Inventory 3542
Coromandel · 1,076 pages · 222 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
31 December 1778 Resignation in the disadvantageous outcome of sales. could have returned to the merchants what was left over from them after balancing their debts; and furthermore a recommendation, upon closing the accounts this year, to pursue the settlement of the merchants' arrears with somewhat greater earnestness. Although sales at Jaggernaikpoeram in the most recently expired book year turned out even more disadvantageously than those of the past year, it was nevertheless resolved to accept its disadvantageous outcome with resignation, on account of the sufficient reasons adduced for it by the Chief Factors in a secret letter of 20 November 1778, in the confidence that the aforementioned reasons will also be considered very weighty by Their High Noble Excellencies. Confidence of the government in the Chief Factors regarding this matter. Continuation for this year of the private lease of Jaggernaikpoeram and instructions for the future. Yet because it is nonetheless the duty of every faithful servant to be watchful with the utmost care for the master's interest and prosperity, it was at the same time resolved to express to the Chief Factors the confidence of the Government that this year they will turn their attention to trade with all the more zeal, in order to make it flourish again despite all difficulties and restore it to its former prosperity, with an assurance from this side that they will be shown as much assistance in this regard as shall depend on the power of the Government. Upon the communication received from the servants that they had received the order of this Government for the public leasing of the Company's domains too late to govern themselves by it when holding the latest three-year lease, it was indeed resolved, after deliberation, to allow the farmer of the Jaggernaikpoeram revenues to continue for this current year, but at the same time to order the servants, after the expiration of the aforementioned time or by the last day of upcoming August, to auction the revenues of the aforementioned village publicly and lease them to the highest bidder. To send the petitions of Baars, De Nijs, and Sopander to Batavia. The petitions of Chief Factor Baars, Second Factor De Nijs, and Clerk Sopander, sent over alongside the letter from the Chief Factors of 19 November—the first containing a request for discharge from the chief factory, the second an urgent request to become Chief Factor, and the third a petition for promotion in the event of a vacancy—were, after deliberation, approved and resolved to be sent to Batavia with the first dispatch departing via Ceylon, accompanied by a favorable recommendation to Their High Noble Excellencies. De Nijs does not receive house rent at Jaggernaikpoeram, and why. The twofold request of the Second Factor De Nijs appearing in the aforementioned letter of 19 November—either to grant him 10 new Nagapatnam pagodas per month for house rent or to permit the drafting and transmission for approval of an estimate for a dwelling house for the Second Factor outside the Lodge—was resolved to be rejected, because by granting such requests the state of Jaggernaikpoeram would only deteriorate more and more from year to year, and moreover a Company house stands inside the fort for the Second Factor that can be inhabited by him if the house rent that he currently pays for a private house outside the fort is too heavy a burden for him. Order where the textile bales at Jaggernaikpoeram must be stored. Item to repair the 2 earthen houses of the clerks with the ordinary allowances. And consequently it was resolved to write to and order the servants in this case to have the textiles that are currently stored in the Second Factor's rental stored at the place where they were stored previously or under the administration of Chief Factor Lovenaar, when the requisitions were considerably larger than they are now. Furthermore, it having been made known by the Chief Factors that the two earthen dwelling houses that are at Jaggernaikpoeram for the clerks had suffered somewhat more than usual from the heavy rain that had fallen during the latest bad monsoon and therefore required an extraordinary repair: this was deliberated upon, and considering that so little was needed to raise earthen walls that it was not well understood what the Chief Factors actually intended with their extraordinary repair, it was consequently approved and resolved to write to them that although the aforementioned houses may have suffered somewhat more than usual, it is nonetheless trusted that they can very well be repaired by an ordinary repair, provided that everything is used for this purpose that is annually reserved for the aforementioned houses. Loss of 27 guilders on the lease of Palicol in this year. Next, entering into deliberation on the contents of the Palicol letters of 15 September, 25 and 28 October last, and their enclosures: it was seen with regret by this Council upon reading the transmitted lease conditions that in the leasing of the Company's domains at Palicol for this current book year, the same
Dutch transcription
Den 31 December 1778 Getroosting in de nadelige uit„ slag. van den vertier taan de kooplieden te rug hadden kunnen geeven, het geen 'er van dezelven na het verevenen haarer schulden hadt overgeschooten; en recommanditie verder, om bij het Sluiten der reekeningen in dit jaar met wat meerder ernst het vereve nen van der kooplieden agterstallen te be tragten. Schoon den vertier te Saggernakp„r in het jongst geexpireerde Boek jaar nog nadeeligen is uitgevallen, als die van anno passito, is egter ver„ staan, sig den nadeeligen uitslag daar van te getroosten om de voldoende reedenen daar„ voor bijgebragt door de Opperhoofden bij Te„ creete brief van den 20. ' November 1778, in vertrouwen, dat de voorsz. reedenen door Hunne Hoog Edelheedens almeede als zeer gewigtig zul„ len worden aangezien. Dan 107. Den 31 December 1770 der opperhoofden, ten dien be„ lange. Continuatie voor dit Jaar van de onderhandse verpagtinge Jagg: en last voor 't vervolg. Dan dewijl het egter de pligt van ieder vertrouwen der regering op„ getrouw dienaar meede brengt om voor 'S'meesters belang en wel vaard met de uiterste zorg waak zaam te weezen, is teffens verstaan, aan de Opperhoofden te betuijgen het vertrouwen der Regeering, dat zij in dit jaar, haare attentie met des te meerder ijver op den handel zullen vertigen, ten einde die tegens alle zwaarigheden aan , wederom te doen opluijken en in zijnen 1 ouden fleur te brengen, met verzekering van deeze zijde, dat men hun daartoe zoo veel assistentie zal bewijzen, als maar van de magt der Regeering zal dependeeren. Op de erlangde Communicatie van de Bediendens, dat zij de ordre deezer Regeering tot de pablique verpagting van: Compagnies Dorieij„ nen te laat ontvangen hadden, om zig daar na Den 31 December 1778 de requesten van Baars de Neijs topander na Batavia te zenden. te kunnen reguleeren bij het houden van de jongste drie jaarige verpagting, is, na deliberatie p129 wel verstaan, den pagter van de Iaggertaik p:l revenuen voor dit loopende jaar te laaten Continueeren, dog teffens de bediendens te gelasten vers om na expiratie van voorsz. tijd of onder uetimo Augustus aanstaande de revenuen van het voorschree ven dorp publiq op te veijlen en aan de meest bie„ dende te verpagten. De nevens der opperhoofden brief van den 19„e November overgezonden Reques„ ten van het Opperhoofd Baars, Secunde de Nijs en Scriba Sopander, behelzende het eerste verzoek om ontslag uit de opperhoofdlij, het tweede instantie, om opperhoofd te mogen worden, en het derde, Supplicatie om bevordering bij vacatuure zijn na deliberatie, goedgevonden en verstaan bij 109. Den 31. December 1778 „op Jagg: en waarom bij het eerst af te gaan schrijvens over Ceilon na Batavia te zenden; onder een favorabel voor Schrijvens aan Hunne Hoog Edelheedens. Het tweeleedig verzoek van den Secun De Neijs kreigt gen huijkhuur de de Nijs bij brief van den 19„e Novb: voormeld. voorkomende, om hem, off ' maandelijx 10. - nieuwe Nagapatnamsche pagoden huishuur te accordeeren off te permitteeren het formeeren en overzenden ter approbatie van een Calculatie van een woonhuis voor den Secunde buiten de Loge, is verstaan van de hand te wijzen, uit hoofdde door het toestaan van diergelijke verzoeken den staat van Iaggermakp„rn van jaar tot jaar maar meer en meer zou veragteren, en 'er bovendien voor den secunde een Comp:s huis in het fort Staat dat door hem bewoond kan worden, zoo de huishuur„ die hij tans betaald, voor een particulier huis buiten het Den 31. December 1778 order waarde lijwaat pakken te Jagg: moeten geborgen worden Item om de 2: aarde kusjes der pennisten met de ord: ongel„ den te repareeren. het Fort, hem te Zwaar valt. En dienvolgende verstaan, de Bediendens in dit Cas aan te schrijven en te gelasten, om dan de lijwaaten die thans in der Secundes huer geborgen worden, te laaten bergen ter plaatsche alwaar ze bevoorens off onder het bestier van het opperhoofd Lovenaar geborgen zijn, wanneer de Eijsschen vrij wat grooter waren, dan die thans zijn. Wijders door de Opperhoofden te kennen gegee„ g ven zijnde, dat de twee aarde woonhuisen, die voor de Pennisten op Jaggernaikp„n. zijn, door den zwaaren reegen, die in de jongste kwaade mousson gevallen was, iets meer als ordinair geleden hadden en derhalven eene extraordinaire repara tie behoofden: zoo is hierover gedelibereerd welzen„ de, aangemerkt, dat 'er tot het ophaalen van aarde muuren zoo weinig noodig was., dat het niet wel was 111. Den 31 December 1778 van Paldcol in dit Jaar. te begrijpen, wat de Opperhoofden eigentlijk met hunne extraordinaire reparatie beoogden, en dien„ volgende goed gevonden en verstaan, hun aan te schrijven, dat Schoon de voorsz. huisen iets meer„ der mogten geleden hebben, als ordinair, men egter vertrouwt, dat zij zeer wel zullen te herstel len weezen door eene ordinaire reparatie, bij aldien daartoe maar alles wordt verbruikt, het geen voor de voorsz. huisen, jaarlijk woodt opgeborgt. Vervolgens ter deliberatie getreeden zijnde verlie vm ƒ27 op le pagt over den inhoud der Palicolsche brieven van den 15:' September, 25. en 28. ' october laast„ leeden, en derzelver Bijlaagen: zoo is wijl bij leduure van de overgezonden Pagt Conditien, daaruit door deezen Raade met leetweezen is gezien, dat bij verpagting van Compagnies 9 Domeijnen op Palicol voor dit loopend boek jaar dezelver
English
The 31st of December 1778 the same yielded no more than ƒ 4034: 16. —, calculating by comparison against anno passato a loss of ƒ 207. —, it was approved and resolved; to resign oneself to this shortfall /: which was solely caused by the low farming out of the Lease on incoming and outgoing duties :/, in view of the fact that this lower lease is, with very good reason, attributed by the Servants to the war ignited between England and France, because the Palicol inhabitants, particularly since the English commenced hostilities by capturing Enam, had become apprehensive of a general collapse in trade, yet at the same time to express to the Servants the hope of the Government that the Palicol inhabitants may, before the end of the current lease period, be somewhat recovered from their conceived fear of a collapse in trade, so that thereby the aforesaid lease may rise again at the upcoming farming out. The promissory notes sent hither alongside the Servants' letter of the 15th of September having been paid here to their holders: it was resolved to give notification thereof to the Chiefs. And at the same time to write to them, that the 40,000 pieces of three-image pagodas demanded by them for making the collection /: of which 15,000 have already been sent to Jaggernaikperam with the bark De Eendragt :/ will be fulfilled successively, and as soon as possible, in order to keep them out of embarrassment. From the answered Homeland and Indian demands for the year 1778 having been seen by this Council with particularly great pleasure, regarding the complete fulfillment of both petitions: it was resolved to express the Government's satisfaction therewith to the Chiefs. Yet since from that complete fulfillment it also clearly appears that the Chiefs in the recently concluded trading year can never have lacked money for the continuation of the cloth procurement: it was resolved to remark in the outgoing letter, that it appeared quite extraordinary to this Council that they complained so frequently in their letters of this year about a lack of cash, since the outcome proves how unfounded those complaints were, with the recommendation at the same time to be somewhat more circumspect in this regard in the future, as otherwise this Council could not fail to show itself sensitive about it. Meanwhile, it was nevertheless resolved to pass for write-off the expense account for the month of August, alongside the carpentry and beverage accounts for the last six months of the recently expired financial year, although the carpentry account for the recent financial year amounts to ƒ 113: 1. 8. more than that of anno passato, in view of the fact that this increase was caused by the extraordinary repairs or renewals that had to be made to the doors and windows of the Company's dwellings there, under the recommendation, however, to the Chiefs to observe the strictest economy in this regard; considering that this item, taken generally, weighs so heavily upon the Company that it is time to seriously contemplate its reduction. From the Extract Trade Journal of the last six months of this Financial Year 1777/1778, it having been seen with displeasure by this Council that the Palicol trade accounts were closed with a loss of ƒ 419: 11: 8.: it was, because this detrimental balance was caused by the expenses having exceeded the revenues, approved and resolved to recommend to the Servants in the most earnest manner a suitable frugality in this matter. Likewise, it having been seen with displeasure by this Council from the settlement accounts of the merchants that in the recently concluded financial year they had reduced their debts by no more than ƒ 311: 10. 8.: it was resolved to express to the Chiefs the Government's displeasure hereat in the most earnest manner, citing that this slight reduction by no means fulfills their successive promises to clear the Palicol arrears within a short time, and that a much better outcome will therefore be expected of this in the coming year. Subsequently, reading having been taken of the Bimilipatnam letters written to this Council by the Chiefs on the 13th and 25th of September and the 16th of October last, it was initially resolved to fully approve the arrangement made by the Chiefs regarding the loading of the bark De Eendragt and its dispatch on the 13th of September to Jagger
Dutch transcription
Den 31. December 1778 waarom trand, dezelven niet meer afgeworpen hebben als ƒ4034: 16. —. , bereekenende bij vergelijking tegens g lijkeng arro passato een verlies van ƒ 207. —, goet gevon„ den en verstaan; zig deeze minderheid /:di„ alleen veroorzaakt is door de laage verpagting gla van de Pagt. op de inkomende en uitgaande Getrooting daarmeede en regten:/ te getroosten, uit hoofde, deeze laagere 8 8 verpagting door de Bediendens met zeer veel reeden wordt toegesdreeven aan den oorlog tuschen Engeland en Vrankrijk ontstooken, uit hoofde de Palicolsche ingezeetenen daardoor, vooras sedert de Engelschen de vijandelijkheeden begonnen hadden door het weg neemen van Enman, voor een generaal verval in den handel bedugd geworden waren, dog teffens daarbij aan de Bediendens te betuijgen te betuijgene hope daarom de hoope der Regeering, dat de Palicolsche inge„ Zeetenen voor het eindigen van den tegenwoordigen pagt 113. Den 31 December 1778 keerende Contanten Genoegen over de voldoening der Eijschen te Paliear. Pagt tijd eenigzins mogen weezen hersteld van haare opgevatte vreeze voor verval in den handel, op dat daar door de voorsz. pagt bij de aanstaande verpagting wederom mag komen te rijzen. 9 De wisseltjes nevens der Bediendens brief Eenige wissljes zijn arldan van den 15. September herwaarts gezonden, en alhier aan dies houders voldaan geworden zijnde: zoo is verstaan, daar van aan de Opperhoofden notifi„ catie te geeven. En hun teffens aan te schrijven, dat men de belofte ter bezorging der man„ door hun tot het doen van den inzaam geijsch„ te 40'000. - stux driebeeldlige pagoden /: waarvan reeds 15000. - met de bark de Eendragt naar Laggernaikperam gezonden zijn:/ Sucesivelijk, en zoo dra mogelijk zal voldoen om haar buiten verlegendheid te houden. uit de beantwoorde Patriasche en Indiasche Eijsschen Den 31. December 1778 Remarque dierhalven dat gemanqueerd Eijsschen voor den jaare 1778 door deezen Raade met bijzonder veel genoegen gezien zijnde de Complee„ te voldoening der beide pelitien: zoo is verstaan daarover het welgevallen der Regeering van de opperhoofden te betuijgen. het aldaar angeen gebdkheft Dan dewijl uit die Compleete voldoening teffens niet onduidelijk Consteerd, dat het de opperhoof„ den in het jongst afgeloopen handeljaar nimmer aan geld tot voortzetting van de lijwraet poecuwe moet ontbroken hebben: zoo is verstaan, bij den afgaanden brief te remarqueeren, dat het derhalven deezen Raade vrij wat bijzonder 8 is voorgekomen, dat zij bij haaren brieven van dit jaar zoo dikwerf geklaagd hebben over gebrek aan Contanten, daar de uitkomst bewijst, hoe ongefundeerd die klagten geweest 7. zijn, met recommandatie teffens, om daarin voorlaand - ff 115. Den 31 December 1778 Jtem de timmeragie reek: Schoon ƒ 113: 68: maar bedragt. voortaan wat omzigtiger te weezen, wijl anders deezen Raade niet zou kunnen nalaaten, zig daarover gevoelig te toonen. Ondertusschen is egter verstaan, ter afschrij afsz ene ontk: reck: ving te passeeren de onkost-reekening van de maand Aug:s, nevens de Timmeragie en Schenkagie- reekeningen van de laaste Zes maanden des jongst geexpireerde boekjaars Schoon de Timmeragie-reekening van het jongste boek jaar wel ƒ 113: 1. 8. meerder bedraagd als die van anno passato, uit hoofde deeze meerderheid veroorzaakt is, door de extra-ordinaire reparatie off vernieuwing die 'er heeft moeten geschieden aan de deu„ ven en vengsters van Comp:s wooningen aldaar onder recommandatie egter aan de opperhoof„ den, om daaromtrent de menage op het aller eenstig uit noegen overdat niet meer ten ƒ3141. 10: 8: in de agterstallen waaren voldaan ernstigste te betragten; uit hoofde deeze post over het algemeen genomen, de Compagnie zoo zeer drukt, dat het tijd wordt, met ernst op dies vermindering bedagt te weezen. uijt het Extract- Negotie journaal van de laaste Zes maanden dese Bakjaars 17 1/8. door deezen Raade met ongenoegen gezien weezende, dat de Palicolsche handelboekjes met een verlies van ƒ 419: 11: 8. afgesloten waren: zoo is, wijl dit nadeelig Slot veroorzaakt geworden is, door dien de Lasten de Inkomsten overtroffen hebben, goed gevonden en verstaan, de Bediendens eene gepaste Zuijnigheid in deezen op het allervenstig„ ste aan te prijzen. Desgelijks door deezen Raade uit de af„ reekeningen der kooplieden met ongenoegen gezien zijnde, dat zij in het jongst afgeloopen boekjaar Den 31 December 1770 hunne 117. Den 31. December 1778 D' Endragt 203. pakken voor fimilipatnam na Jagg: ver„ hunne Schulden met niet meerder als ƒ 311: 10. 8. verminderd hadden; zoo is verstaan, hierover aan de Opperhoofden het misnoegen der Regeering op 't allevernstigste te betuijgen, onder aanhaaling dat deeze geringe vermindering geenzins voldoet aan haare Successive beloften, om de Palicolsche agterstallen binnen korten tijd te verevenen en men hier van derhalven in het aanstaande jaar een vrij beteven uitslag zal verwagten. Vervolgens lectuure genomen zijnde van Genoegen overdat de barck de Bimilipatnamsche brieven door de opperhoof„mand heeft den op den 13. ' en 25. ' September en 16. october laatleeden aan deezen Raadte geschreeven, Zoo is aanvangkelijk verstaan, volkomen goed te keuren de door de Opperhoofden gemaakte Schik„ king omtrent het belaaden van de bark de Een dragt en zijne depeche op den 13. ' September na Jagger
English
Passing of an expense account. Item of a carpentry account. account. Saggernaikpoeram with a considerable cargo of 108 packages of linen for the Motherland and 95 packages for the Indies, with the further remark that it is always far more prudent to wait a few days before loading a vessel, as they did, than to ship the goods off during stormy or rainy weather, especially such as are subject to decay by getting wet. Furthermore, after resumption, it was approved and agreed to pass for write-off the expense account for the month of August, together with the carpentry and tavern accounts, as well as one for debts of the last six months of the recently expired financial year 1777/6. Although it appears from the transmitted summaries that the aforementioned accounts in the recently concluded financial year The 31st of December 1778 indeed 119. The 31st of December 1778 regarding the 2 last mentioned accounts. Resumption of decision upon a memorandum of shortages did amount to 92 florins 8 stivers and 174 florins 17 stivers 8 penningen more than those of the past year, and this on account of the greater repairs and expenditures that had to take place in this year. However, since the increase of such recommendation of economy burdensome items, however unavoidable they may be, always appears disagreeable to this Council, it was also agreed to recommend the servants in the most earnest manner to practice economy in this regard. Upon the Memorandum of Shortages, measures, etc., in the last six months of the recently concluded trading year, discovered and fallen at the warehouses there, it was, after resumption, approved and agreed not only to decide as is noted for each item in the margin of the prescribed Memorandum (the brief excerpt of which The 31st of December 1778 thereof. 24 percent on average will be inserted hereafter according to the order of these presents), but also, under transmission of a copy, to order the chiefs to regulate themselves accordingly in settling the items appearing therein. surplus deficit 133 1/8 lb. cloves, namely: . . . 62 7/8 lb. on 8056 7/8 lb., both separately and spilled among nuts during importation and consumption in the last 6 months: gives among others a loss of — 3/4 percent on 109 1/4 lb. gathered together, comes to 6 3/8 percent spilled during importation and consumption in the last months: gives on average - - - - 1 percent loss 865 3/4 lb. damaged and worm-eaten nutmegs on 3589 or 38 chests spilled among nuts and cloves during importation and consumption calculated write off as above and on dust and perig - - - - - 0 1/4 lb. dust and bits of cloves 946 1/8 lb. nutmegs or kernels, of which write off to profit and loss - - - - - - 8 3/8 lb. on 86 1/15 both separately and with nuts written off and transferred as before... write off to profit and loss 121. write off to ordinary expenses and by com as above The 31st of December 1778 surplus deficit Cinnamon on 5 1/5 calculated at consumption 1 percent 126 1/4 on 150978 1/2 Japanese bar copper both upon importation and consumption calculated among others — 1/16 percent loss — 1/2 lb. Ammunition Goods running with money Gun carriage 1 1/2 pieces limbers carrying chests. copper powder mill cannon ladles with their sheepskins, Line. Equipment Goods running with money tarred tarpaulins rendered useless by many years of use. . . . 12 pieces Notes. use completely useless. by many years of together with weighing and taking in the copper and iron to be found thereon, order to be destroyed, write off to profit and loss 9 6 7 1 5 9 7 The 31st of December 1778 the detention of 13 pieces of cannon in case of necessity at Bimilipatnam approved Taking satisfaction in the reasons brought forward by the chiefs for detaining the requested 13 pieces of cannon of 8 lb., namely that the commander of the bark the Eendragt declared himself to have been unprovided with the necessary blocks and rigging for hauling them over, it was agreed to write to the servants that one will continue to expect them at the first convenient opportunity, unless their detention at that time should be deemed by them to be absolutely necessary for the defense of the Company's possessions against the incursions of native princes, as in such a case one is willing to grant authorization for their detention, provided that the necessary notification of its necessity be given to this Council. By 123. The 31st of December 1778 have been received. permission to destroy 57 pieces of unserviceable artillery goods. acknowledgment to the commanders approved The authorities of the bark the Eendragt having delivered here the goods sent therewith, namely 128 pieces of long shot and 57 pieces of grapeshot of 12 lb. It was therefore agreed to notify the servants thereof and at the same time to authorize them to have destroyed there the unserviceable powder measures, cannon ladles, and other artillery goods still on hand there, which they state have become unusable through 15 years of use, provided that the copper resulting therefrom be taken back into the books and accounted for. Yet in the meantime, it was not only agreed to fully approve the delivery of open copies, which by the servants upon the dispatching of the bark the Eendragt, a
Dutch transcription
Passeering van een onk: ree„ kening—. Jtem van een timmeragie reek: gie reekeninge. Saggernaikpoeram met een aanzienlijk Carguasoen van 108. –. packen lijwaaten pro Patria en 95. -. packen voor Indien, onder remarque verder, dat het altoos vrij voorzigtiger gedaan is, eenige da¬ gen met het belaaden van een vaartuig te wagten, gelijk zij gedaan hebben, als de goederen /: vooval de zulken, die door nat worden be„ derf onderworpen zijn bij onsteunig off regen„ agting weer af te scheepen. Voorts is, na resumptie, goedgevonden en verstaan, ter afschrijving te passeeren de onkost „ van de maand Augustus, mitsgaders reekening de Timmeragie - en Schenkagie-reekeningen Ze meede van een schulken van de laaste zes maanden des jongst geexpireer „ den Boekjaars 177 7/6. Schoon uit de overgezon„ dene Samentreckingen blijkt, dat de opgemelde reekeningen in het jongst afgeloopen Boek jaar Den 31. December 1778 wel 119. Den 21 December 1773 „ gie omtrend de 2: laast gem: reekeningen. Resumpie van dispositie op een memorie van onderwigten wel ƒ92:8. —. en ƒ174: 17:8. meerder bedragens. hebben als die van anno passato en zulks uit hoof„ de van de meerdere vertimmeringen en spen¬ datien, die 'er in dit jaar hebben moeten geschieden. Dan dewijl het vermeerderen van dier recommandatie van mina„ gelijken lastposten, hoe onvermijbaar die ook zijn, deezen Raade altoos onaangenaam voor ko„ men, is teffens verstaan, de Bediendens hierom„ trent op het allerevnstigste de menage te recom„ manceeren. Op de Memorie van Onderwigten, maaten enst. in de laaste Zes maanden van het jongst afgeloopen Hantel jaar, bij de Pakhuisen aldaar ontdlekt en gevallen, is, na resumptie, goed gevonden en verstaan, niet alleen „zoodanig te disponeeren, als in margine van de voorschreeve Memorie (: waarvan het korte uit treksel Den 31e December 1778 sentie van deselve. 24. –. p„r C„o door elkander „uijttreksel na de ordre bij deezen zal worden, geinsereerd:/ bij ieder post genoteerd staat, maar ook onder overzending van een Copie, de pper„ hooffden te gelasten, van zig daarna te regulee„ ren bij het verevenen van de daarbij voorkomende posten. te over te kort 133 1/8. lb. Garioffel Nagulen, te weeten: . . . 62 7/8. lb. op 8056 7/8. lb. zoo afzonderlijk als bij Nooten bestoort bij aanbreng en vertier in de laaste 6/m: Geeft onder anderen een verlies van — ¾ p„r C„ t=r op 109¼. . lb. bij een vergaderd, komt p„r C 6 3/8. -. r„m ten bestort bij aanbreng en vertier in de laaste /m: geeft onder elkander - - - - 1 p„r C„o v„s „ „ 865¾. lb. vermijterde en aangestookene Nooten op 3589. –. off 38. -. kisten bij nooten en nagulen bestort ^ bij aanbreng en vertier reekend afsch: als even en oe sbor: op grusene stof an perig - - - - - . 0¼ lb. Stoff en Kruijntjes van Nagulen 946 1/8. lb: Nooten off Rompen, van dewelke afschrijven op uint en verlies - - - - - - 8 3/8. lb. o„ 86 1/15 zoo afzonderlijk als bij noo„ aff- en overschr: als vooren... afschrijven op winst en verlies 121. afschr: op onk: ord:r en door gecom„ als eeven Den 31: December 1778 te over tekort Canneel op 5 1/5. bij de Consumptie „reekend 1. –. p„r C=to C:s 126¼ „ op 150978½. Iapans staafkooper zoo bij aanbreng als verlier reekend onder anderen — 1/16 p„r C„o v=m —½. lb. Immonitie Goederen met gelel loopende Geschut bok 1½: p:s voor waagens draagkisten. koopere Kruitmolen kanonleepels met haar vaarken Htaar, ten. Gelinelnd Equipagie Goederen met geld loopende gelheerde presennings door lang jaarig gebruik onnut geraakt. . . . 12: p:s Nots. gebruik ten eenemaal onbruikbaar. door langjaarig mitsg:s het daaraan te vindene mitteerdens te laaten vernietigen, Kooper, en ijzer weeijen en inneemen afschrijven op winst en verlies . 9 6„ „ 7 1 5. „ 9. - „ 7 „ Den 31. December 1778 den aanschouding van 13. stuk„ ken kannons bij noodsaakelijk„ heid te bimilip: goedgekeurd Met de reedenen door de opperhoofden bij„ 8„ gebragt voor het aanhouden van de opgeeijschte 13. — vingelandt Stukken Canon van 8. - lb. , dat namentlijk den gezaghebber van de bark de Eendragt verklaard hast van het noodige blok en touwerk tot dies overheisching onvoorzien geweest te zijn, genoegen neemende, is verstaan, de Bedliendens aan te schrij„ ven, dat men die bij de eerste bekwaame gelegend„ heid zal blijven te gemoet zien, ten zij derzelver aanhouding op dien tijd door hun absolut nood„ zaakelijk mogt geoordeeld worden tot verdedi¬ ging van Compagnies bezittingen tegens de Stro¬ perijen van Inlandsche Vorsten, alzoo men in zoodanig een geval wel qualificatie tot dies aan„ houding wil verleenen, mitt van dies noat zaake„ lijkheid aan deezen Raade de noodige kennisse gegeeven worde. Door 123. Den 31e. December 1778 ven zijn ontvangen. permissie ter vermetigen 57 en„ ger onbekwaam artilerij goede„ ren. „ciement aan de gesaghebbers goedgekeurd Door de Overheeden van de bark de Een 128 p„s lange scheepen en 75: dru„ dragt alhier wel uitgeleverd zijnde de daarmede overgezonden 128. –. p:s lang scherp, en 57. –. „ druijven van 12. –. lb. Zoo is verstaan, daar van aan de Bediendens „narigt te geeven en hun teffens te qualificeeren om, de ginder nog aan handen zijnde onbekwaa me kruijtmaaten, Canonleepels en andere arthillerie-goederen meer, die zij zeggen, dat door een 15. jaarig gebruik, onbruikbaar geworden zijn, aldaar te laaten vernietigen mits het daarvan komende kooper weder bij de Boekjes ingenomen en verantwoord worde. Dog ondertusschen is niet alleen verstaan, het afgeeven van oppencopi„ volkomen goed te keuren, dat door de Bediendens bij het depecheeren van de bark de Eendragt, een
English
Approval of the made requisition of spices from Jagg: a copy of the Bill of Lading was handed to the Commander, in order to be shown by him upon encounter and inspection by foreign ships, as being in full accordance with the order given in that regard by this Council by missive of 4 September 1778, but also to recommend them to regulate themselves strictly according to the aforesaid order, as long as the present war between England and France continues. Furthermore, it has been understood not only to approve fully that there were requisitioned by the Servants of Jaggernaickpoeram: 2400 lb Nutmegs sprinkled with cloves, and 462 lb Mace, because they were already sold out, but also to authorize them, in case of a further need, to request the aforesaid articles and the Japanese bar copper again from there. 31 December 1778 While 125. 31 December 1778 from Jagg: the supplement. Satisfaction concerning the fulfillment of the Requisitions and settlement of accounts of the Merchants. receipt of some linens While in continuation it has further been understood, in the outgoing letter for their information to note, that with the barque de Eendragt were still received here the forwarded linens as a supplement to the defective packs remaining here, further mentioned in the Notice of the Warehouse Masters under date of 31 December 1777. From the answered requisition of returns pro Patria et India, for the year 1778, and the settlements of accounts of the merchants sent alongside therewith, having been viewed by this Council with the utmost pleasure, that the respective petitions were completely fulfilled, and the merchants had maintained a cleared account with the Company: so it has been understood, to express hereupon the special satisfaction of the Government to the chief officials, in the trust that this more on the trade this year at Jagg: ƒ71673:11: more was gained thereupon will encourage them more and more to serve the Company also in this current trading year in that primary article with all zeal and success. Likewise from the forwarded Summary of the merchandise sold at Bimillp:r in the year 1777/8, having been considered with no less sign of approval that the profits achieved thereupon have amounted to - - - - - - ƒ 100000.–.–. which, compared to the year 1771/2, when the benefits only amounted to - - - 28326: 9.–. yielded a considerable showing in favor of - - ƒ71673: 11:–. pleasure of the government so it has been understood, to express hereupon also the special pleasure of the Government, especially because these greater profits were caused by the stronger demand that has existed at the aforesaid Office for Japanese bar copper since the price reduction introduced for it, because this good beginning gives hope for a greater trade there in the aforesaid mineral. 31 December 1778 The 127. 31 December 1778. seized goods of Annandapoelle is postponed. ditto trade books that the Honorable Company The bills of exchange, sent hither alongside the Servants' letter of 25 September, having been paid to their holders here, so it has been understood to make mention thereof in the outgoing letter for information. Yet in the meantime to suspend the disposition of the Government regarding the goods of the deceased native Annanda Poele seized by the Servants, until in response to their letter of 30 November the outcome shall have been obtained of the brief excursion which is about to be undertaken by the Secunde Dormieux to Visiagapatnam in order to discover how the deceased's debts actually stand there, with instructions nevertheless to the Servants to cause the seizure placed by them on his movable and immovable goods to be maintained until further orders. Alongside the Servants' letter of 16 October, the Bimili- patnam Trade Books of 1777/8 having been well received here: so it has at the conclusion of this business not only been understood to note therefrom hereby that the state of Bimilipatnam at the closing of the aforesaid Books under the last of August 1778 had advanced by a considerable amount of ƒ74509: 12:–, but also to express hereupon the pleasure of the Government and its hope to encounter a similar improvement again upon the closing of the following Books. Thus Done and Resolved in the Castle at Nagapatnam, date as aforesaid. signed: R:r Van Vlissingen, P: S: Dormieux, I: E. G: Haselman, S:s Mossel, W:m Duijneveld, I: D: Simons and M:r Stoffenberg, Except: M:s Koning and I: Appengh. Saturday 31 December 1778. 129. Petition by Mr. Sieuwert Mossel for employment upon vacancy the school report of the orphanage submitted. In the morning at 9 o'clock Meeting of Policy Absent The Senior Merchant and Chief Administrator Philippus Jacobus Dormieux, and The Junior Merchant and Dispenser Ian Appengh, due to indisposition Saturday the 9 January 1779. Upon a received Petition from the junior merchant out of employment Sieuwert Mossel, it has been approved and agreed to offer shortly his humble Supplication, submitted at the same time and dedicated to Their High Excellencies, containing an urgent request for employment upon a vacancy, to the Same. In compliance with the decision of this Board of 6 August 1778, by the Minister
Dutch transcription
Approbatie van de gedaane Eijsch van specerijen van Jagg: een Copia Cognoscement aan den Gezaghebber was ter hand gesteld, om bij ontmoeting en visitatie van vreemde Scheepen door hem vertoond te kun¬ nen worden, als volkomen overeenstemmende met de dierwegens gegeven ordre, door deezen Raade bij missive van den 4:' September 1778. , maar hun ook te recommandeeren, om zig na de voorsz: ordre stiptelijk te reguleeren, zoolang den presenten oor„ log tusschen Engeland en Vrankrijk Continueerd. Voorts is niet alleen verstaan, volkomen te approbeeren, dat door de Bediendens van Jagger Sagge naikpoeram zijn geeijscht geworden, g 2400. –. lb. Nooten muschaaten met nagelen bestort, en 462. —. „ Foelij, uit hoofde zij reeds waren uit verkogt, maar hun teffens te qualificeeren, om bij eene nadere benoodheid de voorsz. articulen en het het Iapansch Staaf kooper weder van daar te mogen vragen. Den 31e. December 1778 Terwijl 125. Den 31 December 1778 „ van Jagg: het suppliment. Genoegen over de voldoening der Eijsschen en afreekening der Coop„ lieden. Terwijl ten vervolge nog verstaan is, bij den af, ontvangst van eenige lijwaaten gaanden brieff tot derzelver narigt te noteeren, dat met de bark de Eendragt alhier nog ontvangen zijn, de overgezonden lijwaaten tot suplement van de alhier overgeblevene deffecte packen, nader ver„ meld bij Notitie van den Tactuurs ouder Sub dato 31' December 1777. Uit den beantwoorden Eisch van retouren pro Patria et India, voor den jaare 1778. ende daar nevens overgezonden afreekeningen van de kooplieden door deezen Raade met het uiterste welgevallen gezien weezende, dat de respective petitien Compleet vold aan geworden waren, en de kooplieden met de Maatschappij een liquide reeke„ ning behouden hadden: zoo is verstaan, hier over Contentement van de Regeering aan de het bijzondere opperhoofden te betuigen, in vertrouwen, dat hun dit meer op de vertier is deesen Jaare te Jagg: ƒ71673:11: meerder gewon„ nen daar over meer en meer aanmoedigen zal, om de Maatschappij ook in dit loopende handeljaar in dat voornaam arti„ cul met allen iever en succes te dienen. Desgelijx uit het overgezonden Sommarium der in anno 17 7/8. op Bimillp:r verkogte koopmanschappen, met geen mindere blijk van goedkeuring beschouwd zijnde dat de daarop behaalde winsten bedraagen heb„ - - - - - - ƒ 100'000. –. –. ben — het geen bij vergelijking tegens anno 17 /2. toen de voordeelen maar - - - „ 28326: 9. —. sommeerden, een aanzienlijk vertoo„ ning ten faveure opgeleverd van - - ƒ71673: 11:—. wel behaagen der regering zoo is verstaan, hier over al meede het bijzonder wel be„ haagen der Regeering te betuigen, vooral wijl deeze meerdere winsten veroorzaakt geworden zijn door den sterkeren aftrek, die 'er ten voorsz. Comptoire in het Japansch Staafkoper geweest is sedert de daar van geintroduceerde prijs vermindering, uit hoofde dit goed begin hoope geeft, op een grooter vertier aldaar van het voorsz. mineraal. Den 31e. December 1778 De 127. Den 31. December 1778. genomen goederen van annanda„ poelle is uijt gestelt. d„o tie boekjes dat DE: Comp:e De wisseltjes, nevens den Bediendens brief van den 25„te Desagj wistis zijn ordan September herwaarts gezonden, aan dies houders alhier vol„ daan geworden zijnde Zoo is verstaan, daarvan bij den af„ gaanden brief tot narigt gewag te maaken. Dog ondertusschen de dispositie der Regeering op de door de dipositie wag, en beslag de Bediendens in beslag genomen goederen van den over„ leedenen inlander Annanda Poele zoo lang te surhee„ ren, tot men in antwoord op haaren brief van den 30.:' November zal genomen hebben den uitslag van het springtogtje, het geen door den Secunde Dormieux„ na visiagapatnam staat ondernomen te worden ter ontdekking, hoe het aldaar eijgentlijk gelee„ gen zij met des overleedenes schulden, onder aanschrijving evenwel aan de Bediendens, om het door hun gelegde beslag op zijne roeven„ de en onroerende goederen tot nadere ordre te doen stand zouden. Nevens der Bediendens brief van den 16. blijking bij de, binitit: Neg october aldaar genoegen des weegen. alsar ƒ1409: is te ven gmnt O ctober, alhier wel ontvangen zijnde de Bimili„ patnamsche Negotie-boekjes van 177 7/8. : zoo is tot Slot deezer besoigne niet alleen verstaan„ daaruit bij deezen te noteeren, dat den staat van Bimilipatnam bij het sluiten der voorschree„ ve Boekjes onder ultimo Augustus 1778. een aanmerkelijk bedraagen van ƒ74509: 12:—. was te vooren geraakt, maar hierover ook het genoegen der Regeering te betuijgen en haare hoope van een diergelijke verbetering bij het Sluiten van de volgende Boeken wederom te zullen ontmoeten. Aldus Gedaan en Gearresteerdt in 't Casteel tot Nagapatnam dato voorz. /:geteekend:/ R:r Van Vlissingen, P: S: Dormieux, I: E. G: Hasel „man, S:s Mossel, W:m Duijneveld, I: D: Simons en M:r Stoffenberg, /: Excepts:/ M:s Koning en Appengh. I: Laterdag Den 31'. December 1778. 129. Request door M: Sieuwert Mor„ sel om Eem ploi bij stectur het school rapport van 'twee huijs ingediend. Smorgens ten 9 ' cuuren Vergadering van Politie Absent Den Opperkoopman en Hoofd administrateur Philippus Jacobus Dormieux, en Den Onderkoopman en Dispencier Ian Appengh mits indispositie Zaturdag den 9. ' Ianuarij 1779.. Op een ingekomen Request van den onderkoopman buiten enplooij Sieuwert Mos„ sel, is goedgevonden en verstaan, zijn teffens overgegeeven nedrig Supplicq aan Hunne gedediceerd, behelzende instan„ Hoog Edelheedens tie om emplooij bij vacatuure, Hoog dezel„ ven eerstdaags aan te bieden. Ter voldoening aan het besluit deezer Taffel van den 6: Augustus 1778. door den Pre„ dekant
English
The 9th of January 1779 Insertion thereof The school report of the Nagapatnam Orphanage having been handed over by the minister of this Congregation, Johannes Theodorus van der Werth, in the name of the Reformed Church Council to the Lord Governor, and by His Honour now submitted to the Council of Policy, accompanied by an address from Their Reverences being of the following content: To the Right Honourable and Valiant Lord, Mr. Jacob Cornelis Mattheus Radermacher, Extraordinary Councillor of the Netherlands Indies etc. etc. and President, as well as the other Gentlemen Members of the Reverend College of Curators and Scholarchs of this City. Pursuant to the order of Your Right Honourable and Valiant and Reverend sirs /:contained in the Extract Resolution dated the 17th of February last past:/ concerning the division of the children into three classes, both of those supported, 131. The 9th of January 1779 Third Class as well as others; the undersigned schoolmaster of the Orphanage takes the respectful liberty of bringing the same herewith under the favorable eye of Your Right Honourable and Valiant and Reverend sirs; not doubting whether it shall be able in any way to satisfy the will of Your Right Honourable and Valiant and Reverend sirs in this regard, as: First Class, reading, writing, arithmetic, and also learning the catechism, and having made their confession of faith Boys: No. 4. Girls: No. 8. and 6 having made their confession of faith Second Class, reading, and catechism Boys: No. 6. Girls: No. 7. Third Class, learning the A. B. C., and spelling Boys: No. 13. Girls: No. 16. With which has the honour to sign with high regard and respect the one who calls himself /:at the bottom:/ Right Honourable and Valiant Lord and Reverend Gentlemen /:lower:/ Your Right Honourable and Valiant and Reverend sirs' most humble and obedient servant /:signed:/ Frederik Meijkamp. /:in the margin:/ Nagapatnam the 18th of December Anno 1778. This having been maturely deliberated upon, and noted request for a schoolmaster that there being only one European schoolmaster here for the instruction of the youth, the children consequently must be considerably neglected, due to the lack of knowledgeable and capable people to be able to teach them, and therefore, to prevent this detriment, approved and agreed, with the transmission of the aforesaid school The 9th of January 1779 Item that the teachers here may enjoy Company pay. Demand for church and school books. school report, not only favorably to present the request of Their Reverences for a capable Dutch schoolmaster for the instruction of the youth to the Scholarchal Assembly at Batavia, but also at the same time, both in the name of this Assembly and the church council, most kindly to request the aforesaid Scholarchal Assembly to effect with Their High Mightinesses that the four Portuguese and Malabar schoolmasters whom one has here, as well as the one on Paliacatte who is at Paleacatte, and who are maintained from the Diaconate Fund, may henceforth enjoy Company's pay, as is customary in Batavia and elsewhere. While it is furthermore also understood to request from the aforesaid College such church and school books as have been specified by the church council in their aforesaid address. 133. The 9th of January 1779 submitted. It was made known by the Lord Governor to the assembly of reagents and that the Merchant and Fiscal Martinus Koning /:on account of the indisposition of the Honourable President:/ having held the presidency in judicio in the Council of Justice on the 4th of this month, had delivered to His Honour, in the name and on behalf of the said Council, two petitions sent to Their Honours under a separate envelope by the former ordinary clerk Galenus Jacobus Vick; of which one was addressed to Their High Mightinesses, the High Indies Government and the Right Honourable and Worshipful Council of Justice of the Castle Batavia, and the other to the Council of Justice here, with the request at the same time that the necessary resolutions thereupon might be taken in the Council of Coromandel, with request for satisfaction as well The 9th of January 1779 what has appeared therefrom to the annoyance of this council as that such a satisfaction might be procured for Their Honours as one should find to be proper for the maintenance of the dignity of Justice: And the just-mentioned petitions having been laid upon the table of this Council by the Lord Governor, it has appeared therefrom to this Government, to its utter annoyance and dismay, in what an extreme and sensible manner the said Galenus Jacobus Vick has dared to insult this Council, and the Council of Justice in general, as well as the Lord Governor in particular, by accusing His Honour and the Political Council of robbery and forgery, and the Council of Justice of denial of justice, without the least reason having been given him for the one or the other. 135. The 9th of January 1779 thereof. may be removed Upon which condemnable conduct having subsequently been deliberated at large: it is, for the maintenance of the honour and dignity to give advice to Their High Mightinesses of this College and the Council of Justice, not only approved and agreed to give notice of the aforesaid case to Their High Mightinesses by the first outgoing dispatches, with a request for a striking satisfaction for the extreme insults with request for satisfaction that have been done to the Lord Governor in particular, as well as to the Council of Policy and Justice in general, by the oft-mentioned Galenus Jacobus Vick, but also most reverently to solicit from Their High Mightinesses item that Vick from here to order the said Galenus Jacobus Vick to remove himself from here /:whether to Batavia
Dutch transcription
Den 9. Ianuarij 1779 Jnsertie daar van dikant deezer Gemeente Johannes Theodorus van der Verth uit naam van den Gereformeer„ den kerken Raad aan den Heer Gouverneur en door zijn Edele thans in Raade van Politie overgegeven zijnde het School- Rapport van het Nagapatnamsch Weesheis, verzeld Eerwaardens van een adres van Hunne zijnde van den volgenden inhoud: Aan den wel Edelen Getriengen Heer M:r Jacob Cornelis Mattheus Radermacher, Raad Extraordinair van Nederlands India &:a &:a en Presicdent, benevens de verdere Heeren Lee„ den in't Eerwaarde Collegie van Curatoren en Scholarchen deezer Steede. Ingevolge uwel Edele Gestrengen en Eerwaar„ dens ordre /:vervat bij 't Extract Resolutie dato 77: februarij jongst leeden:/ ontrvent de „ verdeeling der kinderen in drie Classen, zoo wel der g'alimenteer„ dens 131. Den 9'. Januarij 1779 Derde Classe dens, als anderen; neemt de ondergeteekende school¬ meester van 't Weeshuis, de eerbiedige vrijheid, de„ zelve bij deeze onder 't gunstig oog van uwel Edele Gestrengen en Eerw:s te brengen; niet twijffelende oft zal aan de wille van uwel Edele Gestr: en Eerw:s daaromtrent eenigzins konnen voldoen, als: Eerste Classe, Tweede Classe leezen, schrijven g eoe te s len en hijij atb e salamkingen, ok haar belijkenis Leeren A. 3. C. , en Spellen Lingen gedaan Jongens Meijsjes Jongens Meijsjes Jongens Meijsjes N„o 4. . N:o 8. N„o 6. N:o 7. . en 6. haar geloofs blijdenis gedaan N„o„ 13. N„o 16. Waarmeede de eer heeft met hoogagting en eerbied te onderteeke„ nen de geene, die zig noemt /:onderstond:/ wel Edele Gestren„ gen Heer en Eerwaarde Heeren /:lager:/ uwel Edele Gestr: en Eerwaardens aller onderdaanigsten en Gehoorzaam¬ sen Dienaar /:geteekend:/ Frederik Meijkamp. /:in margine:/ Nagapatnam den 18:' December Anno 1778. Zoo is, hierover rijpelijk gedelibereerd en aangemerkt versoek om een scholmeester dat hier maar eenen Europeeschen Leermeester zijnde tot onderwijs van de Jeugd, de kinderen dienvolgende vrij wat verwaarl oost moeten wor¬ den, door gebrek van kundige en bekwaame lieden, om hun te kunnen onderwijzen, en der¬ halven tot voorkoming van dit nadeel, goedgevon„ den en verstaan, onder overzending van het voorsz: School Den 9' Januarij 1779 Jtem dat de leeren alhie Compt te besolding mogen geneten. Eijssch van kerken Schoolboeken. School Rapport, niet alleen het verzoek van Hunne Eerw:s om eenen bekwaamen Hollandschen School„ meester tot onderwijs van de Jeugd aan de Scho larchaale vergadering te Batavia favorabel voor te draagen, maar ook teffens zoo uit naam van 8. deeze Vergadering, als den kerken raad, de voorsz. Scholarchaale vergadering aller wiendelijk te ver¬ zoeken, om bij Hunne Hoog Edelheedens te be„ werken, dat de vier Portugeesche en Malla„ zoo meed in :op palecate baarsche Leermeesters, die men hier heeft, met den eenen, die op Palleacatta is, en uit de Diaconij Casse onderhouden worden, voort aan Compagnies besolding genieten mogen, zoo als op Batavia en elders gebruikelijk is. Terwijl wijders nog verstaan is, van het 5 voorsz. Colleijie te verzoeken zoodanige kerk- en school- boeken, als door den kerkenraad bij Baar ƒ 133. Den 9e. Januarij 1779 overgegeven. haar voorsz. adves zijn opgegeeven. Is door de Heer Gouverneur ter vergaderinge van rengenten vi tieken gegeeven, dat den Koopman en Fiscal te kennen Martinus Koning /:mits de indispositie van Den raad ou futite an in sie op den 4'. huijus het prakedie den E. President:/ in Iudicio bekleed hebbende, uit naam ende van wegen gedagten Raade aan zijn Edele overgegeven hadt twee Requesten, door den oud ordinair Klerk Galenus Jacobus Vick, Hunne Agtb: toegezonden, onder een apart Couvert; waarvan het eene beschreeven was aan Hunne Hoog Edelheedens, de Hooge Indlia sche Regeering en den wel Edelen Agtbaeren Raad van Justitie des Casteels Batavia, en het andere aan den Raad van Justitie alhier met versoek om sat : rek met verzoek teffens, dat daarop de noodige beslui„ ten in Raade van Chornandel mogten genomen, mitsg:s Den 9 Januarij 1779 wat tot ergenis van deezen raade daar lijt geblecken is „mitsgaders aan Hunne Agtb: zoodanig eene Satisfactie besorgd worden, als men tot main„ tenue van de waardigheid der Justitie bevinden Zou te behooren: En hierop door den Heer Gouverneur ter Taffel van deezen Raade overgelegd zijnde de zoo evengemelde Requesten, is daaruit aan deeze Regeering tot derzelver uitterste ergernisse en ontsligtinge gebleeken, op welke eene verre gaande en Sensibele wijze gemelde Galenus Jacobus Vick deezen Raade, en den Raade van Justitie in het generaal, mitsgaders den Heer Gouverneur in het particulier heeft durven, hoonen, door zijn Edele en den Poli„ ticquen Raad van Rooff en valsiteil, en den Raad van Justitie wegens geweijgerd regt # te beschuldigen, zonder dat hem tot het een off ander 135. Den 9e. Januarij 1779 daar van. geligt worden ander de minste reeden gegeven is. Over welke Condemnabel gedrag vervol, te geeven advis an H: H: Ed: gens in het breede gedelibereerd zijnde: zoo is, tot maintenue van de eer en waardigheid van dit Collegie en den Raad van Iustitie niet alleen goedgevonden en verstaan, van het voorschreeve geval kennisse te geven aan Hunne Hoog Edelheedens, bij heteerst af te gaane schrijvens, met verzoek, om eene eclatante Satisfacdie over de verregaande beledigingen, miet verzoek omsotofactie Gouverneur in het particulier, die den Heer mitsgaders den Raad van Politie en Iustitie in het generaal zijn aangedaan door meer ge„ melden Galenus Jacobus Vick, maar ook bij Hoog dezelven zeer reverentelijk te sollier stem dat vick van hier mag Galenus Jacobus Vick teeren, om gemelden te gelasten, om zig van hier /: het zij na Bata„ via
English
The 9th of January 1779 and why further elucidation on this matter is required, to proceed either to Batavia or to Ceylon, or otherwise to make such other provision concerning his person as Their High Mightinesses shall deem necessary and expedient, since his hasty, quick-tempered, and malicious nature seems to portend nothing good for the future. While furthermore, regarding his accusation of falsehood with which he has dared to charge this Government, it is also agreed, in the dispatch of the letter to Batavia, for further clarification of the matter, to cite that in the year 1775 the said Galenus Jacobus Vick, at the express request of two of his nearest blood relatives, was reclaimed as a servant and subject of the Dutch Company from both the Government at Tranquebar and Karikal, for the reason that he would not listen to any friendly requests to return, however often they were repeated, and in the meantime was squandering all his money; and that he dares to describe this reclamation, which was done for his own good, as false on the grounds that he is therein called a servant and subject of the Company, without, so it seems, wishing to understand that he could not well be called otherwise, on the grounds that he, retaining the rank of ordinary clerk, was permitted with struck-off wages to depart hither; And furthermore, in this regard, to demonstrate to Their High Mightinesses that, even if he were a burgher, or ought to be considered as such, this Council nevertheless trusts that its right to be able to reclaim him would be no less than it is now, if he, as he has done, should refuse to return upon the summons of his Governor, on the grounds that he never ceases to be a subject of the Dutch Company, and thus must live under its jurisdiction, but not wherever he pleases; but that he nevertheless asserts this, and indeed based on the pass which he obtained from Their High Mightinesses, since he is thereby permitted to depart for Coromandel; citing further that he understands under these general words the entire coast, although, according to the understanding of this Council, and what is also trusted to be the true intention of Their High Mightinesses, they describe a considerably narrower boundary, meaning only the Company's offices, or indeed in the strictest sense Nagapattinam alone. The members of this Assembly, the titular Merchant, Adigar, and Mint Master Willem Duijneveld, and the titular Merchant and Second Warehouse Master Joan Daniel Simons, having, in accordance with the order of Their High Mightinesses as evidenced by the Regulation arrested in the Council of the Indies on the 20th of July and its amplification on the 19th of October 1753, exactly examined and confronted against the totals of the previous financial year the trade books of this principal place for the year 1777/1778, have submitted the following Report of these their proceedings. To the Right Noble and Stern Lord Reinier van Vlissingen, Governor and Director of this Coast of Coromandel and its dependencies. Right Noble and Stern Lord! Pursuant to the order received from the Honorable Lord Philipus Jacobus Dormieux
Dutch transcription
Den 9e. Januarij 179 en waarom. verder Elucidatie hier omtrend dient gedraag wria, dan wel na Ceilon :/ te begeven, of anders omtrent zijn perzoon zoodanige andere voorziening te doen, als Hoog dezelven noodig en dienstig zullen oordeelen, nadien zijn haartig, oploopend op en kwaadaardig natureel voor het vervolg niets goeds schijnt te voorspelden. Terwijl voorts, wegens zijne accusatie van valsiteit, waar meede hij deeze Regeering heeft dur„ ven beschuldigen, al meede verstaan is, bij den af„ en aanhaling van zijn disbe gaanden brief na Batavia, tot meerder opheldering van de zaak aan te haalen, dat men in den jaare 1775. gemelden Galenus Jacobus Vick op expres verzoek van twee van zijne naeste bloed verwanten, als een Dienaar en onderelaan van de Hollandsche Comp:e gereclameerd hebbende Zoo van de Regeering op Tranquebaar als Carical, om reeden hij na geen vriendelijke verzoeken om te rug te komen /: hoe dikwerff die ook verhaald witden 137. Den 9 Januarij 1779 Vervolg wierden :/ heeft willen luijsteren, en ondertusschen al zijn geld verdilapideerde, hij, deeze reclame„ die ten zijnen besten gedaan is, als valsch durft beschrijven, uit hoofde hij daaren genoemd wordt een Dienaar en onderdaan van de Compagnie, zonder zoo het schijnt, te willen begrijpen, dat begrf men hem niet, wel anders noemen kan, uit hoofde hij, behoudens rang van ordinair klerk, met afgeschreeven, Gage gepermitteerd geworden is, Gr 9 1 om herwaarts te vertrekken; En voorts, ten deezen opzigten, aan Hunne Hoog Edelheedens te vertoonen, dat Schoon hij al eens burger was, off als zoodanig behoorde te wor„ den geconsidereerd, deezen Raade egter vertrouwt dat haar regt om hem te kunnen reclameeren, niets minder als nu zou weezen, wanneer hij, ge„ „lijk hij gedaan heeft, weijgeren mogt, om op het Gouverneur te rug te komen, opontbot van zijnen uit Den 9 Januarij 1779. rapponrt weg: Examinatie der Ne„ gote boeken. uit hoofde hij nooit ophouwd een onderdaan van de Hollandsche Comp:e te zijn, en dus onder haare jurisclictie, maar niet waar hij wil woonen moet„ dog dat hij dit egter vast steld, en wel uit de pas, die hij van Haare Hoog Edelheedens erlangd heeft, alzoo hem daarbij gepermitteerd is, naar Chornandel te vertrekken; onder aanhaaling verder, dat hij onder deeze algemeene woor¬ der de gansche kast begrijpt, schoon zij naar het begrip van deezen Raade /: en het 18 geen men ook vertrouwt, de waare meening van Nurine Hoog Edelheedens te zijn :/ een vrij naauwer perk beschrijven, als alleen maar bedoelende Compagnies Comptoiren, off wel in den Striksten zin Nagapatnam alleen. Door de Leeden deezer Vergadering den koopman titulair, Adigaar en Munt„ meester 139. Den 9'. Januarij 1779 pnssentie daar van meester Willem Duijneveld en den Koopman titulair en Tweeden Pakhuismeester Joan Daniel Simons ingevolge de ordre van Hun¬ ne Hoog Edelheedens, blijkens Reglement op den 20. ' Iulij en ampliatie op den 19:' october 1753. in Raade van Indie gearres„ teerd, exactelijk geexamineerd en teegens de Retanlen van het voorige Boekjaar geconfronteerd zijnde de Negotie, boeken deezer Hoofdplaatsche van den jaare 177/7. hebben dezelve van deeze hunne verrig¬ tingen gedienet van het ondervolgende Rapport. Aan den wel Edelen Gestrengen Heer Reinier van Vlissingen, Gouverneur en Directeur deeser Custe Chor„ mandel met den resorte van dien Wel Edele Gestrenge Heer! Ingevolge bekome oredre van den E: E. Heer Philipus Jacobus Dornieer evolge
English
9 January 1779 Dormieux, senior merchant and Head Administrator here, we have the honour to respectfully submit this report to Your Right Honourable; That we have exactly examined the trade books of this principal settlement Nagapatnam for the year 1776/7, in accordance with the highly revered command of Their High Mightinesses, the Honourable Supreme Indian Government at Batavia by Regulation of 30 July and addition of 19 October 1753 regarding the keeping and inspecting of the trade books, and moreover have compared them against the opening balances of the closed financial year, as well as all other papers relating thereto, which have been found as we have the honour to note respectfully below. That the opening balances and other entries agree with the closed books. The credit and debit entries were made in proper form, according to the regulations pertaining thereto. The charges and incidental expenses, also the validated reductions, losses and all defective goods have been written off and accounted for in their own accounts, all of which must remain at the expense of the Honourable Company; The profits and gains have all been credited to the benefit of the Honourable Company. The closing balances, all of which may be considered actual assets, since the goods in use and subject to wear and tear in this Government run through the journal without value. Concerning the outstanding debts, the same consist of the following. Cash and goods captured by the admiral of the French, the Count D'Aché, being the amount of the cargo of the ship Harlem captured by the said admiral and taken to Pondicherij, as well as the expenses incurred by the junior merchants Schoffier and Pfeiffer for their journey to and from the aforementioned Pondicherij on affairs concerning the said vessel, Indian money ƒ574672: 16. –. or Dutch money ƒ 461498: 11:—. Moneys captured by the French at Pondicherij, being what was seized from the ship Schellag by the French Ministry in the year 1759, consisting of Japanese copper bars, gold Cobangs and various unminted gold, amounting together in Indian money to ƒ126851. 5: —. or Dutch money „107716: 13: —. The deceased junior merchant and cashier Paulus Looman remains still in debit for such amount as that for which, by order of Their High Mightinesses by letter of 22 May 1771, he was charged, originating from the takeover of the petty cash by Haselkamp, wherein the latter claims that he did not receive as much as that for which he was charged, amounting for pagodas 24245:145:40 to „ 11005: 4: 8 Christiaan Van Teijlingen, former Governor of this Coast, is still, as in the past year, in debit for the following causes: namely, 141. 9 January 1779. For various causes charged to his account, to be seen in the Journals of 1762/5 and 1766/7... - - - - -ƒ 3365:18. – ditto the share in the arrears of the Porto-Novo merchants amounting to „ 58022: 5. —. And debited by order of Their High Mightinesses concerning various matters of the petty cash, touching the former cashiers Crucius and Haselkamp, to be seen in the Journal 1769/70: on page 246. . . . . . „ 11369:5:—: Together Debit - - - - ƒ 72757:8. —. Against which is credited, as: For such amount of pagodas 4200. –. as was provided from the estate of the said Van Teijlingen in accordance with the resolution of this Government dated 20 December 1766 for the settlement of the arrears of the petty cash of Haselkamp, to be seen in the Journal of the year 1765/6 page 277. . . . ƒ 18900.- As well as, according to the authorization of Their High Mightinesses by dispatch of 16 October 1772, written off the share in the reduced debts of the Porto-Novo merchants - - „ 17205. „ — Together Credit. - - - - - „ 36105. -. - Remaining in debit after deduction - ƒ 36652„8. -. The interpreter Chinaija Naijker on account of his arrears in the delivery of chintz for Europe 599. 9. -. The Company's merchant Tiermenij Chittij on the delivery of cloths for Colombo for the year 1777. 9000. –.–. The Company's merchant Siermenij Chittij and the Shroff Ponambalam Chittij for the camphor, powder and candy sugar purchased from the Honourable Company, according to the resolution of 18 June 1777. „241382:4. –. The private supplier of various types of betilles Goendhoer Baal Chittij, regarding the balance that the said supplier has still to account for on the requisition of the year 1777. „ 1826:11:– The private supplier Wengacassalam Chinana Chittij, on cash received and undelivered cloths etc., namely: On the requisition of India for the year 1777 . . . . . . - ƒ 9000. —. —. And on the requisition of Trincomalee ditto. - „ 1732: 10.– „ 10732: 10.-. The supplier of fine cotton yarn Condlamalle Poele Chittij, regarding what he is still in arrears on the delivery of cotton yarn for the year 1777. „ 469:16:8. The suppliers of fine cotton yarn Donal Wardappa Chittij and Boetjoe Moetoe Soerien Chittij as aforesaid. „ 4878: 1:–.
Dutch transcription
Den 9' Januarij 1779 Dormicux opperkoopman en Hooffd administrateur alhier, hebben wij de eere uwel Edele Gestr: bij deezen eerbiedig van Rapport te dienen; Dat wij de Negotie boeken deezer Hoofdplaatse Nagapatnam van den jaare 177 /7. na volgens het hoog g'eerde bevel van Haar Hoog Edelheedens, de Edele Hooge Indiase Regeering te Batavia bij Reglement van den 30. ' Julij en ampliatie van den 19. ' october 1753. omtrent het houden en visiteeren der Negotie boeken, exact g'examineerd en daar en boven tegens de restan„ ten van het afgelegde boekjaar geconfronteerd hebben, zoo meede alle verdere papieren daar toe betrekkelijk, dewelke zoodanig bevonden zijn, gelijk wij de eere hebben hieronder in alle eerbied te noteeren. Dat de voor Restanten en verdere posten met de afgelegde boeken accoordeerende zijn„ De in- en afschrijvingen geschied zijn in behoorlijke forma, vol„ „gens daarvan zijnde ordonnancien. De Lasten en ongelden, item de gevalideerde minderheeden, verliesen en alle defectueuse goederen op hunne eigene reekeningen afgesz: en verantwoord, het welk alles ten laste van DE. Comp:e diend te blijven; De winsten en voordeelen alle de E: Comp:e ten goede gebragt. De na restanten, die alle als weesentlijke effecten konnen worden aange„ merkt, dewijl de ten deezen Gouvernemente in gebruik en Sleijtagie onderworpen zijnde goederen, bij 't journaal zonder geld voortloopen. Belangende de uitstaande schulden bestaan dezelve in als volgd. Geconquesteerde Contanten en goederen door den admiraal der Francen den Grave De Arche, zijnde het bedragen der laading van 't schip Harlem door gem: admiraal overweldigd en te Pondicherij gebragt, als mede de ge„ daane ongelden door de onder kooplieden Schoffier en Pfeiffer voor haare reise na - en van voorm: Pondicherij over zaaken gem: bodem betreffende Indias geld ƒ574672: 16. –. of Nederlands geld. . . ƒ 461498: 11:—. Geconquisteerde Penningen door de Francen te Pondicherij, Zijnde 't geene door het france Ministeriam in den jaare 1759 uit 't schip schellag geligt is, bestaande in Japans staafkooper, goude Coubangs en Goud ongemunt divers, bedragende te zamen Indias- geld ƒ126851. 5: —. o Nederlands geld. . . . . „107716: 13: —. Den overleden onder koopman en Cassier Paulus Looman blijft als nog debet voor zoodanig montant, als waar voor volgens ordre van Haar Hoog Edelh:s bij letteren van den 22. Meij 1771. is belast geworden, oorspronkelijk uit het overneemen der kleine geld kassa door Haselkamp, waar bij denzelven voorgeeft, dat niet zoo veel ontvangen heeft, als waar voor belast is geworden, bedraagd pr /: 24245:145:40 „ 11005: 4: 8 Christiaan Van Teijlingen geweezen Gouverneur deezer Kaste Staat nog gelijk in anno pass„o over de volgende oorzaaken: te weeten, 141. Den 9:' Januarij 1779. . - - - - -ƒ 3365:18. – ƒ 36652„8. -. 599. 9. -. 9000. –.–. Wegens diverse oorzaaken hem ten laste gebragt, te zien bij de Jou„ naalen van 176 2/5 en 176/7... d:o het aandeel in den agterstal der Portonovosche Cooplieden ten bedragen van „ 58022: 5. —. En volgens ordre van Haar Hoog Edelh:s gedebiteerd over diverse Zaa„ ken der kleine geld Cassa, raakende de geweesene Cassiers Crucius en Naselkamp, te zien bij 't Journaal 17 29/70: op pagina 246. . . . . . „ 11369:5:—: Te Zaamen Debet - - - - ƒ 72757:8. —. Waar en tegen gecrediteerd; als: Voor zoodanige bedragen van pag: 4200. –. als volgens besluit deezer Re„ geering van dato 20. ' Xber 1766. ter verevening van den agterstal der kleine geldkasse van Haselkamp uit den boedel van gem: van Teijlingen is gefourneerd, te zien bij 't Journaal de f 18900.- anno 176 /6. pagina 277. . . . - . : Als meede volgens qualificatie van Haar Hoog Edelh:s bij missi„ ve van den 16:' 8ber 1772. nog afgesz. het aandeel in de verminderde Schulden der Portonovose Cooplieden - - „ 17205. „ — „ 36105. -. - Te Zaamen Credit. - - - - - Rest na aftrek Debet - Den Tholk Chinaija Naijker wegens zijn agterstal op Leverandie van Chitsen voor Europa 5 'S Constkoopman Tiermenij Chittij op Leveranie van lijwaaten voor Colombo voor den jaare 1777. . sComp:s koopman Siermenij Chittij en den Saraff. Ponambalam Chittij voor de van de E: Comp: genegotieerde Camper, poeder en Candij zuiker, volgens besluit van den 18:' Junij 1777. -. : „241382:4. –. - — Den particulier Leverancier der Bethilles in Zoorten Goendhoer Baal Chittij weeg:s het restant dat gemelde Leverancier op den Eijsch van a„o 1777. nog verant„ „ 1826:11:– Den particulier Leverancier Wengacassalam Chinana Chittij op genoten Contant en niet geleeverde lijwaaten Etc:a; te weeten: Op den Eisch van India voor anno 1777 . . . . . . - ƒ 9000. —. —. En op den Eisch van Trinconomale do. . - „ 1732: 10.– „ 10732: 10.-. Den Leverancier der Cattoene garen fijne Condlamalle poele Chiltij, wegens het geene denzelven op leverancie van Cattoene garen voor den jaare 1777. nog ten agteren is. . De Leveranciers der Cattoene garen fijne Donal wardappa Chittij en Boetjoe Moetoe Soerien Chittij voor als gezegd. woorden moet — — 469:16:8. - .. „ — — — - . - . - - - „ 8 -- „ 4878: 1:–.
English
The 9th of January 1779 The Chief Painter Naijnappa Moddelij, a part of the carried-over balance of the former Interpreter Chinaija Naijker on this chief painter for chintzes for Europe - - - - - ƒ12640. 10. –. The former renter of Bimilipatnam Nagamaloe Perentaal on account of overdue rent monies under surety of Gaddedatoe perappa and Mamoenaijna, which by authorization of this Government by missive of the 8th of July of this year has been charged to this office from the above-mentioned office - — ƒ9179. 1. -. From which is deducted the amount counted in cash here by the Company merchant Tiermenij Chittij for duty on the Japanese bar copper traded at Bimilipatnam - - - - - „ 382. 15. —. „ 8796. 6. -. The deceased Second of Bimilipatnam Jan visscher, according to the accounting of Bimilipatnam on account of what he was in arrears to the Honorable Company, being - - - - - ƒ11796:17:- Against which has been credited, namely On account of what was sequestered in the treasury and credited hither by the executors of the estate of the deceased widow of the mentioned Second— — ƒ 6509: 4: —: And the granted bonus by the Gentlemen Directors on the Coromandel cloth trade in the Netherlands that fell to him - - - „ 1104:13: 8. „ 7613. 17:8 Remaining debit - - - „ 4182: 19.: 8 The Merchant and Fiscal here Martinus Koning on account of what was charged from Bengal, his share as former First Warehouse Keeper and Council Member there in the compensation imposed on the Council Members at the said Bengal headquarters who resolved the disbursement of money by Their High Noble Excellencies in Their Most Honored rescript under date 13th of July 1772 for the arrears of the cloth suppliers, is debited with „ 10821:18:8 And on account of His Honor's share of the deficit found in vermilion, gall nuts and cloth at the transfer of the administration as First Warehouse Keeper there, as well as the lesser yield on the moth-damaged goods sold in the year 1771, which was charged hither by invoice from the said directorate, to wit according to the resolution of the last of January 1775 for the half amounts to ƒ 164:9.- According to resolution of the 8th of September 1775 the same - - - - „ 111: 4. —. „ 280. 13. -. Together debit - - ƒ 11102:11:8 143. The 9th of January 1779 -- ƒ5775:1: 9:—. 1:— „22224:11:—: From which is deducted, namely On account of what was credited from Bengal by invoice of the 20th of July anno 1776 for the portion of the aforesaid Honorable Koning in ƒ 13584: 18. –. or what was received in reduction of the arrears of the above-mentioned former cloth suppliers; namely 1/12 in ƒ 6784. 18. –. or what was satisfied by and for the account of komelboos and Nehaldek ƒ565. 8. -. 1/10 in ƒ 6800. —. or what was paid by Radja Kissor, Nobo Kisor and Nondosiel - - - - „680. —: —. Counted - - ƒ1245. 8. -. And credited here the wages due or earned by the said Fiscal for 4 years and 5 months, see page 268 of the journal - - - „ 2105:14: 8 ƒ 3351:2: 8: remains after deduction- The Senior Merchant and Chief Administrator Philippus Jacobus Dormieux in his capacity as vendue master for and on behalf of the Honorable Company on account of vendue proceeds of sold Company goods - - - - - - The vendue roll — The running internal debtors and outstanding accounts are as they have been presented several times - - - - ƒ346785: 11: 1/8 The aforesaid Accounts; to wit: Released goods of the French by the Admiral of the English Mr. Pocock concerning a brigantine the Robijn and various goods, all entered without money in the journal 175 7/8 on page 242, but of which in conformity with the resolution taken in the Council of Coromandel on the 22nd of April 1760 several of the goods were sold by public auction, as can be seen in the journal 17 59/60, and finally the said sloop was also sold according to the resolution of this Government dated 17th of July 1769 and credited to this account, amounting all together to — — — „ 33418: 2:–. Conquered monies from the French at Pondicherry on account of lifted – – – – –„ 6542:10:8
Dutch transcription
Den 9'. Januarij 1779 Den Hoofdschilder Naijnappa Moddelij een gedeelte van 't overge„ schreevene restant van den geweezen Tholk Chinaija Naijker op deezen hoofdschilder voor Chitsen voor Europa - - - - - ƒ12640. 10. –. Den geweesene pagter van Bimilipatnam Nagamaloe Perentaal weg:s agterstallige Pagt-penningen onder borgtogt van Gadde„ datoe perappa en Mamoenaijna, welke op qualificatie deezer Regeering bij missive van den 8'. Julij deezes Jaars van 't Comptoir bovengem: dit heen is aangereekent - — ƒ9179. 1. -. Waar van aftrecke het alhier in Cassa getelde door 's Comp:s koopman Tiermenij Chittij voor thol van het te Bimilipat„ -- - - - - „ 382. 15. —. „ 8796. 6. -. nam genegotieerd Iapans Staafkooper Den overleeden Secunde van Bimilipatnam Jan visscher, volgens aan¬ reekening van Bimalip„m weg:s het geen denzelven à D E. Comp: ten agteren heeft gestaan, zijnde - ge waaren teegen is ten goede gebragt; als Weegens 't door de Executeurs des boedels van de overleedene wede: van gem. Secunde in Casse gesequestreerde en herwaarts ten goede gebragte— — ƒ 6509: 4: —: En 't toegelegde douceur door de Heeren Majeres op de Chormandelse Lijwaat handel in Nederland hem te beurd gevallen - - - „ 1104:13: 8. „ 7613. 17:8 Rest debel - - - „ 41182: 19.: 8 Den Koopman en fiscaal alhier Martinus Koning wegens 't aangereeken de van Bengale zijn aandeel als geweezene Eerste pakhuismeester en Lid van Politie aldaar in de door Haar Hoog Edelheedens bij Hoogst derzelver zeer g'Eerde rescriptie Sub dato 13. ' Julij 1772: de Leeden van Politie ter gedagte Bengaalse Hoofdplaatse /:die de verstrecking van geld beslooten hebben :/ opgelegde ver„ goeding der agterst allen van de lijwaat leveranciers is belast met „ 10821:18:8 En wegens zijn Ed:s aandeel op het te kort bevondene op vermil„ joen, gale nooten en Lijsmaet bij overgave van't Transport als Eerste Pakhuismeester aldaar, mitsg:s het minder Rendement op 't in den jaare 1771. verkogte door de motte beschadigde zaken, 't geen van gemelde directie herw:s bij factuur aange reekend, te weeten volgens besluit van ult„o Jan: 1775. voór ƒ 164:9.-„ de helfte komt - volg:s besluit van den 8:' 7ber 1775. Jdam - - - - „ 111: 4. —. „ 280. 13. -. Tezamen debet - - ƒ 11102:11:8 - - - - ƒ 11796:17:- - — 143. Den 9'. Januarij 1779 -- ƒ5775:1: 9:—. 1:— „22224:11:—: Waar van det raheere, als Wegens van Bengale bij factuur van den 20: Iu„ lij anno 1776. over d' portie van voorsz. E. Koning in ƒ 13584: 18. –. offte het geene in mindering der agter stallen van bovengemeld geweezen lijwaat levevan„ ciers ontvangen ten faveure gebragt; als /12. -. in ƒ 6784. 18. –. offte het voldaane door en voor reekening van komelboos en Nehaldek ƒ565. 8. -. 1/10. —. in ƒ 6800. —. ofte het betaalde door Rad„ ja Kissor, Nobo Kisor en Nondosiel - - - - „680. —: —. 0 Teld - - ƒ1245. 8. -. En alhier ten goede gebragt de te goed„ hebbende of verdiende gagie van gem. fiscaal van 4. –. jaaren en 5. -. maanden, vide pag: 268. van 't journaal - - - „ 2105:14: 8ƒ 3351:2: 8: blijft na aftrek- Den opperkoopman en Hooffd administrateur Philippus Jacobus Dormieux in qualiteit als vendumeester voor en van wegen d' E. Comp:e weg:s vendue¬ gelden van verkogte 's Comp:s goederen - - - - - - De vendu-rol — De binnen Slijns loopende debiteuren en ten agteren Staande Reekeningen zijn zoo als dezelve meermaalen vertoond zijn - - - - ƒ346785: 11: 1/8 De te voorenstaande Reekeningen; te weeten: Gerelaxeerde goederen der franken door den admiraal der Engelsen M:r Lokok over een brigantijn d' Robijn en diverse zaaken, alle zonder geld ingenomen in 't journaal 175 7/8. op pag: 242. , dog waarvan Conform het genomen besluit in Raade van Cormandel op den 22' April 1760. per publicque venditie verscheide der goederen gevenduceerd zijn, gelijk te zien is in 't journaal 17 39/60. en eindelijk gem: Chialoup ook verkogt is, volgens resolutie deezen Regeering dato 171:' Julij 1769 en ten goede deezer reek: ingenomen, bedragende alle te zaamen - — — Geconquesteerde penningen van de francen te Pondicherij wege: geligte „ 33418: 2:–. – – – – –„ 6542:10:8 9 — — — -
English
The 9th of January 1779 imperial dollars and Spanish reals from a certain private vessel belonging to Bengal, amounting to ƒ 118418. –. –. Account of the gratuity granted by the Lords Gentlemen Seventeen on the Coromandel cloth trade in the Netherlands, for the share of the former Merchant and Secunde of Palliacatta, Nicolaas de Joncheere, who departed for Europe „ 4850: 17: –. The Junior Merchant and former Head of Jaggern:, Fredrik Jan Lovenaar, for that which was paid into the Company's Treasury here on his account for a certain refunded salary by the widow Pruter-„ „ 93. 11. -. The Merchant Pieter Baars as Head at Jaggern:, on account of the outstanding gratuity which, according to the resolution of this Government, must continue to run for the arrears of the merchants at the aforementioned factory - - - - „ 9759: 1: 8 The Junior Merchant Jacob Pieter de Nijs, as former Secunde at Palicol, on account of the same as above - - - - „ 3913: 18: 8 The Junior Merchant Dirk Vrijmoet, former Head at the factory of Palicol, on account of the aforementioned - - - - „ 9702: 18. -. The late Junior Merchant Jasper Theodorus Pfeiffer, as former Head at Bimilipatnam, both on account of outstanding gratuity and the money deposited in cash at the abovementioned factory from his auctioned goods, and that which was paid by the Head Vrijmoet aforementioned - - - „ 5837. 1. — The Landlord, for three years of recognition fees and elephants, which are paid by the Company to the Prince of Tanjore, which have not been delivered, yet entered against the revenues, in order to be able to demonstrate the revenues clearly, and for which the account of the Landlord has been credited. — — — „ 412: 50: — We hope that our work, both regarding the examination of the charges, of which we likewise have the honour to present to Your Right Honourable a general statement with our humble remarks attached, and otherwise, will be according to the order and the esteemed intention of Your Right Honourable, and we remain for the rest with the required respect /:was signed:/ Right Honourable Sir /:lower:/ Your Right Honourable's humble and obedient Servants /:signed:/ W: Duijneveld and J: Simons /:in the margin:/ Nagap:n the 29th of December 1778. Whereupon 145. The 9th of January 1779 The collections made for the maintenance of the new church here Whereupon, after resumption of the same, and the statement of the Charges of this Head Settlement submitted therewith /:which was also found to have been arranged according to order:/ it has been approved and agreed to conform entirely with the aforementioned Report, as well as with the notes of the abovementioned Commissioners placed in the margin of the just cited statement, and consequently to send authentic copies of the aforementioned papers, along with the Trade Books, to Batavia. It having appeared from an Account Current, exhibited by the Honourable Senior Administrator, that the collections made in the green bag for the maintenance of the new church from the first of January to the end of December 1778 amounted to Pag: 656: 11: 10. The 9th of January 1779 Sale of an old boat from the ship 't Veldhoen had amounted to and the expenditures during that time - - „ 201: 15: —. and that consequently the balance, which was in his custody, as of the end of December last had amounted to Pgo: 454: 20: 10. Thus it has been approved and agreed to make a record thereof herewith. Furthermore, from an incoming extract of the auction roll, it has been approved and agreed to note herewith that the old and worn-out boat of the ship 't Veldhoen, mentioned further in the Resolution of the 27th of November, was sold by public auction on the 19th of December last for Pag: 21. –. —. or after deduction of the allowed 5. –. percent auction costs, calculated at - - - - - „ 1: 1: 16 Carried over . . . Pgo: 21. —. —. - - - Pag: 19: 22: 64. 147. The 9th of January 1779 Discovered clerical error in ordering the demands for return cargoes Carried over - Pgo: 21. -. -. in net money. It having been discovered by the Honourable Senior Administrator Philippus Jacobus Dormieux when preparing the formal answer to the demand for return cargoes for the year 1778, that the 101. . . packs of various piece-goods for Sumatra's West Coast, requested in a further demand for the Indies from Palicol, were erroneously assigned by his clerk to Jaggernaikpoeram for delivery, because when making excerpts from the said demand, which had been divided according to order, he had made the mistake of assigning them to Jaggernaikpoeram instead of Palicol The 9th of January 1779 Requested excuse from Their Excellencies on that account Palicol, and that of these, 24. –. packs had already been fulfilled by the Jaggernaikpoeram chiefs with the Veldhoen, in addition to the 7. - pieces that still remained there, making together 35. –. packs: so it is, upon the request made on that behalf in the name of the Honourable Senior Administrator, not only approved and agreed to mention the aforementioned error, which was committed by no one other than the clerk of the Honourable Senior Administrator, in the letter currently being prepared for Batavia, with a humble request for a favourable excuse, but also, to redress the same as far as possible, to assign the 66. –. packs still remaining unfulfilled on the aforementioned demand to Palicol for delivery at the earliest opportunity.
Dutch transcription
Den 9' Januarij 1779 keijserd aalders en Spaanse matten uit zeeker particulier scheepje in Bengale 't huis hoorende, bedragende ƒ118418. –. –. Reekening van 't toegelegde douceur door de Heeren Majores op den Cormandelsen lijwaat handel in Nederland, weg:s het aandeel van den na Europa vertroc„ ken geweesene Coopman en Secunde van Palliacatta Nicolaas de „ 4850: 17:–. Joncheere Den onderkoopman en geweesene opperhoofd van Jaggern: Fredrik Jan Love¬ naar wegs: het geene voor deszelvs reekening alhier in 's Comp:s Cassa is be¬ „taald geworden voor zeeker gerestitueerd Salaris door de wed:e Pruter-„ Den koopman Pieter Baars als opperhoofd te Jaggern:, wegens te goed hebbende douceur, dat, volgens besluit deezer Regeering voor de agterstallen der Cooplieden ten voorm: Comptoir moet blijven voort loopen - - - - „ 9759: 1: 8 Den onderkoopman Jacob Pieter de nijs als geweesen Secunde te Palicl „ 3913:18: 8 - - - — weg: als even Den onderkoopman Dirk vrijmoet geweesen opperhoofd ten Comptoire Palicol - - - „ 9702:18. -. weg:s als voormeld - — Den overleedene onderkoopman Jasper Theodorus Pfeiffer als geweesene opper„ hoofd te Bimilipatnam zoo wegens te goed hebbende douceur als het ten Comptoire boven gemeld in Cassa gelelde van zijne gevenduceerde goede¬ ren en het voldaane door het opperhoofd vrijmoet voormeld - - - „ 5837. 1. — Den Land Heer voor drie Jaaren recognitie-penningen en Eliphanten, die door DE. Comp:e aan den Horst van Tansjour word betaald, welke niet afge geeven zijn, egter dezelve ten laste der Inkomsten gebragt, om de re¬ venuen Zuiver te hebben kunnen aantoonen en waar voor de reek: „ 412:50: — van den Landheer is gecrediteerd. — — — Wij hoopen, dat onze verrigting zoo omtrend het examineeren der lasten, waar van wij insgelijks de eere hebben uwel Edele Gestr: Een generaal vertoog aan te bieden met onze nederige aanmerkingen daarbij als anderzins, na de ordre en d' g'eerde intentie van uwel Edele Gestr. zal zijn, en blijven voor't overige met t vereijschte ontsag /:onderstond:/ Wel Edele Gestrenge Heer /:lager:/ uwel Edele Gestrenge, onderdaanige en gehoorzaame Dienaren /:get:/ W: Duijneveld en J: Simons /: in margine:/ Nagap:n den 29. ' December 1778. 93. 11. -. Waarop 145. Den 9. Januarij 1779 het gecollecteerde tot onder„ houd van de nieuwe kerk alhier Waarop, na resumptie, van het zelve, en het daar„ conformatie daarmeede: bij overgelegd vertoog van de Lasten deezer Hoofdplaatsche /: het geen almeede na de ordre ingerigt is bevonden :/ is goed gevonden en verstaan, met het voorschreeve Rapport, zoo wel, als met de aanteekeningen van de opgemelde Gecommitteerdens in margine van het zoo even geciteerde vertoog gesteld, zig volkomen te Conformeeren, en dienvolgende authertique af„ schriften van de voorschreeve Papieren, ne„ vens de Negotie-boeken na Batavia te zen„ den. Courant, door den uijt een Reekening E. Hoofds adlministrateur geexhibeerd, gebleeken zijnde, dat het gecolledeerde in het groene zakje tot onderhouding van de nieuwe kerk van primo Januarij tot ultimo December 1778. beedraagde Den 9'. Januarij 1779 verkoop van een oud boot van't schip 's veldhoen bedraagen hadt en het uitgegevenen in die tijd. - - „ 201: 15:—. en dat dienvolgende het restant, het geen onder zijne bewaaring was, onder ultimo December laastleeden P7o: 454: 20: 10 hadt bedraagen. Zoo is goedgevonden en verstaan, daarvan bij deezen aanteekening te houden. Wijders is, uit een ingekomen Extract vendu-vol, goedgevonden en verstaan, bij dee„ zen te noteeren, dat de oude en afgevaaren boot van het schip 't Veldhoen, ter Resolutie van den 27. November nader vermeld, op den 19:' December laastleeden per publicque vendi„ tie is verkogt geworden voor Pag: 21. –. —. off na det vaheering van de toe„ gestaane 5. –. percent vendu-on„ Transporteere. . . Ppo: 21. —. —. -- Pag: 656: 11:10. - 147. Den 9' Januarij 1779 „ len der Eijsschen van retouren Per Transport - R/o: 21. -. -. voor Zuiver geld. Door den E. Hoofd adlminist val eur Philip ontscht schrijpout bijt vrorde pus Jacobus Dornieux bij het opmaaken van den Formeele beantwoorden Eijsch van retou¬ ven voor den jaare 1778. ontdekt weezende, dat de bij eenen naderen Eijsch voor Indien„ van Palicol gepetitioneerde 101. . . packen di„ verte Lijwaaten voor Sumatras Westkust abu¬ sivelijk door zijnen Schrijver Iagjernaik p:rn ter Leverancie opgedraagen geworden waren door dien hij bij het excerpeeren der Extrac„ ten uit gedagten Eijsch, die na de ordre was verdeeld geweest, de fout begaan hadt, van ze Iaggernaikpoeram in Steede van Pali„ gelden, bereekenende - - - - - „ 1: 1: 16 - - - Pag: 19: 22: 64. col Den 9. Januarij 1779 verzogt Rcus bij H: H: Ol dier weeg. col toe te deelen, mitsgaders dat van dezelve door de Paggernaukpoeramsche opperhoofden bereeds 24. –. packen met het Veldhoen voldaan geworden waren, behalven de 7. - Stuks, die aldaar nog overgebleven waren, uitmaakende te zaamen 35. –. packen: zoo is, op het daartoe uit naam van den E. Hoofd administrateur gedaan ver„ zoek, niet alleen goed gevonden en verstaan van het voorschreeven abuis, dat door niemand anders, als door den schrijver van den E. Hoofd ad minstrateur begaan is, gewag te maaken bij den tans in gereedheid gebragt wordende brief voor Batavia, met nedrig verzoek om eene gunsti„ ge verschooning, maar ook ter redresseering van hetzelve voor zoo ver het doenlijk is, de nog op den voorsz. Eijsch onvold aan gebleven 66. –. 1 packen, eerstdlaags Palicol ter leverantie op te dra„ gen
English
149. The 9th of January 1779 deported. Item A soldier to sailor receipt of 2 Patria extract missives. to still be delivered in this year. Furthermore, upon the proposal of the Head admission of 2 pipers. of the Militia here, Major Johan Ernst Godlob Haselman, it was not only approved and agreed, to take Johannes Cornelis Warneke and Pieter Elias Varneke into service as Pipers at f. 9.—, to be stationed among the garrison here, but also the Piper and the soldier exchanged Johannes Jacobus at his express request to change to soldier on his current contract. Furthermore, it was also agreed to deport the Soldier Jonas Jansch to sailor because of his bad behavior. Subsequently, the Governor presented to the meeting the Patria General Missives received from Batavia The 9th of January 1779 Marginal rescript on section 312 dated the 8th and 17th of October 1777, written by the Most Noble Lords Principals to Their High Mightinesses, in order to prepare the necessary answer thereto, so that, according to yearly custom, placed in the margin of the aforesaid Extract, it may be inserted into the general rescript. Having proceeded to this unanimously, regarding the expressed astonishment of the Lords Majores at section 312 over the contention of the Government that the more the demands are reduced, the less a complete fulfillment of them was to be expected, it was agreed to note that, in support of this contention, no other reasons can be supplied than those set down in the provisional answer to the demand of returns for 151. The 9th of January 1779 for the year 1778, dated 11th of November 1776, and that one therefore respectfully refers thereto, adding however that all that has successively been remarked thereon by this Council, was principally grounded upon the continuous complaints of the Porto Novo and Nagapatnam merchants, of whom the latter were indeed the most prominent, but also always the most deficient in supplying the textiles assigned to them for delivery. Likewise, on the remark of Their Nobles on section 314. at section 314 concerning the differing statements of the concluded collection, which were successively made from here, it was also agreed to refer with respect to the marginal answer on the Extract Patria Missive of the 30th of October 1776, in which it is trusted The 9th of January 1779 on section 315 that the origin of those differences has been clearly demonstrated. Subsequently, at section 315, complaints having been made by the Lords Majores about the lack of the necessary clarity with regard to the collection in the letters of this Office, it was not only agreed to express the regret of the Government thereon, but also over the slight improvements that were observed in Europe in the textiles sent off with the ship de Jonge Lieve, and of which, according to the marginal answer to the Extract Patria Missive of the 8th of October 1774, one had such a favorable expectation, citing further that one will not only admit guilt and beg for forgiveness in both these cases, but also promises that one 153. The 9th of January 1779 will endeavor for greater clarity in drafting the letters regarding the first, while regarding the latter Their Nobles are assured that this mistaken anticipation of the improvement of the textiles sent with the Jonge Lieve, in contrast to those of the previous year, was not done premeditatedly, but indeed, in consideration of the introduced sorting, with such a firm confidence that no one seemed to doubt a considerable improvement. Regarding the textiles brought to Europe with the ship de Both in the year 1776 and about which is spoken at section 316, it was agreed to refer with respect to the provisional answer of this Government to the demand of returns of the 11th of November and ampliation The 9th of January 1779 continuation ampliation of the 23rd of December 1776, in the trust that Their Noble Right Honorables will be pleased to be satisfied therewith. And furthermore to assure Their Nobles that this Council will employ everything in its power to prevent that through lack of zeal or wrongful conduct of the respective Chiefs of the outer Offices the Company's petitions are either not fulfilled at all or only poorly fulfilled, as well as that one shall also at the same time take care that henceforth an evident improvement in the textiles will be perceived by Their Nobles. In which respect it was subsequently agreed to cite that one makes the necessary exhortations in that regard, and at the same time does not let it rest at mere threats, but on the contrary imposes a fitting punishment on those who are guilty of negligence in the acceptance of textiles, while also demonstrating what was decided in that regard in the Council of Coromandel on the 31st of December last. 155. The 9th of January 1779 on section 317. on section 318. Furthermore, on the recommendation of the Lords Majores regarding private trade, appearing at section 317, it was agreed to answer that this Council will always be mindful that through the greater freedom granted to private trade, no opportunity is given for practices contrary to the interests of the Company. Regarding the collecting of the arrears of the merchants, which was recommended with very great emphasis by the Lords Majores at the 318th section, it was not only agreed
Dutch transcription
149. Den 9' Januarij 1779 gedeporteerd. Jtem Een Zoldaat tot mattroos ontvangst van 2: patrasche Extract missives. gen, om nog in dit jaar geleverd te kunnen worden. Wijders is, op de voordragt van het Hoofd admissie van 2: pijkers. der Militie alhier, den Majoor Johan Ernst Godlob Haselman, niet alleen goedgevonden en verstaan, Johannes Cornelis Warneke, en Pieter Elias Varneke, voor Pijpers mit ƒ. 9. —. in dienst te neemen, om onder het guarnisoen alhier geplaatst te werden, maar ook den Pijper en d: othaledat gecament Johannes Jacobus op zijn expres: verzoek te changeeren tot soldaat op zijn loopend verband. Wijders is nog verstaan, den Soldaat Jonas Iansch om zijn slegt gedrag tot matroos te depor„ teeren. Vervolgens heeft den Heer Gouverneur ter vergaderinge overgelegt de van Batavia ontvangen Petrinsh Den 9'. Januarij 1779 Marginaalen reseripticer pre„ op § 312: ziel Gatriasche Generaale Missives de dato 8. ' en 17.:' October 1777. door de Hoog Edele Heeren Princi„ palen aan Hunne Hoog Edelheedens geschreeven, om daarop het noodige antwoord te beraamen, ten einde na jaarelijksche gewoonte, in margine o van het voorsz: Extract gesteld, bij de generaale onder wergeide pamanagser rescriptie te kunnen worden geinsereerd: zoo is, hiertoe unanimiter overgegaan weezende, op de betuijgde verwondering: der Heeren Majores 49 bij §. 312. over de Sustenue der Regeering, dat hoe meer de Eijsschen verminderd worden, toe wei„ niger 'er een Compleete voldoening van dezel„ ven zou te wagten weezen ? verstaan te no¬ teeren, dat men tot staving van deeze sus tenue geen andere reedenen weet te suppeditee„ ven, als 'er zijn ter neder gesteld bij het provisio ƒ neel antwoord op den Eijsch van retouren voor 151. Den 9 Januarij 1779 voor den jaare 1778. gedateerd 11' Nov: 1776, en dat men zig derhalven daaraan met eerbied gedraget, onder bijvoeging egter, dat al het geen„ daar over door deezen Raade Successivelijk is aan„ gemerkt geworten, principaal gegrond is geweest op de Continueele klagten van de Portonovosche en Nagapatnamsche kooplieden, waarvan de laaste wel de voornaamste, dog ook steeds het gebreckigste geweest waren in het voldoen van de haar ter leverancie opgedragen Lijwaaten. Desgelijks is, op de remarque van Hoogdezel op 8814. ven bij de 8. 314. over de differente opgaven, van de afgeloope inzaamen, die van hier Succes sive gedaan zijn, verstaan zig al meede met eerbied te reffereeren aan het marginaal ant„ woord op het Extract Patriasche Missive van den 30. ' October 1776:, waarbij men ver„ Arouwwt Den 9' Januarij 1779 op 3. 315 trouwd, den oorspronk dier differenten duidelijk te hebben gedemonstreerd: Vervolgens bij d. 315. door de Heeren. Majores geklaagd zijnde, over gebrek van de noodige klaarheid met opzigt tot den inzaam, in de brieven van dit Comptoir: zoo is niet alleen verstaan, daarover het leetweezen der Regeering te betuigen, maar ook over de geringe verbeteringen, die 'er in Europa bespeurd 7. zijn aan de Lijwaaten, met het schip de Jonge Lieve afgezonden, en waar van mien, volgens het marginaal antwoord op het Extract Patria sche missive van den 8:' October 1774. , zulk eene favorabele verwagting gehad heeft, onder aanhaaling verder, dat men niet alleen in beide deeze gevallen Schuld bekennen en om ver¬ giffenis Smeeken wil, maar ook beloofd, dat men 153. Den 9:' Januarij 1779 men omtrent het eerste, eene meerdere duijde¬ lijkheid in het Concipieeren der brieven zal betrag„ ge ten, terwijl men omtrent het laaste Hoog dezelven verzekerd, dat dit abusive vooruitzigt, op de ver¬ betering der Lijwaaten, met de Ionge Lieve d verzonden, in tegenstelling van die van het voori„ . ge jaar niet gepremediteerd is geschied, maar W. wel, uit aanmerking van de geintrocluceerde persorteering, met zoodanig een vast vertrouwen dat niemand, aan eene aanmerkelijke verbetering scheen te twijffelen. Nopens de Lijwaaten met het schip de Both in anno 1776. in Europa aangebragt en waarover bij d. 316. gesprooken wordt, is ver„ op 3 816. staan, zig met eerbied te reffereeren aan het provisineel antwoord deezer Regeering op den Eijsch van retouren van den 11' November en ampoliate Den 9'. Januarij 179 vervolg ampliatie van den 23. ' December 1776. , in ver¬ trouwen, dat Hunne Hoog Edele Hoog Agtbaare daarmeede genoegen Zullen gelieven te neemen. oegen En voorts Hoogdezelven te verzekeren, dat deezen Raade alles wat in haar vermogen is aanwenden zal, ter voorkominge, dat door ijverloosheid off verkeerde handelinge der respeeti„ ve Opperhoofden van de buiten Comptoiren 's Comp:s petitien off in't geheel niet of slegts gebreckig voldaan worden, mitsgaders dat men ook teffens zorg zal draagen, dat 'er voortaan eene blijkbaare verbetering in de lijwaaten door Hoog„ dezelven zal worden beseurd. Ten welken respec„ te vervolgens verstaan is aan te haalen, dat men daarontrent de noodige adkortatien doet, en het teffens bij geen bedrijgingen berusten vlingelandt laat, maar daaren tegen de geene die zig in het accepteeren van lijpe aaten aan onagtzaamheid Kiomen 155. Den 9'. Januarij 1779 op 2 317. -. op D. 318. komen schuldig te maaken, eene gepaste Straf„ :. fe opgelegd, onder vertooning teffens van het geen dierwegens in Raade van Chormandel beslo„ ten is op den 31. December jongst lieeden. Wijders is, op de recommandatie der Heeren Majores met opzigt, tot den particulieren -handel, bij d. 317. voorkomende, verstaan te antwoorden, dat deezen Raade Steeds be dagt zal weezen, dat door de meerdere vrij¬ heid, die aan den particulieren handel is ver„ leend, geen gelegendheid gegeven wordt, tot egen ge pradtijcquen, strijdig met de belangens van de Compagnie. Nopens de inpalming der agterstallen, 8 van de kooplieden, het geen door de Heeren 8 . Majores met zeer veel nadruk werdt gerecom„ mandeerd bij de 318. afdeeling, is niet alleen vertaat -
English
Continuation agreed, to respectfully inform Their High Mightinesses that of the total amount thereof, which as of the last of August 1777 amounted to ƒ 76025. 4. –, in the recently expired financial year, no more has been paid off than a small amount of ƒ 3506. 13. –, so that as of the last of August 1778 it still amounted to ƒ 72515. 11. –, in which Iaggernaikperam participates for ƒ 12996. 8. –, Palicol for ƒ 8573. 8. –, and Portonovo for ƒ 50918. 15. –, but also to note with regard to this slight reduction that it was caused by the fact that the Iaggernaikpoeram merchants paid nothing and the Palicol merchants only ƒ 321. 10. 8., further citing with regard to Iaggernaikpoeram that the Chiefs, for not reducing the arrears, submit The 9th of January 1779 that 157. The 9th of January 1779 that this reduction could not have had any result as yet, since this had to take place from the freight revenues of the linens sent to Batavia on recognition by those traders in the past year, but concerning the sale of which they had not received any notice until now; and with regard to Palicol, that nothing having been noted about this by the Chiefs in their letters, they will be seriously taken to task regarding this in the near future. Subsequently, in this respect, it was also agreed to note that by the aforementioned statement of the Jaggernaikpoeram Chiefs, that which was recorded by this Council regarding the poor condition of those traders in the marginal answer to the Extract The 9th of January 1779 continuation Patrias letter of the 30th of October 1776 is not unclearly confirmed. Furthermore, in relation to the differences which Their High Mightinesses found to exist in the returns successively made of the general debts of the defaulting merchants, it was agreed respectfully to note: That in the sent summary of those debts drawn up as of the last of August 1774, the Iaggernaikperam, Palicol, and Sadraspatnam merchants were still in arrears for ƒ 50458. –, namely: The Iaggernaikpoeram ƒ 24372. 6. – Palicol ƒ 11931. 2. 8, and Sadraspatnam ƒ 4154. 11. 8. Yet that in the summary 159. The 9th of January 1779 continuation which was drawn up as of the last of August 1775, there were counted for the debts of the year 1774 ƒ 50462. 11. 8, in which Iaggernaikperam for ƒ 34376. 16. – Palicol ƒ 11931. 2. 8, and Sadraspatnam ƒ 4154. 13. – participated, so that as of the last of August 1775, ƒ 4. 11. 8 was reported more. And that this, having constituted the first difference, had also caused that a difference had to be found in the letter of this Government of the 15th of January 1776 when compared against that of the previous year; since at that time there was taken for the arrears of 1774 ƒ 50462. 11. 8. Carried forward on paragraph 319. which, adding to the increased Palicol debt of 1774/5 up to ƒ 12850. 6. –, brings the sum reported for the last of August 1775 to ƒ 63312. 17. 8. While furthermore, on the further remark of the Lords Principals at paragraph 319, that Their High Mightinesses found it of greater reflection what was noted in the letter from Their High Excellencies dated 30th of April 1776, that the arrears of the merchants at the closing of the books of 1774/5 had amounted in total to ƒ 124539. 15. –, it was agreed, for the clarification of this difference, to note: That this Council, after the dispatch of its papers to Europe, having received the final accounts of the Portonovo Carried forward ƒ 50462. 11. 8 The 9th of January 1779 161. The 9th of January 1779 merchants, had drawn up a corrected statement of account and sent it to Batavia, according to which the arrears of that factory, after deduction of ƒ 4273. 11. 8 instead of ƒ 4273. 9. – which makes a difference of ƒ –. 2. 8 that had been paid off by the merchants, as of the last of August still amounted to a total of ƒ 61226. 17. 8, or in total, as was noted in the Batavian letter of the 30th of April 1776, ƒ 124539. 15. –. Furthermore, for greater elucidation of this difference, it was approved to respectfully demonstrate that for the Portonovo debts of the year 1773/4 there was initially stated ƒ 65500. 7. –, yet later in the summary of 1774/5 ƒ 65500. 9. 8, The 9th of January 1779 which makes up the aforementioned difference of ƒ –. 2. 8. And that when from the aforementioned Palicol increase of ƒ 12850. 6. – the just-mentioned Portonovo reduction of ƒ 4273. 11. 8 was deducted, there would have remained for the general increase of the debts no more than ƒ 8576. 14. 8, as has been clearly demonstrated in a further statement of account drawn up thereof which was sent to Batavia. And meanwhile, in order to prevent such differences, it was not only agreed to most strongly urge the Chiefs of the factories in arrears to take care 163. The 9th of January 1779 on paragraph 320. on paragraph 321. that such differences are no longer found in their papers, but also to humbly apologize to Their High Honorable and Right Worshipfuls on that account, with the simultaneous assurance in answer to paragraph 320 that this Council, in response to the recommendation of Their High Mightinesses, will employ its best efforts toward a speedy liquidation of the old arrears. On the remark of the Lords Principals at paragraph 321 concerning the total value of the cargo of the return ship De Valk, which had realized only ƒ 766911. 3. 8 and thus far below the specified 900000 guilders in treasure, it was agreed to answer that it is hoped that Their High Mightinesses, upon the safe arrival of the return ship Valk which departed from here in the year 1777
Dutch transcription
Vervolg verstaan, aan Hoogdezelven met alle eerbied te kennen te geven, dat van dies geheel bedraagen, het geen onder ultimo Aug:s 1777. groot was ƒ76025. 4. –. in het jongst geexpireerde boekjaar, niet meer is afgelegd geworden, als een kleen montantje van ƒ 3506: 13. –. , dus die onder altimo Aug:s 178. nog bedragen hebben ƒ 72515: 11:—: waarin Iaggernaikperam voor ƒ 12996:8 — Pali„ col voor ƒ 8573. 8. -. , n Portonovo voor ƒ50918:15: -. komen te participeeren, maar ook ten aanzien van deeze geringe vermindering te noteeren dat die veroorzaakt geworden is, door dien de Iaggernaikpoeransche kooplieden niets, en de Palicolsche Slegts. ƒ 321: 10. 8. afgelegd hebben onder aanhaaling verder, ten aanzien van Iaggernaikpoeram, dat de Opperhoofden voor het niet verminderen der agterstallen bijbrengen, Den 9. Januarij 1779 dat 157. Den 9 Januarij 1779 dat dies vermindering voor als nog geen gevolg hadt kunnen hebben, alzoo zulks geschieden moes„ te uit de vragt-penningen van de lijwaaten, door die Marchandeurs in anno passato op re„ cognitie na Batavia gezonden, dog van wel„ ge 1 kers verkoop zij tot nog toe geen narigt ont„ zij vangen hadden; en ten aanzien van Palicol dat daaromtrent door de opperhoofden niets bij haare brieven genoteerd zijnde, men hun hierover eerstdaags Serieuslijk zal onderhouden. Vervolgens is ten deezen respecte almeede verstaan, te noteeren, dat door de voorschreeve verklaaring van de Jaggernaikpoeramse opper¬ hoofden, niet onduijdelijk bevestigd wordt het geen nopens den Soberen toestand dier handelaaren, door deezen Raade is ter neder gesteld bij het marginaal antwoord op het Ed„ tract, Den 9. Januarij 1779 beroorlg tract Patriasche missive van den 30. october 1776. Wijders is met relatie tot de differenten, die door Hoog dezelven bevonden zijn te resi¬ deeren in de opgaven, die Successive gedaan zijn van de generaale Schulden der agterstallige kooplieeden, verstaan, reverentelijk te noteeren, Dat bij de afgezondene Samentrekking van die Schulden, onder ultimo Augustus 174. geformeerd, de Iaggernaikperamsche, Palicol, sche en Sadraspatnamsche kooplieden nog ten agteren. Stonden - - - ƒ50458. —. namentlijk: De Iaggernaikpoeransche ƒ 24372:6:: „ Palicolsche. . . . . . „ 11931: 2: 8, en „ Sadraspatnamsche. . . „ 4154: 11: 8. Dog dat bij de Samentrekking 159. Den 9e. Januarij 1779 vervolg die onder ultimo Augustus 1775. op„ gemaakt is, voor de Schulden van anno 1774. geteld zijn. . . . . . ƒ 50462:11: 8. waarin Iaggermatkperam voor ƒ 34376: 16. -. 11931: 2. 8. on Palica - - - „ „ Sadraspatnam - - „ „ 4154: 13. -. participeerden, dus er onder ultimo Augustus 175. reerder opgegeven is ƒ 4: 11: 8. En dat dit het eerste verschil hebbende uit„ gemaakt, ook veroorzaakt hadt, dat 'er moest een different bevonden worden in de missive deezer Regeering van den 15: Ianuarij 1776. bij vergelijking tegens die van het voorige jaar; alzoo te dier tijd voor de agterstallen van 17/4. genomen zijn. . . . ƒ 50162: 11: 8. Die Transporteere of 2319. die met de vermeerderde Palicol„ sche Schuld van 17 4/5. tot - - „ 12850: 6: —. komen te addeeren, de voor ult„o Augustus 1775. opgegeven Somme van - - - - ƒ 63312:17: 8. Terwijl voorts, op de verdere remarque der Heeren Majores bij d. 319. dat Hoog dezelven het van meer replexie vonden, het genoteerde bij de missive, van Hunne Hoog Edelheedens sub dato 30. ' April 1776. , dat de agterstallen der kooplieden bij het sluiten der boeken van 17 2/5 in het geheel bedragen haden ƒ12459: 15: verstaan is tot opheldering van dit verschil te noteeren, Dat deezen Raade, na de depeche van haare Papieren na Europa de afreekeningen der Por„ tono Per Transport - ƒ50462: 11: 8: Den 9: Januarij 1779 161. Den 9 Januarij 1779 tonovosche kooplieden ontvangen hebbende, eene verbeterde Staat reekening geformeerd en na Ba„ tavia gezonden hadt, volgens het welke de agter„ stallen van dat Comptoir, na detraheering van ƒ 4273: 11: 8. , in Steede van ƒ4273:9. —. /: het geen een verschil van ƒ —. 2. 8. uitmaakt:/ die door de kooplieden waren afgelegd onder ultimo Augustus nog bedroegen een montant ƒ61226:17:8. van of in het geheel, zoo als bij Batavia„ sche missive van den 30'. April „124539:15:–. 1776. genoteerd Stond - - Wijders is nog tot meerder elucidatie van dit verschil, goedgevonden, met eerbied te vertoonen, dat voor de Portonovosche Schulden van anno 17/¾ eent gesteld zijn. . . ƒ 65500: 7. —. dog naderhand bij de sament rek„ king van 173 3/5 - - - - - „ 65500: 9. 8. Den 9 Januarij 1779 dat het voorschreeve verschil van ƒ—. 2. 8. komt uit te maaken. En dat wanneer van de voormelde Palicolsche vermeerdering van - - - - - ƒ 12850: 6: —. de zoo even gezeyde Portonovosche werde afgetrokken, 'er voor de generaale vermeerdering der Schul¬ gen den niet meer Zou overgebleven zijn vermindering van - - - - „ 4273: 11: 8 als - - - - ƒ 8576:11:8 zoo als zulks bij een nader daarvan geformeer de Staat-reekening, /: die na Batavia gezon„ den is :/ deijdelijk is gedemontreerd geworden. En is intusschen tot voorkoming van diergelijke differenten niet alleen verstaan¬ de Opperhoofdeden van de agjterstalige factorijen op het kragtigste te recommandeeren, om zorge 163. Den 9 Januarij 1779 op F 320. op D. 321. te draagen, dat diergelijke differenten niet meer in haare papieren worden gevonden, maar ock dier„ wegens hunne Hoog Edele Hoog Agtb: ootmoedig om excus te vraagen, met verzekering teffens, op §. 320. , dat deezen Raade in antwoord op de recommandatie van Noog dezelven haare beste pogingen zal aanwenden tot eene spoe„ 1 dige liquidatie der oude agterstallen. Op de remarque der Heeren Principalen d. 1321. nopens het bedraagen van het vide Carguasoen van het retourschip de Bolh, dat maar ƒ 766911:3: 8. , en dus ver beneden de bepaalde 9. –. tonnen Schals hadt gevendeerd, is verstaan te antwoorden, dat men hoopt dat Hoogdezelven /: bij behoude aankomst, van het in anno 1777. van hier vertrokken retour„ ppa Pol„ Schip
English
The 9th of January 1779 Continuation ship de Wakkerheid :/ from its considerable cargo of ƒ 870248: 9: 8, will have observed that what was posited by this Council regarding the small cargo of the ship de Bolh, namely that it was caused by a shortage of fine linens, was not unfounded, since the difference between the one cargo and the other amounts to a considerable sum of ƒ 103337: 6: —; as well as that this position, as is respectfully maintained, is confirmed even further when one reflects that the cargo of the return ship de Patriot, which departed from here in October 1778, again could not total more than ƒ 768873: 8: 8 due to a shortage of fine linens, which in comparison to the cargo of the Wakkerheid shows a decrease of ƒ 101371: 1: —, or 165. The 9th of January 1779 at § 329. or virtually the exact same difference that occurred between the cargoes of the Bolh and the Wakkerheid. Furthermore, on the recommendation appearing at § 329, it has been resolved not only to assure Their Noble High Mightinesses in the most respectful manner that nothing shall be neglected here that may serve to promote good order and proper management both at this Head Settlement and at the subordinate factories of this Government, but also to thank Their Noble High Mightinesses for the favorable exemption granted to the officers of the ship Alkemade from the compensation imposed upon them for 25247 lb of pepper short-delivered in Europe, although the reasons which the Jagernaickpoeram officials gave for this great wastage The 9th of January 1779 at § 331 did not appear satisfactory to Them. Under the article of the repairs and supplies to the vessels belonging to this Government, the Gentlemen Directors having ordered at § 331 to provide in the future a more specific indication of the true causes that have influenced the higher or lower expenditures in comparison with previous years: it has not only been resolved to follow this order annually henceforth, but at the same time to insert in the margin of the Patria Extract a brief demonstration of what the supplies and carpentry repairs to the sloops and vessels of this coast in the most recently concluded fiscal year 1777/8 amounted to, more or less, in comparison with 1776/7: reading as follows: The supplies of 1776/7 amount to - - - ƒ 20339: 15: 8. And the carpentry repairs - - - „ 6400: 17: —. or together - - - ƒ 26740: 12: 8. The supplies in the fiscal year 1777/8 amount to - - - - - ƒ 17541: 18: 8. And the carpentry repairs - - - „ 8003: 10: 8. or together - - - „ 25545: 9: —. Thus in the latest year less - - - ƒ 1195: 3: 8. originating from the following: The supply of equipment goods etc. at Ceylon amounted in 1776/7 to - - - - - „ 767: 3: 8. And that on this coast - - - - - - „ 19572: 12: —. or together - - - ƒ 20339: 15: 8. whereas in contrast the supply in 1777/8 amounts to, namely: at Ceylon - - - ƒ 2163: 3: 8. And here on the Coast - - - „ 15378: 15: —. or together - - - „ 17541: 18: 8. Both fiscal years subtracted from each other, the supply of the last year is less by ƒ 2797: 17: —. While the carpentry repairs in the year 1776/7 have amounted to, namely: At Ceylon - - - ƒ 12: 4: —. here on the Coast - - - „ 6388: 13: —. or together - - - ƒ 6400: 17: —. In the most recently concluded fiscal year the same amounts to: At Ceylon - - - ƒ 1692: 15: —. here on the Coast - - - „ 6310: 15: 8. or in total - - - „ 8003: 10: 8. The two fiscal years being deducted from each other, the excess carpentry repairs in the most recently concluded fiscal year amounts to - - - - - - „ 1602: 13: 8. From which it is evident that the expenditure on the Company's sloops and vessels in the year 1777/8 amounts to less than in the previous fiscal year by - - - ƒ 1195: 3: 8. The 9th of January 1779 at § 332. As demonstrated above: and therefore this reduction is to be attributed to a lesser supply of equipment goods etc. Furthermore, concerning the abundant supply of cash about which a remark was made at § 332, it has been resolved to assure Their Noble High Mightinesses that in this regard one proceeds with the utmost accuracy and thrift in framing the requisitions, and after the year 1771 has requested nothing more than what was absolutely necessary to serve for the collection of the required returns, as is further demonstrated in the following exposition. In the year 1772 the remainder across the entire coast amounted to a considerable sum of 22½ ton, on account of the magnitude of which no more than well over 6½ ton was requested in that year; while the shipments from here to Europe, Batavia, as well as Ceylon in the year 1771/2 had amounted to well over 17.- ton. In the year 1772/3 the shipment amounted to 14¼ ton and the requisition to 10¼ ton. 169. The 9th of January 1779 at § 333: In the year 1773/4 the shipment, including that sent directly from here to the Cape, amounted to 12½ ton, and the requisition - - - - - 8.- ton. In the year 1774/5 the shipment was 11¼ ton and the requisition 8.- ditto. In the year 1775/6 the shipment was 10½ ton and the requisition — : 7.- ditto. In the year 1776/7 the shipment was 13 1/16 ton and the requisition . 11.- ditto. In the year 1777/8 the shipment was barely 12 ton and the requisition - 8.- ditto. While we, in the current fiscal year of 1778/9, although we assisted the ministers of Ceylon with one ton, have requested no more in the requisition for the year 1779 than - - - - 7.- ditto. In reply to § 333 it has been resolved to note that, upon the esteemed approval of Their Noble High Mightinesses, the new Nagapatnam pagoda currently being minted here shall be maintained at the standard of 18.- carats 5½ grains, and that one shall at the same time, so far as possible, guard against the transport of coin specie elsewhere in order to prevent the melting down of the same into Porto Novo pagodas.
Dutch transcription
Den 9e. Januarij 1779 Vervolg schip de Wakkerheid :/ uit zijne aanzienlijke laading van ƒ 870248: 9:8. zullen beoogd hebben, dat het geposeerde door deezen Raade nopens de geringe laading van het schip de Bolh dat die namentlijk veroorzaakt was, door gebrek aan fijne lijwaaten, niet ongegrond geweest is, nadien het different van de eene laading tegens 9 de andere een aanzienlijk bedragen van ƒ 103337:6: —. komt uit te maaken; mitsgaders dat deeze po„ sitie, gelijk men met eerbied Sustineerd, nog nader bevestigd wordt, wanneer men replecteerd dat de laading van het in october 1778. van hier vertrokke retourschip de Patriot, door gebrek aan fijne lijwaaten, weder niet meer heeft kunnen Sommeeren als ƒ768873: 8. 8. dat bij vergelijking tegens de laading van de ogelijk 3 Wakkerheid eene minderheid van ƒ101371. 1. —. of 165. Den 9' Januarij 1779 op 3 329. of genoegzaam het eigen different, het geen 'er tus„ schen de laadingen van de Bolh en de Vakker„ heid plaats hadt, aantoond. Voorts is, op de bij d. 329. voorkomende recommandatie, verstaan, Hoog dezelven niet alleen op het eerbiedigste te verzekeren, dat alhier niets verzuimd zal worden van het geene strek¬ ken kan tot bevordering van de goede ordre en eene geschikte huishouding zoo ter deezer Hoofdplaatsche, als op de Subalterne Tac„ torijen van dit Gouvernement, maar ook Hun¬ ne Hoog Edele Hoog Agtb: te bedanken voor de gunstige ontheffing der overheeden van het schip Alkemade van de hun opgelegde vergoe„ ding van 25247. . &b Peeper in Europa te min uitgeleverd, Schoon de reeden, die de Iaggermaik„ poeransche bediendens van deeze groote Spillagie gegeven Den 9'. Januarij 1779 op 3531 gegeven hebben Hoog dezelven niet voldoende is voorkomen. Onder het articul van de reparatien en verstrekkingen aan de in dit Gouvernement 'thuis hoorende vaartuigen door de Heeren Ma„ Jores bij d. 331. gelast zijnde, om in het ver„ „ volg een bepaalder aanwijzing te doen van de waare oorzaaken, die op de meerdere off minde¬ re uitgaven in vergelijking van voorige jaaren gelijte gewerkt hebben: zoo is niet alleen verstaan„ deeze ordre voortaan jaarelijks te doen agter„ volgen, maar teffens in margine van het Patviasch Extract te insereeren eene korte Demonstratie van het geen de verstrekking en vertimmering in het jongst afgeloopen Boekjaar 177 7/8. aan de Sloepen en vaartuijgen ter deezer kuste bij vergelijking tegens 177 6/7. meer off min„ 1. ken der 167. Den 9. ' Januarij 1779 der bedraagen heeft: luidende het zelve als volgd; De verstrekking van 17/7. bedraagd - - - ƒ 20939:15:8. „ 6400: 17:—. En de vertimmering ƒ 26740:12. 8. De verstrecking in het Boekjaar 17 7/8. bedraagd - - - - - ƒ17541: 18. 8. „ 8003. 10. 8. En de vertimmering of te zaamen - - - - Dus in het jongste jaar minder- oorspronkelijk uit het volgende De verstrekking van Equipage goederen &:a te Ceilon bedraagd in 177 8/7. - - - - - „ 767: 3: 8. of te zaamen waar en tegen de verstrekking in 17 7/8. bedragd; als te Ceilon ƒ 2163: 3. 8. „15378. 15. -. En hier ter Kuste - - - of te zaamen - - - - En die ter deezer kuste - - - - - - „19572: 12. —. off te zaamen „17541:18: 8. Beide Boek jaaren van elkanderen gedetraheerd, komt voor de vertrekking van het laaste jaar minder ƒ 2797:17. —. Terwijl de vertimmering in anno 177 6/7. bedraagen heeft, als ƒ 12:4:—. Te Ceijlon --„ 6388:13:—. hier ter Kuste ƒ 6400: 17. —. off te zamen In 't jongst afgeloopen Boekjaar bedraagd dezelve Te Ceilon - -. ƒ1692:15.—. hier ter Kuste . . „ 6310:15. 8 off in't geheel - - - „ 8003: 10:8. De twee boekjaaren van elkanderen gedecorteerd zijnde, komt voor de meerdere vertimmering in het jongst afgeloopen Boekjaar - - - - - - „ 1602: 13: 8. 8 Waaruit Consteerd, dat het bekostigde aan Comp:s Chia„ loupen en vaartuigen in anno 177 7/8. , minder dan in 't voorige boekjaar bedraagd - ƒ 1195: 3. 8. ƒ 20339: 15. 8. „ 255215: 9. — - - ƒ 1195: 3: 8. . -. - - - zoo Den 9 Januarij 179 op D 332. Zoo als te vooren aangetoond is: en over zulks deeze minder„ heid aan een mindere verstrekking van Equipage goederen &:a te attribúeeren is. Voorts is omtrend de ruimen voorraad van Contanten, waerover bij d. 332: remarqie gemaakt ik „ verstaan, Hunne Hoog Edele Hoog Agtb: te verzekeren, dat men hierontrent het inrigten der Eijsschen met de uiterste accuratesse en Zuinigheid te werk gaat en na het jaar 1771. niets meer gevraagd heeft, dan men absolut noodig hadt om te dienen tot den inzaam der gevorderde retouren, gelijk bij de onder„ volgende Deminstratie nader aangetoond werdt. In anno 1772. bedroeg het restant over de geheele kust een aanzienlijke Som van 22½. Thon, om welkers grotheid in dat ijaar niet meer dan ruim 6½. ton zijn gevragd geworden; terwijl de verzendling van hier zoo na Europa, Balavia, als Ceielen in anno 177½. bedraagen hadde 17. -. ton ruim In anno 177 7/3. bedroegde verzending 14¼. thon en den Eijsch 104. Thon. : 169. Den 9 Januarij 1777 op § 333: In anno 17 7/4. bedroeg de versending, daar onder gereekend het van hier, direct versondene na de Caab 12½. thon, en den Eijsch - - - - - 8. -. Thon. In anno 177 2/5. de verzending 11¼ ton en den Eisch 8. –. d. o In anno 171/6. de verzending 10½. ton en den Eisch — : 7. - . d. o In anno 177 7/7. de verzending 13 1/86. ton en den Eisch . 11. -. d. o In anno 17 7/3. de verzending 12 - ton schaars en den Eisch Terwijl wij in het kans loopenele boekjaar van 177 8/9. Schoon wij de ministers van Ceilon g'as„ sisteerd hebben met Een thon bij den Eisch voor anno 1779 niet meer gevraagd hebben, dan - - - - 77. -. d. o Ter beantwoording van 8. 333. is verstaan te noteeren, dat men op de geeerde approbatie van Hunne Hoog Edele Hoog Agtb: de tans alhier gemunt wordende nieuwe Nagapatnamsche Pagood zal laaten blijven op het gehalte van 18. –. Cavaaten 5½ grijn, en dat men teffens, zoo ver zulks mogelijk is, waaken zal tegens het vervoeren van de muntspecie naar elders tot voorkoming van het versmelten van dezelven tot Portonovoschi - 8. –. d. o Pago -
English
The 9th January 1779 On § 334 and 335: To the questions posed by the Gentlemen Majores under § 334 and 335, namely, what indeed was the reason for the difference discovered in the Netherlands between the alloy of the pagodas and the gold sent out for that purpose? Whether the minting of fanums absolutely required gold of 15 carats, since it had been found in the Netherlands that that coin contained no more than 7 carats, 10 grains? And why here in the month of August 1775 gold of 18 carats 5½ grains had been used for the minting of fanums, when gold of 15 carats had already been obtained with the ship De Both, it was agreed to let serve in reply the principal contents of the report produced in Council on the 31st of December last by the titular Merchant and Mintmaster Willem Duijneveld and associates in answer to the proposed questions, and inserted into the Resolutions of that day of Coromandel. Subsequently, upon the requested information by the Gentlemen Majores under § 336, as to for what reason the Jaggernaikpoeram silver rupee, which is minted from bhaar or other silver, was calculated at f 1. 6. 10 in a mint yield inserted in the letter of this Government of the 16th of September Anno 1777, it was agreed to write in reply that all kinds of rupees circulating on this coast are not to be considered standard coins, but their value is calculated by all nations according to the value of the pagodas; and that they therefore, as one has already had the honour to demonstrate in the reply to the Extract of the Patriotic Dispatch of the 6th of October 1776, rise and fall in proportion to the necessity, as well as the abundance or scarcity of that specie; and that therefore, for that very reason, the value of the Jaggernaikpoeram rupee was calculated according to the value of the new Nagapatnam pagoda, namely 3¼ rupees per pagoda with 4 per cent agio, as calculating f 4. 10 Dutch money, or just f 1. 6. 10 for the rupee, and this in conformity with the respectful letter of this Government of the 20th of December 1769, which was approved by Their High Mightinesses by the revered dispatch of the 2nd of October 1771; citing further that since the aforesaid introduction, that mint specie is thus taken up in the books and written off again upon expenditure, since the same continue to circulate without any hindrance at that price, alongside many other kinds of rupees, at Jaggernaikpoeram and Bimilipatnam. Pursuant to the desire expressed by Their High Excellencies and Most Respectable under § 337, the Mintmaster here having been ordered by resolution of the 15th of October to note down in future with the mint yields not only the amount in money of the gold and the other materials used for the minting of the species, but also, besides the value of the metals used as alloy, the quantity of each of the same: so it was agreed to keep the necessary note of the contents of this resolution alongside the aforementioned entry, in order to be able to serve in reply. To obtain the necessary clarity in the matter of the coinage, it being desired by the Gentlemen Majores under § 338 to know the costs incurred thereon: so it was agreed to note regarding this that on the 31st of December last it was resolved to have specifically made known in future with the mint findings all the expenses that fall upon each parcel of gold being minted, whether three-image or new Nagapatnam pagodas or fanums are minted from it. And furthermore to note under the following section that this Government will take as guidance the recommendation of Their High Excellencies and Most Respectable appearing therein, to be somewhat more circumspect in future regarding the certainty of its propositions. Their particular pleasure having subsequently been expressed by the Gentlemen Majores under § 340 at the increase of the profits in the financial year 1774/5, so it was agreed not only to give humble thanks in that regard, but also to mention that although there is not much to boast of regarding the sale of merchandise in the financial year just past, one nevertheless has the pleasure to show an increased profit of f 84,392:18:0, since the profits in anno 1776/7 only amounted to f 346,045:18:8, whereas those of this year come to yield fully f 430,438:16:8, or the aforementioned sum of f 84,392:18:0; adding further that these increased profits have their origin in the greater advantages obtained at Bimilipatnam from the larger quantity of Japanese bar copper sold there, since the demand for it, after the reduced price from 100 to 97 new Nagapatnam pagodas for the bhaar of 480 lb, increased to such an extent that one can promise oneself much good from the aforesaid small price reduction in the course of time, although this could not yet have the desired effect at the factory of Jaggernaikpoeram. Their particular satisfaction having been expressed by the Gentlemen Majores under § 341 regarding the ample sale of nutmegs and cloves on this coast in anno 1774/5, so it was agreed, with expressions of thanks for this, to reply that this will more and more encourage this Council
Dutch transcription
Den 9e. Januarij 1779 op § 334: en 335: Op de gedaane vraagen door de Heeren Ma„ jores bij d. 334. en 335. , naamentlijk, wat tog de reeden was, van het in Nederland ontdekte verschil tusschen, het allooi der Papoden en het daar toe uitgezonden Goud ? off er tot het slaan van farums absolut vereischt wierdt goud van 15. —. Caraaten, daar men in Nederland bevonden hadt, dat die munt niet meerder inhield als 7. - Cavaat, 10.- grijn 2. En waarom alhier in de maand Aug:s 1775. goud van 18. –. Caraat 5½. grijn verbruikt geworden was, tot het slaan van fanums, daar men nogtans met het schip de Both bereeds bekomen hadt goud van 15. —. Caraat, is verstaan in antwoord te laaten dienen den principaalen inhoud van het berigt door den koopman til: en Muntmeester Willem Duijneveld Pagoden. P. 6 : 171. Den 9 Januarij 1779 C. S: ter beantwoording van de voorgestelde vraagen op den 31.:' December Jongstleeden in Raade geprotuceerd en bij de Resolu van Chormandel tien van dien dag geinsereerd. Vervolgens is op de begeerde informatie door op D 336. de Heeren Majores bij §. 336. , om wat voor reeden de Iaggernaikpoeransche Zilvere Ropij 01 die van bhaar of ander zilver geslagen wordt bij een munts rendement geinsereerd in den brief deezer Regeering van den 16 September A: o 1777. bereekend geworden is tot ƒ 1. 6. 10. , verstaan, te resribeeren, dat alle zoorten van ropijen die ter deezer kuste roulleeren, voor geen Standpen ningen te Considereeren zijn, maar derzelver waarde bij alle Natten gereekend wordt, na de waar de der pagoden; en dat zij derhalven /:gelijk 1. men bereeds de eere gehad heeft bij het antwoord op het Den 9e. Januarij 1779 het Extract Patriasche missive van den 6:' october 1776. aante toonen, reijzen en daalen na maaten van de benoodigdheid; mitsgaders de ruimte off Schaarsheid van die specie, en dat dierhalven om die eigen reeden, de waarde van de Jagger„ naikpoeramsche ropij bereekend is na de waarde van de nieuwe Nagapatnansche Pagood, naament„ lijk 3¼ ropij per pagood met 4 -: per l:t opgeld, als bereekenende ƒ 4. 10. . Nederlands geld off junt ƒ 1. 6. 10. voor de ropij, en zulks Confoor het eer„ biedig Schrijven deezer Regeering van den 20:' December 1769, het geen door Hoog dezelve is geappro„ geappro¬ beerd geworden, bij gevenereerde missive van den 2. ' October 1771. , onder aanhaaling wijders dat die mantspecie sedert de voorschreeve intro ductie zoodanig bij de boeken ingenomen en bij uitgave wederom afgeschreeven wordt, alzoo dezelven 173. Den 9' Januarij 1779 op D 337. dezelven tegens die prijs, nevens veel andere Soorten van ropijen op Taggernaikpoeram en zonder eenige hinder blijven rouil Bimilipatnam leeren. Ingevolge de begeerte van Hunne Hoog Edele Hoog Agtb:, bij §. 337. te kennen gegee„ ven, den Muntmeester alhier bij besluit van den 15:' October gelast geworden zijnde, om voortaan bij de muntsrendementen te noteeren niet al„ leen het bedragen in gelden van het goud en de andere materiaalen, die tot het slaan maar ook behal„ der specien worden gebruikt, ven de waarde der metaalen, die tot toezet dienen, de quantiteit van ieder derzelven: zoo is verstaan, van den inhoud van dit besluit bezijden den opgemelden post, de noodige aan„ teekening te houden, om ter beantwoording te Den 9 Januarij 1779 op 1 338. te kunnen dienen. Ter erlanging van de noodige klaarheid in het stuk der vermunting door de Heeren Ma„ jores bij de 338: 8. begeerd zijnde te mogen weeten de kosten, welke daarop loopen: zoo is verstaan, hier omtrent te noteeren, dat men op den 31:' December jongst leeden beslooten heeft om voortaan bij de muntsbevindingen Specifica te doen bekend stellen, alle de ongelden, die op ieder vermunt wordende partij goud komen te vallen, het zij daar van driebeeldige dan wel nieuwe Nagapalnansche Pagoten of fanums worden gemuent. o En voorts bij de volgende afdeeling te noteeren, dat deeze Regeering zig tot varigt zal laaten strekken, de daar bij voorkomende recommandatie van Hunne Hoog Edele Hoog Agtb: om 175. Den 9:' Januarij 1779 om voortaan wat bedagtzaamer te zijn, omtrent het positive van haarer Stellingen. Door de Heeren Majores vervolgens bij §:o 320. Hoog denzelver bijzonder genoegen betuigd weezende over het toeneemen der Winsten in het Boekjaar 177 1/5, zoo is niet alleen verstaan, dier„ wegens nedrig te bedanken, maar leffens aan te haalen, dat schoon 'er op den vertier van handel waren in het jongst afgeloopen Boekjaar niet veel te roemen valt, men egter het genoegen heeft gte eene meerdere winst van ƒ 84392:18. —. te vertoo„ nen, nadien de winsten in anno 177 6/7. maar ƒ 316045:18:8 bedraagen hebben - - „430:138:16:8 daar die van dit jaar wel - : off de opgemelde Som van - - - ƒ 84392: 18. —. of komen te rendeeren, onder bijvoeging verder, dat deeze meerdere winsten haaren voorspronk hebben„ of D340: Den 9e' Januarij 1779 op §38. hebben uit de meerder behaalde voordeelen te Bimilipatnam op de grootere vertierde quantiteit Iaparsche Staaff kooper aldaar, alzoo den aftrek daarin, na de verminderde prijs van 100. -. tot op 97. . nieuwe Nagapatnamsche pagoolen voor de bhaar van 480. —. lb, zoodanig vermeerderd is dat men zig van de voorsz: geringe prijs vermin„ dering in het vervolg van tijd veel goeds kan beloven, Schoon zulks ten Comptoire Iaggermaikp„r nog niet van het gewenschte effect hadt kunnen weezen. Over den ruimen vertier van Nooten en Na¬ gulen ter deezer kuste in anno 177 2/5. door de Heeren Majores bij E. D. 11 . Doog denzelven bijzonder wel gevallen betuigd weezende, zoo is, onder dankzegging daarover, verstaan te antwoorden, dat dit deezen Raade meer en meer
English
177. The 9th of January 1779. Will encourage, to devise all possible means for the increase thereof, and that a price reduction of the cloves will contribute much thereto. While with respect to the sale of the Japanese camphor it is understood to comply humbly with what was laid down in the Extract of the Missive from the Fatherland of the 6th of October 1776, further citing that one moreover has the pleasure to inform their High Esteems that the quantity of 14515 5/8 lb. which was received from Batavia in the year 1778, has been sold with a profit of 12 5/8 percent, and that one flatters oneself to dispose of the 20000 lb. requested anew for the year 1779, likewise with a good advance. With regard to the contract entered into in 1775 with the The 9th of January 1779 on §342. native Waijtenada Chittij, it is understood, in answer to paragraph 342, to note that this still holds, although he already passed away in 1776, on the grounds that his younger brother Poenambalam Chittij, having stepped into the right of inheritance of his deceased brother, has also bound himself to that contract, but thus far has not been able to receive more from the warehouses than: 3880 lb. Cloves, 711 lb. Nutmegs, and 642 lb. Mace, on account of the following reasons: 1.) because of the continual changes that have occurred in the Kingdom of Tanjour for some years now, and 2.) because of the private sale of spices in the nearby coastal village of Naoer, especially of cloves, 179. The 9th of January 1779 on §344. cloves, since these are sold there for a lower price than he must pay for them to the Company, and whereby he is consequently unable to sell so much that he can fulfill the contract. With respect to the remark made by Their High Nobilities High Mightinesses in said 341 regarding the small profits which were made here on the arrack in the year 1775, sold with an advance of only 15 3/16 percent, it is understood to reply with respect that this price reduction in the first place must be attributed to the general scarcity of money among the foreign nations on this coast, and in the second place to the peace and quiet that had existed for some years between the English and French, that all of this The 9th of January 1779 was further evident from the following sales, namely: In the year 1775/6 the arrack was utterly unsaleable here; In the year 1776/7 the remainder of the aforementioned and that which was brought in that year, amounting together to 160 leagers, was sold with great difficulty with an advance of 26 1/3 percent; In the most recently ended trade year 1777/8, 200 leagers of arrack were sold, namely 50 from the previous year's remainder in the month of January, when one was still unaware of the approaching war, with an advance of 20 5/16 percent, and 150 leagers in the month of August, when Pondicherij was about to be besieged by the English, with a considerable advance of 181. The 9th of January 1779 f 11996:17:8 or 99 1/16 percent, and that one consequently also hopes that their High Esteems will observe from the aforementioned representations that this Council lets no opportunity pass to look after the Company's profit. Furthermore, with the notification that 600 leagers of arrack have been requisitioned from Batavia for the year 1779, on the remark of the Gentlemen Majors regarding the negligible advance of 5 3/4 percent on the iron, it is understood to note that the entire sold parcel consisted of 5922 lb., that of this 4800 lb. at the purchase cost price was ceded for the service of the newly built Reformed church, and 1122 lb. with a 30 percent advance to the Lord Governor; but that in drawing up the return of profit, those two The 9th of January 1779 on §345. two entries were erroneously merged together, whereby they could show no more profit than 5 3/4 percent. In answer to the remark appearing in §315 with respect to the non-completion of the trade ledgers of 1773/4, it is understood to mention that the present Trade Bookkeeper Mossel justified himself sufficiently on that account in the year 1777 to Their High Nobilities and at the same time showed that this delay was to be imputed to no one other than his predecessor, the merchant Hendrik Ambrosius Johnson. And further to assure their High Esteems that, following Their recommendation regarding that work, somewhat more diligence and speed will henceforth be exerted; further citing that such had already taken place regarding the 183. The 9th of January 1779 accounting years 1774/5, 1775/6, and 1776/7, as these had already been forwarded to Batavia, to be followed shortly by the books of 1777/8. Regarding the concerns made by the Gentlemen Majors in said 326 with respect to the heavy expenses that had to be spent again on repairing the defects at the bastions of the Castle, it is only understood to answer that in the marginal reply to the Extract of the Missive from the Fatherland of the 6th of October 1776 one already had the honor to communicate to their High Esteems that, upon the written instruction of Their High Nobilities, the Captain Engineer Elias Paravicini di Capelli was sent hither by the Ceylon Ministers to make an accurate survey of the dilapidated
Dutch transcription
177. Den 9e' Januarij 1779. Zal aanspooren, om alle mogelijke middelen tot dies verneerdering uil te denken, en dat eene prijs vermindering der nagelen daar toe veel Contribuee„ ren zal. Terwijl met opzigt tot den vertier van de Japansche kamefer verstaan is, zig nedrig te gedra„ gen aan het ter neder gestelde op het Extrad Patriasche Missive van den 6. October 1776., onder aanhaaling verder, dat men wijders het ge„ noegen heeft, Hoog dezelven te bedeelen, dat de quantiteit van 14515 5/8. lb. die men in anno 1778. van Batavia ontvangen heeft, verkogt geworden is met eene wirst van 12 5/8 perceent, en dat men zig flatteerd de voor anno 1779 op nieuw gevraagde 20000. - lb. , meede met een o goed avans van de hand te zullen Zetten. Ten aanzien van het Contract in 1775. met den Den 9e. Januarij 1779 „den inlander Waijtenada Chilij aangegaan, is, g op §342. ter beantwoording van de 342. d. verstaan te noteeren, dat dit nog stand houd, schoon hij in 1776. reeds overleeden is, uit hoofde zijn jon„ Jon¬ 9r ger Broeder Poenambalam Chittij in het erfregt van zijnen overleedenen, broeder getreeden zijnde zig ook aan dat Contract heeft verbonden, dog tot nog toe niet meer uit de Pakhuisen heeft kunnen ontvangen, als: 3880. –. lb. Nagelen, 711. -. „ Nooten, en foeli, uit hoofde van de volgende 642. . „ reeden. 1. ) om de geduurige veranderinge die nu Sedert eenige jaaren in het Rijk van sansjour zijn voorgevallen, en 2. ) om den particulieren verkoop van Specerijen op het na bij geleegen Zeedorp Naoer, inzonderheid van Nagelen 179. Den 9' Januarij 1779 op D. 344. Nagelen, nadien die aldaar voor minder prijs verkogt worden, als hij daar voor aan de Comp:e betaalen moet, en waardoor hij dienvolgende buiten staat is, zoo veel te vertieren, dat hij aan het Contract kan voldoen. Met opzigt tot het geremarqueerde door Huune Hoog Edele Hoog Agtb: bij d:o 341. om„ trent de geringe voordeelen, welke alhier be„ haald zijn, op de arvak in anno 1775: slegts met een avans van 15 3/16 - percent verkogt, is verstaan, met eerbied te rescribeeren, dat dies prijs vermindering in de eerste plaatsche moet worden toegeschreven aan het algemeen geld ge„ brek onder de vreemde Natien ter deezer kuste„ en ten tweeden aan de rust en vreede, die er Sedert eenige jaaren tusschen de Engelsche en Franschen hadt plaats gehadt, dat dit een en ander, Den 9'. Januarij 1779 „ander nog nader Consteerde uit de volgende verkoopingen; namentlijk: In anno 17 1/6. was de arrak alhier ten eenemaal onverkoopbaar; In anno 177 6/7. is het overgebleevenen van het voorz: 1 ge en het aangebragte in dat jaar, bedraagende te zaamen 160. –. leggers met veel moeite ver„ kogt geworden met een avans van 26 1/3. perc:t In het jongst afgeloopen handel jaar 17 7/8. zijn 8 igeland 9 200. -. leggers arrak vertierd, namentlijk g 50. —. van het voorjaarig restant in de maand Januarij, wanneer men van den aannaerende oorlog nog onkundig was, met een avans 15 van 20 5/16. -. p„r Cto En 150. –. leggers in de maand Aug:s, toen Pondicherij door de Engelsche stond belegerd Engl Eni 1 te worden met een aanzienlijk avans van verte 181. Den 9'. Januarij 1779 ƒ11996. 17. 8. - of 99 1/16 per C:to, en dat men dienvolgende ook hoopt, dat Hoog dezelven uit de voorsz. vertooningen ontwaaren zullen, dat deezen Raade geene gelegendheid laat voorbij gaan, om 's Comp:s intrek te behartigen. Voorts is, onder kennis geeving, dat van Batavia geeischt geworden zijn 600:-. leggers 1 arrak voor anno 1779. , op de remarque van de Heeren Majores wegens niet noemens waardig avans van 5¾. p:r C:t op het ijzer, vorstaan, te noteeren, dat de geheele verkogte partij bestaan heeft in 5922. –. lb. , dat daarvan ƒ4800. –. lb. voor het inkoops.-kostende, ten dienste van de nieuw gebouwrte Gerefformeerte kerk en 1122. –. lb. met 30. . p:r C:t avans aan den Heer Gouverneur: afgestaan zijn; dog dat bij het opmaaken van het rendement, die twee Den 9e: Januarij 1779 op §345. twee posten abusive onder elkanderen zijn gesmolten waardoor zij niet meer aan winst vertoonen konden als 5¾. p:r C:to Ter beantwoording der remargie bij §. 315: voorkomende, met opzigt tot het niet in gereedheid brengen der Negotie-boeken van 177¾. is verstaan aan te haalen, dat den presenten Negotie boekhouder Mossel Zig dierwegens in anno 177. bij Nunne Hoog Edelheedens voldoende heeft verantwoord en teffens aangetoond, dat die veragtering aan niemand anders als zijner Pradcesseur den koopman Hendrik Ambrosius Johnson te imputeeren geweest is. En voorts Hoog dezelven te verzekeren, dat men ingevolge Haare recommandatie omtrent dat werk voortaan wat meerder ijver en voortvaarendheid zal doen gebruiken; onder aanhaaling wijders. dat zulks bereeds plaats gehad hadt, omtrent de Boek 183. Den 9' Januarij 1779 Boekjaaren 17 4/5 , 17 5/16. en 177 6/7. , al zoo dezel„ ven reeds na Batavia waren voortgschrikt, om eerst daags door de boeken van 17 7/8. gevolgd te worden. Nopens de bedenkingen door de Heeren Ma op 1 316. jores bij d. 326. gemaakt met opzigt tot de zwaare kosten, die weder moesten worden besteed, tot herstelling der gebreeken aan de Punten van het Casteel, is eenlijk verstaan te antwoorden dat men bij het marginaal antwoord op het Ex„ „tract Patriasche missive van den 6. ' october 1776. bereeds de eere gehadt heeft, oog dezelve te Communiceeren, dat op het aanschrijvens van Hunne Hoog Edelheedens door de Ceilonsche Ministers herwaarts gezonden is den Capitain Ingenieur Elias Paravicini de Capelli, om een naauwkeurige opneem te doen van de verval¬ Een
English
The 9th of January 1779 on the fortification works of the Nagapatnam Castle, and that he, having complied with this, offered his written reports and plans directly from Ceilon to Their High Nobilities; quoting further that his writings not having been found satisfactory, that commission was entrusted to him for the second time, provided that in the meantime the begun improvements to the Castle have been suspended, pursuant to Their High Nobilities' order by missive of the 15th of May 1778. And it is further resolved, upon the earnest recommendation of the Lords Masters under paragraph 348 to observe the utmost frugality in this regard, to reply that all means that can only tend toward the economizing of expenditures are employed and put into effect here with all zeal. 185. The 9th of January 1779 Concerning the Lodge of Narsapoer, of which mention is made by Their High Noble and Most Honorable Worships under paragraph 349, it was resolved to note for communication that upon the obtained qualification from Their High Nobilities by venerated missive of the 15th of May, the Palicol Chiefs were instructed by letter of this Government dated the 7th of November 1778 to make a beginning this spring with the construction of the new Lodge for the Company at Narsapoer, and to complete it for the calculated sum of Pagodas 769: 19. —, and that it is hoped to hear of the compliance with this order this year. The 9th of January 1779 on paragraph 350: The carpentry accounts for the financial year 1772/5 having been favorably passed by the Lords Majores under paragraph 350, although they amounted to f 6072: 11. — more than those of the previous year: it is resolved to thank Their High Nobilities respectfully for this, and further to note in continuation that those of the most recently concluded financial year 1777/8 amount to an excess of f 14822: 15. — over those of the year before, originating from the extraordinary repair that had to be made to the flat roof of the Government building amounting to - - - - - - f 12275: 9: — and by the construction of a new warehouse at Iuggernaikpoeram, on which was spent . . . - f 3530: 17: 8 or together - - - - - - f 16006: 6: 8. Yet 187. The 9th of January 1779 yet all upon the prior qualification of Their High Nobilities. For the expressed satisfaction by Their High Noble and Most Honorable Worships under paragraph 351 regarding the increase in the leasing of the Domains, it was resolved to thank Their High Nobilities respectfully, while at the same time showing that the most recently held lease under the last of August 1778 amounted to f 1431: — more than that of the previous year, through which the General leases here have yielded f 59787: —. With regard to the leasing of Bimilipatnam and its subordinate villages from the Visianagaram Princes, concerning which detailed mention is made under paragraph 354, it was resolved to note that the Lord Governor, by separate missive of the 15th of October 1776, on paragraph 354. to The 9th of January 1779 Their High Nobilities respectfully gave notice of the contract newly entered into and concluded with the Visianagaram Princes for the term of three years and 8331: — Ropias per year, or 24993 in three years, beginning on the 4th of June 1775 and ending on the 4th of June 1778, and that the Princes after the expiration of that time had indeed given the Bimilipatnam Chiefs to understand that they were inclined to enter into a new five-year contract again with the Company for 15000: — Ropias per year, but at the same time had sought to stipulate an advance disbursement of 800000: — Ropias at the interest of 1/2 percent per month, wherefore this Government had entirely declined a new five-year contract for such reasons 189. The 9th of January 1779 as are fully described in the Governor's separate missive of the 25th of September 1778, but also that surrender was made by the Bimilipatnam Chiefs on the 20th of June 1778 of the lands that had been leased. It being stated by the Lords Majores under paragraph 355 that they wish to see the favorable expectations followed by a good outcome, which the Lord Governor seemed to have regarding the settlement with the Nabob Machomet Alichan of the disputes over the Ceylon Pearl Fishery: it is resolved, at the express request of His Honor, to note in the margin of that item that the reasons for its present impossibility being fully described in the Governor's separate missive of the 25th of September on paragraph 355. of the The 9th of January 1779 on paragraph 356. on paragraph 357. past year, His Honor also takes the liberty to refer to the long contents thereof. Likewise, in reply to paragraph 356, which speaks of the further representations that the Lord Governor intended to make to the Nabob concerning the far-reaching hostilities of his Havildar at Palleacatta, it was resolved to refer to the Governor's separate letters of the 15th of October 1776, as the matter is spoken of at length therein, yet to add in conclusion that no answer or the least satisfaction having been obtained from the Nabob upon the aforementioned representations, one has had to let the matter rest. Remarks having been made by the High Noble and Most Honorable Lords Principals under paragraph 357 about
Dutch transcription
Den 9e. Januarij 1779 len Fortificatie- werken des Nagapatnamsche Casteels, en dat hij hieraan voldaan hebbende, zijne schriftelijke Rapporten en plans direct .. van Ceilon Hunne Hoog Edelheedens heeft angeboo„ „den; onder aanhaaling verdter, dat zijne schriftuu„ ven niet voldoende bevonden zijnde, die Commis„ sie hem ten tweede maalen is opgedraagen, mittg:s dat intusschen de beginnen verbeeteringen aan het Casteel gestaakt zijn, ingevolge Naar Hoog Edeles ordre bij missive van den 15' Maij 1778. En is voorts op de ernstige recommantatie van de Heeren Meesteren bij §: 348., om hier omtrent de uiterste Zuinigheid te betragten, ƒ. verstaan te antwoorden, dat alle middelen, die maar tot bezuiniging der uitgaven kunnen strekken, alhier met allen ijver aangewend en ind 185. Den 9e' Januarij 1779 in het werk gesteld worden. Nopens de Logie van Narsapoer, waar van door Hunne Hoog Edele Hoog Agtb: gewag ge„ ev gaa maakt wordt bij de 349. 8. , is verstaan voor op 1 349. Communicatie te noteeren, dat op de erlangde qualificatie van Hanne Hoog Edelheedens bij gevenereerde Missive van den 15e. Maij, de Palicolsche Opperhoofden bij brief deezer Regee„ ring van den 7: November 1778. aangeschree„ ven zijn, om in dit voorjaar met den opbouw van de nieuwe Logie voor de Comp: te Nar¬ sapoer, een begin te maaken en het te vol¬ tooijen voor de daar voor gecalculeerde Somme van Pa/o: 769: 19. —. , mitsgaders dat men de vol doening deezer ordre van dit jaar hoopt te verneemen. Door Den 9e. Januarij 1779 op 1 350: Door de Heeren Majores onder d. 350. gunstig gepasseerd zijnde de Timneragie- verke¬ ning van het Boekjaar 177 2/5. Schoon die ƒ6072. 11. –. meerder bedragen hadt, dan die van het voorige jaar: Zoo is verstaan, daarvoor Hoog dezelven nalvig te bedanken, en voorts ten vervolge te noteeren, dit die van het jongst afgeloopen Boek jaar 177 7/8. een montant van ƒ14822. 15. –. meerder komt te bedraagen, dan die van 's jaars te vooren, oorspronkelijk uit de extraordinaire reparatie, die 'er aan het plat of dak van het Gouvernement heeft moeten ge„ schieden tot - - - - - - ƒ12275: 9: —. en door den aanbouw van een nieuw pakhuis op Iuggernaikpoeram, waar„ aan te kosten gelegd is. . . -. „ 3530: 17: 8 of te zamen - - - - - - ƒ 16006: 6: 8. Dog 187. Den 9. Januarij 1779 dog alles op vooraffgaande qualificatie van Hun„ ne Hoog Edelheedens. Voor het betuigd genoegen door Hunne Hoog ge Edele Hoog Agtb: bij §. 351: over het accres in op 2351. de verpagting der Domeijnen, is verstaan, Hoogde„ zelven reverentelijk te bedanken, onder vertoo„ ning teffens, dat de jongst gehoudene verpagting 1 onder ultimo Aug:s 1778. ƒ 1431:—. meerder be„ ƒ dragen heeft, als die van het voorige jaar, waar„ door de Generaale pagten alhier, gerendeerd hebben ƒ59787. -. Met opzigt tot het in pagt neemen van Bimilipatnam en dies onderhoorige dorpen van de visianagaramsche Princen, waar omtrent breed voerig gesproken wordt bij d. 354. , is verstaan, te noteeren, dat den Heer Gouverneur bij aparte missive van den 15:' October 1776. op § 354. aan Den 9e. Januarij 1779 aan Haar Hoog Edelheedens eerbiedig kennis ge¬ ge„ geven heeft van het met de visianagaransche Prin„ een op nieuw aangegaan en geslooten Contract voor den tijd van drie jaaren en 8331: -. No¬ pias in het jaar, dan wel 24993. in drie jaaren beginnende den 4e. Junij 1775. en eindigende den 4:' Junij 1778., en dat de Princen na ex„ - piratie van die tijd wel aan de Bimilipatronsche Opperhoofden hadden te kennen gegeeven, genee„ gen te zijn, om wederom met de Compagnie een nieuw vijff jaarig Contract aan te gaan voor 15000. — Rop:s 'sjaars, dog teffens daarbij hadden tragten te bedingen eene voor uit verstrekking 8 van 800'000. -. ropias tegens den interest van ½. p„r Ct 'Tmaands, wils gador, dat deeze Rrageering daarom niet alleen van een nieuw vijffjarig Con¬ tract ten eenemaal hadt afgezien, om zoodanige reedenen 189. Den 9 Januarij 1779 reedenen, als breedvoerig beschreeven staan bij Gouverneurs aparte missive van den 25.' Septemb: 1778. , maar ook, dat door de Bimilipatnansche Opperhoofden op den 20:' Iunij 1778 overgaaf, gedaan was van de in pagt geweest zijnde Lan„ den. Door de Heeren Majores bij d. 355: ge„ zegd wordende te wenschen, door een goede uit„ komst agtervolgd te zien de gunstige verwagting vol die den Heer Gouverneur Scheen te hebben wegens het afdoen met den Nabab Machomet Alichan, van de verschillen over de Ceilonsche Paarlvis scherij: zoo is op de expresse begeerte van zijn Edele verstaan, in margine van die post te no„ teeren, dat de reedenen van dies presente onme gelijkheid breed voerig, beschreeven staande bij Gouverneurs aparte missive van den 25:' Sept: op 2 355. des Den 9'. Januarij 179 of D 356. op § 357. det jongst verweeken jaars, zijn Edele ook de vrijheid neemt zig aan dies lange inhoud te gedragen. Desgelijks is ter beantwoording van de 356. 8. Spreekende over de nadere representadien, die den Heer Gouverneur voorneemens was, aan den Nabab te doen, over de verre gaande hostilisteiten van zijnen Haweldaar op Palleacatta, vertaan, Zig te refereeren aan 's Gouverneurs aparte letteren van den 15. ' october 1776. , alzoo daar„ bij wegens die affaire in het breede gesprooken wordt, dog 'er egter tot slot bij te voegen dat 'er op de voorsz. representatien van den NNa„ bal geen antwoord of de minste Satisfactie erlangd zijnde, men het er bij heeft moeten laaten berusten. Door de Hoog Edele Hoog Agtbaare Heeren Principaalen bij d. 357. remarque gemaakt zijnde over
English
191. The 9th of January 1779 regarding the request of this Government, by letter to Batavia of the 16th of September 1775, concerning the Reverend Albertus Lieftink: Thus it is resolved to reply thereto with respect, that the request of this Government for a good and capable Teacher, but that the Reverend Lieftink might not be called thereto, had no other objective than the differences that had arisen between his Reverence and the Jaffanapatnam Commander Christiaan Roose, and why he was sent from Ceylon via this coast to Batavia, as this raised an apprehension in this Council whether such or similar disputes might not occasionally arise with his Reverence here, to the offense of the Congregation. The 9th of January 1779 on § 359. And it is further, in the hope that the aforesaid explanation may satisfy the intention of Their High Excellencies and Most Noble, resolved, in continuation of this period, to note that this Congregation has the greatest reason in the world to thank Their High Excellencies for the favorable assignment of the Reverend Johannes Theodorus van de Werth. Their Excellencies having furthermore indicated by § 359 Their expectation that the Company would have been kept free of loss on account of the deficits of the deceased Jaggernaikpoeram Second Dumon, on the petty cash and warehouses: thus, at the end of the Extract, it is resolved to note in the margin of the first-mentioned entry that the Company has remained free of loss through the cash-counting of that which Dumon had been short on his administrations. 13 193. The 9th of January 1779 Hope of satisfaction of the masters concerning the fire letters and said muster rolls. Lastly, in answer to the Extract of the Batavia Missive of the 17th of October 1777, speaking of the drafting of the fire letters and fire rolls of the permitted chests of the repatriating persons, it is resolved to note that, as this has already been ordered here by Their High Excellencies, it is hoped that upon the safe arrival of the return ship De Patriot the fire letters and fire rolls will be found to have been drafted according to Their Excellencies' intention. Thus done and decreed in the Castle at Nagapatnam on the date aforesaid. Signed by all, except P: I: Dormieux and I: Aspengh. Tuesday 13 Request by petition of Simons and Stoffenberg for advancement upon vacancy Tuesday the 19th of January 1779 In the morning at 9:00 o'clock. Meeting of the Council of Policy Absent The Senior Merchant and Honorable Head Administrator Philipus Jacobus Dormieux, and The Junior Merchant and Dispenser Ian Sppengh, due to indisposition. Initially, upon the request made to that end by the members of this meeting, the merchant titular and Second Warehouse Keeper Joan Daniel Simons, and the Junior Merchant and Secretary of Policy Martirus Stoffenberg, it was approved and resolved to present their humble Petitions dedicated to the High Indian Government at Batavia, containing that of the 195. The 19th of January 1779 Item by Scheuneman, Brouwer, Van Grol, and Bronsveld. first a request for the Jaggernaikpoeram directorship, and that of the other for the Second Warehouse Mastership of Nagapatnam upon vacancy, to Their Excellencies with the letter currently being prepared, under a favorable recommendation. Likewise, upon the received Petitions from the Adigaar of the Villages Johannes Scheuneman, the former Resident of Portonovo Broerius Brouwer, the Trade Transfer Agent Petrus van Grol, and the First Clerk of Policy and Secretary of Justice Johannes Abraham Bronsveld, it was approved and resolved also to present their likewise received very respectful Petitions, addressed to Their High Excellencies the High Indian Government at Batavia, containing, regarding that of the first and third, The 19th of January 1779 Bad condition of the warehouses an earnest instance for a better employment upon vacancy, and that of the two others for the Secretariat of Policy should it happen to fall vacant during the upcoming promotion among the Servants on Choromandel, to Their Excellencies with the writing now to be dispatched under a favorable recommendation on behalf of this Government. By the Warehouse Masters here, the merchant Peracules Mossel and the merchant titular Joan Daniel Simons, it has been demonstrated at length by Petition that all the Warehouses in the inner city are in such poor condition regarding their roofs that they can no longer undertake to keep therein the effects on which the Company relies so heavily, and principally the linens, whose procurement constituted the principal branch of the Company's 197. The 19th of January 1779 Company's trade on this coast. That however of all the Warehouses, those in which the Company's linens were stored were indeed the worst, as they were only provided with a single raftered roof covered with tiles, through which—even if by good fortune they might not leak—the water nevertheless in the rainy monsoons during heavy and continuous rains, as that season brought along, had to seep through and drip onto the bales; that it was impossible to guard against this by covering the bales with tarpaulins or cadjang mats, especially since, if the warehouse was as full of bales as it is now, it could not well be seen where the leak was; and that besides, even if the bales were covered, the water nevertheless from the upper
Dutch transcription
191. Den 9 Januarij 1779 over het verzoek deezer Regeering, bij brief na Batavia van den 16. ' September 1775. aan„ gaande den Predikant Albertus Lieftink: Zoo is verstaan, daar op met eerbied te rescribeeren, dat het verzoek deezer Regeering om een goed en bekwaam Leevaar, dog dat daartoe niet mogt beroepen worden den Predikant Lieftink, niets anders ten doelwit heeft gehadt, dan de verschillen, die tusschen zijn Eerwaarde en den Jaffanapatnams Commandeur Christiaan Roose ontstaan waren, en waarom hij van Ceijlon over deeze kust na Batavia gezonden wierdt, alzoo dit in deezen Raade eene bevreestheid verwekte off niet sonwijlen zulke of diergelij„ ke verschillen met zijn Eerwaarde alhier zou„ den kunnen ontstaan, tot ontstigting der Ge„ meerte. Den 9' Januarij 1779 op I 359. En is voorts, in hoope, dat de voorsz: verklaa¬ ring aan de intentie van Hunne Hoog Edele Hoog Agtb: zal mogen voldoen, verstaan, ten vervolge van deeze periode te noteeren, dat deeze Gemeente de grootste reeden des werelds heeft, om Hunne Hoog Edelhedens te bedanken voor de gunstige toe¬ Schikking van den Predikant Johannes Theodorus van de Werth. Hoog dezelve wijders bij §. 359: te kennen hebbende gegeeven Haare verwagting, dat de Maatschappij wegens de te kort komingen van den overleedene Jaggernaikpoerams Secunde Dumon, op de kleine kas en pakhuisen, buiten Schaade zou zijn gehouden: zoo is tot slot van het Extract verstaan, in margine van eerstgemelde die post te noteeren, dat de Maatschapij door in kasse telling van het geen Dumon op zijne administra„ tien 13 193. Den 9' Januarij 1779 ren majores omtrend de brand brieven en d„o rollen. tien was te kort gekomen, buiten schaade geblee„ ven is. Laastelijk is, ter beantwoording van het Extract Hoofpe van gemwoegen, der hae„ Patviasche Missive van den 17. October 1777. spree„ „kende van het inrigten der brandbrieven en brand- rollen van de gepermitteerde kisten der repatrice rende, verstaan te noteeren, dat dit door Hun„ ne Hoog Edelheedens bereeds na herwaarts gelast zijnde, men hoopt, dat bij behoude aankomst van het retourschip. de Patriot de brand brieven en brand vollen na Hoog derzelver intentie zul¬ len bevonden worden, ingerigt te zijn. Aldus Gedaan en Gearresteerd in 't Casteel tot Nagapatnam Dato voorsz. /: geteekend door alle /:exceptis:/ P: I: Dormieux en I: Aspengh. Dingslag 13 Versoek pr requeste van Simons van Simons en Stoffenberg om Dingsdag den 19. ' Januarij 1779 Smorgens ten 9. -. uuren. Vergadering van Politie Absent Den Opperkoopman en E. Hoofd administrateur Philipus Jacobus Dormieux en Den onderkoopman en Dispencier Ian Sppengh mits indispositie. Is aanvangkelijk op het daar toe gedaan verzoek door de Leeden deezer vergaderinge verschanging bij vrature den koopman titulair en Tweeden Pakhuismeester Joan Daniel Simons, en den Onderkoopman en Secretaris van Politie Martirus Stoffen„ berg, goedgevonden en vertaan, hunne nedrige Requesten aan de Hooge Indiasche Regeering te Batavia gedediceerd, behelsende, dat van den 195. Den 19' Januarij 1779 Item door Schuwmaa ken brou¬ wer, van Grollen bronsveld. den eersten verzoek om de Iaggernaikpoeramsche opperhoofdij, en dat van den anderen, om het Tweede Pakhuismeeterschap van Nagapatnam bij vacaluure Hoog dezelven met den tans in ge„ reedheid gebragt zijnde brief nog aan te bie„ den onder een favorabel voorschrijven. Desgelijks is op de ingekome Requesten van den Adigaar der Dorpen Iohannes Scheune„ man, den geweesen Resident van Portonovo Broerius Brouwer, den Negotie- overdraager Petrus van Grol, en den Eersten Klerk van Politie en Secretaris van Justitie Johannes Abraham Bronsveld, goedgevonden en ver„ staan, hunne teffens ingekomen zeer eerbiedige Supplicquen aan Hunne Hoog Edelheedens de Hooge Indiasche Regeering te Batavia beschree„ ven, behelzende, dat van den eersten en derden vontarilie Den 19'. Januarij 1779 „slegte gesteldheid der pakhuijsen instantie om een beeter emplooir bij vacatuure, en dat van de twee anderen om het secreta„ riaat van Politie zoo het bij de aanstaande verschansching onder de Dienaren op Chorman„ del mogte komen open te vallen, Hoog dezel„ van al meede aan te bieden bij het tans afte gaan schrijven onder een guntige voordragt van weegen deeze Regeering. Door de Pekhuismeesters alhier den koopman Peracules Mossel en den koopman Hd: Ioan Da„ niel Simons is, bij Requeste in het breede vertoond, dat alle de Pakhuizen in de binnestad zoo slegt ontrent haare dakken gesteld zijn, dat zij niet langer op hun kunnen neemen daarin te bewaa ren effecten, waaraan de Maatschappij zoo veel gelegen legt, en wel principaal de lijwaaten welkers procuure den voornaamsten tak van Compt. 197. Den 19e Januarij 179 Netij 7 Comp:s handel ter deezer kuste uitmaakten. Dat egter van alle de Pakhuisen, die waarin i't bijzonderde lijveat ditt Compagries lijwaaten wierden geborgen, nog wel de Slimte waren, als zijnde slegts voorzien van natwording der lijwartenen een enkeld spancak, overdekt met pannen, waar door /: zoo die bij geluk al niet lekken mog„ ten :/ het water egter in de regen-moussen bij swaare en Continueele regens, gelijk dat Saijsoen zulks meede bragt, moest henen Sijperen en op de pakken druijpen; dat daartegen onmogelijk was te voorzien door het bedekken der packen met presennings off Cadjangmatten, nadien vooral zoo het pakhuis zoo vol packen lag als thans niet wel kon worden gezien, waar de lekkagie was; en dat buiten des, bij aldien de packen al wierden overdekt, het water tog van de bo„ verse
English
The 19th January 1779 Continuation outer covering, and would run into the lower bales through the parting of the tarpaulins; That in addition, the floor inside the one warehouse lies almost a foot lower than the ground outside, whereby water ran inside during heavy rains, all the more because the doors do not open outwards, but were placed against the inner walls, so that the rainwater falling upon them did not drain outwards, but washed inside. That, as was well enough known, during the recently passed bad monsoon the rain here had been so heavy and continuous that no residential houses, however good their roofs and tiles, and indeed not even flat roofs, although these had previously always been tight and well-maintained, were spared from leakage; which also 199. The 19th January 1779 Lack of tackles in the warehouses caused this to occur especially in the warehouses at that time, and that thereby not only packages of linen, but also paddy and other goods became wet; That above all this, the linen warehouses still lack the hoisting blocks or tackles and their accessories, which are so urgently needed for stacking and moving the bales, as was customary in other places and appeared to have been the case here as well; since otherwise, or as currently happens here, the bales become very loose in their binding and unsightly upon stacking or relocation, through the continuous dragging and rolling of the same: That they, the Warehouse Masters, because of this Request for this reason. and that, found themselves not only under the utmost necessity The 19th January 1779 Item, for the rewashing of the wetted linen bales. to give the required notice thereof to this Government, but also very humbly requested: Firstly, that they might be provided, for the service of the linen warehouses, with the necessary hoisting blocks or tackles with their accessories, to facilitate the stacking of the bales, and to prevent them from being shipped off loose and unsightly. Secondly: That all the linen bales presently lying in the warehouses may be opened and inspected, and the pieces that have become wet may be dried or rewashed and bleached, all at no expense to the petitioners; since this was caused not through their negligence, but through the heavy rains and the poor condition of the roofs of the linen warehouses; that 201. The 19th January 1779 Neglect regarding damage to the paddy and release from duty which consequently could not be imputed to them: with the simultaneous petition, under this second part of their application, that they might also be declared free from neglect of duty and restitution, should the aforementioned rain have caused any damage to the large quantity of paddy that was presently under their accountability in the warehouses; since they firmly presumed that the flat and tiled roofs of those storehouses would also have leaked through from the heavy rain that had fallen during two months, without any investigation being possible for the present on account of the large quantity of grain currently lying there, as there was no room to transfer it to another warehouse or to air it: And The 19th January 1779 with a request for the repair of the warehouses. And thirdly: That not only the most urgently needed repairs might be carried out on all the aforesaid warehouses, but also that the two linen warehouses in particular might be provided with wooden lofts, so that they, the petitioners, might thereby be enabled to detect the slightest leakage that occurred on the planks, in order to prevent the linen bales from suffering any damage thereby; or otherwise favorably to present these their humble requests at the very first opportunity to Their High Excellencies, the High Indian Government at Batavia, setting forth not only the petitioners' reasons, but also their declaration, which they made at the same time, of no longer daring to take it upon their own account and responsibility 203. The 19th January 1779 to keep any valuable goods for the Company in the aforesaid warehouses; since they would thereby expose the Company not only to very great loss, but also themselves to much accountability, as all this further appears from the Petition itself, being of the following content: To the Right Honorable, Valiant Sir Reinier Van Vlissingen, Governor and Director of this Coast of Coromandel and its Dependencies, etc., etc., Together with the Council. Right Honorable, Valiant Sir, and Gentlemen! Respectfully show Seracules Mossel, First, and Joan Daniel Simons, Second Warehouse Master here, That all the warehouses in the inner city, wherein the Company's goods, both linens, paddy, and otherwise, [illegible]
Dutch transcription
Den 19e Januarij 1779 Vervolg venste bekleeding af, tusschen de benedense packen zou inloopen door de scheijding der kleeden; Dat daar en boven de vloer binnen het eene Pakhus bij na een voet laager legt als de grond van buiten is, waardoor het water bij Zwaare regens na binnen liep, te meer wijl de deuren niet na, buiten opengaan, maar aan de binnen muuren geplaatst waren, alzoo hier toor het regenwater, dat daarop viel, niet naar buiten, maar naar binnen Spoelden. Dat, zoo als genoeg bekend was, in de jongst gepasseerde kwaade mousson, de regen alhier zoo sterk en Continueel was geweest, dat geen woonhuizen, hoe goed ook van dak en pannen ja zelvs geen platten, schoon die be„ voorzien, voorens altoos digt en wel geweest waren, van likkagie zijn bevrijd geweest; waardoor dan ook agte 199. Den 19:' Januarij 1779 Gebrek aan Talies inde pak„ „T huijsen ook gecauseerd was, dat zulks op dien tijd bij uitstek in de Pakhuisen hadt plaats gehad, en dat daar door niet alleen lijwaat- pardeelen, maar ook Nelij en wes meer, waren nat geworden; Dat boven dit alles nog in de lijwaate Pak„ huisen manqueeren de daarin zoo zeer benoodig„ de jeinen of talies met dies toebehooren tot het opstapelen en verplaatsen der packen, gelijk zulks op andere plaatsen in gebruik was en hier ook scheen geweest te zijn; alzoo anders off gelijk thans hier gebeurd de packen bij op„ stapeling of verplaatsing zeer los in den band„ en onaanzienlijk worden, door het Continueel Sleepen en rollen van dezelven: Dat zij Pakhuismeesters om dit een en Verzoek daarom. ander zig niet alleen in de hoogste noodzaake„ lijkheied Den 19 Januarij 1779 Jtem tot herwasing der natgaamn„ den lijwaat pakken. lijkheid bevonden, om daarvan aan deeze Regeering de vereischte kennisse te geeven, maar teffens zeer ootmoedig verzogten: Eerstelijk, dat aan hun ten dienste van de lijwaat pakhuisen mogt worden vertrekt de noodige jeins of talies met dies toebehooren tot faciliteering van het opstagelen der packen, en voorkoming, dat dezelven niet los en onaan¬ zienlijk worden afgescheept. Ten. tweeden: Dat alle de thans in de pak huisen leggende Lijwaat packen mogen geopend, bezigtigd en de nat geworden stucken gedroogd of herwassen en gebleekt worden, alles buiten lasten van de Supplianten; alzoo zulks niet door hunne negligentie, maar door de Zwaare regens en de slegte gesteldheid der daaken van de lijwaat pakhuisen was gecauseerd; dat 201. Den 19:' Januarij 1779 Verzuijm woeg„s bedere der Nelij dat hun dienvolgende niet kon worden geimpu„ teerd: met supplicatie teffens, onder dit tweede stam en wijkeng ven plijt„ lid van hunne instantien, dat zij meede van pligt verzuim en vergoeding mogten worden vrij gekendt, wanneer den voormelden regen eenig nadeel mogt veroorzaakt hebben aan de groote meenigte Nelij, die thans ter hunner verantwoording in de Pakheisen lag; alzoo zij vast stelden, dat het plat en de pannedaa„ ken van die maguazijnen door den zwaaren regen, die 'er geduurende twee maanden geval len was, al meede zouden weezen doorgelekt Zonder dat daarna voor het tegenwoordige ge onderzoek kon worden gedaan, om de groote quantiteit graanen, welke 'er thans lag, alzoo 'er geen plaats was, om die in een ander pak„ huis over te brengen off te doen lugten: En Den 19 Januarij 1779 met verzoek om reparatie der pakhuijden. via en waarom En ten Derden: Dat aan alle de voorsz. pakhuisen niet alleen mogt worden gedaan de zoo hoog noodzaakelijke verbelpingen, maar ook diet de twee lijwaat pakhuisen in het bij„ zonder mogten worden voorzien met houten Solders, op dat zij Supplianten daardoor in staat mogten weezen, de minste lekkagie, die 'er was te kunnen ontdekken aan de planken ter voorkoming, dat de lijwaat-packen daardoor dan voldis voorsragt mae batag een nadeel leeden ? off anders deeze hunne nedrige verzoeken bij de aller eerste gelegendheid favorabel voor te draagen aan Hunne Hoog Edelheedens de Hooge Indiasche Regeering te Batavia, met vertooning niet alleen van der Supplianten reedenen, maar ook van haare betuiging /: die zij teffens deeden:/ van niet langer voor haare reekening en verantwoording 203. Den 19e: Januarij 1779 te durven neemen, om eenige goederen van aan gelegendheid voor de Compagnie in de voorsz: Pakhuisen te bewaaren; alzoo zij daardoor de Maatschappij niet alleen aan een zeer groot nadeel, maar ook hun zelven aan veel ver„ antwoording zouden exponeeren, gelijk dit een en Jnstertie van dat request ander nader blijkt bij het Request zelven, zijnde van den volgenden inhoud. Aan den wel Edelen Getrengen Heer Reinier Van Vlissingen, Gouverneur en Directeur deezer kuste Chormandel met den Resorte van dien &:a: &:a, Nevens den Raad Wel Edele Gestrenge Heer, en Heeren! Geeven eerbiedig te kennen Seracules Mossel Eerste en Joan Daniel Simons tweede Pakhuismeester alhier, Dat alle de pakhuisen in de binnen stad, waarinne 's Comp:s goerleven, soo lijwaaten, Nelij als andersins Gercepte
English
The 19th of January 1779 except spices, which are kept in the Castle, stored and kept under their responsibility, are in the most wretched state regarding their roofs, to such an extent even that they are forced to testify, as they previously made known their apprehension to Your Right Honorable in particular, that they can nor dare no longer take upon themselves to keep therein effects on which the Honorable Company places so much importance, such as principally the linens, the procurement of which here on the Coast constitutes one of the most prominent branches of Her Honorable trade, to expose them further to apparent ruin, and to make themselves irresponsible; However, that among these the worst are indeed those in which the linens are kept, which from above are only provided with a single rafter roof covered with tiles, through which even if by chance they do not leak, which is found but little, the water nevertheless in the rainy monsoon during heavy and continuous squalls, as that season brings with it, seeps through and drips onto the bales, against which covering the bales with tarpaulins or cadjang mats cannot possibly help, because when the warehouse is as full of bales as it is now, it cannot well be seen where the leakage actually is, and besides, even if the bales were all covered, the water would still run off the top covering and between the lower bales through the seams of the 205. The 19th of January 1779 the coverings, but that on top of that, the floor inside one warehouse lies almost a foot lower than the ground outside, because of which during heavy rains the water runs inside, the more so because the doors do not open from the outside, but are placed against the inner wall; which is the cause that the rainwater that falls from them washes inside instead of outside. That, as is sufficiently known, in this most recently passed bad monsoon the rain has been so strong and continuous, that even no residential houses, however well provided with roof and tiles, yea even no flat roofs, which previously were always tight and good, have been free from leakages, because of which it has also been caused that during that time this has taken place preeminently in the warehouses as well, and linen bales, paddy, and otherwise have become wet. That in the linen warehouses they most urgently lack ropes or tackles with their blocks and strops for the stacking and moving of bales, as are used for that purpose in other places, and must also have been here according to the signs thereof, because during stacking or moving through the considerable pulling, dragging, and rolling the bales become very loose in the bindings and unsightly, for all of which they now find themselves in the highest necessity not only to give the requisite notice of this to Your Right Honorable The 19th of January 1779 Honorable, but also humbly to request. Firstly: to cause to be provided to them in the linen warehouses the necessary ropes or tackles with their blocks and strops to facilitate the very great difficulty there is in stacking the bales and to prevent them from coming loose and being shipped off unsightlily. Secondly: that all the bales currently lying in the warehouses may be opened, inspected, and the wet pieces dried or rewashed and bleached, all free of expense to them the petitioners, because this was not caused by their negligence or otherwise, but was actually caused by the accidental heavy squalls and the accompanying bad condition of the roofs of the warehouses: both matters, as they respectfully maintain, on account of which not the least can be imputed to them, and for those very reasons they also petition to be declared free from compensation and neglect of duty, if the aforementioned rain should have caused any damage to the paddy, which currently lies in great quantity in the warehouses under their responsibility, and be discovered in due time, as they firmly believe that the flat and tiled roofs of those magazines must have leaked through as well due to the heavy pressure of the water over the course of about two consecutive months, and the quantity of those grains is too large to conduct the necessary inspection for the present, as there is no space to transfer the same to another 207. The 19th of January 1779 another warehouse or to have it aired, unless Your Right Honorable should please to dispose otherwise. Thirdly: That not only the so urgently necessary repairs may be done to all the aforementioned warehouses, but also that the two linen warehouses in particular may be provided with wooden lofts, so that they the petitioners may thereby be enabled to detect the slightest leakage directly on the planks and prevent the linen bales from suffering damage thereby: but in the event that this requested repair should be deemed by Your Right Honorable although in truth it has no other object than the well-being of the Honorable Company too important to proceed thereto without special orders from the Honorable High Indian Government; they in that case further beseech to request authorization from the same at the first opportunity, under presentation of the reasons adduced for it herein by them the petitioners, and citing that they the petitioners respectfully testify, as they do now, that they can or dare no longer take upon their account and responsibility to store and keep the so important goods of the Honorable Company in the aforementioned warehouses, because in the contrary case
Dutch transcription
Den 19e' Januarij 1779 /: excepto Specerijen, die in het Casteel berusten:/ ge„ borgen en voor hunne verantwoording bewaard werden, ten uitersten stigt omtrent haare daken zijn gesteld in zoo verre zelvs, dat zij genoodzaakt zijn, te betuigen, zoo als zij wel eer haare bedugting aan uwel Edele Gestr: in 't bijzonder te kennen gegeeven hebben, dat zij niet langer op hun kunnen nog durven neemen daarin te bewaaren effecten, waaraan D E. Maatschappij 1 legd soo veel geleegen h als wel principaal de lijwaaten welkers procuure hier ter Custe wel een der voornaamste tacken van Haar Edele handel uitmaakt, om die meerder aan oogscheinelijk verderf te exponee¬ ren, en hun onverantwoordelijk te maaken; Dog dat hieronder wel de slimste zijn die, waarin de lijwaaten bewaard werden, die van boven niet alleen maar voorzien zijn van een enkeld Spandak met pannen overdekt, waardoor /:zoo die per geluk nog al niet lekken, dat men dog wainig vind :/ het water egter in de reegen mousson bij Zwaare en Continueele veegens soo als dat Saij¬ soen zulks meede brengd doorzijnt en op de packen druipt, waar teegens onmogelijk helpen kan het bedekken der packen met presennings of Cadjang matten, wijl zoo het pakhuis soo vol packen legd 8, als thans niet wel gezien kan worden, waar de lekkagie eigentlijk is en dat buiten des bij aldien de packen al alle overdekt wierden, het waater tog van de bovenste bekleeding af, en tusschen de bene denste packen inloopen Soude, door de Scheidinge der, 205. Den 19e. Januarij 1779 der kleeden, maar dat daar en boven de vloer van het eene pakhuis binnen, wel bij na een voet lager legd als de grond buiten is, waar door bij swaare reegens het waater binnen loopt, te meer wijl de deuren niet van buiten opengaan, maar aan de binnen muur geplaatst zijn; het geen oorzaak is, dat het re„ genwaater, welk daar afvalt, niet naar buiten„ maar na binnen Spoeld. Dat zoo als genoeg bekend is, in deeze jongst gepas„ seerde quaade mousson de reegen zoo sterk en Conti„ nueel geweest is, dat zelve geen woonhuisen, hoe goed ook van dak en pannen voorzien, Ia zelve geen platten, die bevoorens altoos digt en wel waren, van lekkagien zijn bevrijd geweest, waardoor dan ook gecauseerd is, dat zulks in die tijd in de pakhui„ zen ook bij uitstek plaats gehad heeft, en 'er lijwaat fardeelen Nelij als andersins nat geworden zijn. Dat hun in de lijwaat pakhuisen wel hoog nood zaakelijk manqueeren Jijnen of 'talies met dier blok„ ken en Stroppen tot het opstapelen en verplaatsen van packen, soo als die daartoe op andere plaatsen sijn en gebruikt werden, en hier ook moeten ge¬ weest hebben na de tekenen, die 'er van zijn, wijl de packen bij opstapeling off verplaatsing door het Considerabel haalen, Sleepen en rollen Zeer los in de band raaken en onaanzienlijk worden, om welk een en ander zij hun thans wel inde hoogste noodtzaakelijkheid bevinden, om hiervan uwel Edele Gestrenge Den 19' Januarij 1779 gestrenge niet alleen de vereischte kennisse te geven maar ook ootmoedig te verzoeken. Eerstens: hun in de lijwaat pakheisen te doen verstrek„ ken de noodige fijnen of 'talies met dies blocken en stroppen tot faciliteering van de zoo groote moeite die er is om de packen op te Staapelen en tot voor„ koming, dat dezelve niet los raaken en onaanzienlijk afgescheept worden. Tweedens: dat alle de thans in de pakhuisen leggende packen mogen geopend, besigtigd en de nat gewordene stucken gedroogd off herwassen en gebleekt worden, alles buiten laste van hun Supplianten, wijl sulks niet door hunne negligentie als andersins veroorzaakt, maar eigentlijk gecauseerd is, door de toevollige Swaare veegens en daarbij Slegte gesteldheid der daken van de pakhuisen: beide zaaken, zoo zij in eerbied sustineeren; welkent weegen hun niet het minste kan worden geimputeerd en om die eigenste reederen suppliceeren sij meede vrij gekend te worden van vergoedinge en pligt verzuim, wanneer de voorm: reegen aan de neli, die tans in een groote meenigte in de pakhuisen onder hunne verantwooreling leggen, eenige nacheel ragte veroor¬ zaakt hebben en in der tijd ontdekt worden, alzoo zij vast stellen, dat het plat en de pannen daken dier maguazijnen door de zoo swaare aandrang van het water op den duur of omtrent twee maan„ den agter den anderen meede doorgelekt zullen hebben en de quantiteit dier graanen te groot is, om daarna voor tegenwoordig het noodig onderzoek te doen, alzoo 'er geen plaats is, om dezelve in een ander 207. Den 19e Januarij 1779 ander Pakhuis over te brengen off te doen lugtigen ten waare uwel Edele Gestrenge zulks anders gelieve te disponeeren. Derelens: Dat aan alle de voorsz. pakhuisen niet alleen de zoo hoog noodzaakelijke verhelping mag worden gedaan, maar ook dat de twee lijwaat pakhuisen in't bijzonder met houte solders mogen werden voorsien, op dat zij Supplianten daardoor in staat weesen mogen, de minste lekkagie direct aan de planken te kunnen ontdekken en voorkomen, dat de lijwaat packen daardoor geen nadeel lijden: dog bij aldien deeze versogte verhelping door uwel Edele Gestr: /: Schoon, die in waarheid niet anders dan het wel zijn der E. Maatschappije ten doel wit heeft:/ te important geoordeeld werden mogt, om daartoe Sonder bijzondere last der Edele Hoog Indiase Regeering over te gaan; zoo smeeken sij in dat geval al verder„ daartoe Hoog deselve bij de eerste gelegenheid qua„ lificatie te versoeken, onder vertooning der door hun Supplianten daar voor in deezen bijgebragte reedenen, en aanhaaling, dat zij Supplianten in eerbied betuigen, zoo als ze tans doen, van niet langer voor hunne reekening en verantwoording te kunnen off durven nee„ men in de voorsz. pakhuisen meerder de zoo aangeleegene goederen van de E. Compagnie te doen bergen en bewaaren, wijl zij in geval Contrart
English
The 19th of January 1779 Deliberation thereon repairs contrary would not only expose the Honorable Company to great disadvantage, but also make themselves responsible; as they have experienced this to their regret, since the bad condition of the warehouses was the cause that they, in accordance with the respected order of Their High Nobilities, were made to reimburse the lower yield than the purchase cost of a pack which in the year 1777 became damaged and was sold by auction; which doing etc. Whereupon, having deliberated attentively and considered that the aforesaid requests are extremely necessary, especially those for lofts in the linen warehouses and raising the floors thereof: It is therefore not only approved and agreed to request qualification from Their High Nobilities for making the aforesaid improvements, under submission of the aforementioned petition of the Warehouse Masters and a specific calculation, prepared by the Land Surveyor, of what the lofts in the warehouses will cost, 209. The 19th of January 1779 warehouses. repairs inspection of the linen packs. report thereof. orders to properly repair the roofs of the linen warehouses. Report of the said done but also in the meantime, to prevent further damage, to have all the linen packs lying in the Company's warehouses opened and inspected pack by pack as soon as possible by express commissioners to be appointed by the Chief Administrator, with orders to the same to reject and separate all the pieces that have become wet from them, so that they can be dried or rewashed, and moreover, after the conclusion of their commission, to furnish an accurate report in writing, in order to be able to resolve further upon what is necessary. While in the meantime, to prevent further leakage, which cannot be other than extremely damaging to the Company, it is also agreed to instruct the Land Surveyor Benck hereby to have the roofs of both linen warehouses properly attended to and repaired without delay. From a report jointly received from the aforesaid Warehouse Masters and a second from the express The 19th of January 1779 8200 lb. of Bengal rice spoiled. casting into the sea and writing off thereof. Commissioners, Junior Merchant Gerardus van Haeften and Bookkeeper David Vick, it having been seen that due to the heavy rain which has fallen continuously here in the recent bad monsoon, 8200 lb. of Bengal rice from the cargo of the private vessel the Hercules had become wet and spoiled due to the leakage of the roof of the warehouse in which that rice was stored: it is therefore, because this misfortune was caused solely by the continuous rain, without all the precautions taken to prevent such having been able to hinder it, subject to the favorable approval of Their High Nobilities, approved and agreed to have the aforementioned 8200 lb. of spoiled rice cast into the sea by express Commissioners, subsequently to be written off in the Nagapatnam trade books to profit and loss without a sum of money, and furthermore to have the purchase cost of the aforesaid rice calculated into the whole purchased quantity, on the 211. The 19th of January 1779. reimbursement of 8 hard freestone tombstones grounds that this will burden the purchase cost thereof so little that upon sale enough of the usual profit of 25 percent for the Company will still be obtained thereon. Upon the letter of this Government to the Sadraspatnam Chiefs by missive of the 7th of November 1778, to have the 8 drilled hard freestone tombstones on hand there reimbursed by those whom it incumbed, in accordance with the order of Their High Nobilities contained in the highly respected letters of the 15th of May prior, it having been shown by them in a letter of the 31st of December last that not a person was to be found there who could take on the aforesaid reimbursement, as they had found from a document of the 25th of January 1734, signed by the then Chief Spits and the Second Campie, reasons for exemption thereof The 19th of January 1779 decision to submit the same to Their High Nobilities that those tombstones were already in such a condition then, and that they therefore believed to be able to deduce therefrom that they must have already been of an old date then; furthermore adding that it was impossible for them to trace on which requisitions and under whose management or under which heads of the stonemasons those tombstones had been made, as the present people residing at Arriaalcherij could not give the slightest report of it anymore, and that they consequently also trusted that this short demonstration of theirs would prove with reason that the reimbursement of those 8 tombstones, which already in the year 1744 suffered from those same defects, could in no way fall upon anyone of the present time: It is therefore, because one cannot trace here either at what time the aforesaid tombstones were 213. The 19th of January 1779 Petition of Geeke and Taalfelt made, approved and agreed favorably to present the aforementioned reasons of the Sadraspatnam Chiefs to Their High Nobilities at the very first opportunity, with humble instance to the same that that imposed reimbursement may be withdrawn again out of consideration of the plausible motives adduced for it. By the Junior Merchant and Assayer Pieter Willem Geeke and the Bookkeeper Jacobus Wijnand Taalfelt, in the capacity of Testamentary Executors in the estate of the deceased Bookkeeper and Post-Auditor Johan Fredrik Samuel Neitje, it was shown by petition that the estate of the said Neetje, on account of various linens sent by him to the Cape of Good Hope to the free merchant Sebastiaan Valentijn Scheller, had to claim a certain sum of money from the same, without
Dutch transcription
Den 19 Januarij 1779 Deliberatie daar over reparatie Contravie niet alleen D'E: Maatschappije aan groot nadeel exponeeren zoude, maar ook hun zel„ ven verantwoordelijk maaken; gelijk zij zulks tot hun leetweezen ondervonden. hebben, wijl de Slegte gesteldheid der pakhuisen oorzaak geweest is, dat zij het minder Rendement, dan het inkoops kostende van Een pak, welk in anno 1777. beschadigt geraakt en per venditie verkogt is, ingevolge de gevenereerde ordre van Haar Hoog Edelens hebben naten vergoe den /:onderstond:/ 'T welk doende &:a Waarover met aandagt gedelibereerd en aange¬ merkt zijnde, dat de voorsz: verzoeken ten uitersten noodzaakelijk zijn, vooral die om solders in de lijwaat- pakhuisen en verhooging van derzelver verzoek en qudlificate te die vloeven: Zoo is niet alleen goedgevonden en verstaan tot het doen der voorsz. melicratien qualificatie te verzoeken van Hunne Hoog Edtel„ specifique alculate daarvam heedens, onder aanbieding van het voorschreeve Request van de Pakhuismeeters en een Specificque Calculatie, door den Land meeter geforneerd van het geen de Solders in de pakhuisen zullen komen 90„ te 209. Den 19. Januarij 1779 patkhuijzen. reparatie te kosten, maar ook intusschen tot voorkoming van msititie der lijatseken. verdere Schaade alle de lijwaatpacken, die in Comp:s pakhuijzen leggen, ten eersten pak voor pak te laaten openen en visiteeren door expresse ge¬ committeerdens bij de Hoofd administrateur te be noemen, met last aan dezelven, om alle de nat geworden stukken daar uit te schieten, om ge„ droogd off herwassen te kunnen worden, mitsg:s rapport daer vam. na het afloopen van haare Commissie te dienen van een pertinent Rapport in Scriptis, om 'er nader het noodige op te kunnen besluiten. Terwijl intusschen, tot voorkoming van verdere last de dakken der lijvant leckagie, die niet dan ten uittersten schadelijk voor de Maatschappij weesen kan, nog verstaan is, den Landmeeter Benck bij deezen te demandee¬ ren, om ten eersten de daaken van de beide lijwaat pakhuisen behoorlijk te laaten voorzien en repareeren. uijt een teffens ingekomen Rapport van de Rapport vin die gedaane voorsz. pakhuismeesters en een tweede van de expresse Gecom Den 19 Januarij 1779 8200: lb: Beng:t vijst bedurven ge„ raakt—. in zie warping en afschrijving derselve. Gecommitteerdens den onderkoopman Gerardlus van Haeften en Boekhouder David vick gezien zijnde dat door den Zwaaren regen, die alhier in de jongste quaacle mousson bij Continuatie is gevallen, 8200. –. lb. Bengaalsche Rijst uit de laading van het particuliere scheepje de Percules nat en be„ durven geraakt was door het inwateren van het dak van het pakhuis, waarin die rijst was geborgen: zoo is, wijl dit ongeluk alleen is veroorzaakt door den Continueelen reegen, zonder dat al de voorzorg, die er is gebruikt, om zulks voor te komen, dit heeft kunnen beletten, op gunstige van Hunne Hoog Edelhee¬ approbatie dens, goedgevonden en verstaan, de voorschreeven 8200. –. lb. bedurven rijst door expresse Gecommitteerdens in Zee te laaten werpen, om vervolgens bij de Nagapatnamse Negotie boeken zonder geldtsom op winst en verlies te worden afgeschreeven, en voorts 't inkoops kostende van de voorsz: rijst op de ge¬ heele ingekogte quantiteit te laaten bereekenen uit hoofde 211. Den 19 Januarij 1779. vergoeden van 8: p:r an lume Zarken hoofde dit het inkoops kostende daar van zoo weinig bezwaaren zal, dat daarop bij verkoop nog genoeg„ 68 no9ge Zaam het eegen voordeel van 25. -. perC„t voor de Maatschappije zal worden behaald. Op het aanschrijven deezer Regeering aan de Sadraspatnamsche Opperhoofden bij missive van den 7:e. November 1778. , om ingevolge de ordre van Hurne Hoog Edelheedens, vervat bij Hoog gerespec„ e geva teerde letteren van den 15e. Maij bevoorens, de 8. -. p:s aldaar aan handen zijnde geborte ar„ duijne zarken te laaten vergoeden door die het incumbeerd door hun bij brief van den 31: December jongstleeden vertoond zijnde, dat aldaar geen mensch te vinden was, die de voorsz: vergoeding reden to ontheftin danvan zou kunnen aangaan, alzoo zij bij een opstel van den 25:' Ianuarij 1734. door het toenmaalige Opperhoofd Spits en den Secunde Campie geteekend hadden Den 19 Januarij 1779 besluijt deselve H: H: E: voort, draagen hadden bevonden, dat die zarken toen al zoodanig gesteld waren, en dat zij dus vermeenden van daar uit te kunnen aflijden, dat zij toen al van een ouden dat um moesten geweest zijn; onder danhaa„ ling verder, dat bij hun niet was na te gaan, op welke Eijsschen en onder wiens bestier of onder welke Hoofden van de Steenhouwers die zarken waren aangemaakt, alzoo de presente lieden, die te Arriaalcherij woonen, 'er geen het minste berigt meer van geven konden, mitsgaders dat Zij dienvolgende ook vertrouwden, dat deeze hunne korte aantooning met grond zou bewijzen dat de vergoeding van die 8. –. Zarken, die al in anno 1744. aan diezelvde deffecten laboreerden in geenerleij manieren vallen kon op iemand van deezen tijd: Zoo is, wijl men hier ook niet kan nagaan, op welken tijd de voorsz: zarken zijn aange ƒ 213. Den 19e: Januarij 179 aangemaakt, goedgevonden en verstaan, de opgemel„ de reedenen van de Sadraspatnamsche Opperhoofden bij de aller eerste gelegendheid Hunne Hoog Edelhee„ dens favorabel voor te dragen, met nedrige instantie aan Hoog dezelven, dat die opgelegde vergoeding, uit Consideratie van de daar voor bij gebragte plausible motiven weder mag worden ingetrokken. Door den Onderkoopman en Essarijeur Pieter Rqust van Geer en salaeet Willem Geeke en den Boekhouder Jacobus Wijnand Taalfelt, is in qualiteit van Executeurs Testamen„ ttaire in de nalaatenschap van den overleeden Boekhouder en Na-Reekenaar Johan Fredrik Samuel Neitje bij requeste vertoond, dat den boe„ del van gemelde Neetje, wegens diverse lijwaten, door hem na Cabo de Goede Hoop aan den vrijkoop„ man Sebatiaan valentijn Scheller gezonden, van derzelven zekere Somme gelds had te pretendeeren, Zonden
English
The 19 January 1779 Consent thereto Request for a recommendation to the Cape ministers Appointment of a new Company merchant at Sadras. without which funds they could not settle the affairs concerning that estate; requesting therefore a favorable recommendation to the ministers there, to receive those funds there into the treasury and remit them hither to their credit. Whereupon, after deliberation, it was approved and agreed to consent to the petitioners' request; and consequently, while transmitting their petition, to kindly request the Cape ministers, in the letter to be dispatched tomorrow, to accept the aforesaid funds into the treasury for remittance hither. In place of the deceased Sadraspatnam merchant Baal Chittij, it was approved and agreed to admit and appoint his son Goendoer Wengataraijloe Baal Chittij, being a person of credit, knowledge, and ability, as third merchant in the trade 215. The 19 January 1779 Distribution of the orders there into 3 equal portions P: D: Simons is guarantor for that merchant. To the Lords Majors and their High Excellencies at Sadras, while not only instructing the chiefs to divide the Dutch and Indian orders henceforth into three equal portions among the present three merchants, without assigning anything more to one than to the other; but also notifying them further that the merchant Mr. Joan Daniel Simons has remained guarantor for the newly appointed merchant, Goendoer Wengetawaijloe Baal Chittij, as he was for his father, for a sum of 3000.-. Pagodas. Lastly, in the Council of Policy, reading having been taken of the letters prepared by order and under the higher supervision of the Lord Governor addressed to the Most Noble and Most Honorable Lords Majors in the Netherlands and their High Excellencies The 19th January 1779 therewith Dispatch via Ceylon at Batavia, containing the first a concise and the other a general report of affairs performed on this coast in the service of the Company during the recently expired year 1778: it was thus approved and agreed not only to conform with the contents of the aforesaid letters, but also to sign them during the present meeting, in order to be dispatched via Ceylon as soon as possible with the ships currently lying ready there for their departure to Europe and Batavia. Thus done and resolved in the Castle at Nagapatnam, date as above. Signed by all, except P: S: Dormieux and I: Assengh. Friday Friday 217. The Pantjalling In the morning at 9.-. o'clock Meeting of Policy All present. Friday the 5th February 1779. Upon stripping the sheathing and the further caulking of the outer hull of the pantjalling De Goede Verwagting and the thonij De Johanna Maria, some further defects having been noticed on the aforesaid vessels, which could not have been discovered at the first inspection: it was therefore, upon the reports received thereof, both from the commanders of those two vessels and from the master shipwright here, subject to the favorable approval of their High Excellencies to whom the aforesaid reports The 5th February 1779 Report from Henck regarding the non-receipt of 1000 Chinese planks will be presented in copy, approved and agreed, in addition to what was granted by resolution of 21 November 1778 for the repair of the aforesaid vessels, to likewise authorize the Master of the Equippage here, Jacob Hartman, to repair the further discovered defects on the aforementioned vessels, provided that for the necessary materials and labor wages, no more shall be charged to the Company than the calculated sum of f 743: 13: —. It having appeared to this Council from the written reports received on 15 September 1778 and today from the surveyor Adam Gottlieb 219. The 5 February 1779 f 400: to Batavia Crediting of f 9. 14. Benck, that the 1000.- Chinese planks sent hither from Batavia in the past year with the ship 's Veldhoen were not delivered here: it was therefore, after deliberation, approved and agreed to charge back to Batavia by invoice the amount of f 400.- charged hither for them by invoice of 25 June 1778 from the Indian Headquarters. However, on the other hand, it was agreed to credit the aforesaid Headquarters with f 9: 14. — for the 1/3 part in 8 7/80 ducats credited hither by the aforementioned invoice for the benefit of the chief mate of the ship 't Veldhoen, Hendrik Oosterwout, because the said mate had not only died upon the arrival of the aforesaid vessel, but also this ship had already departed from here back to Batavia before the receipt of the invoice. Petition by Bloeme for a better employment upon promotion Petition from the collective residents here along the river and sea strand Upon a petition now received from the junior merchant and invoice keeper Fredrik Willem Bloeme, it was approved and agreed to present to their High Excellencies at the first opportunity his enclosed petition, most respectfully addressed to the High Government of the Netherlands Indies, containing an instance to be favored with a more favorable employment than currently held by him, upon the upcoming promotion among the servants on the Coromandel Coast. By the collective owners and residents The 5th February 1779
Dutch transcription
Den 19 Januarij 179 Condicendeeren daarin Verzoek om voorschrijven aande Caabse minsters aanstelling van een nieuwe Comp: Coopman te Sadrase. zonder welke penningen, zij de zaaken dien boedel Concerneerende niet konden afmaaken; met verzoek derhalven om een gunstig voorschrijven aan de Ministers aldaar, om die penningen ginder in Cassa te ontvangen en herwaarts ten goede te brengen. Waarop, na deliberatie, is goedgevonden en verstaan, in het verzoek der supplianten te Con„ descendteeren; en dien volgende onder overzending van haar Request, de Caabsche Ministers, bij het op morgen af te gaan schrijvens vriendelijk te ver„ zoeken, om de voorsz. penningen in Casse te acceptee„ ven ter remitteering herwaarts. In steede van den overleedenen Sadraspatnams Koopman Baal Chittij, is goedgevonden en verstaan, zijnen Zoon Goendoer Wengataraijloe Baal Chittij, als een perzoon van Crediet, kennis en bekwaam„ heid zijnde, tot derde koopman in den hancel 215. Den 19 Januarij 1779 repartitien der Eijsschen aldaar in 3. E quale partien P: D: Simons is borg voor dien Koopman. aande heeren majooris en H H: b op Sadras te admitteeren en aan te stellen, onder aanschrijving aan de opperhoofden niet alleen, om de Patriasche en Indiasche Eijsschen voortaan, in drie Geelvjcke equale portien onder de presente drie kooplieden te verdeelen, Zonder aan den eene iets meerder als aan den anderen op te draagen; maar ook met te kennen geving verder aan dezelven, dat den koopman tel: Ioan Daniel Simons voor den nieuw aangestelden koopman, Goendoer Wengetawaijloe Baal Chittij zoo als hij voor zijn Vader is geweest borg gebleeven is voor eene Somme van 3000. -. Pagoden. Laastelijk, in Raade van Politie Ceduure Lectuur in vande van brieven genomen zijnde van de op ordre en onder het hooger opzigt van den Heer Gouverneur in gereest„ heid gebragte brieven aan de Hoog Edele Hoog Agtb: Heeren Majores in Nederland en Hunne Hoog Edel„ heedens Den 19e Januarij 1779 daarmeede ding over Ceijlon— „heedens te Batavia gerigt, behelsende den eerten een Compendieus en den anderen een generaal verslag van zaaken ter deezer kuste in den dienst der Maatschappij verrigt geduurende Conformeering vanden raade het jongst geexpireerde jaar 1778: zoo is goed„ gevonden en verstaan, zig met den inhoud van teekening derbelveren mirtende voorsz: brieven niet alleen te conformeeren, maar dezelven nog staande vergadering te teekenen, om zoo spoedig mogelijk, over Ceilon gedepecheerd te kunnen worden met de tans aldaar op haar vertrek na Europa en Batavia gereed leggende Scheepen. Aldus Gedaan en Gearresteerd in 't Casteel tot Nagapatnam Dato voorsz. /:geteekend:/ door alle /:exceptis:/ P: S: Dormieux en I: Assengh. Vrijdag Vrij 217. de Pantjalling S morgens ten 9. -. uuren Vergadering van Politie Allen present. Vrijdag den 5. ' Februarij 1779. Bij het afbreeken der verdubbeling en het voerder ontaskte gereken aan Calfaaten van de vatte huit van de Pantjalling de Goede Verwagting en de thonij de Iohanna Mavia eenige nadere gebreeken aan de voorsz: vaartuigen ontwaard zijnde, welke bij de eerste visitatie niet hadden kunnen worden ontdekt: zoo is op de daarvan ingekome Rapporten zoo van die Gezaghebbers van die beide vaartuigen als van den scheepstinmer„ man alhier, op guntige approbatie van Hunne Hoog Edelheedens (: aan wien de voorsz Rappor„ ten Den 5e. Februarij 1779 Rapport van Htenk weg„s non ontvangst van 1000: p:s chineese planken ten in Copie zullen worden aangebooden, Lastign tantuantau in goed gevonden en verstaan, behalven het geen bij besluit van den 21:' November 1778 tot vertimmering van de voorsz. vaartuigen geac¬ cordeerd is, den Equipage meester alhier Jaco Hartman al meede te quatificeeren, tot het re¬ pareeren van de naelere ontilekte gebreeken aan de opgemelde vaartuigen, mits voor de daartoe benoodigde materiaalen en arbeits- loon, de Comp: niet meerder in reekening gebragt werde, als de daar voor bereekende Somme van ƒ 743: 13:—. uijt de daar van op den 15e. September 1778. en heeden ingekome Schriftelijke Rapporten van den Landmeeder Adam Goe¬ Cieb vake 219. Den 5. Februarij 179 ƒ 400: na Batavia gen van ƒ9. 14. lieb Benck deezen Raade gebleeken weesende dat de 1000:- p:s Chineesche planken in anno pass„o met het schip 's Veldhoen van Batavia herwaarts gezonden, alhier niet uitgeleverd zijn: zoo Ianij rekenen de zelve met ge is, na deliberatie, goedgevonden en verstaan het daar voor bij factuur van den 25.:' Iunij 1778. van Indiasch Hoofd-plaatsche herwaarts aangereekend bedraagen van ƒ 400. . bij Fac¬ tuur na derwaarts te rug te reekenen. Dog daar en tegen is weder verstaan met ten goede breugin daar onte„ ƒ 9: 14. —. de voorsz: Hoofdplaatsche ten goede te brengen het, ten behoeven van den opper„ Stuurman van het Schip 'T Velahoen Hendrik Oosterwout bij de opgemelde Factuur herwaarts ten faveure gebragte 1/3. gedeelte in ducat: 8 7/80. uit hoofde gemelde Stuurman niet alleen bij 7 Request door bloeme om en boe„ ter emplooij bij verchansing hen bequest van gesamentij vonuwon„ ders alhier langs de revier; en zee Atrend bij arrive van voorsz. bodem overleden, maar ook dit schip bereeds van hier voor het ontvan„ gen der Factuur weder na Batavia vertrekken was. Op een thans ingekome Request van den onderkoopman en Factuurhouder Fredrik Willem Bloeme, is goedgevonden en verstaan, zijn daarbij overgelegd verzoek schrift aan de Hooge Regeering van Nederlands India aller eerbiedigst geaddresseerd (: behelzende instantie, om bij de aanstaande verschansing onder de Dienaaren op Chormandel met een favorabeler emplooi„ dan thans door hem bekleed wordt, beguntigd te mogen worden:/ bij de eerste gelegendheid Hoog dezelven aan te bieden. Door de gezamentlijke eigenaaren en be„ Den 5e. Februarij 1779 woond