VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3513

Coromandel · 966 pages · 125 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3513_0541 view scan ↗

English

613: Duijnevelt, and the Junior Merchant and Assayer Pieter Willem Geeke, to demand that they provide us with an ample and accurate report in writing regarding the aforementioned three points. They complied with this on the 31st of December, in great detail and to our complete satisfaction; wherefore we take the liberty of presenting their aforementioned report herewith to Your High Nobles, in the confidence that Your Nobles will likewise be satisfied with the reasons brought forward by them in answering the three proposed questions. And we also hope that the Gentlemen Majores, to whom we now, pursuant to orders, present an authentic copy of the aforementioned report, will also be pleased to conform with the aforementioned reasons. In the meantime, according to the wishes of Your High Nobles and the Gentlemen Superiors, we have instructed the Mint Master Duijnevelt to note down henceforth on the mint returns, not only the monetary value of the gold and other materials used for the minting of 614: specie, but also, in addition to the value of the metals serving as alloy, the quantity of each of the same, together with a specific statement of the charges incurred in the minting; which shall henceforth be promptly observed here. Having dutifully brought this to the honored notice of Your High Nobles in advance, we proceed, according to the annual custom, to deliver a general report of all our proceedings on this Coast in the Master's service during the course of the recently expired book year 1777/8, in so far as we have made no mention thereof in our aforementioned general missive of the 25th of September, in the hope that the matters to be described therein may be favorably approved or kindly passed over by Your High Nobles, considering that we have, in all things, as far as was possible for us, cared for the true interests of the Company. However, 615: However, before we proceed to our general description, we take the liberty herewith, according to the established practice, to insert the extracts sent to us from the general Patriotic Missives of the 8th and 17th of October 1777, written by the Gentlemen Majores in the Netherlands to Your High Nobles, together with our respectful answer to the same set in the margin, wherewith we heartily wish that Your High Nobles and the High Noble, Highly Esteemed Gentlemen Seventeen will be pleased to conform favorably; reading as follows. Extract from the missive written by the Assembly of the Gentlemen Seventeen in Middelburg, in Zeeland, to the Governor-General and the Councilors of the Dutch Indies at Batavia; dated 8th October 1777. 616: Passing to the subject of Coromandel, we have seen with surprise from the marginal answer of the ministers to our missive of the 8th of October 1774, that, with regard to the main article of this office, the collection of textiles, they maintain that the more the demands are reduced, the less a complete fulfillment of the same is to be expected; and that such a reduction was the cause that in 177½ there were 165 packages missing from the fulfillment of the demand. Experience, however, seems to contradict that position directly. For having examined the comparative statements of the ministers regarding the textiles that were successively demanded for the years 1771 and following up to 1774, along with what was delivered on those demands, we believe we have found proof therein that, in proportion as the demands were larger, the shortfall on the same was also proportionately greater. Marginal response: Regarding the elucidation requested by Your High Nobles, Highly Esteemed, on what grounds we could lay down as a certain truth our contention that the more the demands for textiles are reduced, the less a complete fulfillment of the same was to be expected, in our respectful marginal response to the extract of your High Nobles, Highly Esteemed missive of the 8th of October 1774, we have no other reasons to supply than what was respectfully stated by us in our humble provisional answer to the demand for returns for the year 1778, established on the 11th of November 1776, to which we respectfully refer, adding only this: that all that has been successively noted by us in this regard was principally grounded on the successive complaints of the Porto Novo and Nagapatnam merchants, of whom the latter were indeed the most prominent, but constantly also the most defective in fulfilling the textiles contracted to them for delivery. 617: Hereof, among others, it can serve as an example that, as the ministers themselves have shown in their missive of the tenth of January 1775, on the demand of 1773 in the amount of 3011 packages, 93 packages less were collected than on that of 1774, totaling 2650½ packages, not to repeat at present 638: what has already been stated on this subject in the heading of our last established demand of returns. The ministers will therefore have to elucidate to us on what grounds they have based the aforementioned contention in the said marginal:

Dutch transcription

613: Duijnevelt, en den ondercoop„ „man en Essaijeur Pieter Willem Geeke, te demandeeren, om nopens de voorschreeve drie poincten, aan ons te dienen van een ampel en naauwkeurig Rapport in scriptus. Hier aan hebben zij op den 31. December zeer omstandig en tot vol„ „komen genoegen van ons voldaan; wesweegens wij de vrijheijd neemen, hun voorschreeve berigt; Uwe Hoog Edelheedens bij deesen aan te bieden, in vertrouwen, dat Hoog„ „ deselve al meede genoegen zullen nee„ „men in de reedenen, door hun bij ge„ „bragt, ter beandwoording van de drie voorgestelde voorgestelde vrdagen; En wij hoo„ „pen ook, dat de heeren Majores, aan wien wij tans, ingevolge de or„ „dere een Copia authenticq van het voorschreeve berigt aanbieden, zig meede zullen gelieven te conformee„ „ren met de voorschreeve reedenen.—. Middelerwijl hebben wij, na de begeerte van Uwe Hoog„ „ Edelheedens en de Heeren Su„ „perieuren, den Muntmeester Duij„ „nevelt gelast, om voortaan bij de Munts=Rendementen te notee„ „ven, niet alleen het bedraagen in gelde van het goud en de an„ „dere materiaalen, die tot het slaen van 614 van specien worden gebruijkt maar ook behalven de waarde der Metaalen, die tot toeset dienen, der quantiteijt van ieder derselven, met en beneevens een specificque aantooning van de Ongelden die bij de vermunting vallen; het geen voortaan alhier prompt zal worden geobserveerd. —. Dit voor af Schuldpligtig„ „lijk gebragt hebbende ter g' Eerde kennisse van uwe Hoog Edel„ „heedens, gaan wij, na Iaare„ „lijksche gewoonte weeder over, tot het doen van een Generaal Ver„ „slag van alle onse verrigtingen. ter ter deeser Kuste in 'Smeesters dienst geduurende den loop van het Jongst 9. Exepireerde Boek-Iaar 177. 7/8. voor zo ver wij daar van geen mentie gemaakt hebben bij on„ „zen voorgewaagde gemeene missi„ „ve van den 25. ' September, in hoope, dat de zaaken, die daar bij staan beschreeven te worden, door Uwe Hoog Edelheedens gunstig moogen worden gappro„ „beerd of toegenegentlijk gepas„ „seerd, uijt Consideratie dat wij in al„ „les, zoo veel ons maar mogelijk= ge„ „weest is, voor 'scompagnies waar-be„ „langen intrest gezorgd hebben. —. Dog 615. Dog eer wij tot onse Gene„ „raale beschrijving overgaan, nee„ „men wij volgens het in Practijk zijnde gebruijk, de vrijheijd bij dee„ „sen te insereeren, de ons toegeson„ „den Extracten uijt de Gene„ „raale Patriasche Mlissives van den 8. ' en 17. ' October 1777. door de Heeren Mazores in Neederland aan uwe Hoog-Edelheedens. geschreeven, met ons eerbiedig ant„ „woord op deselve, in margine gesteld, Waar meede wij van harten wen„ „schen dat uwe Hoog Edel= =heedens, en de Hoog Edele Hoog Agtbaare Heeren Seeven„ „thienen „thienen zig gunstig zullen ge„ „lieven te Conformeeren; Luijdende deselve als volgd. Extract uijt de beg on missive geschreeven „sche o door de Vergadering vol „ten der Heeren Seven„ „ „tra hoog thienen binnen „tob „den Middelburg, in „ Zeeland, aan den ons bij Gouverneur generaal en de Raaden van Nederlands Indien te Batavia; in dato 8. ' October 1777. 77. „2 200 ons dat gen is verte. op Soo der „den vo „bre zijn 616 §. 312. Hiermeede „brekkigste geweest sijn, in 't voldoen van de aan haar ter leverancie opgedragene Lijwaaten. — op de door uw hoog Edele Hoog Agtbare begeerte Elucidatie op wat gronden wij onse sustenue dat hoe meerder de eijs„ „schen van lijwaaten vermindert worden, hoe minder eene Compleete voldoening derselve zoude te wag„ „ten weesen bij onse eerbiedige margi„ „naale beandwoording op het Ex„ „tract uwer hoog Edele hoog agtb: hoog g'Eerde missive van den 8. oc„ „tober 1774. hebben kunnen ter nee„ „der stellen, als een seekere waar„ „heijd, hebben wij geen andere reedenen te suppediteeren, als het geen door ons eerbiedig ter needer gesteld is, bij ons needrig provisioneel and„ „woord op den eijsch van retouren voor den Iaare 1778. gearresteerd 11. 9ber: 1776, waar aan wij ons in soo verre op het submist gedra„ „gen, Eenlijk hier nog bij voegende, dat al het geene successive door ons ten deesen reguarde aangemerkt geworden is, principaal gegrond is geweest op de successive klagten der portonovose, en Nagap:ms cooplie„ „den, en waar van de laaste wel de voornaamste, dog steeds ook het ge„ Chormandel, hebben wij met verwondering gesien uijt het margi„ „naal andwoord der mi„ „nisters op Onse missi„ „ve van den 8. ' October 1774. dat zij met op„ „sigt tot het Hoofd„ „Artikel van dit Comp„ „toir den insaam der lijwaaten sustineeren; dat, hoe meer de Eijs„ „schen vermindert worden, des te wijni„ overgaande tot de ma„ „terie van. „ger 5. „ger een compleete vol„ „doening derselve te wagten is; en dat zodanige den vermin„ „dering oorsaak is ge„ „weest dat 'er in 177½. aan de voldoening van den Eijsch 165. Pakken hebben ontbrooken. — De ondervinding dog scheijnt die sus„ „tenu, direct teegen te spreeken, Want nagegaan hebbende de Comparative Ver„ „ toogen 6:17. „toogen der Ministers van de Lijwaaten, die voor de Jaaren 1771. en volgende tot 1774. ingeslooten successivelijk zijn ge„ „Eijscht, met het geen op die Eijsschen vol„ „daan is, meenen wij daar in bewijsen te hebben gevonden, dat na mate de Eijsschen grooter zijn geweest, het te min geleverde op deselve ook in eeven„ „reedigheijd meerder heeft bedraagen. —. Hier Hier van kan onder andere tot een voorbeeld dienen, dat, so als de Mi„ „nisters zelve heb„ „ben aangetoond, bij hunne Missive van Thienden Ianuarij 1775. op den Eijsch van 1773. ten bedra„ „gen van 3011: Pak„ „ken, 93. pakken min„ „der sijn ingesameld dan op die van 1774. groot 2650½. pakken om tans niet te her„ „haalen 638 „haalen, het geen bij het Hooffd van onsen laast gearresteerden Eijsch van Re„ „touren op dit su„ „Jet reeds is gesegd. De Minis„ „ters zullen ons derhalven moe„ „ten elucideeren, op wat gronden zij de voorschree„ „ve Sustenu bij gedagte margi„ „waale:

NL-HaNA_1.04.02_3513_0552 view scan ↗

English

final answer could have been regarded as a certain truth. Paragraph 313. We desire that elucidation all the more because, if it holds true, the simultaneously alleged claim that, with the reduction of the Demands, the merchants can no longer make as much profit on the Company's delivery as before, and for that reason turn to manufacturing private linens, would then be of little weight as reasons adduced by the Ministers regarding the meager collection for 1775, which they attribute to prolonged droughts, disturbances in the country, and vexatious treatment by the English. Paragraph 314. According to the letter of 15 January 1776, the last-mentioned collection amounted to no more than 2,137 packs, or 311 less than came in during the previous financial year 1773/4. While, regarding the discrepancy noticed by Your Right Honorable Worships in the successive statements given for the past collection of linens, we take the liberty respectfully to refer to what was humbly noted by us in the margin of the Extract of Your Right Honorable Worships' highly esteemed letter dated 30 October 1776, by which, as we trust, we have clearly demonstrated the origin of those differences, and which demonstration we then hope will be regarded as sufficient by Your Right Honorable Worships. Whether, however, this is the exact determination of the difference is by no means certain to us, since the collection of the just-mentioned financial year is stated by the Ministers in the aforesaid letter as having consisted of 2,448 packs, whereas the same stands recorded in their dispatches of 10 January 1778 with a quantity of 2,539½ packs. In our letter of 30 October 1776, we had to remark upon a similar contradiction in the Ministers' reports, not only with regard to the collection of 1772/3, but also with respect to that of 1771/2. The last-mentioned was stated in their dispatches of 1772 at 2,596 packs, and subsequently the decrease of 11½ packs had been calculated in comparison with 1770/1; but according to the writing of 1774, the aforesaid collection of 1771/2 would indeed have amounted to 2,622 packs. Now, if this last statement were the correct one, one might have supposed that, since the ministers speak once again of that collection in their repeated marginal response, they would thereby have corrected the error committed in the reports of 1772; but on the contrary, we find in that response the aforesaid calculation of a comparative decrease of 11½ packs repeated once again, and the ministers' statements of 1772 thereby confirmed. Paragraph 315. It vexes us to have to busy ourselves with these trifles due to a lack of the necessary clarity in the letters from this office, and we are no less dismayed by another sign of gross inaccuracy that the aforementioned marginal response has caused us to notice. We cannot fail to express our sorrow at the displeasure imparted by Your Right Honorable Worships, not only regarding the lack of the necessary clarity in the letters from this office, but also that the linens sent from this coast per the ship De Jonge Lieve were not found to be so improved in Europe as we had flattered ourselves in the drafted marginal response to their honored extract letter of 8 October 1774. We gladly wish to acknowledge our fault in both these cases, and on that ground implore Your Right Honorable Worships for forgiveness, with the promise that, regarding the former, we shall pursue greater clarity as far as possible, and with the assurance regarding the latter, that this erroneous expectation with which we had flattered ourselves regarding the improvement of the linens in comparison with the previous year, did not occur premeditatedly, but on the contrary with such firm confidence in the re-sorting of the linens devised and already introduced for that purpose, that we had no reason to doubt that an improvement in them would have to follow. In the same, it is posited that the ministers flattered themselves on good grounds that the condition of the linens sent in 1773 from this office to the Netherlands with the ship De Jonge Lieve would have afforded us more satisfaction than those shipped in the previous year with Alkemade, because the general re-sorting of the linens collected at the respective factories had not yet been introduced then; whereas in their response to our letter of 5 October 1772, it was nevertheless explicitly stated that they, the ministers, hoped that the effect of the aforementioned re-sorting would already have been noticed in the cargo of the aforesaid vessel Alkemade. Meanwhile, the ministers have already seen from our Demand of returns, dated 15 October 1774, that various defects were also found in the linens from the cargo of De Jonge Lieve.

Dutch transcription

„naale beandwoor„ „ding hebben kun„ „nen aanmerken als een seekere waer „heijd. —. O. 313. Die Elucidatie verlan„ „gen wij te meer om dat soo door„ „gaat, het teffens geallegeerde, dat bij het verminderen der Eijsschen de Kooplieden zoo veel winst niet meer 619 43. meer op 's Compag„ „nies Leverancie kunnen doen als be„ „voorens, en uijt dien hoofde zig begeeven tot het aanmaa„ „ken van particu„ „liere lijwaaten als dan van wij„ „nig gewigt sijn„ „de, door de Mi„ „nisters bij gebrag„ „te Reedenen, wee„ „gens den geringen insaam voor 1775. dien sij toeschrijven aan langduurige droogtens droogtens, onlus„ „ten van het land, en vexatoire be„ „handelingen der Engelschen. — §. 314. Volgens de missive van 15. Januarij 1776: heeft laastgemelde in„ „saam niet meer bedraagen dan. 2137. pakken off 311. , minder, dan er in het voorige boekjaar 177/4. zijn Terwijl wij omtrend het door uw hoog Edele Hoog agtbaare ge„ „remarqueerde different in de successive gedaane opgaaven van den afgeloopen insaam van lijwaa„ „ten de vrijheijd neemen ons eerbie„ „dig te gedraagen, aan het door ons submis genoteerde in mar„ „gine van het Extract uwer hoog Edele Hoog Agtbaare seer te eerene missive in dato 30. ' october 1776. waar bij, so als wij vertrouwen duijdelijk den oor„ „spronk dier differenten gedemon„ „steerd hebben, en welke demon„ „stratie wij dan hoopen, dat bij uw hoog Edele Hoog Agtbare voor voldoende zal worden aan„ „gemerkt. in„ 620. ingekomen. —. Off egter dit de Juijste bepaaling zij van het verschil¬ is bij ons gantsch niet seeker, aange„ „sien den insaam van het evengemel„ „de BoekIaar, door de Ministers bij voorschreeve mis„ „sive word opgegee„ „ven, als bestaan hebbende in 2448: pakken, daar de„ „selve in Hunne adviesen adviesen van 10. Ia„ „nuarij 1778. bekend staat met een quan„ „titeijt van 2539½: pakken. — Wij hebben bij on¬ „se missive van 30. October 1776: een dergelijke strijdig„ „heijd in der Minis„ „ters berigten moe„ „ten remarqueeren, niet slegts met op„ „zigt tot den in„ „zaam van 177. 2/3. maar 621 47 maar ook ten aan„ „zien van die van 177½. Laastgemelde was bij hunne adviesen van 1772. opgegee„ „ven met 2596: pak„ „ken, en daar na had men bereekend de minderheijd van 11½. Pakken, in ver„ „gelijking van 1770/1. maar volgens het schrijven van 1774., zou voorschreeve in„ „saam van 177½. wel hebben bedraagen 2622. Pak Pakken. — Indien nu deese laaste opgaave de regte was, zou men hebben moogen on„ „derstellen, dat ver„ „mits de ministers bij meergemelde hun marginaal andwoord van dien inzaam, andermaal spreeken zij mits dien het bij de berigten van 1772. begaan abuijs verbeterd zouden hebben, dog wij vin„ „den integendeel bij dat /4. 622 89 dat andwoord, de voorschreeve bereeke¬ „ning van een Com„ „parative minder„ „heijd van 11½. pak„ „ken nogmaals her„ „haald, en daar door bevestigd der minis„ „ters opgaven van 1772. §. 315: Het ver„ „driet ons weegens gebrek van de noodi„ „ge klaarheijd in de brieven van dit Comp¬ „toir, met deeze kleij„ „nigheeden ons te moe„ „ten beesig houden, en Wij kunnen niet afsijn onse swerte die wij gevoelen te betuijgen, over het door uw Hoog Edele Hoog Agtbarens bedeeld ongenoegen, niet alleen over het gebrek van de noodige klaarheijd in de brieven van dit Comptoir, maar ook over dat de lijwaaten per het schip De Jonge Lieve van deese cust versonden, niet sodanig verbe„ „terd in Europa sijn bevonden geworden als wij ons bij het ter„ nedergestelde marginaal ant„ „woord, op hoog derselver Bo„ „tract missive van den 8. 8ber: 1774. , wel hadden geflatteerd. —. wij willen gaarne in deese beij„ „de mein 11 8. „de gevallen onse schuld bekennen, en uijt dien hoofde van uw: hoog Edele Hoog Agtbare om vergiffe„ „nis smeeken, met belofte dat wij ten opsigte van het eerste zo veel ons mogelijk is, de meerdere duij„ „delijkheijd betragten zullen en met versekering omtrend het laaste, dat dat abusive vooruijt„ „zigt, waar meede wij ons, in op„ „zigte der verbetering der lijwaten in vergelijk van het voorige Iaer, geflatteerd hebben gehad, niet ge„ „premiditeerd is geschied, maar inteegendeel met een zodanig vast vertrouwen op de tot dat eijnde beraamde, en bereeds ingevoerde hersorteering der lijwaaten, dat wij geen reedenen hadden om te twijffelen of eene verbetering in de„ „selve moeste daar op volgen. Bij het zelve word geposeerd, dat de ministers op goe„ „de gronden sig flat„ „teerden, dat de be„ „vinding der lijwaa„ „ten in 1773. van dit Comptoir met het schip de Ionge Lieve naar wij zijn niet minder ontstigt over een an„ „dere blijk van groo„ „ve onnaúwkeurigheijd die het voornoemde marginaal andwoord ons heeft doen opmer„ „ken. . — Needer m 623 Nederland verzon„ „den, aan ons meerder genoegen zouden heb„ „ben toegebragt, dan die in het voorige Iaer met Alkemade waa„ „ren afgescheept, alsoo toen de generaale hersorteering van de lijwaaten op de Respective factorijen ingezameld, nog niet was, ingevoerd, daar „nogthans bij hun „andwoord op onse „missive van 5: Octo„ „ber 1712. uijtdrukke„ „lijk is gezegd, dat 3ij e n „zij ministers hoop„ „ten, dat men het ge „effect van voormel„ „de hersorteering aan de laading van Voor„ „noemde bodem Al„ „kemade reeds zou hebben bespeurd. —. Intusschen hebben „de ministers uijt on„ „zen Eijsch van re„ „touren, gedateerd 15. e „October 1774., reeds ge„ „zien, dat ook aan de Lijwaaten uijt de lading van de Ion„ „ge Lieve verscheijde gebree„

NL-HaNA_1.04.02_3513_0563 view scan ↗

English

With the respectful provisional answer to the requisition of returns dated 11 November and the addition of 23 December 1776, we hope that Your Right Honorables will be satisfied; while in the meantime we shall be vigilant and constantly apply everything in our power to prevent that, through the negligence or wrongful actions of the respective chiefs of the outer offices, the Company's petitions are either not fulfilled at all or fulfilled only defectively, and at the same time take care that an apparent improvement in the textiles may henceforth be perceived by Your Right Honorables, to which end we constantly make the necessary exhortations and do not leave it at mere threats, but indeed punish by equitable means those who make themselves guilty of carelessness in the acceptance of the textiles, of which we cite most respectfully as an example the detailed provisions laid down in our resolution of 31 December last week, from which it appears that, upon the resorting carried out here of the textiles still received after the departure of the return ship De Patriot and left behind here, because of their coarse and loose weave, out of a parcel of 42 packs of coarse bleached Guinees of Sadraspatnam weave of the second sort, 7 packs have been downgraded to the third sort. That out of a number of 262 packs of Jaggernaikpoeram textiles: 3 packs of common unbleached Guinees; 2 ditto ditto bleached ditto 9 Caal from the second to the third sort; and 3 packs of bleached Guinees Company's old sort from the first to the third; as well as 1 pack ditto Guinees from the second to the third sort; and 8 packs of common unbleached Salempoeris likewise have been downgraded from the second to the third sort. That out of the 108 packs of textiles received from Bimlipatnam: 5 packs of common unbleached Guinees, and 11 ditto common unbleached Salempoeris have been accepted as third sort instead of second sort. For all of which bales the excess value charged, compared to that found here, has been imposed upon the chiefs of those factories as compensation. Moreover, aside from the aforementioned textiles, upon resorting, a pack of Bettilles allegia with small checks No. 712, collected at Jaggernaikpoeram, was found to be of such poor weave and color that it had to be rejected entirely and sold by public auction, at which it lost f 149. 14. — or 19 7/8 percent on its purchase cost, which loss, together with a 25 percent advance calculated on the entire amount of that pack, or f 336. 19 in total, has been imposed upon the chiefs of Jaggernaikpoeram as compensation. In the meantime, we hope that this course of action of ours to obtain sound cloths may receive the so much desired approval of Your Right Honorables. Our attention will remain constantly focused on ensuring that the freedom granted to private trade gives no cause for practices contrary to the interests of the Company.

Dutch transcription

62¼ 33 Met het eerbiedig provisioneel andwoord, op „gebreeken ontdekt zijn, door ons bij voormelde Eijsch nader aangeweesen. — §. 316. Met opzigt tot de lijwaaten in den voorleeden Iaare, met het schip de Bodt aangebragt, ons gedraagende aan het ter needer ge„ „stelde bij den Eijsch van retouren, de da„ „to 11. November 1776; en de nadere Ampli„ „atie van dien geda„ „teerd 23. december 1776. den eijsch van Retouren de dato 11. 9ber: en ampliatie van den 23. 7ber: 1776., hoopen wij dat uw hoog Edele Hoog Agtbare, genoegen zullen neemen; terwijl wij Inmiddens waaksaam sullen sijn, en steeds alles wat in ons vermoogen is, aanwenden tot voorko„ „minge dat door ijverloosheijd of verkier„ „de handelingen der Respective opper„ „hoofden van de Buijten Comptoiren 's Comp:s petitien, of in 't geheel niet of slegts gebrekkig voldaan worden, En teffens zorge draagen, dat eene blijk„ „baare verbetering in de lijwaaten voortaan door uw hoog Edele Hoog agtbare, bespeurd worden mag, waer toe wij steeds de nodige adhortatien doen, en het bij geene bedrijgingen laa„ „ten berusten, maar wel die geene door billijke middelen te straffen die sig aan onagtsaamheid in de acceptatie der lijwaaten komen schuldig te maaken, waar van wij op het allereerbiedigst tot een voorbeeld aanhaalen, het breed„ „voerig ter nedergestelde bij onse Resolu„ „tie van den 31. December Jongst ver wee„ „ken, waar uijt consteerd, dat bij de al hier gedaane hersorteering van de nog, na 't vertrek van 't retour schip de patriot ontfangen, en alhier overgeble„ „vene. Ver„ r tot derde zoort gevallen zijn. — Dat uijt een aantal van 262. pakken Iaggernaik p:m lijwaaten 3. pakken gunees gemeen ruw 2. d. o _ o gebl: d. t 9. Caal van tweede tot derde Zoort. — En 3. pakken gunees gebleekt Comp:s oude soort van eerste, tot derde. Mitsgaders. „ pak d. o gunees van tweede tot derde soort, En. 8. pakken salempoeris gemeen ruw almee„ „de van tweede tot derde zoort ge„ „vallen zijn. Dat uijt de van Bimilip:r ontfangene 108. pakken lijwaaten. —. 5. pakken gun. t gemeen ruw, En 11. _:o Salemp:s gemeen ruw in steede van voor tweede, voor derde zoort aange„ „noomen geworden zijn. van alle welke fardeelen de meerder aange„ „reekende, dan alhier bevonden waarde, de opperhoofden van die factorijen ter vergoe„ „ding is opgelegd geworden 7 Do als buijten de voorschreeven lijwaten bij hersorteering een pak Bethilles allegia met kleene ruijten N. o 712. te Jagger„ „naikp:r in gesameld, zodanig. slegt van geweef en coleur bevonden is, dat men 't zelve ten eenemaal heeft moeten uijt„ „schieten en per vendutie laaten verkoo„ „pen, wanneer 't zelve op dies Inkoops kostende verlooren heeft ƒ149. 14. —. of 19 7/8. percent, welk verlies de Iagger„ „naikp:ms opperhoofden nevens 25. p C. o ad„ „vans bereekend op het gantsch bedragen van dat pak, of te samen ƒ336. 19. ter ver„ „goeding is opgelegd geworden, intusschen hoopen wi dat deese onse handelwijse ter erlanging van deugdsame kleeden, de van 42. pakken gunees gemeen gebleekt sadrasp:n geweef van tweede Zoort, 7. pakken „vene lijwaaten, om derselver groff= en ijlheijd van geweef, uijt een parthij Verwagten Wij voor het Overige n der Mis„ „nisters waaksaam„ „heijd, dat hij steeds al wat in hun ver„ „mogen is, zullen aan„ wenden, tot voorko„ „ „minge dat door iever„ „loosheijd of verkeerde handelingen van de Respective opperhoof„ „den der buijten Comp„ „toiren, 's Compagnies petitien of in het ge„ „heel niet, of slegts ge„ „brekkig voldaan wor„ „den, terwijl ter selver tijd de particulieren soo: 1224 d - 625. soo zeer te desidererene goedkeure van uw hoog Edele Hoog agtbaare zal mogen wegdraagen zullende onse aandagt steeds gevestigd blijven dat de verleende vrijheijd aan den particulieren handel, geen aanleijding komt te geeven, strijdig met de belangens van de Comp:e —. negotianten geleegend„ „heijd vinden, om te bekomen de Lijwaa„ „ten die zij begeeren. - §. 317. Wij ver„ „trouwen dan ook, dat UE: haar aan„ „dagt op dit stuk gevestigd zullen houden, op dat door de meerdere vrij„ „heijd, die aan den particulieren han„ „del is verleend, gee„ „ne aanleijding wor„ „de gegeeven tot prac„ „tijken strijdig met de

NL-HaNA_1.04.02_3513_0566 view scan ↗

English

With regard to the arrears of all the Company's merchants on this coast, we take the liberty most respectfully to inform Your Right Honourable Worships that of their entire amount, for which they remained debited as of the last of August 1777 up to ƒ 76025:4:—:—, only a small amount of ƒ 3506:13:— has been paid off during the recently concluded financial year; thus as of the last of August 1778, the same still amounts to ƒ 72508:11:—, in which those of Jaggernaikpoeram participate for ƒ 12996:8:—, those of Palicol for ƒ 8573:8:—, and those of Porto Novo for ƒ 50948:15:—; thus, as stated above, the general debt still amounts to ƒ 72518:11:—. This slight reduction of the arrears in this past trading year was caused by the fact that the traders at Jaggernaikpoeram paid off nothing, and those at Palicol only ƒ 341:10:8. As for the former, the chiefs give as reason that its reduction could not yet take effect, because this had to occur from the freight money of the linens sent on recognition by those merchants in the previous year and in this year to Batavia; thus the settlement of that balance would be accomplished as soon as they received the necessary information regarding its sale at the Indian headquarters. And regarding the latter, nothing is noted by those chiefs in their letters for our information, concerning which we shall address them most seriously in the coming days. Paragraph 318. The collection of the arrears from the merchants, also being a matter of importance about which we have been able to express our particular satisfaction for some years, it is presently extremely displeasing to us to see that the collective debts of the merchants (those of Porto Novo alone excepted, as no report concerning them had yet been received) have increased as of the last of August 1775 by a sum of ƒ 12850:6:—, having amounted, as shown by the note accompanying the ministers' dispatch to you of 15 January 1776, to an amount of 63312:17:8, which last-mentioned sum reveals a small difference with the statement of the list of debts in the previous year, as calculated according to that statement it should amount to somewhat more. Yet meanwhile we believe that what was stated by the Jaggernaikpoeram chiefs confirms not unclearly that which we took the liberty respectfully to submit concerning the poor condition of those traders in the marginal answer to the extract of Your Right Honourable Worships' venerated dispatch of 30 October 1776. Meanwhile we note most respectfully, regarding that which was observed by Your Right Honourable Worships concerning the differences found by Your Honours to reside in the successive statements given of the general debts of the overdue Company traders, and for Your Right Honourable Worships' elucidation: That in the summary of debts sent as of the last of August 1774, the merchants at the offices of Jaggernaikpoeram, Palicol, and Sadraspatnam were still in arrears for ƒ 50458:—:—; namely Jaggernaikpoeram ƒ 34372:6:—, Palicol ƒ 11931:2:8, and Sadraspatnam ƒ 4154:11:4. That in the summary which was drawn up as of the last of August 1775, there was set down for the debts of the year 1774 ƒ 50462:11:8, in which Jaggernaikpoeram participated for ƒ 34376:16:—, Palicol for ƒ 11931:2:8, and Sadraspatnam for ƒ 4154:13:—; thus under the last of August 1775, there was reported more by ƒ 4:11:8, which constitutes the first difference, and was thus also the cause that a difference had to be found in what was noted in our respectful dispatch of 15 January 1776 in comparison with the previous year, since at that time for the arrears of 1774 there was taken ƒ 50462:11:8, to which add the increase of the Palicol debts in the year 1774/5, which under the last of August 1775 amount in total to ƒ 63312:17:8. While after the dispatch of our papers to Europe, having received the final accounts of the Porto Novo merchants, we formed an improved summary and sent it to Batavia, whereupon the arrears of that office, after deduction of ƒ 4273:11:8 instead of ƒ 4273:9:— (which makes a difference of two stivers and eight pence) that were paid off by the merchants, under the last of August 1775 still amounted to ƒ 61226:17:8. Or in total, as noted in the letter to Batavia of 30 April 1776, ƒ 124539:15:—. For further clarification of this difference, it serves to explain respectfully that for the Porto Novo debts of the year 1774 there was set down ƒ 65500:7:—, but in the summary of August 1775 ƒ 65500:9:8, which demonstrates the aforesaid difference of 2 stivers and eight pence. And further, that if from the aforesaid increase of ƒ 12850:6:— the said decrease of ƒ 4273:11:8 had been deducted, no more would have remained for the increase than ƒ 8576:14:8, all of which was demonstrated in a further improved summary drawn up thereof and sent to Batavia. We shall meanwhile, to prevent such differences, instruct the chiefs to [illegible] Paragraph 319. But we mention this only in passing, and find of greater consequence that which was noted in your advice to us of 30 April 1776, that the arrears of the merchants at the closing of the books

Dutch transcription

Ten aanzien van de agterstallen der gezzament„ „lijke komp:s Cooplieden ter deser kuste nemen wij de vrijheijd uw hoog Edele Hoog agtbare op 't eerbiedigst ter kennisse te brengen, dat van dies geheel bedraagen, 't welk deselve onder ult. o aug:s 1737. tot ƒ76025:4:—:— zijn debet gebleeven, in 't Jongst gepasseerde boekjaar, maar is afgelegd geworden een kleen montant van ƒ 3506:13:—: dus deselve onder ult:o aug:s 1778. nog komen te bedraagen ƒ72:508:11. —. waar in de Iaggernaik p:m voor ƒ- - 12996:8:— de palicoese voor - - - „ 8573: 8: — En de portonovose „ - - - „ 50948: 15: — komen te participi„ „eeren; blijvende dus als booven gesegd de generale schuld nog groot - - - - - - - - - ƒ 72518:11:— Deese geringe vermindering der agter„ „stallen in dit afgeloopen handeljaar is veroorsaakt door dien de handelaars te Jaggernaikp:r, niets, en die te palicol maar ƒ 341:10: 8:- afgelegd hebben.. van de eerste geeven de opperhoofden voor reeden, dat dies vermindering voor als nog geen gevolg konde hebben, alsoo zulks geschieden, moeste uijt de vragt penn: der door die marchiandeurs in &:a p:o en in dit Jaer na Batavia op recognitie gesondene lijwaaten; dus de verevening van dat ag„ „terstal zijn beslag soude vinden, zo dra ze van dies verkoop ter indiase hooffd„ „plaats het noodige narigt bekomen had„ En van de laaste word door die opperhoof„ „den bij hunne brieven niets ter onser narigt genoteerd, waar over wij hun eerstetaags op 't serieust onderhouden zullen. —. „den —. §. 318. De inpal„ „ming der Agterstal „len van de Kooplie „den, meede een zaak van aangeleegendheijd zijnde, waar over wij zeedert eenige Iaaren ons bijsonder genoegen hebben kunnen betuij„ „gen, is het ons teegen „woordig ten uijtterste onaangenaam te zien, dat de gezamentlijke schulden der Kooplieden /:die van Portonovo de belangens der maat„ „schappij. 2. — Rag: alen m „ 626 37. different bevonden moest worden in het genoteerde bij onsen eerbiedige missive van Dog intusschen vermeenen wy dat met het verklaarde door de Jagger„ „naikpoeramse opperhoofden niet onduij„ „delijk bevestigd word, het geen wij van den „soberen toestand dier handelaaren bij het marginaal andwoord op het Extract uwer Hoog Edele Hoog Agtbaare gevenereerde missive van den 30. 8ber: 1776. , de vrijheijd genomen hebben eer„ „biedig ter weeder te stellen:— Inmiddens noteeren wij zeer eerbie„ „dig, op het door uw: hoog Edele Hoog Agtbare geremarqueerde nopens de de„ „ferenten, die door Hoog dezelve bevon„ „den zijn, te resideeren, in de successive gedaane opgaven der generaale schulden van de agterstallige Comp:s handelaar en tot uw hoog Edele Hoog Agtbare Plucidatie. — Dat bij de afgesonde samen trek„ „king der schulden onder ult:o aug:s 1774. , geformeerd, de Cooplieden ten Comptoire Jaggernaikp:r, Palicol, en sadrasp: nog ten agteren stonden ƒ50458. -. –. als Jaggern: - - - - ƒ34372. 6. —. Palicol - - - - - „ 11931. 2. 8. Sadrasp:m „ 454:1:2:— Dat bij de samentrekking, wel„ „ke onder ult. o aug: 1775. opge„ „maakt geworden is, voor de schul„ „den van Ao 1774. gesteld zijn - - - - „50462. 11. 8. waar in. Jaggernaik p:r voor ƒ34376. 16. –. Palicol - - - - - - „ „ 11931. 2. 8. Sadrasp:r - - - - „ „ 4154. 13. —. participeerden- - - dus onder ult. o aug:s 1775. meerder opgegeeven is. . . . . . . . . ƒ 4. 11. 8. het welk het eerste verschil uijtmaakt, en dus ook de oorsaak was, dat 'er een den 15. Jann: 1776. in vergelijking teeg. het voorige Jaar, alsoo te dier tijd voor de ag„ alleen uijtgezondert, als waar van nog geen verslag was ingekomen:/ onder ult=o Augustus 1775. met een somma van ƒ12850: 6: zijn vermeerdert, als heb„ „bende uijtwijsens het genoteerde bij der mi„ „nisters missive aan UE: van 15. Ianua„ rij 1776. bedragen een montant van 63312. 17. 8. , welke laastgenoemde Som een kleijn verschil uijtleeverd met de opgaave van den „terstallen, staat aat„ - staat der Schulden terstallen van 177¾. genomen zijn ƒ50462. 11. 8. waarbij voege de vermeerdering „der Palicolse schulden in ao 174/5 in het voorige Iaar deselve onder ult:o aug:s 1775. komen te addeeren - - - - - - - ƒ 63312. 17. 8. alzoo dezelve na die Terwijl wij na de depeche van onse papieren na Europa de opgaave gereekend afrekeningen der portonovose kooplieden ontfangen hebben„ „de, eene verbeterde samentrek„ iets meer zoude moe„ „king geformeerd, en na Bata„ „ria gesonden hebben, wan„ „ten beloopen. D. —. „neer de agterstallen van dat Comptoir na aftrek van ƒ4273 11. 8. in steede van - - - - - - „ 4273. 9. -. /:dat een verschil van twee stuijv. en agt penningen uijtmaakt:/ die door de Cooplieden afegelegt waaren onder ult. o aug:s 1775. nog beliepen een montant van. . . . . . . „ 61226. 17. 8. Off in het geheel zo als bij brief na Batavia van den 30. apriel 1776. genoteerd staat. - - . ƒ124539:15. –. Tot nadere opheldering van dit verschil diend eerbiedig, dat voor de portonovose schulden van Ao 177 ¾. gesteld zijn ge„ „worden. . . . . . . . . . . . . . ƒ65500: 7. –. Dog bij de samentrekking van aug: 1775. - - - - - - - „ 555 00: 2:2: Dat het voorm: verschil van 2. stuijv=s en agt penn: komt aantetoonen. —. En voorts dat wanneer van de voorm: vermeerdering _ _ - - - - - - - ƒ12850. 6. –. de gesegde vermindering van „ 4273. 11. 8. afgetrokken was voor de vermeer„ „dering, niet meerder zoude zijn overgebleeven, als - . . . . . ƒ 8576. 14. 8. het welk alles bij een nader daar van ge„ „formeerde verbeterde samentrekking, die na Batavia gesonden, gedemonstreerd geworden is. — Wij zullen intusschen tot voorkoming van diergelijke differenten, de opperhoofden tot - - - - - - - - - - - - - - in1 §. 319. Dan wij haalen zulks alleen in het voorbij gaan aan, en vinden van meer reflexie het genoteerde bij UE: adviesen aan ons van 30. april 1776., dat de agterstallen der kooplieden bij het sluijten der boe„ der : „ken

NL-HaNA_1.04.02_3513_0569 view scan ↗

English

most strongly recommend to the delinquent factories to ensure that such differences are no longer found in their papers; whilst we meanwhile humbly beg Your Right Honourable's excuse for the same. accounts of 1774/5 amounted in total to ƒ124539:15. In order to reconcile this with the above-mentioned, we would have to suppose that the debts of the Portonovo merchants are also included under that sum of ƒ124539:15, but if one assumes for the amount of those debts what they amounted to under ultimate August 1774, being a sum of ƒ65500:7, and increases the above-mentioned sum of ƒ63312.17.8 therewith, then one will still be left with a difference of ƒ4273.9, whereas on the other hand, in case Your Honour has been able to deduce from a further letter of the ministers the amount of the Portonovo debts under ultimate August 1775, and those debts have been found to be decreased by the aforementioned sum of ƒ4273.9 in comparison to the previous year, then Your Honour could not have submitted, as has nevertheless been done, the ministers' statement that the merchants' debts sub dato ultimate August 1775 had increased by ƒ12850.6, since Your Honour on that footing would very improperly have included the arrears of the Portonovo merchants in the general summary, but not in the comparison of what the merchants' debts under ultimate August 1775 amounted to more than the year before. We shall await the necessary elucidation from Your Honour in this regard, and guess meanwhile, and can assure the same highly that we meanwhile, that it must have been from the ministers' dispatches of 28 January 1776 from which it appeared to Your Honour that the joint arrears since primo September to 23 November 1775 decreased to an amount of ƒ111976; which dispatches, however, while drafting this, have not yet been received by us. Paragraph 320. A further collecting will make every best effort toward a speedy liquidation of the old arrears. collecting remains now most strongly recommended to the care of the ministers, and since the ill-advised advances to the Palicol merchants have contributed very much to the aforementioned increase that appeared in those debts under ultimate August 1775, it meets with our approval that the requisite measures have been taken by the ministers to keep the Company as much as possible free from harm, while the necessary supervision must always be exercised regarding the merchants and the funds credited to them, and the chiefs who act indiscreetly therein, or in any other manner fail to perform their duty to that end, must be officially corrected. We hope that Your Right Honourable, upon the safe arrival of the return ship De Wakkerheijd that departed from here in the year 1777, will have observed from its considerable cargo of ƒ870248.9.8 that what was posited by us concerning the small cargo of the ship De Both, namely that it was caused by a shortage of fine linens, was not unfounded, since the difference of the one cargo against the other constitutes a considerable amount of ƒ103337.6. And which position, as we respectfully maintain, is confirmed even further when one reflects that the cargo of the return ship De Patriot, which departed from here in October 1778, again totals no more than ƒ768873.8.8 due to a shortage of fine linens, and thus yields almost the same deficit of ƒ101375:3 in comparison to the cargo of the ship De Wakkerheijd, as was respectfully demonstrated above regarding the cargo of the ship De Both in comparison with the cargo of the ship De Wakkerheijd. This being caused, according to the ministers' writing, by a shortage Paragraph 321. The return ship De Bodt having brought in the past year a cargo of only ƒ766911:3.8, and thus quite far below the determination of 9 tons of treasure, this was likewise to be wished otherwise. of fine linens, we hope to perceive in a subsequent return the effect of their assurances that in the future they will ensure as much as possible that this determination is better fulfilled. Paragraph 322. To bring the cargo fully to 9 tons, however, the ministers seem to raise difficulties, unless they are permitted, in order to gain space, to provide the direct return ships with 200000 lb of stones for ballast instead of 100000 lb, and on the other hand with only a single layer, or 100000 lb, of coffee beans instead of a double layer, or 200000 lb. We trust, therefore, that this proposition has been properly considered by Your Honour, and at the same time considered whether the loss of profit that one would have to suffer through a lesser conveyance of 100000 lb of coffee could be compensated by the greater supply of linens, Your Honour having already learned from the heading of our latest demand for returns that we await Your Honour's considerations on that proposal. Paragraph 323. Meanwhile, the reasons alleged by the ministers to demonstrate the impossibility of sending a second return ship hither at a suitable time have been found well-founded by us, and we therefore make no difficulty in acquiescing in those reasons.

Dutch transcription

627 /39: der agterstallige factorijen, op het krag„ „tigste aanbeveelen, om zorge te draagen, dat diergelijke differenten niet meer in hunne papieren gevonden worden; Ter„ „wijl wij inmiddens over deselve van uw Hoog Edele Hoog Agtbaare oodmoedig om Excus vraagen. „ken van 177. 4/5. in het geheel hebben bedraagen ƒ124539:15. Om dit met het bovengemelde te kun¬ „nen overeenbrengen, zouden wij moeten onderstellen, dat on„ „der die som van ƒ124539: 15. de schulden der Por„ „tonovosche kooplieden meede zijn begreepen, maar zo men voor het bedraagen van die schulden steld, het geen dezelve onder ult=o augustus 1774. hebben be„ beloopen, zijnde een Zomma van ƒ65500: 7. en de hier booven„ „gemelde som van ƒ63312. 17. 8. daar mee„ „de vermeerdert, dan zal men nog blijven houden een Verschil¬ van ƒ4273. 9. , terwijl aan den anderen kant, ingeval UE: uijt een naader schrij „vens der ministers hebben kunnen op„ „maaken het bedraa„ „gen der Portono„ „vosche Schulden onder ult:o aug:s 1775. en 628 41. en die schulden bevon„ „den zijn met de voor„ „melde zom van ƒ4273. 9. , in vergelijking van het voorige Iaar te weezen vermin„ „dert, als dan door UE: niet had kun„ „nen worden overge„ „geeven, zo als nogtans is gedaan der Minis„ „ters opgaave, dat der kooplieden Schulden sub dato ult:o aug:s 1775. met ƒ12850. 6. waaren vermeerdert, dewijl UE: op dien voet zeer oneijgen in —: in de generaalen Samentrekking van de Agterstallen der Portonovosche wel zouden hebben meede gereekend, dog niet bij de vergelij„ „king van het geen der Kooplieden Schul„ „den, onder ult„o aug:s 1775. meerder hebben bedraagen, dan het Jaar te vooren. . -. Wij zullen hier om„ „trend van UE: de noodige elucidatie ver„ „wagten, en gissen inmid„ „dels. 649 43. En hoog deselve versekeren dunven, dat wij „dels, dat het uijt der Ministers advijsen van 28. ' Januarij 1776: zal zijn geweest, waar uijt aan UE: is gebleeken, dat de ge„ „zamentlijke Agterstae„ „len zeedert primo September tot den 23. ' November 1775. gedaald zijn op een be„ „draagen van ƒ111976:; dan welke adviesen on„ „der het Concipieeren deeses, bij ons nog niet zijn ontfangen.— D. 320. Een verdere inpal„ alle alle onse beste pogingen aan wenden, tot een spoedige liquidatie der oude agterstallen. inpalming blijft nu der Ministers Zorge ten sterkste aanbevoo„ „len, en daar tot het voorschreeve accres, 't geen onder ult:o aug:s 1775. zig in die Schul¬ „den heeft vertoond, zeer veel hebben gecontri„ „bueerd, de onberaade voor uijtverstrekk in„ „gen aan de Palicol„ „sche kooplieden, is het van onze goedkeu„ „ring dat door de Ministers de vereijsch¬ „te maatregelen zijn genomen, om de Comp: Z00 8 630 45 zoo veel moogelijk buijten schade te hou¬ „den, zullende steeds omtrend de Koop„ „lieden en de gelden, die aan hun worden gecrediteerd, de noo„ „dige toesigt gebruijkt, en de opperhoofden die daar in onbezon„ „nen te werk gaan, of op eenige andere ma¬ „nier, ten dien eijnde hunne pligt niet be„ „tragten, officacieuselijk gecorrigeerd moeten wor„ „den. — wij hoopen dat uw hoog Edele Hoog agtb: bij behoude aankomst van het in Ao 1777. van hier vertrokkene Betourschip De wakkerheijd aan derselver aansienlijke lading van ƒ870248. 9. 8. zullen beoogd hebben, dat het door ons geposeerde, om„ „trend de geringe Lading van 't schip De Both, namentlijk dat het selve veroor„ „saakt was door gebrek aan fijne lijwaten„ niet ongegrond geweest is, wijl het different van de eene lading tegens den anderen, een aansienlijk bedraagen van ƒ103337. 6. — komt uijttemaaken. — En welke positie, zo als wij eerbiedig sustineeren, dat nog nader bevestigd word, als men reflecteerd, dat de lading van het in october 1778: van hier ver„ „trokkene Retourschip de Patriot, door gebrek aan fijne Lijwaaten, wee„ „derom niet meer sommeerd dan ƒ768873. 8. 8. En dus bij na deselfde minderheijd van ƒ101375:3- in teegen„ overstelling van de lading van het schip De wakkerheijd, komt uijtte„ „leeveren, als omtrend de laading van het schip De Both, in vergelijking van de Lading van het schip De wakkerheijd voorwaards Eerbiedig is aengetoond. Het zelve volgens der Ministers schrijven veroorsaekt sijnde door gebrek §. 321. Tet Retour schip De Bodt, in den voorleeden Iaa„ „re een Cargazoen hebbende aangebragt van maar ƒ766911: 3. 8. , en dus, vrij ver beneeden de bepaa „ling van 9. Ion„ „nen schats, was zulks meede wel anders te wenschen geweest. —. — Aan 5 631 47. aan fijne Lijwaaten, hoopen wij, bij een volgend retour het effect te bespeuren van hunne verzeeker in„ „gen, om in het ver„ „volg zoo veel mooge„ „ „lijk te zullen zorgen, dat aan die bepaling beeter voldaan Wor„ „de. D. 322. Em egter de lading volkome op 9. Ton te brengen, Schijnen de Ministers zwaarigheijd te maa¬ „ken, ten zij aan hun werde : 9 werde gepermitteerd, om tot winninge van ruijmte, in plaats van 100000: lb: , 200000: lb: steenen tot bal„ „last, en daarentee„ „gen maar eene en„ „kele laag, off 100000. lb: in steede van een dubbelde, off 200000: lb: koffie-boonen, de directe Retour-Schee¬ „pen meede te geeven Wij vertrouwen der¬ „halven, dat die pro„ „positie door UE: be„ hoorlijk zal zijn over¬ ^woogen. 9. 632 49 „woogen, en daar bij ge teffens geconsidereerd, of de winstderving, die men door een minder vervoer van 100000: lb: Koffie zou moeten ondergaen, door den meerderen aanbreng van Lijwaa„ „ten zou kunnen wor„ „den vergoed, zullen„ „de UE: uijt het hooffd van onzen Iongsten Eijsch van Retouren, reeds heb„ „ben vernoomen, dat wij UE: Consideratien op dat voorstel verwag¬ „ten. mn „ten. 2. §. 323. Inmid„ „dels zijn bij ons ge„ „grond bevonden, de reedenen door de Mi„ „nisters geallegeerd ten betooge van de Onmoogelijkheijd om op een Convenabo„ „len tijdt, een tweede Retourschip her„ „waards te zenden, in wij maaken dus ook geene zwaarig „heijd, om in die Ree„ „denen te berusten. — Eig

NL-HaNA_1.04.02_3513_0581 view scan ↗

English

Section 324. The authorization that Your Honours granted to the ministers to spend up to f 14 per 100 lb for saltpetre that might be brought by English or private ships appeared rather generous to us, considering that the authorization you gave to the Bengal ministers for a similar purchase was limited to f 12 per 100 lb, and we at least see no reason, if that saltpetre would have to be sent to Batavia, to spend so much more for it here than in Bengal. Section 325. We have noted as appropriate and prudent the interpretation given by Governor Van Vlissingen to Your Honours' order to henceforth demand directly from Europe the required equipment goods and domestic necessities that one would consider, after proper deliberation, to need for an entire year, as well as all European trade goods that could be marketed here with some profit, in order to be received with the ship sailing out for Bengal. He understood very well that this order could only take effect when we had agreed to the proposal made to us by Your Honours on that subject, but that as long as one was not informed of this, one had to proceed with sending the demands to Batavia according to annual custom. Section 326. At some other trading posts, a similar order has already been executed, and the matter has thereby been disrupted; it would therefore have been much better if Your Honours had stayed your letters until we had made our final declaration regarding the propositions and plans that were to form the basis of Your Honours' aforementioned orders, and without the determination of which that order can have no validity. Section 327. The officers of the ships Vreede-Lust and De Both having been declared blameless, after a judicial inquiry that the ministers caused to be carried out, regarding the extraordinarily long voyages of those ships, we trust that Your Honours will also on your part have had examined the documents that were used for the aforementioned inquiry, so that we may thereby have complete certainty that a watchful eye is kept on the conduct of the ship's officers. Section 328. Among the items that the said ship's officers were found to be short upon the respective deliveries of their cargoes were 535 lb of Japanese bar copper from the ship Vreden-Lust and 162 lb of the same metal from the ship De Both, for the purchase amounts of which lots the ship's officers were debited on their accounts; we can be satisfied with those debits as having been done according to the order. They believe, however, that regarding shortages of such items, one ought not to be satisfied merely with securing the necessary compensation for the Company, but that it ought to be investigated as much as possible where those shortages originate, since it is not a matter of indifference to know whether they must sometimes be attributed to improper and punishable practices that took place upon shipment, to which one could be tempted by the large profits that can be made with those merchandise goods. The necessity of this latter part of our remark can appear further from what was treated hereinbefore under the matter of Japan. We dare to assure Your Right Honourable Worships most respectfully that nothing will be neglected by us that can serve to promote good order and proper management, both at this main place and at the subordinate factories of this government, and take the liberty to offer to Your Honour our respectful gratitude for the favorable release of the officers of the ship Alkemade regarding the debit imposed on them for 25,247 pounds of pepper found short in Europe. Section 329. The reason given by the Jaggernaikpoeram employees for the great spillage that amounted here in the Netherlands to 25,247 lb on the pepper brought by the ship Alkemade in 1773 is not very satisfactory. Indeed, that this pepper continually had to be shifted in the ship and transshipped into a sloop is nothing unusual, and thus cannot contain the cause why the underweight on the pepper of that ship amounted to so much more than that of the ships previously returned via Jaggernaikpoeram. We therefore do not see that the ministers could declare the aforementioned reason acceptable on good grounds, as was nevertheless done by them. However, since the past cannot be undone, we will let it pass as a settled matter, in the expectation that they will never neglect anything that can serve to promote good order and proper management both at the main and the subordinate trading posts on this coast, the debit that was placed on the account of the officers of the ship Alkemade on account of the repeatedly mentioned underweight having been lifted again by us for reasons moving us thereto. Section 330. We found of no small note the sending of two newly built sloops or barks to this government, with instructions that in case those vessels there

Dutch transcription

633 # §: 324. De quali„ „ficatie, die UE: de Menisters hebben verleend, om voor de salpeeter, die door Engelse of Par„ „ticuliere scheepen mogt worden aan„ „gebragt, tot ƒ14. de 100: lb: te moogen besteeden, is ons vrij ruijm voorgekomen, geconsidereerd de qualificatie die uE: aan de Bengaalse Ministers tot een gelijken inkoop heb„ „ben gegeeven zig tot En 107. ƒ12. de 100. lb: bepaald, en wij altans geen reeden zien, om zo die salpeeter naar Batavia zou moeten worden gezonden, in dat geval voor dezel„ „ve alhier zo veel meer dan op Bengale te besteeden. — §. 325. Alsge„ „past en voorzigtig hebben wij aange „merkt de interpre„ „tatie, die door den Gouverneur Van Vlissingen is gegeeven 9 634 aan uwE: order, om in het vervolg de benodigde Equipagie goederen, en huijselij„ „ke noodwendighee„ „den, die men na een goed overleg mee„ „nen zoude voor een geheel Iaar noodig te hebben, mitsgaa„ „ders alle Europee„ „se handelwaaren, die hier met eeni„ „ge winsten te debi„ „teeren zouden zijn, direct uijt Europa te vorderen, ten eijn„ „de met het voor Bengale — Bengale uijtkomen„ „de schip te worden Ontvangen: . Hij heeft zeer wel begreepen, dat die or„ „der dan eerst effect konde sorteeren, wan¬ „neer wij het voorstel door UE: op dat Su„ „jet aan ons gedaan, zouden hebben geag„ „grieerd, dog dat soo lange men hier van niet was g'informeerd voortgegaan moest worden met de Eijs¬ „schen volgens Iaar„ „lijksche 635 /55. „lijksche gewoonte naar Batavia te senden:— §. 326: Op som„ „mige andere Comp„ „toiren heeft men een soortgelijke or„ „der bereeds tot exe„ „cutie gelegd, en de zaak is daar door gebragt, buijten haar geheel, het zoude derhalven vrij bee„ „ter zijn geweest, dat door UE: met der„ „zelver aanschrijvens was gesupercedeerd, tot dat wij ons finaal hadden verklaard over de Propositien en plans, die den grond van voorschreeve UE: ordres moesten uijt„ „maaken, en zonder het arresteeren van welke die order geene bestaanbaarheijd kan hebben. —. §. 327. De overhee„ „den van de Scheepen Vreede-Lust, en de Both, na een geregte„ „lijk ondersoek, 't geen de Ministers hebben Loen: 11 63 ti 47 doen in het werk stellen, onschuldig verklaard zijnde, aan de buijten ge„ „woone lange voijagi„ „en dier Scheepen, vertrouwen wij dat UE: ook van haaren kant zullen hebben laaten examineeren de stukken waar van men tot het voorschreeve onder„ „soek zich bediend heeft, op dat wij daar door volkomen zee¬ „kerheijd moogen heb„ „ben, dat op het gedrag der mi: der Scheepsoverheeden een wakend oog ge„ „houden word: §. 328. Onder de artikulen die gemel¬ „de scheeps overheeden bij de Respective uijt¬ „leveringen haaren ladingen te kort, zijn gekomen gevon¬ „den wordende 535: lb: Japanse Staaff-kooper van het schip Vreden„ „Lust, en 162. lb: van het zelfde metaal uijt het Schip De Both, 202 637 /59. voor het uijtkoops bedraagen, van wel„ „ke parthijen men de scheeps overhee„ „den op haare Ree„ „keningen heeft doen belasten, kunnen wij ons die belastin„ „gen, als na de or„ „der sijnde gedaan, laaten welgevallen. Sij meenen egter, dat men omtrend te kort koomingen van soort„ „gelijke artikulen zig niet behoort te vergenoegen met en„ ^Kel: „kel aan de maat„ „schappij te bezorgen de nodige Scha=vergoe„ „ding, maar dat zoo veel doenlijk behoord te worden nagegaen, waar uijt die te kort komingen haaren oor„ „spronk hebben, al„ „ zoo het niet onverschil„ „lig is te weeten, of de„ „zelve somtijds moeten worden toegeschreeven aan verkeerde en strafwaardige prac„ „tijken, die „ den af„ „ „scheep hebben plaats gehad, waar toe men m 12. 638 bt Wij durven uw Hoog Edele Hoog Agtb: op het eerbiedigst verassureeren, dat dat strekken kan tot bevordering van zou kunnen verleijd weezen door de groote winsten, dewelke met die koopmanschappen te behalen zijn De noodzakelijk„ „heijd van dit laaste gedeelte onzer aan„ „merking kan nader blijken uijt het geen hier vooren onder de materie van Iapan is verhandelt. — §. 329: „Kiet zeer voldoende is de reeden, die de Iaggernaik„ niets door ons versuijmd zal worden, de goede ordere, en een geschikte huijshouding — „Kor huijshouding, zo ter deeser hoofd„ „plaatze, als op de subalterne fac„ „torijen van dit gouvernement, En neemen de vrijheijd Hoog deselve onse eerbiedige dankbaarheijd te offereeren voor de gunstige onthef„ „fing der overheeden van het schip Alkemade, wegens de hun opgeleg„ „de belasting van 25247. ponden peeper in Europa aan minderheijd bevonden. Immers dat die peper in het schip ge„ „duurig had moeten Verwakt, en in een Chia¬ „loup overgescheept wor„ „den, is niets buijten ge„ „woon, en kan dus niet „porramsche Bedienden hebben gegeeven van de groote spillagie, die tot een bedraagen van 25247. lb: alhier in Neederland is gevallen op de peper met het schip Alke„ „made in 1773. aan„ „gebragt. 2. bevatten. — 639 63: bevatten de oorzaak„ waarom het onder„ „wigt op de peeper van dat schip 300 veel meer heeft bedra„ „gen dan dat, der be„ „voorens over Iag„ „gernaikpoeram geretourneerde Schee„ „pen. — Wij zien derhalven niet, dat de Minis„ „ters de voorschreeve reeden op goede gron„ „den voor aannemelijk hebben kunnen ver„ „klaaren, zo als nogtans door 7 7: door hun is gedaan. —. Dan het voorlee„ „dene niet te herdoen sijnde zullen wij het selve als een gedaane zaak, passeeren, in ver„ „wagting, dat door hun nimmer zal worden verzuijmd, het geen strekken kan tot bevor„ „dering van de goede order en een geschikte huijshouding zoo aan het hooffd, als de su„ „balterne Comptoiren op deese kust, sijnde door ons om reedenen daar 13. 640 /65: daar toe moveerende weeder opgeheeven de belasting, die ter zaa„ „ke van het meermelde onderwigt op de Reeke„ „ning der Overheeden van 't Schip Alkema¬ „de is gestelt geweest. —. §. 330. Jan niet wij„ „nig opmerking heb„ „ben wij gevonden het senden van twee nieuw aangebouwde Chialou„ „pen off Barken naar dit gouvernement, met aanschrijvens om ingeval die vaartuijgen aldaar

NL-HaNA_1.04.02_3513_0596 view scan ↗

English

were not needed there, then to send them on to Ceijlon. From this letter it appears undeniably, however, that you were in complete uncertainty whether the said vessels could be of use to the Ministers; that also no request had been made by those of Ceijlon to you for the same, we believe we can conclude from the fact that the Ministers, having offered to the Ceijlon Government another vessel which was more suitable for that government than for Cormandel, the well-mentioned Government made no use of that offer. It therefore appears to us in every way questionable whether there was sufficient reason for having those vessels built. And since in the matter of construction a good and economical management is of the utmost importance for the Company, we would gladly be informed by you to what end the construction of the aforementioned vessels was done, and on what foundation you decided to send those vessels to this government. The provision in the financial year 1777/8 amounts to ƒ17541. 18. 8. Thus in the latest year less ƒ1195. 3. 8. originating from the following, against which the provision in 1777/8 amounts to: or together ƒ17541. 18. 8. or together ƒ20339. 15. 8. We will annually follow the recommendation given to us by Your Right Honourable, namely, to make in the future a more specific indication of the true causes that have influenced the greater or lesser expenditures in comparison with previous years, which is why we already insert herewith a respectful demonstration of what the provision and repairs in the last expired financial year of 1777/8, in comparison with that of 1776/7, amount to more and less to the debit of the chaloups and vessels belonging to this Coast. The provision of 1776/7 amounts to ƒ2034. 15. 8. and the repairs ƒ6400. 17. — or together ƒ26140. 12. 8. or together ƒ25545. 9. — and the repairs etc. at Ceijlon amounts in 1776/7 to ƒ767. 3. 8. The provision of equipage goods at Ceijlon ƒ2163. 3. 8. and here on the Coast ƒ15378. 15. — and those on this Coast ƒ19572. 12. —. No. 331. The account of the repairs and provisions for the vessels belonging to this government in the financial year 1772/5 having amounted to ƒ23762. 12. 8. or ƒ6970. 10. 8. more than in the previous one, the ministers gave no other reason for this than that this was caused by the general repairs that had to be made to the vessels. Section 332. But that reason being far too general, the Ministers will in the future have to make a more specific indication of the true causes that have influenced the greater or lesser expenditures in comparison with previous years. Both financial years subtracted from each other, there is for the provision of the last year less ƒ2797. 17. —, while the repairs in the year 1776/7 amounted to: at Ceijlon ƒ12. 4. —, here on the coast ƒ6388. 13. —, or together ƒ6400. 17. —. In the last expired financial year the same amounts to: at Ceijlon ƒ1692. 15. —, here on the Coast ƒ6310. 15. 8., or in total ƒ8003. 10. 8. The two financial years deducted from each other, there is for the increased repairs in the last expired financial year ƒ1602. 13. 8. From which it is evident that the expenses for the Company's chaloups and vessels in the year 1777/8 amount to less than in the previous financial year by ƒ1195. 3. 8., as has been demonstrated above, and consequently this reduction is to be attributed to a lesser provision of equipage goods etc. We hope meanwhile that this preceding humble demonstration will satisfy the highly esteemed intention of Your Right Honourable. With regard to the article of cash funds: the ample stock.

Dutch transcription

aldaar niet noodig waa„ „ren, ze als dan naar Ceijlon voortteschikken. Uijt dit aanschrij¬ „vens dog blijkt onteegen zeggelijk, dat UE: in een volslage onzeker¬ oƒ „heijd zijn geweest of gemelde vaarthuijgen aan de Ministers kon„ „den te pas koomen:— Dat ook door die van Ceijlon, om dezel¬ „ve bij UE: geen versoek was gedaan meenen wij te kunnen besluij¬ „ten 645 67. „ten, daar uijt dat de Ministers aan de Ceijlonse Regeering een ander vaarthuijg 't geen voor dat gou„ „vernement beter dan voor Cormandel geschikt was, aan„ „gebooden hebbende. welgemelde Regeering van dat aanbod geen gebruijk heeft ge„ „maakt. —. Het komt ons dus alzints bedenkelijk voor, of 'er tot het doen aantimmeren van die vaar„ vaartuijgen, eene ge¬ „noegzaame reeden zij geweest, En ver„ „mits in het stuk van den aanbouw een goed en menagi„ „eus overleg voor de maatschappij is van de uijtterste importan¬ „tie; zullen wij gaarn door UE: g'informeerd worden, tot wat eijn„ „de de aantimmering van voornoemde vaar¬ „thuijgen is gedaan, en op wat fundament UE: hebben beslooten; die vaarthuijgen naer 14: 14: 642 De verstrekking in 't boekjaar 177 7/8. bedraagd - - - ƒ175. 41. 18. 8. Dus in 't Jongste Jaar minder - - - - - ƒ 1195. 3. 8. oorspronkelijk uijt 't volgende waar en teegen de verstrekking in 177 7/8. bedraagd als. —. of te samen - - - „17541. 18. 8. of te samen - ƒ20339:15. 8. wij zullen Jaarlijks agtervolgen de aen„ „beveeling door uw hoog Edele Hoog agtb: aan ons gegeeven, namentlijk, om in 't vervolgeene bepaalder aanwijsing te doen, van de ware oorsaaken, die op de meer„ „dere of mindere uijtgaven in vergelij„ „king van voorige Iaaren, gewerkt hebben, waarom wij bij deesen bereeds eene eerbidige demonstratie komen te insereeren, van het geene de verstrek„ „king en vertimmering in het Iongst afgeloopen boek Iaar van 177 7/8. in vergelijking van dat van 177 6/7. meer„ „der en minder ten laste der Chialou„ „pen en vaarthuijgen ter deeser Custe thuijs hoorende komen te bedragen. De verstrekking van 177. /7. bedraegt ƒ 2034. 15. 8. En de vertimmering - - - - - - - - - - - „ 6400. 17. —. of te samen ƒ26140. 12:8. of te samen - - - „25545. 9. —:— En de vertimmering . - - - &:a te Ceijlon bedraagd in 177 6/7. ƒ767. 3. 8. De verstrekking van Equipagie goederen Te Ceijlon - - - . . . ƒ2163. 3. 8. En hier ter Custe - - - „15378: 15: —:— En die ter deeser Custe - - - - _ _ „ 19572. 12. -. 3. 8. N. 331. De reeke„ „ning van de Repara„ „tien en verstrekkin„ „gen aan de in dit gouvernement huijs hoorende Vaar¬ „thuijgen in het Boek„ „Iaar 177. 2/5. ƒ23762. 12. 8. of ƒ6970. 10. 8. meerder hebbende bedraagen, dan in het voorige, heb„ „ben de ministers daar van geene andere reeden gegeeven, als dat zulx veroorzaakt was door dit gouvernement te zenden.. Beijde : 69. Beijde Boekjaaren van elkanderen gedraheerd, komt voor de verstrekking van het laaste -ƒ2797. 17. -. Iaar minder - - - - - - - - -- terwijl de vertimmering in A:o 177. 6/7. bedragen heeft als. —. Te Ceijlon ƒ12. 4. –. hier ter custe „ 6388. 13. —. n of te samen ƒ6400. 17. —. In 't Iongst afgelopen boekJaar bedraagd de„ „selve. —. Te Ceijlon - - - ƒ1692. 15. -. hier ter Custe - „ 6310:15. 8. of in 't geheel - ƒ8003. 10. 8:— De twee Boekjaaren van elkan„ „deren gedecorteerd, komt voor de meerdere vertimmering in't Jongst afgeloopen Boekjaar _ _ _ _ _ - - - - „ 1602. 13. 8. Waar uijt Consteerd dat het be„ „kostigde aan Comp:s Chialoupen en vaarthuijgen in a:o 1777/8. minder dan in't voorige boekjaer bedraagd - - - - - - - - - - - - - - - - ƒ1195. 3. 8. Zo als voor en aangetoond is, en over zulx deese minderheijd aan een min„ „dere verstrekking van Equipagie goederen &a te attribueeren is. —. Wij hoopen intusschen dat deese voorenstaande needrige demonstratie aan de hoog g'eerde intentie van uw: Hoog Edele Hoog Agtbaare voldoen zal. —. Met betrekking tot het artikel van De ruijme §. 332. Dan die reeden veel te algemeen sijn„ „de, zullen de Minis„ „ters in het vervolg een bepaalder aanwijsing moeten doen van de Waare Oorsaaken, die op de meerdere off min¬ „dere uijtgaven, in ver„ „gelijking van voorige Iaaren gewerkt hebben. de generaale vertim„ „mering, die aan de Vaarthuijgen had moe¬ „ten worden gedaan. Contanten: voorraad.

NL-HaNA_1.04.02_3513_0601 view scan ↗

English

Cash, we can assure Your Right Honourable that regarding the formulation of our demands for gold and silver, we proceed with the utmost accuracy and frugality, and in the year 1771 requested no more than we absolutely required to serve for the collection of the demanded return cargoes, as it will please Your Right Honourable to ascertain from the following demonstration, which we take the liberty respectfully to submit below. In Ao 1772, the remainder over the entire Coast amounted to a considerable sum of 22½ Thon, on account of the magnitude of which no more than ample 6½ Thon was requested in that year; whereas the remittance from here, both to Europe, Batavia and Ceijlon in Ao 1771/2, had amounted to fully 17 Thon. In Ao 1772/3, the remittance amounted to 14¼ Thon, and the demand 10¾ Thon. In Ao 1773/4, the remittance, including that sent directly from here to the Caab, amounted to 12½ Thon, and the demand 8 Thon. In Ao 1774/5, the remittance 11¼ Thon, and the demand 8 Thon. In Ao 1775/6, the remittance 10½ Thon, and the demand 7½ Thon. In Ao 1776/7, the remittance 13 1/8 Thon, and the demand 11 Thon. In Ao 1777/8, the remittance 12 Thon Sch:, and the demand 8 Thon. While in the currently running financial year of 1778/9, although we have assisted the ministers of Ceijlon with one Thon, we have not requested more than 7 Thon in the demand for Ao 1779. We flatter ourselves that these our successively made petitions will be considered by Your Right Honourable as moderately framed, and our conduct in this matter crowned with Your own favorable approval. The supply of cash found here in 1772 having been attributed by the ministers to the reduction of the European and Indian demands for the year 1773, with the addition that they could not have counted on this when making the demand for the year 1771, this reason seemed almost incomprehensible to us, as not grasping what connection a petition of gold for 1771, which must have been made at least as early as 1770, can have with a demand for linens for 1773, which was received on Chormandel at the earliest in the month of September of the year 1772, and thus about a year after the arrival of the gold requested by the ministers of Your Honour for 1771. Indeed, we had to assume that the annual petitions for cash at the respective offices are made with a view to having the specie required therein serve for the collection of the required return cargoes, both for the Netherlands and India, the demands for which are dispatched to the ministers at the same time as the cash requested by them; on that basis we have then also re-examined the specific statements of the contracted and delivered linens for the years 1770/1, 1771/2, and 1772/3, as they are inserted in the ministers' successive letters, and from this the groundlessness of their pretense that a reduction in the demand for linens for 1773 would have been the cause of the ample supply of cash held at these offices in 1772 has become clearest to us. They therefore continue to attribute that supply to an erroneous calculation of the necessary funds, and expect that the ministers, in answering our remarks, will henceforth make use of more solid reasons than has been done by them in this instance, as it would not be difficult for us to prove this further, were we not to choose to let the matter rest with the reflections we have made. No. 333. With respect to the mint and coinage, we have found more well-founded the ministers' considerations against a lowering of the standard of the Nagapatnam pagoda. We may consequently permit that the same provisionally remains at the present standard of 18 Carraat 5½ grijn, in the trust that the ministers, according to their promise, will be vigilant against the transport of that coin specie elsewhere, in order to prevent as much as possible the disadvantage that would be brought upon the Company by the melting down of those pagodas into Portonovosche pagodas. In accordance with Your Right Honourable's most esteemed approval, we shall allow the new Nagapatnam pagoda currently being minted to remain at the standard of 18 Carraat 5½ grijn, and at the same time, as far as possibility permits, be vigilant against the transport of that coin specie elsewhere, to prevent the melting down of the same into Portonovosche pagodas. [illegible] Paragraph 334. In order to Your Right Honourable [illegible]

Dutch transcription

643 Contanten, kunnen wij uw hoog Edele Hoog Agtbaare versekeren, dat wij omtrend het inrigten van onse Eijs„ „schen van goud, en zilver met de uijt„ „terste accuratesse en zuijnigheid te werk gaan, En „ den Iaare 1771. niet meer gevraagd hebben, dan wij abso„ „lut noodig hadden, om te dienen tot den insaam van de gevorderde retou„ „ren zo als 't uw Hoog Edele Hoog Agtbaare behagen zal te cons„ „teeren uijt de ondervolgende demon„ „stratie, die wij de vrijheijd neemen in eerbied hier onder te laten volgen. In Ao 1772. bedroeg het Restant over de geheele Cust een aansienlijke som, „ma van 22½. Thon, om welkers grootheijd in dat Iaar niet meerdan ruijm 6½. Thon sijn gevraagd geworden; terwijl de versending van hier, zo na Europa, Batavia als Ceijlon in A„o 177½. bedraagen hadde 17. thon ruijm. —. In Ao 1772/3. bedroeg de versending 14¼: thon, en den Eijsch 10¾. Thon. In Ao 777 /¾. bedroegde versending daar onder gereekend het van hier direct versondene na de Caab 12½. Thon, En den Eijsch 8. Thon. In Ao 777. 4/5. de versending 11.¼. Thon, en den eysch 8. thon. In Ao 1777/6. de versending 10½. Thon, en den Eijsch 7½. thon; In Ao 1776/7. de versending 13 1/8. Thon, en den Eijsch 11. Thon. In Ao 177 7/8. de versending 12. Thon Sc:h en den Eijsch 8. Thon. —. Terwijl wij in het tans loopende boekjaar van 177 /9. schoon wij de ministers van Ceijlon geadsisteerd voorraad van Contan„ „ten, welke alhier in 1772. bevonden is, door de Ministers toegeschre„ „ven zijnde aan de vermindering der Eu„ „ropeesche, en Indiasche Eijsschen voor den Jaa¬ „re 1773. onder bijvoe„ „ging, dat zij daar op bij het doen van den Eijsch voor den Jaare 1771. niet hadden kun„ „nen reekenen, is ons die reeden bij na on„ „begrijpelijk voorgeko„ „men, als niet vatten„ „de wat gemeenschap hebben een H: 15.) hebben, met een Thon, bij den eijsch voor Ao 1779. niet meer gevraagd hebben, dan 7. thon. Wij flatteeren ons dat deese onse successive gedaane petitien bij uw Hoog Edele Hoog Agtbare als matig ingerigt, geconsidereerd, en onse behandeling in deesen met Hoog Der zelver gunstige goed„ „keure bekroond worden zullen. een petitie van goud voor 1771. die ten minsten reeds in 1770. moet zijn gedaan, kan hebben met een Eijsch van Lijwaaten voor 1773. , die op zijn vroegst in de maand Septem „ber van het Iaar 1772. op Chormandel is ontfangen, en dus omtrend een Jaar na den aanbreng: van het goud door de Ministers van UE: voor 1795 gevraagd. — Immers. — 15 644 Jmmers moesten wij onderstellen, dat de Iaarlijksche petitien van Contanten, op de Respective Comptoiren worden gedaan met een vooruijtzigt, om de daar bij gevorderde specien te laaten die„ „nen tot inzameling van de gevorderde Retou¬ „ren, zoo voor Needer„ „land als Indien, waer van de Eijsschen aan de Ministers worden afgezonden te gelijk met de contanten, die door hun zijn gevraagd gevraagd, op dien voet hebben wij dan ook andermaal nagegaan de specificque opgaa„ „ven van de aanbesteede en geleverde Lijwaaten voor de Jaaren 177. /5, 177:½. en 177. 2/3. zo als die in der ministers Súccessive brieven zijn geinsereerd, en hier uijt is ons ten klaarsten gebleeken, de ongegrond„ „heijd, van hun voor„ „geeven, dat een ver„ „mindering in den Eijsch van Lijwaa¬ „ten voor 1773. , de oor„ „zaak 645 „zaak zoude zijn geweest, van den ruij¬ „men voorraad van Contanten, welke men in 1772. ten dee„ „sen Comptoiren heeft gehad. — Sij blijven der hal„ „ven dien voorraad als nog toeschrijven aan eene verkeerde bereekening van de noodige gelden, en ver„ „wagten, dat de Mic„ „nisters in het beand„ „woorden onzer Remar„ „ques zig voortaan zul„ „len mi: „len bedienen van soli„ „der reedenen, als in deese door hun is ge„ „daan, zoo als het ons niet moeijelijk zou zijn, zulx nader te bewijsen, indien wij niet verkoosen bij de door ons gemaakte Reflexien het te laa¬ „ten berusten. —. N. 333. Gegronder hebben wij met op¬ „zigt tot de Munt en Munterijen be¬ „vonden der Ministers Consideratien tegen een Ingevolge uwer Hoog Edele Hoog Agtbare zeer g'Eerde goed„ „keure, zullen wij de tans ge„ „munt wordende Nieuwe Naga„ „patnamse Pagood laaten blijven op het gehalte van 18. Carraat 5½. grijn, en teffens zoo veel als de mo„ „gelijkheijd het maar immers toelaat, waakzaam zijn, zoo tee„ „gen het vervoeren van die munt specie na elders, tot voorkoming van het smellen derselve tot Por„ „tonovosche Pagooden. ver „ 19 63 646 qq # Verlaging van het gehalte der Naga„ „patnamsche Pa„ „good. —. Wij moogen dienvolgende wel Lijden, dat de„ „selve bij Provi„ „sie blijven op het teegenwoordi„ „ge gehalte van 18. Carraat 5½. grijn, in Vertrou¬ „wen dat de Mi„ „nisters volgens hunne belofte waak„ 20. Waakzaam zul„ „len zijn teegen „den van het vervoeren raat „raat goud dier Munt spe„ „n van „ding „cie naar elders aan „m en ten eijnde zo veel „ter „nen Nan 1 doenlijk voor te en „ber een an koomen het na„ „ P=m „deel, 't geen door Dat van venlia geheel het versmelten „raat „den niet dier Pagooden tot „rer 2 au n hinl17 Portonovosche Dat „gen lin 17 aan de Maat„ van twede „schappij zoude „saije mnd smelt worden toegebragt. „koole lingelan eli vSlingelandt ink Silnvend „good terwijl i1 lang 760 §. 334. Van Om aan uw Hoog=Edele Hoog Agtbare, op de. „

NL-HaNA_1.04.02_3513_0609 view scan ↗

English

647 to be able to supply information regarding the differences that were found in Europe between the alloy of pagodas and fanums, and the gold sent thither from the Netherlands for that purpose, as well as whether gold of 15 carats is absolutely required for the minting of fanums, or whether gold of a lower alloy might serve for that purpose, we have, by Resolution of 15 October 1778, entrusted the answering of those points to the titular Merchant and Mintmaster here Willem Duynevelt, and the Junior Merchant and Assayer Pieter Willem Geeke, in order to serve us with their report in scriptis. To which order they dutifully complied, and delivered to us in assembly on 31 December last past an ample document, wherein they come to allege: Firstly, with regard to the Pagodas: That since the gold required both for the minting of three-image as well as new Nagapatnam pagodas has been sent hither directly from Europe, after it had been brought to the fineness of 20 carats 8 5/8 grains and 18 carats 5 1/2 grains, nothing else has been done with it here than melting it directly, further casting it into ingots, and having been granulated, it was minted into the aforesaid specie; That for that reason they can declare in good conscience that they cannot trace or state to what the differences in fineness of 1 1/4 grains in the first, and 1/4 grain in the second mentioned, discovered and found in Europe upon, after, or during assaying, must be attributed, unless to the ignorance of the smelters, the poor quality of the crucibles, charcoal, and the like, regarding which they would have the honor to make a somewhat more detailed demonstration in the continuation of their report, whilst they in the meantime requested to be allowed to make this reflection for their discharge, consisting in this: That the transmission of the three-image pagodas requested by Your High Noblenesses and Right Worshipfuls was demanded from here from the Chiefs of Jaggernaikpuram, not only in compliance with their high desire for sufficient elucidation of the new and three-image Pagodas, as well as fanums and Rupees minted on this Coast that were sent to us, we had some of them assayed by two sworn Assayers, who have given us a report thereof, of which the Nagapatnam [illegible] because the return ship in the year of the transmission of that coin specie was dispatched directly to Europe from that office, but also because at that time those sorts of pagodas were not in stock here in the treasury, since that coin specie is to serve only for the north, or specifically for the collection at the Palicol office, and therefore, being minted, are immediately sent to Jaggernaikpuram at the first occurring opportunity; and thus in the aforementioned transmission to Europe a slight mistake could indeed have taken place, namely by sending Masulipatnam three-image Pagodas instead of Nagapatnam ones, which could very easily have occurred because similar Pagodas are minted in Masulipatnam as well as in Madraspatnam, which have one and the same stamp and appearance, and circulate much more heavily in the north than the Nagapatnam ones, in which opinion they were all the more reinforced because all Nagapatnam three-image Pagodas from time to time, as soon as they are issued in trade, although of one and the same alloy as those of the English stamp (notwithstanding the same cannot well be distinguished from ours except only by those who handle them daily and deal with them, being practiced by experience in the knowledge of coin species, especially the money changers and other money traders), are reminted, for no other reason than to make the same more acceptable in the country whither and for trade they are sent and issued, and also to avoid the issuer having to be under the necessity of paying any agio thereon, which must otherwise happen because the English have the predominant power there in the country, and will have all trade conducted in no other than their own coin, although the same is higher in credit among the natives rather out of habit than for any other reasons, and is, as it were, regarded and held as the standard coin, especially among the obstinate common people, both in the countryside and in the weaving villages. That this restamped coin, thus circulating at the same time with the others in receipts and disbursements, the mistaken transmission assumed beforehand could very easily have happened. the three-image Pagoda was only found to be of the fineness of [illegible] From that report Your Honors will see that the Amsterdam Chamber will send a copy both to Your Honors and to the Ministers of Coromandel. That Twenty That they [illegible] 7.

Dutch transcription

647 „datie te kunnen suppediteeren, omtrend de verschillen, die in Europa bevonden zijn„ tusschen het allooij van pagooden en fa„ mums, en „ daar toe uijt Nederland geson„ „dene goud, mitsgaders of 'er tot het slaen van fanums absolut goud van 15. Car„ „raat word vereijscht, dan of daar toe „goud van minder allooij zoude kun„ „nen dienen, hebben wij bij Resolutie van den 15. October 1778. , de beandwoor„ „ding van die poincten opgedraagen, aan den Coopman titulair en Munt„ „meester alhier Willem Duijnevelt, en den ondercoopman, en Essaijeur Pie„ „ter willem geeke, ten eijnde ons te die„ „nen van haar berigt in soriptus. —. Aan welk bevel zij schuldpligtig voldaan, en aan ons in vergadering op den 31. Decem„ „ber Iongstverweeken overgegeeven hebben, een ampel schriftuur, waar bij zij koo„ „men te allegueeren. — P:mo Met opsigt tot de Pagooden. —. Dat 't seedert 't goud zo tot de vermunting van drie beeldige, als nieuwe Nagap:s pag: nodig, direct uijt Europa, na dat het op het gehalte van 20. Carraat 8 /5. greijn, en 18. Car„ „raat 5½. grijn gebragt was, herwaards geson„ „den geworden is, men alhier daar meede, niets anders gedaan heeft, dan 't zelve di„ „rect te smelten, voorts tot blokjes gegoten, en gegruijst zijnde, in voorsz: spetie is ver„ „munt geworden: —. Dat sij uijt dien hoofde na gemoede betuij„ „gen kunnen, niet te kunnen nagaan of opgeeven, waar aan de verschillende gehaltens van 1¼. grijn in de eerste, en ¼. greijn in de twede gemelde in Europa; bij, na, of over es„ „saijeering ontdekt en bevonden, toegeschreven moeten werden, ten zij aan de onkunde der Smelters, de slegtheid der smeltkroesen, houts„ „koolen en wesmeer, waar omtrend zijde eer zouden hebben in 't vervolg van haar be„ „rigt wat breedvoeriger demonstratie te doen, „ terwijl zij intusschen versogten, ter haarer decharge deese bedenking te moogen maken, hier in bestaande. —. Dat de oversending van de door uw hoog Edele Hoog Agtbare gerequireerde drie beeldige pa„ „gooden van hier aan de Iaggernaikp:ms opper„ „hoofden gedemandeerd geworden is, niet alleen op hoog derselver begeerte, voldoende Eluci„ de aan ons geson„ „dene Nieuwe en driebeeldige Pagooden, mits „gaders fanums, en Ropijen, Wel„ „ke ter deeser kust zijn gemunt, heb„ „ben wij er eenige doen essaijeeren, door twee b. Ee„ „digde Essaijeurs, die daar van „rigt, waar van aan ons hebben gegeeven een be„ Nagapatnamse om. de gt om dat 't retourschip in 't Jaar van de ver„ „sending dier munt specie van dat Comp„ „toir direct na Europa is gedepecheerd gewor„ „den, maar ook om dat te dier tijd die voor 't van pag:, alhier in de kas niet in voorraad geweest sijn, dewijl die munt specie als alleen voor de noord, of wel speciaal voor den Insaam ten comptoire Palicol dienen moet, dierhal„ „ven gemunt weesende, ten eersten bij voorko„ „mende gelegendheid na Iaggernaik p:r versonden worden; en dus in de voorschreeven oversending na Europa wel een gering abuijs zoude hebben kunnen plaats gehad, te weten door in stede van Nagap=n, Masulip=ms drie beeldige Pag: te versenden, het geen zeer ligt plaats zouden hebben kunnen gehad dewijl te Masulip:m zoo wel als te Madrasp:mn gelijksoortige Pag: gemunt worden die een en deselfde stempel en gedaan te hebben, en om de noord veel sterker Roulleeren, dan de Nagap=ns, in welke sustinue zij zo veel te meer versterkt wierden, om dat alle Nagap=m drie beeldige Pag: van heijd, tot leijd, zo dra ze in den handel uijtgegeeven zijn, schoon van een en het selfde alloij als die der En„ „gelsen stempel /:niet teegenstaande deselve niet wel van de onse onderscheijden kunnen werden, dan alleen door die, die deselve dagelijks behan„ „delen, en daar meede omgaan, door de ondervin„ „ding geoffend zijn in de kennisse der munt„ „specien, insonderheid de wisselaars en andere geldhandelaars:/ hermunt worden, om geen andere raden, danom deselve in 't land, waar„ na toe, en tot den handel versonden, mitsg:s uijt„ „gegeeven worden, aannemelijker te maaken, en teffens om te vermijden dat den uijtgeever„ niet in de noodsakelijkheid behoeft te sijn, om 'er eenig opgeld op te moeten betaalen, het geen anders geschieden moet, uijt hoofde de Engelsen aldaar in het land de predominee„ „rende magt hebben, alle handel in geene andere dan in haar eijgen munt willen gedreven hebben, schoon dezelve eerder uijt gewoonte, dan om eenige andere Reedenen bij den in„ „lander hooger in credit is, en als het waere voor den standpenning gsagt en gehou„ „den word, insonderheid bij het eijgensinnig gemeen, zo ten platten lande, als in de weef dorpen. „beurd Weesen— Dat deese herstempelde munt, dus in den ont„ „fang, en uijtgave met de andere te gelijk voulee„ „rende, de daar door voorwaards veronderstelde abusive versending zeer ligt zoude kunnen ge„ de driebeeldige Pagood maar is bevonden te zijn van het gehalte van berigt zullen UE: zien dat Uijt dat de Kamer Am sterdam zoaan UE: als de Mi„ „nisters van Cormandel een affschrift zal zenden. Dat Twintig Dat sij „ting N „ in bren den „tive deren „veren ten „heid „patn voorsz voor „nen „haald Smelt hier te „saakt sijn Somtij niet den bij het en in „ger wa niet bij het zoude „ren versch gunsti balan 80 „te es 18. en „ben Dog van een bed „hoord „ten meerde 7.

NL-HaNA_1.04.02_3513_0611 view scan ↗

English

648 7. 1/4. grain the Na all more or less with the alloy That, concerning their conduct in the minting of the gold into that specie, they respectfully appeal to the assays which they are required, taken before the melting, of each minted batch sealed together with the other, to deliver into the main treasury for safekeeping. That they are further prepared, in addition to the oath taken upon the acceptance of their respective offices, to purge themselves with a further oath of faithful conduct, and that both in this respect, as well as regarding the observed deficiency in the alloy of the New Nagapatnam pagodas and fanums, to which the aforementioned discovered deficiencies might also principally be imputed, the previously cited ignorance of the smelters, defective crucibles, and weak charcoal in this country, which frequently causes the species that are in the fire not to be stirred, and thus sometimes, and especially in rainy weather, not sufficiently melted or properly mixed with one another, which they would not easily have to fear when using European crucibles and having in supply more competent and skilled men than the natives here, with whom they had to carry out the work. That it is indeed true that the Assayer, when taking the assay from the mass, ought to discover if any difference occurred, which, however, would be easily excused if one would favorably consider that the assay balance and weights have been in such poor condition for some time that the best assayer could not possibly have assayed therewith so accurately or to within 1/8. and 1/4. grain. However, since through the favorable care of their Excellencies they had now or very recently been provided with a better assay balance and its necessary accessories, they also hoped that no differences of that nature, along with the assays of each bar separately from the mass after melting, would appear any further. of the gold, which for some years has been sent from here for the minting of the Pagodas, and which alloy, according to Your Honor's and the Ministers' reports, we have hitherto believed stood precisely equal to that of the aforementioned three-image and Nagapatnam Pagodas, while that of 15 Carats These finenesses differ grain of gold: 3 1/4. grain and the fanums of of 18 Carat 7 Carat 10: Nagapatnam Twenty Carat Secondly minting 21. Secondly: With respect to the fanums, must remain mint: That in the minting of the gold of 15 Carats into that coin specie, before the gold is melted, they prepare the necessary mattam of 8 pennies, being silver mixed with fine refined bar copper from Japan; That for this mass is required, for 100 marks of fine silver of 11 pennies 20 grains, marks 47. 7. 6. 1/64 of refined Japanese copper, and for silver of lesser alloy pro rata. That both these minerals, melted together and cast into small globules, pieces, or lumps into cow dung pressed flat about three fingers thick in several batches on the ground for that purpose, as well as cleaned and purged of dirt, and having been assayed, are mixed with the gold: That in order to act properly in this matter and to bring the gold to the fineness of 7 Carats 10. 9/20. grains, it must be observed that to 100 marks of gold of 15 Carats belong marks 89. 4. 11 3/5120. of mattam; That furthermore these minerals, having been melted, first cast into small ingots, and thereafter into granules, are weighed out and delivered to the minters for coining, after first taking from that mass from each crucible 2 1/2 English for an assay, to be melted together: That they further respectfully noted, for further demonstration regarding its true treatment: That the same is done according to the manner of the natives in small crucibles made of finely kneaded earth or clay from the tanks, and mixed with ash of burnt paddy husks, as well as dried in the sun, in each of which at most 14 to 15 marks are melted, and no more than 20 to 25 of those crucibles can be used at one time, while the same are also covered tightly and well-closed with lids of the same material. [illegible]

Dutch transcription

648 7. ¼. grijn de Na alle min of meer met het allooij Dat sij sig omtrend haare behandeling in de vermun„ „ting van het goud tot die specie, eerbiedig be„ „roepen op de proefjes die sij gehouden sijn voor de versmelting genomen, van elke ver„ „munte parthij ijder bij den anderen versegeld, in de groote geld kassa ter bewaring over te brengen. Dat zij voorts bereijd zijn, om, behalven den eed bij de aanvaarding haarer Respec„ „tive diensten gepresteerd, zig met eenen na„ „deren eed van trouwe behandeling te suij„ „veren, En dat zo wel ten deesen opsigte, als ten belange van de bevondene minder„ „heid in het allooij van de Nieuwe Naga„ „patnamse pag: en fanums, aan welke de voorsz: ontdekte minderheeden ook wel voornamentlijk geimputeerd zoude kun„ „nen werden, de hier vooren bereeds aange„ „haalde onkunde der smelters, gebrekkige smeltkroesen, en kragteloose houtskoolen, hier te lande, waar door veelmaals veroor„ „saakt word, dat de speties, die in het vuur sijn, niet omgeroerd kunnen worden, en dus somtijds, en insonderheijd bij regenagtig weer niet genoeg gesmolten, of na behoren met den anderen vermengd zijn, waar voor sij bij het gebruijk van Europese smeltkroesen, en in voorraad sijnde bequamer en kundi„ „ger menschen, dan de inlanders alhier sijn, waar meede zij 't werk verrigten moesten, niet ligt te vreesen hadden. . Dat het wel waar is, dat den Essaijeur bij het neemen van de proef uijt de massa zoude moeten ontdekken, zo 'er eenige diffe„ „rent plaats hadde, dog het geen ligt te verschoonen zoude weesen, wanneer men gunstig geliefde te considereeren, dat de essaij balans en gewigten 't sedert eenige tijd so slegt waaren gesteld geweest dat de bes„ „le essaijeur onmogelijk zo accuraat of op 1/8. en ¼. grijn na, daar meede zoude heb„ „ben kunnen Essaijeeren. — Dog dewijl zij door de gunstige voorsorg van haar hoog Edelens, nu of wel Iongst met een beeter essaij balans, en het geen er bij be„ „hoord, voorsien waaren geworden, zij ook hoop„ „len dat 'er geen differenten van die natuur „neevens de proefjes van ijder staaf appart na de smelting uijt de massa, met en be„ meerder soude te vooren koomen. — van het goud, 't geen seedert eenige Iaaren tot het „tens verschillen Deeze gehal„ grijn aan goud:— 3¼. grijn en de fanums van van 18. Carraat 7. Carraat 10: „gapatnamsche Twintig Carraat Secundo slaan b -. 21. Secundo: Met betrekking tot de fanums moeten blijven munterij: —. Dat sij bij vermunting van 't goud van 15. Carr: tot die mun 't specie, alvoorens het goud gesmolten word, het daar toe d benodigende mattam van 8. penningen „zijnde zilver met fijn gerafineerd staaf kooper Iapans vermengd, in geereedheid „ brengen; Dat tot dies massa vereijscht word, voor 100: marcq bhaar zilver van 11. penningen 20. grijn, marcq 47. 7. 6. te /64. gerafineerd Iapans kooper, en voor zilver van minder alloij narato. Dat deese beijde mineraabelen te saa„ „men gesmolten, en tot kleene bolletjes, „stukken of broken in de daar toe in ver„ „scheijde parthijen op de grond omtrend drie vingeren dik plat gedrukte koe„ „mist, gegooten, mitsg:s schoon gemaakt en van vuijligheid gesuijvert, mitsg:s geibssaijeerd zijnde, met het goud vermengd werd: Dat om in de deesen wel te handelen, en het goud te brengen op 't gehalte van C:o van 7. Carraat 10. 9/20. grijn, in agt geno„ „men moet werden; dat 'er bij 100. marcq goud van 15. Carraat, marcq 89. 4. 11 3/5120. aan mattam behooren; Dat voorts die mineraalen gesmolten, eerst tot blok„ „jes, en daar na tot gruijs gegoten sijnde, aan de munters ter vermunting toegewogen en afgegeeven worden, na alvoorens van die massa uijt ieder kroes 2½. Engels tot een proef genomen te hebben, om te samen gesmoeten te worden: Dat zij wijders ter verdere aantoning omtrend dies waare behandeling eerbiedig noteerden. Dat deselve geschied na de wijse der In„ „landeren in kleene kroesen, gemaakt van sijn gekneede aarde of kleij uijt de Fanken, en met asch van uijtgebrande ne„ „lij doppen gemengd, mitsg:s in de zon ge„ „droogd zijnde in ieder derzelve op sijn hoogst 14. d. 15. marcquen gesmolten, mits„ „gaders telkens niet meer dan 20. a. 25. van die kroesen gebesigd kunnen worden, ter„ „wijl deselve teffens met deksels van dieself„ „de stoffe, digt en wel toegemaakt overdekt slaan der Pagoo „den van hier is gezonden, en welk allooij wij vol„ „gens UE: en der Ministers berig ten tot hier toe hebben gemeend; dat Praesicelik gelijk stond met dat van Voor„ schreeve drie beeldige en Na„ „gapatnamsche Pagooden, Ter „wijl dat van 15. Carraaten Dat na. „ „ „be W bij „ 1 uij het in m „ „by „ do toe „ „her voor 0

NL-HaNA_1.04.02_3513_0613 view scan ↗

English

occurred, or discovered, that everything will have to be arranged on and between the charcoals, which are already made glowing, with which they must be covered each time, and replenished from all around, as a result of which it will frequently happen that not all the crucibles have received the required heat they need, and thus the one begins to melt sooner than the other. That these, being melted according to the estimation of the smelters, which they must examine by a small movement with the tongs on the crucibles, must be taken one by one out of the fire, because upon a longer stay in the fire, not being able to endure the longer heat, they would become subject to the danger of cracking, for which reason one must always be on guard for that. That this necessary precaution, added to the inattention of the smelters, could often have given cause or occasion for some of those crucibles to have been taken out of the fire too early, since it is very plausible that the metals in a closed crucible never want to mix so well with each other, especially gold, silver, and copper at the same time, than when the smelting takes place in an open crucible, because therein the mass can be mixed together, but in the firmly closed one not, besides and apart from that, that stirring, on account of the weak condition of the crucibles, could not well take place, even if one wanted to attempt the same. That from this manner of working one might please to infer that very easily a surplus of poorly or not well-melted crucibles could have gotten among the whole mass, all the more they had to attribute the lesser assay found to that, while here never anything of the kind was to be seen, both concerning these and other coin species minted here. That furthermore those crucibles, placed and arranged according to your letter was required for the fanums: We can therefore not understand why the assay of the two first-mentioned coin species does not precisely correspond with the gold intended for that purpose, the reason being. 83. 5 10. Grains: Asked of us, as we further do not understand why for the minting of Fanums it is judged necessary to have gold of 15. Carats, while the Assay of that Coin contains no more than 7. Carats, and further. YOUR: 1 14 2 2 2 1 2 4 22. 22. would have happened very quickly, because the money changers and other money dealers here are very knowledgeable in discovering a fraud of that nature. Thirdly; or Lastly with respect to the requested information, whether for the minting of fanums, absolute gold of 15. Carats would be required, or whether gold of lesser alloy could serve for that purpose, they say further. That because the minting of fanums from various alloys of gold, from time to time, turned out very detrimental to the Company, and indeed from 7¼. to 9½. per Cent losses, one reduced the mattam, with which the gold was mixed, from 9. Pennyweights 14½. grains, down to 8. pennyweights, or indeed to the same standard as was used for those which were minted for the Account of private individuals, on which account they were obligated to bring gold of 15: Carats into the mint. That through this reduction in the alloy of the mattam, the loss on the fanum minting has also been reduced down to 6. per Cent. That that loss further, or since one has introduced the method of private individuals; namely - to bring the gold that was to be processed for that purpose, beforehand to 15. Carats by the addition of refined Japanese bar copper, has been brought down to barely 2. per Cent, so that that undertaking having turned out according to wish, gave cause to request expressly gold of 15. Carats directly from Europe for that fanum minting, as well as bar silver of 11. pennyweights 20. grains for the making of mattam for the same, because for the fanums absolute silver must be used, without which the fanums 42. 650 85. YOUR will neither here, nor in the land under the Tanjore territory remain current, since all receipt and expenditure, as well as trade, especially the purchase and sale of Nelly and other grains, as also the collection of all the tolls and Revenues, item the country's dues, take place with and through the fanums minted here in the mint, as a result of which into the prince's treasury, and into the Cash of the lesser regents nothing else than fanums at 10. pieces to a pardao, and 500. pardaos calculated to a bag that is provided with the seal of the Saraff or money expert, are brought and received, whereupon they again upon disbursement or in exchange for pagodas flow to this city, and in the Harvest time are again transported to Tanjore for the purchase of Nelly. That because that coin species, they say, only circulate here and in the Tanjore country, without more, so they are of opinion, yet with submission to those more knowledgeable, that no further reduction or lowering of the alloy of that gold could take place, because then those fanums will lose the color of the same, and look strongly like that of Copper, and have therefore must make a careful investigation according to the Differences Between the found alloy of the Pagodas and the gold sent for that purpose from the Netherlands, and serve us with their findings and Considerations in that regard, And also inquire whether for the minting of Fanums absolute gold of 15. Carats is required or whether for that purpose, that of lesser alloy could serve; of which the Quantity and the standard [illegible] as: 6: H

Dutch transcription

649 vooren gekomen, of ontdekt, dat aldersal „rangeerd moeten worden, op en tusschen de houtskoolen, die bereeds gloeijende gemaekt sijn, waarmeede ze telkens overdekt, en van rondsomme aangevuld moeten worden, waar door het veelmaals zal komen te ge„ „beuren, dat alle de kroesen, de vereijste hitte die ze noodig zijn, niet gekregen heb„ „ben, en dus den eene eerder, als den andere aen het smetten raaken. — Dat deselve, na de gissing der smelters„ gesmolten sijnde, het geen ze door eene klee„ „ne beweeging met de tang aen de kroesen moeten ondersoeken, een voor een uijt het vuur genomen moeten worden, alsoo bij een langer verblijff in het vuur de lange„ „re hitte niet kunnende veelen, aan het gevaar van scheuren onder heevig raaken„ waarom men daar op steeds verdagt moet weesen. Dat deese noodsakelijke voorsorg, gevoegd bij de inattentie der smeltens veel al oor„ „saak of aanleijding zoude kunnen gegee„ „ven hebben, dat eenige dier kroesjes te vroeg uijt het vuur genomen geworden sijn, nadien het seer aanneemelijk is, dat de metaalen in een gesloten kroes nooijt zoo goed zig met elkanderen willen vermengen, in„ „sonderheijd goud, zilver en kooper te ge„ „lijk, dan wanneer de smelting in eene opene kroes geschied, alsoo daar in de mas„ „sa door Elkanderen gemengd worden kan, dog in de vast toegemaakte niet, buijten en behalven dat, die omroering om de swak„ „ke gesteldheid der kroeten niet wel zou„ „de kunnen geschieden, alschoon men het selve wilde probeeren. Dat men uijt deese manier van werken geliefde optemaaken, dat zeer ligt een over meer van „ qualijk of niet wel gesmoete„ „ne kroesen onder de geheele massa zoude kunnen geraakt zijn, te meer moesten zij 't bevondene minder Essaij daar aen toeschrijven, wijl hier nimmer iets dier„ „gelijks zo omtrend deese als andere al„ „hier gemunt wordende spetien was te Dat voorts die kroesen, geplaatsten ge„ na Uw: Schrij„ „vens vereijscht Wierd voor de fanums:— Wij kunnen derhalven niet der twee eerst„ „gemelde Munt„ dat het Essaij Specien niet komt, met het Juijst over een goud daar toe de reeden zy bevroeden, wat Veer van 83. 5 zeer schielijk zoude zijn geschied, dewijl de wisselaars en andere geld handelaaren alhier, zeer kundig zijn, in het ontdek„ „ken van een bedrog, van die natuur. . Ten derden; off Laastelijk ten op„ 4 „sigte der gerequireerde informatie, of tot het slaan van fanums, absolut goud van 15. Carraat zoude vereijscht worden dan of daar toe goud van minder alloij zou„ „de kunnen dienen, zeggen zij verder. Dat om dat de munterij van J:s van diverse alloijen goud, van tijd, tot tijd, voor de Comp:e zeer schadelijk, en wel van 7¼. tot 9½. prC:o nadeelen uijtviel„ heeft men de mattam, waar meede het goud vermengd wierde, vermindert van 9. Penn: 14½. greijn, tot op 8. penningen, dan wel tot op het selfde gehalte als ge„ „bruijkt wierde tot die, welke voor Re„ „kening van particulieren gemunt wier„ „den, waar om zij verpligt waaren goud van 15: Carraat in de munt te brengen. —. Dat door deese vermindering in 't allooij van de mattam, ook het verlies op de fanums munterij tot op 6. p C. o vermindert geworden is. —. Dat, dat verlies nog nader, of 't see„ „dert dat men de methode van particulie„ „ven heeft ingevoerd; namentlijk - om al„ „voorens het goud, dat daar toe zoude verwerkt worden, door het bijvoegen van geraffineerd Japans staafkoper te brengen op 15. Carraat tot op 2. pr C. o ruijm en schaars is gebragt geworden, invoegen die onderneeming na wensch uijtgevallen zijnde, aanleijding gegee„ „ven heeft, om tot die f:s munterij expres goud van 15. Carraat direct uijt Europa te vraagen, als meede bhaar zilver van 11. penn: 20. greijn tot het maaken, van mattam voor deselve dewijl tot de fanums absolut zilver gebruijkt moet worden, zonder het welke de fanums Io. Grijn: — Van ons gevraagd gelijk wij al ver¬ „der niet begri „pen, Waarom tot het slaan van Fanums noodig word ge„ „oordeelt - goud van 15. Carraa„ „ten, terwijl het Essaaij dier Munt niet meer inhoud dan 7. Carraaten nog. UWE: „1 14 2 2 „2 „1 2 4 „te s „ „ „ P V „len 22. w „e en het van 22. 42. 650 85. UWE: zul„ nog hier, nog in het land onder het TansToursche gebied gang„ „baar zullen blijven, nadien alle ontfang en uijtgaaf, mitsgaaders handel, insonderheid de in- en verkoop van Nelij en andere graanen, als ook het invorderen van alle de thollen en Inkomsten, item 'slands geregtighee„ „den, met en door de alhier in de munt, gemunt wordende fanums geschied, waar door in 's vorsten schatkamer, en in de Cassa der mindere regen„ „ten niet anders dan fanums â 10. stux op een pardauw, en 500. pard:s op een zakje gereekend dat met het segul van den Saraff of geldkenner voorsien is, gebragt en ontfangen wor„ „den, wanneer ze weederom bij uijt„ „gaave of in trocque tot pag: na deese stad vloeijen, en in den Oogst tijd tot den inkoop van Nelij wee„ „derom na het Tansjoursche ver„ „voerd worden. —. Dat dewijl die munt specie, zeg„ „gen zij alhier en in het tansjoursche land, alleen roulleeren, zonder meer, zo. zijn ze van gevoelen, dog met onder„ „werping aan des kundiger, dat gee„ „ne verdere vermindering of verlaa„ „ging van het allooij van dat goud zoude plaats kunnen hebben, alsoo dan die fanums de coleur van het zelve verliesen, en sterk na dat van Kooper uijtzien, en hebben zul„ „len derhalven na de Ver „schillen Ius„ „schen het be„ „vonden allooij der Pagooden en het daar toe uijt Nee„ „derland gezonden goud naaukeurig onderzoek moe„ „ten doen, en ons daar omtrend dienen Van der„ „len. . —. derselver bevin„ „ding, en Consi„ „deratien, Mits„ „gaders informe„ „ren, of tot het slaan van Fa„ Torweijle „nums absolut door Namen specie goud van 15. „sigd „eijsch Carraat Word van een bij hun weeder vereijscht dan „gesonde of daar toe, dat hebbend trois Both van minder 31. Julij Dat te en 5½ allooi zoude den 25 vermun in de kunnen die„ „den der rekenin „nen; waar van Terwijl in het „gens be de Quantiteijt Cormis meed den 15 en het gehalte lin 17 „gene als: 6: H

NL-HaNA_1.04.02_3513_0617 view scan ↗

English

651 87: which must also be noted with the successive demands. Section 335. We have furthermore perceived from the mint returns of the minted fanums dated 25 August 1775 that gold of 18 carats 5 1/2 grains was used for that coin, whereas the ministers at that time had already received the 1000 marks of 15-carat gold which were sent from here at your special request in 1773 and, according to your letter to us of 1 May 1775, were forwarded to this government with the ship De Both. 652 89: Being unaware of the reason why that gold was not used for the minting of the aforesaid fanums instead of that of 18 carats 5 1/2 grains, we await further elucidation in this regard, and meanwhile recommend that the ministers employ no gold of a higher alloy for the striking of coins than is required for the purpose, so long as they are provided with that of a lower standard. Section 336. Upon examination of the mint yields of the other minted coin species inserted in the ministers' letter of 16 September, it appeared to us with regard to the Jaggernaikpoeram rupees that from a parcel of 453 bars of silver bullion 79045 rupees were struck, and that for this a sum of 105393 guilders 6 stivers 8 pennings is set down, which makes the rupee come to 1 guilder 6 stivers 10 pennings piece. 653 Yet since we know of no rupees that circulate at that value anywhere in the Company's establishments or are entered in the books for that amount, the ministers must provide us with a report on what grounds the aforesaid coin has been calculated at the price of 1 guilder 6 stivers 10 pennings. Section 337. In our letters of 30 October of last year, we made known under the subject of Ceylon our desire that, for a more precise arrangement of the mint returns, there should be noted therein the amount in money of the gold and other materials used for the minting of the coin species. While they further respectfully submit in their aforementioned report regarding the remark made by Your Honorable Worships, namely: that for the striking of that coin species no gold of higher alloy should be used than required for that purpose as long as one was provided with that of a lower standard: That the 15-carat gold sent out for the first time, consisting of 50 bars or 1000 mark troy, was received here with the ship De Both no earlier than 31 July 1775. That at that time the gold of 18 carats and 5 1/2 grains, mentioned in the mint return of 25 August 1775, had already been delivered to the mint, among other parcels, for minting into fanums and handed over into the hands of the minters, for the account of the book year 1774/5. While the aforementioned 15-carat gold was minted and accounted for in the following book year of 1775/6 according to the findings of 26 April 1776; as well as, according to the mint return of 15 July 1777, the subsequent parcel of 1240 mark troy in 62 bars received in the year 1776 under the dates of 20 June and 30 August; item, according to the mint return under the date of the last day of February 1778, the 760 mark troy in 38 bars which were brought here on 22 May 1777 with the ship 't Veldhoen, being the last parcel received here. So that no gold of higher alloy was taken and used for the fanums except when there was no more of the lower quality on hand or in stock. That because they need fully 14 to 1500 marks annually for the fanum minting, they have often been placed under the necessity of having to take recourse to the gold of higher alloy, as recently had to happen again for lack of the said gold, since in the past year nothing of it was received. Regarding the desired information by Your Honorable Worships as to why the silver rupee, which is struck from bullion or other silver at Jaggernaikpatnam, is calculated at the price of 1 guilder 6 stivers 10 pennings, it serves respectfully: That since all kinds of rupees circulating on this Coast are not to be considered as fixed coin, but their value is reckoned among all nations according to the value of the pagodas, and thus—as we had the honor to demonstrate very humbly in paragraph 1 of the answer to the extract of Your Honorable Worships' highly revered letter dated 6 October 1776—they rise and fall according to need and the abundance or scarcity of that species; thus, surely for that same reason, the value of the Jaggernaikpatnam rupee is likewise calculated according to the value of the new Nagapatnam pagoda, namely 3 3/8 rupees per pagoda with 4 percent agio, or 4 guilders 10 stivers Dutch money, which calculates to exactly 1 guilder 6 stivers 10 pennings per rupee, as the respectful letter from here dated 20 December 1769 shows. And that coin species, since that introduction to which Your Honorable Worships were pleased to grant your approval by honored letter of 2 October 1771, has been entered into the books and written off again upon expenditure, because it continues to circulate according to that price alongside many other kinds at Jaggernaikpatnam and Bimilipatnam without any hindrance. Meanwhile, by resolution of 15 October 1778, we ordered the mint master here to observe Your Honorable Worships' most highly respected order, namely: henceforth to note in the mint returns not only the amount in money of the gold and the other materials used for the striking of the coins, but also, besides the value of the metals used for alloy, the quantity of each of them.

Dutch transcription

651 87: Terwijl sij verder op de gemaakte remarque door uw hoog Edele Hoog agtbaare dat Namentlijk: tot het slaan van die munt„ „specie geen goud van hooger alloij gebe„ als dan ook bij de Successive Eijsschen zal moeten Worden genoteerd.. §. 335. Bij hebben wijders uijt de Munts„ „Bevindingen der geslaage fanums gedateerd 25. au„ „gustus 1775. ont„ „waard, dat tot die specie is gebruijkt goud van 18. Car„ „raat 5½. grijn, daar „sigd moeste worden, als daar toe ver„ „eijscht wierde, zo lange men van dat van een laager gehalte voorsien was, bij hun voormelde berigt eerbiedig ter needer stellen. —. Dat het voor de eerstemaal uijt„ „gesondene goud van 15. Carraat bestaan hebbende in 50. staven of 1000. mark trois, hier niet eerder met het schip de Both, ontfangen geworden is, dan den 31. Julij 1775. . —. Dat te dier tijd het goud van 18. Carraet en 5½. grijn, bij de munts bevinding van den 25. aug:s 1775. vermeld, bereeds tot de vermunting in fanums onder meerdere in de munt verstrekt, en in, en in han„ „den der munters afgegeeven was, voor rekening van het boekjaar 177. 4/5.: Terwijl het voormelde 15. Carraats goud in het volgende Boekjaar van 177. 5/16. vol„ „gens bevinding van den 26. April 1776; vermunt en verandwoord geworden is, zo, meede na luijt der muntsbevinding van den 15. Julij 1777. , de volgende of in Ao 1776. onder datis 20. Junij, en 30. aug: ontfan„ „gene parthij van 1240. mq: trois aen 62. staven, item bij munts bevinding onder nogthans: 18. onder dato ult. o februarij 1778. de 760. mq: trois aan 38. staaven, die den 22. meij 1777. met het schip 't Veld hoen alhier zijn aangebragt, weesende de laaste parthij die al„ „hier ontfangen geworden is, Invoe„ „gen geen goud van hooger alloij tot de fanums genomen en verbruijkt is geworden, dan wanneer van het mindere niet meer aan handen, of in voorraad was. Dat zij uijt hoofde tot de fanums munterij wel 14. â. 1500: marg: Jaer„ „lijks benoodigd sijn veelmaals in de noodzakelijkheid gebragt zijn ge„ „worden, om recours te moeten nee„ „men, tot het goud van hooger alloij„ gelijk nu Jongst weeder heeft moe„ „ten geschieden bij gebrek van fs goud, alsoo in het Iongst gepasseer„ „de Iaar niets daar van ontfangen nogthans de Mi„ „nisters te dier tijd Reeds had„ „den bekoomen de 1000: marken goud van 15. Ca „raat, Welke op Uw: speci„ „aal Versoek in 1773. van hier gesonden, en uijt„ wijsens UwE: missive aan ons van Is: Maij 1775: met het schip De Both naar dit Gouvernement besorgd - is. 18 652 89: bezorgd zijn, onkun„ „dig uijt wat hoofde dat goud niet tot het munten van voorschree¬ „ve fanums in steede van dat van 18. Carraat 5½. grijn is gebruijkt, ver¬ „wagten wij dien aan „gaande nadere elucida„ „tie, en Recommandee„ „ren midlerwijl de ministers tot het slaan van muntspeci„ „en, geen goud van hoo„ „ger allooi te emploij„ „eeren als daar toe werd vereijscht, zo lang zij van dat van een lager gehalte ƒ Edele Hoog agtbare, om wat reeden de zilvere Ropij die van bhaar of ook wel van andere Zilver te Iaggernaik p:m gesla„ „gen word tot de prijs van ƒ1. 6. 10. is be„ „reekend, diend Eerbiedig:— Dat dewijl alle soorten van ropijen die ter deeser Custe Roulleeren, voor geen stand penning te Considereeren is, maer derselver waarde bij alle natien geree„ „kend wordt na de waarde der Pag:, en dus, zo als wij de eer gehad hebben in &:o p:o bij het andwoord op 't Extract uwer Hoog Edele Hoog Agtbaare zeer gevenereerde missive in dato 6. 8ber: 1776. zeer needrig te demon„ „streeren, rijsen, en daalen, na maate der benodigtheijd, en de ruijmte of schaarsheid dier spetie, zo is dan Ge„ „kerlijk om die selfde reeden ook de waarde der Iaggernaikp m Ropij al„ „meede gereekend na de waarde van de nieuwe Nagap:m Pag: namentlijk 3 3/8. ropij p:r pag: met 4. prC:o opgeld of ƒ4. 10. — Nederlands geld dat Juijst ƒ1. 6. 10. voor de ropij rekend, zo als het eerbiedig schrijvens van hier in dato 20. December 1769. aantoont en die specie 't zedert die introduc„ „tie, waar aan uw hoog Edele Hoog Agtbare derselver goedkeure hebben gelieven te verleenen, bij g'eerde mis„ „sive van den 2. 8ber: 1771. bij de boeken ingenomen, en bij uijtgave weeder om af„ „geschreeven worden, wijl deselve leg:s die prijs nevens veele andere soorten te Iaggernaik P r en Bimilip:m son der enige op de begeerde informatie door uw hoog §. 336. Bij exa„ „men der Rendemen„ „ten van de verdere gemunte specien gein„ „sereerd in der minis„ „ters brief van 16. September, is ons met opsigt tot de Iagger„ „naikpoeramsche Ropijen gebleeken dat van een Parthij van 453. staven baar Zilver 79045. r/a. zijn geslagen en dat daar voor staat uijtgetrok„ „ken een som van ƒ105393 gehalte zijn voorzien hinder. min 653 gt zien hinder blijven Douilleren. 6. 8. 't geen de Ropie doet komen op ƒ1. 6. 10. r=m het stuk. —. —. Dan vermits ons geene ropijen bekend sijn, welke tot die waer de ergens op 's Comp:s eta„ „blissementen rouleeren, of daar voor bij de boeken worden ingeno¬ „men, zullen de Mi„ „nisters ons moeten dienen van berigt, om wat Reedenen voorschre¬ „ve munt tot de prijs van ƒ 1. 6: 10. is bevee„ „kend. —. D: 337. Inmiddens hebben wij bij besluijt van den 15. october 1778. de observantie van uw hoog Edele Hoog Agtbaare zeer hoog gerespecteerde ordere, den munt „meester alhier aanbevoolen, namelijk: om voortaan bij de munts Rendemen„ „ten te noteeren niet alleen het bedra„ „gen in gelde van 't goud, en de andere materiaalen, die tot het slaan der spe„ „tien worden gebruijkt maar ook be„ „halven de waarde der metalen die tot toeset dienen, de quantiteijt van ijder derselve. —. §. 337. Bij on„ „se letteren van den 30. 8ber: des voorlee„ „de Jaars, hebben wij onder de materie van Ceijlon te kennen gegeeven onse begeer„ „te, dat tot praeciser inrigting der munt „Rendementen bij de„ „zelve zoude worden genoteerd het bedraa„ „gen in gelden van het goud en andere materiaalen, die tot het slaan der specien worden gebruijkt. —

NL-HaNA_1.04.02_3513_0623 view scan ↗

English

19 641 43: And since it is easily gathered from what has been discussed regarding the differences between the assays of the pagodas and fanams with the gold used for them, that during the minting of that metal into the aforementioned species some alloy of silver, copper, or something else must have been added, although nothing of this was made known in the mint findings; we therefore judge it necessary that our aforesaid order or fanams may occur. our order to this Government not only be extended, but that besides the value of the metals serving as alloy, the quantity of each of them also be noted in the mint returns. D. 338. But in order to attain all possible clarity regarding the matter of minting and to know exactly the expenses that accrue, we would Pursuant to the specific expenses accruing to the minting, as reported by the Mint Master Duijnevelt and Assayer Geeke in their previously submitted written report, we have resolved on December 31 of the recently past year, in dutiful compliance with Your Noble Right Honourable's request, to make specifically known henceforth in the mint findings all the expenses that accrue to each parcel of gold to be minted, whether into three-figure, or new Nagapatnam Pagodas, not. In 655 gt Meanwhile we shall not consider it unserviceable to Your Noble, that you should provide the ministers both of Ceylon and of Coromandel with a form or copy of a Bengal return of minted bar silver, in order to arrange also on that footing the accounting of the mint expenses, insofar as such can take place in the aforesaid Governments. Section 339. The confession The confession which the ministers say they had to make to their shame, that it was erroneously affirmed by them that in the mint returns the number of minted pieces had always been noted, will, we hope, make them more cautious in the future regarding the positiveness of their assertions. Right Honourable's recommendation to be more cautious in the future regarding the positiveness of our assertions, serve as our guidance. Although regarding the sale of trade D. 340. In the goods past 5. 639 has 25. 20. 656 97: has not yet been able to produce the desired effect. goods in the last completed financial year of 1777/8 there is again not much to boast of, we nevertheless have the pleasure of being able to present herein to Your Noble Right Honourable an increased profit of f84392: 18. Since the same in the financial year of 1776/7 amounted to only - - - - - - - - - - - - - . - - f346045. 18. 8. And in this year comes to add up to - . . . . . . . . . . 430438. 16. 8. or for the financial year of 1777/8 more - - - - . . . 84392: 18. —. This increase originated from the greater profits obtained at Bimilipatnam on the larger quantity of Japanese copper sold, for which the demand after the reduction in price from 100 to 97 New Nagapatnam Pagodas per bahar of 480 lb has increased to such an extent, that from that small reduction we may promise ourselves much good in the coming time, although such at the factory of Jagannathpur And even though that reduction does not yet outweigh the decrease of f102465 that occurred in the financial year 1773/4. Having seen last year with regret the reduction of profits on the trade goods sold, it is to our particular pleasure that the same in the financial year 1774/5 have again increased by a sum of f74640. —. M 25. by comparison with the immediately preceding gives us however hope, that when restored peace and tranquility on this coast endure, the trade of the Company will revive more and more, and the profits will thereby be increased. Section 341. The large sale of spices, especially of cloves and nutmegs, is also very agreeable to us, That the large sale of spices, especially of cloves and nutmegs in the year 1774/5, was very agreeable to Your Noble Right Honourable, will no less spur our zeal to devise all possible means for their increase, to which a price reduction of cloves will contribute much. While regarding the trade in agreeable, and no less the increased sale of Japanese camphor. 657 99: pounds, with a greater profit to be Japanese Camphor we humbly adhere to what was respectfully set down by us in the extract of Your Noble Right Honourable's very revered missive of October 6, 1776, and meanwhile have the pleasure of informing Your High Selves that the quantity of 14515 5/8 pounds, which we received of that gum in the year 1778 from Batavia, was also sold in that same financial year, with a pleasing profit of 125 7/8 percent, flattering ourselves furthermore to sell the 2000 pounds requested anew for the year 1779 with a larger advance. We hope that the measures taken by you to prevent the private import and export of that gum at Batavia may serve to bring into the lap of the Company all the advantages which it may expect from that branch of trade upon a strict execution of your orders. But concerning the advance that has been obtained on that article on this Coast, we find a notable difference between the advances of the parcels sold in [illegible] and those which have since been brought with the ship De Boot, as having on the last-mentioned 21.

Dutch transcription

19 641 43: En vermits uijt het verhandelde noopens de verschillen tusschen de Essaijen der Pagoo„ „den en fanums met het daar toe verwakt goud ligt is op te maa„ „ken, dat bij de vermun„ „ting van dat metaal in evengemelde specien eenig torzet van Zilver, koper off iets anders gevoegd zal zijn schoon daar van niets bij de Munts-Bevin„ „dingen is bekend gesteld; zo oordeelen wij noodig, dat voor„ „schreeve of fanums komen te vallen. „schreeve onze order tot dit Gouvernement niet alleen of Extendeerd maar dat ook behal„ „ven de waarde der mo¬ „taalen die tot toe zet dienen, de quantiteijt van ieder derzelve in de Munts=Rendemen¬ „ten genoteerd worden. D. 338. Dan om in het stuk der ver„ „muntingen alle mo„ „gelijke klaarheijd te erlangen en exact te weeten de kosten, welke oploopen, zouden wij Ingevolge de door den muntmeester Duijnevelt, en Essaijeur geeke, bij hun voorgewaagd schriftelijk berigt„ specificq opgegeevene ongelden, wel„ „ke op de vermuntingen loopen, hebben wij op den 31. December des Iongst ver„ „weeke Iaars om aan uw hoog Edele Hoog Agtbaare begeerte schuldplig„ „tig te beandwoorden, beslooten om voor„ „taan bij de Munts Bevindingen specificq te doen bekend stellen, alle de ongelden, die op ijder vermunt worden„ „de parthij goud, het zij tot driebeel„ „dige, dan wel nieuwe Nagap=m: Pag: niet. In 655 gt Inmiddens zullen wij uw: hoog Edele niet ondienstig vinden, dat UE: de Ministers zo van Ceijlon als Cor„ „mandel deeden toe„ „komen een formulier of afschrift van een Bengaals Rendement van vermunt Baar zie¬ „ver, ten eijnde ook op dien voet in te rigten de verandwoording der Munts=Ongelden, zoo ver zulx in de voor„ „schreeve Gouverne„ „menten kan plaats hebben. §. 339. De beken„ n „tenis „tenis die de Minis„ Hoog Agtbaare Recommadatie om voor 't vervolg bedagtsamer te zijn, om, „ters zeggen tot hun „terend het positive onser stellingen, tot narigt laaten strekken. „ne schaamte te heb„ „ben moeten doen, dat abúsivelijk door hun ddle is geaffirmeerd, dat bij de Munts Rende„ voor „der „menten het getal ver der vermunte stuk„ 480 „ken althoos was ge„ dat „m g „noteerd geweest, zal su hun zo wij hoopen, voor het vervolg be„ „dagtzamer maaken, omtrend het Positive hunner stellingen 7 Schoon op den verkoop der handel D. 340. In den „whaaren voorleeden 5. 639 heeft 25. 20. 656 97: nog niet van het gewenschte effect heeft kunnen weesen. —. whaaren in het Iongst afgeloopen boekjaer van 177 7/8. weederom niet veel te roe„ „men valt, zo hebben wij egter het vergenoegen om uw hoog Edele Hoog Agtbaare in deesen te moo„ „gen vertoonen eene meerdere winst van ƒ84392: 18. Also deselve in 't boek Jaar van 177. 6/7. maar bedragen hebben - - - - - - - - - - - - - . - - ƒ346045. 18. 8. En in dit Iaar komen te addeeren - . . . . . . . . . . „430438. 16. 8. off voor 't boek Jaar van 177 7/8. meerder - - - - . . . „ 84392:18. —. Deese meerderheijd heeft zijn oor„ „spronk uijt de meerdere behaalde voordeelen te Bimilip:n op de meer„ „dere verthierde quantiteijt Iapans kooper, waar in den trek na de verminderde prijs van 100. tot 97. Nieuwe Nagap:m Pag: de bhaar van 480. lb:, sodanig vermeerdert is, dat wij ons van die geringe ver„ „mindering in den volg tijd veel goeds moogen belooven, schoon sulks ten comptoire Iaggernaikp En of schoon die ver„ mindering nog niet opweegt de gevalle min¬ „derheijd van ƒ102465: in het boek=Iaar 177¾. voorleeden Iaare met leetweesen hebbende gesien, de verminde„ „ring der winsten op de verkogte Handel„ „whaaren, strekt het ons tot bijsonder ge„ „noegen dat dezelve in het Boek=Iaar 177 177. 4/5. weeder sijn toe„ „genomen, met een som„ „ma van ƒ74640. —. M 25. bij vergelijking van aan s het naast voorgaande Edele Edele „de geeft ons zulks egter intuss Hoog hoop, dat wanneer detiteij van ontfa herstelde rust en vre„boc e „de ter deeser kuste Hatt Jaare Bon stand houd, den Zullen handel van de Comp meer en meer zal op wakkeren, en de wins¬ „ten daar door zullen worden vergroot. —. §. 341. De ruijme verthier van specerij¬ „en bijsonder van na„ „gulen en nooten; is ons meede zeer aange„ Dat de ruijme verthier van specerijen, bijsonder van nagulen en nooten in Ao 17745. uw hoog Edele hoog agtbaare zeer aangenaam was te vooren geko„ „men, zal onse ijver niet min aan„ „spooren, om tot dies accres alle mogelij„ „ke middelen uijttedenken, waar toe eene prijs vermindering der nagulen Terwijl wij ons omtrend den handel veel contribueeren sal. —. in: „naam 657 99: ponden, met een grooter advans om te in Camphur Iapanse needrig gedragen aan het door ons eerbiedig ter needer ge„ „stelde op het Extract uwer hoog Edele Hoog Agtbaare zeer gevenereer„ „de missive van den 6. 8ber: 1776. , En intusschen het genoegen hebben om Hoog Dezelve te bedeelen, dat de quan„ digliteijt van 14515 5/8. ponden, die wij van die gom in Ao 1778. van Batavia ontfangen hebben, ook in dat selfde boek Iaar verkogt geworden is, met een aangename winst van 125 7/8. pr. o flatteerende ons voorts om de voor den Jaare 1779. op nieuw gevraagde 2000: zullen setten. —. Wij hoopen dat de maatregelen, die door UE: zijn genoo„ „men tot weering van den particulieren in en uijtvoer dier gomme te Batavia zullen moogen strek„ „ken om in den Schoot der Maat„ „schappij te doen koomen alle de Voordeelen die zij „naam, en niet min„ „dert het vermeerdert debiet der Iapanse Kamfer. —. bij ree„ 21. bij een stipte executie uwer ordres uijt dien tak van handel te wagten heeft. —. Maar belangen. „de het avans, 't geen op dat artikel ter deeser Custe is be„ „haald, vinden wij een merkelijk ver¬ „schil tusschen de avanden der in AM verkogte parthijen „ Jo ohi die welke zeedert broe dat met het schip De dog Bodt is aangebrag„ als hebbende op laast gemelde i :

NL-HaNA_1.04.02_3513_0631 view scan ↗

English

21. 658 107. The contract entered into by us in Ao 1745 here with the native Chittij Waijtinada, even though he already passed away in Ao 1776, still stands, as his younger brother by the name of Ponambalam, having entered into the right of inheritance of his deceased brother, has also bound himself to that very same contract; yet, since that contracting, he has been able to receive no more from the warehouses here than: 3880 pounds of Cloves, 711 7/8 pounds of Nutmeg, and 642 pounds of Mace, the sales amounts of which he has also paid into the Treasury. For this low turnover he gives the following reasons, which are very acceptable: First: The continuous change to which the Tanjore country has successively been subjected, and Secondly: The private sale of spices in the nearby coastal village of Naoer, especially of cloves, which are sold there for lower prices than he himself must pay for them to the Company, whereby it is impossible for him to dispose of more of those articles, in order to be able to fulfill his contract entered into with the Company, in which regard we hope that a price reduction for the cloves will work much for the better. Marginal Note: The aforementioned did not amount to more than 95 1/4 per cent, whereas the profit of the previous had still yielded 107 1/4 per cent, although on a much larger quantity, without any reason being given by the Ministers in that regard. § 342. We shall await your disposition on the contract entered into by the Ministers under your approval with a certain native to accept annually from the Company a specified quantity of cloves, nutmegs, and mace, or as much more as he might need, enjoying in return the exclusive sale of those spices in the city and district of Nagapatnam. Meanwhile, we wish that the same will serve to expand the sale of those articles, trusting that such was also the main objective that the Ministers had envisioned in it. 659 403 Having noted what is necessary regarding the sale of the Japanese bar copper at § 340, we respectfully reply: Marginal Note: § 343. As bar copper continues to be sold here in ample quantities and with substantial profits, we hope that it will suffer no decrease through the supply from Ceylon, to which a difference of 40 per cent, which the same costs less at the last-mentioned office than on the Coromandel Coast, in our opinion can provide a sufficient motive. § 344. Besides the small profit of 18 3/16 per cent on the arrack, we have noted the insignificant advance of 5 3/4 per cent on the iron, which article in the previous year still yielded a profit of 45 per cent. § 345. With respect to the remark made by Your High Excellencies, Right Worshipfuls, regarding the small profits obtained on the arrack sold here in Ao 1775 at 18 3/16 per cent, it serves with respect: That the reduction of the price of that liquor is in the first place to be attributed to the general scarcity of money among the foreign nations on this Coast; and secondly, to the peace and tranquility that has subsisted for some years between the English and French, as will appear more clearly from the following sales: In Ao 1775/6 it was entirely unsellable. In Ao 1776/7 the remainder from the previous year and what was imported in that year, amounting together to 160 leagers, was sold with great difficulty at an advance of 26 1/3 per cent. 22. 660 105. And in the recently expired trading year of 1777/8, 200 leagers were sold, of which 60, as a remnant from the previous year, were disposed of with great difficulty in the month of January 1778, when people were still ignorant of the impending war, at an advance of 20 7/16 per cent. And the remaining 150 leagers in the month of August thereafter, when Pondicherry was about to be besieged by the English, with a considerable profit of f 11996:17.8 or 9 3/16 per cent. From this respectful demonstration, we hope that Your High Excellencies, Right Worshipfuls, will perceive that we let not the least opportunity pass by to look after the Company's interest, while flattering ourselves with a good prospect, we have again requested 600 leagers for the year 1779 from Batavia. Meanwhile, regarding the insignificant advance of 5 1/4 per cent on the iron, let this respectful information serve: That the entire lot sold consisted of 5922 pounds, of which: 4800 lb were yielded at cost price for the service of the newly built Reformed church, and 1122 lb at a 30 per cent advance were transferred to the first undersigned. However, in making up the rendement, those two entries were erroneously merged together, wherefore the same could show no more in profit than 5 1/4 per cent. Marginal Note: We trust that you will also keep an eye on this when regulating the dispatch of merchandise for this office, whereas the aforementioned articles need not serve to fill the hold of the ships, since sugar is now used with more advantage for that purpose.

Dutch transcription

21. 658 107. Het Contract door ons in Ao 1745. met den chittij, in het erfregt sijner overledene broeder getreeden zijnde zig ook aen dat eijgendste Contract verbonden heeft, dog 'tt zeedert, die contractatie heeft Ionger broeder in name Ponambalam „gemelde niet meer be„ „draagen dan 95¼. pr C:o, daar de winst der voorige nog had ge„ „rendeert 107¼. PrC. o, of Schoon op een veel grooter quantiteijt; zonder dat deswee„ „gens door de Minis„ „ters eenige reeden word gegeeven. —. §. 342. Wij zullen inlander waijtinada chittij alhier aen„ „gegaan houd, alschoon hij in Ao 1776. be„ afwagten UE: dispo„ „reeds overleeden is, nog stand, also sijn „sitie op het Contract door de Ministers „der kunnen ontfangen, dan onder uwe: approbatie 3880. —. ponden Nagulen. 711 7/8. _. Nooten en 642 —. _. o foelij. welkers verkoops bedragen hij ook in Cassa aangegaan met zee„ hij alhier uijt de pakhuijsen niet meer„ betaald. „kere en 26. — prijs vermindering der Nagulen, veel ten goede werken zal. — betaald heeft. — „kere inlander, om Iaar„ van deese geringe verthier, geeft hij de volgende reeden, die zeer aanne„ „lijks van de Comp:e te „welijk zijn Pmo De geduurige verandering, waer aan het tansjoursche land successive accepteeren een bepael„ is onderworpen geweest, en Tweedens: de particuliere verkoop „de quantiteijt nagelen, van specerijen op het na bij gelegene Zeedorp Naoer, insonderheid van Na„ noten, en foelij, of zoo „gulen, die aldaar voor mindere prijsen verkogt worden, als hij daar voor selfs aan de Comp:e betaalen moet, waar door veel meer als hij zou hij onmoogelijk in staat is, om van die artikulen meerder te verthieren, ten eijn„ mogen nodig hebben, „de aan zijne met de Comp:e aangegaan Contract te kunnen voldoen, waar omtrend wij hoope hebben dat eene nits daar en teegen ge„ „nietende den exclusi„ „ven verkoop van die specerijen in de stad en het district van Nagapatnam: —. Intusschen wen„ „schen wij dat het zel„ „ve zal strekken tot uijtbreijding van den seet:: 7 659 403 omtrend de verthier van het Japans staaf„ „kooper bij §. 340., het nodige genoteerd hebbende, antwoorden wij eerbiedig op steet dier artikelen, vertrouwende, dat zulks ook is geweest het hooffd oogmerk 't geen de Ministers sig daar in hebben voorgesteld. — §. 343. Het staaff„ „Kooper steeds in een ruijme quantiteijt en met aanzienlijke winsten alhier wor„ „dende Verkogt, hopen wij, dat daar in geen vermindering zal vat„ „ten door den aanvoer van Ceijlon, waar toe een. 22. een verschil van 40: PC:o, 't geen 't selve ten laastgemelde Komptoi„ „ren minder kost dan op Cormandel onzes bedunkens een genoegsaam motief kan uijtleeveren. — Met opsigt tot het geremarqueerde door J Behal„ D. 344. uw Hoog Edele Hoog Agtbaare, om„ „trend de geringe voordeelen die behaeld „ven de geringe winst zijn op de arak; die alhier in Ao 1775. verkogt is, tot 18 3/16. pr C. o diend met van 18. /16: P„r C:o op de eerbied: Dat vermindering der prijs van die drank in de eerste plaats toete„ „schrijven is, aan het algemeen geld gebrek arrak, hebben wij ge„ onder de vreemde natien ter deser Custe. En Tweedens; aan de rust en vrede, die „remarqueerd het niet 't zeedert eenige Jaaren tusschen de En„ „gelsen, en fransen gesubsisteerd heeft, so als uijt de volgende verkoopen naader noemens waardig avans Consteeren zal.— In ao 7177. 57/6. was deselve ten eenemael van 5. ¾. p„r C. o op het onverkoopbaar. — In Ao 177 6/7. Is het overgeblevene van 't voorige Iaar, en het aangebragte in ijzzer, welk Artikel dat Jaar bedragende te samen 160. Leggers met veel moeijte verkogt met een advans van 26 1/3. p r. o in het voorige Iaar 7 En Not man. 22. 660 105. En in het Jongst afgelopen handel Iaar van 177 7/8. zijn 200. Leggers verthierd waar van 60. als een voorjaarig restant in de maand Januarij 1778. , wanneer men van de aanstaande oorlog nog on„ „kundig was, met veel moeijte van de hand gezet zijn, met een advans van 20. 7/16. percent.—. —. En de overige 150: leggers in de maand aug: daar aan, wanneer Pondicherij door de Engelsen stond belegerd te worden, met een aansienlijke winst ƒ11996:17. 8. ƒ 9 3/16. prC. o uijt deese eerbiedige vertooning hopen wij, dat uw hoog Edele hoog Agtbaare zullen ontwaaren, dat wij geen de mins„ „te geleegendheid laaten „ bij gaan, om 's Comp. s intrest te behartigen, terwijl wij ons met een goed voor uijtsigt flatteerende op nieu 600. leggers voor den Iaare 1779. Van Bor„ „tavia versogt hebben, in middens laten wij omtrend het niet noemens waardig avans van 5¼. pC. o op het ijzer, tsteer„ „biedige informatie dienen. — Dat de geheele verkogte parthij bestaen heeft in 5922. ponden. waar van 4800. lb: voor 't inkoops kostende ten dienste van de nieuwe gebouw de gereformeerde kerk, en. 1122. lb: met 30. pr C. o advans aan den Eerstgetekende afgestaan zijn. Dog bij het opmaken van het Rende„ „ment zijn die twee posten, abusive onder elkanderen gesmolten, wanneer deselve niet meer aan winst konden vertoonen, dan 3. ¼. pr C. o Wij Vertrouwen, dat UE: hier op meede het oog zullen vestigen bij het Reguleeren der verzending van Coop„ „manschappen voor dit Comptoir, terwijl voor„ „melde Artikelen niet behoeven te dienen tot Vulling van de ruijm „te der scheepen, alzoo de zuijker tans niet meer„ „der voordeel daar toe word gebruijkt:— 7. nog heeft gegeeven een winst van 45. prC:o. D. 345. an

NL-HaNA_1.04.02_3513_0636 view scan ↗

English

Regarding the failure to have the Trade Books of the year 1773/4 ready in due time, the merchant and present Trade Bookkeeper Peracules Mossel et cetera sufficiently answered to Their High Excellencies, the Supreme Indian Government at Batavia, in the year 1777, and simultaneously demonstrated that this backlog was to be imputed to no one other than his predecessor, the merchant Hendrik Ambrosius Johnson. Meanwhile, following the recommendation given by Your High Noblenesses and High Worships, we shall henceforth ensure that greater diligence and dispatch are applied concerning that work, as has already taken place with regard to the subsequent financial years of 1774/5, 1775/6, and 1776/7, which have been dispatched to Batavia, while those of the financial year 1777/8 are to follow shortly. Regarding the state of this office at the closing of the books of 1773/4, we cannot judge, as we have until now been deprived of the necessary papers. Meanwhile, we cannot take satisfaction in the reasons alleged by the Ministers in excuse for the Trade Books of the said financial year not having been ready in due time; and we wish therefore to have it earnestly recommended to them henceforth to apply greater diligence and dispatch regarding that work; while, to mention this in passing, the expenses and profits of this office that are stated in your missive of 13 October 1776 are not of the financial year 1773/4, as the Ministers erroneously report, but of the financial year 1772/3. In our respectful reply to the extract of Your High Noblenesses and High Worships' esteemed missive dated 6 October 1776, we brought to Their knowledge that, pursuant to the instructions of Their High Excellencies the Supreme Indian Government at Batavia to the Noble Governor and Council at Ceylon, the Captain Engineer Elias Paravicine de Capelli crossed over from there hither to undertake an accurate survey of the dilapidated fortification works of the Nagapatnam Castle, et cetera. That, having completed what was required of him, he presented his written reports directly from Ceylon to Their High Excellencies, together with the plans drawn up by him; but these writings having been judged insufficient by the same, this commission was once again assigned to him, to supply further written reports thereon, et cetera. In the meantime, pursuant to Their High Excellencies' order of 15 May 1778, the commenced improvements have been suspended. From the presentation that the financial balance of 1774/5 will make, we can have no favorable expectation at all, when we consider the heavy costs that had to be spent again on repairing the defects to the bastions of the Castle, and which, according to the estimate drawn up, will amount together to the very substantial sum of Pagodas 72599:23:49. Furthermore, it has surprised us that a portion of those works has been undertaken without, as it appears, having first obtained the advice of a competent engineer regarding the improvements to be made and the costs required for them. This ought not to have been neglected, however, since experience has so often, and especially also in this Government, shown how grossly the Company has been prejudiced, if not by deliberate fraud, at least by the far-reaching ignorance of those to whose direction the construction, layout, or improvement of the fortification works was entrusted. And since the repairs already commenced are for the present only being carried out according to the plan and under the supervision of the land surveyor Henk, it will be expedient for the Ministers to inform us of the reasons they had for placing sufficient trust in the skills and experience of that man; but in any case we believe that you would have acted more prudently if, before granting authorization to make a beginning with the necessary repairs, you had caused the condition of the works to be surveyed by a qualified engineer, and, if necessary, had the improvements that would be required for the same carried out under his supervision, while neighboring Ceylon would probably have enabled you to do so. Meanwhile, as these and similar expense items weigh most heavily upon the Company, it becomes more and more necessary to apply with zeal all means that may serve to economize expenditures, and above all to ensure that the establishment on this Coast is not larger than the interests of the Company absolutely require. All means that may serve to economize expenditures are being applied by us with all zeal. Further, we shall await how you will have disposed of the proposal of the Ministers to [illegible] the Company's. Pursuant to Their High Excellencies' authorization by letter of 15 May 1778, we instructed the chiefs of Palicol, by letter of 7 November 1778, to begin this spring with the construction of a new lodge for the Company at Narsapoor, and to complete the same as quickly as possible for the sum calculated for it of Pagodas 769:9:-, the fulfillment of which we hope to hear from the chiefs' reply this year.

Dutch transcription

Omtrend het niet in gereedheid brengen D. 345. Over den der Negotie Boeken de Ao 777. ¾. ter be„ „hoorlijker teijd, heeft den koopman, en staat van dit Comp„ presenten Negotie Boekh: Peracules Mossel &:g in A=o 1777: bij Haar „toiren bij het sluijten Hoog Edelens, de Hooge Indiase Regeering te Batavia voldoende verantwoord, en teffens aangetoond, der boeken van 177.¾. dat die veragtering aan niemand an„ „ders, dan aan zijnen predecesseur kunnen wij niet oor„ den koopman Hendrik Ambrosi„ „us Johnson te imputeeren geweest „deelen, alzoo wij tot is. Intusschen zullen wij navolgens de gegevene recommandatie door hier toe van de noo„ uw Hoog Edele Hoog Agtbare voortaan omtrend dat werk meer„ „dige Papieren zijn „der ijver, en voortvarendheijd doen gebruijken, gelijk zulks bereeds om„ „trend de volgende boekjaaren van verstooken:— 177. 4/5. 17 5/6. en 177. 6/7. heeft plaats gehad, en na Batavia zijn voortgeschikt, terwijl die van het boekjaar 1777/8. bin„ „nen korten staan te volgen. Inmiddels hebben wij geen genoegen mo„ „gen neemen met de Reedenen door de Mi„ „nisters geallegeerd ter verschooning dat de Negotie Boeken van het gemelde Boek=Iaar ten 669 407. ter behoorlijker tijd niet in gereedheijd sijn geweest; En wij willen hun derhal„ „ven wel ernstig ge„ „recommandeert heb„ „ben, voortaan omtrend dat werk meerder iever en voortvaarend„ „heijd te doen gebruij¬ „ken; terwijl om dit in het voorbijgaan aantehaalen de lasten en Winsten van dit Comptoir, die bij UE: missive van 13. 8ber: 1776. worden opgegee„ „ven, niet zijn van het boek=Jaar. Bij ons Eerbiedig antwoord op het Extract, uwer hoog Edele Hoog Agtbare zeerg: „eerde missive in dato 6. October 1776., hebben wij Hoog Deselve ter ken„ „nisse gebragt, dat ingevolge het aen„ „schrijvens van haar Hoog Edelens de hooge Indiase Regeering Te Batavia aan de Edele heer gou„ „verneur en Raad tot Ceijlon, van daar herwaards overgekomen is; om een naaukeurige opneem te doen van de vervallene fortificatie wer„ „ken van het Nagapatnams Cas„ „teel &=a den Capitain Inginieur Eli„ „as Paravicine de Capelli. . Dat hij het aan hem gedemandeerde volbragt hebbende, zijne schriftelijke „de plans, direct van Ceijlon, haar Hoog Edelens aangebooden heeft; dog die schriftuuren bij hoog deselve niet voldoende g'oordeelt zijnde is hem andermaal die Com„ „missie opgedragen en daar van nadere schriftelijke rapporten &:a te suppediteeren; Intusschen is de begonne verbetering, ingevolge Haer Hoog Edelens bevel, van den 15. Meij 1778. gesurcheerd. —. Rapporten, nevens de door hem geformeer„ „ven op de Swaare Kos„ D. 346. Ian de ver„ „tooning, die de Staat Reekening van 1774/5: zal maken, kunnen wij gantsch geen voor„ „deelige verwagting heb„ ben, als wij agt gee„ „ten, die weeder moes„ „ten worden besteed tot herstelling der gebree„ „ken aan de punten van 't Kasteel, en boekIaar 177 /4. Zo als de ministers abusive„ „lijk meld, maar van het boek-Iaar 177 2/3. volgen: 28 662 109 volgens de gemaakte begroting, te samen een zeer importante Som van Pag: 72599: 23: 49. zullen bedraa„ „gen. — D. 347. Dan het heeft ons verwondert, dat een gedeelte van die werken onder handen is genomen, zonder na het scheijnt, over te doene verbete„ „ringen en de kosten daar toe noodig al„ „voorens te hebben in„ „genoomen het advies van 201 —: van een kundig Inge„ „nieur: Dit behoorde eg¬ „ter niet versuijmd te zijn, daar de on„ „dervinding zo dik„ „wils, en inzonder„ „heijd ook ten deezen gouvernementen heeft doen zien, hoe grof de Maatschap„ „pij benadeeld is, zo al niet door opzettelijk bedrogten minsten door verregaande on„ „kunde der geenen, aan welker directie den aanleg. 663 # aanleg of verbetering der Fortifficatie werken was toever„ „trouwd. En vermits de reeds begonne Repa„ „ratien voor als nog alleen geschieden na het plan en onder opzigt van den Land„ „meeter Henk, zal het dienstig zijn dat de Ministers ons In„ „formeeren, van de ree„ „denen die zij hebben gehad om in de kun„ „digheeden, en ervare„ „nis. 24. „nis van dien man een genoegsaam ver„ „trouwen te stellen, dog in allen geval meenen wij dat UE: voor zigtiger zouden hebben gedaan, wan¬ „neer dezelve alvoo„ „rens qualificatie te verleenen, om met de noodige Reparatien een aanvang te maa„ „ken door een bequaem ingenieur de gesteld„ „heijd der werken hadden doen opnee„ „men, en des noods onder zijn opzigt verrigten m 24. 664 664 113 Werdende door ons alle middelen, die tot bezuijniging der uijtgaaven kunnen strekken, met alle ijver aangewend. verrigten, de verbete„ „ringen die aan de„ „zelven zouden wor„ „de vereijscht, terwijl het naburig Ceijlon UE: daar toe waar„ „scheijnelijk zouden hebben kunnen in staat stellen. D. D. 348. Onder„ „tusschen wijl deeze en soortgelijken last„ „posten de Maatschap„ „pij ten sterksten druk, „ken, word het meer en meer noodsakelijk, alle middelen, die tot a7: 769: 9. - Waar van wij de voldoe„ „ning deesen Jaare uijt der opperhoof„ „dens andwoord hoopen te verneemen. tot bezuijniging der uijtgaaven kunnen strekken, met iever aan te Wenden, en om voor al den om„ „slag ter deeser Custe niet grooter te doen zijn dan de belan„ „gens der Plaat, „schappij absolut vor„ „deren. 2. — §. 349. Voorts zul„ „len wij afwagten, hoe„ „danig door UE: zal weezen gedisponeerd op de Propositie der Ministers om 's Com„ Ingevolge Haar Hoog Edens quali„ „ficatie bij brief van den 15. Meij 1778. hebben wij de opperhoofden, van Palicol, bij brief van den 7. Nov:r 1778. aangeschreeven, om in dit voorIaar met den opbouw van een nieuwe Logie voor de Comp:e te Narsapoer, te beginnen, en deselve ten spoedigsten te voltooijen voor de daar voor gecalculeerde somma van „pagnies.

NL-HaNA_1.04.02_3513_0645 view scan ↗

English

the Company's lodge at Narsapoer, which was practically abandoned, by repairing the Company's buildings situated there. According to the description of the location of that place given by the chief of Palicol, this Narsapoer has several advantages which, it appears to us, were previously entirely unknown to the ministers. And since the same, or at least the one who holds the chief command, ought to know the local conditions of the places falling under that territory, we judge it entirely necessary that the respective governors and other chief commanders apply themselves to acquiring a proper knowledge regarding the establishments that are under their government, in order to be able to judge the situation of those establishments as required. Paragraph 350. The account of carpentry works in the book year 1774/5 having amounted to a sum of ƒ 28737. 16. or ƒ 6072. 11. more than that of the previous year, we shall pass the same for the reasons given for it by the ministers, under recommendation to also continuously observe all possible economy in this matter. For the favorable passing of the excess amount of the carpentry and repair account in the book year 1774/5 up to ƒ 6072. 11., offering our humble gratitude to Your Right Honourable Sirs, we further note for Your Honnours' esteemed information that said account in the most recently ended book year 1777/8 amounts to a sum of ƒ 44822. 15. more than that of the preceding book year 1776/7, originating from the extra repair that had to be carried out on the roof or flat of the government house up to ƒ 12475. 9., and for the construction of a new warehouse at Iaggernaikp:m an expense was incurred of ƒ 3530. 17. 8., or together ƒ 16006. 6. 8., for which Your Right Honourable Sirs' favorable qualification was requested, and because of its necessity, also obtained. Paragraph 351. On the other hand, we have noted with pleasure the increase in the leasing of the domains and the introduction of a new lease on the fishing of chank shells for the period of three years up to a sum of ƒ 900. a year, so that the collective Company rights and revenues for Nagapatnam for the year 1775 have yielded a sum of ƒ 55611. or ƒ 2267. 5. more than the previous lease, while those of the remaining factories were either ceded for the same prices or were likewise leased out at higher prices than the previous time. The pleasure expressed by Your Right Honourable Sirs regarding the increase in the leasing of the domains for the year 1775 has brought us particular satisfaction, and in this we again have the honor of showing Your Right Honourable Sirs an increase in the same during the most recently held lease auction on the ultimate of August 1778 up to ƒ 1431., as those leases, having been put up for public auction, have yielded ƒ 59787., whereas the same in the previous year only amounted to ƒ 58356., or currently more ƒ 1431. Paragraph 352. In the meantime, we would have wished that you had not so quickly retracted your decision to have the lease monies paid in advance in three terms, each of four months. For although various difficulties were also raised against it from this government, one nevertheless should not and ought not to have weighed those difficulties so heavily that it was left entirely untried whether one might overcome them over time; while it cannot be unknown to you how, with respect to this same advance payment, experience has already shown that what seemed impossible in the beginning was later found to be very well practicable. Paragraph 353. Furthermore, we take satisfaction with the information that the ministers have now provided regarding the causes of the sudden change that took place in this government between the years 1771 and 1772 with respect to the duiten, and by which change it was brought about that the lease on the exchange and resale of that coin, having previously lapsed due to the all too great abundance thereof, now that one can again relieve oneself of the superfluous duiten, was brought into operation anew, and was continuously maintained, just as the whole matter was demonstrated with good reasons by the ministers.

Dutch transcription

665 „pagnies Logie te Nar„ „sapoer, die genoeg„ „saam was verlaten, met de aldaar sijn„ „de Compagnies gebou„ „wen te herstellen. —. Volgens de beschrij„ „ving die door het Palicols opperhooffd, van de ligging dier plaats is gegeeven, heeft dit Narsapoer verscheijde voordee„ „len, die na het ons voorkomt, aan de Ministers te vooren geheel onbekend zijn geweest. geweest. . En vermits dezel„ „ve, of ten minsten de geen die het Hooffd gebied in handen heeft, het locale van de Plaatzen onder dat gebied sorteeren„ „de, behoort te weeten, oordeelen wij alsints noodzakelijk, dat de Respective Gouverneurs en verdere opper gebie¬ „ders zig toeleggen op het verkrijgen van een behoorlijke ken¬ „nis nopens de Etablis„ „ sementen. 15 — 637 Voor de gunstige passeering van het meer„ heeft. — „sementen, die onder hunne Regeering zijn, ten eijnde over de aangeleegendheijd van die Etablissemen„ „ten na vereisch te kun„ „nen oordeelen: —. D. 350. De Reeke„ „ning van Timmera„ „gien in het boek=Iaar 177. 4/5. een somma van ƒ 28737. 16. off ƒ 6072: 11. meerder hebbende bedraagen, dan die van het voorige Iaar zullen wij het zelve om de door de Minis„ „der bedraagen der timmeratie en repa„ „ratie reekening in het boekjaar 1774 4/5: tot ƒ 6072. 11. —. uw hoog Edele Hoog Agtbare onse nedrige dankbaarheid offereerende, noteeren wij voorts tot Hoog derselver g'eerde narigt, Dat die rekening in het Iongst Afgelopen, boekjaar 177 7/8. Een montant van ƒ44822. 15. —. meerder komt te bedra„ „gen, dan die van het voorgaande, boekdaar 177. 6/7. , oorspronkelijk uijt de Extra Reparatie, die aan het dak of plat van het gouvernement heeft moeten geschieden tot - - - - ƒ12475. 9. -. En tot den aanbouw van een nieuw pakhuijs te Iag„ „gernaikp:m te koste gelegd is „ 3530. 17. 8. of te samen - - - - ƒ16006: 6. 8. Waar toe men Haar Hoog Edelens gunstige qualificatie versogt, en om derselver noodwendigheid, ook erlangd „ters„ 15 n g5s „ters daar van gegeeve„ „ne reeden, passeeren, onder Recommanda¬ „tie van meede in dit stuk steeds alle mo„ „gelijke menagie te betragten: 2. — §. 351. Daar tee„ „gen hebben wij met genoegen vernomen, het accres in de ver„ „pagting der domeinen en de invoering van een nieuwe pagt op het vissen van Chian„ „koosen voor den tijd van drie Jaaren tot Het betuijgd genoegen door uw: hoog Edele Hoog Agtbare over het accres in de verpagting der domeijnen voor den Iaare 1775. , heeft aan ons eene bijsondere satisfactie toegebragt, en wij hebben in deesen weederom de eer uw hoog Edele Hoog Agtb: eene vermeerdering derselve bij de Iongst gehoudene verpagting onder Ult:o aug:s 1778. , te mogen vertonen tot ƒ1431. also die pagten in het pu„ „blicq opgeveijld zijnde, gerendeerd hebben - - - - - - - - - - ƒ59787. -. -. Daar deselve in het vorige Iaar maar beliepen. . . . ƒ58356: —:—: of tansmeerder ƒ 1431:–. –. een 667 419 een somma van ƒ900. 's Jaars, zulks de ge„ „zamentlijke Compag„ „nies geregtigheeden en inkomsten over Nagapatnam voor den Iaare 1775. heb„ „ben gerendeerd een Somma van ƒ 55611: off ƒ2267. 5: meer dan de Iongste verpag„ „ting, terwijl die van de overige factorijen, of voor dezelve prijsen afgestaan, of meede tot hoger prijsen gemand zijn, dan de voorgaen„ „de reijs:— N 352. §. 352. Intusschen hadden wij wel ge„ „wenscht, dat UE: niet zo spoedig hadden in„ „getrokken derzelver besluijt, om de Pagt„ „Penningen in drie Termijnen, ieder van vier maanden, in ad„ „vans te doen betaa„ „len. — Want of wel daar teegen meede uijt dit gouvernement deeze en geene Swaa¬ „righeeden zijn inge„ „bragt, had men nog„ „thans. 668 121. „tans aan die swarig„ „heeden niet zo sterk behoeven nog ook be„ „hooren te tillen, dat zelfs geheel onbeproefd wierd gelaten, of men ze door den tijd te boo„ „ven zou kunnen koo„ „men; Terwijl UE: niet onbekend kan zijn, hoe reeds met opzigt tot deze zelfde voor„ „uijtbetaaling, de on„ „dervinding heefft doen zien, dat het geen in den begin„ „ne onmoogelijk scheen„ naderhand egter bevon„ den Junn „den is zeer wel uijt„ „voerelijk te weezen. §. 353. Voorts nee„ „men wij genoegen met de Informatien, die de Ministers als nu hebben gegeeven no„ „pens de oorzaaken der subiete verande„ „ring die tusschen den Iaare 1771. en 1772. ten deesen gouver„ „nemente, met opzigt tot de duijten heefft plaats gehad, en door welke verandering te weeg is gebragt, dat de. 669 de pagt op het inwis„ „selen en weeder ver„ „koopen van die Munt door den al te grooten overvloed derzelve voor heen te niet geloopen zijn„ „de, nu men van de overtollige duijten zig weeder kan ont„ „lasten op nieuws in trein gebragt was, en steeds in stand gehouden wierd, zo als het een en an„ „der door de Minis„ „ters met goede reede„ „nen is aangetoond Eng

NL-HaNA_1.04.02_3513_0654 view scan ↗

English

With regard to the lease of Bimilipatnam and subordinate villages from the Visianagaram Princes, the undersigned governor, in his separate missive of 15 October 1776, respectfully informed Their High Excellencies, the High Indian Government, of the contract renewed and concluded with the Visianagaram Princes for the term of three years, and that for a sum of 8331 ropias per year, or 24993 in three years, beginning on 4 June 1775 and ending 4 June 1778. After the expiration thereof, the Princes indeed gave the Bimilipatnam chiefs to understand that they were well inclined to enter into a new five-year contract with the Company again for 15000 Ropias per year, but because Their Highnesses thereby attempted to stipulate an advance of 300000 ropias at the interest of ½ per cent per month, we have entirely refrained from entering into a new five-year contract, for such reasons as are described at large in the further separate letter of the first-undersigned dated 25 September 1778, to which we take the liberty most humbly to refer ourselves, noting only for Your Right Honourable and Highly Esteemed respected information that on 20 June 1778 surrender was made by the Bimilipatnam chiefs of the lands that had been held in lease. Section 354. In regard to the lease of Bimilipatnam and its subordinate villages from the Visianagaram Princes, we still look forward to the further reports of the Ministers as to whether there has finally been delivered to them the contract, as is believed, already signed and sealed by those Princes, with their marginal answer to our missive of 8 October 1774, which the chiefs there, according to the separate letters of Governor van Vlissingen, had found opportunity to conclude with the Princes on very advantageous terms. According to the writing of the said Governor, the complete conclusion of this matter would now depend solely on the exchange of the previous contract, the return of which seems to have been refused to the Princes without reason by the chiefs; but it is meanwhile strange, and by no means free of imprudence, that although the draft contract had not yet been properly ratified by the Ministers, the Bimilipatnam chiefs nevertheless saw fit to pay the Princes in advance the 24993 Ropijen, against which sum the aforesaid village with its dependencies was to be leased for the term of three years, if the contract went through; for although that disbursement had been made by the servants subject to the further approval of the Ministers, it nevertheless went without saying that the reclaiming of that money, if the aforesaid approval did not follow, could give rise to difficulties with the princes. We also find, therefore, that the Ministers acted rather precipitately in granting their ratification without making any remark regarding the advance payment already made by the Chiefs, a ratification which we judge ought at least to have been suspended until the Ministers had received the elucidation demanded from the chiefs on several points relative to the contract and mentioned in the Governor's separate missive of 16 September 1775, whereas as far as we can gather from his later missive of 15 January, they seem subsequently to have abandoned the further examination of those points. It is true that the Ministers, when they noticed that the signing and sealing of the contract met with difficulties, left the advance payment to the charge of the chiefs, but this very fact proves the imprudence of that advance payment, and consequently also that the Ministers too greatly hastened the ratification of what had been done by the servants in this matter. Regarding the favorable expectation which the first-signed had of soon being able to settle the disputes over the pearl fisheries with the Nabab Mahomet Alichan, he respectfully set down the reasons for its present impossibility in his often-mentioned separate letter of 25 September of the past year, to the full contents of which we take the liberty respectfully to refer ourselves. Section 353. Furthermore, we wish to see followed by a good outcome the favorable expectation which, as we see, Governor van Vlissingen seems to have of soon being able to settle the disputes over the Ceylon pearl fisheries with the Nabab Mahomet Alij to the satisfaction of the Company; for which he believed that the impending change in the political system on this coast would make that Nabab considerably more manageable. Section 356.

Dutch transcription

Met betrekking tot het in pagt nemen van Bimilip:n, en onderhoorige dor„ „pen van de visianagaramse Prin„ „sen, heeft den ondergetekende gouver„ „neur bij zijne apparte missive van den 15. October 1776. Haar Hoog Edelens de hooge Indiase Regering eerbiedig kennis geeven, van het met de visianagaramse Prinsen opnieu aangegaan en gesloten Contract voor den tijd van drie Jaaren, en zulx voor een somma van 8331: ropias in het Iaar, dan wel 24993. in drie Iaaren, beginnende met den 4. Junij 1775. , en Eijndigende 4. Iunij 1778. na welkers Expiratie de Prin„ „cen wel aan de Bimilip:ns opper„ „hoofden te kennen gaven wel genee„ „gen te weesen om weederom met de Comp:e een nieuw vijf Jaarig Contract aantegaen voor 15000. Ropias 'sjaars dog dewijl Haar Hoog Heedens daar bij tragten te bedingen eene vooruijtverstrekking van 300000: ropias teegens den intrest van ½. p.r C. o 'smaands zo hebben wij van het aangaan van een nieuw vijf Iaarig Contract ten eenemaal afge„ „sien, om zodanige Reeden, als breed„ „voerig beschreeven staan bij de nadere apparte brieff van den eerstondergeteken„ „de in dato 25. september 1778. , waar §. 354. Akel op„ „sigt tot het inpagt neemen van Bimi„ „lipatnam, en dies onderhoorige dorpen van de Visianaga„ ramsche Princen, blijven wij als nog te gemoed zien der Ministers naadere berigten of eijndelijk hun ter hand zij ge„ „steld het door die bij hun marginaale antwoord op onze missive van 8. Octo„ „ber 1774.— aen. vorsten 125 aan wij de vrijheijd nemen ons het aller„ „needrigst te gedraagen, noteerde eenlijk tot uw hoog Edele Hoog Agtbaare seer g. ' eerde narigt dat door de Bi„ „milip:m opperhoofden op den 20. Iu„ „nij 1778. overgaaf gedaan is, van de in pagt geweest sijnde Landen. vorsten zo men meend reeds getekend en gezeegeld Contract. 't geen de opperhoof„ „den aldaar, volgens de aparte brieven van den Gouverneur Ey9 van Vlissingen geleegendheijd had„ „den gevonden, op zeer voordeelige Conditien met de Vorsten te sluijten. — Na het schrijven van gemelde Gouver„ „neur, zou het volkoo„ „men beslag dezer zake thans thans alleen maar kaperen aan de uijt „wisseling van het voorige Contract, waar van de te rug gaave door de opper„ „hoofden buijten ree„ „den aan de Princen scheijnt te sijn ge„ „weijgert, maar het is ondertusschen vreem en van onvoorzigtig¬ „heijd gantsch niet vrij te spreeken, dat of Schoon het concept Contract door de Mi„ „nisters nog niet be„ „hoorlijk was geratifi„ „ceerd. : 127. „ceerd, de Bimilipat„ „namse opperhoofden egter hebben kunnen goedvinden aan de Princen reeds voor uijt te betaalen de 24993. Ropijen, tegens welke som het voor„ „schreeve dorp met dies onderhoorighee„ „den voor den tijd van drie Iaaren, indien het Contract door„ „ging, zou worden in pagt genomen, want of wel die afgave door de Bediendens was gedaan, op de naadere approbatie s approbatie der Minis„ „ters, sprak het nog„ „thans van zelve dat het te rug vor„ „deren van die Pen„ „ningen, zo voorsz: approbatie niet volg„ „de, tot moeijelijk„ „heeden met de prinsen aanleiding kon geeven. —. Wij vinden derhal„ „ven ook, dat de Mi„ „nisters vrij wat pre„ „cipitant te werk sijn gegaan, met het Verleenen van hunne ratificatie 28 mem 19 ratificatie, zonder het maaken van eenige rimarque over de be„ „rijds gedane vooruijt„ „betaaling door de Ipper„ „hoofden, een ratifica„ „tie die wij oordeelen dat ten minsten zo lang had behoren te. worden opgehouden tot dat de Ministers hadden ontfangen de van de opperhoofden gevorderde Elucidatie op deeze en geene po„ „incten tot het Con„ „tract betrekkelijk, en bij 's gouverneurs aparte misse. missive van den 16. September 1775. ver„ „meld, terwijl zo veel wij uijt zijne latere van den 15. Januarij kunnen opmaaken, men het verder onder„ „zoek dier poincten in 't Vervolg Scheijnt te hebben laten varen. 'T is waar, dat de zij be„ Ministers toen „merkten, dat de tee„ „kening en Zeegeling van het Contract zijn righeeden ontmoeten, de voor uijtbetaaling ten 131 omtrend de gunstige verwagting die den eerstgetekende gehad heeft van spoedig met den Nabab Machomet Alichan te zullen kunnen vereffenen de ver„ schillen over de paarlvisscherijen, heeft hij de reeden van dies presente onmogelijkheijd, eerbiedig ter nedergesteld bij sijne meermelde apparte brief vanden 25. 7ber: des Jongst verweeken Jaars, aan welkers largo inhoud, wij de vrij„ „heijd neemen ons Eerbiedig te gedragen, ten laste der opper„ „hoofden hebben gela„ „ten, maar even dit bewijse het onvoorsigti„ „ge van die voor uijt betaaling, en mits„ „dien ook, dat de Mi„ „nisters de Ratifica„ „tie van het geen door de bediendens in dee„ „ze was gedaan, te zeer hebben verhaast. —. §. 353. Voorts wen„ „schen wij door een goede uijtkomst agter„ „volgt te zien de guns„ „tige Verwagting, die zo als wij. de . de gouverneur Van Vlissingen Scheijnt te hebben, van spoe„ „dig met den Nabab Mahomet alij ten genoegen van de Maatschappij te zul„ „len kunnen vereffe„ „nen de verschillen over de Ceijlonse paarl Visscherijen; waar toe hij meende dat de in til zijnde verandering in het Politicq Lijstema ter deeser Custe, dien Na„ „bab vrij wat handel„ „baarer zou maaken. §: 356:

NL-HaNA_1.04.02_3513_0663 view scan ↗

English

havildar against the Company's servants at Paleacatte, but upon which, in the end, no answer from the Nawab or the least satisfaction was obtained, with which matter one has let it rest. Likewise to request to be permitted to act regarding the contents of the separate letters of 15 October 1776 concerning the dispute that arose with the havildar at Paleacatte, and the further representations by the first-named to the Nawab about the far-reaching hostilities committed by the said havildar. Section 356. We must also still await what the outcome will be of the further representations which the Governor intended to make to the Nawab regarding the far-reaching hostilities committed by his havildar against the Company's servants at Paleacatte on account of the refusal to pay toll for linens brought thither from Wentepalium for the account of the Company. Meanwhile, we fully concur with what the Ministers have presented to those servants regarding their conduct in this matter, being likewise of the opinion that they would have done better to complain directly to the Nawab when their representations concerning the Company's right at Paleacatte to a duty-free import and export of its goods bore no fruit with his havildar, since the matter would then likely not have come to that extremity to which it has now been brought by undertaking the unloading of the linens notwithstanding that the havildar opposed it with violence. We especially approve that the Ministers have demanded of the Paleacatte servants sworn certificates that all the bales which, during this incident, were imported duty-free by them belonged to the Company and to no private individuals; as well as, if there were also any private linens in the vessel that had brought the same for which toll had to be paid, that the servants should then distinctly and specifically state the number of those bales, their marks, their value, the persons to whom they belonged, as well as the toll that was immediately paid for them. Just as we expect that no other declarations will have been sent over by the servants in satisfaction of this requirement than those which they could make with a good conscience, so we hope that no evidence will be found in those declarations of fraudulent trade carried on by private individuals in the name, for the account, and to the considerable damage of the Company. Section 357. With regard to the servant, and having already declared ourselves in the past year concerning the discharge granted by the Ministers on their own authority to the Chief Administrator Van Leembrugge, and concurring with what you have represented to the Ministers in general and to Governor Van Vlissingen in particular on this subject so earnestly as well as properly, we cannot further pass over unmentioned the request made by the Ministers in their letter of 16 September 1775 for a good and qualified minister, provided that the minister Albertus Lieftinck, who departed from Ceylon via this coast to Batavia, should not be included therein. As the reason for this so extraordinary request, they alleged that the said minister did not seem very suitable to be a pastor in a congregation whose public religious service was so often attended by foreign nations. Yet, not knowing what was aimed at by them with this description, the Ministers will have to explain themselves further on this matter. That the respectful request made to their High Mightinesses the Noble High Indian Government, namely for a good and qualified minister, provided that the minister Albertus Lieftink might not be called thereto, had no other purpose than that his Reverence, on account of disputes that had arisen between him and the former Jaffanapatnam Commander Christiaan Rose, had been sent up from Ceylon via this coast to Batavia, which aroused an apprehension in us lest at times such or similar disputes might also arise with his Reverence here, to the disedification of the congregation. We hope meanwhile that this declaration may satisfy the intention of your High Noble and High Respected. While we have the greatest reason in the world most humbly to thank their High Mightinesses the High Indian Government at Batavia for the favorable assignment of the minister Johannes Theodorus Van De Werth. Section 358. Being unable to enter into the disputes and far-reaching dissensions that have arisen between the presiding member of the Council of Justice, the merchant Ambrosius Johnson, and the other members of that body, as several documents relating thereto have not been received by us, we must leave this matter, which was brought by the Ministers to your disposal, deferred to the same. And we trust that you, after an impartial investigation of the complaints of the Council of Justice on the one hand, and the grievances of the said Johnson on the other, will have made such provision therein as shall be judged to be proper according to equity. Section 359.

Dutch transcription

674 103. haweldaar tegens Comp:s bediendens te Palleacatta gepleegd, gedaan, dog „tot waar op „ slot dier affaire geen and„ „woord van den Nabab of eenig de minste satisfactie erlangs geworden is, waar bij men het heeft laaten berusten „re representatien door den eerstge„ gaande hostiliteijten door gedagte. Insgelijks versoeken te mogen doen, om„ „trend den inhoud der apparte lette„ „ren van den 15. October 1776. wegens het ontstane, different met den hal„ „weldaar te Palleacatta, en de nade„ „tekende aan den Nabab, over de verre §. 356. Wij moeten meede als nog afwag¬ „ten van wat gevolg sullen weezen de na„ „dere Representatien, die de gouverneur voornemens was aan den Nabab te doen, over de verregaande hostiliteijten door des„ „selfs Haweldaar tegens 's Comp:s Bediendens te Palleacatta ge„ „pleegd, ter zake van geweijgerde Tolbetaling voor Lijwaaten aldaar van Wentepalium voor Rekening van de Jan ab zul„ des Comp:e aangebragt. Inmiddels Confor¬ „meeren wij ons vol¬ met het geen „koomen de Menisters aan die Bediendens hebben voor „gehouden, nopens hun gedrag in deese insge„ „lijks van gegrip zijn„ „de, dat dezelve beeter zouden hebben gedaan van direct bij den Nabab te klagen, toon hunne vertoogen over 's Compagnies regt te Palleacatta tot een toe vrijen in en uijtvoed haarer 675. haarer goederen bij sijn „pen Haweldaar van geen vrugt. waaren, dewijl de zaak Waarscheijne„ „lijk dan niet tot dat uijtterste zou zijn ge„ „komen, waar in dezel„ „ve, als nu is gebragt, door het onderneemen van de ontscheeping der Lijwaaten, onaange„ „zien den Haweldaar, zig daar teegen met geweld verzette. —. Wij keuren inson„ „derheijd ook goed, dat de Ministers van de Palleacatse —. Palleacatse Bedien„ „dens hebben gevor„ „dert, b'edigde Certif„ „catien, dat al de pak „ken, die staande dit voorval, door hun tot vrij sijn binnen ge¬ „voerd, de Compagnie en geene Particulieren hebben toebehoord; Mits„ „gaders wanneer in het vaarthuijg 't geen de¬ „zelve had aangebragt insgelijks waaren ge„ „weest eenige Particu„ „lieren Lijwaaten, wa voor thol moest wor„ „den betaalt, dat zij bediendens. 676 437. bediendens als dan distinct en specificq. moesten opgeeven, het getal dier Pakken, derzelver werken haare waarde, de persoonen aan wien zij behoorden, als mee„ „den de thol die daer voor dadelijk was betaalt. — Gelijk wij verwag¬ „ten, dat door de Be„ „diendens ter voldoe„ „ning aan dit gere„ „quireerde geene ande„ „re Verklaaringen zul„ „len Dat het eerbiedig versoek aan Haar Hoog Edelens de Edele Hooge Indi„ „ase Regeering gedaan, Namentlijk om een goed en bequaam Leeraer, dog dat daar toe niet mogte beroepen worden den predikant Albertus Lieftink niets anders ten doel wit gehad heeft, dan dat „len sijn overgezonden, die Jaffa dan die zij met een Christ van „tavia goed geweeten hebben in ons of kunnen afleggen „gelijk alhier ontsta zo hoopen wij dat in ver die verklaringen gee„ uw: voldo „ne bewijsen zullen. Ter weer voorkomen van Fran Edtele „ring Wle „duleusen handel, die J De opnaam, reekening „dan en tot merkelijke schade van de Com„ „pagnie door Particu„ „lieren is gedreeven. — §. 357. Met op„ „zigt tot de dienaar en ons reeds in den voor„ dat: „leeden ti 677 dat zijn Eerwaarde over verschillen, die tusschen hem en den geweesen Iaffanapatnamse Commandeur Christiaan Rose waaren ontstaen, van Ceijlon over deese Cust na Ba„ „tavia opgesonden was, het welk in ons eene bevreestheijd verwekte, of niet zomwijlen zulke of dier„ „gelijke verschillen, met zijn Eerw alhier ook zouden ontstaan, tot ontstigting der gemeente. —. wij hoopen intusschen dat deese verklaaring aan de intentie van uw: hoog Edele Hoog Agtbare voldoen mag —. Terwijl wij de grootste reeden des weerelds hebben, om Haar Hoog Edelens de hooge Indiase Begee„ „ring te Batavia, voor de gunstige toeschikking van den predikant Iohannes Theodorus Van De werth, op 't nedrigste te be„ „danken. — „leeden Iaare hebbende verklaard, over het door de Ministers eijgener authoriteijt verleend ontslag aan den Hoofd=Admini„ „strateur van Leem„ „brugge, en ons Confor„ „meerende met het geen UE: op dit su„ „jet de Ministers in 't algemeenen den gouver„ „neur Van Vlissingen in het bijsonder zoo ernstig als gepast heb„ „ben voorgehouden, kun„ „nen wij voorts niet onaangeroerd voor bij gaan. 7. 31 gaan het verzoek door de Ministers bij hun„ „ne Missive van 16. Sep¬ „tember 1775. gedaan, om een goed en be„ „quaam leeraar, dog dat daar toe niet be„ „greepen mogt worden de van Ceijlon over deese kust naar Ba„ „tavia vertrokke pr „dikant Albertus Lieftinck. — Tot reeden van dit zo buijten ge„ „woon verzoek, hebben zij geallegeerd, dat gemelde — 678 gemelde Predikant niet zeer geschikt scheen, om een leer„ „aar te weezen in een gemeente, welker pu¬ „blicque gods-dienst zo dikwils door Vreem„ „de Natien wierd bij„ „gewoond: - Dog niet wee„ „tende, waar op door hun met deeze be„ „schreijving is gedoeld, zullen de Ministers zig desweege naader moeten verklaaren. §. 358. - §. 358. Ons niet hin „nende inlaten in de verschillen en verre¬ „gaande oneenigheeden, die tusschen het voor„ „zittend Lid in den Raad van Iustitie den Koopman Am„ „brosius Johnson, en de verdere leeden van dat Collegie zijn ont„ „staan, alzo verscheijde stukken daar toe be„ „trekkelijk bij ons niet zijn ontvangen, moeten wij deese zaak, die door de Ministers ter uwer dispositie is gebragt, aan 620 679 143 aan dezelve gedefe„ „reerd laaten: En wij vertrouwen dat UE: na een on„ „partijdig ondersoek van de klagten des Raads van Iustitie ter eenre, en de be„ „swaaren van gemel„ „de Iohnson, ten an„ „dere zijde, daar in zodanige voor zienin„ „ge zullen hebben ge„ „daan, als na billijk„ „heijd geoordeeld zal weezen te behooren. — f. 359.

NL-HaNA_1.04.02_3513_0674 view scan ↗

English

Through the payment into the treasury of the deficit found in the administration of the deceased Ian Diemon, second at Iaggernaikpoeram, the Company has been kept free from loss. § 359. Since the deceased second at Iaggernaikpoeram, Ian Diemon, fell short on the petty cash and warehouses by a sum of ƒ19110:2. -, not counting some goods that were charged thither without a monetary sum, we expect that the Company will be kept free from loss in this regard. Fatherland Extract as above, dated 17 October 1777. Referring to our general Missive containing our reply to the letters from all the offices of the Indies, drafted by the Gentlemen Commissioners in The Hague, as well as to our Demand for Returns from the Indies dated the 16th of this month, drawn up by the Gentlemen Commissioners in Amsterdam, and subsequently reviewed and adopted in our Assembly, and departing alongside this letter; we herewith send you further the orders and Resolutions which we have seen fit to establish and adopt in this assembly, to the end that you should conform yourself accordingly. From your missive of 25 October 1776 we have seen that the commissioners appointed in that year for the branding of the permitted baggage of those repatriating have already been instructed, pursuant to our directive dated 29 September 1775, as should henceforth be done yearly, that it had to be noted on the brand-letters with what goods in general the chests are filled, and not to brand any chests before it had been stated in writing by the owners what was found inside them. This year, however, brand-letters have been shown to the Amsterdam Chamber on which, according to the Report of that Chamber, such a notation was not made; and since some of those chests were filled with Cape wine, it was thus impossible to discover what goods had been transported in them to the Cape. § 1. We have therefore judged it necessary to give you notice of this neglect, to the end that you might make the necessary provision in that regard; while we also especially desire that the aforesaid notation shall be made not only on the brand-letters, but also on the brand-rolls; it being at the same time necessary to instruct the Ministers at those Offices from where ships are sent directly hither, to have the aforesaid designations, as to what goods in general the chests are filled with, noted on the brand-rolls as well as on the brand-letters. Meanwhile, your said disposition to have the contents of the permitted chests submitted in writing by the owners has appeared very questionable to us. We may not assume, however, that your intention would have been to grant the commissioners for branding the faculty, without inspecting the chests, to content themselves simply concerning their contents with the written statement of the senders, and to act in conformity with their Declaration regarding what was found in the aforesaid chests. Indeed, according to the nature of things, it goes without saying that your provision could then not be judged sufficient for the prevention of illicit practices, and we trust therefore that the commissioners for branding shall constantly be held to this, not to sign any brand-rolls or brand-letters except after the opening and proper inspection of the chests has taken place. The margin opposite having been ordered hither by the Supreme Indian Government, we hope that upon the safe arrival of the return ship De Patriot it will appear to your Excellencies and Honorable Masters that the brand-letters and brand-rolls have been arranged here in such a manner that the same squares completely with their Honors' intention. Having herewith, as we respectfully hope, fully answered the aforesaid Extracts from the Fatherland to the satisfaction of your Excellencies, we proceed to: The article of sloops and Vessels, under which, regarding their employment in the past year 1778, for the sake of brevity we respectfully refer to our dispatched letters to our respective Factories, from which their Honors, if they please, will completely see how we have used the aforesaid vessels throughout the entire year, both for the transport of cash, merchandise, and provisions to, as well as for the collection of the ready return goods from, the Northern and Southern Offices. Furthermore, at the onset of the foul monsoon, we sent the barks de Eendragt and de Lieffde to Iaffanapatnam to winter there; of which we expect the former to return in the next few days, and the other as soon as she shall have been repaired, for which the necessary materials have been sent thither from here. We have had the sloop 't Loo repaired of her defects in the river Coringe; wherefore this vessel is due to return in the next few days with a cargo of Northern cloths. However, the Pantjalling de goede Verwagting and the Thonij de Iohanna Maria have been brought into the river here to winter, and at the same time to be repaired of their defects. And since upon inspection of the aforesaid vessels various capital defects have been discovered in them,

Dutch transcription

Door in Cassa telling van het te kortge„ „komene op de administratie van den overleeden Iaggernaik poerams Se„ „kunde Dumon, is de Maatschap„ „pij buijten schade gebleeven. §. 359. Dden over„ „leeden sekunde te Iaggernaikpoeram, Ian Diemon, op de kleijne cas en pak„ „huijsen te kort zijn„ „de gekomen een som„ „ma van ƒ19110:2. - on„ „gereekend nog eenige goederen, die derwaards zonder geld som waa„ „ren aangereekend, ver„ „wagten wij dat de Comp:e desweege buij„ „ten schade zal zijn gehouden. Vader 680 145 Vader Extract als booven in dato 17. ' October 1777. Ins gedraagende aan onze generaale Missive houdende ons antwoord op de brieven van alle de Comptoiren van Indien„ door Heeren Commissaris„ „sen in 's Hage ontwor„ „pen, gelijk meede aan onzen Eijsch van Re„ „thouren uijt Indien gedateerd den 16. deeser. door Heeren Commissa„ „rissen te Amsterdam ingesteld: 37. ingesteld, en vervolgens in onse Vergadering geresúmeerd, en gearres „teerd; en neevens deese afgaande; zoo laaten wij UE: voorts toekomen de ordres, en Resolu¬ „tien, die wij hebben goed gedagt, in deeze vergaadering te stellen en te neemen, ten eijn¬ „de UE: zig daar na zoude gedraagen. —. Uijt uwe missive van 25. ' October 1776. heb„ „ben wij gezien, dat de 681 de in dat Iaar benoem„ „de gecommitteerden slodt, het branden van de gepermitteer„ „ „de bagagie der re„ „patrieerende, ingevol„ „ge ons aanschrijvens de dato 29. ' September 1775. reeds zijn gelast, Zo als in het vervolg Jaar„ „lijks zou geschieden, dat op de brantbrie„ „ven moest worden aan„ „geteekend, met welke goederen in genere de kisten zijn gevuld, en geene kisten te branden voor : voor dat door de Eijge„ „naars, schriftelijk zou weezen opgegeeven, wat in dezelve wierd gevon„ „den. —. Dit Iaar zijn egtera aan de kamer Amster„ „dam brandbrieven ver„ „toond, waar op volgens het Rapport van die Kamer zoodanig een aanteke„ „ning niet is gedaan, en daar eenige van die kisten gevuld zijn ge„ „weest met Caabsch wijn heeft men dus niet kun„ „nen 682 449. de Hooge Indiasche Regeering her„ „waards gelast sijnde, hoopen wij, dat bij behoude aankomst van het Retourschip De Patriot uwe Hoog Edele hoog Agtbaare blijken sal, dat de brandbrieven in brand„ „vollen zodanig alhier ingerigt ge„ „worden sijn, dat het selve met Hoog=derselver intentie volkomen ver„ quadreerd. Hot nevenstaande door haar hoog Ed:s „nen ontdelken, welke goederen in deselve naar de Caab zijn vervoerd. §: 1. Wij hebben derhalven noodig g'oordeelt, van dit versuijm UE: bij deese ken„ „nis te geeven, ten eijnde, deselve daar omtrend de nodige voorsienige zou„ „den kunnen doen; ter„ „wijl wij speciaal meede begeeren, dat de voorsh: aantekening niet slegts bij de brandbrieven, maar ook bij de brandvollen zal geschieden; zullende het teffens noodsakelijk zijn, de ter . de Ministers op die Comp„ „toiren, van waar schepen direct herwaards gesonden worden, te gelasten, de voor„ „schreeve designatien, met Welke goederen de kisten in geenere zijn gevuld, zo wel op de brandrollen, als brandbrieven te doen aan„ „tekenen:—. Inmiddels is ons zeer bedenkelijk voorgekomen gemelde Uwe dispositie, om den inhoud der geper„ „mitteerde kisten door de eijgenaars schriftelijk te doen opgeeven. — Wij 417. 683 Wij mogen dog niet onderstellen, dat uwe intentie zoude zijn ge„ „weest, de gecommitteerdens tot het branden de faculteijt te laaten, om zonder visi„ „tatie van de kisten signo„ „pens derselver inhoude al„ „leen te vergenoegen met de schriftelijke opgaave der versenders, en dien, Conform hunne Verkla„ „ring, omtrend het geen in voormelde kisten werd gevonden in terigten. —. Immers. Immers spreekt het, vol„ „gens den aart der Zaa„ „ken, van zelve, dat uwe voorsiening als dan niet toerijkende zou kunnen werden geoordeelt, tot Wae „ring van ongeoorloofde Parctijcquen, en wij ver¬ „troúwen derhalven, dat de gecommitteerdens tot het branden steedes daar toe sullen worden gehouden. om geen brand=vollen off brand=brieven te tekenen, dan na gedaane openingen behoorlijke inspectie der kisten. —. Hier 153: 684 Hier meede, gelijk wij met eerbied hoopen, tot genoegen van uwe Hoog„ „ Edelheedens volkomen beandwoord hebbende, de voormelde Patriasche Extracten, gaan wij over tot. — Het artikel van sloepen, en Vaartuijgen, waar onder wij ons ten aansien van het Emplooi der zel„ „ven in het afgeloopen Iaar 1778:; kortheijdshalven Reverentelijk ge„ „draagen aan onze afgegaane brieven na onse respective Factorijen, waar uijt Hoog-deselven; des gelievende, volkomen zullen zien, hoedanig wij de voorschreeve Kieltjes, geduurende het gansche Iaar gebruijkt hebben„ Soo zoo tot den Overvoer van Contanten Koopmanschappen, en provisien na als tot afhaaling der gereede re„ „touren van de Noordelijke, en Zu „delijke Comptoiren. — Voorts hebben wij bij het door„ „breeken van de kwaade Mousson, de barken de Eendragt en de Lieffde na Iaffanapatnam gezonden, om 'er te overwinteren. waar van wij de eerste eerstdaags te rug ver„ „wagten, en de andere, zodra hij zal vertimmerd weezen, waar toe de noodige Materiaalen van hier naar derwaards zijn gezonden. # 685 De sloep 't Loo hebben wij in de revier Coringe laaten voorzien van sijne gebreeken; Wesweegens dit vaarthuijg eerstdaags staat te rug te keeren, met een laading Noordsche doe„ „ken. —. Dog de Pantjalling de goede Verwagting en de Thonij de Iohan„ „na Maria, zijn alhier in de revier gehaald, om te overwinteren, en teffens van derselver gebreeken hersteld te worden. — En nadien bij visitatie aan de voor„ „schreeve vaartuijgen daar aan diverse Capitaale defecten zijn ont„ „dekt In

NL-HaNA_1.04.02_3513_0686 view scan ↗

English

covered, we have, upon a report submitted regarding this by the Master Shipwright Iacob Hartman on the 21st of November last, decided to authorize him to repair the aforementioned small keels and also to make a new tent-topmast, in place of the entirely worn-out and unusable one; the required materials and labor costs for this, according to a specific calculation inserted into the aforementioned resolution, would come to cost the Company ƒ4541: 12. 8. purchase value, or well over 600: - guilders less than they otherwise would have amounted to, had we authorized him to purchase the timber which was lacking in stock at the naval yard; but instead of proceeding to do so, we found it more serviceable for the Company's interest to have the missing timber supplied from the carpentry yard, as has since occurred. But as he simultaneously indicated that for the making of the necessary tarpaulins for the service of the vessels stationed here and the naval yard, he required 12 rolls of Dutch sailcloth, as well as two old cable ropes for the picking of oakum for the caulking of the sloops; we have, in consideration of the fact that the requisition of sailcloth for this current book year could by no means be completely fulfilled from Batavia, and the two cable ropes sent hither this year were for the greatest part consumed for the picking of oakum for the return ship the Patriot, also permitted him the purchase of the aforementioned necessities, at 9. - pagodas for the roll of sailcloth, and 23. pagodas for the two old cable ropes; and therefore we hope that your Right Excellencies will be pleased to favorably approve this purchase, as well as the aforementioned authorization for repairing the said vessels and so forth, in view of the absolute necessity for which we decided on both matters. Whereas the boat of the ship 't Veldsoen detained here was judged, both by the officers of the said vessel and by commissioned boatswains, to be not only aged, rotten, and decayed, but even completely unfit to be employed any longer in the service of the Company, in view of the fact that its repair would amount to more than the aforementioned boat would be worth upon its rebuilding, we have, according to the resolution of the 27th of November, had it sold at public auction for the current value; when, after deduction of the auction expenses, it still netted purely P:r 19: 22: 64. And herewith we proceed to the principal article of the cloth trade, under which we, according to our promises made by letter of the 25th of September to your Right Excellencies, ought to present ourselves with a formal description of the contracts newly concluded both here and at the respective factories for this year's collection. However, since we have only contracted on the 31st of December last with our merchants, and the Paleacatte chiefs with theirs, with regard to the supply for this year, we must postpone the report thereof concerning the other factories until a further opportunity; which we hope will be favorably passed by your Right Excellencies, in consideration of the adversities with which our collection has had to struggle, especially in the south. And we request this all the more as the respective chiefs have seriously assured us that they will contract within a few days, for which we are daily expecting the Porto Novo merchants together with the Resident. Meanwhile, with regard to the contracts concluded by us concerning the supply of the Patria and Indian petitions for this year, we note that we had to conclude them at last year's prices, as the merchants could not be persuaded to any price reduction. However, no matter how much they insisted on a more substantial disbursement of money in consideration of the war between England and France, we did not let them be advanced more on the delivery of cloths than 17500: Pagodas, namely 15000: Pagodas to the collective merchants who signed the general contract, and 2500: Pagodas in addition to Ramalinga Poele, on the delivery of the separate contract concluded with him, regarding the Cuddalore and Sadraspatnam cloth for a part, which we have assigned to him on the grounds that he seems to have a better opportunity than any of the others to obtain it. Yet before being able to conclude the aforementioned contracting, we were forced, upon the lamentable plea of our merchants, to accept into the cash balance 2000: Pagodas which they had received in excess on delivery, whereby they have maintained a balanced account with the Company. And although we have permitted this counting into cash without imposing upon them the payment of any percentage in addition, as was done in anno passato; we hope nevertheless that your Right Excellencies will be pleased to allow a favorable indulgence in this regard, for the weighty reasons that moved us thereto, and of which we shall immediately, in the description of the collection, to your Right

Dutch transcription

„dekt, hebben wij, op een daar van in „gediend Rapport van den Equipa „giemeester Iacob Hartmanc. op den 21. November Iongstleeden beslooten, hem tot het herstellen van de voorschreeve kieltjes, en tir „fens tot het aanmaaken van een nieuwe Tentsteng, in, steede van de ten eenemaal afgevaarene en Onbe„ „quaame dito te qualifiseeren; zul„ „lende de daar toe benodigde mati„ „riaalen en arbeijdsloonen, volgens ae„ „ne specificque, Calculatie, bij de voor „schreeve Resolutie geinsereerd, de„ Maatschappij te staan koomen op ƒ4541: 12. 8. inkoops, of ruijm 600: - guldens minder, dan zij an„ „ders 457. 686 „ders zouden bedraagen hebben, zo wij hem hadden gequalifiseerd, tot het inkoopen van de daar toe bij de Equipagie werf te min aan handen zijnde houtwer„ „ken; dan in steede van daartoe over te gaan, vonden wij het voor het be„ „lang der Maatschappij dienstiger, de aldaar manqueerende Houtwerken van de Timmerwerff te laaten ver„ „strekken, zo als seedert geschied is-. Maar dewijl hij teffens te ken„ „nen gaf, dat hij tot het aanmaken van de noodige presennings, ten diens„ „ten van de alhier bescheijden vaar„ „thuijgen, en de Equipage werff noo„ „dig hadt 12 –. rollen Zeijldoek hollandsch te7 Hollandsch, gelijk meede twee oude Ca„ „beltouwen tot het plukken van werk. voor het Calfaaten der sloepen; hebben wij, uijt Consideratie, dat den Eijsch van Zeijldoek voor dit loo„ „pend Boek-Iaar, op verre na, niet Compleet heeft kunnen worden vol„ „daan van Batavia, en de van dit Jaar herwaats gezonden, twee kabel„ „touwen voor het grootste gedeelte zijn verbruijkt geworden, tot het plukken van werk voor het Retourschip de Patriot, hem almeede gepermit„ „teerd, het inkoopen van de voorschree„ „ve noodwendigheeden, teegens 9. - pa„ „gooden voor de vol Zeijldoek, en 23. pagooden voor de twee oude kabettou„ „wen /687 „wen; en derhalven hoopen wij dat uwe Hoog-Edelheedens deesen inkoop soo wel, als de voorschreeve qualifi„ „catie tot het repareeren der gemelde Vaarthuijgen en T:, gunstig zullen gelieven te passeeren, uijt hoofde van de volstrekte noodzakelijkheijd, waar„ „om wij tot het een en ander beslooten hebben. Also de alhier aangehoudene booth van het schip 't Veld=soen, zo door de officieeren van gemelden bodem, als door gecommitteerde Bootslieden, niet alleen veroudert, vermolmd; en vergaan, maar zelfs ten eenemaal onbekwaam geoordeeld is, om langer in - - in den dienst van de Compagnie te kunnen worden g'Emploijeerd, uijt hoofde dies reparatie meerder zoude bedraagen, als de voorschree„ „ve Booth bij zijne vertimmering zou waardig weesen, hebben wij denzelven, volgens besluijt van den 27. November, bij publicque vendu„ „tie voor het geldende laaten ver„ „koopen; wanneer hij nog, na af„ „trek den vendu-Ongelden, zuijver gehaald heeft P:r /: 19: 22: 64 En hier meede gaan wij over tot het principaale artikel. van -. Den Lijwaat Hande waar 638 1461 waar onder wij, volgens onse beloften bij brief van den 25. September gedaan, uwe Hoog Edelheedens gedaan ons dienden optewagten met een for„ „meele beschrijving van de zoo hier, als op de respective Factorijen op nieuw geslootene Contracten voor den inzaam van dit Iaar. — Dog nadien wij nog maar al„ „leen op den 31. December Jongstlee„ „rr en de Palleacatsche opperhoofden met haare „den met onse kooplieden gecon„ „tracteerd hebben met opsigt tot de Leverancie voor dit Iaar, moe„ „ten wij het verslag daar van, om„ „trend de andere factorijen tot een na„ „dere gelegendheijd verschuijwen; het tot het geen wij hoopen, dat door Uwe Hoog-Edelheedens gunstig zal worden gepasseerd, uijt Consideratie van de tegenspoeden; waar meede onzen insaam, voor al om de zuijd heeft te worstelen gehadt. — En dit versoeken wij nog te meer wijl de Respective opperhoofden ons serieuselijk verseekerd hebben, om binnen wijnige daagen te con„ „tracteeren, waar toe wij de Por„ „tonovosche Kooplieden, nevens den Resident, dagelijks te gemoet zien. Ondertusschen noteeren wij, ten aanzien van de door ons gesloten Contracten. 1 163: 689 Contracten, wegens de Leverancie der Patriasche, en Indiasche Petitien voor dit Iaar, dat wij de„ „zelven voor de voorIaarige prijzen hebben moeten sluiten, wijl de Koop„ „lieden tot geen prijs- vermindering te beweegen geweest zijn. Dog wij hebben hoe zeer zij ook op een aansienlijker geldverstrekking hebben aangedrongen uijt Consideratie van den oorlog tusschen Engeland en Vrankrijk, aan hun niet meer op Leverantie van doeken voor uijt laaten verstrekken als 17500: Pagoo„ „den, naamentlijk 15000: Pagooden aan de gezamentlijke kooplieden, die die het generaal contract. geteekend hebben, en 2500: Pagooden daar en booven aan Ramalinga Poele, op Leverancie van het met hem geslooten appart Contract, wegens het Coedeloers en Sadraspatnam ^ voor eengedeelte gewees, het geen wij aan hem ^ hebben opgedraagen, uijt hoofde hij betere geleegendheijd als een der andere scheijnt te hebben, om het te bekoo„ „men. — Dan alvoorens de voor¬ „schreeve Contractatie te kun„ „nen sluijten zijn wij op de lamen„ „tabele beede van onze kooplieden genoodzaakt geweest, 2000: Reg:s v:r die. 64 690 168. die zij te veel op Leverancie genoo„ „ten hadden, in Cassa te accepteeren, Waar door zij met de Compagnie eene effe rekening behouden hebben. En schoon wij deese in kassa tel„ „ling hebben toegestaan, zonder hun, gelijk in anno passato is geschied, de voldoening van eenige percentos daaren booven opteleggen; hoopen wij eg„ „ter, dat Uwe Hoog Edelhedens, hier omtrend eene gunstige inschik„ „kelijkheijd zullen gelieven plaats te geeven, om de gewigtige reedenen, die ons daar toe hebben bewagen, en Waar van wij zo aanstonds bij de beschrij„ „ving van den Inzaam, aan Uwe Hoog

← previousnext →