VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3500

Japan · 1,446 pages · 247 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3500_1267 view scan ↗

English

Pera Secret 13 Good Friend, The Nakhoda of a Buginese vessel named Tebang, which arrived here from Slangenoor via Pera, has reported that at the latter place a fleet of at least thirty vessels, small and large, had appeared from the former to convoy the King of Slangenoor home or, as Your Honour's letters of 20 September and the 14th of the current month inform us, to Riouw. But since Your Honour writes in a private letter to the undersigned Governor that the said King did not wish to deliver any tin to the Company before he was on the point of departure, and we must conclude from this that he has also collected some of that mineral in Pera, it has occurred to us whether, under the pretext of delivering the same to the Company upon his departure, he has not sought to appease Your Honour until the arrival of his said vessels, in order to then export under their cover all that he had in stock. To Ensign Iohan Andries Hensel, Commandant of the Dutch Garrison there. And having therefore judged it necessary to make the required provisions in this matter at once, we are now dispatching thither the bark the Geertruida Susanna and the sloop the Goede Trouw, of which the former has been reinforced with one Sergeant, one Corporal, and twelve Privates, to be employed in the service of the Company as we shall prescribe to Your Honour herewith. Upon the arrival of the said two small vessels, Your Honour must immediately inform the King of Pera that, having received the news of the appearance of a Buginese fleet over there, and not knowing what purpose it actually served, although we hoped for the best, we have resolved to send those two small vessels thither to protect the Company's garrison against hostile attacks, should such be required, or to supervise that no tin is exported with the said fleet, since we were informed that the King of Slangenoor had purchased the same during his presence in the Realm of Pera; and Your Honour must at the same time 15 have the King asked whether His Highness has permitted that ruler the export of that mineral; with the declaration, however, that we do not wish to think such a thing, being assured of the goodwill of the court of Pera toward the Company. If the King answers this question according to our expectation, or, to speak more clearly, if the King informs Your Honour that he has given no permission to the King of Slangenoor to export tin, then Your Honour must request His Highness never to do so, nor to tolerate that any of his grandees presume to grant such permissions, but on the contrary to help forcibly resist and prevent all export of tin that has not been purchased by the Company. However, if the King answers Your Honour that he has permitted the King of Slangenoor the export of the tin purchased by him, then Your Honour must endeavor to persuade His Highness with the most forceful arguments to revoke that permission; and to that end point out to His Highness how contrary such a permit is to the contracts that were concluded and sacredly sworn with the mighty Dutch Company not only by his predecessors on the throne of Pera in former years, but also by His Highness himself on 20 December 1773, or according to the Mohammedan chronology on the fifth day of the month Shawwal of the year 1187, while declaring at the same time that Your Honour, notwithstanding the permission given, cannot nor will permit the export of that tin. Meanwhile, whatever reply Your Honour may obtain from His Highness, Your Honour must announce to the King of Slangenoor that, having been informed of the purchase of tin he had made in the territory of Pera, we have ordered Your Honour to submit to him that we trust that he, as a friend and ally of the Company, will deliver all that tin to Your Honour before his departure at the usual price; but, in case of refusal and should he wish to export that mineral himself, to prevent this, since no one other than the Company may trade in 17 the tin of Pera. All these precautions having been taken, Your Honour must await the outcome thereof, detaining the bark, and if necessary also the sloop, until the King of Slangenoor departs from Pera. And should he, contrary to this warning, dare to attempt to export his tin by force, Your Honour will have to repel this by force, in such manner as Your Honour shall judge advisable for the maintenance of the Company's rights. However, in the execution of our present orders, we expect that Your Honour will proceed with good judgment and sufficient prudence, and therefore undertake nothing but what Your Honour believes can be accomplished with honour and reputation, so that the respect for the Company among the Malay peoples may be conserved or maintained; while we authorise Your Honour, should something happen that we have not been able to foresee, and regarding which we have therefore also been unable to give Your Honour any orders, or should our intention not be achievable in the manner prescribed to Your Honour

Dutch transcription

Pera Sicereet 13 Goede Vriend, De Nachoda van een Boegineesch. vaartuig, dat van Slangenoor over Pera hier is gearriveerd, met naame Tebang, heeft verhaald, dat van de eerste ter laastgemelde plaatze verschenen was een vloot van wel in de dertig vaartuigen, klein en groot om den Koning van Slangenoor naar huis, of, zoo als Uw Ed. brieven van den 20. September en 14. courant ons Maar, melden, naar Riouw te convoijeeren. dewijl Uw E. bij eenen particulieren brief aan den ondergetekenden Gouverneur schrijft, dat de gemelde Vorst geen tin aan de Compagnie wil„ „de leveveren voor dat hij op zijn vertrek stondt en wij daar uit besluiten moeten, dat hij ook te Pera inzaam gedaan heeft van dat mineraal, is bij ons in bedenking gekomen, of hij met het voorwendzel, van hetzelve bij zijn vertrek aan de Compagnie te zullen leveren, niet getragt heeft uw E. te paaijen tot de komste zijner gemelde vaartuigen, om dan onder bedekking van dezelven Aan den Vaandrig Iohan Andries Hensel Commandant van de. Nieterland„ „sche Bezetting, aldaar te te kunnen uitvoeren al wat hij in voorraad hadt. ? En overzulks geoordeeld hebbende in deezen aanstonds de noodige voorziening te moeten doen, laaten wij tans naar derwaarts vertrekken de bark de Geertruida Susanna en de sloep de Goeder Trouw, waar van de eerste versterkt is met een Sergeant, een Corpa„ „raal, en twaalf Gemeenen, om zoodanig in den dienst van de Compagnie te worden geëmplo „ijeerd, als wij Uw E. bij deezen zullen voorschrijven Bij het arrivement van de gemelde twee Kiels„ „jes moet UwE. ten eersten aan den Koning van Pera laaten bekendmaaken, dat wij, op de er„ „langde tijding van de verschijning eener Boe„ gineesche vloot ginder, niet weetende waar toe dezelve eigenlijk diende, hoewel wij het beste ver„ „hoopten, besloten hebben die twee kieltjes naar derwaarts te zenden, om Comps. Bezetting te be„ „schermen tegen vijandelijke aanvallen, wanneer zulks mogte worden vereischt; of om toezigt te houden, dat met de gemelde vloot geen tin wierdt uitgevoerd, dewijl ons berigt was, dat de Koning van Slangenoor hetzelve hadt opge„ „kogt, geduurende zijn aanweezen in het Pe„ „rasche Rijk; en moet uw E. ook te gelijk den 15 den Koning laaten vraagen, of zijne Hoogheid aan dien Vorst den uitvoer van dat mineraal heeft toegestaan! onder betuiging egter, dat wij zulks niet willen denken, als verze„ „kerd zijnde van de welgezindheid van het Perasche stof omtrent de Compagnie. Beantwoordt de Koning deeze vraag naar onze verwagting, of, om duidelijker te spreeken, laat de Koning Uw E. zeggen, dat hij geene permissie aan den Koning van Slange„ „noor gegeven heeft om tin uit te voeren, dan moet uwE. zijne Hoogheid verzoeken, om zulks ook nooit te doen, nog te gedoogen dat iemand zijner Rijksgrooten zig diergelijke verlofgeevingen aanmaatigt, maar in tegendeel allen uitvoer van tin, hetwelk niet bij de Com„ „pagnie is ingekogt, met magt te helpen wee„ „ren en beletten. Dog, indien de Koning UwE. antwoordt, dat hij den Koning van Slangenoor gepermit„ „teerd heeft den uitvoer van het bij hem inge„ „kogte tin, dan moet uw E. zijner Hoogheid met de kragtigste drangredenen tragten te beweegen, om die permissie weder in te trek„ „ken; en tot dat einde aan zijne Hoogheid vertoonen vertoonen, hoe strijdig zoodanige vergunning is tegen de Contracten, die niet alleen door zijne Voorzaaten op den Peraschen troon in vroegere jaaren, maar ook door zijne Hoog„ 1oor „heid zelf op den 20. December 1773, of naar de Mahometaansche tijdrekening op den vijfden dag van de maand sijauwal des jaars 1187 , met de magtige Nederlandsche Compag„ „nie gesloten en heiliglijk bezworen zijn, onder verklaaring teffens dat Uw E. , ongeagt de gege„ „ven permissie, den uitvoer van dat tin niet kan, nog zal toelaaten. Ondertusschen moet uwE. , wat bescheid Uw E. ook van zijne Hoogheid erlangen mog„ „te, den Koning van Slangenoor laaten aan„ „kundigen, dat wij, onderrigt zijnde van den inkoop van tin, dien hij in het Perasche hadt gedaan, Uw E. gelast hebben hem voor te houden, dat wij vertrouwen dat hij, als een vriend en Bondgenoot van de Com„ „pagnie, al dat tin voor zijn vertrek aan UwE. zal leveren tegen den gewoonen prijs, dog, bij weigering en indien hij dat mineraal zelf wil uitvoeren; zulks te verhinderen, de„ „wijl niemand anders als de Compagnie in het 17 het Perasche tin handelen mag. Alle deeze voorbehoedzelen genomen zijn„ „de; moet UwE: het gevolg daar van afwagten, met aanhouding van de bark, en des noods ook van de sloep, tot dat de Koning van Slangen„ „vor van Pera vertrekt. En bij aldien, hij, tegen deeze waarschouwing aan; onderstaan mogte zijn tin met geweld te willen uitvoeren, zal Uw E. zulks met geweld moeten keeren, indier„ „voegen als Uw E. dat tot handhaaving van Comps: regt raadzaam zal oordeelen. Maar, in de executie van onze tegenwoordige ordres verwagten wij, dat UwE. met goed overleg en genoegzaame voorzigtigheid zal te werk gaan, en „dus niets onderneemen, dan hetgene Uw E. denkt met eere en reputatie te zullen kunnen vol„ „brengen, op dat het ontzag voor de Compagnie onder de Maleitsche volkeren geconserveerd of bewaard moge blijven; terwijl wij uw E. quali„ „ficeeren, om, wanneer 'er iets gebeuren mogte„ dat wij ons niet hebben kunnen voorsteblen, en waar op wij overzulks ook Uw E. geene or„ „dres hebben kunnen geeven, of, wanneer aan onze intentie niet op de Uw E. voorgeschreven wij„ „ze

NL-HaNA_1.04.02_3500_1272 view scan ↗

English

show how contrary such permission is to the contracts which were not only concluded and solemnly sworn to with the mighty Dutch Company by his ancestors on the Perak throne in earlier years, but also by His Highness himself on 20 December 1773, or according to the Mohammedan calendar on the fifth day of the month of Shawwal of the year 1187, simultaneously declaring that Your Honour, notwithstanding the permission given, cannot nor will permit the export of that tin. Meanwhile, whatever reply Your Honour may obtain from His Highness, Your Honour must make known to the King of Selangor that we, having been informed of the purchase of tin which he had made in Perak, have ordered Your Honour to present to him that we trust that he, as a friend and ally of the Company, will deliver all that tin to Your Honour before his departure at the customary price; but, upon refusal and in case he wishes to export that mineral himself, to prevent such, since no one other than the Company may trade in the Perak tin. All these precautions having been taken, Your Honour must await the outcome thereof, detaining the bark, and if necessary also the sloop, until the King of Selangor departs from Perak. And in case he, contrary to this warning, should venture to attempt to export his tin by force, Your Honour will have to prevent such by force, in such manner as Your Honour shall deem advisable for the maintenance of the Company's rights. However, in the execution of our present orders, we expect Your Honour to proceed with good deliberation and sufficient prudence, and thus undertake nothing other than what Your Honour thinks can be accomplished with honour and reputation, so that the respect for the Company among the Malay peoples may be preserved or maintained; whilst we authorize Your Honour, if anything should occur that we could not have imagined, and whereupon we consequently could not give Your Honour any orders, or if our intention cannot be fulfilled in the manner prescribed to Your Honour, to take such other or more suitable measures as Your Honour, according to the knowledge Your Honour has of the local character, shall deem proper. We have therefore ordered the commanders of the aforementioned bark and sloop, as well as the sergeant commanding the soldiers, that during their presence there they must strictly regulate themselves according to Your Honour's orders without deviating from them in the slightest. Lastly, it serves for Your Honour's information that, if the King of Selangor should have already departed and delivered his tin to the Company, or if such should take place after receipt hereof, Your Honour must have the aforementioned two small vessels return hither with that mineral and whatever more Your Honour has collected; but that Your Honour on the contrary, if that prince is still in Perak and Your Honour hears that he will remain there for some time, must send back only the sloop the Goede Trouw, if Your Honour can safely spare the same, with the tin on hand, in order to inform us of the state of affairs. We remain after greetings was signed Your Honour's Good Friends was signed P. G. de Bruijn, A. A. Werndlij, I. A. D. v. Schilling, A. P. Lemker, D. A. de Neufville, F. Thierens, and Johannes Lijnslager. in the margin Malacca in the Castle, 29 November 1777. E. G. Klein Baumgarten Agrees No. 8. A. Copy of Secret Resolutions taken in the Council of Policy of the City and Fortress of Malacca from the first of January until the last of November 1777. Register of Marginals 1777 14 July Reading of the translation of a letter from Rembau concerning the tin delivery, page 1. What was remarked thereon, page 3. And subsequently shown by the Governor, page 9. 4 September To ask the High Government whether 36 Spanish dollars could not be given for the bahar of tin from Sungai Ujong and Rembau, page 16. How one shall meanwhile declare oneself in that respect to the Rembau chiefs, page 19. Consented to the delivery of the two small barrels of gunpowder requested by them, page 20. Question from the Commander at Perak, Hensel, concerning the opium which is imported there besides that of the King, page 26. What was remarked thereon, And shall provisionally be answered, page 26. 29 November Account of a Nakhoda who arrived via Perak, with the considerations made thereon, page 28. To send the Geertruida Susanna reinforced with some soldiers together with the Goede Trouw thither, page 30. How the Commander there must act if the King of Selangor has not yet delivered any tin, page 31. 1777 29 November Or attempts to export it himself, page 34. And when he must detain the aforementioned vessels, or send them back, page 36. Copy of Secret Resolutions held in the Council of Policy of the City and Fortress of Malacca from the first of January until the last of November 1777. Monday, 14 July 1777, in the forenoon, all present. Reading of the translation of a letter from Rembau concerning the tin delivery. The Governor submitted to the meeting, and was read, the translation of the letter written by the Raja, together with the Penghulu and the Empat Suku of the nine Rembau settlements, to His Honour and the Council, mainly containing: That he, by the contract concluded with the Company together with Raja Muda at Riau, Raja Selangor, and all his grandees of the realm, had promised to bring all the tin to Malacca.

Dutch transcription

vertoonen, hoe strijdig zoodanige vergunn„ is tegen de Contracten, die niet alleen da zijne Voorzaaten op den Peraschen troon in vroegere jaaren, maar ook door zijne B „heid zelf op den 20. December 1773, of naa de Mahometaansche tijdrekening op den vijfden dag van de maand sijauwal des ja 1187, met de magtige Nederlandsche Compa„ „nie gesloten en heiliglijk bezworen zijn, ond verklaaring teffens dat Uw E. , ongeagt de geg „ven permissie, den uitvoer van dat tin nie kan, nog zal toelaaten. Ondertusschen moet uwE. , wat bescheid Uw E. ook van zijne Hoogheid erlangen me „te, den Koning van Slangenoor laaten aan „kundigen, dat wij, onderrigt zijnde van den inkoop van tin, dien hij in het Perasch hadt gedaan, Uw E. gelast hebben hem voo te houden, dat wij vertrouwen dat hij, als een Vriend en Bondgenoot van de Cor „pagnie, al dat tin voor zijn vertrek aan UwE. zal leveren tegen den gewoonen pre dog, bij weigering en indien hij dat minera zelf wil uitvoeren; zulks te verhinderen, d „wijl niemand anders als de Compagnie in het 17 1 het Perasche tin handelen mag. Alle deeze voorbehoedeelen genomen zijn¬ „de; moet Uw E: het gevolg daar van afwagten, met aanhouding van de bark, en des noods ook van de sloep, tot dat de Koning van Slangen„ „oor van Pera vertrekt. En bij aldien, hij, tegen deeze waarschouwing aan, onderstaan mogte zijn tin met geweld te willen uitvoeren, zal Uw E. zulks met geweld moeten keeren, indier„ „voegen als Uw E. dat tot handhaaving van Comps: regt raadzaam zal oordeelen. Maar, in de executie van onze tegenwoordige ordres verwagten wij, dat Uw E. met goed overleg: en genoegzaame voorzigtigheid zal te werk gaan, en ddus niets onderneemen, dan hetgene Uw E. denkt met eere en reputatie te zullen kunnen vol„ „brengen, op dat het ontzag voor de Compagnie onder de Maleitsche volkeren geconserveerd of bewaard moge blijven; terwijl wij uw E. quali„ „ficeeren, om, wanneer 'er iets gebeuren mogte„ dat wij ons niet hebben kunnen voorsteblen, en waar op wij overzulks ook Uw E. geene or„ „dres hebben kunnen geeven, of, wanneer aan onze intentie niet op de UwE. voorgeschreven wij „ze „re kan worden voldaan, zoodanige andere of be„ „kwaamer maatregelen te neemen, als Uw E. , naar de kennis, die Uw E. van den landaart heeft, vermeenen. zal te behooren: Wij hebben daarom de Gezaghebbers van de meergemelde bark en sloep, mitsgaders den Serge„ „ant, die de Militairen commandeert, gelast, dat zij geduurende hun aanweezen ginder zig naar UwE. bevelen stiptelijk moeten reguleeren zonder daar van in 't minste af te wijken. Laastelijk dient tot UwE. narigt dat, zoo de koning van Slangenoor reeds mogte weezen vertrokken, en zijn tin aan de Compagnie heb„ „ben geleverd, of zulks na den ontvangst deezes nog geschieden mogte, UwE. met dat mineraal, en hetgene Uw E. meer ingezameld heeft, de gemelde twee bodempjes herwaarts moet laaten wederkeeren; dog dat UwE. daarentegen, zoo die Vorst zig nog te Pera bevindt, en UwE. hoort dat hij 'er nog wat vertoeven zal, eenlijk de sloep de Goede Trouw, in„ dien UwE. dezelve met gerustheid missen kan, moet te rug zenden met het aan handen hebben„ „de tin, om ons van den staat der zaaken te informeeren. Wij blijven na groete /:onderstond.) Uw E. 19 UwE. Goede Vrienden /:was geteekent./ P. G. de Bruijn, A. A. Werndlij, I. A. D: v. Schilling, A: P. Lemker, D. A. de Neufville, F: Thierens, en Iohannes Lijnslager. /:in margine.) Malacca in het Casteel den 29. November 1777. — aumgarten E. G. Klen Accordeert No. 8. A. Copie Secreete Resolutien S genomen in Raade van Politie der Stad en Fortresse Malacca primo Januari sedert S tot ultimo November 1777. Register der Marginalen „ 4. Septemb. 1777 14. Iuli Lecture van het Translaat eens briefs uit het Rombouwsche, aangaande de tin=leverancie, ang. 1. Wat daar op aangemerkt,. En vervolgens door den Heer Gouverneur vertoond is!.. Der Hooge Regeeringe te vraagen, of voor de baar tins van Singij en Rombouw niet 36. -. sp. zouden kunnen gegeven worden. . . . . . „ 16. Hoedanig men zig intusschen op dat respect aan de Rombouwsche Hoofden verklaaren „ 9 zal. r Gecondekendeerd in de afgaave van de door hun verzogte twee vaatjes Kruids - - - . „ 19. Vraag van den Commandant te Pera, Hensel, wegens de amfioen, welke buiten die van den Koning daar word ingevoerd. Wat daar op geremarqueerd is, En bij provisie geantword zal worden - . . . „ 26. 29 Novemb:r verhaal van een over Pera gekomen Nachoda, met de Consideratien daar op gevallen. . . . . . . . . „ 28. De Geertruida Susanna versterkt met eenige Mili¬ „tairen benevens de Goede Trouw derwaarts te zenden. . . . „ 30. Hoedanig de Commandant aldaar moet handelen, bij aldien de Koning van Slangenoor nog geen tin geleverd heeft.. „ „ 20. „ 31. . -„ 3. 9 „ . . . tig ƒ . . - . . 1777 29. Novemb. r Of zelf tragt uit te voeren !. En wanneer hij de voorgemelde vaartuigen moet aan„ houden, dan wel te rug zenden. Pag 34 : . : - . . „. 36. 1 Translaat eens briefs sche; aangaande de in leverancie Copir Sccreete Resolutien gehouden in Raade van Politie der stad en Fortresse Malacca sedert. Primo Januari, tot Ultimo November 1777. Maandag den 14: Iuli 1777. 's Voormiddags Allen present De Heer Gouverneur heeft ter Vergaderinge Lecture van het ingeleverd, en is gelezen, het Translaat van uit het Rombouw den brief, door den Radja, nevens den Ponghoe„ „loe en de Ampatsoekoes, van de negen Rom„ „bouwsche Negorijen, aan zijn Ed. en den Raad geschreven; hoofdzaakelijk behelzende, Dat hij bij het Contract, met de Compag„ „nie, nevens Radja Moeda te Riouw, Radja Salangoor, en alle zijne Rijksgrooten, gesloten, beloofd hadt, al het tin naar Malacca te zullen 1

NL-HaNA_1.04.02_3500_1289 view scan ↗

English

Translation of a letter regarding the tin delivery held in the Council of Policy of the City and Fortress Malacca from Primo January until Ultimo November 1777. Copy Secret Resolutions Monday the 14. July 1777. Forenoon All present The Lord Governor submitted to the Assembly, and there was read, the Translation of a letter written by the Radja, together with the Ponghoeloe and the Ampatsoekoes of the nine Rombouw Negorijen, to His Honour and the Council; mainly containing, That in the Contract concluded with the Company, along with Radja Moeda at Riouw, Radja Salangoor, and all his Grandees of the Realm, he had promised to send all the tin to Malacca, in order to be delivered there for 38. –. Spanish dollars the bahar; That they had done so for seven or eight years with satisfaction; but that the payment since then of only 33½ Spanish dollars was the reason that no one wished to work in the tin mines any longer, complaining collectively that they could not make good the expenses therewith, and one had thus had to take other work in hand; That the Radja himself had not been able to have the tin dug, because not the least profit was to be gained from it; That the Lord Governor Crans, who had returned to Batavia, had promised the Radja to give notice thereof to Batavia and let him know the answer received thereto; That, although five or six months had passed since, the Radja had nevertheless not yet received any notification; That, if the Lord Governor desired tin from Rombouw, the Radja was prepared to send people to dig the same, and to become an enemy to those who did not follow this order; That he trusted that the Lord Governor would decide what he had reported to His Honour: The Radja finally requesting to be accommodated with two small barrels of gunpowder against payment: Whereupon having deliberated, it was taken into consideration on the one hand, That in the Contract entered into with the King of Salangoor and associates on the 8. January 1758, it was indeed stipulated that for every bahar of tin which the inhabitants of Silangoor brought to Malacca, 45. –. rixdollars, with 3. –. rixdollars as a gratuity for the Regents, thus in total only 36. –. Spanish dollars, would be paid, but that, on the other hand, by the 7th article of the Contract concluded on the 1. January of the same year with Radja Moeda of Lingij, Radja Toea of Calang, Radja Hadil, and the Chiefs of the nine Negorijen of Rombouw, the price of that mineral, being delivered from Lingij, Rombouw, and Calang, was fixed at 34. –. Spanish dollars for the bahar: That nevertheless since then, upon the proposal and recommendation of the Lord Governor Decker in the Memorandum left behind by His Honour for the information of His Successor, the Lord Boelen, to gain control of the tin of Lingij or from the Rombouw mountains by the payment of 52. –. rixdollars for the bahar, the Noble High Government of the Indies, by missive of the 1st May 1759, had qualified the Ministers here to that end, but had at the same time desired that that tin, without any further duty, should be sent and charged separately to Batavia: That accordingly after that time there was paid for every bahar of the said tin 38. –. Spanish dollars, or one Spanish dollar less than the granted 52. –. rixdollars, until the High Government, having written hither by missive of the 14. June 1766 that, since the high purchase price of that mineral could not yield much profit in China or elsewhere, Their High Mightinesses could well tolerate that the entire collection be omitted, or at least reduced by half; and of that no more than 30,000. –. lb. in inkstands be accepted, but the remainder be rejected under some pretext, if only it could be done with some grace; the Ministers here, both on that foundation and for other reasons cited in their Secret Resolution of the 1. September 1766, had resolved to reject those of Salangoor, Lingij and Rombouw with their tin entirely, unless they wished to deliver the same to the Company at 34. –., instead of 38. –., Spanish dollars the bahar: That the Ministers subsequently, by missive of the 28th March 1768, had made known to the well-mentioned High Government; that, although the Chiefs of Lingij and Rombouw sent very little tin hither, and the price reduction seemed indeed to be the principal reason thereof, one could nevertheless not perceive that they transported it to elsewhere, so that all that mineral remained lying there, possibly to try whether the Company could thereby be compelled to pay the former price of 38. –. Spanish dollars again; but that for the present, in the opinion of the Ministers, there was as yet no reason for that, since the Company, if it needed no more than 30,000. –. lb. annually, would possibly be able to hold out longer than they;

Dutch transcription

1. Translaat eens briefs „sche, aangaande de tin leverancie gehouden in Raade van Politie der Stad en Fortresse Malacca sedert. Primo Januari, tot Ultimo November 1777. Copia Secreete Resolutien Maandag den 14. Iuli 1777. Voormiddags Allen present De Heer Gouverneur heeft ter Vergaderinge Lecture van het ingeleverd, en is gelezen, het Translaat van uit het Rombouw een brief, door den Radja, nevens den Ponghoe„ „loe en de Ampatsoekoes, van de negen Rom„ „bouwsche Negorijen, aan zijn Ed. en den Raad geschreven; hoofdzaakelijk behelzende, Dat hij bij het Contract, met de Compag„ „nie, nevens Radja Moeda te Riouw, Radja Salangoor, en alle zijne Rijksgrooten, gesloten, beloofd hadt, al het tin naar Malacca te zullen — Maandag den 14. Iuli 1777 zullen zenden, om 'er geleverd te worden voor 38. –. spaansche reaalen de baar; Dat zij zulks zeven of agt jaaren met vergenoegen. gedaan hadden; dog dat de betaaling sedert van maar 33½ . spaansche reaalen de reden was; dat niemand langer in de tirimijnen „ hadt willen werken, klaagende geza„ . n „menlijk daar mede de kosten niet te g kunnen goedmaaken, en men dus an¬ „der werk hadt moeten bij de hand nee„ „men; Dat de Radja zelf het tin niet hadt kunnen laaten graaven, dewijl er geen het minste voordeel bij te behaalen was; Dat de naar Batavia geretournier„ „de Heer Gouverneur Crans den Radja beloofd hadt dienaangaande naar Ba„ „tavia 3. Maandag den 14. Iuli 1777 Wat daar op aan„ „gemerkt, „tavia kennis te zullen geeven, en het daar op bekomen antwoord hem laaten weeten; Dat, off schoon sedert vijf of zes maan„ „den verlopen waren, de Radja egter nog geen narigt ontvangen hadt; Dat, zoo de Heer Gouverneur tin van Rombouw begeerde, de Radja bereid was volk te zenden om hetzelve te graaven, en een vijand te worden van de genen, die deeze order niet opvolgden; Dat hij vertrouwde, dat de Heer Gouver„ „neur beslissen zoude hetgene hij aan zijn Ed. gemeld hadt: Verzoekende den Radja eindelijk om voor betaaling geriefd te worden met twe vaatjes buskruids: Waar op gedelibereerd zijnde, is aan de eene zijde in aanmerking genomen, Dat bij het Contract, met den Koning van Maandag den 14. Juli 1777 van Salangoor a. S. op den 8. Ianuari 1758 aangegaan, wel bedongen was, dat voor ieder baar tins, die de ingezetenen van Silangoor op Malacca bragten, ros. 45. –. , met 3. –. rds: tot een douceur voor de Regenten, dus in 't geheel maar 36. — Spaansche reaalen, betaald zouden worden, dog dat daarentegens bij het 7.: e articul van het met Radja Moeda van Lingij, Radja Toea van Calang, Radja Hadil, en de Hoofden der negen Nego„ „rijen van Rombouw, op den 1. Ianuari deszelfden jaars gesloten Contract de prijs van dat mineraal, uit Lingij„ Rombouw, en Calang geleverd wordende, bepaald was op 34. –. Spaansche reaa„ „len voor de baar: Dat egter sedert, op de propositie en aanprijzing van den Heer Gou„ „verneur 1 „ F 5. Maandag, den 14. Juli 1777 „verneur Decker bij zijn Ed: tot narigt van Deszelfs Successeur, den Heer Boelen„ nagelaten Memorie, om het tin van Lingij of uit de Rombouwsche geberg„ „ten meester te worden door de betaaling van rds. 52. –. voor de haar, de Edele Hooge Regeering van Indiën bij missive van den 1: Mai 1759 de Ministers alhier daar toe gequalificeerd, dog teffens be„ „geerd hadt dat dat tin, zonder eenige ver„ „dere belasting, apart naar Batavia gezonden en aangerekend zoude worden: Dat overzulks na dien tijd voor ieder baar van het gemelde tin betaald waren 38. –. sp: reaalen, of een sp. minder, dan de ingewilligde 52. - rds. , tot dat de Hooge Regee„ 3 29 „ring bij missive van den 14. Iuni 1766. herwaarts geschreven heb„ „bende, dat, vermits de hooge- inkoops-prijs van a No58 Maandag den 14. ' Juli 1777 van dat mineraal niet veel winst in China of elders kon afwerpen, Hoog. „dezelve wel mogte lijden, dat de ge„ „heele inzaam agterwegen blief, of ten minsten op de helfte gereduceerd; en daar van dan niet meer als 30'000. -. lb. aan inktkokers geaccerpteerd, dog het overige onder eenig voorwendzel afge„ „wezen wierdt, indien het maar met eenige gratie geschieden Kon; de Minis„ „ters alhier, zoo op dat fundament, als om andere bij hunne Secreete Reso„ „loutie van den 1. September 1766 aange„ „haalde redenen, besloten hadden om die van Salangoor, Lingijd en Rombouw met hun tin in 't geheel van de hand te wijzen, ten ware, zij hetzelve tegen 34. –. „ in stede van 38. –: , Spaansche re„ „ralen de baar aan de Compagnie wilden leveren 7. Maandag den 14. Iuli 1777 leveren: Dat de Ministers vervolgens bij mis„ „sive van den 28: Maart 1768 aan de wel„ gemelde Hooge Reguring hadden te Kennen gegeven; dat, ofschoon de Hoofden van Lingij en Rombouw zeer weinig tins naar herwaarts zonden, en de prijs vermindering wil de voornaamste reden daar van scheen te zijn, „men egter niet ontwaaren kon, dat zij het naar elders vervoerden, zoo dat al dat mineraal daar blieff leggen, mogelijk om te probeeren of de Compagnie daar door genoodzaakt kon woorden, om den voorigen prijs van 38. –. sp. weder te betaalen ? dog dat daar toe, naar der Ministers opinie, voor„ „eerst nog geene reden was, nadien de Compag„ pie, als dezelve niet meer dan 30000. –. lb. jaar„ „lijks van nooden hadt, het mogelijk langer zoude kunnen uithouden, dan zijlieden; ten : .

NL-HaNA_1.04.02_3500_1296 view scan ↗

English

Monday the 14th of July 1777 at least that the Ministers judged that this ought not to be proceeded with except in the uttermost necessity, even if the Company had to do without that small quantity for some time, because they presumed, and almost dared to prognosticate, that if the Company remained firm and constant regarding the fixed price of 34. –. Spanish, the said Chiefs would finally have to succumb and leave the tin to the Company for that price; And that the High Government had answered thereto, among other things, by missive of the 15th of September 1768, that for the tin in inkwells no more than 34. – Spanish reals per bahar should be paid, and also no more should be sent than the demand dictated, Monday the 14th of July 1777 as presented by the Governor, also with the declaration that it was rightly observed by the Ministers that it was even better to send nothing than to exceed the aforementioned fixed price. But on the other hand, attention was also paid subsequently to the remonstrance of the Governor, That, although the steadfast refusal of the Company to accept the tin from Linggi and from the Rembau mountains at a higher price than 34. –. Spanish reals per bahar, and the cruising now and then off the mouth of the Linggi River, whereby nothing could be exported outwards, had had the consequence that the Rembauers had begun to deliver their tin to the Company again, yet from 1764/5 until now, or in a period of thirteen years, only a quantity of 755933. –. lb. had been collected, whereas the Monday the 14th of July 1777 collection in the five previous years, when 38. – Spanish was paid per bahar, had amounted to fully 1098779. —. lb.; That the Chiefs of the Rembau settlements had also continually complained about the aforesaid price reduction, and had even in the year 1776, in a letter to Governor Crans, plainly declared that if the price of 38. –. Spanish was not paid for the tin, the same would not be brought down to Malacca; That Mr. Crans had thereupon promised them to bring what was necessary regarding the price of the tin to the attention of the High Government, without however having done so, possibly because they, keeping themselves content with that promise, again sent some parcels Malacca the 14th of July 1777 of tin hither; That Mr. Crans, in His Memorandum left behind for the present Governor, had proposed, as the only means to compel the Rembauers to fulfill the contents of the Contract, to prevent any salt or linens from being supplied to them from here, and His Honour therefore, according to what was recorded in the Resolution of this Council of the 31st of May last, would have tested that measure, had His Honour not received news a few days later that a good quantity of tin was already collected and lying ready to be brought down at the first opportunity, just as recently more than 11000. -. lb. was indeed brought down and delivered to the Company, but that His Honour continued to have doubts whether the execution of such coercive means Monday the 14th of July 1777 would answer the purpose in the long run, and would not on the contrary compel the Rembauers to commit insolences in the Malacca uplands, which one could not resist except with weapons in hand; since it was quite another thing to turn them away with their tin, to impede the clandestine export thereof, and thus to oblige them to accept 34. –. Spanish per bahar, as was practiced at the aforesaid time with reasonably good success, than to compel them thereto by withholding conveniences which they cannot do without; That His Honour having asked the old Malay Intje Auwal, who came down with tin from Rembau and who, along with some others, buys up that mineral in small parcels Monday the 14th of July 1777 and delivers it to the Company, for the reason of their present small delivery, he had answered thereto that the Rembau Chiefs had continually flattered themselves with the hope that the Company would finally grant them again the former price of 38. –. Spanish per bahar, but that seeing it did not come to that, they now no longer wished to spur on their subordinates to work more diligently in the tin mines than they were accustomed to do of their own accord, since from the 34. Spanish reals that the Company currently paid per bahar they had nothing in the least for themselves, and thus were also not driven by self-interest to concern themselves with ample deliveries; as would certainly happen if the Company could see fit to set the price of each bahar of tin for the future Monday the 14th of July 1777 at 36. –. Spanish, and to grant 2. –. Spanish thereof to the Chiefs as a douceur; That His Honour could well give credence to this report, since His Honour was informed with certainty that the Rembauers currently occupied themselves more with agriculture than with tin mining, and that also none of that mineral was secretly exported, but everything was delivered to the Company; That His Honour therefore, subject to correction, believed that it would better square with the Company's interest to cause the collection thereof to increase again by granting a price increase of 2. Spanish on each bahar of tin, since whatever exceeded the annual requirement for the Netherlands of 400000. –. lb. of

Dutch transcription

Maandag den 14. Iuli 1777 ten minsten dat de Ministers oordeel„ „den, dat daar toe niet dan in de aller„ „grootste noodzaakelijkheid diende te wor„ „den overgegaan, al was 't zelfs dat de Compag„ „nie die kleine quantiteit, voor eenigen tijd missen moest, dewijl zij, veronderstelden, en bijna prognostiqueeren durfden, dat, als de Compagnie ferm en constant omtrent den bepaalden prijs van 34. –. sp. bleef, de gemelde Hoofden eindelijk wel zouden moeten succumbeeren, en het tin daar voor aan de Compagnie laaten En dat de Hooge Regeering daar op bij missive van den 15. September 1768 onder anderen geantwoord hadt, dat voor het tin aan inkt kokers niet meer dan 34. – sp. reaalen de baar betaald, en ook niet meer ge„ zonden moest worden, dan de Eisch dietard„ onder 2 J 2 G Maandag den 14. Juli 1777 door den Heer Gouver„ „neur vertoond is. onder verklaaring teffens van door de Minis„ „ters ten regten aangemerkt te zijn, dat het res : — „ zelfs beter was niets te zenden, dan boven den evengedagten bepaalden prijs te gaan. Maar aan de andere zijde is ook gelet 1 Ed: vervolgens op de remonstratie van den Heer Gouverneur, verhe Dat, al hoewel de volstandige weigering van de Compagnie, om het tin van Lingij en uit de Rombouwsche gebergten, tot hoogeren : prijs dan 31. –. Spaansche reaalen voor de baar te accepteeren, en de bekruissing nu en dan van de mond: der Lingijsche rivier, waar door niets naar buiten kon worden uitgevoerd, van dat gevolg geweest waren, dat de Rombouwers hun tin weder aan de Compagnie hadden begonnen te leveren, - nogtans van 17 29/5 af tot nu toe, of in een tijdperk van dertin jaaren, maar in gelameld was eene quantiteit van 755933. –. lb, daar de 1 inzaam 1 J: ƒ Maandag den 14. Iuli 1747 inzaam in de vijf voorige jaaren, toen „men 38. - sp: voor de baar betaalde, wel 1098779. —. lb: hadt bedragen: Dat de Hoofden van de Rombouw„ sche Negorijen zig ook bij continuatie over de voorschreven prijs-verminde „ring beklaagd, en zelfs in het jaar 1776 bij een brief aan den Heer Gouverneur Crans ronduit verklaard hadden, dat, zoo „voor het tin de prijs van 38. –. sp: niet betaald wierdt, hetzelve niet naar Ma„ lacca zoude worden afgebragt: Dat de Heer Crans hun daar op beloofd hadt, over den prijs van het tin het noodige te zullen brengen onder het oog der Hooge Regeeringe, zonder zulks egter te hebben gedaan„ mogelijk om dat zij, zig met die belof„ „te te vreden houdende, weder eenige par„ tijen 11. Malacca den 14:' Iuli 1747 „tigens tins naar herwaarts zonder: Dat de Heer Erans bij Deszelfs aan den prek„ senten Heer Gouverneur nagelaten Memorie, als het eenigste middel om de Rombouwers ter voldoeninge aan den inhoud van het Contract de dwingen; hadt voorgesteld te be„ „letten, dat hun geen zout, nog lijwaaten, van hier wierdt toegevoerd, en zijn Ed: daar om, naar het aangetetekende bij Resolutie dee„ „zes Raads van den 31. Mai laastleden, van dat middel de proef genomen zoude hebben, „ indien zijn Ed. niet eenige dagen daar na tijding bekomen hadt, dat eene goede partij tins al ingezameld lag, om bij eerste gelegen„ „heid te worden afgebragt, gelijk onderdaags ook werkelijk afgebragt en aan de Compagnie geleverd zijn ruim 11000. -. lb. , dog dat het bij„ zijn Ed. niet buiten bedenking bleef, of de executie van zoodanige constringibele mid„ „delen Maandag den 14. Iuli 1777 „delen op den duur aan het oogmerk beant„ „woorden; en niet in tegendeel de Rombouwers noodzaaken zoude, om in de Malaccascher boven„ „lunden insalentien te pleegen, die men niet als met de wapenen in de hand zou„ „der kunnen te keer gaan! dewijl het ge„ „heel wat anders was hun met hun tin af te wijzen, den olandestinen uitvoer daar van te impedieeren, en hun zoo tot de acceptatie van 34. –. sp. voor de haar te verpligten, gelijk dat ten voorschrevenen tijde met laamelijk goed succes gepracti„ „seerd is, als hun daar toe te dwingen door onthouding, van gerieflijkheden„ die zij niet ontbeeren kunnen: Dat zijn Ed: den, met tin uit het Rombousche afgekomenen ouden Maleij„ „r Intje Auwal, die nevens eenige anderen dat mineraal bij kleine partijtjes op„ „koopt 13. Maandag den 14 Iuli 1777 „koopt end aan de Compagnies levert, gevraagd hebbende na de reden van dies tegenwoordige geringe leverancie; hij daar op geantwoord hadd„ dat de Rombouwsche Hoofden zig steeds ge„ iflatteerd hadden met de hoope, dat de Com„ „pagnie hun eindelijk weder den voorigen prijs van 38. –. Sp: voor de baar accordeeren zoude, dog dat zij, ziende dat het daar niet toe kwam, hunne onderhoorigen nu niet meer wilden aanspooren, om vlijtiger in de tin„ „mijnen te werken, dan zij uit zig zelven ge„ woon waren te doen, dewijl zij van de 3t. Sp. reaalen, die de Compagnie tans voor de baar betaalde, niets het minste voor zig hadden, en dus ook niet door eigen belang gedreven wier„ „den om zig aan ruime leverancien te laaten gelegen leggen; gelijk zulks gewistelijk geschie„ „den zoude, indien de Compagnie kon goedvin„ „den den prijs van elke baar tins voor het vervolg Maandag den 14. Iuli 1777 vervolg te stellen op 30. –. Sp. , en daar van 2. –. sp. aan de Hoofden tot een douceur toe te leggen: Dat zijn Ed: aan dit bescheid wel kon geloof geven, door dien zijn Ed. met ze„ „kerheid onderrigt was, dat de Rombouwers zig tans meer met den landbouw, dan met het tingraaven bezig hielden, en dat ook van dat mineraal niets ter sluik uitge„ voerd, maar alles aan de Compagnie gele„ verd wierdt: Dat zijn Ed. derhalven, onder dorrec„ „tie, vermeende dat het beter met Comps. interest zoude quadreeren, door het toe„ „staan eener prijs-verhooging van 2. sp. op ieder baar tins, den inzaam daar van weder te doen toeneemen, dewijl men al hetgene, dat boven de jaarlijksche benoo„ „digdheid voor Nederland, van 40'000. –. lb. aan

NL-HaNA_1.04.02_3500_1303 view scan ↗

English

15. Monday, 14 July 1777 could be received by inkwells, could be sold for 45 Spanish reals per bahar to the passing foreigners and other traders, and charging it with the 213 1/3 Spanish reals that would be paid for it above the present price, in order to make no change in the accounting of the aforementioned 40000 lb, would still leave a suitable advance, rather than taking recourse to means that might have an uncertain outcome and sometimes harmful consequences: That, in case the King of Pera might wish to take this price increase as a foundation to ask more for his tin than is paid to him according to the latest contract, one could Monday, 14 July 1777 to ask whether for the bahar of tin of 36 sp. could be given. meanwhile in that respect to the Rombouws will object to him that his tin was delivered unpurified to the Company, but that of Lingij and Rombouw purified, and thus was also worth more. And for all these reasons, it is approved and resolved to most respectfully submit for consideration to the Noble High Government of the Indies, whether for each bahar of the Lingij and Rombouw tin to the Chiefs of those districts 2 sp. could be granted as a douceur above the now established price of 34 sp., but meanwhile to answer the Radja of Rombouw and associates, That, since he considers the price reduction of the tin to be the cause of its present low delivery, and appeals against this to a contract concluded with Radja Salangoor, in which it was promised 17. Monday, 14 July 1777 promised to pay for the bahar of tin 38 or actually 36 Spanish reals, one must ask him whether that contract obliges the Company to give him as much, since by the contract entered into simultaneously or in the very same year with the Chiefs of Rombouw and solemnly sworn by them, the price of each bahar of tin was fixed at 34 Spanish reals! That one well knows that some time after that contracting 38 Spanish reals were paid; but that this was a mere favor in order thereby to encourage him to ample deliveries: That the profits which the Company then had on that mineral permitted such a favor; but that the selling prices in China and elsewhere have since decreased considerably, and the required quantity of tin having been obtainable from Palembang, Monday, 14 July 1777 the Company could no longer accept the Rombouw tin higher than at 34 sp. reals, or the price stipulated in the contract: That besides this the Company had important reasons to revoke the said favor again, because it found that with the delivery of the tin to it from his territory it was not dealt in good faith or according to the contract, but that mineral was also supplied to others through clandestine routes, and some of his subjects, namely those of Lingij, had not even hesitated to inflict an important damage on the Company with the capture of the pantjallang 19. Monday, 14 July 1777 Buitenzorg, without making any compensation for it or giving the least satisfaction: That one will nevertheless, to satisfy his repeated request and for the reasons adduced for it, submit to the consideration of the High Authorities at Batavia whether a little more than 34 sp. reals might be paid for the bahar of tin, and communicate to him the answer obtained thereon, provided that he meanwhile make himself worthy of this proposal by giving orders to bring down considerable parcels of that mineral hither; for which one would otherwise have to use coercive means that cannot be pleasant to him. It is further resolved to deliver to Intje Auwal the two small barrels of gunpowder requested by the aforementioned Radja for payment. Malacca in the Castle, date as above. was signed: P. G. de Bruijn, A. A. Herndlij, J. A. D. v. Schilling, A. F. Lemker, Daniel Abr. de Neufville, F. Thierens, and Johannes Lijnslager. Thursday, 4 September 1777. In the forenoon All present Ensign Johan Andries Hensel, Commandant of the Company's garrison at Pera, reported by his letter of 29 July last that the King of Pera, having concluded an agreement with the King of Salangoor to take from the latter all the opium 21. Thursday, 4 September 1777. that was used in the former's realm, had let him, the Commandant, know that he should allow no other opium into the river than that of His Highness, but seize the same to be divided between His Highness and the Company; with a request, therefore, for orders whether he might do so! And the Governor having remarked thereon, That the High Indian Government, by missive of 12 November 1745, desired that one should not tolerate, but with all rigor and to the utmost ability prevent, opium, whosesoever it might be, from being transported south of Malacca, unless bought by the Company, or also on the Malacca

Dutch transcription

15. Maandag den 14. Iuli 1777 aan inktkokers mogte inkomen, voor 45. — spaansche reaalen de baar aan de hier passerende vreemdelingen en andere tra„ „fiquanten zoude kunnen verkoopen, en hetzelve, om in de aanrekening van de gemelde 40000. –. lb. geene verandering te maaken; bezwaarende met de 213 1/3 spaansche reaalen, die daar voor boven den presenten prijs betaald zouden worden, nog al een convenabel avans zoude overhou„ „den; dan recours te neemen tot middelen, die van eene onzekere uitkomste, en somtijds van schadelijke gevolgen zouden kunnen zijn: Dat, bij aldien de Koning van Pera deeze prijs verhooging tot een fundament mogte willen neemen, om voor zijn tin ook meer te vraagen, dan slem naar het jongste Contract betaald wordt, men stem zoude Kunnen Maandag den 14. Juli 1737 „ringe te vraagen, af voor de baar tins van 36. –. sp. zo uden kunnen gegeven worden. intusschen op dat res„ „pect aan de Rombouw„ „ven zal:r kunnen tegenwerpen, dat zijn tin onge„ „zuiverd, dog dat van Lingij en Rombouw gezuiverd aan de Compagnie geleverd wierdt, en dus ook meer waard was. En is, om alle deeze redenen, goedge„ „vonden en verstaan, der Edele Hooge Re„ Der Hooge Rege„ geeringe van Indie eerbiedigst in over„ Lingijen Rombouw niet weeginge te geeven, off voor ieder baar van het Lingijsche en Rombouwsche tin niet aan de Hloofden dier districten 2. sp. tot een dou„ „peur zouden kunnen worden ingewilligd, boven den nu vastgestelden prijs van 31. sp. s dog intusschen den Radja van Rombouw c. s. te antwoorden, Dat, dewijl hij de prijs-vermindering van het tin voor de oorzaak houdt van Hoedanig men zig dies tegenwoordige geringe leverancie, „sche Hogfiten verklanr, en zig daar tegen beroept op een met Radja Salangoor gesloten Contract, bij hetwelke beloofd 17. Maandag den 14. Juli 1777 beloofd is voor de baar tins 38. –. of eigenlijk 36. –. sp: reaalen te betaalen, men hem vraagen moet, of dat Contract de Compag„ „nie verpligt om hem ook zoo veel te geeven daar bij het gelijk tijdig of in een en hetzelf„ „de jaar met de Hoofden van Rombouw aangegaan en door hun plegtig bezworen Con„ „tract de prijs van ieder baar tins bepaald is op 34. –. sp. reaalen! Dat men wel weet, dat eenigen tijd na die contractatie 38. –: spaansche reaalen be„ „taald zijn; dog dat zulks eene loutere gunst„ bewijzing geweest is, om hem daar door tot ruime leverancien aan te moedigen: Dat de winsten, welke de Compagnie toenmaals op dat mineraal heeft gehad, zoo„ „danige gunstbewijzing hebben toegelaten; maar dat de verkoops-prijzen in China en elders sedert merkelijk gedaald, en van Palem„ „bang Maandag den 14. Iuli 1777 „bang de benoodigde quantiteit tins te bekomen geweest zijnde, de Compagnie niet langer het Rombouwsch tin hoo„ „ger heeft kunnen accepteeren, dan tegen 34. - sp. reaalen, of den bij het Contract bedongen prijs: Dat buiten des de Compagnie wigtige redenen gehad heeft, om de gezegde gunst„ „bewijzing weder in te trekken, doordien zij ondervondt, dat met de leverantie van het tin aan Dezelve uit zijn Gebied niet ter goeder trouwe of naar het Con„ tract gehandeld, maar die bergstoffe door clanctestine wegen ook aan anderen be„ „zorgd wierdt, en sommigen van zijne onderhoorigen, met naame die van Lingij„ zig zelfs niet ontzien hadden der Com„ „pagnie eene importante schade toe te brengen, met het afloopen van de part„ „jallang 19. 19. 1G Maandag den 14. Iuli 1777 Gecondescendeerd in de afgaave van de door„ hun verzogte, twee vaatjes Kruids. „jallang Buitenzorg, zonder dientwegen eenige vergoeding te doen, of de minste sa„ „tisfactie te geeven: Dat men egter, ter voldoeninge aan zijn herhaald verzoek en om de daar voor bijgebrag„ „te redenen, aan de Hooge Overheid te Bata„ „via in bedenking zal geeven, of voor de baar tins iets meer dan 34. –. sp. reaalen zoude mogen worden betaald. ? en het antwoord, dat „men daar op erlangt, hem mededeelen, mits dat hij zig intusschen deezes voordragts waar„ „dig maake door order te stellen, om aan„ „zienlijke partijen van dat mineraal her„ waarts af te brengen; waar toe men anders constringibele middelen zoude moeten gebruiken, die hem niet aange„ „naam kunnen zijn. Nog is verstaan de door den neer¬ gemelden Radja voor betaaling ver„ „zogte Commandant te Pera, Hensel, wegens de ten die van den Koning daar wordt ingevoerd. Maandag den 14. Iuli 1777 „zogte twee vaatjes buskruids aan Intje Auwal af te geeven. Malacca in het Casteel dato voorschreven. /:was geteekent:) P: G: de Bruijn, A. A„ Herndlij, I. A: D. v. Schilling, A: F: Asm Lemker, Daniel Abr. de Neufville, F: Thierens, en Iohannes Lijnslager. Donderdag den 4. September 1717. 's. Voormiddags Allen present De Vaandrig Johan Andries Hen¬ „ving van den „sel, Commandant van Comps. Bezetting amfiden, welke bui„te Pera, heeft bij zijnen brief van den 29. Iuli laasteden berigt, dat de Ka„ ning van Pera; met den Koning van Slangenoor een accoord gesloten hebben„ „de, om van deezen al de amesioen te neemen : 1 21. Donderdag den 4. September 1777. remarqueerd is, neemen, die in des eerstgemelden Rijk gebruikt wierdt, aan hem Commandant hadt laaten weeten, dat hij geene andere amfioen binnen de rivier moeste laaten komen als van zijne Hoogheid, maar dezelve aanslaan„ om tusschen zijne Hoogheid en de Cm„ ƒ met ver„ „pagnie verdeeld te worden; „zoek derhalven om order, of hij zulks zo ude mogen doen! G En daar op door den Heer Gouverneur 6 wat daar op ge„geremarqueerd zijnde, Dat de Hooge Indische Regeering bij missive van den 12. November 1745 g begeerd heeft, dat men niet zoude gedoo„ „gen, maar met alle rigeur naar uiterste vermogen beletten, dat de amfiden, van wien zij weezen mogte, Zuidwaarts van Malacca vervoerd wierde, ten ware bij de Compagnie ingekogt, of ook op de ƒ Mileitsche - 1 1

NL-HaNA_1.04.02_3500_1310 view scan ↗

English

vSlngelandt Thursday the 4. September 1777 Malay places northwards, as far as could be controlled, with orders at the same time to confiscate all of the same upon interception and to send them to Batavia, in order to be sold there for the benefit of the captor; That Their High Excellencies subsequently, also by dispatch of the 6. May 1749, made known that the limits within which the seizure of the opium was to take place were determined in the northwest up to Pera inclusive, and on the Opposite Shore up to the borders of the Kingdom of Atchin, further along the aforesaid Opposite Shore southwards running down the entire coast, up to Salembang and Lampong inclusive, and on the southeast and east side of Malacca up to Doher inclusive; Yet 23. Thursday the 4. September 1777 Yet that Their High Excellencies since, by circular dispatch of the 13. June 1766, have ordered that upon discovery of any trade in opium, whether by any foreign European or Native not being a subject of the Company, in places or in the territory of such Princes or Grandees with whom the Company is in any alliance, even if it were with exclusion of all other nations, without distinction the same might not be seized and even less confiscated, and that consequently henceforth, or until further orders, no other opium, whether of any foreign European or Native, might be seized or confiscated than that which was brought ashore by the same for sale or barter, or might have been attempted to be brought, to places that Thursday the 4. September 1787 that are actually or immediately under the power and in the territory of Their High Mightinesses, the Lords States General of the United Netherlands, or Their Chartered Company, and thus such places that one in fact possesses, or where one is established with or without forts, and in proof of our right has planted the flag of the Netherlands state, or has stationed one or more Servants to demonstrate our possession, without extending or interpreting the limits in any manner with regard to the right of seizing opium any further; That consequently the opium that is brought into Pera by Natives, not being subjects of the Company, cannot be subject to any (immers not the ordered) seizure and confiscation, since the Company does not possess that Kingdom, but has only placed a Garrison at the mouth of the river to supervise that the tin produced there is delivered to no one else but Her, and therefore has also not stipulated any other right in any of the Contracts successively concluded with the King and the Grandees of the Realm than, upon discovery that someone attempts to export that mineral clandestinely, to confiscate vessel and cargo; That, although the King himself has now authorized the Commandant of the said Garrison to confiscate for Him and the Company all the opium, besides his own, that is brought into the river, it would nevertheless not be advisable shall be answered Thursday the 4. September 1777 advisable to make use of that authorization, since one, becoming embroiled over this with one or another of the native Princes to whom that opium might belong, would have to bear the brunt alone; but that on the contrary, in order somewhat to satisfy the King, who persists in his goodwill toward the Company, one could instruct the said Commandant, as he has the vessels that sail up and down the river inspected anyway, to give notice to the king of the opium that is imported: thus, after mature deliberation on this matter, it has been approved and agreed provisionally, or until one shall be provided with further orders on this from 27. Thursday the 4. September 1777 from Their very said High Excellencies, to write to the Commandant of the Company's Garrison at Pera to excuse himself from the confiscation, desired by the King, of the opium that is brought into the river other than that of His Highness by Natives not being subjects of the Company, and also not to meddle any further with it than that he may give notice of such import to His Highness; but if His Highness, in reward for this notification, should wish to give half of the opium confiscated by Him to the Company, to receive the same, to weigh it in the presence of two Commissioners, and the chests being sealed, to send them hither at the first opportunity. Malacca in a Nachoda who arrived via Pera, considerations fallen upon it. Thursday the 4. September 1777 in the Castle on the date aforesaid signed P. G. de Bruijn, A. A. Werndlij, I. A. D. Schilling, A. d F. Lemker, Daniel Ab.m de Neufville, F. Thierens, and Johannes Leijnslager. Saturday the 29. November 1777, In the Forenoon Absent the junior merchant and License Master Daniel Abraham de Neufville, due to indisposition. The Lord Governor has communicated to the Meeting that the Nachoda of a Bugis vessel named Tebang, which arrived here on the 27. of this month from Slangenoor via Pera, had related here that a fleet of fully thirty vessels, small and

Dutch transcription

vSlngelandt Donderdag den 4. September 1777 Maleitsche plaatzen Noordwaarts ver¬ „handeld wierde, zoo verre men dat be„ „heeren kon, met order teffens om alle de„ „zelve bij agterhaaling te confisqueeren en naar Batavia te zenden, ten einde daar verkogt te worden ten voordeele van den aanhaaler; Dat Hunne Hoog-Edelheden vervolgens ook bij missive van den 6. Mai 1749 hebben te kennen gegeven, dat de limiten, binnen welke de saisatie van de ammisioen geschieden moest, bepaald waren in het Noordwesten tot Pera inclu„ „sive, en aan de Overwal tot op de gren„ „zen van het Atchinsche Rijk, voorts langs de voorschreven Overwal ten Zuiden de geheele kust afloopende, tot Salembang en Lampong inclusive, en aan de Zuidoost- en Oostzijde van Malacca tot Doher inclusive; Dog 23. Donderdag den 4. September 1777 Dog dat Hunne Hoog- Edelheden se„ „dert bij circulaire missive van den 13. Iuni 1766 hebben geordonneerd; dat bij ontdek„ „king van eenigen handel in amfioen, 't zij door eenig vruemd Europeer of Inlan„ „der„ geen onderhoorige van de Cmpag„ „nie zijnde, op plaatzen of in het gebied van zoodanige Vorsten of Grooten, met welken de Compagnie in eenig verbond staat, al ware 't ook met exclusie van alle andere volkeren, zonder onderscheid„ dezelve niet mogte aangehaald en nog : „minder geconfisqueerd worden, en dat dienvolgens voortaan, off tot nadere or„ „der, geene andere opium, 't zij van welken vreemden Europeer of Inlander, gesaiseerd of geconfisqueerd zoude mogen worden dan die door denzelven ter verkoop of ver¬ „ruiling aan land gebragt werdt, of 9e„ „tragt mogte zijn te brengen, ter plaatzen, die 2 GW beeng Donderdag den 4. September 1787 die actueel of immediatelijk onder de magt in het gebied van Hunne Hoog- Mogenden, de Heeren Staaten Gener„ „paal der Vereenigde Nederlanden, of : Hunne Geoctroijeerde Compagnie, zijn„ en dus de zulke, die men in der daad possideert, of alwaar men met of zonder sterkten gezeten is, en ten bewijze van ons regt de vlagge van den Nederland„ „schen staat geplant, of ter aantooning van onze possessie een of meerder Die„ „naaren gesteld heeft, zonder de limiten op eeniger hande wijze met betrekking tot het regt van aanhaaling van am„ „fioen verder uuit te breiden of te be„ „grijpen; Dat gevolgelijk de amfioen, die door Inlanders, geene onderhoorigen van de Compagnie zijnde, binnen Pera ge„ „bragt wordt, geene Cimmers niet de geor„ „donneerde. G 25. Donderdag den 4. September 1777 „donneerde) aanhaaling en confiscatie sub„ „ject kan weezen, nadien de Compagnie dat Rijk niet possideert, maar alleen aan de mond van de rivier eene Bezet„ „ting gelegd heeft om toezigt te houden, dat het daar vallende tin aan niemand an„ „ders als aan Haar geleverd worde, en zig overzulks ook bij geen van de met den Ko„ „ning en de Rijksgrooten successivelijk gesloten Contracten eenig ander regt be„ „dongen heeft, als om, bij ontdekking dat iemand dat mineraal elandestin tragt uit te voeren, vaartuig en laading te confisqueeren; Dat, afschoon de Koning zelf nu den Commandant van de gemelde Bezetting gequalificeerd heeft, om alle de amfioen, behalven de zijne, die binnen de rivier gebragt wordt, voor Hem en de Compag¬ „nie te confisqueeren, 't egter niet raad„ „zaam geantwoord zal wor¬ den Donderdag den 4. September 1777 „zaam zoude zijn van die qualifica„ „tie gebruik te maaken, dewijl men daar over met den eenen of anderen van de inlandsche Vorsten, wien die amfioen zoude mogen toebehooren, gebrouilleerd raakende, alleen het spits zoude moeten afbijten; maar dat men in tegendeel„ om den Koning, die in zijne welge„ „zindheid omtrent de Compagnie volhardt, eenigsins te voldoen, den gemelden Com„ „mandant zoude kunnen gelasten, als tog de vaartuigen, die de rivier op af„ afvaaren, visiteeren laatende, om van de amfioen, die ingevoerd wordt, den 7 koning kennis te geeven: zoo is, na rijpe deliberatie over deeze En bij provisie materie, goedgevonden en verstaan bij pro„ „visie/, of tot dat men daar op zal wee„ „zen gemunieerd met de nadere ordres van 1 ƒ 27. Donderdag den 4. September 1777 van welgemelde Hunne Hoog-Edelheden, den Commandant van Comps. Bezetting te Pera aan te schrijven, om zig van de door den Koning begeerde confiscatie der am„ „fioen, welke buiten die van zijne Hoog „heid de rivier wordt ingebragt door Inlan„ „ders, geene onderhoorigen van de Com„ „pagnie zijnde, te excuseeren, en daar ook niet verder mede te bemoeijen, dan dat hij aan zijne Hoogheid van zoodanigen . invoer zoude mogen kennis geeven, dog bij„ nvoer .ƒ „aldien zijne Hoogheid, ter vergeldinge deezer bekendmaaking, de helfte van de bij Hem geconfisqueerd wordende am„ „fioen aan de Compagnie geeven wilde„ J 9 . . dezelve te ontvangen, ter presentie van twee. Gecommitteerden te weegen, en de . : kisten verzegeld zijnde, bij eerste geleegen„ „heid herwaarts te zenden. Malacta in 1 - . . 1 : . een over Pera ge„ komen Nachoda, „tien op gevallen. Donderdag den 4: eptember 1777 in het Casteel dato voorschreven /:geteekent:/ P: G. de Bruijn, A. A. Werndlij, I. A. D. 1. Schilling, A: d F: Lemker, Daniel Ab=m de Nerijfville, F: Thierens, en Johannes Leijnk slager Saturdag den 29. November 1777, 's Voormiddags Absent den onderkoopman en Licentmeester Daniel Abraham de Neufville, door indispositie De Heer Gouverneur heeft aan de Vergade„ Verhaal van ring gecommuniceerd, dat de Nachoda van met de consider, een op den 27. deezer van Slangenoor over Pera gearriveerd Boegineesch vaartuig, met naame naam Tebang, hier verhaald hadt, dat van de eerst- ter laastgemelde plaatze was aangekomen een vloot van wel in de dertig vaartuigen, klein en „

NL-HaNA_1.04.02_3500_1317 view scan ↗

English

Saturday, 29 November 1777 and large, to convoy the King of Slangenoor home; and His Honour has also remarked that, although it could be true that the fleet had been summoned there for the said purpose, or rather to accompany the King of Slangenoor to Riouw, since according to the letters from the Commander of the Dutch Garrison at Pera of 20 September and 14 instant he wished to go thither, a second purpose, more detrimental to the Company, might nevertheless also be intended therewith, namely to export, under the cover of the aforementioned vessels, all the tin that may have been gathered by him, because the said Commander had written in a private letter to His Honour that the King of Slangenoor did not wish to deliver any tin to the Company before he was on the point of departure, from which To dispatch the Geertruida Susanna reinforced and the Trouw thither. it could not unclearly be inferred that he had supplied himself with that mineral during his presence at Pera. His Honour therefore submits to the Honorable Members for consideration whether it would not square with vigilance for the Company's interest immediately to devise means whereby such export, if the same should be intended by the King of Slangenoor, could be prevented, either with gentleness or with force. Saturday, 29 November 1777 Whereupon, after deliberation, it was resolved and agreed, pursuant to the proposals of His Honour, to dispatch to Pera the barque the Geertruida Susanna and the sloop the Goede Trouw, the former reinforced with one Sergeant, one Corporal, and twelve Common Soldiers, and to write to the aforementioned Commander: That 31. How the Commander there must act in case the King of Slangenoor has not yet delivered any tin. That, immediately after their arrival, he must inform the King of Pera that, upon the news received of the appearance of a Buginese fleet yonder, not knowing what purpose it actually served, although hoping for the best, it was decided to send those two small vessels thither to protect the Garrison against hostile attacks, should such be required, or to keep watch that no tin is exported with the said fleet, since one was informed that the King of Slangenoor had purchased the same during his presence in the Realm of Pera: That he must at the same time have the King asked whether His Highness has granted that Prince the export of that mineral; Saturday, 29 November 1777 with the declaration, however, that one does not wish to think such a thing, being assured of the goodwill of the Court of Pera towards the Company. That, if the King answers him that he has granted no permission for it, he must request His Highness also never to do so, nor to tolerate that any of his Magnates arrogates such permissions to himself, but on the contrary to help resist and prevent with force all export of tin that has not been purchased by the Company: That, if the King should answer him that he has permitted the King of Slangenoor to export the tin purchased by him, he must then seek to move His Highness with the strongest arguments to revoke that permission again, pointing out that such 33. Saturday, 29 November 1777 a concession conflicts with the Contracts concluded with the Company not only by his ancestors on the Throne of Pera, but also by His Highness himself on 20 December 1773, stating at the same time that he, the Commander, notwithstanding the permission given, cannot nor will allow the export of that tin. That in the meantime, whatever answer the King of Pera may give him, he must have it announced to the King of Slangenoor that this Government, being informed of the purchase of tin made by His Highness, has desired that it be presented to him that it is trusted that he, as a Friend and Ally of the Company, will deliver all that tin to the same at the ordinary price, but that, if he should choose to export. Saturday, 29 November 1777 to export that mineral matter himself, this would be prevented, since no one other than the Company may trade in Peran tin: That he, having taken all these precautions, must await the outcome thereof, retaining the barque, and if necessary also the sloop, until the King of Slangenoor departs from Pera; or should attempt to export with force. but, if His Highness, contrary to this warning, should dare to attempt to export his tin with force, he must then oppose the same with force, as he shall deem advisable for the maintenance of the Company's right: That he must, however, in the execution of these orders proceed with good deliberation and sufficient caution, and undertake nothing but what he thinks he will be able to accomplish with honour 33. Saturday, 29 November 1777 and reputation, so that the respect for the Company among the Malay peoples may be conserved or preserved. And whereas it might happen that something occasionally occurred which could not have been imagined beforehand so as to give orders concerning it, it is furthermore agreed to authorize the aforementioned Commander, when the intention of this Government cannot be fulfilled in the manner prescribed to him, to take such other or more suitable measures as he, according to the knowledge he has of the native inhabitants, shall deem proper; while the Masters of the barque and sloop, as well as the Sergeant commanding the Soldiers, shall be instructed strictly to follow the Commander's orders

Dutch transcription

Saturdag den 29. November 1777 en groot, om den Koning van Slangenoor naar huis te convoijeeren; En heeft zijn Ed: teffens aangemerkt, dat ofschoon het waar kon weezen, dat die vloot ten gemelden einde daar was ontboden, dan wel om den Koning van Slangenoor, welke, volgens de brieven van den Commandant der Nederlandsche Be„ „zetting te Pera van den 20. September en 14. courant, naar Riouw wilde, derwaarts te verzellen, daar mede nogtans ook een tweede voor de Compagnie meer nadeelig oogmerk kon zijn bedoeld, naamelijk, om onder bedek„ „king van de voorschreven vaartuigen uit te voeren al het tin, dat door hem mogte weezen ingezameld, vermits de gemelde Commandant bij eenen particulieren brief aan zijn Ed. geschreven hadt, dat de koning van Slangen„ oor geen tin aan de Compagnie wilde leveren voor dat hij op zijn vertrek stondt, en daar uit De Geertruicla Susanna versterkt de Trouw derwaarts te zenden. uit niet onduidelijk op te maaken was, dat hij geduurende zijn aanweezen te Pera zig van dat mineraal hadt voorzien. Geevende zijn Ed. derhalven den E. E. Leden in bedenking, of het met de waakzaamheid voor Comp s belang niet zoude quadreeren aanstonds middelen te beraamen, waar door zoodanige uitvoer, indien dezelve bij den Ko„ ning van Slangenoor mogte weezen voorge„ „genomen, 't zij met zagtheid of met geweld kon worden belet. ? Saturdag den 29 November 1777 Waar op gedelibereerd zijnde, is volgens de propositien van zijn Ed. , goed gevonden en men enen he e verstaan naar Pera te depecheeren de bark de Geertruida Susanna, en de Sloep de Goede Trouw, de eerste versterkt met een Sergeant, een Corporaal, en twaalf Gemeene Militairen, en den margemelden Commandant aan te schij„ „ven, Dat 31. toedanig de Com„ mandant aldaar moet handelen bij aldien de koning van Slangenoor „leverd heeft. Dat hij, daadelijk na het arrivement van dezelven, aan den Koning van Pera moet laa„ „ten bekendmaaken, dat men, op de erlangde nog geentin ge„tijding van de verschijning eener Boegineesche vloot ginder, niet weetende waar toe dezelve eigenlijk diende, hoewel men het beste ver„ hoopte, beslooten heeft die twee Kieltjes naar derwaarts te zenden, om de Bezetting te be„ „schermen tegen vijandelijke aanvallen, wan„ „neer zulks mogte worden vereischt, of om toezigt te houden dat met de gemelde vlaat „tin geen „ wordt uitgevoerd, dewijl men geinfor„ „meerd was; dat de Koning van Slangeroor hetzelve hadt ingekogt geduurende zijn aan„ „weezen in het Perasche Rijk: Dat hij den Koning te gelijk moet laaten vraagen, off zijne Hoogheid aan dien Vorst den uitvoer van dat mineraal onder verklaaring heeft toegestaan! Saturdag den 29. November 1777 egter Saturdag den 29. November 1777 egter, dat men zulks niet wil denken, als ver„ „zekerd zijnde van de welgezindheid van het Perasche Hof omtrent de Compagnie. Dat, wanneer de Koning hem ant¬ „woordt geene permissie daar toe verleend te hebben, hij zijne Hoogheid moet verzoeken om zulks ook nooit te doen, nog te gedoo„ „gen dat iemand zijner Rijksgrooten zig diergelijke verlofgeevingen aanmaatigt, maar in tegendeel met magt te helpen wee„ „ren en beletten allen uitvoer van tin, het welk niet bij de Compagnie is ingekogt: Dat, indien de Koning hem mogte antwoorden aan den Koning van Slangenoor gepermitteerd te hebben, om het bij hem inge„ „kogte tin uit te voeren, hij dan zijne Hoog„ „heid met de kragtigste drangredenen moet hagten te beweegen om die permissie weder in te trekken, onder vertooning dat zooda„ „nige 33. Saturdag den 29. November 1777 „nige vergunning strijdt tegen de Contracten, die niet alleen door zijne voorzaaten op den Peraschen troon, maar ook door zijne Hoogheid zelf op den 20. December 1773, met de Compagnie gesloten zijn, onder aan„ „legging teffens dat hij Commandant, on„ „legg „geagt de gegeven permissie, den uitvoer van dat tin niet kan, nog zal toelaaten. Dat hij intusschen, wat bescheid de Ko„ „ning van Pera hem ook geeven mogt, dien van Slangenoor moet laaten aankundigen dat deeze Regeering, onderrigt zijnde van den door zijne Hoogheid gedaanen inkoop van tin, begeerd heeft dat hem zoude worden voorgehoudens, dat men vertrouwt, dat hij, als een Vriend en Bondgenoot van de Compagnie, al dat tin aan dezelve zal leveren tegen den ge„ woonen prijs, dog dat, indien hij verkie„ „zen te voeren. Saturdag den 29. November 1777 mogte die bergstoffe zelf uit te voeren, zulks „zen hem zoude worden belet, dewijl niemand au„ „ders als de Compagnie in het Perasche tin handelen mag: Dat hij, alle deeze voorbehoedzelen geno¬ „men hebbende, het gevolg daar van moet afwagten, met aanhouding van de bark, en des noods ook van de sloep, tot dat de Ko„ „ning van Slangenoor van Pera vertrekt; of zelfhagt uit dog, bij aldien zijne Hoogheid, tegen deese waarschuwing aan, onderstaan mogte zijn tie met geweld te willen uitvoeren, hij het„ „zelve dan met geweld moet tegengaan, zoo als hij dat tot handhaving van Comps. regt raadzaam zal oordeelen: Dat hij egter in de executie deezer ordres met goed overleg en genoegzaame voorzigtigheid moet te werk gaan, en niets onderneemen, dan hetgene hij deukt met eere 33. Saturdag den 29. November 1772 . eere en reputatie te zullen kunnen vol„ „brengen, op dat het onzag voor de Compag„ nie onder de Maleitsche volkeren gecon„ „serveerd of bewaard moge blijven. En nadien het zoude kunnen gebeuken, dat 'er somtijds iets voorviel, hetwelk men zig niet heeft kunnen voorstellen, om daar of ook ordres te geeven, is wijders verstaan ver den meergemelden Commandant te qualifi„ „ceeren, om, wanneer aan de intentie dee„ „zer Regeeringe niet op de hem voorgeschre„ „ven wijze kan worden voldaan, zoodanige andere of bekwaamer maatzegeleie te neemen, als hij naar de kennis, die hij van den „landaart heeft, vermeenen zal te behooren; terwyl de Gezaghebbers van de bark en sloep, mitsgaders de Sergeant, die de Militairen commandeert, zullen worden gelast, zig stiptelijk naar 's Commandants ordres

NL-HaNA_1.04.02_3500_1324 view scan ↗

English

must send back the aforementioned vessels. Saturday the 29th of November 1777 to regulate orders, without deviating from them in the least. Lastly, it was understood to write to the Commander for his information, that in case the King of Selangor might already have departed and delivered his tin to the Company, or if this should still happen after the receipt of these orders, he must then let both the said two vessels return hither with that mineral and what more he has collected; but if that prince is still at Perak, and the Commander supposes that he will remain there for some time yet, then only the sloop de Goede Trouw, if he can spare it with peace of mind, with the tin on hand, to inform this Government of the state of affairs. 37 Saturday the 29th of November 1727 inform. Malacca in the Castle on the date written above /:signed:) P. G. de Bruijn, A. A. Werndlij, I. A. D. v. Schilling, A. J: Leinker, . . . . . . . . . . . , F:s Thierens, and Iohannes Sijnslager. Secretary. Agrees P:s Thierens E. Waaken D.D. Bungealti E. No. 3. Secret Letters and Enclosures Received from Java's East Coast in 1777 A. To His Right Excellency The Right Honorable, highly esteemed Lord Jeremias van Riemsdijk Governor-General and The Honorable, rigorous Lords Councilors of the Netherlands Indies etc. etc. Right Honorable, highly esteemed Lord Honorable, rigorous Lords! I have the honor to inform your Right Excellencies of the demise of the Tommongong Soemo Diwirojo, regent of the district of Kaliwoengo. The deceased /: who was married to a sister of the Soesoehoenang, but had no children by this princess who died long ago / leaves behind several sons born of secondary wives, but legitimate according to the custom of the country, of whom the eldest, Raden Maas Wongso Prono, counts only 14 to 15 years and is thus still somewhat young, but otherwise being of a good disposition and conduct; and whereas the common Javanese always has more love and respect for the descendants of their old regents, which several of his ancestors have been, than for others, and moreover Kaliwoengo lies so close to Samarang that one can even keep an eye on and over it from here, I take the liberty to propose this Maas Wongso Prono to your Right Excellencies as regent of Caliewoengo and to request for him an act as Tommongong, with the name of Soemo Diwirojo which his father bore. The regency of Pacalongang has remained, since the transfer of the Ingebij Wiera Dipoura as regent of Batang, entirely and solely under the direction of the Adipattij Djaij Diningrat. But since this regent, led by improper arrogance, pride, and delusion, has to this day not fulfilled the purpose for which he was favored with this regency in 1759, but pays little attention to matters, delivers all requisitions just as sluggishly as his contingent of wood, yarn, and good indigo, and pays just as little heed to polite admonitions as to strong threats, thus not deserving to remain in sole governance of so extensive a district as Pacalongang, which contains 7000 tjattjas and is one of the largest regencies along the shores of Java, but rather should be placed under narrower restrictions for warning and correction; and besides, there are also political reasons enough to divide the authority in this powerful regency by establishing a second head there again and not letting the regent retain more than the 5000 tjattjas which he received upon his appointment and only had until 1773, I find myself obliged to propose this respectfully to your Right Excellencies, and consequently to nominate as second regent in the Pacalongang district over the 2000 tjattjas which until the years 1773 and 1775 stood respectively under the regent of Wiradessa and under the Ingabeij Wiria Dipoura, the vigilant Tommongong Mancoe Coeloemo, currently regent at Tjinkelsewoe, eldest son of the worthy Adipattij at Pattij Soero Diningrat and married to the youngest of the two daughters of Pangerang Mancoenagoro adopted by the Company. In this case, the small regency of Tjinkelsewoe becoming vacant, I further request your Right Excellencies that the first Samarang bupati Djo Judo may be favored with it, under the title of Ingebij and the name that he shall choose, being a person of whose vigilance and fidelity I may rest assured. Furthermore, I have the honor to inform your Right Excellencies of the news which I received from Sourabaija at the closing of this letter, that the ship Azia on the 25th of September safely passed over the shallows of the straits, and that on the island of Soempoe none of the Noessa fugitives mentioned in my submission of the 11th of September were found, nor was anything heard of them anywhere in that vicinity; but according to the report (which I offer to your Right Excellencies in copy) of emissaries sent to the south coast upon my requisition by the Tagal resident Domis, two vessels with that rabble having landed from Noessa Cambangang under the nakhodas Soedje and their chief Sabab, I have also today given notice thereof to Cheribon's resident by the letter accompanying this in copy, and further requested to treat them as enemies of the Company and to capture or subdue them. I have the honor to remain with the highest esteem and respect, submissively, /below stood/ Right Honorable, highly esteemed Lord and Honorable, rigorous Lords /lower/ your Right Excellencies' very humble and obedient servant /was signed/ J. R. van der Burgh /in the margin/ Samarang, the 3rd of October 1777. — To

Dutch transcription

voorgemelde vaar„ „trigen moet aan„ terug denden. Saturdag den 29. November 1777 ordres te reguleeren, zonder daar van in 't minste af te wijken. Laastelijk is verstaan den Comman„ En wanneer hij de dant tot zin narigt aan te schrijven, dat houden, dan wel Ggaldien de Koning van Slangenoor reeds mogte weezen vertrokken, en zijn tin aan de Compagnie hebben geleverd, af zulks na den ontvangst deezer ordres nog mog„ „te geschieden, hij dan met dat mineraal, en betgene hij meer ingezameld heeft, bei„ „den de gemelde twee bodempjes, dog, zoo die vorst zig nog te Pera bevindt, en de Commandant vermeent dat hij er nog eenigen tijd vertoeven zal, dan eene„ „lijk de sloep de Goede Trouw, indien hij dezelve met gerustheid missen kan, met het aan handen hebbende tin herwaarts moet laaten te rug keeren, on delze Regee„ „ring van den staat der zaaken te in„ „formeeren 37 Saturdag den 29. November 1727 „formeeren. Malacca in het Casteel dato voorschre„ „ven /:geteekent:) P. G. de Bruijn, A. A. Werndlij, I. A. D. v. Schilling, A. J: Leinker, . . . . . . . . . . . , F„s Thiereus, . en Iohannes Sijnslager. sucrets. Accordeert Prs Thierens E Waaken DD. Bungealti E No. 3. Secrete Brieven en Bijlagen Ontvangers van Iava's Oost Cust in 1777 A. Aan zijn Hoog Edelheijd Den Hoog Edel gestrenge groot agtbaren Heere Riemsdijk Jeremias van Gouverneur Generaal en De wel Edele gestrenge Heeren Raa„ den van Neederlandsch Indie ontentank Hoog Edel Gestrenge Groot Achtb:r Heere Wel Edele Gestrenge Heeren! Ik geeve mij de eere uwe hoog Edelheeden te bedeelen het afsterven van den Tommongong soemo diuvrajo regent van't aittniet Cali„ woengo den overleedenen /: die getrouwd is geweest met een kuster van den soetoehoenang maar bij deesen voor lange overleeden princesse geene kinderen heeft gedeeld / laat verscheijde uit bij wijsen geboren dog en van Iavas oostkust den dog naar slands wijse g'egte soons na waar van den vuatte Maas wongto promo nog maar slegts 14: a 15 Jaeren teld en dus nog wat Jong is maar anders van een goede inborst en gedragt sijnde en aangesien aan gemeenen Jav aan dog altoos meer liefde en agting heeft voor de afstammelingen van haare oude regenten dat verscheijde van sijne voor vaders sijn geweest als voor andere en daar en boven Caliwoengo soo na bij samarang legt dat men van hier selfs een oog daar op en overhouden kanso gebruike ik de vrijheijd uwe hoog Edelheeden deese maas wongto prons voor te dragen tot regent van caliewoengo en voor hem te versoeken een acte als Tommon„ gong, met den naam van soemo auvrijo die sijn vader heeft gevoerd het regentschap pacalongang staat seedert te verplaatsing van den Jngebeij wiera Dipoura als regent van betang nog geheel en alleen onder de directie van den adipattij DJaij Diuingrat Dan vermits deese regent door ongepatte trotsheijd hoogmoed en verkeerde in beelding geleid tot heeden niet heeft beantwoord aan het oogmerk waarom hij in 1759 met dit regentschap wierd beguntigd maar weijnig agt op desaeken slaat alle requisiten even soo trag als sijn contingent van hout garen en deugdsaame indigo voldoet en even min reflectie op heussche vermaningen als sterke drei„ gementen van Javas oostkust den gementen slaande alsoo niet meriteerd een soo uit gestrekt district als pauialongang dat 7000 tjatjas inhoud en een van de grootste regentschappen langs de stranden van Java is langer alleen te lijven beheeren maar vee een vandiend tot waarschouwing en coreetie onder nauwere bepaling gesteld en en boven des ook politicque redenen genoeg sijn om in dit vermogende regentschap het gesag te deelen door een tweede hoofd daar weeder in te stellen en den regent niet meer te laten behouden van de 5000 tjatjas die hij bij sijne aanstelling gekreegen en tot in 1723 ook maar gehad heeft boevinde ik mij ge„ noodsaakt sulks uwe hoog Edelheeden in eerbied te proponeeren en mits dien tot tweede regent in het pacalon gangsch over de 2000. tjatjas dewelke tot wjaaren 1773 en 1775 onder den regent van wi„ nadessa en onder den Jngabeij win ja dipoura respective hebben ge„ staan voor te dragen den vigilanten Tommongong mancoe coe„ Loemo thans regent te sjinkelsewoe oudste soon van den braaven adipattij te pattij soero Diningrat en getrouwd met de Jongste van de twee door de Compagnie aangenomen dogters van pangerang Man„ coenagaura. In dit geval het kleijne regentschap Tjinkelsewoe sullende vaceeren versoeke ik al verder uwe hoog Edelheeden dat daar meede mag begunstigd van Iavas oost kust den begunstigd worden den eersten Samanangs bepattij djo Judo onder den titul van Jngebij en de naam die hij sal verkieten als een persoon sijnde van rezen vigilantie en trouwe ik mij verseekerd houdenmag. voorts hebik de eene uwe hoog Edelheeden nog meede te bedelende ijding die ik op het sluiten van deesen van sourabaija ontvange dat het schip azia den 25 september gelukkig over de deroogte de tregten u't was geraakt en dat op heteiland soempoe geene van de bij mijne submisse van den 11 september vermelden noessasche vlugtelingen gevonden en ook nergens daar omstreeks van deselve iets vernomen was maar volgens relaas (dat ik uw hoog Edelheeden in copia aanbiede / van op mijn requisiet woor den Tagalsch resident Domis naar de buid kant gesonden sendelingen twee vaartuigen met dat gespuis onder de anachodas soedje en hun hooft sabab van noessa Cambangang geland sijnde heb ik ook heeden Cherib ons resident daar van kennisse gegeeven bij de in Copia deesen versellende brief en nader versogt hen als vijanden van de Compagnie te behandelen en gevangen teneemen ofte onder te brengen Ik geeve mij de eene met de meeste hoog agting en een bied submis te blijven /onderstond/ hoog Edele gestaenge groot achtbaaren heere en wel Edele gestrenge heeren/lager/ uwen hoog Edelheeden seer onder danige en gehoorsame dienaan /was geteekend/ I R: van der Burgh /in margine/ Samarang den 3: october 1777. — Aan

NL-HaNA_1.04.02_3500_1339 view scan ↗

English

From Java's northeast coast To His Right Honorable, etc. The pantjalang De Arend, which according to the joint missive of 27 September last was planned to transport, besides the products for the Netherlands, also a batch of coconut oil to Batavia, loaded at Sourabaija and Gussee with 75000 lb preserved tamarind 4000 lb long pepper 101 bales of cotton yarn, and 27 casks of and oil, the commander of that small vessel reported that it was fully laden and could carry nothing more, and thus no oil, so that another opportunity will have to be sought and arranged for that purpose, which I hope to find with the sloop De Catharina Louisa upon its return from the expedition against Noessa. There having been placed at Sourabaija on the pantjalang De Arend 29 captured landlopers from Noessa, I have had them all discharged here, because they refused to make statements at Sourabaija, to attempt whether anything can be extracted from them here concerning Noessa, their chiefs, From Java's northeast coast chiefs, and with whom they have mostly associated; after which I shall send them by the very next shipping opportunity, chained two by two, at the disposal of Your Right Excellencies to the capital, while following up on my recent separate submission of the 3rd instant, I have to add here that an European sent from Sourakarta to Banjoe Maas confirms the arrival, now some 12 to 14 days ago, of two vessels at Noesa Cambangang, crammed with fugitives from Noesa Barrang; but since to date I have not received the least report regarding this from Cheribon itself, I fear that the fugitives have escaped from there as well and have set out on the path to Bancha hoeloe. I have the honor to remain with the highest esteem and respect, submissively, Was signed: High and Noble Severe Great Honorable Lord and Right Noble Severe Lords, Your Right Excellencies' very humble and obedient servant, J: R: van der Burgh In the margin: Samarang, 6 October A=o 1777 7 From Java's northeast coast To His Right Honorable, etc. The prisoners from Noesa mentioned in my humble letter of the 6th of this month and further specified in the enclosed muster roll to the number of 29 heads, I am having transported to Batavia, chained two by two, on the ship Vreedelist at the disposal of Your Right Excellencies, they being altogether a mob of common people who were unable or unwilling to say anything here regarding Noessa and the chiefs who held authority there, other than how and when they respectively landed on that island, mostly via Bali, and that the chiefs with their retinue took to flight to the west with two vessels after the landing of our troops, so that there is no longer any doubt that the fugitives are the same who landed at Noessa Cambangan under Cheribon. The Panembahan of Madura having made a request to me by letter to be permitted to have a pantjalang built at Bandjar under Lassim for his own use, 15 fathoms in length, with a Dutch rudder and free of recognition dues, in place of a similar vessel that was lost here in the roadstead of Samarang upon its return from Batavia in the autumn of 1776, I have permitted him this subject to Your Right Excellencies' To From Java's northeast coast approval, and on the basis of the regulation and qualification in Your Right Excellencies' missive of 31 March 1774, namely that single vessels of the regents remain exempt from recognition dues. I have the honor to remain with the highest esteem and respect, submissively, Was signed: High and Noble Severe Great Honorable Lord and Right Noble Severe Lords, Your Right Excellencies' very humble and obedient servant, J: R: van der Burgh In the margin: Samarang, 11 October A=o 1777 From Java's northeast coast To His Right Honorable, etc. The native pantjalling sent in mid-August last from the Eastern Salient to Macasser with 30 soldiers returned from there to Sourabaija on the 8th of this month, and with it I received a separate letter from the Honorable Van der Voort dated 25 September last, of which I most humbly offer the copy in this to Your Right Excellencies, from which it appears that the troops and ammunition goods sent from Samarang to Macasser with two Chinese vessels had also arrived there safely, except for the soldiers of the one vessel who were transferred to the ship Azia in the Eastern Salient; furthermore, that affairs there still bore a worrisome outlook, and it was thus not apparent that any of the soldiers could be sent back to Java, which obliges me to request Your Right Excellencies further yet respectfully for reinforcements of common soldiers, as actually, according to the accompanying general strength of the end of September last, including also those who are on expedition to Noessa, no fewer than 60 common soldiers are lacking from the fixed establishment, and moreover, among the garrison at Djocjocarta so many are sick and dying that I g

Dutch transcription

Van Iavas oostkust Den Aan zijn Hoog Edelheijt enz: De bank den arend die ingevolge gemeene missive vanden 27: september passato geprojecteerde was om neevens de producten voor neederland ook een panthij Clappus olij naar batavia tevoeren te sourabaija en te gussee beladen met 75000 lb gesukkende tammerinde 4000 „ Lange peper 101. balen Catoen gaaren, en 27 balijs and olij heeft den gesaghebber van dat kieltje opgegeeven dat het volladen en niets meer en dus ook geen olij vervoeren konde deseen anderen geleegentheijd daar toe sal moeten worden getogt en afgemaakt en die ik hoope te vinden met aesloep de catharina Louisa bij retour uit de Expeditie tegens noessa. Te sourabaija op de bank aen arend geplaatt sijnde 29 gevangen overwalders van noessa heb ik die hier alle geligt om wijl sij te Sourabaija niet hebben willen uitkomen te probeeren of hier iets int hen te krijgen sal weesen betrekkelijk tot woessa haare hoofden Van Iavas oostkust den hoofden en met wie die sig meest opgehouden hebben waar na ik hem met eerst volgende scheeps geleegentheid twee aan twee in de ketting ter dispositie uw en hoog Edelheeden naar de hoofdplaats senden sal, ter„ „wijl ik ten vervolge mijner jongste bubmisse aparte van den 3huus hier bij te voegen hebbe dat door een van souracarta naam banjoe maas gesonden eenropeen geconfirmeerd word de aankomst nu al voor 12 a 14 dagen van twee vaantuigen te moesae Cambangang opgepropt met vlugtelingen van noetsa barrang maar dewijl ik tot heeden geen de minste narigt des weegen van Cherison selfs hebbe vreese ik dat de vlugtelingen het ook daar ontsnapt en de tpat naar Bancha hoeloe geset sullen hebben. Ik geene mij de Eere met de meeste hoog agting en eerbied sub„ nius te blijven/onderstond:/ hoog Edel gestrenge groot achtbaren heere en wel Edele gestrenge heeren /lager/ uw en hoog Edelheeden seer onderdanigen en gehoorsamen dienaar / was geteekend/ I: R: vander Burgh /inmargine / Samarang den 6: october A=o 1777 7 Van Javas oost kust Den Aan zijn Hoog Edelheijd en 2:' De gevangene van wetsa vermeld bij mijne onderdanige van den 6 deeser en nader gespecificeerd bij inleggende nanrolle ten ge„ talle van 29 koppen laat ik twee aan twee in deketting geklonken met het schip vreedelist ter dispositie van uwe hoog Edelheeden naar batavia transporteere sijn de het tesamen een hoop gemeen volkje dat hier niet anders omtrent woessa en de daar het gesag gevoerd hebbende hoofden heeft weeten op willen seggen aan hwoe en wanneer sij respective op dat Eeijland meest over balij sijn geland en dat de hoof „den met hen gevolg na de landing onser troupen de vlugt genomen hebben om de west met twee vaartuigen dus er geen twijfel meer over„ blijft op de vlugtelingen sijn deselve dewelke op noessa cambangan onder cheribon sijn geland. Den panembahang van Madura mij bij missive versoek gedaan hebbende om te bandjar onder lassim te mogen laaten op bouwen een bank voor sijn eijgen gebruik lang 15 vadem met een hollands roer en vrij recogntie in steede van een soort gelijk vaartuig dat in het najaar 1776 bij sijn retour van batavia hier op de samarangsche rheede gebleeven is heb ik hem sulks gepermitteerd op uwer hoog Edelheeden Aan van Iavas oostkust den Edelheeden approbatie, en fundament van de bepaling en qualificatie bij uwer hoog Edelheeden missive van den 31: maart 1774. dat na „melijk van de recognitie bevrijd blijven enkelde vaartuigen van de regenten Ik geeve mij de eere met de meeste hoog agting en eerbied sub„ „nis te blijven / onderstond /: hoog Edel gestrenge groot Achtb: heere en wel Edele gestrenge heeren /lager/ uwer hoog Edel„ heeden seer onderdanigste en gehoorsaamste dienaar /was ge„ teekend/ J: R: van der Burgh /:in margine / Samarang den 11: october A=o 1777 Van Iavasoostkust, den Aan zijn Hoog Edelheijd en 2: De inlandsche pantjalling half augustus passato uit den oost hoek met 30 militairen naar macasser gesonden is den 8: deeser van daar te sourabaija gereverteerd en hebbik daar meede ontfan„ „gen een aparte brief van den E van der voort gedateerd den 25 September Jongstleeden waar van ik de copia in deesen uwe hoog Edelheeden onderdanigst aanbiede terwijl daar bij blijkt dat de van samarang met twee Chineesche vaartuigen naar macassen geson„ „den manschappen en ammunitie goederen ook daar wel waren gear„ „riveerd excepto de militairen van het eene vaartuig die in aen oost„ hoek op het schip azia sijn overgenomen voorts dat de saaken daar nog van een sorgelijk uitsigt waaren en het alsoo niet apparent was dat van de militamren eenige naar Java weder te rug gesonden souden konnen worden, het geene mij noodsaakt uwe hoog Edelheeden nader doch eerbiedig te mitteeren om versterking van soldaten gemenket en ac„ tueel volgens bij gaande generaale sterkte van ultimo september Jongst„ leden daar byj meede ingetrokken die in Expeditie op noessa sijn wel manqueeren 6o gemeene krijgers aan de vatte bepaling en boven die„ te D jorsoc anta onder het guarnisoen soo veel sikken sijn en sterven, dat ik g

NL-HaNA_1.04.02_3500_1344 view scan ↗

English

From Java's northeast coast the I was obliged only yesterday to send another 8 men thither from the weak Samarang garrison, which is also short of 47 men today. After the closing of my humble latest separate letter of the 11th of this month, 17 Javanese came ashore here from the ship Alcemade, who were brought on board at Batavia without orders at the departure from there, and who claim here to belong to an embassy from the Banjoemas regent of the Sultan of Bantam, and that their chief remained behind at Batavia. Because I can make no sense of their pretext, I found it advisable to detain them all here until I shall be provided with your Right Excellencies' honored approval, for which I respectfully solicit regarding them. I have the honor to remain, with the highest esteem and respect, your humble, below stood, Right Honorable, Highly Esteemed, and Noble Sirs, lower, your Right Excellencies' most humble and obedient servant, was signed, J. R. van der Burgh, in the margin, Samarang the 18th of October 1777. 11 From Java's northeast coast the To His Right Excellency etc. Immediately as I had the honor on the 1st of this month to receive your Right Excellencies' much-respected separate dispatch of the 14th of October past, with orders to recruit for the service of the Company for Macassar 500 able Madurese and 500 Sumanap warriors, and to hold them in readiness to be able to depart for Celebes upon your Right Excellencies' first order, I, because time did not permit having the Panembahan of Madura, and even less the Pangeran of Sumanap, come hither in order to confer with them personally, have maintained correspondence by letters with them respectively regarding the procurement and transportation of the required warriors, divided into companies under officers from among themselves, and instructed them to proceed to Sourabaija and to deliberate and regulate everything with the Administrator Van der Niepoort, whom I also simultaneously authorize for that purpose, as might appear necessary to fulfill the high intention of your Right Excellencies, as appears from the From Java's northeast coast the as appears from the copies of the letters dated the 1st of November, which I have the honor to present to your Right Excellencies. The aforesaid Panembahan and Pangeran have, according to each one's answer, promised me to assemble those warriors at once and to keep them ready, and the former, pursuant to my requisition, also presented himself at Sourabaija on the 7th of this month; however, the regent of Sumanap had not yet appeared there on the 15th. I do not doubt, however, that he, as well as the Panembahan, will furnish his, and I therefore consider the acquisition of the required 1000 heads as good as certain; but according to the writing of the Panembahan, and also of the Administrator Van der Niepoort, by letters of the 3rd and 8th of November, neither on Madura nor in other places in the Eastern Salient are vessels at hand or to be obtained, and the dilemma thus being how to transport this auxiliary troop to Macassar, since the Panembahan himself is poorly provided with vessels, and those that he, and likewise those that the regent of Sumanap 23 From Java's northeast coast the Sumanap has, are generally in too poor condition and too weak to make the voyage to Macassar in the wet monsoon, and moreover most vessels belonging to private individuals from the Eastern Salient are currently away trading across the sea and to other places, and since those that belong at home here in Samarang and elsewhere along Java are now likewise all on voyages and absent from home, and it is furthermore greatly to be feared that if those troops are transported in their own or in small native vessels, they will be separated and, as they say, scattered east and west before they reach Macassar, I consider myself obliged humbly to suggest to your Right Excellencies whether it would not be best and safest to have these troops transported on the four ships that your High Mightinesses have projected for Amboina and Banda, and which must after all call at Java for loading; and otherwise, I request that the stout, capable Javanese vessels which are currently bound for and at Batavia may be sent home, and I not only be authorized From Java's northeast coast the to press them for fair payment, but also be provided with some sea charts of the waterway to Macassar, with which they are unprovided here. Here and at Sourabaija there are also no more than 350 to 400 musket arms lying out of use, and thus, if it pleases your Right Excellencies that the Madurese and Sumanap troops will all be provided with good flintlocks before their departure, there being a shortage of fully 600 pieces, I also humbly request that in such an event 800 musket arms may be sent hither. With humble expression of thanks for the favorable consideration that your Right Excellencies were pleased to give to my proposal in favor of the Tumenggung Sumodirjo as regent of Kaliwungu, of the Tumenggung Mangku Kusumo as second regent at Pekalongan, and of the Ngabei Danunagara as regent of Djingkalsewu, the complete answer to your Right Excellencies' revered separate dispatch

Dutch transcription

Van Iavas oostkust den ik nog gisteren ben verpligt geweest om weeder 8: man derwaarts tesende„ uit het swakke Samarangsche guarnisoen waar aan ook heeden 47 man manqueeren. Na het sluiten mijner submitse Jongst aparte van den 11: hisus hier van het schip alcemade aan de wal gekomen weesende 17 Javaanen te batavia ton der ordonnantien bij het vertrek van daar aan boord gebragt en die hier voorgeeven te gehooren tot een gesantschap van banjoemas regent vanden sulthan van bantam en dat hun hoofd te batavia agter gebleeven is heb ik wijl ik ui't hun voorgeeven geen facit weet te trecken raadsaam gevonden hen alle hier aantehouden tot dat ik met uwer hoog Edelheeden g'eerd goedvinden waarom ik eerbied solliciteere omtrent hen sal weesen gemunieerd Ik geeve mij de Eere met de meeste hoog agting en Eerbied submiste blijven /onderstond/ hoog Edel gestrenge groot achtbaren heere en wel Edele gestrenge Heeren /lager/ uwer hoog Edelheeden seer onderdanigste en gehoorsaamste dienaar /was geteekend/ I: R: van der Burgh /:in margine/ Samarang den 10 octbr 1777. — 11 van Iavas oostkust den Aan zijn Hoog Edelheijd enz: Direct soo als ik den 1: deeser maand de eere had te ont„ vangen uwer hoog Edelheeden veel gerespecteerde aparte missive van den 14: october passato met ordre om ten dienste der Maatschappij voor macasser te werven 500 klocke Ma„ dureesche en 500 sumanapsche krijgers en die in gereedheid te brengen om op uwer hoog Edelheeden eerste ordre naar celebes te kunnen vertrekken heb ik om dat de tijd niet toe„ liet den Panembahang van madura en nog minder om den opangerang van Sumanap herwaarts te laten komen ten einde selfs met hen te aboucheeren hen respective over de besorging en transporteering van de gerequireerde krijgers onder officieren uit haar selfs in compagnien verdeeld bij bri„ „ven onderhouden en aangeschreeven dich naar sourabaija te be„ geeven mitsgaders met den gesaghebber van der Niepoort die ik ook daar toe teffens qualificeeren alles te overleggen en te reguleeren wat nodig soude voorkomen om aan de hog intentie vwer hoog Edelheeden te voldoen blijkens de van Iavas oostkust den blijkens de copia brieven gedateerd den 1: november die ik de Eere hebbe uwe hoog Edelheeden aan te bieden. Den panembahang en den pangerang voormeld heb„ „ben volgens ieders antwoord aan mij beloofd die kuij„ „gers aanstonds bij een te brengen en gereed te sullen houden en den eersten heeft sich ook ingevolge mijn requisit den 7: hujus, al te sourabaija laaten vinden doch den regent van Sumanap was den 15: daar nog niet gecompareerd. Ik twiyffel echter niet of hij sal so wel als den panembehang de sijne fourneeren en stelle mits dien de bekoming van de gere„ quireerde 1000 koppen soo goed als vast maar na het schrijven van den panembahang en ook van den ge„ saghebber van der Niepoort bij brieven van den 3. en 8: november nog op madura nog op andere oplaatsen in den oosthoek vaartuigen voor handen ofte bekomen en dus de verleegentheijd weesende hoe deese hulp bende naar macasser te transporteeren also den panembahang selfs slegt van vaartuigen is voor„ sien en die hij en soo ook die den regent van Sumanap 23 Van Iavas oostcust Den Simanap heeft door gaans in te slegten staat en te swak sijn om in de wettmonsson de reijse naar macasser te doen mitsgaders de meeste vaartuigen van pan„ ticuliere uit den oosthoek actueel ten handel naar de overwal en andere plaatsen sijn, en vermits die hier te samarang en elders langs Iava te huis hoo„ „ren tans ook alle inselfdervoegen op rheijse en van hun zijn, en het boven dien seer te vreesen is, dat als die troupen met eijgen op met kleijne inlandsche vaartuigen worden getransporteert deselve van een en gelijk men segt oost en wett verstrooijd sullen raa„ ken voor dat macassar krijgen achte ik mij verpligt uuE Hoog Edelheeden onderdanig voor te stellen, of het niet bist en seekerst soude sijn deese troupen te laa„ „ten transporteeren met de vier scheepen die hoogst de„ selve naar amboina en banda hebben geprojecteerd en die doch Java ter belading aandoen moeten en an„ ders versoeke dat de kloeke bekwaame Javasche vaar„ „tuigen dewelke actueel na en te batavia sijn te huiswaards mogen gesonden worden en ik niet alleen gequalificeerd om Van Iavas oostkust den om die dan voor billijke betaaling te mogen pressen maar ook gerieft met eenige seek karten van het vaar„ water naar macasser waar van men hier is on„ voorsien Hier en te sourabaija ook met meerder als 350 a 400 musquitiers geweeren buiten gebruikt leggende en dus als uwe hoog Edelheeden behagen dat de maaureesen en sumanappers alle voor hun vertrek met goede sra„ „phaanen sullen worden voorsien groote 600 pees te kort schietende nitteere ik ook onderdaanig dat in soo ingeval 800 musquitiers geweeren herwaarts mogen gesonden worden. Met needrige dank legging voor de gunstige re„ flectie die uwe hoog Edelheeden op mijn voordragt in faveur vanden Tommongong soemo drierj tot re„ gent van Caliwoengo van den Tommongong Mancoe coe„ soemo tot tweede regent te paccalongang en van den Ingebij DJo Nagarra tot regent van Vjincalse„ woe hebben gelieven te slaan de volleedige beantwoor„ „ding uwer hoog Edelheeden gevenereerde aparte missive

NL-HaNA_1.04.02_3500_1349 view scan ↗

English

From Java's North Coast, the Postponing the missive of the 14th of October last until a further opportunity, I only note here concerning the conquered Noessa that this island is now completely depopulated of its previous inhabitants and that the same, numbering 2004 souls, old and young, big and small of whom, however, already well over 300 individuals, mostly women and children, have died, were transported to Java and placed in the regencies of Patserouang and Banger. That Noetsa, according to the brief strength report of Lieutenant Adriaan van Rijke under Ensign Ian Martino, is now garrisoned with 482 persons, both Europeans and natives, including therein the European and Javanese sailors on one Company pantjallang and six prahu mayangs, which latter have since been replaced by six small but well-sailed, strong native pantjallangs of my own, to remain there manned each with 2 Europeans and otherwise natives and well-armed with Company equipment; while, subject to Your High Nobilities' high approval, I intend to keep that island occupied in this manner at least during the upcoming west monsoon or as long as appears necessary, in the meantime if nothing further is heard of the fled chiefs, or whether they make no attempts to become master of Noessa again. And finally, that I have sent Engineer Sustmann thither, who is also currently there, to inspect Noessa accurately inside and out together with Lieutenant van Rijke, as well as the Javanese coast thereabouts, and to draw a map of it, and then subsequently to provide their consideration as to what had best be done with or concerning that island in the future. In the beginning of the past month of October, upon rumors which however did not prove true in the outcome that south of Java behind Pranaraga five English ships appeared and lingered, two European soldiers were sent from Souracarta to gather intelligence, as well as a detachment of the Emperor's troops to repel the buitten if they were there and intended to land, and at the same time to conduct an investigation thereabouts for fugitives from Noetsa Barrang; and this detachment having found 25 Balinese, men, women as well as children, in a forest near a certain village named Tanna Taloen, the Emperor sent that entire group directly to me. But as those people, agreeing with the accompanying accounts of Juragan Ramat and Bappa Baspoe, unanimously declare that having intended to sail with a prahu gonting from Balij Boeleling to Balij Badong for trade, they were driven onto Java by misfortunes and stranded, and also lost their vessel and goods; and as I could not discover upon confrontation that they are from Noessa or know anything, I request authorization to allow those people to go their way, or otherwise to be provided with Your High Nobilities' high pleasure as to what shall be done with them. And I implore the same likewise concerning two other Balinese, namely Sie Setah and Sie Dangar, who were arrested by a detachment of some Europeans, among them a gunner, and the rest troops of the Emperor stationed in the Banjumas region to apprehend the fugitives from Noessa or other intruders should they attempt to land there again, and who in their accounts claim to have deserted from a Balemboang vessel that, sailing from Balij Badong to Banchahoeloe, had put in at Noetsa Barambang for water and firewood, thereby presenting new proof that this island is visited by almost all rovers and smugglers who sail south of Java to and from Bancahoeloe. The Emperor, taking most ill the dispatch of Banjumaas Regent Iuda Nagarra to Bantam, has also, upon the complaint made in that regard, directly sent two gandeks to summon him to court and to punish him for his bold and impermissible conduct; and those of the embassy who fled against the order of Bantam and moved inland will also be punished upon capture. Your High Nobilities' letters and gifts having been well delivered to the rulers, I have the honor to present Your High Nobilities their reply and thanks in this matter, and to support the Emperor's request to be allowed to purchase from the Company: 200 pairs of pistols, 50 chamois leather sword-belts, 10 skins of Russian leather, and 2, 3, or 400 pieces of soldiers' hats, while I hold myself so firmly assured of the Susuhunan's goodwill and attachments to the Company that I can find not the slightest difficulty or objection against accommodating him. Ensign Fredrik Kneegel, who had been on the expedition, having already died, and according to the latest reports Ensign Ian Martina at Noessa also lying without much hope of recovery, I request Your High Nobilities that with a warrant of

Dutch transcription

15 Van Iavasoosthuit den missive van den 14: october Laastleeden tot eene nadere alleen geleegentheijd surcheerende noteere ik hier „ omtrent het veroverde Noessa dat dit Eijland van de voorige bewooners tans geheel ontvolkt is en deselven getalle van 2004 sielen oud en Jong groot en kleijn /: van welcke ech„ „ter al riim 300 koppen meest vrouwen en kinderen overlijden zijn:/ op Java getransporteerd en in de regent„ schappen van patserouang en banger geplaatst sijn Dat noetsa blijkens de korte sterkte van den Luij„ tenant Adriaan van rijke onder den venarig Ian Martino tans is beset met. 482 koppen soo Europeesen als Jnlanders daar onder mede gereekent de Eimopeesche en Javaansche seevarende, op een sCompagnie pantjallangen ses prauw maijangs, welke laatste seedert verwisseld sijn door ses kleijne maar wel beseilde sterke Jn„ landsche pantjallangs van mij selfs, om daar te blij„ „ven bemaand ieder met 2: Europeesen, en overigens Jnlanders en met sCompagnies monture wel gear„ „meerd terwijl ik onder uwer hoog Edelheeden hoge Van Iavas oostkust Den hoge goedkeuring voorneemens ben dat Eiland in diervoegen beset te houden ten ministen gedurende de ophande„ sijnde mett mousson of soo lange noodsakelijk voorkomt als van de gevlugte hoofden intusschen niet naders vernomen word, of sij geen tentalllen doen om noessa weeder meester te worden en eindelijk Dat ik den Jngenieur Sustmann derwaarts geson„ „den heb en die ook actueel daar is om met den zui„ „tenand van rijke Noessa van binnen en van buiten met de javasche wal daar omstreks naauw keurig op te neemen en een kart van te formeeren en dan vervolgens te suppediteeren haar consideratie wat of best met of omtrend dat Eiland in het vervolg sal dienen te worden gedaan In het begin van de gepasseerde maand october op de gerugten die echter bij de uitkomst niet bewaar„ heyd sijn dat om de suid van Iava agter Prana, raga vijf Engelsche scheepen sig vertoonden en op hielden van soura carta twee Europeesche militairen om kondschap 1 17 Ian Iavasoost kust den kondschap te neemen en een commando keijsers troupen om de buitten, als er waareaan sij wilden landen te weeren en teffens daar omstreeks ook ondersoek na vlugtelingen van noetsa Bar„ rang, te doen gesonden en door dit commando in een bosch na bij seekere negorij Tanna Taloen genaamd gevonden sijnde 25 Baliers soo mannen vrouwen als kinderen heeft den keijser die gaantsche troup mij direct toe gesonden, maar wijl die menschen over een stemmende met de nevens leggen„ de relaasen van den djoeragan ramat en bappa Baspoe een parig verklaaren dat sij met een prauw gonting van balij boeleling ten handel naar balij badong hebbende willen vaaren door teegenspoeden op Iava ver„ vallen en gestrant sijnde ook hun vaartuig en goederen verlooren hebben en ik bij confrontatie ook niet hebbe kunnen ontdekken dat sij van Noessa zijn of iets weeten versoeke ik qualificatie om die menschen haa„ „res weegs te mogen laten gaan op anders gemunieerd te worden met hooge goedvinden uw er hoog Edelheeden wat met hen sal worden gedaan. En dat imploreere ik op deselve wijse ook omtrent twee t Van Iavas oostkust den twee andere baleijers met name sie setah en sie Dangar dewelke door een commando van Eenige Europeeten daar onder een canonier en overig troupen van den keijser dat in het banjoemasche legd om of de vleugtelingen van Noessa dan wel andere overwaalders daar weeder mogten tragten aan te leggen geligt sijn en die bij hunne relaasen voor geeven te sijn gedroft van een Balemboangsch vaartuig dat van balij badong naar banchahoeloe vaaren de noetsa barambang om water en brandhout hadt aangedaan en teffens een nieuw bewijs op leeveren dat dit Eijland door meest alle swervers en smokkelaars dewelke be„ sinden Java om naar en van bancahoeloe vaaren word aangedaan. Den keijser de besending van banjoemaas ree„ „gent Iuda nagarra naar bantam ten hoogsten kwa„ „lijk opneemende heeft ook op de desweegens gedaane doleantie direct twee gandeks gesonden om hem ten hove te doen komen en weegens sijn stout en onge„ „permitteerd bestaan te corrigeeren en die van het gesantschap 19 Iavas oostkust den Van gesantschap dewelke tegen de ordre van Bantam gevlugt sijn en haar landwaarts in begeeven hebben sullen bij agterhaling ook worden gestraft De brieven en geschenken uwerhoog Edelheeden aan de vorsten weld besteld sijnde heb ik de eere uwe hoog Edelhee„ den haar antwoord en dank in desen aan te bieden ente appueeren het versoek van den keijser om tegen betaaling van de compagnie te mogen hebben. 200 paaren pittholen 50 zeemleere porte pees 10. vellen. Jucht Leeden, en 2: 3: op 400: p:s soldaaten hoeden terwijl ik mij soo sterk van des soesoehoenangs welmeenendheijd en attachementen voor de compagnie ver„ seekerd houde dat ik geene de minste swarigheeden af be„ denkingen tegen dat geriefd maken kan. De in Expeditie geweest sijnde venarig Fredrik kneegel bereeds overleeden weesende en volgens de laatste tijdingen den vendrig Ian Martina te Noessa ook buiten veel hoop van op komst leggende versoek ik uwe hoog Edelheeden dat met een acte van 1

NL-HaNA_1.04.02_3500_1354 view scan ↗

English

From Java's North-East Coast may be favored with the rank of ensign, the sergeant Leopoldus Du quoine from Brussels, stationed in the eastern salient. I have the high honor, with the highest esteem and respect, to remain submissively, Right Honorable, highly esteemed, and Noble Sirs, Your Right Honors' humble and very obedient servant, signed, F: R: vander Burgh In the margin: Samarang, the 22 November 1777 Beneath that: P: S: By a letter received today, which is also enclosed in copy, from the commander van der Niepoort dated the 17th of this month, a certain Balambangan, Bappa Amber, his son, his brother Sia, and nephew Miling are described as very dangerous subjects, and orders are requested regarding these persons presently held in detention at Surabaya. I request Your Right Honors' authorization to be permitted to send all four of them in chains to Banda for lifelong banishment to Rosengain. 24 From Java's North-East Coast To His Right Honor, etc.: I hasten to present to Your Right Honors a letter from Makassar sent via Surabaya and delivered to me for Your Right Honors. And regarding the ordered recruitment for that government of 500 Madurese and 500 Sumenepers, in continuation of my humble, most recent letter of the 22nd of November, which is enclosed herewith in duplicate, to report that the Pangeran of Sumenep, having been to Surabaya, has deliberated on what is necessary with the commander van der Niepoort and has already brought together the 500 warriors required of him and divided them among their officers, several of whom served in the recent Ceylon 1 From Java's North-East Coast war, but regarding the transport of these troops, he raises the same difficulties as the Panembahan of Madura, which I was obliged to submit to Your Right Honors in my aforementioned recent separate letter. May I be permitted on this occasion to present to Your Right Honors a petition from the merchant and commander at Surabaya, Rudolph Florentius van der Niepoort, wherein he earnestly supplicates Your Right Honors for the effective status of senior merchant. And since his predecessors were favored with that status on the basis of the regulations and rules, and I cannot refrain from testifying in favor of the petitioner that he gives me much satisfaction not only in the direction of affairs in general and especially in those with and regarding the native population, but has also contributed greatly to the good outcome of the expedition at Nusa, and currently does no less in recruiting the warriors required from Madura and Sumenep; 23 From Java's North-East Coast and furthermore, now that the prince of Madura bears the name and title of Panembahan, and the regent of Sumenep that of Pangeran, there are also pressing reasons known to Your Right Honors to make him equal in standing to his predecessors. May Your Right Honors also favorably permit me to support the petition of the aforementioned commander van der Niepoort in the strongest manner, and most respectfully solicit with and for him, so that he, in order to attain the effective senior merchant status, salary, board allowance, and emoluments, may still be favorably recommended by Your Right Honors this autumn to the Netherlands to the Right Honorable Gentlemen Seventeen. Furthermore, I also request Your Right Honors' authorization for the sending to Banda of the following persons, respectively condemned by the Court of Justice and the Landraad here, namely: Bartholomeus Abrahamsz of Surakarta for 50 years Soeto Ioedo, former Bupati of Japara, for life Bok Saminah of Pekalongan Bappa Gangsan of Demak Derman of the island of Gili Genting Bapa Smait of the island of Kangean Tomo of Pati to be banished for life in chains, in accordance with the copies of the sentences which are enclosed herewith. 23 From Java's North-East Coast The Sultan's first wife, the Ratu Kencana, having passed away recently, I hereby give Your Right Honors the obligatory notice of that demise, while submitting a letter from the monarch himself which also contains the communication thereof. I have the high honor, with the highest esteem and respect, to remain submissively, Right Honorable, highly esteemed, and Noble Sirs, Your Right Honors' humble and very obedient servant, signed, J: R: van der Burgh In the margin: Samarang, the 8th of December 1777. 25 From Java's North-East Coast Copy of a separate letter written by the merchant and Tegal resident, Cornelis Domis, to the undersigned Governor and Director of Java's North-East Coast, dated Tegal, the 27th of September in the year 1777. This morning, my envoys having returned from their assigned mission to the Banyumas region and further inland to the island of Nusa Kambangan for the tracking and searching out of the rebel Nakhoda Sabaker and his followers who escaped from the island of Nusa Barang, I have the honor, in accordance with my very submissive promised letter of the 12th of last month, most humbly to supply Your Right Honorable with their report by way of an account in the Javanese language, in the hope that it may satisfy your esteemed intention. From Java's North-East Coast to be banished in accordance with the copies of the sentences which are enclosed herewith. The Sultan's first wife, the Ratu Kencana, having passed away recently, I hereby give Your Right Honors the obligatory notice of that demise, while submitting a letter from the monarch himself which also contains the communication thereof. I have the high honor, with the highest esteem and respect, to remain submissively, Right Honorable, highly esteemed, and Noble Sirs, Your Right Honors' humble and very obedient servant, signed, J: R: van der Burgh In the margin: Samarang, the 8th of December 1777.

Dutch transcription

Van Iavas oost rust den van vendrig mag begunstigd worden den in den oosthoek bescheijden sergeant Leopoldus Du quoine van brussel Ik heb de hooge eere met de meeste hoog acting en eerbied submis te blijven /onderstond/ hoog Edel gestrenge groot achtbaaren heere en wel Edele gestrenge heeren /:lager/ uwer hoog Edelheeden onderdanige en seer gehoorsame Dienaar /was geteekend/ F: R: vander Burgh /inmargina/ Samarang den 22 November 177 / daar onder / P: S: Bij een heeden ontvangen deese nog in copia versellende missive van den gesaghebber van der Niepoort de dato 17: hujus seekere balemboanger Bappa Amber zijn soon, zijn broe„ der sia en neeff Miling als seer gevaarlijke subjecten be„ schreeven en ordre omtrent deese te sourabaya tuns in indetentie sijnde persoon gevraagd wordende versoek ik uwe hoog Edelheeden qualificatie om hem alle vier te mogen versenden in de kettiing naar banda ter ver„ „banning voor al hun leven op rosingein. — 24 Van Iavas oostkust Den Aan zijn Hoog Edelheijd enz: Jk haaste mij uwe hoog Edelheeden aan te bieden een missive van macasser over sourabaija bij mij voor uwe hoog Edelheeden besteld, en nopens de geordonneerde werving voor dat gouvernement van 500 madureesen en 500 sumanappers ten vervolge mijner onderdanige Jongste van den 22: november /: die in dupplicaat hier neevens legd/ te melden dat den pangerang van su„ manap te sourabaija geweest sijnde met den gesag„ hebber van der Niepoort het nodige beraamd en ook reeds de van hem gerequireerde 500 krij„ „gers bij een gebragt en verdeeld heeft ondere hare officieren waar van verscheijde in den laatsten Ceijlon schen 1 Dan Iavas oost kust den schen oorlog hebben gediend maar omtrent het trans„ „port deeser troupen deselve swaarigheeden mouveerd als aen panembahang van maaura en die ik verpligt geweest ben uwer hoog Edelheeden voor te houden bij mijn jongste aparte voormeld het sij mij gepermitteerd uwe hoog Edelhee„ „den bij deese geleegentheijd te offereeren een requiest van den koopman en gesaghebber te sourabaija Rudolph Florentius van der Niepoort waar bij hij uwe hoog Edelheeden nearig suppliceert om de effective qualiteijd van opperkoopman en na„ dien zijne predecesseuren op fundament vande bepaling en reglementen met die qualiteijt sijn begunstigd ge„ weest en ik mij niet disponceeren mag in faveur van aen suppliant te getuigen dat hij niet alleen in de direc„ tie van saaken in het gemeen en speciaal in die met en omtrent den Jnlander mij veel genoegen geeft maar ook veel gecontribueerd heeft tot den goede uitslag der Expeditie te noetsa en altans niet minder doet in werving aen van Madura en sumanap gere quireerde 23 Ian: Iavas oostkust den quireerde krijgers mitsgaders nu de prins van Madira de naam en titul van Panembahang en de regent van sumanap die van pangenang voerd ook prequante reeden uwe hoog Edelheeden bekend sijn om hem in aansien gelijk te stellen met sijne Predecesseuren duide uwe hoog Edelheeden mij ook gunstig wel dat ik het supplicq van den gesaghebber van der Nriepoort voormeld op het kragtigste appueere, en eerbiedigst met en voor hem solliciteere, dat hij ter erlanging van de effective op „perkoopmans qualiteijt gagie kostgeld en emolumenten door uwe Hoog Edelheeden nog in dit najaar gunstig naar wederland aan de hoog Edele heeren seeventienen mag worden voorgedragen. voorts versoek ik uwe hoog Edelheeden ook om qualificatie ter versending naar banda van de volgende bij den raad van Justitie en den landraad alhier respective gecondemneerde persoonen, als Bartholomeus Abrahamsz van Souracarta om v:m 50 Jaeren soeto Ioedo geweesen Bepattij te Iapara - - „ advitam om bok Saminah van paccalongang Bappa gangsan „ Damak Derman van 't Eiland giligenting Bapa Smait van eiland cangian g Tomo van pattij „om advitam in de ketting verbannen 23 Van Iavasoostkust Den verbannen te worden ingevolde de copia vonnissen dewelke hier nevens leggen. Des Sulthans eerste vrouw de ratoe kintjono deeser dagen overleden sijnde geeve ik uwe hoog Edelheeden van dat sterf geval bij deesen de verpligte kennisse onder offerte van een brief van den vorstselfs de communicatie daar van ook inhoudende. Ik heb de hooge eene met de meeste hoog achting en Eerbied submis te blijven /onderstond/ hoog Edel gestrenge groot achtbaaren heere en wel Edele gestrenge heeren / lager/ uwer hoog Edelheeden onderdanige en seer gehoorsaame dienaar /was geteekend/ I: R: van der Burgh /inmargine /nwaarcase Samarang den 8: December 1777— 25 Van Iavasoostkust Den Copia aparte missive geschreeven door den koopman en Tagalsche resident zaack Cornelis Domis aan den onderge„ teekende gouverneur en directeur van Iawas oostkust gedateert Tagal den 27: September Ao 1777 Heeden morgen mijne sendelingen van hunne opgedraa„ „gene Commissie na het banjoemasche en verder bindwaarts tot het Eijland noessa cambangang ter opspeuring en navar„ sing van de van het Eijland noessa barang ontvlugte weer„ spanneling anachoda sabaker dies aanhangelingen geretourneerd weesende heb ik de heer ingevolge mijne seer submisse gepromitteerde letteren van den 12: Jongst„ leeden dies rapport bij weege van relaas in de Javaansche taele wwel Edele agtb: op het needrigste te suppediteeren in hoope dat het aan de seer g'eerde Intentie voldoen mag Van Iavas oostkust Den verbannen te worden ingevolde de copia vonnissen dewelke hier nevens leggen. Des Sulthans eerste vrouw de ratoe kintjono deeser dagen overleden sijnde geeve ik uwe hoog Edelheeden van dat sterfgeval bij deesen de verpligte kennisse onder offente van een brief van den vortselfs de communicatie daar van ook inhoudende. Ik heb de hooge eere met de meeste hoog achting en Eerbied submis te blijven /onderstond:/ hoog Edel gestrenge groot achtbaaren heere en wel Edele gestrenge heeren / lager/ uwer hoog Edelheeden onderdanige en seer gehoorsaame dienaar /was geteekend / I: R: van der Burgh /:inmargine / naarcase Samarang den 8: December 1777—

NL-HaNA_1.04.02_3500_1361 view scan ↗

English

From the East Coast of Java Copy of a separate missive written by the merchant and Tagal resident Izaak Cornelis Domis to the undersigned Governor and Director of the East Coast of Java, dated Tagal, 27 September, anno 1757. This morning, my emissaries having returned from their assigned commission to the Banyumas region and further southward to the island of Nusa Kambangan, to track down and investigate the rebel Nakhoda Sabakar and his followers who escaped from the island of Nusa Barung, I have the honor, pursuant to my most submissive promised letters of the 12th ultimo, most humbly to furnish Your Right Honorable with their report by way of an account in the Javanese language, in the hope that it may satisfy your highly esteemed intention. From the East Coast of Java For the rest, I remain with due high esteem, deep respect, and reverence, beneath stood, Title, lower, Your Right Honorable's obedient servant, was signed, I. C. Domis, in the margin, Tagal, on the date mentioned. Copy. From the East Coast of Java Copy translation of the Javanese account of the emissary of the merchant and Resident at Tagal, Izaack Cornelis Domis, to Banyumas and the southern side of Java thereabouts, presented at Semarang on 3 October 1777. The relator recounts that when he was sent by his new resident to the South Sea beaches to inquire there whether a certain Nakhoda Sabak was hiding, he had, upon arrival at Cilacap, met 3 mantris of Banyumas, which aforesaid mantris had asked him, the relator, by whom he had been sent as well as to what end, to which question he had answered, by my new resident, to search for the runaway slaves of the former resident. That the relator had subsequently gone to the western beaches, and upon arrival at Nusa Barambang, belonging under the district of Imba Nagara subordinate to Cheribon, had learned that 2 vessels were lying at anchor there; following which information, the relator asked the nakhodas of those vessels their names and also investigated that one of these two vessels was under the command of From the East Coast of Java of the Nakhoda Boedjie, which was manned by 35 men and 55 women, and the other being under the command of Nakhoda Sabak, manned by 20 men and 10 women and 5 children, as well as how these vessels were armed, namely the first-mentioned with 40 flintlocks and 4 swivel guns, and the last-mentioned with 25 flintlocks; the relator further investigating of these nakhodas whence they had come, who claimed to be from Nusa, stating that they intended to move to Blambangan, but because they had been driven off course, whereby their vessels had become leaky, they had for that reason arrived at Nusa Barambang to calk their vessels. That the relator thereafter set out on his return home and spent the night in the desa Jeruklegi, where he learned that they recounted there that the chief of Surakarta had sent 2 Europeans and 40 Javanese, both on horseback and on foot, armed with pikes and muskets, to Banyumas, as well as that his Raden Tumenggung Yudanagara had already departed on a journey with these emissaries to Cilacap. Beneath stood, Agreed, was signed, J. R. van der Burgh. Copy. From the East Coast of Java Copy of a separate missive written by the undersigned Governor and Director of the Northeast Coast of Java to the merchant and Cheribon resident Arnoldus Constantijn Mom, or the person who in his absence observes authority there on behalf of the Company, dated Semarang, 3 October 1777. I enclose herewith the duplicate of my separate letter to Your Honor of 10 September, to which I have not yet received an answer, and add thereto a copy of a missive written to me by the Tagal resident Domis on the 27th thereof, together with an account of his emissaries who went to the southern side of Java, and according to which two vessels under the nakhodas Boedjie and Sabak with fugitives from Nusa Barung are said to have arrived at Nusa Kambangan, with the urgent request to Your Honor to immediately cause an investigation to be made whether those fugitives have landed on that island or elsewhere thereabouts on Java within your jurisdiction, and if found to be true, to take the necessary measures to get hold of them or entirely subdue them. Having been ordered last year by Their High Mightinesses to supply six beams 78 feet long for Your Honor's residency, for frames From Makassar frames for timber rafts, these are presently being transported thither from Juwana with the ship Hoorn, and in order not to cause any unnecessary delay of that vessel, and in the assumption that those beams must be at Indramayu, I have ordered the officers to direct the prow straight thither; wherefore I request Your Honor to issue the necessary orders at Indramayu for the receipt of those beams, or, if the same are required at Cheribon, then to send the necessary orders out in time with a small vessel to meet the officers of the Hoorn to call at that roadstead for the delivery of the beams. Wherewith, after greetings, I remain, beneath stood, Your Honor's good friend, was signed, J. R. van der Burgh, in the margin, Semarang, 3 October anno 1777, beneath stood, Agreed, signed, J. R. van der Burgh. From the East Coast of Java Name list of the Nusa prisoners who were brought here on 5 October 1777 by the bark Den Arend from Surabaya, and are now sent two by two in irons with the ship Vreedelust to Batavia at the disposal of Their High Mightinesses, namely: Satoet from Bugis Basie ditto Soboe ditto Salloe ditto Rota ditto Laompol ditto Simondrie ditto Sidol ditto Sitjoda ditto Tagal ditto Beedfel from Manggarai Meengalee from Sumbawa Turn over

Dutch transcription

25 Van Iavasoostkust Den Copia aparte missiv geschreeven door den koopman en Tagalsche resident zaadk Cornelis Domis aan den onderge„ teekende gouverneur en directeur van Iavas oostkust gedateert Tagal den 27: September Ao 1757. Heeden morgen mijne sendelingen van hunne opgedraa„ „gene Commissie na het banjoemasche en verder buidwaarts tot het Eijland noessa cambangang, ter optpeuning en navar„ sing van de van het Eijland noessa barang ontvlugte wer„ spanneling anachoda sabaker, dies aanhangelingen geretourneerd weesende heb ik de heer ingevolge mijne seer submisse gepromitteerde letteren van den 12: Jongst„ leeden dies rapport bij weege van relaas in de Javaansche taele wwel Edele agtb: op het needrigste te suppediteeren in hoope dat het aan de seer g'eerde Intentie voldoen mag Van Javas oostkust een mag verblijve ik voor het overige met de verschuldigte hoog agting diep ontsag en eerbied /onderstond / Titul /lager/ uwel Ed: agtb: gehoorsame dienaar /was geteekend/ I: C: Domis /in margine/ Tagal dato ver„ Copia meld 27 Ian Javas oost hust Den Copia Translaat Javaansche relaas vanden zendeling van den koopman en Resident te Tagal Izaack Cornelis Domis naar Banjoe„ „maas en de zuidkant van Java daar om streeks vertoond te Samarang den 3: october 1777. — Den relatant verhaald dat toen hij door sijn nieuwe resident na de suuder zee stranden gesonden was gewonden om aldaar te verneemen of sig aen anachoda sabak ook verborgen hield hij bij aankomst te Tjelatjhap 3: mantries van banjoemas ontmoet had welke even gem: mantries hem relatant gevraagt hadde door wien hij gesonden was ge„ worden als meede tot wat eijnde op welke vrage hij tot antwoord gegeeven had door mijn nieuwe resident om de gedroste slaaven van den geweesen resident op te soeken Dat den relatamt vervolgens nadewetterse straanden gegaan wijs en bij aankomst te woeske barambang Conteerende onder het district van Imbo Nagara gehoorende onder Chenibon vernomen had dat aldaar 2: vaartuigen ten anker laagen na welke verneeming aen relatant de anachodas van die vaartuigen hunnen naame gevraagt en teffens ondertogt had dat een van deese twee vaartuigen onder Commando van Van Javasoostkust den van den anachoda boeagie was welke was bemant met 35 Coppen mans persoonen en 55 Coppen vrouws persoonen en sijnde de andere onder Commanda van den anachoda boedjie was welke was bawent met 35 fabak bemant met 20 koppen mans persoonen en 10 Coppen vrouws per„ soonen en 5: kinderen als meede waar en deser vaartuigen gemonteert, als de eerstgem: met 40 snaphaanen en 4: araij bassen en de laastgem met 25 snaphaanen ondersoekende aen relatent alverder deese anachodas, waar bij van daan gekomen waaren dewelke voorgaven van wessa om reedenen sij na balemboangang wilde gaan verhuisen dog om dat sij doordeord verdreeven waaren waar van haar vaartuigen lek waren geworden waaren sij om die oorsaak te noessa barambang aangekomen om hunne vaartuigen te Calvateeren. Dat aen relatant daar na sig weeder op retour nahuis begeven en inde detsa Djerock lagie vernagt had alwaar hij had vernomen dat sij aldaar verhaalden dat het opperhoofd van souracarta 2: Europeek en 40 Javaanen soo te paard als te voet gewapent met pieken en ge„ weeren na banjoemaas gesonden had als meede dat dies radeen Tonmogong D joedo Nagarra bereeds met dese sendelingen na 'tselatjap op rhijs gegaan was /onderstond/ accordeerd /was geteekend/ I: R vander Burgh. Copia 29 Van Iavas oostkust den Copia aparte missive geschreeven door den onder„ geteekende gouverneur en directeur van Jawas Noord oost cust aan den koopman en cheribons resident Arnoldus Constantijn Mom ofte den geene die bij desselfs absentie het gesag aldaar sComp: wegen waarneemd gedateerd Samarang den 3: october 1777 Ik sluite deese in het duplicaat mijn er aparte aan uw E van den 10 september, waar op ik nog geen antwoord heb, en voege en bij Copia van een missive door den Tagales resident Domis den 27 daar aan mij geschreeven neevens een relaas van sijne sendelingen, die naar de suidkant van Java sijn geweest en volgens welke op noetsa Cam„ bangang souden aangekomen sijn twee vaartuigen onder de anacho„ dat boodje en sabak met vlugtelingen van noesa banrang met zgtlegen versoek aan uw E om direct te willen laten ondersoeken of die vlugtelingen op dat eiland of elaer daar omstreeks op Java, onder„ uwb ressort sijn geland en bij waar bevinding de nodige maatregulen te neemen, om hen inhanden te ktrijgen op wel geheel te ondertebrengen In het voorleeden Jaar door hunne hoog Edelheeden gelast sijnde de betorging van ses balken lang 78 voeten voor uw E residentie, tot raamen Van Macasserden raamen voor houtvlotten worden die thans van Joana derwaards getransporteerd, met het schip hoorn en heb ik om geen onnodig oponthield van dien kiel te veroorsaeken, en in dippositie dat die balken te Jnduamapoe moeten sijn, de overheeden gelast desteeven direct aerwaarts tewenden waarom ik uw E versoeke te in aramajoe de noodige ordres tot den ontfangst dien balken te stellen of in dien deselven te Cheribon gere„ quireerd worden dan in tijds met een kleijn vaartuig de overheeden van hooren de noodige ordres te gemoed te senden om die rheede ten afgave der balken aan te doen. waar meede na groete bijve / onderstond/ uw E goeden vrieed/was geteekend / I: B: vander burgh,/ in margine/ Samarang den 3: october A:o 177 /onderstond:/ accondeerd: geteekend/ : E: van den Burgh 31 van Iavas oost kust den Naam Lijst van de noedasche gevangen en dewelke op den 5. october 1777 pen de bark Den Arend van Sourabaija alhier sijn aan„ gebragt en thans twee aan Twee in de ketting met het schip vreedelust naar Batavia gesonden worden ten dispositie hunnen hoog Edelheeden, Namentlijk Satoet - - - van Boegis do do „ d do do do „ do do „ Mangerij „ sumbauwa Basie soboe Salloe rota Laompol simondrie sidol sitjoda Tagal g Beed. fel M eengalee verte „

NL-HaNA_1.04.02_3500_1368 view scan ↗

English

From Java's East Coast, the From Teellangoe sappanwood Salem kennek from Baviaan from Macasser Paure from Salaijer Tiema from mandaar kambe from riouw Sappar Sidm from balemboangang Pijka from wiera sumbawa Joema from waaijhan from Balij from Balie badon Lieman soendoek from mandaar seebah Samarang from Lamatjang Singo Martho from Batavia Jntje Barak from smail kangiang Beneath stood: Samarang the 11th October 1777. Was signed: C: B: Boltze sworn clerk. Copy 33 From Java's East Coast, The Copy of a letter written by the Makassar Governor and Director, The Honorable Paulus Godofredus van der voort, to the undersigned, dated 25 September 1777. With very friendly thanks for the prompt and speedy execution of the orders given by Their High Mightinesses to Your Right Honorable and mentioned in your esteemed letter of 11 August, I have the pleasure to report both the return of the Chinese vessels belonging here with the men and goods dispatched on them, except that the military transferred from one onto the ship Asia, and the arrival of an indigenous paduakang from Sourabaija with thirty heads, which small vessel I am now having return, noting here that the bark Den Arend has not yet appeared. I remain no less grateful to Your Right Honorable for what was so kindly wished upon me, yet must report to my regret that, far from matters having already changed for the better, much less tranquility being restored, From Java's East Coast, the it looks very precarious, so that I have little hope of being able to send the aforementioned people back to Your Right Honorable again, which nevertheless will be done whenever possible. Wherewith, under friendly greeting, I remain with all respect, Beneath stood: Your Right Honorable's good friend. Was signed: P: G: van der voort. In margin: Makassar in Castle Rotterdam, dated as above. Beneath stood: Agrees. Was signed: J: R: vanderburgh. Copy 33 From Java's East Coast, the Copy of a separate letter written by the undersigned Governor and Director to the Administrator van der Niepoort at Sourabaija, dated Samarang 1st November 1777. I send Your Honor herewith a copy of a Batavia separate letter of 14 October past, received by me only today, wherein Their High Mightinesses are pleased to instruct me to confer with the Panembahan of Madura, both regarding the provision for the service of the Company for the Makassar Government of five hundred strong, robust, well-exercised Madurese warriors divided into four companies under their own officers, namely captains, lieutenants, and ensigns, at the pay that indigenous troops formerly enjoyed in the Javanese troubles, and regarding the manner in which those peoples can best and most speedily be transported to Makassar, whether with his own vessels or with others that shall be deemed most fit for it and can be found among private individuals on Java, and principally in the Eastern Salient; as well as to approach the Pangeran of Sumanap to likewise immediately bring into readiness and keep ready, on the aforementioned conditions and terms, an equal number of five hundred 35 From Java's East Coast, the five hundred of his best subjects, in order to be able to depart for Makassar in the same manner with his own or other vessels upon the first orders from Their High Mightinesses. But since the speed and expedition that is necessary and required by the nature of the matter for an effective assistance of Makassar does not allow the Panembahan and Pangeran respectively to be summoned hither to confer with them personally, I confer with them on the one and the other in the enclosed letters, and express to them the confidence that upon receipt of this they will immediately give orders for the recruitment and proceed in person to Sourabaija to speak with Your Honor, whom I hereby authorize thereto, and to devise the means to quickly assemble the required warriors under their most capable and trusted chiefs, which Your Honor must especially heed, and how they may best be transported to Makassar, all with such urgency as the high requisition of Their High Mightinesses comes to demand of us. In order to further comply therewith, I shall expect as quickly as possible a report from Your Honor as to what one may with certainty expect regarding the obtaining of the required one thousand warriors, when the same can be commanded, and how and in what manner transported to Makassar; and in case the Panembahan and Pangeran aforementioned supply their own vessels to transport each his people, what equipment goods Your Honor then lacks for the assistance or outfitting of the vessels; and furthermore also what Your Honor will need to supply those warriors with weapons, etc. I recommend Your Honor the utmost expedition in this, and while relying thereon I remain, after greetings, Beneath stood: Your Honor's good friend. Was signed: J: R: van der burgh. In margin: Samarang, date as above. Beneath stood: Agrees. Signed: J: R: vander Burgh.

Dutch transcription

van Iavas oostkust den van Teellangoe sappan Salem kennek „ Baviaan „ Macasser Paure „ Salaijer Tiema „ mandaar kambe „ riouw Sappar Sidm „ balemboangang Pijka „ wiera sumbawa Joema „ waaijhan „ Balij „ Balie badon Lieman soendoek „ mandaar seebah Samarang „ Lamatjang Singo Martho„ Batavia Jntje Barak„ smail kangiang /onderstond/ Samarang den 11: october 1777 /:was geteek:t/ C: B: Boltze gesw: schriba Copia 33 Van Jawas oostkust Den Copia missive geschrven door den Macasaar„ sche gouverneur en directeur Den E Paulus Godo fredus van der voort aan den onderge„ teekende gedateerd den 25 September 1777. Door de prompte en spoedige executie van de ondre door hunne hoog Edelheeden aan uw wel Edele achtbaare gegeeven en ver„ „meld bij desselfs veel g'achte van den 11: augustus seer vriendelijke bedankende hebbe ik het genoegen soo wel te kunnen bedeelen het retour van de hier thuis hoorende Chineese vaartuigen met de daar meede afgesonde manschappen en goederen / excepto dat de militairen van den eene op het schip asia sijn overgestapt/ als dekomst van een Jnlandsche patjallang van sourabaija met den„ tig koppen week kieltje ik tans laat te rug keeren hier nog no„ teerende dat de bark den arend nog niet is opgedaagd. Niet min der blijve ik uw wel Edele achtbaare dankbaar voor het mij so genegentlijk toegewenschte nogtans tot mijn leetweesen moetende melden dat wel verre dat desaaken reets ten goede veranderd veel min de rutte hersteld soude weesen het Van Iavas oostkust den het er maar seer songelijk uit siet soo dat ik weijnige hoope hebbe vw wel Edele actbaare het voorschreeven volk weeder te sullen kunnen laa„ ten toekomen dat egter maar immer doenlijk sijn de geschieden sal. waar meede ik onder vriendelijk groete met alle agting blijve /onderstond vu wel Edele achtbaares goede vind /was geteekend/ P: J: van der voort / in margine / macasser in 't Casteel rotterdam dat als even onderstond/ accordeerd /was geteekend/ I: R: vanderburgh Copia 33 Van Iavas ost rust den Copia aparte Missive geschreeven door den onder„ geteekende gouverneur en directeur aan den gesag„ hebber van der Niepoort te sourabaija gedateerd Samarang p:mo November 1777 — Ik laete uw E. hier neevens toekoomen copia bataviasche aparte missive van den 14: october passato heeden eerst bij mij ontvangen, waar bij hunne hoog Edelheeden mij gelieven op tedragen om den panembahang van Maaura te onderhouden soo ten besorging ten dienste der maatschap„ opije voor het gouv ernement macasser van vijfhonderd sterke kloeke wel geduesende madureeshe krijgers verdeeld in vier compagnien onderhaar eijgen officieren te weeten capitains Luitenants en vendrigs tegen de betolding die Jnlandsche troupen weleer in de Javasche troubelen genooten hebben als over de wijse hoe die volkeren het beste en spoedigste naar macasser kunnen worden getransporteerd het sij met sijn eijgen vaartuigen dan wel met andere die er het bekwaamste toe sullen worden g'oordeeld en bij particulieren op Java en voornamentlijk enden oosthoek te vinden sijn, mitsgaders om den pangerang van Sumanap almeede aan te betten om ook ten eersten op de voorschreeven Conditien en voorwaarden in gereedheijd te brengen en te houden, een gelijk getal van vijfhonderd 35 Van Iavasoostkust den vijf hondend zijner beste onderdanen om in selvder voegen met sijneijgen of andere vaantuigen op hunner hoog Edelheeden eerse ordres naar macassar te kunnen vertrekken dan vermits aes poed en voortvarandheijd die om d'aan„ „geleegentheijd der saak tot eene kragtdaaige assistentie van macassar nodig is en word gerequireerd niet toelaat aen panembahang en pangerang respective herwaarts te laten komen, om selfs met hon te aboucheeren onderhoude ik hen over een en ander bij de inleggende brieven en betuige hen vertrouwen dat sij op dees ontvangt directondres tot de wewring tellen en haar selfs naar sourabaijo. begeeven sullen om in persoon met uwE die ik daar toe bij deesen qualificeere, te spreeken en te beraamen de middelen om de gevorderd wordende krijgens onder haare bekwaamste en vertrouwtste hoofden /waar op uu E: voor al moet letten spoedig bij een te brengen, en hoe die best naar macassen te transporteeren sullen sijn, alles met aien aan drang die het hooge requisit hunner hoog Edelheeden van ons komt te vorderen ik sal, om ook daar aan verder te kunnen voldo en to ras mogelijk van uw Ee verwagten berigt wat man sig van het bekomen den gerequiraerde een duisend krijgers met seekerheid belooven mag wanneer deselve sullen kunnen worden gecommandeerd en hoe en op watwijse naar macasser getransporteerd en in gevalle den panen bahang en pangerang voor„ meld hunne eijgen vaartuig en leveren om ieder sijn volk over te voeren wat dan aan equipagie goederen ter assistentie of voorsiening vande vaartuigen bij uw E manqueerd en voorts ook wat uuw E nodig hebben sal om die krijgers met wapen enz te voorsien Jk recommandeere uwE de meeste voortvanendheijd in deesen en terwijl ik mij daar op ook verlaate blijve ik na groete/onderstond/ uw E goeden vriend /was geteekend/ I: B: van der burgh /in margine/ Samarang dato voorschreeven /onderstond/ accordeerd / geteekend:/ I: R: vander Burgh

NL-HaNA_1.04.02_3500_1373 view scan ↗

English

From Java's East Coast the Copy of a letter written by the undersigned Governor and Director of Java's Northeast Coast to the Panembahan of Madura, dated Samarang, 1 November 1777. Since certain troubles that have arisen on Macasser must be countered and suppressed as quickly as possible, and Their Right Excellencies in Batavia require five hundred brave, strong, well-drilled Madurese soldiers, divided into four companies under their own officers, all for the payment of a fair wage, I hereby inform Your Highness of this, not doubting that Your Honour will show yourself willing to provide the warriors as quickly as possible and thereby endeavour to give proof of gratitude and due obedience to the orders of the aforementioned Their Right Excellencies. And since the haste that must be observed in this matter does not permit Your Highness to come hither to speak with me about it, I have qualified and ordered the Chief of the Niepoort to deliberate with Your Highness on the necessary measures, both for the speedy and complete procurement of the warriors under the bravest officers to be found on Madura, and for their transport, if possible, and as Their Right Excellencies would also prefer to see, with Madurese vessels to Macasser. And thus I also trust and recommend Your Highness, upon receipt of this letter, not only immediately to issue orders for the recruitment and gathering of 500 good soldiers, but also to proceed directly to Sourabaija to consult and deliberate with the Commander of the Niepoort, as aforesaid, on all that must be done in this matter to comply with the high orders and intention of Their Right Excellencies. Below was written: Castle Samarang, date as aforesaid. Signed: J. B. van der Burgh. Copy From Java's East Coast the Copy of a letter written by the Panembahan of Madura to the undersigned Governor and Director, received at Samarang on 15 November 1777. After customary compliments. Your Right Honourable Sir having informed me by highly esteemed missive that certain troubles had arisen at Macassar, which had to be redressed and brought to peace as quickly as possible, and that Their Right Excellencies at Batavia therefore came to require of me 500 good and brave Madurese under their own officers for proper pay; so I have, upon receipt of Your Right Honourable Sir's aforementioned missive, immediately issued the necessary orders to have that number of good soldiers assembled. But, Right Honourable Sir, as regards my own vessels for the transport of those warriors, I request a thousand times to be excused from that, as I have had them all repaired and depart for Batavia. I would gladly have done so and sought to obtain those vessels at Sourabaija and Grissee, but in vain, as I was unable to obtain a single one there. Below was written: Written at Sourabaija on Saturday the 6th of the month Sawal in the year Dal 1703, or 8 November 1777. Lower stood: Translated by me. Signed: C. P. Boltze, Translator. Agreed. Signed: J. B. van der Burgh. Copy From Java's East Coast the Copy of a letter written by the undersigned Governor and Director to the Pangeran of Sumanap, dated Samarang, 1 November 1777. Since certain troubles that have arisen on Macasser must be countered and suppressed as quickly as possible, and Their Right Excellencies in Batavia require 500 brave, strong, well-drilled Sumanap soldiers, divided into four companies under their own officers, all for the payment of a fair wage, I hereby inform you of this, and consequently also recommend to you the procurement of those warriors as quickly as possible, in order thereby to make amends for your bad conduct in the supplying of men and vessels for the expedition against Noessa, and to give proof of gratitude and your due obedience to the orders of the aforementioned Their Right Excellencies. And since the haste that must be observed in this matter does not permit you to come hither to receive orders from me, I have qualified and ordered the Chief of the Niepoort to deliberate with you on the necessary measures, both for the speedy and complete procurement of those warriors under the bravest officers to be found on Sumanap, and for their transport, if possible, and as Their Right Excellencies would also prefer to see, with your own vessels. And thus I also command and order you, upon receipt of this letter, not only immediately to issue orders for the recruitment and gathering of 500 good soldiers, but also to proceed yourself in person directly and without the slightest delay to Sourabaija, to consult and deliberate with the Commander of the Niepoort, as aforesaid, on all that must be done in this matter to comply with the high orders and intention of Their Right Excellencies, whilst I hereby seriously warn you that if you show any sluggishness or unwillingness in this matter, your conduct will not be left unpunished. Below was written: Castle Samarang, date as aforementioned. Signed: J. B. van der Burgh. Copy

Dutch transcription

32 3 van Javas oostkust den Copia Missive door den ondergeteekende gouver„ „neur en directeur van Iavas Noord oost kust geschreeven aan den panem bahang te Madura gedateerd Samarang den 1: november 1777. Dewijl eenige op macasser ontstaane troubelen op het spoedigste dienen te worden tegen gegaan en gedempt door hunne hoog Edelheeden te batavia gerequireerd wordende vijf honderd kloeke sterke welge„ dratseer de madureete soldaaten verdeeld in vier compagnien onder haare eigen officieren alle tegen betaling van een billijke besolding geeve ik uw hoogheijd daar van kennisse niet wijffelende of uw Ee sal sik „ten besorging op het spoedigte van de krijgers bereid willig toonen en daar door tragten te geeven een. blijk van en kentenisse en schuldige gehoorsaamheijd aan de beveelen van welmelde hunne hoog Edel„ 1 heeden en vermits de haast dewelke in deesen diend te worden betaagt niet toelaet dat uw hoogheijd derwaarts komt om met mij daar over te spreeken heb ik het opperhooft van den viepoort gequalificeerd en gelast om met uw hoogheijd de noodige maat regulen te beraamen soo tot een spoedige en comptiete besorging van dekuijgers onder de wakkentte officieren die op maaura te vinden sijn als tot denselver transport 37 Copia van Iavas oostk ust aan transport des mogelijk en dat ook haare hoog Edelheeden heeft souden sien met madureesche vaartuigen naar macasser en des vertrouwe ik ook en recommandeere uw hoogheijd op ontvangst van deese brief niet alleen aanstonds ordres te stellen tot het werven en bij een brengen van 500 goede soldaaten maan sig ook direct naar sourabaija te begeven om met aen gesaghebber van den Niepoort als voor meld alles te overleggen en te beraaden wat in deese diend te geschieden om aan de hooge beveelen en intentie van hunne hoog Edelheeden te voldoen /onderstond/ slot Samarang dato voor„ meld /was geteekend/ I: B: van der Burgh. — 39 Ian Javas oot kust Den Copia Brief geschrven door den Panembahang van Madu„ „ra aan den ondergeteekende gouverneur en Directeur ont„ vangen te Samarang 1757 den 15 November 1777 — Nagewoone Complimenten Uwel Edele actbaare mij bij hoog g'eerde missive hebbende gedaan dat er te macassar eenige troubelen ontstaan waaren die ten spoedigsten weeder moesten worden gerearesseerd en in rust geteld dat haar hoog Edelheeden te batavia van mij ten dien einde kwa„ „men te requireeren 500 goede en wakkere maaureesen onder haar eijgen officieren voor behoorlijke betaaling, soo heb ik op den ontvangst van welmelde uwel Edele achtbaare missive immediaat de noaige ordres gesteld om dat getal goede soldaeten te laten versamelen, maar wel Edele achtbaare heer wat mijne eijgen vaartuigen tot het transport dier krijgers betreft, daar 299 versoeke ik duis end maal om daar van g'excuseerd te moogen blijven also ik deselve alle heb laten repareeren en naar batavia vertrekken 211 van Iavasoostkust den vertrektsen; Ik heb sulx gande willen doen, en die vaar„ „tingen te sourabaija en grissee sien magtig te worden, maar vrugteloos als geen een aldaar hebbende kunnen krijgen /onderstond/ geschreeven te sourabaija op Saturdag den 6 der maand sawal in't Jaar Dal 1703. of den 8 November 1777 /lager stond / getranslateerd/ door mij /was geteekend C: P: Boltze Translateur / accordeerd / was geteekend/ I: B: van der Burgh. Copia 41 Van Iavas oostkust Den Copia Missive door den ondergeteekende gouver„ „nour en directeur geschreeven aan den pange„ rang te Sumanap gedateerd Samarang den 1: November 1727. Dewijl eenige macasser ontslaane troubelen op het spoedigste dienen te worden tegen gegaan en gedompt door hunne hoog Edelheeden te batavia gerequireerd worden de 500 kloeke sterke wel gedresfeerde sumanapshe toldaten verdeeld in vier compagnien onder haare eijgen officieren alle tegen betaling van een billijke besolding, geve ik uw E daar van kennisse, en recommandeere uw E mitsdien ook de betorging van die krijgens op het spoedigste om daar door uw slegt gedrag, in het fourneeren van volk en vaartuigen tot de expeditie tegens noessa, te verbeteren en blijken te geeven van erkentenisse en uw schuldige gehoorsaamheijd aan de beveelen van welmelde hunne hoog Edelheeden En vermits de haast dewelke in deesen diend te worden betraagt, niet toelaat dat uw E herwaarts komt om van mij ordres te ontfangen, heb ik het opperhoofd vander Niepoort gequalificeerd en gelast om met uw de nodige maatregulen te beraamen soo tot een spoedige en compleete besorging van die krijgers onder de 73 Van Iavas oosthust den de wakkerste officieren die op Sumanap te vinden sijn, als tot denselvere transport des mogelijk en dat ook haare hoog Edelheeden Lieft souden sien met uw eijgen vaartuigen, en des gelaste en beveele ik uu ook om op ontvangst van deesen brief niet alleen anstonds ordres te stellen tot het werven en bij een brangen van 500 goede bolaaaten maar sig ook seefs in persoon direct en sonder het minste uitstel naar sourabaija te begeeven, om met den gesagheb„ „ber vander Nriepoort als voormelt alles te overleggen en te beraa„ „den, wat in deesen diend te geschieden om aan de hooge beveelen en intentie van hunne hoog Edelheeden te voldoen, terwijl ik uw bij desen serieusselijk waarschouwe, dat in dien uw in deesen eenige traag of onwilligheijd laat blijken, uu gedrag niet ongestraft gelaten worden sal /onderstond/ slot Samarang datum voorschreeven /was geteekend/ I: R: vander Burgh Copia

NL-HaNA_1.04.02_3500_1379 view scan ↗

English

43 73 From Java's East Coast, the Copy of a letter written by the Pangeran of Sumenep to the undersigned Governor and Director, received at Samarang the 18th of November 1777. After the usual preface. I have well received Your Honorable Esteemed highly respected letter and from it understood Your highest order that Their High Mightinesses came to requisition 500 good Sumenepers from me, and to divide the same into four companies under their own officers, and to be sent thus with my own vessels on an expedition to Makassar; that, in order to put this into effect swiftly, I should first go to Surabaya to speak with the Lord Administrator about how this could sort effect the soonest and satisfy the intention of Their High Mightinesses. To which I serve in very humble reply that, upon the receipt of Your Honorable Esteemed letter, I have given the necessary orders regarding all of this, and shall not fail to comply with Your highest orders as well as the intention of Their 43 Copy From Java's East Coast, the Their High Mightinesses. Below stood: written at Sumenep the 4th of the month of Shawwal in this year Dal 1703, on the 5th of November 1777. Lower stood: translated by me, was signed: C: S: Boltze, translator. Lower: agreed, was signed: J: R: van der Burgh. 45 From Java's East Coast, the Copy of a Separate Letter written by the Eastern Corner Administrator Van der Niepoort to the undersigned Governor and Director of Java, dated Surabaya the 3rd of November 1777. This morning at 7 o'clock I was able to receive Your Honorable Esteemed very respected letter of the 1st of this month, and the enclosed letters for the Panembahan of Madura and Sumenep's Pangeran having been dispatched immediately, I shall not fail to deliberate with them in what manner the troops that are requisitioned from them by Their High Mightinesses to be assembled as quickly as possible for Makassar can best be transported thither, which causes me much apprehension, as nowhere here will there be private vessels to hire for this purpose, since all have gone to the other shore, etc., which will not return home earlier than in December or January next. As soon as I have spoken with His Highness, as well as the Pangeran of Sumenep, I shall not fail to report to Your Honorable Esteemed repeatedly and as quickly as possible, also concerning the chiefs whom His Highness shall nominate as captains, lieutenants, and ensigns, and whereupon I shall pay attention that they are competent and trusted persons. Meanwhile, From Java's East Coast, the Meanwhile, to encourage them, I shall promise them the same pay as has been and is being paid to those native military men who have served in the Balambangan troubles as well as those who still serve at Noesa. Also, if they should provide their own vessels, to which I shall try to persuade them with all urgency, I shall provide Your Honorable Esteemed with a specification of which equipage goods and necessities will be required, for there is nothing on hand here, and also not more than a good 300 muskets; thus Your Honorable Esteemed should send some 700 to 800 thither, if one wants to remain assured that all are armed with competent muskets. I remain with very much respect and high esteem, Below stood: title. Lower: Your Honorable Esteemed's most obedient servant, was signed: R: F: van der Niepoort. In the margin: date as above. Copy 2 each From Java's East Coast, the Copy of a separate letter from and to the same as just mentioned, dated Surabaya the 8th of November, the year 1777. With all due respect, I take the liberty to inform Your Honorable Esteemed that the Panembahan of Madura arrived here yesterday around noon, and yesterday I earnestly conferred with His Highness in order, upon the requisition of Their High Mightinesses, to borrow 500 men of his best warriors, divided into 4 companies under their officers such as captains, lieutenants, ensigns, etc., against a fair pay, and to send them over to Makassar. His Highness was immediately inclined to accommodate the Company with the aforementioned number, but seemed to balk at the division under separate chiefs as being contrary to the Javanese manner, and would rather send a prominent chief along with them; however, because I replied that this did not satisfy Their High Mightinesses' intention, and also to prevent errors, and that in this case it had to be done differently, His Highness therefore resolved to it, appointing for the voyage the mantris: Rangga Puspa Truna, Darma Taka, Wira Dikara, and Sura Kambala, 49 From Java's East Coast, the each with 125 men of the best troops whom they have under them from His Highness, and who, with their officers, stand ready at all times at the order of Their High Mightinesses to depart. However, as regarding the providing of vessels for the transport, His Highness would be very willing to do so if only some of his or other vessels belonging to the Madurese district, such as at Sampang and elsewhere, were here; however, at present all are to the other shore or Batavia, and His Highness hopes that they will be home by December or January next, which, if Their High Mightinesses' order for the departure should still take that long and remain pending, would perhaps provide the opportunity to hire vessels. His Highness has also made inquiries here, indeed even wanted to contract the delivery of vessels to the Chinese Lieutenant Jan Tinlo, but there are truly no private vessels to be obtained; they are all away on trade. I remain with all due respect, below stood: title. Lower: Your Honorable Esteemed's most obedient servant, was signed: R: C: van der Niepoort. In the margin: Surabaya, date as above. Below stood: agreed, signed: J: R: van der Burgh. Copy

Dutch transcription

43 73 Van Iavas oostkust Den Copia brief door den pangerang te su„ manap geschreeven aan den onderge„ teekende gouverneur en directeur ont„ vangen te Samarang den 18. November 1777 Na gewoone voorreeden Ik heb uwel Edele achtbaare hoog g'agte missive wel ontfangen en hoog derselver ordre daar uit verstaan dat haar hoog Edelheeden van mij kwamen te requi„ „reeren 500 goede sumanappers en deselve te verdeelen in vier Compagnien onder haar eijgen officieren, en des met mijn eijgen vaartuigen in expeditie naar macasser gesonden te worden dat ik om sulks spoedig werkstellig temaken ten eersten na sourabaija soude hebben te gaan om met den heer gesaghebber daar over te spreeken, hoe„ danig sulks en aan de intentie van haar hoog Edelhee„ „den ten voldoen ten spoedigste soude kunnen effect sorteeren soo diene daar op in seer needrig antwoord dat ik op den ontfangst van uwel Edele achtbare missive, de nodige ordres tot het een en ander gesteld hebbe en sal niet manqueeren, aan hoogst denselver beveelen soo wel als aan de intentie van haar 43 Copia Van Iavas oost rust den haar hoog Edelheeden te voldoen /onderstond/ geschreeven te Sumanap den 4: der maand sawal in dit Jaar Dal 1703 op den 5: november 1777 /lagerstond/ getrenslateerd door mij /:was geteekend/ C: s: Boltze translateur /lager/ accordeerd / was geteekend/ I: R: vander Burgh 45 Ian Iava oostust den Copia Aparte Missive geschreeven door den oosthoek gesaghebber van der Niepoort aan der ondergeteekende gouverneur en directeur van Iava gedateerd sourabaija den 3: 9ber: 1777. Deeden morgen om 7: uuren heb ik mogen ontfangen uwel Edele achtbaare seer gerespecteerde lettenen van den 1: deeser en de ingeslootene voor den panembahan van maaura en Sumanaps pan genangdireet voortgeschikt sijnde, sal ik niet in gebreeken blijven met hen te over„ leggen, op welke wijse de troupen die van hen door haar hoog Edel„ ig heeden ten spoedigste te versamelen gerequireerd wordende voor macasser, best te transporteeren sijn derwaarts dat mij veel bedug„ „ting, maakt wijl hier nergens particuliere vaartuigen daartoe te huuren sullen sijn alsoo alle na de overwal enz die niet eer dan in december of Januarij aanstaande te huis komen, soo ara ik sijn hoogheijd sal gesprooken hebben, als ook den pangerang van suma„ nap, sal ik niet manqueeren uwel Ed achtb: telkens en spoedigste verslag te doen ook van de hoofden die sijn hoogheijd tot Capitains Luitenant en vendrigs sal voordragen en waar op ik sal letten dat het bequaame en vertrouwde sijn. — Jntuschen Van Iavas oosthuit den Intusschen sal ik hen deselvde besolding verspreeken ten encou„ rageering, dan aan die jnlandsche militairen betaald sijn en worden welke soo ende balemboangsche troubelen dienst gedaan hebben, als due er nog en te noetsa dienst doen. ook sal ik als sij hun eijgen vaartuigen mogten geeven waar toe hen met alle aandrang sal sien te beweegen uwel Ed: achtb. aan opgeeven welke Equipagie goederen en benodigd sullen sijn want hier niet aanhanden is en ook niet meer aan een groote 300 geweeren, dus uw elEd agtb: daar toe wel een 7: a 800 soude dienen te senden, wil men verseekerd houden dat aln met bekwaame snaphanen gewapent sijn Ik verblijve met seer veel Eerbied en hoog agting /onderstond/ titul /lager/ uwel Ed agtb: aller gehoorsaamte Dienaar /was geteekend/ R: f: vander Niepoort /:in margine/ dato voorm: Copia „2 elk Van Iavas oostkust den Copia aparte brief van en aan denselven als eeven gedateerd sourabaija den 8 November Ao 17. Met alle verschuldigde Eerbied gebruike ik de vrijheijd uwel Edele achtb: te bedeelen dat den panembahan van maduua een gisteren tegen den middag alhier gearriveerd is en hebbe in sijn hoogheijd op gisteren ten ernstigste onderhouden om op de requisitie van hunne hoog Edel„ heeden 500 mannen van sijne bette krijgers verdeeld in 4. Compagnie onder hunne officieren als Capitains luitenants vendrig omsz te leenen tegen eene billijke besolding, en naar macasser overtesenden sijn hoogheid was direct genegen, om de maatschappij met het voorschreeven getal te gerieven dog scheen tegens de verdeeling onder aparte hoofden als teegen de Javaansche manier op te sien, en wilde en lieven een voornaam hoofd over meedesenden, dog wijl ik repliceerde, dat sulks aan hune hoog Edelheedens intentie niet voldeet en ook om abuisen voor te komen, en dit geval anders diende te geschieden soo resolveerde sijn hoogheijd daar toe, benoemende tot de reise de mantries. Ranga Poespa troena Derman Taka wira Dicara en soera cambala 49 Ian Iavas oostkust den elk met 125 man van de vatte troupen die sij van sijn hoogheid onder sighebben en welke met hunne officieren ten allen tijde ter ordre van hunne hoog Edelheeden klaar staan om te vertrekken, dog wat aanbelangd om vaartuigen ten turjeet te geeven hier toe soude sijn hoogheijd hoog wel berid sijn bij aldien en maar van sijne of andere onder het madureesche district als te Sampang en elders te huis gehoorende vaartuigen Eenige daar waaren dog tans alle na de overwal of batavia, sijnde hoopt sijn hoogheid dat de tegens dec: of Jan: aanstaande wel thuis sullen sijn welke als de ordre hunner hoog Edelheeden tot het vertrek nog soo lange soude aanloopen en uit blijven moge„ lijk wel geleegendheid geeven soude vaartuigen te huuren hier heeft sijn hoogheid ook rond gehoort ja selfs het leveren van vaartuigen aan den luitenant Chinees Jan Tinlo aan willen besteeden dog er sijn waarlijk geen particulier vaartuigen te bekoomen, alle sijnse uit ten handel. Ik blijve met alle verschuldigde eerbied / onderstond/ titul /lager/ uw el Ed: achtb: allen gehoorsaamste dienaar / was ge„ teekend/ R: C: vander Niepoort /:in margine/ sourabaija dato voorsch /onderstond/ accordeed geteekend/ I: d: van den Burgh Copia

NL-HaNA_1.04.02_3500_1385 view scan ↗

English

49 From Java's East Coast, the Copy of a private letter written by the titular Senior Merchant and Administrator at Sourabaija, Rudolph Florentius van der Niepoort, to the undersigned Governor and Director, dated Sourabaya, 7 9ber 1777. Whereas a certain Bappa Ambir, a Balambangan native who came from Bajoe to Jember long ago, and wandered here and there without a fixed abode, recently during the encampment of our troops at Watoe Cadjang, on the occasion of the loss of two vessels, uttered seditious discourses, if not making himself guilty of rebellion together with his son, his brother Sia, also his brother's son Ganie, and another cousin Miling, as Your Right Honourable will be pleased to observe from the enclosed extract letter from the Passourouang Lieutenant and Commandant A:r van Reijke, dated at Klattak the 26 October past; whereby he at the same time, in the name of the Djember and Sentong chiefs Wiera Laxana and Roman, who would not willingly keep these rogues in their little districts at their own risk, requests permission to help the said Bappa Ambir and his son out of this world, or else that they may be removed so far from these districts that they can never do any harm, so I have, From Java's East Coast, the as his first proposal seemed somewhat harsh to me, ordered the women and daughters to be left there among the chiefs for the populating of the country, but the said Bappa Ambir, his son, Bappa Sia, Ganie, and Miling to be sent under arrest hither to me. This he has done, and they were brought here yesterday evening, except Ganie, who, according to a letter from the ad interim Passourouang Commandant Nobel, broke loose on the way between Klattak and Daarlo and, attempting to run amok, had to be stabbed to death. However, as it is very necessary that such subjects be sent away not only from East and West Balambangan but also far from the Oosthoek, if one does not wish in time to see unpleasant disturbances caused by them, I take the liberty to request Your Right Honourable to be furnished with your high orders regarding these dangerous persons. The Pangerang of Sumanap having not yet arrived here for the present, I cannot yet inform Your Right Honourable of anything regarding the men he must recruit for Macasser and keep ready for dispatch, and I remain further with the highest veneration, underneath stood, title, lower, Your Right Honourable's most obedient servant, was signed, R: C: van der Niepoort, in the margin, Sourabaija date as above, underneath stood, agrees, signed, I: B: van den Burgh. 51 Seafaring From Java's East Coast, the Short strength of such sea and land forces as are at present deemed highly necessary for the occupation of Noetsa; namely 482 heads in total, to wit: 47 heads European military, namely 1 Ensign Commandant van Martino 2 Sergeants 4 Corporals 1 Drummer, and 39 Privates 3 heads various service personnel, namely 1 Assistant 1 Junior Surgeon 1 Gunner 49 heads native military, which are 1 Lieutenant Smail 2 Sergeants 2 Corporals, and 44 Privates 2 From Java's East Coast, the Seafaring 83 heads European and native seafaring on the Company's pantjallang De Petronella and 6 prauwmangjangs Auxiliary troops 300 heads 482 heads in general On Java's shore at Batoe Oeloe 20 heads European military and 30 heads auxiliary troops as before At Klattak on the river Poeger 13 ditto European military and 30 heads auxiliary troops Ditto at Gittem from which the guard 20 ditto at Bambang is provided with native soldiers NB this would only take effect from the 1st of November underneath stood, Kelatak the 26 October 1779, was signed, A:o van Rijck, lower, agrees, signed, P: R: van der Burgh. 53 From Java's East Coast, the Name list of such Balinese with their women and children as were taken prisoner in the Emperor's land near the village of Tanna Taloen and brought from Souracarta to Samarang. Djoeragan Ramat with his wife and two little sons Bassoe Sie Merta Bappa Adie Kertie Sie Bassie Djoema Bappa Sidin Proijo Land Kowadi Lamama Sama Bappa Ealie and his wife from Balij Boleling 55 Copy Bappa Manoerit, with his wife and two little sons Rama with his mother from Balij Boleling Bok Manoerit, mother-in-law of Manoerit being 25 persons in total, the women and children included. Found and seized in the Banjoemas: Die Dangar and Setah alias Sie Walat, both brothers and from Balij Badong underneath stood, Samarang the 21 November Ao 17, was signed, C: P: Boltze, Sworn Clerk. From Java's East Coast, the From Java's East Coast, the Copy of the statement of the Juragan Ramat of Balij Boeleling given at Samarang the 20 8ber 177. The deponent relates that 6 months ago, in a prauw gonting manned with 15 heads of his nation, all from Balij Boleling, accompanied by 5 females, one being his wife, the second that of Bappa Zalie, the third that of Bappa Manoerit, the fourth the mother of Rama, and the fifth the mother-in-law of Bappa Manoerit, with four small children, he intended to sail to Balij Badong, taking along for trade a lot of porcelain bowls and saucers, but putting to sea and having no wind, the strong current had driven them so that, after having struggled for a month, he arrived on the south coast of Java at a tract of land under Souracarta named Tanna Taloen, and his vessel was smashed to pieces on the rocks without being able to save anything; whereupon he and his companions went ashore into the forest, stayed for four months, and lived on roots, leaves, and tubers. That the deponent and his companions were recently by the lurah of 35 57

Dutch transcription

49 Van Iavas oostkust den Copia aparte brief geschreeven door den opperkoop„ „man tit: en gesaghebber te sourabaija rudolph floren„ tius van der Nrepoort aan den ondergeteekende gou„ „verneur en directeur gedateerd sourabay a 7: 9ber: 1777 Dewijl seekene bappa ambir een balemboanger die van bajoe voor lange te Jember gekomen is, en dig dan daar dan elders sonder vaste zeet opgehouden ook nu Jongst bij het campeeren onsertroupen te watoe cadjang bij occagie dat er twee vaartuigses bleeven op„ roerige discourssen g'uit soo niet al sig aan op roer met sijn soon sijn broeder sia item broeders doon ganie en nog een neef miling schuldig gemaakt hebben gelijk als uw Ed: achtb: sal gelieven te beoogen uit inleggende Extract missive van den passourouangs Luitenant en commandant A:r van reijke geda„ „teerd te klattak den 26 october passato waar bij hij mij teffens uit naam van de Djemberse en sentongsche hoofden wiera laxana en roman welke die snaaken met geerne voor hunne reekq: in hunne distruicetjes souden houden versoek gem: bappa ambir met sijn soon uit de wereld te moogen helpen dan wel dat soo verre uit deese districten verwijderd mogen worden, dat nooit en kwaad kunnen doen soo hebbe ik hem alsoo Van Iavasoostkust den alsoo sijn eerste propositie mij wat hardt voorsz wam gelast devrouwen en dogters daar te laeten onder de hoofden ter populeering van het land dog gem: bappa ambir sijn soon bappa sia ganie en Miling mij in verseekering het herwaerds te senden het welk hij ook gedaan heeft sijnde deselve gisteren avond alhier aangebragtex cepto ganie den welke volgens schrijven vanden prointerum passourouangs Commandant Nobel onderweegen tusschen klattak en daarlos gebrooken is en amok hebbende willen maaken dood gestooken heeft moeten worden. vermits het egter seer nodig is dat dier gelijk subjecten niet alleen uit oost en wetter Balemboangang maar ook verre uit den oothoek versonden worden wil men er in der tijd geen onaangenaame opschuddingen van verweket sien soo neeme ik de vrijheijd uwel Ed achtb: te versoeken omtrent de gevaarlijke persoonen met hoogt desselfs ordre gemunieerd te moogen worden Den sumanaps pangerang hier voor als nog niet vgarriveerd weesende kan ik uw el Ed: achtb: wegens de manschappen die hij voor macasser werven en ter versending klaar houden moet nog niets bedeele en blijve voorts met de meeste veneratie /onderstond/ titul /lager/ uwel Ed: achtb: aller gehoorsaamste dienaer / was geteekend/ R: C: van der Niepoort /in margine/sourabaija dato voorsch / onderstond/ accordeerd/ geteekend/ I: B: van den Brurgh 51 Zeevarende Van Iavas oot kut den korte sterkte van sodanige dee en landmagt als onthans tot de besetting van noetsa opresent en hoogst benodigt geoordeelt te sijn; als 482: Coppen In 't geheel te weeten. 47 Coppen Europeese militairen, namentlijk 1 vendrig Commandant van Martino 2: Zergeants 4. Corporaals 1 Tamboer, en 39 gemeene 3: Coppen diverse dienst doenders, als 1 assistent 1: ondermeester 1: Cannonier 49 Coppen inlandsche militairen die sijn 1 Luitenant Smail 2: Zeryeants 2 Corporaals en 14 gemeene 2 Van Iavasoost rust den Zeevaerende 83. Coppen Europeesen als Inlandsche zeevarende op de compagnies pantjallang De Petronella en 6 prauwmajangs Hulpstroupen 300 koppen 482 Coppen in't generaliter op Iavas wal te batoe oeloe 20 coppen Europeese militairen en 30 koppen hulstroupe alsvoorken Te klattak aan de nevrer Poeger 13 de Europeese militairen en 30 Coppen hulpstroupen o te gittem waar van die de wagt 20 d te bambang voorseet met landsengers NB dit soude met p:mo November eerst stand grijpen /onderstond/ kelatak den 26 october 1779 /was geteekend/ A:o van rijck /lager / Acordeert / geteekend/ P: R: van der Burgh 53 van Iavas oost kust den Naam Lijst van zodanige Balies met haar vrou„ „wven en kinderen als in skeijzers land bij de negorij Tanna Taloen gevangen genomen en van souracarta te Samarang sijn gebragt. D joeragan ramat met zijn vrouw en twee zoontjes Bassoe Sie Merta Bappa Adie kertie Sie Bassie D Joema Bappa Sidin Proijo Land kowadi Lamama. Sama Bappa Ealie en zijn vrouw - van Balij Boleling -. . . . . - . . . . - - - - - . . 55 Copia Bappa Manaerit, met sijn vrouw en - twee zoontjes Rama met zijn moeder ombok Manoerit schoon moeder van Manoenit„ zynde 25 persoonen in 't geheel dev rouwen en kinderen en ondergerkend In het Banjoemasche gevonden en geligt die Dangar en bijde broeders en vanbalij badong Setah /(alias/ sie walat /onderstond/ Samarang den 21 November Ao 17 /:wasgeekend/ C: P: Boltze gesw: Schriba. - . . . ƒ van Balij Boleling Van Iavas oost kust den - .. Van Iavas oostkust den Copia relaas van den 2 joeragan ramat van balij Boeleling gegeeven te samarang den 20 8ber: 177. — Den relatant verhaald dat hij nu 6: maanden geleeden per prauw gonting bemand met nog 15 koppen sijner natie alle van balij boleling verseld van 5 vrouws persoonen sijnde de eene sijn vrouw de tweede van bappa zalie de derde van bappa Ma„ noemit de vierde de moeder van rama en de vijfde schoonmoeder van bappa Manoerit met nog vier klijne kinderen na balij badong had willen sijlen meede nemende aan negotie een parthij porcelaine kommen en pierings dog in see ko„ „mende en geen wind hebbende had hen de sterke stroom sodanig verdreeven, dat hij na een maand gesukkela tehebben aan de suidkant van Java bij een landstreeks onder sou„ racarta genaamt Tamna Taloen aangekomen en sijn vaar„ tuig op de klippen sonder iets te hebben kunnen redden aan stukken geslaagen was waar op hij sig met sijne makkers aan dewal na het bosch begeeven vier maanden opgehouden en van wortels blaaden en kunden geleeft had. Dat aen relatant C: s: nu Jongst dleeden door den loera van 35 57

NL-HaNA_1.04.02_3500_1392 view scan ↗

English

From Java's East Coast, the of the aforementioned desa Tanna Taloen was called and handed over to a command of Europeans, who subsequently brought them to Solo and from there to here. Finally, the deponent says upon the interrogation put to him that neither he nor his companions present here had ever in their lives been to Noessa Barnang, and even less knew what the situation was there. Thus done and reported at the government of Samarang on the date aforementioned. Beneath was a signature, paraphed, made by the juragan Ramat. Lower: In my presence. Was signed: C. P. Boltze, sworn clerk. In the margin: as witnesses. Was signed: Ingabeij Djo Djoedo and Ingabeij Marta Nagarra. Beneath was: agrees. Was signed: C. P. Boltze, sworn clerk. Copy From Java's East Coast, the Copy of the account of the Balinese Bassoe, inhabitant of Balij Boleling, given Ao 177 at Samarang the 21st October Ao 1757. The deponent says that now well over 5 months ago, together with 14 other persons, all from Balij Boleling, he had hired himself out to the juragan Ramat to sail with his prau gunting, carrying a quantity of porcelain dishes, saucers, and bowls to the value of 200 Spanish dollars, to Balij Badong for trade, on which vessel there had also been 5 women and 4 small children belonging both to the juragan and to the other crew, and when they had gone out to sea and had no wind, they were so driven off course by the strong current that, after wandering for a month, they in the South Sea of Java at a certain settlement, and as they later heard that the same was named Tanna Taloen and belonged under Souracarta, had arrived, yet in such manner that the vessel was smashed to pieces on the beach by the heavy surf, without their having been able to save any goods. That the juragan Ramat with him and his other companions had gone directly ashore and into the forest, where 37 59 From Java's East Coast, the where they stayed for four months and lived on nothing other than roots, leaves, and herbs. That his juragan Ramat having stepped ashore with them all, they had been advised by the lurah of the aforementioned desa Tanna Taloen, by name Bappa Bolet, to take shelter with his people in the abovementioned forest until further orders, but about a month ago they had all been called by the said lurah to his desa and handed over to some Europeans, who had brought them to Solo and from there to here. Finally, the deponent says upon the interrogation put to him that neither he, nor his juragan Ramat, nor any of his other companions present here had ever in their lives been to Noetsa Bannang, much less knew how matters stood there. Thus done and reported at the government of Samarang on the date aforementioned. Beneath was a signature, paraphed, made by the Balinese Bassoe, and beside it, upon verbal statement from the Balinese translated for the Balinese Bappa Kaba Kaba. Lower stood: In my presence. Was signed: C. P. Boltze, sworn clerk. In the margin stood: as witnesses. Was signed: Ingabeij Djo Joedo and Ingabeij Marta Nagara. Beneath: Agrees. Signed: C. P. Boltze, sworn clerk. 59 From Java's East Coast, the Copy of the account of the Balinese Sie Setal, alias Walat, 177 from Balij Badong, given at Samarang the 24th October 1777. The deponent relates that now well over a month ago, there a certain Palembang juragan, name unknown, arrived from Mandaar, carrying a cargo of three chests with assorted linens, some piculs of gambier, and some pots of opium; that the said juragan had told him along with his brother Sidangar that he wanted to go to Bancahoeloe and, if they were inclined to do so, that he would take them along, whereupon the deponent had then gone on board with his aforementioned brother and had taken along 10 pieces of chintz cloths and 3 catties of opium, which he had bought from a certain Chinese who had arrived there from Batavia. The Palembang juragan had thereupon set sail, but after having been at sea for two days and having a shortage of water and firewood, he had come to anchor at Noessa Barambang, and having provided himself with these within three days to resume his course to Bancahoeloe, he, the deponent, had agreed with his brother to desert from the juragan, because he had heard from the other crew that the juragan wanted to murder or else sell them. The 61

Dutch transcription

van Javatoostkust den van voorschreeven dessa Tanna Taloen was geroepen en aan een Commando europeesen overgegeeven gewonden dat haar vervolgens naar solo en van daar na herwaerds hadt gebragt Eindelijk segd den relatant op de aan hem gedaene afvraege dat hij nog sijne makkers hier preesent nog van haar leeven niet op noessa barnang waaren geweest, en eeven min te weeten hoe het daar gesteld was. aldus gedaan ende gerelateerd ten gouvernemente Samarang dato voorschreeven /onderstond/ een hand teekening omschreeven / gestelt door den 2Joeragan ra„ „mat /lager/ Jn kennisse van mij /was geteekend/ C: P: Boltze gesw: schriba /in margine / als getuigen /wwas geteekend/ Jngabeij Djo Djoedo en Ingabeij Marta Nagarra /onderstond /: accordeerd /was geteekend/ C: P: Boltze gesw: schriba. Copia Van Iavas oostkust den Copia relaas van den baleijer Bassoe in„ woonder van Balij Boleling gegeeven Ao 177 te Samarang den 21: october A=o 1757— Den relatant segd dat hij tig nu ruim 5: maanden geleden met nog 14 koppen alle van balij boleling aanden peragan ramat verhuurd had, om met desselfs prau gontings meede neemende een quantiteit porcelaine schootels pierings en kommen ten waar„ dije van 200 ld:s na balij badong ten handel te vaeren op welk vaartuig geweest waaren nog 5: vrouws persoonen en 4 kleijne kinderen soo aanden Joeragan als aan het andere prauwsv olk toebehoorende, wanneer sijlieden nu in see gekomen waaren en geen wind hebbende waaren sij door de sterke stroom sodanig ver„ dreeven geworden dat sij na een maand gesworven te hebben, inde suid zee van Java bij seekere negorij en soo als sij naderhand gehoord hadden dat deselve Tanna Taloen genaamt en onder souracarta gehoorde waaren aangekomen dog sodanig dat het vaartuig door de swaare branding op strand aanstukken geslagen was sonder eenig goed te hebben kunnen meedeneemen Dat sig den Djoeragan ramat met hem en sijne andere makkers direct aandewal en na het bosch begeeven hadden alwaar 37 59 Van Iavas oostkust den alwaar bij sig vier maanden op gehouden en van niets anders als wortels blaaden en kruiden geleeft hadden. Dat sijn Dejoeragan ramat met hun alle aan de wal gestapt sijnde door den loera van voorsz: dessa Tanna haloen in naame bappa Bolet was aangeraaden geworden sig met de sijne in het bovengenoemde bosch te bergen tot nadere orar dog nu omtrent een maand geleeden waaren sij alle door meermelde Loera na sijne dessa geroepen en aan eenige Europeesen overgegeeven geworden die haar na solo en van daar na herwaards hadden gebragt Eijndelijk segd den relatant op de aan hem gedaane afvraage dat hij soo min als sijn dejoeragan ramat nog een van sijne andere makkers hier present van haar leeven nog nie op noetsa bannang waaren geweest veel min teweeten hoe het daar meede gelegen was. aldus gedaan en gerelateerd ten gouvernemente Samarang dato voorsch / onderstond/ een handtekening omschreeven / gestel door aen baleijen Bassoe, en daer nevens/ bij mandelijkse op gave uit het balij vertoek voor den /hier stond ok een handteekening/ balier bappa kaba kaba /lager stond/ in kennisse van mij / wa getekend:/ C: P: Boltze gete: schuba /:in margine stond/ als getuigen / was ge:t Jngabij djo Joedo en ingabeij marta nagara /:onderstond:/ Accordeerd /geteekend/ C: P: Boltze getw: schriba 59 Van Iavasoostkust Den Copia relaas van de Baleijer sie setal /alias walat/ 177 van balij badong gegeeven te Samarang den 24. october 1777. Den relatant verhaald dat nu ruim een maand geleeden aldaer seeker Palembangs d'joeragan bij naame onbekend van mandaar was aangekoomen geladen hebbende drie kisten met lijwaten in soor. arie picols gambir en arre potten amsioen dat gemelde Joeragan aan hem nevens sijne broeders sidangar geseyd had na banca„ hoeloe te willen gaan en soo sij daar toe inilineerden haar te willen meede nemen, als bij relatant als toen met eeven genoemde sijn broeder aan boord was gegaan en meede genomen hadt 10 opeer sambagie kleedjes en 3 kattjes amfioen het geene hij van seeker Chines die van batavia aldaar was aangekomen geskogt haet Den palembangs D joeragan was daar op onder tijs gegaan, dogr na w dagen in dee geweest te sijn en gebrek aan water en brand„ hout hebbende was hij te Noessa barambang ten anker gekoomen en sig binnen drie daagen daar van voorsien hebbende om sijn Cours na bancahoeloe te vervolgen hadt hij relatant met sijn broeder afgesprooken om van aen d'Joeragan te drossen alsoo hij van het andere prauws volk gehoort hadde dat hen den djoe„ ragen wilde vermoorden dan wel verkoopen den 61

NL-HaNA_1.04.02_3500_1396 view scan ↗

English

From Java's East Coast, the The deponent had thereupon cut off the sampan of the vessel and, with his aforementioned brother, escaped by night in it to Banjoemaas. However, having arrived at a certain dessa lying on the beach, he had gone to live with the mantrie of the same, whose name, however, he does not know. But having been there for 10 days, two vessels had arrived at Banjoemaas, which vessels the Radeen Tommongong of Banjoemaas had attacked and driven away from there. They had indeed been pursued by several vessels, but the wind being against them, they had to let them sail without having accomplished anything further. That the deponent, with his aforementioned brother, had been seized by the emissaries of the Radeen Tommongong and brought to Solo, from where the chief had caused them to be brought hither by a European. Finally, the deponent relates that beyond what is written above, he is not conscious of anything in the least, that he had never been to Noessa Baarang nor was he known there, much less had he touched at any other places, however named. Thus done and related at the government of Samarang, date as above. Below was a signature circumscribed, set by Sie Seta, and next to it, for the translation, a written note set by the Balinese Bappa Kaba Kaba. Lower: In my presence, was signed C. P. Boltze, sworn clerk. In the margin stood as witnesses: was signed I. v. d. Geugten and Carta Bassa. Lower: Agrees, signed C. P. Boltze, sworn clerk. From Java's East Coast, the Copy of the statement of the Balinese Sidangar of Bali Badoeng, given at Samarang the 25th of October, anno 1777. The deponent relates that fully a month ago a certain Palembang djoeragan, name unknown, arrived there from Mandhaar, having loaded 3 chests of assorted linens, 3 picols of gambier, and 3 jars of opium. That the said djoeragan had told him and his brother Sie Seta that he wanted to go to Bancahoeloe, and if they were inclined to do so, that he would take them along. Whereupon he, the deponent, had then gone on board with his just-mentioned brother and had taken along 40 pieces of sambagie cloths and three catties of opium, which he had bought from a certain Chinese who had arrived there from Batavia. The Palembang djoeragan had thereupon set sail, but after having been at sea for 10 days and having a shortage of water and firewood, he had come to anchor at Noessa Barambang. Having provided himself with these within three days to continue his course to Bancahoeloe, he, the deponent, had agreed with his brother to desert from the djoeragan, since he had heard from the other prahu crew that the djoeragan wanted to murder or else sell them. The deponent had thereupon cut off the sampan from the vessel From Java's East Coast, the cut off, and with his aforementioned brother escaped by night in it to Banjoemaas. However, having arrived at a certain dessa lying on the beach, he had gone to live with the mantrie of the same, whose name, however, he does not know. But having been there for 10 days, two vessels had arrived at Banjoemaas, which vessels the Radeen Tommongong of Banjoemaas had attacked and driven away from there. They had indeed been pursued by several vessels, but the wind being against them, they had to let them sail without having accomplished anything further. That the deponent, with his aforementioned brother, had been seized by the emissaries of the Radeen Tommongong and brought to Solo, from where the chief had caused them to be brought hither by a European. Finally, the deponent relates that beyond what is written above, he was not conscious of anything in the least, that he had never been to Noessa Baarang nor was he known there, much less had he touched at any other places, however named. Thus done and related at the government of Samarang, date as above. Below was a signature circumscribed, set by Sidangar, and next to it, for the translation, a signature described by the Balinese Bappa Kaba Kaba. Lower: In my presence, was signed C. P. Boltze, sworn clerk. In the margin stood as witnesses: was signed I. v. d. Geugten and Carta Bassa. Lower: Agrees, signed C. P. Boltze, sworn clerk. From Java's East Coast, the To His Right Excellency, etc. After the dispatch of my latest separate letter of the 8th, Your Right Excellencies' highly respected letter of the 28th of November preceding having been delivered to me on the 9th instant, in order to assist Macasser with all possible speed with the intended relief force of 1000 Madurese and Sumanappers, and to comply with everything that Your Right Excellencies desire and expect of me, I have not only looked around here further for private vessels for their transport and impressed a sloop belonging to the Captain of the Chinese, Tan Lecko, which tomorrow or the day after tomorrow, with the firearms brought since by the ship Kroonenburg (or actually 800 pieces thereof, since on a previous occasion I sent 200 flintlocks along with some equipage goods from the stock here to Sourabaija) and flints, will undertake the voyage to the Eastern Salient

Dutch transcription

Van Iavas oost kust den Den relatant had daar op de sampang van het vaartuig ap„s gesneeden, en sig met sijn meermelde broeder daar meede tnagts na banjoemaas fugatie gemaakt dog op seekere aan het strand leggende dessa aangekomen sijnde was hij bij den mantrie denselve 99 wiens naame hij eyter niet witt gaan woonen dog 1s daagen al„ „daar geweest sijnde, waaren twee vaartuigen te ban joemaas aan„ gekomen welke vaartuigen den radeen tommongong van barpoe„ maar g'attacqueerd en van daar verdreeven hadt sij waaren wel door verscheijde vaartuigen vervolg geworden, dog dewind lien tegen sijnde hadden sij deselve moeten laten sijleij sonden iets verder uitgevoerd te hebben. Dat den relatant met meermel de sijne broeder door desendelingen vanden radeen Tommongong, was op gevat en na bolo gebragt geworden van waar hen het opperhooft door een europees had laaten na herwaards brengen. Eindelijk verhaals den relatant dat hem buiten het gane voorschueven staats niets het minste meer bewust was dat hij nooit op noessa baarang ge„ weest nog aldaar bekend was veel min op eenige andere plaatsen hoe ok ge„ naamd aangegierd was aldus gedaan ende gerelateerd ten gouvernemente samarang dato voorsch: (onderstond)/een handteekening om schreeven / gesteld door sie seta E en daar neevens voor de vertaaling een aanteekening beschreeven gesteld door den baleijer bappa kaba kaba /:lager/ in kennisse van mij /was geteekend/ C: P: Boltze gesw: schriba /:inmargine stond als getuigen /was geteekend/ I: v: d geugten en Carta bassa /lager / accordeerd /geteekend/ C: P: Boltze getw: schierba — Ian Iavasoost kust den Copia relaas van den baleijer Sidangar van balij Ba„ doeng gegeeven te Samarang den 25 october A=o 1777 Den relatant verhaals dat u ruim een maand geleeden aldaar seker„ opalembangs d'joeragan bij naame onbekend van mandhaar was aangekomen geladen hebbende 3: kisten met lijwaeten in soort 3: picols gambir en 3 potten amphioen dat gemelde djoeragan aan hem neevens sijn broeder sie setal gesegt had na bancahoeloe te willen gaan, en soo sij daar toe inclineerden haar te willen meede neemen des hij relatant als toen met eeven genoemde sijn broeder aan boord was gegaan en meede genomen had 40 pees sambagie kleedjes en drie cattjes amfioen het geene hij van seeker chinees die van batavia aldaar was aangekomen gekogt hadt. Den palembangs dejoera„ „gan waar daar op onder sijl gegaan, dog na 10 dagen insee ge„ weest te sijn en gebrek aan water en brandhout hebbende was hij te noessa barambang, ten anker gekomen en sig binnen drie daagen daar van voorsien hebbende om sijn Cours na bancahoeloe te vervolgen hat bij relatant met sijn broeder afgesprooken om vanden djoeragan te drossen alsoo hij van het anders prauwvolk gehoord hadde dat hen den djoeragan wilde vermoorden dan welverkopen Den relatant hast daar op de sampang van het vaarting af gehneeden 61 . 6 van Iavas oostkust den gesneeden en sig met sijn meermelde broeder daar meede knagts na banjamaas fugaties gemaakt dog op seekere aan het strand leggende dessa aangekoomen sijn de was hij bij den mantie derselve 499 e wiens naam bij eyter niet witt gaan woonen dog 10 dagen aldaar geweest sijnde waaren twee vaartuigen te ban joemaas aangekomen welke vaartuigen den radeen Tommongong van ban Joemaas g'attac„ queerd en van daar verareeven hat sij waaren wel door verscheide vaartuigen vervolg geworden dog de wind hen tegen sijnde hadden sij deselve moeten laeten sijlen sonder iets verder uit gevoerd te hebben. Dat den relatant met meermeld sijnen broeder door de sendelingen vanden radeen Tommongong was opgevat en na solo gebragt geworden van waar hen het operhoofd door een Europees had laten nahenwards bangen Eindelijk verhaald den relatant dat hem buiten het geene voorschreeven staat niet het minte meer bewust was dat hij nooit op noessa bannang geweest nog aldaar bekend was veel min op eenige andere plaatsen hoe ook genaamd aangegierd was aldus gedaan ende gerelateerd ten gouvernemente Samarang dato voorsch: / onderstond/ een handtekening omschreeven gestelt oor iangar en daar nevens/ voor devertaling een hand teekening beschreeven door den balijer bappar kaba kaba /lager/ Inkennisse van mij /was geteekend/ C: P: Boltze gesw: schriba / in margine stond / als getuigen /was geteekend/ I: V: d: geugten en Canta bassa /lager /accordeerd / geteekend/C s Boltze: gesw: schiba 63 Van Iavas oostkust den Aan zijn Hoog Edelheijt enz: Na de afsending mijner Jongste aparte van den 8: den 9: hujus bij mij besteld sijnde uwer hoog Edelheeden veel gerespec„ teerde van den 28 november bevoorens heb ik om macasser met alle mogelijke spoed te assisteeren met het toegedagte secours van 1000 madureesen en sumanappers en te beantwoorden aan alles wat uw hoog Edelheeden van mij begeerd en verwagt niet alleen hier nader omgesien naparticuliere vaartuigen tot derselver transport en geprest een sloep vanden Capitein der Chineesen Tan lecko die op morgen of over morgen met deseedert par het schip kroonenburg aangebragte ge„ weeren /: of eigentlijk daar van 800 pees wijl ik haar bij een voorige geleegendheijd 200 snaphaanen neevens eenige Equipagie goederen uit den voorraad van hier naar sou„ rabaija gesonden heb / en vuursteenen de reise naar den oosthoek

NL-HaNA_1.04.02_3500_1400 view scan ↗

English

From Java's northeast coast will undertake, but also already by letters of the 10th of this month earnestly urged anew the panembahang of Madura and the pangerang of Sumenep to supply their men and provide vessels for their transport, while also instructing the commander of the water gate by a separate letter of that day to look further into a sufficient number of transport vessels or whatever might still be lacking, and to encourage the panembahang and pangerang aforesaid, alongside the regents of Surabaya, Gresik, Sidayu, and Pamekasan, for that supply, among other things by assisting them with equipment and also the necessary ammunition goods on condition of restitution of whatever they shall bring back, and giving assurances that in case any accident befalls the vessels with which they serve the Company on the voyage, the owner will be indemnified; yet, should both fail to succeed, then to proceed to the pressing and hiring of competent private vessels for a reasonable payment, and with the liberty, after disembarking the troops at Makassar, to navigate further with their cargo to Amboina and Banda, and subsequently from there directly back, as all this and the recommended utmost expedition to embark and send the auxiliary force to Makassar as soon as it shall only be possible appears in detail in the prescribed letters, of which I take the liberty to present copies to Your High Nobilities. By the reply of the commander dated 14 December, Your High Nobilities will observe how he immediately sought to satisfy the requisitions, and that apparently the pangerang of Sumenep will have the necessary vessels almost assembled, but that because the panembahang seemed to leave it to chance, he would for that reason also be obliged to press vessels at Surabaya and Gresik, while no help was to be expected from the regents there at Sidayu and Pamekasan. I await the further outcome thereof, and request Your High Nobilities in the meantime to rely upon the fact that the Madurese and Sumenepers will be dispatched to Makassar as soon as ever possible, and that I shall make no use of the East Indiamen for this purpose except in case of extreme necessity; and furthermore to approve that I also, by letter of 10 December, have given notice of the expected relief to the Governor of Makassar, Mr. Van der Voort, and requested that I may in the future be well informed of the conduct of these troops and their chiefs, as well as on the Company's behalf on every occasion regarding the state of affairs on Celebes; while, which I also request Your High Nobilities to approve, I intend, after the departure of the required 1000 heads, to have another company of Madurese and a company of Sumenepers recruited and kept in readiness, so as to be able to make use of them also in case of unexpected necessity, since according to the established regulation such troops receive no pay before their departure, and thus the recruitment and keeping in readiness will cost the Company nothing. Now also serving as a dutiful and formal reply to Your High Nobilities' much respected separate dispatches of 14 October and 10 December, I express my gratitude to Your High Nobilities for the authorization to give the eldest daughter of Pangerang Aria Mangkunegara in marriage; and no suitable match having presented himself to me other than Raden Tumenggung Tjakra Nagara, I have had that regent of Tegal come hither to give him this princess as his wife. Regarding affairs in the interior, I comply with Your High Nobilities' recommendation, and am no less attentive to all that goes on and watchful of all that might happen, as well as careful that no open hostilities arise; but to pacify and reconcile the Sultan and his former son-in-law Pangerang Aria Mangkunegara, or Mas Said, with each other, I profess to have no prospect, and also not to dare to make any attempt, now that by moderate measures the minds seem to have calmed down again and no extraordinary movements are heard of. That Your High Nobilities in the meantime had also pleased to excuse the reply to the Sultan's request concerning Mangkunegara, taking this thankfully for my information, I note herewith that regarding the rest-disturber Martodjojo, since he was at Gagatan nothing has been seen or heard by me, and everywhere, as aforesaid, all is in quiet rest and peace. However, what causes new concerns, and which I am obliged to communicate to Your High Nobilities, is the illness of the Sultan, who, suffering from hot fevers according to the writing of the First Resident Van Rhijn by letter of the 19th of this month, is very declined and from here.

Dutch transcription

Van Iavas oostkust den oosthoek aanneemen sal maar ook al bij brieven van den 10 deeser den panembahang van madura en den pangerang van sumanap met empressement op nieuw aangespoord tot fournissement van hun volk en besorging van vaartuigen tot denselven transport mitsgaders den gesaghebber van den wee„ poort ook bij aparte van dien dag gedamandeerd nader te zie„ na een toerijkend getal transpont Bademtses of soo val en nog souden konnen te manqueeren en tot dies fournissement den panambahang en pangerang voormeld neevens de regenten van sourabaija grisse, sidajoe en pamacassang te amimeeren onder meer door hen te assisteeren met Equipagie en soo ook de noodige ammunitie goeder /: op concitie van restitutie van het geene te rug sullen brengen :/ en toesegging te geeven dat ingevalle de vaartuigen waar meede sij deComp: genieven het een of ander ongeluk op de reise overkomt den eigenaar scha„ deloos sal worden gesteld dog een en ander niet reusseerende dan over te gaan tot het pressen en inhuuren van bekwame parti„ culiere vaartuigen teegen een billijke betaaling en met vrijheid om uijtt meede voerende na ontscheept der troup en temacasser verder te navigeeren naar amboiia en banda en vervolgens van 65 Van Iavas oostkust den van daar aireet te rug soo als dit alles en de aanbevoolen meest moge„ lijk ste voortvaarendheijd om en ook hoe de hulpbende soo spoedig het maer doenlijk salweesen afte scheepen en naar macassar te besorgen omstandig blijkt bij de voorschreeven brieven waar van ik de vrij„ heijd neeme uwe hoog Edelheeden copias aan te bieden. Bij het antwoord van den gesaghebber de dato 14: december sal uwe hoog Edelheeden conteeren hoe hij aanstonds getragt heeft aan de requititen te voldoen en dat oparent den pangerang van Sumanap de nodige vaartuigen als bij een sal hebben maar dat wijl den panembahang het er op scheen te laten aankomen hij uit dien hoofde ook genoodsaakt soudeweesen te sourabaija en grissee vaartuigen te pressen terwijl van de regenten daar te sidaijoe en pamacassang geen hulpe te wagten hadt jk wagt in den verdere uitslag daar van af en versoeke uw hoog Edelheeden intusschen en sig op te verlaten dat de madureesen en sumanappers naar macasser soo spoedig mimmers moge„ lijk sullen betorgd worden en dat ik daar ik toe van de oostvaarders geen gebruik sal maaken als in Cas vande uitterste noodsaakelijkheijd en voorts te approbeeren dat ik ook al bij brief vanden 10 december den heer mancassaars gouverneur van Javas oostkust aen gouverneur van der voort kennisse van het te wagten ontset gegee„ ven en versogt heb in het vervolg soo wel te moogen worden gin„ formeerd van het gedrag deesen troupen en haare hoofden als ook s Compagnies weegen bij alle geleegendheid van den toestand der saaken op celebes terwijl ik dat uwe hoog Edelheeden ook gelieve goed te keuren voorneemens ben na het vertrek der gerequireerde 1000 koppen nog een compagnie madureesen en een Compagniesumanappers te laten werven en in ver„ seerde houden om in cas van onverhoopte noodsakelijkheid en ook gebruik van te kunnen maaken alsoo na de gestelde bepaaling deese sulxtroupen geen betolding voor haar vertrek krijgen en duis de werving en gereedhouding de maatschappij niets kosten sal „ Tans ook van schuldig en formeel antwoord dienende op uwer hoog Edelheeden veel gerespecteerde apante missive van den 14 october en 10 december betuige ik uw hoog Edelheeden mijne dank voor de qualificatie om de ouaste dogter van pangerang Aria Mancoe nagana uit te trouwen en mij nog geen comvenabelen partij voorgekomen sijnde als radeen Tommongong Tfacra Nagarra heb ik dien regent van Tagal laten herwaerds komen 67 Iavas ootkust den Van komen om hem deese prinsesse ten vrouwe te geeven. omtrent aevonsten en bovenlanden voldoe ik aan uwer hoog Edelhee„ den recommandatie en ben niet minder oplettende op alletwat er om„ gaat en waaksaam op alles wat soude kunnen gebeuren als borgvul„ dig aat er geene openbaare vijandelijkheeden exteren maar (omden sulthan en sijn geweesen schoon zoon pangerang aria mancoe„ nagarra of maas sait met elkander te bevradigen en te assopieeren betuige ik geen voormitsigt te hebben en ook geen tenta„ „men te duwen doen nu door besaadigden aentkebeeden de gemoe„ deren weeder scheinen te bevaaren en van geen binten gewoone beweegingen word gehoord dat uwe hoog Edelheeden in tus„ schen ook hiet antwoord op t sulthans versoek omtrent man„ coenagarra hadden gelieven te Excuseeren in dank tot narigt aanneemende noteere ik hier bij dat vanden nust verthoor„ Marto djoedo seedert dat hij van gagatan bij mij niets is vernomen of gehoord en alomme als voorsegt alles in stille rust en vreede is Maar dat nieuwe bedenkingen baard en ik verpligt ben vioe hoog Edelheeden meede te deelen is de siekte van den sulthan die Laboreerende aan heete koortsen volgens schrijven van den eersten resident van rhijn bij brief vanden 19 deeser seer vervallen en vanhier 69

← previousnext →