Inventory 3514
Coromandel · 1,140 pages · 205 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
The 26th March Anno 1778. Carried forward: Rop:s 473. -. -. The servant of the said Chief Phiffer, named Adiappa, on account of what he enjoyed in cash on several occasions out of the lease moneys: 350. -. -. The Brahmin Bolla Treggada Enkaija, on account of the assumed debt of his brother Bolla Pregada Enkaija: 11. 3/8. -. The native Mamoe Neijna: 50. -. -. The paddy masters Baijkoudappa and Makina Wenkana, on account of what they must account for regarding their contingent in the lease, for 4 years, on account of ƒ: 571. -. -. The brothers Moetoe Ananda Poele and Moetoe are in debit for an amount of 1233:¼ ropijen for the following, namely: For what remained indebted upon the settlement of the first two lease years 1769 and 1770: Rop: 697:½. -. Anno 1771. - On account of lease for the 163 2/3 lasts of salt shipped in his vessel at 1 ½ ropij per last, thus: Rop:s 245.½. -. Agio on the said amount at 6 7/8 percent: 17: -. -. Anchorage for his vessel measuring 80 lasts, which departed empty from Bamilipatnam to Pondicherij, thus for the half lease at 5 5/8 ropij per last: 50. -. -. Agio thereon as above: 3. 7/16. -. Lease for the bringing on board of provisions, water, firewood, and the pilotage, etc.: 23. ½. -. Amounting thus to his arrears for the lease year of 1771: 339. 7/16. -. [illegible] The 26th March Anno 1778. 1772: for the import of 15½ bhaars of lead at 50 ropijen purchase price the bhaar: Rop:s 762:½. -. Ditto of 13 bhaars of spelter: 871. -. -. 2½ bhaars of sandalwood at 130 rop.s the bhaar: 325: -. -. Glass beads sold for: 120. -. -. Medicaments: 12:½. -. Sapanwood sold for: 135: -. -. Bengal silk: 600. -. -. Mogadoeties: 350. -. -. Saffron: 24. -. -. Castoreum or musk: 50. -. -. Together Ropia ƒ 3250. -. -. The lease thereon amounts to: Rop:s 101. 9/16. -. Agio at 6 7/8 percent: 6. /16. [illegible] rop:s 108. ½. -. [illegible] Remaining unpaid up to the limits for various necessities imported from the country and exported again: 39. ¾. His share in the expenses incurred for deepening the mouth of the river: 11:¼. -. Cash borrowed from the lease moneys: 522: ½. -. For various small items sent to Visianagaram: 3. ½. -. Various timbers brought from the country for the building of his vessel: 126. 5/8. -. The settlement with the measurer for the measuring of his paddy and rice at: Carried forward: Rop:s 12. 1/8. 1036. 9/16. 45. 1/8. -. The 26th March Anno 1778. Carried forward: [illegible] at ¼ ropije per last of paddy and ½ ropij per last of rice: 126. 1/16. -. comes for the debit of the lease year 1772: 930. 1/16. -. Together in four years: Rop:s 1976.¾. -. From which is deducted what was paid by both of them, namely: By Mr. Pheiffer to the Honourable Company in deduction of the lease: Rop:s 650. -. -. And to Perentaal and Ramana on several occasions: 92:½. 742:½. -. Remains that Ananda Poele and his brother Moetoe remain in debit: 1233. ¼. -. Under the farmer Perentaal, on account of what was enjoyed by him out of the lease moneys in four years: 892. 7/16. -. What is held under the money changer Kattamaerie Pina Gangeloe: 12. 5/16. -. Together in outstanding debts and unpaid lease moneys, etc.: Rop:s 6593: 7/8. Concerning the debt of the Nagapatnam merchants, the farmer Pretentaal as well as Sapawartij Ramana allege, as the foundation of the legitimacy of their claim, the same reasons that we had the honour to submit to Your Right Honourable in our previous report of the 27th September 1776, adding now for consideration whether, when French farmers have been and were paid, it was not equitable that those of the Honourable Company should also enjoy their due, all the more so since the traders have had their profits, upon sale to private individuals, both on the goods delivered to the Honourable Company and on those that slipped through under the name of the Honourable Company, as well as on the rejects that might have arisen from the first-mentioned cases. That for that reason they the export and shipment
Dutch transcription
Den 26. Maart Anno 1778 —. Per Transport - . Rop:s 473. -. -. Den Dienaar van gedagte opperhoofd Phiffer Adia„ pa, genaamt, weegens het geen in Contant in verscheiden reijsen uit de pagt gelden genoten heeft - - - - - - - - „ 350. –. — Den bramine Bolla Treggada En kaija weeg:s overgenoomene schuld van zijn broeder Bolla pregada Enkaija - - - - - - - - - - - - - - „ 11. 3/8. —. Den Inlander Mamoe Neijna - _ _ _ _ _ _ _ - - „ 50. —. —. De Nelij meesters Baijkoudappa en Makina wen„ kana weegens het geen zij voor hun Con„ tingent in de pagt, voor 4. Iaaren, weegens ƒ - - „ 571. -. —. verantwoorden moeten- - - - - egebroeders Moetoe Ananda Poele, en Moetoe, loopen Debet voor een bedragen van 1233:¼. ropijen over het volgende te weeten - - - - - - - - - - - - - - - - „ Voor het geen bij afreekening van de twee eerste pagt Iaaren 1769: en 1770. Schuldig zijn ge„ bleeven. - - - - - - - - - - - Rop: 697:½. –. A„o 1771. - Weegens Pagt voor de in desselfs vaartuijg afgescheepte 163. 2/3. -. Lasten zout á 1. ½. ropij perlaste :- - Rop:s 245.½. –. - dus- Opgelt op gedagte bedragen â 6. 7/8. „ percento - - - - - Ankoragie voor sijn vaar„ tuijg groot 80. lasten dat van Bamilipatnam leedig na Pondicherij vertrokken is dus voor de halve pagt á 5 5/8. ropij per last _ _ - - - - - - - „ 50. —. —. Op geld daar op als booven - - - „ 3. 7/16. —. Pagt voor het aanboord beven„ gen van Provisien, water, brandhout en de loost Ensz: - „. 23. ½. —. Bedragende dus zijn agterstal aan het Pagt Iaar van 1771. - - - „ 339. 7/16. —. 17: —. —. TransporterRo: 10 /6. p:o 45 /1 371 Den 26. Maart Anno 1778. - - - Rop:s 762:½. –. 1772: â holl voor het invoeren van 15½. baaren loot a: 50. —. ropijen inkoops de bhaar-- - -- Idem van 13. bhaaren spiaulter „ 2½ bhaaren sandelhout â 130. rop. s debhaar - - - „ 325: —. —. „ Glasekralen verkogt voor - - - - - „ 120. —. —. „ medicamenten - - - - - – – – – - - - – - „ 12:½. —. „ Sapanhout verkogt voor - - - - - - „ 135: —. —. „ Bengaals zijde - - - - - - - - - - - - „ 600. —. —. „ Mogadoeties - - - - - - - - - - - - - „ 350. —. –. „ Traffraan-- „ Castorij off Muzus - - - - - - - - - - - „ 50. —. —. Te Samen Ropia ƒ. 3250. –. – - - - - - „ 6. /16. rop:s 108. ½. –. Per Trasport - Rop:s103:6 1/65 rp:s 4 5: 1/9 —. - - - „ 871. -. —. - - - - – – – – – „ 24. –. –. De pagt daar op bedraagdt - - - - Rop:s 101. 9/16. — opgeldt à 6. 7/8. percento- â onbetaalde gebleeven tot aan de limie„ ten voor diverse uijt het land inge„ voerde en weeder uijtgeroerde beno„ Sijn aandeel inde gedaane ongel„ den tot 't uijt diepen van de mond 't geleende in Contant uijt de pagt penn: - - „ 522: ½. —. voor diverse naar visianagaram geson„ dene kleenigheeden - - - - - - - - - - - - „ 3. ½. —. dieverse uijt het land aangevoerde hout„ werken tot het timmeren van sijn vaarthuijg - - - - - - - - - - - - - „ 126. 5/8 —. der reviere - _ _ - - - - - - - - - - - - - „ 11:¼. —. digheeden - - - - - - - - - - - - - - - - „ 39. ¾. Het afgereekende met den meeter voor het weeten van sijn nelij en Rijst à Transporteere - - - - - Rop:s 12. 1/8. „ 1036. 9/16 „45. 1/8. —. - „ - Den 26. Maart Anno 1778—. P:r Transort ƒ 2:1/8 :/ : / / á ¼. Ropije voor het last nelij en ½. ropij voor het last rijst - - - „ 126. 1/16. — komt voor het Debet van het Pagt Iaar 1772. - - - - - - - -. - „ 930. 1/16. -. Te saamen in vier Jaaren - - Rop:s 1976.¾. -. Waar van gedetraheerd word het be„ taalde hun beide, als. —. door de Heer Pheiffer aan d' E: Comp: in mandering van de pagt - - Rop:s 650. –. –. En aan Perentaal en Ramana in di„ verse reijsen - – – – – – - „ 92:½. „ 742:½. –. Rest dat Ananda poele en sijn broe„ der Moetoe Debet blijven - - - - - - „ 1233. ¼. –. F Onder den Sagter Perentaal, weegens het geno„ tene door hem, uijt de Pagt penningen in vier Jaaren - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 892. 7/16. -. het geen, onder den wisselaar kattamaerie Pina Gangeloe berustende, is - - - - - - - 12. 5/16. -. Te samen aan uitstaande schulden, en onbetaalde pagt gelden &r=a - - - - - - - - - Rop:s 6593: 7/8 Den belange van de Schuld van de Nagapatnamse kooplieden, allegeeren den Pagter Pretentaal soo wel als Sapawartij Ramana tot fondatie van de wittigheid hunner Pretentie, de selvde reedenen die wij de Eere hebben gehad bij ons voorig Rapport van den 27: September 1776. uwel Edele gestrenge voor te draagen, volgende sij als nu nog bij ter overweeging, dat wanneer Sprensen Pagters be„ taald sijn, en wierden, off het niet billijk was, dat die van de E: Comp:e meede het haare quamen te genieten, te meer de handelaars, soo wel op de aan de E: Comp:e geleeverde, als dewelke on„ der de bemaning van de E: Comp:e door geslapte lij„ waaten, als meede op de uijtschotten die uit de eerste gemelde gevallen mogte weesen, bij ver„ koop aan de particulieren hunne voordeelen hebben gehadt Dat zij uijt dien hoofde den uijtvoeren afscheep
English
373 The 26th of March in the Year 1778 had indeed stopped the shipment of those linens and demanded the toll for them, as they were not required to investigate for whom they were, since by the lease conditions they are qualified and ordered to demand and receive toll for everything that was imported and exported without any exception of such nature as is now in question, but that they had to release those linens by order of the chief Pheiffer, upon his promise and assurance that he would see to it that the toll due to them for those cloths was paid, of which however nothing came, while in the meantime they had to do without the toll on those linens, because they had been collected by the merchants from here for the Honorable Company, whereas they would otherwise have enjoyed it from them if they had been transported by others, and this would also have happened were it not for the fact that because of that large purchase of 229 bales, little or nothing was left for the Spoliasse and other merchants who generally come there yearly to trade, at least the export on their account was not so abundant as it otherwise would have been, and had been counted upon when taking up the lease, just as on such occasions a prior calculative calculation and estimate was always made of what was exported more or less previously or in the preceding year. Finding these presented reasons of the farmers caring for their case as equitable as they are well-founded, we find no difficulty in bringing to the attention of Your Right Honorable the request made by them that, for the reasons aforesaid, the merchants might be compelled to pay the aforementioned toll lawfully due to them, or else, if all those linens might truly have been delivered to the Honorable Company, or as far as has been done, they may obtain a remission or exemption from The 26th of March in the Year 1778 the payment of the aforesaid tolls calculated thereon, as they declare that otherwise it is impossible for them to satisfy the Honorable Company, since the toll-free export of such a quantity of cloths is an unforeseen and therefore an accidental case, which has caused a notable diminution in the revenue of the contracted lease monies, the chief Pheiffer also having well foreseen that without payment of that toll in question and other arrears it would be impossible for the farmer to account for the agreed lease monies, and therefore he brought forward a favorable reflection to the benefit of the farmer, as is stated in our previous report of 1776, to which in favor of the farmer it may also be added that he did not buy that lease, but that the aforementioned chief assigned the same to him and Sacrawartij Ramana, and at the same time installed them to have supervision over it, and subsequently persuaded the Brahmin Ballapregado, Enkaija, and the Moor Madeneijna to intervene as sureties, with the assurance that he would take care that they would suffer no loss thereby, nor be held liable for it, as those people complain in their clearance regarding this matter, although their statement is nevertheless unproven and therefore a bare pretext, since following the death of the aforementioned chief Feiffer they can easily say whatever suits their purpose and advantage, which however without proof merits no belief. Regarding the debit of the chief Pheiffer, which stands at the amount of 1159 3/16 Rupees from various matters, namely monies collected directly by him and enjoyed on behalf of or in deduction of the lease, the expenses and disbursements incurred on his account, and originally unpaid tolls for the dispatched linens and grains, the farmer Nagamalloe 375 The 26th of March in the Year 1778 Perentaal, nor Sacrawartij Ramana, can provide no other reasons for remaining unbalanced than that the same continued to run on until the final settlement of all outstanding unsettled lease matters, to which end, or to arrange for this, upon his Honor's request, a similar general account as mentioned and treated herein was handed over to his Honor, so they knew no better than that it had taken place, at least for the most part, and besides, with his Honor being their chief and commander there, they could not very suitably have dared to press with any seriousness for restitution, liquidation, or validation of the same to the benefit of their overdue lease monies, especially since long before his Honor's entrenchment and departure to Palicol they had been placed under arrest, and thus had no knowledge of how matters stood further in that regard, and also knew no better than that the matter had already been brought to an end, as Perentaal was released from his arrest and set at liberty by the new chiefs Vrijmoet and Dormieux without making any demands of him, and Ramana was newly admitted into the following new lease, possibly under the assumption that Pteiffer as well as his second Brouwer would have been held liable and ordered by this Government for the debt of this and four other farmers to secure the Honorable Company for their share of Bimilipatnam, for although that order did follow upon it, it nevertheless remains an unknown matter to them, to which they could not appeal in the least to their advantage, since that order had no verdict for them as its objective, but only a security for the Company, so that the security provided by the aforesaid chiefs to the Honorable Company for an amount of 18707 5/8 Rupees, namely: for the
Dutch transcription
373- Den 26. Maart Anno 1778— affscheep van die lijwaaten wel gestremt en er het thol voor gevorderd hadden, als niet hoevende te onderzoeken, voor wie deselve waren, dewijl zij bij pagt Con„ ditien gequalificeerd en gelast zijn, voor al het geen uijt en ingevoegd wierden sonder eenige uit„ sondering van die natuur als wanneer over nu questie is, thol te vorderen en ontfangen, dog dat z. ' die lijwaaten op ordre van het opperhoofd Pheiffer hebben moeten largeeren, op deselfs belofte en verseekering dat hij besorgen soude, dat de haar Competeerende Iagt voor die kleeden, be„ taald wierden, dag waar van niets gekoomen was, intusschen sij den thol op die lijwaaten, hebben moeten missen, uit hoofde deselve door de Cooplieden van hier, voor d' E: Comp:e ingesa„ meld waren geworden, daar sij anders daar van gegaudeert soude hebben, in dien door andere vervoerd waren, en sulx ook geschied soude wee sen, was het niet dat door dien grooten opkoop van 229. Pakken, voor de gemeenelijk aldaar, Iaarlijks ten handel koomende Spoliasse, en andere kooplieden, weinig of niets overbleef ten minsten den uijtvoer voor haare Reecque„ ning is zoo abandant niet, als wel anders soude„ sijn geweest, en men op bereekend hadde, bij het aan vaarden van de Pagt, gelijk bij diergelijke geleegendherden altoos ein voor afgaande Cal„ Culative bereekening en overslag gemaakt wierdt, van het geen te vooren, of in het voorige Iaar plus minuten en uitgevoerd is geworden Deese bij gebragte reedenen van den Pagteren sijnen zaak besorgen vinden wij soo billijk, als heid vinden uwel Ed: gegrond, dat wij geen swaarig derselver gedaan vversoek, dat de kooplieden brengen ^ uit hoofde Gestrengen onder het oog te voormeld, g'imponeerd mogte werden, tot de be„ haaling van voorsz: hun wettig Competeerende tholl, dan wel soo alle die lijwaaten waar„ lijk aan d:E: Comp: geleverd mogte sijn, of voor zoo verre geschied is, remies of ontheffing van O Den 26. Maart Anno 1778—. van de betaaling der voorsz: daar op bereekende thol„ len erlangen mogen, als betuijgende dat buijten dien onmogelijk in staat waarvan, om d' E: Comp:e te vol„ doen, nadien den thol vrijen uitvoer van soo een quantiteit kleeden, een onvoorsiene, dus een toevallig geval is, het geen in den opbrengen van de gecontracteerd Pagt penningen, een merkelijke Dimunitie te weg ge„ bragt heeft, het opperhoofd Pheiffer ook wel voorsien hebbende, dat sonder betaling van die tholl in questie„ en andere agterstallen het den Pagter onmogelijk souden weesen om den bedongen pagt Penningen te„ verandwoorden, dierhalven op een gunstige reflec„ tie ten voordeele vanden Pagter heeft aangebragt gelijk sulx bij ons voorig rapport van 1776. ver„ meld staadt waar bij ten faveure van den Pag„ ter nog kan werden gevoegd, dat hij die pagt niet gekogt, maar het voormeld opperhoofd deselve aan hem opgedraagen en Sacrawartij Ra„ mana en teffens ingesteld heefd, om en visie over te hebben vervolgens den bramine Bal„ „lapregado, En kaija, en den mhoor Madeneij„ na heeft bewoogen, om sig als, borgen te inter„ poneeren, met verseekering dat Sorge Zou„ te dragen, sij er geen schaade bij quamen te leijden, of daar voor aanspreekelijk gehouden werden, ge„ lijk die menschen bij derselver vrij kenning dien aangaande doleeren, schoon hunne stelling egter onbeweesen en dus een bloot voorgeeven, is, nadien sij mits het overlijden van het voorm: opper„ hoofd Feiffer ligtelijk alles konnen seggen„ wat in hun kraam en tot hun voordeel te passe komt, dat egter sonder probatie geen Bloofmeriteerd — Wat aan belangd het Debet van het opper„ hoofd Pheiffer ligte ten bedragen van Rop:s 1159. 3/16. uit diverse saaken, te weeten diten behoeve of in mindering van de Pagt, direct bij hem ingevorderde en genotene penningen, de voor sijn reekening gedaane ongelden en verstrekkingen en onbequaam totten voor de versondene lijwaaten en granen oorspronkelijk, dierweegens kan den Pagter Na„ gamalloe 375 Den 26. Maart Anno 1778 gamalloe Perentaal, nog SaCrawartij Ramana geen andere reedenen van onder„ Evening blijven, suppediteeren, dan dat zelve is blijven voortloopen, tot de finale af„ doening van alle de uijtstaande onafgedaane pagtsaaken, ten welken, eijnde, af om sulx te besorgen, op sijn E: Requisit, een gelijke ge„ neraale reecquening als in deesen gemeld en ver„ handelt is, aan sijn E: was overgegeven geworden„ dus zij niet beter geweeten hadden, of deselve was, ten minsten voor het grootste geschied en bo„ ven dien zij, zijn E: als hun opperhoofden ge„ bieder ginter sijnde, niet wel voegelijk op resti„ titue, Lequidatie of validatie der selve, ten voor„ deele van hun agterstallige pagtgelden met eenig ernst hadden durven aandringen, te meer sij lang voor de venschansing en vertrek van sijn E: naar Palicol in arrest gezegt waaren, en dus geen kennisse hadden, hoe„ danig daarmeede verder geleegen was, en ook niet beter geweeten hadden, of die saak was reeds ten eijnde gebragt, alsoo Perentaal, door de nieuwe opperhoofden vrijmoet en Dormieux uit sijn arrest ontslagen, en op vrije voeten sonder eenige vorderingen van hem te doen, gesteld, en Ramana op nieuw in de volgende, nieuwe pagt geadmitteerd was, mogelijk in veronderstelling dat Pteiffer soo wel als sijn secunde Brouwer door deese Regeering voorde schuld van deesen, en nog vier andere Pagters, aanspreekende gehouden en geordonneerd soude sijn, voor hun de part van Bimilipatnam, de E: Comp:e te secureeren, want of schoon die ordre daar op wel gevolgd is, zoo blijft sulx voor hen egter een onbekende saak, waarop sij tot hun voordeel sig in het minste niet beroepen konde, nadien dat bevel geen wijs„ praak voor henlieden; maar alleen een denk„ king, voor de Comp:e ten doelwigt hadde, soo dat de securiteid die door de voorsz: opper„ hoofden aan de E: Mantschappij is gesteld, voor een montant van Rop:s 18707: 5/8. te weeten: voor de 7
English
On the 26th of March Anno 1778. the debt of Perentaal in the amount of Rop:s 7201. –. in jewels, cash, gold and silver works, etc., each consigned for half an amount of Rop:s 8932. /4. and through the remaining 11506. rupees, the entire possession of the Julancer Ananda Poele, to the value of Rop:s 10635: /8. amounting together to Rop:s 19567: 1/8 or Rop:s 859. ¾. more than the arrears of lease monies of the five farmers sum up to, to be seen in greater detail in the transfer made by the said Pfeiffer and Brouwer under ultimo May 1774 to their successors Voijmoet and Dormieux, of which the last-mentioned arrears or those of the four farmers has since been finally liquidated and settled through the sale of a part of the arrested possession of Ananda Poele and cash payment, while the arrears of Perentaal, both due to his own insolvency on the one hand and the failure to come in or pay on the other side, of all the lease monies which belong to him, continues to remain unsettled, being the same, as already mentioned, amounting to Rop:s 7201. –. in which the former chief Pfeiffer will have to participate for half, to an amount of Rop:s 3600:½. and for which has been consigned for his share thus in excess Rop:s 866:3/8. 4466: 1/8. from which can be recovered not only the debit of the chief Pfeiffer, if the same is also included under the aforementioned arrears of the farmer or sequestered amounts, if the claims and demands upon his honor are proven by them, and consequently might be judged just and lawful, but also a certain amount of 540: rupees, which he, Pfeiffer, according to the cited transfer, had accepted to the debit of the new account of the following farmer Watiaar Sadiappa Moddelij on account of the village Nagamaloo palium, and bound himself to hold the Honorable Company harmless if the new chiefs since then might not have brought it to liquidity, which pleads not the least to their advantage. The former servant of the said chief Pfeiffer, named Andiappa, is according to the aforementioned submitted account indebted to the farmer a sum of 350. –. rupees, which he borrowed from the same in six different instances, and to that end, upon the farmer's authorization, received from the following barkeepers who had to account for the lease monies, and which was validated in account by the farmer upon settlement held with those people, namely: the Moor Lebe - - - - - - - - - - - Rop:s 100. —. Mamoeneijna - - - - - - - - - - - - - - 50. –. Goedimetta-Appa - - - - - - - - - - 40. –. Assana Lebe - - - - - - - - - - - - - 50. –. Wapaneijna - - - - - - - - - - - - - 60. –. Peech Abdul Carder - - - - - - - - 50. Together as above Rop:s 350. –. Yet Andiappa utterly denies being indebted for that money, and says that he had paid all that was owed before he departed from Bimilipatnam with permission from his master, but cannot prove the liquidation, and alleging in demonstration of the unfoundedness of the farmer's claim that he could not understand how he now demanded only 350. Rop:s, whereas he, or rather Sacrawartij Ramana, had previously demanded a sum of 600: rupees and that he would prove this by a letter, but upon the production thereof, as it was found entirely eaten through and broken in pieces by cockroaches as well as otherwise damaged, nothing could be seen or inferred from it, further adducing in further demonstration of the unlawfulness of this claim that if he had truly remained or been indebted for that money, they would not have let him depart, nor have left him unmolested as had occurred, since he, having remained indebted half a rupee to someone over there without his knowledge, long after his departure thence, the aforementioned chief, having spoken to him about the legality of that claim, had paid that half rupee for him, proving this by a letter written to him by Mr. Pfeiffer in that regard; the farmer and Sacrawartij Ramana maintain the contrary, asserting that they will sufficiently prove the legality of their claim with the settlements of the aforementioned six barkeepers, from whom Andiappa received the aforementioned sum of 350: rupees on loan upon the farmer's authorization. Which Sacrawartij Appana further offered, if Andiappa could or would go along with him, to convince the same through those accounts and other proofs that are to be found in Bimilipatnam, but could not well be conveyed and delivered here, that he demanded nothing other than what was justly due to them, undertaking accordingly to keep Andiappa free from all travel and other expenses, further submitting himself to such penalty or correction as one should judge he deserved to have if he should not substantiate this claim, which he also undertakes, if necessary, to confirm with a solemn oath, or that Andiappa might be required to confirm his statement that he was not indebted with an oath; yet Andiappa has not wished to be moved to any of these propositions, much less to the payment of the money; while Perentaal
Dutch transcription
Den 26. Maart Anno 1778. de schuld van Perentaal ten bedraagen van Rop:s 7201. –. aan Iuweelen, Contant, goud en silver werken &:a ieder voor de helft geconsigneerd een montant van Rop:s 8932. /4. en door de overige 11506. Ropijen, de gansche besitting van den Iulancer Ananda Poele, ter waarde van Rop:s 10635: /8. te samen bedragen de Rop:s 19567: 1/8 of Rop:s 859. ¾. meerder, dan de agterstallige pagt penningen van de vijf pagters sommeeren, breeder te sien bij het Transport door gedagte Pfeiffer en Brou„ wer, onder ult„o Meij 1774. aan derselver vervangers voijmoet en Dormieux gedaan, waar van het laastgemelde agterstal of die der vier pagter 't zeedert door verkoop van een gedeelte der gear„ resteerde besitting van Ananda poele, en Con„ tante betaaling finaal gelequideerd en vereffend is Terwijl het agterstal van Perentaal soo door sijn eijgen onvermogen aan de eene kant als het niet inkomen off betaalen aan de andere sijde, van alle de Pagt penningen welke hem Competeerd, als nog onvererend blijft voortloopen sijnde het selve gelijk reeds ge„ melde is groot Rop:s 7201. –. waar in het apparr„ hoofd Peiffer voor de helft sal moeten pan„ ticipeeren, tot een montant van Rop:s 3600:½. en waartoe voor sijn aandeel geconsigeerd Oversulx meerder Rop:s 866:3/8. daar uijt niet alleen rieuw gevonden kan werden, het Debet van het opperhoofd Pfeiffer, als het selve meede onder het voormelde agterstal van den Pagter of gesequestreerd bedragen be„ greepen sijnde /: Indien de Pretentien en vorderingen op sijn E: door hen beweesen, en dier„ volgende igt en wettig geoordeelt werden mog„ ten:/ maar ook seeker montant van 540: Ro„ pijen, die hij Pfeiffer, na luyd van het geci„ teerd Transport ten laste van de nieuwe reeckening van de volgende Pagter watiaar, sadiappa moddelij, weegens het dorp Naga„ maloe palium geloopen hebbende, aange„ noomen en sig verbonden heeft, de E: Comp:e schaadeloos te houden, soo de nieuwe opper„ heeft - - - - - - - - - - - - - -„ 4466: 1/8. hoofden 3 Den 26. Maart Anno. 1778 —. hoofden 't seedert niet tot Liquiditeit mogte hebben gebragt, niets het minste tot hun voor„ deel pleijt. Den geweesene dienaar van gemeld opperhoofd Beiffer, Andiappa genaamt, is volgens de voorsz: overgelegde reekening aan den Pagter Debet, een Somma van 350. –. Ropijen, die hij van denselven in ses verscheide Reijsen ter leen genoomen, en ten dien eijnde op des Pagters qua„ lificatie, van de onder volgende barquers, die Jagt gelden verantwoorden moesten ontfangen, heeft, en door den Pagter bij gehoude afreeke„ ning met die menschen in recquening ge„ valideerd is geworden, te weeten den mhoor Lebe - - - - - - - - - - - Rop:s 100. —. Mamoeneijna - - - - - - - - - - - - - - „ 50. –. Goedimetta - Appa _ _ _ _ _ _ _ _ _ „ 40. –. Peech abdul Carder - - - - - - - - „ 50. Te samen als boven Rog: 350. –. Nog Andiappa ontkent finaal dat geld debet te weesen, en segd, dat al het geen schul„ dig is geweest, betaald te hebben, eer hij met verloff van sijn meester van Bimilipatnam dit hetn vertrocken was, dog kan de Liqui„ datie niet bewijsen en dat, aantooning van de ongefondeerdheid van des Pagters pretentie alle„ geerende, dat niet begrijpen konde, hoe hij nu maar 350. rop:s vorderde, daar hij, off wel eigent„ lijk Sacrawartij Ramana te vooren een somma van 600: Ropijen geEijscht hadde en sulx bij een brief te sullen bewijsen, dog bij de Productie derselve, als ten eenemaal doorde kakerlakken als andersints aan„ steeken en brokken door vreeten bevonden sijnde, konde men niets daar uijtsien, nog opmaaken, voorts tot nader betoog van de onwettigheid van deesen Eijsch bij brengende, dat in dien hij dat geld waarlijk Assana Lebe - - - - - - - - - - - - - „ 50—. wapaneijna - - - - - _ - - - - - - - „ 60. –. Schuldig „ Den 26. Maart Anno 1778 schuldig gebleeven of geweest was, men hem niet soude hebben laten vertrecken, nog ongemoeijt geladten hebben gelijk geschied was dewijl hij een halve Ropij aan hemand gin„ ster buijten sijn weeten debet gebleeven weesende, lang na sijn vertrek dit hem, hem opperhoofd voormeld, hem over de wettigheid dier pretentie onderhouden hebbende; die halve ropije voor hem betaald hadde, be„ wijsende sulx bij een brief door den Heer Feif„ ter dien aangaande aan hem geschreeven; den Pagter en Sacrawartij Ramana„ houden het tegendeel staande, met betuij„ ging de wettigheid hunnen Eijsch, voldoende te sullen bewijsen met de afreekeningen van de voorsz: ses barqueers, van wien Andi„ appa de voorsz: som van 350: Ropijen op des wagters qualificatie ter leen ontfangen heeft, Het geen Sacrawartij Appana verder aan bood, soo Andiappa met hem konde, of wilde meede gaan, door die reecq: en andere bewijsen, die te Bimilipatnam te vinden sijn, dog niet wel hier overgebragte en geleeverd konde werden, den selven overtuijgen; soude, dat niet anders vorderde, dan het geen hun regt vaardig toequam, neemende dienvolgende aan Andiappa van alle de rijs en andere ongelden vrij te houden sig wijders aan soodanige peene off Correctie supmitteeren„ de als men oordeelen soude, verdiende te heb„ ben, indien hij bij deese Pretentie niet bewaar„ heeden mogte, die hij teffens aaneemen, des nood met solemneele Edel te bevestigen, Van wel dat Andiappa g'imponeerd mogte werden, zijn gesegde dat niet schuldig was, met Eede te bekragtigen, dog Andia„ ppa heeft tot geene dier propositien veel minder tot de pepaaling van het geld sig willen laaten beweegen; terwijl-Seren„ taal
English
The 26th of March, Anno 1770: taal and Ramana, persisting in their demands and adduced reasons, further made known, regarding the objection of Andiappa that if he had been indebted, why they had let him depart and used no means to constrain him to payment, etcetera, that they knew very well the power that a chief had when he wished to protect his servant or any other attendant or anyone else, and also the authority that such a servant or attendant most often usurped, and the influence that they had with everyone in general to direct their affairs according to their desires, by reason of which such individuals never lacked pretext and evidence on such occasions, wherefore it had not been advisable at that time to use any rigorous means, which they also could neither initiate nor obtain without the chief; moreover, the aforesaid chief had full knowledge of this debt of his servant as well as all others to the lease, not only from the successive grievances made to His Honour regarding it, but also from the general account of the lease, which had been handed over to His Honour at his own request, and he had promised to settle everything, whereof they now had to experience the contrary; from these reasons adduced back and forth, we think we may establish with some ground that the formulated claim of the farmer cum suis is lawful, and that this will have to be satisfied by Andiappa, if he will not accept the two-part proposition of the farmer, namely: to declare under oath that he is not indebted, or else to prove the authenticity of that claim with the accounts to be found at Bimilipatnam, to which he has also by no means been willing to be moved, while Sacrauartij Appana on his part The 26th of March, Anno 1778. shows himself prepared to confirm the aforesaid claim with an oath, if his adduced reasons and offered proofs are not judged sufficient and adequate, in order to convince Andiappa of his debt; from which we can deduce, not without reason, that Andiappa must indeed have received this money, but not as a loan, rather as a so-called costumado or gift, as servant of the chief. Concerning the deficit of the Brahmin Dolla pregada Enkaija, and Mamoeneijna, they say that, as it consists of only a small amount, it will easily be paid as soon as it may please this Government to order the Bimilipatnam chiefs to collect the same from them, or to assist the farmer and Ramana as required with their authority to obtain the same; likewise concerning the arrears of Moetoe Anandapoele, regarding the receipt of which, as he is still quite reasonably well-off, there was also no doubt, just as he had the utmost need for similar cooperation and assistance from the chiefs regarding the collection and liquidation of the debt of the oil masters Baaijkondappa and Makinawenkana amounting to 571 rupees, which sum those people would never have owed or fallen behind in, were it not that those people, in the midst of their activities, had been arrested by the aforementioned former chief Treiffer, without their knowing the reasons for it, so that those people were thereby incapacitated 381. The 26th of March, Anno 1718 from contributing their contingent to the lease, if now all the aforementioned entries stated in favour of the farmer to the amount of 6593 7/8 rupees were to come in, which however remains to be seen, an amount of 609 7/8 rupees will still be lacking to supplement the debt to the lease of 70201.- rupees, not yet counting the trouble and time that it seems would have to be employed and spent on the collection and liquidation thereof, besides the difficulties and objections that the same may cause, so that with correspondence back and forth, this vexatious matter will still remain dragging on for a year and a day before arriving at a full settlement and liquidation; moreover, whence will the farmer obtain the 892 1/16 rupees enjoyed by him in advance, undoubtedly in deduction of the profits that he imagined and calculated to draw from the undertaken lease, but whereof, if the account thereof is authentic and may be believed, the contrary is evident, since he must not only furnish that amount enjoyed in advance, but also add 609 5/8 rupees to the outstanding credits, in order to complete the arrears of lease moneys to the sum of 7201.- rupees; but he has nothing, and upon execution, he as well as his associates mentioned herein will be found to be entirely insolvent, although a rumour is being spread that under the jurisdiction of this city, namely in the village of Coetan barataanirpoe, a certain piece of rye land is to be found, in which he and his brother Aagamalloe Bapoena, who is currently at Palicol, for one half
Dutch transcription
Den 26: Maart Anno 1770—: taal en Ramana, bij hunne vorderingen en bij gebragte reedenen persisteerende, verder op de teegen werping van Andiappas dat indien schuldig was geweest, waarom men had laaten ver„ trecken, en geen middelen gebruijkt waagen hem tot de betaaling te Constringeeren, &:aa: te, kenn gaven, dat men seer wel wist het vermogen dat een opperhoofd hadde wanneer hij sijn dienaar of eenig ander bediende dan wel iemand anders proteegeeren wilde, en ook het Pondoir, dat soo een dienaar of bedien„ de meesten tijds sig aanmatigde, en de influen„ tie die ze bij een ieder in het generaal had„ de, om hunne saaken na hun sinnelijkheid te dierigeeren, uit welken hoofde de sulke huijge nimmer aan gebragte en bewijsen bij diergelijke gelee„ gendheid ontbrak, alwaar omme met raadsaam was geweest te dier tijd eenige middelen van ernst te gebruiken, het geen sij ook buiten het opperhoofd niet en tameeren, nog erlangen konde, boven dien het opperhoofd voormeld van deese schuld van sijn dienaar soo wel als alle andere, aan de Pagt volkoomen kennisse gehad, hadde, niet alleen uijt de schucesfive Doleantieen daar over: aan sijn E: gedaan, maar ook uijt de gene„ vaale reecquening van de pagt, die aan sijn E: op desselfs begeerte overgegeven was, en beloofde, hadde, alles te sullen vereffenen, dog waar van zijn nu het Contrarie ondervinden moes„ ten, uijt deese over en weeder ingebragte reedenen, denken wij met eenige grond te moogen vast stellen, dat de geformeerde Pretentie van den pagter C: S: wettig is, deesen door Andi„ pa voldaan sal moeten werden, indien hij de twee leedige Propositie van den Pagter, Na„ mentlijk: onder Eede te verklaaren dat niet scheuldig is, dan wel het bewijsen van d: Egt„ heid dier pretentie, met de te Bimilipat„ nam te vinden sijnde reecqueningen, niet amplicteeren wilgelijk sig daar toe, ook in genendeele heeft willen laten beweegen, terwijl Sacrauartij Appana van Lijn kant Sig Den 26. Maart Anno 1778. ƒ sig bereyd toond voorsz: Pretentie met eede te bekragtigen, indien sijne bijgebragte reedenen, en aangeboodene bewijsen niet suppicant, en genoegsaam geoordeelt worden, mogte om An„ diappa van sijn debet te overtuigen waar„ uit; wij wel niet sonder grond opmaaken kunnen, dat Andiappa dit geld wel ont„ fangen sal hebben, dog niet te leen, maar tot soo genaamde Costumado of geschenk, als Dienaar van het opperhoofd. — Het Deligt van den Bramine Dolla pregada Enkaija, en Mamoeneijna betreffende, seggen ze, als maar in een ge„ ringheid bestaande welbetaalde te sullen werden soodra het deese Regeering behagen mogte de Bimilipatnamse opperhoofden te ge„ lasten, het selve van haar in te vorderen, off ter erlanging derselve dan pagter en Ra„ mana naar vereijscht met hun magt te adsisteeren; soo meede omtrent het agter„ Anandapoele aan Stal van Moetoe „welkers inkoming als denselven nog v al redelijk „wel bemiddelde sijnde, meede geen twijffel, was, gelijk een gelijk meede werking en hulpe van de opperhoofden ten hoogsten nodig hadde, omtrent het invordering en lequideeren van de schuld van de Aelij mee¬ ters Baaijkondappa en Makinawen„ kana groot rop:s 571. welke montant die menschen nimmer schuldig gebleeven of ten agteren geraakt soude sijn, waare het niet, dat die menschen, in het midden hunner besigheeden, door het voormeld geweesen opperhoofd Treiffer gearresteerd waaren geworden, sonder dat sij 'er de reedenen van weeten, Invoegen dat die menschen daardoor buiten staat waren 381. Den 26. Maart Anno 1718 waaren geraakt, om hun Contingent in de pagt op te brengen, wanneer nu alle de voorschz: ten faveure van den pagter opgeeven posten. ten bedragen van Ropias 6593. 7/8. in koomen mogten, het geen egter te besien sal wee„ sen, soo sal nog een montant van Ros:s 609 7/8. koomen te manqueeren tot supplement van het debet aan de pagt van rop:s 70201. –. ongereekende nog de moeijte en tijd, die soo hhet scheijnt soude moeten werden aangewend en besteed tot dies invor„ dering en Liquidatie, behalven de Difficul„ teijten en obbjecten, die deselve veroorsaa„ ken kunnen, soo dat met over en weeder schrijvens, deese verdrietige saak nog Iaar en Dag sleepende sal blijven, eer tot een volleedige afdoeningen Liquidatie geraaken buijten dien waar sal den Pagter het van daan halen de door hem bij voorbaat genotene 892: 1/16. Ropijen ongetwijffelend in min„ dering van de voordeelen die hij g'inmagineerd en reeckening gemaakt heeft uijt de aange„ noomene pagt te trekken, dog waar van soo de recquining van deselve egter is, en geloofdt wer„ den magh, het teegendeel blijkt, dewijl hij dat voor uijt genotene montant niet alleen faurnee„ ven, maar ook nog 609. 5/8. Ropijen bij de uijtstaande Crediten voegen moet, om de agterstallen pagt penningen ter Somma van Ros:s 7201. –. te acom„ plecteeren, dog hij heeft niets en sal bij Executie soo wel, als sijne in deesen gemelde, gen ten eenemaal insolventie gevonden werden, schoon erigter gerugt werdt, dat om der de Iurisidictie deeser stadt; en wel in het dorp Coetan barataanirpoe, see„ ker stuk Raijland te vinden is, waar in hij en sijn sig tans te Palicol bevindende broeder Aagamalloe Bapoena, voor de helft E
English
The 26th of March, Year 1778 must participate for one half, since upon the division of the joint estate between the deceased interpreter Nagamaltoe Iagoel Naiker and his brother Nagamalloe Condappanaijker, whose sons Perentaal and Bappana are, this remained undivided, and is currently under the administration of the former interpreter Nagamalloe Chinaija naijker, who, so it is said, shows himself not unwilling to render an account of the revenues thereof, provided Bapoena, as well as Perentaal, both simultaneously and expressly qualify him thereto, since Bapoena does not want this to occur without him to Perentaal alone. From all of which it is evident that the liquidation of that lease matter, with the aforementioned stated outstanding items, is still far from being realized, at least for the present, and moreover they are not even sufficient. For this reason, we think we may freely and properly conclude that this will still drag along much trouble and headache, as well as useless waste of time in many respects, without achieving the intended objective. Consequently, in our opinion, subject however to a much wiser judgment, it appears to be the most certain and best means, in order to let the Honorable Company obtain its guarantee as soon as possible and completely relieve it of those two confused estates burdened with various debts and other outstanding matters: The 26th of March, Year 1778 that Her Honor secures satisfaction for herself as soon as possible from the sequestered jewels, etc., so that this disadvantageous and unpleasant item may finally be cleared from the books, while everything that the Farmer collects from the aforementioned outstanding items, or that shall be claimed on his behalf—wherein the helping hand and the authority of this Government must be offered and supported, without which nothing of it would otherwise be recoverable—shall be returned and serve for the benefit of the estates and heirs or creditors of those two former deceased Chiefs Pfeiffer and Brouwer; provided that in that respect their right remains fully preserved against the Farmer and his sureties, as well as those who, whether through indifferent conduct or otherwise, are sometimes held liable for it, in such manner as the maxims of the Honorable Company permit and entail. For it is not sufficient, after the death of someone when he can no longer defend himself, to take this as a pretext to become exempt from a levy, as this might otherwise become a common practice; and although the Honorable Company justly recognizes its servants for their administration and conduct, this nevertheless does not exonerate the lawful debtors or sureties. This being all that has come before us in investigating and examining this matter to bring respectfully to Your Right Honorable's attention, we hope to have thereby fulfilled the respected intention, taking the high honor to subscribe ourselves with the utmost respect. Underneath was written: Right Honorable Strict Ruling Sir and Honorable Sirs, Your Right Honorable's humble and obedient servants. Was signed: W:m Duynevelt, In Daniel Simons. In the margin: Nagapatnam, the 6th of March, Year 1778. Whereupon, after deliberation and by virtue of the satisfactory reasons appearing in the aforementioned Report, it has been approved and agreed: The 26th of March, Year 1778 agreed to have paid into the Treasury by the following persons, namely: 1. By the Company's merchant Tieroemenij Chittij, 1347.4 ropias, on account of unpaid half-toll on the export at Bimilipatnam in the year 1771 of 30 packs of guinees, and unpaid whole toll on the import there in the years 1771 and 1772 of 99 small chests of Japan bar copper and 105 bhaaren of areca, after deducting, however, 85:1:30 pro, which have already been placed by him into the Company's petty cash treasury in favor of the Farmer's arrears, pursuant to the resolution of this Table of 21 October 1766. The 26th of March, Year 1778 2. By the Company's merchant Ramalinga Poele, 417 3/16 ropias, on account of unpaid half-toll on the export in the year 1772 of 68 packs of guaneet, sent hither by his factory Asappa Poele. 3. By the merchants Wenkatasselam Chittij and Padasuwa Chittij, 540 5/8 ropias, on account of unpaid half-toll on the export in the year 1772 of 91 packs of guinees, sent hither for their account by Miera Tambie and China Tambij; and 4. By the former servant of the deceased Bimilipatnam Chief The 26th of March, Year 1778 Chief Jasper Theodorus Pfeiffer, named Andiappa, 350 roeps, on account of what was enjoyed by him on various occasions from the lease moneys; unless the Farmer's accounts can be satisfactorily debated and contradicted by them. Furthermore, it was agreed to charge to the Bimilipatnam Office the following items, namely: To the debit of the Brahmin Bolla Preggadda Enkaija, 11 7/8 rops, on account of assumed debt of his brother Bolla Pregadda Enkaija, which is not yet paid; To the debit of the paddy meters Baijkondappa and Makina Wenkana, ropias
Dutch transcription
Den 26. Maart Anno 1778 helft participeeren moet alsoo het sulx bij reparatie van de gemeene boedel, tusschen den overleedene tolk Nagamaltoe Iagoel Naiker, en sijn broeder Nagamalloe Condappanaijker /:waar soonen Perentaal en Bappana, sijn onverdeelt gebleeven, en tans onder de administratie van den geweesen tolk Nagamalloe Chinaija naijker is, die soo men segt, sig niet onwillig toond, om verantwoording te doen van de Inkomsten derselver; indien Bapoena, soo wel als perentaal beide te gelijk, hem daar toe Expres qua„ lificeerd, nadien Bapoena niet hebben wil dat sulx sonder hem, aan Peren„ taal alleen geschieden zal uit alleen het welke dan blijkt, dat de liquidatie van die pagt saak, met de voorsz: opgegeve uitstaande posten nog verre te soeken is ten minsten voor eerst niet boven dien deselve nog niet eens toe„ rijkende sijn, daarom denken wij wel vrije„ lijk te kunnen, en mogen vast stellen dat deselve, nog veele moeite en Hoofd„ „breeken, mitsgaders, in veele op sigten node loosetijd verspilling, na sig sleepen, sal son„ der het oogmerk, welke men 'er meede be„ doeld te bereijken, invoegen onses bedun„ hem, met onderwerping egter aan het veel wijser oordeel, als het seekerste en beste middel voorkomt, ten eijnde de E: Comt:e hoe eer hoe liever aan haar guarant te doen geraken, en haar van die beide, met verscheijden schulden, en andere uijtstaante saaken beswaarde en gemesteerde boedels, tende 7 N 383. Den 26. Maart Anno 1778. ten Eenemaal te ontslaan dat haar Edele uijt de gesequesteerde Juweelen &:a sig ten eer„ sten voldoening besorgd, op dat die nadeelige en„ onaangenaame Post eens uijt de Backen graaken terwijl al het geen den Pagter van de voorsz: uijt„ staande posten in krijgt, of voor denselven, sal wer„ den ingevoerderdwaar in hem de behulpsaame kand, en het vermogen deeser Regeering sal moeten werden geboeden, en onder steund, sonder de„ welke anders, er niets van te recouvreeren sal zijn, weeder te doen koomen, en dienen ten goede van de boedels en Erfgenaamen off Crediteuren, dier beijde geweese overleedene opperhoofden Sjeiffer en Brouwer, mits behoudende in dat opsigt hun regt volledigt op den Pagter en sijne borgen, mitsg:s de geene, die zoo door een onverschillende behandelinge als andersints, somtijds daar voor aanspraekende van gehouden koomen werden, soodanig als de maxines van de E: Comp:e sulx toelaten, en meede brengen aangesien het niet genoeg is, om na de dood van iemand, wanneer denselven sig niet verantwoorden kan, sulx ter een voorwensel te nee„ men, om van eene belasting bevreyd te raaken dewijl sulx anders wel een gewoonte soude koomen worden, en V:E: Comp:e haare dienaaren voor derselver administra„ tie en behandeling wel redelijk kent, dog sulx de„ wettige debeteuren of borgen egter niet vrij spreekt. Dit al het geen zijnde, wat ons in't ondersoeken en exxamineeren deeser saake te vooren gekoomen is, om uwel Edele gestrengen, Eerbiedig onder het oog te brengen, verhoopen wij daar meede aan de gevenereerde Iutentie voldaan te hebben, magtigen wij de hooge Eere aan, ons met uijterste Eerbied te onderschrijven/: /:onderstond:/ wel Edele Gestrengen gebiedenden Heer, en wel Edele Heeren: uwelEdele gestrenges onderdanige en gehoorsaame Dienaaren /: was Geteekend:/ W:m Duijnevelt, In Daniel Simons, /:in margine:/ Nagapatnam Den 6. Maart A„o 1778 7 Waarop naar deliberatie, en uijt hoofde besluijt daar op van de voldoende reedenen bij het voorsz: Rapport voorkoomende, is goedgevonden en verstaan, w hie zij ebet an ge getent te doen betaalen Den 26. Maart Anno 1778— verstaan door de ondervolgende Persoo„ nen in Casse te laaten voldoen als Door Compagnies koopman Tieroemenij Chittij ropias 1347.4. weegens onbetaalde halve tot op den uijtvoer te Bimilipatnam in anno 1771: van 30. pakken guinees, en onvoldaane heele tot op den invoer aldaar in anno 1771. en 1772. van 99: kistjes Iapant staaf= kooper, en 105:- bhaaren arreek, na de„ traheering egter van pr„o 85: 1: 30. die) bereeds volgens besluijt deeser Tafel van den 21. october 1766: door hem in Comp:s kleijne geld Cassa sijn gesteld ge„ worden ten faveure van 's Pagters agter„ Stal 1 385. Den 26. Maart Anno 1778 stal. 2: Door Compagnies koopman Ra„ malinga Poele ropias 417 3/16: weegens onbetaalde halve tot op den uijtvoer in anno 1772. van 68. pakken qua„ neet, door desselfs Factorij Asappa Poele herwaards gesonden. 3 Door de Cooplieden wenkatasselam vervolg Chittij en Padasuwa Chittij ropias 540. 5/8. weegens onbetaalde halve toe op den uijtvoer in anno 1772. van 91. pakken guinees, door Miera Tam„ bie, en China Tambij, voor hunne reekening herwaarts gesonden, En Door den geweesen Dienaar van 4. 2: iveg het overleeden Bimilipatnam opperhooftd 24 E 9 daar voldaan te werden Den 26. Maart Anno 1778 opperhoofd Iasper Theodorus Pfeiffer„ Andiappa genaamd roep„s 350: weegens het geen door hem op diverse reijsen, uijt de pagt penningen genoten is: ten zijn door hun, des Pagter reekenings vol„ doende kon worden gedebatteerden te„ „gengesprooken. went t itij atesene) Voorts is verstaan het Comptoir Bi„ milipatnam aan te reekenen; de ondervolgende Posten; Namentlijk; Ten lasten van den Bamine Bolla Preggadda Enkaija rop:s 11 /8. wegens overgenoomen schuld van zijn Broeder Bolla Pregadda Enkaija, die na„ gon voldaan is—: Ten laste van de Nelij meeter Baij„ kondappa en Makina wenkana ro„ pias
English
387. The 26th of March, Anno 1778. rupees 571, for what they still have to account for regarding their contingent in that lease for 4 years. Debited to the brothers Moetoe Ananda Poele and Moetoe, rupees 123 1/16, for what they remained indebted to the lease from 1769 to 1772 inclusive. And debited to the money changer Kattamoerie Sina, rupees 12 5/16, for what is still remaining in his possession. With instructions to the chiefs that the aforementioned debts must be collected by them at the earliest opportunity, or otherwise, should they be guilty of any neglect in this regard, they themselves will be held liable for the settlement how much to have entered here into the books to the debit of Pfeiffer for the aforementioned leases to have entered The 26th of March, Anno 1778. of the debts. And furthermore it is also approved: Firstly, to have entered into the trade books of this headquarters for the year 1777/8, to the debit of the account of the deceased chief Pfeiffer, and to the credit of the arrears of lease monies of the farmer Nagamalloe Perentaal, rupees 159 1/16, for what the aforementioned chief remained indebted to the lease due to unpaid tolls, both for his own account and for the account of others. And secondly, also all that which was enjoyed from the lease monies by the insolvent farmer Nagamalla Perentaal during his four-year lease period, 389. amounting together to rupees 892 1/16, to be cleared from the account of the deceased chiefs Pfeiffer and Brouwer, since the farmer is utterly incapable of paying that amount and the Company can suffer no loss in this regard. The 26th of March, Anno 1778. However, since the recovery of the aforementioned items will not only take a long time, but may also raise disputes, whereby the conclusion of this vexatious affair would have to be delayed for years to come, it is, in order to prevent this, approved and agreed: The 26th of March, Anno 1778. and agreed: 1. To have the goods and jewels of the deceased chief Jasper Theodorus Pfeiffer and second Isaac Brouwer, sequestered for the aforementioned unpaid lease monies, insofar as they have not yet been sold or exchanged for their intrinsic value in money, sold shortly at public auction by the sequester of the estates of insolvent deceased Company servants, so that its proceeds can be transferred into the Company's treasury, in order to be entered into the Nagapatnam trade books for the year 1777/8 to the credit of the arrears of lease monies; 391. The 26th of March, Anno 1778. to be entered; 2. To instruct the Bimilipatnam chiefs to credit here at the earliest opportunity by memorandum the amount of rupees 3000, for which the present second there, Jan Marcus Dormieux, has taken over the houses standing there of the deceased second Isaac Brouwer, in order likewise to be entered into the Nagapatnam trade books to the credit of the aforementioned arrears of lease monies. 3. But on the other hand, to let serve not only to the benefit of the estate of the deceased chief Pfeiffer, and to the credit of the widow of the second Brouwer, who is his universal heir, insofar as it concerns everyone's share in the compensation, all that shall be collected in due time from the aforementioned debtors; 4. But also fourthly, likewise to let serve to the credit as above the appraised value of half of a certain piece of arable land situated under the jurisdiction of this city in the village Coetanbaratan Sipoe, belonging to the aforementioned farmer Perentaal and his brother Nagamaloe Bapoena, with half of the revenues which they have to claim from the aforementioned land, provided that all this does not come to amount to more than what has been paid out of the aforementioned estates The 26th of March, Anno 1778. towards the settlement of the farmer's arrears. 393. The 26th of March, Anno 1778. And since the former interpreter of the Company, Nagamalloe Chinaija Naijker, has for some years had the administration of the aforementioned land, it is also agreed to order him by extract hereof to render account to this Government of the revenues and proceeds of the aforementioned land, insofar as he still has to account for them, in order then to make the necessary decisions thereon. On the other hand, it is finally agreed, upon the submitted request of the farmer's portioner Sacrawaartij Ramana, containing an urgent petition The 26th of March, Anno 1778. for the recovery of the monies disbursed by him for the farmer, amounting to 100 Madraspatnam three-figure pagodas and 625 rupees, to suspend a decision until, at the conclusion of this affair, it will be seen to what extent the estates of the aforementioned deceased Bimilipatnam chiefs can be indemnified. Lastly, it is approved and agreed to enlist into service as a soldier among the Company's native soldiers here, Kadien of Batavia, granting him the usual allowance of three rijksdaalders per month, commencing on the first of April next. Thus done and resolved.
Dutch transcription
387. Den 26. Maart Anno 17701- pias 571. weegens het geen zij voor hun Contingent in die pagt voor 4. Iaaren nog verantwoorden moeten. Ten lasten van de gebroeders Moetoe Ananda Poele en Moetoe ropieas 123 1/16. weegens het geen sij aan de pagt, se„ dert 1769. tot 1772. in Clucive schuldig ge„ bleeven sijn. En ten lasten van den wisselaar katta„ vervolg moerie Sina rop:s 12. 5/16. over het geen nog onder hem berustende is—. Onder aanschrijving aan de opperhoofden, dat de voorschreeve schulden door hen ten eersten ingeplamt moeten worden, of anders, dat bij aldien zij sig daar„ omtrend aan eenig verzuim mogten schuldig maaken, sij selve, voor den voldoening hoe veel hier bij de boeken ten laste van Efeisfer voor voormn pagten te laaten inneemen te laaten Den 26. Maart Anno 1778 voldoening van den schulden aan„ spreekelijk sullen gehouden worden. En wijders almeede goedgevonden= Eerste„ lijk om bij de Negotie=boeken deeser Hoofdplaatsen de anno 177 7/8. ten laste der Reekening van het overlieden opper„ hoofd. Tfeiffer, en ten faveure van agter„ stallige Iagt penningen vanden Pagter Nagamalloe Perentaal te laaten inneemen rop:s 159 1/16. wegens over het geen het voorsz: opperhoofd doo on„ betaalde Tollen, soo voor reekening van sig selven als van anderen aan de Sagt is schuldig gebleeven. e t voriute ven sfesuer en ten anderen ook al het geen door den insolventen Pagter Nagamal„ lae Perentaal, in sijne vierjaarigen hagtheijd 389. 309 in t afmaken dier offie belten is pagtheid uyt de pagt penningen, ge„ nooten is, bedraagende te zaamen rop:s 892. 1/16. te laaten van reekening van de overleedenen opperhoofden Herffer en Brouwer, alsoo den Pagter volstrekt en waron in capabel is om dat bedraagen te hou„ rneeren ende Compagnie dierweegens geen schaade lijden kan Den 26. Maart Anno 1778— Edog, wijl het invorderen vande voor, we te verkoning ven tondene schreeve Posten niet alleen nog lang sal kunnen aanloopen, maar ook disputen verwekken kan, waar dden door het afgedaan deeser verdrietige affaire nog Iaaren lang sou moe„ ten worden uijtgesteld soo is tot voor„ koming daar van goedgevonden en - Den 26: Maart Anno 170 en verstaan —. De, voor de voorschreeve onbetaalde Pagtpenningen gelequestreerde goederen, en Iuweelen van het overleeden opperhoofd Jasper Theodorus Reif„ ter en Secunde Isaak Brouwer, in soo verre die nog niet verkogt, of voor derselver intrinsique waarde tegens geld verwisseld zijn, eertsdaags door den sequester der boedels van insolvent overleeden Compagnies Dienaaren, per publicque vendutie te laaten verkoopen ten einde dies provenu in Compagnies geld kasse kan worden overgebragt, om bij de Nagapatnamsche Nedotie boeken de anno 1777/8. ten faveure van de agterstallige pagtpenningen ingenoomen versolg 391- Den 26. Maart Anno 1778—. ingenoomene ten worden; 2:/ De Bimilipatnamsche opperhoofden aan te schrijven om het bedragen van rop:s 3000. -. waar voor den Presenten Se„ Cande, aldaar Ian Maocus Dormieux overgenoomen heeft, de aldaar staande huijzen van den overleedenen secunde Isaac Brouwer ten eersten bij Memo„ rie herwaarts ten goede te brengen, om almeede ten faveure van de voormelde agterstallige pagtpenningen bij de Nagapatnamsche Negotie boeken te worden ingenoomen. 3. / Dog daar en teegen niet alleen weder ten voordeelen des boedels, van het over„ leeden opperhoofd Pferffer, en ten fa„ veure vanden weduwe van den secunde vervolg Brouwer E Brouwer /: die sijne universele erfgenaeme is:/ voor soo ver een ieders aandeel in de vergoeding betreffend te laaten dienen, al het geen in der tijd van de opgemelde debiteeren sal worden in gepalmt: Maar ook ten vierde, almeede ten fa„ „laaten veure als even te „ strekken de getaxeerde waarde der helft van seeker stuk saaij„ land onder de Iurisdictie deeser stad in het Dorp Coetan baratan Sipoe gelegen, den voorschreeve Pagter Perentaal en sijnen broeder Nagamaloe Bapoena toebehoorende, met de helft der inkom„ sten die sij van het voorschreeve land te vorderen hebben, mits dit een en an„ der niet meerder komete bedraagen, dan er uijt de voorschreeve boedels betaald Den 26. Maart Anno 1778— geworden vervolg 393. Den 26. Maart Anno 178—: preek. van een Stuk grond van voorm: C: jagter te doen en waarom verzoek it te steken geworden is, tot verevening van spagters agtervertallen— En nadien den geweesen Tolk van lat anden geveren salk alhier de Comp:e in anname Nagamalloe Chi„ naija Naijker, sedert eenige Iaaren de administratie over het voorschreeve land gehadt heeft, is almeede verstaan hem bij Extract deeses te gelasten om van de inkomsten en revenun van het voorschreeve land, voor soo ver hij die nog verantwoorden moet reekening te doen aan deese Regeering ten einde er als dan het noodige opte disponeeren, Dog daar en teegen is eijndelijk ver„ to wnen de ignste evete staan, op het voorgedraagen versoek van des Pagters Portionaris Sacra„ waartij Ramana, behelsende instantie ter E E daise van e rtekanig Den 26:' Maart Anno 1778 —. ter erlanging van de door hem verschotene gelden voor den Pagter, bedraagende 100. Madraspatnamsche Driebeeldige Pa„ gooden en 625: ropijen, en dispostie zoo lang te surcheeren, tot men bij het afloopen deeser affaire zal hebben gesien voor hoe verde boedels van de voorsz overleeden Bi„ milipatnams opperhoofden, schadeloos kungen worden gesteld — Laastelijk is Goedgevonden en verstaan, onder de Compagnie oostgalingen alhier, wor soldaat in dienst te neemen; kadien van Batavia, onder toelegging aan den selven van het gewaon genot van drie rijptaalders ter maand, ingaande met primo april aanstaande Aldus Gedaan en Gear„ resteert
English
395. cloths of the English collection The 26th of March, Anno 1778. Remained in the Castle at Nagapatnam on the date aforesaid /:was signed:/ by all /: Except Martinus Koning Tuesday the 3rd of April 1778. In the morning at 8 o'clock Council of Policy Absent: 1. The Merchant and Fiscal Martinus Koning, and The Merchant titular and Second Warehouse Keeper Joan Daniel Simons, due to indisposition. In fulfillment of the elucidation requested from here concerning the difference existing in the Northern cloths collected for the English and Dutch Companies by the Palliacatta chiefs, 7 pieces of Wentepalium cloths—of which variety the English Company makes annual shipments to Europe—having finally been sent over, the same were examined by order of the Right Honorable Governor, and contracted and compared against the Company's old Masulipatnam samples of the year 1731 as well as against the Palliacatta linens on hand here collected pro Patria for the year 1777, by the specially appointed Pay Bookkeeper Dirk Buijs and Adigaar of the Villages Johannes Scheuneman, who presented their findings in the following Report: To the Right Honorable, Valiant Sir Reijnier van Vlissingen, Governor and Director of this Coromandel Coast with its dependencies, etc., etc. Right Honorable, Valiant, Commanding Sir, Pursuant to Your Right Honorable Valiance's most esteemed order of the 3rd of April, Anno 1778, 387. the 3rd of April, Anno 1778. we, the undersigned, at the cloth hall, have examined the 7 pieces of woven or patterned goods sent hither in a small parcel by the Palliacatta Chief Nicolaas Jadama, coming from the bend of Wentepalium, of which sorts the English make annual shipments to Europe, and compared them against our old Masulipatnam samples of the year 1734, as well as against those Palliacatta linens on hand here collected for 1777 pro Patria, and found as is demonstrated on the reverse: Roomals, Chequered Indian Sort 1 piece with the aforementioned name invoiced by the Palliacatta Chief, and found by us to be a fine and beautiful piece, far better than our old samples from Masulipatnam of the year 1734. Private individuals collect this under the name of fine Masulipatnam handkerchiefs, for which no demands or shipments are presently made by the Honorable Company; thus we could make no comparison in this regard, both as to quality and prices, for the pack of 200 pieces of 8 singles to the piece at 1 1/4 cubits is invoiced to cost pagodas 506. -. -. 1 piece ditto; somewhat inferior and appears to be the second sort of the preceding, yet still better than the old samples, however also higher in price, since the pack of 200 pieces of 8 singles at 1 1/4 cubits, according to the invoice, costs pagodas 412. 12. -. Number 3: 1 piece ditto is also much inferior to our samples and found not to be as good as those collected in pack number 29 at Palliacatta for the year 1777 pro Patria; the pack of 200 pieces of 8 single cloths at 1 1/2 cubits is invoiced to cost pagodas 275. -. -. A similar pack from Palliacatta costs pagodas 219. 16. -. Thus: At Palliacatta more: pagodas -. less: pagodas 55. 8. -. At Jaggernaikpoeram more: pagodas -. less: pagodas 71. 28. -. And from Jaggernaikpoeram the same is shipped at pagodas 203. 4. -. Number 4: 1 piece ditto, coarser and much inferior to ours in the aforementioned pack number 29; the pack of contents as before is invoiced at pagodas 203. -. -. Roomals Sestergantij: Number 5: 1 piece of the aforementioned assortment, the 1st sort compared with 4 pieces out of 1 Palliacatta pack number 42, ours being found better both in color and cloth; the pack of 200 pieces of 8 single cloths at 1 cubit amounts according to the invoice to pagodas 199. -. -. At Palliacatta a similar pack costs pagodas 205. -. -. At Jaggernaikpoeram ditto pagodas 186. 16. 30. Thus: At Palliacatta more: pagodas 6. -. -. less: pagodas -. At Jaggernaikpoeram more: pagodas -. less: pagodas 12. 7. 50. Number 6: 1 piece Bettilles Sestergantij, long 16, broad 2 cubits, confronted against those in the Palliacatta pack number 50, and ours found to be better in linen and color; costing, a pack of 200 pieces, long 16 cubits, according to invoice pagodas 257. -. -. At Palliacatta a similar pack costs pagodas 235. 14. 30. And at Jaggernaikpoeram ditto pagodas 201. 10. -. Thus: At Palliacatta more: pagodas -. less: pagodas 21. 9. 50. At Jaggernaikpoeram more: pagodas -. less: pagodas 55. 14. -. Number 7: 1 piece Bettilles, Callewaphoe, compared against 1 sample of the 2nd sort and found very poor and coarse; the pack of 200 pieces, long 16, broad 2 cubits, costs according to invoice pagodas 233. 12. -. A similar pack at Palliacatta pagodas 228. -. -. Ditto at Jaggernaikpoeram pagodas 184. 3. 30. Thus: At Palliacatta more: pagodas -. less: pagodas 5. 12. -. At Jaggernaikpoeram more: pagodas -. less: pagodas 49. 8. 50. With which we hope to have complied with the respected order of Your Right Honorable Valiance, and we have the honor with deep respect to call ourselves, /:below stood:/ Right Honorable, Valiant, Commanding Sir, Your Right Honorable Valiance's most humble and obedient servants, /:was signed:/ Dirk Buijs and Johannes Scheuneman. /:In the margin:/ Nagapatnam, the 29th of March, Anno 1778.
Dutch transcription
395. doeken van den Englsde insaam Den 26. Maart Anno A778—. resteerd In't Casteel tot Nagapatnam dato voorschreeven /:was geteekend:/ door alle /: Exlepto Martinus Koning Dingsdag den 3. April 1778. 'S morgens ten 8. uuren Vergadering van Politie Absent. 1. Den koopman en Fiscaal Martin us koning, en Den koopman tit: en tweede Pakhuijsmeester Joan Daniel Simons, mitsindispositie Ter voldoening aande van hier begeerde exmitie van 7. stukevetoonde elicidatie nopens het onderscheid, dat er is in de Noordsche doeken, die voor de Engelsche en Nederlandsche Compagnie worden inge„ sameld door den Palliacattasche opper„ hoofden eijndelijk overgesonden sijnde J: Stukken instetie ve 't pot dirwagers stukken wentepaliumsche lijwaaten, waar van de Engelsche Compe Iaarlijks versending, doet naar Europa, sijn de„ selve op ordre van den Heer gouverneur geexamineerd, en teegen Compagnie soude Ma„ sulipatnamsche Monsters van den Iaare 1731. mitsgaders teegen de hier aan handen sijnde Palliacatsche lijwaaten voor den Iaare 1717: pro Patria ingesameld, gecontracteerd en vergeleeken, door de daar toe expresselijk gecommitteerden soldij-boekhouder Dirk Buijs en Adigaar der Dorpen Iohan„ nes Scheuneman, die van hunne be„ vinding gediend hebben van het ondervolgende Rapport. Aan den wel Edelen gestrengen Hee Reijnier van vlissingen; gouverneur en Directeur deeser Custe Cormandel met den Resorte van dien H:a &:a W: G Wel Edele Gestrenge Gebredende Heer In opvolging van uwel Ed: gestrenge seer g'eerd Den 3. April Anno 1778 bovd 387. Den 3. April Anno 1778. — bevel, hebben wij ondergeteekendens ter kleede Taal de door 't Palliacats opperhoofd Nicolaas Ia„ dama in een pakje herwaarts gesonden 7: stuks gezaaijde off bonte goederen, vallende inde bogt van wente palium en van welke soortementen de Engelschen Iaarlijks na Europa versendinge doen, g'exami„ neerd en teegens ons oude masulipatnams monstert van den Iaare 1734. vergeleeken, soo meede tegen die alhier aan handen zijnde palliacattase lijwaaten voor den 1777. pro Patria ingesameld en bevonden als aan de omme zijde werd gedemonstreerd als. — Hoemaals Geruijte Indiasche Zoort 1. –. p„s met voormelde naam door 't Palliacatta: opperhoofd aangeschreeven: en door ons bevon„ den een sijn en nooij stuk te weesen wij bee„ ter als onse oude monsters van Mazu„ lipatnam van den Iaare 1734. Bij Par„ ticuliere wordt hier van in gesameld onder den naam van fijne Masulipatnamse neusdoeken, en waar van d ' E: Comp:e geene Eijschen en versending thans wer„ den gedaan dus hebben wij hier omtrend geene vergelijking kunnen maaken soo in deugd als in de prijsen, want 't pak van 200. p:s van „ enkelde aan 't p:s de 1. ¼. a: word aangeschreeven te js 1. p:s p:s adjdem; wat slegter en Schijnt 2. soort van 't voorgaande te weesen, dog nog beter als de oude monsters egter ook hooger in prijs dewijl 't pak van zoo„ f:o van 8. enkeld d: 1. ¼. a: volgens aan schrij„ „ving kost _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ „ 412. ½. —. kosten - - - - - - - - - - - - - - p„s 506. –. –. „ 3: 1. —. p:s Idem is ook veel slegter als onse monsters en niet soo goed bevonden als die in't pak no„ 29. te Palliacatta voorden Jaare 1777: Pro Patria ingesameld sijn; te Pak van 200. p:s van 8. enkelde doekende 1.½ @ is aangeschreeven te kosten - - - - - - „ 275: -. —. Een gelijk pak van Palliacatta geld - - - - „ 219.16. — Des - - - - - - - pr„o —. pr/o 5 5: 8. —. Te Palliacatta Te Jaggernaik:m meerder minder meerder minder verte „ 2: Den 3. April Anno 1778— N„o 4. 1. — En van Iaggernaijk p:mn word 't selve versonden tot - - - - - - - - - - - pr/o 2084. -. - . - - -. - . - - - - pa/o 71. 28. p„s Idem grover en veel slegter als de onse in voormeld pack n„o 29. t pak van inhoud als vooren is aangeschreeven - - - - - . „203. -. -. . Roemaals Sestergantij - van voormelde sorteering de t:a: ver„ geleeken met 4. p:s uijt 1 palli„ akats no„ 42: sijnde de onse soo van Couteur als doek, be„ ter bevonden, 't pack van 200. p:s van 8. enkelde doeken de 1. Ca: komt volgens aanschrij„ vens. . . . . . - - - - - - - - pr/o 199: –. –. Te Palleacatta kost een ge„ - - - - - - „ 205: –. –. lijk pak-- Paggernaikp:m— _:o. . . „ 186. 16. 30. „ Bethilles Sestergantij lang 16. br„t 2. Cob:s geconfornteerd tegens die in 't palliacatta pak n„o 50: en bevonden de onse beter van lij„ „waat en Couleur te sijn kostende, een pak van 200. p:s Lg: 16. Cob:s volg:s aangesz: - - - - - - . - - - . . „ 257:—–. Te Palliacatta kost een gelijk pak - - - - - - - - - - - - - - „ 235: 1430. En te Iaggernaik poeram _:o - - „ 201. 10. — - - - p: r/o 21. 9: 50. . - - pr/o 5:14. -. Des - - - p: r/:o 6. —. -. . . . . . . . „ 12:7: 50. . J:s Bethilles, Callewaphoe ver„ geleeken tegens 1. monster 2. soort en bevonden seer slegt en grof 't Pak van 200. p:s Ag: 16. br„t 2. Cob:s kost volgens aan schrij„ ving - - - - - - - - - - - - 233: 12. -. Een gelijk pak te Palliacatta - - „228. –. –. Idem te Jaggernaikpoeram - - - „ 184.3. 30. - „ 49. 8. 50. 8 Waarmeede wij hoopen aan de gerespecteerde ordre van uwel Ed: gestrengen te hebben voldaan en hebben de Eer met diep ontslag ons te noemen /:onderstond:/ wel Edele gestrengen gebiedende Heer uwelEd: gestrengen gants onderdanige en gehoorsaame Dienaaren:/ /was geteekend:/ D„k Buijs, en J:s Scheuneman /:Inmargine:/ Nagapatnam den 29. Maart anno 1778— p 7. —. 4. — Te Palleacatta Te Iaggeraikt=m meerder minder meerder minder. „ 5. 1. –. „ „ 6. 1. —. „ 7: 1. —. „ 5. 12. —.
English
399. The 3rd of April Anno 1778 Resolution to send a copy thereof and half of the aforementioned cloths to the Netherlands and Batavia, and the reasons why. And whereas it is fully evident from the aforementioned Report that the stitched linens collected for our Company in Northern Coromandel are generally better and cost less than those collected for the English Company, it is therefore resolved and agreed to send a copy of the aforementioned Report to the Netherlands and Batavia, together with half of the aforementioned sample pieces, humbly representing to the High Noble, Right Honorable Lords Majors and Their High Nobilities that it is hoped that, upon examination of the aforementioned Report and the samples annexed thereto, Lists prepared by His Honour of sorters, packers, etc., and the reasons why. they will be fully persuaded that, taken in general, more virtuous goods are collected in Northern Coromandel for our Company and at a lower price than for the English Company. For the furtherance and continuation of the daily occurring work in the Cloth or Packing Hall here, concerning the slow progress of which the Invoice Keeper Fredrik Willem Bloeme has frequently complained, two different lists have been formed by the Governor: one of the persons who henceforth, besides or in addition to the members of the Political Council, The 3rd of April Anno 1778. could 401. The 3rd of April Anno 1778. Agreement of the Council with the same. permanently serve in the Packing or Cloth Hall here in sorting and making up linens; and one of the persons who henceforth could be assigned to the service of the Invoice Keeper in the Packing Hall to attend to and perform the daily occurring work of measuring and counting the linens and so forth. Thus, after reviewing the aforementioned lists, it has been resolved and agreed to fully comply with the aforementioned arrangement of the Governor, and accordingly, outside of and in addition to the members of this meeting, to let serve henceforth in the Cloth Hall here as permanent sorters and re-sorters, as well as packers of linens: List of sorters, packers, and measurers. The 3rd of April Anno 1778. The surveyor Adam Godlieb Henck, The junior merchants Pieter Willem Geeke and Gerardus van Haeften, as well as the bookkeepers Dirck Buijs, Brouwerus Brouwer, Petrus van Grol, Hieronymus Jacobus van Someren van Vrijenes, Thomas Campie, Jacobus Wijnand Saalfelt, Johannes Scheuneman, Jacob Adriaan Dormieux, David Vick, Jacobus van Tessel, Jan Jochum Hasz, Jacobus Wilhelmus Swart, Cornelis Obdam, Abraham de Veer, Jan 403. Jan Obdam, Frans Hendrik Wenger, Johan Leonard Begijle, and Philippus Jacobus Dormieux. Furthermore, for the service of the Invoice Keeper and the performance of the daily occurring work of measuring and counting the linens, and what further depends thereon, to place in the Packing Hall as measurers and counters of the Company's linens, without being assigned anywhere else, the following persons, namely: The bookkeepers Pieter Matthijs Jacobs, Ewoud van Son, Jan Carel Warnar, Philip Hendrik Deshuisis, and Johannes Cornelis Duijneveld; item The 3rd of April Anno 1778. Assistants continued. Notification thereof to be given to the chief administrator and invoice keeper. The assistants Paul Mestral Dormieux, Thomas Snel, Willem Pietersz, and Pieter Joansz; as well as the soldiers Eduard Homburg, Gosewijn Christiaan Pieters, Martinus Koning, Elias Jansen, Fredrik Carstens, Christiaan van Staveren, Willem Slasz; and the young sailors Jannes Steens, Jan Matthijs Lovenaar, Nicolaas Steen, and Pieter de Jong. And an extract of this resolution shall be issued to the Senior Merchant and Chief Administrator Philippus Jacobus Dormieux and the Invoice Keeper Fredrik Willem Bloeme, The 3rd of April Anno 1778. so that 405. The 3rd of April Anno 1778. Receipt and acceptance of the deed of suretyship for the auctioneer. it may serve for their guidance and observance. Having been received and reviewed, a deed of suretyship executed by the Military Captain and Commandant of the Nagapatnam Outer City, Gijsbertus Begelaar, for the court messenger here, Jacobus Revoles, as auctioneer and collector of auction monies, it is resolved and agreed—since he has thereby bound himself jointly and severally as co-surety for the aforementioned messenger Jacobus Revoles in place of the deceased Military Lieutenant Johan Hendrik Homburg, together with and alongside the Major and Head of the Militia here, Johan Ernst Godlieb Haselman (who remained surety according to the deed of 22 September), and this to a sum of one thousand rix-dollars— The 3rd of April Anno 1778. Great Cash Box. Receipt of the defense of Eeviek concerning the charges brought against the Governor. Deposit of the deed in the to accept the aforementioned suretyship and to deposit the deed submitted thereof in the large cash box here. Thus done and resolved in the Castle at Nagapatnam, on the date aforementioned. (Was signed) by all, except Martinus Koning and Joan Daniel Simons. Tuesday the 14th of April Anno 1778, in the morning at 8 o'clock. Meeting of the Council of Policy. Absent: The Merchant and Fiscal Martinus Koning and the Merchant titular Joan Daniel Simons, due to indisposition. There has been, by the Governor, in the meeting
Dutch transcription
399. Den 3 April Anno 1778 besluit daarvan Copie en de helft der voorm: doeken na Nederl en Batavia te zenden en waarom En dewijl uijt het voorsz: Rapport volkoomen blijkt dat de gezaaijde lijwaa„„ ten die voor onse Compagnie op noorder Cormandel worden, ingesameld, doorgaans be„ ter sijn, en minder kosten, dan die, waar„ van insaam geschied voorde Engelsche Maatschappij, soo is goedgevonden en verstaan Copie van het voorschreeve Rap„ port naar Nederland en Batavia te senden nevens de helft van de voorsz: Monster stukken, onder nedrig ver, onder welke vertoning tooning aan de Hoog Edele Hoog Edele Hoog Agtbaare Heeren, Majores, en Haar Hoog Edelheeden, dat men hoopt dat Hoog deselve bij examinatie van het voorschreeve Rapport ende daar bij ge„ voegde gemaakte lijken door zijn Ed:s van Sorteerders, afpakkers & a en waarom voegde monsters, volkoomen sullen wee„ sen gepersuadeerd, dat onder het algemeen genoomen, er op noorden Cormandel deugd„ samer goed, en voor minder prijs, voor onse als voor de Engelsche Compagnie wordt in gesameld—. Ter bevordering en voortzetting van het dagelijks voorvallende werk op de Pak of kleede Saale alhier, over welkers traagen voortgang den Fac„ tuurhouder Fredrik Willem Bloe„ me dik werff geklaagd heeft door den Heer gouverneur geformeerd sijnde twe differente lijsten, alseen van de Pen„ soonen die voortaan buijten of behal„ ven de leeden van den Politicquen Raad, Den 3. April Anno 1778—. ter 401. Den 3. April Annoo 173—. — Conformeering van den Raad met dezelve ter Pak of kleede Zaale alhier, bij het Sorteeren mitsgaders bij het opmaken van lijwaaten permanent souden kun„ nen dienst doen; en een van de Persoo„ nen die voortaan tot dienst van den Factuurhouder ter Pakzaale soude kunnen bescheijden weesen, om het Dago„ lijksche voorvallende werk van het meeten en tellen der lijwaaten en sz: naar te neemen en te verrigten, soo is, na resumptie van de voorschreeve, lijsten, goedgevonden en verstaan sig met de evengemelde schikking van den Heer gouver„ 1 neren volkoomen te Conformeeren, en dienvol„ gende, buijten en behalven de leeden deezer ver„ „en hersorteerders mitsgad=s 1 gadering, als permanente sorteerders „ afpak„ kes van lijwaaten, voortaan ter kleede= Zaale lijst der sorteerders, afpakkers en weeters Den 3: April Anno 1770. — =zaale alhier te laaten dienst doen. Den landmeeter Adam Godlieb Henck. de onderkoopl Pieter willem Geeke, en Gerardus van Haeften, mits„ gaders de Boekhouders Dirck Buijs Brouwerus Brouwer, Petrus van Grol„ Hierinumus Iacobus van Someren van vreijenes; Thomas Campie Jacobus wijnand Saalfelt, Iohannes Scheuneman, Jacob Adriaan Dormieux David Vick Jacobus van Tessel, Ian Jochum Hasz: Iacobus Wilhelmus Swart; Cornelis obdam. Abraham de Veer Jan : 403. Ian obdam; Frans Hendrik wenger, Johan leonard Begijle, en Philippus Iacobus Dormieur Voorts tot dienst van den Factuurhou„ der, en verrigting van het daggelijksche voorvallende werk van meeten en tellen der lijwaaten, en wat daar van verder dependeerd, als meeters en tellers van Compagnies lijwaaten op de Pakzaal te plaatsen;, sonder ergens anders bescheijden te weesen de ondervolgende Persoonen namentlijk De Boekhouder Pieter matthijs Jacobs, Ewoud van Son, Jan Carel warnar Philip Hendrik Deshusuis, in Iohannes Cornelis Duijneveld; item Den 3: April Anno 1778— Assistenden vervolg te doen kennes Geeving daer van aan de hoofd adminstratie „n factumhoule D Assistenten Paul Mestral Dormieux Thomas Snel; Willem Pietersz: in Pieter Ioansz: mitsg:s Soldaaten Eduard Homburg Geozewijn Chriaan Pieters, Martinus Koning Elias Jansen, Fredrik Carstens Christiaan van Staveren, willem Slasz: en De Iong- Mattroosen Iannes Steens Jan Matthijs Lovenaar. Nicolaas Steen, en Pieter de Iong En sal van dit besluijt aan den op„ perkoopman en Hoofd-administrateur Philippus Iacobus Dormieux en den Factuurhouder Fredrik Willem Bloeme, extract werden afgegeven Den 3. April Anno 1778 om 405. Den 3. April Anno 1778. — inkomingen aegtatie der atevan boijtogt voor den afslager om tot narigt en observantie te kunnen strekken. Ingekoomen en geresumeerd zijnde een acte van Borgtogt, door den Capitain Militair en Commandant der Nagapat„ namschen Buijten stad gijsbertus Be„ gelaar, voor den geregts boode alhier Sa„ cobus Revoles, als afslaager en in„ ner van vendugelden, gepasseerd, soo is, wijl hij zig daar bij in steede van den over„ leeden luijtenant Militair Iohan Hen„ drik Homburg, met en neevens den Majoor en het Hoofd van de Militie alhier Johan Ernst godlieb Haselman, /: die vol„ gens Acte van den 22: September borg gebleeven is:/ in Solidem verbonden heeft als Den 3. April Anno 1778—. groote Cas inkoning de verortwoordig van Ee„ viek over te last gelegde accusatien teegt de Heer Gouvernd als meede borg voor de voorsz: Boode Jacobus Revoles, en zulx tot eene som„ ma van een duijzend rijxdaalders, goed„ te doen segoneing van de inde gevonden en verstaan, de voorsz: borgtogt te accepteeren, en de daarvan overgelegde acte in de groote geld kassa alhier te seponeeren. Aldus Gedaan en Gearret teerd in't Casteel tot Nagapatnam dato voorschreeven /:was geteekend:/ door alle /:Excepto:/ Martinus koning, en Joan Daniel Simons; Dingsdag den 14. April A:o 1748. 'S morgens ten 8. uuren Vergadering van Palitie. Absent. Den koopman en viskaal Martinus koning en den koopman til: Ioan Daniel Simons, mits gIndispositie Is door den Heer Gouverneur te verga„ doring
English
407. The 14th of April Anno 1778. meeting was produced, pursuant to the resolution of this Board of the 26th of March last, the required defense of the former ordinary clerk Palenus Jacobus Vick, to and against the accusations brought against him, in certain attestations executed and passed under offer of oath by the First Clerk of Policy and Secretary of Justice here, Johannes Abraham Bronsveldt, at the requisition of the Lord Governor on the 25th of March of this year before the Secretary of this Government Martinus Stoffelsberg, in the presence of witnesses, the aforesaid defense being Insertion thereof The 14th of April Anno 1778. defense of the following content: To the Right Honorable, Valiant Lord Reijnier van Vlissingen, Governor and Director of this Coast of Coromandel with its Dependencies of His Excellencies etc., together with the Right Honorable, Respected Council. Right Honorable, Valiant Lord and Right Honorable Sirs. Whereas, on the 30th of March last, there was delivered to me by the sworn clerk Jan Joachim Hasz, on behalf of this illustrious government, an extract from the resolutions taken in Council of Coromandel on the 26th of that month, accompanied by an attestation executed previously at the requisition of your Right Honorable, Valiant Sir on the 25th by the Bookkeeper, First Sworn Clerk of Policy, and Secretary of Justice here, Johannes Abraham Bronsveld, with the order to defend myself lawfully within the time of 14 days against the accusations raised therein. So I have, in compliance with this revered mandate, now the honor to declare respectfully, specifically, and in the following manner regarding these matters: That I have never set aside the respect which I owe to your Right Honorable, Valiant Sir as Ruler of this place, but that, keeping the same firmly in mind, I have always shown, and still show, the most dutiful veneration to his highest self: That I was at Bronsvelt's to have mortgage bonds executed is the truth, but that I should have accused your Right Honorable, Valiant Sir to him, or indeed to anyone where I went, of mistreatment and violence committed against me, is a formal lie; since I go little or not at all to anyone's house. Without any evil intention, I asked Bronsveld whether he had not sometimes noticed among the public papers that I was a Company's servant here, and this for the reason that, for the sake of taking care of my health as well as outstanding funds and trading affairs, according to the highly respected resolution and permission of their High Excellencies, the High Indian Government at Batavia, having departed from there out of the Company's service to this place, I had since departed from here to Tranquebar with a passport granted by your Right Honorable, Valiant Sir, a copy of which is annexed hereto; 409. The 14th of April Anno 1778. as also that this government, during my presence there, had written not only to the authorities in Tranquebar, but also to those in Karikal, that I, being a servant of this noble Company, had to return here, and that your Right Honorable, Valiant Sir had caused all my goods to be placed under arrest, to my great loss and damage; whereupon the said Bronsveld, to the first questions put to him by me, replied that he would not only examine the Company's orders and other papers relating thereto, but would also send me a written extract from them within a few days. That the mentioned Bronsveld, far from fulfilling this promise of his, rather consigned it to oblivion, which then caused me, after the lapse of a few days thereafter, when I precisely had to have another mortgage executed at the secretariat, to remind him again and to renew my request for obtaining this promised paper; That this Bronsveld, becoming very bitter thereat, answered in malicious terms, in an agitated and as it were vulgar manner, that I was a Company's servant and at the same time known as a spendthrift, and that this government was at liberty to place me under curators, which could also easily happen, although he, Bronsveld, took good care not to let these impermissible words spoken by him flow into his given declaration; That I, to these impertinent expressions, had replied nothing else to the often-mentioned Bronsveld, than,
Dutch transcription
407. Den 14. April Anno 1778—. deringe geproduceerd de volgens besluijt deeser Tafel van den 26. Maart Iongst„ leeden gerequireerde verantwoording van den oud ordinair klerk Palenus Iaco„ bus vick, op ende Iegens de hem ten laste gelegde accusatien, bij zeekere at„ testatien door den Eersten klerk van Politie en Secretaris van Iustitie alhier Iohannes Abraham Brons„ . veldt ter Requisitie van den Heer Gouver„ neur op den 25: Maart deeses Iaars voor den Secretaris deeses Gouver„ nements Martinus Stoffen„ berg, ten overstaan van getuijgen: onder presentie van eede gepasseerd en verleeden sijnde de voorschreeve verantwoording insertie derzelve Den 14. April Anno 1778. — verantwoording van den volgenden inhoud Aan den wel Edelen Gestr: Heer Reijnier van vlissingen Gouverneur en Dierecteur dee„ Ter Custe Cormandel met dies Retorde van H: H: &: Ieneevens. Den wel Edelen Agtbaaren Raat Wel Edele Gestrenge Heer en Wel Edele Heeren. Alsoo, mij op den 30. Maart passato door ƒ den geswoore Clercq Ian Joachum Hasz: uijt naame deeser inlustre Regeering, ter hand gesteld is geworden Een Extract uijt de Resolutien genoomen in Raade van kormandel op den 26. dier maand ver„ seld van eene attestatie door den Boekhouder Eerste geswoore Clercq van Politie, en sedert van Jus„ litie alhier Iohannes Abraham Bronwvel ter Requisitie uwel Ed: gestrenge op den 25: be„ voorens verleend met last, om hij tegens de daarin op G 409. Den 14: April Annor 178— op gewoppen accutatien binnen den tijd van 14: daagen, legitime te verdeedigen. Soo heb ik, in voldoening van dit gevenereerd man„ daat, thans de Eere mij omtrendt 't een en ander Eer„ biedig, en involgender voegen, specificument te de„ Clareeren Dat ik nooijt ter zeijde gesteld heb 't Respect, welk ik aan uwel Ed: gestrenge als Bestierder deeser plaatse, schuldig ben, dat ik veel meer 't selve ingeheugen houdende, ook althoos de ver„ schuldigtste veneratie aan hoogst den selven getoond heb, en nog toonen: Dat ik bij Bronsvelt geweest ben, om hij pro„ tegaale obligatien te laaten passeeren, is de waarheid maad dat ik aan hem, dan wel ieder een, waar ik quam, uwe Ed: gestrenge over mij aangedaane mis„ handelingen en geweld soude beschuldigt hebben, is een fromeel lengen; dewijl ik weijnig of in't geheel bij nie„ mand gaat. Sonder Eenige quaade intentie heb ik Brons„ veld gevraagd, off hij niet somtijds onder de publique papieren hadde ontwaard, dat ik al„ hier een sComp:s Dienaar was, en sulks om deese reedenen, dat ik ter behartiging mijner gesond„ heid, soo wel als uitstaande gelden en Negotie= affaires, volgens het hoogst= gerespecteerde be„ sluijt en permissie van haar hoog Edelheedens, de hooge Indiase Regeering te Batavia van daar buijten 's Comp:s dienst naar herwaardts vertrokken zijnde, zedert, met een van uwelEdele gestrenge verleend pasport, deesen in Copia ge„ annexeert van hier na Tranquebaar vertrok ken —. Den 14. April Anno 1770 zomede ken was, sijnde dat deese reegeering bij mijne aanwesentheit aldaar niet alleen aan die van Tranquebaar, maar ook aan de karikalse ge„ schreeven hadde, dat ik als zijnde een dienaarse deeser nable Compagnie, mij weeder na herwaarts begeeren moeste, mitsgaders dat uwel Edele gestrenge alle mijne groote schaade en verlies hadden laten arresteeren; waarop gesegde Bronsveld; op de Eerste door mij aan hem gedaane vragen diende, dat hij niet alleen 's Comp:s ordres en ander papieren daar toe betrekking hebbende, nagaan; maar mij ook binnen wijnige dagen, een schrif„ telijk Extract daar uijt toesenden zoude —. „d't gewaagde Bronsveld, verre vandeese zijne pro„ misse, na te koomen; wel meer dezelve in't vergeef„ baek sloeg, 't welk mij als dan veraanleedigde, om hem na reloop eeniger daagen daar na doen ik suistement weeder een hij pot secretarieeli„ ter hadde te laaten passeeren weder te herinne„ ren en mijn versoekt ter Erlanging van dit be„ loofde papier, te vernieuwen; Dat deese Bronsveld, daar op zeer verbittert werdende, in quaadaardige termen, oploopender en quasie ordinairden wijse, hadde geandwoord, dat ik een s Comp:s dienaar was en teffens voor een verquester bekend, en dat 't deese rege„ ring vrij stond, om mij onder Curateursen te stellen, 't welk ook gemakkelijk ge„ schieden konde, schoon hij Bronsveld sig wel in agtgenoomen heeft deese door hem gesprooken ongepermitteerde worden, niet in sijne gegevene verklaaring te laaten in vloeijen dat ik op deese impertenente Expressien, met anders aan meermelde Bronsreld gerepliceerd hadde, als, e .
English
411. The 14th of April 1778. that the same was not only incompetent to affront me in such a manner and injure my honor, but that this Government, if they themselves had anything to say about my person or to command over my money and goods, had the least power nor any lawful reasons to violate so casually and without ceremony, upon their imagined authority, my honest person, being of respectable European descent, of good conduct, unmarried, of the age of 33 years, without debts, having arrived at this place pursuant to the aforementioned resolution of the High Indian Government, and since provided with Your Rigorous Honor's report passport; and that at the same time I do not have to render any account regarding my money and property to anyone, whosoever he might be, but could act therewith as I judge necessary and useful, adding that besides this, I had amply served out my contracted time and had also come to Coromandel for the aforementioned reasons. Concerning the sovereignty that Your Rigorous Honor, according to this attestation, supposedly solely imagined, I used no other words to Bronsveld than those which were expressed in a missive written by Your Rigorous Honor to me, which also accompanies this in copy; namely, "that this government, imagining sovereignty here, has placed an attachment on my money and goods," with a request to the said Bronsveld to be so kind as to check whether any resolution regarding the designation of this attachment had been taken in this political The 14th of April Anno 1778 political meeting. As regards the request that I was said to have told Bronsveld, according to the minute of his declaration, I wished to present to the Honorable Court of Justice here, I said nothing else than that, since my funds here were attached and of which I had received only a part, for the remaining monies which I could not obtain from the hands of the debtors, I wished to serve such a paper upon the said Honorable Court, in order to be able to obtain through legal proceedings the satisfaction from the said debtors, nothing more. That I was said to have related to the aforementioned Bronsveld that I had given notice by letters of this attachment placed on my funds and goods to the High Indian Government at Batavia, I declare on my word of honor, and if required, with a solemn oath, that I never ever spoke a single word to Bronsveld, nor much less said to him that I had notified anything regarding this to the said Their High Honors. Concerning the Freemasons' lodge here and its demolition, I also confess to have uttered nothing to its detriment, but indeed that, because on that occasion a watch lay on a stand in the room of him, Bronsveld, in whose chain an instrument unknown to me with red stones inlaid in gold was hanging, I asked him what this symbol was meant to signify, to which he answered me that it was a Freemason's symbol, as well as upon this question 413. The 14th of April Anno 1778. whether he then was also a member of this society, which he also answered with yes, and further, whether a Freemasons' lodge had been established in this town, his answer again consisted of yes, and then I told him that I had also understood as much from a letter from my former attorneys, but never did I read an extract thereof to him. The papers that I showed him at that time were merely these attached three documents, namely, my finalized Batavian pay account, the copy of the passport, and the extract from the aforementioned letter addressed to me by Your Rigorous Honor, nothing further. I am therefore under the firm conviction that such was imaginatively dreamed up by the said Bronsveld, as well as the rest dished up by him in that paper, which is not even worthy of an answer, and against which I am always prepared to confirm the contrary under oath. Then, since I presently hope to have fully supplied everything that can serve for the refutation of the injurious accusations brought against me in the mentioned Bronsveld declaration, as well as for my legitimate defense, nothing else remains than to very humbly implore Your Rigorous Honor and Your Honors not only to be freed from further answering, but also to subject the First Sworn Clerk Bronsveld, regarding this improper narration of words never spoken by me, as well as his very foolish scolding, to such a reparation of my violated honor, good name and reputation, and an arbitrary correction in addition, as Your Rigorous Honor and Your Honors according to your most wise judgment shall find proper. While for the rest I assume the high honor to remain with deep respect and due veneration, beneath stood, Your Rigorous Honor's and Your Honors' humble and obedient
Dutch transcription
411. Den 14: April 1778—. als dat den selven niet alleen onbeqaam was, om mij op eene zodanige manier te afronteeren, en mijn honeur te leederen, maar dat deese Regeering indien hoogst deselve iets op mijne persoon te seggen, dan wel over mijn geld en goederen te Com„ mandeeren hadden, my als dan zelfs daar„ o minste magt nog eenige wettige reedenen had„ de, om op deselvs ingebleede anthriteit mijne Eerlijke persoonen, die van een respectabele Europase afkomst, eene goede Conduite ongetrouwd, van een ouderdom van 33. ' Iaaren, sonder schul„ den, in welke te deeser plaatse ingevolge 't voor„ gemelde hooge indiase Regeerings besluijt ge„ koomen sijnde en sedert met uwelEd: gestren„ paspoord ges Raport voorsien is ook soo goedsmoets, en Sansfa: conte schenden, en dat ik teffens omtrent mijn geld en goed aan niemand, wie hij ook wee„ sen mogte, eenige roekenschap hoeve afteleggen, maar daarmeede soodanig handelen konde, als ik noodig en dienstig oordele, met bij voeging, dat ik buijten dien, als mijn verbonden tijd Ruim heb„ bende uijtgediend, en ook om voormelde reedenen op kormandel gekoomen was— Concerneerende de souveraniteit die uwel Edele gestrengen, na luijd deeser attestatie, allee„ nig soude verbielden, heb ik tegens Bronsveld geene andere woorden gebruikt, als die welke in een missive door uwelEd: gestr: aan mij geschreeven deesen almeede in Copia ver„ sellende, waaren g'exprimeerd; Namentlijk „dat deese reegeering de de Gouverainiheid „ alhier verbeelde arrest op mijn geld en goederen „gelegd heeft, /:met versoek aan meerder Bronsveld om te willen nagaan of er omtrend de deser natie van dit arrest eenig besluyt in deese poli„ tiquen Den 14 April Anno 1778 tique vergadering genoomen was geworden e Wat aangaat 't Request dat ik aan Boons„ veld gesegd soude hebben volgens mintie sijner verklaaring, aan Den Agtbaaren raad van Iustitie alhier, presenteeren wilde, heb ik niets anders gesegd, als dat ik vermit„ mijne gelden alhier waarvan gearresteerd in waar van ik maar een gedeelte ontvangen hadde, voor de resteerende penningen, die ik niet uithanden der Debiteuren krijgen. konde, soodanig een papier aan wel melde Agtbaaren Raade wilde insunieeren, ten einde door middel van Regten, dies vol„ Voeninge van gemelde Schuldenaaren te kunnen Erlangen, sonder meer Dat ik aan meer gerepte Bronsveld soude verhaald hebben, dat ik van dit op mijn gelden goede„ ren geslagen arrest, Aan de Hooge Indiase Regee„ ring te Batavia, bij brieven, kennisse gegee„ ven hadde betuijgen ik op mijn woord van eer, en des gerequireerd, werdende, met solemneele Ede„ nooit of nooit een Enkeld woord aan Bronsveld gesprooken, nog veel min gesegd daar omtrend aan denselven aan hoogst gemelde Haar hoog Edelheedens iets genotificeerd te hebben. Van de vrijmetzelaars Cogie alhier en derselver afbreeking bekenne ik teffens, niets ten haaren laste g'uit te hebben, maar wel, dat ik dewijl bij die occagie, een harologie op een knaap inde kamer van hem Bronsveld lag, in wiens ketting een mij onbekend instrement met roode steentjes in goude ingelegd, haridgende was, hem vroeg, wat dit teeken beduijden wilde waarop hij mij antwoorde, sulx een vrij met„ selaars teeken te zijn, zoowel als of deese vrage 413. Den 14. April Anno 1778 —. of hij dan ook een Lid van dit Collegie was, 't welk hij teffens met Ia beantwoorde, en voorts, off te deeser steede ein vrij metselaars logie was opgerigt, sijn andwoord bestond alweeder in Ia, en doen zegde ik hem, dat ik ook sulx uijt een brief van mijne ge„ weesene gemagtigdens verstaan hadde, maar nooit heb ik hem een Extract daar van voorge„ leesen. De papieren, die ik hem te dier tijt vertoond E heb, sijn blotelijks deese bij gevoegde drie stukken geweest, te weeten, Mijne Bataviasche afgeslo„ teene soldij reekening, de Copia Paspoort, en, 't Extract uijt voormelde door uwel Edele gestrenge aan mijn gerigte brief, verders niets; Ik ben dierhalven in de vaste verbeelding, dat sulks door gemelde Bronsveld Smagina„ liter gedroomd is geworden, soo wel als 't overi„ ge door hem in dat papier opgedischt, het welk niet eens een antwoord waardig is, en teegens 't welke ik altoos bereid ben, 't Contrarium met Eede te bekragtigen; Dan dewijl ik tans al 't geene, wat tot de refuratie der ten mijnen laste bij gementio„ neerde Bronsveldse verklaaring, ingebragte in„ Iurieuse beschuldigingen, soo wel als mijn le„ gitime defentie strekken kan, verhoopen vol„ koomen gesuppediteerd te hebben; soo resteerd niets anders als uwel Ed:e gestr: en wel Eden seer submis te imploreeren niet alleen, om van verdre verantwoordinge bevreijd te weesen, maar ook den Eerste geswooren Clercq Bronsveld om„ trend dit sijn onbehoorlijke verhaal eeniger nooit door mij gesprooken woorden, mitsg:s des„ selfs soo onverstandige uitmaakingen in eene soodanige reparatie van mijne de schon„ dene Eere, goede naam een faam, en arbitrale Correepie daar en booven te slaan; als uwel Edele gestr:, en uwel Ed:s volgens Hoogst derselver, soo wijse oordeel, sullen bevinden te behooren Terwijl ik voor't Overige, mij de hooge Eere aan„ maatigen, om met diep ontsag ende verscheuldig„ Eeneratie te volhardigen /:onder stond:/ uwel„ Edele gestrenges en wel Edelens onderdanige en gehoorsaame
English
The 14th of April Anno 1778. Excuse made by his Honour from voting in this matter. To have the justice administer the oath, and why. Obedient Servant /:was signed G:s C:s Vick /beneath stood:/ With the favorable consent of the Right Honorable Valiant Lord Governor Reijnier van Vlissingen, at the request and according to the distinct statement of the Honorable Galenus Jacobus Vick, put to paper in this writing /:in the margin, Nagapatnam the 12th of April Anno 1778. /:lower down:/ by me:/ was signed J:b Heuthen—. And after this defense had been read before the Council, the Lord Governor excused himself from voting in this matter, as it concerned himself; whereupon the matter being put to the vote by the Honorable Chief Administrator, it was, considering that in the aforesaid defense practically everything is denied which by the First Sworn Clerk Bronsveld in his aforesaid attestation was testified against the former ordinary clerk Vick, resolved and agreed, before taking a final resolution on this matter, to demand hereby the First Sworn Clerk of Policy and Secretary of Justice here, Johannes Abraham Bronsveld, to swear to his aforesaid declaration before the Court of Justice of this Castle. —. And consequently an authenticated copy of the aforesaid declaration, together with an extract hereof, shall be delivered to the Court of Justice, with orders to their Worships to let him take the oath upon it, and this being performed, to give the necessary communication thereof to this Government. The 14th of April Anno 1778 Concerning the land behind Perentaal etc. Insertion of the same. In fulfillment of the resolution of this Council of the 26th of March last, an investigation having been made by the Bookkeeper and Adigar of the villages Johannes Scheneman into the land belonging to the former Bimilipatnam Renter Nagamalloe Perentaal and his brother Nagamalloe Bapoe, the same has presented his findings in the following written report: To the Right Honorable Valiant Lord, Reijnier van Vlissingen, Governor and Director of this Coast of Coromandel with the dependencies of the same, etc. Right Honorable Valiant Commanding Lord: Pursuant to your Right Honorable Valiant's most honored order, it has been found upon investigation that of the 6000 coulis of sowing land situated in the village of Coetan Baratan Irpoe granted by the Honorable Company to the deceased interpreter Jagoe Naijker, 2000 coulis were ceded by him upon partition to his brother Conda Naijker, appearing further from the copy of the deed of partition annexed hereto, which the former interpreter Chinaij Naijker has held under him and enjoyed the fruits thereof; which by him, with favorable pleasure, must be paid out to the heirs of Conda Naijker, being the Bimilipatnam Renter Nagamalloe Perentaal and his brother Nagamalloe Bapoe. According to the statement of the Cannocapel of Chinaij Naijker, I have drawn up an account, beginning with the year 1759 up to 1777, and thus 19 consecutive years, in which time the aforesaid 6000 coulis have yielded in nelly crop 108530:¼ measures, amounting for 1/3 or 2000 coulis to 36176:3¼ measures; that of this year or 1778 is not yet closed in the account, and is therefore omitted. Hoping herewith to have fulfilled your Right Honorable Valiant's highly honored order, I take the liberty to call myself with much respect /:lower stood:/ Right Honorable Valiant Commanding Lord, Your Right Honorable Valiant's completely humble servant /:was signed:/ Johan Scheuneman /In the margin:/: Nagapatnam the 3rd of April A:o 1778. And whereas from the aforesaid report it not only fully appears that the descendants of Conda Naijker, or the former Bimilipatnam Renter Nagamalloe Perentaal and his brother Nagamalloe Bapoe, are the lawful owners of 2000 coulis of sowing land situated in the village of Coetan Baratan Irpoe, or of a third part in such 6000 coulis of sowing land as were granted in the year 1757 by or on behalf of the Company to the deceased interpreter Jagoe Naijker in reward for services rendered; but it is also demonstrated by the same that the revenues of the aforesaid 2000 coulis of sowing land from the year 1759 up to 1777 inclusive have amounted to 36176:¼ measures of nelly, which must still be accounted for by the former interpreter Chinaija Naijker: so, this matter having been taken into deliberation, it was observed that because the estates of the deceased Bimilipatnam Chiefs Jasper Theodorus Peiffer and Isaac Brouwer have been seized for the arrears of the former Bimilipatnam Renter Nagamalloe Perentaal, it is no more than equitable that the aforesaid estates are again indemnified as far as possible, and that consequently /:especially because among the Malabars it was an established law that one brother was held liable for the debts of the other as long as they possessed their father's estate in common, as was the case here:/ without practicing any hardship, one could seize and sell the aforesaid land and its revenues in favor of their estates, although it belongs for the one half to Nagamalloe Perentaal and for the other half to his brother Nagamalloe Bapoe, considering that on this Coast it is customary to govern them in civil matters according to their own laws and customs; and consequently also on the foundation of the aforesaid reasons, and with rescission in so far as that article...
Dutch transcription
Den 14. April Anno. 1778. „gemaakte excus door zijn Ed: in die zaak te voteeren de justitie te doen beedigen en waarom gehoorsaame Dienaar /:was geteekend G s Cs Vick /onderstond:/ Met gunstiglijk Consent„ van den wel Edele Gestrengen Heer gouverneur Reijnier van Vlissingen, op versoek en volgens distincte opgave van d' E: galenus Sa„ cobus Vick, in dit schriftuur ten papiere gesteld te /:in margine, Nagapatnam den 12. april Amo 1718. /:lager:/ door mij:/ was ge„ teekend J„b Heuthen—. En na dat van die verantwoording bij den raad Lectuure genomen was, heeft den Heer gouverneur Sig geexcuseerd om in deese zaak, als hem selven betreffende an ts nase ditis te duw ijte votaeren; waar na die door den E: Hoofd„ administrateur in omvraag gebragt weesende, soo is, uijt aanmerking dat bij de voorschreeve verantwoording ge„ kend wat noegsaam alles ontzekt wordt, „ door den 415. papieren Den 14. April Anno 1778. den Eersten geswooren klerk Bronsveld bij zijne voorschreeve Attestatie tegen den oud ordinair klerk vick is getuijgdt geworden, goedgevonden en verstaan, al„ voorens op deese saak een finaal besluijt te neemen den Eersten geswooren klerk van Politie en Secretaris van Iustitie alhier Johannes Abraham Brontveld bij deesen te demandeeren, om sijne voorsz: verklaring te b'eedigen voor den Raad van Iustitie deeses Casteels. —. En zal dienvolgende een geauchentieerde Har Agt: daate de nodlige ceerd Copij van de voorschreeve verklaring ne„ ven Extract deeses aan den raad van Iistitia worden afgegeven, met last aan Hunne en lat te geven Agtbaare om hem daar op den eed te laaten doen, mitsgaders dit -verrigt weesende dkoning ven duwans eot egi het land van den Phinilip:s agter Peventaal &a. insertie van 't zelve weesende daarvan aan deese Regeering de nodige Communicatie te geeven Den 14. April Anno 1778 Ter voldoeniing aan het besluijt dee„ ser Tafel van den 26 Maart Iongst„ leeden door den Boekhouder en Adigaar der Dorpen Iohannes Scheneman onder„ soek gedaan sijnde na het land den ge„ weesen Bimilipatnamschen Pagter Nagamalloe Perentaal en sijnen Broeder Nagamalloe Bapoe toebehoorende, heeft denselven van sijne Bevinding gediend van het ondervolgende schriftelijk Rap„ port Aan den welEdelen gestrengen Heer„ Reijnier van Vlissingen, Gouverneur en Directeur deeser Custe Cor„ mandel met den Resorte van den H: &:a Wel Edelen gestrenge . bedende Heer: Jn gevolge van uwel Ed: gestrenge seerg'eerde ordre 417. Den 145 April Anno 1778 ordre is bij onder zoek bevonden dat van d:' 1 6000: kuijken Zaaij„ land geleegen in't Dorp Coetan Baratan Irpoe door de E: Compagnie aan den overleedenen Tholk Iagoe Naijker geschonken, door hem bij verdeeling aan sijn Broeder Conda Naijker 2000: kuijten sijn afgestaan nader blijkende uijt het afschrift der hierbij gevoegd ver„ deelinge acte een dewelke den geweesenen Tholk Chinaij Naijker onder sig heeft gehad en daar van 't vrugt genoten; dat door hem met gunstig believen zal koomen, werden uijtgekeerd aan de Erfgenaamen van Conda Naijker sijnde den Bi„ milipatnamse Pagter Nagoemalloe Peren„ taal en sijn Broeder Nagamalloe Bapoe„ Ik heb volgens opgave van den CannoCapel van Chinaij Naijker een Reeglening geformeerd, begin„ nende met 't Iaar 1759. tot 1777: en dus 19. agter, een volgenden Iaaren, in welken tijd voormelde 6000: kuijlen aan telij gewas hebben hebben opgeworpen Maaten 108530:4. komt voor 1/3. of 2000. kuijlen 36176. 3¼. maa„ ten, van dit Iaar of 1778. in de Reekening nog niet geslooten, en is dierhalven uijtgelaaten Hiermeede hoope uwel Edele gestrenge Hoog g'Eerde ordre te hebben volbragt soo neeme de vrij„ heid mij met veel Respect te noemen /:meer„ stond:/ wel Edele gestrenge gebiedende Heer uwel Ed: gestrenge gants onderdanige Dienaar /:was geteekend:/ Johan Scheuneman/ In margine:/: Nagapatnam den 3. April a:o 1778. En na demaal uijt het voorschreeve wat daar uit al consteerd Rapport niet alleen volkoomen Cons„ teerd dat de nakomelingen van Conda Naijker, of den geweesen Bimilipat„ namschen vervolg Den 14. April Anno 1778 namelijk Iagter Nagamalloe Peren„ taal en sijnen Broeder Nagamalloe Bapoe, de wettige eigenaar sijn van 2000: kuijlen Iaarlands in het dorp Coetan Baratan Irpoe gelegen of van een derde gedeelde in zodanige 6000:-. Kuijlen Saailands als in den Iaare 1757; door of van wegen de Compagnie aan den overleeden Tolk Iagoe Naij„ ker zijn geschenken, ter belooning van gedaane diensten; maar ook nog bij het selve aangetoond wordt dat de imkomste van de voorschreeve 2000. kuijlen Zaaijlands sedert den Iaare 1759. tot 1717: in Clive bedraagen hebben 36116:¼ maaten nelij, die nog door den geweesen Tolk Chinaija Naijker moe„ ten E 419. 9 ample aannerking om het ten faveure van Pfiffers en Brouwes boedel te brongen ten worden verantwoord: zoo is, hier over ter deliberatie getreeden weesende aangemerkt, dat dewijl de Boedels van de overleeden Bimilipatnamsche opper„ hoofden Jasper Theodores Berffer en Isaac Brouwer voor de agterstal„ len van den geweesen Bimilipat„ namsche Pagter Nagamalloe Perentaal aangeslaagen geworden sijn, het niet meer als billijk is dat de voorschreeve boedels weeder soo ver mogelijk schadeloos worden gesteld, en dat men gevolgelijk, /: vooral wijl het bij de Mallabaaren een vaste wet was, dat den eenen broeder voor Den 14. April Anno 1718— de de schulden van den anderen aanspreeke„ lijk gehouden werdt, soo lang zij hun va„ dens boedels in gemeenschap bezaten= ge„ lijk hier het geval was, sonder eenige har„ digheid te oeffenen het voorschreeve land en sijne inkomsten ten faveure van haare Boedels sou kunnen aanslaan en ver„ koopen, schoon het Nagamalloe Perentaal voor de eene en sijn Broeder Tagamaloe, Bapoe voor de aan dere helft toekomt gemerkt men ter dee„ ser Custe gewoon is, hun in Civiele saa„ ken, na hun eijgen wetten en gebruij¬ ken te reegeren; en dien volgende ook op fundament van de voorsz: reedenen, en met reciliatie voor soo ver het dat Den 14. April Anno 1778. articul vervolg
English
421. The 14th of April Anno 1778 to have sold revenues by the former interpreter to have delivered. article concerns, of the resolution of the Government of the 26th of March not only approved and understood, the aforementioned resolution it to the benefit of the same 2000 kuijlen of sowing land, situated in the village of Coetan Baratan Srpoe, to be sold on behalf of the estates of the deceased and Bimilipatnam chiefs Jasper Theodorus Pfiffer and Isaac Brouwer; but also by the former Interpreter Chinaija Naijker to have delivered into the Company's warehouses, the still unaccounted-for revenues of the aforementioned land, amounting to 3676 4 measures of paddy, to also, however at the price that the Company yearly charged for the paddy which the farmers, to deliver, to be taken into the books, in favor of the accounts of the aforementioned Bimilipatnam chiefs Peiffer and Brouwer. By the Lord Governor having been shown to the assembly, that at the recently held re-sorting of the Jaggernaikpoeram and Palicol linens, one was forced due to the badness of the goods 1 pack of Bethilles Alesiasses Jaggernaikpoeram with small checks No. 712 pro Patria, to declare as rejects, since it was found so coarse and thin that it could not The 14th of April Anno 1778 be 423. The 14th of April Anno 1778. be accepted, and 1 pack of Salempoeris common raw 2nd sort no. 721 Jaggernaikpoeram to make into third sort, since it was also found so uneven and coarse, that it could no longer be accepted for anything higher That one moreover still among the Palicol linens in the pack no. 64 had found two pieces of Salempoeris common bleached 3rd sort for Amboina, and in the pack No. 19 one piece of guinees bleached Company's old sort, unacceptable Whereupon after deliberation it is approved and understood The 14th of April Anno 1778 1. To have the pack of Bethilles aleasses with small checks No. 712 sold by public auction for the current value, in order to dispose of it further after the receipt of its proceeds. 2. To charge the extra cost of the second as third sort, of the Salempoeris common raw No. 721 Jaggernaikpoeram, to be compensated by the chiefs to the Company with 25 percent advance. And 3. To send back in a sealed parcel to Palicol the aforementioned 2 pieces of Salempoeris from the pack 425. pack no. 64 and 1 piece of guinees Company's old second sort from the pack no. 19, under a written instruction to the chiefs not only to send hither three other acceptable pieces in place thereof at the earliest, but also to seriously recommend to them and the Jaggernaikpoeram chiefs at the same time to use somewhat more attentiveness henceforth when accepting cloths. To prevent desertion among the military and seafaring personnel here, it has been proposed by the Lord Governor, to have the cheval de frise erected in anno 1769 from the town's point Hollandia onto the sandbank lying before it The 14th of April Anno 1778. unto the sea, which are currently almost entirely decayed, repaired and renewed again, and to add as many others thereto, as will be necessary for the fencing off of the aforementioned sandbank, which already occupies a terrain of 45 Rhenish rods from the aforesaid point unto the sea: And at the same time noted as proof of the necessity of this proposal, that by the accretion of the aforementioned sandbank the town lying entirely open on that side, desertion from this garrison to Naoer was thereby made easy; against which ought to 427. The 14th of April Anno 1778. be provided; that this can be done by nothing better, than by occupying the entire bank with cheval de frise, that 74 pieces were needed for this, whereby the passage to Naoer would be better blocked, than if one kept it occupied with 50 sepoys day and night: since one, especially at night, was not in a state to prevent desertion along that way with even 50 men; and furthermore that this entire work, according to a specific calculation formed thereof by the surveyor Adam Godlieb Henck, would come to cost pagodas 684: 16: 5: Whereupon having been maturely deliberated, it is, because of the demonstrated necessity of the aforementioned work, approved and understood, to hereby order and authorize the Surveyor Adam Godlieb Henck to, for the calculated sum of Pagodas 684:16:5, not only have the cheval de frise standing on the sandbank before the Point Hollandia repaired and renewed firm and strong, but moreover to undertake the making of so many more new cheval de frise as will be necessary for the complete occupation of the entire place, from the Point Hollandia unto the sea. Further has still by the Lord The 14th of April Anno 1778. Governor
Dutch transcription
421. Den 14. April Anno 178 te laaten verkoopen inkomsten door den geweesen tolk te laaten leveren. articul betreft, van het besluijt der Re„ geering van den 26. Maart niet alleen goedgevonden en verstaan, de voorsz: besluit het ten vordel derzelve 2000: kuijlen Saaijlands, in het dorp Coetan Baratan Srpoe geleegen, ten behoeven van de boedels der over„ leeden en Bimilipatnamsche opper„ hoofden Jasper Theodorus Pfiffer in Isaac Brouwer te laaten verkoopen; maar en 8 p „s metrmalij wag ook door den geweesen Tolk Chinaija Naij„ ker in Comp:s Pakhuijsen te laaten lee„ veren, de nog onverantwoorde inkomsten van het voorschreeve land, bedraagen 3676. 4 maaten neli, om almeede, dog teegen den prijs die de Compagnie Iaar„ lijks kst te te te brengen hoedanig slegt de Tajg, en Palicte lijxe. bij de jongste hersortatie bevonden waren lijks bereekend voor de nelij die de pagters, om bi de beeken in faruwr voord leveren, bij de Boeken ingenoomen te worden, ten faveuren der reekeningen van de voormelde Bimilipatnamsche opperhoofden Peiffer en Brouwer. Door den Heer Gouverneur ter ver„ gadering vertoond sijnde, dat bij de Iongst gekouden hersortatie der Sagger„ naikpoeramsche en Palicolsche lijwaa„ ten, men om de slegtheid van het goed ge„ noodsaakt gewees was 1. Pak Bethilles Alesiassen Sagger„ naikpoeramsche met kleijne ruijten N„o 712. -. pro Patria, voor uijtschotten te verklaaren, alsoo het soo groff en ijl bevonden was dat het niet kon Den 14. April Anno 1778 werden ƒ 423. Den 14. April Anno 1778. — werden geaccepteerd, en 1. –. Pak Salempoeris gemeen ouw 2. soort no 721. Iaggernaikpoeramsche tot der„ de soort te maaken, nadien het al meede soo wel en groff bevonden was, dat het voor niets meer kon worden aangenoo„ men Dat men boven dien nog onder de Palicolsche lijwaaten in het Pakn„o 64. twee stukken Salempoeris gemeen gebleekt 3=e soort voor Amboina, en in het pak N„o 19: een stuk guinees gebleekt Comp:s oude soort, in acceptabel bevonden hadt Waarop na de liberatie is goedgen di aste den op vonden en verstaan Den 14. April Anno 1718— „ Het Pak Bethilles aleassen met kleijne ruijten N„o 712. -. per publicque vendutie voor het geldende te laaten ver„ koopen, om na het inkoomen van dies Rendement daarop nader te werden gede„ poneerd. 2. Het meerder kostende van de &:e als derde soort, van het Salempoeris ge„ meen ruw A„o 721 Iaggernaikpoeram aan te reekenen, om met 25: -. percent avans door de opperhoofden aan de Comp:e te worden vergoed. — En 3. Jn een verzegeld Pakje naar Palicol te rug te senden de opgemelde 2: stukken Salempoeris uyt het pak vervag 425. oppertb. tot meerder plistend heid wing der spaanse ruijters op de Zandplaats bij de punt halandia tot voorkoning van devortie Den 14 April Anno 1778. pak n„o 64. en 1. stuk guinees Comp:e oude tweede soort uijt het pak no„ 19:–. onder aanschrij„ ving aan de opperhoofden niet alleen om daar voor ten eersten drie andere accep„ table stukken herwaarts te senden, maar ook hun en de Iaggernaikpoeram„ te doer recomandatie ven die „sche opperhoofden teffens met ernst te recommandeeren om voortaan bij het ac„ cepteeren van doeken wat meerder oplettend„ heijd te gebruyken. Tot weering van desertie onder de M: ogete den zind: tevru litie en seevaart alhier, is door den Heer gouverneur geproponeerd, om de in anno 1769: van de stads punt Hol„ landia af, op de daar voor leggende sand plaats Den 14. April Anno 1778. gewigtig redenen daar voor plaats tot na de zee, opgerigte spaansche ruijters, die thans bij na ten eenemaal vergaan zijn, weeder te laaten repaaree„ ven en vernieuwen, en 'er nog soo veel andere bij te voegen, als er tot afpaaling van de gemelde zand plaat, die bereeds van de evengemelde punt af tot aan de zee toe een terrijn van 45 reijnlandsche roede beslaat noodig sullen weesen: En teffens tot beweijs van de noodzaakelijk„ heijd deeser propositie aangemerkt, dat over het aangroeijen van de voorschreeve Pand„ plaat de steede aan die sijde ten eene„ maal openleggende, de desertie uijt dit garnisoen na Naoer daar door gemakke„ lijk gemaakt wierd; waar teegen dienden te veijlgen 427. Den 14. April Anno 1778. —: wat dat zoude kosten „doen, voor de opgegeven ep p: 684: 6: 5. te worden voorzien; dat dit nergens door beter geschieden kan, dan door het bezetten van de gantsche plaat met spaansche ruijters, dat hier toenoodig waaren 74. –. stuks, waar door de passorgie na Naoer beter souden worden gestopt, dan of men die met 50. sipaaijsdag en nagt bezet hield: nadien men vooral des nagts, met geen 50. man in staat was, de dersertie langs dien weg te be„ letten; mitsgaders dat dit gansche werk, volgens een door den landmee„ ter Adam Godlieb Henck daar van geformeerde specifique Calculatie soude komen te kosten pag: 684: 16: 5: Waar over rijpelijk gedelibereerd wee, met de vernuwing te laten sende beluet blijten te figeren tag: het rijver en weder ijsen on en na ar e e sende, is om de aangetoonde noodzaake„ lijkheid van het voorschreeve werk goed gevonden en verstaan, den Land meter Adam Godlieb Slenck bij deesen te gelasten en te qualificeeren om voor de gecalculeerde Somme van P/o 604:16:5: de spaansche ruijters, staande op de Zandplaat voor de Punt Hollandsa, niet alleen hegt en sterk, te laaten repareeren en vernieuwen, maar nog daaren boven soo veel meer nieuwe maaken spaansche ruijters aan te neemen als er tot de geheele besetting van de gan„ sche plaats, van de Punt Hollandia af tot aan de zee toe, sullen noo„ dig weesen—. Weijders is nog door den Heer gou„ Den 14. April Anno 1778. — verneur
English
429. The 14th of April Anno 1778. represented by the Governor, that by the raising of an English royal flag at Nagoor, that place could no longer be regarded as a district belonging to the King of Tanjore, but on the contrary ought to be included among such places that bear the name of foreign nations' places of continuation, whither the journeying and traveling of Company servants without prior knowledge and special permission from the Governor of this place had been interdicted and forbidden by resolution of this Council of the 11th of November 1765; that his Honour accordingly proposed to make the aforementioned order applicable also to Nagoor, The 14th of April Anno 1778. and to give notification thereof to all servants of the Company and Citizens by the posting of notices: it was, after this had been discussed at length, approved and agreed to post the aforementioned notice in accordance with the intention of his Honour, with an announcement to everyone that all those who henceforth shall proceed thither without prior knowledge and written permission from the Governor, shall be subject to such fine or punishment as shall be imposed upon them by this Government. Lastly, it was agreed to enlist into Company service here as a soldier among the easterners 431. The 14th of April Anno 1778. Oseen of Malacca, granting him the usual emolument of three rixdollars per month, commencing in the middle of this month. Thus done and resolved in the Castle at Nagapatnam, date as above: was signed by all, except Mr. Koning and Joan Daniel Simons. Thursday the 16th of April Anno 1778. In the morning at 8 o'clock. Council of Policy. Absent: The Merchant and Fiscal Martinus Koning on account of indisposition. Having opened and read today in the meeting two Batavia letter packets received the day before yesterday from Colombo, brought thither with the ship Alkemade: it was, after reading, approved and agreed to note herewith that thereby has been received for the second time Their High Excellencies' circular missive of the 4th of October 1777, and for the first time Their High Excellencies' general missive of the 6th of January of this year, containing the communication of the calling of the Reverend Van der Werth to Nagapatnam. Furthermore, communication having been given to the meeting by the Governor that, for the promotion of 433. The 16th of April Anno 1778. the trade in Japanese bar copper, Their High Excellencies the High Indian Government at Batavia had been pleased to consent to his Honour's proposal to set the sales price of the aforementioned copper at Jaggernaikpooram and Bimilipatnam three percent lower than that at which it was currently fixed: it was, after deliberation, approved and agreed to fix the selling price of Japanese bar copper at Jaggernaikpooram and Bimilipatnam henceforth at 97 instead of 100 New Nagapatnam Pagodas for the bahar of 480 lb., in the trust that this reduction will further revive the fallen trade in that article at the aforementioned factories. Lastly, it was agreed to increase the wage of the assistant laborer Fredrik Keunemont, earning 11 guilders, owing to the expiration of his contract, to 14 guilders per month under a new three-year contract, and at the same time to transfer him to soldier upon his request. Thus done and resolved in the Castle at Nagapatnam, date as above: was signed by all, except Martinus Koning. 435. Monday the 27th of April 1778. In the morning at 8 o'clock. Council of Policy. Absent: The Merchant and Fiscal Martinus Koning on account of indisposition. Upon a submitted petition from the Moor and inhabitant of Paliacatta, Machamadoe Miera Lebe, it was approved and agreed not only to permit him the dispatch to Batavia on one of this year's ships of thirteen packages of piece goods, upon payment to the Company of the customary recognition of 20 percent; but also to grant passage thither to the Moors Machamadoe Isoep Lebe and Machamadoe The 27th of April Anno 1778. Miera Lebe alongside the aforementioned piece goods; since the petitioner has made known that he has no attorneys there, provided they first pay here the customary transport and board money. There having been forwarded hither by the Bookkeeper and Second of Sadraspatnam, George Francois Jacques de Ravallet, a petition dedicated to Their High Excellencies, containing a request that his wage account might favorably be relieved of the assessment of 496:2:8 guilders placed upon it on account of a deficit of 94½ 437. The 27th of April Anno 1778. 94½ lb. of cloves discovered and fallen at the warehouses there during the inventory in the last six months of the book-year 1776/1777, in excess of the validated one percent; with the request to this Council to present the aforementioned petition to Their High Excellencies at the first opportunity under a favorable recommendation: it was, for the reasons alleged in the aforementioned petition, approved and agreed to present the same to Their High Excellencies at the very first opportunity under a favorable recommendation on behalf of this Council.
Dutch transcription
429. Den 14:' April Anno 1748— neur vertoond, dat door het planten tot Naoer van een Engelsche konings vlag, die plaats thans niet langer kon worden aangezien voor een dis„ trict den vorst van Tansjour toebehoorende, maar dat die daar en teegen diende begreepen te worden; onder sulke plaatzen, welke den naam van vervolg plaatzen van vreemde Aatien draa„ gen, waar na toe het rijsen en trekken Comp:s Dienaaren buijten voor kennis van Compagnies ^ en speciale permissie van den gouverneur deeser plaatse, geinterdiceerd en verbooden geworden was bij besluijt deeser tafel van den 11' 9ber: 1765 dat zijn Edele dien volgen„ de proponeerde om de voorschreeve ordre ook betrekkelijk te maaken tot Na„ ver Den 14. April Anno 1778 — adrissie van een oterling ver, en hier van aan alle Dienaaren van de Compagnie en Burgers notificatie te gee„ ven door affixie van Biljetten: zoo is hier over in het breede gesprooken sijnde goedgevonden en verstaan, het voorschreve Biljet volgens de intentie van sijne Edele te affigeeren, onder aankundigging aan een iegelijk, dat al de geene die sig voor„ taan buijten voor kennis, en schrifte„ lijke permissie van den Heer gouverneur derwaarts begeven sullen, onder worpen sullen zijn zoodanige boete of straffe, als hun door deese Regeering sal wor„ den opgelegd. Laastelijk is verstaan onder de Comp:e oosterlingen alhier voor soldaat in dienst te 431. Den 14. April Anno 1778—. xeceptie van Colombo van 2. Bata„ viase brieven te neemen oeseen van Mallacca, onder toelegging aan den zelven van het ge„ woon genot van drie rijxdaalders ter maand, media deeser ingaande Aldus Gedaan en Gearres„ teerd in't Casteel tot Nagapatnam dato voortz: /:was geteekend :/ door alle /:Excapto:/ M:s Koning en Ioan Daniel Simons Donderdag den 16: April A:o 1778. Smorgens ten 8. uuren- Polatie Vergadering van Absent. Den koopman en Fiscaal Martinus koning mits Indispositie O„gisteren van Colombo ont„ 6 vangen, en heeden in vergadering geo„ pend Communicatie van de beroeging van do. zijn Eerw. van de verth: bepaeling van' j gonts taofkopoer op Pag: Buinlip„r op 7. N. N. Jag debaar pend en geleesen zijnde, twee Bataviasche Brief-pakketten met schip Alkemade ginder aangebragt: soo is na tectuure goedgevonden en verstaan daar uijt bij deesen te noteeren, dat daarmeede voor de tweedemaal ontfangen is Haar Hoog Edelens Circulaire missive van den 4. october 1777: en voor de eerste reijse Hoog derselve gemeene missive van den Ianuarij deeses Iaars, behelsende Communicatie vande beroeping van den Predikant van der werth na Nagapatnam. Wijders door den Heer gouverneur aan de vergadering Communicatie gegeeven sijnde, dat tot bevordering Den 14. April Anno 1778 van 433. Den 16: April Anno 1778 van den Handel in het Iapansch Staaf= kooper hunne Hoog Edelheeden de Indiasche Regeering te Ba„ Hooge tavia hadden gelieven te Consensen„ deeren in sijn Edeles proposietie om den verkoops-prijs van het voor„ schreeve kooper tot Paggernaikpoe„ ram en Bimilipatnam drie per„ vervolg Centos lager te stellen, dan waarop. die thans bepaald was soo is, na deliberatie goedgevonden en verstaan; den uijtkoops prijs van het Iapansch staaf=kooper, tot Jaggernaik J:m en Bimalitp=m voortaan te bepaalen, in steede van op 100: op 97: Nieuwe Nagapat„ namsche Pagooden voor de bhaar van 4867 27 Changement van een matros t Sold:t met ver„ vooging van 12 ot 1s gls. en vetrneden op en betovortan 190. lb: -. in vertrouwen dat deese ver„ mindering het vervallen de biet, in dat articul op de voorsz: Comp„ toiren wel weijders sal doen op luiken Laastelijk is verstaan den Hand„ langer Fredrik keunemont, win„ nende ƒ1. —. mits tijds Expiratie in gagie te verhoogen tot ƒ 14. ter maand onder een nieuw drie Iaarig verband, en hem teffens op sijn versoek tot soldaat te Changeeren— Aldus Gedaan en Gear„ E resteerd In't Casteel tot Nagapatnam dato voorsz: /:was geteekend:/ door alle /: Ex„ Copto / Martinus Koning Den 16. April Anno 1778 Fb Maandag 435. Maandag den 27 April 1771.— met een der scheepen 13. –. pakk. lijw. na Batavia te zenden op gewoone recognitie laaten overgaan onder betaaling van tearspotgaden. Smorgens ten 8. uuren ergadering van Politie absent. Den koopman en Fiscaal Martinus koning mats indispositie. Op een ingekoomen Request van Comtatanen sule wor n eijen den Mhoor en inwooner van Palliaca „ta Machamadoe Mliera Lebe, is goed„ gevonden en verstaan hem niet alleen te permitteeren de versending naar Batavia met een der scheepen van dit Jaar van dertien pakken Lijwaa„ len, onder betaaling aan de Compag„ nie van de gewoone recognietie van 20. –. percent; maar ook aan de Mooren endaumene antrnt Machamadoe Isoep Lebe, en Ma„ Chemadoe J Den 27. April Anno 178 —. en tegust van de ramast vij neijtie van nagulen op sadrai; Hl: H. Ed: onder voorschrijven aan te bieden Chemadoe Miera Lebe, nevens de voorsz: lijwaaten passagie naar derwaarts te verleenen; wijl den supp„t heeft te kin„ nen gegeeven van geene gemagtigden aldaar te hebben, mits alvoorens al„ hier betaalende het gewoone transport, en kostgeld. Door den Boekhouder en secunde van Sadraspatnam george Fran„ cois Iacques de Ravallet herwaarts zijnde overgesonden, een Request aan Hun„ ne Hoog Edelheeden gedediceerd, behel„ sende instantie, dat sijne soldij-reeki„ ning gunstiglijk mogt worden ont„ heeft van de daar op gelegde belasting van ƒ496:2:8. , weegens minwigt van 94:½: B 94:½: 437. Den 27. April Anno 1778: 94½. lb: garioffel nagelen, bij den op„ neem, in de laaste ses maanden des Boekjaars 1716/, bij de Pakhuijsen aldaar ontdekt en gevallen, boven de gevalideerde een percent; met ver„ soek, aan deesen Raade, om het voorsz: Request bij de eerste gelegend„ verolg heid Hunne Hoog Edelheeden aan te bieden onder een gunstig voorschrij„ ven: soo is, om de motiven bij het voor„ schreeve Request geallegeerd, goedgevon„ den en verstaan het zelve, bij de al„ ler eerste gelegentheid Hunne Hoog Edelheeden aan te bieden onder een favorabel voorschrijven van weegen deese
English
accounted to this Government. By Colombo invoice of 31 January 1778, with ƒ155 charged hither for some Cape provisions brought on the fluytschip de Hoog for this Capital at Gale, and since sent hither: Therefore, as the original invoice of the aforesaid provisions was received directly here in anno passato from Cabo de goede Hoop and entered into the trade books of this Capital, it is approved and understood to charge back the aforesaid amount of ƒ155 to Ceilon, 27 April Anno 1778 in order to be settled there, as the aforesaid entry has already obtained its conclusion here. Furthermore, after reading, it is not only approved and understood to note hereby that today in the meeting was received and read a missive written by two members of the Council of Pondicherij in the absence of the Lord Governor-General on the 16th of this month to this Government, in reply to their letters of the 4th and 9th preceding, but also to insert the aforesaid missive hereby. 27 April Anno 1778. Nagapatnam 27 April Anno 1778. Pondicherij 16 April 1778. To the Right Honorable Lord Reijnier van Vlissingen and The Gentlemen of the Council for the Honorable Dutch Company. Gentlemen! In the absence of the Lord de Bellecombe we have received the two letters that your Honors addressed to him and to the Lord Cheureau, one of us, dated the 4th and 9th of this month. The despatches that were sent from here to your Honors as well as to the Lord Governor and Council of Houglij and Bengaalen on 31 January last, answer the said contents of the packet addressed to the Lord de Bellecombe and Cheureau and of which those gentlemen sent the duplicate that reached us with your Honors' mentioned letter of the 4th of this month. And concerning the contents of your Honors' last letter of 9 April, we have the honor to inform your Honors that the deserters from your garrison of whom your Honors inform us are not here and that they have not even appeared. We promise your Honors that if we obtain knowledge that they present themselves in our territory, we shall immediately have them arrested, and we shall immediately send them to your Honors under an escort. We have the honor to be, Gentlemen, your Honors' very humble and obedient servants. Was signed: D: albignac, Cheureau. Thus done and resolved in the Castle at Nagapatnam, date as aforesaid. Thursday 14 May Anno 1778. At 8 o'clock in the morning. Meeting of the Council of Policy. Absent: The Merchant and Fiscal Martinus Koning, on account of indisposition. Upon a note dated 7 March of this year, made known to this Government by the Bimilipatnam chiefs, that the Bookkeeper and Secunde there, Iohannes Marcus Dormieux, having found opportunity to negotiate a sum of three thousand rupees on mortgage of the houses of the late Secunde Isaac Brouwer ceded to him, had chosen to pay that money into the treasury there to be credited hither by memorandum, and consequently humbly requested that the deed of sale of the aforesaid houses might be delivered to someone of his family here, in order to be sent to him: having deliberated upon this, it is approved and understood, although the promised memorandum of credit has not yet been received here, nevertheless, in confidence that it will be received shortly, to deliver or hand over the deed of sale of the aforesaid houses, which were recently transferred by the widow of the former Secunde Brouwer to the name of the present Secunde Dormieux, to his father, the Senior Merchant and Chief Administrator here, Philippus Iacobus Dormieux, for further dispatch to Bimilipatnam. 14 May Anno 1778. Having received and resumed the account of the stamped paper remained in balance, received, sold, and sent here in the first six months of this current book-year 1777/1778: it is approved and understood to note therefrom hereby that the proceeds thereof have been duly paid into the treasury. By Their High Mightinesses, by extract from the resolutions taken in the Council of the Indies on 28 August 1772, it having been circularly ordered that henceforth in case of death or in the absence of the Secunde or Chief Administrator, who at all outposts is always President of the Council of Justice, to have that presidency filled pro interim by the senior member next to him, whether Merchant or Junior Merchant, but on the contrary to excuse therefrom the Chief or any junior officer of the militia: the aforesaid resolution having been discussed in the meeting, upon the express question of the Lord Governor: that if this case should happen to occur here, whether the Major or Captain of our garrison, one of whom must always have a seat in the Council of Justice, would then be obliged to remain sitting as a member in that college, when a member 14 May Anno 1778
Dutch transcription
vaangerek dit deese Regeering-. 1 1e en Copanter e ers BBrij Collombosch Factuur van den 31. Ianuarij 1778:, met ƒ155: her„ waarts aangereekend zijnde eenige Caapsche provisien met het fluit„ schip de Hoog voor deese Hoofd. plaatse op gale aangebragt, en sedert herwaards vre de ban terenegieneen gesonden: Soo is wijl de origineele Factuur van de voorsz: Provisien in anno passato van Cabo de goede Hoop alhier direct ontvangen en bij de Negotie-boeken deeser Hoofdplaatse ingenoomen geworden is, goedgevon„ den en verstaan het voorsz: bedraagen van ƒ155:—. Ceilon te rug te reekenen, Den 27: April Anno 1778 om waarom 439. een france brief van Pondicherij om aldaar verevend te worden, alsoo de voorschreeve post bereeds zijn beslag al„ hier erlangd heeft. Weijders is, na Lectuure niet alleen aentekening e t et alleen goedgevonden en verstaan bij deesen te noteeren, dat op heeden in vergadering ont„ vangen en geleesen is een missive door twee leeden van den Raad van Pondicherij bij absentie van den Heer Gouverneur Ge„ neraal op den 16. deeser maand, aan deese Regeering geschreeven, in antwoord op haare brieven van den 4. en 9. bevoorens, maar insortie derzelve ook de voorsz: missive, bij deesen te inse„ reeren Den 27: April Anno 1778. —: Aan Nagapatnam Den 27: April Anno 1778. Sondicherij 16: april 17703. Aan den wel Edelen Heer Reijnier van Vlissingen en De Heeren van den Raade voor de Edele Hollandse Compagnie. Heeren! Bij absentie van de heer de Bellecombe hebben hebben wij de twe brieven ontfangen die uwel Ed: hem en d' heer Cheureau, een van ons g'addresseerd heeft, gedateerd 4. en 9. deeser maand, de peches die uwelEd: van hier gelijk ook aan de heer gouv: en raad van Houglij en Bengaalen, gesonden sijn geworden den 31. Janu: Jol: beantwoorden sd:' inhoud van Pacquet g'addresseert aan de heer de Bellecombe en Cheu„ rea en waar van die heeren 't duplicaat gesonden hebben die ons toegekoomen is met uwe EEd gem: brief van den 4: deeser maand. Een aangaande den inhoude van uwel Ed: laaste brief van den 9. april hebben wij de Eer uwel Ed: guarnisoen en waar van, uwel Ed: ons on„ derhoud alhier niet sijn en dat sij selfs niet ten voor„ scheijn sijn gekoomen, wij belooven uwel Ed dat soo wij kennis bekomen dat sij sig pretenteeren in ons gebied wij haar terstond sullen doen arresteeren en wij sullen uwel Ed: deselve terstond onder een Esorte toesenden „wij hebben de Eer te sijn /:onderstond/: Heeren uwel Ed: seer onderdanige en gehoorsaame Dienaaren :/was geteekend:/ D: albignac= Cheureau, Aldus Gedaan en Gearresteerd In't Casteel tot Nagapatnam Dato voorsz: Donderdag 441. Donderdag den 14:' Maij A:o 1702. — gedaane in Castelling door den Birni„ lipat„e Secunde van de verkooppenn. smorgens ten 8: uuren Vergadering van Politie Absent Den koopman en Fiscaal Martinus Koning mits in dispositie. Bij een briefje gedateerd 7: Maart O deeses, door de Bimilipatnamsche opper van Brouwes huiren aldaar hoofden aan deese Regeering te kennen gegeeven sijnde, dat den Boekhouden en secunde aldaar, Iohannes Marcus Dor„ - miewe, gelegendheid gevonden hebbende, om onder hijpoteeck van de aan hem af„ ƒ gestaane huijsen van weijlen den secunde Isaac Brouwer, eene Somme van drie suij„ send ropias te negotieeren, hij verkoosen hadt die penningen aldaar in kasse te tellen om per Memorie herwaarts ten goede gebragt te worden, en dien volgende on verzakende koopbiel saer nedrig versogt dat de koopbrief van : schikking af tegeven Den 14: Meij Anno 1778— van de voorschreeve huijzen, aan iemand van sijn Famielie alhier mogt worden afgegeeven, om hem toezonden te kunnen bliet de en eonden te oet woden soo is hier over gedelibereerd wesende, goetgevonden en verstaan, schoon de ge„ promitteerde memorie van ten goede bren„ ging alhier nog niet ontvangen is, eg„ 9 9in ter, in vertrouwen dat die eerstdaags zal ontfangen worden, de koopbrieff, van de voorschreeve huijsen, die onlangs door de weduwe van den geweesen se„ cunde Brouwer op den naam van den presente Secunde Dormieux sijn ge„ transporteerd geworden, aan sijnen vader„ - den opperkoopman en Hoofd=adminis„ trateur alhier Philippus Iacobus Dor„ mieux afte geven, of te ter hand te n stellen, ter verdere versending naar Birilipotnam „ 443. Den 14 Maij Anno 1774. piel van ul„o febr: 178. voldaar ordre van H. H: Ed:s nop:s het paskdum in Justitie bij asentie van den hoop„ Bimilipatnam Ingekomen en geresumeerd sijnde de re, riuigte de ret: vor gele kening van het alhier per restant ge„ bleeven ontfangen, verkogte en ver„ sonden gestempelde Papier in de eerste zes maanden deeses loopende Boek„ Iaars 17 /4: zoo is goedgevonden en ver„ dis ikonen get s staan daar uijt bij deesen te noteeren, dat het daar van ingekoomene met pag 227: behoorlijk in Cassa is voldaan geworden, Door Hunne Hoog Edelheeden, bij Extract uijt de Resolutien op den ahinistratie 28. Augustus 1772. in Raade van Indie genoomen - Circulair gelast sijnde, om voortaan in Cas van overleijden dan wel secunde of bij afweesendheijd van den Hoofd-administrateur, die op alle Buij„ ten dientie. ten Comptoiren altoos President is van den Raad van Iustitie, dat Presidie prointerim te laaten bekleeden, door het oudste Led naast denselven het of onder koopman, dog daar Sij koopmanf - van integendeel te excuseeren het Hoofd ƒ of eenig onder officier van de Militie: soo emes rag vanden ter gumis, over het voorschreeve besluijt in verga„ dering gediscoureerd weesende, op de expresse E vraage van den heer Gouverneur „ Dat wanneer dit geval alhier eens mogt koomen te gebeuren, of dan den Majoor of Capitain van ons garni soen, waar van er altoos een setfie heb„ ben moet in Raade van Iustitie, verpligt sou weesen als Lid in dat Collegie te blijven sitten, wanneer er een Den 14. Maij Anno 1778— Lid
English
445: The 14th of May, Anno 1778. not to allow a military officer to preside, etc. member of lesser rank than held by them presided in the interim, according to the intention of Their High Excellencies, which was so clearly expressed in the aforesaid resolution, for the removal of all doubt it has been approved and resolved hereby to declare that since no military officer, whatever rank he may hold, may preside in the Council of Justice, they shall, upon the decease or absence of the Second or Chief Administrator, be obliged and bound to attend the session of justice as a member, even though a member of lesser rank should take up the presidency in the interim, as rising up from or absenting The 14th of May, Anno 1778. themselves from that meeting might easily cause an obstruction to the course of justice. And it is further resolved to communicate this resolution to the Council of Justice by extract thereof, in order that they may conduct themselves accordingly on occurring occasions. Furthermore, it is resolved to degrade the Military Clerk Jonas Jansz, on account of his bad and loose conduct, to soldier at ƒ 9. —. And to engage in service as soldiers, at the pay of ƒ 9. – per month, the persons who arrived here from the territory of the Moors: 447. Jan Roos, Jan Sierman, Christoffel Kraus, and Johan Borman: all on an engagement of five years. The 14th of May, Anno 1778. Thus done and arrested in the Castle at Nagapatnam, date as aforesaid. Signed as before, except M: Koning. Tuesday, the 26th of May, 1778, in the morning at 8:30 hours. Council of Policy. Absent: The Senior Merchant and Chief Administrator Philippus Jacobus Dormieux, the Merchant Peracules Mossel, on account of indisposition. From a letter from the Jaffanapatnam ministers, The 26th of May, Anno 1778. dated the 20th of this month, it being seen that by the cornaxes sent thither from here, 12 head of tribute elephants have been selected for the King of Tansjour, which are to be sent hither shortly or as soon as the south-west winds blow steadily, namely: 5 tuskers, of which: 1 is 6 cobidos high; 1 is 6 1/8 cobidos; 1 is 6 3/8 cobidos; 1 is 3 7/8 cobidos; 1 is 4 7/8 cobidos; and 7 aliyas, of which: 1 is 6 cobidos high; 1 is 4 1/2 cobidos; 1 is 4 3/4 cobidos; 1 is 5 3 1/4 cobidos; 1 is 5 7/8 cobidos; 1 is 4 5/8 cobidos; amounting together to 12 head; it is approved and resolved to make note thereof hereby. By the Madraspatnam 449: Government, The 26th of May, Anno 1778. by letter of the 20th of this month, having reclaimed pursuant to the Cartel the soldier Laurence Dringleman, who deserted from there and enlisted in service here under the name of Lodewijk Dorn, as having come from the territory of the Moors: therefore, since one is reliably informed that of the 10 men who recently deserted from here, at least five or six were transported to Tansjour on the 23rd of April last under an escort of English sepoys, both from Naver and Kiwaloer, it is approved and resolved to answer the aforesaid letter in civil terms, with the promise The 26th of May, Anno 1778. that their deserter will be delivered up as soon as they please to give orders for the delivery of our deserters; and to express this in the following words: Madraspatnam. To the Right Honorable Thomas Rumbold, President and Governor of Fort St. George and the Coast of Coromandel, on behalf of the Loyal English East India Company, together with the Council. Right Honorable Sir and Sirs, We have received Your Honors' esteemed letter of the 20th of this month, but are at present unable to comply with the request made therein concerning the delivery of the deserter Laurence Dringleman, who entered our service under the name of 451. The 26th of May, Anno 1778. Lodewijk Dorn, as coming from the territory of the Moors, since we sent him more than a month ago to one of our other garrisons, from where we shall nevertheless recall him shortly to be delivered up to Your Honors. Which will take place immediately, as soon as Your Honors on your part please to give orders for the delivery of the following deserters who recently deserted from our garrison, namely: Johan Christoffel; Michiel Moor; Benedictus Stiebaar; Carolus Jansz; Johannes de Silva; Jacob Paulus; Anthonij de Rosaijro; Jurgen Hendrik Scholts; Adam Lindeman; Casper Ertman Hlek; and whom we presently, on the foundation of the Cartel, also reclaim from Your Honors, as we are informed with certainty that the aforesaid men, or at least 5 to 6 of them, were brought to Tansjour on the 23rd of April last under an escort of English sepoys, both from Naver and Kiwaloer, where they will surely still be. We have the honor to be, Right Honorable Sir and Sirs, Your Honors' humble and obedient servants. Signed: Reijnier van Vlissingen, J: P: Dormieux, T: E: G: Haselman, M:s Koning.
Dutch transcription
445: Den 14. Maij Anno. 178 militair niet te laaten praesideeren &:a Lid van manderrang, dan door hun be„ kleed wierd, prointerim preesideerden, na de intentie van Hunne Hoog Edelhee„ den, die bij het voorschreeve besluijt soo duijdelijk is geexpresseerd, tot wegnee„ „ming van alle twijffeling goedgevonden belet oefom ormoe en en verstaan bij deesen te verklaaren, dat dewijl geen militair officier, wat W caracter hij ook bekleed, in Raade van Iustitie mag preesideeren, zij bij - overlijden, dan wel bij absentie van den — 1 Secunde of Hoofd-administrateur ver„ 276 pligt en gehanden sullen weesen, „ als Lid de vergadering van Iustitie bij te woonen of schoon ook een liet van min„ der rang het preesidie pro interim mogt waarneemen, alsoo het opstaan dan wel absen„ teeren O Den 14 Maij Anno 178 aftegeven Eet raet darvan aan djuti„ adrissie van 4. - Soldaaten teeren, uijt die vergadering veilligt strm„ ming veroorsaaken kan aan den loop van de Iustitie En is wijders verstaan van dit besluijt aan den Raad van Iustitie Commu„ nicatie te geeven bij Extract dieks, ten einde er sig bij voorkoomende ge„ legendheeden na te gedragen. —. Wijders is verstaan den Militair Schrijver Jonas Iansz: om sijn slegt en onbondig gedrag te degradieren tot soldaat met ƒ 9. —. En voor Soldaaten met de gage van ƒ 9. –. ter maand in dienst te neemen de van De Mooren te neemen tie - 1 447. recopitie lifacten uijt het land overgekoomen persoonen van Jan Roos. Jan Sierman a Christoffel Kraus en Iohan Borman: alle op een ver„ band van vijff Iaaren. Den 14. Maij Anno 1770. Aldus Gedaan en 9' arres„ teerd In't Casteel tot Nagapat„ nam Dato voorsz: /:was geteekend:/ aan als vooren /:Excepto:/ M: Koning; —. Dingsdag den 26. Maij 1742. smorgens ten 22 uuren Vergadering van Politie Absent. Den opperkoopman en E: Hoofd-administrateur Philuppus Jacobus Dormieux den koopman Peracules Mossel, mits indispositie Uijt een brief van de Iaffanapm uitirg sap: e Ministers Den 26. Maij Anno 1778 wanneer staan te komen Specificatie der amimaalen hoe een madrats: brif wag ' elane van een. deserteur te beantwoorden ministers gedateerd den 20: deeser maand, ge„ sien sijnde, dat door de van hier naar derwaarts gesonden Cornaxe uijtgekipt wa„ ren 12: stuks recognietie elifanten voor den vorst van Tansjour, die eerstdaags of soo dra de Z: W: winden souden door waaijen herwaarts stonden gesonden te worden: namentlijk. —: 5: Getande; waarvan 1. hoog 6: Cobidos. _„o . „ 6: 1/8. — 1. „ 6. 3/8. _„o „ 3. 7/8. _„o 1. 1. „ 4. 7/8. _„o en 7: Aliassen, waar van 1. hoog 6: Cobidos. 1. „ 4. ½. _„o 1. „ 4.¾. _„o 1. „ 5. 3¼. _„o 1. „ 5. 7/8. _„o in of te Samen „ 4. 5/8. _„o nu 12: stuks: zoo is goedgevonden verstaan daar„ van bij deesen aanteekening te houden Door de Madraspatnamsche Regeering 28 449: 28 Den 26. Maij Anno 1701 Regeering bij missive van den 20: deeser maand, in gevolge het Cartel gerecla„ meerd zijnde den van daar gedeser„ teerden soldaat Laurence Dring„ leman, die zig al hier in dienst be„ „geven heeft onder den naam van Lode„ wijk Dorn, en als komende uijt het land „ de Mooren: zoo is, wijl men met verseekering geinformeerd is, dat van vervolg de 10: manschappen die onlangs van hier zijn gedeserteerd er ter minsten vijff off zes op den 23:e april Iongst„ „leeden onder een Escorte Engelse Sipaaijs, zoo van Naver als kiwa„ loer, naar Tansjour getransporteerd sijn geworden, goedgevonden en ver„ staan de voorschreeve missive in Civiele termen te beantwoorden, met belooften Den 26. Maij Anno 1778 insertie van gem: antireberd. beloften dat men Haaren Deser„ teur soo dra sal uijtleeveren, als zij maar ordre gelieve te stellen tot het uijtleeven van onse Deserteurs en dit een en ander te vervatten in de volgende woorden. Madraspatnam. Aan Den wel Edelen Heer Thomas Rumbold; President en gouverneur van het Fort S„t George en de Cust Cor„ mandel, weegens de Loijale En„ gelsche oostindische Compagnie, neevens den Raad—. Heer, en Heeren. Wel Edelen Wij hebben uwel Edeles seer g'eerde missive van den 20. deeser maand ontvangen. Maar sijn voor het tegenwoordigen buijten staat te voldoen, aan het versoek daar bij voorkomende betreffende de uijtleevering van den deserteur Laurence, Dringleman, die sig bij ons in dienst begeeven heeft, onder den naam van 451. Den 26. Maij Anno 1778—. van Lodewijk Dorn; en als koomende uijt het land van de Mhooren, alsoo wij hem nu ruijm een maand geleeden gesonven hebben na eén van onse andere guarnisoenen van waar wij hem egter eertsdaags te rug ont„ bieden sullen om aan uwel Edele uijtge„ bevert te worden: Het geen direct ge„ schieden sal, soo dra uwel Edele van Haar sijde maar ordre gelieve te geeven, tot het uijt„ leveren vande oudervolgende De terteurs die onlangs uijt ons guarnisoen gedeserteur sijn„ namelijk Johan Christoffel; Michiel Moor. Benedictus Stiebaar; Carolus Jansz: Iohannes de Silva. Jacoba Paulus Anthonij de Rosaijro, Jurgen Hendrik Scholts Adam lindeman Casper Ertman Hlek; en welke wij thans, op fundament van het Cartel ook van uwel Ed:s reclameeren, alsoo wij met sekerheijd sijn geinformeerd, dat de voorsz: manschappen of ten minsten 5: â 6: van de„ selven op den 23. april Jongstleeden, on„ der een escorte Engelse sipaijs soo van Nader all kiwaloer naar Tansjour ge„ bragt sijn; waar sij sekerlijk nog sullen weesen Wij hebben de Eer te sijn /onderstond:/ wel Edelen Heer en Heeren uwel Edelens onder„ danige en gehoorsaame Dienaaren /:was ge„ teekend :/ Reijnier van Vlissingen I: P: Dor„ mieux T: E: G: Haselman, M:s koning E S : „
English
The 26th of May, Anno 1778 How the debit of the Bimilipatnam farmer is to be settled from the estates of Pfeiffer and Brouwer. S: Mossel; W:m Duynevelt, J:n D:e Simons, A:M: P:r Appingh, and M:s Stoffenberg, in the margin. Nagapatnam, in the Castle, the 28th of May 1773. It having appeared from a received current account of the former Bimilipatnam farmer Nagamaloe Perentaal that on the Nagapatnam Trade Books of 1776/75 he still runs a debit of ƒ 8796: 6:—, which, according to the resolution of the 26th of March of this year, must be settled from the attached goods and monies of the former chief Jasper Theodorus Pfeiffer and second Isaac Brouwer, each of them for one half; this having now been proceeded with, it was approved and agreed to settle the aforementioned debt in the following manner: The 26th of May, Anno 1778, continuation. Firstly, to the debit of the account of the chief Pfeiffer, who stands in credit on the Nagapatnam Trade Books of 1770/71 with ƒ 5937: 1: —, to have brought into the Trade Books of 1775/76 to the credit of the farmer's account ƒ 1490: 8: —, which he remained owing to the farmer on account of unpaid toll monies. Secondly, since after deduction of the aforementioned sum of ƒ 1490: 8: —, the farmer's arrears still remain at the amount of ƒ 7305: 5: 8, to also place half of this, or ƒ 3652: 13: —, to the debit of Pfeiffer and to the credit of the farmer's account to settle it. And thirdly, to settle the remaining half of the aforementioned debt, or ƒ 3652: 12: 8, out of the sum of ƒ 4153: 17: — recently remitted hither by memorandum from Bimilipatnam in favor of the estate of the former second Isaac Brouwer, arising from the proceeds of houses sold belonging to him, by writing off from that amount the sum of ƒ 3652: 12: 8, which is still lacking for the farmer's complete settlement, to the credit of his account. And since the aforementioned chiefs Pfeiffer and Brouwer, after the settlement of the farmer's arrears, have nothing further outstanding with the Company, The 26th of May, Anno 1778. It is also agreed: 1. To have issued from the Company's petty cash to the sequestrator of the insolvent estates of the Company's deceased servants here, the first clerk of policy and secretary of justice Johannes Abraham Bronsveld, under whose administration the estate of the chief Pfeiffer is, ƒ 6938: 7: 8, or that which the account of the chief Pfeiffer shall still stand in credit on the Nagapatnam Trade Books of 1773/74, after the same shall have been debited by the aforementioned two items. And The 26th of May, Anno 1778, continuation. And 2. To have paid from the Company's cash to the widow and universal heir of the second Isaac Brouwer, not only the excess amount of the aforementioned memorandum of crediting, amounting to ƒ 501: 4: 8 or 1119. 16: light guilders, over what needed to be withheld from the same in favor of the farmer's account for the settlement of his arrears; but also to return to the aforementioned widow all that which was deposited into the Company's main cash here from her late husband as security to the Company for the farmer's arrears. While The 26th of May, Anno 1778. While subsequently it was further approved to allow the estates of the aforementioned chiefs Pfeiffer and Brouwer, not only on account of the just-mentioned sums of ƒ 3652: 13: — and ƒ 3652: 12: 8, to retain their claim upon all the possessions and the outstanding toll monies of the aforementioned farmer, which according to the resolution of the 26th of March last must be collected for the benefit of the aforementioned estates, but moreover to also grant the estate of the chief Pfeiffer a claim upon the possessions of the farmer for the toll monies brought into account amounting to ƒ 1490: 8: —, in case one might in time discover or prove that the chief was never indebted to the farmer for the aforementioned sum. Proposal by the Governor for the purchase of 5000 bags of Bengal rice. The Governor presented to the meeting that the master of the private vessel the Hercules, Lodewijk Jonas, recently arrived here from Bengal, has offered to his Honour for purchase 5000 bags of very good Bengal rice, for 40 Porto Novo pagodas per garce of 220 parras, calculating the parra at barely 4 fanums. That the paddy was purchased here in the past year The 26th of May, Anno 1778. At 3 measures for 1 fanum per parra, or for 3 1/3 fanums, making for the parra of rice 6 2/3 fanums; thus the rice now being offered, in comparison with the price of the past year, would come to be a good 2 2/3 fanums cheaper per parra. And that consequently, although the quantity of 5000 bags was somewhat large, as it would amount to circa 750,000 lb, his Honour nevertheless proposed to the meeting to purchase the same for the account of the Company, in order from that, besides the daily provisioning here, to fulfill the respective demands at the first good opportunity.
Dutch transcription
Den 26: Maij Anno 1778 hoe het debet van den Binilp:s gagta: uit Pfeiffer en Crouwers boedel te verevenen S: Mossel; W:m Duijnevelt I:n D:e Simons AM: P„r Appingh, en M:s Stoffenberg, /:In margine /:Nagapatnam In't Casteel den 28: Maij 1773—. Uijt een ingekome reekening Courant van den geweesen Bimilipatnamschen Pagter Nagamaloe Perentaal ge„ bleeken sijnde dat hij bij de Naga„ patnamsche Negotie Boeken van 1776/5: nog debetlopt met ƒ 8796: 6:—: het geen volgens besluijt van den 26: Maart deeses Iaars moet verevend werden uijt de aangeslaagen goederen en gel„ den van het geweesen opperhoofd Jasper Theodorus Peiffer en Se„ Cunde Isaac Brouwer een in ieder van hun voor de helft soo is daar toe thans overgegaan weesende „goedgevonden en verstaan, de voortz: schuld in volgender voegen te vereven 7. 453. Den 26. Maij Anno 1718 — vervolg Eerstelijk ten lasten van de reeke„ ning van het opperhoofd Phiiffer die bij de Nagapatnamsche Negotie boe„ ken van 17704 met ƒ5937:1: — te vooren staat, bij de Negotie boeken van 175 5/8. ten faveure van des Pagters reeke„ ning te Laaten inneemen ƒ149:: 8, die hij aan den Pagter schuldig geblee„ ven is weegens onbetaalde tot pen„ ningen Ten tweeden, dewijl na detrahee„ ring van de voorschreeve somme van ƒ149:8:, des Pagters agterstal nog groot blijft ƒ7305:5:8. hier van almeede de helft off ƒ3652:13. —. ten lasten van Reijffer en ten voordeelen van des verevenen—. Pagters D - Pagters reekening te brengen En ten derde de overige helft van de voorschreeve Schuld off ƒ3652:12:8. te verevenen uijt de Iongst van Bi„ milipatnam ten faveure van den boedel van den geweesen Secunde Isaac Brouwer per Memorie herwaarts geremitteerd somme van ƒ4153: 17:—. spruijtende uijt de gunder van hem verkogte huijsen, door uijt dat bedraagen, de nog aan S Pag„ ters volkomen verevening man keerende Somma van ƒ3652: 12: 8. af te boeken ten voordeelen van sijne reekening. ans alangnt nde eken oorst is wijl de voorschreeve opper„ hoofden Pfeiffer en Brouwer, na het verevenen van des Pagters agterstal niets meer met de Comp:e uijtstaande Den 26. Maij Anno 1778 hebben - —. ren. 455. Den 26. Maij Anno 17702. hebben, almeede verstaan; „ Aan den sequester der insolvente Boedels van Compagnies overlieden Dienaaren alhier, den Eersten klerk van Politie en Secretaris van Justitie Johannes Abraham Bronsveld, onder wiens admines„ tratie den Boedel van het opper„ ge 't Compagnies vervolg hoofd Pfeiffer, is uijt kleijne geld kasse te laaten afgeeven ƒ6938. 7:8. of het geen de Reekeening van het opperhoofd Pfeiffer, nog bij de Nagapatnamsche Negotie=boeken van 177: /14 zal te vooren staan, na dat deselve door de opgemelde twee debiteurd posten sal weesen gebieden En A E £ Den 26: Maij Anno 1770 vervolg En 2. Aan de weduwe en une versele erfgenaame van den secunde Isaac Brouwer, niet alleen met ƒ 50148 of pr r„o 1119. 16: uijt Compagnies geld kasse te laaten voldoen: het meer„ der bedraagen van de opgemelde Me„ morie van ten goede brenging, als er van deselve tot verevening van spag„ ters agterstal, ten faveure van sijne reekening heeft behoeven ingehouden te worden; maar ook aan de voorschre„ ve weduwe te rug te laaten geeven al het geen van haaren overleeden man, tot securiteijt van de Comp:e voor spag„ ter agterstal in Compagnies groote geld kasse alhier is geseponeerd gewor„ den Terwijl 457. Den 26: Maij Anno 1778 quar atlating van dezelve en waarop Pfuisfer Terwijl vervolgens nog goed gewon„ den is, de boedels van de voorschreeve opperhoofden Beiffer en Brouwer, niet alleen weegens de soo even vermelde Sommes van ƒ3652:13:—. en ƒ3652:12:8. haargarant te laaten behouden op alle de besittingen en de uijtstaande Tolpenningen van den opgemelden Pagter, het geen volgens besluijt van den 26: Maart laastleeden ten voordeelen van de voorschreeve boedels moet worden in gesameld, maar daar en booven nog den Bol, en waronten ng fpriel die van del van het opperhoofd Peiffer, regt te laaten op de besittingen van den Pagter, voor de in reekening ge„ bragte toe penningen tot ƒ 149: en soo men Husster voorslag door de heer Gouvern: tot din„ koop ven 500. Salkes ogmastorij men in der tijd ontdekken, of be„ wijsen kan, dit het opperhooft nimmer de voorschreeve Som, aan den Pagter Schuldig geweest is. Den Heer gouverneur heeft ter vergaderinge vertoond dat den schipper van het Iongst uijt Ben„ gale alhier gearriveerde particu„ lier scheepen de Hercules Lodewijk Jonas, zijn Edele te koop aange„ boden heeft 5000: zakken seer goede Bengaalsche reijst, voor 40. - Porto„ novosche Pagooden de garst van 220: –. parras, bereekende voor de parra 4: fanums schaars — Dat de nelij in anno passato alhier ingekogt was geworden Den 26: Maij Anno 1778 teegens 459. Den 26: Maart 1778 —. ^ of voor 3: 1/3: fanume teegens 3. maaten voor 1. Janum de Par„ ra, uijtmakende voor de parrareijst 6. 2/3. Januins, dus de thans aan„ gebooden wordende reijst, bij vergelijking teegens den prijs van anno passato wel 2 /8. fanums. op de Parra beter koop sou te staan komen—. En dat gevolgelijk schoon de quanti„ teijt van 5000: sakken wat groot was, als Curum Circa 750000: lb: sullende be„ als draagen, sijn Edele egter de verga„ dering proponeerde om deselve voor reekening van de Compagnie in te koopen, ten eijnde daar van buijt en ten werte inde de dagelijksche verstrekking al„ hier, bij de Eerste seer gelegendheid in voldoening van de respective Eisscher x
English
The 26th of May Anno 1778 demands to be dispatched, as: to Sadraspatnam 1000 parras, in place of the 2000 parras of paddy that remained unfulfilled on the demand for this year, amounting to 40000 lb. To Palliacatta 4000 parras, in place of the demanded 8000 parras of paddy, or 160000 lb. And to Jaggernaikpoeram 4000 parras, in place of the 6 to 8000 parras of paddy purchased there annually at an excessive price, the purchase of which was prohibited by the resolution of the 10th of January 1778, or 160000 lb. Amounting together to 360000 lb. Thus, after the samples of the aforesaid rice had been inspected by all the members and found to be good, this having been maturely deliberated upon, it was remarked, among other things, that after making the aforesaid shipments, there would remain here of the aforesaid rice, for distribution to the native troops as well as otherwise, only a quantity of 390000 lb, which, with the 59331¼ parras of paddy presently on hand, would not make up a three-year supply, which has been so frequently ordered by Their High Mightinesses; and consequently, as well for this reason as on account of the favorable price of the frequently mentioned grain, it was approved and agreed to purchase from the skipper of the private vessel the Hercules, on account of the Company, the 5000 bags of Bengal rice brought by him, at 40 Porto Novo Pagodas for the garce of 220 parras, and not only to make the proposed shipments to Sadraspatnam, Palleacatta, and Jaggernaikpoeram from it, but also to write to the officials there to sell of the aforesaid rice, with an advance of 25 percent to private individuals, as much as they can spare after deducting their own requirements for 2 to 3 months; with further instructions to them that, should there be such a good market that they see a prospect of disposing of 2 to 3000 parras more, to communicate this immediately to this Government, in order that the same may be sent to them. Furthermore, it was approved and agreed to take into service Anthonij Dorijs of Seville, arrived here from the Moors out of the country, as a soldier at 12 guilders; Paulus Johannes Hagedoorn of Nagapatnam as a soldier at 9 guilders; likewise the native Seijdien of Ceylon, as a native soldier at the usual allowance of three rixdollars per month. While lastly, on the other hand, it was likewise agreed, upon his request and on account of expiration of time, to discharge the soldier in the garrison here Michiel Bater from the service of the Company and to place him in burgher freedom, with the writing off of his pay from today. Thus done and resolved in the Castle at Nagapatnam, the date aforesaid; was signed as before, except P. F. Dormieux and Mossel. Monday the 8th of June 1778. In the morning at 10 o'clock. Meeting of Policy. Absent: The Senior Merchant and Honorable Head Administrator Philippus Jacobus Dormieux, and the Merchant, Mintmaster, and Adigar Willem Duijnevelt. The return ship the Patriot having arrived yesterday at this roadstead from Batavia, and Their High Mightinesses' very esteemed missive of the 24th of April last having been received and opened and read in the meeting today, with the appendices sent along with it, among which an extract of a missive from the Fatherland written by the High Honorable Gentlemen Committee of Directors to the Meeting of the 17 in Middelburg to Their High Mightinesses, under date of the 9th of April 1777; it was not only approved and agreed to record the receipt of the aforesaid papers herewith, but also, according to the order, to have the placards sent along therewith, resolved in the Council of India on the 2nd of January and 31st of March 1778, published and posted here in the Dutch and Malabar languages. It having been seen from an extract sent hither from the General Resolutions of the Castle of Batavia, taken in the Council of India on the 8th of December 1777, that by the captain of an English ship named Parks, out of the vessel of the juragan Kiai Maas Braham bound from Palembang to Batavia, 1000 piculs of tin had been taken by force and without paying anything for it; it was approved and agreed, according to the order of Their High Mightinesses, with the presentation of the proofs sent therewith, to complain earnestly to the Madraspatnam Government about the misconduct of the aforesaid Captain Parks, with a request for compensation for damages. It having appeared to this Council from a missive written to the Governor by the Lutheran Church Council at Batavia, under date of the 18th of April, that, the Lutheran church requiring a substantial reconstruction, Their High Mightinesses, to meet the heavy costs that had to be incurred for it, had favorably seen fit to grant the aforesaid Church Council permission to hold a collection in all
Dutch transcription
Den 26: Meij Anno 1778 Eisschen af te zenden, als Naar Sa„ draspatnam 1000: Parras, in steede van de nog op den Eijsch voor dit Iaar onvoldaan ge„ bleeven 2000: Parrasneli uijtmaa„ Naar Palliacatta Parras, in steede van de ge„ 4000: eijschte 8000: parrasnelij of. . - „ 160000: —. Jaggernaik:r En naar 1000: Sarras, in plaatse van al„ daar Iaarlijks tegens een 1 excessien prijs ingekogt wor„ ende 6. of 8000:–. parr:t nelij waar van den inkoop bij besluijt van 10: Janu: 1779. verbooden is of „ 160000. –. tn uijtmaakende te zaamen rl: 360000: —. kende - - - - - - - - - - - lb: 40000:. almeede. Soo 461. Den 26: Maij Anno 1770 — Soo is, na dat de monsters van ampetate ven ge megestie de voorsz: reijst door alle de Lieden bezittigt en wel bevonden geworden waaren, hier over rijpelijk gedelibe„ reerd weesende, onder anderen geve„ onder wet remmoue marqueerd, dat na het doen van de voorschreeve versendingen er van de voorsz: rijst tot verstrekking aan de inlandsche troupes als andersints alhier nog maar soude overblijven een quantiteijd van 390000: lb: die met de thans aan handen sijnde 59331¼ parras neli, nog geenen drie Ja„ 9 rigen voorraad welke door Hunne Hoog Edelheeden soo dikwerff is, geordonneerd geworden, sou koomen uijttet tegens wit prijs Comptoiren te doen oder wek aschijvens uijt te maaken, en gevolgelijk soo hierom, als om den facielen prijs van het meergemelde korn, goedge„ vonden en verstaan van den schip„ per van het particuliere scheepje de Hercules voor Reekening van de Compagnie in te koopen de door hem aangebragte 5000: sakken met Bingaalsche Reijst tegen: 40: Por„ „tonovosche Pagooden voor de erte erentin unvenende garst van 220:–. Parras, en daar van niet alleen de geProponeerde versendingen naar Sadras„ patnam, Palleacatta en Iaggernaikpoeram te doen, maar ook de Bediendens aldaar aan te Den 26: Meij Anno 1778. —. Schrijven S . 463. Den 26: Maij Anno 1778. schrijven, om van de voorschreeve reijst met een avans van 25: per„ Cent aan particulieren soo veel te verkoopen, als sij naar detra„ heering van hunne eijgen benoodig„ heijd voor 2. â 3. maanden maar missin kunnen, met last verder en lat„ aan deselven om wanneer daar van soodanig een goeden aftrek weesen mogt, dat sij kans saagen, nog 2. â 3000: parras mier te ver„ tieren; dit ten eersten aan deese Regeering te bedeelen, op dat het sel„ ve haar sou kunnen worden toe„ gesonden Wijders is goedgevonden en adluse van 2. lelaten verstaan, en 1e: osterling dimissie van een Soldaat Den 26: Maij Anno 1718 „verstaan, den van de Mooren uijt het land alhier aangekoo„ men Anthonij Dorijs van Si„ viljen voor soldaat met ƒ12: Pau„ lus Iohannes Hagedoorn van Nagapatnam voor soldaat met §9. in dienst te neemen, gelijk meede den oosterling seijdien van Ceilon, voor oostersch soldaat op het gewoon genot van drie rijx„ daalders ter maand—. Terwijl laastelijk daar in teegen almeede verstaan is, den soldaat in het guarnisoen al„ d hier Michiel Bater op sijn ver„ Soek 1 465. Den 26: Maij anno 1778. —. met de Eiteres aengbragt soek en mits tijds expiratie uijt den dienst van de Compagnies te ontslaan en in Burger vreijd om te stellen met afschrij„ ving sijner gagie van heeden af Aldus Gedaan en Sear„ resteerd in 't Casteel tot Nagapat„ nam Dato voorsz: /:was geteekend:/ als vooren bxApto P: F: Dormieux en Mos„ sel Maandag den 9: Junij 1712. Smorgens ten 10. uuren Vergadering van Politie absent Den opperkoopman en E: Hoofdadminis„ trateur Philippus Iacobus Dormieux — en Den koopman Muntmeester en adigaar Willem Duijnevelt. Het het gisteren van Bata, ete en gein en t via 29 vllneiand twe placcaten, die onder de zelve waren, te doen publiceeren &k. Den 9. Iunij Anno 1778—. via ter deeser Rheede gearriveerde retour„ schip de Patriot, ontvangen en heeden in vergadering geopenden geleesen sijnde Haar Hoog Edelheedens seer genereerde missive van den 24: april Iongstlee„ warke bij agen dar w:s beode den met de daar bij overgesonden bijlaa„ gen waaronder een Extract Patriasche missive door de Hoog Edele Heeren gecom„ mitteerde Bevind hebberen ter vergade„ ring van 17: binnen Middelburg, aan Hun Hoog Edelheeden geschreeven, onder dato 9. April 1717: zoo is niet alleen goedgevonden en verstaan van den ont„ vangst der voorschreeve papieren, bij deesen notitie te houden, maar ook de gen teffens overgesonden Paccaaten, op den 2. Januarij en 31:' Maart 178 in Raade van In die gearresteerd, na de ordre alhier te 467. Den 8. Iunij Anno 17102. tein Parks aan een na Batavia gederti„ Brand vaartuig en hoedanig Rad van Maltas te laaten publiceeren en affigeeren in de Nederlandsche en Mallabaarsche taa„ len Uijt een herwaarts overgesonden Extract gelag gole de e as uijt de generaal Resolutien des Casteels Ba„ tavia, genoomen in Raade van Indie op den 8. December 1717: gesien weesende, dat door den Capitain van een Engelsch schip in name Parks uijt het van Palombang naar Batavia gede„ tineerd vaartuijg van den Iurragan kiaij Maas Braham, met geweld, en sonder daar voor iets te betaalen geligt geworden waren 1000. pikols ten Soo te doe klagte te darover ander is na de ordre van Hunne Hoog Edel„ heeden goedgevonden en verstaan, onder aanbieding van de daar bij overgesonden bewijsen op Batavia te laaten doen Den 8. Iunij Anno 1778—. bewijsen, over het wangedrag van den voorschreeven Capitain Parksernstig te dooleeren bij de Madraspatnamsche Regeeringe net versoek van Schaa ver„ goeding bekuit en colute voorde itede ok Uijt een missive door den Luterschen kerkenraad te Batavia, onder dato 18. ' april aan den Heer gouverneur ge„ schreeven, deeser Raade gebleeken sijnde, dat de Luthersche kerk eene aan„ sienlijke vertimmering noodig heb„ bende Hunne Hoog Edelheeden, tot gemoet„ koming van de zwaare kosten die daaraan moesten worden gedaan, aan den voorschreeven kerkenraad. gunstiglijk goedgevonden hadden gelieven te ac„ cordeeren het doen van een Collecten in alle
English
469. The 8th of June, Anno 1778. All the establishments of the Company throughout the whole of the Indies, it is thus, in accordance with the consent granted by Their High Noble Excellencies, approved and resolved to have the aforesaid collection held here by two members of the Lutheran Church, and to commission for this purpose the Junior Merchant and Assayer Pieter Willem Geeke and the Citizen Marten Mellin. Having seen from an incoming minute of the Court of Justice of this Castle, dated 25 May 1778, that in compliance with the resolution of this Table of 14 April last, by the First Clerk of Policy and Secretary of Justice here, Johannes Abraham Bronsveld, before the Commissioners from Their Worships, after preceding confirmation, was sworn to his declaration made under offer of oath on 25 March of this year before the Secretary of Policy of this Government, Martinus Sloffenberg, and witnesses, at the requisition of the Governor, to the charge of the former Ordinary Clerk Palenus Jacobus Vick, which was inserted into the Resolution of 26 March, it is not only resolved to make a note thereof herewith, but also to require Their Worships by extract of this resolution not to accept any paper either pro or contra in the aforesaid case, and not to summon parties thereto as long as it has not yet been decided by the Council of Policy. 471. The 8th of June, Anno 1778. Finally, it was approved and resolved to accept into service the soldier Christiaan Soelman, who arrived here from the country, as a soldier at ƒ12 per month, on a five-year contract commencing in the middle of this month. Thus done and resolved in the Castle at Nagapatnam on the date aforesaid. Signed by all, except P. Js Dormieux and W. Duyneveld. Tuesday, the 16th of June, 1778. In the morning at 8 o'clock. Meeting of Policy. Absent: The Merchant and Fiscal Ms Koning, being indisposed. From an incoming report of the commissioned boatswains, it is resolved to note herewith that the ship De Patriot, according to their inspection upon its arrival here, drew 22 feet of water aft and 21 feet forward. Upon an incoming nomination from the Reformed Church Council of this town, it was approved and resolved to approve the election made by Their Reverences of the Bookkeepers Jacobs Wijnand Saalfelt and Jan Willem Luijken as Deacons. From an incoming report of the Bookkeeper and Adigar of the Villages Johannes Scheuneman and the Bookkeeper and Receiver of the Villages David Vick, seen 473. The 16th of June, Anno 1778. that they, by order of the Honorable Head Administrator at the Packhouse, having sorted and examined against the samples thereof 12 1/8 lb of fine Pulicat cotton yarn delivered for the Netherlands by the private supplier Donalwardapha Chittij, had found the same to consist of the following sorts, namely: 199 5/8 lb First Sort, 200 1/8 lb Second Sort, and 162 5/8 lb Third Sort. So it is, upon the special declaration of the Governor that the second and third sorts do not fully meet their samples, yet are too good to be delivered as inferior sorts, approved and resolved to accept the first sort for the price contracted in the past year of 2 pagoda 6 fanams 44 cash the pound, but to accept the two other sorts with a slight price reduction of 1 fanam 8 cash and 1 fanam 14 cash respectively on the pound, and thus to take the pound of the second sort for ƒ7:2 and that of the last for 1 pagoda 18 fanams, to be sent to the Netherlands with the return ship De Patriot, with special reference made on the invoice to the aforesaid price reductions. On the Batavia invoice dated the end of August 1777, there being charged here with ƒ9 the awarded premium to the Visitor General, being the 1/6th part of ƒ54 which was improperly entered in the Coromandel trade books of 1776/7 for a plastering at Jaggernaikpoeram, it is resolved to charge the same to Jaggernaikpoeram, to be paid into the Company's treasury by the Chiefs. Likewise, it is resolved to credit the sum of ƒ43:19:8 to the benefit of the aforementioned taxes and reimbursements here, being the premium or the 1/6th part due to the Honorable Visitor General from the 475. The 16th of June, Anno 1778. discovered errors in the Coromandel trade books of 1768/9 amounting together to ƒ263:17:8, of which reimbursement, however, the aforesaid Chiefs were favorably discharged at the outset by resolution taken in the Council of the Indies on 27 May 1777. Furthermore, on the just-mentioned invoice, there being debited here with ƒ13:8 the cost of 10 lb of medium nutmegs, which were brought here in the past year with the ship De Wakkerheijd in excess of what was accounted for, it is approved and resolved to order the Storekeeper here to enter the aforesaid 10 lb of nutmegs into their warehouse books to be accounted for later.
Dutch transcription
469. Den 8. Iunij Anno 1718—. zijn attestatie ten requisitie van d' Heer Gouvern. reg: C: vik verleend alle de etablissementen van den Maat„ schappij door gansche Indie zoo is, vol„ gens het verleend Consent door hunne Hoog Edelheedens, goedgevonden en ver„ staan de voorsz: Collecte alhier te laaten doen, door twee Ledemaaten van de Lu„ en door wie tersche kerke, mitsgaders daar toe te committeeren den onderkoopman en Essaijerer Pieter Willem Geeke, in den Burger Marten Mellin Uijt een ingekoomen Notul van den gedene betijde oor ronvel van Raad van Iustitie deeses Casteels de dato 25: Maij 1778. gesien sijnde, dat ter voldoening aan het besluijt deeser Tafel van den 14: April Iongstleeden, door den Eersten klerk van Politie en Se„ Cretaris van Iustitie alhier Johan„ nes pieren ono beglontn te rugstente Den 8. Junij Anno 1778 nes Abraham Bronsveld, voor Commissarissen uijt Hunne Agtbaaren na voorafgegaan recollement biedigd ge„ worden was sijne op den 25: Maart deeses Iaars, voor den secretaris van Politie dee„ e ses gouvernements Martinus Sloffenberg. en getuijgen, ter requisitie van den Heer gouverneur onder presentatie van eede ver„ leende verklaaring ten lasten van den oud ordinair klerk Palenus Iacobus vick, die ter Resolutie van den 26: Maart last ande utitie in dezen genge, is geinsereerd. soo is niet alleen verstaan daar van bij deesen aanteekening te houden maar ook Hunne Agtb: bij Extract deeses te demandeeren om in de voorschreeve saak geen papier of pro of Contra te accepteeren en er par„ tijen 471. Den 8 Iunij Anno 1778—. „tijen op te Citeeren, soo lang deselven nog niet gedecideerd is bij de Politie laaste„ lijk is goedgevonden en verstaan den adnisse van een soldaat uijt het land alhier aangekomen Chris„ tiaan Soelman, in dienst te neemen voor soldaat met ƒ12: ter maand, op ale een vijffjaarig verband ingaande mee„ dio deeser en tot holang Aldus Gedaan en t Char„ resteerd in't Casteel tot Nagapatnam dato voorsz: /:was geteekend:/ door alle /: Ex„ Cepto :/ P: J„s Dormieur en W: Duijneveld. Dingsdag den 16: Iulij 1778. Smorgens ten 8. uuren Politie Vergadering van Absent. Den koopman en Fiscaal M:s Koning mits in dispositie. Uijt een ingekome Rapport van gecompatija stet ijn aetede mitteerde approbatie van 2. gehoren diakonen bij de kerken raad examinatie van 5 1/6. lb. sijn Pallaac. Cattoene gaven door en particucievre geleverd mitteerde Bootslieden is verstaan bij deesen te noteeren, dat het schip de Patrict volgens hunne visitatie, bij sijne aan„ komst alhier heeft diep getreeden 22: voeten agter, en 21. voeten voor Is op een ingekomen Nominatie van den gereformeerden kerkenraad deeser steede, goedgevonden en verstaan te appro„ beeren de gedaane verkiesing door hunne Eerwaarden van de Boekhouders Iacobs wijnand Saalfelt en Ian willem Luijken tot Diakens. —. uijt een ingekoomen Berigt van den Boekhouder en adigaar der Dor„ pen Iohannes Scheuneman en den Boekhouder en ontfanger der dorpen David Vick, gezien Den 16e: Junij Anno 173 Sijnde 473. Den 16: Iunij Anno 170—: Sijnde dat sij op ordre van den E: Hoofd= administrateur ter Pakzaale gesor„ teerd, en teegens de daarvan sijnde mont„ ters g'examineerd hebbende. 12:1/8: d„o sijn Palliaatsch kattoene gaaren. door den Particuliere leverancier Donal wardapha Chittij voor Nederland gelee„ verd, het selve bevonden hadden te be„ hoe bevonden staan in de volgende soorten; als in: 199 5/¼. lb: Eerste Soort: 200. 1/8. „ „ tweede _„o en 162. 5/8. „ derde _:o Soo is, op de speciaale verklaaring on ter angenomen van de Heeren gouverneur dat de tweede en derde soort, niet volkoomen voldoen, aan haar monsters, dog egter te goed sijn om voor minder soorten geleeverd F _o Den 16: Iunij Anno 1778—. ƒ 9.- 09:e en laiterstrijker Jagg: ter vergoeding aante reekenen en waarom te kunnen worden goedgevonden en ver„ staan de eerste soort te accepteeren voor de in anno passato gecontrac„ teerde prijs van prC„o 2: 6: 44: het pard„ dog de twee andere soorten met een ge„ ringe prijs vermindering van fan:s 1. 8. en van: 114: respective op het pond: en dus het E: van de tweede soort voor ƒ7: 2. en dat van de laaste voor pr„o 1. 18. aan te in mie de Patris te vervonden neemen, om met het retourschip De Patriot na Nederland gesonden te worden, onder Speciaale aanhaaling bij het Factuur van de voorschreeve prijs verminderingen. Bij Bataviasch Factuur gedateerd ult„o augustus 1717: met ƒ 9. herwaart aan gereekend sijnde, de toege„ legd 475: Den 16: Iunij Anno 1778. weg:s ontheste belastingen en waarvoor legde premie aan den visatateurgene„ raal af het 1/6. gedeelte uijt ƒ 54: die bij de Cormandelse Negotie boeken van 177: /. oneigen sijn opgebragt voor een plaister strijken op Saggernaikpoeram aan te reekenen, en verstaan het Iagger„ na isp:m aan te Reekening, om door de op„ perhoofden in 's Comp:s geld kassa voldaan te werden Desgelijks is verstaan met ƒ43:19:8: r ƒ41:19 : te get brijn ten voordeelen van aangeroekende be„ lastingen en vergoedingen alhier te laaten inneemen de premie of het 1. /6. gedeelt den E: visiateur gene„ raal gecompiteerd hebbende, uijt de Den 16: Junij Anno 1778. last aan de Pakhusm: 10. . lb: noten rest oten bij ven boekje nt men en waerom de ontdekte erreuren in de Cormandel„ sche Negotie-boeken van 1768/9. te saa„ S. men bedraagende ƒ263. 17:8. dog van welkers vergoeding met de primo de voorsz: opperhoofden bij besluijt op den 27: maij 1717: in Raade van Indie ge„ noomen gunstiglijk sijn gelibereerd geworden; Voorts nog bij de even gem: Factuur met ƒ. 13. 8. herwaarts ten lasten gebragt sijnde het kostende van 10: lb: nooten muschaten middelbaar, die in anno p:r met het schip de wakkerheijd alhier meerder aangebragt als aangereekend sijn soo is goedgevonden en verstaan de Pakhuijsmeester alhier te gelasten de voorsz: 10: lb: nooten-misschaeten als nog bij hunne Pakhuijspoekjesen te neemen om nader verantwoorden
English
477. The 16th of June Anno 1778 — By a second invoice dated at Batavia the 24th of April 1778, charged hither at ƒ12:16:—, being the cost of 10 cutlass blades for which the officers of the ship Veldhoen were charged here in the year [illegible], but according to a resolution taken on the 3rd of April in the Council of the Indies were relieved thereof again, because the aforementioned blades, though rusty, were nevertheless fit to be used if only they were cleaned, it has been approved and understood to have the aforementioned 10 cutlass blades taken in and accounted for by the overseer of the armory. Because of his bad and insolent behavior, it has been approved and understood, at the request of Major Ernst Gottlieb Haselman, to degrade the soldier Anthonij Moss, earning ƒ11, to sailor at ƒ9:—. On the other hand, however, it has not only been understood to change the sailor Cornelis Jansz, who has served out his contract, at his request to soldier at ƒ18 per month in the ordinary contract, but also to take into service as a soldier the said Jan Verberg, who arrived here from the land of the Moors, at ƒ12 per month, on a contract The 16th of June Anno 1778 479. The 16th of June Anno 1778—. of five years. Lastly, it has also been understood to take into service as soldiers from among the Easterners here Kasien Samarang and Mamoed Tako, with the grant to them of the usual allowance of three rixdollars per month. After the ordinary matters had been concluded herewith, the Governor proposed to spend the remaining time of this meeting in holding a committee review of the contents of the letters received from the respective factories since the last held committee review, in order to be able timely to send to the servants the approval of this Government regarding the matters of the Company executed by them; And this having been proceeded to upon His Honour's proposal, and a beginning having been made with the Portonovo letters from the 26th of January to the 1st of May of this year inclusive, it has been approved and understood, upon the request submitted by the Resident on behalf of the merchants that there might be disbursed to them that which they had stood to receive upon the closing of their accounts with the Company as of the end of August 1777, to authorize the Resident 481. The 16th of June Anno 1778. to pay out those monies, because in the contract it was only stipulated that by those merchants there should be paid, in reduction of their debts to the Company, 8 percent of the monies advanced to them on the delivery of textiles, which has been done. Furthermore, after examination, it has been understood to authorize him to write off the expense accounts of the months of November, December, and January last, except for Pagodas 24:22:— brought up in the two last-mentioned accounts for travel expenses on account of his recent return journey to and from Portonovo with the merchants for concluding the contracts, since, according to previous examples, no more can be passed for write-off for that than Pagodas 48:—:—. Against the reduction of the annual gift goods to native grandees, to which this Board had proceeded according to the resolution of the 10th of January, several weighty difficulties having been deduced by the Resident in his letter of the 13th of April, and primarily that if the annual gifts for the Dewan of the Nabob and the Faujdar of Celembrom, who is also the Havildar of Portonovo, are reduced, it is to be feared that they will practice much extortion against the Company's merchants and other servants of the Company, especially the former, as he was very fond of his gift and sight-gift: so, in order to prevent 483. The 16th of June Anno 1778. this, and above all to maintain an undisturbed and free passage for the Company's letters and goods through the land of the Nabob, which can be prevented or at least greatly delayed by the aforementioned native rulers, it has been approved and understood, with the rescission of the aforementioned resolution of this Board of the 10th of January last, to allow the aforesaid Resident again for the future the same quantities of cloth, velvet, and sandalwood as were previously sent to Portonovo for making gifts, yet under this express recommendation that he shall take care that the gift goods are as little unnecessarily provided as
Dutch transcription
477. Den 16: Iunij Anno 1778 — 10. p:s houwer klingen verantwoorden te werden Bij een tweede Fractuur gedateerd zoook and e epeter nt e Batavia den 24: april 1778. met ƒ12:16:—. herwaarts aangereekend geworden sijnde, het kostende van 10. p:s verroeste houwer- „klingen waarvoor de overheeden van het schip Feldhoen in anno Patsatr alhier belast, dog volgens besluijt op den 3. April in Raade van Indie genomen weeder onthelft geworden sijn, om reeden de voorschreeve klingen schoon verroest, egter bekwaam waaren om gebruijkt te worden, soo se slegts wierden schoongemaakt soo is goedgevonden en verstaan; de voorschreeve 10. p:s houwers klinken door den opsiender van de wa„ penkamer te laaten inneemen en ver„ antwoorden ƒ ader te vugstellng van aensod:t tot mat vos Changement van een atoros t soldaet adrissie van eene Soldaat antwoorden C Om sijn slegt en berutaal gedrag is, op het versoek van den Majoor Ernst God„ lieb Haselman, goedgevonden en ver„ staan den soldaat Anthonij Moss winnende ƒ 11. te degradeeren tot Ma„ troos met ƒ 9. —. Dog daar en teegen is niet alleen ver„ staan den mattroos Cornelis Iansz: die sijn verband heeft uijtgediend, op desselfs versoek te Changeeren tot soldaat met ƒ 18: ter maand in het ordinair verband Waar ook den van de Mooren uijt het land alhier aangekoomen Ian verberg, in dienst te neemen voor sol„ taat met ƒ 12: ter maand, op een verband Den 16: Iunij Anno 1733 van 479. Den 16: Iunij A„o 1778—. besoigne over de Constaren van vijf Iaaren Laastelijk is nog verstaan onder de Jam an oterlinge as gaen oosterlingen alhier, voor Soldaaten in dienst te neemen, Kasien Samarang, Mamoed Tako, en met toelegging aan deselve van het ge„ woon genot van drie rijxdaalders smaands NNa dat hiermeede de ordinaire saaken waren affgehandelt heeft den Heer gouverneur geproponeerd om den verderen tijd deeser Bijeenkomst te besteeden en besoigne te houden over den inhoud der Brieven sedert de laaste gehoudene besoijgne van de respective Factorijen ontvangen ten einde de Bediendens tijdig te kunnen Den 16: Portonovo te doen suikaring aan de koogt: hit gien die onder le eijte vone tonen Junij Anno 1700. kunnen doen toekomen het goedvinden deeser Regeering op de door hun verrigte saaken van de Maatschappij; En hier toe op sijn Edeles voorstel overgegaan, mitsgaders een begin gemaakt sijnde met de Portono„ vosche brieven van den 26. Ianuarij tot den 1 Maij deeses Iaars inclus„ sive soo is op het door den Re„ sident voorgedraagen versoek van de kooplieden, dat aan hun mogt worden uijtgekeerd het geen sij onder ult:o aug:s 1717: bij het sluij„ ten hunner reekeningen bij de Compagnie hadden te vooren gestaan goedgevonden in verstaan, den Resident 481. Den 16 Iunij Anno 1778. approbatie van 3. maantelijk ontb. rak: excegto bij de 2. last gp gbregta p:a 2 en waarom Resident tot het afbetaalen van die penningen te qualificeeren, uit hoofden bij het Contract maar en uit wat hofden alleen bedongen is, dat door die Marchandeurs in mindering van hunne Schulden aan de Maatschappij zou worden voldaan 8. - percent van de aan haar op leverancie van Lijwaaten gefieerd wordende gelden, het geen geschied is. Wijders is na examinatie, verstaan, hem te qualificeeren tot het afschrijven der Onkost reekeningen van de Maanden November, December en Ianuarij laastleeden, uitgezon„ derd Pag: 24: 22. –. bij de twee laastgemelde Rekeningen opgebragt voor rijs ongelden, wegens geg zijne jongste heen en weder reijze van en na Portonovo: met de kooplieden tot het sluij„ ten der Contracten, na dien men na voorige voorbeeden daar voor niet meerder ter afschrijving Kan waarom het besluit tot vermindering der Bderkaguegeteren ingtreken Den 16. ' Iunij Anno 1778. passeeren als P po: 48. –. kan Tegens het verminderen van de jaarelijksche Schenkagie-goederen aan inlandsche groo„ ten, waartoe men volgens besluit deezer Taffel van den 10'. Januarij was overge¬ gaan, door den Resident bij zijnen brief van den 13.' April verschijde gewigtige zwaarig heeden gedxeerd zijnde en wel voornamentlijk dat zoo de jaarelijksche geschenken voor den Duam van den Nabab en den Fauxehaar van Celembrom die teffens Haweldaar van Portonovo is, vermin„ derd worden, het te dugten zij, dat zij veel k nevelarijen aan 'S Comp:s kooplieden en andere Bedienden van de Maatschappij zullen oeffenen vooral den eersten, wijl die zeer op zijn geschonk en zigtgift gesteld was: Zoo is tot voorko„ ming 483 Den 16:' Iunij Anno 1778. recommandatie dan de Resident om„ trent scherkagien „ming hiervan en vooral, om een ongestoorde en vrije passagie voor Comp:s brieven en goederen, door het Land van den Nabab te houden, hetgeen door de voorschreeve inland„ sche Regenten kan worden belet, of ten minsten zeer vertraagd, goedgevonden en vertaan, met resiliatie van het voorgewaagd besluit deezer Tafel van den 10. ' Ianuarij pass„o aan den voorsz. Resident voor het vervolg weder toe te staan de eigen quantiteijten lakens, fluweelen, en Sandelhoud, als 'er be„ voorens tot het doen van Geschenken naar gezonden zijn, dog onder deeze Portonovo expresse recommandatie, dat hij zorg zal hebben te draagen, dat de schenkagie-goe„ 1 deren zoo min noodeloos worden verstrekt als
English
The 16th of June Anno 1778. Acquittal of him from the imposed reimbursement of f 20.1.– regarding the representation, though under what recommendation, as if the sighting gifts were increased unnecessarily, he would in both cases expose himself to restitution. Upon the declaration of the Resident that the excess spent on the representation of His High Nobility van Rienklijk, compared to what was disbursed on a previous occasion, was done solely to uphold the honor of the Company among the Moors, it is understood for this time to release the Resident again from the reimbursement imposed on him for the excess expenditure amounting to Po p: 20. 1: -, together with some additional presented spices, though under the recommendation, however, to observe somewhat greater economy on such occasions in the future. 485. The 16th of June Anno 1778. The memorandum of rations provided on the thonij Thanna Maria approved. To charge back f 7:17:8 for little kegs. The Memorandum of the provisions supplied in the month of March to the mariners stationed on the Thonij de Johanna Maria, since there is nothing to remark upon it, is agreed to be passed for write-off; but at the same time to charge back thither by Memorandum with f 7: 17: 8 the 6 empty powder kegs sent hither, in order to be charged there to the account of gunpowder; and also to act thus in the future under written instruction to the Resident, to henceforth, according to the desire of Their High Nobilities, upon the receipt of gunpowder, charge the cost of the casks to the account of the same, and subsequently to charge the empty powder kegs hither without money, to the end that they may be sent on occasion from here to the Chief Place of the Indies. Dated 6th mentioned, and the Trade books of 1776/7 having been received. Eendragt approved, to note Sadraspatnam. The Thonij de Johanna Maria having safely delivered 66 packs of diverse Porto Novo Linens and the Trade books of the year 1776/7, it is resolved to note this for the Resident's information in the outgoing letter; as also that the provision of drinking water to the bark de Eendragt, which had briefly touched there at the beginning of May, was deemed well done. Herewith taken into hand the Sadraspatnam letters from the 1st of March to the 6th of May last inclusive, 487. The 16th of June Anno 1778. That 2700 freestones and 86 packs of linens sent with 2 vessels have been received, to note five monthly expense accounts. inclusive, and their Enclosures: it is initially resolved to note in the outgoing letter for the information of the Servants that the Pantjalling de Goede Verwagting and the Thonij de Johanna Maria have safely delivered here the 2700 pieces of freestone floor tiles of 1 foot sent with them, and 86 packs of diverse Linens collected on the previous and this Year's Demand. Furthermore, it is not only approved and resolved to pass for write-off the Expense accounts for the months of December, January, February, March, and April last, together with the Memorandum of the costs incurred for the new flag mast and the Memorandum of the provisions supplied in the months of March, The 16th of June Anno 1778. What to write off. To charge back f 47:19:– regarding empty powder kegs, wherefore and under what instructions. March, April, and May to the mariners stationed on the Pantjalling de Goede Verwagting, since upon examination nothing objectionable was found in all the aforementioned papers, but also to instruct the Servants to write off what was spent for the new flag mast to ordinary Expenses. On the other hand, however, it is resolved to charge back thither with f 47: 19. — as improper the cost of 30 pieces of empty powder kegs, to still be written off there to the account of gunpowder, under instruction to the Chiefs that this must always take place henceforth upon receipt of gunpowder, so that the empty powder kegs can be sent back hither without charge, for further shipment to Batavia, pursuant to the resolution taken in the Council of the Indies on the 27th of August 1776. 489. Approval of the Carpentry and Dispensation accounts of the ultimate of February 1778. Order to conform to the marginal disposition on the memorandum of shortweights. Upon examination of the Carpentry and Dispensation accounts of the first Six months of this current Financial Year, nothing having been found to remark upon them, as the former amounted to f 32: 14: — and the latter to f 34: 2: 8 less than in a similar period the year before: it is resolved to pass them for write-off. However, on the Memorandum of Shortweights discovered and occurred at the Warehouses there in the aforementioned period, after examination, it is not only approved and resolved there The 16th of June Anno 1778.
Dutch transcription
Den 16: Iunij Anno 1778. vrijsprecking van hem vande opglegde vergoeding van ƒ 20.1.–—. weg:s de voorstelling dog onder wat recomandatie als de zigtgiften buiten noodzaakelijkheid vermeerderd, alzoo hij zig in beide gevallen voor de restitutie zoude blootstellen. Op de betuiging van den Resident, dat het meerder gespendeerde tot de voorstelling van zijn HoogEdelheid van Rienklijk, als bij een voorige gelegendheid was bekostigd, aleen gedaan was, om het honneur van de Maatschappij on„ der de Moren op te houden, is voor deeze reize verstaan, den Resident weder te liberie„ ren van de hem opgelegde vergoeding van het meerder bekostigde tot Po p: 20. 1: -. nevens nog eenige meerdere verschonkene specerijen, dog onder recommandatie egter, om in het vervolg bij diergelijke gelegendheeden wat meerder de menage te betragten. De 485. Den 16' Iunij Anno 1778. de memorie van vertrekte vand eenen op d'thonij Thanna Maria geapprobeerd te ruijtereken ƒ7:1:8: 9: l kinetertjes De Memorie van de verstrekte rand„ zoenen in de maand Maart aan de Zeevaa„ rende op de Thonij de Iohanna Maria beschei„ den, is, wijl 'er niets op te remarqueeren valt verstaan, ter afschrijving te passeeren; dog teffens bij Memorie met ƒ 7: 17:8. derwaarts te rug te reekenen de herwaarts overgezonden 6. ledige kruitvaatjes, om aldaar ten lasten van buspoeder ingenomen te worden; onder en zoo ok in't vervolg te handelen aanschrijving aan den Resident, om voortaan na de begeerte van Hunne Hoog Edelheden bij aanbreng van buspoeder het kostende van de fusten ten lasten van het zelve in te nee„ men, en de leedige kruitvaatjes vervolgens zonder geld herwaarts aan te reekenen, ten eiende zoodanig bij gelegendheid van hier naar zulx daar ten late van buspader in te neemen Indiate dato 6e: getk: ende Rij boeken van 17 1/ ontvangen zijn dragt gaffowbeer s, te betelen Sadraspn Indiasch Hoofdplaatze gezonden te kunnen worden. Met de Thonij de Johanna Maria wel aangebragt zijnde 66. –. pakken diverse Portonovosche Lijwaaten en de Negotie- boeken de anno 177 6/7. zoo is verstaan, dit tot 's Residents narigt bij den afgaande on 't votrlken van water ad Een, brief te noteeren; gelijk meede dat men voor¬ wel gedaan heeft gehouden het verstrekken van drinkwater aan de bark de Eendragt, die in het begin van Maij gindes eventjes was aange„ weest. Hiermeede onder handen genomen zijn, de de Sadraspatnamsche brieven van den 1. ' Maart tot den 6. ' Maij jongstleeden inclu„ Den 16. Iunij Anno 1778. sive 487. Den 16:' Iunij Anno 1778. dat 2700. - ard: steenen en 86. - pakken lijw. met 2. –. vaartuigen gezonden, ont„ vangen zijn, te behalen vijf maandelijke onte retb:s gagena„ boed. sive, en derzelve Bijlaagen: zoo is aan„ vangkelijk verstaan, bij den afgaanden brief tot der Bedienden narigt te noteeren, dat de Pantjalling de Goede Verwagting ende Thonij de Johanna Maria alhier wel uitgeleverd hebben de daarmeede afgezonden 2700. - . p:s arduijne vloersteenen van 1. voet, en 86. –. pakken diverse Lijwaaten op den voor- en deezen Jaarigen Eisch ingezameld. Wijders is niet alleen goedgevonden en verstaan ter afschrijving te passeeren de On„ N„ kost-reekeningen van de maanden December Februarij, Maart en April laastlee„ Januarij den, nevens de Memorie van het bekostigde iten diense nenoren voor de nieuwe vlaggemast en de Memorie van de verstrekte rantzoenen in de maanden Maart Gelvence e Den 16. Iunij Anno 1778. mat afte boeken te rug te rekkenen ƒ27:19. eg:sleedige korlisdeatjes wasroo en onder wat aanschrijvens Maart April en Mai aan de Zeevaaren, de op de Pantjalling de Goede Verwagting bescheiden, alzoo 'er op alle de voorschreeve bij examinatie niets is te remar„ papieren open net de oegen vondierlegen queeren gevallen, maar ook de Bedien„ den aan te schrijven, om het geen voor de nieuwe vlaggemast is opgebragt op Onkosten ordinair af te boeken. Dog daarentegen is weder verstaan, met ƒ 47: 19. —. als oneige derwaarts te rug te reekenen, het kostende van 30. –. p:s ledige kruitvaatjes, om all nog ten lasten van buskruit afgeschree„ ven te worden, onder aanschrijving aan de Opperhoofden, dat dit voortaan, bij ontvangst van buskruit altoos geschieden moet, op dat de ledige kruitvaatjes, zonder aanreekening weder herwaarts Lieunar 76 ƒ 489. approbatie der Timmeragie en schenka„ gerk: van ult„o fb: 1730: last zig na de marginaale dispositie op de manoit van ondero: te garagen kunnen gezonden worden, ter verdere ver zending na Batavia, ingevolge besluit op den 27.:' Aug:s 1776. , in Raade van Indie genomen. Bij examinatie van de Timmeragie - en Schenkagie-reekeningen van de eerste Zes maan den deezes loopende Boekjaars, op dezelve niets te remarqueeren gevallen zijnde, als hebbende de eerste ƒ 32: 14:—. en de andere ƒ 34: 2: 8. minder bedragen, als in een gelij„ ken tijd des jaars te vooren: zoo is verstaan, dezelven ter afschrijving te passeeren. Dog op d' Memorie van Onderwigten in voorsz. tijd, bij de Pakhuijzen aldaar ontdekt en gevallen, is, na examinatie, niet alleen goedgevonden en verstaan daar Den 16. ' Iunij Anno 1778.