Inventory 3556
Japan · 1,428 pages · 337 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
continuation and their deemed necessary banishment. Your Noble Excellencies, in the rescript received thereon dated ult. December 1761, had once again recommended it; just as his further behavior, described in detail in the outgoing Ternate secret letters of ult. June 1761, ult. August 1762, 15 August 1767, 25 July 1769, 8 August and 29 June 1773—his notable maneuvers, crafty intrigues, sinister schemes, and also his illicit usury and frauds. On that account, one had proceeded to the aforementioned extremity, as no other and more expeditious means was seen to counter this evil with earnestness, emphasis, and effect than to entirely and completely deprive the perpetrators of the opportunity to carry out more, all the sooner because the present worrying junctures have advised this now more than ever. Not doubting in the least that Your Noble Excellencies will not only approve the arrest and banishment of the said four persons, who were very pernicious in the Moluccas, the more so as all the Tidorese, from the highest to the lowest, have most strongly implored us never to allow them to set foot on the island of Tidore again, and instead to banish them elsewhere; but will even be very pleased that the old, cunning rogue Abdul Raouf, already demanded twenty years ago, has finally fallen into the power and at the highly esteemed disposal of Your Noble Excellencies, together with the principal members of his faction, among whom his son, the secretary Noriman, shows himself in the first place, and who must be kept on the shortest leash. Paragraph 28. The character of the Tidorese Prince Gaijgiera and the expectations held of him. The Prince Regent Gaijgiera, whose conduct the First Signatory has observed with all attention since the sending of his separate letter dated 12 June, behaves wonderfully well to this day, governs the Tidorese with gentleness and kindness, coupled however with an earnest dignity that commands awe and respect, and lives very amiably with the other princes and grandees. Wherefore, as no reasons have occurred to us to suspect the contrary, and moreover one does not have much choice of persons, we also presume that he indeed possesses the requisite abilities to be a temporal King, or Supreme Regent of the island of Tidore, to fill the place of the banished monarch; since his return, or that of the highly dangerous Crown Prince, would cause everything here to burst into fire and flame all anew. Paragraph 29. Some points pertaining to Tidorese affairs, namely the delivery of some gifts to the Tidorese princes and grandees, etc. How one is to act regarding the remainder and those of Batchian, also regarding the jewels, gold and silver works of Tidore and Batchian. Before we depart from Tidorese affairs, we find ourselves obliged to share with Your Noble Excellencies some points pertaining thereto, although no mention was made of them in Your Noble Excellencies' venerated secret letters. And thus we have the honor in the first place to report that the gifts received this year for the princes, grandees of the realm, and clergy there were delivered to them on 23 June last, but on the other hand those sent for the King and Crown Prince have been retained, just as those for the King of Batchian, regarding which we humbly request authorization to be permitted to deliver both in the coming year to the Ternate princes and the Regent of Tidore, when some from Batavia may then be excused. Paragraph 30. Meanwhile, we also respectfully urge to be furnished with Your Noble Excellencies' orders with regard to the jewels, gold and silver works, as well as some linens belonging to the Kings of Tidore and Batchian currently in our custody, all specifically made known in the two notes and an inventory under No. 19 and 20 now being sent over: although we may add here that both are not worth sending, and more is paid here for the wrought gold, old silver, and linens than in Batavia. Paragraph 31. That the fort Tahoela on Tidore has been rendered unusable. In our secret resolutions of the 26th of the past month, Your Noble Excellencies will find inserted a report submitted by the Captain-Lieutenant of Artillery Schmidt, regarding the demolition, or rather the rendering unusable, of the strong fort Tahoela on Tidore, pursuant to the promise of the banished king in his so-called act of ceding certain lands on 15 May of this year; which was carried out quite peacefully, and Prince Gaijgiera himself broke out the first stone. Paragraph 32. Delivery of five Burunese, and their shipment to Amboina. Shortly after the appointment of the aforementioned Prince as First Regent, five Burunese inhabitants having been delivered to us by him, with the promise to deliver at once to the Company all others who might reside on Tidore and be discovered there, we sent those five persons in the month of July to the Amboina Administration. Paragraph 33. In continuation of what was set down in the separate letter of the First Signatory, dated 5th
Dutch transcription
vervolg en derzelver noodzaaklyk geagte verzending. Hoog Edelheden, bij de daar op ontvangene Rescriptie van ulto December 1761, nogmaals was aanbevolen; gelijk ook zyne nader geblevene en in de afgaande Ternaatsche secreete brieven van ult=o Junij 1761, ult„o Augustus 1762, 15 Augs 1767, 25 Julij 1769, 8 Augustus en 29 Junij 1773. in 't breedde beschrevene nadenkelyke de mar„ „ches, listige Korstenaryen, sinistre streeken, en teffens zijne ongeoorloofde woeker en bedriegerijen, uit dien hoofde tot het voorschreven uiterste was overgegaan, vermits men geen ander en Expediter middel zag dit kwaad met ernst, nadruk, en vrugt tegentegaan, dat met de daaders de occa„ „sie om meerder te kunnen uitvoeren, geheel en al te benemen, te eerder, wijl de presente zorge„ „lijke Conjuncturen zulks altans meer, dan ooit, hebben aangeraden: geenzins twijffelende, of Hoogst dezelven, zullen niet alleen de arrestering en opzending van gemelde vier in de Molucios zeer pernicieuse persoonen approberen, te meer alle de Tidoreesen, van de „ F.11 141 vervolg §28 Het Karakter van den Tidor„ „sche Prins Gaijgiera de hoogsten tot de laagsten, bij ons op het sterkste hebben geimploreert, om ze nimmer Weder het Eiland Tidore te laten betreeden, en daarentegen naar elders te verzenden; maar zelfs zeer content wezen, dat de voor twintig jaren al opgeeischte oude doortrapte Schelm Abdul Raouf eindelijk eens in de magt, en ter hoog g'eerde dispositie van uwe Hoog Edelheden is gekomen, nevens de voornaamsten van zijnen aanhang, waar onder zig deszelfs zoon, de secretaris Noriman, in de eerste plaats vertoond, en die het meest kort gehou„ „den moet werden. De Prins Regent Gaijgiera, wiens gedrag de Eerste Tekenaar, zedert de afzending van zijnen aparten brief, in dato 12. Junij, met alle attentie heeft gade geslagen, comporteert zig tot heden toe wonder wel, regeerd de Tidoreesen met zagtzinnigheid en goedaardigheid, gepaard egter met eene ernstige deftigheid, die ontzag en eerbied doet veroorzaaken, en leeft met de andere Prinsen en Groote zeer minzaam, Waaromme 101 en de verwagting, die men van hem heeft. 129. Enige pointen tot de Tidotsche zaken behorende, te weeten de afgave van enige Geschenken aan de Tidorsche Prinsen en Groo„ „ten etc: Waaromme wij, alzoo ons geen redenen zijn voorgekomen het tegendeel te vermoeden, en men buiten dien niet veel keur van persoonen Hoe heeft, ook onderstellen, dat hij wel de vereischte schia bekwaamheden bezit, om een temporeele Ko„ „ning, of Opper-Regent van het Eiland Tidore te kunnen zijn, ter plaatsvulling van den verzonden Vorst; nadien deszelfs terugkomst, dan wel die van den hoogst gevaarlijken Kroonprins, hier wederom alles op nieuw in vuur en vlam zoude doen uitbarsten. Eer dat we van de Tidorsche zaaken afstappen, vinden wij ons verpligt uwe Hoog Edelheden nog enige pointen te bedeelen, die daar toe behooren, schoon 'er geen gewag van gemaakt is bij Hoogstder„ „zelver gevenereerde secreete Letteren; en dus hebben wij de eer in de eerste plaats te mel„ den, dat de in dezen jaare ontfangene Geschen„ „ken voor de Prinsen, Rijksgrooten en geestelijk¬ heid aldaar, op den 23 Juni jongstleden aan dezelven afgegeven, maar daar en tegen „ F is 52. Hoe me de overige en die van Bat„ ook met de juweelen, Gouden Batihian. tegen de gezondene aan den Koning en Kroon¬ „prins aangehouden zijn, even als die voor den Koning van Batchian, waar omtrent „chian moet gehandelt werden: Wij nedrig qualificatie verzoeken, om het een en ander in het toekomende jaar voor de Ternaatsche Prinsen en den Regent van Tidor te mogen afgeven, wanneer dan van Batavia enige kunnen geexcuseert werden. Onderwijlen insteren wij, almede eerbiedig 8. 30 „lijk, om met uwer Hoog Edelheden order zilverwerken van Tedoren gemunieert te werden ten aanzien van de onder onze berusting zijnde Juwelen, Goud en Zilverwerken, mitsgaders enige Lijwaten van de Koningen van Tidor en Batchian, alle specifiek bekend gesteld bij de tans overgezonden wordende twee Notitie, en een Inventaris sub No. 19 en 20: schoon wij wel hier kunnen bijvoegen, dat het een en ander niet verzendings waardig zij, en voor het gemaakte Goud, oud zilver, en Lijwaten alhier meer besteed wordt, als te Batavia. §31. Jn onze secrete Resolutien van den 26. ' der 403 81 onbruikbaar is gemaakt. uitlevering van vijf Boeroe„ „neesen, en derzelver verzending naar Amboina. Dat het ort Sahoela op Tidar der gepasseerde maand zullen Hoogst dezelven geinsereert vinden een door den Kapitein— Luitenant der Artillerij, Schmidt ingediend Berigt, wegens het demolieren, of eigentlijk onbruikbaar maaken van het sterke Fort, Tahoela op Tidor, ingevolge van de belofte des verzonden konings bij zijne zoogenaamde Acte van afstand eniger Landen op den 15. Meij dezes jaars; 't geen nog al zeer pacifiek is uitgevoerd, en de Prins Gaijgiera heeft zelfs den eersten steen uitgebroken. Kort na de aanstelling van den evengenoem„ §: 32. „den Prins tot Eerste Regent, door denzelven aan ons uitgeleverd zijnde vijf Boeroesche Jnwooners, met belofte, om alle anderen, die zig op Tidor mogten onthouden, en aldaar ontdekt werden, ten eersten aan de Compa„ „gnie te zullen leveren, hebben wij die vijf personen in de maand Julij aan het Am„ „bonsch Ministerie toegezonden. Ten vervolge van het ternedergestelde den §S: 33. aparten brief van den Eerste Tekenaar, in dato 5e 52 dat Volk te ook aange ge
English
that the condition of Maba, Weda, etc., and the nature of the peoples living there, will soon be examined; 5th August, concerning the Maba and Weda chiefs who have been present here, we now take the liberty to report that, because the essential condition of those lands, also of Pattanij and Gebe, as well as the nature of the peoples living there and thereabouts, is presently of greater importance to us than before, all of this, if it can in any way be made possible, will shortly be investigated and surveyed by experienced commissioners. These men will then also be able to conduct an exact spice inspection in one or more of the said lands, and likewise endeavor to find out where a fort could be constructed most easily and advantageously, should Your High Excellencies at the time be inclined thereto; concerning all of which, having been properly informed, we shall, in accordance with our duty, submit an accurate and clear report to Your High Excellencies. For if the King of Tidor already proposed in the year 1760 to have a fort constructed on Salwattij, which is now more useful than before to guard against the arrival of foreigners and the illicit trade in spices, then the same is, in our opinion, at present even more useful and serviceable. Paragraph 34. Regarding this subject, we must further report to Your High Excellencies in all reverence that, as appears from our secret resolution of 26 August, and for the reasons extensively stated therein, the departure of the aforementioned Maba and Weda chiefs had by then become utterly necessary. It was therefore approved by us not only to let them undertake the return journey as soon as possible, accompanied by Corporal Jacob Semet, who is linguistically skilled and experienced in their local customs, together with two burghers, for the conveyance of the letters which are incorporated in the said resolution and addressed to the Papuan kings as well as to the Sangajis of Maba, Weda, Pattanij, and Gebe; but also to send to the said kings, as a token of friendship, four pieces of fine white moris; which we humbly trust Your High Excellencies will please to approve, as also the disbursement of: thirty Rijksdaalders in cash, one piece of common bleached Guinea cloth, two pieces of flags, half a last of Javanese rice, and twenty-three cans of arrack, also on account of the gift of some other trifles to the frequently mentioned Maba and Weda chiefs as a gratuity for their journey on commission, together with fifty pounds of gunpowder and fifty pieces of bullets for their defense; and this out of consideration that, although one must not act liberally in giving away the Master's property, it is nevertheless certain that there are sometimes weighty reasons for extraordinary gifts, and that by withholding such trifles no hindrance should be brought to the great objective. Paragraph 35. Meanwhile, we cannot refrain from further bringing to the esteemed notice of Your High Excellencies a rare, yet at the same time painful incident, consisting in this: that on the 10th of the past month, on the opposite shore of Halmahera, an European sailor and two Tidorese, who had gone thither to a large river named Akilammo in a small vessel to fish, were miserably put to death by a troop of about twenty Alfurs. The First Signatory, on the very same evening when he received news of this murder, sent the Second Signatory and the Fiscal Johnson to the King of Ternate and, informing him of what had transpired, had them urge the extradition of those malicious Alfurs. Thereto His Highness, declaring that it grieved him to the heart that a Dutchman had been murdered by his subjects, immediately showed himself very willing and promised to spare no effort in searching out the perpetrators of that gruesome deed, so that they might be handed over to the Company to be punished by the same according to their deserts and as an example to others. And although this has not yet taken effect, His Highness himself nevertheless later separately and earnestly promised the First Signatory to cause all investigation to be continued until it was known who the murderers were, and then also not to rest until he had delivered them into the hands of the Company; at the same time, to show that on his part there was no lack of good orders, handing to him a certain ordinance written in Malay with Arabic characters for all Ternatan chiefs of villages, officials, and other subjects, framed at the time of his accession to the government, with the request to present a translation thereof to Your High Excellencies for Your High Excellencies' perusal, to which we also comply herewith, forwarding that paper under Number 16, after which
Dutch transcription
52 dat de constitutie van Maba„ Weda, enz:; en den aart dir ginder woonende Volken, binnen korten staat onderzogt te werden; aangelegd, 5:' Augustus, met betrekking tot de hier aanwe„ „zend geweest zijnde Mabasche en Wedasche Opperhoofden, nemen wij de vrijheid tans te melden, dat dewijl ons aan de Wezentlijke constitutie dier Landen, ook van Pattanij en Gebe, als mede den aart der ginder, en daaromstreeks woonende Volken tegenwoor„ „dig meer, dan bevorens, gelegen legt, het een en ander, indien zulks maar enigzins moge¬ „lijk kan werden gemaakt, door ervarene Commissianten binnen Korten Zal onderzogt en opgenomen werden, welke als dan teffens eene exacte specerij-visite op een of meer van de ged: Landen zullen kunnen doen, en insge„ „lijks tragten uittevorschen waar ter plaatse ook waar een Fort best kan werden men het verligste en voordeeligste een Fart zoude kunnen aanleggen, wanneer uwe Hoog Edelheden daar toe in der tijd mogten inclineren; van welk een en ander naar be„ „horen geinformeert zijnde, wij aan Hoogst„ „dezelven dienaangaande een accuraat en duidelijk verslag, ingevolge onze gehouden is, zullen I 105 opperhoofden, in Commissie. twee Burgers. zullen laten toekomen: want heeft de Ko„ „ning van Tidor reeds in het jaar 1760. - gepro¬ „poneert een Fort op salwattij te laten extrueren, 't geen tans nuttelyjken als bevorens, om tegen de aankomst van Vreemden, en mors, „shandel in specerijen te waaken, dan is het zelve gaar onzes eragtens, altans nog nuttelijker en dienstiger. §. 34. Nopens dit onderwerp moeten wij uwe Hoog Edelheden nog in alle eerbied berigten„ dat, blijkens onze secrete Resolutie van vertrekt der Maba en Wedasche den 26 Augustus, en om de daar in breedvoe„ „rig vermelde motiven, het vertrek der gerep„an „te Maba- en Wedassche Hoofden als „was toen volstrekt noodzakelijk „ geworden, en daarom door ons goedgevonden wierdt net alleen dezelven ten spoedigsten de terugreise verzeld van een korporaal en te laten aannemen, verzeld van den taal„ „kundigen en in hunne landsgewoonten ervaaren Korporaal Jacob Semet, ne„ „vens twee Burgers, ten overbreng der brieven, welke in de gemelde Resolutie ingelijfd, tern overbreng van enige brieven en gerigt zijn aan de Papoesche Koningen, zo wel als aan de Senghadjes van Maba, Weda, Patternij is. 54. 107 koningen waar op approbatie verzogt wordt andere kleinigheden Pattanij en Gebe; maar ook aan de ged: Ko„ „ningen, tot een teken van vriendschap, toetezen„ in een geschenkje aan de Papoesche „den vier stukken witte fijne Moeris; 't geen wij nedrig vertrouwen dat Hoogst dezelven zullen gelieven goedtekeuren, zo mede de afgave van Dertig Rijksdaalders aan Contanten, Een stuk Guinees gem: gebl: Twee p„s Vlaggen, Een half last Javasche Rijs, en Drie en twintig kannen Arak, ook wegens de afgave van enige aan de dikwerf genoemde Maba- en Wedesche opperhoofden tot een douceur voor derzelver reise in Commissie, mitsgaders van. Vijftig ponden Buskruit en Vijftig p„s Kogels tot hunne defensie; en zulks uit consideratie, dat schoon men in het weggeven van 's Meesters goed niet liberaal moet handelen, het egter vast gaat, dat 'er zom„ „wijlen gewigtige redenen zijn tot Extraordinaire vereeringen, en dat door het terughouden van diergelyke kleinigheden aan het groote oogmerk geen hinder moet toegebragt werden. §. 35. Intusschen kunnen wij niet om heen alverder ter zekere door 20. Alfoeren gepleeg„ „de moord aan een Europees en twee Tidoreesen, welke daaders egter de Koning van Ternaten beloofd heeft te zullen e laten uitsorecken. ter g'eerde kennis van uwe Hoog Edelheden te brengen een zeldzaam, dog teffens smertelijk geval, bestaande hier in, dat op den 10. ' der ge„ „passeerde maand aan de Overwal van Halmaheua, door een troep van Circa twintig Alfoeren elendig zijn om het leven gebragt een Europees Matroos, en twee Tidoreesen die naar derwaarts bij een groote Rivier, Akilammo genaamd, met een Klijn vaartuig waren geschept om te visschen. De Eerste Tekenaar heeft dienzelfden avond, toen hij van dezen moord tijding ontving, den tweeden Tekenaar en den Fiskaal Johnson bij den Koning van Ternaten gezonden, en, met bekendmaking van het gepasseerde, op de uit¬ „levering dier kwaadaardige Alfoeren laten aan„ „dringen, waar toe zijn Hoogheid, onder ver„ klaring dat het Hem van harten Smartte, dat te een Hollander door zijne Onderdanen was vermoord, zig aanstonds zeer bereidwillig heeft betoond en beloofd van geene moeite te zullen spaaren ter uitvorsching der daaders van dat gruuwelijk ord FF. om aan de Comp=e overgeleveerd, „den. Overzending van zekere van Ternaten. gruuwelijk Fiert, om door de Compagnie, naar verdiensten en ten voorbeelde van anderen, gestraft en door dezelve gestraft te werte werden: en ofschoon dit nog geen effect heeft heeft gesorteert, is egter door zijn Hoogheid zelf naderhand nog apart aan den Eersten Tekenaar Serieus toegezegd van zoo lange alle naspeuring te zullen laten doen, tot men wiste, wie de moordenaars waren, en dan ook niet te willen rusten, voor dat Hij die in handen van de Compa„ „gnne hadde overgeleverd; ter zelver tijd teffens, om te toonen dat het niet van zijn kant, nog aan goede orders manqueerde, hem ter hand ordonnantie van den koning stellende zeker maleidsch met arabische Ka„ „rakters geschrevene Ordonnantie voor alle Ternaatsche Opperhoofden van Negorijen, Amp„ „tenaaren, en andere onderdanen, geformeert ten tijde van de aanvaarding zijner Regeering, met verzoek, om daar van aan uwe Hoog Edelheden een Translaat, tot Hoogst derzelver speculatie, aantebieden, maar aan wij bij dezen ook voldoen„ en dat papier onder N„o 16. laten overgaan, agter welk 109 109
English
aforementioned accident. Section 36. The King of Batchian now travels across on the pantjalling the Kaneelboom, as it is entirely ill-advised to detain him here for another year. and to a declaration of which has also been added the passed declaration of the aforementioned accident: The arrested King of Batchian, of whom the First Signatory made extensive mention in his separate letter of the 5th of August, and who, on account of an uncomfortable ailment, could not be transported with the ships Westfriesland and the Jonge Samuel, now travels across, with the bearer of this, the pantjalling the Kaneelboom—which was expressly provided with every convenience for him—subject to the universally famed and wise disposition of Your Excellencies. This is happening even though he is still somewhat indisposed, though he is by no means as ill as he pretends to be out of fear of being sent to Batavia, since we judge it entirely ill-advised and far too dangerous to detain this deceitful old monarch, full of wicked practices and sinister aims—for which reason one also had to have him lodge for a short time in a confined place of detention, or the small lock-up—here for another year, as we have, one may well say, nurtured this snake in our bosom far too long. All the documents that have successively been received against him also go herewith in a bundle, sub Number 17, as well as the letter from Your Excellencies to him, which was deemed inadvisable to hand over to him; along with all the gold dust that was found in the estate of His Highness brought over from Batchian, and which, with a sample brought by the Commissioners Eberhard and Weijdemuller from his gold mine, amounts in total to seventy Realen, as well as a lot of pearls, weighing twenty-five and a half Realen. Section 37. In the separate preliminary letter from the First Signatory of the 29th of May, Your Excellencies were informed that the Crown Prince of Batchian, alongside the above-mentioned Commissioners Eberhard and Weijdemuller, were sent to Kasroeta on the pantjalling the Windhond, for such a purpose as is described there, and now we have the honor to communicate to Your Excellencies that the last-mentioned persons returned on the 13th of July, after they had accomplished their commission; while we further, for the sake of brevity, refer in that regard to the journal submitted by them, which is now also dispatched, together with its appendices, to be found in bundle Number 17. Section 38. Because we are of the opinion that our duty absolutely entails that we must always be attentive to the outposts situated in the vicinity of Ternate that are nevertheless not in a state of defense, and to protect them from any surprise attack by the wandering Maguindanaos and other hostile nations, and even more so because the news mentioned in the general letter of the 7th of September and brought here by the Batchianese Radja Walli, residing on Misool, regarding the arrival of a Papuan fleet, gave us cause to do so, we have, in the hope of Your Excellencies' favorable approval, resolved in the secret session of the 26th of August to reduce the two posts of Makian and Dodingo, which upon the appearance of any enemy lie completely exposed and cannot be reinforced by us with a sufficient number of men due to our own shortage, to the extent that only a corporal and one soldier remain at each of them, solely to be able to provide us at once with information regarding any new tidings of any importance, with permission, however, upon the approach of an enemy, after having first spiked the cannon left there for firing signal shots, to save themselves by taking flight. Section 39. Among the affairs of Batchian, it is not improper also to make mention of the Ceramers who have stayed on Kasroeta with the King who is now being dispatched, and about whom much has been written back and forth over the course of many years. The present number of the same will, excluding their wives and children, amount at most to about fifty head, among whom are many old and decrepit people. Almost all of them have not the least inclination to return to their country, where they no longer have any friends, and to abandon their Batchianese wives and children; on the contrary, they are fully inclined to remain at Labuha, where they have their gardens and thus find abundant sustenance. For this reason we take the liberty, with respect to those people, to make this reasonable request to Your Excellencies, that they may continue to live on Batchian under the protection of the Company, the more so because the country is completely depopulated, and at present no more than thirty-four Labuha people are to be found there, provided also that, just like the latter, from no one else
Dutch transcription
voormeld Ongeval. §. 36. de Koning van Poatchian vaart tans over met de Pantjalling de Ka„ „neelboom. wijl het gansch ongeraden is hem hier nog een jaar aan„ „tehouden. en eene verklaring van het welk ook gevoegd is de gepasseerde verklaring van het voorzegde Ongeval: De gearresteerde Koning van Batchian, waar van de Eerste Tekenaar bij zijnen aparten brief van den 5e. Augustus breedvoerig melding heeft gemaakt, en die wegens eene ongemakkelijke kwaal, met de schepen Westfriesland en de Jonge Samuel niet heeft kunnen getransporteert werden, vaart tans, schoon nog enigzins on„ „passelijk, dog op verre na zoo ziek niet is, als hij zig wel houdt, uit vrees naar Batavia te zullen gezonden werden, met brenger dezes, de expres voor hem met alle gemak voorzien zijnde Pantjalling de Kaneelboom, over, ter alomberoemde wijse dispositie van uwe Hoog Edelheden, vermits wij, het gansch ongeraden, en al te gevaarlijk oordeelen, om dien arglisti„ „gen en vol kwaade Praktijken en Clinksche oogmerken bezittende oude Vorst, waarom de men hem ook voor een korten tijd in een naauwe bewaarplaats, 141 59. 56. en Paarlen mede is volbragt, bewaarplaats, of de klijne Kas, heeft moeten laten logeren, hier nog een jaar aante houden, wijl wij dezen slang, mag men wel zeggen, al te lang in onzen Boezem gekoesterd heb¬ „ben: gaande alle de stukken, die ten zijnen laste successive zijn ingekomen, nu ook hier nevens in een bondel, sub N„o 17. , zo mede den brief van uwe Hoog Edelheden aan Den„ „zelven; die men ondienstig geagt heeft hem ter hand te stellen; nevens al het stofgoud, 't welk en brengt ook wat van stofgoud in den van Batchian medegebragten boedel van zijn Hoogheid is gevonden, en met een proefje, door de Gecommitteerden Eberhard en Weijde„ „muller uit deszelfs Goudmijn aangebragt, te zamen uitmaakt seventig Realen, gelijk ook een partij Paarlen, wegende vijf en twintig en een halve Reaal. Bij den aparten voorbrief van den Eersten §: 37. Tekenaar van den 29e: Meij is uwe Hoog Edelhe„ de Commissie naar Kasroeta„ den berigt, dat de Kroonprins van Batitian, nevens de evengenoemde Commissianten Eber¬ „hard en Weijdemuller naar Kasiroeta waren gezonden. ix 111 ts 60 volgens het overgaand Dag„ „verhaal. „quian zijn verminderd van B dezetting gezonden met de Pantjalling de Windhond, ten zoodanigen einde, als daar beschreven staat, en tans hebben wij de eere Hoogstdezelven te communiceren, dat de laatstgemelde personen, na dat ze hunne Commissie hadden volbragt, op den 13. ' Julij zijn teruggekomen; terwijl wij ons Wijders dienaangaande Kortheidshalve gedragen aan het door dezelven overgegeven, en nu almede afgaand Dagverhaal, annex dies bijlagen, te vinden in den bundel N„o 17. §. 38. Wijl wij van gevoelen zijn dat onze pligt absolut medebrengt, om altyjd attent te wezen op de in de nabijheid van Ternaten leggende, de poetjes op Dodingo en Mae, en tog niet in staat van defensie zijnde Postjes, en dezelven voor alle verrassing der rondzwer„ „vende Mangindanaors en andere Vijandelijke Natien te beschermen, zo hebben wij, te meer de bij gemeenen brief van den 7. september vermelde, en door den op Mixol woonenden Batchiander Radja Walli alhier aangebragte tijding, nopens de komst eener Papoesche vloot, ons daar toe aanleiding gaf, in hope van 15 57 vervolg. dienen. van uwer Hoog Edelheden gunstige goedkeu„ „ring, ter secreete sessie van den 26 e Augustus geresolveert de beide Posten Macquian en Dodingo, welke ten eenemaal, bij verschijn van enigen vijand, bloot leggen, en door ons met geen voldoend getal manschappen, uit eigen gebrek, kunnen geassisteert werden, in zoo verre intetrekken, dat op elk derzel¬ „ven maar een Korporaal en een soldaat verblijven, eenlijk om ons van alle nieuwe tijdingen, die van enig belang zijn, ten eersten narigt te kunnen geven, met permissie nogtans, om bij aannadering van een vijand, na alvorens het aldaar, tot het doen van Seinschooten, gelaten wordende Kanon te hebben vernageld, zig dit heen met de vlugt te salveren. §: 39. Onder de zaaken van Batchian is het niet ongeschikt almede mentie te maaken van de de Crammers van Batchian Cerammers, die zig op Kasiroeta bij den tans verzonden wordende Koning hebben opgehou„ „den 113 ingevolge van hunne inclinatie„ aldaar te blijven „den, en waar over zedert lange jaren veel over ne en neder geschreven is, Het presente getal der„ „zelven zal ten hoogsten, buiten hunne vrouwen en kinderen, uitkomen op circa vijftig koppen, waar onder zig veele oude en afgeleefde men„ „schen bevinden; hebbende meest allen geen de minste lust weder naar hun Land, alwaar ze geene vrienden meer hebben, terug tekeeren, en hunne Batetiansche vrouwen en Kinderen te verlaten; maar inclineren daar en tegen volkomen op Laboea te verblijven, daar ze hunne suinen hebben, en dus overvloedig levensonderhoud vinden: waarom wij, ten aanzien dier menschen, de vrijheid neemen dit billijk verzoek aan uwe Hoog Edelheden te doen, dat zij op Batchian, te meer het Land geheel ontvolkt, en altans ginder niet meer als vier en dertig Laboereesen te vin„ „den zijn, mogen blijven woonen onder de bescherming van de Compagnie, mits ook, even als de laatstgenoemden, van niemand anders
English
58: under the protection of the Company; for the coming year the ships and vessels arriving here being otherwise dependent; since this arrangement will better accord with humanity than to force them, with abandonment of their wives taken there and children begotten with the same, to abandon Batchian against their will and inclination. Section 40. Determination of the secret signals. In dutiful compliance with Your High Noblenesses' order to report which secret signals have been devised for the following year, in order to have the same observed by the ships and vessels departing from Batavia, we have the honour, while returning the written signal orders given to the ships in the past year, to report that in those for the coming year only this change has been made, that the flag shall be blue and the cross white; but we also very humbly request on this subject that the ships and vessels destined for this Government may be dispatched together, so as not to be attacked in the Strait of Bouton, or possibly unexpectedly surprised at night, and what precaution should be observed regarding them. 63. 115 To the Gorontalese King Mono Arsa. accorded, night, or in dark weather, by the Magindanaos, if this predatory rabble should again proceed thither, as in this year; for their present designs, as worrisome and dangerous as they are for us, we find rather ingenious, namely, to cruise in the aforementioned strait, and off and on the mouth of the Gorontalo River, also near Kaap Falso, rather than disturbing Manado and Kema, or other Company possessions. Section 41. Regarding the Gorontalese King Mono-Arsa, having reported the principal matters by the First Signatory's separate letters of 29 May and 5 August, and having also dispatched along with the latter all papers relating to his case, in so far as they have yet come in, we shall, while offering a second set of those same enclosures in two bundles, under numbers 21 and 22, merely communicate further that, as appears from our joint resolution of 23 July, the usual honour has again been accorded to him the usual honour of the Celebes Kings has again been accorded to him, both in and compliance from fulfillment of Your High Noblenesses' venerated order to treat him with discretion, and on account of cheering up that old man somewhat in his sickly and weak bodily condition, and to give him more favourable thoughts of his condition, until his rather difficult-to-unravel affair shall be finally decided. 59 Section 42. Shortly, extirpations of spice trees will again be undertaken in the lands mentioned alongside. And will first on one or more Upon the highly esteemed recommendation of Your High Noblenesses to have such cleansings of spices carried out again, upon restored tranquility, as may be deemed necessary in the present state of affairs of the Island Neijra and further places belonging under the Banda Government, we take the liberty to reply that, as already noted at Section 33, our intention is shortly first to have a further extirpation carried out on one or more of the Lands of Maba, Weda, Pattanij, and Gebe; on which occasion the Commissioners who will be sent thither will also be ordered, because during 117 117 1 will be visited and surveyed. thereafter on Batchian the Northern Monsoon on the outward journey this cannot take place except with the very greatest danger, upon their return, to call at the completely uninhabited Island Poeloe-Pisang, which is surrounded by cliffs and reefs and accessible by no other vessel than a small prahu, if it be possible, and to have all the ripe nutmegs with the mace found there picked and brought hither, as well as to survey the condition of that island with the requisite accuracy, and to investigate with all attention whether there might occasionally be found, on one side or another, a hitherto unknown place where a sloop could approach the shore and safely lie at anchor. While, after the completed extirpation in the first-named Lands, a beginning shall immediately be made with that of Batchian, which also must be newly and exactly inspected, and cleared of all spice trees to be found, since we consider neither of these two much to Anno M 119 1 60 179 for reasons. Banda's fate was learned with much sorrow. fit or useful for the purpose of Your High Noblenesses, but indeed very unsuitable, disadvantageous, and prejudicial to the Company: the first, because they, as well as Poelo Pisang, are situated too far away and lie all too favourably for all kinds of smugglers; and Batchian, because the nuts there by no means grow as large and fat as at Oubij, just as Your High Selves will, if desired, even be able clearly to perceive the difference between the Oubij and Batchian nuts from the small bags passing over under letters A and B. Section 43. With respect to what was said by the King of Ternate regarding the destruction of Banda, whose fate was learned by us in the past year with the greatest sorrow, we have the honour to communicate that this Prince still maintains that there are many trees in the Moluccos; but adds thereto that on his lands he cannot even get together the quantity of half a soekel of mace, as far as not, reasons. and accessible
Dutch transcription
58: onder de bescherming van de Comp: voor het aanstaande jaar de herwaarts Komende Sche„ „pen en vaartuigen anders afhangselijk zijnde; nadien deze schikking eerder met de menschlievendheid zal overeen¬ „komen, als hen te noodzaaken, om Batchian„ met agterlating van hunne aldaar genomene vrouwen en bij dezelven verwekte Kinderen, tegen wil en dank, te abandonneren. §. 40. Ter schuldige voldoening aan uwer Hoog Edel¬ Bepaaling der secrete seinen heden order, om te melden welke secrete Seinen voor het volgende jaar beraamd zijn, ten einde de„ „zelve te kunnen doen observeren door de van Bata¬ „ria vertrekkende schepen en Vaartuigen, hebben Wij de eere, onder terugzending van de in het gepas¬ „seerde jaar aan de schepen medegegevene schriftelijke seinorders, te berigten, dat in die van het aanstaande jaar eenlyk deze verandering is gemaakt, dat de Vlag blauw en het Kruis wit zal zijn; maar wij en welke precantie omtrent verzoeken op dit sujet teffens zeer nedrig, dat de voor dit Gouvernement gedestineert wordende schepen en Vaartuigen gezamentlijk mogen afge¬ „vaardigd werden, om niet in de straat Bouton aangerand, of mogelijk wel onvoorziens bij nagt i 63. 115 bat. diend geobserveert te werden Aan den Gorontaals Koning Mono Arsa. toegelegd, nagt, of duister weer, overvallen te werden door de Mangindanaors, indien dit Roofgespuis ge¬ „lyk in dezen jaare, zig weder derwaarts mogte bege„ „ven; want hunne tegenwoordige desseinen, zoo zorg en gevaarlijk als ze voor ons ook zijn, vin„ „den wij vrij vernustiger, namelijk, in de evengemel„ „de straat, en af en aan de mond van de Gorontaal„ „sche Rivier, ook bij Raap Falso, te Kruissen, als Manado en Kema, dan wel andere Comp„s Bezittin„ stui „gen te ontrusten 3. 41. Omtrent den Gorontaals Koning Mono-Visa het voornaamste bij des Eersten Tekenaars aparte brieven van den 29 Meij en 5 Aug„s gemeld, en nevens den laatsten ook alle tot deszelfs zaak betrekkelij„ „ke papieren, in zoo verre ze nog ingekomen zijn, afgevaardigd hebbende, zullen wij, met aanbod van een tweede stel dierzelfde bijlagen in twee bon¬ „dels, sub. N=. 21 en 22, nog maar Communiceren, dat, blijkens ons gemeen besluit van den 23 Julij, is weder het gewoone honnen aan Denzelven weder het gewoonlijke honneur van de Celebesche Koningen is toegelegd, zo in en nakoming uit „ 59 3. 42. Binnen korten zullen weder Ex„ „stripatien van specerijboomen ondernomen werden. van de nevengemelde Lan„ „den. nakoming van uwer Hoog Edelheden gezenereerde order, om Hem met discretie te behandelen, als uit hoofde van het nevenstaande dien ouden man, in zijne ziekelijke en zwakke lichaamsgesteldheid, wat op te beuren, en voordee„ „liger gedagten van zijnen staat te doen krijgen, tot dat zijne vrij bezwaarlijk te ontwarrene affaire ten finalen zal gedecideert wezen. Op de hoogg'eerde recommandatie van uwe Hoog Edelheden, om, bij herstelden rust, weder zoodanige zuiveringen van specerijen te laten doen, als nodig geagt kunnen werden in de presente tijds gesteldheid van het Eiland Neijra, en verdere onder het Bandasche Gouvernement behorende plaatsen, gebruiken wij de vrijheid te rescriberen, dat, gelijk reeds bij d. 33. genoteert staat, onze intentie is binnen Korten eerst eene nadere Exstirpatie te laten doen op en wil eerst op een of meer een of meer van de Landen Maba, Weda, Pattanij, en Gebe; wanneer de Commissianten, die naar derwaarts werden gezonden, teffens gelast zullen werden, om, wijl zulks gedu„ rende 117 117 1 werden bezagt. en opgenomen daar na op Batchian „rende de Noordermousson in de heenreise niet, dan met het allergrootste gevaar kan geschieden, Wanneer Poelo Pissang ook zal bij hunne terugkomst, op het rondom in Klippen en Reezen leggende, en meet geen ander vaartuig, dan een kleine prauw gemaak„ „baar, mitsgaders ten eenemaal onbewoond Eiland Poeloe-Pisang, indien 't mogelijk zij, aantegaan, en alle de aldaar gevonden Wordende rijpe Muschaat-Nooten met de Foelij te laten afplukken, en herwaarts te brengen, mitsgaders de gesteldheid van dat liland met de vereische nauwkeurigheid opte¬ „nemen, en met alle attentie te onderzoeken, of er ook zomwijlen, aan den een of anderen kant, een tot nog toe onbekende plaats mogte te vinden zijn, waar een sloep de wal zoude kunnen naderen en gerust ten anker leggen. terwijl, na volbragte Exstirpatie op de eerst„ „genoemde Landen, aanstonds een begin zal werden gemaakt met die van Batchian welke ook de novo exact gevisiteert, en van alle te vinden specerijboomen diend ontbloot te werden, vermits wij geene van deze beiden veel tot Ao M 119 1 60 179 om redenen. Banda 't Noodlot is met veel leedwezen vernomen. tot het oogmerk van uwe Hoog Edelheden bekwaam of dienstig, maar wel zeer onge„ „schikt, onvoordeelig, en prejudiciabel voor de Compagnie agten: de eersten, om dat ze, zo wel als Poelo Pisang, te verafgelegen zijn, en al te favorabel leggen voor allerhande sluikhande„ „laars; en Batchian, wijl de Nooten daar lan„ „ge zoo groot en vet niet vallen, als te Oubij, gelijk Hoogst dezelven het onderscheid tusschen de Oubijsche en Batchiansche Nooten, uit de onder litteris A en B. overgaande zakjes, des gelievende, zelfs klaar zullen kunnen ont„ „waren. 3. 43. Met opzigt tot het gezegde van den Koning van Ternaten, betrekkelijk tot de verwoesting van Banda, welks noodtot door ons in het gepasseerde jaar met het grootste leedwezen is vernomen, hebben wij de eere te bedeelen, dat dit Vorst als nog staande houdt„ dat 'er „veele Boomen in de Moluccos zijn; „ dog er teffens bijvoegd, van op zijne Landen niet eens de quantiteit van een halve soekel Poe„ „lij bij elkanderen te kunnen krijgen, voor zoo niet, eden. en aak„
English
Sample nuts. No more could be obtained. The quantity on Oubij cannot be determined: luxuriant and rapid growth. These are then the principal reasons for which we, postponing all other lands, propose Oubij first of all to Your Right Nobilities; not doubting that this proposal will in time best answer the intentions of Your Right Nobilities and also please you best, as soon as the difference between the Oubij and Batchian produce can be seen in the accompanying 31 pieces of Oubij fruits; whereto we also report that the accompanying nuts of the aforesaid island, in a small bag marked with letter A, were sent hither as a sample by Ensign and Batchian Commandant Roksien, mentioned near S. 10. These were gathered in all haste by a European wood-ranger from some trees standing not very far from the sea-strand; which is the reason why no more than an insignificant quantity of thirty-one pieces was procured. We have just stated that Oubij is for the cited reasons preferred by us for the present above all other lands; for to assure positively already at this time that this island alone will be able to deliver within the first three to four years as much mace as Your Right Nobilities might come to demand would be too premature; The quantity of mace to be obtained can not yet 3. 45. be determined; 1 63. but calculations will be made in the coming year. 3. 46 Request for more cash, if the expedition to Mangindanao takes place. and just as little can it at present be determined how much one will be able to collect there annually from the wildernesses and on the mountains without prior cultivation, before the required and also competent men are sent thither for picking and harvesting. Of which, to our inward sorrow, owing to the continual wanderings of the Mangindanaors in the southern monsoon, we have until now been able to make no trial, yet we intend to have that dispatch proceed in the month of November under the supervision of the vigilant Ensign Eberhard, who is also skilled in the country and its languages, whom we trust will upon his return place us fully in a position to give Your Right Nobilities a clear report of everything in the coming year, but especially to inform you of the calculated quantity of mace and the nuts belonging thereto, which, without the laying out of plantations, can be expected annually. In conclusion we find ourselves further obliged most respectfully to request Your Right Nobilities that, if the necessary expedition to Mangindanao described above may take effect in the coming year, you will then also favorably provide us with a sum of money proportionate to the stated military force and the fixed duration of the operations; besides the already demanded fifty thousand rix-dollars, which will certainly be amply needed, both for the ordinary allowances and for the payment of wages for Alfoors and other natives, for whose employment and dispatch to other districts one may sometimes moreover still be compelled; as also that the provisional Chief Mate Gerrits, now coming over with the pantjalling de Kaneelboom, may through the benevolence of Your Right Nobilities be confirmed in that capacity, and alongside the Second Mate Martens, who departed for Batavia in the month of May with the Kroon Prins van Tidor, may be sent back hither, as both are of very good conduct and knowledgeable in these regions and waters, even to such a degree that one can place the greatest trust in their persons, and indeed chiefly in the former, who possesses all the required qualities of an authoritative naval officer, and indeed fully merits holding command on a ship. As also for the mates Gerrits and Martens, on account of their good conduct and merits. Herewith we end this, recommending Your Right Nobilities' very precious persons and the true interests of the Dutch Company to Jehovah's safe protection, and we otherwise call ourselves with much awe and respect, underneath stood: Right Noble, Rigorous, Right Honorable, Valiant, Wise, Provident, Discreet, Very Generous Lord and Noble, Rigorous Lords; lower: Your Right Nobilities' very humble and obedient servants; was signed: I: R: Thomaszen and A: Cornabé; in the margin: Ternate, in Castle Orange, the 29th of September 1779. Agrees, W. de Chalmot 14. Adriaan Magers, sworn clerk for the Secretariat Secret for Patria Resolutions Copy
Dutch transcription
monster nooten. niet meer te bekomen geweest. de quantiteit van de op Oubij niet bepaald werden: weeldrig en spoedig groeijen. Deze zijn dan de voornaamte redenen, om welke Wij Oubij, met postpositie van alle andere Landen, vooreerst aan Hoogst dezelven proponeren; niet twijffelende of dezen voorslag zal in der tijd het meert aan uwer Hoog Edelheden intentie beant„ „woorden, en ook het best behagen, zo dra het diffe„ „rent tusschen de Oubijsche en Batchiansche de overgaande 31 p„s Rubijsche vrugten zal ingezien wezen; waar bij we nog melden, dat de overgaande Nooten van het meermel„ „de Eiland in een zakje, gemerkt met La A, door den bij S. 10. – neermelden Vaandrig en Batchians Commandant Roksien tot een monster herwaarts maar aan gezonden zijn, die een Europees Boschganger in alle haast geplukt hadt van enige niet heel verre zijn in haast geplukt, en daarom van de Zeestrand staande Boomen; 'twelk de oorzaak is, dat daar van niet meer, dan eene niet noemenswaardige quantiteit van een en dertig stuks is opgedaan. zoo even hebben wij gezegd, dat Oubij door ons om de aangehaalde redenen, vooreerst alle an„ te bekomene Foelij kan nog „ deze Landen wordt voorgetrokken; want om tans al positief te verzekeren, dat dit Eiland alleen binnen de eerste drie a vier jaren zoo veel Foelij in „gin zal kunnen uitleveren, als uwe Hoog Edelheden mogten komen te eisschen, zoude al te voorbaarig 3. 45. zijn 1 63. tmaar wel calculaties in 't aanstaande jaar 3. 46 verzoek om meerder Contan„ „gindanao gevolg zal hebben. zijn; en even zoo min kan tegenwoordig ook bepaald werden, hoe veel men aldaar jaarlijks uit de Wilder„ „nissen, en op de Gebergtens, zonder eene vooraf„ „gaande Culture, zal kunnen inzamelen, voor en aleer de vereischte en teffens kundige manschappen naar derwaarts, ter plukking en inzameling, werden gezonden, waar van wij, tot ons innerlijk leedwezen, wegens de continuele rondzwervingen der Mangin„ „danaors in de Zuidermousson, tot heden geen proef hebben kunnen neemen, dog egter van voornemen zijn die bezending in de maand November voort¬ „gang te doen hebben, onder opzigt van den vigilanten en teffens land-en taalkundigen Vaandrig Eberhard, welke we vertrouwen ons, bij retour volkomen in staat te zullen stellen, uwe Hoog Edelheden in het aan„ „staande jaar van alles een duidelyk verslag te kunnen doen, dog in het bijzonder te informeeren van de cal„ „culative quantiteid der Foelij en daar bij behoorende Nooten, welke zonder aanlegging van plantassien, Jaarlijks kan verwagt werden. Ten besluite vinden wij ons nog verpligt uwe Hoog Edelheden op het eerbiedigste te verzoeken om indien de voorwaards beschrevene noodzakelijke Expeditie naar Man„ „gindanao in het toekomende jaar gevolg zal mogen neemen ons dan ook gunstiglijk te willen voorzien van eene met de opgegevene Krysmagt, en bepaalde tijd der operatien evenredige somme Gelds; behalven de reeds geeischte Vijftig indien de Expeditie naar Man„duizend Rijksdaalders, die tog ruim benodigd zullen zijn, zo wel tot de ordinaire verstrekkingen als ter afbetaling van soldijen voor Alsoeren en andere Jnlanders tot welkers emploij mel„ ar „ten g g 123 1. 2 zo mede om de stuurlieden Gerrits en Martens. wegens hun goed gedrag en merites. Nagerien door a emploij en verzending naar andere Districten men zom„ „wijlen boven dien nog genoodzaakt kan werden; zo mede dat de tans met de Pantjalling de Kaneelboom overkomen¬ „de p„l Opperstuurman Gerrits door Hoogstderzelver bene„ „volentie in die qualiteid bevestigd en nevens den Onder„ stuurman Martens, Welke in de maand Meij, met de Kroon Prins van Tidor naar Batavia is vertrokken, weder herwaarts maggezonden werden, als beide zeer goed van gedrag en kundig zijnde in deze landstreften en vaarwateren, in zo verre zelfs dat men in hunne personen het grootste vertrouwen kan stellen, en wel voornaamlijk in den Eersten die alle de vereischte hoedanigheden van een Gezaghebbend zee officier bezit, ja volkomen meriteert het Commando op een schip te voeren. Hier mede eindigen wij dezen, onder aan beveeling van uwer Hoog Edelheden zeer dierbaare Persoonen en de waare belangen van de Nederlandsche Maat„ „schappije in Jehova 's veilige Protectie en noemen ons overigens met veel ontzag en eerbied /:onderstond:) Hoog Edele Gestrenge, Groot Achtbare Manhafte, Welwijze, voorzienige Discrete zeer Ge„ „nereuse Heer en Wel Edele Gestrenge Heeren /lager/ uwer Hoog Edelheden zeer ootmoedige en gehoorzaa„ ime Dienaaren (:was getekent:) I: R: Thomaszen en A: Cornabé /:in margine:/ Ternaten in 't Kasteel Orange den 29. e September 1779. Accordeert WodeChalmt 14. Ardaaan Magers gem: kleek 6Pr. secret=rs J Sicrete voor Patria Resolutien Copia
English
125 Register of the marginal notes on the Secret Resolutions taken in the Council of Policy at Ternaten in Castle Orange, beginning on 8 January and ending on 26 August. Friday, 8 January 1779 Envoy from Tidor requests mediation for concluding peace Answer of the Governor and the necessity of what is required for it proposal of the Governor to invite the three Moluccan Kings to this Castle which is complied with Page 4 12 January 1779 The Postholder Gebhardt requests recognition monies for Tidor's grandees of the realm, 5. to present certain points once again by letter to the King of Tidor, 6. To grant the recognition monies as soon as an answer to the letter arrives. 16 February 1779. Deliberation on two letters from Tidor, 9 to express thanks for the letter to Batchian's king, effectuation of a truce of arms, 10 thus fruitless for reasons set aside, 11 67. the Governor has nevertheless pacified the Ternatans, 12 for which reason the Tidorese can deliver foodstuffs, to confer with the King of Tidor regarding the hostilities at Foija, 13. not to express his own utterances, repeated request not to bring the Papuans into sight of the castle, half of the requested recognition monies granted, 14. the presence of Tidor in response to that of Ternaten is anticipated, 15. Prince Iman Sarief of Tidor summoned, 16 17 April 1779. The King of Tidor promises to come to Ternaten, 17. Hammekam sent to Tidor to invite the ruler, 18 Continuation of 17 April 1779 Read several letters written back and forth from and to Tidor, 18 contents of the same, 19 Reading of two secret letters from Their High Excellencies and of some other papers, 20 shows the disloyalty of the Kings of Ternaten and Tidor, 21: the secretary ordered to extract the charges against Tidor's king and Crown Prince: in order to present them to the same in full assembly, 22 resolution to arrest the rulers, and send them to Batavia, if they do not give satisfactory answers if Batchian's King also comes there is no doubt of peace 19 April 1779. The King of Ternaten appears in the assembly, 24 the Batchian Major is heard on the Articles, the Major brought home again, 33 proposal of the Governor regarding some Alfurs, upon the arrival of Tidor's king, to encircle the castle, readiness of the King to deliver those mountaineers, to see when the Alfurs must come, 34 the King departs. 24 April 1779. Letter from Hemmekam from Tidor, 35 the King delays his arrival here, proposal of the Governor to send the ship to Tidor, 36: provided as here appended, the Basigiers prevented from going to Maba etc. for reasons, the Council members are of the same opinion as the Governor, resolution to send van der Staal and Eberhard to Tidor, 37 Hammekam informed thereof by a letter. 26 April 1779. The King and Crown Prince from on board the ship Westfriesland, and the King of Ternaten fetched from his dalam, 40 Address of the Governor to the Tidorese rulers, the charges against Their Highnesses presented, 41 answer of Tidor's king to this, 42 the King being dismayed, some further points of accusation read to the same, 43 pleads innocence while taking solemn oaths, 44 the Young King says that his father governed at Sap, 45 and departed from there to Mandanao, the Governor makes known Tidor's disloyalty, 46 the King and the other Tidorese remain silent on this, resolution to arrest the King and Crown Prince, 47 which was carried out, 48 which are described here appended, Goesoef was sent to Maba.
Dutch transcription
125 Register der Mariginale aantekeningen op de Secrete Resolutien genomen in Rade van Politie tot Ternaten in 't Kasteel Orange beginnende met den 8„e Januari en eindigende met den 26: Augustus. zendeling van Tidor - - - - - - - - verzoeken bemiddeling tot 't sluiten van vreede - - - - - - - - „ Antwoord van den Heer Gouverneur en de noodzakelijkheid wat daar toe vereischt werdt, propositie van den Heer Gouverneur om de drie Moluksche Koningen aan dit Kasteel te inviteren - — — den 12„e Januarij 1779 De Posthouder Gebhardt verzoekt recognitie penningen voor Tidors Rijksgroten „ 5. de Koning van Tidor enige poincten nogmaals bij brieve voortehouden - - – - - - „ 6. De Recognitie penningen toetestaan, zo dra er antwoord op de brief komt - - - - - „ 't geen geemplecteerd wordt - - - - - - – – – – – – – – 4 den 16„e Februarij 1779. besoigne over twee brieven van Tidor - - - - voor de brief aan Batchians koning dank te betuigen – – – – - - – – „ — werkstelling tot stilstand van wapenen – – – – – – – – – – – „ 10 dus vrugteloos aan reden ter zijde - - - - 67. de Heer Gouverneur heeft egter de Ternatemen bevredigd - – – – – – - - - - - „ 12 waarom de Tidoresen levensmiddelen kunnen aanbreng - – - - – – – – – „ — de Koning van Tidor te onderhouden over de vijandlijkheden op Foija - - - - - „ 13. over deezelver uitdrukkingen niet te uitten - – – – – – – – – – – – „ — herhaald verzoek aan de papoen niet in 't gezigt van't kasteel te doen komen - – - „ — de helft der verzogte recognitie penn: geaccordeert - - - - - - - - - „ 14. de presentien van Tidor op die van Ternaten werden te gemoet gezien. – – – – „ 15. de Prins Iman Sarief van Tidor ontboden – - - - - - - - - - „ 16 – – – – – – – – – – „ 11 den 17„e April 1779. den koning van Tidor laat beloven om op Ternaten te komen – – – – – – – „ 17. Hammekam naar Tidor gezonden om den vorst te nodigen – – – – – – – „ 18 rijdag den 8:' Januarij 1779 - – – – – – – – – – – – – – – – – –„ - – – – – – – – „ Pag – – – – – – – - „ 9 C: vervolg van den 17: April 1279 Eenige brieven over en weder van en naar Tidor geschreven gelezen – – – – – – – – „ 18 „ 19 inhoud van dezelve - - - -– – – Lecture van twee secrete brieven van Hunne Hoog Edelheden en van enige andere papieren - „ 20 blijkt van ontrouwe de Koningen van Ternaten en Tibor - – – – – – – – – – — „ 21: den secretaris gelast om de poincten ten laste van Tidors koning en Kroonprins uittetrekken:„ om in volle vergadering aan dezelve voor te houden - - „ besluit om de vorsten te arresteren, en na Batavia te zenden, zo niet voldoende antwoorden als Batchians Koning ook komt - - – – – – - - – twijffelt niet aan de vreede - - - den 19„e April 1779. de koning van Ternaten verschijnt in vergadering de Batchians Majoor wordt op Artikelen gehoord – – – — — - — - - - - „ — de Majoor weder naar Huis gebragt — voorslag van den Heer Gouverneur om enige Alfoeren – – — — – — – – – – – „ — bij de komst van Tidors koning ter omzingeling van't kasteel – – – - - - - - „ — bereidwilligheid des Konings om die Bergboer inte leveren – – – – – – — — — „ — zien wanneer de Alfoeren moeten komen – – – – – – – – – – – – – – – „ 34 de koning vertrekt – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – „ — den 24„e April 1779. brief van Hemmekam van Tidor de koning traijneert met zijn herwaarts komst - - - -- propossitie van den Heer Gouverneur om het schip naar Tidor te zenden — — — — — „ 36: verstrekt als hier nevens - - - - de Basigiers naar Maba &=a belet om reden – – – – – – – – – – – – – „ — de Raadsleden zijn van het zelfde gevoelen als den Heer Gouverneur — - - - - — „ — besluit om van der staal en Eberhard naar Tidor te zenden – – – – – – – – – – „ 37 Hammekam door een brief daar van verwittigd - – – – – – – – – – – – „ — Den 20„e April 1779. de koning en kroonprins van Boord van 't schip westfriesland, en de koning van Ternaten van zijn dalmafgeh: „ 40 Aansprak van den Heer Gouverneur aan de Tidoresche vorsten – – – – – – — — — — „ — de poincten ten laste van Hunne Hoogheden voorgehouden – – — — — — — — – – – „ 41 antwoord van Tidors koning hier op — -- -- dezelve enige nadere poincten van beschuldiging voorgelezen – – – — — – – – – – „ 43 onschuldigt zig onder het doen van duure Eede -- de Jonge koning zegt dat zijn vader geregeerd te sap heeft – – – – — – — — — — — „ 45 en van daar naar Manqurdanao vertrokken – – – – – – – – – – – – – – – - „ de Heer Gouverneur geeft Tidors ontrouw te kennen – – – – – – – – – – – – – „ 46 de Koning en de verdere Tidoresen zwijgen hier op stil - - – – - — — — - - - „ — besluit om den koning en Kroonprins te arresteren – – — — — — — — — — „ 4p Goesoef is naar Maba gezonden – – – – – – – – – – – – – – – – – „ 't geen geschied. - - - die hier nevens beschreven zijn – – – – – – – – – – – – – – – – – „ — – – – – – – – – – – „ 42 de koning ontsteld zijnde - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -„ -– – – – – – – – „ 35 – – – – – – – – – – „ 24 – – – – – – – – – – – „ 33 — „ – – – – – – – – – – – – – – „ 22 den – – – – – – – – – – – – „ — „- — — - –– – – – – – – – „ 44 – – ––– – – – „ 18 -
English
the 28th of the Month of May 1779. sent with the Pantjalling Ternaten to Batavia about the necessity likewise to act with the old ruler of Tidor with the private Bark the Anna Christina 51 the King of Tidor renounces the Papuans, Maba, Weda, and Pattani 52 June 1779 means employed toward the formulation of peace between Ternaten and Tidor 56 the Tidorese grandees of the realm appeared at the Government House 58 notification given to them regarding the dispatching of their King and the return the 10th who, along with four other grandees, are appointed as Regents resolution of peace determined the arrangements concerning this are undertaken by the Governor statement of the next in line to the crown the king of Tidor appointment of a Regent who rejoice thereat 59 60 the 12th of June 1779 appointment of the Tidorese Regents 63 Publication of peace precautionary measures toward the durability of the peace by the Governor 69 for which the Council members thank His Honour what ceremonies were observed at the Reception of the King of Ternate and Regents of Tidor 70 Communication from the Governor to the Tidorese Nobility who have been appointed as Regents 71 taking of the Oath before the same the Act and the documents handed over to the Regents and other chiefs 73. Speech by the Governor concerning the durability of the peace 74 the king and Regents along with the grandees of the realm make peace with one another 75 publication of the Act of peace proclamation of the peace on Ternaten as well as in the Ternate and Tidore districts 77. outcome of this desired event 78 the King of Ternaten and Regents and the other chiefs depart 81 evening feast at the Governor's residence the 23rd of June notification by the Governor regarding the conclusion of peace to certain Tidorese Grandees and Princes and the appointment of Tidorese Regents the grandees and Princes have been summoned to be informed thereof the Princes express gratitude for the good care feel regret over the bad conduct of their king 83 why he, along with the crown prince, had been sent to Batavia promise to recognize the rulers of the realm take the Oath in the Mohammedan manner address by the first Regent to the Princes 84. which is confirmed by the Governor Some Gifts presented to the Tidorese grandees as a token of friendship the assembled grandees make known their destitution wherefore Two hundred Rds to those of Tidor. rejoicing on that occasion
Dutch transcription
den 28. van De Maand Meij 1779. met de Pantjalling Ternaten na Batavia verzonden - - - - - - - - om de noodzakelijkheid desgelijks te handelen met de oude vorst van Tidor met de particuliere Bark de Anna Christina „ 51 de Koning van Tidor doet afstand van de Papoeen, Maba, weda en Pattanij Junij 1779 middelen in 't werk gesteld, tot beraming der vrede tusschen Ternaten en Tidor - - - - „ 5 de Titoresche Rijksgroten zijn in 't Gouvernement verscheenen - — — 58 te kennen gave aan dezelve wegens het verzenden van Hunnen Koning en 't weder„ die en nog vier andere groten tot Regenten aangesteld - – – – – – – – - – „ besluit der vreede bepaald--- de schikkingen dien aangaande neem den Heer Gouverneur op zig – — - - - - - - „ — opgave van de naaste tot de kroon – – – – – – – – – – – – – - - - „ de koning van Tidor- aanstellen van een Regent - - – – – – – – – – – - „ die daar over verheugt zijn - – – – – – – – – – – - – – – – – „ 59 „ den 12„e Junij 1779 aanstelling der Tidorsche Regenten - - - - - - Publicatie van vreede — praecautie tot de bestendigheid der vreede door den Heer Gouverneur — – – - „ 69 waar voor de Raadsleden zijn Ed: bedanken — — - wat plegtigheden bij de Reseptie van Ternaats koning en Tidors Regenten in agt is genomen 70 Communicatie van den Heer Gouverneur aan den Tidorschen Adel — - - — - - - „ — welke tot Regenten zijn aangesteld — — aflegging van den Eed voor den zelven - - - de Acte en de bewijzen aan de Regenten en verdere hoofden ter handgesteld – – — „ 73. Redenvoering van den Heer Gouverneur tot bestendigheid der vreede – - - - - - „ 74 de koning en Regenten nevens de Rijksgroten bevredigen zig met elkanderen — — — — — „ 75 publicatie van de Acte van vreede - – — — — — — — — - - — — – - - „ — verkondiging der vreede op Ternaten — — - - - - - - - - - - - - - - „ — zo mede op de Ternaatsche en Tidoresche districten - — – – – – – – – – – „ 77. uitslag van dit gewenscht evenement - - - — — de Koning van Ternaten en Regenten en de verdere hoofden vertrekken - — — – - „ avond festijn bij den Heer Gouverneur — — den 23e: Junij -te kennen gave van den Heer Gouverneur wegens het sluiten der vreede aan enige Tidoresche Groten en Prinsen - - - en de aanstelling van Tidoresche Regenten - - - „ e de groten en Prinsen zijn ontboden, om daar van verwittigd te werden — — — — „ — de Prinsen betuigen dank voor de goede voorzorge — — — — — — „ — hebben leedwezen over het kwaad gedrag van hunnen koning – – – — — — — „ 83 waarom hij nevens den kroon-prins naar Batavia verzonden was - - - - - - - „ — beloven de Rijkbestierders te zullen erkennen — leggen den Eed op de Mahometaanse wijze af – – – – — — — — — — — — „ — aanspraak van de eerste Regent aan de Prinsen – – – – – – – – — — „ 84. dat door den Heer Gouverneur bevestigd wordt — - - - - - Eenige Geschenken ten teken van vriendschap aan de Tidoreesche groten afgegeven de gezamentlijke groten geven hunne behoeftigheid te kennen - — - — waar om Twee hondert Rd„s aan die van Tidor. — vreugde bedrijf bij die gelegenheid — — — — – – – – – – – – – – – – – „ — ——— – – – – – – – – – – – „ 78 81 – – – – – „ 82 –– – – – – – – – – – – „ — -– – „ 63 „ 52 den 10„e „ „ 50 127 6 – – – – – – – – – „ 60 – „ - – – – – – „ – – – –„71. --„- „ – – – „ — –„ — - „ „ -
English
Continuation of 23 June 1779. and one hundred are granted to the Maba and Weda people – 85 the latter shall receive the remainder of their gratuity monies – as soon as the missing Chiefs arrive here all the Princes and grandees take their leave and depart – 86. 1 July The Governor states the reason for convening this meeting – 88 Report from the junior merchant Hemmekam – the contents thereof made known to the chiefs – 89 inquiry made of the same – 90 who declare that the content of that paper was their desire – desire to be separated from Tidor, and to stand under the Company – stand together with those of Cattani – the one and the other appear unexpected yet agreeable – Maba, Weda and Pattanij independent of Tidor – and placed directly under the Company – 91 whereof Their High Excellencies shall be informed – inquiry made to the Maba and Weda people – whether they cannot assist the Company with men – and whether it was not expedient to construct a fortification on Maba, Weda or Pattanij – 92 their readiness to provide people – and to supply what is required for a fort – 93 resolution to make use thereof when occasion arises – to have an envoy sent to Maba, Weda, Pattani and the Papuan lands – to invite the kings and Chiefs from there hither – 94. which was notified to the Maba and Weda chiefs present – Reading of some answered question points, by a certain Makianese named Abdul – 30 July The old king of Batchian appeared to defend himself – 109 answered by him in the margin to the adjoining question articles – 110 question to the King whether he had anything to bring against the crown prince – says no, and requests that he may be his successor answering in general terms thereto account of the King where the last spices grow the King and Crown Prince return home careful resumption of the answered points by the Batchian king further discussions about it – 125 the King ought long ago to have been treated as an enemy of the Company – resolution to send the prince to the principal seat of the Indies – in expectation of Their High Excellencies' approval and rejoicing over this desired outcome – 126 14 August 1779. Change regarding the crew of the ship Delfshaven on account of the tidings received from Gorontalo, concerning the roving Maguindanaos four strongly manned korakoras the King of Ternate promises to provide reinforcement for the ship Council members conform with the arrangement made by the Governor The barque Jacatra excused from the voyage to Gorontalo to have the goods for Gorontalo transferred from it into the ship Delfshaven The Governor proposes the necessity of appointing capable Chiefs over the Expedition who would be the best for this Instruction for their information deliberation and remark thereon Concurrence with the same thus to allow the one and the other to take effect The Governor undertakes to admonish the Chiefs of the Expedition to go inspect the ship himself concerning the ammunition goods lent in the past year to Tidor's King not more than five kannen received back thus to have the remainder written off subject to approval of Their High Excellencies 26 August Reminder to the Council concerning the resolution regarding the surviving crewmen of the Ida of whom five have died. Mr. Johnson serves with a Report regarding the examination of the said Persons appearance of their innocence to which causes the loss of the Barque was attributed To let the wages of the aforementioned crewmen run again subject to approval of Their High Excellencies Reading of the defense of the junior merchant Hemmekam regarding the loss of the Barque the Ida etc. its content deliberation thereon the submitted defense is sufficient therefore Hemmekam is acquitted, subject to Their High Excellencies' approval, granted his seat in Council again further decision of this matter deferred Hemmekam excused from returning to Manado 1 1
Dutch transcription
Vervolg van den 23„e Junij 1779. en Een hondert aan de Maba-en wedaresen zijn toegestaan – – – – – – – – „ 85 de laatste zullen het restant hunner Gunst penningen genieten – – – – — – - „ — zo dra de manquerende Hoofden alhier zijn de gezamentlijke Prinsen en groten nemen afscheid en vertrekken - - - - - - „ - – – – – – – – – – – 86. den 1e: Julij de Heer Gouverneur geeft de reden dezer bij eenkomst te komen – – – – – – – - – – „ 88 Berigt van den onderkoopman Hemmekam - - – – – – – - - - - - „ den inhoud daar van aan de hoofden te kennen gegeven – – — – — — — – – „ 89 afvrage aan dezelve - – – – – – – – – – – – – – – – – – – „ 90 die betuigen dat den inhoud van dat papier hun begeerte was – – – – – – – „ — verlangen van Tidor afzonderd te werden, en onder de comp: te staan – – – – – – – „ — staan voor die van Cattani met in – – – – – – – – – – – – – – – – - „ 't een en ander komt onverwagt dog aangenaam voor - - - - - - - - „ — Maba, weda en Pattanij onaphangelijk van Tidor - - - - - - - - - - - - - „ — en direct onder de Compagnie gesteld – – – – – – – – – – – – – – - – „ 91 waar van hunne Hoog Edelheden zullen werden verwittigd – – – – – – - – – „ — afvrage aan de Maba en wedareesen – – – – – – – – – – – – – – – „ — of de Comp: niet manschappen kunnen assisteren – – – – – – – – – – – „ en of niet dienstig was een sterkte op Maba, weda of Pattanij te extrueren - – – – — „ 92 bereidwilligheid van hun tot het leveren van volk – – – – — — – — — — - „ — en 't leveren van het benodigde tot een fort – — — — — — – – – – – – — — „ 93 besluit om daar van bij gelegenheid gebruik te maken – – – – – – – – – – – - „ — bezending naar Maba, weda, Pattani en de Papoe te laten doen – — — — - - - „ — de koningen en Hoofden van daar herwaarts te nodigen – – – — — — — – – – „ 94. 't geen aan presente Mabasche en wedasche hoofden geadverteert wierdt — - - - - - „ — Lecture van eenige beantwoorde vraag poincten, door zekeren macquiander Abdul gen=t „ — den 30:e Julij de oude koning van Batchian verschenen om zig te verantwoorden – - - – - „ 109 zij in margine beantwoord vrage aan den Koning of iets ten laste van den kroon prins in tebrengen hadde„ zegt neen, en verzoekt dat hij zijn opvolger mag wezen beantwoording in Generale termen daarop verhaal van den Koning waar de laste specerijen groeijen de Koning en Kroonprins keeren naar huis attente resumtie van de beantwoorde poincten door Batchiansche koning verdere discoursen daar over den Koning moest voor lang als een vijand van den Comp: behandeld zijn besluit om den vorst naar Indiasche Hoofdplaats te zenden in verwagting van Hunne Hoog Edelheden approbatie en verheuging over deze gewenschten uitslag op de nevenstaande vragg Artikelen – - – – – – – – – – – – „ 110 — 12 - 88 - „ 125 „ „ 126 Den 14 Augustus 1779. randering aangaande de Equipagie van het schip Delfshaven zake van de van Gorontalo ontvangen tijdinge, egens de zwervende Mangindanoers vier sterk bemande Rorra Korras oofd de Koning van Ternaten versterking van het schip leveren Raadsleden Conformeren zig met de gemaakte schikking van den Heer Gouverneur Bark Jacatra van de reize naar Gorontalo excuseert de Goederen voor Gorontalo daar uit in 't schip Delfshaven, te laten overbrengen Heer Gouverneur proponeerd de noodzaakelijkheid „bezwaame Hoofden over de Expeditie te benoemen wie hier toe de beste zoude wezen Instructie tot narigt van dezelven liberatie en aanmerking daar over Conformatie met dezelven dus het een en ander te laten gevolg nemen Heer Gouverneur neemt de Hoofden der Expeditie te vermanen 't schip zelfs te gaan bezigtigen in de in den voorleden Jare geleende ammunitie goederen aan Tidors Koning et meer als vijf kannis te rug gekregen s het resterende te laten afschrijven „ approbatie van Hunne Hoog Edelheden den 26„e Augustus rinnering aan den Raad wegens het besluit nopens de overgeble„ „vens schepelingen van de Ida aar van vijf overleden zijn. E: Johnson: diend van Berigt wegens het onderzoek van gemelde Perzonen ik van derzelver onschuld in welke oorzaken het verlies van de Bark werd toegeschreven Gage van voorsz: schepelingen weder Cours te laten nemen „approbatie van Hunne Hoog Edelheden Htuve der verantwoording van den onderkoopman Hemmekam rens het verlies van de Bark de Ida etc: is inhoud iberatie dieswegens regte verantwoording is voldoende daarom wort Hemmekam op Hun Hoog Edelheden, approbatie vrij„ „gesproken weder sessie in Rade gegeven verdere decisie dezer zaak tgesteld emmekam van 't retour naar Manado 1 1
English
Continuation from 23 June 1779. 1 July The Lord Governor gives the reason for this meeting. Report of the Junior Merchant Hemmekam. The contents thereof made known to the chiefs. Interrogation of the same. Who declare that the contents of that paper were their desire. Desire to be separated from Tidor and to stand under the Company. Stand in for those of Pattani as well. All of this appears unexpected yet agreeable. Maba, Weda, and Pattani independent of Tidor. And placed directly under the Company. Of which Their High Excellencies shall be informed. Interrogation of the people of Maba and Weda. Whether they can assist the Company with men. And whether it was not expedient to construct a fortification at Maba, Weda, or Pattani. Willingness on their part to supply men. And to supply the necessities for a fort. Resolution to make use thereof when the occasion arises. To have a mission sent to Maba, Weda, Pattani, and the Papuas. To invite the kings and chiefs from there hither. Which was announced to the Maba and Weda chiefs present. Reading of some answered points of inquiry by a certain Makianese Abdul. 30 July The old King of Batchian appeared to account for himself. Upon the adjacent articles of inquiry. Answered by them in the margin. Inquiry to the King whether he had anything to bring against the Crown Prince. Says no, and requests that he may be his successor. Answer thereto in general terms. Account by the King of where the forbidden spices grow. The King and Crown Prince return home. Attentive resumption of the points answered by the King of Batchian. Further discussions thereupon. The King should long since have been treated as an enemy of the Company. Resolution to send the ruler to the chief place of the Indies. Awaiting the approval of Their High Excellencies. And rejoicing over this wished-for outcome. And one hundred granted to the people of Maba and Weda. The latter will enjoy the remainder of their bounty moneys. As soon as the missing chiefs are here. The assembled princes and grandees take their leave and depart. 6 14 August 1779. Change regarding the crew of the ship Delfshaven. On account of the news received from Gorontalo. Regarding the roaming Magindanaos. And four heavily manned corocoras. The King of Ternate promises to supply reinforcements for the ship. The Council members concur with the arrangement made by the Lord Governor. The bark Jacatra excused from the voyage to Gorontalo. And the goods for Gorontalo to be transferred from it into the ship Delfshaven. The Lord Governor proposes the necessity. To appoint capable commanders over the expedition. And who would be the best for this. Instructions for their guidance. Deliberation and observation thereupon. And concurrence with the same. And thus to let these matters take effect. The Lord Governor undertakes to admonish the commanders of the expedition. And to go inspect the ship himself. Of the ammunition goods loaned in the previous year to Tidor's King. No more than five cannon received back. Thus to have the remainder written off. Subject to the approval of Their High Excellencies. 26 August Reminder to the Council concerning the resolution regarding the surviving crew members of the Ida. 1 Of whom five have died. The Honorable Johnson serves with a report concerning the examination of the said persons. Proof of their innocence. To what causes the loss of the bark was attributed. To allow the pay of the aforesaid crew members to resume. Subject to the approval of Their High Excellencies. Reading of the justification of the Junior Merchant Hemmekam. Concerning the loss of the bark the Ida, etc. Its contents. Deliberation thereupon. Said justification is sufficient. And therefore Hemmekam was, subject to Their High Excellencies' approval, acquitted. And again granted a seat in Council. The further decision of this matter. Postponed. Hemmekam from returning to Manado.
Dutch transcription
Vervolg van den 23„e Junij 1779. den 1e: Julij de Heer Gouverneur geeft de reden dezer bij eenkomst te komen - - - - - - - - Berigt van den onderkoopman Hemmekam - - - - - - – - - - – den inhoud daar van aan de hoofden te kennen gegeven – — — — — — — afvrage aan dezelve - – – – – - – – - – – – – – – – – die betuigen dat den inhoud van dat papier hun begeerte was. - - — — — — verlangen van Tidor afzonderd te werden, en onder de Comp: te staan - - - - - staan voor die van Cattani met in – – – – – – – – – – – – – – – 't een en ander komt onverwagt dog aangenaam voor - - - - - - - Maba, weda en Pattanij onafhangelijk van Tidor - - - - - - - - - - -- en direct onder de Compagnie gesteld – – – – – – – – – – – – - – waar van hunne Hoog Edelheden zullen werden verwittigd - - – - - - - afvrage aan de Maba en wedareesen – – – – – – – – – – – – – – of de Comp: net manschappen kunnen assisteren - – – – – – – – – – en of niet dienstig was een sterkte op Maba, weda of Pattanij te extrueren- —— bereidwilligheid van hun tot het leveren van volk - – – – — — - — — en 't leveren van het benodigde tot een fort - - — — - — - - - - - - - besluit om daar van bij gelegenheid gebruik te maken – – – – — — - - - - bezending naar Maba, weda, Pattani en de Papoe te laten doen - - - - - de koningen en Hoofden van daar herwaarts te nodigen – — - — — — — — 't geen aan presente Mabasche en wedasche hoofden geadverteert wierdt - - — — Lecture van eenige beantwoorde vraag poincten, door zekeren macquiander Abdul ge den 30:e Julij de oude koning van Batchian verschenen om zig te verantwoorden - - - op de nevenstaande vragg Artikelen - - - - – - – – – — zij in margine beantwoord vrage aan den Koning of iets ten laste van den kroon prins in tebrengen hadd zegt neen, en verzoekt dat hij zijn opvolger mag wezen beantwoording in Generale termen daarop verhaal van den Koning waar de laste specerijen groeijen de Koning en Kroonprins keeren naar huis attente resumtie van de beantwoorde poincten door Batchiansche koning verdere discoursen daar over den Koning moest voor lang als een vijand van den Comp: behande besluit om den vorst naar Indiasche Hoofdplaats te zenden in verwagting van Hunne Hoog Edelheden approbatie en verheuging over dezen gewenschten uitslag en Een hondert aan de Maba-en wedaresen zijn toegestaan - – – — — — de laatste zullen het restant hunner Gunst penningen genieten - - — — — zo dra de manquereude Hoofden alhier zijn – – – – – – – - - - de gezamentlijke Prinsen en groten nemen afscheid en vertrekken - - - — 6 Den 14 Augustus 1779. verandering aangaande de Equipagie van het schip Delfshaven ter zake van de van Gorontalo ontvangen tijdinge, wegens de zwervende Mangindanoers en vier sterk bemande Rorra Korras beloofd de Koning van Ternaten versterking van het schip leveren de Raadsleden Conformeren zig met de gemaakte schikking van den Heer Gouverneur De Bark Jacatra van de reize naar Gorontalo Geexcuseert en de Goederen voor Gorontalo daar uit in 't schip Delfshaven, te laten overbrengen De Heer Gouverneur proponeerd de noodzaakelijkheid ombekwaame Hoofden over de Expeditie te benoemen en wie hier toe de beste zoude wezen Instructie tot narigt van dezelven deliberatie en aanmerking daar over en Conformatie met dezelven en dus het een en ander te laten gevolg nemen de Heer Gouverneur neemt de Hoofden der Expeditie te vermanen en 't schip zelfs te gaan bezigtigen van de in den voorleden Jare geleende ammunitie goederen aan Tidors Koning niet meer als vijf kanons te rug gekregen dus het resterende te laten afschrijven Op approbatie van Hunne Hoog Edelheden den 26„e Augustus herinnering aan den Raad wegens het besluit nopens de overgeble„ „vens schepelingen van de Ida 1 waar van vijf overleden zijn den E: Johnson: diend van Berigt wegens het onderzoek van gemelde Perzonen blijk van derzelver onschuld aan welke oorzaken het verlies van de Bark werd toegeschreven de Gage van voorsz: schepelingen weder Cours te laten nemen op approbatie van Hunne Hoog Edelheden Lecture der verantwoording van den onderkoopman Hemmekam wegens het verlies van de Bark de Ida etc: dies inhoud deliberatie dieswegens gezegte verantwoording is voldoende en daarom woot Hemmekam op Hun Hoog Edelheden approbatie vrij„ „gesproken en weder sessie in Rade gegeven de verdere decisie dezer zaak uitgesteld Hemmekam van 't retour naar Manado
English
77 Continuation from 26 August Excused and the same, for reasons stated on the side, favorably submitted to Their High Excellencies, his petition for restitution of some linens herewith granted necessity to place a competent person as postholder on Batchian therefore Ensign Rokzien sent thither with orders to maintain good order at Laboewa and to inventory the artillery the arrangement on Batchian judged necessary by the Council members and therefore to leave Roksien there as Commander Letter from the sergeant and Batchian Postholder Lofman reply to Commander Roksien thereon under communication that Radja Walli is not a king but merely a captain who was interrogated here, yet his answer differs from what was determined at Laboewa the dispatched orders to Batchian judged very necessary report of the Honorable Governor to allow the Maba and Weda people to return to their country in the company of someone with letters and gifts which would not cause such resolution to effect the departure of the aforementioned chiefs speedily with Corporal Jacob Semet gift to the Papuan petty kings reading of the letters to the same and the Chiefs of Maba, Weda and Pattanij NB: to each a fine piece of Moeris with whose contents agreement is as well expressed as with the delivery of the adjacent gratuity from returned private vessels that had undertaken the voyage to Batavia news received that seven Maguindanao vessels had been seen near [illegible] 193 Discussion concerning these reports to let the ships Westfriesland and the Jonge Samuel depart together under convoy of Ternatean kora-koras remark of the Honorable Governor regarding the posts Dodingo and Makian to withdraw the same in the manner as set forth here to have the Company's effects brought hither from there and to have the artillery collected with a pantjalling Report concerning the leveling of Fort Tahula with which satisfaction is taken a sum of 15 rixdollars reimbursed for expenditures 177 1 194. 19 66 131 Reading of the deed of cession of the lands of Batchian Continuation from 26 August 19 Sworn Clerk to insert the same 67 133 Emissaries from Tidore conclusion of peace. Friday 8 January 1779. In the morning at nine o'clock, meeting of the Council of Policy present The Honorable Venerable Jacob Roeland Thomaszen, Governor and Director of the Moluccas, etc. Godfried Carel Meurs, Senior Merchant and Second Joseph Stephanus, Captain and Head of the Militia Johan Georg van Raesveld, Merchant and Fiscal Hendrik Ambrosius Johnson, Junior Merchant and Pay-Bookkeeper Gerardus Willem van Renesse After the ordinary matters were dispatched, the Honorable Governor made known to the Council members that yesterday there had appeared before His Honour the Jogugu, together with the secretary and some other grandees of Tidore, requesting mediation for the settlement of peace. with a request in the name of their King, that the Company might act as mediator for the settlement of the disputes between the two Kingdoms of Ternate and Tidore, so that the hostilities, which for some time had taken place between the subjects on both sides, might cease, as their monarch desired nothing more than to see the unrest quelled and peace concluded between the two Kingdoms; Answer of the Honorable Governor and the necessity of what is required thereto. That His Honour had made known to the said emissaries in the most emphatic terms the necessity required for the durability of an everlasting peace, and that the same consisted of points: First, that the Courts of Tidore and Ternate shall submit their claims regarding suffered damages and wrongs, which they believe to hold with good right against each other, articulatim in writing to this Council, and that as soon as possible, in order, after being examined by the Company, to be able to make the arrangement concerning this, and to settle everything in this Castle. Secondly, that on this occasion also all the contracts and treaties between the Kingdoms of Ternate, Tidore, and Batchian, made and entered into with the Company from the reigns of the Kings Mandarsaha, Safiuddin, and Alauddin until 8 January 1779 the present day, be renewed, improved, and altered according to present-day circumstances. Thirdly, that in order to give their advice and consent both to this agreement and to the treaty of association to be entered into, all the village grandees of the Tidorese Kingdom enjoying Company recognition, and very particularly the principal Sangajis of Maba, Weda, and Pattanij, shall appear at this Castle, which in this case was also to take place from the Ternatean side. Proposal of the Honorable Governor to invite the three Moluccan kings to this Castle; And it being simultaneously proposed by His Honour to the Council members whether it would not be expedient on this occasion to invite the three Moluccan principal Kings to this Castle, partly to decide and conclude the peace between Tidore and Ternate with this Council, and then also to help devise with Ternate and Tidore the necessary measures that may serve to curb the common enemy, or properly speaking the Maguindanaoans: which is embraced. it was approved and agreed to embrace this proposal, and to let that ceremony proceed as soon as the Kings of Tidore and Batchian shall have appeared here. Thus done and resolved at Ternate in Castle Orange on the date aforesaid. Signed: J. R. Thomaszen, G. C. Meurs, H. A. Johnson, and G. W. van Renesse.
Dutch transcription
77 Vervolg van den 26„e Augustus Geexcuseert en denzelven om reden ter zijden favorabel aan Hunne Hoog Edelheden voorgedragen, desselfs instantie om restitutie van enige Lijwaten hier nevens geaccordeerd noodzakelijkheid om een bekwaam perzoon als posthouder op Batchian te leggen daarom den vaandrig Rokzien derwaards gezonden met bevel om goede order op Laboea te houden en het geschut op te nemen de schikking op Batchian door de Raadsleden noodzakelijk geoordeeld en daarom Roksien als Commandant aldaar te laten Brief van den sergeant en Batchian Posthouder Lofman rescriptie aan den Commandant Roksien daar op onder Communicatie dat Radja walli geen koning maar slegts een kapitein is die alhier is ondervraagt, dog zijn antwoord is verschillend met het gearresteerde op Laboea de afgegaan orders naar Batchian zeer nodig geoordeeld verslag van den Heer Gouverneur om de Maba en wedareesen naar hun Land te laten retourneren in gezelschap van iemant met brieven en geschenken welk niet zulks zoude veroorzaken besluit om 't vertrek der voormelde hoofden spoedig te laten geschieden met den Horporaal Jacob Semet geschenk aan de Papoesche koningjes lecture van de brieven aan dezelven ende Hoofden van Maba, weda en Pattanij NB: aan ieder een fijn stuk Moeris met welkers inhoud zo wel geconformeert wordt als met de afgave van 't nevenstaande douceur van te rug gekomene particuliere vaartuigen die de reize naar Batavia hadden ondernomen tijding erlangd dat zeven Mangindansche vaartuigen ontrent „bij gezien hadden 193 Gesprek over deze Berigten de de schepen westfriesland en de Jonge Samuel te gelijk te laten vertrekken onder Convooij van Ternaats Korra Korras opmerking van de Heer Gouverneur, nopens de Costen Dodin„ „go en Maquian dezelve in te trekken in voegen als hier nevens Comp:s effecten van daar te doen herwaarts brengen en het geschut met een pantjalling te laten afhalen Bergt wegens het slegten van het wort Tahula waar mede genoegen wordt genomen een 15 rd„s voor uitgaven gerestitueert — - 177 1 E - 194. 19 66 131 Lecture van den afstand der Landen van Batchian Vervolg van den 26 Augustus 19 a gezw. Klerk dezelve te insereren F 67 133 Zendelingen van Tidor sluiten van vreede. Vrijdag den 8„e Januari 1779. 's morgens te negen uuren vergadering van Politie present Den Wel Edelen Achtb: Heer Jacob Roeland Thomaszen, Gouvenaur en Directeur der Moluccos At„ Godfried Carel Meurs, „ p„s opperkoopman en decunde Joseph Stephanus „kapitein en Hoofd demilitie Johan Georg van Raesveld, „koopman en fiscaal Hendrik Ambrosius Johnson „Onderkoopman en Soldij Boaktond: Gerardus Willem van Renesse E Na dat de orbinaire zaken waren afgehandeld, gaf„ de Heer Gouverneur aan de Raadsleden te kennen dat op gisteren bij zijn Edele waren verschenen, den Djogoegoe ne„ „vens den secretaris en eenige andere grooten van Tidor, met verzoek uit naam van hunnen Koning, dat de Comp„s middelaar mogte wezen ter beslissing van de verzoeken bemiddeling tot 't oneenigheden tusschen de beide Rijken van Ternaten en Tidor, op dat de vijandelijkheden, die zedert enigen tijd E Antwoord van den Heer Gouverneur toe vereischt wordt. tijd onder de wederzijdsche onderdanen hebben plaats gehad, kwamen te cesseren wijl hunnen vorst niets meer verlangde, dan de onrust gestilt en de vrede tusschen de beide Rijken gesloten te zien; Dat zijn Edele gem: gezanten in de nadrukkelijkste en de noodzakelijkheid wat daar bewoordingen te kennen hadde gegeven, de noodzakelijkheid die tot de bestendigheid van eene eenwig durende vrede vereischt wierdt, en dat dezelve bestonden, poincten Eerstelijk dat bij de de Hoven van Tidor en Ternaten hunne pretensien wegens geledene scha„ „de en verongelijkingen, die zij tegen elkanderen met Goed recht vermeenen te hebben, articulatum in geschrifte aan dezen Rade zullen hebben in te dienen, en dat zoo spoedig doenlijk, om door de Compagnie onderzogt zijnde, de om schikking dien aangaande te kunnen maken, en alles aftedoen in dit Kasteel. Ten tweeden, dat bij deze gelegenheid ook alle de Contracten en verbintenissen, tusschen de Rijken van Ternaten, Tidor en Batchian, ze„ dert de Regeringen van de Koningen Mandarsaha„ Safioedien en Alawadien, en de Comp: tot 8 Januarij heden „ 1779 1779 68. 135 om de drie Moluksche koningen aan dit Kasteel te inviteren; heden toe gemaakt en aangegaan, vernieuwd, verbeterd en veranderd werden naar de tegenwoor„ „dige tijds omstandigheden. Ten derden, dat om hun advis en toestemming zoo in deze overeenkomst als in het aan tegune ver„ bond van assopiatie te geven, aan dit Kasteel zullen moeten verschijnen, alle de van de Comp: recognitie genie„ „tende Negorijs Grooten van het Tidoreesche Rijk en wel inzonderheid de voornaamste Senghadjes van Maba, weda, en Pattanij 't geen ook in dit geval van de Ternaatsche zijde stond te geschieden. En door zijn Edele aan de Raadsliden teffens Propostie van den Heer Gouvernur voorgesteld zijnde of heb niet dienstig zoude wezen, om bij deze gelegenheid de drie Moluksche Hoofd„ „koningen in dit Kasteel te inviteeren, eens„ „deels om de vreede tusschen Tidore en Ternaten met dezen Rade te bislissen en te sluiten, en dan ook het nodige met Ternaten en Tidore te helpen beramen wad tot beteugeling van de„ algemenen 't geen g'amplecteert wordt. algemenen vijand of eigentlijk Mangindanoers dienen kan: zoo is goedgevonden en verstaan deze propositie te amplecteren, en die plagtig„ „heid te laten voortgang neemen, zoo dra de Koningen van Tidor en Batchian alhier zullen zijn verschenen. Aldus gedaan en geresolveert tot Ternaten in 't Kasteel Orange dato voorschreven /:was getekend:/ J: R: Thomaszen, - , - - - -. „ , H: A: John„ G: C: Meurs, — „son en G: W: van Renesse
English
The Postholder Gebhart requests recognition moneys for Tidore's grandees. Tuesday the 12th of January 1779. In the morning at nine o'clock, Meeting of the Council of Policy. Present: The Honorable Governor and Director of the Moluccas, Jacob Roeland Thomaszen, Godfried Carel Meurs, First Senior Merchant and Second in Command, Joseph Stephanus, Captain and Head of the Militia, Johan George van Raesveld, Merchant and Fiscal, Hendrik Ambrosius Johnson, Junior Merchant and Secretary Gerardus Willem van Renesse. The Honorable Respected Sir: The common matters having been concluded this morning, the Governor informed the meeting that Ensign Gebhard, having arrived from Tidor yesterday evening, had requested of His Honour on behalf of the King to be allowed to receive in advance the annual recognition moneys for the Grandees of the realm, without receiving any answer to the points, The King of Tidor to be presented again with some points by letter. points which His Honour had presented a few days ago to the envoys of Tidor, and which are described in detail in the latest secret Resolution of the 8th of this month; wherefore His Honour proposed to present said points to the King once again by letter, but at the same time to state that, since reports have been received here that Major Malikidin with his korra-korras, which, equipped with Company ordnance and ammunition, had been destined against the Magindanaos, upon his return to Tidor, joined by several Papuan korra-korras and smaller vessels, has devastated the Ternatean village of Foija, and that the King of Ternaten for that reason had dispatched a fleet of korra-korras this morning to secure his land and people against further evil consequences, 12 January 1779 and to oppose the said Major and his men in his course; with a repeated request at the same time that the King and Grandees of Tidor please prevent and forestall that any Papuans, who have from time to time, and very recently, exceedingly insulted the Company and mistreated and injured its subjects, appear in sight of the whole island of Ternaten, as otherwise this Government will have to act according to the orders of Their High Mightinesses. Which proposal of the Governor being embraced, it was approved and agreed to grant the requested recognition moneys for one year for the Tidorese Grandees as soon as Ensign Gebhard shall have returned with the written answer to the aforementioned letter, and brings with him one or more qualified Tidorese Grandees to sign equally with him, Gebhard, for the receipt of the said recognition moneys. Thus done and resolved at Ternaten in Castle Orange, date as above. Was signed: J. R. Thomaszen, G. C. Meurs, H. A. Johnson, and G. W. van Renesse. The Honorable Respected Sir: Deliberation on two letters from Tidor. To express thanks for the letter to Batchian's king. Tuesday the 16th of February 1779. In the morning at nine o'clock, Meeting of the Council of Policy. Present: Governor and Director of the Moluccas, Mr. Jacob Roeland Thomaszen, Godfried Carel Meurs, First Senior Merchant and Second in Command, Johan George van Raesveld, Merchant and Fiscal, Hendrik Ambrosius Johnson, and Junior Merchant and Secretary Gerardus Willem van Renesse. This extraordinary meeting having been expressly convened to deliberate on two letters recently received from the King and Grandees of Tidor dated the 12th and 28th of the past month of January, it was approved and agreed to communicate by rescript to His Highness and the Grandees that the Governor and the Council offer their friendly thanks for the letter that His Highness and the Grandees had prepared to invite the King of Batchian to come hither, and that this letter had been delivered for that purpose to Junior Merchant Hemmekam during his presence at Tidor, to be taken subsequently to Batchian and delivered to the ruler there; likewise for the assurance of having taken fully to heart the representations made by that Junior Merchant, and to act accordingly, as well as to strictly forbid all evil designs and hostile enterprises. Efforts toward a cessation of arms. That the Governor and Council, who immediately after sending their letter of the 13th of the past month of January, in accordance with their promise, had made every effort with His Highness the King of Ternaten to bring about a cessation of arms between his peoples and those of Tidore, and had already obtained the promise thereof, had been forced, a few days thereafter, to their greatest sorrow and displeasure, to see that all plans for a provisional peace had fallen through again. Firstly, by the destruction of Foija, inside and outside Gane, Kajoa, Wossie, Matsa, etc.; Secondly, by the capture of the korra-korra on which Major Malikidien was present, and his personal imprisonment; and Thirdly, by the reports received from various places, which do not at all tend to the reputation of the Court of Tidor, if they are true. That all these things have brought about that the arrangements made have become of no value; but that nevertheless
Dutch transcription
# 69 de Costhouder Gebhart, verzookt recog¬ „nitie penningen voor Tidors Rijks„ „gteken Dingsdag den 12„e Januarij 1779. 's morgens te negen uuren vergadering van Politie present Gouvrneurn diretur den Meliare : Jacob Roeland Thomaszen, Godfried Carel Meurs, den p„s opperk opman en secunde Joseph Stephanus „ kapitein en Hoofd der Militie Johan George van Raesveld, „ koopman en fiscaal Hendrik Ambrosius Johnson e „ bouderkopmanen slij dat eden Gerardus Willem van Renesse Den wel Edelen Achtb: Heer De gemeene zaken heden morgen afgelopen zijnde, gaf den Heer Gouverneur aan de vergadering te kennen, hoe de vaandrig Gebhard gisteren avond van Tidor gekomen zijnde, aan zijn Edele uit naam van den Koning had verkogt, om de Jaarlijksche recognitie penningen voor de Rijksgroten te mogen voor uit genieten, zonder eenig antwoord te orlangen op de :poincten „ 1/137 de koning van didor eenige poincten nogmaals bij bieve oorthouden. poincten, die zijn Edele over wennige dagen aan de gezanten van Tidor hadde voorgesteld, en die omstan„ „dig in de Jongste secrete Resolutie van den 8„e dezer beschreven staan, waaromme zijn Edele proponeerde den Koning gemelde poincten nog„ „maals bij brieve voortehouden niet te gelijke te kunnen gave dat dewijl de berigten alhier zijn ingekomen, de Majoor Malikidin met zijne Korra Korras, die, en Comp„s geschut en am„ munitie voorzien tegen de Mangindanau„ „wers gedestineert zijn geweest, op zijne te rugkering naar Tidor, geconjungeert van verscheide Papoese korra Korras en minde„ „re schep vaartuigen, de Ternaatse Negorij Foija vervoest heeft, en dat de Koning van Ternaten uit dien hoofde heden morgen een Korra Korra vloot had gedipecheerd, om zijn Land en volk voor verdere kwade gevolgen te beveiligen, 12 Januarij 1779 en ri 1773 139 76. de daare antwerd op de briestaunk en om gemelden Majoor en de zijnen in zijn loop tegen te gaan, met herhaald verzoek teffens dat de Koning en Rijksgroten van Tidor gelieven onder te stellen en te verhoeden dat geen Papoein, welke de Comp: van tijd tot tijd, en nog kortelings te zeer beledigden haare onderdanen mishandeld en benadeeld hebben, in het gezigt van het gansche eiland Ternaten ko„ „men te verschijnen, alzoo bij het tegendeel deze Regeering zig naar de order van Hunne Hoog Edelheden zal moeten gedragen. Welken voorslag van den Heer Gouverneur ge„ de recoquie penningen toetestaan, „ amplecteerd zijnde, wierd goedgevonden en verstaan de verzogte recognitie penningen van een Jaar voor de Tidoreese Rijksgroten te accordeeren, zoo dra den vendrig Gebhard met het schrifte„ „lijk antwoord op voorm: brief zal zijn terug gekeerd, en mede brengt een of meer gequalifi„ „ceerde # „ceerde Tidoreese Groten, om gelijkelijk met hem Gebhard door den ontvangst van gem: Recognitie penningen te tekenen. Aldus gedaan ende Geresolveert tot Ternaten in 't Kasteel Orange dato voorschreven /:was getekent:/ J: R: Thomas„ „zen, G: C: Meurs. . . . . . . . . . . ., H: A: Johnson en G: W: van Renesse. # 75 141 Den wel Edelen Achtbaren Heer besogne over twee brieven van Tidor. voor de brief aan Batchians koning dankte betuigen. Dingsdag den 16„e Februarij 1779. 's morgens te negen uuren Vergadering van Politie present Gouverneur en Directeur der Moluccos M„r Jacob Roeland Thomaszen, Godfried Carel Meurs, „ p„lo Opperkoopman en secunde Johan George van Raesveld, „ koopman en fiscaal - - - - Hendrik Ambrosius Johnson en „ onderlopmenen blij Batur Gerevedus willem van Renesse Deze aparte bij een komst oppres belegd zijnde, om te besoigneren over twee Jongst van den ko„ „ning en Rijksgroten van Tidor ontvangene brieven van den 12:e en 28:e der Jongst gepasseerde maand Ja„ „nuarij zo is goedgevonden en verstaan bij rescriptie aan zijn Hoogheid en Rijksgroten te communiceren, dat den Heer Gouverneur en den Raad hunne vrien„ „delijke dankbetuigingen afleggen, voor de brief die zijn Hoogheid en Rijksgroten had laten in gereedteijd g 16 Februarij 179 werkstlling tot sulstand van wapenen. gereedheid brengen, om den Koning van Bat„ „chian tot de komst naar herwaarts te inviteren, en dat die brief ten dien einde aan den onderkoopman Hemmekam bij zijn aanwezen te Tibor was afgege¬ „ven, om vervolgens naar Batchian mede te nemen, en aan den vorst aldaar te bestellen, zo mede voor de betuiging van de vertogen door dien onderkoop„ „man gedaan, volkomen ter herten te hebben genomen, en zig daar na te zullen gedragen, mitsgaders alle kwade desseinen en vijande„ „lijke ondernemingen ernstig te zullen verbieden Dat de Gouverneur en Raad, die al aan„ „stonds na afzending hunner brief van den 13: der voorlededen maand Januarij, ingevolge hunne belofte, alles in't werk hadden ge¬ „steld, om bij zijn Hoogheid den Koning van Ternaten een stilstand van wapenen tus„ „schen zijne volkeren en die van Tidore te bewerken 72. 143 bewerken, en de toezegging daar van ook reeds verkregen hadden, enige dagen door dus vrugeloo om reden terzijden, na tot hunne grootste smert en ongenoegen hadden moeten zien, dat alle beramingen tot eene provisionele vrede weder in 't riet waren gelopen. Eerstelijk door de verwoesting van Foija, binnen en buiten Gane; Kajoa, wossie, Matsa enz: ten Tweeden, door de overwinning van de Korra Korra op welke de Majoor Malikidien was, en zijne personele gevangenneming. en ten Derden, door de van verscheiden plaatzen ingekomene berigten, die Gansch niet tot re„ „putatie van het Hof van Tidor Strekken, indien ze waar zijn. Dat alle deze dingen te wege hebben gebragt, dat de gemaakte schikkingen van gener waarde zijn geworden; dog dat egter arij 179 179 1 1
English
16 February The Lord Governor has nevertheless pacified the Ternatans, wherefore the Tidorese can bring provisions. Nevertheless, the angered minds of the Ternatan Court have been somewhat pacified again through the powerful intercession of the Lord Governor, and matters have been mediated to such an extent that all hostile enterprises from the Ternatan side will not only cease from now on in the nearby regions, but also in the distant places, as soon as practicable; and that His Highness and the Grandees of Tidore may therefore for now comfortably send eight to ten prows with provisions, besides the fishermen, to the Bazaar daily; while the Ensign and Postholder Gebhard will be ordered always to place a soldier on four or five of these prows for further reassurance. 1779 To remonstrate with the King of Tidore regarding the hostilities at Foija. Repeated request not to let the Papuans come in sight of the Castle. That it was hoped the Sultan, the Young King, and Grandees will now be fully convinced that the communication made by letter of this Government on the 13th of the past month, concerning the hostilities committed at Foija, was not untrue, and that the Council currently does not wish to express itself concerning the further expressions of the Sultan, the Young King, and the Grandees set down in their letter of 12 January, the more so because they trust that everything will soon be restored again to the former flourishing and peaceful state; while the King and Grandees will only be repeatedly requested to take care above all that the Papuans, or those passed off as such, do not appear in sight of this island or elsewhere in its vicinity where a Company garrison is stationed, because the Governor and Council in such a case, whether they come directly or indirectly, would, however reluctantly, find themselves compelled in the name of their Lords and Masters no longer to recognize the Sultan as a faithful Ally who seeks to live in peace and complete friendship with the Company. Half of the requested recognition money granted. The claims of Tidore on that of Ternate are awaited. While instead of the requested Eight hundred Rixdollars recognition money and four hundred Rixdollars for the cession of Ceram, it was resolved not to grant more than Six hundred Rixdollars in total, which sum His Highness will only receive toward the end of next April, His Highness will also be written to that it is expected His Highness will also be satisfied with this sum, the more so as there is not yet deducted from it the cost of the goods obtained from the Company's Warehouse without payment having been made, or otherwise, which must however be settled at the first opportunity. And finally, that the Governor and Council will now await the claims of the Court of Tidore upon that of Ternate on account of suffered damages and injustices, in order to have the latter do the same; to settle everything in an amicable manner and to draw up the Articles of Peace; as well as to urge His Highness of Tidore most strongly for the dispatch here of Prince Iman Sarief, who fled from here to there, with the notification that his person is absolutely required here to settle a certain dispute regarding an inheritance, which cannot possibly be resolved without his presence. Prince Iman Sarief of Tidore summoned. Thus done and resolved at Ternate in Castle Orange, date as above. Signed: J: R: Thomaszen, H: A: Johnson, G: C: Meurs, and G: W: van Renesse. Saturday, 17 April 1779. In the morning at nine o'clock, Council of Policy meeting. Present: The Right Honorable Lord Governor and Director Jacob Roeland Thomaszen, The Senior Merchant and Second Alexander Cornabé, Merchant and Fiscal Hendrik Ambrosius Johnson, Junior Merchant and Secretary Gerardus Willem van Renesse, Johannes Boot. Absent: Godfried Carel Meurs, Johan George van Raesveld, due to indisposition. The King of Tidore promises to come to Ternate. Hemmekam sent to Tidore to invite the ruler. Some letters written back and forth to and from Tidore read. Initially, it was announced by the Lord Governor how a few days ago the Tidorese secretary Horiman had appeared before His Honor and, in the name of his King, had reported that the ruler was now resolved, in accordance with the desire of this Government, to come over to Ternate together with his son the Raja Muda and some of the principal Princes and Grandees; wherefore His Honor had also immediately dispatched the Junior Merchant Hemmekam yesterday with a short letter to Tidore to invite His Highness once again in the most friendly manner, in the name of the Dutch Company, to appear at this Castle; which matters were accepted by the Members for communication, and His Honor also being thanked for His good care and wise management in this matter, it was subsequently decided, for the elucidation of the Honorable Messrs. Cornabé, Johnson, and Boot, to take up for reading the letters written successively by the Lord Governor Thomaszen to the Court of Tidore since the departure of the retired Lord Governor Valckenaer, and those received in return from that Kingdom, which having been done, they proceeded for the same purpose to the reading of the following missives, namely: of two, written by the King and Grandees of
Dutch transcription
16 February de Heer Gouverneur heeft egter de Ternatanen bevredigd. waarom de Tidoresen levensmiddelen kun„ „nen aanbrengen. egter de vergramde gemoederen van het Ter„ naatsche Hof door de kragtige intercessie van den Heer Gouverneur weder enigzints bevredigd en de zaken weder in zo verre bemiddelt zijn, dat alle vijandelijke ondernemingen van de Ternaatsche zijde niet alleen in de hier na bij gelegene Con„ „trijen van nu af aan zullen ophouden, maar ook op de ver afgelegene plaatsen, zo spoe„ „dig als doenlijk zal zijn; en dat zijn Hoogheid en Rijksgroten van Tidore dier„ „halven voor eerst agt â tien prauwen met levens middelen, buiten de visschers dagelijks op de Bazaar met gerust„ „heid gelieven te zenden; terwijl den vaendrig en Posthouder Gebhard zal werden gelast om op vier of vijf dezer Praauwen altoos een Militair tot verdere geruststelling te plaatsen. Hr Dat 1777 de koning van Tidor te onderhouden over de vijandlijkheden op Logn. te kutken. herhaald verzoek om de papoein niet in 't gezigt van 't Kasteel te doen komen. Dat men hoopten de sulthan de jonge Koning en Rijksgroten tans volkomen overtuigd zullen zijn, de gedane Commu¬ „nicatie bij brieve dezer Regering van den 13„e der gepasseerde maand, betreffende de gepleegde vijandelijkheden op Foija, niet onwaar is geweest, en dat den Raad vr detele dusutlinen ij it zig over de verdere uitdrukkingen van den sulthan de Jonge Koning en de Rijksgroten in derzelver brief van den 12:„e Januarij ter nedergesteld te gen„ woordig niet willen uutten, te meer zij vertrouwen dat alles binnen korten weder in den vorigen florisanten en vreedzamen staat zal zijn heresteld; terwijl de de Koningen en Rijks„ „groten eenlijk nog bij herhaling zal werden 145 73. 1 13 14 16e: Februarij de helft der verzogt recoguitie penn: geaccor„ diert werden verzogt, om voor al zorge te dra„ „gen, dat de Papoeen of welke daar voor worden uitgegeven zig niet vertonen in het gezigt van dit eiland of elders in dies nabijheid, waar een Comp„s bezetting legt, wijl de Gou„ „verneur en Raad in zodanigen geval, 't zij regt of dwarstreeks komen; hoe ongaarne zig genoodzaakt zullen vinden den sulthan uit naam van Hunne Heeren en Meesters niet meer te erkonnen als een trouwe Bondgenoot, die met de Compagnie in vrede en volkomene vriend¬ „schap tragt te leven. Terwijl in stede van de verzogte Agt„ „hondert Rijksdaalders Recognitie penn: en 1779. 74. = 147 de paatensien van Tidor op die van Ternaten worden te gemoet gezien. en vier honderd Rijksdaalders voor de afstand van Ceram besloten niet meer te accorderen, als Seshondert Ryksdaal„ „ders in 't geheel, welke somma zijn Hoog„ „heid eerst onder Ultimo April aanstaande te voren zal staan, zullende zijn Hoogheid teffens werden aangeschreven, dat men verwagten, zijn Hoogheid zig ook met deze somma vergenoegd zal houden, te meer daar van nog niet werd afge„ „houden, het kostende van de uit Comp„s Pak„ „huis, zonder gedane betaling genotene goe„ „deren, als anderzints, het welk egter bij eer„ „ste gelegenheid zal moeten verevend worden. En eindelijk dat den Gouverneur en Raad als nu te gemoet zullen zien de pretensien van het Hof van Tidor op dat van Ternaten, wegens geledene schade en verongelijkingen, ten einde zulks door het # 15 E 16 „den. het laatste insgelijks te laten verrigten; om alles op eene vriendelijke wijze afte doen en de vredes Artikelen te beramen; mitsgaders op het Kragtigste bij zijn Hoogheid van Tidor aante„ „dringen op de herwaartszending van den van hier naar de Prins Jman Sarief van Tidor ontbo„ Ginder gevlugten Prins Iman Sarief onder te kennen gave dat zijn Persoon alhier volstrekt vereischt word, om zeker geschil wegens een erffenis te bee„ „lissen, dat buiten zijne praesentie ommogelijk kan werden afgedaan. Aldus gedaan en geresolveert tot Ternaten in 't Kasteel Orange dato voorschreeven /:was getekent:/ J: R: Thomaszen, -, H: A: Johnson, en G: C: Meurs, - - G: W: van Renesse. de e vSinor 15 149 yh den wel Edelen Achtb Heer „ p„s opperkoopman - „koopman - Ternaten te komen. Saturdag den 17:' April 1779. 's morgens te negen uuren vergadering van Politie Present Gouverneren Dintr dantelensi: Jacob Roeland Thomaszen, Den p„s Oppier koopman en secunde Alexander Cornabé Reijmanen Testaal Hendrik Ambrosius Johnson „ onderkoman a dij datend Gerardus willem van Renesse„ _=o Johannes Boot Absent Godfried Carel Meurs Johan George van Raesveld, door in dispositie Manvangkelijk wierd door den Heer Gouverneur de koning van Tider laat beloven om op te kennen gegeven, hoe voor een paar dagen de Tidorsche se„ „cretaris Horiman bij zijn Ed: was verschenen en uis naam van #7 18 Hemmikam na Tidor gezonden om den vorst te vertigen. Eenige brieven over en weder van en naar Leder geschaeven geleven van zijnen Koning hadde geboodschapt dat die vorst tans geresolveerd was om ingevolge de begeerte van deze Regering nevens zijnen zoon den Radja Moeda en eenige der voornaamste Princen en Rijksgroten naar Terna„ „ten overtekomen; waar om zijn Ed: dan ook aanstonds den onderkoopman Hemmekam gisteren met een klein briefje naar Tidore hadde gedepecheerd, om zijn Hoogheid nog„ „maals op 't vriendelijkste uit naam van de Nederland„ „sche Compagnie tot de verschijning aan dit Kasteel te in„ „viteren; welk een en ander door de Leden voor Communica„ „tie aangenomen en zijn Ed: teffens voor Deszelfs goede voorzorge en wijze behandeling in dezen, bedankt zijnde, zo wierd vervolgens gearresteerd, om tot elucibatie van d' E„s Cornabé, Johnson in Boot, de zedert het vertrek van den afgeganen Heer Gouverneur Valckenaer, door den Heer Gouverneur Thomaszin Successive ge„ „schrevene brieven naar het Hof van Tidor en de weder van dat Rijk ontvangene, ter lecture te nemen, 't welk verrigt zijnde, ging men ten zelven einde over ter le„ „zing van de volgende missives, als: van twee, geschreven door den Koning en Rijksgroten van :
English
76. content of the same. from Tidore to Their High Excellencies, dated 20 May and 22 August 1777. The answer to the same from the High Indies Government at Batavia dated 31 December 1777. Three, sent successively in the past year by the said King and Nobles of the Realm to the Capital of the Indies and dated 24 May, as well as 14 and 20 September 1778, containing little else than complaints about the hostile acts of the Ternatans and particularly at Maba, as well as grievances about the bold conduct of the Magindanaos and the exculpation of a certain Tidorese Captain Djasfaer accused by the Ternatan King on account of his committed murders, robberies, and further outrages at Wossi and Foija about two years ago. The answer received this year to the aforementioned three letters, serving both to refute the complaints about the Ternatan peoples and to demonstrate that the Negorij Maba was burned and the peoples driven into the forest by nothing other than the own doing of the Mabarese, who had shown themselves as rebels against the Court of Tidore and as defectors from the Company; 19 7 151 20 Their High Excellencies, and of some other papers. driven; as well as that His Highness's subjects, on the contrary, had again committed all kinds of devastations and robberies in the districts of Amboina and Banda, and that His Highness was fully aware that the Magindanaos, instead of indicating that they would do any evil on Tidore lands, as His Highness and the Nobles of the Realm complain, had appeared there as friends and were immediately provided with provisions, timber, and other necessities. The reading of the aforementioned letters likewise having been taken, the secret letters of Their High Excellencies, dated 6 November and 31 December of the past year, were read, along with two [accounts] by the soldiers Remesius Lanter and Johannes Matthijs de Pril, who were abducted by the Magindanaos in the year 1776 during the surprise attack on the Hamas post and arrived back at Batavia in the year 1778 on a Manila ship, and further several other reports and notices that have come in since the departure of the bark Jacatra, almost all pertaining to the perjurious and treacherous conduct Proof of unfaithfulness of the kings. The secretary ordered to extract the points of charge against Tidore's king and crown prince. To present to the same in full assembly. Resolution to arrest those princes and send to Batavia, if not answering satisfactorily. conduct of the Kings of Tidore and Batchian. From the content of all the read papers, as well as from the demonstrated unwillingness to come to Ternaten upon repeated invitations, the Council being now most clearly shown and fully convinced of the unfaithful conduct of both the mentioned Moluccan Head Kings, it was, in expectation that His Highness along with the Crown Prince of Tidore would appear here within a few days, approved to have the provisional secretary of this Council extract the points of accusation charged against them, as well as to hear both those princes upon the same in full assembly, and if Their Highnesses cannot answer to those accusations to the satisfaction of this Council and clear themselves thereof, to arrest the same inside this Castle and send them at the first opportunity to Batavia, to the esteemed disposal of Their High Excellencies; when and if one had the fortune of being able to obtain the King of Batchian here as well, the Council hoped If Batchian's king also comes and 6 g £ 77 153 22: doubt not of the peace. and also did not doubt, but that peace between the Realms of Ternaten and Tidore would be quickly concluded and the way paved to a general and so very desired tranquility in the Moluccos. Thus done and resolved at Ternaten in Castle Orange, date as above. Signed: J: R: Thomaszen, A: Cornabé, Job: A: Johnson, G: W: van Renesse, and J: Boot. 9: 155 25 155 The Honorable Lord Djogoegoe Monday the 19th of April 1779. In the evening at six o'clock, Combined Assembly of Police. Governor and Director of the Moluccos, Mr. Jacob Roeland Thomaszen, Alexander Cornabé, provisional senior merchant and second, Godfried Carel Meurs, merchant, Hendrik Ambrosius Johnson, merchant and Fiscal, Gerardus Willem van Renesse, junior merchant and storekeeper, Johannes Boot, junior merchant, Absent: Johan George van Raesveld, merchant. Together with and alongside His Highness the King of Ternaten, Paduka Siri Maha Tuwan Sulthan Schtira Djurachman wahuwa Saidoena Alimoedien Tejach Mitchil Aroen Saha, and Djogoegoe Mistaha. These present. 78 heard in assembly. This evening being appointed to hear the Prince Major of Batchian, Pader Alam, who was arrested on Makian by the subjects of the King of Ternaten and is currently still held in custody by His Highness, on some questions, after His Highness along with his Djogoegoe had come into the Castle without ceremonies and appeared in the assembly, the said Prince, who in the meantime had also been brought hither, was admitted and heard on the following articles. The King of Ternaten appears. The Batchian's major what on said, Interrogatories 9 Drawn up by order of the Honorable Lord, Mr. Jacob Roeland Thomaszen, Governor and Director of the Moluccos, and put by the Undersigned to the Prince Major of Batchian, Sadhir Alam, arrested on Ternaten, in the presence of the said His Honor, His Highness the King of Ternaten, the Senior Merchant
Dutch transcription
76. inhoud van dezelve. van Tidore aan Hunne Hoog Edelheden, in dato 20. Meij en 22„e Augustus 1777. Het antwoord op dezelve van de Hoge Indiasche Regering te Batavia gedagtekend den 31: December 1777, Drie, in den voorleden Jaare door gem: Koning en Rijksgro„ „ten successive naar Indias Hoofdplaats afgezonden en, gedateerd den 24„e Meij, mitsgaders 14 en 20: September 1778, niet veel anders behelsende als klagten over de vijande„ „lijke gedoentens der Ternatanen en voornaamlijk te Maba„ zo mede doleantien over het stout gedrag der Maginda„ „nauwers en verontschuldiging van zekeren door Ternaat„ „sche Koning aangeklaagden Tidorschen Kapitein djasfaer wegens zijne gepleegde Moordenarijen, roverijen en verdere baldadigheden te wossi en Foija voor circa twee Jaren. Het opgemelde drie brieven in dezen Jare ontvangen antwoord, strekkende zo wel tot refutatie der klagten over de Ternaatsche volkeren, als ter aantoning dat de Negorij Maba, niet als door eigen toedoen van de Mabaresen, die zig als Rebellen tegens het Hoff van Tidor en als afvalligen van de Compagnie hadden ge„ „toond, was verbrand en de de volkeren in 't bosch ge„ „jaagd 19 7 151 20 Hunne Hoog Edelheeden, en van eenige andere papieren. „jaagd; zo mede dat zijne Hoogheids onderdanen daar„ „en tegen weder allerhande verwoestingen en roverijen hadden gedaan in de Contrijen van Amboina en Banda mitsgaders dat Hoogst Dezelven volkomen, bewust was, dat de Mangindanauwers, in plaats van op Tidorsche Landen, gelijk zijn Hoogheid en Rijksgroten klagen, „derwijze te kennen hebben gegeven, iets kwaads aantereg„ „ten, als vrienden aldaar waren verschenen en ook aanstonds van mondkost, houtwerken en andere noodwendigheden voorzien. De lecture van voormelde brieven insgelijks ge„ leetur van twe scemete bieven van „ nomen zijnde, wierden nog de secrete brieven van Hunne Hoog Edelheden, in datis 6: November en 31: December des voorleden Jaars, nevens twee door de in den Jare 1776: van de Mangindanauwers, bij de overrempeling der Hamasche Post, geroofde en in den Jare 1778: met een Manilka's schip weder op Batavia gearriveerde soldaten Remesius Lanter en Johannes Matthijs de Pril gelezen, en voorts nog verscheidene andere Relasen on Berigten die zedert het vertrek van de Bark Jacatra ingekomen zijn en meest alle betrekking hebben tot het meineedig trouwloos gedrag blyk van ontrouwe der koningen den secretaris gelast om de poincten ten laste van Tidors koning en kroou„ „prunws ustetrekken. om in volle vergadering aan dezelve voortehouden. besluit om die vorsten te arresteren, en na Batavia te zenden, zo niet voldoende antwoorden. gedrag der Koningen van Tidore en Batchian. Uit den inhoud van alle de gelezene papieren zo van zden Tidoren datekan. wel als uit de betoonde onwilligheid om op de herhaalde invitatien, naar Ternaten te komen den Raad nu ten klaarsten gebleken en volkomen overtuigd zijnde van de ontrouwe handelwijzen der beide gerepte Moluk„ „sche Hoofdkoningen, zo wierd, in verwagting dat zijn Hoogheid nevens de Kroonprins van Tidore binnan een paar dagen alhier zouden verschijnen, goedge„ „vonden om door den p„l secretaris dezes Raads de ten hunnen laste zijnde poincten van beschuldiging te laten uittrekken, mitsgaders die beide vorsten op dezelve in volle vergadering te horen, en indien Hunne Hoog heden zig niet op die acusaties ten genoegen dezes Raad kun„ „nen verantwoorden en zig daar van zuiveren, Dezelven binnen dit Kasteel te arresteren en bij de eerste gelegendheid naar Batavia, ter geëerde dispositie van Hunne Hoog Edelhe„ „den, te verzenden, wanneer en als men het geluk hadde van den Koning van Batchian als Batchaas koning ok komt ook hier te kunnen bekomen, de Raad hoopte en 6 g £ 77 153 22: tuijfel mit aan de rede. en ook niet twijffelde, of de vrede tusschen de Rijken van Ternaten en Tidore zoude schielijk ge„ „troffen en de weg tot een algemeene en zoo zeer ge„ „wenschte Rust in de Moluccos, gebaand zijn. Aldus gedaan en geresolveerd tot Ternaten in't Kasteel Orange dato voorschreven /:was getekent:/ J: R: Tho„ „maszen, A: Cornabe, Iob: A: Johnson, G: W: van Renesse en J :Boot. 9: 155 25 155 Don We Edelen Achtb: Her Djogoegoe Maandag den 19„' April 1779. 's avonds te ses uuren Gecombineerde vergadering van Politie Gouveneuren Directur der Molucoe M:r Jacob Roeland Thomaszen, Alexander Cornabé „ p„s opperkoopman en secunde Godfried Carel Meurs, _o. . . . Hendrik Ambrosius Johnson, „ koopman en Fiscaal onderkopman belij vatouer Gerardus Willem van Renesse, Johannes Boot, Absent „ koopman - - - - - Johan George van Raesveld Met en nevens zijn Hoogheid den Koning van Ternaten Paduka Siri Maha Tuwan Sulthan Schtira Djurachman wahu„ „wa Saidoena: Alimoedien Tejach Mitchil Aroen Saha, en Mistaha Deze _o -- - present 78 in vergadering gehoort. Deze avond bestemd zijnde, om den door des Konings van Ternaten onderdanen op Macquian in arrest genomen en tans nog bij zijn Hoogheid: in hegtenis zijnde Prins Major van Batchian Pader Alam op eenige vragen de koning van ternaten verschijnt te horen, zo wierd, nadat zijn Hoogheid nevens des„ „zelfs Djogoegoe zonder ceremonien in het Kas„ „teel gekomen en in vergadering verschen was, gemelden Prins, die in dien tusschen tijd almede was herwaarts gebragt, binnen gelaten en op de vol„ de daschans major watop satiue, gende Artikelen gehoorden Vraagpoincten 9 Opgesteld ter ordre van den wel Edelen Achtbaren Heer M„r Jacob Roeland Thomaszen, Gouverneur en Directeur der Moluccos en gedaan door den Ondergetekende aan den op Ternaten gearresteerden Prins Majoor van Batchian, Sadhir Alam, ter presentie van welmelde zijn wel Ed: Achtb:, zijn Hoogheid den Koning van Ternaten, den Op pordoopman
English
Senior Merchant and Second, the Honorable Cornabe, the Jogugu Mistaha, the Merchant and Fiscal, the Honorable Johnson, and the Junior Merchant, the Honorable Hemmekam. Article 1. Who are you? Answer: Sadhir Alam. What is your title? Answer: Prince Major of Batchian. 2. When did you depart from Kasiroeta with a heavy proa for Macquian? Answer: Twelve days ago. 3. Were you sent to Macquian by the old King, your uncle, or by someone else, or did you go on your own initiative? Answer: No, I was not sent on the order of the King. 5. Which and how many persons accompanied you? Answer: I departed from Kasiroeta with one of my nephews, named Sawal, with two soldiers, named Heinoesen and Akalam, and with five bondservants, named Samolla, Papua, Laurah, Gati, and Ompoio, alongside my little son, the two last-mentioned slaves having run away on Macquian. 6. What did you intend to do at Macquian? Answer: I only departed for Macquian because a certain Macassar man, Mohamat, residing at Kasiroeta, whom I had sent to Ternaten with twelve rixdollars to purchase medicines, stayed away from me too long. 7. What kind of medicines was Mohamat supposed to purchase here? Answer: Opium. 8. Are you aware that the King, your uncle, wished to come here? Answer: Yes, and I saw that he had already made all preparations for it. 10. Could you then not exercise patience long enough to purchase opium until you came together with the King to Ternaten? Answer: No, it was impossible for me to wait for the arrival of the King, as I had severe stomach pains, and the messenger to whom I had given the twelve rixdollars stayed away too long. 11. Why did you come to Macquian so secretly and not head straight for Ternaten, and for what reason did you not come here with your brother, the Raja Muda? Answer: It was not my intention to come to Ternaten, but only to go as far as Macquian in order to see the commission entrusted to the Macassar man fulfilled all the sooner. 11. Or are you not on good, friendly terms together? Answer: I am very good friends with my brother the Raja Muda; indeed, before his departure for Ternaten I even sent him salted and dried fish as a present. 12. How many days after the departure of your brother, the Raja Muda of Batchian, did you depart from Kasiroeta? Answer: Two days. 13. Were you on Kasiroeta when the Junior Merchant Hemmekam arrived there on a commission the last time? Answer: Yes. 14. Why did you not appear then? Answer: Because I had a sore foot. 15. Were you in that same proa from which the Jogugu and some grandees of Batchian requested the Raja Muda, who was on his journey here, to make a request to the Right Honorable Governor, to the end that commissioners be sent by this government and the King of Ternaten to fetch the Old King? Answer: I was not present there and also know nothing of it. 16. Are you not aware that in the year 1774, shortly before the arrival of the Junior Merchants Hemmekam and Gavanon at Batchian, an English galley was near the island of Bating? Answer: I do not know, because at that time I was on Ternaten. 17. Did you not see upon your arrival at Kasiroeta that your sisters or any of the court grandees had silk handkerchiefs or any other English goods? Answer: That my sisters had anything of the sort I did not see, but I did see that the Ambonese and Cerammers wore some handkerchiefs of a strange pattern. 18. Has Haji Omar, since your clandestine departure from here in the year 1774, also visited the King at Kasiroeta? Answer: I have never seen him there, but I have heard it said that he was there. 19. Was Omar not also at Kasiroeta in the past year, shortly before Ensign Gebhard arrived at Batchian with the Ternaten kora-koras and before the Batchian kora joined him? Answer: That I do not know. 20. Is your brother Tajul Alam currently at Kasiroeta? Answer: Not to my knowledge. 21. Where is he then? Answer: That is not known to me, and I likewise do not know when my brother Tajul departed from Kasiroeta, but on an evening shortly after my brother's departure I was ordered to fetch three persons, named Lokman, Codja, and Mom, and put them in jail. 22. With whom is Tajul missing? Answer: With two Chinese, an Ambonese, and four slaves. I also wanted to search for my aforementioned brother, but my uncle forbade me to do so. 23. How long ago was it that Haji Yusuf was at Kasiroeta? Answer: About seven months, and he also returned to Tidore at the same time when the Raja Muda went from Batchian to Ternaten. 24. What did Yusuf do at Kasiroeta? Answer: I know nothing other than that he only brought a letter from Tidore, whereby the death of the Young King's child was made known to my uncle. 25. Is it not known to you that the Emperor or Sultan of Maguindanao sent a letter to the King of Tidore or Batchian, or to both together? Answer: I know nothing of this. 26. Do you then also not know that the Kings of Batchian and Tidore together sent an embassy and letters to the Maguindanaos, Sulu people, or other foreign nations, in order to lure them into the Moluccas with great promises? Answer: Of this matter nothing is known to me either, because the King my uncle never trusted me with any secrets of importance, but rather his Jogugu named Naim. 27. At the time the King of Batchian in the past year, shortly after the surprise attack, Answer: No, and I know entirely nothing about that.
Dutch transcription
25 # 79: 157 Opperkoopman en Secunde, d'E Cornabe, den Djogoegoe Mista„ „ha, den Koopman en Fiscaal, d'E: Johnson en den Onderkoop„ „man d'E Hemmekam Artikel 1. Wie zijd Gij Hoe genaamd! Wanneer zijt Gij van Kasiroeta antwoord zedert twaalf met een zware prauw naar Macquian dagen vertrokken! Antw: Neen ik ben niet Zijt Gij van den ouden Koning, uwen op order van den koning Oom, of door iemand anders naar Mac„ „quian gezonden, of zijt Gij uit eigen beweging gegaan! Antw: Ik ben van Kasi„ „roeta vertrokken met een Mijner Neven, Sa„ „wal genaamt, met twee soldaten, in name Hei„ „noesen Akalam, en met vijf Lijfeigenen, namens, Samolla, Papoea, Laurah; Gati in Ompo„ „io, nevens mijn Zoontje, zijnde de twee laastge„ „melde slaven op Mac„ „quian gedrost. Welke en hoe veel personen hebben„ Uw: verzeld! antwoord Sadhir Alam Antw: Prins- Majoor van Batchian. 2. 3. 5. 26 Antw: Ik ben eenlijk naar Macquian vertrok„ „ken, om reden zekere Ma„ „cassaar Mohamat, woonag„ „tig te Hasiroeta die ik met twaalf Rijksdaal„ „ders, ter inkoop van Medi„ „cijnen naar Ternaten hadt gezonden, mij te lang uit„ „bleef. Antw: Amphioen Is Uw bewust, dat de Koning Uw d„o Ja, en ik heb gezien dat hij 'er reeds alle prae¬ om hier naar toe heeft willen komen! „paraties toe heeft ge„ „maakt. Antw: Neen ik heb tot Hebt Gij dan zo lange geen geduld de opkomst van den kunnen Oeffenen, om Amphioen inte„ Koning onmooglijk kun„ „nen wagten, wijl ik „kopen, tot dat Gij te zamen met den sterke buik sijn hadde Koning naar Ternaten kwaamt! en de zendeling die ik de twaalf Rd„s hadt mede gegeven te lang uitbleef. Waarom zijt Gij zo ter sluik op Antw: Mijn intentie is niet geweest om naar Macquian gekomen en hebt niet direct Ternaten te komen, maar den steven naar Ternaten gewend en eenlijk om tot Macquian om wat reden zijt Gij dan niet met te gaan om des te eerder uwen Broeder de Radja Moeda: herwaarts de aan den Maccassaar opgedragene Commissie gekomen. volbragt te zien. Wat voor medicijnen moesten door Mohamat alhier werden inge„ „kogt! Wat wildet Gij te Macquian verrigten! 11 6. 7. 10. 11. 8c Antw: Ik ben zeer goed vriend met mijnen Broeder de Radja Moeda, zelfs heb ik hem voor zijn ver„ „trek naar Ternaten nog zoute en droge vis tot een present gezonden. Antw: twee dagen Antw: Ja. G Antw: om dat ik een zeere Waarom zijt Gij dan niet te voorschijn voet had: gekomen: Antw: Ik ben er niet niets van. Dijt Gij in die zelfde prauw ge„ bij geweest in weder ook weest, uit welke de djogoegoe en eenige Rijksgroten van Batchian, den Radja Moeda (:die op de herwaards reise was:) verzogt hebben, om bij den wel Ed: Achtb: Heer Gouverneur verzoek te doen, ten einde Gecommitteerden door deze Regering en den Koning van Ternaten, gezonden wierden tot den afhaal van den Ouden Koning5 14. zijt Gij op Kasiroeta geweest toen, de onderkoopman Hemmekam daar de laatste keer in Commissie is geko„ min! Hoe veel dagen, naar 't vertrek van Uwen Broeder de Radja Moeda van Batchian zijt Gij van Rasiroeta ver„ „trokken! 159 Of heeft Gij in geene goede vriend„ „schap te zamen : 12 13. . 15. Antw: zulks weet ik niet, vermits ik te de diertijd op Ternaten ben geweest. Hebt gij dan bij uw komst te Ka„ Antw:, Dat mijne Zus„ „siroeta niet gezien dat uwe zusters „ters het een of ander of enige der Hofgroten dan wel hadden, heb ik niet ge„ andere zijdene Neusdoeken of enige zien, maar wel, dat de Amboinesen A: Ceram„ andere Engelsche waaren hebben „mers:) enige Neusdoe„ „ken van een vreemde lastering hebben gedra„ „gen. Is Hadje Oemar zedert UW Antw: Ik heb hem er Clandestin vertrek van hier, in den nooit gezien maar wel Jare 1774, ook op Kasiroeta bij den horen zeggen, dat hij er Koning geweest! aangeweest is. Is Oemar in den voorleden Jare ook antw: Dat weet ik niet: niet op Kasiroeta geweest, kost voor dat de vaendrig Gebhard op Batchian is aangegierd met de Ternaatsche Korra Korras en voor dat de Batchian „sche Korra zig bij hem heeft ver„ „voegt.. Is Uw Broeder Tadjoe Alam Antw: Bij mijn weten tans op Kasiroeta. niet. 21. Antw: zulks is mij niet waar is hij dan! bekend, en, ik weet insgelijks niet wanneer mijn broeder Tadjoe van Rasiroeta is vertrokken, dog op eene avond kort na mijn broeders vertrek ben ik gelast, om drie personen, in name Lokman, Codja en Mom aftehalen en in de tronk te zetten. Is uw niet bewust, dat 'er in den Jare 1774, kort voor de komst van de onder kooplieden Hemmekam en Gavanon op Batchian een Engelsche Galeij bij het Eiland Bating is geweest! 22 16. 17. 18. 19. 20. p 22. 1 8F: Met wie is Tadjoe vermist! Antw: met twee Chinee„ „sen, een Amboinees en Vier slaven. Ik heb voorm: broeder ook willen opzoeken, maar mijn oom heeft mij zulke verboden. Antw: Circa zeven maan„ Hoe lange is 't geleden dat Hadje „den, en hij is ter zelver Joesoef op Kasiroeta is aangeweest! tijd, toen de Radja Moe„ „da, van Batchiannaar Ternaten is gegaan, ook weder naar Tidor te„ „ruggekeert. Antw: Ik weet niet anders, of hij heeft eenlijk een brief van Tidor gebragt, waarbij het overlijden van des Jongen Konings kind aan Mijnen Oom wierd bekend gemaakt. Is Uw niet bekend dat de Keiser of Antw: Hier van weet sulthan van Mangindanao een brief aan ik niets. den Koning van Tidor of Batchian, dan wel aan beide te zamen heeft gezonden. Weet Gij dan ook niet dat de Konin„ Antw: van deze zaak is mij almede „gen van Batchian en Tidore te zamen een gezandschap en brieven aan de Mangin„ niets bekend, vermits danauwers; Xullokkers of andere vreemde de Koning mijn Oom „men van belang heeft Natien hebben afgezonden, om dezelve onder mij nooit eenige gehei„ vertrouwd, maar wel grote beloften, in de Moluccos te lokken! aan zijn Djogoegoe Naim genaamd. Ten tijde de Koning van Batchian in Antw: neen, en ik den voorleden Jare kort na de overrompe„ weet daar ook in 't geheel niets van wat heeft Joesoef op Kasiroeta verrigt.! „ling 23. 24. 25. 26. 27. 161 29
English
28. Were you also employed in that embassy, when your uncle sent a vessel to request the Mangindanauwers to return the women who had been taken prisoner on Oubij? Answer: I do not know that any embassy took place, but I do know that a certain Wedarese man who escaped from the hands of the Mangindanauwers conveyed, in my presence to the old King, the greetings of those women, with their urgent request to demand their return. The Wedarese man also said, upon being questioned by my uncle, that during the surprise attack on Oubij there were also Tidorese, Wedarese, Mabarese, and Papuan prahus present. 29. Why did the King of Batchian, during and shortly after the surprise attack on Oubij, roam here and there around his lands? Or was this to seek out the Mangindanauwers and hold a conversation with them? Answer: I know nothing of that, and much less was I present there. 30. When the King of Batchian, during the surprise attack on the post of Oubij, held an oral conference with a certain Roefoe, a subject of His Highness of Ternaten, on a small island situated in the Strait of Batchian, were you not present there at that time? Answer: No. 31. What reasons moved the King your uncle recently to have everything made ready, with the intention to depart for Ceram? Answer: Nothing of this intention is known to me, but I do know that my uncle had corocoro vessels made ready to depart for Ternaten. 32. Who usually writes the King's letters, both to Ternaten and elsewhere? Answer: The Jogugu is the drafter of all the letters that are written, having three scribes at his service. 33. Did they not know last year on Kasiroeta that three prahus lay at anchor opposite there in a bay, and that they were enemy vessels? Answer: They had no news of this on Kasiroeta until one day before the Ternatans engaged in battle with them, whereupon they also immediately sent out a vessel to fight the enemy. 34. For what reason did you silently absent yourself from here about five years ago, and moreover, have your wife, a Ternatan princess, secretly fetched and carried away from here shortly thereafter? Answer: Because at that time a rumor was circulating outside that I was to be captured by the Honorable Company. 35. What was your offense that they wanted to have you arrested? Answer: As far as I know, nothing else other than that rumors had been spread that I wanted to leave quietly with my wife and children. 36. Did you not in the year 1774 persuade the former Captain Laut, Prince Achmat, and the son of Prince Ajan Hairi to depart with you to Mangindanao? Answer: I never had this intention. 37. Did you never agree with one or another dignitary of the Ternatan or Batchian court to depart quietly for Mangindanao? Answer: No. Did you not also ask a certain Buginese steersman, in the presence of those two princes and while smoking opium, whether he knew the way to Mangindanao? Answer: No, but I conversed with him at that time about maritime affairs and in that manner asked him about the routes to various lands, and he also gave me a kris and a priest's knife as a gift upon taking leave. It was recorded underneath: Thus done, questioned, and answered at Ternaten in Fort Orange, the 19th of April 1779. It was signed: H. A. de Chalmot, all being answered by him as noted in the margin. Proposal of the Governor to deliver some Alfoors upon the arrival of the King of Tidore, to surround the castle. The aforesaid Prince having thereupon been brought outside again and back to His Highness's palace, the Governor made known to the King that his Honor might have need, on the day that the King and Crown Prince of Tidore arrive here, of some Alfoors, numbering about five or six hundred men, to surround the castle, which would be closed to the crowding populace immediately after the entrance of the King and Crown Prince, in order to prevent any Tidorese soldiers and other common people of that nation from forcing their way in, to which end his Honor would also have the Burgher Corps stand guard on the south side of the castle until everything was over and those princes were first placed under arrest. No sooner had this proposal been heard by His Highness than he declared himself fully prepared to render all assistance to the Company and not only to deliver the required number, but as many more Alfoors as the Governor and Council deemed necessary, whereby it was also agreed that, because the gate would be closed, a signal with a flag from the sea bulwark would be given as a sign that the Alfoors must advance. This arrangement having been made in this manner and the Ternatan King having been thanked for his good intention and readiness, His Highness, after having enjoyed some refreshments, took his leave, and this meeting thereby came to an end. Thus done and resolved at Ternaten in Fort Orange on the date aforesaid. It was signed: J. R. Thomaszen, A. Cornabé, G. C. Meurs, J. A. Johnson, G. W. van Renesse, and J. V. Boot.
Dutch transcription
Antw: Daar weet ik ben ik 'ir bij geweest. zijt Gij mede in die Ambassade antw: Ik weet niet dat er enige Bezending is geschied, maar geëmploijeerd, toen Uw Oom een vaartuig heeft gezonden, om de vrouwen, die wel, dat zekere wedarees„ op Oubij gevangen waren genomen, van uit de handen der Man„ „gindanauwers ontsnapt de Mangindanauwers te rugte ver„ ontsraat, in mijn pre„ „zoeken! „sentie aan den ouden Koning de groetenis van die vrouwen heeft ge„ daan, met instantie van henlieden dog opte„ De Wedarees heeft teffens, op afvrage van mijnen Oom, gezegt, dat er bij de overrompeling van Oubij ook Tidorese wedarese, Mabarese en Papoese prauwen zijn geweest. „eisschen. Waarom heeft Batchians ko„ niets van, en veerminder „ning gedurende en kort nader over „rompeling van Oubij, dan hier dan daar, rond zijne Landen gezworven of was zulks om de Mangindanau„ „wers opte zoeken en met hem een ge„ „sprek te houden. „rling der Post Oubij, een mondgesprek met zekeren Roefoe, onder daan van zijn Hoogheid van Ternaten op een Eilandje in de straat Batchian gele „gen, hield, waart Gij toen ter tijd daar bij niet tegenwoordig! 30 28. 29. 30 30. 82. 163 Wat redenen hebben den Koning Antw: van dit voornemen is mij niets bekend, maar Uwen Oom bewogen, om onlangs alles wel weet ik, dat mijn in gereedheid te laten brengen, met in„ oom Korra Korras heeft laten in gereedheid brengen „tentie om naar Coram te vertrekken, om naar Ternaten te vertrokken. Antw. De Djogoegoe Wie schrijft doorgans des Konings is opsteller van alle de brieven zo naar Ternaten als elders. brieven die geschreven wor„ „den, hebbende drie schrij„ „vers tot zijn dienst. Heeft men in den voorleden Jare Antw: man heeft de op Hasiroeta niet geweten, dat 'er tijding daar van op Kasiroeta niet eer„ drie prauwen daar tegen over in een „der gehad dan een dag bogt ten anker lagen, en dat het voor dat de Ternatanci„ vijandelijke vaartuigen waren. met hun zijn slaags geweest, wanneer ze ook aanstonds een vaartuig te bevegtiing van den vijand hebben uitgezonden. tit wat oorzaak hebt Gij uw voor Circa vijf Jaren stilzwijgende van hier geabsenteerd en daarenboven, nog Aantw: om dat 'er te Uwe Huisvrouw en Ternaatsche Prin diertijd buiten een ge„ de E: Comp: zoude wer„ „ces hennelijk kort daar op van hier „rugt liep dat ik door afgehaald en weggevoerd! „den opgevangen. Aantw: zoo ik weet niets anders, als dat men verspreid hader, dat ik met mijne vrouw en kinderen stil wilde weggaan. Wat was VW. misdrijff dat men Uw wilde laten oppakken! 33. 35 31. 32. 165 34. Antw: Dit ben ik nooit van voornemen geweest. Antw: Neen Helt Gij ook zekeren Boeginesen Antw: Neen, maar stuurman in presentie van die beide ik heb met hem te Princen en onder 't schuiven van Am„ dier tijd over zeezaken „phioen niet afgevraagt of hij de weg gediscoureert en hem naar Mangindanao wist! op die wijze naar de houtes van een en an„ „dere Landen gevraagt, hebbende hij mij ook nog een kris en Pries„ „ter mes tot een present gegeven bij 't afscheid nemen. /:onderstond:/ Aldus gedaan, gevraagt en beantwoord tot Ternaten in't Kasteel Orange, den 19„e April 1779. /:was getekent:/ H: A de Chalmot zijnde alle door hem beantwoord als in margine bekent staat. Hebt Gij den gewezen Kapitein Cauwt Prins Achmat: en de zoon van Prins Ajan Hairi in den Jare 1774. niet overgehaald om met Uw naar Mangindanao te vertrekken! Hebt Gnooit met den eenen of anderen 't zij Ternaatschen of Bab„ „chiansen Hofgrote afgesproken, om stil naar Mangindanao te vertrekken. Voornoemde 35. 36. 37. 165 83 voorslag van den Heer Gouverneur om elnge alsoeren bij de komst van Tidos koning, ter omingeling van 't kasteel. bergboeren te leveren. de Majon weder naar huir gebragt: Voornoemden Prins hier op weder buiten en naar zijn Hoogheids Palm terug gebragt zijnde, gaf de Heer Gouverneur aan den koning te kennen dat zijn Ed: zomwijlen op den dag dat de Koning en Kroonprins van Tidore alhier arriveerden, eenige alfoeren, ten ge„ „talle van circa vijf of ses hondert man, zouden no„ „dig hebben, om het Kasteel, dat aanstonds na de binnenkomst des Konings en kroon prins voor het oploop van 't volk zoude werden gesloten, te omcinge„ „len om te beletten dat geenen Tidorsche Militairen en ander gemeen volk dier natie zig mede doordrongen, ten welken einde zijn Ed: teffens het Korps=e Burgers aan de zuidkant van het Kasteel zoude laten wagt houden tot dat alles voorbij en die vorsten eerst in arrest zouden zijn. Deze voorslag wierd niet zo dra door zijn Hoogheid beuilmi tiglid des konigs on die vernomen of hij betuigde ten vollen bereid te zijn om de Compagnie alle assistentie te bewijzen en niet alleen dez gerequireerde maar zo veel meer Alfoeren te leveren, als de Heer Gouverneur en Raad oordeelde benodigt te zijn, waar bij dan ook overeengekomen wierd, om wijl de Poort 165 1 komen. de koning vertrekt. zien wanende lsan mar Poort zoude gezloten zijn, een ziin met een vlag van het zeebolwerk te laten doen, ten teken dat de Alphoe„ „moesten aanrukken. Deze schikking indiervoegen gemaakt en Tornaatsch Koning voor zijne goede intentie en bereidwilligheid be„ „dankt zijnde, nam zijn Hoogheid, na eenige versna„ „pering genoten te hebben, afscheid en deze Bij eenkomst daar„ „mede een einde. Aldus gedaan en geresolveert tot Ternaten in 't Kasteel Orange dato voorschreven /:was getekent:/ J: R: Thomaszen, A: Cornabé, G: C: Meurs, J: A: Johnson; G: W: van Renesse en J:V: Boot. de kon 34 „waar
English
The Right Honorable Sir, Governor and Director of the Moluccas, Mr. Jacob Roeland Thomaszen, the provisional senior merchant and second Alexander Cornabé, merchant and fiscal Godfried Carel Meurs, merchant Hendrik Ambrosius Johnson, junior merchant and cellar master Gerardus Willem van Renesse, Johannes Boot. Absent: Johan George van Raesveld. Saturday, the 24th of April 1779, at seven o'clock in the evening, Council of Policy meeting. From a letter presented by the Honorable Governor, which His Honor had just received from the junior merchant Hemmekam, who was sent to Tidore to invite and fetch the King, it was observed by the Council members with great vexation that those princes sought nothing else than to postpone from day to day, under all kinds of worthless pretexts, their coming hither, for which they did not yet dare to excuse themselves publicly. Therefore, the Honorable Governor gave consideration to the other Council members as to whether it would not be most advisable to send tomorrow the ready-to-sail ship Westfriesland, reinforced as noted here, with an officer, two non-commissioned officers, and twenty-four soldiers, along with two to three pantjallings, to fetch the King, Crown Prince, and principal grandees of the realm, and also to send a good, well-armed Ternatan kora-kora fleet, which the King kept in readiness, to encircle that entire island. In addition, His Honor also communicated to the members that the said King of Ternate, at his request, had already stationed one thousand Alfurs half a month ago to block the passages to Maba, Weda, Patani, Gebe, and the Papuan region, in order to deprive the Tidorese of all avenues of correspondence and the princes of all means of flight; who presumably were looking for nothing other than a good opportunity to escape quietly from Tidore, whereupon they might in time cause great detriment to the Company and all the more easily execute their treacherous designs with the Maguindanaos, their allies. The Council members, after this proposal, expressing that they were likewise of the opinion of His Honor that the Tidorese princes would not appear at this Castle until after they were earnestly invited to come hither, from which serious invitation the Council promised itself all the sooner a good result because of the precautions taken to occupy the passages that could serve as an escape route; it was thus approved and agreed after mature deliberation to dispatch tomorrow afternoon the skipper Van der Staal and Ensign Eberhard, provided with an applicable instruction and further reinforced with two non-commissioned officers and 24 soldiers, as well as three pantjallings, to Tidore, and tomorrow towards evening a well-manned Ternatan kora-kora fleet to encircle that entire island, and to inform the junior merchant Hemmekam of this matter this very evening by a short letter, with the recommendation to let nothing show until the ship had appeared before Tidore, and otherwise to act as if he were completely satisfied with the promise of the King and Crown Prince. Thus done and resolved at Ternate in Castle Orange on the date aforesaid. Was signed: J: R: Thomaszen, A: Cornabé, G: C: Meurs, H: A: Johnson, G: W: van Renesse, and J: Boot. Wednesday, the 28th of April 1779, at five o'clock in the afternoon, Combined Council of Policy meeting. Present: The Right Honorable Sir, Governor and Director Mr. Jacob Roeland Thomaszen, the provisional senior merchant and second Alexander Cornabé, merchant and fiscal Godfried Carel Meurs, merchant Hendrik Ambrosius Johnson, Johan George van Raesveld, junior merchant and cellar master Gerardus Willem van Renesse, and Johannes Boot. Together with and alongside His Highness the King of Ternate, Paduka Sri Maha Tuan Sultan Ichtira Djoerachman Wahuwa Saiduna Alimuddin Shah, Kaicili Arun Fana, the Ternatan Major and Captain Laut Mohibat, as well as His Highness the King of Tidore, Paduka Sri Maha Tuan Sultan Muhamat Dainiel Masudi Djamaluddin Shah, the Jogugu Mistaha and the Jogugu Rahasuan, the Captain Laut Mohamat, the Hakim Kalim Abdul Rauf, the Hakim Jati, Secretary Noviman, the Jurutulis Badaruddin. After the King and Crown Prince of Tidore, who arrived here this afternoon on the ship Westfriesland accompanied by the Junior Merchant Hemmekam and Ensign Eberhard, were brought ashore from the ship Westfriesland by the members of this assembly, the Honorable Cornabé and Van Renesse, and in the meantime His Highness of Ternate was also fetched from his Dalam by the Honorable Meurs and Johnson, and both Kings one after the other, alongside some of their principal court grandees, were received with the customary ceremonial and led into the assembly hall, the
Dutch transcription
35 167 84. 161. Den Wel Edelen Achtb: Heer „ koopman - - - - - - „brief van Hemnekam van Tidor de koning traineert met zyn her„ „waarts komst. Gouvenuren directier den Molaars M:r Jacob Roeland Thomaszen, den p„l opperkoopman en secunde Alexander Cornabé Godfried Carel Meurs, _o - „ „koopman en fiscaal Hendrik Ambrosius Johnson, „onder kooman aselijs det houd: Gerardus Willem van Renesse Johannes Boot Absent Johan George van Raesveld van n de alle be Uit een door den Heer Gouverneur geproduceerde brief, die zijn Ed: zo aanstonds van den invitatie en afhaal des Konings, naar Tidore gezonden onderkoopman Hemme¬ „sam hadde ontvangen; met veel vrgernis door de Raadsle„ den ontwaard zijnde dat die vorsten niets anders zogten, als om hunnen herwaarts komst waar van ze zig nog „ tot dag niet publicq durfden excuseren, van dag „ onder allerhan„ „de nietswaardige Uitvlugten, te verschuiven; zo gaf den Heer Gouverneur aan de verdere Raadsleden in Considera„ „tie, of het niet het Raadzaamst. maar zoude wezen om Saturdag den 24„e April 1779. 's avonds te zeven uuren vergadering van Politie morgen „ - _o- - . ƒ pesent „neur om 't schip naar Tidor te kenden. versterkt als hier nevens: de basagie naar Maba=a is belet. om reden. de Raadsleden zijn van het zelfde ge„ „voelen als den Heer Gouverneur. met een officier twee onderofficiers en vierentwintig Militai„ „ren; nevens twee â drie Pantjallings ter afhaal van de Koning, Kroonprins en voornaamste Ryksgrooten en teffens een goede welgearmeerde Ternaatsche Korra Korravloot die de Koning in gereedheid hield, ter omcingeling van dat geheele biland te zenden, waar bij zijn Ed: ook aan de Leden nog communiceerde, dat gemelde Koning van Terna„ ten op zijn verzoek de passagiers naar Maba, weda, Pattanij„ Gebe en de Papoe door Een Duizend alfoeren reeds voor een halve maand hadde laten bezetten, om de Tidoresen alle wegen tot Correspondentie, en de vorsten tot de vlugt, te benemen; die presumtief op niets anders loerden als op eene goede gelegenheid om in stilde van Tibor te eckapperen, wanneer ze de Comp: in der tijd nog veel afbreuk zoude kunnen doen en hunne verraderlijke desseinen met de Mangindanauwers, hunne Bondgenoten, des te gemakke„ „lijker ter uitvoer brengen. De Raadsleden na dit voorstel betuigende dat ze insgelijks van sustenue met zijn Ed: waren, dat de Tidorsche vorsten niet eerder aan dit Kasteel zoude proposte van den Heer Gouver morgen het zeilree leggende schip westfriesland versterkt verschijnen na Hem „ 85. besluit om van den staal en Eerhard naar Tidor te zenden. „wittigd. verschijnen dan na dat ze met ernst tot de herwaarts komst wierden uitgenodigt, van welke Serieuse invitatie de Raad zig des te eerder een goeden uitslag beloofde door de gebruikte voor„ „zorge om de passagies, die tot een aufuge konden dienen, te bezetten; zo wierd na rijpe deliberatie goedgevonden en verstaan den schipper van der Staal en vaandrig Eberhard, voorzien van een ap„ „plicable Instructie en nog versterkt met twee onder„ „officiers en 24: Militairen zo mede van drie Pan„ „tjallings morgen middag naar Tidor, en een welbemande Ternaatsche Korra Korra Vloot, ter omCingeling van dat gansche Eiland morgen tegens den avond te depecheren, en den onderkoop„ Henmekanm door eenbrief dar van ver„man Hemmekam nog dezen avond bij een klein briefje van het een en ander kennis te geven met recommandatie om zig, tot dat het schip voor Tibor zoude verschenen zijn, niets te laten blij„ „ken en zig overigens aan te stellen even of hij zig volkomen te vreden, hield met de be„ „lofte van den Koning en Kroon Prins. Aldus 16 I7 169 Aldus gedaan en geresolveerd tot Ternaten in 't Kasteel Orange dato voorschreven /: was getekend:/ J: R: Thomaszen, A: Cornabé, G: C: Meurs, H: A: Johnson, G: W: van Renesse en J: Boot. 25 86: woensdag den 20„en April 1779. 'Snamiddags te vijf uren Gecombineerde vergadering van Politie Den Wel Edelen Achtb: Heer Geuernerendenten e elur Mr Jacob Roeland Thomaszen, den p„l opperkoopman en secunde Alexander Cornabé Godfried Carel Meurs, _=o „kopman en fiscaal Hendrik Ambrosius Johnson, Johan George van Raesveld, onderkoom n belij verkend Gerardus Willem van Renesse en Johannes Boot met en nevens zijn Hoogheid den Koning van Ternaten Paduka Ciri Maha Suwan Sulthan Ich Thira Djoerachman Wahuwa Saidoena Aliemoedien Tjach Ritchili Aroen Fana Den Ternaats Major en Kapitein Lauwt Mohibat, zo mede zijn Hoogheid den Koning van Tidor -– – - Den Djogoegoe - - - Mistaha en Saduka „- _ _ _o ƒ present 171 A71 39 Paduka Srie Maha Juwan Sulthan den kapitein Lauwd Secretaris de koning en kroonprins van Tidor en de koning van Ternaten van zijn Valem afgehaald. Muhamat Doeniel Masoedi Djamaloedien Sjach. Mohamat, Rahasoean „ Kalim Abdul Rauf Djati Hoekum Noviman Djoeroetoelis Badaroedin. Djogoegoe Na dat de dezen namiddag alhier met het schip Westfriesland, verzeld van den Onderkoopmans: Hem„ miekam en vaandrig Eberhard gearriveerde Koning en Kroonprins van Tidore door de Leden dezer vergade¬ van boor van 't schip esfieland„ ring de E„s Cornabe van Renesse van boord: gehaald, en in dien tusschen tijd zijn Hoogheid van Ternaten ook door d E„s Meurs en Johnson van zijn Dalm afgehaald en beide Koningen na elkanderen nevens eenige hunner voornaamste Hofgroten met het gewoone Ceremonieel ontvangen en binnen de vergaderzaal geleid waren, gaf 4 n
English
173 Address of the Governor to the Tidorese princes. The Governor, after the exchange of the customary compliments, first made known through the interpreter Van Dijk, in the name of the entire Council, to the King and Crown Prince of Tidore how Their Honors had already for a long time and upon the first invitation hoped to enjoy the fortune of Their Highnesses' presence alongside some of the principal men of the Tidore realm, partly to conclude a firm peace between the Ternatan and Tidorese realms, and partly to devise means for the destruction of the enemy of the Company and all well-disposed allies, the Maguindanaos, and also for an oral and friendly discussion concerning some points of accusation brought against Their Highnesses, with further protestation that it grieved His Honor as well as all the Council members to the heart that Their Honors had been brought to the necessity—both because of the ongoing discords between the Ternatans and Tidorese, and principally because of the complaints most recently received again from Their High Honors at Batavia concerning the murders and acts of violence newly committed again by the Tidorese subjects in 115 87. 4 The points of accusation presented to Their Highnesses. the Ambon and Banda Districts, as well as because of the unwillingness shown under all kinds of far-fetched excuses to appear at this Castle upon the repeated friendly invitations, and also to show that the Company, being resolute and provoked to the utmost, is not afraid to stand up for its rights and maintain them—to persuade Their Highnesses for the last time by such a serious invitation as has now been done to come hither and appear in this assembly. Which address being answered by Their Highnesses only with the shrugging of their shoulders, the Governor thereupon had the points expressly prepared for that purpose read out one by one, slowly and distinctly, by the sworn secretary, and clearly made known to the King, Crown Prince, and present Tidorese grandees by the interpreter Van Dijk and the Arabic writer; to all of which accusations, of which a copy is to be presented to Their High Honors at the first opportunity, 175 80 The same read some further points of accusation that are described here annexed. Answer of the King of Tidore hereupon. His Highness of Tidore, for his defense, merely replied that it was impossible for him to answer everything point by point, and that although he did not want to reject entirely everything that was laid to his charge, yet everything was also by no means in conformity with the truth, further adding that he left everything to God and the Company. The Council, perceiving sufficiently from this answer that neither the King of Tidore nor his son intended to answer each article separately, certainly out of fear of perhaps contradicting or misspeaking themselves in one thing or another, decided on that account to present them with some further points for the greater conviction of their false, perjured, and treacherous conduct toward the Company. In pursuit of which decision, His Highness having first been informed by the Governor of how he had also to this day not fulfilled the promise made to His Honor and Mr. Valckenaer in the past year, that upon the return of the lieutenant whom His Highness intended to send to Maba at that time in order to investigate whether the news brought here on 22 June of the past year by one of His Highness's soldiers concerning 43 1 The king being disconcerted. the appearance of 190 Maguindanao prahus in the Maba regions corresponded with the truth, he would inform this Government of the outcome of the commission entrusted to him, through which it was to this day not known from His Highness whether that lieutenant had returned or whether something had happened to him on the journey; although the Council, through other information obtained, was clearly apprised and fully informed that there had never been 190, but rather 19 pirate prahus at Maba, of which His Highness himself could not even have been ignorant at that time, since on that same occasion he received a letter from the Emperor of Maguindanao, which prahus were in no way repulsed as enemies, but on the contrary received as friends and allies, and provided with everything, and even with planks, for repairing the ramparts of their prahus. Their Highnesses, who had listened to the aforesaid words attentively and without interrupting, showed themselves at first somewhat disconcerted.
Dutch transcription
173 Aanspraak van den Heer Gouver„ neur aan de Tidtorese vorsten. gaf: de Heer Gouverneur voor af na aflagging der F ordinaire Complimenten, door den Tolk van Dijk, uit naam van den ganschen Raad aan den Koning en Kroon prins van Tidore te kennen, hoe Hun Edelens reeds zedert lange en op de eerste nodiging verhoopt hadden het geluk Hunner Hooghedens tegenwoor¬ „digheid nevens eeniger der voornaamste van het Tidor¬ „sche Rijk te zullen genieten, eensdeels ter sluiting van eene vaste vrede tusschen de Ternaatsche en Tidorsche Rijken, en anderdeels ter beraming van middelen tot verdelging van Comp„s en aller welgezinde Bondgenotens vijand, de Mangin„ „danauwers en teffens ook nog ter mondelinge en vriende„ „lijke onderhouding over eenige poincten van beschuldiging, tegens Hunne Hoogheden ingebragt, onder verdere be„ „tuiging dat het zijn Ed: zo wel als alle de Raadsle„ „den van herten smertte, dat Hun Edelenb, zo wegens de aanhoudende oneenigheden tusschen de Ternatanen en Tidoresen, als voornaamlijk wegens de nu Jongst we„ „der van Hunne Hoog Edelheden te Batavia beko„ „mene klagten over de weder op nieuw gepleegde moorde„ „narijen en geweldenarijen der Tidoresche onderdanen in 115 87. 4t de poineten ten aste van Hhunne Hoog heden voorgehouden. in de Ambonsche en Bandasche Districten, ze mede wegens de onder allerhande vergezogte excusen betoon„ „de onwilligheid om aan dit Kasteel op de herhaalde vriendelijke nodigingen te verschijnen, en teffens ook om te tonen dat de Comp„e cordaat, en tot het uiterste getergd zijnde, niet bevreest is om voor hun Regt op te ko„ „men en dat te mainetineren, tot de noodzakelijkheid wa„ „ren gebragt, om Hunne Hoog— - Reden ten laastemale door eene dusdanige ernstige nodiging als nu geschied is, tot de herwaartskomst en Comparitie in deze vergadering te persuaderen. Welke aansprak door Munne Hoogheden eenlijk met het optrekken hunner schouders beantwoord zijnde liet de Heer Gouverneur daarop expresten die einde in gereedheid gebragte poincten door den p„l secretaris een voor een langsaam en distinct oplezen en duidelijk aan den Ho„ „ning, Kroonprins en presente Tidorsche Graten door den Tolk van Dijk en Arabischen schrijver te ver„ „staan geven op alle welke accusaties, waar van bij eerste gelegenheid aan Hunne Hoog Edelheden dezelve van bij een an 175 80 dezelve eenige nadere poincten van beschuldiging voorgelezen. die hier nevens beschreven zijn een afschrift staat aangeboden te werden, zijn Hoog„ antwend van didarkoning hieroerheid van Tidor tot zijne verontschuldiging eenlijk repli„ „ceerde dat het Hem onmooglijk was alles stuksgewijze te beantwoorden, en dat schoon Hij Juist niet alles ten eenemale wilde verwerpen wat men hem ten laste geleide, eg¬ „ter alles ook gantsch niet Conform de waarheid was, onder verdere bijvoeging dat hij alles aan God en de Comp=e overliet: De Raad, uit dit antwoord genoegzaam bemerkende, dat Tidors Koning nog deszelfs zoon van voornemen waren, ieder artikel afzonderlijk te beantwoorden, zekerlijk uit vreze van zig zomwijlen in het eene of andere tegens pre„ „ken of te verpraten, besloot uit Hoofde van dien om de„ „zelven nog eenige punten tot meerder overtuiging van hun valsch, meineedig en trouwloos Gedrag omtrent de Comp„e voor te houden. In nakoning van welk besluit nu, zijn Hoogheid door den Heer Gouverneur vooraf te kennen gegeven zijnde hoe hij ook tot heden toe nog niet aan de, aan zijn Ed: en den Heere Valckenaer in den voorleden jare gedane be„ „lofte, om bij retour van den Luitenant, die zijn Hoogheid te dier tijd naar maba wilde zenden, ten einde onderzoek te doen of de, op den 22: Junij a: p: alhier door een van zijn Hoogheids soldaten aangebragte tijding wegens de e 43 1 de koning ontseld zijnde. de verschijning van 190: Mangindanaursche Prauw„ „wen in de Mabasche Contrijen met de waarheid over„ „eenquam, aan deze Regeering den uitslag van de, aan Denzelven opgedragene Commissie te zullen laten berig„ „ten, hadde voldaan, waar door men tot heden nog niet van zijn Hoogheid wiste of die Luitenant gereverteerd dan of Een op de reize iets ontmoet was schoon de Raad door andere ingewonnene berigten duidelijk ver„ „stendigt en volkomen geinformeert, was, dat 'er nimmer 190: maar wel 19. roofprauwen, waar van zijn Hoogheid zelfs te dier tijd reeds met onkundig kan zijn ge„ „weest, vermits bij die zelve gelegenheid een brief van den Keijzer van Mangindanao heeft ontvangen, op Maba zijn aangeweest, die ook in genendele als bij an„ „den afgeweerd, maar daaren tegen als vrienden, en gealli„ „eerden onthaald, mitsgaders van alles en zelfs van Planken, tot het repareren der Bentings hunner Prauwen voorzien zijn. Huna Hoogheden, die voor„ „schreven gezegdens met oplettendheid en zonder in de rede te vallen hadden aangehoord, toonden zig eerst eenigermaten ont de Jonge geregen Joesoe
English
89 excuses himself under the taking of solemn oaths. has governed. Joesoef has been sent to Maba somewhat dismayed, but the King, taking the floor first, declared that he knew nothing of all that, wishing that he, together with his son, wives, and children, might be punished immediately if he was conscious of anything mentioned above, but that it might well have happened that some of his Court Dignitaries were scheming underneath and playing the rogue; to which was added by the Crown Prince, who acted sulkily, the Young King says that his father governed too weakly that the weak and all too soft form of government of his father was to blame for many disorders, through which it was also neglected to demand a report upon their return from the emissaries who had been dispatched to Maba, and subsequently, in accordance with the promise made, to give this Government notice of their experiences. Subsequently, in response to the question of where Hadje Joesoef was now, and whether His Highness was not also aware that this Hadje had sailed to Maba and from there further to Mangindanao with a letter for the Emperor of that island, after having obtained two well-manned prows from a sanghadje of that settlement by order of him, the King gave as an answer that Joesoef had departed for Maba 177 and from there to Magindanao. the Lord Governor makes known to Tidore's King his infidelity. for Maba with his prior knowledge to collect debts, but had fled further in secret from there, and, as he had later learned, had crossed over to Mangindanao with two prows, of which he would have sent news to this Government long ago, had he not been persecuted in every respect for some time and at the same time been utterly grieved, because he could not understand how he stood and what they intended to do with him; for which same reason His Highness said he had also not sent any emissaries to Ternate to establish the preliminaries upon the requisition of this Government. But hereupon it was held against him by the Lord Governor that he must without doubt be inwardly convinced of having forged evil designs against the Company, and also that these had sometimes already come to light and to the knowledge of His Honor, and that he had been so grieved for that reason, as well as because Hadje Joesoef, pursuant to his promise upon departure to return to Tidore in the month of January with a large Mangindanao the King and the other Tidoreses keep silent on this. fleet, had not yet appeared in the Moluccos; since the Council could otherwise not conceive why he needed to have the slightest fear of the Dutch Company, which could even less be convicted of falsehood, unfaithfulness, or unjust treatment, as was not unknown to himself and all other Allies of the Company; with the further remark that the Lord Governor and Council could deduce nothing else from all these ways of acting than that the King and Crown Prince had only postponed their coming from day to day, in the hope and expectation that Joesoef would indeed appear before long with the promised fleet, when they could make their treacherous intentions, hitherto concealed under the cloak of friendliness, publicly known and act against both as apostates against the Company and enemies of the King of Ternate. None of the Tidoreses present replying to the one or the other, any more than the King, who shed tears and, because he was very fatigued, requested his dismissal for this evening; thus it was unanimously approved and understood, since they were fully convinced that no one would confess guilt anyway and the principal matters had been dealt with, 179 90 179 47 decision to arrest the King and Crown Prince, which is done. to grant the King's request in that regard, and in accordance with the resolution taken on the 17th of this month, to have those two princes conducted to the separate houses prepared for their lodgings within this Castle with the same honor as they had come; and this having taken effect hereafter, after the Lord Governor in conclusion had also given the King and Crown Prince to understand that they should not be surprised at the presence of the Ternatean Highness or regard it as if this had been done to the greater humiliation of Their Highnesses, since it had not happened for that reason, but actually to show what trust the Company places in upright friends and Allies, and also to let Their Highnesses hear in the presence of the King of Ternate that all means to arrange a firm and lasting peace had nevertheless, to the Council's regret, been put into effect fruitlessly: so it was finally resolved to have the King and Crown Prince of Tidore notified of the arrest in the name and on behalf of the Dutch East India Company by the ensigns Roksien and Pelaton, as this also took effect immediately, without any resistance or commotion. Beneath stood: Thus done and resolved at Ternate in the Castle Orange, date as above. Was signed: J: R: Thomaszen, A: Cornabe, G: C: Meurs, H: A: Johnson, G: W: van Renesse, and Johannes Boot.
Dutch transcription
89 onsschuldigt zig onder het doen van duure eeden. geregeert heeft. Joesoef is naar Maba gezonden eenigermaten ontsteld dog de Koning daar op eerst het woord vattende, verklaarden van dat alles niets te we„ „ten, wenschende dat Hij met zijnen zoon, vrouwen en kinderen aanstonds mogte gestraft werden, indien Hem iets van al het bovengemelde bewust was, dog dat het wel konde gebeuren, dat eenige zijner Hof Groten 'er onder konkelden en den schelm speelden, waar bij door den Knoonprins, die zig gemelijk aanstelde, nog gevoegd de Jongekoningzegt dat zin vador tslapt wierd, dat de slappe en al te zagte Regerings form van zijnen vader schuld aan veele disorders was, waar door ook verzuimd was, om de zendelingen, die naar Maba waren gedepecheerd geweest, bij hun retour be„ „rigt aftevorderen en vervolgens aan deze Regering, ingevolge de gedane belofte, kennis van hun weder„ „varen, te geven. Vervolgens gaf de Koning nog, op de vrage waar Hadje Joesoef tans was, en of het zijn Hoogheid almede niet bewust was, dat die Hadje naar Maba en van daar verder, na op order van Hem, twee wel bemande prauwen van een sang hadje dier Negorij te hebben komen, naar Mangin„ „danao met een brief voor den Keijzer van dat Eiland, was gestevend, tot antwoord dat Joesoef naar Maba # 177 en van daar naar Magindanao vertrokken. de Heer Gouverneur geeft Tidors Koning zijn ontiour te kennen. Maba met zijn voorkennis was vertrokken om schulden inte vorderen, dog van daar verder in stilte gevlugte, en, gelijk hij naderhand hadde vernomen, met twee prauwen naar Mangindanao overgevaren, waar van Hij reeds lange deze Regering tijding zoude hebben laten toekomen, indien Hij niet zedert eenigen tijd in allen opzigten vervolgt en teffens ten uittersten be droefd was geweest, wijl niet begrijpen konde hoe Hij het hadten wat men met hem voornemens was, om welke zelfde reden zijn Hoogheid zeidde ook op het requisit dezer Regering, geene zendelingen tot het maken der preliminairen naar Ternaten te hebben gezonden: dog hier op Hem door den Heer Gouverneur te gemoet gevoerd wordende dat Hij zonder twijff „fel in zijn binnens te overtuigd moeste zijn kwale desseinen tegende Comp„e te hebben gesmeed, en tet„ „fens dat de zomwijlen reeds aan het dagligt en ter kennisse van zijn Ed: gekomen waren, en daarom dusdanig bedroefd was geweest zo ook om dat Hadje Joesoef, ingevolge zijne belofte bij vertrek om in de maand Januarij met een grote Mangindanauw„ „sche de koning en de verdere Tidoresen kwijgen hier op stil. „sche vloot naar Tidor te zullen retourneren, nog niet in de Moluccos was verschenen, wijl de Raad anders niet be „zetsen konde waaromtrent hij de minste vreze voor de Nederlandsche Compagnie die nog minner van valsheid, ontrouwe of onrogtvaardige behandeling konde werden overtuigd, gelijk Hem zelve en alle verdere Bondgeno„ „ten van de Maatschappije niet onbekend was, behoefde te hebben met verdere aanmerking dat de Heer Gou„ „verneur en Raad uit alle deze handelwijzen niets anders konden afleiden, als dat de Koning en kroon„ „prins hunne opkomst eenlijk van dag tot dag hadden verschoven, in hope en verwagting dat Joesoef met de beloofde vloot wel binnen korten zoude op dagen, wanneer ze hunne, onder den dokmansel van vriendelijk heid tot dus verre verborgene verraderlijke voornemens in 't openbaar kon¬ „den te konnen geven en als affalligen tegens de Compagnie en vijanden van „n Koning van Ternaten tegens beide ageren. Gene der presente Tidoresen op het een nog ander zo min als de koning die tranen stortte en wijl Hij zeer vermoeijd was, zijn afscheid voor dezen avond verzogt, als repliceran„ „de; zo wierd eenparig goedgevonden en verstaan vermits men ten vollen overtuigd was, dat niemand dog schuld zoude bekennen en het voornaamste verhandeld was, des 179 90 179 47 besluit om de koning en kioonprins te wreste„ 't geen geschied. des konings verzoek ten dien opzigte te accorderen, en ingevolge het op den 17. dezer genomen besluit, die twee vorsten in de tot hun Logis vervaardigde aparte Huizen binnen dit Kasteel met het zelfde honneur, gelijk gekomen waren, te laten conduiseren, en zulks hier na effect gesor„ „teert hebbende, na dat de Heer Gouverneur ten besluite nog aan den Koning en kroonprins hadde te verstaan gegeven, dat ze zig niet over de presentie van Ternaatsce Hoogheid moesten verwonderen of aanmerken even als ware zulks tot meerder vernedering van Hunne Hooghe„ „den gedaan dewijl het niet om die reden, maar om eigentlijk te tonen wat vertrouwen de Maatschappije op op„ „regte vrienden en Bondgenoten steld, was geschied, en teffens nog om Hunne Hoogheden in de tegenwoor„ „digheid van den Koning van Ternaten te laten horen, dat alle middelen tot beraming van eene voste en lang durige vrede dog egter tot des Raads leedwezen vrugteloos waren, in 't werk gesteld: zoo is laastelijk besloten den Koningen Kroonprins van Tidor uit naam en van wegen de „Nederlandsche Oost- Indische Compagnie het arrest door de vaandrigs Roksien en Pelaton te laten aanzeggen, gelijk dit ook terstond gevolg genomen heeft, zonder eenige tegenstand of opschudding. /:onderstond/ Aldus gedaan en Geresolveert tot Ternaten in't Kasteel Orange dato voorsz: /:was getekent:/ J: R: Thomaszen, A: Cornabe, G: C: Meurs, H: A: Johnson, G: W: van Renesse en Johannes Boot. „ten. de
English
To the Right Honourable, Respected Sir, the merchant, the young king of Tidore. Friday, the 21st of May 1779. In the afternoon at five o'clock, Council of Policy meeting. Present: Governor and Director of the Moluccas, Mr. Jacob Roeland Thomaszen; first senior merchant and second-in-command, Alexander Cornabe; Godfried Carel Meurs; merchant and fiscal, Hendrik Ambrosius Johnson; junior merchant and administrator, the senior Gerardus Willem van Renesse; and Johannes Boot. Absent: Johan George van Ruesveld, due to indisposition. After dealing with general affairs, the Governor informed the combined Council members that His Honour, in accordance with the report received from the equipment overseer Adolfs and master shipwright van den Broek, had already sent ahead to Batavia on the 17th of this month the crown prince of Tidore, who had been under arrest inside this castle, aboard the pantchiallang Ternaten, which had been inspected and approved as suitable for that purpose; since His Honour had been informed that this prince was forging secret plots to escape from this castle and save himself by flight; further stating that, for greater security and owing to the lack of European sailors, His Honour had taken into service twenty-two Ternatans who were placed on that vessel at the pay and rations permitted by Their High Excellencies. It was therefore approved and agreed to conform entirely to this precaution and arrangement, while also noting hereby that, at the request of the King of Ternate, these aforementioned natives had been advanced one month's wages, along with board money and rations for two months. The Governor further having pointed out the necessity of having Tidore's monarch likewise undertake the journey to Batavia as soon as possible, since it could not yet be determined when and how many ships might return to the aforementioned capital this year, and one could also not foresee what consequences—both from the side of the Maguindanaos and from that of the Tidoreses—the arrest of His aforementioned Highness and his son, along with their dispatch, might have; declaring at the same time that for these reasons all caution and circumspection ought to be observed in this regard: so, after this was well considered and confirmed by the other members, it was approved and agreed to treat the old monarch likewise and grant transport to India's capital aboard the private bark of the burgher captain-lieutenant Landau, named the Anna Christina, as it offers ample accommodation; and at the same time, at His Highness's urgent request, to permit him to take along, besides his four wives, a son, and an infant daughter, also a priest, four male slaves, and two female slaves; while it was also deemed necessary and decided to place a corporal and four soldiers aboard the said private bark to guard the king. Subsequently, upon the proposal of His Honour and after the departure date of the aforementioned bark was fixed for the 29th of this month, it was approved and resolved to have the members of this board, the honourable Cornabe and Johnson, together with the provisional secretary de Chalmot, accompanied by the translator van Dijk, notify Tidore's monarch of His Highness's impending departure, which was also carried out immediately; whereupon the said Council members reported upon their return that His Highness showed himself agreeable thereto. Lastly, having read a written voluntary cession of the lands of Maba, Weda, Patani, Gebe, and the islands and districts belonging thereunder, as well as the entire land of the Papuas, etc., by the King and Crown Prince of Tidore: it was approved and agreed to offer a copy thereof to Their High Excellencies and to make the necessary use of it at the election of a new king or upon another arising occasion, and also to insert that paper into these minutes. Translation of a petition for pardon written in Malay with Arabic characters, offering at the same time the cession of diverse lands, islands, and inhabitants, followed by several requested points, drawn up by the arrested King of Tidore, Muhammad Daniel Masud Jamaluddin Shah, and His Highness's son, the Crown Prince of the said realm, Garamahongi, also under arrest, in order to present this further to the illustrious Indian Supreme Government in Batavia. Delivered to the Right Honourable, Respected Sir, Mr. Jacob Roeland Thomaszen, Governor and Director of the Moluccas, reading as follows: We, Paduka Amir Muhammad Daniel Masud Jamaluddin Shah, King of Tidore, with my son the Crown Prince Garamahongi, currently arrested in Castle Orange because of our very great committed offences and in addition the improper observance of the contracts entered into between us and the Honourable Company, do now, for the said reasons, with true sincerity, cede to the Dutch Company the lands and subjects sorting under the Crown of Tidore, namely: Firstly, Maba, Weda, and Patani, with all the negorijen belonging under them. Secondly, the island of Gebe and the islands belonging under it. Thirdly, all the Papuan islands sorting under the four head kings, namely of Waigama, Waigeo, Misool, and Salawati, together with all the negorijen situated on the mainland of Papua (Note: this mainland is Nova Guinea). Fourthly, the islands of Bod and Popa, and Fifthly, the island of Pulau Pisang; no envoys shall be sent by us to all these aforementioned lands except by order or obtained permission of the Governor of the Moluccas. Sixthly, there is also ceded to the Dutch Company the
Dutch transcription
1 95. 181 49 Den wel Edelen Achtbaren Heer „ koopman - de Jonge koning van Tidor Vrijdag den 21„e Meij 1779. 's namiddags te vijf uuren vergadering van Politie. present Gouverneren diectur der Molico M: Jacob Roeland Thomaszen don p„so opperkoopman en secuwde Alexander Cornabe, Godfried Carel Meurs, „koopman en fiscaal Hendrik Ambrosius Johnson „ dnterkopma e bolij aet oude Gerardus Willem van Rinesse en d Absent Johannes Boot. Johan George van Ruesveld, door in dispositie Na het verhandelen der Gemeene zaken, door den Heer Gouverneur aan de Gezamentlijke Raadsleden te kennen gegeven wordende, dat zijn Ed: den binnen dit Kasteel in arrest geweest zijnde kroon prins van Tidore met de volgens ingekomen Rapport van den Equipagie op zigter Adolfs en Baas der scheeps timmer„ „lieden „ „ besle met de Pantjallang Ternaten na Batavia „ren. verzonden. Om de noodzakelijkheid „lieden van den Broek daar toe bekwaam gekeurde Pantjalling de Ternaten op den 17. dezer reeds vooruit naar Batavia hadde verzonden wijl zijn Ed: gein„ „formeert is geweest, dat die Prins geheine aan„ „slagen smeedde om uit dit Kasteel te geraken en zig met de vlugt te salveren met verdere te kennen gave dat zijn Ed: tot meerder securiteit mits gebrek aan Europesche zeevarenden, twee en twintig Tornata„ „nen die op dat vaartuig geplaatst waren, tegen de door Hunne Hoog Edelheden geparmitteerde be„ „solding en Randsoenen hadde in dienst genomen zoo is goedgevonden en verstaan met deze voorzorg en schikking volkomen te conformeren, mitsga„ „ders bij dezen nog te noteren dat aan gemelde In„ „landers op het verzoek van Ternaatsch Koning was vooruit verstrekt een maand gagie, nevens kostgeld en randsoen voor twee maanden. De Heer Gouverneur wijders te kennen, gegeven hebbende de noodzakelijkheid van Tidors vorst almede hoe eerder hoe liever de reize naar Batavia te doen onder„ „nemen nademaal men als nog niet konde vaststel„ „ben wanneer en hoe veel schepen in dezen jare ge„ „melde Hoofdplaats zouden kunnen retourneren en ook niet konde vooruit zien welke gevolgen zoo 't ge 1 183 92 van I: dor, met de particuliere Bark de Anna Christina zoo van de zijde der Mangindanauwers als vande Tidoresen het arresteren van voorm: zijn Hoogheid en zijnen zoon nevens derzelver verzending zoude kunnen hebben, onder verklaring teffens dat om die redenen alle voor-en omzigtigheid daar omtrent dien„ „de geobserveerd te worden: zoo is het een en ander te door de verdere Leden wel overwogen en geconfirmeerd goedgevonden en verstaan dien vorst met de particu„ desgelijks te handelen met de oude vorst„ liere Bark van den Burgerkapitein Luitenant „als ruimen volcommoditeit zijnde, Landau genaamt de Anna Christina „ transport naar Indias Hoofdplaats te verlenen, en teffens, op zijne Hoogheids instantie te permitteren, om be„ „halven zijne vier vrouwen, een zoon en een Dogtertje nog mede te nemen een Priester, vier slaven en twee slarinnen; terwijl nog nodig geoordeeld is en besloten wierd, op de ged„e Particuliere Bark te plaatzen een Korporaal en vier soldaten tot bewaking van den koning. Vervolgens is nog op de propositie van zijn Edele„ en na dat de zeijldag van voormelde Bark op den 29: dezer bepaald was goedgevonden en geresolveerd om Tidors Papoeen, Maba, Weda en Pattani. Tidors Vorst door de Leden dezer Tabel dEs. Cornabe¬ en Johnson nevens de p„l secretaris de Chalmot ver„ „zeld van den Translateur van Dijk, te laten aankun„ „digen zijn Hoogheids aanstaande vertrek, 't geen ook terstond ter uitvoer gebragt is; waar op de gemelde Raadsleden bij terugkomst, gerapporteerd hebben, dat zijn Hoogheid zig daar omtrent consent betoond heeft Laastelijk gelezen zijnde een schriftelijke vrijwillige afstand van de Landen van Maba, weda, Pattanij, Gebe en de daar onder gehorende Eilanden en Districten, nevens de koning van dider doet afstand van de het gansche Land der Papoeen enz: door den Koning en Kroonprins van Tidore: zoo is goedgevonden en verstaan daar van een afschrift aan Hunne Hoog Edelheden aan tebieden en bij de verkiezing van een nieuwen Koning of andere voorkomende gelegenheid, het nodig gebruik te maken, mitsgaders dat papier bij dezen te insereren Translaat Eener in het Maleisch met Arabische Caracters geschreven Smeek schrift om pardon, als daar bij te gelijke afstand presentatie van diverse Landen, Eijlanden en bewoonders mitsgaders gevolgt van nog eenige ver„ „zoek poincten, ingerigt door den gearres„ „teerde koning van Tidor Muchamad Doeniel Masaoed Djamaloe dien Sjach 93 185 te Tjach en zijn Hoogheids zoon den mede in arrest weezende Kroon prins van gem: Rijk Garamahongij, ten einde om zulks verder d' Illustre Indiasche Hoofdregering te Batavia aan te bieden Overgelevert Aan den wel Edelen Achtbaaren Heer M„r Jacob Roeland Thomaszen, Gouverneur en Directeur der Moluc„ „cos, Luidende gemelde schrif„ „tuur aldus Wij Paduka Amier Muhamad Doeniel Masaded Dja„ maloedien Sacha Koning van Tidor, met mijn zoon den kroonprins Garamahongie, tans bij de over onze zeer groote begane fouten en daar nevens niet wel nakoning der Contrac„ „ten tusschen ons en dE: Comp: aangegaan, in het Kasteel Orange g'arresteert, doen tans om de gem: reden, met waare opregtigheid aan d' Hollandsche Comp:, afstand van de onder de Kroon Tidor sorteerende landen en onderdaanen te weten Eerstelijk van Maba, weda, en Pattanij met alle de daar onder gehoorende Negorijen. Ten tweede van het Eiland Gebe ende daar ondergehoorende Eilanden Ten derden alle de Papoese Eilanden sorteerende onder de vier hoofd Koning„ „jes als, van waijgama, waijgeeuw, Mixcul en salwatij mitsga„ ders alle de Negorijen op de vaste wal van de Papoe geleegen /NB: deze vaste wal is Noragunea:/ Ten vierden van de Eilanden Bod en Popa en Ten vijfden van het Eiland Poelo Piesang, zullende na alle deese gem: Landen door ons geen besendigen mogen werden gedaan, dan op order of verkreegen permissie van den Heere Gouverneur der Moluccos. Ten sesden werd ook aan de Hollandsche Comp: afgestaan het do
English
the island of Maijtara or Noorwegen, where henceforth no Tidore subjects will be permitted to reside or to cultivate gardens, except for those who have obtained permission to do so from the Governor or from the person who conducts the administration in the Moluccas on behalf of the Company. Furthermore, we agree to demolish Fort Sapula, and in return to enlarge Fort Tobbo Tobo, and also to have built therein such dwellings and structures as the Company shall deem necessary. Likewise, for the building and preparation of this fortress, buildings, and structures, we agree to contribute the required lime, stones, and timber, as well as the necessary laborers. While, in compensation for the relinquishment of the aforementioned lands, islands, and subjects, we hope that the Honorable Company will forgive us all committed misdeeds which have occurred through violation of the contents of the contracts entered into with the Dutch Company. As also that we may be released from the payment of our outstanding debt to the Company amounting to 5688:17:8 rixdollars, since we testify that we are completely unable to settle it. And then, that the Company, for the maintenance of our royal decency and dignity, will graciously grant us an increase in recognition money. Against which we lastly request that, apart from the lands already actually ceded in this agreement, all other Tidore lands may be ruled and possessed by us as in fief from the Company, just as the King of Ternate possesses his lands and subjects in fief from the Company, and that upon the vacancy of the Tidore crown, the Company alone shall be authorized to choose a King according to its choice and pleasure. Below stood: Written at Ternate in Fort Orange, the 15th of May, anno 1779. Lower down in Dutch was written: This document was ratified in the presence of the undersigned by the King of Tidore with the seal of the realm, after it had first been read by His Highness himself and re-read by the Arabic writer Hatibie Goeroe, with His Highness simultaneously declaring that the contents of this paper corresponded entirely with his desire. It was signed: F. B. Hemmekam and J. A. Roksien. In the margin: read aloud by me, signed in Arabic characters: Hatibie Goeroe. Still lower: for the translation, and signed: C. v. d. Dijk, sworn translator. Thus done and resolved at Ternate in Fort Orange, on the date aforementioned. Signed: J. R. Thomaszen, A. Cornabé, G. C. Meurs, H. A. Johnson, G. W. van Renesse, and Johannes Boot. Thursday the 10th of June 1779. In the afternoon at five o'clock, meeting of the Council of Policy. Present: The Honorable Jacob Roeland Thomaszen, Governor and Director of the Moluccas, The provisional Senior Merchant and Second in Command, Alexander Cornabé, Merchant Godfried Carel Meurs, Merchant and Fiscal Hendrik Ambrosius Johnson, Junior Merchant and Head of the Accounting Office, Gerardus Willem van Renesse, and Johannes Boot. Absent: Johan George van Raesveld. As soon as the members had assembled, the Governor communicated to them: That immediately after the departure of the King of Tidore, his Honor had made every effort to bring about a firm and lasting peace between the kingdoms of Ternate and Tidore, to which end he had first spoken with the King of Ternate about this, and having also persuaded His Highness thereto, had caused the principal Tidore dignitaries, numbering forty-six, to appear before him in the upper hall of the Government House on last Saturday the 5th of this month, in the presence of the Honorable Second in Command Cornabé, the Junior Merchant Hemmekam, the Principal Secretary of this Council De Chalmot, and Translator Van Dijk; And, after notifying them of the departure of their King, and that, pending further disposition by the Illustrious High Government of the Indies, no new King, but only Regents would be appointed; and also after the voluntary offer of that monarch, inserted in the secret resolution of the 21st of the past month, had been read to them, he had given them to understand that he would now desire nothing more than that the kingdom of Tidore, which must now be regarded as belonging to the Company, should live in peace and quiet, and that the disputes which had existed for some time between the Ternate and Tidore peoples should be eliminated by concluding a treaty of peace; That this proposal to make peace as soon as possible, as well as that Regents should for the present be appointed for their administration by him as Governor and Director of the province, had completely pleased all the dignitaries, as they had made known publicly by cheering huzzah three times; That
Dutch transcription
524 het Eiland Maijtara /: Noorwegen:/ alwaar voortaan gene Tidorse onderdanen hun met een woon of ter Tuinema„ „king zullen vermogen te onthouden dan de sodanige die daar toe vergunning hebben bekoomen van den Heere Gouverneur dan wel van diegene, die 's Compagnies we„ „gen het bestier in de Moldccos voert. Voorts nemen wij aan te sullen slegten het Fort sa„ pula en daar en segen te zullen vergrooten het Fort Tobbo Tobo, mitsgaders daar in doen op bouwen, zodanige wooninge en opstallen als d' Comp: koomt nodig te ag„ Gelijk tot dien opbon en aanmaak van deze vesting, gebouwen en opstallen wij aanneeme te zullen Contribueren de daar toe ver„ eischt werdende kalk, steenen, en houtwerken, ietem de daar toe benodigde, arbeidslieden: Terwijl in recompens der afstemd van gem: Landen, Eilan„ „den en onderdaanen, wij hoope dat dE: Comp: ons zal quijtschel„ „den alle begaane missaagen, die door overtreeding van den inhoud der Contracten met de Hollands Comp: aangegaan zijn gepecseert. Als ook dat wij mogen werden ontheft van de betaaling onser agterstallig Debet aan d'Comp: groot rd„s 5688: 17:8: vermits wij betuigen tot de voldoening van dien ten eene„ „maal onmagtig te zijn En dan dat d' Comp: tot ophouding van ons Koninglijk, fatsoen en waardigheid, ons gratieuselijk vermeerdering van Recognitie penningen zal toevoegen. Waar en tegen wij laastelijk verzoeken dat buijten de in deeze reeds gem: reël afgestrane Landen, alle de ove„ „rige Tidorse Landen, door ons als in seen van de Comp: mo„ „gen beheerst en beseten werden, Evengelijk den Koning van Ternaten zijn Landen en onderdanen in Leen van d' Comp: besit en dat bij vacantraking der Tidorse kroon, d' „ten. Comp: F 94. 187 Comp: alleen bevoegt zij, Een Koning na dies keus en wel„ „gevalle te verkiesen. /:onderstond:/ Geschreven tot Ternaten in 't Kasteel Orange den 15„e Meij A„o 1779. /:lager:/ in het Hollandsch geschreven; Dit schriftuur is in tegenwoordigheid van de ondergetekendens door den Koning van Tidor met het Rijks zegul bekragtigt, na dat zulx eerst door Hoogst de„ „zelve gelezen en door den Arabischen schijver Hatibie Goeroe herlezen was, onder te gelijk uijting van zijn Hoogheid, dat den inhoud van dit papier sterkte met zijn volkomen begeerte /:was getekekt:/ F: B: Hemmekam en J„b A: Roksien /:in margine:/ door mij voorgelezen /:was„ getekent:/ met Arabische Caracters:/ Hatibie Goeroe. /:nog lager:) voor 't Translaat /: en getekent:/ C: v: d: Dijk geswore Translateur. Aldus gedaan en geresolveert tot Ternaten in 't Kasteel Orange dato voor„ „schreven /:was getekent:/ J: R: Thomaszen M: Cornabé, G: C: Meurs, H: A: Johnson, Boot J: W: van Renesse en ne daar lan„ che 187 middel „ Tidor. 95 189 189 Den wel Edelen Achtb: Heer „ koopman - - middelen int werk gesteld, tot bera„ „ming der vrede tusschen Ternaten en Donderdag den 10„e Junij 179. 's namiddags te vijf uuren vergadering van Politie Gouvrnauren directus der Malier Mr Jacob Roeland Thomaszen: E Alexander Cornabé, den p„s Opperkoopmanen secumrde Godfried Carel Meurs, „„ kopman en fisal Hendrik Ambrosius Johnson „ onderkom en bolij Bant: Gerardus Willem van Renesse en Johannes Doot Absent Johan George van Raesveld Soo dra de Leden vergaderd waren, Communiceerde de Heer Gouverneur aan dezelven: dat zijn Edele al aanstonds, na het vertrek van den koning van Tibor, alle middelen hadde in 't werk gesteld, om eener vaste en langdurige voede tusschen de Rijken van Ter„ „naten en Tidore te bewerken, ten welken omde Hij eerst den Koning van Ternaten daar over onderhouden, en zijn Hoogheid „ „ „ _o - Tidtor. present de Tiderese Ryjksgroten zijn in 't Gouver„ „nement verschenen. te kenne gave aan dezelve, wegens het verzenden van Hunnen Koning en 't weder aanstellen van een Regent. die daar over verheugt zijn. Hoogheid ook daar toe overreed hebbende, de voornaamste Tidorsche Rijksgroten, ten getalle van ses en veertig, in tegenwoordigheid van d'E: secunde Cornabe, den onderkoop„ „man Hemmekam, den p„l secretaris dezes Raads de Chalmot en Translateur van Dijk op voorleden Saturdag den 5„e dezer, bij zig op de bovenzaal des Gouvernements hadde laten verscheijnen, en hun na bekendmaking van het ver„ „trek hunnes konings, en dat 'er, tot nadere diespositie van de Illustre Hoge Indiasche Regering, geen nieu„ „wen Koning, maar eenlijk Regenten zouden werden be„ „noemd, ook nadat hun almede het vrijwillig Aanbod van dien vorst, geinsereert in de secrete Resolutie van den 21: der gepasseerde maand, voorgelezen was, hadde te kennen gegeven, dat Hij tans niets liever zoude zien, als dat het Rijk van Tidor, 't welk nu als Comp„s moeste aangemerk werden, in rust en vrede leefde, en dat den eenigen tijd plaats gehad hebbende oneenigheden tusschen der Ternaatsche en Tidorsche volkeren door het sluiten van een vreede verbond„ wierden uit den weg geruund; dat dezen voorslag, om ten spoedigsten vrede te maken zo wel als dat er vooreerst Regenten tot de bestiering va Hem, als Gouverneur en Directeur Provintie zouden werden aangesteld, alle de Rijksgroten volkomen hadd aangestaan, gelijk ze met het driemaal roepen van Hoe „zee in't openbaar hadden te kennen gegeven; op dat