Inventory 3529
Japan · 1,230 pages · 332 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
320 ill-disposed persons may well have aimed at some treacherous undertaking against the Company's strongholds or vessels; for the King of Tidor and his court grandees are currently not to be trusted in the least, and seek to conceal from us the hostilities committed by the Magindanauwers on the Goraietje islands, presumably with the intention of executing their treacherous designs with so much more certainty; for whereas it had been the duty of Tidor's King to warn us and give notice of what occurred on the Gorrietjes, which lie some six or seven miles from the island of Tidor, the goegoegoe of Tidor sought to hide this event from the burgher ensign Landau, and tried to make him believe that the rumors of the arrival of the Magindanauwers were mere fabrications, and that two prahus with Ternatean Alfoors had murdered some Tidorese, for which the Magindanauwers were now wrongfully blamed, in which manner they also seek to blind the Postholder Brauch on Tidor, who therefore writes to us that the Tidorese maxims exceed his understanding, and that he does not know whether one is betrayed or sold, which, along with other particulars, can be seen from the accompanying letter from the said ensign Brauch, dated the 7th of this month, from which Your High Excellencies will be able to discover more closely the conduct of the Tidorese, who we firmly believe are currently conspiring in a covert manner with the Mangindanauwers, if not to attack us openly, then at least to assist and encourage the pirates therein. It is therefore our duty to thwart the counsels and designs of these rogues by all possible means, and however gladly we wished to dispatch the ship Westfriesland to Batavia after the lapse of a few days, it would in our judgment not be acting prudently to allow this vessel to return at present along a passage where the vessels of the pirates are rumored to increase in number daily: for which reason the King of Ternate, at our request, has had a light and swift vessel prepared, which, God willing, will convey this letter tomorrow from here to Culla betje, from where it will be sent with a cover letter to the Resident of Boero, and from there with a similar letter to the Lord Governor van Pleuren to Amboina, with the request to dispatch our letter to Your High Excellencies to Batavia as soon as possible with a Company or burgher vessel: just as we have also requested His Honor to accommodate us, if it is at all feasible, with one of the pantjallangs stationed there with a good quantity of rice; and besides that with 50 soldiers. If the said governor assists us in this, we humbly request Your High Excellencies to allow these troops and provisions to be deducted from our forthcoming requisition, but since, on account of the nearby pirates, we will be forced to send the general requisition, together with the letters and other papers, to Batavia later than usual, we have taken the liberty of enclosing the requisition for armory goods in advance in this letter, with the humble request that it may please Your High Excellencies to accommodate us therewith at the first opportunity, so as not to fall into a shortage of war supplies, which we urgently need in these times, both for our own defense and to assist the King of Ternate and the petty princes of Sangir occasionally with some war supplies or other. Furthermore, it is our humble prayer that we may also be helped promptly with the following cannons and artillery supplies, namely with: 6 pieces iron cannons of 12 lbs with carriages and accessories, for the service of the fortress on Cajoe Merra 20 pieces ditto ditto of 1 lb with their setters and springs, for the service of 20 pieces metal swivel guns of 1 lb the corra corras, which are always in need of artillery. 50 pieces ditto ditto of 1/2 lb 25000 lbs gunpowder 2000 pieces iron case-shot of 1 lb 1000 pieces ditto canister shot of 1 lb 10000 pieces iron swivel balls of 16 lood 10000 pieces ditto ditto of 8 lood For the service of the corra corras, and for making grapeshot for the heavy artillery in the Castle. which
Dutch transcription
320 quaadgezinden de een of andere verraderlijke onderneming tegens Compagnies vastigheden of vaartuigen ten doel wet hebben gehad; want de koning van Tidor en zijne Hofgroten zijn tegenswoor„ dig in het minst niet te vertrouwen, en zoeken de gepleegde vijandelijkheden der Magundanauwers op de goraietjese eilan den voor ons te verbergen, denkelijk met intentie om hun ne verraderlijke desseinen zoo veel te gewisserte volvoe„ ren; want daar het de pligt van Tidors Koning was ge„ weest om ons te waarschouwen, en kennis te geven van het voorgevallene op de gorrietjes, die waar ses of seven Mij„ len van het eiland Tidor leggen, zoo heeft de goegoegoe van Tidor dit geval voor den burger vaandrig Landau zoeken te bergen, en hem tragten diets te maken dat de gerugten van de aankomst der Magindanauwers maar uitstrooizels waren, en dat twee prauwen met Ternaatse Alfoeren eenige Tidoreesen vermoordt hadden, waar van de Magindanauwers nu te on„ regte de schuld kreegen, in welker voegen men den Posthouder Branch op Tidor mede zoekt te verblinden, die ons daarom schrijft dat de Tidoreese maximen zijn verstand te boven gaan, en dat hij niet weet of men verraden of verkogt is, het geen met meer andere bijzonderheden te zien is uit de dezen verzellende brief van gemelden vaandrig Brauch, de da„ to 7:e dezer, waar uit uw Hoog Edelheden het gedrag der Tido rezen nader zullen kunnen ontdekken, die wij vast stellen dat tegenswoordig op eene bedekte wijze met de Mangindanauwers aanspannen, is het niet om ons opentlijk aan te tasten, ten min„ sten om de rovers daar in behulpzaam te zijn en aan te moedigen Het is daarom onze pligt om de raadslagen en desseinen de„ zer schelmen door alle mogelijke middelen te verijdelen, en hoe gaarne wij het schip west friesland na verloop van wein„ ge dagen na Batavia wilden afvaardigen, zoude het onzeserag„ tens dog met voorzigtig gehandelt zijn dezen bodem tegenswoor„ dig te rug te laten keeren langs eene passagie, alwaar de vaar„ tuigen der rovers volgens de gerugten dagelijks in getal toe„ neemen: om welke reden de Koning van Ternaten een ligt en en snel vaartuig, op ons verzoek, in gereedheit heeft laten brengen, het geen dezen brief, zoo het God behaagt, op morgen van hier naar Culla betje zal overbrengen, van waar dezelve niet een gelei briefje aan den Resident van Boero, en van daar met een diergelijk briefje aan den Heer gouverneur van Pleuren naar Amboina zal werden gezonden, met verzoek om onzen brief voor uw Hoog Edelheden ten spoedigsten met een Compagnies of burger vaartuig naar Batavia aftevaardigen: gelijk wij zijn E: mede verzogt hebben om ons, zoo het eenigzints doenlijk is, met een der aldaar bescheidene Pantjallangs te gerieven met een goede quantiteit Rijs; en buiten des met 50: Militairen. Indien de gemelde gouverneur ons hier in behulpzaam is dan verzoeken wij uw Hoog Edelheden ootmoedig om deze manschap en provisien in mindering te laten strekken van onzen aanstaanden Eisch, dog vermits wij wegens de na bij zijnde rovers genoodzaakt zullen zijn om den generalen Eisch, benevens de brieven en andere pa„ pieren later als na gewoonte na Batavia te verzonden, zoo heb„ ben wij de vrijheit genomen der Eisch van wapenkamers goede„ ren voor af in dezen brief te sluiten, met ootmoedig verzoek dat het uw Hoog Edelheden behaage ons daar mede bij de eerste gelegendheit te gerieven, om in geen verlegentheit van oorlogs behoeftens te geraken, die wij in deze tijden hoognodig hebben, zoo wel tot ons eigen defensie, als om de koning van Ternaten en de sangirse vorstjes zomtijds met de een of andere oorlogs behoeften te assisteeren. wijders is onze nedrige bede om mede spoedig geholpen te mo„ gen werden met de volgende Canons, en Arthillerij behoeften, als met: 6: p=s ijzere Canons van 12: lb: met affuiten en toebehooren, ten dienste van het fortres op Cajoe Merra 20: „ _„o _„o „ 1: „ met dies zetters en veeren, ten dienste van 20: „ Metale bassen „ 1: „ de Corra Corras, die altijd om geschut ver„ 50: „ _„o _„o „ ½: „ legen zijn. 25000: lb: Buskruit 2000: p=s ijzere Randscherp van 1: l: Ten dienste van de Corra Corras, en voor „ _„o Langscherp „ 1: „ het aanmaken van drunven ten behoeve van 10000: „ ijzere baskogels van 16: lood 't swaar geschut in't Casteel. _„o _„o „ 8: _„o welke 1000: 10000: „
English
which twelve-pounder cannons are requested on the assumption that Your Right Excellencies will graciously consent to the construction of a fortress on Cajoe merra, once the utility of such a stronghold has been demonstrated, for which purpose we will do our best in the continuation of this letter. Meanwhile, may it be permitted to represent to Your Right Excellencies that the pantjallangs are currently of very little use here in this government, and are always in danger of falling into the hands of the pirates, as the artillery of these vessels is not heavy enough to damage the strong and swift-sailing pirate vessels, much less to sink them. Therefore, our humble request is that Your Right Excellencies will be pleased to leave a ship and two barques, well-manned and provided with the necessary artillery, stationed in this government during the troubles with the Magindanauwers, to make such use of them against the enemy, as well as otherwise, as the circumstances of the times shall require. For this reason, the King of Ternate would also be uncommonly pleased if Your Right Excellencies would be pleased to provide this province with the requested ship, to which His Highness will likely insist in his enclosed letter, which he has requested us to offer to Your Right Excellencies. And if the six requested galleys, built and manned in the manner mentioned in our secret letter of 22 September 1777, are then also sent hither, we hope, under God's blessing, to be able to foil the attacks of the enemies at sea; to which we further add that if Your Right Excellencies grant this request, it will also be possible to manage here with two pantjallangs instead of the seven of these vessels that we currently maintain. We likewise take the liberty of repeating once more our request for a cargo of Javanese rice, as well as for the requested artillery for the ramparts of this castle, as both are very necessary here for the preservation of this province, in the manner we have already demonstrated in our respectful secret missive of 20 May, to which we will therefore refer; while we also insist on being assisted as soon as possible with such a number of sailors and soldiers as Your Right Excellencies shall deem necessary here to secure the Company's possessions against the attacks of the pirates. All the other goods and merchandise, which we do not need as urgently as men, munitions of war, vessels, and rice, will be requested on the general requisition, and this will be sent with the ship WestFriesland as soon as we receive news of the departure of the pirates, or when the small fleet that the King of Ternate has dispatched to seek out the sea-rovers on the Gorrietjes or in that vicinity has the fortune of gaining the upper hand and driving off the pirates. For Your Right Excellencies may be pleased to know that when the King of Ternate had the news of the Magindanauw invasion brought to us, he notified us that besides the six corra-corras that were to convoy the private sloop of the burgher ensign Landau to Manado, he had four other of these vessels ready, which he now wished to send directly against the pirates if we approved thereof and would be pleased to assist him with the necessary ammunition of war. At the time that we had a meeting convened that very same evening on the 6th of this month upon the receipt of the momentous news of the approaching enemy, the proposal of Ternate's King to have the pirates engaged by these ten corra-corras was immediately approved, just as we would also gladly have reinforced this Ternatan small fleet with two or three well-armed pantjallangs. However, the opinion of the skipper Lindeman, as well as of the equipage supervisor Adolfs and the chief mate van der Staal having been taken regarding this, these servants demonstrated that the Goraietjese islands were as if strewn all around with reefs and cliffs, so that no pantjallang could approach them without great danger, whereas it was easy for the enemy to hide with their lighter vessels inside the shallows and cliffs of these islets from the gunfire of the pantjallangs; to which these seamen also
Dutch transcription
322 welke twaalf ponder Canons gerequireert werden in veron„ derstelling dat uw Hoog Edelheden den aanleg van een Fortres op Cajoe merra goedgunstig zullen gelieven in te willigen, als het nut van eene dusdanige vastigheit voogst dezelve aange„ toont zal zijn, waar toe wij in het vervolg dezer brief ons best zullen doen. Het zij ons ondertusschen geoorlooft uw Hoog Edelheden te mogen voorhouden, dat de Pantjallangs hier thans in dit gouverne„ ment, zeer weinig te stade komen, en altijd gevaar lopen om in der rovers handen te vallen, dewijl het geschut dezer vaartuigen niet zwaar genoeg is om de sterke en wel bezeilde rovers vaartuigen te dee„ ren, of veelmin in den grond te booren: - weshalven ons ootmoedig ver„ zoek is dat uw Hoog Edelheden gedurende de onlusten met de Magin„ danauwers, een schip en twee barken, wel bemand en met het nodig geschut voorzien, in dit gouvernement bescheiden gelieven te laten, om daar van zoodanig gebruik te maken, zoo tegen den vijand, als an„ derzints, als de tijds omstandigheden zullen komen te vereisschen, om welke reden de koning van Ternaten mede ongemeen in zijn schik zoude zijn zoo uw Hoog Edelheden deze Provintie van het verzogte schip geliefden te voorzien, waar toe zijn Hoog„ heit denkelijk wel insteeren zal bij deszelfs ingeslotene brief, die hij ons verzogt heeft Hoogst dezelve aan te bieden: en bij al„ dien de ses verzogte galijen in diervoegen gebouwd en bemand, ge„ lijk in onzen secreeten brief van den 22:e September 1777: ver„ meld staat, dan meede herwaarts gezonden werden, hoopen wij onder Gods zegen in staat te zijn om de aanslagen der vijan„ den op zee te kunnen verijdelen, waar bij wij nog voegen dat bij aldien uw Hoog Edelheden dit verzoek accordeeren, het hier dan ook wel met twee Pantjallangs te stellen zal wezen in steede van met zeven dezer vaartuigen, die wij thans aanhauden heb„ ben. Wij neemen van desgelijken de vrijheit van ons verzoek om een lading Javase Rijs nogmaals te herhalen, zoo mede om het gerequi„ reerd geschut voor de wallen dezes Casteels, vermits het een en an„ der hier tot behoudenis dezer Provintie zeer nodig is, inmaniere als wij bij onze eerbiedige secreete missive van den 20:e Meij reets hebben aangetoont, weshalven wij ons daar aan zullen gedragen: ter„ wijl 1 wijl wij mede insteeren om zoo spoedig doenlijk geassisteert te wer den met zoo een getal van Mattroosen en soldaten als uw Hoog Edel„ heden oordeelen zullen dat hier nodig zijn om Compagnies bezittin„ gen voor de aanvallen der rovers te beveiligen. Alle de andere goederen en koopmanschappen, die wij zoo hoog no„ dig niet hebben als Manschappen, oorlogs behoeften, vaartuigen en Rijs, zullen bij den Generaalen bisch gerequireert werden, en deze zal met het schip WestFriesland verzonden werden, zoo draa wij tijding van het vertrek der rovers zullen krijgen, of wan„ neer het vlootie dat Ternaats Koning afgezonden heeft om de zeeschuimers op de gorrietjes of in die nabijheit op te zoeken, het geluk heeft, van de overhand te hebben en de rovers te verdrij„ ven: want uw Hoog Edelheden gelieven te weten dat wanneer de koning van Ternaten ons de tijding der Magindanauwse in„ vasie liet brengen, hij ons daar bij heeft laten weten dat hij behoe„ „ven de ses Corra Corras die de particuliere sloep van den bur„ ger vaandrig Landau na Manado stonden te Convoijeeren, nog vier andere dezer vaartuigen hadde klaar leggen, dewelke hij nu gaarne direct op de rovers wilde afzenden, indien wij zulx goedvonden, en hem met de nodige oorlogs ammunitie geliefden te assisteeren. Ten tijde dat wij den 6:e dezer op de ingekomene gewigtige tijding van den naderenden vijand nog dien zelfden avond vergadering lieten beleggen, is de propositie van Ternaats Koning, om de rovers door deze tien Corra Corras te laten bevegten, direct goedgekeurt, gelijk wij dit Ternaats vlootie ook gaarn met twee of drie welgewapen„ de Pantjallangs hadden willen versterken, dog het gevoelen van den schipper Lindeman, mitsgaders van den Equipagie opziender Adolfs, en den opperstuurman van der Staal hier over ingeno„ men zijnde, vertoonden deze Dienaren dat de goraietjese eilanden rondom met reven, en klippen als bezaait waren; zoo dat geen Pantjallang dezelve zonder groot gevaar konde naderen, daar het den vijand gemakkelijk viel om zig met hunne ligtere war„ tingen binnen de droogten en klippen dezer eilandjes voor het ge„ schut der Pantjallangs te verbergen: waar bij deze zeelieden mede to
English
gave to understand that, with these persisting southerly winds, it could take several days before the Pantjallangs could reach the Goraietje islands, whereas the Corra Corras, which rowed day and night, could be at the said islands within thirty-six hours; wherefore they judged that it was not advisable to make use of Pantjallangs on this expedition. For the reasons cited, we abandoned the outfitting of these vessels, but we agreed with the King of Ternate to place a certain number of European soldiers and sailors aboard the largest and heaviest Corra Corras, with the intention of taking action against the enemy with firearms and hand grenades; and in consequence of this decision, the Ternatan Corra Corras have been reinforced with One ensign One second mate One sergeant One corporal One quartermaster Ten soldiers, and Ten sailors We would gladly have sent a greater number of soldiers and sailors on this expedition, but the King of Ternate requested us not to increase the troops, so as not to encumber the Corra Corras too much; however, all the departed warriors and sailors have been properly provided with firearms and weapons, and with half a month of rations, because this expedition will only be of short duration, since the repeatedly mentioned Gorrietjes lie close by here, and with a good wind can easily be reached under sail within twelve hours. The Ternatan fleet already set sail for these islands the day after the news was received, which was the 7th of this month, and if the enemies remain there for only four or five days, this fleet will certainly engage them in battle, whereupon we pray that the Ternatans and our men may retain the upper hand, which we hope to report to Your High Nobilities at the earliest opportunity, adding in the meantime that Ensign Gebhard and Second Mate Gerrits have been appointed as heads or commissioners of this expedition, to which servants the King of Ternate has also entrusted the command over his warriors. In addition, we have caused the following war ammunition to be delivered to the King of Ternate, subject to further accounting, in order to equip the fleet partly therewith, namely: 3 pieces of brass one-pounder cannons 24 pieces of common muskets 145 round and long shot of 1 lb balls 24 small cartridge pouches 210 lbs of gunpowder 300 live cartridges, and 45 pieces of grapeshot of 1 lb balls 100 musket flints Over which goods our officers have been ordered to maintain proper oversight, so that nothing of it goes missing or is embezzled. Furthermore, we have the honor to communicate to Your High Nobilities that the Maguindanao pirates, besides the invasion carried out on the repeatedly mentioned islands, also appeared at the end of the past month of May with twenty large and small proas in the Halmahera districts of Galela and Tobelo, where the corsairs likewise committed several hostilities and killed three to four people, although this raid also cost the pirates five to six men, who were struck down by the Ternatan Alfurs. Immediately upon the receipt of this news, the King held an oral conference with both of us to consider what ought to be undertaken for the security of the Company's possessions and His Highness's lands, on which occasion the said prince made known to us that he now had indeed eight strong and well-manned Corra Corras ready to sail and prepared to seek out and fight the pirates at Manado or in the Banka Strait, but that the altered state of affairs certainly compelled him to suspend the intended military expedition to the said residency, with the consent of us both, as he needed his ready Corra Corras for the time being to protect his lands, since he thought it better to seek out the enemy on the opposite shore; which representation of the King, being grounded in reason, was not by us
Dutch transcription
324 te verstaan gaven, dat het met deze doorstaande zuidelijke win„ den wel eenige dagen konde aanhouden eer dat de Pantjallangs de Goraietjese bilanden quamen te bereiken, daar de Corra Corras, die dagen nagt doorschepten, binnen anderhalf etmaal op de gemelde Eilandjes konden wezen, weshalven zij oordeelden dat het niet raad„ zaam was om op dit togtie gebruik van Pantjallangs te maken; om de aangehaalde redenen hebben wij van de uitrusting dezer vaar„ tuigen afgezien, dog wij zijn met den koning van Ternaten over„ eengekomen, om op de grootste en zwaarste Corra Corras een ze„ ker getal Europeaanse soldaten en Matroosen te plaatsen, met in„ tentie om met schietgeweer en handgranaden tegens den vijand te ageeren; en ingevolge van dit besluit zijn de Ternaatse Corra Corras versterkt met Een vaandrig Een onderstuurman Een sergeant Een Corporaal Een quartiermeester Tien soldaten en Tien Matroosen Wij hadden gaarn een groter getals van soldaten en Matrosen op dit togtie willen zenden, maar Ternaats koning heeft ons la„ ten verzoeken om de manschap niet te vermeerderen, ten einde de Corra Corra's niet te veel te belemmeren; dog alle de vertrok„ kene krijgs en zeelieden zijn behoorlijk met geweer en wapenen, en met een halve maand randsoen voorsien, om dat deze togt maar van een korte duur zal wezen, door dien de meermelde gorrietjes hier digt bij leggen, en met een goede wind wel in een halfe etmaal bezeilt kunnen werden. Het Ternaats vlootie is daags na de ingekomene tijding, of den 7:e dezer, reeds na deze eilandjes onder zeil gegaan, en bij aldien de vijanden aldaar maar vier of vijf dagen blijven vertoeven, zal dit vlootie zekerlijk slaags met hen raken, wanneer wij „bidden, dat de Ternadtanen en de onzen de overhand mogen behouden, het geen uw Hoog Edelheden bij de eerste gelegentheit hoopen te be„ deelen, intusschen aanhalende dat de vaandrig Gebhard en den on„ derstuurman der stuurman Gerrits tot Hoofden of Commissianten dezer Expeditie zijn benoemt, aan welke Dienaren de Koning van Ternaten het Com„ mando over zijne krijgslieden mede heeft opgedragen. Daarenboven hebben wij de volgende oorlogs Ammunitie tot nadere verantwoording aan den koning van Ternaten laten afge„ ven, ten einde het vlootie gedeeltelijk daar mede uit te rusten, als 3: ps Metaale een ponder Canons „ 24: P:s snaphanen gemeene 145: „ rond en langscherp van 1: lb: bals 24:–„ Patroontassen kleine 210: P„s buskruit 300: –„ scherpe Patroonen en 45: p:s druiven van 1: lb: bals 100: –„ snaphaan steenen Op welke goederen onze officieren gelast zijn van goede toezigt te hou„ „den, op dat er niets van absent raake of verduistert werde. wijders hebben wij de eere uw Hoog Edelheden te Communiceeren, dat de Magindanauwse rovers, behalven de gedaane invasie op de meermelde eilandjes, in het laast van de gepasseerde maand Meij mede met twintig groote en kleine prauwen op de Halma„ heirase destricten van Galilla en Tobillo zijn verscheenen, alwaar de zeeschinmers ook eenige vijandelijkheden gepleegt, en drie â vier menschen om het leven hebben gebragt hoewel deze inval de rovers ook op vijf â ses man heeft komen te staan, dewelke door de Ternaatse Alfoeren zijn ter neder gevelt. De koning heeft direct op het inkomen dezer tijding een mond„ gesprek met ons beiden gehouden, om te overwegen wat 'er tot beveiliging van Compagnies bezittingen en van zijn Hoogheits lan„ den bij der hand genomen diende te werden, bij welke gelegendheit de gemelde vorst ons te kennen gaf hoe hij thans wel agt ster„ ke en welbemande Corra Corras zeilvaardig en gereet hadde leg„ gen om de rovers op Manado dan wel in de straat Banka op te zoeken en te bevegten, dog dat de veranderde toestand van za„ ken hem wel noodzaakte om de voorgenomene krijgs expedi„ tie na de gemelde Residentie, met ons bieder toestemming op te schorten, als zijne klaar leggende Corra Corras voor eerst no„ dig hebbende om zijne landen te beschermen, vermits hij dagt dat het beter was den vijand aan de overwal op te zoeken. welk vertoog, des Konings, dat op de weden steunde, niet door ons is
English
326 This consideration of our own safety and protection thus prevailed over the uncertain recapture of the Bark the Ida, and caused us to abandon the expedition intended for that purpose, the more so because we lacked men and vessels for it without the help of the Ternatans: And because this nation was now going to seek out and fight the Magindanauwers on the opposite shore, we assisted the king, at his urgent request, with the following war munitions, namely with: 4: pieces iron Cannons of 1: lb: balls 190: pieces grapeshot of various sorts 120: scrap-iron bags of various sorts 15: pieces Metal basses of ½: lb: 400: lb: Gunpowder 40: snaphaunces, and 540: pieces Round and long sharp shot of various sorts 1720: sharp Cartridges all of which war supplies His Highness undertook to deliver back to the Castle, in case the same were not consumed against the enemy. Although we would now have very much liked to see the Ternatans encounter the sea-rovers and make good use of the borrowed Ammunition, this expedition nevertheless did not turn out according to wish, because the Moluccans continued their journey so slowly that they gave the Magindanauwers time and opportunity to depart in safety to elsewhere, for which negligence the king had the leaders of his little fleet arrested, and indeed, if he did right, then he ought to have these fellows punished exemplarily, because they did not pursue the rovers, notwithstanding that the common Ternatans and Alfoors showed a great desire to engage hand-to-hand with the rovers, as was observed by the citizen sergeant Thomas Florijn, which experienced citizen we had placed on one of the Corra Corras, ostensibly to act as interpreter upon meeting enemies, but in fact with the intention of being an eyewitness and giving us an honest account of the conduct of the Ternatans on this expedition, in which one is otherwise often misled by the natives. This man also reported to us upon his return on the 9th of July that the Ternatan leaders were already informed on their outward journey that the Magindanauwers had moved from Galilla to the district of Maba, where the Ternatan fleet could well have sought out the sea-rovers, if the Leaders had only been truly in earnest: and on account of the service that we have derived in this and several other cases from the said citizen Thomas florijn, he has been granted for this expedition the wage of five Rix-dollars a month, with the ordinary non-commissioned officer's Ration, which we are assured that Your Right Excellencies will not disapprove. While this Ternatan little fleet was still on its journey, the unexpected news arrived here on the 23rd of June that a mighty war fleet of 190: Magindanauwer vessels had arrived at Maba, without knowing whether they were the same that had been at Galilla, or whether it was another fleet of this nation, for it was only said that the notorious Hadji oemar held command over this pirate fleet, and that another 170: such rover prahus were expected at Maba, under the authority of a certain renegade Batchian named Bobak. We received this unpleasant message on the evening of the 22nd of June, at a time when the king of Tidor, along with his son the crown Prince, and some Grandees of the realm, were in the company of Governor Thomaszen at the house of the first Draftsman, when a Tidorese soldier came to bring the aforementioned news to the king, who immediately informed us of it; whereupon both kings of Ternaten and Tidor promised us the following day, in a secret meeting held, to join hands with the Company, with the intention of marching against and dealing with the Magindanauwers with a united fleet of both nations; but when we subsequently entered into discussion about the number of vessels and men that each king would gather for that purpose, we soon perceived that this combined force would not be very strong or numerous, for the king of Tidor, who has often boasted of wishing to assist the Company with eighty Corra Corras against the Magindanauwers, now declared he could equip no more than twelve Corra Corras, which later turned out to be six, and the king of Ternate said that his best men and vessels were currently on a military expedition against the first-arrived twenty Magindanauwer
Dutch transcription
326 Deze bedenking van ons eigen veiligheit en bescherming praeva„ leerde dus boven de onzekere herovering van de Bark de Ida, en deed ons van de daar toe voorgenomene expeditie afzien, te meer dewijl volk en vaartuigen ons daar toe zonder behulp der Ternatanen ontbraken: En dewijl deze natie de Magindanauwers nu aan de overwal zoude gaan opzoeken en bevegten, hebben wij den koning op deszelfs aandringend verzoek bijgestaan met de volgende oor„ logs Ammunitien, als met: 4: p=s ijzere Canons van 1: lb: bals 190: p=s druiven inzoort 120: „ schroot zakken in zoort 15: „ Metaale bassen „ ½: „ 400: lb: Buskruit 40: „ snaphanen, en 540: p=s Roud en lang scherp inzoort 1720: „ scherpe Patroonen alle welke oorlogs behoeften zijn Hoogheit aannam om weder in het Casteel te leveren, in dien dezelve niet tegens den vijand verbruikt wierden. Hoewel wij nu zeer gaarne gezien zouden hebben dat de Ternata„ nen de zeeschuimers aangetroffen, en een goed gebruik van de ge leende Ammunitie hadden gemaakt, is deze expeditie egter niet na wensch uitgevallen, door dien de Maluccaneu hun reis zoo langzaam hebben voortgezet, dat ze de Magindanauwers tijd en gele„ gendheid hebben gegeven om in veiligheit naar elders te vertrekken over welk verzuim de koning de hoofden van zijn vlootie heeft laten arresteeren, en zelfs zoo hij wel deed, dan moeste hij deze kna„ pen voorbeeldelijk laten straffen, door dien dezelve de rovers niet vervolgt hebben, niettegenstaande de gemeene Ternatanen en Al„ foeren een groot verlangen hebben betoont om handgemeen met de rovers te werden, zoo als opgemerkt is door den burger sergeant Thomas Florijn welke ervarene burger wij op een der Corra Cor„ ra's hadden geplaats, quansuis om bij ontmoeting van vijanden als tolk te ageeren, dog in der daad met inzigt om ooggetuigen te zijn en ons een opregt verhaal te doen van het gedrag der Terna„ tanen op dezen togt, waar in men anders dikwils door de inlan ders misleidt werd. Deze man heeft ons bij zijn te rug koomst op den 9:e Julij mede gerapporteert dat de Ternaatse hoofden reeds is tegens gesproken, aangezien wij de noodzakelijkheit mede in„ zagen om den vijand de verdere nadering na dit eiland te belet„ op hun de ten. op hun heen reise verwittigt waren dat de Magindanauwers zig van Galilla na het district van Maba hadden begeven, alwaar de Ternaatse vloot de zeeschuimers wel hadde kunnen op zoeken, zoo het de Hoofden maar regt ernst was geweest: en ter zaake van de dienst, die wij in dit en meer andere gevallen van gemelden bur„ ger Thomas florijn hebben getrokken is dezelve voor deze togt „ de gagie toegelegt van vijf Rijxdaalders 'smaands, met het ordi nair onderofficiers Randsoen, het geen wij verzekert zijn dat uw Hoog Edelheden niet zullen disapprobeeren. Terwijl dit Ternaats vlootie nog op reis was, quam hier op den 23:e Junij de onverwagte tijding dat 'er een magtige oorlogsvloot van 190: Magindanauwse vaartuigen op Maba was aangekomen zon„ der te weten of het dezelve waren, die op Galilla waren aangeweest, dan of het een andere vloot dezer natie was, want er wierd alleen gezegt dat de berugte Hadji oemar het gebied over deze rooff„ vloot voerde, en dat 'er nog 170: diergelijke rovers prauwen op Maba verwagt wierden, onder het gezag van zekeren verlopen Batchiander in naame Bobak. wij ontfingen deze onaangenaame boodschap s'avonds den 22:e Ju„ wij, op een tijd dat de koning van Tidor, benevens zijn zoon de kroon Prins, en eenige Rijxgrote, zig met den gouverneur Thomaszen in geselschap bij den eersten Tekenaar bevonden, wanneer een Tidoreese sol„ /:daat de voormelde tijding aan den koning quam brengen, die 'er ons direct kennis van gaf; waar op de beide koningen van Ternaten en Tidor ons s'anderendaags, in eene gehoudene secreete vergadering, belooft hebben om de handen met de Compagnie in een te slaan, met intentie om de Magindanauwers met een vereenigde vloot der beide natien tegen te trekken en te beregten; dog als men naderhand in gesprek quam over het getal van vaartuigen en manschappen die ieder koning daar toe zoude bij eenbrengen, bespeurden wij spoedig dat deze gecombineerde mogt niet zeer sterk of talrijk zoude wezen, want de koning van Tidor, die zig dikwils be„ roemt heeft van de Compagnie met tagtig Corra Corras tegens de Magindanauwers te willen assisteeren, verklaarde nu niet meer als twaalf Corra Corras te kunnen uitrusten 't geen naderhand op ses is uit gedraait en Ternaats koning zeide zijn beste manschap en vaartuigen thans op een krijgs expeditie waren om de twintig eerstgekomene Ma„ gindanauwse
English
to seek out Maguindanao vessels, so that he could not state what he would add to the Tidorese fleet. In this matter there was nothing else for us to do but to exercise patience and to encourage both kings to exert all their strength toward the humbling of the numerous Maguindanaos, which was also not neglected, whereby we on our part likewise promised the princes to provide their kora-koras with the most necessary munitions of war as soon as these vessels were seaworthy and ready to attack the enemy, who cannot be subdued without firearms. And since the Moluccans lack these, we are obliged in these present circumstances to accommodate them with such ammunition, in the hope that Your Excellencies will also realize this and will be pleased to approve the present necessary increased supply of war materials, as economy cannot possibly be observed in this matter now, although on the other hand good care is taken that the natives duly return everything that has not been fired back to the warehouses. Concluding this digression, we shall note, in continuation of our account concerning the planned expedition of the Moluccans against the Maguindanaos, that the King of Tidore in full assembly granted permission to the Ternatans to fight the Maguindanaos without the slightest hesitation, both on his lands and on those of their own king, with the promise never to show any displeasure over it. This declaration was heard with pleasure, because the Tidorese otherwise make a great commotion and show themselves very dissatisfied whenever the Ternatans appear armed in their districts. This might well happen now, should the Ternatan kora-koras happen to encounter the 20 Maguindanao vessels in the Tidorese district of Maba, whither these sea rovers are said to have gone according to current rumors. This news was further confirmed here a few days ago by three Maba headmen, who stated that the Maguindanaos had landed at Maba and Patani in the month of June with 18 vessels and had devastated and burned everything there, which fate had also befallen the island of Gebe, as Your Excellencies may see from the accompanying report of these Maba people. However, Your Excellencies may be pleased to know that very little reliance can be placed on the testimony of the Maba people and of the Tidorese in general, as they mislead us daily with lies and false statements. At least we cannot accept as truth the sayings of the Maba people regarding the hostilities committed by the Maguindanaos against their settlement, for all other messages and reports that we have received from these regions unanimously confirm that the Maguindanaos stayed at Maba much longer than the Maba headmen pretend; that these pirates were received well and friendly by those of Maba; and that the Maba people were helpful to the said robbers in providing themselves with all kinds of necessities. The above was reported to us by a certain Chinese residing here named Njo Teeko, as well as by a native burgher named Hendrik Jacobsz., both of whom are clever fellows, of whom the first has lived at Maba for a long time and is therefore very well known in that region. For this reason we employed these two persons as spies, who, under the pretext of conducting trade, went by the overland route from Dodinga to Maba to see how matters stood there, what the Maguindanaos were doing there, and how strong in vessels they were. But when the said men began to approach close to the Maba district in their small craft, they learned along the way from a certain known and credible Alfur named Jella Jella that they ran great danger of falling into the hands of the Maguindanaos if they advanced further. For this reason they then turned back, after the Alfur Jella Jella had given them the above-mentioned account of the actions and the good understanding between the Maba people and the Maguindanaos, to which we also add that our spies, for accomplishing the commission, were rewarded with: 30 Rixdollars in cash and 1 piece of Coast brown-blue salempores, which
Dutch transcription
328 gindanauwse vaartuigen op te zoeken, zoo dat hij niet konde opgeven wat hij bij de Tidoreese armade zoude voegen. Hier in viel voor ons niet anders te doen als gedult te oeffenen en de beide koningen aan te moedigen om alle hunne kragten tot ver„ nedering van den talrijken Mangindanauwers in te spannen, het welk ook niet verzuim wierd, waar bij wij de vorsten van onze zijde meede beloofde om hunne Corra Corras van de nodigste krijgs„ behoeften te laten voorsien, zoo draa deze vaartuigen zeilvaardig en gereet waren om de vijanden los te gaan, die zonder vuurwapenen niet betengelt kunnen werden: en dewijl de Moluccanen daar ge„ brek aan hebben, zijn wij genoodzaakt om hen in deze tijds om„ standigheden met dusdanige Ammunitie te gerieven, in hoope dat uw Hoog Edelheden zulks meede inzien, en de thans nood„ zakelijke meerdere verstrekking van oorlogs behoeften zullen ge„ lieven te approbeeren, vermits de menagie daar nu onmogelijk mee„ de betragt kan werden, hoewel daar en tegen goede zorge werd gedragen dat de inlanders alles dat niet verschoten werd, behoor„ lijk weder in de pakhuizen afgeven. Deze digressie eindigende, zullen wij ten vervolge van ons ver„ haal wegens de beraamde expeditie der Maluccanen tegens de Ma„ gindanauwers noteeren, dat de koning van Tidor in volle ver„ gadering aan de Ternatanen heeft toegestaan om de Manginda„ nauwers, zonder de minste schroom, zoo wel op zijne landen als op die van hun eigen koning te mogen bevegten, met belofte van daar over nimmer eenig misnoegen te zullen toonen: welke verklaring met vermaak is aangehoort, om dat de Tidoresen anders een groote beweging maken, en zig zeer misnoegt aan„ stelten, wanneer de Ternatanen gewapend op hunne destricten verschijnen: het geen nu wel zoude kunnen gebeuren, indien de Ternaatse Corra Corras de 20: Mangindanauwse vaartuigen, op het Tidorees destrict van Maba quamen aan te treffen, wer„ waarts deze zeeschinmers zig volgens de lopende gerugten zou„ den hebben begeven, zijnde deze tijding hier voor weinige dagen na„ der bevestigt door drie Mabase opperhoofden, die verklaart hebben dat de Magindanauwers in de Maand Junij, met 18: vaar„ tuigen tuigen op Maba en Pattain geland, en aldaar alles hadden ver„ woest en verbrand, welk tot het eiland gebe mede hadde onder„ gaan, zoo als uw Hoog Edelheden bij het nevensgaand Relaas dezer Mabareesen kan blijken: Dog Hoogst dezelve gelieven te weten dat men op de getuigenissen der Mabaresen, en van de Tido resen in't generaal zeer weinig staat kan maken, als die ons dagelijks door leugens en onwaare opgaven misleidden, ten minsten kunnen wij der Mabareesen gezegden van de gepleegde vijandelijk„ heden der Mangindanauwers op hunne negorij niet voor waar„ heit accepteren, want alle andere boodschappen en berigten, die wij uit deze Contreijen ontfangen hebben, bevestigen eenpariglijk dat de Mangineanauwers veel langer op Maba hebben huisgehouden, als de Mabase opperhoofden voorgeven: Dat dese zeerovers wel en vriende„ lijk door die van Maba zijn onthaalt, en dat de Mabareesen de ge„ melde rovers behulpzaam zijn geweest om zig van allerhande nood„ wendigheden te voorzien. Het opgemelde is ons gerapporteert door zekere alhier woonag„ tige Chinees Njo Teeko, mitsgaders door een inlands burger, in naame Hendrik Jacobsz:, het welk beide slimme gasten zijn„ waar van de eerste lang op Maba heeft verkeert, en dus in die land„ streek zeer bekend is; alwaarom wij deze beide perzonen als verspie„ ders hebben gebruikt, die zig onder den dekmantel van Negotie te drijven, over den landweg van Dodingo, na Maba hebben begeven, om te zien hoe het daar gesteld was, wat de Mangindanauwers daar verrigteden, en hoe sterk van vaartuigen zij waaren; dog de gemelde menschen het Mabase destrikt al sterk met hun klein vaar„ tuigje beginnende te naderen; verstonden als onderweegs van zekeren bekende en geloofwaardige Alfoerees, in naame Jella Jella, dat zij groot gevaar liepen van in der Magindanauwers handen te vol„ len, indien zij verder voorttrokken; alwaarom zij toen terug zijn gekeert, na dat de Alfoerees Jella Jella hen het boven gemeld verhaal van de bedrijven en de goede verstandhouding der Maba„ reesen en Mangindanauwers hadde gedaan, waar bij wij nog voegen dat onze verspieders wegens het volbrengen der Commissie bedagt zijn met: 30: Rijxdaalders Contanten en 1: P=s Salempoeris bruin blauw Cust. welke
English
which expenses we hope will be favorably approved by your High Nobilities, as well as other expenditures of that nature which we are forced to make, out of consideration that we have a great interest in discovering the exact number and strength of the pirates vessels, in order to take our measures accordingly: although we learned these details of the conduct of the Mabarese a few days later in even greater detail from the already mentioned citizen sergeant Thomas Florijn, who told us that he discovered all this by means of some Alfurs who had been sent out with small prahus from the Ternate fleet to spy in secret on everything that occurred on Maba; which people also discovered that no more than three very large and seventeen smaller Maguindanao vessels have been at Maba, which differs infinitely from the first Tidorese report of 190 Maguindanao prahus, which the king received in the presence of us both, unless people merely wanted to make us believe such things, which we are more inclined to believe, although we cannot understand the reason why one seeks to blind us through such lies. Perhaps the king of Tidore was curious to see what kind of countenance we both, along with the Council members who attended our company, would display upon hearing this news: but if this was his intention, then the prince deceived himself, since we thanked him with great composure for the communication, and only gave the king to understand that evening in general terms that if the Maguindanaos had truly appeared on his lands with so formidable a fleet, it was then the proper time to drive these pirates away from there and thus show that he was such an enemy of this rapacious nation as His Highness had always claimed; and as far as we were concerned: That everything was prepared to await the pirates calmly, and with God's blessing to repel them with bloody heads, if they ever dared to attack this Castle; which prudence pleased the king and the court grandees accompanying him, with declarations of being ready to assist the Company with men and vessels; But the Tidorese spoke differently than they thought in their hearts, for believe us freely, High Noble and Most Honorable Lords, the Tidorese nation does not act straightforwardly, and occupies itself all too much with evasions and underhanded tricks to place confidence in them: although we were nonetheless obliged to accommodate the cora-coras of this nation, upon their march against the Maguindanaos, with the following war munitions, namely with 1 240 pieces round and long shot, and 300 lb gunpowder 6 pieces iron one-pounder cannons 30 grapeshot of 1 lb balls and the Ternate cora-coras, which had meanwhile returned from the expedition to Galela and Morotai, likewise required some war necessities to act against the Maguindanao enemy, wherefore the following weaponry was provided to them, namely: 1 300 pieces round and long shot of 1 lb balls 300 lb gunpowder 6 pieces iron cannons of 1 d balls 90 grapeshot of 1 lb balls After which the Ternatans departed from these roads on the 9th and those of Tidore on the 15th of July, with the intention and promise to seek out the pirates on Maba or elsewhere, and to conduct themselves bravely upon encountering these enemies; and in order not to miss the enemy vessels, it was deemed advisable to dispatch the Tidorese naval force south around through the straits of Patientie and Libobbo against the pirates, while the Ternate cora-coras will seek to ambush the raiders along the other way, north around between Morotai and the northern point of Halmahera, and this pursuant to what was decided between the Council and both Kings at the secret meeting of the 23rd of July. Yet when one recalls everything we have already reported concerning the conduct pursued by the Tidorese during the raid on the Goraici islands, one cannot have any great expectation of the military exploits of the six cora-coras that the king of Tidore dispatched against the Maguindanaos, instead of twelve that he had previously promised to equip, and although these six cora-coras have not yet returned from their expedition, we nevertheless firmly assume that these Tidorese vessels met the Maguindanaos at the Goraici islands or thereabouts, and let them pass without striking a blow; if they did not even hold friendly conversation with these corsairs
Dutch transcription
330 welke onkosten wij hoopen dat goedgunstig door uw Hoog Edelhe den geapprobeert zullen werden, zoo wel als andere uitgaven van die natuur die wij genoodzaakt zijn te moeten doen, uit Consideratie dat wij groot belang hebben om het regt getaal en de sterkte van der rovers vaartuigen te ontdekken, ten einde daar na onze maatre„ gelen te nemen: hoewel wij deze bijzonderheden van het gedrag der Mabareesen eenige dagen later nog omstandiger, te weten hebben gekre„ gen van den reeds genoemden burger sergeant Thomas Florijn, die ons gezegt heeft van dit alles ontdekt te hebben door middel van eenige Alfoeren die met kleine Prauties uit de Ternaatse vloot waren afgezonden, om die in het gehei alles te verspieden wat 'er op Maba voorviel; welke menschen ook ontdekt heb„ ben dat 'er niet meer als drie zeer groote en seventien kleindere Mangindanauwse vaartuigen op Maba zijn aangeweest, het geen oneindig veel verschielt van de eerste Tidoreese tijding van 190:— Mangindanauwse prauwen, die de koning in ons beider praesen„ tie heeft gekregen, ten zij dat men ons zulks maar heeft wil„ len wijsmaken, t' geen wij eerder geloven, hoewel wij de reden niet kunnen begrijpen waarom vaen ons door zulke leugens zoekt te verblinden Misschien dat de koning van Tidor nieuwst gierig is geweest om ons te zien wat voor een Contenance wij beide benevens de Raadsleden die ons gezelschap bijwoonden, op het hoo„ ren dezer tijding zouden toonen: dog zoo dit zijn oogmerk is ge„ weest, dan heeft de vorst zig bedroogen, vermits wij hem met eene groote gerustheit voor de Communicatie bedankt, en den ko„ ning dien avond eenelijk in generale bewoordingen te verstaan heb„ ben gegeven, dat zoo de Mangundanauwers wezentlijk met zoo een ontzaggelijke vloot op zijne landen waren verscheenen, het als dan de regte tijd was, om deze rovers van daar te jagen en dus te toonen dat hij eenen dusdanigen vijand was van deze roofgierige natie, als zijn Hoogheit altijd hadde voorgegeven; en wat ons betrof: Dat alles klaar was gemaakt om de rovers rustig af terwagten, en onder godts zegen met bebloede koppen af te wijzen, zoo ze zig ooit verstoutten mogten om dit Casteel aan te randen; welke voorzigtigheit de koning en zijne bij hebbende Hofgroten pae„ sen, met betuiging van gereet te zijn om de Compagnie met volk en vaartuigen te assisteeren; Dog de Tidoresen hebben anders gesproken, als zij in hun hert gedagt hebben, want gelooft ons vrij, Hoog Edele groot Groot Agtbare Heeren, de Tidoreese natie gaat niet voor de vuist te werk, en houd zig al te veel met draijezijen en slinkse stree„ ken op om vertrouwen in hen te stellen: hoe wel wij egter genood„ zaakt zijn geweest om de Corra Corras dezer natie, bij hun optogt te„ gens de Mangindanauwers, te gerieven met de volgende oorlogs ammunitie, als met 1 240: p:s rond en langscherp, en 300: lb: buskruit 6: p=s ijzere een ponder Canons 30: „ Druien van 1: lb: bals en de Ternaatse Corra Corras, die intusschen van de togt na ga„ lilla en Morotaij waren te rug gekeert, zijn mede eenige oorlogs be„ hoeften benodigt geweest, om tegens den Mangindanauwsen vijand te ageeren, weshalven het volgende wapenting aan hen verstrekt is geworden, te weten: 1 300: - p=s Rond en langscherp van 1: lb: bals 300: lb: buskruit 6: p=s ijzere Canons van 1: d: bals 90:— „ Druiven - - - - „ 1: „ _„o Waar na de Ternatanen den 9:e en die van Tidor op den 15:e Julij van deze rheede zijn vertrokken, met oogmerk en belofte om de rovers op Maba of elders op te zoeken, en zig bij ontmoeting dezer vijanden dapper te gedragen, en om den vijandelijke vaartuigen niet te missen, is raadzaam geoordeelt om de Tidoreese zeemagt bezonden om, door „de straaten Patientie en Libobbo op de zeerovers af te zenden, terwijl de Ternaatse Corra Corras de Stroopers langs de andere weg, be„ noorden om tusschen Morotaij ende Noord hoek van Halma„ heira door, zullen zoeken te overvallen, ende zulks ingevolge het gearresteerde tusschen den Raad en de beide Koningen ter secreete ver„ gadering van den 23:e Julij. Dog wanneer men zig alles herinnert, t' geen wij reets van het ge„ houden gedrag der Tidoresen bij den inval op de goraietjes gemeld hebben, dan kan men geene groote verwagting hebben van de krijgs bedrijven der zes Corra Corras, die de koning van Tidor op de Mangin„ danauwers heeft afgezonden, in steede van twaalf die hij bevorens be„ looft hadde uitte rusten, en hoewel deze zes Corra Corras nog niet van hunnen togt te rug gekeert, stellen wij egter vast dat deze Tidoree„ se vaartuigen de Mangindanauwers bij de goraietjes of daar on„ trent ontmoet, en zonder slag of stoot hebben laten passeeren; zoo ze al geene vriendelijke Conversatie met deze zeeschuimers hebben ge„ houden
English
maintain, which is maintained here by many, although the Tidorese masterfully know how to conceal their underhand and treacherous conduct from us. But we shall not further expand upon our well-founded reasons for complaint regarding the poor conduct of the Tidorese, but rather, in continuation of our account, mention that the repeatedly mentioned citizen sergeant Thomas Florijn has again been placed upon the Ternatean Corra Corras, and on the Tidorese vessels a European Corporal named Isaak Kegel, which two persons we are certain will provide us with an accurate report of what occurred on this expedition, of which we have not yet received any tidings or intelligence: but we are of the opinion that the nine Maguindanao vessels that visited the Goraietje islands are the same ones that were at Galela and on Morotai in the month of May, or at least constitute a part of the 20 proas that proceeded from there to Maba, which pirates would thus have nearly sailed completely around the island of Halmahera; but however that may be, the enemies are at least approaching us in very great force, and if the rumors are true that the number of their vessels increases daily, then they might well intend to advance even further, and await an opportunity against this Castle or against the settlements; unless they are minded to await the ship Westfriesland on its return voyage and attack this vessel: on which account we have already in good time applied our thoughts to a valiant defense, in order to thwart the enemy's designs, under God's blessing, to the utmost of our ability. At the secret session of 2 June, we deliberated upon the measures and arrangements that could serve for our defense, whereupon it was in the first place resolved, in case of alarm, to proceed according to the resolutions adopted at the session of 4 November 1776, at a time when a visit from the Maguindanaos was likewise to be expected daily. We noted, just as at that time, that as far as the fortification work is concerned, the Castle was reasonably durable and in a condition to withstand a hard blow from a native enemy, but that our force of military personnel and seamen was so small in number that this Fortress, together with both Fortresses Voorburg and Tolucco, could not be garrisoned with the necessary manpower: moreover, we lack soldiers to cover the two Christian settlements, for which we are most apprehensive in the event of an enemy raid, since everything situated on the south side of the post Voorburg lies entirely exposed and is in danger of being destroyed by fire. Under these present circumstances, we could employ no other precaution against this than to at least have the inhabitants of both settlements warned in good time in case of alarm, so that they may be mindful of their safety: with which purpose, pursuant to the secret Council resolution of 2 June, a six-pounder cannon was placed under a newly erected bamboo shed on the beach of Cajoe Mira, situated about an hour's walk on the south side of this Castle, which ordnance has provisionally been left there under the supervision of an assistant gunner and five citizens, in order to fire three signal shots therewith upon the appearance of enemies in the passage of Norway, as a warning to the inhabitants of the settlements and to the vessels lying in the roadstead, with further orders to spike the piece of cannon upon the approach of the enemy and thus prevent them from making use of it. But considering that this Cajoe Mira is a very suitable place for an enemy to land, and thence to seek out the settlements via the broad country road that begins there, we humbly request Your High Nobilities that we may be permitted to construct a masonry or stone star redoubt there. May it please Your High Nobilities to know that the sea there between the two islands of Ternate and Tidore is at its narrowest; so that this place is judged by experts to be extremely suitable for preventing an enemy appearing there from approaching the Castle, the settlements, and the vessels lying in the roadstead, for which purpose this redoubt must be mounted with ten water-level firing pieces, both to deny the enemy passage by sea and to prevent their landing and advancing toward the settlements. We went to Cajoe Mira with the Lieutenant of Artillery Schmidt to survey and examine the situation of that place in person, whereupon its location likewise appeared to us to be very suitable for the construction of such a fortification.
Dutch transcription
332 houden, 't geen hier van veelen gesustineerdt werd, hoewel de Tidorei„ sen hun slinks en verraderlijk gedrag meesterlijk voor ons weten te verbergen. Dog wij zullen onze gegronde reden van klagen over der Tidoresen slegte handelwijzen niet verder uitbreiden, maar liever ten vervolge onzer beschrijving aanhaalen, dat de meermelde burger sergeant Thomas Florijn weder op de Ternaatse Corra Corras is geplaatst, en op de Tidoreese vaartuigen een Europeaans Corporaal in naame Isaak Kegel, welke beide lieden wij verzekert zijn dat ons een naukeurig verslag van het voorgevalene op dezen togt zullen doen, waar van wij nog geen tijding of narigt hebben bekomen: dog wij zijn van gedagten dat de negen Mangindanauwse vaartuigen die de goraietjese eilanden bezogt hebben, dezelve zijn die in de Maand Meij op Galilla en op Morotaij zijn geweest, of ten minsten een ge„ deelte uitmaken van de 20: prauwen die zig van daar na Maba hebben begeven, welke zeeschuimers het geheele eiland Walmahei„ ra dus bij kans zouden hebben rond gezeilt; Maar hoe hier ook meede zij, de vijanden naderen ons ten minsten zeer sterk, en in„ dien de gerugten waar zijn dat het getal hunner vaartuigen dage lijks vermeerdert, dan kondenze wel voor hebben om nog verder aan te rukken, en een kans tegens dit Casteel of tegens de negorijen te wagten; zoo ze niet gezint zijn het schip west Frislandland, op de te rug reize in te wagten, en dezen bodem te attaqueeren: wes„ halven wij reeds bij tijds op eene dappere tegenweer bedagt zijn ge„ weest, ten einde des vijands aanslagen onder Gods zegen, na ons uitter„ ste vermogen te verijdelen. Ter secreete sessie van den 2:e' Junij besoigneerden wij over de maatre„ gulen en schikkingen die tot onze defensie konden dienen, wanneer men in de eerst plaats besloot om in cas van onraad te werkte gaan na de besluiten die ter sessie van den 4:e November 1776: genomen zijn in een tijd, dat men het bezoek der Magindanauwers mee„ de dagelijks hadde te wagten. wij merkten even als te dier tijd aan, dat het Casteel voor zoo veel het Fortificatie werk betreft, re„ delijk bestand en in staat was om een harden stoot van een in„ landsen vijand te verduuren, dog dat onze magt van Militairen en zeevarenden zoo gering in getal was, dat men dit Fortres be„ nevens. nevens de beide Fortres voorburg en Tolucco niet met de nodi„ ge manschap konde bezetten: boven dien ontbreekt het ons aan krijgslieden om de beide Christen negorijen te dekken; waar voor wij bij eenen vijandlijken inval het meest bedugt zijn, dewijl alles dat aan de zuid zijde van het Postje voorburg gelegen is, ten eenemaal bloot leit, en in gevaar is van door brand verwoest te worden. In deze tijds omstandigheden hebben wij daar tegens geene andere voorzorg kunnen gebruiken, als met de inwoonders van de beide Negorijen, in geval van onraad, ten minsten bij tijds te doen waar„ schouwen om op hunne behoudenis bedagt te zijn: met welk oog„ merk volgens secreet Raadsbesluit van den 2:' Junij, een zes ponder Canon, onder een opgeslage bamboese loots, geplaats is aan het strand van Cajoe Mira, gelegen circa een uur gaans aan de zuijd zijde van dit Casteel, welk geschut aldaar bij provisie gela„ ten is onder het opzigt van een burschieters en vijf burgers, ten ein„ de bij verscheining van vijanden in het gat van Noorwegen, daar meede drie zeinschoten te doen, tot waarschouwing van de inwoon„ ders der Negorijen, en van de ter rheede leggende vaartuigen, met verdere ordre om het stuk Canon bij aannadering van den vijand te vernagelen, en denzelven dus te verhinderen om daar van gebruik te maken. Dog aangemerkt dit Cajoe Mirra een zeer bequame plaats is voor een vijand om te landen, en de Negorijen dan verder door de breede landweg, die aldaar een begin neemt, op te zoeken, verzoeken wij uw Hoog Edelheden ootmoedig en aldaar een gemuurde of steene sterre schans te mogen aanleggen. Uw Hoog Edelheden gelieven te weten dat de zee aldaar tusschen de beide Eilanden Ternaten en Tidor op het nauwst is; zoo dat deze plaats. door kundigen ten uittersten geschikt werd geoordeelt om eenen al„ daar verschijnenden vijand het naderen na het Casteel, de Negorijen, en de ter reede leggende vaartuigen te beletten, ten welken einde deze schans met tien waterpos schietende stukken beplant moet wer„ den, zoo wel om den vijand de doortogt ter zee, als het landen en voort„ rukken na de Negorijen te verhinderen. Wij zijn met den Lieutenant der Arthillerij Schmidt, op Cajoe Mirra geweest, om de gelegentheit dier plaats zelfs in persoon op te nemen en te onderzoeken, wanneer desselfs situatie ons me„ de zeer bequaam voor den aanleg van eene dusdanige sterkte is voorgekomen -
English
334 occurred. Subsequently, we had an estimated calculation made by the overseer of the works, Knefel, and the artillery lieutenant, Schuidt, of the costs that the construction of the proposed fortification will amount to. They are of the opinion that everything can be built firm and strong for the sum of 12137:24:— rix-dollars, which account we now have the honor to present to Your Right Excellencies, adding that the said Lieutenant Schuidt is currently busy preparing a plan of the proposed redoubt, which drawing will be included among the appendices, in the hope of moving Your Right Excellencies through your own visual inspection to allow the construction of the proposed fortification to proceed. We hope that Your Right Excellencies will be all the more inclined to proceed with this upon the consideration that, if this redoubt were provided with the necessary ordnance, and in case of an attack manned with 25 soldiers and 5 gunners, one could then manage in the Castle with 54 fewer men than are allocated to this fortification by the Memorandum of Retrenchment, according to which memorandum we cannot, however, govern ourselves here on Ternate under the present circumstances, as this document appears indeed to have been drawn up for an everlasting peace. Our further arrangements made for mounting a brave defense are described in detail in the secret resolution of 2 June, to which we respectfully refer, while we have the honor to inform Your Right Excellencies that, since the unfortunate capture of the bark De Ida, we have heard of no further enterprises by the pirates on the coast of Celebes. Resident Hemmekam writes to us in a secret letter of 10 June that, apart from the 36 crew members of the bark De Ida who escaped, no more crew from that vessel have arrived at Manado, so that presumably a large number of those crew members will still be captive among the Maguindanaos. Furthermore, Hemmekam reports that since the end of May no Maguindanaos had appeared in the Manado residency, and that the pirates, seeing the post at Kema in a proper state of defense, had launched no attack upon it, without the Resident being able to say which way the pirates had directed their course. This message relieved us of great anxiety, since we had feared that the pirates, after the capture of the bark, would have continued their enterprises on the coast of Celebes and risked a chance against the fortress of Manado or at one of the outer posts, which turned out otherwise contrary to our expectations, and which gives us reason to suspect that the pirates are bolder and more enterprising at sea than in skirmishes on shore. To this we further add how, before receiving the cited Manado letter of 10 June, we were in great longing to know how matters stood in that residency. As no one was willing to hazard carrying a letter thither, we finally found an opportunity to do so through a European burgher and two sailors who, in the month of February, had been sent by Resident Hemmekam to the Sangihe Islands with a small cruising fleet, but which men, on their return to Manado, were driven hither by adverse winds and currents. For these three seamen, desiring to return to Manado, their place of residence, demonstrated to us in a very plausible manner that they saw a chance of arriving there safely without calling at Kema, Lembeh, or Bangka, the usual gathering places of the pirates, which experienced navigators also say can easily be done. Upon this assurance, we sent these men to Manado on 24 June with a letter for the Resident. But since these persons had arrived here destitute of everything, and thus necessarily had to be assisted with some money for monthly provisions, we had six rix-dollars given to the head of these crewmen, the Manado burgher sergeant Pieter Voetering, and four rix-dollars each to his two other companions, as well as to nine hired prahu rowers, for their trouble in carrying a letter to Manado in these dangerous times. And we have, in addition, promised five rix-dollars to each of those daredevils if they return quickly with an answer from the Resident, which these men have undertaken to do their best to accomplish, while we hope that Your Right Excellencies will not take these small expenses amiss
Dutch transcription
334 voorgekomen. Vervolgens hebben wij door den opziender der werken knefel en den Arthillerij Lieutenant Schuidt, eene Calculatife berekening laten doen van de kosten waar op de Extructie der voorgeslagene vastig„ heit zal komen te staan, die van gedagten zijn dat alles hegt en sterk opgebouwt kan werden voor de somma van rd=s 12137:24:—, welke Re„ kening wij de eere hebben uw Hoog Edelheden thans aante bieden, waar bij wij voegen dat de gemelde Lieutenant schuidt thans bezig is een plan van de geproponeerde schans te formeeren, welke aftekening onder de bijlagen zal overgaan, inhoope van uw Hoog Edelheden door eigen oculaire inspectie te bewegen om de extructie der voorgeslagene vestigheid voort„ gang te doen nemen: wij hopen dat uw Hoog Edelheden daar toe te eer„ tder zullen overgaan door de Consideratie, dat wanneer deze schans met het nodig geschut voorzien, en in cas van aanval met 25: Militairen en 5: busschieters bezet wierd, met het als dan in het Casteel wel met 54: koppen minder zoude kunnen stellen; als aan deze vastigheit bij de Memorie van Menagie zijn toegestaan, na welke Memorie wij ons egter in deze tijds omstandigheden niet op Ternaten kunnen reguleeren, aangezien dit geschrift wel voor eene altoos durende vreede schijntin„ gerigt te zijn. Onze verdere gemaakte schikkingen tot het doen eener dappere defen„ „sie zijn omstandig beschreeven in de secrete Resolutie van den 2:e Junij, waar aan wij ons eerbiediglijk gedragen terwijl wij de eere hebben uw Hoog Edelheden te verwittigen, dat wij zedert de ongelukkige ver„ overing van de bark de Ida van geene verdere ondernemingen der rovers op de Cust van Celebes hebben vernomen: en de Resident Hem„ mekam schrijft ons bij secreete brief van den 10:e Junij dat'er behalven de ontvlugten 36: schepelingen van de Bark de Ida, geen meer man„ schap van dat vaartuig op Manado is gekomen, zoo dat 'er denkelijk nog een groot getal dier schepelingen bij de Mangindanauwers gevangen Verders melt Hemmekam dat zig zedert ultimo Meij geene Mangindanauwers in de Manadose Residentie hadden laten zien, en dat de zeeschuimers de Post te kema in een behoorlijke staat van defentie zullen zijn. ziende ziende, daar op geen aanval hadden begeven, zonder dat de Resident wist te zeggen, werwaarts de rovers hun Coers gerigt hadden: welke boodschap ons van eene groote ongerustheid heeft verlost vermits wij bedugt zijn geweest dat de zeeschuimers hunne ondernemingen na de verovering der Bark, op de Cust van Celebes voortgezet, en een kans tegens het Fortres van Manado of op een der buiten Posten zouden hebben gewaagt, dat nog buiten onze verwagting is afgelopen, en 't geen ons reden geeft van te vermoeden dat de rovers op zee stouter en on„ dernemen der zijn als in schermutselingen aan de wal, waar bij wij nog voegen hoe wij voor het ontfangen van de aangehaalde Manadose brief van den 10:e Junij in groot verlangen waren om te weten hoe het in die Residentie gestelt was. Dewijl niemant zig gaarn wilde hasar„ deeren om een brief derwaards te brengen, kregen wij daar toe eindelijk gelegentheit door een Europeaans burger, en twee Matrosen, die in de maand februarij met een kruisvlootie van den Resident Hemme„ kom na de sangirs waren gezonden, dog welke menschen in hunne te rug koomst na Manado, door tegenwind en stroomen her„ waards waren verdreeven; want deze drie zeelieden gaarne na Mana„ do, hun verblijft plaats, willende te rug keeren, toonden ons op eene zeer aannemelijke wijze aan dat ze kans. zagen om aldaar verligte ko„ men zonder kema, Lembeh of Banka, de gewoonlijke verza„ melplaatzen der rovers aan te doen, 't geen ervaren zeekundigen meede zeggen dat gemakkelijk kan geschieden, op welke verzekering wij de„ ze menschen den 24: Junij met een brief voor den Resident na Mana„ do hebben gezonden; dan dewijl deze personen hier van alles ontbloot waren aangekomen, en dus noodwendig met eenig geld voor mand„ behoeften geholpen dienden te werden hebben wij aan het hoofd dezer schepelingen, den Manados burger sergeant Pieter voetering ses Rijxd=s en aan zijne beide andere makkers, benevens negen gehuurde prauwscheppers ieder vier Rd=s laten afgeven voor hunne moeite om in deze gevaarlijke tijden een brief na Manado te brengen; en wij heb„ ben aan ieder dier waaghalsen nog daar en boven vijf rd=s belooft, zoo zij spoedig met antwoord van den Resident te rug quamen, waar toe deze menschen aangenomen hebben hun best te zullen doen, terwijl wij hopen dat uw Hoog Edelheden deze geringe uitgaven niet qualijk
English
will not consider it ill-spent; noting at the same time that we wrote to Resident Hemmekam in the latest secret letter sent with the aforementioned Pieter Voetering on 23 June, instructing him to report to us immediately on how matters currently stood at Manado and what the enemies were presently engaged in. This letter of ours has not yet been answered, but Hemmekam has reassured us in this regard in his cited missive of 10 June, which was delivered to us shortly after the departure of Pieter Voetering, and of which we have made mention before; so that, in continuation of our account, we will merely note that the aforementioned Resident has now recently also been repeatedly urged to always be mindful of a brave resistance, for which at present, proportionately, quite as large a force is at hand on Manado as here at this Main Castle, because the Resident has now again been reinforced with the 36 escaped crew members, so that his garrison is currently very numerous, consisting, according to the last transmitted muster roll of 31 March, of: One sergeant Three corporals Twenty-two soldiers, and Four gunners Which together constitutes a garrison of 66 European military personnel, seafarers, and Ternate burghers; in addition to which the Resident still has a great support in the Company's Christian burghers; wherefore we ordered him in the last letter to send the 36 escaped crew members directly back here once the danger has passed, in order to enable the Council properly to equip the vessels at hand here, which are presently very poorly manned, as there are still at least 25 sailors lying sick in the hospital. In our aforementioned last secret letter of 23 June, we also informed Resident Hemmekam of the appearance of the Maguindanaos on the coast of Halmahera, whither the Ternate kora-koras, which were initially destined for Manado, have now proceeded, in order to protect both this Main Castle and the Ternate possessions on the said coast against the incursions of the pirates, wherefore he, the Resident, will easily understand that he is to expect no relief as long as we here are ourselves in danger of being visited by the numerous Maguindanao pirate vessels, against whose enterprises he can at present well defend himself with the help of the 300 Alifurus, at least if these sea-rovers do not land on Manado with a larger force than they did recently in the year 1777. If the expulsion of the Maguindanaos from the coast of Halmahera had not been deemed more necessary than the protection of Manado, we would gladly have made an attempt to recapture the bark the Ida if feasible, had the kings of Ternate and Tidore been willing to assist us quickly enough with men and vessels, as they had promised to do; but no reliance whatsoever can be placed on the Tidorese promises; and although the king of Ternate as well as his subjects are more sincere and well-intentioned, the sluggish nature of this nation cannot be changed, who were first engaged far too long in outfitting their kora-koras, and when these vessels were finally ready to depart for Manado, this expedition had to be abandoned in order to seek out the Maguindanaos on the coast of Halmahera with the vessels intended for that purpose. We add to this that, although according to Hemmekam's reports there were no Maguindanao vessels at Manado in the month of June, navigation thither nevertheless remains obstructed because the burgher traders dare not dispatch their vessels for fear of the pirates, which will soon plunge us as well as the rest of the community into great embarrassment for lack of rice; wherefore the king of Ternate was addressed in our combined meeting of 23 June and requested to accommodate the Company with that foodstuff in case of need, but His Highness immediately gave us to understand that the Council should not expect to obtain much rice from his overseas districts, since not as much rice grew there as his own subjects required; so that we hope Your Right Excellencies will be pleased to reflect favorably upon our request for a considerable quantity of rice, which relief of that indispensable foodstuff we
Dutch transcription
336 niet qualijk besteed zullen agten; teffens noteerende, dat wij den Re„ sident Hemmekam bij de jongste en met gemelden Pieter voetering ver„ zondere secreete brief van den 23:e Junij geschreven hebben, van ons direct te melden hoe het thans op Manado gestelt was, en waar me„ de de vijanden zig tegenswoordig bezig hielden. Deze onze brief is nog niet beantwoord, dog Hemmekam heeft ons hier ontrent gerust gestelt bij zijne aangehaalde missive van den 10: Junij, die ons kort na het vertrek van Pieter voetering overhandigt is, en waar van wij bevorens hebben gewog gemaakt, zoo dat wij ten ver„ volge van ons verhaal maar noteeren zullen dat de gemelde Resi„ dent nu laastelijk ook weder bij herhaling gerecommandeert is geworden om altijd op eene dappere tegenweer bedagt te zijn, waar toe tegenswoordig na rato ruim zoo eene groote magt op Manado aan handen is, als hier aan dit Hoofd Casteel, want de Resident is nu wederom versterkt met de 36: ontvlugte schepelingen, zoo dat 1 zijne bezetting thans zeer talrijk is, als die blijkens de laast overgezanee dene Mousterrob van den 31: Maart bestaan heeft in Een sergeant Drie Corporaals Twee en twintig soldaten, en vier busschieter Het geen te zamen een bezetting van 66: Man Europeaanse Mili„ tairen zeevarenden en Ternaatse burgers uitmaakt; waar bij de Resident nog een groote steun heeft aan de Compagnie Christen bur„ ger; alwaarom wij hem bij de laaste brief geordonneert hebben van de 36: ontvlugte schepelingen, na het geeindigt gevaar, direct her„ bij waarts te zenden, ten einde den Raad in staad te stellen van de hier aan„ handen zijnde vaartuigen na behoren te kunnen equipeeren, als dewek„ ke tegenswoordig zeer slegt bemant zijn, door dien 'er nog wel 25: matrosen ziek in 't Hospitaal leggen. „ wij hebben de Resident Hemmekam, bij meermelde laaste secreete brief van den 23:e Junij meede kennis gegeven van de ver„ schijning der Magindanauwers op de Cust van Ualmaheira, wer„ waarts de Ternaatse Corra Corras; die eerst voor Manado be„ stemt waren zig thans hadden begeven, om zoo wel dit Hoofd Cas„ teel als de Ternaatse bezittingen op de genoemde cust voor de inw „hies sies der rovers te beveiligen, weshalven hij (:Resident /ligt zal kun„ nen nagaan van geen secours te verwagten te hebben, zoo lang men alhier zelfs in gevaar is van door de talrijke Magindanauwses roofvaartuigen bezogt te worden tegens welkers ondernemingen hij zig tegenswoordig met behulp der 300: Alfoeren, wel kan ver„ dedigen, ten minsten zoo deze zeeschuimers met geen groter magt op Manado landen als zij laastelijk in den Jaare 1777: hebben gedaan. Indien de verdrijving der Magindanauwers van de Cust van Halmaheira niet noodzakelijker was geoordeelt als de beveili„ ging van Manado, hadden wij gaarn een tentamen willen doen, om de Bark de Ida desdoenlijk te heroveren, als de koningen van Terna„ ten en Tidor ons spoedig genoeg met volk en vaartuigen hadden willen assisteeren, zoo als ze belooft hadden te zullen doen; dog op de Tidorese beloften is het geheel geen staat te maken; en hoewel de koning van Ter„ naten benevens zijne onderdanen opregter en welmeenender zijn, zoo is het draage naturel dezer natie dog niet te veranderen, die eerst veel te lang met het uitrusten hunner Corra Corras zijn bezig geweest, en wanneer deze vaartuigen eindelijk klaar waren om na Manado te vertrekken, heeft men van deze togt moeten afzien om de Man„ gindanauwers, met de daar toe bestemde vaartuigen, op de Cust van Halmaheira optezoeken. Wij voegen hier nog bij, dat hoewel 'er zig in de maand Junij vol„ gens Hemmekams Rapporten, geene Magindanauw ses vaartuigen op Manado hebben bevonden, de vaart derwaarts egter nog gestremt blijft, door dien de burgerhandelaars hunne vaartuigen uit vreese voor de rovers niet durven afzenden, 't geen ons zoo wel als de verdere gemeente eerlang in groote verlegentheit om Rijs zal„ brengen: weshalven Ternaats koning in onze gecombineerde ver„ gadering van den 23:e Junij aangesproken en verzogt is om de Compagnie, in Cas van gebrek, met dat voedsel te gerieven, maar zijn Hoogheit gaf ons direct te verstaan dat de Raad zig niet moeste voorstellen om veel rijs van zijne overwalsche destricten te bekomen, aangesien aldaar zoo veel Rijs niet groeide als zijn eigen onderdanen van noden hadden; zoo dat wij hopen dat uw Hoog Edelheden een gun stig reflectie zullen gelieven te slaan op ons verzoek om een aanziene„ lijke quantiteit Rijs, welk ontzet van dat hoognodig voedzel wij A
English
which we look forward to with the utmost longing, since we remember with the greatest sorrow that our supplies will not be sufficient for much longer than two months, without our having the least hope of being helped with the aforementioned grain within that time. The precarious circumstances of the times that we are now experiencing here have also forced us to recall the extirpators from Oubij, both because we urgently needed these men for our defense, and because it could well have happened that the Mangindanauwers, roaming far and wide to raid and plunder, would also have gone to that island, where our men, having nothing with them except their small arms, might well have been encountered, mistreated, or captured by these marauders; which disaster has now been prevented by the retrieval of these servants, who arrived here safely on 24 July, after we had sent for them with two Tidorese corra-corras in accordance with the secret council resolution of 23 June: for since our lantjallangs are no match for the force of the Mangindanauwers, we did not find it advisable to use such a vessel to retrieve our men, for which reason the king of Tidor assisted us with two corra-corras for that purpose, which prince was ashore here at that time with some of those vessels and was therefore able to accommodate us with them more quickly than the king of Ternaten: for which service the Tidorese prince drew a sum of 150 Rds. to provide his men with provisions on this expedition to Oubij, since Tidor's king is not obliged to retrieve our extirpators from another king's territory at his own expense; for which cited reasons we hope that Your Right Excellencies will be pleased to pass this incurred expense favorably. We think that the Ternate and Tidorese corra-corras that are seeking out the Magindanauwers at Maba will not remain away for long, and we hope in our first secret letter to provide Your Right Excellencies with as clear an account of this expedition as of the fortunes of the Ternate campaign, which departed to drive the sea rovers away from the vicinity of this castle and from the Goraietje islands, which undertaking we hope may have a fortunate outcome with the help of our soldiers and sailors. Living in this hope, we have the honor to inform Your Right Excellencies that yesterday towards evening we received a letter from the king of Batchian, and also one from the postholder Lofman, with the news that behind Casiroeta, close to the Batchian island of Latta latta, fourteen large Mangindanauw paduakans had come to anchor, and that at sea still more other large proas were seen, the number of which could not be stated, so that the postholder fears that the sea rovers will plan an attack against Fort Barnevelt, on which account he requests to be reinforced with men, since in his opinion no trust can be placed in Batchian's king: but we cannot possibly weaken our garrison any further; and have therefore ordered the postholder to put up a brave resistance with his garrison, and in case of danger to take the Laboorese Christians into the fortress for assistance. The king of Batchian writes to us concerning the arrival of the Mangindanauwers almost the same as Lofman, and concludes his letter by saying that he relies solely on the Company: yet if one may give credence to the incoming reports, His Highness has by no means shown himself to be as well-intentioned as he pretends, for it is confirmed to us from all sides that he is in league with the traitor Radje Oemar and that he has supplied the fleet of the Mangindanauwers with provisions. We shall give His Highness to understand in our reply that this demonstrated provision of foodstuffs has not been unknown to us, and we shall furthermore remind the prince most earnestly of his duty, with an admonition faithfully to observe the treaties entered into with the Comp:, to drive the pirates from his lands, and to come to the aid of the fortress with his force in case of danger: wherein we shall also write to him that we here are not afraid of the pirates, even if they should advance with fleets ever so much stronger.
Dutch transcription
338 wij met het uitterste verlangen te gemoet zien, aangezien wij ons met het grootste verdriet herinneren dat ons voorraad niet veel langer als twee maanden zal kunnen toerijken, zonder dat wij de minste hoo„ pe hebben van binnen dien tijd met den gemelden korrel geholpen te wer„ den. De haggelijke tijds omstandigheden die wij hier thans beleven, hebben ons meede genoodzaakt om de Exstirpateurs van onbij op te roepen, zoo wel om dat wij deze manschap tot onze defensie hoog nodig hebben gehad, als dewijl het wel hadde kunnen gebeuren dat de Mangindanauwers wijd en zijd gaande stroopen en plunderen, zig ook na dat eiland hadden begeven, wanneer de onzen niets als hun handgeweer bij zig hebbende, wel door deze stropers ontmoet mishandelt of gevangen hadden kunnen werden; welk onheil nu door de afhaling dezer Dienaren is voorge„ komen, die hier op den 24: Julij behouden zijn gearriveert, na dat wij dezelve volgens secreete raadsbesluit van den 23:e Junij, door twee Tidoreese Corra Corras hadden laten afhalen: want dewijl onze lant„ jallangs niet tegens de magt der Mangindanauwers bestand zijn, hebben wij niet raadzaam gevonden een dusdanig vaartuig tot het af„ halen der onzen te gebruiken, om welk reden de koning van Tidor ons daar toe twee Corra Corras heeft bijgezet, welke voorst hier te dier tijd met eenige dier vaartuigen op het land was, die ons daarom spoediger met dezelve konde gerieven als de koning van Ternaten: voor welke dienst de Tidoreese vorst eene somma van 150:—. Rd=s heeft getrokken, om de zijnen op deze togt na oubij met mondbehoeften te voorzien, vermits Tidors koning niet ge„ houden is onze Exstirpateurs op zijn eigen kosten van een ander ko„ nings territoir te laten afhalen; om welke aangehaalde redenen wij verhopen dat uw Hoog Edelheden deze gedaane uitgave gunstig zullen gelieven te passeeren. wij denken dat de Ternaatse en Tidoreese Coara Corras die de Magindanauwers op Maba opzoeken, niet lang zullen uitblijven, en hopen uw Hoog Edelheden bij onze eerste secreete brief zoo veel een duidelijk verslag van deze expeditie te doen, als van het wederva„ ren der Ternaatse krijgstogt, die vertrokken is om de zeeschui„ mers mers uit de nabijheit van dit Casteel, en van de goraietjese eilanden te verjagen, welke onderneming wij verhope, dat met behulp onzer solda„ ten en Matrosen een gelukkigen uitslag mag hebben. In deeze hoope levende, hebbende wij de eere uw Hoog Edelheden te verwittigen, dat wij op gisteren tegens den avond een brief van den koning van Batchian, en ook een van den Potthouder Lofman hebben ontfangen, met de tijding dat 'er agter Casiroeta, digt bij het Batchians eiland Lat„ ta latta, veertien groote Mangindanauwse paduakans ten anker wa„ ren gekomen, en dat 'er in zee nog meer andere groote prauwen wierden ge„ zien waar van het getal niet konde werden opgegeven, zoo dat de pott„ houder bedugt is dat de zeeschuimers een aanslag tegens het fort Bar„ nevelt zullen voor hebben, weshalven hij verzoekt om met manschap versterkt te werden, dewijl 'er na zijne gedagten op Batchians koning geen vertrouwen is te stellen: Dog wij kunnen als ons garnisoen om„ mogelijk meer verzwakken; en hebben den Posthouder daarom gere„ commandeert van met zijne bezetting een dappere tegenweer te doen, en de Laboereese Christenen in cas van gevaar tot hulp in het fortres te nemen. De koning van Batchian schrijft ons over de aankomst der Mangindanauwers bij na het zelfde als Lofman, en besluit zijn brief niet te zeggen dat hij alleen op de Compagnie steunt: dog zoo men aan de ingekomen berigten gelooff mag slaan, dan zoude zijn Hoogheit zig gansch zoo wel menend niet betoont hebben als hij voorgeeft, want van alle kanten werd ons bevestigt dat hij met den verrader radje oemar onder een deken legt en dat hij de vloot der Mangindanauwers van mondbehoeften heeft voorsien. wij zullen zijn Hoogheit in onze rescriptie te verstaan geven, dat dit bewezen onderstand van mandspijs ons niet onbekent is geweest, en zullen den vorst zijn pligt wijders op het erntstigste voorhou„ den, met vermaning om de aangegaane tractaten met de Comp: getrouwelijk natekomen, de rovers uit zijne landen te verjagen, en het fortres in Cas van gevaar met zijn magt te hulp te komen: waar bij wij hem mede zullen schrijven, hoe wij alhier voor de rovers dezelve niet bedugt zijn al kwamen met nog zoo veel sterkere flooten aan„ rukken
English
340 to advance, since the Company was powerful enough to destroy the Mangindanauw pirates and take revenge for the hostile undertakings which these robbers, without cause, have committed against the Company's posts and strongholds. Your Right Honourables will be able to obtain further elucidation on these matters from the copies now being transmitted of the letters from the King and from the Postholder Lofman, as well as from a certain report from some Batchian court dignitaries, which Lofman has sent hither concerning the arrival of the Mangindanauwers. The soldier Zang, by whom the Batchian letters were brought hither, has also delivered to us a certain Wedarese whom he met en route along with two or three other small proas, the operators of which took to flight upon the approach of the said Zang; however, the said military man, suspecting that these fellows might well be spies of the Mangindanauwers, did his utmost to overtake one of the small proas, in which he also succeeded with one of those small vessels. And upon the interrogation conducted with the said native, it appeared to us that the soldier Zang had not guessed incorrectly, for the captured Wedarese and subject of the King of Tidor confessed in our presence that he had stayed for a day on the largest vessel of the Mangindanauwers, and had undertaken to notify the King of Batchian, on behalf of Radja Oemar, that he had already approached very close to his lands with the Mangindanauw fleet. In addition, this Wedarese has also made known to us that the enemies had overrun the post of Oubij, killed one of the garrison members, and carried off three of the remainder, together with two women and two children, in their proas; which news has since been confirmed by oral reports, so that we have no reason to doubt this sad news. The Wedarese spy has also revealed to us that the Mangindanauw vessel on which he had found himself was, according to his estimation, between sixty and seventy feet long, that it carried three masts, and had been manned by 200 souls. We cannot, however, assure Your Right Honourables that the statement Checked; on account of the indisposition of the First sworn clerk statement of this vagabond is in accordance with the truth, of which we hope to give Your Right Honourables a more certain account in our first reply. In the meantime, we shall have the honour further to inform Your Right Honourables that the Gorontalo King Mono Arfa, together with his wife Njonja Sien, having been sent up under arrest by Resident Wentholt, arrived here with the sloop de Jaccatra on the 17th of June; concerning whose apprehension and our conducted course of action with the said native Regent we shall take the liberty to entertain Your Right Honourables in more detail in our further secret reply. Meanwhile we commend Your Right Honourables' illustrious persons to the only secure divine protection, and take at the same time the liberty to style ourselves with the deepest respect and veneration. Was written below: Right Honourable, Stern, Highly Esteemed, Valiant, Most Wise, Prudent, Discreet, Most Generous Lord and Right Honourable Stern Lords. Lower down: Your Right Honourables' most humble and dutiful servants. Was signed: P:s J:s Valckenaer, J:s R:s Thomaszen. In the margin: Ternate, in Castle Orange, the 13th of August 1778. J V Jkelingbeit Perhoines rck ƒ Agrees E E sworn Clerk V Page: v: 342 Batavia To His Right Honour, The Right Honourable, Stern, Highly Esteemed, Far-ruling Lord Reijnier de Klerk, Governor-General, together with The Right Honourable, Stern Lords Councillors of the Netherlands Indies. Right Honourable, Stern, Highly Esteemed, Valiant, Most Wise, Prudent, Discreet, Most Generous Lord, Right Honourable Stern Lords, We have in our most recent secret letter of the 13th of this month most respectfully shown Your Right Honourables into how great an embarrassment we have presently been brought here by the pernicious undertakings of the hostile Mangindanauwers, on which occasion we also provided a detailed account of the military operations and advances of these pirates, which descriptions we deem unnecessary to repeat, assuming that our original letter, which with an express small vessel of the King of Ternate over and Introduction
Dutch transcription
340 rukken, aangezien de Compagnie magtig genoeg was om de Mangin„ danauwses zeeschuimers te verdelgen, en wraak oeffenen over de vija„ delijke ondernemingen die deze rovers, zonder reden, tegens Compag„ nies Posten en vastigheden hebben gepleegt. Uw Hoog Edelheden zullen van dit een en ander nader elucidatie kun„ nen krijgen bij de thans overgaande afschriften der brieven van den Koning en van den Posthouder Lofman, zoo meede uit zeeker Rap„ port van eenige Batchianse Hofgroten, dat Lofman wegens de aankomst der Mangindanauwers heeft herwaarts gezonden. De soldaat zang, door wien de Batchianse brieven zijn hers„ waards gebragt, heeft meede een zekere wedarees aan ons overgele„ vert, die hij onderweegs met nog twee â drie praautjes heeft ont„ moet, waar van de voerders zig op de nadering van gemelden zang op de vlugt hebben begeven, dog gemelde Militair vermoedende dat deze knapen wel spions van de Mangindanauwers konden wezen, deed daar op zijn best om een der prautjes te agter halen, 't geen hem ook met een dier vaartuigjes gelukt is: Een bij de gedaane ondervraging van gemelde inlander is ons gebleeken, dat de soldaat zang niet qualijk heeft gegist, want de opgevatte wedarees en onderdaan van den ko„ ning van Tidor in ons praesentie bekent dat hij zig een dag op het grootste vaartuigen der Mangindanauwers onthouden; en aangeno„ men hadde den koning van Batchian uit Uadje oemars naam te verwittigen, dat hij met de Mangunidanauwse vloot reets tot digt bij zijne landen genadert was. Daar en boven heeft deze wedareesen ons meede bekent gemaakt dat de vijanden de Post van oubij hadden afgelopen, een der bezettelin gen om het leven gebragt en drie van de overige met twee vrouwen en twee kinderen met hunne prauwen hadden weggevoert, welke tijding zedert door mondelinge rapporten is bevestigt, zoo wij geen reden hebben om aan dit droerig nieuws te twijffelen. De wedareese raspieder heeft ons meede geopenbaart dat het Mangindanauws vaartuig, waar op hij zig bevonden hadden, na zijne gedagten tusschen de sestig en seventig voeten lang was ge„ weest, dat het zelve drie masten hadde gevoert en met 200: kop„ pen bemant was geweest. wij kunnen uw Hoog Edelheden egter niet versekeren dat de opgane Nagezien; mits indispositie van den Eerste gezw: klerk opgave van dezen vagabond Conform de waarheit zijn, waar van mij Hoogst dezelve bij eerste rescriptie een zekerde verslag hopen te ge„ ven. Intusschen zullen wij de eere hebben uw Hoog Edelheden nog te verwittigen dat de gorontaals koning Mono Arfa benevens desselfs huisvrouw Njonja sien, door den Resident wentholt in arrest opgezonden, en hier met de sloep de Jaccatra op den 17:'e Junij zijn aangekomen, over wiens opvatting en onze gehoudene han„ delwijze met gemelden Inlandsen Regent wij de vrijheit zullen nemen Hoogst dezelve bij onze nadere secreete rescriptie omstandiger te onder„ houden. Middelerwijl beveelen wij uw Hoog Edelhedens Illustre perso„ nen in de alleen veilige goddelijke bescherming, en neemen teffens de vrijheit van ons het diepste respect en veneratie te noemen. /:onderstond:/ Hoog Edele, Gestrenge, groot Agtbare, Manhafte, welwijze, voorzienige Discrete zeer gewereuse Heer en wel Edele gestrenge Heeren, /:lager:/ Uw Hoog Edelhedens zeer onderdanige en trouw Ps schuldige Dienaren /:was getekent:/ P:s J:s valcke„ naer, J:s R:s Thomaszen /:in margine:/ Ternaten in 't Casteel orange, den 13:e Augustus 1778. J V Jkelingbeit Perhoines rck ƒ Accordeert E E geti: Klerk V Pag: v: 342 Batavia Aan zijn Hoog Edelheijt Den Hoog Edelen Gestrengen, Groot Agtbaren wijdgebiedende Heere Reijnier de Klerk Gouverneur Generaal, Benevens De wel Edele, Gestrenge Heeren Raden van Nederlands India Hoog Edele, Gestrenge, Groot Agtbare Manhafte, wel wijse, voorzienige Dis„ creete, zeer Genereuse Heer Wel Edele Gestrenge Heeren Wij hebben uw Hoog Edelheeden bij onze Jongste secreete Brief van den 13: dezer op het eerbiedigste vertoont in hoe een groote on„ „gelegentheijd wij hier tegenswoordig, door de verderffelijke ondernemingen, der vijandelijke Mangindanauwers wierden gebragt bij welke gelegentheit wij ook een omstandig verhaal ge„ „daan hebben, van de krijgsverrigtingen, en progressen dezer zeeschuijmers, welke beschrijvingen wij onnodig agten te her„ „halen, als veronderstellende dat onse origineele brief, die met een Expres vaartuigje van den koning van Ternaten over en Inleisting
English
communication of the recall of the Tidorese corracorras and of the return of the Ternate corracorras that went to the Goraietjes. has fared again. was sent via Amboina, or at least the duplicate currently being forwarded will be handed over safely to Your High Excellencies. In this hope, following our last reports, we shall have the honor to inform Your High Excellencies that the Ternate and Tidorese corracorras, which according to our previous letter departed from here on 9 and 15 July to drive the Magindanaos out of the district of Maba or from the whole of Halmaheira along two different routes, have to this day not yet returned; but the king of Tidor recently informed us through the qadi Abdul Raouf that he had recalled his six corracorras in order to cover his own country against hostile invasions, and also because there was indeed news that the Magindanaos had left the coast of Halmaheira, for which reason we have acquiesced in this recall of the Tidorese corracorras, who were never inclined to seek out the enemy anyway. The ten other Ternate corracorras, which we reported in the same letter had set sail on the 7th of this month for the Goraietje islands to seek out the nine Magindanao pirate vessels that had appeared there, returned on the 16th of this month. account of what happened to the Ternate expedition: Ensign Gebhard, who was appointed as head or first commissioner on this expedition, related to us upon his return that on the 11th of this month they sighted three large Magindanao pirate vessels, each with two masts, whereupon two large Ternate corracorras approached these pirates and engaged them in combat, while the five other corracorras stayed far behind and, according to Gebhard, did not fulfill their duty properly at all. However, the crews of the two corracorras that were engaged with the Magindanaos behaved very well and battered these corsairs so heavily with their ordnance that the pirates finally fell back and were put to flight, notwithstanding that at first they came directly at the Ternatans. But seeing that the two corracorras with which they were in action maintained just as good a countenance and bravely greeted them with gunfire, the pirates finally broke through and headed westward, without the Ternatans being able to pursue or overtake them due to the heavy wind, although the pirates had to abandon seven small prows, whose operators jumped over into the large vessels of their nation, after which these small vessels were captured by the Ternatans and partly chopped to pieces on the reef of Batchian, in the vicinity of which the battle took place; so that the Ternatans only obtained some shields and minor clothing of the Magindanaos as booty. Ensign Gebhard was on one of the largest corracorras, and the said officer testifies that the three enemy prows were struck by ordnance to such an extent that they probably suffered many dead and wounded. He also noted that the enemy's thrusts began to slacken unusually toward the end, leading him to suspect that they lacked war supplies, in addition to which he also reported to us that one of our soldiers, by name Louis Bongert of Ternaten, was wounded in the head by a musket shot from the enemy prows, and a Ternate soldier was wounded in the belly, but no one was killed. And indeed the eight other corracorras performed poorly, for five only fired from afar without causing much damage to the enemy, and the three remaining ones had already absented themselves from the small fleet shortly after departure, the mate Gerrits, who was on one of these lagging vessels, being unable to persuade the Ternate commanders to join the others and the
Dutch transcription
communicatie van het ontbot der Tidoreese carra corras En van de terug komst der Ternaatse corras Corras die na de goeraietjes zyn geweest weder varen is. over Amboina is verzonden of ten minsten het thans overgaand Duplicaat behouden aan uw Hoog Edelheden overhandigt zullen werden. In deze hoope zullen wij de eere hebben Hoogst dezelve ten vervolge onzer laaste relaasen te melden, dat de Ternaatse en Tidoreese Corra Corras, die blykens onze voorige, op den 9: en 15: Julij van hier zijn vertrokken, om de Magindanauwers langs twee verscheijde wegen uit het destrict van Maba of van geheel Halmahaira te verjagen op heden nog niet terug zijn geko„ „men; Dog de koning van Tidor, heeft ons nu onlangs door den kali Abdul Raouf laaten verwettigen, dat hij zijne zes Corra Corras terug had ontboden, om nu zijn eigenland voor vijandelijke invasies te dekken, en ook om dat er dog tijding was dat de Mangindanauwers de Cust van Halmaheira had„ „den verlaten, om welke reden wij ons dit ontbod der Tidoreese Conra Corras hebben laten welgevallen, die dog nooijt ge„ „zint zijn geweest den vijand op te zoeken. De tien andere Ternaatse Corra Corras, dewelke wij bij den„ „zelfden brief gemeld hebben, dat op den 7: dezer na de Go„ „raietjese eilanden onderzeijl waaren gegaan, om de ne„ „gen aldaar verschene Mangindanauwse roofvaartui„ „gen op te zoeken, zijn den 16: dezer eterug gekomen. verhaal van 't geen dezelve naar De vaandrig Gebhard die tot Hoofd of eeste Commissiant op deze Ternaatse expeditie was benoemt heeft ons bij zijn terug komst verhaalst: dat zij den 11: dezer drie groote Mangindanauwse roofvaartuijgen, ieder met twee masten, in het gezigt hadden gekregen, waar op twee groote Ternaatse Corra Corras die ro„ „vers genadert, en met dezelve in gevegt waren geraakt, ter„ „wijl de vijf andere Corra Corras zig zeer agterlijk gehou„ „ren, en hun pligt volgens Gebhards zeggen gansch niet na behoren hadden betragt: Dog 't volk van de beide Cor„ „ra Corras, die met de Mangindauuwers aan de gang zijn geweest, hebben zig zeer wel gedragen, en deze zeeschuijmers zoo wel met hun geschut gehavent, dat de rovers eijndelijk te 344 te rug zijn gedeinst, en op de vlugt gedreven, niet tegenstaande dat zij eerst stond op de Ternatanen af quamen, dog ziende dat de twee Corra Corras, waar mede zij in actien waaren, ee„ „ne even goede Contenance hielden, en ten dappen met het geschut begroeteden, waren de rovers eindelijk doorgegaan, en om de west gestoken, zonder dat de Ternataanen hen door de zwaare wiend hadden kunnen vervolgen of inhalen, hoewel de rovers seven kleine prauwen in de steek hebben moeten „laaten, welkers voerders in de groote vaartuigen hunnen natie zijn overgesprongen, waar na deze vaartuijgtjes door de Ver„ „natanen bemagtigt, en gedeeltelijk op de Batchianse wel zijn aan stukken gekapt, in welke nabijheit het gevegt is voor„ „gevallen: zoo dat de Ternataanen alleen eenige schilden en geringe kleederen der Mangindanauwers tot buijt hebben bekomen. De vaandrig Gebhard is op een der grootste Corra Corras geweest, en gemelde officier betuigt dat de drie vijandelijke prauwen, der„ „maten met het geschut zijn getroffen, dat dezelve denkelijk vee„ „le dooden en gequetsten hebben bekomen: Hij heeft meede op gemerkt dat de stooten der vijanden op het laast ongemeen be„ „gonnen te verflauwen, waar door hij vermoedt dat het hen aan oorlogs behoeften heeft ontbroken, waar bij hij ons meede heeft gerapporteert, dat een onzeer soldaten in naame Louis Bongert van Ternaten, door een snap„ „haan schoot uit de vijandelijke prauwen aan het hoofd is geblesseert geworden, en een Ternaatse soldaat is in den buijk gequetst, maar niemand is 'er gesneuvelt: En zelfs hebben de agt overige Corra Corras het slegt laaten leggen, want vijf hebben maar van verre geschoten, zonder dat ze den vijand veel nadeel hebben toegebragt, en de drie resteerende hebben zig kort na het vertrek reeds van het vlootje geabsen„ „teert, hebbende de stuurman Gerrits die op een dezer agter„ „gebleevene vaartuigen geweest is, de Ternaatse gezagheb„ „bers niet kunnen bewegen, om zig bij de overige te voegen, en de 3:
English
small fleet to the Goraietjes to seek out the enemies, over which the King of Ternaten has shown great displeasure. This is not without reason, if one acknowledges what trouble and expense were employed to restrain the pirates for once, whereas these were often spent with little benefit because of the indifference of the natives. In addition, the said Ensign Gebhard has also testified to us that the bullets of the pirates were of a heavy caliber, and that the vessels of their opponents carried a large, square wooden breastwork at the front, which contraptions almost covered the entire vessel, and in which there were two embrasures at the front for heavy cannon, with which the pirates did much harm while their crew remained protected by the breastworks. To which we also add that the said Ensign Gebhard has recently delivered to us a brief journal of his cruise, of which we currently send the copy, and he has informed us orally that since the vessels of the pirates had headed to the west, he almost presumes that they will have turned towards Kema or towards Manado. But we do not have the least certainty of this yet, and the King of Ternaten himself received a report from Macquian a few days ago that the pirates had appeared again at the Goraietjes with three to four large proas, and if such is true, then they are certainly the same fellows against whom the Ternatans have fought, who will probably await more comrades there in order to carry out one attack or another. His Highness, who is willing and attentive enough to thwart the evil designs of the pirates according to his ability, has therefore, immediately after the return of his warriors, again equipped another small fleet of ten cora-coras, which put out to sea on the 22nd of this month, and on which ten privates are stationed under the command of Ensign Veegele, who with his subordinates is properly provisioned. And this small fleet is destined to seek out the enemy once more around the Goraietjes or on the Batchian islands, where they will have to search every nook and cranny in order to give the enemy no opportunity to hide themselves, just as His Highness has also let us know that he had done everything possible to induce his people to behave better than the other commanders had done, whom he had now let remain at home. And Ensign Vegele, who is a good officer, has also been admonished from our side to hold himself bravely with his men, and in case of attack to do all possible damage to the enemy; so that we hope that the Ternatans and ours may achieve a complete victory against the pirates, in case they still stay at Batchian or at the Goraietjes, because it is certain that if these pirates still continue to linger at that latitude, their objective is only to await and attack the vessels that intend to go to Batavia, which alarms us here in such a way that we dare not send any return vessel to Your Right Honourables before certain news of the pirates' departure shall have arrived, unless the King of Ternaten had the opportunity to have the sloop the Jaccatra, which is destined to bring the letters, papers, and goods to Batavia, convoyed by twelve or fifteen large cora-coras until past Obij. But since his entire force is now mostly on voyages and expeditions, he cannot assist us with this convoy before the recently dispatched expedition fleet shall have returned, which we therefore wish may appear soon, as well as that its crews may completely drive the enemy out of these waters. We add here also that the news of the overrun of the post at Onbij
Dutch transcription
vlootje na de goraietjes de vijanden op te zoeken, waar over den koning van Ternaten groot ongenoegen heeft betoont: T' geen niet zonder reden is, als men bekent welke moeite en kosten 'er alwerden aan„ „gewend om de zeeschuijmers eens te beteugelen, daar de„ „zelve door de onverschilligheit der Jnlanders veel tijds met weijnig voordeel werden besteed. Daar en boven heeft de gemelde vaandrig Gebhard ons meede betuijgt dat de kogels der zeeschuijmers van een zwaar Caliber waaren, en dat de vaaruigen hunnen tegen„ parteijen van vooren een groote vierkante houte borst„ „weering voerden, welke machines het geheele vaartuig bij kans bedekten, en waar in van vooren twee schietgaten voor zwaar Canon waren, waar mede rovers veel quaad deden terwijl hun volk door de borstweerings beveijligt, bleef waar bij wij nog voegen, dat de gemelde vaandrig Gebhard, ons nu onlangs een kort dagverhaal zijner kruijstogt heeft overgelevert, waar van wij thans het afschrift over„ „zenden, en hij heeft ons mondelings verwettigt dat vermits de vaartuigen der rovers, om de west waaren gestoken, hij bij kans praesumeert, zij, het na kema of na Manado zullen hebben gewendt: Dog wij hebben hier van de minste zekerheit nog niet, en de koning van Ternaten heeft voor„ „eenige dagen zelfs rapport van macquian gekregen, dat de rovers zig met drie â vier groote prauwen we„ „der op de Goraietjes hadden vertoont, en zoo zulks waar is, dan zijn het vast dezelfde knapen, daar de Ternata„ „nen tegens geslagen hebben, die aldaar denklijk meerder makkers zullen afwagten, om den een of anderen aan slag uit te voeren: zijn Hoogheit die gewillig en oplettent genoeg is om de quaade desseinen der zeeschuijmers na zijn vermogen te verijdelen, heeft daarom direct na de terugkomst zijner krijgslieden weder een ander vlootje Berigt van het afzenden van een ander van tien Corna Corras uitgerust, het geen den 22: dezer in zee is gestoken, en daar op zijn tien onder soldaten geplaats, onder con 346 confermatie van het aflopen van onder het Commando van den vaandrig Veegele die met zijn onder„ „hoorige behoorlijk geproviandeert is, en dit vlootje is gedes„ „tineert om den vijand nogmaals om de goraietjes dan wel op de Batchianse ijlanden op te zoeken, alwaarse alle hoeken en inkammen zullen moeten doorsnuffelen, om den vijand geen gelegentheit te geven van zig te verbergen, gelijk zijn Hoogheit ons meede heeft laten weten, dat hij alles gedaan hadden wat mogelijk was om de zijnen te bewe„ „gen van zig beter te gedragen, als de andere opperhoofden hadden gedaan, die hij nu 't huis hadde laaten blijven, en de vaandrig vegele die een goed officier is, die is van onze zijde meede vermaant, om zig met de zijnen dapper te houden, en den vijand in Cas van attaque alle mogelijke afbruik te doen; zoo dat wij hoopen, dat de Ternatanen en de onze een Compleete victorie tegens de rovers mo„ „gen behalen, ingevalle dezelve zig nog op Batchian of zoo op de Goraietjes onthouden, dewijl het zeker is dat ^ deze zeeschuijmers nog op die hoogte blijven vertoeven, als dan hun oogmerk alleen strekt om de vaartuigen die de wil na Batavia hebben intwagten, en te attaqueeren, het geen ons hier dusdanig allarmeert, dat wij geen retour bodem aan uw Hoog Edelheeden, durven zenden voor dat er zekere tijding van der rovers vertrekt ingekomen zal wezen, ten waa„ „re dat de koning van Ternaten gelegentheit hadde om de sloep de Jaccatra, die gedestineert is om de brieven Pa„ „pieren en goederen na Batavia te brengen, door twaalf of vijftien groote Corna Conras tot voorbij obij te laaten Convo„ „ijeeren, dan dewijl zijn geheele magt thans meest op togten en Expedities is kan hij ons met dit Convooi met assis„ teeren, voor dat het Jongst, afgezonden Expeditie vloot„ „je te rug gekomen zal zijn, het geen wij daarom wenschen dat spoedig mag opdagen zoo meede dat dies scheepelingen den vijand te eenemaal uit deze vaarwateren mogen ver„ „Jagen. Wij voegen hier nog bij dat de tijding van het aflopen der Post de Post te onbij
English
post at Obij, which we first learned from the arrested wedarees, has since been confirmed from many sides, and although this sorrowful news has not yet been written to us from Batchian, we nevertheless have not the least reason to doubt it. Besides this, Your High Nobilities will find inserted in the secret Resolution of the 22nd of this month the translation of a kind of declaration that the said wedarees gave at Batchian of his experience, and which was drawn up there by the writer of Batchian's Crown Prince, named Jahaija Ramalan, without our being able to say whether the particulars stated therein were given truthfully by this wedarees. At least, we are of the opinion that nothing substantial can be deduced from it to the charge of this person, who was detained by the pirates only through coercion, wherefore, upon the strong representations of Tidor's king, we handed him over to his emissary Iahans, after the wedarees had repeated his deposition again in the presence of the said emissary Iahans, which the latter confirmed with his own signature on the declaration. From Manado we have received no news since the 10th of June, but Resident Hemmekam wrote to us by secret letter of that date that there were no enemies at that time, so that we flatter ourselves with the hope that everything in that Residency will still be at peace. The said Resident further informs us that, on account of their pitiable poverty, he had provided one month's pay to the 36 escaped crew members of the bark De Jda, which we hope may be approved by Your High Nobilities, although we shall write to the Resident to let the matter rest with this single provision, without dispensing any more monthly pay to these servants before they shall have accounted for their conduct in the fight with the pirates. The Resident further reports in this letter that the bark De Jda was seen under full sail on the 30th of May between the islands of Biaro and Banka, heading on a northerly course, from which he presumes that the Mangindanaoans intend to make a raid on the Sangihe islands with the aid of this vessel. Wherefore he had warned the Sangihe kings, as well as the Postholder of Taboeken, by means of a circular letter to be on their guard and to put themselves in a state of defense, which precaution of the Resident was, in our opinion, very praiseworthy. He further offers to go and seek out the frequently mentioned dangerous pirates in their own country and attack them, provided that such an expedition be undertaken with a sizable force and he be appointed as its commander. But it is known to Your High Nobilities that our force is far too small to mount a military expedition to Mangindanao, and besides, this is an undertaking of such great importance that we shall never presume, without Your High Nobilities' orders or prior knowledge, to act offensively in such a manner against the Mangindanaoan, preferring to content ourselves with proceeding according to Your High Nobilities' intentions, and being mindful only of our defense until such time as an ample relief of manpower and restored peace at Maccasser and elsewhere will enable Your High Nobilities to seek out the pirates with a considerable force in their own harbors. Although we learn with sorrow from Your High Nobilities' revered missive of the 31st of December anni praeteriti that the shortage of military personnel and seafarers is very great, and Your High Nobilities were therefore unable to spare soldiers for the expedition against the Mangindanaoans. Which will certainly also have been the reason that no more than seven soldiers were sent over for the annual relief, which suits us so poorly here under the present circumstances that we take the liberty of once more most respectfully representing our lack of manpower to Your High Nobilities, requesting that, if at all possible, we be promptly assisted with soldiers and sailors, since our small garrison continues to diminish daily and there are no means here to recruit men, because the Ternate burghery is not only very weak in numbers and does not exceed 80 heads, but also because few of these people show any inclination for military service. With Your High Nobilities' permission, we shall now step back a few months with our description of the Mangindanaoans and remind Your High Nobilities how the first signatory, by letter of the 25th of August anni praeteriti, made mention of four to five prahus equipped for war which the King of Ternate intended to send to the coast of Celebes, in order to let them cruise along the said coast and even as far as Magindanao, so as to fight the pirates in their own country and settlements. When the first signatory subsequently learned that the Sangihe islands were being exceedingly disturbed by the Magindanaoans, we saw fit to dispatch the said Ternate cruising kora-koras from Manado for the protection of the Sangihe islands. However, when Hemmekam received the orders to that effect, this small Ternate cruising fleet had already departed toward the west of the Celebes coast, so that the projected voyage to the Sangihe islands did not take place at that time, and the cruisers on their voyage to the west
Dutch transcription
„ne vijanden zullen zijn verwettiging van de verstrekking eener „gen van de Bark de Ida Post te Obij, die wij het eerst van den gearresteerden wedarees te weten hebben gekregen, zedert van veele kanten is beves„ „tigt, en hoewel ons deze droevige boodschap nog niet van Batchian geschreven is hebben wij egter de minste reden niet, om dezelve in twijffel te, trekken. Buijten des zullen uw Hoog Edelheden in de secreete Resolutie van den 22: dezer het Translaat geinsereert vinden van een zoort van verklaring, die de gemelde wedarees op Batchian van zijn wedervaren heeft gegeven, en dewelke aldaar door den schrij„ „ver van Batchians kroon Prins in naame Jahaija Ra„ „malan is opgemaakt zonder dat wij kunnen zeggen, of het daan bij bekent gestelde naar waarheit door desen weda„ „rees is opgegeven: Ten minsten zijn wij van gevoelen, dat daar uit niets wezentlijks ten lasten van dezen persoon kan wor„ „den opgemaakt, die alleen door dwang van de rovers is aan„ „gehouden weshalven wij hem op de kragtige instanties van Tidors koning aan desselfs zendeling Iahans hebben over„ „gegeven, na dat de wedarees zijne depositie weder in pree„ „sentie van gemelde zendeling Iahans hadde herhaalt, 't geen deze laatste mij zijn eigen handtekening bij de ver„ „klaaring heeft bevestigt. De schrijvers hopen dat op Manado gee„ van manado hebben wij zedert den 10: Junij geen tij„ „ding gekregen, dog de Resident Hemmekam schreef ons bij secreete brief van dien datum dat 'er te diertijd geen vij„ „anden waaren, zoo dat wij ons met de hoope vleijen dat alles nog in die Residentie in rust zal wezen. De gemelde Resident meld ons wijders dat hij aan de 36: maandgagde aan de ontvlagte schepelin, ontvlugten scheepelingen van de Bark de Jda, wegens derzelver deernis waardige armoede een maand gagie hadde verstrekt 't geen wij hoopen dat door uw Hoog Edel„ „heden geapprobeert mag werden: hoewel wij den Resi„ „dent zullen schrijven, om het bij deze eene verstrekking te laaten berusten, zonder meer maandgelden aan deze bedienden afte geven, voor dat zij zig wegens hun gehouden 65: De een doen reside 348 De Resident Hemmekams aanbod om een expeditie naar Mangindanao te doen, aan H: H: E: genotificeert gehouden gedrag in het gevegt met de rovers verantwoord zul„ „len hebben. Wijders meld den Resident bij dezen brief, dat de Bark de Jda op den 30: Meij tusschen de ijlanden Biaro en Banka in volle zeilen gezien is, de Cours om de Noord stellende, waar uit hij praesumeert, dat de Mangindanauwers gezient zijn, om met behulp van dit vaartuig een stroop op de san„ „girse eilanden te doen, weshalven hij de sangirse konin„ „gen, benevens den Posthouder van Taboeken, door een Circulair briefje gewaarschouwt hadde op hun hoede te wesen en zig in staat van tegenween te stellen, welke voorzorg van den Resident onses bedunkens zeer prijse„ „lijk is geweest, die zig wijders aanbied om de meermelde na„ „telijke rovers in haar eigen land te gaan opzoeken en aan te lasten, mits dat eene dusdanige expeditie met een talrijke magt ondernomen, en hij daar over als Hoofd wierd aangesteld. Dog het is uw Hoog Edelheden bekent dat onze magt veel te gering is om eens krijgs Expe„ „ditie naar Mangindanao aanteleggen, en buijten des is dit een inderneming van zoo een grootbelang dat wij ons buijten uw Hoog Edelhedens order of voor kennis nim„ „mer onderstaan zullen om dusdanigen wijse offensive tegens den Magindanauwor te ageeren, ons lieven verge„ „noegende om naar Hoogst derzelver intentie werk te gaan, en alleen op onze defensie bedagt te zijn, tot tijd en wijle een ruijm ontzet van manschap en de herstelde rust op maccasser en elders, uw Hoog Edelheden in staat zullen stellen om de rovers met een aanzienlijke magt in hun eijgen havens op te zoeken: Hoewel wij uijt uw Hoog Edelhedens gevene„ „reerde missive van den 31: December anni praeteriti met smerte vernemen, dat de verlegentheid om Militai„ ren en zeevarenden zeer groot, en Hoogsdezelve dus buijten staat waaren, om krijgslieden voor de togt tegens 7. van H: H: E: voorgedragen. op de celebese cust van eenige andere Tornaatse corra conras tegens de Mangindanauwers te kunnen missen: Het geen ook zekerlijk de reeden zal zijn geweest, dat voor het jaar„ „lijks secours; niet meer als seven soldaten zijn overgezonden het geen ons hier in deze tijds omstandigheden zoo qualijk Het gebrek van Manschap nog maalskoomt, dat wij de vrijheit nemen uw Hoog Edelheden ons gebrek om manschap nogmaals op het eerbiedigste voor te dragen met verzoek om bij eenige mogelijkheit spoe„ „dig met soldaten en matrosen geassisteert te werden de„ „wijl ons gering garnisoen nog dagelijks vermindert, en dat hier geen middel is om volk aan te werven, door dien de Ternaatse Burgerij niet alleen zeer zwak van man„ „schap en niet boven de 80: koppen is, maar ook om dat weijnige dezen menschen eenigen lust voor den krijgsdienst betoonen. Met „ Hoog Edelhedens believen zullen wij nu met onze beschrijvinge van de Mangindanauwers eenige maanden te rugtreeden, en Hoogst dezelve te binnen brengen hoe de eerste Teekenaar bij brief van den 25: Berigt negens de gedane kruistogt Augustus anni praeteriti gewag heeft gemaakt van vier â vijf ten oorlog toegeruste prauwen die de ko„ „ning van Ternaten gezient was na de Cust van Celebes te zenden, ten einde langs de gemelde Cust en zelfs tot aan Magindanao toe te laaten kruijssen, om de roo„ „vers eens in hun eigen land en woonplaatsen te be„ „vegten. wanneer nu de eerste Tekenaar naderhand te weten kreeg dat de sangirse eilanden uijtermaaten door de Magindanauwers ontrust wierden, vonden wij wel goed, om de gemelde Ternaatse kruijs Corra Corras van Nanado ter beveiliging van de sangirsse eilanden af te zenden, dog wanneer Hemmekam de orders daar toe ontfing was dit Ternaats kruijs vlootje reeds na die west van de Celebise Cust vertrokken, zoo dat de ge„ „projecteerde togt na de sangirs te dier tijd geen voortgantg heeft gehad, en de kruijssers hebben op hunne togt om de west 8: En celeber
English
And by those who have cruised to the west of Celebes, no Mangindanauwers were encountered either, and they even seem to have abandoned their intention of going to the island of Mangindanao, but one of those corocoras went as far as Tedong on Borneo, where the Ternatan Alfurs sought out the pirates of that place in their hiding places, destroyed five of their prahus, and killed seventeen Thedongers, which news Resident Hemmekam wrote to the council in a secret letter of 6 February, and the same was afterwards confirmed by the King of Ternate, on the occasion that the corocora that carried out this expedition arrived here in the past month of February without the prior knowledge of Resident Hemmekam, on account of a minor dispute that the commanders of that vessel had with the said Resident, which however was settled again here. The remaining Ternatan corocoras only cruised to the west of the coast of Celebes, and their expedition, according to Hemmekam's secret letter dated 30 April, had quite a good effect. At least he reports that the reconciliation of the inhabitants of Cayeli, Tontoli, and Bwool, who had previously lived in enmity for years, must be attributed to the appearance of the Ternatan cruisers, after which reconciliation the King of Tontoli, who had acted as an enemy of the Company after the surprise attack on the Bwool post, had his erected bentings demolished, and promised to dig gold for the Company together with the Bwoolers, which favorable change of the said petty king Hemmekam writes was caused by his fear that the Ternatan auxiliary troops would subjugate him if he were to show signs of enmity against the Company again. But if it is true that these treacherous nations have genuinely become as well-meaning and peace-loving as Hemmekam reports, the reason adduced for it is nevertheless, in our opinion, somewhat far-fetched: besides the fact that very little trust can be placed in such a forced friendship as that described of the petty king of Tontoli, on which account Resident Hemmekam was written to deal cautiously with these wandering and murderous Cayeliers, in order not to be brought into inconvenience under the guise of friendship, at a juncture when he is bound to observe circumspection and vigilance more than ever. It now further serves to our satisfaction to be able to inform Your Right Noblenesses that the Sangir petty kings of Taboekan, Chiau, and Tagulanda continuously conduct themselves as faithful and well-meaning allies, just as they also offer brave resistance to the Mangindanauwers, for according to Hemmekam's secret letter of 6 October of the past year, the pirates had indeed reduced the negorij of Saloerang on the island of Great Sangir to ashes, but they were afterwards driven to flight by the inhabitants of Manaco and Iamako with the loss of three men on the side of the pirates. The King of Chiau, Ismael Jacobsz, the bravest of the Sangir petty kings, also continually prevents the pirates from landing on his island, and those of Tagulanda also make many a pirate bite the dust. In addition, the Resident reports in the cited secret letter of 6 October that on 23 August, after the enemy's departure from Manado, a fierce fight arose between a Ternatan corocora and some Mangindanauw vessels, on which occasion one Ternatan was killed and six were wounded, but they defended themselves so bravely, according to Hemmekam's writing, that he suspects the enemies must have suffered many dead and wounded in that encounter, just as he was at that time also of the opinion that the enemy, due to the resistance offered at Manado, would surely have lost the appetite to invade the Company's possessions again, of which we have nevertheless, to our sorrow, experienced the contrary this year. In the cited letter from Resident Hemmekam it was also written that a certain Haji, who is likely the notorious Haji Oemat, reportedly told two natives who had escaped from the Mangindanauwers that two Mangindanauw vessels had departed for the Manilas to call upon the Spaniards for assistance, and then with a combined force to attack both the Moluccos and the Governments of Amboina and Banda, but if such an embassy to the Spaniards has truly taken place, we think that this nation has enough to do with their own affairs, and will be too cautious and diplomatic to embroil themselves in difficulties with the Company for the sake of the Mangindanauwers. We also have the honor to present to Your Right Noblenesses two depositions of natives, relating to the deeds and intentions of the Mangindanauw pirates, from the first of these testimonies it being discernible that certain three Bwoolers, named Tamoenan, Sakoel, Samoenan, who were held captive among the Mangindanauwers for eight years, unanimously declare that this nation sustains itself solely by piracy, that one of the three soldiers captured at Kema had died at Samboanga, a negorij of Mangindanao, and that the other two had been sent to the Spanish Governor at Samboanga. That the Mangindanauwers had returned home from their expedition to Manado in a very poor condition, as there
Dutch transcription
350 En van de geene die om de west van de celebes gekrust hebben west ook geene Mangindanauwers aangetroffen, zelfs schijnen zij hun oogmerk om na 't eiland Mangindanao te gaan te hebben laaten vaaren, dog een dier Corna Cornas is tot aan Tedong op Boreo toegeweest, alwaar de Ternaatse Alfoeren de rovers dier plaats in hunne schuijlhoeken opgezogt, vijf hunner prauwen en vernielt, en seventien Thedongers om 't leven hebben gebragt, welke tijding de Resident Hemmekam bij secreete Brief van den 6: Februarij aan den raad heeft geschreven en dezelve is naderhand door den koning van Ternaten bevestigt, bij gelegentheit dat de Conra Corna die deze Expeditie gedaan heeft, in de gepasseer„ „de maand Februarij buijten voorkennis van de Resi„ „dent Hemmekam alhier arriveerde, wegens een gering verschil dat de opperhoofden van dat vaartuig met gemelden Resident gehad hebben t geen hier egter weder is bij gelegt. De overige Ternaatse Corra Corras hebben eenlijk om de west van de Cust van Celebes gekruijst, en derzelver expeditie is volgens Hemmekams secreete brief, de dato 30: April nog al van een goede uijtwerking geweest. Ten minsten melt hij dat de verzoening der inwoonders van Cajele Tontoli, en Bwool, die bevorens Jaaren lang in vijandschap geleeft hadden, aan de verscheijning der Ternaaet„ „ser kruijssers moet toegeschreven werden, na welke verzoe„ „ning de koning van Tontoli die zig na de overompeling der Bwoolse Post, als een vijand van de Compagnie gedragen had„ „den zijne opgeworpene Bentings hadde laten slegten, en belooft, om met de Broleresen goud voor de Compagnie te zullen graven welke favorable verandering van gemeld vorstje Hemme„ „kam schrijft veroorzaakt te zijn door zijne vreese dat de her„ „naatse hulptroepen hem zoude onderbrengen, in dien hij weder blijken van vijandschap tegens de Compagnie quam te geven. Dog indien het waar is dat deze veraderlijke naties „ningjes van Chiauw, Taboekan en Tagu„ En inzonderheit van die van Chaauw naties wezentlijk zoo welmeenend en vreedelievend geworden zijn, als Hemmekam meld, zoo is de bij gebragte reden daar van onzes bedunkens nogtans wat verre gezogt: Behalven dat er op eene dusdanige gedwongene vriendschap, als die van het koningje van hontoli werd beschreven, zeer weijnig ver„ „trouwen is te stellen, weshalven de Resident Hemmekam geschreeven is, om voorzigtig met deze zwervende on moord zugtige Cayelireesen om te gaan, ten einde onderschijn van vriendschap niet in ongelegentheit gebragt te werden, in een tijdstip dat hij gehouden is, de om zigtigheijd en vigilantie meer als ooit te betragten. goed getuigenis van het gedragaer ko„ Het strekt ons nu verder tot vergenoeging uw Hoog Edel„ „landa ten opzigte van de compagnie, heden te kunnen verwittigen dat de sangirse koningjes van Taboekan, Chiau, en Gagulanda, zig bij continuatie als getrouwe en welmenende liden gedragen gelijk dezelve de Mangindanauwers ook een dappere tegenstand bieden, want blijkens Hommekams secreete brief van den 6: de„ „tober anni praeteritie, hadden de rovers de negorij sa„ „loerang, op het eiland groot sangirs wel in de assegelegt, dog zij waaren naderhand, door de inwoonders van Manaco en Iamako op de vlugt gedreeven met verlies van drie man van den rovers zijde. De koning van Chiau Jsmael Jacobsz de moedigste der sangirse koningjes, verhindert de rovers ook altijd, om op zijn eiland te landen, en die van Tagulanda doen ook meenigen rovers in het gras bijten. Daar en boven melt de Resident bij de aangehaalde secree„ „te brief van den 6: october, dat er op den 23: Augustus, na des vijands vertrek van Manado, een heevig gevegt tusschen een Ternaatsche Corra Corra en eenige Mangindanauw„ „se vaartuigen was ontstaan, bij welke gelegentheid een Ternataan gesneuvelt, en zes zijn gequetst, dog zij heb¬ „ben zig volgens Hemmekams schrijven, zoo dapper te weer gesteld, dat hij vermoet de vijanden veele dooden en No: a Der dat sam „ „te 352 dat de Mangindanauwers met de span jaarden tegens de compagnie zouden samen spannen Berigt wegens de levens wijze der nangin„ „taten ten opzigter van deze rovers en gequetsten bij die recontre zullen hebben gekreegen, gelijk hij te dier tijd ook van gevoelen was dat de vijanden door de gebodene wederstand op Manado, de Cust wel benomen zoude zijn, om Compagnies bezittingen weder te invadeeren, waar van wij het tegendeel egter van deesen Jaare wel tot onze smert hebben ondervonden. Bij de aangehaalde brief van den Resident Hemmekam werd meede verschreven dat zeker Hadje, die denkelijk de berugte Hadje oemat zal zijn, aan twee van de Manginda„ nauwers ontvlugte inlanders zoude hebben gezegt, dat er twee Magindanauwse vaartuigen na de Manilhes waaren vertrokken om de spanjaarden tot assistentie te roepen en dan met een vereenigde magt zoo wel op de moluccos, als Der schrijvenen gevoelen van het gerugt op de Gouvernemente van Amboina en Banda lostegaan, dog indien en wezentlijk eene dusdanige bezending na de spanjaarden geschied is, denken wij dat deze natie genoeg met hun eigen affaires te doen heeft, en al te voorzigtig en staat kundig zal zijn, om zig om de wille der Mangin„ „danauwers in moeijlijkheeden met de Compagnie te wikkelen. Wij hebben de eere uw Hoog Edelheeden, meede twee ver„ „danaures, en meer onder particulan „ klaringen aan te bieden van inlanders, die betrekking heb„ „ben tot de bedrijven en voornemens der Magindanauwse zeerovers, kunnende uit de eerste dezer getuijgschriften ontwaart werden, dat zekere drie Bwolereesen, in naame Tamoenan, sakoel, samoenan, die agt Jaaren lang bij de Mangindanauwers gevangen zijn geweest, eenparig verklaaren dat deze natie zig eenlijk met den roofer„ „neert, dat een van de drie op Kema gevangene soldaten op samboeanga, een Negorij van Mangindanao was gestor„ „ven, en dat de twee anderen aan den spaansen Gouver„ „neur op samboeanga waaren gezonden. Dat de Mangindanauwers in een zeer slegte staat van hun Expeditie op Manado waren 'thuijs gekomen als daar -1n
English
having lost over sixty men there, besides the wounded; that the said Maguindanaos had resolved to avenge themselves for this loss, to which end they were about to put to sea with two large fleets, one of which was to attack Manado and the Sangihe islands, and the other, together with the English, would destroy Hullok, because these islanders had killed a Maguindanao prince some years ago. In the second declaration, the loss suffered by the Maguindanaos in the battle at Manado was also testified to by two escaped native Christians, named Andries Nipi and Simon Laboet, with the addition that the said nation intended to attack and overpower not only Manado and Quandang, but even Ternaten itself, with a combined fleet of Hullokkers and Maguindanaos. Besides this, a certain Hullanaese sailor, named Hamisi, who escaped the hands of the Maguindanaos and was sent to us both in the month of May by the King of Ternaten, declared in our presence that he had been present during the invasion made at Manado, where, according to his statement, the Maguindanaos had suffered many dead and wounded, also declaring that he had met the notorious and treacherous Hadje oemar with some Tidorese, Batchianese, and Papuans among the Maguindanaos, which Hadje had revealed to the deponent that he had sent two Tidorese corocoras to the Manilhas to call upon the Spaniards for help, and subsequently to raid and overpower the entire North Coast of Celebes, Ternaten, and even Maccasser, as can be seen in more detail from the declaration itself, which is inserted into the secret resolution of 25 May; to which we further add that the testimony of this Hullanaese appeared very probable to us, which therefore shows once again how cautiously and reservedly we must act with the Tidorese nation in these precarious times, and what great reason we have to distrust their assistance. Account of the outcome of the [illegible] of some Ternatan corocoras in the Sangihe waters Upon all these incoming rumors of hostile attacks, Resident Hemmekam, in the past month of January, sent a small fleet of five vessels equipped for war to the Sangihe Islands, under the command of Bookkeeper Pieter de Koning, which expedition was thus undertaken at a time when all was still quiet in Manado; and this small fleet, according to the muster roll sent hither, was manned with 163 heads, to which three heavily manned vessels from the kings of Chiau and Tagulanda joined at the Sangihes; and Hemmekam writes to us by secret letter of 18 March that this small fleet, after the conjunction of the other expected Sangihe vessels, would indeed consist of a number of 20 sails and one thousand men, although the same subsequently did not grow nearly so strong; for the armed force of the said Commissioner de Koning on the first of May, with the Sangihe succor, consisted of no more than six vessels, when on that date, not far from the Sangihe islands, he became engaged in battle with a fleet of fifteen large Maguindanao vessels which, according to the King's letter of 8 May, had been provided with very heavy artillery; and notwithstanding this, the small Manado cruising fleet still seems to have gained some advantage over the pirates, because our men remained at the site of the battle, and the pirates put to sea in silence during the night, just as our seamen also intended to resume the battle the next day if the corsairs had held their ground; wherewith the repeatedly mentioned Commissioner also informs the Council that in that encounter three Chiauwrese were wounded, Considerations on various Moluccan enterprises of the Maguindanaos and one corocora was shot through by the enemy's artillery, as can be seen in more detail from the Commissioner's cited letter, which we have the honor to present herewith to Your Excellencies. When one now considers that this small Manado cruising fleet of six vessels expels fifteen large Maguindanao prahus from the Sangihes; that Resident de Wolf causes the pirates, to the number of eighteen large vessels, to withdraw from Quandang with a few cannon shots; that the said corsairs with fifteen to sixteen vessels seek to avoid battle against three Ternatan corocoras; that the Maguindanaos with their large armed forces have hitherto not been able to subjugate the inhabitants of Chiau and the further Sangihese, notwithstanding that these people are very poorly provided with weapons; when one reflects upon this, and at the same time recalls everything that is related of the valor and boldness of the Maguindanao corsairs, then we find in all this so many contradictions that we cannot imagine how the matter stands here; for the cited encounters with the Maguindanaos provide no proofs of their courage, and meanwhile these are the pirates who captured the well-manned and war-equipped bark De Ida, although the brave Resident de Wolf, who was killed on this vessel, according to the survivors, had such good intentions to manfully defend that craft with 40 men of his retinue; so that we can only conclude either that people are attempting to pull the wool over our eyes with many reports of battles fought with these corsairs, or that the crew of the captured bark are guilty of a punishable dereliction of duty, which, upon the arrival of these seamen here, will be investigated in the most thorough manner.
Dutch transcription
daar bij buijten de gequetsten ruim sestig man hebbende verlooren: Dat gemelde Mangindanauwers besloten hadden zig over dit verlies te wreeken, ten welke einde zij met twee groote vlooten in zee stonden te loopen, waar van de eene op Manado en de sangirse eilanden aanvallen, en de an„ „dere te samen met de Engelschen Hullok zouden verwoes„ „ten, ter zaake deese einlanders voor eenige Jaaren een Mangindanauws Prins om het leven hadden gebragt. Bij de tweede verklaring werd het geleden verlies der Mangindanauwers in het gevegt op Manado mede getuijgt, door twee ontvlugte Jnlandse Christenen, in naa„ „me Andries Nipi, en Simon Laboet, met bijvoeging dat „de gemelde natie voornemens was om niet alleen Ma„ „nado en Quandang, maar ook zelfs Ternaten aan te tasten, en te overmeesteren met een gecombineerde vloot van Hullokkers en Mangindanauwers. Buijten des heeft zeekere Hullaneese matroos, in naame Hamisi, die de handen der Mangindanauwers ontvlugt, en in de maand Meij door den koning van Ternaten bij ons beiden is gezonden, in onze praesentie verklaart, dat hij tegenswoordig was geweest bij de gedaane invasie te Ma„ „nado, wanneer de Mangindanauwers na zijn zeggen veele dooden en gequetsten hadden bekomen, teffens, verklarende van den berugten en verraderlijken Hadje oemar, met eenige Tidoreesen, Batchianders en Papoen on„ „der de Magindanauwers te hebben ontmoet, welke Htadje aan den Deposant hadde geopenbaart van twee Tidoree„ „se Corra Corras na de Manilhes te hebben gezonden, om de spanjaarden te hulp te roepen, en vervolgens de ge„ „heele Noord Cust van Celebes, Ternaten, en zelfs Maccasser vijandelijk te overvallen en te overmeesteren, zoo als bree„ „der gezien kan worden uijt de verklaring zelfs, die ter sec„ „reete Resolutie van den 25: Meij geinsereert is waar bij wij nog voegen, dat het getuigenis van dezen stullanees ons 12: ve 1 „kan 1011 354 „kanissing van eenige Ternaatse corra ons zeer waarschijnlijk is voorgekomen, het geen dus weederom aantoont hoe voorzigtig en gereserveert wij in deze haggelijke tijden, met de Tidoreese natie dienen om te gaan, en hoe groo„ „te reden wij hebben om derzelver hulpe te wantrouwen. verhaal van den uitslag der gedane be„ op alle deze ingekomene gerugten van vijandelijke aanslagen heeft de Resident Hemmekam, in de gepasseerde maand Januarij, een vlootje van vijf ten oorlog toegeruste vaar„ „tuigen na de sangirse Eilanden gezonden, onder Commando van den Boekhouder Pieter de Koning, welke Expeditie dus aangelegt is in een tijd, dat alles nog op Manado in rust was, en dit vlootje is blijkens de herwaarts gesondene naamrol be„ „mant geweest met 163: koppen waar bij zig op de sangirs nog drie sterk bemaande vaartuigen van de koningen van Chiau en Fagulanda hebben gevoegt, en Hemmekam schrijft ons bij secreete brief van den 18: maart, dat dit vlootje na de Conjunctie van de andere verwagt werdende sangirse vaartuigen, wel in een getal van 20: zeilen en van dui„ „zend man zoude bestaan, hoewel het zelve naderhand dog op verre na zoo sterk niet is aangegroeijt: want de krijgs„ „magt van gemelde Commissiant de koning heeft op den eer„ „sten Meij, met het sangirse secours, niet meer als in ses vaar„ „tuigen bestaan, wanneer hij op dien datum niet ver van de sangirse ijlanden ingevegt is geraakt met een vloot van vijftien groote Mangindanauwse vaartuigen, die blij„ „kens de konings brief van den 8: Meij met zeer zwaar ge„ „schut voorzien waaren geweest, en zulks niet tegenstaande schijnt het manadose kruijs vlootje dog eenig voordeel op de rovers behaalt te hebben, door dien de onzen op de plaats van het gevegt gebleven, en de rovers snagts in stilte zeewaarts in zijn gestoken gelijk onze zeelieden meede voornemens geweest zijn het gevegt 's anderen daags we„ „der te hervatten, indien de zeeschuijmers stant hadden ge„ „houden: waar bij de meermelde Commissiant de Raad mede verwittigt, dat er bij die ontmoeting drie Chiauwreesen gequetst en an„ „ Corras in de sangirse vaarwaters consideratien over diverse melukse ondernemingen der Mangindanauwers en een Corra Corra door het geschut der vijanden was doorschooten zoo als omstangiger uijt des Commissiants aangehaalde brief de schrij kam gezien kan werden, welke wij de eere hebben uw Hoog Edelheden gebau hier nevens aantebieden. Als men nu na gaat dat dit kleine Manadose kruijsvlootje van ses vaartuigen vijftien groote Mangindanauwse prauwen uit de sangirs verdrijft dat de Resident de wolf de roovers ten getale van agtien groote vaartuigen door eenige Canon schooten van Quandang doet wijken; dat de gemelde zee„ „schuijmers met vijftien â sestien vaartuigen het gevegt tegens drie Ternaatse Corra Corras zoeken te ontgaan; Dat de Magindanauwers met hunne groote krijgsmagten tot nogtoe niet in staat zijn geweest om de ingezetenen van Chian, en de verdere sangireesen onder te brengen nette„ „genstaande deze lieden zeer slegt van wapenen voorzien zijn. wanneer men dit bedenkt, en zig teffens alles herinneert het geen én van de dapparheit en stoutmoedigheit van de Magindanauwse zeeschuijmers verhaalt werd, dan vin„ „den wij in dit alles zoo veele tegenstrijdigheiden, dat wij ons geen verbeelding hunnen maken hoe het hier me„ „de gelegen is: want de aangehaalde ontmoetingen met de Magindanauwers leveren geen bewijsen uijt van hun Couragie, en ondertusschen zijn dit de rovers die de wel bemaende en ten oorlog toegeruste Bark de Jda hebben weggenomen, hoewel de dappere Resident de wolf die op dit vaartuig gesneuvelt is, na het zeggen der overgeblevene, zulke goede voornemens heeft gehad om dien bodem met 40: man van zijn gevolg manmoedig te defendeeren, zoo dat wij niet anders kunnen, als dat men ons bij veele berigten van gehoudene gevegten met deze zeeschuijmers wat zoekt op de mouw te spelden, dan wel dat de schepe„ „lingen van de weggenome Bark aan een strafbaar pligt verzuim schuldig zijn, het geen hier bij de aan„ „komst dezer zeelieden, op het naauwkeurigste onder zaest 14: —
English
that the writers are of the opinion that Hemmekam has not taken sufficient precautions will be investigated. Now that we make mention again of this painful accident, we also find ourselves obliged to bring most respectfully to Your High Excellencies' attention that the circumstances preceding the capture of this Bark were carefully considered by us at the secret session of the 21st of May, when we found Resident Hemmekam not entirely free from neglect of duty; for although in his letter of the 11th of that month he indicates that at the time of the Bark's departure on the 7th previously, not the slightest news of the enemy had yet been heard at Manado, a rumor of the pirates must nevertheless already have been circulating there some days before that time, since the deceased commander Niels Fries wrote a letter on the 18th of April to a certain private individual here on Ternate, in which he says that yesterday, the 17th, news had been received at Manado of 19 Mangindanauw prahus which had arrived in Banka. And in case it conforms to the truth that the enemy had actually appeared in Banka at that time, then Hemmekam, in our opinion, would have done very poorly to mislead us here and report that nothing was known of the enemy upon the departure of the Bark. Moreover, the 36 escaped crew members indicate in their daily journal that the boarding nets were not properly attended to, and the heavy eight-pounder cannons, through carelessness, were still mostly lying in the hold, in a word, that everything was still unprepared at the time the enemy was already beginning to approach them closely. Whereas we are of the opinion that Hemmekam should have seen to it that this strong Bark was completely ready for action before its departure from Manado, without leaving such an important matter to the commander; just as the said Resident also did not do well to detain the Bark at Manado six days beyond the appointed sailing day, since this vessel would already have passed Banka and, with God's help, arrived here without encountering enemies if he had let it depart on the appointed day. On these three points the Resident has been ordered to account for himself, and this having been done, we shall not fail to inform Your High Excellencies of everything he will bring forward in his defense. Furthermore, we are of the opinion that the true causes of the pirates' hostile enterprises against the Company's posts and strongholds will hardly come to light before an opportunity is found to capture some of these sea rovers and learn the reasons for their piracies from their own mouths, when the second undersignee will not fail to carry out Your High Excellencies' orders and provide the required information to the same. In the meantime, we will respectfully submit to Your High Excellencies on this subject that, while it is true that in previous years some mates went too far during their cruises along the coast of Celebes and committed extortions against the masters of native vessels under the pretext of inspecting them, the first undersignee cannot recall that this ever occurred with Mangindanauws, but rather with Bugis, Mandarese, and other native wanderers, so that in this regard the Mangindanauws were given no reason to complain about our nation. But we suspect whether the military expedition undertaken here in the year 1771 under the administration of Governor Munnik to Sarangani and Moloerang, to punish these islanders on account of their defection from the Company and submission to the Mangindanauws, has not more or less embittered the latter nation against ours and roused them to arms, since the Saranganiers and Mangindanauws have for many years been regarded as one and the same people; and therefore it would not be so very strange if those of Mangindanao had taken up the cause of the Saranganiers, which we nevertheless wish to present merely as a conjecture and by no means as the true cause of the Mangindanauws' enmity against the Company. Although the second undersignee will do his best to investigate the actual reason for their continuous piracies on the Company's territory, to see whether some means might then be devised to cause this numerous and powerful enemy to desist from his further undertakings, we are nevertheless of the opinion that it is now wholly inadvisable to have any peace proposals made to this people, since it is to be feared that they would presently be rejected outright, now that the sea rovers have the upper hand and are making such progress as we learn here daily with regret, so that in our opinion more favorable times must be awaited for this, in the hope that a successful victory achieved over this enemy will bring them to reason and cause them to listen to equitable peace proposals, or, even better, that the pirates may before long be curbed by force of arms and deterred from troubling the Company's possessions in the future. When at the secret session of the 25th of May we framed the necessary plans and arrangements to
Dutch transcription
356 ief de schrijvers zijn van gevoelen dat Hemme kam geen genoegzame voorzorge heeft onderzogt zal werden. Nu wij weder van dit smertelijk ongeval gewagmaken, e heden gebrnikt tot behulp van de Bark de Bdavinden wij ons meede verpligt uw Hoog Edelheden op het eerbiedigste onder het oog te brengen, dat de omstandigheeden die de verovering dezer Barka zijn voorgegaan, ter secree„ „te sessie van den 21: meij met aandagt door ons zijn over„ „wogen, wanneer wij den Resident Hemmekam niet geheel vrij van pligt verzuim hebben gevonden, want hoewel hij bij zijn brief van den 11: dier maand te ver„ „staan geeft, dat 'er ten tijde van de afreijse der Bark„ op den 7: bevorens, nog geen de minste tijding van vijand op Manado was gehoort, moet aldaar nogtans eenige dagen voor dien tijd dog al een gerugt van de roovers hebben gelopen, door dien de gesneuvelde gezaghebber Niels Fries op den 18: April een brief aan zeker particulier hier op Ternaten heeft geschreeven, waar in hij zegt dat men gisteren den 17. tijding op Manado gekregen hadde van 19. Mangindanauwse prauwen, dewelke in Ban„ „ka waaren aangekomen: En bij aldien het Conform de waarheit is dat de vijand te dier tijd wezentlijk in Ban„ „ka was verscheenen, dan zoude Hemmekam onzes bedimn„ „kens zeer slegt hebben gedaan van ons hier inte mislieden en te melden dat men bij het vertrekt van de Barke van geen vijand wist. Daar en boven geven de 36: ontkomene scheepelingen bij hun Dagverhaal te verstaan, dat de vinkenetten niet na behoren verzorgt, en de zwaare agtponder Canons door agteloosheijd nog merendeels in het ruim lagen, met een woord dat alles nog ongereadert was, ten tijde de vijand hun reedssterk begon te naderen: Daar wij van gevoelen zijn dat Hemmekam hadde behooren te zorgen dat dese sterke Bark voor desselfs vertrek van Manado volka„ „men slagvaardig was geweest, zonder een dusdanig gewigtig poinct op den gezaghebber te laten aankoo„ men h tje wen gt en van tte„ 15 Der roveren geprojecteerde aanslagen tegens Compagnies bezittingen zijn be„ „zwaarlijk te gissen men, gelijk de gemelde Resident meede niet wel heeft gedaan met de Bark ses dagen boven den bepaalden zeijldaag op Manado aan te houden, aangezien dese Bodem Banka reeds doorgetrokken, en hier onder Gods hulpe zonder ont„ „moeting van vijanden aangekomen zoude zijn, wanneer hij dezelve op den bepaalden dag hadden laten vertrekken, over welke drie poincten de Resident gelast is zig te verantwoorden, en dit geschied zijnde zullen wij met ver„ „zuijmen uw Hoog Edelheden van alles te verwettigen, dat hij tot zijne verontschuldiging zal bij brengen. Wijders zijn wij van gevoelen dat de waare oorzaaken van der rovers vijandelijke ondernemingen tegens Com„ „pagnies posten en vastigheden, bezwaarlijk aan den dag zullen komen voor dat men eens gelegentheit zal vinden om eenige dezer zeeschuijmers gevangen te krij„ „gen, en de redenen kunnen roverijen uijt hun eigen mond te vernemen, wanneer de tweede Tekenaar niet in gebreeke zal blijven on uw Hoog Edelhedens ordres op te volgen, en de geëischte informatie aan Hoogst dezelve te bezorgen. Jntusschen zullen wij uw Hoog „Edelheden met eerbied op dit ondwerp vertoonen, hoe het wel waar is dat sommige stuurlieden zig in voorige Jaa„ „ren op hunnen bekruijssingen langs de Cust van Cele„ „bes te buijten gegaan, en extorsies gepleegt hebben aan de voerders van inlandse vaartuigen, onder voorwendsel van dezelve te visiteeren, dog de eerste Tekenaar kan zig niet herrinneren dat zulks ooit met Manginda„ „nauwers is geschiedt, maar wel aan Boegineesen, Man„ „aareesen, en andere inlandse zwervers, zoo dat de Man„ „gindanauwers in dit poinct geen reden is gegeven om over onze natie te klagen. Dog wij vermoeden of de krijgstogt die hier in den Jaare 1771: onder het bestier van den gouverneur Munnik, na Sarangani en Moloe„ „rang volvoert is, om deze eilanders wegens hun af val 16: 358 afval van de Compagnie, en onderwerping aan de Mangin„ „danauwers te straffen, de laatst gemelde natie niet maer of min tegens de onze verbittert en in het harnas heeft geraagt dewijl de saranganiers en Mangindanauwers zedert veele Jaaren als een en het zelfde volk zijn aan„ „gemerkt en daarom zoude het Juist zoo vreemd met wezen dat die van Mangindanao zig de zaak van de saranganiers hadden aangetrokken, het geen wij egter maar als eene gissing, en geenzints als de waare oorzaak van der Mangindanauwers vijand schap tegens de Compagnie willen doen doorgaan: Hoewel de tweede Tekenaar zijn best zal doen om de wezentlijke reden van derzelver geduurige roverijen op 's Compagnies grond gebied uijttevoorschen, of het waare dat er als dan het een of ander middel uit„ „gedagt, konde werden om dezen talrijken en mag„ „tigen vijand van zijne verdere onderneemingen te doen afzien, hoewel wij van gevoelen zijn dat het nu ten eenemaal ongeraden is, om dit volk eenige vreedens proposities te laten doen, dewijl het te dugten is dat dezelve tegenswoordig direct verwor„ „pen zouden werden, nu de zeeschuijmers de over„ „nand hebben en zulke progressen maken als wij hier dagelijks met leetwezen vernemen, zoo dat daar toe onzes eragtens favorabelder tijden moeten werden afgewagt, in hoope dat eene behaalde ge„ „lukkige overwinning op dezen vijand denzelven tot reden brengen, en na billijke vreedens propa„ „sities zal doen luisteren, of nog liever dat de rovers eerlang door kragt van wapenen beteugelt, en afgeschrift mogen werden om Compagnies bezit„ „tingen in het vervolg te ontrusten. wanneer wij ter secreete sessie van den 25: Meij de nodige ontwerpen en schikkingen beraamden om ken, ver„
English
To secure the Residency of Manado against the attacks of the Mangindanauwers, it has also been resolved, pursuant to the concession obtained from Your High Excellencies, to send a capable military officer to Manado to assist Resident Hemmekam in military affairs with counsel and deed, provided that the Resident shall retain authority and command over everything, on which condition Your High Excellencies, in the respected secret missive of 31 December anni praeteriti, were pleased to permit that such an officer may be sent to Manado. To this end, Ensign Vegele has been chosen as an experienced soldier of whose bravery we have a very high opinion, and who is merely awaiting the Ternate auxiliary fleet of corracorras in order to depart for the said Residency, where we believe he will perform his duty as a man of honor. Resident Hemmekam has likewise been repeatedly urged to treat the Ternate auxiliary troops well and kindly, and rather to overlook some things with the chiefs of that nation than to give them cause to approach their king with complaints; to which we further add that we have no reason to doubt that the excuses of the chiefs of our expedition were consistent with the truth, although we shall strictly comply with Your High Excellencies' orders in the future and ensure that the Ternate warriors on such expeditions will suffer no lack of necessities. Pursuant to this intention, we granted Resident Hemmekam, during the secret session of 27 September anni praeteriti, upon his proposal, permission to provide five ells of common bleached Guinea cloth as shroud linen for the benefit of every Ternatan who happens to die at Amoerang or at Kema, which we hope will be favorably approved by Your High Excellencies. Meanwhile, we shall have the honor to inform Your High Excellencies that the pantjallang of the burgher Captain van der Plas, laden with oil, was captured by the Mangindanauwers in the beginning of the month of May near the Sangir Islands, none of the crew having been found except the nachoda Johannes Harmansz. Apart from this, the said pirates, at the end of the past month of July, captured a small vessel near Gebe belonging to a certain Chinese residing on Tidor, commonly named Tangan Matti, which is the only damage the burgher traders have suffered from the pirates this year. However, the loss that the Ternate inhabitants have suffered over the past three to four years from the wanton Tidorese and Papuans on the coast of Halmaheira and on Saljabo is very substantial, amounting according to the calculation of the King of Ternate to the sum of Rd:s 16103: 24, as Your High Excellencies may observe in more detail from the draft secret memorandum of the Secunde Meurs and the merchant Johnson, which we enclose herewith, and regarding whose outcome we refer to the submitted report of the Commissioners, which is also enclosed. To this we add that we would gladly have postponed this commission for a while under present circumstances, had not the King of Ternate pressed us so strongly to allow it to proceed in order that the hoped-for satisfaction might be made known to Your High Excellencies. Yet the representations that the first signatory wrote to Your High Excellencies in his secret letter of 22 September anni praeteriti that he would make concerning the outrages committed by the wanton Tidorese against the village of Momolatti have not produced much good result. For the interpreter Van Dijk, who went to the Court of Tidor for that purpose together with a Ternate clerk, was unable to obtain the least satisfaction in this matter from the king, who even completely excused his subjects of the alleged murder and other acts of wantonness, indicating that he had much greater reason to complain about the hostile treatment his people had suffered at that time at Momolatti, who had come there to trade and were meanwhile fired upon with cannon by the Ternatans, forcing them to take flight, leaving their goods behind; as can all be seen in detail from the report of the interpreter Van Dijk, which was recorded in the Secret Resolution of 13 October 1777. Your High Excellencies can easily imagine that the King of Ternate was very dismayed that the King of Tidor defended his people in such a manner and sought to blame everything on the Ternatans, although he still expects that the King of Tidor, through Your High Excellencies' powerful representations, will be persuaded to give him some satisfaction for the loss suffered at Momolatti and elsewhere, just as the energetic manner in which Your High Excellencies addressed the Tidorese prince on that matter in the last rescript pleased the King of Ternate very well. However, the King of Tidor is in no great hurry to provide the least compensation, wherefore we fear that all efforts made to that end during the reign of the present King of Tidor will be in vain, notwithstanding that we have done our utmost best and still daily with all our
Dutch transcription
„nado bescheiden te leggen „commandeert om de Ternatanen wel te behandelen om de Manadose Residentie voor de aanslagen den Mangindanauwers te beveiligen, is er ook beslooten om op uw Hoog Edelhedens verkregene concessie een bequaam„ Militair officier na Manado te zenden, om den Resident Hemmekam in krijgs affaires met raad en daad behue„ „zaam te zijn mits dat de Resident het gezag en Comman„ „do over alles zal blijven behauden, op welke voorwaarde Hoogst dezelve bij de gevenereerde secreete missive De vaandrig vegele benoemt om op ma „ van den 31: December anni preeteriti gelieven toete„ „staan dat een dusdanig officier na Manado gezonden „mogen zal ^ werden, waar toe de vaandrig vegele te dien aage is uijtgekosen als een ervaren krijgsman, van wins bravoure wij zeer goede gedagten hebben, en die alleen maar na het hernaats secours van Corra Corras wagt om na de gemelde Residentie te vertrekken, alwaar wij denken dat hij zijn pligt, als eens man van eer zal betragten. De Resident Hemmekam is meede herhaalde maa„ „len gerecommandeert om de Ternaatse hulp troepen wel en vriendelijk te behandelen, en liever wat met de Hemmekam is hij herhaling gere„ hoofden dier natie door de vingeren te zien, als hun oorzaak te geven van hunnen koning met klagten te abordeeren: waar bij wij nog voegen van niet beter te weten of de verondschuldigingen der hoofden onzer Expe„ „etitie zijn Conform de waarheit geweest, hoewel wij uw Hoog Edelhedens orders in het vervolg stiptelijk nako„ „men, en zorgen zullen dat de Ternaatse krijgslieden op dusdanige Expedities geen gebrek aan het nood wer„ „dige zullen lijden, ingevolge van welk voorneemen wij den Resident Hemmekam ter secreete sessie van den 27: September anni praeteriti, op zijnen voorslag ver„ „gunt hebben om vijf ellen guinees gemeen gebleekt tot dood lijwaat te mogen verstrekken, ten behoeve van ie„ der hernataan die op Amoerang of op Kema koomt te sterven, 't geen wij verhoopen dat gunstig door uw Hoog 18: Het door klag de wa 360 door de rovers genomen der Tidoreesen en Papoeen waar tegen de gedane vertogen weinig goeds hebben uitgewerkt Hoog Edelhedens geapprobeert zal werden. Middelerwijl zullen wij de eere hebben Hoogst ezelve ter kennisse te brengen dat de Pantjallang van den burger Capitain van der Plas, geladen met Olij in't Het vaartuig van van der Plas in de sangirs begin van de maand Meij omtrent de sangirse eilan„ „den door de Mangindanauwers is weg genoomen, zijnde van de scheepelingen niemant te regt gekomen als de Annachoda Johannes Harmansz, en buij„ „ten des hebben de gemelde zeeschuijmers in 't laast van de gepasseerde maand: Julij omtrent Gebe een vaar„ „tuijgje verovert van zekeren op Tidor woonagtigen Chinees, die in de wandeling Tangan Matti werd ge„ „naamt, het geen de eenigste schaade is drie de burger handelaars in dezen Jaare van de rovers hebben geleden. klagten over de gedurige baldadijheden Dog het verlies 't geen de Ternaatse ingezetenen ze„ „dert drie a vier Jaaren door de baldadige Tidoree„ „sen en Papoeën op de Cust van Halmaheira en ophal„ „jabo is toegebragt, dat is zeer important, als volgens de berekening van Ternaats koning de somma bedra„ „gende van Rd:s 16103: 24: zoo als uw Hoog Edelheden des gelieven de omstandiger kunnen ontwaaren bij de ontworpene secreete memorie van den secunde Meurs en den koopman Johnson die wij onder de bijlagen oversenden, en over welkers uijtslag wij ons gedragen aan het ingekomen Rapport der Commissianten, 't geen onder de bijlagen overgaat. waar bij wij nog voegen dat wij dese Commis„ „sie in de tegenswoordige tijds omstandigheeden nog gaarn „wat hadden willen uijtstellen, zoo het niet waare dat de koning van Ternaten zoo sterk bij ons hadde aangedrongen om dezelve voortgang te laaten nemen ten einde uw Hoog Edelheden de verhoopte satisfactie te kennen bedeelen. Dog de vertoogen, die de eerste Teekenaar uw Hoog Edelheden bij zijne secreete brief van den 22: september anni praeteriti geschreven om 19: geschreven heeft te zullen doen over de gepleegde insolentien der baldadige Tidoreesen op de Negorij Momolatti, hebben nog niet veel ten goeden uijtgewerkt, want de Translateur van Dijk, die zig met dat oogmerk benevens een Ternaetse schrijver na het Hof van Tidor heeft vervoegt, heeft daar over geen de minste satisfactie van den koning kunnen krij„ „gen, die zijne onderdanen zelfs ten eenemaal van de ken ten laste gelegde moord en andere moedwilligheeden heeft ver„ „schoont niet te kennen gave dat hij veel groter reden had om klagtig te vallen over de vijandelijke behandelingen die de zijnen te diertijd op Momolatta hadden onder„ „gaan, dewelke aldaar gekomen waaren om te hande„ „len, en ondertusschen met Canon door de Ternataanen wa„ „ren beschoten, waar door ze genoodzaakt waaren geworden met agterlating hunner goederen de vlugt te nemen: zoo als dit alles omstandig gezien kan werden, uit het Berigt van den Translateur van Dijk 't geen bij de secreete Reso„ „lutie van den 13: october 1777: is ingeschreeven. uw Hoog Edelheden kunnen ligt denken dat de koning van Ternaten zeer ontstigt is geweest ter zaake die van Tidor zijn volk dusdaniger wijse voorgesprooken, en alles op den hals der Ternatanen heeft zoeken te schrijven, hoe„ „wel hij nog al verwagt dat Tidors koning, door uw Hoog Edelhedens kragtige vertogen, overreedt zal werden om hem over het geleden verlies op Momolatti en elders eenige satisfactie te geven, gelijk de energique wijse waar op Hoogst dezelve den Tidoreesen vorst, daar over bij de laatste rescriptie onderhouden hebben, den koning van Ternaten zeer wel heeft aangestaan, hoewel die van Tidor nog geen groote haast maakt, om de minste Nieuw schaevergoeding te bezorgen, weshalven wij vreesen dat alle moeite die daartoe geduurende de regeering van den tegenwoordigen koning van Tidor werd aangewend, te vergeefs zal zijn, niet tegenstaande dat wij ons uiters „te best hebben gedaan, en ons nog dagelijks met alle onze 20: des
English
362 New sample of malevolence of the King of Batchian. apply our abilities to bring about a better harmony between the two kings, and particularly to move the King of Tidor not to give certain of his ill-disposed courtiers so much power and credit. At the time when His Highness attended the presentation of the Second Draftsman here in the month of June, we again urged him very strongly to curb the licentiousness of these ill-disposed persons, at the same time pointing out to the king that his all too great kindness and indulgence was the cause of his court grandees and lesser subjects violating their bounden duty and stirring up the fire of discord between the two nations, which the king could not deny, just as he also promised us to provide against this and to give satisfaction to the King of Ternaten. However, His Highness has quickly forgotten his promises, and we have not yet been able to perceive the slightest redress for the better, so that we almost do not know which way to turn in order to keep both nations at peace and to prevent an open war, which calamity in these times would be so ruinous for the Company's interests that nothing will be closer to our hearts than to settle and remove from the way all arising troubles between the two monarchs in the beginning. Concerning our well-founded suspicions of the malevolence and deceitfulness of the King of Batchian, we have again entertained Your High Excellencies so extensively in our last secret letter of the 13th of this month that we shall take the liberty to refer to what was set down therein, only adding here a very dangerous intention of this king, which the Resident of Gorontalo, Wentholt, revealed to us in a secret letter of the 28th of January, after he had obtained information thereof through the Second Mate Jacob Martens, who Report concerning the intended relocation of the Crown Prince of Batchian from Laboea. around that time, while conducting a cruising expedition in the Bay of Tomini, made known in his report that at the time when the four Mandarese smuggler proas were present at Batchian in the past year, one of the commanders of those proas was allegedly invited and encouraged more than once by the king to return thither the following year with fifty proas, at which time the king had offered his assistance to these Mandarese rovers in order to jointly seek out Ternaten and overpower this island, as can be seen more clearly from the report of the mentioned Second Mate, which is annexed hereto. And since this account accords not poorly with the conduct that the king maintained at the time of the appearance of the Maguindanaos, this narrative of the Second Mate appears so probable to us that we shall apply ourselves more than ever to watch the prince's movements, without letting him understand that we know anything of this conspiracy with the Mandarese, since he is then accustomed to excuse himself through heavy oaths and curses, which nevertheless bring us to no better opinion of the king's honesty. However, since Your High Excellencies rightly observe that the aforementioned prince in his advanced years will probably not change his conduct, we shall, upon Your High Excellencies' recommendation, seek to keep things going with him in the most convenient manner, and the Second Draftsman shall continuously inform Your High Excellencies of everything remarkable that he shall come to know regarding the king's conduct and dealings; to which we further add how the Crown Prince has been assured by us that Your High Excellencies will pay no heed to the complaints of his uncle, which notification has extremely gladdened that prince. It is now some weeks ago that the mentioned Prince appeared to be somewhat uneasy; at least he informed us in his letter of the 18th of June that he intended to leave Laboea and change his place of residence
Dutch transcription
362 Nieuw staaltje van kwaadmenentheit des konings van Batchian onse vermogens toeleggen, om een beter harmonie tusschen de beide koningen te doen stand grijpen, en die van Tidor inzon„ „derheit te beweegen, om zommige zijner quaadgezinde Hove„ „lingen zoo veel magt en Credit niet te geven. Ten tijde dat zijn Hoogheit hier in de maand Junij de voor„ „stelling van den tweeden Tekenaar bij woonde, hebben wij nog zeer kragtig bij hem aangedrongen om de losbandigheit de„ „zer quaadgezienden te beteugelen, den koning teffens voor„ „houdende, dat zijne alte groote goedheit en toegevendheit oorzaak was dat zijne Hofgrooten en mindere onderdanen hun schuldigen pligt overtraden, en het vuur van twee„ „dragt tusschen de beide natien aanstookten, het geen de koning niet heeft kunnen tegenspreeken, gelijk hij ons meede belooft heeft daar tegens te voorzien, en den koning van Ternaten satisfactie te geven, dog zijn Hoog„ „heit heeft zijne beloften schielijk vergeten, en wij hebben het minste redras ten goeden nog niet kunnen bespeuren zoo dat wij bij na niet weten over welken boeg wij het wenden zullen, om de beide natien in rust te houden, en een open „baaren oorlog voor te komen, welk onheil in deze tijden zoo verderffelijk zoude zijn voor Compagnies belangen, dat niets ons meer ter herte zal gaan als om alle de opkomende on„ „lusten tusschen de beijde vorsten in den beginne te beslissen en uijt den wegte ruimen. Over onse gefundeerde vermoedens van de quaadgezintheit en valschertigheit van Batchians konings hebben wij uw Hoog Edelheden bij onse laatste secreete brief van den 13: dezer, weder zoo breedvoerig onderhouden, dat wij de vrijheit zullen nemen ons aan het daar bij ter neder gestelde te refereeren, hier eenlijk gevoegmakende van een zeer vervaderlijk voor„ „nemen van dezen koning, 't geen de Gorontaals Resident wentholt ons bij secreete brief van den 28: Januarij heeft geopenbaart na dat hij daar van kundschap hadde ge„ „kreegen door den onderstuurman Jacob Martens, die ontrent tien 21. die ste dat Berigt aangaande de voorgenomen verhuising van den Batchiansen kroon prions van Laboea ontrent die tijd een bekruijsing in de bogt van Tominij doende, bij zijn Rapport bekent heeft gestelt, dat ten tijde de vier Man„ „dareese Contrabandiers prauwen, in het gepasseerde Jaar op Batchian aanwezig waaren, een der voerders dier prau„ „wen meer als eens door den koning genodigt en aangespoort zoude wezen om het volgende Jaar met vijftig prauwen we„ „der derwaarts te keeren wanneer de koning dese Man„ „dareese zwervers zijne hulpe hadde aangeboden om geza„ „mentlijk Ternaten op te zoeken, en dit eiland te overweldigen, zoo als uit het Rapport van gemelden onderstuurman, het gaen hier nevens gaat, duijdelijker gezien kan werden: En dewijl dit Relaas niet qualijk strookt met het gedrag het geen de koning ten tijde van de verscheijning der Mangindanau„ „wers gehouden heeft, zoo koomt ons dit verhaal van den onder„ „stuurman zoo waarschijnlijk voor dat wij ons meer als ooit zullen toeleggen om des vorsten gangen gade te slaan, zonder hem te verstaan te geven dat wij iets van deze Conspiratie met de Mandareesen weten, vermits hij als dan gewoon is zig door zwaare eeden en vervloekingen te verontschuldi„ „gen, die ons dog in geen beter denkbeelt van 's konings eer„ „lijkheit brengen, dog aangezien uw Hoog Edelheden te regt aanmerken, dat meermelde vorst denkelijk in zijn hooge Jaaren niet van gedrag zal veranderen, zullen wij het op Hoogst„ „derzelver recommandatie, op de gevoeglijkste wijse met hem zoeken gaande te houden, en de tweede Tekenaar zal uw Hoog Edelheden telkens al het merkwaardige ver„ „wittigen, dat hij van des konings handel en wandel te weten zal krijgen: waar bij wij nog voegen hoe de kroon Prins door ons verzekert is dat uw Hoog Edelheden geen reflectie zullen slaan op de klagten van zijnen oom, welke verwittiging dien Priens uijttermaten heeft verheugt. Het is nu eenige weeken geleden dat gemelde Prins wat geewelijk scheen tewezen, ten minsten hij maakte ons bij zijnen brief van den 18: Junij bekent, dat hij voornemens was om Laboea te verlaaten, en van woonplaats te verande ren 22. Mu
English
364 to change the post of Parigi, because according to his statement he suffered a lack of the most necessary provisions there, which he thought he would more easily find at another place. But we have very strongly advised him against the intended move from Laboea, as it is better that he continues to live there, which was otherwise expressly stipulated in the agreed conditions upon his appointment as Crown Prince. We think the Prince will indeed heed this admonition, since he is of a reasonably compliant nature. Furthermore, he seems to be very well-intentioned, and often reveals things to us by which we can take our measures. While he was recently present here, he showed us his destitute condition in very emphatic terms, for which reason we provided him some slight support, and helped him with a small gift of: 4 pieces of ordinary bleached Coast Guinees 4 pieces of brown-blue salempoeris, and 33 rixdollars and 16 stuivers in cash. Which we hope Your High Mightinesses will favorably deign to approve, in consideration of the necessity to keep this Prince on our side. The Gorontalo Residency has this year also not remained free from apprehension of hostile visits, for the Resident Wentholt reports to us by secret letter of 28 January that in the past late year as many as eighty prahus with all kinds of rovers and robbers had been at Parigi, who had wanted to make an attack on the Post, had they not been prevented in that intention by the alertness of the Parigians. To which Wentholt adds that these sea rovers subsequently returned to Palo, as he maintains with the aim of gathering their forces there, and subsequently undertaking a hostile attack against the Gorontalo Residency. But since everything was still quiet and at peace at Gorontalo in the past month of June, we hope that Wentholt will have been mistaken, and 23 Wentholt's demand for military and Alfurs not fulfilled The Gorontalo king Walanadi granted the requested continuation of the small village Mono Arka these adventurers will have left the Residency undisturbed. And we are even of the opinion that this sort of rovers, who linger in the Bay of Tomini and around the gold mines, are by far not as enterprising as the Magindanaos, wherefore we do not think that they will undertake anything hostile against the Gorontalo Fortress as long as the Resident is well on his guard and keeps good watch with his reasonably numerous garrison of 30 soldiers, which is furthermore reinforced by the Pantjallang Ternaten currently lying at Gorontalo. Besides this, following the received news of the captured bark the Ida, Wentholt summoned 50 Christian Attingoolers to help protect the fortress, to which people he has the usual monthly ration of 45 pounds of rice, 3 cans of arrack, and 45 stuivers in cash distributed. Which was approved at the secret session of 23 June, on condition that he must let these Christian natives depart again as soon as no danger from the enemy was to be feared any longer, and this because they can quickly be in the Fortress in case of danger, as well as to prevent all unnecessary expenses as much as possible. Notwithstanding this, the Resident makes an exorbitant demand for 24 European soldiers and 200 Ternate Alfurs. But besides the King of Ternate refusing to hear of sending Alfurs to Gorontalo, we also cannot find that this Residency needs such a heavy reinforcement of soldiers, and our garrison is presently so small that the Resident will have no assistance of men to expect from us this year. Which we wrote to him already some months ago, with the notification that in case of danger he must summon the Attingool Christians again. We have at the beginning of this year also received a letter from 4 24
Dutch transcription
364 „vers op de Post van Parigi veranderen, om dat hij aldaar volgens zijne betuiging gebrek leed aan de nodigste behoeften, die hij dagt op een ander plaats lieter te zullen vinden. Dog wij hebben hem de voorgenomene verhuijsing van Laboea zeer sterk afgeraden, dewijl het beter is dat hij daar blijft woonen, het geen buijten des bij zijne aanstel„ „ling tot kroon Prins wel Expresselijk bij de aangegaane voor„ waarden is bedongen: Aan welke voorhouding wij denken dat de Prins wel gehoor zal geven, dewijl hij van een reedelijk ge„ „zeggelijk aardt is. Daaren boven schijnt hij zeer welmenen „de te zijn, en openbaart ons dikwels het een en ander daar wij onse maatregelen nakunnen nemen. Terwijl hij hier nu laatst tegenswoordig was, heeft hij ons zijnen behoeftigen toestand in zeer nadrukkelijke bewoordingen vertoont, weshal„ „ven wij hem eenige geringe onderstand gedaan, en geholpen hebben met een geschenkje van: 4: p:s Guinees gemeen gebleets Cust 4: „ salempoeris bruin blauw, en rd:s 33: 16:- aan Contanten. Het geen wij hoopen dat uw Hoog Edelheden goedgunstig zullen gelieven te passeeren, uit aanmerking van de noodzaakelijkheit om desen Prins op onse zijde te houden. De Gorontaalse Residentie is dezen Jaare mede niet buij„ „ten Gedugting van vijandelijke besoeken gebleven, want de Resi„ „dent wentholt melt ons bij secreete brief van den 28: Jann:, dat 'er in het gepasseerde na Jaar wel tagtig prauwen met mulukte aanslag van diverse Ro„ allerhande 2 wervers en rovers op Parigi waaren geweest, die een attaque op de Post hadden willen doen, zoo zij door de wakkerheit der Parigiers niet in dat voornemen ver„ „hindert waaren geworden: waar bij wenthols voegt, dat dese zeeschuijmers vervolgens na Palo waaren terug gekeert, zoo hij sustineert met oogmerk om aldaar hunne magt bij een te zamelen, en vervolgens een vijandelijke aanslag tegens de gorontaalse Residentie te ondernemen. Dan dewijl het in de gepasseerde maand Junij nog alles stillen in rust op Gorontalo geweest is, hopen wij dat wentholt zig zal hebben misgist, en deese 23: wentholts Eisch van Militairen en Alfoeren niet voldaan De Gorontaals koning walanadi de verzogte aanharding van het biortje Mono Arka toegestaan deese avanturiers de Residentie ongemoeit zullen hebben ge„ „laaten: En wij zijn zelfs van gevoelen, dat dit zoort van z wer„ „vers, die zig in de bogt van hominij en ontrent de goudmijnen ophouden, op verre na zoo ondernemend niet zijn als de Mangindanauwers, weshalven wij met denken dat deselve iets vijandelijks tegens het Gorontaals Fortres onderne„ „men zullen zoo lang de Resident wel op zijn hoede is, in goede wagt houd met zijn redelijk talwijk garnisoen van 30: Militairen, 't geen daaren boven nog verstrekt werd door de thans op Gorontalo leggende Pantjallang Ternaten Buijten des heeft wentholt na de ingekomene tijding van de vereverde Bark de Jda 50: Christen Attingool„ „ders ontboden om het fortres te helpen beschermen, aan welke lieden hij het gewoon maandelijks randsoen van 45: Ponden Rijs, 3: kan Arak, en 45: stuijvers aan Contan„ „ten laat verstrekken; Het geen ter secreete sessie van den 23: Junij geapprobeert is, op Conditie dat hij deese van Christen Jnlanders weder moest laten vertrekken, zoo draa 'er geen gevaar van vijand meer te dugten was, en zulks om reeden dat dezelve in cas van onraad schielijk in het Fortres kunnen zijn, als ook om alle onnodige onkosten zoo veel doenlijk te praevinieeren. Dit niettegenstaande doet de Resident een exorbitan„ „ten Eisch van 24: Europeaanse Militairen en 200: Ter„ „naatse Alfoeren: dog behalven dat de koning van Ter„ „naten van geen verzending van Alfoeren na Gorontalo wil hooren spreken, kunnen wij ook niet vinden dat deze Residentie zoo een zwaare versterking van Militairen nodig heeft, en ons garnisoen is tegenswoordig zoo gering, dat de Resident van dit Jaar geen assistentie van volk van ons te wagten zal hebben: Het geen wij hem reeces voor eenige maanden hebben geschreeven, met de kennen gave dat hij in Cas van onraad de Attingoolse Christenen weder moet ontbieden. wij hebben in't begin van dit jaar mede een brief ontfangen van 4 24: Bes