Inventory 3529
Japan · 1,230 pages · 332 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
for the Honorable Company will persist, with the addition that the perahu mentioned herein belonged to Hatometting, which, provided with a proper pass from Ambon, were returning homeward and requested drinking water, confirming this on oath in the reformed manner in due form. Below stood: Thus re-examined and sworn by order of the Council Chamber of Justice, date as above. Was signed: Johan Lodewijk Swaal. Below: In the presence of me, signed: A:n Rijkschroef, secretary. In the margin: in the presence of, signed: G: N: V: Guericke and P: V: d: Broek Junior. Today, the 17th of April in the year 1778, appeared before me, Wijnand Johannes de Bourghelles, Bookkeeper and sworn clerk of the Police of this government, in the presence of the witnesses named below: Cornelis Tatipukelawan and Pieter Siwalette, Ceram messenger and census clerk, both of Iuhaha on Saparoua, of the reformed religion and of competent age, who declared for the honest truth that in the past month of March they were sent to Keffing by Saparoua's Head Cruijpenning, by order of the Right Honorable Lord Bernardus van Pleuren, Governor and Director of this Province, to inquire who and which negorijs along Ceram's south coast have been guilty of smuggling; that in fulfillment of this order they set out on their journey on the 25th of March last in a small orembaai and crossed over directly to Hatumetting, where the deponents learned that the negorijs Oejong, Goelij Goelij, Enna Enna, Kamar, Avang, Davang, Kelimoerij, Kelibon, Ceijlor, and Gomelang had been roaming with their junks to search for cloves among the spice districts, and that those entrepreneurs had all already returned, having obtained only a very small quantity of cloves, without, however, knowing at which places. That the deponents, continuing their journey as far as Keffing, heard there from the old Captain Baoekon that the people of Derong had driven away their orang kaya because he had absolutely refused to consent to that illicit trade; that this negorij chief had been forced to flee from his negorij to Keffing without having had a single Derongese in his retinue; furthermore, that the departed negorijs Keliloehoe and Quaij had returned, but that the radja of the first-mentioned district, named Sabane, had remained absent to this day. On returning from Keffing, the deponents were forced by the heavy swell and contrary winds to anchor at Batoelomie, where the orang kaya Kamasch came aboard their vessel, telling them in confidence of the smuggling by the aforementioned negorijs, without him knowing, however, where and from whom the small portion of cloves obtained had originated. Thereafter the deponents touched at Tobo, but as the radja of that district had gone to the mountains to visit his Alfurs and buy provisions from them for the approaching feast days, they could hear nothing more from the katisie there than the confirmation of the above, and that the mountain radja of Kelimoerij, commonly called Kiris, had been present in person on one of the junks of Kelimoerij, and not the coastal regent Mortanij. The second deponent declaring that on his first journey to Upper Ceram in the company of Radja Iha Halaoeweta he also saw this aforementioned Kiris and not Radja Mortanij in the negorij Werinama, as has already been stated in a previous declaration made by him and Radja Iha. Lastly, the deponents declare that they were unable to learn what quantity of cloves, nor at what places and from which persons the above-cited smugglers obtained those spices, having also heard nothing of foreign nations or other rovers other than Tidorese or Bugis, all of which they, the deponents, remain ready to confirm by solemn oath. Below stood: Thus done and related at Amboina at Castle Nieuw Victoria, date as above. Was signed: C:s Tatipukelawan and Pieter Siwalette. Below: Which I attest, signed: W:d J:s de Bourghelles, First Sworn Clerk. In the margin: present before us, signed: P: L: Voeges and W: Eijken. Today, the 21st of April in the year 1778, appeared before me, Wijnand Johannes de Bourghelles, First Sworn Clerk of the Police of this government, in the presence of the witnesses named below: Domingos Pattijnasaranij of Nolloth, aged 44 years, of the reformed religion, who declared for the honest truth: That he was sent to Upper Ceram by Saparoua's Head Cruijpenning on the 6th of this month with orders to inquire after the sloop De Batavier cruising there, and to deliver a letter from the said chief to its commander. That the deponent, arriving at Haija, learned there from the orang kaya that the said sloop had sought the roadstead of this negorij during a heavy squall, but that one squall after another had forced the mate De Lange to leave that anchorage and put to sea again, with the loss of his boat, which had been smashed to pieces there; that after this the said sloop did not come into sight again. The deponent further declares that arriving at Tobo, he received news there that a sloop was lying at anchor dismasted before Avang and Davang, whereupon the radja of Tobo prepared to go thither to render assistance; that he, the deponent, departed for Avang and Davang in a small orembaai in the company of the radja of Tobo, and there found the sloop De Nagelboom anchored, having lost both masts, as well as the boat and eight sailors who, according to the account of one of the crew members, had gone missing; that the radjas Tobo and Mangelij gave the commander Smith a small
Dutch transcription
159 161 161 J: L: voor d' E Comp:e „len prsisteeren onder bij voeging dat de hier inne vermelde Ponken die van Hatoemetting zijn geweest, welke van Ambon met een behoorlijke pas voor„ „sien thuijswaars keerden en om drinkwater versogt doende hier op den Eed op de gereformeerde wijse in debita Sorma /:onderstond:/ Aldus ge„ie„ „recolleert en b'edigt, ter ord=e Raadkamer van Iustitie datum ut supra /:was geteekend:/ Johan Lodewijk Swaal /:lager:/ In kennisse van mij /:geteekend:/ A=n Rijkschroet/ sec„a /:in margine :/ ter presentie van /:geteekent:/ G: N: V: Guericke en P: V: d: Broek Junior. Op Heeden den 17:' April Anno 1778: compareerde voor mij Wijnand Iohannes de Bourghelles Boekhouder en gesw: clercq van re Politie ten deesen gouvernements present de getuijgen nagenoemd. Cornelis Tatipukelaian en Pieter Siwalete cerams Boode en d„o ziel beschrijven, beijde van Iuhaha op Saparoua, van de ge„per„ „reformeerde religie en van competenten ouderdom dewelke voor de opreg„ „te waarheijd verklaarde dat zij in de gepasseerde maand Maart door Saparonas Hoofd Cruijpenning ter ordre van den wel Edele agtb: Heer had Bernardus van Pleuren gouverneur en Directeur deeser Provintie naar keffing zijn gesonden om te informeeren wie, en welke negorijen ten langst lerams z= cust zig aan smokkelarij hebben schuldig gemaakt na Dat zij involdoening aan deese ordre zig op den 25:' maart Jongstleeden per klijnen orembaij hebben op reijs begeeven en direct zijn overgestoken naarg Hatumetting alwaar de relatanten vernomen hebben dat de Negorijen Oe„ „jong, Goelij Goelij, Enna Enna, kamar, Avang, Davang, Kelimoerij kelibon, Ceijlor, en Gomelang met hunne Jonken ter opspeuring van Nagulen onder de specerij districten, zouder gesworven hebben en dat die on„ „trepreneurs ook alle bereeds geretourneerd waren hebbende maar een zeer 't„ geringen quantiteid Nagulen opgedaan zonder egter te weeten op welke plaatsen Dat „n ke vol„ Dat de Relatanten hunnen reijse tot op ketfing voortsettende aldaar van den ouden Capitain Baoekon gehoord hebben, dat bie van derong kunnen orangkaij had„ „den verjaagt om dat denselven absolut in die ongepermitteerde vaart niet had wil„ „len condesendeeren, dat dit Negorijs hoofd genoodsaakt was geweest van zijn Nego„ „rij naar keffing te vlugten zonder een eenig derongnees tot zijn gevolg bij zig gehad te hebben, wijders, dat de uijtgeweekene Negorijen Keliloehoe en quaij geretourneerd waren dog dat den kadja van eerstgem: getugt gen:t sabane tot heeden absent was gebleeven. In het te rugkeeren van keffing zijn de relatanten door de swaare hol„ „le zee en teegenwinden genoodzaakt geweest op Batoelomie ten anker te gaan, alwaar den orangkaij kamasch bij haar aanboord is gekoomen hunl: in 't vertrouwen verhaalende het smokkelen der voorsz: Negorijen zonder dat hij egter wist waar en van wie de geringe opgedane portie Nagulen afkomstig waren. vervolgens zijnde Zelatanten op 1obo aangegierd dog mitsdien den Radja van dat getugt na het gebergte was, om zijne Alfoeren te besoeken en van waar haar teegens de op handen zijnde Feest dagen Eetwaaren te kopen zoo hebben zij aldaar van den casisie niets anders kunnen te hooren krijgen als de bevestiging van 't voorenstaande en dat den Berg Radja van Kelimoerij in de wandeling gen=t Kiris in perzoon op een den „jonken van Kelimoerij zie heeft bevonden en niet den strand Regent Mortanij verklaarende den Tweeden deposant dat met zeijne eerste reijse naar boven re„ „ram in geselschap van Radja Jha Halaoeweta hij ook deesen gem: kiris en met radja Mortanij gesien heeft in de Negorij Werinama gelijk bij een voorig declaratoir door hem en Radja Gha verleend bereeds is opge„ „geeven. . Laastelijk verklaare de kelatanten dat zij niet hebben kunnen te weeten krijgen wat quantiteid Nagulen nog op wat plaatsen en van welke persoonen de voorwaards geciteerde smokkelaars die specerijen hebben opgedaan, heb„ „bende 163 „bende ook niets van vreemde natien of andere swervers dan wel Tidoreese of Bougineesen vernoomen, 't welk een en ander zij relatanten bereijd blijven met eede te so„ „lemniseeren /:onderstond:/ Aldus Gedaan ende Geretateert te Amboina aan 't Casteel Nieuw victoria dato voorsz: /: was geteekent:/ C:s Tatipukelawan en Pie„ „ter Sialeto /:lager:/ quod Attestor /:gekent:/ W=d J=s de Bourghelles E: gesw: Clercq : inmargine:/ onspresent /: getekent:/ P: L: voeges en W: Eijken Op Heeden den 21: April A„o 178: Compareerde voor mij wijnand Jo„ „hannes de Bourghelles Eerst gesw: clercq van solstie ten deesen gouverne„ „mente present de getuijgen nagenoemd Domingos Pattijnasaranij van Nolloth, oud 44: Jaaren van de ge„ „reformeerde religie, dewelke voor de opregte waarheijd verklaarde. Dat hij door Saparouas hoofd Cruijpenning naar boven Ceram is gesonden op den 6:' deeser maand met ordre om naar de aldaar kruijssende chialoup D' Batavier te verneemen, en aan dies gezaghebber Een brief van gemelde opper„ „hooft te bestellen Dat hij relatant op Haija koomende aldaar van den orangkaij vernoomen heeft, dat gemelde chialoup met een swaare storm buij de Rhee van deze Negorij had opgezogt, dog dat de eene stormbuij op de andere den stuurman De Lange genoodsaakt hadde die ankerplaats te verlaaten en weeder zee te kiesen met verlies van zijn schuijt die aldaar aanspaanders was geslaagen, dat na dezen gem: Chialoup niet weeder is in het gesigt gekoomen verklaarende den Relatant wijders dat hij op Tobo koomende aldaar tijding ontfing dat 'ir een chialoup masteloos, voor Avang en Davang ten anker lag„ waar na toen zig den radja van Tobo ter adsistentie stand te begeeven, dat hij re„ „latant pen kleine orembaij in geselschap van den Radja van Tobo naar Avang en Davang is vertrocken, en aldaar de chialoup D' Nagelboom g'ankert gevon„ „den heeft hebbende beijde masten verlooren neevens de schuijt en Agt Mat„ „troosen, die volgens verhaal van een der opvaarende zeelieden absent was geraakt, dat den Radja Sobo en Mangelij, den gezaghebber smith een klein
English
had deployed a small towing orembai in addition to two others, as well as one from Kissalaut and Ioem, who remained there the three of them near the sloop for rescue in case of emergency; that he, the declarant, heard from the surgeon appointed to the said sloop that the Radja of Kellemoerij had also been on board to render assistance, but that he had not appeared again for two days. That he, the declarant, was entrusted with a letter from the mate Smith addressed to Cruijpenning, Chief of Saparoua; that he subsequently made all haste to deliver this said missive as quickly as possible, and therefore called at no other place than only at Watumetting, whose Regent, together with that of Wermama, upon receipt of these tidings immediately prepared their vessels to also seek out the said sloop to assist it, and finding its keel on Avang and Davang, to bring it to a better and safe roadstead. Herewith concluding this statement, giving as reason for knowledge as in the text. Thus done and related at Amboina at Castle Nieuw Victoria, date as aforesaid. Signed: Domingos Pattijnasaranij. Lower: Which I attest. Signed: W-d J:s de Bourghilles, First Sworn Clerk. In the margin: Present before us. Signed: H. Eijke and P. P. Ooges. To the Right Honorable Bernardus van Pleuren, Governor and Director of this Province. Right Honorable Sir, In dutiful compliance with your Right Honorable’s much respected order to account for the manner in which the Ametter was put ashore by the Cerammers between Aboebo and Akhoon on the island of Nissalaut, we, the humble undersigned Pieter Anthonij Sosilisa, Marcus Wattimena, and Balthazar Pattij Nala, Regents over the Negorijen Sila, Hawacka, and Nalahia, take the liberty to inform your Right Honorable that from the 12th of February to the 13th of March we cruised at night around the island of Nissalaut with our large orembaijen and noticed nothing of the Cerammers during this intervening time on this island. How and in what manner the Ametter got ashore is impossible for us to determine, since we have not seen or heard of any Ceram vessel. It could, however, be possible that Cerammers had been roaming according to the rumors, and that, having approached close to the island at night, the Ametter jumped overboard and came ashore on the reef of Akhoon. Yet this must have happened precisely on one of those nights when it was impossible for us to round the island due to the vehement west winds and hollow seas that make rounding the corner of Moela between Akoon and Aboeboe impracticable. It might also have happened that while we were tacking against each other, the one having passed the other, this Ametter came ashore. This we, humble undersigned, dare assure your Right Honorable under oath, that during our cruise time we saw no Ceram vessel whatsoever, that we spent no time fruitlessly, but continually, except for some three or four nights, cruised around the island of Nussalaut, leaving no corners or hiding places unvisited. We hope that your Right Honorable will be pleased to accept this our justification in favor, and we further make bold to sign with the deepest respect. Right Honorable Sir, Your Right Honorable's humble and dutiful servants. Signed: P: A: Posilisa, M. Watimena, and B. Pattij Nala. In the margin: Amboina, the 30th of March 1778. Today, the 1st of October in the year 1777, appeared before me, Ian Daniel Reijnon, Junior Merchant and Secretary of Police of this Government, present the witnesses named below: Robo, Radja of Weriama, and Oeloedoean, Captain of Tanafora, being of a competent age and of the Mohammedan religion, who, at the requisition of the Right Honorable Bernardus van Pleuren, Governor and Director of this province, and in favor of the pure and sincere truth, declared the following: That they, the appearers, by order of the Right Honorable Requirant aforesaid, carried out every possible search in the Negorij Wermama to discover where and in whose custody might be such snaphaunce muskets and other firearms as were brought in some time ago by the Javanese exiles who deserted from Banda and came ashore there; but that they, the appearers, notwithstanding all efforts made, were unable to trace and hand over any others than only those that remained in the custody and keeping of the late Radja of Weriama, Cibidooij, which consisted of: 7 pieces of snaphaunces, 2 pieces of pistols, and 5 pieces of swords, which the first appearer, Robo, also testified to having handed over to the Lord Governor; they, the appearers, promising under the oath to be tendered hereafter that they will leave nothing unexamined that may be possible to trace the remaining firearms of the aforesaid escaped exiles that could not yet be recovered, and to deliver them to the Honorable Company.
Dutch transcription
klein boegseer orembaij hadde bij geset buijten en behalven nog twee andere, gelijk meede een van kissalaut en Ioem die met haar drie aldaar bij de chialoup ter redding in cas van nood verbleeven zijn, dat hij rela„ „tant van den chirurgijn op de gem: chialoup bescheiden gehoort heeft dat den radja van Kellemoerij meede ter adsistentie aanboord was geweest, dog dat hij zeedert twee dagen niet weeder verscheinen was Dat hij relatant met een brief van den stuurman Smith aan Sapa„ „rouas Hoofd Cruijpenning genigt, is belast geworden dat hij ver„ „volgens alle spoed gemaakt heeft om dezen gem: missive zo schielijk moge„ „lijk te besorgen, en overzulx op geen andere plaatse is aangeweest dan eenlijk op Watumetting welks Regent neevens die van wermama op de ont„ fangst deeser tijding zig terstond met hunne vaartuijgen gereet maakte om meede ter assistentie van gem: chialoup dezelve op te soeken, en dier kiel op Avang en Davang vindende denzelve op een beeter en veijlige rheede te brengen. Eijndigende hiermeede dit relaas, geevende voor reeden van weetenschap u't in textn /:onderstond:/ Aldus Gedaan en Gerelateert te Am„ „boina aan 't Casteel Nieuw trctoria dato voorsz: /:was geteekend:/ Domingos Pattijnasaranij /:lager:/ Qquod Attestor /:geteekend:/ W=d J:s de Bourghilles Eerste gesw: clercq /:in marginee:/ ons pre„ „sent /:geteekend:/ H„ Eijke, en P„n P„l Ooges. — Aan den wel Edelen Agtbaare Heere Bernardus van Pleuren Gouverneur en Dircteur deser Provintie Agtbaare Heer Wel Edele In schuldpligtige naarkooming uwer wel Edele Agtb: zeer gerespecteer„ „de ordre ten einde ons te verantwoorden op wat wijse den Ametter door de Cerammers 168. 165 Crammers tusschen Aboebo, Akhoon ten Eijlande Nissalaut aan de walge„ „set is zo neemen wij neederige teekenaars Pieter Anthonij Sosilisa, Mar„ „cus Wattimena en Balthazar Pattij Nala Regenten over de Nego„ vrije sila; Hawacka en Nalahia de vrijheid uwel Ed: Agtb: te be„ „rigten, dat mij van den 12:' Februarij tot den 13:' Maart met onse groo„ „te orembaijen rondsom het Eijland Nissaluit 's nagts gekruist en niets van cerammers ontwaard hebben, in deezen tusschen tijd, op dit Eijland Hoe en op wat mijzo den Ametter isaan de wal geraakt, is ons onmoo„ „gelijk te kunnen besetten also wij minnen eenig cerams vaartuijg ge„ „sien of vernoomen hebben. Het zoude egter mogelijk zijn, dat'er Cerammers volgens de gerugten ge„ „sworven hadden, en dat deesen des nagts digt aan het Eijland genadert zijnde den Ametter overboord gesprongen en op 't nif van Athoon ter houw gekoomen is Dan dit zoude Juijst hebben moeten geschieden op een van die nagten dat het ons onmoogelijk is geweest het Eijland rond te scheppen, door de veremente weste winde en holle zee die het passeeren van de hoek van Moela tusschen Akoon en Aboeboe andoenlijk maaken. Nog zoude het hebben kunnen gebeuren, dat torwijle Mij tegen elkanderen inkruijssende, in den een den anderen gepasseert zijnde dezen Ametter is aan Land gekoomen. Dit durven wij needrige tekenaaren uwel Edele Agtbaare on„ „der Eed verseekeren, dat geduurende onse kruijstijd wij geen Cerams vaar„ „tuijg hoe genaamt gezien: des ondert hebben en dat wij geen tijd vrugte„ „boos doorgebragt, maar steeds /: mitsg:s zondert eenige e drie a vier nagten:/ het Eijland Nussalaut rondsom bekruijst hebben, geen hoeken of schuijlgaten onbesogt latende wij verhoope dat uwel Ed: Agtb: deese onze verantwoording in gunst zult gelieven te accepteeren, en wij verstoute ons verders met de diep„ ste Voor d'E Comp: „ste eerbied te teekenen /:onderstond:/ wel Edele Agtbaare Heer /:lagen UwelEd: Agtb: ootmoedige in Trouschuldige dienaaren /:was geteekend:/ P: A: Posilisa, M„r Watimena, en B=n Pattij Nala /:in margine:/ Ambonia den 30:' Maart 1718: Op Heeden den 1:' october A„o 1777: Compareerde voor mij Ian Da„ „niel Reijnon onderkoopman en secretaris van Politie deeses Gouver„ „vernements present de getuijgen nagenoemd Robo Radja van weriama en oeloedoean capitain van Tana„ „fora zijnde van een competente ouderdom, en van de mahomedaansche Gods dienst, dewelke ter requisitie van den wel Edele Agtbaren Heer Bernar„ „dus van Heuren Gouverneur en Directeur deeser provintie, en ten faveu„ „re der suijvere en opregte waarheid het volgende verklaarden Dat zij comparanten ter ordre van den wel Edele Agtb: Heer requirant voormeld alle moogelijke recherge hebben gedaan op de Negorij Werma„ „ma ter ontdekking waar en onder wiens berusting mogte zijn sodanige snap„ „hanen en andere geweeren als er voor eenigen tijd door de van Banda ge„ „droste en aldaar ter houw gekoomene Javaanse bannelingen zijn aange„ bragt, dog dat zij comparanten niet teegen staande alle aangewende moeijte geen andere hebben kunnen opspeuren en overgeeven, als alleen die geene welke onder berusting en bewaaring zijn gebleeven van den overleede„ „ne kadja van Weriama Cibidooij die bestaan hebben in 7: p„s snaphaanen 2: „ pistoolen, en 5: „ deegens, die den eersten comparant Robo aan den Heer Gouver„ „neur ook betuijgde afgegeeven te hebben; Beloovende zij comparanten op den hier na te presenteerene Eed niets onbesogt sullen laaten, wat moge„ „lijk zijn kan om de nog overige niet te agterhaalen geweest zijnde ge„ „weeren van voorm: gevlugte bannelingen op te speuren en aan d'E Comp over te gewens. Ter s
English
165 167 P:S: for the Honourable Company In confirmation of all of which, they, the appearers, undertake to take the oath on the Quran. Was written below: Thus done and declared at Amboina at Castle Nieuw Victoria in the political secretariat on the date aforesaid, in the presence of Elias Mazel and Daniel van Rijswijk, both as witnesses, who signed the minute of this together with the appearers and me, the secretary. Lower: quod Attestor. Was signed: P: D:l Beijnon, secretary. Today, the 4th of October Anno 1777: Appeared before us, members of the Honourable Political Council of this Castle Nieuw Victoria, the appearers mentioned in the surrounding declaration, to whom the same was presented by way of review and clearly and intelligibly rendered, and they were asked whether they were able to take the oath upon it, whereupon they unanimously testified Yes, just as they then also took the oath on the Quran in the Mohammedan manner. Was written below: Thus done and sworn at Amboina at Castle Nieuw Victoria on the date aforesaid. Was signed: with Arabic characters and written alongside: set by Robo and Oeloedoean. Lower: In my knowledge. Signed: J:n D:s Beijnon, secretary. In the margin: In our presence. Signed: J:n D:s Beijnon and I: L: de Vos. Today, the 29th of January Anno 1778: appeared before me, Jan Daniel Beijnon, junior merchant and political secretary of this government, in the presence of the witnesses named below, Christiaan Mossembeker, from Amboina, soldier in the service of the Honourable Company, 25 years of age, of the Reformed religion, who, at the requisition of the Right Honourable Lord Bernardus van Pleuren, Governor and Director of this province, and in favour of the pure truth, declared and related that in the month of October last, he, the relator, was ordered by the sergeant and Postholder of Loehoe, where he was stationed, to go to Cambello in order to shoot deer there as provisions for the expected Hongi fleet, and that pursuant to that order, he, the relator, accompanied by three other natives, proceeded thither. That subsequently it happened on the 27th of the said month of October, that he, the relator, going to the beach in the morning at six o'clock to relieve himself, there emerged from the forest in that vicinity thirty Papuan pirates armed with bows and arrows, who, making a great outcry, attacked him, the relator, and discharged several arrows at him, which, however, only went through his kabaja but inflicted no wounds upon him. That after the Loehoenese who was with him had saved himself by flight at the first sight of those pirates, he, the relator, seeing no chance of escaping the hands of that rabble, much less of defending himself, as he was entirely unarmed, fell into their hands, and that those pirates subsequently stripped him stark naked, bound and tied him up, took him along, and in about five minutes' walk along the beach brought him to their vessels. That the aforesaid vessels consist of five mahoelis, or a similar kind of vessel to the Ceram junks of the smallest sort, which, according to the relator's estimate, were manned by approximately fifty persons, all consisting of frizzy-haired people; and that their weapons consisted of nothing other than bows, arrows, and assegais. That they subsequently weighed anchor that same day, and that afternoon encountered three orembais, in one of which was the schoolmaster of Banda, who was intending to go to the said island, they finding themselves then at the latitude of Makkanopal. 167 169 That those pirates subsequently gave chase to those orembais, which, however, retreated to the shore and sought their safety in flight, except for the schoolmaster, who, in order to facilitate his wife's flight, defended himself for some time with his musket, and having shot one of the pirates dead and wounded another, also escaped the danger; whereupon the pirates chopped the orembais to pieces and continued their journey further to Bouro, at the hinterland of which they arrived after the lapse of three days, and there made daily business of kidnapping people, in such manner that they thereby also captured a considerable number of Alfurs and other Bouronese, both big and small, to the number of thirty-two persons. That after having spent about a month therewith, they again set their course directly for Hatilen on Ceram's north coast, where they sold him, the relator, to the orangkaya for the value of fifty rixdollars, consisting of linens, porcelain, and other trade goods; that he, the relator, was subsequently conveyed by the orangkaya of Hatilen to Sawai, and sent hither by the Postholder, who paid the orangkaya the value of the relator's ransom. Finally, the relator says, on being questioned, that during his captivity he could make no discoveries with regard to any further designs of those pirates, since they were entirely unacquainted with the Malay language, and that since there was no chance of disposing of the remaining prisoners, they had left Hatilen again forthwith. Wherewith the relator concluded this his report, giving as reasons for his knowledge as set forth in the text, being prepared to confirm the same further. Was written below: Thus done and related at Amboina, at Castle Nieuw Victoria in the secretariat of
Dutch transcription
165 167 P:S: voor d'EComp Ter bekragtiging van welk en en ander zij comparanten aanneemen den Eed op de Alooran a to leggen /:onderstond:/ Aldus Gedaan en verklaart te Amboina aan 't Casteel Nieuwe Victoria ter secretarij van Politie ba„ „to voorschreeven ter presentie van Elias Mazel en Daniel van Rijs„ „wijk beile als getuigen die de minute deeses neevens de comparanten en mij secret„s hebben onderteekend /:lager:/ quod Attestor /:was geteekend:/ P: D=l Beijnon secret„s Heeden den 4:' October A„o 1777: Compareerde voor ons, Leeden uijt den Agtbaren Raad van Politie deeses Casteels Nieuw Victoria. De Comparanten in de ommestaande verklaring genoemd. aan dewelke het zelve bij wijse van recollement voorgehouden en duijdelijk en verstaan gegeeven mitsg:s afgevraagt in staat waren daar op den Eed ten kunnen doen, zo betuijgden zijlieden Een parig van Ja: gelijk zij dan ook den Eed op den Alcoran na de mahomedaansche wijse hebben af„ „gelegd /:onderstond:/ Aldus Gedaan en b'eedigt te Amboira aan't Casteel nieuw victoria dato voorsz: /:was geteekend:/ met Arabische karacters en daar bij gesch: gesteld door Robo en oeloedoean /:la„ „ger:/ In kennisse van mij /:geteekend:/ J:n D:t Beijnon secret„s /: in„ „margune :/ons present :geteekend:/ J=n D=s Beijnon en I:. L: de Vos Heeden den 29:' Januarij A„o 1778: compareerde voor mij Ian Daniel Beijnon onderkoopman en secretaris van Politie dezes gouvernements present de getuijgen nagenoemd Christiaan Mossembeker, van Amboina zoldaat in dienst der E' Comp: oud 25: Jaaren van de gereformeerde Gods dienst, dewelke ter requisitie van den wel Edelen Agtbaren Heer Bernardus van Pleu„ „ren, gouverneur en Directuur dezer provintie, en ten faveure der zuijve„ „re waarheijd verklaarde en relateerde dat in de maand October laast leeden hem relatant door den zergeant en Posthouder van Loehoe alwaar alwaar hij bescheiden is geweest, is g'ordonneert geworden na Cam„ „bello te gaan, ten einde, aldaar tot verversing voor de verwagt wor„ „dende Hongij vloot Hartebeesten te schieten, dat ingevolge van die ordre hij relatant verzeld van nog drie Jnlanders zig derwaards heeft begeeven Dat vervolgens het gebeurt is op den 27: derzelver maand Oc„ „tober dat hij relatant in den morgenstand om ses uuren zig na het strand begeevende om s: r: zijn gevoegte doen uit het bosch daar om streeks te voorschijn zijn gekoomen Dertig met pijl en boog gewapende Sapoesche roovers welke onder het maaken van een groot geschreeuw hem relatant aanvielen en verscheide peijlen op hem loste, die egter eenelijk door zijn kabaaij gegaan dog hem geene quotsuuren toegebragt hebben. Dat hij relatant na dien de bij hem geweest zijnde een Loehoenees op het eerste gezigt dien roovens zig met de vlugt had gered; geen kans ziende de handen van dat gespuijste ontsnappen, veel min„ zig te verdeedigen, als ten eenemaal ongewapend zijnde in hunne han„ den was geraakt, dat die roovers hem vervolgens moedernaakt uitgekleet gebonden en gekneevelt hadden meede genoomen en cir„ „la in vijff minuten gaans langs het strand naar hunne vaartuigen gebragt Dat voorsz: vaartuigen bestaan in vijff Mahoelijs of een gelijk zoort vaartuigen als de cerammerse Jonken van het kleinste zoort, dat na zijn relatants gissing, dezelve zijn bemand geweest met tir„ „ca vijftig koppen, alle bestaande uit kroes harig volk; dat hun„ „ne wapenen uit niets anders bestonde dan boogen, peijlen en asse, „gaijem. Dat zij vervolgens dien zelven dag het anker geligt, dien mid„ „dag ontmoet hadde drie orembaijen, in welke eene zig den school„ „meester van Bonda benand, de wil hebbende na gem: Eijland, be„ „vindende .. . 167 169 „vindende zig toen op de hoogte van Makkanopal Dat die roovens vervolgens op die orembaijen Jagt hadden gemaakt, die zig egter na de wal geretireert en hun heijl in de vlugt gezogt. hadden behalven den schoolmeester die om zijn vrouw in haare vlugt te Ce faciliteeren zig eenigen tijd met zijn snaphaan verdeedigt en een der roovers dood geschooten, en nog een ander gequest hebbende het gevaars meede ontkoomen is, waar op de roovers de orembaijen in stucken gekapt, hun reise verder na Bouro voortgeset hebben, aan welks agterlandhe„ zij na verloopt van drie daagen zijn aangekoomen, en aldaar dage„ „lijx hun werk hebben gemaakt van mensche rooff, invoegen zij ook 't daar door een aanmerkelijk getal alphoeren en andere Bouroneesens zo groot als klein tot een getal van twee en Dertig koppen zijn magtig geworden. Dat zij na daar meede Circa een maand te hebben toegebragt, weeder de coers direct na Hatilen aan Cerams noord Cust hadden gesteld, al„ „waar zij hem relatant hebben verkogt aan den orangkaij voor de waar„ „de van rd„s vijftig bestaande in Lijwaaten porcelaijnen en andere ne„ „gotie goederen dat hij relatant vervolgens door den orangkaij van Matilen na sawaij is overgebragt, en door den Posthouden herwaards gezonden welke den orangzaij de waarde van des relatants randsoen heeft voldaan Eijndelijk zegt den relatoint op Swaage dat hij geduurende zijn ge„ „vangenis geene ontdeckingen met betrecking tot eenige vender desseinen dier roovers heeft kunnen doen, vermits zij de maleidse taal in 't geheel niet kundig waaren, en dat zij vermits 'er geen kans was de overige gevangene vande hand te zetten, ten eersten Hatilen weeder had„ „de verlaaten waar meede den relatant dit zijn relaas quam te eijndigen, geeven„ „de voor reedenen van weetenschap als in den terxt bereid zijnde het zelve nader gestand te doen /:onderstond:/ Aldus Gedaan en gerela„ „teert te Amboina, aan 't Casteel Nieuw victoria ter secretarij van
English
of Police, date as above, in the presence of Pieter Bartholomeus Olivier and Elias Mazel, clerks, as witnesses, having signed the original minute of this together with the relator and me, the secretary. Below: Which I attest. Signed: J. D. Beijnon. Today, the 31st of January A.D. 1778, appeared before the officiating members of the Honorable Council of Justice of this Castle Nieuw Victoria in Amboina, The deponent Christiaan Mossembecker, to whom his account annexed hereto was now read aloud clearly de novo by way of re-examination, whereupon he, the re-examined deponent, persisted in it, while upon further questioning: Whether during the relator's captivity he also heard or learned that spices were traded by the robbers previously, or whether he perceived nuts or cloves among them, the re-examined deponent testified that he did not know, hear, or learn that trade was carried out by those robbers in spices, whether nuts or cloves, having noticed nothing among them nor detected the slightest smell of it. Whether the said robbers also called at other places in Tanjong Sial, Bonoa, and Hatilen. That they called at no other places in Tanjong Sial, Bonoa, but only at Hatilen. Whether the re-examined deponent did not learn who was the head of the small pirate fleet, where he belonged, and by whose order they were sent out to rob. He says that as head of the pirate fleet there was a sengadji belonging to the village of Temakoa, but he does not know by whose order they were sent out to rob. Whether the said robbers behind Bouro attacked or destroyed any burgher vessels. The re-examined deponent declared that the said robbers behind Bouro destroyed two burgher vessels, without knowing to whom they belonged, the people belonging to them having escaped by flight. How large the force of the Papuan roving robbers was purported by them to be. He says that the number of Papuan robbers in manpower, according to his estimate, consisted of around fifty robust fellows. Below was written: Thus done and re-examined in Amboina at Castle Nieuw Victoria, date as above. Signed: Christiaan Mossembecker. Lower: In my presence, signed: P. J. Beijnon, Secretary. In the margin: Present before us, signed: J. Hogerscheit and P. V. D. Broek Junior. Today, the 24th of February A.D. 1778, appeared before me, Nicolaas Galloo, titular under-merchant and Resident of this office, the witness named below: Majanamij, native of the village of Lisela on the island of Bouro, aged by appearance 35 to 40 years, being of the Mohammedan religion, who upon questioning related for the pure truth that he, the deponent, in the beginning of the past month of November, without being able to determine the exact day or date, with three other individuals of his fellow villagers named Tegisie, Marmahoe, and Doeloebana, boarded a proa for the hinterland of Bouro, provided with a pass issued by the Commandant of Waijpottij, with the intention of pounding sago flour; that around midnight at the latitude of Cape Waplauw they were attacked by the Papuan robber folk and subsequently taken away by them, the said nation having a force of three kora-koras and two proas; that the said people had crossed over from there the next day to the hinterland of Bonoa and further steered toward Hatileng, where the aforementioned rovers exchanged a native or mestizo, whom the deponent says he does not know, but did hear had been stationed on Loehoe, who a few days before had also been abducted with three other natives of Iha by the said robbers, to the orang kaya of the said village; he, the deponent, with his companions and the aforesaid Ihanese, having subsequently been transferred to the Papuan island of Romirsaal, and he was sold or exchanged there to the Radja along with another Ihanese named Toehaparij; that the deponent, after a stay of about two months on the said island, had a favorable opportunity one evening with the said Ihanese to escape in a proa to Hatileng, from where they were brought via Sawaij as far as Cawa; the said Ihanese had traveled on foot overland to his village, and the deponent was subsequently transferred via Bonoa to this residency. Upon further questioning, the deponent related that the aforementioned rovers were said to be from Wamka; also that their weapons consisted of nothing other than bows and arrows, and some throwing spears made of bamboo and nibung palm; likewise that very few had been provided with short parangs; that among them had been a chief who was called sengadji and who held authority under the name of Captain Laut; that as far as he, the deponent, had been able to learn, the aforesaid nation had departed with their vessels to their country, without him being able to say with certainty where his other companions and the two Ihanese had remained. Wherewith the deponent came to an end of this his account, giving as reason for his knowledge as is stated in the text. Below was written: Thus done and passed in Manipa at Fort Wantrouw, date as above, in the presence of Sergeant Johan Hendrik Berkemeijer and Corporal Carel Hendrik van Aarde as witnesses, who have signed the original minute of this together with the deponent and me, the Resident. Lower: Which I attest. Signed: N. Galloo. On this day, the 15th of May A.D. 1778, appeared before me, Wijnand
Dutch transcription
van Politie dato voorsz: ter presentie van Pieter Bartholomeus oli„ vier en Elias Mazel, clercquen als getuigen, de minute deezes neevens den retatent ende mij secret„ hebben onderteekent /:lager:/ quod Attestor /: was geteekent:/ J„s D„k Beijnon Heeden den 31:' Januarij A„o 1778: compareerde voor de va„ „ceerende Leeden uijt den Agtb: Raad van Iustitie deeses Casteels Nieuw dictoria in Amboina Den Comp:t Christiaan Mossembecker aan dewelke zijn hier gan„ „neveerd Relaas thans de novo bij forma van Recollement duijdelijk voor„ „geleesen zijnde zo bleef hij recollant daar bij persisteeren, terwijl op naden „re afvraage. of geduurende des Relatants gevangenis ook gehoord 's vernoomen heeft dat door de voorens in specerijen gehandelt wierd dan wel nooten os Nagulen bij dezelve ontwaard heeft, zo quam den recollant te betuij„ „gen niet te weeten gehoord of vernoomen te hebben, dat door die roovers in specerije 't hij nooten os Nagulen gehandelt wierd, hebbende bij deselve niets ontwaard nog de minste reuk daar van beseurd. of gem: roovers ook andere plaatsen in den Tanjong sial, Bonoa en Ha„ tilon hebben aangedaan Dat geen andere plaatse in den danjong sial, Bonoa, maar eeniglijk Hatilen hebben aangedaan of den recollant niet vernoomen heeft wie dat Hoofd van het Hoof vlootje was, waar 't 't huijs hoorde en op wiens last ten roof uijtgesonden segt dat als hoofd van het roof vlootje is geweest sengadje thuijs hoorende op de Negorij Temakoa, dog weet niet op wiens last ten roof zijn uijtgesonden of gem: koovers agter Bouro geene burger vaartuijge g'attacqueerd of ge„ „renueerd hebben zo verklaarde den recollant, dat gem: Rooversagen Bouro, twee burger vaartuijge sonden te weeten wien dezelve hebben toebehoord heeft zien renueeren 169 171 remueeren, zijnde de daar op gehoorende volkeren het met de vlugt ont„ „koomen. hoe groot ele magt van de Papoese swervende roovers door haar voorgewend is. segt dat 't getal van de papoese roovers in Manschappen na zijne gissing bestaan hebben in omtrend vijftig zobuste keerels /:onder„ „stond:/ Aldus Gedaan en Gerecolleerd te Amboina aan 't Casteel Nieuw Victoria dato voorsz: /:was geteekent :/ Christi„ „aan Mossembecker /:lager:/ In kennisse van mij /:geteekent:/ P„s J„s Beijnon secret„s /:in margine :/ ons present /:geteekent:/ J=s Hogerscheit en P„r V: D: Broek Junior Heeden den 24:' Februarij A„o 1778: Compareerde voor mij No„ „colaas Galloo situl: onder koopman en Resident deeses Comptoirs de ge„ „tuijgen nagenoemd. Majanamij Jnlander van de negorij Lisela ten Eijlande Bouro, oud na het aanzien 35: â 40: Jaren; zijnde van de Mahomethaanse Religie, de„ „welke voor de zuijvere waarheijd op afvrage relateerde, dat hij Comparant in 't begin van de maand November passato /:sonder de Juiste dag of datum te kunnen bepaalen:/ met nog drie koppen sijnen dorpelingen gen:t Tegi„ „sie, Marmahoe en Doeloebana per praauw na 't agterland van Bouro „voorsien zijnde van een pasceduble verleend door den Commandant van waijpottij:/ waren geschipt; met intentie van zagoemeel te kloppen; dat zij omtrend middermagt op de hoogte van de hoek waplauw door de papouse roofvolckeren gattacqueert; en vervolgens door hun zijn weg genoomen geworden zijnde gem: natie storks geweest drie kona ko„ „ras, en twee prauwen; dat gem: volkeren des anderen 'sdaags van daar waren overgestoken na het agterland van Bonoa en voorts na Hatileng ge„ „stevend; alwaar meergem: swervers een Jnl=te of mixties, die hij Comparant zegt niet te kennen, maar wel gehoord heeft op Loehoe bescheijden ge„ „weest 100 dE Comp: weest te hebben/ dewelke eenige dagen bevoorens met nog drie Jnlanders van Tha van gem: koofvolkeren almeede zijn. opgeligt / aan den orangkaij van gem: negorij hebben verruijld; zijnde hij comparant met zijn medemak: „kens, en voorsz: Chaneesen na 't papouse Eijland Romirsaal vervol„ „gens overgebragt; en hij aldaar aan den Radja met nog een Jhanees gen=t Toehaparij verkogt of verruijld geworden, dat hij Comparant na verblijft van cirta twee maanden opgem: Eijland; op een avond met dito Jhances een gunstige gelegentheijd hebben gehad, van met een praauw naar Hatiteng te ontsnappen; van waar zij over zawaij tot op Cawa gebragt; den gem: Cha„ „nees over den Landweg naar zijn negorij was gevoeteert, en hij comparant vervolgens over Bonoa na dese residentie is overgebragt op verder svraage relateerde comparant dat meergem: swervers te wamka soude thuijshooren; mitsg„s dat hun wapenen in niet anders heb„ „ben bestaan, als pijlen en boogen; en eenige werpspiesen van bamboes en Nieboom gemaakt; Jtem dat seer weinige van korte parrings voorsien waren geweest; dat onder hun een hoofd was geweest die genaamd wierd sen„ „gadje en die het gezagvoerde met de naam van Capitain Laut; dat voor zo veel hij comparant had kunnen verneemen voorsz: natie met hun vaar„ „thuijgen naar hun Land vertrokken waren; sonder hij met sekerheijd wert te zeggen; waar zijn andere makkers en de twee Chaneesen gebleeven waar meede den comparant met dit zijn Relaas quaam te eindigen gevende voor reden van wetenschap als in den ter't vermeld staat /:on„ „derstond:/ Aldus Gedaan Gepasseert te Manipa aan de fortres wantrouw dato utsupra ter presentie van den sergeant Iohan Hen„ „drik Berkemeijer en den Corporaal Carel Hendrik van Aar„ „de als getuijgen, die de minute, deeses nev„s den Comparant en mij Resident hebben onderteekend /:lager:/ quod Attestor /: geteekent:/ N= Galloo zijn Op Heeden den 15: Meij A„o 1778: Compareerde voor mij Wijnand
English
173 Wijnand Johannes de Bourghelles, bookkeeper and first sworn clerk of police in this government, present the witnesses named hereafter: Nanga Sikumpoel, Hadji Walla, Moorish burghers, and Sitania, a native of Masavooij, also a Moor, aged approximately 36, 33, and 25 years, who declared for the sincere truth that the first and third declarants, together in the recently passed month of January, sailed by sampan—belonging in property to the first appearer—along with 6 other crew members toward the hinterland of Bouro in order to engage in petty trade there. But on a certain day between Bouro and Amblauw, they were encountered by eleven Papuan kora-koras, which immediately boarded them, continuously shooting with arrows and throwing with assagais or javelins until the declarants were forced to surrender. That they, the appearers, were subsequently bound hand and foot on their main vessels, letting the sampan fill with water and sink after most and the best of the goods had been taken away by that base rabble. That they roved around the hinterland of Bouro for fully a month, with the sampan of the second declarant, Hadji Walla, being attacked in the same manner by these robbers on the day thereafter. He, along with his crew members, was brought onto a kora-kora with the two appearers, and the others were distributed among the rest. The said declarants were able to observe that these people were folk of Wackarieuw, Maba, Weda, Patanij, and Salwatij, and that they had no firearms. That, finding nothing more to plunder here, the aforementioned marauders sailed to Sawaij, or actually the Seven Islands, and being unable to obtain anything here either, crossed over to Koemasoal, where the declarants, having been brought ashore, were handed over to one Djoemanopal, son of Tidore's late ruler, who lay at anchor there with his brother Djoemadanij with a kora-kora and a prahu. These princes kept the declarants with them for over a month, after which they departed for Waroe and were received there by the people with full honors, leaving one Xullances Talaho behind there to stay as an interpreter. That the said princes departed with the appearers from Waroe to Gah and were received here by Radja Keliloehoe, who is married to a sister of Tidore's king and maintains his residence there. They were escorted from Waroe up to Gak by five junks, which remained there for over a month, all the Ceram chiefs—except those of Keffing, Guans, and Doelo Gisser—coming here to pay homage to these two princes. That the appearers in this settlement, having become acquainted with one Pabang, a native of Iha on Loehoe (likewise abducted by the Papuans), agreed with him to take flight to Keffing, for the reason that these princes were going to pay a visit to Goram and intended to sell the declarants there. That, pursuant to their taken resolution, they seized a prahu and with it fled by night from Gah to Keffing, addressing themselves here to the orangkaya, who lodged them in his house for more than three weeks and gave them food and drink, until the Company's sloop De Batavier came to anchor between Ceram Laut and Pouloe Gisser, whereupon they were immediately brought on board by the orangkaya of Keffing, because the previously mentioned two Tidorese princes absolutely claimed the appearers back from that regent and had demanded their return. Subsequently, the declarants were transported hither by that vessel. Hadji Walla declared all this to be in accordance with the actual truth, herewith concluding this account of their experiences, further declaring that during their stay on Keffing they learned there from the orangkaya that through the agency of the aforementioned Radja Keliloehoe, the settlements of Kelmoerij, Kelibon, Avang Davang, Camar, Goemelang, Enna Enna, and Oerong had equipped their junks to go search for cloves, and that some of those vessels had also returned with some cloves without the
Dutch transcription
173 wijnand Iohannes de Bourghelles, boekhouder en Eerste gesw: Clercq van Politie ten deesen gouvernemente present de getuijgen nagenoemd. Nanga Sikumpoel, Hadji wala moorse Burgers en Sitania Jnlander van Masavooij meede Moorsch, oud na gissing 36: 33: en 25:, Jaaren dewelke voor de opregte waarheijd verklaarde dat den eersten en derden declarant, te saamen in de Iongst gepasseerde maand Ja„ „nuarij per champang, den Eersten comparant in eijgendom toebehooren„ „de, neevens nog 6: opvaarende naar 't agterland van Bouro gestee„ „vend zijn om aldaar den smallen Handel te drijven, dog op zeekeren dag tusschen Bouro en Amblauw hunl: ontmoet zijn Elf papaesche corre t corres, dewelke aanstonds haar aan boord geklamt hebben; on ophoudelijk met peij„ „len schitende en met assegaijen (of merpspiessen werpende tot zo lange de declarante genoodzaakt waaren haar over te geeven dat zij compa„ „tanten vervolgens op hunne hoofvaartuijgen aanhanden en voeten hebben gebonden, latende de Chiampang vol waater loopen en zinken, na dat de meeste en beste goederen door dat koos gespuijs waaren weggenoomen dat zij aan het agterland van Bouro nog wel een maand hebbe roud gesworven, zijnde 's daags daar na de chiampang van den tweeden declarant in deesen Hadjie walla op de zelfde wijse door deese Roovers overvallen die met zijne mee„ „de vaarende zijnde bij de twee Comparanten op een Corre corre is gebragt en d' overige over de anderen verdeelt hebbende gem: declaranten kunnen bespeuren dat diese Lapden volkeren van wackarieuw, Maba, weda, Patanij, en salwatij zijn geweest in geen schiet geweer hebbe gehad, dat alhier niets meer te rooven vindende voorsz: marodeurs naar sawaij of eijgentlijk de zeeven Eijlanden zijn geschept en hier meede niets kunnende op doen naar koemasoal overgestooken, alwaar de declarante aan de wal gebragt zijnde„ bij eenen Djoemanopal zoon van Tidoors voest welke met zijnen broeder Djoemadanij aldaar met een corre corre en een praauw g'ankert laagen, zijn overgegeeven welke prinsen de declaranten ruijm een maand bij zig ge„ „houden hebben wanneer naar waroe vertrocken zijn en aldaar door de volkeren volkeren met vol honneur ontfangen latende eenen xullances Talaho als tolk aldaar verblijven, dat gem: prinse met de comparanten van waroe naar Gah vertrokken zijn en alhier door Radja Keliloehoe die getrouwt is aan een zuster van Tidors kooning en aldaar zijn verblijf houd gerecipieert gewor„ „den zijnde van waroe tot op Gak door vijff Jonken begelijd welke ruijm een maand aldaar verbleeven zijn koomende alle de ceramse hoofden uijt„ „gezondert die van ketfing, Guans en Doelo Gisser alhier aan deese Twee prince hulde doen, dat de comparanten in deese Negorij kennis gekreegen hebben„ „de aan eenen Pabang inlander van Jha op Loehoe /:meede door de papoen weggerooft:/ met hem afgesprooken hebben, de vlugt naar keffing te nee„ „men, om reedenen dese prinsen een visite op Goram zoude asleggen en als„ „daar g'intentioneert waaren de declaranten te verkoopen, dat zij inge„ „volge hunne genoomene Resolutie een praauw hebben bemagtigt en daar meende des 'snagts van Gah naar keffing zijn gevlugt addres„ „seerende zig alhier bij den Orangkaij welke haarlieden ruijm drie wee„ „ken in zijn huijs gelogeert te leten en te drinken gegeeven heeft, tot dat de Comp: chialoup de Batavier tusschen Ceram saut en Pouloe gisser, ten anker gekoomen is wanneer zijlieden door den orangkaij van keffing direct zijn naar boord gebragt uijthoofde voorwaards gem: Twee Tidoreese prinsen de Comparanten van dien Regent absolut weederom pretendeerde en had laate reclameeren vervolgens zijn de declarantin per dien Boodem herwaarts overge„ „bragt, verklaarende Hadjie Walla dit alles over eenkomst de reeele waar„ „heijd te zijn eijndigende hier meede dit Zelaas hunnes weedervaarens onder verklaaring wijders dat zij geduurende hun verblijf op ketfing aldaar van den orangkaij vernoomen hebben dat door toedoen van Rad„ „ja keliloehoe voorm: de Negorijen Kelmoerij, Kelibon, Avang Davang, Camar, Goemelang, Enna Enna en Oerong hunne jonken hadden uijtgerust om Nagulen te gaan zoeken, in dat er ook van die vaartuigen met eenige Nagulen geretourneert zijn zonder de
English
175 175 for the Honorable Company to know the quantity, without knowing the place where the same were gathered, the declarants not knowing how to provide any further information, remaining prepared to solemnize this declaration with an oath if desired. It was subscribed: Thus done and declared at Amboina at Castle Nieuw Victoria on the date aforementioned, in the presence of Johan Leonard Voges and N:s Eyke, both assistants, as witnesses, who have duly signed the minute hereof along with the declarants and me, the First Sworn Clerk. Today, the 15th of May, anno 1778, appeared before me, Wijnand Johannes de Bourghelles, bookkeeper and first sworn clerk of the Police in this Government, in the presence of the witnesses named below: Djalilie, Moorish citizen here, being of competent age, who, at the requisition of the Right Honorable Bernardus van Pleuren, Governor and Director of this Province, and in favor of the truth, declared: That, now over a year ago, being licensed for the petty trade under a proper pass from here to Manipa, Bouro, and its hinterland, he departed as head by champang, and after having called at Manipa and Caijelie, he repaired his champang at the post Waij Pottij and subsequently let it lie at anchor there with the intention of taking in his cargo here; That he, the narrator, travelled from there by prahu with another Bouronese from Caijelie to Lisella in order to collect some debts, but that as soon as he came ashore, he and his companion were seized by some Papuan robbers and brought to their corre-corres, which numbered up to five inside the river Waijile, and were transported with the same to Great Hott.; That the said robbers, after two months' stay, sold him, the appearer, to a casisie from the negorij Dinaama close to Gah who was there; further, that this casisie, named Saleman, brought him to his negorij and, after having kept him there for four months, transferred him again to a native of Keffing by the name of Sikooij; That he, the narrator, having remained on Keffing for three months, having seen the Honorable Company's sloop De Batavier anchoring at the small island of Gisser between Goram, asked a Sullanese named Lobo, who had stayed in the house of the Radja Kelliloehoe at Keffing, to flee with him, and thus came onto the sloop De Batavier with this Sullanese; Lastly, the deponent came to declare that he had understood from his master Sikooij on Keffing that the orangkay of that negorij had intended to set sail for Ambon in order to show a sample of the cloves smuggled by Kelliloehoe and associates to the well-mentioned Right Honorable Governor, but that the westerly winds having been an obstacle to him therein, he had done this by paduakans of the said Sikooij to Banda; The narrator here ending his account, giving for reasons of knowledge as mentioned in the text, being prepared to further confirm this statement if required. It was subscribed: Thus done and declared at Amboina at Castle Nieuw Victoria on the date aforementioned, in the presence of Johan Leonard Voges and Nicolaas Eyke, both assistants, as witnesses, who have duly signed the minute hereof along with the narrator and me, the First Sworn Clerk. Today, the 15th of May, anno 1778, appeared before me, Wijnand Johannes De Bourghelles, bookkeeper and First Sworn Clerk of Police in this Government, in the presence of the witnesses named below: Sabang, Moorish native of the negorij Iha on Loehoe, being of competent age, who, at the requisition of the Right Honorable Bernardus van Pleuren, Governor and Director of this Province, and in favor of the truth, declared: That in the month of October of the past year, he was sent to Hoeamohel with the Hila extirpators, the corporals De Coeg and Scholts, to help perform the extirpation of spice trees there; that, they being on Combello, he, the deponent, went fishing with a prahu along with two other natives of his negorij, and that at midday he was attacked and taken away by three Papuan corre-corres and, after they had first stayed about a month at Bouro's hinterland and subsequently had been at Hatiten, was transported by the same to Roemasoal; That he, having been there for about three months, was transferred to Gah from there by a certain Djomadadieng, who was there by prahu and pretended to be a son of Tidore's prince's brother-in-law, Djoemanopal, who was also there by corre-corre, where he met two Moorish citizens by the names of Nangassijkoempol and Hadjie Walla, as well as the Moorish native of Nassavooij, Sitania, with whom together, because they had heard that the aforementioned Djoemanopal wanted to sell them all on Goram, he fled to Keffing by a prahu, and along with the said three persons was housed and provided with food by the orangkay there for about a month; further, that on a certain day the Company's sloop De Batavier having come to anchor at the small island of Gisser between Ceram Laut, the said orangkay of Keffing brought them thither and handed them over into the hands of its pilot; and that he, the narrator, saw the often-mentioned Djoemanopal on board the said sloop, without knowing for what reasons the said prince came there; Lastly, he, the appearer, declared to have heard from the orangkay of Keffing that this orangkay had wanted to have him, the appearer, transported to Ambon with his companions, but the fear of the Papuan
Dutch transcription
175 175 voor d' E Comp: de weeten de quantiteid sonden wat plaats deselve opgedaan zijn ver„ „ders niet meer weetende op te geeven blijvende de declaranten bereijd dee„ „se verklaaring dit begeert wordende met Eede te solemniseeren /:onderstond:/ Aldus Gedaan ende verklaart te Amboina aan 't Casteel Nieuw Vic„ „tonia dato voorsz: ten presentie van Johan Leonard Voges en N=s bijke beijde assistente als getuijgen, die de minuto deeses neevens de de„ „claranten en mij Eerst gesw: Clercq hebben behoorlijk onderteekend Op Heeden Den 15:' Maij A„o 1778: compareerde voor mij wij 7„ „nand Iohannes de Bourghelles boekhouder en eerste geswoore clercq van 't Politie ten deesen gouvernemente present de getuijgen nagenoemd. Djalilie moorsch burger alhier zijnde van een competenten ouderdom dewel„ „ke ter requisitie van den wel Edele Agtb: Heer Bernardus van Pleuren gouverneur en Directeur deeser Provintie en ten faveure der waarheijd verklaarde. dat hij nu ruijm een Jaar geleeden onder een behoorlijke Passe naar Ma„ „nipa, Bouro en dies agterland van hier tot den smallen handel gelicenci„ „eert zijnde als hooft per champang vertrokken is, en na Manipa en Ca„ „jelie te hebben aangedaan aan de post waij Pottij zijn champang gerepa„ „reert en vervolgens aldaar g'ankent heeft laaten leggen met intentie om hier zijn laading in te neemen. dat hij Relatant van daar per prauw met nog een Boeronees van Caijelie naar Lisella is geschept ten eijnde eenige schulden te innen dog dat zo dra hij aan Land quam door eenige Papoese roovers met zijn metgezel opgevat, en naar hunne Corre corren welke tot vijf in getal binnen de Rivier waijile lagen gebragt en met dezelve naar groot Hott: vervoert zijn geworden dat gemelde Roovers hem Comparant na twee maanden ver „toevens aan een aldaar zijnde casisie van de Negorij Dinaama digt bij Gah, verkogt hebben voorts dat deese Casisie gen:t saleman hem 7 naar Ce voor d'E Comp:e naar zijn Negorij gebragt en na hem aldaar vier maanden gehouden te hebben weeder aan een Inlanden van Keffing in naame Sikooij heeft getransporteert. dat hij Relatant drie maanden op ketfing verbleeven zijnde, d' E Comp: chialoup D' Batavier hebbende zien ankeren aan 't Eijlandtje Gisser tus„ „schen Goram, Eenen zullanees gen:t Lobo welke in 't huijs van den Rad„ „ja kelliloehoe te koffing was verbleeven gevraagt heeft om met hem te vlugten en ous met deesen zullanees op de chialoup De batavier is ge„ „koomen Laastelijk kwam den deposant nog te declureeren dat hij van zijn Eijf„ „heer Tikooij op kosfing verstaan had, dat den orangkaij dier negonij wil„ „lens was geweest om naar Ambon te steevenen ten eijnde een Monster van de door Kelliloehoe c: s: gesmokkelde Nagulen aan den wel Edelen Agtbaaren Heer Gouverneur welmeld te laaten zien, dog dat de westelijke winden hem daar in hinderlijk geweest zijnde hij zulx per Paduakans van gem: sikooij te Banda is weesen doen Eijndigende den Relatant hier meede zijne Relaas geevende voor reedenen van weetenschap als in den tixt vermeld, bereijd zijnde deese opgaave des verEijscht werdende nader te bevestigen /:onderstond:/ Aldus gedaan ende verklaart te Amboina aan 't Casteel Nieuw victoria dato voorsz: ter presentie van Iohan Leonard Voges en Nicolaas Eijke beijde assistente als getuijgen, die de minute deeses neevens den Relatant en mij Eerste gesw: Clercq hebben behoorlijk onder„ „teekend. Op Heeden den 15:' Maij A„o 1778. Compareerde voor mij wijnand Johannes De Bourghelles boekhouder en Eerst gesw: Clercq van Politie ten deesen Gouvernemente present de getuijgen nage„ „noemd. Sabang moors Jnlander van de Negorij Jha op Loehoe zijn„ „de 175 177 „de van een competente ouderdom, dewelke ten requisitie van den wel Edele agtb: Heer Bernardus van Hleuren Gouverneur en Directeur deser Provintie, en ten faveure der waarheijd verklaarde. dat hij in de maand 8ber: des voorleeden Jaars met de Hilase Extripa„se „teurs. de corporaals de coeg en scholts op Hoeamohel is gezonden van de 't Extripatie van specerij boomen aldaar meede te helpen doen, dat zijl: ijs op combello zijnde, hij deposant met nog Twee inlanders van zijn Negorij met Een praum is gaan vissen, midsg„s dat hij op de middag door drie papoese r„ Corre corren is overvallen en weggenoomen en door dezelve, na datse eerstn ciica Een maand aan Bouros agterland vertreft, en vervolgens op Hatiten 't aangeweest waren, na Roemasoal vervoert is geworden. dat hij aldaar circa drie maanden geweest zijnde, van hier door eenen Djomadadieng die zig per prauw aldaar bevond vovrgaff een zoon van Tidors vorst swager van den zig meede per corra Corra aldaar bevindende- d joemanopal te zijn, naar Gah is overgebragt, alwaar hij ontmoet heeft twee moorsche burgers in naame Nangassijkoempol en Hadjie Walla, midsg„s den moorsch inlander van Nassavooij Sitania, met welke hij te zaamen uijt hoofde zij gehoord hadden dat voorsz: sjoe„ „man op al hunl: op Goram wilde verkoopen, met een praauw naar „ ketting gevlugt is en met gem: drie persoonen circa een maand door den orangkaij aldaar gehuijsvest en van mond kost voorsien zijn geworden, voorts dat op zeekeren dag de Comp: Chaloup de Batavier aan 't Eijlandje Gisser tusschen Ceram Lauwt ten anker gekoomen den gem: orangkaij keffing haarlieden derwaards gebragt en inhanden van dies Piloot overgegeeven heeft; mitsg„s dat hij relatant aan boord van gem: Chia„ „loup gezien heeft den meerm: Djoemanopal zonder te weeten om„ wat reedenen gem: prins aldaar gekoomen is. Laastelijk verklaarde hij Comparant van den orangkaij van ketfing gehoord te hebben, dat hij drangkaij hem Comp=t met zijne maakers - naar Ambon had wille laten transporteere, dog de mees voor de Papoe„ 3 „sche es 10
English
for the Honorable Company Papuan pirates had prevented him from doing so, all the more because the aforementioned Djoemanopal demanded them back from him Orangkay, but he had flatly refused them. The deponent concludes his given account here, declaring this to be all his experiences during his misfortune, being prepared, if required, to confirm the same further under oath. Below stood: Thus done and declared in Amboina at Castle Victoria on the date aforesaid, in the presence of Johan Leonard Voges and Nicolaas Eijke, both assistants, as witnesses, who duly signed the minute of this alongside the narrator and me, First Sworn Clerk. Today, 16 May Anno 1778, appeared before me, Wijnand Johannes de Bourghelles, Bookkeeper and First Sworn Clerk of Police of this government, present the witnesses named below: Robo, Moorish native of Xulla, born in the negorij Pa, about 45 years of age by appearance, who declared for the pure and upright truth that more than three years ago he departed from his negorij for Klein-Obi and earned his living there by agriculture; that on a certain evening he boarded a proa with three of his countrymen in order to spend the night fishing; that around midnight the deponent, hearing some noise of vessels and people, immediately fled with his proa, and, becoming so bewildered along with his companions by the approaching clamor and shouting, instead of evading, they rowed straight onto two large Papuan kora-koras and immediately fell prey to them, he and his companions having their hands and feet bound and being thus secured on one of the pirate vessels, which did not linger there any longer but crossed directly over to Salawati. Arriving here, the deponent declares that he was brought to the house of the Raja, where he remained as a slave for one year, having met in this place and in the house many Sulanese, Burunese, and Amblauese, among others a soldier's wife from Manipa, who performed her work as a slave woman in this house. That during the deponent's stay here, it happened that ten kora-koras returning home brought in four Papuans of Onin, whereupon three months later ten large kora-koras of Onin appeared before Salawati; that the people of this island fled into the woods on the mainland out of fear, and the next day the negorijen were in full flames, after which destruction the aforementioned ten Onin kora-koras departed again, taking with them two females who had not been able to escape by flight. After the departure of those vessels, the deponent says that the people, coming out of their hiding places and onto the island, found everything there destroyed and looted, all their swivel guns and muskets having fallen into the hands of the Papuans of Onin on that occasion. In this consternation and confusion, the deponent met his three companions mentioned hereinbefore, who communicated to him that they had a proa ready to flee, asking whether he was also prepared to participate in this undertaking, which he answered with yes. That evening the deponent departed by proa from that island with his comrades, and after having rowed for four days, arrived at Keffing, where he and his companions were brought to the Raja of Zelliloehoe, who kept them in his house for two months. Whereupon the aforementioned Regent on a certain day summoned all the people of his negorij together, ordering them to have women, children, and goods, along with all vessels great and small, ready to depart the next day for Gah under Karakit, as indeed took place, the deponent's three companions also having departed, leaving him in [illegible] empty
Dutch transcription
S: S: voor d' E Comp: sche roovers hem zulx verhindert had, te meer den meergem: Djoemano„ „pal hunlieden van hem orangkaij te rug begeert dog hij deselve finaal gewei„ „gert hadde Eijndigende den deposant hier moede zijn gegeeven relaas betuijgende dit te zijn al zijn wedervaaren geduurende zijn nootlot, bereid zijnde zulx ver„ „Eijscht werdende 't zelve nader met Eede te bevestigen /:onderstond:/ Al„ „dus Gedaan ende verklaart te Amboina aan 't Casteel Nieuw victoria dato voorsz: ter presentie van Johan Leonard Voges en Nicolaas Eijke beijde assistente als getuijgen die de minute dee„ „ses neevens den relatant en mij Eerst gesw: Clercq hebben behoorlijk on„ „dertekend. Op Heeden den 16: Meij A„o 1778: Compareerde voor mij wij„ „nand Iohannes de Bourghelles Boekhouder en Eerst geswoo„ „re clercq van Politie ten deesen gouvernemente present de getuijgen nagenoemd. Robo moors Inlander van Xulla uijt de Negorij pa ge„ „boortig, oud naar aanzien 45: Iaaren dewelke voor de zuijvere en op regte waarheijd verklaarde dat hij nu ruijm drie Jaaren geleeden uijt zijn Negonij naar kleijn obij is vertrokken, en zig aldaar met den Landbouw geerneert heeft, dat hij op zeeke„ „keren avond met nog drie zijner Landsgenooten in een praauw is gestapt ten eijnde den nagt met vissen door te brengen, dat omstreeks middermagt hij deposant eenig gerugt van vaartuijgen 3 en volk vernoomen hebbende, met zijne praauw direct ge„ „vlugt, in door het naderende gejoel en geschreeuw, met zijne makkers zodanig verbaast geworden is, dat insteede van te ont„ „wijken regt op twee groote papoesche corre corres zijn aan„ „geschept en haar al aanstonds ten buijt gevallen, zijnde met zijne 177. 179 zijne metgezellen de handen en voeten gebonden en op een der Roofvaartuijgen zodanig gesechureerd, welke zig aldaar niet langer opgehouden hebben maar direct naar salwatij overgestooken, zijn, alhier arriveerende verklaard den deposant, dat hij is gebragt ten huijse van den Radja alwaar hij een Jaar als slaaff verbleeven is, hebbende op deese plaats en in Oithuijs veile zullaneese, Bouroneese, en Amblauwers ontmoet onder anderen een soldate vrouw van Mamipa welke als slavin haar werk in dit Huijs verrigte dat geduurende des deposants verblijff alhier het gebeurt is Thien Corre cor„ „res t' huijs koomende vier papoen van oning hebben opgebragt, waar op drie maanden daar aan Thien groote Corre corres van oning voor salwatij zijn verscheenen, dat het volk van dit Eijland uijt vreese in 't Bosh op het groote Land zijn gevlugt en daags daar aan de Negorijen in volle vlam stonden, na welke verwoesting gem: Thien Oningse Corre corres weeder vertrokken zijn, meede neemende twee vrouws „persoonen die het met de vlugt niet hadden kunnen ontkoomen; na 't vertrek dier vaartuijgen zegt ten deposant dat het volk uijt hunne schuijlhoeken en op het Eijland koomende aldaar alles verwoest en geroofd gevonden hebben, zijnde bij die geleegentheijd alle haare rantakken en snaphaanen in handen van de papoen, van oning gevallen; in deese consternatie en verwarring heeft den deposant zijne drie hier vooren vermelde makkers ontmoet, welke hem commu„ „niceerde dat zij een praauw gereed hadden om te vlugten; onder afvraage of hij meede bereijd was in deese onderneeming te participeeren, het welk met Jaa be„ „antwoordende is den comparant dien avond met zijne Camaraaden per praauw van dat Eijland vertrokken en na vier dagen geschept te hebben op keffing ter houw gekoomen, alwaar hij en zijne makkers bij den Radja van Zelliloehoe is gebragt, die hun twee maanden in zijn huijs heeft gehouden, Wanneer gem: Regent op seekeren dag alle de volckeren zijner Negorij bij elkan„ „deren heeft geroepen, haar ordonneerende, vrouwen, kinderen en goederen nee„ „vens alle de vaartuijgen groot en kleijn klaar te houden om tegens 's anderen sdaags naar Gah onder Karakit te vertrekken, gelijk ook gevolg genoomen heeft zijnde des deposants drie makkers meede vertrokken, laatende hem in zet. leedige
English
empty house of the Radja aforesaid, whom he indeed thought to know to be married to a sister of the King of Tidoor, but which woman he has seen only a single time, coming from Gah, as also Captain Mama, brother of the aforesaid Radja Keliloehoe, who stays on Toeloe Gisser, and has come twice to visit his brother aforesaid. Furthermore the deponent declares that the Orangkay of Keliloehoe Sabono, with his son, had to flee to the mainland of Ceram, but for what reason is unknown to him; that he indeed returned afterward, but is not in the least obeyed or shown any honor by the Keliloehoenese constantly arriving from and departing for Gah, being obliged to seek his livelihood in person. The deponent further declaring upon inquiry to have seen on Keliloehoe no more than three swivel guns and four flintlocks, and also not knowing in what manner or from whom those people obtained these weapons. Declaring further during his stay on Keffing to have also heard the rumor of the smuggling by the peoples of Quelimoerij, Kelibou, Ceylan, Avang, Davang, Kamar, Goelij Goelij, Enna Enna, Keliloehoe, and Oerong, and that according to this rumor some junks had loaded cloves, without knowing at what places and the quantity of the same; it being only known to him that the Orangkay of Keffing had obtained a small parcel of cloves which a junk from Keliloehoe had loaded, and which he, the Orangkay, had wished to convey to Amboina to present to the Honorable Lord Governor and Director of this province, but was prevented from doing so by the fierce westerly winds and the rumor of the roaming of the Papuans, having subsequently taken the same with him to Banda on a junk belonging to a native, Sikooij. The deponent further declares that at a certain time recently one of his aforementioned countrymen from Gah, having come to him, had recounted that two Tidorese princes were lodging there with the Radja Keliloehoe, who had brought along some people captured by the Papuans to sell there, but that four of them had fled, and that these princes presumed that they were being kept hidden on Keffing, wherefore they would also come to pay a visit thither in the next few days; which rumor having been spread, the Keffing Orangkay and Captain had thereupon made it known that they had everything ready to dispute the arrival of that company, while they also were not intentioned to hand over the four people who had fled and were taken under their protection. That the aforementioned Tidorese princes, although having called at Polo Gisser, Ceram Laut, and Goram, and paid a visit there, and received at the first places without honor or homage, nevertheless had no desire to arrive on Keffing according to their threat. He, the declarant, having further heard that upon the anchoring of the Honorable Company's sloop the Batavier between Ceram Laut and Poelo Gisser, the Orangkay of Keffing brought on board and delivered there the aforesaid four fled persons. The deponent declares lastly that after having made the acquaintance of one Djalilie, slave of the native of Keffing named Sikooij, he agreed with the same to flee by night by proa on board the aforementioned sloop the Batavier, which enterprise also succeeded, with such success that they not only reached the aforementioned vessel, but were also conveyed hither with it. The deponent herewith ending this declaration of his, giving as reasons of knowledge ut in textu, being prepared to verify the same further by oath. Undersigned: Thus done and declared at Amboina at Castle Nieuw Victoria, date aforesaid, in the presence of Johan Leonard Voges and Nicolaas Eyke, both assistants, as witnesses, who duly signed the minute hereof alongside the deponent and me, First Sworn Clerk. Saturday
Dutch transcription
leedige Hhuijs van den Radja voorm: welke hij wel meende te weeten getrouwt te zijn aan een zuster van den kooning van Tidoor, dog welke vrouw hij maar een enkelde keer, van Gah koomende, gezien heeft, gelijk meede Capitaijn Mama broeder van voorseij„ „de kadja keliloehoe die zij op Toeloe Gisser ophoud, en zijnen broeder revengem: twee maalen is gekoomen besoeken wijders verklaart den deposant dat den orangkaij van Keliloehoe sabono met zijn zoon heeft moeten vlugten, op het groote land van Ceraim, dog om wat reeden is hem om bewust dat hij naderhand wel is weeder gekoomen dog in 't minste van de geduu„ „rig van Gah af en aankoomende Keliloehoeneese niet gehoorsaamt oer eenige Eer beweesen word, zijnde verpligt inperzoon zijn leevens onderhoud te zoeken verklaarende den deposant verder op afvraage op Keliloehoe niet meer dan drie rantakken en vier snaphaanen gezien te hebben en ook niet te weeten op wat wijse s van wie die volckeren deese geweeren zijn magtig geworden verklaarende, wijders geduurende zijn verblijff op ketting het gerugt van 't smokkelen den volckeren van quelimoerij, kelibou, Ceijlon, Avang, Davang, kamar, Goelij Goelij, Enna Enna, Keliloehoe, en oerong meede gehoort te hebben en dat volgens tit spargement eenige Jonken Nagulen zoude hebben opgedaan zonder te weeten op wat plaatsen, en de quantiteit derzelve zijnde hem eenelijk bekend dat den orang„ „kaij van keffing een kleijn partijtje Nagulen was magtig geworden die een Jonk van Keliloehoe had opgedaan, en welke hij orangkaij naar Amboina ter vertooning van den wel Edelen agtbaaren Heer Gouverneur en Direc„ „teur deeser provintie had willen over brengen dog door de felle weste winden en het gerugt van 't swerven der papoen daar in belet geworden was, hebben, „de dezelve vervolgens paer een Jonk van eenen inlander Sikooij naar Ban„ „da meede genoomen verders verklaart den deposant dat op seekere tijd onlangs een zij„ „ner voor gem: landslieden van gak bij hem gekoomen zijnde verhaald had dat'er twee Tidoreesche princen aldaar bij den kadja Keliloehoe gelogeert waaren die eenige door de papoen geroofde menschen hadde mee„ „de 179 181 „de gebragt, om aldaar te verkoopen, dog dat er vier van gevlugt waren, en dat deese prinsen presumeerde dat zij op ketfing wierden schuijl gehouden, Waarom deselve ook eerst daags derwaarts een visite zoude komen afleggen, welk gerugt ver„ „spreijd geworden zijnde den zettings onangkaij en kapitain: zig daar op ver„ „luijd hadden alles klaar te hebben om dat geselschap de aankomst te bedispu„ „teoren, terwijl zook niet g'intentioneert waaren de vier gevlugte en onder haar En protectie genoomene menschen over te geeven dat veelm: Tidoreese Prinsen schoon enen op P=lo Gisser, Ceram Laut en Goram aangegiert in een visite daar afgelegt en op eerste plaatsen sonden honneur of hulde ontfangen, nogtans geen lust getad hebben ingevolgen haar bedrijging op ketfing aan te koomen. Hebbende hij declarant nog nader gehoort dat bij het ten anker koomen van d'E Comp: chialoup de Batavier tissen Ceram Laut en Poelde Gis„ „sen den orangkaij van Ketfing voorsz: gevlugte vier persoonen aldaar aanboond heeft gebragt en besorgt den deposant verklaart laastelijk dat hij naar kennis gekreegen te hebben aan eenen Djalilie slaaf van den Jnlander van ketting ge„ „naamt sikooij met denselven over een gestamd heeft, om des snagts per praauw naar Boord van gem: chialoup de Batavier te vlugten, gelijk die onderneeming ook gelukt is, met dat succes, dat sij niet alleen gem: kiel bereijkt hebben maar daar meede ook herwaards zijn over„ „gevoert geworden. Eijndigende den deposant hier meede deese zijne verklaaring geeven„ „de voor reedenen van weetenschap ut in tirtu bereijd zijnde zulx na„ „den met Eede te veriseeren /:onderstond:/ Aldus Gedaan ende verklaart te Amboina aan 't Casteel Nieuw victoria dato voortz: ter presen„ „tie van Johan Leonard Voges en Nicolaas Eijke beijde assisten„ „te als getuijgen die de minute deese neevens den deposant en mij Eerst gesw: klercq hebben behoorlijk onderteekent. Zaturdag
English
Saturday the 21st of February 1778: Meeting of Policy, absent the Heads of the Four spice offices. Among the letters and papers of the Honourable High Indian Government received yesterday evening with the sloop de Nagelboom, of which mention is made in today's general Resolution, there was also received and subsequently opened a separate packet addressed to the Governor and Council, which was found to be a letter from the Honourable High Indian Government dated the 8th of January of this year, serving for the conveyance of Moetoe Roepa Navensinga Andeweer, who, having presented himself in the year 1765 as lawful claimant to the Kandyan Throne, has since been maintained as such a Prince at the expense of the Company, first on Ceylon and from the year 1767 at Batavia, but through his bad conduct having compelled Their High Honours to send him elsewhere, and thus to have him conveyed to this Government under the escort of a sergeant and six common soldiers, to be detained here and regarded as a pretended Prince, with orders to disburse to the said Moetoe Roepa Navensinga Andeweer and his retinue one hundred rixdollars per month, whether in cash or necessary provisions; it is understood that the aforesaid orders of the Honourable High Government shall in all respects serve for guidance and observance, and that note thereof shall provisionally be kept herein, as well as that according to the report already made to the Governor, the arrived retinue of that Prince, besides himself, consists of 2 men and 4 women. It being furthermore resolved upon the proposal of the Governor to assign to the said Kandyan Prince, provisionally for him and his retinue as lodgings, the vacant house and grounds of the junior merchant and Head of Haroeko, Treno, situated diagonally opposite the dwelling of the Honourable Secunde de Villeneuve, for the rent of 8 rixdollars per month, for which it can be had, to be deducted from the allowance assigned to the said Prince for the benefit of the owner. Furthermore, to let remain with the said Prince as a guard and supervision the escort that arrived with him of a sergeant or corporal and six common soldiers. In the said respected letter from Their High Honours there appearing further Their High Honours' order to furnish henceforth annually to the Sultan of Ceram, sent hither in the year 1768 as a state prisoner, fifteen hundred Spanish reals, being 1875 rixdollars, instead of one thousand Spanish reals, and to charge both those sums annually to the Main Office, it is understood to keep note thereof provisionally herein, but to speak thereof more broadly at a subsequent session. After this it having been made known by the Governor how His Honour, since his administration, and indeed upon the very emphatic order of Their High Honours, had applied himself by all practicable means and ways to ascertain which lands belonging to native Amboinese, in contempt of the so frequently published and recently amplified Placard, might have been pledged or forfeited to servants, Citizens, and other inhabitants, and especially those on which clove trees are to be found, it had recently been brought to His Honour's knowledge that a certain piece of land named Hatoehalat belonging under
Dutch transcription
Zaturdag den 21:' Februarij 1778: ontfangene brieven en papie„ „ren met de Chialoup de Na„ „gulboom ten geleijden van Moeloespoe„ „geant en 6: gemeene van Ba„ „tavia heeft aangebragt moetende aan hem 100. Rd„s 's maands Comp: weegen werden afgegeeven laaten strekken het verder gevolg bestaat in 2: mans in te vrouwen Inder de op gisteren avond met de chaloup de Nagelboom ontfangene brie„ „nen en Papieren den Edele Hooge Indiasche Regeering, waar van bij de gemeene Resolutie van heeden gewag word gemaakt, meede ontfangen en vervolgens g'opend zijnde Een apart Pacquet aan den Heer Gouverneur en raad beschreeven, 't welk bevonden wierd te zijn Een briefje der Edele Hoo„ „ge Indiasche Regeering gedateerd 8:' Iann: deeses Jaars, dienende ten waar onder een apart briefje, gelijden van Moetoe Roepa Navensinga Andeweer, welke zig in A=o ppa es avensinga Andewier 1765: als wettige pretendent tot den Kandiaschen Troon aangegeeven hebbende, en seedert als sodanig Een Prins ten costen van de Comp: eerst op Ceijlon en van het Jaar 1767: te Batavia onderhouden, dog door zijn slegt gedrag hun Hoog Edelens genoodsaakt hebbende hem naar eders te ver„ die tot sijn escrorte een zer, „ senden, en dus onder het geleijde van Een sergeant en ses gemeene militairen na dit Gouvernement te laaten overvaaren om hier aangehouden, en als een g'emagineert Rins geconsidereert te worden, met last, aan ged:e Moetoe sjoepa Navensinga Andeweer en zijn gevolg af te geeven Een Hondert Rijx d„s s'maands, het zij in contant of aanbenoodigde Provi„ „sien zouden meer, is verstaan zig de voorsz: ordres der Ed: Hoo„ deese ordres zig ter narigtige Regeering in allen opzigten ten narigt en observantie te laaten strecken, en daar van bij provisie in deesen aanteekening te houden zo wel als dat navolgens het aan den Heer Gouverneur bereeds gedaane Rapport het overgekoomen gevolg van dien Prins buijten hem selfs bestaat in 2: mans en 4: vrouws persoonen zijnde nog op het voorstel van den Heer Gouverneur besloote ged=e Kandiaans Prins bij provisie voor hem en sijn gevolg tot een Vergadering van Politie, absent de Hoofden der Vier specerij Comptoiren. logement 181. 183 het leedige sluijs van Waroekos hoofd Treno hem tot een zoge„ „ment gegeeven 's maands en het voorgem: Oxkorte lot een wagt bij hem te laaten aan den Sulthan van Ceribou aalen 1500 's jaars toegelegt waar over nader zal gedelibe„ eert worden Consideratien van den heer god„ Naguboomen aan de overseijde van logement aan te wijsen het leedig staande huijs en Erff van den onder koopmans en Haroekos Hoofd Treno staande schuijns over de wooning van den E' secunde de Villeneuve tee„ teegen d' Huur van 8: Rijxd=s, gen de huur van Rd=s 8:—: smaands waar voor het te krijgen is, om van 't gem: vorst toegelegd tractement gedioorteert te worden ten behoeve van den Eijgenaar. voorst tot magt en toesigt bij hem Pins te doen blijven het nee„ „vens hem overgekoomen esoorte van Een sergeant of conporaal en ses gemeene militairen. Bij gem: gerespecteerde briefje van Hun Hoog Edelens nog voor„ „koomende Hoog derzelven ordre om aan den in A:o 1768: als een in steede van 1000 spanseren staats gevangenen dit heen verzondenen sulthan van Ceram in stee„ „do van Duijsent spaansche Reaalen, voortaan Jaarlijx te versterc„ „ken vijfftien Hondert spaanse zeaalen S 1875: rd„s en beide die sommas alle haaren de Hoofdplaats aan te reekenen, zo is verstaan daar van in deesen voor eerst aanteekening te houden, dog daar over bij een nadere sitting breeden te spreeken Hier na door den Heer Gouverneur te kennen gegeeven zijnde hoe zijn Ed: zig seedert zijn bestien en wel op de zo nadruckelij„ „ke ordre Hunner Hoog Edelens door alle prattitable middelen en weegen hadde toegelegd om in ervarenis te koomen, welke Landerijen aan naturellen Amboineesen toebehooren„ „de in vilipendi van 't zo dikmaals gepubliceert en onlangs g'am„ „plieerde Placcaat onder dienaaren, Burgers, en andere ingeseetenend mag„ „te zijn verpand of vervallen, en wel speciaal de zulke waar op na„ verneur nopens de exterpalte van gel boomen te vinden zijn, zijn Ed: nu onlangs ter kennisse was debaaij op aer pande landerijen gebragt dat zeeker Land genaamt Hatoehalat sorteerende onder
English
Saturday the 21st February 1778: Letters and papers received by the sloop the Nagelboom. An escort of a sergeant and 6 privates brought him from Batavia. 100 Rds per month must be paid to him on behalf of the Company. To serve as guidance. The further retinue consists of 2 men and 4 women. Among the letters and papers of the Honourable High Indian Government received yesterday evening with the sloop the Nagelboom, of which mention is made in today's common Resolution, there was also received and subsequently opened a separate packet addressed to the Governor and Council, which was found to be a letter from the Honourable High Indian Government dated 8th January of this year, serving to escort Moetoe Sjoepa Navensinga Andeweer, who having declared himself in the year 1765 to be the legitimate pretender to the Kandyan Throne, and since then has been maintained as such a Prince at the expense of the Company first on Ceylon and from the year 1767 at Batavia, but having forced Their High Honours by his bad conduct to send him elsewhere, and thus to have him transported to this Government under the escort of a sergeant and six private soldiers, to be detained here and to be considered an imagined Prince, with orders to disburse to the said Moetoe Sjoepa Navensinga Andeweer and his retinue One Hundred rixdollars per month, whether in cash or in required provisions. These orders of the Honourable High Government are to serve in all respects for guidance and observance, and a note thereof is provisionally kept here, as well as that according to the report already made to the Governor, the retinue of that Prince that has arrived over here consists, besides himself, of 2 men and 4 female persons. It was further resolved upon the proposal of the Governor to designate provisionally for him and his retinue, as a lodging, Council of Policy, absent the Heads of the Four spice offices. Lodging. 181. 183. The vacant house of Haroekoe's Head Treno given to him as a lodging. At the rent of 8 Rixdollars per month. And to leave the aforementioned escort with him as a guard. 1500 Spanish Reals per year granted to the Sultan of Ceribon instead of 1000 Spanish Reals, which will be further deliberated upon. Considerations of the Governor regarding the extirpation of clove trees on the other side of the bay on mortgaged lands. the vacant house and grounds of the Junior Merchant and Head of Haroekoe, Treno, situated diagonally opposite the dwelling of the Honourable Secunde de Villeneuve, at the rent of Rds 8:-: per month, for which it can be obtained, to be deducted from the aforementioned granted allowance for the benefit of the owner. Furthermore, the escort of a sergeant or corporal and six private soldiers who arrived with him is to remain with him, the Prince, as a guard and watch. In the aforementioned respected letter from Their High Honours, there also appeared Their High Honours' order to provide henceforth annually fifteen Hundred Spanish reals or 1875 Rds, instead of One Thousand Spanish Reals, to the Sultan of Ceram who was sent here in the year 1768 as a state prisoner, and to charge both those sums every year to the Capital, it is thus understood to make a note of this for the time being, but to speak of it more extensively at a subsequent meeting. Hereafter, it being made known by the Governor how His Honour, since his assumption of office, and indeed upon the very emphatic order of Their High Honours, had applied himself by all practicable means and ways to ascertain which lands belonging to native Ambonese, in defiance of the frequently published and recently enlarged Placard, might have been mortgaged or forfeited among servants, Burghers, and other inhabitants, and specifically those upon which clove trees are to be found, it was recently brought to His Honour's knowledge that a certain land named Hatoehalat, falling under
Dutch transcription
Zaturdag den 21:' Februarij 1778: ontfangene brieven en papie„ „ren met de Chialoup de Na„ „gulboom ten geleijden van Moeldespoe„ „geant en 6: gemeene van Ba„ „tavia heeft aangebragt moetende aan hem 100: Rd:s 's maands Comp: weegen werden afgegeeven laaten strekken het verder gevolg bestaat in 2: mans in te vrouwen Inder de op gisteren avond met de chaloup de Nagelboom ontfangene bree „nen en Papieren den Edele Hooge Indiasche Regeering, waar van bij de gemeene Resolutie van heeden gewag word gemaakt, meede ontfangen en vervolgens g'opend zijnde Een apart Pacquet aan den Heer Gouverneur en raad beschreeven, 't welk bevonden wierd te zijn Een briefje der Edele Hoo„ „ge Indiasche Regering gedateerd 8:' Iann: deeses Jaars, dienende ten waar onder een appart briefje gelijden van Moetoe Sjoepa Navensinga Andeweer, welke zig in A=o ppas esavensinga Andewker 1765: als wettige pretendent tot den Kandiaschen Troon aangegeeven hebbende, en seedert als sodanig Een Prins ten losten van de Comp: eerst op Ceijlon en van het Jaar 1767: te Batavia onderhouden, dog door zijn slegt gedrag hun Hoog Edelens genoodsaakt hebbende hem naar aders te ver„ die tot sijn escorte een zer, „ senden, en dus onder het geleijde van Een sergeant en ses gemeene militairen na dit Gouvernement te laaten overvaaren om hier aangehouden, en als een g'emagineert Rins geconsideneert te worden, met last, aan ged:e Moetoe sjoepa Navensinga Andeweer en zijn gevolg af te geeven Een Hondert zijx d„s s'maands, het zij in contant of aanbenoodigde Provi„ „sien zouden meer, is verstaan zig de voorsz: ordres der Ed: Hoo„ dese ordres zig ter narigt ige Regeering in allen opzigten ten narigt en observantie te laaten strecken, en daar van bij provisie in deesen aanteekening te houden zo wel als dat navolgens het aan den Heer Gouverneur bereeds gedaane Rapport het overgekoomen gevolg van dien Rrins buijten hem selfs bestaat in 2: mans en 4: vrouws persoonen zijnde nog op het voorstel van den Heer Gouverneur besloote ged=e Kandiaans Prins bij provisie voor hem en sijn gevolg tot een Vergadering van Politie, absent de Hoofden der Vier specerij Comptoiren. logement 181. 183 het leedige stuijs van Waroekos hoofd Treno hem tot een zoge„ „ment gegeeven teegen d' Huur van 8: Rijxd=s 's maands en het voorgem: Exkorte lot een wagt bij hem te laaten aan den Sulthan van Ceribon „aalen 1500 sjaars toegelegt waar over nader zal gedelibe„ „reert worden Consideratien van den heer god„ Naguboomen aan de overseijde van logement aan te wijsen het leedig staande huijs en Erff van den onder koopmans en Haroekos Hoofd Treno staande schuijns over de wooning van den E' secunde de Villeneure tee„ „gen den huur van Rd=s 8:—: smaands waar voor het te krijgen is, om van 't gem: worst toegelegd tractement gedioorteert te worden ten behoeve van den Eijgenaar. voorss kot wagt en toesigt bij hem Pins te doen blijven het nee„ „vens hem overgekoomen esoorte van Een sergeant of corporaal en ses gemeene militairen. Bij gem: gerespecteerde briefje van Hun Hoog Edelens nag voor„ „koomende Hoog derzelven ordre om aan den in A:o 1768: als een in steede van 1000 spanse ren staats gevangenen dit heen verzondenen sulthan van Ceram in stee„ „de van Duijsent spaansche Reaalen, voortaan Jaarlijx te versterc„ „ken vijftien Hondert spaanse zeaalen S 1875: rd„s en beide die sommas alle haaren de Hoofdplaats aan te reekenen, zo is verstaan daar van in deesen voor eerst aanteekening te houden, dog daar over bij een nadere sitting breeden te spreeken Hier na daor den Heer Gouverneur te kennen gegeeven zijnde hoe zijn Ed: zig seedert zijn testien en wel op de zo nadruckelij„ „ke ordre Hunner Hoog Edelens door alle prattitable middelen en weegen hadde toegelegd om in ervarenis te koomen, welke Landerijen aan naturellen Amboineesen toebehooren„ „de in vilipendi van 't zo dikmaals gepubliceert en onlangs g'am„ „plieerde Placcaat onder dienaaren, Burgers, en andere ingeseetenen mog„ „te zijn verpand of vervallen, en wel speciaal de zulke waar op na„ verneur nopens de exterpatte van gel boomen te vinden zijn, zijn Ed: nu onlangs ter kennisse was dd earij op ar pande Landerijen gebragt dat zeeker Land genaamt Hatoehalat sorteerende onder
English
annulment of all practices to elude the penalty established therein, their High Excellencies' orders amplified. The proposal of His Honour in regards to this Extirpation Commission, naming as commissioners, with orders to further extend that work, under Great Hative, comprising three datijs, for already 30 and 40 years divided into two parcels owned by the Radja of Kilang and Miss Peuling, widow Treno, to whom the same were mortgaged, and the usufruct of the clove trees, according to the statement of the aforementioned mortgagors, was always enjoyed by those of the Negorij Kilang and Hative. Regarding which article the Governor was of the opinion that it was high time to promptly execute all effective means for the reduction of the crops without the least consideration in cases such as these, and thereby at the same time to comply with the true purpose of the edict against the mortgaging of clove dusuns, the more so as it is always difficult, after the lapse of so many years, to be firmly assured whether such mortgaged lands are datij dusuns or not. Which last point has also been the reason until now that none of the private owners of such lands could be challenged with sound justification according to the proposed means pursuant to the contents of the edict. While at the same time the pretext that has existed until now—that the usufruct of the clove trees on such alienated lands was enjoyed by native Ambonese and the fruit delivered to the Honourable Company—ought, in the opinion of His Honour, completely in conformity with earlier resolutions, to be thoroughly debunked. Thus, regarding the aforesaid matter, and especially on the basis of the order of the Honourable High Indian Government mentioned in the separate resolution of 8 March of last year, to cut down all such clove trees about which disputes might arise among the natives, and which the Governor thought could also be made applicable in this case, it was approved and, upon the proposal of His Honour, resolved to have the extirpation carried out by express commissioners, for which it was agreed to appoint the bookkeepers Iacob Enop and Wijnand Iohannes de Bourghelles, not only in the aforementioned district of Hatoehalat, but also on all lands belonging to servants, burghers, Chinese, 111 185, also to execute the extirpation in the mortgaged dusuns, recommended with all Chinese as well as other inhabitants, not being negorij lands, but where, according to the information that the Governor recently received, so-called datij clove trees were to be found, the fruits of which, according to the reports, were picked by those of Halong, Soija, and the Drie Huijsen and delivered to the Honourable Company, contrary to the prohibition against the cultivation of clove trees on lands belonging to private inhabitants. Furthermore, on all lands, dusuns, and gardens that are mortgaged to private individuals, without paying the least regard to the pretext that might again be presented to them that the clove trees standing thereon might not be pledged, just as this caused much hindrance to the commissioners during the extirpation carried out on the lands of private individuals in the year 1772 under the previous administration. And consequently, to earnestly order the aforementioned newly appointed commissioners not to allow any excuse or connivance of any name whatsoever, and to proceed in all this with complete fidelity, and the commissioners to perform that work faithfully, letting it serve for their information that they will have to confirm their actions with a solemn oath. Below stood: Thus done and resolved at Amboina at Castle Nieuw Victoria, date as aforesaid. Was signed: H. van Pleuren. Friday, 6 March, in the year 1778. Meeting of the Council of Policy in the forenoon at eight o'clock, absent the heads of the four spice offices. Reasons for the meeting: the Governor declaring that he had expressly convened this meeting in order to devise the necessary and highly indispensable means for the reduction of the clove trees, both at this main castle and at the respective clove offices, to the end of thereby immediately providing proof to Their High Excellencies that, as faithful servants, nothing is left unattempted to answer to the true purpose and their highly respected orders, to which his
Dutch transcription
„ming van alle practijcque tot Elise de daar bij gestelde peene ordres hunner hoog Edelens g'ampliteert 't voorstee van zijn Ed: in tot deese Extirpatie Com„ missie „les als gecommitteerdens benoemt „met laast dat werk verder te Extendeeren- onden Groot wative uijtmaakende drie datijs al zee„ „dert 30: en 40: Iaaren in twee perceelen in eijgendom door de Radja van Kilang en Mejuffr: Peuling, med:e Treno, aan wien dezelvs verpand zijn waren bezeert, en het vrugt gebruijk der Nagul boomen vol„ „gens opgave van voorm: beleenders altoos door die van de Neporij Kilang en Hative genooten, omtrend welk articul den Heer gouverneur van gevoelen was, dat het eens tijt wierd om alle efficatieuse middelen tot vermindering der „gewassen zonder d' aller minste consideratie in gevallen als deesen prompt ter uijtroer te brengen, en daar door teffens te voldoen aan het waa„ „re oogmerk van het placcaat teegen het verpanden van nagel doesjongs, te meer het altoos moeijelijk valt om van sodanige verpande landen na verloop van so veele Iaaren vast verzeekert te zijn os het datij dous„ „langs zijn dan niet, en welk laaste tot heeden ook de reeden is geweest dat niemand der particuliere bezitters van zodanige landerijen na den voorgeslaagene middelen ter wegenen in houd van het placcaat met goed fundament hebben kunnen werden van het placcaat en Executie van gecalangeert, terwijl teffens het tot hier toe plaats gehad hebbend voor„ „wendsel dat het vrugt gebruijk der Nagelboomen op zodanige veralineerde landen door naturellen Amboineesen genooten, en de vrugt aan d'E Comp: geleeverd wierden na de sustinue van zijn Ed: eens meede ten eenemaal Conform in vroeger besluijten der behoorde den bodem ingeslagen te werden; zo wierd ter zaake voorsz: en insonderheid op fundament van de ter aparte resolutie van den 8:' Maart des voorleeden Iaars vermelde ordre der Edele Hooge Indiasche Regeering om alle sodanige Nagulboomen, waar over den inlander verschillen mogten ontstaan te doen omtrellen en het geen den Heer gouverneur vermeende in deese meede te kunnen werden applicabel ge„ „maakt goedgevonden en op het voorstel van zijn Ed: beslooten, door ex„ presse gecommitteerdens, waar toe verstaan wierd te benoemen de boekhou„ de hoekhouders knopen Bougen, den Iacob Enop en Wijnand Iohannes de Bourghelles de Extripatie te laten verrigten, niet alleen op de voorengewaagde landstreek Hatoehalat, maar ook op alle landerijen zo van dienaaren, burgers, chi„ „neesen 111 185 ook om d' Extirpatie in de verpand de dous Jongs te excuteeren gerecommandeert metalle „neesen als andere ingeseetenen, geen sechorijs landen zijnde, dog waar op naar de in„ „formatie die den Heer Gouverneur Iongst ingekreege hadde zogenaamde batij Nagulboomen te vinden zoude zijn, welker vrugte naar de opgaaven door die van Halong, Soija, en de Drie Huijsen geplukt en aan d' E: Comp: geleevert wier„ „den strijdig 't verbod teegens de Cultuuren van Nagulboomen op Landerijen aan particuliere ingeseetenen toebehoorende. Voorts op alle Landerien, Doussangs en Thuijnen, welke aan Particuliere ver„ pand zijn, sonder het minste reguard te slaan op het Hun weder voor te koo„ mene praetext dat de daar op staande Nagulboomen niet mogte verbon„ „den zijn, gelijk als dit hij de in A„o 1772: onder het voorig bestier gedaan„ „ne Extripatie op de Landerijen van Particuliere veel verzindering aan de gecommitteerdens toegebragt heeft, en dienvolgende gem: tant benoemde ge„ „committeerdens ernstig te gelasten geene verschooning of oogluijking hoe ge„ ende gecommitteerdens om sij naamd plaats te geven, en in allen deesen met volkoomen trouw te werk te gaan Trouw datwerk te verrigten dezelve ter narigt laatende streken, dat zij hunne verrigtinge met so„ „linneele Eede zullen moeten bekragtigen (:onderstond:) Aldus gedaan en„ „de geresolveert te Amboina aan 't Casteel Nieuw Victoria dato voorz: /:was geteekent:/ H„s van Pleuren Vrijdag den 6:' Maart A„o 1778: vergadering van Politie svoormiddags ten agt uuren absent de Hoofden der vier specerij Comptoiren Reddenen der lijentemst den Heer gouverneur betuijgende deese bij een komst Expres belogd te hebben om de noodige en Hoog noodzakelijke middele te beramen, ter Oiminutie der Nagelboomen, zo ten deesen Hoofd Casteele, als de respective Nagel ten einde comptoire „ daar door Haar Hoog Edelens dadelijk bewijse te supediteeren dat men als getrouwe dienaaren niets onbesogt laat, om aan 't waare oog„ „merk en Hoog derzelver g'erbiedigde beveelen te berantwoorden, waar toe zijn ee
English
tour of extirpation for the reduction of clove trees, and for that purpose taking into consideration the Datis Liniap maintained to the burden of the common man; specifically to report how many Datis Linjap etc. are to be found in their negorijs; proposal and submitted measures for; the native regents ordered to; His Honour in the first place considered that one ought to be mindful of such measures as might lead to less offense among the common man and at the same time afford them relief in their labor, in order with certainty to prevent dissatisfaction and a rupture in time, and consequently informed the assembly that, after accurate information obtained, he had learned that both here at the main castle and at the respective offices, among the registered clove doussons many were found which ran merely in the name of this or that head dati holder, for which nevertheless no head dati holders or Tulong Datis were to be found, but which had been appropriated by the respective regents under the name of Datis Linjap, and of which, to the heavy grievance of their subordinates, they drew the usufruct to themselves, since those clove gardens not only definitely had to be kept clean by the negorij peoples, but also the fruits picked and brought to the scales, undoubtedly by virtue of their authority as regent, without the least douceur or remuneration; which had prompted His Honour, in the conference recently held with the regents at this main castle, along with and besides their elders and kepala saal (expressly called together for that purpose), to order the same in the strictest manner to submit in writing within the period of eight days how many and which Datis Linjap are to be found in each district, and that without giving room to the least concealment or withholding, as such would be punished with demotion; under which threat His Honour had also at the same time given them notice to report likewise within the period of the same eight days, after accurate investigation, which datis might still be under this or that mortgage or alienated, regardless of the pretext that the clove trees standing thereon do not belong under the mortgage or transfer; further, which and how many doussons Pusaka (hereditary or purchased clove gardens) are found in or under the negorijs that belong to native women who are married to burghers or Company servants; 187 785. Considerations of the Governor to be able to proceed without apprehension to the extirpation of a considerable number of trees; so-called Lattar Tjenke appropriated by the regents, also to a burden for the common man; as well as to include thereunder the private gardens of those who belong to other negorijs; all together constituting clove gardens which certainly contain a considerable number of trees, and regarding which the Governor thought one could decide with less apprehension and without making the common man mutinous to extirpate, which ought to be executed beforehand, prior to proceeding to the reduction of the datis provided with head dati holders and Tulong Datis. Subsequently His Honour testified to have received information through secret channels that the negorij and over the negorij doussons, so-called doussons under Saparoua and Nusalaut, from which about fifteen years ago the cloves were collected and brought to the scales on behalf of an entire village, and therefore named Lattar Tjenke Negorij, which made good the negorij expenses for the construction of kora-koras and cruise orembais etc., have since that time been retained by the respective village chiefs for themselves, and subsequently, upon need of money, have collected the same for themselves, so that these negorij doussons, the aforementioned Lattar Tjenke Negorij, have already for a long time come to constitute no small advantage for a regent and a great burden for the common man who must work them; maintaining therefore that the trees in all such negorij gardens, no less than those mentioned before, can and ought easily to be felled as well; which the Governor further thought one could make applicable to such gardens as belong to private individuals, under which His Honour included those persons who are born and belong in another negorij, so that each village, its people and chief, have to cultivate no more than their own clove trees, so that they are also answerable no further than for their negorij burdens and statutory labor services; the Governor testifying to have recently learned underhand that one Marcus Manasse Manusama, full brother of the old regent of Saparoua...
Dutch transcription
bereijzing der Extirpatie tot demonitie der vafsulgerassen en daar toe, de tot laast van de gemeenen man aangehouden godende datijs Li„ „niap in aanmerking gebragte. specificq op te geeven hoe veel da„ „tijs Lipjap &=o in hunne Negorijen te vinden zijn zijn Ed: in de Eerste plaats vermeende, dat men hoorde bedagt te zijn op zulke middele welke bbij den gemeenen man min aanstondt konde leijden en haar teevens tot een verligtende arbeid ver„ „strekte, ten einde met seekerheid misnoegen en te Ougtene rup„ proposite en voorgesteede middelen ter „ture voor te koomen, mits dien aan de vergadering te ken„ „nen gaf naar een nauwkeurige ingenome informatie in ervare„ „nis gekoomen te zijn, dat zo hier aan 't Hoofd casteele als de res„ pactine comptoire onder de beschreeven Nagul doussongs veele gevonden wierde, welke bloot op de naam van deze en geene hoofd datijhouders voortliepen, waar toe nogtans geen hoofd datijhouders o wel Toelong Datijs te vinden waaren, dog bij de respective Regenten onder de naam van datijs Linjap hun toegeEijgent en waar van t' dusten beswaar haaren ondergestelde het vrugt gebruijk tot zig trooken, aangezien die Nagulthuijne niet alleen door de Negorijs volckeren seeker moesten worden schoon gehouden maar ook de vrugte geplukt en ter schaale gebragt worden, ontwijffelbaar uit hoofde van haar gezag als Regent, sonden de minste drnceur of belooning, 't geen zijn Ed:e aangepord zad, om in de Jongst met de Regenten ten deesen Hoofd Casteele gehoudene conferentie gemelde dorpshoofden met en beneevens haare oudstens en Capalla saal /:daar toe expres bij den anderen geroepen:/ dezelve op het ernstigste te gelasten binnen den tijd van agt daagen schriftelijk op te geeven, hoe veele en wel„ d'inlandsche Rogenten g'ordonneert de datijs linjap onder elk district te vinden zijn, en dat zon„ „der de minste versuijging of agter houdenthid plaats te geeven ter„ „wijl zulx met demotie soude werde gecorrigeert, onden welke bedrijging zijn Ed: haar ook teevens aangezegd hadde om binnen den tijd van gelijke agt dagen naar eene naukeur„ „rig Com ter 187 785. Consideratien van den Heer gouverneur omgerust tot deer„ tirpatie van een aansienelijk getal boomen te kunnen over„ „gaan — „naamde Latter tjenke e warij bij de regenten g'eijgent almeerde tot Een lastvoor den gemeenen mitsg:s daar onder te begrijpen de particuliere thuijnen van de sulke die in andere Negorijen 't huijs hooren „rig ondersoek almeede op te geeven welke batijs nog onder deese of geene verbonden ofte verallieneert mogte zijn, onaangemerkt 't pretevit dat de daar in staande Nagelboo„ „men onder 't verband f afstand niet behooren, voorts welke en hoe veel doussongs Poessoka /: Er f of aanbestuwe Nagelthuijnen :/ in dan wel onder de Negorijen gevonden worden die aan Jnlandse vrouwe gehoren, welke aan burgeren of ' Comp„s dienaaren ge„ Alle met den andere Nagulthuijnen uitmaakende die seeker een aansienelijk ge„ „tal boomen in zig bevatten en tot welke den Heer gouverneur vermeende min gerusten ee„ zonder den gemeenen man Aallonig te maaken tot de Extirpatie soude kunnen besluijten, wi 't welke dit voor afdiende g'executeerd te worden, alvoorens over te gaan tot de diminutie der datijs, voorzien zijnde van Hoofd Datijhouders en Toelong batijs, vervolgens bere„ „tuijgde zijn Ed: door geheijme weegen kennis gekreegen te hebben, dat de Negorijs't en over de negorije pousong zogen doussongs onder Saparoua en Nissalaut waar iit voor circa vijftien Jaaren de Nagelen ten behoeve van een geheele Dorp ingesameld en ter schaale gebragt wierden, en daarom genaamt Lattar Tjenke Negerij, 't geen de Negonijs orgelden tot den aan„ „bouw van Corra Corras en kruijs orembaijen &=a goedmaakte, 't seedert dien tijd bij de respective dorpshoofden aan daar haar gehouden, en vervolgens bij beno„ „digtheid van geld het zelve perdat hebbe ingesameld, zo dat deese Negorijs doussangs bovengem: Lattar Sjenke Negrij reets een geruijmen tijd tot geen gering voor„ „deel van een Regent en een groote Lasppost van den gemeenen man, die t' be„ „werken moeten, komt int te maaken, sustineerende mits dien dat de boomen in al zul„ „ke Needrijs Tmijnen, niet minten dan voorengewaagde, almeede faciel kunnen en dienen omgeveld te worden, 't geen den Heer Gouverneur alverder vermeende, men betreckelijk soude kunnen maaken tot sulke thuijnen welke aan particuliere 't toebehooren, daar onder zijn Ed: begreep die geene welke in een ander Negorij geboo„ „ren en thuijshoorende zijn, op dat ieder dorp, dies volk en hoofd niet meer dan haar eijgene Nagelboomen hebte te cultiveeren, invoege 't ook niet verder dan voor haar Negorijs lasten was en Heeren diensten aanspreekelijk zijn, betuijgende seer Heer gouverneur onlangs onder de hand bennis gekreegen te hebben dat eene Marcus Manasse Manusama vollen broeder van den ouden Regent van und zijn. Saparona man
English
there brought two lands into the possession of a Toumour and on the assumption that more others are to be found of a Commission to Saparoua proposal to prevent new planting to the benefit of the common people, demotion for the Regents and to promote the shelling into polongs on Porto and Iuhaha Saparoua has already had for some years the usufruct of one of the principal plantations of the negorij Porto, and likewise under Iuhaha, notwithstanding that he is a Toumour by birth, and also belongs to this negorij, where he is thus only bound to court and lordly services as well as negorij burdens, without contributing anything under Porto and Iuhaha, and notoriously to the grievance of the people of these negorijs who miss their land without being supported in their burdens, that furthermore several possessions of that nature could be found that require an exact investigation and could give occasion to carry out a considerable extirpation to the complete satisfaction of the common man, His Honour declared, on these and other reports, to make sure, whereby he was of the opinion to decree a commission, headed by Cruijpenning of Saparoua and two express commissioners from here, in order that they may make a close search into the aforesaid and all other private clove gardens, and at the same time into mortgaged and alienated as well as disputed dusuns, with full orders to immediately, without grace, favor, or connivance, cause such clove trees as are found therein to be uprooted, and in order not to be misled in this matter and to proceed securely, to give them at the same time a mandate to examine closely the Saparoua roll-books of the last ten years, in order thereby to discover over which clove plantations disputes have arisen and have not been properly decided. In the second place, the Governor declared he was of the opinion that it was most necessary to oppose the planting in the dattis as well as private and negorij gardens with greater force, by imposing thereon a banishment to the chain for five years to work in such manner on the Company's public works, furthermore, for the village chiefs who connivingly tolerate and conceal the same, demotion in their regency; further, to promote the shelling into polongs, having been noted as an easy measure proposed and submitted by Their High Excellencies 187. 189 order for the respective native schoolmasters for better training of the children so they may make good use of their time to be excused from school under penalty for the schoolmasters to take great and better effect in times of rich crops so as to be less surfeited with clove spices. And at the same time to hold the schoolmasters better to their duty than has happened hitherto by a strict order, while their disciples are for the most part employed in their private services and those of the Regents, as well as in the picking of cloves, without their having been properly instructed in the foundations of religion, reading, and writing, upon reaching the appointed years to be discharged from school, and having made good use of their time, the aforesaid negorij schoolmasters everywhere are to be prohibited from excusing their school children from school for whatever reason or under whatever pretext, or employing them in these or other services, or letting them be used by others, and this on pain of dismissal, producing to that end the orders drafted by His Honour, which read as follows: Whereas it has repeatedly appeared to this Government with vexation that, due to the poor supervision and the carelessness of many schoolmasters in the respective negorij schools both under this government and the respective outer stations, the education of the native youth proceeds very slowly and is often found to bear little fruit, which is largely caused by the fact that the time suitable for the education of the youth is neglected, now under this and then again under that pretext, and especially to satisfy the self-interest of the schoolmasters or Regents, by whom the oldest of the school children are used more than too much, whether for fishing or domestic or other occupations, and whereby, having frequently reached the appointed years to leave school, they are discharged therefrom without even being able to sign their name, not to mention being well-instructed in the foundations of the true religion, just as there is in the respective negorijs a considerable number of so-called Orders for the respective negorij schoolmasters both under this Castle and subaltern stations. the
Dutch transcription
daar toegebragt twee lan„ bij een Toumour in posses, „sie en voor onderstelling dat er meer andere te vinden zijn van een Commissie naar Ca„ „paroua vorstel ter weering van nieu„ „we aanp banting ting van 't gemeenen dimo„ „tie voor de Regenten en ter bevordering van 't schielden tet polongs „sen op poorte en Suhaha Saparoua reets eenige Iaaren het vrugt gebruijk van een der voornaamste 5 tanderijen der Negorij Poorto heeft gehad en inselvervoegen onder Iuhaha niet teegenstaande hij Een Trouwen van geboorte is, en ook in deze Negorij thuijssoord, alwaar hij dus alleen tot de Hof en Heere dienste mitsg„s Negorijs lasten ge„ „houden is, zonder onder Poorto en silhaha ietwes te fourneeren, en notoir tot beswaar van dese Negorijs volckeren die haar land missen sonder in de Lasten onderstund te worden, dat er voorts verscheijde besittinge van die Natuur soude te vinden zijn die een Exait ondersoek verlijssen en aanleijding soude kun„ „nen geeven om met volkoomen genoegen van den gemeenen Man een aansienelijke extiripatie te werkestellige, verklaarde zijn Ed: op deese en geene rapporten, seeker te stellen, mits welke van begrip was om voorstel tot het deerneeren een commissie te decrneeren, op 't Hoofd van Saparoua Cruijpen„ „ning en twee Expresse gecommitt„s van hier ten einde door dezelve naar voorm: en alle andere particuliere Nagelthuijnen en te gelijk araar verpande en veralineerde zo meede de indisput leggende doussongs een nauwe recherge te doen met een volkoome last om dadelijk sonder gratie gunst os oogluijking sodanige daar in te vinden zijnde Nagelboomen te laaten uijtroeijen mitsg„s om in deze niet misleijd te worden en secuur te worden werk te gaan, haar tevens in mandatis te geeven om de Saparonase Roll boeken 't seedert de Jongste tien Jaaren nauwkeurig na te gaan ten einde daar door te ontwaaren over welke Nagel Plantagien verschillen ontstaan en niet smaal gedecideert zijn geworden In de tweede plaats verklaarde den Heer Gouverneur van gevdele te zijn dat 't aller noodzaakelijkst was de aanplantinge zo in de datijs als particuliere en Negorijs thuijne met meerder kragt teegen door een verwijsing tot de ket: te gaan, door daar op te stellen een verwijsing tot de ketting voor vijff Jaaren om zodanig aan sComp„s gemeene werken te arbeiden, voorts voor de dorpshoofde die 't zelve oogluikend tollereeren en verswijgen dimotie in't haar dimatie tegentschap; wijders om de bevordering van 't schite tot Polongs als een facul middel bij Haar Hoog Ede„ „lens 187. 189 „geproponeerd en overgelegd or„ „dre voor de Resp:e enlandsche schoolmeesters tot beeter oeffening voor de kin„ „deren om de tijd haar ten nutte te maaken — schoole g'excuseerd te worden om in panaliteijd voor de schoolmeesters „lens aangemerkt zijnde om bij rijke gewasse met minder garioffel Nagelen overkropt te worden van groot en beeter effect te doen sijn En te gelijk om de schoolmeesters door een strikte ordre beeter als tot hier toe geschied is aan haare pligt te houden terwijl hunne diciple mee„ „rendeels in derselve en den Regenten particuliere diensten mitsg„s in 't pluk„ „ke der Nagelen geemploijeerd worden, zonder dat z' tot de bepaalde Jaaren ran„ gekoomen zijnde om van de schoole ontslagen te worden naar verEijsch in de gronde van den Gods dienst 't leesen en schrijven onderheijd zijn ee„ geworden, en de tijd haar ten nutten hebben gemaakt de melmelde Ne„ en om geene reedenen van de „gdrijs schoolmeesters allomme te interticeeren haare schoolkinderen g om wat reden ook ofte onder wat voorwendsel van de schoole te ee„ excuseeren dan wel in deesen en geene diensten te emploijeeren ofte door andere te laaten gebruijken en sulx subpeene van depor„ „tement produceerende ten dien einde de door zijn Ed:e ontworpene ordres die luijdende waaren Nademaal deze Regeering meermaalen met ergernis is gebleeken dat door het slegte toesigt en de agterloosheijd van veele Leermeestert in de respective ve„ „gorijs eschoolen zo onder dit gouvernement als respective buiten Comptoiren het onderwijs den Inlandse Jeugd zeer traag voortgaat en dikwils van wijnig vrugt bevonden word, waar van grootendeels oorsaak is dat de tijd tot het ondermijs der sengd geschikt, dan onder deze en dan weeder ondergee„ „ne pretexten werd, verwaarloosd en wel voornamentlijk om aan het eij„t „gen belang den schoolmeesters dan wel Regenten door dewelke de grootste der schoolkinderen, het zij tot de vissorij dan wel huijsselijke ofte andere beezigheeden meer dan te veel gebruijkt worden te voldoen en waardoor z' veeltijds tot de bepaalde Iaaren gekoomen zijnde om de schoole te quiteeren te daar uijt ontslagen worden sonder eens haar naam te kunnen teekenen men geswijge van wel onderheijd te zijn in de gronde van de waare Gods dienst gelijk er in de respective Negorijen een considerabel getal zogenaam„ Ordres voor de Respective Negorijs schoolmeesters zo onder dit Hooft Casteel als su„ „balterne Comptoiren. de
English
...tion struck as an equivalent. Restrictions regarding that cultivation. Christians are found who are incapable of making a confession thereof, and thus proceed solely upon the received sacrament of Baptism, as well as an unnameable instruction in that which is required for their salvation; thus it is that the Lord Governor and Council, having judged it necessary in their meeting on the 6th of this month to provide for this and to ensure that the youth are given no occasion to forget that in which they have just been instructed and trained, but will be able to turn the same to their eternal well-being, have thought fit to decree, as they decree by these presents, that any schoolmaster who, for any of the aforesaid or other reasons of whatever name, and under whatever pretext or excuse, without the special consent of the Governor or the heads of the respective offices, shall be found to have released one or more children from the schools, shall without any excuse be dismissed from his office and pay, and besides that be fined according to the findings of the case; ordaining and commanding hereby the aforementioned school and instructors under the aforesaid penalty, outside the time appointed for instruction in reading, writing, and Psalm-singing, continually to keep their pupils busy with catechizing, to the end that the salutary purpose for which the schools were established and the schoolmasters engaged at the expense of the Company may be answered. Below stood: Amboina, at Castle Victoria, the 6th of March, Anno 1778. Below lay: By ordinance of the Honorable, Respectable Lord Governor and Director, together with the Council of this Province. Was signed: I. D. Beijnon, Secretary. Thirdly, notwithstanding that the Regents, according to the contract last renewed under the administration of the Lord Governor van der Voort, dated 30 May 1774, and the oath upon which they are confirmed in their dignity, are bound unconditionally to the reduction of the clove trees, and Their High Excellencies nevertheless are ready to grant the native a fair livelihood by means of cotton planting and the delivery thereof to the Company, which in itself is truly light labor in accordance with the long-known lazy nature of the Native Ambonese, thus also with the expectation that they will eagerly accept the same in return for the loss of the clove trees; so the Lord Governor considered that some regulation should nevertheless take place in that regard, in the manner as: First, to permit the planting and delivery solely to the principal dati-holders, and that within the limits of the datis below the mountains and fruit orchards, [191] The proposed measures approved by the Lord Governor. All clove trees in the dati Linyap. In those of pledged dusuns. ...may be planted for a long time. Secondly, only in such datis whose clove trees have been extirpated, and to exclude all others therefrom, so as not to be overburdened in time with an unsaleable quantity. Thirdly, at such price per picul as Their High Excellencies shall be pleased to determine therefor; and Lastly, to deduct five per cent upon payment to the common native for their Regents as a gratuity or means of support, to the end of also affording these village chiefs some satisfaction, and thereby animating them to keep a strict supervision over the crop and their subordinates, as well as to ensure that the objective is fulfilled. After these proposals were debated at length and taken into consideration, being the most essential means to effect an immediate, considerable reduction among the clove plantations, as well as to satisfy the common native, furthermore the proposed interdiction for the schoolmasters being also approved as an effective means to prevent the gathering of cloves; so it was resolved and decided following the aforementioned views and proposals of the Lord Governor: 1st. To cause to be extirpated, by express commissioners, not only at this main Castle but also at the subordinate four northern factory offices, all such clove trees, regardless of sort and age, as shall be discovered and found in such datis as are known among the native by the name of Datis Linyap, and thus destitute of principal dati-holders, then with the permission datis. 2nd. To let the felling take effect in all such dati lands or dusuns which might still be bonded or alienated under this or that, without regard to the precept that the clove trees standing therein do not belong under this bond or alienation. 3rd. Furthermore, also to root out all such clove trees as shall be found in the so-called Dusuns Alaka, that is, wild or...
Dutch transcription
„patie tot een equivalent „geslaagen. restrictien nopens die aan„ planting „de christinen gevonden worden welken buijten zijn daar van beleijdenis te kun„ „nen doen en dus eenelijk op het ontfangene sacrament des Doops mitsg„s niet naamwaardig onderwijs in dat geene 't welk ter haarer saligheid verEijscht word voortwandelen, zo is 't dat den Heer gouverneur en Raad in haare vergaa„ „daring op den 6:' deeser noodsakelijk g'oordeelt hebbende daar in te voorsien en te songen dat de Ieugd geen aanleiding gegeeven word, dat geene te ver„ „geeten waar in ze eeven onderweesen en onderheijd zijn maar zig het zel„ „va tot haar Eeuwig wel zijn ten nutten zullen kunnen maken, goedgevonden hebben te statueeren gelijk (hij statueeren bij deesen, dat zodanige schoolmees„ „ter die om eenige den voorsz: dan wel andere reedene hoe ook genaamd en ou„ „den wat uitvlugt of verschooning buijten speciaal consent van den gouver „neur of d' opperhoofden der respective comptoiren bevonden zal worden een of meer kinderen uit de schoolen te hebben vrijgelaaten, zonder eenige ver„ „schooning van zijn qualiteit en gagie zal werden gedeporteert, en buiten dien gemuliteert na bevinding van zaaken, ordonneerende en beveelende daar bij welmelde school en Leermeesters sub peene voorsz: omme buijten de tid die er bepaald is tot het anderwijs in het leesen, schrijven en Psalmsingen hunne diciple continueel beesig te houden, met 't catechiseeren ten einde aan het zeijl„ „saam oogmerk waar toer de schoolen ingerigt en de schoolmeesters ten kosten van de Comp: aangenoomen zijn b'antwoord worden /:onderstond:/ Amboina Aan 't Casteel Nieuw victoria den 6:' Maart A„o 1778: /:lagen:/ Ten ordonnantie van den wel Edele Agtbaare Heer gouverneur en Di„ rctour, neevens den Raad deesen Provintie /:was geteekent:/ I: D: Beij„ „non sec„s Ten derde onaangesien de Regenten. volgens 't nog laast onder 't bestier van den Heer Gouverneur van der Voort gerenoveert contract sub dato 30:' Maij 1774: en Jnsteede van de Nague Excter, den Eed waar op t in haare waardigheid bevestigd worden tot de diminutie de Capas aanpelanting voor der Nagelboomen zonder bepaaling gehouden en Haar Hoog Edelens nogtans gereed zijn den Inlander een billijk bestaan toetevoegen door middel van Capas aanplanting in de leverantie daar van aan de Comp: op zig zelfs waarlijk een ligte arbeid over eenkomstig met de van ouds bekenden Luij en aard der Naturellen Amboinees dus ook van die verwagting dat zij 't zelve teegens het gemis der Nagelboomen greetig sullen accepteeren, zo vermeende den Heer Gouverneur dat daar omtrend evenwel eene bepaaling diende plaats te hebben invoegen als Pms P=m de aanplanting en leverantie alleenlijk te permitteeren aan de Hoofd da„ „tijtouders en dat binnen de Limite der batij donder 't gebergte en vrugt huij„ „nen 191 de voorgestelde middelen aan den Heer gouverneur in voor„ „probeerd — Allenagulboomen in de datij Linjap in die van verpande dous„ Jongs — „ven wijden tijd ter moogen beplanten. Sec: Allem in zulke datijs welker Nagelboomen g'ertripeerd zijn en alle ande„ „re daar van in't te sonderen om in den tijd niet geen, niet te verdebiteerenen quantiteid overlaaden te worden. vet: tegens zodanigen prijs per priol als aar Hoog Edelens daar voor zullen ge„ „lieven te bepaalen. en Laastelijk bij tet betaling aan den gemeenen Inlander te decorteeren vijl p=r C„o voor haar Regenten tot een douceur os middel van te staan ten einde dee„ „se dooshoofden meede eenig genoege toe te brengen en daar door te amn„ „meeren op 't gewas en haaren ondergestelde een nauw toesigt te houden mitsg„s te sorgen dat aan 't oogmerk voldaan word. Overwelke voorstellinge in 't breede gebesoigneerd en deselve aangemerkt 't weeging genoomen en een gap zijnde als de Esfentieelste middele om dadelijk een aansienelijke diminutie onder de Nagel plantagien te weeg te krengen mitsg„s den gemeenen Inlan„ den „den dienst in genoege bij te setten, voorts ook de geproponeerde intendictie e„ voor de schoolmeesters als een kragtig middel om den Nagel insaam te ver„ „hinderen goedgekeurd zo wierd gearresteerd en beslooten naam welmelde gevoelens en voorstellinge van den Heer Gouvernneur 1:o Door Expresse gecommitteerdens niet alleen aan dit hoofd Custeel waar ook am„ op de subalteme vier severij Comptoiren te doen extrpeeren alle zodaanigen van Nagelboomen onverschillig van wat zoort en ouderdom als in zullen ontbekt en gevonden worden in zodanigen datjs als bij den Inlanden met den naam van Datijs Linjap bekent staan, en dus ontsloot van Hrofd datijhoudens dan met toelang Datijs 2:e De omwelling te laaten gevolg neemen in alle zodanige batij Landerijen (os Douffongs welke nag onder deesen of geene verkonden Oste veralier„ „neert mogten zijn, onaangemerkt het perchept dat de daar in staande Na„ „gulkoomen ander tit verbind sl afstand niet behooren 3„e voorts almeede ii'tteroeijen alle zodanige nagulboomen welke zullen gevinden worden in de ze genaamde Doussongs Alaka /:isf of aan„ „ bestuuren
English
native women who are married to citizens or Company servants, on Saparoua in the village gardens or Lattar Tjanke Negri, and to extirpate on the disputed land of Manusama. Special commissioners appointed to the outer stations. Recommendation to them to conduct a search and to carry out the extirpation in the deceased clove gardens found in or under the respective villages belonging to native women who are married to citizens or Company servants. Fourthly. At the station of Saparoua, besides and above what was previously written, to cause to be destroyed with all exactitude all such trees as shall be discovered in such village gardens located under Saparoua and Nussalaut, known by the name of Lattar Tjenke Negrij, which have hitherto been used by the respective village chiefs virtually to make good the village expenses. Fifthly. Furthermore, in particular, to cause the extirpation to be carried out in one of the principal gardens and lands situated under the village of Poorto, and also another under the village of Tuhaha belonging to one Marcus Manasse Manusama, full brother of the old regent of Saparoua, notwithstanding that he is a native of Titawaai by birth, and also belongs in this village. Sixthly. For the execution of the aforesaid important work, to appoint as special commissioners, namely: at Hila, the Junior Merchant Pieter van den Broek and the sworn clerk stationed there, Cornelis Hendrik van Capelle; at Saparoua and Nussalaut, the Military Ensign Cornelis Geerenbeek and the Bookkeeper Hendrik van Wieringen; at Haroeko, the Ensign Iacob Christiaan Fetter and the sworn clerk there, Hendrik Willem Dalm; and at Laricque, the Junior Merchant Bartholomeus van de Walle and the clerk stationed there, Iohannes Haak. Aforesaid, both the said commissioners and the Residents of Hila, Saparoua, Haroeko, and Laricque, each for his respective part, and the first-named especially under an emphatic reminder of the weight of the commission to be carried out by them upon taking an oath, to be given in mandate, after the aforesaid and all other private clove gardens, and at the same time after pledged and alienated ones, as well as in gardens lying waste, to make a close search with all new planting of clove trees prohibited under the proposed penalties, the established regulation for the native schoolmasters approved, regulation of the cotton planting according to the proposal and subject to further approval of their High Mightinesses, and on that basis to permit the head dati holders full power and authority to have immediately, without any grace, favor, or connivance, such clove trees as are found therein rooted out; furthermore, in order not to be misled in this matter and to proceed securely, the said commissioners, especially those at the Saparoua station, are ordered to examine closely the roll books of the past ten years, in order thereby to discover over which clove plantations disputes have arisen and have not been finally decided. Seventhly. Following the proposal of the Lord Governor, to enact that whosoever among the natives who presumes, either in their datis or in private village gardens, to plant one or more clove trees without having previously obtained an order or qualification from the Governor or the heads of the respective stations, shall without any excuse be put in irons to work therein for the space of five years on the Company's public works; likewise that such village chief who shall have connived at, tolerated, or concealed such unqualified planting shall be dismissed from his Regency, or punished more severely according to the exigency of the case. Eighthly. To conform with the regulations established and submitted by the Lord Governor for the respective schoolmasters, since the same are not only necessary and most beneficial for the much-neglected teachings and instruction of youth, but also at the same time cause no small hindrance to the picking of cloves, and consequently both here and at the respective outer stations to have the necessary writings issued to the schoolmasters for compliance therewith. Ninthly or lastly. Subject to the further honored approval of their High Mightinesses, following the said proposal of the Lord Governor, provisionally to determine the planting and delivery of cotton, namely: to permit the same only to the head dati holders, and that only within the limits of the datis, without being permitted to plant the mountains and fruit gardens far and wide. Only
Dutch transcription
„landsche vrouwen die met bun„ zijn op Saparoua in de negorijs bousjongs of Lattar Tjanke Negri. - :en op het questieuse land van „sama te Extirpeeren Expresse gecommitteerdens benoemt op de buijten Comp„ „toiren. — recommandatie aan deselve om cherge te doen en d' Extirpatie in de datijpouslakesaan par, besturven Nagelthuijnen :/ in, dan wel onder de respective negorijen gevonden wor„ „gers of dienaaren getruwd, „ aende, en aan Inlandse vrouwen gehoorende welke aan burgers 'S 'sComp„,s die„ „naaren getuwd zijn 4„e Ten comptoire Iapanona binten en behalven voorschreeven met alle exactitude te doen vermielen alle zodanige koomen als er zullen ontdekt wor„ „den, in zodanige onder Saparona en Bissalaut te vindene negorijs doussongs bekent onder den naam van Lattar Tjenke Negrij en van dewelke tot zee„ „den daar de respective dangshoofden quasie tot goedmaking den E Negorijs ongel„ „den gebruijkt gemaakt os geworden 5:e wijdens nog in 't bijsander de Extipatie te laaten verrigten in Een der voornaamste dousjongs ste Landerijen geleegen onder de negorij Poorto, en nog re„ marcus manasse Manu„me onder de negorij Tuhaha toebehoorende aan Eenen Marcus Manasse Ma„ „nusama volle broeder van den ouden regent van Saparoua, niet teegenstaande bij Een Tionner van gehoorte is, en ook in deesen negorije thuijshoord 6„e hot intvaering van het voorschreeven aangeleegen werk als erxperesse gecommitter„ „dens te benoemen te weeten. op Hila, den onderkoopman Pieter van den Broek en den aldaar bescheidene gesw: scriba Cornelis Hendrik van Capelle. „ Sapanona en Nussalaut, den vending militair Cornelis Gee„ „renbeek en den boekhouder Hendrik van Wieringen Haroeko, den Vendrig Iacob Christiaan Fetter en den gesw: scriba aldaar Hendrik Willem Dalm en Laricque den onderkoopman Bartholomeus van de Walle en den daar beschidene scriba Iohannes Haak. voorss zo wet gem: gecommitteerdens als de Weerden van Hila, Saparouoo, Haroe, „ko en Laricque ieder voor zijn aandeel reffectuve en eerstgem: insonderheid on„ „der een nadrukkelijke voorhouding van het gewigt der door hun noo verrigte ma avrerpade ete douefongeren ommissie te presteerene Eid in mandatis te geeven, na voorm: en alle andere daar in meede te Cxeularer particuliere naguthuijnen en tegelijk na verpande en veralieneerde; zoo meede in isout leggende doussongs, Eene nauwe recherge te doen met een 193 alle nieuwe aanplantinge van naqueboomen g'einter„ „ciceert op de voorgestelde peens„ ingestelde ordre voor den„ landsche Schoolmeesters g'ap„ „probeerd bepaaling van se kapas aan„ planting naar den voorstel en ter nadere approbatie van haar hoog Edelens- en op die voet te permit„ „tieren aan de hoofd datij heilders een volkoomen magt en last om dadelijk zonder eenige gratie gunst 't doglinking zodanige daar in te vinden zijnde nagul boomen te laaten introeijen, mittsg„s om in desen niet misleijd te worden en sicuur te werk te gaan, de gem: gecommitteerd„s speciaal die ten comptoire Saparoua te beveesen om de Roll boeken zeedert de Jongste tien Iaaren nauwkeurig na te gaan, ten einde daar door te ontwaaren, over welke nagul plantagien verschillen ontstaan en niet smaal gedecideert zijn geworden. 7:o Na het voorstel van den Heer Gouverneur te statueeren dat die geene onder den Inlanden, welke zig onderstaat 't zij in hunne batijs dan wel paar„ ticuliere negonijs thuijnen Een of meer nagulboomen aanteplanten zouden ig daar toe bevoorens ordre is qualificatie van den gouverneur 'T de hoofden den 00„ speckij Comptoiren te hebben erlangd, zonder eenige verschooning in de zetting zal het werden geklonken omdaar in zodanig voor den tijd van vijff Iaaren aan sComp„s gemeene werken te orbeiden, mitsg„s dat zodanig dorpstoofd die dienge, ar „lijke ongequatificeerde aanplanting oogluijking zal hebben getollereert of ver„ „smeegen uit zijn Regentschap zal werden gedimoneert, dan wel swaarder ge„ „straft na Exigentie van zaaken. en de voor den heer gouverneur :o zig met de door den Heer Gouverneur ingestelde en overgelegde ordres ro„ voor de respective schoolmeesters te conformeeren aangezien dezelve niet veun„ alleen noodzakelijk en allerheijlsaamst voor de zo zeer verwaarloosde lee„ „ringen en onderwijsinge der Iengd zijn, maar die ook te gelijk geen kleene g„ verhindering in 't plukke der Nagelen staan toe te brengen en mitsdien el„ zo hier als op de respective buiten comptoiren de schoolmeesteren ns, daar van de noodige schriften ter observantie te doen afgeeven. 9:e of Laastelijk de aanplanting en Leverantie van kapas op de nader g'eerde approbatie hunner Hoog Edelheedens na het gem: voorstel van den Heer gouverneur voor eerst te bepaalen te weeten om dezelve alleenlijk te permitteeren aan de Hoofd datijhouders en dato Al„ binnen de limicte der datijs, sonder 't gebergte en vrugt thuijnen wijden zijd te moogen beplanten Alleen
English
and all in those dusuns whose clove trees have been extirpated for reasons and the delivery at the price that their High Nobles will be pleased to determine regarding the possibility that alongside cotton, kapok might also be permitted to be cultivated etc. the sloop De Nagelboom projected to upper Ceram to counter the smuggling of the Cerammers Only in such native lands whose clove trees have been extirpated, and to exclude all others therefrom, so as not to be overwhelmed in due time with an unsaleable quantity, at such price per picol as Their High Nobles shall be pleased to determine for it, and to pay to the regents: five percent to be deducted upon payment to the common native, five percent for their regents as a gratification or means of livelihood, in order to afford these village chiefs also some satisfaction, and thereby to encourage them to keep a strict supervision over the crop and their subordinates, as well as to ensure that the objective is met. That with respect to this article it was further made known by the Lord Governor, that it had appeared to His Honour during the conversation already held on this matter with the regents of this chief castle, that they would also be particularly pleased in case the planting of kapok trees in the aforesaid manner were also permitted to them as a product that, as experience shows, could be cultivated in this Province with much success, so upon the proposal of the Lord Governor it was approved and agreed to submit the said points respectfully to Their High Nobles and to request Their High esteemed further venerated disposition concerning this matter. Hereafter it was further made known by the Lord Governor, that in order to give Their High Nobles due proof that in view of their highest serious recommendation made in the general rescription of 31 December of the past year to counter the illicit trade and to nurture a cautious distrust regarding the deceitful Cerammer, nothing is sought to be neglected, but on the contrary to remain immediately active, His Honour had therefore judged it most advisable to make the sloop De Nagelboom ready for sail to let it cruise under the command of the mate Leendert Smith appointed thereto along the south coast of Ceram between Kissalaut in the west to the point of Goelij Goelij in the east, to which His Honour had been the sooner moved by the rumors that reached His Honour's ears through various secret channels that twelve paduakans from behind Bouton were expected on Ceram's south coast, namely at and near the aforementioned villages and places situated between them, whereupon His Honour subsequently produced an ample instruction drafted for the said commander Leendert Smith along with sailing orders of the following content: Instruction for the second mate and provisional commander of the sloop De Nagelboom, Leendert Smith, departing from here to cruise along the south coast of Ceram between Kissalaut in the west to the point of Goelij Goelij in the east, until he shall be recalled from there. Whereas rumors have it that twelve Paduakans from behind Bouton are expected on Ceram's south coast, namely at the negorij Kellemoerij, with its subordinate villages, or the place of your destination indicated above, undoubtedly laden with linens and cloths, in order to barter the same for cloves which the Cerammers come to collect from the faithless Amboinese during the harvest notwithstanding the cruising and covering of the beaches, I have therefore, for the maintenance of the Company's exclusive spice trade and if possible to overtake and overpower those bold illicit traders, deemed it necessary to dispatch you with your vessel and crew to the said fairway, since those expected smugglers, in crossing the straits of Bouton to sail to the negorij Killemoerij and nearby villages, will certainly turn their stem upwind from the west side of the cape of Haija in order to run along the shore toward the aforementioned negorijen, but in order to ensure as much as possible that this your cruise answers the objective, and at the same time to prevent all dangers through good seamanship, you shall strictly comply with the accompanying sailing orders, furthermore keep an accurate journal of wind, weather, course kept, and encounters, in order to be able to give a full report of all that upon return, but to instruct you further how you shall conduct yourself during this cruise, you are required to overtake and inspect all vessels encountered and sighted without however exposing yourself to any danger through this or that reckless undertaking, letting all those that are provided with proper passes and have no illicit goods on board continue their course after inspection without doing the same the least molestation or demanding anything for the trouble of the inspection, which shall be most rigorously punished and for which you remain in the first place responsible, but being unprovided with a pass, or having spices laden, and furthermore also all western nations even if provided with a pass from their king, to whom navigation under the jurisdiction of this Province has long been forbidden, you shall overpower and bring in, but if too powerful and dangerous to detain, those in which contraband goods are found as encroachers upon the Company's exclusive trade and
Dutch transcription
en allen in die dousjongs wel„ „„kers Nagul boomen g'extirpeerd zijn om reedenen en de leverantie teegens de prijs die haar hoog Edelens zullen gelooven teeren nopens ingevallene haar neevens de Capas ook de kapok mogt werden gepermitt=s te Cultiveren &=a de Chialoup de Nagulboom na bovenceram geprojecteerd tot teegengang daar dien sluijkhan„ „dre ders Cerammers Alleen in zulkes datijf welker Nagelboomen g'extrpeerd zijn, en alle andere daer van uit te sonderen, om in der tijt met geen, niet te verdebiteerene qua„ „titeid overladen te worden teegens zodanigen prijs per picol als Haar Hoog Edelens daar voor zullen gelieven te bepaalen, en. voorde regenten : p:sCton te becor: bij afbetaaling aan den gemeenen Inlander te decorteeren, vijf p:r C:o voor haar Regenten tot een douceur of middel van bestaan, ten einde dese dorps„ „hoofden meede eenig genoege toe te brengen, en daar door te annimeeren op 't gewas en haare ondergestelde een namn toesigt te houden, mitsg=s te sorge„ dat aan 't oogmerk voldaan word. Dat ten alpecte van dit articul nag door den Heer Gouverneur te kenne gegee„ „ven zijnde, dat zijn Ed: bij het daar over reeds met de Regenten aan dit Hoofd Ca„ betuijgd Contenitementonergontig stel gehoudene gesprek was te vooren gekoomen dat zij meede bijzonder in hun schik zoude zijn, ingevalle hun de aanplanting van Kapok boomen in voorsz: voegen meede wierd toegestaan als een product dat in deese Ro„ „vintie, gelijk de ondervinding doet zien met veel succes zoude kunnen worden aangekweekt, zo wierd op het voorstel van den Heer Gouverneur goedgevonden en verstaan gem: poincten hun Hoog Edelheedens eerbie„ „dig voor te dragen en daar omtrend Hoog derzelver nadere gevenereerde dispositie te versoeken Hier na door den Heer Gouverneur nog te kenne gegeeven zijnde, dat zijn Ed: om Hun Hoog Edelheedens op 'Hoogst desselfs Jongste bij ge„ „meene rescriptie van den 31:' December a:o p:o gedaane ernstige recomman„ „datie tot teegengang van den morshandel en 't voede van een voorsigtig wan„ „trouwen omtrent den bedriegelijken Cerammer en schuldig bewijs te geeven dat men ten dien aanzien niets zoekt te versuijmen, maar inteegen„ „deel dadelijk werksaam te blijven zijn Ed: overzulx raad„ „saamst had g'oordeelt de Chialoup De Nagelboom zeijlvaardig te doen maaken om onder het gezag van den daar op bescheijdenen stuurman Leenderth Smith te laaten kruijssen langs Cerams zuid Cust tusschen kissalaut in 't westen tot oerongen Goelij Goelij „ te betaallen in 195 in 't oosten waar toe zijn Ed: te eerder bewoogen had, de door verscheide geheine Candalen zijn Ed: ter ooven gekoomene gerugten dat twaalff paduakans van agten Bouton aan Cerams Zuid cust en wel op en onder hier vooren verm: dor„ „pen en daartussen geleegene plaatsen aldaar verwagt wierden, invoegen zijn Ed: vervolgens produceerde Een voor den gem: gezaghebber Leendert Smith ontworpe ampele Instructie mitsg„s zeijlaas ordre van volgende inhoud Instructie voor den onderstuurman en p„l gezag„ „hebber van de Chialoup De Nagulboom Leendert Smith vertreckende van hier om te kruijssen langs cerams zuid cust tussen kissalaut in 't westen tot oerong en goelij Goelij in 't oosten tot dat van daar weeden sal worden opgeroepen. Nademaal de gerugte wille dat Twaalff Paduakans van agter Bouton aan cerams zuijd cust en wel op de Negorijen Kellemoerij, met desselfs onderhoorige dorpen of de plaatse uwer distinatie hier boven aangeweesen te verwagten zijn, ontwijffelbaar met Lijwaaten en kleeden beladen, ten einde dezelve te vervuijlen teegens nagelen die de ceram, „mers van de Trouweloose Amboineesen onaangesien de bekruijssinge en dekking der stranden onder den oogst koomen afhaalen hebbe ik dus ter mainctinue van sComp„s privativen specerij handel en of 't mogelijk waare die stoute morshandelaaren op te en loopen en te overmeesteren noodsakelijk g'agt uwe met zijne onderhebbende booden naar welmelde vaarwaater te depecheeren, nademaal die verwagt werdende smok„ „kelaars in het oversteeken van staat straat houton om de Negorij Killemoerij en bij geleegen dorpen te bezeijlen zeeker de steeven sullen wenden boven winds van de westkant van de hoek van Haija om vervolgens langs de wal naar wetm: Negorijen heen te loopen, dan om zo veel mogelijk te sorge dat dese rwe bekruissinge aan 't oogmerk beantwoorde, en teevens bij goede zeemanschap alle gevaaren voorgekoo„ „me worden, zo zal uwe zig stipt aan neevensleggende Zeijlaas ordre hebbe te gedraa„ „gen voorts van wind, weer, gehoudene roete, en ontwoetinge een accuraat sour„ „waal moeten houden, om bij retour van dat alles een breed verslag te kunnen doen dan om uwe nader te jnstrueeren waar na zig in deze bekruijssing te gedraagen zal hebben, zo zij uwe gehoudenis alle ontmoetende en in 't zigt krijgende vaartuigen zou „der zig nogtant aan eenig gevaar door dese of geene roekeloose onderneeminge bloot te stel„ „len, op te loopen en te misditeeren, laatende alle welke van behoorlijke sasce voorzien zijn. en geen ongepermitteerde goederen in hebben, naar de visitatie hun Cours vervolgen zonder de get zulke de minste moleste aan te doen ofte voor de moeijte der visitatie iets ofte dor„ „deren dat ten nigoureuste zal gestraft worden en waar voor uwe in de eerste plaats responsabel blijft, dog van geen Pasce voorsien zijnde, dan wel specerijen ingelaa„ „den hebbende, voorts ook alle westerse Natien schoon ook met een Pasce van haa„ „re kooninge voorsien, welke de vaart onder 't ressort deeser Provintie voor lange verbooden is sal uwe hebbe te overmeesteren en op te brengen dog te over„ „magtig en te dangenens om aan te houden, moeten de zulke bij welke contraban„ ert „de goederen gevonde werden als onderkruijpens van 'sComp„s privativen handel en
English
and spice thieves are punished with death, nevertheless taking care to allow no uncustomary torture to take place. Under the unauthorized wanderers and smugglers, as well as western nations, are understood Javans, Macassars, Bugis, Wadjorese, Mandharese, Boutonders, Tidorese, and all Cerammers in places subordinate to the Company who set course westwards among the islands belonging under Amboina, since navigation to the west and south, such as Amboina and Banda, is forbidden to them. In case you should need water and firewood, you will have to provide yourself therewith at Repa, Hatumetting, Wermama, or Tobo, and send no crew ashore for that or other purposes from Ceylon or up to Goelij Goelij, and must see to it that in fetching water and firewood no vexations, extortions, or acts of violence are done to the natives, but on the contrary that they are treated in a friendly and well-mannered way, so that they may also receive you well thereby, taking note at the same time that time is not uselessly wasted by lying at anchor and sending men ashore, but that the work of cruising be continued with seriousness and diligence, primarily to overtake the vessels expected from behind Bouton mentioned above, and all other smugglers, in order to meet the purpose of your dispatch. The greatest care is most earnestly recommended to you regarding the gunpowder and ammunition, that the same has been given along for defense and the detriment of the wanderers and in no way to make use thereof beyond necessity, or indeed to give any of it away to anyone, no matter how small the quantity may be, while such will be most rigorously punished; and herewith I recommend you to be careful and vigilant everywhere, so that you may not be unexpectedly ambushed at night and unseasonable hours in a treacherous manner and your vessel captured, of which examples are to be found here. And if it should unexpectedly happen that you should meet a foreign ship or lesser vessel on your route, there is handed to you alongside these instructions a sealed packet containing a protest written in Low Dutch and one in the French language and signed by me, which in that case must be opened, and the aforementioned protests, after filling in the date, must be delivered on such foreign vessel by the quartermaster and handed over to the commanding officer. Lastly, so that you and your subordinate crew may be stimulated and encouraged in your zeal, beyond your own ambition, to overpower all wanderers and smugglers so harmful to the Company, the vessel or vessels, with all that is found therein, shall be for the captor, provided that the spices are delivered to the Company at the usual purchase price, and the munitions of war by valuation. Expecting that you will strictly obey and comply with these my orders, I remain, wishing God's blessing, beneath stood, your friend, was signed, B:r van Fleuren, in the margin, Amboina at Castle Nieuw Victoria, the 6th of March 1778. Sailing orders for the chaloup D' Nagelboom and for the information and observance of the steersman Leendert Smitt, destined for cruising the waters of Ceram
Dutch transcription
en specerij dieven met de dood gestraft worden, nogtans sorgelijk zijnde daar bij geen ongewaane tonmente plaats te geeven. onder de ongepermitteerde swervers en Lorrendraijens, item westerse natien wer„ „den begreepen Iavanen, Maccassaren, Boegineese, wadjoreesen, Mandhareesen, Boutonders, Tidoreese, en alle Cerammers in't sComp„s onder hoorige plaatse die westelijker onder Amboina sorteerende Eijlanden Cours setten, nadien de vaart wes„ „telijken en zuijdelijken als Amboina en Banda voor haar verbooden is. Bij aldien uwe water ste brandhout mogte benodigt hebbe, zal uwe zig op re„ „pa, Hatumetting, wermama of Tobo daar van moeten voorsien en geen manschap tot dat of andere eindens van Ceijlon of tot goelij Goelij toe aan de wal zenden, en hebben toe te zien dat bij 't haalen van waater en brandhout den Inlan„ den geene vexatien, knevelanijen of geweldadigheeden werden aangedaan maar intee„ „gendeel dezelve vrindelijk en wel bejegend werde, op dat zij daar door uwe meede wel onthaalen, daar bij teevens in agtneemende, dat de tijd met 't ten anker leggen en zenden van volk aan de wal, niet nutteloos wende verspilt, maar het werk der bekruissing met ernst en vlijt voortgezet monda, voornamentlijk tot agterhaaling der voorwaarts vermel„ „de van agter Bouton verwagt werdende vaartuijgen, en alle andere sluijkhandelaars om ons aan 't oogmerk uwer besending te beantwoorden. de sorgdragendheid werd uwe ten ernstigste aanbevoolen omtrend het buspoe„ „der en ammonitie dat dezelve tot defensie en afbreuk der swervers is meede ge„ „geeven en geensints om, daar van buijten noodsakelijkheid gebruijt te maaken ofte ook wel iets van af te geeven aan wie en hoe gering in quantiteid het ook zij, ter„ „wijl zulx ten nigourenste zal worden gestraft en hier bij recommandeere uE: al„ „omme hoede en waaksaam te weesen dat dezelve niet onverwagts bij nag't en ontijden op een vernadelijke wijse overvallen en desselfs vaartuig afgeloo„ „pen worde, waar van voorbeelde alhier te vinden zijn: En of het onverhoopt. gebeure mogte, dat uwe in zijne route Een vreemd schip of minder vaar„ „tuijg ontmoete moete, zo werd dezelve neevens dese Jnstructie inhandigt een geslooten Pacquet vervattende een Neederduijts en een in de Fransche tale ge„ „schreeven en door mij onderteekent drotest welk in dat geval moet worden g'opend mitsg„s de voormelde protesten na invulling van de datum op zodanigen vreemden boodem door den quartiermeester besteld en aan den Commandeerende officier overgegeeven wonde Laastelijk op dat uwe en ondergestelde manschap buijten eijgen ambitie in haare ijver mogen werden opgewekt en g'encourageert, tot vermeestering van alle voor de maatschappij zo schadelijke sweuvers en monshandelaars zal vaartuijg of vaar„ „tuijgen met al mat daan in gevonden word voor den agterhaalen zijn, mits de pere„ „reijen teegens de gewoone inkoops prijs en de ammonitie van oorlog per taxatie aan de comp: overleevenende. In verwagting dat UE deese mijne ordre stipt zal obedieeren en naarkoomen, blijve ik naar toewensing van Gods zeegen /:onderstond:/ uw Vriend /:was getee„ „kent:/ B„r van Fleuren /:in margine:/ Amboina aan 't Casteel Nieuw vrito„ „ria den 6:' Maart 1778:—: Zeijlaas Ordre voor de chialoup D' Nagel„ „boom en ter narigt en observantie van den stuurman Leen„ „dert Smitt, gedestineerd ter bekruijssing van 't vaarwater aan Ce„ „rams
English
195 197 Sailing orders for that vessel Note regarding the notification of the salary Whereas the vessels expected from crossing the Strait of Bouton to make sail for the negorij Killemoerij and adjacent villages will certainly attempt to tack so as to stay to windward of the west side of Cape Haija, and, being then under the land, run along there toward the said negorij Killemoerij, it shall therefore be most practicable and necessary, in order to intercept those expected vessels, to make use of the west side of Cape Haija, and thus along the stretch of the coast eastward one mile from the nearest shore, which may also be done closer, as the condition of wind and weather may permit, so as not to be embayed on a lee shore in bad weather; you must also be mindful to employ good seamanship so as not to fall to leeward of the negorij Killemoerij. The best method, as experience has shown, is to make for the coast in the evening, and with the northwest land breeze and westerly and southerly winds, during the day make a tack toward the west five to six miles out to sea as high as the wind permits, thus having the entire day to look out toward the west, so that coming out to sea one will soon discover them, in order toward evening to choose the coast to gain westing at night with the north and northwesterly winds, which during the day has occasionally been lost by being driven to the east. Subscribed: Amboina, at Fort Nieuw Victoria, the 6th of March, anno 1778. Signed: B. van Pleuren. After the reading of the said papers, the proposed cruising was unanimously approved and agreed to be fully conformed to by all members present, as being a necessary objective grounded on prudence. Finally, following what was noted in the previous separate resolution of the 21st of February regarding the annual allowance granted by Their High Mightinesses in anno 1769 to their state prisoner sent hither, the Sultan of Cirebon, which was increased by Their High Mightinesses from one thousand to one thousand five hundred Spanish reals, it was resolved to respectfully inform the said High Indian Government that, since his arrival in this government, that prince has not been persuaded to accept or make the least use of this allowance granted to him, but has preferred until now to manage with the jewels and valuables he brought with him, the greater part of which he has already disposed of, against all admonitions and friendly recommendations, in order to support himself and his retinue. Subscribed: Thus done and resolved in Amboina at Fort Nieuw Victoria on the date aforementioned. Below: Signed: H. van Pleuren, J. A. de Villeneuve, J. W. Schneider, J. A. Schelling, W. Beths, Z. P. Beynon, and P. L. de Vos. Monday, the 18th of May, anno 1778, in the forenoon at eight o'clock, council meeting, absent: the heads of the four spice offices. The matter mentioned in the general resolution having been delayed in its conclusion, there was further presented to the table by the Governor a bundle of documents gathered by order of his Honor by the judicial officer regarding the inquiry into smuggling in cloves, which, according to the report of the native of Caijtetoe named Taloey, was allegedly committed at Lebelehoe under Hitu, at Naauw and Henahelve under Negorij Lima, and in the Negorij Oering with several Ceram junks; and concerning the discovery and, if possible, the conviction of the accused persons, the proposal made in this regard by the said Governor was deemed of the utmost importance at a juncture in time when it is of the highest necessity to curb this harmful evil by an exemplary punishment; after reading all the said attestations and the report of Fiscal Schilling submitted therewith, it appeared: That the persons appearing therein as suspected of smuggling are: The native of Lebelehoe, Mahuwattij; The native of the hamlet Naauw under Negorij Lima, Soelan; The uncle of the said Mahuwattij, named Sabandhar; The native of the hamlet Wasalaa under the Negorij Hitu, Marahoea; furthermore:
Dutch transcription
195 197 Zeijlaas ordre voor dien boodem aanmerking omtrend't aan„ tractement- kennis te geeven Vademaal de verwagt werdende vaartuijgen die van het oversteeken van straat Bouton om de Negorij Killemoerij en bijgeleegen dorpen te beseijlen, zeeker zullen tragten de steeven te wenden om boven wints van de westkant van de hoek ataija te blijven, en onder de mal dan zijnde langs daar kan te loopen na de gemelde Nego„ „rij kellemoerij zo zal 't best doenlijk en noodsakelijk weesen om die verwagt werdende vaar„ „tuijge op steeve te loopen gebruijk te maaken vande westkant van de hoek Haija„ en zo langs de strecking van de wall oostwaarts Een meil van de naaste wall, in dat ook wel digter kan geschieden, na dat de geleegendheid van wind en weer zulx rel„ penmitteerd, om niet met quaad meeder van de lager wal beset te werden, ook zal uwe indagtig moeten weesen om zeemanschap te gebruijke ten einde niet benee„ „dens winds van de Negorij kellemoerij te geraaken. 't beste is zo als de ondervinding geleert heeft savonds te maake om onder de wall te koomen, en met de Noord w=te Landwinde w:t en zuijdelijke wind— oe daags een slagboeg om de west van 5: â 6: meil na zee over te boegen zo hoog als de wind het toelaat, de geheele dag dan te baat hebbende om na het weste A hit te zien, dat men in't zee koomende spoedig zal hunne ontdekken ten einden teegens den avond de wall te kiesen om met de Noord en N: w=te wind 'snagts west te winnen dat men daags zomwijl om de oost is verdreeven /:onderstond:/ Amboina aan't Casteel Nieuw Victoria den 6:' Maart A„o 1778: /:was geteekent:/ B„s 1„e Pleuren deese bekruijsing 'appisteerde wierd na tectuure van gemelde Papieren door de gesamentlijk Leeden de gemelde voorgestelde bekruijssingen als een noodsakelijk en op de voorsigtigheid berustend oogmenk gegrond zijnde eenpaarig goedgevonden en verstaan zig daar meede ten vollen te conformeeren. Eijndelijk na het genoteerde ter voorige aparte Resolutie van den 21:' Febr: met aanschouw tot de door Hun Hoog Edelheedens in A„o 1769: als een staads el den sulthand oger Cherbon haar gevangene dit heen gesandene sulthan van Ceribon door Hoog dezelve van us„ hoog Ed: toegelegden verhoogt Eenduijsent tot Een duijsent vijff Hondert spaansche Reaalen sjaars verhoogt 't tractement gesproken zijnde wierd verstaan welmelde Hooge Indiasche Regeering ht Haar Hoog Edelens daar van Eerbiedig ter kennisse te brengen dat dien Prins zeedert zijn aanweesen in dit gouverne„ „ment niet over te haalen is geweest om van dit hem toegelegde onderhand het minste ij gebruijk te maaken of te ontfangen waar zig tot nu toe liever heeft willen be„ te„ „helpen van zijne meede gebragte kleinoodien w=a, waar van hij zig ten dien ent einde teegens alle vermaninge en vriendelyjke recommandatien nu al voor en „rams Zuijd Cust van Ceijlon tot de Negorij Oerong. het conserneerende seekere gesuspecteer„ de vague sluijterijop Aijtoe van den Heer gouverneer de daar in beschuldigde persoonen hier neevens vermeld het grootste gedeelte heeft otsloot, om neevens zijn gevolg te bestaan /:om„ „derstond:/ Aldus gedaan ende geresolveert te Amboina aan 't Casteel Nieuw victoria dato vorsz: /: lager:/ was getekent:/ H„s v„n Pleuren, J: A: de Villeneure, I: W: Schneider, I: A: Schelling, W: Beths Z: Pa: Beijnon en P: L: de vos. Maandag den 18:' Maij A„o 1778: 's voormiddags ten agt uuren vergadering van solitie, absent de Hoofden der vier specerij Comptoiren. e tane een eieen de aake bij gemeene Resolutie van keeren vermeld haar beslag vnlangd dis„ „bende, wierd als nog door den Heer gouverneur ter tafel geproduceert een bon„ „del ter ordre van zijn Ed:e door den oficien der Justitie ingewonnen stukken raakende de enqueste nasluijkerij in nagulen, welke volgens relaas van den Inlander van Caijtetoe Taloeij te Lebelehoe onder cheith, te nauw en Henahelve onder Negorij Lima, en in de Negorij Oering gepleegd zou„ „de weesen met verscheijde Ceramse Ionken; en ter welker ontclekking en waare het doenelijk overtuijging van de daar beschuldigde persoo„ daar omtrend gedaane voordagt, men den Heer gouverneur welm:e vermeende ten hoogsten geleegen was in een tijds omstandigheijd waar in het van de uijterste noodsaa„ „kelijkheijd is om door een excemplaare strafoeftening dit schadelijk quad te betengelen; na Lectuure van alle welke attesten, en het daar bij overgelegd Berigt van den Frdcaal Schilling quam te blijken Dat de daar bij als verdagt aan smakkelhandel voorkoomende per„ „soonen zijn Den inlander van Lebelehoe Maluwattij Den inlanden van het getugt Naauw onder Negorij Liima soelan Den oom van gemelde Mahuwattij gen=t Sabandhar Den Inlander van het gehugt wasalaa onder de Negorij Ceijtz Mara„ „hoea. voorts -:
English
199 observation by the assembly thereupon furthermore in a second aspect the native of the village of Lima Taliauw The native of the village of Lima Sopamena The native of Oering Berhamma and Sopalawela properly called Hassa Alij The native of Oering Moetahaboe Makatita on the other hand that the entire accusation against them rests solely on the aforementioned declaration of the native of Caijtetoe Taloeij and his sister Maijmoena, and then also on an account by a certain woman of Cheijt named Kobia, which was later retracted again in diverse ways. Concerning all of which having been deliberated at length and taken into consideration that the said declaration of Taloeij and his sister Maijmoena is subject to various contradictions, because the former says that he heard the charges against Mahuwattij and his uncle Sabandhar item Soelan from the mouth of his sister Maijmoena, whereas she again claims that Mahuwattij told it in her presence to her brother Taloeij, so that the said witnesses, even if one would not suspect them of falsehood, can nevertheless not be considered other than singular, while in addition there is quite some doubt against the probability that the distrustful native would make a revelation to another of a crime such as the illicit trade in cloves, and thus put life and limb in danger, unless it had occurred to a person who was an accomplice to the same crime with them, and which so-called own confession, on which the entire suspicion in this matter rests, is strongly and firmly denied by the accused, especially by the native Marahoea that two prahus of Goelij Goelij had called at Oering and that he with the fellow native of his village Sopalawela, or properly Hassa Alij, supposedly bartered cloves with the same, to which denial even more foundation can be attributed, considering nowhere in the entire case has the slightest corroborating proof, not even to release free of cost and damage - kioea and Moetahaboe J Makatt the Observations, lying and varying testimony of a certain woman Robia not half a proof, appeared to confirm such an accusation, which according to law would nevertheless be required for that purpose, and especially since in this entire affair not only has the corpus delicti not been established in the slightest, but according to what was declared by the officer in his report it could nowhere be ascertained that in the past and this year Ceram prahus truly called at those spice districts, thus presumptions militating entirely in favor of the negative of the accused over the affirmative of Taloeij, on whom according to law and natural reason the burden of proof of his accusation lies, and not at all upon an accused his negative, since upon admission of the contrary any unfortunate person would continually be exposed to paralyzing all false accusations without proof with negative testimonies, it was therefore approved and understood on the aforementioned foundation and on the assurance of the fiscal of having sufficient grounds to institute a criminal action against the accused in this matter, to set the persons mentioned hereinbefore and here beside, namely Poelan, Sabandhar, Saliauw, Sopamena, Sopalawela or Hassa Alij and Berhamma, at liberty free of cost and damage, with permission to return again to their villages; yet with regard to the native of Lebelehoe Mahuwattij, the native of the district Walawaa Marahoea, and the native of Oering Moetoe Haboe Makatita, who, although not at all convicted, nevertheless cannot be entirely acquitted of all suspicion by the officer, and it therefore does not seem advisable to him to set them at liberty, it was therefore, following the proposal of the said fiscal, resolved to banish them to Boeroe for the period of ten years, in order to sustain themselves there; that in view of the woman appearing in this case from the village of Lima named Kobia, it appearing most clearly both from the report of the officer and the further documents that she, through her varying and then again retracted testimonies and accounts, committed false and mendacious accusations
Dutch transcription
199 aanwerking door de vergadering daar over voorts in een tweede aspect den Inlander van Negorij Lima Taliauw Den Inlander van Negorij Lima Sopamena Den Inlander van oering Berhamma en Sopalawela te regt gen=t Hassa Alij Den Inlander van oering Moetahaboe Makatita ten anderen dat de gantsche beschuldiging ten kunnen Lasten eenelijk berust op het hier vooren gem: declaratoir van den Inlander van Caijtetoe Taloeij en zijn susten Maijmoena, en dan nog op een naderhand op diverse weijse wee„ „der geretracteert verhaal van zeekere vrouw van Cheijt gen:t kobia. Omtrent welk een en ander in 't breede gedelibereert en in aanmerking genoomen zijnde dat gem: declaratoir van Taloeij en zijn suster Maijmoe„ „na aan verscheijde contradicten is subject dewijl den eersten zegt dat hij het voorkoomende ten Lasten van Matuwattij en zijn oom Sabandhar item Soelan uijt de mond van zijn kister Maijmoena heeft gehoort daar deese weeder voor geeft dat hij Mahuwattij het zelve in haar bij wee„ „sen aan haar broeder Taloeij verhaald heeft invoegen dus gem: getuijgen al schoon men deselve van geen valsheijd wilde verdenken, evenwel niet anders dan singulier kunne werden geconsidereert terwijl er boo„ „nen dien vrij veel bedenking valt tegen de waarscheijnelijkheid dat den wain„ „trouwigen Inlander den een aan den anderen een openbaaring zoude doen van een misdaad gelijk den sluijkhandel in Nagulen; en dus tijf en leeven in ge„ „vaar te stellen ten waaren het geschied was aan een met huuwr aan het zel„ „re Criemen meede pligtig persoon, en welke sogenaamde eijgen bekentenis, waar op in deesen de gantsche suspicie berust door de g'accuseerdens fort et ferm werden genegeert insonderheit door den Jnlander Marahoea dat er twee Panken van goelij Goelij op Oering aangeweest waaren en dat hij met den meede Inlander van zijn dorp Sopalawela, ofte negt Hassa Alij Nagulen aan dezelve verruijlt zoude hebben welke ontkente„ „nis nog meerder fundament kan werden g'attribueert, geconsidereert nergermis in de geheele zaak de allerminste acceerende preuve, zelve niet kosten schadelos te largeeren - „kioea en Moetahaboe J Makatt het Aanmerkingen, Leugenagtig en varieerend betuijgenis van zeeke„ „de vrouw Robia niet een halve, tot bevestiging eener zodanige zelfs beschuldiging is voorgekoomen, welke na regten evenwel daar toe verEijscht zoude worden, en wel insonder„ „heijd daar er al meede in deese gansche affaire niet alleen met 't aller„ „geringste de corpare dilictie heeft geconsteerd maar na het gedeclareerde door den officier bij zijn berigt nergens te inquireeren is geweest dat er in het voor„ „leeden en dit Iaar waarlijk Ceramse Donken onder die specerij disbucten zijn aangeweest dus allesints ten voordeele van de negative der g'accuseerdens militeerende praesumtien booven de affirmative van Taloeij welke na regten, en de natuurlijke reeden de probatie zijner beschuldiging incumbeert maar geensints eene beschuldigde zijne negative nadien bij admissie van het contrarie een ijgelijk ongelukkig geduurig zoude werden g'exponeert om alle nalsche aanklagten sonder bewijs met negatire getuijgenisse te enerveeren, wierd. overzulks goedgevonden en verstaan op fundament voorsz: en op de be„ „tuijging van den fiscaal suficeerend fundament te hebben om teegens de g'ac„ „cuseerdens in deesen eene crimineele actie te institueeren de hier vooren de hier neevens vermelde persoonen gemelde persoonen in naame Poelan, Sabandhar, Saliauw, sopame„ „na, Sopalawela of Hassa Alij en Berhamma, op vrije voeten kost en schadeloos te stellen met permissie weeder na haare Negorijen te kee„ „dog de mander Marhuwratij angren dog ten aansien van den Inlander van Lebelehoe Mahuwattij, den „ta om reeden na Boouw tevwovenden inlander van het gerugt Walawaa Marahoea en den Jnlander van Oering Moetoe Haboe Makatita welke schoon geensints te overtuijgen, eg„ „ter niet ten eenemaal door den officier van alle verdenking kunnen wer„ „den vrijgekent en hem dierhalven niet naadsaam schijnt in vrijteit te stellen wierd overzulks na het voorstel van zem fiscaal beslooten dezelve voor den tijd van Tien Iaaren Boeroe te versenden ten eijnde zig aldaar zelfs te erneeren dat met aanschouw van de in deese zaak voorkoomende vrouw van Nego„ „ri Lima gen:t tobia, zo uit het berigt van den officier als de verdere stukken ten klaarsten consteerende dat zij door haare varieerende en dan weeder geretracteerde getuijgenisse en verhaalen, zig aan valsche en leugenagtige beschuldigingen
English
201 Concerning the punishment on the bazaar, being condemned, and two wrongly accused Moorish women set at liberty. Remark of the Lord Governor on the declaration made by the Ambonese and Saparouan regents concerning the cloves sent from Batavia. Judged necessity that under the prohibition in the clove edict, undeliverable cloves should also be expressed. Decision to propose to Their High Noble Lordships to amplify the clove edict with a small addition. has made herself guilty of accusations, and therefore, instead of receiving any credit, deserves to be punished as an example to other frivolous witnesses and accusers, it was approved and understood that the said Tobia shall be severely punished on the public bazaar by the court servants, to subsequently remain banished to Boeroe for the period of ten years, and to work at the teak plantation for the cost of clothing, furthermore also to release free of cost and damage the Moorish women Njaij Pattij and Djohorah, wrongfully accused and named by her, in order to return in liberty to their place of residence. On this occasion it was made known by the Lord Governor how His Honour, upon a closer consideration of the testimony given by the Ambonese and Saparouan regents in two declarations mutually passed by them, that the cloves shown to them by His Honour and recently sent hither by Their High Noble Lordships in a tin box are of that sort which were always accepted by the commissioners as undeliverable and only for burning, had been led to the thought that the islander, in seeking another way out and withholding or concealing the same, perhaps does not perceive as much danger as the annually published Clove Edict, in threatening the punishment of death against the withholding or concealing of all cloves, holds before the eyes of the offender in general terms; and that therefore in this all-important matter it should be considered of the utmost importance, by means of a small addition to the said Edict, to remove the slightest exception; thus, upon the further proposal of the Lord Governor, it was approved and understood to respectfully propose to Their High Noble Lordships, while submitting the aforementioned consideration, to amplify the said Clove Edict with these words: without distinction of sort, whether deliverable or undeliverable cloves. Furthermore, being presented at the table by the Lord Governor and subsequently read, the sworn report of the bookkeepers Iacob Knop and Wijnand Iohannes de Bourghelles, who, pursuant to the previous separate resolution of this Council of the 6th of March, in the dusuns or lands belonging to Company servants, burghers, and Chinese, as well as all mortgaged gardens and dusuns, carried out the extirpation of all the clove trees that had been found therein, furthermore of an eradication carried out by them, following a personal inspection conducted by the Lord Governor, of illicit plantations under the negorij Halang, it was understood to note herefrom in these minutes that the total felling consisted of: 3223 pieces fruit-bearing 12720 pieces half-grown 23139 pieces young or 39002 pieces genuine clove trees of each sort, as is specifically shown in the aforementioned report, which it was approved to offer to Their High Noble Lordships among the separate annexes and to insert below: To the Right Honourable Bernardus van Pleuren, Governor and Director of this province. Right Honourable Sir, In dutiful observance of the Political Council resolution handed by Your Right Honour to the respectful signatories under date of 6 March last, and Your Honour's closer orders received, we proceeded on the 9th thereafter to all lands belonging to Company servants, burghers, and Chinese, as well as all mortgaged gardens and dusuns wherein any clove trees were discovered by us and the two indigenous soldiers assigned to us, which trees were subsequently extirpated by them in our presence, as well as the illicit plantations discovered by us under the negorij Halong and eradicated by order of Your Right Honour (after personal inspection had been made) in the manner as we respectfully lay open below. f 5
Dutch transcription
201 qua Castijding op de Balaar Bouw gecondemneert en twee ten onrigte beschul„ digde moorse vrouwen in vrij „teijd gesteld - „remarque van den Heer gou„ de door de Aingorseen Sa„ „parouase Regenten raaken„ „de d van Batavia gezon„ dene Nugulen- g'oordeelde noodzakelijkheijd dat onder 't verbod bij 't Nagul„ placcaat ook onbeeverbhare Nagulen werden uijtgedrukt besluijt om hun hoog Edelens „caat met een kleene bijvoe„ „ging te amplieeren beschuldigingen heeft schuldig gemaakt, en dus in steede van eenig geloof, verdient ter excempel van anderen tigtveerdige getuijgen en beschuldigens gestraft te wanden, wierd deselve daar overtoteen public goedgevonden en verstaan gem: Tobia op de publicque bazaar door de geregts en 10. jaarnig Bannissement na dienaars gevoelig te doen Castijden om vervolgens voor den tijd van tien Iaaren op Boeroe gebannen te blijven, en voorde kostenkleeding aan de Iatij plantagie te ar„ „beijden voorts meede kost en schadeloos te largeeren de door haar ten onregten betij„ „te en genoemde moorse vrouwen Njaij Pattij en Djohorah ten eijnde in vrijheijd weeder na haare woonplaatse te keeren. „verneur over het gedadlareer, de deeser occagie door den Heer gouverneur te kennen gegeeven zijnde hoe zijn Ed:e bij een nadere overweeging der door de Ambonse en Saparouase Re„ „genten bij twee door haar gezaamentlijk verbeende declaratoiren gedaane betuij„ „ging dat de aan haar door zijn E: vertoonde en Iongst door hun Hoog Ed: in een blik doosje herwaards gezondene Nagulen, van die zoort zijn welke altoos als onleeverbaar en niet anders danter verbranding door de gecommitt=s werden g'uccepteerd aanleijding had gekreegen tot de gedagten, dat den Blanc„ „der, om daar meede een andere uijtweg te zoeken en dezelve agter te houden of te verbergen misschien zo veel gevaar niet stelt als het Iaarlijks gepubliceerd werden„ „de Nague Placcaat in de bedrijging van de straffe des doods tegens de agterhin„ d„ding 'os verbierging van alle Nagulen in algemeene termen den overtreeder voor oogen: houd en het overzulks in dit allen aangeleezendste schite van het uijterste belang diende te werden gehouden door een kliine ampliatie van gem: Placcaat „de allen geringste lixceptie weg te neemen, zo wierd op het verdere voorstel van voorste draagen het nagueplac„ den Heer gouverneur goedgevonden en verstaan, hun Hoog Ed: onder voorhou„ „sing van voorsz: bedenkinge eerbiedig voor te dragen om het gemelde Nagul placcaat te amplieeren met deese woorden zonder onderscheijt van soort het zij leevenbaare dan wel onleevenbaare Nagulen wijders door den Heer gouverneur ter tafel geproviceert en vervolgens gelee„ „zen zijnde het b'eedigt Rapport, van de Boekhouders Iacob Knop en wijnand. Iohannes de Bourghelles welke navolgens de voor„ „ge aparto Resolutie deeser tiefie van den 6:' Maart in de dousongs len of Landerijen toebehoorende aan Dienaaren, Burgers en Chineesen mitsg„s alle verpande tuijnen en Doussongs de Extripatie hebben gedaan van alle de daar in te winde geweest zijnde Nagulboomen voorts van een na ge„ „noomene eijgen Inspectie door den Heer gouverneur al meede door hun gedaane uijtroeijing van ongepermitteerde aanplantingen onder getal der uijtgeweijde Boomen de Negonij Halang zo werd verstaan daar uijt in deesen te noter„ „ren dat de totaale omvelling heeft bestaan in 3223: stuks vrugtdraagende Halfwassene 12720: „ Jonge of 23139: „ 39002: stuks egte Nagulboomen inzoort gelijk zulks specificq werd aan„ „getoond, bij het voorsz: Rapport 't welk goedgevonden wierd onder de apar „te bijlaagen hun Hoog Ed„s aan te bieden en hier onder te insereeren Aan den wel Edelen Agtbaare Heer Bernardus van Pleuren Gouverneur en Directeur deeser provintie Wel Edele Agtbaare Heer. In schuldige observantie van het door uw wel Edele Agtbaare aan de Eerbiedige Teekenaaren ter hand gesteld Politicq raads besluijt sub dato 6' maart J:: en Hoogst derzelver naadere ontfangene beveelen, hebben wij ons den 9„' daar aan vervoegt op alle Landerijen toebehoorende aan Dienaaren, Burgers en Chineesen mitsg„s alle verpande thuijnen en Dous„ „jongs waar in eenige Nagulboomen door ons en de meede gegeeve„ „ne twee Jnlandsche militairen ontdekt zijn, welk geboomte vervolgens door haar ten onsen overstaan is g'extuipeerd zo wel als de ongepermitteerde aanplan„ „tingen door ons onder de Negorij Halong ontdekt en ter ordre van uw wel Ede„ „le Agtb: /:na personeele genoomene inspectien :/ uijtgeroeijd in maniere als wij hier onder in Eerbied open leggen. ƒ 5