Inventory 3520
Malabar · 798 pages · 125 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
Wednesday 15 April Year 1778. According to invoice and bill of lading laden in that vessel, according to incoming reports: kann: 291. r= 9700: - 9700: to write off the improper small format paper According to less in quantity lb: 15040. — 14814:½. 225½ 11416:– 11302. – 114:– 100:- 98½. 1½ 25000: —. 24968¾ 31¼ 1012: - 1010¼ 1¼ In the Trade Warehouse 1½ iron in 307 bars 1. –. nails in 21 barrels 1½: lock plates in 4 pieces 1/8. Japan copper in bars in 200 boxes write off and — 1/8. Sheet Lead 166 3/16 3/16 — 1/8. yellow copper in 3 plates 152000 - 147440: - 4560: — 3. –. Candy sugar in 364 canassers 500:- 499 3/8. — 5/8. — 1/8. Lead in 3¾ pigs, and 1 small piece 1 7/16 1/16 3. - Spanish Green —. small Format paper, of this 1½ ream wet, and opened, thus improper 874000:- 847780: - 26220. — 3: Powder sugar 19:20 500: 485: 15:- 3: White lead in 1 barrel In the Company's Pantry 5: - Dutch meat in 3 barrels 5. ditto bacon 3 ditto 5. Butter - -. 2 ditto 2:- sack wine - 2 cases 8. Linseed oil - - 3 half aams 2. Cotton yarn 2 bales 38 5/8. olive oil in 6 half aams eight percent to be written off and, The permitted write-off is 23¼ kannen, or 8 per Cent, thus the remainder must be credited to the ship's officers by the Company's sales account, 87¼ kannen. Ten percent. —: – Arrack Api in 25 Leaguers, to validate, and the excess leakage The permitted write-off is 970 kannen according to that, or 10 per Cent, which must be credited to the officers, 970 kannen. done to be. 180:— 640:- 608:— bottles: 250: 245: 1: - 250. 245. 1020: 969. 51. – kannen: 145½. 134. — 32:— 1350. — 1282½ 67½ 11½ 5. — 111:— 5: write off Bill of lading According to the officers buyout on account 167. 2: — take 20. –. 20: — —. – —. charge to credit nullify can. vessel laden 3 274 Wednesday 15 April Year 1778. According to Invoice and Bill of Lading laden in that vessel, according to incoming Reports, Less quantity, Per Cent kan: 388. write off and improper 388: 388:— format hats 20. —. 18: — lb: 4000. 3940: 60: In The Medicinal Shop - — - ung: egyptiac: — write off 16: — pieces Glass Vials found broken In The Cooper's Shop 1½. Hoop iron. - - - - - write off write off write off and to have dumped into the sea in the presence of the fiscal and Judicial Members; but found to have accounted for —. – Cape white wine in 1 leaguer spoiled In The Smith's Shop 10:–. Forging coals - —. —. - Cape Red wine 1 ditto - - - the empty leaguers of these deficiencies found In The Armory Their High Excellencies 242: — pieces flintlocks Grenadiers with iron rammers and by outgoing writing to give notice, and to request to bayonets on the delivery of be allowed to know whether those guns 500 pieces for the king of Travancore found as follows: shall be sold here or sent back, since Travancore will not accept them, 202:— pieces with damaged Stocks and that sort of guns according to standing 3. pieces with improper ditto orders may not be employed for any 37. - pieces heavily eaten away by rust, and other use one Ramrod improper -- The remaining goods all well, and received to the satisfaction of the Administrators, as appears from annexed Reports. Cochin, 13 April Year 1778. /was signed:/ R: v: Harn, /:in the margin.:/ the percentage agrees with the regulation of 15 August 1764. /was signed:/ I: A: Scheijdsz: Finding —. — 388. 2:— 8. . 8. — given to be accounted Cent to count write off and the ship's out on account percent and the that leakage 970: kannen officers on account C - 73. Wednesday 15 April Year 1778. According to Invoice, and Bill of Lading unladen from this vessel, according to incoming Reports, Less, in quantity, Per Cent: 10 percent to validate, and the excess leakage Finding on the unladen Cargo of the ship Groenendaal, brought here on 23 January of this Year from Batavia, Namely: In the Trade Warehouse 15183. - 14955. ¼. 227:¼ 1½. assorted iron in 312 bars 11165. — 11053. 5/8. 111 5/8. 1. Nails in 22 barrels 100: 98:½. 1½. 1½ lock Plates in 5½ pieces 25000: 24968:¾ 31:¼ 1/8 Japan copper in bars, in 200 boxes 500:— 499 7/8: — 1/8. 1/8. Dutch Lead in 3¼ pigs 1120: 1118 5/8. 1 3/8. — 1/8. Sheet Lead. in 1½ Roll 114000: 112580: 1420. 3: candy sugar in 247 canassers 836000: 810920: 25080:= 3: ditto Powder in 1897 ditto 500: 485: 15: 3: White lead in 1 barrel 2 5/16 — 1/16 3 Spanish Green. 151. 3/16 — 3/16. 1/8. Sheet copper in 6 yellow plates In the Company's Pantry 1225.½. 64½ 5: Dutch meat in 3 barrels 980½ 58½. 5. Dutch bacon - - in 3 ditto 16 5. Frisian Butter in 1 ditto 5: 2: sack wine - in 2 cases 698½ 77½. 10: Cape white wine - in 2 leaguers 349½. 38½. 10. Cape red ditto 368. ¾ 19¼ 5. Dutch Vinegar - - in 1 ditto The permitted write-off according to that is 970 kannen; or 10 per Cent, which must be credited to the officers, 970 kannen. 9700. — — — —. Arrack Api in - - 25 ditto bottles 250: 245. - 20 320: 304. — kan: 776: 388: 8. 1032. 29 lb: 1290: — write off 1 ditto write off 388. 9700: — the ship's officers buyout on account to credit 4 unladen Bill of lading according to Invoice
Dutch transcription
volgens satur volgn ingelomen Reprt: vn Woensdag Den 15 April Ao 1778. en Cognossement in dien bodem geladen kann: 291. r= 9700: - 9700: „ het onbequaam kleen formaatho papier te laaten ver„ volgens minder En„ quantiteijt l: 15040. — 14814:½. 225½ 11416:– 11302. – 114:– 100:- 98½. 1½ 25000: —. 24968¾ 31¼ 1012: - 1010¼ 1¼ In 't Negotie Pakhuijs 1½ ijser in 307. staven 1. –. spijkers in 21. vaten 1½: sloot platen aan 4. stuks 1/8. koper Japars en staven in 200 kist„s efschrijven en — 1/8. Plat Loot 166 3/16 3/16 — 1/8. koper geel aan 3. platen „ 152000 - 147440: - 4. 560: — 3. –. zuijker Candij in 364. kannassers 500:- 499 3/8. — 5/8. — 1/8. Loot aan 3¾ zeigen, en 1. stukje 1 7/16 1/16 3. - spaans Groen —. kleen Formaat papier, hier van 1½ riem nat, en ontsloken dus onbeq: „ 874000:- 847780: - 26220. — 3: zuijker Poeder „ 19:20„ 500: 485: 15:- 3: Loot wil in 1. vat In sComp„s Dispens 5: - vleesch Hollands in 3. vaten 5. spek d„o „ 3. _„o 5. Boter - -. „ 2. d. o 2:- zecq wijn - „ 2. kassen 8. Lijn olij - - „ 3: halve aamen 2. Cattoen garen „ 2. balen 38 5/8. olijven olij in 6. halve aamen atgt persf:t tesle De gepermitteerde afschrijving afschrijven en, is 23¼. kann:, of 8. perCto, dus dient de rest de scheep overheeden uijt„ door de overheeden aan DE Comp: verkoops op reek: goed te werden 87¼ kannen Thien percto. —: – Arak Apij in 25 Leggers, valideeren, en de De gepermitt: afschrijving is 970: kann volgens dien meerder uijtgele„ of 10 pr C. o die aan d' overheeden dient goed verde 9 70: kan gedaan tewerden. 180:— 640:- 608:— bott: 250: 245: 1: - 250. 245. 1020: 969. 51. – kann: 145½½. 134. — 32:— „: 1350. — 1282½ 67½ 11½ 5. — 111:— 5: ^ afschrijven Cognoisse Volgens de overheeden uijkoops op reek „ „ „ 167. 2: — niemen 20. –. 20: — —. – —. belasten te goed doen nietigen kan. bodem ge 3 274 Woensdag Den 15 April Ao 1778. ƒ volgens Faktuur en volgens in„ Minder Pr Ct„o Cognoissement in dien gekomene Rapporten quantiteyt bodem geladen kan: 388. hrijven en nbequaam 388: 388:— formaat hoeden 20. —. 18: — 1b: 4000. 3940: 60: In De Medicinale Winkel - — - ung: agiptiac: — afschrijven 16: — p„s Glaase Flesjes gebroken bevonden In De kuijpers winkel 1½. Hoep ijser. - - - - - afschrijven afschrijven effsch: en ten over„ staan van de fis„ caal en Justitieele Leeden te laaten bevonden in zee storten; dog laten verantwoorden —. – Caabse witte wijn in 1. legger bedorven In De Smits winkel 10:–. Smee koolen - —. —. - Caabse Roode wijn „ 1. d:o - - - de ledige leggers van dese bevondene manquementen In De Wapenkamer Haar Hoog Edelh„s 242: — p„s snaphaenen Granadiers met ijsere stampers en bij aftogane schrij„ vens kennisse geve„ bajonetten op den aanbreng van en versoeken te de mogen weten, of 500 p„s voor den koning van Tre„ men die geweeren hier zal verhoopen vancoor bevonden als volgt of terug zenden, dewijl Trevancoor 202:— p„s met beschadigde Laaden die niet zal accep„ teeren, en die soort 3. „ met onbequame _„o van geweeren vol 37. - „ door de roest sterk ingevreeten, en gers de leggende ordres tot geen an„ der gebruijk mogen een Laastok onbequam -- werden g'emploijeert De overige goederen alles wel, en ten genoegen van de Administrateurs ontfangen, blijkens g'annexeerde Rapporten Cochim Den 13. April Ao 178. /was gel:/ R: v: Harn, /:inmargine.:/ de perct„o accordeert met 't reglement van den 15 Aug„s 1764. /was getekend :/ I: A: Scheijdsz: Bevinding —. — 388. 2:— 8. . 8. — gen ver„ te ven C„t telden ven en de scheep uijt„ op reek. percto n,en de dien uijtgele„ 970: han heeden op reek ren C - 73. Woensdag Den 15 April Ao 1778. i volgens Paktuur, volgens ing Minder, Per Ct: en Cognoissement gekomene in in desen bodem Rapporten quantileijt afgeladen 10 pens„o te va„ lideeren, en de meerder uijtgele„ Bevinding op de uijtgele ke verde Laading van het schip Groe„ nendaal, den 23. Januarij deeses Jaars van Batavia alhier aange„ bragt, Namentlijk S In 't Negotie Pakhuijs 15183. - 14955. ¼. 227:¼ 1½. ijser in zoorten in 312. staven 11165. — 11053. 5/8. 111 5/8. 1. Spijkers in 22. vaten 100: 98:½. 1½. 1½ sloot Plaeten in 5½ stuks 25000: 24968:¾ 31:¼ 1/8 koper Iapans in staven, in 200 kistjes 49 /8: — 1/8. 1/8. Loot Hollands aan 3¼ zeugen 500:— 1120: 11 18 5/8. 1 3/6. — 1/8. Plat Lood. „ 1½. Rol „ 114000: „12580: 1420. 3: zuijker kandij in 247. - kannassers 836000: 810929: 25080:= 3: _„o Poeder „ 1897. _„o 500: „. 485: 15: 3: Loot wit in 2 5/16 — 1/16 3 spaans Groen. 151. 3/16 — 3/16. 1/8. Plaat koper aan 6 plaaten geele „ 1. vat In sComp„s Dispens 1225.½. 64½ 5: vleesch Hollands in 3. vaten 5. spek Hollands - - „ 3. d„o 980½ 58½. 5. Boter vriese 16 „ 1. „ „ 2: kassen 5: 2: zecq wijn- „ 2: leggers 698½ 77½. 10: Caabse witte wijn - 349½. 38½. 10. Caabse roode d„o 368. ¾ 19¼ 5. Asijn Hollands - - „ 1 d„o De gepermitteerde afschrijving is volgens dien„ 970. kann; of 10 prCt die aan de overheden verde 9 70: kan dienen goed gedaan tewerden. — 9700. — — — —. Arak Apij in - - „ 25 d„o bolt„s 250: 245. - 20 „ 320: 304. — kan: 776: 388: 8. „ 1032. 29 lb: 1290: — afschrijven „ 1 d„o afschrijven H: „ 6„ 152 3: 1 388. 9700: — de scheeps over„ heeden uijtkoops op reek: te goed doen 4 afgeladen Cognoissem volgens Ta
English
275 H: Wednesday The 15th of April 1770, according to Invoice and according to less, per cent Bill of Lading in this arrival may not be employed for any other use. write off 291: 264¾ 23¼ 8: olive oil in 6 half aams- 89½. 7½: 8: Linseed oil in 2 ditto ditto - - - write off 5: 2: Javanese cotton yarn in 2 bales- unloaded Reports quantity 250: 245: In: The Cooper's Shop 1½. Hoop iron 60:— 3948: 4000. — hoods 20. In The Armory 8. – bundles of Drum strings, eaten through by cockroaches 1. piece Shovel with iron fittings, upon the delivery of 25 pieces found unfit) as above muskets, Grenadiers, with iron rammers of these found deficiencies and bayonets, upon the delivery of notify Their High Excellencies 500 pieces for the king of Travancore in the departing letter, and found, as follows: and request to be 138 pieces with damaged stocks allowed to know whether 6 pieces with unfit ditto - one shall sell those muskets 3 pieces Corroded by rust - here or send them back, 1 with unfit ramrod, and as Travancore will 29 the bayonets unfit not accept them and that sort In the Apothecary's shop of muskets according to A crate with various Medicines marked No. 2: the standing orders for eaten through by white Ants and worms, and the following Medicines found spoiled, namely. 8: A: frid: Florent: 8 Radx: Tormentil In The Blacksmith's shop 2: 10: Smithing coals 18. 30 lb: hard: 97. 177. write off found that delivered 970: cans left over. purchase credited — - - - - ditto Resumption of the findings on the delivered cargoes of the Sloops 30: - lb: Lign: guajac: 4. cort: Aurantior 10: herb: absinth: 10. - Salvia 5: Malva 6. – veronica 20. Flor: Sambucc: 6. — ditto Rosarum rubr: 2. ditto Lavendul: 6: succ: Liquirit: 6: bacc: Juniperi The Empty unfit In the Ammunition House found Mortar 2 pieces Empty Mortar Shells of 4 inches for shells of 4 and 5 inches to be the Howitzers upon the delivery of 150 pieces broken into pieces found unfit to be employed 1 Empty Mortar Shells of 5 inches upon as scrap. Insertion the delivery of 125 pieces found unfit The remaining Goods have all been received well and to the satisfaction of according to the administrators, as appears from the annexed reports. Cochin The 13th of April In the year 1778. (was signed R: van Harn /in the margin:/ The percentage agrees with the Regulation of the 15th of August 1764. /was signed:/ I: A: Scheijdsz. — Further was resumed a Finding on the Rudolfina Dorothea the delivered Cargoes of the Sloops as above transfer upon Wednesday The 15th of April In the year 1770 placed Sunda Report The dispos 276 77. Wednesday The 15th of April In the year 1778. Report concerning excesses and deficiencies upon the arrival of Pepper, and transfer of Paddy The dispositions thereon placed in the margin unfit: Insertion of the finding and the report Sunda and The Rudolfina Dorothea, brought from Colombo, together with a Report concerning short weights, excesses, and deficiencies, discovered during the transfer of Pepper from Calicoilan and Cranganore, and Paddy to Coilan, which Papers it is understood, also to insert in these, and to grant thereon such dispositions as are noted on the same in the margin. according to Invoice according to less Per Cent arrived Reports Per The Sloop Sunda In the blacksmith's shop write off 9½ ½. 5. hoods of smithing coals — Per The Rudolfina Dorothea 5 per cent to validate, and the, at —: — —. Leaguers, Ceylon double Arrack, or that time still greater 7760: cans: delivered The Permitted write-off is 5 per cent 388 cans the master to be credited or 388: —. cans: which should be credited to the master Hen- on purchase account drik Lochveld on account Cochin The 13th of April In the year 1778. — Finding of the delivered Cargoes of the Sloops Sunda and the Rudolfina Doro- thea brought from Colombo, Name- ly /was signed/ Mortar 4. let employed of annexed 1764. 1 07 20:— 20: — 10: 8 Wednesday The 15th of April In the year 1770 /was signed:/ R: van Harn. /in the margin:/ the percentage agrees with the Regulation of the 15th of August 1764. /was signed:/ I: A: Scheijds To The Right Honorable, Highly Esteemed Gentleman Adriaan Moens Extraordinary Councillor of the Dutch Indies, as well as Governor and Director on the Malabar Coast with the Jurisdiction thereof. Right Honorable, Highly Esteemed, High-Commanding Lord The undersigned Chief Administrator has the Honor herewith to report to your Right Honorable, that in the first six months of this book-year, both upon the arrival from and to the places to be named, as well as otherwise, the following short weights and deficiencies have been discovered, on which he requests your Right Honorable's esteemed disposition, to wit. - Upon
Dutch transcription
275 H: Woensdag Den 15 April 1770, volgens Paktuur en volgens nge Minder, Pr C„o Cognoissement in desen komene geen ander gebruijk mogen werden gein¬ ploijeert. afschrijven 291: 264¾ 23¼ 8: olijven olij in 6. halve aamen- 89½. 7½: 8: Lijn olij „ 2: _„o d„o - - - afschrijven 5: 2: Cattoen garen Javase in 2. balen- afgeladen Rapporten quantiteijt 250: 245: In: De Kuipers Winkel 1½. Hoep ijser 60:— 3948: 4000. — hoeden 20. Op De Wapenkamer 8. – bossen Tromsnaren, door de kakerlaaken doorvreeten 1. p„s Beslage schop, op den aanbreng van 25 p. s onb: bevonden) vo „ snaphanen Granadiers met ijsere stampers van dese bevonde „ne manquementen en bajonetten, op den aanbreng van Haar Hoog Edelhed„s 500. p„s voor den koning van Trevancoor bij aftegaan schrij„ vens kennis geven, en bevonden, als volgd: en versoeken te mo„ 138. p„s met beschadigde Laaden gen weten of men„ „die geweiren hier„ 6. „ „ onbequaame _„o - zal verkopen of terug zenden, dewijl doo, 3: „ Door de roest ingevreeten - vancoor, die niet zal accepteeren en die zoord „ met onbequaame Laadstok, en 1 van geweiren volgens 29 „ de bajonetten onbequaam . de leggende ordres tot In de Medicinale winkel Een kas met diverse Medicamenten gem„t N„o 2: door de witte Mieren en wormen door vreeten, en de onderstaande Medicamenten bedorven bevonden, teweten. 8: A: frid: Florent: 8 „ Radx: Tormentil In De Smits winkel 2: 10: Smee koolen 18. 30 lb: hard: 97. 177. chrijven . be 1 ende dien uijtgele„ 970: kan ep over. ueijtkoops keged — - - - - _o Resumptie van de bevindingen op de uijt„ geleverde ladingen van de Chialoupen 30: - lb: Ling: guajac: 4. . „ cort: Aurentior 10: „ herl: absenth: „ Salvia 10. - „ 5: „ „ Malvia „ „ veronica 6. – 20. „ Flor Sambucc: „ _„o Rosarum rubr: 6. — „ 2. „ _„ Lavendull 6: „ succ: Liquiret 6: „ bacc: Sumiper De Ledige onbeq: In 't Ammunitie Huijs bevondene Mortier granaden van 4. 2. p„s Leedige Mortier Granaden van 4. dm voor en 5 d=m te laten de Houbits op den aanbreng van 150. p.„s stukken slaan om tot schroot onbeq: bevonden g'emplooijeert Insentie „ Leedige Mortier Granaden van 5: d=m op te werden. den aanbreng van 125. p„s onbeq: bevonden De overige Goederen zijn alles wel en ten genoegen van volgens de administrateurs ontfangen, blijkens g'annex„ eerde rapporten. Cochim Den 13. April Ao 1778. (:was getekend R: van Harn /:in margine :/ De percentos accor„ deert met het Reglement van den 15 Aug„o 1764. /:was getekend:/ I„n A„s Scheijdsz. — Nog is geresumeert een Bevinding op Vanden in de Rindolqjuna Dorothea de uijtgeleverde Ladingen van de Chialdepen als vooren overbreng den bij Woensdag Den 15 April Ao 1770 gesteld Junda „ Berigt De dispos 276 77. Woensdag Den 15 April Ao 1778. Berigt wegens meer en minderhee„ den bij aanbreng van Loper, en overbreng van ' Nelij De disposities daar op in margine gesteld onbeq: Insentie van de bevinding en 't berigt sunda en De Rudolfina Dorothea, van Colombo aangebragt, benevens een Berigt wegens onderwigten, meer en minderheeden, bij overbreng van Peper van Calicoilan en Cranganoor, en Nelij na Coilan ontwaard, welke Papieren verstaan is, almeede in deesen te insereeren, en daar op zoda„ nige disposities te verleenen als in mar„ gine op deselve bekent staan. volgens Taktuur volgens in Minder F Ct„o gekomene Rapporten P„r De Chialoup Sunda In de smits winkel afschrijven 9½ ½. 5. hoeden smee koolen — P„r De Rudolfina Dorothea 5. perCt„o te validee„ ren, en de, als —: — —. Leggers, Arak dubbel de Ceilonse, ofte dan nog meerder 7760: kann: uijtgeleverde De Gepermitteerde afschrijving is 5 prC t 388: kannen den gesaghebber uijt„ of 388: —. kan: die aan den gesaghebber Hen„ koops op reek: te goed doen drik Lochveld diend te goed gedaan te werden Cochim Den 13. April Ao 1778. . — Bevinding der uijtgeleverde Ladinge van de Chialoupen sunda en de Rudolfina Doro„ thea van Colombo aangebragt, Na„ mentlijk /:was get./. n Mortier 4. laten eert van nex„ n 1764. 1 07 20:— 20: — 10: 8 Woensdag Den 15 April Ao 1770 /:was getekend:/ R: van Harn. /:in margine:/ de perc„to accordeert met 't Reglement van den 15 Aug„s 1764. /:was getekend:/ I: A: Scheijds Aan Den Wel Edelen Groot Agtb Heed Adriaan Moens Raad Extra ordinair van Neder„ lands Jndia, mitsgaders Gouverneur en Dierecteur ter kuste Mallabaer met den Resorte van dien. Wel Edele Groot Agtbaare Hoog Gebiedende Heer Den ondergetekende Hoofd administrateur heeft d' Eer uw wel Edele Groot Agtb: bij desen van berigt te dienen, dat in de eerste ses maen„ den van dit boekjaar, zoo bij aanbreng van„ en na de tenoemene plaatsen, als andersints, de volgende onderwigten en minderheeden, ontdekt zijn, waar op uw wel Edele Groot Agtbaare g'eerde dispositie versoekt, te weeten. - Bij
English
277 79. Wednesday The 15 April 1770. — One percent written off, and the surplus delivered pepper at ƒ 24: per 100. lb: to the deliverers to —. – „ 240: — — 1/16 „ Upon delivery of Pepper By the quartermaster Ian Talgreen received at Calicoilan, see Bill of Lading of the 16 December last - - - - - lb: 72500: And by the same delivered out here, according to Report of the 31. December: „ 72657: lb: 157: — „ —: – — 1/5 The Permitted write-off according to the regulation of the 15 August 1764. is 1 Costo, or 725, thus there serves to be compensated to him over and above that another 157. lb:, or together 882: lb:. By the soldier Johan Christiaan Steinbrukken, received at Calicoilan according to Bill of Lading of the 24. December passed - lb: 104. 725: — And by the same delivered out here according to the above mentioned Report — - „ 104485. -„ The permitted write-off according to the above mentioned Regulation is 1047. ¼ lb:, or 1. per Cent, thus there serves to be credited to him 807¼ lb: By the Sailor Bernardus Kense received at Cranganoor according to Bill of Lading of the 2. February Anno 3000— And by the same delivered out here see Report of the 3. thereafter- „ 2984:—„ The permitted write-off amounts to, as above, 30 lb: thus there serves to be credited to him. 14: lb: Upon transport from here to Coilan Paddy By the Sailor Arnoldus Messemaker received here - - - parras 1000:— And delivered out there see Report of the 15. January — „ 985:—„ — Being the permitted write-off He has the Honor with all High esteem to be, write off 15:— 1½. —. – „ 16:—: let compensate Surplus Shortage per Cent /:was written below:/ Right honorable sir /15. compensated Wednesday The 15 April 1770: The chief mate of the ship Groenendaal deceased /:was written below:/ Right Honorable Venerable High commanding Lord; Your Right Honorable Venerable humble and Obedient Servant /:was signed:/ R: van Harn /:in Cochin The 13. April Anno 1778: /:lower:/ the Percentages Agree with the Regulation of the 15 August Anno 1764: /:was signed:/ I:n N:s Scheijdsz:— Furthermore the Governor informed the meeting that on the 13. of this month on board the ship Groenendaal had died, the chief mate of that hull, David Jacob de the 4 278 81. Wednesday The 15 April 1770 De Clau, and proposed to appoint in his place as provisional chief mate The second mate of the ship De the second mate of the ship De Indiaan Ephrahim Schultsz:, provided the absolute qualification is petitioned for from Their High Nobilities, with which proposal the Members have completely concurred. Further was read and Resumed Indiaan, Schults, is provisionally appointed thereto King of Travancore Resume of the Account Current of the King of Travancore under date 6th of this month concluded with His Highness's envoys, whereby it appeared that His Highness's envoys paid off the surplus balance is due to His Highness and has been paid to his envoys amounting to Rupees 42255: 42:—, whereupon it was resolved to record the account here below as usual. — Account Insertion of the Account Debit Account Current of the King Wednesday The On the last day of August to The Great Money Treasury, for what was paid to His Highness - Rupees 100000: — „ ƒ 120000:— — 6. April The balance that stands in favor of His Highness - „ 42255: 4: „ ƒ 50707: 1: — Sum - Rupees 142255: 4: ƒ 170707: 1. — The Cochin 1777. The 1 6 279 83. The 15 April Anno 1778.~ the King of Travancore 1777 1034750:¼. Pounds of Pepper delivered by the Suppliers of His Highness since the 12: May last to the present, namely 861451: lb: At Porca 173299¼ „ „ Calicoilan 1034750:¼ lb: pepper at Rupees 13: or ƒ 15. 12: per 100. lb: - - Rupees 134517: 26:1 ƒ 161421: 1:— To ordinary annual present of Anno 1777. — „ 3500: —„ „ 4200. — To Toll duties on the aforementioned whole amount totaling 2069 1/2. Candies of pepper at 4. gold rajahs of 15 7/20. stuivers of India per Candy of 500. lb: being thus 3 1/8 Rajahs as much as 1 3/5 rupees amounting to rajahs 8278:— which consequently reduce to. „ 4238: 16:„„ 5086: —. dated 6. April Anno 1778. — Sum Rupees 142255: 4: ƒ 170707: 1: Credit Furthermore e 1. Wednesday The 15 April 1770. requests a pension the same is granted with ƒ 7. per month Furthermore was read a written The Artificer Fredrik Willem Wilberg Petition of the Artificer Fredrik Willem Wilberg of Cleve, whereby the same gives to know; due to advanced age, long years of service and many bodily infirmities, no longer to be able to perform the service, and makes request to be favored with an invalid pension, and as from an annexed declaration of the Cranganore Resident Dirk Wolff, where he has been stationed for the last years, it appeared that the same has conducted himself as a worthy Artillerist, and currently due to age and bodily infirmities his service can no longer properly perform, thus it has been approved to pension him, Wilberg, with ƒ 7. per month, and to insert the Petition and attestation into these records. To 280 85. Wednesday The 15 April 1778. Insertion of the Petition and attestation To The Right Honorable Venerable Lord Adriaan Moens Extraordinary Councillor of the Dutch East Indies, as well as Governor and Director of the Coast of Malabar, Canara and Vingurla, Together with the Honorable Political Council. Right Honorable, Venerable Wide Commanding Lord and Honorable Lords Reverently gives to know Fredrik Willem Wilberg of Cleve, Your Right Honorable Venerable humble and obedient Servant; that he in the Year 1746. per the ship Fortuijn as Sailor with ƒ 9:— arrived here in this country, currently artificer at the Fortress of Cranganore, earning fourteen guilders a month, having as such, until the present, performed his service
Dutch transcription
277 79. Woensdag Den 15 April 1770. — Een percento afschrijven, en de overgeleverde peper tegens ƒ ƒ24: d' 100. lb: aan de over„ brengers te —. – „ 240: — — 1/16 „ Bij aanbreng van Peper Door den quartiermeester Ian Talgreen te Calicoilan ontvangen, vide Cognoissement van den 16 xber jongst leeden - - - - - lb: 72500: En door denselven alhier uijtgeleverd, blijkens Rapport van den 31. xber: „ 72657: b: 157: — „ —: – — 1/5 De Gepermitteerde afschrijving volgens 't re„ glement van den 15 Aug„o 1764. is 1 Cost„o, of 725, dus dient aan hem boven dien nog 157. lb:, ofte tesamen 882: lb: vergoed tewerden. Door den soldaat Johan Christiaan Steinbrukken, te Calicoilan ontfangen volgens Cognoissement van den 24. December passato - lb: 104. 725: — En door denselven alhier uijtgeleverd blijkens boven gem: Rapport — - „ 104485. -„ De gepermitteerde afschrijving volgens boven gem: Reglement is 1047. ¼ lb:, of 1. p„r C„o, dus dient aan hem goed gedaan tewerden 807¼ lb: Door den Mattroos Bernardus kense te Cranganoor ontv: „volgens Cognoissement van den 2. Febr: Ao 3000— En door den selven alhier uijtgeleverd vide Rapport van den 3. daar aan- „ 2984:—„ De gepermitteerde afsch: bedraagd als boven 30 lb: dus dient aan hem goed gedaan tewerden. 14: lb: Bij overbreng van hier na Coilan„ Nelij Door den Mattroos Arnoldus Messemaker alhier ontfangen - - - parr„s 1000:— En aldaar uijtgeleverd vide Rapport van den „ 985:—„ — 15. Januarij — - Zijnde de gepermitteerde afschrijving Hij heeft d'Eere met alle Hoog agting te zijn, afschrijven 15:— 1½. —. – „ 16:—: laaten ver„ Meerder Minder pr CC:o /:onderstond:/ Heed r baer tur /15. goeden Woensdag Den 15 April 1770: Den opperstuurman van 't schip. Groenendaal overleeden /:onderstond:/ wel Edele Groot Agtbaaren Hoog gebieden, de Heer; uw wel Edele Groot Agtbaare ootmoedigen en Gehoorsaame Dienaar /:was getekend :/ R: van Harn /:in„ Cochim Den 13. April An„ no 1778: /:lager:/ de Percentos Accordeert met het Reglement van den 15 Augustus Anno 1764: /:was getekend:/ I:n N:s Scheijdsz:— Voorts informeerde de Gou„ verneur de vergaderinge, dat op den 13. Deser aan boord van het schip Groenendaal overlee„ den was, den opperstuurman van dien kiel, David Jacob de den 4 278 81. Woensdag Den 15 April 1770 Jndiaaen, schults, word p„s daar toe aange„ stiel den koning van Trevancoor zijn Hoogh:t sendelingen afgelangt De Clau, en proponeerde om in des„ selfs plaats als provisioneel opperstuur„ Den onder turman van 't schip De man aan te stellen den onderstuur„ man van het schip De Indiaan Ephrahim Schultsz:, mits de absolute qualiteijt bij Haar Hoog Edelhedens besoliciteere, met wel„ hen voorstel de Leeden zig volkomen hebben geconformeert. Verder is gelesen en Geresumeert Resumiptie van de zeek: parant van de Reekening Courant van den ko„ ning van Trevancoor onder dato 6' deser met zijn Hoogheids zendelingen geslo„ ten, waar bij kwam te blijken, dat slet te vooren staande zalde is aan zijn Hoogheid te vooren heeft gestaan en aan desselfs zendelingen afbetaald zijn Rop„s 42255: 42:—, waar op verstaan is f de reek: als na gewoonte hier onder in te schrijven. — Reek e Insietei van ier Reee Debet Adij ult„o Augustus â De Groote Geld Cassa, over het geen aan zijn 10 Hoogheid afgelangde - Rop: 100000: — „ƒ 120'000:— — 6. April 'T zaldo dat zijn Hoogheid tevooren staat - Reekening Courant van der o:k Woensdag Den „ 1 50707: 1: „ 42255: Somma - Rop„ 1425:4: ƒ ƒ70707: 1. — Den Cochim 1777. Den 1 6 279 83. Den 15 April Anno 1778.~ den koning van Trevancoor 1777 1034750:¼. Ponden Peper door de Leveranciers van zijn Hoogheid zedert den 12: Meij jongst Leeden tot heeden geleverd, teweten 861451: lb: Te Porca 173299¼ „ „ Calicoilan 1034750:¼ lb: peper â Ropias 13: of ƒ 15. 12: d' 100. lb: - - Rogd:s 1345:17: 26:1 ƒ 161421: 1:— Aan ordisacre jaarlijkse schen„ 3500: —„ „kagie van A„o 1777. — „ Aan Thols geregtigheid op voormelde heele montant groot 2069 /3. Candijlen pe„ per â 4. goude ragias van 15 7/20. stuijvers Jndias per Candijl van 500. lb: zijnde dus 3 1/8 Ragias zo veel als 1 3/5 rop„s bedragen rag„s 8278:— welke dienvolgens reduceeren. „ 4200. — d 6. April Ao 1778. — Somma Rop„s 14225: 4: ƒ 170707: 1: 4238: 16:„„ 5086: —. Credit Wijders e 1. Woensdag Den 15 April 1770. versoekt om gagement 't zelve word g'accordeert met ƒ 7. per maand Wijders is geleesen een schriftelijk Den Hlanslanger Fred:k willem wilberg Request van den Handlanger Fredrik willem wilberg van Cleef, waar bij den„ selven te kennen geeft; mits hoogen ouder„ dom, langjarige diensten en veele Lich„ aams gebreeken, niet langer in staat te zijn, den dienst te presteeren, en versoek doed, om met rust-gagie te mogen werden be„ gunstigt, en alsoo uijt een daar bij g'an„ nexeerde verklaringe van den Cranga„ noorse Resident Dirk Wolff, alwaar de laaste jaaren bescheiden is geweest, kwam te blijken dat denselven zig als een braaf Arthillerist gedragen heeft, en thans door ouderdom en Lichaams gebreeken zyn dienst niet langer na behooren kan pres„ teeren, zoo is goedgevonden hem, wilberg te gagieeren met ƒ 7. ter maand, en het Request en attestatie in desen in te lijven. Aan 280 85. Woensdag Den 15 April 1778. Insentie van 't Request en attestatie Aan Den wel Edele Groot Agtb Heer Adriaan Moens Raad Extra ordinair van Ne„ derlands India, mitsgaders Gouverneur en Dierecteur der Custe Mallabaar, Canara en wingurla, Benevens den E: Politicquen Raad. Wel Edele, Groot Agtbaare wijd Gebiedende Heer en E. Heeren Heeft Reverentelijk te kennen Fredrik willem wilberg van Cleef, uw wel Edele groot Agtb: onderdanige en gehoorsame Dienaar; dat hij in den Jaere 1746. per het schip Fortuijn voor Mattroos met ƒ 9:— hier te lande is gekomen, thans hand„ langer ter Fortresse Cranganoor, win„ nende veerthien guldens 'smaands, heb„ bende als zodanig, tot â present, zijn dienst
English
Wednesday the 15th of April Anno 1778: service, both in the Cochin Garrison and here at the Fortress, as far as he knows has been performed to satisfaction, and he has always conducted and acquitted himself according to his duty as a brave and vigilant artilleryman in the Company's service, as is testified about him by the Bookkeeper and Resident here, Dirk Wolff, as appears from the annexed declaration, and whereas the Petitioner has now reached the age of 65 years, and of those has served the Honorable Company for 32 years, and is now due to advanced age, weak eyesight, as well as other physical infirmities rendered unable to perform his service properly any longer, the petitioner therefore requests that he may be favored by Your Right Honorable Worship with such a pension as Your Right Honorable Worship shall deem proper. — which doing was signed: Fredrik Welberg in the margin: Cranganore the 7th of April 1778: I, the undersigned Dirk Wolff, Bookkeeper and Resident here, testify and declare Wednesday the 15th of April Anno 1778. The Honorable Secunde van Harn serves a report regarding Cape provisions charged twice. declare that the Assistant Fredrik Willem Wilberg of Cleve, since the time that he has been stationed here at the Fortress under me, has always conducted himself as a brave and vigilant artilleryman in the Company's service, and is now due to advanced age, weak eyesight, as well as other physical infirmities rendered unable to perform his service properly any longer, which declaration I have granted at the request of the said Wilberg, and remain ready, if necessary, to confirm by oath. — Cochin the 7th of April Anno 1778: — was signed: D:k Wolff Lastly was read the following Report of the Secunde and Chief Administrator Reinier van Harn. To the Right Honorable Adriaan Moens, Extraordinary Councilor of the Dutch Indies, as well as Governor and Director of this Coast of Malabar, with the jurisdiction thereof. Right Honorable, Highly Esteemed, High and Mighty Lord, The undersigned Chief Administrator has the honor to serve Your Right Honorable Worship with a report that, among others, the following item in an invoice from Colombo, dated the 30th of January 1778, has been charged to the debit of this Government, namely: The following Cape provisions were, under signed receipts of the 13th of January of the past year, sent thither per the sloop Sunda, having been brought from Cabo de Goede Hoop for that Government to Galle with the flute ship De Hoop; and whereas the original invoices of that cargo were settled at Galle, Wednesday the 15th of April Anno 1778: they were left uncharged, thinking that the original Cape invoice would already have been forwarded thither from the aforementioned Commandery. Which is only now perceived, during the closing of the commercial books, not to have taken place, and therefore are as yet charged herewith, namely: 8443 lb Net Good dry Cape wheat in 92 double gunny bags, of which 1 bag sealed as a sample: ƒ 287:15: 8. 327 Net white beans in 4 single gunny bags, of which likewise 1 sealed as a sample: ƒ 16: 13: —. 573 Net white peas in 7 single gunny bags: ƒ 36: 8: —. ƒ 53. 1. -. 195 pcs Single gunny bags for containing the aforementioned provisions: ƒ 48. 3. —. Total: ƒ 388: 19. 8. For 1½ percent Colombo charges on merchandise, on ƒ 340. 16: 8: ƒ 5. 2. –. ƒ 394. 1: 8. The aforementioned provisions were indeed brought in the past year per the sloop Sunda, Wednesday the 15th of April Anno 1778. and duly received here, but the charging thereof was done directly from Cabo de Goede Hoop hither, by bill of lading invoice dated the 24th of August 1776, and received here on the 10th of December following, which was then duly entered and accounted for in the closed books. — Thus this charge, not being able to be dealt with here again having once taken place, the undersigned requests Your Right Honorable Worship's highly esteemed decision, and has the high honor to be, Right Honorable, Highly Esteemed, High and Mighty Lord, Your Right Honorable Worship's very obedient and faithful servant, was signed: R: van Harn. in the margin: Cochin the 18th of March 1778. — Whereby it having appeared that the Cape provisions brought here in the past year with the sloop Sunda were charged to this Office directly from the Cape of Good Hope, and now again by an invoice from Colombo dated the 30th of January Wednesday the 15th of April 1778. of this year; so that the same have been charged twice to the debit of this Office, wherefore it was resolved to have Colombo credit back these provisions with the charged sum of ƒ 394. 1. 8., and to notify the Ceylon Ministers of these double charges by outgoing letters. — Thus done, resolved, and decreed in the Council of Malabar at the city of Cochin on the day, month, and year aforesaid. was signed: A: Moens, R: van Harn, S: C: Saffin, I: L: van Spall, A: R: Schutsz., C: G: Seijffer, A: I: S: Vernede, J: A: Cellarius, and W: van Haeften. Friday
Dutch transcription
Woensdag Den 15 April A:o 1778: dienst, zo in het Cochimse Guarnisoen, als al„ hier ter Fortresse, zo niet beter weet ten geno gen gepresteerd, en zig althoos volgens zyn pligt als een braaf en wakker arthillerist in 'sComp:s dienst gedragen en gequeeten, zo als van hem komt te getuijgen, den Boek„ houder en Resident alhier Dirk Wolff, blijkens g'annexeerde verklaring, en door dien den Suppliant thans den ouderdom van 65: Jaaren bereijkt, en daar van 32. jaaren D E: Comp:e gedient heeft, en thans door hogen ouderdom, swak van gesigt, mitsga„ ders meer andere Lichamelijke Corrupties buijten staat geraakt is, om zijnen dient langer nabehooren te kunnen presteeren, zo versoekt den suppliant, dat hij door uw wel Edele Groot Agtb met zodanige rust gagie mag begunstigt werden, als uw wel Edele Groot Agtb: zullen bevinden te behooren. — /:onderstond:/ 'T welk doen„ de /:was getekend:/ Fredrik welberg /:in„ margine:/ Cranganoor den 7. April. 1778: ~ van De ge Ik ondergeschreven Dirk Wolff Boek¬ houder en Resident alhier, getuijge en verklaare ps 281 87. Woensdag Den 15 April A:o 178. a Den E: secunde van Harn dient van berigt, nopens twee maal aan„ gerekende caabse Provisien . pitaatie van 't berigt verklaare, dat den Handlanger Fredrik willem Wilberg van Cleef, het zedert den tijd dat denselven alhier ter Fortresse, onder mij bescheijden is geweest, zig althoos als een braaf en wakker arthillerist in 'sComp„s dienst gedragen heeft, en thans door hooge ouderdom, swak van gesigt, mitsgaders meer andere Lichamelijke Corrupties buijten staat geraakt is, om zijnen dienst langer nabehooren te kunnen presteeren, welke verklaring ik, op het versoek van gem: wilberg, hebbe verleend, en bereijd blijve des noods met eede te bevestigen. — Cochim Den 7. April Ao 1778:— /:was getekend :/ D: k Wolfft Laatstelijk is geleesen het onder„ volgend Berigt van den secunde en Hoofd administrateur Reinier van Harn. Aan Den Wel Edelen Groot Agtb Heer Adriaan Moens Raad 3 Woensdag Den 15 April A.o 1770. Raad Extra ordinair van Neder„ lands India, mitsgaders Gouverneur en Dierecteur deser Custe Mal„ labaar, met den Resorte van dien. Wel Edele, Groot Agtbaare Hoog gebiedende Heer Den ondergetekende Hoofd administrateur heeft d' Eere uw wel Edele Groot Agtb: van be„ rigt te dienen, dat onder anderen de volgende post bij een Colombose Faktuur, ged„t den 30: Januarij 1778. , dit Gouvernement ten Lasten gebragt is, als: De volgende caabse Provisien zijn onderge„ tekende verband brieven van den 13. Januarij Aopassato per de Chialoup sunda naar derwaards gesonden, als zijnde deselve met het Fluijt schip De Hoop, van Cabo de Goede Hoop voor dat Gouvernement op gale aangebragt; en vermits de Orgineele Paktuu„ ren dier Lading op Gale verhandeld zijn, zo 282 89 Woensdag Den 15 April A„o 1770: zo heeft men deselve onaangerekend gelaten, denkende dat de orgineele Caabse Faktuur bereeds van voorseh: Commandement der„ waards zoude weesen voortgeschikt 'T welk men als nu eerst, onder het sluijten der Negotie boeken ontwaard, niet„ geschied te zijn, dierhalven als nog hier bij werden aangerekend, Namentlijk 8443: lb: Netto Goede drooge Caabse Parwe in 92: — dubbelde goenij zakken, waar van 1. zak ver„ zegeld tot monster - - ƒ 287:15: 8. 327: „ Netto witte boonen in 4. En„ kelde goenij zakken, waar van almeede 1. versegeld tot mon„ ster 573. „ Netto witte Eaten in 7. Enkelde goenij zakken „ 36. 8. „ 53. 1. -. 195. p„s Enkelde Goenij zakken tot het bergen der voorsch: provisien. - „ 48. 3. — ve Teld - - ƒ 388: 19. 8. voor 1½ perct„o Colombose onkosten op koopmansz:, op ƒ 340. 16: 8. —. „ 5. 2. –. ƒ. 394. 1: 8. De voorschreven provisien zijn wel in Aopassato per de Chialoup sunda aange„ - - - -ƒ 16: 13: —. „bragt - - - Woensdag Den 15 April Ao 1778. Dezelve zijn dierect van de caal„ hier aangerekent en nu andermaal van Colombo „bragt, en alhier behoorlijk ontfangen, dog de aanrekeningen daar van is van Caabo de goede Hoop, dierect na herwaards gedaan, bij Cognoissement Paktuur gedateerd 24. Nug: „ 1776. , en den 10. December daar aan alhier ontfangen, welke dan bij de afgelegde boeken behoorlijk ingenomen en verantwoord is. — Dus dit aangerekende niet weder. /:als eens geschied zijnde :/ hier kunnende verhan„ delt werden, zo versoekt d' ondergetekende uw wel Edele Groot Agtb: Hoog g'eerde dispositie en heeft de Hooge Eere te zijn. /:onderstond:/ wel Edele Groot Agtb: Hoog Gebiedende Heer. Uwel Edele Groot Agtb zeer Gehoorsame en Getrouwe Dienaar /:was getekend:/ R: van Harn. /:inmargine Cochim Den 18. Maart 1778. — Waar bij zijnde komen te blijken, dat de Caabse Provisien met de Chialoup Sunda Aopassato hier aangebragt, dierect van de Caab de Goede Hoop dit Comptoir zijn aangerekend, en nu andermaal bij ee een Colombose Taktuur, gedateerd 30 Jan deses rekend ede 283 gt: Woensdag Den 15 April 1778. iekende somma van ƒ 394. 1: 8: Colom„ 60 te laten teaug rekenen deses Jaars; zo dat deselve tweemaal dit Comptoir zijn ten laste gebragt, wes ver„ . 3e sluijt dese provisien met de aangestaan wierd, dese Provisien, met de aan„ gerekende somma van ƒ 394. 1. 8. , Colom„ bo te laaten terug reekenen, en de Ceilon„ se Ministers kennisse te geven bij afte„ gaan schrijvens, van dese dubbelde aanrekeningen. — Aldus Gedaan, Geresolveerd, en G'arresteerd in Raade van Mallabaer ter steede Cochim ten dage, maand en Jaare voorm: /:was getekend:/ A: Moens, R: van Harn, S: C: Saffin I: L: van Spall, A: R: Schutsz. C: G: Seijffer, A: I: S: vernede J: A: Cellarius, en W: van Haef„ „ten. u Vrijdag
English
The ship Groenendaal is ready to sail. High Mightinesses. Decided to grant the ship its dispatch today. Ensign of the burghery Wesp, appointed thereto the adjutant Jacobus Johannes Coenraadtz. Friday the 24th of April, anno 1778. All present, Except the Honorable Merchant, Fiscal, and Cashier Samuel Constantin Saffin. The Governor informed the meeting that the ship Groenendaal, having been discharged of its Batavian cargo brought here and reloaded with rice for Ceylon, was now ready to sail to undertake the voyage via Ceylon to Batavia, and further produced a prepared letter to their High Mightinesses to accompany that vessel. Having been reviewed and signed, it was agreed to grant the ship its dispatch today, and to send the letter accordingly. Further, the Governor made known the death of the ensign of the white burghery Hendrik Wesp, and proposed to appoint in his place as ensign the adjutant Jacobus Johannes Coenraadsz, and in turn as adjutant, Sergeant Joachim Marcus De Gueros, with which the members fully concurred. Thus done, resolved, and arrested in the Council of Malabar in the city of Cochin on the day, month, and year aforesaid. Was signed: M: Moens, R: van Harn, I: L van Spall, A: R: Schutsz, C: G: Seijffer, A: I: S: Vernede, J: A: Cellarius, and W: van Haeften. Thursday the 30th of April, anno 1778. All present. The ship De Indiaan being ready to sail to undertake the voyage via Ceylon to Batavia, the Governor proposed to grant it its dispatch today. He further produced a letter to accompany that vessel and also a letter for Ceylon, both of which being reviewed and signed, the members concurred with the proposal of the Governor regarding the dispatch. After this, the Governor informed the members that the Eastern Company soldiers, some European soldiers, and artillerymen sent hither from Nagapatnam for reinforcement had arrived here without closed pay accounts, and that consequently, not having been able to debit them here for the receipt of their wages, what was disbursed to them was charged to the Government of Nagapatnam in order to be debited to their pay accounts there. However, the Nagapatnam ministry, believing that these wages were not chargeable to their Government, but belonged to the charge of this office as having been disbursed to the soldiers present here in service of the same, had charged back the said disbursed wages by an invoice dated the ultimo August last, to the amount of f4586:8:-, and at the same time had also sent the closed pay accounts of the said soldiers and artillerymen, with a request, in their accompanying letter dated the 26th of January last, to debit them here, each for their share, for the said sum. Also, that the said ministry by another invoice had charged this office an amount of f564:14:8 for what was disbursed there to some wives of the said soldiers since their departure from Nagapatnam until the ultimo August last, to be likewise debited to their accounts here; that for this purpose an extract from those invoices was given by the trade officials to the pay officials to make the debits in the pay books, but that the pay bookkeeper had provided a written report thereon, containing that he could not debit the aforesaid soldiers for the wages disbursed here to them and charged back from Nagapatnam, nor for what was disbursed to some of their wives, because they were already debited for those wages and also for what was disbursed to the wives in the pay accounts closed at Nagapatnam, and thus could not be debited twice for that. That he, the Governor, had placed this report into the hands of the Head Administrator Reinier van Harn to provide a written report on how and in what manner this matter could best be settled; that the said Head Administrator had stated in writing thereon that nothing in respect of wages can be written off in the trade books that cannot be taken up in the pay books, and therefore the request of the Nagapatnam ministers to write off these sums and debit the recipients on account could not be complied with, because they were already debited for that at Nagapatnam, and not only for the charged-back sum up to the ultimo August last, but some
Dutch transcription
T schip Groenendaal is zeglvaardig Hoog Edelhedens besluijt het schip heeden zijn depeche te geven drig der burgerij wesp, daar toe aangestelt den adjudant Jacobus Johannes Coenraadtz Vrijdag Den 24. April Anno 1778. a Alle Present Dempto D' E Coopman, Fiscaal en Cas„ sier Samuel Constantin Saffin De Gouverneur gaf de vergaderinge tekennen, dat het schip Groenendaal van zijn aangebragte Bataviase Laading ontlost„ en weeder met Rijst voor Ceilon beladen zijnde, thans zeijlvaardig was om de reijse over Ceilon na Batavia te onderneemen, en Peoluctie van eenmissive aan haar produceerde voorts een, in gereedheid gebragte missive aan Haar Hoog Edelhedens; ten geleijde van dien Bodem, welke geresumeert en getekend zijnde, is verstaan het schip heeden zijn depeche te geven, en de missive zoodanig te laten afgaan. Verder Gaf de Gouverneur te kennen In Heere van den overleden vaan het overlijden van den vaandrig der Blanke burgerije Hendrik Wesp, en proponeerde En C 284 93 Vrijdag Den 24 April a Ao 1778. — De Gueros proponeerde in desselfs plaats als vaandrig aantestellen den Adjudant Iacobus Johan„ En werder tot adjusant den sergt nes Coenraadsz: en weder tot Adjudant, den sergeant Joachim Marcus De Gueros, waarmeede zig de Leeden ten vollen hebben geconformeert. Aldus Gedaan Geresolveerd, en G'arresteerd in Raade van Mallabaer ter Steede Cochim ten dage maand en Jaare voor„ meld. /:was getekend:/ M: Moens R: van Harn, I: L van Spall, A: R: Schutsz, C: G: Seijffer, A: I: S: vernede J: A: Cellarius en W: van Haeften. - Donderdag zijn depeche te geven van dien bodem de depeche hier van Nagapatnam aangekomen zonder afgeslooten zoldij reekenings Donderdag Den 30 April Ao. 1778. Alle Present, Het schip De Indiaan Zeijlvaardig Depositie on het schip D' Jndiaan zijnde, om de Reijse over Ceilon na Bata„ via te onderneemen, zo proponeerde de Gouverneur het zelve heeden zijn depeche Productie van een missive ten geleijde te geven, produceerde voorts een missive ten geleijde van dien bodem en verders een Missive voor Ceilon, welke beijde geresumeert en getekend zijnde, hebben de Leeden zig met den voorstel van de De Leeden Conformeeren zig nopens Gouverneur, nopens de depeche geconfor„ „meert. Hier na Informeerde de Gouverneur De Posterse Militairen voo zijn al„ de Leeden, hoe dat de oosterse Compagnie Militairen, eenige Europeese Militairen en Arthilleristen van Nagapatnam, tot secuurs herwaards gesonden, hier aan„ gekomen zijn, zonder afgesloote zoldij Reekn E 285 45 Donderdag Den 30. April 1778 derhalven derwaards aangerekent Gevoelen van 't Nagapatnamse Menisterie hier omtrent te rug met bijvoeging der afgeslooten zoldij reekenings Reekeningen, dat derhalven deselve voor het genot aan gagie alhier niet hebbende Het verstrekte aan deselve is kunnen werden belast, het verstrekte aan deselve het Gouvernement Nagapat„ nam is aangerekend, om daar op hunne zoldij Reekeningen belast te werden, dog dat het Nagapatnamse Ministerie, vermeenende dat deese zoldijen niet ten laste van hun Gouvernement, maar ten lasten van dit Comptoir behoorende, als verstrekt aan de Militairen ten dienste van 't selve hier zijnde, de gemelde verstrekte gagie had Deselve rekenen 't aangerekende te rug gerekent bij Faktuura gedateerd ult„o Aug„o Nopassato, ten bedragen van ƒ4586. 8:—, en ook ter zelver tijd gesonden, de afgeslooten zoldij Reekeningen van gemelde Militairen en Arthilleristen, met versoek, bij hun daar nevens ge¬ voegde missive, gedateerd 26. Januarij j„o leeden, om deselve hier, ieder voor hun aandeel, voor de geme. Somma te 8 e Donderdag Den 30. ' April Ao 1770 verstrekte aan eenige vrouwen van gesze: Militairen, aldaar zoldij bediendens afgegeven om de belastinge te doen Den zoldij boekhouder heeft van berigt gedient, dat de belastinge hier niet kan geschieden te belasten, dat geme: Ministerie ook nog bij En en ander arekening wegens het een ander Faktuur dit Comptoir heeft aan„ gerekend een montant van ƒ564:14. 8. , we„ gens het verstrekte aan eenige vrouwen van Gesw: Militairen, zeedert hun vertrekt van Nagapatnam tot ult„o Aug„s Jongst Leeden, om meede hier op derselver Rekeningen belast te werden, dat ook uijt die Faktaris is Extact aande ten dien eijnde door de Negotie bediendens Extract uijt die Fakturas is afgegeven aan de zoldij bediendens om belastinge bij de zoldij boeken te doen, maar dat den zoldij boekhouder daar op heeft gedient van een schriftelijk berigt, behelsende dat hij de voormelde Militairen voor de, van Nagapatnam terug gerekende, hier aan Een verstrekte gagie, als ook wegens het verstrekte aan sommige van derselver vrouwen niet konde belas„ ten, om dat deselve reets voor die gagies„ en ook voor het verstrekte aan de vrou„ wen 2. 16 ei ui terten 286 47 Donderdag Den 30. April A.o 170. in handen van den Hoof adminis„ taateur gestelt. in geschrift heeft te kennen gegeven wen, bij de te Nagapatnam afgeslotene zoldij Reekeningen waaren belast, en dus niet tweemaal daar voor konden werden gedebi„ De Heer Gouverneur heeft dit berigtteerd; dat hij Gouverneur dit berigt had ge„ steld in handen van de Hoofd-administra„ teur Reinier van Harn, om te dienen van schriftelijk berigt, hoe en in welker voegen deese zaak best haar beslag zoude kunnen erlangen; dat geme: Hoofd adminis„ Die het ter zijden staande daar op trateur, daar op in geschrifte heeft te kennen gegeven, dat niets ten lasten van zoldijen, bij de Negotie boeken, kan werden afgeschreven, wat niet bij de zoldij boeken kan werden ingenomen, en dus niet vol„ daan aan het versoek van de Nagapat„ „namse ministers, om dese sommen afte„ schrijven en de genieters op Reekening te belasten, om dat deselve reets daar voor te Nagapatnam belast waaren, en niet alleen voor de terug en aangerekende somma tot ult„o Augustus Aopassato maer sommige
English
Thursday, 30 April 1778. continuation some also until the ultimate of November and December; Whereupon, after resumption of the said deliberation and examination of the relevant papers, it was deliberated and taken into consideration that the back-charged sum cannot properly be written off to any other account in the trade books than to salaries, and that it cannot be brought under that heading, because the recipients at Nagapatnam have already been debited for it; that it cannot well be reconciled that the Nagapatnam ministry will not take those sums to the debit of their office, yet have caused the said military personnel and artillerymen to be debited in their pay books for the receipt of those sums, as appears from the received closed pay accounts of the same, while it must probably be caused thereby that their pay books do not agree with the trade books, as debits were made in the former for which no disbursement took place from the cash treasury there, and for which they also will accept no charging, and which consequently could not be brought to the debit of land salaries in the trade books; that the Nagapatnam servants also expressly request that that sum may be written off here and everyone debited in account for what he received, which, however, has already happened there, and therefore cannot be done here a second time; thus it has been approved and resolved to give notice of the above to the Nagapatnam ministers and to charge back the sums charged back here to that place again, because this matter cannot be brought to a proper conclusion unless the Nagapatnam ministers take these sums to the debit of their office, or else send hither amended pay accounts, or such on which the sums disbursed here and charged back from there are not debited, which latter will probably not be possible because their pay books will already have been closed and dispatched, and therefore the former ought to take place; whilst it was further resolved to write to the Nagapatnam ministers that these rechargets and back-charges are only made because the pay accounts over there were closed in such a manner that the said back-charges and rechargets cannot be entered in the books here, and that otherwise, although the Ceylon Government accepts the charges for the Ceylon auxiliary troops, one would be quite willing to take them to the debit of this office, and with the further notice that the wages subsequently disbursed to the aforesaid detached personnel after the ultimate of August of the past year have also already been debited on some of their received pay accounts, and indeed up to the ultimate of November and December, probably based on the pay papers received from here, but that these wages also cannot be borne here and will still have to be charged to Nagapatnam, unless those ministers please to send hither amended pay accounts of all the persons who are debited there in the pay books for receipts after the ultimate of August, or else that they might point out to us another way whereby both this debit and the previous sums can conveniently be entered in the books here; and it was further resolved to insert herein both the letter of the Nagapatnam ministers, insofar as relevant hereto, and the report of the Honorable Chief Administrator and that of the pay bookkeeper aforesaid. Malabar To the Honorable Adriaan Moens, Extraordinary Councillor of the Dutch Indies, and Governor and Director on the said Coast, together with the Council, Cochin. Noble, Honorable, Valiant, Wise, Prudent, Very Discreet Sirs, We have also duly received the copy report of the pay bookkeeper Kijffer, and the invoices sent hither together with Your Honor's abovementioned letter, but we could not allow the charged pay, which was disbursed at Cochin, Tuticorin, and Quilon to various European and Eastern military personnel sent thither from here at Your Honor's request, to be entered on their pay accounts to the debit of this Government, as we are of the opinion that the pay of the aforesaid military personnel must be paid at the place whither they were sent for help and assistance; at least, we understood it thus here in the year 1773, when we had requested auxiliary troops from Ceylon, and as we also in no way doubt that Your Honor will be of the same opinion with us in this case, we charge back hereby the aforesaid paid-out pay amounting to f4586. 8: -, with the friendly request to Your Honor to write off the aforesaid sum over there and debit everyone in account for his receipt, to which end we offer to Your Honor hereby in a packet the closed pay accounts of all the European and Eastern military personnel sent from here to Cochin: Further
Dutch transcription
Donderdag Den 30:' April 1770. vervolg sommige ook tot ult„o November en xber:; Waar op na resumptie van gemelde Deliberatie en aanmerking daer oor papieren, gedelibereert en in aanmerking genomen zijnde, dat de terug gerekende somma niet- wel op eenige andere Rekening bij de Negotie boeken, kan werden afgeschre „ven, als op zoldijen, en dat het daar op niet kan werden gebragt; om dat reets de genie„ ters te Nagapatnam daar voor zijn belast, dat het niet wel is over een tebrengen, dat het Nagapatnamse Ministerie die som„ mas, niet ten lasten van hun Comptoir wil neemen, en egter de gemelde Militairen en Arthilleristen voor het genot van die sommas bij hunne zoldij boeken hebben laten belasten, zo als uijt de ontfangene geslooten zoldij Reekeningen van deselve blijkt, dewijl waarscheijnelijk daar door ver„ oorsaakt moet werden, dat derselver zoldij boeken niet met de Negotie boeken accordee„ ren, also bij de eerste belastingen zijn gedaan de vSlingelandt 287 q9 Donderdag Den 30. April 1778. vervolg de sommas weder derwaards aan„ terekenen gedaan, waar van geene verstrekkinge uijt Cassa aldaar is geschied; en waar van desel„ ve ook geene aanreekeninge willen accep„ teeren, en die dus niet bij de Negotie boeken ten Lasten van zoldijen aan Land, hebben kunnen werden gebragt; dat de Nagapat„ namse bediendens ook wel Expresselijk ver„ soek doen, dat die somma hier mag werden afgeschreven, en ieder voor zijn genot op reek: belast, dog 't welk daar reets is geschied, en derhalven hier niet andermaal kan werden gedaan, zoo is goed„ Besluijt de terug en aangereten gevonden en verstaan, het voorenstaande aan de Nagapatnamse Ministers in ken„ nisse te leggen en de terug aangerekende sommas weeder derwaards aanterekenen, dewijl dese zaake tot geen behoorlijke eijnde te brengen is, of de Nagapatnamse Ministers dienen deese sommas, ten lasten van hun Comptoir te nemen, ofte ook verbeterde zoldij Reekeningen, of zodanige n Donderdag Den 30 April A o 178. rekeningen geschieden En oop waarom de na ult„o Aug„s A:o passato verstrekte gagies hier niet kunnen werden gedragen zodanige, waar op de hier verstrekte en van Redenen waarom de te rug en aan, daar terug gerekende sommas niet zijn be„ last, herwaards te zenden, welk laaste denkelijk niet zal kunnen geschieden, om dat derselver zoldij boeken reets geslooten en versonden zullen zijn, en derhalven het eerste plaats dienen tevinden, terwijl verders is g'arresteerd, de Nagapatnamse Ministers nog aanteschrijven, dat deese weeder aanrekeningen en terug reekeningen alleen geschieden, om dat de zoldij Reke„ ningen ginther zodanig afgeslooten zijn, dat de gesegde terug en aanrekeningen hier niet bij de boeken kunnen werden ingenomen, dat men anders, schoon het Ceilonse Gouvernement de aanrekeningen der Ceilonse hulp troupen accepteerd, heel bereijdwillig zoude zijn, die ten lasten van dit Comptoir te neemen, en onder verdere bekentmakinge, dat de, na ultimo Au„ gustus Aopassato, nader verstrekte gagie aan Jar zoldij belasting sommas le Insitie we nistrateu 288 101. Donderdag Den 30.' April 1770. Ten waare, ze ministers verbeterde zoldij reek„s herwaards zenden belastinge als ook de voorgaande sommas hier gevooglijk bij de boeken kunnen werden ingenomen we, 't berigt van den E: Hoofd admi„ aan de voormelde gedetacheerdens, ook al op sommige derselver ontfangene zoldij Rekenin„ gen zijn belast en wel tot ultimo November en December, denkelijk op de ontfangene zoldij papieren van hier, dog dat ook deese Gagies hier niet kunnen werden gedraagen, en als nog Nagapatnam zullen moeten aangerekend werden, ten waare ze ministers verbeterde zoldij Reekenings herwaards gelieve te zenden, van alle de persoonen die na ult„o Augustus aldaar bij de zoldij boeken belast zijn voor genot„ Dan wel aanwijsinge doen hoe dese dan wel dat deselve ons zouden kunnen : aanwijsen eenen anderen weg, waar door zo wel deese belasting, als de voorgaande sommas, hier op een gevoeglijke wijse bij de boeken kunnen werden ingenomen, en is verders beslooten, zo wel der Naga„ patnamse Ministers missive, zo verre hier Insertie van de Nagapatnamse Mis, toe betrekkelijk, als het berigt van den gagies nistrateur en dat van de zoldij boekh=d E: Hoofd-administrateur en zoldij boek„ „houder Au Mallabaar Aan Den Edelen Heer Adriaan Moens Raad Extra ordinair van Nederlands India, mitsgaders Gouverneur en Dierecteur ter gem: Custe, Nevens den Raad Couchim Edele, Erntfeste, Manhafte, wijse, voorsienige, zeer Discreete Ook is ons wel ter hand gekomen, het Copia berigt van den zoldij boekhouder kijffer, en de Faktuuren nevens uwer wel Edele opgemelde Letteren herwaards gesonden, dog wij hebben de aangerekende gage, die op Cochim, Tutucorijn, en coilan verstrekt geworden was, aan Donderdag Den 30. April 1778. „houder voormeld, in desen te Jnsereren. diverse de Se E 289 163 5. Donderdag Den 30 April 1770. 8. diverse van hier op uwel Ed: versoek der„ waards gesonden Europeese en oosterse Mi„ litairen niet op hunne zoldij Rekeningen kunnen laaten stellen, ten lasten van dit Gouvernement, also wij van gevoelen zijn, dat de gage van voorszz Militairen, betaald worden moet, ter plaatse, wer„ waards zij tot hulp en assistentie geson„ den zijn, ten minsten, wij hebben dit hier in den Jaare 1773. wanneer wij hulp troepen van Ceilon gevraagd had„i den, zodanig begreepen, en dewijl wij ook geensints twijffelen, of uwel Edele zullen met ons in dit geval, van een gevoelen zijn, reekenen wij de voorschre„ „ve afbetaalde gage met ƒ4586. 8: - bij deesen terug, met vriendelijk versoek aan uwel Edele om de voorschreeve som„k me ginter afteboeken, en een ieder voor zijn genot op reekening te belasten, ten is„ welken eijnde wij uwel Edele bij deesen in een pakket aanbieden de afgeslooten is zoldij Reekeningen van alle de, van hiert na Cochim gesonden, Europeese en oosterse Militairen: Wijders 1778. en. s Wijse, n het de aan
English
Thursday the 30. April Ao 1778. Furthermore, we charge thither in the aforesaid invoice with ƒ 564. 14. 8. the half pay that was furnished here, according to the annexed pay note, to the wives who remained here of the aforesaid European and Eastern soldiers, as well as with ƒ 89:-:8: the charges incurred at Mannaar during the transport of the 17 chialengen with soldiers sent from here to Cochim, with all of which we likewise politely request that action be taken in accordance with the order. Was written below: Noble, Right Honorable, Valiant, Wise, Prudent, and Very Discreet Gentlemen! Your Honors' obliging friend and servants. Was signed: R: van Vlissingen, P. I. Dormieux, I: E: G: Haselman, M:s Koning, S: Mossel, W: Duijnevelt, I: D: Simons, I: Appengh, and M:s Stoffenberg. In the margin: Nagapatnam in the Castle the 26. January 1778. — To the Right Honorable, Highly Respected Mr. Adriaan Moens Extraordinary Councillor of the Dutch East Indies, as well as Governor and Director of this Coast of Mallabaar, with the jurisdiction thereof. Right Honorable, Highly Respected, High Commanding Lord! The undersigned Chief Administrator has hereby the honor to report to Your Right Honorable and Highly Respected Honor that, among other things, there was recently received from Nagapatnam an invoice dated the ultimo of Aug:s Ao passato, and a memorandum dated 26 January of this year, whereby, pursuant to the resolution taken in the Council of that Government, the pay of various European and Eastern soldiers charged from here thither by invoices dated 10. and 30. July, and the ultimo of Aug:s passato (whose pay accounts were kept in the said Government) to the amount of ƒ4586. 8: —, for what was received by them at Nagapatnam, at Tutucorijn, Coilan, and Cochim, has been charged back again, as well as an account to the amount of ƒ564. 14. 8., for what was furnished there to some wives of the aforesaid soldiers since their departure until the ultimo of Aug:s passato; of all of which he has caused extracts to be delivered to the pay clerks, in order to charge each for his share and to properly write them off. However, there having further been handed to him by Your Right Honorable and Highly Respected Honor a report (annexed to the aforementioned extracts) from the pay bookkeeper Coenraad Gorge Seijffer, wherein the same indicates that the closed pay accounts of those men have now recently been received here, and wherein it appears that at Nagapatnam everyone has already been charged for his share, and that not only for what was furnished until the ultimo of Aug:s, but indeed some until the ultimo of 9ber: and xber: of last year, and that the said charge cannot be admitted into the pay accounts. Which is directly contrary to the letter of the Nagapatnam Ministers, dated 26. January last, wherein they, communicating the back-charges, clearly make a request to write off the aforementioned sum here, and to charge each on his account for what he received. And since nothing can be written off in the trade books to the debit of pay unless it has been entered in the pay books, he takes the liberty of requesting Your Right Honorable and Highly Respected Honor's highly esteemed decision on how to act with these charges. While having the honor to be with all high esteem, Was written below: Right Honorable, Highly Respected, High Commanding Lord! Your Right Honorable and Highly Respected Honor's obedient and faithful servant. Was signed: R: van Harn. In the margin: Cochim The 18 March Ao 1778. To the Right Honorable, Highly Respected Mr., Adriaan Moens Extraordinary Councillor of the Dutch East Indies, as well as Governor and Director of the Coast of Mallabaar, Canara, and Wingurla. Right Honorable, Highly Respected, Far Commanding Lord The undersigned pay bookkeeper having had handed to him the annexed extracts from a Nagapatnam invoice dated the ultimo of Aug:s 1777, whereby this Government was charged with the pay furnished for the benefit of the European and Eastern soldiers until the ultimo of Aug:s last. Regarding which, taking the liberty respectfully to inform Your Right Honorable and Highly Respected Honor that now recently, the closed pay accounts of those people were received here, from which it appears that there everyone has already been charged for his share; and that not only what was furnished until the ultimo of Aug:s, but indeed some until 9ber: and xber:, so that the said charge cannot be admitted into the pay accounts. For the rest having the honor to be with due high esteem, Was written below: Right Honorable, Highly Respected, Far Commanding Lord! Your Right Honorable and Highly Respected Honor's humble and obedient servant. Was signed: C: G: Seijffer, In the margin: Cochim the 6:th March 1778. — Thus done, resolved, and determined in the Council of Mallabaar at the city of Cochim, on the day, month, and year aforementioned. Was signed: A: Moens, R: van Harn, S: C: Saffin, I: L: van Spall, A: R: Schutsz:, C: G: Seijffer, A: I: S: Vernede, S: A: Cellarius, and W: van Haeften. Saturday The 16:th May Ao 1778. All Present Absent: The Honorable Coenraad Gorge Sijffer, as being with permission to Cranganoor Notice was given by the Governor, how
Dutch transcription
Donderdag Den 30. April Ao 1778. Wijders rekenen wij bij de voorschre„ ve Faktuur met ƒ 564. 14. 8. derwaards aan de halve gage die alhier volgens annexe zoldij Notitie verstrekt geworden is, aan de hier gebleven vrouwen van de voorschreve Europeese en oosterse Militairen, gelijk mee„ de met ƒ 89:-:8:, de op Mannaar gevallen ongelden bij Transport der, van hier na Cochim versonden, 17 Chialengen met Militairen, met welk een en ander wij al„ meede gedienstelijk versoeken, dat na de ordre mag worden gehandelt /:onderstond:/ Edele, Erntfeste, Manhafte wijse voorsie nige zeer Discreete! uwel Edele dienst„ willige vriend en Dienaren /:was getekend:/ R: van Vlissingen, P. I. Dormieux, I: E: G: Haselman; M„s koning, S: Mossel, W: Duijnevelt, I: D: Simons, I: Appengh, en M„s Stoffenberg. /:in„ margine:/ Nagapatnam in het Casteel den 26. Januarij 1778. — Aan Den wel Edelen Groot Agtb Heer Adriaan Moens Raad Extra ordinair van Neder„ lands 290 105. Donderdag Den 30. ' April Ao 1778. „lands India, Mitsgaders Gouver„ „neur en Dierecteur deser Custe Mallabaar, met den Resorte van dien. wee Wel Edele Groot Agtbaare, Hoog Gebiedende Heer! De ondergetekende Hoofd-administrateur heeft bij desen d'eere uwel Edele Groot Agtb: van berigt te dienen, dat onder anderen Jongst van Nagapatnam ontfangen heeft, een Pak„ tuur gedateerd ult„o Aug„s Aopassato, en een Memorie in dato 26 Januarij deeses Jaars, waar bij, ingevolge besluijt genomen in Raade van dat Gouvernement, de bij Pak„ tuuras in dato 10. en 30. Julij, en ult„o Aug„s passato van hier na derwaards ter belas„ ting aangerekende zoldijen van diverse Europeese en oosterse Militairen /:welkers telee zoldij Reekenings ten gem Gouvernement cours hielden:/ ten bedrage van ƒ4586. 8: —; wegens hun genot, te Nagapatnam, te Tutucorijn 78. an el Heer 3 Donderdag Den 30:' April Ao 1778. — Tutucorijn, Coilan, en Cochim, wederom terug gerekent is, zoo meede een aanreekening ter montant van ƒ564. 14. 8. , wegens het verstrekte aan eenige vrouwe van voorschreve Militairen zedert hun vertrek tot ult„o Aug„s passato aldaar„ van welk een en ander hij, Extracten aan de zoldij bediendens heeft laaten afgeven, om een ieder voor zijn aandeel te belasten en nabeho„ ren te konnen werden afgeschreven. Dog nader door uwel Edele Groot Agtb: ter hand gesteld zijnde, een Berigt (:annexe voor„ melde Extracten :/ van den zoldij boekhouder Coenraad Gorge Seijffer, waar bij denselven te kennen geeft, dat nu jongst de afgeslootene zoldij Reez: dier manschappen alhier ontvan„ gen zijn, en waar bij blijkt, dat te Naga„ patnam reets een ieder voor zijn aandeel belast is, en dat niet alleen voor het ver„ strekte tot ult„o Aug„s, maar wel eenigen tot ult„o 9ber: en xber: des voorleeden Jaers, en dat gem aanrekening bij het zoldij met kan werden ingenomen. 'T welk regt ter Contrarie is, met den Nagapatnamse Ministers missive, in dato 26. Januarij jongst leeden, waar bij de„ selve F 291 107 Donderdag Den 30 April 1778. tyl zelve, met Communicatie der terug reek:. duijdelijk versoekt doen, om voorm: somma alhier afteschrijven, en een ieder voor zijn genot op reek: te belasten. we En wijl bij de Negotie boeken niets ten lasten van zoldijen kan afgeschreven wer„ den, of moet bij de zoldij boeken ingenomen zijn, gebruijkt hij de vrijheid uw wel Edele Groot Agtb: hoog g'eerde dispositie te ver„ soeken, hoedanig met deese aanreekeningen heeft te handelen. Terwijl d' Eer heeft met alle hoog agting te zijn. /:onderstond:/ Wel Edele Groot Agtb: Hoog Gebiedende Heer! uwel Edele Groot Agtb: gehoorsame en Getrouwe Dienaar= /:was getekend:/ R: van Harn. /: in margine:/ Cochim Den 18 Maart Ao 1778. w Aan Den Wel Edelen Groot Agtb: Heer, Adriaan Moens Raad Extra ordinair van Neder„ lands India, mitsgaders Gouver„ neur en Dierecteur der Custe Mallabaar, Canara en win„ quala.. - Wel airen daar„ al en o„ dato e Donderdag Den 30: April A. o 1778. Wel Edele Groot Agtb: wijd Gebiedende Heere Den ondergetekende zoldij boekhouder ter hand gesteld zijnde, G'annexeerde Extracten, rie uijt een Nagapatnamse Faktuur, de dato ult„o Aug:s 1777, waar bij dit Gouvernement aangerekent werd de verstrekte gage ten behoeve der Europeese en oosterse Militairen tot ult„o Aug„s J„o Leeden. Dien aangaande de vrijheid gebruijke uwel Edele Groot Agtb: eerbiedigst kennisse te geven, dat nu jongst, de afgeslotene zoldij Reekenings van die menschen alhier ontfan„ gen zijn, en waar bij blijkt, dat aldaar reets een ieder voor 't zijne belast is; en dat niet alleen het verstrekte tot ulto Nugs„ eleen maar wel eenige tot 9ber: en Edeee, zo dat Veete gem: belasting bij het zoldij niet konnen werden ingenomen. Overigens d' Eer hebben met verschuldige Hoog agting te zijn. /:onderstond:/ wel Ed: Groot 292 109 Donderdag Den 30 April Ao 1778. Groot Agtb:, wijdgebiedende Heere! uwel Edele Groot Agtb:s onderdanige en gehoorsa„ me Dienaar /:was getekend:/ C: G: Seijffer, :/:in margine:/ Cochim den 6:' Maart 1778. — Aldus Gedaan, Geresolveerd en G'arresteerd in Raade van Malla„ baar ter steede Cochim, ten dage maand le en Jaare voorm: /:was getekend:/ A: Moens, R: van Harn, S: C: Saffin; I: L: van Spall, A: R: Schutsz:, C: G: Seijffer, A: I: S: vernede, S: A: Cellaruus, en W: van Haeften. Saturdag Den 16:' Maij Ao 1778. Alle Present Dimpte DE. Coenraad Gorge Sijffer als zijnde met Consent na Cranganoor Is door de Gouverneur kennisse gegeven, & hoe „ 78. Edt:
English
Saturday, May 16, Ao 1778. Remarks on the influx of many strangers to the city. The Honorable Governor considers that one cannot look upon this with indifference, and that it is necessary to forbid house owners from renting or selling houses, or lodging them without consent. Concerning how many strangers have now arrived here by sea and land, and settle in this city quietly and without anyone knowing; His Honor considered that in these anxious times one could not look upon this with indifference, both because there may easily be dangerous and ill-intentioned persons among them, and because a shortage of housing is already perceived here for the Company's servants and long-standing residents. To prevent anyone from settling in this city without having previously obtained permission to do so, and to be able to know which strangers arrive here and lodge in the city, His Honor deemed it necessary to forbid the inhabitants and owners of houses within and outside the city, under the Company's jurisdiction, to rent, sell, or even lodge houses to strangers without obtaining consent from him, the Governor, regarding distinguished persons, and from the Shahbandar of this place regarding lesser persons. To this end, he had prepared an edict in draft, which His Honor produced in this meeting and requested the members' opinion thereon. After reconsideration and deliberation, the members have completely agreed with it, and it was resolved to publish and post the same in the form of an edict in the usual places, and to insert the draft into these minutes. Insertion of the Edict. Whereas it has been experienced for some time past that many strange persons, both Europeans and natives, flow hither from all directions and settle within this city, either by renting houses themselves, or having them rented by others, or moving in with others, whereby in time this city could become overcrowded with all kinds of strange persons, and among them even suspect persons, which ought not to be, and which, under a good government, should properly be prevented; all the more because a shortage of housing for the Company's servants and long-standing residents is already perceived, and by allowing strangers to live in the city without distinction, housing for the servants and subordinates would be made difficult; it is therefore that We, wishing to provide against this, most expressly forbid and prohibit, as We do hereby, every inhabitant of this city, whether the Company's servants, burghers, or any other resident, who owns any houses within and outside this city under our jurisdiction, or in one way or another has disposition over them, from renting, selling, or otherwise placing at their disposal any houses or dwellings to strangers, whether European or others, without our express permission or consent. Likewise, no one may lodge any of the aforementioned strangers, whether for money or out of friendship for free, without prior knowledge and permission from us, as far as distinguished persons are concerned, and regarding lesser persons from the Shahbandar of this place, on pain that violators of this order shall be severely corrected according to the circumstances of the case; commanding both the Board of Fire and Ward Masters, as well as the Fiscal Officer of this office, to watch, and cause to be watched, that this our order is not violated. The assistant gunner Cornelis Jansen requests a pension. After this was read and reconsidered a written petition from the assistant gunner Cornelis Jansz of Middelstum, whereby he, stating that due to advanced age, weakness of sight, and other bodily infirmities, he has become unable to perform his service properly any longer, makes a request to be favored with a pension; and as it has appeared from an annexed declaration of the head of the artillery here, Johannes van Asbeek, that he has conducted himself as a brave artilleryman, and is now no longer able to properly perform his service due to old age and bodily defects; it was approved to grant him, Jansz, a pension of 7 florins per month, and to insert the petition and attestation into these minutes. The same is granted at 7 florins per month. Insertion of the Petition and the Attestation. To the Right Honorable, Highly Respected Mr. Adriaan Moens, Extraordinary Councilor of the Dutch East Indies, as well as Governor and Director of the Malabar Coast, Canara, and Vingurla, together with the Honorable Political Council. Right Honorable, Highly Respected, Widely Commanding Sir and Gentlemen, Cornelis Jansz of
Dutch transcription
Saturdag Den 16. Maij A o 1778. veele vreemdelingen na de stad De Heer Gouverneur oordeelt dat men zulx niet met onverschil„ ligheid kan aansien En dat het nodig is, de rijgenaars van huijsen te perdiceeren, het ver„ huuren of verkoopen van Huijsen Aanmerkinge over den toeloop van hoe thans veele vreemdelingen ter zee en te lande hier aangekomen, en zig in deese stad: in stilte en zonder dat men het weet, ter needer setten, dat zijn Edele oordeelde dat men zulx in deese sorgelijke tijden niet met onverschilligheid konde aansien, zoo om dat daar onder ligt kunnen zijn ge„ vaarlijke en qualijk g'intentioneerde perso„ nen, als ook om dat hier reets gebrek aan Huijsinge bespeurt word voor de Dienaren en oude jngesetenen, hoe zijn Edele /:ter voorkoming dat niemand zig in deese stad ter neder sette, zonder voor af daar toe permissie verkregen te hebben, en te kun„ nen weeten welke vreemdelingen hier aan„ komen, en in de stad huijsvesten:/ noodig oordeelde den inwoonderen en eijgenaaren dert legeren derselve buijten Consent van Huijsen binnen en buijten de stad, on„ der 'sComp„s Jurisdictie, te interdiceeren, om aan vreemdelingen huijsen te verhuuren, verkopen ofte selfs te logeeren, zonder verkreegen consent van hem Gouverneur, omtrend In 293 # Saturdag Den 16. Maij Ao 1770. consept: gebragt, placcaat meede Insertie van 't Placcaat omtrent de Gedistingueerde persoonen, en van den Sabandaar deser steede omtrend de mindere; en Lroduceet ten dien eijnde een, in ten dien eijnde een placcaat in Concept had gebragt, het welk zijn Edele in dese vergade„ ringe produceerde en daar op het gevoelen der Leeden versogt, waarop, na Resumptie, gedelibereert zijnde, hebben de Leeden zig Te Leeden Conformeeren zij daar daar meede volkomen geconformeert, en is verstaan, het zelve in forma van Placcaat te doen publiceeren en affigeeren ter gewoone plaatsen, en het Concept in deesen te jnsereeren. Alsoo men eenigen tijd herwaards heeft ondervonden, dat veele vreemde persoo„ nen, zo Europeese als Jnlanders, van alle kanten na herwaards vloeijen, en zig bin„ nen deese stad ter needer setten, het zij zelfs met huijsen in te huuren, of laaten huuren door anderen, ofte ook wel bij ande„ ren ingaan woonen, waar door deese stad met er tijd zoude kunnen werden gepropt van 78. so„ d Saturdag Den 16:' Maij A„o 178: en van allerhande vreemde persoonen, en daar selfs wel suspecte persoonen, het geen zo niet en behoort, en waar tegen, in een goede Rege„ ringe, nabehooren dient tewerden voorsien, te meer, om dat er reets gebrek aan huijsinge voor 'sComp„s Dienaaren ende oude ingeseetenen word bespeurt, en door het toelaten van vreemdelingen zonder onderscheid, in de stad te woonen de huijsvestinge voor de Dienaaen en onderhoorigen beswaarlijk zoude werden gemaakt; zo is 't dat wij, hier tegen willen„ de voorsien, een ieder ingeseeten deser stad, het zij sComp„s Dienaren Burger ofte eenig ander inwoonder, die eenige huijsen binnen en buijten dese stad onder ons gebied in eij„ gendom behooren, of op een of ander wijse daar over dispositie heeft, wel Expresselijk Jnterdiceeren en verbieden, gelijk doen bij desen, om aan vreemdelingen het zij Europeese of andere eenige huijsen of wooninge te ver„ huuren, te verkopen ofte andersints ter hunner dispositie stellen, zonder onse Expres„ se permissie ofte consent; gelijk dan ook nie„ mand, eenige der vreemdelingen voormeld, zal moogen logeeren, het zij voor geld ofte 294 113: Saturdag Den 16 Maij A„o 1778. Den Handlanger Cornelis Jansen versoekt om gagiment ofte uijt vriendschap voor niet; zonder voorken„ nisse en permissie van ons, zo ver betreft de gedistinqueerde persoonen, en omtrent de min„ dere van den Sabandaar deeser steede, sub peene, dat de overtreders deeser ordre, na be„ vinding van zaken scherpelijk zullen werden gecorrigeert; gelastende zoo wel het Collegie van Brand en wijkmeesteren, als dens offi¬ cier deses Comptoirs om te letten, en te doen letten, dat dese onse ordre niet en werde overtreden. — Hier na is geleesen en Geresumeert een schriftelijk Request van den Hand„ langer Cornelis Jansz: van Middel„ stum waar bij denselven, onder tekennen geving dat hij door hooge jaaren swak„ heid des gesigts en meer andere Licha„ melijke Corrupties, buijten staat geraekt is, om langer zijn dienst nabehooren te presteeren, versoek doed, om met rust gagie te mogen werden begunstigt, en alsoo uijt een daar bij g'annexeerde verklaring Saturdag Den 16:' Maij Ao 1778. Insentie van 't Request en de Attestatie verklaringe van het hoofd der Arthillerij al„ hier Iohannes van Asbeek is komen te blijken, dat denselven zig als een braaf Arthillerist gedraagen heeft, en thans door ouderdom en Lichaams gebreeken zijn dienst niet langer nabehooren kan pres„ 't zelve word 'accordeert met 57: teeren, zo is goedgevonden hem Iansz: te Gageeren met ƒ 7. –. ter maand, en het Request en Attestatie in deesen te inse„ reeren. — Aan Den Wel Edelen Groot Agtb Heer Adriaan Moens Raad Extra ordinair van Neder„ lands India, mitsgaders Gouver „neur, en Dierecteur der custe Mallabaar, Canara en wingurla„ Benevens Den E: Politicquen Raad. Wel Edele Groot Agtb:, Wijd gebiedende Heer en Heeren Geeft Reverentelijk Cornelis Jansz van ter maand
English
Saturday, 16 May in the year 1778. of Middelstum, your Right Honorable and Most Respected Lordships' humble and obedient servant, that he arrived in this country in the year 1751 on the ship De Eendragt as a soldier at ƒ 9, currently an assistant gunner earning ƒ 14, having in that capacity until the present performed his service, both at the fortress of Cranganore and here in the garrison, to full satisfaction as far as he knows, and having always conducted and acquitted himself as a brave and vigilant artilleryman in the Honorable Company's service, as is attested on his behalf, according to the annexed declaration, by Johannes van Asbeek, the Acting Captain Lieutenant and head of the artillery here; and because the petitioner has now reached the age of 60 years, and furthermore, through weakness of sight and several other bodily infirmities, has become unable to perform his service properly any longer, the petitioner therefore requests that he may be favored by your Right Honorable and Most Respected Lordships with such retirement pay as your Right Honorable and Most Respected Lordships shall deem fit. Below stood: Doing which. Was signed: Cornelis Jansen. In the margin: Cochin, the [illegible]. Monday, 25 May 1778. ƒ 10 and the second with ƒ 7 per month. Insertion of their petitions and attestations. are unable to perform their service any longer due to old age and bodily infirmities; it was resolved and decided to grant their request and to place them among the retired servants, the quartermaster at ƒ 10 and the soldier at ƒ 7 per month, and to insert their petitions and attestations into this resolution. To the Right Honorable and Most Respected Lord Adriaan Moens, Extraordinary Councilor of the Dutch Indies, and Governor and Director of the Coast of Malabar, Canara, and Vengurla, together with the Honorable Political Council. Right Honorable, Most Respected, Far-Ruling Lord, and Honorable Gentlemen. Adriaan van Schaijk of Utrecht, your Right Honorable and Most Respected Lordships' humble and obedient servant, respectfully makes known that he arrived in this country in the year 1748 on the ship Amstelveen as a boy at ƒ 5, currently being a quartermaster earning sixteen guilders per month, having in that capacity until the present performed his service here to full satisfaction as far as he knows, and having always conducted and acquitted himself as a brave and vigilant seafaring person, as is attested on his behalf, according to the annexed declaration, by Johannes van Blankenberg, the chief mate and provisional master of the equipment here; and because the petitioner is currently continually tormented by erysipelas fever in the abdomen and the genitals, and moreover completely crippled on the left side, along with several other bodily infirmities, whereby he has become unable to attend to his service properly any longer, the petitioner therefore requests that he may be favored by your Right Honorable and Most Respected Lordships with such retirement pay as your Right Honorable and Most Respected Lordships shall deem fit. Below stood: Doing which. Was signed: Adrianus van Schaijk. In the margin: Cochin, 25 May 1778. Monday, 25 May in the year 1778. I, the undersigned Johannes van Blankenberg, chief mate and provisional master of the equipment here, testify and declare that the quartermaster Adriaan van Schaik of Utrecht, during the time he has been under my command, has always conducted and acquitted himself as a brave and vigilant seafaring person, and is currently continually tormented by erysipelas fever in the abdomen and the genitals, and is completely crippled on the left side, along with several other bodily infirmities, whereby he has become unable to perform his service properly any longer; which declaration I have granted at the request of the said van Schaik and remain prepared, if necessary, to confirm by oath. Cochin, 25 May in the year 1778. Was signed: J. van Blankenberg. To the Right Honorable and Most Respected Lord Adriaan Moens, Extraordinary Councilor of the Dutch Indies, and Governor and Director of the Coast of Malabar, Canara, and Vengurla, together with the Honorable Political Council. Right Honorable, Most Respected, Far-Ruling Lord, Gentlemen. Johan Jurgen Riem of Nagel, your Right Honorable and Most Respected Lordships' humble and obedient servant, respectfully makes known that he arrived in this country in the year 1752 on the ship Vosmar as a soldier at ƒ 9, currently earning fourteen guilders per month, having in that capacity until the present performed his service here in the garrison to full satisfaction as far as he knows, and having always conducted and acquitted himself as a vigilant and brave soldier in the service of the Honorable Company, as is attested on his behalf, according to the annexed declaration, by Gerrit Frankena, the Captain and provisional head of the military here; and because the petitioner is currently continually tormented by erysipelas fever, and is also weak of sight and afflicted with several other bodily infirmities, whereby he no longer finds himself able to perform his service properly, the petitioner therefore requests that he may be favored by your Right Honorable and Most Respected Lordships with such retirement pay as your Right Honorable and Most Respected Lordships shall deem fit. Below stood: Doing which. Was signed: Johan Georgen Riem. In the margin: Cochin, 25 May 1778. Monday, 25 May 1778. I, the undersigned Gerrit Frankena, Captain and provisional head of the military here, testify and declare that the soldier Johan Jurgen Riem of Nagel, during the time he has been under my command, has always conducted himself as a vigilant soldier, and through continual erysipelas fever, as well as weakness of sight and several other bodily infirmities, has now become unable to perform his service properly any longer; which declaration I have granted at the request of the said Riem, and remain prepared, if necessary, to [illegible].
Dutch transcription
295 415 Saturdag Den 16 Maij A„o 1778. — van Middelstum, uw wel Edele Groot Agtb:s onderdanige en gehoosame Dienaar, dat hij in den Jaare 1751. per het schip De Eendragt hier te lande gekomen voor zoldaat met ƒ9:— Thans Handlanger winnende ƒ 14. , hebbende als zodanig, tot â present zijn dienst zo ter Fortresse Cranganoor als hier in het guarnisoen, zo niet beter weet, ten genoegen waargenomen, en zig altoos als een braaf en wakker Arthillerist in 'sComp„s dienst gedra„ gen en gekweeten, zo als van hem, blijkens g'annexeerde verklaring komt te getuijgen den Mank: Capit:n Luijt„t en hoofd der Ar„ thillerij alhier, Iohannes van Asbeek, en door dien den supp„t thans tot den ouderdom van 60 jaaren is opgeklommen, mitsgaders door swakheid des gesigts en meer andere Lichamelijke Corrupties, buijten staat ge„ raakt is, zijn dienst langer nabehooren te presteeren, zo versoekt hij supp„t, dat hij door uwel Edele Groot Agtb„s met zodani„ ge rust gagie mag werden begunstigt, als uwel Ed: Groot Agtb„r zullen bevinden te beho„ ren. - /:onderstond:/ 'Twelk Doende /:was getekend/ Cornelis Jansen /:inmargine:/ Cochim Den eer nde 3 Maandag Den 25:' Maij 1778. ƒ 10. en de tweede met ƒ 7: ter maand Iusentie van hunne Requesten en Attestaties ouderdom en Lichaams gebreeken buijten staat zijn, hun dienst langer te presteeren; s dere word 'accordeer, de ete n zoo is goedgevonden en verstaan, derselver versoek te Accordeeren, en hen onder de Rustende Dienaaren te stellen, den quartier„ meester met ƒ 10. en den zoldaat met ƒ 7:— per maand, mitsgaders derselver Requesten en Attestaties bij dit besluijt te Insereeren. Aan Den wel Edelen Groot Agtb Heer Adriaan Moens Raad Extra ordinair van Nederlands Jndia, mitsgaders Gouverneur en Dierecteur der Custe Mallabaar Canara en wingurla, benevens den E: Politicquen Raad Wel Edele Groot Agtbaaren wijd Gebiedende Heer, en E: Heeren Geeft Revierentelijk tekennen Adriaan van 297 119 Maandag Den 25 Maij 1778. van Schaijk van Utrecht, uw wel Edele groot Agtb: onderdanige en gehoorsame Dienaar, hoe dat hij in den Jaare 1748. per het schip Am„ stelveen hier te lande gekomen voor jonge met ƒ 5:, Thans zijnde quartiermeester winnende sesthien guldens ter maand, hebbende als zoda¬ nig, tot â present, zijn dienst alhier, zoo niet beeter weet, ten genoegen gepresteerd, en zig al„ toos als een braaf en wakker zeevarend persoon gedraagen en gekweeten, zo als van hem, blij„ kens g'anexeerde verklaring, komt te getuijgen den opperstuurman en P„l Equipagie meester alhier, Johannes van Blankenberg, en door dien den supp„t thans Continueel gequelt is met de Roos-koors in de buijk en het gemagt, en daar bij aan de Linker zijde ten eenemaal kreupel, met meer andere Lichamelijke Cor„ rupties, waar door hij buijten staat geraakt is, om zijn dienst langer nabehooren, waar„ tenemen, zo versoekt hij supp„t dat hij door uwel Edele Groot Agtb met zodanige rust gagie mag werden begunstigt als uwel Edele Groot Agtb zullen bevinden te behooren. /:onderstond:/ 'T welk Doende /:was get:/ Adrianus van Schaijk /:inmargine:/ Cochim den 25 Maij 1778. I Ik 778. „ n en er lands Maandag Den 25 Maij A„o 178. Ik ondergeschreven Johannes van Blan„ kenberg opperstuurman en pl: Equipagie mees„ ter alhier, getuijge en verklaare, dat den quar„ tiermeester Adriaan van Schaik van Utrecht, sedert den tijd dat denselven onder mijn Commando geweest is, zig altoos als een braaf en wakker zeevarend persoon gedragen en gekweeten heeft, en thans continueel gequelt is met de roos- koors in de buijk en het gemacht, en aan de linker zijde ten eenemaal kreupel, met meer ander Lichamelijke Corrupties, waar door denselven buijten staat geraakt is, zijn dienst langer nabehooren te kunnen presteeren, welke verklaring ik, op het versoek van geme van schaik, hebbe verleend en bereijd blijve des noods met Eede te bekragtigen.— Cochim Den 25 Maij Ao 1778. /:was getl:/ I: van Blankenberg. — Aan Den wel Edelen Groot Agtb: Heer Adriaan Moens Raad Extra ordinair van Nederlands Jndia, Mitsgaders Gouverneur en Dierecteur der Custe Mallabaar Canara 298 421 Maandag Den 25.:' Maij Ao 1770 Canara en wingurla, Benevens den E. Politicquen Raad Wel Edele Groot Agtbaare, wijd Gebiedende Heer, Heeren Deeft Reverentelijk te kennen Johan Jur„ gen Riem van Nagel, uwel Edele Groot Agtb: onderdanige gehoorsame Deenaar, hoe dat hij in den Jaare 1752 Per het schip Vosmar hier telande is gekomen voor zol„ daat met ƒ 9. –. Thans winnende veerthien guldens ter maand, hebbende als zodanig, tot â present, zijn dienst alhier in 't Guar„ nisoen, zo niet beter weet, ten genoegen gepresteerd, en zig altoos als een wakker en braaf zoldaat in den dienst van D' E: ele Comp:s gedragen en gekweeten, zo als van hem, blijkens g'annexeerde verklaring komt ^ proincterijm te getuijgen, den Capitain en ^ Hoofd der vel Militie alhier Gerrit Frankena, en door dien den supp„t thans Continueel gequest is met 778 „ Maandag Den 25 Maij 1778 met de Kooskoors mitsgaders swak van gesigt en met meer andere Lichamelijke Corrupties behept is, waar door hij zig niet langer in staat bevind om zijn dienst nabehooren te kunnen waarnemen; zo versoekt hij supp„t dat hij door uwel Edele Groot Agtb: met zo„ danige Rust gagie mag werden begunstigt als uw wel Edele Groot Agtb zullen bevin„ „den te behooren. /:onderstond:/ T welk doende /:was getekend :/ Johan Georgen Riem /:in„ margine:/ Cochim den 25 Maij 1778. w tee Ik ondergeschreven Gerrit Frankena „paoinctaain Capitain en ^ Hoofd der Militie alhier getuijge en verklaare, dat den soldaat Johan Jurgen Riem van Nagel, sedert den tijd dat densel„ ven onder mijn Commando geweest is, zig al„ thoos als een wakker soldaat gedragen heeft, en thans door continueele roos koors mitsgaders swak van gesigts en meer andere Lichamelijke corrupties buijten staat ge„ raakt is, zijn dienst langer nabehooren te kunnen presteeren, welke verklaring ik op het versoek van gemelde Riem, hebbe verleend en bereijd blijve des noods met he we
English
Monday the 25th of May 1778 Bookkeeper Johannes Wolff elected in place of the deceased deacon Hendrik Wesp. The election approved. The snow De Triton from Bengal sent hither to be sold. To be ratified by His Honour. Cochin, the 25th of May, Anno 1778. Was signed: G:t Frankena. After which was likewise read an extract from a church resolution of the 23rd of April last, from which it appeared that the church council, in place of the deceased deacon Hendrik Wesp, has once again elected the former deacon and bookkeeper Johannes Wolff; so it is likewise agreed to approve this election made, and to give notice thereof by extract from this resolution to the said consistory. After which the Governor informed the meeting that the company of Cramer and Company in Bengal had sent hither again their snow named De Triton, length from stem to stern 81, breadth 21, and depth 12 feet, which has already been here at Cochin several times, with order Monday the 25th of May, Anno 1778 and authorization to the Jewish merchant David Rabbij to sell the same with sail and tackle, or appurtenances. That His Honour, having heard this, out of consideration that they presently have no other vessel at hand here than the smalschip De Verwagting, and a second such vessel, as there were previously in peaceful times generally two vessels here, is presently very necessary, had caused the condition of that vessel to be enquired into and had been informed that the same was still in a good condition, sound and strong, and could still be used for a long time without notable repairs, except that the sails were somewhat old and a few small items were lacking. That this vessel can be mounted with 18 cannons of 4 lbs and 6 of 2 lbs, and thus with twenty-four cannons, We only have at hand here the smalschip De Verwagting, and currently a second such vessel is very necessary. Inquiry was made into the condition of the said snow, and the same is still sound and strong. How the same can be mounted. Monday the 25th of May 1778 and being thus well-manned and provided with what is necessary, and placed as a guardship at the point of Aycotta, it could presently be of good service here; That experience in the monsoon that recently passed has taught how necessary it is in these critical circumstances to have more than one such vessel here, both in order to place two sloops or vessels at the point of Aycotta and prevent the enemy from breaking through on that side and undertaking something against Vypeen, since the Nabob's fleet recently arrived at Calicut a full two days before the arrival of the pepper ship from Ceylon and certainly would have undertaken something had not the pepper ship arrived shortly thereafter, as the fleet retired northwards again shortly after that. That it could frequently happen Reasons therefor. Experience has taught how highly necessary it is that one has more than such a vessel at hand here. Monday the 25th of May 1778 that the Nabob's fleet was in the fairway before any ship of the Company appeared here, and that the smalschip De Verwagting alone would not be capable of preventing them from passing round the point and attempting something against Vypeen or Aycotta; That beyond all this, the smalschip De Verwagting, having also sailed for some years, and here alone since the year 1771, is also no longer so sufficient as one would wish, and therefore thought must soon be given to another sufficient vessel; the sooner because in these present circumstances such matters may easily occur that one would be forced to dispatch a vessel with dispatches to Batavia or Ceylon, and if in such a case one could still employ the said ship for that purpose, one would nevertheless thereby be deprived of the only Since when the smalschip De Verwagting has sailed here alone, and that the same is no longer so sufficient as one would wish. Remarks whereby one could be deprived of the same. Monday the 25th of May, Anno 1778 vessel that one has at hand here. That His Honour had been informed that the said vessel might be sold for a reasonable price, namely for 10000 rupees, but also for no less according to the authorization obtained, and therefore, in consideration of all this, had deemed this opportunity very favorable to make use thereof in this our perplexity. That he had therefore caused this vessel to be further inspected and examined by the master attendant and the master of the shipwrights, who had found the same, as aforesaid, in a good condition and sound and strong, of which His Honour produced the report received in that regard, and furthermore proposed to purchase the said vessel for the service of the Honourable Company for the demanded sum of 10000 rupees, if it absolutely cannot be negotiated for less. Further For how much the said snow may be sold. The Governor therefore had this vessel further inspected, and produces the report received thereof, and proposes to purchase the same for the fixed sum, if not less can be negotiated.
Dutch transcription
299 123 Maandag Den 25 Maij 1778: no wesp g'eligeert den boekhouder Johan„ nes hoolff De Electe gapprobeerd De snauw De Paiton van Bengale herwaards gesonden om verkogt te werden met Edele te bekragtigen.— Cochim Den 25:' Maij A„o 1778. /:was getd:/ G:t Frankena Waar na insgelijks gelesen wierd Een Insteede van den overleden Diacon Extract kerkelijke Resolutie van den 23. April jongst leeden, waar uijt quam te blijken, dat den kerkenraad, in steede van den overleeden Diacon Hendrik wesp, wederom heeft ge-eligeert den gewesen Diacon en Boekhouder Johan„ nes Wolff; zo is insgelijks verstaan deese gedaane Electie te approbeeren, en daar van bij Extract uijt dit besluijt aan gem: Consistorie kennis te geven. waar na de Gouverneur de vergade„ ring kennis gaf, dat de sociteijt van Cra„ mer C: S: in Bengalen hunne snaauw gen„t De Trcton lang oversteven 81., braet 21. en diep 12. voeten, die reets meermaals hier op Cochim is geweest, weder om dit heen hebben gesonden, met ordere en na r en s Maandag Den 25. ' Maij Ao 1778 smalschip De verwagting, en tans een tweede diergelijk vaartuijg zeer benodigt Na de gesteltheid van geme snauw is vernomen, en deselve is nog hogt en sterk en qualificatie aan den Joodskoopman David Rabbij, om deselve met zeijl en Freijl, of toebehooren te verkoopen. Dat zijn Edele dit gehoort hebbende Men heeft hier maar aan handen het uijt overweging dat men hier thans geen ander vaartuijg aan handen heeft, dan het smalschip De verwagting, en een tweede diergelijk vaartuijg, gelijk hier be„ voorens in vreedige sijden doorgaans twee vaartuijgen geweest zijn, insonderheid thans zeer benodigt, na de gesteltheid van dat vaartuijg hebbende laaten ver„ neemen en berigt was geworden, dat het zelve nog in een goede staat hegt en sterk was, en nog lang gebruijkt konde werden, zonder merkelijke reparatie, execpto dat de zeijlen wat oud en een en ander klee„ nigheeden manqueerden. Dat dit vaartuijg met 18. kanons Alondang deselve genonteert han warden van 4: lb: ens meet. 6. van 2: lb: en dus met vier en twintigh kannons kan werden gemont:t dig 300 125 Maandag Den 25 Maij 1770. „dig 't is, dat men meer als zodanig vaar„ tuijg hier aan handen heeft. Redenen daar van gemonteerd, en zodanig wel bemand en van het nodige voorsien zijnde op de hoep van Aijcotta op Brandwagt gelegt werdende, hier thans van goede dienste kan zijn; Dat de ondervinding in de Jongst gepas„ De ondervinding heftgleert hoe hoog noseerde Mousson heeft geleerd, hoe nodig het is in dese Caiticque omstandigheeden meer dano een zodanig vaartuijg hier te hebben, zo om twee Chialoupen of vaartuijgen op de hoek van Nijkotta te kunnen plaatsen en beletten dat de vijand aan dien kant niet doorbreeke en op Baijpin iets onder„ neeme, vermits 's Nababs vloot Jongst wel twee dagen voor de komst van het peper schip van Ceilon, bereets op Calicul was g'arriveert en zekerlijk het een of ander zoude hebben ondernomen, was het peper schip niet kort daar op aan„ gekomen also de vloot kort daar aan weder Noordwaards retireerde Dat het meermalen zoude kunnen Exteeren 778 n Maandag Den 25 Maij 1778. hier gevaaren heeft, en dat het zelve zo sufft niet meer is, als men wel wenschte„ aanmerkingen, waar door men van 't zelve ontrieft zoude kunnen worden exteeren, dat 's Nababs vloot in het vaarwa„ „ter, was al eer eenig schip van de Comp: hier komt opdagen, en dat het smalschip De verwagting alleen niet bestand zoude zijn om te beletten, dat deselve niet om den hoek heen passeerden en op Baijpin ofte Nijcotta iets tenteerden; Dat buijten dit alles het smalschip zedert wanner ht snudlschip allen De verwagting ook al eenige jaaren geva„ ren hebbende, en hier alleen, zedert het jaar 1771. , Ook zo sufficant niet meer is, als men wel wenschte en derhalven tog op een ander sufficant vaartuijg wel haast moeste werden gedagt; te eerder, om dat in deese tijds omstandigheeden, ligt zodanige zaaken kun„ nen voorvallen, dat men genoodsaakt zoude zijn, een vaartuijg met advisen na Batavia kopen of Cuilon aftesenden, en zo men in zodani„ tellen gen geval daar toe het gem. schip nog zoude kunnen emploijeeren, men egter daar door ontreeft zoude werden van het eenigste omr inge Vaartuijg D tuijg 301 127 Maandag Den 25 Maij Ao 1778 voor hoe vel gem: Snauw zal mogen verkogt worden tuijg daarom nader laten besigtigen ingekomen Rapport, en proponeert om 't zelve voor de bepaalde soms in te tavia kopen, zo niet minder, te bedingen zij vaartuijg dat men hier aan handen heeft. Dat zijn Edele onderrigt was gemen vaar„ tuijg voor een Civile prijs en wel voor ropias 10000: dog ook voor niet minder volgens er„ „langde qualificatie verkogt mogt werden en derhalven uijt overweging van dit alles deese Gelegentheid zeer vavorabel had ge„ oordeelt, om daar van in dese onse ver„ legentheid gebruijk te maken. Dat hij dit vaartuijg daar omme De Heer Gouverneur heeft dit vaar nader had laaten besigtigen en Examinee„ ren door den Equipagie opsiender, en baas der scheeps Timmerlieden, die het zelve zo als voorsigt in een goeden staat en hegt en sterk hadden bevonden, waar van zoude en produceert het daar van dier wegen zijn Edele het jngekomen Rapport pro„ duceerde, en voorts Proponeerende om gem: vaartuijg ten dienste van D E: Compp=e intekoopen, voor de g'eijschte somma van 10000 Ropias zo het absolut voor niet minder te bedingen zij. Wijders i„ daar ste
English
Monday the 25th of May 1778. to take into service The Members confirm the proposals Insertion of the Report Furthermore, to take the Captain and Mate stationed thereon, named Sweris Zeeberg, into the Company's service as Boatswain and as such allow him to retain the command over the said vessel. Having deliberated upon this, the Members fully conformed to the proposals of the Lord Governor, and it was further understood that the Report of the inspection shall be inserted into this document. To the Right Honourable, Highly Esteemed Lord Adriaan Moens, Extraordinary Councillor of the Dutch Indies, as well as Governor and Director of the Malabar Coast with its dependencies. Right Honourable, Highly Esteemed, High-Commanding Lord, Pursuant to your Right Honourable, Highly Esteemed, High-Commanding orders, we, the undersigned, as specially appointed commissioners, have proceeded aboard the two-masted private snow De Triton lying in the river, have inspected the same as well as the equipment and stores belonging to it, and have also examined the inventory of that vessel in order to determine which goods thereof are found to be unserviceable, repairable, and good, and have thereupon, as far as was possible for us, made an accurate estimate and found that the said vessel, being 81 feet long from stem to sternpost, 12 feet deep, and 21 feet wide, is still in very good condition, staunchly and strongly built, and in such a manner that it can be used as a privateer or cruiser and mounted with 14 4-pounder cannons between decks, and 4 4-pounder cannons on the upper deck at the fore and aft as chasers, thus together 18 4-pounders, besides an additional 6 2-pounders which can be placed on the quarterdeck, thus together 24 pieces; that this vessel, in addition to this, can also be used for the transport of goods, having a large hold and being able to carry 125 lasts, and finally that we in good conscience have found that the vessel, as it is, is worth at least 15 to 16,000 rupees, and that if we had to or could buy such a vessel for ourselves, the same would be worth that much. While with regard to the goods found on that vessel, we have the honour to report that the same consist of serviceable, repairable, and unserviceable items, as follows. Condition regarding the goods according to the inventory of the snow De Triton, as follows: Goods that are serviceable, being: 1 piece anchor of 1058 lb 1 ditto anchor of 1076 lb 1 ditto anchor of 890 lb 1 piece of shroud, 7¾ inches thick, 13 fathoms long 1 piece rudder breeching 2 pieces rudder pendant lines 2 pieces topmast halyard blocks 3 pieces yard tackle blocks 1 piece anchor tackle ditto 1 piece fish hook 2 pieces hand tackle blocks 2 pieces double-sheaved ditto with hooks and thimbles 4 single blocks 4 single blocks with hooks and thimbles 10 ditto ditto assorted 30 sheaves assorted 12 belaying pins 2 port pendants 2 topmast halyards 2 servings 1 binnacle 1 deep-sea lead 1 hand lead 1 lead line 1 hatch hoop 3 scrapers 5 marlinspikes 2 iron crossbars 1 caulking iron ½ barrel tar 2 pieces wooden stanchions 3 muskets or blunderbusses 1 iron boat rudder pintle 1 boat mast 1 ditto boom 1 ditto bowsprit 2 roundhead bolts 1 sledgehammer 1 caulking iron ½ barrel pitch 2 pieces pumps with brass chambers 6 buckets 6 shoes a quantity of oakum 1 piece wooden water pump 1 scale with 25 lb of lead weights Goods that are repairable, being: 1 piece binnacle lamp 2 compasses 1 sea quadrant 3 padlocks 3 crowbars 1 spanker sail 1 main topsail 1 jib topsail 1 foresail 1 fore topgallant sail 1 fore topmast staysail 1 jib 1 lower studdingsail 1 upper studdingsail 1 flagstaff driver 1/3 barrel slush 1 piece capstan 10 capstan bars and swifters 1 brass water pump 1 hanging lamp 1 rice kettle for the crew 4 water tongs 1 boat 2 mastheads 6 flintlock muskets 1 cutlass Unserviceable Goods, being: 1 piece coir rope, 14 inches thick, 95 fathoms long 1 ditto ditto, 13 inches thick, 65 fathoms long 2 ends of 12 inches 1 end of old Dutch rope, 12 inches thick, 30 fathoms long 1 piece binnacle lamp 2 compasses 2 half-hour glasses 1 lead line 2 hand lines 1 speaking trumpet 1 Prince's flag 1 ditto jack 1 ditto pennant 1 hatch hoop 1 hand lantern 1 tarpaulin for the main hatch 1 spanker sail 1 mainsail 1 ditto topsail 1 ditto main topgallant sail 1 topgallant staysail 1 fore topsail 1 upper studdingsail 1 topmast halyard block 7 caulking irons 8 wheels to hang over the side 3 scrapers 2 iron pump hooks 1 ladle and scraper 2 powder horns 10 servings 2 galleys with their accessories 1 rice kettle for the crew 1 axe 1 water leaguer 2 ditto half-leaguers 1 ditto cask 1 ditto funnel 3 buckets 3 pieces water buckets 1 drawknife 1 tap borer 1 rammer 1 boat grapnel 1 ditto sail and staysail 2 saws 1 cutlass As for the spars and the rigging, being: One fore topgallant yard, unserviceable The standing and preventer main topmast stay, unserviceable One span fore topmast backstay, ditto And the main and fore topgallant rigging, which is light gear, also unserviceable. With this we take the liberty to subscribe ourselves with deep respect. It was signed below: Right Honourable, Highly Esteemed, High-Commanding Lord! Your Right Honourable and Highly Esteemed's humble and most obedient servants. It was signed: I: van Blankenberg, P: Kip, I: Smit, C: Hendel. In the margin: Cochin the 21st of May 1778. After this, the Governor further presented on Monday the 25th of May 1778:
Dutch transcription
Maandag Den 25. ' Maij 1778. in dienst te neemen De Leeden Confirmeeren zig met de voorstellen Insentie van 't Rapport Wijders om den daar op bescheijden En im die gesagvoerder vor boodman Gesagvoerder en Stuurman in Name Sweris Zeeberg in 'sComp„s dienst aantenemen als Boodsman en hem als zodanig het Comman„ „do op geme boodem telaten behouden. waar over Gedelibereert zijnde hebben de Leeden zig met de voorstellen van den Heer Gouverneur volkomen geconformeert en is wijders verstaan het Rapport van de besigtiging in deesen te Jnsereeren. Aan Den Wel Edelen Groot Agtb Heer Adriaan Moens, Raad Extra ordinair van Neder¬ „lands Jndia, mitsgaders Gouverneur en Dierecteur, der Custe Mallabacr met den Resorte van dien Wel Edele Groot Agtb: Hoog Gebiedende Heer In opvolging van uw wel Edele Groot 302 t29 Maandag Den 25 Maij Ao 1778. groot Agtb hoog gebiedende ordere hebben wij on„ dergetekendens, als Expresse gecommitteerdens, ons vervoegt op de in de Revier leggende Twee w mastige particuliere snauw De Triton, de„ selve, zo wel als de daar toe gehoorende Equipa„ gie goederen gevisiteert, en ook den Inventaris van dien bodem nagesien om te ontwaaren, welke goederen daar van onbruijkbaar, repara„ bel en goed bevonden zijn, en daar op, zo veel ons mogelijk is geweest, eene nauwkeurige Calculatie tee gemaakt en bevonden dat 't gem: vaartuijg, zijnde lang over steeven 81. diep 12. en breed 21. voeten nog in een zeer goeden staat hegt en sterk ge„ bouwt is, en wel zodanig, dat het tot een ca„ per of kruijser kan gebruijkt en gemonteert worden met 14. stukken Cannons van 4. lb: tussen deks, en 4. stukken van 4. lb: op het boven dek voor een agter uijt tot jagers, dus tesamen 18. van 4. lb:, behalven nog 6. van 2. lb: dewelke op het halve dek kunnen geplaatst werden, dus tesamen 24. stukken dat dit vaartuijg buijten des ook gebruijkt kan werden tot den af Ten aanbreng van goederen, als hebbende een groote Ruijm en 125. Lasten, kunnende voeren en eijndelijk dat wij ingemoede bevonden hebben„ dat 778. Maandag Den 25 Maij A o 1778. dat het vaartuijg zo als het is ten minsten 15. â 16000. rop„s waardig is, en dat als wij zo een vaartuijg voor ons moesten of konden ko„ pen, het zelve zo veel waard zoude zijn. — 200 Terwijl wij met betrekking tot de goederen die op dien bodem gevonden zijn de Eere heb„ den te berigten, dat deselve bestaan in be„ quaame, Reparable en onbequaame als volgd. Gesteltheid weegens de goederen volgens de Inventaris van de snauw De Tailon, als volgd Goederen die bequaam zijn, als 1. p„s anker van 1058. lb: d„o „ 1076. „ 1„ „ 890. „ 1. End wand van 7¾. dm dik lang 13 r=m 1. p„s broeking van het roer 2. „ sorgelijnen „ „ 2: „ stenge wind reeps blokken 3. „ seijtalie blokken 1 „ Anker talie d„o 1. „ penterhaek 2. „ hand talies blokken 2: „ Twee scheijvige v„o met haken en kousen 1 „ 4. Enkelde _„o „ 303 121 Maandag Den 25. Maij Ao 1778. 4. Enkelde blokken met haken en kousen 10. _„o d„o in zoort 30. scheijven in zoort 12: Covij Nagels 2. „ Portuualijns 2. „ stenge wind reeps 2. „ servings 1. „ Nagthuijs 1 „ dieplood 1. „ handlood 1. „ Lood lijn 1. „ beugel van de Luijk 3. „ schrapers 5. „ Marlpriemen 2. „ ijsere slothouten 1. „ weijt bout —½. vat Theer 2. p„s houte septers 3. „ Moskuijlen of klappers 1. „ ijsere schuijts roer pen 1. „ schuijts mast „ „ d„o giek „ „ d„o boegspriet 2. „ kop bouten 1. „ Mooker 1. „ Callafaat ijser — 1/3 vat Maandag Den 25 Maij Ao 1778. –½ vat harpuijs 2. p„s pompen met kopere bossen 6. „ Emmers 6. „ schoenen een partij werk 1. p„s houtte water pomp 1. „ Balans met 25 lb: loode gewigten Goederen die Reparabel zijn, als 1. p„s Nagthuijs lamp 2. „ Compassen 1: „ zee spiegel 3. „ hangslooten 3. „ koevoeten 1. „ besaan zeijl 1. „ Groote marszeijl „. „ vlieger „. „ Fok 1. „ voorbramzeijl 1 „ voorstenge stag zeijl 1. „ kluijver 1: „ onderlij zeijl 1: „ bovenlij zeijl 1. „ drijver van de vlagge stok — 1/3. vat Lik 1: p„s . . 304 133 1. p„s gange speel 10. „ wind boomen en knijppers 1. „ kopere water pomp 1. „ hanglamp 1. „ Rijst keetel voor het volk 4. „. water Tangen 1. „ schuijt 2. „ Esels hoofden 6. „ snaphaanen 1. „ houwer Onbequaame Goederen, als 1. p„s vijger touw dit 14. dm lang 95 rm d„o d„o „ 13 „ „ 65 „ 1 „ 2. ende van 12. d=m 1 ent oud hollands Touw van 12. d=m lang 30. v=m 1. p:s Nagthuijs lamp 2 „ Compassen 2. „ halve uur glasen 1. „ Loodlijn 2. „ handlijnen 1. „ Roeper 1 „ prinse vlag: 1 „ d„o geus 1 „ d„o wimpel Maandag Den 25 Maij A„o 1778. 1. ps beugel 5 Maandag Den 25 Maij 1778. 1. biugel van het Luijk 1: hantlantharn 1. presenning voor het groote luijk 1. besaan zeijl 1. Groot zeijl 1. _„o marseijl 1. d o groote bramzeijl 1. bramstenge stag zeijl 1. voormanszeijl 1. boven lij zeijl 1. stenge wind reeps blok 7. baan ijsers 8. wielen om op zeij te hangen 3. Schrapers 2. ijsere pomp haken 1. lepel en krasser 2. kruijt hoorns 10: servings 2. kombuijsen met haar toebehooren 1. Rijst ketel voor het volk 1. beijl 1. water Legger 2. d„o halve leggers 1: _„o vat „. _„o Tregter 3. putsen 305 135 3. p„s water putsen 1. „ haalmes 1 „ kraanboor 1 „ aansetter 1. „ schuijts dreg. „ „ d„o seijl en stag vok 2: „ saagen 1 „ houwer wat de Rondhouten, benevens de suijgasie aangaat, als Een voor bramra onbequam 't vaste en loose groote stenge stag onbeq: Een spane voor stenge parduus _„o En het groote en voorbramtuijg, 't welk ligt goed is, ook onbequaame Hier meede gebruijke de vrijheid ons met diep ontsag te noemen. /:onderstond:/ wel Edele Groot Agtb: Hoog gebiedende Heer! uw wel Edeles Groot Agtbares onderdanige en seer gehoorsame Dienaren /:was getekend:/ I: van Blankenberg, P: kip, I: Smit, C: Hendel. /inmargine:/ Cochim Den 21. Maij Ao 1778. Hier na gaf de Gouverneur nog Maandag Den 25. Maij Ao 1778: te
English
arrived from Batavia as Resident of Cranganoor. Reasons why he was not sent to Cranganoor at that time. Deliberated whether to leave the chief Seijffer there longer. To make known. How the bookkeeper Dirk Wolff, having been sent here from Batavia last year in the month of January as Resident of Cranganoor, at a time when they in Batavia did not know of the hostile enterprises of the Nabab Aider Alij Chan against the possessions of the Company, and thus also not of the absolute necessity of presently having a capable Servant at Cranganoor, He, the Governor, therefore deliberately did not yet have the said Wolff take over the Residency at that time, but left it until the end of the good Monsoon under the junior merchant Seijffer, who had been provisionally appointed thereto by us by Resolution of 8 January 1776. How He also, for that reason, long deliberated whether to leave the aforementioned Seijffer there still longer; and Monday 25 May 1778. If he had not been continuously ill, etc. Said Wolff went to Cranganoor at the end of the Good monsoon. And was recommended to conduct himself well in everything. meanwhile to show Their High Excellencies the necessity of his stay, and to await Their High Excellencies' further orders regarding this, had the said Seijffer at Cranganoor not been continuously ill, indeed repeatedly dangerously ill, to the extent that by Resolution of 2 November 1776 one had to send someone to the said Seijffer for his assistance, while Seijffer continuously requested to come away from Cranganoor to this place. How He, the Governor, because at the end of the Good Monsoon there was hope that the Nabab would come round, let the said Wolff go to Cranganoor in the hope that He would quickly make himself capable for that service (which is presently considerably more difficult and worrisome there than otherwise), and would conduct himself according to the Governor's admonitions which He had given him upon his departure, and wherein He, among other things, Monday 25 May 1778. To profit from the wartime. Not to shortchange anyone. specifically recommended him to conduct himself well in everything, not to prejudice the Company, to console himself that his office (when the same is honestly performed) presently does not provide that livelihood which it otherwise may well provide in times of peace, and that he must never take it into his head to profit from the wartime, or as they say, to strike a blow, in the understanding that such cannot be checked so accurately in such a time; that he above all must not shortchange the soldier in the provisions in any manner whatsoever, adding that this is the only secret to keeping the soldier, upon whom most depends in war, to his duty, namely to supply not one iota more, but also not one iota less, than effectively belongs to them. How Monday 25 May 1778. Said Wolff behaves to the contrary. And how he manages to contrive that. In which articles he commits offenses. How He, Wolff, far from behaving accordingly, on the contrary secretly profits himself, both to the prejudice of the Company and of the common people, consisting among other things of this: That He enters articles of provision that either are not provided at all or can be done for considerably less: That in the provision of wages He repeatedly provides old fanums, whereby the soldier loses 17/3 stuijvers on every ropia, as 30 new fanums and 21½ old fanums at Cranganoor are worth one Ropia, notwithstanding that ropijen and, expressly so as to have no shortage of small money, also some new fanums are sent to Him from here, all of which He then secretly exchanges for old fanums to make the payment therewith, which amounts to quite a lot monthly due to the large provisions in the Camp and is easily calculated, about which the men have put their heads together and complained. Monday 25 May 1778. Also manages the goods under his administration poorly. What has happened regarding that. That however closely one watches him in that respect, he nevertheless tries it time and again, first with a little, and then again with somewhat more, and then once mixed old among the new fanums, merely to avoid being properly checked. That He, moreover, manages poorly with the Goods that are under his administration, and among other things, with those delicate articles of powder and filled Cartridges, of which a sickening example occurred recently, as one knew no better than that all the filled cartridges that had been sent from here were in that state as they were sent from here, whereas in the meantime barely a tenth part of the same was in existence, and when He noticed that an inquiry would be made into it, he managed to fill the full number in all haste.
Dutch transcription
als Residert van Cranganoor van Batavia gekomen is. Redenen waarom denselven toen niet na Cranganoor is gesonden beraad geslaan, om 't opperhoofd sijffer daar langer te laten te kennen. Hoe den boekhouder Dirk Wolff ver¬ wanneer dens boekhouder Pirk wolf leede Jaar in de maand Januarij van Batavia als Resident van Cranganoor dit heen gesonden zijnde, in een tijd, dat men te Batavia niet wist van de vijande„ lijke ondernemingen van den Nabab Aider Alij Chan tegen de besittinge van DE Comp: en dus ook niet van de absolute noodsakelijkheid, om thans te Caan„ ganoor een bequaam Dienaar te hebben, Hij Gouverneur daarom gem: wolff toen expres de Residentie nog niet heeft doen overneemen, maar gelaaten tot het uijt eijndigen van de goede Mousson, onder den onderkoopman Seijffer, die bij Re„ solutie van den 8. Januarij 1776. door ons provisioneel daar toe aangesteld was. Hoe Hij zelfs daarom ook lange hele De Heer Gouverneur heeft selfs in in beraad gestaan heeft, om voorm: Seijffer daar nog langer telaten; en Maandag Den 25 Maij 1778. Haar N p dien o. 11 mous Berve En is alles 306 437 Maandag Den 25. Maij A o 1778. Jndien denselven bij continuatie niert ziek was geweest enz: Ge: wolff is bij eijndigen van de Goede mousson na Cranganoor gegaan En is gerecommandeert, om zig in alles wel te gedragen Haar Hoog Edelhedens intusschen de noodsake„ lijkheid van zijn verblijf te vertoonen, en derwegens Hoogst derselver nader ordre afte„ wagten, indien gem: seijffer te Cranganoor niet bij continuatie ziek, ja eens en ander„ maal gevaarlijk ziek was geweest, in zo verre, dat men bij Resolutie van den 2:de 9ber: 1776. gem: Seijffer iemand ter zijner„ adsistentie heeft moeten toesenden, Terwijl Seijffer bij continuatie versogt, om tog van Cranganoor dit heen te komen. Hoe Hij Gouverneur, om dat men bij het eijndigen van de Goede Mousson hoope had, dat den Nabab zoude bijkomen, gem: wolff na Cranganoor heeft laaten gaan in hoope dat Hij zig schielijk tot dien dienst /:die daar thans vrij moeijlij„ ker en zorgelijker is, als anders, /bekwaam zoude maaken, en zig na 's Gouverneurs vermaningen gedragen, die Hij hem bij zijn vertrek gegeven en daar bij onder andere an„ Maandag Den 25. Maij A„o 1778. zig den oorlogs tijd ten nutte te maken keingo niet te kort doen andere wel speciaal gerecommandeert heeft, wee om zig in alles wel te gedragen, D' E Comp:e niet te benadeelen, zig te getroosten, dat zijn bedieninge /: wanneer deselve eerlijk waar ge„ nomen word:/ thans dat middel van bestaan niet geeft, als deselve anders in vreedens tijden wel kan geven, en dat hij het maar En rimimer in gedagten neemen, om nimmer in zijn gedagten moet nemen, om zig den oorlogs tijd, ten nutte te maken of gelijk men zegt, er een slag in teslaen in begrip dat zulks in zo een tijd, niet zo accuraat nagegaan kan worden; dat voor al den zoldaat in de verstuek, hij tog voor al den zoldaat in de verstack„ kinge, op geener hande wijse, hoe ook ge„ naamt, te kort moet doen, met bijvoegin„ „ge, dat dit het eenigste geheim is, om den zoldaat, op wien het tog in den oorlog het meeste aankomt, tot zijn pligt te houden, namentlijk, geen jota meer, maer Enkoede ook geen jota minder te verstrekken, dan hen effectief toekomt. Hoe elvink 307 139 Maandag Den 25. Maij A„o 178. den: wolf gedraagt zig ter contrarie maer En hoodanig hij dat weet te beleggen Hoe Hij Wolff wel verre, van zig daar na te gedragen, integendeel zig heijme„ lijk bevoordeeld, zoo tot prejuditie van D E. Comp:e, als van het gemeen, bestaande onder„ andere hier in. Dat Hij Articuls van verstrekking op„ brengt, die of in het geheel niet verstrekt of voor vrij minder te doen zijn: Dat Hij bij de verstrekkinge van Gagie In welke artikels hij zig vergrijpt telkens oude fanums verstrekt, waar door de zoldaat op ieder ropia 17/3. stuijvers ver„ liest, also 30. Nieuwe fanums, en 21½ oude funums te Eranganoor, een Ropia waard zijn, niet tegenstaande Hem van hier ropijen en expres om aan geen kleijn geld gebrek te hebben ook wat nieuwe fanums toege¬ sonden worden, welk een en ander Hlij dan hijmelijk tegen oude fanums verwisseld, om daar meede de afbetalinge te doen, het geen door de groote verstrekkinge in het Camp, maandelijks al vrij wat bedraagt en ligtelijk lik Maandag Den 25 Maij A.o 170. Houd ook kwalijk huijs met de goederen onder zijn administratie wat daar omtrent gebeurd is. ligtelijk uijtterekenen is, waar over het volk de koppen bij elkander geslooken en geklaagd heeft. Dat hoe zeer men slem ten dien opsigte op de vingeren let, blij egter dat telkens we„ der beproefd, eerst met een wijnigje, en dan weer met wat meer, en dan eens oude onder de nieuwe fanums vermerigd, om maar niet regt nagegaan te kunnen worden Dat slij boven dien, met de Goederen die onder zijne administratie zijn, qualijk huijs„ „houd, en onder andere, met die tedere artikuls„ van kruijt en gevulde Cardoesen, waar van onlangs nog een misselijk staaltje gebeurt is, also men niet beter wist, of alle de gevulde cardoesen, die men van hier gesonden had, waaren in dien staat, zo als ze van hier gesonden waaren, daar intusschen, maar pas een thiende gedeelte, van deselve in ƒ weesen waaren, en doe Hij merkte, dat er ondersoek na zoude gedaan worden, in aller haast het volle getal heeft weeten te vullen, dat 2en Jari 1 Juijs 17 Camp zijne n Jern
English
308 141 Monday the 25th of May, anno 1778. left in custody with the commander of the camp bringing provisions for the camp which, however, revealed itself automatically by the disparity of the calibers, as in his haste he had ordered all cartridges to be filled that at that time merely came first to hand, so that, no longer daring to entrust him with the gunpowder, and therefore the keys of the powder, the key of the inner door of the powder house had to be left with the commander of the camp, through which he now cannot enter the powder house without the prior knowledge of the commander, who then sends an officer with him; his greed regarding those who that he makes the people who bring provisions for the camp pay not a trifle for it, which one would not strictly look at, but so much to him for that permission that the people must sell their wares more dearly than otherwise, and through which the provisions also become more expensive, although the Governor, having accidentally noticed this recently during his presence at Cranganoor, immediately prevented it. That Monday the 25th of May, anno 1778. His Honour has experienced that this Wolff has attempted everything to turn a profit; that he is incompetent for that which he ought to do; letters to his charge That he, the Governor, has experience that this Wolff has attempted practically everything that can only be devised to turn a profit, without paying heed to whether it is permitted or unpermitted; That on the other hand he is incompetent for his service and for that which he actually ought to do, to such an extent that he cannot even write two to three lines of Dutch intelligibly, and thus must have everything done by others, which is dangerous, since at Cranganoor matters of the utmost secrecy must frequently be handled by the Resident, both of which are also sufficiently known to the members of this assembly. While the Governor furthermore produced His Honour produces two extract two extract letters recently written by the commander of the camp to the Governor, wherein two pieces are found which alone sufficiently prove that it is dangerous to leave that man there any longer. [illegible] concerning the same dangerous and of the [illegible] and upon Cranga 309 143 Monday the 25th of May, anno 1778. and to have him come here from there; and upon approval to appoint as chief of Cranganoor the Junior Merchant Cellarius, who since his arrival here has applied himself to gaining knowledge of the Company's interests here on the coast; Deliberation thereon, and resolution Having deliberated thereon, it was approved and agreed to have the said Resident Wolff come here from there, and, subject to approval or until further orders from Their High Mightinesses, to appoint as chief of Cranganoor the unassigned Junior Merchant and fellow member of this assembly, Johan Adam Cellarius, of whose competence and good sentiments the assembly held itself assured, and regarding whom the Governor in particular has knowledge that from his arrival from Batavia until now he has applied himself to the reading of the Company's papers in order to gain knowledge of the Company's interests on this coast, and for which reason he, as well as other senior servants, is frequently employed in commissions to investigate matters that occur in the country among the Malabar dignitaries; and it is likewise agreed to let him depart at the earliest opportunity, and immediately assume authority, furthermore to have the transfer of the Company's goods and effects taken over from the outgoing Resident by the ultimate day of this month, as well as to cause the former Resident, after the transfer has been completed, to come here and perform his service at one of the writing offices. Resolution to let him depart at the earliest opportunity, to assume authority immediately, and by the ultimate day of this month to take over the transfer of the Company's goods and effects from the Resident; In place of the appointed chief of Cranganoor, Cellarius, the provisional Master of Equipage Van Blankenberg is appointed as member in the Council of Justice; to dismiss Assistant Eversdijk as secretary of Fire and Ward Masters And whereas through the appointment of the said Cellarius as chief at Cranganoor a seat comes to be vacant in the Council of Justice, it has been approved to appoint in his place as member in the said Council the provisional Master of Equipage Johannes van Blankenberg. Furthermore, on the proposal of the Lord Governor, it has been approved and agreed to dismiss the Assistant Jacobus Adrianus Eversdijk as secretary in the College of Fire and Ward Masters from that office, 310 145 Monday the 25th of May, anno 1778. in order to appoint in his place the Bookkeeper and Sworn Clerk Martensz; because of the making of two new gamels, four barrels of tar and four tar brushes have been allocated to the Master of Equipage instead of three barrels of tar and three tar brushes as having recently fallen somewhat short in the cash balance, which, although it has already been recovered, nevertheless ought not to be so; and to appoint again in his place as such the Bookkeeper and Sworn Clerk Abraham Martensz, notice of these arrangements and appointments to be given to the said colleges by extract from this resolution, to serve for their instruction. Lastly, upon the announcement of the Lord Governor that there are presently more vessels through the making of two new gamels, pursuant to the resolution of 12 May of the past year, than previously, when the regulations for the Master of Equipage were made and thereby fixed at three barrels and three tar brushes per year for the tarring of all vessels, and consequently a greater quantity now had to be allocated to him for the vessels 1778
Dutch transcription
308 141 Maandag Den 25 Maij A:o 1778. huijs bij den Commandant van het Camp in bewaaring gelaten levensmiddelen voor 't Camp aanbrengen dat egter zig van zelfs ontdekte, door de onge„ lijkheid van de Calibers, also Hij door de haast alle Cardoesen had laten vullen, die in die tijd, maar het eerst in de hand vielen, zo dat men Ilem het kruijt niet langer durvende toever„ En daaom de sleutels van het kruijt, trouwen, de sleutel van de binnen deur van het kruijt huijs, bij den Commandant van het Camp moest laten, waar door Hlij nu in het kruijthuijs niet kan zonder voorkennis van den Commandant; die er dan een officier bijsend Dat Hij de menschen, die levensmiddelen zijne inhaligheid omtrent de geene & voor het Camp aanbrengen daar voor, niet een klijnigheid /: waar op men Juijst niet zien zoude :/ maar zo veel aan hem voor die permissie, doed betalen, dat de Lieden haare wharen duurder als anders moeten verkopen, en waar door dan de levensmiddelen ook duurder worden, schoon de Gouverneur onlangs bij zijn aanwesen te Eranganoor, zulx toevallig ontwaarde dadelijk belet heeft. Dat Maandag Den 25. Maij A„o 170: zijn Edele heeft ondervonden dat deese wolff alles beproeft heeft om zijn slag te slaan geene hij behoorde te doen, onbe„ quaam is missives ten zijnen Laste Dat Hij Gouverneur ondervindinge heeft, dat deese wolff genoegsaam alles beproefd heeft, wat maar uijttedenken is, om zijn slag teslaan, zonder teletten of het geper„ mitteerd of ongepermitteerd is Dat Hij aan de andere zijde voor zijn En dat hij tot zijn dienst, en het dienst en het geen Hij eijgentlijk diende te doen onbequaam is, in zo verre, dat koop Hij zelfs geen twee â drie Regels hollands verstaanbaar schrijven kan, en dus alles door andere moet laten doen, het geen gevaar„ „lijk is, dewijl er veeltijds te Eranganoor dingen door den Resident moeten behandelt worden, van de uijtterste secretesse, welk een en ander, de Leeden deser vergadering ook genoeg bekend is. vee Terwijl de Gouverneur nog produceerde zijn Edele prediceert twee Eitacten Twee Extract missiven door de Commandant van het Camp onlangs aan den Gouverneur geschreeven, waar in twee stukjes gevonden worden, die alleen genoeg bewijsen dat het un t uist belangens Die Zeba gevaarlijk - en van De ebi En op a Cranga 309 143 Maandag Den 25 Maij Ao 1778. „en van daar, dit heen te laten komen En op approbatie tot opperhoofd van Crangahoor aantestellen, den onder„ koopman Cellarius Die zedert zijn, komste alhier zig toege„ legt heeft om kennisse te krijgen van 'sComp„s belangens hier ter kuste gevaarlijk is, die man daar langer telaten. waar over gedelibereert zijnde zo is goedge„ Deliberatie daar over, en besluijt derse vonden en verstaan gem Resident Wolff van daar dit heen telaten komen, en op Approbatie, of tot nadere order van Haar Hoog Edelhedens, tot opperhoofd van Cranga„ noor aantestellen den buijten emplooij zijn„ de onderkoopman en meede Lid deser ver„ gadering Iohan Adam Cellarius, van wiens kundigheid en goede sentimenten, de vergadering zig versekerd hield, en nopens den welken de Gouverneur in het bijsonder kennisse draagd, dat Hij zeedert zijne komst van Batavia, tot nu toe zig toegelegd heeft, op de Lectura van sComp„s Papieren, ten eijnde kennisse te krijgen van 'sComp„s belangens ter deser custe, en waarom Hij veel maalen, zo wel als andere oude Dienaren gebruijkt word, in Commissies tot het ondersoeken van zaaken, die in het land, onder de g Maandag Den 25 Maij A:o 170. trekken, om onmiddelijk 't gesag, en onder ult„o deser Transport van 'sComp:s goederen cat: van den resident overtenemen In steede van 't aangestelde, opperhoofd van Cranganoor Cellariues, in den n Raad van Justitie als sid aangestelt den p„l Equipagiem„t van Blankenberg „tent Eversdijk als secretaris van Brand en wijkmeesters te ont„ slaan de Mallabaarse Grooten voorvallen; en is Beslugt denselven ten gersten te laten ver teffens verstaan, Iem ten eersten telaten vertrekken, en onmiddelijk het gesag, wijders Wiger onder ultimo deser, Transport van 'sComp„s Goederen, en effecten van den afgaande Resident telaten overnemen, mitsgaders v gew: Resident, na gedaane Transport, dit heen te doen komen en zijn dienst op een der schrijf Comptoiren telaten doen. vee En dewijl door de aanstelling van geme Cellarius als opperhoofd te Cranga„ noor, een lid in den Raad van Justitie komt Mits het te manqueeren, zo is goedgevonden in des„ selfs plaatse als lid in geme: Raade aan„ te stellen, den p„l Equipagie meester Johan„ nes van Blankenberg. Voorts is op de Propositie van den Proposie en besluijt om den assis„ Heer Gouverneur goedgevonden en verstaen„ den Adsistend Jacobus Adrianus Evers„ dijk als secretaris in het Collegie van brand en wijkmeesters uijt die bediening 2 Ju 17 dn Jarl 17 geswoore gamels, steede van den toe gelegt 310 145 Maandag Den 25 Maij Ao 1778. — rom aan te stellen, den boekhouder en geswoore klerk Martensz gamels, aan den Equipagie meester in„ ten toegelegt 4: vaten sheer en 4. theer quasten te ontslaan als zijnde onlangs op de Cas wat tekort gekomen, het geen schoon wel reeds gevonden is, egter zo niet behoord, en in En in zijn plaats als zodanig werde, desselfs plaats als zodanig wederom aante„ stellen den Boekhouder en geswoore klerk Abraham Martensz:, zullende van dese schikkingen en aanstellingen bij Extract Viece uijt dit besluijt aan gem: Collegies kennisse werden gegeven, om te dienen tot derselver narigt. Laatstelijk is Op te kennen geving van den Heer Gou„ Mits het aanmaken, van twee nieuwe verneur, dat er thans door het aanmaken steede van 3. vaten heer, en 3„ heer quas„ van Twee nieuwe Gamels, volgens Resolutie van 12. Meij Aopass„o meerder vaartuijgen zijn, als bevoorens, wanneer het Regle„ ment voor den Equipagiemeester is ge„ „maakt, en daar bij bepaalt voor het tee„ „ren van alle vaartuijgen drie vaten en drie Theer kwasten in het jaar, en gevolglijk nu een meerder quantiteijt aan denselven moest werden toegelegt om de vaartuijgen 1778
English
Monday the 15th of May, Anno 1778. And to the overseer of the shipwrights' yard for erecting and maintaining, instead of 100 ropias, 140 ropias, to be able to tar vessels properly, it was agreed to grant to the Master of the Equippage, for as long as the increased number of vessels is on hand, four barrels of tar and 4 tar brushes per year instead of three. And since the overseer of the shipwrights' yard must also have more ola mandoes erected and maintained because of the increased number of vessels, in order to protect all vessels against rain and wind in the foul monsoon, it is furthermore resolved to allocate to him proportionally more, and instead of the 100 ropias fixed therefor by regulation, to currently grant him, or for as long as the increased number of vessels remains, 140 ropias per year for making and maintaining the required mandoes; and further decreed to have all of this added by way of supplement to the regulations framed for the Equippage yard and shipwrights' yard. Thus done, resolved, and decreed in the Council of Mallabaar at the city of Cochim on the day, month, and year aforesaid. Was signed: A: Moens, R: van Harn, S: C: Saffin, I: L: van Spall, A: R: Schutsz, C: G: Seijffer, A: I: S: Vernede, I: A: Cellarius, and W: van Haeften. Thursday the 9th of July, Anno 1778. In the forenoon at 10 o'clock. All Present, As well as the chief of Cranganoor, the junior merchant Iohan Adam Cellarius. Thursday the 9th of July, Anno 1778. After this assembly was opened with prayer, the Governor initially produced a written report from special commissioners who, according to annual custom, have inspected and surveyed the sailing and rowing vessels present here; and whereas, upon reading and resumption, it appeared therefrom that the defects, both on the narrow ship and the other vessels, require nothing more than annual repairs, it was resolved and decided to allow the rectification of the defects found to take place according to the contents of the aforesaid report, and to insert the said paper, as customary, into this resolution. Insertion of the Report. To the Right Honorable Adriaan Moens, Extraordinary Councilor of the Dutch Indies, as well as Governor and Director of the Malabar Coast with its dependencies. Right Honorable, High and Mighty Lord, Pursuant to your Right Honorable's highly esteemed order, we have carefully inspected the vessels to be named below and discovered the following defects, which we have the honor to show in all submission, namely that: The narrow ship De Verwagting and its boat are in good condition, and will need a minor repair, as well as a new bowsprit, topsail yard, and topgallant yard, the chainplates to be widened in order to place another port therein, and subsequently to be careened, the sheathing repaired, caulked, and greased. The large cargo gamel No. 1 must also have its main hull and sheathing serviced, as well as its ceiling, and on the wales several cleats for supporting, and it must also be caulked, pitched, and greased. The large cargo gamel letter F must also be repaired as above, with a false keel and a new rudder, and further caulked, pitched, and greased. The small cargo gamel letter L must be provided with light sheathing, as well as caulked, pitched, and greased. The city water gamel must also have a minor repair and be greased. The war gamel letter M needs to have a shoe under the keel, as well as a pump in it, the roof extended, and further to be caulked, pitched, and greased. Thursday the 9th of July, Anno 1778. The two war gamels Nijcotta and Erangunoor need to be caulked, pitched, and greased. The three scows letter A, B, and E are worn out, it being necessary to put some new knees and frames into them. The post runner or sailing boat requires nothing more than a light round of caulking and to be greased. The mast of the flagpole is completely rotten and consumed by white ants, so a new mast must be placed on the tower. Wherewith we have the honor in all submission to remain, Right Honorable, High and Mighty Lord, your Right Honorable's humble and most obedient servants. Was signed: I: van Blankenberg, P: Kip, I: Smit, and C: Hendel. In the margin: Cochim, the 15th of June, Anno 1778. Whereupon there was further produced by the Governor a written report from the boatswain regarding the true condition of the sloop Rudolfena Dorothea.
Dutch transcription
Maandag Den 15 Maij A„o 1778. En aan den opsiender der scheepstem„ merweaff tot het opslaan en onderhouden steede van 100 rogh. , 140 ropias vaartuijgen behoorlijk te kunnen Theeren, verstaan aan den Equipagiemeester, voor zo lange het meerder getal vaartuijgen aan handen is, toetestaan in steede van Drie vier vaten Theer en 4: Theer quasten 's jaars„ En alsoo den opsiender der scheeps Timmerwerg van meerder ola manders toegelegt in mits het meerder getal vaartuijgen ook meerder ola mandoes moet laten opslaan„ en onderhouden, om alle vaartuijgen in de quaade Mousson voor reegen en wind te beveijligen, zoo is alverder goedgevonden, hem na rato meerder, en in steede van 100: Ropias daar voor by Reglement bepaald, thans of zo lange het meerder getal vaar„ tuijgen er is, 's jaars 140. ropias toeteleggen voor het maken en onderhouden der benodigde mandoes, en voorts g'ar„ resteerd; dit een en ander bij wijse van ampliatie te laaten voegen, ag„ „ter de Reglementen voor de Equipa „gie 311 147. Maandag Den 25. Maij 1778. „giewerff en scheepstimmerwerff beraamt. n Aldus Gedaan Geresolveerd en g'arresteerd in Raade van Mallabaar ter steede Cochim ten dage maand en jaare voorm. /:was getekend:/ A: Moens R: van Harn, S: C: Saffin, I: L: van Spall, A: R: Schutsz, C: G: Seijffer, A: I: S: Vernede, I: A: Cellarius, en W: van Haeften. vn Donderdag Den 9 Iulij Ao 1778. 'S voormiddags te 10. uuren. Alle Present Zoo meede het opperhoofd van Crangasioor, den onder„ koopman 78. Jaarlijkse visitatie der vaartuijgen laten verhelpen koopman Iohan Adam Cellarius Donderdag Den 9. Julij Ao 1742 Na dat deese vergadering door het Productie van een Rapport wegens de gebed g'opent was, produceerde den Heer Gouverneur aanvangkelijk een schriftelijk berigt van Expresse gecommitteerdens, de„ welke na jaarlijkse gewoonte, de hier aan handen zijnde zeijl en roeij vaartuij„ „gen hebben besigtigt en gevisiteerd, en dewijl na genomene Lectura en resump„ tie, daar uijt quam te blijken, dat de gebreeken, zo aan het smalschip als de andere vaartuijgen, geene andere als jaarlijkse Reparatie vereijsschen, zoo Beslijt de bevondene gebreeken te wierd goedgevonden en verstaan de verhel„ „ping, volgens den Inhoud van voorschreven berigt te laten geschieden, en gemeld pa„ pier, als na gewoonte, bij dit besluijt te Insereeren. Aan Ins 312 149 Donderdag Den 9: Iulij A„o 1778 Insertie van 't Rapport Aan Den wel Edelen Groot Agtb: Heer Adriaan Moens Raad Extra ordinair van Ne¬ derlands India, mitsgaders Gouverneur, en Dierecteur der custe Mallabaar met den Re„ sorte van dien Wel Edele Groot Agtbaare Hoog Gebiedende Heer Ingevolge uw wel Edele Groot Agtb: hoog g'agte ordre hebben wij de Naarte„ noemene vaartuijgen nauwkeurig besigtigt, de volgende gebreeken ontdekt, gelijk wy d' eer hebben in alle onderdanigheid aan te toonen, als dat Het smalschip De verwagting en desselfs schuijtje is in een goede staat, en sal een kleene reparatie noodig hebben, als meede een nieuwe boeg„ spriet, Marseijlrhaa en bramihaa, de N 2 170 n Donderdag Den 9. Iulij A„o 1720: de rust verbreed te werden; om nog een poort in deselve te brengen, en vervolgens gekielt, de dubbelhuijt gerepareert gecalfaat en gesmeert te werden. De Groote Los Gamel N„o. 1. moet meede zijn vaste en dubbelhuijt versien werden, benevens zijn buijkdelling en op de bark„ houten, eenige klampen voor het stoolen, ook moet deselve gecalfaat, gepikt en ge„ smeert werden. De Groote Los gamel L:a F:to moet meede als booven gerepareert werden, en Loose kiel en een nieuwe roer, voorts gecal„ faat, gepikt en gesmeert werden. De kleene Los gamel L=a L:, moet van een ligte dubbelhuijt versien werden, als meede gecalfaat, gepikt en gesmeert werden De stads water Gamel moet meede een kleene reparatie hebben en gesmeert. De Oorlogs gamel L„a M:, dient een strook onder de kiel te hebben, als meede een pomp in deselve 't dak verlengt, voorts gecalfaat, gepikt en gesmeert tewerden. nlke Pulick Neelvinlin 313 45 151 Donderdag Den 9. ' Iulij Ao 1778 gesteldheid van de Chialoep Rudolfena Dorothea rele. De Twee oorlogs gamellen Nijcotta en Erangunoor dienen gecalfaat gepikt en ge„ smeert te werden. De drie schouwen L=a A: B: en E:, zijn afgevaaren, zijnde genoodsaakt daar eenige nieuwe knies en inhouten in tesetten De Postlooper of zeijl schuijt heeft niets nodig als een kleene calfaatslag en ge„ smeert tewerden. De Mast van de vlagge stok is ten eenemaale verrot van de witte mieren verteert dus dient een nieuwe mast in de tooren geset tewerden. Waar meede wij de Eere hebben in alle onderdanigheid, tenoemen /:onderstond:/ wel Edele Groot Agtb: Hoog. gebiedende Heer. uwel Edele Groot Agtb:s onderda„ nigen en zeer gehoorsame Dienaren /:was getekend:/ I: van Blankenberg, P: kip, I: Smit, en C: Hendel /:inmar„ gine.:/ Cochim den 15. Junij Ao 778. Waar na door den Heer Gou„ Protuctie van een Rapport wegens de Regte verneur alverder geproduceert wierd, een schriftelijk Rapport van den boods„ man . de rt
English
Thursday 9 July Ao 1778. The same was inspected and examined by commissioners who confirm the poor condition in their report and specifically state what supplies ought to be provided for it. Master and Commander of the Ceylon sloop De Rudolfisca Dorothea, Hendrik Lochveld, from which, after reading, likewise appeared the poor condition of the vessel under his command, on account of which he dared not trust to undertake the return voyage to Colombo without a proper repair and the provision of various ship supplies in place of those that have become unserviceable. His Honour said in this regard that he had caused the said vessel to be accurately inspected and examined by special commissioners, who have not only confirmed in their report the poor condition of the said small vessel, but also indicated the means whereby the same can and ought best and most appropriately to be repaired, and finally specified such supplies as ought to be provided for it to put the same once again in a state to be able to render service, as appeared from the counter-report of the said commissioners, which likewise having been read, It was, after deliberation on the proposal of His Honour, approved and resolved to have the said small vessel repaired and to have the ship supplies provided according to the report of the aforesaid commissioners, and to insert both reports into this resolution. To The Right Honourable, Highly Respected Lord Adriaan Moens, Extraordinary Councillor of Netherlands India, as well as Governor and Director of the Malabar Coast, with its dependencies. Right Honourable, Highly Respected, High-Commanding Lord, The undersigned very humbly takes the liberty to inform your Right Honourable and Highly Respected of the poor condition of the sloop De Rudolphina Dorothea under his command, with which he does not dare to venture to undertake the voyage to Colombo, it being in very poor condition, particularly in the floor, the deck, the hold, and the forecastle, as also the beakhead and gallery, and presumably also the keel, being entirely eaten through by white ants, and the jibboom broken in sailing up to Nijcotta in the month of February; the pump, which had already been rebored twice at Colombo, has now become entirely unserviceable through constant pumping; all the sails are also unserviceable and torn, though having served their time according to Colombo's regulations, and a Dutch rope of 12 inches, which was received on 25 May 1775, was cut according to the declaration; the coir rope has already served 16 months, and that vessel is no longer to be trusted with it, and various ship supplies are likewise unserviceable; requesting very humbly that it may please your Right Honourable and Highly Respected to be pleased to have others provided instead of them, and taking the liberty to present the same specifically, to wit: 2 pieces of coir hawsers, as: 1 piece of 16 yarns 1 piece of 28 ditto 1 piece spring of 180 yarns 1 piece cat-harpings for the gammonings 2 pieces foot-blocks, of which the iron is unserviceable 6 pieces single blocks for the artillery 12 pieces sheaves, assorted 12 pieces wooden tree-nails 2 pieces tarpaulins, as 1 piece for the cable tier 5 pieces breeching ropes, as 1 piece for the after hatch 1 piece for the mast 2 pieces for the bowsprit 2 pieces for the pumps 2 pieces leather hoses for the pumps 8 pieces scupper flaps 3 pieces pendants of tackles and runners 9 pieces half-leagers, of which 5 pieces are unserviceable and 4 repairable 1 piece kettle, instead of that lost with the capsizing of a vessel 1 piece axe 1 piece draw-bucket, instead of a water pail. Herewith I take the liberty to call myself with profound respect. Below stood: Right Honourable, Highly Respected, High-Commanding Lord! Your Right Honourable and Highly Respected's humble and very obedient servant. Was signed: Hendrik Lochveld. In the margin: Cochin, 2 April 1778. To The Right Honourable, Highly Respected Lord Adriaan Moens, Extraordinary Councillor of Netherlands India, as well as Governor and Director of the Malabar Coast, with its dependencies. Right Honourable, Highly Respected, High-Commanding Lord, In compliance with your Right Honourable and Highly Respected's highly honoured order, we have had the sloop De Rudolfina Dorothea hauled ashore and accurately inspected the same, and found that the said small vessel is in very poor condition, in particular the floor and its keel, but the timbers are still tolerably good, and thus we judge that a large part of the main hull, or the floor, must be fitted with new planks of 3 inches thickness, as well as the keel, which must be fitted with a sufficient false keel of 4 to 5 inches with iron straps and bolts, along with the beakhead and the gallery, as well as the deck, the hold, the cabin, the forecastle, and the further defects, and it also ought to be fitted with a sufficient sheathing, all of teak wood; furthermore it is necessary to coat that hull with a mixture of pitch and resin.
Dutch transcription
Donderdag Den 9 Julij Ao 170. Deselve is door gecommitteerdens besigtigt en gevisiteert die de slegte gesteldheid bevestigen bij hun rapport En specificq opgeven wat voor benodig„ heeden daar aan behooren tewerden versteekt „man en Gesaghebber van de Ceilonse Chia„ loup De Rudolfisca Dorothea, Hen„ drik Lochveld, waar uijt, na genomene Lectura insgelijks quam te blijken, de slegte gesteldheid van desselfs onderheb„ bende bodem, waar door hy zig niet vertrouwen derfde, de terug reijse na Colombo te onderneemen, zonder een be„ hoorlijke reparatie en verstrekking van verscheide scheeps benodigtheeden, in steede van de onbequaam geraakte. zoo zijde zijn Edele dien aangaande, gem: bodem door Expresse gecommit„ „teerdens nauwkeurig te hebben laaten besigtigen en visiteeren, dewelke niet alleen bij hun rapport hebben bevestigt vle de slegte gesteldheid van gem: kieltje de middelen aangeweesen, hoe het zelve best voegelijkst kan en dient te werden gerepareerd, en eijndelijk gespecificeert zodanige benodigtheeden, als daar aan behooren Geelvinck kieltje behoef 314 153 Donderdag Den 9: Iulij A:o 1778. kieltje te laten repareeren en de scheeps behoefdens te laten verstrekken Insertie van de Rapporten behooren tewerden verstrekt, om het zelve wederom in staat te stellen, om dienst te kunnen doen, gelijk zulx bleek, uijt het Contra Rapport van geme gecommit„ „teerdens, waar van insgelijks lectura genomen zijnde, Is na deliberatie, op de propositie Deliberatie daar over, en besluijt dat van zijn Edele goedgevonden en verstaan, gem: kieltje te laaten repareeren en de scheeps behoeftens telaten verstrek„ ken volgens het Rapport van voorsz: gecommitteerdens, mitsgaders de beide Rapporten bij dit besluijt te insereeren. Aan Den Wel Edelen Groot Agtb: Heer Adriaan Moens Raad Extra ordinair van Ne„ derlands India, mitsgaders Gouverneur en Dierecteur der Custe Mallabaar, met den re„ sorte van dien Wel be„ 41s Donderdag Den 9: Julij Ao 1750 Wel Edele Groot Agtbaare Hoog gebiedende Heer Den ondergetekenden gebruijkt zeer nedrig de vrijheid uw wel Edele Groot Agtb: te berigten de slegte gesteldheid van zijn onderhebbende Chialoup De Rudol„ phina Dorothea, met dewelke hij niet derft betrouwen de reijse na Colombo aantenemen, zijnde besonders in het vlak het dek, 't ruijm, en de bak, zo meede ook de galpen en galderije, en na presumptie ook de kiel, zeer slegt gesteld is, door de witte mieren ten eenemaal door vree„ „ten, en 't kluijfhout in het opzeijlen na Nijcotta, in de maand Februarij gebroo„ „ken; de pomp welke te Colombo reets twee maalen verboord; is thans door gestadig pompen ten eenemaal onbe„ „quaam geraakt, alle de zeijlen zijn mee„ de onbekwaam en verscheurt dog heb„ „bende haar tijd volgens, Colombos re„ glement uijtgedient, en een hollands touw 315 155 Donderdag Den 9. ' Iulij A o 1778 touw van 12. d=m welk op den 25. Maij 1775. ontvangen heb, volgens verklaring gekapt, het vijger touw heeft reeds. 16. maan„ „den gedient, en is dien bodem daar aan niet langer te vertrouwen, zo meede zijn verscheijde scheeps benodigtheeden onbekw: versoekende zeer needrig dat het uw wel Edele Groot Agtb: behagen mag, anderen, in steede van dien, te willen laaten verstrekken, en gebruijkende de vrijheid deselve specificq te verthoonen, teweeten: 2: p:s vijgertrossen, als: 1. p„s van 16. garens 1. „ „ 28. _„o 1: p.:s spring van 180. garens 1. „ keesse voor de woelings 2. „ voetblokken, waar van 't ijser onbeq: 6 „ Enkelde blokken voor het geschut 12. „ scheijven in zoort 12. „ Hloutte Nagels 2. „ Presennings, als 1. p„s voor de Cabelgast 5. p„s broekings, als 1 „ „ „ agterluijk 1. p s Donderdag Den 9. Julij Ao 1778. 1: p„s voor de mast 2. „ „ „ boegspriet „ „ Pompers 2. „ 2. p„s Mamierings voor de Pompen 8. „ spugals klappen 3: „ hangers van Pakels en mantels 9. „ Halve leggers, waar van 5 p„s onbeq: en 4. reparabel 1. „ kit In steede van die met het omslaan van een 1. „ bijl 5 vaartuijg verlooren geraakt. 1 „ slag puts, in steede van een water emmer Hier meede gebruijke de vrijheid mij met diep ontsag te noemen. /:onder„ stond:/ Wel Edele, Groot Agtb:, Hoog Ge„ biedende Heer! uw wel Edele Groot Agtb: onderdanige en zeer gehoorsame Dienaar /:was getekend:/ Hend„k Lochveld, /:in margine: /. Cochim Den 2. April 1778. Aan Den Wel Edelen Groot Agtb: Heer Adriaan Moens; Raad Extra ordinair van Ne„ derlands India, mitsgaders Gou„ „verneur en Dierecteur der Custe Mallabaar, met den resorte van dien„ wel 316 157 Donderdag Den 9: Iulij Ao 1778 Wel Edele Groot Agtbaare Hoog Gebiedende Heer. In naarkoming van uw wel Edele Groot Agtb: Hoog g'eerde ordre, hebben wij de sloep Te Rudolfina Dorothea op de wal„ laaten haalen en deselve nauwkeurig gevi„ siteert en bevonden, dat gem: kieltje zeer slegt gesteld is, insonderheid het vlak, en desselfs kiel, maar de inhouten nog redelijk wel, en dus oordeelen wij dat 'er een groote gedeelte van de vaste huijd, of het vlak, met nieuwe planken van 3: d=m dik, moeten werden versien, als meede de kiel, die met een sufficante loose kiel van 4. â 5: d=m met ijsere banden en bouten diend versien tewerden, benevens de galjoen„ en de Galderije, mitsgaders het dek, het ruijm, de kajuijt de back en de verdere gebreeken meer, ook dient met een suffi„ cante dubbelhuijd, alle van Tekkenhout, te„ werden versien, verders is noodig dien boodem met een strengemoes van Pik, haa puijs naa
English
Thursday the 9th of July Anno 1778. harpuis, tar, etc., to be protected against the gnawing of worms, and the following unfit goods also need to be made anew, namely: 1 bowsprit 1 mast 1 topgallant stay and yard 1 jibboom 1 new pump 1 piece of Homeland rope of 12 inches 1 piece of coir rope of 11 inches 1 piece of spanker sail 1 piece of foresail 1 piece of jib 1 piece of flying jib 2 pieces of catfall ropes, namely: 1 piece of 16 yarns 1 piece of 28 yarns 1 piece of spring of 180 yarns 1 piece of small rope for the woolings 2 pieces of foot blocks of iron, unfit 6 pieces of single blocks for the artillery 12 pieces of sheaves of various sorts 12 pieces of wooden trunnels 2 pieces of tarpaulins, namely: Geelvinck 1 piece 2 pieces - 317. 159 The orphan boy Meijssel and the soldier Gontar found infected Thursday the 9th of July Anno 1778. 1 piece for the cable tier 1 piece for the aft hatch 5 pieces of breeches, namely: 1 piece for the mast 2 pieces for the bowsprit 2 pieces for the rags 2 pieces of mamierings for the rags 8 pieces of scupper flaps 2 pieces of pendants of tackles and runners 1 piece of chest in place of the one lost with the capsizing of a vessel 1 piece of axe 1 piece of draw bucket in place of a water bucket 9 pieces of half leaguers, of which 5 pieces are unfit and 4 pieces are repairable Herewith we take the liberty to call ourselves with deep respect below stood Right Honorable, Highly Esteemed, High Commanding Sir, Your Right Honorable's humble and obedient servants was signed I: van Blankenberg, L: Kip, I: Smit, and C: Hendel, in margin Cochim the 24th of May Anno 1778. Subsequently, reading was taken of two incoming written reports from 8.— Thursday the 9th of July Anno 1778. brought Insertion of the Reports from the chief surgeon of the Company's Hospital Louis Quintin Martinsaat and the native physician Gansena Landiet, from which it appears that the orphan youth Jan Jacob Meijssel of Cochim, under date of the 12th of June, and the soldier Louis Gontar of Paris on the 24th following, having been examined, were found infected with the grievous disease of leprosy, regarding which the Governor informed the members The same have been transferred to the leper house that His Honor had already had them transferred to the leper house at Baliaporto, in order to be lodged and treated alongside other such unfortunate persons; with which the members concurred, it was furthermore approved to insert the aforementioned reports, according to custom, below this resolution. To the Right Honorable, Highly Esteemed Sir Adriaan Moens, Councilor 318 161 Thursday the 9th of July Anno 1778. Councilor Extraordinary of the Netherlands Indies, as well as Governor and Director of the Malabar Coast, with the jurisdiction thereof. Right Honorable, Highly Esteemed, High Commanding Sir! In humble compliance with Your Right Honorable's honored order, I, the undersigned, Louis Quintin Martinsart, chief surgeon of the Company's Hospital, examined the orphan boy Jan Jacob Meijssel of Cochim, aged nine years, which person I found to be afflicted with leprosy below stood Right Honorable, Highly Esteemed, High Commanding Sir, Your Right Honorable's very obedient servant was signed L: Q: Martinsart in margin Cochim the 12th of June 1778. To the Right Honorable, Highly Esteemed Sir Adriaan Moens Councilor N Thursday the 9th of July 1778 Councilor Extraordinary of the Netherlands Indies, as well as Governor and Director of the Malabar Coast, with the jurisdiction thereof. Right Honorable, Highly Esteemed, High Commanding Sir In humble compliance with Your Right Honorable's honored order, we, the undersigned Louis Quintin Martinsart, chief surgeon of the Company's Hospital, and the native physician Gansena Bandiel, examined the soldier Louis Gontar of Paris, who arrived in this country per the ship Rheijnsburg in the year 1769, which person we found to be afflicted with the [illegible] disease of leprosy below stood Right Honorable, Highly Esteemed, High Commanding Sir! Your Right Honorable's very obedient servant was signed L: Q: Martinsart and with some Canarese 319 163. Thursday the 9th of July Anno 1778 did not appear at the muster and Resolved to make note thereof and to insert the Reports characters set by Gansena Landiet himself in margin Cochim the 24th of June Anno 1778. The Governor further produced two reports, namely one from two judicial members, in which are specified the names of such pensioner persons who, due to their indisposition, did not appear at the recent general muster, and from which it appears that they are nonetheless in the land of the living, and Report concerning the pensioners who one of the annual census and visitation of the households by two members from the college of fire and ward masters, and the surgeon Daniel van der Sloot and native physician Gansena Pandiet. Report of the visitation of the households Thus it was, after resumption, agreed to make note thereof, and to insert the reports into this resolution according to custom, and in compliance to Canarese — C Thursday the 9th of July Anno 1778. with our anterior resolution of the 13th of August 1772. To the Right Honorable, Highly Esteemed Sir Adriaan Moens, Councilor Extraordinary of the Netherlands Indies, as well as Governor and Director of the Coast of Malabar, Canara, and Vingurla. Right Honorable, Highly Esteemed, High Commanding Sir Pursuant to the resolution taken in the council of Malabar, dated the 13th of August Anno 1772, we, the undersigned judicial members, have the honor herewith to serve with a written report that the annual general muster was conducted by us, in the presence of the merchant and fiscaal Samuel Constantin Saffin, and
Dutch transcription
Donderdag Den 9. Iulij Ao 1778. harpuijs, Theer &r„a, voor het knaagen der wormen tewerden voorsien, ook diend de volgende, onbequaame goederen Nieuwe 1. boegspriet 1. Mast 1. braamsteg en Rhaa 1. kluijfhoud 1. Nieuwe pomp 1. p„s Vaderlands Touw van 12: dm 1 „ Caier-touw van 11. d=m 1 „ besaan- zeijl tee 1. „ kluijver 1. „ Iaager 2. „ vijgertrossen, als: 1. p. s van 16 garens aangemaakt tewerden, als: 1 „ Fok — „ „ 28. _„o 1. p. s spring van 180: garens 1. „ keesje voor de woelings waat 2. „ voetblokken van het ijser onbekwaam 6 „ Enkelde blokken voor het geschut 12. „ schrijven in soort 12. „ houtte Nagels, 2. „ presennings, als. Geelvinck 1 p=t 2 va - 317. 159 De weesjongen Meijssel en den zoldaat Gontar besmet bevonden Donderdag Den 9 Julij Ao 1778. 1. p„s voor de Cabel gast 1 „ „ „ agterluijk 5. p„s Broekings, als: 1: p„s voor de mast 2. „ „ „ boegspriet 2 „ „ „ Lompen 2: p„s Mamierings, voor de Lompen 8. „ spugals klappen 2. „ hangers van Takels en mantels 1. „ kist in steede van die met het omslaan van een 1 „ bijl 1 vaartuijg verlooren geraakt 1. „ slag puts, in steede van een water Emmer 9: „ halve leggers, waar van 5 p„s onbequaam en 4. p„s reparabel Hier meede gebruijke de vrijheid ons met diep ontsag te noemen /:onderstond:/ wel Edele, Groot Agtb Hoog gebiedende Heer! uw wel Edele Groot Agtb„r onderda„ nige en Gehoorsame Dienaren /:was get:/ I: van Blankenberg, L: kip, I: Smit, en C: Hendel, /:in margine:/ Cochim Den 24. Maij Ao 1778. — v Vervolgens is Lectura Genomen van twee ingekomene schriftelijke rapporten van 8.— Donderdag Den 9: Iulij A„o 1778. gebragt Insertie van de Rapporten van den opperchirurgijn, van 'sComp„s Hos„ pitaal Louis Quintin Martinsaat en den Jnlandse Geneesmeester Gansena Landiet, waar bij blijkt, dat den wees jongeling Jan Jacob Meijssel van Cochim, onder dato 12. Iunij, en den soldaat Louis Gontar van Paris op den 24. daar aan, ge„ „visiteerd zijnde, besmet bevonden zijn, met de droevige ziekte van Melaatsheid, wel „ken aangaande de Gouverneur de Leeden Deselve zijn na't seprosenhuijs over, informeerde, dat zijn Edele deselve reets na het Leprosenhuijs te Baliaporto had laaten overbrengen, om nevens andere zul„ „ke ongelukkige persoonen, gelogeert en getracteerd te werden; waar meede de Lee„ den zig Conformeerde, is verder goedge„ „vonden, de gemelte rapporten, na gewoonte, bij dit besluijt hier onder intelijven. Aan Den Wel Edelen Groot Agtb: Heer Adriaan Moens, Raad 318 161 Donderdag Den 9 Iulij A:o 170. Raad Extra ordinair van Nederlands India, Mitsgaders Gouverneur en Dierecteur der Euste Mallabaer, met den resorte van dien. Wel Edele, Groot Agtbaren, Hoog Gebiedende Heer! In nedrige opvolginge van Uw wel Edele Groot Agtb: g'eerde bevel, heb ik, den ondergetekende, Louis Quintin Martinsart, opperchirurgijn van 'sComp„s Hospitaal Ge„ visiteert den weesjongen Jan Jacob Meijs„ sel van Cochim oud Negen jaaren, welke persoon ik bevonde, met de melaatsheid te zijn /:onderstond:/ wel Edele, Groot Agtb: Hoog gebiedende Heer. uw wel Edele Groot Agtb: zeer gehoorsame Die„ naar /:was getekend:/ E: G: Mantinsart /:in margine:/ Cochim den 12: Iunij 1778. ne Aan Den wel Edelen Groot Agtb Heer Adriaan Moens Raad N Donderdag Den 9 Iulij 1778 Raad Extra ordinair van Nederland. India, mitsgaders Gouverneur en Dierecteur der Custe Mallabaer„j met den resorte van dien. Wel Edele, Groot Agtbaren Hoog Gebiedende Heer In nedrige opvolginge van uw wel Edele Groot Agtb: g'eerde bevel, hebben wij ondergetekenden Louis Quintin Martin„ sart opperchirurgijn van 'sComp=s Hospitaal en den Jnlandse geneesmeester Gansena Bandiel, gevisiteert den soldaat Louis Gontar van paris, die per het schip Rheijnsburg in 't jaar 1769. hier te lande is gekomen, welke persoon wij be„ „vonden hebben met de geneeselijke ziekte van Melaatsheid te zijn /:onderstond:/ Wel Edele, Groot Agtb:, Hoog Gebieden„ de Heer! uw wel Edele Groot Agtb: zeer gehoorsaame Dienaar /:was getver:/ ho L: G: Martinsart en met eenige Cana„ rijnse 319 163. Donderdag Den 9. Iulij A o 1778 bij de monstering niet verscheenen zijn en Besluijt daar van aantekening te houden ende Rapporten te insereeren rijnse Caracters door Gansena Landiet zelfs gesteld /:in margine:/ Cochim den 24. Junij Ao 1778. Nog Produceerde den Heer Gouver„ Rapport wegens de Gegageerdens die neur twee Rapporten, als een van Twee Justitieele Leeden, waar bij gespecifi„ ceerd zijn, de namen van zodanige Ge„ gagieerde persoonen, die, mits hunne indispositie, bij de Jongste generaale monstering niet verscheenen zijn, en waar bij blijkt, dat deselve egter in le„ vende lijve zijn, en Een van den Jaarlijksen opneem Rapport van de viscai der huisgehinenen visitatie der Huijsgesinnen door twee Leeden uijt brand en wijkmeesters Collegie, en den Chirurgijn Daniel van der Sloot en Jnlands geneesmees„ ter Gansena Pandiet Zoo wierd, na Resumptie, verstaen, daar van aantekening te houden, en de Rapporten na gewoonte, en in voldoening te Cana„ — C Donderdag Den 9 Iulij A o 1778. voldoening aan ons anteneur besluijt van den 13. Aug„s 1772:, bij dit besluijt te Insereeren. Aan Den wel Edelen Groot Agtb Heer Adriaan Moens, Raad Extra ordinair van Ne„ „derlands India, mitsgaders Gouverneur en Dierecteur der Custe Mallabaar, Canara en winquala. Wel Edele, Groot Agtbare, Hoog Gebiedende Heer Ingevolg het genomen besluijt in raade van Mallabaar, de dato, 13: Aug„s Ao 1772. , hebben wij ondergetekende leeden Justitieele de Eere bij desen van schriftelijk Rapport te dienen, dat door ons, ten over„ staan van den koopman en Fiskaal Samuel Constantin Saffin, de jaar„ lijkse generaale monstering is geschied, en
English
320 165 Thursday the 9th of Iulij Ao 1773. — and not having appeared there due to illness, the following pensioned persons, namely: The Ensign vaazum, and ditto kring sergeant Pater ditto wiegel Head Cooper van den Bergh, Quartermaster Beerens, and Sergeant Holsenberg, on Commission yet we are well aware that all these persons are still alive. Hoping to have fulfilled this our Commission according to the honored intention of your Right Honorable Sir, we take the honor of being, with the most dutiful respect. was written below: Right Honorable, Highly Commanded Sir: your Right Honorable's humble, and Bounden Servants was signed: I: van Blanckenberg and H: S: Correjolles. in the margin: Cochim the 30th of Junij 1778. lower: in my presence was signed: S: C: Saffin. To Thursday the 9th of Iulij Ao 1778. To The Right Honorable Sir Adriaan Moens, Extraordinary Councilor of the Netherlands India, as well as Governor and Director of the Coast of Mallabaar, Canara and wingurla Right Honorable, Highly Commanded Sir Pursuant to your Right Honorable's revered order, contained in the Extract of the Resolution taken in the Council of Mallabaar dated 13th of Augs 1772, granted to the fire and ward masters, we the undersigned, being commissioned thereto, have, under date of this, conducted an accurate survey of the households within this city, and have also seen an exact examination conducted by the surgeon Daniel van der sloot and Native physician Ganasa Landiet, who went the rounds with us, of 321 167 Thursday the 9 of Iulij 1770. — The soldiers Gellon and Pasmees request to be pensioned all those individuals, when 270 households, together 2655 individuals, were found, and furthermore no infected persons were discovered. Wherewith we hope to have accomplished our Commission according to your Right Honorable's intention, and further take the honor to be, with all reverence, etc. was written below: Right Honorable, Highly Commanded Sir! your Right Honorable's humble and Bounden Servants was signed: I: van Blanckenberg and I: H: Vogt. in the margin: Cochim the Last day of Iunij 1778. lower: for the examination was signed: D: van dersloot, and with some Canarese characters set down by Ganasa: Landiet himself, even lower: in my presence was signed: Am Martensz: secretary. Furthermore, there were produced and read two written Petitions, annex two attestations of the captain and interim Head of the Militia the same is granted, each receives f 7: - per month Insertion of their Petitions and attestations Thursday the 9 of Iulij 1778. Militia here, Gerrit Frankena, whereby the soldiers Simon Getton of Brussel, and Jacob Daniel Pas of Berse, make known, the first-mentioned that he since Ao 1757, and the last-mentioned since 1754, have served the Company, but both have now become incapable of properly performing their service any longer due to old age and other severe bodily infirmities, and therefore make a request to be pensioned. Thus it was resolved to grant the request of the petitioners and to place them, Getton and Pas, among the number of retired Servants with f 7: - per month, each, according to the regulations, and to insert their petitions and attestations into this resolution according to custom. To The Right Honorable Sir Adriaan 322 169 Thursday the 9th of Iulij Ao 178. Adriaan Moens, Extraordinary Councilor of the Netherlands India, as well as Governor and Director of the Coast of Mallabaar, Canara and winquala Together with the Honorable Political Council Right Honorable, Highly Commanded Sir and Honorable Sirs Simon Getton of Brussel, your Right Honorable's very humble Servant, demonstrates with all submission, how he arrived in this country in the year 1757, on the ship de vrouw Elisabeth as a soldier at f 9:, currently still being such, earning 14 guldens, having performed his service up to the present, both in the garrison and elsewhere, to satisfaction as far as he knows, and having always behaved and acquitted himself as a good and alert soldier in the Company's service, as is attested of him, according Thursday the 9th of Iulij Ao 1778. to the annexed declaration, by the Valiant Captain and present interim Head of the Militia here, Gerrit Frankena, which he would wish to do even longer if he had not become incapable due to old age, having already reached the age of 60 years, of which 21 have been spent in the Company's service, as well as being afflicted with epilepsy, weakness of sight and other bodily infirmities, wherefore the petitioner very humbly requests your Right Honorable to be pleased to pension him and to award him such retirement pension as your Right Honorable shall favorably deem appropriate was written below: Doing which was signed: with a mark and written around it by the petitioner himself in the margin: Cochim the First of Junij 1778. — I the undersigned, Gerrit Frankena, Captain and Interim Head of the Militia here, testify and declare that 323, 77 Thursday the 9 of Iulij 1778 the soldier Simon Getton of Brussel, since the time that he has been under my command, has always behaved and acquitted himself as a good and alert soldier, and has now become incapable of performing his service properly any longer due to old age, epilepsy and multiple other bodily corruptions, which declaration I have granted at the request of the mentioned Getton, and remain prepared to confirm on oath if necessary. Cochim the First of Iunij Ao 1778. was signed: Gt Frankena. To The Right Honorable Sir Adriaan Moens, Extraordinary Councilor of Netherlands India, as well as Governor and Director of the coast of Mallabaar, Canara and winguala Together with The Honorable Political Council Right
Dutch transcription
320 165 Donderdag Den 9' Iulij Ao 1773. — en aldaar door ziekte niet verscheenen zijn, de ondervolgende gegagieerde per„ soonen, als: Den vaandrig vaazum, en _„o kring „ „ sergeant Pater _„o wiegel Opperkuijper van den Bergh, Quartiermeester Beerens, en sergeant Holsenberg, in Commissie dog wij dragen goede kennisse dat alle dese persoonen nog in leeven zijn. Verhoopende dese onse Commissie na de g'eerde jntentie van uw wel Edele Groot Agtb: te hebben volbragt, zo ma„ „tegen wij ons de Eere aan, van met ver„ schuldigste respect te zijn. /:onderstond:/ Wel Edele, Groot Agtb:, Hoog Gebiedende Heer: uw wel Edele Groot Agtb: onderdanige, en Trouwschuldige Die„ naren /:was getekend:/ I: van Blan„ „kenberg en H: S: Correjolles. /:in„ „margine:/ Cochim Den 30. Junij 1778. /:lager :/ ten mijnen overstaan /:was„ getekend:/ S: C: Saffin. „ Aan „ „ „ Donderdag Den 9. Iulij A„o 1778. Aan Den wel Edelen Groot Agtb Heer Adriaan Moens, Raad Extra ordinair van Neder„ „lands India, mitsgaders Gouver„ „neur en Dierecteur der Custe Mal„ „labaar, Canara en wingurla Wel Edele, Groot Agtbaare, wijd gebiedende Heer Ingevolge uw wel Edele Groot Agtb: gevenereerde ordre, vervat bij Extract Reso„ lutie genomen in raade van Mallabaar de dato 13. Aug„s 1772. , aan brand en wijk „meesteren verleend, zo hebben wij onderge„ „tekendens, als daar toe gecommitteerd zijn„ „de, onder dato deses, een naauwkeurige op„ neem der Huijsgesinnen binnen dese stad gedaan, en ook door den chirurgijn Da„ niel van der sloot en Jnlands geneesmees ter Ganasa Landiet, die met ons rond geweest zijn, zien doen een Exsacte visitalie van 321 167 Donderdag Den 9 Iulij 1770. — De zoldaten Gellon en Pas mees versoeken om gagement van alle die koppen, als wanneer men be„ vonden heeft 270. Huijsgesinnen, tesamen 2655. koppen, en wijders geen besmette per„ soonen ontwaard zijn. waarmeede verhoopen onse Commissie naar uw wel Edele Groot Agtb jntentie te hebben volbragt, en ons voorts d' Eere aanmatigen, met alle eerbied te zijn. ae /:onderstond:/ Wel Edele, Groot Agtbare; wijd gebiedende Heer! uw wel Edele we Groot Agtb: onderdanige en Trouwschul„ „dige Dienaren /:was getekend:/ I: van Blan„ „kenberg en I: H: Vogt. /:in margine:/ Cochim Den Laatsten Iunij 1778. /:lager:/ voor de visitatie /:was getekend:/ D: van der sloot, en met eenige Canarijnse caracters door Ganasa: Landiet zelfs gesteld, /:nog lager:/ mij present /:was getekend:/ A=m Martensz: secretaris. Nog wierden geproduceert in Lec„ „tura genomen van Twee schriftelijke Requesten, annex twee attestaties van den capitain en prointerum Hoogd der Militie are, 8 't zelve word g'accordeert, ieder nigt ƒ 7: - pier maand Insertie van hunne Requesten en allestatier Donderdag Den 9 Iulij 1778. te Militie alhier, Gerrit Frankena, waar bij de zoldaten Simon Getton van Brussel, en Jacob Daniel Pas van Berse, tekennen, geven, den eerst vene: gem: dat hij zedert Ao1757. , en laast gem: cte 1754. , de Comp:e gedient hebben, dog beijde thans door hoogen ouderdom en andere swaare Lichamelijke gebreeken buijten staat zijn geraakt om hun dienst langer nabehooren te kunnen waarne„ „men, en dierhalve versoek doed om te mogen werden gegagieerd. Zoo is verstaan, het versoek van de supptn. te accordeeren en hen Getton en Las testellen onder het getal der rustende Dienaren met ƒ 7: - per maand, ieder, volgens het reglement„ en hunne requesten en attestaties, vol„ „gens gebruijk bij dit besluijt intelijven. Aan Den Wel Edele Groot Aghtb Heer Adriaan 322 169 Donderdag Den 9:' Iulij A„o 178. Adriaan Moens, Raad Extra ordinair van Neder„ „lands India, mitsgaders Gouver„ neur en Dierecteur der Custe Mallabaar, Canara en winquala Benevens den E: Politicque Raad e Wel Edele, Groot Agtbaare, Wijd Gebiedende Heer en E: Heeren Simon Getton van Brussel uw wel Edele Groot Agtb. zeer onderdanigen Dienaar, vertoond met alle submissie, hoe hij in 't jaar 1757. , met het schip de vrouw Elisabeth hier te lande is gekomen voor zoldaat met ƒ 9:, thans nog zodanig, winnende 14. guldens, hebbende tot â pre„ sent, zijn dienst zo in het guarnisoen als elders, zo niet beter weet, ten genoegen waargenomen en zig altoos als een braaf en wakker soldaat in 'sComp„s dienst ge„ dragen en gekweeten, zo als van hem, volgens Donderdag Den 9. Iulij A„o 1778. volgens g'annexeerde verklaring, komt te getuijgen den Manhaften Capitain en tegenswoordige prointerum Hoofd der Militie alhier Gerrit Frankena, het geen hij nog langer zoude willen doen indien hij door ouzerdon, als hebbende reets de ouderdom van 60. Jaaren bereijkt waar van 21. in 'sComp„s dienst door ge„ bragt, mitsgaders met de vallende ziekte, swakheid van gesigt en andere lichame„ lijke gebreeken behebt, niet buijten staat was geraakt, weshalven hij supp„t uw wel Edele Groot Agtb: zeer ootmodig is versoekende, hem tewillen gagieeren en toetevoegen zodanige rust=gagie, als uw wel Edele Groot Agtb: gunstiglijk zullen bevinden te behooren /:onderstond:/ 'T welk Doende /:was getekend:/ met een kruijsje en daar omme geschreven door den supp„t zelfs gesteld /:in margine:/ Cochim Den Eersten Junij 1778. — ve Ik ondergesch. Gerrit Frankena Capitain en Prointerum Hoofd de Mili„ „tie alhier, getuijge en verklaare, dat den 323, 77 Donderdag Den 9 Iulij 1778 den soldaat Simon Getton van Brussel„ sedert den tijd dat den selven onder mijn Commando geweest is„ zig altoos als een braaf en wakker soldaat gedragen en gekweeten heeft, en thans door ouderdom, vallende ziekte en meer andere lichamelijke„ corrupties, buijten staat geraakt is, om zijn dienst langer nabehooren te kunnen presteeren, welke verklaring ik, op het versoek van gem: Getton, hebbe verleend en bereijd blijve, des noods met Eede te bekragtigen. ~ Cochim Den Eersten Iunij Ao 1778. de /:was getekend :/ G„t Frankena. Aan Den wel Edelen Groot Agtb: Heer Adriaan Moens, Raad Extra ordinair van Ne„ derlands India, mitsgaders Gouverneur en Dierecteur der custe Mallabaar, Canara en winguala Benevens Den E: Politicquen Raad wel
English
Thursday the 9th of July Anno 1778. Right Honorable, Highly Esteemed, Widely Ruling Lord, Honorable Lords. Jacob Daniel Pas of Bern, your Right Honorable and Highly Esteemed's very humble servant, respectfully makes known how he arrived in this country in the year 1754 on the ship Utrecht as a soldier at ƒ 9:-, currently still a soldier, earning 14 guilders, having up to the present performed his service in the garrison here, as elsewhere, to satisfaction so far as he knows, and having always behaved and acquitted himself as a good soldier in the Company's service, as is attested concerning him by the annexed declaration of the Valiant Captain and present interim head of the Militia here, Gerrit Frankena; and because the suppliant has now reached the age of 60 years, and has spent 23 of them in the Company's service, and is moreover afflicted with lameness, weakness of sight, accompanied by a rupture and yet other bodily infirmities, whereby he has become unable to perform his service properly any longer, the suppliant therefore requests that he may be discharged by your Right Honorable and Highly Esteemed and favored with such pension as your Right Honorable and Highly Esteemed shall deem proper. At the bottom was written: Doing which. Signed: Jacob Daniel Pasche. In the margin: Cochin the 1st of June 1778. I, the undersigned Gerrit Frankena, Captain and interim head of the Militia here, testify and declare that the soldier Jacob Daniel Pas of Bern, since the time that he has been under my command, has always behaved as a good soldier, and has now through old age, lameness, weakness of sight, and other bodily impairments become unable to perform his service properly any longer, which declaration I have granted at the request of the said Pas and remain prepared, if necessary, to confirm by oath. Cochin the first of June Anno 1778. Signed: G. Frankena. Further submitted and produced being the surety bond of the junior merchant Cellarius, on account of his acquired post as chief at Cranganore, it was resolved to have this paper filed among the other surety bonds according to custom. Furthermore, the Governor made known that the provisional Master of the Equipage Johannes van Blankenberg, having also been urged to provide sureties for his present post, had declared that because he had only arrived here recently and had found no acquaintances here, he had not yet been able to find anyone who was willing to bind himself as surety for him, and therefore offered to let his salary remain with the Company until he had earned as much as the surety amounts to, with a humble request added to be allowed to suffice with that, at least as long as he is confirmed in his post by the High Indian Government, or can provide sureties; whereupon, after deliberation, it was approved to accept his offer and to withhold his salary for the surety up to the sum of One Thousand Rijksdaalders, unless he should in the meantime be able and manage to provide sureties, and it was resolved to issue an extract hereof to the pay office clerks to serve for their guidance. After which, the Lord Governor continuing the business further made known that through the appointment of the aforementioned Cellarius as chief of Cranganore, a member of the Board of the Orphanage is missing, which place needed to be filled again, it was approved, upon the proposal of His Honor, to appoint in his place the Bookkeeper and sworn clerk Johannes Bos, serving under the Governor. And whereas these days there have also passed away the Bookkeeper Gillis van der Sloot and the master of the house carpenters Theunis van der Weijden, the former having been a member of the Boards of Civil and Matrimonial Affairs and Fire and Ward Wardens, and the second a member of the last-mentioned Board, it was likewise, upon the proposal of the Lord Governor, approved to appoint as member in the first-mentioned Board the Bookkeeper Abraham Martensz, as well as to fill the two vacant places in the last-mentioned Board with the Bookkeeper Johannes Wolff and the master of the ship carpenters Paulus Kip. Notice of these appointments shall be given to the said Boards by extract from this resolution, to serve for their guidance. Further brought to the table and read being a Colombo missive, dated the 12th of June last, and received here via the Tuticorin overland route on the 6th instant, in which the Ceylon Ministers, among other things, make known: That a two-masted vessel without a pass has arrived at Manaar, laden with Pepper, Cardamom, etc.,
Dutch transcription
Donderdag Den 9: ' Julij Ao 1778. Wel Edele, Groot Agtbaare wijd Gebiedende Heer, E: Heeren. Jacob Daniel Pas van Bern„ uw wel Edele Groot Agtb: zeer Nedrigen Dienaar, geeft met alle submissie te ken„ „nen, hoe Hij in het jaar 1754. per het schip Utrecht hier te lande is gekomen voor zoldaat met ƒ 9:-, thans nog zol„ daat, winnende 14. Guldens, hebbende tot â present zijn dienst in het guarnisoen alhier; als elders, zo niet beeter weet, ten genoegen gepresteert en zig althoos als een braaf zoldaat in 'sComp„s dienst gedragen en gekweeten, zo als van hem„ blijkens g'annexeerde verklaring, komt te getuijgen, den Manhaften Capitain en tegenswoordige prointerum hoofd der Militie alhier, Gerrit Frankena, en door dien den supp„t thans den ou„ derdom van 60. jaaren heeft bereijkt, en daar van 23. in 'sComp„s dienst door „ 324 1731 Donderdag Den 9 Iulij Ao 1778:— doorgebragt, mitsgaders behebd is met lam„ „migheid, swakheid van gesigt, verselt van een breuk en nog meer andere licha„ „melijke gebreeken; waar door buijten staet geraakt is, zijn dienst langer nabehooren te presteeren, zoo versoekt hij suppliant, dat hij door uw wel Edele Groot Agtb:2 gegagieert, en met zodanige rust gagie mag werden begunstigt, als uw wel Edele Groot Agtb=s zullen bevinden te be„ hooren. — /:onderstond:/ Pr welk Doende /:was getekend:/ Iacob Daniel Pasche /:in margine:/ Cochim den 1:ten Junij 1778: na Ik ondergeschreve Gerrit Frankena Capitain en prointerum hoofd der Militie alhier; getuijge en verklaare, dat den Zoldaat Iacob Daniel Pas van Bern„ zedert den tijd dat denselven onder mijn Commando geweest is, zig althoos als een braaf zoldaat gedragen heeft, en thans door ouderdom, laumigheid, swakheid van gesigt en meer andere Lichamelijke corrupties buijten staat geraakt is, om zijn dienst langer na behooren e Donderdag Den 9. Iulij A„o 17788 word geproduceert Den p:l Equipagie meester van Blankenberg heeft nog niemand kunnen vinden die borge voor hem zij behooren te kunnen presteeren, welke ver¬ klaring ik, op het versoek van geme Pas„ hebbe verleend en bereijd blijve, des noods met Eede te bekragtigen. Cochim Den Eersten Iunij Ao 1778: Present staan, en mogen /:was getekend:/ G„t Frankena Alverder ingekomen en Geprodu„ De borgfogt van 't opperhoofd Clanis „ eerd zijnde de borgtogt van den onder„ koopman Cellarius, wegens desselfs ver„ „kregene bediening als opperhoofd te Cran„ ganoor. Zoo is verstaan dit Papier, na den gebruijke, bij de overige borgtogten te laaten seponeeren Verders gaf de Gouverneur te kennen, dat den P„l Equipagiemeester Johannes van Blankenberg ook aangemaant zijnde tot het stellen van borgen voor zijne presente bedie„ ning, denselven daar op had verklaerd dat vermits hij hier eerst kortelings was Besluijt teeren en 1 4 325 175 Donderdag Den 9. Iulij A:o 1778 staan, en versoekt daer meede te mogen volstaan, Besluijt, zijne presentatie te gecip, goedgevonden teeren en zijne gagie in te houden tot de somma van 1000, Eijxd„s was aangekomen en geene bekenden hier had gevonden, hij nog niemand had hun„ „nen vinden die zig als borg voor hem 778: Presenteert om zijn gagie te laten wilde verbinden, en daar omme gepre„ „senteerd zijne gagie bij de Compe te zul„ „len laaten staan, tot zo lange, zoo veel als de borgtogt bedraagd, te goed had, met een ootmoedig bijgevoegd versoek, daar meede te moogen volstaan, ten tot minsten zo lange hij in zijne bedie„ „ning door de Hooge Indiase Regee„ „ring is bevestigt, ofte borgen kan stel„ len; waar op gedelibereerd zijnde, is Eelle geme: van Blankenberg zijne presentatie te accepteeren, en zij„ „ne gagie voor de Borgtogt intehouden„ tot de somma van Een Duijsent Rijx„ daalders, ten waare intusschen borgen mogt kunnen en komen te stellen, en is verstaan, hier van Extract afte geven aan de zoldij bediendens, om Donderdag Den 9 Iulij A:o 1770. in wiesmeesters Collegie aangestelt den geswoore block Bos In steede van den overledene van der sloot in t Collegie van Ciile„ en Huwelijkse zaaken aagestelt den boekhouder Martensz om hen te dienen tot narigt. waar na den Heer Gouverneur de be„ shstede van 't opperhoofd illaius soigne vervolgende, verder te kennen gaf, dat door de aanstelling van voorm: Cellarius, als opperhoofd van Crariganoor, een Lid van weeskamers Collegie komt te manquee„ „ren, welke plaats wederom diende te werden geremplaceert, is op de propositie van zijn Edele, goedgevonden, in desselfs plaats aantestellen, den bij den Gouverneur dienst doenden Boekhouder en geswoore klerk Iohannes Bos. En dewijl deser daagen ook zijn ko„ men te overlijden den Boekhouder Gil„ „lis van der sloot en den baas der Huijs Timmerlieden Theunis van der weijden, zijnde den eerst gem geweest Lid in de Collegies van Civile zaaken en Brand en wijkmeesters, en den Twee „den lid, in laast gem Collegie, is ins ge„ lijks, op den voorstel van den Heer Gouverneur En der wijk o 326 177 Donderdag Den 9 Iulij Ao 1778. der weijdens steede, in brand en wijkmeesters Collegie aangestelt dontboekhouder wolff en daas kip Daar bij blijft dat een twee mast vaartuijg zonder pas te Manaar is. aangekomen van calicut na Ma„ daas gedestineert Gouverneur, goedgevonden in eerst genele Collegie als Lid aantestellen den boekhou der Abraham Martensz:, mitsgaders Seltee En in desselfs en des overleden van de twee vacante plaatsen, in laast gem: te remplaceeren door den Boekhouder Iohannes Wolff, en den Baas der scheeps Timmerlieden Paulus Kip. Zullende van dese aanstellingen, aan gem: Collegies bij Extract uijt dit besluijt kennisse werden gegeven, om te dienen tot derselver narigt Moerder ter Tafel gebragt en lec„ Lectura van een Colombos missive ura genomen zijnde, van een Colombose Missive, gedagtekent 12. Iunij jongst lieden, en alhier over den Tutucorijnse Landweg op den 6. Courant ontvangen, waar bij de Ceilonse Ministers, onder meerder te kennen geven Dat te Manaar een Twee mastig vaartuijg zonder pas is aangekomen, be„ „laaden met Peper, Cardamon enz:, het
English
Thursday the 9th of July in the year 1778. The Ceylon ministers ask whether anyone intends to claim any right to the vessel, its crew, or its cargo. Having inquired into the circumstances of this vessel, which, according to the statement of the Nakhoda, belongs to a Moorish merchant at Cranganore, probably Cannanore, named Aliepie, coming from Calicut and destined for Madras. That, the Nakhoda says, the crew consists of inhabitants of Cranganore and Agere, falling under Tellicherry and the territory of Adi Raja. That the ministers have detained this vessel at Mannar until further orders, and therefore request to be informed as soon as possible whether we intend to claim any right to the vessel, crew, or cargo, after which they, the ministers, will make their further arrangements. Whereupon the Governor was pleased to state, that having inquired after the actual, or true circumstances of this vessel, he has been informed that its owner, the Moor Alipie, or properly named Comben Alipie, is a resident of Tellicherry, and that he is a native of Comben, situated in the Kingdom of Canara, but left there many years ago and came with his family to reside in Tellicherry, under the protection of the English; That thus the pepper which the vessel carries will certainly have been bought to the north, and quite possibly at Calicut or Cannanore. And that one therefore cannot see that this man has any connection to us, or this establishment, and that any claim could be formed on the vessel, crew, or cargo, although in earlier times watch was kept here against the transport of pepper, by having vessels cruise along the coast, as a right that the Portuguese exercised, in whose time no other European nation was yet established on this coast; however, this has not been done for many years now, and also cannot be done without troublesome consequences, because the European nations settled here on the coast claim that the pepper may be freely transported by sea by them, and their subjects, from places where they can obtain it outside our establishment, and that the sea must be free to them. After deliberation on this matter, and reading also the draft reply on this subject prepared by the Governor, it was resolved to conform to the same, and for the rest to leave it to the Ceylon ministers to act further regarding the aforesaid vessel as they shall deem proper. Furthermore, upon the Governor's notice that the time for leasing the Company's domains was approaching, and upon His Honour's proposal, it was agreed to lease them anew and to set the lease day for the 5th of August next. Finally, the Governor made known to the assembly how Captain Berskij, on account of his advanced age, frail physical condition, and constant illnesses, having resided in Colombo for some time until now and being unable to stay with his company stationed here, the Governor therefore requested of the Governor of Ceylon, Mr. Falch, that Captain von Drieberg, Commandant of Chilaw, having no fixed company, might come here for the time being. How he, the Governor, recently, upon the return of a part of the Ceylon troops, could not well keep the said von Drieberg here any longer, but deemed it necessary to let him depart for Ceylon as well; although Captain Berskij's company remained here, because Drieberg, as just mentioned, is properly the Commandant of Chilaw, and the Kandyans, according to reports received, were gathering, among other places, along the borders of the Puttalam and Chilaw territories, so that the Governor judged that the said Drieberg was now absolutely necessary at Chilaw at his own post. How Captain Lever, whose company is also stationed here, has now also complained greatly of illness for some time, and has even been incapacitated to such an extent that he began to waste away and did not seem to recover.
Dutch transcription
elle Donderdag Den 9: Iulij Ao 1778. „re se ministers vragen, of men op het zelve, Equipagie of lading, ver„ meent pretentie te hebben de omstandigheeden van dit vaartuijg g'informeert het welk volgens opgave van den Na„ choda toebehoord aan een moors koop„ „man te Cranganoor /:waarscheijnelijk Cananoor. / in name Aliepie, komende van Calicut en gedestineerd na Ma„ „dras. Dat /: de Nachoda zegt:/ de Equipagie„ bestaat uijt inwoonders van Cranganoor en Agere, sorteerende onder Talicherij en het gebied van Adij Ragia. Dat de Ministers, tot nadere ordre„ 'T zelve is aangehouden, en de Ceilon tit vaartuijg te Manaar hebben laten aanhouden, en versoeken dierhalven hen ten spoedigsten tewillen melden, of wij eenige pretentie op vaartuijg, Equipagie of lading vermeenen te hebben waar na zij miniesters hunne verdere disposities zullen schikken. En Waar op den Heer Gouverneur De Heer Gouverneur heeft zig na dien aangaande geliefde te zeggen, dat hij na de eijgentlijke, of waare omstan= de eenig Eg 327 179 Donderdag Den 9. Iulij 1778. en dus zal zekerlijk de peper om d de noord ingekogt weesen eenige pretentie op vaartuijg, Equipagie of lading heeft schoon men in vroeger tyden te„ omstandigheeden van dit vaartuijg hebbende vernomen, g'informeert is Die eijgenaar woond op salicherij geworden, dat den eijgenaar van het zelve, den moor Alipie, of eijgentlijk genaamt Comben Alipie, een jnwoon„ „der Te Talicherij, en dat hij geboortig is van Comben, gelegen in het Rijk van Canara, dog voor lange jaaren van daer geweeken en met zijne famielie op sa„ „ticherij gekomen en verblijf genomen heeft, onder de protectie der Engelschen; Dat dus de Peper die het vaartuijg in heeft, zekerlijk om de Noord, en mogelijk wel te balicoet of Cananoor, zal ingekogt zijn. Dat men dus niet zien konde, dat En men dus niet zien kan, dat men dese man eenige betrekking heeft tot ons, of dit Etablissement, en dat men pretentie op het vaartuijg, Equipagie of lading zoude kunnen formeeren, gen de pepersluijkerij gewaakt heeft schoon hier in vroegere tijden tegen den E r Donderdag Den 9. Iulij A o 1778. en waarom van 't consept antwoord den vervoer van Peper gewaakt is, met vaartuijgen langs de kust te doen kruij„ „sen, als een regt dat de Portugeesen, in welker tijd nog geene andere Europeese Natie op deese kust zaaten, g'oeffent hebben, dog het welk nu al veele jaa„ „ren niet meer is geschied, en ook zonder zal nu niet meer kan geschieden, moeijelijke gevolgen niet kan werden gedaan, door dien de Europeese natien„ hier ter Custe geseten, pretendeeren, dat de peper door hen, en hunne onderdaa„ „nen, op plaatsen, alwaar ze deselve buijten ons Etablissement krijgen kun„ „nen, vrij over zee mag werden ver„ „voert, en de zee voor hen vrij moet zijn. Waar over gedelibereert, en ook Deliberatie daar over en seeluaa Lectura genomen zijnde, van het Con„ „cept antwoord op dit subject door den Heer Gouverneur en gereedheid gebragt, is goedgevonden, zig met het zelve te Conformeeren Besluij over bevind paa Capit wille aams te o E plaat 328 181. Donderdag Den 9: Iulij Ao 1778. over te laten om te handelen, zoo als bevinden zullen te behooren paalt op den 5 Aug:s aanstaande Capitain van Berskij is om de wille zijner jaaren en slegte Lich„ aams gesteldheid al een tijd lang te Colombo verbleven En Capitain von Drieberg in zijn plaats versogt Besluijt aan de Ceilonse ministers Conformeeren, en voor het overige de Ceilonse Ministers overtelaten, om verder omtrent het eeeren vaartuijg te handelen, zodanig als voorm. deselve zullen oordeelen te behooren. voorts is, op te kennen geeving van De De verpagting der Domainen de Heer Gouverneur, dat den verpagtings tijd van 'sComp„s Domainen was naderende en op zijn Edelens propositie verstaan deselve op nieuw te verpagten en de verpag„ tings dag te bepaalen op den 5 Augustus naastkomende Eijndelijk gaf de Gouverneur de vergade„ ring te kennen, hoe Capitain Berschkij, om de wille zijner jaaren, kadukke Lich„ aams gesteldheid en geduurige ziektens, als een tijd lang tot nu toe te Colombo geweest zijnde, en niet bij zijn Compt:e die hier legd, hebbende kunnen blijven, de Gouverneur daarom van den Heer ree Ceilons Gouverneur Falch versogt heeft; dat Capitain von Drieberg, Comman„ „dant van Chilauw, als geene vaste Compag„ „nie hebbende, zo lange dit heen mogt komen ven, om reeden in den text niet Capitain Lever, is ook al eenigen tijd ziek geweest, en deser dagen, op zijn Continueel versoek, na Colom„ b0 vertrokken komen. Hloe Hij De Gouverneur Jongst bij het terug Den Her ouvrneur heeft densel senden van een gedeelte der Ceijlonse Troupes, werloglijk langer kunnen aanhoendr gem: von Drieberg niet wel voegelijk langer ge: hier heeft kunnen aanhouden, maar nodig g'oordeelt, hem ook na Ceilon te laten ver„ neeen „trekken; schoon De Comp:e van Capitain Berskij hier bleef, om dat Drieberg, gelijk zo even gesegt is, eijgentlijk Commandant van Chilauw is, en de Candianen, volgens erlangde Berigten, zig onder andere, langs de grensen van de Putulangse en Chilauwse landen versamelden, zo dat de Gouverneur Elte Oordeelde, dat gem: Drieberg tans te Chi„ „lauw op zijn eijgen post absolut noodsake„ „lijk was. Hoe Capitain Lever, wiens Compagnie hier ook legd, nu ook al eenigen tijd van 7 ziekte zeer geklaagt heeft, en zelfs impotent zijn Edele en lij 1 is geweest, in zo verre, dat wij begon uijt„ testeeren, en niet scheen tot zijn verhaal Donderdag Den 9. Iulij Ao 1778. te En van com
English
Thursday the 9th of July Anno 1778. And currently there is only one Captain from Ceylon here. Company without Captain. His Honour has corresponded about this with the Ceylon Governor Falck. to be able to come, so that he continued to request most strongly to be allowed to go to Ceylon, as the only hope for his recovery, for which reason the Governor has been compelled to let him depart overland for Colombo these days, so that there is currently on the Malabar only one Captain from Ceylon, namely Captain Frankena with his Company, and a Captain Lieutenant of our Garrison, namely Van den Busch. How it is never, and especially in times like these, not at all good that a Company has no Captain over or with them, besides the fact that this also tends to the detriment of the good order and discipline in which the troops ought to be kept. How he, the Governor, therefore corresponded concerning these two Companies with Governor Falck and having obtained report of the impossibility at present of two other Thursday the 9th of July Anno 1778. Captains to be sent from Ceylon. To appoint over the Company of Captain van Berskij as Captain Lieutenant, and over the Company of Captain Lever as Captain Lieutenant the Lieutenant Guinot. Deliberation and remarks hereupon. impossibility to obtain 2 other Captains from Ceylon here at present, has now deemed it necessary to propose to the meeting to appoint a Captain Lieutenant for each Company, namely over the Company of Captain Berskij the oldest of all the Ceylon Lieutenants and First Lieutenant of the Company of Frankena, Johan Christoffel Bohl, and over the Company of Captain Lever, as Captain Lieutenant the First Lieutenant of that Company, Etienne Guinot, who recently during the storming of Chettua, according to the commendable testimony given about him in the Report of the Commandant, acquitted himself so well, and was at the same time very dangerously wounded, but has now recovered again. Whereupon having deliberated and having noted the necessity that the Companies at present have Captains with them, and that these two proposed Captain Lieutenants can always step in on Ceylon in case of a vacancy of a Captain, it was resolved to accept the proposal of the Governor and thus to appoint the Lieutenants Johan Christoffel Bohl and Etienne Guinot as Captain Lieutenants, subject to the esteemed approval of Their High Excellencies. Subsequently, the Governor also gave to know: How he has gradually increased the few grenadiers, who previously consisted of only 24 privates who always formed the so-called Lifeguard here, to 71 heads in the first instance, from the respective Ceylon Companies, with those whose contracted time had expired and who were not otherwise inclined to reenlist unless they were drawn into the Cochin garrison; whereupon their pay accounts were requested from Ceylon and have been sent here. How he engaged this Company voluntarily, even with great eagerness, to learn daily, outside the days they were on guard, that which an Artilleryman ought to know; solely for a free new uniform and the promise that if in case of need they must be used on the wall or in the field with the Artillery, they will also earn double pay for that time or as long as they might be used. How this Company has already progressed well in this, and recently before the end of the good Monsoon has even shot very well at the target and barrel with cannons and mortars daily for nearly two months, which the Governor himself has seen several times, and has been seen and attended by practically everyone here, of which the entire meeting also has knowledge. Poor condition of the Cochin Artillerymen. How the Cochin Artillerymen, both through mortality and expired service time, including 5 sick and disabled, currently consist of only 5 Bombardiers, 10 Cannoniers, and 11 Handlangers; How, in increasing and training the aforesaid Company of Grenadiers, he has placed over them Lieutenant Stip, who has knowledge of the Artillery, and even of fortification, and is thus of general usefulness here. How this Company will undoubtedly still increase somewhat, since most of those from the Ceylon Companies who, upon the expiration of their time, transfer to this garrison, make request
Dutch transcription
329 183. Donderdag Den 9. ulij Ao 1778. van En thans is maar een Capitain van Ceilon hier Compenie zonder capitain is zijn Edele heft daar over met de Cer„ lonse gouverneur falk gecorrespondeert te kunnen komen, zo dat Hij bij continua¬ „tie op het sterkste versogt om tog na Eei„ „hoop lon temogen gaan, als de eenigste op zijn herstel, en waarom de Gouverneur genood„ „saakt is geweest, hem deser dagen over land na Colombo te laaten vertrekken, zo dat er thans op de Mallabaar maer een Capitain van Ceilon is, teweten Teelen capitain Frankena met zijne Comp:e en een Capitain Luijtenant van ons Guarni„ „soen, teweten van den Busch. stoe het nimmer; en insonderheid in Het is in dese tijd niet goed dat een tijden als deese, gants niet goed is, dat een men Comp:e geen Capitain over, of bij zig heeft, behalven dat zulx ook strekt tot nadeel van de goede ordre en discipline, waar in de Troupes dienen gehouden teworden Hoe Hij Gouverneur daarom over dese twee Compenien, met den Heer Gouverneur Palk gecorrespondeert, en berigt erlangd hebbende, van de onmogelijkheid om thans twee andere Donderdag Den 9 Iulij A„o 1778. capitains van Ceilon tesenden de Comp: van Capitain van Berskij als capt„n Luijt„n aan te stellen En over de Comp: van Capitain Lever, als capitain, Luijtenant den Luijtenant guinot. Deliberatie en aanmerkinge hier over omnogelijkheid om thans 2: andere andere Capitains van Ceilon hier te er„ „langen, nu noodig g'oordeelt heeft de de vergaderinge voortedragen, om voor ieder Comp: een Capitain Luijtenant aante stellen, Eropositie om den Luijt: Boklover teweten over de Comp: van Capitain Berskij den oudsten van alle de Ceilonse Luijtenants, en premir Luijtenant van De Comp:e van Frankena, Iohan Christoffel Bohl, en over de Comp:e van Capitain Lever, tot Capitain Luijtenant den premir Luijtenant van die Compenie Etiensee Guinot die laast bij den storm op Chettua, blijkens het Loffelijk getuij„ „genis, bij het Rapport van den Commandant nopens hem gegeven, zig zo wel gequeten heeft, en teffens zeer gevaarlijk gequest, dog thans weder hersteld is. Waar over gedelibereert en aange„ „merkt zijnde, de noodsakelijkheid, dat de Companiën tans Capitains bij zig hebben, en dat dese twee voorgestelde Capi„ „tain Luijtenants, tog altoos op Ceilon bij i 8. man 330 185 Donderdag Den 9: Iulij A:o 1778. Besluijt de Luijtenants Bohl, en quipot aan te stellen als capitain Luijtenants „man g'augmenteert bij vacature van een Capitain kunnen invallen, zo is verstaan, de propositie „ van den Gouverneur te amplecteeren en dus de Luijtenants Johan Christoffel Bohl, en Ettienne Guinot aantestellen als Capitain Luijtenants, op de g'eerde approbatie van Haar Hoog Edelhedens. Vervolgens gaf de Gouverneur ook nog te kennen. Hoe Hij de weijnige granadiers, De Granadiers zijn van 24. tot 71 die hier bevoorens, maar bestaan heb„ „ben uijt 24. gemeene, die hier althoos de zo genaamde Lijfwagt uijtmaakten, successive al tot 71. koppen primo plan g'augmenteert heeft, uijt de respective Ceilonse Compeniën, met de zulke, wier verbonden tijd uijt was, en die niet anders genegen waaren, zig weeder te verbinden, ten zij ze in het Cochimse guarniesoen getrokken wierden; als wanneer dan derselver zoldij reeke„ ningen geen een arthillerest dient te weten na de scherijf en ton geschooten Donderdag Den 9. Iulij A„o 170. ningen van Ceilon versogt, en dit heen gesonden zijn. Hoe Hij dese Companie vrijwillig, Dese Comp: heeft vrijvilig geleet hat sa zelfs met een groote graagten g'en„ gageert heeft, om, buijten de dagen dat ze de wagt hadden, dagelijks te leeren het geen een Arthillerist dient teweten; eenelijk voor een vrije nieuwe monterin ge, en belofte dat als ze in cas van nood op de wal of in het veld bij de Arthillerij moeten gebruijkt worden, dan ook voor dien tijd, of zo lange ze mogten gebruijkt worden, dubbelde gagie zullen winnen Hoe dese Comp: daar in reeds wel En hebben reets twee maanden lang gevordert, en nu onlangs voor het eijn„ „digen van de goede Mousson zelfs bij de twee maanden lang dagelijks, na de scheijf en son met kannons en mor„ „tiers zeer wel geschooten heeft, het geen de Gouverneur verscheide malen zelfs gesien slegt A hille 331 187 Donderdag Den 9. Iulij Ao 1778. Aathillerissen die Comp:s aantcleeren accresseeren zal gesien heeft, en genoegsaam door ieder een hier ook gesien en bijgewoond is, waar van de geheele vergaderinge ook kennisse„ draagt. Hoe de Cochimse Arthilleristen, zoo slegte gesteldheid van de Cochims door versterf, als uijtgediende tijd, met 5 zieke en gebrekkige tans maar bestaen„ uijt 5. Bombardiers, 10. Cannoniers, en 11. Hlandlangers; Hoe Hlij bij het vermeerderen en Den Luijt„ stip is gestelt geweest om aanleeren van die voorsh: Companie Granadiers, voor deselve gesteld heeft, den Luijtenant stip, die kennis van de Arthillerij, en zelfs van de vesting„ „bouw heeft, en dus hier van een alge„ „meen nut is. Hoe dese Comp:e ongetwijffeld nog wel Men denten dat deselve og wil wat wat accresseeren zal, aangesien de 1 meeste van de geene die van de Ceilon„ „se Compenien; bij Expiratie van tijd, 9. tot dit guarnisoen overgaan, versoek doen c