VOC English

Dutch East India Company records, translated and anchored to the scan.

Inventory 3529

Japan · 1,230 pages · 332 segments · open at the Nationaal Archief ↗

NL-HaNA_1.04.02_3529_0801 view scan ↗

English

June 178 33 Good harmony recommended to Lofman Dispatch to Lofman of the set aside The king's representations regarding the spice concealer the six Laboerees who assisted them in that work, each a piece of dark blue Salempoeris, which cloth will be sent to Lofman for that purpose; who will be ordered to continue urging the King of Batchian once again for the handover of the spice concealer Ategou; to which that monarch would also be sought to be persuaded by the letter now being dispatched: The Council likewise thought it well to recommend the Postholder to live in friendship with both the King of Batchian and his nephew, the Crown Prince, and to show these monarchs the due respect and deference, with further orders to provide the Crown Prince again with a reliable man from his garrison as an escort in place of the soldier Hendrik van Joosten, who the Postholder reports has hanged himself. In addition to this, it was thought well to notify Lofman that the King of Batchian, upon his request, would be assisted with 250 Rijksdaalders in cash, 20 pieces ordinary bleached Coast Guinees, and 20 pieces blue Moerissen. The remaining requested cash and war supplies being denied for this voyage, both because the Council could not find it proper to advance all the requested cash and other goods on credit, and because the Government itself is currently in great need of the war supplies and cannot spare them. The recently delivered letter from the King of Batchian dated the 6th of this month being read next, there were seen therein in the first place his representations regarding the conduct of the spice concealer Megou, of which person mention was made in the secret session of the 4th of this month, and who has also already been requested from the king in the outgoing letter of this Government 31 the 23rd punishment of that fellow on Batchian The king's request for 100 Rds His Highness's excuse for his appearance of the 15th of May, the substantial contents of which were made known in the session of that month. From what the king writes about this, one must conclude that he himself must have been convinced of the guilt of this Batchianese, since he reports that he had this fellow punished with 100 lashes, giving to understand that the cleared nutmeg grove on Batoe Pinijoe was previously never known as a spice location, whereby the monarch shows himself somewhat displeased that Lofman had undertaken the extirpation of the said Batoe Pinjoe without informing him (the King) beforehand; as well as because the said Postholder had sent out soldiers to arrest the repeatedly mentioned Ategou: saying that Lofman behaved just as if he were the Ruler of the Batchianese Lands, without caring in the least about the king or his grandees. Furthermore, the King reports that the Dutch extirpators in former times had granted the Batchianese subjects permission to take a small amount of spices for medicine, but if this could not be done, that he would then forbid his subjects from taking this small amount of spices on the forest journeys: Next requesting the Council for the sum of 1000 Rijksdaalders in cash, and the other half in the following goods, namely 1 pack ordinary bleached Coast Guinees, 10 pieces new flintlock muskets, 4 small barrels or 200 pounds of gunpowder, 125 pounds of lead, and 30 pieces medium-grade Moerissen. Finally, the king concludes his letter with the assurance that, however gladly he would wish to come over to attend the presentation of the new Governor, this was nevertheless impossible for him, hoping that June 178 35 Council's deliberation over the said punishments Unfoundedness of the king's complaints about Lofman he might therefore be excused from the journey hither. Which missive being deliberated upon, the Members were of the opinion that not much reliance could be placed on the king's claim of having had the Batchianese Ategou punished with 100 lashes, but even assuming that the said spice thief had actually undergone this punishment, this was nevertheless, in the Council's opinion, not the proper way to punish such criminals, who had to be handed over to the Company for that purpose; but this not having happened, the king's conduct in this matter gave reason to suspect whether the nutmeg grove at Batoe Pinjoe might not have been kept concealed with his foreknowledge in order to gain a foul profit from this spice fruit; and since this indeed required a careful investigation, it was decided to demand the repeatedly mentioned Attegou once more from the monarch, in order to interrogate him here concerning the circumstances of this concealment, with a warning to the king that if he kept this man on Batchian any longer, he could be assured of bringing the displeasure of Their High Excellencies upon himself through such obstinacy. Likewise, it was decided to keep this Batoe Pinjoe in mind, and subsequently to always have this place visited and cleared during the extirpation of the Batchianese Lands, which will also be written to His Highness, without paying regard to his declaration that the same was never known as a spice location. Although the Council members were further aware that the king's complaints about the Postholder Lofman were entirely unfounded, it was nevertheless not thought proper to refute them more extensively, by the

Dutch transcription

Junij 178 33 goede harmoni aan Lofman gerecommandeert afzending aan Lofman van het ter zijde 's konings vertogen omtrent de specerij verbergel de ses Laboereesen die hun in dat werk behulpzaam zijn geweest, elk een stuk Salempoeris brúin blauw, welk Lijwaat ten dien einde aan Lofman zal werden gezonden; Die gelast zal werden om nogmaals bij den koning van Batchian op de overlevering van den Specerij ver„ „berger Ategou te blijven aandringen; waar toe men dien vorst bij te thans afgaande brief mede zoude zoeken te bewegen: De Raad vond van desgelijken goed om den Posthouder te recomman„ „deeren van zoo wel met den koning van Batchian als met zijnen Neef. den Kroon Prins in vriendschap te leven, en dezen vorsten het ver„ „schuldigt Respect en Eerdied te bewijzen, met verdere ordre om den kroon„ „prins weder een goed man van zijne bezettelingen tot bijwagt af te geven in stede van den soldaat Hendrik van Joosten, die de Posthouder melt. dat zig zelfs verhangen heeft. Hier bij vond men goed om Lofman te verwittigen dat de Koning van Batchian op zijn verzoek geholpen zoude werden met 250: Rijksdaalders aan Contanten, 20: P„s Guinees gemeen gebleekt Cust en 20: „ blauw Moerissen. Werdende de overige verzogte Contanten en oorlogsbehoeften voor deze veis ontzegt, zoo wel ter zaake de Raad niet Goed kond vinden, om alle de verzogte Contanten en andere goederen op schuld te verstrekken, als om dat de Regeering de oorlogs behoeften thans zelfs zeer nodig heeft en niet kan messen. De jongst aangebragte brief des Konings van Batchian van den 6 dezer vervolgens werdende gelezen, wierden daar bij in de eerste plaats gezien deszelfs vertogen, wegens het gedrag van den specerij verberger Megou„ van welke persoon ter secreete sessie van den 4„e dezer gewag is ge„ „maakt, en die ook reets van den konin is pgeeulkt, ije afgane brif dezer Regeering 31. den 23: straffe aan dien quant op Batchian 's konings verzoek am 100 Rd:s Hoogheijts Excus van zijn opkomst Regeering van den 15„ Meij, waar ven de zaelijk inhomu te sesse wer den dier Maand is bekent gesteld. Uit het geen de koning hier over schrijft dient men wel te besluiten; dat hij zelfs van de schuld dezer Batchiander overtuigt moet zijn geweest, de„ „wijl hij mett dat hij dezen knaap met 10: slagen hade laten af stroffen ver te verstaan gevende dat de afgewerkte Noote tum op Batoe Pinijoe bevoorens nooit voor een specerij plaats bekent is geweest, waar bij de vorst zig eeni„ „germaten misnoegt toont, dat Lofman de Eerstirpatie van gemeld Batoe Pinjoe ondernomen hadde, zonder hem (:Koning) daar van bevoorens te ver„ „wittigen; zoo mede ter zake dat gemelde Oosthouder, soldaten hadde uitgezonden om den meermelden Ategou in arrest te nemen: zeggende dat Lofman zig even eens gedroeg of hij Regeerder was van de Batchianse Lan„ „den, zonder zig in't minst aan den koning of zijne Rijksgrooten te stooren. Wijders mett de Koning dat de Hollandse Cestipateurs in voorige tijden en verbod aan de onderdanen aan de Batchianse onderdanen vergunt hebben een weinigje specerijen tot medi„ zijn te mogen nemen, dog zoo dit niet mogte geschieden, dat hij zijne onderdanen als dan het mede nemen van dit weinigje specerijen op de Bostogten zoude verbieden: Den Raad vervolgens verzoekende om de somma van 1000: Rijksd„s aan Contanten, en de andere helft aan de navolgende goederen, als 1: Pak Gunees gem: gebl: Cust. 10: p„s nieuwe snaphanen 4. vaatjes of 200. Ponden Buskruit. 125: Ponden Loot, en 30: p„s Moerissen middelsoort. Eindelijk besluit de koning zijnen brief met betuiging dat hoe gaarne hij ook zoude willen overkomen om de voorstelling van den nieuwen Heer Gouverneur bij te woonen, zulks hem egter onmogelijk was, verhopende dat Junij 178 35 's Raad bedenking over gemel„ de straffen ongefundeertheit van 'Tko„ nings klagten over Lof„ man. dat hij daarom van de herwaarts reize geexcuseert mogte werden. Over welke missive geraad pleegt werdende, waaren de Leden van gevoe„ „len dat op des konings betuiging van den Batchiander Ategou met 100. sla„ „gen te hebben laten afstraffen, juist niet veel staat was te maken, dog eens gestelt zijnde dat de gemelde specerij dies deze streffe werentlijk hadde ondergaan, was dit egter na der Raads gedagten de regte wijze niet om zulke misdadigen te straffen, die ten dien einde aan de Com„ „pagnie moesten werden overgegeven, dog zulks niet geschied zijnde, gaf des konings gedrag in deze affaire reden om te vermoeden of de Note Tuin Batoe Pinjoe niet wel met zijne voorkannis verborgen gehouden zoude zijn, om een vuil gewin met deze specerij vrugt te behalen; en dewijl zulks wel een nauwkeurig onderzoek vereischte, wierd gear„ „resteert om meermelden Attegou nogmals van den vorst op te eisschen, ten einde denzelven alhier over de omstandigheden van deze verberginge te ondervragen, met waarschouwing aan den koning dat zoo hij deze man langer op Batchian aanhielt, hij verzekert konde zijn van zig door eene dusdanige stijfhoofdigheit het ongenoegen van Hun Hoog Edelheden te zullen op den hals halen. Van desgelijken is besloten om dit Batoe Pinjoe in geheugen te houden, ge en deze plaats vervolgens bij de EAstirpatie der Batchianse Landen altijd te laten bezoeken en afwerken, het geen zijn Hoogheit ook zal werden geschreven, zonder regard te slaan op zijne verklaring dat het zelve nooit voor een specerij plaats bekent is geweest. het Hoewel de Raadsleden verders bewust was dat 's konings klagten over den Posthouder Lofman zeer ongefundeert waren, wierd egter niet goedgevonden om dezelve breedvoeriger te weserleggen, door de

NL-HaNA_1.04.02_3529_0804 view scan ↗

English

36 the 23rd Excuse for Lofman rescript regarding the permission of spices for medicine. the assurance that such a defense would embitter the king even more against that non-commissioned officer; wherefore it was understood to reply to this only in general terms, that his Highness's displeasure toward Lofman was regretted by the Council, and that he would therefore be emphatically admonished to show him (the king) the due respect, with further notice that the Council did not find that Lofman had done wrong by undertaking the extirpation of Batoe Pinjoe without any delay, since this had been ordered of him by this Government, whereby he perhaps had not had time to give his Highness notice of this; wherein the prince would also be shown in serious terms that if he had been helpful to the said non-commissioned officer in apprehending Ategou, he would have done much better than keeping this lad against the orders of Their High Mightinesses, against the will of the Moluccan Government, and then still complaining that Lofman had sent out soldiers to arrest Ategou, in which he had acted according to his oath and duty. The Council members also decided to mention in brief terms on this subject in the rescript that a sergeant like Lofman was too lowly a servant to bring a Moluccan king into disfavor with a Governor; for his Highness had to consider that a ruler here gave no hearing to all kinds of idle talk and reports, but only acted upon clear and convincing evidence, so that he wrongly held this non-commissioned officer under suspicion, as one who never used to report untruths to the Council. Furthermore, his Highness would also be informed that if the Dutch extirpators had indeed permitted the Batchian subjects to keep some spices for medicine, 37 June 1778 the king's request in part agreed to to take some spices along for medicine, this had been a very bad and punishable custom, in which these servants had indisputably exceeded their office and duty, and which usage therefore ought to be abolished absolutely, on which account the delivery of spices to the Batchian subjects will be forbidden to the commissioners and Dutch military personnel on pain of severe punishment, just as the King will also be admonished to order his subjects to desist from this harmful custom, and henceforth never to demand spice fruits from the Dutch extirpators or from their helpers. On the occasion of the conversation held concerning the king's request to be allowed to borrow 1000 Rds, the Council members recalled that Their High Mightinesses continued to insist every year very strongly upon the settlement of the debts of the Moluccan princes, wherefore it was decided not to grant the King's full demand, but nevertheless, in order to prevent public estrangement, to provide him with a portion of the demanded cash and necessities, and thus to accommodate him with 250 Rds in cash. 20 pieces of ordinary bleached Coast Guineas, and 20 pieces of brown blue Moorish cloth. Which will be sent to his Highness with the upcoming monthly proa, the prince's account being debited upon delivery for the amount of these items; wherein for good reasons it was understood not to fulfill the requested flintlocks, gunpowder, 38 Thursday the 20th of June 1778 and to notify of the presentation of the arrived Governor. and lead, since the Council members judged that the King was still sufficiently provided with war supplies. For the rest, it was decided to make known to his Highness the accomplished presentation of the arrived Lord Governor Mr. Jacob Roeland Thomaszen as Governor and Director of the Moluccas, as well as the impending departure of the relieved Governor Valckenaer, with a further request to prepare the letter and gifts for Their High Mightinesses in good time and send them hither, so that the Council may have the opportunity to ship the same with the vessel West Friesland. Thus done and resolved at Ternate in Fort Orange on the date written above. Was signed: P. C. Valckenaer, C. R. Thomaszen, G. C. Meurs, J. Stephanus, H. A. Johnson, G. W. van Renesse, and Roene Koenes. 39 The Honorable Senior Merchant and Fiscal Resumption of the documents of the performed extirpation at Rifoere and Majaa the Company's report and account at nine o'clock in the morning, meeting of the Council of Policy. Present: Governor and Director Mr. Paulus Jacob Valckenaer, Governor and Commander-in-Chief Mr. Jacob Roeland Thomaszen, The Senior Merchant Godfried Carel Meurs, The Military Captain Joseph Stephanus, The Merchant Hendrik Ambrosius Johnson, Junior Merchant and sitting Member Gerardus Willem van Renesse, and Secretary Roene Koenes. Absent: Johan George van Raesveld. Thursday the 9th of July 1778. After the handling of the common and secret affairs, the Lord Governors produced the Journal, Compendious Report, and Account Current, which were delivered to their Honors by the former commissioners of the accomplished spice extirpation on the islands of Tafoero and Meao, Sergeant Johan Rutger Heubelman and the Burgher Sergeant Thomas Florijn; which papers having then been read, the Compendious Report was found to be of the following content: Compendious Report To the Honorable Senior Merchant

Dutch transcription

36 den 23: Excuse voor Lofman rescriptie op de vergun„ ning van specerijen tot den. de verzekering dat eene dusdanige verdediging den koning nog meer tegens dien onderofficier zoude verbitteren: alwaarom verstaan is hier op eenelijk in generale bewoordingen te antwoorden, dat zijn Hoogheits misnoegen te „gens Lofman den Raad Leed was, en dat hij daarom met na druk ver„ „maant zoude werden om hem (koning de verschuldigde eerbied te bewijzen, met verdere te kennen gave, hoe de Raad niet zonde vinden dat Lofman misdaan hadde door de Exrstirpatie van Batoe Pinjoe zonder eenig uitstel te ondernemen, aangezien hem zulks door deze Regeering gelast was, waar door hij misschien geen tijd gehad hadde om zijn Hoogheit hier van kennisse te geven; waar bij den vorst ook in ernstige termes zoude werden vertoont, dat zoo hij den gemelden ouderofficier behulpzaam was geweest om Ategou op te pakken hij veel beter gedaan zoude hebben als dezen knaap tegens de ordres van Hun Hoog Edelheden, in den wil der Molukse Regeering aan te houden, en dan nog te klagen dat Lofman sol„ „daten hadde uitgezonden om Ategou te arresteeren, waar in hij vol„ „gens zijn Eed en pligt was te werk gegaan. De Raadsleden besloten mede in korte bewoordingen, over dit onderrerp, bij de rescriptie aan te haalen, dat een sergeant als Lofman een al te gering Dienaar was om een Moluks koning bij een Gouverneur in een quaadblaadje te brengen; want dat zijn Hoogheit moeste bedenken dat een Gebieder hier geen gehoor gaf aan allerhande praatjes en Rapporten, maar eenlijk te werke ging na duidelijk en overtuigende bewijzen, zoo dat hij dezen onderofficier ten onregte verdagt hielt, als die den Raad nimmer onwaarheden pleeg overte schrijven. Buiten des zoude zijn Hoogheit ook verwittigt werden, dat indien de Medicijn te mogen hou„ Hollandse Erstirpateurs de Batchianse onderdanen wezentlijk ver„ „gunt e 37 Junij 1778 in 'skonings verzoek ten de„ Een bewilligt „gunt hebben om eenige specerijen tot medicijn te mogen med nemen, zulks eene zeer slegte en strafbare gewoonte is geweest, waar in deze Dienaren hun Ampt en pligt onbetristbaar hebben te buiten gegaan, en welke usantie daarom absoluit afgeschaft diende te werden, wes„ „halven de afgave van specerijen aan de Batchianse onderdanen op eene zware straffe aan de Commissianten en Hollandse Militai„ „ren zal werden verboden, gelijk men den Koning ook vermanen zal zijne onderdanen te gelasten om van deze schadelijke gewoonte aftezien, en voortaan nimmer specerij vrugten van de Hollandse Exstirpateurs dan wel van hunne mede helpers te vorderen. Bij gelegentheit van het gehouden gesprek over des konings ver„ „zoek om 1000: Rd„s te mogen leenen, herinnerden zig de Raadsleden dat Hunne Hoog Edelheden jaarlijks zeer sterk op de vereffening der Schúlden van de Molúkse vorsten bleven aandringen, alwaarom besloten wierd des Konings vollen Eisch niet in te willigen, maar hem egter tot voorkoming van openbaare verwijdering een gedeelte van de gevorderde Contanten en benodigtheden bij te zetten en dus te gerieven met 250: Rd„s aan Contanten. 20: p„s Guinees gem: gebl: Cust, en 20: „ Moerissen bruin blauw. Het welk zijn Hoogheit met de aanstaande goede maande prauw zal werden toegezonden, zullende des vorsten reekening bij de Leverantie, voor het bedragen van dit een en ander belast werden; waar bij om reden verstaan wierd om de gevorderde snaphanen, Bustmit 38 Donderdag en de voorstelling van de aan„ te verwittigen den 20 Junij 173 „truit en Loot niet te voldoen, vermits de Raadsliden oordeelden dat de Koning nog genoeg van oorlogs behoeften voorzien was. Voor het overige is besloten om de volbragte voorstelling van den gekomen Heer Gouverneur Heer M„r Jacob Roeland Thomaszen als Gouverneur en Directeur der Moluccos zoo wel aan zijn Hooghsit bekent te maken, als het aanstaand vertrek van den verlosten Gouverneur Valckenaer, met verder verzoek om de brief en geschenken voor Hun Hoog Edel„ „heden bij tijds in gereedheit te brengen en herwaarts te zenden, ten einde de Raad gelegentheit hebbe dezelve met het schip west Fris„ „land, te kunnen afscheepen. Aldus gedaan ende Geresolveert tot Ternaten in't Casteel Orange dato voorschreven /:was getekent:/ P: C: Valckenaer, C: R: Thomaszen, G: C: Meurs J: Stephanus, H: A: Johnson, G: W: van Renesse en Roene Koenes. - 39 Den welEdelen Agtbrm eera gan „ koopman en Fiscaal Resumptie der schriftkaen van de gedanne Extirpatie te Rifoere en Majaa 's Compagrdie us B verigten rekening 's morgens te negen uuren vergadering van Politie Present Gouverneur en Directeur D„ Paulus Jacob Dalckenaer Gouvrner en dietenden Maliar M„r Jacob Roeland Thomaszen, Godfried Carel Meurs, Den p„le Opperkoopman Joseph Stephanus, „ Capitain Militair „ koopman - - - - - - Hendrik Ambrosius Johnson, ondertopmanen slij etendn Gerardus Willem van Renesse, en _„o Secretaris Roene Roenes Dempto Johan George van Raesveld. Donderdag den 9„e Julij 1778. Na de verhandeling der gemeene en secreete zaken produceerden 9 de Heeren Gouverneurs het Dagverhaal, Compendicus Berigt en Rekening Courant, die Hun Edelens zijn overgelevert door de gewezene Commissianten van de volbragte specerij Eixstirpatie op de Eilanden van Tafoero en Meao den Sergeant Johan Rutges Heubelman, en den Burger Sergeant Thomas Florijn; welke papieren daar op gelezen zijnde, wierd het Compendieus Berigt van den volgenden inhoud bevonden:/ Compendieus Berigt den wel Edelen Agtbaren Heer aan konand

NL-HaNA_1.04.02_3529_0808 view scan ↗

English

The 9th. Drawn up and submitted to the Right Honorable Master Paulus Jacob Valckenaer and Master Jacob Roeland Thomaszen, Governors and Directors of the Moluccas, by the former Commissioners on the lost and resumed extirpation expedition to Tafoere and Mejao, Johan Rutger Heubelman and Thomas Florijn. To now give a brief report of the commission assigned to us, which was so weighty and of the highest importance to the Company, we shall have the honor to note at the outset: that on the 26th of the month of December anni praeteriti, after receiving your Right Honorable's most venerated Instructions, we set out on our voyage from the roadstead here in the company of the native chiefs with the vessels of the King of Ternate; in the beginning this expedition was accompanied by disasters and adversities, for three days after our departure from here the vessels were already helpless, which caused an expenditure of: 1 piece salempoeris broad blue Coast, and 12 jugs of Arrack, see Journal page 2. The necessary repairs having been made to those hulls, we tried to continue our journeys, but struggled from the 5th to the 7th of January, when in the evening, due to a heavy thunderstorm from the northwest, we sailed two and a half miles from the island of Tafoeri, drifted from there to below the Gura Itjes, and found our rations as well as the provisions of the natives soaked by the incoming seas. On the 9th of that month, searching for what was lost, a weakness came over the natives, who were 70 heads strong and had been deprived of their food by the sea, which caused an expenditure of: 3 rixdollars in cash, and 6 jugs of Arrack, to be seen in more detail on page 3 of our journal. These seamen now having been provided for, they began rowing with fresh courage and brought us as far as Dodingo, where after inspecting the rations the rice was found to be spoiled, which defect gave occasion to send the soldier Jan Matthijs to Ternate in order to request, Right Honorable Commanding Lords, restitution of that grain and the provision of another month of rations. Having received these items, we resumed the journey and joyfully came to anchor for the second time at Sahoe on the 19th; but alas, this joy was quickly turned into sorrow. We lay as if banished under this island; the fierce wind and rough sea kept the door shut to us, and the sickness among the natives, who had come to rest, kept our hands tied and gave occasion for a disbursement of: 8½ jugs of Arrack, and ¼ piece Guinees common bleached, pursuant to page 4 of the Journal. Yet on the 26th of January we finally got under sail and roamed around at sea until the 29th, when in the evening we came to an anchorage at the Gura Itjes; the next day we departed from there and anchored on the 3rd of February at Sidangolij. Observing the aforementioned adversities and expecting no better opportunity, it was resolved to let our experiences be communicated to the head among the aforesaid rulers; for which purpose the Commissioner Florijn undertook the journey to Ternate, from where he returned on the 7th of February with orders to continue our Commission. Having imparted this news to the natives, their laments of famine began; to now achieve your Right Honorable's objective, we could not avoid assisting them with: 3 rixdollars in cash, for the purchase of Sago and fish, page 6. After obtaining their victuals, they rowed and paddled with such zeal that, after some struggling, with the help of the sails we came to anchor near the island of Loloda on the 18th, and from there, in the hope of finally reaching our destined place, got under sail on the 21st; but not long thereafter the northwest wind, accompanied by a downpour of rain, was so violent that with a broken rudder, torn sails, and the vessel full of water, we had to drift about in mortal fear of sinking and abandon the kora-koras; yet God's hand coming to our aid in this, our vessel was repaired and we caught sight of Ternate, where during the night we came to anchor in the roadstead through the Gat of Noorwegen, and made our experiences known the following morning to the Honorable Governor Valckenaer. We remained here until the 21st of the month of March, when, after receiving the rations and crew, we began this expedition anew and came to anchor at Sidangolij, from where we departed on the 25th and anchored on the 3rd of April in the south-southwest bay of Mejao. Having now finally arrived at that spice-bearing island, we

Dutch transcription

den 9: D„ Paulus Jacob Valckenaer, en Opgestelden overgegeven Aan den Wel Edelen Agtbaren Heer M:r Jacob Roeland Thomaszen Gouverneurs en Directeurs der Moluccos. Door de gewezene Commissianten op de verlorene en weder hervatte Castrpatie Togt te Tafoer: en Mejao, Johan Rutger Heubelman en Thomas Florijn Om nu in 't kort verslagte doen van de aan ons zoo zwaarwigtige en voor de Compagnie hoofst aangelegene opgedragene Commissie, zullen wij de eere hebben met aanvang te noteeren; dat wij op den 26. der maand De„ „cember anni praeteriti, na ontfang van uwel Edele Agtbare zeer gevenereerde Instructie ons in geselschap der Inlandse Hoofden met de vaartuigen van Ternaats koning van de rheede alhier en op reis begeven hebben; in den beginne was deze togt deze sogt verzelt van rampen en tegenspoeden, want drie dagen na ons vertrek van hier waren de vaartuigen reets reddeloos en veroordakte en uitgaven van 1: p„s salempoeris br: bl: Cust, en 12: kannen Arak, vide Dagverhaal pagina 2. De noodige reparaties aan die kielen gedaan zijnde, probeerde wij onze reizen te vervolgen, maar zukkelden van den 5. tot den 7. Januarij, wanneer men 's avonds door eenen zwaaren donder uit het N: W: twee en een half mijl van 't Eiland Tafoeri zeilde, van daar tot onder de Gura Itjes dreeven en onze randsoenen zo wel als der Inlanderen mond spijcen door de ingeslagene zeien nat bevonden. Den 9. dier maand het verloorene weder op zogtende, kwam een zwakte onder de Inlanders die 70. koppen sterk en door de zee van hun kost berooft waren, t' geen eene Uitgave verwekte van 3: rd„s Contant, en 6: kann: Arak, breeder te zien pag: 3. van ons dag verhaal deeze zeelieden nu verstrekt zijnde gingen zij met eenen frisse moed aan het roeijen en bragten ons tot op Dodingo daar men na visentatie der vandsoe„ „nen de Rijs onbruikbaar bevonden, welk manquement aanleeding gaf om den soldaat Jan Matthijs naar Ternaten te zenden ten einde Wel Edele Agtbare Gebiedende Heeren! restitutie 41 restitutie van dat gaan en verstrekking van nog een maand randsoen te verzoeken, Dit een en ander ontfangen hebbende hervastende de reise en quamen met vreugde op den 19„e voor de tweede maal op sahoe ten anker, maar helaas deze vreugde was schielijk in droefheit verandert, wijlaagen als verbannen on„ „der dit Eiland de felle wind en woeste zee hield ons de deur geslooten en de ziekte onder de Inlanderen, die tot rust gekomen waren, kield ons de kanden gebonden en gaf aanleiding tot eene verstrekking van 8½. kann: Arak en —¼ p„s Guinees Gem: Gebl:, ingevolge pag: 4: van het Dagverhaal. Dog den 26. Januarij geraakten wij eindelijk onderzeil en zwerfde tot op den 29: op zee rond toen men des 's avonds aan de Gurastjes ter houw komen; daags daar aan vertrokken wij van daar en ankerde den 3. Februarij op Sidangolij. Voorschreevene tegenspoeden opmerkende en geene beetere gelegenheid te gemoed ziende, resolveerde men om ons weder varen aan den inden Hoofden dezes eerst gemelden Gebieder te laten communiceeren; tot welke verrigting de Commis„ „siant Florijn de reise na Ternaten aannam, van waar hij op den 7. Februarij retoerneerde met ordre om onze Commissie voort te zetten: deze tijding aan den Inlander bedeelt hebbende naamen kunne klaag liederen van hongers„ „nood eenen aanvang; om nu zijn wel Edelen Agtbaren oogmerk te berei„ „ken konden wij 't niet af van hen lieden met 3. rd„s aan Contanten, tot den inkoop van Sagoe en vis te assisteeren, pag: 6. Nat het aanschaffen hunner mondbehoefte roeiden en pangaaij den zijlieden met allen ijder sodanig dat men na eenig zukkelen met behulp der zeilen den 18. daar aan bij het Eiland Loloda voor anker quamen, en van daar in hoope van dog eens op onze gedestineerde plaas te komen, gingen den 21: on„ „derzeil, maar niet lange daar na was de N: W: wind verzelt van eenen stort reegen zoo vehcement dat wij met een stukkend roer, gescheurde zeilen en het vaartuig vol water in alle angst van te zinken moesten heen drijven, en de Corra Corras verlaten; dog de hand Gods hier op te hulp komende, wierd ons vaartuig hersteld en kreegen Ternaten in't gezigt daar men 's nagts door het gat van Noorwegen op de rheede ten anker quamen, en ons we„ „der varen aan den Agtbaren Heer Gouverneur Valckenaer de 's morgens bekent maakten. Wij verdoefden hier tot op den 21. e der Maand Maart wanneer men na den ontfang der Randsoenen en manschap deeze Togt op nieuw aanfingen en op Sipangolij ten anker quam daar men den 25. van daan vertrok„ „ken en den 3. April in de Z: Z: W: Boet van Mejao ankerde. — Nu eindelijk op dat specerij geelvend Eiland gekomen zijnde maakte men

NL-HaNA_1.04.02_3529_0810 view scan ↗

English

To Paulus Jacob Valckenaer Drawn up and submitted to the Right Honorable Jacob Roeland Thomasz Governors and Directors of the Moluccas. By the former Commissioners on the lost and renewed extirpation expedition to Tafoeri and Meyao, Johan Rutger Heubelmann and Thomas Florijn. To now give a brief report of the commission assigned to us, which was so arduous and of the highest importance for the Company, we have the honor to begin by noting: that on the 26th of December of the past year, after receiving your Right Honorable's very [illegible] instruction, we, in the company of the native chiefs, set out on our voyage with the vessels of the King of Ternate from the roadstead here; but this expedition was accompanied by calamities and adversities, for three days after departing from here the vessels were already disabled and caused an expenditure of 1 piece of salampores, brown blue Coast, and 12 cans of arrack, see Journal, page 2. The necessary repairs having been made to those keels, we tried to proceed, but struggled from the 5th to the 7th of January, when with a heavy thunderstorm from the northwest, two and a half miles from the island, we drifted from there to below the Gura Itjes, and found our rations as well as the provisions wet from the shipping of water. On the 9th of that month, while searching for what was lost, a party of natives arrived, 70 men strong, who were deprived of their food by the sea, which caused an expenditure of 3 rixdollars in cash, and 6 cans of arrack, as seen in further detail on page 3 of our journal. The seamen having now been provided for, they began to row with fresh vigor and brought us as far as Dodingo, where upon inspection the rice was found to be unusable, which shortage necessitated sending the soldier Jan Matthijs to Ternate to request from the Right Honorable Commander [illegible] July 1778 41 restitution of that grain and the provision of another month of rations. Having received both, we resumed the journey and arrived with joy at Sahoe on the 19th, anchoring for the second time; but alas, this joy quickly turned to sorrow. We lay as if banished beneath this island; the fierce wind and wild sea kept the door closed to us, and the illness among the natives, who had come to a rest, kept our hands tied and gave cause for a disbursement of 8 and a half cans of arrack and one quarter piece of Guinea cloth, medium bleached, according to page 4 of the Journal. Yet on the 26th of January we finally got under sail and drifted about at sea until the 29th, when in the evening we came to anchor at the Gura Itjes; the following day we departed from there and anchored on the 3rd of February at Sidangolij. Observing the aforementioned adversities and expecting no better circumstances, it was resolved to communicate our experiences to the aforementioned ruler through the native chiefs; for which undertaking Commissioner Florijn undertook the journey to Ternate, from where he returned on the 7th of February with orders to continue our commission. Having shared this news with the natives, their lamentations of famine began; to now achieve your Right Honorable's objective, we could not avoid assisting them with 3 rixdollars in cash, for the purchase of sago and fish, page 6. After procuring their provisions, they rowed and paddled with all diligence, such that after some struggling, with the help of the sails, we came to anchor on the 18th following near the island of Loloda, and from there, in the hope of finally reaching our destined place, we set sail on the 21st; but not long after, the northwest wind was accompanied by a downpour of rain so violent that, with a broken rudder, torn sails, and the vessel full of water, we had to drift away in utter fear of sinking and abandon the kora-koras; yet the hand of God coming to our aid, our vessel was repaired and we caught sight of Ternate, where at night we came to anchor in the roadstead through the passage of Noorwegen, and made our experiences known to the Honorable Governor Valckenaer the following morning. We remained here until the 21st of the month of March, when, after receiving the rations and crew, we began this expedition anew and came to anchor at Sibangolij, departing from there on the 25th, and on the 3rd of April anchored in the southeast-west bight of Mejao. Having now finally arrived at that spice-bearing island, we made 6

Dutch transcription

D„ Paulus Jacob Valckenaer Op gesteld en overgegeven Aan den Wel Edelen Agt M:r Jacob Roeland Thomasz Gouverneurs en Directeurs der Moluccos. Door de gewezene Commissianten op de verlorene en weder Eastirpatie Togt te Tafoeri en Meyao, Johan Rutger Heubelma Thomas Florijn Om nu in 't kort verslagte doen van de aan ons zoo zwaarw voor de Compagnie hoofst aangelegene opgedragene Commissie de eere hebben met aanvang te noteeren; dat wij op den 26. der „cember anni praeteriti, na ontfang van uwel Edele Agtbare ze„ Instructie ons in geselschap der Inlandse Hoofden met de vaa„ Ternaats koning van de rheede alhier en op reis begeven hebben; ind deze togt deze togt verzelt van rampen en tegenspoeden, want drie dagen na van hier waren de vaartuigen reets reddeloos en veroordakte en uitg 1: p„s salompoeris br: bl: Cust, en 12: kannen Arak, vide Dagverhaal pagina 2. De noodige reparaties aan die kielen gedaan zijnde, probeerde wij vervolgen, maar zukkelden van den 5. tot den 7. Januarij, wanneer me„ eenen zwuaren donder uit het N: W: twee en een half mijl van 't Eila van daar tot onder de Gura Itjes dreeven en onze randsoenen zo wel d„ mond spijcen door de ingeslagene zeien nat bevonden. Den 9. dier maand het verloorene weder op zogtende, kwam een zo Inlanders die 70. koppen sterk en door de zee van hun kost berooft eene Uitgave verwekte van 3: rd„s Contant, en 6: kann: Arak, breeder te zien pag: 3. van ons dag ver zeelieden nu verstrekt zijnde gingen zij met eenen frisse roeijen en bragten ons tot op Dodingo daar men na visente „nen de Rijs onbruikbaar bevonden, welk manquement om den soldaat Jan Matthijs naar Ternaten te zend Wel Edele Agtbare Gebiedende A den Julij 1778 41 restitutie van dat gaan en verstreking van nog een maand randsoen te verzeeken, Dit een en ander ontfangen hebbende hervattende de reise en quamen met vreugde op den 19„e voor de tweede maal op sahoe ten anker, maar helaas deze vreugde was schielijk in droefheit verandert, wij laagen als verbannen on„ „der dit Eiland de felle wind en woeste zee hield ons de deur geslooten en de ziekte onder de Inlanderen, die tot rust gekomen waren, kield ons de handen gebonden en gaf aanleiding tot eene verstrekking van 8½: kann: Arak en —¼ p„s Guinees Gem: Gebl:, in gevolge pag: 4: van het Dagverhaal. Dog den 26. Januarij geraakten wij eindelijk onderzeil en zwerfde tot op den 29: op zee rond toen men des 's avonds aan de Gura Itjes ter houw komen; daags daar aan vertrokken wij van daar en ankerde den 3. Februarij op Sidangolij. Voorschreevene tegenspoeden opmerkende en geene beetere gelegenheid te gemoed ziende, resolveerde men om ons weder varen aan den inden Hoofden dezes eerst gemelden Gebieder te laten communiceeren; tot welke verrigting de Commis„ „siant Florijn de reise na Ternaten aannam, van waar hij op den 7. Februarij retoerneerde met ordre om onze Commissie voort te zetten: deze tijding aan den Inlander bedeelt hebbende naamen kunne klaag liederen van hongers„ „nood eenen aanvang; om nu zijn wel Edelen Agtbaren oogmerk te berei„ „ken konden wij 't niet af van hen lieden met 3. rd„s aan Contanten, tot den inkoop van Sagoe en vis te assisteeren, pag: 6. Nat het aanschaffen hunner mondbehoefte roeiden en pangaaij den zijlieden met allen ijver sodanig dat men na eenig zukkelen met behulp der zeilen den 18. daar aan bij het Eiland Loloda voor anker quamen, en van daar in hoope van dog eens op onze gedestineerde plaas te komen, gingen den 21: on„ „derzeil, maar niet lange daar na was de N: W: wind verzelt van eenen stort reegen zoo vehcement dat wij met een stukkend roer, gescheurde zeilen en het vaartuig vol water in alle angst van te zinken moesten heen drijven, en de Corra Corras verlaten; dog de hand Gods hier op te hulp komende, wierd ons vaartuig hersteld en kreegen Ternaten in 't gezigt daar men 'snagts door het gat van Noorwegen op de rheede ten anker quamen, en ons we„ „der varen aan den Agtbaren Heer Gouverneur Valckenaer de 's morgens bekent maakten. Wij vertoefden hier tot op den 21. ' der Maand Maart wanneer men na den ontfang der Randsoenen en manschap deeze Togt op nieuw aanfingen en op Sibangolij ten anker quam daar men den 25. van daan vertrok„ „ken en den 3. April in de Z: E: W: Boot van Mejao ankerde. Nu eindelijk op dat specerij geewvend Eiland gekomen zijnde maakte men 6

NL-HaNA_1.04.02_3529_0812 view scan ↗

English

42 the 9th: quantity of uprooted trees their samples burned all preparations for the beginning of that momentous work, and, pursuant to the journal pages 8 and 9, got to work on Saturday the 10th of April, which continued in all zeal and diligence until the 16th of May, when the specification, see pages 9, 12, was recounted and found on the island of Majao to have uprooted 16 fruit-bearing, and 497 sapling, or together 513 clove trees. Having cleared the forests there of that fragrant crop, we departed for Taffoeri, where we arrived by slow degrees on the 22nd and 23rd, and after inspecting the forests, yet without discovering any spice sprouts, departed from there again and on the 26th anchored there in the Ternate roads. Having set down here all the most remarkable particulars, we shall take the liberty to refer in all humility to the accompanying Journal and Current Account, which we hope may enjoy Your Honorable Worships' favorable approval; likewise that, in addition to the unavoidable expenditures made per Current Account, we may be provided the wages for each 4, or eight hired laborers employed in total, who carried our baggage from the 11th of April to the 13th of May, or 32 days in total that we extirpated, Rds 32:—:— page 14. In the hope of having accomplished our commission to the satisfaction of Your Honorable Worships, we arrogate to ourselves the honor of writing. beneath stood: Right Honorable Worshipful Commanding Lords. lower: Your Honorable Worships' humble and bounden servants. was signed: Johan Rutger Heubelman. in the margin: Ternate in Castle Orange, the ... June 1778. Whereby it was noticed that on Tafoero, after an exact inspection, no spice trees were found, but that on the island of Meao from the 11th of April to the 16th of May, and thus in the time of 35 days, a quantity of 513 clove trees had been felled and uprooted, namely 16 fruit-bearing, and 497 saplings or young trees, of which the brought-in samples were subsequently examined in the assembly, whereupon it was found from the measurement of the largest clove trees that the same were 3¾ cubits thick in circumference, in proof that this timber must have stood there a very long 43 July 1778 the oath taken by the extirpators and their request granted by the Council time; after which all these samples of clove fruits, leaves, and bark were burned by the Members Stephaan and Johnson, and by van Renesse as fiscal pro interim; it being very pleasing to the Council members that this wild and uninhabited island of Tafoero was now also cleared of the clove crop growing there, since the native is thereby deprived of the opportunity to make himself master of the fruits of these spice trees at that place. Hereupon the Commissioners were summoned inside, whether they had often looked to the work in person and had taken care that all the found fruits, both ripe and unripe, were burned and the stumps of the felled trees cleft crosswise; and whether they could confirm all this with a solemn oath! whereto having answered yes, the oath was subsequently taken by both of them into the hands of the Governor. The Corporal and the common extirpators declared hereafter, upon the questioning of the Governor, that they had faithfully noted down and reported the uprooted clove trees in their daily reports, had burned the fruits, and had cleft the stumps of the felled trees crosswise, professing to be able to confirm the same under oath, as also subsequently took place, each of them having taken the oath according to the custom of his religion. When these solemnities were performed, deliberation was held over the requests of the Commissioners, which they came to make in their report, whereupon it was resolved to have paid to them from the Company's petty cash the wages of eight hired laborers who were employed for carrying the baggage and other services, and this from the 11th of April to the 13th of May, being the time of 32 days, and thus amounting to a sum of 32 Rds. Furthermore it was also found good to have reimbursed to the Commissioners the following cash, linens, and arrack, as: Current Account, of receipts and expenditures on the Extirpation Cash money Rds: Salempores blue: Guinea cloth bleached: Arrack cans: Ship's muskets: Pedakken: Axes: 1777 22nd December to the receipt according to Warrant: —: 2: ½. 20: 150: 25: 25. 1778 16th May to the credit exceeding debit of this Account: 35¾. 3. — ¼. 33: —: —: —. which we have disbursed more than received, we humbly request that Your Honorable Worships will be pleased to cast a favorable reflection upon these unavoidable expenditures made by us of the utmost necessity, and to have the same reimbursed to us. Ternate the Total: 32¼ 5¼ 53. 150 25: 25. 34¼ Rds 43

Dutch transcription

42 den 9: quantiteit der uitgeroerde boo„ men dies monsters verbrand men alle praparaties tot den aanvang van dat zwaarwigtig werk en geraakte in gevolge dagverhaal pag: 8 en 9: op Saturdag den 10: April aan den Arbeid, 't geen in allen ijver en vlijt doorging tot op den 16. Meij, wanneer men de specificatie vide pag: 9: 12. na telde en bevonden op 't Eiland Majao. 16. vougt, en nuu d zin tebleg, of te zamen 513. Nagel boomen te hebben uitgeroert. De bosschen aldaar van dat geurig gewas gezuivert hebbende vertrokken wij naar Taffoeri daar men zukkelen der hand op den 22: en 23. arriveerden en na 't visenteeren der Bosschen, dog zonder specerij spruiten te outdekken, weder van daar vertrokken en den 26. daar aan de Ternaatse rheede bezeilden. Hier al het merkwaardigste ter neder gesteld hebbende, zullen wij de vrijheit gebruiken ons in alle onderdanigheit te refereeren aan het hier nevens gaande Dagverhaal en Rekening Courant dewelke wij hopen dat Uwel Edele Agtbarens gunstige approbatie zullen mogen genieten; zoo mede dat aan ons nevens de gedaane onvermijdelijke uitgaven bij rekening Courant zal mogen werden verstrekt, de huurpenningen voor ieder 4. of agt te zamen gebruik te huurlingen, die, onze bagagien, van den 11. April tot den 13. Meij of 32. dagen zamen, dat wij oxtirpeerde, gedra„ „gen hebben, rd„s 32:—: — pag: 14. Inhoope van onze Commissie ten genoege van Uwel Edele Agtbare te hebben volbragt, matigen wij ons de eere aan van te schrijven. /:onderstond:/ Wel Edele Agtbare Gebievende Heeren. /:lager:/ Uwel Edele Agtbarens onderdanige en trouwschuldige Dienaaren /:was getekent:/ Johan Rutger Heubelman /:in margine:/ Ternaten in 't Casteel Orange den. . . . Junij 1778. Waar bij ontwaart wierd, dat er op Tafoero na eene oxacte visitatie geene specerij bomen gevonden, dog dat op het Eiland Meao van den 11:e April tot den 16. Meij, en dus in den tijd van 35 dagen waren omgevelt en tut„ „geroeit een quantiteit van 513. Nagelbomen, te weten 16: vrugt, en 497: Tel of jonge bomen, waar van de aangebragte Monsters ver„ „volgens in de vergadering wierden onderzogt, wanneer uit de maat der grootste Nagel boomen bevonden is, dat dezelve 3¾ ellen in den omtrek dik zijn geweest, ten blijke dat dit geboomte daar zeerlang gestaan 43 Julij 1770 den Eed door de Extirpateurs af„ gelegt en hun verzoek door de Raad toegestaan gestaan moet hebben: waar na alle deze monsters van Nagel vrugten, laden en basten door de Leden Stephaan en Johnson, en door van Renesse als prointerim Fiscaal zijn verbrand: zijnde het de Raadsleden zeer aangenaam dat dit woeste en onbewoonde Eiland Tafoero vu mede van het daar, op geroeiend Nagel gewas was gezuivert, aangezien den Inlander daar door de gele„ „gentheid is benomen om zig te dier plaatzen van de vrugten dezer specerijbomen meester te maken. Hier op wierden de Commissianten binnen geschild, dik wils zelfs in persoon naar 't werk gezien, en zorge hadden gedragen dat alle de gevordene vrugten zoo rijpe als onrijpe verbrand en de stompen der omgehouwene bomen in het kruis doorklooft waren; en of zij dit alles met solemneelen Eede konden bevestigden! waar op ja geantwoord hebbende, wierd den Eed vervolgens door hem beide aan handen van den Heere Gouverneurs afgelegt. De Corporaal en de gemeene Exstirpateurs verklaarden hier na op de afvraage der Heeren Gouverneurs, dat zij de uitgeroei„ „de Nagelbomen bij hunne dagelijkse rapporten getrouwelijk aan„ C „getekent en opgegeven, de vrugten verbrand en de stompen der omgevelde bomen in het kruis hadden doorkloofd, betuigende het zelve met eede te kunnen bevestigen, gelijk vervolgens ook geschiede, heb„ „bende een ieder van hun den Eed afgelegt na den gebruike zijner Religie. Als deze plegtigheden verrigt waren, wierd gedelibereerd over der Commissianten verzoeken, die zij bij hun berigt komen te doen, waar op verstaan is uit Compagnies kleine kas aan henlieden te laten verstrekken het loon van agt huurlingen die tot het dra„ „gen 1„ den 9: „gen der bagagie en andere diensten zijn gebruikt, ende zulks van den 11:e April tot den 13. Meij, zijnde den tijd van 32. dagen, en dus bedragende eene somma van 32: Rd„s. Wijders wierd ook goed gevonden aan de Commissianten te laten restitueeren de volgende Contanten Lijwaten en Arak, als: Reekening Courant, van ontfang en nitgare op de Eestrpatie Cantan, Salomp: Guin„e Arak scheop Pedak, Bij„ „ten penn: brum gem: Apij Snaphan, ken Een Rd„ bland geblj: kan: otin : S:S bui —: 2: ½. 20: 150: 25: 25. 1777. 22.:e December à den ontfang volgens Ordonnantie 1778. 16. Meij „ het meeder Credit dan Debit dezer Rekening - - . . 35¾. 3. — ¼. 33: —: —:—. dewelke wij meerder hebben verstrekt dan ontfangen, verzoeken ootmoedelijk dat Uwel Edele Agtbaren eene Gun„ „stige reflectie op deze onvermijdelijke en door ons zeer hoognodi„ „ge gedaane uitgaven zullen gelieven te slaan en dezelve aan ons te laten restitueeren. Ternaten den Somma - - - - - - 32¼ 5 /4 53. 13025: 25. 34¼ Rd„s 43

NL-HaNA_1.04.02_3529_0815 view scan ↗

English

July 1778 45 34¾ Rds. in cash, 3 pieces Salempouris brown blue, ¼ piece coarse bleached, and 33 jugs of arrack, which one and all they have demonstrated to the satisfaction of the Council in their current account to have disbursed more than they received, which further appeared from the following account: Expedition to Tafoero and Mejao, by the Commissioners Johan Rutger Heuvelman and Thomas Florijn. Cash, Salempouris Guineas Arrack Sharp Pedaks Axes Rds. br. bl. coarse bl. jugs musket cartridges pieces pieces 1777: December 29th for what was supplied to a native on Sahoe for repairing our vessels which were damaged by the heavy seas, see Daily Register page 2 1 piece 12 jugs 1778: January 8th for what was supplied to 70 of our native sailors, who were all very weakened and starved from endured hardships at sea, page 3 5 pieces for what was paid for a hired prahu with which the soldier Johannes Matthijs was dispatched from Dodingo to Ternate, page 3 5 Rds. for what was supplied to most of our native crewmen who were all plagued with severe pain in the joints and swollen legs, page 4 ¼ piece 8½ jugs February 3rd for paid hire of a scoop prahu with which Commissioner Florijn departed for Ternate, page 5 5 Rds. 9th do. for the purchase of baked sago and salted fish for our prahu handlers who were in famine, page 6 4¾ Rds. April 4th upon our arrival at the island Mejao, during the holding of the first meeting with the native, we distributed 4 jugs both see page 8. 5th do. during the construction of the shelters both for our lodgings and for the storage of rations etc., we distributed at the request of the natives, page 8 3 jugs 6 pieces 6th do. 11th do. for what was supplied, both to the native chiefs and to the two guides, on the occasion that they had been deep in the forest for the first time and destroyed spice trees according to old custom, page 9 3 pieces 2 pieces 6 jugs 12 cartridges 12th do. for what was supplied to the just mentioned natives upon discovery of a new clove plantation, also according to old custom, page 10 6 pieces 1 piece 4 jugs 22nd do. for what was supplied to the aforementioned chiefs and guides, upon conclusion of the spice inspection in the Mejao forests, likewise at their insistence and according to old custom, page 12 5 pieces 1 piece 6 pieces 2 pieces 2 axes 27th do. and expended 12 cartridges May 16th Further for the purchase of tobacco which one had to supply during the entire expedition at the continued insistence of the natives according to custom 3 Rds. do. for the supplied lint, plaster, and bandage cloth to the European extirpators ½ piece 6½ jugs for that which this account is more Debit than Credit 126 cartridges 23 pedaks 23 axes Which we request that with the pleasure of Your Honorable Worships may be refunded to us by the administrators; and that the supplied 2 pieces of axes, and 2 pieces of pedaks, together with the expended 24 cartridges may be written off. June 4th, 1778. /was signed/ Johan Rutger Heuvelman. Total 34½ Rds. 5 pieces 5¾ pieces 53 jugs 150 cartridges 25 pedaks 25 axes 717 46 The overdue board money granted. Whereas furthermore there was likewise nothing to remark concerning the remaining items of the account since frugality had been reasonably well observed therein, it was generally resolved to release the Commissioners from all further accounting of the cash, linens, and other Company goods given to them, but on the other hand to have them deliver back to the equipment yard and to the artillery: 23 axes, 23 pedaks, and 126 sharp musket cartridges, which goods they have left over from those received. Lastly, it was also resolved to allow the Commissioners, along with their subordinates, at their request, the enjoyment of their overdue board money from the beginning of the extirpation until their return; and this both according to old custom, and out of consideration that they carried out the spice inspection entrusted to them with diligence and zeal. Thus done and resolved at Ternate in Castle Orange on the date aforesaid /was signed/ J: J: Valckenaer, J: R: Thomaszen, G: C: Meurs, J: Stephaan, H: A: Johnson, G: W: van Renesse, and Koene Koenes. Before the reading and seen by Ph: Schilders July 9th, 1778 Gilrits 47 The Honorable Worshipful outgoing Governor and Director Paulus Jacob Valckenaer The Honorable Worshipful incoming Governor and Director of the Moluccas Mr. Jacob Roeland Thomaszen The senior merchant of the second rank Godfried Carel Meurs Captain of the Military Joseph Stephanus Merchant and Fiscal Johan George van Raesveld Hendrik Ambrosius Johnson Junior merchant Gerardus Willem van Renesse and Secretary Koene Koenes Report and current account of the Batjan extirpation expedition. The members being assembled together, there was directly read aloud the succinct report and the current account which, together with the journal of the expedition, were delivered to the Governors by the former Commissioners to the Obi Islands, Ensign Rokzien, Bookkeeper Sluiter, and Assistant Geel, whereupon it was resolved to insert the succinct report herewith in the following manner: Succinct Report regarding the spice extirpation carried out on the Obi Islands, respectfully delivered by the undersigned. Wednesday, August 26th, 1778, at nine o'clock in the morning, meeting of the Council of Policy. Present: all.

Dutch transcription

Julij 1778 45 34¾ Rd„s aan Contanten, 3. p„s Salempoeris br: bl: —¼ Gemeen gebl: en 33: kannen Arak, wek een en ander zij ten genoegen van den Raad bij hunne Rekening Courant hebben aangetoont, meerder uitgeschoten als ontfangen te hebben, t' geen nader bij de navolgende Rekening quam te blijken: Togt te Tafoero en Mejao, door de Commissianten Johan Rutger Heuvelman en Thomas Plorijn. Conter, Salom Guinas Arak scherpe Padak Bij„ „ten poeris gem Apij snaph: kon „ len Rd„s b: b: gb:s kam paton „s p„ 1777: den 29. Decemb: per het verstrekte aan eene Inlander op Sahoe, voor het repareeren onzer vaartuigen die door de zwaare zeën waren stuk geraakt, vide Dagregister ter pag: 2. . . . . . . . . — 1:— 12:—: —: — 1778: 8. Januarij per het verstrekte aan 70. onzer Inlandse zeevarende, die alle door uitgestaane fatigis op zee, zeer verzwakt en verhougert waren, Pag: 3 - - - - - - - - - - - - per het betaalde voor een gehuurde Prauw daar men de soldaat Johannes Mat„ „thijs mede van Dodingo na Ternaten de pecheerden, Pag: 3. – – — — — — 5: — — per het verstrekte aan de meeste onzer Inlandse scheepelingen die alle met zwaare pijn in de gerrigten en gezwollene beenen gequeld waren pag: 4 - - - - - - - —: —:¼ 8½ —: —: — 3: februarij per betaalden, huur eener schep prauw daar de Commissiant Florijn mede na Ternaten vertrok, pag: 5. - - - - - - - - - - -. - -. . . . - - - 5: —: —: —: —: —: — 9. do per den Inkoop van gebakkene sagoe en gezoutene vis voor onze inhon„ „gersnood zijnde prauw voerders Pag: 6. . . . . . . . . . . . . . . . . . 4. April bij ons arrivement op het Eiland Majao, onder het houden der Eerste ver„ „gadering met den inlander verschonken wij – – – - - - - - — — — 4: — — — beide vide pag: 8. onder het maaken der opstallen zoo tot ons Logies als tot berging der Randsoenen &=a hebben wij op verzoekt der Inlanderen verschonken Pag: 8. d„o 11: d„o per het verstrekte, zoo aan de Inlandse opperhoofden als aan de twee wegwijzers, bij gelegentheit dat men de Eerste zeer in 't bosch geweest en specerij boomen verniels hadden volgens -- - - - - - - - - -. 3: 2:— oude usantie, pag: 9. . . . .. per het verstrekte aan even gemelde Inlanders bij ontdekking van eenen nieuwe Nagel perk, mede volgens oud gebruik pag: 10.. . . — - per het verstrekte aan voornoemde Hoofden en wegwijzers, bij eindiging der specerij visite in de Mejaose Bosschen, insgelijks op hunne instantie, en naar oude ge„ „woonte Pag: 12 — — — - - - — -. Nog tot den inkoop van Toebak die men geduurende de geheele Togt op der Inlanderen aanhoudende instanties naar gewoonte hebben moeten verstrekken per het verstrekte pluzel Plijster en verbanddoek aan de Europeaanse Exstirpateurs — — —½ — — — — per het geene deze Rekening meerder Debit dan Credit is. - - - - - - — — — — 126: 23: 23. Die wij verzoeken dat met believen van Uwel Edele Agtbarens door ons aan de administre„ „teurs mogen werden gerestitueerd; en dat de verstrekte 2 p„s Bijlen, en 2 „ Pedakken, mitsgaders de verschootene. 24. „ Patroonen mogen werden afgeschreven. 4„e Junij 1778. /:was getekent:/ Johan Rutger Heubelman. „ 22: d„o 5:1:— 1 d„o 12: d„o en verschooten – – – – – – – – – – – – – – - — — — — 12. — -. . 4¾ —. —. — — —. — 3:—: — 6:—:—:— — — — 6½. — Somma - - - - 34½ 5:/¾ 53. 150. 25:25. 717 5. d„o „ „ 6: d„o „ 27: d„o d„o 16: Meij d„o „ „ 6: 1: — 4: — — - 6: 12:—:— 6: — 2: 2. — 3: — — — — — — — — — Vermits 46 het te goed hebbende kastgeld. toegelegt Vermits er wijders op de overige posten der Rekening mede niets te zeggen viel aangezien de zuinigheit daar bij redelijk wel was betragt, wierd generaliter verstaan de Commissianten van alle verdere verant„ „woording der aan hun mede gegevene Contanten, Lijwaten en andere Com„ „pagnies effecten te ontheffen, dog daar en tegen door dezelve weder op de Equipagie werf, en in de Arthillarij te laten afgeven. 23. Bijlen, 23. Pedakken en 126. scherp snaphaan patronen, welke goederen zij van de ontfangene hebben overgehouden. Laastelijk is nog verstaan om de Commissianten benevens hunne onder„ „horigen, op hunlieder verzoek toete staan het genot van hun te goed gehou„ „den kostgeld, zedert het begin der Exstiopatie tot hun te rug koomst; ende zulks zoo wel na oude usantie, als uit consideratie dat zij de hun aanver„ „trouwde specerij visite met vlijt en iever hebben ter uitvoer gebragt. Aldus gedaan ende Geresolveert tot Ternaten in't Casteel Orange dato voorschreven /:was getekent:/ J: J: Valckenaer, J: R: Thomaszen, G: C: Meurs; J: Stephaan, H: A: Johnson, G: w: van Renesse en. sloene Koenes. — Voor het op leezen & den 9: Julij 178 : Gilrits na gesien door Ph: Schilders 47 den wel d: Agtb: Heer afgaand „den welEd: Agtb: Veer aankomend berigt en rekening Courant van de Bathianse Cauigatietef gouverneur en Derecteur P=e Paulus Jacob Valckenaer gouverneur en directeur eer moluros M=r Jacob Roeland Thomaszen den 7„e opperkaomen ven seunde Godfried Carel Meurs . Joseph Stephanus „ Capitain militair „koopman en fiscaal Johan George Van Raesveld . Hendrik Ambrosius Johnson O onder veromen in sebij beket Gerardus Willem van Renesse en Koene Roenes _o „ sectetaris „ _o„ De Leden bij een vergadert zijnde wierden direct opgelezen het Compendieus Berigt in de Rekening Courant dewelke nevens het da„ „perhaal der togt aan de Heeren gouverneuts waren overgelevert door de besorg over het Compendicus gewezene Commissianten op de Oubise eilanden, den vaandrig Rokzien „ Boekhouder Sluiter, en assistent Geel, wanneer besloten wierd het Compendieus berigt bij dezer op volgen de weijze te inzereeren Compendieus Berigt, meijens de gedane specerij Extirpatie op de dubise Eilanden, door de ondergeteken „den in eerbied overgelevert— Woensdag den 26: Augustus 1770 's morgens te negen uuren vergadering van Politie 1 ie Present alle

NL-HaNA_1.04.02_3529_0818 view scan ↗

English

48 ditto Bazaar ditto sawaij the island gaiseo newly found the River Marassa. ditto saligie the mountain Tana-mera To the Right Honorable Gentlemen Paulus Jacob Valckenaer outgoing Mr Jacob Roeland Thomaszen incoming Governor and Director Together with The Council of the Moluccas Right Honorable Gentlemen and Sirs Bearing our respect to the kept and hereto annexed Daily Journal, the contents of which we hope will meet with your Right Honors' approval, we shall solely with relation to the extirpation of spice trees make known that on and around the following hills, Rivers and valleys there have been felled and destroyed a quantity of 31991 Nutmeg trees of all kinds, as we have the honor to show your Right Honors distinctly below, Namely: On the Island Iubij Mazoor Along the River Ouwie ditto Sant the streamlet Rinsak newly found work the River Engraij the stream Thomas the River galseuw mountain oendjoen Palla ditto Lamba kolla River boba ditto Leegoende ditto Damarradja ditto kloek ditto Nieke. ditto Popaja ditto walaoar the Island gomonio streamlet Oba ditto Joost ditto ta boedjoe ditto woeng ditto Poelo the Island nalla nalla stream slapperbaaij ditto Tallewoija ditto Ausoma these places have all been exactly searched but on the same no spice trees were found Transport Fruit-bearing Sapling trees 426 1580 246 1150 119 495 158 690 429 2046 205 1407 181 614 the 26th ditto Lemong 118 134 94 1 ditto 26th Aug:s 1778 Fruit On the Island Obielato Transport ditto Manga on Poelo Oubij Lattate nothing found - - - - Saplings 5000 26991 which added together - - - shows that during this expedition there was felled - - - - 31991 Nutmeg trees of all kinds Balimbin Along the stream salverve - - - - - - - - - - - - - 85 1057 708 4689 ditto Samatario - - - - - ditto Menter. - - - - - - - - - ditto Lagoendi - - - - - - - - - 195 1002 ditto baelatetta - - - - - - - - -- ditto Lemon. . . . - - - . ditto waringil - - - 71 640 770 2947 - . . . . . . . . From this specific demonstration it will appear to your Right Honors that during the Extirpation no other spices than Nutmeg trees were found, to which we also add that according to the tenor of the Instruction we have not failed to go frequently into the forests ourselves to take ocular inspection whether the Extirpation work was performed properly; further we have applied all trouble and diligence to accomplish this Commission according to the intention of your Right Honors, wherefore we have also several times held meetings with the Commissioners of His Highness the King of Batchian's Territories, where we have continually urged them to do their utmost best to help attend with all possible diligence and attention to the highly necessary Extirpation work that was commended and entrusted to us on this expedition; to achieve which aim we were often obliged to present these Native Chiefs with a small gift and to regale the common people with Tobacco and drams; through which we also had to incur extraordinary, unavoidable expenses, which we humbly request will be favorably approved by your Right Honors. While the undersigned humbly request your Right Honors that they may be credited the wages of eight hirelings at six stuivers per day each, as long as they were employed for carrying Baggage and other daily services amounting to 302:—: Rixdollars, reckoned from the 27th of September to the 26th of July last; item also 109: 12: Rixdollars and 151 jugs of Arrack which the undersigned, above the received Cash and Arrack, have disbursed and poured out during this Expedition in the most frugal manner. And lastly, that the undersigned may be discharged from all accountability for the supplied Linens, chopping axes, Pedaks, Arrack etc., which was distributed to the Natives as well as to the Malims as guides to facilitate and bring to good success this so highly important work; the one and the other being clearly demonstrated distinctly in the Account Current attached hereto: 223 1458 358 2694 497 2580 trees lastly Nutmeg Sapling 134 46 50 the 26th of the Extirpation Commissioners truth confirmed with oath Lastly, the humble Signers request that they, together with their subordinates who attended this expedition, may enjoy the board money that was suspended during this Commission. Trusting that we have accomplished this our entrusted Commission to the satisfaction of your Right Honors, we take the liberty to call ourselves with the greatest respect and High Esteem. below stood: Right Honorable Gentlemen and Sirs lower: your Right Honors' humble and dutiful Servants. was signed: I:s A:s Roksien in margin: Ternate in Castle Orange the 25th of August Anno 1778. It being thereby noted that on the islands Oubi Major and Oubi Lattoe in the time of Eleven months there were felled and destroyed a Number of 5000: Fruit Nutmeg trees and 26991: Sapling Nutmeg ditto Together amounting to a quantity of 31991: Nutmeg trees of all kinds: which Destruction began on the 27th of September of the past year and ended on the 25th of July of this Year, when the Extirpators were recalled on account of the danger of the roaming Magindanaos. Subsequently, the Commissioners were called into the Meeting Hall and asked whether they had faithfully stated the number of extirpated nutmeg trees in their Report, had themselves in person inspected the work, and had taken care that all the found fruits, both ripe and unripe, were burned and the Stumps of the cut trees were cleaved crosswise, and whether they would confirm all this under solemn oath before

Dutch transcription

48 „deger Bazaar „ _o sawaij „ 't eiland gaiseo nieuw gevrugden „de Revier Marassa. „ „ _=o saligie „de berg Tana-mera Aan de wel Edele Agtbare Heeren Paulus Jacob Valckenaer afgaanden M„r Jacob Roeland Thomaszen aankomend Gouverneur en Directeur Benevens Den Raad der Moluccos Wel Edele Agtbare Heeren en Heeren Ons eerbied gedragende aan het gehouden en hier bij gevoegt Dag verhaal, welkens inhoud wij hopen dat van uwel Edele Agtbares approbatie zal wezen, zullen wij eenlijk met relatie tot de uitroeping van specerij boomen bekent stellen, dat 'er op en omstreeks de ondervolgende heuvels, Revien en valeijen zijn omgevelt en vernielt een quantiteit van 31991: Nooteboomen in zoor invoegen wij de eere hebben uwel Edele Agtbare hier onder district aante tonen Namentlijk. Op het Eiland Iubij Mazoor Aan de Revier Ouwie _:o Sant 't spruitje Rinsak nieuw gevonden werk „ de Revier Engraij „ „ 't spruit Thomas „ de Revier galseuw „ „ bergh oendjoen Palla „ „ _:o Lamba kolla „ „ Rievier boba „ „ _o Leegoende „ „ _o Damarradja „ „ _o kloek „ „ _o Nieke. „ „ _o Popaja _o walaoar „ „ 't Eiland gomonio „ „ spruitje Oba „ „ _o Joost „ „ _o ta boedjoe „ „ _o woeng „ „ Poelo „ 't Eiland nalla nalla „ „ spruit slapperbaaij „ „ _o Tallewoija „ „ _o Ausoma deze plaatzen zijn alle exaet door zogt dog op dezelve zijn gene sperij boomen gevonden Transporteere vrugtenate Selbormen 426: 1580 246: 115C: 119: 495: 158: 690: 429: 2046: 205: 1407: 181: 614: den 26: „ „ _o Lemong 118: 134: q4 1 _:o 26: Aug:s 1778 vrugt Op het Eiland Obielato Transport _o Manga op Poelo Oubij Lattate niets gevonden - - - - Teld 5000 26991 het welk bij elkanderen geaddeert - - - 1a Consteert dat eer geduurende dezen togt is omgevelt - - - - 31991 Note boomen in zoort Balimbin Aan de spruit salverve - - - - - - - - - - - - - 85 1057 708 4689 _o Samatario - - - - - _o Menter. - - - - - - - - - _o Lagoendi - - - - - - - - - 195 1002 _o baelatetta - - - - - - - - -- _o Lemon. . . . - - - . _o waringil - - - 71: 640 770. 2947 - . . . . . . . . Uit deze specifieke aantoning zal uwel Edele Agtb: blijken dat'er geduu„ „rende de Extirpatie gene andere specerijen, als Noteboomen gevonden zijn waar bij nog voegen dat wij na den teneur van de Instructie niet in gebreke zijn gebleven van dikwils zelfs in de bossen te gaan, om deculaire ins„ „pectie te nemen of het Extirpatie werk wel na behoren verrigt wierd; vorst hebben wij alle moeite en veijt aangewend om deze Commissie na de intentie van uwel Edele Agtb: te vol brengen alwaar om wij ook verscheidemalen vergadering hebben gehouden met de Commissianten van Hijn Hoogheid de Koning van Batchians Gelegentheeten wij hen lie„ „den telkens hebben voorgehouden, om hun uitterste best te doen dat het Hoognoodzakelijk Extierpatie werk het werk ons op dezen togt was aan bevolen en toevertrouwt, met alle mogelijke vlijt en attentie te helpen be„ „hertigen; Tott bereiking van welk oogmerk wij dikwils genoodzaakt zijn geweest om deze Inlandse Hoofden een smal geschenkje te vereeren ende gemeenen met Toebak en soopjes te regaleeren; waar door wij dan ook buiten gewoone onvermijdelijke uitgaven hebben moeten doen, die mij oot„ „moedig insteeren dat door uwel Edele Agtbarens goedgunstig zullen werden geapprobeert. Terwijl de ondergetekenden Uwel Ed: Agtb nedrig insteeren dat hun mag werden te goede gedaan, het loon van agt huurlingen â ses stuivers daags ieder, zoo lange zij tot het dragen van Bagagie als andere dagelijk„ „se diensten zijn gebruikt ten bedrage van Rijksdaalders 302:—: gereekent van den 27:e September tot den 26:e Julij Jongstleeden ietem nog Rijksdaal„ „ders 109: 12: en 151 kannen Arak die de ondergeteekenden boven de ontfangene Contanten en Arak gduurende dezen Togt op de menagienste wijze hebben verschoten en verschonken Ende laastelijk dat de ondergetekenden mogen werden ontheft van alle verantwoording der verstrekte Lijwaten, kapbijlen, Pedakken, Arak &„a het welk zoo wel aan de Iinlanders als aan de Malims afs wegwijzers tot faciliteereng en goed succes van dit zoo hoog aangelegen werk is uitgereikt; zijnde het een en ander distinct bij de Hier aangehegte Rekening Courant duidelijk aangetoont: 223 1458 358 2694 497 2580 boomen lastelijk „ „ „ „ „ „ „ „ „ „ „ „ - - „ „ „ Noten Tel E 134: 46: 50 den 26: der Extirpatie Commissianten gethusheid met bede bevestigt Laastelijk verzoeken de nedrige Teekenaars dat zij benevens hunne on„ „derhorigen die dezen togt hebben bij gewoont mogen gauderen van het kost„ „geld, dat gedurende deze Commissie heeft stil gestaan. In vertrouwen dat wij deze onze aanvertrouwde Commissie ten genoegen van uwelEd: Agtb: zullen hebben volbragt gebruiken wij de vrijheit ons met de meeste eerbieden Hoogagting te noemen. /:onderstond:/ wel Ed: Agtb Heeren en Heeren /:Lager:/ uwel Ed: Agtb: otmoedigen en trouwschuldige Dienaren. /: was getekent I:s A:s Roksien /:/inmaergine Ternaten in 't Casteel Orange den 25: Augustus A„o 1778:8 Werdende daar bij ontwaard dat 'er op de eilanden oubi Major en oubi Lattoe in den tijd van Elf maanden werden omgevelt en verniels een Getal van. 5000: Vrugt Noote boomen en 26991: Telg c Noote d„o Te zamen bedragen de een quantiteit van 31991: Noote Muscaat boomen in zoort: welke Destructie begonnen is op den 27e September, van het gepasseerde, en geindigt op den 25: Ju„ „lij dezes Jaars wanneer de Eysterpatieurs wegens het gevaar der rond zwerwende Magindanauwers zijn op ontboden. Vervolgens wierden de Commissianten in de Vergaderzaal ge„ „roepen in afgevaragt of zijn het getal der uitgereiede naga„ „boom getrouwelijk bij hun Rapport hadden bekent gestelt dit wiels zelfs in persoon naer 't werk gezien, en Berge hadden gedragen dat alle de gevondene vrugten zoo reijse als onzijse ver„ „brand en de Stompen der omgehouwene booeken in het kruis doorklooft waaren, en op zij dit alles met solem weeten eede vor„ E „den

NL-HaNA_1.04.02_3529_0821 view scan ↗

English

August 1778 also by the citizens and European subordinates their request for restitution of expenditures granted 68 loose snaphaunce cartridges as the same became further evident to the council from the submitted current account, reading as follows: could confirm! to which having answered yes, the oath was subsequently taken by both of them into the hands of the Honorable Governors. The Citizens and European Extirpators declared hereafter, upon the questioning by both governors, that they had faithfully recorded and reported the eradicated nutmeg trees in their daily reports, burned the fruits, and cross-split the stumps of the unfelled trees, testifying that they could confirm the same by oath, as subsequently also occurred, when each of them took the customary oath according to the solemnities of his religion: As soon as all this was accomplished, deliberations were held upon the requests set down in the Report of the Commissioners, and on this occasion it being noted that the said Servants had acquitted themselves with proper zeal on their expedition, it was firstly approved to credit them for the hire of eight hired men who were used for carrying the baggage and other services, for the sum of 302 Rds., calculated from September 27 of the past year to July 25 of this year; and whereas the further expenditures of the Commissioners likewise were not excessive or greater than on other expeditions, it was understood, subject to the approval of the Honorable Lords, to validate the same for the most part to these servants, pursuant to which resolution was granted to them a sum of Rds. 97: 12 in cash and 151 jugs of arrack, which money and liquor, according to the current account, were disbursed and dispensed by the Commissioners over and above, rather than surrendering to the warehouses here the brought-back 2 pieces Guinea broad blue coast 1 piece ditto checked bleached coast, and cost, nutmeg 51 the 26th Current Account of such cash, linens, and provisions as by order of the Right Honorable Lord Paulus Jacob Valckenaer, Governor and Director of the Moluccas, in the service of the Extirpation on Obi and surrounding islands, have been provided for the accounting of the undersigned, to wit: Debit Cash, Guinea checked bleached, Guinea broad blue, Arrack jugs, Loose cartridges 1777 September 26, also by the signatories: Cash 68, Arrack jugs 80, Loose cartridges 300 ditto ditto ditto ditto ditto for lint, bandages, enema: Guinea checked bleached 3, Guinea broad blue 3 1778 February 15, received per the soldier B. G. van der Beek: Cash 20 May 20, ditto ditto ditto M. De Messier: Cash 30 ditto prime April, ditto ditto ditto Helmsman Land Surveyor for enema: Guinea checked bleached 1, Guinea broad blue 1 Carried forward: Rds. 60: 6: 3, Guinea checked bleached 1, Guinea broad blue 1, Arrack jugs 130, Loose cartridges 300 53 August 1778 Credit 1777 October 25, upon arrival of the Batjanese grandees, troop forces, and held meeting: Arrack jugs 8, Loose cartridges 24 ditto November 1, upon departure of the grandees and troops forestward: Arrack jugs 8, Loose cartridges 24 September 8, for troop inspection conducted on the river Obi for a hired prahu: Cash 3: 12 ditto 31 ditto, for troop inspection conducted on the river Enggai to troop chiefs and forces: Cash 5: 30, Arrack jugs 12 ditto to the under-surgeon Schurstijn delivered for these past three months: Guinea checked bleached 1, Guinea broad blue 1, Arrack jugs 2 1778 January 1, at the celebration of the New Year, spent on troop chiefs and forces: Cash 20, Arrack jugs 24 ditto March 2, delivered to Corporal Bentler for a hired rorehe prahu during the expedition on Obi: Cash 10: 36 ditto, further for two small prahus to bring report and collect rations: Cash 10: 36 ditto, at the troop inspection conducted for prahu and bailers and troop forces of Sergeant Cardon: Cash 2: 24 ditto, at the troop inspection conducted for prahus and bailers under Sergeant Terbeek: Cash 2: 24 ditto 24 ditto, at the troop inspection conducted under Sergeant Cardon on foot: Cash 1: 12 ditto, upon arrival of the troop of Sergeant Cardon to the troop chiefs and forces: Arrack jugs 1 ditto, to an informant of a hidden new nutmeg plantation: Arrack jugs 5 28 ditto, upon arrival of the troop chiefs of Sergeant Terbeek: Arrack jugs 15 ditto, upon arrival of the troops and forces and held meeting: Arrack jugs 15 ditto, for lack of rice for the troops, purchased in sago manta: Cash 12: 30 ditto, delivered to the under-surgeon for these past three months for lint, bandages, and enema: Guinea checked bleached 1, Guinea broad blue 1, Arrack jugs 2: 24 April 1, upon departure of the troops to Obi Latto forestward as a treat: Arrack jugs 2: 24 ditto, distributed for the unloading of rations to Hituans and Alifurs: Arrack jugs 1: 30 ditto, for a large hired prahu and seven hirelings with a most submissive letter to Your Right Honorable as well as the rations: Cash 10 ditto, further to four Sangirese who were hired on Batjan to bring said prahu back here, since the Makianese had no further orders from the King of Ternate than up to Batjan, for hire and provisions: Cash 130 ditto, consumed upon arrival of the Batjanese grandees, troop forces from the troops and held meeting: Cash 2: 24, Arrack jugs 1 ditto 26 ditto, upon departure of the collected Batjanese: Cash 1: 12, Arrack jugs 2: 24 ditto, several arrivals and departures of the Batjanese grandees from and to the Troops: Cash 2: 24, Arrack jugs 5 Carried forward: Rds. 89: 2, Arrack jugs 170, Loose cartridges 240

Dutch transcription

Augt: 173 ook door de burgers en Europeane onderklanen hun verzoek om restitie der uit gave toe gestaan 68 „ Losse snaphaan patroonen gelijk het zelve den raad naderquam te blijken uit de ingetiende rekening curantaldis luidende,, konden bevestigen! waar op Ja geantwoord hebbende wierd den eed vervolgens door hun beide aan heuden van de Heeren Gouverneurs afgelegt De Burgers, en Europiaanse Exsterpateurs verklaarden hier na op de afvraage der beide gouverneurs dat zij de uitgeroeede Noote boomen bij hunne dagelykje Rapport getrouwelijk aangerekent en opgegeven de vrugten verbrand en de stempen der ongevelde boomen in het kruis hadden doorklooft, betuigende het zelve met eede te kunnen bevestigen, gelijk vervolgens ook Geschiet de wanneer een ieder van hun den gebruikelijken eed volgens de plegtigheden zijner Reli„ „gie afzeiden: Soo draa dit alles verrigt was wierd gedelibereert over de ter neder gestelde verzoeken bij het Berigt der Commissianten, en bij deze ge„ „legendheit aangemerkt zeinde dat de gemelde Dienaaren zig met be„ „hoorlijken ijzer op hunne togt gequeeten hadden zev is eerstelijk goedgevon„ „den aan henlieden het lion te goedte doen van agt huurlingen die tot het tra„ „gen der bagagie en andere diensten zijn gebruikkt voor de somma van 302 Rd„s gerekent var den 27: Septemb„r van het gepasseerde tot den 25: Iulij van dit Jaar: en dewijl der Commissianten verdere uit gaven, mede niet en Cessief of meerder als op andere tog„ „ten zijn geweest is verstaan dezelve op approbatie van H: H: Edelheden menendeel aan deze dienaaren te valideeren, ingevolge van welk besluit aan dezelve toegestaan is eene Somma van Rd:s 9:7: 12: aan Contanten en 151: kannen Arak dewelke penningen en drank blijkens de rekening, Courant meerder door de Commissianten uitgeschoten en weggeschonken, als alhier inde pakhuizen te laten afgeven de terug gebragten 2: p„s Guinees br: bl: kust 1: „ _o gem geb: „ en kost, ns ten te Noo 51 den 26 Reekening C„ourant van zodanige Contanten Lijwaten en Wesmar als ter Gouverneur en Directeur der Molucos ten dienste der Exterpatie op Oubij en om leggende Eijlanden Debet Aaak Contan Guinees guinees api Losse ten gemgel brbb. kannen patteen„ 80. 300 3: 3: 1772 den 26 September 't meede door den Teekenaars - - - - - - - - - - - - - - - - 68: „ „ d„o „ do do do _:o aan pluxel verbanddoeken Lavement - . . . — 1778 „ 15 februarij ontfangen per den soldaat B: G: v: der Beek. - - . .. „ 20: Meij d„o „ „ _:o M: De Messier „ „ p„m Apriel do „ „ _:o Stuurman Landmeter voor Lavement — 20: 30:— Transporteere Rd„s 60 - 6 - 3— 130 - 300 „ — 1: 1 — 1 — - — — — do — 11 53 Aug:s: 1778 Ordre van den Wel Edele Agtbaere Heer Paulus Jacob Valckenaer ter neder verantwoording van den ondergetekendens zijn verstrekt te weten 1777: den 25: october bij arrivement der batchianse rijkgrooten troeps volkeeren en gehouden vergadering - - - - -- - d„o „ 1 November bij vertrek der rijxgrooten en troeps boswaards, - - 8: 7ber voorgedane troeps visitatie op de revier onbij voor een huwe prauw - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 31: _:o voor gedane tropps visitatie op de teveer Engaaij aan troeps hoofden en volkere - - - - - - - _o aan den ondermeester schurstijn afgegeven voor deze drie gepasseerde drie maande - - - - - - „1 Jannuarij aan het eele bereeken van het nieuwe Jaak aan Trieps 1 hoofden en volkeren gespandeert - - - - - - - „ „ 2: Maart aan den Corporaal Bentler: afgegeven voor een Rorche prauw huwe gedurende de togt op oubij - - - -- _o nog voor twee kleine prauwen om Rapport te brengen en Randsoen te haalen - - - - - - - - - - - _o bij de gedane troeps visentatie voor prauw en scheppers en troeps volkeren van den sergeant Cardon - - - - - _o bij gedane troeps visentatie voor prauwen scheppers bij den sergeant Terbeek „ 24: _o bij gedane troeps visentatie bij den sergeant Cardon te voet _=o bij arrivement van de troep van der sergeant Cardon een de troeps hoofden en volkeren _o aan een aantoonders van een verburgen nieuw Noote werk 28 _o bij arrivement van de troep hoofden van den sergeant Terkeek _o bij arrivement van de troeps en volkeren en ge houden vergadering - - - - - - - - - _o bij gebrekt van Rijs voor de troepen ingekogte aan zagoe manta _:o aan den ondermeester afgegeven voor deze gepasseerde drie maanden aan plukjel verbanddoek en lavement 1: April bij vertrek bij de troepen naar Oubij Latto boswaards tot een tractement - - - - - - - -. _o voor het ontscheepen van Randsoen aan Hullaneesen en alfoeren uitgereikt - - - - - - _o voor een groot huur prauwen seven huurlingen met een ser weedrigen brief aan uwel Ed: Agtb als mede de randsoen _o Nog aan vier sanguesen die op bathian gebuurt zijn om ge„ „melde prauw wederom naar herwaards te brengen, dewijl de Maquianders geen verders ordres hadden aan den koning van ternaten als tot batchian voor huur en mond kost _=o bij arrivement der batitianse rijksgrooten troep volkeren uit de troepen en gehouden vergadering verconsumeert „ 26: _=o bij vertrek de gezamentlijke Batchianders - - - _=o verscheide aankomsten en vertrekken der Batchianse Rijksgrooten uit, en naar de Troepen - -- Transporteere Rd„s 89 - 2 - — „ 170 — 240 3:12: 8 - — – 24 530 — — 12: — — 112: — 20 24 10- 36: 10 – 36 Aaak Guinees guinees Apij loste pat gem gebl br bl: kan „roonen „redit d„o do 8„ — 0 „ 1775 „ „ „ „ 5: „ „ 20 „ 22: „ „ „ 26: „ „ „ 31 „ „ „ „ „ „ 7: 7. „ 10 „ „ „ 25: „ „ „ 300 2:24: —— —— - — - - - 12 – — — 24 - - 6. - —— — 10 — 130: — 2:24: — 1:— — — 15 - — 12. 30 - - —. 10. 36 „ —- 4— — —½ —. — —. 4. 24 —. — — — - —. - 8. 8 4:–— - —. 15 — 6:— 6:– - 2:24: — 2.24: 1:12: —— - 1. - 5: — 15 15: — 224 — 224: = 30 - — 1: 00 — 112: — 2:24: 5:— —— — —. ten Contan „ „ „ „ „ „ „ „

NL-HaNA_1.04.02_3529_0824 view scan ↗

English

60 6. 3 130. - 300 Brought forward 1778, the 25th of July, amounting to what the signee has spent as well as received 109½ — — 15: — Arrack Loose cartridges Cash Guinea Guinea Opium jugs unbleached brown blue Debet the 26th. Total Rd.s 1694 6. - 3. - 207: 300 Underneath was written: Ternate in the Castle 54 1 55 Brought forward Rd.s 89 August 1778 1778, the 2nd of May, sent the surgeon to the troops of Sergeant Cardon to leave orders for the hire of a prahu and three hirelings. 6th, sent the surgeon to the troops of Sergeant Terbeek to leave orders there for the hire of a prahu and 3 hirelings. 17th, for troop inspection conducted on the island Obi Latto for prahus and 5 hirelings with the troop of Sergeant Cardon. 21st, for troop inspection conducted on the island Obi Latto for prahus and 5 hirelings with the troop of Sergeant Terbeek. 1st of July, for hiring a large prahu and six hirelings who brought the soldier Van der Beek over here to deliver a letter to Your Honorable worships and to bring over some [illegible] goods 10th, spent upon the arrival of the Tidorese chiefs who fetched us 11th, for prahu and hirelings who brought Corporal P:l Briel away from the troop to deliver a report. 12th, for prahu and hirelings in order to bring the sergeant and the further common Labuha people from the troop over here to make a report 130 — 13th, spent on the second entertainment of the Tidorese For the hire of two Orebay prahus to bring the burghers with their baggage across to Ternate, since the Tidorese had declared they could not carry these men with them 10 — — 16th, on the departure from Obi of the Tidorese, who numbered 160 heads in total, for their journey to be undertaken 25th, furnished to the troop's peoples throughout the whole expedition for the purchase of tobacco To the Tidorese at their urgent request and for their encouragement to bring our subjects over here To the surgeon for lint and bandage cloth Consumed during the expedition on table goods For which the undersigned must account 1 - 2 - — — 60 Total Rd.s 169:2 6:— 9:— 381: - 300 at Orange, the 25th of August, Anno 1778 was signed: J: A: Kokzien 76 p 724 1 – — ½ 45. —— 1:— — - — — 1— — 20. — — — 20 – 2:24 — 15:— — 2:24: Cash Guinea Guinea Opium Loose cartridges unbleached brown blue jugs Arrack 2: - —½ 170 240 Credit 14: 2 cartridges 300 300 E 30 — — 94 — —— - — — ——— — ——— — - - 6 8– 1:30: — 1:12 - 2 /24: - — 6:— 6 — —— —. 6:— 1 12: 112: — - 56 the amount entered there for tobacco partly paid the extirpators discharged from further accounting. the 26th of August 1778 Yet, since it is also noticed from this paper that the Heads of the Commission have entered the sum of thirty Rixdollars for tobacco given away as gifts to the natives, it was observed here that this herb was so cheap in the Moluccas that the Commissioners could well have managed this work with less cash for these little gifts, wherefore it was resolved to validate for him, instead of thirty, no more than eighteen Rixdollars, so that instead of Rd.s 109: 12 in cash, no more shall be reimbursed from the small petty cash box than the sum of Rd.s 17: 12. Furthermore, it was also approved to relieve the Extirpators of further accounting for the axes and parangs or pedaks issued, of which at times one was distributed to the natives and pathfinders to facilitate this highly necessary work; just as it was finally decided to also grant the stationary board money according to ancient custom to the Extirpators from their departure until their return to this roadstead. Thus done and resolved at Ternate in Castle Orange on the date written above. Was signed: Paulus Jacob Valckenaer, Jacob Roeland Thomaszen, Godfried Carel Meurs, Joseph Stephanus, Johan George van Raesveld, Hendrik Ambrosius Johnson, Gerardus Willem van Renesse, Koene Koenes. Agrees Jan Hemnes 5 Secretary Insertion of the account mission Appendices belonging to the Secret Daily Register received from Macassar from June to December 1778.

Dutch transcription

60 6. 3 130. - 300 P Transport d 1778 den 25:' Julij. bedragende het geen den tekenakr men uitgegeven als ontfangen heeft - - - - - - - 109½ — — 15: — Arak Loope patrio„ Contan Guinees guinees Apij kan „nen gemgesl br: bl: ten Debet den 26. Somma As 1694 6. - 3. - 207: 300 /:Onderstond :/ Ternaten in 't Casteel 54 1 55 P Transport Rd„s 89 Augts 1778 1778 den 2: Meij der meester gezonden naar de troepen van den sergeant Cardon om ordre te laaten voor huur prauw en drie huurlingen. „ 6: _=o den meester gezonden naar den troepen van den sergeant herbeek om aldaar order te laten voor huur prauw en 3: huurlingen „ 17: _o over gedane troeps visentatie op het eiland oubij latto voor pr„ „auwen en 5: huurlingen bij de troep van den sergeant Cardon „ 21: _o voor gedane troep en visentatie op het eiland oubij Latto voor prien en 5: huurlingen bij de troep van den sergeant Terbeek 1: Julij voor het huuren van een groote prauw en ses huurlingen die den soldaat van der Beek na herwaarts heeft gebragt van een brief aan uwel Ed: Agtb: te bestellen en eenige onbqn goederen over te brengen - - - - - - - - - - - „ 10: _=o bij de aankomst van de Tidoreese hoofden die ons afgehaalt hebben bekostigt - - - - - - - - - - „ 11: _o voor prauween huurlingen die den Corporaal P:l Briel uit de troep heenen week heeft gebragt om rapport over te brengen _o voor prauw en huurlingen ten eide De sergeant ten de ver„ „dere gemeene Laboheesen om uit de troep herwaarts te brengen om rapport te doen - - - - - - - - 130 — _o bij het tweede onthaal der Tidoreese bekostigt - - - - - - -- _o voor het huuren van twee Rorehe prauwen om de burgers met hunne bagagie na ternaten overte brengen, vermits de Tidoreesen betuigt hadden deze manschappen niet te kunnen meede vooren - - - - - - - - - - - - - - 10 — — „ 16: _o bij vertrek van Oubij van de Tidoreesen die 160: koppen in getal waren tot hunne te doene te reize - - - - - - „ 25: _„o geduurende de geheele togt aan de troeps volkeren het inkopen van Tabak verstrekt - - - - - - - „ „ _o Aan de Ticoreesen op hun dringen verzoeken en tot Con„ „rageering van dezelve, om onsen onse onderhorigen herwaarts over te brengen - - - - - - - - - - _o aan de chirurgijn voor pluksel en verband doek - - - - - „ „ _o gedurende de togt aan Tafel goed verbruik - - - - - „ „ _o over zulx moet dior den ondergeteekende verantwoord worden – — - 1 - 2 - — — 60 Somma Rd„s 169:2 6:— 9:— 381: - 300 op /8 /was getekent:/ J: A: Kokzien Orange den 25: Augustus A„o 177 76 p 724 1 – — ½ 45. —— 1:— — - — — 1— — 20. — — — 20 – 2:24 — 15:— — 2:24: contan guinees Guinees Apij Losse pat„ gemgeb br:bl: kan „troonen Arek 2: - —½ 170 240 Credit 14: 2 patriva„ 300 „ „ „ 12: „ 13: „ „ „ „ 300 E 30 — — 94 — —— - — — ——— — ——— — - - 6 8– 1:30: — 1:12 - 2 /24: - — 6:— 6 — —— —. 6:— 1 12: 112: — ten - 56 het daar bij opgebragte voor Tobak te deelen voldaan de Extir paturs van de verdere verdantwording entheeft. den 26: Aug:s 178 Dog bij dit Papier mede ontwaart zijnde dat de Hoofden der Commissie de Somma van dertig Rijksdaalders voor weggenschankene Tabak aan de inlander hebben opgebragt wierd hier op aangemerkt dat dit kruis in de Moluccos zoo goed koop was dat de Commissian„ „ten het welk wat met minder contanten voor deze geskenkjes hadden kunnen afzien, Weshalven gearristeert om hem in sted van dertig, niet meer als agtien Rijksdaalders te valideren, zoo Boengs dat dezelve instede van Rd=s 109: 12: aan Contanten niet meer uit de kleine Cassa zal werden gerestitueert als de somma van rd„s 17: 12 Voorts is ook goedgevonden om de Extirpateurs te ontheffen van de verdere verantwoording der aan vertrekte kapbeilen en Parrangs ops Pedakken waar van Domtijds een aan de inlanders en wegneyzers tot faliciteering van dit hoognodig welk is uitgereikt: gelijk eindelijk besloten is om het stilsjestaan kost„ geld volgens oude usantie mede aan de Extirpateurs toe te leg„ „gen zedert hun vertrek tot op detrug koomst te dezer rheede! Aldus Gedaan ende Geresolveert tot Ternaten in 't Casteel Orange dato Voor„ „schreeven /:was getekent:/ Paulus Jacob Valcke„ „naer, Jacob Roeland Thomaszen: Godfried Carel Meurs Joseph Stephanus Johan George van Raesveld, Hendrik Ambrosius Johnson, Gerardus Willim van Renesse¬ Koene Koenes; Accordeert JanHemnes 5 Secrets Insertie der rekening isie Bijlaagen gehorende tot het Secreet Dagregister ontvangen van Macasser Zedert Juni tt December 1778.

NL-HaNA_1.04.02_3529_0831 view scan ↗

English

Register of the Appendices belonging to the separate Letter and the Daily Register of Castle Rotterdam, dispatched on 23 October 1778. Letter from Major Johan George Englert to the Governor, dated 27 May 1778, page 1. Ditto from the Governor to the Governor at Samarang Johannes Robbert van der Burgh, dated 2 June, page 3. Ditto from the Governor to the bookkeeper and Saleyer resident Jan Hendrik Voll, Junior, dated 3 June, page 6. Ditto from the Lieutenant Commander at Bima Alexander Lecerf to the Governor, dated 27 May 1778, page 8. Translation of a Buginese letter written by the Tanete prince Arou Pantjana to the Governor, without date, page 11. The reply from the Governor to the Tanete prince Arou Pantjana, dated 7 June, page 13. Letter from the junior merchant and resident of Boelecomba Simon Monsieur to the Governor, dated 5 June 1778, page 15. Translation of a Buginese letter written by Arou Pantjana to the Governor, without date, page 20. Letter from Major J. G. Englert to the Governor, dated 15 June, page 21. The reply from the Governor to Major J. G. Englert, dated 15 June of this year, page 23. Letter from Major J. G. Englert to the Governor, dated as above, page 25. From the Captain of the artillery Eric Sundberg to the Governor, dated 16 June, page 27. Orders of 16 June 1778 given by the Captain of the artillery Eric Sundberg, page 29. Letter from Major J. G. Englert to the Governor, dated 17 June, page 31. Translation of a Buginese writing brought by the Jematongang and the Bone court interpreter Moetoe on behalf of the King to the Governor on 17 June 1778, containing the message of the Wajo envoys, page 33. Letter from the Governor to Major J. G. Englert, dated 17 June, page 35. The reply from Major J. G. Englert to the Governor, dated as above, page 37. Reply to the request made by the Wajo envoys present here to the King of Bone, given on 20 June, page 39. Translation of a Buginese letter written by the Tanete prince Arou Pantjana to the Governor, without date, page 41. Letter from the junior merchant and Boelecomba resident Simon Monsieur to the Governor, dated 18 June 1778, page 43. Ditto from the bookkeeper and Saleyer resident Jan Hendrik Voll Junior to the junior merchant and Boelecomba resident Simon Monsieur, dated 17 June 1778, page 45. Ditto from Major J. G. Englert to the Governor, dated 23 June, page 47. Translation of a Malay letter written by the King and Nobles of Tambora to the Governor and Council, dated the 12th day of the month Rabiel Achier, page 49. Letter from the Governor to Major Johan George Englert, dated 24 June, page 51. Letter from Major J. G. Englert to the Governor, dated 25 June, page 53. Ditto from the Governor to Major J. G. Englert, dated 25 June, page 55. Ditto from Major J. G. Englert to the Governor, dated 26 June, page 57. Plan for the attack on Goa for Saturday 27 June 1778, page 59. Letter from Major J. G. Englert to the Governor, dated 29 June, page 73. Ditto from the Governor at Amboina Bernardus van Pleuren to the Governor, dated 18 June of this year, page 74 and a half. Ditto from the Governor at Ternate Paulus Jacob Valckenaer to the same as above, dated 21 October 1777, page 78. Ditto from and to the same as above, dated 26 October 1776, page 81. Extract from a letter written by the Kwandang resident Gerrit Willem de Wolf to the Governor and Council of the Moluccas, dated 23 April 1777, page 85. Letter from the junior merchant and Boelecomba resident Simon Monsieur to the Governor, dated 29 June of this year, page 89. Ditto from the bookkeeper and Saleyer resident Jan Hendrik Voll Junior to the Governor, dated 25 June, page 95. Petition made by the Nobles of Sandrabone on 4 July to the King of Bone and subsequently brought before the Governor for presentation, page 99. Reply

Dutch transcription

Register der Bijlagen gehoorende tot d'apparte Brief en het Dag Regester des Casteels Rotterdam afgesonden den 23 october 1778. — brief van den Majoor Iohan George Englert, aan den Heer gouverneur, de dato 27 maij 1778 - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - d=o van den Heer gouverneur aan den Heer Gouverneur te Samarang Iohan„ „nes Robbert van der Burgh, de dato 2. Junij .. 3 d=o van den Heer Gouverneur, aan den boekhouder en saleijers resident Ian 6. hend=k voll, Iunior, de dato 3 Iunij - - - - - - - - - - -„ d=o van den Luitenant Commandant te Bima Alexander Lecerf, aan den Heer gouverneur, de dato 27 maij 1778 - - - - - - - - - - „ 8. Translaat bougineese brief geschreeven door den Tanetse prins Arou Pantja„ 11. „na, aan den Heer gouverneur sonder datum - - - - „ het antwoord van den Heer Gouverneur aan den Fanets prins Arou Pantjana„ 13. de dato 7=e Iunij - - - - - - - - - - - „ brief van den onderkoopman en resident van Boelecomba Simon Monsieur, aan den Heer gouverneur de dato 5 Iunij 1778: - - - - - - - - - „ 15. Translaat boegineese brief geschreeven door Arou Pantjana, aan den Heer Gouverneur zonder datum - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 20. brief van den majoor J: G: Englert, aan den Heer Gouverneur, de dato 15 Junij - „ 21. het antwoord van den Heer gouverneur, aan den majoor J: G: Englert, de dato - - - - – „ 23 15. Iunij deses Iaars - - - - - - - brief van den majoor J: G: Engtert, aan den Heer Gouverneur, de dato als boven . - „ 25. van den Capitain der arthillerij Erie Sundberg, aan den Heer Gouverneur, de dato 16: Junij - - - - - - - - - - – – - „ 27 Ordres van den 16 Iunij 1778 gegeeven, door den Capitain den anthillerij Eric Sindberg - - - „ 29 brief van den majoor /: G: Englert, aan den Heer gouverneur, de dato 17 Iunij — - - - „ 31. Translaat van een bougineese geschrift door den Jematongang en den bonijs hofstolk moetoe, uijt naam van den koning, op den 17 Iunij 1778 bij den Heer gouverneur gebragt behelsende de boodschap der wadjoreese gezanten - - - - - - - - - - - - - - „ 33. brief van den Heer gouverneur aan den majoor J: G: Englent, de dato 17 Junij - - „ 35. het Pag: 1. N: =n het antwoord van den majoor J: G: Englert, aan den Heer Gouverneur de dato als Pag - - - - „ 37. boven - - - - antwoord op het versoek van de alhier aanweesende wadjoreese gezanten aan den ko„ „ning van Bonij gedaan gegeven 20 Iuni - - - - - - - - „ 39. Translaat boegeneese brief van den tanetse prins Arou Pantjana geschreeven, aan den Heer gouverneur sonder datum - - - - - - - - - - „ 41. brief van den onderkoopman en Boelecambas resident Simon Monsieur, aan den Heer gouverneur de dato 18 Iunij 1778 _ _ _ _ - - - - - - - - - - - „ 43. _o van den boekhouder en Salaijers resident Jan Hend=k voll Junior, aan den onderkoop„ „man en boele Combas resident Simon Monsieur, de dato 17 Junij 1778. — „ 45. _o van den majoor I: G: Englert, aan den Heer gouverneur de dato 23 Junij - - - „ 47. Translaat mateijtsche brief geschreeven door den koning en Rijks grooten van Tambara, aan den Heer gouverneur en Raad, de dato 12 dag van de . . . „ 49. - maand Rabiel Achier - - - brief van den Heer Gouverneur, aan den majoor Iohan george Englert, de dato 24: - - - - - - – – – „ 51. -- Junij brief van den majoor I: G: Englert, aan den Heer gouverneur, de dato 25 Junij - „ 53. _=o van den Heer gouverneur, aan den majoor J: G: Englert, de dato 25 Junij — - „ 55. _=o van den majoor J: G: Englert, aan den Heer gouverneur, de dato 26: Junij - - „ 57. Plem tot de attacque van goa tegens saturdag den 27: Iunij 1778 - - - - - - „ 59. brief van den majoor J: G: Engtert, aan den Heer gouverneur, de dato 29 Junij „ 73. _=o van den Heer gouverneur te Amboina Bernardus van Pleuren, aan den Heer gouverneur, de dato 18 Junij deses Jaars. - - – – – – – – – – – – „ 74½ _=o van den Heer gouverneur te Ternaten Paulus Jacob valckenaar, aan als bo„ p s „ven, de dato 21 october 1777- - - - - - - - - - - - „ _o van en aan als even, de dato 26 october 1776 - _ - - - - - - - - - - „ 81 Extract uijt een brief geschreeven door den quandangs resident Gerrit willem de wolf, aan den gouverneur en Raad der moluccos get:t 23 A„ „pril 1777 - - - - - - - - brief van den onderkoopman en Boelecombas Resident Simon Monsieur, aan den Heer gouverneur, de dato 29 Junij J: O: – – – – – – - - - „ 89 _o van den boekhouder en saleijers resident Ian Hendrik voll Junior, aan den Heer gouverneur, de dato 25 Junij - - - - - - - - - - „ 95. versoek schrift van de Rijksgrooten van sandrabonij op den 4=e Iulij gedaan aan den koning van Bonij en vervolgens aan den Heer gouverneur -- ter ter vertooning gebragt = _ _ _ _ _ _ - - - „ 99. 85 -- Antwoord „ 0

NL-HaNA_1.04.02_3529_0833 view scan ↗

English

Answer given by the Governor on the 6: July to the request made by some dignitaries of Sandrabonij to the king of Bonij - - - - - - - - - - - - - - Page 101. Letter from the Governor to the bookkeeper and chief interpreter Gerrit Brugman, dated 7. July - - - - - - - - - - - 103. Letter from Major J: G: Englert to the Governor dated 7 July - - - - - - - - - - - - - - 105. The answer of the Governor to Major J: G: Englert dated 8 July - - - - - - - - - - - - 107. Letter from the Governor to the bookkeeper and chief interpreter Gerrit Brugman, dated as above - - - - - - - 109. The answer of the bookkeeper and chief interpreter Gerrit Brugman to the Governor, dated 9th July - - - 111. Letter from the Governor to the bookkeeper and chief interpreter Gerrit Brugman, dated 11 July - - - - - - - - - - 115. Ditto from the junior merchant and Boelecomba resident Simon Monsieur to the Governor dated 2 July 1778 - - - 117. Ditto from and to as above, dated 13 July 1778 - - - - - - - - 121. Ditto from the bookkeeper and chief interpreter Gerrit Brugman to the Governor, dated 14 July - - - - - - 123. Ingredients for a new Contract with those of Sandrabonij or Demand of the Honorable Company to the commissioned dignitaries - - 127. Petition handed over by the Sandrabonijers to the Governor on the 15 July of this Year - - - - - 133. Letter from the Governor to the junior merchant and Boelecomba resident Simon Monsieur, dated 16 July - - - - 135. Ditto from as above to the bookkeeper and Saleyer resident Jan Hendrik Voll Junior, dated as above - - - - - - - 141. Ditto from as above to the bookkeeper and chief interpreter Gerrit Brugman dated 17 July - - - - - - - - - - - 143. The answer of the bookkeeper and chief interpreter Gerrit Brugman to the Governor, dated as above - - - - - - - - - 145. Letter Number Page Letter from and to as above, dated 19 July - - - - - - - - 151. The answer of the Governor to the bookkeeper and chief interpreter Gerrit Brugman, dated 23 July - - 155. Malay translation written by the king and dignitaries of Bouton to the Right Honorable Governor and Council, dated the 11th day of the month Djumada al-akhir in the Year 1192 - - - - - - - - - 157. Ditto Malay letter written by as above, and to as above, dated as before - - - - - - - - 163. Report in the form of a Daily register kept by the Commissioner Sergeant Johan Christoffel Gioth concerning the spice extirpation at Bouton from the 21 April 1777 to the 21 July 1778 - - - - - 165. Bugis translation of a letter written by the king of Bonij to the Governor without date - - - - - - 181. The answer of the Governor to the king of Bonij dated 24 July - - - - - - - - - 183. Letter from the junior merchant and Boelecomba resident S: Monsieur to the Governor, dated 25 July 1778 - - - 185. Instruction for Major J: G: Englert, departing via Goa to Sandrabonij, dated 26 July - - - 189. Petition of the Sandrabonijers handed over to the Governor on the 27 July - - - - - - - - 193. Letter from the Governor to Major J: G: Englert dated 28 July - - - - - - - - - 195. From Major J: G: Englert to the Governor dated as above - - - - - - - - - - - - - - 197. Ditto from and to as above, dated 29 July - - - - - - - - - - - - 201. Ditto from the junior merchant and Boelecomba resident Sieur Monsieur to the Governor dated 29 July - - - - - 209. Ditto from the Bookkeeper and Saleyer resident Jan Hendrik Voll Junior to the Governor, dated 25 July 1778 - - - 215. Ditto from Major J: G: Englert to the Governor, dated 9 August of this Year - - - - - - - - - - - - 217 The Number

Dutch transcription

Antwoord door den Heer Gouverneur den 6: Julij gegeven op het versoek door een„ Pag „ge Rijksgrooten van Sandrabonij aan den koning van Bonij gedaan - _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ „ 101. brief van den Heer gouverneur, aan den boekhouder en oppertolk Ger„ „rit Brugman, de dato 7. Iulij _ _ _ _ _ _ _ _ _ - - „ 103. brief van den majoor J: G: Englert, aan den heer gouverneur geda„ teert 7 Iulij – - - - – – – – - - - - - - - - - „ 105„ het antwoord van den Heer Gouverneur, aan den majoor J: G: Eng„ „tert de dato 8 Iulij - - - - - - - - - - - - „ 107. brief van den Heer gouverneur, aan den boekhouder en oppertolk Gerrit — „ 109. Brugman, de dato als boven - - - - - - het antwoord van den boekhouder en oppertolk Gerrit Brugman, aan den Heer Gouverneur, de dato 9=e Iulij - - - „ 111. brief van den Heer gouverneur aan den boekhouder en oppertolk Gerrit Brugman, de dato 11 Iulij - - - - - - - - - - „ 115. _o van den onderkoopman en boele Cambas resident Simon Monsieur aan den Heer Gouverneur de dato 2 Julij 1778 - - - „ 117. _„o van en aan als even, de dato 13 Julij J: 2:- . . . . . - - - - - - - - „ 121. —o van den boekhouder en oppertolk Gerrit Brugman, aan den Heer gouverneur, de dato 14 Iulij - - - - - - „ 123. Ingredient tot een nieuw Contract met die van sandrabonij of Eijsch van d'E Comp: aan de g'Committeerde Rijks grooten - - „ 127. versoek schrift door de Pandraboniers aan den Heer gouverneur„ overgegeeven den 15 Iulij deses Jaars - - - - - „ 133. brief van den Heer gouverneur aan den onderkoopman en Boelecombas resident Simon Monsieur, de dato 16 Iulij - – – – „ 135. _o van als boven, aan den boekhouder en saleijers resident Jan hen„ „drik voll Junior, de dato als even - - - - - - - „ 141. _=o van als even, aan den boekhouder en oppertolk Gerrit Brugman de dato 17 Iulij - - - - - - - - - - - „ 143. het antwoord van den boekhouder en oppertolk Gerrit Brugman aan den Heer Gouverneur, de dato als boven - - - - - - - - - „ 145. brief No Pag brief van en aan als even, de dato 19 Julij – - . . . . . . . . 151. het antwoord van den Heer Gouverneur, aan den boekhouder en op„ „pertak Gerrit Brugman, de dato 23 Julij — „ 155. Translaat maleijd The„e geschreeven door den koning en Rijks grooten van Bouton, aan den wel Edele Achtb: Heer gouver„ „neur en Raad, ged=t 11. dag van de maand d'souma„ doul achier in 't Jaar 1192 - - - - - - - - - „ 157: _„o . maleijdsche brief geschreeven door als baven, en aan als even, de dato als vooren. . . . . . . . . . . . . „ 163. Rapport bij forma van Dag register gehouden door den Commisiant den sergeant Iohan Christoffel gioth wegens de sperij Exterpatie te bouton van den 21 April 1777 tot den 21 Iulij 1778 _ _ _ _ - - - - - „ 165. Translaat bougineese brief geschreeven door den koning van Bonij. aan den Heer gouverneur sonder datum - - - - - - „ 181. het antwoord van den Heer gouverneur, aan den koning van Bonij de dato 24 Iulij _ _ _ _ - - - - - - - - - „ 183. brief van den onderkoopman en Boelecombas resident S: Monsieur aan . . . „ 185. den Heer gouverneur, de dato 25 Julij 1778 Intructie voor den majoor J: G: Englert, vertrekkende over goa na Sandrabanij, de dato 26 Julij — – – „ 189 versoekschrift van de sandraboniers: aan den Heer gouverneur over„ gegeven den 27 Iulij - - - - - - - - „ 193. brief van den Heer gouverneur aan den majoor J: G: Englert de dato 28 Iulij - . . _ _ _ _ _ - - - _ _ „ 195. van den majoor J: G: Englert, aan den Heer Gouverneur de dato als boven - - - - - - - - - - - - - - „ 197. dvan en aan als even, de dato 29 Julij – – - - - - - - - - - - „ 201. d„o van den onderkoopman en boelecombas resident S=r Monsieur, aan den Heer gouverneur de dato 29 Iuli - - - - - „ 20 d„o van den Boekhouder en Saleijers resident Jan hend=k voll Junior, aan den Heer gouverneur, de dato 25 Iulij 1778 - - - „ 215. d=o van den majoor J: G: Englert, aan den Heer Gouverneur, de dato 9 Augustus deses Jaars - – – – – – – – – – – – „ 217 — het No:

NL-HaNA_1.04.02_3529_0835 view scan ↗

English

the reply of the Lord Governor to Major J: G: Englert, dated the [blank] following - - - - - - Page 249. letter from Major J: G: Englert to the Lord Governor, dated 11 Aug: recently passed - - - - - - Page 222. ditto from and to the same, dated the 12th following - - - - - - Page 223. ditto from the junior merchant and Boelecomba resident S: Mansieur to the Lord Governor, dated 9 August 1778 - - - - - - Page 225. ditto from as above to the Regentess of Banto Bangers, as well as the subordinate glarrangs at Saleijer, dated as above - - - - - - Page 130. ditto from Major J: G: Englert to the Lord Governor, dated 13 August - - - - - - Page 231. ditto from and to the same, dated 16 August - - - - - - Page 235. the reply of the Lord Governor to Major J: G: Englert, dated 17 August - - - - - - Page 238. letter from Major J: G: Englert to the Lord Governor, dated 19 August - - - - - - Page 241. ditto from the Lord Governor to Major J: G: Englert, dated 21 August - - - - - - Page 244. ditto from Major J: G: Englert to the Lord Governor, dated 23 August - - - - - - Page 246. Translation of a Malay letter written by the King and Nobles of Dompo to the Honorable, Right Honorable Lord Governor and Council, dated the 3rd day of the month of Jumada al-Akhir, being 27 July 1778 - - - - - - Page 248. letter from the Lord Governor to Major J: G: Englert, dated 23 August - - - - - - Page 250. ditto from Major J: G: Englert to the Lord Governor, dated just as above - - - - - - Page 252. Translation of a Malay letter written by Radjasangar and his Nobles to the Lord Governor and Council, dated 31 July 1778 - - - - - - Page 254. letter from the Lord Governor to Major J: G: Englert, dated 24 August - - - - - - Page 255. ditto from Major J: G: Englert to the Lord Governor, dated 25 August - - - - - - Page 256. the reply of the Lord Governor to Major J: G: Englert, dated 26 August - - - - - - Page 258. letter from Major J: G: Englert to the Lord Governor, dated 27 August - - - - - - Page 259. ditto from the junior merchant and Boelecomba resident Simon Monsieur to the Lord Governor, dated 21 August 1778 - - - - - - Page 261. ditto from the bookkeeper and Saleijer resident Jan Hendrik Voll, Junior, to the Lord Governor, dated 17 August 1778 - - - - - - Page 268. ditto from the Lord Governor to the bookkeeper and Saleijer resident Jan Hendrik Voll Junior, dated 28 August - - - - - - Page 274. ditto from as above to Major J: G: Englert, dated the 28th following - - - - - - Page 276. ditto from Major J: G: Englert to the Lord Governor, dated 29 August - - - - - - Page 278. ditto from and to the same, dated as above - - - - - - Page 280. ditto from the Lord Governor to the junior merchant and Boelecomba resident S: Monsieur, dated 29 August - - - - - - Page 282. ditto from the Lord Governor to the junior merchant and Resident of Sumanap Maximiliaan Lambertus Faure, dated 31 August - - - - - - Page 285. ditto from Major J: G: Englert to the Lord Governor, dated 30 August recently passed - - - - - - Page 286. ditto from and to the same, dated the 31st following - - - - - - Page 288. ditto from the Lord Governor to Major J: G: Englert, dated 1 September - - - - - - Page 290. the reply of Major J: G: Englert to the Lord Governor, dated 3 September recently passed - - - - - - Page 293. letter from the Lord Governor to Major J: G: Englert, dated as above - - - - - - Page 295. ditto from Major J: G: Englert to the Lord Governor, dated 4 September - - - - - - Page 297. ditto from the Bookkeeper and Saleijer resident Jan Hendrik Voll Junior to the Lord Governor, dated 28 August recently passed - - - - - - Page 299. ditto from the Lord Governor to Major J: G: Englert, dated 5 September - - - - - - Page 301. ditto from Major J: G: Englert to the Lord Governor, dated as above - - - - - - Page 303. ditto from and to the same, dated 6 September - - - - - - Page 305. ditto from the bookkeeper and Saleijer resident Jan Hendrik Voll Junior to the Lord Governor, dated 5 September - - - - - - Page 307. ditto from Major J: G: Englert to the Lord Governor, dated 9 September - - - - - - Page 309. ditto from the Lieutenant Commandant at Bima Alexander Le Cerf to the Lord Governor, dated 31 August of this year - - - - - - Page 311. Translation of a Malay letter written by Gusti Moera Made Karang Assang, cum suis, to the Honorable, Right Honorable Lord Governor and Council, dated the 12th day of the month of Rajab in the year 1192 - - - - - - Page 324. ditto Malay letter written by Gusti Katoet Karang to the Lieutenant Commandant at Bima Alexander Le Cerf, dated the 15th day of the month of Rajab in the year 1192 - - - - - - Page 327. ditto Malay letter written by Gusti Moera Made Karang Assang to the Lieutenant Commandant Alexander Le Cerf, dated [blank] of the month of Rajab in the year 1192 - - - - - - Page 328. ditto letter written by the Regent and Nobles of Sumbawa to the above-mentioned Lieutenant Commandant Le Cerf, dated 20 of the month of Rajab in the year 1192 - - - - - - Page 332. letter from the Lord Governor to the junior merchant and Resident of Boelecomba Simon Mansieur, dated 11 September 1778 - - - - - - Page 334. ditto from as above to Major J: G: Englert, dated just as above - - - - - - Page 335. ditto from and to the same, dated 12 September - - - - - - Page 337. ditto from Major J: G: Englert to the Lord Governor, dated the 12th following - - - - - - Page 339. ditto

Dutch transcription

het antwoord van den Heer gouverneur aan den majoor J: 9: Englert de da Pag to te daar aan - - - - - - -. -- - —„249 brief van den majoor J: G: Englert, aan den Heer gouverneur, de dato 11 aug: J: l: „ 222. _o van en aan als even de dato 12 daar aan - - - - - - - - - - - - - „ 223. _o van den onderkoopman en boelecombas resident S: Mansieur aan den Heer gouverneur, de dato 9 Augustus 1778 - _ _ - - - „ 225. —o van als boven aan de Regentesse der Banto Bangers benevens de on„ „denhoorige glarrangs te saleijer, de dato als boven - - - - - „ 130. _=o van den majoor J: G: Englert, aan den Heer gouverneur de dato 13 Augustus - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 231 _o van in aan deseven, de dato 16 augustus - - - - - - - - - - - - „ 235. het antwoord van den Heer gouverneur, aan den Majoor J: G: Englert, de dato 17 augustus - - - - - - - - – – – – – „ 238. brief van den Majoor J: G: Englert, aan den Heer gouverneur, de dato - - - – – „241. 19 Augustus - - - - - - - - d„o van den heer gouverneur, aan den majoor J: G: Engtert, de dato 21 Augustus – – – — _ _ - - - - - - - - - „ 244. do van den Majoor J: G: Englert aan den Heer gouverneur de dato 23 Augustus - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 246. Translaat maleijtsche brief geschreeven door den koning en Rijksgrooten van dompo, aan den wel Edelen Agtb: Heer gouverneur en Raad, de dato 3 dag van de maand d' Jumadul achier, zijnde den 27 Julij 1778 - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 248. brief van den heer gouverneur aan den majoor J: g: Englert, de dato 23 Augustus - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 250. _=o van den Majoor J: g: Englert, aan den Heer Gouverneur de dato alseven„ 252. Translaat maleijtse brief geschreeven door Radjasangar en zijne Rijks grooten aan den Heer gouverneur en Raad de dato 31 Julij 1778 - - - - - - - - - - - - - - - „ 254 brief van den Heer gouverneur, aan den majoor I: G: Englert, de dato 24 Augustus - - - - - - - - - - - - - - - „ 255. _o van den majoor I: G: Englert, aan den Heer Gouverneur, de dato 25: Augustus - - - - - - - - - „ 25 6„ het antwoord van den Heer gouverneur, aan den Majoor J: G: Englent, Pag - - - - - „ 258. de dato 26. Augustus — -- brief van den majoor J: G: Englert, aan den Heer gouverneur de dato 27: Augustus – – – – – – – – „ 259. _=o van den onderkoopman Boelecombas resident Simon Monsieur, aan den Heer gouverneur, de dato 21 Augustus 1778 - - - - - - - „ 26. _=o van den boekhouder en saleijers resident Jan hendrik voll, Junior, aan den Heer Gouverneur de dato 17 Au„ _=o van den Heer gouverneur, aan den boekhouder en saleijers resident Ian hendrik voll Junior, de dato 28 – - - – – – – „ 274: -- Augustus _=o van als boven, aan den majoor J: G: Englert, de dato 28 daar aan - - - - - - - - - - - - - - „ 276. _:o van den majoor J: G: Englert, aan den Heer gouverneur, de dato 29 Augustus - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 278. _=o van en aan als even; de dato als boven - - - - - - - - - - - - „ 280. _=o van den Heer gouverneur, aan den onderkoopman en boelecombas resident S: Monsieur, de dato 29 Augustus - . - „ 282. _=o van den Heer gouverneur, aan den onderkoopman en Resident van Sumanap Maximiliaan Lambertus Faure, de dato 31 Augustus . . . - - - - - - - - „ 285. _=o van den majoor J: G. Englert, aan den Heer gouverneur de dato 30: Augustus I:o L - - - - - - - - - - - „ 286 _=o van En aan als even, de dato 31 daar aan - - - - - - - - - - „ 288 _=o van den Heer gouverneur, aan den majoor J: G: Englert, de dato „gustus 1778 - - - - - - - - - - - - - - - - „ 268. 1 September - - - - - - - - - - - - - „ 290. N „ N=o het antwoord van den majoor J: G: Engtert aan den Heer Gouverneur de dato Pag: 3 September J: L: _ . - - - - - - - - - „ 293. brief van den Heer gouverneur, aan den Majoor J: G Englert, de dato als boven - - - - - _ _ - - - - - - - - - - - - - - - „ 2. 95. _o van den majoor J: G: Engtert, aan den Heer gouverneur de dato 4 Septb: — . „ 297. _o van den Boekhouder en Saleijers resident Jan hendrik voll Junior, aan den Heer gouverneur de dato 28 Augustus J: L: _ - - - - - - - „ 299. _o van den Heer gouverneur, aan den majoor J: G: Englert de dato 5 Septb. - - „ 301. _o van den Majoor C: G: Englert, aan den Heer gouverneur de dato als boven „ 303. _o van den aan als even, de dato 6 september – – – – – – – – – „ 305. _:o van den boekhouder en Saleijers resident Jan hendrik voll Junior, aan den Heer gouverneur de dato 5 September - - - - - - - - - „ 307. _:o van den Majoor J: I: Englert, aan den Heer gouverneur de dato 9 September - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 309. _o van den Luitenant Commanvant te bimia Alexander te Cerf, aan den Heer gouverneur de dato 31 Augustus deses Jaar „ 311. Translaat maleijdsche brief geschreeven door Gusti Moera Made karang Assang, C: S: aan den wel Edele Agtb: Heer gouverneur en Raad, gedateert den 12 dag van de maand Radjab in't Jaar 1192: - - - - - - - - - - - – – – – – – – – – – – – „ 324. _o maleijdsche brief geschreeven door Gusti katoet karang, aan den Luitenant Commandant te bima Alexander Lecerf, ge„ „dateert 15: dag van de maand Radjab in 't Jaar 1192: - - - - „ 327. _o maleydsche brief geschreeven door gusti Moera Made karang Assang, aan den Luitenant Commandant Alexander Le Cerf: ged=t der maand Radjab in 't Jaar 1192 - - . . . - - - - - - - - - - - „ 328. _o brief geschreeven door de Rijksbestuer der en grooten van sum„ „bawa aan de boven gem: Lieutenant Commandant Le Cerf, ged=t 20 van de maand Radjab in 't Iaar 1192. - . . . . . . . „ 332. brief van den Heer gouverneur aan den onderkoopman en Resident van Boelecomba Simon Mansieur, de dato 11 September – – – – – – – – - „ 334. 1778: . - -. _=o van als boven, aan den majoor J: G: Englert, de dato als e„ – – – – – – – – – „ 335. „ven- _o van en aan als even, de dato 12 september - - - - - - - - - - - „ 337. _o van den majoor J: G: Englert, aan den Heer gouverneur, de dato 12 daar aan„ 339: _o

NL-HaNA_1.04.02_3529_0838 view scan ↗

English

folio 341. No: letter from and to as above, dated 13: September ditto from and to as just mentioned, dated 14 September folio 344. ditto from the Lord Governor to Major J: G: Englert, dated 22 September last folio 346. the reply from Major J: G: Englert to the Lord Governor, dated 23 September folio 348. letter from the bookkeeper and resident of Saleijer Ian Hendrik Voll, Junior, to the Lord Governor, dated 26 September folio 350. ditto from the Lord Governor to the bookkeeper and resident of Saleijer Jan Hendrik Voll Junior, dated 28 September folio 352. ditto from the bookkeeper and resident of Saleijer J: Hendrik Voll Junior, to the Lord Governor, dated 17 September folio 354. ditto from the Lord Governor, to the bookkeeper and resident of Saleijer Jan Hendrik Voll Junior, dated 4 October last folio 357. ditto from as above, to the bookkeeper and chief interpreter Gerrit Brugman, dated 5th October folio 359 ditto from the Lieutenant Commandant at Bima Alexander Lecerf, to the Lord Governor, dated 28 September of this year folio 360. ditto from the Lord Governor to the abovementioned Lieutenant Commandant at Bima A: Le Cerf, dated 15 October 1778 folio 364. ditto from the Lord Governor to the Kings of Bali and Salemparang cum suis, dated 30 September last folio 369. ditto from as above, to the Lieutenant Commandant at Bima A: LeCerf, dated 16 October of this year 376. Right Honourable Sir The circumstances in which we presently find ourselves compel me to inform Your Right Honourable Sir that, due to a lack of labourers, we cannot proceed with the work at Bisse, the guns remaining level with the ground; furthermore, the parapet, as it currently stands, is incapable of stopping the force of the enemy balls, as was demonstrated again this morning, showing that they must have a cannon positioned on the corner right opposite our redoubt, from which they fire grapeshot; for they have shot dead a horse belonging to Lieutenant van Alphen inside the redoubt, and just outside it they have shot off one leg of a boy belonging to the chief interpreter. Therefore, taking the liberty to humbly request labourers, or that those who must perform extraordinary work may be encouraged by rewards to continue the work, seeing otherwise no chance of completing this battery within the space of half a month, since the men constantly remain exposed to all danger from the front, due to the considerable height of the rampart there. Having nothing further of importance to report, besides that which was reported yesterday by the non-commissioned officer who folio 341. No: letter from and to as above, dated 13: September ditto from and to as just mentioned, dated 14 September ditto from the Lord Governor to Major J: G: Englert, dated 22 September last folio 346. the reply from Major J: G: Englert to the Lord Governor, dated 23 September folio 348 letter from the bookkeeper and resident of Saleijer Ian Hendrik Voll, Junior, to the Lord Governor, dated 26 September folio 350 ditto from the Lord Governor to the bookkeeper and resident of Saleijer Jan Hendrik Voll Junior, dated 28 September folio 352 ditto from the bookkeeper and resident of Saleijer J: Hendrik Voll Junior, to the Lord Governor, dated 17 September folio 354 ditto from the Lord Governor, to the bookkeeper and resident of Saleijer Jan Hendrik Voll Junior, dated 4 October last folio 358 ditto from as above, to the bookkeeper and chief interpreter Gerrit Brugman, dated 5th October folio 359 ditto from the Lieutenant Commandant at Bima Alexander Lecerf, to the Lord Governor, dated 28 September of this year folio 360 ditto from the Lord Governor to the abovementioned Lieutenant Commandant at Bima A: Le Cerf, dated 15 October 1778 folio 364 ditto from the Lord Governor to the Kings of Bali and Salemparang cum suis, dated 30 September last folio ditto from as above, to the Lieutenant Commandant at Bima A: LeCerf, dated 16 October of this year folio 348 37 3 Right Honourable Sir The circumstances in which we presently find ourselves compel me to inform Your Right Honourable Sir that, due to a lack of labourers, we cannot proceed with the work at Bisse, the guns remaining level with the ground; furthermore, the parapet, as it currently stands, is incapable of stopping the force of the enemy balls, as was demonstrated again this morning, showing that they must have a cannon positioned on the corner right opposite our redoubt, from which they fire grapeshot; for they have shot dead a horse belonging to Lieutenant van Alphen inside the redoubt, and just outside it they have shot off one leg of a boy belonging to the chief interpreter. Therefore, taking the liberty to humbly request labourers, or that those who must perform extraordinary work may be encouraged by rewards to continue the work, seeing otherwise no chance of completing this battery within the space of half a month, since the men constantly remain exposed to all danger from the front, due to the considerable height of the rampart there. Having nothing further of importance to report, besides that which was reported yesterday by the non-commissioned officer who

Dutch transcription

„ 34t. N:o brief van en aan als boven, de dato 13: September - - - - - - _o van en aan alseven de dato 14 September - - - - - - - - - „344. _„o van den Heer Gouverneur aan den majoor J: G: Englert, de dato 22 „ 346. September J: L- het antwoord van den majoor J: g: Englert aan den Heer gouverneur, de „ 348. dato 23 September - - - - - - - - - - - - - - - - - brief van den boekhouder en saleijers resident Ian hendrik voll, Iunior, aan den Heer gouverneur, de dato 26 September - - - - - - - - - „ 350. _o van den Heer Gouverneur aan den boekhouder en saleijers resident Jan hen d=k voll Iunior, de dato 28 September - – – – – – – „ 352. _=o van den boekhouder en saleijers resident J: hend=k voll Junior, aan den Heer Gouverneur, de dato 17 September - - - - - - - - - „ 3541. _o van den heer Gouverneur, aan den boekhouder en saleijers resident Jan hend=k voll Junior de dato 4 october J: L: _ - - - - - - - - „ 957. _=o van als booven, aan den boekhouder en oppertolk Gerrit Brugman, de dato 5=e october – - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 359 _=o van den Luitenant Commandant te bima Alexander Lecerf, aan den Heer Gouverneur de dato 28, September deser Jaars - - – - - „ 300. _=o van den Heer gouverneur aan den boven gen: luitenant Commandant te bi„ „ma A= Le Cerf, de dato 15 october 1778 _ _ _ - - - - - - - - „ 364. _=o van den Heer gouverneur aan de konningen van Balij en Salempa„ „rang C: S: de dato 30 September J: l: _ - - - - - - - - - „ 369. _=o van als boven, aan den Luitenant Commandant te bima A=o LeCerf, 376. de dato 16 october deses Iaars - - - - - - - - - - - - - Wel Edele groot Achtbaere Heer De omstandigheden daar wij ons tans in bevin„ „den, noopt mij uw wel Ed: groot Achtb: kennisse te geven; als dat wij met het werk bij Bisse bij gebrek van werks: volk niet voort kunnen vaeren blijvende de stucken gelijks den grond staen ook is de borste„ veer niet bestaanbaar, soo als desselve tans is, om het geweld der vijandelijke kogels te stuijten gelijk nog deze morgen gebleeken is, datse een stuk kannon regt tegen onse benting over op den hoek moeten heb„ ben, daarse met druijven uijt schieten; want een paard van den Lieutenant van Alphen inde benling dood en even buijten deselve eene Jonge vanden opper, tolk het eene been afgeschoten hebben dierhalven de vrijheid nemende, van ootmoedig te verzoeken, om werks volk, of dat men die extra ordinair werk moeten doen, door belooning tot het voortzetten van 't werk kan aanmoedigen, andersints geen kans ziende: in den tijd van eene halve maand deze batterij tot stand te brengen, dewijl het volk steeds g'exponneerd blijft aan al het gevaar van vooren, door de Considerable hoogte van den wal aldaar Niets meer van belang te berigten hebbende, als het geene gisteren door den onder officier die „ 341. No: brief van en aan als boven, de dato 13: September - - - - - - _o van en aan alseven de dato 14 September - - - - - - - - _„o van den Heer Gouverneur aan den majoor J: G: Englert, de dato 22 „ 346. - September J: L- het antwoord van den majoor J: G: Englert aan den Heer gouverneur, de „ 348 dato 23 September - - - - - - - - - - - - - - - brief van den boekhouder en saleijers resident Ian hendrik voll, Iunior, aan „ 350 den Heer gouverneur, de dato 26 september .- _:o van den Heer Gouverneur aan den boekhouder en saleijers resident Jan hen d=k voll Iunior, de dato 28 September – – – – – – – „ 352 _=o van den boekhouder en saleijers resident J: hend=k voll Junior, aan den Heer Gouverneur, de dato 17 September - - - - - - - - - „ 35„ _:o van den heer Gouverneur, aan den boekhouder en saleijers resident Jan hend=k voll Junior de dato 4 october J: L: – – - - - - - - - „ 2958 _=o van als booven, aan den boekhouder en oppertolk Gerrit Brugman, de dato 5=e october - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 359 _=o van den Luitenant Commandant te bima Alexander Lecerf, aan den Heer Gouverneur de dato 28, September deser Jaars – – – – – „ 300 _=o van den Heer gouverneur aan den boven gen: luitenant Commandant te bi„ „ma A= Le Cerf, de dato 15 october 1778 - - - - - - - - - - - „ 764 _=o van den Heer gouverneur aan de konningen van Balij en salempa„ „rang C: S: de dato 30 September J: l: – - - - - - - - - - „ _=o van als boven, aan den Luitenant Commandant te bima A=o LeCerf, de dato 16 october deses Iaars - - - - - - - - - - - - -„ „ 348 37 3 Wel Edele groot Achtbaere Heer De omstandigheden daar wij ons tans in bevin„ „den, noopt mij uw wel Ed: groot Achtb: kennisse te geven; als dat wij met het werk bij Bisse bij gebrek van werks: volk niet voort kunnen vaeren blijvende de stucken gelijks den grond staen ook is de borste„ veer niet bestaanbaar, soo als desselve tans is, om het geweld der vijandelijke kogels te stuijten gelijk nog deze morgen gebleeken is, dat se een stuk kannon regt tegen onse benting over op den hoek moeten heb„ ben, daarse met druijven uijt schieten; want een paard van den Lieutenant van Alphen inde benling dood en even buijten deselve eene Jonge vanden opper, „tolk het eene been afgeschoten hebben dierhalven de vrijheid nemende, van oot moedig te verzoeken, om werks volk, of dat men die extra ordinair werk moeten doen, door belooning tot het voortzetten van 't werk kan aanmoedigen, andersints geen kans ziende in den tijd van eene halve maand deze batterij tot stand te brengen; dewijl het volk steeds g'exponneerd blijft aan al het gevaar van vooren, door de Considerable hoogte van den wal aldaar Niets meer van belang te berigten hebbende, als het geene gisteren door den onder officier die

NL-HaNA_1.04.02_3529_0842 view scan ↗

English

who brought the board money here, have requested Your Right Honourable to please allow another quarter-month of board money to be advanced to the people, both seafaring men and soldiers, who arrived here on the 24th of this month, since it is practically impossible to make do until the ultimate day with the board money received on the 13th of this month over there for the last half-month, the more so because for the most part they brought not a single copper duit of it into the army. I am with deep and humble respect, below stood: Right Honourable Sir, lower: Your Right Honourable's humble and obedient servant, was signed: I: G: Englert, in the margin: In the headquarters the 27th of May 1778, below stood: Agreed, was signed: S:r B:s Godenpijl To the Right Honourable Sir Johannes Robbert van der Tedurgh Governor and Director, over there Right Honourable Sir and Friend. From my last of the 26th of February past Your Right Honourable will have seen how matters stand here regarding the war, and how many of the recruited Madurese and Sumenep warriors had arrived here by that time; in response to Your Right Honourable's honoured letter of the 17th of March following, which has since duly reached me, I can with regard to the former only report that since then nothing of consequence has occurred here again, except that we are employing all possible means to enclose the enemy within Goa more and more, in order to prevent them from obtaining victuals, and if possible to force them thereby into submission, being thwarted by the deceitful conduct of many chiefs of the Bone troops and others; who, with a view to their own advantage, continually manage to get supplies inside, exchanging them for slaves, gold works, or other goods, which gives the Rebels considerable courage, while they are constantly intent on stirring up our subjects in the southern districts districts and at Saleijer against us through embassies and letters, which succeeds with them all too well and contrary to expectations, so that we cannot yet promise ourselves as speedy an outcome as we had indeed hoped and wished; and on account of all this no less, that, besides the Sumenep men still remaining behind from the first recruited four Companies of which since my previous letter no more than roughly 150 heads have arrived with some small vessels, who together with the rest make up only 368, the two Companies accepted later, with the Madurese also still missing to the number of about eighty warriors, had already been summoned, all of whom still remain behind, although the Surabaya chief the Honourable van der Niepoort informed me by a letter of the 31st of March that they were already on the verge of departure. To all the vessels that brought over the auxiliary troops that have arrived here I have granted permission to depart as soon as they might be inclined to do so, so that several Sumenep men have already returned, on which also the Europeans were allowed who had come over with them, which will also happen regarding the rest; but since the nakhoda of the Bark of the Captain of the Chinese at Samarang Ian Lieko has died here, and no one presents himself to receive half the amount of the hire price, of which the other half has been paid over there with four hundred hundred Rijksdaalders, I therefore request that that half may also be paid to him and that sum charged to us by invoice. Meanwhile I once again express my heartfelt thanks for the measures taken to procure the aforementioned later recruited auxiliary troops for us as expeditiously as possible; and I further declare, after friendly greetings, to be with all respect, below stood: Right Honourable Sir and friend, lower: Your Right Honourable's good friend, was signed: P: G: van dor voort, in the margin: Macassar In Castle Rotterdam the 2nd of June 1778, below stood: Agreed, was signed: P:r B: Bodenpijl. Saleijer To the Bookkeeper Jan Hendrik Voll Junior Resident there Honourable, pious, Having received on the 26th and 27th past Your Honour's letters of the 21st and 26th prior, I saw from the first that the Regents who had remained faithful had marched toward Matacalang under the pretext of wishing to attack the refractory glaraang of Hitanga with his gang in order to prevent him from gaining even more adherents, but from the other that they were as good as agreed with the Rebels; from which one must certainly fear evil consequences, against which God be prayed to mercifully preserve Your Honour and yours, while I hope that the pachallang the Jonge Frans, which I sent to Your Honour immediately upon receipt of your earlier letter with my missive of the 18th following, will have already arrived over there, still flattering myself that Your Honour will thereby be able to resist the Rebels

Dutch transcription

die alhier de kost penn: gebragt heeft, aan uw wel„ Ed: groot Achtb: heb doen verzoeken, om aan het volk soo wel zeevaerende als militairen, die op den 24:e dezer alhier zijn aangekomen, nog een quart maand kostgeld gelieft te laten verstreeken, dewijl het genoegzaam onmogelijk is: met het kostgeld op den 13: dezer â Costij voor den laaste halve maand ontfangen, van daar meede toe te rijken tot ult:o, ter meer also'er voor het grootste gedeel„ te geen kopere duijt daar van in 't leger gebragt hebben. Ik ben met die pontzaghen Needrig res„ pect, /onderstond:/ wel Edele groot Achtbaere Heer /lager/ uw wel Ed groot Achtb: onderdae„ nige en gehoorsaemen dienaar /was geteekend/ I: G: Englert /in margine/ Jn't hoofd quar„ tier den 27: maij 1778. /onderstond Accor„ deert /was geteekend/ S:r B:s Godenpijl Aan den wel Edele Achtbaere heer Johannes Robbert van der Tedurgh Gouverneur en Directeur, aldaar Wel Edele Achtbaere heer en Vriend. uit mijne laatste van den 26. februarij passato zal uw wel Edele Achtbaere hebben gezien, hoedanig het hier omtrent den oorlog gesteld is, en hoeveel vande geworvene Madureese en Sumanapse krijgers doenmaels alhier waeron gearriveert, in de b'antwoording van uw wel Edele Acht„ baere, mij zedert wel gewordene g'eerde van den 17:' maart daar aan, kan ik met op zigt tot het eerste eenlijk melden, dat hier zedert alweeder niets van belang voorgevallen is, dan dat wij alle mogelijke middelen aan wenden om de vijanden binnen goa, meer en meer in te sluijten, ten eijnde hun het bekoomen van lee„ vens, middelen te beletten, en waare het mogelijk hun daar door te dwingen om in Submissie gesteld door de bedriegelijke handelwijse van veele hoofden der Bonijse troupen en anderen; die, met inzigt van eigen voordeel, telkens toevoer na binnen weeten te krijgen, daar voor slaven, goud werken of andere goederen in ruijlende, het geen de Rebellen merke„ lijk moed geeft, terwijl zij nog al bij Continuatie er op uijt zijn om onze onderdaanen inde zuijder districten districten en te saleijer door besendingen en brieven tegens ons op te rockenen dat hun maar al te zeer en teegen verwagting geluckt, zo dat wij ons nog geen so spoedige uijt komst kunnen beloven als wij wel gehoopt en gewenscht hadden en uijt hoofde van het een en ander ook niet minder, dat, behalven de nog agter blijvende sumanappers vande eerste geworvene vier Compagnien /waer van zedert mijne voorige met eenige kleene vaar„ tuijgen niet meer dan ruijm 150 koppen, zijn g'arri„ „veert, die met de overige maar 368. uijtmaeken/ de naderhand aangenoomene twee Compagnien, met de meede nog ontbreekende Madureesen ten getalle van circa tagtig krijgers reets waeren opgedaegd, die alle nog agter blijven, schoon het Sourabaijas opperhoofd dE van der Niepoort mij bij een brief van den 31 Maart bedeeld heeft dat z reets op hun vertrek stonden Aan alle de vaartuijgen welke de hier aangekomene hulp troupen hebben overgebragt hebbe ik gepermit„ teerd te vertrecken zo ras zij daar toe geneegen mogten weesen invoegen er reets verscheijdene Sumanappers zijn te rug gekeerd, waar op teffens d Europeesen gelaten zijn, welke daar meede waeren overgekomen, het geen ook omtrend d overigen zal geschieden, dan vermits den nacho„ da vande Bark van den Capitain der Chi„ neesen te Samarang Ian Lieko alhier over„ leden is, en niemand zig op doed ter ontfang van het halve bedrage vande huur prijs, wel„ „ker weeder helft â Costi is voldaen met vier honderd honderd Rijksdaalders, zo versoeke ik, dat ook die helfte aan den selven betaald en die Somma ons bij factuur te laste gebragt mag worden Onderdtusschen betuijge ik alweder hertelijk dank, voor de in het werk gestelde middelen om ons de hier voor gemelde nader gewor„ vene hulptroupen ten Spoedigsten te besorgen; en betuijge voorts naar Vziende lijke groete met alle agting te zijn /onderstond/ wel Edele Achtbaere Heer en vriend /lager/ uw wel Edele Achtb: goede vriend /was geteekend/ P: G: van dor voort: / in margine Maccasser Jn„ 't Casteel Rotterdam den 2 Junij 1778. /onderstond/ Accordeert /was getee„ kend/ P:r B: Bodenpijl. Saleijer Aan den Boekhouder Jan Hendrik voll Junior Resident aldaar Eersame, vroome Den 26 ' en 27: passato mij geworden zijnde uE. letteren van den 21' en 26:' bevorens zag ik uijt d'eerste dat de nog getrouw gebleeven Regenten na Mata„ calang op getrocken waaren onder voorgeven den weerbarstigen glaraang van Hitanga met zijn rot te willen attacqueeren ter verhoeding dat hij nog meer aanhang mogt krijgen, dog uijt d'andere dat zij met de Rubel„ len het zo goed als eens waaren; waar uijt men zekerlijk voor kwade gevolgen dient te vreesen, waar voor god gebeden zij uE: met de zijne genadigte bewaaren terwijl ik verhopen dat de patjallang de Jonge Frans„ die ik al aanstonds op den ontfangst uwer vroegere aan uE. hebbe toegezonden met mijn schrijver van den 18. daar aan reets afosti aangekomen zal wesen mij als nog vijende dat uE. daar door in staat sal wesen de Re„ bellen

NL-HaNA_1.04.02_3529_0847 view scan ↗

English

repel or turn them back if, contrary to my hopes, they should venture to attack the Post. Meanwhile, I have ordered the Bulukumba Resident to employ all suitable means to divert Daeng Tadoenie, if possible, from his evil designs, of which he continues to profess ignorance, which seems to me not contrary to the truth and that he is essentially not innocent, but might nevertheless induce him to resolve to abandon the execution. However it may be, I continue to adhere to my previous orders to employ everything possible to the greatest benefit of our people, trusting that the ill-disposed will at the same time be deterred to some extent by the news that things are increasingly going against the enemies here, whilst I authorize you to promise a pardon to all those who show repentance and might come to their senses, whenever peace can thereby be promoted in any way, for which may God be prayed to grant his gracious blessing. Wherewith I remain, below was written, Your Honor's friend, was signed, P. G. van der Voort, in the margin, Makassar in Castle Rotterdam, the 3rd of June 1778. Below was written, Agrees, was signed, P. B. Bodenpijl. Makassar To the Right Honorable Lord Paulus Godofredus van der Voort Governor and Director of the Celebes Coast Right Honorable Lord, The provisions proa via the soldier Millaan arrived here yesterday, and the ship Asia came to anchor outside this bay on the 21st of this month, and cannot yet enter due to contrary winds. With the aforementioned soldier I duly received Your Right Honorable's honored letters of the 21st of April, as well as of the 2nd of May via the Sangirese messenger, to which an answer is to be made at the first opportunity. Thus this serves to communicate to Your Right Honorable that in the past month two vessels of the ruler of Bima laden with rice departed for Makassar. I request Your Right Honorable to let it be known whether the same have arrived there, as the ruler is very anxious about it. Furthermore, this also serves for Your Right Honorable's information that the first Prime Minister of Sumbawa, Nene Ranga, according to his made promise, has not arrived here, but has let me know that his departure was prevented because all his subjects have gone into the forest to cut sappanwood, reasons which he adduces as an excuse. One can sufficiently notice that it is a frivolous exception; the principal aim will merely be not to have the claim of the ruler of Dompo investigated by the combined assembly, but to seek to consign the same as much as possible to oblivion, because during the plundering committed at that time at Kempo they abducted several free Dompo subjects, and are not minded to return them. Upon arrival on Sumbawa, I will confer with the king and the grandees of the realm about this matter, and give notice thereof to Your Right Honorable in due course. For the rest, nothing noteworthy having occurred, I conclude this, having the honor to subscribe myself with the requisite respect, below was written, Right Honorable Lord, lower, Your Right Honorable's dutiful servant, was signed, A. Lecerp, in the margin, Bima in the Company's fortress, the 27th of May, Anno 1778. Below was written, Agrees, was signed, P. B. Bodenpijl. Translation of a Bugis letter written by the Sanet prince Datu Pantjana at Segeri to the Right Honorable Lord Governor, reading as follows: My humble greetings to the Lord Governor, and I hereby make known that I have heard that the Mandarese have firmly resolved and intend to depart from their country shortly, and to come this way, without being able to say whether they will betake themselves to Bone or elsewhere, of which I could not fail to inform Your Right Honorable, in order not to be accused of unfaithfulness afterwards; and if that news be true, and their coming should be with evil intent, then I request that I may be permitted to take my wife and children to the village of Kaluku; nevertheless, I leave both matters to Your Right Honorable's pleasure. Below was written, Agrees, was signed, P. B. Bodenpijl. To the Sanet Prince Datu Pantjana. After customary greetings. To my son's letter serves in friendly reply that I consider the notification concerning the arrival of the Mandarese as a proof of your goodwill and loyalty to the Company. But since one cannot yet rely with certainty on that news, I request you to make further inquiries about it; and if they should show themselves in the vicinity of Segeri, I have no objection to your bringing your wife and children to Kaluku. Meanwhile, I must to my regret report that I receive an uncommon number of complaints about the violence and outrages which some of my son's children and subordinates commit against the subjects of the Company, against which I wish to have you requested and admonished to take measures for the prevention of mischief. Below was written, Written at Makassar in Castle Rotterdam, the 7th of June 1778. Below was written, Agrees, was signed, P. B. Bodenpijl.

Dutch transcription

„bellen ofte keeren zo zij tegen mijne hoope ondernemen mogten de Post 't attacqueeren, ondertusschen hebbe ik den Boelecombas Resident gelast alle dienstege middelen in het werk te stellen om Daeng. Tadoenie des mogelijk te deverteeren van zijne quade voornee„ mens waar van hij ignorantie blyft persisteeren het geen mij wel voorkomt niet de waarheijt te strij„ „den en dat hij wesentlijk niet ontschuldig is, dog hem egter wel zoude kunnen doen resolveeren om van de uijtvoering of te zien hoe het zij ik blijve als nog inhereeren mijne vorige ordres om alles wat mogelijk is ten meeste nutte van de onsen aan te wenden in vertrouwen dat de kwaad ge„ zinden teffens wel eenige maten zullen worde af„ geschrikt door de tijdingen dat het de vijanden hier meer en meer begint tegen te lopen terwijl ik uE qualificeere om alle de zulke die berouw toonen en tot inkeere komen mogte pardon, toe te zeggen wanneer de ruste daar door eenigsints bevordert kan worden tot het welke gode gebeden zij zijnen genadigen zegen te verleenen Waar meede blijve /onderstond/ uE: vriend/ /was geteekend/ P„s G„s van der voort /in margi„ ne Maccasser in 't Casteel Rotterdam den 3. Junij 1778. /onderstond / Accordeert /was ge„ teekend/ P:k B„s Bodenpijl. Maccasser Aan den wel Edele Agtbaare Heer Paulus Godofredus van der Voort Gouverneur en Directeur ter Custe feleber Wel Edele Agtbaare Heer De provisie prauw per den soldaat Millaan is op gisteren alhier gearriveerd, en het schip Asia, op den 21' deeser, buijten deese baij ten Anker gekoomen, en kan door Contrarie wind nog niet binnen ko„ men, met voormelde soldaat is mij welge„ worden uwel Edele Agtb: g:' Eerde lette„ ren van den 21: April, als meede van den 2:e Maij per den Sangareese Zendeling zendeling tot welker antwoord bij eerste ge leegendheijd staat te geschieden, zo dient deese uwel Edele Agtb: ter Communicatie dat in den voorleeden maand twee vaar„ thuijgen van Bimas vorst met rijst gelaaden na Macasser zijn vertrokken verzoeke uwel Edele agtb: temogen weeten of dezelve aldaar g'arriveerd zijn also den vorst daarom zeer ver„ leegen is Wijders dient teffens uwel Edele agtb: ter kennisse dat den Sumbawas eersten Rijksbestierder Neene Ranga, vol„ „gens zijn gedaane belofte alhier niet is aangekomen, maar mij heeft laate wee„ ten dat zijn vertrek belet was geworden door dien alle zijne onderdaanen na het bosch zijn gegaan om Sappanhoud te kappen, redenen die den zelven tot een Ex„ cus bij brengen, kan, men genoegzaam bemerken dat een frivolie Exceptie is, het principaalste oogmerk zal alleen lijk zijn om de pretentie van Dompos. vorst 2 vorst niet aande gecombineerde vergadering te willen laaten onderzoeken, maar deselve zo veel mogelijk in het vergeetboek zoeken te brengen, dewijl zij bij het plunderen te dier tijd op kempo gedaan verscheijdene vrije Dompose onderdaanen geroofd: heb„ ben, en deselve niet van zints zijnde wederom te geven, ik zal bij aankomst op Sumbawa: den koning en Rijksgroo„ „ten van het een ander onderhouden, en uwel Edele agtbaare bij geleegentheijd kennisse van geeven voor het overige niets noteerens waar„ dig voorgevallen zijnde, zo besluijte deese heb ik de Eer mij met de vereijschte eerbied te onderschrijven /onderstond/ wel Ede„ „le Agtbaare Heer; /lager:/ uwel Edele Agt„ baare trouwschuldige Dienaar /was geteekend A:n Lecerp, /in margine / Bima Jn 's Comps vesting den 27: Meij Anno 1778. /onderstond/ F Accordeert /was geteekend/ P:s B:s Bodenpijl „ Translaat Bougi„ neese brief geschree„ Oven door den Sa„ „netse Prinsetrou„ Pantjana te Sagerij aan de wel Edele Achtbae„ „re Heer Gouverneur luijdende; aldus Mijn nedrige groete aan den Heer Gouverneur, en maeke bij deeze bekend, dat ik gehoord hebbe, dat de Mandhareesen vast besloten, en dit hebben, om eerst daags uijt haar Land te vertrecken, en dit heen te komen; zonder te kunnen zeggen over ze hun bij Bonij begeeven p Of of na elders willen, van 't welke ik niet heb„ „be kunnen nalaeten uw wel Edele Achtb: te verwittigen, om naderhand niet beschuldigt te worden van ontrouwen; en zo die tijding waar, en haere komste ten quae„ „de mogte weezen, dan ver„ soeke ik dat mij gepermit„ „teerd mag worde; om mijn vrouw en kinderen na de negorij kaloekoea te brengen; nogthans laate ik het een en ander aan uw wel Edele Achtb: goedvin„ „den over /onderstond:/ accordeert /was geteekend/ B„r B:r Bodenpijl 13 Aan den Sanets Prins Arou Pantjana Na gewoone Begroetingen Op mijn zoons brief diend in vrien„ „delijk antwoord dat ik de bekendmae„ „king wegens de herwaarts komste van de Mandhareesen als Een blijk van uw wel meenintheijd en trou„ we tot de Compagnie aanmerke, dan vermits men op tie tijding nog geen vaste staat kan maeken; ver„ soeke ik uw, om daar na, nader te doen verneemen; en wanneer zij zig zig omstreeks Sagerij vertoonen mogten, mag ik wel leijden, dat uwe zijn vrouw en kinderen na kaloekoea brengt Intusschen moet ik tot mijn leedweesen berigten, dat ik ongemeenen veel klagten krijge over het geweld ende baldaedigheden die sommige van mijn zoons kin„ deren en onderhoorigen pleegen tegen de onderdaanen van de Compagnie, waar tegen ik uw versogt en vermaand wil hebben ordre te stellen tot voorkoming van onheijlen /onderstond/ Geschreeven te Maccas„ „ser in 't Casteel Rotterdam den 7: Junij 1778. /onderstond/ Accordeert /was geteekend /: I„n B:s Godenpije

NL-HaNA_1.04.02_3529_0855 view scan ↗

English

15 Makassar To the Right Honourable Sir, Paulus Godofredus van der Voort, Governor and Director of the Coast of Celebes, etc., etc. Right Honourable Sir, Your Right Honourable's highly respected letter of the 25th of last month reached me yesterday. I do not only do my best, Right Honourable Sir, to encourage the loyalty of Craeng Bonthain, who indeed next to God is the preservation of that post, but in the hope that Your Right Honourable will not take it amiss, I have sent him some presents, among which an umbrella with permission that he may use it, which is regarded by him as a great favour. That Craeng, Right Honourable Sir, being under the impression that Your Right Honourable had sent it to him, has requested me to thank Your Right Honourable for it, and promises, nay, shows by his actions that he is not only loyal, but also does his best to bring the rebels to submission, or otherwise to drive them away and keep the enemy as far as possible from the country. I have promised him, Right Honourable Sir, that if he continues in this way he will certainly be rewarded for it in one way or another. He has, Right Honourable Sir, more than once been urged to also leave the Company, but I imagine that he is currently one of the best. For the reason, Right Honourable Sir, that after the desertion of the old Anron Goeroe Tompoboeloe called Daeng Majalling, another chief was needed to gather the scattered band as soon as possible, I have provisionally appointed Daeng Mamakassi to that position at the request of all the subordinate chiefs and Annak Craengs, and I hope he will remain in it. He is, Right Honourable Sir, an elderly man and known to everyone as a loyal Company subject. Here, 17 here, Right Honourable Sir, it is currently quiet. Craeng Gantarang, who is still sick, has sent his son to declare his innocence. I have let him know, Right Honourable Sir, that I never held such thoughts about him, but that he could not blame me for investigating when hearing matters of that nature. I have admonished his son, as well through the interpreter and Craeng Bonthain as in person, that he should show that he means well with the Company, which he promised under the most solemn oaths, which I hope he as well as the others will fulfill. According to the writing of the Resident of Salaijer in a letter of the 21st of last month, Right Honourable Sir, the regents had marched against the Bontobangers, and in a letter of the 29th of May from the said Resident, he writes to me of the march of the regents against the Bontobangers, which would have been so advantageous if they had pushed through, but it appears that they are playing the rogue, so that without Company assistance the stubbornness of the Bontobangers cannot be brought to submission. Further, the said Resident further writes to me, Right Honourable Sir, that he had no one with him except Daeng Manoe Jegang and Daeng Matatta, who, together with their men, protected the Company's post, which was the reason that he could not send Daeng Manoe Jegang over here to answer the charges against Daeng Tadoenie, and that those who had reported the statements of Daeng Tadoenie were likewise nowhere to be found. Daeng Pagoeling, Right Honourable Sir, being the nephew of Jennang Boelecomba, who together with that Jennang had departed for Saleijer to search for horses for the King of Bonij, arrived here on the 1st of this month, intending to depart in a few days with those horses to His Highness. Said Daeng, Right Honourable Sir, also brought me a letter from the Resident, in which he communicated to me that because his post was in great danger, he had to detain Jennang Boelecomba. And yesterday, Right Honourable Sir, the bearer of this, being the Chinese named Ongt Jengko, arrived here from Saleijer, who brought me verbal news that matters on Saleijer were still in the same state, and that the Resident would write to me in a few days and request rice. All this, Right Honourable Sir, being what has come to my ears, I have considered it my duty to inform Your Right Honourable of it, whilst I further take the liberty, after having wished Your Right Honourable God's blessing, with all required high esteem and respect to call myself, below: Right Honourable Sir, lower: Your Right Honourable's humble and faithful servant, was signed: S:n Monsieur. In the margin: Boelecomba, in the Company's fortress, the 5th of June, Anno 1778. Below: Agreed. Was signed: H. Bs Lodenpijl. My many greetings to the Governor, and I make known hereby that I have received Your Right Honourable's letter very well and as soon as I understood its contents, I sent my people to the settlement of Jampoea to learn there from my father-in-law about the movements of the Mandharese, and as soon as they have returned, I shall not fail to report to Your Right Honourable thereof in writing, or even to come up in person. Regarding the complaint of the Company's subjects about the mischievous conduct of my son, I have questioned him, but he answered me that Arou Baroba gave him orders to demand 10 Spanish rixdollars owed from one of their debtors, which he also received, and that is all he did; nevertheless, I leave it to Your Right Honourable's disposition. Below: Agreed. Was signed: P:k B:s Bodenpijl. Translation of a Buginese letter written by Arou Pantjana at Sagerij to the Right Honourable Governor, reading as follows:

Dutch transcription

15 Maccasser Aan den wel Edele Agtbaere Heer! Paulus Godofredus van der voort Gouverneur en Directeur der Custe Celebes. &: &: Wel Edele Agtbaere Heer! uwel Edele Agtb: hoog gerespecteerde Letteren van den 25:e Jo Leeden zijn mij op gisteren geworden ik doe niet alleen mijn best wel Edele Agtb: heer om Craeng Bonthain die weezentlijk naast God te behoud dier post is tot trouw te anni„ meeren, maar ik heb hem in die hoope dat 't van u wel Ed: agtb: niet qualijk zal genomen worden eenige presenten gezonden, waar onder een pajong met permissie dat hij die mag gebruijken, 't geen door hem als een groote gunst aangemerkt wordt, die Craeng wel Edele Agtbaere heer in de verbeel„ ding ding zijnde dat uwel Edele Agtb: hem zulks toegeschikt had, heeft mij verzogt uwel Ed: agtb: daar voor te bedanken, en belooft Ja toont met d' daaden dat hij niet alleen getrouw is maar ook zijn best: doet om de weeder spannelingen tot onderdaanigheijd te brengen, of anders te verjaagen enden vijand zoo veel mooglijk van 't Land te weeren; ik heb hem belooft Wel Edele Agtb: heer dat hij zoo voortgaande zee„ kerlijk op d' een of andere wijze daar voor beloont zal worden, hij is wel Edele Agtb: heer meer dan eens aangenaamt om meede d' Comp=e te verlaaten dog ik verbeeld mij dat hij thans een der beste is. om reeden wel Edele Agtb: heer er na 't wegloopen van den oude Anron Goeroe Tompoboeloe Daeng Majal„ ling gen: een ander hoofd moest weezen om de verstrooide- hoop zoo dra moogelijk te verzaa„ melen heb ik op verzoek van alle d'onder„ hoofden en Annak. Craengs Daeng Ma„ makassi provisioneel daar toe aangestelt, die ik hoop dat 't zal blijven, hij is wel Edele Agtb: heer een bejaard man en bij een ieder voor een trouw Comp: onderdaan bekent alhier 17 :alhier wel Edele agtb: heer is 't thans stil Craing gantarang die nog zig is heeft mijn zijn zoon gezonden om zijn onschuld tekennen te geeven ik heb hem wel Edele agtb: heer laten weeten als dat ik nim„ mer zulke gedagten van hem gehad heb, dog dat hij mij niet qualijk konde neemen dat, ik zaaken van die natuur hoorende daar onderzoek na deed ik heb zyn zoon zoo wel door d' tolk en Craeng. Bonthain als in persoon aangemaant dat hij zoude toonen 't wel met d' Comp=e te meenen, 't geen hij onder de duur„ ste eeden beloofde in't welk ik hoop dat hij zoo wel als d'andere na zal komen. Volgens schrijvens van d' Resident van Salaijer bij brief van den 21: Jol: wel Edele agtb: heer waeren d' regen„ „ten tegens d' Bontobangers op getrokken en bij een brief van den 29 meij van gem: resident Schrijft hijmijd' optogt van d' regenten teegens d' bonto bangers 't geen zoo voordeelig is geweest wanneerse door geset hebben dog 't schijnt datze d' schelm spee„ „ende zoodat zonder Compagnie adsistentie d' haardnekkigheijd der bontobangers, niet tot onderdaanigheid zal kunnen gebragt worden. Verders verders schrijf gem:, resident mij wel Edele Agtb: heer als dat hij niemand als Daeng manoe Jegangen Daeng Matatta bij zig had die benevens d' hunne Comps post beschermden,„ 't geen d' reeden was dat hij Damg, manoe Jegang na herwaarts niet konden zenden om zig teegens Daeng Tadoenie te verant woorden en dat die geen d' gezegdens van Daeng fadoenie aangebragt hadden meede niet tevin„ den waeren Daeng Pagoeling wel Edele agtb heer! zijnde de Neef van Jennang Boele„ comba die te zaamen met die Jennang om voor d koning van Bonij Paarden te zoeken na Saleijer was vertrokken, kwam op den 1 deser al hier zijnde van voorneemens om eerst dags, met die paarden na zijn Hoogheit te vertrekken gem: Daeng wel Edele agtb: heer bragt mij een brief meede van d' resident waar in die mij Communiceerde als dat hij Jnnang Boelecomba dewijl zijn post groot gevaarliep moest aanhouden en op gister wel Edele agtb: heer kwam brenger deses zijnde den Chinees ongt„ Jengko gen: van Saleijer alhier aangie„ ren die mij mondeling tijding bragt als dat 't op saleijer nog in deselfde Staat Staat was en dat de Resident mij eerst daags zoude schrijven en om rijst verzoeken Dit alles zijnde wel Edele agtb: heer 't geen mij ter ooren is gekomen heb ik 't van mijn pligt geagt uwel Edele agtb: zulks. te bedeelen terwijl ik verder de vrij„ heijd neem na uwel Edele Agtb: gods zeegen toe gewenscht te hebben met alle vereijschte hoog agting en Eerbied mij te noemen /onderstond:/ wel„ Edele Agtbaare Heer :/ lager / uwel Edele Agtb: onderdaenige en trouwschul„ dige Dienaar /was geteekend/ S=n Mon sieur /:in margine:/ Boelecomba in Comp„s vesting den 5: Junij Ao 1778. /onderstond/ Accordeert /was getee „kend/ H. Bs Lodenpijl: Mijn veelvoudige groete aan den Heer gouverneur en maeke bij deeze bekend dat ik uw wel Edele Achtb: brief zeer wel ontfangen en zo dra dies inhoud verstaan hadde; mij volk na de negorij Jampoea ge„ zonden hebbe, om aldaar van mijn schoenvader te verneemen, na de beweegingen van de Mandharee„ sen, en zo wanneer zij zullen zijn te rug gekeerd, zal ik niet nalaeten uw wel Edele Acthbaere daar van schriftelijk berigt te geeven, dan wel zelfs in persoon op te komen Aangaande de klagte van sComp:s onderdaa„ nen over 't baldaadig bedrijf van mij zoon hebbe ik hem ondervraagd, dog dezelve gaf mij ten antwoord dat Arou Baroba hem last gegeeven heeft, om van een haerel debi teuren, 10 rijxd„s spaans die hij schuldig was afte vorderen, 't geen hij ook gekreegen en alles is wat hij gedaan heeft, nogthans laat ik het egter aan uw wel Edele Acht„ baeres dispositie over /onderstond/ ac„ cordeert /was geeteekend/ P:k B:s Bodenpijl Translaat Boegineese brief geschreeven door Arou Pan„ tjana te Sagerij, aan den wel„ Edele Achtbaere Heer Gou„ verneur luijdende, aldus

NL-HaNA_1.04.02_3529_0861 view scan ↗

English

21 Right Honourable Sir, Since I had the honour to confer with you in person, nothing of particular note has occurred to report, except that this very evening a girl was discovered below Tingimaeng and brought to me, whom I had examined. From this it appeared most clearly that the misery and famine within Goa are indescribable, just as yesterday morning there were brought from Mangassa a mother with her little daughter of about nine years old, so emaciated by hunger and misery that the latter had to be carried. They also declared the same, adding that daily a multitude of people were dying of hunger and misery. Taking the liberty to address you, I very respectfully request you to be pleased to grant the bearer of this, the Adjutant Kintzig, the board money and further emoluments enjoyed by an officer, on the grounds that he is not only zealous and vigilant both by night and by day, but on that service must maintain horses, which cannot well be provided from a sergeant's pay. The preparations are being made that are conducive to the execution of the objective, in order to be ready whenever it may please your Honour to determine a day for carrying out the expedition in question. I have nothing to request for that except, for that time, fifty healthy soldiers, since on this occasion so many cannot be drawn from all the field entrenchments due to sicknesses. As the Captain of the Madurese, Mastrerang Dungkarra, stationed in the field entrenchment Bisse, has not yet turned up, I therefore most humbly request instructions on how to conduct myself in this matter. Knowing nothing further of importance to report, I have the honour to call myself, with deep respect and humble reverence, Right Honourable Sir, Your Honour's humble and obedient servant, was signed: I: G: Englert. In the margin: At the Headquarters, the 15th of June 1778. Below was written: Agrees, was signed: H. B. Lodenpijl. 23 To Major Johan George Englert, before Toa, commanding the army. Honourable, Valiant, and Discreet Sir, Although the weak condition in which it is said the enemy finds themselves within Goa, and which also does not seem entirely improbable, had almost made me consent to undertaking an attack once more, notwithstanding the standing and recently reiterated serious prohibition of Their High Excellencies against it, I am justly diverted from it, indeed even deterred, by the report made to me this morning by the chief interpreter that you had given notice of the said intention to the Madanrang, and that you intended to throw up a benting inside Goa. What reasons moved you to that communication I cannot possibly understand, and even less had I expected such a thing, the more so because, apart from other known reasons, it is self-evident that good success had primarily to depend on secrecy. As the matter is now bound to become known not only to the allies but even to the enemy as surely as the execution must thereby become more difficult, if it does not entirely fail as I fear, since Datu Baringang and others will undoubtedly know how to procure support for the enemy. From all of which you will easily be able to apprehend that I, in that case, would expose myself to the utmost displeasure of Their High Excellencies, against which I hope to guard myself. To the provisional Adjutant Kinsing, for the time that he serves as such, I will have double officer's board money provided, but I may not dispose over emoluments. Pursuant to your proposal, I have informed the Captain of the Madurese, Maas Tera Nagara, that, having come up without permission, he was no longer to be employed in any service; but he asserts that he gave notice and requested leave from the commanding Sergeant Koning as well as from the First Captain, and that he was indisposed, of which latter I have also been assured. Wherewith, after friendly greetings, I remain, Your good friend, was signed: P. G. van der Voort. In the margin: Macassar, in Castle Rotterdam, the 15th of June 1778. Below was written: Agrees, was signed: J. B. Godenpijl. 25 Right Honourable Sir, A certain incident that occurred yesterday compels me to bring it to your Honour's attention, although the chief interpreter, having been present, would be able to give the best elucidation of it. I was unable to mention it in the main report because the matter first had to be investigated. Having found that Lieutenant Van der Hellen had gone too far, both in the false report of the Papangers and in having, without prior investigation, committed insolences in one of the bentings of the Sumanappers, taking by force one of the people who had been pursued on the public road by the said Papangers and had taken refuge in the benting of Jallangarra, despite it having been made known to him in the clearest terms that they were not enemy people but belonged to the chief interpreter. A second fled into the other benting of Partja Mangalla, who was brought to me by Lieutenant Brandus. Having immediately released both of these and handed them back over to the repeatedly mentioned chief interpreter, the said Lieutenant seemed displeased thereat and went quite out of bounds towards me with obstinate words, unbecoming for a subaltern officer towards his commanding chief; wherefore this morning the

Dutch transcription

21 Wel Edele groot Achtbaare Heer! Sedert ik de eere gehad heb uw wel Ed: groot agtb: per monde te onderhouden niets bij zonders te berigten vallende, als dat dien selfden avond eene meijd on„ der Tingimaeng ontdekt en bij mij gebragt is die ik heb doen examineeren; waar uit ten elder klaarsten bleek dat de elende en hongersnood binnen goatans onbeschrijvelijk is, gelijk meede gisteren morgen van Mangassa gebragt wier„ den, Eene moeder met haar dogtertje van omtrent Negen Jaren oud, door honger en elende sodanig vermagert, dat de laatstge„ noemde moeste gedragen worden, verklaeren almeede het selfden daar bij voegende, dat er„ dagelijks eene meenigte menschen van hon„ „ger en Elende stierven De vrijheid te verzoeken neemende uw wel Edele groot agtb: zeer eerbiedig te verzoe„ ken, om aan brenger dezes den Adjudent kint zig kint zig het kostgeld en verdere Emolumenten een officier genietende gelieft toe te voegen uijt hoofde den zelven niet alleen ijverig en vigilant soo wel bij nagt als bij dag, maar, op die dienst paarden moet onderhouden, dat van een sergeant tractement niet wel kan gefourneerd werden de de toebereijdselen werden gemaakt, tot den uit„ voer van 't oogmerk dienstig, om in staat te zijn wanneer het uw wel Edele groot agtbaere behagen mogte, eenen dagh te bepalen, ter intvoering van de bewuste Expeditie, daar toe niets te verzoeken heb„ bende, als voor die tijd vijftig gezonde Militairen„ dewijl indeeze gelegendheijd, soo veel niet wegens ziektens uit alle de veldschansen kunnen geligt werden Terwijl den Cap„n der Madureesen mastrerang dungkarra bescheijden inde veldschans Bisse nog niet is komen op dagen dierhalven zeer ootmoedig verzoeke hoedanig mij daarin te gedragen voor 't overige niets van belang te rapporteeren wetende, hebbe ik de eere met diep ontzagh en Needrigen respect mij te noemen /onder„ „stond/ wel Edele groot agtbaere Heer /lager/ uw wel Ed: groot agtb: onderdaenige en gehoor„ saemen Dienaar /was geteekend/ I: G: Englert /in margine:/ Jn t hoofd Quartier den 15 Junij 1778: /onderstond/ Accordeert /was. „geteekend /: H„r B:s Lodenpijl 23 Aan den MajoorJohan George Englert voor Toa. Commandeerende het Leger Erntfeste Manhafte Discriete. Schoon de swacke toestand waar in men zegt, dat de vijanden zig binnen goa bevinden, en die ook niet ge „heel ongelooflijk voorkomt, mij genoegsaam hadde doen testemmen in het andermaal orderneemen. van een attacque niet Jegenstaande het daar tegen leggend en nog Jongst gereitireerd ernstig ver bod Hunner Hoog Edelheedens, zo worde ik daar van billijk gediverteerd, Ja zelfs afgeschrikt, door het mij deesen morgen gedaan Rapport vanden oppertolk dat uEd. van het gemelde voorneemen aan den Madanrang kennisse gegeeven hadde en hoe uEd: van intentie was een benting binnen Goa op te werpen, wat redenen uEd. tot die Communi„ „catie gemoveerd hebben, kan ik onmogelijk begrijpen en nog minder hadde ik zulks verwagt te meer het buijten andere bekende redenen, van zelve spreekt dat het goed succes voornamentlijk de pendeeren moest, van de geheimhouding daar de zaak nu niet alleen bij de Bondgenooten maar zelfs bij de ƒ bij de vijanden alzo zeeker staat bekend te raeken, als d'uijtvoe„ ring en beschwaarlijker door moet worden, zo die al niet ge„ heel mogte mislucken gelijk ik vreese dewijl Datau Ba„ ringang en andere buijten tuijffel wel onderstand aan de vijanden zullen weeten te bezorgen uijt alle het wel „ke uEd: ligtelijk zal kunnen apprehendeeren dat ik, my, in dien gevalle zoude bloot stellen aan het uijterste misnoegen Hunner Hoog Edelhedens, waar voor ik mij hoope te wagten Den provisioneel adjudant kinsing zal ik voor den tijd dat hij als zodanig dienst doet dubbeld officiers kost geld laeten verstrecken maar over Emolumenten mag ik niet disponeeren Den capitain der Madureesen Maas Tera Na„ „gara hebbe ik conform uEd voorstel laeten weeten dat hij, als zonder consent opgekomen zijnde, tot geen dienst meer g'emploijeerd stond teworden, dog hij betuijgd aan den Commandeerend Sergeant koning zo wel als dan den eersten Capitain kennisse gegeeven en verlof verzogt te hebben, en dat hij onpasselijk was; in voegen mij dat laaste ook verzeekert is Waar meede na vriendelijke groote blijve (onder stond/ uEd goede vriend /was geteekend/ P:s G:s van der voort; /in margine/ Maccasser in't Casteel Rotterdam den 15. Junij 1778. /onderstond/ Accordeert /was geteekend/ J=s B„s Godenpijl 25 Wel Ede groot Agtbaere Heer zeeker voorval gisteren g'exteerd, noopt mij uw wel Ede„ „le groot agtb: ter kennisse te brengen; hoewel den opper„ tolk present geweest zijnde, daar de beste elucidatie van zoude kunnen geven Jk heb in het hoofd rapport daar geen gewag van kunnen maken, om dat de zaak eerst diende te onderzoeken: bevonden hebbende, dat den Lieutenant vander Htellen tevergegaan was, soo wel in't valsche rapport der Papangers, sonder voor afgaand onderzoek, brutalitijten gepleegt heeft in eene der bentings van de sumanappers haatende met geweld eenen van't volk die door gem: Iapangers op den Publicquen weg vervolgd en zijn toevlugt inde binting van Jallangarra genoment heeft, daar uit, niet tegenstaande hem op het verstaenbaerste te kennen gegeven was, dat het geen vijandelijk volk maar aanden oppertolk was toebe„ hoorende: een tweede vlugte in de andere benting van Partja Mangalla die mij door den Lieutenant Bran„ „dus wierde gebragt deze beide ten eersten ontslagen en aan meermelden oppertolk weder overgegeven hebbende scheen meerm: Leeutenant daar over te onvreden en gong zig al vrij te buiten tegens mij met obstinade woorden voor een subalterne officier tegens zijn Commandee„ rende Cheff onbetaemelijk; weshalven deze morgen de

NL-HaNA_1.04.02_3529_0866 view scan ↗

English

Having investigated the matter and found the aforementioned Lieutenant guilty, I sent Ensign Lacherwits for that purpose to relieve him and come here, since nothing can be entrusted to Ensign Walberg, who is still stationed there; ordering him upon his arrival under house arrest until further orders. Having now considered the matter further, he begged me for forgiveness, but I submit this to the pleasure of Your Right Honorable, assuming it to be necessary from time to time to make subordinate officers realize their duty and respect toward their superiors through a small correction commensurate with their offenses. The two Papangers guilty of this violence committed have had to pay for it on their backs, as an example to others. After the patrol had been carried out, and while I was resting a little on Karronrong, a crackling sound occurred just inside the rampart of Goa, exactly as if a batch of hand grenades had unexpectedly caught fire; however, shortly thereafter several musket shots were fired, which caused me to maintain that the enemy within Goa must have risen up one against the other. This morning, Ensign Lautrip brought in two heads, which belong to two of five men who arrived near Goa yesterday evening around eight o'clock and intended to break through the line between here and Malenkerij, shot dead, having rejected an offered pardon; the rest escaped back inside in flight. Having nothing more of any importance to report, I take the liberty to call myself with all reverence and respect, Beneath stood: Right Honorable Lord Lower: Your Right Honorable's humble and obedient servant Was signed: J:n G: Englert In the margin: In the Headquarters, the 15th of June 1778 Beneath stood: Agrees Was signed: H:r B:s Godenpijl 27 Right Honorable Lord, Although after my arrival in the army I have several times ordered and most earnestly represented to Major Englert that firing the artillery occurred upon mere rumors or out of fear, I have nevertheless been unable to restrain the officers stationed in the redoubts of circumvallation in the army before the aforementioned place from arbitrarily presuming some authority and having the cannon fire as they saw fit, however unfounded. I have therefore issued the accompanying written orders in order to somewhat curb their unrestrained conduct. In the expectation that Your Right Honorable will not be pleased to take my arrangements unfavorably, which will bring me the utmost joy if I have met Your Right Honorable's intention. Wherewith I remain with the deepest dutiful respect, Beneath stood: Right Honorable Lord Lower: Your Right Honorable's most humble servant Was signed: C:s Sundberg In the margin: In the army before Goa, the 16th of June 1778 Beneath stood: Agrees Was signed: B:s Godenpijl 29 Orders of the 16th of June 1778 Article 1: No non-commissioned officer belonging to the artillery, whether extraordinary fireworkers or bombardiers, shall presume to leave his post without the prior knowledge of the Captain Commandant, unless it were something necessary, much less go to Macasser; and if the Commandant is not at Headquarters, the Lieutenant shall have command in his stead. Article 2: No one shall fire with the cannon into Goa, whether by day or by night, upon mere rumors from anyone, or at single persons who appear there on the rampart and fire with small arms, unless a special order is given by me. However, if a sally from inside or people of their kind from outside should wish to throw themselves inward or outward, obedience shall be shown to the officers at the respective posts, and the officer shall then proceed according to the art of war. But aside from that, the artillery non-commissioned officer shall account for the issue of ammunition and cartridges, and the officer for the consumption. Article 3: Every Saturday, a clear written report shall be given in the form indicated by the accompanying draft report, so that no one may excuse himself on grounds of ignorance. Article 4: No more than two men a day, or at one time, shall be permitted to go to Macasser, so as not to neglect the service thereby. Beneath stood, was signed: C:s Sundberg In the margin: In the Headquarters, as above Beneath stood: Agrees Was signed: P:r B:s Godenpijl Right Honorable Lord, From yesterday's most venerated letter written in Your Right Honorable's own hand, I noted with the greatest pleasure that Your Right Honorable has been pleased to consent to and approve the correction regarding Lieutenant van der Stellen; therefore taking the liberty to request Your Right Honorable's favorable permission to release the said Lieutenant again tomorrow and let him go to his assigned post. Daily, women and children driven by hunger who seek to flee from Goa are now brought to me here by our own men. Having nothing further of any importance to impart, I therefore take the liberty to call myself with the greatest reverence and awe, Beneath stood: Right Honorable Lord Lower: Your Right Honorable's humble and obedient servant Was signed: J:n G:l Englert In the margin: In the Headquarters, the 17th of June Anno 1778 Beneath stood: Agrees Was signed: P:r B:s Godenpijl

Dutch transcription

de zaak onderzogt en bevonden hebbende, den Lieutenant voorsz: schuldig: sond ten dien eijnde den vendrig Lacher„ wits hem te vervangen en herwaards te komen; dewijl den aldaar nog bescheijden vendrig Walberg niets toebe„ trouwd kan werden. ordonneerende hem bij zijn komste huijs arrest tot nader order de zaak nu nader door hem ingezien, smeekte mij om vergevinge, dog ik stellen zulks aan het behogen van uw wel Ed groot agtb:, supponeerende het voor noodzaakelijk nu en dan aan de subalterne officier hunne pligt en Respect aen hun gebieders door eene kleijne met hun verbeeken over een komstige Correctie te Exerceeren de twee Papangers schuldig aan deze gepleegde geweldenaerij hebben het met den rug moeten boeten, tot een Exempel van andere vervolgens de zonde gedaen en dewijl ik mij op karron rong een weenig verpooste, viel aldaar even binnen den wal van goa een geknatter, net of er een parthij handgranaden op het onverwagtste in den brand ge„ raakten voor, dog kort daar na vielen nog eenige sna„ phaans schooten, dat mij deed sustineeren: dat den vij„ and binnen goa, den eene tegen den anderen moet wesen opgestaan Deeze morgen door den vendrig Lautrip twee koppen aange„ „bragt, die deze van vijf man die gisteren avond omtrent agtuuren int goa kwamen en door de lienie tusschen hier en malenkerij meenden door te komen, doodt gescho„ ten, verwerpende een aangebode Pardon; de overige die zijn het met de vlugt weder naer binnen ontsnapt Niets meer van eenig belang te melden hebbende, neeme de vrijheijd met alle eerbied en respect mij te noemen. /onderstond/ wel Edele groot agtb:e Heer /lager / uw wel Ed:e groot agtb: onderdaenige en gehoorsamen dienaar /was ge tekend/ J:n G: Englert /in margine/ Jnt hoofd quartier den 15: Junij 1778 /onderstond/ accordeert /was geteekd/ h=r B:s Godenpije 27 Wel Edele groot Agtbaere Heere, Toewel ik na mijne komst in't Leger verscheijde maelen g'ordonneert en den Ma„ Joor Englert op 't Ernstigste voor gehouden heb, dat het schieten uijt 't geschut op enkelde gerugten of op vreese geschiede zoo heb egter de officieren leggende in Veldschantzen van Circum valatie in't Leger voor ge„ melde plaats, niet kennen te rughou„ „den, om dan in wan eenige authoritijt zig te willen aan matigen, en 't Canon te laeten speelen; nae 't hun goedvond. hoe ongegrond ook Hebbe dierhalven de meede volgende schrif„ telijke orders laeten uijt gaen om haer toomeloosheijd Eenigsins te beteu„ gelen. In verwagtinge dat uw Edele groot Agtbaare met gelieve ongunstig mijne gedaene ingerigting op te neemen zullende mij ten uijter„ sten verblijden, zoo ik uw Edele groot Agtbaere intentie hebbe ge„ troffen Waar meede met die p Schuldig respect verblijve, /onderstond:/ wel Ede„ le groot Agtbaare Heer /lager/ uw Edele groot agtb: aller onderdanigste Dienaar /was geteekend/ C:s Sundberg, / in margi„ ne Jn't Leger voor Goa den 16 Junij 1778. /onderstond/ accordeert / was geetekend. 5 Bs Godenpijl 29 Orders van den 16:' Junij 1778 Art: 1: Geen onder officier hoorende onder't Arthil„ „lerie't zij Extra ordinaire vuurwerkers of Bom„ bardiers, zal sig verstouten om van zijn Post te gaan, zonder voorkennisse van den Capi„ tain Commandant, ten zijiets noodsaekelijks waaere, veel minder nae Maccasser en zoo den Commandant niet in 't Hoofd quar„ „tier was zal den Lieutenant in steede het Commando hebben Niemand zal binnen goa schieten met het cannon 't zij bij dag of bij nagt, op enkelde ge „rugten van iemand of op enkelde persoonen die aldaar sig op den wal vertoonen en uijt Art. 2. klijn klijn geweer schieten ten zij door mij, een particu„ liere order gegeeven werd, egter zoo een uijtval van bin„ binnen of van buijten volk van hun aerd, sig willen nae binnen of buijten werpen. zal de officieren op de respectieve Posten gehoorsaemheijd beweesen werden, en hy officier als dan volgens krijgskunst te werk zal gaan. edog buijten dien zal den Arthillerie onder officier de Ammunitie en Pattroonen verantwoorden voor de uijtgave, en den officier voor de Consumtie Alle zaturdag zal een schriftelijke en duijdelij„ ke rapport gegeeven werden in forma als den nevens. gaande project rapport uijtwijst, op dat niemaand sig van ontweetendheijd ontschuldige Art: 4: Neetmeer dan twee mansdags, of op eenmael zullen permitteerd werden nae Maccasser te gaen om den dienst daar door niet te verwaer„ loosen /:onderstond / was geteekend:/ E:s sund„ berg /in margine/ Jn't hoofd Quartier ut supra /onderstond/ accordeert /was geteekend/ P„l B„s Godenpijl Art: 3: wel Ede groot Agtbaere Deer uit die van gisteren zeer gevenereerde uw wel: Edele groot agtb eijgenhandige missive met het grootste genoegen ontwaard, als dat zijn uwel Ed groot agtb inde Correctie wegens den Lieutenant van der Stellen heeft gelieven te consenteeren en te accordeeren, dierhalven de vrijheijd Nemen; om uw wel Edele Groot Achtb: gunstige toestemminge te verzoeken, gemelde Lieutenant morgen weder te mogen ontslaen en na dies bescheij den Post te laten gaan Dagelijks worden tans vrouwen en kinderen die door den honger gedreeven, de vlugt uit goa zoe„ „ken te neemen, bij mij alhier door ons eijgen volk aangebragt verders niets te bedeelen, we„ „tende van Eenig belang, weshalven de vrijmoedigheid vrijmoedigheijd gebruijke mij met de grootste Eerbied en ontzag te noe„ „men /onderstond:/ wel Edele groot Achtbaere Heer :/ lager/ uw: wel Edele groot Achtb: onder daen i geen gehoorsaeme Dienaar /was geteekend /: I„n G„l Englert /in margine/ In 't Hoofd quar„ „tier Den 17„e Iunij A:o 1778: /onderstond/ Accordeert /was getee„ P„r B:s Lodenpijl. kend/

NL-HaNA_1.04.02_3529_0873 view scan ↗

English

Translation of a Bugis writing brought to the Lord Governor by the Simatongang and the Bonian court interpreter Moentoe in the name of the king, on the 17: June 1778, containing the message of the Wajo envoys. The greetings of the Arou Matoua and the other Grandees of the Realm to the king and Grandees of the Realm of Bonij. The Wajorese are exceedingly astonished that the king has taken the field with the Sampara Jaija /Bonian standard/ without giving the least notice thereof to Waadjo, according to what was stipulated in the ancient treaty established between the ancestors of both, namely the Samon Patceazi Timoeroeng, according to which, if Bonij or Wadjo were attacked by any enemy, the one was to give assistance to the other without delay; or whenever one of both was inclined to make war on others, they ought first to deliberate with each other, as brothers. That they therefore sent word to Bonij to withdraw from this war, in which case Wadjo would undertake to help bring matters to a complete reconciliation, having learned with sorrow that the descendants of Matinroe Nagawoelang, alongside those who belong under the Tellong Poetjoeschap, were killing one another. The envoys request to enter Goa. This latter the king had said he could not permit without prior knowledge of the Company, but that he would give notice thereof, while the answer to the message was promised for a later opportunity. Agrees. Signed: H:k B:s Hodenpijl. 35 To Major Iohan George Englert, commanding the army before Goa. Honorable, Valiant, Discreet, Gladly consenting to the release of Lieutenant Van der Stellen, having left the correction of his mistake to your Honor, I remark with regard to the fleeing of some women and children from Goa on account of hunger, that it were to be wished that the men might follow their example, in such manner that they also surrendered to our forces. Meanwhile, I look forward to the outcome of the audience granted by the king of Bonij to the Wajorese envoys, in the hope that something to our advantage may result therefrom, even if it were for the present merely their departure from the army, where they cannot be of service. Wishing gladly to obtain an answer to my letter regarding the proposed attack, I remain in that expectation with friendly greetings, Your Honor's good friend, Signed: P: G: van der voort. In the margin: Maccasser in Castle Rotterdam, the 17 June 1778. Agrees. Signed: F: B:s Hodenpijl. To the Right Honorable, Highly Esteemed Lord Paulus Godofredus van der Voort, Governor and Director of these Coasts. Right Honorable, Highly Esteemed Lord, Having gathered from the highly venerated missive just received by Ensign Lautrup your Right Honorable, Highly Esteemed Lordship's desire for an answer to that much respected missive of the 15th of this month, in which I noted to my regret the displeasure of your Right Honorable, Highly Esteemed Lordship regarding the return visit paid to Madanrang, which nevertheless took place in no way with the intention of revealing anything of our designs, much less of explaining myself in that regard, when asked by Madanrang when the cannonade on Goa would take place: that he had already expected it that same morning; testifying to the same to know of no cannonade, but that I had orders to erect a small benting before the brushwood zeero, to prevent the sneaking in and out of the enemies on that side, but that I would just as gladly erect a fortification inside Goa, which I hold to be less dangerous than there, if only I had the necessary orders thereto, either from your Right Honorable, Highly Esteemed Lordship or from His Bonian Highness, without mentioning time, place, or where my intentions lay, they testifying that they wished it would soon come to an end, since they had already sat with this siege for a year. As far as I have learned from the side /for the truth of which I do not vouch, however/, the Wajorese have made themselves heard to the king in obscure terms, to the effect that they were astonished to see the grandchildren of the late king of Bonie take the field against his own blood relatives and spill so much innocent blood. The rest concerns their mutual contracts or treaties which they have with the court of Bonie. His Highness is said, however, to have answered nothing thereto, except that he will bring the matter into deliberation with his Grandees of the Realm, and accordingly make his opinion known to them through an embassy, the entire audience having lasted less than a quarter of an hour. Having been warned this evening by Madanrang that the Wajorese intended to march in part into Goa, though without knowing where and when and how strong, and also that an emissary had been sent to your Right Honorable, Highly Esteemed Lordship to give notice thereof; the answer, as long as I had no other or further orders, was that our patrols and pickets would not let them pass without regarding them as enemies and, if possible, driving them back, especially at night. Lieutenant Van der Stellen will be released early tomorrow morning and return to his appointed post, as I hope that this small correction will henceforth cause the one as well as the other to remain within the bounds of proper respect and duty. Having nothing further of note to report, I take the liberty to call myself, with deep awe and humble respect, Right Honorable, Highly Esteemed Lord, Your Right Honorable, Highly Esteemed Lordship's humble and obedient servant, Signed: J: G: Englert. In the margin: In the headquarters, the 17 June 1778. Agrees. Signed: P:r B: Hodenpijl.

Dutch transcription

Translaat van een Bou„ „ginees geschrift door den Simatongang en den bonijs hofstolk Moentoe uijt naam van den ko„ „ning, op den 17: Juni 1778. bij den Heer gouverneur gebragt behelsende de bood schap der wad joreese ge„ „zanten. De groetenissen vanden Arou Matoua en „de verdere Rijksgrooten aan de koningen Rijks„ grooten van Bonij De wadjoreesen zijn ten hoogsten verwonderd dat de koning met de Sampara Jaija / Bonijse standlaard:/ te velden is getrocken zonder daar van aan waad jo de minste kennisse te geven; na het bedongene bij het oude verbond tusschen beider voor ondere opgerigt te weten de Samon Patceazi Timoeroeng, volgens het welke Bonij of wadjo door eenige vij„ ander aangetast wordende d' een d' ander zonder zonder vertof bijstand moest bruijsen of wanneer een van beijde geziend was, anderen te b'oorlogen men met elkanderen alvoorens dien de te be„ raadslagen, als broeders; Dat zij overzulks Bonij lieten aan zeggen om zig deesen oorlog 't onttrecken, wanneer wad jo aanneemen zoude de zaeken te helpen brengen tot een volkomen vereeniging hebbende zij met leed weesen vernoomen dat de nakomelingen van Matinroe Nagawoelang, nevens die geenen welke onder die Tellong Poetjoeschap gehooren elkanderen kwamen te vermoorder. De gezanten verzoeken binnen goa te gaan Dit laaste had den koning gezegd sonder voor kennis van de Compagnie niet te kunnen permitteeren maar dat daar van kennisse soude geeven, terwijl het antwoord op de boodschap tegen een nader gelegentheyt was toe gezegt /onderstond/ Accordeert /was geteekend/ H:k B:s Htodenpijl. 35 Aan den Majen Iohan George Englert, Commandeerende het Leger voor goa Erntfeste, Manhafte, Discreete, In het ontslag van den Lieutenant van der stellen gaarn Consenteerende, als de Correctie over zijn misslapaan uwEd overgelaten hebbende, merke ik ten op zigte van het vlugten van eenige trouwen en kinderen uijt goa; ter oorsaake van den honger, aan dat het te wenschen was, dat de mans hun voorbeeld mogten volgen. in„ „dier voegen dat zij zig meede aan d' onsen overgaven, intusschen ver„ lange „lange ik na den uijtslag van het verleend gehoor door den koning van Bonij aan de wadjoceese gesanten, in hope dat daar uijt, iets ten onsen voordeel sal mogen resultee„ „ren, alwaare het maar voor eerst hun vertrek uijt het Leger, daar zij niet dienstig kunnen zijn Op mijn schrijven over de on voor„ gestelde attacque gaarne antwoord wenschende 't erlangen blijve ik in die verwagting naar vriende„ lijke groete /onderstond/ uEd: goe„ „de vriend : / was geteekend/ P: G: vander voort /in margine / Maccas„ „ser Jn't Casteel Rotterdam Den 17 Junij 1778: /onderstond/ ac„ cordeert /was geteekend/ F: B:s hoden „pijl. Aan den wel Edelen groot Agtb=ren Heer Paulus Godofredus van der voort. Gouverneur en Directeur deser Custen Wel Edele groot Agtbaere Heer, uit de zeer gevenereerde soo even door den vendrig Lautrup ontfangene missive ontdekt hebbende, uw wel Edele groot Achtb: begeertens, omtrent en antwoord op die vanden 15 dezer veel gerespecteerde missive, waar in het ongenoegen van uw wel Ede groot agtb: tot mijn leedwezen ontwaarde wegens de Contravisite aan Madanrang gedaan, die nogtans geensinds gesied is, met op zet, om iets van ons voorneemen te openbaeren, veel minder mij dientwegen te Expliceeren gevraagt werdende door Madanrang, wanneer de kannonade op goa zoude geschieden: dat hij se dien selfden morgen reets ver„ wagt had, betuigende aanden selven van geene kan„ nonada te weten. Maer dat ik order hadde, eene kleijne binting voor 't bosse zeero op te rechten, ter voor„ koming van 't uit en in sluijken der vijanden aan die kant, dog dat ik alsoo lief eene vastigheid binnen goa wilde op rechten dat ik voor min gevaarlaik houde als daar; soo ik maar 't sij van uw wel Ed groot agtb: of van zijn bonijsche Hoogheid de noodige orders daar 37 daar toe hadde, sonder dat van tijd, plaats, of waar het mijne mee„ ninge, was te reppen betuigende zij, dat zij wenschten dat het haest een eijnde nam, vermits reets een Jaar met dit beleg ge„ steten te hebben zoo veel ik ter zijde vernomen heb. /:voor welker segtheid nog„ thans met Caveer / zoo hebben haer de wadjoreese in duijstere be„ woordingen aanden koning laten hooren! als datse verwon„ dert waren, de kindskinderen vanden overleeden koning van Bonie, Jegens zijne eijge bloed verwanten te velde te zien trekken en soo veel onschuldig bloed te storten het meerdere raakt hunne onderlinge Contracten of verbonden, die se met het hof van Bonie hebben zijn Hoogheid zalegter niets daar op g'antwoord hebben, als dat hij de zaak in de liberatie zal brengen aan zijne Ryksgrooten, En dies aan hun door eene bezending zijne meening te doen ver„ „staan, hebbende de geheele audientie geen quartier uurs geduurt Dezen avond door Madanrang gewaarschouwd zijnde, als dat de wadjreesen gedeeltelijk in goa meenden in te rukken; dog sonder te weten waer en wanneer en hoesterk teffens dat eene zendeling bij uw wel Ed: groot agtb: waere afgezonden, om kennisse daar van te geven tot antwoord, soo lang ik geene andere of nadere ordre hadde, dat onse patrouilles en piquetshaer niet zouden laten passeeren, sonder hun als vijanden aan te merken en hun was het mogelijk te rug drijven; is onderheid bij nagt Den Lieut:t vander stellen zal morgen vroeg ontslaen en weder naer dies bescheyde post vertrekken, dewijl ik hoope dat deze kleijne Correctie voortaan den eenen soo wel als den anderen binnen de paalen van 't behoorlijke respect en pligt zal doen blijven verders niets merkwaerdigs te berigten hebben „de, neeme ik de vrijmoedigheid mij met die pontzagh en Needrigen respect te noemen /onder stond wel Edele groot. agtbaere Heer: /lager/ uw wel Ed: groot agtb: onder„ daenige en gehoorsamen dienaar /was geteekend J: G: Englert /in margine/ Jn't hoofd quartier den 17 Juni 1778. /onderstond/ accordeert /was geteekend/ P:r B: hodenpijl

NL-HaNA_1.04.02_3529_0879 view scan ↗

English

To the request made to the King of Bonij by the envoys present here, to be allowed to proceed inside Goa, it may be answered on behalf of the Company: That whereas the Company, without the least reason, has been attacked by the Maccassars not only in a hostile but even in a treacherous manner, having now brought matters so far through its arms that it can reasonably expect a full and complete victory, it might fairly reject any offer of mediation; yet, that Her Honor, on the one hand, together with the Kingdom of Bonij, in proof of their esteem for the Wadjorese rulers, and on the other hand to demonstrate her aversion to the shedding of further blood, as well as her inclination to forgive even the greatest wrong if the guilty show sincere repentance, will indeed permit the envoys to send one or two of their own by day inside Goa, likewise to come out again by day, in order to ask the Maccassars whether they are inclined toward peace, and at the same time to give satisfaction to the Company for the war unjustly waged against her, as well as for the expenses she has incurred for it and the losses she has suffered through it. Whereupon a categorical answer is expected, while otherwise one does not wish to bind oneself to anything further through this. It being at the same time permitted that such Wadjorese as are still staying inside Goa and might wish to follow the emissaries sent to the Maccassars may come out with them, and they shall be given the liberty to pass our posts without being molested by our people. Below stood: Agrees. Was signed: H:k B:s Hodenpijl. Translation of a Buginese letter from the Tanete Prince Arou Pantjana to the Honorable Governor, being of the following content: My humble compliments to the Honorable Governor, and I inform His Honorable Worship that my emissary has returned again from Mandhar, reporting that the Mandharese have decided among themselves not to join Bonij anymore. For that reason, I have requested my father-in-law, who is at Jampoea, to inquire where the Mandharese actually intend to go, so that as soon as I receive report of their firm intention, I may give communication thereof at once to Your Honorable Worship, either in person or through an emissary. Furthermore, Arou Paidjo has informed me that his wife is about to go into childbed in the next few days, having requested me and my wife to visit them; but I have refused his request, because in this current state of affairs I do not wish to go far away from Maccasser. But on the other hand, I have sent my wife to him; and I have communicated this solely to Your Honorable Worship because I am afraid that others might otherwise accuse me again of one thing or another. Below stood: Agrees. Was signed: H:k B:s Hodenpijl. To the Right Honorable Sir Paulus Godofredus van der Voort, Governor and Director of the Coast of Celebes, etc., etc. Right Honorable Sir, After the Doratheus departed from here yesterday evening, I received today at 12 o'clock this accompanying letter from Saleijer. I immediately, Right Honorable Sir, sent an emissary to Craeng Lemo Lemo, who is currently there, as well as to Daeng Tadoenie, and requested the latter not to go to Zaleijer, and to Craeng Lemo Lemo, Right Honorable Sir, likewise amicably warned him that he should encourage Daeng Tadonie thereto and, if he will not listen, to frustrate his intention if at all possible, as I otherwise leave the consequences at his expense, and at the same time let the said Craeng know that if that prahu should happen to be there or were about to arrive, he should make it move away, whether willingly or unwillingly. The Bonij Jennang, Right Honorable Sir, is still on Salijer, unable to leave. Right Honorable Sir, having informed Your Honorable Worship of this, I have the honor for the rest, with all requisite high esteem and respect, to call myself, Below stood: Right Honorable Sir. Lower: Your Honorable Worship's humble and dutiful servant. Was signed: S:n Monsieur. In the margin: Boelecomba, in the Company's fortress, the 18th of June 1778, in the afternoon at half past one o'clock. Lower: Postscript: As I was about to dispatch this, I received Your Honorable Worship's original letter of the 4th of this month, together with the one for Saleijer, which I will send off immediately. Below stood: Agrees. Was signed: H:k B:s Hodenpijl. Honorable Sir, Just now Your Honor's letter of the 12th of this month was brought to me, together with a letter from the Right Honorable Governor, to whom I would very gladly write regarding my situation, but owing to numerous engagements have not yet had an opportunity, the more so because I was just informed that a prahu was lying ready at Tanette with Tanetese who will depart tonight for Daeng Fadoenie, of which this served solely to give Your Honor notice; as well as that the pantjallang De Jonge Frans arrived here on the 12th of this month, and on the 14th, on Sunday morning at half past five o'clock, I was attacked from both sides, but by God's blessing and the help of Daeng Manojegang and Daeng Mattata, the enemies were driven back, whereby two half-brothers of Craeng Gantarang, the son of the old Craeng Bira named Mammaen, and several Bontebangors were killed, so that Your Honor will be able to gather that the Saleijerese are all enemies, except Batang Mata, Balla Boelo, Poetoe Bango, Ontoen Barang Barang. I remain for the rest with all respect, Below stood: Honorable Sir. Lower: Your Honor's servant. Was signed: Jan Hendrik Voll Junior. In the margin: Saleijer, the 17th of June 1778. Below stood: Agrees. Was signed: F:k B=s Hodenpijl.

Dutch transcription

3„ Op Het versoek door de alhier aan„ „weesende gezanten, aan den ko„ „ning van Bonij gedaan om zig binnen goa te mogen begeven, kan van wegen de Compagnie g'antwoord worden Dat vermits de Compagnie, zonder de min„ „ste reden, door de maccassaaren niet alleen vij„ andelijk maar zelfs verradelijk aangelast zijnde, het thans door haare wapenen, zo verre gebragt heeft, dat zij, met grond, erlange en volkomen overwinning kan verwagten, zij billijk alle aanbod van mediatie zoude kunnen afwij sen, Dog dat haar Edele nogthans aande eene zijde nevens het Rijk van Bonij ten bewijse van hunne agting voor de wad joreese vorsten, en aande andere kant om te toonen haar weer„ sin tegen het vergieten van meerder bloed mit„ gaders daar en tegen van haar genegentheijt, om zelfs het hoogste ongelijk te vergeven, als als de schuldigen een oprecht berouwtoonen, wel toestaan wil, dat de gezanten een of twee uit de haaren bydag, om ook weder bij dag buijten tekomen, binnen Goa zenden, ten ende de maccassaren af te vragen of zij tot den vrede genegen zijn en teffens om de Compag„ nie voldoening te geven over de haar onregt „veerdig aan gedaane oorlog, mitsgaders van de kosten die zij daar om gedaan mitsgaders het verlies dat zij er door geleden heeft waar op als den Catagorisch antwoord word verwagt terwijl men zig hier door andersints tot niets verders wil ver„ binden. mogende men teffens wel lijden dat zodanige wad joreesen als zig nog bin nen goa onthouden ende sendelingen die aan de maccassaren gezonden zullen worden mogten willen volgen met hun buijten komen, hun vrij„ „heijt zullen de worden gegeven om onse posten te passeeren zonder door d' onse beledigt te worden /onder stond/ Accordeert /was geteekend/ H:k B:s Hodenpijl 41 Translaat Boeginee„ „se brief van den Tanetse Prins Arou Pantjana aan den Heer Gouver„ „neur, zijnde van den volgenden inhoud Mijn needrig Compliment aan den Heer gou„ verneur, en maake zijn Edele agtb bekend, dat mijn zendeling weder van de mandhar is gere„ tourneerd, berigtende dat de mandhareesen met elkanderen hebben besloten om sig niet meer bij Bonij te vervoegen: uijt dien hoofde heb ik mijn te Jampoea zijnde Schoon vader verzogt om eens te verneemen, waar de mandhareesen zig eijgentlijk willen =begeeven: om zo dra ik van hunne vast voorneemen berigt krijge daar van in persoon dan wel door een zendeling aan uwel Ed: agtb: ten eersten Commu„ „nicatie te geven wijders Wijders heeft Arou Paid jo mij laten bekend maken dat zijn vrouw eerst daags in 't kraambed staan te val„ „len mij en mijn vrouw hebbende laten verzoeken om bij haarlie„ den te gaan: dog ik heb hem zijn verzoek geweijgert, om reeden ik mij in deze Constitutie van tijd niet ver van maccasser het willen verwijderen: maar daar en tegen heb ik mijn vrouw na hem toegezonden: en heb dit enkelduwel Ed. agtb: allen bedeeld om dat bevreest ben dat ande„ „ren zomtijds mij niet weeder met 't een of ander zouden beschuldigen /onderstond/ Accordeert / was getee„ „kend:/ H:k B:s Hodenpijl 43 Aan den wel Edele Agtbaare Heer Paulus Godofredus van der Voort, Gouverneur en Directeur der Custe Celebes. &: &: Wel Edele Agtbaare Seer, Nadat de Doratheus van hier vertrokken was op gister avond kreeg ik heeden middag om 12 uur dese nevens gaande brief van saleijer ik heb ten eersten wel Edele Agtbaare Heer een zendeling na Craeng Lemo Lemo gezonden die zig thans aldaar bevindt als meede aan Daeng Tadoenie en de laaste verzogt om niet na zaleijer te gaan en aan Craeng. Lemo Le„ „mo wel Edele Agtbaere heer, meede in 't vriende „lijke gewaarschuwt dat hij Daeng Tadonie daar toe zoude animeeren en zoo hij niet wil hooren zijn oogmerk zoo 't eenig zints moogelijk is fusteeren dewijl ik anders die volgen voor 8 voor zijn reekening laat en teffens gemelde Cra„ „eng laaten weeten dat zoo die prauw zig al„ „daar mogt bevinden dan wel stont te kome hij die 't zij goed of quaadwillig te doen voorhuijsen. d' Bonijse Jennang wel Edele agtb: heer is nog op salijer niet kunnende af zijn wel Edele agtb: heer uwel Edele agtb: hier van kennis „se te geeven, heb ik de eer voor 't overige met alle vereijschte hoogagting en eerbied mij te noeme /onderstond/ wel Edele agtbae„ re Heer /lager/ uwel Edele agtb:s onder„ daanig en trouwschuldige dienaar /was geteekend /. S:n Monsieur /in margi„ ne Boelecomba in Comp vestig den 18 Junij 1778 des middags om half twee uur /lager/ Ps: zoo als ik deese wilde de„ pecheeren ontving ik uwel Ed:e agtb: origineele brief van den 4: deeser bene„ vens die voor saleijer die ik aanstonds. zal verzenden /onderstond/ accordeert /was geteekend/ H„k B:s Hodenpijl 45 Wel Edele Heer. So aanstons is mij uwel Edele brief van den 12' deeser aangebragt bene„ vens en brief van den wel Edele agtb: heere gouverneur, waar aan ik so gaarne mij ner gesteltheijd wilde schrijven, dog door menig vuldig besigheden als nog geen occasie hebbende, te meer vermits my so even wierd aangebragt dat op Tanette een prauw klaar lag met tanettereesen die van avond na Daeng Fadoenie sal vertrekken, waar van deese eenelijk diende om uwel Edele kennisse te geven, mits p gaders dat de pantjallang de Jonge frans op den 12:e deser hier is aangelant, en op den 14: op sondag morgen te half sesuuren ben ben ik van bij de kanten g'attaqueert ge„ worden dog door godes seegen en hulp van Daeeng manoJegang en daeeng mattata de vijanden te rug verslagen waarby is doot gebleeven twee alve broeders van Cra„ eng gantarang de soon van de oude Caeeng Bira genaamt Mammaen verscheijde Bonte bangors, so dat uwel„ Edele sal kunne na gaan dat de saleijereese alle vijanden sijn, behal„ ven batang mata, balla boelo, poetoe bango, ontoen barang barang, blijve voor 't overige met alle agting /onder stond/ wel Edele Heer /lager:/ uwel Edele Dienaar, /was geteekend. / Ian Hendrik voll Junior /in margine:/ Sa„ „leijer den 17: Iuni 1778 /onderstond/ accor„ deert /was geteekend/ F:k B=s Hodenpijl

← previousnext →