Inventory 3500
Japan · 1,446 pages · 247 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
From Macasser the Saturday the 13 September 1777 In the evening at seven o'clock the madanrang sent me word that the Bonians could not march out tomorrow, without adding the reasons why it could not take place. Sunday the 14 ditto Having sent to the madanrang to know the reasons why the Bonians had not been able to march out yesterday, he stated that datou baringang is in Macasser and that it had to be postponed for that reason, however it would take place as soon as possible and according to his presumption in a few days. Monday the 15 Nothing occurred. Tuesday the 16 In the evening the madanrang let me know that the Bonians would attack Contiolo again tomorrow, yet this journey it would happen from the south side. Wednesday the 17 In the morning at ten o'clock the Bonians marched out, about 5000 men strong, crossing the river near Taeng, the chiefs who went along were datou baringang the holalang adatouansedeenring aron nantateka datou souipa arou Tanette malolo and the touatheers, however at three o'clock in the afternoon, a heavy rain falling, they all returned together without having accomplished anything further than having set fire to some houses at Toboring. Thursday the 18 Nothing occurred. Friday the 19 Having sent the chief interpreter by order of the lord governor to the madanrang to encourage him to a new attack, he replied that he would exert himself to put the matter into work as quickly as possible, but that he did not yet know from which side they ought to approach the enemy. From Macasser the Saturday the 20 September 1777 Having sent the chief interpreter to the madanrang to ask him anew when the Bonians might undertake something again, he answered that he could give no firm assurance of this, seeing that the common people are to Macasser to seek provisions, mentioning regarding the small settlements that he had learned that some Bonian princes are to go out in a few days on [illegible], however he could also not conceal the grumbling which was going on among the Bonians why they did not again make an attack on Tingimaeng with united forces, in which they demand the Europeans must be placed in the middle of the Bonians, of which sentiments the madanrang is also, in view of the fast of the natives being at hand and that before that time one ought still to carry out something; as for the common people, he fears he can no longer keep them here, as they had been with him to ask for subsistence money and he had not been able to give it to them, since he had wanted to borrow money from the Company and the lord governor had refused him this. Below stood: Goa the 20 September 1777. Was signed: W: v: burghoff. Lower: agrees. Signed: hodenpijl. To 55 From Macasser the From the ensign of the military Willem van Burghoff Valiant, pious, discreet. Besides that one has deceived you regarding the arrival of some hundred Bimanese, and the received relief of soldiers is also not large enough to be able to send 60, much less 80 of them, through the multitude of sick, I am as little able to declare myself as yet on your otherwise well-meaning proposal, as I can be confident that the pongauwa Litso and arou pantjana, being warned unexpectedly thereof, would show themselves willing, for lack of which one can expect little success from the enterprise. At present From Macasser the At present I am moreover in the very busiest occupations, which prevent me from arranging what is necessary, so that I judge it best to rather postpone the execution of that intention for the present. Wherewith after greetings I remain. Below stood: Your good friend. Was signed: P: G: van der voort. In margin: Macasser in Castle Rotterdam the 20 September 1777. Lower: agrees. Signed: H: B: Hodenpijl. 57 57 From Macasser the To the Right Honorable Sir Paulus Godofredus van der voort Governor and Director of the Coast of Celebes etc. Right Honorable Sir, Your Right Honorable much respected letter of the 30 ult. was duly received by me on the 7th of this month, together with the enclosed letter for Saleijer, which I immediately sent thither. I shall not fail to observe Your Right Honorable's orders, being able at present to report to Your Right Honorable that daang Tadoenie, upon whom I quietly keep a watch, is still at Lemo Lemo and is carrying out nothing so far as one can observe, and that arou Teeko makes not the slightest preparation for his departure. The Calie of Bira, Right Honorable Sir, I have already summoned several times, but he has until today, claiming to be sick, not yet appeared. On the 1st of this month, Right Honorable Sir, there returned here from Turatte the Buginese Bado, residing here, who From Macasser the relates that due to the strong east winds he was forced to lie at anchor for eight days near the point of Petang, where he found two Saleijer proas, one from Batta Matta and the other from Pamete, which Saleijer people told him that they had been employed to bring people to Macasser and were now returning, but that they were not intending to go to Saleijer, but rather to Bima or Sumbauwa. For the rest I take the liberty with all required high esteem and respect to call myself. Below stood: Right Honorable Sir. Lower: Your Right Honorable's humble and obedient servant. Was signed: S: Monsieur. In margin: Boelecomba in the Company's fortress the 20 September anno 1777. Lower: P.S. After the closing of this, Right Honorable Sir, Craeng Binne comes to request some more passes to Bima and Sumbauwa; he has already, Right Honorable Sir, had 17 of them, wherefore I refused it to him pending further orders from Your Right Honorable. Below stood: agrees. Was signed: H: B: hodenpijl. To
Dutch transcription
Van Macasser den donwag. „ 18 „ „ Avonds te seven uuren liet de madanrang mij boodschappen dat de bonies Zaturdag den 13 fep: 177 morgen niet konden optrekken sonder er de reedenen bij te voegen waar„ om het met geschieden konde bij de madaurang gesonden hebbende omme de reedenen teweeten waarom de zondag „ 14 —: d. o bomens gisteren met hadden kunnen optrekken gaf deselve voor dat datou baningang op macasser sij on het aaaroim had moeten werden uitgesteld egter soude t soo shelijk als mogelijk en volgens sijn vermoeden in eenige dagen gescheden Niets voorgevallen avonds liet demadanrang mij weeten dat de boniens morgen weederom souden Dingsdag „ 16 „„ Contiolo aanvallen tog soudehet van de reijse van de sind kant geschieden. smorgens te tien uuren trokken de boniers op omtrent 5000 man steek gaande bij woensdag „ 17 „ „ Taeng de reeren over dehoofden die meede gongen waaren datou baringang de ho„ lalang adatouansedeenring aron nantateka datou souipa arou Tanette malolo ende touatheers egter de drie uuren agter middags een stonke regen in val„ lende keerden sij gesamentlijk weederom sonder iets verder tehebben uitgewvert als eenige huisen op Toboring in debrand te hebben gestooken. — Niets voorgevallen. den oppertoek te ordre van den heere gouverneur bij de madanmang ge„ vrijdag „ 19 „ sonden hebende omme han tot een nieuwe aanval aantepooren gaf deselve ten antwoord dat hij sig soude moeijte geeven omme desaak ten Maandag „ 15 — „ spoeligten Van Macassenrden Zaturdag den 20 september 177 den opertolk bij de mabounang gesonden hebbende omme hem op nieuw te vragen warne de bomen wederom ets onderneemen mogten heeft eselve gant woord dat hij hier van geen vatt bestunt konde geeven aangesien het matte volk na macassen sij om mond kost te soeken aangaande de kleijne negorijen te vermelen hij 1 had vernomen dat eenige boniese princen en in eenige dagen op wolaen uitgaan egter hij konde ook met verswijgen het gemompel t welk onder de boniens gaande was waarom men niet weederom miet ver eenigde magt een aanval op Tingimaeng deed waar bij eeten de Europeesen in het midden der boniers moeten geplaatst sijn van de welke gevoelens bij de madannang meede sij invoegen der Jnlanders vas„ tenen voorhanden sijn en men voor dien tijd nog iets aiende uit te voeren wat het gemeene volk betreft hij vreese het selve met langer meerte kennen hier houden wijl sij bij hem waaren geweet kost ponningen vragen en hij het selve mune miet had kunnen gewen gemenkt hij bij de Compagni had villen geld negotieeren en de haere gouverneur han sulks gereficeert had /(onderstond:/ goa den 20 september 1777 /was geteekend/ W: v: burghop /(lager acordend /geteekend/ hodenpijl spoedigten n werk tetelen at hij et han it mer it van wnt kanten adanig sij den vijand moeste gaande. Aan 55 Van Macasser den Van den vendrig meliten Willem van Burghoff Manhafte vroome Discreete. Behalven dat men us nopens de komst van eenige hon„ dert bimaneese g'abuseert heeft en het bekomen ontset van militairen ook niet groot genoeg is om er 60 veel min 80 te kunnen senden door de meenigte bieken, ben ik so min vermogens mij als nog te verklaaren op uE ander„ sints wel meenend voorstel als ik mij gerusten kan dat de pongauwa Litso en arou pantjana daar van op het onverwagts gewaarschuwd sig bereidwillig soude toonen bij paute van het welken men van d' onderneeming weij„ „nig sucies verwagten kan. thans O dan Jan Macasserden thans sitte ik daar bij in de aller drutette betigheeden die mij beletten het nodige te bestellen so dat ik best oordeele de volvoering van dat voorneemen liever voor eerst uit te stellen waar meede na groete blijve /onderstond/ uE goede vriend /:was geteekend/ P: G: van der voort / in margine / macasser in 't Casteel rotterdam den 20 september 1777 /lager accordeert /geteekend/ H: B: Hodenpijl 57 57 Van Macasser den Aan den wel Edele Agtbaare Heer Paulus Sodofredus van der voort Gouverneur en directeur der custe celebesch: t: Wel Edele Agtbaare Heere Uwel Edele agtb: veel gerespecteede letteren van den 30 J: : sijn mij op den 7: deeser wel geworden benevens de daar bij gesondene brief voor saleijer die ik ten eersten na derwaarts heb getonden. ik sal niet in gebreeken blijven uwel Edele agtb: ordre te obser„ veeren kunnende ik thans uwel Edede agtb: melden als dat daang Tadoenie op wien ik in stilte een wak end ook laat houden sig nog op lomo Lemo bevindt en niets soo verre man kan bespeuren uitvoert en dat arou Teeko nog geen de minste preeparatie tot sijn vertrekt maakt. d' Calie van bira wel Edele achtb: heer heb ik reets verscheidene nei„ sen laeten roepen dog is tot heeden voorgeevende siek te sijn nog nie opgedagt. op den 1: deeser wel Edele agtbaare heer is alhier van Turatte te rug gekoomen den alhier woonagtig sijnde boeginees bado dewelke overhaalt Van Macasser den verhaalt als dat hij door de sterkte ooste winden genoodsaakt geweest was agt daagen bij de hoek van petang ten anker te leggen alwaar hij gevonden had twe saleijereesen prauwen d'een van batta matta ende andere van Pamete welke salijereeren hem verhaalt had den als dat sij gebruckt weeren geweest om volk na macasser te brengen en nu te rug keerden dog dat sij niet van voorneemens waarbnom na saleijer maar wel na bima of sumbauwa te gaan voor 't overige neeme de vrijheijd met alle ver„ eijschte hoog agting en eerbied mij te noemen /onderstond/ wel Edele agtbaare heer /lager/ uwel Edele achtb: onderdanige en gehoorsame Dinaar /was geteekend/ S: Monsieur /:in margine/ boelecomba in 'sComp: vetting den 20 september Ao 1717 /lager/ P: S: na 't Comp: sluiten deeses wel Edele achtb: heer komt Craeng binne versoeken om nog eenige passen na bina en sumbauwa hij heeft er reets wel Edele agtb: heer 17: gehad weshalven ik t hem tot nader order van uwel Edele agtb: gerefuseert heb /onderstond / accordeert /was geteekend/ H: B: hodenpijl. — Aan
English
From Makassar the To the Right Honorable, Valiant, and Esteemed Sir, Paulus Godefridus van der Voort, Governor and Director of this Coast of Celebes. Right Honorable, Valiant, and Esteemed Sir, Following the departure of my humble letter by the assistant Jacobs, there was delivered to me on the 16th of this month via Boelecomba your Right Honorable's highly respected letter dated 30 August, according to the honored contents of which the undersigned will not fail to conduct himself strictly. Thus I am duty-bound to inform your Right Honorable that yesterday the vessel of Batang Mata arrived here, manned by eleven hands, who declared that it must now be over two months ago that Craeng Jaranika came to them at the negorij Banggae, situated near Polongbangkeng. He took with him to Goa the ponggawas and a certain number of men from each prahu, on which occasion, since their prahu and that of Tanette were afloat, they both fled on a certain night out of the river of Topejawa, having left behind the other four prahus, namely of Bonto Bango, Bonto Boroes, Boekit, and Mare Mare, high and dry on the shore before the just-mentioned negorij; as also the vessel of Tanette before the bay of Bima around the Goenoeng Api. These should be the prahus whereof I mentioned to your Right Honorable in my humble postscript that, according to the writings of my dispatched messenger at Boelecomba, he had learned that on Petang Saleyerese vessels had crossed over to the opposite shore. Furthermore, according to the report of the messenger of the regent of Batang Mata, he encountered a ship on the 7th of this month and delivered the ordinance to the master of that vessel, the remaining ones being enclosed herewith; however, those carried by the messenger of Tanette are missing, who delivered them to one ship instead of two. Wherewith I shall conclude this, with the prayer that the Almighty may take your Right Honorable's precious person, together with the Company's weighty affairs, into His safe protection, while with all due respect I call myself, Below stood: Right Honorable, Valiant, and Esteemed Sir, your humble and obedient servant, Was signed: Jan Hendrik Voll Junior. In the margin: Saleyer, 19 September Anno 1777. Lower: Agrees. Signed: H. B. Hodenpijl. From Makassar the To From Makassar the To the Right Honorable and Esteemed Sir, Johannes Robbert van der Burgh, Governor and Director there. Right Honorable and Esteemed Sir and Friend, Expressing my very kind thanks for the prompt and speedy execution of the orders given to your Right Honorable by their High Mightinesses and mentioned in your esteemed letter of 11 August, I have the pleasure of being able to report the return of the Chinese vessels belonging here with the men and goods dispatched on them, except that the soldiers of one have transferred to the ship Adia, as well as the arrival of a native paduakang from Sourabaya with thirty men, which small craft I am now letting return; noting here further that the bark Den Arend has not yet appeared. I remain no less grateful to your Right Honorable for that which was so kindly wished for me, yet to my regret I must report that, far from matters having already changed for the better, much less tranquility being restored, it looks very worrisome indeed, so that I have little hope of being able to return the aforementioned people to your Right Honorable, which however shall be done whenever at all possible. Wherewith, with friendly greetings and all respect, I remain, Below stood: Right Honorable and Esteemed Sir and Friend, Lower: Your Right Honorable's good friend, Was signed: P. G. van der Voort. In the margin: Makassar, in Castle Rotterdam, 25 September 1777. Below stood: Agrees. Was signed: H. B. Hodenpijl. 63 From Makassar the To the Military Lieutenant Alexander Lecerff, Valiant, Pious, and Discreet! Serving as a reply to your separate letter of the 3rd of this month, I must in the first place remark that, although you were indeed ordered to cultivate friendship with the princes of Karangasem and Selaparang, and to approach them, or rather the first-named, regarding the making of a written contract, both matters nevertheless ought not to occur in any way other than what is consistent with the Company's respect, which continually writing to them without awaiting an answer cannot be considered to be. You will therefore do well to leave it at that for the present until the answer arrives, which I expect will then be sent to me. Regarding the state of the war on Greater Bali, you may inquire on all suitable occasions, though without incurring any expenses on that account. From Makassar the It will appear extremely unexpected to their High Mightinesses and will undoubtedly cause no small displeasure that, now everything has been gathered together for the relocation of the post to a healthier region, the king and grandees of Bima do not grant the first location chosen for it and will not declare themselves regarding the alternative indicated, having at least requested to confer with me about it first. You should indeed have been concerned about that point first of all, since the relocation itself could not take place without the king's prior knowledge; whereby, in case of opposition, the sending of the materials as well as of the masons could have been spared or postponed, the former of which now lie exposed to loss and spoilage, while the latter are needlessly detained. I shall nevertheless continue to await the promised messenger and letter and hope that an agreement can be reached, but meanwhile I must still express my astonishment that you already give a description of the location of the place, just as if it had already been determined, which is indeed in complete contradiction with the foregoing. The
Dutch transcription
Van Macasser den Aan den wel Edele gestrenge Agtbaere Heere Paulus Sodofredus van der voort Gouverneur en directeur deser custe celebes. Wel Edele Gestrenge Agtbaare Heere. Dat afgaan mijner onderdanige per den adsistent Jacobs wierd mij op den 16: deeser over boelecomba ter hand gebragt uwel Edele agtb: veel gerespecteerde de dato 30: augustus na welkers g'eerde inhoud den ondergeteekende niet sal manqueeren stiptelijk te gedragen, so sal uwel Edele gestr: agtb: bij deese schuldpligtig bedeelen dat op gisteren het vaarthuig van batang mata alhier is aangeko„ „men bemant met elf coppen dewelke verklaarde nu ruim twee maanden sal geleede weesen dat Craeng Jaranika op de negorij bang gae digt bij polong bank eeng geleegen bij haar was geko„ „men de pongauwas en seekere getal manschappen van ieder prauw na goa heeft meede genoomen bij welke geleegentheijd vermits hun prauw en die van Tanette vlot lag op seekene nagt met er beijde uit de revier van tope Jawa gevlugt hebbende de overige vier prauwen als van bonto bango bonto boroes boekit en mare mare voor voor even gem: negorij hoog en droog op de wal staende verlaeten soo als ook het vaartuig van sanette voor de baaij van bina om„ „trent de goenden9. apie Dit sullende praauwen weesen waar van ik uwel Edele gestr: agtb: in mijne onderdanige bij P: S: hebbe gemelt dat volgens schurijvens van mijn afgedepecheerde sendeling op boelecomba soude hebben vernomen op pe„ tang saleijeereese vaarthuigen na de overwal soude sijn overgetoken. verders dat volgens berigt van de sendeling van de regent van batang mata op den 7: deser een schip soude ontmoet hebben en aan 't hoofd van dien bodem de ordonnantie overgegeeven gaande de overgebleevene hier nevens dog het manqueeren de door desendeling van Tanette die in steede van aen twee op een schip heeft afgegeeven. waar meede deese sal sluiten met beede dat den almogende uwel Edele gestr: agtb: dierbaar persoon neevens'sComp: wegtige ommetlag in de vij„ lige sopchutting wel neemen terwijl met alle schuldige erbied mij noeme /onderstond/ wel Edele gestr: agtb: onderdanige en gehoorsamen dienaar /was geteekend:/ Jan handrik voll Junior /in margine / saleijer den 19 september A=o 1777 /lager / accordeerd / geteekend/ H: B: Hodenpijl Van Macase den Aan Van Macasserden Aan Den wel Edele Achtbare Heer Johannes Robbert van der Burgh Gouverneur en Directeur aldaar Wel Edele Achtbaere Heer en vriend. Door de prompt en spoedige execntie van de ondre door hunne hoog Edelheedens aan uwel Edele agtbaere gegeeven en vermeld bij desselfs veel g'achte van den 11: augustus seer vriendelijk bedankende, hebbe ik het genoegen soo wel te kunnen bedeelen het retour van de hier thuis hoorende Chineese vaartuigen met de daar meede afgesonden manschappen en goederen, excepto dat de militairen van den eene op het schip adia sijn overgestapt, als de komst van een Jnlandsche patjallang van sourabaija met dertig koppen welk kieltje ik thans laat te rug keeren, hier nog noteerende dat de bark aen arend nog niet is opgedaegd Niet minder blijve ik uwel Edele achtbaare dankbaar voor het mij so genegentlijk toe gewenschte nogtans tot myn leed„ weesen moetende melden dat wel verre dat desaeken reets ten goede verandert veel min de rutte hersteld soude weesen, het er Jan Macasserden en maar seer sorgelijke uitsiet, so dat ik weijnige hoope hebben uwel Edele agtbaere het voorschreeven volk weeder te sullen konnen laeten toekomen, dat egter maar nimer doenlijk sijnde geschieden sal waar meede w ik onder vriendelijke groete met alle ag„ „ting blijve /onderstond/ wel Edele achtbaere heer en vriend /lager /: uw wel Edele agtbaere goede vriend /:was geteekend P: G: vandervoort /in margine / maiasser in 't Casteel rotterdam den 25: September 1777. /onderstond/ accordeert /was geteekend/ H: B: Hodenpijl. — 63 Van Macasser den Aan den Ruiterant Militai Allexcander Lecerp Manhafte vroome Discreete! Ter beantwoording tweedende van uE apart schrijvens van den 3. deeser moet ik in de eerste plaats te marqueeren dat afschoon uE wel bevolen is de vriendschap met de vorsten van karrang assang en salemparang te cultiveeren en deselve of wel den eerstgem: als nog aan te soeken tot het maken van een schriftelijk Contract het eene en andere egter niet behoord te geschieden dan op een manier met sComp: respect bestanbaar hoedanig men het geduurig schrij„ „ven van aan deselve sonder antwoord afte wagten met con„ sidereeren kan uE sal dier halven wel doen het daar bij voor eerst te laten tot het antwoord komt terwijl ik verwagte dat het selve mij als aan sal worden toegesonden Nade gesteldheijd van den oorlog op groot balij maguE bij alle goede oucasien wel verneemen sonder daarom commandant aldaar nogthans van macasser den nogthans kosten te doen. Ten uittersten overwagt sal het haar hoog Edelheedens voor„ komen en buiten twijffel tot geen geering ongenoegen strecken dat nu alles bij den anderen gebragt is tot het verleggen vande pott na een gesonder oird der koning en rijksgrooten van bima d'eerst daar toe uitgekoosen plaats niet vergunnen en sig omtrend de nader aangeweesene niet declareeren willen ten minste ver sogt hebben mij daar over alvorens t onderhouden uE hadde immers over dat pomit het aller eerste dienen besorgt geweest tesijn dewijl de verplaatsing selfs niet buiten 's koning voorkennisse geschieden konde. wantreer men ingevalle van teegenkanting de toesending van de materiaelen so wel als van metselaerd gemenageert of uit gesteld konde hebben welke eerste nu aan verlies en bederving g'exponeert leggen terwijl de laatste noodeloos worden aangehouden. Jk sal nogthans de toegesegde sendeling en brief blijven ver„ wagten en hoope dat men het sal kunnen eens worden dog in„ „middens moet ik mijne verwondering nog betuigen dat uE reets van de geleegentheid der plaats een beschrijving doet even ovr die rees bepaald was dat immers met het voorige voltrekt struijd is de
English
From Macasser the The map of the island sumbauwa and lombok being in my opinion fairly good, I shall present it to their High Noble Lordships. Awaiting the effect of the promises made by the princes to cruise against the smugglers and illicit traders, I express my satisfaction with the settlement of the dispute between those of dompo and sangar in the hope that no further difficulties will arise in the future. I also consider it well done that your Honour, upon their inquiry made to that end, has exhorted the princes to consider Craeng sapana as an enemy; nevertheless, I shall await further elucidation as to which lands and goods they are that belonged to him and were seized by the king of bima before declaring myself further on this point. Likewise, I shall look forward to the promised arrival of the sumbauwa first realm-administrator C: s:, as I will then be able to be reassured at least to some extent that these vassals will render no assistance to the enemies, while it was to be wished that Craeng biladjie could be prevented from carrying out his intention or indeed that means were found to trap him, toward one of which both your Honour will have to do his best; taking the repeated arrival at allas of the son of the sulthan of balij korda and your Honour's intention to induce him to return again as a communication, I remain, for the rest, after greetings, /was signed/ your Honour's good friend /was signed/ P: G: vander voort /in the margin/ macasser in Castle rotterdam the 25 September 1777 /below/ agreed / was signed/ H: B: Hodenpijl Jan Macasserden 67. From Macasser the Right Honourable, Highly Esteemed Sir! From the accompanying notes, your Right Honourable Honour may be pleased to see the intention of the people of bone to march to bonto lebang today, intending to be accompanied by arou Pantjana, to whom I, upon his request, have sent a small barrel of solid cartridges for the benefit of this expedition. — I From Macasser the I have the honour to be with the deepest respect /below/ Right Honourable Highly Esteemed Sir /lower/ your Right Honourable Honour's humble and obedient servant /was signed/ w: van Burghoff /in the margin/ In the headquarters before goa the 30 September 1777 /below/ agreed / was signed/ H: B: Hodenpijl. — 1 Nothing 69. From Macasser the Monday „ 22 „ „ Nothing occurred Tuesday „ 23: „„ Having sent the bookkeeper Deeshout to the madanrang to have him ask why the people of bone remain idle for so long and when they intended to undertake something again, as well as what their intention might be, he answered that his mind was at a standstill with regard to the manner and way in which the enemy ought to be further alarmed; that he would, however, assemble the other realm dignitaries of bone with him this evening, to the end of accompanying datou soupa with arou pantjana, who was to go around the south side of goa, and subsequently sending daton sedeenring from the front side; for the rest, he maintained his last statement that one must intercept the passages of the enemy or else attack singi maeng again with united forces. Wednesday „ 24 „„ Having sent the bookkeeper deeshout to the madanrang to ask him whether he had yesterday taken with the realm dignitaries of bone the decision which he thought yesterday to take with them or something else, he answered that he had not been able to assemble the gentlemen because they were for the most part in macasser. Thursday „ 25 „ Nothing occurred Friday „ 25 „„ Having sent the bookkeeper deeshout to the madanrang to ask him when the people of bone would undertake something again, Sunday the 21: sep: 177 he From Macasser the he answered that he had already had the other realm dignitaries of bone consulted about this and asked for advice, but had not yet received an answer. Saturday the 27: September the chief interpreter having been sent to the madamrang by order of the lord governor to complain about a letter which the madamrang had written to arou pantjana in answer to his question when the people of bone would undertake something again, containing among other things that the madamrang had first to learn the lord governor's intention in this matter, whereas the lord governor had let the madannang know almost daily to proceed merely according to his own judgment, specifically if the people of bone advanced alone, he answered that he had written this only to put off arou pantjana. Concerning an attack which the people of bone were to undertake again, he had already had the other realm dignitaries consulted about it, but had not yet received an answer; yet he hoped to undertake something again within a few days. The chief interpreter having also told him that if the people of bone continued to refuse to do anything, the lord governor would be forced to raise the siege before the rainy monsoon, he answered that he was of better hope, for the reason that he feared, however inconvenient the rainy monsoon might turn out for our peoples, yet with the raising of the siege the fear was accompanied that a very large party of our peoples would defect to the enemy.
Dutch transcription
65 Van Macasser den De kaart van het eijland sumbauwa en lombok voor so verre het mij voorkomt tamelijk goed sijnde sal ik munne hoog Edelheedens aanbieden. Het effect verwagtende van de gedaene beloften der vor„ sten om op de sluijkers en morshandelaars te doen kruissen betuige ik mijn genoegen over de vereevening van het gephill tusschen die van dompo en sangar in hoope dat er in het vervolg geen verder moeijelijkheeden sullen ontstaan. ook houde ik wel gedaan dat uE de vorsten op hunne ten dien eijnde gedaene vraege aangemaand heeft om Craeng sapana als een vijand te Considereeren nogthans sal ik nader elucidatie verwagten welke landenijen en goederen het sijn die hem toebehoord hebbende door bimas koning sijn genaest alvorens mij op dit point verder te declareeren. Insgelijks sal ik de toegesegde komst van de sumbauwas eersten rijksbesteerder C: s: te gemoet sien mij als dan ten minste eeniger maten sullende kunnen gerusten dat deese vazalen de vijanden geen onderstand sullen doen terwijl het te wenschen was dat Craeng biladjie konde worden belet sijn voorneemen te volvoeren of wel middel gevonden om hem in in deknip te krijgen tot een van welke bijde uE sijn best sal moeten doen d'andermalige komst op allas van de zoon van den sulthan van balij korda en uE voorneemen om hem weeder tot terug keeren te beweegen voor Communicatie aanneemende blijve ik voor het overige nagroete / onderstond/ uE goede vriend /was geteekend/ P: G: vander voort /immer„ „gine / macasser in t Casteel rotterdam den 25 september 1777 /onderstond/ accordeerd / was geteekend/ H: B: Hodenpijl Jan Hacaserdon 67. Jan Macasserden Del Edele Groot Agtbaare Heere! uit de hier neevens gaande aantee„ keningen, gelieft uwel Edele agtb: het voorneemen der boniers te sien omme heeden na bonto lebang te mar„ Cheeren zullende verselt sijn van arou Pantjana dien ik op sijn versoek een vaatse vaste pa„ „troonen ten behoeven deeser Expeditie heb laten toeka„ men. — Jk van Macasser den Ik hebbe de eere met den diepsten ontsach te zijn /onderstond/ wel Edele groot achtbaare heere /lager/ uwel Edele agtb: ootmoedige en needrige dienaar /was geteekend/ w: van Burghoff /in margine/ In 't hoofd quartier voor goa den 30 september 1777 /onderstond/ accordeerd / was getee„ B: Hodenpijl. — H: kend / 1 Niets 69. Van Macasser den Maandag „ 22 „ „ Niets voor gevallen Den boekhouder Desfent bij de masanang gesonden hebbende ommecken Dingsdag „ 23: „„ te laten vragen waarom de boniers to lange stil sitten en wanneer sij wee„ derom ults onderneemen wilden tevens wat als aan hunne intentie sij ant„ woorde deselve dat hem de verstand stilstond ten optigte van de manier en wijse op dewelke men den vijand verder alarmeeren moest aat hij egter van deesen avond de andere boniete rijksgrooten bij hem soude doen vergaderen ten eijnde datou soupa metarou pantjana die om de siid kant van 90a stond te gaan te versellen en vervolgens daton sedeenring van de vootkamt in't tesenden overigens blijve hij bij sijne laetse gesegdend dat men op de passagies van den vijand moett betetten dan wel met ver eenigde magt singi maeng weederom attaqueeren den boekhouder deefhout bij de madanrang gesonden hebbende ten eijnde hen woensdag „ 24 „„ te vraegen of hij gitteren met aeboniese uijksgrooten, het besut genomen had t welk hij gisteren meende met deselve te neemen aan wel een ander heeft deselve antwoord dat hij de heeren niet had kunnen doen vergaderen invoe„ gen sij voor't grootste gedeelte te macassen waren. niets voor gevallen Donderdag „ 25 „ den boekhouder deefhout hij de madanrang gesonden hebbende omme vrijdag „ 25 „„ hem te vragen wanneer de boniers tog weederom iets sonder onderneemen Zondag den 21: sep: 177 heeft Jan Macasserden heeft deselve geantwoord dat hij de verdere bonick rijks grooten hier omtrent reeshad laten onderhouden en advijs magen egter nog geen antwoord gekreegen had. Zaturdag den 27: september den opertolk bij de madamrang gesonden sijnde ter ondre van den heere gouverneur omme te doleeren over eenbiefe twelk denadaurang aan aren pantja„ na in antwoord op deselvs vraege geschreeven had wanneer de boniers weederom iets souden onderneemen behelsende het selve onder anderen dat de madamang hier omtrent eerst des heere gouverneur intentie moest verneemen daar tog de heere gou„ verneu den madannang bij kant dagelijks heeft laeten weeten van slegts volgens sijn goed kennen tewerk te gaan bij aldien de boniens namelijk alleenig optrokken heeft deselve geantwoord dat hij dit alleenig daarom geschreeven had om daar meede arou pant Jana afte scheepen Aaangaande een aanval dien de boniers weederom stonden te neemen hij hadde andere rijks grooten rets daar over laten onderhouden egter nog geen antwoord gekugen tog hope hij in konte dagen wederom iets te sullen ondernemnen. den oppertolk hamn meede gesegt hebbende dat bij ald ien de boniers vanden bleva aanhouden met niet te willen doen de heere gouverneur soude genoodsaakt sijn het beleg tegens de regen moussan op te breeken heeft deselve geantwoord dat hij van beeter hoope untreedenen hij vrees to ongemakkelijk ons en volkeren deregen mouson ook mogte komen tev allen tog met het opbreeken de bedugtheijd ver„ selt: was dat eenseer guoote pan thij van onse volkeren bij devijand soude overgaan
English
71 From Macasser the would go over, and he consequently was of the opinion that the nine villages ought rather to remain as they were, pongauwa Isso had me requested to ask the lord governor for permission to go and destroy the village bonto lebang in company with datou se beenring, seeing that the enemy stayed there in numbers and, despite being Company subjects, purchased fish and rice from the inhabitants of that village. The chief interpreter having also, on orders of the lord governor, asked the regents of the mandanrang to combine with ours, the same believed that the great majority thereof would in that case go over to the enemy, yet he did not refuse to surrender them whenever the lord governor should further insist upon it. Arou pant Jana having been here, made known to me that he intended tomorrow evening, in company with datou a sedeening and datou so upa, to attack the village bonto lebang. Friday the 28: Sep: 1777 The chief interpreter having been to the madanrang to say by order of the lord governor that if the northern mountain regents, along with the other Company subjects being among the retinue of the Boni people, had not submitted and committed themselves to the Company before the matter was concluded, the same would have to be regarded as enemies of the Company, the same answered in reply that he by no means refused to hand the same over to the Company, much rather that he would promptly speak about this with datou baningang Monday „ 29 „ „ From Macasser the and the tomitalang, and subsequently have a report made to the lord governor of the outcome of their meeting. Furthermore, he had me requested to inform the lord governor that he would send out a considerable party of Boni people today to attack bonto lebang and subsequently advance further toward samana bonij, believing that this expedition might perhaps remain out for a few days. The queen of Taeng having sent to me and making known to me that she had caused one of the enemy's people to be murdered at Taeng who had already frequently come there to buy provisions and had always lured some people into Goa as well, I had her thanked kindly for this, adding that I would rather have seen her attempt to deliver that murdered person alive to the Company, which I hope she would be pleased to do in a similar case in the future. Arou pantJana having been here, related having learned that datou Beseenring had requested of pongauwa lisso to propose to the lord governor whether he would not be pleased to order the madanrang to place him at Toborong. Was signed: Goa the 30 September 1777. Was signed: W: V: Burghoff. Below was written: agreed. Was signed: H: B: Hodenpijl. — To 73 From Macasser the To the King and Grandees of the Realm of Bima After the usual compliments. Having received from the hands of your highness's envoys Jenelie Monta and his associates your highness's letter wherein it is requested that the relocation of the Company's post might be waived, partly because the piece of land upon which the commanding officer wished to place it was occupied by burial sites, and partly because the old post had remained on that same place since the first arrival of the Company. So I serve in answer thereto that, as regards the first or the place, the Commander has written to me that he waived the place first indicated for the sake of the burial sites and has indicated another, being a plain where only paddy fields are found, so that your highness and grandees of the realm can indeed have nothing against the relocation of the post on this account. And as for the matter that the same has never happened before, this is indeed no reason not to tolerate such or gladly From Macasser the to see it gladly, considering that in such distant times one either did not think of it or did not consider it necessary, as happens now for the prevention of the continual sicknesses among the people, which must be attributed solely to the situation of the old post; on which account their High Noble Honours, who have ordered the relocation thereof, would be given much satisfaction if your highness and grandees of the realm would agree to this and consequently could come to an agreement regarding this with the Commander, as we request of your highness and grandees of the realm, with the assurance that the same will serve no less for the well-being of the land of Bima than of the Company. Was written at Macasser in Castle Rotterdam the 3: October 1777. Was signed: agreed. Was signed: H: B: Hodenpijl. To 75 From Macasser the To The King and Grandees of the Realm of Bouton After the usual preamble. Furthermore, we make known to your highness and grandees of the realm how a war has arisen here for about five months with the Macassarese, who, having committed uncommon hostilities against the Company, would gladly endeavor to drive their Honours from the land of Celebes in order to make themselves as great and formidable again as they were in former times, when they certainly would not fail to bow all the other inhabitants under their violence and to exercise a tyranny and cruelty far worse than before, the memory whereof will never be erased among the descendants of so many who have suffered the same. In the beginning of the troubles, we could not think otherwise than that the same would soon be quelled, but we now experience the contrary, and on that account we now give notice thereof to your highness and grandees of the realm, in the expectation that the realm of Bouton will assist the Company on account of mutual friendship by sending as many auxiliary troops as can conveniently be gathered together, which we therefore
Dutch transcription
71 Van Macasser den overgaan en hij bij gevolg van gevoelen sij omme lieverde negen mouten ovortemoeten blijven staan pongauwa lsso lit mij versoeken den heere gouverneur verlop te vragen in geselschap van datou se beenring de negonij bonto lebang tenogen gaan vermielen aangetien devijand sig daar in meenigt ophield en van de inwoo„ nens dier negorij niet teegenstaande sij Comp: onderdanen waren vis en uijst quamen inkopen. Den oppentolk meede op ordre van den heere gouverneur de regenten van deman„ danrang gevraagt hebbende omme dick met de onse te Conjungeeren meende de„ selve dat het groote geveete daar van in dit geval bij de vijand souden overgaen soo weigere hij niet omme se afte geeven wanneer deheere gouv ernamr hier verder opstond. arou pant Jana hier geweet sinde maakte mij bekend dat hij van sind sij mon„ vrijdag den 28: Sep: 1777 genavond in geselschap van datoua sedeening en datou so upa de negerij bonto lebang aan te dven Den oppertolk bij de madanrang geweest sijnde om het int onder van den heer Maandan „ 29 „ „ gouverneur te seggen dat bij aldien de noorder berg regenten nevens de andere Comp: onderdaanen onder het gevolg een bomiens sijnde sig niet voorgeindigt saak bij de Comp: gesubmitteert en begeeven hadden deselve als vijanden souden moe„ de Compe ten werden aangemenkt heeft deselve in antwoord gediend dat hij geen ints weiger deselve aande Comp: overtegeven veel meer ten eersten hier over met datou ba ningang Van Macasserden ringang en den tomitalang soude spreeken envervolgens aan den heer gouverneur van het beklnt hunnen tsamen komt laten verslag doen wijders let hij mij versoeken aen heere gouverneur te berigten dat hij heeden een aansienlijke panthij boniens soude uit senden omme bonto lebang aante doen en vervol„ gens verder na samana bonij toe op te rukken meenende dat zeese expeditie altenmtt eenige dagen mogt uit blijven. de koningine van Taeng bij mij gesonden hebbende en bij mij bekend maakende dat sij een van s vijands volkeren op taeng had laeten verwoorden die reet dik werf was daargekomen sume leevend middelen te kopen en altijd eenige menschen mee„ de binnen goa had geloktlit ik haer heer voor vriendelijk bedanken en bij voegende van lieven te hebben gesien dat sij dien vermoorden bevendrig had pogen aan de Compagnie over te geeven het welk ik hoope dat sij toekomende in een gelijk geval soude gelieven te doen. arou pantJana hier geweest sijnde verhaelde tehebben vernomen dat datou Beseenring aan pongauwa lisso versogt had den here gouverneur voor te stellen op deselve niet geliefde de madanrang te ordineeren van hem op Toborong te plaatsen /(onderstond/ goa den 30 september 1777 / was geteekend/ w: v: Burghoff /(a onderstond/ accordeerd / was geteekend/ H: B: Hodenpijl. — Aan 73 Jan Macasserden Aan de koningen Rijksgrooten van Bima Na gewoone complimenten uit handen van uw hoogheijts gesanten Jenelie Monta C: S: ontfangen hebbende uw hoogheijts brief waar bij versogt word „van dat de verplaatsing van sComp: post mogt worden afgesien een„ deels om reeden dat deplek guonds waar aen koring commandant deselve willen de leggen beset was met beqraaf plaatsen en an„ dersdeels om dat de oude post van de eerste komst der Comp: op deselve plaats gebleeven was. so diene daar op in antwoord dat wat het eerst of de plaats betreft aen Commandant mij geschreeven heeft vand' eerst aangeweesen plaats om de wille aen qrabe Hteeden afge„ sien en een andere aangeweesen te hebben sijnde een vlakte daar onkel padij velden gevonden worden so dat uu hoogheit en rijksgrooten hier om immers niets tegen het verleggen vande post kunnen hebben. En wat aangaat dat het selve bevoorens nimmer geschied wat dit is immers geene reedenen om sulks niet te gedogen of gaarne ƒ 99 Jan Macasser den gaarne te sien gemerkt men in soo verre tijden of daar om niet gedagt of het niet nodig gevordeerd heeft gelijk thans geschied tot voorkoming van de geduurige diektens onder het volk die alleen aan de geleegendheijd aan de oude post moet worden toe„ schreeven en uitwelken hoofde haar hoog Edelheedens die de verplaatsing daar van bevoolen hebben veel genoegen souden worden toegebragt aat uw hoogheijt en rijks grooten sulx accordeerden en dierwegens oversulks met den Commandant konden over een komen soo als wij uw hoog„ heijt en rijksgrooten versoeken mijt verseekering dat het selve ten wel weesen van het land van bima niet minder dan van de Compagnie sal strecken /onderstond/ geschreeven te Macasser in 't Casteel rotterdam den 3: 1777 october 1777 /onderstond/ accordeert /was geteekend/ H: B: Hodenpijl Aan 75 Jan Macasserden Aan De Koning en Rijksgrooten van Bouton Na gewoone voorreeden. Wijders maeken wij nu hoogheits en rijks grooten bekend hoe al hier zedert omtrend vijf maanden ee oorlog is ontstaan met de macasspe„ van die tegen de Compagnie ongemeene vijandelijkheeden gepleegt hebbende haar Edele van het land Ccelebes gaavene souden tragten te verdrijven om hun selven weeder soo groot en ontsaggelijk te maeken als sij in voorige tijden geweest sijn wanneer sij seeker niet souden nalaeten alle de andere Jnwoonderen onder haer geweld te doen bueken een tananij en wreedheijt te veffenen veelergen dan bevoonens waar van de geheugenis onder aenakomelingen van so veele die het selve hebben onder gaannimmer sal worden uitgewist. Jn den beginne der troubles konden wij niet anders denken of deselve soude wel schielijk gestilt worden maar wij onder„ vinden thans het tegendeel en in't dien hoofde geeven wij daar van thans aan uw hoogheijt en rijks grooten kennisse in verwagting dat het uijk van Bouton dE Comp: it hoofde van d'onderlinge vrind„ schap wel sal bij staan met het senden van so veel hulp troupen als gewoeglijk bij dem anderen te krijgen sullen waren dewelke wij dien halven
English
with two praus and thirty men to meet my Friends. Thamet Written at Slangenoor on the mountain on the 10. day of the month Radje on Friday at 12. o'clock at noon 1199; being 14 October 1785. (underneath/ Thus translated according to the statement of the Sworn Interpreter Iutje Saijer. Malacca in the Castle the 2. November 1785. (underneath/ signed by me/ C. G. Baumgarten Fiscal To the Right Honorable and Noble Sir Pieter Gerardus de Bruijn, Governor and Director of the city and Fortress Malacca, together with The Council Right Honorable and Noble Sir and Honorable Sirs In humble reply to Your Right Honorable and Honorable Sirs' highly respected letters of November duly delivered to us on the 15. of the same month by the Master of the lighter De Vos, I have the honor to advise Your Right Honorable and Honorable Sirs that The first undersigned's crew under his command are in good health, having no more than 4. sick without danger, and with the 2.nd, 2. sick also without danger. The 2.nd undersigned states to have received from the ship Hoolwerf, instead of 8 fathoms, 4 fathoms of firewood, 198. lb. of rice short, and 10. lb. of dried fish. The butter and bacon to be very bad, and from the lighter De Vos 8. whole and 12. half leagers of drinking water amply lacking, caused by the bad barrels, and sends back again by the mentioned lighter 8. whole and 12. half leagers, along with a list of required medicines. Since 257 since the departure of the ship Mars, several balloons have passed in and out of the river and back and forth; on 25. October an English bark passed, steered around the 2.nd; on 13. November three balloons came to anchor here, from one of which its small prau came aboard the first undersigned with a pass signed by the Honorable Mr. Papendrecht; on Wednesday the English brigantine Jenij, Captain Nootij, passed from Malacca to Bengal, whose small boat came aboard the first undersigned and requested to be allowed to go ashore to buy some goods, whereto the aforementioned replied with no, but if he needed water, they would provide him with it, whereupon he departed without coming to anchor, and continued his voyage. Furthermore, the first undersigned has the honor to advise Your Right Honorable and Honorable Sirs that he has water for only 16. more days. Further knowing nothing more that is worthy of the attention of Your Right Honorable and Honorable Sirs, we take the liberty to sign ourselves with deep respect. /underneath/ Right Honorable and Noble Sir and Honorable Sirs /lower/ Your Right Honorable and Honorable Sirs' Obedient Servants /signed/ B. v: d. Spek, I. C. D. Hartig, A. W. Hass and H. De Vrij, /in margin/ On the Honorable Company's ship Hoolwerf the 16. November 1785. Lying in the Blockade of Salangoor To the Right Honorable and Noble Sir Pieter Gerardus de Bruijn, Governor and Director of the City and Fortress Malacca together with The Council Right Honorable and Noble Sir and Honorable Sirs In humble reply to Your Right Honorable and Honorable Sirs' highly respected letters of the 9. November, via the bark De Standvastigheid, duly delivered to us on the 18.th, and those of the 27.th via the hoy De Verwagting on the 30.th of the same month, along with twenty leagers of drinking water for the ship Hoolwerf, of which one empty and two half full, and fifty leagers of the same for both ships of which some empty, and the fresh provisions of which a great deal spoiled. The second undersigned has also received the small chest of medicines. At the same time, there will be no failure to comply with Your Right Honorable and Honorable Sirs' instructions to be on our guard, as we have been daily. Concerning the unwillingness of Radja Brinex, it is not surprising since daily he had many balloons sail in to bring him supplies, of which we to our regret must still be witnesses. We request the required items according to the requisitions enclosed herewith, since due to the daily rain everything rots and falls down from above, and there is not much in stock to be able to repair it, whereas the first undersigned was fitted out for eight, and the second undersigned for six months; thus we request Your Right Honorable and Honorable Sirs to kindly remember us. At the same time, the first undersigned requests rations, since his time is up on 6. December, and the second undersigned requests the remainder of the received two months' rations of lamp oil, wine etc., and fish, the first undersigned being manned with forty-eight Europeans, twenty-five Chinese and twelve Javanese. At the same time, we send back fifty empty leagers. The first undersigned also sends along the Portuguese seaman Thomas de Silva, suffering from consumption, as well as the Corporal of the Malays, being infected with such a disease for which the Doctor has no medicines, and says he cannot cure him, having currently seven disabled men without danger, and the second undersigned no disabled men. This morning passed a three-masted ship showing an English flag. Your Right Honorable and Honorable Sirs, presently having nothing more to report, Your Right Honorable
Dutch transcription
met twee praauwen en dertig kopen om mijne Vrienden te ontmoeten. Thamet Deschreven te Slangenoor op den berg den 10. dog van de maand Radje op Vrijlag 'S meddagson 12. uur 1199; zijnde den 14 October 1785. —. (onderstond/ Aldus Getran„ „lateerd volgens opgave van den Geznoren Tolk Iutje Saijer. Malaca in het Casta den 2. November 175. (daear onser / door mij getekend/ C. G. Bauingarten Fes„ Aan den Wel Edelen Gestrengen Heer Pieter Gerardus de Bruijn, Gouverneur en Directeur der stad en Fortresse Malacca, benevens Den Raad Wel Edelen Gestrengen Heer en E. Heeren In reedrig antwoord op uwe Ed. Gestr. en E. Heeren zeer geëerde Letteren van den November ons op den 15. dito door de Gesaghebber van de Ligter de vos wel ter handge„ „steld, Hebbe de Eere uwel Edele Gestrenge en E. Heeren te adviseeren, als dat Den Eerstgetekende zijn onderhebbende Manschappen, zig in een goede welstand bevinde hebbende niet meer dan 4. zieken zonder gevaar, bij den 2. de, 2. zieken meede zonder gevaar. Den 2. de Tekenaar zigt uit het schip Hoolwerf ontvangen te hebben in steede van 8 v„m 4 1„m brandhout, 198. lb: Rijst te min en 10. lb. drooge vissen. De Booter en spek zeer slegt te zijn, en uit de Ligter de vos 8. P. s Heele en 12. ps. Halve Leggers drinkwater rijkelijk wan, verorzaakt door de slegte vaaten, en zend weeder per gemelden Ligten te rug 8. heele en 12. halve Leijes, benevens en Lijst= van Benoodige medicijnen. Zedert 257 zedert vertrek van het schip Mars, zijn verscheide Balloors uit en in' 't Rivier en heen en weder gepasseert, op den 25. October is een Engels Bark ge„ „passeert, coerde om de 2. d. op den 13. November zijn alhier drie balloors ten an„ ker gekoomen, waar van een zijn Praauwtje bij den Eerste Tekenaar aan boord quam, met de Pas getekend van de E. Heer Papendrecht, op Weden Passerde de Engels Brigantijn Jenij Cap. n Nootij van Malacca na Bengale, welke zijn Chialoep bij den eerste tekenaar aan boord quam, En versogt aan de wal te mogen gaen, om eenige goederen te kopen, waar op voornoemde met neen antwoor„ de, dog indien hij water nodig hadde, dat men hem het zoude bij zetten, waar op hij vertrok zonder ten anker te komen, en zijn reis vervorderde. Wijders heeft den Eerstgetekende, de Eere uwel Ed. Gestrenge en E. Heeren te adviseeren, als dat hij nog voor 16. dagen weeter heeft. Vorders niets meer weetende dat de Attentie van Uwel Edele Gestr. en E. Heeren waardig is, zoo gebruike de vrijheid ons met diep ontslag te tekenen. /onderstond/ welEdele Gestrenge Heer en E. Heerens /lager / uwel Ed. Gestr: en E. Heeren Gehoorzaame Dienaaren / getekend/ B. v: d. Spek, I. C. D. Hartig, A. W. Hass en H. De vrij, /in margine/ Jn 't Comps. ship Hooliwerf den 16. November 1785. Leggende in de Bloquade voor Salangoor Aan den Wel Edelen Gestrengen Heer Pieter Gerardus de Bruijn, Gouverneur en Directeur der Stad en Fortresie Malacca Den Raad Wel Edele Gestrenge Heer en E. Heeren En nedrig antwoord op UuwelEd. Gestr: en b. Heeren zeen geerde Letteren benevens van ten van den 9. November, Per de Bark de Standvastigheid, ons op den 18. e En die van den 27. e per de Hoeker de Verwagting op den 30 dito wel ter hand gesteld, Benevens twintig Leggers drinkwater voor het schip Hoolwerf, waar van een leedig en twee half vol, en vijftig Legers dito voor bijde scheepen waar van eenige Ledigels nu de verversing waar van rijkelijk bedorven. Den Tweede Teekenaar heeft ook teffens het kasje met medicamenten ontvangn Teffens zal niet mankeeren om volgens Uwel Ed. Gestr: en E. Heeren aanschrijvens te voldoen van op ons hoede te zijn, gelijk wij dagelijks geweest zijn, Aangaande de onwilligheid van Radja Brinex is niet te verwonderen alzoo dagel veel Ballons liet en invaaren, m hem toevoer te brengen, daar wij tot ons ledwezken og getuigen van moeten zijn. Wij verzoeke om het benoodigde volgens de Eischen hier nevensgaande, alzoo dor de dagelijkse reegen alles verrot en van boven neder valt, en niet veel in voor„ „raad is om te kunnen remedieeren, dewijl den Eerstgetekende voor agt, en den twaa tekenaar voor zes maanden is uitgerust, dus verzoeke UwelEd Gesthr. en E. Heeren om ons gelieft te denken. Teffens verzoekt den Eerste Tekenaar om ramssoen dewijl zijn teid den 6. December om is, en hij tweede tekenaar om het resteerende van de ontvangene twee maanden rantsoen lampolijen wijn &, vis zijnde den Eerste tekenaar bemant met agt en veertig Europeesche vijf en Twintig Chineesen en twaalf Javaanen. Teffens zende wij weeder te rug vijftig Leedige Leggers, Den Eerste Tekenaar zend ook mede den Portugees zeevaarende Thomas de Silva„ Laboreerende aan de teering, als mede den Corptoraal der Maleijers zijnde niet zode„ „nige ziekte besmet waar voor den Doctoor geen mediceijnen heeft, en zegt dad denzelven niet te kunnen geneesen, hebbende tans zeeven inpotente zonder gevaar„ en hij tweede Tekenaar geen inpotenten. Heeden morgen Passeerde een drie mast schip welk een Engels vlag toonde. UwelEd. Gestrenge en E. Heeren tegenswoordig niets meer weetende te melden Uwelld
English
259 worthy of the attention of Your Right Honourable and Honourable Sirs, we take the liberty to subscribe ourselves with deep respect. Was signed: Right Honourable Sir and Honourable Sirs, lower down: Your Right Honourable and Honourable Sirs' obedient servants, signed: B. v. d. Spek, I. C. D. Hartig, A. W. Haas and H. de Vrij. In the margin: In the Company's ship Hoolwerf the 2 December 1785 lying in blockade off Salangor. To the Right Honourable Sir Pieter Gerardus de Bruijn, Governor and Director of the city and Fortress of Malacca and the Council, Right Honourable Sir and Honourable Sirs, Since our last modest letter sent to Your Right Honourable and Honourable Sirs with the hooker De Verwagting, two balloons have sailed into the river here. On the 5th of this month in the evening around 10 o'clock, a cannon shot was heard on land, shortly afterwards a drum or gong, and at half past 10 o'clock another cannon shot. On the 8th, the English bark Minerva, Captain Chas Classe, destined from Malacca to Bengal, arrived in the roads, though was first to travel to Queda. He came to ask the first signatory for permission to go ashore and buy various items, but was answered with a refusal, and departed again in the evening. On the 15th of this month in the evening at 10 o'clock, another cannon shot was heard on land. On the 16th, two English ships passed, of which one anchored, named Fransonaras, Captain Willem Turner, destined from Siam, last from Malacca, to Souratta, and departed again in the evening. And tonight at 2 o'clock, the Company's bark De Standvastigheid arrived here from Lera. The first signatory sends with the same twenty empty leagers, and has five sick besides, out of danger. At the same time, the second signatory takes the liberty to advise Your Right Honourable and Honourable Sirs that his provisions run out on 12 January next, for twenty-one European persons, twenty Javanese, and twenty-five Chinese, thus together sixty-six persons, and has two sick out of danger. Knowing nothing further that is worthy of the attention of Your Right Honourable and Honourable Sirs, we take the liberty to subscribe ourselves with deep respect. Was signed: Right Honourable Sir and Honourable Sirs, lower down: Your Right Honourable and Honourable Sirs' obedient servants, signed: B. v. d. Spek, I. C. D. Hartig, A. W. Haas and H. de Vrij. In the margin: In the Company's ship Hoolwerf the 17 December 1785, lying in blockade off Salangor. Agrees, M. Saak Honourable Clerk 261 To the Right Honourable Sir Pieter Gerardus de Bruijn, Governor and Director of the City and Fortress of Malacca and the Council, Right Honourable Sir and Honourable Sirs, In humble reply to Your Right Honourable and Honourable Sirs' very esteemed letter of 16 December, duly handed to us on the 22nd by the Commander Jan Pieter Keer, we take the liberty to inform Your Right Honourable and Honourable Sirs that we are astonished at the bad opinion formed of us, while we are not aware of having deviated from the truth in anything contained in our writing. Although it was not precisely specified with which vessel the spoiled vegetables were brought, we declare by the accompanying declaration that the vegetables delivered to us with the bark De Standvastigheid on 18 November were easily two-thirds spoiled. Namely radishes, cucumbers, fokke-tookke and a portion of sweet potatoes, as well as one leager of water empty, two half-empty, and another five or six leaking. The vegetables sent by Your Right Honourable and Honourable Sirs via the hooker De Verwagting, we acknowledge to have received fresh and good, as well as the specified amount of water, everything to our satisfaction. Regarding the bad state of our rigging, we mean in seamen's parlance the rotting of the running rigging and sails, which we are nevertheless obliged constantly to have under the yards, and the rainy climate is better known to Your Right Honourable and Honourable Sirs than to us, so that it is impossible, through frequent, indeed sufficient daily
Dutch transcription
259 UwelEed. Gestr. en E. Heeren attentie waardig zoo gebruik de vrijheid ons met diep ontsag te Tekenen. (onderstond) Wel: Edele Gestrenge Heer en E. Heeren /laiger/ UwelEd: Gestr. en E. Heeren Gehoorzaame Dienaaren /(getekend/ B. v. d. Spek, I. C. D: Hartig, A. W. Hass en H. de Vrij. (in margine/ Jn 't Comps. schip Hoolwerf den 2 Decem, a „ber 1785 / leggende in bloquade voor Salangor. Aan den Wel-Edelen Gestrengen Heer Pieter Gerardus de Bruijn, Gouverneur en Directeur der stad en Fortresse Malaca Den Raad, Wel Edele Gestrenge Heer en E. Heeren, Zedert onze Laaste geringe Letteren aan Uwel Ed. Gestr. en E. Heeren toegezonden met de Hoeker de verwagting zijn alhier twee Balloors de Rivier ingeseilt. Op den 5. deezer 'sevonds circa 10. uur, hoorde men een canonschoot aan Land, kort daar op een Trommel of gang gong, en om half 11. uwr nog een canonschoot. Op den 8. quam ter reede de Engelsche Bark Minerva capitein Chas Classe van Malacca na Bengale gedestineerd edog, zoude eerst na queder om reest. quam aan den Eerstgetekende vragen, om aan Lant te mogen gaen en het een en ander te koopen, dog wierd met neen beantwoord, en vertrok des aoonds weeder Op den 15. dezer savonds om 10. uur hoorde men weder een camonschoot aan Lant. op den 16. Passeerde twee Engelsche scheepen, waar van een ankerde en genaamt Fransonaras Casp:t willem Turmer, van Siam laast van Malacca na souratta gebest„ „neerd, en vertrok des avonds weeder. 6d En Heeden nagt om 2. uur arriveerde alhier de Comps. wark de standvastifheid van Lera. Den Eerste Tekenaar zend met dezelve twintig ledige Leggersen heeft ijf emptanten benevens beliten buiten gevaar. Teffens gebrlickt hij twede tekenen de vijsen uweEd: Getrnge en E. heent ak „seeren, dat zijn rantsoen heid den 12. Januari aanstaande uit is, voor een en Twintig koppen Europeschen, Twintig Jawaanen, en vijf en twintig Chineeschen, ds te zaamen zas en zestig koppen, en heeft twee inpotenten buiten gevaar. Vorders niets meer weetende dat de attentie van UwelEdele Gestrenge en E. Heeren, waardig is, zoo gebruike de vrijheid, ons met diep ontzag te tekenen. (onderstond) WelEdele Gestrenge Heer en E. Heren/lager Uwelled. Gestr. en E. Heeren Gehoorzaeme Dienaar„ /getekend/ B. v. d. Spek, I. C. D: Hartig, A. W: Hassen H. desrij. (in margine/ Jn Comps schip Hoolwerf den 17 December 1785 leigende in bloquade voorleem„ genoor. Accordeert m Saak E. G. Klerk 261 Pieter Gerardus de Bruijn, Aan de Wel- Edele Gestrenge Heer Gouvverneur en Directeur der Stad en Fortresse Malacca Den Raad Wel-Edele Gestrenge Heer en E. Heeren, In nedrig antwoord op uweldele Gestr: en E. Heeren zeer geerde Letteren van den 16. December ons op den 22. ' door den Gesaghebber Jan Pieter keer wel ter hand gesteld. zoo gebruike de vrijheid UwelEdele Gestr. en E. Heeren te communiceeren verwon„ „derd te zijn, weegens de slegte opinie die op ons gemaakt word, Terwijl ons niet bewust is, buijten de waarheid getreeden te zijn, in al het geen ons schrijven beheldt. Hoewel niet just gespecificedis, met wat vaartuig de beborven groentens zijn aangebragt. zoo verklaaren wij door bijgaande verklaaring dat de groentens die ons met de Bark de Standvastigheid op den 18 November ter hand zijn gesteld Rijkelijk twee derde bedorven zijn geweest. Als namentlijk radijs, comcommers, Fokke Tookke en een gedeelte Battatters als mede En legger water Leedig Twee half Leedig, en nog eenige vijf à zes binnen wan De Groentens door UwelEdele Gestrenge en E. Heeren toegezonden, per de Hoeker de verwagting, bekennen wij vers en goed, als mede het gespecificeerde getal water alles ten genoegen ontvangen te hebben. Aangaande de slegtheid van ons tung, verstaan wij onder Zee mans spreek wijze, de verrotting van het loopende touwwerk en zeijlen, die wij dog genoodzaakt zijn, bestendig onder de raaste hebben, en uwelEdele Gestr. en E. Heeren is betor dan ons, de regenagtige climaat bekend, zoo dat het onmogelijk is, om door veelvuldige, ja genoegzaamen benevens dagelijkshe naar„ san„
English
daily rain to prevent the rotting thereof. Concerning the ship Hoolwerf, may it please the Right Honourable and Respected Gentlemen to consider what loss it suffered during its unfortunate stranding, from its requisition received at Batavia, as appears from the accompanying copy of declarations. From these proofs of truth, we hope that we have given the Right Honourable and Respected Gentlemen no cause to think that our rigging is not as poor as we have reported it. Also on the 18th of December, twenty-one inches of water was unexpectedly found at the pumps on the ship de Hoop, and since that time until today there is thirteen inches of water at the pumps every three glasses; therefore the second signatory very humbly requests to be replaced, in order to be helped and provided for regarding his leakage and further necessities. Since the 17th of December, another seven balloors have been driven into the river here. On the 20th of December in the evening, a ship passed, presumed to be an English man-of-war. On the 22nd of December, the pantjallang Bliton arrived. On the 25th of the same month, the hooker bark de Verwagting passed. On the 27th of the same month, a bark passed showing a Danish flag. On the 2nd of January 1786, a balloor passed, destined from Malacca to Piedir, laden with salt and Javanese tobacco. On the 3rd of the same month, in the afternoon at half past two, a cannon shot was seen fired from the battery, whereupon nothing further was observed. On the 6th of the same month, at daybreak, a balloor was seen coming out of the river; we sent the armed boats after it, but as it resisted, three men were killed, the remainder having fled; they subsequently set fire to the balloor. On that same day, a goerab passed showing a Portuguese flag. We are sending the pantjallang Bliton because we have a shortage of drinking water, the first signatory having supplied the pantjallang with a leaguer of water, as it had no water; the ships are currently provided with drinking water for only ten days more. The rations received per the pantjallang Bliton for the ship Hoolwerf are, according to re-weighing on board in the presence of Commander Keer, 335 lb. of rice short. The first signatory requests cartridge yarn, flag and sail yarn, and sealing wax from the Right Honourable and Respected Gentlemen; he has four invalids out of danger and also sends a list of required medicines. And the second signatory likewise has two invalids out of danger. Knowing nothing further worthy of the attention of the Right Honourable and Respected Gentlemen, we take the liberty of subscribing ourselves with deep respect. Was signed: Right Honourable Sir and Respected Gentlemen, below: the Right Honourable and Respected Gentlemen's obedient servants, signed: B. v. d. Spek, I. C. D. Harten, A. W. Hass, and H. de Vrij. In the margin: On the Company's ship Hoolwerf, the 7th of January 1786, lying at anchor in the blockade before Salangoor. To the Right Honourable Sir Pieter Gerardus de Bruijn, Governor and Director of the City and Fortress Malacca Right Honourable Sir, Taking the honour to inform the Right Honourable Sir that on the 17th of January, on the voyage to Slangenoor, at the mouth of the Strait of Calang, having captured with the boat a kakap steering, as it appeared, towards the tin river in Calang; its entire cargo consisted of some bags of betel nut and fifty ganting of salt, manned by six heads, one of whom was a Selangor man, whom we took over from the vessel along with its nakhoda. And after questioning the nakhoda, it was understood that he had sailed from Slangenoor the night before, having come originally from Assahan and now wishing to go to Siak and belonging there; we took a portion of the quantity of salt from the kakap, the reason being that, not being certain whether the said nakhoda, if released, might possibly steer with the kakap to the tin river, we kept him in tow until outside the Strait of Calang, and then, as he had immediately surrendered willingly to the boat, let him sail on without the said Selangor man. And after interrogating the aforementioned Selangor man, it was understood that he belongs to Moa and was pledged in Malacca to a Selangor Chinese, and had gone along with the said kakap; he also reported that Raja Brima was currently himself at Slangenoor, and had sent his brother the raja muda named Aear with three vessels to Atchin to request assistance there, and did nothing daily other than strengthen himself, having had Fort Altingsburg palisaded all around with long landeesen on top of the mountain, and for its garrison fifty Malay men, twelve of whom were former Company soldiers, with a Malaccan resident Malay sergeant named Tenal, and a European former Company sergeant named Carel Kinap, who has supervision over the artillery and daily drills the men in arms. However, on the contrary, few men were stationed in Fort Utrecht at Tanjong Bato; and in the stockades below that Raja Brima had built, there were as yet no men, because the inhabitants are in a poor condition with diseases and hunger, and Raja Brima is placing his hope in expectation of help from the Achinese. The Selangor man further related that inside the river three Queda balloors laden with tin were lying ready to depart by night at the first opportunity, and another two balloors were lying laden in the tin river near his settlement there, likewise to sail to Queda at the first occasion; and that the said Raja had all balloors that cannot enter the Slangenoor River due to the Company's blockade go to the tin river, in order to fetch rice or provisions from there to Slangenoor in small quantities in time of need. On the 18th of January, [illegible] together with the koster and the lighter, all still being in good condition.
Dutch transcription
dagelijksche regen de verotting daar van te verhinderen. Aangaande het schip Hool werf gelieve UuwelEd. Gestr. en E. Heeren te consiuereren wat verlies het zelve bij het ongelukkig vast zitten gehadt heeft, van zijnen Eisch op Batavia ingekreegen, blijkens neevensgaande copia verklarings, blijkens deeze be „wijzen van waarheid, hoopen wij, dat wij uwelEdele Gestr: en E. Heren geen orzaak gegeven hebben, van te denken dat het niet ons tuijg zoo slegt niet is, als wij het opgegeven hebben. Alzoo ook op den 18. December op het schip de Hoop, onverwagt een en Twintieg duijm water bij de Pompen is bevonden, en zedert dien tijd tot heden alle drie gleend dertien duijm water bij de pompen is, dierhalven verzoekt hij tweede Tekenaar zeer nederig om vervangen te worden, om van zijn Leccagie en het verder benoodigde te kunnen geholpen en voorsien te werden. zedert den 17. December zijn alhier weder zeven Balloors in de rivier geheid„ Op den 20. December desavonds passeerde een schip na presumatie een Engelse maan Den 22. December arriveerde de pantjallang Bliton, Den 25: d. o Passeerde de Hoeker Brk de verwagting. Den 27. d. o Passeerde Een Bark die een Deensche vlag toonde. Den 2. Januarij 1786. Passeerde Een Balloor van Malacca na Piedir gedestineerd, gen„ „laaden met zout en Javaansche Tabak„ Den 3. d.o heeft men agtermiddags om half 3 uur een anonschoot uit de Batterij itweke zien doen, waar op verders niets is ontwaard. Den 6. d. o des morgens met den dag zien een Balloor uit de rivier koomen, zonder de gewapende schuiten na dezelve, edog door dien hij zig te weer stelde doode, men drie man, zijnde de resteerende gevlugt, staaken vervolgens de Balloor in Brand. op dien zelve dag passeerde een goerab die een Portugeese vlag toonde. wij zenden de Pantjallang Bliton, door dien wij gebrek aan drinkwater hebben, hebbende hij Eerste Tekenaar aan de Pantjallang een Legger water bijgezet, vermits dezelve geen water hadden zijndethens bij de scheepen nog voor tien dagen van drinkwater 263 drinkwater voorsien. De Rantzoenen per de Pantjallang Bleten voor het schip Hoolwerf ontaangen, komt volgens naaweeging aan boord, in het bij zijn van den Gezaghebber Keer 335: lb. rijst te kort. Den Eerste Tekenaar versoekt UwelEdele Gestrenge en E. Heeren, om cardoes gaaren, vlagge, en zijlgaaren, en zegel Lak, heeft vier impotenten buiten gevaar en zend meede een Lijst van benoodigde medicamenten. En den Tweede tekenaar heeft twee impotenten mede buiten gevaar. Voorders niets meer weetende dat de attentie van uwelEdele Gestr: en E. Heeren waardig is, zoo gebruike de vrijheid ons met diep ontsag te teekenen. /onderstond/ WelEdelen Gestrengen Heer, en D. Heeren, /lager U'welEd. Gestr: en E. Heeren gehoorzaame Dienaaren /getekend/ B. V. d. Spek, I. C. D. Harten; A. W. Hass en H. de Vrij, /in margine) In 't Comps. schip Hoolwerf den 7. Januari 1786. geankerd leggende in Bloguade voor Salangoor. —. Aan den Wel-Edelen Gestrenge Heer Pieter Gerardus de Bruijn, Gouverneur en Directeur der Stad en Fortresse Malacca Wel Edele Gestrenge Heer„ D' Eer neemende UwelEed. Gestr. te berigten, als dat ik den 17. Januari 0 op de reize na Slangenoor, in de mond van de straat Calgng een Cacab stevende gelijk het scheen naar 't in Calang zijnde tin rivier met de schuit hebbende genoo„ „men zijn geheele laading bestond in eenige zakken met pinang en vijftig Ganting zoud, bemant met zes koppen waar van zijnde een en slangenoorees, welke met deszelfs nachoda van 't vaartuig over naamen, en na den nagoda verhoord te hebben verstond ge„ Utrect an verstonde dat hij des nagts bevoorens iit slangenoor gezeed was erst komende van Assahan en nu willende naar Siac en aldaar t' huishoorende, naarmen een gedelkt van de quantiteid zout uit den cacab, de reeden als niet verzekerd, zijnde of gem: nagoda als men hem loslaatende mogelijk met den cacab na het tin rivier moegte stevenen, houden hem tot buijten de straat Calang op sleeper en lieten hem toen terwijl hij zig direct goedwillig aan de schuit had overgegeven buiten den gem: slangenoorees zeilen, en na den meergem: Slangenorees ondervraagt te hebben, verstond, dat hij op Moa 't huis hoorende en op Malacca aan een Slangg„ noneese Chinees verpand was, en met gem: Cacab was mede gegaan rapporteerde ook dat Radja Brima thans zelver op Slangenoor was en zijn Broeder radja hoeda genaamt Aear met drie vaartuigen had gezonden na Atchin, om aldaar hulp te verzoeken, en dagelijks niet anders deede als om zig te versterken hebbende boven op de berg het fort Altingsburg rondom met lange landeesen laaten palisadeeren, en tot bezetting derzelver vijftig Man Maleijns, daar van twaalf geweesen Comp. s Militairen, met een Malaccasche ingezeten Maleidse sergeant genaamt Tenal, en een Europees gewesen Comp. s Sergeant genaamt Carel Kinap, dewelke 't opzigt over 't geschut heeft, en 't volk daagelijks in de wapenen oefend. Egter in tegendeel in 't fort Uitecht op Tanjong Bato weinig volk leggende; en de Coeboes, beneeden die Radja Brima heeft laaten maaken tot nog toe in dezelve geen volk zijnde, door dien de inge„ „zeetene met ziekten en honger in een slegte toestand zijn, en Radja Briman met verwagting op de hulp van de Atchieners zijn hoop stellende Nog verhaalde hij slangenorees dat binnen in het rivier drie quedasche baloors met tin gelaaden klaar laagen in bij nagt met de Eerste gelegenheid te vertrekken, en nog twee balloors in 't tim rivier bij deszelfs Negorij aldaar geladen lagen om ook met de eerste occagie naar queda te zeilen, en dat gem: Radja alle balloors die door Comp:s bloqueering niet kunnen binnen in Vrivier Slangenoor komen, na het tin rivier deede gaan om in tijd van nood van daar na slangenoor in klijne quantiteid de reist of proviesen te haalen. Den 18. Ianuari aver werde benevens de koster en de Ligter zijnde nog llen een goed Staat
English
To inform your Right Honorable Sir with all respect in order to find myself honored with your Right Honorable Sirs orders thereupon. Until today, no vessel has come down from the abovementioned negorij of the Langoelo, as has already been reported. Therefore, resolving, as I was in need of fresh water, I went up the tin river with the pantjallangs in the evening, where I came to anchor quietly before the negorij in the morning at 4 o'clock. I became engaged with the same in a hostile attack, and at noon [captured] the negorij with a portion of their people and goods and the balloors and cacabs lying there, with a reasonable quantity of rice, besides the 1300 pieces of tin mentioned. However, the aforementioned two balloors, having lain near the negorij laden with tin, fled further up the river; yet thinking that in time they will be forced by hunger to come down. And I, greatly fearing, as aforementioned, since this happened entirely outside your Right Honorable Sirs orders, how my conduct therein will be received by your Right Honorable Sir; therefore drifting down with the pantjallangs in the evening, I anchored again on February 2nd at the previous post in the tin river, hoping to find myself honored here by your Right Honorable Sirs respective orders, as I would gladly wish to be permitted by your Right Honorable Sir to go up the tin river as far as practicable with the pantjallangs and to inspect and survey the same. On February 7th, the lighter De Vos was found here in the Strait of Celang, the same having been here to fetch fresh water for the Honorable Company's ships Hoolwerff and De Hoop. On the 10th ditto, an English snow named Little Nancy arrived here, commanded by Captain John Nimmo, manned by 45 hands, coming from Bengal and bound for Malacca. And as it is not known whether it might last long before an opportunity for a Company vessel to Malacca might arrive here, taking therefore the liberty to offer these presents with all respect to your Right Honorable Sir with the abovementioned vessel. For the rest, having the honor very humbly to recommend myself to your Right Honorable Sirs favorable protection and to call myself with all due deference, Right Honorable Sir, Your Right Honorable Sirs obedient, humble servant, signed: I. H. Meijer. In the margin: On board the Honorable Company's pantjallang De Philippina, anchored to the close in the 2nd tin river, February 10th, 1786. To the Right Honorable Sir, Pieter Gerardus de Bruijn, Governor and Director of the City and Fortress of Malacca, together with The Council. Right Honorable Sir and Honorable Sirs, In humble answer to your Right Honorable Sir and the Honorable Sirs' highly respected letters of the 4th, 7th, and 18th of January, received by us on the 10th, 18th, and 22nd of the same month with the bark De Standvastigheid and the pantjallangs Philippina and Bliton, together with the drinking water, refreshments, cordage, rations, and medicines, all in good order and well received. Thus we take the liberty to communicate to your Right Honorable Sir and Honorable Sirs that on January 12th we dispatched the bark De Standvastigheid with twenty empty casks to Pera. On the 15th ditto, a Portuguese and an English ship passed. On the 18th ditto, we captured a balloor coming from Assahan and intending to go to Salangor, laden with three thousand eight hundred and twenty pounds of rice; have unloaded the same, and let the balloor go again. That same day, the pantjallang Philippina, the costen-de-onderneemer, and lighter De Vos arrived here. In the evening at 9 o'clock, heard five shots, and at half past 9 o'clock another shot on land, but noticed nothing further. On January 19th in the evening at 5 o'clock, a salute of seven cannon shots was seen fired from the battery Utrecht, and thereupon the blue flag hoisted half-mast, and four balloors at anchor in the entrance of the river, upon which nothing further followed. On the 22nd ditto, the pantjallang Bliton arrived here, and on that same day sent both pantjallangs to the Strait of Celang. On January 23rd, we captured a fishing prau that wished to sail into the river, but whose crew fled; found four hundred and fifty pounds of rice in the same. On the 25th ditto, a Portuguese bark passed. On the 27th, a Portuguese ship passed. And on that same day, two Salangorese refugees came on board from land with a small prau and requested protection under the flag; we are sending the aforementioned refugees along. On the 28th ditto in the evening at half past eight, heard a cannon shot on land, but noticed nothing further. The First Signer takes the liberty to communicate to your Right Honorable Sir and Honorable Sirs that his ration period expired on February 6th, being manned with forty-nine Europeans, twenty-five Chinese, and twelve Javanese, and requests bunting, tableware of porcelain and otherwise, writing paper, and ditto pens. The Second Signer also sends a list of needed medicines, and likewise requests tableware for six months and rations. The Second Signer also at the same time takes the liberty to communicate to your Right Honorable Sir and Honorable Sirs that after the arrival of the three caulkers on board his ship De Hoop, he daily had the ship heeled over starboard and port side, and also lightened fore and aft as much as was practicable for a ship that lies with all its rigging aloft, guns mounted, and in blockade before a hostile river; after having caulked the aforementioned vessel outside all around, the same still takes thirteen to twelve inches of water at the pumps every watch; we are sending the caulkers back, as they can do no more to the aforementioned vessel here. Through lack of drinking water, we had to send the lighter De Vos to the Strait of Calang, having before and upon its departure already eight mutsjes
Dutch transcription
267 Uwel Edele Gestr. met alle Eerbied kennis te geeven om daar op mij te moogen ver„ uwelEd. Gestr. orders vereerd vinden. Tot heeden nog geen vaartuig van bovengem: Negorij van den Langoelo aldaar gelijk bereeds vermeld staat afgekoomen is, dierhalven Resolveerde door dien ik verswater benoodigd zijnde; en ging des avonds met de Pantjallangs het tin rivier op, alwaar ik des morgens om 4. uur in stilte voor de Negorij ten anker quam, raakte met dezelve in een vijan„ „delijke attaque, en des middags de Negorij met een gedeelte van hun volk en goederen en daar leggende balloors en Cacabs met een redelijke quantiteid Rijst behalven 1300 stuks tin vermeld, egter de voorengem: aan des Negorij met ten gelaaden gelegen hebbende twee Baloors na boven verder 't rivier op zijn gevlugt; dog denkende door den tijd dezelven van honger genodsaekt zullen worden om af te koomen. Eij ik zeer vreesende als bovengemeld voorwal buiten uwelEd. Gestr. orders geschied is, hoe het gedrag van doen daar over bij uwel Edele Gestr. zullende opgenoomen worden desweegen des avonds met de Pantjallangs afdrijvende en ben den 2. februari weder op de voorige post in 't tin rivier geankerd om in hoope mij hie temoogen door UwelEdele Gestr. Respective orders vereerd vinden, als geerne wenschte van uwelEd. Gestr: gepermitteerd te moogen worden om het tin rivier zoo ver als doenlijk is met de pantjallangs op te gaan en 't zelve te onderzoeken en op te neemen. Den 7. februari vonden de ligter de vos hier in straat Celang zijnde dezelve hier geweest om verswaten voor'sComp. s scheepen Hoolwerff en de Hoop te haalen. Den 10. d. o quam alhier een Engelsche snaauw genaamt Litte Nancij gecomman„ deerd door den Cap. n John Nimmo bemant met 45 Coppen koomende van Bengale en willende naar Malacca en door dien niet weetende of het lang konde aanhouden eerder occagie van een Comps. vaartuig hier naar Malacca mogte konmen. Des wegen de vrijheid neemende om met den bovengem: bodem uwelEdele Gestr: deezes met alle Eerbied te offereeren. Voor 't overige de eer hebbende mij zeerootmoedig in uwelEd. Gestr: gunstige protexie te recommandeeren en mij met alle verschuldigst ontzag te Noemen. (onderstond/ wel Edele Gestrenge 3 Gestrenge zen (lager/Uuwe Edele Gest: ghoozaame onderdanige Dienaaren getekend: I. H. Meijer, /in margine/ aen boord in 'sE. Comp. s Pantjallang de Philippina geanh tot sluiting in '2. ten rivier den 10 februari 1786. Aan den Wel Edelen Gestrengen Heer Pieter Gerardus de Bruijn, Gouverneur en Directeur der Stad en Fortresse Malacca„ benevens Den Raad, Wel Edele Gestrenge Heer en E. Heeren, In Neederig antwodop UwelEdele Gest. en E. E. Heren zur ge eerde Letteren van den 4. 7, en 18 Ianuari, ons op den 10, 18 en 22.:' derzelver maand, met de Bark de standvastighed) en de Pantjallangs Philippina en Bliten, benevens het drinkwater, verversingen Touwwerk, rantzoenen, en medicamenten alles goed en wel ontvangen. zoo gebruike wij de vrijheid aan uwelEdele Gestr: en E. E. Heeren te communiceeren, dat wij op den 12 Januarij de Bark de Atandvastigheid met twintig ledig legen na Pera afgescheept hebben. Op den 15. do passeed ee Portuges en een Engels schip. op den 18. dito hebben wijen balloor genoomen, komende van Assahen de wil hebbende na Salangox geladen met drie duizend agt Horderd en twintig zonden rijst, hebbe deselve gelost, en de Balloos weder laaten gaaan. Dienzelve dan arriveerd alhier de pantjalling Philipiue, de kosten de onderneemen en ligter de vos. Des avonds om 9. uur hoorde vijf schooten, en om half tien 10 uur nog een schort aan Land, edog ontwaarde verders niets. Op den 19 Ianuari savonds om 5. uur zag men Een salut van zeven pees F Canonschooten 269 Canonschooten van de Batterij Utrecht doen, en daar op de blaauwe vlag half stek. waaijen, en vier balloors in den ingang van de rivier ten anker waar op vorders niets is gevolgt: Op den 22:e dito arriveerde alhier de Pantjallang Bliton, en zende dienzelve dag de bijde Pantjallinge naa straat Celang. Op den 23. Januari hebben wij een visser praauw genomen, welk de rivier wilde inzei„ „len, dog waar van het volk vlugte, bevonde in de zelve vier honderd vijftig ponden rijst. Op den 25. d. o passeerde een Portugeese Bark, op den 27. Passeerde een portugees schip. En op dien zelve dag kwaamen twee slangenoorse vlugtelingen van land met een praauwtje aan boort, en versogte besherming onder de vlag wij zende voormelde vlugtelingen meede. Op den 28e dit savmed omn half ouw hoore een anonshort aan Land, dog ontwaarde verders niets. Den Eerste Tekenaar gebruikt de vrijheid Uwel Edele Gestr: en E. Heeren te ommuni„ „ceeren, dat zijn rantden tijd den 6. Februarij verstreecken is, zijnde bemant met Negen en veertig Eropeesen, vijf en twintig Chineesen, en Twaalf Javaanen, en versoekt om vlaggedoeke Tafelgoed van Porelijn als anderzints, schrijfpapier en d. o pennen Den Tweede Tekenaar zend mede een Lijst van benoodigde medicamenten, en versoekt mede om Tafelgoed voor zes maanden en rantzoenen. Den Tweede Tekenaar gebruikt ook teffens de vrijheid uwelEdele Gestr. en E. Heeren te communiceeren, dat naa de aankomst van de drie calfaters aan boord van deszelfs schip de Hoop, hij dagelijks het schip gekreukt over stuur„ boord en bakboords zijde, als meede voor en agter doen ligten, zoo veel doenlijk was voor een schip dat met zijn geheele tilig om hoog stukken te boord, en in bloquade voor een vijandelijk rivier legt, na voormelde bodem buiten boort rontsom gecalfaat te hebben, zoo behoud dezelve nog egter dertien â Twaalf dunnen weter bij de Lompen allewagten, wij zenden de Calfaaters te rugge, Terwijl zij niet meer aan voormelde bodem alhier kunnen doen. Door gebrek aan drinkwater, hebben wij de Ligter de Vos na Straat Calang moeten zenden, hebbende voor en bij deszelfs artrek, bereeds agt musjes
English
mutsjes of drinking water provided to every person on both ships, but request Your Right Honorable and Honorable Gentlemen to allow us by every possibility to receive drinking water with the departing vessels, as it is feared that the enemy, being aware that drinking water is fetched from the wells in the Calang Strait, might make the same unusable, or that also through a change of drinking water more illnesses might arise among our crew. The chief surgeons of both ships have, in a meeting of the Ship's Council, requested refreshments of fruit, such as pomeloes, radishes, cucumbers, lime juice or lemons, and sweet apples, as already thirteen incapacitated men on both ships are suffering from scurvy. On 10 February the Company's bark the Standvastigheid arrived here from Lera; with the same I have received twenty-eight leggers of drinking water for both ships, and send back with the same twenty-eight leggers and eleven half ones from the Company's pantchiallang the Philippine. We have taken the boat of the bark the Standvastigheid in exchange for the boat of the ship de Hoop, as the same is unfit. We send a statement regarding the insolence committed by Lieutenant Christiaan Meijer. Knowing nothing further worthy of the attention of Your Right Honorable and Honorable Gentlemen, we take the liberty to call ourselves with all high esteem and respect. /below/ Right Honorable Severe Sir and Honorable Gentlemen /lower/ Your Right Honorable and Honorable Gentlemen's obedient servants /signed/ B. v. d. Spek, D. C. D. Hartig, A. W. Has, and H. de Vrij, /in the margin/ on the Company's ship Hoolwerf lying at anchor in blockade before Salangoor the 11 February 1786. To 274 Pieter Gerardus de Bruijn, Governor and Director of the city and fortress Malacca, together with The Council, Right Honorable Severe Sir and Honorable Gentlemen, In humble reply to Your Right Honorable and Honorable Gentlemen's very esteemed letters of the 2nd of this month, per the bark the Standvastigheid, and that of the 10th per the gallywat the Concordia, together with all that was sent, safely and well delivered. We have understood from the commander of the gallywat the Concordia that no more water is to be had from the wells in the Calang Strait, as he has already supplied the pantchiallangs with his drinking water. Therefore, out of dire necessity, we send the lighter the Vos, since the other vessels also lack drinking water; the lighter has loaded 12 full and six half leggers; we request the same back as soon as possible with that liquid, as we are greatly in need of it. We have received with the bark the Standvastigheid 17 full and thirteen half leggers of drinking water, the same having dispatched three leggers of that liquid to the pantchiallangs. We perceive no vessels at all and everything seems to be quiet; yet as far as one can see with the spyglasses, Radja Brima seems to be vigorously engaged in building kubus on the big mountain. We have fifteen incapacitated men on both ships, three of whom on board the first undersigned, who are in poor condition. To the Right Honorable Severe Sir The E The first undersigned takes the liberty to communicate to Your Right Honorable and Honorable Gentlemen that his ration time expires on 6 April, and requests cartridge paper, needles, and threads, as well as priming wires; by the second undersigned is also requested the remainder of the last sent. Knowing nothing further worthy of the attention of Your Right Honorable and Honorable Gentlemen, we take the liberty to call ourselves with all high esteem and respect, /below/ Right Honorable Severe Sir and Honorable Gentlemen, /lower/ Your Right Honorable and Honorable Gentlemen's obedient servants /signed/ B. v. d Spek, I. C. D. Hartig, and A. W. Hass, /in the margin/ On the ship Hoolwerf the 21 March 1786, lying at anchor in blockade before Salangoor. — To the Right Honorable Severe Pieter Gerardus de Bruijn, Governor and Director of the city and fortress Malacca Right Honorable Severe Sir, Taking the honor with awe to inform the Right Honorable Severe that I have found myself honored with Your Right Honorable Severe's very respected letters of 2 and 10 March on 5 and 14 thereof, and regarding the first, taking the liberty to make known to Your Right Honorable Severe's wise judgment, according to bounden duty, the incident of the attack and the ruination of the settlement, along with the very highly respected orders then breached by me, and the cause thereof. Namely, after the drinking water with me decreased greatly, because I [illegible] all military List.
Dutch transcription
musjes drinkwater aan ieder persoon op bijde scheepen verstrekt edog versoeke UwelEdele Gestr: en E. Heeren ons bij alle mogelijkheid met de afgaande verantuijgen drinkwater te mogen genieten alsoo men bevreest is dat den vijand bewust zijnde dat men drinkwater uit de putten in straat Calang haald, hetzelve mogte koomen ombruikbaar te maaken of dat ook door verandering van drinkwater meerdere ziektens onder onse scheepelinge mogte te ontstaan. De oppermeester van beide scheepen hebben in vergadering van Scheepsraad, versogt om verversingen van vrugten, als Lompelmoesen, radijs, concommers, Limoensap of Lemnst„ „jes, en soetappelen, alsoo dezelve bereeds op bijde scheepen dertien impotenten aan de scheurbootik laboreeren. Op den 10 Februari arriveerd alhier de Comps. Bark de Standvastigheid van Lera met dezelve hebbe ontfangen agt en Twintig leggers drinkwater voor bijde scheepen, en zende weder met dezelve agten Twintig leggers en Elf halve van Comps. Pantjellang de Philippine. Wij hebben de schuit van de Bark de Standvestigheid in ruiling voor de schuit van het schip de Hoop genoomen alsoo deselve onbequaam is. Wij zende verklaring wegens brutaliteiten door den Luitenant Christiaan Meijer gedaan. Verders niets weetende de attentie van UwelEdele Gest. en E. Heeren waardig zijn„ „de zoo gebruike wij de vrijheidons met alle hoogagting en eerbied te Noemen. /onderstond/ Wel Edele Gestrenge Heer en E Heeren /lager/ UwelEdele Gestrenge en E. Heeren gehoorsaame Dienaaren /getekend/ B. v: d. Spek, D. C. D. Hartig, A. W. Has, en H. de Vrij, /in muarg„ „ne / in Comps. schip Hoolwerf gean kers leggende in Bloquade voor Salangoor den 11. Februari 1786. Aan 274 Pieter Gerardus de Bruijn, Gouverneur en Directeur der stad en Fortresse Malacca, benevens Den Saad, Wel Edele Gestrenge Heer en E. Heeren In Nederig antwoord op UwelEdele Gestrenge en E. Heeren zeer geeerde Lette„ „ren op den 2. dezer, per de bark de standvastigheid en die van den 10. e per de Gallo„ „wet de Concordia, benevens al het toegezondene goed en wel ter handgesteld. Wij hebben van de Gesaghebber van de Gallowet de Concordia verstaan dat'er in de putten in straat Calang, geen water meer te krijgen is, alzoo dezelve van zijn drinkwater de Pantjallangs bereeds bijgezet, heeft. Dierhalven zeuden wij uit hooge noodzakelijkheid, de ligter de vos, dewijl de andere vaartuigen ook drinkwater manqueeren, de ligter heeft gelaaden 12. heele en zes halve leggers, wij verzoeken dezelven met den eerste met dat vogt wederom, alzoo wij grootelijks daarom verlegen zijn. Wij hebben met de bark de standvastigheid ontvangen, 17. heele en dertien heelve leggers drinkwater, hebbende dezelve drie Leggers van dat vogt aan de pantjallangs afgescheept. Wij verneemen in het geheel geen vaartuigen en alles gelijkt stil te zijn :dog voor zoo verre men met de kijkersdien kan, gelijk radja Brima dapper in de weer te zijn, om coeboes op de groote berg te maaken. Wij hebben op bijde scheepen vijftien inpotenten, waar van drie aan boort van den Eerste tekenaar, welke slegt zijn. Aan den Wel- Edelen Gestrenge Heer Den E Den Eerste Tekenaar gebruikt de vrijhend uwelEdele Gestrenge en E. Heeren te communiceren, dat zijn randsoen teid den 6 April uit is, en versoekt om Cardors papier d'naalden, en gjaaren, als mede om laadpriemen, bij den Iuwde Schenaer werdock om het resterende van de laast oegezonden Voorders niets meer weetende de attentie van uweldele Gestrenge en E. E. Heeren waardig te zijn. zoo gebruike de vrijheid ons met alle hoogagting en eerbied te noemen, /onder„ „stond/ WelEdele Gestrenge Heer en E. Heren,/lager/ uwer welEdele Gestr. en E. Heeren, gehoorzaame Dienaaren /(getekend/ B. v. d Spek, I. C. D. Hartig en A. W. Hass, /in margine/ In 't schip Hoolwerf den 21 Maart 1786. geankerd leggenden in bloquade voor Salangoor. — Aan den WelEdelen Gestrengen Gestren Pieter Gerardus de Bruijn, Gouvasiur en Directeur der stad en Fortresse Malacca Wel Edele Gestrenge Heer, De Eer nemende net ontzag welEd. Gestr:. te berigten dat ik Uwel Ed. Gestr. zeer gerespecteerde brieven van den 2 en 10 Maart, op den 5 en 14. daar mij heb vereerd meede gevonden, en op de Eerste de vrijheid gebruikende aan UwelEdele Gestr. wijze oordeel, het voorval van de attacx en der remuieeringe des Negorij, met de toen door mij overge„ treedene der zeer hoog geëerde orders, de oorzaak volgens schuldige pligt daar van bekent te stellen. Als na dat het drinkwater bij mij zeer verminderde, door dien ik alle Mili„ tairen Lijst.
English
273 had to keep the soldiers on board until the return of the pantchiallangs Bliton from Malacca, and the said pantchiallang being here, the commander came to me complaining that with so many people, and since some of his water casks were leaking, he could not manage for long with the same; and because there were 2 water wells in the Strait of Calang, I resolved, in want of the same, to fetch fresh water there. But upon closer observation and investigation of the Tin River, having found that if I wished to comply with the highly honored orders to close the same according to the condition of the place without deviating from it in any way, doing so by sailing to the said wells was hardly feasible, the more so because the balloors laden with tin, which had been lying upriver at the negorij and wished to go outside—which I have already mentioned to Your Right Honorable in my previous letter, and which then, during the incident at the negorij, fled upriver and have not come downriver until now—of which, upon my arrival here in the mouth of the Tin River, I encountered one, and because I could not get past a bend to it with the pantchiallangs, I sent the small boats thither to bring its nakodah with his pass on board to me, with orders that if the nakodah was willing to come along voluntarily, they should not molest either his crew or his vessel in the slightest with the boats. However, when the boats approached the said balloor, they saw that it was a well-armed vessel, and men were standing ready there at the swivel guns and with assegais; and thus, not being well armed, they found themselves too weak to board the balloor. They then hailed him from afar, saying that the nakodah had to come along with his pass, or come on board to me with a small prahu. Whereupon he answered that he had no pass, that he belonged here, and that they had nothing to do with me, nor was he in any way willing to come on board to me or to the boats, but that they should go with him one bend further upriver, where he would show them a pass. The boats, not considering themselves safe near him for long, returned with speed and brought the said report on board. Whereupon I immediately had a kedge anchor put out to get past the above-mentioned bend with the pantchiallang, but when he saw the pantchiallang seeing it approach, he laid out his oars and rowed powerfully upriver. Having, on a later occasion, seized a small prahu with 3 men, who pretended they wanted to go to the ladangs near the fort of Passelaar and did not belong here, but had fled from upriver at the negorij out of hunger and poverty, I learned from one of them that the one which had been downriver and the other which was still lying at the negorij were Selangor balloors laden with tin, and that on one of them were some Siak people, and that they intended to reinforce themselves at the negorij with the vessels there in order, when the opportunity arose, to surprise the pantchiallangs by night or to force their way outside by violence, because they were expecting an English bark in the Strait of Calang to trade with, which, in all likelihood regarding the said English bark, was later proven true, as I shall have the honor of demonstrating further to Your Right Honorable. Therefore, on account of the above-mentioned reinforcement at the negorij, of which I had also perceived something while reconnoitering the same, I resolved to go upriver before the negorij with the pantchiallangs silently at night, everything being prepared for a proper defense, and there to observe the actions of the people, investigate the same, and see about getting fresh water. When I arrived there before the negorij, seeing at daybreak that the above-mentioned reinforcement about which I had heard might well be true, because several vessels were being tied alongside and made ready, and the 2 frequently mentioned balloors lay in readiness at the far end of the negorij, though because of the current I could not approach them, and the people of the negorij had already sent their women, children, and female slaves upriver, and were then in a great commotion, busy transporting their goods away through the woods in the back. Which seeing, and calling out to those people that they should fear nothing, as I had not come with any intention, nor had I any orders, to do any harm to their negorij, but only wished to have water and some refreshments, and desired to speak with their chief; nevertheless seeing that the people
Dutch transcription
273 tairen, tot de wederkomste der Pantjellangs Bliton van Malacca heb moeten aan boord houden, en gem: Pantjallang alhier zijnde den Gesaghebber bij mij komende klaa„ „gen dat hij voor zoo veel volk terwijl ook eenige van zijn waater raaten lek waaren niet lang met het zelve konde toerijken, en door dien 2. waater putten in de straat Calang zijnde, Resolveerde ik bij gebrek van het zelve om aldaar vers waater te haalen, dog bij nader observatie en onderzoeking van 't tin Rivrer bevon„ den hebben dat zoo ik aan de zeer geëerde orders tot het sluiten van 't zelve voor de gesteldheid van plaats zonder daar eenig zints van af te wijken, wilde voldoen, dat het doen niet wel doenlijk was na de gemelde putten te zeilen te meer dat ook die met tin gelaaden aan de Negorij booven gelegen hebbende Balloors na buiten willende het welk ik aan UwelEdele Gestr. in mijn voorige bereeds genoemd heb, en die toen met het geval bij de Negorij na boord zijn gevlugdt, en tot nog toe niet na bereeden zijn gekomen, daar van ik bij mijn aankomst alhier in de mond van 't tin rivier de eene ontmoetende en de schuiten door dien ik met de pantjallangs niet voor een hoek bij dezelve konde komen, na toe zondom deszelfs Nagoda met zijn sas bij mij aan boord tehaalen met orders als de Nagoda goedwillig meede willende gaan dat zij hem met de schuiten dan niet het alderminst het zijdan zijn volk of vaartuig moeste molesteeren, dog egter toen de schuiten gem: balloor naderden ziende zij dat het een welgenapend vaartuig was, en volk aldaar bij de rantakken en met assegaaijen klaar stonden; en dus zij zig, door dien niet wel gewapend zijnde, te zwak bevonden om den balloorop zij te klampen. riepen hem als toen van verre aan dat de Nagoda met zijn zas mede miest, of met een praauw„ je bij mij aan boord koomen, daar op hij antwoordende geen pas te hebben en hier t'huijs hoorende en niets met mij van doen hadden als ook geenzints van willens zijnde om aan boord bij mij nog bij de schuiten te koomen maar dat zij met hem nog een bogt na boven zoude gaan dat hij aldaar een pas aan haar zoude vertoonen. Verwijl de scauisten zig bij hem niet lang vijlig agtende, met spoed wederom keerende en gem: rapportaan boord brengende waar op ik direct een werp liet uitbrengen om met de Pantjellang voo bij bovengem: hoek te koomen, dog toen hij de Pantjellang ziende ziende aankoomen zijn riemen uit leidende en met kragt na booven toe roerende, Bij nader gelegenheid een klijne praauw met 3. man gekregen hebbende welke voorgeeven naar de ladangs bij de borg passelaar te willen en hier niet te huijs hoorende, Maar door honger en armoede van booven der Negorij gevlugt te zijn, ver„ „staande door een van hun, dat de eene beneeden zijnde geweestende de andere dewelk nogaan de Negorijleggend met tin gelaaden balloos slangenooreese, en op de eene eenige siaks volk waaren, en van voorneemen om zig bij de Negorij met de daar zijnde vaartuigen te versterken om bij gelegenheid bij nagt de Pintjellangs te koo„ „men overrompelen, of met geweld na buiten te dringen door dien zij in de straat Calang een Engelsche Bark verwagtende, om met dezelve te gaan handelen, gelijk naalle pre„ „sumatie het gemelde aanbelangende de Engelse Bark naderhand bewaarheid is het welk ik de Eer zal hebben UwelEedele Gestr. nader te doen blijken. Dieswegen op t boovenstaande aan de Negorij versterkinge en 't welk ik als ook met het recognoseeren derzelve daar van iets bespeurd hebbende dierhalven geresolveerd om met de Pantjallangs des nagts in stilte en alles tot een behoor„ „lijke defensie in gereedheid zijnde, na booven voor de Negorij te gaan en daar op 't doen van 't volk te letten en 't zelve te onderzoeken, en te zien vers waater te krijgen, Toen ik aldaar voor aan de Negorij gekoomen ben ziende met den dag dat 't boovengem: als gehoord hebbende versterkinge aldaar wel de waarheid kom „de zijn door dien verscheide vaartuigen aangebond en klaar gemaakt wierden; en de 2. meergem: baloos, aan het laaste eind der Negorij in gereedheid lagen, dog door de stroom niet konnende naderen, en 't volk van de Negorij be„ „reeds hunne vrouwen kindersen meiden na booven hadden doen vertrekken, en als toen daar in een heele beweging met haar goederen agter door 't bos te scepen waaken, het welk ik ziende en haar lieden toeroepende dat zij niets moeten vreesen, als dat ik met geen voorneemen was gekoomen en ook geen orders had om eenig quaad aan hunne Negorij te bedrijven maar alleenig water en eenige verversing willende hebben en met haar hooft begeerde te spreeken, Eeter ziende daat het volk
English
275 the people there united more and more in arms, and because the chief did not come, I went with a small proa together with the commander of the Bliton, not wishing to take a boat so as not to give them any evil suspicion, to the shore to investigate the matter there and to see to speaking with the chief there, as I deemed from speaking with him or from him to have found something that could contribute very much to the interests of the objective of the cruise. Yet when we were ashore, seeing that some armed people from the village came at us sideways in the forest and apparently wished to cut off our retreat, whereupon we immediately turned back in haste to the proa, as they then came after us with speed and began to shoot at us with bullets; one passed right over my head and not a handbreadth before the face of the Commander of the Bliton, whereupon we, having as yet committed no hostility on the said occasion, having arrived at the small proa, jumped into it in haste and confusion and paddled vigorously on board with hands and feet, during which one man from the pantjallang Bliton was drowned; thereupon they still shot at the said pantjallang from the shore with bullets, but the same fired back at the first shot with canister shot, so that they were compelled to retreat. However, it still happened that when I had sent the boat to a balloor which lay close by the pantjallangs at the shore before the village, and claiming to be from Malacca, in order to fetch the nachoda from on board there and to inspect his cargo and pass, the men from the boat went to the shore and, as they were walking there, the people from the village again came at them with speed out of the forest, armed and with leveled muskets, and an amok-runner, having in one hand the bare cleaver and in the other the kris, came jumping out sideways close by them, which they on the shore noticed at the same moment and then sought to retreat in haste to the boat, all of which I saw from on board. And as it appeared that the people of the village, because they divided themselves into two parties and according to the lay of the land there sought to cut off their way to the boat, I was therefore compelled, in order to prevent the aforesaid, to fire from on board with canister shot at the people of the village, and thereby to make a free retreat for them to the boat, sending armed men from on board ashore in haste for assistance. Thus after the expulsion of the people of the village we found there every preparation, because on the shore everything with them had been brought into readiness for hostility, but only by the unexpected arrival of the pantjallangs by night, wherefore they could not get their men organized or together so quickly at all. And then I could perceive nothing else from their entire movement than that they had been of the opinion that I would have sent the men from on board to the village in order to have it plundered there, because without my having given them reason they had gone out of the village with their muskets and weapons and united in plots in the forest beside the village, and to all appearances had intended, when the men from the pantjallangs were most busily engaged there in the village, to come surround them, and in the happening of this aforesaid, because I could then by no means assist them significantly from the pantjallangs, it would then be very easy for them to murder the men, and subsequently even undertake an attack closer upon the pantjallangs; but anticipating this aforesaid, because they had already given me tokens of their intention, being suspicious: And after overpowering the people there, the destruction of the village occurred through its fury. However, the destruction took place even more by accident than by malice, since it was mostly caused by the fire of a balloor, which fire struck into a house, because there must have been combustible material or gunpowder inside, so that the whole village was in flames in a very short time, and one house set the other on fire, in which also 5 balloors that were being prepared and some kakaps and proas that lay there on the shore were burned as well. This
Dutch transcription
275 volk aldaar hoe lang hoe meer zig gewapende vereende en door dien het opperhoofd niet koonende ging ik benevens den gezaghebber van de Bliton met een klijn praauwe te als geen scuit willende neemen, om daar door aan hun lieden geen quaade vermoeden te geeven, na de wal, om heb aldaar te ondersoeken en te zien om met het opperhoofd aldaar te spreeken als meerde ik met 't spreeken of van dezelve iets gevonden te hebben dat zeer veel tot de belangens des oogmerk der bekruizing zoude kunn doen. Dog toen wij aan de wal zijnde, ziende dat eenig gewapend volk van de Negorij bezijden in 't bosgp ons afkoomende en zoo het scheen de pas te willen afsuijden waar door wij direct met haast na de praauw omkeerende als toen zij lieden met vaardagter ons aankoomende en met kogels begonne te krieten; zoo ateen Ragt„ over mijn hooft en geen handbreet voor bij den Gesaghebber van de Bliton zijn gesigte snelde waar door wij op 't gem: als nog geen vijandschap gepleegd te hebben, bij 't praauwtje gekomen zijnde in een confusie met spoed in 't zelfde sprongen en uit kragt met handen en voeten aan boord pagpaijde waar bij nog een man van de Pant„ „jallang Bliton is verdronken; daar op zij toen nog van de wal op gem: Pantjallang miet kogels schietende dog dezelve op 't Eerste schot met druijven wederom vuurden; zoo dat zij genoodzaakt wierden tewijken. Egter noggebeurende dat toe ik de schuid na een Baloos had gezonden, dewelke digt bij de Pantjallangs aan de wal voor de Negeorij Leide, en voorgeevende van Malacca te zijn, om aldaar de Nachoda van boord te haalen en zijn lading en pas te bezien, dat het volk uit de schulid dan de wal gingen en als toen daar loopende het volk van de Negorij weer met waard uit 't Boskh, gewaapend en met aangelegde geweeren op haar afkoomende, en een amokmaaker, als hebbende dezelve in de eene hand de ontbloote houwer en in de ander de Crito bezijden digt bij haar uitkoomende springen 't welk zij aan de wal op 't zelfde moment gewaar wordende en als toen met spoed na de schuid zogten te retereeren, 't welk ik alles van boord ziende en Gelijk het scheen dat het volk van de Negorij, door dien zij zig in twee partijen verdeelden en volgens ƒ volgens gelegenheed van 't land aldaar hun de pas van de schuidzogke af te sonij„ den, daar over tot beletting van 't gemelde genoodzaakt ben geworden om van boord met druijven op 't volk van de Negorij te schieten, en daar uit een vrije ritied voor haar na de schuit te zien maaken en gewaapend volk ven boord tot adsistentie in haast aan land zendende. Dus na de verdrijving van 't volk der Negorij aan alle toestel aldaar hebben bevon„ „den, door dien het aan de wal alles bij haar tot vijandelijkheid in gereedheid was ge„ „bragt, maar alleen door de onverwagte komst der Pantjallangs, bij nagt, waar door zij haar volk niet geregeld of in 't geheel niet zoo spoedig bij malkander konnende krijgen en als toen ik niets anders aan hun lieden heele beweeging heb konnen bespeu„ „ren als dat zij van gedagten zijn geweest dat ik het volk van boord na de Negorij zoude gezonden hebben om aldaar dezelve te laaten plunderen door dien zij zonder dat ik aan haar lieden reeden had gegeven uit de Negorij met hunne geweeren en woepens waaren gegaan en zig bij complotten in 't bosch bezijden der Negorij vereend en na alle schijn van gedagden zijn geweest als 't volk van de pantjallangs daar op 't drukste in de Negorij bezig waaren zij lieden haar als dan te koomen omzingelen en in 't gebeuren van dit gemelde door dien ik dan haar geenzints van aanbelang uit de Pantjallangs konde adsisteren en als dan het haar liden zeer gemakelijk niet, het volk te vermoorden, en vervolgens nog wel een aanval nader op de Pantjallangs te onderreemen dog op voorkoo„ men van dit gemelde door dien zijheden mij bereids blijken van haar intentie gegeven hadden; verdagt weezende: En na overmeestring van 't volk aldaar de vernieling der Negorij door deszelfs ver„ woedheid gescheid is. Egter heeft de vernieling nog meer door ongeluk als moed willen plaats gehad, dewijl uit de brand van een baloop welke brand in een huijs geslagen is sen, daar door het meest is veroorsaakt geworden, door dien daar brand stoff of kruijd moet ingeweest zijn dat de heele Negorijn een korsten tijd in vlam stond, en het eene huijs randers aanstak waar bij 5. balloors die klaargemaakt wierden en eenige cacabs en praauwe die aldaar aan de wal laagen mede zijn verbrand. Dit
English
As on Saturday the 25th of this month, some disputes arose between the chief mate August Willem Hass and the surgeon major George Hendrik van Reeven, we are sending along a paper from the ship's Broad Council, the reply of the chief mate not being ready yet due to lack of time. We request Your Right Honorable and Honorable Sirs that we may receive back the bark with drinking water as soon as possible, as we are all greatly in need of it. Furthermore, knowing nothing more worthy of the attention of Your Right Honorable and Honorable Sirs, we take the liberty to sign ourselves with all high esteem and respect. It was undersigned: Right Honorable Sir and Honorable Sirs, lower down: Your Right Honorable and Honorable Sirs' obedient servants, signed: B. v: der Spek, I. C. D. Hartig and A. W: Wass. In the margin: The Company's ship Hoolwerf the 27 March 1786. Lying anchored in blockade before Salango. Beneath that: Note: just now at the closing of this letter we received the written reply of the chief mate, which we send herewith. To the Right Honorable Sir Pieter Gerardus de Bruijn, Governor and Director of the city and Fortress Malacca together with the Council Right Honorable Sir and Honorable Sirs! In humble reply to Your Right Honorable and Honorable Sirs' very esteemed letter of the 30th of March, duly delivered to us on the 4th of April by the lighter De Vos, together with everything sent. That some vessels laden with rice are sneaking into the river has not yet been seen by us; however, it is quite possible to enter by night, as the small vessels run so close under the shore as the draft of their small keels permits, and at night it is completely impossible to see them. However, we have also heard here that the Selangor vessels enter and leave Perak without hindrance to fetch provisions from there, and possibly unload in small creeks around here, and subsequently transport them over land to Salanghoor, which is impossible for us to prevent, otherwise we would not fail to prevent the said vessels from entering, and to confiscate the rice if they are not enemy vessels, otherwise to declare the same a good prize. We hope and wish for the private bark back with drinking water as soon as possible, for being already in lack of that liquid, we were on the verge of having to leave this roadstead, but to our good fortune we were provided by the bark De Standvastigheid with nine, and from the lighter De Haas with three leagers of that liquid, and shortly thereafter caught sight of the lighter De Vos to our great joy, as we daily need about three leagers of that liquid for the squadron. The commanders of the vessels that return and arrive here from Malacca have complained to us that they are delayed so long in the Strait of Calang before they can proceed on their voyage. The commander of the lighter De Vos has made no report to the first undersigned that a musket of the native soldiers was missing, but an inquiry into the matter shall be ordered, as it was not known. For the rest, we shall observe Your Right Honorable and Honorable Sirs' very esteemed orders. The first undersigned also sends a Chinese man suffering from a venereal bubo, for which the surgeon major has no medicine; he requests refreshments, and has eleven disabled men out of danger. The second undersigned still has two disabled men out of danger. Furthermore, knowing nothing more worthy of the attention of Your Right Honorable and Honorable Sirs, we take the liberty to style ourselves with all high esteem and respect. It was undersigned: Right Honorable Sir and Honorable Sirs, lower down: Your Right Honorable and Honorable Sirs' obedient servants, signed: B. v. der Spek, I. C. D. Hartig and A. W. Hass. In the margin: The Company's ship Hoolwerf the 4 April 1786. Lying anchored in blockade before Slangenoor. To
Dutch transcription
Alzoo op Saturdag den 25. deezer, eenige disputen zijn ontstaan tusschen den opp„ „stuurman August Willem Hass en den oppermeester van George Hendrik van Reeven, zoo zenden wij een papier van den scheeps Breeden raad mede zijnde het weder antwoord van den opperstuurman door kortheid des tijds nog niet in ge„ reedheid. wij verzoeken uwel Ed. Gestrenge en E. Heren om ten spoedigsten de bark met dinik„ water wederom te mogen genieten, alsoo wij alle daar grootelijks om verlegen zijn voorders niets meer weetende de attentie van uwelEd. Gestr. en E. Heeren waardig te zijn, zoo gebruike de vrijheid ons met alle hoogagting en eerbied te Tekenen. /onderstond:/ welEdele Gestrenge Heer en E. Heeren, / lager/ uwer WelEd Gestr. en E. Heeren gehoorzaame Dienaaren /getekend/ B. v: der Spek, I. C. D. Hartig en A. W: Wass, /in margine /: den Comps. schip Hoolwerf den 27 Maart 1786. geankerd leggende in bloqua voor Salango op/ daaronder:/ Leb: zoo even bij het sluiten dezes bekomen wij het weder antwonrd schriftelijk van den opperstuurman het geene wij hier nevens zenden. Aan den Wel-Edelen Gestrengen Heer Pieter Gerardus de Bruijn, Gouverneur en Directeur der stad en Fortresse Malacca benevens den Raad Wel- Edele Gestrenge Heer en E. Heeren! In nederig antwoordop uwelEd. Gestr. en E. Heeren zeer geëerde Letteren van den 30. Maart ons op den 4. april 1op de Ligter de voswel ter hand gesteld benevens al het toegesondene. Dater eenige vaartuigen met rijst gelaaden binnen in de rivier sluipen is bij ons nog niet gezien, egter wel doenlijk om binnen te koomen bij nagt terwijl de klijne weor„ tuigen zoo digt onder de wal loopen, als het diepen van hun kieltjes permitteeren en bij nag tdlog onmogelijk kunnen gezien worden, Maar wij hebben hier ook gehoord, als dat ede slangenoorse vaarderigen Pera in en uit gerust 283 gerustloopen, om levensmiddelen van daar te haalen, en mogelijk in spruitjens ca hier of hier omtrend lossen, en vervolgens over land na Salanghoor Transporteeren, het welk ons onmaelijk is om te beletten, anders zoude wij niet manqueeren om gemelde vaartuigen het inloopen te beletten, en de rijst over te neemen zoo het geen vipands vaartuigen zijn, anderzints zijn dezelve voor goede prijs te verklaaren. Wij hoopen en wenschen ten spoedigsten de particuliere Bark weder te rug met drinkwater, want zijnde reeds bij gebrek van dat vogt, op het point geweest om deese reede te moeten verlaaten, maar tot ons geluk door de bark de standvastigheid met Negen, en van de Ligter de Haas met drie leggers van dat vogt voorzien en kort daar op de zigter de vos in het gesigt gekreegen hebben tot onze groote blijdschap, terwijl wij dagelijks bij de drie leggers van dat vogt voor het Esquader nodig hebben. De Gesaghebbers van de vaartuigen, welke alhier van Malacca retourneeren, en arriveeren zijn ons klagtig gevallen dat zij in de straat Ca lang zoo lang opgehouden worden om hunne reize te kunnen vervorderen. De Gesaghebber van de ligter de vos heeft den eerste tekenaar geen rapport gedaan dat er een geweer van de inlandsche Militairen absent was, dog zal na hetzelve onderzoek laaten doen alzoo zulks niet geweeten hebbe. Voor hetoverige zullen uw welEdele Gestrenge en E. 6. zeer geerde orders observe„ Den Eerste Tekenaar zend mede een Chinees laboreerende aan een bubo venera voor welk een oppemeester geen kedicijnen heeft, denzelve versoekd om verversing en heeft elf impotenten buiten gevaar„ Den tweede Tekenaar heeft nog twee impotenten buiten gevaar. voorders niets meer weetende de attentie van uwelEdele Gestr. en E. E. waardig te zijn zoo gebruike de vrijheid ons met alle hoogagting en eerbied te noemen. (onderston) Wel Edele Gestrenge Heer en E Heeren, /lager/ uwelEdele Gestrenge en E: Heeren gehoor„ „zaame Dienaaren /getekend/ B. v. der Spek, I. C. D. Hartig en A. W. Hass„ /in margine/ den Comps schip Hoolwerf den 4 April 1786. geankerd leggende in Bloguade voor Slangenoor. „ren. Aan
English
With the most respectful honor, by the letter of the 10th of March, I found myself honored therewith and saw with particularly great joy how happy I am made through Your Right Honorable's favorable, pleased acceptance and approval of my accounting and conduct in the past events of the former Negorij of the tin river. At the same time, according to Your Right Honorable's very highly esteemed orders, I shall not fail to comply with them strictly, and cause no hostilities to be committed here without necessity, other than what is in accordance with the laws of war, and should it happen that I were unexpectedly attacked by an enemy force of vessels, I shall then seek, with all my power in the most honorable manner, to exert all feasible diligence for the honor of the flag and the preservation of the Company's vessels and people entrusted to me. Since Your Right Honorable does not approve of honoring me at present with orders to accomplish the survey above the former Negorij in the tin river with the two pantjallangs before the relief shall have arrived, I shall meanwhile endeavor, according to all bounden duty, to comply with Your Right Honorable's highly esteemed orders in that which is mentioned in the instruction. Furthermore, having the honor to report with all respect to Your Right Honorable that on the 25th of March two balloors arrived through the false Strait of Calang and steered into the tin river, but the pantjallangs having already approached and gaining sight of them, they thereupon came to anchor, and thereupon the Nakhoda came on board with his prahu to present their pass, I saw that it was signed on the 20th of March at Malacca, and reading via Pera to Queda, and understood, after having interrogated them, that they were Riouwers and had come here into the tin river to seek drinking water, although to all appearances this was an untruth, Right Honorable Sir, To the Right Honorable Sir Pieter Gerardus de Bruijn, Governor and Director of the City and Fortress of Malacca untruth, because the said balloors had only departed from Malacca 5 days ago, and in the Strait of Calang, in case of want, they could have obtained fresh water from the wells there, whereas here in the tin river it is not to be found except up near the former Negorij; whereupon I ordered them on that account to depart immediately from here and out of the Strait of Calang, which they also willingly observed. Knowing nothing more of importance to report to Your Right Honorable than that I have received from the lighter De Vos the jib-boom and an iron cable sent by Your Right Honorable's order, and further having the bounden duty to report to Your Right Honorable that the crew with the pantjallangs is until today still so far in a good condition, except that the pantjallang Voliton has 2 European invalids whom the commander obtained from the hospital during his stay at Malacca and during the voyage have not yet been able to do any service of importance, as well as a European soldier by the name of Pieter Hugens of Lookeren, who was drowned on the 31st of January at the former Negorij, and on the pantjallang De Philippine on the 16th of March a sewan named Ormas Wangsa passed away. For the rest, taking the honor to recommend myself most humbly into Your Right Honorable's favorable protection and to call myself with the most dutiful respect and to be with all high esteem. (was written below) Right Honorable Sir, (lower:) Your Right Honorable's humble and obedient servant (signed) I. H. Meijer (in the margin) In the pantjallang De Philippine anchored at the mouth of the Tin river in the Strait of Calang the 7th of April 1786. Right Honorable Sir and Honorable Sirs! In humble reply to Your Right Honorable's and the Honorable Sirs' very esteemed letters of the To the Right Honorable Sir Pieter Gerardus de Bruijn, Governor and Director of the City and Fortress of Malacca, together with the Council 12th of April
Dutch transcription
Met weldlgsth eer gresetere rief van dn 0 Mat, hbe ie mij opden sape daar mede vereerd gevonden en met bijzonder zeer veel verheuginge gesien om mij zoo gelukkig te door uwelEd. Gestr. goedenunstige met de ingenoege aanneeming en de goedkeuringe van mijne Verantwoordinge en gedrag in de gepasseerde voorvallen der geweezene Negorij des tin rivier. Teffens zal ik volgens uwelEdele Gestrenge zeer hoog geerde orders mij niet laaten man„ queeren dezelve stiptelijk na te komen, en geen fijtelijkheden des wegen alhier buiten noodzake„ „lijkheid doen pleegen, als wat met het regt de oorlogs overeenstemmend is, en in't gebueerende als ik door een vijandelijke magt van vaartuigen onverziens overvallen wierde, zoo zal ik als daen met alle mijn vermoogen op een honorabelste wijze zoeken alle doenelijke vlijd tot eer van de vlag en behoud van die aan mij toevertrouwde Comps. vaartuigen en volk aan te wenden. Dewijl uwe Edele gestr: het nie 's goed keurende mij tans met orders te vereeren om de opnee„ „ning boven de geweezene Negorij in't tien rivier met de twee pantjallangs voor dat het secuseerd gekoomen zal zijn te volbrengen zoo zal ik middelen wijl tragten dan uwelEd. Gestr: zeer ge- „eerde orders volgens alle schuldige pligt in 't geen bij de instructie vermeld staad zoeken te voldoen. Verders de eer hebben de uwelEdle Gestr: mat alle ontzag te berigten datop den 25 Maart door de valse straat Calang twee balloors zijn gekoomen en stevende dezelve in het tin rivier, dog de pant„ „jallangs na bereeds genaderd zijnde en in 't gezigt krijgende, zijals toen ten anker gaanden, en daar op de Nagodas met zijn praauwtje ter vertooning van hun pas aan boord quamen ziende ik dat dezelven den 20. Maart op Malacca getekend wer, en luidende over Pera naar„ queda en verstonden na haar ondervraagt te hebben, dat zij riouwreere waaren, en alhier in 't tin river gekomen zijnde om drinkwaater te zoeken, egter na alle schip zulks de Wel Edele Gestrenge Heer, Aan den welEdele Gestrenge Heer Pieter Gerardus de Bruijn, Gouverneur en Directeur der Stad en Fortresse Malaaa onwaarheid 4 285 onwaarheid zijnde door dien gemelde balloors eerst bereeds 5. dagen van Malaca waaren vertrokken, en in de straat Calang zij bijgebrek in de putten aldaar vers„ water hadden kunnen krijgen, maar hier in 't tin rivier niet anders als booven bij de gewezene Negori 't zelve is te vinden; waar op ik haar ordonneerde des wegens opstond van hier en uit de straat Calang te vertrekken het welk zij ook goedwillig hebben geob„ serveerd. Neets meer van belangen aan UwelEd. Gestr. weedende te melden als ha ik uit de ligter de vos het door UwelEd. Gestr. order toegezondene kluijfhout en een ijzertros ontvangen hebben, en Vier hebbende uwel Edele Gestr. volgens schuldige pligt te berigten dat de bij de pantjallangs Equipagie zig tot heden nog zoo ver in een goede staat bevinden, behalven dat de pantjallangs Voliton 2 Europeese inpotenten heeft die den gesaghebber bij zijn aanwozen op Malacca uit t hospitaal heeft gekregen en geduurende de togt nog geen dienst van eenig belang hebben kunnen doen als ook een Europeesche soldaat met naame van Pieter Hugens van Lookeren welk op den 31 Ianuari aan de geweezen Negorij verdronken zijnde en op de Pantjallang de Philippine den 16 Maart een sewaan genaamt ormas wang„ „sa overleden is. voor 'toverigd de Eer Neemende mij zeer otmoedig in uweld. Gestr. goedgunstige protexie te recommandeeren en mij met het verschuldigst ontzag te noemen en met alle hoogagting te zijn. (onderstond/ welEdele Gestrenge Heer, /lager:/ UwelEd. Gestr. onderdaanige en Gehoorsaame Dienaar / getekend/ I. H. Meijer (in margine / In de Pant„ „jallang de Philippine geankerd aan de mont van't Tin rivier in de straat Calang den 7. April 1786. — Wel Edele Gestrenge Heer en E. Heeren! On nederige antwoord op uwelEd: Gestr: en E. Heeren seer geëerde letteren van den Aan den Wel Edelen Gestrengen Heer Pieter Gerardus de Bruijn, Gouverneur en Directeur der Stad en Fortresse Malacca benevens den Raad 12 April
English
April was duly delivered to us on the 19th ditto by the private bark, alongside which we received the rations sent therewith according to the enclosed Malacca Bill of Lading and drinking water as well as the refreshments, though having not received the leaguers with drinking water properly to full measure, I found several lacking. On the 6th of April we took a baloor coming from Pera intending to sail inside to Slangenoor, and found in the same nine hundred thirty-eight pounds of rice, two thousand eighty pounds of paddy, one hundred two pounds of katjang or pulut. On the 17th ditto in the morning, seeing a baloor sailing inwards, immediately sent the armed boat towards it, and after having been engaged in battle for 10 minutes, the enemy boarded the little prahu of the cutter the Ondernemer, so that the prahu capsized, and of our people some were wounded by the enemy, though out of danger and rescued again, so that we presume nothing other than through negligence of the Sergeant who came to lie with his little prahu before the baloor and not setting his course behind the armed boats, and then lost some muskets, as is demonstrated to Your Right Honourable and Worshipful Sirs according to the annexed declaration; as regards the enemy, found six dead on the baloor, and the rest fled to land, and in the same found eighteen hundred ninety pounds of rice, seven hundred thirty-five pounds of paddy, one small-arms musket, an assegai and with some powder, and the rest of their weapons I have thrown away into the mud. Honourable Sirs, The First Signatory sends Your Right Honourable and Worships two Malay soldiers with their weapons who are thus afflicted with the scurvy, and a Portuguese, as well as the musket of the corporal who was recently sent away as invalid, sends also seven ship's muskets with iron ramrods for repair, as well as the empty ration casks: four half aams, meat cask, butter cask, half leaguers, and 2 pork casks. The First Signatory requests Your Right Honourable and Worships, for the Chinese seafarers, 1 cask of pork and 1 cask of meat, as well as two trowels for the ship's drum and 25 lb of nails of assorted kinds. The Second Signatory sends Your Right Honourable and Worships the Chinese mandore as invalid, and at the same time humbly requests on the Company's behalf to be allowed to receive for the Chinese seafarers 1 cask of pork and meat, and sends the following empty ration casks: one half leaguer, one butter cask, 2 meat casks, 2 pork ditto, 3 whole aams, 5 half ditto, 1 half anker; and at the same time requests to be allowed to receive the following: twenty lb of soot, 8 pieces of buckets, 2 lb of saltpetre, 2 quires of cartridge paper, ½ bunch of cork, 12 pieces of handspikes, 6 tar brushes, and 20 pieces of iron thimbles of assorted kinds among which 3 pieces large, and sends for repair 1 piece frying pan without lid, 1 saucepan without lid, and two pancake pans, of which one copper and one iron. The Chief Surgeon of the First Signatory requests Your Right Honourable and Worships to be allowed to obtain the following needed medicines according to the accompanying list. The First Signatory requests Your Right Honourable and Worships that the seized rice and paddy may be sent thither with the first vessel. The Commander of the galliot the Concordia sends Your Right Honourable and Worships as invalid a Malay soldier who is blind. Sends Your Right Honourable and Worships sixty-six whole and twenty-one half leaguers with their full iron hoops, as well as those of the Concordia, two pieces whole and eight half leaguers though not in full hoops, which were received from Malacca as described for the Concordia, alongside 2 pieces brass cannons likewise discharged from the cutter the Ondernemer. The First Signatory finds himself at present with 9 invalids, though out of danger. The Second Signatory finds himself likewise with 2 invalids out of danger. Further knowing nothing more worthy of the attention of Your Right Honourable and Worships, we take the liberty to call ourselves with all high esteem and respect, Right Honourable Sir and Worships, Your Right Honourable and Worships' Obedient Servants, B. v: der Spek, I. C. D. Hartig, A. W: Hass and Ch. Iag. Brugman. In the ship Hoelwerf, the 22nd of April 1786, lying at anchor in the blockade at the roads of Slangenoor. To the Right Honourable Sir Pieter Gerardus de Bruijn, Governor and Director of the City and Fortress of Malacca. Right Honourable Sir, With the receipt of Your Right Honourable's very respected letter of the 12th of April, I have with all reverence, according to the very honoured contents of Your Right Honourable's orders, taken the liberty on the return voyage from Slangenoor to send along to Malacca four brass swivel guns of one lb from my vessel in the private bark. And upon arrival here on the 17th, I discharged and received from the same the buffalo for refreshments for the crews of both pantchiallangs, and upon the word of Commander Cardozo, according to Your Right Honourable's honoured verbal orders given to the same, four half leaguers of drinking water, as I was in need of it. At the same time, I have to inform Your Right Honourable to my regret that on the 14th of April the European Sergeant Ajata Barnabas came in the morning to ask to be permitted to sail from on board with a small prahu to go fishing and take some fresh air, which I granted him, however with the explicit order not to venture too far from the pantchiallangs and at the same time to take the people of his choice with him; he then took a European soldier, with two Malays, of whom one was a slave of mine and the other the one whom I took from the kakap upon my first arrival here on the voyage to Slangenoor, who then upon the release of the said vessel was unwilling to leave the ship, and whom on subsequent occasions I several times offered to transfer to baloons passing by here, but who always requested again to be allowed to serve here in the Company's service.
Dutch transcription
112: April ons op den 19. d.o wel ter hand gesteldt per den particuliere vark bene„ „vens de daar mede over gezondene randsoenen volgens de bij gaande Malaccasche Cognoscement en drinkwater als mede de verversingen ontvangen hebben, dog de leggen metdebrinkwater niet behoorlijk na de volle maaten ontvangen heb verscheiden wan bevonden Op den 6. April hebben wij en balloor genoomen komende van Pera de wil hebbende naar Slangenoor binnen te zeilen en in dezelve bevonden negen honderd agt en dertig pond rijst, twee duizend tagtig ponden padij, een honderd twee ponden katjang of poeloet, Op den 17. d o Smorgens ziende een baloor na binnen zijlen stuurde opstondde ge„ wapende schuit na toe en na 10 minuten slaags geweest te hebben zoo interde de vijn in de praauntje van de kotter de onderneemer, zoo dat de praauw omken terde en daar van ons volk door den vijand gequest is dog buiten gevaar en weder geredis, zoo dat wij niet onnezgeheid anders uit presumeeren als door onvoortrigighad van den Sergeant die voor de bal loos met zijn praauwtje quam te leggen en niet agter de gewapende schuiten de koers zettende, en verloorde toen eenige geweeren, volgens de geannexeerde verklaring uwelEdele Gestr: en E. Heeren aangetoond word, wat de vijand aangaande bevonden de baloor zes dooden, en de rest naar land gevlugt is en in de zelve bevonden agttien honderd neegentig ponden rijst zeven honderd vijf en dertig ponden padij, een manica „le geweer een assagarij en met wat kruijt, en de overige van hunne wappens in de modder weggeworpen heb. Heer Heeren De Eerste tekenaar zend uwelEd. Gestr: en E. E. twee maleidsche Militairen met hunne wapens die dusdanig met de shurbuik aangestooken zijn, en een met portugees, als mede geweer van de corporaal die onlangs voor impotent verzond is, zend mede zeven scheepsgeweeren met ijzer laststokken tot reparatie, als meede de ledige landsoen vaaten vier halve damen, vles vat, booter vart, halve leggen en 2. spek raaten. De Eerste tekenaar verzoekt uwelEdele Gestr. en E E. voor de chineeschen zeevaar „de om 1. vat spek en 1 vat vlees, als mede twee trouvellen tot scheepstrommel en 25. lb spijkers in zoort. De zijn, 287 De tweede Tekenaar zend uwel Ed. Gestr. en E. E. als inpotent de Chineese mandadoor, en teffensootmoediglijk versoeken voor Comps wegen voor de Chinee, „en sche zeevaarende te mogen genieten 1 vat spek en vleesch, en zend de volgende ledige rantsoen vaaten een halve legger, een booter vat, 2 vleesvaten, 2 spek d. o 3. heele aamen 5 halve d. o 1 halve anker, en teffens versoek te mogen genieten deese ondervolgende, twintig lb roet, 8 ps. putzen, 2 lb. Salpeeter 2 boeken Pathroon papier, —½ bosch kurk 12. – ps 'slandspaaken, 6. teer quasten, en 20. p.s ijsere koussens in zoort daar onder 3. – ps. groote, en zend tot reparatie 1 p.s braad pan zonder dekzel 1 staart pan zonder dekzel en twee koeke pannen waar van een koopere en een ijzere De opperchirurgijn van den Erste tekenaar verzoekt uwelEd. Gestr: en E. E. de volgende benodigde medicamenten volgens nevensgaande Lijst te mogen erlangen. De Eerste tekenaar verzoek uwelEd. Gestr. en E. E. om met de eerste vaartuig de aangehaalde rijst en Padi naar derwaards verzonden te werden. De Gesagvoerder van de Gallowet de Concordia zend uwel Ed. Gestr. en E. E. als inpotent een malaitse militeir die blind is. zend UwelEdele Gestr. en E E. Zes en zestig, heele en een en twintig halve leggers met hunne volle beslag, als mede die van de Concordia twee pees heele en agt halve leggers dog niet in rolle beslag, dewelke van Malacca zoo ontvangen te hebben alle beschreven de Concordia, nevens 2 p.s metaale canons van id geligd uit de kotter de onderneemer. De Eerste Tekenaar bevind zig tans met g'inpotenten dog buiten gevaar. De tweede Tekenaar bevind ingelijken voegen met 2 impotenten busten gevaar. verders niets meer weetende de attentie van UwelEd. Gestr: en E. E. waardig te zijn, zoo gebruike de vrijheid ons met alle hoogagting en eerbigdt d te noemen /onderstond/ WelEdelen Gestrengen Heer en E. E. /lager/ uwelEd. Gestr. en E. E. Gehoorzaame Dienaaren /getekend/ B. v: der Spek, I. C. D. Hartig Hartig, A. W: Hass en Ch. Iag. Brugman, /(in margine / in 't schip Hoelwerf den 22 April 1786. sgeankend leggende in Hloquade ter reede slange Aan den Wel Edelen Gestrengen Heer Pieter Gerardus de Bruijn, gouverneur en Directeur der Staden Fortresse Malacca Wel Edele Gestrenge Heer, Met het vereed rinden van UuwelEd. Gestr: zeer gerepecteerde brief van den 12 April heb ik met alle ontzag, volgens de zeex geëerde inhoud van uwelEdele Gestr: orders de vrijheed genoomen op de terugreise van Slangenoor vier metaale draaibossen van een lb. uit mijn onderhebbende bodempje in de Particuliere bark na Malacca mede gezonden. En met de komst op den 17. alhier heb ik uit dezelve; den besffel tot verversing voor de bijde Pantjallangs equipagie en op het zeggen van den Gesaghebber Cardozo volgens uwelEdele Gestr: geërde aan den zelve gegeven mondelijke orders vier halve leggers drinkma„ „ter, dewijl ik het benodigd was, geligten ontvangen. Teffens dezer hebbende uwel Edele Gestr. tot mijn leed zijn te berigten, dat op den 14. April den Europees Sergeant Ajata Barnabas des morgens is koomen vraagen als te mogen met een klijn praauwtje van boord vaaren om te gaan visschen en zigte verlugten, het welk ik hem egter niet uitdrukkelijke belasting om zig niet te ver van de Pantjallangs te begeeven; en teffens 't volk na zijne verkiering mede te neemen toestond, hij als toen een Europeese Militair, met twee maleijers, waar van de eene een slaaf van mij was en de andere den geene die ik uit den Cacas bij mijn eerste komst alhier op de reise na Slangenoor dewelke toen bij de loslaaten van gemd. vaartuig niet van boord willende en dien ik bij nader gelegenheid met alhier gepasseerde balloors verscheide keeren aangepresenteerd hebben om op dezelve over te gaan dog altijd weer verzogte om te moogen hier in Comps. dienst to de „noor.
English
Dutch transcription
English
Aceh came, desiring according to her account to go to Malacca; forbade her to go inside, which she assured us she would not do. Brought her back to her vessel with our boat. At the same time a prahu came from the shore with the white flag, coming alongside with 2 envoys who paid me their compliments on behalf of the king. And since His Highness had seen that yesterday the Admiral departed from here, whether I was well aware that he had sent envoys to Malacca, to which I answered that I was indeed well aware of it, whereupon they immediately rowed back to land. In the afternoon saw 2 more balos, of which one got inside; could not prevent it, because the wind was strong; In the evening at 8 o'clock saw the 4 aforementioned balos go under sail, setting course for the outside; Wednesday the 17th ditto. At daybreak saw a balo lying at anchor 1½ miles from us; immediately sent the armed boats to it, which towed it toward us, and the juragan coming aboard us, we understood that he came from Aceh and had to go to Malacca, but wanted to go inside here because the mast-step of his mainmast was broken and he was short of water; gave water to him, and nails to repair the mast-step of his mast, and let him lie under our guns to put himself in order again. In the afternoon saw a balo and a kakap coming from the south. Sent the armed boats to it, which fired a shot to make them anchor, upon which they immediately fired from both prahus at the boats; fired back from both boats at them as much as we could, but the first-mentioned slipped away from us and sailed inside; the other, seeing it could not escape, ran the vessel aground and the crew who were aboard jumped overboard and reached land; the boats, taking the kakap in tow, brought it alongside, inspected it and found no cargo in it, but nothing other than plunder: 1 native firearm, 3 krisses and some powder and bullets; the other things being of little value, distributed it to the crew of both boats and broke up the prahu, as it was very leaky. In the evening at 8 o'clock the Acehnese went under sail, setting course for the outside. Thursday the 18th ditto, Friday the 19th ditto and Saturday the 20th ditto. In these days nothing noteworthy occurred; saw 2 balos toward the north, which I presumed to be cruisers since they kept tacking back and forth. Sunday the 21st ditto. In the afternoon saw a balo to the south displaying a Prince's flag and steering toward us, and it came aboard, being the envoys returning the pass and flag to me; inspected the prahu and found nothing other than what was stated on the pass; subsequently it sailed inside. Monday the 22nd. Today the carpenter Jan Michiel Korker of Leeuwenbergh passed away. Tuesday the 23rd and Wednesday the 24th. In these days nothing noteworthy occurred. Thursday the 25th. At sunrise saw 20 balos coming out of the river and going under sail toward the north, some showing their Buginese flags and one a white flag. In the afternoon saw a balo that set its course toward the river; sent the boats after it, but as we could not catch it, it sailed inside; saw the aforementioned 20 balos setting course toward the southwest; in the afternoon saw a balo coming from the Calang Strait and steering toward us, showing a Prince's flag, and came aboard us, being the Malay Intje Paijer coming from Malacca, bringing a letter from the Honorable Council of Malacca, having a pass to be allowed to go inside; inspected the prahu and found nothing other than what was permitted by the pass; subsequently he sailed inside. Friday the 26th. Made the signal for council, opened the Company's letter, in which was a letter for the king. Saturday the 27th. In the morning at 7 o'clock sent 2 officers with the letter for the king with the boat to land; fired 7 pieces of cannon shots upon departing from the ship; at 11 o'clock the aforementioned officers came back aboard. Sunday the 28th. Nothing noteworthy occurred. Monday the 29th. In the morning at 7 o'clock made the signal for Intje Paijer to come aboard, who came aboard at 7 o'clock with 2 of the king's people, who on behalf of the king requested some delay, since His Highness wished to write a letter for the Company; told them to make haste as quickly as possible, because we had to send to Malacca promptly. Tuesday the 30th and Wednesday the 31st. Nothing noteworthy occurred. Thursday the 1st of September. Again made the signal for Intje Paijer to come aboard; coming aboard, understood that the king was not yet ready with the letter; told him to tell the king that we could wait no longer, but had to send the prahu back to Malacca with papers; also understood from the same that the surgeon who had remained at Selangor had died. Friday the 2nd ditto. At daybreak saw a two-masted hoeker coming from the south, which showed an English flag and sent its boat aboard us, being the hoeker The Mary coming from Malacca desiring to go to Aceh, bringing a letter for Mr. Koek with the request to deliver it; also saw a bark lying at anchor to the west-northwest of us, which showed a Prince's flag; recognized it as the Company's bark De Standvastigheid coming from Perak. In the afternoon it anchored near us. Herewith we have the honor to name ourselves with high esteem, Right Honorable Valiant Sir and Honorable Sirs, Your Right Honorable Valiant and Honorable Sirs' humble servants, J. Boekx, I. C. D. Hartig, C. Dirksen, and H. de Vrij. Aboard the ship Mars, the 2nd of September 1785, lying in blockade before Selangor. Translation
Dutch transcription
Atetien quam willende volgens haar zeggen na Malacca verboden haar van niet na binnen te gaan 't welk zij ons verzekerde van niet te zullen doen. Bragte haar met onse schuit weder na haar vaartuig. op het zelfe tijdstip quam een praauw van de wal met de witte lug bij aan boord met 2. Gezanten die mij 'sCompliment uit naam des konings deeden En vermits zijn Hoogheid gezien hadt dat op gisteren de Amiraal van hier vertrok of ik wel bewust was dat hij Gezanten na Malacca hadt gezonden waar op ik antwoorden dat sulks mij wel bewust was wanneer zij direct weder na Land vaarden. Jn de Nomiddag zien nog 2. Baloos waar van een na binnen raakte konde 'te niet beletten, door dien de wind sterk was; 's Avondsom 1/8. uur zien de 4. voorm. Baloors onderzeil gaan coers settende na Woensdag den 17. de Met den dag zien een Baloor 1½. mijl van ons ten anker leggen, sond opstondt de gemappen „de schuiten na dezelve toe die hem na ons toe boegseerde en de Juragen bij onsadan boo komende verstonde dat hij van Atchien quam moetende na Malacca dog heer binne willende om rheede de koker van zijn grootste mast stuk was en gebrek aan waater hast, geeven waater aan hem, en spijkers om de koker van zijn menst te repareeren, en leten hem onder ons geschut leggen om zig weeder in order te brengen. 'S Nermiddags zien een Baloor en een kakap uit de zuid komen. Sondde, gewae„ „pende schuiten na dezelve toe, die een schot deede om ze te doen ankeren, waar op zij direct uit beide praauwe op de schuiten vuurden, vuurden weder uit beide schuite op haar zoo veel wij konden, dog eerst gem: ons ontslipte zeilde na binnen de enider ziende 't niet kunnende ontkoomen zette 't vaartuig op strant en de manschappen die zig daar in bevonden spronge over boord en raakten aan Land de schihite de kakap op sleeptouw neemende, boegseerde hem aan boord, visenteerde hem en bevonden geen Ladingen in dezelve maar niets dan plinderagie 1. Inl. schietgeweer, 3 kre„ „sen en wat kruiden kogels te andere van weinig waarde zijnde deelde 'te zele 2 uit buiten; 2 245 Donderdag den 18. d. o Saturdag „ 20. „ 7 O e Zondag „ 21. „ Maandag den 22 Woensdag „ 24 „ dede Donderdag „ 25 „ Vrijdag „ 26. ii't aan 't volk van de beede schuiten en klopte de draaeuws dewijl hij zeer lek waar. 's Avonds om 8. uuren ging de Alchiender onderzeil, zettende coers na buiten Vrijdag „ 19: „ en o In deeze daagen niets Aan tekenswaardigs voorgevallen, zien 2. Baloos om de N.:. die mij presumeerde kruijsers te zijn also dezelve 't over en weer houden. In de Nemiddag zeen een Baloor om de P.d Toonende een prinse vlag En sterende op ons aan en quam aan Boord zijnde de Gesanten geevende de pas en vlag aan mijn weder, visenteerde de praauw vonden niets den 't geen bij de pas gemeld stond, vervolgens zeilde dezelve na binnen. Heeden is overleden den Timmerman Jan Michiel korker van Leeuwenbergh, Dingsdag „ 23„ en Jn deeze daagen niets Annotabels voorgevallen. Met zous opgang zien 20. Baloos dit te Rivier koonen en onderzel gan en sk Noord toonende eenige van haare Boegineesche vlaggen en een, een witte Vlag. In de agterm: zien een Baloor die zijn coers na 't Rivier zetten zoudde schuiten er na toe dog wij dezelve niet krijgen konde, zo zeilde hij na binnen zien voorm: 20. Baloors die coers om de Z. W. t zetten, Jn de agterm. zien een Baloor uit straat Calancg koomen En na ons toeboegen zoonende een prinse Vlag en quam bij ons aan boord zijnde de Maleijer Jntje Paijers komende van Malaca meede brengende een brieff van de Achtb. Raad van Malacca, hebbende een pas om na binnen te moogen gaan. visenteerde de praauw en beronde niets dan 't geen bij de pas gepermitteerd was, vervolgens zeilde hij na binnen. Deede sein van pitsjaaren, op ende 'sComps. brief waar in een brief voor den ko„ „ning waar. Ct Saturdag ƒ oor Dingsdag den 30en Woensdag „ Verijdag Saturdag den 27. 'S Morgens om 7. uren zoude 2. offecieren met de Brief voor den koning, met de schuit na Land deede 7. p.s. Canonschooten bij 't van boord gaan, om 11. uuren quam voorm. officieren weder aan boord. Zondag den 28. Niets aantekens oaardigs voorgevallen. Maandarg „ 29. 'Smorgens 1. uur deede seij voor jntje Cuijer om aan boord te koomen die om 1. uur aan boord quam met 2. van 's konings volk die uit naam des konings mat uitstel versogten, vermits zijn Hoogheid een brief voor de Comp:e wilde schrijven, zeide haar zoo spoedig haasten merken als mogelijk was, door dien wij lijtig aan Malacca moeste zenden. Niets Merkwaardigs voorgevallen 31. E Donderdag „ p=mo sept:s Deeden weder Sin voor intje Taijer om aan boord te koomen, aan boord komende verstonde dat de koning nog niet klaar hadt met, de brief, zeide hem aan„ de koning te zeggen, wij niet langer konde wagden, maar de praauw wed na Malacca moeste zenden, met papieren verstonde ook van dezelve dat de Meester die op Salangoor gebleve, overleeden was. 2 d:o Met den dag zien een twee maste Hoeker uit de 2.d komen die een engelsche vlag toonde, en zijn schuit bij ons aan boord zond, zijnde de Hoeker de Merrij komende van Malacca de owil na Atchien, Brengende een brief voor de Heer Koek met verzoek om die adres te verleenen, zien ook een bark in 't W. N: W. van ons ten amk leggen de een prinse vlag toonde verkende hem voor de Comp. s Barke de Standvasten „heid komende van Pera. 's Nam. quam dezelve bij ons ten anker, Iier meede hebben de Eer ons met Hoogagting te Noemen. (onderstondt) wel- Edelen Gestrengen Heer en E. Here,/(lager/ uwEd. Gestr. en E. Heeren onderdanige enaar /getekend/ J. Boekx. I. C. D. Hartig, C: Dirksen en H. de vrij, /in margine:) Aan Boord van 't schip Mars den 2. September 1785. leggende in Bloguade voor flangenon. —. Translaat „
English
247 Translation of a Malay letter, written by Radja Brima at Slangenoor, to the Right Honourable, Right Noble Sir Pieter Gerardus de Bruijn, Governor and Director of the city and fortress of Malacca, with its jurisdiction; received on 21. September 1785: by an envoy of the said Prince named Ponghoebe Assan, and reading as follows: This letter is written from a pure heart of him who holds dominion at Slangenoor, the greatest, strongest and most praiseworthy Sultan, who rules all lands, can commit no error and is invincible, whose praise all mortals proclaim, whose sword triumphs over all, and whose orders nothing opposes, and whose banners and ensigns of honour are protected by God according to the glorious contents of the Alcoran from sentence to sentence unto the end; serving for communication to my Friend the Governor at Malacca, who is Regent of the great establishment of the Company, and rules with perfect wisdom, animated with sincerity towards all princes, unwaveringly benevolent towards all his Friends to overflowing according to custom, helping the servants of God and having mercy upon the poor, protecting all those who suffer injustice, and overshadowing all foreigners and orphans; whereof the fame has spread to all lands. I therefore thank God for this, and let His will please me. May God increase this greatness of his and grant him this for his own peace of mind forever, and prolong his days without any affliction, Amen. After this, it serves to state regarding the pure and sincere letter, brought by Captain Peijer, that I have happily received the same, and that it was received by me with many marks of honour and the affection of a pure heart, and with all tokens of majesty within the realm of Slangenoor, such as befitted me and could bestow distinction. So that I now, with my Friend, together with all the inhabitants of Slangenoor and others, by the help of God, may enjoy peace without adversity, I have therefore conferred with my brothers and all the Council in the government of Slangenoor as soon as I opened the letter of important content sent by my Friend the Governor, who is Regent of the city and fortress of Malacca, together with his Council, for I have examined with much pleasure from the beginning unto the end the entire arrangement and the expressions contained in the great letter. Wherefore I have also opened the second writing, containing 24 articles and four sections without paragraphs in addition. And I have now agreed with my brothers and the Council at Slangenoor to declare that the contents of both writings of my Friend the Governor are truthful and reasonable; yet the way to follow three points is known to the Most High, who knows all things, as well as everything else. Nevertheless, I request of my Friend, if it may be permitted, to be allowed to follow in the footsteps of my elders in the same manner as they walked in friendship with the Company. This is what I request if there be any possibility. Thamat. Written at Slangenoor on the mountain on the 5th day of the month Dulkaida on Friday at eight o'clock 1199, being the 9th September 1785. (underneath was written) Thus translated according to the statement of the Sworn Interpreter Intje Paijer. Malacca in the Castle the 21st September 1785. Below this / signed by me / C. G. Baumgarten. 249 To the Right Honourable, Right Noble Sir Pieter Gerardus de Bruijn Governor and Director of the city and fortress of Malacca, together with the Council. Right Honourable, Right Noble Sir and Honourable Gentlemen, In humble reply to the esteemed letters from Your Right Noble Sir and Honourable Gentlemen, dated 17 and 19 of this month with the bark De Standvastigheid and the hooker Katwijk aen Zee, together with the rations, water, medicine chest, vegetables, etc., sent to us by Your Right Noble Sir and Honourable Gentlemen, everything was duly received according to the bill of lading drawn up for it. Having seen from the esteemed letters of Your Right Noble Sir and Honourable Gentlemen that Your Right Noble Sir and Honourable Gentlemen were not well pleased regarding the sending up of the Malay Intje Jaijer, yet this occurred only upon the pretext of the said Intje wishing to depart for Malacca as soon as possible, since he could obtain nothing here at Salangoor, indeed barely even drinking water, and could also not come ashore unless Radja Brima wished to speak with him, When the aforesaid came on board with us, he reported to us that Radja Brima wished to send a letter and envoys to Malacca, and indeed with his own vessel, and that this would take another eight days, having then caused a request to be made to Radja Brima through the said Intje to make as much haste as was possible, since we must send a report thereof to Your Right Noble Sir and Honourable Gentlemen, and also that we wished to employ the said Intje for this purpose; yet this happened with no other intention than to make Radja Brima make more haste. Subsequently, on the 2nd of August, the bark De Standvastigheid arriving here from Perak
Dutch transcription
247 Translaat Maleitsche Missive, gescre„ „ren door Radja Brina te Slangenoor, aan den WelEdelen Gestrengen Heer Pieter Gerardus de Bruijn, Gouver„ „neur en Directeur der Stad en Fortresse Malacca, met dlies resort; ontvangen den 21. September 1785: met een zendeling van den gemelden, Prins genaamt Ponghoebe Assan, en luidende aldus, Deeze brief is geschreven uit een zuiver hart van hem die de Heerschappije heeft te slangeroor, den grootsten, sterksten en prijswaardigsten Sulthan, die alle landen beheerscht, geene fout kan begaan en onoverwinnelijk is, wiens lof alle stervelingen uitgalmen, wiens degen over alles trummphierd, en wiens beveelen niets wederstreep, mitsgaders wiens vaandels en eeren tekenen door God beschermt wor„ „den volgens den overheerlijken inhoud des Alkoren van zin sneede tot zinsneede tot aan het einde; dienende ter communicatie van mijnen Vriend den Gouverneur te Malacca, die Regent is van den grooten omslag der Compagnie, en met vol„ „maakte wijsheid heerscht, bezield met opregtheid omtrent alle vorsten, omwan kel„ „baar mildaadig omtrent alle zijne Vrienden tot overrloeijens toe naar de gewoon „tens, helpende de slaven Gods en zig ontfermende over de Armen, beschermende alle de genen welken onregt geschiedt, mitsgaders overschaduwende alle vereen„ „delingen en weezen; waar van het gerugt zig verspreid heeft in alle lamnden. Ik danke overzulks bod daar voor, en laat mij zijne beschikking welge, „vallen. God vermeerdere, deeze zijne grootheid en schenke hem dit tot zijn eigen gerustheid voor altoos, mitsgaders verlenge zijne dagen buiten alle ongemakken, Amen. Na zulks dient nopens den zuiveren en op regten brief, angebragt door Capitein Peijer, dat ik denzelven gelukkig ontvangen hebbe, en dat hij door mij gerecipieerd is met veele eerbewijzingen en de genegendheid eenes zuiveren hartens, mitsgaders mitsgarders met alle blijken van verhevendhad binnen het Rijk van slange„ „noor, zoodanig als het mij betaamde en een aanzien kon geeven. Op dat ik nu met mijnen Vriend, benevens alle de ingezetenen van slang„ „noor en anderen, door de hulpe Gods, zonder te genheden rust moge genieten, derhalven hebbe ik met mijne broeders en alle de Raaden in het bestier van Slangenoor gebesogneerd zoo dra ik opende den brief avan importanten inhoud„ gezonden door mijnen Vriend den Gouverneur, die Regent is van de Staden Josh „se Malacca, benevens zijne Raaden, want ik hebbe met veel genoegen van het begin af tot aan het einde nagegaan de gansche schikking en de uitdrukken „gen vervat in den grooten brief. Overzulks hebbe ik ook geopend het tweede Geschrift, vervattende 24. artikels en nog vierasdeelingen zonder paragraphen daarenboven. En, nu ben met mijne broederen en de Raaden te Slangenoor overeengekomen te ver„ „klaaren, dat de inhoud van beide de Geschriften van mijnen Vriend den Gouverneur, naar waarheiden billijk is; dog den weg tot opvolging van drie pointen, is den Allerhoogsten, die alles weet, zoo wel bekent als alle het overige. Nogtans verzoeke ik wijnen Vriend, bij aldien het kan worden vergunt, om in zelfe dervoegen als mijne oude Lieden met der Compagnie in vriendschap gewandeld hebben, hunne voet stappen te mogen opvolgen. Dit is hetgene ik bij eenige mogelijkheid verzoeke. Thamat. Geschreven te Slangenoor op den berg den 5. dag der maand Dulkaida op vrijdag om agt uur 1199., zijnde den 9. September 1785. (onderstondt) Aldus Getrenslateerd volgens opgrave van den Gezwooren Tolk Intje Paijer. Malacca in het Casteel den 21. September 1785. Jaaronder / door mij /Ggetekend/ C. G. Baumgarten kos. — Aem 249 Aan den Wel Edelen Gestrengen Heer Pieter Gerardus de Bruijn Malacca, benevens den Raad. Wel Edelen Gestrengen Heer en E: E: Heeren, In nedrig antwoord op uwE. Gestr. en E. E. Heeren gëerde Letteren, van datoten 17 en 19 deezer met de Bark de standvastigheid en de Hoeker katwijk aen zee benevens de Rantzoene, water, medicijn kist, groente &. a door Uw Ed. Gestr. en E: E. Heeren aan ons toegesonden, alles volgens, de daar van geformeerde Cognosse„ „ment wel ontvangen, Hebbende ui't UwE. Gestr. en E. E. Heeren, geerde Letteren gezien dat UwE. Gestr: en E. E. Heeren, niet wel voldaan weren, wegens het opsenden van den Maleijer Jntje Jaijer dog zulks is niet geschied den met voorgeving van gem: intje van hoe eer hoe liever na Malacca te willen vertrekken, wijl hij hier op Salangoor niets konde krijgen ja zelfs schaars drinkwaater en ook niet aan Lant mogt komen of Radja Brima zou met hem willen spreeken, Wanneer gem: bij ons aen boord quam ons rapporteerde dat Paelja Brima een brief en Gezanten na Malacca willende zenden en wel met zijn eigen vaartuig en dat zulks nog wel agt dragen zouden aanloopen, hebbende doen door gem. jntje aan Radja Brina laaten verzoeken om zoo veel spoed te maaken als mogelijk was door dien wij aan UwE. Gestr. en E. E. Heeren daar van rappot moeten zenden ook dat wij gem: Intje dar toe wellende emploijeren dog zulks gescheede met geen ander inzigt, dan om Radja Brima meer spoet te doen maaken. Vervolgens op den 2. Augs. de berk de Standvastigheid alhier van Perae arrivee Gouverneur en Directeur der stad en Fortresse „rende
English
September 1785. We made a signal for Intje Saijer to come on board in order to learn one thing or another from him, but he reported nothing to us. We gave the said Intje the choice to stay or to depart, as we currently had the opportunity to send papers to Malacca. However, the said Intje wished to depart for Malacca and requested his pass, which we gave him, as well as 90 lb. of rice since he claimed to be in want of it, whereupon he departed from here for Malacca. At the same time, we inform Your Right Honorable and Esteemed Sirs that on the vessel commanded by the first signatory there are five sick persons, and on the 19th of this month a European sailor passed away; and with the 2nd signatory there are 2 sick persons, who also most humbly requests a piece of linen for bandages, and he has no more rations for his crew beyond the month of November. Also, the first signatory sends twenty-five empty water leaguers with their iron hoops; the 2nd signatory sends 10 whole and 16 half empty water leaguers, also with full hoops. The receipts for the received goods as well as an extract from the journal since the 4th of this month are the enclosed papers. Knowing nothing further worthy of the attention of Your Right Honorable and Esteemed Sirs, we take the liberty to subscribe ourselves with all submission. Beneath stood: Right Honorable and Esteemed Sirs. Lower: Your Right Honorable and Esteemed Sirs' humble servants, signed: I. Boekz, I. C. D. Hartig, C. Dirksen, H. de Wij, and H. v: den Aeker. In the margin: On the Honorable Company's ship Mars, the 27th of September 1785. Lying in blockade before Salangoor. Extract from the journal of the Honorable Company's ship Mars. Sunday the 4th ditto: In the evening at 5 o'clock saw a salute fired from Fort Altingsburg. Monday the 5th ditto: Tuesday the 6th ditto: Nothing noteworthy occurred. Wednesday the 7th ditto: Thursday the 8th ditto: Friday the 9th ditto: In the afternoon saw a salute fired from Fort Utrecht. Saturday the 10th ditto: At sunrise saw a kakap come out of the river and come alongside us, being the envoys who were to go to Malacca with the King's letter. Granted a pass and a Prince's flag to the same; upon departure, saluted the King's letter with 7 cannon shots. Sunday the 11th ditto: Monday the 12th ditto: Tuesday the 13th ditto: Nothing noteworthy occurred. Wednesday the 14th ditto: Thursday the 15th ditto: Friday the 16th ditto: Saturday the 17th ditto: Saw 3 baloos coming from the South, one of which showed a Prince's flag and two showed blue flags, and altered course to the North. Made the signal for council; Mr. Hartig and his first officer came on board. Held a ship's council; in the same it was resolved, since we had no more than eleven and a half leaguers of water on board, to send a boat with an officer ashore to request the King to assist us with drinking water. The boat returning on board, we understood that the King was not to be spoken to today. Sunday the 18th ditto: Sent the boat ashore again to carry out the aforementioned commission; returning on board, we understood that the King permitted us to fetch water, but with no more than one boat at a time. Saw a sloop coming from the South and turning North, showing a blue flag. Monday the 19th ditto: Sailor Siemon Mem from Louise in Finland passed away, leaving nothing behind. Tuesday the 20th ditto: At night just after midnight got a heavy squall from the West-Southwest with much wind and rain; our mooring cable broke, whereby we lost our anchor and 22 fathoms of cable; dropped anchor again at daybreak. Saw several baloos coming from the North, all of which sailed inward. Wednesday the 21st ditto: Dragged for the anchor, but in vain. Thursday the 22nd ditto: Fetched 5 half leaguers of drinking water from the shore with the boat. Friday the 23rd ditto: Dragged for the anchor, but did not find it. Saturday the 24th ditto: At noon saw a vessel coming out of the Straits of Calam; identified her as the bark De Standvastigheid. In the afternoon the aforementioned bark arrived here at the roadstead. Made the signal for council; opened the letter. Received some vegetables for the crew. Sunday the 25th ditto: Discharged the rations from the bark. In the afternoon could not discharge due to hard wind and high swell, since the Steenbok was already somewhat damaged above from the violent rolling alongside the bark and the ship. Monday the 26th ditto: Saw a vessel coming from the South which anchored near us at 5 o'clock, being the hooker Katwijk aan Zee coming from Malacca. Received a letter from the same. Made the signal for council; opened the Honorable Company's letter; received some vegetables. Conveyed the commander back to his vessel, and he immediately set sail for Pera. Discharged 25 leaguers of water from the bark and gave 25 empty leaguers in return. The small ship De Hoop fetched its water from the bark. Done on the aforementioned ship lying in blockade before Salangoor. Signed: I: Boek, J: C: D: Hartig, C: Dirksen, and H. de Wij, H. van den Aeker. To the Right Honorable Sir Pieter Gerardus de Bruijn, Governor and Director of the City and Fortress of Malacca, together with the Council. Right Honorable Sir and Esteemed Sirs, The English two-masted hooker named the Merrij, wherewith Your Right Honorable
Dutch transcription
September 1785. „rende, deede wij sin voor gntje saijer om aan boort te koomen om 't een op ander van hem te verneemen dog ons niets rapporteerde den voormeld, geeven gemelde intje in zijn willekeur om te blijven dan te vertrekken wijl wij thans occasie hadden om papiere na Malacca te zenden dog gemelde intje gaarn na Malacca willend vertrekken verzogt zijn, pas die wij leen geraven als ook 90. lb. Rijst dewijl hij voorgaa„ daar gebrek aan te hebben, waar op hij van hier na Malacca vertrok. Teffens melden UwEd. Gestr: en E: E: Heeren dat op den Eerstgetekende zijn onder hebben „de bodem zig vijf zieken bevinden en op den 19. deezer een Europeese matroos overleden en bij den 2.e Tekenaar zijn 2. zieken, die ook ootmoedigst verzoekt om een stuk verband Linnen en heeft niet meer dan tot de maand November Rantzoenen voor zijn Equipagie. 34 2 Ook zend den eestgetekende vijf en twintig ledige waater Eiggers met haar va beslagen den 2. ' Tekenaar 10. heele en 16. halve ledige water leggers meede met vol bela De quitantes der ontfangen goederen als ok een gtract in t Journaal zede den 4. deezer, zijn den inleggende papieren. Verders niets neer wetende dat de attentie van uwEd: Gestr: en E. E. Heeren waardig is zo gebruike de vrijheid ons met alle onderdanigheid te onderschrijven. /onderstondt:) Wel Edelen Gestrenge Heer en E. E. Heeren /(lager) Uw Eds. Gestr. en E. E. Heeren onderdanige Dienaaren, /getekend/ I. Boekz, I. C. D. Hartig, C. Dirksen, H. de wij en 76. v: den Aeker, /in margine:) In 't'sComp:s stipe Mans den 27. September 174 Leggenden in bloquade voor Slangenoor. -. Extract uit 't Journaal van 't E. Comp Schip Mars, Zondag den 4. d:o S' avonds om 5. uuren zign een salut uit 't Fort Altingsburg doen; Maandag „ 5. „ d Dingsdag „ 6. „ Niets annotabels voorgevallen. Woensdag „ 7. „en Donderdag „ 8. „ Vrijdag. 2 251 Vrijdag den 9. 'S Namidags zien een salute doen van het Fort utrecht Zondag „ 18: „ Maandag „ 19. „ Dingsdag „ 20. „ Saturdarg „ 10: Met zousopegeng zien een kakap uit 't Rivier koomen en bij ons aan boord koomen. zijnde de gezanten die met 's konings brief na Malacca moesten, verleende een pas en een prinse Vlag aan dezelve bij 't vertrek salueerde voor' konings brief met 7. Caonschooten Zondag den 11. „ Maandag „ 12. „ „ Dingsdag „ 13. „ „ Niets Aantekenswaardig voorgevallen. and Woensdag „ 14„ „ d Donderdag „ 15 en „ Vrijdag „ 16, „ Saturdag „ 17, „ Zien 3. baloos uit de 2.d koomen waar van een, een prince vlag en twee blaeuwe vlaggen toonde en coersom de A:d Boegden, Deede sein van Pitsjaaren quam de Heer Hartig en zijn Eerste officier aan boord belegde scheepsraad wierd in dezelve geresolveerd dat vermits wij niet meer dan Elf ens Leggers water binne boort hadle om een schuit met een officier aan Land te zen, den om aan de Koning te verzoeken om ons met drinkwaater te willen adsistenen, de schuit weder aan boord komende verstonde dat de koning van daeg niet te spreeken was. zoud de schuit weder na Land om de voormd. commissie te verrigten weder aan boord komende verstonde dat de koning ons permitteerde water te haalen dog met niet meer dan een schuit gelijk. zien een Chialoup uit de Z. koomen en om de N. d boegen. toonende een blaauwe vlag. Is overleden den Maettroos Siemon Mem van Louise in Tinlant, niets nage„ laaten. 'S Nagts even na middernagt kreeg en zwaare buij uit 't W=ZW:t met veel wird en reegen quam ons Thuijtouw te breeken waar door wij ons anker en 22. v=m touws, liten op stond 't daags vallen. zien verscheide Baloos uit de N. e koomen die alle hebben Woensdag den 21. Donderdag „ 22. Saturdag „ 24. Zondag Maandag „ 26. alle na binnen zeilde. visten na 't anker dogn vrugteloos. Htaalde met de schuit 5: halve leggers met drinkwaater van de wal. visten na 't anker dog niet gevonden. Op de middlag zien een vaartuig uit straat Calam koomen . verkende hem voor de kark de standvastigheid. 's Aenm. arriveerde voorm. bark alhier ter reede, deede zin van Litparen opende B Brief. krege eenige groente voor 't volk Losten de Rentsoenen uit de Bark. in de Namidlag konde niet Lossen boorde harde wint en hooge deijning, dewijl de steenbok reeds van boven al wat geranpro„ „neerd was, door 't geweldig, reijen op zei van de Bark en 't schip. zien een vaartuig uit de 20 komen die om 5: uuren bij ons ten anker quam zijnde de Hoeker Katrijk aan zee komende van Malacca kreegd een brief van dezelve„ deede seij van pitsjaaren opende 'sComp:s Brief kreege eenige groente, voerder de Gesag„ „hebber weder na zijn Bodem en ging direct onderzeil na Pera. Losten 25. Leggers waater uit de Bark en geeve 25 ledige Leggers in plaats. Haalde 't scheepje de Hoop zijn waater uit de Berk. Actum in 't schip voormeld Leggende in Blogerade voor Salangoor /getekend:/ I: Boek, J: C: D: Hartig, C: Dirksen, en H. de rijen H. ven den Aeker. Aan den Wel Edelen Gestrengen Heer Pieter Gerardus de Bruijn, Gouverneur en Directeur der Stad) en Fortresse Malacca Benevens den Raad Wel Edele Gestrenge Heer en E. E. Heeren, De Engelsche Tweemaste Hoeker Genaamt de Merrij waar meede UwelEd. Gestr Vrijdag 23. „ 25.
English
253 Right Honorable and Esteemed Gentlemen, these our letters having been received, there arrived here on the 16th of this month, coming from Lideer with the intention to go to Malacca, but arriving here because he was very leaky, and his sails were mostly torn, and he had too few men to put himself back in order, he thus requested our assistance. We gave him as many men as were necessary to put his vessel back in order, so that he could reach Malacca. Since the departure of the bark the Standvastigheid, nothing remarkable has occurred here, except that on the 0 of this month the Tereunten on behalf of Radja Prina arrived here. On the 13th of this month a native sloop passed by here, whose juragan came to us, having a Malacca pass, coming from Queda with the intention to go to Malacca; an English ship also passed, setting its course toward the Strait of Calan. Yesterday a small proa from the shore with a white flag and an envoy came on board with us, requesting in the name of Radja Brima a pass and flag for the cargo that he would send to Malacca, and which would depart today or tomorrow. The first signatory longs terribly for a replacement because his vessel under command deteriorates from day to day, and parts of its standing as well as its running rigging snap daily, and he has none in stock to properly repair it. Having also currently no more than 9 leagers of drinking water remaining. As for the crew, everything is in good condition, having no more than one sick person. With the second signatory there is no more than one sick person, but provisions only until the 1st of November and still drinking water for 20 days. Further knowing nothing more that is worthy of the attention of the Right Honorable and Esteemed Gentlemen, we take the liberty to sign ourselves with all high respect. was signed: Right Honorable and Esteemed Gentlemen, lower: your Right Honorable and Esteemed Gentlemen's obedient servants, signed: Jan Bockr, I. C. D. Wertig, C. Dirksen, H. de Vrij, and H. v. d. Acker. In the margin: On the Company's ship Mars, the 17th of October 1785, lying in blockade before Slangenoor. Below that: P.S. Upon the closing of this letter we see Fort Utrecht deliver a salute of 11 shots after the hoisting of the blue flag. To the Right Honorable Pieter Gerardus de Bruijn, Governor and Director of the City and Fortress Malacca Right Honorable Sir, It will not be unknown to Your Honor that after my departure from Malacca I was delayed by many contrary winds and storms, through which I had the misfortune to lose my daily anchor and practically the entire cable on Monday the 10th of October; my mooring cable, which I have had in use since Punto Gaale and which also already snapped once on the roadstead of Malacca, is also becoming very bad, of which I already informed Your Honor before my departure. I am presently still provided with three cables; I request Your Honor, if there is a possibility, to send me one or 2 cables. I arrived here on the 23rd of October, and have delivered five leagers of water to the ship Mars. Furthermore, as regards the state of my crew, I have the honor to inform Your Honor that my entire crew, thank God, is healthy. And having commended Your Honor, together with Your Honor's esteemed family, to the protection of the Almighty, I remain with all high respect. Was signed: Right Honorable Sir, lower: Your Honor's humble servant, signed: B. v. d. Spek. In the margin: On the Company's ship Hoolwerff, the 23rd of October 1785. Below that: P.S. Since Mr. Hante, through the death of his boatswain, has no more than one deck officer, being a boatswain's mate, on board, he requests a deck officer. Translation. 255 Translation of a Malay letter written by Radja Abrahim at Slangenoor to the Right Honorable Pieter Gerardus de Bruijn, Governor and Director of the City and Fortress of Malacca, together with the Council. Received the 1st of November 1785. Usual introduction. Following this serves in response to the declaration made by my friends the Lord Governor and the Council of the City and Fortress of Malacca, how they cannot grant my request because matters are presently situated differently than in former times; that I, having been informed thereof, have taken this into good consideration, yet in the present and the past have found no difference. But, because I nevertheless desire to live in peace with the Company, I repeat my request to my friends most urgently and with a pure and white heart. If, however, what I request cannot be granted and my friends desire that I shall comply with the 24 articles contained in the document from my friends handed over to me by Intje Teijer, then I cannot bear such, but request in this case a delay of three months so that during that time I may have vessels sought, for we have no power and shall consequently evacuate Slangenoor. The Company therefore needs to take no trouble to send a military force here, for I desire to have no disputes at all with the Company, also I shrink from shedding human blood and desire that this be put an end to. This now is my request to the Lord Governor and the Council of the City and Fortress of Malacca if they have pity on me and all the inhabitants of Slangenoor and desire to see the good; and I therefore send my Shahbandar with
Dutch transcription
253 Gestr. en E. E. Heeren deeze ons Letteren geworden, is alhier op den 16. dezer gearri„ veert komende van Lideer de wil na Malacca, dog alhier aankomende dewijl hij zeer lek was, en zijn zeilen meestendeels stuk waaren, en te weinig volke haod om zig weder in order te brengen, dus hij ons om adsistentie verzogt, Geeven zoo veel volk aan hem als nodig was om zijn vaartuig weder in order te brengen. om Malacca te kunnen bereijken. zedert het vertrek van de Bark de Standvastigheid is alhier nietsaammerken„ „waardig vorgevalen als dat op den 0. deezen de Tereunten van wegens Radja Prina alhier zijn gearriveerd. Op den 13. deezer Een Inlandsch Chialoup alhier gepasseert waar van de Juragen bij ons quam hebbende een Malacse pas, komende van Queda de wil na Malac„ „ca, ook passeerde een Engels schip zettende zijn coers na Straat Calan. Op gisteren een praauwtje van de owal met een witte vlag met een Gezant bij ons aan boord komende verzoekende uit naam van Radja Brima een pasen Vlaen voor de Grante die hij na Malacca zoude zenden, en op heden of morgen zoude verteken. De Eerste Tekenaar verlangt met smerten na een vervanger dewijl zijn onderhed„ „bende Bodem van dag tot dag verergerd, en van zijn staande, zo wel als van 't loopen Touwerk dagelijks komt te breeken en niet in voorraad heeft om het behoor„ lijk te kunnen remedieeren. Hebbende tans ook niet meer dan 9. Leggers Drinkwater per Rest. wat het volk aangaat is alles in goede weestand hebbende niet meer dan een zieke. Bij de tweede Eekenaar zijn niet meer dan een ziek, dog niet langer dem tot pmo November rantsoen en nog voor 20. dagen drinkwater. ve Verders niet meer weetende dat de attentie van uwelEd. Gestrenge en E. E. Heeren waardig is zo gebruiken de vrijheid ons met alle Hoogagting te onderschrijven. /onderstond/ WelEedele Gestrenge Heer en E. E. Weeren / lager:/ uwelEd. Gestr. en EE. Heer: Gehoorzaame Dienaaren /(getekend/ J„n Bockr, I. C: D: Wertig, C: Dirksen, H. de vrij en H. v. D. Acker, / in margine/ In 't Comps. schip Mars den 17. October 1785 / leggende in Bloquade voor Slangenoor. /daaronder/ P. S. Met 't sluiten dezer Brief zien van t 't Fort Utrecht een salut van 11. schooten doen na 't heijzen der Blaauwe Vlag„ Aan den WelEdele Gestrenge Heer Pieter Gerardus de Bruijn, Gouverneur en Directeur der Staden Fortresse Malacca Wel Edele Gestrenge Heer, Het zal uwelEd Gestr. niet onbekend zijn, dat ik na mijn vertrek van Malaca door veel tegenwonden en storm ben opgehouden, waar door ik het ongelijk gehed hebben om mijn daags anker, en genoegzaam den heel touw op maandag den 10. October, hebbe koomen te verliezen, mijn thuijtouw dat ik reeds van Punto Gaale inge„ „bruik heb gehadt, en ook reeds eenmaal op de Rheede van Malacca is koomen te breeken, wordt ook zeer slegt, waar van ik UwelEd. Gestr: voor mijn vertrek reeds heb kennis gegeven, ben tans nog voorzien met drie Touwen, verzoeke Uweld Gestr. zoo indien er mogelijkheid is, om mij een of 2. Touwen toe te zenden: Ik ben alhier gearriveerd den 23. October, en heb aan het schip Mars vijf Leggers water al„ Wijders wat aangaat de Gesteldheid van mijn volk heb de Eer uwelEd. Gestr. te berigten, dat mijn heele Equipagie God zij dank gezont is. — En na uwelEd. Gestr. benevens uwEd. Gest. geërde famielie in de bescherming der Hoogsten bevoolen te hebbe, zoo blijve met alle hoogagting. (onderstondt:) Wel Edele Gestrenge Heer, (lager/ UwelEd. Pestr. D. W. Dienaar (getekend/ B. v. d: spek, /in margine/ Jn het Cuips. schip Hoolwerff den 23. october 1785. (daar onder/ P. S. Alzoo den Heer Hante door het sterfgeval van zijn Bootsman, niet meer als een deks officier, zijnde een schiemansmaat aan boord heeft zoo verzoekt dezelve om een deksofficier. —. Translaat „geven. .. 255 Translaat Maleitsche Missive geschieven door Radja Abrahim te Slangenoor aan den welEdelen Gestrengen Heer Pieter Gerardus de Bruijn, Golver„ „neur en Directeur der Stad en Fortresse Malacca, benevens den Raad. Ontvangen den 1. November 1705. Inleiding naar gewoonte Na zulks dient ten regueerde van het verklaarde, door mijne Vrienden den Heer Gouverneur en den Raad der stad en Fortresse Malacca, hoe zij, niet klunnen bewilligen in mijn verzoek dewijl het tans anders gesteld was dan eer tijds, ld. dat ik daar van onderrijt zijnde zulks in goede overweeging genomen dog in het tegenswoordige en het voorledene geene veraindering gevonden hebbe. Maer, dewijl ik ru nogtans met de Compagnie in vrede begeere te leeven herhaal ik mijn verzoek aan mijne Vrienden op het kragtigste en met een zuiver en withart. Kan egter hetgene ik verzoek niet worden toegestaan en begeeren mijne Vrienden, dat ik zal opvolgende in het door Intje Teijer aan mij overhandigde Geschreft van mijne Vrienden vervatte 24. Artikels, den kan ik zulks niet draagen, maar verzoek in dit geval om een uitstel van drie maanden op dat ik in die tijd vaartuigen kan laaten opzoeken, want wij hebben geene magt en zullen verzulks Slangenoor ontruimen. tens De Compagie behoeft dus geen marte te doen om eene orlogs magt herments ek te zenden, want ik beger in 't geheel geene geschillen met de Compagnie te hebben, ook skroon ik menschen bloed te vergieten en verlang dat daar mede worde uit„ „gescheiden. Dit nu is mijn verzoek aan den Heer Gouvernuur en den Raad der Stad en Fortrese Malacca bijalden zij met mij en alle de ingezetenen van Mangenoor medelijden hebben en het goede begeren te zien; En ik zende derhalven mijnen Sabandaar met
English
with two praus and thirty men to meet my Friends. Thamet Written at Slangenoor on the mountain on the 10. day of the month Radje on Friday at 12. o'clock at noon 1199; being 14 October 1785. (underneath/ Thus translated according to the statement of the Sworn Interpreter Iutje Saijer. Malacca in the Castle the 2. November 1785. (underneath/ signed by me/ C. G. Baumgarten Fiscal To the Right Honorable and Noble Sir Pieter Gerardus de Bruijn, Governor and Director of the city and Fortress Malacca, together with The Council Right Honorable and Noble Sir and Honorable Sirs In humble reply to Your Right Honorable and Honorable Sirs' highly respected letters of November duly delivered to us on the 15. of the same month by the Master of the lighter De Vos, I have the honor to advise Your Right Honorable and Honorable Sirs that The first undersigned's crew under his command are in good health, having no more than 4. sick without danger, and with the 2.nd, 2. sick also without danger. The 2.nd undersigned states to have received from the ship Hoolwerf, instead of 8 fathoms, 4 fathoms of firewood, 198. lb. of rice short, and 10. lb. of dried fish. The butter and bacon to be very bad, and from the lighter De Vos 8. whole and 12. half leagers of drinking water amply lacking, caused by the bad barrels, and sends back again by the mentioned lighter 8. whole and 12. half leagers, along with a list of required medicines. Since 257 since the departure of the ship Mars, several balloons have passed in and out of the river and back and forth; on 25. October an English bark passed, steered around the 2.nd; on 13. November three balloons came to anchor here, from one of which its small prau came aboard the first undersigned with a pass signed by the Honorable Mr. Papendrecht; on Wednesday the English brigantine Jenij, Captain Nootij, passed from Malacca to Bengal, whose small boat came aboard the first undersigned and requested to be allowed to go ashore to buy some goods, whereto the aforementioned replied with no, but if he needed water, they would provide him with it, whereupon he departed without coming to anchor, and continued his voyage. Furthermore, the first undersigned has the honor to advise Your Right Honorable and Honorable Sirs that he has water for only 16. more days. Further knowing nothing more that is worthy of the attention of Your Right Honorable and Honorable Sirs, we take the liberty to sign ourselves with deep respect. /underneath/ Right Honorable and Noble Sir and Honorable Sirs /lower/ Your Right Honorable and Honorable Sirs' Obedient Servants /signed/ B. v: d. Spek, I. C. D. Hartig, A. W. Hass and H. De Vrij, /in margin/ On the Honorable Company's ship Hoolwerf the 16. November 1785. Lying in the Blockade of Salangoor To the Right Honorable and Noble Sir Pieter Gerardus de Bruijn, Governor and Director of the City and Fortress Malacca together with The Council Right Honorable and Noble Sir and Honorable Sirs In humble reply to Your Right Honorable and Honorable Sirs' highly respected letters of the 9. November, via the bark De Standvastigheid, duly delivered to us on the 18.th, and those of the 27.th via the hoy De Verwagting on the 30.th of the same month, along with twenty leagers of drinking water for the ship Hoolwerf, of which one empty and two half full, and fifty leagers of the same for both ships of which some empty, and the fresh provisions of which a great deal spoiled. The second undersigned has also received the small chest of medicines. At the same time, there will be no failure to comply with Your Right Honorable and Honorable Sirs' instructions to be on our guard, as we have been daily. Concerning the unwillingness of Radja Brinex, it is not surprising since daily he had many balloons sail in to bring him supplies, of which we to our regret must still be witnesses. We request the required items according to the requisitions enclosed herewith, since due to the daily rain everything rots and falls down from above, and there is not much in stock to be able to repair it, whereas the first undersigned was fitted out for eight, and the second undersigned for six months; thus we request Your Right Honorable and Honorable Sirs to kindly remember us. At the same time, the first undersigned requests rations, since his time is up on 6. December, and the second undersigned requests the remainder of the received two months' rations of lamp oil, wine etc., and fish, the first undersigned being manned with forty-eight Europeans, twenty-five Chinese and twelve Javanese. At the same time, we send back fifty empty leagers. The first undersigned also sends along the Portuguese seaman Thomas de Silva, suffering from consumption, as well as the Corporal of the Malays, being infected with such a disease for which the Doctor has no medicines, and says he cannot cure him, having currently seven disabled men without danger, and the second undersigned no disabled men. This morning passed a three-masted ship showing an English flag. Your Right Honorable and Honorable Sirs, presently having nothing more to report, Your Right Honorable
Dutch transcription
met twee praauwen en dertig kopen om mijne Vrienden te ontmoeten. Thamet Deschreven te Slangenoor op den berg den 10. dog van de maand Radje op Vrijlag 'S meddagson 12. uur 1199; zijnde den 14 October 1785. —. (onderstond/ Aldus Getran„ „lateerd volgens opgave van den Geznoren Tolk Iutje Saijer. Malaca in het Casta den 2. November 175. (daear onser / door mij getekend/ C. G. Bauingarten Fes„ Aan den Wel Edelen Gestrengen Heer Pieter Gerardus de Bruijn, Gouverneur en Directeur der stad en Fortresse Malacca, benevens Den Raad Wel Edelen Gestrengen Heer en E. Heeren In reedrig antwoord op uwe Ed. Gestr. en E. Heeren zeer geëerde Letteren van den November ons op den 15. dito door de Gesaghebber van de Ligter de vos wel ter handge„ „steld, Hebbe de Eere uwel Edele Gestrenge en E. Heeren te adviseeren, als dat Den Eerstgetekende zijn onderhebbende Manschappen, zig in een goede welstand bevinde hebbende niet meer dan 4. zieken zonder gevaar, bij den 2. de, 2. zieken meede zonder gevaar. Den 2. de Tekenaar zigt uit het schip Hoolwerf ontvangen te hebben in steede van 8 v„m 4 1„m brandhout, 198. lb: Rijst te min en 10. lb. drooge vissen. De Booter en spek zeer slegt te zijn, en uit de Ligter de vos 8. P. s Heele en 12. ps. Halve Leggers drinkwater rijkelijk wan, verorzaakt door de slegte vaaten, en zend weeder per gemelden Ligten te rug 8. heele en 12. halve Leijes, benevens en Lijst= van Benoodige medicijnen. Zedert 257 zedert vertrek van het schip Mars, zijn verscheide Balloors uit en in' 't Rivier en heen en weder gepasseert, op den 25. October is een Engels Bark ge„ „passeert, coerde om de 2. d. op den 13. November zijn alhier drie balloors ten an„ ker gekoomen, waar van een zijn Praauwtje bij den Eerste Tekenaar aan boord quam, met de Pas getekend van de E. Heer Papendrecht, op Weden Passerde de Engels Brigantijn Jenij Cap. n Nootij van Malacca na Bengale, welke zijn Chialoep bij den eerste tekenaar aan boord quam, En versogt aan de wal te mogen gaen, om eenige goederen te kopen, waar op voornoemde met neen antwoor„ de, dog indien hij water nodig hadde, dat men hem het zoude bij zetten, waar op hij vertrok zonder ten anker te komen, en zijn reis vervorderde. Wijders heeft den Eerstgetekende, de Eere uwel Ed. Gestrenge en E. Heeren te adviseeren, als dat hij nog voor 16. dagen weeter heeft. Vorders niets meer weetende dat de Attentie van Uwel Edele Gestr. en E. Heeren waardig is, zoo gebruike de vrijheid ons met diep ontslag te tekenen. /onderstond/ welEdele Gestrenge Heer en E. Heerens /lager / uwel Ed. Gestr: en E. Heeren Gehoorzaame Dienaaren / getekend/ B. v: d. Spek, I. C. D. Hartig, A. W. Hass en H. De vrij, /in margine/ Jn 't Comps. ship Hooliwerf den 16. November 1785. Leggende in de Bloquade voor Salangoor Aan den Wel Edelen Gestrengen Heer Pieter Gerardus de Bruijn, Gouverneur en Directeur der Stad en Fortresie Malacca Den Raad Wel Edele Gestrenge Heer en E. Heeren En nedrig antwoord op UuwelEd. Gestr: en b. Heeren zeen geerde Letteren benevens van ten van den 9. November, Per de Bark de Standvastigheid, ons op den 18. e En die van den 27. e per de Hoeker de Verwagting op den 30 dito wel ter hand gesteld, Benevens twintig Leggers drinkwater voor het schip Hoolwerf, waar van een leedig en twee half vol, en vijftig Legers dito voor bijde scheepen waar van eenige Ledigels nu de verversing waar van rijkelijk bedorven. Den Tweede Teekenaar heeft ook teffens het kasje met medicamenten ontvangn Teffens zal niet mankeeren om volgens Uwel Ed. Gestr: en E. Heeren aanschrijvens te voldoen van op ons hoede te zijn, gelijk wij dagelijks geweest zijn, Aangaande de onwilligheid van Radja Brinex is niet te verwonderen alzoo dagel veel Ballons liet en invaaren, m hem toevoer te brengen, daar wij tot ons ledwezken og getuigen van moeten zijn. Wij verzoeke om het benoodigde volgens de Eischen hier nevensgaande, alzoo dor de dagelijkse reegen alles verrot en van boven neder valt, en niet veel in voor„ „raad is om te kunnen remedieeren, dewijl den Eerstgetekende voor agt, en den twaa tekenaar voor zes maanden is uitgerust, dus verzoeke UwelEd Gesthr. en E. Heeren om ons gelieft te denken. Teffens verzoekt den Eerste Tekenaar om ramssoen dewijl zijn teid den 6. December om is, en hij tweede tekenaar om het resteerende van de ontvangene twee maanden rantsoen lampolijen wijn &, vis zijnde den Eerste tekenaar bemant met agt en veertig Europeesche vijf en Twintig Chineesen en twaalf Javaanen. Teffens zende wij weeder te rug vijftig Leedige Leggers, Den Eerste Tekenaar zend ook mede den Portugees zeevaarende Thomas de Silva„ Laboreerende aan de teering, als mede den Corptoraal der Maleijers zijnde niet zode„ „nige ziekte besmet waar voor den Doctoor geen mediceijnen heeft, en zegt dad denzelven niet te kunnen geneesen, hebbende tans zeeven inpotente zonder gevaar„ en hij tweede Tekenaar geen inpotenten. Heeden morgen Passeerde een drie mast schip welk een Engels vlag toonde. UwelEd. Gestrenge en E. Heeren tegenswoordig niets meer weetende te melden Uwelld
English
259 worthy of the attention of Your Right Honourable and Honourable Sirs, we take the liberty to subscribe ourselves with deep respect. Was signed: Right Honourable Sir and Honourable Sirs, lower down: Your Right Honourable and Honourable Sirs' obedient servants, signed: B. v. d. Spek, I. C. D. Hartig, A. W. Haas and H. de Vrij. In the margin: In the Company's ship Hoolwerf the 2 December 1785 lying in blockade off Salangor. To the Right Honourable Sir Pieter Gerardus de Bruijn, Governor and Director of the city and Fortress of Malacca and the Council, Right Honourable Sir and Honourable Sirs, Since our last modest letter sent to Your Right Honourable and Honourable Sirs with the hooker De Verwagting, two balloons have sailed into the river here. On the 5th of this month in the evening around 10 o'clock, a cannon shot was heard on land, shortly afterwards a drum or gong, and at half past 10 o'clock another cannon shot. On the 8th, the English bark Minerva, Captain Chas Classe, destined from Malacca to Bengal, arrived in the roads, though was first to travel to Queda. He came to ask the first signatory for permission to go ashore and buy various items, but was answered with a refusal, and departed again in the evening. On the 15th of this month in the evening at 10 o'clock, another cannon shot was heard on land. On the 16th, two English ships passed, of which one anchored, named Fransonaras, Captain Willem Turner, destined from Siam, last from Malacca, to Souratta, and departed again in the evening. And tonight at 2 o'clock, the Company's bark De Standvastigheid arrived here from Lera. The first signatory sends with the same twenty empty leagers, and has five sick besides, out of danger. At the same time, the second signatory takes the liberty to advise Your Right Honourable and Honourable Sirs that his provisions run out on 12 January next, for twenty-one European persons, twenty Javanese, and twenty-five Chinese, thus together sixty-six persons, and has two sick out of danger. Knowing nothing further that is worthy of the attention of Your Right Honourable and Honourable Sirs, we take the liberty to subscribe ourselves with deep respect. Was signed: Right Honourable Sir and Honourable Sirs, lower down: Your Right Honourable and Honourable Sirs' obedient servants, signed: B. v. d. Spek, I. C. D. Hartig, A. W. Haas and H. de Vrij. In the margin: In the Company's ship Hoolwerf the 17 December 1785, lying in blockade off Salangor. Agrees, M. Saak Honourable Clerk 261 To the Right Honourable Sir Pieter Gerardus de Bruijn, Governor and Director of the City and Fortress of Malacca and the Council, Right Honourable Sir and Honourable Sirs, In humble reply to Your Right Honourable and Honourable Sirs' very esteemed letter of 16 December, duly handed to us on the 22nd by the Commander Jan Pieter Keer, we take the liberty to inform Your Right Honourable and Honourable Sirs that we are astonished at the bad opinion formed of us, while we are not aware of having deviated from the truth in anything contained in our writing. Although it was not precisely specified with which vessel the spoiled vegetables were brought, we declare by the accompanying declaration that the vegetables delivered to us with the bark De Standvastigheid on 18 November were easily two-thirds spoiled. Namely radishes, cucumbers, fokke-tookke and a portion of sweet potatoes, as well as one leager of water empty, two half-empty, and another five or six leaking. The vegetables sent by Your Right Honourable and Honourable Sirs via the hooker De Verwagting, we acknowledge to have received fresh and good, as well as the specified amount of water, everything to our satisfaction. Regarding the bad state of our rigging, we mean in seamen's parlance the rotting of the running rigging and sails, which we are nevertheless obliged constantly to have under the yards, and the rainy climate is better known to Your Right Honourable and Honourable Sirs than to us, so that it is impossible, through frequent, indeed sufficient daily
Dutch transcription
259 UwelEed. Gestr. en E. Heeren attentie waardig zoo gebruik de vrijheid ons met diep ontsag te Tekenen. (onderstond) Wel: Edele Gestrenge Heer en E. Heeren /laiger/ UwelEd: Gestr. en E. Heeren Gehoorzaame Dienaaren /(getekend/ B. v. d. Spek, I. C. D: Hartig, A. W. Hass en H. de Vrij. (in margine/ Jn 't Comps. schip Hoolwerf den 2 Decem, a „ber 1785 / leggende in bloquade voor Salangor. Aan den Wel-Edelen Gestrengen Heer Pieter Gerardus de Bruijn, Gouverneur en Directeur der stad en Fortresse Malaca Den Raad, Wel Edele Gestrenge Heer en E. Heeren, Zedert onze Laaste geringe Letteren aan Uwel Ed. Gestr. en E. Heeren toegezonden met de Hoeker de verwagting zijn alhier twee Balloors de Rivier ingeseilt. Op den 5. deezer 'sevonds circa 10. uur, hoorde men een canonschoot aan Land, kort daar op een Trommel of gang gong, en om half 11. uwr nog een canonschoot. Op den 8. quam ter reede de Engelsche Bark Minerva capitein Chas Classe van Malacca na Bengale gedestineerd edog, zoude eerst na queder om reest. quam aan den Eerstgetekende vragen, om aan Lant te mogen gaen en het een en ander te koopen, dog wierd met neen beantwoord, en vertrok des aoonds weeder Op den 15. dezer savonds om 10. uur hoorde men weder een camonschoot aan Lant. op den 16. Passeerde twee Engelsche scheepen, waar van een ankerde en genaamt Fransonaras Casp:t willem Turmer, van Siam laast van Malacca na souratta gebest„ „neerd, en vertrok des avonds weeder. 6d En Heeden nagt om 2. uur arriveerde alhier de Comps. wark de standvastifheid van Lera. Den Eerste Tekenaar zend met dezelve twintig ledige Leggersen heeft ijf emptanten benevens beliten buiten gevaar. Teffens gebrlickt hij twede tekenen de vijsen uweEd: Getrnge en E. heent ak „seeren, dat zijn rantsoen heid den 12. Januari aanstaande uit is, voor een en Twintig koppen Europeschen, Twintig Jawaanen, en vijf en twintig Chineeschen, ds te zaamen zas en zestig koppen, en heeft twee inpotenten buiten gevaar. Vorders niets meer weetende dat de attentie van UwelEdele Gestrenge en E. Heeren, waardig is, zoo gebruike de vrijheid, ons met diep ontzag te tekenen. (onderstond) WelEdele Gestrenge Heer en E. Heren/lager Uwelled. Gestr. en E. Heeren Gehoorzaeme Dienaar„ /getekend/ B. v. d. Spek, I. C. D: Hartig, A. W: Hassen H. desrij. (in margine/ Jn Comps schip Hoolwerf den 17 December 1785 leigende in bloquade voorleem„ genoor. Accordeert m Saak E. G. Klerk 261 Pieter Gerardus de Bruijn, Aan de Wel- Edele Gestrenge Heer Gouvverneur en Directeur der Stad en Fortresse Malacca Den Raad Wel-Edele Gestrenge Heer en E. Heeren, In nedrig antwoord op uweldele Gestr: en E. Heeren zeer geerde Letteren van den 16. December ons op den 22. ' door den Gesaghebber Jan Pieter keer wel ter hand gesteld. zoo gebruike de vrijheid UwelEdele Gestr. en E. Heeren te communiceeren verwon„ „derd te zijn, weegens de slegte opinie die op ons gemaakt word, Terwijl ons niet bewust is, buijten de waarheid getreeden te zijn, in al het geen ons schrijven beheldt. Hoewel niet just gespecificedis, met wat vaartuig de beborven groentens zijn aangebragt. zoo verklaaren wij door bijgaande verklaaring dat de groentens die ons met de Bark de Standvastigheid op den 18 November ter hand zijn gesteld Rijkelijk twee derde bedorven zijn geweest. Als namentlijk radijs, comcommers, Fokke Tookke en een gedeelte Battatters als mede En legger water Leedig Twee half Leedig, en nog eenige vijf à zes binnen wan De Groentens door UwelEdele Gestrenge en E. Heeren toegezonden, per de Hoeker de verwagting, bekennen wij vers en goed, als mede het gespecificeerde getal water alles ten genoegen ontvangen te hebben. Aangaande de slegtheid van ons tung, verstaan wij onder Zee mans spreek wijze, de verrotting van het loopende touwwerk en zeijlen, die wij dog genoodzaakt zijn, bestendig onder de raaste hebben, en uwelEdele Gestr. en E. Heeren is betor dan ons, de regenagtige climaat bekend, zoo dat het onmogelijk is, om door veelvuldige, ja genoegzaamen benevens dagelijkshe naar„ san„
English
daily rain to prevent the rotting thereof. Concerning the ship Hoolwerf, may it please the Right Honourable and Respected Gentlemen to consider what loss it suffered during its unfortunate stranding, from its requisition received at Batavia, as appears from the accompanying copy of declarations. From these proofs of truth, we hope that we have given the Right Honourable and Respected Gentlemen no cause to think that our rigging is not as poor as we have reported it. Also on the 18th of December, twenty-one inches of water was unexpectedly found at the pumps on the ship de Hoop, and since that time until today there is thirteen inches of water at the pumps every three glasses; therefore the second signatory very humbly requests to be replaced, in order to be helped and provided for regarding his leakage and further necessities. Since the 17th of December, another seven balloors have been driven into the river here. On the 20th of December in the evening, a ship passed, presumed to be an English man-of-war. On the 22nd of December, the pantjallang Bliton arrived. On the 25th of the same month, the hooker bark de Verwagting passed. On the 27th of the same month, a bark passed showing a Danish flag. On the 2nd of January 1786, a balloor passed, destined from Malacca to Piedir, laden with salt and Javanese tobacco. On the 3rd of the same month, in the afternoon at half past two, a cannon shot was seen fired from the battery, whereupon nothing further was observed. On the 6th of the same month, at daybreak, a balloor was seen coming out of the river; we sent the armed boats after it, but as it resisted, three men were killed, the remainder having fled; they subsequently set fire to the balloor. On that same day, a goerab passed showing a Portuguese flag. We are sending the pantjallang Bliton because we have a shortage of drinking water, the first signatory having supplied the pantjallang with a leaguer of water, as it had no water; the ships are currently provided with drinking water for only ten days more. The rations received per the pantjallang Bliton for the ship Hoolwerf are, according to re-weighing on board in the presence of Commander Keer, 335 lb. of rice short. The first signatory requests cartridge yarn, flag and sail yarn, and sealing wax from the Right Honourable and Respected Gentlemen; he has four invalids out of danger and also sends a list of required medicines. And the second signatory likewise has two invalids out of danger. Knowing nothing further worthy of the attention of the Right Honourable and Respected Gentlemen, we take the liberty of subscribing ourselves with deep respect. Was signed: Right Honourable Sir and Respected Gentlemen, below: the Right Honourable and Respected Gentlemen's obedient servants, signed: B. v. d. Spek, I. C. D. Harten, A. W. Hass, and H. de Vrij. In the margin: On the Company's ship Hoolwerf, the 7th of January 1786, lying at anchor in the blockade before Salangoor. To the Right Honourable Sir Pieter Gerardus de Bruijn, Governor and Director of the City and Fortress Malacca Right Honourable Sir, Taking the honour to inform the Right Honourable Sir that on the 17th of January, on the voyage to Slangenoor, at the mouth of the Strait of Calang, having captured with the boat a kakap steering, as it appeared, towards the tin river in Calang; its entire cargo consisted of some bags of betel nut and fifty ganting of salt, manned by six heads, one of whom was a Selangor man, whom we took over from the vessel along with its nakhoda. And after questioning the nakhoda, it was understood that he had sailed from Slangenoor the night before, having come originally from Assahan and now wishing to go to Siak and belonging there; we took a portion of the quantity of salt from the kakap, the reason being that, not being certain whether the said nakhoda, if released, might possibly steer with the kakap to the tin river, we kept him in tow until outside the Strait of Calang, and then, as he had immediately surrendered willingly to the boat, let him sail on without the said Selangor man. And after interrogating the aforementioned Selangor man, it was understood that he belongs to Moa and was pledged in Malacca to a Selangor Chinese, and had gone along with the said kakap; he also reported that Raja Brima was currently himself at Slangenoor, and had sent his brother the raja muda named Aear with three vessels to Atchin to request assistance there, and did nothing daily other than strengthen himself, having had Fort Altingsburg palisaded all around with long landeesen on top of the mountain, and for its garrison fifty Malay men, twelve of whom were former Company soldiers, with a Malaccan resident Malay sergeant named Tenal, and a European former Company sergeant named Carel Kinap, who has supervision over the artillery and daily drills the men in arms. However, on the contrary, few men were stationed in Fort Utrecht at Tanjong Bato; and in the stockades below that Raja Brima had built, there were as yet no men, because the inhabitants are in a poor condition with diseases and hunger, and Raja Brima is placing his hope in expectation of help from the Achinese. The Selangor man further related that inside the river three Queda balloors laden with tin were lying ready to depart by night at the first opportunity, and another two balloors were lying laden in the tin river near his settlement there, likewise to sail to Queda at the first occasion; and that the said Raja had all balloors that cannot enter the Slangenoor River due to the Company's blockade go to the tin river, in order to fetch rice or provisions from there to Slangenoor in small quantities in time of need. On the 18th of January, [illegible] together with the koster and the lighter, all still being in good condition.
Dutch transcription
dagelijksche regen de verotting daar van te verhinderen. Aangaande het schip Hool werf gelieve UuwelEd. Gestr. en E. Heeren te consiuereren wat verlies het zelve bij het ongelukkig vast zitten gehadt heeft, van zijnen Eisch op Batavia ingekreegen, blijkens neevensgaande copia verklarings, blijkens deeze be „wijzen van waarheid, hoopen wij, dat wij uwelEdele Gestr: en E. Heren geen orzaak gegeven hebben, van te denken dat het niet ons tuijg zoo slegt niet is, als wij het opgegeven hebben. Alzoo ook op den 18. December op het schip de Hoop, onverwagt een en Twintieg duijm water bij de Pompen is bevonden, en zedert dien tijd tot heden alle drie gleend dertien duijm water bij de pompen is, dierhalven verzoekt hij tweede Tekenaar zeer nederig om vervangen te worden, om van zijn Leccagie en het verder benoodigde te kunnen geholpen en voorsien te werden. zedert den 17. December zijn alhier weder zeven Balloors in de rivier geheid„ Op den 20. December desavonds passeerde een schip na presumatie een Engelse maan Den 22. December arriveerde de pantjallang Bliton, Den 25: d. o Passeerde de Hoeker Brk de verwagting. Den 27. d. o Passeerde Een Bark die een Deensche vlag toonde. Den 2. Januarij 1786. Passeerde Een Balloor van Malacca na Piedir gedestineerd, gen„ „laaden met zout en Javaansche Tabak„ Den 3. d.o heeft men agtermiddags om half 3 uur een anonschoot uit de Batterij itweke zien doen, waar op verders niets is ontwaard. Den 6. d. o des morgens met den dag zien een Balloor uit de rivier koomen, zonder de gewapende schuiten na dezelve, edog door dien hij zig te weer stelde doode, men drie man, zijnde de resteerende gevlugt, staaken vervolgens de Balloor in Brand. op dien zelve dag passeerde een goerab die een Portugeese vlag toonde. wij zenden de Pantjallang Bliton, door dien wij gebrek aan drinkwater hebben, hebbende hij Eerste Tekenaar aan de Pantjallang een Legger water bijgezet, vermits dezelve geen water hadden zijndethens bij de scheepen nog voor tien dagen van drinkwater 263 drinkwater voorsien. De Rantzoenen per de Pantjallang Bleten voor het schip Hoolwerf ontaangen, komt volgens naaweeging aan boord, in het bij zijn van den Gezaghebber Keer 335: lb. rijst te kort. Den Eerste Tekenaar versoekt UwelEdele Gestrenge en E. Heeren, om cardoes gaaren, vlagge, en zijlgaaren, en zegel Lak, heeft vier impotenten buiten gevaar en zend meede een Lijst van benoodigde medicamenten. En den Tweede tekenaar heeft twee impotenten mede buiten gevaar. Voorders niets meer weetende dat de attentie van uwelEdele Gestr: en E. Heeren waardig is, zoo gebruike de vrijheid ons met diep ontsag te teekenen. /onderstond/ WelEdelen Gestrengen Heer, en D. Heeren, /lager U'welEd. Gestr: en E. Heeren gehoorzaame Dienaaren /getekend/ B. V. d. Spek, I. C. D. Harten; A. W. Hass en H. de Vrij, /in margine) In 't Comps. schip Hoolwerf den 7. Januari 1786. geankerd leggende in Bloguade voor Salangoor. —. Aan den Wel-Edelen Gestrenge Heer Pieter Gerardus de Bruijn, Gouverneur en Directeur der Stad en Fortresse Malacca Wel Edele Gestrenge Heer„ D' Eer neemende UwelEed. Gestr. te berigten, als dat ik den 17. Januari 0 op de reize na Slangenoor, in de mond van de straat Calgng een Cacab stevende gelijk het scheen naar 't in Calang zijnde tin rivier met de schuit hebbende genoo„ „men zijn geheele laading bestond in eenige zakken met pinang en vijftig Ganting zoud, bemant met zes koppen waar van zijnde een en slangenoorees, welke met deszelfs nachoda van 't vaartuig over naamen, en na den nagoda verhoord te hebben verstond ge„ Utrect an verstonde dat hij des nagts bevoorens iit slangenoor gezeed was erst komende van Assahan en nu willende naar Siac en aldaar t' huishoorende, naarmen een gedelkt van de quantiteid zout uit den cacab, de reeden als niet verzekerd, zijnde of gem: nagoda als men hem loslaatende mogelijk met den cacab na het tin rivier moegte stevenen, houden hem tot buijten de straat Calang op sleeper en lieten hem toen terwijl hij zig direct goedwillig aan de schuit had overgegeven buiten den gem: slangenoorees zeilen, en na den meergem: Slangenorees ondervraagt te hebben, verstond, dat hij op Moa 't huis hoorende en op Malacca aan een Slangg„ noneese Chinees verpand was, en met gem: Cacab was mede gegaan rapporteerde ook dat Radja Brima thans zelver op Slangenoor was en zijn Broeder radja hoeda genaamt Aear met drie vaartuigen had gezonden na Atchin, om aldaar hulp te verzoeken, en dagelijks niet anders deede als om zig te versterken hebbende boven op de berg het fort Altingsburg rondom met lange landeesen laaten palisadeeren, en tot bezetting derzelver vijftig Man Maleijns, daar van twaalf geweesen Comp. s Militairen, met een Malaccasche ingezeten Maleidse sergeant genaamt Tenal, en een Europees gewesen Comp. s Sergeant genaamt Carel Kinap, dewelke 't opzigt over 't geschut heeft, en 't volk daagelijks in de wapenen oefend. Egter in tegendeel in 't fort Uitecht op Tanjong Bato weinig volk leggende; en de Coeboes, beneeden die Radja Brima heeft laaten maaken tot nog toe in dezelve geen volk zijnde, door dien de inge„ „zeetene met ziekten en honger in een slegte toestand zijn, en Radja Briman met verwagting op de hulp van de Atchieners zijn hoop stellende Nog verhaalde hij slangenorees dat binnen in het rivier drie quedasche baloors met tin gelaaden klaar laagen in bij nagt met de Eerste gelegenheid te vertrekken, en nog twee balloors in 't tim rivier bij deszelfs Negorij aldaar geladen lagen om ook met de eerste occagie naar queda te zeilen, en dat gem: Radja alle balloors die door Comp:s bloqueering niet kunnen binnen in Vrivier Slangenoor komen, na het tin rivier deede gaan om in tijd van nood van daar na slangenoor in klijne quantiteid de reist of proviesen te haalen. Den 18. Ianuari aver werde benevens de koster en de Ligter zijnde nog llen een goed Staat
English
265 lying by the ships on the Roadstead of Slangeroor, I then immediately betook myself on board to Mr. Benjamin van der Spek and made known to him what is mentioned above, having heard it from the Slangenoor people. The pantjallang Bleton not being here, I resolved to sail alone to the aforementioned tin river as soon as possible, before the two aforementioned balloors should escape it, being informed by the aforementioned Slangenoor people that Radja Brima had taken the Langoelo with most of the people from the tin river to him at Slangenoor to reinforce his place against a night surprise by the Company. On the 22nd of January the Bleton arrived with me, and on the 23rd ditto entered the tin river together with the aforementioned pantjallang. On the 24th ditto a Portuguese snow ship passed through the Strait of Calang named Redogate, commanded by Captain Anthonij Rotteho, mounted with 8 cannon of 3 lb., manned with eighty-five heads, coming from Macau, lastly from Malacca, intending to go to Bengal. On the 25th ditto a Portuguese frigate passed named the St. Anthonij bon Successo, commanded by Captain Ignatio Rangel de Coste, mounted with 16 cannon of 3 and 4 lb., manned with one hundred and twenty heads, coming from Macau, lastly from Malacca, intending to go to the Malabar coast. Furthermore, I surveyed the tin river today with the armed boats, and found two more rivers running out of it, the one toward the False Gap and the other joining with the Strait of Calang; I immediately sailed upriver with the pantjallangs and stationed them in such a way that no vessel, whether small or large, by day or by night, can pass or slip through in or out of the aforementioned river. On the 26th ditto one of the aforementioned two balloors lying at the settlement came drifting down, but getting sight of the pantjallang, it laid out the oars and rowed back upriver with all its might. In the afternoon I went up the river with the armed boats to reconnoitre it, and seeing the aforementioned balloor no more, presumed that it had gone back up to the settlement. On the 28th of January in the morning I went up the river again with the aforementioned boats and came in the afternoon at 4 o'clock within a distance of the settlement such that I could see it through the spyglasses; I saw two laden balloors lying there, and some balloors and kakaps standing on the beach which were being built; on returning, a small prahu approached, and calling out from afar, said that the chief there requested that I might depart with the pantjallangs from the mouth of the tin river, whereupon I answered him in accordance with the last part of the article in the Instructions mentioning a prahu bearing a white flag, and told him that if their rajah, being the son of the aforementioned Langoelo who is presently at Slanganoor, had anything to request, he must come on board with me in the tin river tomorrow, letting a white flag fly from a prahu. On the 30th of January in the morning, while the boats were away from on board making a round in the Strait of Calang to see if vessels might pass by here to Malacca, because in passing they could not well see the pantjallangs through the forest, a scoop prahu came from upriver, thinking to slip away; we intercepted him and understood that he was intending to go to the ladangs to fetch paddy, and we found some bundles of tin in the aforementioned prahu. The boats returning on board reported having seen no vessels; I feared that it might continue for a long time before a vessel to and from Malacca passed here, and it might well happen that the aforementioned Radja Brima in the meantime receives help. While presently the entire tin river with its settlement is in our power so as to be able to destroy it. Consequently, having no doubt that if the aforementioned rajah should receive help, he will of necessity forcefully exert his primary power here for the preservation of the aforementioned river and settlement; as not only the outer passage, but also the surrounding ladangs of his settlement have been cut off by the pantjallangs. For this reason, being very desirous to find an early occasion to report the above-mentioned to Your Honour
Dutch transcription
265 staat bij de scheepen op de Raede Slangeroor vervoegde mij toen opestend bij den Her Benjamin van der sepek aan boord en gaf van 't geen bovengemeld is; als van den slange„ „noores gehoord hebbende, aan denzelven te kennen. De Pantjallang Bleten hier niet zijnde resolveerde om zoo dra als mogelijk was; alleen na het gem: tin rivier te zeilen, eerder de twee voorn: balloors het outstip„ ten, als van meergem: slangenoores onderrigt zijnde dat Radja Brina den Langoe„ „lo met het meeste volk van 't tin rivier na slangenoor bij hem tot versterking van deszelfs plaats voor Comps. bij nagt verrassing had genoomen. Den 22. Januari de Bleton bij mij arriveerende, den 23. do benevens de gem: pant„ „jallang in't tin rivier gekomen. Den 24. d o Paseerde door de straat Calang een Portugeesche snauw schip ge„ „naamt Redogate gecommandeerd door den Cap. t Anthonij Rotteho gemonteerd met 8. Canon â 3 lb. bemant met vijf en tagtig koppen koomende van Macak laast van Malacca de wilhebbende naar Bengale Den 25. d:o Passeede een portugese fregat genaamt de S:t Anthonij bon Sulccesso gecommandeerd door den Cap. n egnatio Rangel de Coste gemonteerd met 16 Canons â 3 en 4 lb. bemant met honderd en Twintig koppen komende van Macau laast van Malacca de wil hebbende naar de kust Mallebaar. Verders onderzogte heeden met de gewaappende schuijten het tin river, en bevonden nog uit dezelve twee rivieren loopende de een na 't falsche gat en de andere zig vereenende met de straat Calang, zeilde direct met de pantjallangs naar booven toe en posteerde dezelve zoodanig dat geen vaartuig bij dag sf bij nagt 't zij klijn of groot in of uitgem: river kan passeeren of door slippen. den 26. do quam een van de vormn: aan de Negorij gelegen twee baloos afdrijven dog dezelve de pantjallang in 't gerigt krijgende leide de riemen uit en roeide met kragt weder na boven toe. Des Agtermiddags ginge met ede gewaappende schuiten het rivier op om hetzelven te recognoseren en gem: baloor niet meer ziende presumeerde dat hij weder na boven bij Erde de Negorij zijnde gegaan. Den 28: Ianuarij des morgens ging ik weder met gem: schuiten naar boven 't rivar op en quam des agtermiddags om 4 uur op een distantie bij de Negorij zoo dat ik door de verrekijken dezelve konde zien, zagen aldaar twee gelaaden billoors leggen, en eenige baloor en cacabs op strand staande welke gebouwd wierden, in 't weder te rug koomen nader den een klijn praauw en roepende van verre dat het hoofd aldaar versogt dat ik met de Pantjallangs voor de mond van 't tin rivier mogte vertrekken daar op ik hem, antwoorde gelijk bij 't laaste van 't articul in de Instructie, een praeuw hebben „de een witte vlag vermeld staan, en zeiden hiem als haar radja, zijnde den zoon van gem: Langoelo welk thans op Slanganoor is, wat te verzoeken had, hij den morgen wet een praauw laatende van dezelve een witte vlag waaijn in 't tin rivier bij enij aan boord moeste koomen, den Den 30. Ianuari des morgens middelerwijl dat de schuliten van boord zijnde in de straat Calang ronde te doen, om te zien opvaartuigen na Malacca hier mo„ passeeren, door dien dezelve passeerende de pantjallangs niet wel door het bos koonde zien quam een scheppraauw van booven, en dagte te ontslippen vermielden hem en verstonden als dat hij willende naar de ladangs om padi te haalen, en bevonden in gem: praauw eenige bossen tin. De schuiten weer aan boord koomende, rapporteerde geen vaartuigen geziente hebben, wreesde dat het nog lang konde aanhouden, eer hier een vaartuig na en van Malacca passeerde, en 't zoude wel konnen gebeuren dat gemelde Radja Brima in die tussenteid hulp krijgende. Terwijl thans het heele tim rivier met deszelfs Negorij in de magt staat om het te kunnen vernielen. Vervolgens niet twiffelende als gem: radja mogte hulpkerijgen zijn eerste magt met kragt hier door noodzaakelijkheid van gem: rivier en Negorij tot behouding derzelve zal doen gelden; als door de Pantjaellangs niet alleen de buitenvaard maar ook de omleggende ladangs van deszelfs negorij zijn afgesneeden. Dieswegen zeer verlangend om spoedig ocagie te vinden van 't bovengem: aan de uwelEdele
English
To inform your Right Honorable Sir with all respect in order to find myself honored with your Right Honorable Sirs orders thereupon. Until today, no vessel has come down from the abovementioned negorij of the Langoelo, as has already been reported. Therefore, resolving, as I was in need of fresh water, I went up the tin river with the pantjallangs in the evening, where I came to anchor quietly before the negorij in the morning at 4 o'clock. I became engaged with the same in a hostile attack, and at noon [captured] the negorij with a portion of their people and goods and the balloors and cacabs lying there, with a reasonable quantity of rice, besides the 1300 pieces of tin mentioned. However, the aforementioned two balloors, having lain near the negorij laden with tin, fled further up the river; yet thinking that in time they will be forced by hunger to come down. And I, greatly fearing, as aforementioned, since this happened entirely outside your Right Honorable Sirs orders, how my conduct therein will be received by your Right Honorable Sir; therefore drifting down with the pantjallangs in the evening, I anchored again on February 2nd at the previous post in the tin river, hoping to find myself honored here by your Right Honorable Sirs respective orders, as I would gladly wish to be permitted by your Right Honorable Sir to go up the tin river as far as practicable with the pantjallangs and to inspect and survey the same. On February 7th, the lighter De Vos was found here in the Strait of Celang, the same having been here to fetch fresh water for the Honorable Company's ships Hoolwerff and De Hoop. On the 10th ditto, an English snow named Little Nancy arrived here, commanded by Captain John Nimmo, manned by 45 hands, coming from Bengal and bound for Malacca. And as it is not known whether it might last long before an opportunity for a Company vessel to Malacca might arrive here, taking therefore the liberty to offer these presents with all respect to your Right Honorable Sir with the abovementioned vessel. For the rest, having the honor very humbly to recommend myself to your Right Honorable Sirs favorable protection and to call myself with all due deference, Right Honorable Sir, Your Right Honorable Sirs obedient, humble servant, signed: I. H. Meijer. In the margin: On board the Honorable Company's pantjallang De Philippina, anchored to the close in the 2nd tin river, February 10th, 1786. To the Right Honorable Sir, Pieter Gerardus de Bruijn, Governor and Director of the City and Fortress of Malacca, together with The Council. Right Honorable Sir and Honorable Sirs, In humble answer to your Right Honorable Sir and the Honorable Sirs' highly respected letters of the 4th, 7th, and 18th of January, received by us on the 10th, 18th, and 22nd of the same month with the bark De Standvastigheid and the pantjallangs Philippina and Bliton, together with the drinking water, refreshments, cordage, rations, and medicines, all in good order and well received. Thus we take the liberty to communicate to your Right Honorable Sir and Honorable Sirs that on January 12th we dispatched the bark De Standvastigheid with twenty empty casks to Pera. On the 15th ditto, a Portuguese and an English ship passed. On the 18th ditto, we captured a balloor coming from Assahan and intending to go to Salangor, laden with three thousand eight hundred and twenty pounds of rice; have unloaded the same, and let the balloor go again. That same day, the pantjallang Philippina, the costen-de-onderneemer, and lighter De Vos arrived here. In the evening at 9 o'clock, heard five shots, and at half past 9 o'clock another shot on land, but noticed nothing further. On January 19th in the evening at 5 o'clock, a salute of seven cannon shots was seen fired from the battery Utrecht, and thereupon the blue flag hoisted half-mast, and four balloors at anchor in the entrance of the river, upon which nothing further followed. On the 22nd ditto, the pantjallang Bliton arrived here, and on that same day sent both pantjallangs to the Strait of Celang. On January 23rd, we captured a fishing prau that wished to sail into the river, but whose crew fled; found four hundred and fifty pounds of rice in the same. On the 25th ditto, a Portuguese bark passed. On the 27th, a Portuguese ship passed. And on that same day, two Salangorese refugees came on board from land with a small prau and requested protection under the flag; we are sending the aforementioned refugees along. On the 28th ditto in the evening at half past eight, heard a cannon shot on land, but noticed nothing further. The First Signer takes the liberty to communicate to your Right Honorable Sir and Honorable Sirs that his ration period expired on February 6th, being manned with forty-nine Europeans, twenty-five Chinese, and twelve Javanese, and requests bunting, tableware of porcelain and otherwise, writing paper, and ditto pens. The Second Signer also sends a list of needed medicines, and likewise requests tableware for six months and rations. The Second Signer also at the same time takes the liberty to communicate to your Right Honorable Sir and Honorable Sirs that after the arrival of the three caulkers on board his ship De Hoop, he daily had the ship heeled over starboard and port side, and also lightened fore and aft as much as was practicable for a ship that lies with all its rigging aloft, guns mounted, and in blockade before a hostile river; after having caulked the aforementioned vessel outside all around, the same still takes thirteen to twelve inches of water at the pumps every watch; we are sending the caulkers back, as they can do no more to the aforementioned vessel here. Through lack of drinking water, we had to send the lighter De Vos to the Strait of Calang, having before and upon its departure already eight mutsjes
Dutch transcription
267 Uwel Edele Gestr. met alle Eerbied kennis te geeven om daar op mij te moogen ver„ uwelEd. Gestr. orders vereerd vinden. Tot heeden nog geen vaartuig van bovengem: Negorij van den Langoelo aldaar gelijk bereeds vermeld staat afgekoomen is, dierhalven Resolveerde door dien ik verswater benoodigd zijnde; en ging des avonds met de Pantjallangs het tin rivier op, alwaar ik des morgens om 4. uur in stilte voor de Negorij ten anker quam, raakte met dezelve in een vijan„ „delijke attaque, en des middags de Negorij met een gedeelte van hun volk en goederen en daar leggende balloors en Cacabs met een redelijke quantiteid Rijst behalven 1300 stuks tin vermeld, egter de voorengem: aan des Negorij met ten gelaaden gelegen hebbende twee Baloors na boven verder 't rivier op zijn gevlugt; dog denkende door den tijd dezelven van honger genodsaekt zullen worden om af te koomen. Eij ik zeer vreesende als bovengemeld voorwal buiten uwelEd. Gestr. orders geschied is, hoe het gedrag van doen daar over bij uwel Edele Gestr. zullende opgenoomen worden desweegen des avonds met de Pantjallangs afdrijvende en ben den 2. februari weder op de voorige post in 't tin rivier geankerd om in hoope mij hie temoogen door UwelEdele Gestr. Respective orders vereerd vinden, als geerne wenschte van uwelEd. Gestr: gepermitteerd te moogen worden om het tin rivier zoo ver als doenlijk is met de pantjallangs op te gaan en 't zelve te onderzoeken en op te neemen. Den 7. februari vonden de ligter de vos hier in straat Celang zijnde dezelve hier geweest om verswaten voor'sComp. s scheepen Hoolwerff en de Hoop te haalen. Den 10. d. o quam alhier een Engelsche snaauw genaamt Litte Nancij gecomman„ deerd door den Cap. n John Nimmo bemant met 45 Coppen koomende van Bengale en willende naar Malacca en door dien niet weetende of het lang konde aanhouden eerder occagie van een Comps. vaartuig hier naar Malacca mogte konmen. Des wegen de vrijheid neemende om met den bovengem: bodem uwelEdele Gestr: deezes met alle Eerbied te offereeren. Voor 't overige de eer hebbende mij zeerootmoedig in uwelEd. Gestr: gunstige protexie te recommandeeren en mij met alle verschuldigst ontzag te Noemen. (onderstond/ wel Edele Gestrenge 3 Gestrenge zen (lager/Uuwe Edele Gest: ghoozaame onderdanige Dienaaren getekend: I. H. Meijer, /in margine/ aen boord in 'sE. Comp. s Pantjallang de Philippina geanh tot sluiting in '2. ten rivier den 10 februari 1786. Aan den Wel Edelen Gestrengen Heer Pieter Gerardus de Bruijn, Gouverneur en Directeur der Stad en Fortresse Malacca„ benevens Den Raad, Wel Edele Gestrenge Heer en E. Heeren, In Neederig antwodop UwelEdele Gest. en E. E. Heren zur ge eerde Letteren van den 4. 7, en 18 Ianuari, ons op den 10, 18 en 22.:' derzelver maand, met de Bark de standvastighed) en de Pantjallangs Philippina en Bliten, benevens het drinkwater, verversingen Touwwerk, rantzoenen, en medicamenten alles goed en wel ontvangen. zoo gebruike wij de vrijheid aan uwelEdele Gestr: en E. E. Heeren te communiceeren, dat wij op den 12 Januarij de Bark de Atandvastigheid met twintig ledig legen na Pera afgescheept hebben. Op den 15. do passeed ee Portuges en een Engels schip. op den 18. dito hebben wijen balloor genoomen, komende van Assahen de wil hebbende na Salangox geladen met drie duizend agt Horderd en twintig zonden rijst, hebbe deselve gelost, en de Balloos weder laaten gaaan. Dienzelve dan arriveerd alhier de pantjalling Philipiue, de kosten de onderneemen en ligter de vos. Des avonds om 9. uur hoorde vijf schooten, en om half tien 10 uur nog een schort aan Land, edog ontwaarde verders niets. Op den 19 Ianuari savonds om 5. uur zag men Een salut van zeven pees F Canonschooten 269 Canonschooten van de Batterij Utrecht doen, en daar op de blaauwe vlag half stek. waaijen, en vier balloors in den ingang van de rivier ten anker waar op vorders niets is gevolgt: Op den 22:e dito arriveerde alhier de Pantjallang Bliton, en zende dienzelve dag de bijde Pantjallinge naa straat Celang. Op den 23. Januari hebben wij een visser praauw genomen, welk de rivier wilde inzei„ „len, dog waar van het volk vlugte, bevonde in de zelve vier honderd vijftig ponden rijst. Op den 25. d. o passeerde een Portugeese Bark, op den 27. Passeerde een portugees schip. En op dien zelve dag kwaamen twee slangenoorse vlugtelingen van land met een praauwtje aan boort, en versogte besherming onder de vlag wij zende voormelde vlugtelingen meede. Op den 28e dit savmed omn half ouw hoore een anonshort aan Land, dog ontwaarde verders niets. Den Eerste Tekenaar gebruikt de vrijheid Uwel Edele Gestr: en E. Heeren te ommuni„ „ceeren, dat zijn rantden tijd den 6. Februarij verstreecken is, zijnde bemant met Negen en veertig Eropeesen, vijf en twintig Chineesen, en Twaalf Javaanen, en versoekt om vlaggedoeke Tafelgoed van Porelijn als anderzints, schrijfpapier en d. o pennen Den Tweede Tekenaar zend mede een Lijst van benoodigde medicamenten, en versoekt mede om Tafelgoed voor zes maanden en rantzoenen. Den Tweede Tekenaar gebruikt ook teffens de vrijheid uwelEdele Gestr. en E. Heeren te communiceeren, dat naa de aankomst van de drie calfaters aan boord van deszelfs schip de Hoop, hij dagelijks het schip gekreukt over stuur„ boord en bakboords zijde, als meede voor en agter doen ligten, zoo veel doenlijk was voor een schip dat met zijn geheele tilig om hoog stukken te boord, en in bloquade voor een vijandelijk rivier legt, na voormelde bodem buiten boort rontsom gecalfaat te hebben, zoo behoud dezelve nog egter dertien â Twaalf dunnen weter bij de Lompen allewagten, wij zenden de Calfaaters te rugge, Terwijl zij niet meer aan voormelde bodem alhier kunnen doen. Door gebrek aan drinkwater, hebben wij de Ligter de Vos na Straat Calang moeten zenden, hebbende voor en bij deszelfs artrek, bereeds agt musjes
English
mutsjes of drinking water provided to every person on both ships, but request Your Right Honorable and Honorable Gentlemen to allow us by every possibility to receive drinking water with the departing vessels, as it is feared that the enemy, being aware that drinking water is fetched from the wells in the Calang Strait, might make the same unusable, or that also through a change of drinking water more illnesses might arise among our crew. The chief surgeons of both ships have, in a meeting of the Ship's Council, requested refreshments of fruit, such as pomeloes, radishes, cucumbers, lime juice or lemons, and sweet apples, as already thirteen incapacitated men on both ships are suffering from scurvy. On 10 February the Company's bark the Standvastigheid arrived here from Lera; with the same I have received twenty-eight leggers of drinking water for both ships, and send back with the same twenty-eight leggers and eleven half ones from the Company's pantchiallang the Philippine. We have taken the boat of the bark the Standvastigheid in exchange for the boat of the ship de Hoop, as the same is unfit. We send a statement regarding the insolence committed by Lieutenant Christiaan Meijer. Knowing nothing further worthy of the attention of Your Right Honorable and Honorable Gentlemen, we take the liberty to call ourselves with all high esteem and respect. /below/ Right Honorable Severe Sir and Honorable Gentlemen /lower/ Your Right Honorable and Honorable Gentlemen's obedient servants /signed/ B. v. d. Spek, D. C. D. Hartig, A. W. Has, and H. de Vrij, /in the margin/ on the Company's ship Hoolwerf lying at anchor in blockade before Salangoor the 11 February 1786. To 274 Pieter Gerardus de Bruijn, Governor and Director of the city and fortress Malacca, together with The Council, Right Honorable Severe Sir and Honorable Gentlemen, In humble reply to Your Right Honorable and Honorable Gentlemen's very esteemed letters of the 2nd of this month, per the bark the Standvastigheid, and that of the 10th per the gallywat the Concordia, together with all that was sent, safely and well delivered. We have understood from the commander of the gallywat the Concordia that no more water is to be had from the wells in the Calang Strait, as he has already supplied the pantchiallangs with his drinking water. Therefore, out of dire necessity, we send the lighter the Vos, since the other vessels also lack drinking water; the lighter has loaded 12 full and six half leggers; we request the same back as soon as possible with that liquid, as we are greatly in need of it. We have received with the bark the Standvastigheid 17 full and thirteen half leggers of drinking water, the same having dispatched three leggers of that liquid to the pantchiallangs. We perceive no vessels at all and everything seems to be quiet; yet as far as one can see with the spyglasses, Radja Brima seems to be vigorously engaged in building kubus on the big mountain. We have fifteen incapacitated men on both ships, three of whom on board the first undersigned, who are in poor condition. To the Right Honorable Severe Sir The E The first undersigned takes the liberty to communicate to Your Right Honorable and Honorable Gentlemen that his ration time expires on 6 April, and requests cartridge paper, needles, and threads, as well as priming wires; by the second undersigned is also requested the remainder of the last sent. Knowing nothing further worthy of the attention of Your Right Honorable and Honorable Gentlemen, we take the liberty to call ourselves with all high esteem and respect, /below/ Right Honorable Severe Sir and Honorable Gentlemen, /lower/ Your Right Honorable and Honorable Gentlemen's obedient servants /signed/ B. v. d Spek, I. C. D. Hartig, and A. W. Hass, /in the margin/ On the ship Hoolwerf the 21 March 1786, lying at anchor in blockade before Salangoor. — To the Right Honorable Severe Pieter Gerardus de Bruijn, Governor and Director of the city and fortress Malacca Right Honorable Severe Sir, Taking the honor with awe to inform the Right Honorable Severe that I have found myself honored with Your Right Honorable Severe's very respected letters of 2 and 10 March on 5 and 14 thereof, and regarding the first, taking the liberty to make known to Your Right Honorable Severe's wise judgment, according to bounden duty, the incident of the attack and the ruination of the settlement, along with the very highly respected orders then breached by me, and the cause thereof. Namely, after the drinking water with me decreased greatly, because I [illegible] all military List.
Dutch transcription
musjes drinkwater aan ieder persoon op bijde scheepen verstrekt edog versoeke UwelEdele Gestr: en E. Heeren ons bij alle mogelijkheid met de afgaande verantuijgen drinkwater te mogen genieten alsoo men bevreest is dat den vijand bewust zijnde dat men drinkwater uit de putten in straat Calang haald, hetzelve mogte koomen ombruikbaar te maaken of dat ook door verandering van drinkwater meerdere ziektens onder onse scheepelinge mogte te ontstaan. De oppermeester van beide scheepen hebben in vergadering van Scheepsraad, versogt om verversingen van vrugten, als Lompelmoesen, radijs, concommers, Limoensap of Lemnst„ „jes, en soetappelen, alsoo dezelve bereeds op bijde scheepen dertien impotenten aan de scheurbootik laboreeren. Op den 10 Februari arriveerd alhier de Comps. Bark de Standvastigheid van Lera met dezelve hebbe ontfangen agt en Twintig leggers drinkwater voor bijde scheepen, en zende weder met dezelve agten Twintig leggers en Elf halve van Comps. Pantjellang de Philippine. Wij hebben de schuit van de Bark de Standvestigheid in ruiling voor de schuit van het schip de Hoop genoomen alsoo deselve onbequaam is. Wij zende verklaring wegens brutaliteiten door den Luitenant Christiaan Meijer gedaan. Verders niets weetende de attentie van UwelEdele Gest. en E. Heeren waardig zijn„ „de zoo gebruike wij de vrijheidons met alle hoogagting en eerbied te Noemen. /onderstond/ Wel Edele Gestrenge Heer en E Heeren /lager/ UwelEdele Gestrenge en E. Heeren gehoorsaame Dienaaren /getekend/ B. v: d. Spek, D. C. D. Hartig, A. W. Has, en H. de Vrij, /in muarg„ „ne / in Comps. schip Hoolwerf gean kers leggende in Bloquade voor Salangoor den 11. Februari 1786. Aan 274 Pieter Gerardus de Bruijn, Gouverneur en Directeur der stad en Fortresse Malacca, benevens Den Saad, Wel Edele Gestrenge Heer en E. Heeren In Nederig antwoord op UwelEdele Gestrenge en E. Heeren zeer geeerde Lette„ „ren op den 2. dezer, per de bark de standvastigheid en die van den 10. e per de Gallo„ „wet de Concordia, benevens al het toegezondene goed en wel ter handgesteld. Wij hebben van de Gesaghebber van de Gallowet de Concordia verstaan dat'er in de putten in straat Calang, geen water meer te krijgen is, alzoo dezelve van zijn drinkwater de Pantjallangs bereeds bijgezet, heeft. Dierhalven zeuden wij uit hooge noodzakelijkheid, de ligter de vos, dewijl de andere vaartuigen ook drinkwater manqueeren, de ligter heeft gelaaden 12. heele en zes halve leggers, wij verzoeken dezelven met den eerste met dat vogt wederom, alzoo wij grootelijks daarom verlegen zijn. Wij hebben met de bark de standvastigheid ontvangen, 17. heele en dertien heelve leggers drinkwater, hebbende dezelve drie Leggers van dat vogt aan de pantjallangs afgescheept. Wij verneemen in het geheel geen vaartuigen en alles gelijkt stil te zijn :dog voor zoo verre men met de kijkersdien kan, gelijk radja Brima dapper in de weer te zijn, om coeboes op de groote berg te maaken. Wij hebben op bijde scheepen vijftien inpotenten, waar van drie aan boort van den Eerste tekenaar, welke slegt zijn. Aan den Wel- Edelen Gestrenge Heer Den E Den Eerste Tekenaar gebruikt de vrijhend uwelEdele Gestrenge en E. Heeren te communiceren, dat zijn randsoen teid den 6 April uit is, en versoekt om Cardors papier d'naalden, en gjaaren, als mede om laadpriemen, bij den Iuwde Schenaer werdock om het resterende van de laast oegezonden Voorders niets meer weetende de attentie van uweldele Gestrenge en E. E. Heeren waardig te zijn. zoo gebruike de vrijheid ons met alle hoogagting en eerbied te noemen, /onder„ „stond/ WelEdele Gestrenge Heer en E. Heren,/lager/ uwer welEdele Gestr. en E. Heeren, gehoorzaame Dienaaren /(getekend/ B. v. d Spek, I. C. D. Hartig en A. W. Hass, /in margine/ In 't schip Hoolwerf den 21 Maart 1786. geankerd leggenden in bloquade voor Salangoor. — Aan den WelEdelen Gestrengen Gestren Pieter Gerardus de Bruijn, Gouvasiur en Directeur der stad en Fortresse Malacca Wel Edele Gestrenge Heer, De Eer nemende net ontzag welEd. Gestr:. te berigten dat ik Uwel Ed. Gestr. zeer gerespecteerde brieven van den 2 en 10 Maart, op den 5 en 14. daar mij heb vereerd meede gevonden, en op de Eerste de vrijheid gebruikende aan UwelEdele Gestr. wijze oordeel, het voorval van de attacx en der remuieeringe des Negorij, met de toen door mij overge„ treedene der zeer hoog geëerde orders, de oorzaak volgens schuldige pligt daar van bekent te stellen. Als na dat het drinkwater bij mij zeer verminderde, door dien ik alle Mili„ tairen Lijst.
English
273 had to keep the soldiers on board until the return of the pantchiallangs Bliton from Malacca, and the said pantchiallang being here, the commander came to me complaining that with so many people, and since some of his water casks were leaking, he could not manage for long with the same; and because there were 2 water wells in the Strait of Calang, I resolved, in want of the same, to fetch fresh water there. But upon closer observation and investigation of the Tin River, having found that if I wished to comply with the highly honored orders to close the same according to the condition of the place without deviating from it in any way, doing so by sailing to the said wells was hardly feasible, the more so because the balloors laden with tin, which had been lying upriver at the negorij and wished to go outside—which I have already mentioned to Your Right Honorable in my previous letter, and which then, during the incident at the negorij, fled upriver and have not come downriver until now—of which, upon my arrival here in the mouth of the Tin River, I encountered one, and because I could not get past a bend to it with the pantchiallangs, I sent the small boats thither to bring its nakodah with his pass on board to me, with orders that if the nakodah was willing to come along voluntarily, they should not molest either his crew or his vessel in the slightest with the boats. However, when the boats approached the said balloor, they saw that it was a well-armed vessel, and men were standing ready there at the swivel guns and with assegais; and thus, not being well armed, they found themselves too weak to board the balloor. They then hailed him from afar, saying that the nakodah had to come along with his pass, or come on board to me with a small prahu. Whereupon he answered that he had no pass, that he belonged here, and that they had nothing to do with me, nor was he in any way willing to come on board to me or to the boats, but that they should go with him one bend further upriver, where he would show them a pass. The boats, not considering themselves safe near him for long, returned with speed and brought the said report on board. Whereupon I immediately had a kedge anchor put out to get past the above-mentioned bend with the pantchiallang, but when he saw the pantchiallang seeing it approach, he laid out his oars and rowed powerfully upriver. Having, on a later occasion, seized a small prahu with 3 men, who pretended they wanted to go to the ladangs near the fort of Passelaar and did not belong here, but had fled from upriver at the negorij out of hunger and poverty, I learned from one of them that the one which had been downriver and the other which was still lying at the negorij were Selangor balloors laden with tin, and that on one of them were some Siak people, and that they intended to reinforce themselves at the negorij with the vessels there in order, when the opportunity arose, to surprise the pantchiallangs by night or to force their way outside by violence, because they were expecting an English bark in the Strait of Calang to trade with, which, in all likelihood regarding the said English bark, was later proven true, as I shall have the honor of demonstrating further to Your Right Honorable. Therefore, on account of the above-mentioned reinforcement at the negorij, of which I had also perceived something while reconnoitering the same, I resolved to go upriver before the negorij with the pantchiallangs silently at night, everything being prepared for a proper defense, and there to observe the actions of the people, investigate the same, and see about getting fresh water. When I arrived there before the negorij, seeing at daybreak that the above-mentioned reinforcement about which I had heard might well be true, because several vessels were being tied alongside and made ready, and the 2 frequently mentioned balloors lay in readiness at the far end of the negorij, though because of the current I could not approach them, and the people of the negorij had already sent their women, children, and female slaves upriver, and were then in a great commotion, busy transporting their goods away through the woods in the back. Which seeing, and calling out to those people that they should fear nothing, as I had not come with any intention, nor had I any orders, to do any harm to their negorij, but only wished to have water and some refreshments, and desired to speak with their chief; nevertheless seeing that the people
Dutch transcription
273 tairen, tot de wederkomste der Pantjellangs Bliton van Malacca heb moeten aan boord houden, en gem: Pantjallang alhier zijnde den Gesaghebber bij mij komende klaa„ „gen dat hij voor zoo veel volk terwijl ook eenige van zijn waater raaten lek waaren niet lang met het zelve konde toerijken, en door dien 2. waater putten in de straat Calang zijnde, Resolveerde ik bij gebrek van het zelve om aldaar vers waater te haalen, dog bij nader observatie en onderzoeking van 't tin Rivrer bevon„ den hebben dat zoo ik aan de zeer geëerde orders tot het sluiten van 't zelve voor de gesteldheid van plaats zonder daar eenig zints van af te wijken, wilde voldoen, dat het doen niet wel doenlijk was na de gemelde putten te zeilen te meer dat ook die met tin gelaaden aan de Negorij booven gelegen hebbende Balloors na buiten willende het welk ik aan UwelEdele Gestr. in mijn voorige bereeds genoemd heb, en die toen met het geval bij de Negorij na boord zijn gevlugdt, en tot nog toe niet na bereeden zijn gekomen, daar van ik bij mijn aankomst alhier in de mond van 't tin rivier de eene ontmoetende en de schuiten door dien ik met de pantjallangs niet voor een hoek bij dezelve konde komen, na toe zondom deszelfs Nagoda met zijn sas bij mij aan boord tehaalen met orders als de Nagoda goedwillig meede willende gaan dat zij hem met de schuiten dan niet het alderminst het zijdan zijn volk of vaartuig moeste molesteeren, dog egter toen de schuiten gem: balloor naderden ziende zij dat het een welgenapend vaartuig was, en volk aldaar bij de rantakken en met assegaaijen klaar stonden; en dus zij zig, door dien niet wel gewapend zijnde, te zwak bevonden om den balloorop zij te klampen. riepen hem als toen van verre aan dat de Nagoda met zijn zas mede miest, of met een praauw„ je bij mij aan boord koomen, daar op hij antwoordende geen pas te hebben en hier t'huijs hoorende en niets met mij van doen hadden als ook geenzints van willens zijnde om aan boord bij mij nog bij de schuiten te koomen maar dat zij met hem nog een bogt na boven zoude gaan dat hij aldaar een pas aan haar zoude vertoonen. Verwijl de scauisten zig bij hem niet lang vijlig agtende, met spoed wederom keerende en gem: rapportaan boord brengende waar op ik direct een werp liet uitbrengen om met de Pantjellang voo bij bovengem: hoek te koomen, dog toen hij de Pantjellang ziende ziende aankoomen zijn riemen uit leidende en met kragt na booven toe roerende, Bij nader gelegenheid een klijne praauw met 3. man gekregen hebbende welke voorgeeven naar de ladangs bij de borg passelaar te willen en hier niet te huijs hoorende, Maar door honger en armoede van booven der Negorij gevlugt te zijn, ver„ „staande door een van hun, dat de eene beneeden zijnde geweestende de andere dewelk nogaan de Negorijleggend met tin gelaaden balloos slangenooreese, en op de eene eenige siaks volk waaren, en van voorneemen om zig bij de Negorij met de daar zijnde vaartuigen te versterken om bij gelegenheid bij nagt de Pintjellangs te koo„ „men overrompelen, of met geweld na buiten te dringen door dien zij in de straat Calang een Engelsche Bark verwagtende, om met dezelve te gaan handelen, gelijk naalle pre„ „sumatie het gemelde aanbelangende de Engelse Bark naderhand bewaarheid is het welk ik de Eer zal hebben UwelEedele Gestr. nader te doen blijken. Dieswegen op t boovenstaande aan de Negorij versterkinge en 't welk ik als ook met het recognoseeren derzelve daar van iets bespeurd hebbende dierhalven geresolveerd om met de Pantjallangs des nagts in stilte en alles tot een behoor„ „lijke defensie in gereedheid zijnde, na booven voor de Negorij te gaan en daar op 't doen van 't volk te letten en 't zelve te onderzoeken, en te zien vers waater te krijgen, Toen ik aldaar voor aan de Negorij gekoomen ben ziende met den dag dat 't boovengem: als gehoord hebbende versterkinge aldaar wel de waarheid kom „de zijn door dien verscheide vaartuigen aangebond en klaar gemaakt wierden; en de 2. meergem: baloos, aan het laaste eind der Negorij in gereedheid lagen, dog door de stroom niet konnende naderen, en 't volk van de Negorij be„ „reeds hunne vrouwen kindersen meiden na booven hadden doen vertrekken, en als toen daar in een heele beweging met haar goederen agter door 't bos te scepen waaken, het welk ik ziende en haar lieden toeroepende dat zij niets moeten vreesen, als dat ik met geen voorneemen was gekoomen en ook geen orders had om eenig quaad aan hunne Negorij te bedrijven maar alleenig water en eenige verversing willende hebben en met haar hooft begeerde te spreeken, Eeter ziende daat het volk
English
275 the people there united more and more in arms, and because the chief did not come, I went with a small proa together with the commander of the Bliton, not wishing to take a boat so as not to give them any evil suspicion, to the shore to investigate the matter there and to see to speaking with the chief there, as I deemed from speaking with him or from him to have found something that could contribute very much to the interests of the objective of the cruise. Yet when we were ashore, seeing that some armed people from the village came at us sideways in the forest and apparently wished to cut off our retreat, whereupon we immediately turned back in haste to the proa, as they then came after us with speed and began to shoot at us with bullets; one passed right over my head and not a handbreadth before the face of the Commander of the Bliton, whereupon we, having as yet committed no hostility on the said occasion, having arrived at the small proa, jumped into it in haste and confusion and paddled vigorously on board with hands and feet, during which one man from the pantjallang Bliton was drowned; thereupon they still shot at the said pantjallang from the shore with bullets, but the same fired back at the first shot with canister shot, so that they were compelled to retreat. However, it still happened that when I had sent the boat to a balloor which lay close by the pantjallangs at the shore before the village, and claiming to be from Malacca, in order to fetch the nachoda from on board there and to inspect his cargo and pass, the men from the boat went to the shore and, as they were walking there, the people from the village again came at them with speed out of the forest, armed and with leveled muskets, and an amok-runner, having in one hand the bare cleaver and in the other the kris, came jumping out sideways close by them, which they on the shore noticed at the same moment and then sought to retreat in haste to the boat, all of which I saw from on board. And as it appeared that the people of the village, because they divided themselves into two parties and according to the lay of the land there sought to cut off their way to the boat, I was therefore compelled, in order to prevent the aforesaid, to fire from on board with canister shot at the people of the village, and thereby to make a free retreat for them to the boat, sending armed men from on board ashore in haste for assistance. Thus after the expulsion of the people of the village we found there every preparation, because on the shore everything with them had been brought into readiness for hostility, but only by the unexpected arrival of the pantjallangs by night, wherefore they could not get their men organized or together so quickly at all. And then I could perceive nothing else from their entire movement than that they had been of the opinion that I would have sent the men from on board to the village in order to have it plundered there, because without my having given them reason they had gone out of the village with their muskets and weapons and united in plots in the forest beside the village, and to all appearances had intended, when the men from the pantjallangs were most busily engaged there in the village, to come surround them, and in the happening of this aforesaid, because I could then by no means assist them significantly from the pantjallangs, it would then be very easy for them to murder the men, and subsequently even undertake an attack closer upon the pantjallangs; but anticipating this aforesaid, because they had already given me tokens of their intention, being suspicious: And after overpowering the people there, the destruction of the village occurred through its fury. However, the destruction took place even more by accident than by malice, since it was mostly caused by the fire of a balloor, which fire struck into a house, because there must have been combustible material or gunpowder inside, so that the whole village was in flames in a very short time, and one house set the other on fire, in which also 5 balloors that were being prepared and some kakaps and proas that lay there on the shore were burned as well. This
Dutch transcription
275 volk aldaar hoe lang hoe meer zig gewapende vereende en door dien het opperhoofd niet koonende ging ik benevens den gezaghebber van de Bliton met een klijn praauwe te als geen scuit willende neemen, om daar door aan hun lieden geen quaade vermoeden te geeven, na de wal, om heb aldaar te ondersoeken en te zien om met het opperhoofd aldaar te spreeken als meerde ik met 't spreeken of van dezelve iets gevonden te hebben dat zeer veel tot de belangens des oogmerk der bekruizing zoude kunn doen. Dog toen wij aan de wal zijnde, ziende dat eenig gewapend volk van de Negorij bezijden in 't bosgp ons afkoomende en zoo het scheen de pas te willen afsuijden waar door wij direct met haast na de praauw omkeerende als toen zij lieden met vaardagter ons aankoomende en met kogels begonne te krieten; zoo ateen Ragt„ over mijn hooft en geen handbreet voor bij den Gesaghebber van de Bliton zijn gesigte snelde waar door wij op 't gem: als nog geen vijandschap gepleegd te hebben, bij 't praauwtje gekomen zijnde in een confusie met spoed in 't zelfde sprongen en uit kragt met handen en voeten aan boord pagpaijde waar bij nog een man van de Pant„ „jallang Bliton is verdronken; daar op zij toen nog van de wal op gem: Pantjallang miet kogels schietende dog dezelve op 't Eerste schot met druijven wederom vuurden; zoo dat zij genoodzaakt wierden tewijken. Egter noggebeurende dat toe ik de schuid na een Baloos had gezonden, dewelke digt bij de Pantjallangs aan de wal voor de Negeorij Leide, en voorgeevende van Malacca te zijn, om aldaar de Nachoda van boord te haalen en zijn lading en pas te bezien, dat het volk uit de schulid dan de wal gingen en als toen daar loopende het volk van de Negorij weer met waard uit 't Boskh, gewaapend en met aangelegde geweeren op haar afkoomende, en een amokmaaker, als hebbende dezelve in de eene hand de ontbloote houwer en in de ander de Crito bezijden digt bij haar uitkoomende springen 't welk zij aan de wal op 't zelfde moment gewaar wordende en als toen met spoed na de schuid zogten te retereeren, 't welk ik alles van boord ziende en Gelijk het scheen dat het volk van de Negorij, door dien zij zig in twee partijen verdeelden en volgens ƒ volgens gelegenheed van 't land aldaar hun de pas van de schuidzogke af te sonij„ den, daar over tot beletting van 't gemelde genoodzaakt ben geworden om van boord met druijven op 't volk van de Negorij te schieten, en daar uit een vrije ritied voor haar na de schuit te zien maaken en gewaapend volk ven boord tot adsistentie in haast aan land zendende. Dus na de verdrijving van 't volk der Negorij aan alle toestel aldaar hebben bevon„ „den, door dien het aan de wal alles bij haar tot vijandelijkheid in gereedheid was ge„ „bragt, maar alleen door de onverwagte komst der Pantjallangs, bij nagt, waar door zij haar volk niet geregeld of in 't geheel niet zoo spoedig bij malkander konnende krijgen en als toen ik niets anders aan hun lieden heele beweeging heb konnen bespeu„ „ren als dat zij van gedagten zijn geweest dat ik het volk van boord na de Negorij zoude gezonden hebben om aldaar dezelve te laaten plunderen door dien zij zonder dat ik aan haar lieden reeden had gegeven uit de Negorij met hunne geweeren en woepens waaren gegaan en zig bij complotten in 't bosch bezijden der Negorij vereend en na alle schijn van gedagden zijn geweest als 't volk van de pantjallangs daar op 't drukste in de Negorij bezig waaren zij lieden haar als dan te koomen omzingelen en in 't gebeuren van dit gemelde door dien ik dan haar geenzints van aanbelang uit de Pantjallangs konde adsisteren en als dan het haar liden zeer gemakelijk niet, het volk te vermoorden, en vervolgens nog wel een aanval nader op de Pantjallangs te onderreemen dog op voorkoo„ men van dit gemelde door dien zijheden mij bereids blijken van haar intentie gegeven hadden; verdagt weezende: En na overmeestring van 't volk aldaar de vernieling der Negorij door deszelfs ver„ woedheid gescheid is. Egter heeft de vernieling nog meer door ongeluk als moed willen plaats gehad, dewijl uit de brand van een baloop welke brand in een huijs geslagen is sen, daar door het meest is veroorsaakt geworden, door dien daar brand stoff of kruijd moet ingeweest zijn dat de heele Negorijn een korsten tijd in vlam stond, en het eene huijs randers aanstak waar bij 5. balloors die klaargemaakt wierden en eenige cacabs en praauwe die aldaar aan de wal laagen mede zijn verbrand. Dit
English
277 All that has been reported happened in the presence of an inhabitant from the other side of the river and Negorij, to whom I demonstrated that they themselves, through their own conduct, were the cause of the destruction of their Negorij; therefore, by leaving his house, goods, and belongings unmolested, I made it evident to him that I had by no means come there for the destruction of their Negorij. I humbly beg Your Honor's pardon if I have erred in my conduct and for mistakes committed. Until today, pending Your Honor's highly respected orders of permission, I have not dared to undertake surveying the tin river further up than the former Negorij, and for that reason, upon its arrival here on the 14th, I had the galliot the Concordia depart directly for the Slangenoor roadstead in accordance with Your Honor's orders. In order to survey the tin river upriver as far as feasible, I request that Your Honor please honor me with orders regarding this matter, since it is impossible for me to be assured that this can take place without the slightest danger of being cut off. However, in the event of being driven back or besieged there, I could to some extent take care to prevent them from doing so, since in ascending upriver I would then have to act as an enemy in order to dislodge their ruses and strength by surprise, which would then bring about a free retreat without danger upon my return. Concerning the matter of being cut off from outside by Radja Brima: in compliance with the highly honored orders to close the tin river, I nevertheless had to position myself with the Pantjallangs in such a way that if he should receive significant assistance and wished to act hostilely here with the same—since I am deprived of the help of the ships or vessels lying at Slangenoor due to their distance—it is then the same whether I am upriver, here, or even in Strait Calang; and seeing no other prospect in that case than to offer them resistance with the force entrusted to me, with vigor and all feasible might, and I will always strive with all my best to observe all precautions, and I will seek to fulfill Your Honor's very highly honored orders to my utmost best. For this reason, I have not burdened myself with any prisoners of war or emptied vessels, and in the event of armed Burmese vessels passing by here, I will not fail to strictly observe and follow the order given to me for that purpose by Your Honor. At the same time, I have the honor to inform Your Honor that from the bark the Standvastigheid I have received one buffalo for refreshments for both Pantjallang crews and, according to Your Honor's orders, four half-leagers of drinking water. Otherwise nothing of importance occurred here, except that the mast of the Pantjallang Bliton broke off above the partners on the deck due to its bad state of rot; however, we have fitted the said mast with cheeks and timbers in such a manner that, as long as the Pantjallang remains here in the strait, it can still hold, though one could not properly cruise outside with it without putting oneself in danger; having provided for that purpose a spare jib-boom and an iron hawser for the cheeks and wooldings for the said mast, which I earnestly request of Your Honor, as it is needed, that it may be replaced from Malacca. For the rest, informing Your Honor that the lighter the Vos, after I had the honor to present my previous letter of 10 February to Your Honor, has been here three different times to fetch firewood and some casks of water for the ships at Slangenoor. On 20 February a baloor arrived here which wanted to enter the tin river, but catching sight of the pantjallangs, it turned back. On the 21st, a native sloop passed here coming from Pera, its intention or pass reading for Malacca. On the 23rd, a native bark passed here named De Tjem, commanded by Captain Narcisa Barette, coming from Tegu and intending to go to Malacca. On the 25th, the already mentioned English bark arrived here off the tin river, whereupon, at its arrival, I immediately sent my mate to
Dutch transcription
277 Dit alles gemeld is voorgevallen in presentie van een ingezeten van de overzijde der rivier en Negorij aan dewelke ik alles getoond heb dat zij lieden door haar bedrijf zelver oorsaak van de vernieling hunner Negorij geweest zijn, daarom ik hem blijke deede met 't ongemolesteerd te laaten van zijn huijs goederen en toebehooren dat ik geenzints tot vernieling van hun Negorij aldaar gekomen was. Versoeke zoo ik in mijn gedrag en over begaane fouten uwel Edele Gestr. ootmoedeg excuus. Tot heeden heb ik op uwelEd. Gestr: zeer gerespective orders van toesterming het niet durven ondergaen, om 't tin rivier verder als tot de geweezene Negorij op te neemen en daarom de galowet de Concordia bij zijn aankomst op den 14. e alhier, directna de reede Slangenoor volgens uwel Edele Gestr: ordres heb laaten vertrekken. Om het tin rivier zoo ver als doenlijk is na boven op te neemen, versoeke aan uwelEdele Gestr: om mij daar op met ordres gelieve te vereeren door dien ik onmogelijk verze„ „kerd kan zijn dat zulks zonder 't minste gevaar van ingeslooten te worden geschieden kan. Egter in 't gebeuren van te rug gedreven teworden of aldaar insluitinge zoude ik eenigzints kunnen zorgdraagen om 't zelve hun te beletten, vermits ik in 't opgaan na boven dan als vijand zoude moeten ageeren om hier door haar listen en sterkte bij verrassing te verwijderen, het geen dan zonder gevaar bij mijn terug komst een „ vrije retiraite zoude veroorsaaken. Aan belangendom van Radja Brima van buiten ingeslooten te worden, zoo heb ik egter tot nakoming der zeer geëerde orders van 't sluiten des tin rivier mij met de Tantjallangs daar na zodanig moeste posteeren dat als hij hulp van aanbelang mogt krijgen en met dezelve hier vijandelijk wilde ageeren door dien ik van d' hulp der scheepen of vaartuigen op Slangenoor leggende door deszelfs verheid ontbloot als dan het zelfde is of ik boven, hier of zelfs in straat Calang ben; en geen ander uitzigt weetende als in 't geval die aan mij toevertrouw„ „de magt met kragt en alle doenlijke vermooge tegenweer aan hun te bieden en altoos met al mijn best zal tragten om alle omzigtigheden in agt te neemen en UwelEd. Gestr: zeer hoog geëerde ordres met mijn uiterste best zal zoeken na Le te koomen. Deswegen heb ik mij met geen krijgogevangenen nog ontledigde vaartuigen belemmert em in 't gebeurde met het alhier passeeren van de gewapende barma„ „se vaartuigen, zal ik mij niet laaten manqueeren uwelEdele Gestr. daar toe aan mij gegeven order stiptelijk te observeeren en te volgen. Teffens heb ik de Eer Uwel Ed. Gestr. te berigten dat ik uit de bark de standvastigheid een buffel tot verversing voor beide Pantjallangs eq inpagie en volgens uweldele Gestr orders vier halve legers drinkwater ontvangen hebben. Anders hier niet van belangen voorgevallen als dat de Pantjallang Bliton zijn mast boven de visser op 't dek door deszelfs slegtheid van verrotting afge„ brooken is egter hebben de gem: mast met wangen en houtwerken zoodanig voorzien dat zoo lang de Pantjellang hier in de straat belang is nog kan houden, dog met dezelve zonder zig in gevaar te stellen niet buiten daar mede wel konde kruijsen hebbende daar toe een waarloos kluifhout en een ijzer tros tot de wangen en woelings voor gemd: mast, gegeven dewelk ik aan UwelEdele Gesr. zeer verzoeke door dien 't benodigd zijnde om van Malacca het te mogen wee„ „rom krijgen. Voor 't overige uwel Edele Gestrenge bekend maakende dat de ligter de vos na dat ik de Eer heb gehad uwel- Ed. Gestr. mijn voorige van den 10. feb=ri te offereeren, drie verscheide maalen om brandhout en eenig vaten water voor de schepen op Slangenoor te haalen hier geweestih Den 20. feb=ij quam alhier een balloor dewelke in 't tin Rivier willende dog de pantjallangs in 't gezigt krijgende wederom keerde. Den 21. Passeerde alhier een inlandsche sloep komende van Pera en de wil of deszelfs zas luidende na Malacca. Den 23. Passeerde alhier een Inlandse bark genaamd De tjem gecommandeerd door den Cap.n Narcisa Barette koomende van Tegu en willende naar Malacca Den 25 quam alhier voor 't tin rivier de daar van bereedsgemelde Engelsche bark, daar ik opstond bij zijn aankomst, mijn stuurman na
English
9 279 sent on board with orders as stated in the Instruction, but the Captain of the same remained in every respect unwilling according to the points to make himself known, and after having already protested in explicit terms against this, received nothing other than some abusive words with contempt from the said Captain, and it not being possible due to adverse current to approach the said bark with the Pantjallangs in order to make him repent for the refusal to make himself known, along with the shown contempt. Whereupon I informed the said Captain to depart immediately from the Strait of Calang, and regarding the refusal as contrary to all rights. In order that I would find myself compelled thereby to report such to Malacca to Your Right Honorable. Whereupon he answered, since there was currently peace between those two powers, that he had nothing to do with Malacca or otherwise with the Dutch Company, and after having understood from the same the closure of the tin river, he then with anger continued his course through the Strait of Calang by force of sail, however the vessel that made the rounds the following morning reported upon coming on board that the aforementioned bark was still lying in the Strait of Calang, whereupon I, sending a small prahu to keep an eye on the bark's activities there, yet when the Captain saw the small prahu approaching, he immediately set the lower sail to just outside the Strait of Calang and remained lying there for two days and two nights, and during that time, both inside and outside the Strait of Calang, continually by day flew the English flag, whether he saw vessels or not, and by night continually displayed a lantern from the main top, and upon these aforementioned signals the baloors from all corners and inlets came on board with him there, presuming that this aforementioned signal certainly must have originated from Slangenoor, which he obtained somewhere. On March 4, 2 balloors passed by here coming from Queda and wishing to go to Malacca. On the 8th of the same, a native sloop with 5 balloors passed by here, coming from Queda, having the intention to go to Malacca. On the On the 22nd of the same, with the arrival of the private bark here, I found myself honored with the receipt of Your Right Honorable's highly respected letter of the 17th of this month, and on the 23rd duly received the rations for both Pantjallangs according to the receipt; however, due to a lack of weights and measures we cannot know whether the received rations accord with the bill of lading. Today, with the departure of the said bark from here to Slangenoor, the lighter d' Vos arrived from there, having the intention to go to Malacca, and after the commander of the said lighter understood that rations for him were in the bark, he desired to receive the same here from the bark, but because the cutter's and lighter's rations were mixed together, and at the same time I, not wishing to detain the bark here any longer, then having asked the said commander, since Mr. Benjamin van der Spek of Slangenoor, at a time when the bark with rations was expected, now dispatched him to Malacca, whether something of great importance had occurred there, but having understood from the said commander that he knew of nothing extraordinary, whereupon I advised him, since he was so close to Slangenoor, to return from there again with the bark, and to receive the rations there, although he, necessarily knowing his orders and doing that which was best to do according to his orders; furthermore today passed by here a baloor in the Company's service coming from Malacca, having the intention to go to Queda, the aforementioned commander observing his orders, taking the liberty, because of not wishing to detain the lighter, to offer this to Your Right Honorable on the present occasion. For the rest, I recommend myself most humbly to Your Right Honorable's favorable protection and, with the due respect and all high esteem, call myself. Below stood Right Honorable Sir Lower Your Right Honorable's very humble Servant Signed I. H. Meijer, In the margin In the Company's Pantjallang the Philippine at Strait Calang the 23rd of March 1786. To 281 To the Right Honorable Sir, Governor and Director of the City and Fortress of Malacca, together with the Council, Pieter Gerardus de Bruijn, Right Honorable Sir and Honorable Sirs. In humble reply to Your Right Honorable and Honorable Sirs' highly honored letters of the 17th of this month, delivered to us on the 25th of the same by the private bark, Commander Carbos, together with everything sent, and the rations for the cutter the Ondernemer and the lighter de Vos, all received in good order. The First Signer requests Your Right Honorable and Honorable Sirs for a clerk, as the officer who writes the letters must also keep his watch day and night. On both ships there are twelve disabled men out of danger, and on the smaller vessels some who suffer from mild illness and sore legs, also out of danger, except the commander of the galley the Concordia, who suffers from dropsy. We also send from the ship Hoolwerf the quartermaster Pieter Schaars and the provost Jacob Kerseboom, and from the small ship de Hoop a Chinese, all of whom suffer from consumptive illnesses. We also send along the bills of lading, which due to haste were forgotten to be sent with the lighter de Vos. We shall observe Your Right Honorable and Honorable Sirs' highly honored orders in all respects, insofar as we are proficient in the Malay language. The First Signer also sends a list of needed medicines for his vessel and the small vessels, together with a report from both chief surgeons concerning the findings on the small vessels. The private bark has loaded sixty-two whole and fourteen half empty leagers, all fully hooped. Whereas
Dutch transcription
9 279 na boord heb gesonden met orders gelijk bij de Instructie vermeld staat, maar de Cap. derzelve in alles volgens de puncten, onwillig tot bekend stelling derzelven is gebleeven en na bereeds in uitdrukkelijke termen daar tegen geprotesteerd te hebben niets anders als eenige schimpwoorden met minagting van gemelde Cap. n bekoomen, en door tegenstroom niet mogelijk zijnde om de gem: bark met de Pantjallangs te kunne naderen om hem over de weigering van bekendstelling, met de betoonde minagting te doen berouw neemen. Waar op ik aan gem: Cap=t te kennen heb laaten geeven om direct uit de straat Calang te vertrekken en over de wijgering als strijdende tegen alle der regten. Om mij„ daar door genoodzaakt zoude vinden zulks na Malacca aan uwelEdele Gestr. te berigten, daar op hij antwoorde dewijl tans tussen die beide mogenheden vreede was niets met Malacca of anderzints met de Nederlandsche Comp. e van doen te hebben, en na dezelve 't sluiten van 't tin rivier verstaan hebbende, hij als toen met nijdigheid door kragt van zijlen zijn coers in straat Calang vervolgde, egter 't vaartuig dat ronde doende sanderendaags morgen met het aan boord koomen rapparteerden dat voorengem. bark nog in de straat Calang leggende, daar op ik een # praauwtje zendende om aldaar op de bark zijn doende te letten dog toen de Cap. n 't prauwtje ziende aankoomen hij direct het onderzeil leide tot even buijten de straat Calang en aldaar twee dagen en twee nagten is blijven leggen en gedur de „rende zoo wel in als buiten de straat Calang continueel bij dag de Engel, „sche vlag het zij vaartuigen hij ziende of niet liet waaijen en bij nagt geduuren„ de een lanthaarn van de groote top vertoonde en op deeze gem. seinen de baloors uit alle hoeken en spruiten bij hem aldaar aan boord quaamen, presumeerende dat dit gem. sein zekerlijk van slangenoor afkomstig moet geweest zijn dat hij ergens gekregen heeft. Den 4. Maart Passeerden hier 2 balloors komende van Queda en de wil na Malacca Den 8. d.o Passeerde alhier een inlandsche sloep met 5 balloors koomende van Queda de wil hebbende naar Malacca Den Den 22. d:o heb ik met de komst van de particuliere bark alhier met het ontvangen van uwelEdele Gestr. zeer gerespecteerde brief van den 17 dezer mij vereerd gevonden en heb op den 23. de randzoenen voor de beide Pantjallangs volgens recipisse behoorlijk ontvangen egter door gebrek van gewigten maaten wij niet kunnen weeten of de ontvangene randzoenen volgens Copnoscement acconden Op heden met het vertrek van Gem: berk van hier na Slangenoor qam de ligter d' Vos van derwaards en de wil hebbende naar Malacca en na den gelag„ hebber van gemd. ligter verstaan hebbende dat randsoenen voor hem in de bark waaren begeerde hij dezelve alhier uit de bark te ontvangen maar door dien de kotten en Ligter zijne randsoenen bij malkander was en teffens ik de bark hier niet langer willende ophouden als toen gem. gesaghebber gevraagd hebben, Benjamin „de dewijl d' Heer ^ van der spek van Slangenoor op een tijd dat de bark met randsoenen verwagt wordende hem nu na Malacca verzonden, of daar iets van groot belang was voorgevallen dog van gem. gesaghebber verstaen, hebbende van niets bijzonders te weeten waar op ik hem geraaden heb terwijl hij zoo digt bij slange„ „noor was met de bark van derwaards wederom te keeren, en aldaar de rantzoenen te ontvangen, egter wel moetende zijn orders weetende en doende 't geen wat volgens zijn orders best te doen stond, nog op heden Passeerden hier een baloor in Comp:. diendt komende van Malacca de wil hebbende naar queda, den gesaghebber voorn. zijn orders opsorveerende gebruikende de vrijheid door dien de ligter niet te willen op„ houden UwelEd. Gestr. deezes bij thans gelegenheid te offereeren: Voor voorige dier hebben mij zeer ootmoedig in uwel Edele Gestr: gunstige protexie te recommandeeren en mij met 't verschuldigst ontzag en alle hoogagting te noemen. /onderstond/ WelEdele Gestrenge Heer /lager:/ uwel Ed. Gestr. zeer onderdaanige Dienaar /(getekend/ I. H. Meijer, /in margine:/ in Comp s Pantjallang de Philippine aan Straat Calang den 23. Maart 1786. — Aan ren. 281 Aan den Wel-Edelen Gestrengen Heer Gouverneur en Directeur der Stad en Fortresse Malacca benevens den Raad. Pieter Gerardus de Bruijn, Wel Edele Gestrenge Heer en E. Heeren. In nederig antwoord op UwelEd. Gestr. en E E. zeer geëerde Letteren van den 17. dee„ „zer, ons op den 25 derzelver per de particuliere bark gesaghebber Carbos, benevens al het toegesondene, en de randsoenen voor de kotter de Ouderneemer, en ligter de vos, alles goed en wel ontvangen Den Eerste Tekenaar versoekt uwelEd. Gestr: en E. E. om een schrijver, alsoo den officier welke de brieven schrijft, daar bij zijn wagt dag en nagt moet waarneemen. op beide schepen zijn twaalf impotenten buiten gevaar, en op de minder vaartuigen eenige welke aan ligte ziekte en zeere beenen laboreren, mede buiten gevaar, except den gesaghebber van de Gallowe de Concordia welk aan de water sugt laboreerd. wij zenden mede van het schip Hool werf den quartiermeester Pieter Schaars en den Provoost Iacob kerseboom, en van Het scheepje de Hoop een chinees welk alle aan uitteerende ziekten Laboreeren. Wij zenden ook mede de Cognoscementen welk door haast met de Lig„ ter de vos vergeeten zijn mede te geeven. Wij zullen uwelEd. Gestr. en E. Heeren zeer geëerde orders voor zoo verre wij de maleitsche spraak kundig zijn in alles observeeren. Den Eerste zeke naar zend mede een Lijst van benoodigde medicamenten, voor deszelfs bodem en de klijne vaartuigen, benevens een berigd van beide oppermeesters wegens de bevinding op de klijne vaartuigen De Particuliere bark heeft geladen Twee en zestig heele, en veertien halve ledige leggers alle vol beslag. Alsoo
English
As on Saturday the 25th of this month, some disputes arose between the chief mate August Willem Hass and the surgeon major George Hendrik van Reeven, we are sending along a paper from the ship's Broad Council, the reply of the chief mate not being ready yet due to lack of time. We request Your Right Honorable and Honorable Sirs that we may receive back the bark with drinking water as soon as possible, as we are all greatly in need of it. Furthermore, knowing nothing more worthy of the attention of Your Right Honorable and Honorable Sirs, we take the liberty to sign ourselves with all high esteem and respect. It was undersigned: Right Honorable Sir and Honorable Sirs, lower down: Your Right Honorable and Honorable Sirs' obedient servants, signed: B. v: der Spek, I. C. D. Hartig and A. W: Wass. In the margin: The Company's ship Hoolwerf the 27 March 1786. Lying anchored in blockade before Salango. Beneath that: Note: just now at the closing of this letter we received the written reply of the chief mate, which we send herewith. To the Right Honorable Sir Pieter Gerardus de Bruijn, Governor and Director of the city and Fortress Malacca together with the Council Right Honorable Sir and Honorable Sirs! In humble reply to Your Right Honorable and Honorable Sirs' very esteemed letter of the 30th of March, duly delivered to us on the 4th of April by the lighter De Vos, together with everything sent. That some vessels laden with rice are sneaking into the river has not yet been seen by us; however, it is quite possible to enter by night, as the small vessels run so close under the shore as the draft of their small keels permits, and at night it is completely impossible to see them. However, we have also heard here that the Selangor vessels enter and leave Perak without hindrance to fetch provisions from there, and possibly unload in small creeks around here, and subsequently transport them over land to Salanghoor, which is impossible for us to prevent, otherwise we would not fail to prevent the said vessels from entering, and to confiscate the rice if they are not enemy vessels, otherwise to declare the same a good prize. We hope and wish for the private bark back with drinking water as soon as possible, for being already in lack of that liquid, we were on the verge of having to leave this roadstead, but to our good fortune we were provided by the bark De Standvastigheid with nine, and from the lighter De Haas with three leagers of that liquid, and shortly thereafter caught sight of the lighter De Vos to our great joy, as we daily need about three leagers of that liquid for the squadron. The commanders of the vessels that return and arrive here from Malacca have complained to us that they are delayed so long in the Strait of Calang before they can proceed on their voyage. The commander of the lighter De Vos has made no report to the first undersigned that a musket of the native soldiers was missing, but an inquiry into the matter shall be ordered, as it was not known. For the rest, we shall observe Your Right Honorable and Honorable Sirs' very esteemed orders. The first undersigned also sends a Chinese man suffering from a venereal bubo, for which the surgeon major has no medicine; he requests refreshments, and has eleven disabled men out of danger. The second undersigned still has two disabled men out of danger. Furthermore, knowing nothing more worthy of the attention of Your Right Honorable and Honorable Sirs, we take the liberty to style ourselves with all high esteem and respect. It was undersigned: Right Honorable Sir and Honorable Sirs, lower down: Your Right Honorable and Honorable Sirs' obedient servants, signed: B. v. der Spek, I. C. D. Hartig and A. W. Hass. In the margin: The Company's ship Hoolwerf the 4 April 1786. Lying anchored in blockade before Slangenoor. To
Dutch transcription
Alzoo op Saturdag den 25. deezer, eenige disputen zijn ontstaan tusschen den opp„ „stuurman August Willem Hass en den oppermeester van George Hendrik van Reeven, zoo zenden wij een papier van den scheeps Breeden raad mede zijnde het weder antwoord van den opperstuurman door kortheid des tijds nog niet in ge„ reedheid. wij verzoeken uwel Ed. Gestrenge en E. Heren om ten spoedigsten de bark met dinik„ water wederom te mogen genieten, alsoo wij alle daar grootelijks om verlegen zijn voorders niets meer weetende de attentie van uwelEd. Gestr. en E. Heeren waardig te zijn, zoo gebruike de vrijheid ons met alle hoogagting en eerbied te Tekenen. /onderstond:/ welEdele Gestrenge Heer en E. Heeren, / lager/ uwer WelEd Gestr. en E. Heeren gehoorzaame Dienaaren /getekend/ B. v: der Spek, I. C. D. Hartig en A. W: Wass, /in margine /: den Comps. schip Hoolwerf den 27 Maart 1786. geankerd leggende in bloqua voor Salango op/ daaronder:/ Leb: zoo even bij het sluiten dezes bekomen wij het weder antwonrd schriftelijk van den opperstuurman het geene wij hier nevens zenden. Aan den Wel-Edelen Gestrengen Heer Pieter Gerardus de Bruijn, Gouverneur en Directeur der stad en Fortresse Malacca benevens den Raad Wel- Edele Gestrenge Heer en E. Heeren! In nederig antwoordop uwelEd. Gestr. en E. Heeren zeer geëerde Letteren van den 30. Maart ons op den 4. april 1op de Ligter de voswel ter hand gesteld benevens al het toegesondene. Dater eenige vaartuigen met rijst gelaaden binnen in de rivier sluipen is bij ons nog niet gezien, egter wel doenlijk om binnen te koomen bij nagt terwijl de klijne weor„ tuigen zoo digt onder de wal loopen, als het diepen van hun kieltjes permitteeren en bij nag tdlog onmogelijk kunnen gezien worden, Maar wij hebben hier ook gehoord, als dat ede slangenoorse vaarderigen Pera in en uit gerust 283 gerustloopen, om levensmiddelen van daar te haalen, en mogelijk in spruitjens ca hier of hier omtrend lossen, en vervolgens over land na Salanghoor Transporteeren, het welk ons onmaelijk is om te beletten, anders zoude wij niet manqueeren om gemelde vaartuigen het inloopen te beletten, en de rijst over te neemen zoo het geen vipands vaartuigen zijn, anderzints zijn dezelve voor goede prijs te verklaaren. Wij hoopen en wenschen ten spoedigsten de particuliere Bark weder te rug met drinkwater, want zijnde reeds bij gebrek van dat vogt, op het point geweest om deese reede te moeten verlaaten, maar tot ons geluk door de bark de standvastigheid met Negen, en van de Ligter de Haas met drie leggers van dat vogt voorzien en kort daar op de zigter de vos in het gesigt gekreegen hebben tot onze groote blijdschap, terwijl wij dagelijks bij de drie leggers van dat vogt voor het Esquader nodig hebben. De Gesaghebbers van de vaartuigen, welke alhier van Malacca retourneeren, en arriveeren zijn ons klagtig gevallen dat zij in de straat Ca lang zoo lang opgehouden worden om hunne reize te kunnen vervorderen. De Gesaghebber van de ligter de vos heeft den eerste tekenaar geen rapport gedaan dat er een geweer van de inlandsche Militairen absent was, dog zal na hetzelve onderzoek laaten doen alzoo zulks niet geweeten hebbe. Voor hetoverige zullen uw welEdele Gestrenge en E. 6. zeer geerde orders observe„ Den Eerste Tekenaar zend mede een Chinees laboreerende aan een bubo venera voor welk een oppemeester geen kedicijnen heeft, denzelve versoekd om verversing en heeft elf impotenten buiten gevaar„ Den tweede Tekenaar heeft nog twee impotenten buiten gevaar. voorders niets meer weetende de attentie van uwelEdele Gestr. en E. E. waardig te zijn zoo gebruike de vrijheid ons met alle hoogagting en eerbied te noemen. (onderston) Wel Edele Gestrenge Heer en E Heeren, /lager/ uwelEdele Gestrenge en E: Heeren gehoor„ „zaame Dienaaren /getekend/ B. v. der Spek, I. C. D. Hartig en A. W. Hass„ /in margine/ den Comps schip Hoolwerf den 4 April 1786. geankerd leggende in Bloguade voor Slangenoor. „ren. Aan
English
With the most respectful honor, by the letter of the 10th of March, I found myself honored therewith and saw with particularly great joy how happy I am made through Your Right Honorable's favorable, pleased acceptance and approval of my accounting and conduct in the past events of the former Negorij of the tin river. At the same time, according to Your Right Honorable's very highly esteemed orders, I shall not fail to comply with them strictly, and cause no hostilities to be committed here without necessity, other than what is in accordance with the laws of war, and should it happen that I were unexpectedly attacked by an enemy force of vessels, I shall then seek, with all my power in the most honorable manner, to exert all feasible diligence for the honor of the flag and the preservation of the Company's vessels and people entrusted to me. Since Your Right Honorable does not approve of honoring me at present with orders to accomplish the survey above the former Negorij in the tin river with the two pantjallangs before the relief shall have arrived, I shall meanwhile endeavor, according to all bounden duty, to comply with Your Right Honorable's highly esteemed orders in that which is mentioned in the instruction. Furthermore, having the honor to report with all respect to Your Right Honorable that on the 25th of March two balloors arrived through the false Strait of Calang and steered into the tin river, but the pantjallangs having already approached and gaining sight of them, they thereupon came to anchor, and thereupon the Nakhoda came on board with his prahu to present their pass, I saw that it was signed on the 20th of March at Malacca, and reading via Pera to Queda, and understood, after having interrogated them, that they were Riouwers and had come here into the tin river to seek drinking water, although to all appearances this was an untruth, Right Honorable Sir, To the Right Honorable Sir Pieter Gerardus de Bruijn, Governor and Director of the City and Fortress of Malacca untruth, because the said balloors had only departed from Malacca 5 days ago, and in the Strait of Calang, in case of want, they could have obtained fresh water from the wells there, whereas here in the tin river it is not to be found except up near the former Negorij; whereupon I ordered them on that account to depart immediately from here and out of the Strait of Calang, which they also willingly observed. Knowing nothing more of importance to report to Your Right Honorable than that I have received from the lighter De Vos the jib-boom and an iron cable sent by Your Right Honorable's order, and further having the bounden duty to report to Your Right Honorable that the crew with the pantjallangs is until today still so far in a good condition, except that the pantjallang Voliton has 2 European invalids whom the commander obtained from the hospital during his stay at Malacca and during the voyage have not yet been able to do any service of importance, as well as a European soldier by the name of Pieter Hugens of Lookeren, who was drowned on the 31st of January at the former Negorij, and on the pantjallang De Philippine on the 16th of March a sewan named Ormas Wangsa passed away. For the rest, taking the honor to recommend myself most humbly into Your Right Honorable's favorable protection and to call myself with the most dutiful respect and to be with all high esteem. (was written below) Right Honorable Sir, (lower:) Your Right Honorable's humble and obedient servant (signed) I. H. Meijer (in the margin) In the pantjallang De Philippine anchored at the mouth of the Tin river in the Strait of Calang the 7th of April 1786. Right Honorable Sir and Honorable Sirs! In humble reply to Your Right Honorable's and the Honorable Sirs' very esteemed letters of the To the Right Honorable Sir Pieter Gerardus de Bruijn, Governor and Director of the City and Fortress of Malacca, together with the Council 12th of April
Dutch transcription
Met weldlgsth eer gresetere rief van dn 0 Mat, hbe ie mij opden sape daar mede vereerd gevonden en met bijzonder zeer veel verheuginge gesien om mij zoo gelukkig te door uwelEd. Gestr. goedenunstige met de ingenoege aanneeming en de goedkeuringe van mijne Verantwoordinge en gedrag in de gepasseerde voorvallen der geweezene Negorij des tin rivier. Teffens zal ik volgens uwelEdele Gestrenge zeer hoog geerde orders mij niet laaten man„ queeren dezelve stiptelijk na te komen, en geen fijtelijkheden des wegen alhier buiten noodzake„ „lijkheid doen pleegen, als wat met het regt de oorlogs overeenstemmend is, en in't gebueerende als ik door een vijandelijke magt van vaartuigen onverziens overvallen wierde, zoo zal ik als daen met alle mijn vermoogen op een honorabelste wijze zoeken alle doenelijke vlijd tot eer van de vlag en behoud van die aan mij toevertrouwde Comps. vaartuigen en volk aan te wenden. Dewijl uwe Edele gestr: het nie 's goed keurende mij tans met orders te vereeren om de opnee„ „ning boven de geweezene Negorij in't tien rivier met de twee pantjallangs voor dat het secuseerd gekoomen zal zijn te volbrengen zoo zal ik middelen wijl tragten dan uwelEd. Gestr: zeer ge- „eerde orders volgens alle schuldige pligt in 't geen bij de instructie vermeld staad zoeken te voldoen. Verders de eer hebben de uwelEdle Gestr: mat alle ontzag te berigten datop den 25 Maart door de valse straat Calang twee balloors zijn gekoomen en stevende dezelve in het tin rivier, dog de pant„ „jallangs na bereeds genaderd zijnde en in 't gezigt krijgende, zijals toen ten anker gaanden, en daar op de Nagodas met zijn praauwtje ter vertooning van hun pas aan boord quamen ziende ik dat dezelven den 20. Maart op Malacca getekend wer, en luidende over Pera naar„ queda en verstonden na haar ondervraagt te hebben, dat zij riouwreere waaren, en alhier in 't tin river gekomen zijnde om drinkwaater te zoeken, egter na alle schip zulks de Wel Edele Gestrenge Heer, Aan den welEdele Gestrenge Heer Pieter Gerardus de Bruijn, Gouverneur en Directeur der Stad en Fortresse Malaaa onwaarheid 4 285 onwaarheid zijnde door dien gemelde balloors eerst bereeds 5. dagen van Malaca waaren vertrokken, en in de straat Calang zij bijgebrek in de putten aldaar vers„ water hadden kunnen krijgen, maar hier in 't tin rivier niet anders als booven bij de gewezene Negori 't zelve is te vinden; waar op ik haar ordonneerde des wegens opstond van hier en uit de straat Calang te vertrekken het welk zij ook goedwillig hebben geob„ serveerd. Neets meer van belangen aan UwelEd. Gestr. weedende te melden als ha ik uit de ligter de vos het door UwelEd. Gestr. order toegezondene kluijfhout en een ijzertros ontvangen hebben, en Vier hebbende uwel Edele Gestr. volgens schuldige pligt te berigten dat de bij de pantjallangs Equipagie zig tot heden nog zoo ver in een goede staat bevinden, behalven dat de pantjallangs Voliton 2 Europeese inpotenten heeft die den gesaghebber bij zijn aanwozen op Malacca uit t hospitaal heeft gekregen en geduurende de togt nog geen dienst van eenig belang hebben kunnen doen als ook een Europeesche soldaat met naame van Pieter Hugens van Lookeren welk op den 31 Ianuari aan de geweezen Negorij verdronken zijnde en op de Pantjallang de Philippine den 16 Maart een sewaan genaamt ormas wang„ „sa overleden is. voor 'toverigd de Eer Neemende mij zeer otmoedig in uweld. Gestr. goedgunstige protexie te recommandeeren en mij met het verschuldigst ontzag te noemen en met alle hoogagting te zijn. (onderstond/ welEdele Gestrenge Heer, /lager:/ UwelEd. Gestr. onderdaanige en Gehoorsaame Dienaar / getekend/ I. H. Meijer (in margine / In de Pant„ „jallang de Philippine geankerd aan de mont van't Tin rivier in de straat Calang den 7. April 1786. — Wel Edele Gestrenge Heer en E. Heeren! On nederige antwoord op uwelEd: Gestr: en E. Heeren seer geëerde letteren van den Aan den Wel Edelen Gestrengen Heer Pieter Gerardus de Bruijn, Gouverneur en Directeur der Stad en Fortresse Malacca benevens den Raad 12 April
English
April was duly delivered to us on the 19th ditto by the private bark, alongside which we received the rations sent therewith according to the enclosed Malacca Bill of Lading and drinking water as well as the refreshments, though having not received the leaguers with drinking water properly to full measure, I found several lacking. On the 6th of April we took a baloor coming from Pera intending to sail inside to Slangenoor, and found in the same nine hundred thirty-eight pounds of rice, two thousand eighty pounds of paddy, one hundred two pounds of katjang or pulut. On the 17th ditto in the morning, seeing a baloor sailing inwards, immediately sent the armed boat towards it, and after having been engaged in battle for 10 minutes, the enemy boarded the little prahu of the cutter the Ondernemer, so that the prahu capsized, and of our people some were wounded by the enemy, though out of danger and rescued again, so that we presume nothing other than through negligence of the Sergeant who came to lie with his little prahu before the baloor and not setting his course behind the armed boats, and then lost some muskets, as is demonstrated to Your Right Honourable and Worshipful Sirs according to the annexed declaration; as regards the enemy, found six dead on the baloor, and the rest fled to land, and in the same found eighteen hundred ninety pounds of rice, seven hundred thirty-five pounds of paddy, one small-arms musket, an assegai and with some powder, and the rest of their weapons I have thrown away into the mud. Honourable Sirs, The First Signatory sends Your Right Honourable and Worships two Malay soldiers with their weapons who are thus afflicted with the scurvy, and a Portuguese, as well as the musket of the corporal who was recently sent away as invalid, sends also seven ship's muskets with iron ramrods for repair, as well as the empty ration casks: four half aams, meat cask, butter cask, half leaguers, and 2 pork casks. The First Signatory requests Your Right Honourable and Worships, for the Chinese seafarers, 1 cask of pork and 1 cask of meat, as well as two trowels for the ship's drum and 25 lb of nails of assorted kinds. The Second Signatory sends Your Right Honourable and Worships the Chinese mandore as invalid, and at the same time humbly requests on the Company's behalf to be allowed to receive for the Chinese seafarers 1 cask of pork and meat, and sends the following empty ration casks: one half leaguer, one butter cask, 2 meat casks, 2 pork ditto, 3 whole aams, 5 half ditto, 1 half anker; and at the same time requests to be allowed to receive the following: twenty lb of soot, 8 pieces of buckets, 2 lb of saltpetre, 2 quires of cartridge paper, ½ bunch of cork, 12 pieces of handspikes, 6 tar brushes, and 20 pieces of iron thimbles of assorted kinds among which 3 pieces large, and sends for repair 1 piece frying pan without lid, 1 saucepan without lid, and two pancake pans, of which one copper and one iron. The Chief Surgeon of the First Signatory requests Your Right Honourable and Worships to be allowed to obtain the following needed medicines according to the accompanying list. The First Signatory requests Your Right Honourable and Worships that the seized rice and paddy may be sent thither with the first vessel. The Commander of the galliot the Concordia sends Your Right Honourable and Worships as invalid a Malay soldier who is blind. Sends Your Right Honourable and Worships sixty-six whole and twenty-one half leaguers with their full iron hoops, as well as those of the Concordia, two pieces whole and eight half leaguers though not in full hoops, which were received from Malacca as described for the Concordia, alongside 2 pieces brass cannons likewise discharged from the cutter the Ondernemer. The First Signatory finds himself at present with 9 invalids, though out of danger. The Second Signatory finds himself likewise with 2 invalids out of danger. Further knowing nothing more worthy of the attention of Your Right Honourable and Worships, we take the liberty to call ourselves with all high esteem and respect, Right Honourable Sir and Worships, Your Right Honourable and Worships' Obedient Servants, B. v: der Spek, I. C. D. Hartig, A. W: Hass and Ch. Iag. Brugman. In the ship Hoelwerf, the 22nd of April 1786, lying at anchor in the blockade at the roads of Slangenoor. To the Right Honourable Sir Pieter Gerardus de Bruijn, Governor and Director of the City and Fortress of Malacca. Right Honourable Sir, With the receipt of Your Right Honourable's very respected letter of the 12th of April, I have with all reverence, according to the very honoured contents of Your Right Honourable's orders, taken the liberty on the return voyage from Slangenoor to send along to Malacca four brass swivel guns of one lb from my vessel in the private bark. And upon arrival here on the 17th, I discharged and received from the same the buffalo for refreshments for the crews of both pantchiallangs, and upon the word of Commander Cardozo, according to Your Right Honourable's honoured verbal orders given to the same, four half leaguers of drinking water, as I was in need of it. At the same time, I have to inform Your Right Honourable to my regret that on the 14th of April the European Sergeant Ajata Barnabas came in the morning to ask to be permitted to sail from on board with a small prahu to go fishing and take some fresh air, which I granted him, however with the explicit order not to venture too far from the pantchiallangs and at the same time to take the people of his choice with him; he then took a European soldier, with two Malays, of whom one was a slave of mine and the other the one whom I took from the kakap upon my first arrival here on the voyage to Slangenoor, who then upon the release of the said vessel was unwilling to leave the ship, and whom on subsequent occasions I several times offered to transfer to baloons passing by here, but who always requested again to be allowed to serve here in the Company's service.
Dutch transcription
112: April ons op den 19. d.o wel ter hand gesteldt per den particuliere vark bene„ „vens de daar mede over gezondene randsoenen volgens de bij gaande Malaccasche Cognoscement en drinkwater als mede de verversingen ontvangen hebben, dog de leggen metdebrinkwater niet behoorlijk na de volle maaten ontvangen heb verscheiden wan bevonden Op den 6. April hebben wij en balloor genoomen komende van Pera de wil hebbende naar Slangenoor binnen te zeilen en in dezelve bevonden negen honderd agt en dertig pond rijst, twee duizend tagtig ponden padij, een honderd twee ponden katjang of poeloet, Op den 17. d o Smorgens ziende een baloor na binnen zijlen stuurde opstondde ge„ wapende schuit na toe en na 10 minuten slaags geweest te hebben zoo interde de vijn in de praauntje van de kotter de onderneemer, zoo dat de praauw omken terde en daar van ons volk door den vijand gequest is dog buiten gevaar en weder geredis, zoo dat wij niet onnezgeheid anders uit presumeeren als door onvoortrigighad van den Sergeant die voor de bal loos met zijn praauwtje quam te leggen en niet agter de gewapende schuiten de koers zettende, en verloorde toen eenige geweeren, volgens de geannexeerde verklaring uwelEdele Gestr: en E. Heeren aangetoond word, wat de vijand aangaande bevonden de baloor zes dooden, en de rest naar land gevlugt is en in de zelve bevonden agttien honderd neegentig ponden rijst zeven honderd vijf en dertig ponden padij, een manica „le geweer een assagarij en met wat kruijt, en de overige van hunne wappens in de modder weggeworpen heb. Heer Heeren De Eerste tekenaar zend uwelEd. Gestr: en E. E. twee maleidsche Militairen met hunne wapens die dusdanig met de shurbuik aangestooken zijn, en een met portugees, als mede geweer van de corporaal die onlangs voor impotent verzond is, zend mede zeven scheepsgeweeren met ijzer laststokken tot reparatie, als meede de ledige landsoen vaaten vier halve damen, vles vat, booter vart, halve leggen en 2. spek raaten. De Eerste tekenaar verzoekt uwelEdele Gestr. en E E. voor de chineeschen zeevaar „de om 1. vat spek en 1 vat vlees, als mede twee trouvellen tot scheepstrommel en 25. lb spijkers in zoort. De zijn, 287 De tweede Tekenaar zend uwel Ed. Gestr. en E. E. als inpotent de Chineese mandadoor, en teffensootmoediglijk versoeken voor Comps wegen voor de Chinee, „en sche zeevaarende te mogen genieten 1 vat spek en vleesch, en zend de volgende ledige rantsoen vaaten een halve legger, een booter vat, 2 vleesvaten, 2 spek d. o 3. heele aamen 5 halve d. o 1 halve anker, en teffens versoek te mogen genieten deese ondervolgende, twintig lb roet, 8 ps. putzen, 2 lb. Salpeeter 2 boeken Pathroon papier, —½ bosch kurk 12. – ps 'slandspaaken, 6. teer quasten, en 20. p.s ijsere koussens in zoort daar onder 3. – ps. groote, en zend tot reparatie 1 p.s braad pan zonder dekzel 1 staart pan zonder dekzel en twee koeke pannen waar van een koopere en een ijzere De opperchirurgijn van den Erste tekenaar verzoekt uwelEd. Gestr: en E. E. de volgende benodigde medicamenten volgens nevensgaande Lijst te mogen erlangen. De Eerste tekenaar verzoek uwelEd. Gestr. en E. E. om met de eerste vaartuig de aangehaalde rijst en Padi naar derwaards verzonden te werden. De Gesagvoerder van de Gallowet de Concordia zend uwel Ed. Gestr. en E. E. als inpotent een malaitse militeir die blind is. zend UwelEdele Gestr. en E E. Zes en zestig, heele en een en twintig halve leggers met hunne volle beslag, als mede die van de Concordia twee pees heele en agt halve leggers dog niet in rolle beslag, dewelke van Malacca zoo ontvangen te hebben alle beschreven de Concordia, nevens 2 p.s metaale canons van id geligd uit de kotter de onderneemer. De Eerste Tekenaar bevind zig tans met g'inpotenten dog buiten gevaar. De tweede Tekenaar bevind ingelijken voegen met 2 impotenten busten gevaar. verders niets meer weetende de attentie van UwelEd. Gestr: en E. E. waardig te zijn, zoo gebruike de vrijheid ons met alle hoogagting en eerbigdt d te noemen /onderstond/ WelEdelen Gestrengen Heer en E. E. /lager/ uwelEd. Gestr. en E. E. Gehoorzaame Dienaaren /getekend/ B. v: der Spek, I. C. D. Hartig Hartig, A. W: Hass en Ch. Iag. Brugman, /(in margine / in 't schip Hoelwerf den 22 April 1786. sgeankend leggende in Hloquade ter reede slange Aan den Wel Edelen Gestrengen Heer Pieter Gerardus de Bruijn, gouverneur en Directeur der Staden Fortresse Malacca Wel Edele Gestrenge Heer, Met het vereed rinden van UuwelEd. Gestr: zeer gerepecteerde brief van den 12 April heb ik met alle ontzag, volgens de zeex geëerde inhoud van uwelEdele Gestr: orders de vrijheed genoomen op de terugreise van Slangenoor vier metaale draaibossen van een lb. uit mijn onderhebbende bodempje in de Particuliere bark na Malacca mede gezonden. En met de komst op den 17. alhier heb ik uit dezelve; den besffel tot verversing voor de bijde Pantjallangs equipagie en op het zeggen van den Gesaghebber Cardozo volgens uwelEdele Gestr: geërde aan den zelve gegeven mondelijke orders vier halve leggers drinkma„ „ter, dewijl ik het benodigd was, geligten ontvangen. Teffens dezer hebbende uwel Edele Gestr. tot mijn leed zijn te berigten, dat op den 14. April den Europees Sergeant Ajata Barnabas des morgens is koomen vraagen als te mogen met een klijn praauwtje van boord vaaren om te gaan visschen en zigte verlugten, het welk ik hem egter niet uitdrukkelijke belasting om zig niet te ver van de Pantjallangs te begeeven; en teffens 't volk na zijne verkiering mede te neemen toestond, hij als toen een Europeese Militair, met twee maleijers, waar van de eene een slaaf van mij was en de andere den geene die ik uit den Cacas bij mijn eerste komst alhier op de reise na Slangenoor dewelke toen bij de loslaaten van gemd. vaartuig niet van boord willende en dien ik bij nader gelegenheid met alhier gepasseerde balloors verscheide keeren aangepresenteerd hebben om op dezelve over te gaan dog altijd weer verzogte om te moogen hier in Comps. dienst to de „noor.
English
the arrival at Malacca to remain on board, and since he was acquainted everywhere with the creeks and the tin river, and because I had seen no bad signs from him and since he did not want to leave, he remained here, though I trusted him in no way whatever; nevertheless, the mentioned sergeant, disregarding this and contrary to all warnings, requested him and the mentioned slave into the small prahu and took them along. They not returning on board with the small prahu at the proper time, I feared that some accident or other had befallen them, and sending out armed vessels to search for them, which in a creek found the mentioned European soldier with four wounds (however of no danger) in the forest on the shore, who upon coming on board reported that the sergeant had gone ashore for a moment from the prahu there in the creek, and that the two had in that interim deliberated murder, of which he understood something; and because they had broken loose two pieces of wood and laid them ready, he had then gotten even more suspicions about those two, which occurrence he had made known to the sergeant immediately upon his arrival, but who had mocked it and, through the great trust that he had placed in those two, had not wanted to heed it. But when they returned with the small prahu towards the vessel, most unexpectedly, the two had thrown their fishing net over their heads and immediately the one, with a kris which he had kept hidden, had murdered the sergeant with five stabs before he could defend himself, and the other had taken one of the mentioned pieces of wood and struck him with it on the head; but he, being wary of this, defending himself immediately, had fled into the forest, after which the murderers, having first thrown the sergeant out of the prahu, had taken flight. Having understood all this, I had the body of the sergeant fished out and in the tin river had it buried ashore. The rest of the crew of both pantjallangs are still in good condition to this day, except that the pantjallang Bliton has two invalids. Furthermore, nothing remarkable has occurred here that I might have to report to your Honour in accordance with bounden duty, other than that on 8 April an English bark named Chiathen, commanded by Capt. Tipping, passed through the Strait of Calang, claiming to come from Bengal, in ballast, and intending to go to China. On the 15th ditto two baloors passed here, coming from Malacca and intending, with a Company letter, for the ship Iava at Queda. On the 15th ditto two baloors arrived here without a pass, and their mentioned nakhoda claiming to have departed from Queda and intending to go to Malacca. For the rest, taking the liberty very humbly to recommend myself to your Honour's favorable protection and to call myself with the most dutiful respect, (below stood) Right Honourable and Stern Sir, /lower/ your Honour's obedient and humble servant /signed/ I. H. Meijer, /in the margin/ on the Company's pantjallang the Philippine anchored in the tin river at the Strait of Calang, 25 April 1786. To the Right Honourable and Stern Sir Pieter Gerardus de Bruijn, Governor and Director of the City and Fortress of Malacca, together with the Council. Right Honourable and Stern Sir and Honourable Sirs! In humble reply to your Honour's and the Honourable Gentlemen's most honored letter of 24 April, it was delivered into our hands on the 30th by the bark the Standvastigheid, together with some leagers with drinking water, having sent along with the same to Sera de lesij casks and cooperage. That of the 5th was likewise delivered into our hands on the 13th following, together with the drinking water sent therewith and refreshments according to the annexed Malacca bill of lading, as well as the muskets and galley utensils, along with the soldiers with their weapons. The forwarded cash and cloths were properly distributed to the soldiers by the first signatory according to the forwarded note. The seized rice and paddy we send to your Honour and the Honourable Gentlemen according to the instructions by the private bark and a receipt signed by that captain, and also to report when the seizure took place: the first on 10 January, 3820 lb. of rice; the second on the 23rd, four hundred fifty lb.; the third on 6 April, two thousand eighty pounds of paddy, nine hundred thirty-eight lb. of rice, one hundred two lb. of pulut or katjang; and the fourth on the 17th: one thousand eight hundred ninety lb. of rice and seven hundred thirty-five lb. of paddy; so that together they add up to ten thousand fifteen pounds from four baloors, and we send your Honour and the Honourable Gentlemen ten thousand seven lb., so that the difference of eight pounds would have been wasted. On the 10th of this month two Selangor fugitives came on board to the first signatory in a small prahu and requested protection under the flag. We send the aforementioned fugitives along, and it was reported by them that Raja Brima is receiving supplies of provisions and other necessities from the Acehnese, and also that near the roadstead around the corner there is a blind creek or river where three vessels lie laden with rice, which they tow at night with small prahus along the shore inside Selangor; whereto I immediately dispatched the galivats and the cutter, and at sunset they came to anchor again at the outer roadstead. In the evening at the stroke of half past eight we had a heavy sumatra from the SW with rain and wind, so that the next day we could no longer see them. The afternoon following, an English sloop arrived near us, coming
Dutch transcription
289 de komst te malacca aan boord blijven, en dewijl hij overal in de spruitjes en tin rivier bekend was; zoo is dewijl ik geen quaade blijken van hem hadde en door dien hij niet weg wilde hier gebleeven, dog hem in geene deele ergens betrouwende, egter den gem. sergeant het nietagtende en tegen alle afradingen hem en gem. sleaf in 't praauwtje verzogte en meede heeft genoomen. zij niet weer op de behoorlijke tijd met 't praauwtje aan boord komende vreesde ik voor 't een of ander ongeval hun gepasseerd te zijn, en daar op gewapende vaartuigen om haar te zoeken uitzendende, dewelke in een spruitje den gem. Europeesche soldaat met vier kwetsuiren (eegter van geen gevaar/ in 't bosh aan de wal vonden welk aan boord komende rapporteerde dat den Sergeant, voor een moment uit de praauw aldaar in 't spruitje aan de wal was gegaan de twee zig als toen tot moorderijen in die tusschen tijd beraadslaagd hadden waar van hij iets verstaande, en door dien zij twee houtens hadden losgebrooken en klaar gelegd, hij doen nog meer vermoedens op die twee had gekregen, het welk gepasseerde hij direct bij de komst van den sergeant aan dezelve had te kenne gegeeven, dog die daar mede was spottende ge„ weesten door het goed vertrouwen die hij op die twee had gehad, zig daar niet aan heeft willen Htooren. Maar toen zij weder met 't praauwtje na boord waaren gekeerd op 't onverwagtste, die twee hun v visnet over t' hoofd hadden geworpen en ter„ „stond de eene met een crits dien hij verborgen had gehouden den sergeant daar mede met vijf steeken eer dezelve zig konde verweeren, had vermoord, en de andere een van de gem: houten genoomen en daar mede hem op het hoofd geslagen dog hij daar op verdagt zijnde, direct zig verweerende in 't bosch was gevlugt waar na de moordenaars eerst den sergeant uit de praeuw geworpen hadden de vlugt waaren gaan neemen. Na dit alles verstaande heb ik 't lighaam van den sergeant doen opvissen en in 't tin rivier aan aan de wal laaten begraaven. De overige Equipagie van de bijde Pantjallangs bevinde zig tot heden nog in een goede staat behalven de Pantjallang Bliton heeft twee inpotenten. Verders alhier niet merkwaardigst voorgevallen daar ik dezeer in zoude kunnen hebben UweEdele Gestr. volgens schuldige pligt te melden, als dat op den 8 Apri door de straat Calang gepasseert zijnde een Engelsche Bark genaamd Chiathen gecommandeerd Capt: Tipping voorgeevende koomende van Bengale en geballaa zijnde de wil hebbende na Chima. Den 15d o passeerde alhier twee baloors koomende van Malacca en de wil met e Comp. brief hebbende voor 't schip Iava op Queda. den 15. d o koomende alhier twee baloors zonder sas en deszelfs nagoda voorgem: de van queda vertrokken te zijn en de wil hebbende na Malacca Voor 'overige deer neemende mij zeer ootmoedig in Uwel Edele Gestr: gunstig protexie te recommandeeren en mij met het verschuldigste ontzag te noemen. (onder„ „stond) WelEdele Gestrenge Heer, /lager/ uwer welEdele Gestrenge gehoorsaame en onderdaanige Dienaar /getekend/ I. H. Meijer, /in margine/ en Comps: Bte „jalleng de Philippine geankerd in t tin rivier aan straat Calang den 25 Apri 1786. Aan den WelEdelen Gestrengen Heer Pieter Gerardus de Bruijn, Gouverneur en Directeur der Staden Fortresse Malacca, benevens den Raad Wel Edele Gestrenge Heer en E. Heeren! Jn nederig antwoord op UwelEd. Gestr en EE. zeer geëerde letteren van den 24. april is ons op den 30. ter hand gesteld per de bark: de Standvastigheid „beneven eenige leggers met drinkwater, hebbende bij hetzelve naar Sera de lesij vat werken 8 294 vaatwerken mede gegeven. De van den 5. is onsop den 13. daar aan ingelijker voegen ter hand geworden bene„ ven de daar bij gezondene drinkwaater en verversingen volgens bij geannex„ ceerde Malaccasche Cognoscement teffens de geweeren en combuis gereed„ schappen als mede de militairen met hunne wapens. De overgezondene contanten en kleedjes behoorlijk door den eerste tekenaar aan de mintairen uitgedeeld volgens de overgezonden Notitie. De aangehaalde rijsten padi zenden wij uwelEdele Gestr: en E. Heeren volgens aanschrijving met de particulire bark en een recipis door dien gesagvoerder getekend en teffens te be„ „rigten wenneer de aanhaaling geschied is, de Eerste op den 10 Ianuari 3820 lb. rijst, de tweede op den 23. vier honderd vijftig lb. de derde den 6 April twee dui„ zend tagentig ponden padi nagen honderdagten dertign lb. rijst, een honderd twee lb. poeloet of katjang en de vierde op den 17: Een duizend agthonderd negen „ tig ld. rijst en zeven honderd vijf en dertig ld pade zoo dat te zaamen vier addeeren tien duizend vijftien ponden uitd ^ alloors en zend uwelEd Gestr. en E. Heeren tien duizend zeven lb. zoo dat de minderheden van agt ponden ver„ „spild zoude hebben. Op den 10 dezer kwaamen twee slangenoorse vlugtelingen bij de eerste teke„ „naar met een praauwtje aan boord en verzogte bescherming onder de vlag wij zenden voormeld vlugtelingen mede en door deselve gerapporteerd als dat Radja Brima van de atchienars toevoer van levensmiddelen en andere benoodigtheden krijgen en teffens omtrend van de rheede om de hoek een slopje of rivier zijnde drie vaartuigen leggen met rijst geladen dat zij bij de nagt met kleijne prauw„ d „tjes langs de wal binnen slangenoor sleepen daar ik ten eersten de gallowets en de kotter na toe stuurde en met zons ondergang wederom op de buiten rhee ten anker quaamen 'savond de kloke half negen uuren kreegen wij een zwaare sumter uit Z. W. met reegen en wind, zoo dat wij sanderen daags dezelve niet meer konde zien's agtermiddags daar aan arriveerde bij ons een engelsch sloepje komende
English
coming from Madras with the intention of going to Malacca, and it was reported by him that they had seen the galliot and the cutter towards the morning with good weather off Perak, because of which the heavy sumatra had caused them to drag from their anchors, so that we presume they have sailed to Perak for water. The first signatory sends your Right Honorable and Honorable Sirs a foresail to salvage the djarang, as we found it not in a bag and loose on the vessel, and requests the same to be repaired by the sailmaker, and at the same time that the reply to the medicine sent by the chief surgeon be answered, and besides to your Right Honorable and Honorable Sirs humbly requests a messenger and a cable rope of 7 inches, which broke due to the heaving of the small bower anchor, according to the accompanying declaration, as well as the cable ropes that were issued to the bark Constantia by ordinance and are currently needed. Also sends a Chinese who, according to the mandador's report, is unable to be employed in the Company's service. The first signatory has three invalid sailors out of danger and also requests twenty-five pounds of soot. The second signatory has two invalid sailors out of danger and requests to have these goods repaired, six firelocks among which two with iron ramrods, two compass lamps, and three scrapers. We send your Right Honorable and Honorable Sirs with the aforesaid bark, 28 whole and 31 half leagers with their full ironwork. Further knowing nothing more worthy of the attention of your Right Honorable and Honorable Sirs, we take the liberty to sign with deep respect. (below stood) Right Honorable Sir and Honorable Sirs /lower/ your Right Honorable and Honorable Sirs' obedient servants, /signed/ B. v. der Spek, I. C. D. Hartig, A. W. Hars, and Ch. Iag. Brugman, /in margin/ on the Company's ship Hoolwerf the 17th of March 1786. that is to say in blockade before Salangoor. To To the Right Honorable Sir Pieter Gerardus de Bruijn Governor and Director of the City and Fortress of Malacca Right Honorable Sir I have found myself honored by your Right Honorable's highly respected letters of the 24th of April and the 6th of May, and upon the first with the greatest emotion regarding the accusation by the deceased of the ships lying before Salangoor that the vessels destined thither from Malacca were detained here in Calang with their unloading by me, taking the liberty with all respect to recount to your Right Honorable the arrival here together with the unloading of the vessels in question, in the hope that through this the contrary may be proven to your Right Honorable's wise judgment. As on the 5th of March in the morning the vessel making rounds in the Strait of Calang had caught sight of the bark Standvastigheid and had then steered towards it; and with the esteemed letter from your Right Honorable already, before the said bark had even come close here before the Tin River in the Strait of Calang, came back on board, whereupon after receiving that highly respected letter I immediately sent the pantjallang Bliton towards the Strait of Calang to meet the said bark and had four half leagers of drinking water received from it together with the buffalo without the bark having to anchor even once for that purpose. And on the 14th of March Commander Keer was sent by me to the Strait of Calang to the water wells there to see to repairing them somewhat, because although drinking water can always be obtained up in the Tin River near the former factory at spring tide, where also for the entire past time since I have been here all the water consumed for the crews of both pantjallangs was fetched, I nevertheless wanted to have the wells repaired in order to be able to get water there as well should the need arise in case of some accident; because those same wells (whether by orders or wantonness) after the lighter De Vos had fetched water from them on the 7th of February for the ships lying in the Salangoor roadstead, and after its departure were found by Commander Keer to have been ruined and filled in, and while the said Commander was there in the Strait of Calang he sighted the galliot Concordia and steered towards it, and having approached with the same to before the Tin River, immediately came on board with the highly esteemed letter from your Right Honorable, whereupon I at once sent my officer outside to the Commander of the galliot, stating that the same could depart immediately if he wished. And on the 21st of March I had gone cruising with my small vessel from the Tin River into the Strait of Calang to see if by chance any hostile balloors had gathered in the small creeks there to unexpectedly raid the pantjallangs in the Tin River at night. Then in the evening upon returning inside the said river, I noticed here the private bark of Radja Machomet Alie, laden with rations from Malacca, and because he had so much on board for both pantjallangs that it was absolutely impossible for me to take it all into my small vessel the next day on the 22nd if I wanted to keep the artillery unobstructed and not place myself in any danger regarding the spoilage thereof as it was heavy rainy weather; and on the 23rd early in the morning I had the pantjallang Bliton's rations unloaded from it with all the boats, and both after and during the unloading the Commander was not detained here in the least, for when I brought the bark inside into
Dutch transcription
komende van madras de wil hebbende na Malacca, en door hem geapporteerd is als dat zij de gallomet en de kotter tegen den morgenstond met goed weer gezien hadden bezijden Pera, waar door de zwaare sumater van hunne ankers gebreven zoude hebben, zoo dat wij ons presumeeren dat de zelve na Pera geloop„ zoude hebben om water. De Eerste tekenaar zend uwelEdele Gestr. en E. Heeren een fok tot het bergen van da tegrang zoo dat wij in gen zak bevonden hebben en los op het vaartuig te zijn, en versoek dezelve om door den zeijlemaaker gerepareert te worden, en teffens de ant„ woord van de gesonden bereijt, van den opperchiurgijn beantwoord word en benevens aan uwelEdele Gestr. en E heeren ootmoediglijk verzoek een Cabelaring en an bebeltouw man etf 7d„m, dewelke door het winden van de tuijanker is koomen te breeken, volgens de bij gaande verklaaring, als mede de Cabeltouwen die aan de bark de Constantia p.:s ordonnantie afgegeven en tans om verlegen den. zend mede een Chinees volgens rapport van den mandadoor niet in staat in comps. dienst te emploieeren. De Eerste tekenaar heeft drie impotenten buiken gevaar en teffens verboeke om vijf en twintig ld. roeth. De tweede tekenaar heeft twee impotenten buiten gevaar en versoek deze goederen te laten repareeren zes p. s snaphaanen waar onder twee met ijzere lade„ „stokken twee compas lampen en drie kratzers. zende wij UwelEd. Gestr. en E Heeren met de voorsz. bark, 28 heele en 31 halve leggers met hunne volle beslag. verders niets meer weetende dat de attentie van Mmelld Gestr: en E. E. waar„ „dig te zijn zoo gebruike de vrijheid ons met diep ontzag te tekenen. (onderstond) WelEd. Gestr. Heer en E. Heeren /lager/ uwelEd. Gestr. en E: E: gehoorsaame Dienaaren, /getekend/ B. v. der Spek, I. C. D. Hartig, A. W. Hars, en Ch. Iag. Brugman, /in margine/ in 'tcomps. schip Hoolwerf den 17 Mar 1786. seggende in Bloquade voor Slangenoor. . Aan 3 O 29 Aan den Wel Edelen Gestrengen Heer Pieter Gerardus de Bruijn Gouverneur en Directeur der Stad en Fortresse Malacca Wel Edele Gestrenge Heer Uwel Edele Gestr: Zeer gerespective Brieve van den 24 April en 6 Mai hebbe ik mij mede vereert gevonde en op de eerste met de grootste aandoeninge wegens de beschul„ „diging van de overleeden der voor Salangoor leggende scheepen dat door mij des van Malacca na derwaarts gedestineerd zijnde vaartuigen hier in Calang met de ont„ „lossing wassen Opgehouden, de vryheid met alle ontzag neemende, om de alhier komst met de ontlossinge nae van de vaartuigen daar over aan Uwel Edele Gestr: te herhaalen In hoope dat bij hetzelfe aan Uwel Edele Gestr: wijze oordeel het Contrarij mag blijken. Gelijk op den 5 Maart des morgens het vaartuig dat in de straat Calang Ronde doende de Barg de stand„ „vastigheid in het zigt hadt gekreegen en als toen na dezelffe gestevend zijnde; en met de van Uwel Edele Gestr: geeerde brieff bereeds eer gem: barg nog lang niet hier E hier voor 't Tin: Rivier in straat Calang was genaderd weer aan boord is gekoomen en waar op ik na 't ontfangen van des zeer gerespecteerde brief direct de pantjallang Bliton na de straat Calang bij gem: barg in gemoed het gezonden en vier halffe leggers drinkwater met den Buffel zonder dat den barg daarom eens hoefde te anke„ „ren, daar uit laaten ontfangen— En op den 14 Maart was den Gezaghebber keer door mij na de straat Calang bij de aldaar zijnde waater putten gezonden om dezelffen te zien wat te Repareere door dien wel booven in 't tin Rivier bij der geweesene Ae¬ „gorij met spring getij altijd drinkwaater te krijgen is o daar ook de geheele passeerde tijd sints ik hier zijn al het voor de byde pantjallang's Equipagie verbruik „te waater is gehaald dog de putten heb willen doen la ten Repareeren om bij een off ander toeval nood Zijnde ook daar water te kunnen krijgen; door dien dezelfsen putten (:'t zij door orders of baldadigheid (na de Ligter de Vos op den 7 febij: voor de ter reede Salangoor leggende Schepen daar uit waater had gehaald en na zijn vertrek daar op door de Gezaghebber Keer gerenueerd en gedempt wallen bevonden en toen den gemelden Gezaghebber daar in straat Calon zijnde heeft hij de Gallowet de Concordia in 't Zigt ge¬ „kreegen en daar na toe gestevend en met den zelffe tot voor het Tin rivier genaderd zijnde is daar op direct met den zeer g'eerden brief van UwelEdele Gest aan 29 aan boord gekomen en waar op ik als toen op stond mijn officier na buiten aan den Gezaghebber van den Gallomet„ heb gezonden dat dezelffe zoo hij willende direct konde Vertrekken En op den 21 Maart was ik met mijn onder„ hebbende bodemptje uit het Tin rivier in de straat Calang gaan kruisende om te zien of bij geval in de aldaar zynde Spruitjes sig eenige vyandelyke Balloors vereende om bij nagt de Pantjallang sin de Tin Rivier onverwagts te koomen overvallen Aviseerde als toen des avonds bij het weerom keeren na binnen van gem: Rivier; alhier de Particuliere Barg van Radja Machomet Alie, gelaaden met Randsoenen van Malacca en door dien hij voor de beide Pantjallangs zoo veel in hadden dat ik die volstrekt Onmoogelijk des anderen daags den 22. alle in mijn onderhebbende bodemptje konde neemen zoo in dien ik het geschut onbelemmert wel„ „de houden en voor deszelfs bederff dewijl 't zwaar regenagtig weer was mij in geen gevaar daar over te stelle en op den 23. des morgens vroeg heb ik met al de Schuiten de Pantjallang Bliton zijn rand zoe¬ „nen daar uit doen lossen en zoo wel na als bij de Ontlossing den Gezaghebber in 't alderminste hier niet opgehouden want als ik de Barg na binnen in
English
had made steer into the Tin River, then at least another twenty-four hours could have been lost by it, and if, upon the arrival of the pantjallang Bliton, after the current allowed it, I had made it come outside into Calang with all haste, then I would have had to leave the Tin River open for that reason, and thereby the highly respected orders mentioned in the Instruction would not have been complied with. Concerning which, since it was then becoming night and the aforementioned barque did not wish to delay here at all, I, upon its arrival, after understanding about the rations it had on board, immediately had my officer ask the Commander that evening whether he might see fit to steer directly on to Salangoor and discharge there first. Because, being fearful of an incident, whether by an undertaking by pirates or by the detention of vessels or otherwise, the blame for it might be laid upon me. And on the 3rd of April, when the lighter De Vos had approached in sight here from Malacca in the afternoon, I immediately sent my officer to it again, and he thereupon directly came on board with the honored letter from Your Right Honourable along with the Commander, as he had encountered an adverse current and thereby had not been able to advance any further with the lighter, and immediately, when by the slackening of the current it could be rowed up with the boat, I had him brought back with my officer to his vessel to receive the jib-boom and iron hawser on board for the pantjallang, which he had not been able to store or bring along previously when receiving the highly respected letter, since he had only been there with a small prahu. And when there alongside again with the boat, the iron hawser, as it lay loose under the water casks, could not yet be gotten so quickly, and consequently, because the current in the meantime had turned against him, he had to pass the night with the boat in the woods on account of this delay. And the next morning, the lighter still lying at anchor at the former place in Calang was seen by the vessel that was then doing rounds, although he indeed had a good opportunity and the current in his favor during the night. And on the 17th of April, the lighter De Vos having been sent here from Salangoor to fill its casks with drinking water, and at the same time, if the private barque from Malacca should already be here or arrive, to return thither with the same, because of which I could not send it up into the Tin River; and therefore I directed it to the Straits of Calang near the aforementioned water wells; yet being fearful of its further delay, I for that reason sent the Commander Keer thither as well, and when he was then in the Straits of Calang, he got sight of the private barque coming from Malacca, and upon its approach he fetched the highly respected letter from Your Right Honourable from on board it, whereupon, immediately after its receipt, I sent him back outside to the barque to receive from it four half-leagers of drinking water with the buffalo, and then let the aforementioned barque continue its voyage to Salangoor without any delay. If it might appear to Your Right Honourable's wise judgment that in the aforementioned any kind of negligence in detaining the vessels has taken place here, although unknowingly through ignorance on my part, I then very humbly request to be excused by Your Right Honourable for that. Further, I take the liberty to inform Your Right Honourable that on the 25th of April, after I had the honor to offer my last to Your Right Honourable, there passed by here a sloop named the Maria, commanded by Captain Argelander, coming from Malacca and intending to go to Barma, and a balloor coming from Queda and intending to go to Malacca, and the lighter De Vos coming here to fetch firewood for the ships lying at the Salangoor roads. On the 29th ditto, upon the passing here of the barque De Standvastigheid, I received from it the highly respected letter from Your Right Honourable without detaining the aforementioned barque in the least. On the 3rd of May, upon the approaching here of a Portuguese ship, I sent my officer with a small prahu to the same to request the report as is mentioned in the Instruction, and when they had then come close behind it, after having hailed the prahu from the ship—which they had also already answered as being from the Company's vessels here—a shot of hail-shot was immediately fired from it at them in the prahu, by which my officer and some of the crew were wounded, yet recovered again, and after they had then come on board again, I sent the pantjallang Bliton to the ship to investigate the incident, for what reason the captain, without already having fired a blank shot first, although he had heard that it was European and Company's personnel, had directly fired at them with live ammunition. Upon the return of the pantjallang Bliton, the Commander reported that the captain of the aforementioned ship had claimed that, before the prahu had approached the ship, he had already called out to it not to come closer, that he would anchor first, and that
Dutch transcription
in 't Tim Chivier had doen steevene dan konde daar door ten wynigste nog wel een Etmaal meer verloopen zijn en zoo ik de pantjallang Bliton bij deszelfs komst na de stroom het toegelaaten hadt met alle spoed bui „ten in Calang had doen koomen dan zoude ik ho tinrivier daarom moeten open gelaaten hebben en daar door de zeer g'eerde orders, bij de Instructie vermeld is dan niet nagekomen zijn waar over ik doordien het toen nagt wierdt en gem Barg teen hier niet willende ophouden op stond bij deszelfs komst na bereeds verstaaning van de inhebbende Randsoenen nog des avonds door mijn Officier aan den Ge„ „zaghebber heb doen vragen of hij niet goedt konde vinde om direckt na Salangoor voort te Sterene en aldaar eerst te ontlossen Dewijl ik toewal beweesd zijnde doet door Picants bij onderneeming het zij door ophouding van vaartuigen off anderzints de schuld daar van op mij verzonde mogte worden En den 3. April toen de ligter de vos 's agtermid„ „dags van Malacca hier in het zigt was genaderd heb ik opstond mijn Officier bij denzelven gezonden „weer en hij is daar op direct met den geeerden brieff van Uwel Edele Gestr beneffens den Gezaghebber terwijl hij Stroom teegen hadt gekreegen en daar door met de ligter niet verder heeft kunnen avanceeren aan boord gekoomen van Stroon en opstond toen het door vermindering met de Schud opgeroerd opgeroeid konde worden hem weer met mijn Officier na zijn vaartuig heb laaten brengen om het voor de pant„ „jallang inhebbende kluifhoud en ijzertros te ontfan„ „gen 't welke hij niet bevoorens met 't ontfangen van den zeer gerespective door dien hij toen maar met een prauwtje daar geweest zijn het heeft kunne ber„ „gen of mede brengen En als toen daar weer met de Schuit op zij zijnde de Ijzertros terwijl dezelfse onder de waater vaten los lag nog niet zoo spoedig heeft kunne krijgen en overzulkes deszelfs ophouding door dien de stroom in die tusschentijd teegen was gekoo„ „men, in het bosch met de Schuit heeft moeten vernag¬ „ten — En des anderen daags 's morgens is nog de ligter ten anker leggende op de voorige plaats in Calang door het vaartuig dat toen ronde doende, ge¬ „zien daar hij dog des nagts een goede gelegenheid en de Stroom meede gehad heeft En den 17 April zynde de ligter de Vos van Salangoor hier gezonden om zijn vaaten met drink¬ „waater te vullen en teffens zoo de Particuliere Barcq van Malacca mogte hier bereeds zijn off aan„ „koomen dan met dezelfse weerom na derwaarts te keeren waar door ik hem niet na booven in 't Tin vivier konde zende; en daarom in straat Calang bij de gem: water putten heb geweezen egter door deszelfs meer renueering bevreest zijnde zoo zonde ik desweegen desweegen den Gezaghebber Keer meede daar heene en als toen dezelve in straat Calang zijnde heeft hij de Parti „culiere Barcq van Malacca koomende in 't zigt gekree„ „gen en bij deszelfs naderinge heeft hij den zeer gerespectiv brieff van Uwel Edele Gestr daar van boord gehaald en waar op ik opstond na deszelfs ontvanginge hem weer na buiten bij de Barg heb gezonden om uit denzelve vier halffe leggers drinkwater met den buffel te ontvan„ „ge en als toen gem: barg zonder eenig ophouding heb laate zijn zijn rijs na Salangoor vervorderen zoo het mogte aan uwel Edele Gestr: wijze oor„ „deel gebleeken zijn dat in 't gemelde eenig sout van ver„ „zuim met de ophoudinge der vaartuigen Egter bui„ „ten weetens door onkunde van mij hier plaats gehad heeft verzoeke als dan zeer ootmoedig om van uwe„ Edele Gestr: daar over verExcuseert te mogen werden Verders neeme de vryheid Uwel Edele Gestr: te berigten dat op den 25 April na dat ik de Eer gehad heb„ „be mijn laaste aan UwelEdele Gestr te offereeren alhier Chialocp gepasseert is een ^ Cases genaamt de Maria gecomman„ deert door den Cap„tn. Argelander Koomende van Ma¬ ulacca de wil hebbende na Barma, en een Balloor koo„ „mende van queda en de wil hebbende na Malacca en de ligter de Vos koomende alhier om voor die ter reede Palangoor leggende Scheepen Brandhout te haalen Den 299 Den 29 d„o bij het alhier passeeren van de barcq de standvastigheid heb ik den zeer gerespective brief van UwelEdele Gestr: zonder gem: Barg in 't min„ „ste op te houden daar uit ontfangen genadert Den 3 Maij met het alhier ^ zijnde van een Portu„ „geesch Schip heb ik mijn Officier met een Praauwtje na hetzelfe gezonden om de opgaave gelijk in de Instructie vermeld is, te verzoeken en als toen zij digt agter hem gekoomen zynde, is uit het schip na aan het praauwtje toegeroepen te hebben, 't welk zij als van Comps. vaartuigen. hier zijnde ook be„ „reeds beantwoord hadde; opstond een schot met haa„ „gel op haar in 't praauwtje gedaan, waar door myn officier en eenige van 't volk geblesseert zijn gewor„ „den dogtans weder hersteld en na dat zij toen weer aan boord gekoomen zijn heb ik de pantjallang Bliton bij het schip gezonden om 't geval te onder„ „zoeken uit wat voor reede den Capt„n zonder niet „bereeds eerst een losse schot te doen daar hij tog gehoord hadde dat het Europeese en Comps. volk zijnde, di„ rect met scherp op hun hadt geschooten Bij de weeromkomst van de pantjallang Bliton rapporteerde den Gezaghebber dat de Capt„n van gem: schip hadt voorgegeven dat hij bereedseer de prauw het schip genaderd zijnde aan dezelve toegeroepen hadt om niet digter bij te koomen dat hij eerst zoude ankeren en dat