Inventory 3529
Japan · 1,230 pages · 332 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
22: Resumption of an Account of extraordinary expenses incurred by Hemmekam during the enterprise. Content of that account. his defects might be remedied, which would mainly consist in this: that the rudder, the fore-crosstrees, foretop, and one or two bitts beams are rotted; and the mainmast is said to be cracked lengthwise, upon which it was further resolved to have it unloaded, and then to have its condition examined by the Master of Equipage Adolfs, in order to make the required repairs thereto if they were of the opinion that this vessel could not put to sea again without repair. Hereupon was examined the Extract sent over by Hemmekam from the Manado Specification of the month of August, specifically containing the extraordinary expenses incurred at that time during the aforementioned enterprise against the Maguindanaos, this Account having the following content. Extract from the Manado specification of the Month of August Anno 1777: Extraordinary Expenses. 343 lbs of Gunpowder, whereof 264 lbs were fired in two days during the attack on the Maguindanaos. 31 lbs for the clearing and hauling off of cannons found to be wet. On the arrival of the Bark the Ioa from Amoerang as well as in honor of the Ternatans upon their return thither. For diverse dispatches to the uplands, especially to cause the Natives to come down in order to help keep the enemy away from these shores. 24 lbs wasted on small sea voyages undertaken in the space of a full year. Gunpowder 343 Pounds - - - - - - - - - ƒ 81: 8: - Ammunition of War: 288 pcs musket cartridges with live shot ƒ 4: 9: 8. 13 pcs Grapeshot of 6 lbs - - - - 9: 5: —. 51 pcs do of 4 lbs - - - - - - - - 7: 17: —. 15 pcs do of 1 lb - - - - - - - - -: 12: 8. 11 pcs canister shot of 6 lbs - - - - - - - - 1: 4: 8. 4 pcs do of 4 lbs - - - - - - - -: 12: —. 31 pcs Round shot of 6 lbs - - - - - - - - 4: 12: —. 18 pcs do of 4 lbs - - - - - - - 2: 12: —. 13 pcs do of 1 lb - - - - - - - -: 15: —. Carried over -- 31: 19: 8. 67: 8: —. 98: 27: 5 October 1777 Brought forward Rds 98: 27: 8. 130 pcs Gunflints used in the space of a full year -: 15: —. 144 Musket cartridges with live shot delivered and consumed on the above-mentioned voyages - - - - - - - 3: 8: — 24 lbs Wax candles consumed in the space of six months both for the sealing of letters and in the execution of the manifold paperwork, as well as the making of signals for vessels in these times of war and in the powder lanterns - - - - - - 3: 12: 8. 24 cans Coconut oil for extraordinary light for the sick as well as the daily greasing of the large quantity of small arms and sidearms on hand in the space of a full year 10: —: — 325 cans Arrack Api, whereof 50 cans poured out in drams over two and a half days among the more than two hundred European Servants, also Burghers and other defenders of the fort and the Company's Lodge against the attack of the Maguindanaos. 30 cans among the Ternate auxiliary troops to the number of about One hundred and fifty Heads. 120 cans among all the uplanders together, who also did their best to help guard the beaches and bravely beat off the enemy. 30 cans to the Expedition Fleet to Barka. 25 cans for the making of Punch in two days for the defenders of the fortress and Lodge. 10 cans to the Surgeon for bandaging the wounded. 60 cans spent and poured out as a dram at diverse meetings held at this lodge, overland marches undertaken, and among the Burghers and slaves, numbering eight, who kept watch at sea almost throughout this month. 325 cans Arrack Api - - - - - - - 9: 8: — 50 lbs Powder sugar used for the making of Punch 5: 2: — 1 pc Guinea ordinary bleached delivered to the Surgeon for lint and bandages for the wounded 9: 17: — 3 pcs Ducatoons for the purchase of fish - - - 8: -: - 2000 lbs Rice - - - - - - - - - - - - 23: 15: 8 100 pieces of wood consumed - - - - - - - - - - - -: 6: — 9: 18: - Sum ƒ 246: 17: 8. Below stood: Agreed. Was signed: F: B: Hemmekam. From which Account it appeared that the munitions of war fired during this attack, with some other consumed
Dutch transcription
22: Resumptie eener Rekening van Extra ordinaire onkosten door Hemmekam bij de onderneming Jnhoud dier tekening zijne gebreeken verhoopen zouden wezen, dewelke hier in voornamentlyjk zouden bestaan, dat het roer„ de voorzaling voormars een twee beting balken verzot; en de groote mast in de lengte gescheurt zou„ „de zijn, waar op verder besloten te laten ontlossen, en dies toestand als dan te laten onderzoeken door den Equipa„ „gie opziender Adolfs, ten einde de vereischte reparaties daar aan te doen indien dezelve van gedagten waren dat dezebo„ „den buiten reparatie niet weder zee konde kiesen. Hier op wierd geëxamineert het door Hemmekam overgezon„ dene Extract uit de Manadose Specificatie van de der nagindanauwers gedaan zijn Maand Augustus inzonderheit vervattende de Extra or„ „dinaire Onkosten die te dier tijd bij de bewuste onderneming der Mangindanauwers waren veroorzaakt, zinde deze Reekening van den navolgenden inhoudt. Extract uit de Manadose specificatie van de Maant Augustus Anno 1777: Extra Ordinaire Ongelden. 343: d: Buskruit daar van in twee dagen gehad hebben te attacq op 264: d: de Mangindanauwers verschoten Bij het afblasen en afhalen van nat 31:-„ bevondene canons Bij aankomst van de Bark de Ioa van Amoerang als mede tot honneur voor Ternatanen bij hun te rugkering na derwaartst. Bij diverse afsendingen na de bove„ landen speciaal om de Jnlanders te doen aftekomen ten fine te hel„ „pen om den vijand van deze stran„ „den te weiren. - — Bij gedane kleine zee togten in 24: den tijd van een rond jaar verspilt min Buskruit - - - - - - - - - ƒ 343 Ponden Ammunitie van Oorlogh snaphaan Patronen en met scherp ƒ 4: 9:8. 288: ps -- „ 9:5:—. Druiven van 6: ib. - - „ „ 4 „ - - - - - - - - „ 7: 17: —. 13: 5i „ – – – – „ —:12:8. „ - - - - - - 15 1„ langscherp „ 6 „ - - - - - - - - „ 1:4 8. 11 „ -----„ —:12:—. 4„ do : - - – – – – – – „ 4:12:–. - Rondscherp„ 6 „ „ 31: 67: 8: —. den 18 Transporteere -- 31:19:8. 9827 5 Oct 13: 11 „ 13: 15: 13 „ „ d:o „ 1„ 4„ – – – – – – – „ 2:12:—. -- -- - „ — 15. —. ƒ October 1777 P=r Transport rd„s 98:27:8. 130. Sees Vuursteenen in de tijd van een rondjaar verbrmpt „ — 15: —. 144: Snaphaan Pattronen met scherp bij boven gemelde togten verstrekt en verbruikt - – – – – – – „ 3: 8: — 24: lb: Waschkaarsen in den tijd van zes maan„ „den zoo tot het cachetteren van brieven als bij het verrigten van het menigvuldige schrijf „werk, mitsgaders het doen van zijnen voor vaartuigen, in deze oorlogh tijden en in de kruit lanthaarens verbruikt - - - - - - „ 24: kann: Olij van Clappus tot Extra ordinair ligt voor de sieken als dagelijks insineren van de aan handen hebbende Groote quantiteit hand en zijd geweiren in den tijd van een rondjaar 325: – kann: Arak Apij daar van 50: kan: onder de ruim twee hondert Europeese Dienaa„ „ren item Burger en verder bewakers van het fort en 'sComp:, Logie jegens den aan„ „val der Mangindanauwers in twee en een half etmaal aan Loopjes verschonken. 30: „ onder de Ternaatse hulps troepen ten getal„ „le van circa Een hondert en vyftig Coppen onder de gezamentlyke bovenlanders, die mede hun best hebben gedaan etr stranden te helpen bewaken, en den vijand dapper af te wevien. Aan de Expeditie Vloot na Barka 30: „ Tot het aanmaken van Pons in twee dagen 25: voor de bewakers van het fortres en Logie Aan de Chirurgijn tot verband aan de bles„ „seerde. 60:— „ Bij diverse gehoudene vergaderingen aan deze logie, gedaane Landstogten, en onder de bij naest gedurende deze maand met hun agten de wagt op zee gehouden hebbende Burgers en slaven tot een extractje verspendeert en „verschonken. v 325: kann: Afak Apij - - - - - - - Poeder zuiker tot 't aanmaken van Ponis verbrinkt„ 50: l 1: p:s Guinees gem: gebl: aan de Chirurgijn tot pluxel en ver„ „banddoek voor de geblesseerde verstrekt. . . . . „ 9: 17: — 8 - 100: „ hout - -. 3: p„s Dukatons tot het inkopen van vischt - - - -„ 2000: l. Rist - — — — — — - - - — — „ 23: 15: 8 verbruikt - - - - - - - - - - - - - „ —: 6: — 9:18:- Somma ƒ 246: 17:8. (:onderstond:) Accordeert:) was getekent:) F: B: Hemmekam. Uit welke Rekening Quam te blijken dat de oorlogs ammuni„ tie bij deze attacque was verschoten, met eenige andere ver„ 81:8: 3: 12:8. 10:—„ 9:8:— „ brinkte 820: „ 5:2:— eds ƒ „ „ 2 - - :-
English
the 18th October 1777 used goods and provisions, amounting in all to a sum of ƒ246: 17: 8. All of which items having subsequently been accurately examined and verified, the Council was of the opinion that under the present circumstances of the times the Resident could not well be restricted in the use of war supplies, for which reason it was resolved by unanimous vote to validate this war ammunition to him, and subsequently to have it written off in the books, together with the used piece of Guinea cloth for bandages for the wounded, and the supplied rice, salt, and fish money to the Ternate cruisers; coming also into consideration during the discussion held on this matter, that the heavy consumption of arrack at Manado caused great vexation to the Council members, as the residents were generally refused and denied the charging of that beverage in excess of the regulations; on the other hand, one could not now blame him for having once treated the servants, Alfoors, as well as the Manado citizens to this drink on account of their shown courage; to which was added that a portion of the charged arrack had been given along to the Ternatans of the Bangka cruise; for all of which reasons it was understood to validate the supplied 325 cans of the said beverage for this journey to the Resident, and to have it written off in the books upon approval of Their High Excellencies. But on the other hand, it was understood to deny Hemmekam the requested compensation of 24 pounds of wax candles, 24 cans of coconut oil, and 50 pounds of powdered sugar, these wax candles having been entered as provided for the sealing of letters and for night light during writing work; the coconut oil for extraordinary night light for the sick and for greasing firearms; and the powdered sugar consumed in making punch; which were regarded as extraordinary expenses that ought not to be brought into practice, since one was almost certain that the Residents would make an abuse of this and would not fail to charge the same annually; for which reason it is understood to order Hemmekam never to enter such extraordinary charges in the future. Furthermore, speaking of the Resident's intention to encourage the natives with all zeal to complete the fortifications of Manado, Kema, and Amoerang, this was pleasing to the Council members, and no less his taken resolution to seize the unwilling who refused to work on them and send them hither, since it was thought that if this measure were once taken in hand and one or another malicious opposer were sent hither under arrest, terror would then enter into the others and lead them to perform all services and constructions that are stipulated in the contracts entered into with the Manados; and as a token that the Council members were willing enough to help promote this necessary labor to the best of their ability, it was approved to send a qualified house carpenter to Manado at the first opportunity, in order to lay out designs there at Hemmekam's request and keep supervision over the native carpenters, in place of the carpenter Pieter van Oorschot, who recently passed away there. Meanwhile, it is also understood to note herewith that the four Ternatans sent over in irons by Hemmekam, named Bisnauw, Parabela, Gogoroe, and Boraga, were immediately handed over to their Sovereign, the King of Ternate, which prince was also informed on that occasion that these fellows, according to the account of Resident Hemmekam, struck the Sergeant Getik placed over them and furthermore conducted themselves very riotously, with the aim of obtaining each month a salempore along with 75 pounds of rice instead of the ration allocated to them; and since these rioters had also won over the other Alfoors to their side through their misconduct, the same was also conveyed in emphatic terms to His Highness, who promised to conduct an immediate investigation into this mutiny and to punish the detainees according to the findings of the matter; which it was decided to reply to Resident Hemmekam by rescript on this article. After the necessary resolutions concerning the Manado letter had been taken, two recently received letters were read from Chiauw's King Ismael Jacobsz, dated 6 and 16 August, and one from Taboekan's King David Johannes
Dutch transcription
den 18: bedragende somma ƒ246: 17 5: worden. aanmerking op de verstrekte 325. kanen Arak Die om de gegevene redenen mede werden afgeschreven. kan Cluppus olij en 50 lb poeder uit gaase wierd aangemerkt „bruikte goederen, en provisien, in alles bedroeg eene Somma van ƒ246: 17:8. Alle welke posten vervolgens accuraats onderzogt en nagegaan zijnde, was de Raad van gevoelen dat de Resident in deze tyds omstandigheden niet wel in het gebruik van Oorlogs behoeften bepaalt konde werden, Die ter afschrijving gepasseerd weshalven met eenparige stemmen besloten wierd, deze oorlogs ammunitie aan denzelven te valideeren, en vervolgens bij de Boeken te laten afschrijven, met en benevens het verbruikte stuk Guinees tot ver„ „band-doek voor de Geblesseerden, en de verstrekte rijs, zout, en visgelt aan de Ternaatse Kruissers: komende bij het hier overgehoudent gesprek mede in aanmerking, dat de zware consumtie van Arak op Ma„ „nado de Raadsleden Groote ergernisse gaf dat de Residen„ „ten het opbrengen dier drank boven het Reglement doorgaans wierd geweigert en afgeslagen, aan de andere kant konde men nu niet Qualijk nemen dat hij de Dienaaren, Alfoeren, benevens de Manadose Burgers, wegens hunne betoonde manmoedig„ „heit eens op dezen drank hadde onthaalt; waar bij nog quam dat een gedeelte van de opgebragte Arak aan de Ternagtanen van de Bankase kruistogt was mede gegeven; om alle welke redenen verstaan wierd de verstrekte 325. kannen van de gemelde drank, voor deze reis aan den Resident te valideeren, en op approbatie van Hun Hoog Edelheden bij de Boeken te laten afschrijven: dog daarentegen is verstaan om Hemmekam de ver„ zogte vergoeding te ontzeggen van 24: Panden was kaarssen, Dog niet de 24: P wakaarsen 24: 24. kannen olij van Clappus, en 50: Ponden Poeder Zuiker, zynde suiker dat voor eene buiten gewoondeze waskaarssen opgebragt als verstrekt tot het cachetteeren van brieven, en tot nagtligt bij het schrijfwerk; de Clappus olij tot extra ordinaire nagtligt voor de zieken, en voor het aansmeeren van geweer; en de zuiker Poeder verbruikt bij het maken van Pons; het geen als buiten gewoone &c: uitgaven wierden aangemerkt, die niet in train gevoert behoorden te werden, dewijl men bij na verzekert was dat de Residenten hier van een misbruik maken, en niet nalaten zouden dezelve jaarlijks in reke„ „ning te brengen, uit welken hoofde verstaan is om Hemmekam te ordonneeren van diergelijke angewoone 24: October 1777: Hemmekams goede voornemen „do, Kema en Amoerang met De door Hemmekam in de boe„ „ijen opgezondene vier Terna„ „tanen zijn aan Hunnen Land„ „heer overgegeven. „zijn hoogheits belofte aon de„ „zelve na bevendingte straffen van Chiauw en die van Theboe„ „kan wegen der magindana u Communicatie van de Koning „wers vijandelijkheden ongewoone ongelden in 't vervolg nimmer op te brengen. Voorts gesproken werdende over des Residents voornemen om de Inlanders met allen ijver aan te sporen, tot het voltooijen der vesting werken van Manado, kema en allen ijvch te voldoenen geap„Amoerang, was zulks de Raadsleden aangenaam, en niet minder desselfs genomen besluit om de onwilligen„ die weigeragtig waren daarom te arbeiden, op te pak„ „ken en herwaarts te zenden, vermits men dagt dat in„ „geval dit middel eens bij der hand genomen, en de een of andere quaadwillige tegenstrevers herwaarts in arrest wierd opgezonden, de schrik als dan wel in de anderen komen en dezelve zouden opleiden om alle diensten en opbouwingen te verrigten, die bij de aangegaane Contracten met de Mana„ „dosen zijn bedongen, en ten blijke dat de Raadsleden bereid„ „willig genoeg waren om dezen noodzakelijken arbeid na hun vermogen te helpen bevorderen, wierd goedgevonden om bij de eerste gelegentheit een bequaam Huistimmerman na Manado te zenden, om aldaar op Hemmekams ver„ „zoek bescheiden te leggen, en het opzigt over de Inlandse tim„ „merlieden te houden, in steede van den jongst aldaar overleden Timmerman Pieter van Oorschot. Middelerwijl is ook verstaan bij dezen te noteren, dat de door Hemmekam in de boeijen overgezondene vier Ternatanen, in naame Bisnauw, Parabela, Gogoroe en Boraga, ten eersten aan hunnen Landheer den Koning van Ternaten zijn overgegeven, welke vorst bij die gelegentheit mede verwittigt is, dat deze knapen volgens het relaas van den Resident Hemmekam, den over hun gestelden sergeant Getik geslagen, en zig wijders zeer oproerig hebben aangesteld, met oog„ „merk om alle maanden een Salempoeris benevens 75: ponden rijs te bekomen in stede van het hen toegelegde randsoen; en dewijl deze oproermakers de overige Alfoeren door hun wange„ „drag mede op hunne zijde hadden overgehaalt, was het zelve mede in nadrukkelijke termes aan zijn Hoogheit te verstaan gegeven, die belooft heeft direct onderzoek na dezen opstand te zullen doen, en de arrestanten na bevinding van zaken, te straffen, het geen men besloot den Resident Hemmekam by rescriptie op dit artikel te antwoorden. Na dat de nodige besluiten over de Manadose brief waren genomen, wierden opgelezen twee jongst ontfangene brieven van Chiauws Koning Ismael Jacobsz:, de datis 6en 16: Augustus, en een van Taboekanes Koning David om de vesting werken aan Mana„ Johannes „probeert - 1 - 25:
English
the 18th had written, and therein is spoken of. The King of Chiauw requests excuses to those of Ternaten over the shooting to death of a Ternatan in the attack against the Magindanauwers. Ternate's king takes this as an accident, and is very well pleased over the conduct of Siau's king. Johannes Philip, dated the 24th of September; which three letters in particular were intended to inform the Council of the military enterprises which the Mangindanauwers had undertaken for some time past both on the island of Chiauw and on the settlement of Taboekan and the small islands situated thereabouts, during the months of June, July, August, and September of this year; it being observed upon the reading of these letters that these petty kings give almost the same account to the Council of the robberies committed by the Mangindanauwers as they had written about this to the Resident Henmoekam, as has already been cited at the beginning of this Resolution; which corresponded very well with what they had written to Manado's Resident, spoken of at the beginning of this Resolution; whereby likewise, to the particular satisfaction of the Council members, it was noted that these courageous and faithful petty kings of Chiauw and Taboekan, together with their subjects, continually resist the robbers bravely, and deprived many a robber who sought to land on their islands of his life, so much so that on the 4th of August Chiauw's king had also sent out to sea a small fleet, manned with 300 men, to relieve a Ternatan corocoro, since this vessel might otherwise have fared badly against five large Mangindanauwer proas which pursued the Ternatans in sight of Chiauw, which effort of Chiauw's king also had a desired effect, having brought it about that the robbers had to look for a good retreat and had to abandon the Ternatan war vessel: although the Chiauwese had the misfortune, through a misunderstanding, to shoot dead a man in the Ternatan proa; over which misfortune the King of Chiauw requested that his excuses be made to the Ternatan monarch: whereupon the Governor gave the members to understand that he had already caused the last-mentioned king to be spoken to about this, who had also understood such from his officers and testified to being well assured that this was an accident, over which he would take no offense, but on the contrary was extremely satisfied with the conduct of the said petty king of Chiauw, since he had shown much courtesy to the Ternatans upon their arrival at the Sangihe islands and had even assisted them with provisions to reassure Chiauw's king concerning the mistake committed by his people, and to convey the Council's satisfaction, both to him and to the King of Taboekan, by written reply, over their demonstrated courage, just as it was also approved to supply the faithful Sangihese, by opportunity directly from here, or else via Manado, with some war ammunition, pursuant to the resolution already taken in the secret session of the 13th of September. Beneath stood: Thus Done and Resolved at Ternaten in Castle Orange on the date aforesaid. Was signed: P. J. Valckenaer, G. C. Meurs, J. G. van Raesveld, G. W. van Renesse, and R. Koenes. Thursday the 23rd of October 1747, in the morning at nine o'clock, meeting of the Council of Policy. Present: The Right Honorable Governor and Director of the Moluccas, Paulus Jacob Valckenaer, The Senior Merchant and Second, Godfried Carel Meurs, The Merchant and Fiscal, Johan George van Raesveld, The Junior Merchant and Bookkeeper, Gerardus Willem van Renesse, and The Secretary, Roelof Koenes. The common affairs having been dealt with this morning, the Governor gave the Council members to understand that, owing to the indisposition of some Council members and the small number of this assembly, he had sent the interpreter Van Dijk to the Court of Tidore, in order to make there, pursuant to the resolution taken in the secret session of the 27th of September, the necessary representations against the recent outrages committed by the Tidorese on the Ternatan settlement of Momalatti, situated on the opposite shore of Halmahera, the details of which are described in the aforementioned Resolution. Dispatch of the interpreter Van Dijk to Tidore, accompanied by a Ternatan scribe. Contents of the report regarding his executed commission. That the interpreter Van Dijk, accompanied by a Ternatan scribe, had departed with this objective for Tidore on the 4th of this month, and had executed the orders of this Government in such manner as is described in the following report, which the said interpreter handed over to his Honor on the 17th of this month by way of a report, in all reverence submitted, To the Right Honorable Paulus Jacob Valckenaer, Governor and Director of the Moluccas. Right Honorable Commanding Lord, It was the 4th of this month when, by Your Right Honor's highly esteemed order, I departed for Tidore in order to report to His Highness
Dutch transcription
den 18: hadden geschreven, en daar in het „ken is. De koning van Chiauw verzoek excuus aan die van Ternaten over het dood schieten eener Per„ „nataan in de attacque tegens de magindanauwers Ternaats koning neemt dit voor „noegt over het gedrag aan shiauws Johannes Philip, gedateert den 24: September; welke drie brieven inzanderheit waren waren ingerigt om den Raad kennis te geven van de krijgs ondernemingen, dewelke de Man„ „gindanauwers zedert eenige tyd herwaarts zoo op 't eiland Chiauw, als op de Negorij Taboekan, en de daar ontrent gelegene kleine eilandjes hadden verrigt, gedurende de Dat heel wel over een kwam met maanden Junij, Julij Augustus, en September dezes jaars; wor„ het geen zij aan nanados Resident, dende bij 't lezen dezer brieven ontwaart, dat deze koningjes begin dezer Resolutie overgespac„ van de gepleegde roverijen der Mangindanauwers bykans het zelfde verslag aan den Raad doen, als dezelve hier overaan den Resident Henmoekam hebben geschreven, zoo als in het begin dezer Reso „lutie reets is aangehaalt; waar bij van desgelijken tot bij„ „zonder genoegen der Raadsleden wierdt aangemerkt, dat de„ „ze manmoedige en getrouwe koningjes van Chiauw en Taboe„ „kan, benevens hunne onderdanen, zig bij Continuatie dop„ „per tegens de rovers te weer stellen, en meenigen rover die op hunne eilanden zogten te landen, van het leven beroofden, in zoo verre dat Chiauws koning op den 4: Au„ „gustus nog een vlootie, bemant met 300: koppen, in zee had„ „de gezonden, om een Ternaatse Corra Corras te ontzetten, dewijl dit vaartuig het anders wel te quaad konde hebben gekregen tegens vijf groote Mangindanauwse prauwen, die de Ternatanen in het gezigt van Chiau vervolgd en, welke poging van Chiauws koning ook eene gewenschte uitwerking hadde gehad, als te weeg hebbende gebragt, dat de rovers na een goed heerkoomen omzien, en het Ternaatse oor„ „logs vaartuig hadden moeten verlaten: hoewel de Chiauresen het ongeluk hadden gehad, door misverstand, een man in de Ternaatse prau dood te schieten; over welk ongeluk de ko„ „ning van Chiau verzogt zijn excuus bij den Ternaatsen vorst te maken: wanneer de Heer Gouverneur aan de leden te verstaan gaf dat hij den laastgemelden koning daar over bereets hadde laten onderhouden, die zulks mede van een ongeluk aan, en is zeer vergen zijne officieren hadde verstaan, en betuigt van wel verze„ „kert te zijn dat dit een angeluk was, waar over hij geen misnoegen zoude op vatten, maar daarentegen ten uittersten voldaan was over het gedrag van het gemelde koningje van Chiauw, vermits dezelve de Ternatanen, bij hun komst op de Sangvis, veel beleeftheit bewezen en zelfs met levens„ „middelen hadde g'assisteert om Chiauws koning wegens de begaane misslag der zijnen gerust te stellen, en des Raads genoegen, zoo wel aan hem als den koning van Taboekan, bij 26: koning 27 October 1717 bij rescriptie te verstaan te geven, over derzelver betoonde manmoedigheit, gelijk mede goedgevonden is om de getrouwe san„ „giresen, bij gelegentheit direct van hier, dan wel over Manado te gerieven met eenige Oorlogs ammunitie, ingevolge het reets genomen besluit ter secreete sessie van den 13: September. (:onderstond:) Aldus Gedaan ende Geresolveert tot Ternaten in't Casteel Orange dato voorschreeven (:was geteekent:) P: J: Valckenaer, G: C: Meurs, J: G: van Raesveld, G: W: van Renesje, en K: Koenes. Donderdag Den wel Edelen Agtbaren Heer Gouver„ Tidak ingezelschap van een Ternaats schryver. inhoud van het Berigt wogens kun„ hadde overgegeven „nen gedaane Commissie „neur en Directeur der Moluccos. - - . Paulus Jacob Valckenaer, Den opperkoopman en Secumde Godfried Carel Meures, „ koopman en fiscaal - - - Johan George van Raesveld, „ onderkopman en Sodijsdoekhoude Gerardus Willem van Renesse, en Deo Roene Koenes. „ en Secretaris De gemene zaken heden morgen zijnde afgehandelt, gaf afzending van den Tolk van dijk na de Heer Gouverneur aan de Raadsleden te verstaan, dat hij we„ „gens de indispositie van sommige Raadsleden, en het gering aantal dezer vergadering den Ttolk van Dijk na het Hof van Tidor hadde gezonden, om aldaar, inge„ „volge het genomen besluit ter secreete sessie van den 27: Sep„ „tember, de nodige vertogen te doen tegens de onlangs gepleegde baldadigheden der Tidoresen op de Ternaatse Negorij Momalat„ „ti, gelegen aan de overwal van Halmahiera, waar van de bijzonderheden ter evengemelde Resolutie beschreven staan. Dat de Tolk van Dijk, zig ingezelschap van een Ternaatse schrijver, met dit oogmerk op den 4: dezer na Tidor had„ „de begeven, en de ordres dezer Regering in diervoegen had„ „de uitgevoert, als beschreven staat, bij het ondervolgend Berigt, t' geen die Taalsman op den 17: dezer aan zijn welEdele Berigt bij forma van Rapport, in alle Eerbiedovorgeleen „verz, Aan den wel Edelen Agtbaren Heer Paulus Jacob Valckenaer; Gouverneur en Directeur der Molucoos Wel Edele Agtbare Gebiedende Heer Het was den 4: dezer wanneer ik mij uit uwelEdele Agtbarens hoog geeerde ordre na Tidor begaften einde zijn Hoogheit te Present Donderdag den 23: October 1747: 'S morgens te negen uuren verga„ „dering van Politie rapporteeren 28 „
English
29 to report that a certain Kimalaha named Gotowazie had dared to kill an Alfur woman with his retinue at Momalatie, situated under the district of Tobillo, and since the said woman had a large family who were employed in the Company's affairs at Manado, your Right Honourable, as well as the King of Ternate together, imagined that when the aforesaid Alfurs came to hear of this, they would certainly take revenge and abandon Manado, therefore requesting that His Highness of Tidore might have the aforementioned Kimalaha Gotowazie taken into custody in order to punish him according to his deserts, and at the same time that His Highness would be pleased to seriously reprimand and forbid his other subjects from committing any further outrages and murders against the Ternatans or otherwise in the future, as peace and quiet currently flourished in the Moluccas; to which His Highness replied that it was not the Kimalaha Gotowasie, but rather the Kimalaha Sugie, in the company of two other proas manned by 23 heads, who had sailed to Momalatie in order to exchange two of their slaves there for other foodstuffs, and having arrived there, no sooner had they sold one of their slaves than they were warned by a Tamboekor to leave from there quickly, because the Alfurs were already prepared to come and attack them, which also happened immediately, when the Alfurs fired upon them with half-pounder cannonballs, which His Highness showed to the undersigned as well as to Ensign Branch, to such an extent that the aforesaid Kimalaha Sugie and his retinue had to flee, leaving behind their goods; and in that incident 3 of their men were wounded, so that His Highness of Tidore took great offense at the continual complaints of the King of Ternate, of which his own subjects are the greatest cause, further adding that if we kings continually give ear to our disobedient, nay, lying subjects, we shall certainly enjoy Hell as our resting place after departing this life; at the same time the King of Tidore promised to do his best to prevent his subjects from doing evil. His Highness of Tidore requests the King of Ternate that his subjects who live far away may trade freely and openly without passes on the Ternatan lands, just as he also permits the Ternatans who have the inclination to trade on the Tidorese lands, since it is far for the Mabarese, Wedarese, etc., to come to Ternate to ask for passes, just as it is for those of Galela, Tobelo, and elsewhere to come to Tidore to demand the same. Lastly, His Highness further made known to me in a conversational manner how extremely ashamed he found himself, since Tidore's King defends the past misdeeds at Momalatie and retorts the same upon the Ternatan Alfurs. Requests also to persuade Ternate's King that the peoples of [illegible] without passes on the Ter[illegible] shows himself also ashamed that the Council did not want to accept his help to resist the Magindanaoans. since he had offered his assistance of proas and men to your Right Honourable to resist the Magindanaoans together with the Ternatans, and it had not pleased you to accept it, but only that of the Ternatans, whereas he nevertheless showed his goodwill faithfully to the Honourable Company. This conversation having ended, I took my leave, and His Highness requested me to give his cordial greetings to your Right Honourable. Hoping to have fulfilled the honoured intentions of your Right Honourable, I call myself with the utmost respect. Beneath stood: Right Honourable Commanding Lord. Lower: Your Right Honourable's humble and very obedient servant. Was signed: C. van Dijk. In the margin: Ternate, the 17th of October 1777. The 23rd. From which report it was observed in the first place how the King of Tidore entirely excused his subjects regarding the [illegible], nay, even maintained that he had much sooner reason to complain about the hostile treatment that his people had undergone at that time at Momolatti, because the Ternatan Alfurs had fired with half-pounder cannons upon his subjects who had come there to trade, whereby his people were forced to take flight, leaving behind their goods, after three Tidorese had previously been wounded by the Alfurs; on which grounds the King of Tidore had shown himself very displeased, although he had promised to prevent his subjects from committing hostile acts. Furthermore, His Highness had requested that the King of Ternate might be persuaded to grant permission to the peoples of Maba, Weda, and other far-dwelling Tidorese to come and trade without passes on the Ternatan lands, which he then on his part would also allow to the Ternatans; the said prince having also said to the interpreter that he was ashamed that the Council had not accepted his assistance of men and vessels, in order to 30
Dutch transcription
29 rapporteeren, dat zekere Kinelaha in name Gotowazie, zig hadde onder„ „staan om met zijn gevolg te Momalatie, gelegen onder 't distrakt van Tobillo, eene Alfoereese vrouwsperzoon om 't leven te brengen, en dewijl gemelde vrouw mens een groote familie hebbende dewelke in 's Compagnies affaire te Manado waren uwelE: Agtb: zoo wel als Ternaats koning, zig te zamen, verbeelde dat wanneer voorsz: Alfoeroe quamen te horen, zig zekerlijk daar over zoude vraak oeffe„ „nen en Manado verlaten, derhalven verzoekende dat Tidors Hoog„ „heit, den voornoemde Kimalaha Gotowazie mogte doen ontfan„ „gen om hem straffe na verdienste te geven, en teffens dat zijn Hoogheit gelieve te behagen, zijne verdere onderdanen serieusselijk te bestraffen en te verbieden, om in het vervolg geene verdere baldadigheden en moordenarijen aan de Ternatanen als anderzints te doen, dewijl de rust en vreede thans in de Moluccos vloreerde; daar op dient zijn Hoogheit tot antwoord dat niet den Kimalaha Gotowasie maar wel den kimalahie Sugie, in geselschap van twee andere prauwen bemand met 23: koppen naar Momalatie waren geva„ „ren ten einde aldaar twee hunner slaven tegen andere eet„ „waare te verruilen, wanneer daar gekomen zynde niet zoo haast eene van hunne slave verkogt te hebben, of zylieden wierden gewaarschouwt door eene Tamboekor, om maar spoedig van daar te vertrekken, dewijl de Alfoeren alreeds ge„ „reet waren om hem te komen overvallen, 't welk ook imme„ „diaat geschiede, wanneer de Alfoeren hun lieden met half ponder ko„ „gels beschoten dewelke zijn Hoogheit den ondergetekende zoo wel als den vaandrig Branch heeft vertoond, tot zoo verre, dat voorsz: kimalaha soegie, en zijn gevolg na agterlating hunner goederen moesten vlugten; en bij dat geval 3: hunne lieden zijn gebesseert, zoo dat Ttidors Hoogheit zig zeer geërgert heeft over te geduurige klagten van Ternaats koning, daar zijne onderdanen zelver de grootste oorzaak van zyn, met verdere toevoeging bij aldien wij koningen geduurig gehoor geven aan onze ongehoorzame ja leugenagtige onderdanen zullen wij zeker„ „lijk na 't afleggen van dit leven de Hel tot rusplaats genieten; teffens beloofde Tidors koning van zijn best te zullen doen, om zijn onderdanen 't quaaddoen te beletten. Tidors Hoogheit verzoekt den Koning van Ternaten dat zyne onderdanen dewelke verafwoonen vrij en vrank zonder passen, op de Ternaatse landen mogen handelen, evengelyk hij mede de Terna„ „tanen permitteerd de zinnigheit hebben om op de Tidoreese lan„ „den te handelen dewijl 't ver af is voor de Mabaresen, wedarie„ „sen &„a om na Ternaten te komen passen te vragen even„ „gelijk die van Galella Tobello als anderzints, om na Tidor te komen, en dezelve te Eijzen. Laastelijk gaf zijn Hoogheit mij verder dus koerende wijze te kenne, hoe hij zigten uittersten beschaamt, vindende, dat dewijl gelee¬ - Tidens koning verschdart zijne „ne euveldaden op Momalatie en retorqueert het zelve ok de Tervaatse Alfoeren. verzoek ook om Ternaats kooring te bewegen dat de volkeren van „sen zonder passen op de Ter„ zigt ook aen keldang te zijn dat de Raad zijn hulp om de magindaneuwers te keer te gaan niet helft willen accepteren. dewijl hij zijn hulp van prauwen en volk uwel Ed: Agtb: hadde aan„ „gepresenteert om te gelijk met de Ternatermn de Magindanauwers te keer te gaan, met hadde gelieven te accepteren, maar welde Ter„ „natanen alleen daar hij egter zijne welmenentheid, getrouwelijk de E: Compagnie betoonende Na dit gesprek gedaan zijnde nam ik mijn afscheid, en zijn Hoogheit verzogt mij uwel Edele Agtbare van zijnen wegen herte„ „lijk te groete. verhopende aan uwel Edele Agtb: geëerde intentie te zullen hebben voldaan zoo noeme mij met de uitterste eerbied. (:onderstond:) wel Edele Agtbare Gebiedende Heer (:lager:) uwel Edele Agtb: onderdanige en zeer gehoorzame dienaar /:was ge„ „tekent:) C: van Dijk (:in margine:) Ternaten den 17: Octo„ „ber 1777: den 23 Uit welk Berigt in de eerste plaats wierd ontwaart, hoe de ko„ onderdanen wegens de beij aan„aning van Tidor zine onderdanen ten eenenmaal verschonden Ja zelfs sustineerde, dat hij veel eerder rden hadde om klagtig te vallen over de vijandelijke behandeling, die de zijnen te dier tijd op Momolatti hadden ondergaan, dewijl de Ternaatse Alfoeren op zijne onderdanen, die aldaar gekomen waren om te hande„ „len, met half Ponder Canons hadden geschoten, waar door de zijnen genoodzaakt waren geworden om, met agterlating hunner goederen, de vlugt te nemen na dat bevorens drie Tidoraesen door de Alfoeren waren gequest. uit welken hoofde de koning van Tidor zig zeer misnoegt hadde betoont, hoewel hij belooft hadde zijne onderdanen het pleegen van vaandelijkheden te zullen beletten. Wijders hadde zijn Hoogheit verzogt dat de koning van Cor„ Moba weda en andere tidore „ naten bewogen mogte werden om de volkeren van Maba, we„ „vecatse zanden mogen hanbasda, en andere veraf wonende Tidoreesen, te vergunnen van zonder passen op de Ternaatse Landen te komen handelen, het geen hij als dan van zijne zijde mede aan de Pernata„ „nen zoude toelaten: Hebbende gemelde vorst mede aan den Tolk gezegt, dat hij beschaamd was dat de Raad zijn de beschaid hulp van volk en vaartuigen niet hadde geaccepteert, om 30:
English
31: October 1777 Displeasure of Ternate's prince concerning the conduct of those of Tidore, nor will he consent to the request of Tidore. Considerations on the refusal of Tidore auxiliary troops to check the Maguindanao pirates jointly with the Ternatans, since he nevertheless demonstrated his goodwill for the Company so faithfully at all times. The Lord Governor subsequently added hereto that he had directly informed the King of Ternate of the outcome of this commission, who had been very displeased that Tidore's king defended his people in such a manner, and sought to cast everything upon the Ternatans, so that he was in great desire that Their High Excellencies would bring the Tidore prince to different thoughts, the King of Ternate having also requested of the interpreter that he could not consent to the proposal of the King of Tidore to allow his subjects to sail without passes to the Ternatan lands, because he was certain that all kinds of irregularities would arise therefrom; wherefore he intended to adhere strictly to the treaties between the mutual princes, whereby their subjects were forbidden to come and trade in each other's lands without passes. Having discussed this, the Council members were also of the opinion that this agreement ought to be maintained, which it was deemed proper to make known to the King of Tidore through Ensign Brauck. Furthermore, the members of this Table thought it to be a very good thing that the Tidorese had not been called upon for help to restrain the Maguindanaos, because from a combined military force of Tidorese and Ternatan Alfur nothing but utter disaster was to be expected, for which reason Their High Excellencies have also approved that the Council had waived the Tidore auxiliary troops. At the bottom stood: Thus done and resolved at Ternate in the Castle Orange, on the date aforesaid. Was signed: P: J: Valckenaer, G: C: Meures, J: G: van Raesveld, G: W: van Renesse, and K C Koenes. Saturday the 13th of December 1777: In the morning at nine o'clock, meeting of the Council of Policy. Present: The Right Honorable Lord Governor and Director of the Moluccas, Paulus Jacob Valckenaer, The Senior Merchant and Secunde Godfried Carel Meures, The Merchant and Fiscal Johan George van Raesveld, The Junior Merchant and Pay Bookkeeper Gerardus Willem van Renesse, and The ditto and Secretary Koene Koenes. Gorontalo Resident complains about the unfaithfulness of the King Mono Arfa. The Council's observation thereon. This meeting being expressly convened to deliberate upon a secret letter from the Gorontalo Resident Wentholt, dated 10 November, which was brought here with his general letter of this date, this secret missive was read aloud for that purpose, and from it was first observed that the King Mono Arfa was once again beginning to tread his old underhanded ways, as Wentholt makes almost the same complaints about his unfaithfulness, avarice, and violent acts as the former Residents Van de Walle and Mol have done; so that the Council found no reason to call into question Wentholt's representations regarding the bad conduct of this petty prince. The Council members observed hereupon how indisputable it was that the ruinous manner of governing of a chief who, so to speak, arrogated a sovereign rule over Gorontalo to himself, must be utterly detrimental to the Company and even to his own subjects, who, as appears from Wentholt's letter, were heavily oppressed and tyrannized, because they had to work incessantly on Mono Arfa's stone houses, and moreover still had to pay double burdens. 32:
Dutch transcription
31: October 1777 Misnoegen van Ternaats vorts omtrent het gedrag van die van wil ook in het verzoek van Tidckt niet bewilligen Consideratien over de weigering van Tidok hulp troep om gezamentlyk met de Ternatanen de Mangindanauuse rovers te keer te gaan, daar hij egter zijne welmeenendheit voor de Compagnie ten allen tijde zoo getrouwelijk betoonde. De Heer Gouverneur Voegde hier vervolgens bij, dat hij den koning van Ternaten direct van den uitslag dezer Commissie kandschap hadde laten geven, die zeer misvoegt was geweest dat Tidors koning zijn volk dusdaniger wijze voorsprak, en alles op de hals der Ternatanen zogt te schuiren, zoo dat hij in Groot verlangen was dat Hun Hoog Edelheden den Tidoreesen vorst, eens tot andere gedragte zouden brengen, Hebbende die van Terna„ „tanen mede aan den Tolk gezogt, dat hij niet bewilligen kon„ „de in den voorslag des konings van Tidors, om desselfs onder„ „danen zonder passen op de Tornaatse landen te laten varen, vermits hij verzektert was dat daar uit allerlij ongeregeltheden zou„ „den ontstaan; weshalven hij zig stiptelijk aan de Tractaten tus„ „schen de wederzijdse vorsten dagt te gedragen; waar bij het henlieder onderdanen verboden was om zonder passen in des anderens landen te komen handelen. waar over gesproken zynde, waren de Raadsleden ook van gevoelen dat deze overeenkomst onderhouden diende te werden, het geen men goedrand den koning van Tidor door den vaandrig Brauck te doen weten. Voorts dagten de leden dezer Tafel het een zeer goede zaak te zijn, dat de Tidoreesen niet tot hulp waren geroepen om de Mangindanauwers te beteugelen, vermits van een gecom„ „bineerde Oorlogs magt van Tidoreesen en Ternaatse Alfoeren niet als alle onheil was te wagten, om welke reden Hun Hoog Edelheden mede hebben goedgekeurt dat de Raad van de Tidoreese hulptroepen hadde afgezien. (:onderstond:) Aldus gedaan ende Geresolveert tot Ternaten in't Casteel Orange dato voorschreeven (:was getekent:) P: G J: Valckenaer, G: C: Meures, J: G: van Raesveld, G: W: van Renesse, en K C Roenes. Saturdag ers Tidok 5 ƒ Den wel Edelen Agtb Heer Gouverneur 1777 Saturdag den 13. December 1777: Smor„ „gens te negen/ uuren vergadering van Politie en Directeur der Moluccos - - - - - gorontaalse Resident klaagt over de ontrouwheit van de koning hond Arfa Des Rtaads aanmerking daar over Paulus Jacob Valckenaer, Den Opperkoopman en Secunde Godfried Carel Meures, „ Raopman en Fiscaal. - . _ Iohan George van Raesvald, „ onderkopmam en Soldij Boekhouder Gerardus Willem van Renesse, en Koene Koenes. „ dito en Secretarie Deze vergaderingesopres belegt zijnde om te Raad plegen over eene Secreete brief van den Gorontaalsen Resident Wentholt, de dato 10: November, die hier met desselfs gemeene brief van dezen datum is aangebragt, zoo wierd deze secreete missive ten dien einde opgelezen, en daar uit voor eerst ontwaart dat af de de Koning Mono Arfa kijne oude sluiksche gangen wederom begon te gaan, dewijl wentholt bij kans de zelfde klagten doet over deszelfs ontrouw, schraapzugjt, en geweldenarijen als de gewezene Residenten van de walle en Mol hebben gedaan: zoo dat de Raad geen zeden vond om wentholts vertogen wegens het sleg gedrag van dit vorstje in twijffel te trekken. De Raadsleden merkten hier op aan, hoe het onbetwistbaar was, dat de verderffelijk regerings wijze van een Hoofd, die zig, om zoo te spreken, eene souvereine Regeering over Gorontalo aanmatigde, ten uittersten nadeelig moeste zijn voor de Com„ „pagnie en zelfs voor zijn eigen ondertaten, die blijkens oront„ „holts brief geweldig onderdrukt en geknevelt wierden, door „dien te onophoudelijk aan Mono Arfa zijne steene hui„ „zen moesten arbeiden, en bovendien nog dubbelde lasten de Present opbrengen 32: we
English
The subjects there desire another ruler. The Council recalled Their High Excellencies' letter of 14 December 1778, as they will now have to deliver the earlier orders of his Highness and the same, which orders the Resident reported, which one could easily imagine made these people very despondent; to such an extent that great and small there, according to the Resident's account, extremely longed for a change and improvement in the governance of the land, which they requested the Resident at night, and at unseasonable hours, and thus in secret, to effect. Wherefore this Servant requested to hear the Council's opinion on this matter, and to be instructed on what he ought to do in this affair. After which grievous news was attentively discussed and deliberated upon, it was recalled on this subject that Their High Excellencies wrote to the First Signatory by secret letter of 14 December 1776, that Their Highnesses could well tolerate that the order given concerning Mono Arfa remain suspended, if he should give real signs of improvement, or if there was well-founded hope for the future that he would change his conduct. Now, according to the Resident's reports, matters stood entirely differently, and there was not the slightest appearance that any notable change for the better would ever come with Mono Arfa, so that the Council, if necessary, would be justified in proceeding according to the order that Their High Excellencies, in previous letters, have given concerning his person, and to which our High Masters refer in the cited Article. For all which considerations the Members of this Board saw fit to inform the Resident Wintholt, upon the Oath taken to the Company, and under the seal of Secrecy, how the First Signatory was already two years ago, upon his made proposal, granted the liberty to have Mono Arfa, along with his Wife Njonja Sien, and son Ambohinga, apprehended and brought hither in custody; to which resolution Their High Excellencies seem to have arrived primarily due to the long-standing complaints made by the former Residents van de Walle and Mol about the faithless conduct of the said Mono Arfa. Whereunto for Wintholt's instruction would be added that, on account of the continuing bad and faithless conduct of the said petty prince, the Council would make no difficulty in proceeding according to the initial permission of our High Masters, and to apprehend Mono Arfa along with his household in the best practicable manner, provided that he, the Resident, was assured of being able to accomplish this without exposing our people to danger. But that Their High Excellencies, upon the Governor's proposal, had ordered to send 60 European soldiers to Gorontalo to arrest this person. Yet the Council, recognizing in this regard that this number of military men could presently not be spared for this purpose, since this garrison was so weak that in these present circumstances it could not possibly be depleted of men; so this would also be presented to the Resident, and he would further be written to on this subject, that the sloop the Jaccatra, currently departing for Gorontalo, was reasonably well provided with war supplies and manned with thirty sailors, thus with ten men more than were usually assigned to it: If the Resident now saw a chance to arrest Mono Arfa with his Family without causing much commotion, and to get them onto the vessel, then these men, in the judgment of the Council members, would be strong enough to guard this Regent and his kin and bring them hither; which would be clearly made known to the Resident in this manner, with an order to undertake this enterprise, and with further recommendation not to undertake this enterprise except with well-considered judgment, and with a firm prospect of a good outcome; for in case the Resident anticipated any difficulty in the execution, the Council considered that it was much better to refrain from this attempt and wait for a suitable opportunity; whereby the Resident would also be informed that in case the apprehension of these persons were undertaken, he should take care to place as many of Mono Arfa's slaves and goods under sequestration.
Dutch transcription
De onderdanen aldaar verlangen naar een andere gebieder Die Raad: verrinnerde zig hun hoog Edelhedens aanschrijven van den 14: December 1778: Daar ze thans van zullen moeten de vroegere ordres van zijn Hoogs„ en de zelven. welke ordres den Resident. opbrengen, het geen menligt konde denken dat deze Monschen zeer moedeloos maakte; in zoo verre, dat grooten en kleinen aldaar, na des Residents verhaal, uittermaten na eene veran„ „dering en verbetering van het landsbestier reik halsden, het geen zij den Resident bij nagt, en ontijden, en dus in 't geheim verzogten te bewerken weshalven deze Dienaar verzogt om hier ontrent des Raads gevoelen te horen, en onderrigt te werden, wat hem in deze zaak te doen stond. Over welke verdrietige tijding met aandagt gesproken en geraad pleegt zijnde, herminerde men zig op dit onderwerp„ dat Hun Hoog Edelheden den Eersten Tekenaar bij secreete brief van den 14: December 1776. hebben geschreeven, dat Hoogst dezelve wel mogter lijden, de wegens Mono Arfa ge„ „geve ardre opgeschort blief, indien hy reëele blyken van beter„ „schap mogte geven, of dat 'er voor het vervolg gegronde hoope was dat hij van gedrag zoude veranderen. Nu was het hier mede, volgens des Residents berigten, geheel anders gestelt, en geen de minste schijn dat 'er mett Mano Arfa nimmer eenige merkelijke verandering dat afzien en hun Coucce nemen na ten goede zoude komen, zoo dat de Raad des noods ge„ wettigt zoude zijn, om te werk te gaan na de order die Hun Hoog Edelheden, bij voorige brieven, wegens zijn persoon hebben gegeven, en waar op onze Hooge Ge„ „bieders in het aangehaalde Artikel doelen. Om alle welke con„ „sideraties de Leden dezer Tafel goed vonden om den Resident Wint„ „holt, op den gedaanen Eed aan de Compagnie, en onder het ze„ „gel van Secretesse te verwittigen, hoe de eerste Tekenaar mu twee jaren geleden op deszelfs gedaane propositie, vrij„ „heit is gelaten om Mono Arfa, benevens zijne Huis„ „vrouw Njonja Sien, en zoon Ambohinga, te laten ligten, en in verzekering herwaarts te brengen, tot welk besluit Hun Hoog Edelheden voornamentlijk schijnen getreden te zijn door de voorlang gedane klagten van de ge„ „wezene Residenten van de walle en Mol, over den ontrou „wan handel van gemelden Mono Arxa. waar bij tot wins„ „holts mor„ tie 6. 33. O den 13 en gelast om met alle voorzigtig„ „heit dien vorst met zijn familie „te arristeren en herwaarts te zenden .wordende Item tot alsistentie de sloep de Jaccatra met 39: Mattroosen en behoorlijke Ammunitie toegezon„ „den een goed beleid te ondernemen. en zijne slaven en goederen te sequestereren. „holts narigt zoude werden gevoegt, hoe de Raad wegens het continueerend slegt en trouwloos gedrag van gemeld vorstje, geen zwarigheit zoude maken om na de eerste vergunning onzer Hooge Gebieders te werk te gaan, en Mono Arta be„ „nevens zijn huisgezin op de best doenlijkste wijze te lig„ „ten, mits dat hij Resident verzekert was zulks te kunnen verrigten zonder de onzen aan gevaar te exponeeren; maar„ dat Hun Hoog Edelheden, op des Gouverneurs voorslag had„ „den geordonneert om 60: Europeaanse militairen tot het arresteeren dezer perzoon na Gorontalo te zenden. Dog de Raad hier bij inziende dat dit getal van krijgslieden tegenswoordig daar toe niet genust konde werden, vermits dit garnisoen zoo zwak was dat men het zelve in deze tijds omstandigheden ommogelijk van volk koude ont„ „blooten; zoa zoude zulks den Resident mede voorgehouden en hem wyders op dit onderwerp werden geschreven, dat de thans na Gorontalo vertrekkende sloep de Jaccatra redelijk wel van Oorlogs behoeften voorzien, en bewant was met dertig mat„ „trosen, aldus met tien man meerder, als daar op gewoonlijk bescheiden waren: Indien de Resident nu kans zag om Mono Arfa met zijne Familie zonder veel beweeging te maken, te arresteeren; en op het vaartuigen te krijgen, dan zoude deze manschap, volgens het oordeel der Raadsleden, sterk genoeg zijn om dezen Regent en de zynen te bewaren en herwaarts te brengen, het geen den Resident in dezer voegen dindelijk zoude werden te verstaan gegeeven, met Cast, om dezen aanslag met met verdere recommandatie om dezen aanslag met te ondernemen, als niet wel beraden zinnen, en met een vast vooruit zigt van een goede uitslag; want ingeval de Resident maar eenige zwarigheit in de uit„ „voering stelde, dat de Raad dat het veel beter was van dezen aanslag af te zien, en op een bequame gelegentheit te wagten; waar bij den Resident mede zoude werden verwit„ „tigt, dat ingevalle de ligting dezer personen wierd onder„ „nomen, hij bedagt zoude moeten zijn om zoo veel van Mono Arfa's slaven en goederen in sequestratie ker te 34 2
English
further arguments concerning Mono Arfa's greed and cunning resignation, though he would indeed be capable of steering the land after his son through secret channels, and that when he is removed from the government, it is therefore safest to apprehend that prince, and furthermore to take and send over the Goegoegoe Oenoe provisionally if he could gain control, so that this petty prince would not become a burden to the Company, but would be able to support himself from his own means at least for a time. The Council members, continuing to deliberate on this removal for some time, were prompted to remark that the greed and underhanded schemes inherent to Mono Arfa indeed obliged the Council to undertake the aforementioned arrangements and to permit the Resident to proceed with the removal under the described conditions. To this they agreed all the more readily, as there was no hope that affairs in Gorontalo would take a better turn as long as this cunning fox remained there in the government. And even if he were to renounce the realm, as he has indeed said he wished to do, the desired change for the better might still not be obtained, for it was thought that even if Mono Arfa resigned the government, he would nevertheless retain enough power and following to direct the country according to his will through other secret channels, so that certainly no prompter nor more favorable turn of affairs was to be expected than by the removal of the persons in question, or else in the event that the discontented Gorontalo inhabitants, who were markedly oppressed by this petty prince, should prevail by their great numbers and take the courageous decision to deliver him and his family out of the fortress to the Company. In this regard, it appeared to the Council that this method of having Mono Arfa arrested by the Gorontalo people themselves would be the best and safest of all, which would therefore also be written to the Resident, with the recommendation to consider this carefully without, however, revealing anything about it to the native or to others, so that Mono Arfa should conceive no suspicion of the plot. Furthermore, it was also resolved that in the event the proposed removal should have a successful outcome, he should immediately consider electing the Goegoegoe Oenoe, who stands in good name and repute, as provisional king, in order to have immediate support and at the same time to be able to form a party against the followers of Mono Arfa. Likewise, the Resident would repeatedly be admonished to handle everything prudently and to keep the secret to himself alone. Beneath was written: Thus done and resolved in Ternate in Castle Orange on the date aforesaid. Was signed: P. J. Valckenaer, C. Meurs, J. G. van Raesveld, G. W. van Renesse, and K. Koenes. Wednesday the 18th of February 1778, in the morning at nine o'clock, meeting of the Council of Policy. Present: The Honorable Lord Governor and Director of the Moluccas, Paulus Jacob Valckenaer; the Provisional Senior Merchant Godfried Carel Meurs; the Junior Merchant and Pay-Bookkeeper Gerardus Willem van Renesse; and the ditto and Secretary Koene Koenes. Absent: Johan George van Raesvelt, Merchant and Fiscal. The prayer having been attentively heard, two secret letters from Gorontalo's Resident Wentholt were produced and read, dated the 18th and 28th of January, which were brought here yesterday, the 17th of this month, together with a general letter and various other enclosures, by the sloop Ternaten from the said residency. The reading of the first letter of the 18th of January having been accomplished, its contents were found to consist mainly of the account of the continuation, or rather an expansion, of Mono Arfa's extreme greed and faithlessness, in the manner in which Resident Wentholt has already given a sketch in his previous secret letter of the 10th of November, concerning which consultations were held in the secret session of the 13th of December. Which representations of Mono Arfa's culpable conduct the said Resident now further proves and confirms through a declaration sent hither from a large number of Gorontalo grandees of the realm, and furthermore also through a letter addressed to the Governor, dispatched expressly for that purpose by Mono Arfa's colleague and second Gorontalo King Wallanadi. In this, the Resident indicates in his letter to the Council how he foresees that whatever fair promises Mono Arfa might make in the future, he will nevertheless always deceive the Residents.
Dutch transcription
35. verdere redenatien over Mona Arfas gekraap zugt en lis„ gering afstond dog wel ins„ „taal zoude zijn om het Land door geheime Cunalen na zijn zoon te bestierven en dat wanneer Hij vande Ke„ in daar om is't het veiligs„ „te om dien voorst op te pak„ voorts Een daar na den goegoegoe Oenoe bij provisie te nemen en over te zenden, als hij magtig honde werden, op dat dit vorstje, niet tot een lastpost quaame van de Compagnie, maar in staat ware om zig ten minsten een tijd lang van het zijne te ernee„ De Raadsleden nog een tyd lang over deze ligting redenerende, gaf zulks aanleiding om dieswegens aan te merken, dat de schraap„ „zugt en sluiksche streeken, die Mono Arfa aangeboren zijn, den Raad wel noodzaakten om de aangehaalde schikkingen bij der hand te nemen, en den Resident te vergunnen om op de beschrevene conditien met de ligting voorttevaren; waar toe men dies te gereeder overging, dewijl 'r geen hoope was dat de zaken op Gorontalo eenen beteren aanschouw zouden krijgen, zoo lang deze listige vos aldaar in de Regeering bleef. En al was het zelfs dat hij afstand deed van het Rijk zoo als hij wel gezegt heeft te willen doen, zoude de gewenschte verandering ten goede als dan misschen nog niet verkregen werden: want men was van gedagten, dat wanneer Monoetrfa de Regiering al afstond, hij egter magt in aanhang genoeg zoude behouden, om het land door andere geheine canaalen na zijn wil te bestieren, zoo dat er zekerlijk geen spoediger nog gunstiger keer van zaken te wagten was als door de ligting van de personen in questie, dan wel ingevalle de misnoegde Gorontaalse ingezetenen, die mer„ „kelijk door dit vorstje onderdrukt werden, door hunne talrijkheit quamen boven te drijven, en het moedig besluit namen om hem en zyne familie us het Fortres aan de Compagnie over te le„ „veren; waar bij het den Raad voorquam, dat dit middel om Mono Arfa door de Gorontaalderszelfs te laten arrestee„ „ren, nog wel het beste en veiligste van allen zoude zijn, het geen men daarom ook aan den Retident zoude schrijven, met recommandatie om zulks wel te overdenken, zonder zig egter hier over bij den inlander of bij anderen uit te laten, op dat Mano Arfa geen vermoeden van den aanslag quaame op te ratten. Voorts wierd mede besloten, dat ingevalle de voorgesla„ 9 als koning te Overkeesen, „ gene ligting een gelukkigen uitslag mogte hebben, hij ten eersten bedagt zoude moeten zijn, om den ten goeder naam en E December 1751 „ken „tig gedrag a„ k et een t „ken en faam staanden Goegoegoe Oenoe bij provisie, tot koning te verkiesen, om direct een steur te hebben en teffens een partij tegens de aanhangers van Mono Arfa te kun„ „nen formeeren: Gelijk de Resident mede bij herhaling zoude werden vermaant om alles voorzigtig te behan„ „delen, en het geheim voor zig alleen te bewaren. /:onderstond:) Aldus gedaan ende Geresol„ „veert tot Ternaten in't Casteel orange dato voor„ „schreeven (:was getekent:) P: I: Valckenaer, C: Meurs, I: G: van Raesveld, G: W: Van Renesse, en K: Koenes. Woensdag 36: 37 Woensdag den 18:e Februarij 1778: Den wel Edelen Agtbaren Heer Gou„ brieven. dat door Eenige Rijksgroten en den Coning wela nade bevestigt wierd Paulus Jacob Valckenaer, „verneur en Directeur der Moluccos. Godfried Carel Meurs; den p:l Opperkoopman „ onderkoopman en Soldij Boeks Gerardus Willem van Beneesse, en Koene Koenes, dito en Secretaris Dempto Johan George van Raesvelt, Koopman en fiscaal-. gesumptie van drie Gorontaalse E Het Gebed met aandagt zijnde aangehoort, wierden ge„ produceert en gelezen twee secreete brieven van Gorontaals Resi„ „dent wentholt, gedateert den 18: en 28: Januarij, en die hier op gis„ „teren den 17: dezer nevens een gemeene brief en diverse andere Bij„ „lagen, met de sloep Ternaten van gemelde Residentie zijn aan„ „gebragt. de Eerste bestond in hen verhaal De lecture der eerste brief van den 18:' Januarij hier op zijn„ ls vervolg van Mono Arfastreuwde verrigt, bevond men dat dies inhoud voornamentlijk be„ „stond in het verhaal van het vervolg, of liever in eene uitbrei„ „ding van Mono Arfa 's verregaande schraapzugt en trouwloos„ „heit, in maniere als de Resident wentholt daar van reets een Schetel heeft gegeven bij zijne vorige secreete brief van den 10: November, waar over ter secreete sessie van den 13. Decem„ „ber is geraadpleegt. welke vertogen van Mono Arfas calpâ„ „bel gedrag de gemelde Resident thans nader bewijst en berestigt door eene herwaarts gezondene verklaring van een Groot ge„ „tat Gorontaalse Rijksgrooten en wyders ook door eene expres ten dien einde afgevaardigde en aan den Gouverneur gerigte brief van Mono Arfas amptgenoot, en tweeden Gorontaalsen Koning Wallanadi: waar bij de Resident in zijn brief aan den Raad te kennen geeft, hoe hij voorziet dat al wat schoone beloften Arono Arfa ook in 't vervolg mogt doen, hij de Residenten dog egter altijd 'S morgens te negen uur vergadering wan Politie zal Present loosheit
English
the 18th: an instance of Mono Arfa's greed and his extortion concerning the petty king of Gontingo Mono Arfa's aim to have his son Ambohinga as his successor which on account of the bad nature of that native was not advisable will prevent promoting the Company's interest and making the hoped-for progress with the gold trade, in which Wentholt states that he has also always thwarted the last Residents Van de Walle and Mol. In addition, according to Wentholt's writing, Mono Arfa would also completely ruin and exhaust his own subjects, drawing solely by himself the fruits of the labor of 1325 slaves, who are partly state slaves and partly belong to him as property, of all which serfs he makes such a use, besides that he has merchandise and provisions sold through these slaves at the highest prices to the workers in the gold mines, to the prejudice of the Company's gold trade. Furthermore, Wentholt cites yet another example of Mono Arfa's uncommon extortion, committed against the petty king of Gontingo, named Abdul Rahman, whose peoples or subjects Mono Arfa is said to have appropriated against all law and reason, as well as the tripang that these people had collected in the district of Paguatto; just as he also had the habit of making slaves of the natives who owed him merely five Rijksdaalders and did not pay quickly enough, due to which acts of violence many Gorontalo people took flight to other places, wherefore the Resident once again insists on the necessity of a speedy change, saying that it would have been to be wished that Mono Arfa had persisted in the decision to lay down the government, about which he had even spoken with the Resident, but when the said Resident later had sent the bookkeeper Booms and the surgeon Limbacher to Mono Arfa to speak further about that abdication with this petty prince, the same had changed his mind and had declared that such had never been his intention, it being, according to the Resident's statement, Mono Arfa's sole aim to have his son Ambohinga as his successor, which the Resident judged that 39 The Council is of the opinion that no other redress than the removal of Mono Arfa is to be found herein Letter from Walanadi sent secretly to the Lord Governor its contents which on account of the bad nature of that native was not advisable at all; further presenting to this Government that in case of Mono Arfa's abdication or removal, no one was more suitable to step forward as second king than the repeatedly praised Goegoegoe Oenoe, whom the Resident once again nominates to the Council as a faithful and good-natured Regent. Which letter having been discussed and the Council being strengthened in the opinion by its contents that everything in Gorontalo was worsening due to Mono Arfa's unfaithfulness and avarice, to the extent that during his rule no improvement or advantage for the Company was ever to be hoped for there, it was found good to persist in the decision taken at the secret meeting of the 13th of December, namely to have this petty king removed, if possible in a clandestine manner or at least by way of surprise, in the manner already written to the Resident about this by secret letter of the 24th of December, provided that he should exercise all possible caution, which was very strongly and at the same time clearly recommended to him at that time, and without which such enterprises run the risk of falling through, the Resident also to be instructed once again by further rescript to appoint the repeatedly mentioned Goegoegoe Oenoe directly, though provisionally, as king in case the removal of Mono Arfa should succeed as wished. Furthermore, a separate letter was read, which had been written somewhat secretly to the Lord Governor by the co-king of Gorontalo Wallanadi, and dated the 19th of November 1777, being of the following content: Translation of a Malay letter written with Arabic characters by the king of Gorontalo, Muhamad Wallanadi, to the Right Honorable Lord, Paulus Jacob Valckenaer Governor and Director of the Moluccas, being of the content: Further February 1778
Dutch transcription
den 18: een stalte van Nono baat zugt en zijne knevelarij omtrent het Honing„ „je van Gontingo Mono Arfas ovemerk om zijn zoon Am„ „bohinga tot zijn opvolger te hebben wegens de slegten aarts van dien Jnlander niet Raadzaam was zal verhinderen om Compagnies Intrest te betragten, en de verhoopte progressen met den Goudhandel te maken, waar in wentholt legt dat hij de laaste Residenten van de walle en Mol ook altijd heeft gedwarsboomt; Daarenboven zoude Mono Arfa zijn eigen onderdanen, volgens wentholtes schrijven, mede in den grond bedorven en uit mergelen, trekkende zelfs al„ „leen de vrugten van den arbeid van 1325: slaven; die gedeelte„ „lijk rijksslaven zijn, en hem ten deele in eigendom toebehoren, van alle welke Lijfeigenen hij een dusdanig gebruik, behal„ No „ven dat hij door deze slaven handelwaren en mond behoeften ten duursten aan de arbeiders in de goudmijnen laat uitrenten, tot prajuditie der Goudhandel van de Compagnie. Wijders haalt wentholt nog een ander voorbeeld aan van Mano Arfas ongemeene knerelarij, gepleegt aan 't koningje van Gontingo, in naame Abdul Rahman, wiens volkeren of onderdanen Mond Arfa zig zoo wel tegens alle regt en reden zoude hebben toegeëigent, als de Taripangs die deze men„ „schen onder het destrict van Paguatto hadden opgezogt: ge„ „lyk hij mede de gewoonte hadde van de inlanders, die hem maar vijf Rijksdaalder schuldig waren, en niet schielijk genoeg betaalden, tot slaven te maken, door welke gewelde„ „narijen veele Gorontaalders de vlugt na andere plaatzen namen, weshalven de Resident nogmaals op de noodza„ „kelijkheit eener spoedige verandering aandringt, zeggen„ „de dat het te wenschen was geweest dat Mono Arfa bij het besluit was gebleven om de Regering neerte leggen, waar over hij zelfs met den Resident hadde gesproken, dog wanneer de gemelde Resident nadertant der Boek„ „houder Booms en den Chirurgijn Limbacher bij Mo„ „no Arfa hadde gezonden, om nader over dien afstand niet dits vorstje te spreeken, was dezelve van gedagten verandert, en hadde betuigt dat zulks zijn voornemen minner was geweest, zijnde volgens des Residents zeg„ „gen, Mono Arfa zijn doelwet maar, om zijn zoon Am„ 't geen de Resident oordeelde dat „bohinga tot zijn opvolger te hebben, te' geen hij oordeelde dat 39 De Raad is van gedagten dat geen „ter redres als de spligting van nono Arfa hier in te vinden is „brieff van walanadi in het geheim in den Heer Gouverneur gezonden des inhoud dat wegens de slegten aart van dien inlander, in 't geheel niet raad„ „zaam was; deze Regeering wijders vertoonende hoe ingeval van Mono Arfa 's afstand, of ligting, niemant diensteger was om als tweede koning op te treden, als den meermaals ge„ „presen Goegoegoe Oenoe, die de Resident nogmaals als een getrouw en goedaardig Regent aan den Raad voordraagt. Over welke brief gesproken en de Raad door dies inhoudt in het gevoelen verstrekt zijnde, dat alles op Gorontalo door Mono Arfas Ontrouw en schraapzugt verergerde in zoo „verre dat aldaar geduurende zijne heer heerschappij minner eenige beterschap of voordeel voor de Compag„ „nie te hopen was, van men goed, om te blijven vol„ „harden bij het genomen besluit ter secreete vergade„ „ring van den 13: December, om namentlijk dit ko„ „ningje des doenlijk op een Clandestine wijze, of ten minsten bij manier van verrassing te laten ligten, in voegen den Resident hier over reets is geschreven bij secreete brief van den 24. December, mits dat hij alle mogelyke omzigtigheit quam te gebruiken, die hem te dier tyd zeer sterk en teffens duidelijk is gerecom„ „mandeert, en zonder welke, dusdanige aanslagen gevaar hebben van is het riet te lopen, zullende de Resident bij nadere rescriptie mede nogmaals wer„ „den gelost om den meermelden Goegoegoe Oenoe direct, dog bij provisie tot koning te benoemen, in „gevalle de ligting van Mono Arfa na wensch mogt gelukken. voorts wierd een aparte brief gelezen, dewelke eenigermaten in het geheim aan den Heer Gou„ „venieur, was geschreven door den mede koning van Goron„ „talo Wallanadi, en gedateert den 19 November 1777: zijnde van dezen inhoudt: Translaat Maleidsche Brief met ara„ „bische caracters geschreeven door den koning van Gorontalo, Muhamad Wallanadi, Aan den wel Edelen Agtbaren Heer, Paulus Jacob Valckenaer Gouverneúr en Directeúr der Molucos, zijnde van Inhoud: Wijders Februarij 1778 pte
English
the 18th. mono Arfa as the Resident and come to do. Furthermore, I, the King, inform Your Honorable and Respected Worships that this accompanying declaration, signed by the grandees of the realm here, concerning the conduct of King Mono Arfa, which is the pure and honest truth. I have restrained myself as much as was possible, but now I can no longer wait to communicate to Your Honorable and Respected Worships that the subjects of Tallang are gradually diminishing through the actions of King Mono Arfa and refuse to listen to any reason from the grandees of the realm whatsoever. It is my duty, in accordance with the sworn contract, to disclose this to Your Honorable and Respected Worships, for the reason that I might not be held under suspicion therewith. These evil doings of Manodarfa tend in general to the great disadvantage of all inhabitants, both great and small; wherefore I, King Wallanadie, request that Your Honorable and Respected Worships be pleased to appoint, instead of him, Mono Arfa, as second king of Gorontalo, the Goegoegoe here, Muhamat Hassamud in Aitjel Oena, in the hope that through that change the Honorable Company's gold trade shall flourish and the other works may make better progress than has occurred in previous years, as Your Honorable and Respected Worships are fully aware. It further serves for Your Honorable and Respected Worships' information that Resident Wentholt, upon his arrival, decided in the meeting to dispatch me, King Walanadie, to Poguatto in order to look after the gold mining, which I will also fulfill for the welfare of the Honorable Company, yet everything under God's guard, for which I cannot be held accountable. Next, I request Your Honorable and Respected Worships that the small fort erected on a hill near the river, which was made by order of Mr. Mol, may remain standing there, for this small fort is very good when I proceed thither to inspect various prahus arriving from elsewhere; and if Your Honorable and Respected Worships are pleased to grant this request of mine, I request that a stone upon which my name, Paduka Radja, Muhamad Walanadie, is carved may be sent to me, and that the previous stone sent and mortared therein may be broken out again; yet everything according to the pleasure of the Honorable Company. For the rest, I pray Your Honorable and Respected Worships that your highest selves will be pleased to exercise the consideration toward me not to write the above complaints back hither, for when Mono Arfa becomes aware that I and the grandees of the realm have complained about him, he, Mono Arfa, would without hesitation seek to vent his wrath upon us, from which great misfortunes could arise. End. Was signed: Muhamad Walanadie. Written at Gorontalo the 28th of the month Sawal 1191, or according to the Christian reckoning the 19th of November 1777. Underneath was written: for the translation, was signed: Coenraad van Dijk, Sworn Translator. Containing the same complaints against By which letter King Walanadi brings forward nearly the same complaints grandees of the realm in their declaration against his colleague Mono Arfa as the Resident 40. ƒ 411 February 1778. Walanadi requests that the small fort at the mouth of the river may remain standing. Furthermore, to allow his name and quality to be placed in the wall instead of that of Mono Arfa. Walanadi is of a good disposition yet simple, wherefore the Council thought fit not to answer his letter. Resident Wentholt and the grandees of the realm come to do in their declaration, with the notification from Wallanadie that he considered himself obliged to disclose the perfidies of the said Mono in accordance with the sworn contracts, in order not to be held under suspicion himself; at the same time requesting that the Goegoegoe Oenoe might be appointed co-king in Mono Arfa's stead, since he hoped that the Company's gold trade would then flourish better and be promoted more than had occurred for some years. The said King Walanadie requests in addition from the Council that the small fort erected at the mouth of the Gorontalo River, which stands, might remain standing and be maintained, since he judged the same very useful to inspect the foreign vessels arriving there, wherefore he additionally insists to be allowed to have his name and title carved in a stone in the wall of this fort, and to be allowed now to break out again the previous stone which was mortared into the wall of that small fort some years ago with the name of Mono Arfa, and to have a new inscription with his name placed in its stead; at the same time requesting that the Council might not make known to Mono Arfa that he, Wallanadie, had lodged a complaint about his colleague, since Walanadi feared that he would otherwise be too greatly exposed to the vengefulness of this colleague of his. When the contents of this letter were discussed and deliberated upon, it was immediately noted that this second king, Wallanadie, was indeed known as a good-natured and upright, but at the same time also a simple man, wherefore it was thought fit to leave this letter unanswered, since Mono Arfa might otherwise easily find an opportunity by one means or another to seize the Council's reply, and thus come to know how people's minds here were disposed in his regard, which under these present circumstances was deemed completely unadvisable, on which consideration it was found better to [illegible]
Dutch transcription
den 18. mono Arfa als de Resident ende „ring komen te doen Wyders geve ik koning uwel Edele Agtbare te kennen dat deze nevensgaande verklaring getekend door de Rijksgroten alhier betaof„ „fende het gedrag van den Koning Mono Arfa, het welk de zuivere en opregte waarheit is, Ik hebbe mij nog al zoo veel ingetoomt als mogelijk was maar nu kan ik niet langer wagten om uwel Edele Agtb: te com„ „municeeren dat de onderdanen Tallangs amerhand door des konings Mono Arfat bedrijf verminderen en in 't geheel niet na eenige reden der Rijksgroten willen hooren: Hel is mijn pligt om in gevolge het beie„ „digde contract zulks aan uwel Ed: Agtb: te openbaaren, om reden dat ik daar mede niet mogte verdagt gehouden werden. Deze quade gedoentens van Manodarfa strekken in 't generaal tot groot nadeel van alle ingezetene, zoo wel groot als klein; waar omme ik koning Wallanadie verzoeke, dat uwel Ed: Agtb: in steede van hem Mono Arfa, tot tweede koning van Gorontalo geliefde te benoemen den Goegoegoe alhier Muhamat Hassamud in Aitjel Oena in hope dat door die verandering sComp: Goudhandel zal floreeren en de verdere werken beter voortgang mogen nemen, als in vorige jaren geschied, is gelyk uwelEd Agtbare volkomen bewust zijn. Nog dient tot uwel Ed: Agtbare communicatie dat den Resident Went„ „holt, bij zijne komst in vergadering besloten heeft, om mij koning Walana„ „die, naar Poguatto te depecheeren ten einde na het goud graaven te zien, het welk ik ook zal nakomen tot wel zijn van D'E Compagnie dog alles onder ( Gods:) wagt daar ik niet voor kan. Vervolgens verzoeke ik uwelEd: Agtb: dat het opgerigte Fortje staande op een Bergje aan de quab, 't welk op ordre van de Heer Mol is gemaakt daar mogte blijven staan, want dit Fortje is zeer goed, wanneer ik mij der„ „waards begeve om diverse Prauwen die van elders aankomen te beschou„ „wen; en zoo uwel Ed Agtb: dit mijn verzoek gelieft in te willigen, verzoekent ik dat mij eenen steen daar mijn naam PPaduka Radja, Muhamad wa„ „lanadie, op is uitgehouwen mij mag werden toegezonden, en dat de vorige gesandene en daar in gemesselde steen daar weder mogte werden uitgebrooken; dog alles na welbehagen van d'E: Compagnie Overigens bidde ik uwel Edele Agtbare, dat hoogst derzelver de Con„ „sideratie met mij zullen gelieven te gebruiken, om de bovenstaande klagten uiet weder herwaarts te schrijven, want wanneer Mono Arfa gewaar, dat ik en de Rijksgrooten over hem geklaagt hebben zoude hij Mono Arfa, zonder bedenken zijn gemoed aan ons zoeken te koelen, waar uit groote ongelukken zoude kunnen ontstaan: Einde /:was„ „getekent:) Michamad Walanadie. Geschreven tot Gorontalo den 28: van de maand Sawal 191: of na de Christen rekening den 19: November 1777: (onderstond:) voor 'te Translaat:) was getekent:) Coenraad van Dijk. Gezworen C:ransla„ „teur. Behielsende dezelve klagten tegens Bij welke brief de koning Walanadi bijkans dezelve klagten Rijks grooten bij hunde verkla„ tegens zijnen amptgenoot Mono Arfa voortbrengt, als de Resident 40: ƒ 411 Februarij 1778: walanaati verzoekt dat het Fortje van de mond van dequal mog blyven staan. „teit in de muur in stede van die van Mono Arfx, te mogen laten Walanaduis van een goeden in„ te beantwoorden Residtent Wentholt en de Rijksgroten bij hunne verklaring koomen te doen, met te kennen gave van Wallanadie; dat hij zig verpligt agte om de trouwloosheeden van gemelden Mono volgens de beëedigde contracten te openbaren, ten eindezelfs niet verdagt gehouden te werden: teffens verzoekende, dat de goe„ „goegoe Oenoe in Mono Arfas steede tot mede koning be„ „noemt mogt werden, vermits hyj verhoopte dat Compagnies Goudhandel dan beter zoude floreeren en bevordert werden, als zedert eenige Jaren was gschiet Gemelde koning Walanadie verzoekt daar benevens aan den Raad„ dat opgerigte Fortie aan de mond van de Gorontaalse Qualen, die staat mogt blyven staan en onderhouden werden, vermits hij het zelve zeer dienstig oordeelde om de aldaar aankoomen„ voorts om zijn Naam en quali „ de vreemde vaartuigen te onderzoeken, weshalven bij boven dien insteert om zijn naam en qualiteit in de muur van dit port in een steen te mogen laten uithouwen, en de vorige steen (:die voor eenige jaren met de naam van Mono Arfa in de muur van dat Fortretje is gemetselt, daar nu weder te mogen uitbreeken en een nieuw opschrift met zijn naam in dies stede te laten stellen: Teffens verzoekende dat de Raad niet aan Mono Arfa te kennen mogt geven dat hij (:Wallanadie :) over zynen ampt genoot was klagtig gevallen, aangezien wallanadi vreesde dat hij anders te veel aan de wraakzugt van dezen zijnen amptgenoot geëx„ „poneert zoude zijn. Wanneer bie over den inhoud dezer brief gesproken „ brst dog onnozel waar omde en geraadpleegt wierd, is direct aangemerkt, dat deze wee„ Raad goedvond om zijn briefe met „ de koning wallanadie wel voor een goedaardig en opregt dog teffens ook voor een onnosel man bekend stond, wes„ „halven men goedvond om dezen brief onbeantwoord te la„ „ten, vermits Mono Arfa anders gemakkelijk door het een of ander middel gelegentheit zoude kunnen krijgen om zig van des Raads rescriptie meester te maken, en dus te weten te komen hoe de gemoederen hier ten zijnen opzigte gestelt waren, het geen in deze tijds omstandigheden geheel ongeraden wierd geoordeelt omme welke bedenking men beter vond om r steede oenen dat a„ met Zelen. fa
English
the 18th adherence. with communication that about Mono Arfa... also that the small fort might indeed remain standing, yet without change of name. Wentholt's further letter alongside two depositions and a report. Batchian's King's request thither. And solely by the Resident to have Wallanadi thanked in general terms: That his letter had been read and considered by the Governor; That he was thanked for his faithful adherence to the Company, as well as for the disclosure made of the bad conduct of Mano Arfa; That no mention would ever be made that he, Wallanadi, had written to the Council to the detriment of his colleague; to which one, for the better secrecy of the Council's true sentiments, would add: That one would write to our High Authorities at Batavia concerning the unfaithfulness of this petty prince, with orders to the Resident to bring Mono Arfa, if possible, to repentance through a suitable admonition, and to move him to govern his subjects with greater generosity and fairness; but that the Council nevertheless could not see fit to depose him from the Government, and that thereby the request to have the Goegoegoe Oenoe as his colleague came to lapse of itself. That the Council further, upon request of him, Wallanadi, was indeed willing to permit that the fort in question remain in existence, without however the stone with Mono Arfa's name being broken out of the wall, it having to be pointed out to him through the mouth of the Resident Wentholt that this would be too great a slight to Mano Arfa, and that such a step would only give cause for hatred and bitterness between him, Wallanadi, and his colleague; with whom he himself would be admonished to live on good terms, although the Council was prepared to favor him, Wallanadi, as an upright and faithful vassal according to its power, and to protect him against all the designs of his oppressors. Subsequently was read the Resident's further letter of 28 January accompanied by two depositions, namely one from the Interpreter Jan Christian Voges, and another from a certain Bugis Woman, by the name of Njaij Monoe; besides yet a report or short narrative from the second mate Jacob Martensz; these three enclosures serving to support Resident Wentholt's further secret representation concerning the faithlessness and rapacity of Mano Arfa, and concerning a discovered treacherous plot of the King of Batchian: of which the substantial account according to Wentholt's letter amounted to this: That Mono Arfa, during the presence of the former Resident Wentholt, contrary to his oath and duty, had in a clandestine manner sold or bartered dust gold to the value of 200 Rijksdaalders to a certain Bugis, named Poana-Impa, for which gold the Bugis had delivered kris daggers and other goods to the said king; from which conduct the Resident remarks that it is easy to infer how little reliance one can place on the oaths of indigenous kings. The second section of the Resident's secret letter contained a report of the treachery of Batchian's king, which the said Resident had come to know through the second mate Jacob Martensz, as appears from the report drawn up by this seaman: of which Wentholt writes that at the time the four Mandarese prahus, of which mention was also made in the previous Resolution, were at Batchian in the past year, one of the commanders was more than once invited and urged by Batchian's king to come thither again the following year with fifty prahus, on which occasion the king had offered his help to these Mandarese rovers, to seek out Ternate together and to overpower this island. The Resident likewise informs the Council that in the past autumn, at various times, some eighty prahus with all kinds of rovers and pirates appeared at Parigi, and had sought to attempt an attack on the Post, had they not been prevented in that intention by the alertness of the Parigians, and as Wentholt says, of the Mandarese Daeng Manassa. That the said sea rovers had subsequently returned to Palu, as Wentholt maintains, with the intention to assemble their force there, and subsequently to undertake a hostile attack against the Gorontalo Residency; which he, however, would seek to foil through all possible vigilance, already from now on taking the necessary precautions to obtain immediate intelligence of the arrival, number, and strength of all foreign vessels. After which reading the Council members gave to understand in a discursive manner how they, through the previously made and very probable representations of the former Residents Van de Walle and Maten...
Dutch transcription
den 18 aankleving. met Communicatie dat over Mono„ „chaeren worden. ook dat het voortje wel mogt blij„ „ven staandog zonder verandering van naam. wenthold nadere brief novens twee verklaringen en Een berigt alchiaus Koningen dewaarts En eenlijk door den Resident te om wallanadi eenelijk door den Resident Wentholt in algemeene Laten bedanken voor zijne getrouwe bewoordingen te laten aankundigen: Dat zijn brief door den Gou„ „verneur was gelezen en overwagen; Dat hij de dankt wierd voor zijne getrouwe aankleving aan de Compagnie, zoo mede voor de gedaane openbaring van het slegt gedrag van Mano Arfa: Dat men nooit eenig gewag zoude maken dat hij (:Wallandin ten nadeele van zijnen amptgenoot aan den Raad hadde ge„ „schreven: waar bij mon tot beter geheurhouding van des Raads ware gevoelens, zoude voegen: Dat men onze Hooge Gebieder Arca naar Batavia zoude gel„ te Batavia over de antrouw van dit vorstje zoude schrijven, met ordre aan den Resident, om Mono Arfa door eene gepaste vermaning des doenlijk tot inkeer te brengen, en te bewegen om zijne onderdanen, met meerder edelmoedigheit en bellijkheit te bestieren; dog dat de Raad egter niet goed konde vinden om hem van de Regeering af te zetten, en dat daar door het verzoek om den Goegoegoe Oenoe tot zijnen amptgenoot te hebben, van zelfs quam te vervallen Dat de Raad wijders op verzoek van hem (:Wallanadi:) wel wilde toestaan dat het bewuste fortie in wosen bleef, zonder dat egter de steen met Mono Arfa's naam uit de muur wierd gebro„ „ken, zullende hem door de mand van den Resident Wentholt werden aangetoont dat dit een alte Groote kleinagting voor Mano Arfa zijn, en dat eene dus danige stap maar aan„ „leiding tot haat en verbittering tusschen hem (:Wallanadie) en zijnen amptgenoot zoude geven; met wien hij zelfs vermaant zoude werden in een goede verstandhouding te leven, hoewel de Raad bereid was hem (:wallanadie als een Opregt en getrouw leenman, na vermogen te begunstigen, en tegens alle de aan„ slagen zijner verdrukkers te beschermen. Vervolgens is gelezen des Residents nadere briev van den 28 Januarij verzelt van twee Verklaringen, als een van den Tolk Jan Christian Voges, en een andere van zekere Boegineese Vrouw, in naame Njaij Monoe; behalven van nog een berigt of wegens Mono Aapas trouwdoskort verhaal van den onderstuurman Jacob Martensz:; dienen„ „en het verroeder lijk aanslag, van„ de deze drie bijlagen tot staring van des Resident Wentholts nader Secreet vertoog over de trouwloosheit en schraapzuijts van 42: 6E G O 1o7 ve T R 43. Februarij 1778 Batchians Konings verzoek E „taande Jaar met 50: prauwen derwaarts te komen. En Ternaeten te overweldigen vertooning van 80: prauwen met zwervers op Pauigi Die de Resident den 2t dat, na vermeerdering op Palo de Go„ proberen. aan vreemden. van Mano Arfa, en over een ontdekte verraderlyke aanslag van den koning van Batohian: waar van het substantieel verhaal vol„ „gens wentholtsbrief hier op uitquam: Dat Mono Arfa, geduren„ „de het aanwezen van den oud Resident Wentholt, tegens zijn eed en pligt voor de waarde van 200: Rijksdhaalders aan stof „goud, op eene clandestine wijze verkogt of verruilt hadde aan zekeren Boeginees, in naame Poana-Impa, voor welk goud de Boeginees Chritzen en andere goederen aan gemeld ko„ „mnije hadde gelevert; uit welk bedrijf de Resident aanmerkt, dat ligt is na te gaan, hoe weinig staat men op de eeden van inlandsche koningen kan maaken. De tweede Periode van des Residents secreete brief, behels„ aan de Mandaresen om aans „de een berigt van de verraderij van Batchians koning, 't geen de gemelde Resident door den onderstuurman Jacob Mar„ „tensz: te weten was gekomen, blykens het daar van opgemaakt Rapport van deze Zeeman: waar van wentholt schrift, dat ten tyde de vier Mandareele prauwen, (:waar van mede in de vorige Resolutie gewag is gemaakt:) in het gepasseerde Jaar op Bat„ „chian waren, een der voerders meer als eens door Batchians, ko„ „ning genodigt en aangespoort zoude wezen om het volgende Jaar met vyftig prauwen weder derwaarts te komen, wanneer de koning dezer Mandarele zwervers zyne hulp hadde aangeboden, om gezamentlyk Ternaten op te zoeken, en dit eiland te overwel„ „digen. De Resident verwittigt den Raad van desgelyken, dat zig in het gepasseerde nagaar, op diverse tijden, wel tagtig prauwen met allerlei zwervers en rovers op Parigie vertoont, en een attaque op de Post hadden zoeken te wagen, zoo zij in dat voornemen niet verhus„ „dert waren geworden door de wakkerheit der Pariegiers, en zoo went„ „holt zegt, van den Mandareesen Dain Manassa Dat de gemelde zeeschuimers vervolgens na Palo waren te rug gekeert, zoo went„ „holt sustineert, met oogmerk, om aldaar hunne magt bij een „rontaalse Residentie zullen te zamelen, en vervolgens een vijandelijke aanslag tegens de Goron„ „taalse Residentie te ondernemen t' geen bij egter door alle mo„ „gelijke vigilantie zoude zoeken te verijdelen, reets van nu aan de nodige voorzorg gebruikende om direct kennis te krij„ „gen van de aankomst, het getal, ende magt van alle vreemde vaartuigen. Des Raads overtuiging wegens Na welke Lecture de Raadsleden diescursiven wijze te verstaan nond Aapas handel met goud gaven, hoe ze door de bevorens gedaane en zeer waarschijnlijke vertogen van de gewezene Residenten van de walle en Mal„ ten e voor „ die) aant e trouw aan„ zgt
English
44: the 18th Wentholt recommended all secrecy. Batchian's King will be written about. The goodwill of the Parigiers approved. were fully convinced of Nono Arfa's malversations, and especially of his cunning tricks to exchange gold, for his own benefit, with unauthorized traders outside the Company: so that this case of Nono Arfa's punishable illicit trade with the Bugis Poana Impa appeared credible enough to the Members of the council, even if it had not been strengthened by the two passed depositions, which the Council itself would rather have seen not take place, as it was feared that the native deponents might inform Nono Arfa of this, which would easily cause him to realize that something was in the wind against him. And since this secret had to be concealed from him by all possible means, it was decided to admonish Resident Wentholt to take good care that the taking of these depositions did not leak out. Likewise, it was understood to report to Your Excellencies in the forthcoming Secret Rescripts on Resident Wentholt's report concerning the faithless and treacherous conduct of Batchian's King, although nothing would be written to this prince on the matter, as one was assured that nothing other than a direct denial accompanied by terrible curses was to be expected in reply: Furthermore, the Council was pleased that the hostile attempt of the Sea Rovers against the Post of Parigie was foiled by the well-disposed Parigiers, for which it was decided to express the satisfaction of this Government to the king of that country on occasion, in order to make this petty prince, as well as his subjects, persevere in his loyalty to our nation: and since the Resident mentions that the native gang of robbers was minded to try their fortune at Gorontalo, it was also resolved to recommend Wentholt to be on his guard at all times against such hostile attacks, and to have a good watch kept everywhere outside the Fortress: just as it was also decided to send the depositions sent hither, and further secret Gorontalo annexes, to Your Excellencies by rescript. was written beneath: Thus done and Resolved at Ternate in Castle Orange on the date aforesaid, was signed: P: J: Valckenaer, G. C: Meurs, G: W: van Renesse, and K: Roenes. Friday February 1818 15. Friday the 27th of February 1778 in the morning at nine o'clock Meeting of the Council of Policy. Present: The Right Honorable Lord Governor and Director Paulus Jacob Valckenaer, The Provisional Senior Merchant Godfried Carel Meurs, Junior Merchant and Pay-Accountant Gerardus Willem Van Renesse, Ditto and Secretary Koene Roenes, Merchant and Fiscal Johan George van Raesveld. Communication of a letter of the 22nd from Manado's Resident Hemmekam. That the Magindanauwers are still targeting Manado and the Sangir Islands. As soon as the general matters were concluded this morning, a secret letter was read from Resident Hemmekam dated the 6th of this month, which was brought here with his general letter of the said date, in which the Resident in the first place makes mention of certain tidings which he had received, that the Magindanauwers were still targeting Manado and the Sangir Islands, being of the opinion that the said Sea Rovers might well come to take a chance again at the mentioned places in this Northern Monsoon, which he gathered from the letters received about this from the king of Taboekan, and from the Postholder of that place Augustus Eck, as well as from the statements made by four natives, born in Bwool and Tagulanda, these persons having escaped from the Magindanauwers; and whose depositions the Resident has also transmitted.
Dutch transcription
44: den 18 „wenthold alle Secretarisse aan bevolen Over Batchians Koning zal geschreven worden. De welmenentheit der Parigirs geapprobeert. ten eenemaal overtuigt waren van nono Arfa's malversaties, en wel in het bijzonder van zijne listen om het goud, tot zijn ei„ „gen voordeel, aan ongepermitteerde handelaars, buiten de Com„ „pagniete verruillen: zoo dat dit geval van Mono Arfel strafbare knoophandel met den Boeginees Poana Impa de Leden der vergadering geloofbaar genoeg voorquam, al was, het; dat het zelve niet door de twee gepasseerde verklaringen, gesterkt ware geworden, het geen de Raad zelfs liever gezien zoude hebben dat niet was geschied, vermits men bedugt was, dat de inlandse Desposanten hier van wel kennis aan Mono Arfa kanden geven, het geen hem ligt zoude doen ervaren dat er iets tegens hem in den tl was: En dewijl dit geheim door alle mogelijke middelen voor hem verborgen gehouden diende te werden, wierd besloten den Resident Wentholt te vennanen om wel toe te zien dat het gedien dezer verklaringen niet quam uit te lekken. Van diesgelijken is verstaan Huw Hoog Edelheden bij een aan Hun Hoog Edelheden der aanstaande Secreete Rescriptien verslagte doen van den Resident wentholts berigt wegens het ontrouw en verraderlijk gedrag van Batchians Koning, hoewel dieswe„ „gens niets aan dezen vorst zoude werden geschreven, vermits men verzekert was dat daar op niets anders als een directe ont„ „kentenis verselt van verschikkkelijke vervloekingen, tot ant„ „woort was te wagten: wijders was het den Raad aangenaam dat de vijandelij„ „ke toeleg der Zeeschummers tegens de Post van Parigie door de welmenende Sarigiers was verijdelt, waar voor besloo„ „ten wierd het genoegen dezer Regeering bij gelegentheit aan den koning van dat land te betuigen, ten einde dit vorstje, benevens zijne onderdanen in zijne getrouwheit voor onze natie te doen volharden: en dewijl de Resident melt dat het inlands rovers rot gezint zoude wezen hun geluk op Gorontalo te beproeven, zoo wierd mede gearresteert van went„ „holt te recommandeeren om ten allen tijde tegens zulke vijandelyke aanslagen op zijn hoede te zijn, en buiten het Fortres alomme goede wagt te laten houden: Gelijk men ook besloot om de her„ „waarts gezondene verklaringen, en verdere secreete Gorontaal„ „se bijlagen, bij rescriptie aan Hun Hoog Edelheden te zenden. /:onderstond:) Aldus gedaan ende Geresolveert tot Ternaten in 't Casteel Orange dato voorschreeven, (:was getekent:) P: J: Valcke„ „naer, G. C: Meurs, G: W: van Renesse, en K: Roenes. Vrijdag fe februarij 1818 15. Vrijdag den 27: Februarij Dn wel Edelen Agtbaren Heer Gruil „verneur en Directeur. --- Den p:l Opperkoopman Communientie Amsp. van 22 Manados Resident Heinmekam Dat de Magindanauwers het als nog op Manado en de sar„ „gers Munten. berigt was vide verklaring Paulus Jacob Valckenaer, Dodfried Carel Meurs „onderkopm: en doldij boekhouden/ Gerardus Willem Van Renesse „ dito en Secretaris Koene Roenes. Dompto „ koopman en fiscal. - - Johan George van Raesveld, Soo dra de gemeene zaken heden morgen waren afgehandelt, wierd gelezen Secreete brief van den Resident Hemmekam de dato 6: dezer, die hier met desselfs gemoene brief van gemelden datum is aangebragt, waar bij de Resident in de eerste plaats ge„ „wag, maakt van zekere tijdingen, die hij hadde gekregen, dat de Mangindanauwers het al nog op Manado en op de San„ „gvise Eilanden gemunt hadden, van gedagten zynde dat de genoemde Zeeschuimers in deze Noorder Mousson wel wederom een kans op de gemelde plaatzen zouden komen wagen, het geen hij opmaakte uit de hier over ontfangene brieven van „het geen hem van Taboekam den koning van Taboekan, en van den Posthouder dier plaats Augustus Eck, zoo mede uit de gegevene verklaringen van vier inlanders, geboortig van Bwool en Tagulanda, zijnde deze perzonen van de Manguwdanauwers ontsnapt; en welkers Disposities de Resident mede heeft overgezon„ „den 178: 'Smorgen s te Nogen uren Vergadering van Polite Present op t. o en
English
46: the 27th: charge of the Bookkeeper de Koning sent thither, with 163 heads. rumor of a hadji likely demak that they will intercept under the Goerastjese islands the vessels departing from here to Batavia Hemmekam has requested aid from the Sangirese King complaints about the clandestine absence of the Tobillese Alfoors. has therefore 5 vessels under Upon all which rumors of hostile intentions, under command of the Bookkeeper Pieter de Koning, on the 26th of January he had sent to the Sangir islands. this small fleet being manned by 863 men according to the muster roll sent hither: The Council likewise communicated that a certain Hadji (:whom he rightly maintains must be the notorious Hadji Oeman:) had expressed his intention to steer with the Maguindanao fleet to the Goeraretjese Islands, in order on that hope to capture the vessels which are accustomed to sail along that route from Ternate to Batavia, as became more clearly apparent to the Council from the forwarded and presented account of Zacharias Laleboeng of Tagulanda. The Resident subsequently writes that he had requested the Sangirese petty kings by circular letter to add their force of men and vessels to the dispatched small fleet, and if this occurred he hoped that this combined force might encounter the aforementioned sea rovers, and obtain a desired victory over these pirates. Furthermore, the Resident states by way of complaint that two of the Tobillese or Ternatan cruising cora-coras had initially undertaken to accompany our people on this military expedition, but that these vessels had shortly thereafter gone missing in a clandestine manner; with further notification of how he cannot conclude otherwise from this desertion than that the Ternatan Alfoors do not wish to be bound or restricted too closely, rightly remarking that one must nevertheless prevent them from causing nuisance to or mistreating the Company's friends and allies, just as the Resident writes that they did with the commissioner Jeronimus Tawaris and four burghers, who 47: February 1778 Bugis. Hemmekam requests the Council for some ammunition from Which he lent and has not returned. The Council's good hope regarding the aforementioned rumors. who in the month of September of the past year with the Ternatan fought between the Alfoors and the had sailed as pilots in the expedition around the west coast of Celebes, although they (:the Ternatans:) nevertheless gave the Bugis wanderers at Tontoli a good pinch, also mentioning that one of the Ternatan cora-coras, which had been as far as Tidoeng on Borneo, sought out the Tidoeng pirates there in their hiding places, destroyed five of their prows, and had massacred seventeen of those pirates. The Resident adds here, however, that he cannot answer for the truth of this report, since there had been no eyewitnesses on the Company's behalf on these Ternatan cora-coras, so that the said account rested solely on the oral report of the Ternatan Lieutenant Gourahi. The Resident's letter being concluded with a request to demand from Kimalaha Wawo to the Council to demand from the Tobillese Kimalaha Wawo the following war ammunition, namely: 2 common muskets 2 small cartridge pouches 72 musket cartridges with ball 5 filled iron hand grenades 1 Prince's flag, and 4 gunflints. Which war supplies the Resident had issued to the said Kimalaha Wawo to use on the expedition to the Sangir islands, but which he had not received back due to the abovementioned secret departure of the two Ternatan cruising vessels. During the discussion held regarding the contents of this letter, the Council members gave to understand that they were not yet without hope that in Menado and on the Sangirs they might still be freed from fear of the Maguindanaos, since the transmitted letters and declarations, properly viewed, mentioned nothing other than mere rumors of hostile attacks; being
Dutch transcription
46: den 27: opzigt van de Boekhouder de koning derwaarts: gezonden, met 163: kkoppen. „gerugt eener hadje denkelyk demak dat ze de vaartuigen die van hier na Batavia vertrokken onder de goerastjese eilanden den zullen op passen Hemmekam heeft de Samprse Koning om hulp verzogt klagten over het jlandesteen agter blyven van de Tobilse Alfroek. heeft daar om 5: vartuijgen onder Op alle welke gerugten van vijandelijke voornemens, onder Commando van den Boekhouder Pieter de Koning, op den 26: Januarij na de Sangirse eilanden hadde gezonden. zynde dit vlootse blykens de herwaarts gezondene Naam„ „rol bemant met 863 man: Den Raad van des gelijken Com„ „municeerde, dat zekere Hadje (:die hij te regt sustineert dat de berugte Hadje Oeman moest zijn:) zig hadde uitge„ „laten van gezint te zijn om met de Mangindanauwse vloot na de Goeraretjese Eilanden te sterenen, ten eins„ „de op die hoopte de vaartuigen weg te nemen, dewelke ge„ „woon zijn langs die rouste van Ternaten na Batavia te zeilen, zoo als den Raad duidelijker quam te blijken uit het overgezonden en gegeeven Relaas van Zacharias Laleboeng van Tagulanda De Resident Schrifft vervolgens dat hij de Sangvese ko„ „ningjes bij een circulaire brief verzogt hadde, om hun magt van volk en vaartuigen bij het afgezonden vlootie te voegen, en zoo dit geschiedde verhoopte hij, dat deze te kamen gevoegde magt de meermelde zeeschinmers ont„ „moeten, en een gewenschte overwinning op deze rovers mogt behalven Wijders met de Resident klagender wijze dat twee van de Tobilse of Ternaatse Kruis Corra Carras eerst hadden aangenomen om de onzen op deze krijgstogt te vorzellen, dog dat deze vaartuigen zig kort hier na op eene Clandestine wijze hadden zoek gemaakt; met verdere te kennen gave hoe hij uit deze desortie niet anders kan opmaken als dat de Ternaatse Alfoe„ „ren niet al te nauw bepaalt of verbonden willen zijn, te regts aanmerkende dat men dezelve egter dienst te verhinderen om Compagnies vrienden en bord„ „genoten geen overlast aan te doen of qualijk te behandelen, zoo als de Resident schrift dat zij gedaan hebben met de Commissiant Jeronimus Tawaris en vier burgers, die 47: Februarij 1778 Boeginesen. Hemmekam verzoekt de Raars om eenige Ammunitie van Die hij geleent en niet terug gegeven heeft. Des Raads goede hoop van voormelde gerugten die in de maand September van het gepasserede Jaar mot de Tormnata„ „gevogt tussen de Alfoeren ende nan als lootsen hadden gevaren in de expeditie om de west cust van Colebes, hoewel zij (:Ternatanen:) de Boeginese Zwervers te Tontoli des niet te min een: goede neep hadden toegebragt, teffens gewagende, dat een der Ternaatse Corra Corras, die tot aan (:Thedong op Borneo toe is geweest, de Shedongse rovers aldaar in hunne schuilhoeken opgezogt, vijf hun„ „ner prauwen vermelt, en serentien van die rovershadde ge„ „massacreert. De Redident voegt hier egter bij, dat hij voor de waarheit van dit berigt niet kan instaan, vermits 'er geen ooggetuigen van Compagnies wegen op deze Ternaatse Corra Corras waren geweest, zoo dat het gemelde Relaas eenelijk steunde op het mondeling verhaal van den Ter„ „naatsen Lieutenant Gourahi Werdende des Residents brief besloten met een verzoek Kimalaha wawo afte vorderen van den Raad om van den Tobillosen Kimelaha wawo af te vorderen de volgende oorlogs Ammunitie, als: 2: p:s snaphanen gemeene 2 „ Patroontassen kleine 72: „ Snaphaan Patronen met scherp 5 „ yzere gevulde hand granaten. 1 „ Prince vlagt, en 4 „ vuursteenen. Welke oorlogs behoeften de Resideert aan de gemelde Kimelaha wawo hadde afgegeeven om op de expeditie na de Sangirse eilanden te gebruiken, dog dewelke hij we„ „gens het bovengemeld opheim vertrek der beide Ter„ „naatse kruis vaartuigen niet terug hadde gekregen. Bij het gehouden gesprek over den inhoud dezer brief ganen de Raadsleden de verstaan, hoe zij nog met buiten hoope waren dat men op Manado en op de sangirs nog wel met de Vries allen voor de Manquidanauwers zoude vrij raken, dewijl de overgezondene brieven en verklarin„ „gen, eigentlik ingezien, niet anders als van enkelde ge„ „rugten van vijandelijke aanslagen gewag maakten; werdende -
English
the 27th: Good watch recommended The dispatched cruise expedition to the Sangirs approved, though it had been better to have undertaken this mission earlier. The Lord Governor informs the Council that the King of Ternate had made known the clandestine departure of the Co- billers already upon their arrival. Reasons for their departure His Highness requests that lenity may be recommended regarding those mountain folks Hemmekam was nevertheless resolved to strictly recommend the Resident to continuously keep good watch and, together with his subordinates, behave bravely in case he might be attacked in the Fortress. Likewise, the undertaken military expedition to the Sangihe Islands was fully approved, in the hope that it may have a fortunate outcome, and at least keep the ill-intentioned in fear, although it had been desired that the Resident had arranged this expedition to the Sangirs a few months earlier instead of the cruising carried out along the west of Celebes, which expedition might well have been omitted, for reasons that were more extensively deduced at the general session of 25 December, and pointed out to the Resident by letter of 24: January: whereby the Members of this Table recalled that both Ternatan cruising corracorras, which had absented themselves from Manado without the Resident's prior knowledge, had appeared here a few days before the arrival of the Resident's letters. On this subject, the Lord Governor further gave the Council Members to understand that the King of Ternate had made known the arrival of these warriors of his to His Honour, and had given almost the same account of the advantage gained by his men over the Tedoners as that which the Resident reported to the Council about this: the prince having informed His Honour on that occasion that the Alfurs' secret departure from Manado had occurred for no other reason than that the Resident often used harsh words toward them, and wished to exercise the same absolute authority over them as over their comrades who were stationed at Manado and drew fixed pay from the Company, which absolute rule they could not endure; wherefore His Highness had requested the Lord Governor that Hemmekam might be recommended to treat his people with all possible gentleness, whereupon he was assured that the Alfurs would be ready to render him all help and service, since 48 49 February 1778 Considerations of the Council thereupon Recommendation to Hemme- kam. Prohibition to Hemmekam regarding sending the Burgher Tawaris on Commission. His Highness has returned the above- mentioned Ammunition at the Castle flints and flag. since everything could be obtained from these mountain farmers with gentleness. Although on the other hand it was also known to the Council Members that the Alfurs were stubborn people, who sometimes had such strange notions that it was not always possible for a Resident, no matter how accommodating and composed he was, to satisfy these mountain people, it was nevertheless resolved to present to Resident Hemmekam by reply that he must always consider that the Company now greatly needed the help and service of these people at Manado, and that the interests of our Lords and Masters therefore required yielding somewhat, and treating the said Alfurs with all possible gentleness and kind nature, in order to deprive them of all reasons for complaint or displeasure. It was also understood, regarding the complaints about the Alfurs' bad conduct toward Jeronimus Tawaris and the native pilots, to reply to Hemmekam that the Council would indeed admit that it was entirely unfriendly of the Alfurs to leave the said Tawaris along with his goods at Quandang, and sail away without him; yet that one must indeed conclude from the transmitted Report marked No. 5 that the Corracorras were loaded with a greater quantity of private trade goods belonging to Jeronimus Tawaris than was serviceable for a military expedition, and that besides this the known insolence of Tawaris, who has never had a good name here, might well have given cause for displeasure to the Ternatan warriors; wherefore, to prevent such inconveniences, Hemmekam should be ordered not to employ the said Tawaris in such commissions henceforth, but rather to entrust them to a good corporal or, if it could not be otherwise, to another sensible native burgher. Finally, the Lord Governor informed the other Members that the munitions of war which Hemmekam lent to the Kichil Laha Warro were for the most part returned here to the Castle by the King of Ternate, namely the two muskets, two cartridge boxes, and five hand grenades; except the cartridges, gunflints and flag Yet that His Highness had informed His Honour that the Alfurs had consumed the 72: live musket cartridges and 4: gunflints along the way during the hunt, 8 Friday consumed to obtain game for subsistence: whereupon it was understood Which are to be written off as a trifle. to permit Hemmekam to write off the lent munitions of war in his books, just as the Council found it proper to accept the consumed trifle of 72: musket cartridges, four gunflints, and a Prince's Flag out of consideration for the King of Ternate. (:below stood:) Thus Done and Resolved at Ternate in Castle Orange, date as above (:was signed:): S: P: J: Valckenaer, G: C: Meurs, J: W: V: Renesse, and Koenes. the 27: Feb: 1778
Dutch transcription
den 27: goede wagt aan bevolen De opzender kruijstogt naar de sangirs geapprobeert dog had dit bezending wel een en in doen. De Heer gouverneur verwistigt de Raad dat Ternaats Konsing het Clandestien vertrek den Co „biller al bij hun komst had laten bekent maken. redenen van hun vertrek zijn Hoogheit verzoekt dat „trent die bergboeken mag werden gerecommandeert Temmekam werd de eene werdende nogtans besloten van den Resident ernstelijk te recommandeeren van bij continuatie goed wagt te houden en zig met zijne onderhorigen dapper te gedragen, in„ „gevalle hij in 't Fortres aangesleft mogt werden. van des„ „gelijken wierd de ondernomene krijgstogt na de Sangoise eilanden volkomen geapprobeert, in hoope dat dezelve een gelukkige uitslag hebben, en de quaad men ende ten minsten in vreeze zoude houden, hoewel men gaarne gewenscht hadde dat de Resident deze togt na de Sangirs eenige maanden bevorens hadde aangelegt in steede van de gedaane bekruissing langs de west van Celebes, welke expe„ steden van de na de werst mogen „ ditie wel agterwegen hadde mogen blijven, om redenen die ter gemeene sessie van den 25 December breed voeriger zijn ge„ „deduceert, en den Resident aangetoont bij brief van den 24: Janu„ „arij: waar bij de Leden dezer Tafel zig ovrinnerden, dat de beide Ternaatse Kruis corra corras, dewelke zig zoude des Residents voorkennis van Manado hadden te zoek gemaakt, hier eenige hagen voor de aankomst van des Residents brieven waren ver„ „scheenen. Op dit onderwerp gaf de Heer Gouverneur wijders aan de Raadsleden te verstaan, dat de koning van Ternaten de koomst van deze zijne krijgslieden aan zijn Edele hadde laten bekent maken, en bijna het zelfde relaas van het behaalde voordeel der zynen op Thedonen hadde laten doen, t' geen den Resident hier over aan den Raad heeft gemelt: hebbende de vorst bij die gelegentheit aan zijne Edele laten weten; dat der Alfoeren geheim vertrek van Manado, om geen andere reden was geschiet, als om dat de Resident hen dikwils harde woorden toevoegde, en een evengelijk onbepaald gezag over hen wel„ „de voeren, als over hunne makkers, die op Manado be„ „scheiden waren, en vaste besolding van de Compagnie trokken, welke onbepaalde heerschappij zij niet konden Hemmekam de zagtheit om verdragen, weshalven zyn Hoogheit den Heer Gou„ „verneur verzogt hadde dat Hemmekam gerecommandeert mogte werden van de zijnen met alle mogelyke zagtzinnig„ „heit te behandelen, wanneer hij verzekert was dat de Alfoeren bereil zouden zijn om hem alle hulp en dienst te bewijzen vermits 48 49 Februarij 1778 Consideratien des Raads daar over Recommandatie aan Hemme„ „kam. verbod aan Hemmekam wegens het in Commissie senden van den Burger Sawaris. zijn Hoogheit heeft de boven„ „gemelde Ammunitie te Aug gegeven „steenen en vlag. vermits men met zagtheit alles van deze bergboeren konde ver„ „krijgen Hoewel het de Raadsleden nu aan de andere kant ook bekent was dat de Alfderen koppige menschen waren, diel zomtijts zulke wonderlyke concepten hadden dat het een Resident, al was hij nog zoo inschikkelijk en bezadigt, niet altyd mogelijk was om deze berglieden te vergenoegen, zoo wierd egter gearresteert om den Resident Hemmekam bij rescriptie rootehouden hoe hy altyd moeste bedenken dat de Compagnie de hulp en en dienst dezer lieden thans op Manada zeer nodig hadde, en dat de be„ „langen onzer Heeren en Meesters daarom vorderden van wat toe te geven, en de gemelde Alfoeren met alle mogelijke zagt „zinnigheit en goedaardigheit te behandelen, ten einde hen alle redenen van klagten of misnoegen te benemens Ook is verstaan om Hemmekam op de klagten, wegens der Alfoeren slegte handelwijze met Jeronimus Tawa„ „ris en de inlandse Lootsen te antwoorden, dat de Raad wel wilde bekennen hoe het gansch niet vriendelijk van de Alfoeren gedaan was, dat ze gemelden Tawaris benevens zijne goederen op Quandang gelaten, en zonder hem waren weggezeilt, dog dat men uit het overgezonden Rapport met N.:o 5. wel diende te besluiten, dat de Corra Corras met grooter quantiteit particuliere negotie goederen van Jeronimus Tawaris beladen zijn geweest, als i een krijgs expeditie dienstig was, en dat buiten des de bekende northeit van Tawaris, die hier nimmer een goede naam heeft gehad, wel aanleiding tot misnoegen aan de Ternaatse krijgs„ „lieden konde hebben gegeven: weshalven Hemmenam tot voor„ „koning van zulke inconvemienten, gelast zoude werden om gemel„ „den Tawaris voortaan niet in zulke commissies te gebruiken, maar dezelve liever aan een goed corporaal, of als het niet anders wezen konde, aan en ander verstandig inlands burger opte dragen. Eindelijk verwittigde de Heer Gouverneur de verdere Leden, dat de oorlogs behoeften, dewelke Hemmekam aan den kiie„ „laha Warro geleent heeft, alhier meerendeels door den koning van Ternaten weder in het Casteel waren afgegeven, nament„ behalve de Patroonen ahuurplijk de twee snaphanen, twee patroontassen en vijf hand„ „granaden: Dog dat zijn Hoogheit zijn wel Edele hadde laten weten, dat de Alfoeren de 72: scherpe snaphaanpatroonen, en 4: vuur steenen onderweeg=s op de jagt hadden verbruikt 8 Vrijdag „ven worden. verbruikt, om welt tot levens onderhout te bekomen: waar op ver„ Die als een gereenigheit afgeschre staan is om Hammekam te permitteeren van de geleende Oorlogs behoeften bij zijne boekjes afte schriven, gelijk de Raad goedvand van zig de verbruckte gerungheit van 72: snap„ „haan patroonen; var vuwrsteenen, en een prinse Vlag„ uit Consideratie voor den koning van Ternaten te laten welgevallen. (:onderstond:) Aldus Gedaan ende Geresol„ „veert tot Ternaten in 't Casteel Orange P: dato voorschreeven (:was geteekent:): S J: Valckenaer, G: C: Menrs, J: W: V: Koenes. Renesse en den 27: Feb: 178
English
The Honorable Lord Governor and Director. Letter from Wentholt, regarding the treachery of the Gorontalo Captain Laut [illegible]. Friday the 3rd of April 1778, in the morning at nine o'clock, meeting of the Council of Policy. Present: Paulus Jacob Valckenaer, Carel Meurs, Godfried Den [illegible] Head Administrator, Johan George Van Raesveld, Merchant and Fiscal, Gerardus Willem Van Benesse, Junior Merchant and [illegible], Koene Koenes, ditto and Secretary. As soon as the ordinary business was concluded this morning, there was produced and read a secret letter from the Resident Wentholt, dated 8 March, which was brought here a few days ago with some relevant secret annexes by an express native prahu from Gorontalo, the same being, as it seemed, especially drawn up by the said Resident to inform the Council that the Gorontalo Captain Laut Simond had acted treacherously, having revealed to Mono Arfa the dissatisfaction of the grandees and the plot devised against him. Whereby the Council's arrangement to seize Mono Arfa was overthrown. Uncertainty to whom the revelation of the secrets is to be imputed. This news displeased the members of this assembly exceedingly, as thereby all the arrangements of the Council to overthrow Mono Arfa, which were devised in the sessions of 13 December and 18 February and which were taken here upon the Resident's own proposals to get Mono Arfa into hands without exposing the Company's servants to any danger, were overturned. But the good success of this enterprise having depended principally upon strict secrecy, this secret, in the opinion of the Council members, was not sufficiently kept, which one indeed had to conclude from what the Resident comes to report concerning the disclosure made by the treacherous [illegible]. Although one could now hardly investigate whether the Resident on his part had indeed taken the necessary caution to keep the Council's intention hidden from Mono Arfa, the members nevertheless thought that it was not prudently acted by Wentholt to obtain depositions from all sorts of natives to the charge of a prince who stays in the very same place as the deponents, and who could easily gain knowledge of all such writings, whether through one or another spy, or through one of those native deponents themselves; in whom one must never place as much trust as the said Resident seems to have done: wherefore the Council members would rather have seen that these depositions of natives (of which mention has already been made in the secret session of 18 February) had not been taken, since the manifold cases which the Resident cited in his secret letters of 10 November 1777 and 28 January, and now lastly in this letter concerning Mono Arfa's faithlessness, appeared credible enough to the Council without them. 5 April 1778: Wentholt. Between Mono Arfa [illegible] association of [illegible]. Wentholt recommended to be on his guard. Wentholt [illegible] to seize Mono Arfa. The Council's opinion thereof. Obscurity of Wentholt's writing. Moreover, the said petty prince was known here as such a cunning man that it was firmly established he would now in the future know how to take precautions against further plots against his person: for although Wentholt mentions having struck an association between Mono Arfa and his dissatisfied dignitaries of the realm in order to prevent mischief, it was nevertheless natural to think that he would still more or less distrust the Resident as well as these people: wherefore it was resolved to warn the said Resident to beware now himself of the crafty Mono Arfa, and to be continuously on his guard with the garrison of the fortress: it being observed with surprise from the continuation of the Resident's letter that he now presented to the Council with so much emphasis that with his small force he would run into great danger if he should not retain the upper hand in the planned capture, in which case the Resident writes that nothing but deplorable consequences were to be feared for the Company. The Council members remarked during the reading of these expressions how it was a known and general truth that disadvantageous consequences could sometimes arise from a failed enterprise of such a nature, yet one was also assured thereby that Mono Arfa would be able or dare to undertake nothing evil against the Residency as long as the Resident Wentholt was well on his guard and let nothing slip. The account which the Resident further gave concerning a certain ill-disposed Buginese, by name Latjama, to whom Mono Arfa was said to have sent half a piece of betilles as a present, did not, in the opinion of the members, furnish convincing proof that this present was delivered by the said petty prince with the intention to gain adherents
Dutch transcription
Den wel Edele Agtbare Heer Gan: „verneur en Directeur. -- brief van wenthold, om de trouwloosheit van den 90„ „rontaals Capitain laarit Eliloui. Vrijdag den 3: April 170. 'Smor„ /genes te Negen uur vergadering van Polite Present Paulus Jacob Valckenaer, Carel Meurs Godffied Den p„l Hoofd Adminstratiurs Johan George Van Raesveld, „ Koopman en fisaal „onderkoopm: e shij ott: Gerardus Willem Van Benesse Koene Koenes. dito en Secretaris soo draa de gemeene zaken dezen morgen waren afgehandelt, wierd geproduceert en gelezen een secrete brieft van den Resident Wentholt, de dato 8. Maart die hier voor eenige dagen met eenige ter materie dienende se„ „creete bijlagen door een expresse inlandse prauw van Gorontold is aangebragt, zijnde dezelve, zoo het scheen, inzonderheit door gemelden Resident ingerigt om den Raad te verwittigen dat de Gorontaalde Capitain Laart Simond trouw„ „loos hadde gehandelt, als aan Mono Arfa de misnoeffeit der anderzalen, den tegens hem beraamden aanslag hebbende geopenbaart Deze :W: p 52: den 3: versgestoten. onzekerheit aan wien de open baking der geheimen te imputeren is waar door des Raads schikking Deze tijding mishaagde de leden dezer vergadering uitterma„ om Mono Iafa te vatten was om „ malen, als waar door de Raad alle de schikkingen om vergeworpen zal, dewelke ter sessien van den 13: December en den 18: Februarij zijn beraamt, en die hier op des Residents eigen voorslagen waren genomen om Mano Arfa in han„ „den te krijgen, zonder Compagnies Dienaaren aan enig gevaar te exponeeren: Maar het goed succes van dezen aanslag voornamentlik van een stipte geheim hou„ „ding hebbende afgehangen, was dit geheim, na der Raadsleden gedagten niet genoeij bewaart, het geen men wel diende te besluiten uit het geen de Re„ „sident, wegens de gedaane openbaring van den trouw„ „loosen Elimono koomt te melden. Hoewel men nu bezwaarlijk konde onderzoeken of de Resident van zijn kant de nodige omzigtigheit om des Raads intentie voor Mono Arfa bedekt te houden, wel hadde magt genomen, dagten de leden egter dat het niet voorzigtig van wenthalt gehandelt was om verklaringen van allerhande inlanders in te winnen, ten laste van alle vorst die zig op dezelfde plaats als de Deposanten authoodt, en die van alle zulke schrifturen ligt kennis kon krijgen, het zij door de een of ander bespierder; of door een dier in„ „landse Deposanten zelfs; waar op men nooit zoo veel vertrouwen moet stellen, als de gemelde Resident schijnt gedaan te hebben: alwaarom de Raadsleden liever gezien zouden hebben dat deze verklaringen van nnlanders (:waar van ter secrete sessie van den 18. Fee„ „bruarij reets gewaeg is gemaakt:) niet gepasseert waren geworden, vermits de menigvuldige gevallen, die de Re„ „sident bij zijne secreete brieven van den v0: Novem„ „ber, 188, en 28: Januarij, en nu laastelijk in deze brif wegens Mono Arta's ontroúw heeft aangehaalt, den Raad buiten des gelofbaar genoeg zijn voorgekomen. Daarenboom 5 April 1778: wenthold Tusschen Mono Aafa getrafdene assepiatie van Moroix went hold gerecommandeert om op zijn hoeden te zijn wenshoeld war wer dig het om Mouo Arfa op te vatten Des Raads gevoelen daar van Duisterheit van wentholds schrijven. Daarenboven stond het gemeld vorstje alhier voor zoo een doorslepen man bekend, dat men vast stelde hij zig nu in het vervolg wel voor verdere aanslagen tegens zijnen persoon zoude weten magt te nemen: want schoon Went„ „holt melt van tot voorkoming van onheilen, een as sopiatie getroffen te hebben tusschen Mono Arfa en zijne misnoeg „de Ruksgroten, was het egter natumrlijker wijze te den„ „ken dat hij den Resident zoo wel als deze menschen dog meer of min zoude mistrouwen: weshalven besloten wierd om gemelden Resident te waarschouwen om zig nu zelfs voor den listigen Mono Aixa te wagten, en bij Continuatie met het garnisoen des Fartres op zijn hoede te zijn: werdende uit het vervolg van des Residents brief met verwon„ „dering gezien, dat hij den Raad thans met zoo veel na„ „druk voorhield van met zijne geringe magt in groot gevaar te zullen raken wanneer hij bij de beraamde opligting de overhand niet quam te behouden, in welken gevalle de Resident Schrijffe dat 'er niet als beklaaglijke gevolgen voor de Compagnie waren te dugten. De Raadsleden merkten onder het lezen dezer uit„ „drukkingen aan, hoe het eene bekende en algemeene waar„ „heit was dat 'er komtijds nadeelige gevolgen konden ontstaan door een mislukte aanslag van dusdanige natuur, dog men was daarbiscg ook verzekert, dat Mono Arfa niets quaads tegens de Residentie zoude kunnen of durren ondernemen, zoo lang de Resident wenthalt wel op zijn hoede was, en zig nergens over nut liet. Het verhaal dat de Resident wijders deed wegens ze„ „keren quaad gezind en Boeginees, in name Latjama, aan wien Mono Arfa een half stuk Bethilled tot een geschenk zoude hebben toegezonden, leverde na het gevoelen der Leden geen overtuigend bemijst uit, dat dit geschenk door gemeld vorste was afgegeven met oogmerk om aan hangers a
English
the 3rd: Wentholt was recommended to show courage and to request the Christian Attingoolders. The Council's impossibility to assist him with 24 soldiers and 200 Ternate Alfurs. to obtain adherents, or to undertake anything hostile against the Residency, as the Resident seems to maintain without solid grounds; for this was the only intelligible meaning that the Council members could give to this article of Wentholt's letter, which in other respects was also drafted rather obscurely. However, if this hostile attack, for which Wentholt fears, should turn out contrary to the wish and expectations of the Council members, and that the scum of the people he mentions should undertake something evil against the fortress, the Council members currently knew no way to thwart this design by sending military reinforcements; wherefore it was resolved to put this before the Resident, and to admonish him to await all ill-disposed wanderers calmly, and to apply himself to repulsing them with the help of the garrison; which, in the Council's opinion, was currently reasonably numerous on Gorontalo, and therefore ought to be capable of enduring a sudden assault; in addition to which the Resident also had the faithful Christian Attingoolders at his service, whose assistance he would be ordered to use in such an eventuality, since the garrison of this Castle was weakened to such an extent that it was impossible to spare 24 soldiers from it, whom the Resident had demanded by his letter. Moreover, the Council members also saw no chance of obtaining 200 Ternate Alfurs as assistance, which the Resident had likewise requested, but of which supply the King of Ternate will not hear speak; besides which the Council, all things considered, could not find that the danger on Gorontalo was so great that one needed to send such a numerous corps of auxiliary troops thither, which could only happen at heavy expense to the Company. April 1778 Suspension of the apprehension of Mono Arfa. This matter shall be communicated to Their High Excellencies. could happen. In consideration of these cited reasons, it was unanimously resolved to order the Resident Wentholt to refrain for now from apprehending Mono Arfa, and on the contrary to treat this petty king with the requisite discretion without expressing himself in the least concerning the planned attack, unless the grandees of the realm or subjects should deliver him into the fortress themselves, in which case the Resident would have to execute the resolutions of this government in the same manner as was written to him in the latest secret letter of the 24th of December, in accordance with the arrangements made in this regard in the secret sessions of the 13th of December and the 12th of February; it furthermore also being approved to give Their High Excellencies, in the upcoming secret response, a detailed account of Mono Arfa's treachery, as well as of the necessity of deporting and apprehending him, with a humble request to command the Council what shall be done in this affair. Meanwhile, the Resident would repeatedly be recommended to keep quiet in the interim, in order not to increase the Gorontalo troubles, or expose our people to any danger. the 3rd Mono Arfa's plan to flee to Togia. The Council is of the opinion that the request of Walanadie and the Gorontalo grandees of the realm to deliver Mono Arfa and six grandees to the Company must now also lapse. to expose. Furthermore, the Resident's report of Mono Arfa's planned flight to the petty king of Togia was accepted for information, as well as the further confirmation of his punishable trade in weapons with the Buginese or Parigian Poana Impa, both of which cases the Council nevertheless did not find to be of such weight that they needed to be confirmed by declarations of other natives, as the Resident, according to the transmitted attestations, has done, which it was thought would have been better omitted, for reasons that have already been cited previously in this Resolution. Since one could not assist the aforementioned Resident with the requested personnel, without which he maintains that it was dangerous to apprehend Mono Arfa, the Council was of the opinion that the Resident's request and proposal also thereby lapsed, that the second king Wallanadi and the Gorontalo grandees of the realm might be ordered by this government to deliver both Mono Arfa and the six ill-disposed court grandees named by Wentholt to the Company.
Dutch transcription
den 3: wenthold werd de manmoedigheit aan bevolen Christenente verzoeken. Des Raads onmoegelijk hert om hem te assisteren met 24: „ren. hangers te verkrijgen, off iets vijandelijks tegens de Redi„ „dentie te ondernemen, gelijk de Resident zonder vaste gron„ „den schijnt te sustineeren: want dit was de eenigste ver„ „staanbaare zin die de Raadsleden aan dit Artikel van Wentholts brief wisten te geven, dewelke ook in andere opzigten al vrij wat duister was ingerigt. Indien het egter met dezen vijandelijken aan slag, waar voor wentholt in bedugting is, tegens den wensch en de gedagten der Raadsleden mogt uitvallen, en dat het Schuim van volk, waar van hij gewaagt, iets quaads tegens het Fortreet magt voeren, wisten de Raadsleden dit voornemen tegenswoordig door geen onderstand van krijge„ „volk te verijdelen; weshalven men goedvond den Resident zulks voor te houden, en hem te vermanen om alle quaad„ „gezinde swervers rustig aftewagten, en zig toe te leggen om dezelve met behulp van het Garnisoen af te wijzen; het geen thans, volgens des Raads gedagten op Gorontalo redelijk talryk was, en daarom in staat behoorde te zijn om eenen Geraaden stoot te verduuren: waar bij de Re„ en de hulp van de Attingovese „ sident de getrouwe Christen Attingoolders mede tot zij„ „nen dienst hadde, van welkers bijstand hij gelast zoude werden zig in eene dusdanige gelegentheit te bedienen aangezien de bezetting dezes Casteels dusdanig verzwakt was dat men daar uit ommogelijk 24: Militairen konde missen, dewelke de Resident bij zijnen brief Militairen en zoo Ternaatse altoe heeft gevordert. Daarenboven zagen de Raads„ „leden meede geen kans om 200. Ternaatse Alfoeren tot hulp te krijgen, waarom de Resident al mede heeft verzogt, dog van welke leverantie de ko„ „ning van Ternaten niet wil hooren spreeken; behalven dat de Raad, alles wel ingezien wezen„ „de niet konde vinden dat het gevoor op Gorou„ „tald zoo groot was, dat men zoo een talrijk Corps hulptroepen derwaarts behoefde te zenden, het geen niet anders als met zwaare kosten van de Comp: zoude April 1778 staking der opligting van mono Arfor Dit een en ander zal Haar Hoog Edelheden gecommuniceert werden zoude kunnen geschieden in't aanmerking dezer aangehaalde redenen is eenpariglijk gearresteert den Resident wentholt te gelasten, om nu maar van de ligting van Mono Arfa af te zien, en dit vorstje daarentegen met de vereischte bescheidentheit te behandelen zonder zig in het minste wegens den beraam„ „den aanslag uit te laten, of het moeste we„ „zen dat de Rijksgroten of onderdanen hem zelfs in het Fortres overleverden, in welken ge„ „valle de Resident de besluiten dezer Regee„ „ring op dezelfsde wijze zoude moeten uitvoe„ „ren, als hem bij de laaste secreete brief van den 24: December is aangeschreven, conform de dieswegens beraamde schikkingen ter secreete sessien van den 13: December, en 12: Februarij; werdende verders ook goedgevonden om Hun Hoog Edelheden, bij de aanstaande secreete Rescriptie, een omstandig verhaal te doen van Mono Arfas trouwloosheit, zoo wel als van de noodzakelijkheit om denzelven te deporteeren en op te ligten, met ootmoedig verzoek om den Raad te beveelen wat in deze affaire zal werden gedaan. Intusschen zoude de Resident bij herhaling werden gere „commandeert van zig zoo lang stil te hou„ „den, ten einde de gorontaalse troubles niet te vermeerderen, of de onzen aan eenig gevaar bloot den 3 na Togia te veugten De Raadis van gevoelen dat het verzoek van walanadie en de Go„ „rontaalse Rijksgrooten om Mono Arfa en ses Rijksgroo„ „ten aan de Compagnie te deve„ bloot te stellen. Mono Arfas voornemen om: Wijders is des Residents gedaan verslag van Mo„ „no Arfas beraamde vlugt na het koningje van Togia, zoo wel voor Communicatie aan„ „genomen, als de nadere bevestiging van des„ „zelfs strafbaare trophandel met den Boegi„ „nees of Parigier Poana Impa, welke beide gevallen de Raad egter van dat gewigt niet vond, datze door verklaringen van andere inlanders hadden behoeven bevestigt te wer„ „den, zoo als de Resident, blijkens de overgezon„ „dene Attestaties heeft gedaan, het geen men dagt dat zelfs beter nagelaten waare, om redenen die bevoorens bereets in deze Re„ „solutie zijn aangehaalt. Dewijl men nu den meermelden Resident niet met de verzogte manschap konde bij„ „ten nu mede moet vervallen „ staan, zonder dewelke hij sustineert dat het gevaarlijk was om Mono Arpa te ligten, zoo was de Raad van gevoelen hoe daar door des Residents verzoek en voorslag ook quam te vervallen, dat de tweede koning Wallanadi, de Gorentaalse Rijksgroten door deze Regeering geordonneert mogten werden om zoo wel Mo„ „no Arfa, als de ses door wentholt genoemde quaadgezinde Hofgrooten aan de Compagnie over
English
April 1778, the 3rd. The order given by Resident Wentholt to the commander of the Jacatra is approved. To deliver over: for since the Residency was not now reinforced with the requested large number of soldiers, the Council did not wish to run the risk of suffering the affront that Mono Arfa, upon being demanded, might happen to hide himself or flee, or else, through the assistance of his faction, happen to oppose such an open apprehension by force. But if the Resident deemed it utterly advisable, the six ill-disposed grandees of the realm and court servants, by name Piliha Boeta, Ambohinga, Hala, Elimono, Iakini, and Saijaboenga, could be demanded from both the Gorontalese kings in the name of this Government and sent hither under arrest; but if the seizure of their chief Mono Arfa was unserviceable or difficult to carry out, he should be written to, not to speak of this for the present, and to postpone the arresting of these fellows likewise until a more convenient opportunity. For the rest, it was approved that the Resident had given orders to the commander of the Jaccatra not to let any vessels depart from the roadstead of Gorontalo without his prior knowledge; and it was further resolved, in response to the Resident's request for two gun carriages for six-pounder cannons, to answer that such gun carriages are not on hand here apart from those that serve for use on the Castle's ramparts, with the further understanding that two such gun carriages will still be sent to Gorontalo this year, if the same are brought over from Batavia. Complaints from Wallanadi about Mono Arfa. Hereupon a letter was read from the second Gorontalese king, Wallanadi, dated 2 February, which was again filled with complaints about the reprehensible conduct of his colleague Mono Arfa, just like Wallanadi's previous letter of 19 November, which was dealt with at the secret session of 18 February: Except that Wallanadi, by this latest letter, informs the Council that the discord which had arisen between Mono Arfa and the Gorontalese chiefs had been settled again through the good management of Resident Wentholt and of the interpreter Voges. Although the said Wallanadi nevertheless requests the Council that Mono Arfa, on account of the convincing proofs of his committed disloyalty, might be stripped of the royal authority by the Company. April 1778. Which will not be answered in writing, but to thank that prince orally and announce that the Council will write to Batavia about this. Whereupon, this having been discussed, it was resolved not to answer this letter in writing, for reasons that were cited at the session of 18 February during the deliberations held concerning the first letter of this Regent, but to have him thanked orally in the name of this Government for the communication given of the settled discords; yet with regard to Wallanadi's request to depose Mono Arfa from his dignity in the name of the Company, it was agreed merely to have him informed on this subject by the Resident that the Council will write to Their High Nobilities concerning the culpable conduct of his colleague Mono Arfa, and await what these our High Masters will be pleased to decide hereupon, nearly in the same manner as was resolved at the cited secret session of 18 February on the same subject. Receipt of a letter from Resident Hemmekam about the joy of the Sangirese kings regarding the dispatched expedition. After these deliberations concerning the Gorontalese letters, a secret letter from Resident Hemmekam, dated 18 March, which was likewise brought hither by the Gorontalese letter-carriers, was presented, in which this Servant in the first place gives to understand that the Sangirese kings were exceptionally pleased with the military expedition that the Resident had directed to the Sangirese Islands. In proof of which statement he sends the Council two original letters from the head of this commission, Bookkeeper Pieter de Koning, dated 4 and 23 February, in which the said commissioner writes to Hemmekam that the kings of Tagulanda and Chiaur had supplied the Manado flotilla with one kora-kora and two strongly manned prahus, whereupon he, Hemmekam, had permitted the said kings to turn the prow towards Maloerong with this combined guard, in order to seek out the enemy there. This flotilla, after the junction of the Sangirese war vessels, according to Hemmekam's statement, would indeed consist of a number of 20 sails and 100 men, so that he had hopes that such an equipment would certainly take away from the Magindanaos and other pirates the desire to render the Sangirese waters further unsafe. The 3rd. The Council approves Hemmekam's management. Which account having been dealt with, the measures taken by the Resident to curb the enemy were approved by the Council members, while they lived in the hope that this cruising might advance the intended thwarting of the enemy's design with desired success. There is currently no enemy at Manado. Hemmekam requests another clerk. It was furthermore very agreeable to the Council to learn from the continuation of the Resident's letter that at the dispatch of those letters on 18 March nothing was yet heard of enemies at Manado; whereby at the end of his missive he gives to understand that, on account of his business, he could not possibly manage with one clerk, wherefore
Dutch transcription
April 1778. De gegevene ordre door ing venthold aan de gezagvoer„ approbeert over te leveren: want vermits de Residentie nu niet met het verzogt talrijk getal van krijgslieden wierd versterkt, wilde de Raad geen gevaar loo„ „pen van het affront te ondergaan, dat Mono Arpa; opgeëischt werdenden zig quaame te verber„ „gen, of te ontvlugten, dan wel door de bijstand van zijnen aanhang zig met geweld quamte opponeeren tegens eene dusdanige openbaare opvatting: Dog bij aldien de Resident het vol„ „strekt geraden agte, zouden de ses quaadgezin„ „de Rijksgrooten en Hofdienaren, in naame Pi„ „liha Boeta, Ambohinga, Hala, Elimono, Iakini, en Saijaboenga, uit naam dezer Regering van de beide Gorontaalse koningen opgeëischt en in arrest herwaarts gezonden kunnen werden; maar zoo de opligting van Hun Hoofd Mono Arfa on„ „dienstig of bezwaarlijk om uit te voeren was, zou„ „de hem geschreven werden, om hier voor eerst niet te spreeken, en de arresteering dezer knaa„ „pen mede tot een bequaamer gelegentheit uittestellen. Voor 't overige is geapprobeert dat de Resi¬ „der van de jakatea ge„„dent ordre hadde gegeven aan den gezagheb„ „ber van de faccatra, om geene vaartuigen buiten zijne voorkennis uit de qual van Gorontalo te laten verstrekken; en is wijders goedgevonden die 4 58 den 3 Arfa goedgevonden van op des Residents verzoek om twee affuiten tot ses Ponder Canons te antwoor¬ „den, dat dusdanige affuiten hier niet aan handen zijn buiten de geene die tot het ge„ „bruik op de Casteels wallen dienen, met verde„ „ren verstande om dusdanige twee affuitere nog van dit Jaar na Gorontalo te verzen„ „den, indien dezelve van Batavia werden aangebragt. klagten van walanaoiover Moro Hier op is een brief gelezen van den twee„ „den Gorontaalsen koning wallanadi, de dato 2: Februarij, dewelke wederom vervult was met klagten over het berispelijk gedrag van deszelfs ampgenoot Mono Arfa, even als wallanadis vorige brief van den 19: November, waar over ter secreete sessie van den 18: Febru„ „arij is gehandelt: Behalven dat wallanadi den Raad bij deze Jongste brief kennis geeft, dat de fem oneenigheit, die ^ tusschen Mono Arfa en de Gorontaalse opperhoofden ontstaan war, door het goed beleit van den Resident wentholt en van den Tolk voges weder was bijgelegt. hoe„ „wel de gemelde wallanadi den Raad evenwel verzoekt, dat Mono Arfa, wegens de overtuigen„ „de bewijzen van zijne begaane ontrouw, door de Compagnie van het koninglijk ge„ „zag mogt werden berooft. Waar April 1778 Die niet schriftelijk zullen beantwoord warden bedanken. en aanzeggen dat de Raad hilt over naar Batavia zal schrijven. Vemmekam koning wegens de gezondene dipeditie Waar over gesproken zijnde, werd goedgevonden om dezens brief niet schriftelijk te beantwoorden, om redenen die ter sessie van den 18: Februarij, bij de gehoudene besoigne over de eerste brief van dezen Regent zijn aangehaalt zullende maar dien vorst mondeling laten dezelve daarom mondeling uit naam dezer Regeering, bedankt werden voor de gegevene Communicatie van de bij gelegde oneenigheeden, dog met op zigt van wallanadis verzoek Mono Arfa uit naam der Compagnie van zijne waardigheit afte zetten, wierd eenelijk verstaan denzelven op dit onderwerp door den Resident te laten voorhouden, dat de Raad Hun Hoog Edelheden over het Culpabel gedrag van zijnen amptgenoot Mono Arfa zal schrijven en af„ „wagten wat deze onze Hoge Gebieders hier ontrent zullen gelieven te besluiten bijna inzelver voegen als ter aange„ „haalde secreete sessie van den 18: Februarij over het zelfde onderwerp is gearresteert ontfang eener brief ver Na deze besoigne over de Gorontaalse brieven een secreete brief van den Resident Hemmekam de dato 18: Maart, dewelke hier mede door de Gorontaalse brieve brengers is aangebragt, waar bij deze Dienaar in de eerste plaats te ver„ „staan geeft, dat de sungirse koningen ongemeen in hun„ over de vrugde der sanginspen schik waren met de krijgs expeditie die de Resident na de sangirse Eilanden hadde aangelegt ten bewijse van welk gezegde hij den Raad twee origineele brieven van het hoofd dezer Commissie den Boekhouder Pieter de koning, toezend de datis 4: en 23: Februarij, waar in de gemelde m . o wel . . . . . Den 3: De Raad approbeert Hem„ „mekams behandeling p hemmekam verzoekt om nog een pennist: gemelde Commissiant aan Hemmekam schrijft, dat de ko„ „ningen van Tagulanda en Chiaur het Manadose vlootie met een Corra Carras, en twee sterke bemande prauwen hadden verstrekt, naar op hyj Hemmekam de gemelde koningen hadde toegestaan van met deze gecombineerde wagt den steven na Maloerong te werden, om den vijand aldaar op te zoeken zullende dit vlootje na de Conjunctie der sangirse krijgs vaartuigen, na Hemmekams voorgeven, wel bestaan in een getal van 20: zeilen, en 100: man, zoo dat hij hoopte hadde dat eene dusdanige toerusting de Magindanauwers en andere rovers de cust wel zoude benomen de sangirse vaar„ „wateren verder onveilig te maken. Over welk relaas gehandeelt zijnde wierden de Residents genomene maatregulen ter beteugeling van den vijand door de Raadsleden geapprobeert, terwijl men in hoope leefde dat deze bekruissing de beoogde verijdeling van der vijanden voornem met een gewenscht succes mogte be„ vorderen. op manadois than geen vijand Het was den Raad wijders ook zeer aangenaam uit het vervolg van des Residents brief te vernemen dat er bij het afgaan, dier letteren op den 18: Maart nog niets van vijanden op Manado word vernomen waar bij hij op het einde zijner missive te verstaan geeft, dat hij het wegens zijne bezigheden onmogelijk met een pennist konde afzien weshalven 2
English
61: April 1778 wherefore he requests another clerk who is capable of keeping the trade books. Upon which request by Hemmekam it was noted that Manado was only allocated one clerk or bookkeeper under the Memorandum of Management, with which all previous Residents had also managed to complete the paperwork; besides which there was currently such a great shortage of good clerks here that none of those present could be spared, and especially not one skilled in bookkeeping, to which very few here apply themselves. For all of which reasons it was resolved to reject this request for an additional clerk and to point out to Resident Hemmekam that he could avoid much unnecessary paperwork because he often, without necessity, transmitted copies of letters and other appendices from which very little or no use could be drawn, and from the sending of which he could well be excused, which would save him much time and effort. Below stood: Thus done and resolved at Ternate in Castle Orange, date as above. Was signed: P: J: Valckenaer, G: C: Meurs, J: G: Van Raesveld, G: W: van Renesse, and K: Koenes. Thursday the 21st of May 1778, in the morning at nine o'clock, Council of Policy meeting. Present: The Right Honorable outgoing Governor and Director Paulus Jacob Valckenaer, the Right Honorable incoming Governor and Director Mr. Jacob Roeland Thomaszen, Senior Merchant and Second Godfried Carel Meurs, Captain Commandant Joseph Stephanus, Merchant and Fiscal Johan George Van Raesveld, Hendrik Ambrosius Johnsen, Junior Merchant and Pay-Bookkeeper Gerardus Willem van Renesse, and Secretary Koene Koenes. The prayer having been performed, both present Governors informed the other members that they had thought fit to convene this meeting to deliberate jointly on the secret letter from Resident Hemmekam of the 11th of this month, which was brought here yesterday by an express prahu. Which letter subsequently being read aloud, therein was found the communication of the fatal news that the bark De Ida, which had departed from Manado for this place on the 7th of this month with 80 lasts of rice and other country produce, had two days later in the Strait of Banka engaged in a fierce battle against a numerous Maguindanao fleet of fifteen large vessels, besides a multitude of smaller ones, on which occasion that vessel had to yield to the superior strength of the enemy, as having, after a continuous cannonade of several hours, finally been captured by the sea-rovers. From Hemmekam's letter it was likewise learned that at the time of the bark's departure not the slightest report of enemies had yet been heard, but the said Resident, having been informed the following day by a letter from the Bookkeeper Pieter de Koning that this servant, who had been appointed by him as head of a cruising fleet to the Sangihe islands, had on the 1st of this month near Siau engaged in combat against thirteen Maguindanao pirate prahus, the Resident had immediately sent a letter with this warning to the commander of the bark De Ida, Niels Fries, with orders and warning to be well on his guard, since the said Maguindanao pirate fleet would probably drop down from the Sangihe waters toward the Strait of Banka and meet the bark; which suspicion, to the sorrow of the Council members, was only too true, although it seems that the commander Niels Fries took Hemmekam's warning far too lightly; for in the journal sent hither concerning the said engagement, which is signed by 36 surviving crewmen, and which was found to be of this content:
Dutch transcription
61: April 1778 weshalven hij om nog een schrijver verzoekt, die staat is om de han„ „delboeken te houden. Dehb: heene werd ontzoij:„ Op welke verzoek om Hemmekam aangemerkt wierd dat Mana„ „do maar een pennist of Boekhouder bij de Memorie van Menagie is toegelegt, waar mede alle de vorige Residenten het schrijft werk ook hebben klaar gekregen, behalven, dat men hier te genswoordig zelfs zoo een groot gebrek aan goede pennisten had„ „de, dat niemant der aanwezenden gemist konde werden, en in„ „zonderheit met een die kundig was in het Boekhouden, waar op zig hier zeer weinige toeleggen: alwaarom besloten wierd dit verzoek om nog een pennist van de hand te wijzen en den Resident Hemmekam voor te houden dat hij veel onnodig schrifwerk konde vermijden door dien hij dikwils buiten noodzakelijkheit Copijen van brieven, en andere bij„ „lagen overzond, waar uit men zeer weinig of geen nut konde trekken, en van welkers toezending hij dus wel ge„ excuseert konde werden, het geen hem veel tijd en moeite zoude uit winnen /onderstond/ Aldus Gedaan ende Geresolveert tot Ternaten in't Casteel Orange dato Voorschreven /was getekent:/ P: J: Valckenaer, G: C: Meurs, J: G: Van Raesveld, G: W: van Renesse, en K: Koenes. Donderdag „nekam de huateling 2 Donderdag den 21:' Meij 1778: 'smorgens Den welEdelen Agtbaren Heer afgaand gouverneur en Directeur „wel Edelen Agtbaren aan komend verovening van ole Jaccobua Paulus Jacob Valckenaer gouverneur en directeur M:r Jacob Roeland Thomaszen, „p:s opperkoopman en seunde Godfried Carel Meurs, Joseph Stephanus, „koopman en Fiscaal Johan George Van Raesveld, —:. . . . . . . Hendrik Ambrosius Johnsen, onderkoopm ensodij Bekhouder Gerardus Willem van Renesse, en _o „ Secretaris Koene Koenes. „ Capitain Commandant Het gebet verrigt zijnde, gavende beide tegenswoordig Gouver„ „neurs de verdere Leden te kennen, hoe ze goedgevonden hadden deze ver„ „gadering te beleggen om gezamentlijk raad te plegen over de secreete brief van den Resident Hemmiekam van den 11: dezer, die hier op gisteren met een expres Prautje is aangebragt, welke brief ver„ „volgens zijnde opgelezen, vond men daar in de communicatie van de fatale tijding dat de Bark de Jdd, die op den 7: dezer met 80: lasten Rijs en andere landsproducten van Manado herwaarts was vertrokken, twee dagen later in de straat Bar„ Present te negen uuren vergadering van Politie ka „ha Insentie van het dag ver „haal door de overgeblevene schepelingen. Banka in een herig gevoegt was geraakt tegens een talrijke Ma„ „gindananauws vloot van vijftin groote vaartuigen behalven een menigte kleindere bij welke gelegentheit die Bodem voor de overmagt der vijand hadde moeten bukken, als zijnde na een gehouden schutgevaarte van eenige uuren eindelijk door de zee¬ schuimers verovert Uit Hemmekams brief wierd van desgelijken vernomen dat en ten tijde afreize der Bark nog geen de minste tijding wierd gehoor van vijanden, dog de gemelde Resident daags daar aan door een brief van den Boekhouder Pieter de Koning verwittigt zijnde dat deze Dienaar, die door hem als hoofd van een kruisvlootje na de sungirs was aangesteld op den 1: dezer omtrent Chiauw in gevegt was geraakt tegens dertien Magindanauwse roofprauwen, zoo hadde de Resident direct een brief met deze waare gezonden aan den gezaghebber van de Bark de Jda Niels Fries, met ordre en waarschouwing om wel op zijn hoede te wezen, vermits de gemelde Maginda„ „nauwse roofvloot denkelijk wel uit de sangirse vaarwa„ „teren naar de straat Banka zoude afzakken, en de Bark dies ontmoeten: welke vermoeden, tot der Raadsleden swert, maar al te waar is geweest hoewel het schijnt dat de gezaghebber Niels Firies zig de waarschouwing van Hemmekam met veel te nuste heeft gemaakt want bij het herwaarts gezonden dag ver„ „haal om het gemelde gevoegt te geen door 36. overgeblevene schepelingen getekent is, en 't geen bevonden wierd van dezen in„ „houdt te zijn. klein -
English
The 21st: Brief short daily narrative kept of the Honorable Company's bark the Jda, sailing from Manado through Banka to Ternaten. On Thursday the 7th of May 1778, we departed from the roadstead. On the 8th of May we received a missive from my Lord the Resident of Manado in the evening between the 5th and 6th glasses, stating that the enemy with 30 of his proas was at Sangirs and had been in battle there; whereupon little credence and preparation was made, other than merely readying the guns for the next morning. Whereupon the next morning appeared, being the 9th of May. After we had anchored, three enemy proas were spotted by the lookout from forward; whereupon it was commanded to mount guns and to load them with live ammunition. Then two eight-pounder cannons were mounted, for we had no eight-pounder cannons mounted when day broke, and there was also no time left to mount them. Then grape-shot was brought up and distributed at the guns along with some further implements. And we were also exposed without our breastwork, for we were then no longer in a position to set up our breastwork, as we then received fire from the enemy; whereupon we then returned his fire and fired bravely at each other. Whereby we were then so badly hit, due to the exposure without netting or breastwork, that in a short time we suffered so many dead and wounded, of whom our commander Niels Fries was the first among the wounded and also died of it shortly thereafter. And we were subsequently so disabled that we could handle no sail, for our braces and sheets and sails were all shot to pieces, so that we could not use them. And our tiller rope was also shot to pieces, so that we could not steer. And by the heavy firing our guns were so disabled in their breeching ropes, trucks, and ringbolts that we could bring no gun to bear anymore, among which My Lord Wolf was also very severely wounded, and our mate Houdelette was also wounded. Then the enemy fell upon us at such close quarters that we were then forced to attack them with hand grenades, whereupon we brought up those hand grenades and threw them. Then they came in upon our stern and we fired with our serviceable guns as much as we still could. Then they came alongside us and were about to board us, whereupon the mate called out that if there were any who wished to save themselves or save their lives—or else we were dead men—then we must save ourselves in the boat; he would go into the prahu of my Lord Wolf. Whereupon, under some cannon shots, up to the shore some of our Europeans were captured in the forest while fleeing. Whereafter we still do not know where our mate has gone, whether he was captured by the enemy or not, for he intended to go to Likoepang. And having subsequently come ashore, we had a difficult journey to Manado, some taking four days, some three days, and also having been 5 and 6 days in the forest. All the above we declare in truth and justice. Furthermore, we, petty officers and subordinate sailors of the bark the Jda, most humbly request the Honorable Francois Bartholomeus Hemmeram, Junior Merchant and Resident here, to be granted one month's wages for the necessities of life. Signed at Manado the 15th of May, Anno 1778. Was signed: I, Johan Fredrik Wiessner, Surgeon; Gerrit Okes, Steward; Cornelis Roos, Carpenter; Jan Meijer; and Jan the Writer. Lower signed by sailors: Jacob Slinger, Casper Mittendorp, Jacob Jeswit, Pieter de Bruin, Abram Volkema, Jan Beinders, Dirk Harmes, Lucas de Keiser, Christoph Creesius, Doris Kievit. Further signed with 21 crosses in the names of: Marcus Rijndorp, Simon Simons, Pieter Wijnhants, Jacob Jansz van der Linden, Jan Geerlag, Dirk Hendrik Groen, Josias Niewekerk, Benedictus Pallinidus, Jan Frans Hendriks Hegt, Godfried Arends, Johannes Dirks, Augustinus van Benalle, Andries Cornelis, Paulus Verhaal, Jan Schreudert, Christiaan Cornelis, Citizen A. Steevens, Citizen Domingo Parera, Adrianus Capelle, and Jacobus Bummer. The 21st. Negligence of the commander. It is stated, in addition to the cited particulars in Hemmekam's letter, that the commander Niels Fries fell right at the beginning of the engagement, and the mate Houdelette was severely wounded, as well as that in a short time a great number of the common crew were killed and wounded, because the nettings had not been properly attended to, and the ship's crew had thereby been overly exposed to the enemy's gunfire. In addition, the aforementioned 36 deponents also give to understand that the fallen commander Niels Fries did not take sufficient care to keep the vessel ready for battle in time, as the eight-pounders, with which the enemy could have been dealt the greatest damage, were not all at hand and were still mostly lying in the hold when the pirates were discovered. Since this, in the opinion of the Members, was an inexcusable and punishable negligence, this commander, had he not fallen, would certainly have been brought to trial and punished according to his deserts for this dereliction of duty, even though he was otherwise known here as a good seaman, to whom the Council in the month of January had assigned the command of the bark the Jda on the occasion of the severe illness of the chief mate Van der Staat at that time. In continuation of this grievous account, it was reported by the Resident Hemmekam how he had never thought that the Magindanao raiders would have undertaken to attack this strong, well-manned, and fully war-equipped bark, much less capture it; and that this vessel, moreover, had been accompanied by three large and well-manned paduwakangs of the former Quandang Resident.
Dutch transcription
den 21: klein kort dagverhaal gehouden van den Ed Compagnies Bark de Jda Zeilende van Manado door Banka naar Ternaten op Donderdag den 7: Meij 1778, vertrokken wij van de Rheede dte ontfangen op den 8: Meij een Messiven van mijn Heer den Resident van Manado 's avonds tussen den 5: en 6: glasen als dat den vijand met 30: van zijnen Prauwen op sangirs was en aldaar hadde slaags geweest waar op waar weinig gelooft en aangestelt wierd gemaakt als alleen om morgen agtent stukken en aan waar op den dag van morgen verscheen zijnde den dag van morgen verscheen, zijnde den 9: den Meij na dat wij geankert zoo wierd door den uitreik van den voort op gezien drie vijans prouwen waar op wierd gecommandeert om stukke op te zetten en om scherp daar op te zetten doen werd daar op gezet twee stukke agt ponder Canon want wij hadde geen agt ponder Ca„ „non waar op het dag en ook geen tijd meer op te zetten doen wierd schen boven gehaalt en verdeelt bij de stukke en eenige verdere gereed„ schappe en ook wassen wij intbloot van onze Benting want doen was wij niet meer instaat om onze Benting daar op te zetten want wij kregen doen vuur van den vijand naar op wij hem toen weder vuur„ „geven en schoten tapper op malkander waar door wij hem toen door de blootheit van vinken Netten of Benting soodanig wierde getroffen dat wij in de kortheit des tijds soo veel door de en gequesten kregen waar van onzen gezaghebber Niels Fries de Eerste van dien gekwest en ook daar aan in kortheit overleden en wij vervolgens zodanig wierden geramponeert dat wij geen zeil konden regeeren want ons Brassen en schoten en zeilen waren alles stuk geschoten zoo dat wij dien niet konden gebruiken en ook zoo was ons stuur Bandt stuk geslagen zoo dat wij niet konden stuuren en door 't sterk schieten was ons geschut sodanig geramponeert van broekens willen en ringboute dat wij geen geen stuk meer te Boort konde kreigen waar onder Mijn Heer Wolf ook zeer zwaar wierde gequest en ook onze stuurman Houdeletten wierd ook gekwest doen wierde wij soo kort door den vijand op het lijf gevallen dat wij toen genoodzakt waren om haar met hand granade te attakeeren waar op wij doen die handgratten hebben opgehaalt daar mede gesme„ „ten doen kwam zij ons van egter in en schoten doen met ons bequaam geschut soo veel wij nog konden doen kwam zij ons op zij en worden ons enteren waar op dien den stuurman riep wanneer door eenigen waren die haar wonden Redden of salveeren hunnen leven of anders waren wij lieden des doods dan moetten wij in de schuit salveeren hij 64: Meij 1778 65 hij zoude gaan in de Blotter van mij Heer Wolf waar op wij met eeni„ „ge schoten Canon tot aan den wal van nog eenige van onze Europeese zijn gevangen geraakt in het Bos onder het vlugten naar vervolgens wij nog niet weten waar ons en stuurman is gebleven of hij van den vijand gekregen of met want hij wonde zig vervoegen na Likoepang en wij vervolgens aangelande hebben een swaaren reis gehad naar Manado sommatje van vier dagen sommige drie dagen en ook 5: en 6: dagen in het bos geweest dit bovenstaande verklare wij alle in regt en waarheit. Verders wij onder officieren en onderhorende matrosen van den Bark de Jda verzoeken zeer ootmoedig aan den Ed: Heer Fran„ „cois Bartholomeus Hemmeram, onderkoopman en Resident alhier om een maand gagie te mogen genieten tot nodigheit des Lig„ „haams /:onderstond:/ Manado den 15: Meij A„o 1778: /:was getekent: Jk als Johan Fredrik Wiessner, Meester, Gerrit okes Bottelier Cornelis Roos timmerman, Jan Meijer, en Jan de Schrijver /:lager / Matroosen getekent/ Jacob Slinger Casper Mitten„ „dorp, Jacob Jeswit, Pieter de Bruin, Abram volkema„ Jan Beinders, Dirk Harmes, Lucas de Keiser Christoph Creesius, Doris kievit, nog is getekent met 21: kruisses in naa„ „me Marcus Rijndorp, Simon Simons, Pieter Wijnhants, Jacob Jansz, van der Linden, Jan Geerlag, Dirk Hendrik groen, Josias Niewekerk Benedictus Pallinidus, Jan frans Hendriks Hegt, Godfried Arends, Johannes Dirks, Au¬ „gustinus van Benalle, Andries Cornelis, Paulus verhaal, Jan Schreudert, Christiaan Cornelis Burge A: steevens, bur„ „ger Domingo Parera burger, Adrianus Capelle, en Jaco„ „bus Bummer. staat behalven de aangehaalde bij zonderheden un't Hemme„ „kams brief, bekent, dat de gezaghebber Niels Fries als in het begin van het gevegt gesneuveld, en de stuurman Houdelette zwaar gequest was geraakt, zoo mede dat in het korte tijd een groote menigte der gemeene schepelingen gedooden geblesseert waren geworden, door dien de vinke„ „netten den 21 agtekosheit van de gezag„ „voerder. Vinkenetten niet na behooren waren verzogt, en de scheeps Equipagie daar door al te zeer aan het geschut van den vijand bloot gestelt was geweest, daarenboven geven de gemel„ „de 36: Deposanten mede te verstaan dat de gesneuvelde gezaghebber Niels Fries geen genoegzame zorge heeft gedragen im den Bodem bij tijes slag vaardig te houden, door dien de agt Ponders, waar mede den vijand de meeste afbruik konde werden gedaan, niet alle bij derhand en nog meerendeel in het ruim lagen, wanneer de rovers ontdekt wierden, ver„ „mits dit nu na het gevoelen der Leden eene onverantwoordelij„ „ke en straafwaardige agteloosheit is geweest, zoude deze gezaghebber zoo hij niet gesneuvelt was, zekerlijk te regt gestelt, en na verdienste wegens dit pligtverzuimt gestraft zijn geworden, schoon hij hier anders voor een goed zeeman be„ „kent is geweest, aan wien de Raad in de maand Januarij het ge„ „zag over de Bark de Jda heeft opgedragen, bij gelegentheit van de toenmalige zwaare onpasselijkheit van den opperstuur„ „man van der staat. Ten vervolge van dit smertelijk verhaal werd door den Ro¬ sident Hemmekam gemeld, hoe hij noost gedagt hadde dat de Magindanauwse stroopers ondernemen zouden hebben om deze sterke welbemande en volkomen ten oorlog toegeruste Bark aan te lasten en veel min te verroveren, dat dit vaar„ „tuig boven dien nog verzelt is geweest van drie groote en welbemande Padunakans van den gewezen Quandangs Resident
English
May 1778 61 not to be acquitted of dereliction of duty. Resident de Wolf, who were also carried off by the enemies. The Council members in further discussion concerning this accident were, after a mature consideration of the particulars that had preceded the capture of the Bark, also of the opinion that Resident Hemmekam was not to be acquitted of dereliction of duty. For although he intimates in his letter of the 11th of this month that at the time of the departure of the Bark on the 7th prior not the slightest news of an enemy had been heard at Manado, nevertheless some days before that time a rumor of enemies must already have circulated there, because the fallen Commander Niels Fries wrote a letter on the 18th of April to a certain private individual here on Ternate, wherein he says that yesterday the 17th news had been received at Manado of 19 Maguindanao prows which had arrived at Banka. And if it is in accordance with the truth that the enemy had indeed appeared in Banka at that time, then Hemmekam would have acted very badly and would be culpable in the highest degree for misleading the Council in this, and for reporting that at the departure of the Bark nothing was known of any enemy. In addition, the 36 escaped crew members of the Bark the Ida intimate in their daily journal that the boarding nettings were not properly set up, and heavy eight-pounder cannons through carelessness were still mostly lying in the hold, in a word that everything was still in disorder at the time the enemy had already begun to approach them closely. And rightly considered, the Council members thought that it had been Hemmekam's duty to ensure that this strong the 21st danger for Manado strong Bark, which was provided with such a numerous crew, should have been completely prepared for battle prior to its departure from Manado, without leaving such an important matter entirely to the commander, which will be held against him, as well as that it was very ill-advised to detain the Bark at Manado for six days beyond the appointed sailing day of the first of May, since this vessel would already have passed Banka and would have arrived here under God's help without encountering enemies if Hemmekam had allowed the same to depart on the appointed day. On which three points Hemmekam shall be examined by rescript, with orders to account for himself concerning them, after which final disposition shall be made regarding his conduct. Likewise Hemmekam shall be ordered to send up the 36 escaped crew members of the Ida without delay, in order to be interrogated here and punished according to their deserts, in case they made themselves guilty of cowardice, as there is reason to suppose. Moreover, one had to conclude from the verbal reports of the Sailor Jacob Slinger, who delivered the Resident's letters, that the greatest part of the crew fell in the fight or were taken prisoner by the enemy. And Hemmekam himself writes that the capture of that heavily manned vessel had also caused great dismay at Manado, for which there was all the greater reason in view of the abundant munitions of war 68 69 May 1778 important loss of that vessel and this cargo The Council's apprehension for the rice offices to assist munitions of war that the Enemies had obtained on this occasion, just as the Council members were also of the opinion that this reinforcement of war ammunition would make the enemy bolder, which must certainly considerably increase the danger into which Manado and the outposts are now brought. When one now further observes that the cargo of the captured Bark consisted of: 80 Lasts of Rice 92 Reals of Gold in bars and 10 Piculs of wax. Then one may well say that this loss, as well as that of the Bark the Ida itself, with the abundant crew and ammunition goods that were upon it, to the heart's grief of the Council members is very, very important for the Company, and in the highest degree unfortunate for the brave Resident de Wolf, who was already severely wounded in the beginning of the fight, and has now probably already passed away, or will have been carried off with his three little children by the Maguindanaos. Furthermore, the Council members were of the opinion that Manado, Kema, and Amurang now also ran great danger of being overwhelmed by these pirates on account of the advantages gained by the Maguindanaos, for besides that the dismay there at present among the native population was very Great, one had here no power to assist those offices, no sufficient force of men, and also no suitable vessels at hand to come to the aid of the Manado Residency
Dutch transcription
Meij 1778 61 niet vrij te spreken vorpligt verzuim. Resident de Wolf, die ook door de vijanden zijn weg genomen. De Raadsleden in nader gesprek over dit ongeval waren Manados Resident is mede na een rijpe overweging der bijzonderheden, die de verovering der Bark waren voorgegaan, van gevoelen dat de Resident Hemmekam niet van pligt verzuim was vrij te spre„ „ken, want hoewel hij bij zijn brief van den 11: dezer te verstaan geeft dat 'er ten tijde van de afreize der Bark op den 7: bevorens geen de minste tijding van vijand op Ma„ „nado was gehoort, moet aldaar nogtans eenige dagen voor dien tijd dog al een gerugt van vijanden hebben gelo„ „pen door dien de gesneuvelde Gezaghebber Niels Fries op den 18: April een brief aan zekere particulier hier op Ternaten heeft geschreven, waar in hij zegt dat men gis„ „teren den 17: tijding op Manado gekregen hadde van 19: Mangin„ „danauwse prauwen, dewelke in kanka waren aangekomen: En by aldien het Conform de waarheit is dat de vijand te dier tijd we„ „zentlijk in Banka was verscheenen dan zoude Hemmekam zee slegt hebben gedaan en ten uittersten straafbaar zijn van den Raad hier in te misleiden, en te melden dat men bij het ver„ „trek van de Bark van geen vijand wist. Daar en boven geven de 36. ontkomene schepelingen van de sack de Jda bij hun dagverhaal te verstaan, dat de vinkenetten net na behoren verzogt, en 2waare agt sonder Canons door agteloos„ „heit nog merendeels in het ruim lagen, met een woord dat al„ „les nog ingereddert was, ten tijde de vijand hun reets sterk be„ „gon te naderen en als regt ingezien dagten de Raadsleden dat het Hemmekams pligt was geweest om te zorgen dat deze sterke den 21 gevaar voor Manado sterke Bark, die met zoo eene talrijke equipagie voorzien was, Voor deszelfs vertrekt van Manado volkomen slagvaardig hadde moeten wezen, zonder een dusdanig gewigtig poinct op den gezaghebber te laten aankomen, het geen hem zoo wel zal werden voorgehouden, als dat zeer slegt beraden is geweest door de Bark zes dagen boven den bepaalden zeildag van primo Meij op Manado aantehouden, aangezien deze bodem Banka reeds doorgetrokken, en hier onder Godts hulpe, zonder ont„ „moeding van vijanden aangekomen zoude zijn, wanneer Hemmekam dezelve op den bepaalden dag hadde laten ver„ „trekken: over welke drie poincten Hemmekam bij rescriptie zal werden onderhouden, met ordre om zig daar over te ver„ „antwoorden, waar na ten finalen over dezelfs gehouden gedrag zal werden gedisponeert Gelijk Hemmekam mede gelast zal werden om de 36: ontkomene schepelingen van de Jda zonder toeren op te zenden ten einde alhier ondervraagt, en na ver¬ „dienste gestraft te werden, in dienze zig aan lachetert hebben schuldig gemaakt, zoo als men reden heeft te veronderstellen Daaronboven moeste men uit de mondeling berigten, van den Matroos Jacob Slinger, die des Residents brieven heeft overgebragt, wel sustineeren, dat de grootste heeft der schepelingen in het gevegt zijn gesneuveld of door den vijand gevangen genomen: En Hemmekam zelfs schrijft dat de verovering van det sterk bemande vaartuig mede eene groote verslagentheit op Manado hadde veroorzaakt, waar toe te grooter reden was uit aanmerking van de weinigvuldige oorlogs behoeften 68 69 Meij 1778 in portant verlies van dat ver„ „tuig en dees lading 's Raads bedugting voor de Rejs Comptoiren assisteren oorlogs behoeften die de Vijanden bij deze Gelegentheit hadden bekomen, gelijk de Raadsleden mede van ge„ „dagten waren dat deze versterking van oorlogs ammu„ „nitie den vijand stouter zoude doen worden 't geen het gevaar naar in Manado en de buiten posten thans ge„ „bragt zijn, zekerlijk merkelijk moet vergroten. Als men hier nu bij aanmerkt dat de lading van de veroverde Bark bestaan heeft in. . 80: Lasten Rijs 92: Realen Goud in staven en 10: Picols wasch. Dan mag men wel zeggen dat dit verlies, zoo wel als dat van de Bark de Jda zelfs, met de daar op geweest zijnde overvloedige equipagie en ammunitie goederen tot der Raadsleden hert zeer, zeer important is voor de Compagnie en ten uittersten ingelukkig voor den braver Resident de Wolf, die reets in het begin van het gevegt zwaar gewond is geworden, en nu denkelijk al overleden, of met zijnes drie kindertjes door de Magindanauwers weggevoert zal zijn. Daarenboven waren de Raadsleden van gevoelen, dat Ma¬ nado, Kema, en Amoerang nu wegens de behaalde voor„ „deelen des Magindanauwers mede groote gevaar liepen van door deze stroopers overweldigt te worden want be„ „halven dat de verslagentheit aldaar tegenswoordig on„ „der den inlander zeer Groot was hadde men alhier geene onmagt om die Comptoirente toerijkende magt van volk, en ook geene bequaame vaar„ „tuigen aanhanden om de Manadose Residentie te hulp h
English
the 21st Plea for help to the Kings of Ternate and Tidore. to come to their aid, and even less to drive away the powerful Enemy, notwithstanding that Hemmekam, not without reason, very strongly requests assistance, indicating that the Maguindanaos must absolutely be curbed if one did not wish to let everything be lost. Whereupon the Council members recalled that the Resident had fallen into even greater distress because he had sent, two to three months ago, a cruising fleet manned with Manado burghers and Ternatans to the Sangir islands to seek out and fight the enemy there, so that very few Ternatans were now present at Manado, wherefore one now solely lived in hope that this cruising fleet, upon learning of the pirates' expedition to the Bangka Strait, would soon undertake the return voyage to Manado in order to secure that Residency against the enemy's further enterprises. However, since the danger was real and very pressing, and the Council was also unable to relieve the said Residency, both Governors and the joint Members resolved to request help from the Kings of Ternate and Tidore, and especially to urge the former to send another armada of war korakorras to the Coast of Celebes. Regarding this, both Governors agreed to treat with His Highness in person tomorrow, the 22nd, and to send at the earliest opportunity two able Commissioners to Tidore to induce the king of that island also to provide strong assistance in men and vessels. May 1773 Good hope regarding that of Ternate. The Governors further added that the King of Ternate had already informed them yesterday through Bookkeeper Weijdemuller that he was prepared to arm and send to Manado all the men he could spare without leaving his own lands too exposed. This announcement was very pleasing to the joint Members, in the hope that this assistance in men and vessels would soon be ready. With this conviction, these Lords Rulers were requested by the Members of this Board to urge the King of Ternate most strongly to grant speedy assistance. They accepted this task, as well as to give the Members at the first opportunity the necessary report of their upcoming conversation with that prince, and also of the outcome of the Commission which would be dispatched with the same purpose to the Court of Tidore. It was thought that it would then become apparent whether the said Court was as well-disposed and prepared to help subdue the Maguindanaos as they wished to make the Council there believe. To this end, the Commissioners would, among other points, request the King to act now in unison with the Ternatans and also to equip a war fleet against the Maguindanaos. If the King of Tidore could be persuaded to do so, and also moved to make sufficient haste with these war preparations, the Council thought it proper to persuade the Tidorese further to seek out the enemy in the Sangir waters, while the Ternate fleet would proceed to the Coast of Celebes. This precaution of dividing these two neighboring nations in such a manner was judged to be absolutely necessary, since it was otherwise foreseen that this highly necessary expedition would not meet with the desired success if the Ternatans and Tidorese were to set out against the enemy together or in a combined fleet. Fewness of the Christian burghers here. The Council members found themselves all the more compelled to appeal to these two Moluccan kings for assistance because the number of Ternate Christian Burghers was very small, amounting to no more than 70 or eighty heads, so that enlisting these people could not achieve much. Apart from them, no help could be obtained here in the Moluccas except from the two High Kings, for which reason the Council was inclined to request some Soldiers from the Ambon Government, where it was thought that some troops could well be spared. When they had advanced this far with the deliberations concerning Hemmekam's secret letter, both Governors informed the Members of this Board that they had already given notice yesterday, the 20th of this month, by a secret letter to Their High Excellencies of the capture of the Bark the Ida. They would further inform these High Rulers, in conformity with the resolutions now taken concerning this matter.
Dutch transcription
den 21 hulp bede aan Ternaats en Tidors Koning. hulp te komen, en nog veel minder om den magtigen Vijand te verdrijven, niettegenstaande dat Hemmekam, met zonder reden, zeer sterk om assistentie verzoekt, met te kennen gave dat de Magindanauwers volstrekt beteugeld dienen te werden, zoo men niet alles wilde laten verloren gaan waar by de Raadsleden zij te binnen bragten, dat de Resident in te grooter verlegentheit was geraakt, doordien hy nu twee a drie maanden gelegen een kruisvlootje bemant met Manadose burgers en ternatatien na de sangirs hadde gezonden, om den vijand aldaar op te zoeken en te bevegten, zoo dat zo nu zeer weinig Ternatanen op Manado bevonden, weshal„ „ven men nu eenelijk in hoope leefde dat dit kruisvlootje bij het verneemen van der rovers op togt na de straat Banka, spoedig de te rug reize na Manado zoude aanemen, om die Residentie voor de verdere ondernemingen des vijanden te be„ „veiligen. Vermits het gevaar egter wezentlijk en zeer dringen en de Rad teffens buiten staat was om de gemelde Residentie te ontzetten wierden de beide Heeren Gouverneurs, en de gezamentlijke Led¬ te rade om de koningen van Ternaten om hulp te verzoe„ „ken, en den eersten inzonderheit aan te spooren, om wedr een armade van krijs Corra Corras na de Cust van Celebes te zenden waar over de beide Heeren Gouverneur aannamer op morgen/ den 22:' met zijn Hoogheit in perzoon te zul„ len handelen, en ten spoedigsten twee bequame Commissianten na 70. Meij 1773 goede hoop op die van Terna ten na Tidor te zullen zenden om den koning van dat eiland mede tot het verleenen eener sterke assistentie van. volk en vaartuigen te bewegen. De Heeren Gouverneurs voegden hier nog bij, hoe de ko„ „ning van Ternaten hen opgisteren reets door den Boek„ „houder Weijdemuller hadde laten weten, dat hij bereit was om alles te wapenen en na Manado te zenden, wat hij waar van manschap zal kunnen messen, zijn zonder zijne landen te veel te ontblooten welke aankun„ diging de gezamentlijk Leden zeer aangenaam was, in hoope dat deze assistentie van volk en vaartuigen spoedig klaar zoude raken, in welke sustenue dezes Heeren Gebieders door de Leden dezer Tafel verzogt wierden den koning van Ternaten op het kragtigste tot het verleenen eener spoedige assistentie aan te spooren, die het zelfde zoo wel aannamen, als om de Leden bij de eerste gelegentheit het nodig verslag te doen van hun aanstard gesprek met dien vorsten teffens ook van den uitslag der Commissie dewelke met het zelfde oogmerk naar het Hof van Tidor zoude werden aangelegt wanneer men dagt dat blijken zoude of het gemelde Hof zoo wel gezind en bereid was om de Magin„ „aanauwers te helpen inderbrengen, als men den Raad aldaar wilde doen geloken, ten welken einde de Commis„ „panten den koning onder andere poincten zouden verzoeken van nu eensgezint met de Ternatanen te ageeren, en mede een oorlogs vloot tegens de Magin„ danauwers uitterusten. Jndien men den koning van Tidor 71: sidenten den 21: „ger alhier §: E: Edelh: voorsleeg gedaan is Tidor daar toe konde overhalen, en teffens bewegen om spoed genoeg met deze krijgstoerustingen maken, van vond de Raad goed de Tidoreesen verders te persuadeeren om den vijand in de sangirse vaarwateren op te zoeken, terwijl de Ternaatse vloot zig na de Cust van Celebes zal begeven welke voorzogt om deze beide nabeurige naties dusdaniger wijze te verdeelen volstreke noodzakelijk wierd geordeelt, vermits men anders voorzag dat deze hoognodige expeditie met van het gewenschte succes zoude zijn, indien de Ternatanen en Tidoreesen te zamen, of in een gecombineerde vloot tegens den vijand unttogen. „gering heit der christen bu„ De Raadsleden vonden zig te eerder genoodzaakt om deze beide Molukse koningen om assistentie aan te spreeken, vermits het getal der Ternaatse Christen Burgers zeer gering was, en niet boven de 7o: of taggentige koppen bedraeg, zoo dat het in dienst nemen dezer menschen niet veel konde laten, en buiten dezelve was hier in de Moluccos geen hulp te krijgen als van de beide Hoofd koningen, zijnde de Raad daarom gezind eenige Militairen van het Ambonse Ministerium te verzoeken, alwaar men dagt wel eenige manschap gemist kende werden. vonneer men tot hier met de besoigne over Hemmekams secro„ te brief gevondert was, verwittigden de beide Heeren Gouver„ van als het welke reeds aan neurs de Leden dezer Tafel dat ze Hun Hoog Edelheden op gis„ „teren den 20: dezer bij een secreete brief reets kennis van het veroveren, der Bark de Jda hadden gegeven, wanneerze deze Hooge Gebieders, Conform de thans genomene besluiten over dit 72 ren