VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3529

Japan · 1,230 pages · 332 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3529_0570 view scan ↗

English

Samarang the 26th of December Anno 1778. list of the deceased and a statement of how strong everyone's auxiliary troops still are, and that they may not be forced against their will into any other work or service than that for which they were sent from Java; as some seem to have complained about this, and asserted that they were indeed sent to fight for the Company, but not to perform baton and coolie services. At the Courts and in the uplands everything seems well, and on the Company's territory nothing is heard of any ill-disposed persons either, except now and then rumors of the still wandering family of pangerang Rongo, wherefore I still have a sergeant, a corporal, and twelve dragoons encamped at Damak, and in that and in the Regency of Tjinkelsewor also still keep some natives armed, just as the rulers around there also do, and not entirely without success, as the Sultan's warriors, a few days ago, seized a notorious evildoer and supporter of the disturbers of the peace, by name singo pattij, with his wives and children, and those of the Emperor, on the Sultan's territory, became master of a wife and four children of Raden Soemo diwongso, grandson or nephew of Rongo, with some commoners, and would have captured that raden himself too, had not the village people given him an opportunity to escape; but the Sultan, having taken this very ill of his people, has not only through his grand vizier Danoeridja 501 Samarang the 26th of December Anno 1778. folio 9 Danoeridja, as appears from the copy translated letter vide Litera C, ordered Grobogan's Regent Sasra Nagarra anew to pursue and seek out the family of pangerang Rongo with all might, and to deliver them either dead or alive, as well as to do everything possible to apprehend the fled chief of his village, where Raden soemo Diwongso found assistance, but has also in the meantime had thrown into the heaviest prison at Djocjakarta four persons captured with the woman, who as his subjects were extradited by the Soeracarta Court and sent directly to the Mataram, so that he shows himself still very much disposed to eradicate the unwilling descendants of Rongo, and to wish to demonstrate that because of the latest marriage of his son to one of the daughters, he has no more consideration for that family than before, while also in the past month of November he had presented to me through Pangerang Djoijo Coessoemo the previously captured and pardoned raden Soemo Judo, stepson of the aforementioned Rongo, to submit himself to the Company, and the latter having done this solemnly here in the presence of all the coastal Regents who were here for the leasing of the domains, and having at the same time sworn loyalty and obedience to the Company, I sent him back again to Djogocarta to remain there henceforth, and on that occasion not only ceded to the Sultan a pusaka pike of the fallen raden Soerio Adicoessoemo, which he had managed to obtain shortly after the action in the Damak district, but also sent the kris of the said raden, for which he strongly pressed me through his aforementioned emissary pangerang Djoijo Coessoemo, and wherewith I did him much pleasure, as all appears from the letters which are respectfully appended under Litera D, E, and F. The Malay Bapa Saadjie, whom the commander at Sourabaija, van der Niepoort, had sent to goesti Moera Jambi at Balij Badong pursuant to my submissive letter of the 12th of June last, in order through him to gain possession of the son of, according to report, deceased pangerang willis, and other bandits who fled from Rovingam, only returned in the past month of November without those persons, but with a letter from the said goesti to His High Nobility the Lord Governor-General, which I have already had the honor to send to His High Nobility, and the verbal message, according to his report vide Litera G, that if the aforementioned commander wanted to have those deserters, he would have to ask the King of Kloengkoong for them; but since it appears to me that this king and Goesti Moera Jambi agree to delay us somewhat, and thereby persuade us to assist them with the requested aid against their enemies, I have given the Commander van der Niepoort, during his recent presence here, a mandate to write to those two little princes and further insist on the extradition of the deserters, even if something had to be spent for it, while presenting to them at the same time that he dared not speak to Your High Nobilities nor to me about the requested auxiliary troops, weapons, and vessels, before goesti Moera Jambi fulfills his first promise and delivers the son of pangerang Willis cum suis to the Company as a proof of his goodwill; I request Your High Nobilities to approve this, and that in the meantime, until we know what those little princes will do, the letter from Goesti Moera Jambi to His aforementioned High Nobility may be left unanswered, in order not to give them too great an idea of themselves, or make them believe that anything is feared from them or from those deserters. The Regents of Damak, making application to be allowed to exchange against payment 56 musketeers' flintlocks belonging to the regency, but unfit and irreparable, for others, I request for that purpose Your High Nobilities' honored authorization, and likewise to be allowed to issue, also against payment, to each of those same Regents 30, or to both 60 pieces of carbines, in order therewith to arm some men on horseback for the protection of their regency; To the Adipattij of Samarang, 60 pieces of carbines, or 200 pieces. No. 2 Copy

Dutch transcription

Samarang den 26„en December A:o 17708. lijst van de overliedene en een opgave hoo sterk ieders hulp troupen nog zijn, en dat die tegen haare wil, tot geen ander werk of dienst mogen genoodzaakt worden, als waartoe de= zelve van Java gevonden zijn; wijl sommige zig daar over scheinen te hebben bezwaard, en bewieren wel gezonden te zijn, om voor de Compagnie te vegten, maar niet om battoons en Coelijs diensten te doen. Aan de Hoven en in de boovenlanden scheint alles wel„ en op Compagnies territoir, word ook van geene kwaad ge„ „zinden gehoord, als nu en dan gerugten, van de nog swerven„ „de familie van pangerang Rongo, waarom ik te Damak„ nog een wagtmeester een Corporaal en twaalf Dragonders laat Campeeren, en in dat, en in het Regentschap Tjinkelse„ „wor, ook nog eenige Inlanders gewaapend houde, zoo als de vorsten daaromstreeks ook doen, en niet geheel zonder vrugt, alzoo sulthans krijgers, voor weinig dagen, een berugte kwaaddoender en aanhanger van de Rust verstoorders, in onaame singo pattij met zijn wrijven en kinderen hebben opgeligt, in die van den keijzer, Een vrouw en vier kinderen van Radien Soemo diwongoo, khinzoon of Nief van Rongo„ met eenige gemeene zijn meester geworden, op Sulthans territoir, en dien radeen zelvs ook zoude gekreegen hebben, indien het Negorijs volk hem geen geleegentheid gegeeven had= „den te echappieren; dan den sutthan de zijne, dit zeer kwalijk genomen hebbende, heeft hij niet alleen door zijn rijksbestierder Danderija 501 Samarang den 26„e December A:o 1778. fe9 Danoeridja blijkens Copia translaat brief /: vider L„a C:/ Gro„ „bogangs Regent Sasra Nagarra, op nieuw doen gelasten, om de familie van pangerang Rongo met alle kragt te vervolgen, en op te zoeken, en het zij Leevend of dood te leeveren, mitsgaders ook alles aan te wenden wat mogelijk is, om het gevlugte hoofd van zijne Negorij, daar Radeen soemo Diwong„ „so assistentie gevonden heeft, te agterhaalen, maar ook in„ „tusschen de Dejocp Carta in de zwaarste gevangenis doen wer„ „pen, ovier met de vrouw gevangen perzoonen, die als zijne onderhoorige, door het Soura Cartasche Hoff uitgeleeverd, en direct naar de Mattarm gesonden zijn, zoo dat Hij „toond nog zeer gedisponneerd te weeren, om de onwillige der „cesdenten van Rongo uit te roeijen, en blijken te willen geven, dat Hij om het laatste Huwelijk van zijn zoon, met een der dogters, niet meer Convideratie, als voorheen, voor die familie„ heeft, Terwijs ook in de gepasseerde maand November, mij door Pangerang Djoijo Coessoemo heeft laaten presenteeren, den bevoorens gevangen en gepardonneerden radeen Soemo Judo, stierzoon van omeermelde Rongo, om zig aan de Compagnie te onderwerpen, en deeze dat hier in praesentie van alle de, met de verpagting der Domainen hier geweest zijnde strant Regenten, plegtig gedaan, en teffens trouwe en Ge„ „hoorsaamheid aan de Maatschappije geswooren hebbende, heb ik hem weder naar Djogocarta te rug gevonden, om voortaan daar te blijven, en bij die geleegendheid aan den Sulthan, niet alleen Geeev No. 3 Copia Samarang den 26=e December A„o 1778. „gecebeert een posakka piek, van den gesneuvelden radier Soerio Adicoessoemo, dewelke Hij kort na de actie in het Damakscho hadt weeten omagtig te worden, maar ook gesonden, de krits van gemelde radeen, waarom Hij omij door zijn zendeling pangirang Djoijo Coessoemo voor= „meld sterk aanwas, en waar meede ik hem veel plaizier gedaan hebbe, zoo als een in ander blijkt bij de brieven, die onder Lra D: E: en T: deea in eerbied zijn bijgevoegd. Den Maleijer Bapa Saadjie, die den gezaghebber te Sou= „rabaija van der Niepoort ingevolge mijne submisse van den 12=e Juni Jongstleeden aan goestij Moera Jambi te Balij Badong gesonden hadt, om door hem de zoon van den /:na het zeggen overheeden:/ pangerang willes, en andere van Rovingam gevlugte banditen, magtig te worden, is eerst ^ sonder die perzoonen, in de gepasseerde maand November te rug gekomen ^ dog met een brief van gemelde goestij, aan zijn Hoog Edelheid den Heere Gouverneur Generaal (:welke ik reeds de eere gehad hebbe Hoogst Denselven toetezenden:/ en des mondelin„ „ge boodschap, volgens zijn Rilaas vide L„a G. , dat als den gezaghebber meermeld, die arossere wilde hebben, hij dan om dezelve aan den koning te kloengkoong zouden moeste; dan overmits het mij voorkomt, dat dezen koning, en Goeste Moera Jambi, het eins zijn, om ons wat optehouden, en daar door over te haalen, hen met de verzogte hulp tegen haare vijanden te assisteeren, heb ik den Gezaghebber van 513 fo 11. Samarang den 26:' December 1718. — van der Niepoort, bij aanweesen Jongst hier, en omandatis gegeven, aan die bij de voastjes te schrijven, en nader op de uitlevering van de drossers aantedringen al moest er ook wat voor worden gespendeerd, onder voorhouding aan hen teffens, dat hij over de gevraagde hulptroupen, wapenen en Vaartuigen, nog uwe Hoog Edelheden nog mij niet durst on„ „derhouden, voor dat goesti Moera Jambi zijn eerste belofte nakomt, en de zoon van pangerang Willis C: S: ten blij= „ke van zijn welmeewendheid, aan de Compagnie bezorgd; Ik verzoeke uwe Hoog Edelheden dit goedtekeuren, en dat intusschen tot dat wij weeten, wat die vorstjes ou zul„ ^ de brief „len doen ^ aan zijn Hoog Edelheid voormeld van Goesti Moera Jambi, onbeantwoord mag gelaten worden om hen in gem te groot denkbeeld van haar zelve te brengen, of te boen geloven, dat mmen van hen of van die arossers iets vreesd. De Regenten van Damak, instantie doende, om 56. omuisquitiers snaphaanen, die tot het regentschap ge= „hooren, omaar onbekwaam en irreparabel zijn, tegen andere voor betaaling te mogen verruilen, versoek ik daartoe uwer Hoog Edelheden g'eerde qualificatie, en zoo meede, om boven dien ook tegen betaling te mogen afgeven, Aan ieder van die zalvde Regenten 30: of aan bijde 60: pees karbijnen, om daar omeede eenig volk te paard, ter beveiliging van hun re„ „gentschap te wapenen; Aan den Adipattij van Samarang, 60. peer karbijnen, of 200. vees. No. 2 Copia

NL-HaNA_1.04.02_3529_0574 view scan ↗

English

Samarang the 26. December 1778. — much as Your High Nobilities had granted to his predecessor in 1776 at Batavia, but of which the delivery was not followed up; and To the Regent of Wieradessa, also 24 pieces of Musqueteer flintlocks, likewise for the security in case of necessity of his district; and since I have no objections against the delivery of those firearms, I take the liberty to submit the requests for them to Your High Nobilities, with the earnest plea, if Your High Nobilities please to consent thereto, that then 120 pieces of Carbines and 80 pieces of Musqueteer flintlocks may be sent hither from Batavia above the requisition for 1779. I give myself the high honor, with the greatest high esteem and respect, to remain submissively. —. /:below stood/ Title /:lower stood:/ Your High Nobilities' humble, very obedient and faithfully bound servant /:was signed:/ J: R: van der Burgh /:in the margin stood:/ Samarang the 26th December 1778. — Markeij Ia Agreed. - fo 18. 516 Samarang the 26th December 1778. Copy. Translation of a Javanese letter written Annex Lit. A. by the panembahan Adipattij Tjacra Ningrat, Regent at Madura, to his six Captains and further officers in the service of the Honorable Company at Macassar. - By this I order Your Honors, as performing the service of the Honorable Company at Macassar on my behalf, to remain there until it pleases the well-mentioned Company to cause you people to return, but in case there might be among you or your people those who, by reason of illness or for other causes, desired to go home, you shall give me prior and specific notice thereof, in order to be replaced by others. Meanwhile, I recommend you people in the most earnest manner to behave like men in all occurrences, and not to make me ashamed. Written at Samarang on Thursday the 23rd of the month Doelkaida in the year Be 1704. or the 10th of December Anno 1778. /:below stood:/ translated by me /:was signed:/ C: P: Boltze, Translator. —. Copy Translation of a Javanese letter written Annex Lit. A: by the pangerang Natta Coessoema, Regent at Sumanap, to his native Captains at Macassar, Soero Mon- gollo, Djoijo Lengkoro, Boro Djengollo, and the further officers in the Honorable Company's service there. You people being in the Honorable Company's service at Macassar, I order you by this to remain in that service there so long not No. 81 Copy Samarang the 26th December Anno 1778. Annex Lit. B: and to attend to it with all vigilance until such time and while it shall please the Company to discharge you again; But in case there are among you people those who, on account of severe illness or for other reasons, wished to return, you shall have to request me for it beforehand and specify their names and rank therein, in order to give notice thereof to the Noble Lord Governor, to the end that they be replaced by others. Written at Samarang the 23rd of the month Doelkaida in the year Be 1704., or the 15th of December 1778. /:below stood:/ translated by me /:was signed:/ C: P. Boltze, translator. Copy Separate letter, written by the Lord Governor and Director of Java's Northeast Coast, Johannes Robbert van der Burgh, to the Lord Paulus Godefredus van der Voort, Governor and Director at Macassar, dated Samarang the 15th of December 1778. Since Their High Nobilities, by separate letter of the 30th of November last, were pleased to charge me to propose to the Prince of Madura and the Pangerang of Sumanap that their auxiliary troops will be needed for another year at Macassar, and that it would therefore be agreeable if they ordered the chiefs to remain there with their subordinates in the service of the Company for that long, and in case there might be some among those over there who had made strong applications to return home, they would have them replaced by others, I have conferred with both regents, and found them also very willing to write the enclosed letters to their respective chiefs to that end, of which copy translations accompany this for Your Your 1 Samarang the 26th December 1778. fo. 15. Honorable's information, under this requirement of the said regents and promise on my part, that I, as I do hereby, would request Your Honor for a list of the deceased, with a statement of how strong each one's auxiliary troops still are, and that they shall not be compelled against their will to any other work or service than that for which they were sent from Java. With friendly greetings, I remain with esteem /:below stood:/ Your Honorable's good friend /:was signed:/ J: R: van der Burgh. /in the margin stood:/ Samarang the 15. December 1778. Copy Translation of a Javanese letter written Annex Lit. C: by the Prime Minister Radeen Adi- pattij Danoeridja at Djocjo Carta, to the Grobogan Regent Sasra Nagarra, exhibited at Samarang the 22nd of December 1778. Having understood from your letter that you had received writings through the Chief of the Emperor's small army named Rono Dipoero, I have shown both those letters to the Sovereign, whereupon His Highness orders Your Honor to pursue and seek out the family of Pangerang Rongo with all might and to deliver them either alive or dead, and not make yourself ashamed as if cowardly before the Solo people, who have already caught some. Furthermore, I make known to Your Honor that some prisoners from Karang Goenang, belonging under Djocjo, were handed over to me by the Solo people, which I also showed to the Sovereign, whereupon Your Honor is ordered by the Sultan to apply everything possible, together with the Demang Alap Alap Mangloe Joedo and the Demang Soero Dik Djoijo, so that the fled bekkel of Karang Goenang may be overtaken. Written on Wednesday the 26th of Doelkaida in the year Be 1704, or the 16th of December 1778. /:below stood:/ translated by me /was signed:/ C: L: Boltze, translator. —. No. 8 517 Copy

Dutch transcription

Samarang den 26. December 1778. — „veel uwe Hoog Edelheden in 1776: te Batavia zijn prede„ „cesseur hadden g'accordeerd, dog waar van de afgave geen ge„ „volg heeft gehad; en Aan den Regent van Wieradessa, ook 24. pees Musquettiens snaphaanen, almeede ter beveiliging in Cas van nood van zijn district; en dewijl ik geen bedenkingen, tegen de afgave van die geweeren hebbe, neeme ik de vrijheid, de verzoeken daarom uwE Hoog Edelheden voor te dragen, met instantie als uwe Hoog Edelheden er in gelieven te bewilligen, dat dan 120. p„s Carbijns en 80 pees Musquestiers snaphaanen, boven den Eijves ovoor 1729 van Batavia herwaarts mogen gesonden wordin. Ik geve mij de hooge eere met de meeste hoog agting en eerbied; submis te blijven. —. /:onderstond / Titul /: Lagerstond:/ Uwer Hoog Edelheden, onderdanige, zeer gehoorzaame en trouw schuldige dienaer /:was geteekent:/ J: R: van der Burgh„ /:inmargine stond:/ Samarang den 26:' December 1778. — Markeij Ia Accofdeert. - fo 18. 516 Samarang den 26:' December 1778. Copia. Translaat Javaansche briev geshreven Bijlage L„a A. door den panembahan Adipattij Tjacra Ningrat, Regent te Madura aan sijne ses Capitains en verdere officieren in den dienst der E Compagnie te Macassar. - Bij deese gelaste ik VE, als van mijnent wegen den dienst der E Compagnie te Macassar waarneemende, aldaar nog soo lange te blijven tot dat het welmelde Comp: behaagd om v: Lieden te doen retourneeren, omaar bij aldien zig onrder uwe of uwe volkeren mogten bevinden, die uit hoofde van ziekte of om andere oorsaaken te huis verlangden zult uwe mij daar van praalable en specificque kennisse hebben te geeven, om door andere overvangen te kunnen worden. Ondertusschen recommandeere ik. U' Lieden op het ernstigste om zig bij alle voorvallen als omannen te gedraagen, en mij niet beschaamt te omaaken. Geschreeven te Samarang op Donderdag den 23=e der maand oelkaida in't Jaar Be 1704. of den 10=e december Anno 1778. /:onderstond:/ getranslateerd door mij /:was geteekent:/ C: P: Boltjo Translateur. —. Copia Translaat Javaansche brieff geschreeven Bijlaage L=a A: door den pangerang Natta Coessoema Regent te Sumanap, aan zijne Jnlandse Capitains te Macassar soero Mon„ „gollo, Djoijo Lengkoro, Boro. djen„ „gollo, en de verdere officieren in 'S Comp:s dienst aldaar. UE Lieden in 'sComp„s dienst te Macassar weesende, gelaste ik uwe bij deesen, om daar in zoo lange te blijven in dien dienst niet No. 81 Copia Samarang den 26:e December A:o 1778. Bijloges Le R: met alle vigilantie waarte neemen tot tijd en wijle het de Comp:e behaagen sal om uwe weder afte danken; Dog bij aldien onder U Lieden zijn, die weegens swaare ziekte of oms andere reedenen wilden retourneeren, sult u mij bevoorens daar om moeten versoeken en haare naamen en Qualiteit daar bij specificeeren, om de Edele Heer gouverneur daarvan ken„ „nisse te geven ten einde door andere vervangen te worden. Geschreeven te samarang den 23=e der maand Doelkaida in't Jaar Be 1704., of den 15=e December 1778. /:onderstond:/ getranslateerd door mij /:was geteekent:/ C: P. Boltze translateur. Copia Aparte briev, geschreeven door. den Heer Gouverneur en Dierecteur van Javas Noord oost kust Johannes Robbert van der Burgs, aan den Heer Paulus Godefredus van der voort, gouverneur en Dierecteur te Macassar, gedateert Samarang den 15=e December 1778. Dewijl Hunne Hoog Edelheden bij aparte van den 30=e November Jongstleeden, mij hebben gelieven optedragen om den prins van Madura en den pangerang van Sumanap voor te houden, dat hunne hulptroupen nog een Jaartje op Macasser noodig zullen zijn, en dat het dierhalven aange„ „naam zoude weezen, als zij de hoofden gelasteden met haare onderhoorige zoo lange ten dienste van de Comp:e daar te blyven, en om indien er onder de ginter zijnde, eenige mogten weeren, die sterke instantien hadden gedaan naar huis te keeren, zij die door andere aan lieten vervangen, heb ik die bijde re„ „genten onderhouden, en daartoe en ook zeer bereidwillig gevon„ „den aan hunne hoofden respective ten dien einde de inleg „gende brieven te schrijven, waar van Copia translaat tot VWE: E 1 Samarang den 26:' December 1778. fo. 15. VWE: Achtbare narigt deese verzeld, onder dit requisit van ge„ =melde regenten en belofte van mijne zijde, dat ik uwE: Achtb: ge„ „lijk ik bij deesen doe, zoude versoeken, om eene Lijst van de over„ „leedene, met eene opgave, hoe sterk ieders hulptroupen nog zijn, en dat die tegen haaren wil tot geen ander werk of dienst zullen genoodzaakt worden, als waartoe van Java gesonden zijn. Ik blijve onder vriendelijke groete met achting /:onderstond:/ uwe lEd„e Achtb„e goede vriend /:was geteekent:/ J: R: van der Burgh. /in marginestond:/ Samarang den 15. december 1778. Copia Translaat Javaanshe brief gischree, Bijlaagp L=t C: „ven door den rijxbestierder Radeen Adi„ „pattij Danoeridja te Djogo Carta, aan den Grobogangs Regent Sasra Nagarra, vertoont te samarang den 22=e December 1778. uit uw Ed: brief verstaan hebbende, dat Uwe door het Hoofd van 's keijzers Leegertje in naame Rono dipoero schrijvens ontvan„ „gen had zoo heb ik die bijde brieven aan den vorst vertoont, waar op VE: zijn Hoogheid gelast, om de familie van pangerang Rongo met alle kragt te vervolgen op te zoeken en 't zij levendig of dood te leveren en zig niet zelvs als Lacieuse beschaamt te maaken voor de so„ „looe volkeren, die al eenige geknipt hebben. Wijders maake ik VE: bekent, dat mij door de solooe overhandigt zijn eenige gevangene van Karang Goenang onder djocpo sorteerende, die ik meede aan den vorst overtoont heb, waar op VE: door den sulkan geleest word, om met den demang Alap Alap mangloe Joedo, en den demang soero dik ^ alles djoijo ^ an te wenden, wat moogelijk is, dat den gevlugte bebekkel van karang gonang worde agterhaalt. geschreeven op woensdag den 26=e doelkaida in't Jaar Be 1704, of den 16:e December 1778. /:onderstand :/ getranslateerd door mij /was ge„ „teekent:/ C: L: Boltze translateur. —. No. 8 517 Copia

NL-HaNA_1.04.02_3529_0578 view scan ↗

English

Samarang the 26th December 1778. Appendix Lit D Appendix Lit E: Copy Translation Javanese letter written by the Sulthan Haming Coeboeana etc. at Djocjo Carta, to the Honorable Johannes Robbert van der Burgs governor and Director of Java's Northeast coast; received at Samarang the 17th November 1778: According to my previous promise, I now send to Brother, under the escort of the pangerang Aria Djoijo Coessoemo, the radeen soemo Joedo, cum suis, to take the Oath of loyalty and obedience to the Company; now when he has done so, I very kindly request Brother to let him return back hither with the said pangerang. Furthermore, Brother is most cordially greeted by me as well as by the pangerang Adipattij Anom Mangcoenagarra, as well as Madam by the Ratoes, along with wishing God's salvation and blessing amidst lasting health. Written at Djocjo Carta on Thursday the 21st of the month serwal in the Year Be 1704. or the 12th November 1778. below stood: translated by me was signed: C: P. Boltze translator. Copy Translation Javanese letter, written by the Honorable governor and Director of Java's Northeast Coast Johannes Robbert vanden Burgh, to the sulkhan Haming Coeboeana etc; dated samarang the 25th November 1778. Furthermore I communicate to your Majesty, that under the escort of pangerang Aria Djoijo Coessoemo the radeen Joemo Judo cum suis has appeared before me, and since the said radeen properly submitted himself to the Company, and in the Temple under 519 Samarang the 26th December Anno 1778. folio 17. under the Alcoran swore the Oath of Loyalty and obedience, I let him, in fulfillment of Brother's request, and my promise made beforehand, likewise return under the supervision of pangerang Aria Djoijo Coessoema to Djoejo carta, fully trusting that Brother will surely hold him to his Oath and duty. I do not doubt that it will have been pleasing to Brother that I gladly ceded to Your Highness the pike of soerio Adicoessoema, which my Dragoons had captured; and no less that I presently also send to Your Majesty in addition the Kris of the said soerio Adie Coessoemo, as a token of my confidence, and true friendship, towards Your Highness. Furthermore, Brother may also please accept four crown birds, which I send to Your Majesty alongside this. I greet Your Majesty and his much beloved son pangerang Adij pattij Mancoenagarra most cordially, and my wife also does so to the Ratoe, wishing Salvation, blessing and lasting health for many days. below stood: written at samarang the 25th November 1778. was signed: J: A: van der Burgh. Copy Translation Javanese letter, written. Appendix Lit S: by the sulthan Haming Coeboeana etc. at DJogo Carta; to the Honorable Johannes Robbert van der Burgh Governor and Director of Java's Northeast coast; received at Samarang the 2nd December 1778. I had the Honor properly to receive Brother's letter in reply to my previous one, and understood from it, that my emissary the pangerang Aria djoijo Coesoemo had duly brought the radeen Coemo Djoedo, and that this last mentioned having taken the Oath of No. 2 Copy Samarang The 26th December Anno 1778. Appendix Lit G. of loyalty under the alcoran to the Company, had obtained pardon from the Company cum suis, And Brother sent back the said radeen soemo goedo to me under the supervision of the aforesaid pangerang, so I express to Brother my most friendly gratitude for that, as well as for the received pike of the radeen soerio Coessoemo and the kris of the same, because those pusaka pieces were most pleasant for me to receive, and I regard the same as tokens of Brother's special friendship towards me. Furthermore I greet Brother alongside the Pangerang Adipattij Anom Mangcoe Nagarra, to which the ratoe joins, also doing so to Madam in the most cordial manner, everything amidst wishing God's Salvation and blessing unto Length of days. Written at DjoejoCarta on Tuesday the 11th of the month Doelkaida in the Year Be 1704, or the 1st december Anno 1778. below stood: translated by me was signed: C: S: Boltzo, translator. Copy Account of the Madurese Anachoda Bappa Saadjis, servant of the Honorable Commander at sourabaija, given at samarang the 24th November 1778. The relator recounts that he was sent by the said Honorable commander six months ago, by Padewakan proa, to Balij Badong for the Purchase of slaves, and provided with a letter to the said king at Badong, that after having delivered that letter to the king, the latter had told the relator that the required persons were not under his jurisdiction, but under that of the King Goesti Dewa Agong at kloengkoong. And

Dutch transcription

Samarang den 26=e December 1778. — Bijlaage Li D Bijlaage L=a E: Copia Translaat Javaansche missive gechree„ „ven door den Sulthan Haming Coeboeana &: te Djocjo Carta, aan den Heere Johannes Robbert van der Burgs gouverneur en Dierecteur van Javas Noord oost kust; ontvangen te Samarang den 17=e November 1778: Volgens mijne voorige belofte, Laate ik tans onder gezeide van den pangerang Aria Djoijo Coessoemo tot broeder afkomen, den radeen soemo Joedo, C. S, om den Eer van trouwe en gehoorsaam„ „heid aan de Comp: afteleggen, wanneer hij nu sulx gedaan heeft, ven„ „zoeke ik Broeder seer vriendelijk hem met gem: pangerang weeder na herwaards te laaten retourneeren. Wijders werd broeder zoo door mij als den pangerang Adi= „pattij Anom Mangcoenagarra, als meede mevrouw door de Ratoes allerhartelijks gegroet, mitsgaders godes Heil en zeegen onder een bestendige gesondheid toegewenscht. Geschreeven te Djocjo Carta op Donderdag den 21=e der maand ser„ „wal in't Jaar Be 1704. of den 12=e November 1778. /:onderstond:/ getranslateerd door mij /:was geteekent:/ C: P. Boltze translateur. Cropia Translaat Javaansche briev, geschreeven door den Heere gouverneur en Dierecteur van Javaas voord Oost Cust Johannes Robbert vanden Burgh, aan den sulkhan Haming Coeboeana &; gedateerd samarang den 25=e November 1778. — Wijders Communiceere ik vw albajesteit, dat onder gezeide van pangerang Aria Djoijo Coes soemo den radeen Joemo Judo. C: S: voor mij overscheenen is, en dewijl gemelden radeen zig be= hoorlijk aan de Compagnie onderworpen, en in den Tempel onder . 519 Samarang den 26=e December A„o 1778. fo 17. onder den Alcoran den Eed van Trouwe en gehoorsaamheid afgezegd heeft, laate ik hem in voldoening aan broeders verzoek, en mijn voorhien gedaane belofte, inzelvder voegen onder toezigt van pangerang Aria Djoijo Coessoema naar Djoejo carta te rug keeren, ten vollen vertrouwende dat broeder hem wel zal doen houden aan zijn Eed en pligt. -. Ik twijffels niet of het zal broeder aangenaam zijn ge= weest, dat ik de piek van soerio Adicoessoema, dewelke mijn Dragonders veroverd hadden, gaarne aan Vw Hoogheid heb= „be afgestaan; en niet minder dat ik daar bij vw: Majesteit tans nog zende, ook de Crits van gemelde soerio Adie Coessoemo, als een blijk van mijn vertrouwen, en waare vriendschap, om„ „trent Vw Hoogheid. Voorts gelieve broeder ook te accepteeren vier kroon voogels, die ik ouw Majesteit nevens deeze toezende. Ik groete vw Majesteit en desselvs weel gelievden voan pange„ „rang Adij pattij Mancoenagarra op het hartelijkst, en dat doet ook mijn vrouw de Ratoe, met toewenching van Heil„ zeegen en bestendige gesondheid veele dagen. –. /onderstond:/ geschreeven te samarang den 25=e November 1778. /:was= „geteekent:/ J: A: van der Burgh. —: Copia Translaat Javaansche missiv, geschreeven. Bijlaage Lra S: door den sulthan Haming Coeboeana &: to DJogo Carta; aan den Heer Johannes Robbert van der Burgh Gouverneur en Dierecteur van Javas Noord-oost kust; ontvangen te Samarang den 2=e December 1778. — Ik heb de Eere gehad Broeders missive in antwoord op mijne voorige wel te ontvangen, en daar uit verstaan, dat mijn zende„ „ling den pangerang Aria djoijo Coesoemo, den radeen Coemo Djoedo wel aangebragt had, en dat deese laast genoemde den Eed van No. 2 Copia Samarang Den 26=e December Anno 1778. Bijlag L: G. van trouwe onder den alcoran aan de Comp:s afgelegd hebbende, genaade van de Comp: C: s: verkreegen had, En Broeder mij gemelde radeen soemo goedo onder opsigt van den pangerang voornoemd, weeder toevond, soo betuige ik broeder daar voor mijne aller vriendelykste dankbaarheid, so wel, als voor de ontvangene piek van den radeen soerio Coessoemo en de kris van denselven, want die poesaka stukken sijn mij ten hoogsten aangenaam ge= „weest te ontvangen, en ik merke dezelve aan als teekenen van Broeders bezondere vriendechap te mij waarts. Wijders groete ik broeder neevens den Pangerang Adipattij Anom Mangcoe Nagarra, waar bij zig de ratoe voegende, sulks aan Mevrouw op de hertelijkste wijse meede doet, alles ondertoewensching van Godes Heil en zeegen tot Lengte van dagen. Geschreeven de DjoejoCarta op Dingsdag den 11=e der maand Doelkaida in't Jaar Be 1704, of den 1=e december A:o 1778. — /onderstond:/: getranslateerd door mij /:was geteekent:/ C: S: Boltzo, translateur. —. Copia Relaas van den Mazeijer Anachoda Bappa Saadjis, dienaer van den Heer Ge= „zaghebber te sourabaija, gegeeven te sama„ „rang den 24=e November 1778. Den relatant verhaalt, dat hij nu ses maanden gezeeden door gemelde Heer gezaghebber, per prauw Padewakan was na Balij Badong gesonden tot den Jnkoop van slaaven, en met een briev aan gemelde koning te Badong voorsien, dat hij na die brief aan den koning overhandigt te hebben, dezelve aan den rela= „tant verhaald had, dat de gerequireerde persoonen sig niet onder zijn ressort maar onder dat van den Koning Goesti Dewa Agong te kloengkoong bevonden. En

NL-HaNA_1.04.02_3529_0581 view scan ↗

English

521 Samarang, the 20th of December 1778. And since he acknowledged himself to be a sincere ally of the Company, he would at once inquire after the real truth thereof, as he had also done through his emissary, the Anachoda Mangcoe, who, having returned after 10 days and bringing with him an emissary from the King of Kloenkoong, named Bapper Kamar, which last-mentioned had related to the King of Badong in the presence of the relator that the required fugitives were indeed under his king in Kloengkoong, that they had arrived there having deserted from Banda, caused by the fact that since they had been sent from Banda with some Europeans on a cruise, they had murdered them and had thus arrived via Ceram and Boetoen at Balij Sassak, from where they had proceeded to Sumbawa and from there to Kloengkoong where they were still staying, and that if the Governor wished to have them, he should first send the relator with a letter to his king in Kloengkoong. Hereupon the King of Badong had charged the relator that he, by an accompanying letter, should request the Company to oblige him with some auxiliary troops together with their weapons and their vessels, along with some empty dittoes in order to be able to embark Balinese men therein, for the purpose of waging war against the kings of Djimbrana, Mangoei, Telikoep, Jokowattij, and Mangis, and that if the Company wished to oblige him with the one and the other, he requested to obtain this within 4 months; but if his request succeeded, that he, the relator, should then arrive at Badang two months prior with the aforementioned news in order to warn him thereof; after which he, the relator, took his leave and set sail for Sourabaija again with seven pieces of slaves, among whom were two female slaves who had been a present for the Governor. E No. 21 folio 19. Copy Samarang, the 26th of December 1778. Thus done and related at the Government of Samarang on the date aforesaid. Below were written some characters, placed by the Annachoda Bappa Taadjie. Lower stood: In my presence, was signed: C: P: Boltje, sworn scribe. In the margin stood: as witnesses, was signed: Carta Bassa, and W: Bloedbergen. Agreed. AVanKeij Copies Copies Secret Resolutions Beginning the 13th of September 1711 and Ending the 22nd of August 1770 Annexes belonging to the 2nd Volume of the Secret and Separate Letters arrived in 1779. No 3 Copy Copy Secret Resolutions Beginning the 13th of September 1711 and Ending the 22nd of August 1770 Annexes belonging to the 2nd Volume of the Secret and Separate Letters arrived in 1779. No 3 The 13th of September 1777 Register of the marginal notes on the secret Resolutions, taken in the Council of Policy at Ternate in Castle Orange, the Year 1777/78 That the Governor had convened this Meeting to consult over an Extract from the daily register of Tidor's Postholder Content of the Extract from which it appeared that the Magindanauwers already prepared 300 Prow-vessels and another 300 to attack the Moluccas which account appeared suspicious to the Council who imagined that such was fabricated on Tidor would, on the contrary, easily believe that they wanted to surprise Limbotto, Gorontalo, and Manado. The Council's good trust in Ternate's king in case the Magindanauwers might appear here As also in Manado's Resident the well-disposed Kings of Chiauw and Tagulanda request assistance the enemy's human robbery there Considerations thereupon The Council's inclination to come to his aid The enemy's appearance around Gorontalo 25 Natives taken into service there but ordered discharged and their wages reimbursed 18 enemy vessels sailed past Gaandang The Council's wish to obtain a good force from Batavia Production of a letter from Macassar which Dain Masona had for delivery whose father was willing to vouch for the gold trade on Bwool Mr. van der Voort marked this as a great advantage but it turned out contrary for his retinue took to robbery which caused the Council's favorable thoughts to fade the slight trust in the Bwoolers the Ternatean Princes admonished by their king and request of that monarch regarding the piracy of the Papuans with regret over the conduct of Tidor's monarch groundedness of that monarch's displeasure the 27th of September 1777: Deliberated on two Manado letters And on a Muster Roll of the Ternatean military force there promised friendliness of Hemmekam towards the Native specified shroud for that Nation request for the wages for 4 heads over the number the obstructive disposition of the Tobils Captain that Ternate's king will be provided for Taking position of our forces on Kema that

Dutch transcription

521 Samarang Den 20:' December 1778. En dewijl hij zig voor een opregte bondgenoot van de Comp: en„ „kende, zoude hij aanstonds na de regte waarheid daar van laten verneemen gelijk hij ook door zijnen zendeling Den Anachoda Mangcoe had laten doen, dewelke na 10. dagen weeder geretour= „neerd zijnde, En meede brengende een zendeling van den Koning te kloenkoong voorn„t in naame Bapper Kamar, welke Laastgem: aan den koning te Badong ter presentie van den resatant ver= „haalt had, dat de gerequireerde vlugtelingen waarlijk onder zijnen koning te kloengkoong waaren, dat zij van Banda gedrost zijnde aldaar waaren aangekomen, gecauceert, dat dewijl sij van Banda met eenige Europeese op een kruistogt waaren gesonden geworden, hadden zij dezelve vermoort en waaren dus over Ceram, en Boe„ „toen te Balij sassak aangekomen van waar sij zig na sumba„ „wa en van daar na kloengkoong begeeven hadden alwaar zij zig nog onthielden, En dat wanneer den Heer gezaghebber haar Lieden hebben wilde, hij ten eersten den resatant met een brief aan zijne kooning te kloengkoong moest zenden. —. Hier op had den koning te Badong aan den relatant opgedraagen, dat hij bij een Noevens gaande brieff aan de Compagnie versogt om hem te gerieven met eenige hulp „troupen neevens hunne waapenen en hunne vaartuijgen, neevens nog eenige Leedige ditos om Balijsche manschapper daar in te kunnen afscheepen, ten einde de koningen te Djimbrana, Mangoei, Telikoep, Jokowattij en Mangis den oorlog te kunnen aandoen, en dat als hem de Compagnie met 't Een en ander gerieven wilde hij sulx versogt binnen de 4. maanden te moogen obtineeren, dog als zijn versoek doorging, Dat hij relatant als dan twee maanden bevoorens met de voorsz: tijding te Badang moest komen, om hem daar van te waarschouwen; Waarna hij relatant zijn afscheid genoomen, en weeder met seeven pees slaaven, waar onder twee slavinnen voor den E No. 21 fo 19. Copia „ Samarang Den 26=e December 1778. - den Heer: gesaghebber tot present waaren geweest, naar sou„ „rabaija onderseil gegaan was. — Aldus gedaan en gerelateert ten Gouvernemente Samarang dato voorschreeven /:onderstonden eenige Caracteren omschreeven:/ gesteld door den Annachoda Bappa Taadjie /:Lagerstond:/ Jn kennisse van mij /:was geteekent:/ C: P: Boltje, gesworen scriba /:in margine stond:/ als getuigen /:was geteekent:/ Carta Bassa, en W: Bloedbergen. — Accopeert. AVanKeij In Copias Copias Recolutties Beginnende Secrette 3 den 13 September 171 en Eindigende den 22: Augustus 1770 Bijlagen gehorende tot het 2e: Deel der Secreete en aparte Brieven overgekomen 1779. No= 3 Copia Copia Secreete Recolutties Beginnende den 13 September 1711 en f Eindigende den 22: Augustus 1770 Bijlagen gehorende tot het 2e: Deel der Secreete en aparte Brieven overgekomen 1779. No 3 dat de Heer Gouverneur deze Vergadering had laten beleggen- — om Raad te plegen over een Extract uit het dagregister van Tidors Posthouder„ Inhoud van het Extract ––– –„ --- - - - daar uit bleek; dat de Margindanauwers reets 300 Praduakans en nog 300: aan„ „maakten om de Moluccos aante Randen - - - - - - - „ –––––„ welk verhaal den Raad verdagt voor kwam - - - - - - -- - „ -- - Die zig verbeelden dat zulks op tidok gefingeerd was — „ wilde daar en tegen wel geloven dat dezelve Limbotto, Gorontalo en Manado overrompelen wilden. -- Des Raad goed vertrouwen op Ternaats koning in gevalle de Magindanauwers hier mogten verschijnen — - Zoo mede op Manados Resident - - - - - de welmenen Koningen van Chiauw en Tagulanda verzoeken om bijstand Mensschen roose den vijand aldaar —— Concideratien daar over - - - - - - - 's Raads genegentheid om hem te hulp komen – – – – – – — — - – - „ — 's vijands verlooning omtrent Gorontalo - - - - - - - - - - - - - - - „ 25:e Inlanders aldaar in dienst genomen - – – – – – – – – – – — – - - - - „ — dog oreder afgedankt en Hun vesolding vergoed — – – – – - – - - – - - - - „— 18: vijandelijke vaartuigen voor bij gaandang gezeilt - - - - - - - - - - „ 's Raads wensch om een goede magt van batavia te mogen erlangen - - - -„ Productie eener brief van Macassar - – – – – – – – – – – – – – – – - - „ die Dain Masona ter bestelling heeft gehad – - - - - - - - - - - - - - - „ dviens vader voor de goudhandel op bwool wel wilde instaan - – – – – – - – „ de Heer van der voort merkte dit voor een groot voordeel aan - - - - - - - - - „ dog het vier contrarie wut - – – – – - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ want zijn gevolg het op den roop toe — - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ het welk des Raads favorabele gedagten deed vervlauwen - - - - - - - - - - - - „ het gering vertrouwen op de Bwoloresen - - - de Ternaatse Princer door hun koning vermaant - - - - - - - - - - - - „ en verzoek van dien vorst omtrent de roverije der paporen - - - - - - - - - - „ met leedwesen over het gedrag van Tidors vorst - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ gegrondheid van des vorst ongenoegen - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 1pp den 27:' September 1777: Over twee Manadose brieven gebesoigneert- — En over Een Monster Rol van de Ternaatse krijgsmagt aldaar - - - - - - - - - „ beloofde vriendelijkheid van Hemmekam omtrent de Jnlander - - - - - - - - „ bepaald doodgewaad voor die Natie — verzoek om de besolding voor 4: Koppen over het getal - - - - - - - - - - - „ het dwarsdrijvend humeur van den Tobils Capitain - – - – - - - - - – – - - - „ dat Ternaats koning zal bedeelt worden – – – — — – — — – - – - - - - - „ Postneming der onzen op kema - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ – – – – – – – – – – – – – – –„ –– – – – – – – – – – –„ -.„ – – – – – – – – – – – - - – – 4: 10 14 ––––-„ Den 13:' September 1777 Register der marginale aantekenin„ gen op De secrete Resolutien, genoo„ „men in Rade van Pulitie tot Tirna„ „ten in 't Casteel Orange, de A„o 177/78 ——- „ „ 4: - - – – –– ––„ - „ dat

NL-HaNA_1.04.02_3529_0592 view scan ↗

English

that the Ida will come hither in September, approved the loss of Willemsz Pantjallang by the Magindanauwers who were put to flight by our men the courageous conduct of the natives Manados fortress garrisoned with 209 heads praiseworthy conduct of Bemmekam and the Alfoeren who will be further encouraged the Council conforms with Memmekams letter maintenance to Tidor king 18 the 18th of October 1778 departure of the Magindanauwers to Gunland who gained little advantage on Saloerang as well as on Chiauw and Tagulanda Hammekam maintains that the enemies' desire will indeed weaken news of their request for aid from the Spaniards agreement of the Ternaaten to the west of Celebes the Resident's request for the Ida extraordinary expenses incurred during the undertaking of the Magindanauwers passed for write-off except for some provisions zeal for the completion of the fortifications the sent Ternaaten handed over to their king whom His Highness promises to punish the news of the enemies agrees quite well Chiauw's king excuses himself for the shooting to death of a Ternatan with which the one of Ternate is quite satisfied the 23rd of October 1717 van Dijk sent to Tidor Tidor's king excuses his subjects and makes a request to those of Ternate to grant his people free passage which His Highness will not permit 31 the 13th of December 1777 faithlessness of Gorontalo's king Mono Arsa the Council's observation the subjects long for another ruler Their High Mightinesses' orders regarding that prince the Resident ordered to arrest him to dispatch the sloop the Jaccatra for that purpose 34 and to sequester his slaves and goods deliberations concerning Mono Arsa's rapacity 35 and decision to seize him and then to provisionally appoint the goegoegoe Oenve the 18th of February 1778 a political commission dispatched thither report concerning the conducted commission 2 22 14 15 continuation 1 16 17 19 20 21 22 24 25 26 3 33

Dutch transcription

dat de Ida in September zal herwaarts komen geapprobeert— het verlies van willemsz Pantjallang, door de Magindanauwers - - - - - - „ - die door de onzen zijn op de vlugt geslagen - - - der inlanderen manmoedig gedragt - - - - Manados Fortres met 209: koppen rezet - - - Roemwaardigs gedrag van Bemmekam en de Alfoeren - - - - - - - - - - - „ die verder zullen werden aangemoedigt – – — — — — — — — — - — — — — - - „ De Raad Conformeren zig met Memmekams briefs - – – – — — — — — „ — onderhouding aan Tidor Koning – – – – – — – — — — — — — — — — – „ 18 den 18: October 1778 vertrek der Magindanauwers naar Gunland die weinig voordeel op saloerang hebben gehaald — — — — — — — - - - - -„ zoo mede op Chiauw En Tagulanda - - Hammekam sustireerd dat der vijanden lust wel zal verflauwen — - - - „ — tijding van hun lieder verzoek om hulp bij de spanjaarden – - - - - - - - „ — verding der Terataanen om de west van Celebes - - - - - - - - - - - „ 'T Residents verzoek om de Ida - – – - - - - - - - - - - - - - - - - „ Extra ordinaire Onkosten bij de onderneming der Magindanauwers gedaan - - - „ ter afschrijving gepasseerd. – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – „ Exepto eenige Dispenwharen - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ — Iver tot voltoeijing der vesting werken - – – – — — — — — — - — — — „ de opgezondene Ternaaten aan hun koning overgegeven – – – – – – – – „ — dewelke zijn Hoogheid belooft te straffen — de tiding der vijanden komt zeek wel over een — Chiauws koning excuseerd zig over het dodschieten eener Ternataan - - - - - „ daar die van Ternaten het welmede te vreden is - - - den 23:e October 1717: van Dijk na Tidok gezonden - - - - - - Tidors koning verschoort zijne onderdanen - – – — - - - – — —„ en doet verzoek aan die van Ternaten op de zijne de vrije passage te verlenen- - „ dat zijn Hoogheid niet wil permitteren – – — — — — - - - - - - - - - „ 31 den 13:' December 1777: ontrouwheit van Gerontataals koning Mono Arsa - – — — — — — — — - „ 's Raads aanmerking - - - - - - - De onderdanen verlangen naar een ander gebieder - - - - - - - - - - „ Hun Hoog Edelhedens ordres omtrent die vorst - - - - - - - - - - - - „ de Risident gelast om hem te Arresteren – — — — – – – – – – – — — „ — de sloep de Jaccatra tot dat oogmerk aftevaardigen – – – – – – – – – – – – „ 34 en zijn slaven en goederen te sequlstreren – - - - - - - - - - - - - - „— redenatien over Mono Arca Schraapzugt - - - - - - - - - - - - „ 35 en besluit om hem op te pakken – – – - - - - - - – - - – - – – - „ en als dan den goegoegoe Oenve provisioneel aan te stellen - - – – - – – – „ Den 18e Februarij 1778 Een Politique Commissie derwaarts aangelegt – – – – — — — — — — — „ — Berigt wegens gedaanne Commissie – — — — — — — — — — — — — „ – – – – – – – – – – – – „ „ –– – – – – – – – – – – – – – „ „ – – – – – – – – – –„ „ 2 22 –. Sag 14: 15. vervolg 1 - „ —– –– „ 16 17: _o 19 20: „ _o 21: 22: 24. 25: - 26 „ „ 3 33: ƒ

NL-HaNA_1.04.02_3529_0593 view scan ↗

English

Continuation of Mono Arfa's treachery described - - - - - - - - - - - - - - Page: and his extortions concerning the petty king of Gorontalo his ultimate aim being to force himself in as his successor - - - - - - - " the abduction of that king considered the most expedient — — — — — - - - – - - - " A secret letter from Walanadi - - - - - - - - - - - - - - - - - " containing complaints in the same manner as the Resident – – — — — — - — - — " and a request that the name of Mono Arfa in the small fort, on the quay, be erased and his own be mortared into it — - " Walanadi's character is praiseworthy which shall be answered verbally by the Resident — - - - - - " Mono Arfa's treachery and the treason of the King of Batjan - - - - - - " who with the help of the Manadorese wish to overwhelm Ternate — - - - - " 80 prows with vagrants seen from Parigi - - - - who will probably try Gorontalo - - - - - - - - - - - - - " the secretaries promised to Wenthold - - - complaints about the King of Batjan will be made to Their Excellencies - - - - - - - - " The 27th of February 1778: commission sent to the Sangirs - - - - - - - - - - - - - - " a certain hadji will watch the vessels departing from here to Batavia near the Goevaijtjie - - - - - - - - - - - " Clandestine stay of the Alfurs - - - - - - - - - - - - - - " fight between the Alfurs and the Bugis — 1 some ammunition remaining with Kimalaha Wawo — - - - - - - - - - " — the Council's good hope regarding the rumors about the Hadji - - - - - - - - - " — good watch commanded to Hemmekam - - - - - - - - - - - - - " reasons for the departure of the Alfurs – – – – – – – – – – – – – – - - – " Hemmekam recommended leniency with those mountain farmers - - - - - " prohibited commissions to Hemmekam - - the aforementioned ammunition of Wawo restored by the King of Ternate - - - " The 3rd of April 1778 Wenthold's writings about the treachery of the Gorontalo Captain Laut uncertainty due to the revelation of the secret charges — - - " agreement reached between Wenthold and Mono Arfa - - - - - - - - - - - " the Council's opinion on Wenthold's despondency regarding the apprehension of which was confirmed by some kingdom grandees - - - - - - - - - - - - - - - - " the Maguindanaos are still targeting Manado - - - - - - - - - - - - " example of Mono Arfa's greed – — — — — - - - - - - - — — — - — " except for a trifle - – – - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - " Mono Arfa - - - - - - - - - - - - statement of four natives - - - - - - - - - - - - - - - " – – – – – – – –– " and to request the help of the Atinggola Christians – – – – – - - - - - - - " impossibility of receiving assistance from here – – – – – – – - - - - - - " the abduction of Mono Arfa suspended – – – – – – – – — — — — — - - - - - " his planned flight to Togian — — — — — — — — — — — — — — — — - - " the request of Walanadi must likewise lapse — – - – – – – – – - - - - " order to the master of the Jakatra — - - - - - - - - - - - - - " complaints of Walanadi about Mono Arfa - - - - - - courage recommended – – – – – — — — – – — — — - - - " " -–––" " – – – – – – – – – " 44 45 - 46. " 47: - 48 –– – –– – – " " –——" who 58 4 4

Dutch transcription

Vervolg van Mono Artas trouwloosheid: beschreven - - - - - - - - - - - - - - Pag: en zijn kneve largen omtrent het koningje van Gorruhaljd s volste oogmerk om zijn als opvolger van hem intedringen - - - - - - -„ de opligting van die koning het verligstgeagt — — — — — - - - – - - - „ Een geheime brief van walanadi - - - - - - - - - - - - - - - - - „ in houdende klagten in voegen als de Resident – – — — — — - — - — „ en verzoek dat de naam van MonoArfa in het Fortje, aan de qual geroigeerten de zijne daarin moge werden gemetzeld — - „ Walanadis in borst is prysen swaardig dewelke mandeling door den Resident zal geantwoord werden — - - - - - „ Mono: Arfas troouwloosheit en batchians koning verraad - - - - - - „ die met hulp van de nanadoresen Ternaten willen overweldigen — - - - -„ 80 prauwen met zwewers van parigi gezien - - - - die denkelijk gorontalo zullen proberen - - - - - - - - - - - - - „ de secretassen aan wenthold beloven - - - over batchians konings zal aan H: H: Ed: werden geklaagt — - - - - - - -„ den 27:e Februarij 1778: gezondene commissie naar de sangirs - - - - - - - - - - - - - - „ zeker hadje zal de vaartuigen, die van hier na Batavia vertrekken, bij de goevajtjie oppassen - - - - - - - - - - - „ Clandestien agterblijven der Alfoeren - - - - - - - - - - - - - - „ gevegt tusschen de Alfoeren en de boeginesen — 1 eenige Ammunitie van kimalaha wawo berustende — - - - - - - - - - „ — 's Raad goede hoop omtrent de gerugten van Hadji - - - - - - - - - „ — goede wagt aan Heinmekam bevolen - - - - - - - - - - - - - „ redenen van het vertrek der alfoeren – – – – – – – – – – – – – – - - – „ plemmekam de zagtheid met die bergboeren gerecommandeert - - - - - „ ver bode Commissies aan Hemmekam - - de Amminutie van wawo voorm: door Ternaats koning gerestitueerd - - - „ den 3: April 1778 wentholds schrijvens over de trouwloosheit vande Geventaals Capilain Lauwt onzekerheid wil aan de openbaring der gehermeniste beschuldigen — - -„ assojnatie tusschen wentholden Mono Arfa getroffen - - - - - - - - - - - „ 's Raads gevoelen over wentholds zwaarhoefdigheit omtrent de opvatting van dat door eenige Rijksgrooten bevistigt wierd - - - - - - - - - - - - - - - - „ de Magindanauvers munten het als nog op Manado - - - - - - - - - - - - „ staalte van Mono Arfas baatzugt – — — — — - - - - - - - — — — - — „ excepto eene geringheit - – – - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ Mono Arfa - - - - - - - - - - - - verklaring van vier Jnlanders - - - - - - - - - - - - - - - „ – – – – – – – –– „ en de hulp van de Atingoolse Christeren te verzoek – – – – – - - - - - - - „ onmogelijkheid om van hier assistentie te krijgen – – – – – – – - - - - - - „ de opligting van Mono Arfa gestaakt – – – – – – – – — — — — — - - - - - „ zijn voorgenomene vlugt naar togia – — — — — — — — — — — — — — — — - - „ het verzoek van walanadi moet mede vervallen — – - – – – – – – - - - - „ ordre aan de gezagvoerder van de jakatra — - - - - - - - - - - - - - „ klagten van walanadi over Mono Arfa - - - - - - de Manmoedigheit aanbevollen – – – – – — — — – – — — — - - - „ „ -–––„ „ – – – – – – – – – „ 44 45 - 46. „ 47: - 48 –– – –– – – „ „ –——„ die 58 4 4

NL-HaNA_1.04.02_3529_0594 view scan ↗

English

which will not be answered in writing but orally. Daily letter from Hemmekam his actions therein approved no more enemy at Manado Hemmekams request for another clerk denied the 21st of May 1778: capture of the Jakatra true account of the remaining crew members carelessness of the commander Manados Resident is now not to be acquitted of dereliction of duty danger to Manado important loss of the Jakatra and cargo fear for the rice offices inability to assist plea for help to the king of Ternate and Tidore paucity of the Christian citizenry here requisition of manpower ammunition and cannons likewise for rice arrival of English at the Hullok the cruising to the west of Celebes turned out well 75 recommendation to Hemmekam to take care the bookkeeper de Koning cum suis summoned by Hemmekam from the Sangirs Hemmekams proposal to be submitted to Their High Mightinesses he cannot receive the requested cannons but indeed the cannonballs fear of the evil designs of the Magindanaos and Hollokkers number of wandering Magindanao proas or vessels Chiauws king reports the same conversation between the Lords Governors and the King of Ternate serious assurance of assistance by the same His Highness departs to his lodgings the Councils firm trust in that monarch Vegele appointed to be stationed as an ensign at Manado report regarding the outcome of the Tidore commission inserted 85 the discontent of the king there answered by the commissioners promised assistance from that monarch the Councils satisfaction concerning that commission report of a Xullanese who escaped from the Magindanaos wherein the Tidorese unfaithfulness becomes evident three proas from the cruising fleet, sent by Hemmekam to the Sangirs, arrived here the 2nd of June 1778: appearance of the Magindanaos at Galilla proposed conference between the Lords Governors and the King of Ternate the Councils precaution for resistance small number of manpower under this government fear for the settlement which lies entirely exposed a cannon placed on Caju mirra suitable places to construct a redoubt, subject to approval those places inspected by the Lords Governors manpower required for those fortifications order to calculate the costs of such entrenchments alarm orders for the chief surgeon for the ship and the pantjallangs shall 68 69 67: 66 63: 62 60 61: 59 70 72 73: 74 77 78 80 81 82 83 84 88 89 90 9 95 96 0 97 98 103

Dutch transcription

die niet schriftelijke maar mondelings zullen beantwoord worden —. . -. Dag brief van Hemmekam - - - - - zijne behandelingen daar bij geapprobeert - - - - geen vijand meer op Manado - - - - Hemmekams verzoek om nog een pennist ontzegt den 21: Meij 1778: – – – – – – – – – – – – – – – veroverring van de Jakatra - - - - - - - - - - - - - dog verhaal van de overgeblevene scherpelingen - - - - - - - - - - - - „ agterloosheit van de gezagvoeren - - - - - - - - - - - Manados Resident is nu niet van pligt verzuim vrijte spreken gevaar voor Manado - - - - — - - - - - - - - - - - - - - - - „ Jmportant verlies van de Jakatra en Lading - - - - - - - - - - - - „ bedugting voor de Rijs Comptoiren - - - - - - - - - - - - - - - „ — enmagt om te Assisteren – – – – – – – – – – – – – - – - - - „ — hulp bede aan Ternaats en Tidot koning - - - - - - - - - - - - - „ geringheit der Christent burger alhier - – – — - - - - - - - - - „ Eisch van Manschap Ammunitie en Canons - – — — — — — — — - — - zo mede om Rijs - - - aankomst van Engelsche op de Hullok - - - - - - - - - - - - - „ de bekruissing om de west van de Celebes wel uitgevallen – – – – – – – – „ — 75 recommandatie aan Hlemmekam om zig in agt te nemen – — — — - - - - - „ den boekhouder de Koning C: S: door Memmekam van de Sangirs ontboden - - - - - „ — Hemmekams voorslag H: H: E: voor te dragen – — - - - - - - - - - - - - „ De verzogte Canons kan hij niet krijgen - - - - - - - - - - - - - - - - „ maar wel de kogels - - - - - - - - - - - - - - - bedugting voor de kwade dessienen der Magindanauwers en Hollokkers - - — - - - „ — getal der 2wervende nagindanauwerse prauwen af vaartuigen - - - - - - „ Chiauws koning berigt het zelve - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ gesprek tusschen de Heeren Gouverneurs en Ternaats Koning - - - - - - - - „ Scerieuse verzekering van hulp door _o _o - - - - - - - zijn Hoogheid vertrekt naar zijn logies - – – – – – – – – – – – – – „ 's Raads vaste vertrouwen op dien vorst - — — — — — — — — — — - - - - vegele benoemt om als vandrig op Manado besscheiden leggen - – – — — – - – – „ berigt wegens den uitslag van de Tidovese Commissie geincereert – – – – – – – – – „ 85 de misnoeging van den koning aldaar – - - - - - - - - - - - - - - - „ door de Commissianten beantwoord – – - - - - - - - - - - - - - - - - „ beloofde hulp van dien vorst - – – — – – — — — – – – – – - – - „ — - 's Raads genoegen over die Commissie — relasis van een Xullanees die van de Magindanauwers ontvlugt is - - - - - - „ „ --- daar der Tidorese ontrouheid doorstraald — — drie prauwen uit het kruist Cootje, door hemme kam naar de sanjers versonden, alhier aangekomen„ den 2:e Junij 1778: –––– „ Verscheining der Magindanauwers op Galilla - - - - voorgenomene conferentie tusschen de Heeren Gouverneurs en Ternaats Koning - - - „ 'S Raads voorzorg tot eene tegenstand – – — — — — – – — – – — — – — gering getal van Manschap aan dit gouvernement - - - - - - - - - - - „ bedugting voor de Negorij die geheel blovd bid - - - - - - - - - - - - - „ Een Canons op Caju mirra geplaats - - - - - - - - - - - - - - - „ bekwame plaatsen om mits opprobatie een reduit aan te leggen – – – – – – „ die plaatsen door de Heeren gouverneurs bezigtigt – – – – – – — — — - – „ vereischet wordende manschap op die vastigheden – - - - - - - - - - - „ — last tot het caleuleren der kosten van zodanige schanssen - - - - - - - - „ - allarm, ordres - - - - - - voor de opperchirurgijn voor het schip en de Pantjallangs - – - - - - - - - - - - - - - - - „ - – – – – –– – „ – – – – – – – – – – – – – „ – – – – – – – – – – – – – – – – – „ Zullende - - - – „ „ 68 69 67: 66 63: 62 „ „ „ — - - „ 60 61: 59 70 72 73: 74 „ 77 — - 78 - 80 81 82 83 - 84 88 - 89 90 9 -––„ e 95 96 0 97 98 103 „ -

NL-HaNA_1.04.02_3529_0595 view scan ↗

English

A burger marinier appointed in the conversation between the Lords Governors and the King of Ternaten His Highness requested to send the ready-lying Corocoras to Galilla which their Honors could not well refuse in order to supply these war necessities for that purpose which is approved by the Council. for reasons Florijn also sent A corps of Alfurs promised by His Highness in case of alarm the 23rd of June 1778: arrival of 190 Maguindanao vessels at Maba concerning which news the King of Tidor and Ternaten will appear in assembly arrival of those Princes doubt of Ternate's king regarding the truth of the news Tidor's King promises to fit out twelve Corocoras The one of Ternaten will report his force in four days Both princes are urged by the Council assumption of the course that the Maguindanaos will take supposing proposal to the King of Tidor embarrassment in the collection of rice and the dispatch of merchandise to the extirpators will be summoned this collection accepted by Tidor's king provided that 150 rds is paid to him the three expelled Europeans can depart via Cotta boena to Manado and commence their journey tomorrow Account of their experiences in the Sangihe islands orders to Hemmekam to send them hither immediately with news The smuggling of Gold described by Wenthold refers to the Corporal Sjoerd Wouters Mono Arfa usury attributes the decayed gold trade Wenthold's dispatch of two soldiers with merchandise to Hoelongangon approved by the Council. Wenthold communicates that the Daeng Manrassa will arrive at Gorontalo which arrival is very prudently advised against by the Resident arrest of Mono Arfa. which prince had offered 500 rds to Wenthold to be freed from being sent up presentation of the jogugu Oeno as provisional King the King's debt to the Company and to Mol specified the news received at Gorontalo concerning the roving of the Maguindanaos approbation of the arrest of Mono Arfa incomprehensible letter from Wenthold regarding the detention of certain goods The appointment of Oenoe is well Mol's arrears must be paid out of his goods the summons of five Christian Attingola people Inventory of Mono Arfa's goods His Highness placed under house arrest with which the Council also conformed the First sworn clerk De Chalmot must draw up the interrogatories for Mono Arfa which belong to Mono Arfa Gorontalo and Manado the extracts having to be drawn therefrom and delivered where they belong

Dutch transcription

Een burger marip aangesteld — „„— in het gesprek tusschen de Heeren Gouverneurs en de Koning van Ternater - - - - - - - verzogt zijn Hoogheit om de gereedleggende Corna Corras naar Galilla te zenden-- het geen hun Edelen niet wel hebben kunnen weigeren – – — - - - - — — om daar toe deze oorlogs behoeften te vertrekken - – – — — — — — — — — dat door de Raad is goedgekeurt. - – – — — — — — om redenen Florijn mede gezonden - - —. — Een corps Alhoeven bij allarm door zijn Hoogheid beloofdt— den 23: Iunij 1778: aankomst van 190: Mayindanauwerse vaartuigen op Maba- over welke tijding de Koning van Tidor en Ternaten in vergadering zullen verscheinen - – - – „ arrivement van die Vorsten - - - — twijffel van Ternaats koning aan de waarheid der tijding - - - - - - - - -„ Tidors Koning belooft twaalf Corra Cornas te zullen uit rusten – – – — — — — - „ Die van Ternaten zal in vier Lagen zijn magt opgeven - – – – – – – – – – „ 1 Beide vorsten worden door der Raad aangespoort – — — — — — — — — — – - „ veronderstelling van de Cours die de Magindanauwers zullen neemen - - - - - „ veronderstell ende voorslag aan Tidor koning - - - — verlegentheit in het afhalen van Rijs en het versende ver koopmanschap nago„ de bxttirpateurs zullen werden op ontboden— — deze afhaling door Tidors koning aangenomen mits hem 150 rd:s betaald word - - - - - „ de drie verdrevene Europianen kunnen over Cotta boena na Manado vertrekken - - - „11 en op morgen hun reis aannemen — — — — Relaas van hun wedervaren in de sangers - - - last Hemmekam om hunlieden terstonden met tijding herwaarts te zenden — – – – – „ 118 De sluikerijen van Goud door wenthold beschreven beroept zig op de Corporaal sjoerd wouters - - hono Anfa woeker attribueerd de vervallen goud handel – — — - - - - - „ wentholds verzending van twee Militairen met koopmansschap na Hoelongangon - - - „ door de Raad goedgekeurt. — — — — – – – – – – – – – „ - wenthold geeft Communicatie de Damn Manrassa op gorontalo zal aankomen - - - „ welke aankomst zeer omzigtig door den Resident is afgeraeden — - - - - - - „ opligting van Mono Arfa. — — welke vorst 500: rd:s aan wenthold gepresenteerd had om van de opzending bevreid te zijn on voorstelling van den goegoegoe Oeno tot provisioneel Koning - - - - - - - - - „12 's konings debet aan de Compagnie en aan Mol gespecificeert - - - - - - - - „ de ontfangene tijding op Gorontalo wegens de Zwerving der Magindanauwers - - - - - - „ approbatie op de opligting van mono Arfa – – – — — — — — — — – — „ onverstaanbaar schrijven van wenthold over de aanhouding van eenige goederen De aanstelling van Oenoe is wel —: — — Mols agterstal moet uit zijn goederen betaald worden — — — — — — — — „ het ontbod van vijf Christen Attingoelders — Jnventarisatie van Mono Arfus goederen - – – – – – – – – – – – – – zijn Hoogheit in huis arrest gezet - — - - - — dacir de Raad zig mede Conformeerde de Eerste gesworen klerk De Chalmot moet de Interrogatoriuen voor Mono Arfa die Mono Arfa toekomen - – – — 1 — — — — — — — - „ „rontalo en Manada - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ ––– – – – –– – „ —- - – – – – – „ zullende de Extracten daar uit getrokken en bezorg worden daar ze behoren „ 124 op stellen - - - - - - - - - – „ „ 104 Pa. 103 „ „ 106 - -. – „ - --- „ - - – – – – – – – – – „ -„ -–– – — - -– – – – – – – – – – „ - – – – – – – – – - „ 115 – – – – – – – – – „ 12 - - - — - „ -- -- —- ——— „ —— heb „ „ — — — – –„ - - „ - 6 6

NL-HaNA_1.04.02_3529_0596 view scan ↗

English

which will be answered not in writing but orally - - - Day letter from Hemmekam his actions therein approved - - - no more enemy on Manado - - - - Hemmekam's request for another clerk denied the 21st of May 1778: capture of the Jakatra - - - - - true account of the surviving crewmen - - - - - - - - - - - - carelessness of the commander - - - - - - - - - - - - - - - - Manado's Resident cannot now be cleared of neglect of duty danger to Manado - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - important loss of the Jakatra and cargo - - - - - - - - - - - - apprehension for the rice stations - - - - - - - - - - - - - - inability to assist – – – – – – – – – – – – – - - - - - plea for help to the Kings of Ternate and Tidore - - - - - - - - - - - - - small number of Christian citizens here - – – - - - - - - - - - demand for men, ammunition, and cannon - – - - - - as well as for rice - - - arrival of English at the Hullok - - - - - - - - - - - - - the patrolling west of Celebes turned out well - – – – - - - - recommendation to Hemmekam to take care of himself – – - - - - the bookkeeper De Koning and associates summoned from the Sangir Islands by Hemmekam - - - - - Hemmekam's proposal to be submitted to their High Mightinesses – - - - - - - - - - - - - he cannot obtain the requested cannon – - - - - - - - - - - - - - - - but certainly the cannonballs - - - - - - - - - - - - - apprehension for the evil designs of the Magindanaos and Hullokkers - - - - - - number of the roving Magindanao proas or vessels - - - - - - King of Siau reports the same - - - - - - - - - - - - - - - - - - - conversation between the Messrs Governors and King of Ternate - - - - - - - - serious assurance of help by the same - - - - - - - His Highness departs for his lodgings - - - - - - - - - - - - - - the Council's firm trust in that monarch - — — — — — — — — — — - - - - Vegele appointed to be stationed as ensign at Manado – – – – – – – – – report regarding the outcome of the Tidore commission inserted - - - - - - - - - the displeasure of the king there – - - - - - - - - - - - - - - - answered by the commissioners – – – – - - - - - - - - - - - - - - promised help from that monarch - – - - - - - - - - - - - the Council's satisfaction with that commission — account of a Sula islander who escaped from the Magindanaos - - - - - - in which the Tidorese perfidy becomes evident three proas from the cruising flotilla, sent by Hemmekam to the Sangir Islands, arrived here the 2nd of June 1778: appearance of the Magindanaos at Galela - - - intended conference between the Messrs Governors and King of Ternate - - - the Council's precautions for a resistance – – – – – – – – - - - small number of men at this government - - - - - - - - - - - apprehension for the settlement, which lies completely exposed - - - - - - - - - - - - - a cannon placed at Kayu Merah - - - suitable locations to construct a redoubt, subject to approval – – – – – – those locations inspected by the Messrs Governors – – – - - - manpower required for those strongholds — order to calculate the costs of such redoubts - - - - - - - - alarm orders - - - - - for the ship and the penjajaps - - - - for the chief surgeon -- Being

Dutch transcription

die niet schriftelijke maar mondelings zullen beantwoord worden — - - Dag - brief van Hemmekam zijne behandelingen daar bij geapprobeert - - - geen vijand meer op Manado - - - - Hemmekams verzoek om nog een pennist ontzegt den 21: Meij 1778: –– – – – – – – – – – – – – – veroverring van de Jakatra - - - - - - - - - - - - - dog verhaal van de overgeblevene schepelingen - - - - - - - - - - - - „ agterloosheit van de gezagvoeren - - - - - - - - - - - - - - - - „ Manados Resident is nu niet van pligt verzuim vrijte spreken gevaar voor Manado - - - — — - - - - - - - - - - - - - - - - „ Jmportant verlies van de Jakatra en Lading - - - - - - - - - - - - „ bedugting voor de Rijs Comptoiren - - - - - - - - - - - - - - „ — enmagt om te Assisteren – – – – – – – – – – – – – - - - - - „— hulp bede aan Ternaats en Tidot koning - - - - - - - - - - - - - „ geringheit der Christent burger alhier - – – — — — - - - - - - - „ Eisch van Manschap Ammunitie en Canons - – — — - — — — — - — zo mede om Rijs - - - - aankomst van Engelsche op de Hullok - - - - - - - - - - - - - „ de bekruissing om de west van de Celebes wel uitgevallen - – – – - - - - „ recommandatie aan Hemmekam om zig in agt te nemen – – — — — - — - - „ den boekhouder de Koning C: S: door Memmekam van de Sangirs ontboden - - - - - „ Hemmekams voorslag H: H: E: voor te dragen – — - - - - - - - - - - - - „ — De verzogte Canons kan hij niet krijgen – - - - – - - - - - - - - - - - „ maar wel de kogels - - - - - - - - - - - - - - - bedugting voor de kwade dessienen der Magindanauwers en Hollokkers - - - - - - „— getal der '2wervende nagindanauwerse prauwen af vaartuigen - - - - - - Chiauws koning berigt het zelve - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ gesprek tusschen de Heeren Gouverneurs en Ternaats Koning - - - - - - - - „ Scerieuse verzekering van hulp door _o _o - - - - - - - zijn Hoogheid vertrekt naar zijn logies - - - - - - - - - - - - - - „ 's Raads vaste vertrouwen op dien vorst - — — — — — — — — — — - - - - vegele benoemt om als vandrig op Manado besscheiden leggen - – – – – – – – – „ berigt wegens den uitslag van de Tidorese Commissie geincereert - - - - - - - - -„ de misnoeging van den koning aldaar – - - - - - - - - - - - - - - - „ door de Commissianten beantwoord – – – – - - - - - - - - - - - - - - „ — beloofde hulp van dien vorst - – - — - - - — - - - - - - - - - „ — 's Raads genoegen over die Commissie — relasis van een Xullanees die van de Magindanauwers ontvlugt is - - - - - - „ – – – – – – – – – – – – – – „ daar der Tidorese ontrouheid doorstraald drie prauwen uit het kruist Cootje, door hemmekam naar de sanjers versonden, alhier aangekomen„ den 2:e Junij 1778: „ - Verscheining der Magindanauwers op Galilla - - - - voorgenomene conferentie tusschen de Heeren Gouverneurs en Ternaats Koning - - - „ 'S Raads voorzorg tot eene tegenstand – – – – – – – – — – – — — — — gering getal van Manschap aan dit gouvernement - - - - - - - - - - - „ bedugting voor de Negorij die geheel blovd bid – - - - - - - - - - - - - „ Een Canons op Caju mirra geplaats - - - bekwame plaatsen om mits opprobatie een reduit aan te leggen – – – – – – „ — die plaatsen door de Heeren gouverneurs bezigtigt – – – – — — — — — - — „ vereischet wordende manschap op die vastigheden — last tot het caleuleren der kosten van zodanige schanssen - - - - - - - - „ allarm, ordres- - - - - voor het schip en de Pantjallangs - - - - voor de opperchirurgijn -- – – – – – – – – – – – –––– „ – – – – – ––– – – „ – – – – – – – – – – – – – – – – – – – „ – – – – – – – „ – – – – – – – – – – – – – – „ „ Zullende - — „ „ „ 6 „ - - „ - „ — -

NL-HaNA_1.04.02_3529_0597 view scan ↗

English

A citizen marine appointed in the conversation between the Lords Governors and the King of Ternaten His Highness requested to send the ready-lying corocoras to Galilla which their Honors could not well refuse for reasons Florijn sent along A corps of Alfur people promised by His Highness in case of alarm June 23, 1778 arrival of 190 Maguindanao vessels at Maba about which news the King of Tidor and of Ternaten shall appear in council. arrival of those Princes page 57 doubt of Ternate's king regarding the truth of the news Tidor's King promises to equip twelve corocoras The King of Ternaten shall state his strength in four days page 110 Both princes are urged by the Council supposition of the course the Maguindanao people will take hypothetical proposal to Tidor's king difficulty in fetching rice and sending merchandise to the extirpators shall be summoned this fetching accepted by Tidor's king provided he is paid 150 rd:s the three expelled Europeans may depart via Cotta boena to Manado page 114 and take up their journey tomorrow Account of their experiences in the Sangirs page 115 ordered Hemmekam to send them hither immediately with news page 118 The smuggling of gold described by Wenthold page 120 appeals to Corporal Sjoerd Wouters Mono Arfa's usury attributed to the ruined gold trade Wenthold's dispatch of two soldiers with merchandise to Poelongangon approved by the Council Wenthold communicates that Daeng Mairassa will arrive at Gorontalo which arrival was very prudently advised against by the Resident arrest of Mono Arfa. which prince had offered 500 rd:s to Wenthold to be freed from deportation nomination of the jogugu Oeno as provisional King the King's debt to the Company and to Mol specified the news received at Gorontalo concerning the roaming of the Maguindanao people approval of the arrest of Mono Arfa incomprehensible letter from Wenthold about the withholding of some goods belonging to Mono Arfa The appointment of Oenoe is approved Mol's arrears must be paid out of his goods the summoning of five Christian Attingolders page 130 Inventory of Mono Arfa's goods with which the Council also concurred the First Sworn Clerk De Chalmot must draft the interrogatories for Mono Arfa to provide these war supplies for that purpose His Highness placed under house arrest page 131 Gorontalo and Manado which was approved by the Council. the extracts being drawn therefrom and delivered where they belong to draft page 103 104 The debt of Abaul Samade shall be deducted from Mono Arfa's assets page 133 the intention of Bacan's crown prince to move from Labuha page 134 ill suspicion of that Prince regarding the Postholder Lofman resolution concerning those complaints page 135 And praise of Lofman July 9, 1778 One month's pay disbursed to the remaining crew members of the Ida page 137 prohibition to the same regarding the disbursement of monthly pay to fled departure of the Maguindanao people with the Ida from the Banka Strait what he, the Resident, wrote as a circular to the Sangirs page 139 account of Bookkeeper De Koning regarding an encounter in the Sangirs of which Hemmekam's promise and proposal are praiseworthy the reported number of Maguindanao pirate vessels alleged to be at Maba greatly reduced page 141 which small number was communicated to the king of Tidor, etc. which the King of Ternaten also put into effect page 142 result of the mission to Tidor which was almost identically reported orally by Brauch page 144 yet of which there is no evidence page 140 promise of Tidor's king crew members page 138 accepted by the Council August 6 appearance of 9 Maguindanao vessels at the Guruici islands page 146 help offered by Ternate's king which appearance of the Maguindanao people agreed very well with a given statement page 147 the King of Ternaten's offer accepted page 148 reasons why no pencalang is sent along to the Guruici islands page 143 To dispatch a number of Europeans with the corocoras page 149 who shall be provided with their muskets and rations good hope for the outcome of that small fleet page 150 Commanders of this Expedition and outfitting of war supplies contention of the Council concerning the count of the Maguindanao people page 151 Report from the Interpreter Van Dijk concerning the actions of the Maguindanao people at Maba page 153

Dutch transcription

Een burger marinj aangesteld —„ in het gesprek tusschen de Heeren Gouverneurs en de Koning van Ternater - - - - - - -„ verzogt zijn Hoogheit om de gereedleggende Corna Corras naar Galilla te zenden - - „ het geen hun Edelen niet wel hebben kunnen weigeren – — — — — — — — — „ om redenen Florijn mede gezonden - - - - Een corps Alfoeven bij allarm door zijn Hoogheid beloofdt— den 23: Iunij 1778: aankomst van 190: Mayindanauwerse vaartuigen op Maba- over welke tijding de Koning van Tidor en Ternaten in vergadering zullen verscheinen. - - –„ arrivement van die Vorsten - - — — 57 twijffel van Ternaats koning aan de waarheid der tijding-, - Tidors Koning belooft twaalf sorra Cornas te zullen uitrusten - - - — — — — - „ Die van Ternaten zal in vier dagen zijn magt opgeven – – – – – – – – – – „ 110: Beide vorsten worden door der Raad aangespoort – — — — — — — — — — - - „ veronderstelling van de Clurs die de Magindanauwers zullen neemen – - - – - „ veronderstell ende voorslag aan Tidor koning - - - — — verlegentheit in het afhalen van Rijs en het versende ver koopmanschap nago„ de Exttirpateurs zullen werden op ontboden - - - - deze afhaling door Tidors koning aangenomen mits hem 150 rd:s betaald word - - - - - „ de drie verdrevene Europianen kunnen over Cotta boena na Manado vertrekken – – – „ 114 en op morgen hun zeis aannemen – – – – – – – – – – – – – – – „ — Relaas van hun wedervaren in de sangers - - - - last Hemmekam om hunlieden terstonden met tijding herwaarts te zenden — — – – – „ 118 De sluikerijen van Goud door wenthold beschreven berroept zig op de Corporaal sjoerd wouters - - hono Anfa woeker attribueerd de vervallen goud handel - - - - - - - - „ wentholds verzending van twee Militairen met koopmansschap na Poelongangon - - - „ door de Raad goedgekeurt — - — – – – – – – – – – – – – – „ wenthold geeft Communicatie de Dain Mairassa op gorontalo zal aankomen - - - „ welke aankomst zeer omzigtig door den Resident is afgeraeden — - - - - - - „1 opligting van Mono Arfa. - — — - welke vorst 500: rd:s aan wenthold gepresenteerd had om van de opzending bevaeid te zijn - voorstelling van den goegoegoe Oeno tot provisioneel Koning - - - - - - - - - „ 's konings debet aan de Compagnie en aan Mol gespecificeert - - - - - - - -„ de ontfangene tijding op Gorontalo wegens de Zwerving der Magindanauwers - - - - - - „ approbatie op de opligting van mono Arfa – – – — — — — — — — – —„ onverstaan baar schrijven van wenthold over de aanhouding van eenige goederen 6 die Mono Arfa toekomen - - - — 1 — — — — — — - - „ De aanstelling van Oenoe is wel —: — — Mols agterstal moet uit zijn goederen betaald worden — - - — — — — — — „ het onsbod van vijf Christen Attingoolders – — — — — — — — — - „ 130 Jnventarisatie van Mono Arfus goederen – – – – – – – – – – – – – – daar de Raad zig mede Conformeerde de Eerste gesworen klerk De Chalmot moet de Interrogatoriuen voor Mono Aafa om daar toe deze oorlogs behoeften te vertrekken – – – — — — — — — — — zijn Hoogheit in huis arrest gezet — — — — — — — — — — — „ 13 „rontalo en Manada - - - - - - - - - - - - - - - - C dat door de Raad is goedgekeurt. – – – — — — — — — — — — — — „ –––––––„ - – – – – – „ zullende de Extracten daar uit getrokken en bezorg- worden daar ze behoren op stellen - - — - – „ Pap 103 104 „ 1 „ - – – – – – – – – – „ - —- –– – – - „ – – – – – – – – – „ 115 – – – – – – – – – „ 120 _ „ „ –– – – – - - — — - -- - - - - – „ - heb 1 1 –„ — — - - het Debet van Abaul Samade zal uit Mono Arfas effecten ingehouden Pagj: 133: worden het voornemen van Batchians kroonprinsom van Laboeta te verhuissen „ 134 kwaad vermoeden van dien Prins op den Posthouder Lofman - - - - - - „ besluit over die klagten – – – — — — — — — — — — — — – „ 135 En Lof van Lofman – – — — — — — — — — — — — — - – - – - – „— den 9:' Julij 1778:— Een Maand gage aan de overgeblevene schepelingen van de Ida verstrekt „ 137: verbod aan Item omtrent het versterekken van maandgelden aan gevlugte, vertrek der Magindanauwers met de Iida uit straat Banka. „- hetgeen hij Resident circulair naar de sangias geschreven heeft - - - „ 139 verhaal van de Boekhouder de Koning wegens een gevoegt in de sangirs daar„ Hemmekams belofte en voorslag zijn prijsselijk- - - - - - - - - - „ het opgegeven getal der Magindanauwse roofvaartuigen, die op Maba zijn zouden, grotelijks vermindert. . . . . . . . . . . . . „ 141 welk gering getal de koning van Tidor is gecommuniceert &„a- - —: — het geen Ternaats koning ook werkstellig maakte - - . . - - - - - - - - - - „ 142 rebulitaat van de Commissie na Tidor het welk bij kans even eens door Brauch mondelings was berigt. . . . . . . „ 144 egter nog geen blijk van is. . . . . . - - - - - - - - - - - - - - - - - - . . . „ 140: belofte van Tidors koning - - - - - - - - - - - - - - - - „ schepelingen. . . - - . . . . . . . . . . - - . . . - . - . „ 138 door de Raad aangenomen - - - - - - - - - - - - - „— den 6 Augustus verschijning van 9 Magindanauwese vaartuigen op de goeda Jtjes - - . - - . 146 hulp door Ternaatskoning aangeboden. . . . . welke verschijning der Magindanauwers heel wel overeenkwamen. - - . „ met een gegeven verklaring - - - - - - - - - - - „ 's konings van Ternatens aan bod geaccepteerd. . . . . . . . . . . . . . . „ 148 redenen waarom geen Pantjallang mede maar de goeroe Itjes gezonden worden— Een getal Europianen met de Carra corraste depecheren. - - - - - - - „ 149 die met hun geweir en Randsoen zullen werden voor zien - - – — — —„ — goede hoope op den uitslag van dat vlootje - - - - - - - - - - - „ 150 Hoofden dezer Expeditie. en uitzusling van Oorlogsbehoeften - – – – – – – – – – – – – „— sustenue de Raads wegens der Magindanauwers getel - – – – – – – „ 151 Berigt van den Tolk van Dijk. - wegens der Magindanauwers bedrijf op Maba . . - - - - – – - - - . . . – – – – – – – – – „— . . . . . . „147 : . . . „143 . - - - - - . „153 .. - . . -

NL-HaNA_1.04.02_3529_0599 view scan ↗

English

the 27th August 1778 Appearance of Mono Anfoos in the meeting to be heard on interrogatories, who stated that, due to his weak memory, he was not in a position to do so, and requested to be permitted to account for himself in writing, which was granted. Which person of the Batchians was sent hither 159 Having seen the Christians of Dubij among the Maguindanaos Handover of that person to the envoy of the King of Tidor Concerning his detention among the Maguindanaos 158 Detention of the ship West Friesland 168 Declaration of a Wedara 157 page 155 and arrival of the Iaccattra 156 6 f Secret Paper That the Lord Governor had ordered this meeting to be convened. Brauch. Contents of the Extract. The Honorable and Esteemed Lord Governor and Director, Paulus Jacob Valckenaer, the Senior Merchant and Second Godfried Carel Meurs, Merchant and Fiscal Johan George van Raesveld, Junior Merchant and Solicitor Jan Gerardus Willem van Renesse, ditto and Secretary Koene Koenes. When the Political Members had assembled, the Lord Governor, after the performance of the prayer, gave them to understand that he had ordered this meeting to be convened in order to deliberate together in secrecy over certain points of the recently arrived letters; after which His Honor in the first place made mention of a certain Extract from the Day Register of the Tidorese Postholder Brauch; which a few days ago had been delivered to the Lord Governor by the said Ensign and Postholder, and which paper, having now been read aloud, was found to be of the following tenor: Extract from the Day Register kept on Tidor in the Fortress Tobbo Tobbo by the Ensign and Postholder there, Frans Georg Brauch, on Wednesday the 20th August Anno 1777. Saturday the 13th September Anno 1777 in the morning at nine o'clock, meeting of the Council of Policy. Present: f The King of Tidor has sent to me his brother-in-law, Tuwan Hadji, who departed some time ago from Tidor for the Papua on his affairs; being at Trefliccoul, a certain Mahamad, son of Abdul Malik, to me unknown, who was said to reside at present at Goram, came to the aforementioned King's brother-in-law and declared to him upon Oath that he, Hadji Mohamad, had been to Tullok and Magindanao to trade, and had there seen with his own eyes that already 300 Paduwakans or other large proas lay ready, while people were still busy working on 300 other similar vessels. Over which fleets the young King of Magindanao, together with a certain Saidi Abdulla, would hold command, with the intention to steer with them to the Moluccos in order to attack in a hostile manner Ternate as well as Tidor and Batchian; the above-mentioned Hadji Mohamad having requested the brother-in-law of the King of Tidor to depart quickly, and to notify his brother-in-law, the King of Tidor, of this, so that His Highness could place himself in a position against that attack to offer resistance to these adventurers, while the time appointed by them for the raid was near. Underneath stood: Agrees. Was signed: F. G. Brauch. From which it appeared that the Maguindanaos coming thereby to state that a certain Hadji Mahomet was said to have seen that 300 Paduwakans, or other large proas, lay ready at Magindanao, and that people there had been busy constructing another 300 such vessels, in order to steer with this fleet to the Moluccos, and to fall upon these lands. On the occasion of the further discussion held concerning this news, the tale of this Hadji appeared to some Council Members very suspicious, or at least very obscure and deficient; for, besides that in this tale no time was specified when this Hadji was supposed to have been at Xullok or at Magindanao, it also appeared very improbable to the Members that this Mohammedan, who was said to reside at Goram, would have betaken himself from there to the habitations of the said pirates in order to trade; since, this Goram belonging under the jurisdiction of Ambon, it was unthinkable that this Hadji would have been provided with a pass by the said Administration to sail to these hostile places for trade; it being noted at the same time that, in case the said Mohammedan had betaken himself thither in a clandestine manner without a pass, this Tuwan Hadji could then be considered nothing other than a vagabond and unauthorized smuggler.

Dutch transcription

den 27:' Augustus 1778 Mono Anfoos verscheining in vergadering om op jntorrogarium gehoord te worden - die door zijn swakker memorie daar toe zeide niet instaat te zijn en verzogt zig schriftelijk te mo„ 't geen geaccordeert is.. welker pijerhoon van batchians herwaarts gezonden – – – – — – — — „ 159 zig de Christenen van dubij bij de maguidanauwers gezien te hebben - - - - „ — afgave van dien persoon dan dezendeling van Tidors Koning - - - - - - - „ wegens zijn inhoud bij de magen danauwers - - - – – – – – – – – „ 158 aanhouding van het schip west friesland – – – – – – – – „ 16:8 „gen verantwoorden - - - - - - - - - - verklaring eenen wedaries - - – – – – - – – – - — — „ 157 . . sag 155 en aanlang van: de Iaccattra - - - - - - - - - - - - - - - - - -„ - . . - - - - - - - - - - - - „ 15 6 „— 6 ƒ - Secreet Paij dat de Heere gouveneur deze verga„ „dering had laten beleggen. Brauch. Inhoud van het Extract. Den wel Edelen Agtbaren Heer Gouverneur en Directeur. Paulus Jacob Valckenaer, ven openhopeman en Secunde Godfried: Carel Meurs „ koopman en fiscaal Johan George van Raesveld, „ onderkotma en Solij Janth: Gerardus Willem van Renesse, d„o en Secretaris E Koene Koenes, Wanneer de Politieke Leden te zamen waren gekomen, gaf de Heer Gouverneur dezelve, na verrigting van het ge„ „bed te verstaan, hoe hij deze vergadering hadde laten beleggen, om gezamentlijk in secretesse Raad te plegen, over som„ „nige poincten der jongst aangekomene brieven: waar na zyn Ed: in de eerste plaats gewag maakte van zeker Extract uit het Dagregister van den Tidoresen Posthouder Brauch; om Raad te plegen over Eenextract te geen voor eenige dagen door den gemelden vaandrig en uit het dagregister van Fiadeks Posthou„ Posthouder aan den Heer Gouverneur was overgegeven, en welk papier, nu opgelezen zijnde, van den navolgenden inhoudt wierd bevonden. Extract uit het Dagregister gehouden op Tidor in het Fortres Tobbo F:bbo door den vendrig en Posthouder aldaar Frans Georg Branch op Woensdag den 20: Augustus A:o 1777. Saturdag den 13. September A„o 17 'morgens te negen uur vergadering van Politie Present Heeft ƒ den 13: reets: 300 Paduakans plaat hadde en nog 3er aan maakte om de Moluccos aan te zanden. welk verhaal der Raad verdagt voor„ kwam Heeft de koning van Tidor bij mij gezonden, zijn zwager Juan Hadji, dewelke voor e eenige tijd van Tidor naar de Papoe om zijn affaires, is vertrokken; Trefliccoul zijnde, is zeker Mahamad, zoon van Abdul Malik, (:mij onbekent:) dewelke zig thans te goram zoude op„ „houden, bij voorgemelden konings zwager gekomen en hem bij Eede hadde verklaart dat hij Hadje Mohamad, om te negotieeren naar Tullok en Magindanao geweest was, en aldaar met eigen Oogen hadden ge„ „zien, dat reets 300: Paduwakans of andere groote prauwen hadden klaar gelegen, terwijl men nog aan 300: andere of gelijke vaartuigen met werken was bezig geweest. Over welke vlooten het bevel zouden voeren, de jonge koning van Magindanao, benevens zeker saidi Abdulla, met voornemen om daar mede naar de Moluccos te sterenen, ten einde zo wel Ter„ „naten als Tidoren Batchian vijandelijk te attaqueeren hebbende boven gemelde Hadji Mohamad aan den Swager van Tidors Koning verzogt om schielijk te vertrekken, en zijn zwager den koning van Tidor zulks te verwettigen, op dat zijn Hoogheit zig tegens dien aanval in staat konde stellen van deze avanturiers het hoofd te bieden, terwijl hun„ „liedez bestende tijd tot den uitval na bij was (:onderstond:) Accordeert (:was getekent:) F: G: Brauch. daar uit bleek, dat de magindanauwers komende daar bij te consteeren, dat zekere Hodje Mahomet gezien zou„ „de hebben dat er 300: Paduwakans, of andere groote prauwen op Magindanao klaar hadden gelegen, en dat men aldaar bezig was geweest om nog 300: andere diergelijke vaartuigen aan te timme„ „ren, ten einde met deze vloot na de Moluccos te stevenen, en op deze landen aan te vallen. Bij gelegentheit van het verder gesprek dat over deze tij„ „ding wierd gehouden, quam het verhaal van deze Hadje som„ „mige Raadsleden zeer verdogt, of ten minsten zeer duister en ge„ „brekkig voor, want behalven dat bij dit verhool geen tijd wierd bepaalt wanneer deze Hadje op Xullok of op Mangindanat zou„ „de zijn aangeweest, quam het de Leden mede zeer onwaarschijn„ „lijk voor dat deze Mohometaan, die gezegt werd op Goram te woonen, zig van daar naar de woonplaatzen der gemelden ro„ „vers zoude hebben begeven om te negotieeren; vermits dit Goram onder het Ambonse resport gehorende, het niet te denken was, dat dezen Hadji door een pas van het gemelde Ministerium vergemt zoude zijn om op deze vijandelyke plaatsen ten handel te vaa„ „ren: werdende teffens aangemerkt, dat bij aldien de gemel„ „de Mahometaan zig op eene clandestine wijze zonder pas hadde derwaarts begeven, deze Tuwan. Hadji als dan niet anders als een ragabond en ongepermitteerde slinkhandelaar konde

NL-HaNA_1.04.02_3529_0603 view scan ↗

English

September 1777 could be considered, whose words and declarations no credit can be given to. Moreover, one also began to imagine that this whole story might well have been feigned and devised on Tidor in order to alarm or disturb us somewhat here. But however the case might be, it seemed at least very probable to the Council members that the Magindanao pirates again intended to undertake some hostile enterprise or other; for it was recalled that since the past month of June they had already been staying in the Sangir Islands with a considerable force of 35 vessels; as also, that the King of Limbotto wrote to the Council by letter of 7 April that a rumor was going around at Quandang that three sons of the King or Emperor of Magindanao were equipping themselves to surprise Limbotto, Gorontalo, and Manado with a large war fleet; the Council being of the opinion that if this news were true, and such a fleet should unite with the Magindanaos who were already residing in the Sangir Islands, this predatory rabble would certainly be able to cause great devastation. For which reasons the Council members jointly intend that if the pirates should venture to come and disturb us here on Ternate, nothing would be neglected to thwart their hostile undertakings; for which the King of Ternate had also made reasonably good preparations, in whose well-meaning nature the Council members placed a good trust; so that it was unanimously resolved to receive the pirates with good courage, and in case of attack to offer them such resistance as our supreme masters can expect from brave people and faithful servants, for which purpose such arrangements have been made as are described in the secret Resolution of 4 November anni praeteriti, according to which measures it was thought fit to conduct oneself in such a case. The members of the meeting likewise recalled that the Manado Resident Hemmekam was also reasonably well on his guard against the repeatedly mentioned rapacious nation, against which he could now, in the opinion of the Council members, act very well defensively; although it is to be lamented that our force, even counting the 300 Alfurs, along with the six war coracoras, was not sufficient to clear the sea of pirates, where they continuously still have the upper hand, so that rumors were now even circulating that the pirates had captured the rice-laden pantjallang of Cornelis Willemsz near Amoerang, although no certain news of this had yet arrived. Furthermore, it was also noted that the Sangir Islands had much to suffer from the pirates, whose inhabitants they still continually took prisoner and carried off; wherefore the well-meaning petty kings of Chiauw and Tagulanda, and particularly the first-mentioned brave King of Chiauw, Ismael Jacobsz, came to request the Council with urgency for the aid of vessels and some war supplies. This became further evident upon the reading of the Chiauw King's letter of 23 June, and from three letters received in succession from Tagulanda's King, dated 20 May and 24 June, from which it was perceived that three Chiauwese had been captured by the Magindanaos, although the calamities of war had struck the King of Tagulanda, Andries Tamarol, much harder, as his settlement had been grievously pillaged by the pirates, over and above 35 slaves of this petty ruler having been partly killed and partly carried off by the pirates. These distressing tidings being discussed, it was first taken into consideration how the pirates came to appear with such numerous fleets in the Sangir waters that the Council did not judge it advisable to confront this rabble with only one or two pantjallangs; to which was added that, notwithstanding that all the Council members were very inclined to accommodate and assist these faithful Christian regents with some war ammunition, they nevertheless did not dare to send them these war supplies with private Chinese traders, out of fear that the pirates might encounter such vessels and make themselves master of this ammunition; so that navigation to these islands, and even to Manado, was obstructed in a deplorable manner by this pirate rabble. For all which reasons it was resolved to notify the said Sangir petty rulers once more by reply, if at all possible, to send their own vessels here and fetch the necessary supplies, whereupon it was thought fit to accommodate those of Chiauw and Tagulanda.

Dutch transcription

:september 1777 die zig verbeelden dat zulks op Tiddk gefin geeat was om ons alhier wat te allarmeren dat de neegin de nauwers weder „gen op de Sangirs op hiel den en van zints waren om limbotto des Raads voornemen als de Ma„ mogte verscheinen. Ternaten koning in dat Cas zoo mede op nanados Resident kande werden aangemerkt, aan wiens woorden en verklaringen geen geloof kan werden gedefereert. Daarenboven begon men zig mede te verbeelden dat dit geheele verhaal wel op Tidor gefingeert en uitgedagt konde zijn om ons al„ „hier wat te allarmeren of te ontrusten: Dag hoe het hier ook me„ wilden daar en tegen wel geloven „de gelegen waare, zoo quam het de Raadsleden ten minsten zeer waarschijnlijk voor, dat de Magindanauwse zeeschuimers we„ een vijundelijk voornemen hadden „der voor hadden om de een of andere vijandlijke onderneming te doen: want men herinnerde zig, dat dezelve zig zedert de gepas„ ter wijl dezelve zig met 35: vaartui„ erde maand Junij bereets met een tamelijke magt van 35: vaartuigen in de sangirse eilanden hebben opgehouden; zoo mede, dat de koning van Limbotto den Raad bij brief van den 7: April heeft geschre„ „ven, hoe 'er op Quandang een gerugt ging dat drie zoons van den gorontato en Manado overrom„ Koning of keizer van Magindanao zig toerusteden om Limbotto, Gorontalo, en Nanado met een groote oorlogs vloot te overrom„ „pelen; zijnde de Raad van gedagten dat bij aldien deze tijding waar was, en eene dusdanige vlootzig eens vereenigde met de Magindanauwers die zig reets op de sangirse eilanden onthielden, dit roofgespuis dan zekerlijk in staat zoude zijn om groote verwoestingen aan te reg„ „ten: Alwaarom de Raadsleden gezamentlijk voornemen, dat bij aldien „gindemauwers op Ternaten de Zeeschimmers onderstaan mogten om ons alhier op Ternaten te komen ont„ „rusten, men dan niets agterwege zoude laten om derzelver vijandelijke onderne„ Een hun goed vertrouwen op „mingen te verijdelen; waar toe de koning van Ternaten ook redelijke goe„ „de praeparaties hadde gemaakt, op wiens wel Meenendheit de Raadsleden een goed vertrouwen stelden; zoo dat men eenpariglijk besloot om de ro„ „vers wel gemoed te ontfangen, en dezelve in cas van attaque eeren dusdanigen tegenstand te bieden, als onze oppergebieders van dappere lieden en getrouwe Dienaaren kunnen verwagten, waar toe dusdanige schikkingen zijn gemaakt, als bij de secreete Resolutie van den 4: November anni praeteriti beschreven staan staan, na welke maktregulen men goedvond zig in zulk een geval te rigten. De Leden der vergadering herinnerden zig van desgelijken dat de Manadose Resident Hemmekam mede redelijk wel op zijn hoede was tegens de meermelde roofzugtige natie, waar tegens hij nu na der Raadsleden gevoelen, zeer wel defensive konde ageeren: hoewel het te beklagen is dat onze magt, al rekent men de 300: Alfoeren, met de ses oorlogs corra Corras daar bij, niet toereikende was om de zee van rovers te zuiveren, alwaar dezelve bij continutatie nog de overhand „peling den 13 De welmenende koningjes van Chi„ „auw en Tagulandae verzoeken om de fentie tegens de vyand. „die eenige menschen weggerooft en Tagulanda gespolieert hadden Considerratien daar over des Raads genegent hier omde sangerse vorstjes met ammunitie te gerieven overhand hebben, zoo dat de gerugten nu zelfs liepen dat de zel„ „schunners de met rijs geladen Pantjallang van Cornelis Willemsz:, ontrent Amoerang zouden hebben verovert, hoewel daar van nog geen zekere tijding was ingekomen. Daarenboven wierd mede aangemerkt dat de Sangirse Ei„ „landen veel van de zeerovers hadden te lijden, welkers ingezetenen vaartuigen en oorlogs behoeften tot zij nog bij continuatie gevangen namen en vervoerden weshalven de welmenende koningjes van Chiauw en Pagulanda, en inzon„ „derheit de eerstgemelde dappere koning van Chiauw Ismaël Jacobsz:, den Raad met nadruk quamen te verzoeken om hulp van vaartuigen, en eenige oorlogsbehoeften: het geen hier op nader quam te blijken bij de lecture van de Chiauwse konings brief van den 23: Junij, en uit drie successivelijk ontfangene briefjes van Tagu„ „landa's koning, de datis van den 20: Meij en 24: Junij, waar uit ont„ „waard wierd dat drie Chiauwleesen door de Magindanauwers wa„ „ren gevangen genomen, hoewel de oorlogs rampen den koning van Tagulanda Andries Tamarol veel zwaarder hadden getroffen, als wiens negorij deerlijk door de rovers was ge„ „spolieert, buiten en behalven dat er 35: slaven van dit vorstje gedeeltelijk door de rovers om 't leven gebragte, en gedeeltelyk waren weggevoert. Over welke verdritigen tijdingen gesproken werdende, quam voor af in consideratie, hoe de rovens zig met zulke talrijke vlooten in de sangerse vaarwateren quamen vertoonen, dat de Raad het niet raadzaam oordeelde om dit gespuis niet een â twee Pantjallangs het hoofd te bieden; waar bij nog quam, dat niettegenstaande de Raadsleden alle zeer ge„ „negen waren om deze getrouwe Christen Regenten net eenige krijgs ammunitie te gerieven en te assisteeren men hen deze oorlogs behoeftens nogtans met geene particulie„ „re Chineese handelaars durfde toezenden, uit bedugting, dat de roovers zulke vaartuigen ontmoeten, en zig van deze ammunitie meester zouden maken: invoegen dat de vaart op deze eijlan„ „en zelfs op nanadé op eene beklagelyke wijze door dit rovers gespuis „den, en zelfs, wierd gestrumt, om alle welke redenen besloten wierd de gemelde sangirse vorstjes bij rescriptie nogmaals te verwittigen, om bij eenigie mogelijkheit hunne eigen vaartuigen dit heen te zenden, en de benodige behoeften af te halen, wanneer men goedvond, die van Chiauw en Tagulanda

NL-HaNA_1.04.02_3529_0605 view scan ↗

English

September 1758 Appearance of the enemy near Gorontalo. The abduction of two paduakans with crew by the Magindanaos. Who have been discharged again. Reimbursement for what they received. 18 Magindanao pirate vessels sailed past Quandang. To assist Tagulanda with some muskets, bullets, and gunpowder for cash, or if necessary even on credit, since these people, upon whose preservation much depended for this Government, could not be left in distress during such pressing danger. Upon the reading of a letter from the Gorontalo overseers Booms and Durr, dated 31 May, it appeared, among other points, that the Magindanao pirate race had for some time even appeared in the vicinity of Gorontalo, near which place the pirates had devastated the settlement of Molibago and abducted two Gorontalo paduwakans with some crew, on which account the said overseers had been compelled to hire 20 Attingola men and five Christian citizens to help guard the fortress and patrol along the riverbank during the time that the Magindanaos were near the Gorontalo shores; which employment, however, lasted no longer than 15 days, or until the end of April, at which time these natives, who had been hired for the pay of 26 stuivers, 20 pounds of rice, and 2 jugs of arrack, were discharged again at Gorontalo upon the receipt of news that the Magindanaos had left those coasts and had departed again toward the Bangka Strait. Why the Gorontalo overseers took 25 natives into service. The pay being a trifle. Which employment having been discussed, and it being considered that the pay of the hired natives at that time had in total amounted to no more than the sum of 10 rijksdaalders 24 stuivers, along with 560 pounds of rice and 28 jugs of arrack, it was agreed to reimburse these minor expenses to the frequently mentioned overseers, as well in hope of Their High Nobles' approval as out of consideration of the absolute necessity of this precaution that was taken. Subsequently, the contents of the recently arrived letter from Quandang's Resident De Wolf, dated 23 April, were discussed and deliberated, in which the said Resident informs the Council that on 12 March, 18 Magindanao prahus had sailed past the fortress at Quandang, whereupon the Resident had five live cannon shots fired at the sea rovers with three-pounders, after which these vessels landed shortly thereafter on a nearby small island, without any mention being made of their further actions in that region. All of which news, arriving successively from the Sangihe Islands and from the coast of Celebes, clearly showed in the opinion of the Council members that the Magindanao pirates were spreading more and more and making the sea unsafe, to the great inconvenience and harm of all inhabitants; and since it was to be feared that these calamities would grow even worse from day to day, the Council members most ardently wished that Their High Nobles might soon find an opportunity to have the land of Magindanao attacked once with a formidable military force, in the manner that the Governor had the honor to propose to our High Masters in the secret letter of 22 October of the past year; His Honor further undertaking, on account of the importance of the matter, to make this proposal once more to Their High Nobles in a few days with one of the citizen vessels that is due to sail for Batavia shortly, on which occasion he would also point out to the said Masters how it was not probable that the pirates would cease committing their outrages before they had been punished in their own country and hiding places, or else at sea by the destruction of their pirate fleets; which all Council members wished might happen soon. The discussions concerning the predatory enterprises of the Magindanaos having thus come to an end, there was produced

Dutch transcription

September 1758 's vijands vertooning omtrent goronta„ „lo het wegelaen van twee Paduakans met volk door de mag in danauwers Die weder afgedeemkt zijn vergoeding van Hun genotene 18: magindanauwse roofvaartuigen zijn Quandang voor bij gereilt, Tagulanda met eenige snaphanen, kogels en buskruit te afsisteeren voor contanten, of des noods zelfs op schuld, aan„ „gezien deze menschen, aan welkers behoud dit Gouvernement veel gelegen lag, in zulk een dringen gevaar niet in verlegendheit kanden werden gelaten. Bij de lecture van een brief der Gorontaalse Opzienders Booms en Durr, de dato 31: Meij, quam behalven andere poincten te blijken, dat het Magindanauwse roofgeslagt zig zedert eenigen tijd zelfs in de nabijheit van Gorontalo hadde vertoont, ontrent welke plaats de rovers de Negorij Mo„ „libago verwoest en twee Gorontaalse Paduwakans met eenige volk hadden weggerooft, weshalven de ge„ waar om de gorontaalse opzienders „melde opzienders genoodzaakt waren geweest van 25 Jnlanders hebben in dienst ge„ 20: Attingolers, en vijf christen burgers in huur te nemen, om het Fortres te helpen bewaaren, en aan de rivier kant te patraulleeren, gedurende den tijd dat de Manginda„ „nauwers zig ontrent de Gorontaalse stranden hebben bevonden; welke in dienst neming egter niet langer ^ wanneer deze inlanders die voor te besolding van 26: ste:s als 15: dagen, of tot ultimo April hadde geduurt ^ ao Pon¬ „den Rijs, en 2: kannen Arak waren aangenomen, weder te Gorontalo afgedankt zijn, op de ingekomene tijding dat de Mangindanauwers die kusten hadden verlaten, en weder naar de straat Banka waren vertrok„ „ken. Over welke in dienst neming gesproken, en gereflecteert besolding als een geringheit zynde zynde, dat de besolding der gehuurde inlanders te dier tijd in 't geheel niet meer hadde bedragen als de somma van rijksdaalders 10: 24:— mitsgaders 560: Ponden Rijs, en 28: kannen Arak, zoo is verstaan om deze geringe ongel„ „den, aan de meermelde opzienders te vergoeden, zo wel in hoope van Hun Hoog Edelhedens goedkeuring, als ui't consideratie van de volstrekte noodzakelykheid dezer gebruikte voorzorg Vervolgens wierd gesproken en geraad pleegt over den inhoudt van de jongst aangekomen brief van Guan„ „dangs Resident de wolf, de dato 23: April, waarin de gemelde anomen. den 18 alle welke tijdingen aantonen dat den vyand zig meer en meer ver„ „preib. Hoog Edelheden door goede magt mogten laten verliedeen rusten productie eener brief door macas„ „sers gouverneurs gezonden. gemelde Resident den Raad verwettigt, dat 18: Mangin„ „danauws prauwen, op den 12: Maart, het Fortres te quandang waren voor bij gezeilt, wanneer de Resident 5. scherpe Canon schoten met drie ponders op de zeeschuiwers hadde laten doen, waar na deze vaartuigen kort daar op een nabij gelegen eilandje waren geland, zonder dat van derzelver verdere ver„ „rigtingen om dien oirdt gewag werd gemaakt. Alle welke tijdingen, die successivelyk uit de Sangvise eilanden en van de cust van celebes in qua„ „men, na der Raadsleden gevoelen duidelijk aantoon„ „de dat de Mangindanamwse zeerovers zig meer en meer verspreidden, en de zee onveilig maakten, tot groot ongerief en schade aller ingezetenen: en dewijl het te vree„ „zen was dat deze anheilen van dag tot dag nog erger zou„ het welk de raad wenschte dat hun den werden, wenschten de Raadsleden zeer vieriglijk dat Hun Hoog Edelheden eerlang gelegendheit mogten krijgen om het land van Mangindanao eens met eene gedugte oor„ „logs magt te laten aantasten, in maniere als de Heer Gou„ „verneur de eere heeft gehad onze Hooge Gebieders te propo„ „neeren, bij de secreete brief van den 22: October anni prae„ „teriti, nemende zijn Ed: wijders aan om deze voorslag, we„ „gens het gewigt der zaake, over eenige dagen nogmaals aan Hun Hoog Edelheden te doen, met een der burger vaar„ „tuigen dat eerst daags na Batavia staat te stevenen, bij welke gelegentheit de gemelde Gebieders mede zoude aan„ voor en al eer den vijand niet zullen „halen, hoe het niet waarschijnlijkws, dat de rovers met het plegen hunner enveldaden zouden ophouden, voor dat dezelve in hun eigen land en schuilhoeken, dan wel op zee door het vernielen hunner roofvlooten ge„ „kastijd waren geworden, het geen alle de Raadsleden ver„ wenschten, dat spoedig mogte geschieden. De gesprekken over der Mangindanauwerskrijp ondernemingen hier mede een einde hebbende genomen produceerde

NL-HaNA_1.04.02_3529_0607 view scan ↗

English

September 1777 The Governor produced a separate letter addressed to him from Mr. van der Voort, Governor of Maccasser, dated 24 September 1776, which letter had thus been underway for almost a year, having not long ago been forwarded here under cover of a Quandang letter by Resident de Wolf. Upon the reading of this Macassar letter, it appeared that Mr. van der Voort had delivered it for transmission to a certain Bone prince by the name of Daing Masona, who was married to a daughter of the King of Tontoli, which king was reportedly inclined to abdicate the realm of Tontoli in favor of his grandchild, the son of this Daing Masona. On which ground the said Daing, along with his son, had departed for Tontoli with the Governor's permission. Who, moreover, had given Mr. van der Voort to understand that in case this resignation of the realm of Tontoli might occur with the consent of the Company, he, Masona, would gladly vouch in the future for the safety of the Company's post at Bwool, should it be deemed proper to re-establish it, binding himself at the same time to drive out from there the numerous smugglers and pirates, for the improvement of the gold collection. Moreover, it appeared to the Council members from the further context of this dispatch that Mr. van der Voort seemed to be under the impression that some considerable advantage might be obtained for the Company from this proposal, for which reason he had advised Daing Masona to undertake nothing in this regard without the prior knowledge and consent of the Governor of the Moluccas, and, if circumstances permitted, even to treat about this in person with his Honor. Upon which passage it was remarked that this Daing did not appear here, but landed at Quandang, where in the past month of February he delivered Mr. van der Voort's letter to Resident de Wolf, and he himself finally departed with his retinue from Quandang for Tontoli. Whereby it seemed to the Council members that Masona must not have given a true disclosure of his intention and good resolution to Resident de Wolf, or else that he must indeed have been sincere and well-intentioned, as Governor van der Voort suspects of him, though the letter suggests much to the contrary. At least, de Wolf wrote to this Government in his letter of 23 April that among the shipmates of Masona there had been three treacherous nakhodas named Lakazing, Lawawa, and Tapauw, which rascals had helped overrun the post at Palilla a few years ago, and which rogues Masona, upon de Wolf's persuasion, had initially sent away; but de Wolf had subsequently learned that he had taken these villains back into his vessels upon his departure for Tontoli; whereupon these rascals, upon their departure, had seized and carried off from their gardens another seven people of Bwool, along with three Limbotto people. De Wolf also gave to understand in his last-mentioned dispatch of 23 April that during the time the frequently mentioned Daing Masona had stayed at Quandang, two of his prahus that were busy gathering trepang around the Liwas had come into conflict there with seven Maguindanao pirate vessels, in which encounter a Bugis was shot dead, after which the fighting parties separated from each other. With respect to this Daing Masona, it was also noted by the Council members that the above account given of him by Resident de Wolf did not inspire very favorable thoughts regarding his displayed intentions, and since it was, moreover, not likely that he would ever come here to speak with the Governor about the cession of the realm of Tontoli, the members of this Table were of the opinion that this entire project to re-establish Bwool must of itself come to nothing and collapse. Moreover, it was universally known here that

Dutch transcription

September 1777 stond te worden. in welken gevallen hun voor de vei„ wilde instaan. 't geen den Heer van der Voort toeschen de danrom Dang Masowa had aangeraden niets zonder voorkoming van de regering alhier te doen ƒ produceerde de Heer Gouverneur een aan hem gerigte aparte brief van den Heer van der Voort, Gouverneur van Maccasser, de dato 24: September 1776. welke brief dus bijkans een jaar onderweegs was geweest, als zijnde net lang geleden onder Couvert eener Quan„ „rangse brief door den Resident de wolf herwaarts gezonden: ko„ die aan Duing Masona Tontoli „mende bij de Lecture dezer Macassarse brief te blijken, dat de Heer van der Voort dezelve ter bestellingen hadde overgegeven aan zeker Bonijs Prins, in name Daing Masona, die getrouwt was, met een dogter van den koning van Tontoli, welke koning gezint zou„ „de wezen om het rijk van Tontoli aan zijn kintskint, den zoon van dezen Daing Masona afte staan: op welk fundament de gemelde Daing benevens zijnen zoon, met des Gouverneurs permissie, na Tontoli waren vertrokken: Die daarenboven aan den Heer van der voort hadde te verstaan gegeven, dat ingevalle deze resignatie van het Tontolise rijk met „ligheit van Bwool en voor de ver„ bewilliging van de Compagnie mogte geschieden, hij (Masona:) Cbetering van den goudhandel wel voor het vervolg wel wilde instaan voor de veiligheit van Compagnies Post te Bwool, ingevalle men mogte goedvin„ „den die te retablisseeren; zig te gelijk verbindende om de me„ „nigvuldige sliikers en zeeschunmers van daar te verdrijven, ter verbetering van den Goud inzaam. Daarenboven quam het de Raadsleden uit den verderen Samenhang dezer missive als een mertelijk voordeel: voorde Com„ voor, dat de Heer van der Voort in verbeelding scheen te zijn dat uit dezen voorslag eenig merkelijk voordeel voor de Compagnie behaalt zoude kunnen werden, weshal„ „ven hij Daing Masona hadde aangeraden om hier ontrent niets buiten voorkennis en toestemming van den Gouverneur der Moluccos te ondernemen, en zoo de omstandigheden, het toelieten hier over zelfs in persoon met zijn Ed: te handelen: Op welke passagie wierd aangemerkt, dat deze Daing hier niet is verscheenen, maar op Quandang aangeland al„ „waar hij in de gepasseerde maand Februarij de Heer van der voorts brief aan den Resident de wolf heeft afgegeven, en hij zelfs is eindelijk met zijn ge„ „volg van Quandang naar Pontoli vertrokken: waar bij het de Raadsleden toescheen, dat Masona geen regte opening van zijn intentie en goed voornemen aan „pagnie den 13 van Wolff vertrek van Bwrool 10: menschen het welk des Raads favorabell ge„ „dagten omtrent nasona deed:t ver„ „vallen voorimen aan den Resident de Wolf moet hebben gedaan dan wel dat hij in der daad opregt en wel geintentioneert dog het veel cutrarie uit volgens drief moet zijn geweest, als de Gouverneur van der voort van hem vermoedt: Ten minsten de wolf heeft deze Regeering bij zijnen brief van den 23:e April geschreven, dat zig onder de scheepsmakkers van Masona drie verraderlijke annachodas hadden bevonden, in name Lakazing, Lawawa, en Tapauw, welke schelmen de post te Palilla, voor weinige jaaren, hadden helpen afloopen, en welke knoopen Masona, op de wolfs per„ „suasie, in den beginne wel hadde weggezonden, dog de wolf hadde naderhand verstaan, dat hij deze boos„ „wigten, bij zijn vertrek naar Tontoli, weder in zijne „want zijn gevolgt roofde bij hun vaartuigen hadde genomen; wanneer deze schelmen bij hun afreize nog zeven Bwole reesen, benevens drie Limbot„ „ters, uit hunne tuinen hadden geligt en vervoert; geven„ „de de wolf bij zijne laastgemelde missive van den 23: April mede te verstaan, dat ten tyjdede Meermelde Daing Masona zig op Quandang hadde onthouden, twee zijner prauwen, die bezig waren ontrent de Liwas Trripangs te zoeken, aldaar in ge„ „regt waren geraakt met zeven Mangindanauwse roof„ „vaartuigen, bij welke ontmoeting een Boeginees was dood ge„ „schoten, waar na de vegtende partijen van elkanderen waren gescheiden Met opzigt van dezen Danig Masona wierd mede door de Raadsleden opgemerkt, dat het bovenstaand verhaal 't geen de Resident de wolf van den zelven doet, geene zeer favorabele gedagten gaf van desselfs gedragen inten„ „tie, en dewijl het daarenbaven niet waarschijnlijk was, dat dezelve zig immer herwaarts zal begeven, om over de afstand van het Tontolise rijk met den Heer Gouverneur te spreeken, waren de Leden dezer Tafel van gevoelen, dat dit geheele project om Bwool te resta„ „bileeren, van zelfs wel in het riet moeste lopen en ver„ „vallen. Daarenboven was het alhier over al bekend stellen dat

NL-HaNA_1.04.02_3529_0609 view scan ↗

English

September 1777 Moreover, the Tolitoli people are not trusted here in the least, and no confidence whatever could be placed in the Pantolikes, as they overran the Company post located there some years ago and were therefore regarded as nothing other than treacherous rebels. Thus, in the opinion of the Council members, one could never expect much good from the promises, and even less from the protection, of a Buginese Prince who is so closely related to the king of this apostate nation. These considerations, it was presumed, would also cause Their High Excellencies to abandon the reconstruction and restoration of the Bwool post. The Lord Governor undertook to write back to this effect to the Lord Governor of Makassar, Van der Voort, at the first opportunity. His Honour agreed with the members of this Board to provide the necessary report regarding this affair to Their High Excellencies in the next secret reply, offering a copy of the letter sent here by the Governor of Makassar, while further respectfully awaiting whatever decision our Supreme Authorities might be pleased to take concerning this matter. Subsequently, the Lord Governor communicated to the other Members of this Government that, on the occasion when the treaties with the King of Ternate were renewed the day before yesterday, the 11th of this month, His Highness had exhorted the Ternatan Princes present at this solemnity in the strongest terms to remain steadfastly loyal to the Company, while the monarch himself likewise made the strongest declarations of his sincere goodwill. Thereafter, amid the celebrations, His Highness had spoken privately with His Honour, requesting him to give Their High Excellencies an accurate portrayal of the distress he suffered due to the numerous robberies committed by the Papuans and other Tidorese subjects in his territories, stating that the outrages previously committed at Saloean and Mandono, and the devastations recently perpetrated at Wosse, served as convincing proof thereof. At the same time, he made known how deeply it grieved him that the King of Tidore paid heed to nothing and acted as though he gave no credence to the complaints continually lodged with him regarding the hostilities of his people, who were never punished for them. His Highness feared that great calamities might yet arise from this, as his subjects might be so sorely provoked and wronged that he would not hold himself responsible for actions taken without his consent and foreknowledge, although he, the King, would nevertheless restrain and curb his subjects as much as possible, provided that His Honour would promise to address Their High Excellencies once more on this matter and request that the King of Tidore be appropriately checked and that the hostilities of the Tidorese might finally be halted through Their High Excellencies' intercession, hoping that his neighbor will pay better heed to Their High Excellencies' admonitions than to the representations continually presented to him by this Council. This conference between the King of Ternate and the Lord Governor having been discussed, the Council members were unanimously of the opinion that the discontent of the King of Ternate over the indifference of the Tidorese monarch was not only well-founded, but that there was great reason to fear that the Ternatans would ultimately lose their patience and finally retaliate against those of Tidore for their misdeeds. From this, nothing other than an open war between the two nations was to be expected. Since such a breach of the peace, under the present conjuncture of times, could entail very detrimental consequences for the Company, the Lord Governor, together with the Members of this Board, deemed it proper to prevent the feared calamities in good time, if feasible. For this reason, besides other serviceable measures, it was resolved to grant the request of His Highness of Ternate insofar as Their High Excellencies would be informed of the state of affairs between the reciprocal courts in the next secret reply. To this end, the Lord Governor undertook to write what is necessary to Their High Excellencies and to request that the King of Tidore be persuaded to satisfy his Ternatan neighbor through an appropriate punishment of his restless subjects. Thus done and resolved at Ternate in Castle Orange in the ordinary Council Chamber of Policy, on the date aforesaid. Was signed: P: I: Valckenaer, E: Meurs, F: G: van Raesveld, G: W: van Renesse, and K: Koenes. September 1777.

Dutch transcription

September 1777 niet anders als voor verraeders gehou„ dat Hun Hoog Edel heden mede wel „len doen afzien vermaning: van Ternaats Kozing bestendig betrouw te blijven. :verzoek van zijn Hoogheit aan den Heer Gouverneur om de roverijen hun hoog: Edelheden te bedeelen haar en boven worden de Tontaliers al„ dat men op de Pantolikes in het minste geen vertrouwen kon„ „hier in 't minste niet vrtouwt en de stellen, als die de aldaar gelegene Campagnies Post voor eenige jaaren hebben afgeloopen, en dewelke daarom niet anders als voor verraderlijk rebellen wierden ge„ „houden, zoo dat men zig, na 't gevoelen der Raadsleden, nooit veel goedts konde voorstellen van de beloften, en veel min„ „der van de bescherming van een Boeginees Prins, die zoo naa met den koning dezer afvallige natie ver„ van Bwools Cost te herstellen zul„ „ maagschapt is; welke consideratien men vermoedde dat Hun Hoog Edelheden mede wel van den apbouw en herstelling der Bwoolse Post zouden doen afzien; het geen de Heer Gouverneur aannam om bij de eerste gele„ „gentheit mede in diervoegen aan den Heer Macassors Gouverneur van der Voort te rescribeeren; waar bij zijn EEd: met de leden dezer Tafel over een quam, om bij de eerste secreete rescriptie het nodige verslag aan Hun Hoog Edel„ „heden te doen wegens deze affaire, onder aanbod van een afschrift van de herwaarts gezondene brief van den Macassars Gouverneur, terwijl men verder met eerbied zoude afwagten, wat besluit onze Hooft gebieders over deze affaire zouden gelieven te nemen. Vervolgens communiceerd de Heer Gouverneur aan de aan zijne Pritzcen om de Compagnie verdere Leden dezer Regeering, dat bij gelegentheit wanneer op eergisteren den 11. dezer de Tractaten met den koning van Ternaten wierden vernieuwt, zijn Hoogheit de Ternaatse Prinssen, die bij deze plegtigheit tegenswoordig waren, in de kragtigste be„ „woordingen hadde vermaant om de Compagnie bestondig getrouw te blijven, terwijl de vorst zelfs van desgelijken de sterkste betuigingen hadde gedaan van zijne opregte welmenendheit. Dat zijn Hoogheit zijn wel Edele hier na, onder het plegen der vreugde der Papoeen en Tidoreesen aan bedrijven, afzonderlijk hadde gesproken, zijn wel Edele verzoekende om Huw Hoog Edelheden een regte schets te geven van het verdriet dat hij onderging door de meenigvuldige roverijen der Papoeën en verdere Tidoreese onderdanen op zijne landen, waar van hij gezegd hadde dat de voor heen gepleegde baldadigheden te saloean en Mandono, en de nog onlangs begaane verwoestingen op „den. den 13: s koning leed wezen omtrent het gedrag van Tidors Koning Des Raads gevoelen over de gegrond„ „heit van Ternabits konings ongenoegen op wosse tot overtuigende bewijzen strekten; teffens te kennen gevende, hoe het hem innerlijk swerte dat de koning van Tidor zig aan niets stoorde, en zig even eens hield of hij geen geloof sloeg aan de klagten die hem onophoudelijk over de vijandlijkheden der zijnen wierden gedaan, die daar over nimmen wierden gestraft, waar door zijn Hoogheit vreesde „saak groote onheilen uit zoude Caim, dat nog groote onheilen zouden kunnen ontstaan, door dien zijne on„ „derdanen zoo lang wel getergt en verongelijkt konden werden, datze buiten zijne toestemming en voorkennis niet verantwoor„ „delijk wilde zijn, hoewel hij (:koning:) zijne onderzaten daar van egter zoo sterk zoude wederhouden, en beteugelen, als hem moge„ „lijk zoude wezen: mits dat zijn wel Ed: hem wilde beloven om Hun Hoog Edelheden hier over nogmaals te onderhouden, en te verzoeken om den koning van Tidor een gepaste en spoedige vijandlijkheden der Tidoreesen eindelijk eens door Hun Hoog Edelhedens intercessie quamen op te hou„ „den; als verhopende dat zijn nabuur aan Hoogst derzelver vermaningen beter gehoor zal geven, als aan de vertoogen die hem geduurig door dezen Raad werden voorgehouden. Over welke conferentie tusschen den koning van Ternaten en den Heer Gouverneur gesproken zijnde, waren de Raadsleden gezaver„ „lijk van gevoelen, dat het ongenoegen van Ternaats koning over de onverschilligheit van den Tidoresen vorst niet alleen zeer ge„ „grond was, maar dat men zelfs groote reden hadde te dugten dat de Ternatanen eindelijk hun gedult verliezen, en die van Tidor hunne euveldaden eindelijk eens betaalt zouden zetten, waar uit niet anders als een openbaren oorlog tusschen de beide, na„ „tien te wagten was, en dewijl eene dusdanige vreedebreuk, in deze conjuncture van tijden, zeer nadelige gevolgen voor de Com„ „pagnie zoude kunnen na zig slepen, rond de Heer Gouver„ „neur met de Leden dezer Tafel goed, om de gedugte onheilen des doenlijk, bij tijds voor te komen; om welke reden, behalven de andere daar toe dienstige middelen, besloten is zijn Hoog„ „heit van Ternatens verzoek in zoo verre intewilligen, dat Hun Hoog Edelheden bij de eerste secreete rescriptie over /10 „nen ontstaan. „ over den toestand der zaken tusschen de wederzijdse sloven zou„ „den werden onderhouden; ten welken einde de Heer Gouverneur aannam Hun Hoog Edelheden hier over het nodige te schrij„ „ven, en te verzoeken van Tidors koning te overreden om zijnen Ternaatsen nabuur door een gepaste strafoef„ „fening zijner onrustige onderzaten te vreeden te stel„ (:onderstond.) Aldus gedaan ende geresolveert tot Ternaten in't Casteel orange ter ordinaire Raad kamer van Politie dato voorschree„ „ren; (:was getekent:) P: I: Valckenaer, E: Meurs, F: G: van Raesveld, G: G: W: van Renesse, in K: koenes september 1777: „len.

NL-HaNA_1.04.02_3529_0612 view scan ↗

English

the 27th: And a muster roll of the Ternatean military force, consisting of 265 heads, thus 35 men less than paid for. Paulus Jacob Valckenaer, Governor and Director Godfried Carel Meurs, Senior Merchant and Second Johan George van Raesveld, Merchant and Fiscal Gerardus Willem van Renesse, Junior Merchant and Cashier Roene Koenes, Secretary To the Honorable, Respected Sir Deliberation over two Manado letters. Present: Saturday the 27th of September 1777, at nine o'clock in the morning, meeting of the Policy Council. The general business being finished this morning, the Council members remained together to take the necessary decisions on the contents of two secret letters from the Manado Resident Hemmekam, dated the 16th of August and the 12th of this month, both of which letters were brought here on the 21st of this month by the Citizen Lieutenant Cornelis Willems with a hired small prahu; the first of these dispatches being arranged in particular to answer the Governor's secret letters written to Manado on the 9th of June, while furthermore from its reading and the attached muster roll, it became apparent that the Ternatean military force on the 1st of August, both at Amurang and at Kema, had consisted of a number of 265 heads, and thus 35 men less than the specified quantity of soldiers; but since some Ternatean vessels were still expected at Manado at that time, it was thought that these troops might since have reached full strength: But if the Council should learn on further occasion that Ternateans were still missing, it was deemed proper to notify the King thereof, in order to constantly keep these native soldiers complete, according to the contents of the convention concluded on the 8th of February of this year. Furthermore: 184 September 1777: Promises by Hemmekam to treat those natives kindly. Five ells of medium bleached Guinea cloth designated as burial shrouds for those natives. Request granted of their chiefs for compensation for four heads who served over the specified number for a period of time. The obstinate disposition of the Tobelo Captain Gugu. Furthermore, the promises made by Resident Hemmekam to treat these auxiliary troops well and kindly, and to make good use of these men, were particularly pleasing to the Council, in the hope that he would strictly adhere to this promise; and as the members of this meeting gladly wished to do everything in their power to give satisfaction to these natives, it was agreed, in accordance with his proposal, to authorize the Resident to provide, for the benefit of each Ternatean who dies at Amurang or Kema, five ells of medium bleached Guinea cloth as burial shrouds; and to issue or credit this linen proportionally also to the native chiefs who advanced the same for the benefit of five deceased who have already died at Amurang. It being further recognized by the Council members that the request of the chief of the Ternateans for the gratuity of rice and salempores for four of his subordinates, who served for a period of time above the specified number, was founded in equity, it was approved, in accordance with Resident Hemmekam's request made to that end, to authorize him to supply this ration and gratuity also to these four men, including the arrears thereof, since the time that they were stationed on the coast of Celebes; and this especially because these men, just like the others, demonstrated their bravery in the fights against the Maguindanaos. Meanwhile, Hemmekam's account of the improper and refractory conduct of the Tobelo Captain Gugu gave the Council little pleasure, for the members of the meeting could not discern otherwise than that the Resident had been willing enough to provide him with provisions for his subordinates.

Dutch transcription

den 27: En een Monster Rol van de Ter„ „naatse krijgsmagt, bestaande in 265: koppen een dus 35. man minder als betaald is. Paulus Jacob Valckenaer, Gouverneur en Directeur Godfried Carel Meurs, Den Opperkoopman en secunde Johan George van Raesveld, koopman en Fiscaal- - - - „ onderkoopman en Poldij boeth: Gerardus Willem van Renesse, d„o Secretaris - - - Roene Koenes Den wel Edelen Agtbaren, Heer Besoigne over twee Manabose brie¬ De gemeene besoigne Vreden morgen zijnde afgelopen, bleeven de Raadsleden bij een om, de nodige besluiten te nemen over den inhoudt van twee secreete brieven van den Mana„ „dosen Resident Hemmekam, de datis 16: Augustus, en 12 de„ „zer, welke beide brieven alhier op den 21: dezer door den Bur„ „ger Lieutenant Cornelis Willems met een afgehuurde kleine prauw zijn aangebragt; zijnde de eerste dier missiven inzon„ „heb „derheit ingerigt tot beantwoording van des Gouverneurs na Manado geschrevene secreete letteren van den 9:' Juntij, terwijl verdor bij dies lecture en daar bij gevoegde Monster Rol, quam te blijken, dat de Ternaatse krijgs magt op den 1: Augustus zoo te Amoerang als te kema hadde bestaan in een getal van 265: koppen, en dus 35: man minder als de bepaalde Quantiteit krijgslieden; dog vermits zommige Ternaatse vaartuigen te dier tyd nog op Manado wierden te gemoet gezien, was men van gedagten dat deze manschap zedert wel vol„ „tallig zoude zijn geworden: Dan wanneer de Raad bij nadere gelegentheit mogt vernemen dat 'er nog Ternatanen manquee„ „renden, vond men goed den koning hiervan kennies te geven, ten einde deze inlandsche krijgslieden gedurig Compleet te houden, naar den inhoudt der getroffene Conventie van den 8: Februarij dezes jaars. Paesent Saturdag den 27:' September 1777: smer„ „genste negen uuren vergadering van Poli„ „tie voorts 184 „ „ven. Sep 13: september 1727: beloften van Hemmekam om vrien„ „delijk met die jnlanders te zul„ „len omgaan vijfe ellen guinees gem: gebl: drod ge„ „waat dier Inlanders bepaalt verzoek Hunner hoofden, om nis voor vier koppen die over heb wienst gedaan geaccordeert. het dwarsdrijvend huumeur van den Tobil ans Capituin goegoegoe. Voorts waren de gedaane beloften van den Resident Hemmekam, om deze hulptroupen wel en vriendelijk te behandelen, en oms een goed gebruik van deze manschap te maken, den Raad bijzonder aangenaam, in hoope dat hij deze belofte stiptelijk zouden nakomen, en dewijl de Leden dezer vergade„ „ring na hun vermogen, mede alles gaarne wilde aanwen„ „den om deze inlanders genoegen te geven, is verstaan om den Resident, ingevolge zynen voorslagte qualificee„ „ren om ten behoeve van ieder Ternataars, die op Amoe„ „rang of kema koomt te sterven, vijf ellen guinees gem: gebl: tot dood Lijwaat te verstrekken; en dit Lijwaat na rato ook af te geven of te goed te doen aan de inlandse opperhoofden, die het zelve verschoten hebben ten behoe„ „ve van vijf dooden dewelke reets op Amoerang zijn over„ „leden. Door de Raadsleden wijders zijnde ingezien, dat het heb douceur van Rijs en Salempoe, verzoek van het hoofd der Ternalanen om het douceur bepaalt gesal een tid lang hebben van Rijs en salempoeris voor vier zijner onderhoorigen, die een tijd lang boven het bepaalt getal hebben dienst ge„ „daan in billeikheit bestond, zoo wierd goed gevonden om den Resident Hemmekam, ingevolge zijne daartoe gedane instantie, te qualificeeren om dit Randsoen en douceur mede aan deze vier man te verstrekken, met het agterstal van dien, zedert den tijd dat dezelve op de cust van Celebes bescheiden zijn geweest ende zulks wel voornamentlijk ter zake dat deze manschap hunne dapperheit, zoo wel als de anderen in de gewegten tegens de Magindanauwers heb„ „ben getoont. Ondertusschen gaf Hemmekams verhaal van het mis„ „lyk en weerbarstig gedrag van de Tobelse Capitain Goegoejoe den Raad niet veel te behagen, want de Leden der vergadering kon„ „den niet anders bespeuren of de Resident was gewillig genoeg geweest, om denzelven met mondkost voor zijne onderhoorige te

NL-HaNA_1.04.02_3529_0614 view scan ↗

English

the 27th: that afterwards the king shall be informed taken post at Kema and the burghers have been discharged mid-September the Ida laden the loss of the Pantjallang the Hoop belonging to the burgher Lieutenant Hemmekam reported. to provide, and in many other respects to offer a helpful hand, thus one ought to conclude from this that this Captain Goegoejoe must be a man of a contrary disposition, and little susceptible to good reason, wherefore it was understood to have His Highness the king of Ternate spoken to regarding the conduct of this officer, and to request him to admonish the same as well as the other native officers to live in the best harmony with the Resident Hemmekam, in order that the mutual arrangements to offer resistance to the enemy might be carried out harmoniously, and might be of a desired outcome, the said Resident likewise being repeatedly and in the most emphatic terms recommended to apply himself thereto, from his side, with all his power, and especially to be mindful to avoid all dispute and discord with the Ternatans: it being meanwhile agreeable to the Council to learn from Hemmekam's letter that the European garrison had already occupied the Kema Post, and that the hired native garrison members or burghers, pursuant to the order of this Council, had been discharged on the first of August; whereby the Resident's intention to send the bark the Ida hither towards the middle of this month of September, with a cargo of rice and other products, was also held to be well done, and that the more so, since this vessel, according to the Resident's opinion, could now well be spared for some time at Manado, and that Residency could be secured with the Ternate auxiliary troops. Before Resident Hemmekam's second letter of the 12th of this month was read, the conversation happened to fall upon the unfortunate accident that had befallen its bearer, the Manado Burgher Lieutenant Cornelis Willemsz, which man confirmed the rumor already received, and had brought the news that his small sloop the Hoop, laden with rice and destined hither, was captured on the 16th of August, near Bohooi, by eight large Maguindanao proas, of which vessel these pirates had made themselves master with little trouble, since the said Willemsz had had no war ammunition with him for his defense. And since Resident Hemmekam had also given the Council the necessary report of that misfortune, the Governor informed the other Council members that he had recently written this news to Their Right Excellencies in his last dispatched secret letters of the 22nd of this month, which were dispatched with the Burgher Lieutenant Settig, which precaution was noted as well done. Subsequently it was found that Hemmekam's letter, and especially the annexed Extract from the Manado Daily Register, had in particular been sent over to report to the Council that the crews of 30 large Maguindanao head proas, besides many small ones, had landed at Manado on the 20th and 21st of August, burned ten or eleven houses, and had assaulted the settlement as well as the fortress by force of arms, although one noted therein, to the extraordinary joy of this assembly, how the Resident, both by his letter and by the Extract from the Journal, came to report that the enemy, being minded to storm the fortress, had been greeted with cannon and small arms from the points and ramparts in such a manner that they had forgotten the scaling of the ramparts, and had not even been able to drag away their dead and wounded, to such an extent that the corpses lay scattered everywhere, whereby the enemies had been compelled to take flight to their vessels. Besides that this displayed courage and the victory obtained by our men was very agreeable to the Council, the same took no less pleasure September 1777:

Dutch transcription

den 27: dat hernaat koning zal bedeelt te Kema Post genomen ende burgers zijn afgedankt medio september de Ida geladen het verlies van de Pantjallangs de Hoop toe behorende den burger Lui„ Hemmekam bedeelt. te voorzien, en in veele andere opzigten de behulp zame hand te bieden, zoo diende men daar uit wel te besluiten dat deze Capitain Goegoejoe een man moest zijn van een dwars drijvend hun„ „neur, en weinig vatbaar voor goede reden, weshalven verstaan wierd zijn Hoogheit den koning van Temnaten over het gedrag van dezen officier te laten onderhouden, en te verzoeken van denzel„ „ven zoo wel als de verdere inlandse officieren te vermanen om seer in de beste eensgezintheit met den Resident Hemmekam te le„ „ren, ten einde de wederzijdsche schikkingen om den vijand wederstand te bieden eendragtig volvoert werden, en van een gewenschte uitkomst mogten zijn, zullende de gemelde Re„ „sident van des gelijken bij herhaling en in de nadrukkelijkste bewoordingen werden gerecommandeert om zig daar toe, van zijn kant, met alle vermogens toe te leggen, en inzonderheits bedagtte zijn om alle twist en twee spalt met de Ternatanen De Europeaanse bezetting hebben te vermijden: zijnde het de Raad intusschen aangenaam uit Hem„ „mekams brief te vernemen; dat de Europeaanse betetting reeds de Kema Post hadden gevat, en dat de gehuurde inlandse bezettelingen of burgers, in gevolge de ordre dezes Raads op primo Augustus waren afgedankt; waar bij des Re„ geapprobeert dat hem mekam met „ sidents voornemen om de Bork de Ida, tegens medio met Rijs zal. Heer waarts zenden dezer maand september, met een lading Rijs, en andere producten, herwaarts te zenden, mede voor wel gedaan wierd gehouden, ende zulks te meer, dewijl dit vaarting na des Residents gevoelen, nu wel eenigen tyd op Manado ge„ „mist, en die Residentie met de Ternaatse hulptroupen beveiligt konde werden. Voor dat de Resident Hemmekams tweede brief van „tenant te manabo willemsz, door en 12: dezer wierd gelezen, quam het gesprek te vallen op het ongelukkig ongeval dat dies overbrenger de Mana„ „dose Burger Lioutenant Cornelis Willemsz: was overge„ „komen, welke man het reedts ingekomen, gerugt bevestigt, ende tyding hadde aangebragt, dat deszelfs sloepje de Hoop, geladen met rijs, en herwaarts gedestineert, op den 16: Augustus, omtrent Bohooi, door Agt groote het die heeft hede vlug Mangund anauwse 14 worden. Sep 15. het geen de Heer gouverneur bij secrete missive, Hun Hoog Edel„ heden reets gecommuniceert Landing der Magin danauwers op Malnado die door de onzen zijn op de vlug te geslagen der het daags daar aan weder pro„ Mangindanauwse prauwen was verrovert, van welk vaar„ „tung deze zeeschuimers zig net weinig moeste hadden meester gemaakt, vermits de gemelde willemsz geen oorlogs ammunitie tot zijn defensie hadde bij zig gehad. En dewijl de Resident Hemmekam den Raad mede het nodig Re„ „rigt van dat ongeluk hadde gedaan, verwittigde de Heer Gouverneur de verdere Raadsleden, dat hij deze tijding nu onlangs aan Hun Hoog Edelheden hadde ge„ „schreven bij deszelfs laast verzondene secreete let„ „teren van den 22: dezer, die met den Berger Lieutenant settig waren afgevaardagt, welke voorzorg als wel gedaan wierd aangemerkt. Vervolgens bevond dat Hemmekams brief en voorna„ „mentlijk het daar bij gevoegde Extract van het Manadose Dag register inzonderheit was overgezonden om den Raad te melden, dat de schepelingen van 30: Grote Manginda„ „nauwese hoofprauwen, behalven veele kleine; op den 20: en 21: Augustus op Manado geland, tien of elf huszen verbrand en de Negorij zoo wel als het portres gewapen„ „derhand hadden aangetast, hoewel men daar bij tot onge„ „meene blijdschap dezer vergadering ontwaarte, hoe de Resident zoo wel by zijn brief, als by het Extract uit het Journaal quam te melden, dat de vijand gezind zijnde om het Fortres te bestormen, zodaanig met Canon en handgeweer van de punten en wallen was begroet, dat ze het beklummen der wallen hadden vergeten, en zelfs niet in staat waren gemeest, haare dooden en geblek„ „leerden weg te sleepen, in zoo verre dat de lyken alomme verspreidt hadden, waar door de vijanden genoodzaakt waren geweest de vlugt na hunne vaartuigen te nemen. Behalven dat deze betoonde manmoedigheit en de behaalde overwinning der onzen, de Raad zeer aangenaam was, schepte dezelve geen minder behagen September 1777: „ om le„ heeft. deerden en

NL-HaNA_1.04.02_3529_0616 view scan ↗

English

the 27th: did not succeed however the courageous conduct of the natives in that fight the Manado fortress was occupied by 209 heads. the Council's remark regarding this The Council approves that Hemmekam pursued the enemy with the pursue pleasure that the garrison on the following day or on the 21st August had gained an advantage over the enemy, when the pirates wished to resume the attack again; but having approached with their vessels to within the distance of a large musket shot, our men, according to the Manado reports, again had the good fortune of striking the pirates thoroughly with the cannon, which had caused such a great consternation among the said Mangindanauw that those who had already landed sought to escape the danger by swimming to their vessels, whereupon the Bantikers and the Ternate Alforese hacked many pirates to pieces, as Hemmekam says, while the enemy fleet, which could not get away quickly enough due to the strong sea wind, was at that time also excellently battered with grape-shot and round iron shot. In addition, upon reading the oft-mentioned Daily Register, it was observed that the Europeans, with the Citizens and other occupants of the Fort, had consisted in all of a number of 209 persons, all of whom, according to the Resident's testimony, had acquitted themselves very bravely and faithfully, whereas the Mangindanauwers on the contrary had to take to flight with great loss, so that the Council members were of the opinion that the advantage gained by our men must essentially be regarded as very great and important, for besides the severe loss suffered by the pirates, one also had reason to suspect that the reception received would indeed deter the enemy from trying another chance at Manado for the time being, from which the Council members ardently wished that these scoundrels might desist henceforth. The Members of this Board also judged it to be a good thing that Resident Hemmekam, shortly after the departure of the pirates, Ternate war fleet has let the Ternate cora-coras, along with some other vessels, gather together and sent them after the fleet of the pirates, whereupon the sea-rovers again. 17. as the conduct of the Alforese in that attack. Which will be further en- The Council concurs with the contents of the secret letter sent by the Lord Governor to their High Mightinesses on the 12th of this month. September 1777: were again driven off and got out of sight, so that since this skirmish nothing of this scum had been heard of at Manado: the Resident at the same time also giving to understand Praise of both the Resident that the Ternatans and Alforese had behaved very laudably on that occasion and performed excellent services at Manado, so that the Members of this Board as well as Resident Hemmekam were exceedingly pleased to have these faithful people there for our assistance; in addition to which it also appeared that Resident Hemmekam likewise had shown very good proofs of courage and vigilance, which praiseworthy testimony was also accorded to him by Cornelis Willemsz, who could speak of it as an eyewitness, since he had helped defend the fortress at that time. All of which particulars of the related action having been considered with due attention, it was agreed to encourage Resident Hemmekam on the occasion of the reply to persevere in his vigilance, and in case of danger to confront the enemy just as courageously. After which the Lord Governor also gave the Members of this meeting to understand that, since he had already had to confer with Their High Mightinesses on the 22nd of this month, and thus the day after the arrival, concerning the contents of Hemmekam's secret letter of the 12th, the time had fallen too short to deliberate with the Council members about this before dispatching his secret letter, for which reason he thought it fit to read this dispatched missive to the Members, which having been done, the Members of the Political Council unanimously declared their full approval of the same and conformed with it in all respects, further declaring how the Governor's proposal to clear the Celebes and Sangir waters by means of six War Galleys -couraged

Dutch transcription

den 27: dog niet gelukten der jnlanderen man moedig „drag in dat gevegt het nanados Fortres was bezet met 209. koppen. ddes Raads aanmerking hier over De Raad approberen dat Hem„ „mekam, den vyand door de agtervolgen behagen dat de bezettelingen op den volgenden dag of op den 21: Augustus voordeel op den vijand hadden verkregen, wan„ „neer de rovers den aanval weder hebben willen hervatten; dog het sport de distantie van een Groote snaphaan schoot met hunne Vaartuigen genadert zijnde, hadden de onzen, volgens de Manadose Berigten, weder het geluk gehad van de rovers ter degen met 't canon te treffen, het geen zoo een groote consternatie onder de gemelde Mangindanauw hadde verwekt, dat de geene die reets geland waren het ge„ „vaar met zwemmen, naar hunne vaartuigen hadden zoeken J=e te ontkomen, wanneer de Bantikkers en de Ternaatse Alfoeren veele rovers zoo Hemmekam zegt, tot suspot hadden gekapt der vijandelijke vloot, die door de sterken zeewind niet spoedig genoeg konde wegraken, te dier tijd mede treffelijk niet druiren schroot, en rond scherp was gehavent. Daaren boven wierd bij de lecture van het Meermeld Dag Register gezien, dat de Europeanen, met de Burgers, en verdere bezettelingen van het Fort, alles in een getal van 209: perzonen hadden bestaan, welke zig alle na deschesi„ „dents getuigenis, zeer Dapper en getrouw hadden gequee„ „ten, daar de Mangindanauwers integendeel met groot verlies de vlugt hadden moeten nemen, soo dat de Raads, „leden van gevollen waren dat het voordeel, 't geen door de D onzen behaalt is, wezentlijk als zeer groot en important moest werden aangemerkt, want behalven der rovers ge„ aan „lighen verlies, hadde men ook reden te vermoeden, dat het 5te genoten onthaal den vijand wel zoude afschrikken om voor eerst weder een kans op Manado te wagen, waar van de Raads„ „leden vieriglijk wensten dat deze schelmen voortaan mogte afzien. De Leden dezer Tafel oordeelden mede een goede zaak te zyn dat de Resident Hemmekam, kort na der Rovers vertrek; Ternaatse kruijgsvloot heeft laten de Ternaatse corra corras, benevens nog eenige andere vaartuigen hadde laten bij een zamelen, en op de vloote der rovers afgezonden, wanneer de zeeschiimers. wederom. 17. als det Alfoeren gedrag in die attabpul. Die verder zullen werden aan„ De Raad Conformeeren zig met den inhoud van de secreete brief door den Heer gouverneurs aan hun hoog Edeheden den 12: dezel afgezonden. September 1777: wederom waren verjaagt, en uit het gezegt geraakt, zoo dat er zedert deze schermutzeling niets van dit gespuis op Manae Een beroemen zoo wel des Resident „ do was gehoort: gevende de Resident teffens ook te verstaan, dat de Ternatanen en Alfoeren zig bij die gelegentheid zeer lof„ „felijk hadden gedragen, en treffelijk diensten op Manado ver„ „rigteden, zoo dat de Leden dezer TTafel zoo wel als de Resident Hemmekam nittermaten in hunnen schik waren, van deze getrouwe lieden aldaar tot onse assistentie te hebben; waar bij mede voorquam, dat de Resident Hemmekan van desgelijken zeer goede blijken hadde getoont van moed en vigelantie, welk lofselijk getuigenis hem mede door Cornelis Willemsz: wierd nagegeven, die daar van als oog getuigen konde spreeken, vermits dezelve het sor„ „tres ten dien tijde haede helpen defendeeren. Alle welke particularitijten van de verhaalde actie met behoorlyke aandagt zijnde overwogen, wierd verstaan om den Resident Hemmekam bij gelegentheit van rescriptie aan te moedigen om in zijne vigelantie te volharden, en den vij„ „and in cas van onraad even manmoedig het hoofd te bie„ „den. Waar na de Heer Gouverneur mede aan de Leden dezer vergadering te verstaan gaf, dat vermits hij Hun Hoog Edelheden reets op den 22: dezer, en dus daags na den aan„ „komst over den inhoud van Hemmekam's secreete brief van den 12. hadde moeten onderhouden, de tijd daar toe te kort was gevallen, om voor de verzending van zyne secreete brief hier over met de Raadsleden te besoignee„ „ren, weshalven hij goed vond om deze afgegane missive aan de Leden voor te lezen, het geen hier op geschied zijnde betuigden de Politieke Raadsleden eenparig van dezelve in allen goed te keuren, en zig daar mede in alle opzigten te conformeeren, verders verklaren hoe des Gouverneurs gedaane propositie om de Celebise en sangireese vaarwateren door behulp van zes Oorlogs Galeijen „gemoedigt

NL-HaNA_1.04.02_3529_0618 view scan ↗

English

And they were of the opinion that the King of Tidore should be addressed concerning the outrages committed by his subjects at Momolatti, and that measures ought to be taken to secure the galleys against the pirates, which appeared so beneficial and necessary to them that it were desirable Your High Nobilities might approve this project, since they, together with the Governor, were of the opinion that this was the best means to thwart the undertakings of these sea-rovers and finally to make them desist from their raiding expeditions. The conversation then turned to the last article of the Governor's secret letter, in which the account appears of certain outrages recently committed by the Tidorese at the Ternatean village of Momolatti, situated on the opposite shore of Halmaheira; from which place most of the men were presently abroad and stationed at Manado, wherefore the Tidorese pimelaia Gotowassie, with some other mischievous instigators of that nation, taking advantage of this opportunity, murderously killed an Alfuro woman, and had further done great damage there by cutting down and ruining a great number of sago trees. The Council members being of the opinion that the King of Ternate as well as Your High Nobilities indeed had great reason for displeasure against those of Tidore on account of such a treacherous undertaking at a time when the Ternateans applied themselves so faithfully to help combat the Company's enemies on Manado, so that one was of the opinion that, to prevent further mischief, the Court of Tidore ought to be addressed about this as soon as the King should have returned from his travels on the opposite shore; which political commission should then be entrusted to two Council members, or else to the interpreter Van Dijk, together with a Ternatean envoy. Below stood: Thus done and resolved at Ternate in the Castle Orange, date as above. Was signed: P. J. Valckenaer, G. C. Meurs, J. G. van Raesveld, G. W. van Renesse, and K. Koenes. The 27 September 1737. Saturday the 18 October 1737, in the morning at nine o'clock, Council meeting. Present: The Honorable Lord Governor and Director Paulus Jacob Valckenaer, The Senior Merchant and Second Godfried Carel Meurs, Johan George van Raesveld, Merchant and Fiscal, Gerardus Willem van Renesse, Junior Merchant and Pay Bookkeeper, and Koene Koenes, the same and Secretary. The customary prayer having been heard with reverence, the Lord Governor began the discourse by stating how he had convened this meeting to deliberate together on the contents of a secret letter from Resident Hammekam, dated the 6th of this month, which was brought here on the 15th with the bark De Lea; whereupon the aforementioned letter was directly read, it being perceived therefrom in the first place how three armed Ternatean cruising vessels, manned with 132 Alfuros, had returned from the Sangirs to Manado with the report that the Maguindanao pirate fleet, consisting of 50 sails, had passed between the islands of Chiauw and Tagulanda and had probably departed for their country, without daring to risk landing on those Sangir islands or awaiting the aforementioned Ternatean vessels, notwithstanding that these war cora-coras had pursued them for some time, on which occasion the Ternateans nevertheless engaged in a firefight with the pirates for a time, and to their belief inflicted considerable damage upon them.

Dutch transcription

En weeren van gevoelen dat tidors zijner onderdanen op Momolat„ te gepleegt moest onderhouden aangelegt diende te werden Galeijen voor de rovers te beveiligen henlieden zoo heilzaam en noodzakelijk voorquam, dat het wenschelijk waare Huw Hoog Edelheden dit project mogten goedkeuren, ver„ „mits zij met den Gebieder van gedagten waren, dat dit het beste middel was om de ondernemingen dezer zel„ „schinmers te verijdelen, en dezelven eindelijk van hunne roo„ „togten te doen afzien. Het gesprek quam hier op te vallen op het laaste Artikel Koning over de baldalligheiten van des Gouverneurs secreete brief, waar in het ver„ „haal voorkoomt, van eenige onlangs door de Tidoreesen Gepleegde baldadigheden op de Ternaatse Negorij Momolat„ „ti, gelegen aan den overwal van Halmaheira: van welke plaats de meeste manspersonen tegenswoordig uitlandig, en op Manado bescheiden waren, weshalven de Tidoreese pimelaia Gotowassie, met nog eenige baldadige roer„ „vinken dier natie, zig van deze gelegentheit bedient, een Alfoerse Vrouw moordadig omt het leven gebragt, en al„ „daar verder met het amkappen en ruineeren van een meenigte sagoe boomen Groote schade hadden gedaan. zijnde de Raadsleden van Gedagten dat de koning van Ternaten zoo wel als Huw Hoog Edelheden wezentlijk groo„ „te reden hadden van misnoegen tegens die van Tidor, me„ „gens eene dusdanige en verraderlijke onderneminge in een Dat tyd dat de Ternatanen zig zoo getrouw bevlijtigden om uit 's Compagnies vijanden op Manabo te helpen bevestigen met en En daar toe een Politicque Commissie zoo dat men van gevoelen was, dat tot voorkoming van vordere trek onheilen, het Hof van Tidor hier over diende te werden onder„ „houden, zoo draa de koning uit zyne ruinen aan de over„ „wal te rug zoude zijn gekeert, welke Commissie als dan aan twee Raadsleden dan wel aan den Tolk van Dijk, benevens een Ternaatse sendeling zoude werden opgedragen. (:onderstond:) Aldus gedaan ende Geresolveert tot Ternaten in't Casteel Orange dato voorschreven (:was ge„ „tekend:) P: J: Valckenaer, G: C: Meurs, J: G: van Raesveld, G: W: van Renesse en K: Koenes. den 27. Septemb: 1737: Saturdag 18: Saturdag den 18. October 177: /onon„ Den wel Edelen Agtb: Heer Gouver„ uit de sangirs zijn geretourneerd denkelijk na hun land waren ver„ Paulus Jacob Valckenaer, Godfried Carel Meurs, „den opperkoopman en Secunde.- Johan George van Raesveld, koopman en fiscaal onderkoopman en soldij Boekhonder Gerardus Willem van Renesse, en Koene Roenes dito en secretaris. „neur en Directeur - - - - - - Het gewoon Gebed met eerbied zijnde aangehoort, begon de Heer Gouverneur het gesprek met te zeggen hoe hij deze vergadering hadde laten beleggen om gezamentlijk Raad te plegen over den inhoudt eener secrete brief van den Resident Hammekam, de dato 6: dezer, dewel„ „ke hier op den 15: met de Bark de Ioa was aangebragtegn waar op de gemelde brief direct werd gelezen, werden„ „de daar uit in de eerste plaats ontwaart, hoe drie Dat de Ternaatse kruis vaartuigen gewapende Ternaatse kruisvaartuigen, bemand met met berigt van de maginaanauwers 132: Alfoeren uit de Sangirs op Manado waren ver„ „scheenen met berigt dat de s op Meerde Man„ „gindanauwse roofvloot, bestaande in 50: zeijlen, tus„ „schen de eiland Chiauw en Tagulanda gepasseert, en denkelijk na hun land waren vertrekken, zonder zig te durven verstouten op die sangvise eilanden aan te gieren of de gemelde Ternaatse vaartuigen aftewagten, niet tegenstaande deze krijgt Corra Corras hen een tijd lang hadden vervolgt, bij welke gelegentheit de Ternatenen nogtans een tyd lang schutgevaarte met de rovers gehouden, en na gedagten eene merkelijke „gens te negen uuren vergadering van Politie Present schade trekken

NL-HaNA_1.04.02_3529_0620 view scan ↗

English

the 18th: And that the enemy had gained little advantage at Saloerang, as well as at Chiauw and Tagulanda. That the Council was just as pleased with this as with the Ternatans' fight against the Magindanauwers, which Hemmekam thinks is nothing other than bragging, what the king of Tagulanda wrote to him about the Hadji saying that two Magindanauwers were off to the Manilas to call upon the Spaniards for assistance, with which the Council agreed. Damage had been inflicted upon the weakened enemy: The Resident further reports that the pirates had also gained little advantage on the island of Great Sangir, for although they had laid the negorij of Saloerang there in ashes, they were repelled by the inhabitants of Manado and Tomako with a loss of three men on the side of the pirates. That the king of Chiauw had also prevented the pirates from landing in his negorij, and that those of Tagulanda had put many pirates to the sword in various skirmishes; which news was heard with great satisfaction by the Council members, as was Resident Hemmekam's account of the battle fought between the Magindanauwers and a heavily manned Ternatan corracorra that occurred on the 23rd of August; on which occasion this Ternatan vessel did indeed suffer some damage through the loss of one killed and six wounded, but in which these Moluccans nevertheless, according to Hemmekam's description, defended themselves very bravely, so that the said Resident is of the opinion that the enemy's desire to invade the Company's garrisons will now be diminished: Being at the same time of the opinion that the statement of the Hadji, about which the king of Tagulanda writes to him, is to be regarded as nothing other than pure bragging: which wanderer, who was probably the notorious Hadji Omar, according to the Tagulanda letter, was said to have told two natives who had escaped from the Magindanauwers that two Magindanauwe corracorras had departed for the Manilas to call upon the Spaniards for assistance, and then with a united force to attack both the Moluccos and the Governments of Ambon and Banda, concerning which the Council members were of one mind with Hemmekam and likewise regarded this statement as mere wind and boastfulness. October 1777: Tagulanda's king approved, as well as the dispatch of the Ternatans around the west of the west coast of Celebes. Hemmekam requests that the Ida may be sent to Manado once that vessel shall have been repaired. So that it was judged that the Resident had done very well to write in like manner to the king of Tagulanda concerning this rumor spread by the said roguish Hadji; just as the Council also fully approved that Hemmekam had likewise given this petty king good hope of being assisted by the Ternatan corracorras, on the assumption that he would use the Ternatan cruising vessels, and not the salaried Ternatans, for such an expedition to the Sangir islands in case the faithful Sangirese should have too hard a time against the Magindanauwers. Furthermore, the Resident reports that in order to foil the enemy's designs, he had sent the Ternatan cruising corracorras around the west of the Celebes coast in order to expel the Magindanauwe pirates and other unauthorized wanderers from the districts, which proof of vigilance was likewise praised and approved by the Council, in the hope of soon hearing of the good outcome of this expedition, just as the Members of this Board also counted on the promise made by the Resident to send this small cruising fleet back hither upon its return to Manado, or otherwise to retain it there according to the circumstances of the time and to employ it as he deemed most useful to the Company. The necessary discussion having been held regarding the Resident's request to send the bark Ida back to Manado swiftly, it was thought fit to reply to him that one would gladly grant this reasonable request, since the Council itself wished nothing more than to have this vessel in its designated place, but that the commander of the vessel had testified that his ship could not possibly undertake the voyage to Manado before it had been repaired of its damage. That it is granted to him as soon as.

Dutch transcription

den 18: Een dat de vijand weinig voordeel op salve roeng behaald hadden zoo mede op Chiauw en Tagulanda Dat de Raad zoo wel vergenoegden als der Ternatanen gevegt met de Magindanauwers, 't geen semmekam denkt dat des „„je daar Tagulandas koning hem overgeschrevena heeft Pieter Magindanauwers nade malias waren om de span jaar„ niet anders als op snijderij is waar mede de Raad zig Confor„ „meerden- schade aan den verflauwden vijand hadden toegebragt: De Resident melt mijkers dat de rovers mede weinig voordeel op het eiland Groot Sangirs hadden behaalt, want datze de Negorij Saloerang aldaar wel in de as„ „sche hadden gelegt, dog datze door de inwoonders van Manado en Tomako met verlies van drie man, van der roovers kant, waren afgewezen. Dat de koning van Chiauw de rovers mede belet hadde om in zijne negorij te landen, en dat die van Tagulanda in diver„ „se schermutzelingen veele rovers hadden in de pan gekapt; welk tijdingen zoo wel tot Groot genoegen der Raadsleden wierden aangehoort, als des Resident Hemmekams verhaal van het gehouden gevegt tusschen de Mangindanaunders en een sterk bemande Ternaatse cor„ „ra Corras voorgevallen op den 23: Augustus; bij welke gelegentheit dit Ternaatse vaartuigen wel eenige schade heeft gekregen, door het verlies van een gesneuvelde en zes gequesten, dog waar bij deze Moluccanen zig egter vol„ „gens Hemmekams beschrijving ook zeer dapper hebben te weer gesteld, zoo dat de gemelde Resident van gevoelen is, vijands lust wel zal verflauwen dat de vijand nu de lust wel zal werden benomen om 's Compagnies bezettingen te inradeeren: Teffens van gedagten zynde, dat het gezegde van den Hadje; waar over den koning van Tagulanda hem schrijfft, niet anders als en dat het gezegde van dien had „ een enkelde opsnijderij is aan te merken: welke zwer„ „ver, die denkelijk de berugte Hadje Oemar is geweest, na luit van de Tagulandase brief aan twee van de Mangindanauwers ontvlugte inlandsers zoude hebben gezegt, dat er twee Mangindanuwle Corra Corras na de Manilis waren vertrokken om de spanjaarden tot „den dat de assistentiese roepenassistie te roepen, en dan met een vereenigde magt zoo wel op de Moluccos, als op de Gouvernementen van Ambon en Banda los te gaan, waar ontrent de Raadsleden met Hemmekam van een Gevoelen wa„ „ren en dit zeggen mede als wind en pacherij aan„ „merkten 20: 2 Sa octo october 1777: Pagulandas koning approbeerden zoo mede de verzending der Ter„ „na tanen om de west van de west Cust Cellbes. Hemmekam verzoekt de Jde na Manado maij werden gezon„ „den araa die Bodem zal zijn ge„ „ repareet. „merkten, zoo dat men oordeelte dat de Resident zeer wel en ook Hemmekams antwoord aam hadde gedaan van den koning van Tegulanda mede indiervoegen over dit uitstrooizel van den gemelden Schelmsen Hadje te schrijven; gelijk de Raad mede vol„ „komen approbeerde dat Hammekam dit koningje mede goede hoope hadde gegeven van door de Ternaatse Carra Cor„ „ras bij gesprongen te zullen werden, in veronderstelling dat hij de Ternaatse hruisvaartuigen, en niet de bezoldig„ „de Ternatanen tot dusdanige togt na de Langvis zoude gebruiken, ingevalle de getrouwe Sangireesen het te quaad tegens de Mangindanauwen mogten krij„ „gen. Verders melt de Resident dat hij ter verijdeling der vijandelijke desseinen de Ternaatse kruis Corra Corras om de west van de kust Celebes hadden gezonden, ten einde de Man„ „gindanauwse Roovers en andere onbevoegde zwervers uit de destricten te verdrijven, welk bewijs van rigelantie mede door den Raad werd gespresen en goedgekeurt, in hoope van den goeden uitslag dezer togt eerlang te mogen ver„ „nemen, gelijk de Leden dezer Tafel mede staat maakten op de belofte die de Resident doet, van dit kruisvlootie bij de terug komst op Manado herwaarts te rug te zenden, of anders na tijds omstandigheeden ginter aan te houden en zoo hij zogt ten meesten nutte van de Compagnie te em„ „ploijeeren. Over des Residents verzoek om de Barkste Ida spoe„ „dig weder na Manado te rug te zenden, het nodige ge„ „sprek zynde gehouden wierd goed gevonden denzelven te rescribeeren dat men deze billijke instantie gaarne wilde inwilligen, aangezien de Raad zelfs niets lie„ „ver wenschten als dit vaartuig op zijn bescheiden plaats te hebben, dog dat de gezaghebber van der staat betuigt hadde dat zijn bodem de Togt na Manado onmoge„ Dat hem geaccordeert is zoolijk konde ondernemen voor dat het zelve van zijne

← previousnext →