een sendeling van goa op sumbauwa is aangekoomen gesonden van den rebel bij denkoning aldaar om adsittentie van volk en leevens middelen te versoeken doch dat dien vorst voormelde sendeling van de hand heeft geweesen seggende met hunlieden niet te wille bemoeijen wijders dat craeeng biladjie klaarigheijd gemaakt hadde om met een vaarthuig met uijtt gelaaden selfs in persoon na sandrabonij tever„ trekken om den vijand met hulptroupen en leevens middelen tekomen ad siteeren almeede is mijn berigt geworden dat desoon van den sulthan van balij gen:t konda alwader van sijn vader is gedroft en op allas is aangekomen heb ik ten eersten eensendeling na derwaards gesonden met ordre om den selven te beweegen dat hij na sijn vader te rugkeerd. ook heb ik teijding dat mijn sendeling boenie salankarang na balij op sijn te rug rheijse onderweegen is /onderstond:/ accordeert / was geteekend/ A: B: hodenpijl wel 25. Van Macasser den Wel Edele Groot Agtbaare Heer! Den oppertolk bij de madanrang geweest sijnde omme hem aantespooren weederom iets te beginnen heeft deselve belooft dat de boniers morgen vroeg vatt weederom souden teegens bonkolo optrekken waar van ik uwel Edele achtbaare in de schielijk„ heid heb willen verwittigen. Bij aldien er bij hunne gevegt morgen iets merk waardiges voorvalt sal ik er terstond aan uwel Edele achtbaere kennis van geeven en bijsonder wanneer sij militairen ter hulp ver„ soeken die ik hunne volgens gesegtens van brugman uit naam van uwel Edele actbaare geeven sal. Ik versoek needrig om tin op twaalf kippen lont voor morgen neevens vijftig rijksdaalders aan duiten gaande met overbrenger deeses 50 rijksdaalders aan ropijen voor Jk Jan Macasserden Jk heb de eene met den needrigsten ontsach te sijn /onderstond/ wel Edele groot actbaare heere /:lager/ uwel Edele agtb: ootmoedige dienaar /was geteekend/ w: van Burghoff /in margine./ In 'T hoofd quartier voor goa den 14: september Ao 1777 /onderstond/ accordeerd / was geteekend/ H: B: Hodenpijl Smorgens
English
27. From Makassar In the morning at eight o'clock, the Governor having arrived here on Wednesday the 10th of September 17 and having sent to the Mandarangan in order to learn what the true objective of the Boniers might be, which they were able to accomplish during their departure this morning, the latter sent back word that he would immediately inform the Governor thereof. However, he did not report on this until seven o'clock in the evening, their disposition consisting of that which was already mentioned under yesterday's notes, namely to attack Sonkolo; the Mandarangan also made it known that he had news that Cankilang was not inside Gowa and had made a sortie in order to allow one of his wives inside. Early in the morning at half past five, the Boniers marched out together under day 11: the Mandarangan positioning himself with the Boelewattang at Karoenroong in the redoubt of Datou Baringang; Datou Baringang together with the Tomilalang at Sero in the redoubt of Datou Sedeenring, detaching from there the Datou of Sedeenring / who held the command / together with Arou Ngatakka, Datou Soupa, the Torajas, and the Tallolimpouas in order to attack the settlement From Makassar the settlement of Sonkolo. This detachment arriving before Sonkolo at ten o'clock, the Adatou of Sedeenring found the enemy posted there with five banners in such a manner that he saw himself almost surrounded, and was therefore forced to divide his force into two parties, of which the one, marching toward Bonto Paja and Likoang, thereby outflanked the enemy, and the other, under the Datou of Sedeenring, immediately attacked them at Sonkolo, engaging in such close quarter combat with one another that they fought with assagais and krises; the Makassarese, however, perceiving a dreadful loss, took flight into one of the nearest woods, and considering that the Adatou of Sedeenring pursued them and drove them out of two more woods, the enemy gradually retired toward Tingimaeng, from where they nevertheless advanced so strongly with six banners to the aid of their defeated comrades that the Adatou of Sedeenring had to abandon further maneuvering, remaining, however, exchanging fire until five o'clock in the evening, when, with the loss of one dead and three wounded, he returned to his old redoubt; the enemy, according to reports received from Taeng, having had a great from Makassar great loss of 200 men in dead and wounded, among whom Karaeng Sanrabone is counted as wounded and Karaeng Dijpang as killed. In the morning at seven o'clock, the Governor having arrived here on Friday the 12th of September 177, he sent for Pongawe Lisso, making him the proposal to immediately attack Mangassa; which he having promised, the Governor likewise requested Arou Pantjana for this, and commanded the Malays, Dompu people, Sangir people, Palembang people, Galesong people, and the men of the chief interpreter for this purpose. At ten o'clock everything advanced under the supervision of the chief interpreter; however, his men together with those of Lomo Biang and Karaeng Balotje were the only ones seen in the front, the remainder staying behind the trees to hide; Pongawe Lisso, who in the beginning had undertaken the affair alone, stayed with his men right in front of his own redoubt hiding behind the woods, and moreover leaving his men behind, he came in person to the Governor; the Malays also hid behind the woods and trees; the Dompu and Sangir people did advance forward, but were difficult to bring to the advance. And From Makassar And all the men, of whatever name, could I /: riding along as an observer :/ together with the chief interpreter and the other interpreters, bring toward the enemy's redoubts only by driving them as one must drive a flock of sheep, except for the men of the chief interpreter, who advanced with me up to fifty paces before the enemy's redoubt; being, after much effort expended thereto, followed by Lomo Biang, Karaeng Balotje, the Dompu people, and the Sangir people: however, as the enemy already from Gataok I to the Governor in order to request him to send out Pongawe Lisso to march to meet the sallying enemy; which Pongawe, however, refused under a flimsy pretext, claiming that he had to remain posted in the rear in order to cover the retreat of our men; riding back again to Mangassa, I found our men already retired far to the rear, for the reason that the under-interpreter had loudly shouted to the chief interpreter that the enemy was advancing on us from the front and from the rear; the matter, however, being unfounded, and seeing that there was little more to be done in the affair, I repaired again to the Governor; Arou Pantjana, who had no inclination to second our men, From Makassar to second, pretended to cross the river at Taeng in order subsequently to cross it again at Toborong and attack Mangassa from the eastern side; however, it was also merely a pretext to get out of the battle; for subsequently he pretended that he had not been able to cross the river at Toborong again because the enemy had a redoubt on the other side, which was why he turned back, and later also flatly refused to second our troops; considering now that Pongawe Lisso also pretended that the enemy / whom he had not yet seen / was too strong at Mangassa, the Governor, on account of their unwillingness, found himself obliged to authorize the chief interpreter to turn back in case he saw no chance of capturing the redoubt; which he did at four o'clock in the afternoon with the loss of two wounded; the enemy, according to a report from Taeng, having 26 men in dead and wounded. The Governor having sent to the Mandarangan in order to persuade him to keep the enemy engaged from their side again tomorrow, he sent back the answer that such could not happen tomorrow, however
Dutch transcription
27. Van Macasserden S morgens te agt uuren de heere gouverneur hier gekomen sijnde wooens dan den 10 sep 17 en bij de madaurang gesonden hebbende ten eijnde te willen weeten wat der boniers eijgentlijk oogmerk sij het welk sij bij kunnen optrek van morgen be„ vogden liet deselve te rug weeten dat hij terstond den heer gouverneur daar van soude laten verwittigen. Edog hij deed hier van niet eerder verslag dan s'avonds te seeven uuren bestaande hunne dispositie in het reeds gemelde onder de aanteekeningen van gisteren met na„ melijk sonkolo aantelatten ook liet de madanrang wee„ ten tijding te hebben dat Cankilang niet binne goa sij en een uittogt gedaan had omme een van sijne vrou„ wen binne telaeten smorgen vreg te half des trokken de bomiens gesamentlijk onderdag „ 11: „ „ uit potteerende sig de madanrang met de boelewattang te karoen„ roong in de benting van datou baringang Datou baringang neevens de Tomilalang op sero in de ben„ ting van dat ou sedeenring de tackeerende van daar saatoua sedeenring /die het Commando had / neevens arou Ngatakka datousoupa de Torateers en de Tallolimpouas omme de negorij Van Macassarden negorij sonkolo aan te tasten dit aetachement te tien uuren voor sonkolo komende vond adatoua sedrenring den vijand aldaar met vijf vaandels sodanig geposteert dat hij sig bij kans reeds omcingelt sag en dierhalven genoodsaakt waar sijn Corps in twee parthijen te verdeelen waar van de Eene na bonto paja en likoang marcheerende den vijand daar door over vleugelde en de andere onder datou sed eenring den selven op tonkolo terstond aanviel raakende met elkanderen sodanig hand gemeen dat sij niet hassegaaijen en kritsen vogten te macassaaren egter een schrikke„ „kelijk verliues bespeurende naamen de vleugt in een der naast leggende bosschen en gemerkt adatoua sedeenring haarlieden vervolgde en reeds uit nog twee bosschen verjaagde retir eerde de vijand algaande weg na Fingi maeng toe van waar hij egter nog met des vaandels tot sucours hunner verslagenen makkers so sterk quam optrekken aatsdatoua sedeenring van het verdere wvanieeren moest afsien blijvende egter met vuuren bij tot vijf uuren s avonds wanneer hij met verlies van een doode en drie gequaetten weederom sijne oude benting betrok heb„ „bende de vijand volgens ontfangene berigten van Taeng gurote van Macasser den groote 200 koppen aan dooden en gequtsten verlies gehad waar onder men kraeng Sanara bonij gequest en kuaeng dijpang gesneuveld reekend. 's morgens te seven uuren de heer gouverneur hier g'arriveert vrijdag den 12 sep: 177 sijnde liet deselve pongauwa litso komen hem den voor„ slag doende van aanstonds mangassa te attacqueeren; 't welk deselve belovende de heer gouverneur arou pantjana hier toe insgelijks versogt ende maleijers domponeesen sangaree„ den poelembankeeners, galisjongers en de volkeren van den oppertolk hier toe Commandeerde. Te tien uuren trok alles op ordre het opsigt vanden oppertolk eedog deesen sijn volk nevens die van Lomo biang en craeng ba„ lotje waaren de eenigsten die men voorsag blijvende restagter de boomen schuiten pongauwa lisso die in 't begin desaak allee„ iig op sig genoomen had bleef met sijn volk dik voor seijne eijgene benting agter de bosschen schuilen en sijn volk nog daar en boven verlaatende quam hij voor sijne persoon bij de heere gouverneur de maleijers schuilende meede agter debosschen en boomen de domponeesen en sangareesen rukten wel meede voor waaren egter bwaar aan 't avanceeren te krijgen En Jan Macasserden En alle volkeren hoe genaamt konden ik /: als toeschouwer meede uijdende/ nevens den oppertoek ende andere toeken niet anders na des vijands bentings toebrengen dan met betdaijven gelyk men een drijft schapen moet voortjagen excepto het volk vanden oppertoek die met mij tot op vijftig schreeven voor des vijands benting meede oprukten; werdende na viel daar toe gedaane moeijte door lomo siang Craeng balotje de domponeesen en sangareesen opgevolgt: diende egter dat de vijand uit gra taok reeds ik bij de heer gouverneur omme den selven te versoeken pon„ „gauwa lisso uit te senden omme den uitrukkenden vijand te gemoet te trekken; 't welk egter pongauwa onder een kaal „voorwendsel weigerde niet te seggen dat hij hen agter moest geposteert blijven omme den te rug togt onser volkeren te dekken weederom na mangatsa te rug rijdende vond ik onse volkeren reeds ver agter uit geretireerd uit reedenen den ondertoek blij tegens den oppertoek luids keels geroepen had dat de vijand van vooren en van agteren op ons aanquam egter de saak onge„ „grond sijnde en siende dat er men weinig bij de saak meer te doen was vervoegde ik mij weederom bij de heere gouverneur arou pantjana die er geen sin in had omme ons volk eren te Van Macasserden te secondeeren gaf voor bij taeng de revier over te gaan, ten eijnde denselven vervolgens bij toborong weederom te passeeren en mangassa van de oostkant te attacqueeren egter 't was ook slegts een voorwendsel omme uit het gevegt te komen; want vervolgens gaf hij voor dat hij de rivier bij Toborong niet wee„ derom had kunnen passeeren wijl de vijand aan de andere kant een benting had als waarom hij te rug keerde en het ook naderhand rond uit weijgerde onse troupes te secondeeren gemerkt nu pongauwa lisso ook voor gaf dat devijand / die hij nog niet gesien had / op mangassa te sterk was, vond de heere gouverneur hunner onwilligheijd halven sig genood saakt aen oppertolk onder te stelten van te rug te keeren bij aldien hij geen kans sag de benting te overwinnen t welk deselve agtermiddags te vier uuren met verlies van twee gequetste deed hebbende de vijand volgens berigt van Taeng 26 man aandoode en gequetste. de heere gouverneur bij de madanrang gesonden hebbende omme hem daar toe overtehoelen den vijand morgen wee„ derom van hunne kant gaande te houden sond deselve het antwoord te rug da. sulks morgen niet geschieden konde edog
English
From Macassar the yet would definitely happen the day after tomorrow. Saturday the 13th of September 1777 at seven o'clock in the evening the Madaurang sent me a message stating that the Boniers could not march out tomorrow, without however adding the reasons why it could not take place. Below was written: Goa the 14th of September 1777. Was signed: W: V: Burghoff. Below was written: Agrees. Was signed: H: B: Hodenpijl. To 33 From Macassar the Valiant, Pious, Discreet! To the Honorable Willem van Burghoff Upon what has been imparted to me, I must remark that I only told Brugman that I would well permit that the Boniers be assisted with a few small cannons and the necessary gunners if it can be done without venturing too much, but that I made no mention of soldiers and it seems to me that such would also be too dangerous, because our battery cannot be stripped any further. Then To From Macassar the Then since circumstances may nevertheless change a matter, I wish to leave it to your prudence to do that which may best serve our interests. Wherewith, after greetings, I remain. Below was written: Your Honor's good friend. Was signed: P: G: van der Voort. In the margin: Macassar in the Castle Rotterdam the 14th of September 1777. Below was written: Agrees. Was signed: H: B: Hodenpijl. 35 From Macassar the To the Right Honorable Sir Paulus Godofredus van der Voort Governor and Director there Right Honorable Sir and friend Upon the esteemed written communication of Their High Nobilities sent to me in copy accompanying the separate missive of the 18th and 31st of July last, I immediately endeavored to do all that was possible to fulfill the high intention of Their aforementioned High Nobilities, and to provide Your Right Honor with some relief of men and ammunition, and have pressed here the vessels belonging to Your Right Honor's station, commanded by the Chinese Que Goetko and Tjeantjoang, in order to transport, aside from their private cargo of rice: One sergeant Two corporals Twenty common soldiers with full arms, and Two gunners, to keep watch over the ammunition goods, which consist of: 275 pieces 275 From Macassar the 275 pieces round shot of 4 lbs 200 ditto of 3 lbs 275 ditto of 2 lbs 150 long shot of 4 lbs 150 ditto of 3 lbs 100 ditto of 2 lbs 75 empty bombs of 6 inches 1300 lbs lead musket balls 200 ditto pistol balls 2 pieces auger irons for bomb fuses of 6 inches 2000 lbs gunpowder The Chinese Que Goetko departs today and carries of the men and ammunition as much as the enclosed muster roll and invoice dictate, but the vessel of Tjeantjoang still being repaired, it will not be able to follow with the remainder until in 2 to 3 days. While I have also written to and requested of Authority van der Nepoort at Sourabaija to dispatch at the very earliest, at the least possibility with two capable native vessels, and if those cannot be obtained then with the fast-sailing there From Macassar the pantjallang De Weldoender, to be recalled for that purpose from the expedition against Moessa, 25 to 30 soldiers or as many as can be spared to Macassar. I wish a good result from both matters, but above all that Heaven may already have been pleased to crown Your Right Honor's efforts to restore rest and peace with a blessing in a manner honorable to the Company, and I request that in such a case, and if Your Right Honor's government can do without these soldiers, they may then also be sent back again, since upon the present writing of Their High Nobilities and out of consideration that, as they say, the heaviest must weigh, I have now stripped myself even more than the present constitution of Java otherwise allows. The bark Den Arend, having first arrived at Grissee and later at Sourabaija for repair, and having been provided with anchors and ropes and other necessities, but later or in the latter part of July having also been at Panaroekan for water, I have also issued orders that if that small vessel unexpectedly should return again into the Eastern Hook from an aborted voyage to Your Honor's government, From Macassar the then directly according to opportunity to see to a prompter transport to Macassar of the soldiers and also as much as possible of the loaded goods, even if well-sailing private vessels would have to be hired for that purpose. Wherewith I remain, under friendly greetings, with much respect. Below was written: Your Honor's good friend. Was signed: I: R: van der Burgh. In the margin: Samarang the 11th of August 1777. Below was written: Agrees. Was signed: H: B: Hodenpijl. 39. From Macassar the Right Honorable, Highly Esteemed Sir! The Madanrang having just informed me that the Boniers will again alarm the enemy tomorrow at Sonkolo, I did not wish to fail to inform Your Right Honor of this immediately. The Madanrang's intention this time is to have Sonkolo and the other native villages situated along the river attacked from the south side, instead of him having had them attacked from the east side last time, which are the reasons why the Boniers will pass the river together early near Taeng. To make the matter somewhat clearer to Your Right Honor, I send herewith the situation of Sonkolo, noted down according to the statement of the chief interpreter. The Madanrang also lets it be known that the Boniers will return again in the evening and will not stay there. Furthermore, he remains stationed with the largest multitude of people near Kers, only sending out on the expedition Datoua Seveenring, Arou Nantakka, and Datou Soupa, requesting assistance of our
Dutch transcription
Van Macasser den edog overmorgen vast gebeuren soude. Zaturag den 13 september 1777 avonds te seeven uuren liet aen madaurang mij boodschappen dat de boniers morgen niet optrekken konden sonder egter de reedenen daar bij te voegen waar om het niet geschieden konde /:onderstond / goa den 14 september 1777 /was geteekend; W: V: Durghoff /onderstond / accordeerd / was geteekend/ H: B: Hodenpijl Aan 33 Van Macasser Den Manhafte vroom Discreete! Aan den eertig silten Willem van Burghoff op het mij bedeelde moet ik remarqueeren dat ik aan brugman eenlijk gesegt hebbe wel te mogen lijden dat de boniers met een paar kleene Canons ende nodige bosschieters g'assitteert worden als het geschieden kan sonder te veel te hasardeeren, maar dat ik van geen militairen hebbe gewag gemaakt en mij dunkt dat sulx ook te gevaarlijk soude weesen, ter saeke onse batterije niet meer ontbloot kan worden. dan Aan van Macasserden Dan vermits de omstandigheeden nogthans een saak kunne veranderen wil ik aan uw voorsigtigheijd wel overlaeten om dat geen te doen wat ten onsen bette kan strecken. waar meede na groete blijve /onderstond/ uE goede vriend /was geteekend/ P: G: van der voort /in margine/ Macasser din 't Casteel rotterdam den 14: september 1777 /onderstond/ accordeerd /was geteekend/ H: B: Hodenpijl 35 Van Macasser den Aan den wel Edele Achtbaaren Heer Paulus Godofredus van der voort Gouverneur en directeur aldaar Wel Edele Agtbaeren Heer en vriend op het veel g'erde aanschrijven hunner hoog Edelheeden bij de deesen in copia versellende aparte missive van den 18: en 31: Julij Jongstleeden aan mij heb ik direct getragt te doen al wat mo„ gelijk was om aan de hooge intentie hunner hoog Edelheeden welmeld te beantwoorden, en uwel Edele: achtbaare eenig ontset van volk en ammunitie te besorgen en hier geprest de bij uw Ed:e agtb: te huis hoorende vaartuigen gevoerd door de Chineesen que goetko en Tjeantjoang om / buiten haare pan„ ticuliere rijstlading / over te voeren. Een tergeant twee corporaals twintig gemeene militairen met volle wapens en twee busschieters. om toesigt te houden over de ammunitie goederen dewelke bestaan in 275 ps 275 Van Macasser den 275 p:s rondscherp van 4: lb 200 „ _o „ 3: „ 275 „ _o „ 2 „ 150 „ Lange scherp „ 4 „ 150 „ _o „ 3: „ 100 „ — „ 2. „ 75 „ Ledige bommen van 6 duim. 1300 lb Lode snaphaan kogels. 200 „ do pistool kogels 2 p:s Boor ijser tot bombuisen van 6: duim 2000 lb buskruit den Chinees que goetko vertrek heeden en voerd van de man„ schap en ammunitie meede soo veel inleggende naamrolle en factuur dicteerd, maar het vaartuig van Tjeantjoeng nog gerepareerd wordende sal die met de rest niet voor over 2: a 3. dagen kunnen volgen. Terwijl ik ook aen gesaghebber van der nepoort te soura„ baija hebbe aangeschreeven en gedemandeerd om bij maar de minste mogelijkheijd met twee bequaame Jnlandsche vaar„ tuigen en soo die niet te krijgen sijn dan met de wel besijlde daar Van Macasser den /daar toe uit de Expeditie tegen moessa op te roepen :/ pantjal„ „lang de weldoender ten allen eersten 25: a 30 militairen of soo veel er gemitt kunnen worden naar macasser te depecheeren ok wensche van 't een en ander een goed ge„ volg maar boven al dat aen hemel uwel Edele achtb: pogin„ „gen ter herstelling van de rust en vreede op eene voor de maatschappije reputatieuse wijse reeds met segen sal hebben gelieven te bekragtigen en ik versoek dat in soo een geval en in dien het in uwel Edele achtbaere gouvernement sonder deese militairen te stellen sij deselve dan ook weeder terug mogen gesonden worden also ik op het presante aanschrij„ „ven hunner hoog Edelheeden en uit Consideratie dat / gelijk men segt, het swaarste wegen moet mij thans selfs meer ontbloot als anders de preesente Constitutie van Java ook toelaat De bank den arend eerst te grissee en naderhand te sourabaijo ter houw gekomen en van ankers en touwen en andere benoodigt„ heeden voorsien doch naderhand of in het laast van Julij, ook weeder te panaroekan om water aangeweest sijnde heb ik meede ordres gesteld om wanneer dat kieltje onverhoopt weeder van een verlooren reise naar uw E gouvernement in Van Macasser den in den oosthoek te rug mogt komen dan direct na geleegentheid om te sien tot een spoediger transport naar macasser van de militairen en ook soo veel mogelijk van de ingeladen goe„ deren al soude daar toe wel beseilze particuliere vaartuigen moeten worden gehuurd waar meede blijve onder vriendelijke groete met veel agting /onderstond/ uwE goede vriend /was geteekend/ I: R: vander Burgh /in margine/ Samarang den 11: augus„ „tus 1777 / onderstond/ accondeerd /was geteekend:/ H: B: hodenpijl 39. Van Macasser den Wel Edele Groot Agtbaare Heere! De madanrang mij soo eeven hebbende laaten weeten dat de boniers morgen den vijand wederom sullen bij sonkolo alarmeeren heb ik niet willen ingebreeken blijven uwel Edele agtb terstond hier van te verwittigen des madanrang intentie is van deese reise sonkolo en de verdere langs de revier leggende negorijen van de suid kant te laeten aen doen intteede van dat hij se laast van de oostkant heeft laeten aenvallen 't welk de reedenen sijn waarom de boniers vroeg gesamentlijk bij taeng de revier sullen passeeren. om de saak uwel Edele achtb: iets duidelijken te maaken sende ik hier nevens de situatie van sonkolo volgen opgaf van den oppertolk aangeteekend Demadanrang laat teffens wat de boniers op den avond weder„ „om te rug keeren en niet staan blijven sullen. verder blijft hij met de grootste meenigste volks bij kers geposteert stuurende alleenig op expecitie uit datoua seveenring, arou„ nantakka en datou soupa versoekende om onderstand van onse
English
From Macasser to our side in case they should need the same, though for the present only some of the natives with a few field-pieces, as they will not ask for the Europeans except in the direst necessity. I have the honour to be with the deepest respect, below was written, Right Honourable Sir, lower, your Right Honourable's humble and obedient servant, was signed, W: van Burghoff, in the margin, In the headquarters before Goa the 16th of September 1777, below was written, agreed, was signed, H: B: Hodenpijl. 41: From Macasser Right Honourable Sir! To the Right Honourable Sir Paulus Godofredus van der Voort Governor and Director of the Coast of Celebes In the hope that the envoys of Dompo and Sangar will have already arrived at Cottij, this serves to escort the envoy of the King of Tambora named Geneli Tambora and company, with a number of 35 persons of his subjects. Furthermore, this serves to inform Your Right Honour that the King of Pekat cannot yet send any people due to the absence of the vessel that I pressed in the past year to send to Balij, which to this day has not yet returned, but as soon as the same vessel returns he will fulfill his duty. Lastly To From Macasser Lastly I communicate that the ship Het Mus Te Bijweg will depart from here around the 22nd of this month for India's capital. Wherewith closing this, I have the honour to subscribe myself with all respect, below was written, Right Honourable, dutiful servant, was signed, A: Lecerff, in the margin, Sumbauwa the 9th of July 1777, below was written, agreed, was signed, H: B: Hodenpijl. 43 From Macasser Honourable, Pious, To the Bookkeeper Jan Hendrik Vol Junior Resident there Having received, a few days after the dispatch of my last of the 30th of August, your letter of the 4th of this month, I must remark with regard to your request to come hither that the circumstance of time does not permit such with respect to your own person, at least for the present, for reasons cited in my previous letter; on the other hand, I shall gladly see the ordinary working people come over whenever there is an opportunity, in the expectation that you will see to it that they direct their prow straight hither, without yawing anywhere, to prevent their desertion and to ensure that they are not seduced by others into joining our enemies. Awaiting the promised report from the emissary sent by you to Bira to search for the known six vessels, and also a speedy reply both to my latest and to this letter, especially From Macasser especially regarding the present state of affairs, I remain meanwhile, after greetings, below was written, your good friend, was signed, P: G: van der Voort, in the margin, Macasser in the Castle Rotterdam the 19th of September 1777, below was written, agreed, was signed, H: B: Hodenpijl. Translation 45 From Macasser Translation of a Malay letter written by the King and Nobles of Bima to the Right Honourable Lord Governor and Council at Macasser, reading as follows: After the customary compliments. We hereby make known that we have received very well, and welcomed with due respect, the letter from the Lord Governor and Council brought by our brother the Commandant; the same having been read, we understood from its contents that the highly named Lord Governor-General and the Gentlemen Councillors of India have approved and decided to move the lodge to another place, to which end the Lord Governor has given orders to our brother the Commandant. Furthermore, we take the respectful liberty to say thereupon that for such a long time we have seen no difference in that place because it was chosen by the Company and the previous kings, to which end we repeatedly request the Lord Governor and Council to allow it to continue to remain in that place where it presently is, not that we desire such out of a false heart, but indeed out of a pure heart for the Company, whereas that place where they now wish to put the lodge consists on the one hand of the gravestone From Macasser sites of our ancestors, and on the other hand the custom of our country requires that whenever we have a lack of rain or fish, we come to pray at those places so that we and the common people may live in prosperity. All this we have made known to our brother the Commandant, who gave us as an answer that he now hears and knows this for the first time, and if it is so, then it is good that we send a letter to the Lord Governor and Council so that they may have knowledge thereof. For the previous old kings who had understanding placed their hope and trust solely in the Company, which has had regard both for the country's prosperity and that of the subjects, and likewise the King, who is very young and has not yet come to his full understanding, also places his hope and trust in the Company to help promote the welfare of his person and country. We have nothing as a token of life but praying God to grant a long life, below was written, written in the land of Bima on Monday the 14th of the month Rajab in the year after the flight of the prophet Muhammad 1191, lower, agreed, was signed, H: B: Hodenpijl.
Dutch transcription
Van Macasser den onse kamt bij aldien sij denselven souden nodig hebben tog voor eerst all eenig van inlanders met eenige velastukken de Euro„ peesen niet anders sullende vragen als in de uiterste nood Ik heb de eere met den diepsten ontsach te sijn /onderstond/ wel Edele groot achtbaare heere /lager/ uwel Edele agtb: ootmoedige en neearige dienaar /was geteekend:/ w: van burg„ hoff /in margine/ Jn 't hoofd quartier voor goa den 16: september 1777 / onderstond/ accordeerd /:was geteekend/ H: B: Nodenpijl. - 41: Jan Macasser den Wel Edele Agtbaare Heer! Aan Den wel Edele Agtbaare Heer Paulus Godofredus van der voort Gouverneur en directeur ten custe celebes In hoope dat de gesanten van dompo en sangar bereeds â Cottij sullen sijn g'arriveerd so dient deese ten geleijde van den gesant van den koning van tambora genaamt geneli Tambora C:s: met een getal van 35 koppen sijner onderdaanen wijders dint uwel Edele achtbaare ter kennisse dat den koning van pekat nog geen volk kan senden door ontstentenis van het vaar„ ttruig dien ik in den voorleeden Jaar hebbe geprest om na balij„ te senden in deselve tot heeden nog niet weeden geneventeer is sullende so dra het selve vaarthuig weederom komt aan sijn pligt voldoen Laattelijk Aan Dan: Macasserden Laastelijk Communiceere dat het schip het mus te bijweg teegens den 22. deeser van hier naar indias hoofdplaats sal vertrekken. waar meede deese sluite heb ik de Eer mij met alle Eerbied te onderschrijven /onderstond/ wel Edele agtb: Prouwschuldige Dienaar /was geteekend/ A: Lecerps /:in margine / sumbauwa den 9: Julij 1777 /onderstond/ accordeerd /was geteekent/ H: B: hodenpijl 43 Van Macaser den Eersaame vroome Aan an Boekhouder Ian Hendrik vol Junior Resident aldaar Weijnige dagen na de depeche mijner laatste van den 30 augus„ „tus ontfangen hebbende uE schrijven van den 4: deeser moet ik met opsigt tot uE versoek om herwaarts te komen aanmerken dat de omstandigheijd van tijd sulks met betrecking tot sijn eijgen persoonten, minste voor als nog niet permitteert om reedenen bij mijne voorige aangehaald waar en teegen ik gaarne sal sien dat het gewoone werk volk overkomt wanneer daartoe geleegentheijd is in verwagting dat uE als aan sal sorgen dat sij direct den steven hierwaarts wenden, sonder ergens aan te gieren, ten voorko„ „ming van hun verloop en dat sij door anderen niet tot onse vijanden worden verleijd van de door uE na bira tot opsoeking van de bewutte ses vaar„ tuigen gesonden sendeling het toegesegde berigt verwagtende en teffens een spoedige beantwoording so van mijne Jongste als deese insonderheijt Van Macaser den insonderheijt omtrend depresente toestand der saaken blijve ik inmiddens na groete /onderstond/ uE goede vriend / was ge„ teekend/ P: G: vander voort /in margine/ Macasser in't Casteel Rotterdam den 19: september 1777 /onderstond/ accordeerd / was geteekend/ H: B: hodenpijl. — Translaat 45 Van Macasser den Translaat Maleijtsche Brief geschreeven door den koning en rijksgrooten van Bima aan de wel Edele achtbaare Heer gouverneur en raad te Macasser luidende aldus Na gewoone Complimenten. zo maeken wij bij deesen bekend dat wij den brief van den heer gouverneur en raad die onsen broeder den Commandant aangebragt heeft seer wel ontfan„ „gen en met behoorlijke eerbied in gehaald hebben, deselve geleesen sijnde, verston„ „den wij uit dies inhoud dat de hoog benoemde heer gouverneur generaal en de heeren raaden van Jndia goedgevonden en beslooten hebben om de logie op een anderplaats te verleggen waar toe den heer gouverneur aan onsen broeder den Commandant last gegeeven heeft. wijdens neemen wij eerbied verlop daar op te seggen dat wij seedert so langen tijd nog geen verschilligheijd aan die plaatse gesien hebben om dat dE Comp: ende voorige kommingen was uitgekoosen ten welken eijnde wij veelvoudig versoeken aan den heer gouverneur en raad om op die plaatse waar deselve thans is te mogen laeten blijven Continueeren, niet dat wij, sulx begeeren uit een valsch maar wel uit een suwer harte voor dE Comp: terwijl die plaatse daar men de logie thans stellen wil eens deels de graf steenen Van Macasserden steeden sijn van onse voor ouders en ten anderen de gewoonte van onse land vereijscht het dat wanneer wij aan regenen of visch gebreckig hebben wij op die plaatsen komen aan bidaen op dat wij ende gemeene lieden in welvaart mogen leeven. dit alles hebben w' aan onsen broeder den Commandant tekennen ge„ geeven die ons ten antwoord gaf dat hij nu eerst hoord en weet en indien het sodanig is dan is goed dat wij aan den heer gouverneur en raad en oversonden schrijven op dat daar van kundschap morgen hebben want de voorige oude koningen selfs die verstand hadden, hebben hunne hoop en vertrouwen alleen op dE Comp: gesteld die so wel slands welvaart als dat den onderdaan en betragtende is geweest en also steld de koning die seer Jong en nog niet tot sijn verstand gekomen is ook sijn hoop en vertrouwen op dE Comp: om het welvaaren van sijn persoon en land te helpen bevorderen. niets hebben w' tot een teeken van leeven als god bidaende een lang leeven te verleenen /onderstond/ geschreeven op 't land van binna op maandag den 14 vanden: aand radjaas in't Jaar na de vlugt van de propheet Mahometh 191 /lager / accordeerd / was geteekend/ H: B: Hodenpijl. —
English
From Makassar the written by the king and realm's dignitaries of Bima to the Right Honorable and Venerable Lord Governor and Council at Makassar, reading as follows: Translation of a Malay letter. After the customary compliments, we hereby make known that we have ordered the jeneli Monta, Bumi Jara Gampu, Bumi Parisa Bulu, and Androngguru Wairak, together with their subordinates who are now crossing over to appear before the Lord Governor and Council, in order to assist the service of the Honorable Company, as is proper according to the duty of the former kings to the Honorable Company. Furthermore, we request of the Lord Governor and Council that, in case jeneli Monta and his above-mentioned companions should commit any mistake out of ignorance, to favorably pardon them, for the Company is the only one upon whom we fix our trust. Written in the land of Bima on Monday, the 14th of the month of Rajab in the year after the flight of the prophet Muhammad 1191. Agreed. Was signed: H. B. Hodenpijl. From Makassar the Right Honorable, Highly Venerable Lord! The Madanrang being of the opinion that Tingimaeng ought to be attacked with united forces before the fasts, as Your Right Honorable may be pleased to see from the accompanying notes, his inclination thereto would be praiseworthy if Mangasa had first been conquered; and having already let my thoughts run on this for some days, I take the liberty hereby to communicate the same to Your Right Honorable as follows: A few hundred Bimarese have now already arrived at Makassar, as I have heard, whom Your Right Honorable was pleased to use for that purpose, in order to erect a redoubt between Malankerij and Mangasa after the conquest of Mangasa, which is absolutely necessary for the preservation of the newly conquered redoubt of Mangasa; also, with the arrival of the vessels, over 80 soldiers can now again be spared at Makassar, even if it were only 50, so that I would wish to receive the permission of Your Right Honorable to execute my plan, in order to surprise Mangasa in the night between Sunday and Monday with 80 Europeans and the people of the chief interpreter alongside the Bimarese, Singarese, Tamborese, Malays, and Ponggawa Lisso, to see if we cannot accomplish something even before the arrival of Major Engelent. The matter, however, ought to be kept utterly secret and no one should know anything of it. If Your Right Honorable will be pleased to give me an order on this this very evening upon the return of the firewood boat, I shall tomorrow morning have Ponggawa Lisso warned by order of Your Right Honorable to keep his people together without anyone having to know what shall happen, until I march out at four o'clock in the morning, at which time I shall let the Madanrang know that I have just received the order from Your Right Honorable for this expedition, with the request to hold himself ready, thinking that in such a manner we shall find the enemy at Mangasa in good rest, at least unwarned. Cannons cannot be brought there before daytime and after the capture of the redoubt, because the road is too bad through the woods, and the carts would moreover betray us; in a surprise attack, thirty hand grenades can do fully as much service as the two-pounder pieces. The chief interpreter, whom I spoke to about this this morning, will, in case of Your Right Honorable's approval, come to Makassar tomorrow in silence to bring all his people along upon his return; and the Bimarese can then also come with him, but their march must take place quietly and without their customary shouting. Also in this case I request ten soldiers this evening, besides those who are coming in place of the two sick, and tomorrow morning again ten men, all twenty of whom can come without firearms and cartridge boxes, but with cutlasses, as having only two cutlasses left in store here; the last 40 or 60 men who are to come tomorrow evening ought not to depart before seven o'clock in the evening so as to arrive here somewhat late, and that fully armed. If the redoubt were conquered and none of the native chiefs were willing to agree to remain in possession of it, the soldiers could well do so, for the reason that the supply of provisions can be brought there more easily than here; because the redoubt lies close to the river like that of Malankerij, and when only the Bimarese entrench themselves between Malankerij and Mangasa at the place where I might point it out to them, the Europeans will run no further danger; it rather provides an advantageous post for a mortar with a couple of small pieces. Aru Pantjama I would request, in the name of Your Right Honorable, to take position at Taeng during the skirmish in order to cover our rear, which he will hopefully accept, as he is glad to be at Taeng. Further, I have to inform Your Right Honorable that yesterday a soldier named Schreeus, wandering among the Bugis, lost his cutlass, in order to have his pay account debited for it. Also, with the departure of a sick sailor named Roos who was sent up on the 18th, I have not yet received another in his place. For the newspapers returning herewith, I express to Your Right Honorable my humblest thanks, having the honor to be with the deepest respect, Right Honorable, Highly Venerable Lord, Your Right Honorable's humble and obedient servant. Was signed: W. v. Burghoff. In the margin: In the headquarters before Gowa, the 20th of September 1777. Agreed. Was signed: H. B. Hodenpijl. In the evening.
Dutch transcription
47. Van Macasser den geschreeven door den ko„ „ning en rijksgrooten van Bima Aan den wel Ede„ len actb: Heer gouver„ „neur en raad te Macasser luidende aldus Translaat Maleijtsche brief Na gewoone complimenten Macken wij bij deesen bekend dat wij g'ordonneerdhebben d'jenelie Monta boemie d'jara gampoe Boemie Parisa boeloe en androngoe„ „roe weijrak nevens hunne onderhoorige die thans overgaan om te ver„ schijnen voor den heer gouverneur en raad, ten eijnde den dienst vand E Comp: te helpen, so als't behoord volgens de pligt van de voorige ko„ „ningen aand'E Compagnie. wijders versoeken wij aan den heer gouverneur en raad dat ingeval„ djenelij Monta en sijne op gem: machers uit ontundigheijd eenig misslag Wel van Macassenden misslag mogten begaan deselve gunstig te pardonneeren want de Comp: is de eenigste daar wij onse vertrouwen op vettigen /onderstond) geschreeven op 't land van bima op maandag den 14 vande maand radjaab in 't Jaar na de vlugt van de propheet Mahometh 19: /onderstond/ accordeerd / wat ge„ teekend/ H: B: hodenpijs 49. Van Macasser den Wel Edele Groot Agtbaare Heere! De madannang van gevoelen sijn de omme nog voor de vaste„ „nen Tingi maeng met vereenigde magt te moeten aantasten gelijk uwel Edele agtb: sulks uit de hier neevens gaande aantee„ keningen gelieft te sien soude desselfs genegenheid hier toeprijsse„ lijk sijn bij aldien men eerst mangassa overwonnen had, en mijne gedagten hier over reeds voor eenige dagen hebbende laaten gaan gebruike ik bij deesen devrijheijd uwel Edele achtb: deselve te Communiceeren als volgd en sijn nu reeds eenige hondert bimaneesen op macatsen gekomen /:soo als ik gehoort heb:/ die uwel Edele agtb: daar toe geliefde te ge„ bruiken omme na de overwinning van mangassa een benting tusschen malankerij en mangassa op te werpen ter welk ten behouwd van de nieuw over wonne mangatsas benting absolut nood„ saakelijk is ook moeten tans met aankomst van de vaarthuigen ruim 80 militairen weederom op macasser kunnen gemist worden als waaren het ook slegts so soo dat ik wel wenschte ter uitvoer van mijn profect de permissie van uwel Edele agtb: temogen ontfangen omme Van Macasser den omme in de managt tusschen sondag en maandag met 80 europeesen en het volk van den oppertolk neevens de bimaneesen singareesen tamboreesen maleijers en pongauwa lisso mangassa te overrompelen omme te sien of wij niet nog voor aan komst van den majoor Engel ent riets kunnen uitvoeren de saak diende egter ten uittersten versweegen gehouden te worden en er niemand iets van te weeten. bij aldien uwel Edele agtb: mij nog heeden avond met de terug komst van deefhout gelieft biat- hier op te geeven sal ik morgen vroeg pon„ gauwa lisso uit ordre van uwel Edele agtb: laten waarschouwen omme sijn volk bij malkanderen te houden sonder dat iemand hoeft te weeten wat en geschieden sal tot dat ik te vier uuren smorgens sal optrekken, als wanneer ik de madanrang sal laten weeten to evetjes ondre van uwel Edele agtb: tot dese expeditie te hebben ontfangen met het versoek om sig gereed te houden, denkende dat wij op sodanige ma„ „nier den vijand op mangassa in goede rust ten mindsten onge„ waarschouwt sullen aantreffen. kanons kunnen niet eerder daar gebragt werden als over dag enna ingenomene bonting want de weg is te slegt door de boscagie en dek arms souden ons buiten dien ook verraden kunnende niet overrasing dertig handgranaten ruim soo veel diensten doen als de twee ponder stukken. Den „ Van Macasser den Den oppertolk dien ik heeden morgen hier over gesprooken heb sal in cas van uwel Edele agtb: goedkeuring morgen op macasser komen in„ stilte alle sijn volk bij deselfs terug komst meede te brengen en kunnen als dan ook de bimaneesen met hem komen, dog dient hunne optogt stil geschieden en sonder haar gewoonelijke geschreeuw ook versoeke ik in dit geval nog deesen avond om tien militairen buiten de geene die inplaats van de twee sieken komen en morgen oetend weederom tien man die alle twintig sonder geweer en pa„ troontassen kunnen komen, tot met houwers als slegts nog twehouwers hier in voorraad hebbende, de laatsten 40 of 60 man die morgen avond dan nog stonden te komen dien den avonds te seven uuren eerst te ver„ trekken om wat laat hier te komen en dat met volle wapenen. Bij aldien de benting overwonnen waar en niemand van deinlandse hoofden wilde sig daar toe verstaan ommer er in besit van te blijven konden sulks wel de militairen doen uit reedenen den toevoer van vivres daar gemackelijker aan te brenger is, als hier; want de benting legt digt aan de revier gelijk die van malankerij en wanneer slegts de Bimaneesen tusschen malank enij en mangatja sig verschantsen daar ter plaatse waer ik het haar mogt komen aan te toonen sullen de europeesen en ook geen verdere gevaar meer lopen veel meer geeft het een voordeelige post voor een mortier met een paar kleijne stukken arou pantJama soude van Macasser den soude ik deleed uit naam van uwel Edele agtb: versoeken sig ge„ duurende aeschermutseling op Thaeng teplaetsen ten eijnde onsen rug te aekken t welk hij hopelijk wel aanneemen sal als tog gaarne te Taeng sijnde Nog heb ik uwel Edele agtb: teverwittigen dat gisteren een soldaat namens schreeus sijn houwer onder de boegineesen swervende verlooren heeft omme hem sijne solaij reekening daar meede te doen belasten. ook heb ik mitleede van aen sieken matroos namens roos die den 18 op gesonden is nog geen andere in de plaats ontfangen voor de hier neevens weederom te rug gaande Courante betuige ik uwel Edele agtb den needrigsten dank hebbende de Eere met den diepsten ontsach te sijn /onderstond/ wel Edele groot achtb: heere /lager/ uwel Edele agtb ootmoedige enneedrige dienaar /was geteekend/ W: v: Burghoff /:inmargine / in 't hoofd quartier voorgoa den 20 september 1777 /onderstond/ accordeerd / was getekend:/ H: B: Hodenpijl. — Avonds