Inventory 3529
Japan · 1,230 pages · 332 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
May 1778 with request for manpower, ammunition, and cannon, iron cannons, metal cannons, all of 4 lb, 4 good. had discussed this accident, and requested that this Government be provided, as soon as possible and if feasible before the coming New Year, with such a number of military personnel as Their High Mightinesses shall deem necessary to secure this Main Castle, and especially the Celebes possessions, against further insults and attacks by the Maguindanao raiders; whereby the Governors had also shown to Their High Mightinesses how the Lieutenant of Artillery Schmidt had made Their Honours understand that some unserviceable iron ordnance lay on the bastions of this Castle which could no longer be used, in place of which they had requisitioned 42 pieces of iron cannon of various calibres, which were made known in more detail in the list by the said Lieutenant sent to Batavia and now inserted here. Specification of the metal and iron cannon in this Government: The following is requested from Batavia: of 18 lb: 7 pieces with carriages of 12 lb: 4 pieces of 8 lb: 4 pieces of 6 lb: 4 pieces of 4 lb: 1 piece of 3 lb: 0 pieces of 2 lb: 0 pieces of 1 lb: 0 pieces Total: 42 pieces The following is unserviceable on the bastions: of 18 lb: 5 pieces of 12 lb: 4 pieces of 8 lb: 4 pieces of 6 lb: 4 pieces of 4 lb: 4 pieces of 3 lb: 1 piece of 2 lb: 12 pieces of 1 lb: 28 pieces Total: 18 pieces [illegible] Total: 92 pieces The following is still serviceable on the bastions: of 18 lb: 1 piece of 12 lb: 17 pieces of 8 lb: 16 pieces of 6 lb: 15 pieces of 4 lb: 17 pieces of 3 lb: 9 pieces with field carriages of 2 lb: 20 pieces of 1 lb: 28 pieces Total: 146 pieces Around the castle, outer ward Perlucco, is most urgently needed: of 18 lb: 8 pieces of 12 lb: 25 pieces of 8 lb: 4 pieces of 6 lb: 23 pieces of 4 lb: 9 pieces of 3 lb: 8 pieces of 2 lb: 0 pieces of 1 lb: 0 pieces of 3 lb: 2 pieces of 1/2 lb: 19 pieces of 1 lb: 21 pieces Total: 46 pieces Ternate in Castle Orange, the 23rd of May, anno 1778. Signed: Johannes Martinus Marinus Schmidt Also concerning the arrival of the English at Xullok. The Governors further showed how they had submitted for Their High Mightinesses' consideration that here, through the loss of the 80 lasts of rice that were taken with the bark, one would quickly find oneself in great distress for that food, the worst part being that at present one has no means or expedient here to obtain the said grain from Manado, unless the Ternatans should have the fortune to drive the enemy from the coast of Celebes, in which case this Government would make use of the opportunity to have some cargoes fetched quickly by our pantjallang; but since it was uncertain whether there would be any chance of that, Their Honours had humbly requested our High Rulers, along with sending the necessary military personnel and war supplies, to provide this Government again with one hundred or one hundred and fifty lasts of Javanese rice, just as the Lords Governors had also expressed their thanks to Their High Mightinesses for the precaution taken and the sending of the currently received 50 lasts, which come in wonderfully handy here. Their Honours had also informed our High Rulers how, according to a statement sent hither by two Celebese Christians who had escaped from the Maguindanaos, among other revelations it was made known that in the past month of March two English ships had called at Xullok, but that the people of Xullok had not been willing to allow those crew members to come ashore, wherefore the British May 1778 Postscript of the letter from Manado's Resident. Good outcome of the passage to the west by the Chinese had been forced to depart again quickly, adding that Xullok was now so fortified that it had nothing to fear from any foreign attack: of which account Their Honours had made mention, because this news differed infinitely from the last circulated rumours, as if the English had conquered the island of Xullok and taken the emperor prisoner. The mentioned letter, sent last to Their High Mightinesses with the Chinese Ong Djimko, having afterwards been read out, it was found that it agreed sufficiently with the account made here again by the Lords Governors, wherefore these Rulers were thanked by the other Members for the trouble taken. Meanwhile, during the reading of the postscript of Hemmekam's secret letter, it was noticed that the bark the Ida had still been lying at anchor under the south side of the island of Bangka on the eleventh of May, and thus three days after its capture, with some loose sails and flying pennants, from which the said Resident maintained that the enemy intended to bring this bark with its full cargo to their country; wherefore the Council members very ardently wished that at least the Ternatan war fleet might soon be ready and set sail, in the hope that it might have the fortune still to find the enemy on Celebes and to recapture this vessel, although one dared not flatter oneself strongly with the hope of such an advantage. Subsequently, another secret letter was taken up for reading.
Dutch transcription
73. Meij 1778 met verzoek van Manschpp lemminacitie en Canvouren ijzer Canons Metaale Canons alles van 4: lb: p: 4 goed dit ongeval hadden onderhouden, en verzogt om dit Gouverne„ „ment ten spoedigsten, en zoo het zijn kan nog voor het aanstaande Nieuw jaar te voorzien met een dusdanig getal van militairen, als Hoogst dezelve oordeelen zullen nodig te zijn om dit Hoofd Casteel, en voor al de Celebese bezittingen voor de verdere insultes en aan„ „vallen der Magindanauwse stroopers te beveiligen waar by de Gouverneurs Huw Hoog Edelheden mede vertoont hadden, hoe de Luitenant der Arthillerij Schmidt Huw wel Edelen te verstaan hadde gegeven, dat op de Bolwerken dezes Casteels eenig inbe„ „quaam ijzer geschut lag te geen niet meer gebruikt konde wer„ „den, in welker stede zij 42: stukken ijzer Canon van divers Ca„ „libers hadden gerequireert die nauwkeuriger bekent waren gestelt bij het na Batavia gezonden, en thans bij dezen gein„ „sereert Lijstje van gemelden Luitenant. Specificatie van't Metaal en ijzer Canon ten deezen Gouvernemente bisch Het volgende is Het volgende is nog Rondom 't casteel van onbequaam op Bequaam op de voorburg Perlucco, is Batavia de Bolwerken Bolwerken nodigstenderwegende van 18: lb: p:s 7: met affuiten van 18: lb: p: 5: van 18. lb: p:s 1: 1„ 18 4b: p: 8: 4 „ 12: „ „ „ 12: „ „ 4 „ 12: „ „ 17: „ 25: „ 12: „ „ 4 8: „ „ „ 8: „ „ 4 „ 8: „ „ 4: „ 8: „ „ 16: 4: 6:„ „ „ „ 6: „ „ 4 „ „ 6: „ „ 15: „ 6: „ „ 23 2:— 4: „ „ „ „ 4. „ „ 1: „ „ 4: „ „ 4 „ 4: „ „ 17: 9 met rampaarden 3: „ „ „ 3: „ „ 0. „ „ 3: „ „ 1: „ 9: „ 3: „ „ 8 2: „ „ „ 2: „ „ o „ „ 2: „ „ 12: „ 2: „ „ 20: „ 0 „ 1. „ „ „ 1: „ „ o „ 1: „ „ 28: „ 1: „ „ 28: Suam p: 42: Sram p: 18: saam p:l 92: 146: saamp: „ 3: „ „ 2: „ ½ „ „ 19 „ 1: „ „ 21 saam p:l 46: /:onderstont/ ze over den 21 /onderstont/ Ternaten in 't Casteel Orange den 23: Meij A„o 1778:— /:was geteekent/ Johannes Martinus Marinus Schmidt zoo mede om Ex: aankomst der Engelsche op de Xullok. De Gouverneurs vertoonden Wijders hoe ze Hun Hoog Edel„ „heden in consideratie hadden gegeven dat men heer door het genis van de 80: lasten Rijs, die met de Bark zijn weg genomen, schielijk in verlegentheit om dat voedzel zoude geraken zijnde het slinste maar hat men hier tegenswoordig geen hend raad of middel west om het gemelde graan van Manado te be„ komen, ten waare dat de Ternatanen het gelijk hadden den vijand van de Cust van Celebes te verdrijven, wanneer deze Regee„ „ring zig van de gelegentheit zoude bedienen om spoedig eenige„ ladingen door onze Pantjallang te laten afhalen, dog dewijl het onzeker was, of daar toe wel kans zoude wezen, hadden Hun wel Ed: onze Hooge Gebieders ootmoedig verzogt om dit Gouvernement, bij de toezending van de benodigde Mili„ „tairen en oorlogs behoeften wederom van Hondert of Hon„ „dert en vijftig Lasten Javase Rijs te voorzien, gelijk zij Heeren Gouverneurs :/ Hun Hoog Edelheden mede dank hadden betuigt voor de genomene voorzorg en toezending van de thans ont„ fangene 50: Lasten die hier wonder wel van paskomen. Hun Wel Ed: hadde onze Hooge Gebieders mede verwettigt, hoe bij eene herwaarts gezondene verklaring van twee van de Mangindanauwers ontvlugte Celebise Christenen, onder andere openbaringen bekent was gestel, dat er in de gepasseerde maand Maart twee Engelsche schepen op Hullax waren aange„ „weest, dog dat de Hullokker die schepelingen niet hadden willen toestaan om aan de wal te komen, weshalven de Brit„ ten 74 ƒ Mey 1778 P: S: der brieefe van manados Resident. „sing om de west van de Chinees Britten genoodzaakt narengeweest om spoedig weder te vertrekken met bij voeging dat Hullok thans zoo verstrekt was dat het voor geene buiten landsche aanval behoefde te dugten: van welke Relaas Hun wel Ed: gewag hadden gemaakt, om dat deze tijding oneindig veel verschilde van de laast verspreide, gerugten, als of de Engelschen het eiland Hullok verovert en den keiser gevangen hadden genomen. De gewaagde en laast met den Chinees ong Djimko aan Hun Hoog Edelheden verzondene brief hier na zijnde op gelezen, wierd bevonden dat dezelve genoegzaam met het alhier te weder gesteld Relaas der Heeren Gouverneurs over een quam, weshalven deze Gebieders door de verdere Leden wegens de genomene „moeite wierden bedankt. Jntusschen wierd bij de lecture van het Post schriptum van Hemmekams secreete brief ontwaart, dat de Bark de Jda op den elfden Meij, en dus drie dagen na dees verovering nog met eenige losse zeilen en waaijende winpels aan de zuid zijde onder het eiland Banka ter anker hadde gelegen, waar uit de gemelde Resident sustineerde dat de vijand gezint was deze Bark met zijn volle lading na hun land te brengen Al„ „waarom de Raadsleden zeer vieriglijk wenschten dat ten minste de Ternaatse krijgsvloot spoedig klaar en zijlvaardig mogt raken, of het ware dat dezelve het geluk mogte hebben den vijand nog op Celebes aan te treffen en dezen bodem te her„ „veren, hoewel men zig met de hoop van een dusdanig voordeel niet sterk durfde vleijen. goede uitslag van de behud„ Vervolgens is ter lecture genomen eene andere secreete brief 75
English
the 21st: a letter from the frequently mentioned Resident Hemmekam, dated 30 April, and thus written by him at a time when he still had not the slightest thought of the misfortune that was hanging over all of our heads here through the capture of the bark de Jda, whereby also some of the proposals made therein come to lapse; although it was not displeasing to the Council to learn therefrom that the cruising conducted to the west of Celebes, according to Hemmekam's testimony, had still had some good effects, in that he attributes to the appearance of this Ternate cruising fleet that those of Caijeli, Boegis, Tontoli, and Bwool, who had previously lived in enmity for many years, were now reconciled with each other again, to the extent that even the King of Tontoli, who since the surprise attack on the Company's post situated there had always shown himself to be an enemy of the Company, had now not only had his raised bentings demolished, but had moreover also promised to dig gold for the Company together with those of Bwool; which favorable change in that petty king Hemmekam especially attributes to his fear of being subdued by the Ternate auxiliary troops if he continued to give further signs of enmity to the Company; whereupon the Council members remarked that in such a forced friendship as that of the petty king of Tontoli was described, not much trust 76. 77: Recommendation to Hemmekam to be on his guard. C: Idook Hemmekam summoned back from the Sangirs. Hemmekam's proposal to be presented to the High Authorities. was to be placed, which would be replied to Resident Hemmekam on this matter, with the further recommendation not to trust these wandering and murderous nations too much, in order not to be brought into difficulties under the appearance of friendship at a juncture when prudence must especially be observed as a guideline for the conduct of the Resident's affairs. Upon the Resident's further notification that on 22 March, according to the letters from Commissioner De Koning, nothing of any hostilities in the Sangirs had yet been heard, one could only remark that this fortunate moment had very swiftly turned to the disadvantage of our people, since the cruising flotilla under the command of the aforementioned De Koning subsequently still engaged with the Magindanaos in the Sangir waters, and the capture of the bark de Jda subsequently followed upon it; it being nevertheless considered well done that Hemmekam had around that time summoned the aforementioned De Koning back to Manado, because it was felt that the said cruising flotilla would presently be of greater service at Manado than in the Sangirs. Subsequently, the discussion also came to fall upon the Resident's proposal to send an embassy, in the name of the Dutch Company, to the Emperor of Magindanao, to ask him whether he is inclined to peace or to the continuation of the war, in order to be able to take our further measures according to the reply received from this prince; which proposal having been discussed, it was first remarked that the same May 1778 the 31st: not receive. but certainly the balls. Fear of the designs of the Magindanaos and Xullokkers. did not accord badly with the orders that Our High Authorities both Governors have given concerning such a proposal of peace; but as for many reasons it was deemed entirely unadvisable to offer peace to the Magindanaos at a time when they came to gain significant advantages, it was agreed to confer with Their High Nobilities concerning this proposal, in order first to hear Their utmost opinion regarding such an important undertaking. The requested cannons he will Meanwhile, on the request made by Hemmekam in a secret note of 8 May, it was resolved to answer him that the requested 2 cannons of 12 pounds with their carriages were impossible to spare here, whereby the Council was also of the opinion that the Magindanaos could be sufficiently repelled from the Manado fortress with the 8-pounder cannons that were emplaced there; but it was deemed proper to provide the Resident at the first opportunity with the required 208 pieces of round shot of 1 pound 200 pieces of canister shot of 1 pound as the requested round and canister shot of half a pound was not in stock here. Hereupon was read a letter from Commissioner and Bookkeeper Pieter de Koning, written to this Council and dated at Ondeng, on the island of Chiauw, 8 May, whereby the aforementioned 78 1 da
Dutch transcription
den 21: brief van den meermelden Resident Hemmekam de dato 30: April, en dus door hem geschreven in een tijd dat hij nog de minste gedagten hadde van het ongeluk dat ons hier alle door de verovering van de Bark de Jda over het Hoofdhing waar door ook zommige van de daar bij gedaan voorslagen komen te vervallen, Hoewel het den Raad niet onaangenaam was daar uit te vernemen, dat de gedane bekruissing om de west van Celebes, volgens Hemmerams betuiging nog eenige goed in'twerk kingen hadde gedaan door dien hij aan de verschijning de„ „zer Ternaatse bekruissing toe schrift dat die van Caijeli, Boegis, Tontoli, ent Bwool, die bevorens jaren lang in vijand„ „schap geleefd hadden, nu weder met elkanderen verzoent waren, in zoo verre dat zelfs de koning van Pontoli, die zig zedert de overrompeling van de aldaar gelegene Com„ „pagnies Post, altijd als een vijand van de Compagnie hadde leetoont, nu niet alleen zijn opgeworpene Bentings hadde laten slegten, maar daarenboven ook beloofd om te gelyk met die van Swool goud voor de Compagnie te zullen graven welke favorabele verandering van dat vorstje Hemme„ „kam inzondheit toeschrift aan deszelfs vreese van door de Ternaatse hulptroupen ondergebragt te zullen werden indien hij vorging verdere blijken van vijandschap aan de Compagnie te geven, waar op de Raadsleden aanmerkten dat op eene dusdanige goedwongene vriendschap als die van het koningje van Tontoli werd beschreven, niet veel ver„ trouwen 76. 77: recommandatie aan Banmekam om zeg in agt te neemen C: Idook Hemmekam van de Sangirs ontboden. Hemmekams voorslag H H: Edelh: voorte dragen vertrouwen was te stellen, het geen den Resident Hemmekam hier op gerescribeert zoude werden, met verdere recommandatie van deze zwervende en moordzugtige Natien niet te veel te ver„ „trouwen, ten einde onderschijn van vriendschap niet in ongelegent„ „fceit gebragt te werden in een tijd slip dat de voorzigtigheit voor„ „namentlijk als een rigtsnoer van des Residents gedragen ver„ rigten moet werden betragt. De Boekhouder De Koning Op des Resident verdere te kennen gave dat er op den 22: Maart, volgens de brieven van den Commissiant de koning, nog van geene vijandelijkheden in de sangirs wierd gehoort, hadde men eenelijk aan te merken dat dit gelukkig tijdstip zeer schielijk ten nadeele der onzen is verkeert, vermits het kruis„ „vlootje het gezag van gemelde de koning naderhand nog met de Magindanauwers in de sangirse vaarwateren slaags, en de verovering der Bark de Jda daar op naderhand is gevolgt werdende egter voor wel gedaan gehouden, dat Hemmekam gemelden de ko„ „ning ontrent dien tijd, weder na Manado hadde te rug ontboden, om dat men van gevoelen was dat het gemelde kruisvlootje tegens„ „woordig op Manado van grooter dienst zoude wezen, als op de sangois. Vervolgens quam het gesprek mede te vallen op de Resident voor„ „slag, in uit naamder Hollandse Compagnie eene bezending te doen bij den keizer van Magindanao, om denzelven afte vragen of hij gezint is tot vrede, of tot het voortzetten van den oorlog, ten einde onze maatregulen aan verder na het ingeko„ men antwoord van dezen vorst te kunnen nemen, over wel„ ke voorslag gesproken zijnde, wierd voor of aangemerkt, dat dezelve Meij 1778 den 31: niet krijgen. maar wel de koorgels. bedugting voor de kinade de „semnen der Magindanau„ „wers en Xullokkers. dezelve niet qualijk strookte met de beveelen die Onze Hooge Gebieders de beide Gouverneurs over eenen dusdanige propositie van Vreede hebben gegeven, dog dewijl het om veele redenen geheel niet raadzaam wierd geoordeelt de mangin der„ „nauwers den vreede aan te bieden in een tijd dat dezelve mer„ „kelijk voordeelen quamen te behaalen, zoo wierd verstaan Hun Hoog Edelheden over dezen voorslag te onderhouden, ten einde Hoogst derzelver gevoelen bevorens over eene dusdanige importantie onderneming te hooren De verzogte Conons van hij Middelerwijl is op Hemmekams gedaan verzoek bij secreet briefje, van den 8: Meij gearresteert den zelven te antwoorden dat de verzogte 2: Canons van 12: bonden met haare Affuiten hier ommogelijk te missen weeren waar bij de Raad ook van ge„ „voelen was dat de Mangindanauwers, uit het Manadose fortres afbruik genoeg gedaan konde werden met de agt Ponder Canons, die aldaar geplant stonden dog men vond goed om den Rresident bij de eerste gelegentheit te voorzien van de gerequireerde der 208: p:s Rondscherp van 1. Ponden 200: P„s Lang scherp van 1 _„o als zynde het verzogte Ronden lang scherp van een half bond hier niet in voorraad Hier op quam ter lecture een brief van den Commissiant en Ba „houder Pieter de Koning, aan dezen Raad geschreven en ge„ vaar „dateert te ondeng, op het eiland Chiauw, den 8: Meij waar bij de gemelde 78 1 da
English
May 1778: Mangindanao proas or vessels. The said Commissioner, who was appointed by Temmekam as commander of a cruising fleet to the Sangir Islands, makes the purpose of this commission known to the Council, with further information regarding the experiences of two Celebes Christians who fled from the Mangindanaos, by the names of Andries Nepi and Simon Laboet, in the manner already previously mentioned in this Resolution; so that the Council members solely noted thereon that if the accounts of these people agreed with the truth, those of Mangindanao and Hullok then still harbored many evil designs against the Company's possessions, which the Council members decided, with God's help, to thwart by all conceivable means; which was all the more necessary, because the said Mangindanao pirates not long ago showed in fact that their intentions remained to overpower the Company's possessions and subjects by force of arms, as, according to the Commissioner the King's letter, they had engaged in battle on the first of May near the island of Borias against the Manado cruising fleet, on which the said the King served as Commander, which was further reinforced by the King of Chiau with two Rorele proas; and notwithstanding that the enemy's fleet had been uncommonly stronger than ours, as having consisted of fifteen large and heavily manned vessels, which had been equipped with very heavy artillery; the Manado cruising fleet nevertheless appears to have gained some advantage over the pirates in this engagement, because our men held the sea, and the pirates quietly put out to sea at night, where our men intended to resume the battle the following day, if the sea-rovers had held their ground. Number of roaming Mangindanao pirates. Besides these fifteen Mangindanao pirate vessels, yet another fleet of that nation of 21 sails was seen at sea on the 4th of May, Monday the same, the 21st of May 1778 which the King judged had captured the vessel of Citizen Captain van der Plas, of whom no one had arrived safely except the Nakhoda Johannes Harmans, who was the deliverer of the said Bookkeeper's letters. King of Chiau reports the same. Likewise, the same report regarding the battle fought with the Mangindanaos was delivered to the Council by the King of Chiau, Ismael Jacobs, whose people and two vessels had been present there, according to his letter of the 10th of May, to which it was agreed to reply when convenient, and to emphatically encourage this petty king to inflict all possible damage upon these pirates. Thus done and resolved at Ternate in Castle Orange on the date aforesaid. Was signed: P: J: Valckenaer, J: R: Thomaszen, G: C: Meurs, J: Stephanus, J: G: van Raesveld, J: A: Johnson, G: W: van Renesse, and K: Koenes. The Honorable, Respectable outgoing Governor and Director, Paulus Jacob Valckenaer The Honorable, Respectable incoming Governor and Director, Mr. Jacob Roeland Thomaszen Senior Merchant, Godfried Carel Meurs, Captain, Joseph Stephanus, Merchant, Hendrik Ambrosius Johnson, Junior Merchant and Fiscal, Gerrardus Willem van Renesse, and Secretary, Koene Koenes, Except: Merchant and Fiscal Jan George van Raesveld, Conversation between the outgoing and incoming Governors and the King of Ternate. The members being assembled, and the prayer having been performed, the Governors informed the other Council members that their Honors, pursuant to the decision taken at the secret session of the 21st of this month, held an interview the following day with His Highness the King of Ternate, in one of the upper rooms of the Government House, where that prince, at his request, was received without great ceremony by both Governors, whereupon the conference directly commenced concerning the dangerous situation Monday the 25th of May 1778, in the morning at nine o'clock, Council of Policy meeting in which the Company's posts and garrisons on the north coast of Celebes would presently likely find themselves, on account of the captured artillery and war munitions with which the Mangindanaos had reinforced their power upon taking the bark De Ida; wherefore the necessity was pointed out to the King in the strongest terms to come to the Company's aid as soon as possible with a numerous corps of warriors to relieve Manado, and to thwart the further hostile designs of the sea-rovers, since they would undoubtedly pursue their piracy further and descend with their war force upon Ternate if they were not halted in their enterprises. That the King had replied to these representations of both Governors that he readily wished to acknowledge that these apprehensions were well-founded, and that he would therefore presently show his loyalty to the Company, being disposed to gather such a multitude of people and war vessels and send them to the coast of Celebes in the service of the Company as he could in any way spare without too much depriving his lands of able-bodied men; yea, that upon hearing the first news of the capture of the bark, he had already dispatched orders to his districts of Halmahera and had summoned a large number of men; adding that, after the conclusion of the conference, he would directly set to work outfitting six or eight large and heavy kora-koras, expecting that the Governors would provide him with the necessary artillery and war munitions.
Dutch transcription
Meij 1778: „danauwse Brauwen ofe vaartuigen. De gemelde Commissiant, die door Temmekam, tot hoofd van een kruisvlootie na de sangirs eilanden is benoemt, den aanleg dezer Commissie aan den Raad bekent maakt, met verdere te kennen gave van het wedervaren van twee van de Mangindanau„ „wers ontvlugte Celebise Christinen, in naame Andries Nepi in Simon Laboet, in maniere als reets bevorens in deze Resolutie is aangehaalt; zoo dat de Raadsleden daar op eenelijk aanmerk„ „ten, dat indien de Relaasen dezer menschen met de waarheit overeenquamen, die van Mangindanao en Hullok als dan nog veele quaade oesseinen tegens Compagnies bezittingen in den schild voerden, dewelke de Raadsleden onder Godts, hulpe besloten te verijdelen, door alle middelen die daar toe waren uittedenken; het geen te noodzakelijker was, door dien de Gemelde Mangindanauwse Rovers niet lang geleden met er daad betoont hebben dat hunne voornemens als nog bleven om Compagnies bezittingen en onderdanen met de wapenen te overweldigen, als die blijkens de Commissiant de Konings brief op den eersten Meij ontrent het eiland Borias in gevegt waren geraakt tegens het Manadose Kruisvlootie, waar op de gemelde de Koning als Hoofd fungeerde, het welk door den Koning van Chiau nog met twee Rorele Brauwen was versterkt; en niet„ „tegenstaande de vijands vloot nog ongemeen sterker was geweest als de onze, als bestaan hebbende in vijftien groote en sterk bemande vaartuijgen, die met zeer zwaar geschut voorzien waren geweest; schijnt het Manadose Kruisvlootie in diet gevegt nogtans eenig voordeel op de rovers behaalt te hebben, door dien de onzen zee hebben gehouden, en de rovers s'nogts in stille zeewaarts in zijn gestooken daar de onzen voornemens zijn geweest het gevegt sanderen daags weder te hervatten, in dien de zeeschuimers „stand hadden gehouden Getal der zwervende Magin„ Behalven deze vijftien Mangindanause roofvaartuijgen, was er op den 4: Meij nog een andere Vloot dier natie van 21: Zeilen in Zee Manndag zelve den 21 Meij 178 6 in zee gezien, die de Koning oordeelde dat het vaartuig van den Burger Cappitain van der Plas hadden verovert, waar van nieman te regt was gekomen als de Annachoda Johannes Harmans, die de overbrengen van de gemelde Boekhouder zijne briefen is geweest d Chiauw koning berigt het van des gelijken wierd het zelfde verslag wegens het gehouden gevegt met de Mangindanauwers aan den Raad gedaan door Chiauw Koning Jsmaels Jacobs, wien volk en twee vaartuigen daar bij tegen „woordig zijn geweet, blijkens des zelfs brief van den 10: Meij waar op verstaan is bij gelegentheit te antwoorden, en diet vorstje met nad ruk aan te moedigen om deze rovers alle mogelijke afbrouk te doen Aldus gedaan ende Geresolveert tot Tema„ „ten in 't Casteel Orange dato Voor„ „schreeven /was getekent:/: P: J: Valcke„ „naer, J: R: Thomaszen, G: C: Meurs : Stephanus, J: G: van Raesveld, J: J: A: Johnson, G: W: van Renesse, en K: Koenes 80 den welEdelen agtb:r heer afgaand. gouverneur en Directeur den WelEdelen Agtb: oe een komen 10n p„lo opper koopman „ Capitain „ Koopman Heeren gou verneursen Ternaats Koning D„ Paulus Jacob Valckenaer de geweneren diten den duier M„r Jacob Roeland Thomaszen Godfried Carel Meurs, Joseph Stephanus, o Hendrik Ambrosius Johnson, „onder kopman n de petrt Gerrardus Willem Van Renesse, en „ _„o secretaris Koene Koenes, Dempto koopman en fiscaal Ian George van Raesveld, 26 gespriek tudsschende De Leden bij een vergadert, en het gebed verrigt zijnde verwittigdende afgaande en arikekomende Heeren Gouverneurs de Verdere Raadsleden, hoe Hun wel Edelen ingevolge het genomen besluijt ter secreete sessie van den 21:e dezer, daags daar aan een mondgesprek met zijn Hoogheit den Koning van Ternaten hadden gehouden, op een van de boven kamers van 't Gouvernement, alwaar die vorst op zijn begeerte zonder groote statie door de beide Gouverneurs was ontfangen, wanneer de Conferentie direct een aanvang genomen hadde over de gevaarbeijke toestand waar Maandag den 25' Meij 178: Magant te negen uuren vergadering Politie in 2 81 82 den 21 „serieuse verzekering van hulp door Ar„ „naats koning in Compagnes besten en bezettingen op de woord Cust van Celebes zig thans denkelijk zouden bevinden, wegens het veroverd geschut en oorlogs am„ „munitie, waar mede de Mangendanauwers hun magt bij het wegnemin van de Bark De Ida hadden verstrekt, weshalven den Koning in de kragtigste bewoordingen de noodzakelijkheit was aangetoont om de Compagn des doenlijk, spoedig met een talrijk Corps van krijgslieden te hulp te komen om Manado te ontzetten, en de verdere vijandelijke aanslagen der zeeschuimers te verijdelen, aangezien dezelve hunne roverij en onge „wijffeld verder voortzetten, en met hunne oorlogs magt na Ternaten za „den komen afzakken, in dien ze niet in hunne ondernemingen gestuit wierden: Dat de Koning op deze vertogen der beide Gouverneurs gerep„ „liceerte hadde, hoe hij gaarne beklennen wilde dat deze bedugtingen zeer gefundeert waren, en dat hij daarom tegenswoordig zijne getruk „heit voorde Compagnie zoude toonen, als geziet zijnde eene zodanige meenigte van volk en krijgs vaartuigen bij een te zamelen en ten dienste van de Compagnie na de Cust van Celebes te zenden, als hij maar eenigzints zoude kunnen missen, zonder zijne landen te veel van weerbaa„ „re manschap te ontblooten. ga zelfs dat hij op het hooren van de eerste tijding van de verovering der Bark, reets ordres na zijne destricten van Palmaheira hadde laten afgaan en een Groot aantal van Manschap hadde op ontboden; met bij voeging dat hij na het scheiden der Comferentie direct zijn werk wilde maken met het toetuijgen van zes of agt groote en zwaare Corra Coaras en verwagting dat de Heeren Gouverneurs hem het nodig geschut en krijgs ammunitie
English
May 1778 to his lodgings The Council's firm trust in that prince ammunition to properly attack and subdue the pirates, counting on his war fleet being ready to put to sea within six or seven days and set sail for Manado. That Their Honors had strongly urged His Highness to keep his word and not lose any time in outfitting the fleet, with the promise that they were prepared to provide His Highness with the necessary artillery and war ammunition, being of the opinion that this was now no time to practice too much frugality with military supplies, since the Ternatans were lacking in them, and the pirates nevertheless could not be attacked and subdued without firearms. His Highness departs Regarding this promise from the Gentlemen Governors, His Highness showed his satisfaction and shortly thereafter took his leave, declaring that he would immediately set to work with the outfitting of the vessels and would provide a list of the required war supplies; after which the king was escorted back to his residence by the members of this Table, Meurs and Koens, which commissioners had also fetched His Highness and escorted him into the conference room, although the verbal conference took place solely between both Gentlemen Governors on the one hand, and the King of Ternate along with the Regent Mistaha on the other hand. Furthermore, both Rulers made it understood how they, from all outward signs, had been able to discover nothing but tokens of the King of Ternate's sincere goodwill, so that they had well-founded hopes that the Magindanaos would before long, through his the 25th Ensign to be stationed at Manado help and subjects, be checked in their fury, and the possessions on Manado would be freed from further danger. Which joyous times the other Council members likewise fervently wished to live to see, who meanwhile expressed their thanks to the Gentlemen Governors for the report given of the drafted plans and arrangements to curb the enemy, while it was generally resolved to help achieve this objective from our side by all conceivable means of support, it being resolved in consequence thereof to appoint a competent military officer, pursuant to the obtained concession from Their High Mightinesses, to send to Manado as ensign, to assist Resident Hemmekam in military affairs with counsel and deed, under all such conditions as Their High Mightinesses desire in a secret letter of 31 December of the past year to be prescribed to such an officer. Whereupon, after discussion had taken place as to who should be appointed to this end from among the officers stationed here, it was decided after consultation to select Ensign Veijele for this purpose, as an experienced military man of whose bravery the Council held a very good opinion, whom it was resolved to dispatch to Manado with one of the largest kora-koras, and to provide him with appropriate instructions upon his departure, just as the Council members also approved placing three to four experienced European sailors on the kora-koras, both to help the Ternatans in steering the vessels and to be eyewitnesses and give faithful reports to the Council May 1778 Report regarding the outcome of the Tidore mission inserted. of the encounters and naval battles that in all probability would take place between these Moluccans and the Magindanaos. Subsequently, the Gentlemen Governors also showed the Council members how Secretary Koenes and Bookkeeper Weidemuller had been sent on 21 May with appropriate instructions to the Court of Tidore, to demand assistance of people and vessels against the Magindanao pirates in accordance with the contracts, pursuant to the resolution adopted at the previous secret session of the 21st of this month. That these servants had swiftly performed their mission, and had made their experiences known in the following report, which read as follows: To the Right Honorable Gentlemen Dr. Paulus Jacob Valckenaer, Outgoing, and Mr. Jacob Roeland Thomaszen, Incoming Governors and Director of the Moluccas Right Honorable Gentlemen When we were admitted to an audience with the King of Tidore yesterday evening shortly after seven o'clock, we informed that prince, after the customary compliments, that we had been sent thither by Your Right Honorables as commissioners to confer with His Highness regarding the excessive and rapidly increasing piracy of the Magindanaos, who are at present so bold that they had dared to attack the formidable bark the Ida on the 9th of this month in the Strait of Banka, which had resulted in their succeeding in finally mastering that vessel after several hours of fighting, because the commander Niels Fries was already shot dead at the beginning of the battle, so that the crew, then by no one else
Dutch transcription
83 Meij 1778 naar zijn logies 's Raads vaste vertrou„ „wen op dien vorst ammunitie zouden bijzetten om de rovers ter degen aante lasten, en onder te brengen; staat makende dat zijne oorlogs vloot na verloop van ses of seven dagen gereet zoude zijn om zee te kiezen, en na Manado te steve„ „nen. Dat Hun Wel Edele zijn Hoogheit sterk hadden aangekongen om zijn woord te houden, en met het uitrusten der vloot geen tijd te ver„ „liezen, met toe zegging dat zij bereit waren om zijn hoogheit met het nodig geschut en oorlogs ammunitie te voorzien, als van gedagten zijnde dat het nu geen tijd was om de menagie te veel met de oorlogs behoeften te betragten, vermits de Ternatanen daar gebrek aan hadden, ende rovers nogtans niet zonder vuurwappenen konden werden aangetast en ondergebragt zijn Hoogheid verbeekt Over welke belofte van de Heeren Gouverneurs zijn Hoogheit zijn genoegen betoant, en kort daar op afscheid hadde genomen; met betuigjing van terstond zijn werk met de toerusting der vartuigen te willen maken ende benodigde oorlegs behooften bij een Lijstie te zullen op geven: waar na de koning na zijn woonplaats te rug was geleid door de leden de zer Tafel Meurs en Koens, welke gecommitteerden zijn hoogheit mede hadden gehaalt, en binnen de Conferentie kamer geheid, hoewel het mondg sprek eenelijk tusschen de beide heeren Gouverneurs ter eenre, en den koning van Ternaten benevens den Rijks bestierder mis„ „taha aan de andere zijde was gehouden 38 Voorts gaven de beide Gebieders te verstaan, hoe zij uit alle de uitterlijke tekenen niet als blijken van de koning van Ternatens opregte welmenendheid hadden kunnen out dekken, zoo dat zij ge„ „gronde hoope hadden dat de Mnangindanauwers eer lang door deszelfs hulpen . 82 84 den 25 „drig op Manado bescheiden te v leggen hulpen onderdanen in hunne woede gesluit, en de bezittingen op Ma„ „nado van verder gevaar bevrijt zouden werden: welke heuglijke tijden de verdere Raadsleden mede vieriglijk wenschten te beleven, die de Heeren Gouverneurs ondertusschen dank beluigden voor het gedaan relaas van de beraamde ontwerpen en schikkingen tot beteugeling van den vijand, terwijl men generaliter besloot om dit oogmerk van onze zijde door alle bedenkelijke onderstand middelen te helpen berijken, werdende ingevolge van dien gearresteert om op de weikregene Concessie van Hun Hoog Edelheden een bequaam militair offecier regell benoemt om als vaan na Manado, te zenden om den Resident Hemmekam, in krijgs. af„ „faires, met raad en daad behulpzaam te zijn, onder alle zulke voor„ „waarden als Hun hoog Edelheden bij Secreete briefe van den 31:' December: des gepasseerden Jaars begeeren dat aan de disdanig offficier zullen werden voorgeschreven waar op Gesproken zijnde wie daar toe uit de alhier bescheidene offecieren zoude werden benoemt zoo is na gehouden raadpleging, besloten om den vaindrig veijele daar toe te verkiezen, als een ervaren krijgsman van wiens bravoure de Raad zeer goede gedagten hadde, denwelken mek besloot met een der grootste Corra Corvas na Manado af„ „tevaardigen, en bij zijn vertrekt met eengepaste Jnstructie te 1 voorzien, gelijk de Raadsleden ook goedgevonden om drie â vier ervarene Europeaanse Mattroosen op de Corra Corras te plaatzen zoo wel om de Ternatanen in het beslieren der vaartuijgen te helpen, als om ooggetuigen te zijn en den Raad getrouwe verhaalen te 8 85 Meij 1718 Berigt wegens den uits„ „lag van de Tidorse Commissie Geinsereert. te doen van de ontmoetingen en zee gevegten die er na alle waarschijn„ „lijk heit wel tusschen deze Moluccanen en de Mangen danauwers zou„ „den voorvallen Vervolgens vertoonden de Heeren Gouverneurs mede aan de Raads„ „leden, hoe de secretaris Koenes en Boekhouder weidemuller op den 21:e Meij met een gepaste Instructie na het Hof van Tidor waren gezonden, om naar luidt der Contracten hulp van volk en vaartuigen te eisschen tegens de Magindanauwerse rovers, ingevolge het genomen besluit ter vorige secreete sessie van den 21e dezer Dat deze dienaaren hunne Commissie spoedig afgelegt, en hun wedervaeren bekent hadden gestelt bij het volgend Berigt, het geen aldus luidde Aan den Wel Edele Agtbare Heeren D= Paulus Iacob Valckenaer, E Afgaand, en M=r Jacob Roeland Thomaszen; Aankomend Gouverneurs en Directeur der Moluccos Wel Edele Agtbare Heeren Dieur Wanneer wij gisteren avond kort na zeven uuren ter audientie bij den koning van Tidor geadmitteert wierden, gaven wij na de gewone pligt ple„ „ging aan dien vorst te kennen, dat wij door uwel Edele Agtbarens als gecommitteerden waren derwaarts gezonden om zijn Hoogheit te onder„ „houden over de verregaande en hand over hand toenemende zee roverijsen der Mangindanauwers, als die tegenswoordig zoo stout waren, dat zehadden durven ondernemen om de Formidabele Bark de Jda op den 9. e dezer in de straat banka aant lasten, 't geen van dat gevolg was geweest dat het hun gelukt was om dien bodem na eenige uuren regtens eindeleik meester te worden, door dien de gezaghebber Niels Fries reets in den aanvang van het gevegt was doodgeschoten, zoo dat de gemeenen, toen van niemand meer
English
86: the 25: were taken prisoner. That Your Honorable Worships, although virtually no men had arrived from Batavia this year, so to speak, were nevertheless obligated to curb as much as possible these pirates, who made not only the Celebes Coast but also the Sangir waters very unsafe, in their harmful insolence; to which end the King of Ternate offered the Company every possible assistance, but that a much greater force of men and kora-koras was now required to achieve this objective. That Your Honorable Worships had therefore agreed among yourselves to request His Highness for assistance in men and vessels, and thus currently make use of his previously made friendly offer to assist the Company just as well as the King of Ternate, if only this Government were to request it. That Your Honorable Worships had sent us specifically to Tidore for this purpose, to make this proposal to His Highness, with the request to assist the Company as soon as possible with a heavily manned fleet of 40 kora-koras, while the King of Ternate had promised to have ten or more heavily equipped kora-koras made ready within six days, which would be supplied with powder and shot by the Company. That Your Honorable Worships therefore hoped that His Highness's armada would also appear ready to sail in these roads within a few days, at which point it would likewise receive everything necessary for war; but that Your Honorable Worships had also seen fit to send the Tidorese armada to the Sangirs and the Ternatan fleet to the Celebes Coast, in order to drive the enemy from there and secure these places against further invasions. That in case His Highness might therefore be inclined to grant this request for succor, Your Honorable Worships then requested the prince to exhort his subjects to peace and to prevent them from committing any molestations in the Ternatan areas at a time when these places would be largely stripped of people, for the King of Ternate had likewise promised to severely punish his subjects who offended the Tidorese during these times, in view of the fact that the Moluccan princes were now uniting with the Company to bring the common Maguindanao enemy, if possible, to subjection. no longer being commanded, having partly fled, been killed, and These May 1778: 87: These points having been listened to attentively by the King, His Highness gave to understand that he was inwardly sorry to see the Company, his best friend, lose so much at present through the piracies of a rabble of people who in ancient times had belonged under the dominion of Ternate. That His Highness was therefore of the opinion that one ought to act with a strong force against these pirates in order to expel them from these seas, in which, in accordance with his obligation, he would also very gladly assist the Company; but that he could not help but wonder why they now came to ask him for this, since, after all, some time ago they had not wished to accept his offer of eighty kora-koras that had lain ready for the service of the Company, even though he was certain that they had indeed been needed. That from this refusal he had had to conclude that his friendship was no longer considered of much account by the Company, about which he had been extremely annoyed, not being aware of why the Company had been so cold toward him for some time. Whereupon we replied that this Government had declined to accept His Highness's offer of men and vessels at that time for no other reason than that this succor could still be dispensed with then, for the Company never came to request assistance from its allies before extreme necessity forced it to do so, in which case it always first made use of the power of its vassals, as had happened in this case, since the Company, at the time the Maguindanaos openly began to commit their hostilities, had requisitioned some kora-koras from the King of Ternate to secure Manado and the subordinate outer posts against the fury of these pirates. Whereupon the King gave us no other answer than that he must first hold a council tomorrow with his grandees of the realm regarding this proposition, after which he would let us know a positive decision, which also took place; His Highness having informed us this afternoon between twelve and one o'clock through some of his scribes that he would have six kora-koras ready within a month and send them hither, but that these would be much more heavily manned than the ten the King of Ternate was to deliver; whereby these scribes also made known that His Highness had nevertheless expressly ordered them to tell us that his vessels must not act separately, but must join with the Ternatan kora-koras in order to seek out and fight the enemy together; while His Highness had likewise promised to [illegible] his entire
Dutch transcription
86: den 25: gevangeen zijn genomen Dat uwel Edele Agtbaren, schoen er van dit Jaar zoo te zeggen in 't geheel geen volk van Batavia was gekomen, even wel verpligt waaren om deze rovers die niet alleen de Celebese Cust, maak ook de sangirse vaarwapers zeer onveilig maakten zoo veel mogelijk in hunnen schadelijken euvelmoed te beteugelen; waartoe de Koning van Ternaten de Compagnie alle mogelijke bijstand dede, dog dat 'er er nu egter een veel grotere magt van volk en Coura Corras Vereuischt wiede om dit oogmerk te berijken Dat uweEEd: Agtb:r daarom met elkanderen waren over eengekomen van zijn Hoogheid om assistentie van volk en vaartuigen te verzoeken, en dus tegenswoordig gebruik te maken van deszelfs voor heer gedane vriendelijke presentatie om ze wel als de koning van Terraten de Compagnie te willen secondeeren indien deze Regering zulks maar te verzoeken Dat uwel Ed: Agtb„r ons ten dien einde expres naar Tidor hadden gezonden om dezen Voorslag aan zijn hoogheid te doen, met verzoek om de Compagnie ten spoedigsten te assisteeren met eene sterk bemande vloot van 40: Corra Corras terwijl de Koning van Ternaten belooft hadde om in den tijd van zes dagen tien of meer sterk geequipeerde Corra Corras in gereedheid te doen brengen die met kruit en koegels door de Compagnie voorzien zouden werden— Dat UwelEd: Agtb derhalven hoopten dat zijn hoogheits armade mede binnen korte dagen zeilvaardig op deze rhede zoude verschijnen, wanneer dezelve insgelijks al het nodige ten oor log zoude bekomen: dog dat uwel Ed: Agtb teffens hadden goedgevonden om de Tidoreese Armade nade Sangirs en de Ternatse Vloot na de Celebise Cust te zenden, ten einde den vijand van daar te verdrijven, in deze plaatzen voor verdere invasies te beveiligen Dat in gevalle zijn Hoogheid daarom genegen mogte wezen om in dit verzoek van secours te bewilligen UwelEd: Agtb: den vorst als dan verzogten om zijne onderdanen tot vreede te Vermanen en te beletten om op de Ternaatse plaatsen eenig molest te plegen in een tijd, dat deze plaatzen voor en groot gedeelte ontbloot zouden zijn van volk, want dat de koning van Ternaten mede belooft hadde om zijne onderdanen die de Tidoresen in dez tijden beledigden, ten strengsten te zullen straf„ „fen, uit aanmercking dat de Molukse vorsten zigthans met de Compagnie vereenigden om den algemeenen Mangindanauwers vijand des mogelijks tot onderwerging te brengen — meer gecommandeert wordende, gedeeltelijk gevlugt, gesneuvelt en Deze Meij 1778: 87: Deze poincten door den koning met aandagt zijnde aangehoort, geaf E zijn Hoogheit daar op verstaan dat het hem innerlijk leed was de Compagnie zijnen besten vriend:) tegenswoordig zoo veel te moeten zien verliezen, dook de roverijen van een schuim van volk dat in oude tijden onder hel gebied van Ternaten hadde gehoord —. Dat zijn Hoogheid daarom van gevoelen was dat men met een sterke magt tegens deze rovers ageeren moeste; ten einde dezelve uit deze zeëen te verdrijven, waar toe hij ingevolge zijne verpligting de Comp:s mede zeer gaare behulpzaam wilde zijn, dog dat hij zig moeste verwonderen dat men hem tegenswoordig daarom quam verzoeken, daar men immers Voor een igeen tijd zijn aanbod van tagtig Corra Corras die ten dienste van de Compagnie hadden gereed gelegen, niet hadde willen accepteeren hoewel hij verzekert was dat men ze wel nodig hadde gehad— Dat hij uit deze weigering hadde moeten besluiten dat zijne vriendschap niet veel meer bij de Comppagnie in aanmerking quam, waar over hij zig uittermaten hadde geergert, als niet bewust zijnde waarom de Compagnie zedert eenigen tijd zoo koel tegens hem was geweest Waar op wij repliceerden dat deze Regeering zijn Hoogheids presentatie Van Volk en vaartuijgen te dier tijd geen ander inzigt gewagert hadde aan te nemen dan om dit secours toen nog wel ontbeeren konde want de Compagnie hare bondgenoten nooittom bijstand quam verzoeken, voor dat de uitterste nood haar daar toedrong, wanneer ze zig nog altoos eerst bediende van het vermogen harer vasallen gelijk in dit geval geschied was, vermits de Comp:s ten tijde dat de Mangindanauwers hunne vijandelijk heden opentlijk be„ „gonden te plegen, eenige Corra Corras van den Koning van Ternaten had„ „de gerequireerd, om Manado en de onderhorige buiten Posten voor de Woede dezer zeerovers te beveiligen. Waar op de Koning ons niets anders ten antwoord gaf, dan dat hij morgen over deze propositie eerst met zijne Rijksgroten Vergadering moeste houden wanneer hij ons positief bescheid zoude laten weten, gelijk ook geschied is„ als hebbende zijn Hoogheid ons heden na de middag tusschen twaalf en een uuren door eenige zijner schrijvers laten verwiltigen, dat hij in den tijd van een maand zes Corra Corras gereed hebben, en herwaards zenden zoude, dog die veel sterkeze bemand zouden wezen als de tien, de koning van Ternaten stond te leveren; waar bij dezes schrijvers mede te kennen gaven hoe zijn Hoogheid hun egter uitdrukkelijk gelast hadde van ons te zeggen, dat zijne vaartuigen niet afzonderlijk agee„ „ren, maar met de Ternatse Corra Corras Congungeren moesten om den vijand gezamentlijk op te zoeken en te zoeken en te bevegten; terwijl zijn hoogheid insgelijks beloofd hadde om zijne Gansche
English
88. the 25 No. king there answered. to have the entire force of Corra Corras assembled, in order vigorously to support the Company in exterminating those pirates; which, however, could not take place so quickly, since most of these vessels had to come from Maba, Weda, and Patani. Finally, these emissaries gave us to understand that their sovereign had considered as an insulting reproach the request made by Your Right Honourable to bring his subjects to peaceful sentiments, so that those of Ternaten would not be molested by them; since His Highness was assured that his subjects would do no harm to the Ternatans if the latter did not insult them. Thus having briefly reported the outcome of this Commission to Your Right Honourable, we hope that this will to some extent meet expectations, while we have the honour to call ourselves with the deepest respect, below stood, Right Honourable Gentlemen, lower, Your Right Honourable's very humble Servants, was signed, K. Koenes and J. P. Weijdemuller, in the margin, Ternaten the 24th of May Anno 1778. The displeasure of the King there. Whereby it was perceived that Tidore's Sovereign had shown himself somewhat displeased toward the Commissioners because he had not already beforehand been invited to assist the Company with his military force against the pirates; on which occasion he claimed that eighty Corra Corras had been lying ready to dispatch the enemy; which sort of reproach the Commissioners had answered by saying that the Company was not accustomed to request assisting forces from its allies except in the utmost necessity, but that it always made use of the capacity of its vassals beforehand, as had happened again two years ago, at the time when the king of Ternaten had fitted out several Corra Corras for the protection of that side of the Manado Residency. From which conversation the result had finally been that, after the expiration of one month, the king would send hither six Corra Corras equipped for war and uncommonly strongly manned, on the condition that this military force of his should not seek out and fight the enemy separately, but together with the Ternatans, while the king would gradually have an even far greater number of Corra Corras assembled to help exterminate the pirates, for which purpose he had said he would summon his naval force from Maba, Weda, and Patani. The 9th of May 1778. The Council's satisfaction with that Commission. With this Report and the actions of the Commissioners cited therein, the Council members resolved to be satisfied and to await the promised Tidorese military assistance, although people had been disappointed so often at this court that it was doubted whether one could truly rely on that naval force, the more so because one had to conclude from the account of the commissioners that the king had been somewhat offended, although His Highness had been given no reason for this. For it was known to the Members of this Table that, two years ago, Tidorese assistance had been waived for fear that the combined Ternatan and Tidorese Naval Forces would not achieve the desired success against the enemy, owing to the internal aversion that both these Moluccan nations harbor against each other. For which reason the Members would rather have seen the commissioners declare this openly to Tidore's King, instead of asserting to him on this subject that the Company was accustomed to appeal to its Vassals for assistance rather than its allies, which reason appeared to the Members of this Table as very far-fetched and insufficient. It was nevertheless resolved rather to satisfy the Tidorese court in this point than to dispense with its assistance entirely, so that the resolutions taken previously will now be rescinded to the extent that Tidore will be permitted to fight the enemy jointly with the Ternatans. Which order will even be issued if it should happen that the Ternatan force turns its prow toward Manado before that of Tidore, which it was anticipated would certainly happen if both kings kept their word, in which case the Ternatan naval force must be ready to sail after the expiration of seven, and that of Tidore after a month, which times the Council members with 89.
Dutch transcription
88. den 25 No koning aldaar beantwoord. Jansche mogt van Corra Corras bij een te laten brengen, ten einde de Compagnie in het verdelgen dier rovers kragt dadig, te ondersteuren; dog het geen egter zoo schielijk niet konde geschieden mits de meesten dezer vaartuig en van Maba, Weda en Patani moesten komen Eindelijk hebben deze zendelingen nog aan ons te verstaan gegeven dat hunnen vorst als een hoonend verwijt hadden aangemerkt het gedaane verzoek van uwel Ed: Agtb:r om zijne onderdanen tot vreedzaame gedagten te„ brengen, ten einde die van Ternaten niet door hun gemolesteert wierden; nadien zijn hoogheid verzekert was dat zijne onderdanen de Ternatanen geen leed zouden doen wanneer deze hen niet beledigden Aldus kortelijk den uitslag dezer Commissie aan UwelEd: Agtb:r berigt hebbende, hopen wij, zulks eenergermaten aande verwagting te zullen voldoen terwijl wij de eere hebben ons met den diepsten eerbied te noe„ „men /:onderstond:/ Wel Edele Agtbare Heeren /:lager:/uwel Ed: Agtbarens— zeer onderdanige Dienaren /:was getekent:/ K: Koenes en J: P: Weijdemul „ler /:in margine:/ Ternaten den 24:e Meij A„o 1778:— De misnoeging van den Waar bij ontwaard wierd dat Tidors Vorst zig eenigermaten mis noegt tegens de Commissianten had de aangesteld ter zaake dat hij niet reets voor heen genodigt was geworden om de Compagnie met zijn krugsmak tegens de revers te assisteeren; wanneer hij voorgaf dat er 'tagtig Corra Door de Commissianten Corres gereet hadden gelegen om den vijand te beregten; welk zoort van verwijl de Gecommitteerden hadden beantwoord met te zeggen dat dat de Comp„s haare bondgenoten niet als bij de uitterste nord omasseslende pleeg te verzoeken maar dat ze zig bevorens alteijd van het vermogen haarer vasallen bediende gelijk voor twee Jaaren wederom was geschied, ten tijde dat de koning van Ternaten eenige Corra Corras tot bescherming beloofde hulpevan dien voort van de Manadose Residentie hadde uitgerust van welk gesprek eindelijk het resultaat was geweest, dat de koning na Verloop van een maand ses ten oorlotg toegeruste en ongemeen sterk bemande Corra Corras zoude herwaarts zenden, op voorwaarde dat deze zeijne krijgsmoegt niet afzanderlijk, maar te zamen moet de ternatanen Den 9 Meij 1778 's Raads genoegen over die Commissie Den vijand moeste opzoeken en bevigten, zullende de kening lang„ zamerhand nog een ongelijk grooter meenigte van Cerra Corras, laten bij een zamelen, om de rovers te helppen verdelgen, waar toe hij gezegt hadde zijne zeemagt van Maba, weda, en Patanie te zullen ontbieden — Met dit Berigt en de daar bij aangehaalde verrigtingen dir Commis„ „sianten besloten de Raadsleden genoegen te nemen, en de beloofde Tido„ „rese krijgshulp af te wagten, hoewel men aan dit hofer zoo diknies te leur was gestelt dat men twyffelde of er wel staat op die zeemagt wal te maaken, te meer dewijl men uit het verhaal der gecommitteerden wel diende te besluiten, dat de koning eenigermaten geraakt was geweest „hoewel zijn hoogheidt daar toe geen reden was gegeven want het was de Leden dezer Tafel bekent dat men, voor twee Jaren van de Tidorese hulp hadde afgezien, uit vreese dat de vereenigde Ternaatse en Tidoreese Zeemagten het gewenscht succes niet tegens den vijand zouden bereiken, door de inner„ „lijke tegensz in die deze beide Molukse natien tegens elkande ren voeden weshalven de Leden liever gezien hadden dat de gecommitteerden zulks maar vonduit tegens Tidors Koning hadden verklaart, in stede van hem op dit onderwerp te betuigen dat de Compagnie haare Vasallen eerder als haare bondgenoten om assistentie pleeg aan te spreeken, welke reden de Leden dezer Tafel als zeer vergezogt en onvoldoende voor quaam werdende niet te min besloten om het Tidorese hof liever in detspornet genoegen te geven, als der zelver hulp geheel te ontbeeren, invoegen nu in zoo verre van de bevorens genomene besluiten zal werden geresili„ „eert; dat men dit Tidot vergunnen zal, om den vijand met de Ternatanen gezamentlijk te bevegten, welke ordre zelfs zal werden afgegeven zoo het gebeuren mogte dat de Ternaatse, magt voor die vare V. D. D. Tidor den steven na Manado quam te „ winden, 't geen men voorzag dat zekerlijk zoude geschieden in dien de beide koningen Jeun wordhiilden, als wanneer de Ternaatse zeemagt na verloop van seven, en die van Tidok overen maand: zeil vaardig moet zijn, welke tyd stipp en de Roud sleden met 89
English
90. the 25th Report of an escaped prisoner, a Xullaean, held by the Magindanaoans. Awaited with anticipation. Meanwhile, the report was read of a certain Xullaean sailor named Famise, who escaped the hands of the Magindanaoans and was sent by His Highness of Ternaten to both of the Lord Governors to give an account of his imprisonment and slavery among the said pirates; which report was found to be of the following content: Today, the 25th of May 1778, appeared before me, Hendrik Amelius de Chalmot, First Sworn Clerk of Police of this Government, in the presence of the witnesses to be named hereafter: The Xullaean Aurisie, who, at the requisition of the Right Honorable Lord Doctor Paulus Jacob Valckenaer, outgoing, and Master Jacob Roeland Thomaszin, incoming Governors and Directors of the Moluccos, and in favor of the sincere and pure truth, related to be true: That in the beginning of the month of August of the past year, he departed as a sailor with the Chinese Tjiohabie from here to Manado, and from there further to the Sangir Islands. That, while lying at anchor at Likoepang and seeing some Magindanaoan proas arrive and approach him and his companions, they jumped from the pantjallang and swam ashore. That, having gone from there on foot to Manado, he, together with one of his companions and four Manadonese, received a letter from Resident Hemmekam to deliver to the King of Siau, whereupon they departed from there in a small proa and, having advanced as far as Tagulandang, were met, attacked, and overwhelmed by a fleet of Magindanaoan proas, consisting, as far as he was aware, of thirty sails, and were transferred to the enemy vessels, upon which they were bound like beasts with a rope around the neck and thus fastened to the side of the proa. That the proas, after having robbed them, continuing their journey to Manado, arrived there after the course of five days and made an invasion at Manado, during which, however, they also suffered much damage and sustained many dead and wounded, he and his companions having watched the battle from afar because they were tied fast to the vessels. That May 1778 That, having remained on and off the coast of Manado for three days, they turned the prow again toward the island of Biaro, where, through the inattention of those who were guarding him, he found the opportunity, together with a Manadonese, to untie the rope from his neck and swim to the aforementioned island, from where they crossed over to Tagulandang in a small, unseaworthy proa that had been left behind by the Magindanaoans and repaired somewhat by him; at which place, having remained for three days, they were both encountered by the Ternatan Lieutenant Govahe, exercising command over a Ternatan kora-kora that was passing by, which Lieutenant then also took them along with him and, upon arrival at Manado, handed the Manadonese over to Resident Hemmekam, but kept him with himself and has now brought him back here. Furthermore, the deponent also related that on the vessel upon which he was held captive, he saw the notorious Hadje Oemar, as well as six Tidorese, three Papuans, and six Batchianese, as well as a certain Young King of the Magindanaoans. That during the return voyage from Manado to Biaro, Hadje Oemar had addressed him and told him to keep up good courage, as he intended to ransom him from the pirates and keep him with himself, further saying that matters would go better than he imagined, because he had already sent two Tidorese kora-koras to Manila in order likewise to request help from the Spaniards, which having obtained, they would in the coming year invade Manado, Kema, and Amoerang, as well as Ternaten, with their combined forces; having conquered these places, they then intended to turn their prows toward Macassar to surprise the places located on that coast as well, and if possible, capture them entirely; the deponent further also relating that shortly after the conversation held between him and Hadje Oemar, and before he had escaped the clutches of the pirates again, they had seen a kora-kora approaching them, which nearing, they noticed to be Ternatan. That this kora-kora, attacking the Magindanaoans with incredible courage, especially the proa upon which he was, a ball from the Ternatan kora-kora flew precisely into the muzzle of a cannon that was on their vessel, whereby the same instantly burst into pieces, one of those pieces having flown against the head of the aforementioned Young King of the Magindanaoans, whereby the same immediately fell onto the deck and died shortly thereafter, on which occasion also six other Magindanaoans were by the cannon
Dutch transcription
90. den 25 Belaas van een ontvlugten gevangene Hullanceer bij de magin danauwers Met verlangen te gemoet zagen Middelerwijle wierd het Relaas gelezen van zekere Xullaneese mattroos, in name Famise die de handen der Mangindanauwers ont„ „vlugt en door zijn Hoogheit van Ternaten bij de beede Heeren Gouverneurs is gezonden om een verhaal te doen van zijn gevan„ „genis en Slavernij bij de gemelde Rovers; welk Relaas van den na„ „volgende inhoud is bevonden Op heden den 25e Meij 1778: Compareerde voor mij Hendrik Amelius de Chalmot, Eerste gesworen klerk van Politie dezes Gouvernements present de na te noemene getuigen — De Hullanees Aurisie, dewelke ter requisitie van de Wel Ede Agtb: heer D„r Paulus Jacob Valckenaer, afgaand en ld M Jacob Roeland Thomaszin, aankomend Gouverneurs en Directeurs der Moluccos, en ten faveure der opregte en zuivere waarheid velateerde waragtig te zijn; Dat hij in 't begin van de maand Augustus des voorledenen Jaars als mattroos met den Chinees Tjiohabie van hier na Manado en van daar verders na de sangirse Eiland en was verppe tekken Dat de Likoepang ten anker leggende en hij benenevens zijne makkers eenige nangin danauwerse prauwen zeinde aankomen en hen naderen, zijlie„ „den van de pantjallang afgesprongen en na landgeswonnaar waren— Dat hier op te voet na manado gegaan zijnde, hij benevens een zijner makkers en vier Manadoreesen een brief van den Resident Hemmekam ontfangen hadde om aan Chiauws koning te bestellen, waar op zij, met een klein prauwtje van daar vertrokken en tot Tagulanda gevordert zijnde, door een vloot Mangindanauwerse Prauwen, bestagende, voor zoo veel hem bewust was, in dertig zeilen die hen ontmoetenen, aange„ „randt en overweldigt mitsgaders op der vijandlijke vaartuigen over„ „bragt waren, op welke menhen als besten met een touw om den hals gebonden en zoo aan 't boord van de Prauw vast gemaakt hadde Dat de Prauwen, na hun gerooft te hebben, hunne reize na Manado vervorderende, na verloop van vijf dagen aldaar waren aangelandt, en een invasie te Manado hadden gedaan, bij welke zijlieden egter ook veel schade gekregen en veele dooden en gequetsten bekomen hadden hebbende hij ten zijne makkers het gevegt van verre aangezien ver„ „mits op de vaartuigen vast gesonden waren Dat Meij 1778 Dat zijlieden op en onder de wal van Manade drie dagen zig opgehouden hebbende de steven weder na't Eiland Biaro hadden geweldt, alwaar bij door de onagzamheid der geene, die hem oppasten, gelegendheit hadde gevonden, om te zamen met eenen manadoraes het touw van zijn hals loste maken en na voormeld Eiland te zwem„ „men van waar zijlieden met een klein onbequaam prauwtje, dat door de Man„ „gindanauwers agtergelaten en door hem weder wat gerepareerd was na Tagu„ „landa waren overgevaren; op welke plaats zijlieden zig drie dagen opgehou„ den hebbende, zoo waren zij bieden door den Ternaats Luitenant Govahe voeren„ „de het gezag op een Ternaatse Corra Corras die daar passeerde, aangetroffen welke Luitenant hen dan ook met zig genomen en bij arrivement te manado den Manadorees aan DE Hemmekam afgegeven, dog hem bij zig gehouden en thans herwaarts te rug gebragt hadde Voorts relateerde de Comparant nog dat op dat vaartuig op 't welk bij was gevangen geweest, hij den berugten Madjie Oemak benevens zes Tidop reesen drie Papoen en zes Batchianders vernoemen, mitsgaders ook nog za„ „keren Jongen Koning der mangindanauwers gezien hadde Dat gedurende de te rug zeize van Manado na Biaro, Badje Oemar hem aangesprokenen tegens hem gezegt hadde van maak goeden moet te moeten houden, zijl hij hem van de rovers in lossen en bij zig houden wilde verders zeggende dat het beter zoude gaan als hij zig wel verbeelde ver„ „mits hij demars reets twee Tidoreese Corra Corras na Manilha hadde gezonden ten einde spanjaarden, insgelijks om hulp te verzoeken, welke E„ erlangt hebbende, zoo zouden zij in het aanstaande Jaar met gezament„ „lijke magt Manado, Kema, en Amoerang, mitsgaders Ternaten in„ „vadeeren, welke plaatzen overwonnen hebbende, zoo wielden, zijlieden vervolgens hunne stevens na Macassar werden om de op die Cust zig bevindende Plaatzen almeede te overompellen en des mogelijk, geheel te vermeesteren, verhalende de Resident verders ook, dat kort na het gehouden gesprek tussen hem en Hadje Oemar en voor hij der Rovers klauwen weder ontsnapt was, zijheden een Corna Corras op ken hadden zein aankomen; welke naderende, zij vernomen hadden en Ternaats te zijn Dat die Corra, met 't een ongeloofelijke moed op de Mangindanauw„ „se voornamentlijk op die prauw op welke hij wees, aanvallende, er Juist een kogel van de Ternaatse Corra Corras in de mond van een op hun vaartuig zijnde Canon was gevloten; waar door het zelve direct in stukken was gespronken zijnde een dier stukken voor melden Jon„ „gen Mangindanauwers koning tegens den Kop gevlogen, waar door dezelve direct op het dek gevallen en kort daar op overleden was, gen bij welke gelegentheit ook zes andere Mangindanauwers door het en Canon
English
92 Whereby the Tidorese unfaithfulness shines through. The 25th. cannon of the Ternatans had perished, besides circa ten men who had been severely wounded. Lastly, the aforementioned Hamisie also related that at the time he had been on Tagulanda, he had heard that shortly before his arrival, two Ceram Paduwakangs had called at Tagulanda, which, after having refreshed themselves there, had set sail again and were said to have turned their bows toward Mangindanauw. Herewith the Resident aforesaid ended his account, giving for reason of knowledge as is expressed in the text. Thus done and passed at Ternate in Castle Orange, at the Secretariat of Policy, on the date aforesaid, in the presence of Willem Semet and Arij Caija, both clerks as witnesses, who have duly signed the original of this along with the Resident and myself, First Sworn Clerk. Underneath stood: which I attest. Was signed: P. N. De Chalmot, first sworn clerk. 11096 It being learned therefrom that this fugitive had been captured by the aforementioned marauders and had been present during the invasion made at Manado, where, according to his statement, they had suffered many dead and wounded, declaring at the same time to have met the notorious and treacherous Hadji Oemak with some Tidorese, Batchianese, and Papuans among the Mangindanauwers, which Hadji had revealed to the deponent that he had sent two Tidorese Corra Corras to Manila to call the Spaniards to their aid, and subsequently to attack hostilely and conquer the whole North Coast of Celebes, Ternate, and even Makassar. Since this testimony of the Hulanese, whose account appeared very clear and probable, could now not be entirely rejected, it gave occasion to observe how carefully and reservedly one ought to deal in these critical times with the Tidorese nation, and what great reason one had to distrust this indigenous aid, and next to God, to place one's principal security 93 May 1778 sent by Hemmekam to the Sangihe, arrived here. Tuesday. in our own bravery and arms. Three proas from the cruising flotilla, Finally, it is resolved hereby to make known that yesterday and the day before yesterday three proas arrived here, belonging to the cruising flotilla that was sent in the month of February by Resident Hemmekam to the Sangihe Islands, under the supervision of Bookkeeper Pieter de Koning, whose experiences and actions are cited more extensively in the Secret Resolution of the 21st of this month, wherefore it only remained to note that these vessels were driven hither by contrary winds and storms, according to the testimony of their three European leaders, the Manado Citizen Sergeant Pieter Voetering, and the Gunners Ezechiel Eggenbreecker and Gerrit Victor, who have given the same account of the sea fight held with the Mangindanauwers near the island of Borias as Pieter de Koning in his letter of the 8th of this month, it being further resolved to let these three driven vessels continue their voyage to Manado under convoy of the Ternate Corra Corras that shall steer thither. Thus done and resolved at Ternate in Castle Orange, on the date aforesaid. Was signed: P. Jacob Valckenaer, J. R. Thomaszen, G. C. Meurs, J. Stephanus, J. G. van Raesveld, H. A. Johnson, G. W. van Renesse, K. Koenes. 94 Tuesday, the 2nd of June 1778, at nine o'clock in the morning, meeting of Policy. Present: The Right Honorable Outgoing Governor and Director Doctor Paulus Jacob Valckenaer, The Right Honorable Incoming Governor and Director of the Moluccas Master Jacob Roeland Thomaszen, The Principal Senior Merchant and Second Godfried Carel Meurs, The Captain and Head of the Militia Joseph Stephanus, The Merchant and Fiscal Jan George van Raesveld, Hendrik Ambrosius Johnson, Gerrardus Willem van Renesse, and The Merchant and Secretary Koene Koenes. Appearance of the Mangindanauwers at Galela. The two Governors gave the other members to know, after prayer had been said, how Their Honors had convened this meeting in order to make the necessary communication, and then further deliberate upon the news that had been brought to them this morning on behalf of the King of Ternate, that some days ago 20 Mangindanauw pirate proas had appeared in His Highness's Halmahera districts of Galela and Tobelo, which had committed some hostilities there and killed three to four people, although the few Alifurs who were currently in those regions had also cut down some of the robbers. Intended conference between the Gentlemen Governors and the King of Ternate. That His Highness of Ternate had let Their Honors
Dutch transcription
92 Daar der Tidoresen on„ „trouherd' doorstraald den 25 Canon der Ternatanen waren om gekomen, behalven Circa tien man die zwaar gequest waren geworden. Laastelijk relateerde meermelde Hamisie nog, dat ten tijde hij op Tagulanda was geweest, hij gehoort hadde, dat er kort voor zijn komst, twee Ceramse Paduwa kams op Tagubanda Waren aangeweest, die na zig aldaar ververscht te hebben, weder onder zeil waren ge„ „gaan en de stevens naar Mangindanauw zouden hebben gewendt Hier mede eindigde de Resident dito zijn verhaal, gevende voor reden van weetenschap als in den text staat uit gedrukt Aldus Gedaan ende Gepasseert tot Ternaten in 't Casteel Orange, ter secretarij van Politie dato voor„ „schreeven, ter presentie van Willem Semet en Arij Caija, beide klerken als getuigen, die de minute dezes nevens de Rebatent en mij Eerste Gesworen klerk behoorlijk hebben ondertekend /onderstond:/ quod Attestor /:was getekent:/ P:r N: De Chalmot, eerste gesworen t: klerk 11096 Werdende daar uit vernomen dat deze vlugteling bij de meermelde stroopers gevangen en Iegenswoordig was geweest bij de gedaneinrasie te Manado, Wanneer dezelve na zijn zeggen veele dooden en gequesten hadden gekomen, teffens verklarende van den berugten en Verraderschen Hadje Oemak met eenige Tidoreese, Batchianders en Papoen onder de Mangindanauwers te hebben ontmoet, welke hadje aan den De„ „posant hadde geopenbaart van Twee Tidoreese Corra Corras na Manilha te hebben gezonden om de spanjaarden te hulp te roepen, en Vervolgens de glescheelte Noord Cust van Celebes, Ternaten, en zelfs Macasser vij„ „andelijk te overvallen en te vermeesteren. R Vermits nu dit getuigen is van den Hullanees wiens verhaal zeer duidelijk en waarschijnelijk voor quam, niet ten eenemaal verworpen werden, gaf het zelve gelegentheit om aan te merken hoe voor zig„ „tig en gereserveert men in deze haggelijke tijden met de Tidoreese natie einde om te gaan, en hoe groote reden men hadde om deze inlandse hulp te wantrouwen, en naast god zijn voornaamste ver„ „zekering 6 93 Meij 1778 „mekam naar de san„ ge„ aangekomen. Dingsdag. „zekering te stellen in onze eigen dapperheit en Wapenen Drie prauwen uit het Eindelijk is gearresteert bij dezen bekent te stellen dat hier op gisteren peruijsvlootje, eworhen en eergisteren drie prauwen zijn aangekomen, behoorende tot het kruijs„ s„gias verzonden alhier „ Vlootsie 't geen in de maand February, door den Resident Hemmekam na de sangerse eilanden is gezonden, onder het op zigt van den Boekhou„ „der Pieter de Koning, wiens wedervaren en verrigtingen breedvaeriger bij de Secrreete Resolutie van den 21:e dezer zijn aangehaald, weshalven eenelijk te noteeren viel- date deze vaartuigen door texen wind en stoormen herwaarts zijn verdreven, Volgens het Getuigenis van derzelver drie Europeaanse hoofden„ „de Manadose Burger Sergeant, Pieter Voetering, en de Buschie ter Ezechiel Eggenbreecker, en Gerrit Victor, die het zelfde verhaal van het gehouden zeegevegt met de Mangindanauwers ontrent het eiland Borias hebben gedaan, als Pieter de Koning hij zijn brief van den 8' dezer, zijnde wijders besloten deze drie verdrevene vaartuigen hunne zies na Manado te laten vervonderen onder Convoi van de Ternaatse Corra Corras, die derwaarts zullen steevenen Aldus Gedaan ende Geresolveert tot Terna„ „ten in Casteel Orange dato voorschreven /:Was getekent/ C: Valckenaer, J: R: Thomaszen, G:t Meurs J: Stephanus J: G: van Raesveld, H: A: Johnson, G: W: van Renesse, K: Koenes. — zin 94 den welEd: Agtb: Heer Afgaand gouverneur en Directir „ wel Ed: agtb: Heer aankomend, gouver„ „neur en directur der moluccos. „ p„l opperkoopman en secunde verscheining der naginda„ „nauwers op Galilta „schen de Heeren gouverneurs en Ternaats koning D:r Paulus Iacob Valckenaer, M=r Jacob Roeland Thomaszen. Godfried Carel Meurs, „ Capitain en hoofd der kelitie Joseph Slephanus, „ koopman en fiscaal Jan George van Raesveld, Hendrik Ambrosius Cohnson, onde aoae en aeij alberl Gerrardus Willem Van Renesse, en Koene Roenes, „ _o: „ Secretaris De beide gouvers gaven de verdere Leden na het gedaan gebes te kennen, hoe Hun Wel Ed: deze vergadering hadden laten beleggen om de notige Communicatie te geven, en dan wijders Raad te plegen over de tijding die hem heden morgens, uit naam van Ternaats Koning was gebragt, dat er voor eenige dagen 20:e Mangindanauwse roof Rauwen op zijn hoogheite Halmakeirase destriceten van Galolla en Tobillo waren Verschenen, die aldaar eenige vijandelijkheden gepleegt en drie â vier menschen om het leven hadden gebragt, hoewel de weinige Alfoeren, die zig thans in die Landstreken bevonden, ook zom„ „mige der vovers ter neder hadden gehouwen. voorgenomene Conferentie tus, Dat zijn Hoogheit van Ternaten Hun wel Edelens hadde Dingsdag den 2:' Junij 1778: 's morgens ter negen uuren vergadering Politie Present Laten „
English
95 a resistance to this government fear for the village, which is entirely exposed informed that he was inclined to hold a conference or colloquy together, outside of any state or assembly of councilors, and to consider what ought to be done for the security of the Company's garrisons and of His Highness's lands; the governor having agreed with that monarch that this conference should take place tomorrow, the 5th of this month, in the king's dalam or dwelling place, the outcome of which would be communicated to the council members at the next opportunity. Meanwhile, it was generally remarked that the enemies, who were approaching, might well intend to advance even further and take a chance against this Castle or against the villages; wherefore it was judged of the utmost necessity to consider a valiant defense in good time, and, under God's blessing, to foil the enemy's designs. To achieve this purpose, the council members thought it best, in the first place, to proceed according to the defensive measures and arrangements that were adopted in the secret session of November 4, 1776, at a time when visits from these same pirates were to be expected daily. Small number of men. Furthermore, while it was considered that this Castle was reasonably defensible and in a state to repulse an inland enemy with bloody heads, it was nevertheless remembered that our force of military personnel, seamen, and other servants was so small in number that the outposts and forts could not be manned with the necessary troops, so that it would be impossible to manage there without the assistance of Citizens and Ternatans, whom one also intended to employ together with the soldiers in case of attack. In particular, the Council lacked troops from the Christian villages to cover the villages, for which one was most anxious in case of danger, since everything situated on the south side of the little fort Voorburg lay entirely exposed and was in danger of being destroyed by fire; and since some precaution necessarily had to be taken in that direction, or so that the inhabitants of both Christian villages might at least be warned in time to look to their safety, it was approved for the present to place a six- or eight-pounder cannon under a thatched bamboo shed on the beach of Cajoe Mirra, located about an hour's walk on the south side of this Castle; this piece of artillery being left there provisionally under the supervision of a gunner and five citizens, in order to fire three signal shots upon the appearance of enemies to warn the inhabitants of the villages and the vessels lying at the roadstead, with further orders to spike the gun upon the enemy's approach, thus preventing them from making use of it. A cannon placed at Cajoe Mirra. A suitable place to construct a redoubt, subject to approval. However, considering that this Cajoe Mirra is a very suitable place for an enemy to land and then proceed to the villages via the broad country road that begins there, it was resolved to request Their High Excellencies to construct a walled redoubt or entrenchment there, almost like the Fort Dwars in de Weg at the strait of Batavia; with the further request to be permitted to erect a similar redoubt directly opposite on the land of Tidore, near the entrance of the so-called Spaniards' Bay, since the sea between the two islands is at its narrowest there, and the land of Ternate can easily be fired upon from there with heavy artillery, so that both of these places are judged by experts to be extremely suitable 97 June 1778 Those places inspected by the respective Governors. Garrison for those fortifications. judged to prevent an enemy appearing there from approaching the Castle, the villages, and the vessels lying at the roadstead. To this end, the Ternate redoubt must be mounted with ten horizontal-firing pieces, both to deny the enemy passage by sea and to prevent their landing and advancing toward the villages; it being sufficient if the projected redoubt directly opposite on Tidore were provided with six such pieces, since it has primarily to sweep the sea and the beach. The two Governors further added that a few days ago, accompanied by the Lieutenant of Artillery Schomen, they had gone in person to Cajoe Mirra, where the situation of that place and of the Tidore beach directly opposite also appeared to them entirely suitable for the placement of two entrenchments, redoubts, or batteries, to protect the villages and vessels from enemy attack; wherefore the said lieutenant had been ordered to draw up a plan or small map of the situation of these places, in order to present it to Their High Excellencies and induce them, by their own visual inspection, to proceed with the construction of these proposed fortifications, to which it was hoped our High Masters would all the sooner agree from the consideration that if both of these redoubts were provided with the aforementioned required artillery, and in case of attack garrisoned with 50 military men and 8 gunners, one could then manage in the Castle with 54 men fewer than are allotted for this main Castle by the Regulation Memorandum, according to which Memorandum one could nevertheless not govern oneself on Ternate under these current circumstances, since that writing seems rather arranged after the proposal of the French Abbé de Saint-Pierre, and for an everlasting peace. Since
Dutch transcription
95 eene tegenstand schap aan dit gouver„ „nement bedugting voor de Negorij die geheel bloodheid laten weten van genegen te zijn om te zamen, buiten eenige static of vergadering van Raadspersonen, een Conserentie of mondgesprek te housen, en te overwegen wat er tot leeverliging van Compagnies bezettingen en van zijn Hoogheit Landen gedaan dien de te werden, naar de goueverneur met dien vorst waren overeengekomen dat deze Consederentie op morgen den 5e dezer voortgang zoute nemen; in des konings dallamof woon„ „plaats, waar van den uitslag bij nadere gelegentheid aande saadsleden 1 Raads voorzogt tot zoude werden bedeelt. Intusschen wierd generaliter aangemerkt, dat de vijanden, die na der quamen, wel voor konden hebben om nog verder aan te rukken en een kans tegens dit Castiel of tegens de Nogorijen te wagen weshalven, van de uitterste noodzakelijk heit is geordeelt, om bij tijds op eene dappere tegen weer bedagt te zijn, en des vijands oonsla„ „gen, onder godt:s zegen te verijdelen Om dit voornemen te bereken, vonden de Raadsleden, in de eers„ „te plaats goed van te werk te gaan nade maatrigelen en schikkin„ „gen: van defensie, die ter secreete sessie van den 4:e November 1776: zijn genomen, in een tijd dat men het bezoek dezer zelfde rovers da„ „gelijks hadde te verwagten. gering getal van Mand Daarenboven ingezien werdende, dat dit Casteel riedelijk bestande en in staat was om een in landsen vyand met bebloede koppen af„ „tewijzen, kerinnerde men zigegter dat onze magt van Militairen, zee„ „varenden, en andere Dienaren zoo gering OnEs getal was, dat men de buiten posten en Fortres niet met de Nodige manschap konde bezetten invoegen men het aldaar ommogelijk zonder de hulp van Burgers en Ternatanen konde afzien die men daar toe in las van aanval ook te zamen met de soldaten dagt te gebruiken. Inzonderheit ontbrak het den Raad krijgslieden van de Christen Negorien 17 over 96: den 2: „ Een Canon op Capi Mirra geplaats bekwame plaats om „duit aan te leggen Negorien te dekken, waar voor men in las van onraad het meest be„ „dugt was, dewijl alles dat aan de zuid zijde van het bostje voorburg gele„ „gen is ten eenemaal blootlag, en in gevaar was om door brand verwad te werden, en dewijl daar tegens noodzakelijk eenige voor zorg bij der kant genomen, of dat de inwoonders van de beide Christen Negorijen ten minsten bij tijds gewaarschouwt mogten werden van op hunne be„ „houdenis bedagt te zijn, zoo is goedgevonden om voor eerst een ses op„ agt Ponder Canon, onder een op geslagt Bamboese loots te platsen aan het strand van Copie Morra gelegen circa een uur gaans aan de zid zijde van dit Casteel, zullende dit stuk geschut aldrar bij provisie gelaten werden onder het opzigt van een Buschieter en vijf burgers, ten e inde bij verschijning van vijanden daar mede drie zein schooten te doen tot waarschouwing van de inwoonders der Negorijen, en van de ter rheede leggende vaartuigen, met verdere ordre om het stuk bij aannadering van den vijand te vernagelen, en denzelven dus te verhinderen omdaar van gebruik te maken - dog aangemerkt dit Capia Mirra een zeer bequaame plaats is voor een vijand om mits approbatie een ree„ te landen, ende Negorijen dan verder door de breede Land weg, die aldaar een begin neemt op te zoeken, zoo is verstaan Hun Hoog Edelheden te verzoeken, om aldaar een bemuude reduit op schans aan te leggen, bij kans als het Fort dwars in de weg, aan de soot„ „tor op Batavia: met verder verzoek, om regt daar tegen over op het Land van Tidor, ook een diergelijke Reduit te mogen opzigter, bij den ingang vande zoo genaamde Spanjaar baai k aangezien de zee aldaar tusschende de beide eilanden op het nauwst is, pen het land van Ternaten van daar gemakkelp „lijk met zwaar geschut kan werden beschoten, zoo dat deze beide plaatzen door kundigen ten uittersten geschikt werden geordeelt E be 97 Junij 1778 Die pplaatsen door de seeken Gouverneurs bezigteyt schap op dievastighe„ den Geordeelt om eenen aldaar verschijnenden vijand het naderen na het Casteel„ de Negorijen ende ter rheede leggende vaartuijgen te beletten: Ten welken einde de Ternaatse schans met hien waterpasschieten stukken moet werden beplant, zoo wel om den vijand de doortogt ter zee, als het landen en voortrukken nade Negotijen te verhinderen, zijnde het genoeg; wanneer de daar tegens over geprojecteerde schans op Tedok van zes diergelijke stukken wierd voorzien, aangezien dezelve de zee en t het strand voornamentlijk heeft te bestrijken. De beide Heeren gouverneurs voegden hier nog bij, dat ze zig voor eenige dagen en gezelschap van den Lecutenant der Arthillerij Schomen zelfs in persoon na Cajoe Mirra hadden begeven, wanneer te situ„ atie dier plaats en van het daar tegen overleggende Tidoreese strand hen mede volkomen geschikt hadde toegescheenen voor de plaatzing van twee schansen, Reduiten of batterijen, om de Negorijen en vaartuigen voor een aanval van vyjanden te beschermen, wishalven de gemelde lieute„ „nant gelast was geworden om een plan ofe kaartie van de gelegenthert drie plaatzen te formeeren, ten einde het Hun Hoog Edelheden aan te bieden, en door eigen oculaire inspectie te bewegen om de Extructie dezer voorgeslagene vastigheden voortgang te doen nemen, waar toe men verhoopte dat onze Hooge Gebieders te eerder zullen overgaan door de Concideratie, dat wanneer deze beide schanssen van het bekent vereischt werden Man, gestelde geschut voorzien, en in cas van aanval met 50: Militairen, en 8. Busschieters bezet wierden, met het als dan in het Casteel wel met 54: koppen minder zoude kunnen stellen, als voor dit hoofd Custeel bij de Memorie van ehinagie zijn toegestaan, na welke Memorie men zig nogtans in deze tijds omstandigheden niet op Terna„ „ten konde reguleren, aangezien dies geschrift wel na het voorstel van den Franschen Abb de S„t Pierre, en voor eene altoos durende vrede-schijnt ingerigt te zijn— Dewijl 1 en zeijd
English
98: the 2nd: of the costs of such redoubts Alarm orders Order to calculate. Because the other members of the Council likewise clearly understood the utility of two such redoubts or strongholds, it is generally agreed to have an estimate made by Overseer Knevel, the said Lieutenant Schmidt, and Master Mason van Velzen of the costs that the construction of the proposed strongholds will amount to, in order to give Their High Nobilities the requisite notice thereof. Since the strict maintenance of a clear alarm order was likewise deemed utterly necessary in order to act without confusion and in accordance with the given commands in case of attack, both Gentlemen Governors gave to understand that they had already contemplated renewing the last alarm order of the year 176:, and to alter it somewhat in certain points according to the present circumstances of the times, as was likewise found upon hearing the said alarm order, which was of the following content: New Order Whereby everyone shall have to regulate themselves in case of an alarm during any hostile attack. 1: First, it serves for information that the ship West Friesland, in case of alarm, shall keep its station in these Roads, properly to engage with artillery and offer resistance to an enemy approaching by sea from that direction; the pantjallang the Jonge Cornelis and the Casteel Oranje shall likewise remain in the Roads to inflict all possible damage upon the enemy there; but the other two pantjallangs, the Kruisser and the Windhond, shall proceed to Talingami to secure the wharf there and, if possible, prevent the enemy from landing at Cajoe Miraa. 2: June 1778 29 If the said ship West Friesland happens to discover any enemy, it shall immediately fire two signal shots in rapid succession with its heaviest artillery; but if one of the pantjallangs perceives the enemy first, such pantjallang shall fire two similar signal shots, upon which the ship shall answer with two other shots, so that they may be heard here in the Castle; but when the shots are first fired from the ship, then the pantjallangs must not fire. 3: These shots that have been fired shall be answered with one shot from Post Voorburg, upon which two heavy cannon shots are ordered from the main bastion, and the great bell being tolled, the drummers of the Main Guard and of the four bastions of the Castle shall immediately beat the alarm, at which signal the military, clerks, artillerymen, seamen and craftsmen, burghers, Macassarese, Chinese, and Alfurs shall immediately repair to the alarm post or assembly area that shall be designated further to each corps, in order to receive and await there the orders and commands of the outgoing and incoming Gentlemen Governors of this Province. 4: The aforementioned commands shall likewise be observed in this manner if the enemy happens to be seen first from the Castle or from the direction of Ternate, in which case the two signal shots shall then be fired first from the Castle without preceding shots from the ship or from the vessels. 5: If such a signal is fired from the Castle, Post Voorburg shall answer it with one cannon shot, and must furthermore stand ready with cannon loaded with live ammunition and burning match cords, in order to await in this manner what both Gentlemen Governors shall be pleased to order. 6: However, in case any disturbance or hostile undertakings should first be discovered at the aforementioned Post Voorburg or at Terlucco, then the alarm signal shall immediately be given at those posts with one cannon shot and the tolling of the bell, which shall then likewise be answered with two cannon shots from the Castle. 100: the 2nd: 7: Upon hearing the described signal shots and other signs of alarm, the Governor's Lifeguard shall take position before the Government House with muskets loaded with live ammunition. 8: And the officer on guard duty shall immediately detach a sentry from the men holding the main guard before each powder magazine as well as before the powder tower, and the curtains must likewise be well manned with soldiers. 9: Likewise, the soldiers under their officers must keep themselves ready on the bastions, with muskets loaded with live ammunition and provided with 30 live cartridges per man and the necessary flints. 10: At the given signal, the Corps of Clerks shall also assemble without any loss of time before the dwelling house of their Captain, the Secretary Koenes, after which they, under their officers the First Clerk de Chalmot and Transferor of Trade Wijdemuller, shall draw up in ranks on the north side of this Castle square before the barracks of the Gentleman Governor's Lifeguard. 11: Immediately after the signal has been given, the Lieutenant of Artillery must be present on the main bastion, and must distribute the men under his command, such as the pyrotechnician, gunner's mates, gunners, and sailors, as proportionately as possible to each bastion, and also run out the cannon loaded with live ammunition all around, and have them stand ready with burning matches; awaiting the commands of the Gentlemen Governors. 12: Upon the signal, the craftsmen and the seamen stationed on shore shall likewise appear inside the Castle under the Master of the Equipage Adolfs, and their sergeants the Overseer of Works Kneefel and Master House Carpenter Rogge.
Dutch transcription
98: den 2: der kosten van zodani„ „ge schanssen Allarm ordres last tot het Calluleren, Dewijl de verdere Raadsleden het uit Van zodanige twee schansen of vastigheden mede zeer wel inzagen, in generaliter verstaand i door den opziender Knevel, den gemelde Lieutenant Schmidt en den baas Metzelaar van Velzen eens een Calculatie te laten maken van de kos„ „ten, waar op de Extrucetie der voorsgeslagene vastigheden zal, komen te staan, ten einde Hun Hoog Edelheden daar van de vereischte ken„ „nisse te geven. Aangezien eene nauwkeurige onderhouding eener duidelijk allarm ordre mede ten uittersten noodzakelijkk wierd geoordeelt om in Cas aanval zonder Consusie, en Comform de gegevene beveelen te ageeren, gaven de beide Heeren Gouverneurs te verstaan, dat ze reets bedagt waren geweest, om de laaste allarm ordre van den jare 176: te vernie„ „wen, en in zommige poincten eenigermaten te altereeren, na de te„ „gens woordige tijds omstandigheden gelijk zulks mede bevonden wierd bij 't aanhoren dier allarm ordre, die van den volgenden inhoud was Nieuwe Orant en Waar na een ieder zig in Cas van Allarm bij eenige vijandelijke aanval zal hebben te reguleeren Eerstelijk dient tot narigt dat het schipp West Friesland, in Cas van Allarm zijn stantplaats te dezen Rheede zal behouden, om een vij„ „and die ter zel van die kant koomt aanaderen, behoorlijk met het geschut te bevegten, en tegenstand te bieden de Pantjallang de Jonge Cornelis, en 't Casteel oranje, zullen, mede op de Rheede verblieven om den vijand aldaar alle mogelijke afbreuk te doen: dog de beide andere Pantjallangs de kruisser en de Windhond, zullen zig na Talingami begeven om de werf aldaar te beveiligen en den vijand des doen „lijk de Landing op Cajoe Miraa te beletten. Jndien het gemeld schip west Friesland eenige vijand koomt te ont„ „dekken, 1: Junij 1778 29 „dekken, dat het direct en kort op elkanderen twee sien schooten doen met zijn swaarste geschut, dog als een van de Pantjallangs den vijandeerst ontwaart, zal dusdanige Pantjallang twee diergelijke zien schooten doen, waar op het schip met twee andere schooten zal antwoorden, op dat men dezelve hier in 't Casteel koome te hoeren, maar wanneer de schooten eerst van het schip gedaan worden, dan moeten de Pantjallangs niet schieten — Deze gedaane schooten zullen met een schoots van de Post Voorburg werden beantwoort, waar op twee zwaare Canon-schoten van het groot bolwerk gelast, ende groote klok geklept werdende zullen aanstonds de Tambours van de Hoofdwagt en van vier bunten des Casteels, Allarm, slaan op welk teken de Militairen, Pennisten, Arthilleristen, zee„ varend en Ambagts gezellen, burgers, Maccassaren,„ Chineesen, en Alfoeren, zig terstond zullen hebben te vervoegen na de Allarm of vergaderplaats die ieder Corps nader zal werden aangewezen, om aldaar de orders en be„ „veelen van de afgaanden en aankomende heeren Gouverneurs dezer Pro„ „vintie te ontfangen en af te wagten De evengemelde beveelen zullen mede in deze voegen werden nage„ „komen, indien men den vijand eerst van het Casteel of van de kant van Ternaten koomt te zien, wanneer de twee sien schoten als dan het eerst van het Casteel zullen werden gedaan zonder voor afgaande schoten van het schip op van de Vaartuigen soo daar diet zien uit het Casteel werd gedaan zal de Post voor„ „burg het zelve met een Canon schoot te antwoorden, en wijders met scherp geladen geschut en brandende lanten moeten klaarstaan om in diervoegen of te wagten was de beide heeren gouverneurs zullen gelieven te ordonneeren Dog ingevalle op de evengemelde kost voorburg dan wel op Terlucco, het eerst eenig onrad vijandelijke ondernemingen mog„ „ten werden ontdekt, dan zal op die posten het zien van ies allarm toestand werden gedaan, met een Canon schoot en het te kleppen der klek het geen dan insgelijks met twee Canonschooten 'tigen uit het Casteel zal werden beantwoord 2: 3: 5 . 4: — 1 5: 1 6: re „den „ doen , 100: dan 2: Bij het hooren van de bescherevene zijn schooten en andere tekenen van Allarm, zal des gouverneurs Lijfwagt zig met scherp geladen geweer hebben te plaatzen voor 't Gouvernement En de wagt hebbende offecierene zal immidiaat voor ieder kruijt kelder als ook voor de kruittoren, in schildmigt te tacheeren van de mandschap die de hoofdwagt heeft, en zullen de Courtinen mede wel met Militairen bezet moeten werden Van desgelijken zullen de soldaten zig onder hunne offecie„ „ren op de punten, moeten klaar houden, met scherp geladen geweer en voorzien van 30: scherpe patroonen de man en van de nodige vursteene Het Corps pennisten zal op het gegeven teken mede zonder eenig tijd verzuim vergaderen voor het woinhuis van hun Capitain der Secretaris Koenes, waar na het zelve zig onder hunne offe„ „cieren den eersten klerk de Chalmot en Negotie overdrager wijdemuller, zullen rangeeren aan de Noord zijde van dit Casteels plein voor de Cazernen van des Heeren Gouverneurs Lijfwagt. de Lieutenant der Arthillerij zal terstond na het gegeven ziin present moeten zijn op het groot Bolwerk, en moet zijn onderhebbende manschap, als de vuurwerker, Constabels maat „busschieters, en matroosen, op ieder Punt zoo veel mogelijk proportionneel veerdeelen als ook het scherp geladen geschut romdomme op roeisen, en met brandende lonten klaar staan laten; onder inwagting der beveelen van de heeren Gouverneurs De Ambagtslieden en de aan de wal bescheidene zeever„ renden zullen op het zein mede binnen het Casteels verscheij„ „nen onder het Equipagie meester Adolfs, en hunne sergeanten den opziender der werken kneefel en baas huijstimmer lie den Rogge 7: 8: 9: 10: 11: 12:
English
101: June 1778 13: Rye, where this corps shall assemble before the Great Trade Warehouse, to await further orders there. 14: Furthermore, all the burghers and other natives belonging to the Company must, upon the given alarm signal, report as quickly as possible before the residence of the burgher Captain Van Der Plas, who under the orders of the Gentlemen Governors shall exercise authority over the burghers as head, alongside the burgher Lieutenant Settig and Ensign Landauw, with the charge to guard the Christian village and with this corps, to which end, having assembled with their officers under the artillery of the Castle, they shall take up position on the square before the dwelling of the Chinese Limkinko, alias Supido, just as all able-bodied Chinese, none excepted, shall assemble there with their weapons under the command of the Captain and Lieutenant of the Chinese, Kamtokko and Ongburang, together with the Chinese Que Boenko. 15: The alarm or assembly place of the Macassars shall be before the gate of the Castle, between the gate and the jetty, where they must appear immediately armed after the given signal and await further orders. 16: Since His Highness the King of Ternate has undertaken to provide in time of danger a corps of Alfurs for the service of the Company, the Governor has agreed with that prince that these men and their chiefs, upon the designated alarm signal, shall assemble immediately with their native weapons on the common road at the front of the Castle, between the Castle moat and the road, where they shall then learn in which places they must take action. 17: Moreover, the officers of the ship West Friesland, together with the commanders of the Company vessels present here, are ordered to be aboard their designated vessels at night and keep good watch there without leaving their vessels; where in time of alarm they must keep sharp-loaded artillery and small arms, as well as burning matches ready, in order to await further orders in that manner; however, if in the meantime they should be assaulted, they shall fire directly upon their attackers and make a brave defense according to military custom. 18: To convey the orders of the Gentlemen Governors everywhere, Ensign Schilders, together with provisional Sergeant Werner, have been appointed, who must therefore always keep their horses ready in order to communicate the orders all the more swiftly, and they shall wear a green cockade on their hats as a distinguishing mark. 19: Likewise, all the members of the Political Council, as well as the fiscal Van Dijk, upon hearing the designated signals, must go to the upper hall of the Government House to await further orders there, and together with the Gentlemen Governors take such measures as shall be most useful in such circumstances for the benefit of our Lords and Masters and for the security of this government. 20: Furthermore, both the commanding Company servants and the heads of the burghers, and all others whom this concerns, are most earnestly admonished to execute the prescribed orders and arrangements promptly, to act as brave and vigilant people, and to avoid all disorder and misconduct as much as possible, on pain that anyone who does not properly perform his duty shall be punished according to the findings of the case. And finally, all those who under these circumstances do not appear at the places designated for their assembly shall, on account of this neglect, forfeit the following fines: A Company servant, one month's salary, and A burgher, Macassar, or Chinese, the sum of five rixdollars. All for the benefit of the poor of this place, besides which fine the unwilling shall furthermore be subject to arbitrary correction. Below stood: Thus at Ternate in Castle Orange, 22 May 1778. Was signed: P. J. Valckenaer. In the margin: By order of the Honorable, Respected Gentlemen Governors and Directors, together with the Council of the Moluccas, signed: K. Koenes, secretary. 102:
Dutch transcription
101: Junij 1778 Rogge, alwaar dit Corps vergaderen zal voor het groot Negotie Pakhuis, om aldaar verderes op te wagten. — Voorts zullen alle de Burgers en andere inlanders die onder de Compagnie behooren, zig op het gegeven teken van Allarm ten Spoe„ digsten moeten vervoegen, voor het Woonhuijs van den burger Capitain van Der Plas, die onder de ordres van de Heeren Gouverneurs als hoofd het gezag over de burgers zal voeren nevens den burger Lieutenant settig en Vaandrig Landauw, met laast om de Christen Negorij en met dit Corpste bewaren, ten welken einde het zelve met hunne officieren bij een vergadert zijnde, onder het geschut van het Casteel, op het plein voor de wonning van den Chinees Limkinko alias supido zal posten vatten gelijk ook alle de weerbaare Chineesen niemant uitgezondert, aldaar met hunne wapeenen bij een zullen komen, onder Commando van den Capi„ tain en Luitenante der Chineesen kamtokko en Ongburang, mitsgaders den Chinees Que Boenko. De Allarm op verzameliplaats der Maccassaren zal zijn voor de poort van het Casteel, tusschen het Hek en Zeehoofd, alwaar dezel„ „ve na het gegeven zien direct gepapaent zullen hebben te verschijnen en nadere ordre moeten blijven afwagten.— Vermits zijn Hoogheit de Koning van Ternaten aangenomen heeft, om in tijd vas oraad een Corps Alfoeren ten dienst ter Com:pagniete leveren, is de Gouverneur met dien vorst over een gekomen, dat deze Manscharppens hunne hoofden, op het beraamde teken van Al„ „larm direct met hunne inlandse wapenen in een zullen komen op de gemeene wegaan de voorzijde dat het Casteel, tusschen de Casteels gragt en deze, alwaar dezelve als dan voornemen zullen op welke plaatzen zij zullen moeten ageeren. — Iaaren boven werdende Hoofden van het schip West Friesland benevens de gezaghebbers vande alhier tegens woordige Compagnies vaartuigen geordonneert, om 's nagts op hun bescheiden bodems te zijn en aldaar goede wagt te houden zonder zig van hunne vaartuigen te begeven; alwaar zij zig ten dijde van allarm, met scherp geladen geschut cie, r vur steene g 14: 16: - 16 13 den 2: Geschut, en handgeweer, mitsgaders brandende lonten moeten klaar hou„ „den, om op die wijze nadere orders aftewagten, dog wanneer inmiddels mog„„ „ten werden aangerand, dan zullen de zirect op hunne bespringers losbran„ „den, en na krijgs gebuik eene dappere tegen weer doen. Om de orders van de Heeren Gouverneurs alomme over te brengen zijn be„ „noemt de vaandrig schilders, benevens de provisioneel sergeant werner gereed die hunne Paarden daarom altijd moeten houden, ten einde de beveelen dies te spoediger te kunnen Communiceeren, wanneer dezelve tot een te„ „ken een groene Cocaurde op de houden zullen hebben Ook zullen alle de leden van den Politiken Raad, benevens de holk van Dijk op het hooren van de berande zeinen moeten op de boven zaal van het Gouvernement om aldaar nadere beveelen ofte wagten, en te zamen met de heeren gouverneus zodanige maatregulen te nemen, als bij zulke gelegentheden ten meesten nutte van onze„ heeren en Meesters en tot beveiliging van dit gouvernement zullen dienstig zijn E 71 Wijders werden zoo wel de gezagvoerende Compagnies Dienaren als de hoofden der burgers, en alle andere die zulks aangaat, op het erns„ tigste vermaant van de voorschrevene ordres en schikkingen promp„ „telijk uit de roerien, als da ppere en vigilante lieden te werk te gaan, en alle wanorders en abuisen des doenlijk te vermijden, op poene dat een ie„ „der die zijn pligt niet na behooren, betragt, naar bevinding van zaken zal werden gestraft En eindelijk zullen alle de geene die bij deze tijds omstandig heden niet verschijnen, ter plaatse die tot hunne bij eenkomsten beraand zijn, wegens dit verzuim verbeuren de volgende boeten als: Een Compagnies dienaar een maand gagie, en Een burger, Macassar, op Chinees de Somma van vijf Rd:s Allesten behoeven van de vrmen dezer plaatse, buite welken beete onwilligen daar en boven nog eene arbitaaire Correctie onderherig zullen zijn /Onderstond:/ Aldus Ternaten in't Casteel Orange den 22: Meij 178: /:was getekent /: P: J: Valckenaer in margine / ter ordonnantie van de wel Edele Agtbare Heeren Gouverneurs en Directeurs, benevens den Raad der Molliccos ken Getekend/ K: Koenes, secretaris Na 102: 17: 18: 19: 20
English
103 June 1778 For the ship and the pantjallangs. For the head surgeon. The extracts drawn therefrom shall be delivered to where they belong. Gamalama reinforced. After this reading, it was observed that the principal changes and additions which the Governors had made in that order consisted in the following: That namely the ship West Friesland, with the pantjallangs present here, the Jonge Cornelis and the Casteel Orange, shall remain lying in the roads in order to prevent the enemy approaching by sea or landing at that latitude; that the two other pantjallangs assigned here, the Kruijsser and the Windhond, shall be stationed before Talingame, and somewhat further up near Cajoe Mirra, both to secure the wharf at the first-named place and to be able to fire upon Cajoe Mirra from one of those pantjallangs should the enemy land there. That the artillery of the ship and the pantjallangs shall be brought up immediately and properly loaded with live ammunition, the first-mentioned vessel to be fitted with two chase guns fore and aft, so as to be able to reach an approaching enemy from all sides. That the head surgeon Posse, with two to three assistant surgeons, shall repair directly to the Castle upon the given signal of alarm in order to render their service there, to which end the house of the pay-transfer clerk Poges shall be vacated for the accommodation of the said head surgeon, and the quarters of the necessary assistant surgeons of the outer hospital, who in case of danger shall have the disabled lying there transported directly to the Castle by the mardijkers and other slaves of the head surgeon. All of which additions and alterations having been approved by the members of the Council, it was further resolved to have the necessary extracts copied from the alarm order and to distribute the same tomorrow to the Company servants, chiefs of the burghers, Macassars, and Chinese, to the end that everyone in his post may conduct himself accordingly, on pain of the statutory fine for omissions. Likewise, it was agreed that besides the corporal and three privates currently stationed at Gamalama, two to three more men shall be placed at this lookout post, in order to be able to post sentries at night, with further orders that these men must retreat hither in case of alarm or the appearance of enemies, since there is only a bamboo house at Gamalama and not the least opportunity for defense. A burgher meirinho appointed. Also, the captain of the burghery Van der Plas shall be ordered to nominate a capable burgher person as meirinho, to notify these people of their watches and further likewise report to the captain everything that occurs among the burgher corps, which person has been allocated a monthly salary of rijksdaalders 2: 24: - from the burgher fund, just as he will be presented by the Council, as proof or outward token of his office, with a cane provided with a silver knob engraved with the mark of the Company. In the conversation between the Governors and the King of Ternate, His Highness was requested to send the ready corracorras to Galela. Furthermore, during the drafting of this resolution, it was resolved to record here that both Governors, in accordance with the agreement made with the King of Ternate, proceeded today the 3rd of this month without any ceremonies to His Highness's Dalam, where His Highness gave Their Honors an oral report of the invasion of the Maguindanaos at Galela and Tobelo, in the manner cited at the beginning of this resolution, on which occasion the King maintained to Their Honors that he currently had eight strong corracorras lying ready to sail for the service of the Company, but that the altered state of affairs indeed compelled him, with the permission of the Governors, to suspend the measures taken for the defense of Manado, and for the present his ready-to-sail and war-equipped corracorras
Dutch transcription
103 Junij 1778 voor het schip en de Pantjallangs voor de opperchiruurgijn zullende de Extracten daar uit getrokken en bezorgt worden daar te behoren Gamma Lamma ver„ trekt Na welke lecture ontwaard is, hoe de voormaamste veranderingen en amppliaties die de Heeren Gouverneurs in die ordre gemaakt hadden, hier is testonden: Dat namentlijk het schip West Friesland, met de hieraan„ „handen zijnde Pantjallangs de Jonge Cornelis, en het Casteel Orange op de rheede zullen blijven leggen, om den vijand de nadering te zee, of het landen op die hoogte te beleken; dat de twee andere hier beschij„ „dene Rantjallang de kruijsser en de windhoud voor Talingame, en wat verder op ontrent Cagoe Mirra geposteert zullen werden, zoo wel omde wert op de eerstgenoemde plaats te beveiligen, als om Cajoe Mirra uit een dier Pantjallangs te kunnen beschieten, zoo de vijand aldaar mogte Landen Dat het geschut van het schip ende Pantjallangs direct opgehaalt en behoorlijk met scherp zal werden geladen, zullende de eerstgemel„ „de bodem voor en agter met twee Jagers werden beplant, om eenen na„ „derenden vijand dus van alle kanten te kunnen bereiken. - Dat de opper Chirurgijn Posse zig met twee à drie ondermeesters, op het gegeven teken van Allarm, direct in het Casteel zullen vervoegen, om aldaar hun dienst te prosteren, ten welken einde het huis van den zoldij overdrager Poges, zal werden ontledig tot Lijf berging van ge„ „melden opperchirurgijn, en plaatzig van de nodige ondermeesters van het buiten Hespitaal de aldaar leggende impotenten in Cas van gevaar direct na het Casteel zullen laten transporteeren, door de Duurlingen en andere slaven van den opper Chirurgijn Alle welke vermeerdering, en alteraties door de Raadsleden zijnde goedegekeurt, is verder besloten omde nodige Extracten uit de Allarm ordre te laten afschrijven, en dezelve op morgen uit te 6 deelen, aan de Dienaren, Hoofden van de Burgerij, Macassaren, en ƒ Chineesen, ten einde zig ieder in zijn Post dair na koome te gedragen op poene van de Gestatueerde boete voor de nalatingen. — van desgelijken is verstaan om behalven den Corporaal en drie gemeene, die Thans op Gamma Lamma leggen, nog twee â drie man op dit uit„ „keik gen 104. den 2: „teld. de Heeren Gouverneurs verzogt zijn hoogheid om de gereedlengen gie Corracoraas naar galilla te zenden. „keik postie platsen, ten einde 's nagts schildwagten te kunnen uit„ „zetten, met verdre ordre, dat dez manschap zig bij onraad af verschij„ „ning van vijanden herwaarts moet retireeren vermits er op gamma„ „ Lamma maar een bamboese huis, ende minste gelegentheit met is tot Desensie. Een burger Merenjo aanges„ C= lok zal de kapitain der burgerij van der Plas, werden geordon„ „neert om een bequaam burger Persoon tot Marinje te benoemen, om deze lieden de mogten aan te zeggen, en den Capitain Wijders des„ „gelijks Rapport te doen van alses wat er onder het Cerps burgers voor val, welke persoon 's maandelijks de gagie van rijxd:s 2: 24:— uit de burger Cas is toegelegt, gelijk dezelve tot een bewijs of uitter„ „lijx teken van zyne bediening door de Raad begifs tigt zal werden met een rotting voorzien van een zilvere en met het merk der Compag„ „nie besnedene knop: in het gesprek tusschen Voorts is onder het Concipieren dezer Resolutie beslooten om alhier en den koning van Ternaten tekent te stellen, dat de beide gouverneurs zig volgens genomen afsprak met den koning van Ternaten, op heden den 3: dezer zonder eenige plegtigheden na zijn hoogheits Dullam hebben begeven wan„ „neer zijn hoogheit Hun welEd: een mondelinge verslag heeft gedaan van den inval der Manginda nauwers op Gallila en Tobillo, in ma„ „niere als in het begin dezer Resolutie is aangehaalt, bij welke gelegentheit de koning aan Hun welEd: hadde voolgehouden, hoe hij thans wel egt strekke Corra Corras ten dienste van de Compagna zelvaardig hadde leggen, dog dat de veranderde toestand van zaken hem wel noodzaakte om de genoemene maat regelen tot beveiling van Manado, niet toestemming de Heeren Gouverneurs op te schorten en zijne zeilvaardige en ten oorlog toe geruste Corra Corras voor eerst
English
105 June 1778 which Their Honors were unable to refuse, and to supply these munitions of war for that purpose was approved; Sergeant T. Florijn was dispatched with that fleet. First to be employed for the protection of his lands, since he deemed it ill-advised to seek out and attack the enemy on the opposite shore, rather than giving them the opportunity through inaction, and as it were encouraging them, to come and visit us even here: which representation of the King, resting on sound reasons, was not strongly opposed by the Honorable Governors, as they also perceived the necessity of preventing the further approach of the enemy, on which account they had permitted the King of Ternate to send the fleet destined for Manado to his districts on the opposite shore, to fight and drive away the enemy there; wherein the Honorable Governors, with the approval of the Council members, had also assisted the King with the following munitions of war, namely: 4 pieces of iron cannons of 1 lb balls, 15 metal swivel guns of ½ lb, 400 lb gunpowder, 540 pieces assorted bound cannon shot, 190 pieces grapeshot, 120 bags of canister shot, 40 muskets, and 720 live cartridges, Besides some small items; all of which His Highness had promised to deliver back to the Castle, if these munitions of war were not consumed against the enemy. All of which proceedings of the Governors were unanimously approved by the members of this assembly, wishing that the Ternatean vessels might have the good fortune to encounter the Maguindanaos on the opposite shore, and to gain a complete victory over these sea rovers; but in order to learn properly how matters will proceed on this expedition, and also not to be misled by false accounts of the Ternateans, it was resolved, for good reasons, to place the burgher Sergeant Thomas Florijn upon one of 106: 1778. the 2nd of June Tuesday A Corps of Alfurs upon an alarm promised by His Highness the Ternatean kora-koras, in order to attend this expedition as a witness, and to render a faithful report of affairs to the Council, for which this burgher sergeant shall enjoy 5 Rixdollars in pay with the ordinary rations. His Highness of Ternate had also promised the Honorable Governors, upon their request, to cause a corps of Alfurs and Ternateans to advance to the Castle at the first sight of alarm, to be used according to the pleasure of the Council for the protection of the Castle, the vessels, and settlements, for which readiness the King was thanked by the Honorable Governors, just as this offer also appeared very pleasing to the Council members, since the lack of soldiers and other able-bodied men was the only point that rightly made the Council anxious. Thus done and resolved at Ternate in Castle Orange on the date aforesaid. Was signed: P. J. Valckenaer, J. R. Thomaszen, G. Meurs, J. Stephanus, J. G. van Raesveld, H. A. Johnson, G. W. van Renesse, and K. Koenes. 107: Present: Tuesday the 23rd of June 1778 in the morning at nine o'clock. Meeting of the Council of Policy. The Honorable Retiring Governor and Director Paulus Jacob Valckenaer; The Honorable Incoming Governor and Director of the Moluccas Mr. Jacob Roeland Thomaszen; Godfried Carel Meurs, Senior Merchant and Second; Joseph Stephanus, Captain and Head of the Military; Jan George van Raesveld, Merchant and Fiscal; Hendrik Ambrosius Johnson, Merchant; Gerardus Willem van Renesse, Junior Merchant; Koene Koenes, Junior Merchant and Secretary. Absent: none. Arrival of 190 Maguindanao vessels at Maba. As soon as the members had assembled and the name of the Lord had been invoked in prayer, both Honorable Governors stated that they had found themselves obliged to inform the Council members of an unexpected and thoroughly unpleasant piece of news, which His Highness of Tidore had received late yesterday evening, while he found himself with the incoming Governor Thomaszen and other company at a friendly gathering 108: concerning which news the Kings of Tidore and Ternate will appear in the assembly. at the house of the retiring Governor Valckenaer, when a Tidorese soldier had come to His Highness there, who had brought him the message that, according to the report of four Maba people who appeared on Tidore, a powerful war fleet of 190 Maguindanao vessels had arrived at Maba under the leadership of the notorious Haji Temar, and that another 170 such pirate proas were expected there under the authority of a certain renegade Batjanese named Bookok. The King of Tidore, upon hearing this news, had immediately called the Honorable Governors aside and informed Their Honors of it; whereupon the said Governors and the King of Tidore, after holding some suitable exchanges of views, had agreed together to convene a secret meeting, at which His Highness would be present, and the King of Ternate would also be invited, in order to deliberate together on what ought to be undertaken in these perilous circumstances of the time for the preservation of the Moluccas. Furthermore, the Honorable Governors gave to understand that both Kings, having been invited upon this proposal, were to appear in the meeting hall today at ten o'clock; meanwhile, regarding the received news, it was said that one hardly knew what to make of it, since it was not credible in all parts, yet also not entirely to be rejected; to which was further added by way of discourse that, although one judged oneself scarcely capable of withstanding such a formidable power, one would nevertheless not yield to it, but defend the entrusted Castle and other strongholds to the last breath, if the 23rd
Dutch transcription
105 Junij 1778 het geen hun Edelens niet wel hebben kunnen weijgeren. om daar toe deze ovrlogs behoeften te verstrek„ „ken wierd goedgekeurt sergeant T: Fororijen met die vloot afgezon„ „den. Eerst tot bescherming zijner landen te emploijeeren, vermits hij node geraem oordeelde den vijand aan de overwal op te zoeken en aan te tasten, als dezelve door stilzitten gelegentheit te geven, en als het ware aan te moedigen om ons hier zelfs te komen bezoeken: welke vertog des konings op rieden steunende, niet sterk door de Heeren Gouverneurs was te„ „gengesproken, als naede de noodzakkelijkheit inziende om den vijand de verdere naadering te beletten, weshalven zij Ternaats konning hadden toegestaan om de voor Manado, gedestineerde vloot, na zijne destricten aan de overwal te zenden, om den vijand aldaar te bevegten, en te verjagen waar bij de heeren Gouverneurs, met Goedvinding de Raadsleden den koning medde hadden bij gestaan met de volgende oorlogs behoeften, als 4: p:s ijzere Canons van 1: lb bals, 15 „ Metale bassen van ½: „ 400: lb kruit 540: p:s Bonden landscherp in soort 190 „ Druiven _:o _:o 120 „ schrootzakken _:o _: 40: „ snaphanen, en 720„ scherp Pattroonen Behalven eenigen kleinigheden; het welk zijn Hoogheit alles betroft hadde al het geen door de raa wWeder in 't Casteel te zullen leveren, indien deze oorlogs behoeften niet te„ „gens den vijand- verbruikt wierden Alle welke verrigtingen der gou„ „verneurs een pariglijk door de Leden dezer vergadering wierden goed„ „gekeurt, onder toewensching dat de Ternaatse Vaartuigen het geluk mogten hebben de Mangindanauwers aan de overwal aantetreffen, en een volkomen overwinning op deze zeekhuimers te behalm: dog om reegt te weten te komen hoedanig het op dezen togt zul toegaan en toffens ook om niet door valsche verhalen van de Ternatanen mis„ om redenen en burger len te werden is besloten, om de burger Sergeant Thomas Florijn op een der 106: 1778. den 2e: Junij Dingsdag Een Corps Alfveren bij Alleum Der Ternaatse Coura Corras te plaatsen, om deze Expeditie als getuigen bij te wonen, en den Raad een getrouw verslag van zaken te doen, waar voor deze burger sergeant 5: Rijx:s gagie met het ordi„ „naire randsoen zal genieten zijn hoogheit van Ternaten hadde door zijn Hooghed belooft de Heeren Gouverneurs op dezelver gedaan verzoek mede toegezegt ven bij het eerste zien van Allarm een Corps Alfoeren en Ternatam, na het Casteel te zullen doen rukken, om maar het goedvinden van den Raad gebruikt te werden tot bescherming van het Casteel, de vaartuigen en negorijen, voor welke bereid willigheit de Koning door de Heeren Gouverneurs was bedankt gelijk dit aanbod de Raadsleden mede zeer behaglijk voorquam, dewijl het gebreek van soldaten en andere weerbaere manschap, het eenigste po„ inct was dat den raad met reegt zwaarhoofdig maakte Aldus Gedaan ende Geresolveert tot Terna„ „len in 't Casteel Orange dato voorschreven 76 /:Was getekent:/ P: J: Valckenaer, J:s R: Thomaszen, G: Meurs, J: Stepha„ „nus J: G: Van Raesveld, J: N: Johnson G:W: van Renesse, en K: Koenes der vnean 107: den wel Ed: Agtb: Heeren afgaand gouverneur en Directur vaartuigen op Maba Paulus Jacob Valckenaer; „wel Ed:Agtb: heer aakomend gou„ „veneuren directur dermoluccos M„r Jacob Roeland Thomaszen, Godfried Carel Meurs, „ p„s opperkoopman en secunde Joseph Slephanus, „ Capitain en hoofd van Militie Hendrik Ambrosius Johnson, „ Koopman - onderkopmnen seij ebede Gerardus Willem van Renesse, Koene Koenes, _:o „ secretaris Dempte „ koopman en Fiscaal. - - - - Jan George van Raesveld, aan komst van 190. naginaanauw soo vra de leden bij eengekomen, en des heeren naamen in den gebed wes aangeroepen, zeiden de beide Heeren Gouvrneurs dat zezig verplegt hadden gevonden de Raadsleden kennis te geven van eene overwagte en gansch met aangemaane tijding die zijn Hooghdit van Tioor gister avond laat hadde ont„ „fangen, terwijl hij zig met den aankomend Heer Gouverneur Thomaszen, en ander gezelschap op een Vriendelijk bij een„ Present Dingsdag den 23: Iunij 1723 Ssmer„ „gens te negen uuren Vergadering van Politie „komst aven on 108: over welke tijding de koning „en van Tidok en Ternaatsn „nen =komst bevond bij den afgaand Gouverneur Valckenaer, wanneer aldaar een sidereese soldaat bij zijn hoogheit was gekomen, die hem de bootschap gebragt hadde dat ger volgens het relaas van vier op Tedor verscheenene Mabaresen, een magtige oorlogs vloot van 190: Mangindanauwse vaartuigen op Maba was aangekomen, onder het geleide van den berrgten Hadji Temar, en dat aldaar nog 170: diergelijke rovers prauwen verwagt wierden onder het gezag van zekeren verlopen BatChiander/ in naame Bookok De Koning van Tidor hadde de Heeren Gouverneurs op het hooren dezer maare, direct apart geroepen, en Hun Wel Ed: daar van kennis gegeven: wanneer de gemelde gouverneurs, en Teders koning, na het houden van eenige gepaste reedenwinselingen, te zamen over een wa„ „ren gekomen om een secrete vergadering te laten beleggen; waar bij zijn hoogheit zig laten vinden, ende koning van Ternaten mede genodigt zoude werden om te zamen te beraadslagen wat 'er deze hagelijke tijds omstandigheden tot behoudenis van de Molucos bij der hend genomen diende te werden. Wijders gaven de Heeren Gouverneurs te Verstaan, dat de beide in vergodering zullen verschei koningen op deze proposietie genoodigt, en heden om tien uuren in de vergaderzaal stonden en verscheinen: werdende middelen „wijl van de ingekomene tijding gezegt, dat men bijkans niet wist hoe men het daar mede hadde, vermits dezelve niet in allen deele gelooflijk, en ook niet ten eenemaal te verwerpen was: waar bij discursiver wijze nog werd gevoegt, dat hoe wel men zig bij na niet bestand oordeelde te zijn voor zoo eene formisabele magt; men egter daar voor niet zoude beswijken, maar het toe vertrouwt Castel ende andere vastigheden tot den laatsten adem verdedigen, den 23 indien
English
June 1778 147 Arrival of the said news. Tidore's King promises to equip twelve Corocoras with suitable crews. If the pirates should head this way and dare to risk an attack on this Main Castle. While this was still being discussed, the King of Ternate and his suite had already been fetched by carriages and had appeared in this Castle, where these princes were received by both Governors and the full Council, and were led into the assembly hall. Having taken their seats here alongside their dignitaries and closest related Princes, the reason for this gathering was made known to them by the Governors, and the King of Ternate was further informed of the news that His Highness of Tidore had received from Maba. The King of Ternate did not seem to attach much credence to this, because the messenger had not seen the enemy fleet, but had only heard the news thereof spoken from the mouth of some Maba people, who had instructed him to give tidings thereof to Tidore's King. Yet His Highness of Ternate showed himself, after some exchange of words, ready to join hands with the Company and with the King of Tidore, in order to advance against and fight the Maguindanaos with a united fleet of both nations. Whereupon, after speaking about the number of war vessels and crews that each King would assemble for this purpose, the King of Tidore undertook to equip twelve Corocoras as quickly as possible to seek out the enemy openly. But Ternate's King gave it to be understood that sixteen to eighteen days ago he had sent a small fleet of eight heavily crewed Corocoras, which had initially been destined for Manado, to Galela and Tobelo, in order to chase away the 20 Maguindanao vessels that had appeared there, and if possible destroy them; that since then he had not received the least Ternate's King will state his strength in four days. Both princes are urged by the Council. Supposition of the courses that the Maguindanaos will take. The 23rd. news of that small fleet nor of its operations, so that by this long absence of his best crews and vessels he was hindered, wherefore he could not determine the number of men and Corocoras for the new Expedition, but that after the lapse of three to four days he would let it be known with what force he would be able to enlarge the intended fleet. Although the Council members now pressed His Highness strongly to determine his support precisely, so that one could know with what force the Maguindanaos would be opposed, he could nevertheless not be moved to declare himself further thereon, which made the Council members fear that the Kings would not assemble a large number of men and vessels. In this matter there was nothing else to do but exercise patience, and to encourage both these princes to exert all their efforts to humiliate this formidable enemy, which was also done in very fitting remonstrances; so that the Council members on this occasion left nothing undone to promote the security of these lands. With which aim the promise was made to the King of Tidore to have his Corocoras provided here with the most necessary munitions of war, as soon as they should appear in this roadstead and be ready to depart with the Ternatans. When they proceeded to speak of the manner in which the Maguindanaos could be attacked with the greatest hope of advantage, the Council members resolved to postpone their disposition and judgment thereon until the time that the number of the Ternatan Corocoras should become known; when one shall instruct the Kings whether they will seek out the pirates on the Coast of Halmahera June 1778 141 Proposals presented to Tidore's King. Halmahera and attack them with their combined forces, or whether their fleets, for instance, that the Tidorese force shall advance against and surprise the pirates southward around, passing through Patinti Strait and Libobo Strait, and the Ternatan Corocoras along the other way northward around between Morotai and the North Cape of Halmahera, in order thus to catch the rovers in the net from both sides and if possible overpower them. Both Kings gave the Council to understand that they left these arrangements concerning the naval operations entirely to the discretion of this Government. When the Governors, together with the King of Ternate, on this occasion presented to the King of Tidore how it might sometimes happen that the pirates might be encountered and fought by the Ternatans in the Tidorese districts, he should not take offense at this, and consider that necessity demanded seeking out and chasing away these common enemies everywhere on the Coast of Halmahera and its environs, without regard to territory. Whereupon the King of Tidore directly answered that he was also of this opinion, and therefore very willingly permitted the Ternatans to fight the Maguindanaos without the least hesitation on his lands as well as on those of their own King, promising never to show any displeasure thereat. Which declaration from both sides having been heard with satisfaction, both Kings subsequently assured the Council in the most emphatic terms of remaining faithful to the Company against the pirates.
Dutch transcription
Junij 1778 147 arrivement van die vors„ der tyjding Tidors Koning belooft twaalf Coura Corras met daar toe getouende man„ „schap uit terusten Indien de rovers zig herwaarts begeven en onderwingen mogten een IJas= op dit Hoofd Casteel te Wagen. — Terwijl men hier nog over ingesprek was, waren de Koning van Ternaten en sedok reedts met rijtuigen afgehaalt, en in dit Cus„ „teel verscheenen, alwaar die vorsten door de beide Heeren Gouverneurs en den vallen Raad ontfangen, en binnen de vergader zaal wierden geleit, en alhier nevens hunne Rijksgroten en naast bestaande Prinssen zit„ „plaats hebbende genomen, wierd hen de reden dezer bij een koomst door twijfek van Ternaats de Heeren Gouverneurs bekent gemaakt, en Ternaats koning, wijders koning, aan de waarhed kennisse gegeven van de tijding die zijn hoogheit van Tider, van Maba hadde ontfangen: waar aan de koning van Ternaten niet veel geloofscheden te slaan door dien de bootschapper de vijandelijke vloot niet gezien, waar de Trijding daar van eenlijk hatde ven hooren zeg„ „gen, uit de mond van eenige Mabaresen, die hem belast hadden Tidors koning daar van kondscheep te doen: dog zijn Hoogheit van Ternaten toonde zy na eenige gehouden Woorde wisseling, dog bereit om de handen met de Compagnie, en met, koning van Tidor zamen te slaan ten einde de Mangindanauwers met een verenig de vloot der beide natien tegen te trekken en te bevegten: waar op gesproken zijnde over het getal der kreigsvaartuigen en manschappen die ieder koning daar toe zoude bij eenbrengen, zoo nam die van Tidoraan„ om ten spoedigsten twaaf Corra Corras uittrusten, om den vijand openala op te zoeken: Dog Ternaats koning gaf te verstaan hoe hij nu sestien à agtien dagen gelegen een vlootie van agt sterk bemande Corra Conas dat eerst voor Manado gedestineert was, na galilla en Tolello hasde gezonden, om de aldaar verschenen 20: Mangindanauwse Vaartuigen te voijagen, en des doenlijk te verdelgen: dat hij zedert geen de minste tijding „ten 110: Die van Ternaten zal in vier den Raad aan gespoort veronderstelling van de Courssen die de Magin„ „dangnovers zullen nemen den 23 Tijding van dat Vlootje nog van deszelfs verrigtingen, hadde ver„ „nomen, zoo dat hij door dit lang wegblijven van zijn beste mans„ „choop en vaartuigen ontrieft was, weshalven hij het getal van dagen zijn magt op geven volk en Corra Corras voor de nieuwe Expeditie niet konde bepalen, dog dat hij na verloop van drie â vier dagen zoude laten weten niet wat magt hij in staat zoude wezen de gidereere Vloot te vergroten Beide vorsten worden door Hoewel de Raadsleden nu sterk bij zijn Hoogheit aanhiel den om zijn onderstond stips te bepalen, op dat men weten konde met wat magt de Mangindenauwers zouden werden tegengetrokken, zoo was dezelve dog niet te bewegen om zig daar van nader te decla„ „reeren, 't geen de Raadsleden hed dugten dat de Koningen geen groot getal van volk en vaartuigen zouden bij eenbrengen, waar in niet anders te doen viel als gedult te oeffenen, en deze bude vorsten aan te moedigen om alle hunne klagten tot vernedering van dezen ontzakkelijken vijand in te spannen, 't gien ook in zeer gepas„ „te vertogen wierd gedaan; zoo dat de Raadsleden bij deze gele„ „gentheit niets agterwegen lieten om de veiligheit dezer landen te bevorderen: Met welk oogmerk den koning van Fidor belofte wierd gedaan om zijne Corra Corras alhier van de nodigste krijgs„ „behoeften te laten voorzien, zoo dra dezelve te dezen rhede voor„ „schelenen en gereed zouden zijn om met de Ternatanen te verteekken Wanneer men voorts te spreken quam van de Wijze waar op de Mangindanauwers met de meeste hoope van voordeel geattaqueert konden werden, zoo besloten de Raadsleden Hun Dispositie en oordeel daar over uittestelling tot tijd en wijle dat men het getal der Ternaatse Corra Corras te weten zal krijgen: wanneer „men de koningen zal- onderugten op ze de rovers op de Cust van halmaheira - 141. Junij 1778 aan Tidors koning Palmaheira zullen opzoenken en met hunne gecombineer„ „de magten attaqueren, dan wel of ze derzelver vlooten dat de Tidoreese zel magt de rovers dan bij voorbelt, bezeiden om, straat Patintie, en straat Libobbo door zal gaan tegen trekken en overvallen, en de Ternaatse Corra Corras langs de andere weg benoorden om tusschen Morotaij ende Noord Hloek van halma„ „heria door, ten einde de stropers dus van bude kanten in het nette krijgen en des doenlijk te overweldigen. gevende de beide konningen aan den Raad te verstaan dat ze deze schikkingen wegens de operaties ter zee geheel en al aan het goedvinden dezer Regering overlieten, veranderstelen de voorslagen wanneer de Heeren Gouverneurs benevens de Koning van Ternaten, bij deze gelegentheit aan die van Tidot voorheilden hoe het zomwijlen zoude kunnen gebeuren dat de rovers op de Tidorese districten door die van Ternaten aangetreffen en bevogten zak zulks niet qualijk te nemen, en te Considereeren dat de noodzakelijkheit vereischte van deze algemene vijanden alomme op de Cust van hal„ „maheira, en daarom Areeks, zonder aanzien van territoiel opte zoeken en te Dealden voijagen waar op de koning van Tidot direct ten antwoort gaf dat hij mede van dit gevoesen was, ende Ter„ „natanen daarom zeer gaarne wilde toestaan, om de Manqurda„ „nauwer zoo wel zonder de minste schroom op zijne landen, als op die van hun eigen Koning te mogen beregten, met belofte van daar over minner eenig misnoegen te zullen toonen: welke verklaring van weder zijnen met genoegen zijnde aangehoort, ver„ „zekerden de beide konningen den Raad vervolgens in de nadruk„ den „kelijkste bewoordingen, van de Compagnie getrouw tegens de Zee rovers ver„ 6
English
172: the 23rd: embarrassment in fetching merchandise to Gorontalo and Manado to assist against the pirates, with which and other expressions of goodwill the princes took their leave of both governors and the council members, after which they were escorted back to their dwellings with carriages by the same political members who had fetched them. After the Moluccan princes had departed, the conversation turned to the predicament in which one was placed here by the Maguindanao pirates, as they not only captured the vessels, but completely disrupted the Company's trade and correspondence with Manado, so that there was great fear of soon falling into a shortage of rice, because one had learned through sad experience how dangerous it was to send the pantjallangs stationed here to fetch that grain, just as it was also the case with sending the requested supplies to the residencies, which out of fear of the Maguindanaoans one now also dared not ship with pantjallangs: for which reason it was decided not to dispatch any goods to Manado, Gorontalo, or Kwandang before one has firmer news here as to how matters stand in these places and whether there is no danger in sending these necessities: and in order to prevent the shortage of rice, it was agreed to request the King of Ternate to have his subjects deliver as many lasts of that foodstuff to the Company as they can gather: which precaution was judged to be extremely necessary, because the rice on hand here will at most last no longer than about four months, unforeseen windfalls aside, but the June 1778 113: The extirpators shall be accepted by the Tidorese king provided he is paid 150 rixdollars King having been addressed regarding this rice delivery while the meeting was still in session, had given to understand that the Council should not count much on receiving much rice from his overseas districts, since this land did not yield as much of that foodstuff as his own subjects required. Furthermore, it was also taken into consideration whether it would not be expedient in these precarious circumstances to recall the extirpators from Obi, since it could well happen that the Maguindanaoans, roaming far and wide to rob and plunder, might also appear on the said island, in which case our men, having no more than their sidearms with them, might well be encountered, mistreated, or captured by these marauders; wherefore this proposal was approved, and it was decided to have the extirpators fetched immediately, but for the reasons already cited one could not see fit to use a pantjallang for this purpose, since such a vessel might also encounter the numerous Maguindanao fleet, in which case it would be considered lost, whereupon the Governors gave the council members to understand that Their Honors, having already foreseen this danger and inconvenience, had proposed to His Highness the King of Tidore to have the extirpators fetched with two of his strong and best-manned kora-koras: that His Highness had consented to this and had undertaken to have these two required kora-koras ready within the space of two days, provided he received for this a sum of 150 rixdollars to provide his men with provisions for this voyage to Obi, in which proposal it was agreed to acquiesce, since Tidore's king is not bound to have our extirpators fetched from a foreign king's territory at his own expense. The three driven-off Europeans may depart via Kotabuna to Manado and commence their journey the day after tomorrow. Furthermore, the necessary letter for the commissioners Rokzian and Geel will be prepared immediately, and dispatched the day after tomorrow with the Tidorese transport kora-koras, under the guard of the native soldier Willem Barends, whom it was deemed fit to place on these vessels, both to keep watch and inform the Council how the Tidorese would conduct themselves upon encountering Maguindanaoans, and to encourage the first-mentioned nation to speed their voyage to Obi with all haste. The two Governors subsequently gave to understand how at the session of the 25th of May it had been decided to send the Manado burger sergeant Pieter Voetering, and the gunners Ezechiel Eggenbregger and Gerrit Victor, who had served under the cruising fleet of Pieter De Koning and had been driven hither by contrary winds and currents, back to Manado under convoy of the Ternatan kora-koras: but the departure of these kora-koras for the said residency having been suspended at the session of the 2nd of this month owing to the appearance of the Maguindanaoans on the land of Halmahera; it was unanimously agreed to rescind the resolution taken on the 25th of May; and to grant these three Europeans, together with nine Manado prahu skippers, at their request, permission to return via Kotabuna to Manado, since the first-mentioned Pieter Voetering had demonstrated to both Governors in a very plausible manner that he saw an opportunity to reach Manado safely without touching Kema, Lembeh, or Bangka, which various mariners stated could easily be done even with small vessels if one steered a course directly from here to the above-mentioned Kotabuna, from where the overland route to Manado was secure and safe, for all of which reasons the 23rd: 114
Dutch transcription
172: den 23: verlegentheit in het afhalen van Koopmanschap naar gorontalo en Manado Dierovers te zullen bij staan, met welke en andere betuigingen van welmenendheit de westen hun hun afscheid van de beide gou„ „verneurs en van de Raadsleden namen Waar na zij door dezelve Politieke leden die hun afgehaalt hadden weder met rijtingen maar hunne woningen wierden terug gelid Na dat de Molukse vorsten vertrokken waren, quam het gesprek te vallen, op de angelegentheit waar in men alhier door de Man„ „gindanauwse rovers wierd gebragt, als die de vaartuigen niet alleen wegnamen, maar Compagnies handelen de Correspondentie met Ma„ „nado ten eenemaal strienden, zoo dat men Groote vreeze hadde van Rijs en het verzenden van hier eerlang in verlegent huit van Rijs te zullen raken, door„ „dien men door eene droevige ondervinding geleert hadde hoe gevaarlijk het was om de alhier bescheidene Pantjallangs ter afharl van dien korrel oftezenden, zoo als het mede gelegen was met de verzending den Eisschen na de Residentien, die men uit vreese de Mangindanauwers thans ook met geene Pantjallangs dueifde afscheepen: alwaarom beslaten is om geene Goederen na Manado, Gorontalo, of Quandang, of te vaardigen, Voor dat men hier Waster tijding, zal hebben= hoedanig het op deze plaatzen gestelt en of ik geen gevaar is om deze behoeten te verzenden: en ten einde het gebrek om rijs voortekomen, is ver„ staan de Koning van Ternaten te verzoeken om zoo veel Lasten E van dat roedzel door zijne onderdanen aan de Compagnie te laten leveren, als ze kunnen inzamelen: welke voorzorg ten uitters„ „ten noodzakelijk wierd geoordeelt, om dat de hier aan han„ „den zijnde rijs op zijn hoogst niet langer als Circa vier maanden zal kunnen toereiken buiten Extraordinair toe vallen, dog de Junij 1778 113: „De Extirpateurs zullen worden op ort boden koning aangenomen mits: hem 150 rd„s be„ „taald wierd De Koning nog staande vergadering om deze rijs leverantie zijnde aangesproken, hadde daar op te verstaan gegeven dat de Raad niet veel staat moeste maken om veel rijs van zijne overwalse des„ tricten toegekomen aangezien dit land niet zoo wel van dat woed„ zel uitleverde als zijne eigen onderdanen van noden hadden. — Voorts wierd ook in overweging genomen of het niet dienstig zou„ „de wezen de Cistirpateurs in deze hagelijke tyts omstandigheden van Oubij op te roepen, dewijl het wel zoude kunnen gebeuren dat de Mangindanauwers, Wijd en zijd gaande roven en plunderen, zig ook op het gemelde Eiland quamen vertoonen, wanneer de onzen, niet meer als hun Hlemdgeweer bij zig hebbende, wel door de zo stropeers ontmoet mishandelt, of gevangen konden werden; weshalven deze propositie toegestant, en besloten is de Eystirpatours ten eersten te laten afhalen, dog om de reets aangehalde redenen konde men, niet goed„ „vinden om daar toe een Pantjallang te gebruiken, dewijl een dusdanig vaartuig, te talrijke Mangindanauwse vloot ook wel zoude kunnen ontmoeten, wanneer het zelve voor verloren wierd gehou„ „den, waar bij de Gouverneurs aande Raadsleden te verstaan gaven, dat Hun Edie dit gevaar en incovenient reeds hebbende voorzien, aan zijn Hoogheit den koning van Tidor hadden laten pro„ poneeren om de Eystirpateurs met twee zijner sterke en wel„ Deze afhaling door tiders, bemandste Corra Corras te laten afhalen: Dat zijn Hoogheit hier in bewilligt en aangenomen hadde deze twee benodigde Corra Corras binnen den tijd van twee dagen plaar te zullen hebben, mits daar voor genieten de eene Somma van Rijxd:s 150: om ƒ de zijnen voor deze togt na oubij, met mondbe hoeften te voor„ zien, in welke propositie verstaan wierd te bewilligen dewijl Tidors koning niet gehouden, is onze Extirpateurs op zijn eigen kosten van een onder konings territoir te laten afha„ Boemen „len De drie verdrevene Euro„ „pianen kunnen over vertrokken en op morgen hun rijs aannemen. =len: zullende wijders denodige brief voor de Commissianten Rokzien en Geel Direct in gereedheit gebragt, en op overmogen met :de Tidorese Transport Corra Coras werden afgevaardigt, onder bewaring van den selver: inlands soldaat Willem Barends, die men goed iond: op deze vaartuigen te plaatzen, zoo wel om toe te zien en den Raad te verwittigen hoe zig de Tidoreesen bij ontmoeting van Mangindanauwers zouden gedragen, als om de eerst gemelde natil aan te moedigen om hun„ „ne reike met alle spoed naar Oubij te vervorderen De beide Heeren Gouverneurs gaven vervolgen te verstaan, hoe kota boena na Manade ter sessie van den 25: Meij besloten was om den Manadosen burger Sergeant Pieter Voetering, en:e de busschieters Ezechiel Eg„ „genbregger en Gerrit Victor, die onder het Kruisvlootie van Pieter De koning, gediept en herwaarts door tegenwind en strom en verdreven Waren weder onder Convoij van de Ternaatse Corra Coupas na Ma„ „nade te zenden: dog het vertrekt dezer Corna Corras na de gemelde Residentie ter sessie van den 2: dezer, wegens de verscheinen der Man„ „ginda rauwers op 't Land ven Valmahivia zijnde opgeshodt; zoo is eenpariglijk verstaan van het genomen besluit op den 25: Meij te resilieren; indeze drie Eurapeanen benevens nigin Ma„ „nadose prauw schippers, op hun begeerte toeteslaan oms over Cotta boena ma Manado terug te keeren, aangezien de eerst ge„ „melde Pieter Voetering de beide Gouverneur op eene zeer. aan„ „nemelijk wijze hadde aangetoont dat hij kans, zag om verlig op Manado te komen, zonder kema, Lembeli, of Bankaaan te doen, 't geen vwarone zeekundigen zeiden dat zelfs met kleine vaartuigen gemakkelijk konde geschieden, wanneer men van hier :direct de Coers nat het boven gemelde scotda boena steede, van waar„ de weg over land na Manado secuur en veilig was, om alle welke den 23: Redenen 114
English
June 1778 115 Account of their experiences in the Sangirs. Reasons that occurred to dispatch tomorrow by the described route to Manado the vessel with the three Europeans and nine prahu rowers; wherein it also came into consideration that these persons had arrived here destitute of everything, and thus out of necessity for some relief funds to purchase provisions, it was resolved to grant the head of those crewmen, Pieter Volering, six Rijksdaalders, and his other eleven companions four Rijksdaalders each, for their trouble to deliver in these dangerous times a letter from this government to the Resident Hemmekam, each of these men being furthermore promised five Rijksdaalders if they returned quickly with an answer from the Resident, to which they have undertaken to do their best: just as two of these Europeans also gave an account of their experiences on the aforementioned expedition to the Sangirs, which, after reading, was found to run as follows: Today, the 22nd of June 1778, appeared before me, Hendrik Amelius De Chalmot, First Sworn Clerk of Police of this Government, in the presence of the witnesses to be named hereafter, the Manado Citizen Sergeant Pieter Voetering and the Gunner Gerrit Victor, who, at the requisition of the Honorable Dr. Paulus Jacob Valckenaer, outgoing, and Master Jacob Roeland Thomaszen, incoming Governors and Directors of the Moluccas, and in favor of the sincere truth, related it to be true: That about five months ago, a cruising fleet consisting of one large and one small Paduwakan, together with two Ternate Corocoras, was organized by the Resident of Manado for the protection of the Sangir Islands and the surrounding waters; they, the deponents, were placed, the first on a Ternate Corocora and the second on the small Paduwakan, the Bookkeeper De Koning, who was appointed as the head of this commission, having boarded the large Paduwakan by order of the said Resident, and the enlisted Sailor Ezechiel Eggenbregger having boarded the other Corocora. That after their arrival in the Sangirs, on the 27th of April of the current year, they had received news that on the west side of Siau, thirteen Maguindanao prahus had passed, which had directed their prows toward the island of Buhias. That they, the deponents, together with the Bookkeeper De Koning and Eggenbregger, upon receiving that news, had made themselves ready to seek out the enemy; for which purpose they, jointly with the King of Siau, departed from that place for the island of Buhias on the first of May, during which that same morning they had discovered thirteen large Maguindanao vessels, which were attacked by them on the spot with the required courage, having fought on both sides from nine o'clock in the morning until three o'clock in the afternoon with incredible fury, whereupon the enemy was forced back and retreated under the aforementioned island, and they were compelled by hunger and thirst to return to Siau, learning early the next morning that the enemy had retreated from there and had that same night undertaken the voyage to the coast of Celebes. 117 June 1778 That having completed their stay, ready to depart from Siau on the 11th of May to return again with their cruising fleet to Manado, they had arrived on Tagulandang on the thirteenth following, and had gone ashore at that place to purchase some provisions and take in water and firewood, during which time, or on the 15th of the same month at four o'clock in the morning, they were informed that that night a Maguindanao prahu had passed Tagulandang and had steered toward Biaro. That upon this news, the two Corocoras and the small Paduwakan departed immediately from Tagulandang and headed for the island of Biaro, between which two places they encountered the said prahu, which they also attacked around nine o'clock in the morning; but after having been engaged in battle with it until four o'clock in the afternoon, they were nevertheless forced to break off with the two Corocoras due to a lack of gunpowder, lead, and water, because the small Paduwakan, which was still somewhat supplied with those necessities, could not approach them to assist due to the heavy countercurrents. The deponents further relate that after this skirmish they had set their prows toward Tagulandang again to continue their voyage together with the large Paduwakan, which place, however, as well as Manado or Kema, was impossible for them to reach under sail because of the continuous and heavy opposing winds and currents, which thus forced them to change their course and undertake the voyage to Ternate, as they could no longer keep themselves at sea due to a lack of water and provisions. Wherewith the deponents concluded their account. 118
Dutch transcription
Juny 1778 115 Relaas van Hun weder varen in de Sangers Redenen d' hasleden geverden om het vaartuig met de zo drie Europpeanen en negen prauw scheppers op morgen land de 2„ beschrevene route, maar Manado of te vaordigen; waar bij mede in Consideratie quam dat deze perzonen hier van alles ont„ „bloot waren aangekomen, en dus noodwendig van eenige on„ „derstand penningen, tot het inkopen van mondbehoeften besloten wierd om het hoofd dier schepelingen Pieter Volering Zes Rijksdaalders, en zijne andere Elf makers ieders vier Rijxd„s toestestan, voor hunne moeite om en deze gevaarlijke tijden een brief deze regeering aan den Resident Hemmekam, over„ „tebrengen, zullende ieder dezer menschen nog daer en boven vijf ds ruixd:s werden belooft zoo ze spoedig niet aantwoord van den resident te rug quamen, waar toe ze aangenomen hebben hun best te zullen doen: Gelijk twee dezer Europeanen mede een relaas van hun wedervaren op de gemelde kruigstogt na de sangirs hebben gegeven, 't geen na gedaane Lecture bevonden wierd aldus te Luiden Op heden den 22: Iunij 1778: Compareerde Voor mij Hendrik Amelius De Chalmot„ Eerste gesworen klerk van Politie dezer Gouvernements pre„ „sent toe nar te noemene genigen. De Manados Burger Sergeant Pieter Voetering, en de Busschieter Gerrit Victor, dewelke ter requisite van den Wel Edele Agtbare heeren Dr Paulus Jacob Valckenaer, afgaand en M=r Jacob: Roeland ond „ 6 - „ 116: den 23: Roeland Thomaszen, aankomend Gouverneurs en Directeur der Moluccos en ten faveure der opregte waarheid relateerden waaragtig te zijn. Dat voor Circa vijf maanden door Memnados Resident een kruis„ „vlootie, bestaan in een groote en een kleine Paduwakan benevens twee Tennaatse Corra Corras, aangelegt zijnde ter beveiliging der Sangirse Eilanden en her vaarwater daar omstreeks, zij Rela„ „tanten de eerst op een Ternaats Corra Corvas en de tweede op de kleine Paduwaken geplaats waren, hebbende de Boekhouder de koning die tot hoofd van deze Commissie benoemt was, zig op ordre van gemelde Resident op de groote Paeduwakan en de gegagieert Mattroos Ezechiel Eggenbregger, zig op de ordre Corra Corras vervoegt Dat zijlieden na hun aankomst in de sangirs op den 27: April A: C: tijding hadden gekregen, dat aan de west kant van Chiauw der dien Mangindanauwse Prauwen Waren gepas„ „seert, die hunne stevens na het eiland Boevias hadden geweest. Dat zij relatanten benevens de boekhouder de koning en Eggenbregger op bekoming van dat nieuw zig gereed hadden ge„ maakt om den vijand op te zoeken; ten welken einde zij ge„ „zamentlijk met den Koning van Chiauw op den eersten Meij van die plaats en na het erland Boerias waren vertrokken, on„ „der 't welk zijlieden dien zelfden morgen dertien groote Man„ „gindanauwse vaartuigen hadden ontdekt, welke door hun opstaande voet met vereischte dapperheit waren geattacqueerd zijnde van werkskanten van 's morgens te negen tot snasemid„ „dags te drie uuren met een ongelooffelijke woede gevogten, als wanneer de vijand te rug doings de en onder voormeld eiland week en zeilieden wegens honger en dorst genoodzaakt waren na Chiauw te rug te keeren, vernemende s'anderen morgens vroeg dat de vijand zig van daar geretireert en dien zelfden nagt de reize Na 117: Junij 1778 Na de Celebische kust hadde aangenomen.— Dat zij nu hun best onthoud den 11' Meij, van Chiauw ver„ „trekken &geede zijnde, om weder met hun Kruist vlootje na Manado te retourneeren, op den dertienden daar aan volgen„ „de op Tagulanda waren gekomen en zig daar ter Plaatse aan Land hadden begeven, om wat kost in te kopen, en water, en brandhout in te nemen, en welke tusschen tijd of op den 15: derzelver, maand men hen 's morgens te vier uuren hadde berigt, dat die nagt een Mangindanauwees Prauw voor bij Tagulanda was gepasseert en nabiacco gestevend Dat op deze tijding, de twee Corra Corras en de kleine Pa„ duwa kan direct:t van Tagulanda zijn vertrokken en zig na het eiland Biaro hebben begeven, tusschen welke berde plaatzen hen de gemelde prauw antmoet is, welke zij omstreekt negen uuren 's morgens ook hebben aangetaast, dog na tot vier uween 's namiddags met dezelve slaags geweest te zijn, egter genood„ „zaakt waren geweest om met de beide Cora Corras, wegens ge„ „brek aan kruit Looden water uitterschieden, om dat de klei„ „ne Paauwaken die nog eenigzints van die benodigheden voor„ „zien was, wegens de zware tegenstroomen niet naderen konde om hen met dezelve te assisteren Verhalende de Relatanten, voorts dat zij na deze schermus= zeling hunne sevens weder na Tagulanda hiadden gezet om frief hunne reize gezamentlijk met de groote Paduwakan te vervorderen, welke plaats egter zoo wel als Manado of Kema„ het hen onmogelijk geweest is wegens de Continueele en zwere tegen winden en stromen te bezeilen, 't welk hun dus genoodzaakt heeft hun Cours te veranderen en de reize na Ternaten aan te nemen, wel zig wegens gebrek aan water en mondkost het niet langer op zee konden hou„ den den Waar mede de Relatanten die hun Relaal quamen 118 ten
English
the 23rd underneath was written order to Hemmekam to send their people hither immediately with news Thus ending, giving as reason for their knowledge as is expressed in the text. Thus done and reported at Ternate in Fort Orange on the date aforesaid, in the presence of Jacob Schol and Judocus Huibertus Baxt, both clerks, as witnesses, who have duly signed the original of this along with the informants and me, the First Sworn Clerk. Lower was written: Quod Attestor, and was signed: B: A: De Chalmet, First Sworn Clerk. After which it was resolved to write the previously mentioned arrangements to Resident Hemmekam, with orders not to detain these seamen but directly to inform the Council through them how matters currently stood on Manado, and with what the enemies were occupying themselves; likewise the Resident should be recommended to keep good watch at all times and to be mindful of a brave defense, for which on Manado at this main fort, because the Resident was now again reinforced with 36 escaped crew members of the captured bark, and likely with still others who will have joined since then, although it was deemed proper to let all these men return hither after the danger had ended, in order to enable the Council to equip properly the vessels that are on hand here; Hemmekam likewise shall be given notice of the rumors of the arrival of strong Maguindanao fleets on the coast of Halmahera, wherefore the Ternate fleet equipped for Manado had now departed on another military expedition, namely for the securing of the Ternate lands and of the Company garrisons on that island toward the coast of Halmahera, wherefore he, the Resident, 118 June 1778 119 The smuggling of gold described by Wentholt could easily understand that he had to expect no succor as long as people here were even in danger of being visited by the numerous Maguindanao pirate vessels, so that he now solely and repeatedly would be admonished in an emphatic manner to observe his duty on all occurring occasions as an honest and faithful servant, with the force that he presently had on hand and which was reasonably numerous enough to endure a heavy attack. After all arrangements for warding off the Maguindanao pirates had been made, deliberations were held regarding three secret letters from the Gorontalo Resident Wentholt, that is, of 29 March and 9 June, all three brought here on the 17th of this month with the sloop De Jaccatra, and in which in the first place came into consideration the Resident's declaration of having told no untruths when he wrote to this Council that the gold was partly embezzled by the crew members of the Parigi and Todjo proas, who had the pernicious custom of exchanging their imported merchandise at Gorontalo for dust gold, although Mono had sought to maintain the contrary, since according to Wentholt's words that same person was the greatest merchant in that metal, as one who forced the diggers to accept his merchandise at excessively high prices, whereby these people were indeed forced to sell their gold dearer to the merchants than the Company was accustomed to pay, in order from that to be able to satisfy their debts to the said petty king; 120 the 23rd appeals to Corporal Sjoert Wouters Mono Arfa's usury attributes the decayed gold trade bringing as proof for his statement that Corporal Sjoert Wouters, during the time he was commissioned for him, the Resident, in the gold mines, had received a present there from a certain person named Wallepoeloe of a piece of calico for a waistcoat, in order not to reveal to the Resident the roguery that went on in the mines of Mulusipat and Poguatto through the smuggling trade in gold, which was bought up there daily by all kinds of merchants for goods, which the said Corporal Wouters confirms in a declaration given thereof and sent over by Wentholt. The further contents of this first letter of the 29th of March consisted chiefly of a very tedious repetition of Mono Arfa's malversations, to whose despicable usury and insatiable greed Wentholt says that the decline in the gold trade must solely be attributed, at the same time maintaining that on Mono Arfa's oaths and statements there was also not the least reliance to be placed, for that he now even denied ever having proposed anything concerning the establishing of a post with some garrison troops in the Equator gold mines, although he had caused him, the Resident, to be spoken to about this by the Bookkeeper Booms and the Surgeon Limbacher, and that he had requested the late Resident Moll, together with the commissioned Council members Van Renesse and Van de Walle in the year 1776, to make this proposal in his name to the Moluccan Government, as these servants had also done. Furthermore
Dutch transcription
den 23 /:onderstond/ orme last aan hemmekam om hun lieden terstond met tiding herwaarts tet zeifden Den Eindigen, govende voor reden van wetenschap als in den text staat uit gedrukt Aldus Gedaan ende gerateerd tot Ternaten in 't Casteel Orange dato voorschreven ter presentie van Ja„ 6„ cob Schol, en Judocus Huibertus Baxt, beide klerken als getuigen, die de minute dezes nevens de Rela„ tanten en mij eerste Jezworen Klerk behoorlijk hebben getekent /: Lager:/ Quode Attster /was getekent / B: A: De Cheal„ met, E: Gklerk Waar na besloten wierd de bevorens aangehaal de schikkin„ „gen aan den Resident Hemmekam, te schrijven met ordre om deze Zeelieden niet op te houden maar den Raad direct met dezelve te verwitti„ „gen hoe het thans op Manabo gesteld was; en waar mede de vijanden zig bezig hielden, gelijk de Resident mede gerecommandeert zoude 1. werden om steeds goed wagt te houden, en op eene dapppere tegen„ „weer bedagt: te zijn, waar toe op Manabo aan dit Hoofd' Casteel: want de Resident was nu wederom vertrekt met 36: ontvlugte schep„ „lingen van de veroverde Bark, en denkelijk nog wel met andere die daar zedert zullen zijn bij gekomen, schoon men goedvond om alle deze manschap, na het geeindigt gevaar, herwaarts te laten terug keeren, ten einde, den Raad in staat te stellen van dee hier aan handen zijnde vartuigen na behoren te kunnen equipeeren zullende Hemmekam, van desgelijken kennis werden gegeven van de gerugten der aankomst van sterke Mangindanauwse vlooten op de Cust van Halmaherra, weshalven de voor Manado toegeruste Ternaatse vloot nu tot eene andere krijgs Expeditie, namentlijk tot het beveili„ „gen der Ternaatse landen en van Compagnies bezettingen op dat ei„ „land nade Cust van halmakeira vertrokken was weshalven hij ( Rhe„ „sident - 118 Junij 1778 119 De sluikerijen van goud door wenthold beschreven Resident Cligt konde nagaan van geen Secous te verwagten te hebbend zoo-lang men alhier zelfs in gevaar was van door de tal„ „rijke Mungin danauwse roop Vartuigen bezogt te werden, Zoo dat hij nu eenelijk bij herbaling op eene nadrukkelijke wijze vermaand zoude werden, van zijn pligt bij alle voorkomende gevallen als een eerlijk en getrouw Dienaar te betragten, met de magt die hij thens aan handen hadde en die redelijk tal„ „rijk was om een horde aanval te verduuren ar Gear Na dat alle schikkingen tot afweerning der Mangin„ „danauwse Zeeschuimers gemaakt waren, is gebesoigneert over drie secrete briefen van de Gorontaals Resident Wentholt, de dat is 29: Maart, en 9: Junlij, drie hier alle op den 17: dezer met de sloep De Jaccatra, zijn aangebragt, en waar bij in de eerste plaats in aanmerking Quam des Resident betuiging van geen onwaarheden gezegt te hebben, wanneer hij dezen Raad geschreven heeft dat het goud gedeeltelijk verduistert wierd door de schepelingen van de Parigise Goode mande prauwen, die de verderffelijke gemomte hadden hunne mede gebragte koop ƒ 6 manschappen op Gorontato voor stoofgoud te verruilen, hoe „ rief „wel Mono het tegendeel hadde zoeken te beweeren, daor de een zelve volgens wentholts zeglien de grootste handelaar was in dat metaal, als die de graves dwong zijne koopman„ „ „schappen tegens Excessive hooge prijsen te moeten aannemen, waar 6 door deze menschen wel gedwongen waren hun Gout duurder aan de handelaven te verkopen, als de Compagnie gewoon was te betalen, om daar uit kunne schulden aan gemeld vorstje te - 120 den 23 beroept zig op de Corporan Sjoert wouters Mono Artas woeker at„ „tribueerd de vervallen goud handel Te kunnen voldoen, tot bewijs van zijn gezegde bij brengende, dat de Corporaal Sjoert Wouters, ten tijde hij, voor hem Resident in de Goudmijnen in Commissie was, aldaar van zekeren Wallepoeloe olie genaamt, en stuk bij waat voor een borstrok hadde present gekoregen om den Resident de schelmerijen met te openbaren die 'er in de meijnen van Mulusipat en Poguatto omgingen, door de sluikhan„ „del ingoud, dat aldaar dagelijks door allerhande handelaars voor koopmanshapen wierd opgekogt 't gemelde Corporaal Wouters bij eene daar van gegevene, en door Wentholt overgezondene verklaring komt bevestigen De Verdere inhoudt van deze eerste brieff van den 29:e Maart bestond voor namentlijk in een zeer verveelende herhaling van Mond Arfus malversaties, aan wiens vervoelijke woekeren en onverzadig„ „de scharp zugt Wentholt, zegt dat het verval in den goud handen alleen moet werden toegeschreven teffens beweerende dat op Mono Arfas eeden en gezegden mede in het minste geen stad was te maken, want dat hij nu zelfs ontrent het aangeleggen van een postie met eenige bezettelingen in de Eequastse, Goudwijnen immer te hebben voor geslagen over schoon hij Hem (Resident / daar over door den Boekhouders Booms en den Chirurgijn Limbacher habde laten onderhouden, en dat hij den overleeden Resident Moll, bene„ „vens de gecommitteerden Raadsleden van Renesse en vande Walle in den Jaare 1776: verzogt hadde dezen voorslag uit zijn naam aan de Molukse Regering te doen, zoo als deze Dienaaren ook gedaan hadden. Wijders
English
June 1758 Wentholt's dispatch of two soldiers with body of men to Hoelongau approved by the Council Furthermore, Wentholt relates having learned from the Gorontalo kings that nine Mandarese were supposedly murdered on the islet of Hoelangonga, situated close to the gold mine Moeloesipat, wherefore Wentholt, in order to gain clarity on this matter, intended to send two soldiers with a trusted citizen thither, to whom he thought to give an amount of 400 rijksdaalders in merchandise to trade for gold, which he hoped the Council would also approve, simultaneously giving to understand that he could not take the story of this murder, as well as the Gorontalo excuses to collect debts and fell timber, for current coin, because the letter in which the news of this murder was stated was not shown to him, so that he suspects this rumor was spread solely to move him to send the sloop the Jacatra away, which he reports he will not easily proceed to do. After discussing this letter and representations, the deliberation concerning the description appearing therein of Mona Arfas' conduct and arrest was postponed until the discussion of the Resident's letter of 9 June, in which he gives a detailed account of his capture and dispatch, about which it was deemed good to make the necessary resolutions later in this meeting upon the reading of that letter. Furthermore, the dispatch of two soldiers and a citizen to the gold mines was approved, in the expectation that these persons would give the Resident a clear report of what occurred there and how matters stood with the murder of the Mandarese, the Resident's intention to exchange 400 rijksdaalders for gold there also being regarded as a good thing, provided that the Company is charged no travel expenses or other fees for this, since Their High Nobilities do not desire the purchase of this metal to be burdened with any expenses. Wentholt provides communication of the Mandarese Dain Manasse's intention to come to Gorontalo on the 23rd Upon the reading of Wentholt's second secret letter of 29 March, it was understood that it was intended to inform the Council of the intention of the Mandarese Dain Manasse to come to Gorontalo with a large number of people and prahus, without knowing with what purpose; but that the Resident had written a brief letter to this Dain, requesting him to postpone this journey or else to proceed to Ternate if he had anything to present to the Council; which precaution to make Dain Manasse abandon the Gorontalo journey, the Resident had undertaken in order not to suffer, on the occasion of such an unpleasant visit, the sad fate that befell the garrison of Lemboemen in the years 1749 and 1758; for although the Dain had entered into a contract of friendship with the Company, Wentholt nevertheless thought that Manasse's alliance and friendship with Mona Arfas and with the Marsaoli Ambosinga obliged him to watch the movements of this Mandarese Prince closely and act cautiously with him; which opportunity the Resident simultaneously takes to request the Council to assist him as soon as possible with the requested manpower, in order to be able to foil all ruinous plots to the detriment of the Company in good time. Which arrival was very circumspectly advised against by the Resident Arrest of Mona Arfas During the discussion held about Dain Manasse's intention to come to Gorontalo, the Resident's circumspection in advising the Dain against this journey was fully approved, but at the same time it was resolved to reply to Wentholt that it was felt here that this sort of islanders would undertake nothing hostile against the Resident as long as he remained well on his guard and kept a good watch with his reasonably numerous garrison of 30 soldiers, which in addition was reinforced by the paduakang the Ternate currently lying at Gorontalo; that he, moreover, had no assistance of manpower from Ternate to expect this year, both because no more than seven soldiers had arrived from Batavia and because the men here at present were even greatly needed to be able to ward off the approaching Maguindanao pirates, in the manner already given to be understood to the said Resident by secret letter of 15 April, in response to his previously made exorbitant demand for 200 Alfurs and 24 European soldiers. The Resident's third letter of 9 June served somewhat in response to the Council's last secret letter of 15 April and contained furthermore the particulars of the arrest of the first Gorontalo king Mona
Dutch transcription
Junij 1758 wentholds verzendding van twee militairen met korp„ „gou dorde haad goedgekeurt Wijders verhaalt Wentholt van de Gorontaalse koningen verno„ „manschap na hoelongau, „ men te hebben dat er negen Manadoresen verword zouden zijn op het eelandje Hoelan gonga, gelegen digt bij de goudmijn Moeloesipat, weshalven bij wentholt om ligting deze affaire te krijgen, voorne„ „men was om twee Militairen met een vertrouwd burger derwaarts te zenden, die hij een bedragen van 400. begpdalbers aan koopman„ „schappen dogt mede te geven om goud in te zulen uiren, 't geen hij verhoopte dat ook de Raad zoude werden goedgebkeurt, Teffens te verstaan gevende, dat hij het verhaal van deze moord zoo wel als der gorontaalders voorwend sels om schulden te innen en . aderppen te kappen, niet voor gangbare munt konde aannemen, vermits hem de brief, waar in de tijding dezer movrd bekent stond niet was vertont zoo dat hij vermoordt dat dit gerugt eenelijk uit„ „gestrooit is, om hem te bewegen van de sloep de Jacatra vande hand te zenden, waar toe hij melt niet ligt te zullen overgaan— Oier welke brief en vertogen gesproken zijnde wierd de besoigne over de dar bij voolkomende beschrijving van Mona Arcas, gedragt en opligting, uitgestelt tot op de verhandeling van de Resident brief van den 9 Junij, waar in hij van desselfs ligting en opzending een omstandig ver haal doet, waar over men goedvond bij de lecture dier brief nogter dezer vergadering de nodige besluiten te nemen.- Voorts wierd de verzending van twee militaireen en een burger nade goudmijnen goedgekeurt, in verwagting dat deze personen den Resident een duidelijk verslag zouden doen van het geen aldaar onging, E 9. 12 122: de Dain Massever Manas„ „komen den 23 Oniging, end hoe het met de moord de mandares en gelegen was wir„ „dende des Residents voornemen om aldaar voor 400: zijxd:s aan goud e d in te ruilen, mede als eene goede zaak aangemerkt, mits de Compag„ „nie daar voor geene reis kosten of andere ongelden in reekening wer„ „den gebragt, aangezien Hunne Hoog Edelheden niet begeeren dat de inkhoop van dit metaal met eenige ongelden bezwaart zal werden, wenthold geeft Communicatie bij de lecture ver Wentholt tweede secreete brief van den 29: Maart „se op gorontalo zalaar „ wierd verstaan, dat dezelve was ingerigt om den Raad kennis te ge„ „ven van het voornemen van de Mandarese Dain Manasse, om met een groot getaal van volk en prauwen op Gorontalo ce willen komen, zonder te weten met wat inzigt: maar op de Resident dezen Dain een briefje hadde geschreeven, met verzoek om deze reis uitersten, dan wel om zegna Ternaten te begeven zoo hij den Raad iets hadde voor te dragen: welke voor zorg om Dain Manasse van de Gerontalse reis te doen afzien, de Resident in het welk hadde gestelt, om bij gelegentheit van een dusdanig onaangenaam bezoek het droefing tot niet te ondergaan dat de bezettelingen van Lemboemen in de Jaare 1749: en 1758: is overgekomen: want hoewel de 2e Daineen Contract van vriend„ schap met de Compagnie hadde aangegaan, dagt Wensholt egter dat Manasse verknagting en vriendschap met Mond Arfag en met den Marsaoli Ambosinga, hem verpligte den om de gangen van dezen Mandareesen Prins naukeurig gaede te slaan, en voorzigtig met den zelven te handelen: welke gelegentheit de Resident Teffens waarneemt om den Raad te verzoeken van hem ten spoedigsten met de gevorderde manschap te assteren om 1 Junij 178 welke aankoomst zeer om zeg„ „tig door den Resident is af„ „geraden Opligtig van Moro Aofa Om alle verdreffelijke anslagen ten madeele vande Compagnie bij tijds te kunnen verijdelen Bij het gehouden gesprek wer Tain Manasse voornemen om sp Gorontalo te komen, wierd des residents om zigheit om den Dam deze rijs afte raden, Volkomen goed gekeurt dog teffens besloten om wentholt te reeschibeeren, hoe men alhier van gevoelen, was dat dit zoorgt van eilanders niets vij andelijk te„ „gens de Resident zouden ondernemen, zoo lang hij wel op zijn hoede was een goede wagt hielt niet zijn redelijk talrijk gaou„ „sorn van 30: Militairen, 't geen daaren boven nog verterkt wierd door de thens op gorontalo leggende Patjallang De Ternaten, dat hij daaren boven van dit jaar geen assistentie van Manschap van Ternaten hadde te wagten, zoo wel door dien er niet meer als: seven soldaaten van batavia waren aangekomen, als dat men het volk hier tegenswoordig zelfs zeer benodigt hadde om de aannaberende Mangin„ „danauwse rovers te kunnen afweren jn maniere als de gemelden Resident bij secrete brief van den 15:e April reest te verstaaen is gegeven, tot reescriptie op zyn en bevoren ge„ „daanen Exorbitanten Eisch om 200: Alfoeren en 24. Europeaan„ „se soldaten. Des Residents derde brief van den 9: Junij diende eeniger maten ter beantwoording van den Raadts lasten secreete brief van den 15: Aprill en vervattenden wijders de onstandig„ „heden der opligting van den eersten gorontaalse koning Moner
English
124 the 23rd Mono Arfa, together with his wife Njonja Sien, who were sent hither under arrest on the 17th of this month with the sloop De Jaccatra, regarding this seizure it was stated by Wentholt that since the bitterness of the Gorontalo grandees against Mono Arfa continued without interruption, he had finally resolved to carry out the orders of this Government contained in the secret letters of 24 December and 15 April, and to place Mono Arfa under arrest, which had succeeded for him on 5 June, and in which the Limboto King Iskandar Nakkie, who had been summoned expressly from Pjuandang by Wentholt, had been of great assistance to him according to his statement. Wentholt also says that Mono had requested to be exempted from being sent away on account of his advanced years, and that he together with his wife Njonja Sien had offered him, the Resident, a gift of 300 Rijksdaalders if he would grant them this favor, which sum Wentholt considers that the said arrestees would not have offered him if Mono Arfa had not been convinced in his conscience of his unfaithful and culpable conduct; to which the Resident further adds that, since he would have made himself guilty by such bribery, he had refused to listen to Mono Arfa's offer and proposal, who had now fallen into his hands without any danger and in an easy manner. Likewise, the Limboto King Iskandar Nakkie had June 1778 125 promised the Resident Wentholt by shaking hands to take care that not the least part of Mono Arfa's remaining goods would be embezzled, for which reason he had postponed the sequestration of those goods until the departure of the sloop De Jaccatra. Wentholt further stated that the gogugu Kitchil Oenoe, pursuant to the orders of their High Excellencies and of this Government, would be appointed provisional King of Gorontalo the day after the departure of the Jaccatra, which he says all the grandees of the realm eagerly longed for; also giving to understand that Mono Arfa, with his wife Njonja Sien, the Gorontalo Shahbandar Takine, with thirty-five slaves, some chests and other baggage were now about to cross over with the Jaccatra, but that he had not executed the orders of this Government to inventory Mono Arfa's chests and baggage, so as not to let his plan leak out, which he hoped would be approved, as well as the fact that the five ill-disposed Gorontalo chiefs, who were named in one of his recent letters, were not now apprehended and sent hither, which he had omitted because the Kings and grandees of the realm humbly requested the Resident that the mistake of these people might be overlooked and forgiven. In addition, the Resident informs this Ministry that Mono Arfa, after the last payment, 126 the 23rd still remained indebted to the Company in a sum of 1001:19:8 Rijksdaalders, and to the deceased Resident Moll an amount of 765:43:- Rijksdaalders, which he requests may be kept in mind when Mono Arfa's slaves and goods are sold for money. Finally, Wentholt also makes known that at the dispatch of his letter he had received the sad news from Resident Hemmekam of the capture of the bark De Ida by the Magindanaos, on which occasion his letters sent via Manado to this Government had gone missing; adding that, since he now had to be more on his guard and in a state of defense than ever, fifty Christian Attingolers had been summoned by him to help defend the fortress, to which natives he had provided the customary monthly rations, just as his predecessors had done on similar occasions, which manner of acting he therefore hoped would be approved. The substance of this letter having been made known in the aforesaid manner, the seizure and deportation of Mono Arfa, with his wife, thirty-five slaves, and a portion of his goods was unanimously approved, both because this native chief, according to Wentholt's accounts, had not shown the least sign of better conduct, and because this seizure was accomplished easily and without danger, indeed even with the complete consent of all well-meaning Gorontalo people, in conformity with the orders of this Government in the secret letters dispatched to Gorontalo of 24 December of the past year and of 15 April of this year.
Dutch transcription
124 den 23 welke vonst doo di„ had om van opzinding bevaijt te zijn Mono Arfa, benevens zijne huisvrouw Agonja Sien; die bij de op den 17: dezer, met de sloep De Jaccatra in arrest zijn herwaarts gezonden, werdende wegens deze opligting door Wentholt gezegt dat vermits de verbettering der Gorentaalse grooten tegens Mono= Arfa: nog al bij Continuatie bleefs aanhouden, hij eindelijk beslo„ „ten hadde de vervatte beveelen dezer Regering bij de secreete briefen van den 24:e December en 15: April ter uit roer te brengen, en Mono Arfa in arrest te nemen, het geen hem op den 5: Junij getukt was, en waar in de Limbits Koning Jskandar Nak„ „kie, die Expres door Wentholt, van Pjuandang was ontboden hem volgens zijne voorgavjen grootelijks behulpzaam was geweest — want hold gepresenteerd Wentholt zegt teffens, dat Mona: verzogt hadde wegens zijne hooge Jaaren van de opzending bevrijt te wezen, en dat dit verstje benevens zijne huijsvrouw Njonja sien hem Resident een geschenk van 300: Reijsds hadden aangeboden, zoo hij henlieden deze H gunst wilde bewijsen, welke som Wenthold vermeend dat de gemelde arrestanten hem net zouden hebben aangeboden, in„ „dien Mono Arfie met in zijn gemoet overluigt was geweest van zijn ontrouw en Culipabel gedragt: waar bij de Resident nog voegt, dat vermits hij zig, door eene dusdanige omkorping schuldig zoude hebben gemaakt, hij geen gehoort hadde willen garn aanmond Arfa, 's aanbond en propositie, die hem nu zonder eenig gevaa en op eene gemakkelijke wijze in handen was gevallen Van desgelijken hadde Limbots-koning, Jskandar Nakki den 1 1 Junij 1778 12 vende tot prvisioneel koning „pagnie den Rredsidant Wintholt bij hondtasting, belooft van te zul„ „len zorgen dat er niet het minste ven Mono Arsa, sagter geblevene goederen verduistert zoude werden, alwaarom bij de 74 Sequestratie dier goederen tot het vertrekt, van de sloep De Jac„ „catra, hadde uit gestelt: e voorstelling van den goege eden wijders met Wentholt, dat de goegoegoe Kitchil Oenoe, inge„ „volge de ordres van hun Hoog Edelheden en van deze Re„ „geerning 's daags na het vertrek van de Jaccatra, tot pro„ Ns. „vicionneel Koning van Gorontalo zoude werden aangesteelt, waar na hij zegt dat alle de Rijx groten ongenakken verlan„ „geden: Teffens te verstaan gevende, dat Mono Arca, met zijn huisvrouw E Njonja Sien, de Gorontaals Sabandaar Takine, met vijf en dertig slaven, eenige kisten en andere bagagie thans met de Jaccatra stonden overtevaren, dog dat hij de ordres dezer Regering, om Mono. Arfa, kisten en ba= „gagie te inventariseeren, niet hadde uitgevoert, ten einde zijn aanslag niet te doen niet lekken, 't geen hij verhoop te dat zoo wel zouden werden goedgekeurt, als dat de vijf Quaadgezinde Gorontaals Hoofden, die bij een zijner laaste briefen Weren op genoemt, nu niet waren opgepakt en herwaarts gezonden, 't geen hij nagelaten hadde om dat de Koningen en Rijksgroo„ „ten den Reerd oitmoedig verzogten dat de misslag dezer men„ „schen over het Hoofd gezien en Vergeven mogte werden — 's konings Debet aan de Com„ Daaren boven geeft de Resident Kennis aan dit Minis„ terum, dat a Mono Arfa, nade sleste laekste afbetaling nog 126: den 23 En ook aan Mol gespecifi„ „ceert. De ontfangere tijding op Gouvntold wegens de Zwer„ van Mone Arfk Nog aan de Compagnie schuldig is gebleven eene somma van Rijksdaalders 1001: 19:8: en aan de overledene Resident Moll een montant van Rijrd:s 765: 43:— 't geen hij verzoek dat in gedagten mog werden gehouden, wanneer Mono Arfas Hlaven en goederen te gelde werden gemaakt Eindelijk maakt wentholt, ook bekent, dat hij bij het afgaan „ving der Majudanauwer s jner brief de droevige tijding van den Resident Hemmekam, had= „de ontfangen van de Verovering der bark De Jda, door de Man„ „gindanauwers, bij welke gelegentheit zijne over Manado ver= zondere brieven aan deze Regeering, waren zoek geraakt; met bij= „voeging, dat vermits hij nu meer als ooit op zijn hoede en in staat tegens tegenweer diende te zijn, vijftig Christen Attingolers door hem waaren ontbodent, om het fortres te helpen beschermen, van welke inlanders hij, het gewoon maandlijks randsoen het verstrekken, even als zijne voortzeten bij dier gelijke gelegentheden hadden gedaan welke handel wijze bij daarom verhoopte dat goedgekeurt zouden werden. approbatie op de opligting Het zakelijke dezer brief op voorschreven wijze zijnde bekent gestelt, wierd de ligting en opzending van Mono Arfa, met zijne huisvrouw vijffen dertig slaven, en een gedeelte zijner goederen een„ „pariglijk geapprobeert, zoo wel ter zaake van dit jnlandse hoofd volgens Wentholt verhalen, geen de minste blijken van een beter gedragt hadde gegeven, als om dat deze opligting gemakelijkt en zonder gevaar, Ja zelfs met eene volkomene toestemming van alle welmenende Gorontaalders volbragt, Conform de orders dezer Regeering bij de na gorontalo afgegaane secreete briefen van den 24: December ammi preteriti, en van den 15. April Dezzer -
English
127: June 1718 Incomprehensible letter from Wenthold concerning the seizure of some goods belonging to Mono Arfa. Of the same year, the Council having been authorized by Their High Excellencies by secret letter of 28 November 1775 to proceed with this arrest in case of Mono Arfa's persistent culpable conduct, whenever such could occur without exposing our people to any danger, which has now happily been carried out. The Council members were further of the opinion that the Resident had done his bounden duty by refusing the 800 rixdollars offered to him on condition of releasing Mono Arfa for this present, or of abandoning his transport, although one could not precisely find that this sort of bribery was a certain proof of Mono Arfa's unfaithfulness and guilty conscience, since even a sincere and honest man, being innocently oppressed, often prefers to do so rather than undergo other torments; which will be replied to the Resident hereupon. Moreover, the Council members could not understand the reason why Mono Arfa's remaining goods that were left behind on Gorontalo were initially left under the custody of Limbotto's King Iskandar Nakkin and Mono Arfa's son Ambohinga, as one was indeed obliged to deduce from a certain nearly incomprehensible passage of Wentholt's letter, from which one could also understand nothing other than that he, the Resident, had postponed the sequestration of those left-behind goods until after the departure of Mono's transport vessel, the sloop De Jaccatra. Now the Council 128. the 29th The appointment of Oenoe is approved. was of the opinion that neither the King of Limbotto nor Mono Arfa's son Ambohinga had in this case anything at all to say about the goods of the arrested little prince, and the Resident ought to have seized and brought them into custody himself, in the presence of witnesses, even if he had had no opportunity to send these goods hither now with De Jaccatra; which it was decided to put before Wentholt by rescript, with the recommendation to take over and keep everything himself as soon as possible, without exception, if such had not already happened, after which he must ship everything that can be transported, with a clear list, at the first opportunity to Ternate; being mindful that nothing is left behind or embezzled, since Mono Arfa, who knows very well what was left on Gorontalo, will otherwise have to specify his embezzled or missing goods, as well as the number of his slaves left behind, and this taking place without the Council members being compelled to correct him most sharply on the matter. Meanwhile, it was noted as well done that the universally beloved and reputable Gugu Oenoe, in accordance with the wish of all well-meaning Gorontalese, was appointed by the Resident in Mono Arfa's place as provisional Second King of Gorontalo, since he had proceeded therein according to the orders of this Government, and even according to the obtained 129: June 1718 Mol's arrears must be paid from his goods. authorization of Their High Excellencies; wherefore he should admonish this promoted King in the name of the Council to remain mindful at all times of the mark of favor shown to him, to be faithful to the Company, and to govern his subjects with justice, with further instructions to the Resident Wentholt to notify the promoted prince Gugu Oenoe to repair hither at the first opportunity, in order to be confirmed in his dignity by this Government. Furthermore, it was unanimously agreed to forgive the offenses of the five suspected Gorontalo grandees whom Wentholt had previously intended to send up, now at his request and at the insistence of the Gorontalese Kings and other grandees of the realm, and to let them remain on Gorontalo, with the recommendation to the said Resident to keep an eye on these Gorontalese and to point out to them their obligation to make themselves worthy of the favor of this Government through better conduct; but if he, the Resident, should find that these suspected court grandees persist in their unfaithfulness or should undertake anything to the advantage of Mono Arfa, that he must send them up directly and without hesitation; just as it was also resolved to notify the trade officials that Mono Arfa, according to Wentholt's letters, at the time of his dispatch still owes the Company a sum of 1001:19:8 rixdollars to the estate of Resident Mol
Dutch transcription
127: Junij 1718 onverstaan baar schrijven van wenthold over de anhouding van eenige goederen die Mono Masa toekomen. Dezel Jaars, zijnde de Raad door Hun Hoog Edelheden bij secrete brief van den 28. November 1775 gequalificeert om in Cas Mono Arsas, aanhoudend Culpabel gedragt deze ligting voort„ „gang doen nemen, wanneer zulks geschieden konde zonder de on„ „zen aan eenig geraak te Exeponeeren, het welk nug gelukking is uitgeroert. De Radsleden waren voorts van gewoelen dat de Resident zijn verschuldigde pligt hadde betragt met het weigeren van de hem aangebodene 800: Rijxd„s op Conditie van Mono Arfa, voor dit geschenk wij te laten, of van dies op zending af te zien hoe wel men Juist niet konde vienden dat diet zoort omkopping een veest bewijs was van Mono Arcas ontrouw en quaad geweten, dewijl zelfs een opregten eerlijk man onschuldig onderdrukt werdende dikwils, als andere quellingen te ondergaan; het geen den Resident hier op gerepliceert zal werden Daaren boven konden de Raadsleden de reeden niet begrijn „pen, waarom Mono Arcas overige goederen, die op Go„ „rontalo verbleeven waren, voor eerst onder bewaring van Limbots Koning Jskandaar Nakkin van Mouo Nacas zoon Ambohinga waren gelaten, zoo als men uit zekere bij kans overstaanbaare periode van Wentholts brief wel diende op te maken, waar uit men ook niet anders konde be„ grijpen, als dat hij /:Resident:/ de sequestratie dier agter geblevene goederen tot na het vertrekt van Monos Transport„ bodem de sloep de Jaccatra hadde uitgestelt. Nus was de Raad 128. den 29 de aanstelling van oenoe is wel. Raad van gewoelen dat de Koning van Limbotto, nog Mo„ no Okcas, zoon Ambohinga in dit geval in 't geheel niets over de goederen van het opgeligt vorstje te zeggen hadden, en de Resident, dezelve zelfs in presentie van getuigen, in beslag hadde behoren te nemen en te brengen, zoo hij al geen gelegent„ „heit hadde gehad om deze goederen nu met De Jaccatra wer„ „waarts te zenden, het geen besloten wierd wentholt bij rescriptie voor te houden, met Recommandatie om Alles, niets uitgezondert, ten spoedigsten zelfs over te nemen, en te bewaren, zoo zulks niets reets geschied waare, waar na hij alles dat verwoet kan werden, met eene duidelijke lijst, bij de eerste gelegentheit na Ternaten zal moeten afscheeppen; bedagt zynde dat er niets agtergelaten ofs verduistert Werde, Vermits Mono Arske, die zeer wel wat wat er op Gorontalo verbleven is, ander„ zijne verduisterde op Vermiste goederen, gelijk mede het getal zijner agtergeblevene slaven, zal moeten opgeven, en dit geschiedende zonder de Raassleden genoodzaakt zijn hem daar over ten scherpsten te Corrigeeren.— Intusschen wierd als wel gedaan aangemerkt dat de alom beminde en ter goeder naam slavende Goegoegoe Oende, inge„ „volge de wensch vaan alle welmenende Gerontaalders, door den Resident in Mono Arfa Steede, tot provisionneel tweede Koning van Gorontalo- was aangestelt, vermits hij daar in na de ordres dezer Regeering, en zelfs volgens de Verkregene N 129: Juny 1718 „mols agter stal moet uit zijn Goedeken btaald worden Verkregene qualificatie Hunner Hoog Edelheden was te werk gegarn: weshalven hij deze bevorderde Koning uit naam van den Raad zoude moeten vermanen om het aan hem bewezen gunst bewijs ten allen tijde indagtig te blijven, de Compagnie getrouw te zijn, en zijne onderdanen met regt vaardigheit te bestieren, met verdre aan den Resident Wentholt, van den bevorderden kit„ „chiel Goegoegoe Oenoe, aan te zeggen, van zig bij de eerste ge„ „legentheit herwaarts te begeven, om in zijne waardig heit door Deze Regelsing bevestigt te werden ar Wijders is eenwpariglijk goedgevonden om de vijf suspecte Gorontalo Grooten, die Wentholt bevorens heeft Willem opzenden, nu op deszelfs verzoek en op de instantie der Gorontaalse Koningen en verdere Rijksgrooten, hunne mis„ slagen te vergeven en op gorontalo te laten blijven, met recom„ „mandatie aan gemelden Resident om het oog op deze Goron„ „taalders te houden, en hunde verpligting aan te toonen om zig de gunst dezer Regeering door een beter gedragt waardig te massen: doog zoo hij Resident bevinding mogte dat zeze suspecte Hlofgrooten in hun ontrouw volharden op iets ten voordeele van Mono Afa, mogten ondernemen, dat hij dezelfe dat diect en zonder hasitatie zoude moeten ovp zen„ C„blij: gelijk mede Gearristeert is de negotie bedonden te ver„ „wittingen, dat Moro Arfa blijkens wintholt missives, bij dies verzending nog aan de Compagnie eene sommaa van Rijksdaalders 1001:19: 8: aan de boedel van den Resident Mol