Inventory 3514
Coromandel · 1,140 pages · 205 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
David Vick's request for reinstatement as qualified bookkeeper to be submitted to Their High Excellencies. Saturday the 5th September 1778 In the morning at 9 hours Meeting of the Council of Policy Absent: The merchant and Fiscal Martinus Koning, the titular Merchant, Mintmaster and Adigar Willem Luijneveld, and the Junior Merchant and Dispencier Jan Apsengh, due to indisposition. Upon the request submitted by petition of the Receiver of Domains David Vick, it has been approved and agreed to send his petition, addressed to Their High Excellencies, at the first opportunity on the Company's behalf to Batavia, with the request to the High Government there, on account of the satisfactory reasons cited in his petition, to favorably reinstate the petitioner in his former rank of qualified Bookkeeper. Likewise, it has been agreed to grant passage to Batavia on the Company's ship 'T Veldhoen to Abraham Maurits Fabricus, former consumption bookkeeper at Capeti, now citizen, who arrived here a few days ago from Ceilon, upon his request submitted by petition, subject to payment of the prescribed transport and board money. The 5th September 1778: The Lord Governor having shown to the meeting that there were already shipped in the return ship the Patriot 748 packs of various linens for Europe, which, with the 573 packs currently ready in the warehouses here, and 270 packs, which were soon to be brought from Iaggernaikpoeram with the bark the Eendragt, would amount to a considerable number of 1591 packs for Europe, besides the linens that were to be delivered successively to the packing hall here by the Nagapatnam merchants, and the cloths that were yet to be brought within a few days from Palleacatta, Sadraspatnam, and Portonovo; it was therefore, after deliberation and noting that, since with the aforementioned packs, especially if a good deal of northern goods are included, the cargo of the Patriot will presumably be brought to the specified 900 tons, its departure to Northern Coromandel is entirely unnecessary, upon the proposal of the Lord Governor approved and agreed to excuse the ship the Patriot from the voyage to Northern Coromandel, in order to be dispatched from here to the Netherlands on the 15th October next, but meanwhile to halt the further loading of the said vessel until the fine Palleacatta and northern cloths have been brought here with the sloop the Walvisch and the bark the Liefde. Furthermore, upon a petition received from the cooper Herman Pinauw, it has been approved and agreed to discharge him to the Netherlands on the ship the Patriot, due to ample expiration of time, retaining his currently earned wages. The 5th September 1778 Likewise, it has been agreed, due to ample expiration of time, to discharge to Europe, retaining their wages, the soldiers: Ernst Fredrik Lütje of Zeel, Jan Coenraad Hergenreeder of Berlijn, Jan Pieter Kun of Lens, Jan Joseph Moll of Speijer, Jan David Wijndert of Sweetmits, Johannes Hermanus Heijdveld of Rijklinkauken, Andries Balk of Dantzig, and Jan Paulus Provost of Nagapatnam, as they could not be persuaded to enter into a new engagement. On the other hand, it has again been agreed to discharge to Batavia on the ship 'T Veldhoen, upon his request made to that effect, Sergeant Hendrik Verbruggen, who came out last year on the ship the Mercuur for Bengal and remained here, as well as to send thither two returned deserters named Carel Leonard Platteur and Jan Christoffels. Further, it has also been agreed to discharge from the Company's service the native soldiers: Nagpa Dielaar of Batavia, and Koroes of Patuakan, upon their respectful request made to that effect, with permission granted to them to depart for Batavia and Queda respectively. Lastly, at the express request of Major Haselman, it has been approved and agreed respectfully to petition Their High Excellencies to favorably grant to the soldiers: Johan Coenraad Engenan, Johannes Kreuger, and Theodorus Bosscher, who, after having served more than a year beyond their time, have entered into a new engagement for five years, the surplus of their currently higher-earned wages from the day their previous engagement expired; on the grounds that one had to promise them the submission of this request, as they were otherwise disinclined to enter into a new engagement. Thus done and resolved in the Castle at Nagapatnam, date as above. Signed by all, except Mr. Koning, Wm Duijneveld, and Js Appengh. Tuesday the 15th September 1778 In the morning at 9 hours Meeting of the Council of Policy Absent: The Merchant and Fiscal Martinus Koning and the titular Merchant Johan Daniel Simons, the former due to indisposition and the latter due to occupation. Upon a petition received from the Chief Surgeon on the Company's ship 't Veldhoen, Joseph Dat, it has been approved and agreed to have the following necessary medicines for the return voyage to Batavia provided by the Chief Surgeon of the Castle for the service of the sick on the aforementioned vessel, namely:
Dutch transcription
David Vicks verzoek om her¬ stel als gequalifficeerd boekh. H. H. Ed:s voor te draagen. Zaturdag den 5:' September 1778 Smorgens ten 9. -. uuren Vergadering van Politie Absent Den koopman en Fiscaal Martinus Koning, Den Koopman Tit:, Muntmeester en Adigaar Willem Luijneveld en den Onderkoopman en Dispencier Jan Apsengh mits indispositie Op het daartoe bij Requeste gedaan verzoek van den Ontvanger der Domeijnen David Vick, is goedgevonden en verstaan zijn teffens ingediend Request, aan Hunne 1 Hoog Edelheden gerigt, bij de eerste gelegen¬ heid Compagnies wegen over te zenden na Batavia, met verzoek aan de Hooge Re„ geeving aldaar, om den Suppliant uit hoofde van de voldoende reedenen bij zijn supplicq aan„ gehaald, goedgunstiglijk te herstalen in zijnen deden 689. perrissie van Tabricus om met s veld„ hoen na Batavia te vertrekken „ rijke geweuken s ouden rang van gequalificeerd Boekhouder. Desgelijks is vertaan, aan den voor eenige dagen van Ceilon alhier gearriveerden geweezen Consumptie boekhouder te Capeti, Abraham Mau„ rits Fabricus tans burger, op zijn daartoe bij Requeste gedaan verzoek, passagie naar Bata„ 88 via te verleenen met het Contra. schip 'T Veld„ hoen, onder betaaling van het daartoe staande onder betaling van tome porgede transport -en kostgeld. Den 5' September 1778: Door den Heer Gouverneur ter vergade, warnde sctit vanrdekende ringe vertoond zijnde, dat 'er bereeds in het re„ tour schip de Patrict waren afgescheept 748. -. pakken diverse Lijwaaten voor Europa, die met de nog in de Pakhuizen alhier in gereelheid leggende 573. —. packen, ende vervolg 270. . pakken, die eerstdaags met de bark de Een dragt van Iaggernaikpoeram stonden te worden aangebragt, zouden uitmaaken een aanzienlijk getal: van 159: —. pakken voor Europa, behalven de lijwaaten, die Successive ter pakzaale alhier stonden gele„ verd te worden door de Nagapatnansche koop„ lieden, en de doeken, die nog van Palleacatta„ Sadraspatnam en Portonovo binnen weirig dagen moesten worden aangebragt; zoo is, hierover gedelibereerd en aangemerkt zijnde, dat, de„ wijl men met de voorschreeve pakken vooral zoo er wat veel noords geweess onder komt, de laading van de Patrict na gedagten brengen zal op de bepaalde 9. -. ton, zijn vertrek naar Noorder Den 5. September 1778. Cormay 691. derland Den 5. ' September 1778. Chormandel ten eenemaal onnoodig is, op de propo„ sitie van den Heer Gouverneur Goedgevonden en verstaan, het schip de Patrict van de reijze naar Noorder Chormandel te excuseeren, om van hier op den 15:' October aanstaande naar Nederland gedepecheerd te kunnen worden, dog intusschen het verder belaaden van gemelden te hologhen gen aten in te Bodem zoo lang te staaken tot de fijne Palleacattasche en Noordsche doeken met de sloep de Walvisch en de bark de Liefde alhier zul„ Zul len weezen aangebragt. Voorts is op een ingekomene Request van volsing en en hajer maek„ den Kuijper Herman Pinauw, goedgevonden en verstaan, denzelven mits ruime tijds expiratie met het schip de Patriot na Nederland te verlos„ sen, behoudens zijne tans winnende Gage. Det geven lang hen nen gen gaa iten 8. . Soldaaten een Sergeant na Batavia Den 5'. September 1778 Desgelijks is verstaan, mits ruime tijds exciratie, behoudens hunne gage naar Europa te verlossen de Soldaaten, Ernst Fredrik Lútje van Zeel, Jan Coenraal Hergenreeden van Berlijn, Jan Pieter Kun - - „ Lens, Jan Joseph Moll. . „ Speren, Jan David Wijndert „ Sweetmits, Johannes Hermanus Heijdveld , Rijklinkauken Andries Balk. . . „ Dantzig, en Jan Paulus Provost - - „ Nagapatnam alzoo zij tot geen nieuw engagement te beweegen zijn geweest. Dog daar en tegens is weder verstaan, den in anno pass„o met het schip de Mercuur voor Bengale uitgekomen Sergeant Hendrik Verbruggen, die alhier 8 18 693 en cosent on te vertreken 3. . Soldaaten Den 5' September 1778. alhier verbleeven is, op zijn daartoe gedaan verzoek na Batavia te verlossen met het schip T Veldhoen, mitsg:s teffens derwaarts te zenden, twee te rug gekomen Deserteurs in name Carel Leonard Platteur en Jan Christoffels. diniste van 2. ootelingen Wijders is nog Verstaan de oostersche Soldaaten, Nagpa Dielaar van Batavia, en Koroes - - - „ Patuakan, op hun daartoe gedaan eerbiedig verzoek uit den dienst van de Comp:e te ontslaan met ver gunning aan dezelven, om na Batavia en queda respective te mogen vertrekken. Laatstelijk is, op het expres verzoek van Supla va getagten an den Majoor Haselman goedgevonden en ver¬ staan, Hunne Hoog Edelheeden eerbiediglijk en 2. deperteurs ok op te zenden te van wanneer en waarom Den 5e' September 1778. te verzoeken, om aan de Soldaaten Johan Coenraad Engenan, Johannes Kreuger, en Theodorus Bosscher, die na ruim een jaar over„ hunnen tijd gediend te hebben, weder een vijf jaaren hebben aan nieuw verband voor gegaan, goed gunstiglijk toetestaan, het sur plus van hunne tans meerder winnende ga„ ge van den dag aff, dat hun voorig ver„ „ g band was gexpireerd; uit hoofden men hun„ den voordragt van dit haar verzoek, heeft moeten beloven, alzoo zij anders ongenegen waren tot een nieuw engagement over te gaan Aldus Gedaan en Gearresteerd in't Casteel tot Nagapatnam dato voorsz /: ge:/ door alle /: Eercagt:/ M:r Koning, W„m Duijneveld en J„s Appengh. 695 't veldhoven verstrekt. — Dingsdag den 15:' September 1778. Smorgens ten 9-. uuren Vergadering van Politie O Absent Den Koopman en Fiscal Martinus Koning en Den Koopmanti:t Johan Daniel Simons, Den Eersten door indispositie en den anderen mits occupatie. Op een ingekomen Request van den medicamenten vor't schip opferChirurgijn op 't Contra schip 't Veldhoen Ioseph Dat, is goedgevonden en verstaan, ten diensten van de zieken op voorsz: bodem door den opperChirurgijn van het Casteel te laaten verstrekken de navolgende benoodigde medicamenten voor de te rug reize na Batavia; als. Peeed
English
The 5th of September 1778. Radix jalappae - - 3. 2. ditto senegae - - - Z. 4 ditto Ipecacuanhae - lb. 1. ditto althaeae — 7. 6. ditto gentianae — lb. 1. Flores Chamomillae — „ 1. „ Folia Sennae — - - - lb. 2. Herba Althaeae — — — — „ 2. Spiritus matricariae - - - 3. Nitrum dulce - lb. ½. Elixir Proprietatis - - - 4. Sal Ebsuma Succus Liquiritiae - - - - „ 1. Aqua Saniculae - - - - ditto Liquiritiae - - - - - „ 1. ditto Papaveris - - - - „ 2: ditto Rosarum - - - - - „ 1½ ditto Sambuci - - - - - „ 1. Gummi arabicum. - Z. 2. Cremor ditto Z. 1 697. to load into that ship. — The 15th of September 1778. Cremor Tartari 6. Sal tartari variolatum — 6. Oleum laurini Z. 6. Unguentum basilicum „ ½. ditto Althaeae 2. ½. Emplastrum divinum vigoris D. ½. Diachylon - - lb. 1. Labdanum - - - lb. ½. ditto de Ranis — lb. 1 Spanish flies D. ½. One piece Guinea cloth instead of that consumed on the voyage hither - - 3. 3. From an incoming report [illegible] from the boatswains expressly commissioned thereto by the Governor, Pieter Thomas and Johannes Kiers, who in the presence of the Master of the Equipage Jacob Hartman on the 8th of this month closely observed at the pump of the chartered ship 't Veldhoen how matters actually stood with the hitherto unknown leak in the said vessel, as well as from a declaration concurrently submitted by the officers of the said vessel passed under the presentation of oath on the 12th instant before the First Clerk of Police Johannes Abraham Bronsveld and witnesses, it having appeared to this Council not only that the aforesaid leak has hitherto been of not the slightest consequence, seeing that the 14¾ inches of water, which in two hours' time, The 15th of September 1778 after, 699 after the pump had previously been pumped dry, had accumulated again, were pumped out within four minutes; but also that all the aforesaid seamen made not the slightest difficulty about sending the said vessel with a cargo of bales of linen to Batavia: it has therefore, for the reassurance and exoneration of this Council, been resolved and agreed to make a record thereof herewith and to insert the aforesaid reports. The 15th of September 1778. To thereof: The 15th of September 1778 To the Right Honourable Sir Reijnier van Vlissingen Governor and Director of this Coast of Coromandel and its Dependencies. Right Honourable Sir! Insertion of the report and declaration: Pursuant to Your Right Honourable's highly respected order, the undersigned, as commissioned boatswains, together with the Master of the Equipage, repaired to the Company's ship 'T Veldhoen lying at anchor here in the roadstead to examine how much water might accumulate at the pump during the interval, and the humble undersigned have the honour to inform Your Right Honourable that, having arrived on board that vessel, they had the pump pumped dry, and subsequently, after letting it stand idle for an hour, found that 13 inches of water had accumulated at the pump; they further let the pump stand idle for an hour and then found that no more than 1¾ inches of water had 701. The 15th of September 1778 increased at the pump, then had it pumped dry, and found that those 14¾ inches of water were pumped out in four minutes. So that we find no difficulty in loading linens into that vessel and letting it undertake the voyage to Batavia, as long as that leakage does not increase much. However, the captain of that vessel, Mr. Hamming, together with his mates, can give clearer evidence of how that vessel behaves when laden in open sea with strong winds. We hope hereby to have satisfied Your Right Honourable's highly esteemed intention and to have fulfilled our duty; presuming the high honour to subscribe ourselves with all high esteem. Was signed below: Right Honourable Sir, lower: Your Right Honourable's humble and obedient servants, signed: Pieter Thomas and Johannes Kiers. In the margin: Nagapatnam the 8th of September 1778. Signed below: in the presence of, signed: Jacob Hartman. No: 99. On this day, the 12th of September 1778: Appeared before me, Johannes Abraham Bronsveld, First Sworn Clerk of Police and Secretary of the, The 15th of September 1778. the Honourable Council of Justice of this Government, present the witnesses to be mentioned hereafter, the skipper of the Company's ship 'T Veldhoen lying here in the roadstead, the Honourable Pieter Hammink, as well as the Chief Mate appointed thereto, Cornelis van der Vliet Junior, the Second Mate Albert Willem Anthonij Fredrik van Idsinga, the Boatswain Maurits Nieuwenhuisen, the Boatswain's Mate Arij Morgen, and the Gunner Hendrik Raadgeever, who, at the requisition of the Right Honourable Sir Reijnier van Vlissingen, Governor and Director of this Coast of Coromandel and its Dependencies, jointly and unanimously declared to be true and truthful; That on the 8th of this month, by order of the Right Honourable Sir Requirant, the Master of the Equipage of this place, together with the shore boatswains Pieter Thomassen and Johannes Kiers, having come on board with them, the attestants, had the pump pumped dry and subsequently, after the expiration of one hour's time, having sounded the pump, had then found 13 inches of water, but after another hour's time had passed, the pump having been sounded for the second time, they, the attestants, had observed that the water in that intervening time had not increased by more than 1¾ inches, so that 14¾ inches of water was then found. The Attestants declaring further, that whereas 44
Dutch transcription
Den 5 September 1778. Rad: jalage - - _:o sche - - - _. o. Ipa Ceiquane- _o althea — _o gen:t Sijana - Forus Camomillen — folio Sennen herba Altha — Sp: matre Catis - - - Nitr. dulcis - Elx: Proprietatis - - - Sal Ebsuma Suckus lique Rusie - - - - „ 1. aq. Siniecutie - - - - _o Liqua Ritiesi - - - - - „ 1. _o Papaveren - - - - „ 2: _o Reosarim - - - - - „ 1½ _o Sambusie - - - - - „ 1. Gum arabicum. - Z. 2. 3. 2. Z. 4 lb. 1. 7. 6. lb. 1. - - - - „ 1. „ - - - lb. 2. — — —„ 2. 3. lb. ½. 4. Crem: - - „ — . - 1 - — - — — do Z. 697. in dat schip te laaden. — Den 15:' September 1778. Crem. Sartari Sal tart. variol. — ol: lou vini ang. basdlicum _. o Althe — E: divinsiv. vigonus Diregilom - „ Labdanauw „ „ de Ranur — Spaanse vliegen Een p:s Guinees in Steede van het verbruikte in de reize na herwaarts uit een ingekomen Rapport Aan seripel om zijn put van de daar toe door den Heer Gouver„ neur expres Gecommitteerde Bootslieden Pieter Thomas en Johannes Kiers, die ten 6. 6. Z. 6. „½. 2. ½. D. ½. - - lb. 1. - - - lb. ½. --. lb. 1 over, - - - - -„ - 5 - — — - — . - - D.½. - - 3. 3. overstaan van den Equipage meester Ja„ cob Hartman op den 8. deezer bij de pomp van het Contraschip 't Veldh oen naauw„ keurig geobserveerd hebben, hoedanig het met de tot nog toe onbekende Leekasie in gemelden bodem eigentlijk gesteld was, gelijk mede uit een teffens ingekomen verklaaring door de overheden van gemelden bodem op den 12 ' hujus voor den Eersten klerk van Politie Johan¬ nes Abraham Bronsveld en Getuigen. onder presentatie van Eede gepasseerd, deezen Raade niet alleen gebleeken zijnde dat het voorsz: Lek tot nog toe van geen het minste belang was; alzoo de 14¾ duimen water, die in twee uuren tijds, Den 15. September 1778 na, 699 na dat de Pomp al voorens was lenis geslagen, weder aangegroeijt waren, binnen de vier minuten waren uitge¬ pompt; maar ook dat alle de voorsz: Zeelieden geen de minste zwarigheid maakten, om den gemelden bodem met een lading Lijwaat=Pakken na Bata„ via te zenden: zoo is, tot gerutstel„ ling en decharge van deezen Raade, goed gevonden en verstaan, daar van bij deezen notitie te houden en de voorsz. Rapporten te insereeren. Den 15e. September 1778. Aan ving desweegen: Den 15 September 1778 Aan den welEd: Gestrenge Heer Reijnier van Vlissingen Gouverneur en Directeur deezer Custe Cormandel met den Resorte van dien Wel Edele Gestrenge Heer! insoti va het mapport ende verkaen volgens uwer wel Edele Gestrengens. hoog gerespee„ teerde ordre So hebben de ondergeteekent als gecom¬ mitteerde bootslieden, nevens den Equipage meester na het hier ter reede leggende 'S Comp:s schip 'T Veldhen vervoegd om te onderzoeken, hoe veel water geduurende bij de Pomp mogte komen, zoo hebben de nederige tekenaars de eere, uwer wel Edele Gestrengens te be„ rigten, dat aan boord van dien bodem gekomen zijn„ de, de pomp hebben lens laaten slaan, en vervol„ gens na een uur te laaten stilstaan bevonden, dat 13. duim water bij de pomp. was aangevejroeijt lieten de pomp wijders Een uur stilstaan en bevon„ den alsdan niet meer als 1¼: duim water bij de pomp was 701. Den 15. September 1778 was vermeerderd, lieten daan lens pompen, en be„ vonden, dat die 14¾. duim water in vier minuten wierden uitgepompt. zoo dat geen zwarigheid daarin vinde om lijwaa„ ten in dien bodem te laden en de reize na Batavia te laaten onderneemen, zoo lange als die lekkagie niet veel vermeerderd. Egter zoo kan den kapitijn van dien bodem den Heer Hamming nevens zijne Htuurlieden klaarder bewijzen geven, hoe dat zig dien bodem, gelaaden in ruime zee met harde winden bevind. Verhoopen hiermede aan uwer wel Edele Gestrengens hoog G'eerde intentie voldaan en onze pligt volbragt te hebben; ons de hooge eere aanmatige met alle hoog agting te onderschrijven. /:onderstond:/ Wel Edele Gestrenge Heer /:lager:/ uw wel Edele Gestrengens onderdanigen en Gehoorzaame Dienaaren /:geteekend:/ Pieter Toomas en Johannes Kiers /: in margine:/ Nagapatnam den 8. September 1778. /:onderst:/ ten bijweezen van /: get:/ Jacob Hartman. No: 99. Op Huijden den 12. September 1778: Compareerde voor mij Johannes Abraham Bronsveld Eerste gezwoore klerk van Politie en Secretaris van den, Den 15 September 1778. den Agtb: Raad van Justitie deezes Gouvernements, present de na te meldene getuigens, den schipper van het hier ter rheede leggende 'S Comp:s Schip 'T Veldhoen D E. Pieter Hammink, zoo mede de daarop bescheide opperstuurman Cornelis van der Vliet Junior, den onder„ Suurman Albert Willem Anthonij Fredrik van Idsin¬ ga, den bootsman Maurits Nieuwenhuisen, Schieman Arij Morgen, en Contapel Hendrik Raadgeever, dewelke ter requisitie van den wel Edelen Gestrengen Heer Reijnier van Vlissingen, Gouverneur en Direc„ teur deezer Custe Cormandel met den resorte van dien„ gezamentlijk als uit eenen monde verklaarden, waar ende waaragtig te weezen; Dat op den 8. ' deezer, ten ordre van den wel Ed: Gestr. heer Requirant, den Equipage meester deezer plaat„ ze, benevens de bootslieden van de wal Pieter Thomas„ sen en Iohannes Kiers bij haar attestanten aan boord gekomen weezende, de pomp hadden laaten lens slaan en vervolgens off na verloop van Een uur teids, de pomp gepeild hebbende, toen 13. –. duim waters bevonden hadden, dog na weder een uur teids verloopen, voor de tweede maal de pomp gepeijld zijnde, Sij attestanten ont„ waard hadden, dat het water in die tusschen tijd niet meer dan 1¾. duim g'accresseerd was, alzoo toen 11¾4 d„m waters bevonden wierd. Verklaarende de Attestanten vervolgens, dat dewijl 44
English
44 702. The 15th of September 1778 since that water had been pumped out again within four minutes' time, they consequently could find not the least objection to loading bales of linen into that keel, and therewith undertaking the voyage to Batavia, until such time as the leakage that was presently there, though unknown how caused and where to be found, should be followed by no heavier straining and taking in of water, or other unforeseen defects should appear in the future. Concluding, the joint deponents declared to have testified the truth, and therefore also remained prepared, if required, to confirm their statements on oath. Thus done and passed in the Castle at Nagapatnam on the date aforesaid, in the presence of Jacob Hendrik de Veer and Hendrik Richard, clerks at the aforesaid Secretariat, as witnesses; the minute of this is signed. Underneath stood: Which is duly witnessed. Signed: I. A. Bronsveld, First Clerk. The general finding of the delivered cargo, together with the reports concerning the delivered cargo of the opposing ship 's Veldhoen, having been received and resumed: so it is, after deliberation, approved and understood: 1. to have written off to profit and loss: 306. –. lb. cloves on 30596. —. lb. 211 1/8. " camphor Japan " 7063. -. " 4503. –. " powder sugar " 150111. -. " 3001. –. " candy sugar " 100061. —. " 10. –. " sandalwood Timor " 500. —. " 568.½. " iron Dutch " 87900. -. " 24. –. " steel Dutch " 1600. –. " 86. –. " nails " 8600. –. " 27. – " lock plates " 896. —. " — 1/8. " sheet lead " 275. —. " — 1/8. " yellow copper " 504. –. " — ¼. " red copper " 228. –. " 1½. " gallnuts " 50. –. " 2. –. " gum arabic " 70. —. " 1½. " copperas " 50. –. " 187½. " bar copper Japan " 150800. -. " 7760 –. cans arrack " 77600. . cans 116. —. cans Cape wine " 1164. —. cans 10. –. bottles white wine " 500. —. bottles 19. -. cans vinegar Dutch " 194. cans 703. The 15th of September 1778. as accounted for short, as not exceeding the percentages validated by the Regulations on Write-ins and Write-offs to the ship's officers on the consignments brought in. 2. But on the other hand, to have the ship's officers debited in the usual proportions on their pay accounts for the following goods found short, namely for: one jar Manna Calabrina of 10. lb., burdened with 75. -. percent advance; and for 2. pieces pump leathers, 4. –. lb. sail yarn Dutch, and 6. –. pieces sponge sticks, with 2. –. capital advances on top of that; amounting together to . . . . Likewise to have their accounts debited with ƒ . . or the amount of 910. –. lb. gunpowder calculated at 50. guilders per 1000. lb., delivered by them out of a quantity of 5000. –. lb. as wet, spoiled and soaked through with seawater; and 4. or lastly, to have the aforesaid spoiled gunpowder dumped into the sea and destroyed in the presence of specially appointed commissioners, with orders to the same to submit a written report of this their action. On a petition received from the Merchant and Fiscal here, Martinus Koning, it was approved and understood, to respectfully present to their High Excellencies the High Indian Government at Batavia, with the opposing ship 's Veldhoen, his also submitted supplication most respectfully dedicated to them, containing an urgent request to be discharged from here directly to the Netherlands, with a request to look favorably upon it on account of the motives alleged in his supplication. 705. 18th of September 1778 Likewise, out of consideration for his many years of faithful service, it was approved and understood, to also present to their High Excellencies with the Veldhoen, under a favorable recommendation, the received petition of the Pay Bookkeeper Dirk Buijs, addressed to their High Excellencies, containing a request to be promoted in his present service to Junior Merchant, following the example of other governments. Due to expiration of time, it was approved and understood upon his request made to that end, to discharge the soldier Pieter Jacob Libenau, serving under the garrison here, to the Netherlands with the return ship de Patriot, retaining his current earning wage of ƒ 9. -. But on the other hand, it was agreed again to not only change the gunner Hendrik Roth at his request into a soldier, but also, due to ample expiration of time, to increase his wage from ƒ 11. —. to ƒ 14. —. upon a new contract of three years. Furthermore, the minutes excerpted by order of His Honour from the very respected General Letters received this year from Batavia from Their High Excellencies under date of 30 September and 4 October 1777, as well as 2 January, 24 April and 15 May of this year, were produced in the meeting by the Governor, with the proposal to deliberate on the necessary response thereto during this meeting: so it is, having proceeded thereto according to the desire of His Honour, initially understood to most respectfully give Their High Excellencies communication of the receipt of the aforesaid letters. Their High Excellencies having ordered by letter of 30 September 1777, following
Dutch transcription
44 702. Den 15 September 1778 dewijl dat water in vier minuten teids weder was uitgepompt geworden, zij dus geen de minste zwarigheid konden vindeen, om lijwaatpakken in dien kiel te laaden, en daarmeede de reize naar Batavia te onderneemen tot zoo lange de lekkagie die 'er thans was, /:Schoon onbekend, hoedanig gecauseerd en waar te vinden:/ van geen Swaarder Tuijging en inwatering gevolgd wierd, dan wel andere onte voor¬ ziene gebreeken in het vervolg ten voorschijn kwaamen. Eindigende verklarden de gezamentlijke Attestan„ ten, de waarheid getuigd te hebben, en bleeven dier halven ook bereid, om des gerequireerd werdende, hunne positien met eede te gestaaden. Aldus Gedaan en Gepasseert in 't Casteel tot Nagapatnam dato voorsz. , ter presentie van Jacob Hendrik de Veer en Hendrik Richard klerken ter Secretarije voormeld als getuigens; de minute deezes is geteekend. /:onderstond:/ 'T Welk Getuigd behoorlijk /:getekend:/ I: A:n Bronsveld Eert Clerk. Jngekomen en geresumeerd zijnde de uijt geleeverde laading generaale bevinding nevens de Rapporten wegens de uitgeleverde lading van het Contra schip 's Veldhoen: zoo is, na deliberatie, goedgevonden en verstaan E te Den 15. September 1778. 1. op winst en verlies te laaten afschrijven 306. –. lb. Garioffel nagelen - - op 30596. —. lb. 211 1/8. „ kamfer Iapan - - - „ 7063. -. „ 4503. –. „ Poeder Zuiker - - „ 150111. -. „ 3001: –. „ kandij zuiker - - - „ 100061. —. „ 10. –. „ Sandelhout Timors - - - „ 500. —. „ 568:½. „ ijzer hollands - - - „ 87900. -. „ 24. –. „ Staal hollands - - - „ 1600. –. „ 86. –. „ Spijkers _o - - „ 8600. –. „ 27. – „ Slootplaaten - - - „ 896. —. „ — 1/8. „ platloot - - - - „ 275. —. „ — 1/8. „ Geel kooper - - - „ 504. –. „ — ¼. „ rood kooper - - - „ 228. –. „ 1½. „ Galnooten - - - „ 50. –. „ 2. –. „ Gom arabicum - - - „ 70. —. „ 1½. „ Koperrood - - - „ 50. –. „ 187½. „ Staafkoper Iapans - - „ 150800. -. „ 7760 –. kannen arrak - - - - - - „ 77600. . kann. 116. —. _„o zeeq wijn - - - „ 1164: —: _ 10. –. bott:s witte wijn. . - - „ 500. —. bott:s 19. -. kann: Azijn Holl: - - „ 194. kann: 1 te 703. Den 15 September 1778. te min verantwoord, als niet excedeerende de bij het Reglement op de In- en afschrij„ vingen aan de scheeps overheeden gevalideerd wordende percentos op de aangebragte partijen. 2. Dog daar en tegen de scheeps over„ heden in de gewoone proportien op hunne Soldij-rekeningen te doen belasten voor de ondervolgende te kort gekomen goederen als voor Een pot Manna Callabr: van 10. lb. , met 75. -. percent avans bezwaard; en voor 2. . p:s pomphuiden 4. –. lb. Zijl gaaren hollands, en 6. –. p:s wisser Stokken, met 2. –. Capitaalen avans daar en boven; bedraagende te zamen Desgelijks derzelver Rekeningen . . . . 3. te Den 15:' September 1778. Den fiscaal verzoekt direct van hier verlost te worden. — te laaten debiteeren met ƒ . . of het bedragen van 910. –. lb. buskruit tegens 50. gld:s de 1000. lb. berekend, door hun op een quanti„ teit van 5000. –. lb. nat, bedurven en met zee„ water doortrokken uitgeleverd; en 4.) of laastelijk het voorschreeven bedurven buskruit ten overstaan van expres„ se Gecommitteerden in zee te laaten storten en vernietigen, met last aan dezelve, om van deeze haare verrigting te dienen van Schriftelijk Rapport. Op een ingekomen Request van den Koopman en Fiscaal alhier Martinus Ko„ ning, is goedgevonden en verstaan, zijn teffens overgelegd Supplieq aan hunne Hoog Edelheedens de Hooge Indiasche Regeering te Batavia 705. 18 September 1778 Den mom te werden—. Batavia aller eerbiedigst gedediceerd, behel„ zende instantie, om van hier direct na Nederland verlost te mogen worden, Hoog= dezelve met het Contra. schip 's Veldhoen reverentelijk aante bieden, met verzoek, om daar op een gunstige replectie te slaan, dit hoofde van de motiven bij zijn Supplicq geallegeerd. Desgelijks is, uit Consideratie van zijne Buijs verzoekt onder koop„ gne langjaarige getrouwe diensten, goedgevonden en verstaan, het ingekomen Request van den Soldij-boekhouder Dirk Buijs, aan hunne Hoog Edelhedens geaddresseerd, behelzende ver„ zoek, om op zijnen presenten dienst, na het Gouvernementen, tot voorbeeld van andere onderkoopman te mogen worden bevorderd, Hoog Den 15. September 1778. Verlassing van een Soldaat Een bosschieter gechangeerd; det zeldent. Notulen uijt haar hoog Ed: brieven— Hoog dezelve almeede met het veldhoen aante bieden, onder een favorabel voorschrijven. Mits tijds expiratie is op zijn daar„ toe gedaan verzoek, goed gevonden en verstaan, den soldaat onder het guarnisoen alhier Pieter Iacob Libenau, behoudens zijne thans winnende gage van ƒ 9. -. met het re„ tourschip de Patrict na Nederland te ver„ lossen. Dog daar en tegen is weder verstaan, den Bosschieter Hendrik Roth op zijn verzoek niet alleen tot soldaat te Changeeren, maar hem ook, mits ruime tijds expiratie van ƒ 11: —. tot ƒ. 14. —. in gage te verhoogen op een nieuw verband van drie jaaren. Wijders is door den Heer Gouverneur ter Vergade 707. Den 15. September 1778. vande in suam de A:o 174. 17. Vergaderinge geproduceerd, de op ordre van zijn Edele geexcerpeerde notulen uit de van dit jaar van Batavia ontvangen zeer geve„ nereerde Gemeene brieven van Hunne Hoog Edelheeden Sub dato 30. ' September en 4. ' oc„ tober 1777. , mitsgaders 2. ' Ianuarij, 24. April en 15: Maij deezes Iaars, met pro„ positie, om daarop staande deeze bijeenkomst de noodige resriptie te beraamen: zoo is, daartoe na de begeerte van zijn Edele overgegaan zijnde, aanvangkelijk ver„ staan, Hunne Hoog Edelheden aller eer„ Communicatie te geven van den biedigst ontvangst der voorschreeve brieven. Door Hunne Hoog Edelheeden bij Missive verschillende opgaave van den 30. September 1777. gelast zijnde, vol
English
The 15th of September 1778 to supply sufficient reasons regarding the differing statements of the textile bales collected on this coast in the years 177½ and 177 2/3, as well as concerning a similar difference in the year 1776; it is, because through the marginal response of this Government to the Extract of the General Homeland Missive of the 25th of October 1776 the required elucidation has already been provided on that account, resolved to refer thereto with respect, not only regarding this difference, but also with respect to the separate statement further required by the Gentlemen Majores, both of the Company's funds and those of private individuals, of which the capital refunded by the Souba consisted, as that question has likewise been answered very circumstantially therein. Likewise, as the further remark of the Lord Masters with respect to the repayment of the 60,000 pagodas taken at interest by this Council in the year 1774 from the agents of the English banker Paul Benfield is, as one trusts, sufficiently answered in the aforementioned Extract of the Homeland Missive, it is resolved to likewise refer thereto with respect, in the trust that Their High Mightinesses as well as the Gentlemen Majores will be pleased to take complete satisfaction therewith. Meanwhile, it is resolved to let the estimated order on the division of the return shipment upon the dispatch of textiles to the Netherlands serve henceforth for instruction and observance, by again assigning, as previously took place, 2/3 to the Amsterdam Chamber and 1/3 to the Zeeland Chamber of all types of textiles. Their High Mightinesses having, by highly respected Circular Missive of the 4th of October 1777, given communication to this Council of the untimely decease of His High Nobleness, the High Noble Right Honourable Lord Jeremias van Riemsdijk, Governor-General of the Netherlands Indies; as well as of the accession of the Noble Right Honourable Lord First Councillor and Director-General Reinier de Klerk to the aforementioned eminent and momentous dignity: it is approved and resolved not only to condole Their High Mightinesses on the aforementioned high death in the name of the Assembly, but also to congratulate Them, and in particular His High Nobleness De Klerk, in fitting and respectful terms on the assumption of the supreme government of the Netherlands Indies, praying for Heaven's precious blessing upon His High Nobleness's illustrious person and laudable administration. Likewise, it is approved and resolved to respectfully congratulate the Noble, Right Honourable Lord Mr. Willem Arnold Alting on His Noble Right Honour's very distinguished promotion to First Councillor and Director-General of the Netherlands Indies, wishing Heaven's generous blessing upon His Nobleness's precious person and momentous office. The 15th of September 1778 Furthermore, in answer to Their High Mightinesses' highly respected Missive of the 2nd of January of this year, it is approved and resolved to thank Them cordially in the name and on behalf of the entire congregation for the calling of the minister Johannes Theodorus van der Werth as teacher in the Reformed Church here, further humbly communicating that His Reverence, since his arrival from Ceylon on the 4th of June, has particularly edified the congregation through the diligent conduct of public worship. Further, having entered into deliberation concerning Their High Mightinesses' highly esteemed Missive of the 24th of April last, brought here from Batavia by the return ship de Patriot on the 7th of June: it is, according to Their desire, resolved to immediately give communication to Their High Mightinesses upon the arrival of each Company ship, by a separate letter via Ceylon, in order that They may not again remain in uncertainty for so long regarding the safe arrival of a Company ship, as in the past year. For the gold, silver, merchandise, provisions, and necessities brought from Batavia by the ships de Patriot and het Veldhoen, in satisfaction of the Coromandel formal requisition for the year 1778, it is resolved to thank Their High Mightinesses most respectfully. As well as for the satisfaction of the request of this Government made in the letters of the past year, of 20,000 lbs. of pepper for the stowage of the textile bales in the return ship, since such a quantity of pepper is absolutely necessary if the bales are to be packed according to custom. Further, regarding the dispatch of this ship and 't Veldhoen, it is resolved to refer in the outgoing letter to the resolutions of this Board of the 6th of August and the 5th of this month, trusting that Their High Mightinesses will be pleased to favourably approve the arrangements devised therein. And further to note in the reply that the ship Ridderkerk, bound from Batavia to Bengal, having arrived at Jaggernaikpoeram, delivered the 10,000 lbs. of nutmeg laden therein at the principal place of the Indies.
Dutch transcription
Den 15. September 1778 genstitueerde gelden voldoende redenen te suppediteeren, no„ pens de verschillende opgave der in anno 177½. en 177 2/3. ter deezer kuste ingezamelde lijwaat-pakken, gelijk meede omtrent een diergelijk different in anno 1776. ; zoo is, wijl bij het marginaal antwoord deezer Regee„ ring, op het Extract Generaale Piatriasche Missive van den 35. ' October 1776. , bereeds dierwegens de vereischte elucidatie is gegeven, verstaan, zig daaraan met eerbied te re„ fereeren, niet alleen met betrekking tot dit different, maar ook met opzigt tot de door de Heeren Majores nader gerequi„ reerde aparte opgave, zoo van Compagnies 89 gelden, als die van particulieren, waaruit het door den Souba gerestitueerde Capitaal betaan 708. Den 15: September 1778 door de E Compe bestaan heeft, alzoo die vraag? daarbij almede zeer omstandig is beantwoord. Desgelijks bij het voorschreeve Extract op intrest genomene boveren s7: Patriasche Missive, zoo men vertrouwt vol„ doende beantwoord zijnde, de nadere re„ margie der Heeren Meesters, ten opzigte van de restitutie der 60'000. –. pagoelen door deezen Raade in anno 1774. van de Gemag„ tigden van den Engelschen Bankier Paul Benfield op intrest genomen, zoo is ver„ staan, zig al meede daar aan met eerbied te refereeren, in vertrouwen, dat Hunne Hoog Edelheden zoo wel als de Heeren „volkomen Majores daarmede, genoegen, zullen gelie„ ven te neemen. Ondertusschen is verstaan, de nadtere verdeling van relouren beraamde Den 15. September 1778. filiertatie aan zijn hoog Edelheijd De Klerk beraamde ordre op de verdeeling van het retour bij verzending van lijwaa„ ten na Nederland, zig voortaan tot na„ rigt en observantie te laaten strekken, door weder zoo als bevoorens plaats gehad heeft, van alle soorten van Lijwaaten de Kamer Amsterdam 2/3. en de kamer Zeeland 1/3. toe te deelen. Door Hunne Hoog Edelheden bij Hoog gerespecteerde Circulaire Missive van den 4. October 1777. aan deezen Raade Communicatie gegeven zijnde, van het ontijdig afsterven van zijn Hoog Edelheid, den Hoog Edelen Groot Agtbaaren Heer Jeremias van Riems„ dijk, Gouverneur Generaal van Neder„ landsch 711. Den 15. September 1778 vervolge. landsch Indie; gelijk mede van de optreeding van den wel Edelen Groot Agtbaaren Heer Eersten Raad en Direc„ teur Generaal Reinier de Klerk tot de voorschreeve Eminente en Zwaarwig tige waardigheid: zoo is goedgevonden en verstaan Hunne Hoog Edelheden wegens het voorschreeve hooge sterfgeval uit naam der Vergadering niet alleen te condoleeren, maar ook Hoog dezelven en in 't bijzonder zijn Hoog Edelheijd de klerk in gepaste en eerbiedige termen te Congratuleeren met de aanvaarding van het Opperbestier van Nederlandsch Indie, onder toebid„ ding van 'S Hemels dierbaaren zegen over zijn Hoog Edelheijds Jaustre Perzoon en Item aan de Ed: heer direc„ teur generaal Alting; Donkofferte voor het beroepen van den Eern: van der werdth als Leesar alhier. en loffelijke Regeering. Desgelijks is goed gevonden en verstaan den wel Edelen, Groot Agtbaaren Heer M:r Willem Arnold Alting met eerbied te feliciteeren met zijn wel Edele Groot Agtb: zeer aanzienlijke promotie tot Eerste Raad en Directeur Generaal van Nederlandsch India, onder toewensching van 'T He„ mels milden zegen over zijn wel Edeles dierbaare Perzoon en zwaarwigtige bedie„ ning. Den 15 September 1778 Voorts is, in antwoord op Hunne Hoog Edelhedens hoog gerespecteerde Mis„ sive van den 2. Januarij deezes jaars, goed gevonden en verstaan, Hoogdezel„ ven uitt naam en van weegens de gansche Geelvinck 713. Den 15. September 1778. „ Communicatie doen. — Gemeenten van harten te bedanken, voor het beroepen van den Predikant Johannes Theodorus van de werth tot Leevaar in de Gerefformeerde Korke alhier, onder nedri„ ge Communicatie wijders, dat zijn Eerwaarde Sedert desselvs aankomt van Ceilon off van den 4:' Iunij de Gemeente bijzonder gestigt heeft door het ijverig waarneemen van den publiquen Godsdienst. Wijders ter deliberatie getreeden zijn, van diarire der scheepen de over Hunne Hoog Edelheedens hoog geag„ te Missive van den 24.:' April jongsleeden, met het retourschip de Patrict op den 7. Iunij van Batavia alhier aangebragt: zoo is, na hoogderzelver begeerte, verstaan, om telkens bij aankomst van een Compagnies schip daar Den 15. September 1778. Dank voor gezonden goud en zlvme Item voor 20 door' lb: peeper. daar van immediaat aan Hunne Hoog Edelheeden Communicatie te geven, bij een apart brieffje over Ceilon, ten einde Hoog„ dezelve niet weder wegens de behoude aan„ komst van een Compagnies schip zoo lang in het onzekere blijven, als in anno passato. Voor het met de scheepen de Patrict en het Veldhoen van Batavia aangebragte Goud, Zilver, koopmanschappen, provisien en benoodigdheeden, in voldoening van den Cormandelschen Formeelen Eijsch voor den jaare 1778. is verstaan, Hunne Hoog Edelens op 't allereerbiedigst te bedanken. Gelijk mede, voor de voldoening op het verzoek deezer Regeering bij voorjaa„ rige letteren, van 20000. –. lb: Peper tot bestor„ ting 715. Den 15 September 1778 Depeche van het schip 't veld„ hoen. — missisenten. — ting der lijwaatpakken in het retourschip, nadien zoodanig een quantiteit Peper, zal men de pakken volgens gebruik bestorten, vol„ Strekt noodig is. Wijders is, nopens de depeche van dit schip en 's Veldhoen, verstaan, zig bij den af„ gaanden brief te refereeren aan de besluiten deezer Taffel van den 6. ' Aug:s en 5. ' deezer, in vertrouwen dat hunne Hoog Edelhedens de daarbij beraamde Schikkingen gunstig zullen gelieven te approbeeren. En voorts bij de rescriptie te noteeren ambrng van wooo t winten dat het van Batavia na Bengale gedetineer„ de schip Ridderkerk op Iaggernaikpoeram aangebragt hebbende de daarin ter Indiasche hoofd plaatsche afgelaaden 10000. –. lb. Nooten reuscha
English
The 15th of September 1778. 10 pieces of cutlass blades taken. Finding of improper goods. Muscat, subsequently continued its voyage on the 3rd of this month to the Ganges. The officers of the ship 'T Veldhoen having been favorably exempted by Their High Excellencies from the assessment imposed upon them here in anno passato on account of damaged weapon supplies: it is resolved to offer respectful thanks for the communication given thereof, informing Their High Excellencies that the calculated back amount of 10 pieces of rusted cutlass blades, according to the resolution of the 6th of June, has been entered into the booklets of the armory; and that the Honorable Head Administrator, in accordance with the recommendation obtained thereof, The 15th of September 1778. Report of linens received from Batavia sent to the offices. will take care for the future that the findings clearly show the true condition of the spoiled or improper goods found. Through the report of the Linen Examiners sent hither concerning the finding of the linens brought to Batavia by the return ship 'T Veldhoen in anno passato, it is not only resolved to humbly thank Their High Excellencies, but also to inform Their High Excellencies that the necessary extracts of that report have immediately been dispatched to the respective factories, with orders to the Chiefs to improve as much as possible the defects found therein during the upcoming collection, The 15th of September 1778. De Nijs charged with the delivery of 6 bales of linens. especially the defect in width; and moreover in the future to take careful care that the threads of the warp and the weft are taken in proportion to one another, in order thereby to bring greater uniformity into the linens. Likewise it is resolved to communicate respectfully to Their High Excellencies that, pursuant to the order obtained thereto, the Jaggernaikpoeram Second De Nijs was earnestly written to and ordered by letter of the 21st of June to deliver to the Company in the coming year, for dispatch to Batavia, six bales of Guinees The 15th of September 1778. Considerations on the price reduction of cloves. of equal width and length, and at the same prices as were sent by him in anno passato for his private account to Batavia; adding further that it is trusted that this order will be dutifully fulfilled by him. Communication having subsequently been given by Their High Excellencies to this Council that the Lords Majors, in order to prevent a further decline of the trade in cloves to the west of the Indies, had decided to lower their selling price to sixty stuijvers Dutch money; since Their High Noble High Mightinesses maintained that people of a less than moderate wealth would thereby be encouraged The 15th of September 1778. Continuation. to their use, with orders to this Council to serve Their High Excellencies in this principal point with their considerations; namely, whether the introduction of that lowered price would indeed increase the sales of cloves so much that one could calculate to procure for the Company the same sum of money that the Company enjoys at the present sale at eighty stuijvers the pound: thus, having deliberated on this weighty point with attention, it was approved and resolved, according to the prior advice of the Lord Governor, to answer thereto with the greatest respect in the following manner. That The 15th of September 1778. that the present selling price of cloves on this coast, according to the determination made by Their High Excellencies by Resolution of the 10th of April 1752, still stands at one hundred and not at eighty stuijvers the pound, and that therefore a price reduction from 100 to 60 stuijvers would cause a very great change and decline in that exclusive trade: That however, when on the other hand one considers that this spice is hitherto sold at the nearby seaside village of Nagore, which is already in English hands and will thus give even more opportunity to undercut the Company in this trade, at 20 fanams the pound, and one further notes that The 15th of September 1778. Continuation. by a price reduction one would virtually compel the foreign nations to abandon this trade entirely, for the advancement of this last weighty objective, according to the opinion of the Government, it is strictly necessary to set the selling price of cloves as low, and even lower, than the sale thereof made by private individuals, since without that it will never be achieved. Yet, concerning the weighty question whether this reduction of price, be it from 100 to 80 or 60 stuijvers, will increase the sales of cloves in such a way that there could be procured for the Company the The 15th of September 1778. same sum of money that the Company enjoys at the present sale at 100 stuijvers Dutch money, this Council most humbly judges that the same cannot well be answered or determined, since their lesser and greater sale on this coast mainly depends on the peace and tranquility that the lands situated about this place do, or do not, enjoy: That at least the present state of the times and circumstances here in the country, where the fire of war between two European Powers has already been kindled, and in which the native Princes will apparently become involved, do not for that
Dutch transcription
Den 15. September 1778. 10. ps houwer klingen gienoomen Bevinding van onbeq: goederen Muschaten, zijne reize vervolgens op den 3. ' hujus na de Ganges heeft voortgezet. De Overheden van het schip 'T Veld hoen door Hunne Hoog Edelhedens goedgunstig„ lijk ontheft geworden zijnde van de hun in anno passato alhier opgelegde belasting, zoo is wegens bedurven wapen goederen: verstaan, voor de daarvan gegeven Communicatie reverentelijk te bedanken, onder te kenne geving aan Hoog dezelve, dat het te rug gereekend bedraagen van 10. –. p:s verroeste houwerklingen, volgens besluit van den 6. Iunij bij de boekjes van de wapenkamer is ingenomen; En dat den E. Hoofd administrateur, ingevolge de daarvan erlangde recomman„ datie, 45. 45. 717. Den 15. September 1778. berigt van af botavia vnt„ fangene Lijwaaten. naar de Comptoiren gezonden. datie, voor het vervolg zorg zal dra„ gen, dat bij de bevindingen duidelijk zal komen te blijken, de wezentlijke gesteld heid van de bedurven of onbequaam be„ vonden goederen. gezonden Copia door het herwaarts Berigt van de Lijwaat-Examinateurs, we„ gens de bevinding der Lijwaaten door het Contra schip 'T Veldhoen in anno passato op Batavia aangebragt, is niet alleen verstaan, Hunne Hoog Edelheedens nedrig te bedanken, maar ook aan Hoogdezelve kennis te geven, lutruiten van dat berigt sijn geven dat daar van direct de nodige Extracten geexpedieerd zijn na de respective Fadtorijen, met last aan de Opperhoofden om de daarin bevonden zijnde defecten, bij den aanstaanden inzaam . Den 15. September 1778 aen de rijs 6. packen Lijwanten ter Leverante op gedraagen. inzaam zoo veel mogelijk te verbeleven, vooral het defect in de breete; mitsgaders daar en boven in het toekomende naauwkeurig zorg te draagen, dat de draaden van de scheering en den inslag geproportioneerd na malkanderen genomen worde, om daar door meerder equaliteit in de lijwaaten te brengen. Desgelijks is verstaan, Hoog dezelve reverentelijk te Communiceeren, dat inge¬ volge de daartoe erlangde ordre, den Iag„ gernaikpoerams Secunde de Nijs, bij brieff van den 21:' Iunij ernstelijk aangeschreeven en gelast geworden is, om in het aanstaan de jaar aan de Compagnie ter verzending voor Batavia te leveren zes pakken Gui¬ nees 719. Den 15 September 1778. Consideratien over de prijs vonr„ „ mindering der Nagul. nees van gelijke breete en lengte, en tegen dezelvde prijzen, als door hem in anno pas„ sato voor zijn particuliere reekening naar Batavia gezonden zijn; onder aanhaaling „dat men vertrouwd verder, dat door hem aan deeze ordre Schuldpligtiglijk zal worden voldaan. Door Hunne Hoog Edelhedens, vervol gens aan deezen Raade Communicatie gege„ geg ven zijnde, dat de Heeren Majores tot voorkoming van een verder verval van den handel in Garioffel nagelen, om de west van Indien, besloten hadden, om dies ver koops prijs te verlaagen tot zestig stuij„ vers Hollandsch geld; alzoo Hunne Hoog Edele Hoog Agtb:s Sustineerden, dat luijden van een minder als middelmatig vermogen daar Den 5e. September 1778. Vorvolg daardoor zouden worden aangemoedigd, tot derzelver gebruik, met last aan deezen Raade, om Hoog dezelve in dit voornaam poinct te dienen van haare Consideratien; of namentlijk de introductie van diever laagde prijs, den debiet der Nagelen, wel zoo veel zoude doen accresseeren, dat men konde bereekenen, aan de Compagnie dezelvde Somme gelds te zullen kunnen bezorgen, die de Maatschappij bij den tegenwoordigen verkoop tegen tagtig stuijvers het pond geniet: zoo is, over dit gewigtig poinct met aandagt gedelibereerd zijnde, volgens het preadvis van den Heer Gouverneur, goed„ gevonden en verstaan, daar op met de meeste: eerbied in volgender voegen te antwoorden. Dat 721. Den 6„e September 1778. Dat de presente verkoops prijs der nagelen ter deezer kuste, volgens de door Haar Hoog Edelheedens gemaakte bepaaling bij Resolutie van den 10' April 1752. nog staat op hondert en niet op tagtig stuijvers 89 9 het pond, en dat overzulx een prijs vermin„ dering van 100. -. tot op 60. -. Stuijvers een zeer groote verandering en verval in dien privativen handel maaken zou: Dat egter, wanneer men aan den ande„ ren kant Considereerd, dat dit kruit op het na bij gelegen Zeedorp Naoer /: het geen bereeds in Engelsche handen is en dus nog meerder gelegendheid geven zal om de Comp:e in deezen handel te onderkruijpen:/ tot nog toe tegens 20. –. fan: het pond verkogt word, en men wijders aanmerkt, dat men door Vervolg Den 15 September 1778. vervolg. door eene prijs vermindering de vreemde Natien als het waare zou noodzaaken, om van deezen handel in het geheel afte zien, tot bevordering van dit laaste gewigtig oogmerk volgens het gevoelen der Regeering het volstrekt noodzaakelijk zij, om den verkoops prijs der nagelen zoo laag en zelvs laager te stellen, als daar van verkoop geschied door particu„ lieven, alzoo men buiten dien het nimmer berijken zal. Dog dat wat de gewigtige vraage be„ trest, of deeze vermindering van prijs, het zij van 100. –. op 80 of 60-. Stuijvers, het de„ biet der Nagelen zoodanig zal doen accres„ seeren, dat daar voor aan de Compagnie de Zelvde 723. Den 1 September 1778 zelvde Somme gelds zou kunnen wor„ den bezorgd, die de Maatschappij bij den tegenwoordigen verkoop tegens 100. Stuijvers Nederlands geld geniet ? deezen Raade aller onderdanigst oordeeld, dat dezelve niet wel beantwoord off bepaald kan worden, alzoo dies minder en meerder verthier ter deezer kuste voornaamentlijk afhangd vervolg — „van de rust en vreede, die de Landen om deezen oort gelegen, niet, of al genieten: Dat ten minsten de presente tijds gesteld, heid ende omstandigheeden hier te lande, alwaar bereeds het oorlogsvuur tusschen twee Europeesche Mogendheeden ontstooken is, en waarin apparent de inlandsche Vorten gewikkeld zullen worden, daartoe geen
English
The 8th of September 1778 continued. give no favorable prospect, as the increase in sales must solely be expected from the native princes and their subjects: That nevertheless, since it is to be hoped and wished that the present war may not be of long consequence, but on the contrary may be replaced by a pleasant rest and peace, the Council on this ground believes it may assume that a reduced price will bring about a larger sale; but that the increased sale, after an estimate made for twelve months, cannot be set more broadly than at a quantity of 60 to 70000 lb. above the ordinary annual sale of 30 to 725. The 15th of September 1778 Continued 35000 lb., when the price of cloves is set at 80 Stuijvers the pound; which however, with a price reduction to 60 Stuijvers, could increase to 80 to 90000 lb. Yet, however favorable and well-founded this prospect may be, the fear is no less probable that this increased sale will only last two to three years, or until the country is as it were crammed full by the broad sale, in which case the sale would again be brought back to the previously disposed quantities of 35 to 40000 lb., which would serve to the notable prejudice of the Company; and that one consequently hopes that the proposed continued. difficulty with regard to the assumed price reduction will be found by Their High Excellencies to have as much application as it was deemed necessary to demonstrate in this matter. And finally, that if the Company only desires that an equal sum derived from the sale of cloves shall annually be brought into Her Honour's cash box as has been received therein pro dato from the price reduction, then instead of the 35000 lb. now being sold at 101 Stuijvers, only 44000 lb. at 80 Stuijvers, and only 58000 lb. at 60 Stuijvers would need to be sold, which latter quantity, amounting to barely half of the previously determined 80 to 90000 lb., it is assumed The 15th of September 1778 727. The 15th of September 1778. the trade books. could easily be sold along this coast through a small increase in consumption. Mossel justification concerning the trade books. Their High Excellencies having taken complete satisfaction with the Report of the merchant and Trade Bookkeeper Seracules Mossel sent to Their High Excellencies in the past year regarding and against a certain justification presented in the Council of the Indies by the former Nagapatnam Trade Bookkeeper, the merchant Hendrik Ambrosius Johnson, concerning the late preparation of the Coromandel Trade Books of 1774, it is approved and understood to keep a record thereof hereby, with the announcement that this matter is thereby considered settled by Their High The 15th of September 1778. Servants of the prince pretender arrived. Departure of Mahometh Miera Besien and associates to Batavia. Excellencies. Furthermore, it is understood to note in the outgoing letter that there have arrived here with the ship de Patriot the five servants sent therewith of the so-called Prince Pretender to the Candian Crown. And it is further, upon the authorization obtained for that purpose, approved and understood to grant passage on the return ship 't Veldhoen to India's Capital to the Moor and inhabitant of Batavia Mahometh Miera Besien, with permission to the same to take with him one of his sister's children, two servants, and 4 packs of linens, all, however, under payment 729. The 15th of September 1778. of the ship 't Veldhoen. of the usual passage money and recognition. Next, having proceeded to the business concerning the contents of Her High Honours' highly respected Letter of the 15th of May 1778, brought here with the return ship 't Veldhoen on the 6th of August last: it is previously understood to note in the outgoing letter to Their High Excellencies that this Council, although the voyage of the said ship calculated from Batavia took 64 days, nevertheless deemed it unnecessary to have the ship's log examined by commissioned seamen in the presence of the The 15th of September 1778. Approved treatment regarding the Ship Fiscal, as otherwise should have occurred according to the order, because this ship, both through contrary winds and currents according to the testimony of the skipper Hammink, was fully 17 natural days engaged in getting through the Sunda Strait, after which its voyage up to here having lasted only 47 days, may be considered reasonably prosperous. The expressed approval by Their High Excellencies regarding the useful service that was made here in the past year of the ship 't Veldhoen, by having fetched therewith from the Northern Factories all the ready 731. The 15th of September 1778. European and Indian parcels, whereby one was properly enabled to dispatch this vessel as well as the return ship de Wakkerheid from here on the appointed sailing day, the last-mentioned vessel with a cargo of nearly 9 tons, giving this Government a particular satisfaction: so it is understood to thank Their High Excellencies respectfully for that, under the declaration that the aforementioned approval will incite this Council more and more to devise annually such favorable arrangements regarding the employment of the Company's ships as may in any way tend to the promotion of
Dutch transcription
Den 8 September 1778 vervolgen. geen voordeelig vooruitzigt geven, alzoo de vermeerdering in den verthier eenlijk van de inlandsche Vorsten en Haare onder„ danen moet worden verwagt: Dat men evenwel, nadien het te hoopen en te wenschen is, dat de presenten oorlog van geen langen nasleep weezen, maar daar en tegen door een aangenaame rust en vreede verwisseld worden mag, den Raad op deezen grond vermeend van te mogen veronderstellen, dat een verlaagden prijs een meerder debiet te weg zal brengen; dog dat den vermeerderden vertier, na een gemaakt overslag voor twaalf maanden niet ruimer kan worden gesteld, als op eene quantiteit van 60. â 70'000. –. lb. boven den ordinairen jaarelijkschen vertier van 30. â verte ver 725. Den 15. September 1778 Vervolgen 35000: —. lb. , wanneer de prijs der nagelen, bepaald wordt op 80. –. Stuijvers het pond; die egter bij een prijs vermindering tot 60. -. Stuijvers op 80. –. â 90000. –. lb. zou kunnen accresseeren. Dog dat hoe favorabel en gegrond dit vooruitzigt zij, de vreeze niet minder waar„ schijnlijk is, dat deezen vermeerderden ver thier maar twee â drie jaaren of tot dat het land door den ruimen verkoop als opgepropt is, stant zal houden, wanneer 878 in zoodanig een geval den verthier wederom zou gebragt weezen op de bevoorens van de hand gezette quantiteiten van 35. –. â 40'000. —. lb. het geen tot merkelijk bezwaar van de Maatschappij zou strekken; en dat men dienvolgende verhoopt, dat de voorgestel„ de vervolgen. „-swaarigheijt met op sigt tot de verondersteldde de „ prijs vermindering bij Hunne Hoog Edelhedens van zoo veel applicatie zal be„ vonden worden, als mense tot demonstratie in deezen noodig geoordeeld heeft. En eindelijk, dat zoo de Maatschappij maar begeerd, dat 'er jaarelijks in Haar Ede„ les geld kasse een evenreedige Somme ge„ proflueerd uit den verkoop van nagelen zal overgebragt worden, als daar in pro dato . van de prijs vermindering ontvangen is, 'er dan in stede van de nu vertierd wordende 35000. . lb. tegen 101. - Stuijvers, maar 44'000 lb tegens 80. – Stuijvers, en maar 58000. –. lb. tegens 60. –. Stuijvers zou behoeven verkogt te worden, welke laaste quantiteit, als naauwe„ lijks de helft van de voorwaarts bepaalde 80. â 90'000. –. lb. bedragende, men veronder„ Den 15. September 1778 steld 727. Den 1 September 1778. „de negotie boeken.. steld, dat 'er ter deezer kuste door eene . kleine vermeerdering in de Consumptie wel gesleten worden. zou kunnen Door Hunne Hoog Edelhedens volko,„ Mossel verantwording veegens men genoegen genomen zijnde met het in anno passato aan Hoog dezelven overgezon„ den Berigt van den koopman en Negotie= Boekhouder Seracules Mossel op ende jegens zekere verantwoording door den geweezen Nagapatnams Negotie-boekhouder den koop„ man Hendrik Ambrosius Johnson over het laat in gereedheid brengen der Chornandel„ sche Negotie boeken van 1774 in Raade van Indie gepresenteerd, zoo is goed gevon„ den en verstaan, daarvan bij deezen aanteekening te houden, met bekendstelling, dat die zaak daarmeede door Hunne Hoog Den 15 September 1778. Bediendens van den prins pretendent aangekoomen. vertrek van Mahometh miera vesseen C: S: na Batavia —. Hoog Edelhedens voor afgedaan gehouden is. Voorts is verstaan bij den afgaanden brief te noteeren, dat met het schip de Patriot alhier aangekomen zijn, de daar mede over„ gezonden vijff dienaaren van den zoo ge„ naamden Prins Pretendent tot den Can„ diaschen Sroon. En is wijders op de daar toe erlangde qualificatie goedgevonden en verstaan, met het Contra schip 't Veldhoen Passagie naar Indiasch Hoofdplaatsche te verlee„ nen aan den Moor en inwoonder van Batavia Mahometh Miera Besien, met vergunning aan denzelven om een van zijne Zusters kinderen, twee be„ dienden en 4. - pakken lijwaaten te mo„ gen meede neemen, dog alles, onder betaa„ ling 729. Den 16. September 1778. van t Schip 't relshoen. ling van het gewoone transport geld ende recognitie. Vervolgens ter Besoigne getreeden nm jaminta mij t Toumel weezende, over den inhoud van Haar Hoog Edelens hoog gerespecteerde Missive van den 15:' Mai 1778. met het Contra schip 't Veldhoen op den 6: Augustus jongstleeden alhier aangebragt: zoo is 1 vooraf verstaan bij den afgaanden brieff aan Hunne Hoog Edelhedens te noteeren, dat deezen Raade Schoon de rijs van het gemelde schip van Bata„ via af gereekend wel 64. –. dagen ge„ duurd heeft, egter onnoodig heeft geoor„ deeld, het scheeps-Journaal door Gecom„ mitteerde Zeelieden ten overstaan van den . Den 5e. September 1778. goed kende behandeling met het Schip den fiscaal te laaten examineeren, gelijk anders na de ordre hadt moeten geschieden, uit hoofde dit schip zoo door tegenwinden als stroomen volgens be„ tuiging van den schipper Hammink wel 17. - etmaalen doende geweest is om door Sundas-engte te geraaken, waar na zijne rijs tot hier toe maar 47. -. dagen geduurd hebbende, redelijk voor„ Spoedig kan geagt worden. Het betuigde welgevallen door Hunne Hoog Edelheeden over het nuttig gebruik, het geen men alhier in anno pas„ sato van het schip 's Veldhoen gemaakt heeft, door daarmede van de Noorder Factorijen af te laaten haalen alle de in ge„ reedheid 731: Den 15. September 1778. reedheid geweest zijnde Europasche en Indiasche pardeelen, waar door men eigent„ lijk in staat geraakt is, deezen bodem zoo wel als het retourschip de Wakker„ heid op den bepaalden zeildag van hier te depecheeren, den laastgemelden bodem Vervolg van bij na 9. - ston, dee„ met een lading zer Regeering een bijzondere Satisfactie gevende: Zoo is verstaan daar voor Hoog dezelve reverentelijk te bedanken, onder betuiging, dat de voorschreeve goedkeuring deezen Raade meer en meer opwekken zal, om jaarelijks zoodlanige favorable schikkingen ten aanzien van het emplooi van Compagnies scheepen uitte„ denken, als maar eenigzints tot bevordering van
English
15 September 1778. Erroneous statement of 15,000 lb. of pepper instead of 200,000 lb. which will serve as cause of a considerable cargo. Their High Excellencies having observed that in the past year, on the stowage list of the return ship De Wakkerheid, only 150,000 lb. of pepper were declared instead of 200,000, although the first-mentioned quantity had actually been loaded into that vessel; it is resolved, while submitting the written explanation received in this regard from Equipagemeester Hartman, to mention respectfully in the outgoing letter that the aforementioned error was unfortunately caused by his clerk, who, in filling in the quantity of pepper, guided himself by the previous year's stowage list of the ship De Princes van Orange, in which only 150,000 lb. of pepper had been loaded, requesting accordingly that he be favorably excused for the aforementioned inadvertence. 15 September 1778. Regarding the cargo of the contra ship 'T Veldhoen, Their High Excellencies having expressed their profound displeasure over the 252 packs of private linens loaded therein, further giving to know that they were reliably informed that upon the departure of that vessel, 300 packs of Company's linens for the Indies had remained behind on this coast, whereas at Batavia they were very hard pressed especially for coarse Guinees; it is, with regard to this remark, approved and resolved to note with all submission in the outgoing letter that this Council, if necessary, would dare to supply to Their High Excellencies the strongest assurance in the world that here, in the loading of the ships, preference has always been given to the Company's linens over private cloths, and that it therefore pains them that they have fallen under their suspicion of having acted in the past year contrary to the standing orders by shipping 250 packs of private cloths in the Veldhoen while 300 packs of Company's linens for the Indies were supposed to have been lying in the warehouses here upon the departure of that vessel; the more so as they can declare with complete composure that neither in the past year nor previously has permission been granted to ship private linens as long as there was a single pack of the Company in stock; further mentioning that it is therefore assumed that for the aforementioned 300 packs of linens must be taken the cloths that were gathered at Bimilipatnam, Palicol, and Iaggernaiskpor after the ship 't Veldhoen had departed from the last-named factory back to here in the late part of September or October, and which consequently had to remain at the aforementioned offices until the beginning of this year, since at that season there is no longer any opportunity to have them collected, whether by ship or craft, early enough that they could still be sent from here with the contra ship, because the same must absolutely depart from here on 15 October; That at least beyond this, this Council would not know where the aforementioned 300 packs should be found, as they were not at hand here upon the departure of the said vessel. And that consequently it is not only trusted that by this respectful explanation the obscurity that must have resided in the report given to them concerning the aforementioned 300 packs will be completely cleared up, but that they are also assured that the orders given regarding this, and those relating to the proportionate victualing of the ships here, will always be strictly observed and complied with. Likewise, to remove the apprehension under which Their High Excellencies labor, that too much is charged for repairing sloops and craft, it is approved and resolved to assure them in the outgoing letter that no further reason for displeasure will be given by this Council to Their High Excellencies, neither concerning excessive timber work, repairs, and furnishings for the vessels stationed here, nor concerning the purchase of the necessary equipage goods for that purpose; as it has been decided to pay double attention to the former and to proceed to the latter rarely and only in case of utter necessity. The statement submitted by Equipagie meester Hartman that, although the shipment from Batavia of one or two old Dutch cable ropes was noted annually on the invoices, the ships never brought anything other than pieces or parts of ropes, having been contradicted by the Commander and Master Equipagemeester at Batavia in a submitted report, a copy of which was sent here, and it being at the same time posited that this Council should have held the skipper who delivered the two old cable ropes in the past year accountable for the deficiency, because he had received them at Batavia and signed for their receipt; it is, with prior acknowledgment of this
Dutch transcription
Den 15 September 1778. abusive bekend stelling van 15000. lb: peper in steede van 200000. lb: —. ver is daaroversaak van van eene aanzienlijke laading zal kunnen Strekken. Door Hunne Hoog Edelheden gere„ marqueerd zijnde, dat in anno passato bij de Stuwasie Lijst van het retour„ schip de Wakkerheid, in steede van 200'000. —. Slegts 150'000. -. lb. Peper waren bekend gesteld, daar tog de eerstgemelde quantiteit weezentlijk in dien bodem afgelaaden was: zoo is, onder aan„ bieding der dierwegens ingekomen schrif„ telijke verantwoording van den Equipage= meester Hartman, verstaan bij den af„ De Equipagie meester schrij gaanden brief reverentelijk aan te haalen, dat het voorschreeve abuis door zijnen schrijver ongelukkiglijk veroorzaakt is, die bij de vulling van de quantiteit Peper 46. zig 46. 733. Den 15. September 1778. den maer geen 300 ditos van de EE Comp: terug gesleeren zig gereguleerd heeft, na de voorjaarige Stuwasie -Lijst van het Schip de Princes van Orange, waar in maar 150000. -. lb. Peper waren afgelaaden, met verzoek dien„ volgende om hem wegens de voorschreeve onbedagtzaamheid gunstiglijk te excuseeren. ten aanzien van de laading van het 257 st: posten in ver vefen Contra Schip 'T Veldhoen, door Hunne Hoog Edelheden Hoog derzelver ongenoegen betuigd zijnde, over de daarin afgelaaden geweest zijnde 252. –. pakken particuliere Lijwaaten, onder te kenne geving verder, dat Hoog dezelve in het zekere geinformeerd waren, dat bij het vertrek van dien bodem nog 300. –. pakken Comp:s lijwaaten voor Indien ter deezer kuste waren blijven overleggen daar Den 15 September 1778. vervolg daar men op Batavia voornaamentlijk om het groff Guinees zeer verleegen was: zoo is met opzigt tot deeze remarque goedgevonden en verstaan, bij de afgaanden brief met alle onderdanigheid te noteeren, dat deezen Raade zoo het noodig was, aan Hunne Hoog Edelheeden de Sterkste verzekeringe des weerelds zou durven suppediteeren, dat hier altoos bij het bela„ den der scheepen, aan Comp:s lijwaaten de prefferentie gegeven is boven particulie„ re doeken, en dat het haar derhalven leet doet, dat zij bij Hoog dezelve in ver denking geraakt zijn, van in anno pas„ sato Contrarie de daartegen leggende ordres gehandeld te hebben; door 250. –. pakken partieu 735 Den 15 September 1778. vervolg —. particuliere doeken in het Veldhoen af te scheepen, terwijl 'er nog 300. . pakken Comp:s lijwaaten voor Indien in de pakhuizen alhier zouden gelegen hebben bij het vertrek van dien bodem, te meer daar zij met volkomen gerust„ heid verklaaren kan, dat men zoo min in anno passato als bevorens permissie heeft verleend tot het afscheepen van particuliere lijwaaten zoo lang der nog een enkeld pak van de Comp:e in voorraad was; onder aanhaaling verder dat men derhalven verondersteld, dat voor de voorsz. 300. -. pakken lijwaaten genomen zullen moeten worden de doeken, die op Bimilipatnam, Palicol en Iaggernaiskp:r, na dat het schip 't Veldhoen van de laast gem: Factorij weder naar herwaards vertrokken was, in Den 15' September 1778 vervolge. in het laast van September of october inge„ inge„ zameld geworden zijn, en die gevolgelijk ten voorsz. Comptoiren hebben moeten blijven overleggen tot in het begin van dit jaar„ alzoo men in dat jaargelij geen gelegendheid meer heeft, om dezelven, het zij met een schip of vaartuig zoo vroegtijdig te kun„ nen laaten afhaalen, dat zij nog met het Contra schip van hier zouden kunnen verzonden worden, dewijl hetzelve ab¬ Solut op den 15:' October van hier ver„ trekken moet: Dat ten minsten buiten dit, deezen Raade niet zou weeten, waar men de voorsz 300. -. pakken zou moeten vinden, alzoo zij hier niet aan handen geweest zijn bij het 737. Den 6 September 1778 „en vaartuijgen en in Coop=l van Eynst: goederen het vertrek van gemelden bodem. En dat men dienvolgende niet alleen vertrouwt, dat door deeze eerbiedige de„ monstratie volkomen zal opgezelderd weezen de duisterheid, die 'er moet geresideerd hebben in het narigt het geen aan Hoogde„ zelve gegeven is van de voorschreeve 300. –. pakken, maar dat men Hoog dezel ven ook verzekerd, dat de daar omtrent gegeven ordres, en die welke betrekking hebben tot het evenredig vistualieeren der scheepen alhier altoos stiptelijk zullen worden nagekomen en geobserveerd. Desgelijks is tot wegneeming der bedug Repantie van Cchialiuk ting, waar in Hunne Hoog Edelheden ver„ seeren, dat er voor het repareeren van sloepen en Den 15 September 1770 teegens prooke stelling van hartman weg: 2. oud Labeltouwe en vaartuigen te veel wordt opgebragt, goedgevonden en verstaan, Hoog dezelven bij den afgaanden brief te verzekeren, dat door deezen Raade aan Hunne Hoog Edelheden geen reden meer van onge„ noegen zal gegeven worden, zoo min over „te hoog op stok loopende vertimmeringen, reparatien en verstrekkingen aan de hier bescheiden vaartuigen, als over het inkoopen van de daartoe benoodigde Equi„ page Goederen; alzoo men beslooten heeft op het eerste met een dubbeld aandagt te letten en tot het laaste zeldzaam en niet als bij de uiterste noodzaakelijkheid over te gaan. xu„ De stelling door den Equipagie meester Hart 739. Den 15e September 1778 Hartman opgegeven, dat er wel jaarelijks bij de Factuuren genoteerd wierd de ver„ zending van Batavia van een of twee oude Kabel touwen Hollandsch, dog dat de scheepen nooit anders aanbragten dan stuk ken off gedeeltens van touwen door den Commandeur en opper Equipage meester te Batavia vervolg. — bij een ingediend Berigt, waarvan Copie herwaarts gezonden is, tegen gesprooken en teffens geposeerd zijnde, dat deezen Raade 8 den schipper, die in anno passato de twee oude kabeltouwen uitgeleverd hadt, voor het te min uitgeleverde hadden moeten laaten verantwoorden, wijl hij ze op Batavia ont„ vangen en voor dies ontvangst geteekend had zoo is, onder voorafgaande beluiging van deezen
English
15 September 1778. The skippers shall henceforth provide their own oakum for caulking. this Council, assuming not the least right to make objections against reports that have served in the Council of India, thought fit and understood most respectfully to submit to Their High Excellencies’ consideration whether that which was posed by the Commander and Master Equipper in his aforesaid report is applicable, since the aforesaid ropes were entered in the received invoice without making any mention of their length or thickness, as thereby nothing other than an uncertain accountability could be required from the skipper. Furthermore, according to the order obtained thereto 741. 16 September 1778. such was done only. Cash paid to. order of Their High Excellencies, it was thought fit and understood henceforth, when caulking the ships, to have the ship officers themselves supply the oakum required thereto from the refuse and stock of their old cordage, and thus to allow the old cable ropes sent hither annually to be used for nothing else than for the service of the vessels stationed here, with further mention in the outgoing letter that the ship 't Veldhoen, but not the Patriot, has supplied its own oakum. To satisfy that which was ordered Hartman f 1767: in by Their High Excellencies, Master Equipper Hartman having refunded into the treasury 15 September 1778. Equipage goods shall be requisitioned from Europe. the sum of P po: 30. —. being the excess charged for 6 beams of Ambon, for which the overseer of the works had charged only 18. —, yet he had entered Pp: 48. –. into the account; so it was understood to make mention of the aforesaid payment into the treasury in the outgoing letter, mentioning that in his transmitted written defense he claims that those beams were not beams of Ambon, but rather beams of 20 feet long and 7 to 8 inches thick. Because, due to the continual scarcity of equipage goods, one is often, and as if against one's will, forced to make purchases thereof at market prices, which here always prove to be quite expensive, 743. 15 September 1778. by comparison with what the Company pays for it in Europe; so, to prevent this, it was thought fit and understood, upon the departure of the return ship the Patriot, already to make use of the favorable concession obtained from Their High Excellencies to be allowed to requisition from the Lords Principals in Europe the necessary equipage goods for the service of this Government for a full year, with respectful petition to Their High Noble High Mightinesses to send the aforesaid goods hither with the outward-bound ship for Bengal. Yet because it is uncertain how the Lords Masters will please to dispose thereof, 15 September 1778. to keep record when a Bengal ship arrives. it was understood for greater security in this matter to make mention thereof at the same time in the annual requisition directed to Their High Excellencies, until such time as one is informed of the pleasure of the High Noble Lords Principals. And in the meantime, pursuant to the order of Their High Excellencies, it was thought fit and understood, upon the arrival here of an outward-bound ship for Bengal, to have a distinct entry kept in the Resolutions of the reasons that moved it to call at this station, of the cause of its lay-days, and the day of its departure, just as this was recently observed concerning the ship the Bovenkerkerpolder here. By 745. 15 September 1778. vessels, expense and equipage. By Their High Excellencies furthermore having not only favorably passed the supplies made here for repairing diverse vessels that wintered in the river here in anno passato, to an amount of f 2999. 8. 8., but also the total sum of the expenses of sloops and vessels in the last expired fiscal year, amounting to f 26740:12:8., it was understood to thank Them humbly for this, under the assurance that such specifications will henceforth, as well as previously, be accurately and faithfully examined in the Council of Coromandel. By 15 September 1778. Cotton yarn. Jagg: sample Guinea first sort dyed and unbleached. By Their High Excellencies having expressed satisfaction under the article of the cloth trade over the report that one was finally able to give to the Lords Principals in the Netherlands regarding the place and the price for which the English Company collects fine cotton yarn on this coast, with orders to await the further commands of Their High Noble High Mightinesses concerning this article; it was understood to comply strictly with this order. In respectful letters of this Government of 14 October 1776, qualification having by mistake been requested from Their High Excellencies only to be allowed to collect at Jaggernaickpoeram 747. 15 September 1778. for Europe unbleached Guinea cloth of the first sort after an English sample, instead of bleached and unbleached Guinea cloth after a ditto sample; therefore, as the word bleached was indeed omitted in the outgoing letter, as Their High Excellencies themselves have had the goodness to remark, it was thought fit and understood to ask Their pardon most respectfully for this oversight, under the assurance that the true intention of this Government was to request qualification for contracting for both the bleached and the unbleached, as can be further inferred from the transmission of a sample piece of bleached Guinea cloth.
Dutch transcription
Den 15 September 1778. de De schippers sullen haar eigen werk tot het Calfaaten voortaan geeven deezen Raade, dat men zig geen het minste regt aanmatigd, om bedenkingen te maaken tegens rapporten, die in Raade van Indie gediend hebben, goed gevonden en verstaan, Hunne Hoog Edelheden alleveer „ biedigst in Consideratie te geven, of het geposeerde door den Commandeur en opper„ Equipage meester bij zijn opgemeld Berigt 1 van applicatie zij ? daar de voorsz: tou„ wen, zonder van dies lengte of dikte eeni„ ge melding te maaken, bij de ontvangen Factuur waren, ingeschreeven, dewijl daar„ door niet anders als een onzekere verantwoor„ ding van den schipper kon worden gere„ quireerd. Voorts is, volgens de daar toe erlangde ordre 741. Den 16 September 1778. sulkx alleen gedaan —. „ Cassa vold aan — ordre van Hunne Hoog Edelheden, goed„ gevonden en verstaan, om voortaan bij het Calfaten der scheepen door de scheeps over heden, zelve het daartoe benodigde werk te laaten verstrekken uit den afval en voor„ raad van hun oud touw-werk, en dus de jaarelijks herwaarts gezonden wordende oude kabeltouwen, nergens anders toe te laaten gebruiken, als ten dienste van de alhier Het schip 't veldhoen heeft bescheide vaartuigen, onder verdere aanhaa„ ling bij den afgaanden brief, dat het Veldhoen, maar niet de Patrict zijn eigen werk verstrekt heeft. Ter voldoening aan het geordonneer Hartum uf 1767 : in de door Hunne Hoog Edelheden, door den Egulipagie meester Hartman in Casse gerestitue„ eerd, Den 15 September 1778. Equipagie goederen zul men uijt luwopea Eisschen — eerd zijnde P po: 30. —. of het te veel opgebragte voor 6. – balken Ambon, waar voor den opzien der der werken maar 18. —, dog hij wel Pp: 48. –. in reekening gebragt hadt: zoo is verstaan van de voorsz. in Casse telling bij den affgaanden brief gewag te maaken, onder aanhaaling, dat hij bij zijne overgaan„ de schriftelijk verantwoording voorgeeft, dat die balken geen balken Ambon, maar wel balken van 20. –. voeten lang en 7. â 8. duimen dik zoude geweest zijn. Dewijl men om de Continueele schaars heid van Equipage goederen, dikwils en als tegen wil en dank genoodzaakt wordt, om daarvan inkoop te doen tegens markts prijs, die hier altoos vrij duur te staan komt, bij 743. Den 15. September 1778. Gorkwaagen. bij vergelijking tegen het geen 'er de Comp:e in Europa voor betaald: zoo is, tot voorkoming daar van, goedgevonden en verstaan, bij het vertrek van het retour„ schip de Patrist bereeds gebruik te maa„ ken van de erlangde gunstige Concessie van Hunne Hoog Edelheden, om van de Heeren Majores uit Europa te mogen Eis„ schen de benoeligde Equipage goederen ten diensten van dit Gouvernement voor een rond jaar, met eerbiedige instantie aan Hunne Hoog Edele Hoog Agtb:, om de voorsz. goederen met het voor Bengale uitkomende schip herwaarts te zenden. Dan dewijl het onzeker zij, hoedanig Dopmereet vmn atana de Heeren Meesters daar omtrent zullen gelie„ ven Den 15 September 1778 te houden aanteekening wan„ neer een Bengaals schip komt aan tegiers. — ven te disponeeren, is tot meerder se„ curiteit in deezen verstaan, daarvan teffens bij den jaarelijkschen Eisch aan Hunne Hoog Edelhedens gerigt gewag te maaken, tot tijd en wijlen men geinformeerd is van het goed„ vinden der Hoog Edele Heeren Principalen. En is ondertusschen; ingevolge de ordre van Hunne Hoog Edelhedens, goed gevonden en verstaan, bij aankomst alhier van een uitkomend Schip voor Bengalen, bij de Resolu„ tien distincte aanteekening te laaten houden van de redenen, die hem bewogen hebben„ dit Comptoir aante doen, van de oorzaak zijner legdaagen en, den dag van zijn ver trek, gelijk dit een en ander jongst om„ trent het schip de Bovenkerkerpolder alhier geobserveerd is. Door 745. Den 15. September 1778 „ veek den vaartuijgen Door Hunne Hoog Edelhedens vervol Reffente en tinnengie gens niet alleen goedgunstiglijk gepasseerd tiglijk zijnde, de gedaane verstrekkingen, die hier geschied zijn tot het repareeren van diverse vaartuigen, die in anno passato in de revier alhier overwinterd hebben, tot een bedragen van ƒ2999. 8. 8. , maar ook het montant der onkosten van sloepen en vaartuigen in het jongst afgeloopen boekjaar, rendeerende ƒ 26740:12:8. , zoo is verstaan Hoog dezelve daar voor nedrig te bedanken, onder verzekering, dat dier gelijke specificatien voortaan zoo wel als bevoorens in Raade van Cormandel naauw„ keurig en getrouwelijk zullen worden geexa„ mineerd. Door - Den 15 September 1778. Cattoene gaaren—. Iagg: monster guinees eerste zoor't gekl: en ruw— Door Hunne Hoog Edelhedens onder het articul van den Lijwaathandel genoegen betuigd zijnde, over het berigt het geen men eindelijk in staat geweest, is aan de Heeren Majores in Nederland te geven van de plaats en den prijs, waarvoor de Engelsche Compagnie 't fijne kattoene gaaren ter deezer kuste inzameld, met last, om nopens dit articul de nadere bevelen van Hunne Hoog Edele Hoog Agtb: af te wagten: zoo is verstaan zig na deeze ordre stiptelijk te gedragen. Bij eerbiedige letteren deezer Regee„ ving van den 14:' October 1776; van Hun„ ne Hoog Edelhedens abusivelijk maar alleen qualificatie verzogt zijnde, om op Iagger„ „ naikp=m 747 Den 15 September 1778. naikp„m voor Europa inzaam te mogen doen van Guinees ruw eerste zoort na een En„ gelsch monster, in steede van Guinees geblekt en ruw, na een dito monster zoo is, wijl het woord gebleekt bij den af„ af„ gaanden brief waarlijk geommitteerd is, gelijk Hunne Hoog Edelhedens zelve de goedheul gehad hebben aan te merken, goed viervolg— gevonden en verstaan, wegens dit verzuim Hoog dezelven aller eerbiedigst om excus te vraagen, onder verzekering, dat de wezent lijke intentie deezer Regeering geweest is, om zoo wel tot de aanbesteeding van het gebleekte, als het ruuwe qualificatie te ver„ zoeken, gelijk nader uit de overzending van een monster stuk gebleekt Guinees is af te
English
The warehouse masters have paid ƒ 30. 1. –. into the treasury. 15 September 1778 As Their High Excellencies have disapproved that the loss, which had occurred here in anno passato upon the sale of a bale of Salempoeris brown blue third sort from Ternate, which had become wet and spoiled in the Nagapatnam warehouses, was written off to the debit of the Company for ƒ 30: 1:—, and on the contrary it being ordered again that the aforesaid loss be made good by the warehouse masters: it is therefore approved and understood to note in the outgoing letter that the aforesaid loss of ƒ 30. 1:. –. has already been paid into the Company's treasury by the warehouse masters Mossel and Simons. 47 749. 15 September 1778 The merchants at Jagg: and Sadras must die out down to 8 and 3. Insolence of the English servants in the weaving villages. It having been observed with special satisfaction by this Council that Their High Excellencies have been pleased to conform to its proposal to carry out the procurement at Jaggernaikpoeram henceforth with 8 and at Sadras with three merchants, it is therefore, upon the authorization obtained to make a trial therewith, approved and understood respectfully to represent to Their High Excellencies that no trial can as yet be made of this, because they must first—as the resolution of the Government intended—die out down to that number. Regarding the reasons given in anno passato for the incomplete fulfillment of the demands, 15 September 1778 Reasons why no complaint has as yet been made to Madras on this account. it having been remarked by Their High Excellencies with respect to Sadras that it might well happen that the insolence of some English servants makes the procurement at Sadras difficult, but that provision ought to be made against this by complaining again to the English Ministry at Madras, as was done two years ago with such a successful result concerning the Chief at Ingeram: It is therefore concerning this point understood beforehand to mention in the outgoing letter that although sufficient reasons present themselves from day to day to the Sadraspatnam chiefs to complain about the insolence committed by some English servants in the weaving villages, 751. 15 September 1778 A complaint will shortly be made concerning this. one has until now postponed making the slightest move about it to the Madraspatnam Government, because it has been seen more than once how little improvement is obtained thereby; but that one has mainly omitted to do so because it now seems to have become a habit with that Government, as soon as one or another correspondence begins to bore them, to answer no longer, as has been experienced here. And further, on the basis of Their High Excellencies' good expectation, it is approved to complain earnestly to the said Ministry shortly, or as soon as such formal information thereof has been received as the Governor has received in private, about the violence that is newly being done to the Sadraspatnam merchants with respect to their procurement by servants of the English Company, also citing what passed in anno passato as further proof of their unreasonable actions. Meanwhile, with respect to the English Chief of Ingeram, it is understood to acknowledge in the outgoing letter that the removal or recall of that insolent Englishman to Madras has had very much influence on the improvement of our procurement of cloth in the North, 15 September 1778 Reasons for the recall of the Ingeram chief to Madras. 753 15 September 1778. Report to be made regarding the 17 bales of gnawed cloth from Bimilipatnam. yet at the same time to make known to Their High Excellencies the Government's doubt whether his recall can indeed be considered as an effect of their complaints, demonstrating at the same time that there is more reason to believe that if the French, and especially the inhabitants of Ingeram, had not at that time joined their representations to the complaints made on the Company's behalf, the Madraspatnam Government would have paid little heed to their representations. Concerning the 17 bales of Bimilipatnam cloth, which were gnawed through in anno passato by certain small, blackish worms, 15 September 1778 Cloth contracts at the respective offices. Their High Excellencies expecting the considerations of the chiefs and the outcome of the sale thereof: it is therefore, pursuant to the resolution taken on 16 June in the Council of Coromandel, understood to make such a report of these matters as is described in detail in that Resolution. Furthermore, it is understood to thank Their High Excellencies humbly for approving the concluded cloth contracts with the Nagapatnam and Bimilipatnam merchants for this year's supply, further mentioning that since then the contracts have also been concluded at the respective offices and, on 16 June in the Council of
Dutch transcription
De pakhuijsmeester hebben ƒ 30. 1. –. in Cassa voldaane. Den 15 September 1778 te neemen. Door Hunne Hoog Edelhedens geim„ probeerd zijnde, dat het verlies, het geen al„ hier in anno passato bij verkoop was gevallen op een pak Salempoeris bruin blaauw derde zoort van Ternaten, dat in de Nagapatnamsche Pak„ huizen nat en bedurven geraakt was, met ƒ 30: 1:—. ten laste van de Comp:e was afge„ ge„ schreeven, en daar en tegen wederom geordon¬ neerd weezende, om het voorsz. verlies door de Pakhuismeesters te laaten voldoen: zoo is goedgevonden en verstaan, bij den afgaanden brief te noteeren, dat het voorsz. verlies met ƒ 30. 1:. –. door de Pakhuismeesters Mossel en Simons bereeds in Comp:s Casse voldaan is. Loon 47 47 749. Den 15 September 1778 en Sadras, moeten tot op 8. en 3. nitsterven— brutaliteijten der Engessche bediendens in de weefderpgen. Door deezen Raade, met bijzonder De Complisen te Iagg: genoegen gezien zijnde, dat Hunne Hoog Edelhedens zig hadden gelieven te Confor„ meeren met haare propositie, om den inzaam op Iaggernaikpoeram voortaan met 8. –. en op Tadras met drie kooplieden te verrigten, zoo is, op de daartoe erlangde qualificatie om daar mede een preuve te neemen, goed„ gevonden en verstaan, Hunne Hoog¬ Edelhedens met eerbied te vertoonen, dat daarvan voor als nog geen proef kan genomen worden, uit hoofde zij eerst„ gelijk het besluit der Regeering bedoeld, op dat getal dienen uit te sterven. Nopens de reedenen in anno passato voor de incompleete voldoening der Eisschen opge Den 15 September 1778 reedenen waarom men tot als„ na madras gedaan heeft. —. opgegeven, door Hunne Hoog Edelhe„ opgegev dens ten opzigte van Tadvas geremarqueerd zijnde, dat het wel gebeuren kon, dat de brutaliteiten van Sommige Engelsche Bediendens den inzaam tot Sadras defficiel maaken, dog dat men daar tegen moest voor„ zien, door wederom, gelijk voor twee jaaren met zulk een gelukkig effect, omtrent het Opperhoofd te Ingeram geschied was, bij het Engelsch Ministerium te Madvas klagtig te nog deswegen geen doleantie vallen: Zoo is omtrent dit poinct vooraf verstaan, bij den afgaanden brieff aan te haalen dat men schoon aan de Sadraspatnamsche opperhoofden van dag tot dag genoegzame redenen voorkomen, om over de brutaliteiten, die door Sommige Engelsche Bediendens in de waselor 751. Den 15 September 1778 men zal eerstdaagt oes weegendoleeren —. weefdorpen worden begaan te klaagen, men tot nog toe uitgesteld heeft, daar over de minste beweeging bij de Madraspatnamsche Regeering te maaken, uit hoofde men meer als eens gezien heeft, hoe weinig beterschap daar door erlangd wordt; dog dat men het zel„ ve voornamentlijk nagelaaten heeft uit hoofde het thans bij die Regeering een gewoonte „schijnt geworden te weezen, om zoo dra haar de een off andere brieff wisseling begind te verveelen, niet meer te antwoorden, gelijk men hier ondervonden heeft. En voorts op fundament van Haar Hoog Edelhedens goede verwagting, goed ge„ vonden, om eerstdaags, off zoo dra men daar van zoodanig een formeel narigt erlangdt heeft, als den Heer Gouverneur in Den 15 September 1778 Reedenen van de oproeping van het ingerams opperhoofd movar Madra —. in het particulier heeft ontvangen, bij het gemelde Ministerium ernstig te do„ leeren over het geweld, dat de Sadrapp:n kooplieden met opzigt tot haren inzaam op nieuw wordt aangedaan door Bedien„ den van de Engelsche Compagnie, onder aan„ haaling teffens van het gepasseerde in anno pass„o, als een nader bewijs van derzelver onredelijke handelingen. Onder tusschen is, met opzigt tot het Engelsch Opperhoofd van Ingeram, wel verstaan, bij den afgaanden brief te erken„ nen, dat het verplaatzen of oproepen van dien brutalen Engelsman na Madras zeer veel invloed gehadt heeft op de verbetering van onzen inzaam van lijwaaten om de Noord 753 Den 15 September 1778. „de 17. pakken doorknaagde Lijwaaten van bimilipatnam Noord, dog teffens daarbij aan Hunne Hoog Edelheden te kennen te geven, de twijffeling der Regeering, off men zijne oproeping, wel als een effect van haare klagten Considereeren kan, onder ver„ tooning teffens, dat men meer reeden heeft van te gelooven, dat zoo de Fran„ schen en vooral de inwooners van Ingeram zig op dien tijd met hunne vertoogen, niet bij de klagten die 'er Compagnies wegen gedaan wierd, gevoegd hadden, de Madraspatnamsche Regeering zig weinig zou gestoort hebben aan derzelver repre„ sentatien. Omtrent de 17. - pakken Bimilipatnam te doven verslag wagens sche Lijwaaten, die in anno pass„o door Zettere kleine, Den 15 September 1778 Lijwaat Contracten op de restree„ tive Comptoiren . kleine zwartagtige wormtjes zijn door„ knaagd geworden, door Hunne Hoog Edel„ hedens de Consideratien der opperhoofden en den uitslag van dies verkoop te gemoedezien, wordende: zoo is, ingevolge besluit op den 16:' Iuni in Raade van Cormandel genomen, verstaan, van dit een en ander zoodanig een verslag te doen, als bij die Resolutie in het breede beschreeven Staat. Voorts is verstaan, Hunne Hoog Edelheden nedrig te bedanken voor het approbeeren der gesloten Lijwaat Contracten, met de Naga- en Bimilipatnamsche koop„ lieden wegens de Leverancie van dit jaar, onder aanhaaling wijders, dat sedert ook op de respective Comptoiren de Contracten geslooten en op den 16 Iunij in Raade van
English
755. The 5th of September 1778 The outcome of the contracts for the coming year have been approved by the Council of Policy, although not the slightest price reduction could be granted, except with the Portonovo merchants; seeing that, according to the resolution of the 31st ultimo, the delivery for this year has been assigned to them without granting the merchants in arrears an augmentation of 8 percent on a part of the coarse Guinea cloth, as had taken place in the past year and previously. However, with regard to the contracting for the coming year, it has been resolved to mention that they hope to communicate the outcome thereof on a subsequent occasion, while assuring Their Right Honourable Worships The 15th of September 1778 Price reduction of linens. Abolition of the added 8 percent to the Portonovo merchants. that the merchants, annually when contracting for the new collection, both here and at the respective factories, are most strongly urged to proceed to some price reduction; moreover, that the poor success thereof must be attributed to the turbulent times that have been experienced here for some years past. Since the Portonovo merchants have kept their word very well during the present collection by delivering good-quality cloths without showing any displeasure over the abolished 8 percent augmentation: it has been resolved to make mention thereof in the outgoing letter, 757 The 15th of September 1778 costing of 1 bale, or f 405.12, had been included. as well as of the government's hope that they will also make no disturbance about it upon the closing of their accounts; mentioning further that, even should this unexpectedly happen, the Council will nevertheless make its utmost effort to dissuade them from it in the best possible manner, because it is hitherto necessary to use some compliance with them, since they still have to account for such a considerable capital to the Company. Furthermore, upon the remark made by Their Right Honourable Worships regarding this matter, it has been resolved to mention in the outgoing letter that The 15th of September 1778 The past collection was reasonably good at most of the Company's offices, except Palicol and Pulicat. they are quite willing to agree with Their Right Honourable Worships that none of the merchants have less reason than those of Portonovo to stipulate any price increase on the coarse Guinea cloth, since a bale from there is charged at f 405.12, or considerably higher than at any of the other factories; but that they cannot, however, fail to submit to Their Right Honourable Worships' favourable consideration that included in the f 405.12 paid to them for a bale of coarse Guinea cloth was the calculated 8 percent augmentation that had been granted to them on a part of the aforementioned linens, but which now ceases. With regard to the past collection, 759 The 15th of September 1778 Hope for a more favourable report regarding the arrears. it has been resolved to mention in the outgoing letter that they hope to communicate that outcome to Their Right Honourable Worships via Ceylon; but meanwhile trust that it will have succeeded reasonably well at most factories, except at Pulicat, as only 17 bales have been collected there so far, while also demonstrating to Their Right Honourable Worships that the cause of this small collection is largely due to the extortions of the havildar, as he leaves nothing untried to cause displeasure to Chief Tadama. With respect to the arrears, it having been remarked with very good reason by Their Right Honourable Worships that what was collected from them in the past year was hardly worth mentioning: it has been resolved regarding The 15th of September 1778. For immediate settlement. The arrears of the renter Perentaal have been settled. this point to make known to Their Right Honourable Worships the hope of this Government to be able to give a more favourable report thereof in the upcoming General Report; mentioning further that, in the meantime, according to the standing orders existing for this, the observation of which has again been recommended to this Council, they will not only leave all the arrears that might newly be made for the account of the chiefs, but will also ensure the immediate settlement thereof to the Company. The arrears of the former Bimilipatnam renter Nagamalloe Peventaal having been settled according to the resolution of this Council of 761 The 15th of September 1778. Greater profits obtained on the traded merchandise in this year than the past year. the 26th of May last, it has been resolved to report thereof in the outgoing letter, to demonstrate that in this matter they have met the expectation of Their Right Honourable Worships. Regarding the sale of merchandise, concerning which Their Right Honourable Worships wish that the inconveniences that the notable decline during the financial year 1776/7 caused therein will have already ceased, it has been resolved to answer beforehand that, for as much as one can gather from the received returns, there is at present just as little to boast of in this regard as in the past year;
Dutch transcription
755. Den 5 September 1778 Den uijtslag van de Contrac„ „tatien voor het aanstaande Jaar van Politie geapprobeerd geworden zijn, Schoon 'er geen de minste prijs vermindering hadt kunnen worden geaccordeerd, behalven met de Portonovosche kooplieden; alzoo aan dezelven, volgens besluit van den 31:' an: de Leverancie van dit jaar is opgedraagen, zonder aan de agterstallige Leveranciers een auquentatie van 8.. percent op een gedeel te van het groff Guinees te accordeeren, ge„ lijk in anno pass„o en bevoorens hadt plaats gehad. Maar ten aanzien van de Contrac tatie voor het aanstaande jaar is verstaan aan te haalen, dat men den uitslag daar van bij een volgende gelegenheid hoopt te bedee„ len, onder verzekering teffens aan Hunne Hoog Den 15. September 1778 Prijs vermindering van Lijwaaten — g afschaffing van de toegelegde 8 p„rC=o aan de Portonovose Cooplieden— Hoog Edelhedens, dat de kooplieden jaarelijks bij het Contracteeren tot den nieu„ wen inzaam zoo hier, als op de respective factorijen op het allersterkste worden aange„ drongen, om tot eenige prijs vermindering over te gaan; mitsg:s dat het kwalijk reuisset daar van aan de onrustige tij„ den moet toegeschreeven worden, die men Sedert eenige jaaren alhier beleeft: heeft. Door de Portonovosche kooplieden, geduurende den presenten inzaam zeer wel haar woord gehouden zijnde door het leve„ ren van deugdzaame doeken zonder eenig ongenoegen over de afgeschafte 8. –. percent augmentatie te laaten blijken: zoo is verstaan, daar van bij den afgaanden brief gewag 757 Den 15 September 1778 „kostende van 1. Pak off ƒ405. 112. begrapen geweest —. gewag te maaken, gelijk meede van de hoope der Regeering, dat zij daarover ook geene beweeging zullen maaken bij het sluiten van hunne afreekeningen, onder aanhaaling verder, dat schoon dit ook onverhoopt gebeuren mogt, de Raad egter haar uiterste devoir zal aanwenden, om hun daarvan te diverteeren op de best mogelijkstewijze, uit hoofde het tot nog toe nodig is, met hun eenige inschikkelijk„ heid te gebruiken, alzoo zij nog zulk een aanzienlijk Capitaal aan de Compagnie P verantwoorden moeten. Wijders is, op de dierwegens gemak i oprC=o zijn onder t te remarque van Hunne Hoog Edelheden, verstaan, bij den afgaanden brief aan te haalen, dat Den 15 September 1778 den afgelonpen in faram is reedelijk wel op de meeste Comp: toiren behalven Palleacatta e. dat men gaarne met Hoog dezelve wil toestaan, dat geen der kooplieden minder reeden hebben als die van Portonovo, om op het grof Guinees eenige prijs verhooging ig te bedingen, alzoo een pak van daar, aan„ gereekend word voor ƒ 405. 12. —, of vrij hooger als op een van de andere factorijen, dog dat men egter niet voorbij kan, Hoogde„ zelve in een gunstige Consideratie te geven, dat onder de ƒ 405. 12. —. die aan hun voor een pak groff Guinees betaald geworden zijn, bereekend zijn geweest de 8. –. percent augmentatie, die aan hun op een gedeelte van de voorschreve lijwaaten was geaccor„ deerd geworden, dog thans ophoud. Ten aanzien van den afgeloopen in„ Zaam 759 Den 15 September 1778 hoope tot een Farorableer 1 berigt omtrend de agterstallen zaam is verstaan, bij den afgaanden brief aan te haalen, dat men die uitslag aan Hunne Hoog Edelhedens over Ceilon hoopt te bedeelen; dog inmiddens vertrouwt, dat die op de meeste factorijen redelijk zal geslaagd weezen, behalven op Palleacatta, alzoo daar nog maar 17. –. pakken zijn ingezameld, met vertooning teffens aan Hoogdezelven, dat grootelijk te wijten is oorsaak daar van —. deeze geringen inzaam aan de knevelarijen van den haweldaar alzoo die niets onbezogt laat, om het opper„ hoofd Tadama displaisier aan te doen. Met betrekking tot de Agterstallen, door Hunne Hoog Edelhedens met zeer veel regt geremarqueerd zijnde, dat het daar van ingekomene in anno passato naauwelijks noe„ menswaardig was: Zoo is verstaan, no„ pens Den 15 September 1778. voor dadelijke vereevening deen vereevenen. — het agterstal van den pag„ ter perentaal is verevend pens dit poinct aan Hunne Hoog Edelhee„ den te kennen te geven de hoope deezer Re„ geering, van daar van bij het aanstaande Generaal verslag een favorabeler berigt te „mien zul alle nuwre agtersaln zullen kunnen geven, onder te kenne geving verder, dat men ondertusschen volgens de daar van leggende permanente ordres, welkers observantie deezen Raade weder gerecom„ mandeerd is, alle de agterstallen, die op nieuw mogten gemaakt worden, niet alleen laaten zal voor rekening der opperhoof„ den, maar ook de daadelijke voldoening van dezelve aan de Comp„e zal bezorgen. Het agterstall van den geweezen Bimilipatnamschen Pagter Nagamalloe Peventaal, volgens besluit deezer Taffel van den 761 Den 15 September 1778. Meerder behaalde minsten op de ver„beterde Coopmanschappen in deesen Iaare, dan A:o Passato den 26.:' Mai jongstleeden verevend zijnde, zoo is verstaan daarvan bij den afgaanden brief verslag te doen, ter betooging, dat men in deezen aan de verwagting van Hun¬ ne Hoog Edelhedens heeft voldaan. Aangaande den Verthier van Koopmanschappen, waar omtrent Hunne Hoog Edelhedens wenschen, dat de inconve„ nienten, welke het naamwaardig verval geduurende het boekjaar 177 6/7. daarin veroorzaakt hebben, bereeds zullen zijn gecesseerd, is vooraf verstaan te antwoor„ den, dat daarop thans, voor zoo ver men uit de ontvangene Rendementen kan op„ maaken, even zoo min te roemen valt als in anno passato;
English
The 15th of September 1778. How much that increase amounts to, and the cause thereof. That it is true that, according to a rough calculation drawn up here, of which it is at the same time resolved to offer Your High Noblenesses a copy, the profits for this year are estimated at ƒ 311264:12:8, and thus in comparison with the previous year, when they were taken at ƒ 227072:13:-, the same for this year would amount to ƒ 84191:19:8 more; but that the northern trade had little share in this increase, as it originated mostly from the profits obtained on the merchandise recently sold here, brought by the ships the Patriot and the Veldhoen, further demonstrating in detail the advances obtained thereon, according to what was recorded in the Resolutions of this Council of the 10th of July and 30th of August. All mercantile measures are devised to increase sales. Furthermore, it was resolved to assure Your High Noblenesses in this regard that this Council and the respective Chiefs not only devise and put into practice all mercantile measures that may be supposed to contribute in any way to the increase of sales, but also at the same time pay close attention to current circumstances to draw as much advantage from them as may be possible, as can be gathered from the recently sold arrack; It is trusted that the decline in trade will not be attributed to this Council. And that it is consequently also trusted that the noticeable decline in trade will not be attributed to this Council, but rather to a general impoverishment of this formerly so flourishing Coromandel, of which the continuous wars on this coast are the true causes. Acknowledgment that the lesser profits were caused not by the bar copper, but by the spices. It having been further observed by Your High Noblenesses, with regard to the profits of the previous year, that the lower profits obtained on the bar copper at Jaggernaikpoeram could not be considered one of the greatest causes of the decreased profit over the whole of Coromandel by as much as ƒ 1129417:3:- in comparison with the year 1775/6, as had been erroneously maintained by this Council: It is therefore not only resolved to acknowledge this with respect, but also to avow that the lower profits for that year were with more justice attributed by Your High Noblenesses to the lower consumption of spices by as much as 24810 lb., since this lower consumption alone accounts for ƒ 87200:18:- in the aforementioned general loss of profit, citing further that in that regard, as Your High Noblenesses likewise correctly observe, no improvement is to be hoped for as long as the internal wars do not cease. The smugglers are not the cause of the lower sales of spices this year, except for traders from Ceylon who bought them on Ceylon and sold them on this coast. Subsequently, with regard to the decreased sales in spices, it was resolved to note respectfully in the outgoing letter that smuggling had sometimes also contributed its share thereto, but that one cannot assume this with respect to this financial year, as it is not known that any spices were brought to this coast by private merchants, except by Ceylon traders, citing further in this regard that they bought spices from the Company on Ceylon and sold them again on this coast to the considerable detriment of our own trade. If a price reduction of cloves does not stop the illicit trade, it will at least increase the ordinary consumption; the reasons why. The 15th of September 1778. Furthermore, for the revival of trade in this precious commodity, it was resolved to submit to Your High Noblenesses with the utmost humility that this Council firmly assumes that a price reduction in cloves will contribute much to the prevention of smuggling in spices on this coast, if not stop it entirely; or that one can at least establish with certainty that through that reduction ordinary sales will increase, on the grounds that it is evident that when the native inhabitant can buy the Company's fragrant cloves for the same price for which he was previously accustomed to buy dried and smuggled cloves, he will surely rather go to market with the Company than with illicit smugglers. Watch will be kept against all smuggling, and Your High Noblenesses will be informed by whom and from whom the spices were brought and purchased. The promised camphor is expected. And in the meantime, upon the earnest recommendation of Your High Noblenesses, it was resolved to watch against all smuggling with redoubled vigilance, as well as to report to Your High Noblenesses as accurately as possible each time by whom and from whom those parcels were brought and purchased, citing further, in the letter being prepared, the resolution of this Council of the 6th of August, decreeing the confiscation of Chinese camphor. As well as that, according to what was communicated by Your High Noblenesses, the camphor promised over and above the quantity already received is expected.
Dutch transcription
Den 15 September 1778. hoe veel die meerderheijd bebraagd oorsaak daar van Dat het waar zij, dat bij een al„ hier opgemaakt ruw rendement /:waar van teffens verstaan is, Hunne Hoog Edelheeden een affschrift aan te bieden:/ de winsten voor dit jaar gesteld worden ƒ 311264:12:8 op - - - - - - en dus bij vergelijking tegen anno passato, wanneer daar voor. genomen waren, dezelve voor dit jaar meerder zoude be„ maar — — draagen - - ƒ 84191: 19: 8. dog dat in deeze augmentatie den verthier om de noord weinig deel gehad heeft, als meest oorspronkelijk zijnde uit de winsten behaald op de onlangs alhier verkogte koopmanschap„ „267072:13. –. den -– - 763 Den 15 September 1778. „ alle merkantile middelen wer„ den uijtgedagt tot vermeerde„ pen, met de scheepen de Patrict en het veldhoen aangebragt, onder vertooning verder in het breede van de avancen, die daarop behaald zijn, volgens het aan„ geteekende bij de Resolutien deezer Taffel van den 10. ' Iulij en 30.:' Aug:s Voorts is verstaan Hunne Hoog Edelhe nsaking mantoning dat den ten deezen opzigte te verzekeren, dat rig van den verthien door deezen Raade en de respective Opper„ „hoofden niet alleen alle mercantile middelen uitgedagt en in het werk gesteld worden, die men maar Supponeerd, dat eenigzins tot vermeerdering van den verthier zullen strekken, maar dat men ook teffens naauw„ keurig agt geeft op de tijds onstandigheden, om daaruit zoo veel voordeel te trekken, als maar Den 15. September 1778. vertrouwd— Erkenning dat met het meerder winsten van Staafkooper maar de specerijen vorsaak van de mindere winsten geweest is —. maar eenigzins mogelijk zij, gelijk uit de onlangs verkogte arrak na te gaan is; wat deporegering dirhalen En dat men dienvolgende ook vertrouwt dat het merkelijk verval in den handel„ niet aan deezen Raade zal worden geat„ tribueerd, maar wel aan eene generaale verarming van dit wel eer zoo bloeijend Chormandel, waar van de geduurige oorloogen ter deezer kuste de waaragtige oorzaaken zijn. Door Hunne Hoog Edelheeden wijders, met betrekking tot de winsten van anno passato, geremarqueerd zijnde, dat de mindere behaalde winsten op het Staaf koper te Iaggernaikpoeram, niet voor een der grootste oorzaaken kon gehouden worden, van 40. 765. Den 15 September 1778. vervolg van de verminderde winst over gansch Chormandel tot wel ƒ 1129417:3:—, bij verge„ lijking tegens anno 17 5/6. , gelijk door dee„ zen Raade verkeerdelijk gesustineerd was: Zoo is niet alleen verstaan, dit met eerbied te erkennen, maar ook te avouee„ ren, dat de mindere winsten voor dat jaar door Hunne Hoog Edelheden met meerder regt toegeschreeven zijn aan den minderen verthier van Specerijen tot wel 248.10. –. lb., alzoo deezen minderen verthier in de voorschreeve Generaale winstderving alleen met ƒ87200: 18. —. komt te participeeren, onder aanhaaling verder, dat daar ontrend gelijk Hoog dezelve al meede met grond aanmerken, geen beterschap te hoopen is; zoo lang de: binnen 48. Den 15 September 1778 De Sluijkhandelaars zijn deesen Iaare geen oorsaak van de minder bebit der specerijen selve op Cijlen gekogt en ten dien huste aangezet hebben. binnenlandsche oorloogen niet Cesseeren. Vervolgens is, met opzigt tot het vermin„ derd debiet in specerijen verstaan, bij den afgaanden brieff reverentelijk te noteeren dat de sluijkerijen Somtijds ook het haare daar toe hebben gecontribueerd, dog dat man dit ten aanzien van dit Boekjaar niet kan veronderstellen, alzoo men niet en weet, dat 'er eenige Specerijen door particuliere handelaaren ter deezer kuste zijn aangebragt, maar wel de Intiqunten dude, behalven door Ceil onse Traffiquanten, onder aanhaaling verder ten deezen opzigte, dat dezelven op Ceilon van de Maatschappij Specerijen ingekogt en ter deezer kuste weder vertierd hebben tot merkelijk beswaar van den eigen handel. Wijken 767 Sorde prijs vermindering der nagulen den sluijk hembel niet doet afhouden „naire verthier grooter maaken Den 15 September 1778 Wijders is tot opluijking van den handel in dit pretieuse articul verstaan, aan hunne Hoog Edelheedens met de uiterste ootmoet te vertoonen, dat deezen Raade vast veron¬ dersteld, dat een prijs vermindering in de nagelen veel Contribueeren zal, tot weering van den Sluijkhandel in specerijen ter dee„ zer kaste, zoo zij die niet geheel doet op„ houden: of dat men ten minsten bepaalde soo sal ten misten dmori„ lijk stellen kan, dat door die vermindering den ordinairen verthier grooter zal worden, uit hoofde het klaarblijkelijk zij, dat den reedenwaaren—. inlander, wanneer hij Compagnies geurige na¬ gelen koopen kan, voor dezelfde prijs, gewoon was verdroogde waarvoor hij bevoorens en ter Sluijk aangebragte nagelen te koopen hij 1 Den 15 September 1778 men zal teegens alle sluijke„ rije waaken — en haare hoog Ed: veijling doen door wie en van wilde specerijen aangebragden inge„ kogt zin; ~ De toegezegde Camphuur word verwagt. hij immers liever bij de Compagnie als bij ongepermitteerde Sluikhandelaaren zal te markt gaan. En is ondertusschen op de ernstige recom¬ mandatie van Hunne Hoog Edelheedens ver„ staan, met eene verdubbelde vigilantie te„ gens alle sluijkerijen te waaken, mitsgaders aan Hoog dezelve, zoo naauwkeurig als nogelijk is, telkens verslag te doen door wie, en van wie ?. die partijen aangebragt en ingekogt zijn, onder aanhaaling verder, bij den in gereedheijd gebragt werdende brief van het besluit deezer Taffel van den 6. ' Augustus, stellende Confiscatie op de Chinasche kamfer. Mitsgaders dat men, volgens het gecom„ municeerde van Hunne Hoog Edelheedens, de boven de reeds ontvangen quantiteit, nog toegezeg„ de
English
769 The 15 September 1778 The purchase of horses for the Emperor excused. Justification of Helman. Bloeme's careless handling among the shipped artillery goods is evident. The 4800 lb of Tatsuma camphor from Bengal will continue to be expected. Under the main section of Demands and Cash, the purchase of horses for the Emperor of Japan having been in the first place excused by Their High Noble Honours: it has therefore been understood to take this for guidance. Regarding the careless handling that took place here in anno passato during the shipment of unusable ammunition goods by the Lieutenant of Artillery Helman and the Under-merchant and Invoice Clerk Bloeme, their justifications having been demanded and now received: it is, after reading the first one, not only understood to note hereby that The 15 September 1778. As also what the second dictated. that from this Helman's innocence is fully evident; but also, while presenting his justification thereof, to make mention of it in the outgoing letter to Their High Noble Honours. Subsequently, upon the reading of the second justification, it appeared to this Council, Firstly, that according to the comparison of the artillery shipping book against the invoice of the Veldhoen from anno passato, the Invoice Clerk Bloeme had omitted to charge such ammunition goods as are noted in one of the two duplicate reports sent from Batavia by Major of Artillery Pieter Vermaazen C. I., on the grounds 771 The 15 September 1778 Continued that in drawing up the invoice he had not noticed that besides the shipment of the month of September 1777, several ammunition goods had also been shipped in the said vessel in the month of June, or before the departure of the Veldhoen to Northern Coromandel. And secondly: That the ammunition goods charged to Batavia, but which according to the second report of the Major of Artillery Vermaazen were not received over there, were according to the shipping book of the Artillery actually shipped on the 27th of September 1777 in the Veldhoen, and that for their delivery and receipt the Lieutenant of Artillery Helman and the Commander of the Veldhoen Oostveen having properly signed, he, the Invoice Clerk, had thereupon drawn up the invoice of accounting; as this and other matters are more fully evident from the justification itself, being of the following content: Insertion of the justification of Bloeme. To the Honorable Worshipful Sir Philippus Iacobus Dormieux Senior Merchant and Chief Administrator here. Honorable Worshipful Sir! An extract from the minutes of what was resolved in the Council of India on the 12th of May of this year, two duplicate reports from the Major and Bookkeeper of Artillery Pieter Vermaasen and Willem Christoffel Engert, together with a comparison drawn up in Batavia of such ammunition goods as were sent from here in anno passato per the ship 's Veldhoen, but of which a part was received at the said capital and others again were not delivered, having been handed to the undersigned by Your Worship with orders to account in writing for what was demonstrated thereby, he has the honour to inform Your Worship that upon comparing the shipping book 773 The 15 September 1778. book of the Artillery against the invoice sent in the past year, he has to his regret discovered that he then omitted to charge in the invoice according to the orders: 26 pieces of bronze and iron cannons: of which 13 pieces bronze: of those 3 pieces of 10 and 9 lb. 1 piece of 9 1/2, 9 lb. 3 pieces of 7 1/2, 8 lb. 4 pieces of 6 1/2, 6 lb. 2 pieces of 1 1/4 lb. 13 pieces iron: namely 4 pieces of 9 and 8 lb. 6 pieces of 8 1/2, 8 lb. 3 pieces of 8 lb. 51 pieces of bar shot of 10 lb. each 292 pieces of prepared grapeshot, of which 19 pieces of 15 lb. at 171 balls each 59 pieces of 11 lb. at 112 balls each 61 pieces of 9 lb. at 105 balls each 41 pieces of 7 lb., of these 31 pieces of 84 balls each 10 pieces of 78 balls each 112 pieces of 5 lb. each, of these 65 pieces of 55 balls each 47 pieces of 60 balls each 10 pieces of field grapeshot of 9 lb. each 2531 pieces of iron cannonballs; of those 57 pieces of 21 lb. each 515 pieces of 10 lb. each 151 pieces of 9 1/2 lb. each 179 pieces of 9 lb. each 40 pieces of 8 1/2 lb. each 1355 pieces of 7 1/2 lb. each 234 pieces of 1 1/4 lb. each 180 pieces of grapeshot filled with iron: of which 150 pieces of 12 lb. each 30 pieces of 8 lb. each 516 pieces of iron cannonballs, of these 225 pieces of 5 1/2 lb. 291 pieces, namely 51 pieces which were found here to be of the following caliber: namely 5 pieces of 10 1/4 lb. each 32 pieces of 10 lb. each, but from Sadraspatnam were entered as 11 lb. each 4 pieces of 9 1/2 lb. each 10 pieces of 9 lb. each 240 pieces of 11 lb. each, likewise received from Sadraspatnam 100 pieces of empty grenade shells 800 pieces of iron cannonballs 162 pieces of bar shot caused by the fact that the undersigned, when drawing up the invoice, did not notice that besides the shipment in the month of September 1777, several ammunition goods had already been loaded in the said vessel in the month of June prior, or before the departure of the ship 't Veldhoen to the Northern Factories, all of which were overlooked and not charged by him. And since the undersigned is thus fully convinced of not having proceeded with the required attentiveness in this case, he therefore requests Your Worship to obtain, through your proposal to the Right Honourable Rigorous Lord Governor and remaining Council, The 16 September 1778.
Dutch transcription
769 Den 15 September 1778 den inkoop van paarden voor den keijzer gecuseerd. — verantwoordinge van Helman Bloeme overslordig behandeling onder afgescheepste arthillerij goederen—. blijkt — de 4800. –. lb. Tatsumasche kamfer van Ben„ gale zal blijven te gemoet zien. Onder het Hoofddeel van Eisch en Contanten, door Hunne Hoog Edelhedens in de eerste plaatsche geexcuseerd zijnde, den paarden voor den Keijzer inkoop van van Japan: zoo is verstaan, zig hetzel„ ve tot narigt te laaten Strekken. Nopens de Slordige behandeling, die hier in anno pass„o, bij het afscheepen van on„ bruikbaare Ammunitie-goederen plaats ge„ had heeft, van den Luitenant der Artil„ levij Helman, en den Onderkoopman en Factuurh ouder Bloeme, derzelver verantwoor„ gevorderd en thans ingekomen dingen zijnde: Zoo is, na leduure van de eerste wat hij die van de eerste niet alleen verstaan, bij deezen te noteeren, dat Den 1 September 1778. Zoomeede wat de tweede die„ teerd. — dat daaruit 'Imans onschuld volkomen Consteerd; maar ook onder aanbieding van zijne verantwoording daarvan, bij den afgaanden brief aan Hunne Hoog„ Edelheeden gewag te maaken. Vervolgens bij lectuure van de tweede verantwoording deezen Raade gebleeken zijnde, Ten Eersten, Dat volgens Confrontatie van het afscheep-boekje der Arthillerij tegen de Factuur van 't Veldhoen van anno pass„o, door den Factuurhouder Bloeme verzuimd geworden was aan te reekenen zoodanige ammunitie-Goederen, als bij een der twee van Batavia overgezonden Copia berigten van den Majoor der Arthillerij Pieter Vermaazen C. I. bekend staan, uit hoofde 771 Den 15 September 1778 Vervolg hij bij het opmaaken van het Fatuur niet had geremarqueerd, dat 'er buiten den afscheep van de maand September 1777. , nog in de maand Iunij, of voor het vertrek van het Veldhoen na Noorder Chormandel, verscheide ammunitie goederen in gemelden bodem afge¬ scheept waren. En ten tweeden: Dat de na Batavia aangereekende, dog volgens het tweede be„ rigt van den Majoor der Artillerij Vermaa„ zen ginder niet ontvangen ammunitie- goede„ ren, blijkens het afscheepboekje van de Artil„ levij werkelijk op den 27.:' September 1777. in het Veldhoen afgescheept waren, mitsgaders dat voor dies afgave en ontvangst den Luitenant der Artillerij Helman en den Gezaghebber van het Veldhoen Oostveen behoorlijk geteekend hebbende, hij Factuurh ouder daar op de stac„ tuur, Den 15: September 1778. van bloeme —. insirtie van de verentwirding tuur van aanreekening hadt opgemaakt: zoo als dit een en ander breeder Consteerd bij de verantwoording zelve; zijnde van de volgen de inhoud. Aan den E. E. Agtbaaren Heer Philippus Iacobus Dormieux Opperkoopman en hoofdadministra„ teur alhier. E. E. Agtbaren Heer! Door w E. Agtbaren aan den ondergeteekende ter hand gesteld zijnde, een Extract uit de Notulen van het geresol„ veerde in Raade van India op den 12. ' Mai deezes Jaars, twee Copia berigten van den Majoor en boekhou„ der van de Artillerij Pieter Vermaasen en Willem Christoffel Engert, nevens een te Batavia geformeerde vergelijking van zoodanige ammunitie goederen, als'er in anno pass„o per het schip 's Veldhoen van hier zijn verzonden, dog waarvan een gedeelte ter gezegde hoofd plaatse ontvangen en andere wederom niet uitgeleverd zijn, met ordre zig over het daarbij aangetoonde schrif„ telijk te verantwoorden, zoo heeft hij de eer uwE. Agtb: te berigten, dat hij bij Confrontatie van het afscheep„ dockje „ 773 Den 15. September 1778. boekje der Artillerij tegens de in het voorleeden jaar afgezondene factuur tot zijn leetweezen ontwaard heeft dat als toen door hem verzuimd is, bij de factuur na de ordre aan te reekenen 26. –. p:s Metaale en ijzere Canons: daarvan 13. –. p:s Metaale: van die 3. –. p:s van 10 –. en 9. –. lb. 1. –. „ „ 9½. „ 9. –. „ 3. –. „ „ 7½. –. „ 8. –. „ 4. –. „ „ 6½. -. „ 6. –. „ 2. –. „ „ 1¼. –. „. . . . - „ - 13. –. p:s ijzere: te weeten 4. –. p:s van 9. –. en 8. –. lb. 6. -. „ „ 8½ „ 8. –. „ 3. –. „ „ 8. . . . . „ 51. –. p:s Langscherp van 10. –. lb. ider 292. –. „ toegemaakte druijven, daarvan 19. –. p. s van 15. –. lb. â 171. —. Koegels ider 59. -. „ „ 11. –. „ „ 112. -. _o „ 61. - . „ „ 9. –. „ „ 105. –. _„o„ 41. –. „ „ 7. –. „ hier van 31. –. p:s van 84. –. koegels ider 10. –. „ „ 78. –. _o „ 112. –. p:s van 5. –. lb ider, hiervan 65. -. p:s van 55. –. kogels ider 47. –. „ „ 60. –. _o „ 10. –. p:s velddruijven van 9. –. lb ider 2531. –. „ ijzere Canon kogels; van die 57. –. p:s van 21. –. lb. ider 515. -. „ „ 10. –. „ „ 151. —. „ „ 9½. - „ „ 179. —. „ „ 9. –. „ „ 40. —. „ „ 8½. „ „ 1355. —— „ „ 7½. „ „ 234. - . „ „ 1¼. „ „ 180. –. p:s druijven met ijzer gevuld: daar van 150. –. p:s van 12. – - lb. ider 30. –. „ „ 8. –. „ „ 516. -. p:s ijzere Canon Kogels, hier van 225. –. p:s van 5½. –. lb. 291. - - „ te weeten 51 . p:s, welke alhier van de volgende Caliber be„ vonden zijn. als 5. –. p:s van 10¼. –. lb. ider dog van Sadraspatnam 32. - - „ „ 10. —. „ „ 4. —. „ „ 9½. „ „ Caangesd. zijn voor 11. b: ider 10. –. „ „ 9. – - „ „. 240. –. p:s van 11. – lb. ider, al meede van Sadraspatnam ontvangen 100: p:s Ledige Granaat bommen 800. –. „ ijzere Canon kogels 162. –. „ Langscherp veroorsaakt, door dat den tekenaar bij het opmaaken van de factuur niet geremarqueerd heeft, dat 'er buiten den afscheep in de maand September 1777. nog in de maand Iunij bevoorens of voor het vertrek van 't schip 't Veldhoen na de Noorder Factorijen, verscheide am„ munitie goederen in opgemelde bodem afgeladen waren, welke alle door hem over het hoofd gezien en niet aangerekend zijn. En dewijl den ondergeteekende dus ten volle over¬ tuigd is, van in dit geval niet met de vereischte attentie te werk gegaan te hebben, zoo verzoekt hij uwE: Agtb: om door derzelver propositie van den wel Edelen gestrengen Heer Gouverneur ende overige Raaden Den 16. September 1778.
English
775 The 15th of September 1778 to solicit a favorable recommendation in the outgoing letter to the Noble High Indian Government, so that he may obtain from Their High Nobilities a benevolent pardon for the committing of this error. Yet concerning the ammunition goods which, according to the second report of the aforementioned Major of the Batavian Artillery, were not received at the principal place and nevertheless charged, he cannot report otherwise to Your Honorable Worships than that on the 27th of September 1777, in the repeatedly mentioned shipping book, the following goods were entered as shipped in the ship 'T Veldhoen, namely: 12 pieces of iron cannons of 3 lb. caliber each 2 brass swivel guns of 1 lb. caliber each, weighing 500 lb. 465 round shot, whereof 340 pieces of 3 lb. caliber each 125 pieces of 1 lb. caliber each 150 pieces of bar shot of 3 lb. caliber each 75 grape shot, namely 50 pieces of 3 lb. caliber each 25 pieces of 1 lb. caliber each 80 pieces of empty hand grenades 50 bar shot, whereof 25 pieces of 3 lb. caliber each 25 pieces of 2 lb. caliber each 166 pieces of grape shot, of these 98 pieces of 1 lb. 68 pieces of diverse weight 10 pieces of iron cannons, whereof 3 pieces firing 10 lb. balls 7 pieces firing 6 lb. balls 300 pieces of empty powder barrels in sheaves And for which the Lieutenant of Artillery Hendrik Hilmand The 8th of September 1778 that paper shall also be offered to Their High Nobilities. with request to make the officers of the ship 't Veldhoen account for those goods Hilmand has signed for the delivery and the Master on the ship 't Veldhoen J. van Oostveen for the receipt, after which the entry in the invoice took place according to custom. Trusting herewith to have complied with Your Honorable Worships' esteemed orders, I take the liberty to call myself with respect, below was written, Right Honorable Sir, lower, Your Honorable Worships' humble and obedient servant, signed, F. Wm. Bloeme, invoice keeper, in the margin, Nagapatnam the 12th of September 1778. Thus, after mature deliberation on this matter, it was resolved beforehand to supply a complete report thereof to Their High Nobilities in the outgoing letter while submitting his justification, and furthermore, as it appears from the last part of his justification that the ammunition goods lastly mentioned therein were actually shipped in the Veldhoen, not only respectfully to request Their High Nobilities that these may yet be accounted for by the ship's officers, 779. 777 The 15th of September 1778 and the error committed by the invoice keeper to be favorably pardoned. 8 pieces of unfinished bluestone slabs imposed for compensation. the stonecutters' request for a price increase on the stone rejected may be accounted for, but also humbly to urge Their High Nobilities favorably to pardon the error unfortunately committed by the invoice keeper Bloeme in anno passato when drawing up the invoice of the Veldhoen, as described herebefore, in consideration of his manifold occupations at that time. Pursuant to the highly esteemed missive from Their High Nobilities, it was further resolved to write to the Sadras Chiefs shortly, to have the 8 pieces of unfinished and cracked bluestone slabs, which are still on hand there, compensated by those upon whom it is incumbent, and at the same time to communicate to them that the request of the Sadraspatnam stonecutters for some price increase on the bluestone The 15th of September 1778 Order to fulfill the extra requisition of linens. offer of 2 picols of cotton seeds. the order given regarding the exchange of gold for fanums will be observed. stones of one foot has been rejected by Their High Nobilities, on the grounds that these are currently not times to resolve upon either the one or the other. Further, upon the recommendation of Their High Nobilities, it was resolved to assure Their High Nobilities in the letter now outgoing that efforts will be made to fulfill completely the extra requisition of linens received for Batavia in the coming year, citing further that one now offers Their High Nobilities with the Veldhoen the two picols of best cotton seeds simultaneously requested, in the hope that they may serve the purpose for which they were requested. Under the article of cash, 779. The 15th of September 1778 As well as those that have been given regarding the granting of bills of exchange. the exchange made here in anno passato of 9 bars or 180 marks of gold for fanums having been duly approved by Their High Nobilities for the reasons presented for it, yet under the recommendation that, should similar cases happen to occur again, one should be mindful that no more fanums are exchanged than are needed for ordinary expenditures: thus it has been approved and resolved to observe dutifully the aforementioned recommendation on occurring occasions. Regarding the granting of bills of exchange, Their High Nobilities having rightly remarked that the Government here the Company's domains, both here and at the offices, shall no longer be leased privately. is unauthorized to grant bills of exchange to the Netherlands without special permission of the Gentlemen Masters or Their High Nobilities: thus it was resolved to let this remark serve as a rule never to be transgressed again, and consequently henceforth, in granting bills of exchange, to restrict oneself solely to the sum that one is entitled to on account of gratification money. The private sale of the Company's domains having been disapproved by Their High Nobilities as directly contrary to the order of the Gentlemen Masters on this point: thus it was resolved to let this interdiction serve as a law and consequently The 15th of September 1778 henceforth
Dutch transcription
775 Den 15. September 1778 te besolliciteeren eene favorable voorschrijving bij de aftegaane missive aan de Edele Hooge Indiase Regeering, op dat hij over het begaan van dit abuis van Haar Hoog Edelheedens eene goedgunstige ver„ schooning obtineeren mag. Dog aangaande de ammunitie goederen, die volgens het tweede rapport van wel melde Majoor der Bataviase Artillerij ter hoofdplaatse niet ontvangen en egter aan„ gereekend zijn, daarop kan hij uw E. Agtb: niet anders berigten, dan dat bij het meermeld afscheepboekje op den 27:' September 1777. als in 't schip 'T Veldhoen afgescheept opgebragt zijn, de ondervolgende goederen, te weeten 12. –. p:s ijzere Canons van 3. –. lb. Caliber ider 2. –. „ Metaale dvaai Bassen van 1. –. lb. Caliber ider weg: 500. -. lb. 465. -. „ Roncscherp, daar van 340. –. p:s van 3. –. lb. Caliber ider 125. - „ „ 1. –. „ _o „ 150. –. p:s langscherp van 3. –. lb. Caliber ider 75. –. „ druijven, teweeten 50. –. p:s van 3. –. lb. Caliber ider _o „ 25. - . „ „ 1. – . „ _ 80. –. p. s leedige hand graanaaten 50. –. „ langscherp, waar van 25. –. p:s van 3. – . lb. Caliber ider 25. -. „ „ 2. –. „ _o „ 166. –. p:s d ruijven, van deeze 98. –. p:s van 1. –. lb. 68. –. „ „ diverse zwaarte 10. –. p:s ijzere Canons, daarvan 3. –. p:s Schietende 10. –. lb. bals 7. - - „ _o 6. -. „ „ 300. —. p:s Leedige kruitvaatjes in schooven En waar bij de Luitenant den Artillerij Hendrik Hilmand Den 8 September 1778 dat papier zal meede H. hoog Ed: aangebooden werden. miet versoek om daar de ovor„ die goederen te doen verantwoorden Hilmand voor de afgave en den Gezagvoerder op 't schip 's Veldhoen I: van Oostveen voor den ontvangst geteekend heeft, waarna de aanreekening bij factuur, volgens usantie geschied is. Vertrouwende hiermede aan uuw E. Agtb: geerde beveelen voldaan te hebben, zoo neeme ik de vrij¬ heid, mij met eerbied te noemen /:onderstond:/ E. E. Agtbaren Heer /:lager:/ uw E. Agtb: onder„ danigen en Gehoorzaamen Dienaar /:get:d:/ F: W„m Bloeme Faet. houder /: in margine:/ Nagapat„ nam den 12. ' 7ber 1778. Zoo is, hier over rijpelijk gedelibereerd zijnde, vooraf verstaan, daar van bij den afgaanden brief onder aanbieding van zijne verant„ woording een volleedig verslag aan Hunne heeden van de schip 't velshoe Hoog Edelhedens te suppediteeren en voorts, wijl uit het laaste gedeelte van zijne ver„ antwoording blijkt, dat de daarbij laastelijk vermelde ammunitie goederen werkelijk in't Veldhoen zijn afgescheept geworden, Hunne Hoog Edelhedens niet alleen reverentelijk te ver„ zoeken, dat die als nog door de scheeps overheeden mogen, 779. 777 Den 15 September 1728 en het abuijs door den factuur„ houder begaan gunstiglijk te ver„ scheenen—. 8. stux oinvoltoeijde arduijn Lac„ „ ken ter vergoeding opgelegd —. der steenhouwers versoek om prijs verhooging op de steen van de haild gewese mogen verantwoord worden, maar ook bij Hoog dezelve nedrig te insteeren, om het door den factuur houder Bloeme in anno passato bij het opmaaken der factuur van het Veld„ hoen ongelukkiglijk begaan en hier vooren beschreeven abuis, uit Consideratie van zijne toenmaalige volhandige beezigheeden gunstiglijk te verschoonen. Ingevolge het zeer g'eerde aanschrij„ ven van Hunne Hoog Edelhedens, is voorts verstaan, de Sadrasse Opperhoofden eerst daags aan te schrijven om de 8. - piees on„ voltooide en geborsten arduine zarken, die daar nog aan handen zijn, te laaten vergoeden door die het incumbeerd, en hun teffens Communicatie te geven, dat het verzoek der Sadraspatnamsche Steenhouwers prijs verhooging op de arduine om eenige Steenen Den 15 September 1770 Belatten ter voldoening van den Extra Eijsch der Lijwaaten—. aan bood van 2. picols Capas pitten . de gegevene ordre omtrend het verwisselen van goud teg=t fan zal g'observeerd werden —. steenen van een voet, door Hoog dezelve is van de hand geweezen, uit hoofde men thans geen tijden beleeft, om tot het een off ander te besluiten. Wijders is op de recommandatie van Hunne Hoog Edelhedens verstaan, Hoogde„ zelven bij den tans afgaanden brief te verzekeren, dat men tragten zal, den Extra Eisch van Lijwaaten ontvangen voor Batavia in het aanstande jaar Compleet te voldoen, onder aanhaaling verder, dat men Hoogdezelve thans met het Veldhoen aanbied de teffens gepetitie„ neerde twee pikols beste kapas pitten, in hoope dat ze zullen mogen voldoen aan het oogmerk, waarom ze gevraagd zijn. Onder het articul van Contanten, door 779. Den 1 September 1778 Zoomeede die omtrend het verleenen van wissels gegeven zijn. door Hunne Hoog Edelhedens om de daar voor bij gebragte reedenen wel geapprobeerd zijnde, de alhier in anno pass„o gedaane verwisseling van 9. –. Staven of 180. – mar„ ken Gouds tegen fanums, dog egter onder recommandatie, om wanneer diergelijke gevallen weder mogten komen te extee¬ ren, verdagt te weezen, dat 'er geen meer fanums, dan men voor de gewoone uitgave noodig heeft, ingewisseld worde: zoo is goedgevonden en verstaan, de voorschreeve recommandatie bij voorko„ mende gelegenheeden schuldpligtig te obser„ veeren. Nopens het verleenen van Assigna„ tien Hunne Hoog Edelhedens met regt gere„ marqueerd hebbende, dat de Regeering alhier onbe gl g men zal 's Comp:s domeijnen soo hier als op de Comptoire niet mer onder hand verpagte. onbevoegd is, om buiten der Heeren Majores off Haar Hoog Edelheedens speciaale permissie, assignatien naar Nederland te verleenen: Zoo is verstaan, zig deeze remarque tot een niet te laaten strek„ ken, om nooit meer overtreeden te wor„ den, en gevolgelijk zig voortaan bij het inwilligen van Assignatien eenelijk te be„ paalen tot de som, die iemand wegens dou„ ceur-penningen te goed heeft. Het onderhandsch verkoopen van 'S Comp:s Domeijnen, door Hunne Hoog Edelhedens geimprobeerd zijnde, als di„ rect aanloopende tegens de ordre der Hee¬ ren Majores op dit poinct: Zoo is verstaan, zig deeze interdicie tot een wet te laaten strekken en dien volgende Den 15 September 1770 voortaan
English
781. 15 September 1778 to take care henceforth that the same be observed both here and at the respective offices; further mentioning in the outgoing letter that, the necessary orders to this effect having already been dispatched to the respective factories by circular letter of 18 August, it is also trusted that the upcoming farming out of the Company's revenues there will take place publicly, just as occurred here at the end of August, except for the farm on the sap of the beverages and that of the salt pans, of which the three- and five-year lease terms have not yet expired. Furthermore, it is resolved to mention in the outgoing letter, as usual, that the Geelvinck 49. 5 September 1778 Continuation general farms of Nagapatnam, including the two aforementioned calculated therein, were bid for 13,286 pagodas, or by comparison with the past year, when they amounted to only 12,968 pagodas, they have now yielded 318 pagodas more; further mentioning that this increase was largely caused by the rise in the farm of goods brought in by sea, as the same was bid 583 pagodas higher than in the past year; as well as that this increase was procured by nothing other than the newly renewed order to Malacca and Malabar regarding the drafting of passes for vessels destined for this coast, since 783 15 September 1778 one expects from this, on very good grounds, a notable improvement in private trade here. Yet with regard to the farm of tobacco and betel and the chank diving, it is resolved to represent respectfully in the outgoing letter to Their High Nobilities that their higher lease value compared to the past year can be attributed to nothing other than the hatred that the Malabars have conceived against the previous farmer, the Court Interpreter Annapha Moddelij, who is a Roman Catholic Christian, so that, in order to deprive him of the opportunity to bid at the auction, they leased those farms so expensively, principally the farm of the chank diving established by him; further making known that the last-mentioned farm may now possibly fail, because most divers are Roman Catholic Christians, who will hardly be persuaded to dive for the Malabars. Then, while the outcome thereof must be left to time, it is meanwhile, on the proposal of the Governor, approved and resolved to request Their High Nobilities most respectfully in the name of the joint inhabitants of the villages to exempt the farm on salt from the public auction, provided that for it 500 pagodas be paid annually to the Company by the joint owners of the salt pans, or as much as the Governor 785. 15 September 1778 has annually procured for the Company for it, because it is to be feared that in the event of a higher auction price, a great deal of extortion will occur in that regard. Their High Nobilities having expressed upon the advice given by this Government that it would be pleasant to Them to learn that the principal merchant at Naoer had come to establish himself at Nagapatnam, because thereby, according to the opinion of this Council, the trade of the former was to be transferred to the latter place: It is in this respect resolved to mention respectfully in the outgoing letter that the circumstances of the coastal village of Naoer, situated close to this city, having changed very much in appearance since the last respectful letter of the Government by missive of 17 October 1777, the prominent Moorish merchant living there has also changed his mind about moving over here, because his interest now seems to demand more that he make friends with the English, who are now masters of Naoer, especially since he has the fortune of being known from old times to the present Madraspatnam Governor Rumbold, and whereby he relies on being favored by him with some privileges in his widespread trade. Under the heading of Carpentry and Repairs, Their High Nobilities 987 15 September 1778 having expressed some satisfaction over its reduced account in the past year by comparison with the previous year: it is resolved to mention in this regard in the outgoing letter that this satisfaction has given this Council singular pleasure, further declaring that not only are means constantly being devised to diminish this heavy burden from year to year and make it more bearable, but also that it is trusted that the effect thereof will be clearly perceived in the upcoming General Report. Upon the favorable authorization obtained for this from Their High Nobilities, it is approved and resolved, the Palicol,
Dutch transcription
781. Den 15. September 1778 die der droenken ment van de pagt desen Iaare tot 3718 Over voortaan ook zorge te dragen, dat het zel„ ve zoo hier als op de respective Comptoiren worden geobserveerd; onder aanhaaling verder, bij den affgaanden brief, dat hiertoe bereeds bij Circulaire missive van den 18:' Augustus de noodige bevee„ len na de respective Factorijen geexpedieerd zijnde, men ook vertrouwt, dat de aanstaande Verpagting van 's Comp:s revenuen ginder in het openbaar geschie„ den zal, zoo als onder ult„o Augustus gest huir orgeshed ast met alhier geschied is, behalven van de pagt op den sap der Dranken en die der Zoutpannen, waarvan de drie- en vijf jaarige pagt tijdt nog niet geexpireerd is. g Voorts is verstaan, bij den afgaanden orsaak der meerder rense„ brieff na gewoonte aan te haalen, dat de Geelvinck 49. Den 5e September 1778 Vervolg generale Pagten van Nagapatnam, met de twee opgemelde daar onder geree„ kend, gemeijnd geworden zijn voor pagoo„ den 13286. -. , off bij vergelijking tegens anno pass„o, wanneer dezelven maar bedragen hebben Pag: 12968. –. , nu Pag: 318. –. meerder afgeworpen hebben, onder aanhaaling verder, dat deeze meerderheid, grootelijks veroorzaakt is door het stijgeren van de pagt der aangebragt wordende goederen ter zee; alzoo dezelve wel Pag: 583. –. duurder gemeijnd geworden is als in anno passato; gelijk meede, dat deeze meerderheid nergens anders door geprocu¬ reerd is, als door de op nieuw gerenoveerde ordre naar Malacca en Mallabaar; be„ trekkelijk tot het inrigten der Passen voor vaartuigen naar deeze kust gedestineerd, nadien 783 Den 15 September 1778 nadien men daar uit op zeer veel gronds eene naamwaardige verbetering in den parti¬ cúlieren handel alhier verwagt. Dog ten aanzien van de Pagt der Tobak en betel en de Sijankos-duijkerij, is verstaan, bij den afgaanden brief aan Hunne Hoog Edelheeden reverentelijk te vertoonen, dat derzelver hoogere verpag„ vervolge ting, als in anno pass„o nergens anders aan kan worden toegeschreeven, als aan den haat, die de Mallabaaren tegen den voorigen Pagter, den Tolk van Justitie Annapha Moddelij /: die een Roomsch Christen is:/ hebben opgevaet, alzoo zij, om hem de occasie te beneemen van bij den uitslag te mijnen, die pagten zoo duur gepagt hebben, principaal de Pagt van de Chiankos-duikerij, door hem opgerigt, onder te Den 15 September 1778 waarom de sagt van de Sjan„ hos mogelijk te niet zal loopen versoek om de verpagting der zout pannen onder thans te mogen doen te kennen geving verder, dat de laastge„ melde pagt nu mogelijk te niet zal loopen, uit hoofde de meeste suikers Roomsche Christenen zijn, die beswaarlijk zullen te beweegen weezen, om voor de Mallabaa„ ren te duiken. Dan wijl men den uitslag daar van aan den tijd diend bevolen te laaten is ondertusschen op de propositie van den Heer Gouverneur goed gevonden en verstaan, Hunne Hoog Edelhedens uit naam vande gezamentlijke inwooners der Dorpen aller¬ eerbiedigst te verzoeken, om de pagt op het zout van de publicque verpagting te excusee„ ren, mets daar voor jaarelijks door de geza„ mentlijke eigenaaren van de zoutpannen aan de Comp:e opgebragt worde 500. –. pagooden, off zoo veel, als den Heer Gouverneur daar 785. Den 15 September 1778 waarom seeker vornwaam maar van nader van syn voorneem om hier te koomen woonen veranderd is, daar voor aan de Maatschappij jaarelijx bezorgd heeft, uit hoofde het te dugten zij, dat daar omtrent bij een hoogere verpagting vrij wat knevelarijen zullen, geschieden. Door Hunne Hoog Edelheedens op het geadviseerde door deeze Regeering be„ tuigd zijnde, dat het Hoogdezelve aan„ genaam zou weezen te verneemen, dat den voornaamsten handelaar te Nader, zig te Nagapatnam was komen etablisseeren, dit hoofde daar door, volgens de meening van deezen Raade, den handel van den eerste na de laastgemelde plaats stond te worden overgebragt: Zoo is ten deezen opzigte verstaan, bij den afgaanden brief reverentelijk aan te haalen, dat de onstandig„ heden van het digt bij deeze stad geleegen Zeedorp: Naoer, sedert het laast eerbiedig Schrij Den 15. September 1778 het genoegen H: hoog Ed: over de timmeragie en reperatie reek: strckt ont Satiofatie schrijvens der Regeering bij missive van den 17:' October 1777. zier van gedaan te veranderd zijnde, den aldaar woonen¬ de voornaam Moorschen Handelaar ook van besluit om herwaarts over te komen, veranderd is, uit hoofde zijn belang thans meerder Schijnt te vorderen om zig met de Engelschen, die nu meester van Naoer zijn, bevriend te maaken, vooral daar denzelven het geluk heeft van bij den presenten Madraspatnam schen Gouverneur Rumbolt van ouds bekend te zijn en waardoor hij staat maakt van door denzelven met eenige voorregten in zijne wijd uit gebreiden han„ del begunstigd te zullen worden Onder het Hoofddeel van Timmera¬ sien en Reparatien, door Hunne Hoog Edel„ heden S 987 Den 15. September 178. natie dier rekeningen. pagorden 769. 19. het en sterk opgehaald worden. hedens eenig genoegen betuigd zijnde, over dies verminderde reekening in anno passato bij vergelijking tegen het voorige jaar: zoo is verstaan, hieromtrent bij den afgaanden brief aan te haalen dat dit genoegen aan deezen Raade gegeven heeft eene Singuliere Satisfactie betuijgingen ontrend de dinmi„ onder betuiging verder, dat men niet alleen steeds op middelen bedagt is, om deezen zwaaren last- post van jaar tot jaar te diminueeren en draagelijker te maaken, maar ook vertrouwt, dat het effect daar van niet onduijdelijk zal worden bespeurt bij het aanstaande Generaale verslag. Op de daartoe erlangde gunstige In sigiteschen alvor qualificatie van Hunne Hoog Edelhedens, is goedgevonden en verstaan, de Pali„ Colsche,
English
15 September 1778 the report of Paravicini was not arranged according to the interests of Their High Excellencies. to write to the Chiefs of the Coromandel coast shortly, to make a start immediately after the end of the approaching bad monsoon with the restoration of the Company's Lodge at Narsapoer and its appurtenances, according to the improved Plan, as well as to complete the same as quickly and to plant the remaining square with trees as much as is possible, and all this for the sum calculated for it of P: p: 769: 19. -.; further mentioning that it is trusted that the aforesaid work will be raised so firmly and strongly for that amount, that no repairs worthy of the name will need to be made to it for many years. Furthermore, it having been made known with regret by Their High Excellencies with regard to the fortification works here, 789. 15 September 1778 to send the Engineer hither once again—. and order what is to be done upon his arrival here. with regret, that They had not yet been able to take a final resolution regarding this, because the report of the Captain-Engineer Paravicini di Capelli was not arranged according to Their intention, and that Their High Excellencies had therefore found Themselves obliged to write to the Ceylon Ministers to send the said Engineer once again to Nagapatnam, in order to make a closer inspection of the fortification works, in order to be able to report distinctly to Them whether a new fortification work would be to be preferred over the present one; further mentioning that the said Engineer, in the first-mentioned case, in conjunction with this Council, would have to draw up a new plan and calculation, in order to send the same, 15 September 1778 regret of this government that Paravicini has not fulfilled the intention what is therefore hoped from his second inspection to be made upon arrival here —. the same, together with the reports of the Engineer Henk of 1775 and 1777 retained by him, and that of him and the Engineer Lowe of 1776, to Batavia and the Netherlands, for the further disposition of Their High Excellencies and the Lords Directors: thus it has been approved and understood to answer respectfully to this, that this Council regrets that Captain-Engineer Paravicini di Capelli has fulfilled the intention of Their High Excellencies so poorly that a closer inspection of this work must take place as a result, because the same requires a speedy repair more and more if one is to preserve it from total ruin; and that one consequently hopes that his second inspection 791. 15. September 1778 As well as what this council will do regarding this in compliance with Their High Excellencies' desire. Further work on the castle has been suspended. —. inspection will be conducted accurately, in order to be able to report on solid grounds whether a new fortification work will be to be preferred over the present one, as well as that this Council, if it prefers the former, in accordance with the desire of Their High Excellencies will deliberate with him on the drawing up of a new Plan and the Calculation of its costs, in order to be able to be sent, according to the order, together with all the aforementioned papers, to the Netherlands and Batavia, for the further disposition of the Lords Directors and Their High Excellencies. Furthermore, in this respect, it was understood to mention in the outgoing letter that, in order to avoid all needless expenses, Engineer Henk, according to the resolution of 15 August, was ordered provisionally 15 September 1778 shows how far Henk has progressed with that work— The collapsed walls of the outer ramparts shall be raised—. confidence of Their High Excellencies that a fund can be found for the outer city expenses— by resolution of 15 August to suspend further work on the Castle; further making known that in the aforesaid Resolution it stands distinctly described how far he had already progressed with the raising of the Point 't Gezigt and with the demolition of the Bastion de Smaak. Meanwhile, it has nevertheless been understood, according to the recently obtained authorization, to have the four sections of wall of the Outer City rampart that collapsed in anno 1776 raised firmly and strongly again by Engineer Henk, for the sum calculated for it by him of f 13275: 19. —. It having been remarked subsequently by Their High Excellencies that They trusted that this Council would be capable of finding a suitable fund, without anyone's notable burden, 793 15 September 1778 reference of this government to a Resolution wherein the decided project for taxation of the houses is mentioned, but where one was unable to achieve the objective in that respect. a suitable fund, from which the outer city expenses, running up too high and increasing from year to year, could once be reimbursed, at the same time making known that They believed that this wall was constructed more for the security of the inhabitants than for the benefit of the Company: thus, with preceding expressions of thanks for the good confidence which Their High Excellencies have been pleased to place in this Council, it has been approved and understood to refer with respect in this regard to the resolution of this Table of 26 March, as the reasons for the then decided project of taxation on all the Malabar Houses of this City are circumstantially described therein. And subsequently regarding these interests in the outgoing
Dutch transcription
Den 15 September 1778 het rapport van Tavaracine was niet na de intrest haarer hoog Ed: ingerigt. Opperhoofden eerstdags aan te colsche schrijven, om directe na het uiteinde van de aannaderende kwade mousson een be„ gin te maaken met het restaureeren van Comp:s Loge te Narsapoer en dies toebe„ hooren, na het verbeterd Plan, mitsgaders het zelve zoo spoedig te absolveeren en het overschietende plijn met boomen te beplanten als mogelijk is, en zulx alles voor de daar voor gecalculeerde Somme van P: p: 769: 19. -. onder aanhaaling verder, dat men vertrouwt dat daar voor het voorsz: werk zoo hegt en sterk zal worden opgehaald, dat daaraan in lange jaaren geen naamwaardige repa¬ ratie zal behoeven te geschieden. Wijders door Hunne Hoog Edelheedens met opzigt tot de Fortificatie-werken met leet 789. Den 1 September 1778 „ Ingenier andermaal herwaards te zenden—. hier, te doen. leetweezen te kennen gegeven zijnde, dat Hoog dezelve daaromtrent nog geen finaal besluit hadden kunnen neemen, wijl het be„ rigt van den Capitein Ingenieur Paravicini de Capelli niet naar Hoogderzelver intentie was ingerigt, en dat Hunne Hoog Edel over tinhulen na uijse me din hedens derhalven zig genoodzaakt bevon„ den hadden de Ceilonsche Ministers aan te schrijven, gemelden Ingenieur nog maals naar Nagapatnam te zenden, om een naderen en bevel wat bij zijn komst al„ opneem van de fortificatie werken te doen, ten einde Hoogdezelven distint te kunnen berigten off een nieuw verting werk te preffe„ reeren zou zijn boven het presente; onder aanhaaling verder, dat gemelden Ingenieur in het eerstgemelde geval met Concurentie van deezen Raade, een nieuw plan en Cal„ culatie zou hebben te formeeren, ten einde dezelve Den 15'. September 1778 leet wesen deser vegering dat daran heeft wat men dierhalven van sijn te doene tweede inspectie bij aankomst alhier verhoopt —. dezelve, nevens de door hem aangehouden berigten van den Ingenieur Henk: van 1775. en 1777. en dat van hem en den Inge„ nieur Lowe van 1776. , na Batavia en Neder„ land te zenden, ter nadere dispositie van Hunne Hoog Edelheedens en de Heeren Ma„ jores: zoo is goed gevonden en verstaan, Pavevicine niet aande intentie vol„ hier op eerbiediglijk te antwoorden, dat het deezen Raade leet doet, dat den Capi„ tein Ingenieur Paravicini de Capelli zoo kwalijk aan de intentie van Hoog dezelven Heeft voldaan, dat daardoor een naderen opneem van dit werk geschieden moet, uit hoofden hetzelve hoe langer hoe meer een spoedige reparatie requireerd, zal men het voor een totaal verval bewaaren; en dat men dien volgende hoopt, dat zijne tweede in„ Spectie 791. Den 15. September 1778 Zoomeede wat deesen raade daar omtrend mopvolging van H: hoog Ed: begeerte zal doen. Den verderen arbeijd aan het „bastel is gestackt. —. spectie accuraat zal geschieden, ten einde op vaste gronden te kunnen berigten, of een nieuw vesting- werk te prefereeren zal weezen, boven het presenten, mitsgaders, dat deezen Raade, zoo hij het eerste prefereerd, na de be„ geerte van Hunne Hoog Edelheedens met hem zal concureeren over het formeeren van een nieuw Plan en de Calculatie van dies kostende, om volgens de ordre, nevens alle de opgemelde papieren, na Nederland en Batavia gezonden te kunnen worden, ter nadere dispositie van de Heeren Majores en Haar Hoog Edelhedens. Voorts is, ten deezen opzigte, nog ver„ „ staan bij den afgaanden brief aan te haalen dat men om alle noodelooze ongelden te me„ nageeren, den Ingenieur Henk, volgens besluit van den 15:' Augustus gelast heeft, om bij provike„ den Den 1 September 1778 blykt hoe ver kerk gevorderd is met dat werk— De om overgevallene muuren van de buijten walle sullen opge„ haald werden—. vertrouwen haar hoog Edelh: dat men een fonds voor de buij„ ten sladsongelden zal kunnen vinden— bij resolutie van den kangt den verderen arbeid aan het Casteel te staa ken; onder te kennen geving verder, dat bij de voorschreeve Resolutie distinct beschreeven staat hoe ver hij bereeds met 't ophaalen van de Punt 't Gezigt en met het afbreeken van het Bartion de Smaak gevorderd was. Ondertusschen is egter verstaan, volgens de jongst erlangde qualificatie, door den Inge„ nieur Henk weder hegt en Sterk te laaten ophaalen, de vier stukken muurs van de Buiten stads wall, die in anno 1776. ingestord zijn, voor de daarvoor door hem gecalculeerde Somme van ƒ13275: 19. —. Door Hunne Hoog Edelheedens vervolgens geremarqueerd zijnde, dat Hoogdezelven ver¬ trouwden, dat deezen Raade verclagt zou weezen, om zonder iemands naamwaardig bezwaar, een 793 Den 15 September 1778 referte deezer regeering aan„ een Resolutie maar bij het gearresteerde project tot be„ men het oogmerk daaromtrend niet heeft kunnen berijken. een gepast fonds uit te vinden, waar uit de al te hoog op stok loopende en van jaar tot jaar accresseerende ongelden der Buiten Stad eens zouden kunnen vergoed worden, onder te kenne geving teffens, dat Hoog dezelve vermeenden dat deeze muur meer tot Securiteit der inge„ latting der huijsen vermeld taeken. zetenen, dan tot voordeel van de Maatschap„ pij aangelegt was: zoo is, onder voorafgaan„ de dank betuiging voor het goed vertrouwen het geen hunne Hoog Edelheedens in deezen Raade hebben gelieven te stellen, goedgevonden en verstaan, zig ten deezen opzigten met eerbied te refereeren aan het besluit deezer Tafel van den 26:' Maart, alzoo daarbij onstandig be„ schreeven staan, de reedenen van het toen gear„ resteerde project van belasting over alle de Mal¬ labaarsche Huijzen deezer Stad. En vervolgens ten deezen belangen bij den Besluijt beranbnling dot afgaanden
English
The 15th of September 1778 what occurred in that regard. to cite at large in the outgoing letter. That, with whatever good intention this plan had been formed and attempted to be introduced, it was nevertheless not granted to this Council to succeed therein satisfactorily, although all the residents were convinced and assured that with the aforementioned tax plan nothing else was intended than somewhat to assist the Company in its excessive burdens, without thereby oppressing the residents too heavily: That consequently the failure of this plan extremely surprised and astonished this Council, especially since the inhabitants had willingly watched and kept silent regarding the measuring of their quarters and houses, which was done in the past year by appointed commissioners in order to form an equal tax therefrom, without showing themselves aggrieved about anything, so that from such behavior one could think or expect nothing other than that this tax would be introduced very easily: The 15th of September 1778 continuation That this Council had truly remained of that opinion until the day that was appointed for the publication of the edict drafted for that purpose, but then to their regret had seen that they had been deceived by the silence of the Malabars; With the further communication that as soon as the publication of the aforementioned edict had taken place, the riotous rabble among the Malabars, among whom were also some prominent persons, being certainly incited thereto by the so-called Moradoves of their nation, seized the opportunity of the great heathen festival then occurring, which is celebrated once every year at Trewaloer, in the so-called Holy Pagoda of the King, to depart from the city under the pretext of traveling thither. That nevertheless this departure was of no noteworthy consequence before the 25th of April, but that then, by order of the general head of the castes, Canjema Chittij, the departure became so general that hardly an inhabitant was to be found in the city and the thirty-two villages of the Company, if one excepts only the Company merchants, the Saukars, and some other Malabars, whose interest did not precisely permit them to join the mutinous crowd so openly before the eyes of the world. The 15th of September 1778 continuation The 15th of September 1778. Continuation That the aforementioned departed inhabitants, whatever means were employed by the undersigned Governor to make them change their conduct, could not be moved to return, unless the aforementioned tax edict, to which they attributed their departure, was first retracted. And that although this Council could not definitively resolve upon this, they nevertheless, to give them some satisfaction, thought fit by secret resolution of the 14th of May to suspend the execution of the mentioned edict of the 16th of March and render it out of force until Their High Noble Excellencies had been informed thereof and the required answer had been obtained. Subsequently, Proposal for a direct order to be permitted to post the touched-upon edict regarding the tax on houses. Subsequently, further deliberation having been held on this occasion as to whether the aforementioned edict could absolutely not be introduced, it was remarked on the one hand that from the reprehensible and punishable conduct of the inhabitants just cited at large, one can very well conclude that the aforementioned or a similar edict will not easily be introduced among such an insolent, haughty, and stubborn nation as the Malabars are, of whom one would almost have to believe that their extreme insolence is the reason why one has hesitated here until now to impose any tax upon them; but also noted on the other hand that it is very probable that the aforementioned edict, if it were somewhat mitigated, could indeed be introduced here, especially if it were ordered from higher authority, since in such a case the firebrands of the recent riot would take good care not to incite the ignorant common people again as they recently did, and consequently it was also thought fit and agreed to propose and request of Their High Noble Excellencies in the most humble manner in the outgoing letter to order this Council strictly to uphold the aforementioned edict, with this mitigation nevertheless, that on the established footing, or such as is described in the resolution of the 26th of March, or according to such other arrangement as their High Lordships may deem better, one may henceforth collect once a year from the inhabitants of this city, instead of 1½ fanum, one fanum or four stuijvers for every square rod that their houses, dwellings, or gardens within their perimeter inside the walls shall measure, showing further to their High Lordships that the aforementioned tax will then still amount to a sum of 1806 pardauws or 9612 guilders, and moreover that it can be considerably increased if their High Lordships should see fit to make it general by also extending it to the houses and dwellings of all European and native Company servants and burghers. Whereto finally it was agreed to make a request in the name of the Government, because the Malabars have indirectly complained about this exemption, declaring
Dutch transcription
Den 15. September 1778 het voorgevallen ten dien be„ lange—. afgaanden brief in het breede aan te haalen. Dat, met hoedanig een goed oogmerk men dit plan geformeerd en getragt hadt te intro„ duceeren, het deezen Raade egter niet heeft mogen gebeuren daarin na genoegen te slagen, Schoon alle de ingezetenen overtuigd en ver¬ zekerd waren, dat met het voorschreeve Plan van belasting niets anders wierdt bedoeld, dan de Compagnie eenigzins te gemoet te ko„ men in haare excessive Lasten, zonder daar door de ingezetenen te zwaar te drukken: Dat dienvolgende het non reuissit van dit Plan, deezen Raade ten uitersten heeft gesurpeneerd en verwonderd, vooral daar de inwooners het meeten van hunne wijken en huizen /: het geen in anno passato door expres„ se Gecommitteerdens is geschied, om daar uit eene gelijkstandige belasting te kunnen formee„ ven 795. Den 15 September 1778 vervolg ren:) goedschik aangezien en gezweegen had„ den, zonder zig ergens over beswaard te toonen alzoo men dit zoodanig een gedrag niets anders denken of verwagten kon, dan dat deeze belasting zeer gemakkelijk zou worden geintroduceerd: Dat deezen Raade waarelijk in die gedagten gebleven was, tot den dag, die be„ paald was tot de Publicatie van het ten dien einde ten papiere gebragte Placcat, dog toen tot derzelver leetweezen hadden gezien, dat zij door het stilzwijgen der Mallabaaren bedrogen geworden waren; Onder Communicatie verder, dat zoo dra de Publicatie van het voorschreeve Plac„ laat geschied was, het oproerig graauw onder de Mallabaaren /: waar onder ook eenige voor„ name waren :/ daar toe zekerlijk opgeruid zijnde, door 50. Vervalg— door de zoo genaamde Moradoves van haar Natien, de gelegendheid Capteerden van het toen juist invallende groote Heijdensche Feest, het geen alle jaaren eens op Trewaloer gevierd wordt, in de zoogenaamde Heijlige Pagood des Konings, om onder pretext van daar na toe te rijzen, uit de stad te wijken. Dat egter dit uitwijken van geen naam„ waardig belang was voor den 25' April, dog dat toen op bevel van het Generale hoofd der Castens Canjema Chittij de uitwijking zoo„ danig algemeen wierd, dat 'er naauwlijks een inwoonder in de Stad en de twee en dertig Dorpen van de Compagnie te vinden was, zoo men daar van Slegts uitgezonderd Compagnies Cooplieden, de Saukars en eenige andere Mallabaaren, welkers belang het juist niet meede bragt, om zig zoo voor het oog van Den 15. September 1778 de 50. 797 Den 15 September 1778. Vervolg de waereld bij den muijtzieken hoop te voegen. Dat de voorschreeve uitgeweeke inwooners wat middelen 'er ook door den ondergeteekende Gouverneur waren aangewend, om hun van ge„ drag te doen veranderen, tot geen terug # „geweest komen te beweegen „ zijn, ten zij het voorschree ve Placcaat van belasting /:waar aan zij hunne uitwijking toeschreeven :/ eerst wierdt inge„ trokken. En dat schoon deezen Raade hier toe niet fi„ naal heeft kunnen besluiten, men egter om hun eenig genoegen te geven, bij Secreete Resolutie van den 14. ' Mai, goedgevonden heeft, de exe„ cutie van het opgemelde placcaat van den 16.' Maart zoo lang te surcheeren en buiten vigeur te stellen, tot men dierwegens Hunne Hoog Edelhedens geinformeerd en het noelige antwoord zou erlangd hebben. Vervolgens voordragt tot direcste ordre om het getoucheerde placcaat der be„ lasting op de huijzen te mogen affi„ garen. Vervolgens is, bij deeze gelegenheid, nader gedelibereerd zijnde; of het voorschreeve Plac„ caat absolut niet zou weezen te introduceeren, wel aan de eene zijde geremarqueerd, dat men uit het zoo even in het breede aangehaalde laakbaar en straffwaardig gedrag van de inwooners, zeer wel kan nagaan, dat het voorschreeve of een diergelijke Placcaat niet gemaakkelijk zal te introduceeren weezen, bij zulk een brutaale, hoogmoedige en halsterrige Natie, als: de Mallabaaren zijn, en van wien men haast zou moeten gelooven, dat hunne verregaande brutaliteit oorzaak is, waarom men alhier tot nog toe gehasiteerd heeft, hunne eenige belasting op te leggen; dog ook weder aan den anderen kant aangemerkt, dat het zeer waarschijnelijk is, dat het voorschreeve Placcaat, wanneer Den 15e. September 1778 het 799. Den 15. September 1778 thans het eenigzins werd gemitigeerd, alhier wel zal te introduceeren weezen, voor al zoo het van hooger hand werd geordonneerd, al„ zoo in zoodanig een geval de Stokebran„ ders van het jongste opvoer, zig wel wagten zouden, het dom gemeen weder op te ruijen, gelijk zij jongst gedaan hebben, en dien„ volgende ook goedgevonden en verstaan om bij den afgaanden brief Hunne Hoog Edelhedens alleronderdanigst te proponeeren en te verzoeken, om aan deezen Raade de Standhouding van het voorschreeve Placcaat volstrekt te ordonneeren, met deeze mitigatie nogtans, dat men op den begaalden met velk integatere nog„ voet /: of zoodanig als bij Resolutie van den 26. ' Maart beschreeven staat:/ dan wel volgens zoodanig eene andere schikking als hoog dezelve beter mogen oordeelen, voort„ aan eenmaal sjaars van de inwooners deezer Stad Den 15 September 1770 en versoek ouentwegen. stad, in plaatze van 1½. . fanum, een fanum of vier stuijvers zal mogen heffen, voor ieder quaelraat roede, die haare huizen, wooningen of tuinen in haaren omtrek binnens verdere pmrotesitie, daarmnhend muurs gereekend, zullen groot zijn, met vertooning wijders aan Hoog dezelve dat de voorschreeve belasting alsdan nog bedraa„ gen zal eene Somma van 1806. –. pardauws of 9612. -. guldens, mitsgaders, dat die nog mer„ kelijk zal kunnen vermeerderd worden, zoo Hoog dezelve goed konden vinden om ze algemeen te maaken, door dezelve ook te extendeeren tot de huizen en woo¬ ningen van alle Europeesche en inlandsche Compagnies Dienaren en Burgers. Waartoe eindelijk verstaan is, uit naam der Regeering verzoek te doen, uit hoofde de Mallabaaren zig van ter zijde beklaagd hebben over deeze eximatie, onder verklaa„ ring
English
801. The 15 September 1770 concerning this and that. further, that there is no doubt that, once the aforementioned tax is properly arranged and one is moreover furnished with Their High Mightinesses' positive order, the same will certainly be capable of being introduced, principally if it is introduced in the month of October or November, as it is then the bad monsoon, so that one will not need to fear a second exodus. Furthermore, it was resolved to mention in the reply that one will await Their High Mightinesses' pleasure on this matter, without undertaking anything further in this affair before the same has been obtained, but that one trusts in the meantime that Their High Mightinesses will be pleased to regard this humble proposal as having sprung 8 t marginal note: The douceur of Schofften is sufficient for the remaining debts of Palicol. marginal note: Further elucidation regarding the difference occurring in the tax of Baars. from a well-meaning interest placed in the Company's welfare. With regard to the point of Taxes and discharges, it was resolved, in response to the objection made on that account, to assure Their High Mightinesses that the outstanding douceur moneys due to the Paleacatte Secunde Scoffier are entirely sufficient for the remaining debts of the Palicol merchants, with the request that he be held liable for them until full payment is made. However, regarding Their High Mightinesses' remark concerning the difference occurring in the letters of the Government of the 14 October 1776 and 17 January 1778 with respect to the debit of the Jaganaickpuram chief Baars, for which in the first-mentioned letter ƒ 5190. 19. 8 and in the other only ƒ 5119. 5. - was stated, The 15. September 1778 it was, 803. The 15. September 1778. continuation 71. 4. 8 it was resolved, for further elucidation, to note reverently that from the first-mentioned amount of - - - ƒ 5190. 19. 8 since the month of October 1776, according to what was written to Jaganaickpuram by letter of the 24 August previously, there was deducted again a 2/3 share of ƒ 106. 16. 8 for the loss incurred in the Netherlands on 154 pieces of salempores common Palicols, of which ƒ 71. 4. 8 was charged to the account of Vrijmoet, while the remaining 1/3 was charged to the estate of Onstee and credited to that of Du Mon. That consequently there had to be credited again in favor of Baars the aforementioned - - - - - - - whereby, as is further noted in the Resolution of the 18 November 1777, his entire arrears remained only as large as ƒ 5119. 15. —. The 15 September 1778. marginal note: The difference of 10 stuivers therein is a clerical error. marginal note: That debit has been liquidated; care will be taken for the Fiscal's debit. marginal note: Improper write-off of washing wages for 27 pieces of fine bleached salempores. or within 10 stuivers of the sum stated in the submissive letter of the 17 January. That this difference of 10 stuivers, however, is a clerical error caused by a mistaken entry of 5. —. instead of 15. — stuivers, but that the Secretary of this meeting asks with the utmost respect for Their High Mightinesses' pardon for this. Furthermore, it was resolved to note briefly in the outgoing letter that the aforementioned debit of the chief Baars has been properly liquidated by payment. As well as that, with regard to the debit of the Fiscal Koning amounting to ƒ 2017. —. —, care will be taken that the Company is compensated in that regard in the coming year. Their High Mightinesses having, under the heading of Write-ins and Write-offs, 015. The 15. September 1778 marginal note: will be more attentive in the future. marginal note: The Governor has paid ƒ 263. 16 into the treasury for 1876 lb of saltpeter. rightly remarked upon the improper write-off to the debit of the Company of the washing wages of 27 pieces of fine bleached salempores, it was resolved in that regard to reply with respect that one would have already ordered the restitution thereof according to Their High Mightinesses' desire had the write-off thereof already in effect taken place; but since this has been postponed until now because the merchants neglected to receive the washing wages, one will let this matter rest there and be more attentive in the future when taking such decisions. The Governor, in accordance with the order of Their High Mightinesses, having properly paid into the treasury the amount of ƒ 263. 16. — for 1876 lb of saltpeter, which without authorization was consumed here for the fireworks that were set off on the evening The 15 September 1778. marginal note: Schoffier has been urged with greater earnestness to compensate for the 2 coir anchor cables. of the day of the solemn installation of the late Governor General van Riemsdijk (may his memory be honored), it was resolved to give Their High Mightinesses the required communication thereof. Upon the declaration of Their High Mightinesses that they were very displeased that the two pieces of coir anchor cables received damaged from Paleacatte in the year 1776 had not yet been restored to the Company, it was resolved in this regard to answer with respect that this has not only been ordered several times to the Paleacatte Secunde Scoffier, who is charged with the compensation for the same, but that he has moreover also been permitted to address himself regarding a discharge to Their High Mightinesses, but that all of this has been by
Dutch transcription
801. Den 15 September 1770 „ omtrend dat een en ander. ring verder, dat men niet en twijfeld, wanneer de voorschreeve belasting zoodanig ge¬ schikt, en men daar en boven met Hoogder„ zelver positive ordre gemunieerd is, off de¬ zelve zal wel in te voeren weezen prin¬ cipaal, wanneer men die in de maand October of November introcluceerd, alzoo het dan kwaade mousson is, waardoor men voor geen tweede uitwijking zal be„ hoeven beduijt te weezen. Voorts is nog verstaan bij de rescrip vetruwe deeser vegarning tie aan te haalen, dat men hierop het wel behaagen van Hunne Hoog Edelhedens zal blijven afwagten, zonder verder iets in dee„ ze zaak te onderneemen, voor men hetzel ve zal erlangd hebben, dog dat men egter ondertusschen vertrouwt, dat Hoog dezelve deeze nedrige propositie wel zullen gelie„ ven aan te zien, als voortgesproten te zijn, 8 t glo het Doucur van Schofften is sufficant voor de restant schulden van Palicol. nader elucidatie omtrend het different inde belasting van sjaars voorkoomende uit een wel meenend belang, het geen men in Comp:s wel vaart steld: Ten aanzien van het psinct der Belastin„ gen en ontheffingen, is op de dierwegens gemaakte bedenking, verstaan, Hunne Hoog Edelheedens te verzekeren, dat de te goed staan„ de douceur gelden van den Palleacatsch Secunde Scoffier, volkomen Sufficant zijn voor de res„ tant schulden der Palicolsche kooplieden, met verzoek van hem tot de volle betaaling toe daar voor aanspreekelijk te laaten. Dog aangaande Hoog derzelver remarque nopens het different bij de brieven der Regee„ ring van den 14:' October 1776 en 17:' Januarij 1778. voorkomende, met opzigt tot de belasting van het Saggernaikpoeransch opperhoofd Baars, waarvoor bij den eerstgemelden brief ƒ 5190. 19. 8 en bij den anderen maar ƒ 5119: 5. –. gesteld Den 15. September 1778 was, 803. Den 15. September 1778. vervolg 71:4:8 was, is verstaan, ter nadere elucidatie reverentelijk te noteeren, dat van het eerstge¬ d„o melde bedraagen van - - - ƒ 5190: 19:8. Sedert de maand october 1776:, volgens het aangeschreeven naar Tag„ gernaikpoeram bij brief van den 24. ' Augustus bevoorens, weder afgetrokken is 2/3. gedeelte uit ƒ106. 16. 8. voor het gevallen verlies in Nederland op 154. stukken sa„ lempoeris gemeen Palicols, waarvan ƒ71:4. 8. zijn aangereekend ten laste van vrijmoet, terwijl het overige 1/3. ten laste van Onstees boedel en ten voor¬ deele van die van Du Mon gebragt geworden is. Dat dienvolgende 'er weder ten faveu„ re van Baars moest worden ingenomen de voorschreeve - - - - - - - waar door zoo als nader genoteerd staat, bij de Resolutie van den 18' November 1777 zijn gansche agterstal maar groot bleef ƒ 5119: 15. —. : Den 15 September 1778. het verschil van W0: s= daar in is een schrijf fout . Die belatting is gelequideerd, voor des Tis kaals debet zal zorg gedragen werden. oneijge afboeking van malsch„ loon voor 27. p=rs. fijn gebleekt sa„ lamps. . off op 10. – stuijvers na de Som bij Subnisse lette„ ren van den 17: Ianuarij vermeld. Dat dit verschil van 10: Stuijvers egter een Schrijffout is door een abusive invulling van 5. —. voor 15. - Stuijvers veroorzaakt, dog dat den Secretaris deezer vergadering daar voor met de meeste eerbied bij Hunne Hoog Edel„ hedens om excus vraagd. Voorts is verstaan, bij den afergaanden brieff kortelijk te noteeren, dat de voorschree„ ve belasting van het opperhoofd Baars, door betaling behoorlijk geliquiderd is. Mitsgaders dat men omtrent het debet van den fiscaal Koning groot ƒ 2017. –. -. zorg zal draagen, dat de Maatschappij daar omtrent in het aanstaande jaar werd ge„ dedomageerd. Door Hunne Hoog Edelhedens onder het Hoofd deel van In- en Afschrijvingen met 015. Den 15. September 1778 lettender weezen —. De heer Gouverneur heef ƒ 263. 16. voor 1876. lb: salpeeter in Cassa voldoan—. met regt geremarqueerd zijnde, de oneige af„ boeking ten laste van de Compagnie van het wasloon van 27. – stukken fijn gebleekt Salemperit: zoo is ten dien opzigte ver„ staan, met eerbied te rescribeeren, dat men de restitutie daar van na Hoog derzelver begeerte al zou geordonneerd hebben, was de afschrijving daar van bereeds in effecte geschied; dog dewijl dit tot nog toe uitgesteld gebleeven is, door dien de kooplieden verzuimd hebben het wasloon te ontvangen, men deeze zaak men zal in 't vervolg op„ daarbij zal laaten berusten en in 't vervolg oplettender zijn bij het neemen van diergelijke besluiten. Door den Heer Gouverneur, ingevolge de ordre van Hunne Hoog Edelhedens met ƒ 263. 16. —. behoorelijk in Cassa voldaan zijnde het bedraa„ gen van 1876. –. lb. Salpeter, welke zonder qua„ lificatie alhier verbruikt geworden zijn, tot het vuurwerk het geen afgestoken is op den avond Den 15' September. 1778. schoffier is met meerder ernst geloft om de 2. kaijer anker touwen te vergoeden avond van den dag der plegtige voorstelling van wijlen den Heer Gouverneur Generaal van Riemsdijk /: H: L: M: / zoo is ver„ staan, hiervan aan Hunne Hoog Edelheedens de vereischte Communicatie te geven. Op de betuiging van Hunne Hoog Edel„ hedens, dat Hoog dezelve zeer ontstigt waren, dat de twee p:s kaijer anker touwen in anno 1776. van Palleacatta bedurven ontvangen, nog niet aan de Comp:e waren gerestitueerd: zoo is, ten deezen opzigten verstaan, met eer„ bied te antwoorden, dat men dit niet alleen diverse reize den Palleacats Secunde Scoffier, die de vergoeding van dezelve is geimputeerd, geordonneerd heeft, maar dat men hem daar en boven ook heeft gepermitteerd, van zig dier„ wegens om ontheffing te mogen advesseeren aan Hunne Hoog Edelhedens, dog dat dit een en ander door
English
807. The 15th of September 1778 Apology regarding the inattention which took place concerning the destruction of 44 pieces of assorted grapeshot. has until now been neglected by him; and that therefore, by missive of the 28th of August, the Paliacatta chiefs have been ordered with greater earnestness to provide the compensation thereof immediately, which it is trusted will happen promptly. A slight inattention having crept into the resolution of this Table of the 23rd of May 1777 regarding the destruction of some unserviceable ammunition goods, as otherwise the destruction of 44 pieces of assorted grapeshot would not have been decreed, which, as has been rightly observed by Their High Nobilities, can never be completely destroyed, since the principal ingredient of the grapeshot, namely the balls, always prove to be usable: It is resolved to ask Their High Nobilities for an apology regarding this oversight, The 15th of September 1778 The restitution of that furnished to a gatekeeper and gardener has already been ordered, but as such has been of no effect, the chiefs have been condemned to a fine. under the assurance that better attention will be paid to this in the future. Their High Nobilities having considered well done the abolition of a gardener and a gatekeeper at Jaggernaikpoeram ordered by resolution of the 16th of June 1777, yet noting however that it had not appeared to Their High Nobilities that the chiefs had been commanded to restitute what had been furnished to them: it is resolved to reply hereupon with respect that with the ordered abolition of a gardener and gatekeeper at Jaggernaikpoeram it was by no means omitted to order therewith that what had been charged for them be restituted to the Company, as can be further seen from the letters sent thither on the 17th of June 1777 and the 29th of March 1778, but that nevertheless little 809. The 15th of September 1778 The trade and general ledgers of 1776/7 are trusted to be able to be sent off in January 1779. effect was seen from this order before the 26th of March last, when it was thought fit to condemn the chiefs to a fine of two months' salary for the benefit of the Deaconry, because contrary to the repeated orders of the Government they entered monthly charges for the aforesaid servants in their expense accounts, and that consequently it is also trusted that this will be considered by Their High Nobilities as an appropriate correction. No remarks having been made by Their High Nobilities regarding the trade ledgers of this Government of 1774/5 and 1775/6 that specifically require an answer, since regarding those concerning the heavy burdens Their High Nobilities have already been assured under various articles herebefore that the utmost The 15th of September 1778 what one then also hopes regarding that. frugality will be observed in this regard: it is resolved, with respect to the trade ledgers of this main place and the general ledgers of 1776/7, to mention with respect in the outgoing letter that although they are virtually closed, they have nevertheless not yet been brought into complete readiness so as to be offered to Their High Nobilities upon the departure of the Veldhoen, but that it is nevertheless trusted that this will take place without fail in the coming month of January, and that one then also hopes to be able to supply to Their High Nobilities a pleasant report of the profits gained and burdens borne in that year, as one was able to do for the two previous financial years. Pursuant 811. The 15th of September 1778 The Honorable Head Administrator has posted sufficient surety. It is ordered to make the accounts of the Orphan Chamber according to a certain model. And the church council ordered to transfer 500 Porto Novo pagodas into the general treasury. Pursuant to the order of Their High Nobilities, sufficient surety having been posted on the 15th of August last by the Honorable Senior Merchant and Head Administrator Philippus Jacobus Dormieux in his capacity as auction master of the Company, to the amount of 6000 pagodas: It is resolved to make mention thereof in the outgoing letter. Upon the order received from Their High Nobilities, the orphan masters of this city having been ordered henceforth to draw up the statement of accounts of the Orphan Chamber according to the model drafted by the Governor here: It is resolved to make mention hereof in the outgoing letter; As also that the church council here has already been ordered to transfer into the Company's The 15th of September 1778 An extract from Their High Nobilities' letter was handed to the President of Justice regarding the annulled sentence. treasury such 500 Porto Novo pagodas as improperly remained listed in the statement of accounts of the poor fund as 449. 11. 40 old pagodas. Furthermore, in the trust that this will be complied with promptly, it is resolved to have the aforesaid funds entered on a separate account in the trade ledgers here according to the order of Their High Nobilities, in favor of the church for which they were donated. Directly after the receipt of Their High Nobilities' aforementioned most revered missive of the 15th of May, and pursuant to the order received therewith, having been delivered to the Senior Merchant and Head Administrator Dormieux, as President of the Council of Justice here,
Dutch transcription
807. Den 15. September 1778 Excus over de mattentie welke omtrend die vernietiging van 44. p:s gesorteerde druijven heeft 5. plaats gehad — door hem tot nog toe is verzuimd geworden; en dat men derhalven bij missive van den 28: Augustus de Palleacattasche opperhooffden met meerder ernt gelast heeft, de vergoeding daar van directelijk te bezorgen; het geen men vertrouwt, dat ten eersten geschieden zal. Bij besluit deezer Taffel van den 23. ' Mai 1777. een weinig inattentie ingeslopen zijnde, met opzigt tot het vernietigen van eenige onbe¬ quaame ammunitie-goederen, alzoo men anders niet zou hebben gearresteerd het vernietigen van 44. –. p:s gesorteerde druijven, die gelijk door Hunne Hoog Edelhedens met regt is aan„ gemerkt, nimmer in 't geheel kunnen vernietigd. worden, wijl tog altoos het voornaamste in¬ gredient van de druijff, namentlijk de kogels bruikbaar blijken: Zoo is verstaan, Hoog- 1„ dezelve wegens deeze onoplettendheid excus te vraagen, Den 15 September 1773 De restitutie van het verstrekte aan een portier, en tuijnier is bereeds aanbevoolge. dog alzoo sulx van geen Effect geweest is, heeft men de opper„ hoofden in een boete gecondem„ neerd vraagen, onder verzekering, dat men daarop in't vervolg wat beter agt geven zal. Door Hunne Hoog Edelhedens voor wel gedaan aangemerkt weezende, de bij besluit van den 16. ' Iunij 1777. geordonneerde afschaffing van een Suijnier en een Portier te Saggernaikp„m, dog onder aanmerking egter, dat aan Hoog- dezelve niet gebleken was, dat men de opper„ hoofden bevolen hadt, het aan hun verstrekte te restitueeren: zoo is verstaan, hier op met eerbied te reseribeeren, dat men bij de¬ geordonneerde afschaffing van een tuinier en Portier op Iaggernaikpoeram geenzins heeft geommitteerd gehad, daarbij te gelasten, om het daar voor opgebragte aan de Comp:e geb te laaten restitueeren, gelijk nader kan worden beoogd, uit de derwaarts gezonden brieven van 17:' Iunij 1777. en 29:' Maart 1770. , dog dat men egter van deeze ordre weinig 809. Den 15 September 1778 De negotie en hoofd boeken „ van V7 2. vertroud men in„ Januarij 1779. te zullen kunnen afsenden— weinig effect gezien heeft, voor den 26: Maart jongstleeden, wanneer men heeft goed gevon„ den, de opperhoofden te Condemneeren in eene boete van twee maanden gage ten behoeve van de Diaconij, uit hoofde zij tegen de her„ haalde bevelen der Regeering aan de voorsz. Bediendens maandelijks opbragten bij haare onkostreekeningen en dat men dien volgende ook vertrouwt dat dit door Hoog dezelve voor een geparte Corredie zal worden aan¬ gezien. Nopens de Negotie-boeken deezes Gou„ Gou vernements van 177 7/5. en 17 7/6. door Hunne Hoog Edelhedens geene aanmerkingen ge„ maakt zijnde, die speciaal behoeven beant„ woord te worden, alzoo op die wegens de Zwaare Lasten, bereeds hiervooren onder diverse articulen aan Hoog dezelve verze„ kerd geworden is, dat men hieromtrent de uiter, Den 15e. September 1778 wat men dan ook daaromtrend hooft— uiterste zuinigheid zal betragten: zoo is ten aanzien der Negotie boeken deezer hoofd plaatze en de hoofdboeken van 177 /7. ver„ staan bij den afgaanden brief met eerbied aan te haalen, dat schoon dezelven zoo goed als gestooken zijn, ze egter nog niet zoodanig in volkomen gereedheid hebben kunnen worden gebragt, om met het vertrek van het Veldhoen Hunne Hoog Edelhedens te kunnen worden aangeboden, dog dat men egter vertrouwt, dat hetzelve inde aanstaande maand Ianuarij zonder man„ quement zal geschieden, en dat men dan ook hoopt, aan Hoog dezelve een aangenaam verslag te zullen kunnen Suppediteeren, van de in dat jaar behaalde voordeelen en gedragen Lasten, als men in staat ge„ ge„ weest is, van de twee voorige boek jaar te doen. Inge 811: Den 15. September 1778 Den E hoofd Administrateur heeft voldoende borgtogd gesteld de weeskamer na seeker model te maken, is gelast—. En den kerkenraad geordon„ „neerd ter overbrenging van 500 sp: pag: in de groote geld Cassa Ingevolge de ordre van Hunne Hoog Edelhedens door den E. Opperkoopman en Hoofd-administrateur Philippus Jacobus Dormieux in qualiteit als vendu-meester van de Compagnie op den 15. ' Augustus jongstleeden, eene voldoende borgtogt gesteld zijnde ter Somme van 6000. –. pagoden: Zoo is verstaan, daar van bij den afgaanden brief gewag te maaken. Op de erlangde ordre van Hunne Hoog omde stad rekening, voanr Edelheedens aan weesmeesteren deezer Steede gelast geworden zijnde, om voortaan de Staat reekeningen van de weeskamer op te maaken na het door den Heer Gouverneur alhier geformeerde Model: Zoo is bij den afgaanden brief verstaan, hiervan mentie te maaken; Gelijk meede dat men den kerken„ „ Raad alhier bereeds gelast heeft; om in Comp: geld) Den 15 September 1778 Een Exetmet uijt h: h: Edelh: brief is aanden president van Justitie afgegeven, weeg- de leerd vonnise. geld kassa over te brengen, zoodanige 500. -. Portonovosche pagooden, als bij de staat reeke„ ning van het armen- Capitaal met oude pa„ goden 449. 11. 40. oneigen voortliepen. Voorts is in vertrouwen, dat daaraan ten eersten zal worden voldaan, verstaan¬ de voorsz. Penningen volgens de ordre van Hunne Hoog Edelheedens bij de Negotie boe„ ken alhier op een aparte reekening te laa„ ten inneemen ten faveure van de kerk, waar voor zij geschonken zijn. Direct na den ontvangst van Hunne herstelling van seeker gj' annel Hoog Edelheedens opgemelde zeer gevenereer„ de missive van den 15' Mai, en inge„ volge de daarbij erlangde ordre aan den Opperkoopman en Hoofd-administra„ teur Dormieux, als President van den Raad van Justitie alhier, geintrageerd geworden zijnde
English
51. 813. The 15th of September 1778 continued being an authenticated extract from the aforementioned missive, serving as proof that a certain civil judgment of Their Honors, which according to the resolution of the Political Council of Coromandel of the 5th of April 1777 had been annulled, had been restored to its full effect by Their High Mightinesses, leaving it open, however, to the defeated party, if he deems it advisable, still to appeal the aforementioned judicial sentence before the Council of Justice of the Castle of Batavia: it is not only resolved to give the required notification of the delivery of the aforementioned extract to Their High Mightinesses, but also sincerely to assure Them that henceforth neither The 15th of September 1778 further relating to the direct transmission of criminal cases. by the undersigned Governor nor by the Council will the least reason for displeasure be given regarding matters concerning justice, and that therefore, concerning the past incident, a favorable pardon is requested. Likewise, it is resolved to notify Them that by delivering a second extract from the aforementioned highly esteemed missive to the Council of Justice here, disclosure has been made of the remark made by Their High Mightinesses regarding the direct dispatch of settled civil trials to the Honorable Council of Justice of the Castle of Batavia, instead of consigning them to Them according to constant orders, 815. The 15th of September 1778. 50 Sepoys 50 native soldiers and 20 peons has not been done further quoting that it is now trusted that the necessary provisions will already have been made by Their Honors to prevent such abuses in the future. Under the article of native servants, it having been made known by Their High Mightinesses that it would be agreeable to Them if, in compliance with what was recommended to the Lord Governor by the secret missive of the 8th of June 1774, another 50 men were discharged from the present 329 Sepoys, as well as the same number of native soldiers and 25 Peons: it is, after deliberation on this matter, The 15th of September 1778. item why the eastern soldiers were not sent to Ceylon in consideration of the present state of affairs on this coast, which seems to require a modest augmentation of troops and Peons rather than a reduction, of which, however, Their High Mightinesses could not have had the slightest information at the dispatch of their esteemed letter of the 15th of May, approved and resolved to provisionally suspend the aforementioned order, with a request to Their High Mightinesses to defer the execution thereof until peace and quiet on this coast shall have been completely restored again. Likewise, for the weighty reasons just cited, it is resolved for the time being not to 817. The 15th of September 1778 the approved appointment of an interpreter and head visiador make use of the obtained authority for the dispatch to Ceylon of the Company's eastern soldiers garrisoned here, since at this critical juncture one cannot foresee from which side one has to expect any danger, in the hope that Their High Mightinesses will also be pleased to approve this. Meanwhile, it is also resolved to thank Them most humbly for the approved appointment of the native Mandalam Wengadasselam Naijker as Interpreter of the Company and Waijtenade as Head Visiador, further explaining in the outgoing letter that, pursuant to the The 15th of September 1778 report that the ordered reduction has been observed especially regarding the servants here. favorable concession obtained for that purpose, the Lord Governor will shortly add a second interpreter to the first-mentioned, in order to be used on occurring occasions. Regarding the ordered reduction among the European servants, and specifically among the clerks stationed on this coast, the necessary resolutions having been taken by this Council on the 28th of August in accordance with the intention of Their High Mightinesses: it is approved and resolved to make an official verbal report of what was noted therein in the outgoing letter, to dutifully demonstrate that the orders of Their High Mightinesses have been complied with in this matter without any deviation. 849. The 15th of September 1778 the outer offices is postponed not to be counted among the qualified bookkeepers deviation. Yet regarding the ordered reduction among the clerks at the outer offices of the Company on this coast, in consideration that since the last statement made in January some changes will certainly have occurred there, whether by death or otherwise, it is approved and resolved to suspend the disposition thereof until the specific nominal rolls of the persons who were stationed at each office at the end of July during the ordinary annual muster shall have been received from the respective Northern factories. Furthermore, it is resolved, with respect to the request that an Assayer
Dutch transcription
51. 813. Den 15' September 1778 vervolg zijnde een geauthentiseerd Extract uit den evengemelde missive, ten bewijze dat zeker Civiel vonnis van Hunne Agtbaare, het geen volgens Cormandels Politicq Raads besluit van den 5e. April 1777. was gearnulleerd, door Hunne Hoog Edelhedens weder was her„ steld geworden in zijn vol effect, met over„ laating egter aan den Succumbant, om des geraden vindlende van de voorschreeve Justi„ tieele sententie als nog in appel te komen voor den Raad van Justitie der Casteels Ba„ tavia: zoo is niet alleen verstaan, van de afgave van het voorschreeve Extract aan Hunne Hoog Edelhedens de vereischte Commu„ nicatie te geven, maar Hoog dezelve teffens opregtelijk te verzekeren, dat voortaan zoo nin Den 15 September 1778 zormeere eend=o tot irete aflending der criminele process betrekking hebbende —. min door den ondergeteekende Gouverneur als den Raad de minste reeden van mis„ noegen meer zal gegeven worden, omtrent zaaken de Iustitie betreffende, en dat men derhalven nopens het gepasseerde geval ver„ zoekt om een gunstige verschooning. Desgelijks is verstaan, Hoog dezelve Communicatie te geven, dat men door afgave van een tweede Extract uit de zoo even„ gemelde zeer g'eerde missive aan den Raad van Justitie alhier, ouvertuure gegeeven gegeeven heeft van de door Haar Hoog Edelhedens ge„ maakte remarque over het direct afzenden van afgedaane Civile Processen aan den Agtbaaren Raad van Justitie des Casteels Batavia, in steede van die na de Constante ordre aan Hoogde zelven te Consigneeren, onder 815. Den 15. September 1778. 50 Sipaijs 50 inlandse militairen en 20. prins niet is gesehed onder aanhaaling verder, dat men nu vertrouwd, dat door Hunne Agtb: bereeds de noodige voorziening zal weezen gedaan, tot voorkoming van diergelijke misbrui„ ken voor het vervolg. Onder het articul van inlandsche nesen winen e aeponting om Dienaaren door Hunne Hoog Edelhedens te kennen gegeven zijnde, dat het Hoog dezelven aangenaam zoude weezen, wanneer men in nakoming van het geen bij Secreete missive van den 8: Junij 1774. den Heer Gouverneur was gere„ commandeerd van de presente 329. -. Sipaes nog 50. . stuks afdankte, gelijk mee„ de zoo veel inlandsche Militairen en 25. -. Pions: zoo is, hier over gedelibereerd zijnde, uit Den 15 September 1778. item waarom de oostersche mili„ tairen niet na Ceijlon gesonden zijn dit aanmerking van de presente tijds gesteld heid ter deezer kuste, die eerder eene matige augmentatie van troupes en Pions, dan eene afdanking schijnt te vorderen, dog waar van Hunne Hoog Edelheedens nog geen het allerminste narigt kunnen 8 gehad hebben bij het afgaan van haaren gevenereerden van den 15 ' Maij goedge„ vonden en verstaan, de voorsz: ordre bij provisie te surcheeren, met verzoek aan Hunne Hoog Edelhedens, om de executie daarvan soo lang uit te stellen, tot de rust en vreede ter deezer Kuste wederom volko¬ men zal weezen hersteld. Desgelijks is, om de zoo even aangehaal de gewigtige reedenen verstaan voor als nog geen 817. Den 15e. September 1778 dean offerte vo de gaprbeerde aanstelling van een tholk en hoofd risindoor geen gebruik te maaken van de erlangde qualificatie ter verzending naar Ceilon, van de alhier in guarnisoen leggende Comp:s oostersche Militairen, nadien men in dit tijds gevrigt niet voorzien kan, van welke zijde men eenig gevaar te wagten heeft, in hoope, dat Hunne Hoog Edelheedens dit almee„ de zullen gelieven goed te keuren. Terwijl intusschen al meede verstaan is, Hoogdezelven zeer nederig te bedanken voor de geapprobeerde aanstelling van den in„ landers Mandalam Wengadasselam Naij„ ker tot Tolk van de Compagnie en Waij„ tenade tot Hoofd-visiadoor, onder vertoo„ ning verder bij den afergaanden brief, dat den Heer Gouverneur op de daartoe erlang„ de Den 15. September 1778 ledven verslag dat de g'ordon„ neerde reductie speciaal omtrend de dienaaren alhier is g'abserreerde. de gunstige Concessie eerstdaags een tweede Tolk bij den eerstgemelden voegen zal, om bij voorkomende gelegenheeden gebruikt te kúnnen worden. Nopens de geordonneerde reductie onder de Europeesche Dienaaren en wel Speciaal onder de Pennisten ter deezer kuste bescheiden, door deezen Raade op den 28: Augustus, de noodige besluiten volgens de intentie van Hunne Hoog Edelhedens genomen zijnde: zoo is goed gevonden en verstaan, van het daarbij genoteerde, een verbaal verslag te doen bij den afgaanden brief ter schuldpligtige behoo„ ging, dat in deezen aan de ordre van Hunne Hoog Edelheedens zonder eenige af„ wijking 849. Den 15. September 1778 de buijten Comptoire is uijt gesteld 5. niet onder de gequalificeer„ arte de boekh: mag werden gereekenden wijking is voldaan geworden. Dog ten aanzien van de geordonneer, dogtet wonnen zulx ontrend de reductie onder de Pennisten op de Buiten - Comptoiren van de Comp:e ter deezer kuste, is, uit aanmerking, dat de daar„ omtrent sedert de laaste gedaane opgaave 8. van Ianuarij, zekerlijk wel eenige ver„ andering zal voorgevallen weezen, het zij door afsterven als anderzins, goedgevonden en verstaan, de dispositie daaromtrent zoo lang te surcheeren, tot men van de respective Noorder Tactorijen zal ontvangen hebben de Specificque naamvollen van de perzoonen, die onder ult„o Julij bij de ordi„ naire jaarelijksche Monstering op ieder Comptoir bescheiden geweest zijn. Voorts is verstaan, ten aanzien van dit versoek dat am Eessaijeur
English
The 15th September 1778 Item that the collector may be restored to his emolument of qualified bookkeeper. Article in the outgoing letter to Their High Nobilities respectfully making the following requests. First: that the Assayer, to whose post the actual rank of Junior Merchant has always been attached, may not be counted among the number of qualified Bookkeepers granted to Nagapatnam. Secondly: That the collector of Company Revenues here, David Vick, who according to Their High Nobilities' revered order has been reduced from Junior Merchant board money and Emoluments to Bookkeeper board money, whereby he has likewise lost his rank of qualified Bookkeeper, may be graciously restored to his aforesaid rank, with 821. The 15 September 1778 Likewise that there may be two translators. with the addition of the board money and emoluments enjoyed by him since the year 1766; and this out of Consideration that this rank has of old been linked to the service of the collector of Domains on this coast, as appears from the Regulation on the promotion of servants. Thirdly: That the two bookkeepers appointed here as Translators, Abraham Dormieux and Jan Joachim Hatz, may continue as such, without however enjoying more than ordinary bookkeepers board money and wages for this, out of Consideration that two Translators are truly necessary here, and moreover the same serve as Sworn clerks to the Governor and the Secretary of this Council. And The 15 September 1778 Also that two clerks beyond the fixed number may be stationed at Jaggernaikpoeram. Thanks for the granted 2 clerks and a flag-watcher at Portonovo. Abraham Dormieux who is recorded as no one above the fixed number of 31 scribes. And fourthly, That two Clerks beyond the establishment may be stationed at Jagernaikpoeram, because it can often happen that both ships must be sent thither for full loading; as took place in anno 1775; since on such an occasion the chiefs would not be able to prepare the ordinary clerical work with the established four clerks. While furthermore, with humble thanks for the granted two clerks and a flag-watcher at Portonovo, it is resolved, for the inspection of Their High Nobilities, to note in the outgoing letter that, except for the bookkeeper Dormieux, who is now 823 The 15 September 1778. Indication of the withdrawal of the posts of orders extractor, checker, and assistant surveyor. recorded only as Translator, no more clerks are in Company service and stationed at the respective Offices here than those determined for that purpose by Their High Nobilities, namely: 31 Scribes, 4 ordinary Commissioners, of which 2 in the Mint and 2 in the Warehouses 10 clerks at the Secretariat 8 Bookkeepers in Trade, and 5 bookkeepers and Assistants at the pay Office. 2 Clerks with the Trade bookkeeper 1 Clerk as a trainee in the mint, and 1 as Messenger and that also according to Their High Nobilities' desire the posts of Extractor of Positive orders, Trade-checker, and assistant Surveyor have been withdrawn. And The 15 September 1778. Recall of two assistant Surgeons stationed at Jaggernaikpoeram and Bimlipatnam. Regarding the supernumerary craftsmen and the promotion of servants beyond the regulation the necessary arrangement has been made. And the necessary matters regarding the Clerks having herewith been determined, it is resolved with respect to the Medical staff never to allow more Surgeons to be stationed on this coast than were granted in the memorandum of Retrenchment, and consequently to recall hither shortly the two assistant Surgeons stationed at Jaggernaikpoeram and Bimlipatnam. Regarding the Supernumerary Craftsmen who have been present here beyond the establishment, the necessary arrangement was made on the 15th August according to the desire of Their High Nobilities in the Council of Coromandel, and having on that occasion likewise redressed the 825 The 15 September 1778. the determination made concerning this. abuses that had crept into the Resolutions of past year regarding the promotion of Servants beyond the Regulation, it is also resolved to make the necessary mention of the aforesaid decisions in the reply. Furthermore, regarding the Military, both in relation to the officers and the common soldiers, it is approved and resolved not only to comply strictly with the orders received last year and just now, but also to note respectfully in this regard in the outgoing letter that, through the death of Lieutenant Homburg, the number of officers stationed in this garrison consists only of 1 Titular Major 1 Captain 2 Lieutenants and 4 persons Carried over drummers and fifers reduced a greater reduction will be considered Request that all deserters from the country may be sent to Ceylon The 15 September 1778 4 persons Brought forward 7 Ensigns, or together 11 persons, being one officer above the establishment. That the number of non-commissioned officers, Drummers and Fifers has already been considerably reduced, as can be seen further upon comparing the muster roll of the end of last July with that of the previous year, but that one will nevertheless consider a greater reduction as soon as reducing the garrisons at the respective Factories can properly take place. Upon the authorization obtained for that purpose from Their High Nobilities, it is resolved to take all European deserters into service in order to
Dutch transcription
Den 151 September 1778 item den ontvanger in sijn Emalu„ ment van gequalificeerd boekh: mag worden kersteld — articul bij den afgaanden brief aan Hunne Hoog Edelheedens reverentelijk te doende navolgende verzoeken. Ten Eersten: dat den Essaijeur aan welkers dienst altoos de actueele qualiteit van Onderkoopman is geaccrocheert geweest, niet onder het getal der gequalificeerde Boekhouders, Nagapatnam toegestaan, mag gereekend worden Ten Tweeden: Dat den ontvanger van Compagnies Revenuen alhier David Vick, die men volgens Hoog derzelver gevenereer„ de ordre, van Onderkoopmans kostgeld en Emolumenten tot Boekhouders kostgeld heeft te rug geschreeven /: waar door hij teffens zijnen rang van gequalificeerd Boekhouder verlooren heeft :/ in zijnen voorschreeven rang goedgunstiglijk mag worden hersteld, onder 821. Den 15 September 1728 Zoomeede dat er twe translatiur mogen wesen— onder toevoeging van het door hem sedert den jaare 1766. genoten kostgeld en emold„ menten; en zulks uit Consideratie dien vang van ouds, aan den dienst van ontvanger der Domeijnen ter deezer kuste is verknogt gewast, blijkens het Reglement op de bevordering der die„ naaren. Ten dlevden; Dat de twee tot Translateurs alhier aangestelde boekhouders Abrahum Dormieux en Jan Iodchim Hatz. als zoodanig mogen Con„ T. tinueeren, zonder daar voor egter meer als ordi„ naire boekhoudters. Mostgeld en gagie te genieten, uit Consideratie alhier waarelijk wel twee Translateurs nodig zijn, en dezelven bovendien bij den Heer Gouverneur en den Secretaris deezer Vergadering als Gezwooren klerken dienst doen. En Den 15 September 1778 Alsorotk op Jaggermaijk pn. D. per„ nisten boven het bepaald getal mogen wiss— Dank voor de geacordeerde 2. pen„ nisten en een vlaggewagter te por„ touaro ham Dormieuw dier niemond boven 't bepaald getal van 31. schri„ beuten —. En ten vierden, Dat 'er op Iagermask p twee Pennisten boven de bepaaling bescheiden mogen weezen, uit hoofde het dikwils gebeuren kan, dat de beide scheepen ter vollaading der„ waarts moeten gezonden worden; gelijk in anno 1775 heeft plaats gehadt; alzoo bij een diergelijke gelegenheid de opperhoofden niet in staat zouden weezen, om het ordinaire Schrijf werk met de bepaalde vier pennisten in gereedheid te brengen. Terwijl wijders onder nederige dank zeg„ ging voor de geaccorderde twee pennisten en behalvn den trmuslatur advra, een vlaggewagter op Portonovo nog verstaan is, tot speculatie van Hunne Hoog Edelhedens bij den afgaanden brief te noteeren, dat be„ halven den boekhouder Dormieur, die tans maar 823 Den 15 September 1778. aanwysing van dien„ ordres, nareekenaar, en adjunct Land„ moeten. ingetrokken maar alleen als Translateur te boek staat, alhier geen pennisten meer in Comp:s dienst en op de respective Comptoiren bescheiden zijn als de daar voor door Hunne Hoog Edelheedens bepaalde naamentlijk: 31. –. Scribenten, 4. –. ordinaire Gecommitteerdens, waarvan 2. –. in de Munt en 2. –. in de Pakhuizen 10. –. klerken ter Secretarije 8. -. Boekhouders op het Negotie, en 5. –. boekhouders en Assistenten op het soldij Comptoir. 2. –. Pennisten bij den Negotie boekhouder 1. –. Pennist als aankwekeling in de munt, en 1. -. als Boodle mitsgaders dat ook na Hoogderzelver begeerte winten vam derenden an zijn ingetrokken geworden de diensten van Extraheerder der Positive orders, Negotie- nareekenaar en adjundt Landmeeter. En Den 15 September 1778. ontled van twe, otb Jagp: en Mmisk bescheijde onder Chirurgins geen. omtrend de suppermimeraire. ambagts lieden en het bevorderen der dienaaren boven het reglement is de En hiermeede ten aanzien der Pennisten het nodig gearresteerd zijnde; zoo is ten belan„ ge van de Geneeskundige verstaan nooit meer Chirurgijns ter deezer kuste bescheiden te laaten als 'er bij de memorie van Menage zijn toe„ gestaan en gevolgelijk de op Iaggernaikp„m en Bimilipatnam bescheilen leggende twee onder„ leg gr Chirurgijns eerstlaags herwaarts op te ont„ bieden. Omtrent de Supernumeraire Ambagts norig schilklin gemaakt. lieden die alhier boven de bepaaling aan handen geweest zijn, op den 15:' Aug:s na de begeerte van Hunne Hoog Edelheedens in Raade van Cormandel de noodige schikking gemaakt en teffens bij die gelegenheid gerel res„ seerdt zijnde de bij de Resolutien van anne pass„o in 825 Den 1 September 1778. dier bevende bepaaling sn. ingeslopen abuisen nopens het bevorderen van Dienaaren boven het Reglement zoo is al meede verstaan van de voorsz. besluiten bij de rescrip¬ tie het nodige gewag te maaken. Voorts is ten aanzien vaon de Militai antoring dater man, en fr ven zoo wel met relatie tot de officieren als gemeene goedgevonden en verstaan, zig niet alleen stiptelijk te gedragen naar de voor„ jaarige en tant gerecipieerde ordres, maar ook ten deezen opzigten bij den afgaanden brief met eerbied te noteeren, dat door het overlijden van den Luitenant Homburg het getal der in„ dit guarnisoen bescheiden officieren maar bestaan in 1: –. Majoor titulair 1. –. Capitain 2. –. Luitenants en 4. koppen Die Transporteere 2„ tamboers en pijkersp verunderd minutie verdagt zijn „ versoek dat alle overlooper uijt het land naar Ceijlon mogen gesonden woordene Den 10 September 1778 4. –. koppen Per Transport 7. –. Vaanelrigs, off te zamen 11. –. koppen dan wel een officier boven de bepaa„ ling. Dat het getal der onderofficieren Hamboers en Pijpers al vrij wat gereduceerd is, gelijk nader is te zien bij vergelijking van de monstervol van ultimo Julij laastleeden tegen man zal op en groter de, die van het voorige jaar, dog dat men des niet tegenstaande op een grootere diminutie zal bedagt weezen, zoo dra het verminderen der guarnisoenen op de respective Fastorijen niet wel voegelijkheid geschieden kan„ Op de daartoe erlangde qualifficatie van Hunne Hoog Edelheedens is wel verstaan alle Europeesche overloopers in dienst te neemen om